Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

UCB Annual Report 2014

Feb 27, 2015

4017_10-k_2015-02-27_321f7884-ae86-45c1-a0df-8ed1fca9bd91.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

{# SEO P0-1: filing HTML is rendered server-side so Googlebot sees the full text without executing JS or following an iframe to a Disallow'd CDN path. The content has already been sanitized through filings.seo.sanitize_filing_html. #}

Inspired by patients. Driven by science.

Anna, heeft epilepsie

INHOUD

ONZE VISIE 2

Philip, heeft axiale spondylartritis

ONZE VISIE

Voldoen aan onvervulde behoeften van de patiënt

Gewoon omdat onze geneesmiddelen duizenden mensen over de hele wereld behandelen, betekent niet dat ons werk gedaan is. Voor ons is het van vitaal belang dat we naar de steeds veranderende behoeften van patiënten en hun families luisteren. Door met artsen en professionelen in de gezondheidszorg te werken, halen wij meer patiënten aan om hun klinische, economische, sociale en persoonlijke behoeften beter te begrijpen. Wat primeert is hoe ze zich voelen in hun alledaagse leven naarmate ze hun reis naar gezondheidszorg verderzetten. Wij behandelen niet alleen een ziekte, wij zorgen ook voor mensen als individu.

Patiënten inspireren ons om ze waarde te brengen door middel van meer geavanceerde wetenschap, meer innovatieve geneesmiddelen, en meer praktische oplossingen – zodat zij, en hun verzorgers, kunnen doorgaan met hun leven.

Mensen met ernstige ziekten inspireren ons om een zinvol verschil te maken voor zoveel mogelijk levens

Ik eis het beste van mezelf en anderen. Ik voer vlekkeloos uit en streef naar permanente verbetering

Mensen met ernstige ziekten rekenen erop dat wij nieuwe creatieve oplossingen ontwikkelen die een positieve impact op hun leven zullen hebben

Ik begrijp de behoeften van de patiënten beter dan de concurrentie en vertaal dit inzicht in kenmerkende oplossingen

Ondernemers maken grote plannen en focussen voortdurend naar het creëren van duurzame waarde voor de klanten

Ik neem gekozen initiatieven meedogenloos op me en dit met energie, veerkracht en een "ik kan alles" houding

Overkoepelend principe waarmee wij handelen, contact leggen en omgaan met klanten en andere belanghebbenden

Ik handel voortdurend op een doorzichtige, authentieke en ethische manier

Diversiteit van gedachten en een inclusieve aanpak zijn de steunpilaren van succes

Ik luister, zoek en omarm verschillende perspectieven op een actieve manier

Onszelf en elkaar verantwoordelijk stellen levert superieure en duurzame waarde voor de patiënten op

Ik heb de middelen om optimaal gebruik te maken van mijn talenten en werk alsof het succes van UCB als geheel afhankelijk is van mijn bijdrage

Zorg dragen voor mensen met ernstige ziektes, klanten en collega's is de kern van wat we doen en maakt ons beter

Ik handel met empathie, openheid, vrijgevigheid en behulpzaamheid – en ik behandel anderen zoals ik zelf behandeld zou willen worden

PASSIE VOOR

ZORG

PRESTATIE

INNOVATIE

ONDERNEMERSCHAP

INTEGRITEIT

VERSCHILLEN KOESTEREN

VERANTWOOR-DELIJKHEID

2014 MIJLPALEN (JAN.-JUNI)

JANUARI JUNI FEBRUARI APRIL MAART Fase 2-resultaten over romosozumab voor vrouwen met post-menopauzale osteoporose worden met botmineraaldichtheid worden in de New England Journal of Medicine gepubliceerd Overeenkomst tussen UCB en Biogen Idec voor het ontwikkelen en commercialiseren van geneesmiddelen tegen multiple sclerose en hemofilie in Azië Jean-Christophe Tellier wordt Chief Executive Officer genoemd (vanaf januari 2015) Samenwerkingscontract met Sanofi voor baanbrekende innovatie bij immuun gemedieerde ziekten UCB geeft wereldwijde rechten voor tozadenant terug aan Biotie E Keppra® aanvraag voor monotherapie in Japan Conversie van de UCB converteerbare obligatie 2 Samenwerking met de Europese Investeringsbank (EIB) aan versnelde ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor patiënten UCB4940: Fase 2a begonnen; resultaten tijdens de tweede helft van 2015 verwacht UCB's allereerste Global Green Planet Day AVA: Benoeming van Cédric van Rijckevorsel als Bestuurder en Kay Davies als Onafhankelijk Bestuurder Strategisch-onderzoeks samenwerking met Weill Cornell Medical College (VS) 3 6 UCB wint Werkgever (wereldwijd) van het jaar Award in het VK MEI 1 4 5

2014 MIJLPALEN (JULI-DEC.)

UCB VANDAAG

UCB MORGEN

O&O MIJLPALEN

Voor meer informatie, zie de O&O mijlpalen (blz. 56 & 57)

1 PA: Partiële aanvallen

PGTCA: Primaire, gegeneraliseerde tonische-clonische aanvallen

3 SLE: Systemische lupus erythematosus

4 International Osteoporosis Foundation."Facts and Statistics." Accessed 10 February 2015 from www.iofbonehealth.org/facts-statistics#category-16

5 Decision Resource – December 2014 – Aantal gediagnosticeerde en voorkomende gevallen van systemische lupus erythematosus in de grote farmaceutische markten – 2014

6 Decision Resource – December 2014 – Aantal gediagnosticeerde en voorkomende gevallen van epilepsie in de grote farmaceutische markten – 2014

IA: idiopathische artritis

2014 KEY PERFORMANCE INDICATORS

WERELDWIJD PATIËNTEN BEREIKEN

In de afgelopen jaren hebben we onze aanwezigheid uitgebreid tot meer globale regio's en patiënten dan ooit tevoren. En we blijven groeien. Ons hoog investeringstempo in baanbrekende wetenschap, ondersteund door sterke samenwerkingen met professionele partners, laat ons toe onze neurologische en immunologische behandelingen ter beschikking te stellen van honderden nieuwe patiënten per dag en over de hele wereld.

Baanbrekende wetenschap, het brengen van toegevoegde waarde aan de patiënten alsook het fungeren als voorkeurspartner voor onze andere belanghebbenden, zullen leiden tot onze geplande duurzame groei.

Dit is samengevat door de twee motivaties van UCB: Inspired by patients. Driven by science.

I. BRIEF AAN BELANGHEBBENDEN

Jean-Christophe Tellier, CEO (sinds januari 2015)

Gerhard Mayr,

Roch Doliveux, CEO (tot december 2014)

DE GROEI VOORTZETTEN

Geachte aandeelhouders, partners, medewerkers en iedereen die leeft met een ernstige ziekte,

Bij UCB delen we de ambitie om het leven te veranderen van mensen die leven met een ernstige ziekte. Onze focus ligt op afwijkingen op vlak van neurologie en immunologie. De patiënt staat bij ons centraal. Alles wat we doen, begint met één simpele vraag: "hoe zal dit het leven veranderen van mensen die leven met een ernstige ziekte?" We zetten ons volledig in om een verschil te maken en waarde te creëren voor patiënten, wat leidt tot waarde voor UCB en de aandeelhouders.

In 2014 werden onze kerngeneesmiddelen Cimzia®, Vimpat® en Neupro® gebruikt door 710.000 mensen (22% meer dan in 2013) die leven met een ernstige ziekte, zoals inflammatoire artritis-indicaties, epilepsie of de ziekte van Parkinson. Daardoor werd het voor ons bij UCB een bijzonder jaar, wat ons stimuleert om verder te doen.

2014 was ook het jaar van de CEO-wissel: van Roch Doliveux, die UCB succesvol omvormde van een conglomeraat tot een biofarmaleider en die de visie van een patiëntgerichte organisatie realiseerde, naar Jean-Christophe Tellier. Onder zijn leiding werken teams van UCB nu samen aan een nog grotere patiëntgerichtheid door de band met patiënten verder te verbeteren, onze geneesmiddelen toegankelijker te maken en de huidige focus van het bedrijf te versterken.

Op de volgende pagina's verduidelijken we welke vooruitgang we in 2014 hebben gemaakt op vlak van onze groeiprincipes:

GROEI CIMZIA®, VIMPAT® EN NEUPRO® 1.

* tegen het einde van het decennium

In 2014, de gecombineerd netto-omzet van Cimzia®, Vimpat® en Neupro® streeg tot € 1 468 miljoen, wat neerkomt op 50% van de globale netto-omzet van UCB.

Cimzia® (certolizumab pegol) bereikte 64.000 patiënten (+25%) en is momenteel beschikbaar voor mensen die leven met inflammatoire artritisindicaties in meer dan 55 landen, waaronder Brazilië en Japan (partner: Astellas). Het geneesmiddel was goed voor een wereldwijde netto-omzet van € 797 miljoen (+34% of 35% bij constante wisselkoersen). Om aan de wereldwijd toenemende vraag naar Cimzia® te voldoen, heeft UCB geïnvesteerd in een nieuwe biotechnologische fabriek in Bulle (Zwitserland), die tot de grootste en meest moderne van Europa behoort. De fabriek moet in de komende 18 maanden worden gevalideerd door internationale regelgevende instanties.

In september 2014 keurde de FDA Vimpat® (lacosamide) goed als monotherapie bij partieel beginnende aanvallen. Daardoor zijn er in de VS nu meer behandelingsmogelijkheden voor patiënten die leven met epilepsie. Omdat in Europa en Japan andere wettelijke eisen gelden, is voor patiënten daar een afzonderlijk ontwikkelingsprogramma opgestart voor Vimpat® als monotherapie. De indicatie als monotherapie vertegenwoordigt een belangrijke kans om meer volwassen

epilepsiepatiënten te bereiken die nog steeds leven met ongecontroleerde aanvallen. Na de positieve resultaten van het klinische fase 3-onderzoek in Azië is UCB een samenwerkingscontract aangegaan met Daiichi Sankyo voor de introductie van Vimpat® in Japan. Een aanvraag van een handelsvergunning voor Vimpat® is gepland voor 2015. Vimpat® is momenteel beschikbaar voor 383.000 mensen met epilepsie in 46 landen, waaronder Rusland, Mexico en Brazilië, waar Vimpat® sinds februari 2014 is goedgekeurd als aanvullende therapie voor de behandeling van partieel beginnende aanvallen bij volwassenen met epilepsie. Vimpat® was goed voor een wereldwijde netto-omzet van € 471 miljoen (+15% bij werkelijke en constante wisselkoersen).

Neupro® (rotigotine), de pleister tegen de ziekte van Parkinson en het rustelozebenensyndroom, is verkrijgbaar in 46 landen. Vooral door de steun van onze partner in Japan Otsuka vertoont Neupro® nog altijd groei. De wereldwijde netto-omzet van Neupro® bedroeg € 200 miljoen, een stijging van 10%. In Brazilië werd Neupro® goedgekeurd als behandeling voor de ziekte van Parkinson, de tweede goedkeuring voor een neurologische toepassing van UCB in 2014. In China toonde Neupro® positieve fase 3-resultaten. Voorlegging is gepland in 2015.

Keppra® (levetiracetam) blijft wereldwijd een belangrijke behandelingsoptie voor mensen die leven met epilepsie. In maart 2014 werd bij de Japanse autoriteiten een aanvraag ingediend voor E Keppra® als monotherapie bij partiële beginnende aanvallen. De goedkeuring werd verkregen in februari 2015. De impact van de post-exclusiviteitserosie, eerst in de VS (2008) en daarna in de EU (2010), blijft beduidend. De totale netto-omzet van Keppra® daalde met 7% tot € 665 miljoen (-5% bij constante wisselkoersen). Dit werd gecompenseerd door de netto-omzet in Japan (partner: Otsuka) en opkomende markten zoals China en Rusland, die een dubbelcijferige groei lieten zien.

In samenwerking met de China Association Against Epilepsy (CAAE) heeft UCB Project Dandelion geïntroduceerd, een medisch opleidingsprogramma in China ter bevordering van duurzame kwaliteitszorg voor patiënten die leven met epilepsie. Het trainingsprogramma voor professionals in de gezondheidszorg wil zorgen voor verbetering bij het stellen van een accurate diagnose, het aanbieden van de juiste behandeling en het naleven van die behandeling in zowel steden als plattelandsgebieden. Om aan de groeiende vraag naar UCB-geneesmiddelen in China te voldoen, hebben we in Zuhai onze productiecentra uitgebreid.

Chen Guoqiong, leeft met epilepsie

Om het groeipotentieel voor onze kerngeneesmiddelen in de opkomende markten te verhogen, kondigden we in januari 2014 een belangrijk samenwerkingscontract aan met Biogen Idec, een biofarmabedrijf uit de VS. Samen zullen we bepaalde neurologie- en hematologieproducten van Biogen Idec ontwikkelen en commercialiseren in Zuidoost-Azië en China. Dit samenwerkingscontract vergroot aanzienlijk de aanwezigheid van UCB op vlak van neurologie in Azië en vertegenwoordigt een sterke bekrachtiging van onze groeimogelijkheden in deze belangrijke regio.

VOORBEREIDING VAN BRIVARACETAM, EPRATUZUMAB EN ROMOSOZUMAB

Wij zijn op weg om drie nieuwe potentiële geneesmiddelen te brengen naar mensen die leven met ernstige ziekten. Onze ontwikkelingsprojecten in neurologie en immunologie verlopen volgens plan in verschillende fase 3-studies, de laatste ontwikkelingsfase vóór controle en goedkeuring door de autoriteiten die de toegang voor potentiële patiënten bepalen:

Romosozumab, ontwikkeld in samenwerking met onze partner Amgen, is een mogelijk baanbrekende therapie voor mensen die leven met aandoeningen die gepaard gaan met botverlies, zoals osteoporose. Romosozumab is een gehumaniseerd monoklonaal antilichaam dat zich bindt aan sclerostine, een natuurlijk voorkomend eiwit dat door botcellen wordt afgescheiden en de botvorming reguleert. Door zich te binden aan sclerostine en het te blokkeren, stimuleert romosozumab de botvorming en gaat het botresorptie (botafbraak) tegen. Daardoor onderscheidt het zich van de meeste andere beschikbare behandelingen tegen osteoporose. Door zijn botvormende eigenschappen kan romosozumab leiden tot nieuwe strategieën bij de behandeling van botaandoeningen. In de VS, Europa, Japan en Zuid-Amerika lopen momenteel twee grote fase 3-studies, waarbij meer

dan 10 000 vrouwen met osteoporose betrokken zijn. Maar osteoporose is niet "gewoon een vrouwenziekte". Wereldwijd komt bij ongeveer 1 op de 5 mannen ouder dan 50 jaar botbreuk voor als gevolg van osteoporose. Daarom verrichten we momenteel ook een fase 3-studie bij mannen met osteoporose.

Het monoklonaal antilichaam epratuzumab, in licentie gegeven door Immunomedics, is een potentieel nieuwe behandeling voor de auto-immuunziekte lupus (systemische lupus erythematosus of SLE). Auto-antistoffen, afgescheiden door B-cellen, zijn bekend als belangrijke factoren bij het ontstaan en voortduren van SLE, die leiden tot ontstekingen en weefselschade. Epratuzumab remt de activering van B-cellen en houdt daarbij de immuunfunctie in stand. Later dit jaar worden de eerste resultaten van het fase 3-programma verwacht. In oktober 2014 werd UCB door de Lupus Foundation of America (LFA), een Amerikaanse organisatie die zich richt op onderzoek, voorlichting en belangenbehartiging bij lupus, onderscheiden voor het baanbrekend onderzoek dat we verrichten bij de ontwikkeling van nieuwe behandelingen voor lupus en onze inzet voor de verbetering van de levenskwaliteit van mensen die aan deze chronische ziekte lijden.

WERELDWIJD LOPEN 1 OP 3 VROUWEN EN 1 OP 5 MANNEN BOVEN DE 50 RISICO OP EEN BOTBREUK ALS GEVOLG VAN OSTEOPOROSE1

GEZOND BOT OSTEOPOREUS BOT

LATEFASEONTWIKKELINGSPIJPLIJN VAN UCB

POS: partial-onset seizures, partieel beginnende aanvallen

Brivaracetam, een molecule van de volgende generatie tegen epilepsie, wordt ondersteund door een van de grootste fase 3-programma's naar de ziekte. Meer dan 3 000 patiënten werden al behandeld met brivaracetam, sommigen meer dan 8 jaar lang. Bij patiënten die brivaracetam nemen is geen dosistitratie nodig. Ze krijgen vanaf het begin van de behandeling een therapeutische dosis. In juli 2014 toonden positieve topline-resultaten

van de meest recente fase 3-studie met brivaracetam dat de frequentie van partieel beginnende aanvallen vermindert en de responsratio verbetert, beide met statistische significantie. We hebben zopas bij de regelgevende instanties in de VS en de EU een aanvraag ingediend voor goedkeuring van brivaracetam als aanvullende therapie voor de behandeling van partieel beginnende aanvallen.

1 International Osteoporosis Foundation. "Facts and Statistics." Geraadpleegd op ONDERZOEK 10 februari 2015 via: http://www.iofbonehealth.org/facts- statistics – category-16

BIEDEN VAN BAANBREKENDE GENEESMIDDELEN 3.

In onze vroegefasepijplijn focussen we op mogelijke doorbraken die echt een verschil kunnen maken voor, en meerwaarde bieden aan, patiënten. We beëindigen systematisch projecten waarbij dat niet het geval is. Onze gevestigde onderzoeksstrategie voor wetenschappelijke doorbraken is gericht op innovatieve benaderingen die eerste of tweede zijn in hun klasse. Daarbij geven we voorrang aan projecten met een duidelijke "proof of concept" en duidelijke eindpunten. De productiviteit, rijkdom en kwaliteit van onze pijplijn – intern en extern – laten ons toe om die keuzes te maken.

We hebben een passie voor wetenschap. Dat is wat ons drijft om een pijplijn te ontwikkelen die echt een verschil kan betekenen in het leven van mensen. Hoe we dat doen? We maken optimaal gebruik van onze belangrijkste troef: onze baanbrekende kennis van zowel grote als kleine moleculen. We stellen duidelijke prioriteiten. We nemen krachtige besluiten. En daardoor kunnen we veelbelovende moleculen snel verder ontwikkelen tot innovatieve behandelingen.

In 2014 hebben we onze vroege pijplijn aanzienlijk verruimd en zagen we positieve resultaten bij alle moleculen in fase 1 (eerste test bij mensen/veiligheid voor patiënten) en aan het begin van fase 2 ("proof of concept"-test bij patiënten).

UCB en Sanofi zijn een wetenschappelijke en strategische samenwerking aangegaan voor de ontdekking en ontwikkeling van innovatieve kleine molecules tegen ontstekingen die potentieel een waaier aan immuungerelateerde aandoeningen kunnen behandelen in gebieden zoals gastroenterologie en artritis. We combineren momenteel de ruime expertise en vele mogelijkheden en middelen van Sanofi met het geavanceerde onderzoek en de baanbrekende innovaties van UCB. We zijn er sterk van overtuigd dat we samen alle mogelijkheden kunnen benutten om ziekten die op dit ogenblik nog worden behandeld met biologische agentia, te behandelen met kleine moleculen. Daar zouden miljoenen mensen die leven met ernstige ziekten mee worden geholpen. Dit project bevindt zich in het preklinisch stadium.

BEREIKEN VAN CONCURRENTIËLE RENTABILITEIT 4.

We hebben 28% van onze omzet geïnvesteerd in een veelbelovende vroege en gevorderde pijplijn met potentieel nieuwe geneesmiddelen. UCB heeft bewust de strategische beslissing genomen om veel te investeren in O&O (meer dan het gemiddelde in de sector), om zo een basis te leggen voor duurzame groei op lange termijn in een omgeving die steeds meer vraagt om een duidelijke differentiatie en toegevoegde waarde voor patiënten in vergelijking met wat al beschikbaar is op de markt. Als gevolg van deze strategische keuze voor langetermijngroei liggen de winstmarges van UCB voor de korte termijn onder het sectorgemiddelde.

We hebben onze financiële doelstellingen

behaald in 2014, met een omzet van in totaal € 3,3 miljard, een onderliggende rentabiliteit (recurrente EBITDA) van € 609 miljoen en een kernwinst per aandeel van € 1,69. De raad van bestuur stelt voor om een bruto-dividend uit te keren van € 1,06 per aandeel (2013: € 1,04), in overeenstemming met het stabiele dividendbeleid van UCB. In 2014 daalden de marketing- en verkoopkosten dankzij synergiën en meer efficiëntie en wierp het strakke kostenmanagement vruchten af. De marketing- en verkoopkosten daalden met 2% in vergelijking met 2013, terwijl de O&Okosten van € 928 miljoen stabiel bleven op 28% van onze omzet, met het oog op de financiering van onze zeer innovatieve pijplijn en ons baanbrekend onderzoek.

In november 2014 kondigde UCB aan dat het heeft beslist om Kremers Urban af te stoten, de dochteronderneming in de VS die zich toespitst op gespecialiseerde generische geneesmiddelen. Onze toenemende kernactiviteiten en goed vorderende vroege- en late fasepijplijn laten ons nu toe ons nog meer te richten op het bieden van innovatieve oplossingen voor patiënten die leven met ernstige ziekten. Door dit besluit worden de activa van Kremers Urban anders behandeld binnen de rekeningen van de UCB Groep: Kremers Urban wordt verwerkt als "beëindigde bedrijfsactiviteiten" sinds 1 januari 2014. Daardoor wordt het niet meer opgenomen in de key performance indicatoren voor UCB's recurrente onderliggende resultaten.

We streven naar een recurrente EBITDA-marge van 30% in 2018,

waarmee de marge van UCB op het sectorgemiddelde komt. We verwachten dat de wereldwijde omzetstijging van Cimzia®, Vimpat® en Neupro®, de continu verbeterende herverdeling van middelen en strak kostenmanagement door een actieve, gedisciplineerde aanpak onze concurrentiële rentabiliteit langzaam zullen verbeteren, waardoor die in 2018 op gelijke hoogte komt met onze concurrenten.

€ miljoen 2010 2011 2012 2013
HERWERKT1
2014
OMZET 3 218 3 246 3 462 3 133 3 344
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten
Ratio O&O-uitgaven/omzet
Recurrente EBIT
705
22%
467
778
24%
439
861
25%
444
886
28%
297
928
28%
379
RECURRENTE EBITDA 731 687 684 536 609
Ratio REBITDA/omzet
Nettowinst (inclusief minderheidsbelangen)
23%
103
21%
238
20%
245
17%
145
18%
199
Aangepaste winst per aandeel
(€ per niet-verwaterd aandeel)
1,99 1,91 2,10 1,24 1,69
Netto-schuld 1 525 1 548 1 766 1 998 1 611
Ratio nettoschuld/REBITDA 2,09 2,25 2,58 3,73 2,65
Eigenvermogensratio 51% 51% 49% 44% 48%
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 506 292 355 288 512
Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) 78 137 221 344 161

2014 FINANCIËLE PRESTATIES

2014
3344
928
28%
379
609
18%
199
1.69
1 611
2.65
48%
512
161
  1. De 2013 financiële cijfers werden aangepast voor IFRS 10 en de beslissing om Kremers Urban af te stoten.

VERZEKEREN VAN KWALITEIT EN NALEVING VAN WETTEN EN REGLEMENTERINGEN

Idalia, heeft osteoporose

De gezondheid en veiligheid van patiënten zijn van het allergrootste belang – alles

wat wij doen is gericht op de patiënt. Onze sector ondervindt een ongekende reeks wijzigingen en uitdagingen op het gebied van de regelgeving, bijvoorbeeld op vlak van geneesmiddelenbewaking, end-to-end beveiliging van de toeleveringsketen en de relatie tussen vertegenwoordigers en artsen. Training en ontwikkeling vormen de basis van voortdurende verbetering die onze mensen in staat stelt om actief te zijn in een snel veranderende omgeving en de duurzame groei van UCB te waarborgen.

UCB eist dat alle medewerkers de opleidingen Gedragscode, IT-beveiliging en Geneesmiddelenbewaking volgen. De Gedragscode omhelst de "Prestatie met integriteit" en bepaalt de algemene principes van het zakelijk en ethisch gedrag dat wordt verwacht van elke UCB-collega en van alle derden die handelen namens UCB. De Gedragscode is te vinden op de UCB website1 . We voerden een meldingssysteem in dat het voor elke medewerker mogelijk maakt om vertrouwelijk of anoniem in zijn/haar moedertaal inbreuken of bezorgdheden te signaleren op het vlak van compliance: de "UCB Integrity Line®".

ALS HET OM COMPLIANCE GAAT, HANTEREN WE EEN BELEID VAN NULTOLERANTIE.

Ook in 2014 doorstonden we zonder problemen alle inspecties door controleautoriteiten. We implementeerden in de Verenigde Staten ook voor het vierde jaar op rij met succes onze overeenkomst voor bedrijfsintegriteit.

Wij vragen en waarderen dat elke medewerker van UCB zich strikt houdt aan de reglementaire normen voor onderzoek, ontwikkeling, productie en distributie van onze producten. Zo zorgen we ervoor dat we voldoen aan alle vereisten inzake veiligheid, kwaliteit, reglementering, wetgeving en leefmilieu. Zonder onze gezamenlijke inspanningen zouden we niet in staat zijn om onze patiënten een duurzame meerwaarde te bieden, die ook toegevoegde waarde heeft voor alle andere stakeholders, onder wie de aandeelhouders.

Net als onze sectorgenoten zetten wij ons in voor meer transparante gegevens, door klinische studiegegevens verantwoord te delen2 . Het uiteindelijke doel daarvan is de volksgezondheid te bevorderen en patiënten het best mogelijke eindresultaat te bieden. Deze inzet voor verantwoorde gegevensuitwisseling zal hopelijk zowel voor wetenschappers als voor patiënten nieuwe mogelijkheden bieden om gebruik te maken van klinisch onderzoek, terwijl de privacy van de patiënt uiteraard gewaarborgd blijft. Deze is in overeenstemming met de vijf richtlijnen voor het verantwoord delen van klinische studiegegevens die werden vastgelegd door de European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations (EFPIA) en de Pharmaceutical Research and Manufacturers of America (PhRMA).

1 www.ucb.com/investors/Governance/Principles-codes-and-guidelines

2 www.ucb.com/rd/data-transparency

6.

ONTWIKKELEN VAN GEPASSIONEERDE, GEËNGAGEERDE MEDEWERKERS EN ZAKENPARTNERS

UCB biedt een interessante werkomgeving

waarin initiatief alle ruimte krijgt en doorzetters kunnen groeien. Elke collega wordt aangemoedigd zijn stempel te drukken en een sleutelrol te spelen in de ontwikkeling van het bedrijf. Onze bedrijfscultuur steunt op twee benen: vrijgevigheid en behulpzaamheid. En we blijven ons snel ontwikkelen. De afgelopen twee jaar hebben honderden nieuwe collega's uit de zorgsector en het bedrijfsleven ons bedrijf vervoegd. Ze zorgen voor een dynamische energie, frisse perspectieven en nieuwe ideeën. Wetenschappelijke uitmuntendheid… innovatie… co-creatie… lateraal denken… de dingen op een andere manier doen… het zijn slechts enkele van de kerncompetenties die we bij UCB continu ontwikkelen en zoeken.

Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat elke UCB-collega de hulpmiddelen en omgeving heeft om efficiënt deel uit te maken van wat we doen. In welke vestiging ter wereld ook, in welke rol ook binnen het bedrijf, we zijn ervan overtuigd dat ieder van ons invloed heeft op onze organisatie. Van het eerste onderzoek tot productie en verkoop, samen werken we aan oplossingen die het leven van patiënten en hun gezinnen echt veranderen. Sterker nog, in onze jaarlijkse enquêtes geeft het merendeel van onze medewerkers aan dat UCB een fantastisch bedrijf is om voor te werken omdat de patiënt centraal staat bij alles wat we doen.

UCB koestert de diversiteit van talenten.

Ons vermogen om de werkwijze van medewerkers te begrijpen ongeacht hun nationaliteit of opleiding, ons engagement om over de grenzen heen onze waarden na te leven, hebben het bedrijf gebouwd dat ons verenigt. Eind 2014 werkten er wereldwijd 8 684 mensen voor UCB, met 67 verschillende nationaliteiten, onder wie 53% mannelijk en 47% vrouwelijk.

We zijn ervan overtuigd dat het delen van kennis en expertise essentieel is voor de snelle groei van wetenschappelijk begrip. En dat nauwe samenwerkingen nodig zijn om patiënten nieuwe behandelingen te kunnen bieden. We realiseren ons dat we niet altijd in ons eentje in staat zijn om patiënten innovatieve therapieën te bieden. Ernstige ziekten zijn zo complex dat geen enkel bedrijf alle expertise en middelen in huis kan hebben. Daarom werken we samen met bedrijven in de hele farmaceutische sector en beschikken we over een groot wereldwijd netwerk van internationaal vermaarde wetenschappers en academici. En wij, op onze beurt, delen graag onze eigen vaardigheden en ervaring met sectorgenoten en met de academische wereld.

2014

PARTNERSCHAPPEN

JANUARI – MAART

  • Biogen Idec therapieën tegen multiple sclerose en hemofilie – Azië
  • IMI projects AETIONOMY (Ziekte van Alzheimer en Parkinson) en PRECISESADS (systemische autoimmuunziekten)
  • Harvard en Oxford fluorchemie
  • Sanofi anti-inflammatoire kleine molecules
  • Biotie rechten
  • voor tozadenant teruggegeven
  • Otsuka goedkeuring voor E Keppra® als injectie – Japan

APRIL – JUNI

  • Weill Cornell Medical College – strategisch onderzoek
  • EPFL institute neurodegeneratieve aandoeningen
  • European Investment Bank – om de ontwikkeling te versnellen

JULI – SEPTEMBER

  • Dermira Cimzia® dermatologie
  • MC10 "Biostamp" platform
  • Otsuka goedkeuring voor E Keppra® als injectie – Japan

OKTOBER – DECEMBER

  • Daiichi Sankyo Vimpat® – Japan
  • Georgia Institute of Technology – voorspellende analyses
  • SynapCell ontwikkelingsprogramma voor geneesmiddelen tegen
  • epilepsie • Neuropore – ziekte van Parkinson

FOCUS EN NIEUWE OPLOSSINGEN IN EEN VERANDERENDE, UITDAGENDE OMGEVING 7.

Hüseyin, heeft reumatoïde artritis

De biofarmaceutische sector wordt gestuurd door innovatie en blijft door de toenemende concurrentie van generische geneesmiddelen zeer gevoelig voor het vervallen van octrooien. Wetenschappelijk is het tegenwoordig beter dan ooit mogelijk om exact de juiste oplossingen te bepalen. Tegelijkertijd hebben biofarmaceutische bedrijven te maken met een ongekend snel veranderend klimaat met wereldwijd hervormingen van de gezondheidszorg, mondiaal veranderende gezondheidsstelsels en de analyse van de nieuwe realiteit die leidt tot meer geïntegreerde, interactieve en veranderende benaderingen, en mondige zorgconsumenten die hun eigen gezondheidszorg regelen. Door de vergrijzing – McKinsey verwacht dat er in 2015 wereldwijd 550 miljoen mensen ouder zijn dan 50 jaar en 180 miljoen mensen ouder dan 70 jaar – neemt de vraag naar gezondheidszorg ook toe.

In een voortdurend veranderende, complexere en verbonden wereld, waarin het creëren van waarde voor de patiënt het gemeenschappelijke doel wordt van alle betrokken partijen, zijn we bij UCB vandaag goed geplaatst om de biofarmaleider te worden waaraan patiënten de voorkeur geven. We kunnen voortbouwen op de succesvolle omvorming die UCB de afgelopen 10 jaar onderging.

We werken aan een nog grotere patiëntgerichtheid in een model dat meer gericht is op samenwerking en dienstverlening, waarbij een holistische benadering van de patiënt gedurende de hele keten van wetenschap tot zorgverlening leidt tot specifieke en duurzame waarde voor patiënten, UCB en aandeelhouders.

We realiseren ons dat ernstige ziekten zo complex zijn dat geen enkel bedrijf alle expertise en middelen in huis kan hebben en dat we niet altijd in ons eentje in staat zijn om patiënten innovatieve therapieën te bieden. Daarom werken we samen met bedrijven binnen en buiten de biofarmaceutische industrie. Ten behoeve van de patiënt blijven we bijleren van topbedrijven op het gebied van innovatie, consumenteninzicht in de gezondheidszorg en kostenbeheer. Daarom richten we ons op onze belangrijkste indicatiegebieden in immunologie en neurologie en op onze belangrijkste geografische gebieden.

De combinatie van geïntegreerde zorg, beter gedifferentieerde oplossingen en patiëntbetrokkenheid biedt een uitstekende kans om ons rendement te verhogen op de meerwaarde die we creëren voor de patiënt, wat leidt tot een hoger rendement voor UCB en onze aandeelhouders.

Sinds 2004 spitst onze strategie zich toe op het leveren van uitmuntende en duurzame oplossingen voor mensen die leven met ernstige ziektes. Daarbij focussen we ons op twee domeinen: neurologische ziekten en ziekten van het immuunsysteem. We tillen nu patiëntcentralisatie naar een nieuw niveau door onze band met patiënten nog te verbeteren, onze geneesmiddelen toegankelijker te maken en de huidige focus te versterken.

We streven voortdurend naar het verkrijgen van meer inzicht in patiënten en zorgconsumenten. Door te luisteren naar patiënten en hun gezinnen, krijgen we meer zicht op hun klinische, economische, sociale en persoonlijke behoeften gedurende het zorgtraject.

Patiënten inspireren ons om hen meerwaarde te bieden via meer geavanceerde wetenschap, innovatievere geneesmiddelen en meer praktische oplossingen – met als doel het leven van patiënten echt te veranderen.

Dat wordt samengevat in de dubbele drijfveer van UCB:

Geïnspireerd door patiënten, gedreven door wetenschap.

OP ONZE WEG VOORUIT BLIJVEN WE FOCUSSEN OP ONZE STRATEGISCHE GROEIPRIORITEITEN

Groei Cimzia, Vimpat en Neupro

Ontwikkeling en voorbereiding lancering van de volgende golf aan veelbelovende oplossingen: brivaracetam, epratuzumab

Bieden van baanbrekende

geneesmiddelen

rentabiliteit

en romosozumab

Bernd,

heeft ankyloserende spondylitis en ankyloserende spondylitis

Esther, heeft de ziekte van Crohn

Permanent verzekeren van kwaliteit en naleving van wetten en regelgeving

Bereiken van concurrentiële

Ontwikkelen van gepassioneerde, geëngageerde, medewerkers

en zakenpartners.

OM ONS STERK ENGAGEMENT OM DE LEVENS VAN PATIËNTEN TE VERANDEREN TE VERTALEN, HEBBEN WE ONZE ORGANISATIE AANGEPAST OP BASIS OP VIER PILAREN VAN "PATIENT VALUE"

HARTELIJK DANK

UCB treedt een nieuw tijdperk binnen:

een nieuwe CEO, een nieuwe golf van potentiële geneesmiddelen met de eerste aanvraag voor brivaracetam, fase 3-resultaten voor epratuzumab later dit jaar en voor romosozumab in 2016. Met 5 ontwikkelingsprojecten die nu in fase 1 en 2 zitten, blijven we onze pijplijn aanvullen met aantrekkelijke, gedifferentieerde producten dankzij onze gerichte O&O-inspanningen en de toepassing van uitmuntende wetenschap voor een snellere uitbreiding van ons aanbod voor mensen die leven met een ernstige ziekte.

Het is ons doel om de groei van UCB het gemiddelde van de biofarmaceutische sector te laten overstijgen. We zullen meer dan onze sectorgenoten blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling, en we verwachten dat de komende jaren "topinvesteringsjaren" worden. Op langere termijn willen we dezelfde rentabiliteit bereiken als onze sectorgenoten – 30%, met versnelling tegen 2018 door schaalvoordelen en gestuurd door omzetgroei, een betere brutomarge en lagere relatieve marketing- en verkoopkosten. Op basis van de huidige prestaties van onze kerngeneesmiddelen bevestigen we onze verwachting om met Cimzia®, Vimpat® en Neupro® meer dan 1,5 miljoen patiënten te bereiken, wat overeenkomt met een gecombineerde piekverkoop van minimaal € 3,1 miljard.

Voor 2015 gaan we uit van een omzet rond € 3,5-3,6 miljard, een recurrente EBITDA tussen € 710-740 miljoen en een kernwinst per aandeel (WPA) van € 1,90-2,05 op basis van 193,7 miljoen aandelen.

Met vriendelijke groet,

Jean-Christophe Tellier

Chief Executive Officer

Gerhard Mayr Voorzitter

DANK U, mensen die leven met een ernstige ziekte, voor uw inzichten en inspiratie. Jullie, jullie zorgverleners, artsen en verpleegkundigen zijn een essentieel onderdeel van onze weg vooruit. Al uw opmerkingen en uitdagingen, maar ook uw aanmoedigingen vormen de basis voor onze activiteiten – samen met de belangrijke input van zorgbetalers en regelgevers.

DANK U, medewerkers en partners van UCB. Uw inzet, patiëntgerichtheid, deskundigheid, volharding en compliance zijn essentieel voor ons huidige en toekomstige succes.

DANK U, aandeelhouders en investeerders, voor de gesprekken die we met u voeren en voor uw permanente steun.

DANK U, raad van bestuur, voor de vruchtbare en uitdagende discussies en jullie steunende begeleiding.

  • DANK U, Roch Doliveux, voor uw visie en leiderschap in de afgelopen tien jaar. Voor het creëren van een biofarmaleider, voor de implementatie van patiëntgerichtheid en voor het bieden van waarde voor aandeelhouders. Het afgelopen decennium is de beurswaarde van UCB verdrievoudigd.
  • DANK U allemaal om de weg samen met ons te blijven afleggen. We worden Geïnspireerd door patiënten. Gedreven door wetenschap. En we engageren ons om superieure en duurzame meerwaarde te bieden aan patiënten en alle andere belanghebbenden.

Lloyd, heeft epilepsie

2 4

II. MANAGEMENT VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR

Als een vennootschap met hoofdzetel in België die de hoogste normen betreffende deugdelijk bestuur nastreeft, heeft de raad van bestuur (hierna "de Raad") van UCB NV (hierna "UCB") in oktober 2005 het Corporate Governance Charter aangenomen, zoals vereist door de "Belgische Corporate Governance Code" (eerste versie, 2004). Zoals vereist door artikel 96, §1, 1° van het Wetboek van vennootschappen, heeft UCB de "Belgische Corporate Governance Code 2009" (hierna "de Corporate Governance Code") als haar referentiecode aangenomen, rekening houdend met het specifieke internationale karakter van UCB1 .

Dit Corporate Governance Charter, dat beschikbaar is op de website van UCB (www.ucb.com/investors/Governance/Principles-codes-and-guidelines), beschrijft de belangrijkste aspecten van UCB's deugdelijk bestuur, inclusief de bestuursstructuur en het intern reglement van de Raad, zijn comités en het uitvoerend comité. Het Corporate Governance Charter wordt elk jaar in december door de Raad bijgewerkt en aangepast om in overeenstemming te zijn met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, de Corporate Governance Code en de interpretatie ervan.

In overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code, wordt op de volgende pagina's de feitelijke informatie weergegeven met betrekking tot UCB's deugdelijk bestuur. Het verslag bevat een overzicht van de wijzigingen op het vlak van het deugdelijk bestuur binnen UCB en van relevante gebeurtenissen die in de loop van 2014 hebben plaatsgevonden, zoals wijzigingen in UCB's kapitaal- of aandeelhoudersstructuur, de wijzigingen aan UCB's bestuur en aan de samenstelling van de Raad en zijn comités, de belangrijkste kenmerken van UCB's interne controle- en risicobeheerssystemen, en het remuneratieverslag. Verder verschaft het verslag, indien nodig, bijkomende informatie over de eventuele afwijkingen van de Corporate Governance Code.

1 De "Belgische Corporate Governance Code 2009" is beschikbaar op de website van de Corporate Governance Commissie (http://www.corporategovernancecommittee.be)

BESTUURDERS EN COMMISSARISSEN SITUATIE OP 1 JANUARI 2015

RAAD VAN BESTUUR

  • Gerhard Mayr, voorzitter
  • Evelyn du Monceau, vicevoorzitter
  • Jean-Christophe Tellier, uitvoerend bestuurder & CEO
  • Kay Davies, bestuurder
  • Albrecht De Graeve, bestuurder
  • Arnoud de Pret, bestuurder
  • Harriet Edelman, bestuurder
  • Charles-Antoine Janssen, bestuurder
  • Jean-Pierre Kinet, bestuurder
  • Tom McKillop, bestuurder
  • Norman J. Ornstein, bestuurder
  • Cédric van Rijckevorsel, bestuurder

SECRETARIS VAN DE RAAD VAN BESTUUR

Xavier Michel, vice-president & secretaris generaal

COMMISSARIS

PricewaterhouseCoopers, vertegenwoordigd door haar vaste vertegenwoordiger, Jean Fossion

EREBESTUURDERS

  • André Jaumotte, erevoorzitter
  • Mark Eyskens, erevoorzitter
  • Georges Jacobs de Hagen, erevoorzitter
  • Karel Boone, erevoorzitter
  • Daniel Janssen, erevicevoorzitter
  • Prins Lorenz van België
  • Alan Blinken
  • Michel Didisheim
  • Roch Doliveux
  • Peter Fellner
  • Guy Keutgen
  • Paul Etienne Maes
  • Gaëtan van de Werve
  • Jean-Louis Vanherweghem
  • Bridget van Rijckevorsel

EREVOORZITTERS VAN HET UITVOEREND COMITÉ

  • Daniel Janssen
  • Paul Etienne Maes
  • Georges Jacobs de Hagen
  • Roch Doliveux

1.1 | KAPITAAL EN AANDELEN

1.1.1 | KAPITAAL

In 2014 is het kapitaal van UCB gewijzigd.

Op 31 december 2014 bedroeg het € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen.

1.1.2 | AANDELEN

Sinds 13 maart 2014 wordt het kapitaal van UCB door 194 505 658 aandelen vertegenwoordigd (hierna "UCBaandelen" genoemd), alle volledig volgestort. De UCBaandelen zijn, naar keuze van de aandeelhouder, op naam of gedematerialiseerd, overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen.

Op grond van de Belgische wet van 14 december 2005 werden aandelen aan toonder geleidelijk afgeschaft, wat leidde tot hun omzetting in effecten op naam of gedematerialiseerde effecten op 1 januari 2014.

Per 1 januari 2014 werden de UCB aandelen aan toonder automatisch en van rechtswege in gedematerialiseerde aandelen omgezet. UCB moest deze in haar naam op haar effectenrekening inschrijven. Zij verwierf hierdoor echter niet de hoedanigheid van eigenaar: UCB houdt deze effecten immers aan namens de onbekende eigenaars van de niet-opgeëiste aandelen aan toonder. De rechten verbonden aan deze niet-opgeëiste aandelen aan toonder – zoals de dividendrechten, het recht om deel te nemen aan en te stemmen op de algemene vergadering, en het voorkeurrecht bij kapitaalverhoging – zijn geschorst sinds 1 januari 2014 en dit totdat de rechthebbenden tijdig de inschrijving van hun UCB-aandelen in hun eigen naam hebben verkregen dan wel tot de verplichte verkoop van de niet-opgeëiste aandelen aan toonder.

Zoals opgelegd door de hierboven genoemde wet van 14 december 2005, zal UCB vanaf 1 januari 2015 alle nietopgeëiste aandelen aan toonder op Euronext Brussels te koop moeten aanbieden. UCB zal deze verkoop tijdig aankondigen in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving. Eens de aandelen aan toonder zijn verkocht, zal UCB de netto-opbrengsten ervan bij de Deposito- en Consignatiekas storten. Vanaf dat moment komt UCB niet langer tussen in het proces. Na 31 december 2015 zullen de rechtmatige eigenaars het recht hebben om bij de Deposito- en Consignatiekas de teruggave te vorderen van de netto-opbrengsten van de verkoop van hun aandelen aan toonder, op voorwaarde uiteraard dat zij op geldige wijze hun hoedanigheid van rechthebbende kunnen aantonen. De wet van 14 december 2005 bepaalt echter dat vanaf 1 januari 2016 zulke teruggave is onderworpen aan een boete van 10% van de verkoopopbrengsten van de onderliggende aandelen aan toonder per begonnen jaar achterstand.

Meer details over het dematerialiserings- en omzettingsproces zijn beschikbaar op de website van UCB (http:// www.ucb.com/investors/governance/shareholdersinformation).

Totdat ze volledig zijn volgestort, zijn UCB-aandelen op naam, en kunnen zij enkel worden overgedragen na de voorafgaande goedkeuring van de Raad. UCB-aandelen op naam worden ingeschreven in UCB's register van aandelen op naam.

Alle UCB-aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op Euronext Brussels.

1.1.3 | CONVERTEERBARE OBLIGATIES

UCB heeft op 30 september 2009 niet-achtergestelde ongedekte obligaties van hogere rang ("senior unsecured bonds") met een rendement van 4,5% en met vervaldag in 2015 uitgegeven voor een totale hoofdsom van € 500 miljoen, geplaatst bij institutionele beleggers door middel van een versnelde bookbuildingprocedure (hierna "Converteerbare Obligatie(s)"). Een buitengewone algemene vergadering besliste op 6 november 2009 om aan deze obligaties een conversierecht te verbinden. Elke Converteerbare Obligatie had een nominale waarde van € 50 000 en kon vanaf 2 december 2009 tot 15 oktober 2015 worden omgezet tegen een conversiekoers van € 38,746 per UCB-aandeel. UCB heeft gebruik gemaakt van haar optie om alle uitstaande Converteerbare Obligaties vervroegd terug te betalen op 12 maart 2014 (zie de persberichten van 16 en 21 januari 2014). Als alternatief voor de vervroegde terugbetaling van de Converteerbare Obligaties kon elke obligatiehouder zijn conversierecht uitoefenen. Hierop kon UCB, naar eigen goeddunken, beslissen om bestaande UCB-aandelen over te dragen en/of nieuwe UCB-aandelen uit te geven.

Overeenkomstig de kennisgevingen die UCB heeft ontvangen tot 5 maart 2014 (i.e. de laatste dag waarop de obligatiehouders hun conversierecht konden uitoefenen), heeft een aantal obligatiehouders zijn conversierecht uitgeoefend met betrekking tot een totaal van 9 985 Converteerbare Obligaties, wat aanleiding gaf tot:

  • a) twee kapitaalverhogingen voor een totaal bedrag van € 33 235 518 in kapitaal en € 396 012 275 in uitgiftepremie, en de daaruit volgende uitgifte van 11 078 506 nieuwe UCB-aandelen:
  • (i) een kapitaalverhoging van 27 februari 2014 (zie het persbericht van 27 februari 2014) als gevolg van de conversie van 3 963 Converteerbare Obligaties, en de daaruit volgende uitgifte van 5 114 057 nieuwe UCBaandelen en,
  • (ii) een kapitaalverhoging van 13 maart 2014 (zie het persbericht van 19 maart 2014) als gevolg van de conversie van 4 622 Converteerbare Obligaties, en de daaruit volgende uitgifte van 5 964 449 nieuwe UCB-aandelen;
  • b) de levering van 1 806 638 bestaande UCB-aandelen aan UCB's dochtervennootschap UCB Lux SA als gevolg van de conversie van 1 400 Converteerbare Obligaties gehouden door die dochtervennootschap.

De 15 overblijvende Converteerbare Obligaties, met een totale nominale waarde van € 750 000, werden niet geconverteerd maar op 12 maart 2014 vervroegd terugbetaald tegen nominale waarde verhoogd met de toe te rekenen interesten tot die datum.

Op 19 maart 2014 had UCB geen Converteerbare Obligaties meer uitstaan. De verhandeling van de Converteerbare Obligaties op de Euro MTF market van de Beurs van Luxemburg werd dan ook beëindigd.

1.1.4 | EIGEN AANDELEN

In overeenstemming met artikel 12, §2 van de statuten van UCB, heeft de algemene vergadering van 24 april 2014 beslist om de raad van bestuur voor een nieuwe periode van 2 jaar te machtigen om op of buiten de beurs, bij wijze van aankoop, omruiling, inbreng of om het even welke andere wijze van verkrijging, rechtstreeks of onrechtstreeks, tot 10% van het totale aantal UCBaandelen te verkrijgen tegen een prijs of een tegenwaarde per aandeel gelijk aan maximaal de hoogste koers van het UCB-aandeel op Euronext Brussel op de datum van de verkrijging en minimaal 1 euro, onverminderd artikel 208 van het koninklijk besluit van 31 januari 2001. De machtiging die aan de raad van bestuur werd verleend, is ook van toepassing op alle verkrijgingen van UCBaandelen door de rechtstreekse dochtervennootschappen van UCB in de zin van artikel 627 van het Wetboek van vennootschappen. Deze machtiging vervangt de vorige machtiging voor 5 jaar, verleend door de buitengewone algemene vergadering van 6 november 2009. Elke vervreemding van eigen aandelen door UCB of haar rechtstreekse dochtervennootschappen zal in voorkomend geval worden uitgevoerd op basis van de machtiging verleend aan de raad van bestuur opgenomen in artikel 12 in fine van de statuten.

In 2014 heeft UCB 4 396 638 UCB-aandelen verworven en 4 423 812 UCB-aandelen vervreemd. Op 31 december 2014 was UCB eigenaar van 5 539 270 UCB-effecten die, indien uitgeoefend, 2,85% van het totale aantal UCB-aandelen vertegenwoordigen. Deze deelneming van UCB-effecten bestaat uit 239 270 aandelen, 3 721 040 gelijkgestelde financiële instrumenten (uitstaande opties), 438 960 gelijkgestelde financiële instrumenten (uitgeoefende maar nog niet afgewikkelde opties) en 1 140 000 gelijkgestelde financiële instrumenten (andere).

In 2014 heeft UCB Fipar SA, een onrechtstreekse dochtervennootschap van UCB, 2 700 000 UCBaandelen verworven en er 2 734 397 vervreemd. Op 31 december 2014 was UCB Fipar SA eigenaar van 2 092 219 UCB-effecten die, indien uitgeoefend, 1,08% van het totale aantal UCB-aandelen vertegenwoordigen. Deze deelneming van UCB-effecten bestaat uit 142 219 aandelen en 1 950 000 gelijkgestelde financiële instrumenten.

De UCB-aandelen werden verworven door UCB en UCB Fipar SA onder meer om de verplichtingen van UCB in te dekken die voortvloeien uit de aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en aandelenprestatieplannen voor werknemers, alsook door UCB om een deel van haar verplichtingen onder de Converteerbare Obligaties in te dekken.

Voor meer details verwijzen we naar Toelichting 25.3 Eigen aandelen.

Voor een volledig overzicht van UCB's belangrijke deelnemingen (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten) op basis van de transparantieverklaringen ontvangen in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, verwijzen we naar sectie 1.2 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur.

1.1.5 | TOEGESTAAN KAPITAAL

De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 24 april 2014 besloot om de raad van bestuur te machtigen (en om de statuten overeenkomstig te wijzigen) om gedurende 2 jaar het kapitaal in één of meerdere malen te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, en dit binnen de wettelijke grenzen,

  • (i) met een bedrag van maximaal 5% van het kapitaal op het moment dat de raad van bestuur beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten (al dan niet ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen);
  • (ii) met een bedrag van maximaal 10% van het kapitaal op het moment dat de raad van bestuur beslist om gebruik te maken van deze machtiging, in geval van een kapitaalverhoging waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders niet wordt beperkt of uitgesloten.

Het totale bedrag waarmee de raad van bestuur het kapitaal kan verhogen door een combinatie van de machtigingen zoals bepaald onder (i) en (ii), is in ieder geval beperkt tot maximaal 10% van het kapitaal op het moment dat de raad van bestuur beslist om gebruik te maken van deze machtiging.

De raad van bestuur is bovendien uitdrukkelijk gemachtigd om deze machtiging te gebruiken, binnen de beperkingen zoals bepaald onder (i) en (ii) hierboven, voor de volgende verrichtingen:

    1. een kapitaalverhoging of uitgifte van converteerbare obligaties of van warranten waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten;
    1. een kapitaalverhoging of uitgifte van converteerbare obligaties waarbij het voorkeurrecht van de aandeelhouders is beperkt of uitgesloten ten gunste van één of meer bepaalde personen, andere dan personeelsleden van de vennootschap of van haar dochtervennootschappen;
    1. een kapitaalverhoging door omzetting van reserves.

Een dergelijke kapitaalverhoging kan om het even welke vorm aannemen, met inbegrip van, maar zonder beperking tot, een inbreng in geld of in natura, met of zonder uitgiftepremie, door omzetting van reserves en/ of uitgiftepremies en/of overgedragen winst, voor zover maximaal door de wet is toegestaan.

Elke beslissing van de raad van bestuur om gebruik te maken van deze machtiging vereist een meerderheid van 75%.

De raad van bestuur heeft de bevoegdheid om, met recht van indeplaatsstelling, de statuten te wijzigen om daarin de kapitaalverhogingen weer te geven die het gevolg zijn van de uitoefening van deze machtiging.

1.2 | AANDEELHOUDERS EN AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR

De hoofdaandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de "Referentieaandeelhouder" genoemd), een Belgische vennootschap waarvan de aandelen toegelaten zijn tot de verhandeling op Euronext Brussels.

Volgens de transparantiekennisgeving van 13 maart 2013 met betrekking tot de aandeelhoudersstructuur van Financière de Tubize SA verricht in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, en volgens een kennisgeving van 20 augustus 2014 verricht in toepassing van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, wordt 52,20% van het totale aantal aandelen met stemrecht van Financière de Tubize SA aangehouden door een groep van aandeelhouders, handelend in onderling overleg en bestaande uit de volgende leden van/of vennootschappen gecontroleerd door de familie Janssen:

  • Éric Janssen SPRL (19,11%);
  • Baron Daniel Janssen (13,19%);
  • Altaï Invest SA, gecontroleerd door Gravin Diego du Monceau de Bergendal, geboren Evelyn Janssen (11,14%);
  • Barnfin SA, gecontroleerd door Mevrouw Jean van Rijckevorsel, geboren Paule Bridget Janssen (8,74%);
  • Jonkheer Jean van Rijckevorsel (0,02%).

Wat haar deelneming in UCB betreft, handelt Financière de Tubize SA in onderling overleg met Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG, i.e. zij hebben een akkoord gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van UCB te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten (zie artikel 3, §1, 13 , a), b) en c) van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §1, 5°, a) en b) van de wet op de openbare overnamebiedingen).

Financière de Tubize SA en Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG houden gezamelijk 35,39% aan van het totale aantal UCB-aandelen.

UCB en haar dochtervennootschappen houden ook UCBaandelen aan (zie hierna voor een bijgewerkt overzicht van hun deelnemingen).

De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek.

Op pagina 31 vindt u een bijgewerkt overzicht van de aandeelhoudersstructuur van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten) op basis van de transparantiekennisgevingen ontvangen in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (situatie op 5 januari 2015).

AANTAL PERCENTAGE SITUATIE OP*
Kapitaal € 583 516 974 13 maart 2014
Totaal aantal stemrechten 194 505 658 13 maart 2014
1 Financière de Tubize SA ("Tubize")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 66 370 000 34,12% 13 maart 2014
2 Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG
("Schwarz")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 2 471 404 1,27% 13 maart 2014
Tubize + Schwarz3
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 68 841 404 35,39%
3 UCB NV
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 678 230 0,35% 5 januari 2015
gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 3 721 040 1,91% 5 januari 2015
gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 1 140 000 0,59% 5 januari 2015
TOTAAL 5 539 270 2,85%
4 UCB Fipar SA
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 142 219 0,07% 5 januari 2015
gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 1 950 000 1,00% 5 januari 2015
TOTAAL 2 092 219 1,08%
UCB NV + UCB Fipar SA2 7 631 489 3,92%
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 820 449 0,42%
gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 3 721 040 1,91%
gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 3 090 000 1,59%
Free float4 (stemrechtverlenende effecten (aandelen)) 124 843 805 64,19%
5 Capital Research and Management Company
(dochtervennootschap van The Capital Group Companies Inc.)
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 13 905 411 7,15% 8 januari 2014
6 Vanguard Health Care Fund
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 9 741 353 5,01% 28 oktober 2014

(alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totale aantal stemrechten.)

1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6 van het koninklijk besluit van 14 februari 2008 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen die, indien uitgeoefend, een bijkomend stemrecht verlenen: d.w.z. effecten, opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten die hun houder het recht verlenen om, uitsluitend uit eigen beweging, in uitvoering van een formele overeenkomst, reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven.

2 UCB NV controleert onrechtstreeks UCB Fipar SA | artikel 6, §5, 2° en artikel 9, §3, 2° van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.

3 Tubize en Schwarz hebben verklaard in onderling overleg te handelen | artikel 6, §4 en artikel 9, §3, 3° van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen. 4 Free float zijn UCB-aandelen niet aangehouden door de Referentieaandeelhouder (Tubize), Schwarz, UCB NV of UCB Fipar SA. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met aandelen aangehouden door deze entiteiten, met uitzondering van gelijkgestelde financiële instrumenten.

* Alle informatie is gebaseerd op de kennisgevingen ontvangen in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.

Op 22 november 2007, 11 december 2007 en 28 december 2007 ontving UCB een kennisgeving van respectievelijk Financière de Tubize SA, Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG en UCB Fipar SA in toepassing van artikel 74, §7 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen.

Op 25 augustus 2014 ontving UCB, in toepassing van artikel 74, §8 van de wet op de openbare overnamebiedingen, een kennisgeving van Financière de Tubize SA en Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG (deze verklaring is beschikbaar op de website van UCB), waarin wordt verklaard dat:

Financière de Tubize SA 66 370 000 UCB-aandelen aanhield op een totaal aantal van 194 505 658 (d.w.z. 34,12%);

  • Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG 2 471 404 UCB-aandelen aanhield op een totaal aantal van 194 505 658 (d.w.z. 1,27%);
  • Financière de Tubize SA en Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG geen stemrechtverlenende effecten hebben overgedragen sinds 31 juli 2013;
  • Financière de Tubize SA en Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG in onderling overleg handelen.

Financière de Tubize SA en Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG houden gezamelijk 35,39% aan van het totale aantal UCB-aandelen.

1.3 | RAAD EN COMITÉS VAN DE RAAD

1.3.1 | RAAD VAN BESTUUR

SAMENSTELLING VAN DE RAAD EN ONAFHANKELIJKE BESTUURDERS

In 2014 was de Raad samengesteld als volgt:

VOOR HET
EERST
BENOEMD ALS
BESTUURDER
EINDE
MANDAAT
ONAF
HANKELIJK
BESTUURDER
Gerhard Mayr, voorzitter 2005 2015 x
Evelyn du Monceau,
vicevoorzitter
1984 2015
Roch Doliveux,
uitvoerend bestuurder
en CEO*
2004 2017*
Jean-Christophe Tellier,
uitvoerend bestuurder
en CEO Elect*
2014 2018
Kay Davies 2014 2018 x
Albrecht De Graeve 2010 2017 x
Arnoud de Pret 2005 2015
Harriet Edelman 2012 2016 x
Charles-Antoine Janssen 2012 2016
Jean-Pierre Kinet 2008 2015 x
Tom McKillop 2009 2016 x
Norman J. Ornstein 2008 2015 x
Cédric van Rijckevorsel 2014 2018

* Roch Doliveux nam ontslag als lid van de Raad met ingang op 31 december 2014. Jean-Christophe Tellier werd benoemd als CEO vanaf 1 januari 2015.

In 2014 trad Bridget van Rijckevorsel terug en bereikte Peter Fellner de leeftijdsgrens van 70 jaar (artikel 3.2.4 van het Corporate Governance Charter). De algemene vergadering van 24 april 2014 heeft Cédric van Rijckevorsel benoemd tot bestuurder voor een mandaat van 4 jaar ter vervanging van Bridget van Rijckevorsel, en Kay Davies tot onafhankelijk bestuurder voor een mandaat van 4 jaar ter vervanging van Peter Fellner. Kay Davies vervangt Peter Fellner ook als voorzitter van het wetenschappelijk comité van de Raad.

In het kader van het CEO-opvolgingsplan aangekondigd in februari 2014, en na zijn benoeming als CEO Elect en voorzitter van het uitvoerend comité (vanaf 1 maart 2014) door de Raad van 19 februari 2014, heeft de algemene vergadering van 24 april 2014 Jean-Christophe Tellier benoemd tot uitvoerend bestuurder voor een mandaat van 4 jaar, waardoor het totale aantal bestuurders op 13 werd gebracht. Roch Doliveux bleef CEO en ad hoc lid van het uitvoerend comité tot 31 december 2014. Hij nam ontslag als bestuurder met ingang op 31 december 2014. Jean-Christophe Tellier nam de functie van CEO op vanaf 1 januari 2015 en bleef lid van de Raad. De Raad delegeerde Jean-Christophe Tellier en Roch Doliveux ook met het dagelijks bestuur van UCB. Wat Roch Doliveux betreft, namen deze bevoegdheden een einde samen met zijn mandaat als bestuurder.

In 2014 waren Roch Doliveux (CEO) en Jean-Christophe Tellier (CEO Elect) de enige uitvoerend bestuurders van UCB; zij kwalificeren niet als onafhankelijk bestuurder.

Evelyn du Monceau, Arnoud de Pret,

Charles-Antoine Janssen en Cédric van Rijckevorsel zijn vertegen-woordigers van de Referentieaandeelhouder en zij kwalificeren bijgevolg niet als onafhankelijk bestuurder.

Gerhard Mayr, Kay Davies, Albrecht De Graeve, Harriet Edelman, Jean-Pierre Kinet, Tom McKillop en Norman J. Ornstein voldoen aan alle onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code. De algemene vergadering van 24 april 2014 erkende dat Kay Davies kwalificeert als onafhankelijk bestuurder in overeenstemming met de voormelde onafhankelijkheidsvoorwaarden.

In 2012 bereikte Tom McKillop de leeftijdsgrens. Tijdens de vergadering van 13 december 2012 verleende de Raad Tom McKillop een uitzondering op de leeftijdsgrens bepaald door artikel 3.2.4 van het Corporate Governance Charter, daarbij rekening houdend met enerzijds zijn uitzonderlijke ervaring en expertise als voormalig CEO van een groot farmaceutisch bedrijf en anderzijds zijn wetenschappelijke achtergrond.

In toepassing van artikel 96, §2, 6 van het Wetboek van vennootschappen verklaart UCB momenteel drie vrouwelijke bestuurders in de Raad te hebben, hetzij 25% van het totale aantal bestuurders. Waar vervangingen of benoemingen voor de Raad worden overwogen, houdt UCB, via zijn Raad en zijn governance, benoemings- & remuneratiecomité ("GNCC"), systematisch rekening met de versterking van de genderdiversiteit in de Raad, met inbegrip van het zoeken naar senior vrouwelijke profielen, die een toegevoegde waarde kunnen hebben voor de Raad. Wat betreft genderdiversiteit, ving de voorgestelde benoeming van Kay Davis het vertrek van Bridget van Rijckevorsel op.

De mandaten van Gerhard Mayr, Evelyn du Monceau, Arnoud de Pret, Jean-Pierre Kinet en Norman J. Ornstein zullen op de jaarlijkse algemene vergadering van 30 april 2015 aflopen. Arnoud de Pret zal de leeftijdsgrens bereiken en Jean-Pierre Kinet zal zijn mandaat niet laten vernieuwen.

Op advies van het GNCC zal de Raad de algemene vergadering van 30 april 2015 voorstellen om:

  • het mandaat van Gerhard Mayr te verlengen voor een termijn van 4 jaar;
  • het mandaat van Evelyn du Monceau te verlengen voor een termijn van 4 jaar;
  • het mandaat van Norman J. Ornstein als onafhankelijk bestuurder te verlengen voor een termijn van 4 jaar;
  • Cyril Janssen te benoemen als bestuurder voor een mandaat van 4 jaar ter vervanging van Arnoud de Pret;

Alice Dautry te benoemen als onafhankelijk bestuurder voor een mandaat van 4 jaar ter vervanging van Jean-Pierre Kinet.

Cyril Janssen zal een vertegenwoordiger van de Referentieaandeelhouder zijn en zal bijgevolg niet kwalificeren als onafhankelijk bestuurder.

Gerhard Mayr en Evelyn du Monceau zullen, indien herbenoemd, worden voorgesteld om respectievelijk voorzitter en vicevoorzitter van de Raad te blijven. Indien herbenoemd, zal Gerhard Mayr zijn 4de opeenvolgende mandaat als bestuurder starten en louter om die reden niet meer voldoen aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen.

Norman J. Ornstein en Alice Dautry voldoen aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code. Indien benoemd door de jaarlijkse algemene vergadering van 30 april 2015, zal Alice Dautry Jean-Pierre Kinet vervangen als lid van het wetenschappelijk comité van de Raad. Haar benoeming zou ook de genderdiversiteit versterken tot het wettelijk vereiste niveau.

Op voorwaarde van de bovenstaande (her)benoemingen door de algemene vergadering van 30 april 2015 zal de Raad ook Charles-Antoine Janssen aanduiden als vervanger van Arnoud de Pret als lid van het auditcomité. Albrecht De Graeve zou dan voorzitter van het auditcomité worden en Harriet Edelman, als onafhankelijk bestuurder, zou Gerhard Mayr vervangen als lid van het GNCC.

WERKING VAN DE RAAD

In 2014 kwam de Raad 7 keer samen. De aanwezigheidsgraad van zijn leden was als volgt:

Gerhard Mayr, voorzitter 100%
Evelyn du Monceau, vicevoorzitter 100%
Roch Doliveux, uitvoerend bestuurder** 100%
Jean-Christophe Tellier, uitvoerend bestuurder* 100%
Kay Davies* 85%
Albrecht De Graeve 100%
Arnoud de Pret 100%
Harriet Edelman 100%
Charles-Antoine Janssen 100%
Jean-Pierre Kinet 100%
Tom McKillop 100%
Norman J. Ornstein 100%
Cédric van Rijckevorsel* 100%

* Vanaf 24 april 2014

(benoemd door de algemene vergadering van 24 april 2014)

** Mandaat beëindigd met ingang op 31 december 2014

Naast zijn gewone vergaderingen had de Raad doorheen het jaar ook buitengewone vergaderingen d.m.v. telefonische conferentie om te beslissen over en/of op de hoogte te worden gebracht van dringende of belangrijke projecten of zaken. Alle leden van de Raad waren aanwezig of vertegenwoordigd tijdens deze vergaderingen d.m.v. telefonische conferentie.

In 2014 betroffen de belangrijkste besprekingen, beoordelingen en beslissingen van de Raad over de strategie van UCB, de opvolging van de CEO, de verslagen van het auditcomité, van het wetenschappelijk comité en van het GNCC, deugdelijk bestuur en de (re)organisatie van UCB, risico en risicobeheersing, opvolgingsplanning, de herstructurering van de UCB Groep, de benoemingen voorbehouden aan de Raad, het verloningsbeleid, de financiële staten en rapportering, de bedrijfsontwikkeling en M&A projecten, inclusief maar niet beperkt tot O&O-contracten, investeringen, desinvesteringen, financiële en commerciële samenwerkingsovereenkomsten, licentieovereenkomsten, evenals rapporten en voorstellen van besluit aan de algemene vergadering zoals vermeld in de oproeping tot de algemene vergadering in overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen.

Met uitzondering van het vermelde in punt 1.9 hieronder, waren er in 2014 geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van de Raad die tot een belangenconflict aanleiding zouden kunnen geven.

In 2014 heeft de Raad een introductieprogramma georganiseerd voor zijn nieuwe bestuurders over de organisatie en de activiteiten van UCB alsook over de verschillende expertisedomeinen nodig in een biofarmaceutische onderneming.

EVALUATIE VAN DE RAAD

In overeenstemming met zijn Corporate Governance Charter maakte de Raad in 2013 een interne evaluatie. Naar aanleiding van die evaluatie stelde de Raad een actieplan op dat in de loop van 2014 werd geïmplementeerd. Eén van de maatregelen die de Raad heeft goedgekeurd naar aanleiding van de evaluatie, was de invoering van regelmatige vergaderingen van de Raad zonder de uitvoerende bestuurders. Het omvatte ook bezoeken aan de belangrijkste productielocaties als onderdeel van het introductieprogramma voor nieuwe bestuurders en vergaderingen met talentvolle medewerkers van de organisatie.

In overeenstemming met het Corporate Governance Charter, zal in 2015 de volgende evaluatie van de Raad worden uitgevoerd.

1.3.2 | COMITÉS VAN DE RAAD

AUDITCOMITÉ

De Raad richtte een auditcomité in waarvan de samenstelling, werking en intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code. In 2014 was de samenstelling van het auditcomité als volgt:

EINDE
MANDAAT
ONAFHANKELIJK
BESTUURDER
AANWEZIG
HEIDSGRAAD
Arnoud de Pret, voorzitter 2015 100%
Albrecht De Graeve 2017 x 100%
Gerhard Mayr 2015 x 100%

Bert De Graeve en Gerhard Mayr voldoen aan alle onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code. Alle leden hebben de door artikel 526bis, §2 van het Wetboek van vennootschappen vereiste kennis in boekhoudkundige en auditzaken. De samenstelling van het auditcomité voldoet aan de voorwaarden van het Wetboek van vennootschappen die bepalen dat (ten minste) één lid een onafhankelijk bestuurder moet zijn. De Corporate Governance Code beveelt aan dat een meerderheid van de leden van het auditcomité onafhankelijk is, wat het geval is.

Het auditcomité vergaderde vier keer in 2014. Elk auditcomité ging gepaard met een besloten sessie met enkel de interne auditors en de commissaris, zonder de aanwezigheid van het management. Indien nodig werden de vergaderingen van het auditcomité, al dan niet deels, bijgewoond door de commissaris.

De vergaderingen van het auditcomité werden ook bijgewoond door Detlef Thielgen (Executive Vice President & Chief Financial Officer), Doug Gingerella (Senior Vice President Global Internal Audit/M&A) en Xavier Michel (Vice President & Secretary General), die optrad als secretaris van de vergadering.

De vergaderingen werden ook deels bijgewoond door Jean-Christophe Tellier (CEO Elect), Raf Remijsen (Senior Director Group Treasury & Corporate Finance) voor onderwerpen die verband hielden met financieel (risico)beheer; Bo Iversen (Vice President Tax) voor ontwikkelingen op fiscaal gebied en financieel risicobeheer; Douglas Minder (Director Financial Collaborations & IFRS Competence Center) voor ontwikkelingen op IFRS gebied; Caroline Vancoillie (Chief Accountant Officer) voor boekhoudkundige aspecten; Anna Richo (Executive Vice President & General Counsel) voor geschillen en risicomanagement en Aaron Bartlone (Senior Vice President Corporate QA HSE & Drug Safety) voor risicomanagement; Véronique Gendarme (Senior Director Benefits and Rewards) voor pensioengerelateerde zaken; en Cristina Bautista (Director Global Internal Audit) voor zaken betreffende de interne audit van de UCB Groep.

In 2014, en overeenkomstig zijn intern reglement (zie het Corporate Governance Charter dat beschikbaar is op de

website van UCB), hield het auditcomité toezicht op het financiële verslaggevingsproces (met inbegrip van de jaarrekeningen), de systemen voor interne controle en risicobeheer van UCB alsook hun doeltreffendheid, de interne audit alsook de doeltreffendheid daarvan, de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarverslagen, en de onafhankelijkheid van de commissaris, met inbegrip van de verlening van bijkomende diensten aan UCB waarvoor het auditcomité de vergoedingen beoordeelde en toestond. Daarnaast beoordeelde het auditcomité bedrijfsherstructureringsprojecten, risicomanagement (met inbegrip van een beoordeling van geschillen en belastingen, alsook het globale risicooverzicht voor de UCB Groep), de waardeverminderingen en eigen vermogenswaarde van dochtervennootschappen, pensioenplannen en -verplichtingen, nieuwe IFRS-regels en andere nieuwe fiscale of boekhoudkundige behandelingen, alsook de tevredenheidsonderzoeken van de commissaris. Het auditcomité kreeg ook een update met betrekking tot de lopende audithervorming en deed aanbevelingen met betrekking tot de verlenging van het mandaat van de commissaris (PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren) voor een bijkomende termijn van 3 jaar aangezien het huidige mandaat op de algemene vergadering van 30 april 2015 zal aflopen.

GOVERNANCE, BENOEMINGS- & REMUNERATIECOMITÉ ("GNCC")

De Raad richtte een governance, benoemings- & remuneratiecomité ("GNCC") op, waarvan de samenstelling, de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code.

De huidige samenstelling van het GNCC is als volgt:

EINDE
MANDAAT
ONAFHANKELIJK
BESTUURDER
AANWEZIG
HEIDSGRAAD
Evelyn du Monceau, voorzitter 2015 100%
Gerhard Mayr 2015 x 100%
Tom McKillop 2016 x 100%

Een meerderheid van de leden van het GNCC voldoet aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code. Alle leden hebben de nodige deskundigheid en ervaring op het gebied van remuneratiebeleid zoals vereist door artikel 526quater, §2 van het Wetboek van vennootschappen.

Het GNCC vergaderde zes keer in 2014. De vergaderingen van het comité werden bijgewoond door Roch Doliveux (CEO), behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden, door Jean-Christophe Tellier (CEO Elect en voorzitter van het uitvoerend comité), behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden, en door Fabrice Enderlin (Executive Vice President, Corporate Human Resources, Communication and Corporate Societal Responsibility), die ook optreedt als secretaris van de vergadering, behalve wanneer er zaken worden besproken die op hem of op de bezoldiging van de CEO betrekking hebben.

In 2014, en overeenkomstig zijn intern reglement (zie het Corporate Governance Charter dat beschikbaar is op de website van UCB), beoordeelde het GNCC de benoemingsvoorstellen die ter goedkeuring aan de Raad werden voorgelegd, de prestaties van de leden van het uitvoerend comité en hun bezoldiging. Het GNCC deed voorstellen omtrent de opvolging van de CEO en hield hier toezicht op en beoordeelde de opvolgingsplanning van de andere leden van het uitvoerend comité en senior executives. Het GNCC beoordeelde en deed aanbevelingen en voorstellen aan de Raad met betrekking tot reorganisatie van het management die werd uitgevoerd vanaf februari 2015 en, in deze context, met betrekking tot de benoeming van de nieuwe leden van het uitvoerend comité evenals andere senior executives. Het beoordeelde het remuneratiebeleid en de langetermijnincentives voor het management (inclusief voor de CEO) alsook de prestatiecriteria waaraan deze incentives zijn gekoppeld, en legde deze ter goedkeuring voor aan de Raad. Het GNCC evalueerde de bezoldiging van de nieuwe CEO (Jean-Christophe Tellier) en deed een aanbeveling hieromtrent aan de Raad. Het GNCC maakte een algehele beoordeling van het deugdelijk bestuur binnen UCB, en stelde voor de Raad een jaarlijks verslag op over deugdelijk bestuur.

WETENSCHAPPELIJK COMITÉ

Het wetenschappelijk comité staat de Raad bij in zijn beoordeling van de kwaliteit van UCB's O&O en de concurrentiële positie hiervan. De leden van het wetenschappelijk comité hebben wetenschappelijke en medische expertise. Sinds haar benoeming als bestuurder door de algemene vergadering van 24 april 2014 vervangt Kay Davies Peter Fellner als voorzitter van het wetenschappelijk comité.

EINDE
MANDAAT
ONAFHANKELIJK
BESTUURDER
AANWEZIG
HEIDSGRAAD
Kay Davies, voorzitter* 2018 x 100%
Jean-Pierre Kinet 2015 x 100%

* Sinds 24 april 2014

Het wetenschappelijk comité vergaderde drie keer in 2014.

De leden van het wetenschappelijk comité vergaderen regelmatig met Ismail Kola, Executive Vice President & President UCB NewMedicines™. De leden van het wetenschappelijk comité zijn ook nauw betrokken bij de activiteiten van de Wetenschappelijke Adviesraad van UCB, die is samengesteld uit externe gereputeerde wetenschappelijke medische deskundigen. De Wetenschappelijke Adviesraad werd opgericht om de O&O activiteiten van UCB kritisch op te volgen, wetenschappelijk nazicht en strategische input te geven over de beste manier om UCB te positioneren als een succesvolle leider in de biofarmaceutishe sector en om het uitvoerend comité te adviseren over strategische keuzes op het gebied van het vroege stadium van O&O. Het wetenschappelijk comité

brengt verslag uit aan de Raad over de beoordeling van de Wetenschappelijke Adviesraad wat UCB's onderzoeksactiviteiten en strategische oriëntatie betreft.

1.3.3 | UITVOEREND COMITÉ

SAMENSTELLING VAN HET UITVOEREND COMITÉ SINDS FEBRUARI 2015

Sinds 1 februari 2015 is de samenstelling van het uitvoerend comité als volgt:

  • Jean-Christophe Tellier, CEO en voorzitter van het uitvoerend comité
  • Emmanuel Caeymaex, Immunology Patient Value Unit Head
  • Fabrice Enderlin, Chief Talent Officer
  • Ismail Kola, New Medicines Patient Value Head en Chief Scientific Officer
  • Iris Löw-Friedrich1 , Chief Medical Officer
  • Mark McDade, Chief Operating Officer
  • Anna Richo, General Counsel
  • Bharat Tewarie2, Chief Marketing Officer
  • Detlef Thielgen, Chief Financial Officer
  • Jeff Wren, Neurology Patient Value Unit Head

SAMENSTELLING EN WERKING VAN HET UITVOEREND COMITÉ IN 2014

In 2014 was de samenstelling van het uitvoerend comité als volgt:

  • Roch Doliveux, CEO ad hoc-lid van het uitvoerend comité3
  • Jean-Christophe Tellier, CEO Elect en voorzitter van het uitvoerend comité3
  • Fabrice Enderlin, Executive Vice President, Corporate Human Resources, Communication and Corporate Societal Responsibility
  • Ismail Kola, Executive Vice President & President UCB NewMedicines™
  • Iris Löw-Friedrich, Executive Vice President, Biopharma Development Solutions and Chief Medical Officer
  • Mark McDade, Executive Vice President, Established Brands, Solutions and Supply
  • Anna Richo, Executive Vice President & General Counsel
  • Detlef Thielgen, Executive Vice President & Chief Financial Officer

Het uitvoerend comité vergaderde twee à drie dagen per maand in 2014.

In 2014 waren er geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van het uitvoerend comité. In overeenstemming met de interne regels omtrent belangenconflicten namen sommige leden van het uitvoerend comité niet deel aan de beraadslaging in verband met overeenkomsten en betrekkingen met derde partijen waarin zij ook bestuursmandaten bekleden (Ismail Kola voor Biotie Therapies en Iris Löw-Friedrich voor Wilex AG).

1 De functie van Bone Disorders Patient Value Unit Head, die de nieuwe structuur van het uitvoerend comité zal vervolledigen, moet nog worden ingevuld, maar zal tijdelijk door Iris Löw-Friedrich worden ingevuld. 2 Vanaf maart 2015

3 In het kader van de opvolging van de CEO aangekondigd op 20 februari 2014 en in overeenstemming met de beslissing van de Raad van 19 februari 2014 bleef Roch Doliveux, CEO, tot 28 februari 2014 voorzitter van het uitvoerend comité. Vanaf 1 maart 2014 werd Jean-Christophe Tellier, CEO Elect, tot voorzitter van het uitvoerend comité benoemd en woonde Roch Doliveux de vergaderingen van het uitvoerend comité bij op een ad hoc-basis (op uitnodiging van de nieuwe voorzitter van het uitvoerende comité en CEO Elect, Jean-Christophe Tellier) alsook de vergaderingen van het uitvoerende comité gehouden in aanwezigheid van de voorzitter en vicevoorzitter van de Raad.

1.4 | VERSLAG OVER HET BEZOLDIGINGSBELEID

Het verslag over het Bezoldigingsbeleid beschrijft de bezoldigingsfilosofie en het bezoldigingsbeleid voor de Uitvoerende Bestuurders van UCB en hoe de bezoldiging van de bestuurders ("executives") worden bepaald rekening houdend met individuele en bedrijfsprestaties. Het bezoldigingsbeleid maakt deel uit van een ruimer Human Resources beleid waarvan ook het prestatiemanagement en talent ontwikkelingsbeleid deel van uit maakt. Het GNCC (Governance, Nomination and Compensation Committee – het Comité voor Governance, Benoemingen en Bezoldigingen) ziet toe op onze beleidslijnen betreffende bezoldiging en op onze bezoldigingsplannen. De taken en verantwoordelijkheden van dit Comité worden nader toegelicht in het charter dat door onze Raad van Bestuur werd goedgekeurd.

1.4.1 | PRINCIPES BETREFFENDE GLOBAL REWARDS GEHANTEERD DOOR UCB

UCB wil de door de patiënten meest gewaardeerde biopharma leider zijn. Om dit doel te bereiken moeten we sterk gemotiveerde talenten aantrekken van wereldniveau die samen streven naar het creëren van de hoogst mogelijke waarde voor onze patiënten. In een zeer competitieve globale biopharmaceutische omgeving hanteren we bezoldigingsplannen die deze talenten verenigen in een gedeelde prestatiecultuur. Ons Global Reward Programma is zo opgesteld dat het de belangen van onze bestuurders afstemt op de prioriteiten en de gewenste cultuur van het bedrijf. Het "Global Reward Programma" van UCB heeft de volgende doelstellingen:

  • een sterke motivatie verwezenlijken om onze bedrijfsstrategie, en uiteindelijk onze patiëntengerichte doelen, helpen te realiseren, en
  • de vergoedingen van de bestuurders afstemmen op de individuele bijdrage en op het succes van UCB
  • aanhoudende sterke resultaten erkennen en vergoeden;
  • het programma moet redelijk en billijk zijn, in overeenstemming met de marktpraktijken;
  • en het voor UCB mogelijk maken de beste talenten in de sector op wereldniveau aan te trekken en te behouden.

Voor onze meest senior bestuurders vormt de variabele bezoldiging de belangrijkste component van het totale bezoldigingspakket. Onze variabele bezoldigingsprogramma's zijn nauw verbonden met zowel de bedrijfsresultaten als met de individuele resultaten beiden op korte en op lange termijn, met als doel een evenwicht te creëren tussen de bedrijfsduurzaamheid en waardecreatie.

1.4.2 | HET BEZOLDIGINGSBELEID VAN UCB

Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité is vastgelegd door de Raad van Bestuur op basis van de aanbevelingen door het GNCC. Het GNCC komt minstens twee maal per jaar samen om:

  • na te gaan welke markttrends een invloed hebben op het huidige en toekomstige bezoldigingsprogramma;
  • de doelmatigheid van onze bezoldigingsstrategie te toetsen aan de resultaten en hiermee de gepaste

evolutie van de plannen te bepalen;

  • de financiële doelstellingen van de verschillende prestatiegerelateerde bezoldigingsplannen te beoordelen;
  • het niveau van de bezoldigingen van het hoger management te bepalen in functie van hun rol, competenties en prestatie.

Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité, inclusief aandelen gerelateerde incentives, pensioenplannen en ontslagregelingen, moet redelijk en passend zijn om het hoger management aan te trekken, te behouden en te motiveren.

BEZOLDIGING VOOR NIET-UITVOERENDE BESTUURDERS

De Leden van de Raad van Bestuur worden vergoed op basis van een bezoldigingsplan via contanten. De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op marktanalyses die rekening houden met de vergoeding van vergelijkbare Europese biofarmaceutische ondernemingen. De vergoeding bestaat uit een vast jaarlijks bedrag, waarvan de grootte afhangt van het mandaat van de bestuurder en een bijkomende vergoeding per bijgewoonde vergadering. De voorzitter van de Raad van Bestuur is van deze regeling uitgesloten, hij ontvangt enkel een vaste vergoeding. Er worden geen lange-termijnincentives toegekend en er is geen andere vorm van variabele vergoeding. De nieuwe bezoldigingen werden goedgekeurd tijdens de Algemene Aandeelhoudersvergadering van 25 april 2013. De bezoldigingsniveaus van de leden van de Raad van Bestuur van UCB zijn als volgt:

JAARLIJKSE VERGOEDING

  • Voorzitter van de Raad van Bestuur € 210 000
  • Vicevoorzitter € 105 000
  • Bestuurders € 70 000

PRESENTIEGELD RAAD VAN BESTUUR

  • Voorzitter van de Raad van Bestuur geen presentiegeld
  • Vicevoorzitter € 1 500 per bijeenkomst
  • Bestuurders € 1 000 per bijeenkomst

AUDIT COMITÉ/WETENSCHAPPELIJK COMITÉ – (JAARLIJKSE EMOLUMENTEN – GEEN PRESENTIEGELD)

  • Voorzitter van het Comité van de Raad van Bestuur € 30 000
  • Leden van het Comité van de Raad van Bestuur € 20 000

GOVERNANCE, NOMINATION AND COMPENSATION COMMITTEE (JAARLIJKSE EMOLUMENTEN – GEEN PRESENTIEGELD)

  • Voorzitter van de Comités van de Raad van Bestuur € 20 000
  • Leden van de Comités van de Raad van Bestuur € 15 000

Bij toepassing van deze regels was de totale bezoldiging van de bestuurders en van de leden van de Comités van de Raad van bestuur van UCB in 2014 als volgt:

" Gerhard Mayr, Voorzitter € 245 000
" Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter € 135 500
" Roch Doliveux, Uitvoerend Bestuurder& CEO € 77 000
" Jean-Christophe Tellier, uitvoerend
bestuurder & CEO Elect € 51 667
" Kay Davies € 70 667
" Albrecht De Graeve € 97 000
" Arnoud de Pret € 107 000
" Harriet Edelman € 77 000
" Peter Fellner € 35 333
" Charles-Antoine Janssen € 77 000
" Jean-Pierre Kinet € 97 000
" Tom McKillop € 92 000
" Norman J. Ornstein € 77 000
" Bridget van Rijckevorsel € 25 333
" Cédric van Rijckevorsel € 51 667

1.4.3 | VERKLARING OVER HET GEVOERDE BEZOLDIGINGSBELEID: BEZOLDIGING VOOR UITVOERENDE BESTUURDERS

Dit gedeelte beschrijft de positioneringsstrategie die UCB ontplooit tegenover zijn competitieve markt. Het bevat tevens een overzicht van ons bezoldigingsbeleid voor bestuurders, de doelstellingen van de verschillende bezoldigingscomponenten en het verband tussen bezoldiging en prestatie.

MARKTANALYSE VOOR ONS GLOBAL REWARD PROGRAMMA

Op grond van onze Global Reward Principes streven wij naar een redelijk en passend bezoldigingspakket om management aan te trekken, te behouden en te motiveren. Bovendien moet dit bezoldigingspakket redelijk zijn naar bedrijfseconomische maatstaven in vergelijking met gelijkaardige internationale biofarmaceutische ondernemingen. Het GNCC onderzoekt regelmatig de gepaste mix en het gepaste niveau van bezoldigingen in contanten en aandelen voor de bestuurders op basis van de aanbevelingen van het Corporate Human Resources departement. Deze aanbevelingen worden onderzocht met onze onafhankelijke beloningsconsultant, Towers Watson, teneinde het competitieve niveau van onze totale bezoldiging te verzekeren rekening houdend met markttrends in onze sector. In principe voeren we om de twee jaar een marktonderzoek uit naar het concurrentievermogen van het pakket (basissalaris, bonussen, lange-termijnincentives) van iedere bestuurder. Onze vergoedingspakketten voor de leden van het Uitvoerend Comité bevatten twee hoofdbestanddelen:

  • het basissalaris (een vast vergoedingselement);
  • een variabel loon (bestaande uit een bonus in contanten en lange-termijnincentives).

UCB vergelijkt haar Global Reward Programma met een welbepaalde referentiegroep van internationale biofarmaceutische bedrijven (bedrijven met farmaceutische of biotechnologische activiteiten). In de marktanalyse focussen we op vergelijkbare ondernemingen in Europa evenals in de VS. UCB wenst zich te positioneren op de

marktmediaan van deze referentiegroep voor het totaal direct inkomen (basissalaris en variabel loon). Het reële vergoedingsniveau van elke persoon wordt bepaald overeenstemmend met de marktanalyse en rekening houdend met de individuele en bedrijfsresultaten, de ervaring en de bijdrage.

De referentiegroep wordt regelmatig nagekeken teneinde de robuustheid ervan te verzekeren in het bijzonder met het oog op marktconsolidaties die een impact kunnen hebben op de stabiliteit van de onderliggende data.

RESULTAAT GEBONDEN BEZOLDIGING EN BEZOLDIGINGSCOMPONENTEN

Ons bezoldigingsbeleid voor bestuurders berust op een afweging tussen enerzijds individuele en bedrijfsgebonden resultaten en anderzijds de competitieve marktpositie. Voorwat de korte- en lange-termijnincentives betreft, worden de resultaten afgezet tegen de bedrijfsdoelstellingen zoals vastgesteld door de Raad van Bestuur. Gedurende de prestatieperiode worden de resultaten regelmatig getoetst en op het moment van de definitieve verwerving of van uitbetaling worden de finale resultaten gevalideerd door het financieel departement waarna ze definitief goedgekeurd worden door het Audit Comité. Naast het basissalaris en de resultaatsgebonden incentives hebben onze bestuurders recht op een breed scala aan marktconforme vergoedingen en voordelen dewelke volledig in lijn liggen met de geest van de Belgische Corporate Governance wetgeving en hiermee tevens ook met de Europese regelgeving inzake beloning voor uitvoerende bestuurders.

Het GNCC maakt voorstellen aan de Raad van Bestuur betreffende de vergoedingen voor de CEO. De voorstellen van de CEO betreffende de vergoedingen van de andere leden van het Uitvoerend Comité worden ter goedkeuring voorgelegd aan het GNCC.

Hieronder beschrijven we hoe elke component bepaald wordt en hoe prestatie in rekening wordt genomen voor de variabele loon componenten.

VASTE COMPONENT: BASISSALARIS

Het beoogde basissalaris wordt bepaald op basis van de verantwoordelijkheid van de functie en van het gerelateerde mediaan marktniveau. Eenmaal dat de beoogde marktreferentie vastgesteld is, hangt het effectieve basissalaris af van de mate van invloed op de resultaten, de vaardigheden en het ervaringsniveau. De evolutie van het basissalaris is gebonden aan de prestatie van het individu op lange termijn, de verhouding tegenover de markt en andere marktfactoren zoals inflatie.

VARIABELE BELONING

De beoogde variabele beloning (bonus en langetermijnincentives, of "LTI") wordt bepaald rekening houdend met de marktmediaan van de referentiegroep. Iedere bestuurder heeft de mogelijkheid om het niveau van de marktmediaan te overtreffen wanneer zowel de persoonlijke als de bedrijfsresultaten uitstekend zijn.

De beoogde variabele beloning is gebonden aan verschillende prestatiecoëfficiënten: bedrijfsresultaten, individuele prestatie, gedrag en tevens de lange-termijn bedrijfswaardecreatie waarvan de uiteindelijke begunstigde de Patiënt is.

PRESTATIEBEOORDELING BEDRIJFSRESULTATENCOËFFICIËNT

De bedrijfsobjectieven voor de CEO worden in het begin van het jaar vastgelegd door het GNCC en goedgekeurd door de Raad van Bestuur. UCB hanteert de Terugkerende Inkomsten vóór Interesten, Belasting, Afschrijvingen en Aflossingen ("REBITDA") als indicator voor kortetermijn bedrijfsresultaten voor haar bestuurders en hoger management. De bedrijfsresultatencoëfficiënt is gedefinieerd als een percentage van de behaalde REBITDA vergeleken met het budget, tegen vaste wisselkoersen, vertaald in een uitbetalingscurve die verzekert dat er enkel uitbetaling is wanneer een aanvaardbaar resultaat behaald wordt. De uitbetalingscurve is zo opgesteld dat er een uitbetaling mogelijk is tussen 0% en 150%. Een minimaal vereist prestatieniveau is bepaald, indien het behaalde resultaat lager is, wordt een bedrijfsresultatencoëfficiënt van 0% gehanteerd.

INDIVIDUELE PRESTATIECOËFFICIËNT

De objectieven van de CEO worden door het GNCC ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van Bestuur. Het GNCC legt de individuele prestatie coëfficiënt van de CEO, gebaseerd op de prestatie-evaluatie op het einde van het jaar, ter goedkeuring voor aan de Raad van Bestuur. De CEO legt de individuele prestatie-coëfficiënt van de andere leden van het Uitvoerend Comité ter goedkeuring voor aan het GNCC. In de beoordeling van individuele prestaties van de CEO, onderzoekt het GNCC zowel het behalen van de financiële en kwantitatieve objectieven als van de niet-financiële aspecten. Voor de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité behelst dit tevens de manier waarop de doelstellingen uitgevoerd zijn rekening houdend met de waarden van het bedrijf en met de leiderschapstijl die verwacht wordt. Hieronder worden de criteria opgesomd die voor iedere lid van het Uitvoerend Comité worden geëvalueerd:

  • Specifieke bedrijfsdoelstellingen
  • Strategische bijdrage en visie
  • Leiderschap
  • Teambijdrage in het Uitvoerend Comité
  • Impact

BONUS

De bonus in contanten is een bezoldiging voor de behaalde resultaten van de onderneming en het individu over een tijdspanne van één jaar. Binnen het Hoger Management Bezoldigingsbeleid werd de doelstelling voor de bonus vastgelegd op 90% van het basissalaris voor de CEO en op 65% van het basissalaris voor de andere leden van het Uitvoerend Comité, dit in lijn met de marktpraktijk.

De beoogde variabele beloning is gebonden aan een dubbele prestatiecoëfficiënt, zijnde de bovenvermelde bedrijfsresultaten en de individuele prestatie. Dit mechanisme garandeert een sterke band tussen individuele bijdrage en bedrijfsresultaten, die onderling afhankelijk zijn.

De berekeningswijze levert aanzienlijke waarde wanneer zowel de bedrijfsresultaten als de persoonlijke prestaties uitstekend zijn. Daartegenover garandeert dit mechanisme alignering met de bedrijfsresultaten en/of de persoonlijke prestatie; wanneer een lager niveau dan verwacht bereikt wordt, zal dit resulteren in een belangrijke vermindering van de toegekende variabele beloning.

Met dit mechanisme resulteert een 0% bedrijfscoëfficiënt in het verdwijnen van de bonusopportuniteit.

LANGE-TERMIJNINCENTIVES (LTI)

Onze beloningspraktijk bestaat erin om een aanzienlijk gedeelte van de aandelen gerelateerde vergoedingen te verbinden aan financiële en strategische bedrijfsresultaten op middellange en lange termijn. Het langetermijnincentives programma wordt getoetst aan de gangbare praktijken bij Europese biofarmaceutische ondernemingen. Het bestaat uit drie delen met een aandelenoptieplan, een aandelentoekenningsplan (toekenning van gratis aandelen – stock award) en een aandelenprestatieplan (performance shares).

Het Hoger Management bezoldigingsbeleid is zo opgesteld dat een belangrijk deel van de variabele beloning van de leden van het Uitvoerend Comité sterker gebonden is aan lange-termijnresultaten dan aan de korte-termijnresultaten.

De referentiewaarde (target) van de lange-termijnincentives wordt uitgedrukt als een percentage van het basissalaris. Het beoogde doel aan lange-termijnincentives vertegenwoordigt 120% van het basissalaris van de CEO en 80% van het basissalaris van de andere leden van het Uitvoerend Comité. De effectieve toekenning wordt bepaald in functie van individuele prestatie, waarbij zowel kortetermijn realisaties als de lange-termijn waardecreatie in rekening wordt genomen. De resulterende waarde wordt vertaald in een aantal lange-termijnincentives, gebruik makend van de binomiale waarde van ieder LTI-instrument, en verdeeld onder de bestaande long-term incentive plannen op grond van de volgende verdeling:

  • Aandelenopties 30%
  • Gratis Aandelentoekenning (stock awards) 35%
  • Gratie toekenning van prestatieaandelen (performance shares) – 35%

AANDELENOPTIES

De Raad van Bestuur bepaalt naar eigen inzicht de mogelijkheid tot deelname aan het aandelenoptieplan. De wachttijd bedraagt doorgaans drie jaar, te rekenen vanaf de toekenningsdatum, maar kan langer uitvallen afhankelijk van lokale wetgevingen. Zodra ze uitoefenbaar worden, zijn aandelenopties enkel uitoefenbaar wanneer de prijs van het aandeel hoger ligt dan de uitoefenprijs en bestuurders worden bijgevolg aangemoedigd om de prijs van het aandeel gedurende de wachttijd te doen stijgen teneinde voordeel te halen uit hun aandelenopties. In de Verenigde Staten worden geen aandelenopties, maar wel "Stock Appreciation Rights" toegekend. Ze volgen dezelfde regels inzake uitoefenbaarheid als het aandelenoptieplan en hebben tot gevolg dat de werknemers in plaats van aandelen een contant bedrag

AANDELENTOEKENNINGSPLAN (TOEKENNING VAN GRATIS AANDELEN – STOCK AWARD)

In het Aandelentoekenningsplan worden voorwaardelijke rechten toegekend op gewone UCB-aandelen voor zover men in dienst blijft van UCB tot drie jaar na de datum van toekenning. De wachttijd (vestingperiode) duurt drie jaar vanaf de datum van toekenning. De Raad van Bestuur beslist discretionair of gratis aandelen worden toegekend aan de leden van het Uitvoerend Comité. Bestuurders worden aangemoedigd om beter te presteren dan de biofarmaceutische markt en de prijs van het aandeel gedurende de wachttijd te laten stijgen met het oog op een hogere waarde van hun gratis aandelen op het moment van de definitieve verwervingsdatum. Afhankelijk van de lokale wetgeving, kunnen in bepaalde landen de gratis aandelen ook worden geleverd in de vorm van "fictieve aandelen", waarbij op de definitieve verwervingsdatum geen aandelen maar een cash bedrag geleverd wordt. Het cash bedrag wordt berekend op basis van de prijs van het aandeel op de vooraf bepaalde definitieve verwervingsdatum.

AANDELENPRESTATIEPLAN

Dit plan creëert een nauwe band tussen bezoldiging en resultaten. Prestatieaandelen zijn toekenning van gewone UCB-aandelen aan het Hoger Management waarvoor, alvorens over te gaan tot uitbetaling, vooraf bepaalde doelen gebonden aan het hele bedrijf moeten zijn bereikt. De voorwaarden voor uitbetaling worden op het moment van de toekenning bepaald door de Raad van Bestuur op initiatief van het GNCC. De maatstaven die gebruikt worden in dit plan moeten voldoen aan de volgende vereisten:

Valide zijn: strategisch relevant zijn voor de vennootschap en de belanghebbenden terwijl ze onder de invloed en controle zijn van onze bestuurders (binnen het gezichtsveld);

Meetbaar zijn: voorspelbaar zijn, definieerbaar, robuust, realistisch en precies meetbaar zijn binnen een tijdspanne.

De wachttijd duurt drie jaar. Het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het einde van de wachttijd in verhouding met de mate waarin de bedrijfsgebonden doelstellingen bereikt werden. Indien de bereikte resultaten van de onderneming onder een bepaalde grens uitvallen of indien de begunstigde de onderneming verlaat vóór de definitieve verwerving, worden geen aandelen geleverd. De maximale uitbetaling bedraagt 150% van de oorspronkelijke toekenning. De doelen worden vastgelegd op een niveau dat voldoende hoog is en de maximum uitbetaling is gebonden aan een prestatie die kan beschouwd worden als uitzonderlijk. De toekenning van 2014 was gebonden aan de volgende prestatie criteria die moeten gemeten worden eind 2016 en die elk een gelijke waarde hebben:

  • de geschatte Verwachte Inkomsten overtreffen
  • aangepaste Netto Winst na Belastingen

Dezelfde criteria werden gebruikt voor de toekenningen in 2012 en 2013.

De prestatie criteria worden iedere jaar geëvalueerd teneinde ze zo veel mogelijk te laten samenlopen met de prioriteiten van het bedrijf. Voor de toekenning van 2015 werden nieuwe criteria goedgekeurd door de Raad van Bestuur, met inbegrip van:

  • relatieve groei van de inkomsten in vergelijking met een groep vergelijkbare ondernemingen (voor 35% van het totaal)
  • cash flow conversie ratio (voor 35% van het totaal);
  • het bereiken van mijlpalen voor producten in de pijplijn – zowel in een vroeg als in een laat stadium van ontwikkeling (voor 20% van het totaal);
  • het niveau van engagement van de medewerkers (voor 10% van het totaal).

In bepaalde landen kan de bezoldiging ook worden toegekend in de vorm van fictieve aandelen, afhankelijk van de lokale wetgeving.

PENSIOENEN

Daar het Uitvoerend Comité van natuur een internationaal karakter heeft, nemen de leden ervan deel in de pensioenregelingen toepasselijk in het land waar ze onder contract staan. Elke regeling varieert overeenkomstig de lokale markt en wettelijke omgeving. Alle vaste prestatieplannen bij UCB zijn, in de mate van het mogelijke, afgesloten of niet-toegankelijk voor nieuwe deelnemers. Bijgevolg treden nieuwe leden van het Uitvoerend Comité automatisch toe tot vaste bijdrageplannen of cash balance plannen.

België

De leden van het Uitvoerend Comité nemen deel aan een pensioenregeling van het type cash balance dat volledig gefinancierd wordt door UCB. De uitkering op pensioengerechtigde leeftijd is gelijk aan de kapitalisatie tegen een gewaarborgd rendementspercentage van de jaarlijkse bijdragen die de werkgever heeft betaald terwijl de begunstigde aangesloten was bij het plan. De bijdrage van UCB bedraagt 9,15% van het jaarlijks basissalaris en de beoogde bonus. UCB biedt ook een gewaarborgd jaarrendement van 2,5% verhoogd met de Belgische gezondheidsindex (met een minimum van 3,25% en een maximum van 6% in overeenstemming met de Belgische wetgeving).

De leden van het Uitvoerend Comité zijn ook aangesloten bij het aanvullend vaste bijdrageplan voor het hoger management van UCB. De bijdragen tot dit plan zijn tweeledig:

  • een bijdrage van de onderneming die berust op de werkelijke bedrijfsresultaten zoals die door de Raad van Bestuur worden vastgelegd en;
  • een bijdrage van de onderneming ten belope van 10% van het basisjaarsalaris.

De CEO geniet van een individuele pensioentoezegging (met een uitbetaling op 60-jarige leeftijd). Deze pensioentoezegging werd vastgelegd bij de indiensttreding van Roch Doliveux in 2003 en berust op het gemiddelde basisjaarsalaris van de afgelopen vijf jaar.

Sinds Jean-Christophe Tellier in 2014 overstapte van een Amerikaans contract naar een Belgisch serviceovereenkomst, geniet hij van dezelfde plannen als de andere leden van het Uitvoerend Comité onder Belgisch contract.

VS

Leden nemen deel aan het pensioenspaarplan van UCB. Dit plan bestaat uit een gekwalificeerd en een ongekwalificeerd deel. De totale bijdrage van UCB aan het plan varieert van 3,5% tot 9% van het basisjaarsalaris op basis van de leeftijd. Stortingen tot het maximaal door de Amerikaanse fiscus toegelaten bedrag worden gestort in het gekwalificeerd deel van het plan. Bijdragen boven dit maximumbedrag worden gestort in het ongekwalificeerd deel.

De leden van het Uitvoerend Comité nemen ook deel aan een uitgestelde bezoldigingsregeling die volledig door de werknemers wordt gefinancierd. Deelnemers storten bijdragen op individuele basis en kunnen salaris en/of bonus uitstellen.

Duitsland

Beide leden van het Uitvoerend Comité worden gedekt door een gesloten vaste prestatieplan. In deze regeling worden uitkeringen toegezegd bij pensionering, arbeidsongeschiktheid en overlijden. De uitkeringen bij pensionering en arbeidsongeschiktheid bedragen 50% van het laatste basisjaarsalaris voorafgaand aan de pensionering of de arbeidsongeschiktheid.

ANDERE BEZOLDIGINGSCOMPONENTEN

Leden van het Uitvoerend Comité hebben meestal tevens recht op deelname aan een internationale ziekteverzekering en een levensverzekering zoals die beschikbaar zijn voor andere leden van het hoger management. De leden van het Uitvoerend Comité genieten ook bepaalde voordelen zoals een bedrijfswagen en andere voordelen in natura. Al die elementen worden hierna beschreven onder "Bezoldiging van het Uitvoerend Comité". Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité wordt uitvoerig toegelicht in het Corporate Governance Charter van UCB (zie punt 5.4) dat geraadpleegd kan worden op de website van UCB.

OPZEGGINGSREGELINGEN

Gelet op het internationaal karakter van ons Uitvoerend Comité evenals de spreiding van onze activiteiten over verschillende geografische gebieden, worden de arbeidsovereenkomsten van onze leden beheerst door verschillende rechtsstelsels.

Al onze bestaande opzeggingsregelingen met leden van het Uitvoerend Comité, met uitzondering van Jean-Christophe Tellier en Anna Richo, werden ondertekend voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Belgische wet van 6 april 2010 ter versterking van het deugdelijk bestuur waarin grenzen gesteld worden aan de ontslagvergoedingen.

Het contract met Roch Doliveux, ondertekend in 2003, bepaalt dat hij in geval van ontslag een forfaitair bedrag zal ontvangen dat overeenkomt met 24 maanden van zijn werkelijk basissalaris, verhoogd met het werkelijk gemiddeld variabel loon dat hij ontvangen heeft tijdens de drie voorgaande jaren. In geval van ontslag omwille van een wijziging van controle, zal het forfaitaire bedrag overeenstemmen met 36 maanden.

Op verzoek van Mr. Doliveux werd, in onderliggende overeenstemming, een einde gemaakt aan het contract op 31 december 2014 en daarom werd de ontslagregeling niet toegepast.

In de loop van 2014 werd een Belgisch contract opgemaakt voor Jean-Christophe Tellier met een opzeggingsregeling die vergelijkbaar is met de regeling die in voege was onder zijn vroeger Amerikaans arbeidscontract, inhoudende een forfaitair bedrag overeenstemmende met 18 maanden basissalaris verhoogd met het werkelijk gemiddeld variabel loon dat hij ontvangen heeft tijdens de 3 voorgaande jaren.

Ismail Kola heeft een Belgische arbeidsovereenkomst en heeft conform een beding in die overeenkomst recht op een vertrekpremie van 18 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst. Ingeval van een wijziging in de controle van UCB, zou deze uitkering overeenstemmen met 24 maanden basissalaris plus bonus.

Fabrice Enderlin en Detlef Thielgen hebben geen specifieke opzeggingsregeling in hun Belgisch contract. In geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zullen de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van toepassing zijn.

Iris Löw-Friedrich heeft een Duitse arbeidsovereenkomst waarin een opzeggingstermijn is bedongen van ten minste zes maanden en een ontslagvergoeding van één jaar basissalaris plus bonus. In totaal komt dit neer op een ontslagvergoeding van 18 maanden.

Mark McDade heeft een Amerikaanse arbeidsovereenkomst waarin een clausule is opgenomen die voorziet in een ontslaguitkering gelijk aan 18 maanden basissalaris plus bonus bij gedwongen ontslag door de onderneming als gevolg van een wijziging in de controle.

Anna Richo heeft een Amerikaanse arbeidsovereenkomst waarin een clausule is opgenomen die voorziet in een ontslaguitkering gelijk aan 18 maanden basissalaris plus bonus bij gedwongen ontslag door de onderneming of als gevolg van een wijziging in de controle van UCB.

1.4.4 | BEZOLDIGINGSBELEID VANAF 2015

De GNCC volgt nog steeds nauwgezet het Hoger Management Bezoldigingsbeleid. Er zijn geen wijzigingen gepland in 2015. De verdeling van de LTI tussen de 3 instrumenten wordt geëvalueerd in het licht van de wijzigende marktpraktijken.

1.4.5 | BEZOLDIGING VAN HET UITVOEREND COMITÉ

VOORZITTER VAN HET UITVOEREND COMITÉ EN CEO (CHIEF EXECUTIVE OFFICER)

De bezoldiging van de CEO, Roch Doliveux, is samengesteld uit de hierboven vermelde elementen zijnde basissalaris, korte-termijnincentives en lange-termijnincentives.

Bovenop zijn bestuurdersvergoeding als lid van de Raad van Bestuur van UCB NV, bedroegen de bezoldiging en andere voordelen rechtstreeks of onrechtstreeks toegekend door UCB of andere vennootschappen van de groep aan de CEO, in 2014:

  • Basissalaris (ontvangen in 2014): € 1 366 659
  • Korte-termijnincentive (bonus): betaald in 2015 en verbonden aan het boekjaar 2014: € 848 265.
  • Lange-termijnincentives (aantal UCB aandelen en opties): zie hieronder.
  • Andere componenten van de bezoldiging, zoals de pensioenbijdragen, de verzekeringsdekking en monetaire waarde van andere voordelen: € 2 067 837, waarvan € 1 732 060 het bedrag is van de pensioenbijdrage (op grond van "service kost").

De totale bezoldiging van de CEO (basissalaris + bonus + LTI) voor 2014 bedraagt € 4 918 224 (met uitsluiting van de bijdragen tot het pensioenplan en andere voordelen). Dit betreft een algemene stijging in vergelijking met 2013 omwille van een positief effect van de toegenomen aandelen prijs op de waardering van de LTI en een verbeterde collectieve prestatie die leidde tot een hogere bedrijfsresultatencoëfficiënt.

Vanaf 31 december 2014 wordt Roch Doliveux vervangen door Jean-Christophe Tellier als CEO. Vanaf die datum heeft Mr. Doliveux geen mandaat meer als bestuurder maar heeft hij een functie van raadgever bij de Raad van Bestuur tot december 2016. In deze functie zal hij specifieke opdrachten vervullen zoals opgedragen

door de Raad van Bestuur bovenop een aantal vertegenwoordigingsopdrachten.

CARING ENTREPRENEURSHIP FUND

Roch Doliveux blijft een deel van zijn bezoldiging doorstorten aan een fonds dat als onderdeel van de Koning Boudewijnstichting werd opgericht. Het Caring Entrepreneurship Fund focust op de ondersteuning van ondernemerschap op het vlak van gezondheid en welzijn.

ANDERE LEDEN VAN HET UITVOEREND COMITÉ

Hieronder vindt u de bezoldigingen die de leden van het Uitvoerend Comité verdiend hebben in 2014 op grond van de periode die effectief gepresteerd werd als lid van het Uitvoerend Comité (zie hierboven Sectie 1.3.3 Samenstelling van het Uitvoerend Comité).

De bezoldiging en andere voordelen direct en indirect toegekend op een globale basis door de vennootschap of door enige dochtervennootschap van de groep aan alle andere leden van het Uitvoerend Comité in 2014 bedraagt:

  • Basissalaris (verdiend in 2014): € 4 053 278;
  • Korte-termijnincentive (bonus), betaald in 2015 en betreffende het boekjaar 2014: € 3 337 878;
  • Lange-termijnincentive (aantal UCB aandelen en opties): zie hieronder.
  • Andere componenten van de bezoldiging, zoals de pensioenbijdragen, de verzekeringsdekking en monetaire waarde van andere voordelen: € 3 315 859, waarvan € 1 750 033 het bedrag is van de pensioenbijdrage (op grond van "service kost").

De totale bezoldiging van het Uitvoerend Comité (basissalaris + bonus + LTI) bedraagt in 2014: € 12 796 923 (uitgezonderd de pensioenbijdragen en andere voordelen).

AANDELEN
OPTIES1
BINOMIALE
WAARDE
AANDELEN
OPTIES2
GRATIS
AANDELEN3
BINOMIALE
WAARDE
GRATIS
AANDELEN4
PRESTATIE
AANDELEN5
BINOMIALE
WAARDE
PRESTATIE
AANDELEN6
TOTALE
BINOMIALE
WAARDE LTI7
Roch Doliveux 77 810 796 774 20 091 954 323 40 955 952 204 2 703 301
Jean-Christophe Tellier 30 656 313 917 7 916 375 998 16 136 375 153 1 065 067
Fabrice Enderlin 18 390 188 316 4 749 225 558 9 680 225 051 638 924
Ismail Kola8 22 537 230 779 15 819 751 403 11 862 275 796 1 257 977
Iris Löw-Friedrich 15 666 160 415 4 045 192 139 8 245 191 707 544 261
Mark McDade 21 456 219 707 5 540 263 156 11 293 262 565 745 427
Anna Richo 15 434 158 039 3 985 189 293 8 123 188 868 536 200
Detlef Thielgen 17 785 182 122 4 592 218 139 9 361 217 649 617 910

IN 2014 TOEGEKENDE LANGE-TERMIJNINCENTIVES (LTI'S)

1 Aantal rechten om één UCB-aandeel te kopen tegen een prijs van € 58,12 tussen 1 april 2017 en 31 maart 2024 (tussen 1 januari 2018 en 31 maart 2024 voor Roch Doliveux, Fabrice Enderlin, Detlef Thielgen en Ismail Kola).

2 De aandelenopties toegekend in 2014 hebben een waarde van € 10,24 zoals berekend overeenkomstig de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Towers Watson). 3 Aantal UCB-aandelen (of "Phantom shares") dat gratis geleverd wordt na een wachttijd van drie jaar voorzover de begunstigde nog in dienst is bij UCB.

4 De gratis aandelen toegekend in 2014 hebben een waarde van € 47,50 zoals berekend overeenkomstig de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Towers Watson).

5 Aantal UCB-aandelen (of "Phantom shares") dat gratis geleverd wordt na een wachttijd van drie jaar voorzover de deelnemer nog in dienst is bij UCB en mits aan de vooraf bepaalde prestatievoorwaarden voldaan is.

6 De prestatieaandelen toegekend in 2014 hebben een waarde van € 23,25 zoals berekend overeenkomstig de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Towers Watson).

7 Een objectieve techniek om lange-termijnincentives te waarderen waarbij een eerlijke waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over de looptijd van een lange-termijnincentive.

8 Ismail Kola kreeg 10 000 phantom UCB-aandelen toegewezen op 1 april 2014 bovenop de toekenning van 1 april 2014 (inbegrepen in de cijfers).

IN 2014 VERWORVEN LANGE-TERMIJNINCENTIVES (LTI'S)

Hieronder bevindt zich een tabel met de lange-termijnincentives toegekend tijdens de voorbije jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité (opgenomen in de vorige jaarverslagen) en die verworven werden tijdens het kalenderjaar 2014 (niet te vermeerderen met de hoger vermelde tabel die lange-termijnincentive toekenningen van 2014 weergeeft).

AANDELENOPTIES TOEKENNING
VAN GRATIS AANDELEN
PRESTATIEAANDELEN
AANTAL
DEFINITIEF
VERWORVEN
(NIET
UITGEOEFEND) 1-2
AANTAL
UITGEOEFEND 3
AANTAL
DEFINITIEF
VERWORVEN
TOTALE WAARDE
BIJ DEFINITIEVE
VERWERVING 4
AANTAL
DEFINITIEF
VERWORVEN 5
TOTALE
WAARDE BIJ
DEFINITIEVE
VERWERVING
Roch Doliveux 45 000 48 000 24 000 1 397 520 0
Jean-Christophe Tellier niet van
toepassing
6 700 390 141 0
Fabrice Enderlin 15 000 15 000 7 200 419 256 0
Ismail Kola 15 000 7 200 419 256 0
Iris Löw-Friedrich 15 000 7 200 419 256 0
Mark McDade 12 000 6 000 349 380 0
Anna Richo6 niet van
toepassing
20 000 1 303 600 niet van
toepassing
Detlef Thielgen 15 000 7 200 419 256 0

1 Jean-Christophe Tellier en Anna Richo zijn in dienst getreden bij UCB na de toekenning van de 2011 LTI's.

2 De aandelenopties toegekend aan Iris Löw-Friedrich op 1 april 2011 zijn uitoefenbaar sinds 1 april 2014 en hebben een uitoefenprijs van € 26,72. De stock appreciation rights toegekend aan Mark McDade op 1 april 2011 werden uitoefenbaar op 1 april 2014 en hebben een uitoefenprijs van € 26,80. De aandelenopties toegekend aan Roch Doliveux, Detlef Thielgen, Ismail Kola en Fabrice Enderlin op 1 april 2010 werden uitoefenbaar op 1 januari 2014 en hebben een uitoefenprijs van € 31,62.

3 Roch Doliveux heeft aandelenopties uitgeoefend die hem werden toegekend in september 2004 en april 2005. Deze hebben een respectievelijke uitoefenprijs van € 40,1 en € 37,33. Fabrice Enderlin heeft aandelenopties uitgeoefend die hem werden toegekend op 1 april 2010. Deze hebben een uitoefenprijs van € 31,62.

4 Bij de definitieve verwerving had het UCB-aandeel een waarde van € 58,23, zijnde de marktwaarde van het aandeel dat geleverd werd op de datum van definitieve verwerving, en overeenstemmende met het gemiddelde van de laagste en hoogste prijs van het UCB-aandeel op die datum.

5 De prestatieaandelen die toegekend werden in 2011 werden niet geleverd daar de 2013 prestatievoorwaarden niet bereikt werden.

6 Op 1 november 2012 werd aan Anna Richo een indiensttredingspremie toegekend in de vorm van gratis aandelen. Het UCB-aandeel had een waarde van € 65,18 op 1 november 2014.

IN 2015 TOEGEKENDE LANGE-TERMIJNINCENTIVES (LTI'S)

Het beleid van UCB bestaat erin om een aantal lange-termijncentives toe te kennen op grond van de individuele prestaties tijdens het prestatiejaar alsook van rekening te houden met de individuele impact op waardecreatie op lange termijn. De toekenning gebeurt op 1 april volgend op de afsluiting van het prestatiejaar. De grootte van de toekenning is gebaseerd op de waardering en de aandelenkoers zoals gedefinieerd in de policy. De feitelijke grootte van de toekenning is slechts geweten op 1 april, gebaseerd op de prijs van het aandeel op die dag. Hieronder kan je het aantal opties en aandelen vinden die toegekend worden op 1 april 2015. De resulterende waarde zal in het jaarverslag 2015 gepubliceerd worden.

AANDELENOPTIES 2015 GRATIS AANDELEN 2015 PRESTATIEAANDELEN 2015
Jean-Christophe Tellier 46 800 10 058 20 754
Emmanuel Caeymaex 9 191 1 975 4 076
Fabrice Enderlin 15 530 3 338 6 887
Ismail Kola 20 496 14 405 9 089
Iris Löw-Friedrich 15 521 3 336 6 883
Mark McDade 17 872 3 840 7 923
Anna Richo 14 874 3 196 6 594
Bharat Tewarie 11 234 2 414 4 982
Detlef Thielgen 17 621 3 787 7 814
Jeff Wren 10 456 2 246 4 635

1.5 | BELANGRIJKSTE KENMERKEN VAN INTERNE CONTROLE EN RISICOBEHEERSSYSTEMEN VAN UCB

1.5.1 | INTERNE CONTROLE

De Raad is het bestuursorgaan van UCB en één van zijn taken bestaat erin om UCB als een ondernemer te leiden binnen een kader van voorzichtige en doeltreffende controles die het mogelijk maken om risico's te beoordelen en te beheren. Het management van UCB staat in voor de ontwikkeling en handhaving van passende interne controles om redelijke zekerheid te bieden betreffende de verwezenlijking van de doelstellingen inzake de betrouwbaarheid van de financiële informatie, de naleving van toepasselijke wet- en regelgeving en de uitvoering van interne controleprocessen binnen UCB, en dit op de meest doeltreffende manier.

Het auditcomité staat de Raad bij in zijn opdracht van toezicht op het management van UCB en de UCB Groep in zijn geheel, op de doeltreffendheid van de algemene interne controleprocessen van UCB, het globale proces van financiële verslaggeving, de commissaris en de Global Internal Audit functie en de doeltreffendheid daarvan.

De Global Internal Audit functie verleent, op een onafhankelijke en objectieve manier, diensten die tot doel hebben de interne controle en activiteiten van UCB te evalueren en te verbeteren en hun toegevoegde waarde te vergroten, door middel van een systematische en gedisciplineerde benadering van de evaluatie en aanbevelingen tot verbetering van de processen van UCB inzake bestuur, compliance, interne controle en risicobeheer.

De Global Internal Audit Groep implementeert een Audit Plan bestaande uit financiële, compliance en operationele audits en beoordelingen. Dit Audit Plan werd beoordeeld en goedgekeurd door het auditcomité en omvat de relevante bedrijfsactiviteiten van UCB. Het programma omvat onafhankelijke beoordelingen van de interne controle- en risicobeheerssystemen. De bevindingen en de status van de gerelateerde corrigerende maatregelen worden regelmatig schriftelijk aan het uitvoerend comité gemeld, en er wordt twee keer per jaar schriftelijk aan het auditcomité gerapporteerd over de status van de voltooiing van het Audit Plan alsook over een samenvatting van de bevindingen en corrigerende maatregelen.

UCB nam formele procedures aan voor de interne controle over financiële rapportering, de Transparency Directive procedure genoemd. Deze procedure is erop gericht het risico van selectieve openbaarmaking te minimaliseren; te verzekeren dat alle belangrijke informatie bekendgemaakt door UCB aan haar beleggers, schuldeisers en toezichthouders op precieze, volledige en tijdige wijze gebeurt en de toestand van UCB correct weergeeft; en adequate openbaarmaking garandeert van belangrijke financiële en niet-financiële informatie en belangrijke gebeurtenissen, transacties en risico's.

Het proces bestaat uit een aantal onderdelen. Bepaalde personen op sleutelposities in het interne controleproces, waaronder alle leden van het uitvoerend comité, dienen schriftelijk te verklaren dat ze de vereisten van UCB inzake financiële rapportering begrijpen en hebben nageleefd, inclusief het verschaffen van redelijke zekerheid betreffende de efficiëntie en effectiviteit van de activiteiten, de betrouwbaarheid van financiële informatie en naleving van de wet- en regelgeving. Om te verzekeren dat zij de uitgebreide waaier aan potentiële problemen kunnen

inschatten, wordt hen een gedetailleerde checklist bezorgd om in te vullen, die hen kan helpen bij hun verklaring. Verder wordt een gedetailleerde, wereldwijde desk beoordeling uitgevoerd van de verkoop, kredieten, vorderingen, voorraden, overlopende rekeningen, voorzieningen, reserves en betalingen. De financiële directeurs/ vertegenwoordigers van alle individuele entiteiten dienen daarnaast schriftelijk te bevestigen dat hun financiële rapportering in deze domeinen op betrouwbare gegevens is gesteund en dat hun resultaten correct zijn weergegeven overeenkomstig de geldende vereisten.

Deze procedures worden gecoördineerd door de Global Internal Audit functie vóór de vrijgave van de halfjaar- en jaarresultaten. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met het Chief Accounting Office alsook met de financiële en juridische diensten en de commissaris. Elk potentieel probleem wordt opgevolgd en eventuele wijzigingen aan de gerapporteerde financiële informatie of bekendmakingen worden geëvalueerd.

De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met de CEO en CFO, en nadien met het auditcomité, voorafgaand aan de bekendmaking van de rekeningen.

UCB herbekijkt jaarlijks haar zakenplan en bereidt een gedetailleerd jaarlijks budget voor dat wordt beoordeeld en goedgekeurd door de Raad. Een management rapporteringssysteem werd opgezet, dat de bedrijfsleiding zicht geeft op financiële en operationele prestatieindicatoren. Maandelijks worden interne financiële verslagen voorbereid om elk belangrijk onderdeel van de activiteiten te dekken. Afwijkingen ten opzichte van het plan of van vroegere verwachtingen worden geanalyseerd, verklaard en er wordt tijdig op gereageerd. Naast de regelmatige beraadslagingen van de Raad, komt ook het uitvoerend comité minstens maandelijks samen om de prestaties te bespreken waarbij, indien nodig, over specifieke projecten wordt overlegd. Er werden informatiesystemen ontwikkeld om de langetermijndoelstellingen van UCB te ondersteunen. Deze worden beheerd door een professioneel bemand Informatie Management Team.

1.5.2 | RISICOBEHEER

Een globaal risicobeheerbeleid, van toepassing op de hele UCB Groep en zijn wereldwijde dochtervennootschappen, beschrijft het engagement van UCB om doorheen de UCB Groep een doeltreffend risicobeheersysteem te hebben met het oog op de maximale beperking van de blootstelling aan risico's die de bedrijfsdoelstellingen van UCB kunnen bedreigen.

De Raad keurt de strategie en de doelstellingen van de UCB Groep goed en ziet toe op de creatie en de uitvoering van en de controle op het risicobeheerssysteem van de UCB Groep. De Raad wordt in zijn opdracht van risicobeoordeling en risicobeheer bijgestaan door het auditcomité. Het auditcomité onderzoekt op regelmatige basis de gebieden waar risico's een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie en reputatie van de UCB Groep en controleert het algemene risicobeheerssysteem van UCB.

Het Corporate Risk Management Committee is samengesteld

uit leden van het uitvoerend comité en vertegenwoordigers van het senior management van alle bedrijfsfuncties, en rapporteert aan het uitvoerend comité. Het levert strategisch leiderschap ter ondersteuning van het proces van de evaluatie van en het vaststellen van prioriteiten met betrekking tot de bedrijfsrisico's. Dat proces stuurt het opstellen van plannen tot beperking van de risico's in alle geledingen van UCB, en wordt ondersteund door een globaal risicobeheerssysteem dat de reële of potentiële risico's of blootstelling daaraan op doeltreffende en efficiënte wijze evalueert, rapporteert, beperkt en beheert. De voorzitter van het Corporate Risk Management Committee rapporteert rechtstreeks aan de CEO, en bezorgt periodiek statusupdates

rechtstreeks aan het uitvoerend comité en, op jaarbasis, aan het auditcomité en de Raad.

Het uitvoerend comité is verantwoordelijk voor de implementatie van de strategie en doelstellingen inzake risicobeheer, terwijl de Global Internal Audit functie belast is met de onafhankelijke en regelmatige controle en validatie van het risicobeheerssysteem binnen UCB. Daarnaast heeft de Global Internal Audit functie als opdracht om, in overleg met de business functions, te beslissen over maatregelen om vastgestelde risico's te beperken en te beheersen.

1.6 | PERSOONLIJKE BELEGGINGSTRANSACTIES EN VERHANDELING VAN UCB-AANDELEN

De Raad heeft een Dealing Code aangenomen om handel met voorkennis en marktmisbruik te voorkomen, in het bijzonder tijdens de periodes die voorafgaan aan de bekendmaking van resultaten of informatie die de prijs van UCB-effecten zou kunnen beïnvloeden, of, in voorkomend geval, de prijs van de effecten uitgegeven door een mogelijke doelwitvennootschap.

De Dealing Code verbiedt alle bestuurders, het uitvoerend management en werknemers op sleutelposities om UCB-aandelen of andere door UCB uitgegeven financiële instrumenten te verhandelen tijdens een bepaalde periode vóór de bekendmaking van haar financiële resultaten (zogenaamde "gesloten periodes"). De Code verbiedt verder personen die voorkennis bezitten of weldra zouden kunnen bezitten om UCB-aandelen te verhandelen.

De Raad heeft Anna Richo (Executive Vice President & General Counsel) en Xavier Michel (Vice President & Secretaris-generaal) aangeduid als Insider Trading Compliance Officers. Zij zijn elk individueel bevoegd. Hun taken en verantwoordelijkheden worden bepaald in de Dealing Code.

De Dealing Code bevat de lijst van werknemers op sleutelposities en bestuurders, die de Trading Compliance Officer(s) op de hoogte moeten brengen van alle transacties in UCB-aandelen en gerelateerde effecten die zij voor eigen rekening wensen uit te voeren. De Dealing Code voldoet aan de bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG betreffende handel met voorkennis en marktmanipulatie en van de Belgische wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.

De Dealing Code is beschikbaar op de website van UCB: www.ucb.com/investors/Governance/Principles-codesand-guidelines.

1.7 | EXTERNE AUDIT

De algemene vergadering van 26 april 2012 heeft PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren (hierna "PwC") herbenoemd tot commissaris van UCB voor de wettelijke termijn van 3 jaar. De vaste vertegenwoordiger aangeduid door PwC voor UCB in België is Jean Fossion.

PwC werd benoemd tot commissaris in de wereldwijde dochtervennootschappen van de UCB Groep.

In 2014 betaalde UCB de volgende vergoedingen aan haar commissaris:

2014- Actueel CONTROLE VAN DE
(GECONSOLIDEERDE)
JAARREKENING
ANDERE CONTROLE
OPDRACHTEN
BELASTINGADVIES
OPDRACHTEN
ANDERE
OPDRACHTEN BUITEN
DE CONTROLE VAN DE
(GECONSOLIDEERDE)
JAARREKENING
TOTAAL
PwC Belgium
(commissaris)
550 918 162 000 0 67 875 780 793
PwC andere verbonden
netwerken
1 658 596 1 651 857 247 420 103 738 3 661 611
Totaal 2 209 514 1 813 857 247 420 171 613 4 442 404

De Raad zal de herbenoeming van PwC tot commissaris voor een nieuwe termijn van 3 jaar aan de algemene vergadering van 30 april 2015 voorleggen. PwC zou Romain Seffer aanduiden als haar vaste vertegenwoordiger voor UCB in België.

1.8 | INLICHTINGEN VEREIST OP GROND VAN ARTIKEL 34 VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 14 NOVEMBER 2007

De volgende elementen kunnen een invloed hebben in het geval van een openbaar overnamebod (zie deel 1.1):

1.8.1 | KAPITAALSTRUCTUUR VAN UCB, MET VERMELDING VAN DE VERSCHILLENDE SOORTEN AANDELEN EN, VOOR ELKE SOORT AANDELEN, VAN DE RECHTEN EN PLICHTEN DIE ERAAN VERBONDEN ZIJN EN HET PERCENTAGE VAN HET GEPLAATSTE KAPITAAL DAT ERDOOR WORDT VERTEGENWOORDIGD OP 31 DECEMBER 2014

Sinds 13 maart 2014 bedraagt het kapitaal van UCB € 583 516 974, vertegenwoordigd door 194 505 658 volledig volgestorte aandelen zonder nominale waarde.

Alle UCB-aandelen genieten van dezelfde rechten. Er zijn geen verschillende klassen van UCB-aandelen (zie deel 1.1.2).

1.8.2 | WETTELIJKE OF STATUTAIRE BEPERKINGEN OP DE OVERDRACHT VAN EFFECTEN

Beperkingen op de overdracht van effecten zijn enkel van toepassing op niet volledig volgestorte aandelen, overeenkomstig artikel 11 van de statuten van UCB (hierna de "Statuten"), dat bepaalt:

('…)

b) Elke eigenaar van niet volledig volgestorte aandelen die de algeheelheid of een deel van zijn effekten wenst af te staan zal zijn voornemen bij een ter post aangetekende brief aan de raad van bestuur betekenen, waarbij hij de naam van de kandidaat overnemer, het aantal te koop gestelde effekten, de prijs en de voorwaarden van de geplande afstand aangeeft.

De raad van bestuur zal, op dezelfde wijze, zich tegen deze afstand kunnen verzetten binnen de maand van deze betekening door een andere kandidaat koper aan de kandidaat verkoper voor te stellen. De door de raad voorgestelde kandidaat zal over een recht van voorkoop beschikken op de te koop gestelde effekten tenzij de kandidaat verkoper, binnen de vijftien dagen, verkiest aan de afstand te verzaken.

Het recht van voorkoop zal worden uitgeoefend tegen een eenheidsprijs gelijk aan de laagste van de twee zoals hierna bepaalde bedragen:

  • de gemiddelde sluitingskoers van het gewoon "UCB" aandeel op de continumarkt op Euronext Brussels van de dertig open beursdagen die de betekening waarvan sprake in voorgaand alinea voorafgaan, verminderd met het nog te volstorten bedrag;
  • de eenheidsprijs aangeboden door de kandidaat overnemer.

Voormelde bekendmaking door de raad van bestuur zal gelden als betekening van de uitoefening van het recht van voorkoop, in naam en voor rekening van de door de raad voorgestelde kandidaat koper. De prijs zal betaalbaar zijn binnen de maand van deze betekening, onverminderd de door de kandidaat overnemer gunstigere aangeboden voorwaarden.

c) Bij gebrek voor de raad zich binnen de maand van de betekening, waarvan sprake in de eerste alinea sub b), uit te spreken, zal de afstand in voordeel van de kandidaat overnemer kunnen plaatsvinden, aan voorwaarden die minstens gelijk zijn aan deze bepaald in gezegde betekening.

(…')

Op dit moment is het kapitaal van UCB volledig volgestort.

1.8.3 | HOUDERS VAN EFFECTEN WAARAAN BIJZONDERE ZEGGENSCHAPSRECHTEN ZIJN VERBONDEN, EN EEN BESCHRIJVING VAN DEZE RECHTEN

Er zijn geen dergelijke effecten.

1.8.4 | MECHANISME VOOR DE CONTROLE OP ENIG AANDELENPLAN VOOR WERKNEMERS WANNEER DE ZEGGENSCHAPSRECHTEN NIET RECHTSTREEKS DOOR DE WERKNEMERS WORDEN UITGEOEFEND

Er is geen dergelijk systeem.

1.8.5 | WETTELIJKE OF STATUTAIRE BEPERKINGEN VAN DE UITOEFENING VAN HET STEMRECHT

De bestaande UCB-aandelen verlenen de houders ervan stemrecht op de algemene vergadering.

Artikel 38 van de Statuten:

"Ieder aandeel geeft recht op één stem.

Elke natuurlijke of rechtspersoon die, onder bezwarende titel, stemverlenende effecten, die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen, zou verwerven of erop inschrijven, zal binnen de wettelijke termijnen het aantal verworven of ingeschreven effecten moeten aangeven alsmede het volledig aantal effecten die hij reeds bezit, wanneer dit totaal aantal 3% van de totale stemrechten die, voor elke eventuele herleiding, op een algemene vergadering kunnen worden uitgeoefend, overschrijdt. Hetzelfde zal gelden telkens de persoon die gehouden is tot voormelde oorspronkelijke kennisgeving, zijn stemkracht zal verhogen tot 5%, 7,5%, 10% en vervolgens tot iedere veelvoud van 5% van het totaal aantal stemrechten zoals hierboven gedefinieerd of wanneer, als gevolg van een overdracht van effecten, zijn stemkracht onder één van de hiervoor bedoelde drempels zakt. Dezelfde kennisgevingverplichtingen zijn van toepassing op effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten indien zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst (dit wil zeggen een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is), reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven. Opdat de kennisgevingverplichtingen toepassing zouden vinden, moet de houder, al dan niet op termijn, hetzij het onvoorwaardelijke recht hebben om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven hetzij naar eigen goeddunken gebruik kunnen maken van zijn recht om dergelijke stemrechtverlenende effecten al dan niet te verwerven. Indien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd. Deze verklaringen zullen gebeuren in de gevallen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in de geldende wetgeving betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Het niet eerbiedigen van huidige statutaire bepaling zal kunnen worden bestraft overeenkomstig artikel 516 van het Wetboek van vennootschappen.

Niemand kan op de algemene vergadering aan de stemming deelnemen voor meer stemrechten dan degene verbonden aan aandelen waarvan hij, overeenkomstig voorgaande alinea, het bezit ter kennis heeft gegeven, minstens twintig dagen voor de datum van de vergadering."

Het stemrecht verbonden aan UCB-aandelen die UCB of haar rechtstreekse of onrechtstreekse dochtervennootschappen aanhouden, wordt van rechtswege geschorst.

1.8.6 | AANDEELHOUDERSOVEREENKOMSTEN DIE BEKEND ZIJN BIJ UCB EN AANLEIDING KUNNEN GEVEN TOT BEPERKING VAN DE OVERDRACHT VAN EFFECTEN EN/OF VAN DE UITOEFENING VAN STEMRECHTEN

Met uitzondering van de overeenkomst tussen Financière de Tubize SA en Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG, zoals hierboven vermeld, heeft UCB geen weet van overeenkomsten die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van stemrechten.

1.8.7.A) | REGELS VOOR DE BENOEMING EN VERVANGING VAN LEDEN VAN DE RAAD

De Statuten bepalen:

"De vennootschap wordt bestuurd door een raad van bestuur bestaande uit ten minste drie leden, al dan niet aandeelhouders, die voor vier jaar worden benoemd door de algemene vergadering, die ze te allen tijde kan ontslaan.

De uittredende bestuurders zijn herkiesbaar. De opdracht der niet herkozen uittredende bestuurders eindigt onmiddellijk na de gewone algemene vergadering.

De algemene vergadering bepaalt de vaste of veranderlijke vergoedingen van de bestuurders en het bedrag van hun zitpenningen, onder de algemene kosten te boeken."

De algemene vergadering beslist bij gewone meerderheid over deze aangelegenheden. De regels betreffende de samenstelling van de Raad van Bestuur worden uitvoerig beschreven in onderdeel 3.2 van het Corporate Governance Charter:

('…)

SAMENSTELLING VAN DE RAAD VAN BESTUUR

SAMENSTELLING

De Raad is van mening dat een aantal van 10 tot 15 leden aangewezen is met het oog op een efficiënte besluitvorming enerzijds en de bijdrage van ervaring en kennis op verschillende gebieden anderzijds. Een dergelijk aantal maakt het ook mogelijk om de samenstelling van de Raad zonder grote mate van ontwrichting te wijzigen. Dat sluit in grote mate aan bij de wetgeving en bij de statuten van UCB, die bepalen dat de Raad uit minstens drie leden moet bestaan. De algemene vergadering beslist over het aantal bestuurders, op voorstel van de Raad.

Een grote meerderheid van de leden van de Raad zijn nietuitvoerende bestuurders.

De curricula vitæ van de bestuurders en van de kandidaatbestuurders zijn beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com). Deze curricula vitæ vermelden ook de bestuursmandaten die elk lid van de Raad in andere beursgenoteerde vennootschappen uitoefent.

BENOEMING VAN BESTUURDERS

De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering, op voorstel van de Raad en op aanbeveling van het GNCC.

Wanneer de Raad kandidaten aan de algemene vergadering voorstelt, houdt hij in het bijzonder rekening met volgende criteria:

  • een grote meerderheid van de bestuurders zijn niet-uitvoerende bestuurders;
  • minstens drie niet-uitvoerende bestuurders voldoen aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden bepaald door de wet en de Raad;
  • geen enkele individuele bestuurder of een groep van bestuurders kunnen de besluitvorming domineren;
  • de samenstelling van de Raad garandeert verscheidenheid en inbreng van ervaring, kennis en kunde die vereist is voor het succes van UCB als globale biofarmaceutische onderneming;
  • kandidaten zijn volledig beschikbaar om hun functies uit te oefenen en oefenen niet meer dan vijf bestuursmandaten uit in genoteerde vennootschappen.

Het GNCC verzamelt informatie in, die de Raad in staat stelt om zich ervan te verzekeren dat de voornoemde

criteria vervuld zijn op het ogenblik van de (her) benoemingen en tijdens de duur van het mandaat.

Voor elke nieuwe benoeming van een bestuurder voert het GNCC een beoordeling uit van reeds aanwezige en vereiste vaardigheden, en kennis en ervaring in de Raad. Het profiel van de ideale kandidaat wordt opgemaakt op basis van die beoordeling en aan de Raad voorgesteld voor bespreking en definitieve vaststelling.

Eens het profiel is vastgesteld, selecteert het GNCC kandidaten die voldoen aan het profiel, en dit in overleg met de leden van de Raad (inclusief de voorzitter van het uitvoerend comité) en eventueel met behulp van een wervingsbureau. Het GNCC doet de aanbeveling van de uiteindelijke kandidaat aan de Raad. De Raad beslist over de voorstellen die aan de aandeelhouders ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.

Wat de benoeming van een vertegenwoordiger van de Referentieaandeelhouder binnen de Raad betreft, zal de vicevoorzitter de kandidaat gekozen door de Referentieaandeelhouder aan de Raad voorstellen na overleg met het GNCC en in dialoog met de overige leden van de Raad.

DUUR VAN DE MANDATEN EN LEEFTIJDSGRENS

Bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd voor een termijn van vier jaar, en zij kunnen worden herbenoemd. Daarnaast werd een leeftijdsgrens van 70 jaar vastgelegd. Een bestuurder zal zijn/haar mandaat ter beschikking stellen op de dag van de algemene vergadering die volgt op zijn/haar 70ste verjaardag. De Raad mag uitzonderingen voorstellen op die regel.

PROCEDURE VOOR (HER)BENOEMING

De Raad stuurt het proces voor de (her)benoeming van bestuurders, en streeft naar een optimaal niveau van vaardigheden en ervaring binnen UCB en haar Raad.

De raad beoordeelt de voorstellen tot (her)benoeming, ontslag en eventuele terugtreding van een bestuurder, op aanbeveling van het GNCC.

Het GNCC beoordeelt de toewijding en productiviteit van elke bestuurder waarvan de herbenoeming aan de volgende algemene vergadering wordt voorgesteld, waarna aan de Raad een aanbeveling met betrekking tot hun herbenoeming wordt gedaan.

Speciale aandacht wordt gegeven aan de evaluatie van de voorzitter van de Raad en de voorzitters van de comités van de Raad.

De evaluatie wordt uitgevoerd door de voorzitter van de Raad en de voorzitter van het GNCC, die samenzitten met elke bestuurder in hun hoedanigheid van bestuurder en, in voorkomend geval, in hun hoedanigheid van voorzitter of lid van een comité van de Raad. Wat de voorzitter van de Raad betreft, wordt de evaluatie uitgevoerd door de voorzitter van het GNCC en een senior onafhankelijk bestuurder; wat de voorzitter van het GNCC betreft, wordt de evaluatie uitgevoerd door de voorzitter van de Raad en een senior onafhankelijk bestuurder. Deze sessies verlopen aan de hand van een vragenlijst en behandelen de rol van de bestuurder in het bestuur van UCB en de doeltreffendheid van de Raad, en hoe hij/zij zijn/haar toewijding, inbreng en constructieve deelname aan de beraadslaging en besluitvorming evalueren.

Het GNCC ontvangt feedback, dat op zijn beurt rapporteert aan de Raad en aanbevelingen maakt aangaande de voorgestelde herbenoemingen.

De Raad legt zijn voorstellen betreffende de (her) benoeming, ontslag of eventuele terugtreding van bestuurders voor aan de algemene vergadering. Die voorstellen worden meegedeeld aan de algemene vergadering als onderdeel van de agenda van de betreffende algemene vergadering.

De algemene vergadering beslist over deze voorstellen van de Raad bij gewone meerderheid.

Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, heeft de Raad het recht om voorlopig in de vacature te voorzien. In dat geval zal de algemene vergadering in haar eerstvolgende bijeenkomst de definitieve benoeming doen.

De benoemingsvoorstellen vermelden of de kandidaat al dan niet wordt voorgedragen als uitvoerend bestuurder, bepalen de voorgestelde duur van het mandaat (die, in overeenstemming met de statuten, niet meer dan vier jaar bedraagt) en delen mee waar alle nuttige informatie over de professionele kwalificaties van de kandidaat, alsook diens belangrijkste functies en bestuursmandaten kunnen worden bekomen of geraadpleegd.

De Raad deelt ook mee of de kandidaat al dan niet voldoet aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden, in het bijzonder die bepaald in artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, zoals het feit dat een bestuurder, om in aanmerking te komen als onafhankelijk bestuurder, niet meer dan drie opeenvolgende mandaten mag hebben uitgeoefend (met een maximum van twaalf jaar). Indien de kandidaat aan de voorwaarden voldoet, zal aan de algemene vergadering worden voorgesteld om zijn/haar onafhankelijkheid te erkennen.

De voorstellen tot benoeming zijn beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com)."

(…')

1.8.7.B) | REGELS VOOR DE WIJZIGING VAN DE STATUTEN VAN UCB

De regels met betrekking tot statutenwijzigingen worden bepaald door het Wetboek van vennootschappen. De statutenwijziging moet worden goedgekeurd door een buitengewone algemene vergadering, met een meerderheid van 75% van de stemmen, op voorwaarde dat de aanwezigen ten minste de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen.

Indien op de eerste buitengewone algemene vergadering het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, dan kan een tweede buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen. Deze kan dan beslissen ongeacht het door de aanwezige aandeelhouders vertegenwoordigde deel van het kapitaal.

1.8.8 | BEVOEGDHEDEN VAN DE RAAD, MET NAME WAT DE MOGELIJKHEID TOT UITGIFTE OF INKOOP VAN AANDELEN BETREFT

De bevoegdheden van de Raad worden bepaald door de Belgische wetgeving en de statuten.

Het intern reglement van de Raad en de verantwoordelijkheden die de Raad aan zichzelf heeft voorbehouden, worden als volgt beschreven in het Corporate Governance Charter:

('…)

De Raad is het bestuursorgaan van UCB.

De Raad is bevoegd om beslissingen te nemen over alle aangelegenheden, behoudens die waarvoor volgens de wet alleen de algemene vergadering bevoegd is. De Raad vormt een college.

De rol en verantwoordelijkheden en de werking van de Raad worden bepaald door de statuten van UCB en het intern reglement van de Raad en zijn comités, zoals beschreven in dit Charter.

Van de aangelegenheden waarover de Raad op grond van de wet kan beslissen, heeft de Raad zichzelf kerngebieden voorbehouden en ruime bevoegdheden aan een uitvoerend comité gedelegeerd (zie punt 5).

De Raad koos ervoor om geen directiecomité in de zin van artikel 524bis van het Wetboek van vennootschappen op te richten, aangezien hij verkoos om noch de bevoegdheden die de wet hem toekende, noch de algemene vertegenwoordiging van UCB permanent te delegeren.

De rol van de Raad bestaat erin om UCB als een ondernemer te leiden binnen een kader van voorzichtige en doeltreffende controles die het mogelijk maken risico's te beoordelen en te beheren. De Raad bepaalt de strategische doelstellingen van UCB, ziet erop toe dat het nodige financieel en menselijk kapitaal voorhanden is opdat UCB deze doelstellingen kan verwezenlijken en beoordeelt de prestaties van het management. De Raad bepaalt de waarden en normen van UCB en zorgt ervoor dat haar verplichtingen ten opzichte van haar aandeelhouders en anderen worden begrepen en nagekomen. Hij neemt collegiale verantwoordelijkheid op voor een degelijke uitoefening van zijn taak en bevoegdheden.

De bevoegdheden die de Raad voor zichzelf heeft voorbehouden, betreffen hoofdzakelijk het volgende, en de Raad ontvangt dan ook alle nodige informatie in verband hiermee:

1. Bepaling van de missie, waarden en strategie, risicotolerantie en voornaamste beleidslijnen van UCB;

  • 2. Monitoring van:
  • de prestaties van het management en de implementatie door het management van de strategie van UCB,
  • de doeltreffendheid van de comités van de Raad,
  • de prestaties van de commissaris;
  • 3. Benoeming of ontslag:
  • onder zijn leden, van de voorzitter van de Raad, na een raadpleging door de voorzitter van het governance, benoemings- & remuneratiecomité ("GNCC") van alle leden van de Raad,
  • onder zijn leden, van de voorzitters en leden van het auditcomité en van het GNCC, en van de leden van het wetenschappelijk comité,
  • van de voorzitter van het uitvoerend comité, op voorstel van het GNCC,
  • van leden van het uitvoerend comité, op voorstel van het GNCC en op aanbeveling van de voorzitter van het uitvoerend comité,
  • van personen in belangrijke externe organen of van personen buiten UCB die UCB vertegenwoordigen bij bepaalde dochtervennootschappen, op aanbeveling van de voorzitter van het uitvoerend comité,
  • evaluatie van de planning van de opvolging van de voorzitter van het uitvoerend comité en van de overige leden van het uitvoerend comité, op voorstel van het GNCC;
  • 4. Goedkeuring, benoeming of ontslag van senior executives, op aanbeveling van de voorzitter van het uitvoerend comité;
  • 5. Verzekering van de integriteit en tijdige bekendmaking van de financiële informatie van de UCB Groep en UCB en van belangrijke financiële en niet-financiële informatie aan aandeelhouders en financiële markten;
  • 6. Goedkeuring van het kader van interne controle en risicobeheer, opgezet door het uitvoerend management en gecontroleerd door de interne audit met directe toegang tot het auditcomité;
  • 7. Voorbereiding van de algemene vergadering van aandeelhouders en van de voorstellen van besluit;
  • 8. Structuur van het uitvoerend management en algemene organisatie van UCB (en van de UCB Groep);
  • 9. Goedkeuring van het jaarlijkse budget (met inbegrip van het investeringsbudget en het O&O-programma) en van elke verhoging van het jaarlijkse budget (investeringsbudget en O&O-programma inbegrepen);
  • 10. Operaties op lange termijn of belangrijke financiële operaties;
  • 11. Oprichting, vestiging, sluiting of overbrenging van dochtervennootschappen, bijkantoren, productielocaties of grote afdelingen waarvan de waarde € 50 miljoen overschrijdt;

  • 12. Toekenning, fusie, verwerving, verdeling, aankoop, verkoop of verpanding van activa (andere dan de activa waarnaar wordt verwezen onder nr 13 hieronder), instrumenten en aandelen, kapitaal- en met kapitaal gelijkgestelde investeringen, nemen en verlenen van licenties met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten en productdesinvesteringen, jointventures, als de waarde € 20 miljoen overstijgt en derde partijen betrokken zijn;

  • 13. Aankoop, verkoop of verpanding van onroerende goederen voor een waarde van meer dan € 50 miljoen, en huurovereenkomsten van meer dan negen jaar wanneer huurgeld en lasten cumulatief meer dan € 20 miljoen bedragen;
  • 14. Algemene voorwaarden van plannen voor de toekenning van aandelen en aandelenopties aan werknemers;
  • 15. Op het einde van elk halfjaar op de hoogte worden gehouden van de giften van meer dan € 10 000 op jaarbasis per individuele begunstigde;
  • 16. Op verzoek van de voorzitter van het uitvoerend comité kan de Raad ook worden verzocht om zich uit te spreken indien er afwijkende meningen bestaan tussen een meerderheid van de leden van het uitvoerend comité en zijn voorzitter.

(…')

Zoals beschreven in sectie 1.1.5 hierboven, besloot de buitengewone algemene vergadering van 24 april 2014 om de Raad te machtigen om gedurende 2 jaar het kapitaal te verhogen, binnen de grenzen bepaald door artikel 603, lid 1 van het Wetboek van vennootschappen, met een bedrag van maximaal 5% van het kapitaal (op het moment dat de raad van bestuur beslist om gebruik te maken van deze machtiging) in geval het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten, of met een bedrag van maximaal 10% van dat bedrag in geval het voorkeurrecht van de aandeelhouders niet wordt beperkt of uitgesloten. Elke beslissing van de raad van bestuur om gebruik te maken van deze machtiging vereist een meerderheid van 75%. In overeenstemming met de geldende regels van het Wetboek van vennootschappen kan deze machtiging echter niet worden gebruikt tijdens een openbaar overnamebod.

Overeenkomstig artikel 12 van de statuten en zoals verder beschreven in sectie 1.1.4 hierboven, besloot de buitengewone algemene vergadering van 24 april 2014 om de raad van bestuur voor een nieuwe periode van 2 jaar te machtigen om tot 10% van het totale aantal UCBaandelen te verkrijgen tegen een prijs of een tegenwaarde per aandeel, gelijk aan maximaal de hoogste koers van het UCB-aandeel op Euronext Brussels op de datum van de verkrijging en minimaal 1 euro, onverminderd artikel 208 van het koninklijk besluit van 31 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen. Deze machtiging vervangt de vorige machtiging voor een periode van 5 jaar, verleend door de buitengewone algemene vergadering van 6 november 2009. Elke vervreemding van eigen aandelen

door UCB of haar rechtstreekse dochtervennootschappen zal in voorkomend geval worden uitgevoerd op basis van de machtiging verleend aan de Raad opgenomen in artikel 12 in fine van de statuten. Deze machtiging is echter geen machtiging aan de Raad om eigen aandelen te verwerven "ter voorkoming van een dreigend ernstig nadeel voor de vennootschap" in de zin van artikel 620, §1, lid 3 van het Wetboek van vennootschappen.

  • 1.8.9 | BELANGRIJKE OVEREENKOMSTEN WAARBIJ UCB PARTIJ IS EN DIE IN WERKING TREDEN, WIJZIGINGEN ONDERGAAN OF AFLOPEN IN GEVAL VAN EEN WIJZIGING VAN CONTROLE OVER UCB NA EEN OPENBAAR OVERNAMEBOD, EVENALS DE GEVOLGEN DAARVAN, BEHALVE INDIEN ZIJ ZODANIG VAN AARD ZIJN DAT OPENBAARMAKING ERVAN UCB ERNSTIG ZOU SCHADEN; DEZE AFWIJKENDE REGELING IS NIET VAN TOEPASSING INDIEN DE EMITTENT SPECIFIEK VERPLICHT IS TOT OPENBAARMAKING VAN DERGELIJKE INFORMATIE OP GROND VAN ANDERE WETTELIJKE VEREISTEN
  • Bij institutionelen geplaatste ongedekte nietachtergestelde obligatielening van UCB NV ter waarde van € 500 miljoen met vastrentende coupon van 5,75%, uitgegeven op 10 december 2009, waarvan de voorwaarden bepalen dat bij wijziging van controle (zoals gedefinieerd in het prospectus, en goedgekeurd door de algemene vergadering van 29 april 2010) de obligatiehouders de terugbetaling kunnen eisen van de emittent.
  • Kredietovereenkomst ter waarde van € 1 miljard tussen, onder meer, UCB NV, BNP Paribas Fortis NV (vroeger Fortis Bank NV), Commerzbank AG, ING Bank NV en Mizuho Bank, LTD., als coördinerende "bookrunners", Bank of America Merrill Lynch International Limited, The Bank of Tokyo-Mitsubishi UFJ, LTD., Barclays Bank PLC, BNP Paribas Fortis NV (vroeger Fortis Bank NV), Commerzbank AG, Crédit Agricole Corporate and Investment Bank (Belgisch bijkantoor), ING Bank NV, Intesa SanPaolo S.P.A., KBC Bank NV, Mizuho Bank LTD., The Royal Bank of Scotland PLC. (Belgisch bijkantoor) (vroeger ABN AMRO Bank NV (Belgisch bijkantoor)) en Sumitomo Mitsui Banking Corporation als "mandated lead arrangers", en Banco Santader SA (Londens bijkantoor), Deutsche Bank Luxembourg SA, DNB Bank ASA en Société Générale als "lead arrangers" van 14 december 2009 (zoals gewijzigd op 30 november 2010, 7 oktober 2011 en 9 januari 2014), waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014, op grond waarvan elke kredietverstrekker in bepaalde omstandigheden zijn verplichtingen kan opzeggen en terugbetaling van zijn aandeel in de kredieten kan eisen, inclusief de toe te rekenen interest en alle andere toe te rekenen en uitstaande bedragen, bij wijziging van controle over UCB NV.

  • Hybride obligatielening van UCB NV ter waarde van € 300 miljoen: vast-naar-variabele rentende eeuwigdurende achtergestelde obligaties uitgegeven op 18 maart 2011. Artikel 4 (h) ("Step-up after change of control") van hun voorwaarden bepaalt dat, ingeval van wijziging van controle (zoals gedefinieerd in het prospectus), de interestvoet met 500 basispunten wordt verhoogd behalve indien UCB NV ervoor kiest om de obligatie terug te betalen. Deze controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 28 april 2011.

  • Euro Medium Term Note Program van 6 maart 2013 voor een bedrag van € 3 miljard (het "EMTN Programma"), waarbij conditie 6 (e) (i) van de voorwaarden bepaalt dat, voor alle obligaties uitgegeven onder het EMTN Programma waarin een "controlewijziging 'put'" is opgenomen in de finale voorwaarden, elke houder van dergelijke obligatie, ingevolge een wijziging van de controle over UCB NV, het recht heeft om de terugbetaling van die obligatie te eisen bij uitoefening van de "controlewijziging 'put'". Deze controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 25 april 2013. In het kader van het EMTN Programma werden de volgende obligaties uitgegeven. Zij zijn onderworpen aan de hierboven beschreven controlewijzigingsclausule:
  • publiek geplaatste obligatielening van UCB NV op 7 jaar met vervaldag in 2020 ter waarde van € 250 miljoen met vastrentende coupon van 3,75%, uitgegeven op 27 maart 2013;
  • bij institutionelen geplaatste obligatielening van UCB NV op 8 jaar met vervaldag op 4 januari 2021 ter waarde van € 350 miljoen met vastrentende coupon van 4,125%, uitgegeven in oktober 2013;
  • bij institutionelen via private plaatsing uitgegeven obligaties van UCB NV met vervaldag op 28 november 2019 ter waarde van € 55 miljoen met vastrentende coupon van 3,292%, uitgegeven op 28 november 2013.

In overeenstemming met artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen werd de hierboven beschreven controlewijzigingsclausule voor het EMTN Programma van 6 maart 2013 goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014 met betrekking tot obligaties die in het kader van het EMTN Programma zouden worden uitgegeven binnen de 12 maanden na de algemene vergadering van 24 april 2014 en waarop een dergelijke controlewijzigingsclausule van toepassing zou zijn. Een gelijkaardige goedkeuring zal worden voorgelegd aan de algemene vergadering van 30 april 2015 met betrekking tot obligaties die in het kader van het EMTN Programma zouden worden uitgegeven van 25 april 2015 tot en met 30 april 2016, en waarop een dergelijke controlewijzigingsclausule van toepassing zou zijn.

Publiek geplaatste ongedekte niet-achtergestelde obligatielening van UCB NV met vervaldag op 2 oktober 2023 ter waarde van € 175 717 000 met vastrentende coupon van 5,125%, uitgegeven in oktober 2013, die bepaalt dat bij wijziging van controle (zoals gedefinieerd in het prospectus) de obligatiehouders de terugbetaling kunnen eisen van de emittent. Deze controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014.

  • Kredietovereenkomst ter waarde van € 150 miljoen tussen UCB Lux SA als ontlener, UCB NV als promotor en garant, en de Europese Investeringsbank (EIB), van 9 mei 2012, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 26 april 2012.
  • Kredietovereenkomst ter waarde van € 100 miljoen tussen UCB Lux

als ontlener, UCB NV als promotor en garant, en de EIB, van 15 april 2013, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 25 april 2013.

  • Kredietovereenkomst ter waarde van € 75 miljoen/ USD 100 miljoen tussen UCB NV als ontlener en de EIB van 16 juni 2014, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014, op grond waarvan, in bepaalde omstandigheden, het krediet, inclusief de toe te rekenen interest en alle andere toe te rekenen en uitstaande bedragen, onmiddellijk opeisbaar en betaalbaar wordt – naar goeddunken van de EIB – bij een wijziging van controle over UCB NV.
  • Co-ontwikkelingsovereenkomst met de EIB ter waarde van € 75 miljoen, waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 24 april 2014, op grond waarvan de EIB de overeenkomst kan beëindigen bij wijziging van controle over UCB NV en waarbij UCB NV gehouden zal zijn tot betaling van een beëindigingsvergoeding gelijk aan, afhankelijk van de omstandigheden, het volledige, een gedeelte of een verhoogd bedrag (beperkt tot 110%) van het krediet verkregen van de EIB.
  • De aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van UCB, waaronder UCB jaarlijks aandelen toekent aan bepaalde werknemers op basis van rang en prestatiecriteria, worden volgens de regels van beide plannen definitief verworven na drie jaar, op voorwaarde dat de begunstigde doorlopend in dienst blijft bij de UCB Groep. Zij worden ook definitief verworven bij een wijziging van controle of fusie.

Per 31 december 2014 was dit het aantal uitstaande toegekende aandelen en prestatieaandelen:

  • 976 637 toegekende aandelen, waarvan er 105 210 in 2015 definitief verworven zullen zijn;
  • 536 912 prestatieaandelen, waarvan er 82 475 in 2015 definitief verworven zullen zijn.
  • De controlewijzigingsclausules opgenomen in de overeenkomsten met de leden van het uitvoerend comité zoals beschreven in het remuneratieverslag (punt 1.4.3).

1.8.10 | OVEREENKOMSTEN GESLOTEN TUSSEN UCB EN HAAR BESTUURDERS OF WERKNEMERS DIE VERGOEDINGEN VOORZIEN WANNEER, NAAR AANLEIDING VAN EEN OPENBAAR OVERNAMEBOD, DE BESTUURDERS ONTSLAG NEMEN OF ZONDER GELDIGE REDEN MOETEN AFVLOEIEN OF DE TEWERKSTELLING VAN DE WERKNEMERS WORDT BEËINDIGD

Voor meer informatie, zie sectie 1.4.3 inzake de belangrijkste contractuele voorwaarden voor de aanwervings- en ontslagregelingen van de CEO en de leden van het uitvoerend comité. Er zijn geen andere overeenkomsten die voorzien in specifieke vergoedingen voor de leden van de Raad in het geval van beëindiging naar aanleiding van een openbaar overnamebod.

Naast de leden van het uitvoerend comité aangeduid in sectie 1.4.3, genieten acht werknemers in de VS van een controlewijzigingclausule die hun beëindigingsvergoeding garandeert als de tewerkstelling van de werknemer eindigt naar aanleiding van een openbaar overnamebod.

1.9 | TOEPASSING VAN ARTIKEL 523 VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN

1.9.1. | UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE RAAD VAN 19 FEBRUARI 2014

De Raad paste artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen toe op 19 februari 2014 in verband met de beslissingen over de opvolging van de CEO (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering):

('…)

Voorafgaand aan enige beraadslaging of beslissing van de Raad met betrekking tot de aanbeveling van het GNCC aan de Raad betreffende de opvolging van de CEO, verklaarde Roch Doliveux, uitvoerend bestuurder, dat hij een rechtstreeks belangenconflict had met betrekking tot de uitvoering van die beslissing en trok zich dus terug uit de vergadering om niet deel te nemen aan de beraadslaging en stemming door de Raad over deze kwestie. De Raad erkende dat artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen van toepassing was op deze punten van de agenda.

Beslissing: Naar aanleiding van de aanbeveling van het GNCC van 20 januari 2014, zoals gerapporteerd aan de Raad door de voorzitter van het GNCC, heeft de Raad unaniem besloten:

  • (i) de uitvoering van (...) de opvolging van de CEO goed te keuren en dienovereenkomstig het volgende opvolgingsplan/de volgende beslissingen goed te keuren:
  • Roch Doliveux blijft CEO tot 31 december 2014 en voorzitter van het uitvoerend comité tot 28 februari 2014,
  • Roch Doliveux wordt benoemd tot ad hoc-lid van het uitvoerend comité van de Groep vanaf 1 maart 2014 tot 31 december 2014, en zal deelnemen aan de vergadering van het uitvoerend comité die de voorzitter en vicevoorzitter van de Raad bijwonen, alsook wanneer dat nuttig of nodig is zoals overeen te komen met de voorzitter van het uitvoerend comité,
  • […],Jean-Christophe Tellier wordt benoemd tot (a) "CEO Elect" vanaf 1 maart 2014, (b) voorzitter van het uitvoerend comité ter vervanging van Roch Doliveux, ook vanaf 1 maart 2014 en, op het einde van die overgangsperiode, (c) CEO vanaf 1 januari 2015,

  • de benoeming van Jean-Christophe Tellier als lid van de Raad voor een mandaat van 4 jaar zal aan de gewone algemene vergadering van 24 april 2014 worden voorgelegd.

  • (ii) het voorstel van de voorzitter van het GNCC goed te keuren, op grond van het algemene uitdrukkelijk mandaat gegeven bij besluit van de Raad van 19 december 2013, om een overeenkomst met Roch Doliveux te sluiten die de voorwaarden en bepalingen van de toekomstige samenwerking tussen de Vennootschap en Roch Doliveux vastlegt voor de periode van 1 maart 2014 tot en met 31 december 2014, [...] en in overeenstemming met de volgende voorwaarden: [...] – Roch Doliveux zal tot en met 31 december 2014 recht blijven hebben op zijn vaste en variabele remuneratie, alsmede alle andere voordelen, overeenkomstig de overeenkomsten van 27 augustus en 28 augustus 2003. Hij behoudt tot die datum eveneens het recht om deel te nemen aan de lange termijn incentive plannen die binnen UCB van kracht zijn, alsook aan enige andere contractuele documenten, met inbegrip van die met betrekking tot de aanvullende pensioenregelingen waarbij hij is aangesloten.

(…')

1.9.2. | UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE RAAD VAN 25 FEBRUARI 2014

De Raad paste artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen toe op 25 februari 2014 in verband met de beslissingen over de remuneratie van de CEO, de prestatiebonus en lange termijn incentives (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering):

('…)

Voorafgaand aan enige beraadslaging of beslissing van de Raad met betrekking tot de volgende agendapunten:

  • Goedkeuring van de bonus voor de CEO op basis van de prestaties in 2013
  • Goedkeuring van het basissalaris van de CEO vanaf 1 maart 2014

  • Goedkeuring van de CEO lange termijn incentives toekenningen voor 2014, waaronder:

  • aandelenopties
  • toekenning van aandelen
  • prestatieaandelen

Roch Doliveux, bestuurder, deelde mee dat hij een rechtstreeks financieel belang had bij de vermelde beslissingen. Overeenkomstig artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen, verliet deze bestuurder de vergadering teneinde niet deel te nemen aan de beraadslaging en stemming door de Raad over deze kwestie. Ook Jean-Christophe Tellier verliet de vergadering. De Raad stelde vast dat artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen van toepassing was op deze verrichting. ('…)

Beslissing: Nadat de Raad de aanbevelingen van het GNCC heeft besproken betreffende de bonus voor de CEO met betrekking tot de prestaties in 2013, zijn basissalaris vanaf maart 2014 en de lange termijn incentives toekenningen voor 2014, besliste hij de volgende bonussen en lange termijn incentives goed te keuren:

  • bonus van de CEO: € 769 115
  • verhoging van het basissalaris van de CEO: 0%
  • lange termijn incentives 2014 voor de CEO:
  • aandelenopties: 77 810 (definitieve verwerving na 3 jaar en 9 maanden);
  • toekenning van aandelen: 20 091 (definitieve verwerving na 3 jaar);
  • prestatieaandelen: 40 955 (definitieve verwerving na 3 jaar).
  • (…')

1.9.3. | UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE RAAD VAN 6 NOVEMBER 2014

De Raad paste artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen toe op 6 november 2014 in verband met de beslissingen over de opvolging van de CEO en de bijhorende beslissing over de vergoeding (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering):

('…)

Voorafgaand aan enige bespreking en beraadslaging door de Raad met betrekking tot de aanbevelingen van het GNCC betreffende de respectieve contractuele voorwaarden van de CEO Elect en de CEO vanaf 1 januari 2015, alsmede de PSP criteria voor de lange termijn incentives, verklaarden de CEO Elect (Jean-Christophe Tellier) en de CEO (Roch Doliveux) dat ze een persoonlijk belangenconflict hadden in de zin van artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen en trokken zich dus terug uit de vergadering om niet deel te nemen aan de bespreking, beraadslaging en stemming over deze kwesties. De Raad erkende dat artikel 523 van toepassing was.

Jean-Christophe Tellier

Beslissing: Na analyse van relevante marktgegevens, keurde de Raad unaniem de aanbeveling van het GNCC goed om het jaarlijkse basissalaris van Jean-Christophe Tellier vast te leggen op € 940 000 vanaf 1 januari 2015, wanneer hij de functie van CEO zal opnemen.

Roch Doliveux

Beslissing: Naar aanleiding van de beslissing van de Raad van 19 februari 2014 heeft de Raad (i) erkent dat, met ingang op 31 december 2014, Roch Doliveux geen lid meer zal zijn van het uitvoerend comité of de Raad van Bestuur van UCB, en dat hij geen andere uitvoerende functies bij UCB meer zal hebben en (ii) bevestigt dat, op voorstel van het GNCC, en met ingang van 1 januari 2015 tot 1 december 2016, Roch Doliveux als adviseur verbonden zal zijn aan de Raad van UCB, waarvoor hij een maandelijkse vaste vergoeding zal ontvangen gelijk aan zijn huidige basissalaris, maar geen recht meer zal hebben op enige variabele beloning (bonus of lange termijn incentives) of op enige andere vergoeding aan het einde van zijn overeenkomst.

Criteria prestatieaandelenplan 2015

Het GNCC heeft de Raad aanbevolen om de criteria van het prestatieaandelenplan aan te passen, op basis van een aantal maatstaven die nauwer aansluiten bij de strategische prioriteiten van UCB en die ook rekening houden met de relatieve prestaties ten opzichte van de externe markt.

Beslissing: Op aanbeveling van het GNCC keurde de Raad unaniem de voorgestelde aangepaste criteria voor het prestatieaandelenplan goed.

(…')

1.10 | TOEPASSING VAN ARTIKEL 96, §2, 2 VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN (AFWIJKINGEN VAN DE CODE)

Bepaling 2.9 (richtlijn): de secretaris van de Raad rapporteert aan de General Counsel in plaats van aan de voorzitter van de Raad. In overeenstemming met het Corporate Governance Charter kunnen de leden van de Raad echter individueel een beroep doen op de hulp van de secretaris voor alle zaken die verband houden met de Raad of de vennootschap.

Bepaling 6.2: op grond van deze bepaling zouden alle uitvoerende bestuurders in het uitvoerend comité moeten zetelen. In het kader van de opvolging van de CEO en om een soepele overgang te verzekeren, nam de CEO vanaf 1 maart 2014 op ad hoc basis deel aan de vergaderingen van het uitvoerend comité (op uitnodiging van de nieuwe voorzitter van het uitvoerend comité en CEO Elect) en/of de vergaderingen van het uitvoerend comité gehouden in aanwezigheid van de voorzitter en vice-voorzitter van de Raad.

Rebecca, heeft reumatoïde artritis

Dit overzicht van de bedrijfsprestaties is gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingsgroep UCB, opgesteld volgens de IFRS-normen. De afzonderlijke statutaire jaarrekening van UCB NV, opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen, evenals het verslag van de Raad van Bestuur aan de algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris, worden binnen de statutaire termijnen neergelegd bij de Nationale Bank van België en zijn verkrijgbaar op aanvraag of via onze website.

1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de financiële en bedrijfsresultaten niet gelijk is aan de weergegeven som. De 2013 financiële cijfers werden aangepast voor IFRS 10 en de beslissing om Kremers Urban af te stoten.

2.1 | KERNCIJFERS

  • De opbrengsten zijn in 2014 met 7% verhoogd tot € 3 344 miljoen. De netto-omzet steeg met 5% gedreven door de 24% groei van de € 1 468 miljoen gecombineerde netto-omzet van Cimzia®, Vimpat® en Neupro®, wat nu 50% van de netto-omzet van UCB weerspiegelt, terwijl Keppra® € 665 miljoen (-7%) bereikte. De royaltyinkomsten en -vergoedingen haalden € 163 miljoen (-5%) terwijl de overige opbrengsten stegen tot € 243 miljoen (+45%) meestal als gevolg van de ontvangen mijlpaalbetalingen van onze partners, Sanofi en de Europese Investeringsbank (EIB).
  • De recurrente EBITDA bedroeg in 2014 € 609 miljoen, 14% hoger dan in 2013.
  • De nettowinst steeg tot € 199 miljoen, 37% hoger dan vorig jaar, waarvan € 209 miljoen toerekenbaar is aan aandeelhouders van UCB, weerspiegelt hogere opbrengsten en relatief lagere bedrijfskosten.
  • De kern-WPA toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB steeg van € 1,24 in 2013 naar € 1,69 per aandeel in 2014.
ACTUEEL1 VERSCHIL
€ miljoen 2014 2013
(HERWERKT)
ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Opbrengsten 3 344 3 133 7% 8%
Netto-omzet 2 938 2 795 5% 6%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 163 171 -5% -7%
Overige opbrengsten 243 167 45% 45%
Brutowinst 2 291 2 168 6% 7%
Marketing- en verkoopkosten -779 -793 2% 1%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -928 -886 -5% -5%
Algemene en administratiekosten -201 -203 1% 1%
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) -4 11 > -100% > -100%
Recurrente EBIT (REBIT) 379 297 28% 35%
Niet-recurrente baten/lasten (-) -107 -34 > -100% > -100%
EBIT (operationele winst) 273 263 3% 11%
Netto financiële lasten -162 -141 -14% -14%
Winst vóór winstbelastingen 111 121 -9% 8%
Winstbelastingen (-)/vorderingen -6 -54 89% 86%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 105 67 55% 84%
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 94 78 21% 21%
Nettowinst 199 145 37% 51%
Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 209 160 30% 43%
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -10 -15 34% 29%
Recurrente EBITDA 609 536 14% 17%
Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) 161 344 -53% n.v.t.
Netto financiële schuld 1 611 1 998 -19% n.v.t.
Netto kasstroom uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 497 267 86% n.v.t.
Gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd 191 182 5% n.v.t.
Winst per aandeel
(€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet verwaterd)
1,10 0,88 25% 37%
Kern-WPA
(€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet verwaterd)
1,69 1,24 37% 46%

1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de financiële en bedrijfsresultaten niet gelijk is aan de weergegeven som. De 2013 financiële cijfers werden aangepast voor IFRS 10 en de beslissing om Kremers Urban af te stoten.

2.2 | BELANGRIJKSTE GEBEURTENISSEN IN 2014

Er hebben zich een aantal belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden:

BELANGRIJKE OVEREENKOMSTEN/INITIATIEVEN

  • Januari 2014 UCB en Biogen Idec sluiten overeenkomsten af voor het commercialiseren van geneesmiddelen tegen multiple sclerose en hemofilie in Azië. Deze samenwerking maakt gebruik van UCB's know-how en aanwezigheid in Azië om Biogen Idec's innovatieve therapieën tot bij patiënten in nieuwe markten te brengen. Deze exclusiviteitsovereenkomsten verlenen aan UCB het recht om producten van Biogen Idec te commercialiseren in Zuid Korea, Hongkong, Thailand, Singapore, Maleisië en Taiwan. In China worden de producten zowel ontwikkeld als gecommercialiseerd.
  • Maart 2014 UCB Converteerbare Obligaties. UCB voltooide de conversie van haar € 500 miljoen converteerbare obligaties met coupon van 4,50% en met vervaldatum in 2015 die zij had gekozen om vervroegd terug te betalen in januari 2014. De resulterende kapitaal is € 583 516 974 met een totaal aantal andelen met stemrechtverlenende effecten van 194 505 658.
  • Maart 2014 UCB en Sanofi sluiten partnerschap af voor baanbrekende innovatie bij immuungemedieerde ziekten. Samen zullen ze innovatieve anti-inflammatoire kleine moleculen ontdekken en ontwikkelen die potentieel een waaier aan immuungemedieerde ziekten kunnen behandelen op terreinen zoals gastro-enterologie en artritis.
  • In maart 2014 gaf UCB wereldwijde rechten voor tozadenant, een selectieve remmer van de adenosine-2a-receptor momenteel in ontwikkeling voor de behandeling van de ziekte van Parkinson, terug aan Biotie. Deze beslissing werd genomen na evaluatie van UCB's vroege en gevorderde klinische ontwikkelingspijplijn en preklinische mogelijkheden. Er zijn geen twijfels over de veiligheid of efficiëntie van tozadenant.
  • Juni 2014 De Europese Investeringsbank (EIB) en UCB werken samen aan versnelde ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor patiënten. Deze innovatieve samenwerking tussen de twee partijen houdt in dat de EIB via een "risicodelende ontwikkelingsfinanciering" tot € 75 miljoen beschikbaar stelt aan UCB, die hiermee de ontwikkelingsactiviteiten van geselecteerde geneesmiddelen kan bekostigen.
  • Juli 2014 UCB en Dermira gaan strategische samenwerking aan op gebied van dermatologie om Cimzia® toegankelijker te maken voor patiënten. Dermira verkrijgt exclusieve rechten om Cimzia® als behandeling voor psoriasis te ontwikkelen in de VS, Canada en de Europese Unie. Dermira begon het fase 3-onderzoeksprogramma in januari 2015.

  • November 2014 UCB kondigt aan dat ze Kremers Urban (KU), haar dochteronderneming in de VS die zich toespitst op gespecialiseerde generische geneesmiddelen, wilt afstoten. Als gevolg van deze beslissing, wijzigt de behandeling van de activa van KU binnen de groepsrekeningen van UCB. KU wordt vanaf 2013 beschouwd als "beëindigde bedrijfsactiviteit". De afstoting is een voortdurend proces.

  • November 2014 UCB en Daiichi Sankyo werken samen om Vimpat® beschikbaar te maken voor epilepsiepatiënten in Japan. Op basis van de gunstige fase 3-resultaten die in oktober 2014 werden gemeld, is aanvraag bij de regelgevende autoriteiten voor lacosamide als aanvullende therapie voor de behandeling van volwassen patiënten met partieel beginnende aanvallen in Japan gepland in 2015. In het kader van de overeenkomst zal UCB het medicijn produceren en leveren voor commercialisering. Daiichi Sankyo zorgt voor de verdeling en verkoop en zowel Daiichi Sankyo als UCB brengen het product in Japan in de handel.
  • December 2014 UCB de Cimzia® commercialisering van van haar voormalige partner in Brazilië, AstraZeneca over.

GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

Januari 2015 – UCB en Neuropore gaan wereldwijde samenwerking aan en sluiten overeenkomst voor het ontwikkelen en in de handel brengen van therapeutische producten die gericht zijn op het vertragen van de progressie van de ziekte van Parkinson en daaraan verwante aandoeningen. Het betreft onder andere NPT200-11, de nieuwe kleine molecule van Neuropore die aangrijpt op pathogeen alphasynucleïne. Het middel bevindt zich momenteel in de preklinische ontwikkelingsfase en zal naar verwachting in 2015 klinische fase 1 ingaan.

UPDATE OVER DE REGLEMENTERING EN VOORUITGANG VAN DE PIJPLIJN

NEUROLOGIE

In september 2014 wordt Vimpat® (lacosamide) in de VS goedgekeurd als monotherapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen bij volwassenen met epilepsie. De Amerikaanse autoriteiten hebben ook een nieuwe enkele oplaaddosis administratie optie voor alle formuleringen van Vimpat® goedgekeurd. In oktober 2014 meldde UCB positieve resultaten aan voor de fase 3-studie ter evaluatie van Vimpat® als adjuvante therapie voor de behandeling van Japanse en Chinese volwassen patiënten met partieel beginnende aanvallen. Indiening bij de regelgevende autoriteiten in Japan en China zijn in 2015 gepland. Om verder aan haar partnerstrategie te bouwen hebben UCB en Daiichi Sankyo in november 2014 afgesproken om samen te werken om lacosamide beschikbaar te maken voor epilepsiepatiënten in Japan.

Het is voorzien dat Vimpat® in de eerste helft van 2015 naar de fase 3-ontwikkelingsstudie voor primaire gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen (PGTCA) zal overschakelen.

De rekrutering van patiënten voor de Europese fase 3-studie voor Vimpat® als monotherapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen bij volwassen epilepsiepatiënten is voltooid. De eerste resultaten zijn in het vierde kwartaal van 2015 verwacht.

  • In maart 2014 werd E Keppra® (levetiracetam) als monotherapie bij de behandeling van partieel beginnende aanvallen bij epilepsiepatiënten bij de Japanse regelgevende autoriteiten ingediend. In juli 2014 werd de IV-formulering van E Keppra® als adjuvante therapie goedgekeurd in Japan. In februari 2014 hebben de Japanse regelgevende instanties E Keppra® goedgekeurd als monotherapie te gebruiken bij pediatrische patiënten van 4 jaar en meer met partieel beginnende epilepsieaanvallen.
  • In juli 2014 toonden positieve topline fase 3-resultaten dat brivaracetam de frequentie van partieel beginnende aanvallen vermindert en de responspercentages significant verbetert, beide met statistische significantie. Deze studie werd opgezet om de werkzaamheid en veiligheid van brivaracetam te evalueren in vergelijking met placebo, als adjuvante therapie bij volwassen epilepsiepatiënten met partieel beginnende aanvallen die niet volledig onder controle zijn ondanks gelijktijdige behandeling met één of twee andere anti-epileptica. In januari 2015 hebben de Amerikaanse en Europese regelgevende autoriteiten aanvaard om de nieuwe product toediening en de handelsvergunning aanvraag respectievelijk te bekijken voor brivaracetam als adjuvante therapie voor de behandeling van partieel beginnende aanvallen bij epilepsiepatiënten vanaf 16 jaar en ouder.
  • In december 2014, zou de fase 2-proof of concept studie voor UCB0942 (PPSI), een kleine molecule in ontwikkeling voor zeer resistente epilepsie, in de tweede helft van 2015 moeten beginnen.

NEUROLOGIE – GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

  • In januari 2015 gaan Neuropore en UCB een wereldwijde samenwerking aan en sluiten een overeenkomst om aan de ontwikkeling van een ziekteveranderende behandelmogelijkheid met kleinmoleculair molecule voor mensen met de ziekte van Parkinson te werken. De fase 1-studie zou in 2015 moeten beginnen.
  • In februari 2015 kondigde UCB aan positieve topline resultaten uit twee fase 3-studies die Neupro® (transdermale pleister van rotigotine) evalueren bij de behandeling van patiënten in China in de vroeg- en gevorderde stadia van de ziekte van Parkinson. Indiening bij de regelgevende autoriteiten is in 2015 gepland.

In februari 2015 hebben de Japanse regelgevende instanties aanvaard E Keppra® als monotherapie te gebruiken bij pediatrische patiënten van 4 jaar en meer met partieel beginnende epilepsieaanvallen.

IMMUNOLOGIE

  • In januari 2014 publiceerde de New England Journal of Medicine de fase 2-gegevens over romosozumab bij postmenopauzale vrouwen met lage botmineraaldichtheid die significante toename van botmineraaldichtheid in wervelkolom, heup en femurhals aantoonden in vergelijking met placebo. De fase 3-klinische test die romosozumab bij postmenopauzale osteoporose (PMO) evalueert verloopt volgens plan en de eerste resultaten worden in de eerste helft van 2016 verwacht. In juni 2014 werden de eerste patiënten ingeschreven in een fase 3-studie naar de werkzaamheid en veiligheid van romosozumab bij mannen met osteoporose en hoog risico op fracturen te evalueren; de eerste resultaten van deze studie worden in de tweede helft van 2016 verwacht.
  • De fase 1-studie naar dapirolizumab pegol (CDP7657), een anti-CD40L gepegyleerde Fab ontwikkeld bij systemische lupus erythematosus (SLE) samen met Biogen Idec, was eind 2014 volgebracht, waaruit blijkt dat dapirolizumab pegol werd goed verdragen. De component zou naar fase 2 in 2016 moeten overgaan.
  • UCB4940 (IL 17 A/F), een grote molecule voor immunologische ziekten, heeft met succes de fase 1-studie afgesloten. Fase 2a bij artritis psoriatica begon in juni 2014 en eerste headline resultaten worden tijdens de tweede helft van 2015 verwacht.
  • UCB5857 (PI3K Delta-remmer), een kleine molecule voor immuun-ontstekingsziekten heeft met succes een fase 1-studie afgesloten. Een fase 2-proof of concept studie zou in de tweede helft van 2015 moeten beginnen.
  • Voor UCB7665, een grote molecule voor immunologische ziekten, wordt de fase 1-studie voortgezet.

IMMUNOLOGIE – GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

In januari 2015 hebben Dermira en UCB de start van het fase 3-programma voor Cimzia® (certolizumab pegol) bij psoriasis aangekondigd. De belangrijkste gegevens uit deze studies worden in 2017 verwacht.

Therese, heeft axiale spondylartritis

Wijziging van de groep: als gevolg van de afstoting van de resterende niet-farmaceutische activiteiten, zoals Films (in september 2004), Surface Specialities (in februari 2005) en de beslissing om Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. af te storen (in november 2014), rapporteert UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten. Kremers Urban wordt vanaf 1 januari 2013 als "beëindigde bedrijfsactiviteit" beschouwd.

Recurrente en niet-recurrente posten: eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven ("niet- recurrente" posten). Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), is een regel voor "recurrente EBIT" (REBIT of recurrente operationele winst) opgenomen die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De recurrente EBIT is gelijk aan de regel "operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, herstructurering en overige baten en lasten" die in de geconsolideerde jaarrekening gerapporteerd wordt.

Kern-WPA is de kern-nettowinst, of de nettowinst die kan worden toegekend aan UCBaandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van nietvoorgezette activiteiten, en de nettoafschrijving die verbonden is met verkopen per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.

1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de financiële en bedrijfsresultaten niet gelijk is aan de weergegeven som.

De 2013 financiële cijfers werden aangepast voor IFRS 10 en de beslissing om Kremers Urban af te stoten.

3.1 | NETTO-OMZET PER PRODUCT

De totale netto-omzet bedraagt € 2 938 miljoen, 5% meer dan vorig jaar of +6% meer bij constante wisselkoersen. Dit werd gedreven door de 24% groei van de gecombineerde netto-omzet van Cimzia®, Vimpat® en Neupro® van € 1 468 miljoen, wat 50% van de netto-omzet van UCB weerspiegelt.

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT) ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Kernproducten
Cimzia® 797 594 34% 35%
Vimpat® 471 411 15% 15%
Neupro® 200 182 10% 10%
Overige producten
Keppra® (inclusief Keppra® XR) 665 712 -7% -5%
Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D®/Cirrus®) 163 204 -20% -16%
Xyzal® 96 114 -16% -16%
venlafaxine ER 58 39 49% 49%
Nootropil® 55 58 -5% 1%
Overige 433 482 -10% -7%
Totale netto-omzet 2 938 2 795 5% 6%

KERNPRODUCTEN

Cimzia® (certolizumab pegol), tegen inflammatoire TNF gemedieerde ziekten, haalde een netto-omzet van € 797 miljoen, een stijging van 34%.

Het anti-epilepticum Vimpat® (lacosamide), beschikbaar als adjuvante therapie en monotherapie (enkel in de VS) voor de behandeling van partieel beginnende aanvallen, behaalde een netto-omzet van € 471 miljoen (+15%).

Neupro® (rotigotine), tegen de ziekte van Parkinson (PD) en het rustelozebenensyndroom (RLS), boekte een netto-omzet van € 200 miljoen, een stijging van 10%.

OVERIGE PRODUCTEN

Keppra® (levetiracetam), tegen epilepsie, haalde een netto-omzet van € 665 miljoen (-7%). De aanhoudende post-exclusiviteitserosie-effecten in Europa (-15%) en de achteruitgang in Noord-Amerika (-9%) werden voor een stuk gecompenseerd door de sterke groei in de opkomende markten (BRICMT; +28%) en in Japan (+3%). Zyrtec® (cetirizine, inclusief Zyrtec®-D/Cirrus®), tegen allergieën, kende een daling van de netto-omzet met 20% tot € 163 miljoen, voornamelijk vanwege de zwakkere yen en de concurrentie van generische producten.

Xyzal® (levocetirizine), tegen allergie, behaalde een netto-omzet van € 96 miljoen (-16%), hoofdzakelijk vanwege generische concurrentie.

Venlafaxine ER (venlafaxinehydrochloride langzaam afgevend) voor de behandeling van depressie en angststoornissen behaalde een netto-omzet van € 58 miljoen (+49%).

Nootropil® (piracetam), voor cognitieve stoornissen, boekte een netto-omzet van € 55 miljoen (-5%).

Andere producten: de netto-omzet van de andere rijpe producten daalde tot € 433 miljoen (-10%), voornamelijk als gevolg van de concurrentie van generische producten en productafstotingen.

3.2 | NETTO-OMZET PER GEOGRAFISCH GEBIED

ACTUEEL ACTUELE WISSELKOERSEN CONSTANTE WISSELKOERSEN
€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT) € MILJOEN % € MILJOEN %
Netto-omzet Noord-Amerika 1 154 1 028 126 12% 127 12%
Kernproducten
Cimzia® 503 379 123 33% 124 33%
Vimpat® 344 314 30 9% 30 9%
Neupro® 39 40 -1 -3% -1 -3%
Overige producten
Keppra® (inclusief Keppra® XR) 204 223 -19 -9% -19 -9%
venlafaxine ER 58 38 19 50% 19 49%
Overige 6 34 -28 -77% -26 -77%
Netto-omzet Europa 1 146 1 109 37 3% 35 3%
Kernproducten
Cimzia® 232 168 65 39% 65 39%
Vimpat® 112 87 24 28% 24 28%
Neupro® 138 129 9 7% 9 7%
Overige producten
Keppra® 269 315 -46 -15% -47 -15%
Zyrtec® (inclusief Cirrus®) 65 61 4 6% 4 6%
Xyzal® 39 41 -1 -3% -1 -3%
Nootropil® 26 26 -1 -3% -1 -2%
Overige 266 283 -17 -6% -18 -7%
Netto-omzet Japan 197 231 -34 -15% -21 -9%
Kernproducten
Cimzia®
Neupro®
29
16
20
9
10
8
50%
89%
12
8
62%
89%
Overige producten
E Keppra®
64 62 2 3% 7 12%
Zyrtec® 57 88 -31 -36% -27 -30%
Xyzal® 30 51 -21 -42% -22 -42%
Overige 1 1 0 -21% 0 -14%
Netto-omzet opkomende markten 326 313 13 4% 34 11%
Kernproducten
Cimzia® 6 6 0 3% 1 12%
Vimpat® 6 4 2 50% 2 60%
Neupro® 2 2 0 -1% 0 5%
Overige producten
Keppra® 91 71 20 28% 25 34%
Nootropil® 29 30 -1 -5% 2 6%
Zyrtec® (inclusief Cirrus®) 25 37 -12 -32% -9 -23%
Xyzal® 18 17 1 6% 2 13%
Overige 149 146 3 2% 3 2%
Netto-omzet rest van de wereld 108 108 0% 0%
Kernproducten
Cimzia® 27 22 5 23% 6 26%
Vimpat®
Neupro®
10
5
6
3
5
2
80%
58%
5
2
86%
60%
Overige producten
Keppra®
37 40 -3 -7% -3 -8%
Zyrtec® (inclusief Cirrus®) 10 9 0 3% 0%
Xyzal® 5 5 0 9% 5%
Overige 14 23 -9 -41% -9 -41%
Niet toegewezen 7 6 1 14% 1 14%
Totale netto-omzet 2 938 2 795 143 5% 175 6%

De door UCB gerapporteerde netto-omzet in NoordAmerika bedroeg € 1 154 miljoen, een stijging met 12% ten opzichte van een jaar eerder. Tegen constante wisselkoersen zou deze stijging +12% bedragen. Deze groei werd voornamelijk gedreven door de 21% groei van de gecombineerde netto-omzet van Cimzia®, Vimpat® en Neupro® van € 885 miljoen of US\$ 1 174 miljoen. De franchise voor Keppra® haalde een omzet van € 204 miljoen, een daling van 9% op jaarbasis. Venlafaxine ER rapporteerde een nettoomzet van € 58 miljoen, een stijging van 50% na leveringstekorten in 2013. De netto-omzet van de andere producten haalde € 6 miljoen (-77%), voornamelijk als gevolg van de concurrentie van generische producten en productafstotingen.

De netto-omzet in Europa bedroeg € 1 146 miljoen in 2014, een 3% stijging gedreven door de aanhoudende groei van de gecombineerde netto-omzet van Cimzia®, Vimpat® en Neupro® tot € 482 miljoen, een stijging met 26%. De netto-omzet van Keppra® daalde met 15% tot € 269 miljoen, een gevolg van de post-exclusiviteitserosie. Allergiefranchise Xyzal® (-3%) en Zyrtec® (+6%) haalden respectievelijk een omzet van € 39 miljoen en € 65 miljoen. De netto-omzet van Nootropil® bleef stabiel aan € 26 miljoen. Alle andere producten vertegenwoordigden een netto-omzet van € 266 miljoen, een daling met 6% ten opzichte van 2013.

In Japan werd een netto-omzet geboekt van € 197 miljoen (-15%, -9% bij constante wisselkoersen). Behalve door de impact van de wisselkoersen daalde de allergiefranchise, Zyrtec® en Xyzal® ook, met -36% en -42% respectievelijk vanwege generische concurrentie. Cimzia® haalde een netto-omzet van € 29 miljoen (+50%, met partner Astellas), Neupro® zag zijn netto-omzet stijgen tot € 16 miljoen (+89%) en E Keppra® haalde een netto-omzet van € 64 miljoen (+3%, beide met partner Otsuka).

De netto-omzet in de opkomende markten* is gestegen tot € 326 miljoen (+4%, +11% bij constante wisselkoersen), gedreven door Cimzia®, Vimpat®, Neupro® en Keppra®.

De netto-omzet van de Rest van de Wereld en niet toegewezen bedroeg € 115 miljoen, en bleef stabiel in vergelijking met het vorig jaar.

* Opkomende markten: Brazilië, Rusland, Indië, China, Mexico en Turkije

JAPAN

229

153

137

125

5%

8%

5%

5%

4%

FRANKRIJK

DUITSLAND

ITALIË

SPANJE

EU – ANDERE 12% 343

VK + IERLAND

7%

159

€ 2 938 miljoen netto-omzet

NOORD-AMERIKA 39% REST VAN DE WERELD + NIET TOEGEWEZEN 4% OPKOMENDE MARKTEN 11% NETTO-OMZET PER GEOGRAFISCH GEBIED 2014 115 1 154 326 197

3.3 | ROYALTYINKOMSTEN EN -VERGOEDINGEN

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2014 2013
(HERWERKT)
ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Biotechnologische IE 87 81 8% 2%
Zyrtec® VS 21 17 24% 24%
Toviaz® 18 33 -46% -46%
Overige 37 41 -9% -9%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 163 171 -5% -7%

De royaltyinkomsten en -vergoedingen in 2014 daalden met 5% tot € 163 miljoen. De royalty's op intellectuele eigendom (IE) in biotechnologie stegen met 8% tot € 87 miljoen. De in de VS ontvangen royalty's voor Zyrtec® bij de verkoop zonder voorschrift bedroegen € 21 miljoen (2013: € 17 miljoen). De door Pfizer betaalde royalty's voor Toviaz® (fesoterodine), voor de behandeling van een overactieve blaas, daalden van € 33 miljoen tot € 18 miljoen vanwege het aflopen van patenten binnen de franchise. De overige royaltyinkomsten en -vergoedingen haalden € 37 miljoen (2013: € 41 miljoen) door de opbrengsten van in licentie gegeven producten.

3.4 | OVERIGE OPBRENGSTEN

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT) ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Samenwerkingen in Japan 49 53 -7% -7%
Omzet uit contractproductie 43 58 -26% -26%
Provas™/Xyzal® winstdeling 27 37 -27% -27%
Overige 124 20 > 100% > 100%
Overige opbrengsten 243 167 45% 45%

De overige opbrengsten voor 2014 bedroegen € 243 miljoen (+45%) als gevolg van mijlpaalbetalingen en overige opbrengsten van onze partners in O&O.

Onze samenwerkingsactiviteiten in Japan omvatten de samenwerking met Otsuka gericht op E Keppra® en Neupro®, met Astellas op Cimzia® en met Daiichy Sankyo op Vimpat®. Mijlpaalbetalingen en overige betalingen van onze Japanse partners haalden € 49 miljoen in 2014 (2013: € 53 miljoen).

De omzet uit contractproductie bedroeg € 43 miljoen in 2014 (2013: € 58 miljoen), 26% lager dan vorig jaar, en zijn in belangrijke mate verbonden met de in 2009 aangekondigde overeenkomsten met GSK.

De winstdelingsovereenkomst voor Provas® en Xyzal® leverden een opbrengst van € 27 miljoen, 27% lager dan vorig jaar, gedreven door het levenscyclus van deze producten.

"Andere" opbrengsten stegen tot € 124 miljoen (2013: € 20 miljoen) en omvatten mijlpaalbetalingen en overige betalingen van onze partners in O&O (die ook in de O&Okosten lijn voorkomen) zoals de Europese Investeringsbank (EIB) voor het "risicodelende ontwikkelingsfinanciering" waarmee UCB de ontwikkelingsactiviteiten van geselecteerde geneesmiddelen kan bekostigen; en Sanofi voor de ontdekking en ontwikkeling van innovatieve antiinflammatoire kleine moleculen.

ACTUEEL VERSCHIL € miljoen 2014 2013 (HERWERKT) ACTUELE WISSELKOERSEN CONSTANTE WISSELKOERSEN Opbrengsten 3 344 3 133 7% 8% Netto-omzet 2 938 2 795 5% 6% Royaltyinkomsten en -vergoedingen 163 171 -5% -7% Overige opbrengsten 243 167 45% 45% Kostprijs van de omzet -1 053 -965 -9% -9% Kostprijs van de omzet voor producten en diensten -752 -685 -10% -10% Royaltylasten -162 -131 -24% -22% Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa -139 -149 7% 8% Brutowinst 2 291 2 168 6% 7% waarvan Producten en diensten 2 430 2 277 7% 8% Netto-royaltyinkomsten 1 40 -99% > -100% Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen van immateriële activa -139 -149 7% 8%

3.5 | BRUTOWINST

De brutowinst van € 2 291 miljoen voor 2014 is 6% hoger dan in 2013, een gevolg van de groei van de netto-omzet.

De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van aan de omzet gekoppelde immateriële activa.

Kostprijs van de omzet voor producten en diensten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten steeg met 10% tot € 752 miljoen (26% van de netto-omzet) na de € 685 miljoen uit 2013 (25% van de netto-omzet) als gevolg van de productmix.

Royaltylasten: de royalty's stegen van € 131 miljoen in 2013 tot € 162 miljoen in 2014 als gevolg van hogere royalty's voor gelanceerde producten, voornamelijk Cimzia® en Vimpat®.

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT) ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Biotechnologische IE -54 -43 -25% -19%
Overige -108 -88 -23% -23%
Royaltylasten -162 -131 -24% -22%

Afschrijving van de aan omzet gekoppelde immateriële activa: onder IFRS 3 (Bedrijfscombinaties) heeft UCB op zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa staan, die verband houden met de overname van Celltech en Schwarz Pharma (lopend onderzoek en ontwikkeling,

productie van kennis, royaltystromen, handelsbenamingen enz.). De afschrijvingskosten van de immateriële activa waarvoor al producten zijn gelanceerd, waren in 2014 goed voor € 139 miljoen (2013: € 149 miljoen).

3.6 | RECURRENTE EBIT EN RECURRENTE EBITDA

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT) ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Opbrengsten 3 344 3 133 7% 8%
Netto-omzet 2 938 2 795 5% 6%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 163 171 -5% -7%
Overige opbrengsten 243 167 45% 45%
Brutowinst 2 291 2 168 6% 7%
Marketing- en verkoopkosten -779 -793 2% 1%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -928 -886 -5% -5%
Algemene en administratiekosten -201 -203 1% 1%
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) -4 11 > -100% > -100%
Totale operationele lasten -1 912 -1 871 -2% -3%
Recurrente EBIT (REBIT) 379 297 28% 35%
Plus: afschrijving van immateriële activa 168 180 -7% -8%
Plus: afschrijvingslasten 62 59 4% 4%
Recurrente EBITDA (REBITDA) 609 536 14% 17%

De bedrijfskosten, die de marketing- en verkoopkosten, de kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de algemene en administratiekosten en andere bedrijfsopbrengsten/-lasten omvatten, bedroegen € 1 912 miljoen in 2014, 2% meer dan vorig jaar, als gevolg van:

  • 2% minder marketing- en verkoopkosten, die bedroegen € 779 miljoen. De verdere groei van Cimzia®, Vimpat® en Neupro® leverde synergieën en efficiëntiewinsten met aanhoudende hoge prestaties van de marketing- en verkoopactiviteiten;
  • het ver gevorderde eindstadium van de pijplijn, met drie projecten die zich in de laatste ontwikkelingsfase bevinden (fase 3), leidde tot onderzoeks- en ontwikkelingskosten van € 928 miljoen (stijging met 5%), wat 28% van de omzet vertegenwoordigt (2013: 28% van de opbrengsten);

  • stabiele algemene en administratiekosten van € 201 miljoen;

  • overige bedrijfskosten van € 4 miljoen, in verband met de verhoging van de Amerikaanse BPD (Branded Prescription Drug) vergoeding in 2013.

De recurrente EBIT steeg met 28% aan € 379 miljoen, in vergelijking met € 297 miljoen vorig jaar:

  • de totale afschrijving van immateriële activa (productgerelateerde en andere) bedroeg € 168 miljoen (-7%);
  • de afschrijvingslasten bleven stabiel op € 62 miljoen.

De recurrente EBITDA ligt 14% hoger dan in 2013 en bedraagt € 609 miljoen, een gevolg van de hogere opbrengsten en tamelijk lagere bedrijfskosten.

3.7 | NETTOWINSTEN EN KERN-WPA

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2014 2013
(HERWERKT)
ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Recurrente EBIT 379 297 28% 35%
Kosten van bijzondere waardevermindering -30 -29 -3% -4%
Reorganisatiekosten -63 -32 -95% -96%
Nettowinst op afstotingen 20 22 -9% -12%
Overige niet-recurrente baten/lasten (-) -34 5 > -100% > -100%
Totale niet-recurrente baten
/lasten (-)
-107 -34 > -100% > -100%
EBIT (operationele winst) 273 263 3% 11%
Netto financiële lasten -162 -141 -14% -14%
Resultaat van geassocieerde deelnemingen 0 0 n.v.t. n.v.t.
Winst vóór winstbelastingen 111 121 -9% 8%
Winstbelastingen (-)/vorderingen -6 -54 89% 86%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 105 67 55% 84%
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 94 78 21% 21%
Nettowinst 199 145 37% 51%
Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 209 160 30% 43%
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -10 -15 34% 29%
Nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 209 160 30% 43%
Eenmalige financiële en andere posten na belastingen 109 34 > 100% > 100%
Winst (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -94 -78 -21% -21%
Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen
van immateriële activa
139 149 -7% -8%
Belastingen op afschrijvingen van immateriële activa -40 -40 0% 0%
Kern-nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 322 226 43% 52%
Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen) 191 182 5% n.v.t.
Kern-WPA toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 1,69 1,24 37% 46%

De totale niet-recurrente baten/lasten bedroegen

€ 107 miljoen vóór belastingen, tegenover € 34 miljoen vóór belastingen in 2013.

De niet-recurrente posten van 2014 omvatten de waardeverminderingen op niet-financiële activa gerelateerd aan tozadenant; de bijzondere waardvermindering voor de schade aan de biotechnologische fabriek in Bulle (Zwitserland) gecompenseerd door de verzekering; door herstructureringskosten in België, de VK en de VS; de winst op de afstoting van rijpe producten en andere kosten in verband met geschillen en de Amerikaanse BPD (Branded Prescription Drug) vergoeding in overeenstemming met de definitieve verordeningen uitgevaardigd door de IRS in 2014. De niet-recurrente posten van 2013 omvatten de waardeverminderingen op niet-financiële activa, voornamelijk CMC544 (een ontwikkelingsproject in de oncologie in licentie gegeven aan Pfizer), de bijzondere waardvermindering voor de schade aan de biotechnologische fabriek in Bulle (Zwitserland) door een explosie in november 2013, gecompenseerd door de dekking door de verzekering, geboekt onder niet-recurrente baten, door herstructureringskosten, de winst op de afstoting van rijpe primaire zorgmarkten en van materiële vaste activa in verband met de productiefaciliteit in Rochester; en andere uitgaven met betrekking tot geschillen en een verdere optimalisering.

De netto financiële lasten stegen van € 141 miljoen in 2013 tot € 162 miljoen in 2014, omvatten de bijzondere waardevermindering van de Biotie Therapeutics aandelen, waardering gerelateerd aan de klinische studie partners, financiële instrumenten, interesten gerelateerd aan de obligaties uitgegeven in oktober 2013, gecompenseerd met lagere interesten vanwege de vervroegde aflossing van de converteerbare obligatie in maart 2014.

De winstbelastingen bedroegen € 6 miljoen in 2014 (2013: € 54 miljoen). De gemiddelde belastingvoet op recurrente activiteiten bedraagt 8%, in vergelijking met 37% vorig jaar. De terugname van verliezen in twee jurisdicties had een positieve invloed op de belastingvoet in 2014.

De nettowinst van de Groep bedroeg € 199 miljoen, 37% hoger dan vorig jaar, waarvan € 209 miljoen kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van UCB en € -10 miljoen aan minderheidsbelangen.

De nettowinst die kan worden toegekend aan de aandeelhouders van UCB, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, eenmalige financiële posten, de bijdrage na belasting van niet-voortgezette activiteiten, en de nettoafschrijving op verkopen, leidt tot een kernnettowinst toegerekend aan de aandeelhouders van UCB van € 322 miljoen, 43% hoger dan in 2013.

De kern-WPA die kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van UCB bedroeg € 1,69 ter vergelijking van € 1,24 in 2013 per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.

3.8 | KAPITAALUITGAVEN

De kapitaaluitgaven voor materiële vaste activa voortvloeiend uit de biofarmaceutische activiteiten van UCB bedroegen € 84 miljoen in 2014 (2013: € 238 miljoen). De kapitaaluitgaven voor 2013 hadden vooral te maken met de biotechnologische fabriek in Bulle (Zwitserland).

De verwerving van immateriële vaste activa bedroeg € 77 miljoen in 2014 (2013: € 106 miljoen) voor software ontwikkelingen en licentieafspraken.

Bovendien heeft UCB, zoals bepaald in de overeenkomst tussen UCB en Lonza voor de productie door Lonza van gepegyleerde actieve bulkproducten op basis van antilichaamfragmenten, deelgenomen in de voorfinanciering van de betreffende kapitaaluitgaven. De afschrijvingskosten op deze investering zijn opgenomen in de kosten van verkochte goederen en werden weer toegevoegd met het oog op de berekening van de recurrente EBITDA.

3.9 | BALANS

De immateriële activa daalden met € 93 miljoen van € 1 312 miljoen op 31 december 2013 tot € 1 219 miljoen op 31 december 2014. Dit omvat de lopende afschrijving van de immateriële activa (€ 168 miljoen) in verband met de overname van Celltech en Schwarz Pharma, de impact van het jaarlijks onderzoek op bijzondere waardeverminderingen (€ 38 miljoen), de verhoging van de Amerikaanse dollar en het Britse pond, deels gecompenseerd door de mijlpaalbetalingen die ontvangen werden in het kader van licentieafspraken en activa aangehouden voor verkoop.

De goodwill bedraagt € 4 882 miljoen, een verhoging van € 188 miljoen tussen 31 december 2013 en 31 december 2014, een gevolg van de verhoging van de Amerikaanse dollar en het Britse pond, gecompenseerd door activa aangehouden voor verkoop.

Overige niet-recurrente posten steeg met € 216 miljoen, voornamelijk door een verhoging van uitgestelde belastingvorderingen als gevolg van het erkennen van verliezen in twee jurisdicties.

De toename van de vlottende activa van € 2 424 miljoen per 31 december 2013 tot € 2 501 miljoen per 31 december 2014 is het gevolg van activa aangehouden voor verkoop met betrekking tot de afstoting van KU, gecompenseerd door een daling van de liquide middelen.

Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 4 842 miljoen, een toename van € 519 miljoen tussen 31 december 2013 en 31 december 2014. De voornaamste wijzigingen houden verband met de nettowinst na minderheidsbelangen (€ 199 miljoen), positieve vreemde valuta (€ 258 miljoen), gecompenseerd door de IAS 19-waardering (€ 128 miljoen) en de dividenduitkering (€ 222 miljoen) en kapitaalverhoging (€ 460 miljoen).

De langlopende schulden bedragen € 2 970 miljoen, een daling met € 122 miljoen, en bevatten de convertie van de converteerbare obligatie, die gecompenseerd werd door een toename van de personeelsbeloningen als gevolg van IAS 19 en andere financiële verplichtingen.

De kortlopende schulden bedragen € 2 336 miljoen, inbegrepen de terugbetaling van de obligatie voor particulieren, gecompenseerd door nieuwe leningen, hogere handelsschulden en activa aangehouden voor verkoop in verband met de afstoting van KU.

De nettoschuld daalde met € 387 miljoen, van € 1 998 miljoen eind december 2013 tot € 1 611 miljoen eind december 2014, en heeft betrekking tot de conversie van de converteerbare obligatie, betaling van dividenden op het resultaat van 2013 en dividenden aan de aandeelhouders van de eeuwigdurende obligatie, gecompenseerd met de onderliggende netto rentabiliteit.

3.10 | KASSTROOMOVERZICHT

De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de volgende elementen:

  • De kasstroom uit bedrijfsactiviteiten bedroeg € 512 miljoen, in vergelijking met € 288 miljoen in 2013. De kasstroom uit voortgezette activiteiten bedroeg € 497 miljoen, na € 267 miljoen in 2013. Deze toename is voornamelijk het gevolg van onderliggende netto rentabiliteit en een verbeterd werkkapitaal, gecompenseerd door hogere belastingen betaald tijdens de periode.
  • De kasstroom uit investeringsactiviteiten vertoont een uitstroom van € 161 miljoen in 2014 ten opzichte van € 288 miljoen in 2013, inclusief de toegewijde investeringen in de Biotech plant in Bulle (Zwitserland) en licentieovereenkomsten.
  • De kasstroom uit financieringsactiviteiten tekende een uitstroom van € 595 miljoen op en omvat de terugbetaling van de obligatie voor particulieren, het dividend dat aan de aandeelhouders van UCB en de houders van de eeuwigdurende achtergestelde obligaties uitgekeerd werd, gecompenseerd door de tweede aflevering van de Europese Investeringsbank (EIB) en de Belgische markt voor commercial paper.

3.11 | VOORUITZICHTEN VOOR 2015

Voor 2015 verwacht UCB dat Cimzia®, Vimpat® en Neupro® zullen blijven groeien en bepalend zullen zijn voor de groei van de onderneming. Tegelijkertijd streeft UCB door te gaan en de lancering van mogelijke nieuwe oplossingen voor patiënten te voorbereiden: romosozumab, epratuzumab en brivaracetam.

De omzet voor 2015 is verwacht tot ongeveer € 3,55- 3,65 miljard te stijgen. De recurrente EBITDA zou stijgen tot ongeveer € 710-740 miljoen. De kernwinst per aandeel (WPA) weerspiegelt een hoger aantal aandelen en wordt dus verwacht tussen € 1,90-2,05 op basis van 193,7 miljoen uitstaande aandelen.

III. GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

1 | GECONSOLIDEERDE WINST- EN VERLIESREKENING

Voor het boekjaar eindigend op 31 december TOELICHTING 2014 2013 (HERWERKT)1
€ miljoen
VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Netto-omzet 5 2 938 2 795
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 163 171
Overige opbrengsten 8 243 167
Opbrengsten 3 344 3 133
Kostprijs van de omzet -1 053 -965
Brutowinst 2 291 2 168
Marketing- en verkoopkosten -779 -793
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -928 -886
Algemene en administratiekosten -201 -203
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 11 -4 11
Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa,
reorganisatiekosten en overige bedrijfsbaten en –lasten
379 297
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 12 -30 -29
Reorganisatiekosten 13 -63 -32
Overige baten/lasten (-) 14 -13 27
Operationele winst 273 263
Financiële inkomsten 15 53 51
Financieringskosten 15 -215 -192
Aandeel in het verlies van geassocieerde deelnemingen -0 -
Winst/verlies (-) vóór belastingen 111 121
Winstbelastingen (-)/vorderingen 16 -6 -54
Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 105 67
BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 7 94 78
WINST 199 145
Toerekenbaar aan:
Aandeelhouders van UCB NV 209 160
Minderheidsbelangen -10 -15
GEWONE WINST PER AANDEEL (€)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 37 0,60 0,45
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 37 0,50 0,43
Totale gewone winst per aandeel 1,10 0,88
VERWATERDE WINST PER AANDEEL (€)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 37 0,59 0,54
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 37 0,48 0,40
Totale verwaterde winst per aandeel 1,07 0,94

1 Herwerkt voor de toepassing van IFRS 10 en een boeking naar beëindigde bedrijfsactiviteiten

2 | GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN

Voor het boekjaar eindigend op 31 december TOELICHTING 2014 2013 (HERWERKT)1
€ miljoen
WINST VAN DE PERIODE 199 145
Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
Posten die moeten worden overgeboekt naar de winst
of het verlies in latere perioden
- Nettowinst/-verlies (-) op de voor verkoop beschikbare investeringen 18 -3
- Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten 258 -86
- Effectief gedeelte van winst/verlies (-) op kasstroomafdekkingen -50 25
- Nettowinst/-verlies (-) op afdekking van netto-investeringen
in buitenlandse activiteiten
0 0
- Winstbelasting met betrekking tot de componenten van
niet-gerealiseerde resultaten die worden overgeboekt naar de winst
of het verlies in latere perioden
0 0
Posten die niet moeten worden overgeboekt naar naar de winst
of het verlies in latere perioden
- Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen 31 -128 6
- Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet
gerealiseerde resultaten die niet niet worden overgeboekt naar de winst
of het verlies in latere perioden
30 12 0
Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, winst/verlies(-),
voor de periode na belastingen 110 -58
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode,
na belastingen
309 87
Toerekenbaar aan:
Aandeelhouders van UCB NV 328 82
Minderheidsbelangen -19 5
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode,
na belastingen
309 87

1 Herwerkt voor de toepassing van IFRS 10 en een boeking naar beëindigde bedrijfsactiviteiten

3 | GECONSOLIDEERDE BALANS

TOELICHTING 2014 31 DEC. 2013
(HERWERKT)1
1 JAN. 2013
(HERWERKT)
€ miljoen
ACTIVA
Vaste active
Immateriële activa 18 1 219 1 312 1 386
Goodwill 19 4 882 4 694 4 808
Materiële vaste activa 20 686 722 602
Uitgestelde belastingvorderingen 30 682 498 505
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële elementen) 21 178 110 132
Totaal vaste activa 7 647 7 336 7 433
Vlottende activa
Voorraden 22 547 627 616
Handelsvorderingen en overige vorderingen 23 729 972 828
Te ontvangen belastingen 9 9 13
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële elementen) 21 53 66 40
Geldmiddelen en kasequivalenten 24 507 750 326
Verplichtingen die worden afgestoten, geclassifieerd als aangehouden
voor verkoop
7 656 0 0
Totaal vlottende activa 2 501 2 424 1 823
Totaal activa 10 148 9 760 9 256
EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
Eigen vermogen
Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar
aan aandeelhouders van UCB
25 5 002 4 454 4 486
Minderheidsbelangen -160 -131 -123
Totaal eigen vermogen 4 842 4 323 4 363
Langlopende verplichtingen
Leningen 27 341 269 193
Obligaties 28 1 406 1 758 1 697
Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële
instrumenten)
29 275 135 39
Uitgestelde belastingverplichtingen 30 62 112 123
Personeelsbeloningen 31 430 294 290
Voorzieningen 32 308 330 435
Handels- en overige verplichtingen 33 148 194 304
Totaal langlopende verplichtingen 2 970 3 092 3 081
Kortlopende verplichtingen
Leningen 27 372 135 197
Obligaties 28 0 588 0
Andere financiële verplichtingen 29 183 195 200
(inclusief afgeleide financiële instrumenten)
Voorzieningen 32 53 46 51
Handels- en overige verplichtingen 33 1 386 1 267 1 299
Te betalen belastingen 142 114 65
Verplichtingen die worden afgestoten geclassificeerd
als aangehouden voor verkoop
7 200 0 0
Totaal kortlopende verplichtingen 2 336 2 345 1 812
Totaal verplichtingen 5 306 5 437 4 893
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 10 148 9 760 9 256

1 Herwerkt voor de toepassing van IFRS 10

4 | GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

Voor het boekjaar eindigend op 31 december TOELICHTING 2014 2013 (HERWERKT)1
€ miljoen
Jaarwinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 209 160
Minderheidsbelangen -10 -15
Aanpassing voor winst(-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 7 -94 -78
Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 34 167 315
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten 34 39 87
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en
financieringsactiviteiten
34 74 100
Wijzigingen in het werkkapitaal 34 333 -182
Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten 718 387
Betaalde belastingen gedurende de periode -206 -99
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit bedrijfsactiviteiten:
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 497 267
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 15 21
NETTO KASSTROMEN UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN 512 288
Verwerving van materiële vaste activa 20 -84 -238
Verwerving van immateriële activa 18 -77 -106
Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen 6 0 0
Verwerving van overige investeringen -21 -1
Subtotaal verwervingen -183 -345
Ontvangsten uit verkoop van immateriële vaste activa 10 0
Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa 3 19
Ontvangsten uit verkoop van bedrijfsactiviteiten, na aftrek van overgedragen geldmiddelen 8 36
Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen 1 2
Ontvangen dividenden 0 0
Subtotaal ontvangsten 22 57
Netto kasstromen gebruikt voor (-)/uit investeringsactiviteiten:
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten -146 -267
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -15 -21
NETTO KASSTROMEN UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN -161 -288
Ontvangsten uit kapitaalsuitgifte 0 3
Ontvangsten uit uitgifte van obligaties 25 0 666
Terugkoop van obligaties (-) 28 -575 0
Ontvangsten uit leningen 27 387 127
Terugbetalingen van leningen (-) 27 -45 -106
Terugbetaling van verplichtingen uit hoofde van financiële leasingovereenkomsten -3 -3
Inkoop (-)/uitgifte van eigen aandelen
Uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders van UCB, na aftrek van dividenden
25, 38
25
-53
-222
71
-205
betaald op eigen aandelen
Ontvangen rente 15 40 31
Betaalde rente 15 -124 -153
Netto kasstromen uit financieringsactiviteiten
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten -595 432
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
NETTO KASSTROMEN UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN -595 432
NETTO TOENAME/AFNAME (-) VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN -244 432
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten -244 432
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
NETTO GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN AAN HET BEGIN VAN DE PERIODE 745 316
Effect van wisselkoersschommelingen 6 -3
NETTO GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN AAN HET EINDE VAN DE PERIODE 507 745

1 Herwerkt voor de toepassing van IFRS 10 en een boeking naar beëindigde bedrijfsactiviteiten

5 | GECONSOLIDEERDE STAAT VAN WIJZIGINGEN IN HET EIGEN VERMOGEN

2014 – € MILJOEN TOEREKENBAAR AAN AANDEELHOUDERS VAN UCB NV
en uitgiftepremies
Aandelenkapitaal
Hybride kapitaal Eigen aandelen Overgedragen
resultaat
Overige reserves omrekenings­
Cumulatieve
verschillen
Voor verkoop
investeringen
beschikbare
afdekkingen
Kasstroom-
investeringen
Afdekking
van netto-
Totaal Minderheids
belangen
Totaal eigen
vermogen
Saldo per 1 januari 2014
(herwerkt)1
2 154 295 -167 2 509 61 -470 -6 22 55 4 454 -131 4 323
Winst van de periode 209 209 -10 199
Overige gerealiseerde en
niet-gerealiseerde resultaten
-116 277 18 -50 129 -19 110
Totaal gerealiseerde en niet
gerealiseerde resultaten
209 -116 277 18 -50 338 -29 309
Kapitaalsverhoging 460 460 460
Dividenden -199 -199 -199
Op aandelen
gebaseerde betalingen
30 30 30
Overboeking tussen reserves 11 -11 0 0
Ingekochte eigen aandelen
Terugkoop van
-17 -41 -17
-41
-17
-41
converteerbare obligatie
Dividend aan aandeelhouders
van eeuwigdurende
achtergestelde obligaties
-23 -23 -23
Verworven niet
controlerend belangen
0 0
Saldo per 31 december 2014 2 614 295 -173 2 515 -96 -193 13 -28 55 5 002 -160 4 842
2013 – € MILJOEN TOEREKENBAAR AAN AANDEELHOUDERS VAN UCB NV
en uitgiftepremies
Aandelenkapitaal
Hybride kapitaal Eigen aandelen Overgedragen
resultaat
Overige reserves omrekenings­
Cumulatieve
verschillen
Voor verkoop
investeringen
beschikbare
afdekkingen
Kasstroom-
investeringen
Afdekking
van netto-
Totaal Minderheids
belangen
Totaal eigen
vermogen
Saldo per 1 januari 2013
Als gevolg van de toepassing
2 151 295 -239 2 662
-102
49 -379 -3 -3 55 4 588
-102
5
-128
4 593
-230
van IFRS 10 (zie Toelichting 2)
Saldo per 1 januari 2013
2 151 295 -239 2 559 49 -379 -3 -3 55 4 486 -123 4 363
(herwerkt)1
Winst van de periode
160 160 -15 145
Overige gerealiseerde en 6 -91 -3 25 -63 5 -57
niet-gerealiseerde resultaten
Totaal gerealiseerde en niet
160 6 -91 -3 25 97 -10 87
gerealiseerde resultaten
Kapitaalsverhoging
3 3 3
Dividenden -182 -182 -182
Op aandelen
gebaseerde betalingen
21 21 21
Overboeking tussen reserves 25 -25 0 0
Ingekochte eigen aandelen 47 47 47
Put- en call optie voor
minderheidsbelangen
6 6 6
Dividend aan aandeelhouders
van eeuwigdurende
achtergestelde obligaties
-23 -23 -23

Saldo per 31 december 2013 (herwerkt)1 2 154 295 -167 2 509 61 -470 -6 22 55 4 454 -131 4 323

1 Herwerkt voor de toepassing van IFRS 10

IV. TOELICHTINGEN BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

1. Algemene informatie
2. ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––76
Overzicht van de belangrijkste grondslagen
voor de financiële verslaggeving ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––76
3. Kritische beoordelingen en schattingen t.b.v. de verslaglegging 91
4. Financieel risicobeheer ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 93
5. Gesegmenteerde informatie –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––100
6. Bedrijfscombinaties ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 101
7. Vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten),
aangehouden voor verkoop en beëindigde activiteiten –––––––– 102
8. Overige opbrengsten ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 103
9. Operationele lasten volgens aard –––––––––––––––––––––––––––––––––––104
10. Personeelskosten ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––104
11. Overige bedrijfsbaten/-lasten –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––104
12. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa –––– 105
13. Reorganisatiekosten ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 105
14. Overige baten/lasten –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 105
15. Financiële opbrengsten en financieringskosten
––––––––––––––––––106
16. Winstbelastingen (-)/tegoeden––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 107
17. Componenten van niet-gerealiseerde resultaten––––––––––––––––– 107
18. Immateriële activa –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––108
19. Goodwill ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––109
20. Materiële vaste activa ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 110
21. Financiële en overige activa ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––111
22. Voorraden ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 113
23. Handelsvorderingen en overige vorderingen ––––––––––––––––––––– 113
24. Geldmiddelen en kasequivalenten –––––––––––––––––––––––––––––––––– 114
25. Kapitaal en reserves ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 115
26. Op aandelen gebaseerde betalingen ––––––––––––––––––––––––––––––– 116
27. Leningen –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 120
28. Obligaties
–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 121
29. Overige financiële verplichtingen ––––––––––––––––––––––––––––––––––– 123
30. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen ––––––––––– 124
31. Personeelsbeloningen––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 125
32. Voorzieningen –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 128
33. Handels- en overige verplichtingen –––––––––––––––––––––––––––––––– 129
34. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht –––––––130
35. Financiële instrumenten per categorie
––––––––––––––––––––––––––––– 131
36. Afgeleide financiële instrumenten –––––––––––––––––––––––––––––––––– 132
37. Winst per aandeel ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 134
38. Dividend per aandeel ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 135
39. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen ––––––––––––– 136
40. Transacties met verbonden partijen –––––––––––––––––––––––––––––––– 137
41. Gebeurtenissen na balansdatum ––––––––––––––––––––––––––––––––––––140
42. UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd)
–––––––––––––––––140

1 Algemene informatie

UCB NV (UCB of "de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee therapeutische gebieden, neurologie en immunologie.

De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2014 omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven. Binnen de Groep heeft UCB Pharma NV en UCB S.R.O, beide een 100 % dochteronderneming, een bijkantoor in het V.K. en Slovakije, die integraal in haar jaarrekening wordt opgenomen.

UCB NV, de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is.

De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België. UCB NV is genoteerd op de beurs Euronext Brussels.

De Raad van Bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening van UCB NV goedgekeurd voor publicatie op 26 februari 2015. De aandeelhouders zullen verzocht worden de statutaire jaarrekening van UCB NV goed te keuren op de algemene vergadering van 30 april 2015.

2 Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving

De voornaamste grondslagen die toegepast werden om deze jaarrekening op te stellen, worden hierna uiteengezet. Deze grondslagen werden consequent toegepast voor alle weergegeven jaren, tenzij anders vermeld.

2.1 | GRONDSLAG VOOR DE OPSTELLING

De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap is opgesteld volgens de door de Europese Unie voor gebruik aangenomen International Financial Reporting Standards (IFRS-normen) en IFRIC-interpretaties. Alle IFRS'en die door de International Accounting Standards Board (IASB) zijn uitgegeven en die van kracht zijn op het moment dat deze geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld, zijn door de Europese Unie voor gebruik aangenomen via de goedkeuringsprocedure die door de Europese Commissie is vastgelegd.

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld volgens de historische kostprijsgrondslag, met dien verstande dat bepaalde posten, waaronder voor verkoop beschikbare financiële activa, afgeleide financiële instrumenten en de verplichtingen voor in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties, tegen reële waarde worden weergegeven.

Voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met de IFRS-normen zijn bepaalde kritische schattingen nodig t.b.v. de verslaggeving. Het vereist tevens dat de directie haar beoordelingsvermogen gebruikt in de toepassing van de grondslagen voor administratieve verslaglegging van de Groep. De domeinen die een hoger niveau van beoordeling of complexiteit met zich meebrengen, of domeinen waarin de veronderstellingen en schattingen belangrijk zijn voor de geconsolideerde jaarrekening, worden in Toelichting 3 verduidelijkt.

Waar nodig zijn de vergelijkende waarden heringedeeld om de onderlinge vergelijkbaarheid van de informatie van dit en vorige boekjaren te verbeteren.

2.2 | WIJZIGINGEN IN DE BOEKHOUDKUNDIGE WAARDERINGSGRONDSLAGEN EN INFORMATIEVERSCHAFFING

De volgende normen, aanpassingen van bestaande normen of nieuwe boekhoudkundige beleidsmaatregelen werden door de Groep voor het eerst toegepast voor het boekjaar dat op of vanaf 1 januari 2014 ingaat:

In 2014, de Groep heeft de IFRS 10 standaard, Geconsolideerde jaarrekening, besloten toe te passen. Deze bouwt voort op de bestaande principes door het bepalen van het sleutelbegrip zeggenschap als de bepalende factor of een entiteit moet worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij. Als gevolg van de invoering van IFRS 10 in 2014 heeft de Groep twee extra jurisdicties geconsolideerd die klinische tests voor de Groep beheren. Edev S.à r.l. ("Edev") en Phase III Development Company S.à r.l. ("P3D"). De rechten van de Groep op Edev en P3D vloeien voort uit contractuele regelingen, aangezien de Groep in geen van beide jurisdicties aandelen of stemrechten heeft. Gezien de opzet en het doel van de jurisdicties, de contractuele risicospreiding, de beperkte bevoegdheden van de jurisdicties om hun rendement te bestemmen en de

restricties met betrekking tot de toegestane activiteiten van de jurisdicties werden deze jurisdicties geacht onder zeggenschap te staan op grond van IFRS 10. Tabellen 2.2.1 en 2.2.2 tonen het effect op de balans, het overzicht van het totaalresultaat, de winst per aandeel en de kasstroomoverzicht.

  • In IFRS 12, Informatieverschaffing over belangen in andere jurisdicties, worden nieuwe openbaarmakingsvereisten geïntroduceerd ter ondersteuning van gebruikers bij het bepalen van de aard van, en de risico's en financiële gevolgen in verband met, de belangen van de Groep in dochterondernemingen, joint arrangements, geassocieerde deelnemingen en niet-geconsolideerde gestructureerde jurisdicties. De toepassing van deze norm leidde tot aanvullende openbaarmakingen, maar had geen financiële impact op de Groep.
  • Er zijn geen andere IFRS of IFRIC dat voor de eerste keer toepasbaar zijn in dit tussentijds verslag, die een materiële impact zouden kunnen hebben op de Groep.

2.1.1 | EFFECT OP BALANS

STIJGING/DALING (-)
€ miljoen 31 DECEMBER 2013 1 JANUARI 2013
ACTIVA -149 -101
Vaste activa
Immateriële activa -150 -102
Totaal vaste activa -150 -102
Vlottende activa
Handelsvorderingen en overige vorderingen -8 -7
Geldmiddelen en kasequivalenten 9 8
Totaal vlottende activa 1 1
EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN -149 -101
Eigen vermogen
Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB -150 -102
Minderheidsbelangen -131 -128
Totaal eigen vermogen -281 -230
Langlopende verplichtingen
Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële
instrumenten)
123 125
Totaal langlopende verplichtingen 123 125
Kortlopende verplichtingen
Handels- en overige verplichtingen 9 4
Totaal kortlopende verplichtingen 9 4
Totaal verplichtingen 132 129

2.2.2 | EFFECT OP DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de impact van de implementatie van IFRS 10 en de herindeling van de resultaten van Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. als beëindigde bedrijfsactiviteiten (zie Toelichting 7) op het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor 2013.

31 december 2013
€ miljoen
ZOALS OOR
SPRONKELIJK
WEERGEGEVEN
IMPACT
VAN IFRS 10
ZOALS
HERINGEDEELD
VOOR IFRS 10
HERINDELING
VOOR BEËINDIG
DE BEDRIJFS
ACTIVITEITEN
ZOALS
HERINGEDEELD
Netto-omzet 3 049 0 3 049 -254 2 795
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 172 0 172 -1 171
Overige opbrengsten 190 0 190 -23 167
Opbrengsten 3 411 0 3 411 -278 3 133
Kostprijs van de omzet -1 114 11 -1 103 138 -965
Brutowinst 2 297 11 2 308 -140 2 168
Marketing- en verkoopkosten -802 0 -802 9 -793
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -856 -44 -900 14 -886
Algemene en administratiekosten -205 0 -205 2 -203
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) 7 0 7 4 11
Operationele winst vóór bijzondere waarde
vermindering van activa, reorganisatiekosten
en overige bedrijfsbaten en –lasten
441 -33 408 -111 297
Bijzondere waardevermindering van
niet-financiële activa
-29 0 -29 0 -29
Reorganisatiekosten -32 0 -32 0 -32
Overige baten/lasten (-) 23 0 23 4 27
Operationele winst 403 -33 370 -107 263
Financiële inkomsten 51 0 51 0 51
Financieringskosten -172 -21 -192 0 -192
Winst/verlies (-) vóór belastingen 282 -54 228 -107 121
Winstbelastingen (-)/tegoeden -87 0 -87 33 -54
Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 195 -55 141 -74 67
Beëindigde bedrijfsactiviteiten 5 0 5 74 78
Winst 200 -55 145 0 175
Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 207 -46 160 0 160
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -7 -8 -15 0 -15

2.3 | NIEUWE, NOG NIET AANGENOMEN NORMEN EN INTERPRETATIES

De volgende nieuwe normen, wijzigingen aan bestaande normen en interpretaties werden gepubliceerd, maar zijn nog niet verplicht voor het boekjaar dat begint op 1 januari 2014, en de Groep heeft ze niet eerder aangenomen:

IFRS 9, Financiële instrumenten (met ingang van 1 januari 2018), behandelt de classificatie, waardering en opname van financiële activa en financiële verplichtingen. De volledige versie van IFRS 9 werd uitgegeven in juli 2014 en vervangt de leidraad in IAS 39 met betrekking tot de classificatie en waardering van financiële instrumenten. In IFRS 9 blijft het gemengde waarderingsmodel in vereenvoudigde vorm behouden en worden drie primaire waarderingscategorieën voor financiële activa vastgesteld: geamortiseerde kostprijs, reële waarde via andere gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten en reële waarde via winst of verlies. In de norm wordt een nieuw model voor verwachte kredietverliezen geïntroduceerd ter vervanging van het in IAS 39 gebruikte model voor opgelopen verliezen. Voor financiële verplichtingen zijn er geen wijzigingen wat betreft classificatie en waardering, behalve dat voor verplichtingen die tegen reële waarde worden gewaardeerd de wijziging van

de reële waarde ingevolge het eigen kredietrisico wordt opgenomen in andere gerealiseerde of nietgerealiseerde resultaten in plaats van in de winst- en verliesrekening. IFRS 9 versoepelt de eisen voor afdekkingseffectiviteit door vervanging van de "bright line"-effectiviteitstest voor afdekkingen. De Groep onderzoekt momenteel de volledige impact van IFRS 9.

  • IFRS 15, Omzet uit hoofde van contracten met klanten (met ingang van 1 januari 2017), bepaalt dat een entiteit omzet zodanig moet boeken dat daaruit blijkt dat het bedrag voor de overdracht van de aan klanten toegezegde goederen of diensten een weerspiegeling is van de vergoeding waarop de entiteit recht meent te hebben in ruil voor die goederen of diensten. De norm voorziet specifiek in vijf stappen om de omzet op te nemen:
    1. Identificeer het (de) contract(en) met een klant;
    1. Identificeer de prestatieverplichtingen in het contract;
    1. Bepaal de transactieprijs;
    1. Allocatie van de transactieprijs aan de prestatieverplichtingen in het contract;
    1. Opname van de omzet wanneer (of als) de entiteit een prestatieverplichting vervult, d.w.z. wanneer de

"zeggenschap" over de goederen of diensten met betrekking tot de specifieke prestatieverplichting wordt overgedragen aan de klant.

De Groep onderzoekt momenteel in detail welke impact deze norm heeft. Vooralsnog is het niet mogelijk om het effect van de norm redelijk in te schatten.

IFRIC 21, Heffingen (met ingang van 1 januari 2015), regelt de boekhouding voor verplichtingen tot het betalen van heffingen die geen winstbelasting zijn. De interpretatie behandelt wat de tot een verplichting leidende gebeurtenis is die aanleiding geeft tot de verschuldigde heffing en wanneer deze schuld opgenomen moet worden. De toepassing van deze norm zal geen belangrijke impact hebben op het financieel jaarverslag.

Er zijn geen andere IFRS- of IFRIC-interpretaties die nog niet van kracht zijn en waarvan verwacht kan worden dat ze een materiële impact op de Groep hebben.

2.4 | CONSOLIDATIE

2.4.1 | DOCHTERONDERNEMINGEN

Dochterondernemingen zijn alle entiteiten (waaronder gestructureerde entiteiten) waarover de Groep zeggenschap heeft. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit wanneer de Groep risico loopt door, of rechten heeft op, variabele opbrengsten op grond van haar betrokkenheid bij de entiteit en door haar zeggenschap over de entiteit bevoegd is die opbrengsten te bestemmen. Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap aan de Groep wordt overgedragen. Ze worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop die zeggenschap eindigt.

Bedrijfscombinaties worden door de Groep administratief verwerkt volgens de overnamemethode. De waarde die wordt overgedragen voor de overname van een dochteronderneming is gelijk aan de som van de reële waarden van de overgedragen activa, de aangegane verbintenissen en de deelnemingen die door de Groep worden uitgegeven. De waarde die wordt overgedragen omvat de reële waarde van om het even welke actiefof passiefpost die voortvloeit uit een overeenkomst van voorwaardelijke vergoeding. Overnamegerelateerde kosten worden geboekt naarmate ze worden opgelopen. In een bedrijfscombinatie verworven identificeerbare activa en verplichtingen en veronderstelde voorwaardelijke verplichtingen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Bij een overname boekt de Groep elk niet-controlerend belang in het overgenomen bedrijf tegen reële waarde of tegen het proportionele aandeel van het niet-controlerende belang in het eigen vermogen van het overgenomen bedrijf.

Voorwaardelijke vergoedingen die aan de Groep moeten worden overgedragen, worden overgeboekt tegen reële waarde op de overnamedatum. Latere wijzigingen van de reële waarde van de voorwaardelijke vergoedingen die verondersteld worden een actief of verplichting te zijn, worden opgenomen volgens IAS 39 in ofwel de winst-enverliesrekening of als wijziging bij andere gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten. Voorwaardelijke vergoedingen geclassificeerd als eigen vermogen worden niet opnieuw gewaardeerd, en de daaropvolgende afwikkeling wordt verwerkt binnen eigen vermogen.

Goodwill wordt initieel gewaardeerd als het positieve verschil tussen het totaal van de overgeboekte vergoedingen en de reële waarde van minderheidsbelangen en de netto verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen. Indien dit minder is dan de reële waarde van de nettoactiva van de overgenomen dochteronderneming, dan wordt het verschil in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Transacties tussen Groepsmaatschappijen, saldi en niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen Groepsmaatschappijen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig, zijn de grondslagen voor de financiële verslaglegging van dochterondernemingen gewijzigd om consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen te verzekeren.

2.4.2 | WIJZIGINGEN IN DE EIGENDOMSBELANGEN IN DOCHTERONDERNEMINGEN ZONDER WIJZIGING VAN ZEGGENSCHAP

De Groep beschouwt transacties met minderheidsbelangen, die niet resulteren in een verlies van zeggenschap, als transacties met aandeelhouders van de Groep. Voor aankopen uit minderheidsbelangen wordt het verschil tussen de prijs die betaald werd en het overeenstemmende verworven aandeel tegen de boekwaarde van de nettoactiva van de dochteronderneming opgenomen in het eigen vermogen. Ook winst of verlies op de afstand van minderheidsbelangen wordt opgenomen in het eigen vermogen.

2.4.3 | VERKOOP VAN DOCHTERONDERNEMINGEN

Indien de Groep geen controle meer uitoefent, wordt een eventueel behouden belang teruggebracht tot zijn reële waarde, en wordt het verschil met de boekwaarde in resultaat geboekt. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een geaffilieerde onderneming, joint venture of financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld als had de Groep de overeenkomstige activa of passiva onmiddellijk weggeboekt. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten worden overgedragen naar winst of verlies.

2.4.4 | GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN

Geassocieerde deelnemingen zijn bedrijven waarop de Groep een beduidende invloed maar geen zeggenschap heeft, in het algemeen een belang tussen 20% - 50% van de stemrechten. Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden geboekt in overeenstemming met de vermogensmutatiemethode en initieel als kosten beschouwd. De boekwaarde wordt vermeerderd of verminderd, voor het opnemen van het aandeel van de investeerder, op de overnamedatum, in de winst of het verlies van de entiteit waarin is geïnvesteerd. De investeringen van de Groep in geassocieerde deelnemingen omvatten goodwill die bij de overname werd geïdentificeerd.

Indien het eigendomsbelang in een geaffilieerde onderneming wordt gereduceerd maar een significante invloed behouden blijft, wordt slechts een evenredig gedeelte van de eerder in andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten geboekte bedragen overgedragen naar winst of verlies.

Het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming na de overname wordt geboekt in de winst- en verliesrekening en haar aandeel in de bewegingen van de andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten wordt geboekt in de andere gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten, met een correctie die overeenstemt met de boekwaarde van de investering. De cumulatieve bewegingen na de overname worden vergeleken met de boekwaarde van de investering. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming haar belangen in de geassocieerde deelneming evenaart of overschrijdt, inclusief andere ongedekte te ontvangen posten, boekt de Groep geen verdere verliezen, behalve als ze verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde deelneming.

Niet-gerealiseerde winst uit transacties tussen de Groep en haar geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in de geassocieerde deelnemingen. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig zijn de grondslagen voor de financiële verslaglegging van geassocieerde deelnemingen gewijzigd om de consistentie met het door de Groep aangenomen beleid te verzekeren.

Verwateringswinsten en -verliezen uit investeringen in geassocieerde deelnemingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt.

2.4.5 | BELANGEN IN GEZAMENLIJKE ACTIVITEITEN

Een gezamenlijke activiteit is een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen, of de joint operators die gezamenlijke zeggenschap hebben over de overeenkomst, rechten hebben op de activa, en verplichtingen ten aanzien van de passiva, met betrekking tot de overeenkomst. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de zeggenschap over een overeenkomst en bestaat slechts wanneer beslissingen over de desbetreffende activiteiten unanieme instemming vereisen van de partijen die de zeggenschap delen.

Bij het verrichten van activiteiten op grond van gezamenlijke activiteiten boekt de Groep met betrekking tot haar belang in een gezamenlijke activiteit:

  • haar activa, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangehouden activa;
  • haar verplichtingen, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijk aangegane verplichtingen;
  • haar opbrengsten uit de verkoop van haar aandeel in de output van de aandelenactiviteiten;
  • haar aandeel in de opbrengsten uit de verkoop van de output van de gezamenlijke activiteit;
  • haar kosten, met inbegrip van haar aandeel in eventuele gezamenlijke kosten.

Wanneer een entiteit van de Groep transacties verricht met een gezamenlijke activiteit waarbij die entiteit joint operator is, wordt de Groep geacht de transacties te verrichten met de andere partijen bij de gezamenlijke activiteit en worden

uit de transacties voortvloeiende winsten en verliezen slechts opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor zover de andere partijen belangen hebben in de gezamenlijke activiteit.

2.5 | GESEGMENTEERDE VERSLAGGEVING

De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.

2.6 | OMREKENING VAN VREEMDE VALUTA

De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt in de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening:

SLOTKOERS GEMIDDELDE KOERS
2014 2013 2014 2013
USD 1,210 1,379 1,326 1,328
JPY 145,010 145,140 140,298 129,381
GBP 0,777 0,832 0,806 0,849
CHF 1,203 1,225 1,214 1,231

Slotkoersen zijn de spotkoersen op 31 december 2014 en 31 december 2013.

2.6.1 | FUNCTIONELE EN PRESENTATIEVALUTA

De posten in de enkelvoudige jaarrekeningen van elk van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd met behulp van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro (€), zijnde de functionele valuta van de Vennootschap en de presentatievaluta van de Groep.

2.6.2 | TRANSACTIES EN SALDI

Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta aan de hand van de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Opbrengsten en kosten die voortvloeien uit de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de omrekening van monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta uitgedrukt zijn aan het einde van het jaar, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, behalve wanneer het gaat om bedragen die waren uitgesteld in andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, zoals kwalificerende kasstroomafdekkingen en afdekkingen van netto-investeringen.

Veranderingen in de reële waarde van monetaire activa uitgedrukt in vreemde valuta die geclassificeerd zijn als activa die beschikbaar zijn voor de verkoop, worden gedifferentieerd op basis van de omrekeningsverschillen die voortvloeien uit wijzigingen in de geamortiseerde kostprijs van de activa en andere wijzigingen van de boekwaarde van de activa. Omrekeningsverschillen verbonden aan wijzigingen in de geamortiseerde kostprijs, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening en andere wijzigingen van de boekwaarde worden bij andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten geboekt.

Omrekeningsverschillen op niet-monetaire financiële activa en verplichtingen worden tegen hun reële waarde geboekt via de winst-en verliesrekening.

Omrekeningsverschillen op niet-monetaire financiële activa zoals aandelen worden opgenomen in de voor verkoop beschikbare reserve in andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.

2.6.3 | GROEPSVENNOOTSCHAPPEN

De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten van de Groep (waarvan geen enkele een valuta van een hyperinflatoire economie heeft) die een functionele valuta hebben die verschilt van de presentatievaluta, worden als volgt naar de presentatievaluta omgerekend:

  • activa en passiva voor elke gepresenteerde balans worden omgerekend volgens de slotkoers op de balansdatum;
  • de opbrengsten en lasten voor elke winst- en verliesrekening worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit gemiddelde geen redelijke benadering is van het cumulatief effect van de koersen die van kracht zijn op de transactiedata; in dat geval worden de opbrengsten en de lasten omgerekend tegen de koersen op de transactiedata); en
  • alle daaruit voortvloeiende wisselkoersverschillen worden geboekt in andere gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten (vermeld als "cumulatieve omrekeningsverschillen").

Voor de consolidatie worden wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de netto-investering in bedrijfsactiviteiten in het buitenland en van leningen en andere valuta-instrumenten die bedoeld zijn als afdekkingen van dergelijke investeringen, opgenomen in andere nietgerealiseerde resultaten. Wanneer bedrijfsactiviteiten in het buitenland gedeeltelijk of volledig worden vervreemd of verkocht, worden de wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, in de winst-en-verliesrekening als een winst of verlies op de verkoop opgenomen.

Correcties van goodwill en reële waarde bij de overname van een buitenlandse entiteit worden behandeld als activa en passiva van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers omgerekend.

2.7 | OPBRENGSTEN

Opbrengsten worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen die aan de transactie verbonden zijn naar de entiteit zullen vloeien en deze voordelen betrouwbaar gewaardeerd kunnen worden. Het bedrag van de opbrengsten wordt pas geacht nauwkeurig te zijn gewaardeerd wanneer alle onzekerheden met betrekking tot de verkoop zijn opgelost.

Opbrengsten vertegenwoordigen de reële waarde van de ontvangen en te ontvangen beloningen voor de verkoop van goederen in het gewone verloop van de activiteiten van de Groep. De opbrengsten worden weergegeven exclusief btw, retours, rabatten, handelskortingen en kortingen in verband met "Medicaid" en "Medicare" in de Verenigde Staten en soortgelijke programma's in andere landen.

2.7.1 | NETTO-OMZET

Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden opgenomen wanneer:

  • de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van goederen aan de koper zijn overgedragen;
  • de Groep over de verkochte goederen geen feitelijke zeggenschap of betrokkenheid behoudt die gewoonlijk aan de eigenaar toekomt;
  • het bedrag van de opbrengsten betrouwbaar bepaald kan worden;
  • het waarschijnlijk is dat de economische voordelen met betrekking tot de transactie naar de entiteit zullen vloeien; en
  • de reeds gemaakte of nog te maken kosten met betrekking tot de transactie betrouwbaar gewaardeerd kunnen worden.

Schattingen van verwachte retours, terugstortingen aan overheidsinstellingen, groothandelaars, "managed care" bedrijven en andere klanten worden in mindering gebracht van de opbrengsten op het moment dat de gerelateerde opbrengsten geboekt worden, of wanneer de incentives aangeboden worden.

Dergelijke schattingen worden berekend op basis van historische ervaring en de specifieke bepalingen in de individuele overeenkomsten.

2.7.2 | ROYALTYINKOMSTEN

Royalty's worden opgenomen volgens periodetoerekening in overeenstemming met de inhoud van de betrokken overeenkomst.

2.7.3 | OVERIGE OPBRENGSTEN

De overige opbrengsten omvatten opbrengsten uit licentieen winstdelingsovereenkomsten, evenals opbrengsten uit contractproductieovereenkomsten. Overige opbrengsten worden geboekt naarmate ze worden verkregen of naarmate de daarmee verbonden dienst wordt verleend.

De Groep ontvangt van derden vooruit-, mijlpaal- en andere soortgelijke betalingen in verband met de verkoop of het in licentie geven van producten. Opbrengsten met betrekking tot prestatiemijlpalen worden geboekt op basis van het bereiken van de mijlpaalgebeurtenis als de gebeurtenis substantieel is, objectief te bepalen is en een belangrijk punt uitmaakt in de ontwikkelingscyclus van het farmaceutische product. Vooruitbetalingen en licentierechten waarvoor er volgende mijlpalen zijn, worden aanvankelijk opgenomen als uitgesteld inkomen en worden als opbrengsten geboekt wanneer ze verworven worden over de periode van de ontwikkelingssamenwerking of de productieverplichting.

2.7.4 | RENTEBATEN

Rente wordt opgenomen op basis van tijdsevenredigheid, rekening houdend met het effectieve rendement van het actief.

2.7.5 | DIVIDENDINKOMSTEN

Dividenden worden opgenomen op het moment dat de aandeelhouder het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.

2.8 | KOSTPRIJS VAN DE OMZET

De kostprijs van de omzet omvat voornamelijk de directe productiekosten, daarmee verband houdende indirecte productiekosten en de afschrijvingen van de gerelateerde immateriële activa, alsook verleende diensten. Opstartkosten worden als kosten opgenomen op het moment dat ze gemaakt worden. Royaltylasten die rechtstreeks verband houden met verkochte goederen worden opgenomen in "kostprijs van verkochte goederen".

2.9 | ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

2.9.1 | INTERN GEGENEREERDE IMMATERIËLE ACTIVA – UITGAVEN VOOR ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

Alle interne kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden als lasten opgenomen naarmate ze gemaakt worden. Interne ontwikkelingskosten worden enkel geactiveerd als het voldoet aan de opnamecriteria van IAS 38 Immateriële activa. Vanwege de lange ontwikkelingsperiodes en aanzienlijke onzekerheden in verband met de ontwikkeling van nieuwe producten (zoals de risico's met betrekking tot het resultaat van klinische proeven en de kans op officiële goedkeuring) werd geconcludeerd dat de interne ontwikkelingskosten van de Groep over het algemeen niet in aanmerking komen voor activering als immateriële activa. Op 31 december 2014 hebben geen interne ontwikkelingskosten de opnamecriteria voldaan.

2.9.2 | VERWORVEN IMMATERIËLE ACTIVA

Lopende onderzoeks-en-ontwikkelingsprojecten die werden verworven door bedrijfscombinaties en rechten via ofwel licentieovereenkomsten ofwel afzonderlijke aankopen, worden als immateriële activa geactiveerd, op voorwaarde dat deze afzonderlijk identificeerbaar zijn, door de Groep gecontroleerd worden en naar verwachting toekomstige economische voordelen zullen opleveren. Vermits bij afzonderlijk verworven onderzoeks-en-ontwikkelingsactiva steeds aan het waarschijnlijkheidscriterium van IAS 38 geacht worden te zijn voldaan en het bedrag van de betalingen betrouwbaar kan worden bepaald, worden vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen aan derden voor farmaceutische producten of compounds waarvoor de goedkeuring om deze op de markt te brengen nog niet door de regelgevende instanties verleend werd, geboekt als immateriële activa. Ze worden lineair afgeschreven over hun geschatte levensduur zodra deze goedkeuring verkregen wordt.

2.10 | BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VAN NIET-FINANCIËLE ACTIVA

Op elke verslagdatum herziet de Groep de boekwaarde van haar immateriële activa, goodwill en materiële vaste activa om na te gaan of er aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering bestaan. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat om de omvang van het bijzondere waardeverminderingsverlies desgevallend te bepalen. Ongeacht of er al dan niet aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering zijn, vindt jaarlijks een evaluatie plaats van de nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en van de goodwill. Deze activa worden niet afgeschreven. Een verlies door bijzondere waardevermindering wordt geboekt voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn verhaalbare waarde overtreft.

Indien het niet mogelijk is de verhaalbare waarde van een individueel actief te schatten, schat de Groep de verhaalbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid (CGU) waartoe het actief behoort. De verhaalbare waarde is het hoogste bedrag tussen de reële waarde verminderd met de kosten voor de verkoop en de bedrijfswaarde. Om de bedrijfswaarde te bepalen, hanteert de Groep schattingen van toekomstige kasstromen die door het actief of de kasstroomgenererende eenheid worden gegenereerd, waarbij ze dezelfde methoden volgt die worden gebruikt bij de eerste waardering van het actief of de kasstroomgenererende eenheid en zich baseert op de plannen van elke bedrijfsactiviteit op middellange termijn. De geschatte kasstromen worden verdisconteerd op basis van een passende rentevoet, die de huidige marktevaluaties van de tijdswaarde van geld weerspiegelt, en de risico's die inherent zijn aan het actief of de kasstroomgenererende eenheid.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct in de winst-en-verliesrekening opgenomen in de rubriek "Bijzondere waardevermindering van nietfinanciële activa". Voor niet-financiële activa, andere dan de goodwill, die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wordt op elke verslagdatum beoordeeld of een terugneming van het bijzondere waardeverminderingsverlies mogelijk is. De terugneming van het bijzondere waardeverminderingsverlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden enkel teruggenomen in de mate waarin de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, min de bijzondere waardevermindering of afschrijving, als er geen bijzondere waardevermindering was geboekt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden nooit teruggenomen.

Immateriële activa worden product per product (d.w.z. per compound) of in voorkomend geval per indicatie, beoordeeld voor een bijzondere waardevermindering.

2.11 | REORGANISATIEKOSTEN, OVERIGE BATEN EN LASTEN

De uitgaven van de Groep met het oog op een betere positie om het hoofd te bieden aan de economische omgeving waarin ze werkt, zijn in de winst-enverliesrekening als "reorganisatiekosten" opgenomen.

De minderwaarden en meerwaarden uit de verkoop van immateriële activa of materiële vaste activa, en verhogingen of terugnemingen van voorzieningen voor geschillen, andere dan belastinggeschillen of geschillen met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten, worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen als "overige baten en lasten".

2.12 | WINSTBELASTINGEN

De fiscale lasten over het boekjaar omvatten de verschuldigde en uitgestelde winstbelastingen. Belastingen worden geboekt in de winst-en-verliesrekening, behalve wanneer ze betrekking hebben op andere nietgerealiseerde resultaten of direct in het eigen vermogen opgenomen posten. Indien bedragen opgenomen worden onder andere niet-gerealiseerde resultaten of in het eigen vermogen, wordt de belasting erop eveneens geboekt onder andere niet-gerealiseerde resultaten of, desgevallend, direct in het eigen vermogen. Belastingkredieten voor O&O worden opgenomen onder de regel onderzoeks-en-ontwikkelingskosten.

De over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting wordt berekend op basis van de belastingwetten die zijn ingevoerd of grotendeels zijn ingevoerd op de balansdatum in de landen waar de dochterondernemingen van de Vennootschap actief zijn en belastbare winsten genereren.

De latente winstbelasting wordt, door middel van de periodetoerekeningsmethode, geboekt op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de geconsolideerde jaarrekening en de overeenkomstige financiële belastinggrondslagen die bij de berekening van de belastbare winst worden gebruikt.

De uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen, en uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale winsten beschikbaar zullen zijn die aangewend kunnen worden voor de verrekenbare tijdelijke verschillen. Uitgestelde winstbelastingen worden niet verrekend indien zij ontstaan bij de eerste boeking van goodwill of uit de eerste boeking van een actief of een verplichting in een transactie (andere dan bij een bedrijfscombinatie) die op het ogenblik van de transactie noch de commerciële winst, noch de belastbare winst beïnvloedt.

De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke balansdatum beoordeeld en wordt verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winsten beschikbaar zullen zijn om het mogelijk te maken het voordeel van die uitgestelde belastingvordering geheel of gedeeltelijk aan te wenden.

Uitgestelde winstbelasting wordt berekend tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn in de periode waarin de verplichting afgewikkeld wordt of de vordering gerealiseerd wordt. Actieve uitgestelde belastingen en belastingverplichtingen worden niet verdisconteerd.

Actieve uitgestelde belastingen en belastingverplichtingen worden alleen gecompenseerd als er een wettelijk uitvoerbaar recht is om de verschuldigde winstbelasting en vorderingen en de actieve uitgestelde belastingen te compenseren in dezelfde belastbare onderneming en dezelfde belastingautoriteit.

De Groep is actief in verschillende rechtsgebieden met vaak complexe wet- en belastingregelgeving. De ingenomen winstbelastingstandpunten worden door de Groep als aanvaardbaar beschouwd en zijn bedoeld om betwisting door de belastingdiensten te weerleggen. Onderkend wordt echter dat sommige standpunten onzeker zijn en interpretaties bevatten van complexe belastingwetten en transfer pricing-overwegingen die door de belastingdiensten zouden kunnen worden betwist. Deze standpunten worden door de Groep regelmatig afzonderlijk beoordeeld met behulp van alle beschikbare informatie en er wordt een verplichting opgenomen voor elke post die bij beoordeling door de belastingdiensten waarschijnlijk wordt betwist. Op basis van de beste inschatting door de Groep van het meest waarschijnlijke resultaat van een dergelijke beoordeling wordt de verplichting door de Groep berekend als de beste schatting van de naar verwachting over de verslagperiode verschuldigde belasting.

2.13 | IMMATERIËLE ACTIVA

2.13.1 | PATENTEN, LICENTIES, HANDELSMERKEN EN OVERIGE IMMATERIËLE ACTIVA

Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa (gezamenlijk "immateriële activa" genoemd) worden opgenomen tegen historische kostprijs. Immateriële activa die zijn verworven door een bedrijfscombinatie worden geboekt tegen de reële waarde op de verwervingsdatum.

Immateriële activa (behalve goodwill) worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de wettelijke goedkeuring verkregen is). De geschatte gebruiksduur is gebaseerd op de looptijd van het contract of de economische gebruiksduur indien deze laatste korter is (tussen 5 en 20 jaar). Immateriële activa (behalve goodwill) worden geacht een bepaalde economische gebruiksduur te hebben. Bijgevolg zijn er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur geïdentificeerd.

2.13.2 | COMPUTERSOFTWARE

Verworven licenties voor computersoftware worden geactiveerd op basis van de kostprijs die betaald werd voor de verwerving en ingebruikstelling van de specifieke software. Deze kosten worden afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur (3 tot 5 jaar) op een lineaire afschrijvingsbasis.

2.14 | GOODWILL

Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en gezamenlijke entiteiten (joint ventures) en vertegenwoordigt het verschil tussen de overgeboekte vergoedingen en de belangen van de Groep in de netto reële waarde van de nettowaarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen onderneming en de reële waarde van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming. Goodwill wordt aanvankelijk opgenomen als een actief tegen kostprijs en wordt daarna gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill die voortvloeit uit de overname van dochterondernemingen wordt apart in de balans opgenomen, terwijl goodwill die ontstaat door de overname van geassocieerde deelnemingen, wordt opgenomen in de investering in geassocieerde deelnemingen.

UCB is werkzaam in één segment en heeft bijgevolg één kasstroom genererende eenheid voor de bijzondere waardeverminderingstest.

Aangezien goodwill geacht wordt een onbepaalde gebruiksduur te hebben, wordt deze jaarlijks en telkens wanneer er een aanwijzing van een bijzondere waardevermindering is, getoetst op bijzondere waardevermindering door de vergelijking van de boekwaarde met de verhaalbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid kleiner is dan de boekwaarde van de eenheid, wordt het bijzondere waardeverminderingsverlies eerst toegerekend om de boekwaarde van aan de eenheid toegerekende goodwill te verlagen en wordt het vervolgens naar evenredigheid aan de andere activa van de eenheid toegerekend op basis van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden niet teruggenomen.

Bij afstoting van een dochteronderneming of gezamenlijke entiteit (joint venture) wordt het toe te rekenen bedrag van de goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies uit de afstoting van de entiteit.

Indien de reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen de kostprijs van de bedrijfscombinatie overschrijdt, wordt het positieve verschil dat na herbeoordeling overblijft direct in de winst- en verliesrekening opgenomen.

2.15 | MATERIËLE VASTE ACTIVA

Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen, behalve voor materiële vaste activa in aanbouw die geboekt worden tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De kosten omvatten alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief gebruiksklaar te maken voor zijn beoogde gebruik.

Aangekochte software die een integraal deel is van de functionaliteit van de betreffende uitrusting wordt als onderdeel van die uitrusting geactiveerd.

Kosten voor leningen die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een geschikt actief, worden geactiveerd als onderdeel van de kosten van dat actief.

Latere kosten worden enkel opgenomen in de boekwaarde van het actief of als afzonderlijk actief verwerkt, naargelang het geval, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die verbonden zijn aan het element de Groep ten goede zullen komen en wanneer de kostprijs van het element betrouwbaar kan worden gewaardeerd. Alle overige kosten voor herstel en onderhoud worden als lasten opgenomen wanneer ze zich voordoen.

Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode om de kosten van activa, uitgezonderd terreinen en vaste activa in aanbouw, toe te kennen aan hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijving begint wanneer het actief gebruiksklaar is. Terreinen worden niet afgeschreven.

De restwaarde en de gebruiksduur van een actief worden ten minste aan het eind van elk boekjaar opnieuw bekeken en indien de verwachtingen afwijken van de vorige schattingen, wordt (worden) de wijziging(en) administratief verwerkt als (een) schattingswijziging(en) in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaglegging, schattingswijzigingen en fouten.

De volgende gebruiksduren zijn van toepassing op de voornaamste categorieën van materiële vaste activa:

" gebouwen 20-33 jaar
" machines 7-15 jaar
" laboratoriummateriaal 7 jaar
" prototypemateriaal 3 jaar
" meubilair 7 jaar
" voertuigen 5-7 jaar
" computermateriaal 3 jaar

onder financiële leases aangehouden activa levensduur van de activa of (indien korter) leasetermijn

Winst en verlies uit afstotingen worden bepaald op basis van de vergelijking tussen de opbrengsten uit de afstoting en de boekwaarde, en worden in de winst-enverliesrekening onder "overige baten en lasten" geboekt.

Investeringsgoederen zijn kenmerkend voor terreinen en gebouwen die het voorwerp uitmaken van een verhuurcontract. Deze activa worden aanvankelijk geboekt tegen kostprijs en worden afgeschreven op een lineaire basis over hun geschatte gebruiksduur. De onderliggende nuttige levensduur komt overeen met die van zelf gebruikte materiële vaste activa. Gezien de geringe hoeveelheid investeringseigendommen, worden deze niet afzonderlijk op de balans vermeld.

2.16 | LEASES

Leaseovereenkomsten worden als financiële leases geclassificeerd wanneer de contractuele bepalingen van de leaseovereenkomst nagenoeg alle risico's en voordelen van de rechthebbende overdragen aan de leasingnemer. Alle overige leaseovereenkomsten worden als operationele leases geclassificeerd.

2.16.1 | FINANCIËLE LEASES

Onder financiële leases aangehouden activa worden als activa van de Groep opgenomen tegen de laagste waarde van hun reële waarde en de contante waarde van de minimale leasebetalingen verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen. De overeenkomstige verplichting ten opzichte van de leasinggever wordt in de balans opgenomen als verplichtingen uit hoofde van financiële leases.

Leasebetalingen worden verdeeld tussen de financieringskosten en de vermindering van de leaseverplichting om te komen tot een constante rente op het resterende saldo van de verplichting. Financieringskosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Het af te schrijven bedrag van een geleased actief wordt stelselmatig aan elke verslagperiode toegerekend tijdens de periode van het verwachte gebruik, op een basis die aansluit op de afschrijvingsgrondslagen die de Groep toepast op af te schrijven activa in eigendom.

Indien het redelijk zeker is dat de Groep aan het einde van de leaseperiode de eigendom zal verkrijgen, is de periode van het verwachte gebruik de gebruiksduur van het actief; zo niet wordt het actief afgeschreven over de leaseperiode, of over de gebruiksduur, als deze korter is.

2.16.2 | OPERATIONELE LEASES

Leasebetalingen op grond van een operationele lease worden lineair in de winst- en verliesrekening opgenomen over de looptijd van de betrokken leaseovereenkomst. Ontvangen en te ontvangen voorrechten als incentive om een operationele lease aan te gaan, worden eveneens lineair gespreid over de leaseperiode.

2.17 | FINANCIËLE ACTIVA

2.17.1 | RANGSCHIKKING

De Groep rangschikt zijn financiële activa in de volgende categorieën: tegen reële waarde in de winst-enverliesrekening, als leningen en vorderingen, en voor verkoop beschikbare activa. De classificatie hangt af van de doeleinden waarvoor de financiële activa zijn verworven.

De directie bepaalt de classificatie van haar financiële activa bij de eerste opname.

2.17.2 | FINANCIËLE ACTIVA TEGEN REËLE WAARDE VIA WINST OF VERLIES

Een instrument wordt tegen reële waarde geboekt in de winst-en-verliesrekening als het aangehouden wordt voor handelsdoeleinden of als het dusdanig is aangemerkt bij de oorspronkelijke boeking. Financiële activa worden tegen reële waarde geboekt in de winst-en-verliesrekening als de Groep dergelijke investeringen beheert en beslissingen neemt over verkoop of aankoop, gebaseerd op hun reële waarde, in overeenstemming met het beleid van de Groep aangaande het beheer van financiële marktrisico's. Ook financiële derivaten worden ondergebracht als ze worden aangehouden voor handelsdoeleinden behalve als ze als afdekkingen zijn opgenomen.

2.17.3 | LENINGEN EN VORDERINGEN

Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen die niet op een actieve markt genoteerd zijn. Ze worden opgenomen onder vlottende activa, behalve voor looptijden van meer dan 12 maanden na de balansdatum. Deze worden als niet-vlottende activa geboekt.

2.17.4 | VOOR VERKOOP BESCHIKBARE INVESTERINGEN

Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn nietafgeleide financiële activa die in deze categorie zijn aangewezen of die in geen enkele andere categorie zijn geclassificeerd. Ze zijn opgenomen onder de nietvlottende activa, behalve wanneer de directie van plan is de investering af te stoten binnen de 12 maanden na de balansdatum.

2.17.5 | OPNAME EN WAARDERING

Geregelde aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief. Investeringen worden oorspronkelijk opgenomen tegen de reële waarde plus transactiekosten voor alle financiële activa die niet tegen reële waarde in de winst-en-verliesrekening worden geboekt. Financiële activa tegen reële waarde met verwerking in de winsten-verliesrekening worden oorspronkelijk geboekt tegen reële waarde en de transactiekosten worden in de winsten-verliesrekening als lasten opgenomen. Financiële activa worden niet langer opgenomen in de balans als de rechten om kasgeld uit de investeringen te ontvangen, verlopen zijn of zijn overgedragen, en de Groep alle risico's en voordelen van eigendom grotendeels heeft overgedragen. Voor verkoop beschikbare financiële activa en financiële activa tegen reële waarde met verwerking in de winst-en-verliesrekening worden dientengevolge tegen reële waarde geboekt. Leningen en vorderingen worden tegen de geamortiseerde kostprijs geboekt, op basis van de effectieve rentemethode, met aftrek van bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De reële waarde van genoteerde beleggingen is gebaseerd op de huidige biedprijzen. Als de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële waarde door middel van waarderingstechnieken.

Winsten of verliezen ten gevolge van veranderingen in de reële waarde van de financiële activa tegen reële waarde via winst- of verliescategorieën, worden in de winst- en verliesrekening geboekt in de periode waarin ze ontstaan, terwijl winsten of verliezen ten gevolge van veranderingen

in de reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa rechtstreeks in andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten worden geboekt. Bij afstoting/bijzondere waardevermindering van voor verkoop beschikbare financiële activa worden eventuele cumulatieve winsten of verliezen die zijn uitgesteld in eigen vermogen, teruggeboekt naar de winst- en verliesrekening.

2.18 | BIJZONDERE WAARDEVERMIN-DERING VAN FINANCIËLE ACTIVA

2.18.1 | ACTIVA GEHOUDEN TEGEN AFGESCHREVEN KOSTPRIJS

Op het einde van elke verslagperiode beoordeelt de Groep of er objectieve bewijzen zijn van een bijzondere waardevermindering van een financieel actief of een Groep van financiële activa. Financiële activa of Groepen financiële activa worden in waarde verminderd en waardeverminderingen worden geboekt indien er objectieve bewijzen zijn van een waardevermindering als gevolg van een of meerdere gebeurtenissen die zijn opgetreden na de initiële opname van de activa (een "verliesveroorzakende gebeurtenis") en deze verliesveroorzakende gebeurtenissen een betrouwbaar schatbare impact hebben op de geraamde toekomstige cashflows van de financiële activa of Groepen financiële activa.

De criteria die de Groep gebruikt om vast te stellen dat er objectieve bewijzen zijn van een waardevermindering omvatten:

  • belangrijke financiële problemen van de emittent of schuldenaar;
  • contractbreuk, zoals een in gebreke blijven of bedrog bij de betalingen van interesten of kapitaal;
  • de Groep die om economische of juridische redenen in verband met de financiële moeilijkheden van de kredietnemer, de kredietnemer een concessie verleent die de leninggever anders niet zou overwegen;
  • het optreden van de waarschijnlijkheid dat de kredietnemer het faillissement zal aanvragen of enige andere financiële reorganisatie zal doorvoeren;
  • het verdwijnen van een actieve markt voor dat vermogensbestanddeel wegens financiële problemen; of
  • waarneembare informatie die aangeeft dat er een meetbare vermindering is in de geschatte toekomstige kasstromen.

De Groep onderzoekt in de eerste plaats of er objectieve bewijzen zijn van een waardevermindering. Voor leningen en vorderingen wordt het verliesbedrag gemeten als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen (uitgezonderd toekomstige kredietverliezen die nog niet werden geboekt), verdisconteerd tegen de bij aanvang berekende effectieve rentevoet. De boekwaarde van het actief wordt verminderd en het bedrag van het verlies wordt geboekt in de geconsolideerde winsten-verliesrekening. Indien een lening of een tot aan de vervaldag aan te houden investering een variabele rentevoet heeft, is de disconteringsfactor voor het bepalen van een eventuele waardevermindering gelijk aan de huidige werkelijke rentevoet zoals in het contract vastgesteld. Als praktische werkwijze kan de Groep voor de vaststelling van de waardevermindering van de reële waarde van een instrument gebruikmaken van de waarneembare marktprijs.

Indien in een volgende periode het bedrag van de waardevermindering afneemt en deze daling op een objectieve wijze in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die is opgetreden na de boeking van de waardevermindering (zoals een betere kredietbeoordeling van de schuldenaar), wordt de terugneming van de eerder opgenomen waardevermindering geboekt in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening.

2.18.2 | VOOR VERKOOP BESCHIKBARE FINANCIËLE ACTIVA

Op het einde van elke verslagperiode beoordeelt de Groep of er objectieve bewijzen zijn van een bijzondere waardevermindering van een financieel actief of een Groep van financiële activa. Voor obligaties maakt de Groep gebruik van de hierboven beschreven criteria. Indien in een latere periode de reële waarde van een schuldinstrument dat als voor verkoop beschikbaar is aangemerkt, toeneemt en de toename objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na opname van het verlies, dient het verlies te worden teruggeboekt via de geconsolideerde winst- en verliesrekening.

In het geval van beleggingen in aandelen die als beschikbaar voor verkoop geclassificeerd zijn, wordt een beduidende of aanhoudende daling van de reële waarde van het aandeel tot onder zijn kostprijs beschouwd als een indicatie dat de waarde van de aandelen daadwerkelijk verminderd is. Als dergelijk bewijs van voor verkoop beschikbare financiële activa bestaat, wordt het gecumuleerde verlies – berekend als het verschil tussen de aankoopprijs en de huidige reële waarde, met aftrek van enig bijzonder waardeverminderingsverlies op het financieel actief dat voorheen is geboekt in de winst- en verliesrekening – uit het eigen vermogen verwijderd en in de winst- en verliesrekening opgenomen. In de geconsolideerde winst- en verliesrekening opgenomen waardeverminderingsverliezen op eigenvermogensinstrumenten worden niet teruggeboekt via de geconsolideerde winst- en verliesrekening.

2.19 | AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN EN AFDEKKINGSACTIVITEITEN

De Groep maakt gebruikt van afgeleide financiële instrumenten om haar blootstelling aan valuta- en renterisico's die voortvloeien uit haar operationele, financierings- en investeringsactiviteiten af te dekken. De Groep voert geen speculatieve transacties uit.

Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare transactiekosten worden in de winst-en-verliesrekening geboekt als ze zich voordoen. Financiële derivaten worden daarna geherwaardeerd tegen reële waarde.

De Groep houdt ook rekening met het kredietrisico en het risico van verzuim bij zijn waarderingstechnieken, wat zorgt voor een verwaarloosbare impact op de waardering van derivaten bij wijzigingen in het credit- of debetsaldo van tegenpartijen met wie financiële marktransacties afgesloten worden.

De methode voor het opnemen van de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen hangt af van het feit of het afgeleide financiële instrument als een afdekkinginstrument is aangeduid, en zo ja, van de aard van de afgedekte post. De Groep wijst afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen, reëlewaardeafdekkingen of afdekkingen van netto-investeringen.

De Groep documenteert bij het afsluiten van de transactie de relatie tussen het afdekkinginstrument en de afgedekte posten, alsook de doelstellingen voor en strategie van het risicobeheer waarvoor deze verschillende afdekkingstransacties werden aangegaan. De Groep documenteert eveneens haar beoordeling, zowel bij het afsluiten van de afdekkingtransacties als voortdurend daarna, of de in afdekkingtransacties gebruikte afgeleide financiële instrumenten zeer effectief zijn wat betreft het compenseren van veranderingen in de reële waarde of kasstromen van afgedekte posities.

De volle reële waarde van een afdekkend afgeleid financieel instrument wordt geclassificeerd als vast actief of langlopende verplichting als de resterende duur van het afgedekt element meer dan 12 maanden bedraagt, en als vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende duur van de afdekking minder dan 12 maanden bedraagt.

In contracten besloten afgeleide financiële instrumenten worden van het basiscontract gescheiden en afzonderlijk geboekt als de economische kenmerken en risico's van het basiscontract en van het in contracten besloten afgeleide financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden zijn; een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contracten besloten derivaat zou beantwoorden aan de definitie van een afgeleid financieel instrument, en het gecombineerde instrument wordt niet tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening geboekt.

2.19.1 | KASSTROOMAFDEKKINGEN

De effectieve veranderingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die als kasstroomafdekkingen zijn aangeduid en aldus gelden, worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten opgenomen. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als "financiële inkomsten/kosten".

Als de kasstroomafdekking van een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie leidt tot de opname van een niet-financieel actief of een nietfinanciële verplichting, dan worden op het moment dat het actief of de verplichting wordt geboekt, de daarmee verband houdende winsten of verliezen op het voorheen in het eigen vermogen verwerkte financieel derivaat opgenomen in de eerste waardering van het actief of de verplichting. Indien de kasstroomafdekking van een verwachte toekomstige transactie later resulteert in de opname van een financieel actief of een financiële verplichting, worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen die direct in het eigen vermogen opgenomen werden, geherclassificeerd in de winst-enverliesrekening in dezelfde periode of perioden waarin het verworven actief of de veronderstelde verplichting de winsten-verliesrekening beïnvloedt.

Een relatie voor de afdekking van de kasstroom wordt prospectief gestaakt als de doeltreffendheidstest voor de afdekking faalt, wanneer het afdekkinginstrument verkocht, beëindigd of uitgeoefend wordt, als de directie de aanduiding van de verwachte transacties herroept, of wanneer deze niet langer erg waarschijnlijk zijn. Wanneer een voorspelde transactie niet langer zeer waarschijnlijk

is, maar nog verwacht wordt zich voor te doen, blijven afdekkingwinsten en -verliezen die eerder naar het eigen vermogen werden uitgesteld, in het eigen vermogen opgenomen tot de transactie winst of verlies veroorzaakt.

Zodra blijkt dat de voorspelde transactie zich niet meer zal voordoen, wordt elke winst of elk verlies onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

2.19.2 | AFDEKKING VAN DE REËLE WAARDE

Veranderingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangeduid zijn en in aanmerking komen als reëlewaardeafdekkingen worden in de winsten-verliesrekening geboekt, samen met eventuele veranderingen in de reële waarde van het afgedekte actief of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte risico toegerekend kunnen worden.

2.19.3 | AFDEKKING VAN NETTO-INVESTERINGEN

Afdekkingen van netto-investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland worden op vergelijkbare wijze verwerkt als kasstroomafdekkingen. Een winst of verlies op het afdekkinginstrument met betrekking tot het effectieve deel van de afdekking wordt opgenomen in andere niet-gerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als "financiële opbrengsten". In het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en verliezen worden naar de winst-enverliesrekening teruggevoerd wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit gedeeltelijk wordt afgestoten of verkocht.

2.19.4 | AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN DIE NIET IN AANMERKING KOMEN VOOR HEDGE ACCOUNTING

Bepaalde afgeleide financiële instrumenten komen niet in aanmerking voor hedge accounting. Veranderingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening geboekt onder "financiële opbrengsten".

2.20 | VOORRADEN

Grondstoffen, verbruiksproducten en goederen die aangekocht werden voor doorverkoop, worden gewaardeerd tegen de kostprijs of de netto realiseerbare waarde als die lager is.

De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde kostenmethode. De kostprijs van goederen in bewerking en afgewerkte goederen omvat alle kosten voor de verwerking en andere kosten die gemaakt worden om de voorraden naar hun huidige locatie en in hun huidige toestand te brengen. De bewerkingskosten omvatten de productiekosten en de gerelateerde vaste en variabele productiekosten (inclusief de afschrijvingskosten).

De netto realiseerbare waarde vertegenwoordigt de geschatte verkoopprijs verminderd met alle geschatte afwerkingskosten en de kosten voor de marketing, de verkoop en de distributie.

2.21 | HANDELSVORDERINGEN

Handelsvorderingen worden bij aanvang geboekt tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode met aftrek van een voorziening voor bijzondere waardevermindering.

2.22 | GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten kassaldo, direct opvraagbare deposito's en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele vervaldagen van drie maanden of minder en bankvoorschotten in rekeningcourant. Bankvoorschotten in rekening-courant worden opgenomen bij leningen onder kortlopende verplichtingen op de balans.

2.23 | VASTE ACTIVA (OF GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN) AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP EN BEËINDIGDE ACTIVITEITEN

Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Vennootschap die ofwel afgestoten is, ofwel geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop. Het moet ofwel een opzichzelfstaande belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch activiteitengebied zijn, ofwel deel uitmaken van een afzonderlijk gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen om doorverkocht te worden.

Vaste activa of een Groep activa die afgestoten worden, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk moet worden gerealiseerd door een verkooptransactie en een verkoop als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Niet-vlottende activa en Groepen activa die afgestoten worden, worden gewaardeerd tegen de laagste van de boekwaarde en de reële waarde verminderd met de verkoopkosten indien hun boekwaarde hoofdzakelijk eerder gerealiseerd zal worden door een verkooptransactie dan door voortgezet gebruik. Bijzondere waardeverminderingsverliezen na de initiële classificatie als "aangehouden voor verkoop" worden in de winst- en verliesrekening geboekt. Niet-vlottende activa die geclassificeerd zijn als "aangehouden voor verkoop" worden niet in waarde verminderd noch afgeschreven.

2.24 | AANDELENKAPITAAL

2.24.1 | GEWONE AANDELEN

Gewone aandelen worden ingedeeld bij eigen vermogen. Marginale kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of opties verschijnen in het eigen vermogen als een aftrekpost, na belastingen, van de inkomsten. De Vennootschap heeft geen preferente aandelen of verplicht aflosbare preferente aandelen uitgegeven.

2.24.2 | EIGEN AANDELEN

Wanneer een onderneming van de Groep aandelen van de Vennootschap koopt (ingekochte eigen aandelen) wordt de betaalde som, inclusief de toerekenbare directe kosten (na winstbelastingen) in mindering gebracht op het eigen vermogen dat toe te schrijven is aan de aandeelhouders van de Vennootschap tot de aandelen geannuleerd of heruitgegeven zijn. Wanneer dergelijke aandelen later worden heruitgegeven, wordt elke ontvangen betaling, na aftrek van enige rechtstreeks toerekenbare marginale transactiekosten en de bijhorende effecten van de winstbelasting, opgenomen in het eigen vermogen dat toe te schrijven is aan de aandeelhouders van de Vennootschap.

2.24.3 | HYBRIDE KAPITAAL

Indien de obligatievoorwaarden van het hybride kapitaal voldoen aan de criteria bepaald onder IAS 32, Financiële instrumenten: Informatieverschaffing en presentatie, worden dergelijke instrumenten geboekt als eigenvermogensinstrumenten van de Groep.

Indien het hybride kapitaal wordt geclassificeerd als eigen vermogen, worden de rentelasten geboekt overeenkomstig de boekingen van dividenden aan aandeelhouders, die vervat zijn in het "Overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen".

2.25 | OBLIGATIES EN LENINGEN

Obligaties, leningen en bankvoorschotten worden bij aanvang gewaardeerd tegen reële waarde, met aftrek van de opgelopen transactiekosten, en worden vervolgens gewaardeerd tegen hun geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieve rentemethode. Verschillen tussen de inkomsten (na transactiekosten) en de afwikkeling of aflossing van leningen worden geboekt over de looptijd van de leningen, overeenkomstig de grondslagen van de Groep voor de administratieve verslaglegging.

Leningen worden geclassificeerd bij kortlopende verplichtingen, behalve wanneer de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting minstens tot 12 maanden na de balansdatum uit te stellen.

2.26 | SAMENGESTELDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN

Door de Groep uitgegeven samengestelde financiële instrumenten omvatten converteerbare obligaties die in gewone aandelen kunnen worden omgezet ter keuze van de emittent. Het aantal uit te geven aandelen varieert niet met veranderingen in hun reële waarde. Gelet op de optie van de emittent om in contanten af te lossen, werden dergelijke converteerbare obligaties in het verleden opgesplitst in een schuld- en een derivaatcomponent.

Na initiële boeking van de obligatie, werd de reële waarde van het schuldcomponent bepaald op basis van de actuele waarde van de contractueel vastgestelde kasstromen gedisconteerd op de interestvoet die op dat moment wordt toegepast door de markt op instrumenten van vergelijkbare kredietstatus en die nagenoeg dezelfde kasstromen opleveren, op dezelfde voorwaarden, maar zonder de converteeroptie.

Na de initiële boeking wordt de schuldcomponent gemeten op basis van de geamortiseerde kostprijs, met gebruik van de effectieve rentemethode.

Het restant van de opbrengsten werd toegewezen aan de conversieoptie en in "overige derivaten" geboekt. Na de initiële boeking werd de derivaatcomponent gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle winsten en verliezen na herwaardering in de winst-en-verliesrekening werden opgenomen.

Als gevolg van een beslissing van de Raad van Bestuur in 2010, om de rechten van UCB voor de optie voor contante betaling in te trekken, werd de derivaatcomponent geherclassificeerd in eigen vermogen, op basis van de reële waarde op de dag van deze beslissing. De component eigen vermogen werd overgeboekt naar premium op de conversie van de resterende converteerbare obligaties te delen in 2014.

Transactiekosten die rechtstreeks aan de obligatie-emissie zijn toe te schrijven en aangroeiend zijn, worden in de berekening van de geamortiseerde kostprijs opgenomen, met gebruik van de effectieverentemethode, en worden via de winst-en-verliesrekening over de levensduur van het instrument afgeschreven.

2.27 | HANDELSSCHULDEN

Handelsschulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode.

2.28 | PERSONEELSBELONINGEN

2.28.1 | PENSIOENVERPLICHTINGEN

De Groep kent verschillende uitdiensttredingsschema's, waaronder zowel toegezegd pensioenregelingen als toegezegde bijdrageplannen.

Een toegezegde bijdrageplan is een pensioenplan waarin de Groep vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit en hoegenaamd geen wettelijke of uitdrukkelijke verplichtingen heeft om bijkomende bijdragen te betalen indien het fonds over onvoldoende middelen zou beschikken om aan alle werknemers de uitkeringen te betalen die betrekking hebben op de dienst van de werknemer in de huidige en vroegere periodes. Verplichtingen voor bijdragen aan toegezegde bijdrageplannen worden als kosten in verband met personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening geboekt wanneer ze opeisbaar zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden in de activa geboekt in de mate dat een restitutie of vermindering van toekomstige betalingen beschikbaar is.

Toegezegd-pensioenplannen bepalen een bedrag voor de pensioenuitkering die een werknemer bij pensionering zal ontvangen, die meestal afhankelijk is van één of meer factoren, zoals leeftijd, aantal dienstjaren en compensatie. De verplichting, opgenomen in het geconsolideerde overzicht van de financiële toestand met betrekking tot de toegezegd pensioenplannen, is de actuele waarde van de toegezegd pensioenverplichtingen min de reële waarde van de fondsbeleggingen. Een eventueel surplus uit deze berekening wordt beperkt tot de actuele waarden van eventuele economische winsten in de vorm van terugbetalingen van de plannen of verminderingen in de toekomstige bijdragen aan de plannen.

De toegezegd pensioenverplichting wordt berekend door onafhankelijke actuarissen volgens de methode van de "geprojecteerde backserviceverplichting". Een volledige actuariële waardering op basis van bijgewerkte personeelsgegevens wordt ten minste om de drie jaar uitgevoerd. Daarnaast is een volledige actuariële waardering eveneens vereist indien de nettoschommeling in de balans van het ene jaar op het andere meer dan 10% bedraagt als gevolg van met het plan verbonden omstandigheden (significante lidmaatschapsveranderingen, planveranderingen enz.). In jaren waar een volledige actuariële waardering niet vereist is, worden prognoses ("roll-forwards" genoemd) gebruikt op basis van het voorgaande jaar met bijgewerkte veronderstellingen (disconteringsvoet, loonsverhoging, verloop). Voor deze roll-forwardwaarderingen worden de gegevens van de individuele medewerkers gebruikt van de laatste volledige waarderingsdatum, rekening houdend met veronderstellingen op het vlak van loonsverhogingen en mogelijk verloop. Alle verplichtingen worden gewaardeerd op de toepasselijke balansdatum en de marktwaarde van de pensioenfondsactiva wordt eveneens op deze datum gerapporteerd, zowel in het geval van een volledige als van een roll-forwardwaardering.

De contante waarde van de toegezegd pensioenverplichting wordt bepaald door de geschatte toekomstige kasuitstromen te verdisconteren door middel van rendementen op hoogwaardige bedrijfsobligaties, die vervaldata hebben die in de buurt liggen van de einddata van de overeenkomstige verplichtingen van de Groep en die in dezelfde valuta worden beheerd als die waarin de uitkeringen vermoedelijk zullen worden betaald.

Herwaarderingen bevattende actuariële winsten en verliezen, de impact van het actiefplafond (indien van toepassing) en de return van fondsbeleggingen (excl. rente) worden onmiddellijk opgenomen in het overzicht van de financiële toestand met een boeking in andere niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin ze optreden. Herwaarderingen die opgenomen zijn in andere niet-gerealiseerde resultaten worden niet tegen geboekt. De entiteit kan deze in andere niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedragen evenwel overboeken binnen het eigen vermogen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt als winst of verlies in de periode van de wijziging van de regeling. Nettorente wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettotoegezegd pensioenverplichting (activa). Toegezegd pensioenkosten worden onderverdeeld in drie categorieën:

  • kosten voor de lopende diensttijd, kosten van verstreken diensttijd, winsten en verliezen op inperkingen en afwikkelingen;
  • netto rentekosten of -inkomsten;
  • herwaardering.

De Groep neemt de eerste twee componenten van toegezegd pensioenkosten in zijn geconsolideerde winst-en-verliesrekening op in de lijn "kosten voor personeelsbeloningen" (in de vorm van samenvoeging van kosten). Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen worden beschouwd als een kost voor verstreken diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt onder de nietgerealiseerde resultaten.

2.28.2 | OVERIGE PERSONEELSBELONINGEN NA PENSIONERING

Sommige ondernemingen van de Groep verlenen hun gepensioneerden voorrechten op het gebied van gezondheidszorg. De nettoverplichting van de Groep is het bedrag van toekomstige voorrechten die werknemers in ruil voor hun diensten in de huidige en in vroegere periodes hebben verdiend. De verwachte kosten van deze voorrechten worden geboekt over de periode van tewerkstelling, op basis van dezelfde methode als voor de toegezegd pensioensregelingen.

2.28.3 | ONTSLAGVERGOEDINGEN

Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd vóór de normale pensioendatum, of wanneer een werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig ontslag aanvaardt. De Groep neemt ontslagvergoedingen op wanneer ze zich aantoonbaar heeft verbonden tot hetzij de beëindiging van het dienstverband van huidige werknemers volgens een gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dat het plan ingetrokken wordt, hetzij de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod dat aan de werknemers gedaan werd om vrijwillig ontslag te stimuleren. Vergoedingen die na meer dan 12 maanden na de balansdatum invorderbaar worden, worden naar hun contante waarde verdisconteerd.

2.28.4 | WINSTDELING EN BONUSREGELINGEN

De Groep neemt een verplichting en een last op voor bonussen en winstdeling op basis van een formule waarbij de winst die toewijsbaar is aan de aandeelhouders van de Vennootschap, na enkele correcties, in aanmerking genomen wordt. De Groep neemt een voorziening op indien ze daar contractueel toe verplicht is of indien er een gangbare praktijk is die een feitelijke verplichting gecreëerd heeft, en er een betrouwbare schatting van de verplichting gemaakt kan worden.

2.28.5 | OP AANDELEN GEBASEERDE BETALINGEN

De Groep beheert verschillende in eigenvermogeninstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde beloningsplannen.

De reële waarde van de werknemersdiensten die worden ontvangen in ruil voor de toekenning van aandelenopties, wordt als last opgenomen. Het totaalbedrag dat wordt afgeschreven wordt bepaald door verwijzing naar de reële waarde van de toegekende aandelenopties, zonder de impact van eventuele niet-verhandelbare diensten prestatietoekenningsvoorwaarden (bijvoorbeeld rentabiliteit, gedurende een bepaalde tijd in dienst blijven bij de entiteit).

Niet-verhandelbare toekenningsvoorwaarden zijn opgenomen in de veronderstellingen over het aantal opties dat vermoedelijk zal worden toegekend. Het totale als last opgenomen bedrag wordt geboekt over de toekenningsperiode. Dat is de periode waarover alle opgegeven toekenningsvoorwaarden vervuld moeten zijn.

De reële waarde van het aandelenoptieplan wordt bepaald op de toekenningsdatum volgens het waarderingsmodel van Black & Scholes, dat rekening houdt met de verwachte looptijd en het annuleringspercentage van de opties. Op elke balansdatum herziet de entiteit haar schattingen

van het aantal opties dat naar verwachting zal worden toegekend. Ze neemt de impact van de herziening op de oorspronkelijke schattingen desgevallend op in de winsten-verliesrekening, met een overeenkomstige aanpassing in het eigen vermogen.

De opbrengsten, ontvangen na aftrek van eventuele direct toerekenbare transactiekosten, worden verwerkt in het aandelenkapitaal (nominale waarde) en in de uitgiftepremie wanneer de opties uitgeoefend worden.

De reële waarde van het bedrag dat betaalbaar is aan werknemers op basis van de rechten op de meerwaarde van aandelen, die geldelijk worden afgewikkeld, wordt geboekt als een last, met een overeenstemmende verhoging van de verplichtingen over de periode waarin de werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de betaling. De verplichting wordt geherwaardeerd op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling.

Eventuele veranderingen in de reële waarde van de verplichtingen worden in de winst-en-verliesrekening geboekt als personeelskosten.

2.29 | VOORZIENINGEN

Voorzieningen worden in de balans opgenomen wanneer:

  • er een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting is als gevolg van een gebeurtenis in het verleden;
  • het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen omvatten, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen; en
  • het bedrag van de verplichting betrouwbaar geschat kan worden.

Het bedrag dat als voorziening opgenomen wordt, is de beste schatting van de vereiste uitgaven om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de huidige waarde van de te verwachten vereiste uitgaven om de verplichting af te wikkelen, aan de hand van een actualiseringspercentage dat de huidige marktwaarderingen van de tijdswaarde van het geld en de specifieke risico's van de verplichtingen weerspiegelt. De verhoging van de voorziening vanwege het verstrijken van tijd wordt als rentelast geboekt.

Een reorganisatievoorziening wordt geboekt wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan heeft en ze bij de betrokkenen een geldige verwachting gewekt heeft dat ze de reorganisatie zal uitvoeren door te starten met de invoering van dat plan of door de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen.

3 Kritische beoordelingen en schattingen t.b.v. de verslaglegging

Schattingen en beoordelingen worden doorlopend geëvalueerd en zijn gestoeld op historische ervaring en andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende toekomstige gebeurtenissen die redelijk worden geacht gezien de omstandigheden.

3.1 | KRITISCHE BEOORDELINGEN BIJ DE TOEPASSING VAN DE GROND-SLAGEN VOOR DE FINANCIËLE VERSLAGLEGGING VAN DE GROEP

OPBRENGSTENVERANTWOORDING

De activiteit van de Groep is van dusdanige aard dat veel verkooptransacties geen eenvoudige structuur hebben.

Verkoopovereenkomsten kunnen bestaan uit meerdere akkoorden die zich tegelijk of op verschillende tijdstippen voordoen. De Groep is ook partij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en met bepaalde toekomstige verplichtingen. De opbrengsten worden enkel opgenomen wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van goederen zijn overgedragen en wanneer de Groep over de verkochte goederen niet de feitelijke zeggenschap of effectieve controle behoudt of wanneer de verplichtingen vervuld zijn. Dit kan ertoe leiden dat de kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als uitgesteld inkomen en dan overgebracht worden naar het resultaat in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden.

3.2 | KRITISCHE SCHATTINGEN EN VERONDERSTELLINGEN T.B.V. DE VERSLAGLEGGING

De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS zoals aangenomen voor gebruik door de Europese Unie, vereist dat de directie schattingen maakt en veronderstellingen doet die invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen en de vermelding van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en de gerapporteerde bedragen van baten en lasten tijdens de verslagperiode.

De directie baseert haar schattingen op ervaring en cijfers uit het verleden evenals verscheidene andere veronderstellingen die worden geacht redelijk te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan de resultaten de basis vormen voor de gerapporteerde bedragen van baten en lasten die mogelijk niet onmiddellijk blijken uit andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen per definitie afwijken van deze schattingen. Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van herzieningen worden in de jaarrekening weerspiegeld in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.

3.2.1 | OMZETREDUCTIES

De Groep heeft transitorische posten voor verkoopretours, terugbelastingen (charge-backs) en andere rabatten, inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate" en "Federal Medicare" in de Verenigde Staten en gelijksoortige rabatten in andere landen. Dergelijke schattingen zijn gebaseerd op analyses van bestaande contractuele verplichtingen of wetgevingen, historische trends en op de ervaring van de Groep. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de feitelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de transitorische posten die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt geboekt, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. In het algemeen worden de kortingen, rabatten en andere aftrek die op de factuur worden vermeld in de winst- en verliesrekening verantwoord als een onmiddellijke mindering van de brutoomzet. De verkoopretouren, terugbelastingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat en in de balans in de toepasselijke transitorische postenrekening gepresenteerd, en afgetrokken van de omzet.

3.2.2. | IMMATERIËLE ACTIVA EN GOODWILL

De Groep heeft immateriële activa met een boekwaarde van € 1 219 miljoen (Toelichting 18) en goodwill met een boekwaarde van € 4 882 miljoen (Toelichting 19). De immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer ze goedgekeurd zijn door de regelgevende instanties).

De directie schat dat de nuttige levensduur voor verworven lopende onderzoek- en ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat deze producten genieten van de patentbescherming of de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële activa die verworven worden door een bedrijfscombinatie en die producten bevatten die gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen patentbescherming of exclusiviteit van gegevens bestaat, schat de directie dat de nuttige levensduur gelijk is aan de periode waarin deze producten substantieel alle kasbijdragen zullen realiseren.

Deze immateriële activa en goodwill worden geregeld herzien op bijzondere waardevermindering en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en goodwill worden minstens jaarlijks getest op aanwijzingen van bijzondere waardevermindering.

Om te beoordelen of er sprake is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren de schattingen op basis van de verwachte toekomstige kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun eventuele afstoting. Deze geraamde kasstromen worden dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing van een gepast actuarieel percentage waaruit de risico's en onzekerheden in verband met de vooropgestelde kasstromen blijken.

De feitelijke resultaten kunnen sterk van dergelijke schattingen van toekomstige kasstromen verschillen. Factoren zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie, technische veroudering of rechten die lager liggen dan verwacht, kunnen leiden tot een verkorting van de nuttige levensduur en bijzondere waardeverminderingen.

De Groep paste de volgende basisveronderstellingen toe voor de berekening van de "bedrijfswaarde", die vereist is om de bijzondere waardevermindering van immateriële activa en goodwill te testen op het eind van het jaar:

  • Groeiratio voor de eindwaarde 3%
  • Actualiseringspercentage met betrekking tot goodwill en immateriële activa voor afgezette producten 8,2%
  • Actualiseringspercentage met betrekking tot immateriële activa voor pijplijnproducten 13,0%

Omdat de kasstromen ook rekening houden met de belastinguitgaven wordt een discontovoet na belastingen gebruikt om op bijzondere waardevermindering te testen.

De directie is van mening dat het gebruik van de discontovoet na belastingen overeenstemt met de resultaten van het gebruik van een percentage vóór belastingen dat wordt toegepast op kasstromen vóór belastingen.

3.2.3 | MILIEUVOORZIENINGEN

De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor milieuherstel die beschreven worden in Toelichting 32. De belangrijkste elementen van de milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om vervuiling op sommige andere sites te behandelen, vooral diegene die verband houden met de afgestoten chemische en filmactiviteiten van de Groep.

Toekomstige kosten voor milieuherstel worden beïnvloed door een aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze aangetast waren), de methode en omvang van het milieuherstel, het afvalpercentage dat aan de Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten van de andere mogelijk verantwoordelijke partijen. Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het inschatten van de aansprakelijkheden op dit gebied, kan niet worden gegarandeerd dat er geen extra kosten zullen zijn naast de momenteel reeds vastgestelde bedragen. De impact van de milieuherstelmaatregelen op de resultaten van activiteiten kan niet voorspeld worden vanwege de onzekerheid betreffende het bedrag en de timing van toekomstige uitgaven en de resultaten van toekomstige activiteiten. Dergelijke veranderingen zouden de op de balans geboekte voorzieningen in de toekomst kunnen beïnvloeden.

3.2.4 | PERSONEELSBELONINGEN

De Groep heeft momenteel een groot aantal toegezegde pensioenplannen (uiteengezet in Toelichting 31). De berekening van de activa of passiva met betrekking

tot deze plannen is gebaseerd op statistische en actuariële veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de contante waarde van de toegezegdpensioenverplichting die beïnvloed wordt door veronderstellingen met betrekking tot de discontovoeten die gebruikt worden om tot de contante waarde van toekomstige pensioenverplichtingen te komen en veronderstellingen over toekomstige stijgingen van salarissen en uitkeringen.

Verder maakt de Groep gebruik van statistische veronderstellingen op terreinen zoals toekomstige terugtrekkingen van deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake de levensverwachting. De gebruikte actuariële veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de werkelijke resultaten vanwege veranderingen in de markt- en economische omstandigheden, een groter of kleiner personeelsverloop, langere of kortere levensduur van deelnemers en andere veranderingen in de geëvalueerde factoren.

Deze verschillen zouden een invloed kunnen hebben op de activa of passiva die in de toekomst op de balans worden geboekt.

3.2.5 | BELASTINGS POSITIES

De Groep is actief in meerdere jurisdicties waar vaak complexe juridische en fiscale regelgeving van toepassing zijn. De inkomstenbelasting standpunten worden als rechtvaardig door de Groep beschouwd en zijn bedoeld om de uitdaging van de fiscus te weerstaan. Een deel van de standpunten zijn onzeker en bevatten interpretaties van complexe fiscale wetgeving, zoals transfer pricing overwegingen, die kunnen betwist worden door de fiscus. De Groep beoordeelt deze standpunten op individuele en regelmatige basis met behulp van alle beschikbare informatie en een voorziening wordt opgenomen voor elk item dat niet waarschijnlijk blijkt indien onderzocht door de fiscus. De voorziening wordt berekend door de Groep, en is de beste schatting van de huidige belasting die de Groep verwacht te betalen, rekening houdend met de meest waarschijnlijke uitkomst van zulke onderzoeken.

De Groep heeft een netto uitgestelde belastingvordering van € 620 miljoen erkend (Toelichting 30). De opname van uitgestelde belastingvorderingen is gebaseerd op de vraag of het waarschijnlijk is dat voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn in de toekomst waartegen de terugboeking van tijdelijke verschillen kunnen worden gebruikt. Indien de tijdelijke verschillen betrekking hebben op verliezen, wordt de beschikbaarheid van de verliezen die moeten verrekend worden tegen de voorspelde belastbare winst ook beschouwd.

Belangrijke elementen die het management heeft beoordeeld bevatten de erkenning op de balans van de verliezen in jurisdicties waar verliezen werden gemaakt in voorgaande perioden, maar nu en in de nabije toekomst verwacht worden winstgevend te zijn. In dergelijke gevallen heeft het management de beste schatting van de juiste waarde van de activa gebruikt, inclusief de beoordeling van de lengte van de toekomstige te gebruiken periode voor dergelijke inschattingen.

Verschillen in de verwachte fiscale winst en de werkelijke winst of een in de toekomst verlaging van de verwachte belastbare winst zou de uitgestelde belastingvorderingen opgenomen in toekomstige perioden kunnen beïnvloeden.

4 Financieel risicobeheer

De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico's die voortvloeien uit zijn onderliggende activiteiten en vennootschappelijke financiële activiteiten.

Deze financiële risico's bestaan uit marktrisico's (waaronder valutarisico's, renterisico's en prijsrisico's), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's.

Deze toelichting geeft informatie over de mate waarin de Groep aan de voornoemde risico's is blootgesteld, over de grondslagen en de procedures van de Groep om deze risico's te beheren en over het kapitaalbeheer van de Groep. Risicobeheer wordt uitgevoerd door de afdeling Financieel Beheer van de Groep volgens beleidslijnen die door het Financial Risk Management Committee (FRMC) zijn goedgekeurd.

De financieel directeur en de hoofden van de afdelingen Accounting, Reporting & Consolidation, Financieel Beheer, Interne Audit, Belastingen, en Financiën & Risico maken allen deel uit van dit FRMC. Het FRMC is verantwoordelijk voor:

  • de analyse van de resultaten van de risicobeoordeling van UCB;
  • de goedkeuring van de aanbevolen strategieën voor risicobeheer;
  • het toezicht op de naleving van beleid voor het beheer van de financiële marktrisico's;
  • de goedkeuring van beleidswijzigingen; en
  • de verslaglegging aan het Auditcomité.

De beleidslijnen die het FRMC voor het financieel risicobeheer van de Groep heeft bepaald, moeten identificatie en analyse van de risico's voor de Groep mogelijk maken, om de gepaste limieten en controles van de risico's te bepalen en te zorgen dat die limieten nageleefd worden. Het FRMC herziet de beleidslijnen voor het risicobeheer om de zes maanden om deze aan eventuele wijzigingen in de marktvoorwaarden en de activiteiten van de Groep aan te passen.

4.1 | MARKTRISICO

Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en beurskoersen, de winst- en verliesrekening van de Groep of de waarde van de door hem aangehouden financiële instrumenten zouden beïnvloeden. Het doel van het marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico's te beheren en in de hand te houden. De Groep legt financiële derivaten aan en gaat ook financiële verplichtingen aan om het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de Groep ernaar dekkingstransacties te gebruiken om wisselvalligheid in de winst- en verliesrekening te beheren. De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.

4.1.1 | VALUTARISICO

De Groep is over de hele wereld actief en is blootgesteld aan schommelingen in vreemde valuta's die invloed hebben op zijn in euro uitgedrukte nettowinst en financiële positie. De Groep beheert actief zijn posities in vreemde valuta's en sluit, indien van toepassing, transacties af die gericht zijn op het behoud van de waarde van activa en verwachte transacties. De Groep gebruikt termijncontracten, valutaopties en cross-currency swaps (waarbij verschillende valuta's betrokken zijn) ter afdekking van bepaalde valutastromen en financieringstransacties waartoe hij zich heeft verbonden of die hij verwacht.

De instrumenten die gekocht worden ter afdekking van blootstelling aan transacties luiden voornamelijk in Amerikaanse dollar, Brits pond, Japanse yen en Zwitserse frank, d.w.z. de valuta's waarin de Groep zijn grootste risico's loopt. Het beleid van de Groep voor financieel risicobeheer bestaat erin verwachte kasstromen uit verkoop, royalty's of inkomsten uit verleende licenties voor minimaal 6 tot maximaal 26 maanden af te dekken, voor zover er geen natuurlijke afdekkingen bestaan.

De Groep heeft bepaalde investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland, waarvan de netto-activa blootgesteld zijn aan het risico van de omrekeningsverschillen van vreemde valuta's.

De omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van buitenlandse filialen van de Groep en bij gelijkgestelde internationale netto-investeringsposities worden weergegeven als cumulatieve omrekeningsverschillen op het geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen van de Groep.

4.1.2 | EFFECT VAN KOERSSCHOMMELINGEN

Per 31 december 2014 zou de impact op het eigen vermogen en op de winst na belastingen over het jaar als volgt geweest zijn als de euro met 10 % was versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende valuta's, met behoud van alle andere variabelen:

€ miljoen VERANDERING
IN WISSELKOERS
VERSTEVIGING/
VERZWAKKING (-) EUR
IMPACT OP
EIGENVERMOGEN:
VERLIES (-)/WINST
IMPACT OP WINSTEN
VERLIESREKENING
VERLIES (-)/WINST
Op 31 december 2014
USD +10% -121 0
-10% 132 9
GBP +10% -27 0
-10% 33 1
CHF +10% -49 -2
-10% 60 2
€ miljoen VERANDERING
IN WISSELKOERS
VERSTEVIGING/
VERZWAKKING (-) EUR
IMPACT OP
EIGENVERMOGEN:
VERLIES (-)/WINST
IMPACT OP WINSTEN
VERLIESREKENING
VERLIES (-)/WINST
Per 31 december 2013 (herwerkt)
USD +10% -113 3
-10% 138 -3
GBP +10% -26 10
-10% 32 -12
CHF +10% -47 -7
-10% 57 8

De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.

4.1.3 | RENTEVOETRISICO

Rentevoetwijzigingen kunnen leiden tot variaties in rentebaten en -lasten die voortvloeien uit rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van bepaalde financiële activa, verplichtingen en instrumenten, zoals beschreven in het volgende onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De rentevoeten op de belangrijkste schuldinstrumenten van de Groep is zowel vast als variabel, zoals beschreven in Toelichting 27 en 28. De Groep maakt gebruik van rentevoetderivaten om het rentevoetrisico te beheren, zoals beschreven in Toelichting 36.

De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) als afdekkinginstrumenten, onder reële waardeafdekkingen, tegen vastrentende financiële activa en verplichtingen. Zowel de afgeleide financiële instrumenten als de afgedekte posten zijn verantwoord tegen reële waarde in de winst-en-verliesrekening.

In 2014 werden de wijzigingen in reële waarde uit rentederivaten, toegewezen aan in euro uitgedrukte verplichtingen van de Groep of aan zeer waarschijnlijke toekomstige kasstromen van vastrentende schuldinstrumenten die in 2015 zullen uitgegeven worden, geboekt in het eigen vermogen onder IAS 39. Alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan in vreemde valuta genoteerde verplichtingen met zwevende rente van de Groep, geboekt via winst of verlies. Dat is een

gevolg van de onderliggende toekomstige kasstromen die werden beoordeeld als zeer waarschijnlijk voortkomend uit derivaten, die niet in aanmerking komen voor het boeken van veranderingen in reële waaarde via eigen vermogen volgens IAS 39.

4.1.4 | EFFECT VAN KOERSSCHOMMELINGEN

Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou het eigen vermogen met € 7 miljoen hebben verhoogd (2013: € 5 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou het eigen vermogen met € 7 miljoen hebben doen dalen (2013: € 5 miljoen).

Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou de winst-en-verliesrekening met € 0 miljoen hebben verhoogd (2013: € 3 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou winst- en verliesrekening met € 0 miljoen hebben doen dalen (2013: € 4 miljoen). Deze veranderingen aan de winst-en-verliesrekening zouden voortkomen uit de veranderingen in reële waarde van de kasstromen van de rentederivaten die zijn toegewezen aan de in vreemde valuta's uitgedrukte verplichtingen met variabele rente van de Groep, die niet in aanmerking komen voor hedge accounting, en die niet meer bestaan op 31 december 2014.

4.1.5 | OVERIGE RISICO'S IN VERBAND MET DE MARKTPRIJS

Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het nettoresultaat of de financiële positie van de Groep beïnvloeden. Langlopende financiële activa, indien van toepassing, worden voor contractuele doeleinden aangehouden, en verhandelbare effecten worden hoofdzakelijk omwille van regelgeving aangehouden. Het risico van waardeverlies wordt beheerd door beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot investering, en door continue opvolging van de prestaties van de investeringen en hun risicoprofiel.

Investeringen in aandelen, obligaties, schuldpapieren en overige vastrentende waardepapieren worden gedaan op basis van richtlijnen met betrekking tot liquiditeit en kredietbeoordeling.

Zaken die aan marktprijsrisico's onderhevig zijn, zijn eerder immaterieel en derhalve wordt verondersteld dat de impact op het eigen vermogen of de winst- en verliesrekening van een redelijke verandering van dit marktprijsrisico te verwaarlozen is.

Zoals in 2013, verwierf de Groep in de loop van 2014 eigen aandelen alsook Amerikaanse callopties die het recht geven om aandelen van UCB NV te verwerven. Beide transacties werden in het eigen vermogen geboekt.

Nadat UCB de optie had uitgeoefend om alle uitstaande converteerbare obligaties op 12 maart 2014 vervroegd terug te betalen, oefenden bijna alle obligatiehouders hun conversierechten uit, wat leidde tot de uitgifte van 11 078 506 nieuwe UCB-aandelen. De overblijvende converteerbare obligaties, met een totale nominale waarde van € 750 000, die niet werden geconverteerd op 12 maart 2014 werden vervroegd terugbetaald tegen nominale waarde verhoogd met de verlopen interesten. Derhalve heeft UCB NV geen converteerbare obligaties meer uitstaan.

4.2 | KREDIETRISICO

Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen, waardoor de Groep een financieel verlies lijdt. Handelsvorderingen zijn onderworpen aan een beleid van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de inschatting van de risico's die verbonden zijn aan specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet, lopende kredietbeoordeling en klantencontroleprocedures. Onder de handelsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van kredietrisico's van partners, in het bijzonder in de Verenigde Staten, door de verkoop via groothandelaars (Toelichting 23). Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten.

In de Verenigde Staten heeft de Groep een financieringsovereenkomst voor handelsvorderingen afgesloten waardoor deze niet langer opgenomen kunnen worden. Conform de algemene voorwaarden van de overeenkomst, houdt UCB geen enkel risico van nietbetaling of overig wanbetalingsrisico over met betrekking tot handelsvorderingen.

De blootstelling van andere financiële activa aan kredietrisico's wordt beheerd door het beleid van de Groep om kredietposities te beperken tot tegenpartijen van hoge kwaliteit, kredietratings regelmatig te herzien en voor elke individuele tegenpartij limieten vast te leggen. De criteria die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het investeringsbeleid zijn gebaseerd op langetermijnkredietbeoordelingen die algemeen als van hoge kwaliteit worden beschouwd en op een 5-jarige "Credit Default Swap"-koers.

Waar het aangewezen is om het risico te beperken, worden met de respectieve tegenpartijen salderingsovereenkomsten ("netting") afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association). De maximale blootstelling aan kredietrisico's die voortvloeien uit financiële activiteiten, salderingsovereenkomsten buiten beschouwing gelaten, is gelijk aan de boekwaarde van financiële activa plus de positieve reële waarde van derivaten.

4.3 | LIQUIDITEITSRISICO

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de G roep niet in staat zal zijn om zijn financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat hij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om zijn verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, zonder onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder te riskeren dat de reputatie van de Groep wordt aangetast.

De Groep houdt voldoende reserves van geldmiddelen en onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan om op elk moment aan zijn liquiditeitsbehoeften te kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over bepaalde ongebruikte doorlopende bevestigde kredietfaciliteiten.

Op de balansdatum heeft de Groep de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar:

  • geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 24): € 507 miljoen (2013: € 750 miljoen).
  • verhandelbare effecten zonder aandelenkarakter (Toelichting 21): € 2 miljoen (2013: € 2 miljoen).
  • ongebruikte bevestigde kredietfaciliteiten (Toelichting 27): € 1 000 miljoen (2013: € 1 085 miljoen).

De bestaande toegezegde gesyndiceerde hernieuwbare kredietvoorziening van € 1 miljard van de Groep, vervallend in 2020, werd per eind 2014 nog niet opgenomen.

De onderstaande tabel geeft een analyse van de contractuele vervaldagen van de financiële verplichtingen van de Groep. Ze zijn geclassificeerd volgens de resterende looptijd op de balansdatum tot de contractuele vervaldag, met uitzondering van impact van saldering. De hieronder vermelde bedragen met betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie van de niet-geactualiseerde contractuele kasstromen.

€ miljoen TOELICHTING TOTAAL CONTRAC
TUELE
KASSTROMEN
MINDER
DAN 1
JAAR
TUSSEN
1 EN 2
JAAR
TUSSEN
2 EN 5
JAAR
MEER
DAN 5
JAAR
Op 31 december 2014
Bankleningen en andere langetermijn leningen 27 527 527 195 0 200 132
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 27 175 175 175 0 0 0
Verplichtingen uit hoofde van financiële
leasingovereenkomsten
27 12 12 3 9 0 0
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023 28 190 257 9 9 27 212
Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2021 28 369 454 18 14 43 379
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2020 28 257 306 9 9 28 260
EMTN programma met vervaldatum in 2019 28 75 88 3 3 82 0
Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2016 28 515 557 29 528 0 0
Handels- en overige verplichtingen 33 1 534 1 534 1 386 9 134 5
Bankvoorschotten in rekening-courant 27 0 0 0 0 0 0
Renteswaps 56 56 6 6 22 22
Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden
Uitgaand 2958 2 958 2 763 195 0 0
Inkomend 2 918 2 918 2 728 190 0 0
Termijncontracten en overige financiële derivaten
tegen reële waarde via winst of verlies
Uitgaand 1 604 1 604 1 604 0 0 0
Inkomend 1 582 1 582 1 582 0 0 0
CONTRAC
TUELE
MINDER
DAN
TUSSEN
1 EN 2
TUSSEN
2 EN 5
MEER
DAN 5
€ miljoen TOELICHTING TOTAAL KASSTROMEN 1 JAAR JAAR JAAR JAAR
Per 31 december 2013 (herwerkt)
Bankleningen en andere langetermijn leningen 27 370 370 113 0 7 250
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 27 14 14 14 0 0 0
Verplichtingen uit hoofde van financiële
leasingovereenkomsten
27 15 15 3 11 1 0
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023 28 169 266 9 9 27 221
Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2021 28 344 454 0 18 43 393
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2020 28 248 315 9 9 28 269
EMTN programma met vervaldatum in 2019 28 75 90 2 3 7 78
Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2016 28 516 586 29 29 528 0
Converteerbare obligatie met vervaldatum in 2015 28 406 469 19 450 0 0
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2014 28 588 607 607 0 0 0
Handels- en overige verplichtingen 33 1 461 1 461 1 267 70 104 20
Bankvoorschotten in rekening-courant 27 5 5 5 0 0 0
Renteswaps 70 70 2 8 27 33
Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden
Uitgaand 885 885 848 37 0 0
Inkomend 905 905 868 37 0 0
Termijncontracten en overige financiële derivaten
tegen reële waarde via winst of verlies
Uitgaand 1 627 1 627 1 627 0 0 0
Inkomend 1 617 1 617 1 617 0 0 0

4.4 | KAPITAALRISICOBEHEER

Het beleid van de Groep aangaande het kapitaalrisicobeheer bestaat erin de continuïteit van de Groep als going concern veilig te stellen om aandeelhouders verder rendement te bieden en patiënten voordelen te blijven bieden, en de externe schuld van de Groep verder te verminderen om tot een kapitaalstructuur te komen die vergelijkbaar is met die van anderen in de sector.

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
Totale leningen (Toelichting 27) 714 404
Obligaties (Toelichting 28) 1 406 2 346
Min: geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 24), voor verkoop beschikbare
obligaties (Toelichting 21) en in pand gegeven contanten met betrekking tot de
financiële leasing
-509 -752
Netto-schuld 1 611 1 998
Totaal eigen vermogen 4 842 4 323
Totaal financieel kapitaal 6 453 6 321
Gearing ratio 25% 32%

4.5 | SCHATTING VAN REËLE WAARDE

De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten (zoals voor verkoop beschikbare financiële activa) is gebaseerd op de beurskoersen op de balansdatum.

De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald door middel van beproefde waarderingstechnieken zoals optieprijsstellingsmodellen en geschatte huidige waarden van kasstromen. De Groep gebruikt verschillende methodes en maakt veronderstellingen die gebaseerd zijn op de marktomstandigheden en krediet- en verzuimrisico's op elke balansdatum.

Voor langetermijnschulden worden marktnoteringen gebruikt. Voor de overige financiële instrumenten worden andere methodes gebruikt om de reële waarde te bepalen, zoals waardeberekening op basis van contante waarde van verwachte kasstroom. De reële waarde van de renteswaps is berekend als de actuele waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op grond van de huidige waarde van de omgewisselde bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele koers op de balansdatum.

De boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen en handelsschulden wordt verondersteld de reële waarde te benaderen. De reële waarde van financiële verplichtingen voor informatieverschaffing wordt bepaald door middel van verdisconteren van de toekomstige contractuele kasstromen tegen de huidige rentevoeten op de markt waarover de Groep beschikt voor soortgelijke financiële instrumenten.

4.5.1 | HIËRARCHIE VAN DE REËLE WAARDE

IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de waardering van de reële waarde volgens de volgende hiërarchie:

  • Niveau 1: genoteerde (niet-gecorrigeerde) prijzen in actieve markten voor identieke activa of passiva;
  • Niveau 2: andere methodes waarvoor alle inputs die een belangrijk effect op de geregistreerde reële waarde hebben, direct of indirect te observeren zijn;
  • Niveau 3: methodes die inputs gebruiken die een belangrijk effect op de geboekte reële waarde hebben en die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.

Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen.

4.5.2 | FINANCIËLE ACTIVA TEGEN REËLE WAARDE

€ miljoen NIVEAU 1 NIVEAU 2 NIVEAU 3 TOTAAL
31 december 2014
Financiële activa
Voor verkoop beschikbare (Toelichting 21)
Genoteerde aandelen 43 0 0 43
Genoteerde schuldinstrumenten 2 0 0 2
Afgeleide financiële activa (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 13 0 13
Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies 0 22 0 22
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentederivaten – reële waarde via winst of verlies 0 55 0 55
€ miljoen NIVEAU 1 NIVEAU 2 NIVEAU 3 TOTAAL
31 december 2013
Financiële activa
Voor verkoop beschikbare (Toelichting 21)
Genoteerde aandelen 17 0 0 17
Genoteerde schuldinstrumenten 2 0 0 2
Afgeleide financiële activa (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 24 0 24
Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies 0 17 0 17
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentederivaten – reële waarde via winst of verlies 0 1 0 1

4.5.3 | FINANCIËLE VERPLICHTINGEN TEGEN REËLE WAARDE

€ miljoen NIVEAU 1 NIVEAU 2 NIVEAU 3 TOTAAL
31 december 2014
Financiële verplichtingen
Afgeleide financiële passiva (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 40 0 40
Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies 0 36 0 36
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 3 0 3
Rentederivaten – reële waarde via winst of verlies 0 7 0 7
Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële
instrumenten) (Toelichting 29)
Warranten 0 0 183 183
€ miljoen NIVEAU 1 NIVEAU 2 NIVEAU 3 TOTAAL
31 december 2013 (herwerkt)
Financiële verplichtingen
Afgeleide financiële passiva (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 1 0 1
Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies 0 24 0 24
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 1 0 1
Rentederivaten – reële waarde via winst of verlies 0 15 0 15
Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële
instrumenten) (Toelichting 29)
Warranten 0 0 122 122

In het boekjaar dat werd afgesloten op 31 december 2014 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden tussen niveau 1 en niveau 2 en geen overboekingen van of naar niveau 3 van de reëlewaardebepaling.

Waarderingstechnieken voor de reële-waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de "verdisconteerde cash flow" of de "Black & Scholes" methode (alleen voor FX opties) en publiek beschikbare marktinformatie.

De reële waarde van de calloptie, ontvangen als element van de Meizler-overname (Toelichting 6) werd vastgesteld aan de hand van een Monte-Carlosimulatiemodel. Naast de marktvolatiliteit en de Braziliaanse risicovrije rentevoet, bevatten de belangrijkste in dit waarderingsmodel toegepaste hypothesen onobserveerbare inputs voor verwachte omzet en EBITDA-bedragen. De call optie werd op nihil gewaardeerd in 2014 en werd beëindigd in het kader van de overname van de resterende 30% van de aandelen in Meizler UCB.

De reële waarde van de door een dochteronderneming uitgegeven warranten wordt bepaald via een modelberekening van de verdisconteerde netto contante waarde van de geschatte kasuitstromen. De waarde van de warranten is gebaseerd op de winstgevendheid van de dochteronderneming en de belangrijkste in het waarderingsmodel toegepaste hypothesen omvatten onobserveerbare inputs voor verwachte omzet en mijlpaalgebeurtenissen.

De volgende tabel laat de wijzigingen zien bij niveau 3-instrumenten.

€ miljoen CALLOPTIES WARRANTEN TOTAAL
1 januari 2013 7 125 132
Effect van wijzigingen in de reële waarde opgenomen in de winst- en verliesrekening -5 3 -2
Effect van wisselkoerswijzigingen -2 -5 -7
31 december 2013 0 123 123
Contante aankoop van extra warrants 0 20 20
Contante regeling van warrants 0 -14 -14
Effect van wijzigingen in de reële waarde opgenomen in de winst- en verliesrekening 0 33 33
Effect van wisselkoerswijzigingen 0 21 21
31 december 2014 0 183 183

4.5 | SALDERING VAN FINANCIËLE ACTIVA EN FINANCIËLE VERPLICHTINGEN

Hoewel de Groep posten heeft die onderhevig zijn aan een afdwingbare master netting- of soortgelijke overeenkomst worden de financiële activa en financiële verplichtingen bruto in de balans opgenomen als niet aan de eisen is voldaan om ze netto op te nemen. De

onderstaande aansluitingen hebben betrekking op de posten die onderhevig zijn aan een afdwingbare master netting- of soortgelijke overeenkomst en die niet netto zijn opgenomen in de balans.

De onderstaande tabel laat financiële activa zien die onderhevig zijn aan afdwingbare master netting-overeenkomsten.

GERELATEERDE NIET OP
DE BALANS VERREKENDE POSTEN
€ miljoen BRUTO FINANCIËLE
ACTIVA OP DE BALANS
FINANCIËLE
INSTRUMENTEN
ONTVANGEN
ZEKERHEDEN
NETTOPOSTEN
31 december 2014
Derivaten 86 40 0 46
Overige 0 0 0 0
Totaal 86 40 0 46

De onderstaande tabel laat financiële verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare master netting-overeenkomsten.

€ miljoen BRUTO FINANCIËLE
VERPLICHTINGEN OP
DE BALANS
GERELATEERDE NIET OP
DE BALANS VERREKENDE POSTEN
FINANCIËLE
ONTVANGEN
INSTRUMENTEN
ZEKERHEDEN
NETTOPOSTEN
31 december 2014
Derivaten 90 40 0 50
Overige 0 0 0 0
Totaal 90 40 0 50

Met de respectieve tegenpartijen zijn salderingsovereenkomsten ("netting") afgesloten op grond van een ISDAraamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association). Dit is van toepassing op de kostprijs in geval van verzuim, maar geldt niet op de afsluitdatum 31 december 2014.

5 Gesegmenteerde informatie

De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica.

Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, het Uitvoerend Comité, herzien de bedrijfsresultaten en bedrijfsplannen, en nemen beslissingen op het gebied van de allocatie van middelen voor het hele bedrijf, en derhalve functioneert UCB als één segment.

Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de inkomsten uit de belangrijkste klanten.

5.1 | OMZET PER PRODUCT

De netto-omzet bestaat uit:

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
Cimzia® 797 594
Keppra® (inclusief Keppra® XR) 665 712
Vimpat® 471 411
Neupro® 200 182
Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D®/Cirrus®) 163 204
Xyzal® 96 114
venlafaxine ER 58 39
Nootropil® 55 58
Overige producten 433 481
Totale netto-omzet 2 938 2 795

5.2 | GEOGRAFISCHE INFORMATIE

De onderstaande tabel geeft de omzet weer van elke geografische markt waar klanten zich bevinden:

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
Noord Amerika 1 154 1 028
Opkomende markten (BRICMT) 326 313
Japan 197 231
Duitsland 229 230
Frankrijk 154 156
Italië 153 145
Spanje 137 127
VK en Ierland 125 116
België 32 31
Andere landen 431 419
Totale netto-omzet 2 938 2 795

BRICMT: Brazilië, Rusland, Indië, China, Mexico en Turkije

De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden:

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
België 238 261
Zwitserland 289 248
Noord Amerika 28 91
VK en Ierland 84 80
Duitsland 20 21
Opkomende markten (BRICMT) 17 13
Japan 9 7
Spanje 0 1
Andere landen 1 0
Totaal 686 722

BRICMT: Brazilië, Rusland, Indië, China, Mexico en Turkije

5.3 | INFORMATIE OVER BELANGRIJKE KLANTEN

UCB heeft 1 klant die individueel meer dan 14% van de totale netto-omzet vertegenwoordigt op het einde van 2014. In de VS vertegenwoordigde de verkoop aan 3 groothandelaars ongeveer 87% van de omzet in de VS (2013: 74%).

6 Bedrijfscombinaties

Op 30 mei 2012 heeft UCB 51% van de uitgegeven en uitstaande aandelen verworven van Meizler Biopharma ("Meizler", dat later "Meizler UCB" werd), een particulier Braziliaans farmaceutisch bedrijf, voor een inbreng in geld van 80 miljoen USD (64 miljoen EUR) min 51% van de nettoschuld van Meizler. Volgens de voorwaarden van de transactie kan de aankoopprijs tot 30 miljoen USD verhoogd worden voor bepaalde voorwaardelijke betalingen, maar er werden geen voorwaardelijke verplichtingen geboekt en er zullen er naar verwachting geen worden betaald per 31 december 2014.

Bij de koopovereenkomst wordt ook een putoptie op de overblijvende aandelen van Meizler toegekend aan de verkopende aandeelhouders, en aan UCB wordt een calloptie toegekend waarvan de prijs is gebaseerd op een veelvoud van de EBITDA-resultaten van het voorgaande jaar (respectivelijk de "Putoptie" en de "Calloptie"). De calloptie werd opgenomen in de berekening van de goodwill en een passiefpost van € 29 miljoen werd geboekt in het eigen vermogen tegen de actuele waarde van de overeenkomst om de aandelen van de minderheidsaandeelhouders te kopen in het kader van de putoptie (de "Aflossingsverbintenis").

Aanpassing van de Meizler-aankoopovereenkomst in 2013:

In de loop van juli 2013 ondertekenden UCB en de verkopende aandeelhouders amendementen aan de initiële Verkoop- en koopovereenkomst en de Aandeelhoudersovereenkomst om (a) het procentuele belang in Meizler, verworven door UCB, te verhogen van 51% tot 70%, (b) de bepalingen van de Put- en Callopties aan te passen en (c) US\$ 2 miljoen van de borgrekening vrij te maken voor UCB. De reductie van het minderheidsbelang en de wijzigingen in de put- en callopties werden geboekt onder overige reserves. De terugstorting vanop de borgrekening werd opgenomen onder overige baten en lasten in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening.

Aankoop van de resterende aandelen van Meizler in 2014:

In de loop van december 2014 verwierf UCB van de verkopende aandeelhouders hun overige belang van 30% in de gewone aandelen van Meizler UCB voor een nominale waarde van 1 Braziliaanse reaal (BRL). Ook verwierf UCB van de verkopende aandeelhouders hun overige belang van 30% in de preferente aandelen van Meizler UCB voor een totale vergoeding van ongeveer BRL 28 miljoen (€ 9 miljoen), waarvan BRL 12,6 miljoen (€ 4 miljoen) in 2014 werd betaald en de rest in december 2015 wordt voldaan. Het verschil tussen de reductie van het minderheidsbelang en de in totaal betaalde vergoeding werd geboekt onder overige reserves. Na voltooiing van deze transactie zijn er geen uitstaande Put- en Callopties meer.

7 Vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten), aangehouden voor verkoop en beëindigde activiteiten

In november 2014 heeft de Raad van Bestuur van UCB het plan om de Amerikaanse dochteronderneming van de Groep gespecialiseerd in specialty generics, Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. ("KU") af te stoten, unaniem goedgekeurd. De bedoeling hiervan was de focus van de Groep op de lange termijn op de kernactiviteiten binnen de neurologie en immunologie verder te verbeteren. De Groep is actief op zoek naar een koper en verwacht de verkoop in 2015 af te ronden. Er zijn met betrekking tot KU geen bijzondere waardeverminderingsverliezen geboekt.

De resultaten van de beëindigde activiteiten die zijn opgenomen in de jaarwinst omvatten KU (hieronder uiteengezet) en de gedeeltelijke tegenboeking van provisies voor voormalige folie- en chemische activiteiten van € 1 miljoen (2013: € 4 miljoen), waaronder de beëindiging van milieuvorderingen voor vestigingen waarvoor UCB aansprakelijkheid droeg en die in de voorbije twaalf maanden werden vereffend.

De vergelijkende winst- en kasstromen van beëindigde activiteiten zijn opnieuw gepresenteerd om de betreffende activiteiten als beëindigd te classificeren in het lopende jaar. De kasstromen van beëindigde activiteiten worden afzonderlijk vermeld in het kasstroomoverzicht.

Jaarwinst uit beëindigde activiteiten met betrekking tot KU:

€ miljoen 2014 2013
Netto-omzet 313 254
Royaltyinkomsten 1 1
Overige opbrengsten 20 23
Opbrengsten 334 278
Kostprijs van de omzet -160 -138
Brutowinst 174 140
Marketing- en verkoopkosten -9 -9
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -15 -14
Algemene en administratiekosten -3 -2
Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) -5 -4
Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa,
reorganisatiekosten en overige bedrijfsbaten en –lasten
142 111
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 0 0
Reorganisatiekosten -10 0
Overige baten/lasten (-) -6 -4
Operationele winst 126 107
Financiële inkomsten 0 0
Financieringskosten 0 0
Winst / verlies (-) vóór belastingen 126 107
Winstbelastingen (-)/vorderingen -33 -33
Winst / verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten
(toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB)
93 74

De gerelateerde activa en passiva voor KU werden opnieuw geclassificeerd als aangehouden voor verkoop. Omdat de verkoopprijs hoger ligt dan de boekwaarde, is er geen waardevermindering geboekt.

€ miljoen 2014
Immateriële activa 47
Goodwill 147
Materiële vaste activa 77
Overige 31
Voorraden 50
Handelsvorderingen en overige vorderingen 304
Geldmiddelen 0
Verplichtingen die worden afgestoten, geclassifieerd als aangehouden voor verkoop 656
Voorzieningen 6
Overige 23
Handels- en overige verplichtingen 171
Verplichtingen van KU die verband houden met activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 200
Netto-activa van KU geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 456

Per eind december 2014 is er een cumulatief omrekeningsverschil van € 6 miljoen opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot de groep activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop.

8 Overige opbrengsten

€ miljoen 2014 2013
(HERWERKT)
Opbrengsten gegenereerd uit winstdelingsovereenkomsten 25 34
Vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en terugbetalingen 175 75
Opbrengsten uit contractproductie 43 57
Totaal overige opbrengsten 243 167

De opbrengsten uit winstdelingsovereenkomsten hebben voornamelijk betrekking op de volgende posten:

  • opbrengsten uit de gezamenlijke promotie van Provas™, Jalra® en Icandra® in Duitsland met Novartis. Jalra/ Icandra werd uit de markt teruggetrokken. UCB ontving in 2014 echter nog steeds inkomsten voor de producten die nog in het distributiekanaal aanwezig waren.
  • opbrengsten uit de gezamenlijke promotie van Xyzal® in de VS met Sanofi.

In de loop van 2014 ontving UCB mijlpaalbetalingen en terugbetalingen van verschillende partijen, voornamelijk van:

  • ontwikkelingsfinanciering van de Europese Investeringsbank (EIB) voor de ontwikkeling van geselecteerde UCB-producten;
  • Sanofi voor samenwerking en ontwikkeling van innovatieve anti-inflammatoire kleine moleculen;
  • Otsuka, voor de gezamenlijke ontwikkeling van E Keppra® in Japan;
  • Astellas, voor de gezamenlijke ontwikkeling en commercialisering van Cimzia® in Japan;
  • Daiichi Sankyo voor Vimpat® in Japan.

De opbrengsten uit contractproductieactiviteiten houden voornamelijk verband met de loonfabricageovereenkomsten met GSK. De loonfabricageovereenkomsten met Shire en de opbrengsten uit contractproductieactiviteiten voor producten gerelateerd tot Delsym™ zijn in 2013 beëindigd.

9 Operationele lasten volgens aard

De onderstaande tabel toont een aantal uitgavenposten die in de winst-en-verliesrekening worden geboekt met een classificatie op basis van hun aard binnen de Groep:

€ miljoen TOELICHTING 2014 2013 (HERWERKT)
Personeelsvergoedingen 10 1 061 977
Afschrijvingen van vaste activa 20 52 54
Afschrijving van immateriële activa 18 168 182
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 12 30 29
Totaal 1 311 1 242

10. Personeelskosten

€ miljoen TOELICHTING 2014 2013 (HERWERKT)
Lonen en salarissen 695 634
Kosten voor sociale zekerheid 98 88
Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegd-pensioenregelingen 31 50 37
Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegde-bijdrageregelingen 22 18
Op aandelen gebaseerde uitkeringen aan werknemers en bestuurders 26 56 45
Verzekering 43 44
Overige personeelskosten 97 111
Totaal personeelskosten 1 061 977

De totale personeelskosten worden toegerekend aan functionele lijnen binnen de winst-en-verliesrekening, behalve bij uitgaven met betrekking tot Kremers Urban, die bij de berekening van de winst uit

beëindigde bedrijfsactiviteiten zijn meegeteld. De post "overige personeelskosten" bestaat voornamelijk uit ontslagvergoedingen, afvloeiingsregelingen en uitkeringen voor langdurige/tijdelijke arbeidsongeschiktheid.

Aantal werknemers per 31 december 2014 2013
Met uurloon 729 717
Met maandloon 3 576 3 724
Directie 4 379 4 291
Totaal 8 684 8 732

Meer informatie over vergoedingen na uittreding en op aandelen gebaseerde betalingen vindt u in Toelichting 26 en 31.

11. Overige bedrijfsbaten/-lasten

De overige bedrijfsbaten/lasten (-) bedroegen € -4 miljoen (2013: € 11 miljoen) en bestaan voornamelijk uit de afschrijving van niet-productiegerelateerde immateriële activa ten bedrage van € -1 miljoen (2013: € -3 miljoen); de terugneming van voorzieningen van € 5 miljoen (2013: € 5 miljoen); de bijzondere waardevermindering in verband met handelsvorderingen en materiële vaste activa van € -2 miljoen (2013: € -2 miljoen); de terugbetaling door derden van ontwikkelingskosten van de Groep van € 3 miljoen (2013: € 8 miljoen); ontvangen subsidies van € 4 miljoen (2013: € 3 miljoen), overige kosten die verband houden met de extra heffingen op de vergoeding van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift in de VS van € -13 miljoen (2013: € -7 miljoen).

12. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa

Een beoordeling van de realiseerbare bedragen van de activa van de Groep resulteerde in de boeking van bijzondere waardeverminderingslasten ten bedrage van € 39 miljoen (2013: € 29 miljoen).

Een bijzondere waardeverminderingslast van € 39 miljoen werd geboekt op de handelsmerken, patenten en licenties, die hoofdzakelijk verband houdt met het immateriële actief tozadenant (2013: € 7 miljoen, voornamelijk in verband met CMC544, een aan Pfizer in licentie gegeven ontwikkelingsproject in de oncologie).

De waardeverminderingslast voor de materiële vaste activa van de Groep, die in 2013 € 22 miljoen bedroeg en betrekking had op de explosie in de biotechfabriek in Bulle (Zwitserland), werd in 2014 gedeeltelijk teruggeboekt (€ 9 miljoen).

Redelijke en mogelijke veranderingen in de belangrijkste veronderstellingen waarop het management zich heeft gebaseerd voor de bepaling van de verhaalbare waarde van het actief zouden geen aanleiding geven tot een boekwaarde hoger dan de verhaalbare waarde.

13. Reorganisatiekosten

De reorganisatiekosten over het per 31 december 2014 afgesloten jaar bedroegen € 63 miljoen (2013: € 32 miljoen) en hadden betrekking op de reorganisatie van de O&O-functie. In 2013 hadden de reorganisatiekosten voornamelijk betrekking op reorganisatie en optimalisatie.

De totale overige baten/lasten vertegenwoordigden een last van € 13 miljoen (2013 (herwerkt): € 27 miljoen)) en omvatten de volgende posten:

  • de overige baten bedroegen € 28 miljoen in 2014 tegenover € 47 miljoen in 2013 en hielden hoofdzakelijk verband met:
  • de verkoop van materiële activa in verband met de primaire zorgmarkten;
  • de terugneming van voorziening voor de Hatch-Waxman-octrooibetwistingszaak tegen Mallinkckrodt in de VS voor Metadate CD®.
  • de overige lasten bedroegen € 41 miljoen (2013: € 21 miljoen) in 2014 en hielden hoofdzakelijk verband met:
  • extra heffingen op de vergoeding van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift, in overeenstemming met de definitieve verordeningen van de Amerikaanse fiscus in het derde kwartaal van 2014;
  • juridische kosten in verband met intellectuele eigendom;
  • de gedeeltelijke omkering van de verzekering met betrekking tot de beschadigde biotechfabriek in Bulle (Zwitserland).

15. Financiële opbrengsten en financieringskosten

De netto financieringskosten voor het jaar bedroegen € 162 miljoen (2013: € 141 miljoen). Gedetailleerd zien de financiële opbrengsten en de financieringskosten er als volgt uit:

FINANCIERINGSKOSTEN

€ miljoen

€ miljoen 2014 2013
(HERWERKT)
Rentekosten van:
Converteerbare obligatie -5 -30
Particuliere obligaties -48 -50
Institutionele euro-obligatie -46 -29
Overige leningen -45 -40
Rentelasten met betrekking tot rentedragende derivaten 0 -7
Financiële lasten op financiële leases -1 -1
Waardevermindering op aandelen -13 -3
Waardevermindering van langetermijnleningen 0 -2
Nettoverliezen op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten -11 0
Nettoverliezen uit wisselkoersverschillen -2 0
Overige netto financiële opbrengsten/kosten(-) -44 -30
Totaal financieringskosten -215 -192

FINANCIËLE INKOMSTEN

€ miljoen 2014 2013
(HERWERKT)
Rentebaten:
Op bankdeposito's 43 37
Op rentederivaten 7 0
Nettowinst op rentederivaten 3 0
Nettowinst op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten 0 0
Nettowinst uit wisselkoersverschillen 0 14
Totaal financiële opbrengsten 53 51

In 2014 houdt de waardevermindering op aandelen voornamelijk verband met de investering in Biotie (Toelichting 21.3). In 2013 houdt de waardevermindering op aandelen verband met de investering in Wilex.

De overige netto financiële kosten bevatten € 33 miljoen die verband houden met de verandering in reële waarde van de warranten (Toelichting 4.5.3) verbonden aan een van de gestructureerde entiteiten genoemd in Toelichting 2.2. De belangrijkste veronderstellingen gebruikt voor de prognoses en die aan de grondslag liggen van de bepaling van de reële waarde zijn in overeenstemming met degene die worden gebruikt voor de bijzondere waardevermindering voor goodwill (Toelichting 19).

16. Winstbelastingen (-)/tegoeden

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting -204 -39
Uitgestelde winstbelasting 198 -15
Totale winstbelastingen (-)/tegoeden -6 -54

De Groep is actief in verschillende landen en is bijgevolg onderworpen aan winstbelastingen in veel verschillende fiscale jurisdicties, met name in juridicties waar de belangrijke O&O activiteiten plaatsvinden.

De lasten van de Groep uit hoofde van winstbelasting verschillen als volgt van het theoretische bedrag dat tot stand zou komen bij gebruik van het gewogen gemiddelde belastingtarief dat van toepassing is op winsten (verliezen) van de geconsolideerde bedrijven.

De belastingen op het resultaat van het boekjaar worden als volgt gedetailleerd:

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
Winst/verlies (-) vóór belastingen 111 121
Winstbelastingen(-)/tegoeden berekend op binnenlandse
belastingpercentages van toepassing in de overeenkomstige landen
-13 -54
Theoretisch belastingpercentage 13% 45%
Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting -204 -39
Over de verslagperiode uitgestelde winstbelasting 198 -15
Totale winstbelastingen (-)/tegoeden -6 -54
Effectief belastingpercentage 5,6% 44,5%
Verschil tussen theoretisch en effectief belastingpercentage 7 0
Verworpen uitgaven -92 -88
Niet-belastbare inkomsten 9 31
Daling van de belastingsvoorzieningen 10 87
Effect van vroegere niet erkende belastingverliezen gebruikt in de periode 20 50
Belastingtegoeden 24 61
Veranderingen in belastingpercentages -13 -6
Andere belastingeffecten 0 0
In de verslagperiode doorgevoerde belastingaanpassingen voor voorgaande jaren 19 2
Uitgestelde belastingaanpassingen voor voorgaande jaren 8 -7
Tegenboeking van waardeverminderingen van eerder geboekte
uitgestelde belastingvorderingen
34 -124
Bronbelasting -3 -4
Overige belastingen -9 -2
Totale winstbelastingen (-)/tegoeden 7 0

Het theoretische belastingpercentage is in vergelijking met het jaar voordien gedaald als gevolg van een gestegen verliesaandeel in jurisdicties met een hoge belasting in het lopende jaar.

In het vorige jaar was er een significante afname in belastingvoorzieningen, hoofdzakelijk als gevolg van de opheldering van de fiscus ten aanzien van de beschikbaarheid van een belastingvrijstelling. De Groep kent dit jaar een gunstig resultaat met betrekking tot één audit,

waarbij de belastingvoorzieningen over het algemeen zijn afgenomen, maar kleinere, aanvullende voorzieningen zijn geboekt als gevolg van de start van belastingcontroles in een aantal jurisdicties.

De vermindering van de effectieve aanslagvoet in deze periode houdt hoofdzakelijk verband met de bijkomende boeking van voorheen ongeboekte uitgestelde belastingvorderingen en de vermindering in de periode van gegenereerde fiscale verliezen waarvoor geen krediet kan worden geboekt.

17. Componenten van niet-gerealiseerde resultaten

De Groep is internationaal actief, wat inhoudt dat ze onderworpen aan winstbelastingen in veel verschillende fiscale rechtsgebieden, met name in de rechtsgebieden waar de belangrijkste O&O-activiteiten worden ondernomen. In 2014 en 2013 waren er geen herindelingen van niet-gerealiseerde resultaten.

18. Immateriële activa

2014 HANDELSMERKEN,
PATENTEN,
€ miljoen LICENTIES OVERIGE TOTAAL
Brutoboekwaarde per 1 januari 2 513 225 2 738
Verwervingen 22 59 81
Afstotingen -19 0 -19
Overdrag van de ene rubriek naar een andere 0 20 20
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop -115 -5 -120
Effect van wisselkoerswijzigingen 134 2 136
Brutoboekwaarde per 31 december 2 535 301 2 836
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 1 januari
-1 289 -137 -1 426
Afschrijvingen voor het jaar -141 -27 -168
Afstotingen 19 2 21
In de winst- en verliesrekening opgenomen bijzondere waardeverminderingen -38 0 -38
Overdrag van de ene rubriek naar een andere -2 2 0
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop 70 3 73
Effect van wisselkoerswijzigingen -78 -1 -79
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 31 december
-1 459 -158 -1 617
Nettoboekwaarde per 31 december 1 076 142 1 219
2013 (herwerkt) HANDELSMERKEN,
€ miljoen PATENTEN,
LICENTIES
OVERIGE TOTAAL
Brutoboekwaarde per 1 januari 2 443 219 2 662
Verwervingen 10 108 118
Afstotingen -6 -4 -10
Overdrag van de ene rubriek naar een andere 117 -93 24
Effect van wisselkoerswijzigingen -51 -5 -56
Brutoboekwaarde per 31 december (herwerkt) 2 513 225 2 738
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 1 januari
-1 164 -111 -1 276
Afschrijvingen voor het jaar -153 -29 -182
Afstotingen 6 3 9
In de winst- en verliesrekening opgenomen bijzondere waardeverminderingen -7 0 -7
Overdrag van de ene rubriek naar een andere 0 0 0
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop 0 0 0
Effect van wisselkoerswijzigingen 29 1 30
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 31 december
-1 289 -137 -1 426
Nettoboekwaarde per 31 december (herwerkt) 1 224 88 1 312

De Groep schrijft alle immateriële activa af zodra ze in gebruik worden genomen. De afschrijving van immateriële activa wordt toegeschreven aan de kostprijs van de omzet voor alle immateriële activa die verband houden met compounds. De afschrijvingen met betrekking tot software worden toegeschreven aan de functies die deze software gebruiken.

Het merendeel van de immateriële activa van de Groep is uit vorige overnames voortgekomen. In 2014 verwierf de Groep immateriële activa voor een totaal van € 81 miljoen (2013: € 118 miljoen). Deze extra investeringen hadden vooral betrekking op mijlpalen in licentieovereenkomsten, bijkomende software en de activering van in aanmerking komende softwareontwikkelingskosten.

In de loop van het jaar boekte de Groep bijzondere waardeverminderingen voor een totaal bedrag van € 38 miljoen (2013: € 7 miljoen) meestal door tozadenant. De bijzondere waardeverminderingen staan nader omschreven in Toelichting 12 en zijn in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa.

Overige immateriële activa omvatten projecten voor procesontwikkeling. Deze activa worden niet afgeschreven zolang ze niet beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z wanneer de goedkeuring van de regelgevende instanties verkregen is) en niet zijn overgeboekt naar de rubriek licenties. Overige immateriële activa omvatten ook software en andere immateriële activa.

19. Goodwill

€ miljoen 2014 2013
Saldo per 1 januari 4 694 4 808
Verwervingen 0 0
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop -147 0
Effect van wisselkoerswijzigingen 335 -114
Nettoboekwaarde per 31 december 4 882 4 694

De Groep controleert de goodwill op bijzondere waardevermindering elk jaar of vaker als er aanwijzingen zijn dat de goodwill aangetast zou kunnen zijn. Bij het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen functioneert de Groep als één segment, Biopharmaceutica, met één enkele kasstroomgenererende eenheid (cash generating unit of CGU) die het laagste niveau vertegenwoordigt waarop de goodwill wordt gemonitord.

Het realiseerbare bedrag van de kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald op basis van de bedrijfswaardeberekeningen, en de methodologie die toegepast wordt voor het waardeverminderingsonderzoek is dezelfde als in 2013.

BELANGRIJKSTE VERONDERSTELLINGEN

Deze berekeningen steunen op kasstroomprognoses op basis van de financiële gegevens die aan de grondslag liggen van het door het management goedgekeurde strategisch plan en die een periode van 10 jaar bestrijken. Gezien de aard van de sector worden de langetermijnprognoses gebruikt om de passende levenscycli van producten volledig te modelleren op basis van de verstrijkdatum van het patent en het therapeutische gebied. Deze langetermijnprognoses, gebaseerd op de resultaten uit het verleden en de verwachtingen van het management inzake marktontwikkelingen, worden aangepast voor specifieke risico's en omvatten:

  • de omzetgroeipercentages van pas geïntroduceerde producten;
  • de waarschijnlijkheid dat nieuwe producten en/of indicaties de commercialiseringsfase halen;
  • de slaagkansen van toekomstige productlanceringen en de verwachte data daarvan;
  • de erosie-effecten na het verstrijken van octrooien.

In vergelijking met 2013 waren er geen beduidende veranderingen in deze belangrijkste veronderstellingen.

Kasstromen van na de geplande prognosetermijn (eindwaarde) worden geëxtrapoleerd met behulp van een geschat groeipercentage van 3 % (2013: 3%). Dit groeicijfer is niet hoger dan het gemiddelde groeipercentage op lange termijn voor de desbetreffende gebieden waarin de CGU actief is.

De meeste inkomsten en uitgaven van de Groep worden geboekt in EUR- en USD-landen. De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij het opstellen van de toekomstige kasstromen:

2014 2013
USD 1,355 1,315
GBP 0,830 0,854
JPY 137 130
CHF 1,20 1,20

Uitgaande van de 6-maands risicovrije kortetermijnrente LIBOR en de langetermijnrente op generieke EUoverheidsobligaties op 10 jaar, worden de toegepaste disconteringsvoeten bepaald op basis van de gewogen gemiddelde kapitaalkost voor DCF-modellen, inclusief de benchmark op 10 jaar voor de kosten van het eigen en het vreemd vermogen, aangepast ten behoeve van het specifieke actief en de landenrisico's die gepaard gaan met de CGU. Gelet op de aard van de sector, heeft de Groep een disconteringsvoet toegepast van 8,2% (2013: 8,8%) voor in de handel verkrijgbare producten en van 13,0% (2013: 13,0%) voor pijplijnproducten. De disconteringsvoeten worden minstens één keer per jaar herzien.

Aangezien de kasstromen pas na belasting worden opgenomen in de berekening van de bedrijfswaarde van de CGU, wordt een disconteringsvoet na belasting gebruikt om consistent te blijven. Het gebruik van de disconteringsvoet na winstbelasting benadert het resultaat van het gebruik van een tarief vóór belasting toegepast op kasstromen vóór belasting. Er werd een belastingvoet gehanteerd van 28% (2013: 28%).

GEVOELIGHEIDSANALYSE

Op basis van wat hierboven werd beschreven, heeft het management geoordeeld dat geen enkele redelijke verandering in om het even welke belangrijke veronderstelling voor het bepalen van de realiseerbare waarde ertoe zou leiden dat de boekwaarde van de CGU wezenlijk hoger zou worden dan de realiseerbare waarde. Ter informatie: de gevoeligheidsanalyse die gebruikmaakt van een groeipercentage van 0% gecombineerd met een disconteringsvoet onder de 15,1% geeft geen aanleiding tot een bijzondere waardevermindering van de goodwill.

ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP

De overdracht naar activa aangehouden voor verkoop is louter gerelateerd tot de afstoting van de Amerikaanse dochteronderneming gespecialiseerd in specialty generics, Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. ("KU") (Toelichting 7).

20.Materiële vaste activa

2014
€ miljoen
TERREIN EN INSTALLATIES KANTOOR
INRICHTING,
COMPUTERUITRUS
TING, VOERTUIGEN
ACTIVA IN
GEBOUWEN EN MACHINES EN ANDERE OPBOUW TOTAAL
Brutoboekwaarde per 1 januari 521 640 136 303 1 600
Verwervingen 0 14 3 66 83
Afstotingen -7 -8 -19 -12 -46
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 87 178 5 -293 -23
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop -48 -37 -2 -22 -109
Effect van wisselkoerswijzigingen 25 22 3 7 57
Brutoboekwaarde per 31 december 578 809 126 49 1 562
Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari -270 -481 -104 -23 -878
Afschrijvingen over het jaar -19 -27 -6 0 -52
Kosten van bijzondere waardevermindering -1 0 0 9 8
Afstotingen 6 6 18 13 43
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 0 -1 1 0 -0
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop 13 18 1 0 32
Effect van wisselkoerswijzigingen -11 -14 -3 -1 -29
Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december -282 -499 -93 -2 -876
Nettoboekwaarde per 31 december 296 310 33 47 686
2013 KANTOOR
INRICHTING,
€ miljoen TERREIN EN
GEBOUWEN
INSTALLATIES
EN MACHINES
COMPUTERUITRUS
TING, VOERTUIGEN
EN ANDERE
ACTIVA IN
OPBOUW
TOTAAL
Brutoboekwaarde per 1 januari 550 588 136 183 1 457
Verwervingen 2 14 4 218 238
Afstotingen -40 -6 -2 0 -48
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 18 53 1 -96 -24
Effect van wisselkoerswijzigingen -9 -9 -3 -2 -23
Brutoboekwaarde per 31 december 521 640 136 303 1 600
Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari -286 -467 -101 -2 -855
Afschrijvingen voor het jaar -19 -27 -8 0 -54
Kosten van bijzondere waardevermindering -1 0 0 -21 -22
Afstotingen 32 5 2 0 39
Overboeking van de ene rubriek naar een andere -1 2 0 0 1
Effect van wisselkoerswijzigingen 5 6 2 0 13
Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december -270 -481 -104 -23 -878
Nettoboekwaarde per 31 december 251 159 32 280 722

Er zijn geen eigendomsbeperkingen op de materiële vaste activa en er zijn evenmin materiële vaste activa in onderpand gegeven ter dekking van schulden.

In 2014 verwierf de Groep voor een totaal van € 83 miljoen (2013: € 238 miljoen). Deze stijging heeft voornamelijk te maken met de investering in de bouw van een nieuwe biotechnologische fabriek in Bulle (Zwitserland) ter ondersteuning van nieuwe producten.

In de loop van het jaar boekte de Groep bijzondere waardeverminderingen terug voor een totaal bedrag van € 9 miljoen (2013: kosten € 22 miljoen, voornamelijk het gevolg van de schade in de biotechfabriek in Bulle na de explosie van november 2013) op materiële vaste activa. De bijzondere waardeverminderingen staan nader omschreven in Toelichting 12 en zijn in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa.

GEKAPITALISEERDE FINANCIERINGSKOSTEN

Tijdens de 12 maanden van 2014 liepen de gekapitaliseerde financieringskosten op tot € 0 miljoen (2013: € 6 miljoen).

GELEASEDE ACTIVA

UCB leaset gebouwen en kantooruitrustingen in het kader van een aantal financiële leasovereenkomsten. De boekwaarde van de geleasede gebouwen bedraagt € 11 miljoen (2013: € 15 miljoen).

21.1 | NIET-COURANTE FINANCIËLE EN OVERIGE ACTIVA

€ miljoen 2014 2013
Voor verkoop beschikbare financiële activa (zie hieronder) 45 19
Deposito's in contanten 6 7
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 57 0
Toegestane leningen aan derde partijen 0 0
Restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland 23 24
Overige financiële activa 47 60
Niet-courante financiële en overige activa 178 110

21.2 | COURANTE FINANCIËLE EN OVERIGE ACTIVA

€ miljoen 2014 2013
Materiaal voor klinische tests 19 24
Voor verkoop beschikbare financiële activa (zie hieronder) 1 0
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 33 42
Courante financiële en overige activa 53 66

21.3 | VOOR VERKOOP BESCHIKBARE INVESTERINGEN

De courante, niet-courante en voor verkoop beschikbare financiële activa omvatten het volgende:

€ miljoen 2014 2013
Aandelen 43 17
Obligaties 2 2
Voor verkoop beschikbare investeringen 45 19

De aanpassing in de boekwaarde van de voor verkoop beschikbare financiële activa is als volgt samengesteld:

2014 2013
€ miljoen GEWONE AANDELEN SCHULD-OBLIGATIES GEWONE AANDELEN SCHULD-OBLIGATIES
Per 1 januari 19 2 23 3
Verwervingen 22 0 1 0
Afstotingen 0 0 0 -1
Herwaardering met verwerking in het eigen vermogen 15 0 -4 0
Winst/verlies (-) overgeboekt uit eigen vermogen en
geboekt in de winst- en verliesrekening
0 0 0 0
Bijzondere waardevermindering (Toelichting 15) -13 0 -3 0
Per 31 december 43 2 17 2

De Groep heeft beleggingen in beursgenoteerde schuldinstrumenten, hoofdzakelijk uitgegeven door Europese overheden en door enkele financiële instellingen. Deze obligaties werden geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop en worden gewaardeerd tegen de reële waarde. De reële waarde van de beursgenoteerde schuldinstrumenten wordt bepaald aan de hand van de gepubliceerde koersen op een actieve markt. Er zijn geen financiële activa die op het einde van het jaar vervallen.

De gewone aandelen omvatten de investeringen in Wilex en Biotie Therapies die niet als voor verkoop beschikbaar zijn

geclassificeerd, omdat UCB er geen beduidende invloed op heeft, en worden gewaardeerd tegen hun reële waarde. De Wilex investering is volledig aangetast.

De stijging is te wijten aan investeringen in Dermira Inc., Lomus Pharma Inc. en Beryllium Inc.

Tijdens 2014 bleef het belang van UCB in Wilex en Biotie stabiel op 14,47% en 9,2% respectievelijk. De wezenlijke daling van de reële waarde van de investering in Biotie resulteerde in een bijzondere waardevermindering van € 12 miljoen in de winst-en-verliesrekening (2013: € 3 miljoen) (Toelichting 15).

21.4 | INVESTERINGEN IN GEAFFILIEERDE ONDERNEMINGEN

In 2014 investeerde de Groep in een geaffilieerde onderneming in overeenstemming met de vermogensmutatiemethode, omdat UCB een significante invloed heeft via zijn aandelen en bestuurspositie. Het aandeel van de Groep in de verliezen van de investeerder bedraagt € 0 miljoen en er zijn geen bedragen voor overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten of beëindigde activiteiten.

21.5 | GEZAMENLIJKE ACTIVITEITEN

In maart 2014 gingen UCB en Sanofi een wetenschappelijke en strategische samenwerking aan voor de ontdekking en ontwikkeling van innovatieve anti-inflammatoire kleine moleculen die potentieel een waaier aan immuungemedieerde ziekten kunnen behandelen zoals gastro-enterologie en artritis. Deze samenwerking wordt geclassificeerd als een gezamenlijke activiteit op basis van de rechten en verplichtingen van de partijen, en UCB en Sanofi zullen de kosten en baten delen op een 50/50-basis. UCB heeft het recht op initiële vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen voor de preklinische en klinische ontwikkeling vanwege Sanofi, die mogelijk € 100 miljoen kunnen overschrijden.

21.6 | DOCHTERONDERNEMINGEN MET MATERIËLE MINDERHEIDSBELANGEN

De geaccumuleerde minderheidsbelangen bedragen per 31 december 2014 € -160 miljoen en is gerelateerd tot Edev S.à.r.l. ("Edev"). Er zijn geen dividenden betaald aan minderheidsbelangen in 2013 en 2014.

Het in Luxemburg gevestigde Edev is volledig eigendom van de minderheidsbelangen en het overzicht van de financiële informatie in de onderstaande tabellen is gebaseerd op de informatie voorafgaand aan afstotingen tussen groepsmaatschappijen.

Geconsolideerde balans:

€ miljoen 2014 2013
Vaste activa 0 0
Vlottende activa 31 12
Totaal activa 31 12
Langlopende verplichtingen 143 123
Kortlopende verplichtingen 48 20
Totaal verplichtingen 191 143
Minderheidsbelangen -160 -131

Geconsolideerde winst- en verliesrekening:

€ miljoen 2014 2013
Opbrengsten 43 24
Onkosten -53 -32
Winst (verlies) toewijsbaar aan de minderheidsbelangen -10 -8
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde winst (verlies) toewijsbaar aan de
minderheidsbelangen
-19 5

Kasstroomoverzicht:

€ miljoen 2014 2013
Netto kasinstroom (uitstroom) uit bedrijfsactiviteiten 2 2
Netto kasinstroom (uitstroom) uit investeringsactiviteiten 0 0
Netto kasinstroom (uitstroom) uit financieringsactiviteiten 0 0
Netto kasinstroom (uitstroom) 2 2

22.Voorraden

€ miljoen 2014 2013
Grond- en hulpstoffen 90 85
Halffabricaten 397 403
Afgewerkte producten 56 135
Goederen aangekocht voor doorverkoop 4 4
Voorraden 547 627

De kostprijs van de als lasten geboekte voorraden die zijn opgenomen in "kostprijs van de omzet" bedroeg € 633 miljoen (2013: € 566 miljoen). Er zijn geen voorraden als onderpand gegeven, noch zijn er voorraden die geboekt zijn tegen hun netto realiseerbare waarde. De afschrijvingen op voorraden bedroegen € 19 miljoen

in 2014 (2013: € 11 miljoen ) en zijn opgenomen in de "kostprijs van de omzet". De totale voorraad daalde met € 80 miljoen, voornamelijk door de daling van de voorraad van Cimzia® en de overboeking van de KU voorraad naar activa aangehouden voor verkoop.

23.Handelsvorderingen en overige vorderingen

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
Handelsvorderingen 499 763
Min: provisie voor waardevermindering -7 -6
Handelsvorderingen – netto 492 757
Te ontvangen BTW 46 53
Te ontvangen interesten 9 8
Vooruitbetaalde onkosten 63 62
Nog te ontvangen inkomsten 13 40
Overige vorderingen 69 14
Vorderingen uit licenties 37 38
Handelsvorderingen en overige vorderingen 729 972

De boekwaarde van handelsvorderingen en overige vorderingen benadert hun reële waarde. Met betrekking tot handelsvorderingen wordt de reële waarde beschouwd als de boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering, en voor alle andere vorderingen benadert de boekwaarde de reële waarde, gezien de korte looptijd van deze bedragen.

Het kredietrisico is groter bij handelsvorderingen. Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten.

De Groep werkt samen met specifieke groothandelaars is bepaalde landen. De grootste uitstaande handelsvordering op één klant in 2014 was 15% (2013: 28%) van McKesson Corp. U.S.

De looptijdanalyse van de handelsvorderingen van de Groep per jaareinde is als volgt:

2014 2013
€ miljoen BRUTO
BOEKWAARDE
BIJZONDERE
WAARDEVER
MINDERING
BRUTO
BOEKWAARDE
BIJZONDERE
WAARDEVER
MINDERING
Niet vervallen 460 0 705 0
Vervallen – minder dan één maand 7 0 18 0
Vervallen – langer dan een maand en niet langer dan drie maanden 16 -2 18 0
Vervallen – langer dan drie maanden en niet langer dan zes maanden 5 0 10 -1
Vervallen – langer dan zes maanden en niet langer dan één jaar 2 0 4 -2
Vervallen – langer dan één jaar 9 -5 8 -3
Totaal 499 -7 763 -6

Op basis van historische percentages van wanbetaling, meent de Groep dat er geen voorziening voor bijzondere waardevermindering nodig is voor handelsvorderingen die nog niet vervallen zijn of op minder dan een maand vervallen. Dit betreft meer dan 94% (2013: 95%) van het uitstaande saldo op de balansdatum.

De bewegingen in de voorziening voor bijzondere waardevermindering op handelsvorderingen staan hieronder vermeld:

€ miljoen 2014 2013
Saldo per 1 januari -6 -4
In de winst- en verliesrekening opgenomen kosten door waardeverminderingen -3 -2
Benutting/afname van provisie voor waardevermindering 2 0
Effect van wisselkoerswijzigingen 0 0
Balans per 31 december -7 -6

De overige categorieën binnen handels- en overige vorderingen bevatten geen activa die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan.

De boekwaarden van de handels- en overige vorderingen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
EUR 221 256
USD 241 463
JPY 48 44
GBP 65 62
Andere valuta's 154 147
Handelsvorderingen en overige vorderingen 729 972

De maximale blootstelling aan kredietrisico op de verslagleggingsdatum is de reële waarde van elke bovenstaande vorderingscategorie.

De Groep houdt geen enkel onderpand als zekerheid aan.

24.Geldmiddelen en kasequivalenten

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
Kortetermijndeposito's 304 567
Liquiditeiten op de bank en in kas 203 183
Geldmiddelen en kasequivalenten (uitgezonderd bankvoorschotten) 507 750

Geldmiddelen en kortetermijndeposito's van € 18 miljoen worden aangehouden in landen met beperkende regelgeving inzake kapitaalexport uit het land anders dan via gewone dividenden, zoals China, India, Korea en Thailand. Omdat Edev volledig eigendom is van minderheidsbelangen, is het kassaldo van € 13 miljoen beperkt tot gebruik voor het vereffenen van de eigen verplichtingen.

Voor het kasstroomoverzicht bestaan de geldmiddelen en kasequivalenten uit het volgende:

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
Geldmiddelen en kasequivalenten 507 750
Bankvoorschotten (Toelichting 27) 0 -5
Geldmiddelen en kasequivalenten opgenomen in activa aangehouden voor verkoop 0 0
Bankvoorschotten in rekening-courant in verplichtingen die worden afgestoten als
aangehouden voor verkoop
0 0
Geldmiddelen en kasequivalenten zoals gerapporteerd in het kasstroomoverzicht 507 745

25.1 | AANDELENKAPITAAL EN UITGIFTEPREMIES

Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 584 miljoen (2013: € 550 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen (2013: 183 427 152 aandelen). De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. De Belgische wet van 14 december 2005 voorziet in de geleidelijke afschaffing van toondereffecten, en had hun omzetting in effecten op naam of gedematerialiseerde effecten tot gevolg per 1 januari 2014. Per 31 december 2014 waren er 66 397 411 aandelen op naam en 128 066 873 gedematerialiseerde aandelen/aandelen aan toonder. Houders van UCB-aandelen hebben recht op dividenden, zoals vastgesteld, en op één stem per aandeel op de Algemene Aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap. Er is geen maatschappelijk niet-geplaatst kapitaal.

Op 31 december 2014 bedroegen de uitgiftepremies € 2 030 miljoen (2013: € 604 miljoen) (Toelichting 28.1).

25.2 | HYBRIDE KAPITAAL

Op 18 maart 2011 rondde UCB NV de plaatsing van € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties ("de obligaties") af. Deze werden uitgegeven tegen 99,499% en bieden beleggers jaarlijks een coupon van 7,75% gedurende de eerste vijf jaar. De obligaties hebben geen eindvervaldag maar UCB heeft het recht om de obligaties af te lossen op de vijfde verjaardag van hun uitgifte, op 18 maart 2016 en ieder kwartaal daarna. Na de eerste oproepdatum is de interest gebaseerd op 3-maanden vlottende EURIBOR +988,9 bps. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.

De achtergestelde obligaties met een eeuwigdurende looptijd worden beschouwd als een eigenvermogensinstrument voor de Groep conform IAS 32, Financiële instrumenten en wel hierom:

  • de obligaties hebben een eeuwigdurende looptijd;
  • ze zijn achtergesteld;
  • en UCB mag verkiezen om de interestbetalingen over te dragen indien er geen verplichte betalingen plaatsvonden in de voorbije 12 maanden voor junior effecten of terugkopen of de afkoop van de nominale waarde van de junior effecten.

Dienovereenkomstig werd de rente niet gepresenteerd als rentelasten in de winst-en-verliesrekening, maar werd ze geboekt in overeenstemming met de boekingen van dividenden aan aandeelhouders, die vervat zijn in het "Overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen". Eventuele transactiekosten worden in mindering gebracht van het hybride kapitaal, rekening houdend met belastingeffecten.

Het hybride kapitaal bedraagt € 295 miljoen per 31 december 2014. De € 23 miljoen dividenden aan aandeelhouders van de eeuwigdurende achtergestelde obligaties werden geboekt in het overgedragen resultaat.

25.3 | INGEKOCHTE EIGEN AANDELEN

De Groep, via UCB NV en UCB Fipar NV, verwierf 2 986 638 eigen aandelen voor een totaal bedrag van € 185 miljoen en verkocht 3 658 209 eigen aandelen voor een totaal bedrag van € 139 miljoen (netto verkoop van 671 571 eigen aandelen voor een netto bedrag van € 46 miljoen).

De Groep behield 3 471 489 eigen aandelen (waarvan 3,1 miljoen gerelateerd aan aandelenruil) per 31 december 2014 (2013: 4 143 060). Deze ingekochte eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van Bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden. UCB Fipar of UCB NV hebben het recht om deze aandelen later opnieuw te verkopen.

De Groep oefende 130 000 callopties uit op UCBaandelen, wat leidde tot een daling in het eigen vermogen van € 1 miljoen.

* In 2014 verwierf de Groep 4 110 000 eigen aandelen en verkocht 3 500 000 eigen aandelen gerelateerd aan aandelenruil.

25.4 | OVERIGE RESERVES

De overige reserves bedragen € -96 miljoen (2013: € 61 miljoen) en omvatten de volgende items:

  • de IFRS-acquisitiemeerwaarde die werd gerealiseerd tijdens de Schwarz Pharma-bedrijfscombinatie voor € 232 miljoen (2013: € 232 miljoen);
  • de vermogenscomponent gekoppeld aan de converteerbare obligatie voor € 0 miljoen (2013: € 41 miljoen) na belastingen als gevolg van de beslissing van UCB om de optie voor contante betaling in te trekken op de converteerbare obligatie (zie Toelichting 2.26); in 2014 werden de reserves opnieuw geclassificeerd naar uitgiftepremie na conversie van de resterende converteerbare obligaties;
  • de herwaardering van de toegezegd-pensioenverplichting ter waarde van € -294 miljoen (2013: € -178 miljoen);
  • de aankoop van de resterende 25% minderheidsbelangen in Schwarz Pharma Zuhai Company Ltd. voor € -11 miljoen (2013: € -11 miljoen); en
  • de aankoop van de resterende 30% minderheidsbelangen in Meizler Biopharma voor € -23 miljoen (2013: € -23 miljoen) (zie Toelichting 6).

25.5 | CUMULATIEVE OMREKENINGSVERSCHILLEN

De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigt de cumulatieve valuta-omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken.

26.Op aandelen gebaseerde betalingen

De Groep beheert verscheidene in eigenvermogensinstrumenten en in geld afgewikkelde beloningsplannen, waaronder een aandelenoptieplan, een Share Appreciation Rights-plan (recht op de meerwaarde op de aandelen), een aandelentoekenningsplan, en een prestatieaandelenplan om de personeelsleden voor geleverde diensten te belonen.

Het aandelenoptieplan, het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandelenplan worden in eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld, terwijl het SAR-plan in geld afgewikkeld wordt. Naast deze plannen hanteert de Groep ook aandelenoptieplannen voor werknemers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten

26.1 | AANDELENOPTIEPLAN EN SHARE APPRECIATION RIGHTS PLAN

Het Comité van Bezoldigingen kende opties op aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere kaders van de UCB-Groep. De uitoefenprijs van de in het kader van deze plannen toegekende opties is gelijk aan de laagste van de volgende twee waarden:

  • het gemiddelde van de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext te Brussel tijdens de periode van 30 dagen vóór het aanbod; of
  • de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext te Brussel op de dag vóór de toekenning.

Een aangepaste uitoefenprijs wordt vastgelegd voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten. De opties worden uitoefenbaar na een wachtperiode van drie jaar, behalve voor de rechthebbende werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een langere wachttijd vereist om een lager belastingtarief te kunnen genieten. Wanneer een werknemer de Groep verlaat, vervallen zijn/haar opties gewoonlijk na zes maanden. Bij overlijden of pensioen van een werknemer of in het geval van onvrijwillig ontslag wanneer er bij de toekenning belastingen werden betaald, blijven de opties verworven. De Groep is niet verplicht om de opties terug te kopen of te vereffenen in geld.

De opties hebben geen "reload"-kenmerken en zijn niet overdraagbaar (behalve bij overlijden).

Het Share Appreciation Rights-plan heeft dezelfde kenmerken als het aandelenoptieplan, behalve dat het voor UCB-werknemers in de Verenigde Staten bestemd is. Deze regeling wordt geldelijk afgewikkeld.

26.2 | AANDELENTOEKENNINGS-PLANNEN

Het Comité van Bezoldigingen kende opties op aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere en middenkaders van de UCB-Groep. Deze gratis aandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven bij UCB. De toegekende aandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk worden verworven. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.

26.3 | AANDELENPRESTATIEPLAN

Het Comité van Bezoldigingen kende prestatieaandelen toe aan de leden van het Uitvoerend Comité en Senior Executives die een uitzonderlijke prestatie leverden. De prestatieaandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven (de wachtperiode), alsook aan de vervulling van bepaalde voorwaarden in verband met de prestaties van het bedrijf.

De prestatieaandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk worden verworven. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.

26.4 | FANTOOMAANDELENOPTIE, AANDELENTOEKENNINGS EN PRESTATIEAANDELENPLANNEN

De Groep heeft ook plannen voor fantoomaandelenopties, fantoomaandelentoekenningen en fantoomprestatieaandelen (collectief "fantoomaandelenplannen" genoemd). Deze fantoomaandelenplannen worden toegekend aan bepaalde personeelsleden die een arbeidscontract hebben bij bepaalde verbonden ondernemingen van de Groep en die onder dezelfde regels vallen als de aandelenoptie-, aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van de Groep, behalve wat de afwikkeling ervan aangaat.

26.5 | AANDELENOPTIEPLANNEN VOOR WERKNEMERS IN DE VS

Dit plan is bedoeld om werknemers van aan UCB gelieerde ondernemingen in de Verenigde Staten de kans te bieden gewone aandelen van de Groep te kopen. Aandelen worden gekocht met een korting van 15% die wordt gefinancierd door UCB. Werknemers sparen een bepaald percentage van hun salaris door looninhouding en aandelen worden met de bijdragen van de werknemer, na belastingen, gekocht. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke bankinstelling op een rekening op naam van de medewerker.

De beperking op deelname van de werknemer aan deze regeling, is:

  • tussen 1% en 10% van de vergoeding van elke deelnemer;
  • maximaal US\$ 25 000 per jaar per deelnemer;
  • maximaal US\$ 5 miljoen in totaal in eigendom van Amerikaanse werknemers in alle vormen van aandelenregelingen over een voortschrijdende periode van 12 maanden.

Per 31 december 2014 waren er 608 deelnemers (2013: 563). Er zijn geen specifieke toekenningsvoorwaarden en de op aandelen gebaseerde betalingslast voor deze regelingen is immaterieel.

26.6 | AANDELENPLAN IN HET VERENIGD KONINKRIJK

Het is de doelstelling van deze regeling om het bezit van UCB-aandelen door werknemers in het Verenigd Koninkrijk aan te moedigen. Deelnemers sparen een bepaald deel van hun salaris via looninhoudingen en UCB biedt één gratis aandeel voor elke 5 aandelen die iedere deelnemer koopt. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke vennootschap die optreedt als trustinstelling. Werknemersbijdragen aan de regeling zijn beperkt tot het laagste van volgende bedragen:

  • 10% van de vergoeding van elke deelnemer;
  • maximaal GBP 1 500 per jaar per deelnemer.

Per 31 december 2014 waren er 84 deelnemers (2013: 90) en de op aandelen gebaseerde betalingslast voor deze regelingen is immaterieel.

26.7 | OP AANDELEN GEBASEERDE LASTEN

De totale op aandelen gebaseerde betalingslasten van de Groep bedroegen € 56 miljoen (2013: € 45 miljoen), en zijn als volgt opgenomen in de relevante functionele lijnen in de winst-en-verliesrekening:

€ miljoen 2014 2013
Kostprijs van de omzet 4 6
Marketing- en verkoopkosten 20 14
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten 17 12
Algemene en administratiekosten 15 13
Overige bedrijfsbatenlasten 0 0
Totale operationele lasten 56 45
waarvan in eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld:
Aandelenoptieplannen 14 14
Aandelentoekenningsplannen 13 5
Aandelenprestatieplan 4 2
waarvan geldelijk afgewikkeld:
"Share Appreciation Rights"-plan 19 20
Fantoomaandelenoptie-, aandelentoekennings- en prestatieaandelen plannen 6 4

26.8 | AANDELENOPTIEPLANNEN

De bewegingen in het aantal uitstaande aandelenopties en hun bijhorende gewogen gemiddelde uitoefenprijs per 31 december zijn:

2014 2013
GEWOGEN
GEMIDDELDE REËLE
WAARDE
GEWOGEN
GEMIDDELDE
UITOEFENINGS
PRIJS (€)
AANTAL
AANDELENOPTIES
GEWOGEN
GEMIDDELDE REËLE
WAARDE
GEWOGEN
GEMIDDELDE
UITOEFENINGS
PRIJS (€)
AANTAL
AANDELENOPTIES
Uitstaand per 1 januari 8,49 34,80 8 699 044 7.27 30,88 9 627 607
+ nieuwe opties toegekend 9,60 58,12 532 440 12,20 48,73 1 800 735
(-) opties verbeurdverklaard 9,93 39,22 315 169 6,21 27,13 474 739
(-) opties uitgeoefend 7,17 32,03 1 758 249 6,78 30,87 2 214 520
(-) opties vervallen - - - 4,43 26,58 40 039
Uitstaand per 31 december 8,84 37,02 7  158  066 8.49 34,80 8 699 044
Aantal volledig verworven opties:
Per 1 januari 2 641 108 3 625 207
Per 31 december 2 225 231 2 641 108

De uitstaande aandelenopties per 31 december 2014 met de volgende vervaldata en uitoefenprijzen zijn:

LAATSTE DATUM VAN UITOEFENING BEREIK VAN UITOEFENPRIJZEN (€) AANTAL AANDELENOPTIES
31 maart 2014 [31,28 - 40,20] 44 300
31 maart 2015 [37,33 - 37,60] 51 183
31 maart 2016 [40,14 - 40,57] 200 323
31 maart 2017 [43,57 - 46,54] 391 375
31 maart 2018 [22,01 - 25,73] 250 310
31 maart 2019 [21,38 - 22,75] 325 600
31 maart 2020 31,62 542 736
31 maart 2021 [25,32 - 26,80] 1  247  532
31 maart 2022 32,36 1 935 600
31 maart 2023 [48,69 - 49,80] 1 646 342
31 maart 2024 58,12 522 765
Totaal in omloop 7 158 066

De reële waarde wordt berekend aan de hand van het Black & Scholes-waarderingsmodel.

De volatiliteit werd voornamelijk bepaald op basis van de historisch waargenomen aandelenkoersen van UCB over de laatste vijf jaar. De waarschijnlijkheid van een vervroegde uitoefening wordt weergegeven in de verwachte levensduur van de opties. Het verwachte opgegeven percentage is gebaseerd op het werkelijke personeelsverloop in de categorieën die in aanmerking komen voor compensatie door aandelenopties.

De belangrijkste veronderstellingen die gehanteerd worden bij de waardering van de reële waarde van de aandelenopties in 2014 en 2013 zijn:

2014 2013
Aandelenprijs op toekenningsdatum 58,19 50,00
Gewogen gemiddelde uitoefeningsprijs 58,12 48,73
Verwachte volatiliteit % 23,29 31,16
Verwachte optielevensduur jaren 5 5
Verwachte dividendopbrengst % 1,82 2,08
Risicovrije rentevoet % 0,52 1,47
Verwacht jaarlijks percentage van verbeurdverklaring % 7,00 7,00

26.9 | "SHARE APPRECIATION RIGHTS"-PLAN (SAR'S)

De bewegingen van de SAR's en de modelinputs per 31 december 2014 zijn in de onderstaande tabel te vinden. De reële waarde van de SAR's op de toekenningsdatum wordt bepaald aan de hand van het Black & Scholes-model. De reële waarde van de verplichting wordt geherwaardeerd op elke verslagleggingsdatum

2014 2013
Uitstaande rechten per 1 januari 2 572 811 2 414 100
+ nieuwe rechten toegekend 220 635 879 959
(-) rechten verbeurdverklaard 278 283 149 248
(-) rechten uitgeoefend 513 200 572 000
Uitstaande rechten per 31 december 2 001 963 2 572 811
De significante veronderstellingen die gehanteerd
worden in de waardering van de reële waarde van de share
appreciation rights, zijn:
Aandelenprijs op jaareinde 63,20 54,14
Uitoefenprijs 58,12 49,80
Verwachte volatiliteit % 23,29 26,23
Verwachte optielevensduur jaren 5 5
Verwachte dividendopbrengst % 1,68 1,92
Risicovrije rentevoet % 0,11 1,24
Verwacht jaarlijks percentage van
verbeurdverklaring
% 7 7

26.10 | AANDELENTOEKENNINGSPLANNEN

De op aandelen gebaseerde betalingslasten in verband met deze toegekende aandelen worden gespreid over de wachtperiode van drie jaar.

De begunstigden hebben geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode. De verandering in het aantal uitstaande toegekende aandelen per 31 december is als volgt:

2014 2013
AANTAL AANDELEN GEWOGEN GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
AANTAL AANDELEN GEWOGEN GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
Uitstaand per 1 januari 303 331 37,95 263 460 31,14
+ nieuwe aandelen toegekend 707 799 58,14 161 470 46,68
(-) toekenningen verbeurdverklaard 25 760 55,72 23 454 35,03
(-) toekenningen verworven en uitgekeerd 124 940 30,86 98 145 34,73
Uitstaand per 31 december 860 430 54,85 303 331 37,95

26.11 | AANDELENPRESTATIEPLAN

De verandering in het aantal uitstaande prestatieaandelen per 31 december is als volgt:

2014 2013
AANTAL AANDELEN GEWOGEN GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
AANTAL AANDELEN GEWOGEN GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
Uitstaand per 1 januari 272 820 39,27 225 800 31,21
+ nieuwe prestatieaandelen toegekend 161 924 58,19 126 670 49,77
(-) prestatieaandelen
verbeurdverklaard
73 085 28,42 62 486 33,41
(-) prestatieaandelen verworven 5 786 42,31 17 164 32,06
Uitstaand per 31 december 355 873 50,06 272 820 39,27

26.12 | TOEGEKENDE OPTIES VÓÓR 7 NOVEMBER 2002

Overeenkomstig de overgangsbepalingen van IFRS 2 worden opties die vóór 7 november 2002 werden toegekend en op 1 januari 2005 nog niet verworven waren, niet via de winst-en-verliesrekening afgeschreven.

De beweging in het aantal opties en warrants die niet verrekend worden onder IFRS 2 kan als volgt beschreven worden:

2014 2013
AANTAL AANDELEN GEWOGEN GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
AANTAL AANDELEN GEWOGEN GEMIDDELDE
REËLE WAARDE (€)
Uitstaand per 1 januari 73 724 40,15 198 424 39,33
(-) opties verbeurdverklaard - - - -
(-) opties uitgeoefend 44 424 40,03 119 100 38,87
(-) opties vervallen - - 5 600 38,21
Uitstaand per 31 december 29 300 40,34 73 724 40,15

De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:

BOEKWAARDE REËLE WAARDE
€ miljoen 2014 2013 2014 2013
Langlopend
Bankleningen 332 250 332 250
Overige langetermijnleningen 0 7 0 7
Financiële leases 9 12 9 12
Totaal langlopende leningen 341 269 341 269
Kortlopend
Bankvoorschotten in rekening-courant 0 5 0 5
Kortlopende component van bankleningen 195 113 195 113
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 175 14 175 14
Financiële leases 3 3 3 3
Totaal kortlopende leningen 372 135 372 135
Totaal leningen 714 404 714 404

27.1 | LENINGEN

Op 31 december 2014 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 3,57% (2013: 4,43%) vóór afdekking. Betalingen van variabele rente zijn aan specifieke kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan reële waardeafdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 2,95% (2013: 3,93%) na afdekking. De vergoedingen die betaald werden voor de regeling van de obligaties (Toelichting 28) en de nieuwe faciliteitsovereenkomst worden afgeschreven over de levensduur van de instrumenten.

Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de actuele waarde van de betalingen van de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rentecurve en de kredietspread van UCB voor de verschillende valuta's.

Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die om de zes maanden wordt bijgewerkt, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële

waarde. Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.

UCB heeft de gesyndiceerde leningsovereenkomst van € 1 miljard die op de balansdatum 9 januari 2020 vervalt, niet aangesproken (2013: € 0 miljoen) na een aangepaste en verlengde faciliteitsovereenkomst per 9 januari 2014.

De Groep beschikt over bepaalde bindende en nietbindende bilaterale financieringsovereenkomsten en heeft toegang tot de Belgische markt voor commercial paper. In dit verband heeft UCB in 2014 een zevenjarige bulletlening met een variabele rente afgesloten met de Europese Investeringsbank (EIB) voor een bedrag van US\$ 100 miljoen, een aanvulling op de openstaande lening van € 250 miljoen op het einde van 2013.

Raadpleeg Toelichting 4.3 voor de looptijdanalyse van de leningen van de Groep (uitgezonderd Overige financiële verplichtingen).

De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:

€ miljoen 2014 2013
EUR 444 363
USD 83 0
Overige 0 7
Totale rentedragende leningen per valuta 527 370
Bankvoorschotten – EUR 0 5
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen – EUR 135 0
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen – USD 0 0
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen – overige 40 14
Verplichtingen uit hoofde van financiële leasingovereenkomsten – EUR 12 15
Totaal leningen 714 404

27.2 | FINANCIËLE LEASEVERPLICHTINGEN – MINIMALE LEASEBETALINGEN

2014 2013
3 3
9 11
0 1
0 0
12 15
3 3
9 12

De directie gaat ervan uit dat de boekwaarde van de financiële leaseverplichtingen van de Groep hun reële waarde benadert.

28.Obligaties

De boekwaarde en reële waarde van obligaties zijn als volgt:

BOEKWAARDE REËLE WAARDE
€ miljoen COUPONRENTE EINDVERVALDAG 2014 2013 2014 2013
Langlopend
Particuliere obligatie 5,125% 2023 190 169 213 186
Institutionele euro-obligatie 4,125% 2021 369 344 400 360
Particuliere obligatie 3,750% 2020 257 248 275 255
EMTN programma1 3,284% 2019 20 20 20 20
EMTN programma1 3,292% 2019 55 55 55 55
Institutionele euro-obligatie 5,750% 2016 515 516 546 549
Converteerbare obligatie 4,500% 2015 0 406 0 597
Totaal langlopende verplichtingen 1 406 1 758 1 509 2 022
Momenteel
Particuliere obligatie 5,750% 2014 0 588 0 595
Totaal kortlopende verplichtingen 0 588 0 595

1 De reële waarde van het EMTN-programma kan niet nauwkeurig worden bepaald door de beperkte liquiditeit in secundair markthandelen voor dit programma, en is voor rapportagedoeleinden vervangen door de boekwaarde.

28.1 | CONVERTEERBARE OBLIGATIE

In september 2009 gaf UCB ongedekte converteerbare obligaties van hogere rang uit voor een totale hoofdsom van € 500 miljoen en met vervaldatum op 22 oktober 2015 (dwz. 6 jaar durende termijn).

De converteerbare obligaties werden uitgegeven tegen 100% van de hoofdsom, met een coupon van 4,5% halfjaarlijks te betalen op het einde van de periode. De conversieprijs is op € 38,746 vastgesteld. Obligatiehouders hebben het recht de obligatie te converteren in nieuwe en/of bestaande (naar keuze van de Vennootschap) aandelen van de Vennootschap.

In april 2012 heeft UCB voor een bedrag van € 70 miljoen aan uitstaande converteerbare obligaties gekocht, met een totale opbrengst van € 82 miljoen.

UCB heeft gebruik gemaakt van de optie tot vervroegde terugbetaling van de € 500 miljoen converteerbare obligaties op 12 maart 2014. Een aantal obligatiehouders hebben hun conversierechten met betrekking tot een totaal aantal van 9 985 converteerbare obligaties (waarvan 8 585 aangehouden door derde partij beleggers) uitgeoefend, wat aanleiding gaf tot twee kapitaalverhogingen voor een totaal bedrag van € 33 miljoen kapitaal en € 396 miljoen in uitgiftepremie, en de daaruit volgende uitgifte van 11 078 506 nieuwe UCB-aandelen. De 15 overblijvende Converteerbare Obligaties, met een totale nominale waarde van € 750 000, werden niet geconverteerd maar op 12 maart 2014 vervroegd terugbetaald tegen nominale waarde verhoogd met de verlopen interesten tot die datum.

Op 19 maart 2014 had UCB NV geen converteerbare obligaties meer uitstaan.

De converteerbare obligatie wordt in de balans opgenomen en als volgt berekend:

€ miljoen 2014 2013
Balans per 1 januari 406 393
Effectieve interestlast (Toelichting 15) 5 31
Nominale opgebouwde interest/nog niet verschuldigd -3 -4
Nominale opgebouwde interest van vorige periode, betaald in huidige periode 0 4
Betaalde rente 0 -19
Niet-afgeschreven transactiekosten bij initiële boeking 0 1
Afschrijvingskosten voor de periode 0 0
Terugkoop van converteerbare obligatie -1 0
Conversie van converteerbare obligatie -407 0
Balans per 31 december 0 406

28.2 | PARTICULIERE OBLIGATIES

MET VERVALDATUM IN 2014/2023

In oktober 2009 voltooide UCB een openbare emissie van obligaties met een vaste couponrente ter waarde van € 750 miljoen, met een couponrendement en een effectieve rentevoet van 5,75 % per jaar, die is bedoeld voor particuliere beleggers.

In september 2013 deed UCB een onvoorwaardelijk openbaar ruilaanbod voor maximaal € 250 miljoen van de € 750 miljoen particuliere obligaties die in november 2014 aflopen en die een brutocoupon van 5,75% hebben. Bestaande obligatiehouders kregen de kans om hun bestaand obligaties om te wisselen voor nieuw uitgegeven obligaties die in oktober 2023 vervallen in een ruilverhouding van 1 tot 1. Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,398% per jaar bedraagt.

Op het einde van de ruilperiode werden 175 717 bestaande obligaties voor omwisseling aangeboden, goed voor een nominaal bedrag van € 176 miljoen. De 175 717 nieuwe obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven en zijn genoteerd op Euronext Brussel. De bestaande obligaties die in het kader van het omruilaanbod omgewisseld werden, zijn door UCB geannuleerd. De 574 283 uitstaande particuliere obligaties zijn vervallen en afgelost in november 2014.

MET VERVALDATUM IN 2020:

In maart 2013 rondde UCB een emissie van € 250 miljoen aan obligaties af in de vorm van een openbare aanbieding aan particuliere beleggers in België in het kader van zijn EMTN-Programma. De obligaties werden uitgegeven tegen 101,875% van de nominale waarde. De particuliere obligatie heeft een coupon van 3,75% per jaar een effectief rendement van 3,444% per jaar. De obligaties noteren op de gereglementeerde markt Euronext Brussel.

28.3 | INSTITUTIONELE EURO-OBLIGATIE

MET VERVALDATUM IN 2016:

In december 2009 voltooide UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde ter waarde van € 500 miljoen, die in 2016 aflopen en bedoeld zijn voor institutionele beleggers. Deze obligaties werden uitgegeven tegen 99,635% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,75% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,8150% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.

MET VERVALDATUM IN 2021:

In september 2013 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in 2021 aflopen en uitgegeven worden in het kader van zijn EMTN-programma. Deze obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven tegen 99,944% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 4,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 4,317% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op de NYSE Euronext te Brussel.

28.4 | EMTN-PROGRAMMA

MET VERVALDATUM IN 2019:

In november 2013 heeft UCB voor € 55 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,292% per jaar en een effectief rendement van 3,384% per jaar. De notes zijn genoteerd op Euronext te Brussel.

MET VERVALDATUM IN 2019:

In december 2013 heeft UCB voor € 20 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,284% per jaar en een effectief rendement van 3,356% per jaar. De notes zijn genoteerd op Euronext te Brussel.

28.5 | REËLEWAARDEAFDEKKING

De Groep wijst financiële derivaten onder reëlewaardeafdekkingen toe aan de particuliere obligaties en de institutionele euro-obligaties. De wijziging in de boekwaarde van de particuliere obligatie is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het gehedgde deel van de particuliere obligatie, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van de corresponderende afgeleide financiële instrumenten.

29. Overige financiële verplichtingen

BOEKWAARDE REËLE WAARDE
€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT) 2014 2013 (HERWERKT)
Langlopend
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 13 13 13 13
Overige financiële verplichtingen 262 122 262 122
Totaal langlopende overige financiële verplichtingen 275 135 275 135
Kortlopend
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 73 28 73 28
Overige financiële verplichtingen 110 167 110 167
Totaal kortlopende overige financiële verplichtingen 183 195 183 195
Totaal overige financiële verplichtingen 459 330 459 330

De overige financiële verplichtingen bevatten een onderhandse aandelenruil van 3,1 miljoen UCB-aandelen (2013: 3,7 miljoen) ter waarde van € 189 miljoen (2013: € 167 miljoen). Zie Toelichting 40.4.

De overige financiële verplichtingen bevatten € 183 miljoen warranten (2013: € 122 miljoen) gerelateerd tot Edev S.à.r.l. (Toelichting 4.5.3).

30.1 | OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN

€ miljoen 2014 2013
Immateriële activa -74 -199
Materiële vaste activa -8 -15
Voorraden 181 84
Handelsvorderingen en overige vorderingen 36 78
Personeelsbeloningen 98 58
Voorzieningen 7 8
Overige kortetermijnverplichtingen -330 -271
Fiscale verliezen 558 505
Ongebruikte belastingtegoeden 152 138
Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen/verplichtingen(-) 620 386

Totaal uitgestelde belastingvorderingen van € 620 miljoen zijn per 31 december 2014 geboekt. Op basis van eerdere belastbare winsten en geprojecteerde fiscale winsten in de toekomst in de perioden waarin verrekenbare tijdelijke verschillen naar schatting worden teruggeboekt, is de Groep van mening dat het waarschijnlijk is dat de voordelen van de geboekte uitgestelde belastingvorderingen zullen worden gerealiseerd.

Van de totale uitgestelde belastingvorderingen is € 558 miljoen gerelateerd tot ongebruikte fiscale verliezen, een stijging van € 53 miljoen ten opzichte van het jaar voordien. In deze periode zijn verdere boekingen van vroegere niet-erkende fiscale verliezen gerealiseerd, omdat twee dochterondernemingen die historisch gezien verliezen genereerden, rentabiliteit in het lopende jaar aantonen en bewijzen van voldoende fiscale winsten in de toekomst genereren om de boeking van deze verliezen te rechtvaardigen.

De stijging in de uitgestelde belastingvordering in voorraden wordt aangestuurd door de invloed van de weglating van winst op de overdracht van voorraden binnen de groep.

De verminderingen van de uitgestelde

belastingverplichtingen met betrekking tot immateriële activa zijn hoofdzakelijk het gevolg van de stijging van verrekenbare tijdelijke verschillen gerelateerd tot onderzoeks- en ontwikkelingskosten.

30.2 | ONGEBRUIKTE FISCALE VERLIEZEN

Per 31 december 2014 heeft de Groep € 1 943 miljoen (2013: € 1 683 miljoen) aan bruto ongebruikte fiscale verliezen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering is opgenomen in de balans. Deze overdraagbare fiscale verliezen hebben geen vervaldatum.

30.3 | TIJDELIJKE VERSCHILLEN WAARVOOR GEEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN GEBOEKT WERDEN

Uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt op tijdelijke overgedragen verschillen die inkomsten vertegenwoordigen die waarschijnlijk in de nabije toekomst gerealiseerd zullen worden. Uitgestelde belastingvorderingen van € 405 miljoen (2013: € 404 miljoen) voor niet opgenomen belastingkredieten en immateriële activa werden niet opgenomen omwille van de onzekerheid omtrent de terugvordering.

Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen ontstaan bij investeringen in dochterondernemingen. De nietgeboekte latente belastingverplichtingen bedragen ongeveer € 9 miljoen (2013: € 13 miljoen).

Vorig jaar werd er een aanvullende niet-geboekte latente belastingverplichting van € 432 miljoen (2013: € 0 miljoen) met betrekking tot een interne reorganisatie gerealiseerd. De belastingverplichting zal alleen worden verwezenlijkt bij afstoting van het relevante activum, een gebeurtenis die door UCB wordt gecontroleerd en waarvoor geen plannen in de nabije toekomst zijn.

30.4 | DIRECT IN HET EIGEN VERMOGEN OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGEN

€ miljoen 2014 2013
Uitgestelde belasting erkend in andere gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten 16 0
Effectief gedeelte van veranderingen van reële waarde op kasstroomafdekkingen 0 0
Uitgestelde belastingverplichtingen op de converteerbare obligatie -4 0
Uitgestelde belastingen erkend in het eigen vermogen 12 0

31. Personeelsbeloningen

De meeste werknemers zijn gedekt door pensioenplannen die door bedrijven van de Groep financieel ondersteund worden. De aard van dergelijke regelingen is afhankelijk van wettelijke voorschriften, fiscale vereisten en economische omstandigheden van de landen waarin de werknemers aan de slag zijn. De Groep beheert zowel toegezegdebijdrageplannen als toegezegd-pensioenplannen.

31.1 | TOEGEZEGD-BIJDRAGEPLANNEN

Uitkeringsplannen na uittreding worden geclassificeerd als "toegezegde-bijdrageplannen" als de Groep vaste bijdragen betaalt in een apart fonds of aan een onafhankelijke financiële instelling en verder geen wettelijke of uitdrukkelijke verplichtingen heeft om bijkomende bijdragen te betalen. Bijgevolg worden er geen activa of verplichtingen opgenomen in de balans van de Groep met betrekking tot dergelijke plannen, met uitzondering van regelmatige vooruitbetalingen en de toename van bijdragen.

31.2 | TOEGEZEGD-PENSIOENPLANNEN

De Groep beheert verscheidene toegezegd-pensioenplannen. De toegekende uitkeringen omvatten voornamelijk pensioenvoordelen, jubileumpremies en ontslagvergoedingen. De uitkeringen worden toegekend volgens de gebruiken van de lokale markt en de regelgeving ter zake.

Deze regelingen zijn niet-gefinancierd dan wel gefinancierd via externe pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Bij (gedeeltelijk) gefinancierde regelingen worden de activa van de regelingen afzonderlijk aangehouden in fondsen die door de trustees beheerd worden. Indien een regeling niet-gefinancierd is, met name voor de belangrijkste toegezegd-pensioenplannen in Duitsland, wordt voor de pensioenverplichtingen een verplichting opgenomen in de balans van de Groep. Voor gefinancierde regelingen is de Groep aansprakelijk voor het negatieve verschil tussen de reële waarde van de pensioenfondsactiva en de contante waarde van de uitkeringsverplichtingen. Bijgevolg wordt in de

balans van de Groep een verplichting (of een actief indien de regeling overgefinancierd is) opgenomen. De belangrijkste regelingen worden jaarlijks beoordeeld door onafhankelijke actuarissen.

Sinds 2008 analyseert de Groep in zijn balans en in zijn winst- en verliesrekening de waarde van de risico's die verbonden zijn met zijn toegezegd-pensioenplannen. Het beoogde risiconiveau met betrekking tot een geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening over één jaar worden jaarlijks vastgelegd op basis van door UCB bepaalde risicotolerantiedrempels.

De belangrijkste risico's verbonden aan de toegezegdpensioenplannen zijn de disconteringsvoet, de inflatie en de levensduur. De meeste risico's zijn te vinden in het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en de VS. Voor de regelingen in België kan de levensduur niet als een risico beschouwd worden, vermits pensioenen er worden uitgekeerd als een forfaitaire vergoeding of worden geëxternaliseerd vóór ze worden betaald als een annuïteit.

De voorbije jaren heeft UCB verschillende projecten uitgevoerd om de risicofactoren te verlagen.

In het Verenigd Koninkrijk werd voor drie van de vier pensioenplannen een investeringsbeslissing genomen, buy-in genaamd, om de uitkeringen van sommige deelnemers aan het plan te dekken.

Het pensioencomité van het British Pension Scheme in het Verenigd Koninkrijk is nu aan het werken aan een volledige uitkoop van dit plan.

Het Celltech Pension and Insurance Scheme in het Verenigd Koninkrijk concentreert zich sinds 2012 op een geleidelijke risicovermindering van een groei van 50% en een obligatietoewijzing van 50% naar een groei van 10% en een obligatietoewijzing van 90%. De hedendaagse groei/ obligatie toewijzing is rond 35%/65%.

Het Belgische pensioencomité richt zich op de diversificatie van de activa, niet alleen op de typen activa waarin is geïnvesteerd, maar ook op de diversificatie van de investeringsmanagers.

Het in de geconsolideerde balans opgenomen bedrag dat voortvloeit uit de verbintenissen van de Groep met betrekking tot zijn toegezegd-pensioenregelingen is als volgt:

€ miljoen 2014 2013
Actuele waarde van gefinancierde verplichtingen 1 086 854
Reële waarde van pensioenfondsactiva 705 608
Tekort/overschot (-) voor gefinancierde plannen 381 246
Effect van de minimale financieringsverplichtingen/beperking van het actiefplafond 4 4
Effect van de minimale financieringsverplichtingen/beperking van het actiefplafond 385 250
Plus: Verbintenissen in verband met geldelijk afgewikkelde, op aandelen gebaseerde
betalingen (Toelichting 26)
45 44
Totale verplichtingen uit personeelsbeloningen 430 294
waarvan:
Gedeelte geboekt als langlopende verplichtingen 430 294
Gedeelte geboekt als langlopende activa 0 0

Veranderingen in de actuele waarde van de toegezegd-pensioenverplichtingen in het lopende jaar:

€ miljoen 2014 2013
Per 1 januari 854 781
Huidige kost van de lopende diensttijd 38 28
Interestkosten 32 28
Herwaarderingswinst (-)/verlies
Effect van veranderingen van demografische hypothesen 2 0
Effect van veranderingen van financiële hypothesen 153 8
Effect van historische aanpassingen 12 1
Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst (-)/verlies op afwikkelingen 0 -2
Effect van wisselkoerswijzigingen 35 -12
Pensioenbetalingen uit het plan -23 -17
Pensioenbetalingen door de werkgever -6 -6
Betalingen uit afwikkelingen 0 0
Bijdragen door deelnemers 2 2
Wijziging van het toepassingsgebied -9 43
Overige -4 0
Per 31 december 1 086 854

Veranderingen in de reële waarde van de fondsbeleggingen over het jaar:

€ miljoen 2014 2013
Per 1 januari 608 528
Rentebaten 24 20
Herwaarderingswinst/verlies (-)
Return op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) 38 13
Veranderingen qua beperking van het actiefplafond (excl. renteopbrengsten) 0 0
Effect van wisselkoerswijzigingen 31 -10
Bijdragen door deelnemers 2 1
Werkgeversbijdragen 41 35
Pensioenbetalingen uit het plan -23 -17
Betalingen uit afwikkelingen 0 0
Betaalde onkosten, belastingen en premies -7 -5
Wijziging van het toepassingsgebied -9 43
Per 31 december 705 608

De reële waarde van de pensioenbeleggingen bedraagt € 705 miljoen (2013: € 608 miljoen), goed voor 65% (2013: 71% van de toegezegd-pensioenverplichtingen. Het totale tekort van € 381 miljoen (2013: € 246 miljoen) zal naar verwachting weggewerkt worden over de geschatte resterende gemiddelde duur van het dienstverband van het huidige lidmaatschap.

De bedragen die zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van deze toegezegd-pensioenplannen zijn de volgende:

€ miljoen 2014 2013
Kosten van verstreken diensttijd (incl. winst (-)/verlies uit afwikkelingen) 38 26
Netto-interestkosten 7 7
Herwaardering van overige personeelsvergoedingen op lange termijn 2 0
Administratiekosten en belastingen 3 4
Componenten van toegezegd-pensioenkosten die zijn geboekt in de winst- en verliesrekening 50 37
Herwaarderingswinst (-)/verlies
Effect van veranderingen van demografische hypothesen 2 1
Effect van veranderingen van financiële hypothesen 151 8
Effect van historische aanpassingen 12 1
Return op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) -38 -13
Veranderingen qua beperking van het actiefplafond (excl. renteopbrengsten) 1 -3
Componenten van toegezegd-pensioenkosten die zijn geboekt in andere gerealiseerde of
niet-gerealiseerde resultaten
128 -6
Totale componenten van toegezegd-pensioenkosten 178 31

De kosten van verstreken diensttijd, de netto-interestkosten, de herwaardering van overige personeelsvergoedingen op lange termijn, administratiekosten en belasting voor het jaar zijn opgenomen onder personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening.

De herwaardering van de netto toegezegdpensioenverplichting is opgenomen in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten.

Opsplitsing van de geboekte kosten per functionele regel:

€ miljoen 2014 2013
Kostprijs van de omzet 9 7
Marketing- en verkoopkosten 8 6
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten 19 13
Algemene en administratiekosten 14 10
Overige baten en lasten 0 1
Totaal 50 37

De werkelijke opbrengst uit de pensioenfondsactiva bedraagt € 38 miljoen (2013: € 13 miljoen), en de werkelijke opbrengsten uit restitutierechten bedragen € -1 miljoen (2013: € 0 miljoen).

De voornaamste categorieën van fondsbeleggingen op het einde van de verslagperiode:

€ miljoen 2014 2013
Geldmiddelen en kasequivalenten 8 17
Eigen vermogen instrumenten 45 96
Europa 14 76
VS 15 2
Rest van de wereld 16 18
Schuldinstrumenten 139 163
Bedrijfsobligaties 0 7
Overheidsobligaties 69 62
Overige 70 94
Vastgoed 3 5
In aanmerking komende verzekeringscontracten 393 229
Investeringsfondsen 112 95
Overige 5 3
Totaal 705 608

Nagenoeg alle aandelen en schuldinstrumenten beschikken over beurskoersen in actieve markten. Vastgoed kan gerangschikt worden als niveau 3-instrument op basis van de definities in IFRS 13, Waardering tegen reële waarde.

De in de fondsen aangehouden activa bevatten geen directe beleggingen in aandelen van UCB, noch in onroerend goed of andere activa die gebruikt worden door de Groep, al kan het wel zijn dat UCB-aandelen deel uit maken van de beleggingsfondsen waarin UCB belegt. De voornaamste gewogen gemiddelde actuariële veronderstellingen die zijn gebruikt, zijn als volgt:

EUROZONE VK VS OVERIGE
2014 2013 2014 2013 2014 2013 2014 2013
Actualiserings-percentage 1,76% 3,66% 3,63% 4,42% 3,75% 4,75% 1,45% 2,20%
Inflatie 2,00% 2,00% 3,20% 3,50% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Belangrijke actuariële hypothesen voor de bepaling van de verbintenissen uit toegezegd-pensioenplannen zijn het actualiseringspercentage en de inflatie. De volgende gevoeligheidsanalyses werden bepaald op basis van redelijke en mogelijke veranderingen van de hypothesen die optreden bij het einde van de verslagperiode.

  • Als het actualiseringspercentage 25 basispunten hoger (lager) zou zijn, dan zouden de toegezegd-pensioenverplichtingen dalen met € 41 miljoen (stijgen met € 43 miljoen) als alle overige hypothesen constant zouden blijven.
  • Als het inflatiepercentage zou stijgen (dalen) met 25 basis punten, dan zouden de toegezegd- pensioenverplichtingen stijgen met € 18 miljoen (dalen met € 19 miljoen) als alle overige hypothesen constant zouden blijven.

In werkelijkheid kan worden uitgegaan van onderlinge verbanden tussen de hypothesen, vooral tussen het actualiseringspercentage en de verwachte loonsverhogingen die beide in zekere mate afhankelijk zijn van de verwachte inflatie. De vorige analyse negeert deze onderlinge verbanden tussen de hypothesen.

De dochterondernemingen van de Groep moeten de kosten van de verwachte pensioenrechten op jaarbasis financieren. De financiering is doorgaans gebaseerd op een lokaal actueel herwaarderingskader. In dit kader wordt het actualiseringspercentage op een risicovrij niveau ingesteld. Aan bijkomende verplichtingen in verband met verstreken diensttijden wordt voldaan aan de hand van herstelplannen en beleggingsstrategieën op basis van de demografische evolutie voor het plan, de geschikte periodes voor de aflossing van verplichtingen voor

verstreken diensttijden, verwachte loonsverhogingen en de financiële mogelijkheden van de plaatselijke onderneming.

De gemiddelde duur van de toegezegd-

pensioenverplichtingen op het einde van de verslagperiode bedraagt 15,28 jaar (2013: 14,04 jaar). Dit cijfer kan worden uitgesplitst naar de duur voor de volgende regio's:

  • Eurozone: 13,51 jaar (2013: 13,71 jaar);
  • VK: 17,55 jaar (2013: 18,30 jaar);
  • VS: 12,97 jaar (2013: 10,36 jaar);
  • Overige: 16,22 jaar (2013: 15,76 jaar).

De Groep verwacht in de loop van het volgende boekjaar een bijdrage te doen van € 50 miljoen aan de toegezegdpensioenplannen.

Om de drie jaar wordt een studie uitgevoerd waarin activa en passiva tegen elkaar afgewogen worden. Hierin worden de beleggingsstrategieën geanalyseerd in het licht van risico-en-rendementsprofielen.

Bij het bepalen van een langetermijnstrategie voor de pensioenplannen, houdt het beleggingscomité rekening met enkele door de Groep gedefinieerde basisprincipes zoals:

  • een goed evenwicht tussen een bijdrageniveau dat aanvaardbaar is voor UCB en het niveau van de beleggingsrisico's die aan de verplichtingen verbonden zijn;
  • de volatiliteit verminderen door een diversificatie van de beleggingen; en
  • het niveau van de beleggingsrisico's dient af te hangen van de financiële situatie van de regelingen en hun schuldpositie.

32.Voorzieningen

De wijzigingen in de voorzieningen worden hieronder weergegeven:

€ miljoen MILIEU HERSTRUCTURERING BELASTING OVERIGE TOTAAL
Op 1 januari 2014 30 25 294 27 376
Bedrijfscombinaties 0 0 0 0 0
Ontstaan in het jaar 0 29 15 4 48
Tegenboeking ongebruikte bedragen -1 -2 -28 -14 -45
Overdrag van de ene rubriek naar een andere 0 0 0 0 0
Effect van wisselkoerswijzigingen 0 1 0 0 2
Gebruikt in het jaar 0 -10 -1 -4 -15
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop 0 0 -5 0 -12
Op 31 december 2014 29 43 275 13 361
Langlopende gedeelte 12 23 269 4 308
Kortlopende gedeelte 17 20 6 9 53
Totale voorzieningen 29 43 275 13 361

32.1 | MILIEUVOORZIENINGEN

UCB is in het verleden bepaalde milieuverplichtingen aangegaan die verband hielden met de overname van Schwarz Pharma en het afstoten van Surface Specialties. Dit laatste geldt voor de afgestoten vestigingen waarvoor UCB volledig verantwoordelijk is gebleven, in overeenstemming

met de contractuele bepalingen die zijn overeengekomen met Cytec Industries Inc. In 2014 werd een deel van de voorzieningen met betrekking tot het bedrijf Surface Specialties teruggeboekt.

32.2 | REORGANISATIEVOORZIENINGEN

In 2014 werden de provisies voor herstructureringen vooral gebruikt voor verdere optimalisatie en reorganisatie, terwijl gebruikmaking hiervan was meestal verbonden aan de reorganisatie van ondersteuningsfuncties en verschillende andere afvloeiingskosten.

32.3 | BELASTINGVOORZIENINGEN

Belastingvoorzieningen worden aangelegd wanneer UCB van oordeel is dat de belastingdiensten een door de Groep of een dochteronderneming ingenomen belastingstandpunt zouden kunnen betwisten. Deze beoordeling wordt voor elke voorziening afzonderlijk gedaan en de overeenkomstige provisie is de Groeps beste schatting van de verwachte blootstelling in the geval van een betwisting door de fiscus.

In 2014 was er sprake van een algehele vermindering van voorzieningen. Dit is met name aangestuurd door een gunstige uitkomst van een hoorzitting met betrekking tot een langdurige belastingcontrole over een aantal jaren. De start van belastingcontroles in een aantal jurisdicties

vereist echter van de Groep dat voor initiële beoordelingen aanvullende voorzieningen worden geboekt.

32.4 | OVERIGE VOORZIENINGEN

Overige voorzieningen houden voornamelijk verband met productaansprakelijkheid en gerechtelijke proceskosten (Toelichting 14):

  • voorzieningen voor rechtszaken omvatten voornamelijk voorzieningen voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers van UCB,
  • voorzieningen voor productaansprakelijkheid hebben betrekking op de risico's die gepaard gaan met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van dit soort geneesmiddelen.

Er wordt samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vakexperts een evaluatie uitgevoerd van de bovenstaande risico's.

33.Handels- en overige verplichtingen

33.1 | HANDELSVERPLICHTINGEN EN OVERIGE VERPLICHTINGEN

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
GSK/Sumitomo (Japan) 0 1
GSK Japan (Zwitserland) 11 14
Langlopende schulden op samenwerkingsovereenkomsten 54 56
Terugkoop schulden voor minderheidsbelangen 48 0
Overige schulden 35 123
Totaal langlopende handelsschulden en overige verplichtingen 148 194

33.2 | KORTLOPENDE HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE VERPLICHTINGEN

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
Handelsschulden 188 297
Te betalen belastingen, andere dan winstbelastingen 57 56
Lonen en socialezekerheidsbijdragen 149 165
Overige schulden 90 46
Uitgestelde inkomsten in verband met samenwerkingsovereenkomsten 120 57
Overige uitgestelde inkomsten 2 7
Te betalen royalty's 68 52
Dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligaties 18 18
Te betalen rabatten en kortingen 377 347
Gelopen interesten 32 27
Overige gelopen onkosten 161 195
Totaal kortlopende handelsschulden en overige verplichtingen 1 386 1 267

De handelsschulden en overige verplichtingen worden grotendeels geclassificeerd als kortlopend en bijgevolg worden de boekwaarden van de totale handelsschulden en overige verplichtingen verondersteld hun reële waarde redelijk te benaderen.

34.Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer.

UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. Het nettoresultaat is aangepast voor:

  • de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen en waardeverminderingen, bijzondere waardeverminderingsverliezen, provisies, waarderingen tegen reële waarde enz., alsook de veranderingen inzake werkkapitaal;
  • baten en lasten die verband houden met kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten.
€ miljoen TOELICHTING 2014 2013 (HERWERKT)
Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 167 315
Afschrijvingen en waardeverminderingen 9, 18, 20 220 238
Afschrijvingen/Terugnemingen (-) van bijzondere waardeverminderingen 9, 12, 15 43 34
In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde 26 19 -4
betalingen
Overige niet-geldelijke transacties in de winst-en-verliesrekening -44 -29
Als gevolg van de toepassing van IAS 39 15 8 0
Niet-gerealiseerde wisselkoerswinst (-)/verlies -98 50
Wijziging in voorzieningen en personeelsvergoedingen 24 29
Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren -5 -3
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele
activiteiten
39 87
Belastinglast voor de periode uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 16 6 54
Belastinglast voor de periode uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 33 33
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings 74 100
en financieringsactiviteiten
Winst (-)/verlies uit de verkoop van vaste activa -20 -23
Betaalde/ontvangen(-) dividenden 0 0
Betaalde/ontvangen(-) intresten 94 123
Wijzigingen in het werkkapitaal
Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans 31 -12
Handels- en overige vorderingen en andere activabewegingen per -42 -159
geconsolideerde balans
Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans 290 83
Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: 279 -88
Niet-geldelijke posten1 -47 -54
Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren 9 -19
afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten
Wijzigingen in te ontvangen/te betalen intresten afzonderlijk vermeld -12 -9
onder kasstromen uit operationele activiteiten
Wijzigingen in te ontvangen dividenden afzonderlijk vermeld onder 0 0
kasstromen uit investeringsactiviteiten
Wijzigingen in te betalen dividenden afzonderlijk vermeld onder
kasstromen uit financieringsactiviteiten
23 23
Wijziging in netto werkkapitaal vermeld
onder kasstromen uit beëindigde activiteiten
89 -
Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta -8 -35
Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht 333 -182

Niet-geldelijke posten houden hoofdzakelijk verband met transfers van de ene rubriek naar de andere, met niet-geldelijke bewegingen die verband houden met een nieuwe waardering door een geassocieerde deelneming in een vreemde munt en andere bewegingen die verband houden met toevoegingen/verwijderingen binnen de consolidatiekring of met fusies van entiteiten.

35. Financiële instrumenten per categorie

€ miljoen
31 december 2014
Activa volgens balans
TOELICHTING LENINGEN EN
VORDERINGEN
FINANCIËLE
ACTIVA TEGEN
REËLE WAARDE
VIA WINST EN
VERLIES
DERIVATEN
VOOR
AFDEKKING
BESCHIKBAAR
VOOR
VERKOOP
TOTAAL
Financiële en overige activa
(exclusief afgeleide financiële instrumenten)
21 96 0 0 45 141
Afgeleide financiële activa 36 0 77 13 0 90
Handelsvorderingen en overige vorderingen
(inclusief vooruitbetaalde onkosten)
23 729 0 0 0 729
Geldmiddelen en kasequivalenten 24 507 0 0 0 507
Totaal 1 332 77 13 45 1 467
€ miljoen
31 december 2014
Passiva volgens balans
TOELICHTING PASSIVA TEGEN
REËLE WAARDE
VIA WINST EN
VERLIES
DERIVATEN
VOOR
AFDEKKING
OVERIGE
FINANCIËLE
VERPLICHTIN
GEN TEGEN GE
AMORTISEERDE
KOSTEN
TOTAAL
Leningen 27 0 0 714 714
Obligaties 28 0 0 1 406 1 406
Afgeleide financiële passiva 36 43 43 0 86
Handels- en overige verplichtingen 33 0 0 1 534 1 534
Andere financiële verplichtingen
(exclusief afgeleide financiële instrumenten)
29 183 0 190 373
Totaal 226 43 3 844 4 113
€ miljoen
Per 31 december 2013 (herwerkt)
Activa volgens balans
TOELICHTING LENINGEN EN
VORDERINGEN
FINANCIËLE
ACTIVA TEGEN
REËLE WAARDE
VIA WINST EN
VERLIES
DERIVATEN
VOOR
AFDEKKING
BESCHIKBAAR
VOOR
VERKOOP
TOTAAL
Financiële en overige activa
(exclusief afgeleide financiële instrumenten)
21 115 0 0 19 134
Afgeleide financiële activa 36 0 18 24 0 42
Handelsvorderingen en overige vorderingen
(inclusief vooruitbetaalde onkosten)
23 972 0 0 0 972
Geldmiddelen en kasequivalenten 24 750 0 0 0 750
Totaal 1 837 18 24 19 1 898
€ miljoen
Per 31 december 2013 (herwerkt)
Passiva volgens balans
TOELICHTING PASSIVA TEGEN
REËLE WAARDE
VIA WINST EN
VERLIES
DERIVATEN
VOOR
AFDEKKING
OVERIGE
FINANCIËLE
VERPLICHTIN
GEN TEGEN GE
AMORTISEERDE
KOSTEN
TOTAAL
Leningen 27 0 0 404 404
Obligaties 28 0 0 2 346 2 346
Afgeleide financiële passiva 36 39 2 0 41
Handels- en overige verplichtingen 33 0 0 1 461 1 461
Andere financiële verplichtingen
(exclusief afgeleide financiële instrumenten)
29 122 0 167 289
Totaal 161 2 4 378 4 541

36.Afgeleide financiële instrumenten

ACTIVA PASSIVA
€ miljoen 2014 2013 2014 2013
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 13 24 40 1
Valutatermijncontracten – reële waarde via winst of verlies 22 17 36 24
Rentederivaten – kasstroomafdekkingen 0 0 3 1
Rentederivaten – reële waarde via winst of verlies 55 1 7 15
Totaal 90 42 86 41
waarvan:
Langlopend – (Toelichtingen 21 en 29) 57 0 13 13
Kortlopend – (Toelichtingen 21 en 29) 33 42 73 28

De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als een vast actief of langlopende verplichting als de resterende duur van het afgedekt element meer dan 12 maanden bedraagt, en als een vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende duur van de afdekking minder dan 12 maanden bedraagt.

De kasstroomafdekkingen die door de Groep werden uitgevoerd, werden als bijzonder effectief beoordeeld en in 2014 werd een netto niet-gerealiseerde winst

36.1 | TOTAAL WISSELKOERSDERIVATEN

Het beleid van de Groep met betrekking tot het gebruik van financiële derivatencontracten wordt beschreven in Toelichting 4 "Financieel risicobeheer".

van € 50 miljoen (2013: netto niet-gerealiseerd verlies van € 25 miljoen) na uitgestelde belasting opgenomen in het eigen vermogen aangaande deze transacties. Deze winsten/verliezen zullen worden geboekt in de winst- en verliesrekening in de periode waarin de afgedekte verwachte transactie van invloed is op de winst of het verlies.

Het niet-effectieve deel dat in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen en dat ontstaat bij kasstroomafdekkingen, bedraagt € 0 miljoen (2013: € 0 miljoen).

De Groep heeft verschillende valutatermijncontracten afgesloten om een deel van de zeer waarschijnlijke toekomstige opbrengsten uit de verkoop en royalty's die voor 2015 worden verwacht, af te dekken.

ACTIVA PASSIVA
€ miljoen 2014 2013 2014 2013
USD 10 25 63 20
GBP 5 0 7 2
EUR 0 0 0 0
JPY 5 9 1 1
CHF 0 1 0 0
RUB 10 1 0 0
Andere valuta's 5 5 5 2
Totaal wisselkoersderivaten 35 41 76 25

De reële waarden van de derivatencontracten op vreemde valuta's is als volgt:

De looptijdanalyse voor de valutaderivaten staat hieronder:

€ miljoen 2014 2013
1 jaar of minder -40 15
1-5 jaar -1 1
Langer dan 5 jaar 0 0
Totaal wisselkoersderivaten – netto activa/netto passiva (-) -41 16

In de volgende tabel staan de valutaderivaten beschreven opgesplitst per uitdrukkingsvaluta (verkochte valuta weergave) per 31 december 2014:

Notionele bedragen in
€ miljoen
USD GBP EUR JPY CHF OVERIGE
VALUTA'S
TOTAAL
Futures 518 84 615 137 13 301 1 668
Valutaswaps 959 320 289 25 61 6 1 660
Optie/collar 206 0 493 36 0 0 735
Totaal 1 683 404 1 397 198 74 307 4 063

36.2 | RENTEDERIVATEN

De Groep gebruikt verschillende rentederivaten om zijn blootstelling aan de wijzigende rentevoeten op zijn leningen te beheren. De data voor de prijsherzieningen en de afschrijvingskenmerken komen overeen met die van vastrentende obligaties. De uitstaande rentederivaten zijn als volgt:

CONTRACTTYPE NOMINALE
WAARDE VAN
CONTRACTEN
(MILJOEN)
GEMIDDELDE RENTEVOET
(BETALEND (-)/
ONTVANGEND (+))
MARGE IN
PUNTEN (BETA
LEND (-) / ONT
VANGEND (+))
VOOR PERIODE VAN/TOT VARIABELE
RENTEOPBRENGSTEN
IRS EUR 150 -0,87% 21-08-12 21-08-17 EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 165 0,54% 06-12-12 10-12-16 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 160 0,54% 06-12-12 10-12-16 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 200 1,53% 04-10-13 04-01-21 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 150 1,59% 04-10-13 04-01-21 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 250 1,36% 27-11-13 27-03-20 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 175 1,91% 27-11-13 02-10-23 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 150 -1,12% 27 -03 -14 27-03-20 EURIBOR 3 maanden
IRS USD 100 -1,97% 20 -11 -14 22 -11 -21 USD LIBOR 3 maanden
CCIRS USD 70 -USD LIBOR 3 maanden -0,25% 11-03-13 10-12-16 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 60 -USD LIBOR 3 maanden -0,29% 10-06-13 10-12-16 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 50 -USD LIBOR 3 maanden -0,31% 10-06-13 10-12-16 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 250 -USD LIBOR 3 maanden -0,25% 10-06-13 10-12-16 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 200 -USD LIBOR 3 maanden -0,16% 27-11-13 27-03-20 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 230 -USD LIBOR 3 maanden -0,16% 27-11-13 02-10-23 EURIBOR 3 maanden

36.3 | AFDEKKING VAN NETTO-INVESTERINGEN IN EEN BUITENLANDSE ENTITEIT

In 2006 is de Vennootschap een leningovereenkomst aangegaan die deels was bedoeld als afdekking van de netto-investering in de Amerikaanse activiteiten van de Groep. Na een interne bedrijfsreorganisatie is deze nettoinvesteringssafdekkingsrelatie in december 2007 beëindigd.

De niet-gerealiseerde cumulatieve wisselkoerswinst van € 55 miljoen is in een afzonderlijke eigenvermogenscomponent geboekt onder "Nettoinvesteringsafdekking" in 2007. Deze niet-gerealiseerde winsten blijven in het eigen vermogen en worden alleen in de winst-en-verliesrekening opgenomen als de Groep geen onderliggende USD-activa meer in bezit heeft.

36.4 | DERIVATEN GEKOPPELD AAN DE CONVERTEERBARE OBLIGATIE

Als gevolg van de beslissing van UCB om de rechten die verbonden zijn aan de optie van de contante geldregeling in 2010 te herroepen, werd de derivatieve component van de converteerbare obligatie geherclassificeerd naar het eigen vermogen voor een bedrag van € 41 miljoen na belastingen. Toen de converteerbare obligatie in maart 2014 werd omgezet, werd de derivatieve component van de converteerbare obligatie geherclassificeerd naar aandelenkapitaal.

37.1 | GEWONE WINST PER AANDEEL

2014 2013 (HERWERKT)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 0,60 0,45
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,50 0,43
Gewone winst per aandeel 1,10 0,88

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden.

37.2 | VERWATERDE WINST PER AANDEEL

2014 2013 (HERWERKT)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 0,60 0,54
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,50 0,40
Verwaterde winst per aandeel 1,10 0,94

De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door het uitstaande aantal gewogen gemiddelde gewone aandelen te corrigeren voor alle potentiële gewone aandelen die een verwateringseffect met zich hebben kunnen meebrengen in 2013.

37.3 | WINST

De berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel die toerekenbaar is aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij is gebaseerd op de volgende gegevens:

GEWOON

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toewijsbaar
aan aandeelhouders van UCB NV
115 82
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 94 78
Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 209 160

VERWATERD

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toewijsbaar
aan aandeelhouders van UCB NV
115 82
Aangepast voor:
interestkosten op converteerbare obligatie (na belastingen) in 2013 22
Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten gebruikt
ter bepaling van de winst per aandeel
115 104
Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 94 78
Aangepaste winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV 209 182

37.4 | AANTAL AANDELEN

In duizend aandelen 2014 2013 (HERWERKT)
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel 190 456 182 157
Aangepast voor:
verondersteld omzetting van converteerbare obligaties 11 098
totaal aantal uitstaande aandelen
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel 194 456 193 255

38.Dividend per aandeel

De in 2014 en 2013 uitgekeerde brutodividenden bedroegen respectievelijk € 202 miljoen (€ 1,04 per aandeel) en € 186 miljoen (€ 1,02 per aandeel).

Een dividend voor het afgelopen jaar dat eindigde op 31 december 2014 van € 1,06 per aandeel, goed voor een totaal dividend van € 205 miljoen, moet voorgesteld worden tijdens de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering op 30 april 2015.

Overeenkomstig IAS 10, Gebeurtenissen na balansdatum, is het voorgestelde dividend niet als een verplichting geboekt op het eind van het jaar.

39.Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen

39.1 | VERBINTENISSEN EN VOORWAARDELIJKE GEBEURTENISSEN

Toekomstige gezamenlijke minimale leasebetalingen onder de niet-opzegbare operationele leases:

€ miljoen 2014 2013
Minder dan 1 jaar 33 37
Tussen 1 en 5 jaar 97 79
Langer dan 5 jaar 19 34
Totaal 149 150

De Groep heeft een aantal niet-opzegbare operationele leases die voornamelijk verband houden met bedrijfswagens en kantoorinrichting.

De leaseovereenkomsten bestrijken een initiële periode van 3 tot 5 jaar. De leasebetalingen worden jaarlijks verhoogd

39.2 | KAPITAALVERBINTENISSEN

Op 31 december 2014 heeft de Groep zich verbonden om € 40 miljoen (2013: € 43 miljoen) te besteden aan kapitaaluitgaven voor de bouw van een biotechnologische fabriek in Bulle (Zwitserland) en IT infrastructuur. In december 2010 startte UCB een project om een eigen biotechproductiefaciliteit te bouwen in Bulle (Zwitserland) om aan de stijgende vraag naar Cimzia® te kunnen voldoen. De nieuwe fabriek zou in 2015 operationeel moeten zijn.

om de huuropbrengsten op de markt te weerspiegelen. Geen van de leaseovereenkomsten omvat voorwaardelijke huurgelden. In 2014 werd € 44 miljoen (2013: € 45 miljoen) als uitgaven in de winst- en verliesrekening opgenomen voor operationele leases.

UCB sloot een aantal ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met verschillende farmaceutische bedrijven, bedrijven die klinische studies uitvoeren en financiële investeerders. Zulke samenwerkingsovereenkomsten kunnen mijlpaalbetalingen omvatten die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Onderstaande tabel geeft de maxima aan die betaald zouden worden als alle mijlpalen – hoewel dit erg onwaarschijnlijk is – zouden worden gerealiseerd. Deze cijfers zijn exclusief royaltybetalingen die gebaseerd zijn op de verkoop van eenheden en nog te ontvangen bedragen voor reeds behaalde mijlpalen.

€ miljoen 2014 2013 (HERWERKT)
1 jaar of minder 53 56
1-5 jaar 341 177
Langer dan 5 jaar 948 600
Totaal 1 342 833

De bedragen zijn niet aangepast voor risico's, noch verdisconteerd, en de timing van de betalingen is gebaseerd op de op dit ogenblik beste ramingen door de Groep van de realisatie van de betreffende mijlpaal.

39.3 | WAARBORGEN

De garanties die in de loop van de normale bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet resulteren in enige wezenlijke financiële verliezen.

39.4 | VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN

De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. Deze en andere lopende zaken kunnen leiden tot aansprakelijkheden, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen die strijdig zijn met UCB's belangen.

UCB blijft verdedigende partij in iets minder dan 4 600 Reglan®-productaansprakelijkheidsrechtszaken. Deze gevallen werden grotendeels geconsolideerd in drie verschillende jurisdicties, met name San Francisco, Philadelphia en Atlantic City. Elk geschil betreft claims voor letsels als gevolg van het vermeende nalaten te waarschuwen voor het risico geassocieerd met het gebruik van metoclopramide gedurende meer dan 12 weken. Het merendeel van de gevallen betreft schade als gevolg van het gebruik van generische metoclopramide. Er zijn momenteel geen rechtszaken gepland voor 2015. Het is te vroeg om met zekerheid het resultaat of potentiële aansprakelijkheid van deze geschillen die in de toekomst voor de rechter kunnen komen te voorspellen. De onderneming is van mening dat het een goede verdediging heeft tegenover deze claims.

UCB Pharma NV (UCB) is een gedaagde in een proces geïnitieerd door Desitin Arzneimittel GmbH (Desitin) aanhangig bij de arrondissementsrechtbank van Hamburg (Duitsland). Desitin eist een schadevergoeding voor de geleden schade van de handhaving van een rechterlijk bevel verkregen door UCB tegen Desitin's handelsmerk "Kepmini" waarvan het bevel later werd ingetrokken. Desitin eist een schadevergoeding ten bedrage van € 10 miljoen. Op 17 februari 2015 vond een hoorzitting plaats en de partijen wachten momenteel op een uitspraak. De onderneming is van mening dat het een goede verdediging heeft tegenover deze claim.

UCB is een gedaagde in een proces geïnitieerd door het Medical Research Council (MRC) aanhangig bij de High Court of Justice, Chancery Division in Londen (Verenigd Koninkrijk). Het MRC eist een schadevergoeding (inclusief rente) als gevolg van een vermeende onderbetaling van bepaalde royalty's conform een licentieovereenkomst met UCB ten bedrage van ongeveer £ 57 miljoen. De onderneming is van mening dat het een goede verdediging heeft tegenover deze claim.

In februari 2015 is er een klacht gedeponeerd bij de Amerikaanse arrondissementsrechtbank door het noordelijke district van Georgia, waarin UCB Holdings, Inc., het toegezegd-pensioenplan van UCB, Inc. en het administratieve comité van het toegezegd-pensioenplan van UCB, Inc. als gedaagden zijn genoemd. De klacht is gericht op de status van class-action en stelt claims te verdedigen inzake bepaalde pensioenvoordelen namens bepaalde huidige en voormalige werknemers van UCB, Inc. die voorheen werkzaam waren bij twee verschillende voorgaande ondernemingen die in de jaren 90 door UCB, Inc. zijn verworven. De onderneming is van mening dat het een goede verdediging heeft tegenover deze claims en heeft de intentie om deze kwestie sterk te verdedigen.

Daarnaast is de Groep verschillende overeenkomsten aangegaan in verband met zijn activiteiten die mogelijke voorwaardelijke verplichtingen met zich meebrengen, zoals de financiële overeenkomsten met het Waals Gewest voor € 9 miljoen (2013: € 41 miljoen).

Het valt niet te verwachten dat uit de voorwaardelijke verplichtingen enige andere materiële verplichtingen zullen ontstaan dan deze vermeld in Toelichting 32 (2013: geen materiële verplichtingen).

40.Transacties met verbonden partijen

40.1 | VERKOPEN EN DIENSTEN BINNEN DE GROEP

In de op 31 december 2014 en 2013 afgesloten boekjaren werden alle transacties binnen de UCB-Groep uitgevoerd op basis van beoordelingen van wederzijds economisch voordeel van de betrokken partijen, en werden de toepasselijke voorwaarden vastgesteld in overeenstemming met criteria van onafhankelijke onderhandelingen en eerlijke overeenkomsten, en met het oog op de creatie van waarde voor de gehele UCB-Groep. De voorwaarden die van toepassing waren op transacties binnen de UCB-Groep waren gelijkaardig aan de voorwaarden die van toepassing waren op transacties met derde partijen.

Met betrekking tot de verkoop van tussentijdse en afgewerkte producten gingen deze criteria gepaard met het principe van de verhoging van de productiekosten van elke partij met een onafhankelijk vastgestelde winstmarge. Met betrekking tot de diensten die geleverd werden binnen de UCB-Groep gingen deze criteria vergezeld van het principe van voldoende vergoedingen om de kosten te dekken die door elke partij werden gemaakt en een marktconforme winstmarge. De binnen de UCB-Groep uitgevoerde transacties vormen standaardtransacties voor een biofarmaceutische groep. Deze transacties omvatten de aankoop en verkoop van tussentijdse en afgewerkte medische producten, deposito's en leningen voor verbonden ondernemingen van de UCB-Groep, alsook gecentraliseerde functies en activiteiten van de UCB-Groep om de operaties te optimaliseren door middel van schaalen synergievoordelen.

40.2 | FINANCIËLE TRANSACTIES MET ANDERE VERBONDEN PARTIJEN DAN MET GELIEERDE ONDERNEMINGEN VAN UCB NV

Er zijn geen financiële transacties met andere verbonden partijen dan met gelieerde ondernemingen van UCB NV.

40.3 | VERGOEDINGEN VAN MANAGERS OP SLEUTELPOSITIES

De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité, voor het jaargedeelte waarin ze hun mandaat uitoefenden.

€ miljoen 2014 2013
Kortlopende personeelsvergoedingen 11 10
Ontslagvergoedingen 0 0
Uitkeringen na uittreding 4 3
Op aandelen gebaseerde betalingen 8 6
Totale vergoedingen van managers op sleutelposities 23 19

Kortlopende personeelsvergoedingen omvatten lonen (inclusief sociale-verzekeringsbijdragen), tijdens het jaar verdiende bonussen, autoleasing en andere beloningen indien van toepassing. Op aandelen gebaseerde betalingen omvatten de afschrijving over de wachtperiode van de reële waarde van toegekende aandeelbewijzen en omvatten ook aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen zoals in Toelichting 26 nader wordt uitgelegd. De ontslagvergoedingen omvatten alle gecompenseerde bedragen, waaronder voordelen in natura en uitgestelde vergoedingen. Er zijn door de Vennootschap of door een dochteronderneming van de Groep geen leningen toegekend aan een bestuurder of kaderlid van de Groep en er zijn evenmin garanties in die zin gegeven.

40.4 | AANDEELHOUDERS EN AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR

De hoofdaandeelhouder van UCB (de "Referentieaandeelhouder") is Financière de Tubize SA, een Belgische vennootschap waarvan de aandelen toegelaten zijn tot de verhandeling op Euronext Brussel.

Volgens de transparantiekennisgeving van 13 maart 2013 met betrekking tot de aandeelhoudersstructuur van Financière de Tubize SA en verricht in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, en volgens een kennisgeving van 20 augustus 2014 verricht in toepassing van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, wordt 52,20% van het totale aantal aandelen met stemrecht van Financière de Tubize SA aangehouden door een groep van aandeelhouders, handelend in onderling overleg en bestaande uit de volgende leden van/of vennootschappen gecontroleerd door de familie Janssen:

  • Éric Janssen SPRL (19,11%);
  • Baron Daniel Janssen (13,19%);
  • Altaï Invest SA, gecontroleerd door gravin Diego du Monceau de Bergendal, geboren Evelyn Janssen (11,14%);
  • Barnfin SA, gecontroleerd door mevr. Jean van Rijckevorsel, geboren Paule Bridget Janssen (8,74%);
  • Jonkheer Jean van Rijckevorsel (0,02%).

Wat haar aandeelhouderschap in UCB betreft, handelt Financière de Tubize SA in onderling overleg met Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG, i.e. zij hebben een akkoord gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van UCB te voeren en aangaande het bezit, de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende effecten (zie artikel 3, §§ 1, 13°, a), b) en c) van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en artikel 3, §§ 1, 5°, a) en b) van de wet op de openbare overnamebiedingen).

Financière de Tubize SA en Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG houden in onderling 35,39% van het totaal aantal aandelen van UCB.

UCB en haar dochtervennootschappen houden ook UCBaandelen (zie hieronder voor een bijgewerkt overzicht van hun deelnemingen).

De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek.

Hieronder gaat een bijgewerkt overzicht van de aandeelhoudersstructuur van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten) op basis van de transparantiekennisgevingen verricht in toepassing met de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (situatie op 5 januari 2015):

CONTROLERENDE EN BELANGRIJKSTE AANDEELHOUDERS VAN UCB PER 5 JANUARI 2015

AANTAL PERCENTAGE SITUATIE OP*
Kapitaal € 583 516 974 13 maart 2014
Totaal aantal stemrechten 194 505 658 13 maart 2014
1 Financière de Tubize SA ("Tubize")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 66 370 000 34,12% 13 maart 2014
2 Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG
("Schwarz")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 2 471 404 1,27% 13 maart 2014
Tubize + Schwarz3
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 68 841 404 35,39%
3 UCB NV
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 678 230 0,35% 5 januari 2015
Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 3 721 040 1,91% 5 januari 2015
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 1 140 000 0,59% 5 januari 2015
TOTAAL 5 539 270 2,85%
4 UCB Fipar SA
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 142 219 0,07% 5 januari 2015
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 1 950 000 1,00% 5 januari 2015
TOTAAL 2 092 219 1,08%
UCB NV + UCB Fipar SA2 7 631 489 3,92%
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 820 449 0,42%
Gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 3 721 040 1,91%
Gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 3 090 000 1,59%
Free float4 (stemrechtverlenende effecten (aandelen)) 124 843 805 64,19%
5 Capital Research and Management Company
(dochtervennootschap van The Capital Group Companies Inc.)
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 13 905 411 7,15% 8 januari 2014
6 Vanguard Health Care Fund
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 9 741 353 5,01% 28 oktober 2014

(alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totale aantal stemrechten)

1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6 van het koninklijk besluit van 14 februari 2008 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen die, indien uitgeoefend, een bijkomend stemrecht verlenen: d.w.z. effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten [en andere derivatencontracten] die hun houder het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst, reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven.

2 UCB NV controleert onrechtstreeks UCB Fipar SA | artikel 6, §§5, 2° en artikel 9, §§3, 2° van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.

3 Tubize en Schwarz hebben verklaard in onderling overleg te handelen | artikel 6, §§ 4 en artikel 9, §§3, 3° van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.

4 Free float zijnde de UCB-aandelen niet gehouden door de Referentieaandeelhouders (Tubize en Schwarz), UCB NV of UCB Fipar SA. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met aandelen gehouden door deze entiteiten, met uitzondering van gelijkgestelde financiële instrumenten.

* Alle informatie gebaseerd op de kennisgevingen ontvangen in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.

41. Gebeurtenissen na balansdatum

• Januari 2015 – UCB en Neuropore gaan wereldwijde samenwerking aan en sluiten overeenkomst voor het ontwikkelen en in de handel brengen van therapeutische producten die gericht zijn op het vertragen van de progressie van de ziekte van Parkinson en daaraan verwante aandoeningen (immateriële activa werden geboekt in 2014). Het betreft onder andere NPT200-11, de nieuwe kleine molecule van Neuropore die aangrijpt op pathogeen alpha-synucleïne. Het middel bevindt zich momenteel in de preklinische ontwikkelingsfase en zal naar verwachting in 2015 klinische fase 1 ingaan.

42.UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd)

NAAM EN MAATSCHAPPELIJKE ZETEL HOLDING MOEDERMAATSCHAPPIJ
Australië
UCB Australia Pty. Ltd. – Level 1, 1155 Malvern Road – 3144 Malvern, Victoria 100% Celltech Group Ltd
België
UCB Fipar NV – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussels (BE0403.198.811) 100% UCB Belgium NV
UCB Biopharma Sprl – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussels (BE0543.573.053) 100% UCB Pharma NV
UCB Belgium NV – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussels (BE0402.040.254) 100% UCB Pharma NV
UCB Belgium NV – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussels (BE0402.040.254) 100% UCB NV
Sifar NV – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussels (BE0453.612.580) 100% UCB Finance NV
Brazilië
UCB Farma Brasil Ltda – Alameda Araguaia 3833 (part) Tamboré – Barueri- 06455-000 100% UCB NV
Meizler UCB – Alameda Araguaia 3833 Tamboré – Barueri- 06455-000 Sao Paulo 100% UCB Farma Brasil Ltda
Bulgarije
UCB Bulgaria EOOD – 15, Lyubata Str., Fl. 4 apt. 10-11, Lozenetz, Sofia 1407 100% UCB NV
Canada
UCB Canada Inc. – 2060 Winston Park Drive, Suite 401 – ON L6H5R7 Oakville 100% UCB Holdings Inc.
China
UCB Trading (Shanghai) Co Ltd – Room 317, No. 439 Fu Te Xi Yi Road, Shanghai
(Waigaoqiao Free Trade Zone)
100% UCB NV
UCB Pharma (Hong Kong) Ltd – Room 1501-08 Millennium City 5, 418 Kwun Tong
Road, Kwun Tong, Kowloon
100% UCB Pharma GmbH
Schwarz Pharma Zuhai Company Ltd – Block A. Changsa Industrial zone. Qianshan
District – 519070 Zhuhai Guangdong Province
100% UCB Pharma GmbH
Denemarken
UCB Nordic AS – Arne Jacobsen Alle 15 – 2300 Copenhagen 100% UCB Finance NV
Duitsland
UCB Pharma GmbH – Alfred Nobel Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB GmbH
UCB GmbH – Alfred Nobel Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Finance NV
UCB BioSciences GmbH – Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma GmbH
Sanol GmbH – Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma GmbH
UCB Innere Medizin GmbH – Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma GmbH
NAAM EN MAATSCHAPPELIJKE ZETEL HOLDING MOEDERMAATSCHAPPIJ
Finland
UCB Pharma Oy (Finland) – Itsehallintokuja 6 – 02600 Espoo 100% UCB Finance NV
Frankrijk
UCB Pharma SA – 420 rue d'Etienne d'Orves – 92700 Colombes 100% UCB NV
Griekenland
UCB A.E. – 63 Agiou Dimitriou Street – 17456 Alimos – Athens 100% UCB NV
Hongarije
UCB Hungary Ltd – Obuda Gate Building Arpád Fejedelem ùtja 26-28, 1023 Budapest 100% UCB NV
Ierland
UCB (Pharma) Ireland Ltd – United Drug House Magna Drive, Magna Business Park,
City West Road – Dublin 24 100% UCB NV
UCB Manufacturing Ireland Ltd – Shannon Industrial Estate – Shannon County Clare 100% UCB Pharma GmbH
Kudco Ireland Ltd – Shannon Industrial Estate – Shannon County Clare 100% Kremers Urban
Pharmaceuticals Inc.
Indië
UCB India Private Ltd – 504 Peninsula Towers, Peninsula Corporate Park,
Ganpatrao Kadam Marg, Lower Parel – 400 013 Mumbai
100% UCB NV
Uni-Mediflex Private Ltd – 504 Peninsula Towers, Peninsula Corporate Park,
Ganpatrao Kadam Marg, Lower Parel – 400 013 Mumbai
100% UCB NV
Italië
UCB Pharma SpA – Via Varesina 162 – 20156 Milano 100% Celltech Group Ltd
Japan
UCB Japan Co Ltd – Shinjuku Grand Tower, 8-17 Nishi-Shinjuku 160-0023 Shinjuku,
Tokyo
100% UCB NV
Luxemburg
Edev S.à r.l. – Rue Eugène Ruppert, 5C – 2453 Luxembourg
0% n.v.t. 1
Phase III Development Company S.à r.l. – avenue de la Gare, 41 – 1611 Luxembourg 0% n.v.t. 1
UCB lux SA – Rue Eugène Ruppert, 12 – 2453 Luxembourg 100% UCB NV
Maleisië
UCB Trading (Malaysia) Sdn. Bhd. – Level 21, Suite 21.01, The Gardens South Tower,
Mid Valley City, Lingkaran Syed Putra, 59200 Kuala Lumpur
100% UCB NV
Mexico
UCB de Mexico SA de C.V. – Homero#440, 7fl Col. Chapultepec Morales –
11570 Mexico D.F.
100% UCB NV
Vedim SA de C.V. – Homero #440, 7fl Col. Chapultepec Morales – 11570 Mexico D.F. 100% Sifar NV
Nederland
UCB Finance NV – Lage Mosten 33 – 4822 NK Breda 100% UCB NV
UCB Pharma B.V. (Netherlands) – Lage Mosten 33 – 4822 NK Breda 100% UCB Finance NV
Noorwegen
UCB Pharma A.S. – Grini Naeringspark 8b – 1361 Osteras, Baerum 100% UCB Finance NV
Oekraïne
UCB Ukraine LLC – 19 Grygoriya Skovorody Str., Business–center "Podil Plaza", 4070 Kiev 100% UCB Pharma Gmbh

1 Bedrijven met betrekking tot de toepassing van IFRS 10

NAAM EN MAATSCHAPPELIJKE ZETEL HOLDING MOEDERMAATSCHAPPIJ
Oostenrijk
UCB Pharma Gesellschaft m.b.H. – Geis Elbergstrasse 17-19, 1110 Wien 100% UCB Finance NV
Polen
Vedim Sp. z.o.o. – Ul. Kruczkowskiego 8 – 00-380 Warszawa 100% Sifar NV
UCB Pharma Sp. z.o.o. – Ul. Kruczkowskiego 8 – 00-380 Warszawa 100% UCB NV
Portugal
UCB Pharma (Produtos Farmaceuticos) Lda – Ed. D. Amelia, piso 0 sala A2,
Quinta da Fonte, 2770-229 Paço de Arcos 100% Vedim Pharma NV
Roemenië
UCB Pharma Romania S.R.L. – 40-44 Banu Antonache, 4th fl., district 1, 011655 Bucharest 100% UCB NV
Rusland
UCB Pharma LLC – Shturvaluaya 5 bldg 1 – 125364 Moscow 100% UCB NV
UCB Pharma Logistics LLC– Perevedenovky pereulok 13 bldg 21 – 105082 Moscow 100% UCB NV
Singapore
UCB Trading (SG) Pte. Ltd. – 8 Marina Boulevard #05-02, Marina Bay Financial
Centre Tower 1, 18981 Singapore
100% UCB NV
Spanje
Vedim Pharma SA – Paseo de la Castellana 141, Planta 15 – 28046 Madrid 100% UCB NV
UCB Pharma SA – Paseo de la Castellana 141, Planta 15 – 28046 Madrid 100% Vedim Pharma SA
Taiwan
UCB Pharmaceuticals Ltd – 10 F., No.287, Sec.3, Nanjing E. Road, Songshan Dist. –
10595 Taipei
100% UCB NV
Thailand
UCB Trading Ltd – 99/19, Moo 3, Tambol Bangsaothong, Amphoe Bangsaothong – 100% UCB NV
10540 Samutprakarn
Tsjechische republiek
UCB S.R.O. – Thámova 13 – 186 00 Praha 100% UCB NV
Turkije
UCB Pharma A.S. – Rüzgarlibahçe, Cumhuriyet Caddesi Gerçekler Sitesi, B-Blok Kat:6,
Kavacik, Beykoz – 34805 Istanbul 100% UCB Lux SA
Verenigde Koninkrijk
UCB Fipar Ltd, subs. of UCB Inc. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Inc.
Fipar U.K. Ltd, subs of UCB Fipar Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Fipar Ltd
UCB (Investments) Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Lux SA
Celltech Group Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB (Investments) Ltd
Celltech R&D Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd
UCB Ireland – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Lux SA
Celltech Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd
Darwin Discovery Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd
UCB Pharma Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd
International Medication Systems (U.K.) Ltd – 208 Bath Road –
SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Pharma GmbH
Schwarz Pharma Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd
NAAM EN MAATSCHAPPELIJKE ZETEL HOLDING MOEDERMAATSCHAPPIJ
Verenigde Staten
UCB Holdings Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington, Delaware
100% UCB Finance NV
Fipar U.S. Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington, Delaware
100% Fipar U.K. Ltd
UCB Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Holdings Inc.
UCB Biosciences Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington, Delaware
100% UCB Inc.
UCB Pharco Inc. – 300 Delaware Avenue 9th floor – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Inc.
Celltech U.S. LLC – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington Delaware
100% Celltech Group Ltd
UCB Manufacturing Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington, Delaware
100% UCB Inc.
UCB Technologies Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington
100% UCB Manufacturing Inc.
Upstate Pharma LLC – C T Corporation System, 111 Eight Avenue, NY, 10011 New York 100% UCB Inc.
Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. – 251 E. Ohio Street Suite 1100 – 46204 Indianapolis 100% UCB Manufacturing Inc.
Zuid-Korea
Korea UCB Co Ltd. – 5th Floor Grace tower 127 Teheran-ro 135-411 Seoul 100% UCB NV
Zweden
UCB Pharma AB (Sweden) – Stureplan 4C 4 van – 11435 Stockholm 100% UCB Finance NV
Zwitserland
UCB Farchim SA (A.G. – Ltd.) – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements SA
UCB Investissements SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Finance NV
Doutors Réassurance SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements SA
UCB-Pharma AG – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements SA
Medeva Pharma Suisse SA – Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements SA
UCB Medical Devices SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements SA

Caroline, heeft artritis psoriatica

V. VERANTWOORDELIJKHEIDS-VERKLARING

Wij bevestigen hierbij dat, naar ons beste weten, de geconsolideerde jaarrekening op 31 december 2014, opgesteld in overeenstemming met de IFRS –normen (International Financial Reporting standards), zoals aangenomen door de Europese Unie, en met de wettelijke verplichtingen die in België van toepassing zijn, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, passiva, financiële positie en winst of verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, en dat het directieverslag een reëel overzicht geeft van de ontwikkeling en prestaties van het bedrijf en de positie van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden die zij verwachten.

Ondertekend door Jean-Christophe Tellier (CEO) en Detlef Thielgen (CFO) namens de Raad van Bestuur.

Sabrina, heeft lupus

VI. VERSLAG VAN DE STATUTAIRE COMMISSARIS

Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van aandeelhouders over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2014

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening en tevens de vereiste bijkomende verklaring. De geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2014 en de geconsolideerde winst-en-verliesrekening, de geconsolideerde overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerde staat van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar afgesloten op die datum, evenals een toelichting die een overzicht van de voornaamste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing bevat.

VERSLAG OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING – OORDEEL ZONDER VOORBEHOUD

Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van UCB NV ("de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt € 10 148 miljoen en de geconsolideerde winst-enverliesrekening toont een winst van het boekjaar (toegekend aan aandeelhouders) van € 209 miljoen.

Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Verantwoordelijkheid van de commissaris

Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne beheersing van de Groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen door de Vennootschap van de geconsolideerde

jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van door de raad van bestuur gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel.

Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controleinformatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel zonder voorbehoud te baseren.

Oordeel zonder voorbehoud

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening weergegeven op bladzijden 67 tot 143, een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep op 31 december 2014 evenals van haar geconsolideerde resultaten en geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

VERSLAG BETREFFENDE OVERIGE DOOR WET-EN REGELGEVING GESTELDE EISEN

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van de Management verslag van de Raad van Bestuur over de geconsolideerde jaarrekening.

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtin-gen na te gaan. Op grond hiervan sluiten wij de volgende bijkomende verklaring in die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:

• De Management verslag van de Raad van Bestuur over de geconsolideerde jaarrekening weergegeven op bladzijden 25 tot 66 behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.

Brussel, 26 februari 2015

De commissaris PwC Bedrijfsrevisoren bcvba vertegenwoordigd door

Jean Fossion, Bedrijfsrevisor

Jesús, heeft de ziekte van Parkinson

VII. VERKORTE STATUTAIRE JAARREKENING VAN UCB NV

1 Inleiding

Overeenkomstig het Belgische Wetboek van Vennootschappen, is er besloten om een ingekorte versie van de statutaire jaarrekening van UCB NV te presenteren.

De statutaire jaarrekening van UCB NV wordt opgesteld volgens de Belgische algemeen aanvaarde boekhoudprincipes (Belgische GAAP).

Er dient opgemerkt dat enkel de hierboven weergegeven geconsolideerde jaarrekening een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van de UCB Groep.

De statutaire Commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd en bevestigd dat de nietgeconsolideerde financiële jaarrekening van UCB NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2014 een waar

en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van UCB NV en overeenstemt met alle wettelijke en reglementaire bepalingen.

Overeenkomstig de wetgeving zullen deze afzonderlijke jaarrekeningen, samen met het managementverslag van de Raad van Bestuur aan de algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris ingediend worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutaire termijnen.

Deze documenten zijn beschikbaar op onze website www.ucb.com of op eenvoudig verzoek aan:

UCB NV Corporate Communication Researchdreef 60 B-1070 Brussel (België)

2 Balans

€ miljoen PER 31 DECEMBER 2014 PER 31 DECEMBER 2013
ACTIVA
Oprichtingskosten 21 25
Immateriële activa 0 0
Materiële vaste activa 8 7
Financiële activa 7 273 7 226
Vaste activa 7 302 7 258
Vorderingen op meer dan 1 jaar 1 559 2 141
Vorderingen op ten hoogste 1 jaar 37 38
Korte-termijninvesteringen 101 117
Banktegoed en beschikbaar saldo 101 4
Overlopende rekeningen en transitorische posten 33 23
Vlottende activa 1 831 2 323
Totaal activa 9 133 9 581
VERPLICHTINGEN
Kapitaal 584 550
Uitgiftepremie 1 999 1 604
Reserves 3 232 3 229
Overgedragen winst 16 123
Eigen vermogen 5 831 5 506
Voorzieningen 50 55
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 50 55
Schulden op meer dan 1 jaar 1 761 2 187
Schulden op ten hoogste 1 jaar 1 403 1 735
Overlopende rekeningen en uitgesteld inkomen 88 98
Kortlopende verplichtingen 3 252 4 020
Totaal verplichtingen 9 133 9 581

3 Winst- en verliesrekening

€ miljoen PER 31 DECEMBER 2014 PER 31 DECEMBER 2013
Bedrijfsopbrengsten 53 61
Bedrijfskosten -114 -87
Financiële opbrengsten -61 -26
Financiële opbrengsten 305 410
Financiële kosten -167 -185
Financieel resultaat 138 225
Bedrijfsresultaat voor belastingen 78 199
Uitzonderlijke opbrengsten 30 1
Uitzonderlijke kosten -4 -6
Uitzonderlijk resultaat 26 -5
Winst voor belastingen 103 194
Winstbelastingen -2 -1
Voor bestemming beschikbare winst van het jaar 101 193

4 Winstbestemmingsrekening

€ miljoen PER 31 DECEMBER 2014 PER 31 DECEMBER 2013
Voor bestemming beschikbare winst over het boekjaar 101 193
Overgedragen winst van het vorige boekjaar 123 132
Te bestemmen winst 224 325
Aan de wettelijke reserve -3 0
Aan overige reserves 0 0
Bestemming aan eigen vermogen en reserves -3 0
Over te dragen winst -16 -123
Over te dragen resultaat -16 -123
Dividenden -205 -202
Uit te keren winst -205 -202
Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt,
zal het brutodividend worden bepaald op:
€ 1,06 € 1,04
Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt,
en rekening houdend met de fiscale regelgeving, zal het totale
nettodividend na belasting per aandeel worden bepaald op:
€ 0,795 € 0,780

De activiteiten van UCB NV genereerden in 2014 een nettowinst van € 101 miljoen na belastingen. Na geaccumuleerde winst van € 123 miljoen, in aanmerking te hebben genomen, is het bedrag dat beschikbaar is voor distributie € 224 miljoen.

Het geplaatst kapitaal van UCB NV wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen zonder nominale waarde per 31 december 2014.

UCB heeft gebruik gemaakt van de optie tot vervroegde terugbetaling van de € 500 miljoen converteerbare obligaties op 12 maart 2014. Een aantal obligatiehouders hebben hun conversierechten met betrekking tot een totaal aantal van 9 985 converteerbare obligaties (waarvan 8 585 aangehouden door derde partij beleggers) uitgeoefend, wat aanleiding gaf tot twee kapitaalverhogingen voor een totaal bedrag van € 33 miljoen kapitaal en € 396 miljoen in uitgiftepremie, en de daaruit volgende uitgifte van 11 078 506 nieuwe UCBaandelen. De 15 overblijvende Converteerbare Obligaties, met een totale nominale waarde van € 750 000, werden niet geconverteerd maar op 12 maart 2014 vervroegd terugbetaald tegen nominale waarde verhoogd met de verlopen interesten tot die datum. Op 19 maart 2014 had UCB NV geen converteerbare obligaties meer uitstaan.

De 639 797 ingekochte eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van Bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden.

Het voorstel van de Raad van Bestuur om een brutodividend van € 1,06 per aandeel. Als dit dividendvoorstel is goedgekeurd door de Algemene Vergadering op 30 april 2015 zal het netto dividend van € 0,795 per aandeel betaalbaar zijn vanaf 4 mei 2015 tegen afgifte van coupon nummer 18. De aandelen ingekocht door UCB NV hebben geen recht op een dividend. Per 5 januari 2015 is het bruto-dividend betaalbaar aan de houders van de 193 827 428 UCB-aandelen, of een totale uitkering van € 205 miljoen. Dit bedrag kan wijzigen afhankelijk van het aantal UCB-aandelen in handen van UCB NV op de datum waarop het dividend wordt goedgekeurd. De Raad

van Bestuur zal het aantal UCB-aandelen waarvoor een dividend betaalbaar is meedelen tijdens de Algemene Vergadering en zal het totaalbedrag dat moet uitgekeerd worden ter goedkeuring voorleggen. De jaarrekening van 2014 zal dienovereenkomstig worden aangepast.

5 Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving

De Raad van Bestuur heeft de volgende beslissingen genomen in overeenstemming met Artikel 28 van het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Belgische Wetboek van Vennootschappen.

5.1 | IMMATERIËLE ACTIVA

Onderzoeks- en ontwikkelingskosten worden geboekt als immateriële activa tegen hun aankoopprijs of kostprijs. Deze geactiveerde kosten worden volledig afgeschreven binnen het jaar, maar het verschil tussen het eigenlijke bedrag dat tijdens het jaar werd afgeschreven en het geactiveerde brutobedrag wordt verwerkt als een terugboeking van afschrijvingen op uitzonderlijke opbrengsten.

Deze kosten worden lineair afgeschreven tegen een percentage van 33,33% over een afschrijvingstermijn van drie jaar op "prorata temporis"-basis. De aankoopprijs van patenten, licenties en soortgelijke items wordt afgeschreven ofwel op basis van een zorgvuldige beoordeling van de economische levensduur van dergelijke immateriële activa, of tegen een minimaal afschrijvingspercentage dat overeenstemt met het percentage dat wordt gehanteerd door de activa die voor het patent of proces vereist zijn, of binnen een vaste afschrijvingstermijn van minstens vijf jaar op "prorata temporis"-basis.

5.2 | IMMATERIËLE ACTIVA

Materiële vaste activa die werden gekocht van derden zijn tegen aankoopprijs opgenomen in de activa van de balans; activa die door het bedrijf zelf geproduceerd worden, zijn gewaardeerd tegen hun kostprijs. De aankoop- of kostprijs wordt "prorata temporis" lineair afgeschreven. De volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages werden toegepast:

" Administratieve gebouwen 3%
" Industriële gebouwen 5%
" Uitrusting/gereedschap 15%
" Meubilair en kantoorbenodigdheden 15%
" Voertuigen 20%
" Computerapparatuur en kantoorbenodigdheden 33,3%
" Prototypemateriaal 33,3%

5.3 | FINANCIËLE ACTIVA

Deelnemingen worden gewaardeerd in overeenstemming met het belang dat in het eigen vermogen van de onderneming in kwestie aangehouden wordt. Deelnemingen die niet opgenomen zijn in de consolidatiekring worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde. Telkens er een permanent waardeverlies geconstateerd wordt bij de jaarlijkse waardering, wordt er een specifieke afschrijving geboekt.

5.4 | VORDERINGEN EN SCHULDEN

Die worden tegen hun boekwaarde weergegeven. Er wordt een afschrijving op vorderingen geboekt indien de terugbetaling op de vervaldatum geheel of gedeeltelijk onzeker of twijfelachtig is.

5.5 | ACTIVA EN VERBINTENISSEN IN VREEMDE VALUTA'S

Transacties in vreemde munteenheden worden verwerkt tegen de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum.

Niet-monetaire activa en passiva (materiële en immateriële activa, participaties) die in een vreemde munt uitgedrukt zijn, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva die uitgedrukt zijn in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. Gerealiseerde wisselkoersverschillen op transacties in vreemde valuta's worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, evenals niet-gerealiseerde wisselkoersverliezen, terwijl niet-gerealiseerde koerswinsten in de balans worden opgenomen onder verworven kosten en uitgesteld inkomen.

5.6 | VOORZIENINGEN

Alle risico's die de onderneming loopt, maken het voorwerp uit van voorzieningen die elk jaar herzien worden aan de hand van de principes van voorzichtigheid, goede trouw en oprechtheid. Voorzieningen worden tegen de normale waarde geboekt.

1. INLEIDING

Het prestatierapport 2014 maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) beschrijft onze visie, met de patiënten en de planeet als onze basis, en geeft achtergrondinformatie bij de verschillende projecten. Daarnaast geeft het prestatierapport achtergrondinformatie over belangrijk menselijk kapitaal, talent en maatschappelijke en milieugerelateerde gegevens van UCB. De cijfers worden in detail beschreven in tabellen die zijn opgemaakt volgens de GRI-standaard.

PATIËNTEN EN DE PLANEET ALS ONZE BASIS

UCB heeft de ambitie om de biofarmaceutische leider bij uitstek te worden en als dusdanig oplossingen aan te bieden voor personen met ernstige chronische ziekten en hun gezin. UCB wil tegelijkertijd ook zijn milieuvoetafdruk verkleinen. UCB streeft ernaar om "gezondheid" en "verbetering van duurzaamheid" aan te bieden als de essentiële componenten van zijn maatschappelijke, economische en milieugerelateerde verbintenis tot het verbeteren van het leven van mensen.

In UCB's projecten voor de planeet staat het beheer van de hulpbronnen van onze planeet, zoals water, energie en afval, centraal. Hierbij is de betrokkenheid van iedere medewerker van UCB en de gemeenschap van UCB van essentieel belang.

In UCB's projecten voor patiënten staat de vorming van patiënten met epilepsie, hun gezin, hun gemeenschappen en hun zorgverleners centraal. Deze projecten moeten een duurzame en goede integratie in de lokale cultuur, maatschappij en gezondheidszorg vereenvoudigen. Op basis van de jarenlange expertise in de neurologie heeft UCB ervoor gekozen om zich in dit specifieke veld in te zetten en zijn kennis met lokale partners te delen. Hierbij is het de bedoeling om rechtvaardige en duurzame steun te verschaffen aan kansarme personen die met deze aandoening leven.

2. MVO-INITIATIEVEN 2014 IN ÉÉN OOGOPSLAG

MAART

3

"Rainbow Bridge"-kinderartsen Fujian Opleiding neurologie voor een groep kinderartsen in Fuzhou

APRIL

4

Opleiding dorpsartsen in de provincie Guizhou

FEBRUARI

2

Een 15-daagse gevorderde klinische opleiding voor 100 dorpsartsen van etnische minderheden in Guiyang, hoofdstad van Guizhou

"Epilepsy, Treat it. Defeat it." initiatief in Myanmar

Lancering van "Myanmar Hope Epilepsy Initiative" in Nay Pyi Taw in de aanwezigheid van de minister van volksgezondheid, personeel van de Yangon General en Medanta Referral ziekenhuizen, een vertegenwoordiger van de Wereldgezondheidsorganisatie en meer dan 450 mensen uit het Leway district

MEI

5

JULI

7

"Rainbow Bridge"-kinderartsen Shaanxi Opleiding neurologie voor een groep kinderartsen in Xi'an.

Broeders van Liefde, Lubumbashi

6

JUNI

Fabrice Enderlin's bezoek aan Broeders van Liefde – neuropsychiatrisch centrum Joseph Guislain, Lubumbashi, Democratische Republiek Congo (DRC)

Green Planet Day

Dixie Dansercoer, poolreiziger op Groenlandexpeditie, stond in contact met UCB medewerkers en inspireerde tal van bewustmakingsinitiatieven rond milieuvoetafdruk op UCB-sites

"Rainbow Bridge" en gezinszomerkamp in Shanghai

Zomerkamp, bijgewoond door 10 UCBcollega's uit Finland en China, met vorming voor kinderen en hun families om hun ziekte, de behandeling en therapietrouw beter te begrijpen

"Epilepsy, Treat it. Defeat it." initiatief in Mozambique

Lancering van het "Mozambique Epilepsy Initiative" in Maputo in de aanwezigheid van de minister van volksgezondheid, medisch personeel uit de Niassa, Nampula, Zambezia, Sofala en Gaza provincies en de Wereldgezondheidsorganisatie

Broeders van Liefde, Kigali

Dr. P. Dedeken's bezoek aan Rwanda voor de beoordeling van de lokale onderwijsprogramma's rond epilepsie met teams uit de Shyira en Musanze districten

SEPTEMBER 9

AUGUSTUS

8

Op weg naar een ongevallenvrije werkomgeving

Het personeel van UCB heeft werkwijzen voor "veilig gedrag" ontwikkeld die de doelstelling van een "ongevallenvrije omgeving" mogelijk moet maken

Dorpsartsen uit de provincie Hainan Een 14-daagse gevorderde klinische opleiding van 120 dorpsartsen van etnische minderheden in Danzhou, een stad in de provincie

Viering van 1 000 kinderartsen die werden opgeleid in de negen provincies in China

NOVEMBER

11

AkzoNobel Sustainability Award in China

"AkzoNobel 2014 CSR Sustainability Award" voor "een uitstekende inzet en geëngageerdheid in de doelstellingen van duurzaamheid voor patiënten in China"

Green Planet Challenge

Ideeën van medewerkers voor het verbeteren van UCB's milieuvoetafdruk door middel van, onder meer, groene oplossingen voor patiënten, groen management voor faciliteiten en groene technische operaties, met invoering van de meest creatieve ideeën in 2015

3. MATERIALITEIT (OF RELEVANTIE) EN DIALOOG MET DE BELANGHEBBENDEN

3.1 | MATERIALITEIT (OF RELEVANTIE)

UCB verbindt zich ertoe te ondernemen met financiële, maatschappelijke en milieugerelateerde doelstellingen die het vertrouwen verdienen van en waarde meebrengen voor personen met chronische ziekten, professionele zorgverleners, overheden, derde betalers, aandeelhouders, gemeenschappen en landen waarin we actief zijn.

Om te bepalen wat relevant is voor UCB werden er een aantal lokale en globale externe en interne relevantiebeoordelingen uitgevoerd. In december 2014 werden "Patient Value Tables" bijgewoond door meer dan 40 externe belanghebbenden wereldwijd, in de aanwezigheid van meer dan 200 senior UCB-managers. Het evenement stond in het teken van de waarde die we aan patiënten kunnen geven en het begrip van hun behoeften en wensen. Integratie van de patiënt, en niet de ziekte, als basis van een duurzaam ecosysteem van "onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen, zorgmanagement en toegang tot geneesmiddelen" is kritisch. Als een toonaangevende biofarmaceutische partner is UCB's meest relevante maatschappelijke invloed inderdaad het verbeteren van de toegang tot hoogwaardige zorg voor mensen met ernstige ziekten waarvoor UCB behandelingen aanbiedt en ontwikkelt. Het vertrouwen dat gemeenschappen en samenlevingen wereldwijd uitdrukken ten aanzien van de toepassing van UCB's kernwaarden, ethische normen en productpijplijn is van essentieel belang.

De belangrijkheid van verschillende maatschappelijke en milieugerelateerde kwesties wordt beoordeeld om op te nemen in het gedrukte jaarverslag (vrij relevant en bedrijfskritisch) of niet op te nemen (niet relevant).

3.2 | MVO-BESTUUR BIJ UCB

De afdeling MVO coördineert het beheer en de integratie van de MVO-prioriteiten op de verschillende niveaus binnen UCB (lokaal, regionaal en globaal) en streeft naar de toepassing van goede MVO-praktijken en -rapportering. Een multidisciplinaire MVO-raad beoordeelt de meest relevante maatschappelijke thema's en de toegevoegde waarde voor de patiënt. Zij houdt daarbij zorgvuldig rekening met UCB's fundamentele bedrijfsbeginselen, kernwaarden en competenties voor ieder thema.

Interne belanghebbenden worden aangemoedigd om deel te nemen aan de lopende projecten en bepalen interne en externe relevantie evenals mogelijke maatschappelijke en milieugerelateerde invloeden en waarde. Deze beoordelingsprocessen omvatten voorgaande ervaringen en lessen die hieruit zijn getrokken, en berustten in snel veranderende ecosystemen op aangepaste feedback van bepaalde categorieën van patiënten, partners en belanghebbenden om de toegevoegde waarde voor onze patiënten en onze planeet om te zetten, aan te passen en te verbeteren.

Het is belangrijk te onderstrepen dat de beoordeling van de prestaties van 2014 van verschillende leden van de MVO-raad gekoppeld is aan de resultaten van de MVO-projecten.

3.3 | UCB SOCIETAL RESPONSIBILITY FUND

Het beheerscomité "UCB Societal Responsibility Fund" van de Koning Boudewijnstichting beoordeelde lopende MVO-projecten en was zeer enthousiast over de rapportering van de Broeders van Liefde in de DRC en Rwanda en het project "Rainbow Bridge"-initiatief in China. Deze twee projecten worden door het fonds gesteund.

3.4 | DIALOOG MET BELANGHEBBENDEN EN TOEKOMSTIGE RICHTINGEN

In 2014 heeft UCB actief deelgenomen aan programma's van onderricht voor patiënten over ziekte en behandeling. UCB heeft ook de toegang tot geneesmiddelen voor kansarme mensen in landen met weinig middelen vergemakkelijkt en heeft de geavanceerde opleiding van professionele zorgverleners in afgelegen en landelijke gebieden versneld. Deze drie activiteiten werden belangrijk geacht in de dialoog van 2013 met interne en externe belanghebbenden. UCB organiseerde een academisch platform voor een selecte groep van professionele zorgverleners om opleidingsmogelijkheden lokaal te ondersteunen.

De afdeling MVO is ook betrokken bij programma's die de publieke kennis over epilepsie vergroten en de discriminatie en stigmatisering door epilepsie in afgelegen en landelijke gebieden in te perken. Het uitbreiden van de zorgverlening naar de dorpen met maatschappelijke werkers die een bijkomende opleiding neurologie hebben gevolgd, zorgt voor minder stigmatisering en maakt de maatschappelijke en economische re-integratie van patiënten met epilepsie eenvoudiger.

UCB verhoogde zijn inspanningen op het gebied van milieubeheer door het verantwoord gebruik en behoud van natuurlijke hulpbronnen en een betere controle op het vlak van groene energie, water en afval.

Het senior management werd een white paper "CSR vision to action" voorgelegd rond de vragen "Welke waarde creëert MVO?", "Wat is de MVO strategie op lange termijn?" en "Hoe wordt de invloed ervan toegepast en gemeten?". Voor verschillende projecten werden in overleg met lokale partners einddoelstellingen vastgelegd. In de toegang tot epilepsiezorg zijn vier factoren met elkaar verweven: (i) betrokkenheid van de overheid; (ii) toezicht en rapportering; (iii) geavanceerde capaciteitsopbouw; en (iv) sterke lokale samenwerkingscontracten worden cruciaal geacht.

3.5 | MEER PROJECTEN OM TOEGANG TOT ZORGVERLENING TE VERBREDEN

Het "Dandelion"-project werd opgestart als medisch project voor toegang tot behandelingen om hoogwaardige en duurzame zorg voor mensen met epilepsie te bevorderen. Dit holistische programma voor professionele zorgverleners en patiënten is gericht op opleiding en andere ondersteuning om nauwkeurige diagnose, passende behandeling en therapietrouw te verbeteren voor personen met epilepsie in stedelijke en landelijke gebieden waar een grote kloof van toegang tot behandeling heerst.

In China heeft UCB samengewerkt met de China Association Against Epilepsy (CAAE) om een mentorschapsprogramma op te starten waarin toonaangevende epilepsiecentra de opgeleide zorgverleners uit het "Dandelion"-project ondersteunen. Parallel nemen er meer dan 1 000 professionele zorgverleners deel aan het e-medische programma, waarin regelmatige updates en discussie plaatsvinden over belangrijke thema's in de epilepsiezorg door middel van WeChat en een medische telefooncentrale.

In Brazilië heeft UCB samengewerkt met de Liga Brasileira de Epilepsia (LBE) om het op maat gemaakt medisch platform van UCB op te starten. Dankzij dit platform werden meer dan 200 neurologen en vaste neurologiemedewerkers opgeleid.

Deze zeer gemotiveerde "Dandelion" gemeenschappen zijn steunpilaren die de toegang tot epilepsiezorg verbreden. Het virtueel medisch platform verstrekt regelmatig kennisupdates in bepaalde ziektedomeinen evenals een productgerelateerde informatieservice.

Deze nieuwe manieren van werken stellen specialisten en niet-specialisten in staat om beter met elkaar te communiceren en sneller epilepsiezorg te verlenen in afgelegen gebieden.

4. MVO-PROJECTEN VOOR PATIËNTEN

Het versterken van de gezondheidszorg staat centraal in de zeven MVO-projecten voor patiënten. Hiermee worden vier strategische hoofddoelen vervuld:

  • het aanbieden van onderricht voor personen met epilepsie en hun gezin over toegang tot zorgverlening, diagnose en behandeling;
  • het verbeteren van het algemene bewustzijn in scholen, gemeenschappen en instellingen voor een betere aanvaarding en integratie van personen met epilepsie in hun sociaal en economisch netwerk;
  • het aanbieden van een hoogwaardige opleiding neurologie voor professionele zorgverleners om de juiste diagnose en behandeling van personen met epilepsie mogelijk te maken; en
  • het oprichten van een academisch neurologieplatform om een nieuwe generatie van onderzoekers en neurologen op te leiden als een duurzame basis voor de zorginfrastructuur van het land.

BROEDERS VAN LIEFDE, LUBUMBASHI, DEMOCRATISCHE REPUBLIEK CONGO

De Broeders van Liefde leiden het neuropsychiatrisch ziekenhuis "Centre Neuropsychiatrique Joseph Guislain" in Katanga. Dit centrum biedt toegang tot neurologische zorg voor personen die aan epilepsie lijden. Er wordt een geïntegreerde zorgverlening aangeboden, met inbegrip van directe toegang tot technisch onderzoek, om de verplaatsingen van de patiënt tot een minimum te beperken.

Een mobiele kliniek verleent zorg aan mensen met epilepsie in de eerstelijns gezondheidszorgcentra Saint-Luc en M'Linzi in Likasi, Saint Charles in Kipushi en Don Bosco in Kitumaini. Tweemaandelijkse bezoeken verzekeren een adequate opvolging en een voortgezette behandeling, essentieel voor het welzijn van deze personen en hun gezin.

BROEDERS VAN LIEFDE, KIGALI, RWANDA

Het "Centre Neuropsychiatrique Caraes" in Ndera is een derdelijns referentieziekenhuis voor psychiatrie en neurologie. Een epilepsiecaravan brengt zorgverlening tot bij de personen door het verhogen van het bewustzijn rond de ziekte, het onderricht en de toegang tot diagnose en behandeling te verbeteren. In dit partnerschap draagt UCB ook bij aan wetenschappelijk onderwijs en opleiding van medische en paramedische collega's. Daarnaast ondersteunt UCB de ontwikkeling van een academisch neurologieplatform in samenwerking met de departementen neurologie van de Universiteit Gent (België) en de Universiteit van Dakar (Senegal). Zo wordt een toekomstige generatie van onderzoekers en neurologen opgeleid die een duurzame waarde zal zijn voor de neurologie-gezondheidszorg van het land.

WERELDGEZONDHEIDSORGANISATIE, MOZAMBIQUE

Het "Mozambique Epilepsy Initiative" werd op 28 juli 2014 in Maputo opgestart. In een eenjarig pilot-programma zullen leden van het nationale coördinatiecomité van vijf deelnemende provincies, met een bevolking van ongeveer 10,2 miljoen, de opleiding van zorgverleners verzorgen, samen met 14 specialisten geestelijke gezondheid en neurologie opgeleid in onderricht van epilepsiemanagement.

De bewustmaking van de gemeenschappen gebeurt door de distributie van brochures, posters en boekjes met beschrijvingen van de symptomen en oorzaken van epilepsie, van de juiste hulpverlenende handelingen tijdens en na een epilepsieaanval, van boodschappen over epilepsie en om de stigmatisering en discriminatie in te perken en om mensen met epilepsie in staat te stellen een productieve en gezonde levensstijl op te bouwen.

Daarnaast richtte UCB een Roch Doliveux Neurology Fellowship in, waarmee een neuroloog van het Hopital Central de Maputo een PhD-opleiding zal kunnen volgen aan de London School of Hygiene and Tropical Medicine (VK).

WERELDGEZONDHEIDSORGANISATIE, MYANMAR

Het "Hope for Epilepsy Initiative" in Myanmar heeft veelbetekenende vooruitgang geboekt in het verwezenlijken van zijn doel om de kloof voor het behandelen van epilepsie te verkleinen. Op 25 maart 2014 werd het "Hope for Epilepsy Initiative" in Myanmar officieel opgestart op het ministerie van volksgezondheid in Nay Pyi Taw. In totaal woonden 450 mensen de ceremonie bij. Onder de evenementen waren er onder meer een toespraak van de onderminister van volksgezondheid, een tentoonstelling van epilepsieprojecten en getuigenissen van twee personen die leven met epilepsie.

Hoewel het project oorspronkelijk in de gehuchten Hlegu en Hmawbi werd opgestart, werden er drie extra gehuchten aan het project toegevoegd, Leway in de regio Naypyitaw en Thanlyin en Kawhmu in de regio Yangon. In totaal bereikt het "Hope for Epilepsy Initiative" zo een bevolking van ongeveer 750 000 mensen. In 2014 ontvingen 218 zorgverleners een opleiding in epilepsiemanagement en 155 vrijwillige gezondheidswerkers werden opgeleid om epilepsie te herkennen. Zij spelen een informerende rol in de gemeenschap.

PROJECT HOPE, CHINA

Het gezamenlijke "Rainbow Bridge" programma van UCB en project HOPE zette de opleiding neurologie voor gevorderden voort met het oog op het verbeteren van de medische zorg voor kinderen met epilepsie in China en het verstrekken van psychologische steun aan hun familie. Tot op heden heeft "Rainbow Bridge" 1 040 kinderneurologen opgeleid in de steden Peking, Fuzhou, Guangzhou, Mianyang, Shanghai, Shenyang, Xi'an, Xining, Zhengzhou en Wuhan. De kinderneurologen kregen nieuwe inzichten aangereikt op het gebied van epilepsiemanagementstrategieën.

BDC-RCS, CHINA

Personeel van BDC en UCB besloot om de "Tongxin Boai"-opleiding van het "Health and Hope Fund" te verbeteren door de provincie Guizhou door voorafgaand aan de opleiding een evaluatie te voeren en zo de behoeften en uitdagingen van de dorpsartsen ter plaatse beter te begrijpen. Dankzij deze inzichten kon het personeel van de Guiyang Medical School beter meer doelgerichte leerprogrammas opstellen en een duurzaam leerproces garanderen voor de 100 dorpsartsen die de 14-daagse cursus bijwoonden. Een tweede "Tongxin Boai"-opleiding werd verstrekt aan 120 dorpsartsen uit de provincie Hainan, met de hulp van de Hainan Medical School, de gezondheidsautoriteiten van Danzhou en het personeel van het stadsziekenhuis.

Daarnaast leverde het "Health and Hope Fund" tien mobiele klinieken aan dorpsartsen in de steden Kezhou, Bozhou, Tacheng en Hotan (Oeigoerse Autonome Regio Sinkiang), in Lhasa (Tibetaanse Autonome Regio) en in Tibetaanse ziekenhuizen in de steden Diqing, Yajiang, Xiahe en Haibe. Die klinieken zijn uitgerust met geavanceerde technische apparatuur, zoals een mobiele elektrocardiogram, radiologie en telegeneeskunde, zodat de dorpsartsen op ieder gewenst moment overleg kunnen plegen met specialisten in Peking.

HOPE ON WHEELS FOUNDATION, INDIA

De Hope on Wheels Foundation kon het Alwarinitiatief niet voortzetten door gebrek aan een uitvoerende partner. Momenteel wordt er naar nieuwe partners gezocht, zodat mensen met epilepsie in India kunnen worden geholpen.

5. MVO-PROJECTEN VOOR DE PLANEET

MVO-projecten voor de planeet zijn belangrijke stappen in het verwezenlijken van UCB's doelstelling om zijn milieuvoetafdruk voortdurend te verkleinen door het management, de werknemers en de belanghebbenden actief te betrekken bij deze zeven verbintenissen:

  • het naleven van wetten en richtlijnen;
  • verantwoord gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
  • het verbeteren van de energie-efficiëntie en het verkleinen van de koolstofvoetafdruk;
  • het bevorderen van groene chemie;
  • het beheersen van de emissies;
  • het actief beheren van afvalstromen; en
  • het toepassen van een groener levenscyclusbeheer.

GREEN PLANET DAY

Op 5 juni 2014 gingen UCB-medewerkers uit 17 landen virtueel op stap met poolreiziger Dixie Dansercoer, die live vanuit Groenland zijn inzichten deelde over de invloed van de klimaatveranderingen op de ijskap in Groenland, waarop hij gedurende 72 dagen had rondgetrokken om wetenschappelijke gegevens te verzamelen.

Daarnaast organiseerden de UCB-sites meer dan 30 bewustmakingsinitiatieven, zoals een bezoek aan UCB's installaties voor het hergebruik van afval en hernieuwbare energie, het testen van hybride en elektrische voertuigen, het bevorderen van projecten rond fietsen naar het werk en carpooling, zomeropruimingen, het planten van bomen, seminaries over groene energie, infostands...

De blikvanger was de "Happy Green"-video met bijna alle medewerkers van de fabriek van UCB in Bulle (Zwitserland) die hun overtuiging in een groenere planeet uitdrukten.

GREEN PLANET CHALLENGE

De "Green Planet Challenge" werd op de "Green Planet Day" gelanceerd en nodigde alle medewerkers van UCB uit om hun ideeën te delen over hoe UCB zijn milieuvoetafdruk kan verkleinen. De wedstrijd liep van 5 juni tot 1 november en resulteerde in zeer uiteenlopende ideeën, gaande van de eenvoudigere verwijdering van ongebruikte geneesmiddelen, slimmere IT-oplossingen, groener facilitair management en het hergebruik van vaten in de productieafdeling tot de organisatie van groentedagen...

Een jury van senior managers zal een selectie maken uit de ideeën die de invloed van het bedrijf op het milieu daadwerkelijk zouden kunnen verlagen en die een van de zeven pijlers van UCB's groene strategie op de meest creatieve manier nastreven. De geselecteerde ideeën zullen verder worden uitgewerkt en in 2015 worden ingevoerd.

WAGENPARKBELEID

In september 2014 voerde UCB wereldwijd een nieuw algemeen autobeleid in om het gebruik van hybride en elektrische auto's te bevorderen en de gemiddelde CO2 -uitstoot van het wagenpark van UCB systematisch te verlagen.

GROENE TEAMS

Voortbouwend op het enthousiasme dat de "Green Planet Day" en de "Green Planet Challenge" hebben uitgelokt, werden op verschillende UCB-sites groene teams opgericht. Enthousiaste collega's zoeken op vrijwillige basis in de dagelijkse activiteiten van UCB naar mogelijke verbeteringen die de planeet ten goede komen.

6.1 | ECPI®, DE ZIN VAN DUURZAAMHEID

ECPI® is een onafhankelijk bedrijf dat zich richt op duurzaamheidsonderzoek, -beoordeling en -indexen. Sinds 1997 is het bedrijf actief op het gebied van het integreren van onderzoek naar ontastbare waarden en niettraditionele risicofactoren, d.w.z. factoren op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur (meer informatie vindt u op www. ecpigroup.com). ECPI®-indexen worden gebruikt als benchmark-, investerings- en risicobeheerinstrumenten.

UCB is voor het derde jaar aanwezig in twee ECPI®-indexen:

Ten eerste, de "ECPI® Emu Ethical Equity"-index, een naar beurswaarde gewogen index die bestaat uit een korf van 150 beursgenoteerde bedrijven binnen de markt van de economische en monetaire unie, gekozen voor hun goede praktijken op het gebied van maatschappelijke, ethische en milieu kwesties.

Ten tweede, de "ECPI® Euro Ethical Equity" index, een index die 150 hooggekapitaliseerde bedrijven op de Europese markt selecteert die in aanmerking komen voor investeringen volgens "ECPI Social Responsible Investment (SRI)"-screeningsmethoden.

Dit is het eerste jaar dat UCB ook aanwezig is in twee nieuwe indexen:

Ten eerste, de "ECPI® Global Megatrend Equity", een evenwichtig gewogen index die zich richt op beleggingsthema's die de traditionele industriedefinities en geografische grenzen overschrijden, zoals opkomende markten, populatiedynamiek, tekort aan middelen en klimaatverandering.

Ten tweede, de "ECPI® Global Science for Life Equity", een index die beleggers toegang biedt tot ondernemingen waarvan de activiteiten coherent zijn met de kernwaarden van Fondazione Umberto Veronesi en dus actief zijn op het gebied van oncologie, neurologie, cardiologie, wetenschap en onderwijs, gezonde voeding en een lange levensduur.

6.2 | CORPORATE KNIGHTS & GLOBAL 100

Voor het derde jaar wordt UCB vermeld op de "Global top 100-lijst van 's werelds meest duurzame bedrijven" door Corporate Knights, een gespecialiseerd bedrijf voor media en financiële informatieproducten in Toronto (Canada). Het selectieproces omvat een evaluatie van specifieke prestaties-indicatoren op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur.

In januari 2015 stond UCB op de 63e plaats (ten opzichte van de 18e plaats in 2014 en de 76e plaats in 2013).

6.3 | AKZONOBEL 2014 SUSTAINABILITY AWARD

De AkzoNobel 2014 Sustainability Award is een erkenning voor de verschillende MVO-projecten in China. De prijs voor "een uitstekende inzet en geëngageerdheid bij het voldoen aan de doelstellingen van duurzaamheid voor patiënten met epilepsie in China" werd uitgereikt door BenCham.

7. TALENT EN DE MAATSCHAPPIJ

PERSONEELS-BESTAND VERDELING NAAR

GESLACHT EN REGIO IN 2014

Opkomende markten

7.1 | INTRODUCTIE

Tijdens de beoordeling van de verschillende indicatoren van menselijk kapitaal, talent en maatschappelijke en milieu parameters heeft UCB er ook voor gekozen om de gegevens van 2014 voor te stellen met de "Global Reporting Initiative" -indicatoren (GRI 3+).

7.2 | ARBEIDSPRAKTIJKEN

7.2.1 | ONZE TALENTEN

Het vermogen van UCB om een significant verschil te maken in het leven van mensen met ernstige ziekten is afhankelijk van het talent en de inzet van onze mensen.

MEDEWERKERS

Eind 2014 telde UCB wereldwijd 8684 medewerkers, met 67 nationaliteiten en een bijna gelijk aantal mannen en vrouwen, respectievelijk 53% en 47%. In 2014 traden 1268 nieuwe collega's in dienst, terwijl 1282 collega's het bedrijf verlieten.

UCB is aanwezig in 36 landen. In totaal zijn 49% van de medewerkers van UCB gebaseerd in Europa, 21% in Noord-Amerika, 22% in Asia-Pacific en Australië en 8% in de rest van de wereld.

UCB koestert de diversiteit van de talenten. Voor UCB is het van essentieel belang om toegewijde medewerkers in dienst te nemen voor een nauwgezette uitvoering van strategieën, gebaseerd op een sterke verbondenheid en samenwerking, innovatie en terugkoppeling, zodat UCB zijn verplichtingen met succes kan nakomen en patiënten superieure en duurzame waarde kan aanbieden.

UCB's "patiëntgerichte" strategie vereist uitgebreide mogelijkheden om "de buitenwereld" op te nemen en te omhelzen en om zo de verwachtingen van de verschillende belanghebbenden die betrokken zijn bij het creëren van waarde door het bedrijf, nauwkeurig te vertalen (d.w.z. patiënten, derdebetalers, zorgverleners en bredere externe en interne belanghebbenden).

Daarom richt UCB in 2014 zijn aandacht op het versterken en uitbouwen van drie strategieën: (i) organisatorische vaardigheden; (ii) toekomstige leidinggevende capaciteiten; en (iii) organisatiecultuur. Deze drie strategieën zijn verweven in de richtlijnen van alle personeelsactiviteiten (management, personeelszaken (HR), communicatie, operationele uitmuntendheid, MVO, enz.).

ORGANISATORISCHE VAARDIGHEDEN

In 2014 heeft UCB de "Organisatie voor patiëntenoplossingen" versterkt, op basis van vijf hoofdbeginselen:

  • geïnspireerd door patiënten, bereid continu te leren van alle klanten;
  • samenstellen van toegewijde en bevoegde "Patient Solutions"-teams;
  • versterken van de mogelijkheid om praktijken en vaardigheden te delen;
  • verantwoordelijk voor wereldwijde uitvoering, terwijl de locale behoeften in de gezondsheidszorg en de toegang tot zorgverlening wordt begrepen; en
  • snelle besluitvorming van hoge kwaliteit en soepel bij toewijzen van middelen.

Deze vijf beginselen vormden de basis van UCB's nieuwe bedrijfsmodel. Beslissingen worden genomen op een manier die strikt overeenstemt met en representatief is voor onze patiëntgerichte visie, onze waarden, onze cultuur en onze zeven bedrijfsstrategieën.

In 2014 versterkte UCB de organisatie verder rond de vier operationele eenheden met behoud van een duidelijke focus op clusters van geneesmiddelen en alternatieve geïntegreerde oplossingen voor patiënten.

Aan de hand van de kritische inzichten op het gebied van de behoeften van de patiënt door middel van een vergaande "outside-in" strategie en de ontwikkeling van geïntegreerde en innovatieve oplossingen konden de medewerkers binnen de vier operationele eenheden NewMedicines, Biopharma Development Solutions, Established Brands en Patient Solutions Teams geconcentreerd blijven op hun eindproducten, waardoor ze een echt verschil konden maken en toegevoegde waarde voor de patiënt konden creëren.

Het personeel in de operationele eenheden creëerde toonaangevende functionele mogelijkheden van wereldklasse op het gebied van kerncompetenties, waardoor

robuuste ontwikkelingsplatformen en kritische stimuli voor de groei van UCB op korte, middellange en lange termijn ontstonden.

7.2.2 | KENNIS, OPLEIDING EN ONDERWIJS

Initiatieven met betrekking tot kennisvergaring en het verbeteren van vaardigheden zijn cruciaal bij de ontwikkeling van de medewerkers van UCB.

Elk jaar creëert het departement opleiding trainingsprogramma's voor persoonlijke en technische ontwikkeling. Dit waarborgt dat UCB over de essentiële vaardigheden blijft beschikken om de patiëntgerichte biofarmaceutische wereldleider te blijven die het leven van mensen met ernstige ziekten transformeert. Training en ontwikkeling vormen de basis van voortdurende verbetering voor onze mensen om actief te zijn in de snel veranderende omgeving en de duurzame groei van UCB te waarborgen.

Bij UCB wordt een gemengde benadering van opleiding toegepast. Hoewel veel van onze opleidingen interactief zijn en on-line plaatsvinden, is UCB ook voorstander van opleiding onder leiding van een instructeur en begeleiding op de werkplaats. De primaire doelstelling van onze opleidingen is een continue verbetering van de prestaties en, uiteraard, het verzekeren van de naleving van de talrijke voorschriften en beleidslijnen die de wereldwijde biofarmaceutische sector reguleren.

In 2014 investeerde UCB € 12,6 miljoen in de opleiding en de ontwikkeling van onze medewerkers met meer dan 7 049 verschillende opleidingsmodules. Het merendeel van de opleidingen is nu ontworpen om on-line te kunnen worden verstrekt. Het gemiddelde aantal opleidingsuren per deelnemende werknemer bedroeg 20 u., wat neerkomt op een totaal van 171 656 uren. De opleidingsuren zijn goed verdeeld tussen mannen en vrouwen, respectievelijk 51% en 49%.

Daarnaast zorgt UCB dat iedereen de verplichte bedrijfsopleidingen volgt om te garanderen dat alle medewerkers dezelfde basis hebben en dat alles wat we doen gericht is op de patiënt. UCB vereist dat alle medewerkers de opleidingen Gedragscode, IT-beveiliging en Geneesmiddelenbewaking volgen. Het nalevingpercentage voor

deze opleidingen wordt berekend als een percentage van het aantal actieve interne UCB-werknemers dat de opleiding heeft gevolgd. In totaal volgde 92% van de UCBwerknemers de opleiding Gedragscode en 93% volgde de opleidingen IT-beveiliging en Geneesmiddelenbewaking.

VOORBEELDEN VAN OPLEIDINGSINITIATIEVEN IN 2014

PROGRAMMA'S VOOR HET ONTWIKKELEN VAN LEIDERSCHAP

In 2014 heeft UCB de opleidingsprogramma's voor een "leiderschapspijplijn" voortgezet. Deze programma's bereiden UCB's opkomende leiders voor op succesvolle prestaties in toekomstige rollen door het aanleren van vaardigheden en gedrag die ze nodig zullen hebben bij hun overgang naar nieuwe posities. In deze programma's krijgen deze leiders de kans om hun nieuwe vaardigheden te oefenen en om feedback te verkrijgen. Zo verwerven ze de juiste vaardigheden en verwachtingen voor en na een overgang.

De "Accelerate"-cursus biedt inzicht in de overgang van een functie van gewone medewerker naar een managersfunctie. 110 collega's zijn in 2014 met deze cursus van start gegaan.

De "Navigate"-cursus behandelt de overgang van een gewone managersfunctie naar een hogere managersfunctie. 64 collega's waren ingeschreven voor de cursus.

In 2014 werd er geen twee jaar durende "Orchestrate"-cursus opgestart.

OPLEIDINGSPROGRAMMA VOOR GENEESMIDDELENONTDEKKING EN -ONTWIKKELING

Dit programma, geintroduceerd in 2011, versnelt het breder inzicht in UCB's processen van geneesmiddelenontdekking en -ontwikkeling en bevordert zo de samenwerking tussen functies en tussen afdelingen.

Sinds de introductie zijn er in totaal 108 sessies gehouden met 1 294 deelnemers.

PERSONEELS-BESTAND VERDELING NAAR GESLACHT EN FUNCTIE IN 2014

7.2.3 | DIVERSITEIT – GEDEELDE UCB

Bij UCB zijn de betrokkenheid van werknemers en de werkcultuur van vitaal belang.

In 2014 werd de betrokkenheid van werknemers verder uitgebouwd op wat mensen samenbrengt – UCB's toewijding aan patiënten – door gebruik te maken van de brede diversiteit onder de medewerkers van UCB over de gehele wereld. Deze cultuur vereist het actief delen en verzamelen van inzichten van patiënten en andere belanghebbenden en veronderstelt het creatief delen van kennis en expertise in belangrijke partnerschappen. Het vergt een geïnspireerde samenwerking om contacten te leggen en samen aan een andere toekomst te bouwen.

De vaardigheid van UCB om de wijze van werken van zijn medewerkers uit verschillende landen en met een verschillende achtergrond te begrijpen en om onze waarden zonder grenzen te onderhouden, zijn de bouwstenen van het bedrijf dat ons verenigt. Een gedeeld UCB berust op het geloof dat edelmoedigheid en hulpvaardigheid voor elkaar de omstandigheden creëren waardoor patiënten uiteindelijk zullen profiteren van betere oplossingen.

Het "Diversity and Inclusion" project binnen "Women in Leadership" (WiL) werd verder uitgebreid naar verschillende landen wereldwijd. De hoekstenen van WiL bestaan erin de verscheidenheid van werknemers te gebruiken, om voornamelijk vrouwen de mogelijkheden te geven om constructief en actief bij te dragen aan organisatorische doelstellingen. WiL streeft ernaar om het leiderschapspotentieel van alle UCB-medewerkers ten volle te benutten door middel van professionele activiteiten die bedoeld zijn om nieuwe competenties te bevorderen en een breed en dynamisch netwerk van collega's te creëren en aan te drijven.

7.2.4 | TALENT EN ORGANISATIE

De "talent en organisatie"-beoordeling is bedoeld om belangrijke talenten te herkennen op basis van de noden van de organisatie. UCB beoordeelt talenten op basis van hun duurzame prestaties en hun groeipotentieel. Een belangrijk resultaat is het ontwerp en de invoering van specifieke actieplannen voor ontwikkeling. Deze beoordeling helpt ook om opvolgers te

vinden en voor te bereiden voor de belangrijkste posities in ons bedrijf.

In 2014 beoordeelde UCB 6 791 werknemers en identificeerde 2 131 van hen als toekomstig talent (346 werknemers werden geïdentificeerd als toptalenten).

UCB wordt ook gedreven door een prestatiecultuur met een jaarlijkse cyclus van nieuwe SMART-doelstellingen, een halfjaarlijkse beoordeling van de doelstellingen en een eindbeoordeling met continue feedback over meetbare prestaties gedurende het gehele jaar. In februari 2015 hadden in totaal 7 663 werknemers (82% van het totale personeelsbestand) van UCB deelgenomen aan de beoordelingscyclus van 2014 en deze voltooid.

Werknemers worden beloond en krijgen erkenning voor persoonlijke bijdragen aan het succes van het bedrijf.

7.2.5 | WELZIJN OP HET WERK

Een belangrijke prioriteit bij UCB is het creëren van een positieve omgeving waarin aan de doelstellingen van het bedrijf en aan die van de individuele medewerker wordt voldaan en waarin mensen hun talenten tot uitdrukking brengen.

Bij UCB werken verschillende generaties samen die nieuwe communicatietechnologie m.b.t. de sociale media en nieuw ingerichte kantoren leren gebruiken. Onze medewerkers zijn klaar voor een nieuwe manier van werken. UCB heeft de flexibele kantoorindelingen voltooid om innovatie en samenwerking te stimuleren door open ruimtes voor individuele medewerkers en ruimtes voor teamwerk door elkaar te gebruiken.

Welzijn in de professionele context omvat meerdere aandachtsgebieden, zoals veiligheid op het werk, gezondheid van medewerkers, psychosociale stress, hygiëne, ergonomie, verfraaiing van de werkplek en milieubeheer.

Ongeveer 1 000 medewerkers van de site in Braine-l'Alleud (België) namen deel aan een pilot-enquête waarin zij belangrijke feedback gaven over welzijnsthema's zoals hun specifieke werksituatie (eisen van hun functie, uitdagingen van hun taken en dynamiek van teams) en gezondheidspromotie op de site. Deze informatie wordt momenteel geanalyseerd en zal waardevolle inzichten

verstrekken voor de verdere ontwikkeling van welzijnsprogramma's en actieplannen bij UCB.

7.2.6 | GEZONDHEID EN VEILIGHEID

De frequentiegraad (Lost Time Incident Rate – LTIR) voor 2014 werd berekend op 2,22 incidenten met meer dan een dag afwezigheid per miljoen gewerkte uren. De ernstgraad (Lost Time Severity Rate – LTSR) werd berekend als 0,03 dag verloren per 1 000 gewerkte uren.

In de loop van 2014 bleef UCB belangrijke risicogebieden beheren die tijdens gezondheids- en veiligheidsbeoordelingen werden geïdentificeerd: het driejarige stappenplan ter versterking van het industriële hygiëneprogramma dat in 2012 werd opgestart, werd volledig uitgevoerd. Daarnaast werden wereldwijde minimumeisen voor het beheer van aannemers en de veiligheid van chemische processen vastgelegd.

Het "collegiale toetsings"-programma, dat gericht is op het identificeren en delen van "beste praktijken", het spotten van gebieden voor verbetering en het promoten van de thema's "gezondheid en veiligheid" op de productie- en onderzoekslocaties, opgestart in 2013 werd voortgezet. De activiteiten in Zhuhai (China) en Saitama (Japan) werden in detail geëvalueerd.

Er werd ook bijzondere aandacht besteed aan de gezondheids- en veiligheidsprogramma's van onze dochterondernemingen. Veiligheids-, gezondheids- en milieu- (VGM) risico's kregen speciale aandacht tijdens de jaarlijkse risicobeoordelingen van onze dochterondernemingen. Daarnaast werd om de drie maanden een wereldwijde telefonische vergadering georganiseerd voor en bijgewoond door een groeiend aantal dochterondernemingen met het oog op het uitwisselen van kennis.

Ter voorbereiding van 2015 hield het personeel van UCB een brainstormsessie over hoe het doel van "nul incidenten" kan bereikt worden door consequent veilig gedrag. Naast het ontwerpen van intrinsiek veilige installaties en uitrustingen en de invoering van goede beheersystemen, zal veilig gedrag een steeds belangrijkere derde pijler van UCB's gezondheids- en veiligheidsstrategie worden.

7.2.7 | ORGANISATIECULTUUR EN INSPRAAK VAN DE MEDEWERKERS

GEDEELDE UCB-CULTUUR

Het culturele project "Gedeelde UCB" streeft ernaar om mensen in staat te stellen de strategieën na te leven en om connectiviteit, gezamenlijk creëren en samenwerking tussen collega's en teams te vergemakkelijken. Het legt een verband met UCB's doelgerichtheid van "patiënt orientatie". Dit cruciale langetermijnproject helpt alle afdelingen bij het anticiperen en flexibel reageren op veranderingen. Het is gebaseerd op de principes van openheid en klantengerichtheid.

Behulpzaamheid en edelmoedigheid zijn twee belangrijke eigenschappen bij het succesvol ontwikkelen van de culturele agenda, en dit alles in het voordeel van de patiënt.

COMMUNICATIE EN "UCB VOICES"

De betrokkenheid van werknemers wordt continu gemeten. "UCB Voices", de wereldwijde enquête over de betrokkenheid van werknemers, werd voor de vierde keer georganiseerd. Na een belangrijke toename in 2012, waren de resultaten in 2014 stabiel. UCB scoort op dit vlak boven de externe maatstaf.

Met een betrokkenheidsscore van 72% heeft de "UCB Voices"-enquête van 2014 aangetoond dat onze medewerkers het belang en de waarde van hun deelname aan dit onderzoek begrijpen. De feedback wordt geleverd door leden van het directiecomité. Deze wisselwerking stimuleert de oproep tot acties die plaatsvinden op elk niveau van het management.

7.3 | MAATSCHAPPIJ

7.3.1 | MENSENRECHTEN EN CORRUPTIEBESTRIJDING

De principes van het United Nations Global Compact (UNGC) wat betreft mensenrechten, arbeid, milieu en corruptiebestrijding zijn opgenomen in de Gedragscode. De Gedragscode is een van de drie verplichte opleidingen, is beschikbaar in 14 verschillende talen en is van toepassing in de dochterondernemingen van UCB over de hele wereld. De opleiding moet worden voltooid door elke medewerker.

De Gedragscode omhelst de "Prestatie met integriteit" en bepaald de algemene principes van het zakelijk en ethisch gedrag verwacht van iedere UCB-medewerker en van derden die namens UCB handelen. De doelstellingen van de Gedragscode zijn het verstrekken van (i) richtlijnen met betrekking tot de geest en richting van UCB's bedrijfspraktijken; (ii) richtlijnen met betrekking tot wat UCB verwacht van zijn medewerkers en derden die in opdracht van of namens UCB handelen; en (iii) een set ethische principes in besluitvormingsprocessen. De Gedragscode kan worden gevonden op UCB's externe website onder de rubriek "Governance".

De Gedragscode maakt ook deel uit van onze contracten met externe partijen, dit om te waarborgen dat onze partners binnen hetzelfde referentiekader werken als wordt beschreven in onze Gedragscode.

7.3.2 | DIERENWELZIJN

A. ASSOCIATION FOR ASSESSMENT AND ACCREDITATION OF LABORATORY ANIMAL CARE INTERNATIONAL (AAALAC)

In 2014 heeft UCB voor het eerst de AAALAC-accreditatie verkregen voor zijn onderzoekslocatie in Braine-l'Alleud (België).

Deze private vereniging zonder winstoogmerk propageert een verantwoorde behandeling van laboratoriumdieren door vrijwillige accreditatie en beoordelingsprogramma's. Deze accreditatie vormt een kwaliteitslabel dat staat voor een professionalisme op het gebied van de verzorging en het gebruik van proefdieren. De accreditatie helpt ook bij het voortdurend verbeteren van de wetenschappelijke uitmuntendheid op het gebied van proeven en onderzoek op proefdieren.

B. DE BEGINSELEN VAN DIERENWELZIJN EN 3R'S IN ACTIE

UCB gebruikt dieren op verantwoorde en passende wijze en neemt alle toepasselijke wetten en industrienormen in acht.

UCB houdt zich ook aan de standaarden van het Britse National Centre for Replacement, Refinement & Reduction of Animals in Research (NC3Rs ) http://www.nc3rs.org. uk. Dierenwelzijn is daarin gebaseerd op de beginselen van "vervangen" wanneer werk zonder dieren mogelijk is; "verminderen" wanneer dierproeven niet kunnen worden vermeden, gebruik er dan zo weinig mogelijk; en "verfijnen", het gebruik van dieren met het uiterste respect voor de dieren.

UCB is betrokken bij werkgroepen van de NC3Rs , zoals de zoogdiermodellen van epilepsie.

Van de dieren die de onderzoekers en aannemers van UCB gebruiken bij experimenten, zijn 97% knaagdieren. Konijnen, niet-menselijke primaten en zebravissen zijn goed voor 1% elk.

7.3.3 | RELATIES MET OPENBARE INSTANTIES

In landen waarin UCB aanwezig is, zijn er wetten die de deelname van ondernemingen aan het politieke proces reglementeren. Sommige van deze wetten stellen strikte grenzen aan bijdragen door ondernemingen aan politieke partijen en kandidaten, terwijl sommige wetten deze volledig verbieden. Ook is "lobbyen" (het standpunt van het bedrijf vertegenwoordigen of de belangen van het bedrijf verdedigen tegenover een ambtenaar of een overheidsinstelling) in vele landen gereglementeerd of is daarvoor openbaarmaking vereist. Zoals beschreven in UCB's Gedragscode moeten alle medewerkers van UCB deze wetten in acht nemen.

Hoewel UCB in 2014 geen belangrijke kwesties of formele beleidsposities rapporteert, onderhoudt UCB actief contact met publieke beleidsmakers, wetgevers en andere belanghebbenden. UCB is lid van lokale vakverenigingen en gewoonlijk, wanneer dit passend is, is de algemene directeur lid van de raad van bestuur in de landen waar UCB actief is.

UCB is lid van de International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations (IFPMA) en verschillende UCB medewerkers nemen actief deel aan allerlei taakgroepen die zich bezighouden met huidige problemen in de sector.

7.4 | PRODUCTVERANT-WOORDELIJKHEID

7.4.1 | PRODUCTCOMMUNICATIE EN SPONTANE VERZOEKEN

De promotie en verkoop van farmaceutische producten zijn aan strenge regels onderworpen. UCB engageert zich ten volle om alle geldende wetten, voorschriften en industriecodes strikt na te volgen, zoals de Europese richtlijn inzake het communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik en IFPMA, en anderen. UCB respecteert de vertrouwenspositie van zorgverleners die de beste behandelingsoptie voor hun patiënten moeten kiezen ten volle. UCB promoot zijn producten altijd op basis van goedgekeurde documentatie.

UCB's interacties met zorgverleners richt zich op het verstrekken en uitwisselen van wetenschappelijke informatie met als uiteindelijk doel de zorgverleners in staat te stellen de meest geschikte behandeling voor hun patiënten te kiezen. Deze communicatie is gebaseerd op normen voor ethiek, integriteit en eerlijke marktwaarde.

Alle reclame, persberichten en wetenschappelijke mededelingen met betrekking tot onze verbindingen en producten worden voorgelegd aan onze wereldwijde en lokale wetenschappelijke promotionele beoordelingscommissies.

In 2014 zijn er in totaal 1 227 wereldwijde mededelingen beoordeeld.

UCB ontvangt regelmatig spontane verzoeken van onder andere patiënten, zorgverleners, instellingen en medische vertegenwoordigers. Dergelijke verzoeken kunnen vragen omvatten over onze producten en diverse verzoeken voor ondersteuning en schenkingen (door onderzoeker geïnitieerde studie, medisch onderwijsprogramma, patiëntengroepen, liefdadigheidsinstellingen). UCB heeft vaste interne procedures waarin is bepaald hoe op elk verzoek te reageren.

UCB ontvangt gemiddeld 3 250 vragen per maand over onze producten (21% Cimzia®, 13% Vimpat®, 14% Neupro® en 52% andere producten).

7.4.2 | GENEESMIDDELENBEWAKING

De gezondheid en veiligheid van patiënten zijn van het grootste belang. Als een patiëntgericht bedrijf is alles wat we doen gericht op de patiënt.

Een belangrijke verplichting van UCB en zijn medewerkers is het bewaken en rapporteren van ongewenste bijwerkingen. Net als andere biofarmaceutische bedrijven ontvangt UCB elk jaar duizenden meldingen van verschillende mensen (zoals patiënten, artsen, apothekers, enz.) over bijwerkingen met betrekking tot onze geneesmiddelen in klinisch onderzoek en in de handel. Deze rapporten worden samen met andere interne en externe gegevens (zoals literatuur, externe databases, enz.) geanalyseerd en beoordeeld door onze veiligheidsteams om mogelijke veiligheidsproblemen met onze geneesmiddelen te identificeren.

Het doel van deze beoordelingen is ervoor te zorgen dat het baten-risicoprofiel van onze geneesmiddelen gunstig blijft en te garanderen dat de juiste maatregelen worden genomen gedurende de gehele levenscyclus van een product. Om belangrijke risico's of ontbrekende informatie beter te karakteriseren en passende maatregelen in te voeren voor risicominimalisering en -beperking, worden op regelmatige tijdstippen productspecifieke "Risk Management Plans" (RMP) ontwikkeld en beoordeeld door de "Benefit Risk Board".

In overeenstemming met de wetgeving verstrekt UCB naast RMP's ook informatie over afzonderlijke bijwerkingsrapporten, periodieke overzichtsrapporten en de baten-risicobeoordelingen aan de gezondheidsinstanties.

7.5 | MILIEU

In 2014 is de reikwijdte van de rapportage van milieuprestaties aanzienlijk gewijzigd. Ten eerste zijn de productielocaties in Rochester (VS) en Vapi (India) niet meer in het bestek van dit rapport opgenomen. Ten tweede steeg de productiecapaciteit van de sites in Seymour (VS) en Shannon (Ierland). Ten derde, is de pilootbioproductieeenheid in Braine-l'Alleud (België) ondertussen volledig bedrijfsklaar en is de bouw van de nieuwe bioproductieeenheid in Bulle (Zwitserland) voltooid.

7.5.1 | ENERGIE

Dit jaar daalde het totale energieverbruik met 12%; het gebruik van gas, olie en elektriciteit werd verminderd met 13%, 34% en 10% respectievelijk. De veranderingen in het energieverbruik houden verband met de hierboven vermelde veranderingen in de reikwijdte van de rapportage, UCB's productievolumes in het algemeen, variaties in klimatologische omstandigheden (met een invloed op de behoefte aan koeling en/ of verwarming), de vervanging van stookolie door gas voor verwarmingsdoeleinden en met energiebesparende programma's die op verschillende UCB-locaties zijn ingevoerd.

Deze energiebesparende initiatieven hebben geleid tot een herhaalde energiebesparing van 30 841 gigajoule, wat ~3% van UCB's scope 1- en scope 2-energieverbruik bedraagt. De voornaamste bijdragers waren een gasbesparingsprogramma in het weekend op de locatie in Shannon (Ierland), de toepassing van een warmteterugwinningstechnologie voor op gas werkende stoomketels in Bulle (Zwitserland) en een optimalisering van de HVAC-systemen in Brussel (België).

In 2014 was meer dan 59% van de door UCB verbruikte elektriciteit afkomstig van hernieuwbare bronnen en waren vier UCB-locaties volledig afhankelijk van groene elektriciteit, te weten Bulle (Zwitserland), Monheim (Duitsland), Braine-l'Alleud en Brussel (België). UCB huldigde ook zijn tweede zonnepanelenpark in, gelegen op de top van de nieuwe biofabriek in Bulle. Deze nieuwe zonnepanelen produceerden 504 gigajoule.

Het lagere energieverbruik leidde tot een vermindering van 17% (of 13 670 ton) aan scope 1- en scope 2-CO2 -uitstoot. Hoewel dit overeenkomt met de CO2 -uitstoot op de productielocaties in Rochester (VS) en Vapi (India), die niet meer zijn opgenomen in het bestek van dit rapport, kon door een verbeterde energie-efficiëntie worden gecompenseerd voor de CO2 -uitstoot die werd veroorzaakt door de toename van de productiecapaciteit op de andere locaties van UCB.

7.5.2 | WATER

In 2014 is het waterverbruik op de UCB-sites afgenomen met 3,4% (of 27 948 m³). Factoren die het waterverbruik hebben beïnvloed, zijn vergelijkbaar met de factoren die zijn vermeld in de paragraaf over energie, d.w.z. een verandering in de reikwijdte van de rapportage, UCB's productievolumes in het algemeen, variaties in klimatologische omstandigheden (met een invloed op de behoefte aan koeling) en waterbesparingsprogramma's die op verschillende UCB locaties zijn ingevoerd.

UCB's transformatie in een toonaangevend biofarmabedrijf kan echter het toekomstige waterverbruik beïnvloeden, omdat deze productieprocessen gewoonlijk meer water vereisen.

7.5.3 | AFVAL

In 2014 nam het afval dat op de verschillende locaties van UCB werd gegenereerd, af met 9%. Hiermee zet UCB de dalende trend voort na de vermindering van 10% in 2013.

Daarnaast is UCB er wereldwijd in geslaagd om 94% van zijn afval opnieuw te gebruiken, voornamelijk door middel van de terugwinning van afval als brandstof voor energieopwekking en de terugwinning en regeneratie van oplosmiddelen. Dit percentage van teruggewonnen afval werd met 3% verbeterd in vergelijking met 2012.

Afvalpreventie en verbeterde terugwinning van afval door een actief beheer van de diverse afvalstromen blijven cruciaal bij het verder verkleinen van UCB's milieuvoetafdruk.

8. BEKENDMAKING WERELDWIJD RAPPORTERINGSINITIATIEF

De tabel vermeldt de prestatie-indicatoren van UCB in 2014 samen voor de economische, maatschappelijke en milieu aspecten. De indicatoren worden gerapporteerd in overeenstemming met de GRI-richtlijnen voor duurzaamheidsverslaggeving: 17 indicatoren werden volledig gerapporteerd en 4 indicatoren werden gedeeltelijk gerapporteerd.

Legende: volledig gerapporteerde indicatoren in overeenstemming met de GRI-definitie van de indicatoren

gedeeltelijk gerapporteerde indicatoren die gedeeltelijk overeenstemmen met de GRI-definitie van de indicatoren

GERAPPORTEERD
PAGINA
ALGEMEEN
1 Strategie en analyse
1.1 Verklaring van de CEO Brief aan de belanghebbenden,
p. 8-17
2 Organisatieprofiel
2.1 - 2.2 Naam, producten/diensten p. 4-7
2.3 - 2.7 Structuur, geografische aanwezigheid, afzetmarkten p. 11; Overzicht van activiteiten en
financiën, p. 48-53
2.8 Omvang Brief aan de belanghebbenden,
p. 8-17; Corporate Governance,
p. 20-42
2.9 Significante veranderingen wat betreft omvang,
structuur of eigendom
Brief aan de belanghebbenden,
p. 8-17; Overzicht bedrijfsprestaties,
p. 43-45; Corporate Governance,
p. 20-42
2.10 Onderscheidingen toegekend in 2014 MVO-prestatierapport, p. 161
3 Verslagparameters
3.1 - 3.4 Verslagprofiel, contactpunten Achteromslag
3.5 - 3.13 Reikwijdte en garantie van het rapport MVO-prestatierapport,
p. 174-175
4 Bestuur, verplichtingen en betrokkenheid
4.1 - 4.13 Structuur en bestuur Corporate Governance, p. 20-42;
MVO-prestatierapport, p. 156
4.14 - 4.17 Overleg met belanghebbenden Brief aan de belanghebbenden,
p. 8-17; MVO-prestatierapport, p. 157
ECONOMISCH
Economische aspecten
EC1 (ß) Gegenereerde en gedistribueerde economische waarden,
waaronder inkomsten, operationele kosten, vergoeding
van werknemers, schenkingen en overige maatschappelijke
investeringen, ingehouden winst en betalingen aan
kapitaalverstrekkers en overheden. (Kern)
Brief aan de belanghebbenden,
p. 8-17; Overzicht bedrijfsprestaties,
p. 43-45; Jaarrekeningen, p. 46-53
EC3 (ß) Dekking van de verplichtingen in verband met het vastgestelde
uitkeringsplan van de organisatie. (Kern)
Jaarrekeningen, p. 85; p 105-108
MILIEU
Energie
EN3 (ß) Direct energieverbruik naar primaire energiebron. (Kern) MVO-prestatierapport, p. 169; p. 173
EN4 (ß) Indirect energieverbruik naar primaire energiebron. (Kern) MVO-prestatierapport, p. 169; p. 173
EN5 (ß) Energie bespaard door besparingen en efficiëntieverbeteringen.
(Aanvullend)
MVO-prestatierapport, p. 169; p. 173
EN7 Initiatieven ter verlaging van het indirecte energieverbruik
en al gerealiseerde verlaging. (Aanvullend)
MVO-prestatierapport, p. 169; p. 173
WATER
EN8 (ß) Totale wateronttrekking per bron. (Kern) MVO-prestatierapport, p. 169; p. 173

Luchtemissies, afvalwater en afvalstoffen

EN16 (ß) Totale directe en indirecte emissies van broeikasgassen naar gewicht
(Kern)
MVO-prestatierapport, p. 169
EN22 (ß) Totaalgewicht afval naar type en verwijdermethode (Kern) MVO-prestatierapport, p. 169; 173
EN24 Gewicht van getransporteerd, geïmporteerd, geëxporteerd of verwerkt
afval dat als gevaarlijk wordt geacht op grond van bijlage I, II, III en VIII
van de Conventie van Bazel en het percentage afval dat internationaal is
getransporteerd (Aanvullend)
MVO-prestatierapport, p. 173
SOCIALE ASPECTEN: ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN EN VOLWAARDIG WERK
Werkgelegenheid
LA1 (ß) Totale personeelsbestand naar type werk, arbeidsovereenkomst
en regio (Kern)
MVO-prestatierapport,
p. 162; p. 172
LA2 (ß) Totaal aantal werknemers en snelheid van personeelsverloop naar
leeftijdsgroep, geslacht en regio (Kern)
MVO-prestatierapport,
p. 162; p. 172
Gezondheid en veiligheid op het werk
LA7 Cijfers van letsels, beroepsziektes, uitvaldagen en verzuim en het aantal
werkgerelateerde sterfgevallen per regio (Kern)
MVO-prestatierapport,
p. 165; p. 172
Opleiding en onderwijs
LA10 (ß) Gemiddeld aantal uren dat een werknemer per jaar besteedt aan
opleiding, onderverdeeld naar werknemerscategorie (Kern)
MVO-prestatierapport,
p. 163; p. 173
LA11 Programma's voor competentiemanagement en levenslang leren die
de blijvende inzetbaarheid van medewerkers garanderen en hen helpen
bij het afronden van hun loopbaan (Aanvullend)
MVO-prestatierapport,
p. 163
LA12 (ß) Percentage werknemers dat regelmatig wordt ingelicht omtrent
prestatie- en loopbaanontwikkeling (Aanvullend)
MVO-prestatierapport, p. 164
Diversiteit en gelijke kansen
LA13 (ß) Samenstelling van bestuurslichamen en onderverdeling van werknemers
per categorie, naar geslacht, leeftijdsgroep, behoren tot een bepaalde
maatschappelijke minderheid en andere indicatoren van diversiteit. (Kern)
Corporate Governance, p. 20-42;
MVO-prestatierapport,
p. 163; p. 172
SOCIALE ASPECTEN: MENSENRECHTEN
Investerings- en inkoopbeleid
HR3 (ß) Totaal aantal uren personeelsopleiding over beleid en procedures
betreffende aspecten van mensenrechten die relevant zijn voor
operationele activiteiten, met inbegrip van het percentage van opgeleid
personeel (Aanvullend)
MVO-prestatierapport
p. 163; p. 173
SOCIALE ASPECTEN: MAATSCHAPPIJ
Corruptie
SO3 (ß) Percentage van het personeel dat werd opgeleid tot het
anticorruptiebeleid en -procedures van de organisatie. (Kern)
MVO-prestatierapport
p. 163; p. 173
Publiek beleid
SO5 (ß) Standpunten betreffende publiek beleid en deelname aan de
ontwikkeling ervan, evenals lobbyen (Kern)
MVO-prestatierapport,
p. 166
SOCIALE ASPECTEN: PRODUCTVERANTWOORDELIJKHEID
Marketingcommunicatie
PR6 (ß) Programma's voor het naleven van wetten, standaarden en vrijwillige
codes met betrekking tot marketingcommunicatie, waaronder reclame,
aanbiedingen en sponsoring (Kern)
MVO-prestatierapport,
p. 168

(ß) werden beoordeeld door KPMG. Hun garantieverklaring, met een uiteenzetting van het verrichte werk, hun commentaren en hun conclusies, vindt u op pagina 175 van dit MVO-rapport.

9. PERSONEELS- EN MILIEUGEGEVENS

PERSONEELSGEGEVENS

GRI-INDICATOR DEFINITIE EENHEID 2012 2013 2014
LA 1
(ß)
Totaal perso
neelsbestand
Personeelsbestand per 31 december Totaal aantal werknemers 9 048 8 732 8 684
Personeels
bestand
naar geslacht
Vrouwelijke & mannelijke
medewerkers
- Aantal vrouwen
%
- Aantal mannen
%
4 297
47%
4 751
53%
4 104
47%
4 628
53%
4 072
47%
4 612
53%
Personeels
bestand naar
geslacht &
leeftijd
Vrouwelijke & mannelijke
medewerkers naar leeftijdsgroep
voltijds & deeltijds
%
- Vrouw/man ≤ 34 jaar
- Vrouw/man 35-50 jaar
- Vrouw/man ≥ 51 jaar
49/51
48/52
42/58
47/53
48/52
43/57
46/54
48/52
43/57
Personeels
bestand naar
geslacht &
functie
Vrouwelijke/mannelijke technische
operators/administratie
ondersteuningsmedewerkers/
verkopers/managers/
hogere kaderleden
%
- Technische operators
- Administratie
ondersteuningsmedewerkers
- Verkoop
- Managers
32/68
67/33
45/55
49/51
31/69
65/35
43/57
49/51
32/68
66/34
42/58
49/51
Personeels
bestand
naar regio
Europa-5/België/Europa andere/
Japan/Opkomende markten
(BRICMT)/Noord-Amerika/
Rest van de wereld
- Hoger kader
Aantal
- EU-5
- België
- EU andere
- Japan
- Noord-Amerika
- Opkomende markten
- Rest van de wereld1
22/78
1 859
1 950
750
322
2 036
130
2 001
23/77
1 768
1 930
749
335
1 818
123
2 009
24/76
1 689
1 909
639
319
1 815
137
2 176
Personeels
bestand naar
organisatie
Administratie
ondersteuningsmedewerkers/
marketing&verkoop/
R&D-/productiemedewerkers
Aantal
- Administratie
ondersteuningsmedewerkers
- Marketing & verkoop
- R&D
- Productie
872
4 491
1 252
2 433
764
4 492
1 234
2 242
774
4 281
1 233
2 396
Personeelsbe
stand naar FTE
& PTE
Groep voltijdse werknemers (FTE)
en deeltijdse werknemers (PTE)
- Aantal FTE
%
- Aantal PTE
%
8 535
94%
513
6%
8 224
94%
508
6%
8 181
94%
503
6%
LA 2
(ß)
Rekrutering
naar regio
Medewerkers die in dienst werden
genomen in Europa-5/België/Europa
andere/Japan/Noord-Amerika/
Opkomende markten (BRICMT)/
Rest van de wereld
Aantal
- EU-5
- België
- EU andere
- Japan
- Noord-Amerika
- Opkomende markten
- Rest van de wereld1
1 637
206
176
82
335
838
1 190
101
110
126
36
248
542
27
1 268
82
106
55
23
256
702
44
Rekrutering
naar leeftijds
groep
Vrouwelijke/mannelijke medewerkers
naar leeftijdsgroep
%
- Vrouw/man ≤ 34 jaar
- Vrouw/man 35-50 jaar
- Vrouw/man ≥ 51 jaar
44/56
51/49
35/65
41/59
49/51
39/61
44/56
53/47
48/52
Vertrekkende
medewerkers
naar gebied
Medewerkers die zijn vertrokken in
Europa-5/België/Europa andere/
Japan/Noord-Amerika/Opkomende
markten (BRICMT)/Rest van de wereld
Aantal
- EU-5
- België
- EU andere
- Japan
- Noord-Amerika
- Opkomende markten
- Rest van de wereld 1
1 066
177
112
106
196
475
1 433
158
109
107
22
467
537
33
1 282
155
114
155
40
260
525
33
Vertrekkende
medewerkers
naar leeftijds
groep
Vrouwelijke/mannelijke medewerkers
naar leeftijdsgroep
%
- Vrouw/man ≤ 34 jaar
- Vrouw/man 35-50 jaar
- Vrouw/man ≥ 51 jaar
49/51
44/56
46/54
43/57
52/48
38/62
44/56
53/47
41/59
Verloop Aantal (vrijwillig/onvrijwillig)
vertrekkende medewerkers ten
opzichte van het totale jaarlijkse
personeelsbestand
% 12 16 15

1 De 2012 gegevens van aanwerving en vertrek voor Japan en de opkomende markten werden niet gespecifieerd en de gegevens waren opgenomen in "Rest van de wereld".

GRI-INDICATOR DEFINITIE EENHEID 2012 2013 2014
LA 7 LTIR LTIR Verloren Tijd Frequentiegraad Aantal incidenten dat leidde
tot minimaal één verloren
dag binnen een periode van
12 maanden, per miljoen
gewerkte uren
2,26 2,31 2,22
LTSR LTSR Verloren Tijd Ernstgraad Aantal verloren dagen als gevolg
van een arbeidsongeval binnen
een periode van 12 maanden,
per duizend gewerkte uren
0,06 0,03 0,03
LA 10
(ß)
Opleiding Aantal uren opleiding per
technische operators/administratie
ondersteuningsmedewerkers/
verkopers/managers/leidinggevende
medewerkers
Aantal
- Technische operators
- Administratie
ondersteuningsmedewerkers
- Verkoop
- Managers
- Hoger kader
48
29
16
27
11
42
20
14
27
10
40
21
14
20
6

MILIEUGEGEVENS

GRI-INDICATOR DEFINITIE EENHEID 2012 2013 2014
EN 3
(ß)
Totaal Totaal verbruik van gas, stookolie & brandstof
voor voertuigen
gigajoule 754 415 711 780 613 395
Gas Gasverbruik 726 111 684 867 595 674
Stookolie Verbruik stookolie 28 017 26 634 17 529
Brandstof
voor voertuigen
Brandstofverbruik utilitaire voertuigen 287 278 192
EN 4
(ß)
Elektriciteit Elektriciteitsverbruik gigajoule 531 093 531 565 476 344
EN 5
(ß)
Bespaarde
energie
Energie bespaard door besparingen
en efficiëntieverbeteringen
gigajoule 35 492 26 300 30 841
EN 8 Water Totaal volume water 860 924 810 579 782 631
(ß) Leidingwater 646 067 655 991 584 997
Grond- en oppervlaktewater 214 857 154 588 197 634
EN 16 Directe &
indirecte
(ß)
CO2
-emissies –
Reikwijdte 1 & 2
Elektriciteit ton CO2 43 306 39 350 31 367
Gas 40 703 38 421 33 417
Olie 1 949 1 999 1 316
EN 22 Afvalverwijdering Totaal gewicht aan afval ton 11 789 10 576 9 655
(ß) Totaal gewicht aan afval dat niet wordt hergebruikt 1 049 640 539
Totaal gewicht aan afval dat wordt hergebruikt 10 746 9 936 9 116
Subtotaal van afval dat wordt hergebruikt als
energie, brandstof of oplosmiddel
Verbrand met energieterugwinning
Hergebruikt als secundaire vloeibare brandstof
Oplosmiddelen gerecycleerd door derde
EU-afvalhergebruikscode R1
EU-afvalhergebruikscode R2
9 119
3 091
2 503
3 525
-
-
6 900
1 749
2 088
3 063
-
-
6 168
-
-
-
3 116
3 052
Subtotaal verpakking gerecycleerd door een derde
(EU-afvalhergebruikscode R3)
954 966 1 013
Subtotaal afval hergebruikt volgens andere
methoden
(EU-afvalhergebruikscodes R4 R5 R6 R9)
667 2 069 1 934
EN 24 Gevaarlijk afval Gevaarlijke afvalstoffen, zoals gedefinieerd door
de plaatselijk geldende voorschriften
ton 8 730 7 750 7 292
Niet-gevaarlijk
afval
Ander vast afval (met uitzondering van emissies
en afvalwater)
3 059 2 826 2 362

10. REIKWIJDTE EN PRINCIPES VAN DE VERSLAGGEVING

Reikwijdte

Gegevens met betrekking tot personen worden geconsolideerd voor alle UCB-bedrijven wereldwijd die zijn opgenomen in onze financiële consolidatie, ongeacht hun activiteiten (onderzoekslocaties of industriële sites, dochterondernemingen voor verkoop, hoofdzetel).

Een bedrijfsprogramma "UCB leren" heeft de consolidatie mogelijk gemaakt van de opleidingen die door UCB werden georganiseerd en door UCB-medewerkers werden gevolgd. De populatie waarmee het programma geen rekening heeft gehouden, bedraagt minder dan 3 % van de totale populatie. Verplichte opleidingen, namelijk Gedragscode,

Geneesmiddelenbewaking en IT-beveiliging, worden gevolgd en geconsolideerd voor alle UCB-medewerkers.

Naast België en Japan is de regionale verdeling als volgt:

  • EU-5: Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Verenigd Koninkrijk en Ierland
  • Europa andere: Bulgarije, Denemarken, Finland, Griekenland, Hongarije, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Tsjechië, Zweden en Zwitserland
  • Opkomende markten (BRICMT): Brazilië, Rusland, India, China, Mexico, Turkije
  • Noord-Amerika: Verenigde Staten en Canada
  • Rest van de wereld: Australië, Hong Kong, Kazachstan, Zuid-Korea, Oekraïne

Gegevens met betrekking tot gezondheid en veiligheid (beroepsongevallen) hebben betrekking op de gehele UCBpopulatie, met uitzondering van dochterondernemingen met minder dan 10 werknemers.

Milieugegevens zijn geconsolideerd voor:

  • alle productie- en onderzoekslocaties (de productielocaties Rochester (VS) en Vapi (India) zijn niet meer opgenomen in het bestek van dit rapport);
  • dochterondernemingen voor verkoop uit China, Duitsland, India, Italië, Japan, Mexico, de VS;
  • hoofdzetel in België.

Deze reikwijdte dekt 85% van het personeelsbestand van UCB (zelfde als vorig jaar).

Voor elk van deze elementen wordt vermeld of het rapporteringsniveau van UCB deze vereisten geheel of gedeeltelijk dekt. Waarnemingen gedaan tijdens de goedkeuring en consolidatie van de gegevens:

    1. In Atlanta en Monheim zijn er aan derden verhuurde gebouwen en er zijn nog geen afzonderlijke meters geïnstalleerd. Als gevolg daarvan wordt het verbruik van water, gas en elektriciteit te hoog geschat, maar de invloed van deze overschatting kan niet betrouwbaar worden gemeten;
    1. In Braine-l'Alleud wordt brandstof voor utilitaire voertuigen nu gerapporteerd binnen het stookolieverbruik, omdat het in dezelfde tank wordt opgeslagen en het moeilijk is om het verbruik dat betrekking heeft op utilitaire voertuigen precies te schatten;
    1. De berekening van de directe CO2 -emissies die het gevolg zijn van het aardgasverbruik in 2013 en 2014 neemt de hoge of lage verbrandingswaarden van het gas in acht. De conversiefactoren die werden gebruikt, zijn deze die in 2006 werden gepubliceerd door de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatsverandering (IPCC) in haar "Richtlijn voor

het schatten en rapporteren van broeikasgasemissies" en de "Conversiefactoren voor broeikasgassen" gepubliceerd in 2013 door het Britse ministerie van milieu, voeding en rurale zaken (DEFRA). De gasemissies die in 2012 zijn gerapporteerd, werden niet bijgewerkt in overeenstemming met deze nieuwe methode;

    1. Voor de berekening van CO2 -emissies als gevolg van elektriciteitsverbruik rapporteerden onze locaties specifieke CO2 -equivalenten van hun verbruikte elektriciteitsmix, rekening houdend met het groeiende aandeel van elektriciteit gegenereerd uit hernieuwbare bronnen. Wanneer de specifieke verhouding niet beschikbaar was voor een bepaalde locatie, werden standaard de verhoudingen van het International Energy Agency (IEA) toegepast;
    1. 94% van het afval dat door UCB wordt geproduceerd, wordt hergebruikt. De methoden waarmee afval wordt hergebruikt, zijn geclassificeerd in 2014 overeenkomstig bijlage B van de EU-richtlijn 2008/98/EU.

Verslaggevingsprincipes

Om de uniformiteit en betrouwbaarheid van de indicatoren die worden gebruikt voor alle entiteiten te verzekeren, paste de UCB G3.1 van het Global Reporting Initiative richtlijnen voor duurzaamheidsverslaggeving met betrekking tot sociale aspecten, veiligheid en invloed van de activiteiten van het bedrijf op het milieu toe. In overeenstemming met de door GRI gedefinieerde toepassingsniveaus beoordeelde UCB zichzelf als C+-verslaggever.

Deze GRI G3.1-richtlijnen specificeren de methoden voor het rapporteren van indicatoren.

NAUWKEURIGHEID

De Corporate afdelingen Veiligheid, Gezondheid & Milieu en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen van UCB garanderen dat alle gegevens worden geconsolideerd op basis van informatie verstrekt door de productie- en onderzoekslocaties, de dochterondernemingen voor verkoop en de administratieve sites over de gehele wereld.

VGM-coördinatoren keuren eerst de veiligheids- en milieugegevens goed voordat ze deze consolideren. Corporate VGM en MVO verifiëren tijdens de consolidatie ook de consistentie van de gegevens. Deze controles omvatten vergelijkingen van gegevens van voorgaande jaren en zorgvuldige analyse van eventuele significante afwijkingen.

Maatschappelijke gegevens met betrekking tot het personeelsbestand worden uit IT-systemen voor HR-management gehaald die wereldwijd worden gebruikt als beheersdatabase voor UCB.

BETROUWBAARHEID

Om een externe beoordeling van de betrouwbaarheid en degelijkheid van onze gegevens en rapportageprocedures te verkrijgen, werd KPMG gevraagd om specifieke verificaties uit te voeren van bepaalde maatschappelijke indicatoren en VGMindicatoren die worden vermeld in de tabellen op p. 170-173. Hun garantieverklaring, waarin het verrichte werk, hun commentaren en hun conclusies worden beschreven, is te vinden op p. 175.

Bij UCB zullen we de betrouwbaarheid van de gegevensverzameling blijven verbeteren en de rapportageprocessen verder versterken.

11. VERZEKERINGSVERSLAG

INDEPENDENT LIMITED ASSURANCE REPORT ON THE UCB CORPORATE SOCIETAL RESPONSIBILITY PERFORMANCE REPORT 2014

To the Board of directors of UCB SA

We were engaged by the Board of directors of UCB SA ("the Company" or "UCB") to provide limited assurance on selected indicators for the year 2014 in UCB's Corporate Societal Responsibility Performance Report 2014 (the "CSR Report").

UCB'S RESPONSIBILITIES

The Board of directors of UCB SA (the "Company") is responsible for the preparation and presentation of the selected indicators for the year 2014 marked with a Greek small letter beta (ß) (the "Subject Matter Information") in the CSR Report in accordance with the Sustainability Reporting Guidelines G3.1 of the Global Reporting Initiative supported by internally developed reporting principles, definitions and units of measure as set out on pages 170 to 174 of the CSR Report (the "Reporting Criteria") and for the determination of the GRI Application Level.

This responsibility includes designing, implementing and maintaining internal control relevant to the preparation and presentation of the Subject Matter Information free from material misstatement, whether due to fraud or error. It also includes selecting and developing the Reporting Criteria, making judgments and estimates that are reasonable in the circumstances, and maintaining adequate processes and records in relation to the Subject Matter Information.

OUR RESPONSIBILITIES

Our responsibility is to examine the Subject Matter Information prepared by UCB and to report thereon in the form of an independent limited assurance conclusion based on the evidence obtained. We conducted our engagement in accordance with International Standard on Assurance Engagements (ISAE) 3000, Assurance Engagements Other Than Audits or Reviews of Historical Financial Information. That standard requires that we comply with ethical requirements, including independence requirements, and that we plan and perform our procedures to obtain a meaningful level of assurance about whether the Subject Matter Information is prepared and presented in all material respects in accordance with the Reporting Criteria, as the basis for our limited assurance conclusion.

The procedures selected depend on our understanding of the Subject Matter Information and other engagement circumstances, and our consideration of areas where material misstatements are likely to arise.

Our engagement also included assessing the appropriateness of the Subject Matter Information, the suitability of the Reporting Criteria used by the Company in preparing the Subject Matter Information in the circumstances of the engagement, evaluating the appropriateness of the methods, policies and procedures used and the reasonableness of the estimates made by UCB.

In addition, we were asked to verify whether UCB's GRI Application Level as disclosed on page 174 of the CSR Report is consistent with the GRI criteria for the disclosed Application Level (the "Application Level Criteria").

Limited assurance is less than reasonable assurance. Evidence-gathering procedures for a limited assurance engagement are more limited than for a reasonable assurance engagement and therefore less assurance is obtained than in a reasonable assurance engagement. We do not provide any assurance on the achievability of the objectives, targets and expectations of UCB.

Our engagement procedures performed included:

  • interviews with relevant staff and management at corporate and local level;
  • site visits in Belgium and Ireland to review the source data and the design and implementation of internal controls at the level of these two sites which have been selected by us on the basis of a risk analysis including the consideration of both quantitative and qualitative criteria;
  • inspecting internal and external documentation as appropriate; and
  • analytical review procedures on the data submitted for consolidation at group level.

With respect to our work on the disclosed GRI Application Level, our procedures were limited to verifying whether the GRI Content Index is consistent with the criteria for the disclosed Application Level and that the relevant information is publicly reported.

REPORTING CRITERIA

UCB applies the Sustainability Reporting Guidelines G3.1 of the Global Reporting Initiative supported by internally developed reporting principles, definitions and units of measure as set out on pages 170 to 174 of the CSR Report. It is important to view the performance data in the context of these criteria.

CONCLUSION

Based on the procedures performed, as described in this report, nothing has come to our attention that causes us to believe that the selected indicators for the year 2014 marked with a Greek small letter beta (ß) in UCB's CSR Report 2014, have not been prepared, in all material respects, in accordance with the Reporting Criteria.

REPORT ON GRI APPLICATION LEVEL

Based on the procedures performed we conclude that the Application Level C+ as disclosed on page 174 and based on the GRI Content Index as disclosed on pages 170 to 171 in UCB's CSR Report 2014 is consistent with the Application Level Criteria.

Kontich, 26 February 2015

KPMG Bedrijfsrevisoren Burg. CVBA Represented by

Mike Boonen Registered Auditor

IX. WOORDENLIJST

  • AS Ankyloserende spondylitis
  • AxSpA Axiale spondyloartritis
  • CD Ziekte van Crohn
  • CW Constante wisselkoersen

EBIT/OPERATIONELE WINST

Bedrijfsresultaat zoals vermeld in de geconsolideerde jaarrekening

EMA/EUROPEAN MEDICINES AGENCY

Instantie die verantwoordelijk is voor de beoordeling van geneesmiddelen ter bescherming en bevordering van de gezondheid van mens en dier. www.emea. europa.eu

FDA/U.S. FOOD AND DRUG ADMINISTRATION

Agentschap binnen het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid en Human Services dat verantwoordelijk is voor de bescherming en bevordering van de gezondheid van de natie

GEWOGEN GEMIDDELDE AANTAL

GEWONE AANDELEN

Aantal uitstaande gewone aandelen aan het begin van de periode, aangepast voor het aantal aandelen ingekocht of uitgegeven in de periode, vermenigvuldigd met een tijdfactor

IA Idiopathische artritis

KERNPRODUCTEN

De "kernproducten" zijn UCB's recent geïntroduceerde geneesmiddelen Cimzia®, Vimpat® en Neupro®. UCB's prioriteit is de verdere lancering en groei van deze drie producten

KERN-WPA/KERN WINST PER AANDEEL

Nettowinst die kan worden toegekend aan UCBaandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van nietvoorgezette activiteiten, en de nettoafschrijving die verbonden is met verkopen, verdeeld door het aantal uistaande aandelen

  • NBE New biological entity (nieuwe biologische entiteit)
  • NCE New chemical entity (nieuwe chemische entiteit)

NETTO FINANCIËLE SCHULD

Langlopende en kortlopende leningen en bankkredieten minder obligaties, beperkt storting van contant geld met betrekking tot financiële leaseovereenkomsten, geldmiddelen en kasequivalenten

  • PA Partiële aanvallen
  • PMO Post-menopauzale osteoporose

PREVALENTIE

Het totaal aantal gevallen van een ziekte in een bepaalde populatie op een bepaald tijdstip. De in dit verslag genoemde prevalenties zijn gebaseerd op de bevolking van de zeven landen (Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Spanje, het VK en de VS), die deel uitmaken van de meerderheid van de wereldwijde farmaceutische markt (bronnen: Decision Resources)

RA Reumatoide artritis

RECURRENTE EBIT (REBIT)

Bedrijfsresultaat gecorrigeerd voor bijzondere waardeverminderingen, herstructureringskosten en andere bijzondere baten en lasten.

RECURRING EBITDA (REBITDA/Recurring Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization charges)

Bedrijfsresultaat gecorrigeerd voor bijzondere afschrijvingen, waardeverminderingen, herstructureringskosten en andere bijzondere baten en lasten

SLE Systemic lupus erythematosus

WERKKAPITAAL

Omvat voorraden, handelsvorderingen en overige vorderingen en handelsschulden en overige schulden, verplicht binnen en na 12 maanden

WPA Winst per aandeel

Financiële kalender 2015

30 april Algemene vergardering van aandeelhouders
30 april Interim report
30 juli Financiële resultaten over de eerste zes maanden van 2015
28 oktober Interim report

Toekomstgerichte verklaringen

Dit jaarverslag bevat toekomstgerichte verklaringen met inbegrip van maar niet beperkt tot verklaringen met de woorden "gelooft", "verwacht", "veronderstelt", "is van plan", "streeft naar", "schat", "kan", "zal", en "verder" en vergelijkbare uitdrukkingen. Dergelijke toekomstgerichte verklaringen impliceren bekende en onbekende risico's, onzekerheden en andere factoren in die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten, de financiële toestand, het rendement of de prestaties van UCB, of de resultaten van de sector, beduidend afwijken van eventuele toekomstige resultaten, rendementen of prestaties die expliciet of impliciet door de toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt. Gezien deze onzekerheden wordt het publiek ervoor gewaarschuwd geen overmatig vertrouwen te hechten aan dergelijke toekomstgerichte verklaringen. De toekomstgerichte verklaringen gelden slechts op de datum van dit jaarverslag. UCB wijst uitdrukkelijk elke verplichting af om toekomstgerichte verklaringen in dit jaarverslag bij te werken als weerspiegeling van eventuele wijzigingen van haar verwachtingen aangaande de toekomstgerichte verklaringen of van eventuele wijzigingen van de gebeurtenissen, voorwaarden of omstandigheden waarop de toekomstgerichte verklaringen gebaseerd zijn, tenzij een dergelijke verklaring volgens de geldende wetten en reglementen verplicht is.

Officiële taal van het verslag

Volgens de Belgische wet moet UCB haar jaarverslag in het Frans en het Nederlands publiceren. UCB heeft ook een Engelse versie van dit jaarverslag. In het geval van vertaal- of interpretatieverschillen tussen de versies, zal de Franse versie als officieel jaarverslag beschouwd worden.

Beschikbaarheid van het verslag

Het jaarverslag als zodanig is beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com). Andere informatie op de website van UCB of op andere websites, maakt geen deel uit dit jaarverslag.

Contacten

Investor Relations

Antje Witte, Investor Relations Tel.: +32 2 559 9414 E-mail: [email protected] [email protected]

Communicatie

France Nivelle, VP Global Communication and Change Support Tel.: +32 2 559 9178 E-mail: [email protected] Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Dirk Teuwen, VP Corporate Societal Responsibility Tel.: +32 2 559 9161 E-mail: [email protected] [email protected]

UCB NV Researchdreef, 60 1070 Brussel, België Tel.: +32 2 559 99 99 – Fax: +32 2 559 99 00 www.ucb.com BTW BE0403.053.608

Design: stargraphic – [email protected] © Copyright UCB, 2015 Foto's: Yves Fonck, Olivier Anbergen, Dirk Teuwen