Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

UCB Annual Report 2013

Feb 26, 2014

4017_10-k_2014-02-26_caa54386-144a-4366-9197-0d5fa67b10b9.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

{# SEO P0-1: filing HTML is rendered server-side so Googlebot sees the full text without executing JS or following an iframe to a Disallow'd CDN path. The content has already been sanitized through filings.seo.sanitize_filing_html. #}

Kristof, heeft axiale spondylartritis

Inspired by patients. Driven by science.

Communiceren met patiënten

Dit is UCB 4
I. Brief aan de belanghebb
enden
8
II. Management verslag van de Raad van Bestuu
r
19
Verslag over de Corporate Governance
1.
20
Overzicht van de bedrijfsprestaties
2.
43
Analyse van bedrijfs- en financiële resultaten
3.
46
III. Geconsolideerde jaarrekening 54
IV. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 60
V. Verantwoordelijkheidsverklaring 124
VI. Verslag van de statutaire comm
issaris
126
VII. Verkorte statutaire jaarrekening van UCB N.V. 128
V
III.
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Prestatie Rapport 132

UCB kinderen en hun patiëntgerichte kunst

Naar aanleiding van een tekenwedstrijd werden er meer dan 170 kleurrijke patiënten oplossingen ingediend door kinderen en jonge familieleden van UCB personeel. Het doel was uit te beelden wat "patient centricity" betekent, vertrekkend vanuit de idee dat als je het aan een kind kan uitleggen je het aan iedereen kan uitleggen.

Tekeningen werden ingestuurd vanuit 19 verschillende landen door kinderen tussen 3 en 12 jaar, dewelke uitvindingen voorstelden hoe mensen met een ziekte kunnen worden behandeld, zoals onder andere een elektrische rolstoel die bediend wordt door de hersenen, een detector om gluten te vinden in voedsel en de "Med-Watch", een soort van i-pod uurwerk met verschillende applicaties om patiënten te helpen en dat ook voorzien kan worden van een micro-injectie apparaat.

De ideeën van de kinderen leunen dicht aan bij het creëren van het bewustzijn, tonen liefde en empathie, gaan samen met de natuur en stellen innovatieve oplossingen voor.

Vooruitgang van de pijplijn

Centraal zenuwstelsel (CZS)

Vimpat® (lacosamide) epilepsie PA1
/ monotherapie (VS)
brivaracetam epilepsie PA1
/ adjunctieve therapie
Vimpat® (lacosamide) epilepsie PA1
/ monotherapie (EU)
Vimpat® (lacosamide) epilepsie PA1
/ adjunctieve therapie (Azië)
Vimpat® (lacosamide) epilepsie PA1
/ pediatrisch adjunctieve therapie
Vimpat® (lacosamide) epilepsie PGTCA2 / adjunctieve therapie
tozadenant (SYN115) ziekte van Parkinson

1 Partiële Aanvallen 2 Primaire, Gegeneraliseerde Tonische-Clonishe Aanvallen

Immunologie Fase 1 Fase 2 Fase 3 Aanvraag
Cimzia® (certolizumab pegol) axiale spondylartritis (VS)
epratuzumab systemische lupus erythematosus
Cimzia® (certolizumab pegol) juveniele reumatoïde artritis
romosozumab (sclerostine antilichaam) post-menopauzale osteoporose
CDP7657 (anti-CD40L) systemische lupus erythematosus
UCB4940 immunologische ziekten
UCB5857 immunologische ziekten
Toestand: december 2013

Fase 1 Fase 2 Fase 3 Aanvraag

Belangrijke gegevens

Financiële prestaties

€ miljoen 2009 2010 2011 2012* 2013
Opbrengsten 3 116 3 218 3 246 3 462 3 411
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten 674 705 778 861 856
R
atio O&O kosten / opbrengsten
22% 22% 24% 25% 25%
Recurrente EBIT (RE BIT) 453 467 439 444 441
Recurrente EBITDA 698 731 687 684 689
R
atio REBITDA / opbrengsten
22% 23% 21% 20% 20%
Nettowinst (inclusief minderheidsbelangen) 513 103 238 244 200
Kern-WPA
(€ per niet-verwaterd aandeel)
1,74 1,99 1,91 2,10 1,93
Nettoschuld 1 752 1 525 1 548 1 766 2 008
R
atio nettoschuld / REBITDA
2,51 2,09 2,25 2,58 2,92
Ratio eigen vermogen 48% 51% 51% 49% 46%
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 295 506 292 355 298
Investeringen (inclusief immateriële activa) 87 78 137 221 353

* Herwerkt

2013 Mijlpalen

o&o Mijlpalen

(lacosamide)

Cimzia® axiale spondylartritis (axSpA) aanvraag VS (februari 2013) (certolizumab pegol) artritis psoriatica (PsA) goedkeuring VS (september 2013) axiale spondylartritis (axSpA) goedkeuring EU (oktober 2013) spondylitis ankylopoetica (AS) goedkeuring VS (oktober 2013) artritis psoriatica (PsA) goedkeuring EU (november 2013) Vimpat® epilepsie PA / monotherapie aanvraag VS (oktober 2013)

BEDRIJFSRESULTATEN

miljoen terugkerende EBITDA

Partnerschappen

UCB en ConfometRx sluiten R&D-akkoord (februari 2013)

UCB verwerft wereldwijde licentie voor tozadenant (ziekte van Parkinson) van Biotie Therapies (februari 2013) UCB en Five Prime Therapeutics sluiten strategische samenwerking voor onderzoek (maart 2013)

UCB en IBM willen samen zorg voor epilepsiepatiënten personaliseren (mei 2013)

UCB sluit langetermijnpartnerschap met UNITHER Pharmaceuticals voor productiefaciliteit in Rochester (mei 2013) UCB wil samen met CRELUX en 4SC Discovery tegemoetkomen aan onvervulde behoeften

op het gebied van neurologie (juni 2013)

UCB geeft olokizumab in licentie aan R-Pharm (juli 2013)

Verdere verkenning van de complexiteit van het brein: UCB en The Lieber Institute For Brain Development werken samen om nieuwe geneesmiddelen te ontdekken (juni 2013)

UCB verwerft toegang tot rechten voor antilichaamprogramma van WILEX bij niet-oncologische indicaties (juli 2013) Vectura en UCB gaan samenwerken en expertise uitwisselen op het vlak van ernstige inflammatoire aandoeningen (september 2013)

UCB en Biogen Idec sluiten overeenkomsten af voor het commercialiseren van geneesmiddelen tegen multiple sclerose en hemofilie in Azië (januari 2014)

aandeelhoudersstructuur (januari 2014)

Stabiele aandeelhouders met een free-float van 60% Free float per regio

Cimzia®

  • Bereikt meer dan 51 000 patiënten
  • € 594 miljoen netto-omzet

Vimpat®

  • Bereikt meer dan 304 000 patiënten met epilepsie in 38 landen
  • € 411 miljoen netto-omzet
  • 1 indiening (oktober 2013)
  • 3 indicaties in ontwikkelingsfase (monotherapie, PGTCA en pediatrie)

Neupro®

  • Bereikt meer dan 229 000 patiënten met de ziekte van Parkinson of het rustelozebenensyndroom in 41 landen
  • € 182 miljoen netto-omzet
  • Lancering in Japan door onze partner, Otsuka (februari 2013)

Keppra®

  • € 712 miljoen netto-omzet

Brief aan de belanghebbenden

Gerhard Mayr Voorzitter (links)

Roch Doliveux Chief Executive Officer (rechts)

Geachte aandeelhouders, partners, medewerkers en iedereen die met een ernstige ziekte leeft,

In 2013 ging UCB een nieuwe fase van omzetgroei in. Tot het einde van het decennium verlopen er geen belangrijke octrooien. Onze kerngeneesmiddelen, Cimzia®, Vimpat® en Neupro®, beïnvloedden de levens van 584 000 patiënten, 38% meer dan in 2012.

UCB bouwde zijn groeimogelijkheden verder uit dankzij de goedkeuring van nieuwe indicaties voor Cimzia® in de Verenigde Staten en Europa, een sterkere prestatie dan het marktgemiddelde in de opkomende markten, een latefasepijplijn die door analisten tot de top 3 in de biofarmaceutische sector wordt gerekend en verschillende programma's die een doorbraak kunnen betekenen voor miljoenen mensen die leven met een ernstige ziekte, en voor UCB.

Wij behaalden onze algemene financiële doelstellingen met een omzet van € 3,4 miljard, een onderliggende rentabiliteit (verzekerd door de recurrente EBITDA) van € 689 miljoen en een kernwinst per aandeel van € 1,93. Volledig in lijn met het stabiele dividendbeleid van UCB beveelt de Raad van Bestuur een brutodividend aan van € 1,04, een stijging met 2%.

Onze strategie waarin we ons toeleggen op innovatieve oplossingen voor mensen die leven met ernstige immunologische en neurologische stoornissen werd tien jaar geleden opgesteld. Nu kunnen wij de resultaten samen met de patiënten en aandeelhouders delen.

Catherine,

Sinds 2013: De vijf strategische groeiprioriteiten van UCB – op weg naar lange termijn doelstellingen

Nu UCB zijn groeiperiode aanvat, hebben we 5 strategische groeiprioriteiten gedefinieerd:

    1. Cimzia®, Vimpat® en Neupro® uitbreiden tot een gecombineerde piekverkoop van ten minste € 3,1 miljard in de tweede helft van het decennium;
    1. Uitbreiden van onze activiteiten in de opkomende markten en Japan;
    1. Uitbreiden van onze rijke latefasepijplijn op het gebied van immunologie en neurowetenschappen;
  • 4.Klinische proeven op mensen uitvoeren met innoverende medicijnen met doorbraakpotentieel;
    1. Verbetering van onze concurrentiële rentabiliteit.

Deze prioriteiten worden bereikt door permanent de kwaliteit te verzekeren, door de wetten en regels na te leven en door enthousiaste, geëngageerde collega's en bedrijfspartners, want dat is noodzakelijk om onze patiënten een superieure en duurzame meerwaarde te kunnen bieden.

"Mensen die leven met artritis hebben nu toegang tot Cimzia®"

Hoe presteerden we in 2013 in het licht van deze prioriteiten?

Cimzia®, Vimpat® en Neupro® uitbreiden

In 2013 verstevigden we onze netto-omzetbasis. Onze nieuwe kernproducten vertegenwoordigen nu € 1 187 miljoen, een stijging van 31% aan constante wisselkoersen, en 39% van de totale netto-omzet van UCB.

In de Verenigde Staten, onze grootste markt, steeg de netto-omzet van Cimzia®, Vimpat® en Neupro® met 25% tot € 733 miljoen. Neupro® droeg bij tot deze groei door een marktaandeel te bereiken van 9% voor de ziekte van Parkinson na een succesvol eerste volledige jaar in de Verenigde Staten sinds introductie in de zomer van 2012. Cimzia® presteert goed met een marktaandeel van 5% voor reumatoïde artritis en 15% voor de ziekte van Crohn. Het marktaandeel van Vimpat® bedraagt nu 3%. Mensen in de Verenigde Staten die leven met artritis psoriatica of spondylitis ankylopoetica – bijna evenveel als er leven met reumatoïde artritis – hebben nu toegang tot Cimzia® na de respectievelijke goedkeuring en lancering in de VS in het vierde kwartaal van 2013.

Ook in de Europese Unie, een markt met zowel mogelijkheden als uitdagingen zoals hervormingen van de gezondheidszorg en heterogene voorwaarden, realiseerden Cimzia®, Vimpat® en Neupro® een groei van 19% tot € 383 miljoen. Vanaf nu is Cimzia® voor meer mensen beschikbaar, met name patiënten die lijden aan axiale spondyloartritis en artritis psoriatica.

In oktober 2013 dienden we bij de Amerikaanse regelgevende autoriteiten (FDA) een aanvraag in tot goedkeuring van Vimpat® als monotherapie voor epilepsie. Afhankelijk van de goedkeuring in de VS zouden mensen die leven met epilepsie de komende maanden al toegang kunnen krijgen tot Vimpat® als monotherapie. Om nog meer patiënten toegang te geven tot Vimpat®, zijn we van start gegaan met een pediatrisch klinisch ontwikkelingsprogramma. Omdat de wettelijke vereisten verschillen in Europa, wordt daar een afzonderlijk ontwikkelingsprogramma opgestart voor monotherapie met Vimpat®.

We zitten dus goed op koers om een piekverkoop te realiseren van ten minste € 1,5 miljard voor Cimzia®, met een netto-omzet in 2013 van € 594 miljoen (+27%); ten minste € 1,2 miljard voor Vimpat®, met een netto-omzet in 2013 van € 411 miljoen en ten minste € 400 miljoen voor Neupro®, dat in 2013 een netto-omzet haalde van € 182 miljoen (+37%).

Keppra® blijft een belangrijk geneesmiddel met een netto-omzet van € 712 miljoen. De impact van de erosie bij dit postoctrooigeneesmiddel, eerst in de VS en daarna in Europa, blijft beduidend. De totale omzet van Keppra® daalt met 15%, al is dat duidelijk minder dan vorig jaar. De erosie werd gedeeltelijk gecompenseerd door de groei van Keppra® in Azië met dubbele cijfers ratio's.

Netto-omzet – geografisch gebied (2013)

Steun aan duizenden patiënten in 87 landen

Uitbreiden van onze activiteiten in de opkomende markten en Japan

Onze prestaties in de opkomende markten zijn een andere belangrijke groeifactor. De nettoomzet in de BRICMT-landen (Brazilië, Rusland, India, China, Mexico en Turkije), die een geschatte 75% van het totale potentieel van de opkomende markten verbeelden tegen de tweede helft van dit decennium, bereikte € 313 miljoen, een stijging met 13%. Vijf van deze zes belangrijke markten boekten een omzetgroei die beduidend hoger is dan die van de lokale markten. Dat is te danken aan de vraag naar UCB's gevestigde merken gekoppeld aan de recente lanceringen van Cimzia®, Vimpat® en Neupro®.

Om deze groei in de opkomende markten een steuntje in de rug te geven, kondigden we in januari 2014 een belangrijk partnerschap aan met Biogen Idec, een biofarmabedrijf uit de VS. Samen zullen we bepaalde neurologie- en hematologieproducten van Biogen Idec ontwikkelen en commercialiseren in Zuidoost‑Azië en China. Deze samenwerking leidt tot een significante versterking van de aanwezigheid van UCB op neurologisch vlak in Azië en betekent een sterke bekrachtiging van onze groeimogelijkheden in deze belangrijke regio. In Japan zetten we onze groei verder dankzij de leidende prestaties van E Keppra®, geïntroduceerd door onze CZS partner Otsuka, en de succesvolle lancering van Cimzia® in samenwerking met Astellas. In 2013 werd E Keppra® ook goedgekeurd voor pediatrisch gebruik en Neupro® voor de ziekte van Parkinson en het rustelozebenensyndroom. De omzet in Japan steeg met 8% in Euro, beïnvloed door de sterke devaluatie van de Japanse munt (+11% in Yen).

"Drie veelbelovende projecten in fase 3 en toevoegingen aan onze vroegefase- pijplijn."

Uitbreiden van onze rijke latefasepijplijn

In 2013 bereikten we verschillende belangrijke mijlpalen met onze klinische ontwikkelingspijplijn. Wij zijn op weg om nieuwe potentiële geneesmiddelen dichter te brengen bij mensen die leven met ernstige ziekten.

Onze rijke latefasepijplijn bevat drie nieuwe potentiële geneesmiddelen:

  • romosozumab (ontwikkeld in samenwerking met onze partner Amgen), een mogelijke doorbraak voor aandoeningen die leiden tot vermindering van botdichtheid, met postmenopauzale osteoporose als primaire indicatie,
  • epratuzumab, een potentieel nieuwe behandeling voor de auto-immuunziekte lupus (SLE – systemische lupus erythematosus) en
  • brivaracetam, een molecule van de volgende generatie tegen epilepsie.

Allemaal blijven ze vooruitgang boeken in verschillende fase 3-studies, de laatste ontwikkelingsfase voor de controle door de autoriteiten en de toegang voor patiënten.

UCB verwierf van Biotie Therapies ook de exclusieve wereldwijde licentierechten voor tozadenant (SYN115), een selectieve adenosine A2-receptorantagonist, momenteel in ontwikkeling voor de behandeling van de ziekte van Parkinson.

Alles bij elkaar behoort de mogelijke O&Oproductiviteit (nieuwe moleculen in fase 3 versus uitgaven voor O&O) tot de top 3 in de biofarmaceutische sector.

Klinische proeven op mensen uitvoeren met innoverende medicijnen met doorbraakpotentieel

Met "doorbraakpotentieel" bedoelen wij nieuwe geneesmiddelen die zowel het leven van patiënten als de resultaten van UCB ingrijpend kunnen veranderen.

In onze vroegefasepijplijn focussen we op mogelijke doorbraken die echt een verschil kunnen maken en beëindigen we systematisch projecten waarbij dat niet het geval is. De productiviteit, rijkdom en kwaliteit van onze pijplijn – intern en extern – laat ons toe om die keuzes te maken. Hoewel we bijvoorbeeld in 2012 beslisten om olokizumab niet zelf naar fase 3 te brengen, sloten we in 2013 een wereldwijde exclusiviteitsovereenkomst af met R-Pharm voor de ontwikkeling en commercialisering ervan.

In 2013 kwamen twee nieuwe moleculen de fase 1 (de eerste proeven op mensen) van onze klinische ontwikkelingsprogramma binnen: UCB5857 en UCB4940, allebei voor de mogelijke behandeling van meerdere immunologische indicaties. Bovendien groeide CDP7657, een CD40-ligand antilichaam voor lupus dat wordt ontwikkeld in partnerschap met Biogen Idec, door tot fase 1b, waarbij de focus ligt op patiëntenveiligheid.

Onze onderzoeksstrategie voor wetenschappelijke doorbraken is gericht op de innovatieve benadering van eerste of tweede klasse, waarbij voorrang wordt verleend aan projecten met een duidelijke "proof of concept" en duidelijke eindpunten. De Boston Consulting Group toonde in een recente publicatie aan (Nature Drug

Discovery – december 2013) dat wetenschappelijk inzicht en juiste beoordelingen, zoals duidelijke ideeën over wat een kandidaat succesvol maakt en overeenkomstige beslissingen, positief gecorreleerd zijn aan de succesvolle ontwikkeling van geneesmiddelen. Uit de publicatie blijkt ook dat er geen verband bestaat tussen de grootte van een bedrijf en de waarschijnlijkheid van O&O-succes, met een numeriek voordeel voor middelgrote ondernemingen.

Verbetering van onze concurrentiële rentabiliteit

In zijn transformatiefase koos UCB er bewust voor om de O&O-uitgaven op te trekken. Onze belangrijke innovatieve pijplijnprojecten leggen de basis voor een duurzame langetermijngroei in een omgeving die steeds meer vraagt om een duidelijke differentiatie en toegevoegde waarde voor patiënten in vergelijking met wat al beschikbaar is op de markt.

Nu de erosie van Keppra® stilaan stabiel blijft, zit UCB in een nieuwe groeifase. We verwachten dat onze concurrentiële rentabiliteit geleidelijk zal verhogen en rond 2017 het niveau van onze sectorgenoten zal bereiken. Dat lukt door de omzetstijging dankzij Cimzia®, Vimpat® en Neupro® en in de opkomende markten en doordat de kosten beperkt blijven door een gedisciplineerde benadering gebaseerd op activiteiten.

Een streng uitgavenmanagement levert resultaten op. De kosten voor verkoop, administratie en in het algemeen zijn gedaald naar 8% in vergelijking met 2012, terwijl de O&O-uitgaven van € 856 miljoen aan 25% van de omzet gestabiliseerd zijn om onze sterk innovatieve pijplijn te financieren.

Enthousiaste, geëngageerde collega's

Elk jaar opnieuw meten wij de betrokkenheid van onze collega's bij UCB met een enquête in de hele onderneming. Hun input is essentieel om de toekomst van UCB uit te bouwen en van ons bedrijf een volwaardige patiëntgerichte biofarmaleider te maken. Het betrokkenheidspercentage van 73% in 2013 bleef op hetzelfde hoge peil als in 2012, duidelijk boven het gemiddelde van de sector. 81% van de medewerkers van UCB zegt trots te zijn op zijn werk en bijdrage voor UCB.

We bereikten ook een duidelijke verbetering op het vlak van talentontwikkeling en door een stevige opvolgingsplanning maken nu meer dan 6 000 medewerkers deel uit van een formeel ontwikkelingsplan.

Verzekeren van kwaliteit en compliance

Bij UCB houden we ons aan zeer hoge normen qua kwaliteit, veiligheid en compliance. Elke dag opnieuw werken we volgens onze bedrijfswaarden en onze gedragscode om te garanderen dat we onze patiënten veilige en efficiënte producten afleveren, zonder daarbij onze verantwoordelijkheden tegenover al onze stakeholders – medewerkers, gemeenschappen, maatschappij en aandeelhouders – uit het oog te verliezen. We voerden een meldingssysteem in dat het voor alle medewerkers mogelijk maakt om op elk ogenblik vertrouwelijk of anoniem in zijn/haar moedertaal inbreuken te signaleren op het vlak van compliance: de "UCB Integrity Line®".

Ook in 2013 doorstonden we alle inspecties door controle-autoriteiten zonder problemen. We implementeerden ook voor het derde jaar op rij met succes onze overeenkomst voor bedrijfsintegriteit in de Verenigde Staten. Wij vragen en waarderen dat elke medewerker van UCB zich stipt houdt aan de reglementaire normen voor onderzoek, ontwikkeling, productie en distributie van onze producten. Zo zorgen we ervoor dat we voldoen aan alle vereisten inzake veiligheid, kwaliteit, reglementering, wetgeving en leefmilieu. Zonder onze gezamenlijke inspanningen zouden we niet in staat zijn om onze patiënten een duurzame meerwaarde te bieden, die ook toegevoegde waarde heeft voor alle andere belanghebbenden, onder wie de aandeelhouders.

Wij blijven inzetten op de implementatie van onze strategie van maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo). "Maatschappelijk" toont onze sterke verantwoordelijkheid en engagement ten opzichte van de samenleving, zowel op vlak van milieu als maatschappij. In 2013 waren de patiënt en onze planeet de spil van onze mvo-activiteiten, met onder andere:

  • Een budget van € 1,7 miljoen ter ondersteuning van acht projecten in zes ontwikkelingslanden waar we in samenwerking met betrouwbare lokale partners en belanghebbenden de levens verbeteren van mensen die leven met epilepsie.
  • Een "UCB Societal Responsibility Fund" binnen de "Koning Boudewijnstichting", met als doel extra geld te verzamelen voor nieuwe initiatieven rond vorming en zorg voor patiënten die leven met epilepsie;
  • De vermindering van onze ecologische voetafdruk met 7%, vooral doordat we 50% van onze elektriciteit halen uit duurzame bronnen (+8% ten opzichte van vorig jaar), en de voltooiing van energiebesparende projecten.

"De veranderingen in onze sector bieden grote kansen voor innovatieve bedrijven."

Veranderende en uitdagende tijden vragen om nieuwe oplossingen

De vooruitgang van UCB is beduidend en onze strategie bepalend, zowel bij het benutten van de nieuwe mogelijkheden van onze sector als het aangaan van de bekende uitdagingen. Onze sector gaat inderdaad door een fase van belangrijke veranderingen.

De biofarmaceutische sector wordt gestuurd door innovatie en blijft door de toenemende concurrentie van generische geneesmiddelen zeer afhankelijk van octrooien. Tezelfdertijd maakt UCB gebruik van de vele mogelijkheden door nieuwe technologieën en een begrip van biologische trajecten, genetica en genomica, en de vooruitgang op het vlak van natuurwetenschappen en chemie.

Overheden en instanties voor terugbetaling over de hele wereld worden door economische beperkingen gedwongen hun gezondheidszorgbudgetten in te krimpen, maar mondige gebruikers van gezondheidszorg eisen een betere toegankelijkheid en aansprakelijkheid. Door de consumerizering van de gezondheidszorg in de Verenigde Staten en in de opkomende markten is UCB steeds meer in contact met patiënten, zorgverleners, artsen en verplegers, en instanties voor terugbetaling. Ook de vergrijzing verhoogt de vraag naar gezondheidszorg. UCB slaagt erin meer en meer nieuwe geneesmiddelen te laten vergoeden door hun toegevoegde waarde aan te tonen en te focussen op ernstige ziekten met hoge onvervulde behoeften.

Dynamische, innovatieve biofarmabedrijven

die in staat zijn om het potentieel van moderne technologieën te gebruiken, zijn in het voordeel. In deze complexe omstandigheden blijft UCB zich aanpassen en probeert het innovatieve oplossingen uit. In de loop van 2013 pasten we onze bedrijfsstructuur aan aan deze nieuwe realiteit.

Niemand kan de nieuwe technologieën ten volle benutten wanneer hij alleen interne capaciteiten gebruikt. Naast onze blijvende partnerschappen met Harvard, Cambridge en KU Leuven bleef het netwerk van UCB-partners in 2013 groeien. We verbonden ons met IBM Watson voor epilepsiezorg, met Crelux en 4SC Discovery voor onvervulde behoeften op het vlak van neurologie, met The Lieber Institute For Brain Development voor het onderzoek naar hersencomplexiteiten en de ontdekking van nieuwe geneesmiddelen, en met Vectura om samen te werken rond, en gegevens uit te wisselen over, onder andere, ernstige ontstekingsziekten.

Overal blijven we bijleren van topbedrijven buiten de biofarmaceutische industrie op het vlak van innovatie, consumenteninzicht in de gezondheidszorg en kostenbeheer.

Over het algemeen komen er nieuwe leiders naar voren uit dit keerpunt voor de biofarmaceutische sector. UCB wil één van hen zijn.

"Superieure en duurzame waarde voor patiënten leveren van waarde voor alle belanghebbenden."

ONZE PRIORITEITEN IN 2014 & verder

Een duidelijke strategie: Inspired by patients. Driven by science.

Sinds 2004 spitst onze strategie zich toe op het leveren van uitmuntende en duurzame oplossingen voor mensen die leven met een ernstige ziekte. Daarbij focussen we ons op twee domeinen: neurologische aandoeningen en ziekten van het immuunsysteem. In elk van deze domeinen streven we voortdurend naar een beter inzicht in patiënten en zorgverleners terwijl we de moderne wetenschap tot een hoger peil tillen om unieke oplossingen te creëren en doeltreffende manieren te vinden om ze aan te bieden.

In 2014 blijven we ons concentreren op onze strategische groeiprioriteiten:

    1. Cimzia®, Vimpat® en Neupro® uitbreiden;
    1. Uitbreiden van onze activiteiten in de opkomende markten en Japan;
    1. Uitbreiden van onze rijke latefasepijplijn;
  • 4.Klinische proeven op mensen uitvoeren met innoverende medicijnen met doorbraakpotentieel; en
    1. Verbetering van onze concurrentiële rentabiliteit.

Deze prioriteiten worden geschraagd door een constante kwaliteitsbeheersing en de naleving van wetten en regelgevingen, en door enthousiaste, geëngageerde medewerkers en zakelijke partners.

2014: een nieuw tijdperk van superieure groei

Door te focussen op deze strategische prioriteiten treedt UCB in 2014 een nieuw tijdperk binnen. Vanaf de tweede helft van het jaar zullen resultaten bekendraken van klinische fase 3-onderzoeken, te beginnen met brivaracetam, gevolgd door epratuzumab in het eerste kwartaal van 2015 en romosozumab in de eerste helft van 2016.

Bovendien verwachten we onze pijplijn opnieuw aan te vullen met aantrekkelijke, gedifferentieerde producten door onze gerichte O&O-inspanningen en het gebruik van uitmuntende wetenschap. Het groeitraject van UCB staat dus voor vele jaren op de rails met Cimzia®, Vimpat® en Neupro® en de opkomende markten, en zal de komende jaren worden versterkt met onze innovatieve moleculen en belangrijke klinische mijlpalen.

"Wij zijn hier samen met hetzelfde langetermijndoel: mensenlevens veranderen."

Het is ons doel om UCB's groei die van het gewogen gemiddelde van de biofarmaceutische sector te laten overstijgen. We zullen meer dan onze sectorgenoten blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling, en we verwachten dat de komende jaren "topinvesteringsjaren" worden. Op langere termijn willen we tegen 2017 dezelfde rentabiliteit halen als onze sectorgenoten door schaalvoordelen en gestuurd door: omzetgroei, een betere brutomarge, en lagere relatieve uitgaven voor marketing, sales, administratie en in het algemeen. Op basis van de huidige prestaties van onze kerngeneesmiddelen bevestigen we onze verwachting om met Cimzia®, Vimpat® en Neupro® meer dan 1,5 miljoen patiënten te bereiken, wat overeenkomt met een gecombineerde topverkoop van ten minste € 3,1 miljard in de tweede helft van het decennium.

Voor 2014 verwachten we dat onze omzet zo'n € 3,5-3,6 miljard zal bereiken, een recurrente EBITDA tussen € 740 en € 770 miljoen en een kernwinst per aandeel van € 1,90 tot € 2,05 op basis van 192 miljoen aandelen.

We willen u graag bedanken.

De inzichten en inspiratie van mensen die leven met een ernstige ziekte, hun zorgverstrekkers en hun artsen en verplegers zijn voor ons doorslaggevend. Zij zijn de basis van UCB's onderzoek en ontwikkeling, samen met de belangrijke terugbetalers en wetgevers. Essentieel voor ons succes zijn de inzet, deskundigheid, volharding en compliance van onze collega's en onze partners, de dialoog en steun van onze aandeelhouders, en niet in het minst de uitdagende en tegelijk steunende begeleiding van onze Raad van Bestuur.

Bij UCB worden we geïnspireerd door patiënten, gedreven door wetenschap. En we zijn vastberaden om een superieure en duurzame meerwaarde te genereren voor zowel de patiënten als alle andere belanghebbenden. Bedankt dat u hierin met ons meegaat.

Met vriendelijke groet,

Roch Doliveux Gerhard Mayr Chief Executive Officer Voorzitter

2014 Mijlpalen

o&o Mijlpalen

2014 Cimzia® (certolizumab pegol) juveniele reumatoïde artritis Fase 3 resultaten (H2 2014)
brivaracetam epilepsie PA / adjunctieve therapie Fase 3 resultaten (H2 2014)
Vimpat® (lacosamide) epilepsie PA / monotherapie (EU) Fase 3 resultaten (K4 2014)
2015 epratuzumab systemische lupus erythematosus Fase 3 resultaten (K1 2015)
Vimpat® (lacosamide) epilepsie PA / adjunctieve therapie (Azië) Fase 3 resultaten (H1 2015)
2016 romosozumab (sclerostine antilichaam) post-menopauzale osteoporose Fase 3 resultaten (H1 2016)
Cimzia® (certolizumab pegol) reumatoïde artritis C-Early™ Fase 3 resultaten
Cimzia® (certolizumab pegol) reumatoïde artritis E xxelerate™ Fase 3 resultaten

CVN piekverkopen (2de helft van het decennium)

2014 BEDRIJFSRESULTATEN vooruitzicht

~ 3,5-3,6

miljard opbrengsten

miljoen terugkerende EBITDA

~ 740-770

~ 1,90-2,05

Kern-WPA

1. Verklaring inzake corporate governance

Als een onderneming met hoofdzetel in België die de hoogste normen betreffende deugdelijk bestuur nastreeft, heeft de Raad van Bestuur van UCB N.V. (hierna "UCB") (hierna "de Raad") in oktober 2005 het Corporate Governance Charter aangenomen, zoals vereist door de "Belgische Corporate Governance Code" (eerste versie, 2004). Zoals vereist door artikel 96, §1, 1° van het Belgische Wetboek van vennootschappen, heeft UCB de "Belgische Corporate Governance Code 2009" (hierna "de Code"), als haar referentiecode aangenomen, rekening houdend met de specifieke internationale aspecten van UCB1 .

Dit Corporate Governance Charter, dat op de website van UCB (www.ucb.com/investors/Governance/ Principles-codes-and-guidelines) kan worden geraadpleegd, beschrijft de belangrijkste aspecten van UCB's deugdelijk bestuur, inclusief de bestuursstructuur en de interne regels van de Raad, zijn comités en het Uitvoerend Comité. Het Corporate Governance Charter wordt elk jaar in december door de Raad bijgewerkt en aangepast om in overeenstemming te zijn met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, de Code en de interpretatie ervan.

In overeenstemming met het Belgische Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code, wordt op de volgende pagina's de feitelijke informatie weergegeven met betrekking tot UCB's deugdelijke bestuur. Het verslag bevat een overzicht van de wijzigingen op het vlak van het deugdelijk bestuur binnen UCB en van relevante gebeurtenissen die in de loop van 2013 hebben plaatsgevonden, zoals wijzigingen in UCB's kapitaal- of aandeelhoudersstructuur, de wijzigingen van UCB's bestuur en van de samenstelling van de Raad en comités, de belangrijkste aspecten van UCB's systemen voor interne controle en risicobeheer, en het remuneratieverslag. Verder verschaft het verslag, waar dit van toepassing is, bijkomende informatie over eventuele afwijkingen van de Corporate Governance Code.

Bestuurders en Commissarissen

Raad van Bestuur

  • Gerhard Mayr, Voorzitter
  • Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter
  • Roch Doliveux, Uitvoerend bestuurder en CEO
  • Albrecht De Graeve, Bestuurder
  • Arnoud de Pret, Bestuurder
  • Harriet Edelman, Bestuurder
  • Peter Fellner, Bestuurder
  • Charles-Antoine Janssen, Bestuurder
  • Jean-Pierre Kinet, Bestuurder
  • Tom McKillop, Bestuurder
  • Norman J. Ornstein, Bestuurder
  • Bridget van Rijckevorsel, Bestuurder

Secretaris van de Raad van Bestuur

Xavier Michel, Vice-President & Secretaris-generaal (sinds 1 juni 2013)

Commissaris

PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren bcvba, vertegenwoordigd door haar vaste vertegenwoordiger, Jean Fossion

Erebestuurders

  • André Jaumotte, Erevoorzitter
  • Mark Eyskens, Erevoorzitter
  • Georges Jacobs de Hagen, Erevoorzitter
  • Karel Boone, Erevoorzitter
  • Daniel Janssen, Erevicevoorzitter
  • Prins Lorenz van België
  • Alan Blinken
  • Michel Didisheim
  • Guy Keutgen
  • Paul Etienne Maes
  • Gaëtan van de Werve
  • Jean-Louis Vanherweghem

Erevoorzitters van het Uitvoerend Comité

  • Daniel Janssen
  • Paul Etienne Maes
  • Georges Jacobs de Hagen

1 De "Belgische Corporate Governance Code 2009" kan op de website van de Corporate Governance Commissie (http://www.corporategovernancecommittee. be) worden geraadpleegd

Kristof, heeft axiale spondylartritis

1.1 | Kapitaal en aandelen

1.1.1 | Kapitaal

In 2013 werd het kapitaal van UCB gewijzigd. Op 31 december 2013 bedroeg het € 550 281 456, vertegenwoordigd door 183 427 152 aandelen.

1.1.2 | Aandelen

Sinds 14 juni 2013 wordt het kapitaal van UCB vertegenwoordigd door 183 427 152 aandelen (hierna "UCB-aandelen" genoemd), alle volledig volgestort. De UCB-aandelen zijn, naar keuze van de aandeelhouder, op naam of gedematerialiseerd, in overeenstemming met het Belgische Wetboek van vennootschappen.

In overeenstemming met de Belgische wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder (de "Wet van 14 december 2014") worden met ingang van 1 januari 2014 alle UCB-aandelen aan toonder die niet vóór 31 januari 2013 door de rechthebbenden werden omgezet in gedematerialiseerde aandelen (op een effectenrekening) of in aandelen op naam (in het aandelenregister van UCB), automatisch en van rechtswege omgezet in gedematerialiseerde aandelen en door UCB aangehouden op een effectenrekening in naam van hun onbekende eigenaars (de "niet-opgeëiste aandelen"). Daarnaast worden de rechten verbonden aan deze niet-opgeëiste aandelen – zoals de dividendrechten, het recht om deel te nemen aan en te stemmen op de algemene vergadering van aandeelhouders, of het voorkeurrecht bij kapitaalverhoging – geschorst totdat de rechthebbenden rechtsgeldig (i) de omzetting en overdracht in gedematerialiseerde vorm naar hun eigen effectenrekening of (ii) de omzetting in aandelen hebben geëist. Op deze omzetting zal mogelijk een bijzondere taks worden geheven.

In overeenstemming met dezelfde wet van 14 december 2005 is UCB vanaf 1 januari 2015 verplicht alle niet-opgeëiste aandelen op de gereglementeerde markt te koop aan te bieden. De nettoopbrengsten van de verkoop (i.e. na aftrek van alle gemaakte kosten) zullen aan de Deposito- en Consignatiekas worden gestort. Na deze verplichte verkoop komt UCB niet langer tussen in het proces, en zullen de rechtmatige eigenaars de overeenkomstige netto-opbrengsten van de verplichte verkoop bij de Deposito- en Consignatiekas kunnen opvragen mits voorlegging van hun toonderaandelen. Vanaf 1 januari 2016 is zo'n teruggave door de Deposito- en Consignatiekas onderworpen aan een boete van 10% van de verkoopopbrengsten van de

onderliggende toonderaandelen per begonnen jaar achterstand.

Meer details over het dematerialiserings- en omzettingsproces is beschikbaar op de website van UCB (http://www.ucb.com/ investors/Governance/Shareholders-information).

Totdat ze volledig zijn volgestort, zijn de UCB-aandelen op naam, en kunnen zij enkel worden overgedragen na voorafgaand akkoord van de Raad. UCB-aandelen op naam worden ingeschreven in het aandelenregister van UCB.

Alle UCB-aandelen zijn genoteerd en worden verhandeld op NYSE Euronext Brussels.

1.1.3 | Warrants

In 1999 en 2000 gaf UCB respectievelijk 145 200 en 236 700 warrants uit (in het kader van langetermijnincentives voor werknemers). Deze zijn allemaal uitgeoefend op 31 mei 2013. Het kapitaal werd verhoogd als gevolg van de laatste uitoefening van deze warrants (52 300 nieuwe aandelen uitgegeven op 5 maart 2013 en 9 800 nieuwe aandelen uitgegeven op 14 juni 2013).

1.1.4 | Converteerbare Obligaties

UCB heeft ongedekte senior obligaties van 4,5% met een looptijd tot 2015 uitgegeven voor een totale hoofdsom van € 500 miljoen. Deze werden geplaatst bij institutionele beleggers, als gevolg van een versnelde bookbuildingprocedure op 30 september 2009 (hierna "Converteerbare Obligatie(s)"). Een buitengewone algemene vergadering besliste op 6 november 2009 om aan deze obligaties een conversierecht te verbinden.

Elke Converteerbare Obligatie heeft een waarde van € 50 000 en kan vanaf 2 december 2009 en tot 15 oktober 2015 worden omgezet tegen een conversiekoers van € 38,746 per UCBaandeel. Na ontvangst van een verzoek tot conversie van een obligatiehouder heeft de Raad naar eigen goeddunken, maar rekening houdend met het belang van UCB, de keuze om (i) nieuwe UCB-aandelen uit te geven, (ii) bestaande UCB-aandelen te leveren, (iii) die twee mogelijkheden te combineren.

Indien alle Converteerbare Obligaties in nieuwe UCB-aandelen zouden worden omgezet tegen de huidige conversiekoers (€ 38,746), dan zou UCB 11 097 920 nieuwe UCB-aandelen uitgeven. Het is mogelijk dat de conversiekoers moet worden herzien in overeenstemming met de antiverwateringsbepalingen in de Algemene Voorwaarden van de Obligaties of in geval van wijziging van controle.

UCB Lux S.A. kocht op 26 april 2012 voor € 70 miljoen in nominale waarde aan Converteerbare Obligaties en verkocht vervolgens een optie gelijkaardig aan deze die in die obligaties vervat lag aan UCB.

De Converteerbare Obligaties zijn genoteerd op de EURO MTF markt op de Luxemburgse beurs.

Op 21 januari 2014 kondigde UCB aan dat zij haar recht tot vervroegde terugbetaling van de Converteerbare Obligaties heeft uitgeoefend. Als gevolg van deze vervroegde terugbetaling hebben de obligatiehouders het recht om de Converteerbare Obligatie in gewone UCB-aandelen te converteren. De laatste dag voor conversie is 5 maart 2014.

1.1.5 | Eigen aandelen

In 2013 heeft UCB 3 364 891 UCB-aandelen verworven en 3 900 153 UCB-aandelen overgedragen. Op 31 december 2013 bezat UCB in totaal 2 366 444 UCB-aandelen (266 444 aandelen en 2 100 000 gelijkgestelde financiële instrumenten), die 1,29% van het totale aantal uitgegeven UCB-aandelen vertegenwoordigen.

UCB Fipar N.V., een indirecte dochtervennootschap van UCB, heeft in 2013, 2 062 800 UCB-aandelen verworven en 2 777 718 UCB-aandelen verkocht. Op 31 december 2013 hield UCB Fipar N.V. een totaal van 1 776 616 UCB-aandelen aan (176 616 aandelen en 1 600 000 gelijkgestelde financiële instrumenten), die 0,97% van het totale aantal uitgegeven UCB-aandelen vertegenwoordigen.

De UCB-aandelen werden door UCB en UCB Fipar N.V. verworven om onder meer de UCB-verplichtingen te dekken die voortvloeien uit de aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en aandelenprestatieplannen voor de werknemers, en door UCB ook om een deel van haar verplichtingen onder de Converteerbare Obligaties in te dekken.

Voor meer details verwijzen we naar Toelichting 25.3 Eigen aandelen.

Voor een volledig overzicht van UCB's belangrijke deelnemingen (inclusief gelijkgestelde instrumenten) op basis van de transparantieverklaringen ontvangen in toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, verwijzen we naar 1.2 Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur.

In overeenstemming met een beslissing van de algemene vergadering van 6 november 2009 mag de Raad, voor onbepaalde tijd en conform artikel 622, § 2, lid 2, 1° van het Belgische Wetboek van vennootschappen, UCB-aandelen vervreemden, op of buiten de beurs, door middel van verkoop, ruil, inbreng of op gelijk welke andere wijze. Die toelating heeft ook betrekking op de vervreemding van UCB-aandelen gehouden door de directe dochtervennootschap van UCB in de zin van artikel 627 van het Belgische Wetboek van vennootschappen.

In overeenstemming met een beslissing van dezelfde vergadering mogen de Raad en de raden van bestuur van de directe dochtervennootschappen van UCB, gedurende een periode van vijf jaar die aanvangt op 7 november 2009, UCB-aandelen verwerven tot een maximum van 20% van het totale aantal van de UCB-aandelen, voor een ruilwaarde gelijk aan de slotkoers van het UCB-aandeel op NYSE Euronext Brussels op de dag onmiddellijk voorafgaand aan de aankoop, plus of minus een maximum van vijftien procent (15%), en rekening houdend met gelijk welke toepasselijke wetsbepalingen.

Aan de volgende buitengewone algemene vergadering in 2014 zullen de volgende voorstellen worden voorgelegd:

  • de toekenning van een toegestaan kapitaal,
  • vernieuwen en vervangen van de bovenstaande machtiging voor de verwerving van UCB-aandelen (inkoop van eigen aandelen) voor een periode van 2 jaar, tot een maximum van 10% van het totale aantal UCB-aandelen, voor een prijs of ruilwaarde per aandeel van maximaal de hoogste prijs van UCB-aandelen op NYSE Euronext Brussels op de dag van de aankoop en minimaal één (1) euro, onverminderd artikel 208 van het koninklijk besluit van 31 januari 2001 tot uitvoering van het Belgische Wetboek van vennootschappen.

1.2 | Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur

De hoofdaandeelhouder van UCB ("Referentieaandeelhouder") is Financière de Tubize N.V., een Belgische, op NYSE Euronext te Brussel, genoteerde vennootschap.

Financière de Tubize N.V., samen met haar dochtervennootschappen, handelt in onderling overleg met Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG, in de zin van artikel 3, § 1, 5° en § 2 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. Volgens de meest recente jaarlijkse bekendmaking van 27 augustus 2013, in overeenstemming met artikel 74, § 8 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, vertegenwoordigt het aantal UCB-aandelen met stemrecht waarop het onderling overleg betrekking heeft 37,53% van het toenmalige totale aantal UCB-aandelen met stemrechten (183 427 152).

Volgens de meest recente transparantieverklaring van 13 maart 2013 met betrekking tot Financière de Tubize N.V. en in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, is 51,98% van het totale aantal aandelen met stemrecht van Financière de Tubize N.V. in handen van een groep aandeelhouders, handelend in onderling overleg en bestaande uit leden van de familie Janssen en vennootschappen gecontroleerd door leden van de familie Janssen.

Hieronder gaat een bijgewerkt overzicht van de aandeelhoudersstructuur van UCB (inclusief de gelijkgestelde financiële instrumenten) op basis van de transparantieverklaringen ontvangen in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (situatie op 15 januari 2014):

Momenteel Stemgerechti
gd
Datum
van de
laatste relevante
kenni
sgeving
Kapitaal € 550 281 456 14 juni 2013
Totaal aantal stemrechten 183 427 152 14 juni 2013
1 Financière de Tubize N.V. ("Tubize")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 66 370 000 36,18% 1 maart 2012
2 UCB N.V.
stemrechtverlenende effecten (aandelen)
gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 2 302 044
6 146 638
1,26%
3,35%
15 januari 2014
15 januari 2014
gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 0,00% 15 januari 2014
tot
al
8 448 682 4,61%
3 UCB Fipar N.V.
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 1 705 664 0,93% 15 januari 2014
gelijkgestelde financiële instrumenten1 0 0,00% 15 januari 2014
tot
al
1 705 664 0,93%
4 Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG ("Schwarz")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 2 471 404 1,35% 1 maart 2012
Tubize2,3 + UCB N.V. + UCB Fipar N.V. + Schwarz3 78 995 750 43,07%
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 72 849 112 39,72%
gelijkgestelde financiële instrumenten1 6 146 638 3,35%
Free float4 (stemrechtverlenende effecten (aandelen)) 110 578 040 60,28%
5 Capital Research and Management Company
(dochtervennootschap van The Capital Group Companies Inc.)
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 13 905 411 7,58% 8 januari 2014
6 Vanguard Health Care Fund
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 9 345 949 5,10% 12 juni 2013

1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6 van het koninklijk besluit van 14 februari 2008 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen die, indien uitgeoefend, een extra stemrecht verlenen.

2 Tubize controleert UCB N.V., dat op haar beurt onrechtstreeks UCB Fipar N.V. controleert | art. 6, § 5, 2° and art. 9, § 3, 2° van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.

3 Tubize en Schwarz hebben verklaard in onderling overleg te handelen | art. 6, § 4 and art. 9, § 3, 3° van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.

4 Free float zijnde de UCB-aandelen niet gehouden door Tubize, UCB N.V., UCB Fipar N.V. of Schwarz. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met aandelen gehouden door deze entiteiten, met uitzondering van gelijkgestelde financiële instrumenten.

UCB N.V. ontving kennisgeving, in overeenstemming met artikel 74, § 7 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen van Financière de Tubize N.V., Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG en UCB Fipar N.V. respectievelijk op 22 november 2007, 11 december 2007 and 28 december 2007.

Op 27 augustus 2013, ontving UCB N.V. een bijgewerkte kennisgeving, in overeenstemming met artikel 74, § 8 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen van Financière de Tubize N.V., Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG, UCB N.V. en UCB Fipar N.V.

Samengevat, vanaf september 2007 en op heden, zijn de stemrechten van deze aandeelhouders als volgt toegewezen:

Septembe r 2007 Januari 2014
Totaal aantal stemrechtverlenende effecten 183 361 252 183 427 152
1 Financière de Tubize N.V. ("Tubize")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 66 370 000 36,20% 66 370 000 36,18%
2 UCB N.V.
stemrechtverlenende effecten (aandelen) - - 2 302 044 1,26%
3 UCB Fipar N.V.
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 3 176 578 1,73% 1 705 664 0,93%
4 Schwarz Vermögensverwaltung GmbH Co. KG ("Schwarz")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 9 885 618 5,39% 2 471 404 1,35%
Tubize5, 6 + UCB N.V. + UCB Fipar N.V. + Schwarz 6 79 432 196 43,32% 72 849 112 39,72%
5 Tubize controleert UCB N.V., dat op haar beurt onrechtstreeks UCB Fipar N.V. controleert art. 3, § 2 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen.

6 Tubize and Schwarz hebben verklaard in onderling overleg te handelen | art. 3, § 1, 5° van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen.

1.3 | Raad en Comités van de Raad

1.3.1 | Raad

Samenstelling van de Raad en onafhankelijke bestuu rders

In 2013 was de Raad samengesteld als volgt:

Voor
het
eerst
benoemd
als
best
uurder
Einde
mandaat
Onaf
hankel
ijk
best
uurder
Gerhard Mayr, Voorzitter 2005 2015 x
Evelyn du Monceau,
Vicevoorzitter
1984 2015
Roch Doliveux,
Uitvoerend bestuurder
2004 2017
Albrecht De Graeve 2010 2017 x
Arnoud de Pret 2005 2015
Harriet Edelman 2012 2016 x
Peter Fellner 2005 2017
Charles-Antoine Janssen 2012 2016
Jean-Pierre Kinet 2008 2015 x
Tom McKillop 2009 2016 x
Norman J. Ornstein 2008 2015 x
Bridget van Rijckevorsel 1992 2015

De mandaten van Roch Doliveux, Albrecht De Graeve en Peter Fellner werden verlengd door de algemene vergadering van 25 april 2013. Aangezien het mandaat van Peter Fellner voor een vierde keer werd verlengd, wordt hij uitsluitend om die reden niet meer beschouwd als een onafhankelijke bestuurder, volgens de toepasselijke wetgeving.

Ondanks het feit dat Tom McKillop in 2013 de leeftijdslimiet (70 jaar) bereikte (art. 3.2.4 van het Corporate Governance Charter), besliste de Raad tijdens de vergadering van 13 december 2012 om een uitzondering te maken op de leeftijdslimiet, gezien zijn uitzonderlijke ervaring en expertise als gewezen CEO van een groot farmaceutisch bedrijf en in het licht van zijn wetenschappelijke achtergrond.

Roch Doliveux is de enige uitvoerende bestuurder van UCB en kan als zodanig geen afhankelijk bestuurder zijn.

Evelyn du Monceau, Arnoud de Pret, Bridget van Rijckevorsel en Charles-Antoine Janssen zijn vertegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder en zijn, als dusdanig, niet benoembaar als onafhankelijk bestuurder.

Gerhard Mayr, Albrecht De Graeve, Harriet Edelman, Jean-Pierre Kinet, Tom McKillop en Norman J. Ornstein vervullen allen de voorwaarden voor onafhankelijkheid bepaald door artikel 526ter van het Belgische Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code.

Bridget van Rijckevorsel drukte de wens uit om zich terug te trekken in 2014 en Peter Fellner bereikt in 2014 de leeftijdslimiet van 70 jaar (art. 3.2.4 van het Corporate Governance Charter). De Raad van 7 november 2013 besliste, op aanbeveling van het Governance, Nomination & Compensation Comité ("GNCC"), om tijdens de algemene vergadering van 24 april 2014 Cédric van Rijckevorsel voor te stellen ter vervanging van Bridget van Rijckevorsel, en Kay Davies ter vervanging van Peter Fellner, met ingang van 24 april 2014. Cédric van Rijckevorsel is een vertegenwoordiger van de Referentieaandeelhouder en is, als dusdanig, niet benoembaar als onafhankelijk bestuurder.

Kay Davies voldoet aan alle voorwaarden voor onafhankelijkheid bepaald door artikel 526ter van het Belgisch Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code. Na aanstelling door de algemene aandeelhoudersvergadering zal Kay Davies, gelet op haar uitzonderlijke wetenschappelijke ervaring, Peter Fellner ook vervangen als Voorzitter van het Wetenschappelijk Comité van de Raad.

UCB verklaart, op grond van artikel 96, § 2, 6° van het Belgische Wetboek van vennootschappen momenteel drie vrouwelijke bestuurders in de Raad te hebben, hetzij 25% van de bestuurders. Waar vervangingen of benoemingen voor de Raad worden overwogen, houdt UCB systematisch rekening, via haar Raad en haar GNCC, met de versterking van de genderdiversiteit in de Raad, inbegrepen de zoektocht naar senior vrouwelijke profielen die een complementaire waarde kunnen toevoegen aan de Raad. Wat betreft genderdiversiteit, compenseert de voorgestelde aanstelling van Kay Davis het vertrek van Bridget van Rijckevorsel.

Werking van de Raad

In 2012 kwam de Raad zeven keer samen. De aanwezigheidsgraad van zijn leden was als volgt:

Gerhard Mayr, Voorzitter 100%
Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter 100%
Roch Doliveux, Uitvoerend bestuurder 100%
Albrecht De Graeve 85%
Arnoud de Pret 100%
Harriet Edelman 85%
Peter Fellner 100%
Charles-Antoine Janssen 100%
Jean-Pierre Kinet 100%
Tom McKillop 100%
Norman J. Ornstein 100%
Bridget van Rijckevorsel 100%

In 2013 betroffen de belangrijkste besprekingen, beoordelingen en beslissingen van de Raad de strategie van UCB, de verslagen van het Auditcomité, van het Wetenschappelijk Comité en van het GNCC, Corporate Governance en de organisatie van UCB, risico en risicobeheersing, opvolgingsplanning, de structurering van de UCB Groep, de fiscale strategie, de benoemingen voorbehouden aan de Raad, het verloningsbeleid, de bestuursen financiële rapportering, onderzoek & ontwikkeling ("O&O"), de schuldherfinanciering, investeringsprogramma's en voorstellen betreffende bedrijfsontwikkeling, financiële en commerciële samenwerkingsovereenkomsten, licentieovereenkomsten, afstoting van niet-kernactiviteiten en activa, verslagen en resolutievoorstellen aan de aandeelhouders zoals vermeld in de uitnodigingen voor de algemene vergaderingen, in overeenstemming met het Belgische wetboek van vennootschappen.

De Raad creëerde onder zijn leden, door een bijzondere beslissing en delegatie van bevoegdheden, tevens een speciaal Ad Hoc Finance Comité met als leden Arnoud de Pret, Albrecht De Graeve, Gerhard Mayr en Evelyn du Monceau. Hun taak bestond in de beoordeling en besluitvorming, binnen een van tevoren bepaald kader, over specifieke herfinancieringstransacties tijdens de tweede helft van 2013 (waaronder de uitgifte van obligaties). Dit speciaal Ad Hoc Finance Comité vergaderde vier keer tijdens de tweede helft van 2013.

Behalve zoals vermeld in sectie 1.9 hieronder, waren er in 2013 geen verrichtingen of contractuele betrekkingen tussen UCB (met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen) en leden van de Raad die tot een belangenconflict zouden kunnen leiden.

In overeenstemming met de interne regels, nam Peter Fellner niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming van de Raad met betrekking tot het contract van UCB met de onderneming Biotie, waarvan Peter Fellner ook lid van de raad van bestuur is.

In 2014 organiseert de Raad een introductieprogramma voor zijn nieuwe bestuurders over de verschillende expertisedomeinen die vereist zijn in een biofarmaceutische onderneming.

Evaluatie van de Raad

In overeenstemming met zijn Corporate Governance Charter maakte de Raad in 2013 een interne evaluatie van zijn werking en zijn bijdrage aan het succes van UCB. De belangrijkste punten betroffen een onderzoek naar de strategische missie van de Raad en beoogden een optimalisering van de samenstelling en van de werking van de Raad en zijn comités, en van zijn samenwerking met de CEO en het Uitvoerend Comité. Die evaluatie werd uitgevoerd door de Voorzitter van de Raad en de Voorzitter van het GNCC.

1.3.2 | Comités van de Raad

Aud itcomité

De Raad installeerde een Auditcomité, waarvan de samenstelling, werking en het referentiekader overeenstemmen met de bepalingen van het Belgische wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code.

De samenstelling van het Auditcomité is als volgt:

Einde
mandaat
Onafhankel
ijk
best
uurder
aanwez
ig
heidsg
raad
Arnoud de Pret,
Voorzitter
2015 100%
Albrecht De Graeve 2017 x 100%
Gerhard Mayr 2015 x 100%

Albrecht De Graeve en Gerhard Mayr vervullen alle voorwaarden voor onafhankelijkheid bepaald in artikel 526ter van het Belgische Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code, en alle leden hebben de kennis in boekhoudkundige- en auditzaken vereist door artikel 526bis, § 2 van het Belgische Wetboek van vennootschappen. De samenstelling van het Auditcomité voldoet aan de voorwaarden van het Belgische Wetboek van vennootschappen die bepalen dat (ten minste) één lid een onafhankelijke bestuurder moet zijn. De Corporate Governance Code beveelt aan dat een meerderheid van de leden van het Auditcomité onafhankelijk is, wat het geval is.

Het Auditcomité vergaderde vier keer in 2013. De externe commissaris woonde alle of een deel van alle vergaderingen bij. Elk Auditcomité omvatte ook een besloten sessie met enkel de interne en externe commissarissen, zonder aanwezigheid van het management.

De vergaderingen van het Auditcomité werden ook bijgewoond door Detlef Thielgen (Executive Vice President & Chief Financial Officer), Doug Gingerella (Senior Vice President Global Internal Audit / M&A) en, handelend als secretaris van het Comité, Bill Silbey (Deputy General Counsel ) en – vanaf juni 2013 – Xavier Michel (Vice President & Secretaris-generaal).

De vergaderingen werden ook deels bijgewoond door André van der Toorn (Vice President Treasury & Risk Management) voor onderwerpen die verband hielden met financieel beheer en herfinanciering; Bo Iversen (Vice President Tax) voor ontwikkelingen op het gebied van belastingen en herstructureringstransacties; Douglas Minder (Director Financial Collaborations & IFRS Competence Center) voor informatie over IFRS; Olaf Elbracht (Vice President Reporting & Consolidation) en Caroline Vancoillie (Chief Accountant Officer) voor boekhoudkundige aspecten (Olaf Elbracht woonde deze enkel bij tot Caroline Vancoillie dit heeft overgenomen); Anna Richo (Executive Vice President & General Counsel) voor geschillen en risicomanagement en Aaron Bartlone (Senior Vice President Corporate QA HSE & Drug Safety) voor risicomanagement. Véronique Gendarme (Senior Director Benefits Rewards) voegde zich bij het Auditcomité voor de jaarlijkse beoordeling van de pensioenplannen en pensioenverplichtingen. Fabrice Enderlin (Executive Vice President, Corporate Human Resources, Communication and Corporate Societal Responsibility) en Dirk Teuwen ("Vice President Corporate Societal Responsibilities) woonden tevens de vergadering bij voor onderwerpen die verband hielden met maatschappelijk verantwoord ondernemen.

In 2013, en overeenkomstig zijn werkingsregels (zie het Corporate Governance Charter dat beschikbaar is op de website van UCB), overzag het Auditcomité het proces voor financiële rapportering (met inbegrip van de jaarrekeningen), de interne systemen voor controle en risicobeheer van UCB en hun efficiëntie, de interne audit en de effectiviteit ervan, de statutaire audit van de jaarverslagen en geconsolideerde jaarverslagen en de onafhankelijkheid van de commissaris, inbegrepen de bijkomende dienstverlening aan UCB die het Auditcomité beoordeelde en waarvoor het de vergoedingen toestond. Daarnaast beoordeelde het Auditcomité bedrijfsherstructureringsprojecten, het risicomanagement (met inbegrip van een beoordeling van geschillen en belastingen, alsook de global risk mapping voor de UCB Groep), de waardeverminderingen en eigen vermogenswaarde van dochtervennootschappen, nieuwe IFRS -regels en andere nieuwe regelingen inzake belastingen en boekhouding, alsook de tevredenheid inzake onderzoeken van de externe auditor.

Governance, Nomination & Compensation Comité ("GN CC")

De Raad installeerde een Governance, Nomination & Compensation Comité ("GNCC"), waarvan de samenstelling, werking en het referentiekader overeenstemmen met de bepalingen van het Belgische Wetboek van vennootschappen en de Corporate Governance Code.

De huidige samenstelling van het GNCC is als volgt:

Einde
mandaat
Onafhankel
ijk
best
uurder
aanwez
ig
heidsg
raad
Evelyn du Monceau,
Voorzitter
2015 100%
Gerhard Mayr 2015 x 100%
Tom McKillop 2016 x 100%

Een meerderheid van de leden van het GNCC vervult de voorwaarden voor onafhankelijkheid bepaald door artikel 526ter van het Belgische Wetboek van vennootschappen, de Raad en de Corporate Governance Code, en alle leden hebben de nodige deskundigheid en ervaring betreffende remuneratiebeleid zoals vereist door artikel 526quater, § 2 van het Belgische Wetboek van vennootschappen.

Het GNCC vergaderde 8 keer in 2013. De vergaderingen van het comité werden bijgewoond door Roch Doliveux (Voorzitter van het Uitvoerend Comité), behalve wanneer er zaken werden besproken die op hemzelf betrekking hadden, en door Fabrice Enderlin (Executive Vice President, Corporate Human Resources, Communication and Corporate Societal Responsibility), die ook optreedt als secretaris, behalve wanneer er zaken werden besproken die op hemzelf betrekking hadden of op de bezoldiging van de CEO.

Het GNCC beoordeelde in 2013 en in overeenstemming met zijn intern reglement (zie Corporate Governance Charter beschikbaar op de website van UCB), de benoemingsvoorstellen die ter goedkeuring aan de Raad werden voorgelegd, de prestaties van de leden van het Uitvoerend Comité en hun bezoldiging. Het beoordeelde de planning met betrekking tot de opvolging van de CEO en de andere leden van het Uitvoerend Comité. Het beoordeelde het bezoldigingsbeleid en de langetermijnincentives voor het management alsook de prestatiecriteria waaraan deze incentives zijn gekoppeld, en legde dit ter goedkeuring voor aan de Raad.

Sinds april 2012 wordt het GNCC door de Raad belast met toezicht en rapportering betreffende het deugdelijk bestuur bij UCB en is het verantwoordelijk voor het Corporate Governance Charter en de Verklaring inzake Corporate Governance.

Wetenschappelijk Comité

Op 10 juni 2010 richtte de Raad in zijn midden een Wetenschappelijk Comité op om de Raad te helpen bij zijn beoordeling van de kwaliteit van UCB's O&O en de concurrentiële positie hiervan.

Leden van het Wetenschappelijk Comité, die uitstekende wetenschappelijke medische expertise hebben, zijn:

Einde mandaat Onafhan­kel
ijk
best
uurder
aanwez
ig
heidsg
raad
Peter Fellner,
Voorzitter
2017 100%
Jean-Pierre Kinet 2015 x 100%

Het Wetenschappelijk Comité kwam drie keer bijéén in 2013.

De leden van het Wetenschappelijk Comité vergaderen regelmatig met Ismail Kola, de Executive Vice President & President UCB NewMedicines™. De leden van het Wetenschappelijk Comité zijn ook nauw betrokken bij de activiteiten van de Wetenschappelijke Adviesraad van UCB, samengesteld uit externe gereputeerde medisch wetenschappelijke experts. De Wetenschappelijke Adviesraad werd in september 2005 door het Uitvoerend Comité opgericht om de O&O activiteiten van UCB kritisch op te volgen, wetenschappelijk nazicht en strategische input te geven over de beste manier om UCB te positioneren als een succesvolle leider in biofarmaceutica en om het Uitvoerend Comité te adviseren over strategische keuzes op het gebied van het vroege stadium van O&O. Het Wetenschappelijk Comité brengt verslag uit aan de Raad over de beoordeling van de Wetenschappelijke Adviesraad van UCB's onderzoeksactiviteiten en strategische oriëntatie.

1.3.3 | Uitvoerend Comité

Samenstelling van het Uitvoerend Comité

Sinds 1 februari 2013* is de samenstelling van het Uitvoerend Comité als volgt:

  • Roch Doliveux, CEO & Voorzittter van het Uitvoerend Comité
  • Fabrice Enderlin, Executive Vice President, Corporate Human Resources, Communication and Corporate Societal Responsibility
  • Ismail Kola, Executive Vice President & President UCB NewMedicines™
  • Iris Löw-Friedrich, Executive Vice President, Biopharma Development Solutions en Chief Medical Officer
  • Mark McDade, Executive Vice President, Established Brands, Solutions and Supply
  • Anna Richo, Executive Vice President & General Counsel
  • Jean-Christophe Tellier, Executive Vice President, Biopharma Brands and Solutions
  • Detlef Thielgen, Executive Vice President & Chief Financial Officer

Werking van het Uitvoerend Comité

In 2013 vergaderde het Uitvoerend Comité twee tot drie dagen per maand.

Er waren in 2013 geen verrichtingen of contractuele betrekkingen tussen UCB (met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen) en leden van het Uitvoerend Comité. In overeenstemming met de interne regels over belangenconflicten, namen sommige leden van het Uitvoerend Comité niet deel aan de beraadslaging in verband met overeenkomsten en betrekkingen met derde partijen waarin zij ook bestuursmandaten bekleden (Ismail Kola voor de onderneming Biotie en Mark McDade voor de onderneming Five Prime Therapeutics).

1.4 | VERSLAG OVER HET BEZOLDIGINGSBELEID

Dit deel beschrijft het bezoldigingsbeleid voor de Uitvoerende Bestuurders van UCB en biedt een overzicht van de bezoldigingsstructuur van de Uitvoerende Bestuurders. Het bezoldigingsbeleid maakt deel uit van een ruimer Human Resources beleid waarvan ook het prestatiemanagement en talent ontwikkelingsbeleid deel van uit maakt.

Het Comité voor Governance, Benoemingen en Bezoldigingen (CGBB) ziet toe op onze beleidslijnen betreffende bezoldiging en op onze bezoldigingsplannen. De taken en verantwoordelijkheden van dit Comité worden nader toegelicht in het charter dat door onze Raad van Bestuur werd goedgekeurd.

1.4.1 | Principes op het gebied van Global Rewards gehanteerd door UCB

Om onze bedrijfsdoelstellingen in een uiterst competitieve en internationale bedrijfscontext te verwezenlijken, hebben wij hooggekwalificeerde en talentrijke executives nodig die werken in een resultaatgerichte omgeving. Om dit type cultuur met sterk betrokken werknemers aan te moedigen, is het van cruciaal belang om te beschikken over een competitief "Global Rewards Programma". Het "Global Rewards Programma" van UCB heeft de volgende doelstellingen:

  • een sterke motivatie tot stand brengen om onze bedrijfsstrategie en ondernemingsdoelstellingen te verwezenlijken;
  • de vergoedingen van de executives afstemmen op de individuele bijdrage en op het succes van UCB;
  • sterke duurzame resultaten erkennen en vergoeden;
  • het programma moet redelijk en billijk zijn, in overeenstemming met de marktpraktijken;
  • het mogelijk maken de beste talenten in de sector op wereldwijd niveau aan te trekken en te behouden.

Het "Global Rewards Programma" ondersteunt deze doelstelling en visie. Voor onze hoogste executives vormt de variabele bezoldiging de belangrijkste component van het totale bezoldigingspakket. Onze variabele bezoldigingsprogramma's zijn nauw verbonden met zowel de bedrijfsresultaten als met de individuele resultaten zowel op korte als op de lange termijn, dit om een evenwichtige focus op bedrijfsduurzaamheid als waarde creatie te verzekeren.

* Greg Duncan, voormalig Executive Vice President & President of North American Operations, verliet het Comité op 31 januari 2013

1.4.2 | Ontwikkeling van het bezoldigingsbeleid van UCB

Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité is vastgelegd door de Raad van Bestuur op basis van de aanbevelingen door het CGBB. Het CGBB komt minstens tweemaal per jaar samen om:

  • na te gaan welke marktfactoren een invloed hebben op het huidige en toekomstige bezoldigingsprogramma van de onderneming;
  • de doelmatigheid van onze bezoldigingsstrategie te toetsen aan de erkenning van de resultaten en de gepaste evolutie van de plannen te bepalen;
  • de financiële doelstellingen van de verschillende prestatie gerelateerde bezoldigingssystemen te beoordelen;
  • het niveau van de bezoldigingen van het UCB Uitvoerend Comité te bepalen in functie van hun rol, competenties en prestatie.

Het beleid zorgt er voor dat het vergoedingsprogramma voor de leden van het Uitvoerend Comité, inclusief aandelen gerelateerde incentives, pensioenplannen en ontslagregelingen, redelijk en passend zijn om Management Team leden aan te trekken, te behouden en te motiveren.

Bezoldiging voor niet-uitvoerende bestuu rders

De Leden van de Raad van Bestuur worden voor hun diensten vergoed op basis van een bezoldigingsplan via contanten. De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op marktanalyses die rekening houden met de vergoeding van bestuurders van vergelijkbare Europese biofarmaceutische ondernemingen. De vergoeding bestaat uit een vast jaarlijks bedrag, waarvan de grootte afhangt van het mandaat van de bestuurder en een vergoeding per bijgewoonde vergadering. De Voorzitter van de Raad van Bestuur is van deze regeling uitgesloten, hij ontvangt enkel een vaste vergoeding. Er worden geen langetermijnincentives toegekend en er is geen andere vorm van variabele vergoeding. De nieuwe bezoldigingen werden goedgekeurd tijdens de Algemene Aandeelhoudersvergadering van 25 April 2013. De vorige herziening dateerde van 2008. De bezoldigingsniveaus van de Leden van de Raad van Bestuur zijn sinds de goedkeuring door de AAV als volgt (de voorgaande vergoedingen staan tussen haakjes):

Jaarlijkse vergoeding

  • Voorzitter van de Raad van Bestuur € 210 000 (€ 120 000)
  • Vicevoorzitter € 105 000 (€ 90 000)
  • Bestuurders € 70 000 (€ 60 000)

Presentiegeld Raad van Bestuur

  • Voorzitter van de Raad van Bestuur geen presentiegeld (inbegrepen in de jaarlijkse vergoeding )
  • Vicevoorzitter € 1 500 per bijeenkomst
  • Bestuurders € 1 000 per bijeenkomst

Audit Comité / Wetenschapp elijk Comité – (jaarlijkse emolumenten – geen presentiegeld)

  • Voorzitter van de Comités van de Raad van Bestuur € 30 000 (€ 15 000 voor het Audit Comité en geen specifieke vergoeding voor het voorzitterschap van het Wetenschappelijk Comité)
  • Leden van de Comités van de Raad van Bestuur € 20 000 (€ 7 500)

Comité van Governance, Bezoldigingen en Benoemingen – (jaarlijkse emolumenten – geen presentiegeld)

  • Voorzitter van het Comité € 20 000 (€ 15 000)
  • Leden van het Comité € 15 000 (€ 7 500)

Bij toepassing van deze regels was de totale bezoldiging van de bestuurders en van de leden van de Comités van de Raad van Bestuur van UCB in 2013 als volgt:

" Gerhard Mayr, Voorzitter € 212 333
" Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter € 128 833
" Roch Doliveux, Uitvoerend bestuurder € 73 667
" Albrecht De Graeve € 88 500
" Arnoud de Pret € 98 667
" Peter Fellner € 96 167
" Jean-Pierre Kinet € 89 500
" Tom McKillop € 86 167
" Norman J. Ornstein € 73 667
" Bridget van Rijckevorsel € 73 667
" Charles-Antoine Janssen € 73 667
" Harriet Edelman € 72 667

1.4.3 | Verklaring over het tijdens het verslaggevingsjaar gevoerde bezoldigingsbeleid: bezoldiging voor uitvoerende bestuurders

Dit gedeelte beschrijft de positioneringsstrategie die UCB ontplooit tegenover zijn competitieve markt. Het bevat tevens een overzicht van ons bezoldigingsbeleid voor uitvoerende bestuurders, het doel dat met de verschillende bezoldigingscomponenten wordt beoogd en het verband tussen bezoldiging en prestatie.

Marktanalyse voor ons Total Reward Program (Totaal Bezoldigingsbeleid)

Op grond van onze Global Reward Principes streven wij naar een redelijk en passend bezoldigingspakket om management aan te trekken, te behouden en te motiveren. Bovendien moet dit bezoldigingspakket redelijk zijn naar bedrijfseconomische maatstaven en vergeleken met de ter zake geldende praktijken en gebruiken van vergelijkbare internationaal opererende biofarmaceutische ondernemingen.

Het CGBB onderzoekt regelmatig de gepaste mix en het gepaste niveau van bezoldigingen in contanten en aandelen vergoedingen voor de bestuurders op basis van de aanbevelingen van het Corporate Human Resources departement. Deze aanbevelingen worden onderzocht met onze onafhankelijke beloningsconsultant, Towers Watson, teneinde het competitie niveau van onze totale bezoldiging te verzekeren en rekening te houden met markttrends in onze sector. In principe voeren we om de twee jaar een marktonderzoek uit naar het concurrentievermogen van het pakket (basissalaris, bonussen, lange-termijnincentives) van iedere executive. In de jaren dat geen onderzoek plaats vindt, worden deze gegevens aangepast op basis van de internationale markttrends inzake vergoedingen van Uitvoerende Bestuurders. Indien er zich aanzienlijke wijzigingen voordoen in de job- inhoud, bijvoorbeeld als gevolg van een reorganisatie van de onderneming, kan er voor bepaalde functies een studie worden uitgevoerd ten einde de impact van deze veranderingen mee in rekening te nemen. Onze vergoedingspakketten voor de leden van het Uitvoerend Comité bevatten twee hoofdbestanddelen:

  • het basissalaris (een vast vergoedingselement);
  • een variabel loon (bestaande uit een bonus in contanten en lange-termijnincentives).

UCB vergelijkt haar Total Reward Programma met een welbepaalde referentiegroep van internationale bedrijven uit de biofarmaceutische sector (bedrijven met farmaceutische of biotechnologische activiteiten). In de marktanalyse focussen we op vergelijkbare ondernemingen in Europa evenals in de VS. UCB wenst zich te positioneren op de marktmediaan van deze referentiegroep voor het Totaal Direct Inkomen (basissalaris en variabel loon). Het reële vergoedingsniveau van elke persoon wordt bepaald overeenstemmend met de marktanalyse en rekening houdend met de resultaten en ervaring van elke persoon in vergelijking met deze studie.

De referentiegroep wordt regelmatig nagekeken om zich ervan te verzekeren dat er telkens robuuste informatie wordt verzameld die rekening houdt met de marktconsolidaties en hun impact op de stabiliteit van de onderliggende data.

Bezoldigingscomponenten en resultaat gebonden bezoldiging

Ons bezoldigingsbeleid voor bestuurders berust op een afweging tussen individuele en bedrijfsgebonden resultaten en de competitieve positie in de markt. Zowel voor de korteals de lange-termijnincentives van onze senior executives, worden de resultaten afgezet tegen de financiële doelstellingen vastgesteld door de Raad van Bestuur.

Gedurende de prestatieperiode worden de resultaten getoetst en op het moment van de definitieve verwerving of van uitbetaling worden de finale resultaten gevalideerd door het financieel departement en worden ze definitief goedgekeurd door het Audit Comité. Naast het basissalaris en de resultaat gebonden incentives hebben onze bestuurders recht op een breed scala aan marktconforme vergoedingen en voordelen dewelke volledig in lijn liggen met de geest van de Belgische Corporate Governance wetgeving en hiermee tevens ook met de Europese regelgeving inzake beloning voor uitvoerende bestuurders.

Hieronder beschrijven we hoe elke component bepaald wordt en hoe prestatie in rekening wordt genomen voor de variabele loon componenten.

Vaste component: basissalaris

Het beoogde basissalaris wordt bepaald op basis van de verantwoordelijkheid van de functie binnen de organisatie en van het gerelateerde marktniveau. Eenmaal dat de beoogde mediaan marktreferentie vastgesteld is, hangt het effectieve niveau van het basissalaris af van de mate van invloed op de organisatie, de vaardigheden en het ervaringsniveau. De evolutie van het basissalaris is gebonden aan de prestatie van het individu

op lange termijn, de verhouding tegenover de markt en andere marktfactoren zoals inflatie. Het CGBB maakt een voorstel van salarisherziening voor de CEO over aan de Raad van Bestuur. De CEO maakt de voorstellen voor de andere leden van het Uitvoerend Comité over aan het CGBB ter goedkeuring.

Variabele beloning

De beoogde variabele beloning (bonus en lange-termijnincentives, ook "LTI" genoemd) refereren naar de marktmediaan van de referentiegroep terwijl ze ook de mogelijkheid bieden aan iedere executive om het niveau van de marktmediaan te overtreffen wanneer zowel de persoonlijke als de bedrijfsresultaten uitstekend zijn.

De beoogde variabele beloning is gebonden aan verschillende prestatiecoëfficiënten; zowel bedrijfsresultaten, individuele prestatie en gedrag als tevens de lange-termijn bedrijfswaardecreatie waarvan de uiteindelijke begunstigde de Patiënt is.

Prestatiebeoordeling

Bedrijfsresultatencoëfficiënt

De bedrijfsobjectieven voor de CEO worden in het begin van het jaar vastgelegd door het CGBB en goedgekeurd door de Raad van Bestuur.

Sinds het prestatiejaar 2012 hanteert UCB zoveel mogelijk de Terugkerende Inkomsten vóór Inkomstenbelasting, Afschrijvingen en Aflossingen ("RE BITDA") als indicator voor bedrijfsresultaten voor haar executives en senior management. De bedrijfsresultatencoëfficiënt is gedefinieerd als een percentage van de behaalde REBITDA vergeleken met het budget, gebruikmakend van constante wisselkoersen, vertaald in een uitbetalingscurve die verzekert dat er enkel uitbetaling is wanneer een aanvaardbaar resultaat behaald wordt. De uitbetalingscurve is zo opgesteld dat er een uitbetaling mogelijk is tussen 0% en 150%. Een minimaal vereist prestatieniveau is bepaald, indien het behaalde resultaat lager is, wordt een bedrijfsresultatencoëfficiënt van 0% gehanteerd.

Individuele prestatiecoëfficiënt

De objectieven van de CEO worden door het CGBB voorgelegd aan de Raad van Bestuur ter goedkeuring. Het CGBB legt ter goedkeuring de individuele prestatie coëfficiënt van de CEO voor aan de Raad van Bestuur, gebaseerd op de prestatie-evaluatie op het einde van het jaar. De CEO legt ter goedkeuring gelijkaardige voorstellen voor de leden van het Uitvoerend Comité voor aan het CGBB.

In de beoordeling van individuele prestaties van de CEO, onderzoekt het CGBB zowel de behaalde financiële en kwantitatieve objectieven als de niet-financiële aspecten. Voor de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité behelst dit tevens de manier waarop de doelstellingen uitgevoerd zijn rekening houdend met de waarden van het bedrijf en met het leiderschap dat verwacht wordt. Hieronder worden de criteria opgesomd die voor ieder lid van het Uitvoerend Comité worden geëvalueerd:

  • specifieke bedrijfsdoelstellingen;
  • strategische bijdrage en visie;
  • team leiderschap;
  • bijdrage in het Uitvoerend Comité;
  • impact.

Bonus

De bonus in contanten is een bezoldiging voor de behaalde resultaten van de onderneming en het individu over een tijdspanne van één jaar.

Binnen het Hoger Management Compensation beleid werd de doelstelling voor de bonus vastgelegd op 90% van het basissalaris voor de CEO en op 65% van het basissalaris voor de leden van het Uitvoerend Comité, dit in lijn met de marktpraktijk.

De bonus is onderworpen aan een dubbele prestatiecoëfficiënt die bestaat uit de hierboven vermeldde bedrijfs- en individuele objectieven. Dit mechanisme garandeert een sterke band tussen individuele bijdrage en bedrijfsresultaten, die onderling afhankelijk zijn. De berekeningswijze levert aanzienlijke waarde wanneer zowel de bedrijfsresultaten als de persoonlijke prestaties uitstekend zijn. Daartegenover garandeert het mechanisme dat wanneer de bedrijfsresultaten of de persoonlijke prestatie een lager niveau bereikt hebben dan verwacht, dit op een gepaste manier wordt weergegeven in een belangrijke vermindering van de waarde van de toegekende variabele beloning.

Met dit mechanisme resulteert een 0% bedrijfscoëfficiënt in het verdwijnen van de bonus opportuniteit.

Lange-termijnincentives (LTI )

Onze beloningspraktijk bestaat erin om een aanzienlijk gedeelte van de aandelen gerelateerde vergoedingen te verbinden aan financiële en strategische bedrijfsresultaten op middellange en lange termijn.

Het lange-termijnincentives programma wordt getoetst aan de gangbare praktijken bij Europese biofarmaceutische ondernemingen. Het bestaat uit drie delen met een aandelenoptieplan, een aandelentoekenningsplan (stock awards) en een aandelenprestatieplan (performance shares).

In de opzet van het nieuwe Hoger Management beloningsbeleid wordt het belang van langetermijnresultaten groter dan dat van de korte-termijnresultaten. Dit wordt gerealiseerd door de relatieve hogere waarde van de LTI dan deze van de (korte termijn) bonus.

De referentiewaarde (target) van de lange-termijnincentives wordt uitgedrukt als een percentage van het basissalaris. Het beoogde doel aan lange-termijnincentives vertegenwoordigt 120% van het basissalaris van de CEO en 80% van het basissalaris van andere leden van het Uitvoerend Comité. De effectieve toewijzing wordt bepaald in functie van individuele prestatie, waarbij zowel kortetermijn realisaties als de lange-termijn waarde creatie in rekening wordt genomen.

De resulterende waarde wordt vertaald in een aantal langetermijnincentives, gebruik makend van de binomiale waarde van ieder LTI-instrument, op grond van de volgende verdeling:

  • aandelenopties 30%;
  • gratis aandelentoekenning 35%;
  • toekenning van gratis prestatieaandelen 35%.

Aandelenopties

De Raad van Bestuur bepaalt naar eigen inzicht de mogelijkheid tot deelname aan het aandelenoptieplan. De wachttijd bedraagt doorgaans drie jaar, te rekenen vanaf de toekenningsdatum, maar kan langer uitvallen afhankelijk van lokale wettelijke bepalingen. Zodra ze definitief verworven zijn, zijn aandelenopties enkel uitoefenbaar wanneer de prijs van het aandeel hoger ligt dan de uitoefenprijs en executives worden bijgevolg aangemoedigd om de prijs van het aandeel gedurende de wachttijd te doen stijgen teneinde voordeel te halen uit hun aandelenopties. In de Verenigde Staten worden geen aandelenopties, maar wel "Stock Appreciation Rights" toegekend. Ze volgen dezelfde regels inzake definitieve verwerving als het aandelenoptieplan maar bij uitoefening ontvangen de werknemers in plaats van reële aandelen een contant bedrag gelijk aan de waardestijging van de UCB-aandelen. Alle aandelenopties en Stock Appreciation Rights vervallen op hun tiende verjaardag na toekenningsdatum. De uitoefenprijs wordt vastgelegd op de toekenningsdatum, zonder verdere korting op de prijs van het onderliggende UCB-aandeel.

Aandelentoekenningsplan (toekenning van gratis aandelen)

In het aandelentoekenningsplan worden voorwaardelijke rechten toegekend op gewone UCB-aandelen voor zover men in dienst blijft van UCB tot drie jaar na de datum van toekenning. De wachttijd duurt drie jaar vanaf de datum van toekenning. De Raad van Bestuur beslist discretionair of gratis aandelen worden toegekend aan de leden van het Uitvoerend Comité. Executives worden aangemoedigd om beter te presteren dan de biofarmaceutische markt en de prijs van het aandeel gedurende de wachttijd (vestingperiode) te laten stijgen met het oog op een hogere waarde van hun gratis aandelen op het moment van de definitieve verwerving.

Afhankelijk van de lokale wetgeving, kan in bepaalde landen de bezoldiging ook worden toegekend in de vorm van fictieve aandelen, een toekenning waarvan de waarde gebaseerd is op de evolutie van de prijs van het aandeel maar die betaald wordt in cash op een vooraf bepaalde definitieve verwervingsdatum.

Aandelenprestatieplan

Dit plan creëert een nauwe band tussen bezoldiging en resultaten. Prestatieaandelen zijn de toekenning van gewone UCB-aandelen aan het Hoger Management en waarvoor op het ogenblik van uitbetaling bepaalde bedrijfsresultaten moeten zijn behaald. De voorwaarden voor uitbetaling worden bepaald door de Raad van Bestuur op voorstel van het CGBB op het moment van de toekenning. De maatstaven die gebruikt worden in dit plan moeten voldoen aan de volgende vereisten:

Valide zijn: strategisch relevant zijn voor de vennootschap en de belanghebbenden terwijl ze onder de invloed en controle zijn van onze executives (binnen het gezichtsveld).

Meetbaar zijn: voorspelbaar zijn, definieerbaar, robuust, realistisch en precies meetbaar zijn binnen een tijdspanne.

De wachttijd duurt drie jaar. Het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het einde van de wachttijd op basis van de mate waarin de bedrijfsgebonden doelstellingen bereikt werden. Indien de bereikte resultaten van de onderneming onder een bepaalde grens uitvallen of indien de begunstigde de onderneming verlaat vóór de definitieve verwerving, worden geen aandelen toegekend. De maximale toekenning bedraagt 150% van de oorspronkelijke toekenning. In bepaalde landen kan de bezoldiging ook worden toegekend in de vorm van fictieve aandelen afhankelijk van de lokale wetgeving.

Pensioenen

Daar het Uitvoerend Comité een internationaal karakter heeft, nemen de leden ervan deel in de pensioenregelingen toepasselijk in het land waar ze onder contract staan. Elke regeling varieert overeenkomstig de lokale markt en wettelijke omgeving.

Alle vaste prestatieplannen bij UCB zijn, in de mate van het mogelijke, afgesloten of niet-toegankelijk voor nieuwe deelnemers. Bijgevolg treden nieuwe leden van het Uitvoerend Comité automatisch toe tot vaste bijdrageplannen of cash balance plannen.

België

De leden van het Uitvoerend Comité nemen deel aan een pensioenregeling van het type cash balance dat volledig gefinancierd wordt door UCB. De uitkering op pensioengerechtigde leeftijd is gelijk aan de kapitalisatie tegen een gewaarborgd rendementspercentage van de jaarlijkse bijdragen die de werkgever heeft betaald terwijl de begunstigde aangesloten was bij het plan. De bijdrage van UCB bedraagt 9,15% van het jaarlijks basissalaris plus de beoogde bonus. UCB biedt ook een gewaarborgd jaarrendement van 2,5% verhoogd met de Belgische gezondheidsindex (met een minimum van 3,25% in overeenstemming met de Belgische wetgeving en met een maximum van 6%).

De leden van het Uitvoerend Comité zijn ook aangesloten bij het aanvullend vaste bijdrageplan voor Senior Executives van UCB. De bijdragen tot dit plan zijn tweeledig:

  • een bijdrage van de onderneming die gebonden is aan de werkelijke bedrijfsresultaten zoals die door de Raad van Bestuur worden vastgelegd, en
  • een bijdrage van de onderneming ten belope van 10% van het basisjaarsalaris.

De CEO heeft recht op een individuele pensioentoezegging (met een forfaitaire vergoeding op 60-jarige leeftijd). Deze pensioentoezegging werd vastgelegd bij de indiensttreding van Roch Doliveux in 2003.

De uitkering bij pensionering berust op het gemiddelde basisjaarsalaris van de afgelopen vijf jaar en zou actuarieel verminderd worden indien de CEO het bedrijf zou verlaten vóór de leeftijd van 60 jaar.

VS

Leden nemen deel aan het pensioenspaarplan van UCB. Dit plan bestaat uit een gekwalificeerd en een ongekwalificeerd deel. De totale bijdrage van UCB aan het plan varieert van 3,5% – 9% van het jaarsalaris op basis van de leeftijd. Stortingen tot het maximaal door de Amerikaanse fiscus toegelaten bedrag worden gestort in het gekwalificeerd deel van het plan. Bijdragen boven dit maximumbedrag worden gestort in het ongekwalificeerd deel.

De leden van het Uitvoerend Comité nemen ook deel aan een uitgestelde bezoldigingsregeling die volledig door de werknemers wordt gefinancierd. Deelnemers storten bijdragen op individuele basis en kunnen salaris en / of bonus transfereren.

Duitsland

Beide leden van het Uitvoerend Comité worden gedekt door een gesloten vaste prestatieplan. In deze regeling worden uitkeringen toegezegd bij pensionering, arbeidsongeschiktheid en overlijden. De uitkeringen bij pensionering en arbeidsongeschiktheid bedragen 50% van het laatste basisjaarsalaris voorafgaand aan de pensionering of arbeidsongeschiktheid.

Andere bezoldigingscomponenten

Leden van het Uitvoerend Comité hebben meestal tevens recht op deelname aan een internationale ziekteverzekering en een levensverzekering zoals die beschikbaar zijn voor andere Senior Executives. De leden van het Uitvoerend Comité genieten ook bepaalde voordelen zoals een bedrijfswagen en andere voordelen in natura. Al die elementen worden hierna beschreven onder "Bezoldiging van het Uitvoerend Comité".

Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité wordt uitvoerig toegelicht in het Corporate Governance Charter van UCB (zie punt 5.4) dat geraadpleegd kan worden op de website van UCB.

Opzeggingsregelingen

Gelet op het internationaal karakter van ons Uitvoerend Comité evenals de spreiding van onze activiteiten over verschillende geografische gebieden, worden de arbeidsovereenkomsten van onze leden beheerst door verschillende rechtsstelsels.

Al onze bestaande opzeggingsregelingen met leden van het Uitvoerend Comité, met uitzondering van Jean-Christophe Tellier en Anna Richo, werden ondertekend voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Belgische wet van 6 april 2010 ter versterking van het deugdelijk bestuur waarin grenzen gesteld worden aan de ontslagvergoedingen.

Het contract met Roch Doliveux, ondertekend in 2003, bepaalt dat hij in geval van ontslag een forfaitair bedrag zal ontvangen dat overeenkomt met 24 maanden van zijn werkelijk basissalaris, verhoogd met het werkelijk gemiddeld variabel loon dat hij ontvangen heeft tijdens de drie voorgaande jaren. In geval van ontslag omwille van een wijziging van controle, zal het forfaitaire bedrag overeenstemmen met 36 maanden.

Ismail Kola heeft een Belgische arbeidsovereenkomst en heeft conform een beding in die overeenkomst recht op een vertrekpremie van 18 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst. In geval van een wijziging in de controle van UCB, zou deze uitkering overeenstemmen met 24 maanden basissalaris plus bonus.

Fabrice Enderlin en Detlef Thielgen hebben geen specifieke opzeggingsregeling in hun Belgisch contract. In geval van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zullen de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van toepassing zijn.

Iris Löw-Friedrich heeft een Duitse arbeidsovereenkomst waarin een opzeggingstermijn is bedongen van ten minste zes maanden en een ontslagvergoeding van één jaar basissalaris plus bonus. In totaal komt dit neer op een ontslagvergoeding van 18 maanden.

Mark McDade heeft een Amerikaanse arbeidsovereenkomst waarin een clausule is opgenomen die voorziet in een ontslaguitkering gelijk aan 18 maanden basissalaris plus bonus bij gedwongen ontslag door de onderneming als gevolg van een wijziging in de controle.

Jean-Christophe Tellier en Anna Richo vallen onder Amerikaanse arbeidsovereenkomsten waarin een clausule is opgenomen die voorziet in een ontslaguitkering gelijk aan 18 maanden basissalaris plus bonus bij gedwongen ontslag door de onderneming of als gevolg van een wijziging in de controle van UCB.

1.4.4 | Bezoldigingsbeleid vanaf 2014

Het CGBB volgt nauwgezet de impact van het nieuwe Hoger Management Beloning beleid op, zoals ingevoerd in 2012 en heeft één wijziging doorgevoerd inzake de lange-termijn variabele beloning. De dubbele prestatiecoëfficiënt bestaande uit een individueel en een bedrijfsprestatiecomponent, die voorheen op zowel de bonus als de lange-termijnincentives van toepassing was, is vervangen voor de lange-termijnincentives door een appreciatie van korte-termijn realisaties en lange-termijn waarde creatie. Deze aanpassing laat een meer geïndividualiseerde en effectieve differentiatie toe voor lange-termijnincentives, dit in tegenstelling tot een strikte koppeling van korte-termijn individuele en bedrijfsprestatie.

Het CGBB heeft het uitrollen van de dubbele prestatiecoëfficiënt voor functies onder het Upper Management goedgekeurd. De bedrijfsprestaties zullen gemeten worden aan de hand van de REBITDA.

1.4.5 | Bezoldiging van het Uitvoerend Comité

Voorzitter van het Uitvoerend Comité en CEO (Chief Execu tive Officer)

De bezoldiging van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité en CEO, Roch Doliveux, is samengesteld uit de hierboven vermelde elementen zijnde basissalaris, korte-termijnincentives en langetermijnincentives.

Bovenop zijn bestuurdersvergoeding als lid van de Raad van Bestuur van UCB N.V., bedroegen de bezoldiging en andere voordelen rechtstreeks of onrechtstreeks toegekend door UCB of andere vennootschappen van de groep aan de Voorzitter van het Uitvoerend Comité en CEO, in 2013:

  • basissalaris (ontvangen in 2013): € 1 360 025;
  • korte-termijnincentive (bonus), betaald in 2013 en verbonden aan het boekjaar 2013: € 769 115;
  • lange-termijnincentive (aantal UCB-aandelen en -opties): zie hieronder;
  • andere componenten van de bezoldiging, zoals de pensioenbijdrage, de verzekeringsdekking en monetaire waarde van andere voordelen: € 2 247 453 waarvan € 1 613 829 het bedrag is van de pensioenbijdrage (op grond van de "service cost").

De totale bezoldiging van de CEO (basissalaris + bonus + LTI) voor 2013 bedraagt € 3 712 158 (uitgezonderd bijdragen tot het pensioenplan en andere voordelen). Dit betreft een algemene stijging in vergelijking met 2012 omwille van een positieve effect van de toegenomen aandelen prijs op de waardering van de LTI en een verbeterde collectieve prestatie die leidde tot een hogere bedrijfsresultatencoëfficiënt.

Het jaarlijkse basis salaris van de CEO in 2014 blijft ongewijzigd op € 1 366 659.

Caring Entrepreneurship Fund

Roch Doliveux blijft een deel van zijn bezoldiging doorstorten aan een fonds dat als onderdeel van de Koning Boudewijnstichting in 2008 werd opgericht. Het Caring Entrepreneurship Fund focust op de ondersteuning van ondernemerschap op het vlak van gezondheid en welzijn.

Andere leden van het Uitvoerend Comité

Hieronder vindt u de bezoldigingen die de leden van het Uitvoerend Comité verdiend hebben in 2013 op grond van de periode die effectief gepresteerd werd als lid van het Uitvoerend Comité (zie hierboven "Samenstelling van het Uitvoerend Comité").

De bezoldiging en andere voordelen direct en indirect toegekend op een globale basis door de vennootschap of door enige dochter vennootschap van de groep aan alle andere leden van het Uitvoerend Comité in 2013 bedraagt:

  • basissalaris (verdiend in 2013): € 3 732 467;
  • korte-termijnincentive (bonus), betaald in 2014 en betreffende het boekjaar 2013: €2 540 336;
  • lange-termijnincentive (aantal UCB aandelen en opties): zie hieronder;
  • andere componenten van de bezoldiging, zoals de pensioenbijdragen, de verzekeringsdekking en monetaire waarde van andere voordelen: € 2 209 927, waarvan € 1 429 483 het bedrag is van de pensioenbijdrage (op grond van de "service cost").

De totale bezoldiging van het Uitvoerend Comité (basissalaris + bonus + LTI) bedraagt in 2013: € 9 654 274 (uitgezonderd de pensioenbijdragen en andere voordelen).

In 2013 toegekende lange-termijnincentives (LTI 's)

Aandele
n
opt
ies 1
Binomiale
waarde
aandele
n
opt
ies2
Gratis
Aandele
n3
Binomiale
waarde
gratis
aandele
n4
Prest
atie
aandele
n5
Binomiale
waarde
prest
atie
aandele
n6
Tot ale
binomiaal
waarde LTI
7
Roch Doliveux 55 991 472 004 13 769 556 681 27 828 554 334 1 583 019
Ismail Kola8 18 560 156 461 14 564 588 823 9 224 183 742 929 026
Iris Löw-Friedrich 13 397 112 937 3 295 133 217 6 658 132 627 378 781
Fabrice Enderlin 12 170 102 593 2 993 121 007 6 049 120 496 344 096
Detlef Thielgen 14 904 125 641 3 665 148 176 7 407 147 547 421 364
Jean-Christophe Tellier 11 272 97 165 2 772 112 072 5 602 111 592 320 829
Mark McDade 15 214 131 145 3 741 151 249 7 561 150 615 433 009
Anna S. Richo 19 476 167 883 4 790 193 660 9 680 192 826 554 369

1 Aantal rechten om één UCB-aandeel te kopen tegen een prijs van € 48,69 (€ 49.80 voor Mark McDade, Anna Richo en Jean-Christophe Tellier) tussen 1 april 2016 en 31 maart 2023 (tussen 1 januari 2017 en 31 maart 2023 voor Roch Doliveux, Fabrice Enderlin, Detlef Thielgen en Ismail Kola).

2 De waarde van de aandelenopties in 2013 werd vastgelegd op € 8,43 (€ 8,62 voor Jean-Christophe Tellier, Mark McDade, Anna Richo) op basis van de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Towers Watson).

3 Aantal (fictieve of "Phantom") UCB-aandelen dat gratis geleverd moet worden na een wachttijd van drie jaar indien de begunstigde nog in dienst is bij UCB.

4 De waarde van de toegekende aandelen in 2013 werd vastgelegd op € 40,43 per toegekend aandeel op basis van de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Towers Watson). 5 Aantal (fictieve of "Phantom") UCB-aandelen dat gratis afgeleverd moet worden na een wachttijd van drie jaar indien de deelnemer nog in dienst is bij UCB en mits aan

de vooraf bepaalde prestatievoorwaarden voldaan is.

6 De waarde van de prestatieaandelen in 2013 werd vastgelegd op € 19,92 per prestatieaandeel op basis van de binomiale methode (zoals gedefinieerd door Towers Watson).

7 Binomiale waardering: een objectieve techniek om lange-termijnincentives te waarderen waarbij een eerlijke waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over de looptijd van een toegewezen optie of lange-termijnincentive.

8 Ismail Kola kreeg 10 000 fictieve UCB-aandelen ("Phantom shares") toegewezen per 1 april 2013 bovenop de toewijzing van 1 april 2013.

In 2013 definitief verworven lange-termijnincentives (LTI 's)

Hieronder bevindt zich een tabel met de lange-termijnincentives toegekend tijdens de voorbije jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité (opgenomen in de vorige jaarverslagen) en die definitief verworven werden tijdens het kalenderjaar 2013 (niet op te tellen met de hoger vermelde tabel die lange-termijnincentives toekenningen van 2013 weergeeft).

Aandele nopt
ies
Gratis Aandele
n 1
atieaandele
n 1
Aantal
def
initief ver
wo
rven (niet
uitge­oefe
nd)1-2
Aantal
uitgeoefe
nd3
Aantal
def
initief
verwo
rven
Tot ale waarde
bij def
initieve
verwerving4
Aantal
def
initief
verwo
rven
Tot ale waarde
bij def
initieve
verwerving
Roch Doliveux 36 000 72 000 24 000 1 186 800 7 188 355 447
Ismail Kola 6 000 296 700 1 750 86 538
Iris Löw-Friedrich 15 000 7 200 356 040 2 013 99 543
Fabrice Enderlin 12 000 12 000 7 500 370 875 2 188 108 197
Detlef Thielgen 13 200 7 200 356 040 2 013 99 543
Mark McDade 12 000 6 000 296 700 1 750 86 538
Anna Richo5 20 000 965 500

Op het moment van vesting levert UCB een aantal aandelen in cash om de belasting en sociale zekerheid te dekken die verschuldigd is door de verkrijger.

1 Jean-Christophe Tellier en Anna Richo zijn in dienst getreden bij UCB na de toekenning van de 2010 LTI's. Ismail Kola is in dienst getreden bij UCB na de toekenning van de 2009 stock opties.

2 De aandelenopties toegekend aan Iris Löw-Friedrich op 1 april 2010 werden uitoefenbaar op 1 april 2013 en hebben een uitoefenprijs van € 31,62. De stock appreciation rights toegekend aan Mark McDade op 1 april 2010 werden uitoefenbaar op 1 april 2013 en hebben een uitoefenprijs van € 31,62. De aandelenopties toegekend aan Roch Doliveux, Detlef Thielgen en Fabrice Enderlin op 1 april 2009 werden uitoefenbaar op 1 januari 2013 en hebben een uitoefenprijs van € 21,38.

3 Roch Doliveux oefende de aandelenopties toegekend op 1 april 2008 en 2009 uit. Deze hebben een uitoefenprijs van respectievelijk € 22,01 en € 21,38. Fabrice Enderlin oefende de aandelenopties toegekend op 1 april 2009 uit. Deze hebben een uitoefenprijs van € 21,38.

4 Bij de definitieve verwerving had het UCB-aandeel een waarde van € 49,45, zijnde de marktwaarde van het aandeel dat geleverd werd op de datum van definitieve verwerving, en overeenstemmende met het gemiddelde van de laagste en hoogste prijs van het UCB-aandeel op die datum.

5 Op 1 november 2012 werd aan Anna Richo een indiensttredingspremie toegekend. De UCB aandelen hadden een waarde van € 48,275 op 1 november 2013.

In 2014 toegekende lange-termijnincentives (LTI 's)

UCB's beleid voorziet er in om een aantal lange-termijnincentives toe te wijzen op basis van de individuele prestatie tijdens het prestatiejaar alsook van de impact op de lange termijn waarde creatie. De toewijzing gebeurt op 1 april na afsluiting van het prestatiejaar. De grootte van de toewijzing is gebaseerd op de waardering en de aandelenkoers zoals gedefinieerd in het beleid. De feitelijke waarde van de toewijzing is slechts geweten op 1 april, gebaseerd op de prijs van het aandeel die dag. Hieronder kan je het aantal opties en aandelen vinden die toegewezen worden op 1 april 2014. De resulterende waarde zal in het jaarrapport 2014 gepubliceerd worden.

Aandelenopties 2014 Gratis aandele
n 2014
Prest
atieaandele
n 2014
Roch Doliveux 77 810 20 091 40 955
Fabrice Enderlin 18 390 4 749 9 680
Ismail Kola 22 537 15 819 11 862
Iris Löw-Friedrich 15 666 4 045 8 245
Mark McDade 21 456 5 540 11 293
Detlef Thielgen 17 785 4 592 9 361
Anna S. Richo 15 434 3 985 8 123
Jean-Christophe Tellier 30 656 7 916 16 136

1.5 | Belangrijkste kenmerken van de systemen voor interne controle en risicobeheer van UCB

1.5.1 | Interne controle

De Raad is het bestuursorgaan van UCB en een van zijn functies bestaat erin om UCB als een ondernemer te leiden binnen een kader van voorzichtige en doeltreffende controles die het mogelijk maken om risico's te beoordelen en te beheren. Het management van UCB staat in voor de ontwikkeling en handhaving van passende interne controles om redelijke zekerheid te bieden betreffende de verwezenlijking van de doelstellingen inzake de betrouwbaarheid van de financiële informatie, de naleving van toepasselijke wetten en reglementen en de uitvoering van interne controleprocessen binnen UCB op de meest efficiënte manier.

Het Auditcomité staat de Raad bij in zijn opdracht van toezicht op het management van UCB en de UCB Groep in zijn geheel, op de efficiëntie van de algemene interne controleprocessen van UCB, het globale proces van financiële verslaggeving, de controle van commissaris en de Global Internal Audit functie en de effectiviteit daarvan.

De Global Internal Audit functie vervult onafhankelijke en objectieve taken die tot doel hebben de interne controle en activiteiten van UCB te evalueren en verbeteren en hun toegevoegde waarde te vergroten, door een systematische en gedisciplineerde benadering toe te passen op de evaluatie en de aanbevelingen tot verbetering van bestuur, compliance, management en interne controleprocessen van UCB.

De Global Internal Audit Groep implementeert een Audit Plan bestaande uit financiële, compliance en operationele audits en beoordelingen. Dit Plan werd beoordeeld en goedgekeurd door het Auditcomité en omvat de relevante bedrijfsactiviteiten van UCB. Het programma omvat onafhankelijke beoordelingen van de systemen voor interne controle en risicobeheer. De bevindingen en de status van de gerelateerde corrigerende maatregelen worden regelmatig schriftelijk aan het Uitvoerend Comité gemeld, en er wordt vier keer per jaar schriftelijk aan het Auditcomité gerapporteerd over de status van de voltooiing van het Audit Plan en de samenvatting van de bevindingen en corrigerende maatregelen.

UCB nam formele procedures aan voor de interne controle aangaande financiële rapportering, waaraan wordt gerefereerd als de Transparency Directive Procedure. Deze procedure is erop gericht het risico van selectieve openbaarmaking te verminderen; draagt ertoe bij dat de bekendmaking door UCB van alle belangrijke informatie precies, volledig en tijdig aan haar beleggers, schuldeisers en toezichthouders wordt verschaft en de toestand van UCB correct weergeeft; en draagt ertoe bij adequate openbaarmaking van belangrijke financiële en niet-financiële informatie en belangrijke gebeurtenissen, transacties en risico's te garanderen.

Het proces bestaat uit een aantal activiteiten. Bepaalde personen op sleutelposities in het interne controleproces, die alle leden van het Uitvoerend Comité omvatten, dienen schriftelijk te verklaren dat ze de vereisten van UCB inzake financiële rapportering, inclusief het verschaffen van redelijke zekerheid betreffende de efficiëntie en effectiviteit van de activiteiten, de betrouwbaarheid van financiële informatie en naleving van de wet- en regelgeving, begrijpen en hebben nageleefd. Om te verzekeren dat zij de uitgebreide waaier aan potentiële problemen kunnen inschatten, wordt hun een gedetailleerde checklist bezorgd, die ze kunnen invullen en hen kan helpen bij hun verklaring. Verder wordt een gedetailleerde, wereldwijde beoordeling uitgevoerd van de verkoop, kredieten, vorderingen, voorraden, overlopende rekeningen, voorzieningen en reserves. De financiële directeurs van elke individuele bedrijfseenheid dienen daarnaast schriftelijk te bevestigen dat hun financiële rapportering in deze domeinen op betrouwbare gegevens is gebaseerd en dat hun resultaten correct zijn weergegeven overeenkomstig de vereisten.

Deze procedures worden gecoördineerd door de Global Internal Audit functie vóór de vrijgave van de halfjaar- en jaarresultaten. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld door het Rapportering- en Consolidatieteam alsook door de financiële en juridische diensten en de commissaris. Gepaste opvolging wordt gegeven aan elk potentieel probleem en eventuele wijzigingen aan de gerapporteerde financiële informatie of openbaarmakingen worden geëvalueerd.

De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met de CEO en CFO, en nadien met het Auditcomité, voorafgaand aan de vrijgave van de rekeningen.

UCB herbekijkt jaarlijks haar business plan en bereidt een gedetailleerd jaarlijks budget voor dat wordt beoordeeld en goedgekeurd door de Raad. Een managementrapporteringssysteem werd opgezet, en biedt de bedrijfsleiding financiële en operationele prestatie-indicatoren aan. Maandelijks worden interne financiële

verslagen voorbereid teneinde elk belangrijk deel van de activiteiten te dekken. Afwijkingen ten opzichte van het plan of van vroegere verwachtingen worden geanalyseerd, verklaard en er wordt tijdig op gereageerd. Naast de regelmatige beraadslagingen van de Raad, komt ook het Uitvoerend Comité minstens maandelijks samen om de prestaties te bespreken waarbij, indien nodig, over specifieke projecten te overleggen. Er werden informatiesystemen ontwikkeld om de langetermijndoelstellingen van UCB te ondersteunen. Deze worden beheerd door de professionals van het informatiemanagement team.

1.5.2 | Risicobeheer

Een globaal beleid van risicobeheer, toepasbaar op de hele UCB Groep en zijn dochtervennootschappen wereldwijd, beschrijft het engagement van UCB om een doeltreffend systeem van risicobeheer te hebben binnen de volledige groep teneinde haar blootstelling aan risico's die de bedrijfsdoelstellingen van UCB kunnen bedreigen tot een minimum te beperken.

De Raad keurt de strategie en de doelstellingen van de UCB Groep goed en ziet toe op de creatie van, de uitvoering van en de controle op het risicobeheersysteem van de UCB Groep.

De Raad wordt in zijn opdracht van risicobeoordeling en risicobeheer bijgestaan door het Auditcomité. Het Auditcomité

1.6 | Persoonlijke transacties in UCB-aandelen

De Raad heeft een Dealing Code aangenomen om handel met voorkennis en marktmisbruik te voorkomen, in het bijzonder tijdens de periodes die voorafgaan aan de publicatie van resultaten of gegevens die een aanzienlijke invloed kunnen hebben op de prijs van het UCB-aandeel, of, in voorkomend geval, de prijs van de effecten uitgegeven door een mogelijke doelvennootschap. Dit document werd op 19 december 2013 door de Raad aangepast en bijgewerkt, met het oog op de invoering van gesloten periodes van twee weken voorafgaand aan de bekendmaking van de tussentijdse verslagen met betrekking tot het eerste en het tweede kwartaal.

De Dealing Code verbiedt alle bestuurders, het Executive Management en werknemers op sleutelposities om te handelen in UCB-aandelen of andere financiële instrumenten van UCB gedurende een welomschreven periode vóór de bekendmaking van haar financiële resultaten (zogenaamde "gesloten periodes"). De Code verbiedt tevens personen die voorkennis bezitten of weldra zouden kunnen bezitten om gedurende zogenaamde

1.7 | Externe audit

De algemene vergadering van 26 april 2012 heeft PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren bvba (hierna "PwC") herbenoemd tot commissaris van UCB voor de wettelijke periode van drie (3) jaar. De vaste vertegenwoordiger aangeduid door PwC voor UCB in België is Jean Fossion.

onderzoekt op regelmatige basis de gebieden waar risico's een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie en reputatie van de UCB Groep en controleert het algemene risicobeheerproces van UCB.

Het Corporate Risk Management Committee is samengesteld uit leden van het Uitvoerend Comité en senior vertegenwoordigers van het management van alle bedrijfsfuncties, en rapporteert aan het Uitvoerend Comité. Het levert strategisch leiderschap ter ondersteuning van het proces van de evaluatie en het stellen van prioriteiten met betrekking tot de bedrijfsrisico's. Dat proces stuurt het opstellen van plannen tot matiging van de risico's in alle geledingen van UCB, en wordt ondersteund door een globaal systeem van risicobeheer dat de reële of potentiële risico's of blootstelling aan risico's op doeltreffende en efficiënte wijze evalueert, rapporteert, matigt en beheert. De voorzitter van het Corporate Risk Management Committee rapporteert rechtstreeks aan de CEO, bezorgt rechtstreeks regelmatige statusupdates aan het Uitvoerend Comité en, op jaarbasis, aan het Auditcomité en de Raad.

Het Uitvoerend Comité is verantwoordelijk voor de implementatie van de strategie en doelstellingen inzake risicobeheer, terwijl de Global Internal Audit functie is belast met de onafhankelijke en regelmatige controle en validatie van het risicobeheerproces binnen UCB en, in overleg met de Business Functions, met de te nemen maatregelen om de vastgestelde risico's te matigen en te controleren.

"bijzondere gesloten periodes" in UCB-aandelen te handelen.

De Raad wees op 1 januari 2013 Anna Richo, Executive Vice President & General Counsel, en op 1 juni 2013 Xavier Michel, Vice President & Secretary General, aan als Insider Trading Compliance Officers. Zij zijn elk individueel bevoegd; hun taken en verantwoordelijkheden worden in de Dealing Code bepaald.

De Dealing Code bevat de lijst van medewerkers op sleutelposities en bestuurders die de Trading Compliance Officer(s) op de hoogte moeten brengen van alle transacties in UCB-aandelen die zij voor eigen rekening wensen uit te voeren. Deze Code voldoet volledig aan de bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie en aan de bepalingen van de Belgische wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.

De Dealing Code kan worden geraadpleegd op de website van UCB: www.ucb.com/investors/Governance/Principles-codesand-guidelines.

PwC werd wereldwijd benoemd tot commissaris bij de dochtervennootschappen van de UCB Groep.

In 2013 betaalde UCB de volgende honoraria aan haar revisoren:

Audit Andere
co
ntrole

opd
rachte
n
Belastingadvies
opd
rachte
n
Andere
opd
rachte
n buiten
de audit
opd
rachte
n
Totaal
PwC (België) 571 219 149 500 0 31 358 752 077
PwC andere
verbonden netwerken
1 594 983 23 254 115 214 317 843 2 051 294
Totaal 2 166 202 172 754 115 214 349 201 2 803 371

1.8 | Inlichtingen vereist op grond van artikel 34 van het koninklijk besluit van 14 november 2007

De volgende elementen kunnen een invloed hebben in het geval van een overnamebod (zie deel 1.1):

1.8.1 | Kapitaalstructuur van UCB, met vermelding van de verschillende soorten aandelen en, voor elke soort aandelen, de rechten en plichten die er aan verbonden zijn en het percentage van het geplaatste kapitaal dat er door wordt vertegenwoordigd op 31 december 2013

Sinds 14 juni 2013 bedraagt het kapitaal van UCB € 550 281 456, vertegenwoordigd door 183 427 152 volledig volgestorte aandelen zonder nominale waarde.

Aan alle UCB-aandelen zijn dezelfde rechten verbonden. Er zijn geen verschillende soorten van UCB-aandelen (zie deel 1.1.2).

1.8.2 | Wettelijke en statutaire beperkingen van overdracht van effecten

Beperkingen op de overdracht van effecten zijn enkel van toepassing op niet volledig volgestorte aandelen, overeenkomstig artikel 11 van de statuten van UCB (hierna de "Statuten"), dat bepaalt als volgt:

('…)

b) Elke eigenaar van niet volledig volgestorte aandelen die de algeheelheid of een deel van zijn effekten wenst af te staan zal zijn voornemen bij een ter post aangetekende brief aan de raad van bestuur betekenen, waarbij hij de naam van de kandidaat overnemer, het aantal te koop gestelde effekten, de prijs en de voorwaarden van de geplande afstand aangeeft.

De raad van bestuur zal, op dezelfde wijze, zich tegen deze afstand kunnen verzetten binnen de maand van deze betekening door een andere kandidaat koper aan de kandidaat verkoper voor te stellen. De door de raad voorgestelde kandidaat zal over een recht van voorkoop beschikken op de te koop gestelde effekten tenzij de kandidaat verkoper, binnen de vijftien dagen, verkiest aan de afstand te verzaken.

Het recht van voorkoop zal worden uitgeoefend tegen een eenheidsprijs gelijk aan de laagste van de twee zoals hierna bepaalde bedragen:

  • de gemiddelde sluitingskoers van het gewoon "UCB" aandeel op de continumarkt op Euronext Brussels van de dertig open beursdagen die de betekening waarvan sprake in voorgaand alinea voorafgaan, verminderd met het nog te volstorten bedrag;
  • de eenheidsprijs aangeboden door de kandidaat overnemer.

Voormelde bekendmaking door de raad van bestuur zal gelden als betekening van de uitoefening van het recht van voorkoop, in naam en voor rekening van de door de raad voorgestelde kandidaat koper. De prijs zal betaalbaar zijn binnen de maand van deze betekening, onverminderd de door de kandidaat overnemer gunstigere aangeboden voorwaarden.

c) Bij gebrek voor de raad zich binnen de maand van de betekening, waarvan sprake in de eerste alinea sub b), uit te spreken, zal de afstand in voordeel van de kandidaat overnemer kunnen plaatsvinden, aan voorwaarden die minstens gelijk zijn aan deze bepaald in gezegde betekening.

(...')

Op vandaag is het kapitaal van UCB volledig volgestort.

1.8.3 | Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten verbonden zijn, en een beschrijving van deze rechten

Er zijn geen dergelijke effecten.

1.8.4 | Mechanisme voor de controle op enig aandelenplan voor werknemers, wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend

Er is geen dergelijk systeem.

1.8.5 | Wettelijke of statutaire beperking van de uitoefening van het stemrecht

De bestaande UCB-aandelen verlenen de houders daarvan stemrecht op de algemene vergadering.

Artikel 38 van de Statuten luidt als volgt:

"Ieder aandeel geeft recht op één stem.

Elke natuurlijke of rechtspersoon die, onder bezwarende titel, stemverlenende effecten, die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen, zou verwerven of erop inschrijven, zal binnen de wettelijke termijnen het aantal verworven of ingeschreven effecten moeten aangeven alsmede het volledig aantal effecten die hij reeds bezit, wanneer dit totaal aantal drie percent van de totale stemrechten die, voor elke eventuele herleiding, op een algemene vergadering kunnen worden uitgeoefend, overschrijdt. Hetzelfde zal gelden telkens de persoon die gehouden is tot voormelde oorspronkelijke kennisgeving, zijn stemkracht zal verhogen tot vijf percent, zeven en een half percent, tien percent en vervolgens tot iedere veelvoud van vijf percent van het totaal aantal stemrechten zoals hierboven gedefinieerd of wanneer, als gevolg van een overdracht van effecten, zijn stemkracht onder één van de hiervoor bedoelde drempels zakt. Dezelfde kennisgevingverplichtingen zijn van toepassing op effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten indien zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst (dit wil zeggen een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is), reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven. Opdat de kennisgevingverplichtingen toepassing zouden vinden, moet de houder, al dan niet op termijn, hetzij het onvoorwaardelijke recht hebben om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven hetzij naar eigen goeddunken gebruik kunnen maken van zijn recht om dergelijke stemrechtverlenende effecten al dan niet te verwerven. Indien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd. Deze verklaringen zullen gebeuren in de gevallen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in de geldende wetgeving betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Het niet eerbiedigen van huidige statutaire bepaling zal kunnen worden bestraft overeenkomstig artikel 516 van het Wetboek van vennootschappen.

Niemand kan op de algemene vergadering aan de stemming deelnemen voor meer stemrechten dan degene verbonden aan aandelen waarvan hij, overeenkomstig voorgaande alinea, het bezit ter kennis heeft gegeven, minstens twintig dagen voor de datum van de vergadering."

De stemrechten verbonden aan de UCB-aandelen in handen van UCB of haar directe of indirecte dochtervennootschappen zijn van rechtswege geschorst.

1.8.6 | Overeenkomsten tussen aandeelhouders die bekend zijn bij UCB en die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en / of van de uitoefening van het stemrecht

Met uitzondering van het overleg tussen Financière de Tubize N.V. en Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG, zoals hierboven vermeld, heeft UCB geen weet van overeenkomsten die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van het stemrecht.

1.8.7. a) | Regels voor de benoeming en de vervanging van leden van de Raad

De Statuten bepalen:

"De vennootschap wordt bestuurd door een raad van bestuur bestaande uit ten minste drie leden, al dan niet aandeelhouders, die voor vier jaar worden benoemd door de algemene vergadering, die ze te allen tijde kan ontslaan.

De uittredende bestuurders zijn herkiesbaar. De opdracht der niet herkozen uittredende bestuurders eindigt onmiddellijk na de gewone algemene vergadering.

De algemene vergadering bepaalt de vaste of veranderlijke vergoedingen van de bestuurders en het bedrag van hun zitpenningen, onder de algemene kosten te boeken."

De algemene vergadering beslist bij gewone meerderheid van stemmen over deze aangelegenheden. De kandidaten worden voorgedragen door de Raad, na een selectieprocedure gevoerd in overeenstemming met de bepalingen van het Corporate Governance Charter, dat bepaalt als volgt:

('…)

Samenstelling van de Raad

Samenstelling

De Raad is van mening dat een aantal van 10 tot 15 leden aangewezen is met het oog op een efficiënte besluitvorming enerzijds en de bijdrage van ervaring en kennis op verschillende gebieden anderzijds. Een dergelijk aantal maakt het ook mogelijk om de samenstelling van de Raad zonder grote mate van ontwrichting te wijzigen. Dat sluit in grote mate aan bij de wetgeving en bij de statuten van UCB, die bepalen dat de Raad uit minstens drie leden moet bestaan. De algemene vergadering beslist over het aantal bestuurders, op voorstel van de Raad.

Een grote meerderheid van de leden van de Raad zijn niet-uitvoerende bestuurders.

De curricula vitae van de bestuurders en van de kandidaatbestuurders kunnen worden geraadpleegd op de website van UCB (www.ucb.com). Deze curricula vitae vermelden ook de bestuursmandaten die elk lid van de Raad in andere beursgenoteerde vennootschappen uitoefent.

Benoeming van bestuurders

De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering, op voorstel van de Raad en op aanbeveling van het GNCC.

Wanneer de Raad kandidaten aan de algemene vergadering voorstelt, houdt hij in het bijzonder rekening met volgende criteria:

  • een grote meerderheid van de bestuurders zijn niet-uitvoerende bestuursleden;
  • minstens drie niet-uitvoerende bestuurders zijn onafhankelijk overeenkomstig de wettelijke criteria en de criteria die door de Raad werden aangenomen;
  • geen individuele of groep van bestuurders mag de besluitvorming domineren;
  • de samenstelling van de Raad garandeert verscheidenheid en inbreng van ervaring, kennis en kunde die vereist is voor de gespecialiseerde internationale activiteiten van UCB; en
  • kandidaten zijn volledig beschikbaar om hun functies uit te oefenen en oefenen niet meer dan vijf bestuursmandaten uit in beursgenoteerde vennootschappen.

Het GNCC verzamelt informatie in die de Raad in staat stelt om zich ervan te verzekeren dat de voornoemde criteria vervuld zijn op het ogenblik van de benoemingen en vernieuwingen en tijdens de duur van het mandaat.

Voor elke nieuwe benoeming van een bestuurder voert het GNCC een beoordeling uit van de bestaande en vereiste vaardigheden, en kennis en ervaring in de Raad. Het profiel van de ideale kandidaat wordt opgemaakt op basis van die beoordeling en voorgesteld aan de Raad voor bespreking en definitieve vastlegging.

Wanneer het profiel is vastgelegd, selecteert het GNCC kandidaten die voldoen aan het profiel, in overleg met de leden van de Raad (inclusief de Voorzitter van het Uitvoerend Comité) en eventueel met behulp van een wervingsbureau. Het GNCC doet de aanbeveling van de uiteindelijke kandidaat aan de Raad. De Raad beslist over de voorstellen die aan de aandeelhouders ter goedkeuring worden voorgelegd.

Wat de aanstelling van een vertegenwoordiger van de referentieaandeelhouder binnen de Raad betreft, zal de Vicevoorzitter de kandidaat die door de referentieaandeelhouder werd verkozen, aan de Raad voorstellen na overleg met het GNCC en in dialoog met de overige leden van de Raad.

Duur van de mandaten en leeftijdsgrens

Bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd voor een termijn van vier jaar, en die termijn kan worden verlengd. Daarnaast werd een leeftijdsgrens van 70 jaar vastgelegd. Een bestuurder zal zijn/haar mandaat ter beschikking stellen op de dag van de algemene vergadering die volgt op zijn/haar 70ste verjaardag. De Raad mag uitzonderingen voorstellen op die regel.

Procedure voor de benoeming en de verlenging van mandaten

Het proces voor de benoeming en de herbenoeming van bestuurders wordt gestuurd door de Raad, die streeft naar een optimaal niveau van vaardigheden en ervaring binnen UCB en haar Raad.

De voorstellen voor benoeming, vernieuwing, ontslag of eventuele pensionering van een bestuurder worden onderzocht door de Raad, op basis van een aanbeveling door het GNCC.

Het GNCC beoordeelt alle bestuurders die kandidaat zijn voor herbenoeming bij de volgende algemene vergadering voor wat betreft hun toewijding en doeltreffendheid, waarna aan de Raad een aanbeveling met betrekking tot hun herbenoeming wordt gedaan.

Er wordt speciale aandacht gegeven aan de evaluatie van de Voorzitter van de Raad en de Voorzitters van de Comités van de Raad.

De evaluatie wordt uitgevoerd door de Voorzitter van de Raad en de Voorzitter van het GNCC, die vergaderingen hebben met elk van de bestuurders in hun hoedanigheid van bestuurder en, in voorkomend geval, in hun hoedanigheid van Voorzitter of lid van een Comité van de Raad. Wat de Voorzitter van de Raad betreft, wordt de evaluatie uitgevoerd door de Voorzitter van het GNCC en een senior onafhankelijk lid van de Raad; wat de Voorzitter van het GNCC betreft, wordt de evaluatie uitgevoerd door de Voorzitter van de Raad en een senior onafhankelijk lid van de Raad. Deze sessie vertrekken van een vragenlijst en behandelen de rol van de bestuurder in het bestuur van UCB en de doeltreffendheid van de Raad, en onder andere hoe zij hun toewijding, inbreng en constructieve betrokkenheid in de beraadslagingen en het nemen van beslissingen evalueren.

Het GNCC ontvangt de feedback, dat op zijn beurt rapporteert aan de Raad en aanbevelingen maakt aangaande de voorgestelde herbenoemingen.

De Raad legt zijn voorstellen betreffende de benoeming, de herbenoeming, het ontslag of de eventuele pensionering van bestuurders voor aan de algemene vergadering. Die voorstellen worden meegedeeld aan de algemene vergadering als onderdeel van de agenda van de relevante vergadering van aandeelhouders.

De algemene vergadering beslist over deze voorstellen van de Raad, met een gewone meerderheid van stemmen.

Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, dan heeft de Raad het recht om voorlopig in de vacature te voorzien, en zal de algemene vergadering in haar eerstvolgende bijeenkomst de definitieve benoeming doen.

De benoemingsvoorstellen vermelden of de kandidaat al of niet wordt voorgedragen als uitvoerend bestuurder, bepalen de voorgestelde duur van het mandaat (die, in overeenstemming met de statuten, niet meer dan vier jaar bedraagt) en delen mee waar alle nuttige inlichtingen over de beroepsbekwaamheden van de kandidaat alsook diens belangrijkste functies en bestuursmandaten kunnen worden bekomen of geraadpleegd.

De Raad vermeldt ook of de kandidaat al of niet beantwoordt aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden, in het bijzonder die bepaald in artikel 526ter van het Belgische Wetboek van vennootschappen, zoals het feit dat een bestuurder, om in aanmerking te komen als onafhankelijk bestuurder, niet meer dan drie opeenvolgende mandaten mag hebben uitgeoefend (of een maximum van twaalf jaar mag zetelen). Indien de kandidaat aan de criteria beantwoordt, dan zal aan de algemene vergadering worden voorgesteld om de onafhankelijkheid te erkennen.

De voorstellen voor benoeming zijn beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com)."

(...')

1.8.7. b) | Regels voor de wijziging van de statuten van UCB

De regels met betrekking tot statutenwijzigingen worden bepaald door het Belgische Wetboek van vennootschappen. De beslissing tot statutenwijziging wordt genomen door een buitengewone algemene vergadering, met een meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat minstens 50% van het kapitaal aanwezig of vertegenwoordigd is.

Indien op de eerste buitengewone algemene vergadering het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, dan kan een tweede buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen. Deze kan dan beslissen zonder dat een aanwezigheidsquorum moet worden bereikt.

1.8.8 | Bevoegdheden van de leden van de Raad, met name wat de mogelijkheid tot uitgifte of inkoop van aandelen betreft

De bevoegdheden van de Raad worden bepaald door de Belgische wet en de Statuten.

De interne werking van de Raad en de verantwoordelijkheden die de Raad aan zichzelf heeft voorbehouden, worden als volgt beschreven in het Corporate Governance Charter:

('...)

De Raad is het bestuursorgaan van UCB.

De Raad heeft de bevoegdheid om beslissingen te nemen over alle aangelegenheden behoudens die waarvoor volgens de wet alleen de algemene vergadering bevoegd is. De Raad vormt een college.

De rol en verantwoordelijkheden en de werking van de Raad worden bepaald door de statuten van UCB en het intern reglement van de Raad en zijn Comités, zoals beschreven in dit Charter.

Van de aangelegenheden waarover de Raad op grond van de wet kan beslissen, heeft de Raad kerngebieden voor zichzelf voorbehouden en ruime bevoegdheden aan een Uitvoerend Comité gedelegeerd (zie punt 5).

De Raad koos om geen directiecomité in de zin van artikel 524 van het Belgische Wetboek van vennootschappen op te richten, aangezien hij verkoos om noch de bevoegdheden die de wet hem toekende, noch de algemene vertegenwoordiging van UCB permanent te delegeren.

De rol van de Raad bestaat erin om UCB als een ondernemer te leiden binnen een kader van voorzichtige en doeltreffende controles die het mogelijk maken risico's te beoordelen en te beheren. De Raad bepaalt de strategische doelen van UCB, ziet erop toe dat de nodige financiële middelen en personeel voorhanden is opdat UCB haar doelstellingen kan behalen en beoordeelt de prestatie van het management. De Raad bepaalt de normen en waarden van UCB en zorgt ervoor dat haar verplichtingen aan haar aandeelhouders en anderen worden begrepen en nagekomen. Hij neemt collegiale verantwoordelijkheid op voor een degelijke uitoefening van zijn gezag en bevoegdheden.

De bevoegdheden die de Raad voor zichzelf heeft voorbehouden, betreffen hoofdzakelijk het volgende, en de Raad krijgt dan ook alle vereiste informatie in verband met elk van deze bevoegdheden:

  • 1. Vastleggen van de missie, de waarden en de strategie, de risicotolerantie en voornaamste beleidslijnen van UCB;
  • 2. Controle van:
  • de prestaties van het management en de uitvoering van de strategie van UCB,
  • de efficiënte werking van de comités van de Raad,
  • de prestaties van de commissaris;
  • 3. Benoeming of ontslag:
  • onder zijn leden, van de Voorzitter van de Raad, na raadpleging van alle leden van de Raad door de Voorzitter van het Governance, Nomination & Compensation Committee ("GNCC"),
  • onder zijn leden, van de Voorzitters en leden van het Auditcomité, van het GNCC en van de leden van het Wetenschappelijk Comité,
  • van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité, op voorstel van het GNCC,
  • van leden van het Uitvoerend Comité, op voorstel van het GNCC en op aanbeveling van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité,
  • van personen in belangrijke externe organen of van personen buiten UCB die UCB moeten vertegenwoordigen bij bepaalde dochtervennootschappen, op aanbeveling van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité,
  • beoordeelt de opvolgingsplanning van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité en van de overige leden van het Uitvoerend Comité, op voorstel van het GNCC;
  • 4. Bevestiging, benoeming of ontslag van senior executives op aanbeveling van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité;
  • 5. Verzekeren van de integriteit en van het tijdig bekendmaken van de financiële informatie van de UCB Groep en UCB en van belangrijke financiële en niet-financiële informatie aan de aandeelhouders en financiële markten;
  • 6. Goedkeuren van het kader van interne controle en risicobeheer, opgezet door het uitvoerend management en gecontroleerd door de interne audit met directe toegang tot het Auditcomité;
  • 7. Voorbereiding van de algemene vergadering en de voorstellen tot besluit;
  • 8. Structuur van het uitvoerend management en algemene organisatie van UCB (en van de UCB Groep);
  • 9. Goedkeuring van het jaarlijkse budget (met inbegrip van het investeringsbudget en het O&O-programma) en van elke verhoging van het jaarlijkse budget (met inbegrip van het investeringsbudget en O&O-programma);
  • 10.De langetermijn of belangrijke financiële operaties;
  • 11. De oprichting, vestiging, sluiting, vereffening of overbrenging van dochtervennootschappen, bijkantoren, productielocaties of grote afdelingen waarvan de waarde € 50 miljoen overschrijdt;
  • 12.De toekenning, fusie, verwerving, verdeling, aankoop, verkoop of verpanding van activa (andere dan de activa waarnaar wordt verwezen onder sub-sectie 13 hieronder), financiële instrumenten en aandelen, kapitaal- en kapitaalachtige instrumenten, de toekenning en het nemen van licenties m.b.t. intellectuele eigendomsrechten en productdesinvesteringen, joint-ventures, indien voor een waarde van meer dan € 20 miljoen en derde partijen betrokken zijn;

  • 13.De aankoop, verkoop of verpanding van onroerende goederen met een waarde van meer dan € 50 miljoen, en huurovereenkomsten m.b.t. onroerende goederen voor een periode van meer dan 9 jaar en waarvan de totale huurgelden en -lasten meer dan € 20 miljoen bedragen;

  • 14.De voorwaarden van plannen voor de toekenning van aandelen en aandelenopties aan werknemers;
  • 15.Op de hoogte worden gehouden, op het eind van elk semester, van de liefdadigheidsgiften van meer dan € 10 000 per jaar per begunstigde;
  • 16.Op verzoek van de Voorzitter van het Uitvoerend Comité kan de Raad ook worden verzocht om zich uit te spreken bij afwijkende meningen tussen een meerderheid van de leden van het Uitvoerend Comité en zijn Voorzitter.

(...')

Er is op deze datum geen machtiging die de Raad om toelaat nieuwe UCB-aandelen uit te geven.

Aan de volgende buitengewone algemene vergadering, die ten laatste in 2014 zal plaatsvinden, zal worden voorgesteld om de Raad te machtigen om gedurende twee (2) jaar het kapitaal van UCB te verhogen, binnen de grenzen bepaald in artikel 603, lid 1 van het Belgische Wetboek van vennootschappen, met een bedrag van maximaal 5% van het kapitaal (op het moment dat de raad van bestuur gebruik maakt van de machtiging) in geval het voorkeurrecht van de aandeelhouders wordt beperkt of uitgesloten, of met een bedrag van maximaal 10% van dat bedrag in geval het voorkeurrecht van de aandeelhouders niet wordt beperkt of uitgesloten. Elke beslissing van de Raad om gebruikt te maken van deze machtiging vereist een meerderheid van 75%.

Krachtens beslissing van de algemene vergadering van 6 november 2009 zijn de raad van bestuur van UCB en de raden van bestuur van haar directe dochtervennootschappen, gedurende een periode van vijf jaar vanaf 7 november 2009, gemachtigd om UCB-aandelen te verwerven tot maximaal 20% van het totale aantal UCB-aandelen en voor een tegenwaarde gelijk aan de slotkoers van het UCB-aandeel op NYSE Euronext Brussel op de dag onmiddellijk voorafgaand aan de verwerving, plus of minus een maximum van vijftien procent (15%), tevens rekening houdend met alle wettelijke vereisten. De huidige machtiging tot inkoop van eigen aandelen van 6 november 2009 loopt af op 6 november 2014. Daarom zal aan een buitengewone algemene vergadering, die ten laatste in 2014 zal plaatsvinden, worden voorgesteld om de bovenstaande machtiging tot inkoop van UCB-aandelen te vernieuwen en te vervangen voor een periode van 2 jaar, tot een maximum van 10% van het totale aantal UCB-aandelen, voor een prijs of ruilwaarde per aandeel van maximaal de hoogste prijs van het UCB-aandeel op NYSE Euronext te Brussel op de dag van de verwerving en minimaal één (1) euro, onverminderd artikel 208 van het koninklijk besluit van 31 januari 2001 tot uitvoering van het Belgische Wetboek van vennootschappen.

  • 1.8.9 | Belangrijke overeenkomsten waarbij UCB partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over UCB na een openbaar overnamebod, alsmede de gevolgen daarvan, behalve indien zij zodanig van aard zijn dat openbaarmaking ervan UCB ernstig zou schaden; deze afwijkende regeling is niet van toepassing indien UCB specifiek verplicht is tot openbaarmaking van dergelijke informatie op grond van andere wettelijke vereisten
  • Converteerbare ongedekte niet-achtergestelde obligatie van UCB N.V. ter waarde van € 500 miljoen met vastrentende coupon van 4,50%, uitgegeven op 22 september 2009, die bepaalt dat, in geval van wijziging van controle (zoals gedefinieerd in de voorwaarden van het prospectus, en goedgekeurd op de algemene vergadering van 6 november 2009) de obligatiehouders het recht hebben een terugbetaling door de emittent te eisen.
  • Publiek geplaatste ongedekte niet-achtergestelde obligatie van UCB N.V. ter waarde van € 750 miljoen met vastrentende coupon van 5,75%, uitgegeven op 27 november 2009, die bepaalt dat, in geval van wijziging van controle (zoals gedefinieerd in de voorwaarden van het prospectus, en goedgekeurd op de algemene vergadering van 6 november 2009) de obligatiehouders het recht hebben een terugbetaling door de emittent te eisen. Na het openbaar ruilaanbod beschreven in de onderstaande paragraaf, bedraagt het uitstaande bedrag van deze publiek geplaatste obligatie € 574 283 000.

De hierboven beschreven publiek geplaatste obligatie van UCB N.V. werd gedeeltelijk geruild via een openbaar ruilaanbod dat werd afgesloten op 2 oktober 2013. Bestaande obligaties werden geruild voor nieuw uitgegeven publiek geplaatste ongedekte niet-achtergestelde obligaties van UCB N.V., voor een bedrag van € 175 717 000 met vastrentende coupon van 5,125% (met vervaldag 2 oktober 2023), die bepaalt dat, in geval van wijziging van controle (zoals gedefinieerd in de voorwaarden van het prospectus) de obligatiehouders het recht hebben een terugbetaling door de emittent te eisen. Deze controlewijzigingsclausule zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de algemene vergadering van 24 april 2014, in overeenstemming met artikel 556 van het Belgische Wetboek van vennootschappen.

  • Bij institutionelen geplaatste ongedekte niet-achtergestelde obligatie van UCB N.V. ter waarde van € 500 miljoen met vastrentende coupon van 5,75%, uitgegeven op 10 december 2009, die bepaalt dat, in geval van wijziging van controle (zoals gedefinieerd in de voorwaarden van het prospectus, en goedgekeurd op de algemene vergadering van 29 april 2010) de obligatiehouders het recht hebben een terugbetaling door de emittent te eisen.
  • Kredietovereenkomst ter waarde van € 1 miljard tussen, onder meer, UCB N.V., CommerzBank AG, Fortis Bank S.A. / N.V. en Mizuho Corporate Bank Nederland N.V. als coördinatoren, "mandated lead arrangers" en "bookrunners". The Royal Bank of Scotland N.V. (Belgium branch), ING Belgium N.V.,. KBC Bank N.V., The Bank of Tokyo-Mitsubishi UFJ, Ltd., Barclays Capital, DnB NOR Bank ASA en Sumitomo Mitsui Banking Corporation als "mandated lead arrangers", van 14 december 2009 (zoals gewijzigd op 30 november 2010 en 7 oktober 2011), waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd door de algemene vergadering van 26 april 2012.

Deze kredietovereenkomst werd herzien in overeenstemming met de derde Amendment and Restated Agreement van 9 januari 2014. Deze Amendment and Restated Agreement voorziet in een controlewijzigingsclausule die gelijkaardig is aan die van de oorspronkelijke kredietovereenkomst, volgens hetwelk elk van de kredietgevers kan, in bepaalde omstandigheden, zijn verplichtingen opzeggen en de terugbetaling van zijn aandeel in de kredieten eisen, inclusief de opgelopen interest en alle andere opgelopen en uitstaande bedragen, in geval van wijziging van controle over UCB N.V. Deze controlewijzigingsclausule zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de algemene vergadering van 24 april 2014, in overeenstemming met artikel 556 van het Belgische Wetboek van vennootschappen.

  • Hybride obligatie van UCB N.V. voor een bedrag van € 300 miljoen: vast-naar-variabel rentende eeuwigdurende achtergestelde obligaties uitgegeven op 18 maart 2011. Deze bevat de voorwaarden van in artikel 4 (h) ("Step-up after change of control") van het prospectus een bepaling die stelt dat in geval van wijziging van controle (zoals in het prospectus gedefinieerd) de interestvoet met 500 basispunten wordt verhoogd behalve indien UCB N.V. ervoor kiest om de obligatie terug te betalen. Deze controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd op de algemene vergadering van 28 april 2011.
  • Euro Medium Term Note Program van 6 maart 2013 voor een bedrag van € 3 miljard (het "EMTN Programma"). De bepalingen van dat ETMN Programma bevatten een controlewijzigingsclausule (voorwaarde 6 (e) (i)) op grond waarvan, voor die Notes uitgegeven onder het EMTN Programma waarin een "controlewijziging 'put'" is opgenomen in de finale voorwaarden, eender welke houder van zulke Note, ingevolge een wijziging van de controle over UCB N.V., het recht heeft om de terugbetaling van die Note te eisen bij uitoefening van de "controlewijziging 'put'". Deze controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd op de algemene vergadering van 25 april 2013. In het kader van het EMTN Programma werden de volgende Notes uitgegeven. Zij vallen onder de hierboven beschreven controlewijzigingsclausule:
  • publiek geplaatste obligatie op 7 jaar tegen een rente van 3,75%, met vervaldag 2020, van UCB N.V., voor een bedrag van € 250 miljoen, uitgegeven op 27 maart 2013;
  • bij institutionelen geplaatste obligatie op 8 jaar tegen een rente van 4,125%, met vervaldag 4 januari 2021, van UCB N.V., voor een bedrag van € 350 miljoen, uitgegeven op 4 oktober 2013;
  • notes tegen een rente van 3,292% met vervaldag 29 november 2019, uitgegeven op 28 november 2013 door UCB N.V. voor een bedrag van € 55 miljoen via een institutionele private plaatsing.

In overeenstemming met artikel 556 van het Belgische Wetboek van vennootschappen zal de hierboven beschreven controlewijzigingsclausule voor het EMTN Programma van 6 maart 2013 ter goedkeuring worden voorgelegd aan de algemene vergadering van 24 april 2014 met betrekking tot Notes die in het kader van het EMTN Programma worden uitgegeven binnen de 12 maanden na de algemene vergadering van 24 april 2014 en waarop een dergelijke controlewijzigingsclausule van toepassing zal zijn.

Kredietovereenkomst ten bedrage van € 150 miljoen tussen UCB Lux S.A. als ontlener, UCB N.V. als promotor en garant, en de Europese Investeringsbank, overeengekomen op 9 mei 2012, en waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd op de algemene vergadering van 26 april 2012.

  • Kredietovereenkomst ten bedrage van € 100 miljoen tussen UCB Lux S.A. als ontlener, UCB N.V. als promotor en garant, en de Europese Investeringsbank, overeengekomen op 15 april 2013, en waarvan de controlewijzigingsclausule werd goedgekeurd op de algemene vergadering van 25 april 2013.
  • Aan het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandelenplan van UCB, waarbij UCB jaarlijks aandelen toekent aan bepaalde werknemers op basis van hun graad en hun prestaties, is volgens de regels van beide plannen een wachttijd van drie jaar verbonden, op voorwaarde dat de begunstigde doorlopend in dienst blijft bij de UCB Groep.

Ze blijven ook verworven bij een controlewijziging of fusie.

Dit was het aantal uitstaande stock awards en prestatie-aandelen per 31 december 2013:

  • 457 941 stock awards, waarvan 174 990 met toekenning in 2014;
  • 460 199 prestatie-aandelen, waarvan 125 650 met toekenning in 2014;
  • De controlewijzigingsclausules in de overeenkomsten van de leden van het Uitvoerend Comité zoals meer in detail beschreven in het remuneratieverslag (punt 1.4.3).

1.8.10 | Overeenkomsten tussen UCB en haar bestuurders of werknemers die in vergoedingen voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, de bestuurders ontslag nemen of, zonder geldige reden, moeten afvloeien, of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt

  • Voor meer informatie, zie punt 1.4.3 inzake de belangrijkste contractuele voorwaarden met betrekking tot de aanwervingsen ontslagregelingen van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité. Geen andere overeenkomsten voorzien in specifieke vergoedingen voor de leden van de Raad in het geval van beëindiging naar aanleiding van een overnamebod.
  • Buiten de leden van het Uitvoerend Comité, geïdentificeerd in sectie 1.4.3, genieten zeven werknemers in de VS van een controlewijzigingsclausule op grond waarvan hun beëindigingsvergoeding wordt verhoogd als de werknemer ontslag neemt of moet afvloeien, of als de tewerkstelling van de werknemer eindigt naar aanleiding van een overnamebod.

1.9 | Toepassing van artikel 523 van het Belgische Wetboek van vennootschappen

1.9.1 | Uittreksel uit de notulen van de Raad van 26 februari 2013

'...)

Aanwezig:

  • Dhr. Gerhard Mayr, Voorzitter
  • Gravin Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter
  • Dr. Roch Doliveux, Bestuurder
  • Mw. Harriet Edelman, Bestuurder
  • Dr. Peter Fellner, Bestuurder
  • Baron Charles-Antoine Janssen, Bestuurder
  • Professor Jean-Pierre Kinet, Bestuurder
  • Sir Thomas McKillop, Bestuurder
  • Dhr. Norman J. Ornstein, Bestuurder
  • Graaf Arnoud de Pret, Bestuurder
  • Mw. Bridget van Rijckevorsel, Bestuurder

Verontschuldigd:

Baron Albrecht De Graeve, Bestuurder

In aanwezigheid van:

Dhr. Bill Silbey, Waarnemend Secretary General

('...)

"Voorafgaand aan elke beraadslaging of beslissing van de Raad met betrekking tot de volgende agendapunten:

  • goedkeuring van de bonus betreffende de prestaties in 2012 en het basissalaris vanaf 1 maart 2013 voor het Uitvoerend Comité en de CEO;
  • goedkeuring van het aandelenoptieplan 2013;

  • goedkeuring van het aandelentoekenningsplan 2013;

  • goedkeuring van het prestatieaandelenplan 2013.

Roch Doliveux, bestuurder, deelde mee dat hij een rechtstreeks financieel belang had bij de vermelde beslissingen. Overeenkomstig artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen, verliet deze bestuurder de vergadering teneinde niet deel te nemen aan de beraadslaging en stemming van de Raad over deze beslissingen.

De Raad stelde vast dat artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen van toepassing was op deze verrichting.

Bijgevolg zet de Raad van Bestuur, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel en met het oog op de bekendmaking in het jaarverslag, zoals bedoeld in Artikel 96, lid 7 van het Wetboek van vennootschappen, het volgende uiteen:

Na de aanbevelingen van het GNCC betreffende de bonus voor de prestaties 2012, het basissalaris vanaf maart 2013 en de langetermijnincentives 2013 voor de leden van het Uitvoerend Comité en de CEO te hebben bediscussieerd, besliste de Raad de bonussen en de langetermijnincentives goed te keuren, zoals voorgesteld.

De vermogensrechtelijke gevolgen voor de vennootschap bedragen:

  • de bonus van de CEO: € 457 963 voor de individuele en bedrijfsprestaties;
  • de verhoging van het basissalaris van de CEO: 3%;
  • LTI 2013 voor de CEO:
  • aandelenopties: 55 991 (verwerving van rechten na 3 jaar en 8 maanden);
  • aandelentoekenning: 13 769 (verwerving van rechten na 3 jaar);
  • prestatieaandelenplan: 27 828 (verwerving van rechten na 3 jaar).

De kosten voor UCB bij verwerving zijn het eventuele verschil tussen de prijs waartegen de eigen aandelen door UCB werden gekocht en de uitoefenprijs bepaald in overeenstemming met de voorwaarden van het reglement.

Na de aanbevelingen van het GNCC betreffende de langetermijnincentives 2013 te hebben bediscussieerd, besliste de Raad het volgende:

Goedkeuring van het UCB-aandelenoptieplan 2013

Het huidige plan is ontworpen, zoals in het verleden, om het aandeelhouderschap in de eigen onderneming te bevorderen voor de ongeveer 1 350 personeelsleden vanaf niveau MMI binnen de UCB Groep – met inbegrip van de Uitvoerend Bestuurder, die lid is van het Uitvoerend Comité – en om hen financieel te stimuleren door hen nog meer te betrekken in het succes van UCB en hen bewust te maken van de waarde van de UCB-aandelen op de markten, met inachtneming van de regels betreffende voorkennis.

De financiële gevolgen van de operatie voor UCB bestaan voornamelijk in het eventuele verschil tussen de prijs waartegen eigen aandelen door UCB werden gekocht en de prijs waartegen zij worden verkocht aan het betrokken personeel op het ogenblik dat de opties worden uitgeoefend in overeenstemming met de voorwaarden vastgesteld in het reglement van het plan.

a) Verdeling

De Raad heeft de aanbevelingen van het GNCC goedgekeurd in verband met de regels voor de toekenning van opties op basis van de functiecategorie en het verantwoordelijkheidsniveau. Bijgevolg zullen 4 325 000 opties (± 25%) (voor medewerkers niveau MM I tot E II) plus naar schatting 428 000 opties (voor medewerkers niveau E I en hoger) worden toegewezen aan ongeveer 1 350 medewerkers van niveau MM I en hoger van de UCB Groep (deze raming houdt geen rekening met medewerkers die tussen 1 januari 2013 en 1 april 2013 werden aangeworven of bevorderd tot de niveaus die in aanmerking komen).

b) Stock appreciation Rights (SAR) in de VS

In de VS zal UCB Stock Appreciation Rights (SAR 's) toekennen in plaats van aandelenopties. Het "Stock Appreciation Rights Plan" volgt de regels van het UCB-aandelenoptieplan. Het enige verschil is dat in plaats van echte aandelen toe te kennen, ze hun begunstigden de mogelijkheid bieden voordeel te halen uit de waardeverhoging van hetzelfde aantal UCB-aandelen. Deze waardevermeerdering wordt contant uitbetaald bij de uitoefening.

c) Bepaling van de uitoefenprijs

De uitoefenprijs van deze opties zal het laagste zijn van de volgende twee bedragen:

  • de gemiddelde slotkoers over de 30 kalenderdagen die aan het aanbod voorafgaan (van 2 tot 31 maart 2013);
  • of de slotkoers van de dag die aan het aanbod voorafgaat (31 maart 2013).

UCB zal een andere uitoefenprijs bepalen voor de begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten.

d) Verwerving van rechten

De aandelenopties zullen uitoefenbaar zijn na een periode van drie jaar vanaf de datum van aanbod, behalve in landen waar dat niet toegestaan is (of minder gunstig is). Bijgevolg zullen de opties toegekend aan begunstigden die in België verblijven, uitoefenbaar zijn vanaf 1 januari van het vierde kalenderjaar volgend op het jaar van de toekenning, en voor begunstigden in Frankrijk de dag die volgt op de vierde verjaardag van de toekenning.

e) Documentatie

Vervolgens besliste de Raad over de documentatie die aan de begunstigden bij het aanbod wordt overhandigd, en meer specifiek de redenen en voorwaarden van het aanbod, alsook de informatie inzake het aantal en de aard van de hun aangeboden effecten, en keurde die goed.

f) Voorwaarden

De Raad van Bestuur heeft de toekenningsvoorwaarden van UCB aandelenoptieplan 2013 goedgekeurd.

Goedkeuring van het UCB aandelentoekenningsplan 2012 en het UCB prestatieaandelenplan 2013

Deze operatie, die voorbehouden is aan het niveau Executives I en hoger – met inbegrip van de Uitvoerende Bestuurder die lid is van het Uitvoerend Comité – voorgesteld door het GNCC, heeft als doel het aandeelhouderschap onder deze personeelscategorie van de UCB Groep in hun eigen onderneming te bevorderen en hen financieel te stimuleren door hen nog meer te betrekken in het succes van UCB en hen bewust te maken van de waarde van de UCB-aandelen op de markten, met inachtneming van de regels betreffende voorkennis. Die gratis toekenning van aandelen kadert als langetermijnincentive in het remuneratiebeleid ten aanzien van deze personeelscategorie en is gebonden aan de voorwaarde dat de betrokkene tewerkgesteld blijft binnen UCB gedurende de vastgestelde wachttijd (meestal drie jaar na de datum van het aanbod).

De verwerving van deze prestatieaandelen is verbonden aan de voorwaarde dat het personeelslid in kwestie minstens drie jaar na de aanbiedingsdatum in dienst blijft van de Groep en dat de UCB Groep de doelen bereikt die vooraf werden vastgelegd. De uitbetaling schommelt tussen 0% en 150% van het toegekende bedrag, afhankelijk van de mate waarin de prestatiecriteria werden verwijzenlijkt.

Voor het prestatieaandelenplan van april 2013 (uitoefening 2016), werden door de Raad twee metrieken goedgekeurd, op aanbeveling van het GNCC: (1) aangepaste nettowinst na belastingen voor 50% en (2) een omzet hoger dan de consensus voor 50%.

De financiële gevolgen van de operatie voor UCB bestaan vooral in de waarde van de UCB-aandelen op het moment van verwerving.

a) Verdeling

De Raad heeft de aanbevelingen van het GNCC goedgekeurd in verband met de regels voor de gratis toekenning van aandelen op basis van de functiecategorie en het verantwoordelijkheidsniveau. Er zullen dus naar schatting 315 000 aandelen worden toegekend aan 58 senior leidinggevende personeelsleden van de Groep. De uiteindelijke bedragen zullen bekend zijn op 1 april 2013 (het bovenstaande houdt geen rekening met medewerkers die tussen 1 januari 2013 en 1 april 2013 werden aangeworven of bevorderd tot de niveaus die in aanmerking komen).

De aandelen van het prestatieaandelenplan zullen worden toegewezen met uitkering tussen 0% en 150%, afhankelijk van de mate waarin de door de Raad vastgestelde prestatiecriteria werden verwijzenlijkt.

b) Voorwaarden

De Raad van Bestuur heeft de voorwaarden van het aanbod van het UCB aandelentoekenningsplan 2013 goedgekeurd.

c) Documentatie

Vervolgens besliste de Raad over de documentatie die aan de begunstigden bij het aanbod wordt overhandigd, en meer specifiek de redenen en voorwaarden van het aanbod, alsook de informatie inzake het aantal en de aard van de hun aangeboden effecten, en keurde die goed.

Toekenning van aandelen en prestatieaandelen in uitzonderlijke omstandigheden

In overeenstemming met de maatregelen in verband met het invoeren van een pool van "incentive-aandelen" gaf de Raad, voor het jaar 2013, zijn goedkeuring om een pool van 100 000 aandelen toe te wijzen aan het programma voor de toekenning van aandelen in uitzonderlijke omstandigheden.

De begunstigden worden aangeduid door het Uitvoerend Comité en de Senior Executives, en de toewijzing wordt goedgekeurd door het Uitvoerend Comité. Het GNCC zal aan het einde van het jaar worden geïnformeerd over het aantal aandelen toegekend uit de pool.

Delegatie van bevoegdheden

De Raad delegeerde alle bevoegdheden aan de Voorzitter van het Uitvoerend Comité van de vennootschap, momenteel Roch Doliveux, aan de General Secretary van de vennootschap en aan de Executive Vice President Global HR & Communication, elk van hen alleen handelend en met recht van indeplaatsstelling, met het oog op de uitvoering van de beslissingen en in het bijzonder voor de finalisering van de voorwaarden van de uitgiften, de documentatie voor de begunstigden en de uitoefeningsprocedure.

(...')

1.9.2 | Uittreksel uit de notulen van de Raad van 19 december 2013

('…)

"AANWEZIG:

  • Dhr. Gerhard Mayr, Voorzitter
  • Gravin Evelyn du Monceau, Vicevoorzitter
  • Dr. Roch Doliveux, Bestuurder
  • Dr. Peter Fellner, Bestuurder
  • Baron Charles-Antoine Janssen, Bestuurder
  • Professor Jean-Pierre Kinet, Bestuurder
  • Sir Thomas McKillop, Bestuurder
  • Dhr. Norman J. Ornstein, Bestuurder
  • Graaf Arnoud de Pret, Bestuurder
  • Mw. Bridget van Rijckevorsel, Bestuurder
  • Baron Albrecht De Graeve, Bestuurder
  • Mw. Harriet Edelman, Bestuurder

IN AANWEZIGHEID VAN:

Dhr. Xavier Michel, Vice President en Secretaris-generaal

('…)

CORPORATE EN GOVERNANCE

('…)

Rapp ort van het Governance, Nominations & Compensation Comité

('…)

"Er werd tevens gerapporteerd over de vergadering van het GNCC van 18 december 2013. De voorzitter van het GNCC kaartte "Project Horizon" aan.

Vooraleer verder te berichten over de laatste stand van en te beraadslagen over "Project Horizon", wierp de CEO op dat hij een mogelijk belangenconflict had in de zin van artikel 523 van het Belgische Wetboek van vennootschappen aangezien "Project Horizon" ook betrekking kon hebben op zijn positie binnen de Vennootschap, en verliet hij de zaal voor enige bespreking, en nam hij niet deel aan de daarmee verband houdende besprekingen en beraadslagingen van de Raad.

De voorzitter van het GNCC berichtte de Raad over de laatste stand van zaken van de verdere beoordeling van mogelijke kandidaten in geval dat "Project Horizon" verder wordt geïmplementeerd. Bijkomende vergadering met mogelijke kandidaten zullen in januari worden gehouden.

BESLISSING

Naar aanleiding van de aanbeveling van het GNCC, besliste de Raad unaniem om een algemeen uitdrukkelijk mandaat te geven aan de voorzitter van het GNCC om de voorwaarden en modaliteiten van de opvolging van de CEO en van zijn contract verder te onderzoeken in het geval dat de Raad, op aanbeveling van het GNCC, op enig moment in de toekomst, over de opvolging van de CEO zou beslissen en zou beslissen om verder te gaan met "Project Horizon" en om het ten uitvoer te brengen."

(...')

1.10 | Toepassing van artikel 96, § 2, 2° van het Belgische Wetboek van vennootschappen (afwijking van de Code)

Principe 2.9 (richtlijn): De Secretaris van de Raad rapporteert aan de General Counsel in plaats van aan de Voorzitter van de Raad, dit om samen en op constante wijze toezicht te houden op de naleving van het deugdelijk bestuur binnen UCB. In overeenstemming met het Corporate Governance Charter kunnen de leden van de Raad echter individueel een beroep doen op de assistentie van de Secretaris voor alle materies die verband houden met de Raad of de vennootschap.

Sten, leeft met rusteloze benen

2. Overzicht van de bedrijfsprestaties1

Dit overzicht van de bedrijfsprestaties is gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingsgroep UCB, opgesteld volgens de IFRS -normen. De afzonderlijke statutaire jaarrekening van UCB N.V., opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen, evenals het verslag van de Raad van Bestuur aan de algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris, worden binnen de statutaire termijnen neergelegd bij de Nationale Bank van België en zijn verkrijgbaar op aanvraag of via onze website.

2.1 | Kerncijfers

  • De opbrengsten zijn in 2013 met 1% gedaald tot € 3 411 miljoen. De netto-omzet daalde met 1% door de uitstekende prestaties van de drie kernproducten Cimzia®, Vimpat® en Neupro® en een sterke verkoop van Keppra® in Japan en opkomende markten, gecompenseerd door de voortdurende post-exclusiviteit erosie effecten van Keppra® in Europa en de generische concurrentie voor de portefeuille van rijpe producten. De royaltyinkomsten en -vergoedingen steeg met 2% als gevolg van de inkomsten uit buiten-gelicentieerde producten. Overige opbrengsten daalden met 15% als gevolg van ontvangen mijlpaalbetalingen in 2012 en niet werden herhaald in 2013.
  • De recurrente EBITDA bedroeg in 2013 € 689 miljoen, tegenover € 684 miljoen in 2012.
  • De nettowinst daalde van € 245 miljoen in 2012 tot € 200 miljoen in 2013, als gevolg van een sterk bedrijfsresultaat, lagere netto financiële kosten, gecompenseerd door hogere belastinglasten.
  • De kern-WPA daalde van € 2,10 in 2012 naar € 1,93 per aandeel in 2013.

1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de financiële en bedrijfsresultaten niet gelijk is aan de weergegeven som.

De 2012 financiële cijfers zijn herzien voor O&O-belastingskredieten eerder opgenomen als winsttegoeden worden nu geboekt onder onderzoeks- en ontwikkelingskosten, en herzien voor de Meizler Biopharma bedrijfscombinatie.

Actueel Verschil
€ miljoen 2013 2012
(herwerkt)
Actuele
wisselkoersen
Constante
wisselkoersen
Opbrengsten 3 411 3 462 -1% 2%
Netto-omzet 3 049 3 070 -1% 3%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 172 168 2% 5%
Overige opbrengsten 190 224 -15% -12%
Brutowinst 2 297 2 378 -3% 2%
Marketing- en verkoopkosten -802 -875 8% 4%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -856 -861 1% -2%
Algemene en administratiekosten -205 -198 -3% -5%
Overige bedrijfsbaten / -lasten (-) 7 0 n.s. n.s.
Recurrente
EBI
T (REBI
T
)
441 444 -1% 12%
Niet-recurrente baten / lasten(-) -38 -26 -50% -53%
EBI
T (operationele winst)
403 418 -3% 9%
Netto financiële lasten -121 -155 22% 22%
Winst vóór winstbelastingen 282 263 7% 28%
Winstbelastingen (-) / vorderingen -87 -35 > -100% > -100%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 195 228 -14% 2%
Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 5 17 -74% -74%
Nettowinst 200 245 -18% -3%
toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 207 249 -17% -4%
toerekenbaar aan minderheidsbelangen -7 -4 -52% 35%
Recurrente EBITDA 689 684 1% 9%
Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) 353 221 60% n.s.
Netto financiële schuld 2 008 1 766 14% n.s.
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 298 355 -16% n.s.
Gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd
(miljoen)
182.2 179.3 2% n.s.
Winst per aandeel
(€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet verwaterd)
1,14 1,39 -18% -17%
Kern
WPA
(€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet verwaterd)
1,93 2,10 -8% 1%

2.2 | Belang r ijkste g e beurtenisse n in 2013

Belang r ijke overee n k omste n / ini tiat ieve n

  • Februari 2013 U CB maakt een overeenkomst bekend met Confomet R x om samen onderzoek te voeren naar nieuwe geneesmiddelen die voorzien in onvervulde medische behoeften op het gebied van de neurowetenschappen. Met deze overeenkomst voor twee jaar stellen UCB en ConfometRx zich onder meer tot doel om inzicht te krijgen in de modulatie van G-proteïne gekoppelde receptoren (GPCR's) en gedifferentieerde geneesmiddelen ontwikkelen.
  • Maart 2013 – UCB rondt met succes haar uitgifte van 3,75% vastrentende obligaties af door middel van een openbaar aanbod in België voor een totaal bedrag van € 250 miljoen.
  • Maart 2013 – U CB en Five Prime T herapeutics maken bekend dat ze een strategische samenwerking aangaan inzake onderzoek naar innovatieve doelen voor biologicals en therapeutica op het gebied van fibrose gerelateerde inflammatoire aandoeningen en aandoeningen van het centrale zenuwstelsel (CZS).
  • Mei 2013 – U CB sluit langetermijnpartnerschap met U N I THER Pharmaceuticals, een toonaangevende farmaproducent, voor productiefaciliteit in Rochester (New York). De overeenkomst maakt deel uit van de strategie van UCB om zijn productienetwerk optimaal aan te passen aan de evolutie van zijn portfolio. De transactie omvat een zesjarige leveringsovereenkomst tussen UCB en UNITHER.

  • J uni 2013 – UCB gaat samen met C REL UX en 4 SC Discovery een samenwerking aan om onvervulde behoeften op het gebied van neurologie tegemoetkomen. Op basis van hun gezamenlijke "idea-to-candidate" (i2c)-platform zullen CREL UX en 4SC Discovery klein moleculaire stoffen ontdekken en optimaliseren om kandidaat-geneesmiddelen van hoge kwaliteit te leveren aan UCB.

  • J uli & september 2013 – UCB's Kremers Urban P harmaceuticals I nc. (KU) krijgt goedkeuring van de A merikaanse overheid ( F D A ) voor methylfenidaat hydro chloride met verlengde afgifte 18 mg en 27 mg, waarvoor Concerta ® als referentie geldt. KU is gestart met de lancering en de commercialisatie van het product op de A merikaanse markt. KU ontving ook een voorlopige goedkeuring voor de versies met 36 mg en 54 mg en kwam in aanmerking voor de finale goedkeuring nadat de exclusiviteit verstrijkt in september 2013.
  • S eptember 2013 – UCB dient een openbaar aanbod tot omruiling in voor maximum 250 000 van de 750 000 vast rentende obligaties met vervaldatum 27 november 2014 en met een bruto coupon van 5,75%. Bij de afsluiting van de aanvangsperiode werden 175 717 bestaande obligaties, die een nominaal bedrag van € 175 717 000 vertegenwoordigen, ingebracht in het kader van het ruilbod.
  • S eptember 2013 – UCB voltooit een aanbod van € 350 miljoen aan niet-zekergestelde obligaties van eerste rang met vervaldatum in januari 2021 en uitgegeven onder haar drie miljard euro E MTN programma. De obligaties werden verkocht aan gekwalificeerde institutionele beleggers in E uropa. De obligaties werden uit gegeven aan 99,944% op 4 oktober 2013 en zullen terugbetaald

worden tegen 100% van hun hoofdsom op 4 januari 2021. Ze zullen een jaarlijkse rentevoet van 4,125% hebben.

  • September 2013 Vectura en UCB gaan samenwerken en expertise uitwisselen op het vlak van ernstige inflammatoire aandoeningen. Deze samenwerking is gericht op het combineren van Vectura's expertise op het vlak van de farmaceutische en klinisch / regulerende ontwikkeling van geïnhaleerde therapie en UCB's meerwaarde op het gebied van biologie en immunologie. De samenwerking zal focussen op het realiseren van een klinische "proof-of-concept" van een door UCB gegenereerde therapie die zich richt op een sleutelmolecule in het immuunsysteem.
  • Januari 2014 UCB beslist om gebruik te maken van haar optie op Early Redemption van de € 500 miljoen converteerbare obligaties met coupon van 4,50% en met vervaldatum in 2015. Als alternatief voor de vervroegde terugbetaling van de bonds kan elke houder van bonds zijn conversierechten uitoefenen waarop UCB zal aandelen overdragen. De laatste dag waarop conversierechten kunnen worden uitgeoefend door de houders van bonds is 5 maart 2014. Indien alle houders van bonds hun conversierechten zouden uitoefenen, zou het totale aantal aandelen naar 194 525 071 stijgen.
  • Januari 2014 UCB en Biogen Idec sluiten overeenkomsten af voor het commercialiseren van geneesmiddelen tegen multiple sclerose en hemofilie in Azië. Deze samenwerking maakt gebruik van UCB's know-how en aanwezigheid in Azië om Biogen Idec's innovatieve therapieën tot bij patiënten in nieuwe markten te brengen. Deze exclusiviteitsovereenkomsten verlenen aan UCB het recht om producten van Biogen Idec te commercialiseren in Zuid Korea, Hongkong, Thailand, Singapore, Maleisië en Taiwan. In China worden de producten zowel ontwikkeld als gecommercialiseerd.

Update over de reglementering en vooruitgang van de pijplijn

Immu nologie

In februari 2013 heeft UCB twee nieuwe aanvragen tot goedkeuring ingediend bij de Food and Drug Administration (FDA) in de VS en bij het European Medicines Agency (EMA) voor het uitbreiden van de vergunning voor het verhandelen van Cimzia® (certolizumab pegol) met de behandeling van volwassen patiënten met actieve artritis psoriatica (PsA) en met volwassen patiënten met actieve axiale spondyloartritis (axSpA).

In september en oktober 2013, respectievelijk, kondigde UCB aan dat de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) Cimzia® goedkeurde voor de behandeling van volwassen patiënten met actieve psoriatische artritis (PsA) en voor de behandeling van volwassenen met actieve ankylopoetica spondylitis (AE ). Deze goedkeuring is gebaseerd op een fase 3-, multicenter, gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie opgezet ter evaluatie van de werkzaamheid en veiligheid van Cimzia® bij patiënten met actieve axPsA waarvan de meesten AS hadden. De FDA vaardigde tevens een Complete Response Letter uit met betrekking tot de supplemental Biologics License Application (sBLA ) van Cimzia® voor de behandeling van volwassenen met actieve axiale spondyloartritis (axSpA). UCB werkt samen met de FDA aan verdere stappen om Cimzia® ter beschikking te stellen van Amerikaanse patiënten met actieve axSpA.

In oktober en november 2013, respectievelijk, kreeg UCB een positief oordeel van het Europese geneesmiddelenbureau (EMA) over de uitbreiding van de vergunning voor het in de handel brengen in EU voor Cimzia® voor de behandeling van patiënten met ernstig axiale spondylartritis en voor de behandeling van actieve psoriatische artritis (PsA).

In juni 2013 gaf UCB olokizumab in licentie aan R-Pharm. UCB en R-Pharm, een particulier farmabedrijf dat is gevestigd in Moskou (Rusland), hebben een wereldwijde exclusieve licentieovereenkomst afgesloten waardoor R Pharm olokizumab zal ontwikkelen en commercialiseren voor alle indicaties, ook reumatoïde artritis.

  • In februari 2013 hebben UCB en partner Amgen Inc. aangekondigd dat ze de Fase 3-klinische testprogramma voor romosozumab (CDP7851/AMG785) niet zouden voldoen in versnelde fractuurgenezing. Deze beslissing heeft geen invloed op de Fase 3-klinische testprogramma van romosozumab voor post-menopauzale osteoporose waarvan resultaten verwacht worden in de eerste helft van 2016.
  • Talrijke patiënten met systemische lupus erythematosus werden nog aangeworven in de fase 3-klinische testprogramma voor epratuzumab in het jaar 2013. Eerste resultaten worden in het eerste kwartaal van 2015 verwacht.
  • UCB heeft de fase 1b-klinisch testprogramma voor CDP7657 voor de behandeling van systemische lupus erythematosus gestart. De resultaten van de testen van deze CD40-antilichaam ontwikkeld in samenwerking met Biogen Idec worden verwacht in de tweede helft van 2014.
  • Wat de nieuwe immunologische componenten UCB4940 en UCB5857 betreft boeken de fase 1-klinische testprogramma's begonnen in 2013 vooruitgang. UCB5857 is een selectieve en krachtige kleine molecule voor de potentiële behandeling van meervoudige immunologische indicaties; eerste resultaten worden verwacht in het tweede kwartaal van 2014.

Centraal zenuwstelsel (CZS)

In maart 2013, Vimpat® (lacosamide) genereerde positieve resultaten in fase-3-monotherapiestudie in VS: topline resultaten toonden aan dat de studie van de conversie naar lacosamide-monotherapie het primaire eindpunt heeft behaald. In oktober 2013 heeft UCB een aanvullende aanvraag voor een nieuwe toepassing voor Vimpat® (lacosamide) ingediend als monotherapie bij volwassene patiënten met partiële epilepsie aanvallen.

In Europa, de fase-3-studie ter evaluatie van Vimpat® voor conversie naar monotherapie bij partiële aanvallen liep zoals gepland, en de eerste resultaten worden in de loop van het vierde kwartaal van 2014 verwacht.

Het testprogramma van de fase 3-pediatrische studie is in 2013 begonnen. En de fase 3-Aziätische studies liepen ook zoals gepland, met eerste resultaten die in de loop van de eerste helft van 2015 worden verwacht.

Besprekingen met regelgevende instanties om over te gaan tot fase 3-ontwikkeling van Vimpat® voor primaire, gegeneraliseerde tonische-clonische aanvallen (PGT CA) zijn nog steeds aan de gang.

In juni 2013 hebben verschillende generische bedrijven een verkorte aanvraag tot commercialisatie (ANDA) van Vimpat® ingediend. UCB is daarvoor juridisch gestapt tegenover de kandidaten die een dergelijke aanvraag hebben ingediend.

  • In februari 2013 werd Neupro® (rotigotine pleister) op de Japanse markt gebracht voor vroege en gevorderde stadia van de ziekte van Parkinson en voor het rustelozebenensyndroom. Otsuka Pharmaceutical, de CZS partner van UCB, heeft de exclusieve rechten voor het ontwikkeling en op de markt brengen van Neupro® in Japan.
  • In mei 2013 kregen UCB en Otsuka Pharmaceutical de goedkeuring van de Japanse regelgevende instanties om E Keppra® (levetiracetam) als aanvullende therapie te gebruiken bij pediatrische patiënten van 4 jaar en meer met partieel beginnende epilepsieaanvallen.
  • De fase 3-studie ter evaluatie van brivaracetam als aanvullende therapie bij de behandeling van partiële aanvallen bij volwassen epilepsiepatiënten is lopende. De eerste resultaten worden in de loop van de tweede helft van 2014 verwacht.
  • In februari 2013 gaf Biotie Therapies aan UCB de exclusieve wereldwijde licentierechten van tozadenant (SYN115), een selectieve remmer van de adenosine-2a-receptor momenteel in ontwikkeling voor de behandeling van de ziekte van Parkinson. De fase 3-studie zou moeten beginnen in de eerste helft van 2015.

3. Analyse van de bedrijfsen financiële resultaten1

Wijziging van de groep: als gevolg van de afstoting van de resterende niet-farmaceutische activiteiten, zoals Films (in september 2004) en Surface Specialities (in februari 2005) rapporteert UCB de resultaten van deze activiteiten als deel van de winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.

Recurrente en niet-recurrente posten: éénmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven ("niet-recurrente" posten). Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), is een regel voor "recurrente EBIT" (RE BIT of recurrente operationele winst) opgenomen die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de onderneming weerspiegelt. De recurrente EBIT is gelijk aan de regel "operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, herstructurering en

overige baten en lasten" die in de geconsolideerde jaarrekening gerapporteerd wordt.

Kern-WPA is de kernnettowinst, of de nettowinst die kan worden toegekend aan UCB-aandeelhouders, aangepast voor de impact na belasting van niet-recurrente posten, financiële éénmalige posten, de bijdrage na belasting van niet-voortgezette activiteiten, en de nettoafschrijving die verbonden is met verkopen per nietverwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.

Kernproducten: de "kernproducten" zijn UCB's pas gelanceerde geneesmiddelen, meer bepaald Cimzia®, Vimpat® en Neupro®. UCB's prioriteit is de verdere groei van deze drie producten en de continue introductie van nieuwe indicaties.

3.1 | Netto-omzet per product

De totale netto-omzet bedraagt € 3 049 miljoen, 1% minder dan vorig jaar of 3% meer bij constante wisselkoersen.

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2013 2012 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Kernproducten
Cimzia® 594 467 27% 32%
Vimpat® 411 334 23% 27%
Neupro® 182 133 37% 39%
Andere producten
Keppra® (inclusief Keppra® XR) 712 838 -15% -12%
Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D® /Cirrus®) 204 249 -18% -8%
Xyzal® 114 128 -11% -9%
Metadate™ CD (inclusief methylphenidate ER) 79 65 22% 26%
Nootropil® 58 63 -8% -4%
omeprazole 57 79 -28% -25%
Overige 638 714 -10% -8%
Totale netto-omzet 3 049 3 070 -1% 3%

1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de financiële en bedrijfsresultaten niet gelijk is aan de weergegeven som.

De financiële resultaten voor 2012 werden herwerkt voor de O&O-belastingkredieten die voorheen onder belastingtegoeden geboekt werden en nu als O&O-uitgaven geherclassificeerd zijn, en herwerkt voor de bedrijfscombinatie Meizler Biopharma.

Kernproducten

Cimzia® (certolizumab pegol), tegen inflammatoire artritis indicaties en de ziekte van Crohn haalde een netto-omzet van € 594 miljoen, een stijging van 27%.

Het anti-epilepticum Vimpat® (lacosamide), beschikbaar als aanvullende therapie voor de behandeling van partieel beginnende aanvallen, behaalde een netto-omzet van € 411 miljoen (+23%).

Neupro® (rotigotine), tegen de ziekte van Parkinson (PD) en het rustelozebenensyndroom (RLS ), boekte een netto-omzet van € 182 miljoen, een stijging van 37%.

Overige producten

Keppra® (levetiracetam), tegen epilepsie, haalde een netto-omzet van € 712 miljoen, wat 15% minder is dan vorig jaar. De aanhoudende post-exclusiviteitserosie-effecten in Europa (-30%) en de achteruitgang in Noord-Amerika (-5%, -2% bij constante wisselkoersen) werd voor een stuk gecompenseerd door de sterke groei in de opkomende markten (BRICMT: +12%) en door E Keppra® in Japan (+32%, +67% tegen constante wisselkoersen)

Zyrtec® (cetirizine, inclusief Zyrtec®-D/Cirrus®), tegen allergieën, kende een daling van de netto-omzet met 18% tot € 204 miljoen, voornamelijk vanwege de zwakkere yen en de concurrentie van generische producten.

Xyzal®(levocetirizine), tegen allergie, behaalde een nettoomzet van € 114 miljoen (-11%), hoofdzakelijk vanwege generische concurrentie.

Metadate™ CD (methylfenidaat HCI, inclusief methylphenidate ER ), tegen ADHD, behaalde een netto-omzet van € 79 miljoen, integraal in de VS, een stijging van 22%, ondersteund door generische producten.

Nootropil® (piracetam), tegen cognitieve stoornissen, boekte een netto-omzet van € 58 miljoen (-8%).

Omeprazole, een generisch product tegen hyperaciditeit, boekte en netto-omzet van € 57 miljoen (-28%) als gevolg van de competitieve marktomgeving.

Andere producten: de netto-omzet van de andere rijpe producten daalde tot € 638 miljoen (-10%), voornamelijk als gevolg van de concurrentie van generische producten en productafstotingen.

Netto-omzet per product (€ miljoen)

3.2 | Netto-omzet per geografisch gebied

ACTUEEL ACTUELE WISSELKOERSEN CONSTANTE WISSELKOERSEN
€ miljoen 2013 2012 € Miljoen % € Miljoen %
Netto-omzet Noord-Amerika 1 282 1 171 111 10% 154 13%
Kernproducten
Cimzia® 379 321 58 18% 71 22%
V
impat®
314 251 63 25% 74 29%
Neupro® 40 15 25 > 100% 27 > 100%
Andere producten
Keppra® (inclusief Keppra® XR) 223 236 -13 -5% -5 -2%
Metadate™ CD 79 65 14 22% 17 26%
(inclusief methylphenidate ER)
omeprazole 57 79 -22 -28% -20 -25%
venlafaxine XR 38 39 -1 -2% 1 1%
Tussionex™ 33 34 -1 -3% 0 1%
Overige 118 131 -13 -10% -10 -7%
Netto-omzet Europa 1 109 1 275 -165 -13% -158 -12%
Kernproducten
Cimzia® 168 133 35 26% 37 28%
V
impat®
87 76 11 15% 12 16%
Neupro® 129 114 15 13% 15 14%
Andere producten
Keppra® 315 451 -136 -30% -134 -30%
Z
yrtec® (inclusief Cirrus®)
61 57 4 7% 4 8%
Xyzal® 41 48 -7 -16% -7 -15%
Nootropil® 26 33 -6 -20% -6 -19%
Overige 283 363 -81 -22% -79 -22%
Netto-omzet Japan 231 250 -19 -8% 27 11%
Kernproducten
Cimzia® 20 0 20 > 100% 25 > 100%
Neupro® 9 1 7 > 100% 7 > 100%
Andere producten
E
Keppra®
62 47 15 32% 31 67%
Z
yrtec®
88 143 -55 -38% -31 -22%
Xyzal® 51 58 -7 -12% -6 -10%
Netto-omzet opkomende markten
(BRICMT)*
313 278 35 13% 47 17%
Kernproducten
Cimzia® 6 1 4 > 100% 4 > 100%
V
impat®
4 2 1 55% 1 58%
Neupro® 2 1 1 64% 1 66%
Andere producten
Keppra® 71 64 8 12% 10 16%
Z
yrtec® (inclusief Cirrus®)
37 32 5 16% 7 22%
Nootropil® 30 29 1 5% 4 12%
Xyzal® 17 16 1 4% 1 8%
Overige 163 148 14 10% 13 10%
Netto-omzet rest van de wereld 108 100 7 7% 12 12%
Kernproducten
Cimzia® 22 12 10 83% 11 92%
impat®
V
Neupro®
6
3
5
2
1
1
25%
50%
2
1
33%
53%
Andere producten
Keppra® 40 10 -1 -2% 1 2%
Xyzal®
Overige
5
32
5
36
0
-3
-7%
-10%
0
-2
-6%
-4%
Niet toegewezen 6 -4
Totale netto-omzet 3 049 3 070 -21 -1% 93 3%

* BRICMT: Brazilië, Rusland, Indië, China, Mexico en Turkije

De netto-omzet in Noord-Amerika bedroeg € 1 282 miljoen, een stijging met 10% ten opzichte van het jaar voordien. Tegen constante wisselkoersen zou deze stijging +13% bedragen. De netto-omzet van Cimzia® steeg met 18% tot € 379 miljoen. Vimpat® haalde een netto-omzet van € 314 miljoen (+25%). Na Neupro® in de tweede helft van 2012 op de Amerikaanse markt te hebben gebracht, werd in 2013 een netto-omzet van € 40 miljoen geboekt, in vergelijking met € 15 miljoen in 2012. De franchise voor Keppra® haalde een omzet van € 223 miljoen, een daling van 5% op jaarbasis. De netto-omzet van Metadate™ CD klokte af op € 79 miljoen, een stijging van 22%, ondersteund door generische producten. De netto-omzet voor Venlafaxine XR bedroeg € 38 miljoen (-2%) en voor Tussionex™ (hydrocodone polistirex en chlorpheniramine polistirex) bedroeg de netto-omzet € 33 miljoen (-3%). De netto-omzet voor de andere producten bedroeg € 118 miljoen (-10%, -7% bij constante koersen).

De netto-omzet in Europa bedroeg € 1 109 miljoen in 2013, een daling van 13% als gevolg van de aanhoudende generische concurrentie voor Keppra®. De netto-omzet van Cimzia® steeg met 26% tot € 168 miljoen. Vimpat® zag zijn netto-omzet stijgen met 15% tot € 87 miljoen. Neupro® haalde een netto-omzet van € 129 miljoen, een stijging van 13% op jaarbasis. De netto-omzet van Keppra® daalde met 30% tot € 315 miljoen, een gevolg van de generische concurrentie. Allergiefranchise Xyzal® (-16%) en Zyrtec® (+7%) haalden respectievelijk een omzet van € 41 miljoen en € 61 miljoen. De netto-omzet van Nootropil® daalde tot

€ 26 miljoen. Alle andere producten vertegenwoordigden een netto-omzet van € 283 miljoen, een daling met 22% ten opzichte van het vorig jaar. Deze daling was tevens het gevolg van productafstotingen, en gecorrigeerd voor dit effect, daalde de netto-omzet van de andere producten met 6%.

In Japan werd een netto-omzet geboekt van € 231 miljoen (-8%, +11% bij constante wisselkoersen). Behalve door de impact van de wisselkoersen daalde de allergiefranchise, Zyrtec® en Xyzal®, ook vanwege generische concurrentie. Zonder de allergiefranchise, zou de netto-omzet van UCB gestegen zijn met 86% (130% tegen constante wisselkoersen) onder impuls van de succesvolle lancering – samen met onze partners in Japan – van Cimzia®, Neupro® en E Keppra®.

De netto-omzet in de opkomende markten – BRI CMT* is gestegen tot € 313 miljoen (+13%, +17% bij constante wisselkoersen), zowel onder impuls van de portefeuille met rijpe producten als door de nieuwe geneesmiddelen: Cimzia®,Vimpat® en Neupro® worden verder geïntroduceerd in deze markten.

De netto-omzet van de "Rest van de Wereld" bedroeg € 108 miljoen, een stijging van 7% (+12% tegen constante koersen), voornamelijk vanwege de groei van Cimzia® (+83%).

* BRICMT: Brazilië, Rusland, India, China, Mexico en Turkije

Netto-omzet per geografisch gebied

3.3 | Royaltyinkomsten en -vergoedingen

ACTUEEL
VERSCHIL
€ miljoen 2013 2012 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Biotechnologische IE 81 88 -8% -4%
Toviaz® 33 38 -14% -14%
Zyrtec® VS 17 19 -12% -9%
Overige 41 23 86% 89%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 172 168 2% 5%

De royaltyinkomsten en -vergoedingen in 2013 stegen met 2% tot € 172 miljoen in vergelijking met vorig jaar. De royalty's op intellectuele eigendom (IE) in biotechnologie daalden verder tot € 81 miljoen vanwege het aflopen van patenten. De door Pfizer betaalde royalty's voor Toviaz® (fesoterodine), voor de behandeling van een overactieve blaas daalden

van € 38 miljoen tot € 33 miljoen. De in de VS ontvangen royalty's voor Zyrtec® bij de verkoop zonder voorschrift bedroegen € 17 miljoen. De overige royaltyinkomsten en -vergoedingen stegen tot € 41 miljoen door de opbrengsten van in licentie gegeven producten.

3.4 | Overige opbrengsten

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2013 2012 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Omzet uit contractproductie 81 85 -5% -4%
Astellas / Otsuka 53 75 -30% -24%
Provas™ en overige winstdeling 32 29 9% 9%
Xyzal® mijlpalen en winstdeling 5 13 -61% -60%
Overige 20 21 -7% -6%
Overige opbrengsten 190 224 -15% -12%

De overige opbrengsten voor 2013 bedroegen € 190 miljoen (-15%) als gevolg van mijlpaalbetalingen die in 2012 die niet meer plaatsvonden in 2013.

De omzet uit contractproductie bedroeg € 81 miljoen in 2013, te vergelijken met € 85 miljoen in 2012, of 5% lager dan vorig jaar, en zijn in belangrijke mate verbonden met de in 2009 aangekondigde overeenkomsten met GSK.

De winstdelingsovereenkomst met Novartis voor bepaalde producten in Duitsland leverde een 9% hogere opbrengst

op van € 32 miljoen, met dank aan het grote marktaandeel in Duitsland.

Sinds begin 2012 is de samenwerking met Otsuka in Japan gericht op E Keppra® en Neupro®. UCB's partner om samen Cimzia® te ontwikkelen en op de markt te brengen in Japan is Astellas. Deze samenwerkingen leverden een omzet op van € 53 miljoen, vooral dankzij de lancering van Cimzia® in Japan in 2013.

Andere opbrengsten omvatten de vooruitbetaling van R-Pharm voor de licentie van olokizumab.

3.5 | Brutowinst

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2013 2012 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Opbrengsten 3 411 3 462 -1% 2%
Netto-omzet 3 049 3 070 -1% 3%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 172 168 2% 5%
Overige opbrengsten 190 224 -15% -12%
Kostprijs van de omzet -1 114 -1 084 -3% -3%
Kostprijs van de omzet voor producten en diensten -792 -791 0% 0%
Royaltylasten -171 -141 -21% -23%
Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen
van immateriële activa
-151 -152 1% -1%
Brutowinst 2 297 2 378 -3% 2%
waarvan
Producten en diensten 2 447 2 503 -2% 3%
Netto-royaltyinkomsten 1 27 -95% -88%
Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen
van immateriële activa
-151 -152 1% -1%

De brutowinst van € 2 297 miljoen voor 2013 is 3% lager dan in 2012, een gevolg van de productmix.

De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van aan de omzet gekoppelde immateriële activa:

Kostprijs van de omzet voor producten en diensten: De kostprijs van de omzet voor producten en diensten bleef stabiel op € 792 miljoen (26% van de netto-omzet) na de € 791 miljoen uit 2012 (26% van de netto-omzet) als gevolg van de productmix.

Royaltylasten: de royalty's stegen van € 141 miljoen in 2012 tot € 171 miljoen in 2013 als gevolg van hogere royalty's voor gelanceerde producten, voornamelijk Cimzia® en Vimpat®.

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2013 2012 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Biotechnologische IE -43 -35 -23% -29%
Overige -128 -106 -21% -22%
Royaltylasten -171 -141 -21% -23%

Afschrijving van de aan omzet gekoppelde immateriële activa: onder IFRS 3 (Bedrijfscombinaties) heeft UCB op zijn balans een aanzienlijk bedrag aan immateriële activa staan, die verband houden met de overname van Celltech en Schwarz Pharma (lopende onderzoek en ontwikkeling, productie van kennis,

royaltystromen, handelsbenamingen enz.). De afschrijvingskosten van de immateriële activa waarvoor al producten zijn gelanceerd, waren in 2013 goed voor € 151 miljoen.

3.6 | Recurrente EBIT en recurrente EBITDA

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2013 2012 ACTUELE
WISSELKOERSEN
CONSTANTE
WISSELKOERSEN
Opbrengsten 3 411 3 462 -1% 2%
Netto-omzet 3 049 3 070 -1% 3%
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 172 168 2% 5%
Overige opbrengsten 190 224 -15% -12%
Brutowinst 2 297 2 378 -3% 2%
Marketing- en verkoopkosten -802 -875 8% 4%
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -856 -861 1% -2%
Algemene en administratiekosten -205 -198 -3% -5%
Overige bedrijfsbaten / lasten (-) 7 0 n.s. n.s.
Totale operationele lasten -1 856 -1 934 4% 1%
Recurrente EBIT (REBIT) 441 444 -1% 12%
Plus: afschrijving van immateriële activa 184 176 4% 6%
Plus: afschrijvingslasten 64 64 0% 1%
Recurrente EBITDA (REBITDA) 689 684 1% 9%

De bedrijfskosten, die de marketing- en verkoopkosten, de kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de algemene en administratiekosten en andere bedrijfsopbrengsten/-lasten omvatten, bedroegen € 1 856 miljoen in 2013, 4% minder dan vorig jaar, als gevolg van:

  • Minder marketing- en verkoopkosten, € 73 miljoen (vermindering van 8%). Terwijl verdergegaan wordt met de regionale expansie van Cimzia®, Vimpat® en Neupro® en met de lancering van E Keppra in Japan, leverden synergieën en efficiëntiewinsten betere resultaten op voor de marketingen verkoopactiviteiten tegen een iets lagere kostprijs.
  • Het vergevorderde eindstadium van de pijplijn, met drie projecten die zich in de laatste ontwikkelingsfase bevinden (fase 3), zorgt voor stabiele onderzoeksen ontwikkelingskosten van € 856 miljoen (25% van de opbrengsten).

  • Algemene en administratiekosten van€ 205 miljoen (een verhoging van 3%), wegens de expansie in de opkomende markten en investeringen in IT.

  • Overige bedrijfsopbrengsten / lasten van € 7 miljoen, voornamelijk in verband met ontvangen subsidies.

De recurrente EBIT klokt af op € 441 miljoen, in vergelijking met € 444 miljoen vorig jaar.

  • De totale afschrijving van immateriële activa (productgerelateerde en andere) bedroeg € 184 miljoen (+4%).
  • De afschrijvingslasten bleven stabiel op € 64 miljoen.

De recurrente EBITDA ligt 1% hoger dan in 2012 en bedraagt € 689 miljoen, een gevolg van de lagere marketing- en verkoopkosten en stabiele O&O-uitgaven.

3.7 | Nettowi nste n e n ker n - WPA

ACTUEEL VERSCHIL
€ miljoen 2013 2012 (her
wer
k
t
)
ACTUELE
WISSEL
KOERSEN
CONSTANTE
WISSEL
KOERSEN
Recurrente
E
BIT
441 444 -1% 12%
Kosten van bijzondere waardeverminderingen -29 -10 > -100% > -100%
Reorganisatiekosten -32 -40 18% 17%
Nettowinst op afstotingen 23 31 -28% -28%
Overige niet-recurrente baten / lasten (-) 0 -7 n.s. n.s.
Totale niet-recurrente baten / lasten (-) -38 -26 -50% -53%
E
BIT (operationele winst)
403 418 -3% 9%
Netto financiële lasten -121 -155 22% 22%
Winst vóór winstbelastingen 282 263 7% 28%
Winstbelastingen (-) / vorderingen -87 -35 > -100% > -100%
Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 195 228 -14% 2%
Winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 5 17 -74% -74%
Nettowinst 200 245 -18% -3%
Nettowinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 207 249 -17% -4%
Eenmalige financiële en andere posten na belastingen 37 33 9% 17%
Winst (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -5 -17 74% 74%
Aan de omzet gekoppelde afschrijvingen 151 152 -1% 1%
van immateriële activa
Belastingen op immateriële activa -40 -41 2% 0%
Kern-nettowinst toerekenbaar
aan aandeelhouders van UCB
351 377 -7% 3%
Gewogen gemiddelde aantal aandelen (miljoen) 182,2 179,3 2% n.s.
Kern
WPA toerekenbaar aan aandeelhouders
van UCB (€)
1,93 2,10 -8% 1%

De totale niet-recurrente baten / lasten bedroegen € 38 miljoen vóór belastingen, tegenover € 26 miljoen vóór belastingen in 2012.

De niet-recurrente posten van 2013 omvatten de waarde verminderingen op niet-financiële activa, voornamelijk CMC544 (een ontwikkelingsproject in de oncologie in licentie gegeven aan Pfizer); de bijzondere waardvermindering voor de schade aan de biotechnologische fabriek in Bulle (Zwitzerland) door een explosie in november 2013, gecompenseerd door de dekking door de verzekering, geboekt onder niet-recurrente baten; door herstructureringskosten; de winst op de afstoting van rijpe primaire zorgmarkten en van materiële vaste activa in verband met de productiefaciliteit in Rochester; en andere uitgaven met betrekking tot geschillen en een verdere optimalisering.

De niet-recurrente posten van 2012 omvatten de bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa als gevolg van de jaarlijkse waardeverminderingstest; herstructureringskosten m.b.t. SHAPE; reorganisatie van ondersteuningsfuncties en afvloeiingskosten; de winst op de afstoting van rijpe primaire zorgmarkten in de Verenigde Staten en Australië; en andere uitgaven met betrekking tot geschillen, optimalisatie en opvordering van bewijsmateriaal in burgerlijke zaken.

De netto financiële lasten daalden van € 155 miljoen in 2012 tot € 121 miljoen in 2013, een daling van € 34 miljoen inclusief de afschrijving van € 3 miljoen op de WILEX-investering.

De gemiddelde belastingvoet op recurrente activiteiten bedraagt 29%, in vergelijking met 11% vorig jaar. De terugneming van voorzieningen na een gunstige verduidelijking van de fiscale autoriteiten in verband met de beschikbaarheid van de belastingvrijstelling op de betaling van niet-uitgekeerde reserves, en de afronding van een fiscale controle hadden een gunstige impact op de belastingvoet in 2013. Dit werd gecompenseerd door een terugname van verliezen in één jurisdictie, vanwege dalende verwachtingen omtrent de aanwending van deze verliezen, en het niet erkennen van verliezen in twee andere jurisdicties.

De nettowinst bedraagt € 200 miljoen, € 45 miljoen minder dan in 2012, waarvan € 207 miljoen kan worden toegerekend aan de aandeelhouders van UCB en € -7 miljoen aan minderheidsbelangen.

De nettowinst die kan worden toegekend aan de aandeelhouders van UCB, aangepast voor de impact na belasting van nietrecurrente posten, éénmalige financiële posten, de bijdrage na belasting van niet-voortgezette activiteiten, en de nettoafschrijving op verkopen, leidt tot een kernnettowinst van € 351 miljoen, 7% lager dan in 2012.

De kern-WP A die kan worden toegekend aan de aandeelhouders van UCB bedroeg 1,93 (tegen 2,10 in 2012) per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.

3.8 | Kapitaaluitgaven

De kapitaaluitgaven voor materiële vaste activa voortvloeiend uit de biofarmaceutische activiteiten van UCB bedroegen € 238 miljoen in 2013, tegenover € 160 miljoen in 2012. De kapitaaluitgaven voor 2013 hadden vooral te maken met de biotechnologische fabriek in Bulle (Zwitserland).

De verwerving van immateriële vaste activa bedroeg € 115 miljoen in 2013 (tegenover € 61 miljoen in 2012) voor software ontwikkelingen, mijlpalen in samenwerkingsovereenkomsten en licentieafspraken.

Bovendien heeft UCB, zoals bepaald in de overeenkomst tussen UCB en Lonza voor de productie door Lonza van gepegyleerde actieve bulkproducten op basis van antilichaamfragmenten, deelgenomen in de voorfinanciering van de betreffende kapitaaluitgaven. De afschrijvingskosten op deze investering zijn opgenomen in de kosten van verkochte goederen en werden weer toegevoegd met het oog op de berekening van de recurrente EBITDA.

3.9 | Balans

De immateriële activa daalden met € 26 miljoen van € 1 488 miljoen op 31 december 2012 tot € 1 462 miljoen op 31 december 2013. Dit omvat de lopende afschrijving van de immateriële activa (€ 184 miljoen) in verband met de overname van Celltech en Schwarz Pharma, de impact van het jaarlijks onderzoek op bijzondere waardeverminderingen (€ 7 miljoen) en de daling van de Amerikaanse dollar en het Britse pond, deels gecompenseerd door de mijlpaalbetalingen die ontvangen werden in het kader van samenwerkingsovereenkomsten en licentieafspraken.

De goodwill bedraagt € 4 694 miljoen, een daling van € 114 miljoen tussen 31 december 2012 en 31 december 2013, een gevolg van de daling van de Amerikaanse dollar en het Britse pond.

De overige vaste activa stegen met € 91 miljoen, vooral door investeringen in de biotechnologische fabriek in Bulle (Zwitserland), ondanks de negatieve impact van de daling van de rentederivaten.

De toename van de vlottende activa van € 1 822 miljoen per 31 december 2012 tot € 2 421 miljoen per 31 december 2013 is het gevolg van een toename van de handelsvorderingen en de liquide middelen.

Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 4 602 miljoen, een toename van € 9 miljoen tussen 31 december 2012 en 31 december 2013. De voornaamste wijzigingen houden verband met de nettowinst na minderheidsbelangen (€ 200 miljoen), niet-gerealiseerde resultaten (€ -63 miljoen), de dividenduitkering (€ -205 miljoen) en eigen aandelen (€ 71 miljoen).

De langlopende schulden bedragen € 2 969 miljoen, een stijging met € 13 miljoen, en bevatten de pas uitgegeven obligaties, die gecompenseerd worden door een daling van de voorzieningen voor belastingen en de overboeking naar de kortlopende schulden van de obligaties voor particulieren met vervaldatum in 2014.

De stijging van de kortlopende schulden van € 1 808 miljoen naar € 2 336 miljoen is te wijten aan de herindeling van de obligaties voor particulieren die in 2014 aflopen.

De nettoschuld steeg met € 242 miljoen, van € 1 766 miljoen eind december 2012 tot € 2 008 miljoen eind december 2013, en heeft betrekking op de kapitaaluitgaven, een hoger werkkapitaal in de generische activiteiten en opkomende markten, betaling van dividenden op het resultaat van 2012 en aan de aandeelhouders van de eeuwigdurende obligatie, gecompenseerd met de onderliggende rentabiliteit.

3.10 | Kasstroomoverzicht

De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstromen wordt beïnvloed door de volgende elementen:

De kasstroom uit bedrijfsactiviteiten bedroeg € 298 miljoen, in vergelijking met € 355 miljoen in 2012. Deze daling is het gevolg van een hoger netto werkkapitaal in de generische activiteiten en in de opkomende markten.

De kasstroom uit investeringsactiviteiten vertoont een uitstroom van € 297 miljoen in 2013 ten opzichte van € 266 miljoen in 2012 als gevolg van de stijgende uitgaven voor materiële en immateriële activa, gecompenseerd door desinvesteringen in primaire zorgmarkten en productiefaciliteiten.

De kasstroom uit financieringsactiviteiten tekende een uitstroom van € 432 miljoen op en omvat de uitgifte van de nieuwe obligaties, gecompenseerd door het dividend dat aan de aandeelhouders van UCB en de houders van de eeuwigdurende achtergestelde obligaties uitgekeerd werd.

3.11 | Vooruitzichten voor 2014 Onder toepassing van IFRS 10

Voor 2014 verwacht UCB dat Cimzia®, Vimpat® en Neupro® gestaag zullen blijven groeien en dat de opkomende markten bepalend zullen zijn voor de groei van de onderneming.

De omzet voor 2014 zou tot ongeveer € 3,5-3,6 miljard moeten stijgen. De recurrente EBITDA zal naar verwachting stijgen tot € 740-770 miljoen. De kernwinst per aandeel (WPA) weerspiegeld een hoger aantal aandelen en wordt verwacht tussen € 1,90-2,05 op basis van 192 miljoen uitstaande aandelen.

Geconsolideerde jaarrekening

1. | geconsolideerde winst-en-verliesrekening

Voor het boekjaar eindigend op 31 december toelichting 2013 2012 (herwerkt)
€ miljoen
Voortgezette bedrijfsactiviteiten
Netto-omzet 5 3 049 3 070
Royaltyinkomsten en -vergoedingen 172 168
Overige opbrengsten 8 190 224
Opbrengsten 3 411 3 462
Kostprijs van de omzet -1 114 -1 084
Brutowinst 2 297 2 378
Marketing- en verkoopkosten -802 -875
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten -856 -861
Algemene en administratiekosten -205 -198
Overige bedrijfsbaten / lasten (-) 11 7 0
Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa,
reorganisatiekosten en overige bedrijfsbaten en -lasten
441 444
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 12 -29 -10
Reorganisatiekosten 13 -32 -40
Overige baten / lasten (-) 14 23 24
Operationele winst 403 418
Financiële inkomsten 15 51 78
Financieringskosten 15 -172 -233
Winst / verlies (-) voor winstbelastingen 282 263
Winstbelastingen (-) / inkomsten 16 -87 -35
Winst / verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 195 228
Beëindigde bedrijfsactiviteiten
Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 7 5 17
Winst 200 245
Toerekenbaar aan:
Aandeelhouders van UCB N.V. 207 249
Minderheidsbelangen -7 -4
Gewone winst per aandeel (€)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 37 1,12 1,30
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 37 0,02 0,09
Totale gewone winst per aandeel 1,14 1,39
verwaterde winst per aandeel (€)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 37 1,12 1,30
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 37 0,02 0,09
Totale verwaterde winst per aandeel 1,14 1,39

2. | Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Voor het boekjaar eindigend op 31 december toelichting 2013 2012 (HERWERKT)
€ miljoen
Winst van de periode 200 245
Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
Posten die moeten worden overgeboekt naar winst of verlies in latere perioden
- Nettowinst / -verlies (-) op de voor verkoop beschikbare investeringen -3 -2
- Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten -91 -75
- Effectief gedeelte van winst / verlies (-) op kasstroomafdekkingen 25 6
- Nettowinst / -verlies (-) op afdekking van netto-investeringen
in buitenlandse activiteiten
0 0
- Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde
resultaten die worden overgeboekt naar de winst of het verlies
in latere perioden
0 0
Posten die niet moeten worden overgeboekt naar winst
of verlies in latere perioden
- Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen 31 6 -68
- Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde
resultaten die niet niet worden overgeboekt naar de winst of het verlies
in latere perioden 0 5
Andere gerealiseerde / niet-gerealiseerde (-) resultaten voor de periode,
na belastingen
-63 -134
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode,
na belastingen
137 111
Toerekenbaar aan:
Aandeelhouders van UCB N.V. 144 115
Minderheidsbelangen -7 -4
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode,
na belastingen
137 111

3. | Geconsolideerde balans

Voor het boekjaar eindigend op 31 december Toelichting 2013 2012 (herwerkt)
€ miljoen
ACTIVA
Vaste activa
Immateriële activa 18 1 462 1 488
Goodwill 19 4 694 4 808
Materiële vaste activa 20 722 602
Uitgestelde belastingvorderingen 30 498 505
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële elementen) 21 110 132
Totaal vaste activa 7 486 7 535
Vlottende activa
Voorraden 22 627 616
Handelsvorderingen en overige vorderingen 23 979 835
Te ontvangen belastingen 9 13
Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële elementen) 21 66 40
Geldmiddelen en kasequivalenten 24 740 318
Totaal vlottende activa 2 421 1 822
Totaal activa 9 907 9 357
EIGEN
VERMOGEN
EN VERPLICH
TINGEN
Eigen vermogen
Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB 25 4 603 4 588
Minderheidsbelangen -1 5
Totaal eigen vermogen 4 602 4 593
Langlopende verplichtingen
Leningen 27 269 193
Obligaties 28 1 758 1 697
Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 29 13 39
Uitgestelde belastingverplichtingen 30 112 123
Personeelsbeloningen 31 294 290
Voorzieningen 32 330 435
Handels- en overige verplichtingen 33 193 179
Totaal langlopende verplichtingen 2 969 2 956
Kortlopende verplichtingen
Leningen 27 135 197
Obligaties 28 588 0
Andere financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) 29 195 200
Voorzieningen 32 46 51
Handels- en overige verplichtingen 33 1 258 1 295
Te betalen belastingen 114 65
Totaal kortlopende verplichtingen 2 336 1 808
Totaal verplichtingen 5 305 4 764
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 9 907 9 357

4. | Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Voor het boekjaar eindigend op 31 december Toelichting 2013 2012 (herwerkt))
€ miljoen
Jaarwinst toerekenbaar aan UCB-aandeelhouders 207 249
Minderheidsbelangen -7 -4
Aanpassing voor winst (-) / verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 7 -5 -17
Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 34 315 154
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten 34 87 35
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings 34 100 103
en financieringsactiviteiten
Wijzigingen in het werkkapitaal 34 -300 15
Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten 397 535
Betaalde belastingen gedurende de periode -99 -180
Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten 298 355
Verwerving van immateriële activa 18 -115 -61
Verwerving van materiële vaste activa 20 -238 -160
Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen 6 -1 -68
Verwerving van overige investeringen 0 -1
Subtotaal verwervingen -354 -290
Ontvangsten uit verkoop van immateriële vaste activa 0 6
Ontvangsten uit verkoop van materiële vaste activa 19 1
Ontvangsten uit verkoop van bedrijfsactiviteiten,
na aftrek van overgedragen geldmiddelen
36 17
Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen 2 0
Ontvangen dividenden 0 0
Subtotaal ontvangsten 57 24
Kasstromen uit investeringsactiviteiten -297 -266
Ontvangsten uit de uitgifte van aandelenkapitaal 3 0
Opbrengsten uit de uitgifte van obligaties 25 666 0
Terugbetaling van obligaties (-) 28 0 -20
Ontvangsten uit leningen 27 127 862
Terugbetalingen van leningen (-) 27 -106 -556
Betaling van verplichtingen uit hoofde van financiële leasingovereenkomsten -3 -2
Inkoop (-) / uitgifte van eigen aandelen 25 71 4
Uitgekeerde dividenden aan UCB-aandeelhouders, 25 -205 -201
na aftrek van dividenden betaald op eigen aandelen
Ontvangen rente 31 71
Betaalde rente (-) -153 -185
Kasstromen uit financieringsactiviteitenS 432 -27
Kasstromen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -2 -6
Nett
otoename / -afname (-) van geldmiddelen en kasequivalenten
430 56
Nett
ogeldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode
24 308 253
Effect van wisselkoersschommelingen -3 -1
Nett
ogeldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode
24 735 308
Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 740 318

5. | Geconsolideerde staat van wijzigingen in het eigen vermogen

2013 – € miljoen Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB n.v.
en uitgiftepremies
Aandelenkapitaal
Eeuwig durende
lening
Eigen aandelen Overgedragen
resultaat
Overige reserves rekeningsverschillen
Cumulatieve om-
Voor verkoop
investeringen
beschikbare
Kasstroom-
afdekkingen
netto-investeringen
Afdekking van
Totaal Minderheids
belangen
Totaal eigen
vermogen
Saldo per 1 januari 2013 2 151 295 -239 2 662 49 -378 -3 -4 55 4 588 5 4 593
Winst van de periode 207 207 -7 200
Overige gerealiseerde en
niet-gerealiseerde resultaten
6 -91 -3 25 -63 -63
Totaal gerealiseerde en niet
gerealiseerde resultaten
207 6 -91 -3 25 144 -7 137
Kapitaalverhoging 3 3 3
Dividenden -182 -182 -182
Op aandelen 21 21 21
gebaseerde betalingen
Overboeking tussen reserves 25 -25 0 0
Ingekochte eigen aandelen 46 46 46
Put en call opties voor
minderheidsbelangen
6 6 6
Dividend aan
aandeelhouders
van eeuwigdurende
achtergestelde obligaties
-23 -23 -23
Verworven niet
controlerend belangen
0 1 1
Saldo per 31 december 2013 2 154 295 -168 2 660 61 -469 -6 21 55 4 603 -1 4 602
2012 – € MILJOEN Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB n.v.
en uitgiftepremies
Aandelenkapitaal
Eeuwig durende
lening
Eigen aandelen Overgedragen
resultaat
Overige reserves rekeningsverschillen
Cumulatieve om-
Voor verkoop
investeringen
beschikbare
Kasstroom-
afdekkingen
netto-investeringen
Afdekking van
Totaal Minderheids
belangen
Totaal eigen
vermogen
Saldo per 1 januari 2012 2 151 295 -262 2 615 159 -303 -1 -10 55 4 699 2 4 701
Winst van de periode
Overige gerealiseerde en
249 -63 -75 -2 6 249
-134
-4 245
-134
niet-gerealiseerde resultaten
Totaal gerealiseerde en
249 -63 -75 -2 6 115 -4 111
nietgerealiseerde resultaten
Dividenden
Op aandelen gebaseerde
-178
16
-178
16
-178
16
betalingen
Overboeking tussen reserves 17 -17 0 0
Ingekochte eigen aandelen
Eigen vermogen gekoppeld
aan de converteerbare
obligatie
6 -7 6
-7
6
-7
Aansprakelijkheids
terugbetaling voor niet
controlerend belang
-29 -29 -29
Dividend aan
aandeelhouders
van eeuwigdurende
achtergestelde obligaties
-23 -23 -23
Bedrijfscombinaties
Saldo per 31 december 2012
2 151 295 -239 2 662 -11
49
-378 -3 -4 55 -11
4 588
7
5
-4
4 593

Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

1. Algemene informatie ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 62
2. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving––––––––––– 62
3. Kritische beoordelingen en schattingen t.b.v. de verslaglegging ––––––––––––––––––––––––––– 73
4. Financieel risicobeheer––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 75
5. Gesegmenteerde informatie––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 81
6. Bedrijfscombinaties
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 83
7. Beëindigde bedrijfsactiviteiten–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 84
8. Overige opbrengsten
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 84
9. Operationele lasten volgens aard
–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 84
10. Personeelskosten–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 85
11. Overige bedrijfsbaten / -lasten(-)
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 85
12. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa –––––––––––––––––––––––––––––––––– 86
13. Reorganisatiekosten –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 86
14. Overige baten en lasten
–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 86
15. Financiële opbrengsten en financieringskosten ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 87
16. Winstbelastingen (-) / tegoeden
–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 88
17. Componenten van niet-gerealiseerde resultaten–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 88
18. Immateriële activa––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 89
19. Goodwill
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––90
20. Materiële vaste activa
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 91
21. Financiële en overige activa
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 92
22. Voorraden
–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 93
23. Handelsvorderingen en overige vorderingen––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 93
24. Geldmiddelen en kasequivalenten
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 94
25. Kapitaal en reserves––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 95
26 Op aandelen gebaseerde betalingen –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 96
27. Leningen
–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––100
28. Obligaties
–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 101
29. Overige financiële verplichtingen
–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––103
30. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––104
31. Personeelsbeloningen–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––105
32. Voorzieningen
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––108
33. Handels- en overige verplichtingen–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––109
34. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht ––––––––––––––––––––––––––––––––––– 110
35. Financiële instrumenten per categorie
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 111
36. Afgeleide financiële instrumenten––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 112
37. Winst per aandeel
–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 114
38. Dividend per aandeel
–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 116
39. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen
–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 116
40. Transacties met verbonden partijen––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 118
41. Gebeurtenissen na balansdatum
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––120
42. UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd) –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––120

1. Algemene informatie

UCB N.V. (UCB of "de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee therapeutische gebieden, het centrale zenuwstelsel en de immunologie.

De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2013 omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven. Binnen de Groep heeft enkel UCB Pharma N.V., een 100 % dochteronderneming, een vestiging in het VK die integraal in haar jaarrekening wordt opgenomen.

UCB N.V., de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is.

De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België. UCB N.V. is genoteerd op de beurs Euronext te Brussel.

De Raad van Bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening van UCB N.V. goedgekeurd voor publicatie op 25 februari 2014. De aandeelhouders zullen verzocht worden de statutaire jaarrekening van UCB N.V. goed te keuren op de algemene vergadering van 24 april 2014.

2. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving

De voornaamste grondslagen die toegepast werden om deze jaarrekening op te stellen, worden hierna uiteengezet. Deze grondslagen werden consequent toegepast voor alle weergegeven jaren, tenzij anders vermeld.

2.1 | Grondslag voor de opstelling

De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap is opgesteld volgens de door de Europese Unie voor gebruik aangenomen International Financial Reporting Standards (IFRS-normen) en IFRIC-interpretaties. Alle IFRS'en die door de International Accounting Standards Board (IAS B) zijn uitgegeven en die van kracht zijn op het moment dat deze geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld, zijn door de Europese Unie voor gebruik aangenomen via de goedkeuringsprocedure die door de Europese Commissie is vastgelegd.

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld volgens de historische kostprijsgrondslag, met dien verstande dat bepaalde posten, waaronder voor verkoop beschikbare financiële activa, afgeleide financiële instrumenten en de verplichtingen voor in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties, tegen reële waarde worden weergegeven.

Voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met de IFRS-normen zijn bepaalde kritische schattingen nodig t.b.v. de verslaggeving. Het vereist tevens dat de directie haar beoordelingsvermogen gebruikt in de toepassing van de grondslagen voor administratieve verslaglegging van de Groep. De domeinen die een hoger niveau van beoordeling of complexiteit met zich meebrengen, of domeinen waarin de veronderstellingen en schattingen belangrijk zijn voor de geconsolideerde jaarrekening, worden in Toelichting 3 verduidelijkt.

Waar nodig zijn de vergelijkende waarden heringedeeld om de onderlinge vergelijkbaarheid van de informatie van dit en vorige boekjaren te verbeteren.

2.2 | Wijzigingen in de boekhoudkundige waarderingsgrondslagen en informatieverschaffing

De volgende normen, aanpassingen van bestaande normen of nieuwe boekhoudkundige beleidsmaatregelen werden door de Groep voor het eerst toegepast voor het boekjaar dat op of vanaf 1 januari 2013 ingaat:

  • De Groep heeft ervoor gekozen om het model van overheidssubsidies toe te passen vanaf 1 januari 2013, met als gevolg dat de belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling, voordien geboekt onder de rubriek winstbelasting, nu geboekt worden onder onderzoeksen ontwikkelingskosten en de geconsolideerde winst-en-verliesrekening van 31 december 2012 werd herwerkt (€ 29 miljoen).
  • IFRS 13, "Waardering tegen reële waarde" werd in mei 2011 gepubliceerd door de IASB en goedgekeurd door de Europese Unie in december 2012. De Groep heeft IFRS 13 vervroegd toegepast met ingang van 1 januari 2013. De nieuwe standaard definieert reële waarde, stelt in één enkele IFRS een raamwerk op voor het meten van de reële waarde en legt uitgebreide eisen inzake informatieverschaffing op. De toepassing van IFRS 13 had geen materiële financiële impact op de Groep, hoewel meer gedetailleerde toelichtingen werden opgenomen.
  • Wijziging van IAS 1, "Presentatie van de jaarrekening" met betrekking tot de niet-gerealiseerde resultaten. De voornaamste wijziging die uit deze aanpassingen voortvloeit is dat entiteiten posten in "niet-gerealiseerde resultaten" moeten samenbrengen op basis van de inschatting of zij daarna al dan niet naar winst of verlies overgeboekt zullen worden (herclassificatieaanpassingen).
  • De toewijzing van de aankoopprijs van Meizler Biopharma resulteerde in een herwerking van de balans voor 2012 en de winst-en-verliesrekening (Toelichting 6).

2.3 | Nieuwe, nog niet aangenomen normen en interpretaties

De volgende nieuwe normen, wijzigingen aan bestaande normen en interpretaties werden gepubliceerd, maar zijn nog niet verplicht voor het boekjaar dat begint op 1 januari 2013, en de Groep heeft ze niet eerder aangenomen:

  • IFRS 9, Financiële instrumenten, behandelt de classificatie, waardering en opname van financiële activa en financiële verplichtingen. IFRS 9 werd gepubliceerd in november 2009 en oktober 2010. Het vervangt de onderdelen van IAS 39 die betrekking hebben op de classificatie en waardering van financiële instrumenten. Krachtens IFRS 9 moeten financiële activa in twee waarderingscategorieën gerangschikt worden: waardering tegen reële waarde en waardering tegen afgeschreven kostprijs. De keuze wordt bepaald bij de initiële boeking. De classificatie hangt af van de manier waarop de entiteit de financiële instrumenten beheert (business model) en van de contractuele kasstroomkarakteristieken van het instrument. Voor financiële verplichtingen behoudt de norm de meeste vereisten uit IAS 39. De belangrijkste wijziging is dat, in de gevallen waar voor financiële verplichtingen de waardering gebeurt tegen reële waarde, het gedeelte van de wijziging van de reële waarde ingevolge het eigen kredietrisico van een entiteit, wordt opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten, eerder dan in de winst-en-verliesrekening, tenzij dit voor een inconsistentie zorgt in de waardering of opname. De Groep onderzoekt momenteel de volledige impact van IFRS 9. De Groep zal eveneens de impact van de volgende fasen van IFRS 9 bestuderen wanneer deze door de Raad zijn goedgekeurd.
  • IFRS 10, Geconsolideerde Jaarrekening (van kracht vanaf 1 januari 2014), bouwt voort op de bestaande principes door het sleutelbegrip zeggenschap als de bepalende factor te nemen om te bepalen of een entiteit al dan niet moet worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij. De norm biedt bijkomende richtlijnen voor de besluitvorming waar de zeggenschap moeilijk te bepalen is. Als gevolg van de invoering van IFRS 10 in 2014 zal de Groep 2 extra entiteiten consolideren die klinische tests voor de Groep beheren. Er is nog geen geauditeerde informatie voor deze entiteiten beschikbaar en de impact van de invoering van deze nieuwe norm wordt momenteel onderzocht. Op basis van niet-geauditeerde informatie verwacht het management dat de impact op de balans vooral zal bestaan uit een daling van de immateriële activa met ongeveer € 102 miljoen en € 149 miljoen vanaf respectievelijk 1 januari 2013 en 31 december 2013, en uit een toename van de langlopende schulden van ongeveer € 145 miljoen en € 143 miljoen over dezelfde periode. De consolidatie van deze entiteiten zal wellicht ook resulteren in een daling van de operationele winst met ongeveer € 34 miljoen en van de nettowinst met € 57 miljoen voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013. Van het verlies over de periode zal € 47 miljoen toegewezen worden aan de aandeelhouders van UCB en € 10 miljoen aan minderheidsbelangen.
  • IFRS 11, Gezamenlijke Overeenkomsten (van kracht vanaf 1 januari 2014). IFRS 11 wil gebruikers van jaarrekeningen meer duidelijkheid bieden over de betrokkenheid van een entiteit bij gezamenlijke overeenkomsten, door te eisen dat de entiteit aangeeft welke de contractuele rechten en verplichtingen zijn die voortkomen uit de gezamenlijke overeenkomsten waarin deze participeert, onafhankelijk van de wettelijke structuur van de overeenkomst. Onder IFRS 11 zijn er nu nog slechts twee vormen van gezamenlijke overeenkomsten: gezamenlijke activiteiten en joint ventures. De Groep onderzoekt momenteel nog de impact van deze norm.

  • IFRS 12, Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten (van kracht vanaf 1 januari 2014). IFRS 12 omvat bepalingen met betrekking tot de presentatie van toelichtingen voor alle vormen van belangen in andere entiteiten, waaronder gezamenlijke overeenkomsten, geassocieerde deelnemingen, entiteiten voor bijzondere doeleinden en andere niet-geconsolideerde entiteiten. De Groep zal de vereiste informatie verschaffen in het jaarverslag 2014.

  • IFRIC 21, Heffingen, regelt de boekhouding voor verplichtingen tot het betalen van heffingen die geen winstbelasting zijn. De interpretatie behandelt wat de tot een verplichting leidende gebeurtenis is die aanleiding geeft tot de verschuldigde heffing en wanneer deze schuld opgenomen moet worden. De Groep onderzoekt momenteel de impact van deze norm.
  • De wijziging in IAS 36, Bijzondere Waardevermindering van Activa, betreffende de eisen inzake informatieverschaffing over het realiseerbare bedrag voor niet-financiële activa leidt tot de afschaffing van bepaalde bekendmakingsvereisten voor het realiseerbare bedrag van CGU's die in IAS 36 waren opgenomen na de publicatie van IFRS 13. De wijziging is slechts verplicht vanaf 1 januari 2014, maar de Groep heeft besloten om deze aanpassing al vroeger toe te passen, vanaf 1 januari 2013.

Er zijn geen andere IFRS- of IFRIC-interpretaties die nog niet van kracht zijn en waarvan verwacht kan worden dat ze een materiële impact op de Groep hebben.

2.4 | Consolidatie

2.4.1 | Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn alle entiteiten (waaronder entiteiten voor bijzondere doeleinden) waarover de Groep de macht heeft om het financiële en operationele beleid van de entiteit te sturen, wat in het algemeen gepaard gaat met het bezit van meer dan de helft van de stemrechten. Het bestaan en het effect van potentiële stemrechten die momenteel uitoefenbaar of converteerbaar zijn, worden in overweging genomen bij de beoordeling of de Groep zeggenschap heeft over een andere entiteit. Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap aan de Groep wordt overgedragen. Ze worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop die zeggenschap eindigt. Bedrijfscombinaties worden door de Groep administratief verwerkt volgens de overnamemethode. De waarde die wordt overgedragen voor de overname van een dochteronderneming is gelijk aan de som van de reële waarden van de overgedragen activa, de aangegane verbintenissen en de deelnemingen die door de Groep worden uitgegeven. De waarde die wordt overgedragen omvat de reële waarde van om het even welke actief- of passiefpost die voortvloeit uit een overeenkomst van voorwaardelijke vergoeding. Overnamegerelateerde kosten worden geboekt naarmate ze worden opgelopen. In een bedrijfscombinatie verworven identificeerbare activa en verplichtingen en veronderstelde voorwaardelijke verplichtingen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Bij een overname boekt de Groep elk niet-controlerend belang in het overgenomen bedrijf tegen reële waarde of tegen het proportionele aandeel van het niet-controlerende belang in het eigen vermogen van het overgenomen bedrijf.

Voorwaardelijke vergoedingen die aan de Groep moeten worden overgedragen, worden overgeboekt tegen reële waarde op de overnamedatum. Latere wijzigingen van de reële waarde van de voorwaardelijke vergoedingen die verondersteld worden een actief of verplichting te zijn, worden opgenomen volgens IAS 39 in ofwel de winst-en-verliesrekening of als wijziging in

de gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten. Voorwaardelijke vergoedingen geclassificeerd als eigen vermogen worden niet opnieuw gewaardeerd, en de daaropvolgende afwikkeling wordt verwerkt binnen eigen vermogen.

Goodwill wordt initieel gewaardeerd als het positieve verschil tussen het totaal van de overgeboekte vergoedingen en de reële waarde van minderheidsbelangen en de netto verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen. Indien dit minder is dan de reële waarde van de nettoactiva van de overgenomen dochteronderneming, dan wordt het verschil in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Transacties tussen Groepsmaatschappijen, saldi en nietgerealiseerde winsten op transacties tussen Groepsmaatschappijen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig, zijn de grondslagen voor de financiële verslaglegging van dochterondernemingen gewijzigd om consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen te verzekeren.

2.4.2 | Wijzigingen in de eigendomsbelangen in dochterondernemingen zonder wijziging van zeggenschap

De Groep beschouwt transacties met minderheidsbelangen, die niet resulteren in een verlies van zeggenschap, als transacties met aandeelhouders van de Groep. Voor aankopen uit minderheidsbelangen wordt het verschil tussen de prijs die betaald werd en het overeenstemmende verworven aandeel tegen de boekwaarde van de nettoactiva van de dochteronderneming opgenomen in het eigen vermogen. Ook winst of verlies op de afstand van minderheidsbelangen wordt opgenomen in het eigen vermogen.

2.4.3 | Afstoten van dochterondernemingen

Indien de Groep geen controle meer uitoefent, wordt een eventueel behouden belang teruggebracht tot zijn reële waarde, en wordt het verschil met de boekwaarde in resultaat geboekt. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een geaffilieerde onderneming, joint venture of financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in andere niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld als had de Groep de overeenkomstige activa of passiva onmiddellijk weggeboekt. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in andere nietgerealiseerde resultaten worden overgedragen naar winst of verlies.

2.4.4 | Geassocieerde deelnemingen

Geassocieerde deelnemingen zijn bedrijven waarop de Groep een beduidende invloed maar geen zeggenschap heeft. Dit gaat doorgaans gepaard met een belang tussen 20% - 50% van de stemrechten. Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden geboekt in overeenstemming met de vermogensmutatiemethode en initieel als kosten beschouwd. De boekwaarde wordt vermeerderd of verminderd, voor het opnemen van het aandeel van de investeerder, op de overnamedatum, in de winst of het verlies van de entiteit waarin is geïnvesteerd. De investeringen van de Groep in geassocieerde deelnemingen omvat goodwill die bij de overname werd geïdentificeerd.

Indien het eigendomsbelang in een geaffilieerde onderneming wordt gereduceerd maar een significante invloed behouden blijft, wordt slechts een evenredig gedeelte van de eerder in andere niet-gerealiseerde resultaten geboekte bedragen overgedragen naar winst of verlies, indien van toepassing.

Het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming na de overname wordt geboekt in de winst-enverliesrekening en haar aandeel in de bewegingen van de andere niet-gerealiseerde resultaten wordt geboekt in de andere niet-gerealiseerde resultaten, met een correctie die overeenstemt met de boekwaarde van de investering. De cumulatieve bewegingen na de overname worden vergeleken met de boekwaarde van de investering. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming haar belangen in de geassocieerde deelneming evenaart of overschrijdt, inclusief andere ongedekte te ontvangen posten, boekt de Groep geen verdere verliezen, behalve als ze verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde deelneming.

Niet-gerealiseerde winst uit transacties tussen de Groep en haar geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in de geassocieerde deelnemingen. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig zijn de grondslagen voor de financiële verslaglegging van geassocieerde deelnemingen gewijzigd om de consistentie met het door de Groep aangenomen beleid te verzekeren.

Verwateringswinsten en -verliezen uit investeringen in geassocieerde deelnemingen worden in de winst-en-verliesrekening geboekt.

2.5 | Gesegmenteerde informatie

De Groep is actief in één bedrijfssegment: Biofarma. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, het Uitvoerend Comité, herzien de bedrijfsresultaten en bedrijfsplannen, en maken beslissingen op het gebied van de allocatie van middelen voor het hele bedrijf, en derhalve functioneert UCB als één segment.

2.6 | Omrekening van vreemde valuta

De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt in de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening:

slotkoe rs GEMIDDELDE KOERS
2013 2012 2013 2012
USD 1,379 1,320 1,328 1,285
JPY 145,140 114,320 129,381 102,485
GBP 0,832 0,813 0,849 0,811
CHF 1,225 1,207 1,231 1,205

Slotkoersen zijn de spotkoersen op 31 december 2013 en 31 december 2012.

2.6.1 | Functionele en presentatievaluta

De posten in de enkelvoudige jaarrekeningen van elk van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd met behulp van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro (€), zijnde de functionele valuta van de Vennootschap en de presentatievaluta van de Groep.

2.6.2 | Transacties en saldi

Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta aan de hand van de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Opbrengsten en kosten die voortvloeien uit de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de omrekening van monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta uitgedrukt zijn aan het einde van het jaar, worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behalve wanneer het gaat om bedragen die waren uitgesteld in andere niet-gerealiseerde resultaten, zoals kwalificerende kasstroomafdekkingen en afdekkingen van netto-investeringen.

Veranderingen in de reële waarde van monetaire activa uitgedrukt in vreemde valuta die geclassificeerd zijn als activa die beschikbaar zijn voor de verkoop, worden gedifferentieerd op basis van de omrekeningsverschillen die voortvloeien uit wijzigingen in de geamortiseerde kostprijs van de activa en andere wijzigingen van de boekwaarde van de activa. Omrekeningsverschillen verbonden aan wijzigingen in de geamortiseerde kostprijs, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening en andere wijzigingen van de boekwaarde worden bij andere niet-gerealiseerde resultaten geboekt.

Omrekeningsverschillen op niet-monetaire financiële activa en verplichtingen worden tegen hun reële waarde geboekt in de winst-en-verliesrekening.

Omrekeningsverschillen op niet-monetaire financiële activa zoals aandelen worden opgenomen in de voor verkoop beschikbare reserve in andere niet-gerealiseerde resultaten.

2.6.3 | Groepsmaatschappijen

De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten van de Groep (waarvan geen enkele een valuta van een hyperinflatoire economie heeft) die een functionele valuta hebben die verschilt van de presentatievaluta, worden als volgt naar de presentatievaluta omgerekend:

  • activa en passiva voor elke gepresenteerde balans worden omgerekend volgens de slotkoers op de balansdatum;
  • de opbrengsten en lasten voor elke winst-en-verliesrekening worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoersen (tenzij dit gemiddelde geen redelijke benadering is van het cumulatief effect van de koersen die van kracht zijn op de transactiedata; in dat geval worden de opbrengsten en de lasten omgerekend tegen de koersen op de transactiedata); en
  • alle daaruit voortvloeiende wisselkoersverschillen worden geboekt in andere niet-gerealiseerde resultaten (vermeld als "cumulatieve omrekeningsverschillen").

Voor de consolidatie worden wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de netto-investering in bedrijfsactiviteiten in het buitenland en van leningen en andere valuta-instrumenten die bedoeld zijn als afdekkingen van dergelijke investeringen, opgenomen in andere niet-gerealiseerde resultaten. Wanneer bedrijfsactiviteiten in het buitenland gedeeltelijk of volledig worden vervreemd of verkocht, worden de wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, in de winst-enverliesrekening als een winst of verlies op de verkoop opgenomen.

Correcties van goodwill en reële waarde bij de overname van een buitenlandse entiteit worden behandeld als activa en passiva van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers omgerekend.

2.7 | Opbrengsten

Opbrengsten worden opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen die aan de transactie verbonden zijn naar de entiteit zullen vloeien en deze voordelen betrouwbaar gewaardeerd kunnen worden. Het bedrag van de opbrengsten wordt pas geacht nauwkeurig te zijn gewaardeerd wanneer alle onzekerheden met betrekking tot de verkoop zijn opgelost.

Opbrengsten vertegenwoordigen de reële waarde van de ontvangen en te ontvangen beloningen voor de verkoop van goederen in het gewone verloop van de activiteiten van de Groep. De opbrengsten worden weergegeven exclusief btw, retours, rabatten, handelskortingen en kortingen in verband met "Medicaid" en "Medicare" in de Verenigde Staten en soortgelijke programma's in andere landen.

2.7.1 | Netto-omzet

Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden opgenomen wanneer:

  • de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van goederen aan de koper zijn overgedragen;
  • de Groep over de verkochte goederen geen feitelijke zeggenschap of betrokkenheid behoudt die gewoonlijk aan de eigenaar toekomt;
  • het bedrag van de opbrengsten betrouwbaar bepaald kan worden;
  • het waarschijnlijk is dat de economische voordelen met betrekking tot de transactie naar de entiteit zullen vloeien; en
  • de reeds gemaakte of nog te maken kosten met betrekking tot de transactie betrouwbaar gewaardeerd kunnen worden.

Schattingen van verwachte retours, terugstortingen aan overheidsinstellingen, groothandelaars, "managed care" bedrijven en andere klanten worden in mindering gebracht van de opbrengsten op het moment dat de gerelateerde opbrengsten geboekt worden, of wanneer de incentives aangeboden worden.

Dergelijke schattingen worden berekend op basis van historische ervaring en de specifieke bepalingen in de individuele overeenkomsten.

2.7.2 | Royaltyinkomsten

Royalty's worden opgenomen volgens periodetoerekening in overeenstemming met de inhoud van de betrokken overeenkomst.

2.7.3 | Overige opbrengsten

De overige opbrengsten omvatten opbrengsten uit licentieen winstdelingsovereenkomsten, evenals opbrengsten uit contractproductieovereenkomsten. Overige opbrengsten worden geboekt naarmate ze worden verkregen of naarmate de daarmee verbonden dienst wordt verleend.

De Groep ontvangt van derden vooruit-, mijlpaal- en andere soortgelijke betalingen in verband met de verkoop of het in licentie geven van producten. Opbrengsten met betrekking tot prestatiemijlpalen worden geboekt op basis van het bereiken van de mijlpaalgebeurtenis als de gebeurtenis substantieel is, objectief te bepalen is en een belangrijk punt uitmaakt in de ontwikkelingscyclus van het farmaceutische product. Vooruitbetalingen en licentierechten waarvoor er volgende mijlpalen zijn, worden aanvankelijk opgenomen als uitgesteld inkomen en worden als opbrengsten geboekt wanneer ze verworven worden over de periode van de ontwikkelingssamenwerking of de productieverplichting.

2.7.4 | Rentebaten

Rente wordt opgenomen op basis van tijdsevenredigheid, rekening houdend met het effectieve rendement van het actief.

2.7.5 | Dividendinkomsten

Dividenden worden opgenomen op het moment dat de aandeelhouder het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.

2.8 | Kostprijs van de omzet

De kostprijs van de omzet omvat voornamelijk de directe productiekosten, daarmee verband houdende indirecte productiekosten en de afschrijvingen van de gerelateerde immateriële activa, alsook verleende diensten. Opstartkosten worden als kosten opgenomen op het moment dat ze gemaakt worden. Royaltylasten die rechtstreeks verband houden met verkochte goederen worden opgenomen in "kostprijs van verkochte goederen".

2.9 | Onderzoek en ontwikkeling

2.9.1 | Intern gegenereerde immateriële activa – uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling

Alle interne kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden als lasten opgenomen naarmate ze gemaakt worden. Vanwege de lange ontwikkelingsperiodes en aanzienlijke onzekerheden in verband met de ontwikkeling van nieuwe producten (zoals de risico's met betrekking tot het resultaat van klinische proeven en de kans op officiële goedkeuring) werd geconcludeerd dat de interne ontwikkelingskosten van de Groep over het algemeen niet in aanmerking komen voor activering als immateriële activa.

2.9.2 | Verworven immateriële activa

Lopende onderzoeks-en-ontwikkelingsprojecten die werden verworven door bedrijfscombinaties en rechten via ofwel licentieovereenkomsten ofwel afzonderlijke aankopen, worden als immateriële activa geactiveerd, op voorwaarde dat deze afzonderlijk identificeerbaar zijn, door de Groep gecontroleerd worden en naar verwachting toekomstige economische voordelen zullen opleveren. Vermits bij afzonderlijk verworven onderzoeks-en-ontwikkelingsactiva steeds aan het waarschijnlijkheidscriterium van IAS 38 geacht worden te zijn voldaan en het bedrag van de betalingen betrouwbaar kan worden bepaald, worden vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen aan derden voor farmaceutische producten of compounds waarvoor de goedkeuring om deze op de markt te brengen nog niet door de regelgevende instanties verleend werd, geboekt als immateriële activa. Ze worden lineair afgeschreven over hun geschatte levensduur zodra deze goedkeuring verkregen wordt.

2.10 | Bijzondere waardevermindering van nietfinanciële activa

Op elke verslagdatum herziet de Groep de boekwaarde van haar immateriële activa, goodwill en materiële vaste activa om na te gaan of er aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering bestaan. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat om de omvang van het bijzondere waardeverminderingsverlies desgevallend te bepalen. Ongeacht of er al dan niet aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering zijn, vindt jaarlijks

een evaluatie plaats van de nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en van de goodwill. Deze activa worden niet afgeschreven. Een verlies door bijzondere waardevermindering wordt geboekt voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn verhaalbare waarde overtreft.

Indien het niet mogelijk is de verhaalbare waarde van een individueel actief te schatten, schat de Groep de verhaalbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid (CGU) waartoe het actief behoort. De verhaalbare waarde is het hoogste bedrag tussen de reële waarde verminderd met de kosten voor de verkoop en de bedrijfswaarde. Om de bedrijfswaarde te bepalen, hanteert de Groep schattingen van toekomstige kasstromen die door het actief of de kasstroomgenererende eenheid worden gegenereerd, waarbij ze dezelfde methoden volgt die worden gebruikt bij de eerste waardering van het actief of de kasstroomgenererende eenheid en zich baseert op de plannen van elke bedrijfsactiviteit op middellange termijn. De geschatte kasstromen worden verdisconteerd op basis van een passende rentevoet, die de huidige marktevaluaties van de tijdswaarde van geld weerspiegelt, en de risico's die inherent zijn aan het actief of de kasstroomgenererende eenheid.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct in de winst-en-verliesrekening opgenomen in de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa". Voor niet-financiële activa, andere dan de goodwill, die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wordt op elke verslagdatum beoordeeld of een terugneming van het bijzondere waardeverminderingsverlies mogelijk is. De terugneming van het bijzondere waardeverminderingsverlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden enkel teruggenomen in de mate waarin de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, min de bijzondere waardevermindering of afschrijving, als er geen bijzondere waardevermindering was geboekt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden nooit teruggenomen.

Immateriële activa worden product per product (d.w.z. per compound) of in voorkomend geval per indicatie, beoordeeld voor een bijzondere waardevermindering.

2.11 | Reorganisatiekosten, overige baten en lasten

De uitgaven van de Groep met het oog op een betere positie om het hoofd te bieden aan de economische omgeving waarin ze werkt, zijn in de winst-en-verliesrekening als "reorganisatiekosten" opgenomen.

De minderwaarden en meerwaarden uit de verkoop van immateriële activa of materiële vaste activa, en verhogingen of terugnemingen van voorzieningen voor geschillen, andere dan belastinggeschillen of geschillen met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten, worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen als "overige baten en lasten".

2.12 | Winstbelastingen

De fiscale lasten over het boekjaar omvatten de verschuldigde en uitgestelde winstbelastingen. Belastingen worden geboekt in de winst-en-verliesrekening, behalve wanneer ze betrekking hebben op andere niet-gerealiseerde resultaten of direct in het eigen vermogen opgenomen posten. Indien bedragen opgenomen worden onder andere niet-gerealiseerde resultaten of in het eigen vermogen, wordt de belasting erop eveneens geboekt onder andere niet-gerealiseerde resultaten of, desgevallend, direct in het eigen vermogen. Belastingkredieten voor O&O worden opgenomen onder de regel onderzoeks-en-ontwikkelingskosten.

De over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting wordt berekend op basis van de belastingwetten die zijn ingevoerd of grotendeels zijn ingevoerd op de balansdatum in de landen waar de dochterondernemingen van de Vennootschap actief zijn en belastbare winsten genereren.

De latente winstbelasting wordt, door middel van de periodetoerekeningsmethode, geboekt op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de geconsolideerde jaarrekening en de overeenkomstige financiële belastinggrondslagen die bij de berekening van de belastbare winst worden gebruikt.

De uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen, en uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale winsten beschikbaar zullen zijn die aangewend kunnen worden voor de verrekenbare tijdelijke verschillen. Uitgestelde winstbelastingen worden niet verrekend indien zij ontstaan bij de eerste boeking van goodwill of uit de eerste boeking van een actief of een verplichting in een transactie (andere dan bij een bedrijfscombinatie) die op het ogenblik van de transactie noch de commerciële winst, noch de belastbare winst beïnvloedt.

De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke balansdatum beoordeeld en wordt verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winsten beschikbaar zullen zijn om het mogelijk te maken het voordeel van die uitgestelde belastingvordering geheel of gedeeltelijk aan te wenden.

Uitgestelde winstbelasting wordt berekend tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn in de periode waarin de verplichting afgewikkeld wordt of de vordering gerealiseerd wordt. Actieve uitgestelde belastingen en belastingverplichtingen worden niet verdisconteerd.

Actieve uitgestelde belastingen en belastingverplichtingen worden alleen gecompenseerd als er een wettelijk uitvoerbaar recht is om de verschuldigde winstbelasting en vorderingen en de actieve uitgestelde belastingen te compenseren in dezelfde belastbare onderneming en dezelfde belastingautoriteit.

Het management evalueert op geregelde tijden de genomen posities in de belastingaangifte met betrekking tot situaties waar de toepasbare belastingregeling vatbaar is voor interpretaties. Voorzieningen worden waar nodig aangelegd, op basis van verwachte te betalen bedragen aan de belastingautoriteiten.

2.13 | Immateriële activa

2.13.1 | Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa

Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa (gezamenlijk "immateriële activa" genoemd) worden opgenomen tegen historische kostprijs. Immateriële activa die zijn verworven door een bedrijfscombinatie worden geboekt tegen de reële waarde op de verwervingsdatum.

Immateriële activa (behalve goodwill) worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de wettelijke goedkeuring verkregen is). De geschatte gebruiksduur is gebaseerd op de looptijd van het contract of de economische gebruiksduur indien deze laatste korter is (tussen 5 en 20 jaar). Immateriële activa (behalve goodwill) worden geacht een bepaalde economische gebruiksduur te hebben. Bijgevolg zijn er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur geïdentificeerd.

2.13.2 | Computersoftware

Verworven licenties voor computersoftware worden geactiveerd op basis van de kostprijs die betaald werd voor de verwerving en ingebruikstelling van de specifieke software. Deze kosten worden afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur (3 tot 5 jaar) op een lineaire afschrijvingsbasis.

2.14 | Goodwill

Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en gezamenlijke entiteiten (joint ventures) en vertegenwoordigt het verschil tussen de overgeboekte vergoedingen en de belangen van de Groep in de netto reële waarde van de nettowaarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen onderneming en de reële waarde van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming. Goodwill wordt aanvankelijk opgenomen als een actief tegen kostprijs en wordt daarna gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill die voortvloeit uit de overname van dochterondernemingen wordt apart in de balans opgenomen, terwijl goodwill die ontstaat door de overname van geassocieerde deelnemingen, wordt opgenomen in de investering in geassocieerde deelnemingen.

UCB is werkzaam in één segment en heeft bijgevolg één kasstroomgenererende eenheid voor de bijzondere waardeverminderingstest.

Aangezien goodwill geacht wordt een onbepaalde gebruiksduur te hebben, wordt deze jaarlijks en telkens wanneer er een aanwijzing van een bijzondere waardevermindering is, getoetst op bijzondere waardevermindering door de vergelijking van de boekwaarde met de verhaalbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid kleiner is dan de boekwaarde van de eenheid, wordt het bijzondere waardeverminderingsverlies eerst toegerekend om de boekwaarde van aan de eenheid toegerekende goodwill te verlagen en wordt het vervolgens naar evenredigheid aan de andere activa van de eenheid toegerekend op basis van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden niet teruggenomen.

Bij afstoting van een dochteronderneming of gezamenlijke entiteit (joint venture) wordt het toe te rekenen bedrag van de goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies uit de afstoting van de entiteit.

Indien de reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen de kostprijs van de bedrijfscombinatie overschrijdt, wordt het positieve verschil dat na herbeoordeling overblijft direct in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

2.15 | Materiële vaste activa

Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen, behalve voor materiële vaste activa in aanbouw die geboekt worden tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De kosten omvatten alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief gebruiksklaar te maken voor zijn beoogde gebruik.

Aangekochte software die een integraal deel is van de functionaliteit van de betreffende uitrusting wordt als onderdeel van die uitrusting geactiveerd.

Kosten voor leningen die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een geschikt actief, worden geactiveerd als onderdeel van de kosten van dat actief.

Latere kosten worden enkel opgenomen in de boekwaarde van het actief of als afzonderlijk actief verwerkt, naargelang het geval, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die verbonden zijn aan het element de Groep ten goede zullen komen en wanneer de kostprijs van het element betrouwbaar kan worden gewaardeerd. Alle overige kosten voor herstel en onderhoud worden als lasten opgenomen wanneer ze zich voordoen.

Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode om de kosten van activa, uitgezonderd terreinen en vaste activa in aanbouw, toe te kennen aan hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijving begint wanneer het actief gebruiksklaar is.

Terreinen worden niet afgeschreven.

De restwaarde en de gebruiksduur van een actief worden ten minste aan het eind van elk boekjaar opnieuw bekeken en indien de verwachtingen afwijken van de vorige schattingen, wordt (worden) de wijziging(en) administratief verwerkt als (een) schattingswijziging(en) in overeenstemming met IAS 8 (Grondslagen voor financiële verslaglegging, schattingswijzigingen en fouten).

De volgende gebruiksduren zijn van toepassing op de voornaamste categorieën van materiële vaste activa:

" gebouwen 20-33 jaar
" machines 7-15 jaar
" laboratoriummateriaal 7 jaar
" prototypemateriaal 3 jaar
" meubilair 7 jaar
" voertuigen 5-7 jaar
" computerapparatuur 3 jaar
" onder financiële leases aangehouden activa levensduur van
de activa of (indien
korter) leasetermijn

Winst en verlies uit afstotingen worden bepaald op basis van de vergelijking tussen de opbrengsten uit de afstoting en de boekwaarde, en worden in de winst-en-verliesrekening onder "overige baten en lasten" geboekt.

Investeringsgoederen zijn kenmerkend voor terreinen en gebouwen die het voorwerp uitmaken van een verhuurcontract. Deze activa worden aanvankelijk geboekt tegen kostprijs en worden afgeschreven op een lineaire basis over hun geschatte gebruiksduur. De onderliggende nuttige levensduur komt overeen met die van zelf gebruikte materiële vaste activa. Gezien de geringe hoeveelheid investeringseigendommen, worden deze niet afzonderlijk op de balans vermeld.

2.16 | Leases

Leaseovereenkomsten worden als financiële leases geclassificeerd wanneer de contractuele bepalingen van de leaseovereenkomst nagenoeg alle risico's en voordelen van de rechthebbende overdragen aan de leasingnemer. Alle overige leaseovereenkomsten worden als operationele leases geclassificeerd.

2.16.1 | Financiële leases

Onder financiële leases aangehouden activa worden als activa van de Groep opgenomen tegen de laagste waarde van hun reële waarde en de contante waarde van de minimale leasebetalingen verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen. De overeenkomstige verplichting ten opzichte van de leasinggever wordt in de balans opgenomen als verplichtingen uit hoofde van financiële leases.

Leasebetalingen worden verdeeld tussen de financieringskosten en de vermindering van de leaseverplichting om te komen tot een constante rente op het resterende saldo van de verplichting. Financieringskosten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Het af te schrijven bedrag van een geleased actief wordt stelselmatig aan elke verslagperiode toegerekend tijdens de periode van het verwachte gebruik, op een basis die aansluit op de afschrijvingsgrondslagen die de Groep toepast op af te schrijven activa in eigendom.

Indien het redelijk zeker is dat de Groep aan het einde van de leaseperiode de eigendom zal verkrijgen, is de periode van het verwachte gebruik de gebruiksduur van het actief; zo niet wordt het actief afgeschreven over de leaseperiode, of over de gebruiksduur, als deze korter is.

2.16.2 | Operationele leases

Leasebetalingen op grond van een operationele lease worden lineair in de winst-en-verliesrekening opgenomen over de looptijd van de betrokken leaseovereenkomst. Ontvangen en te ontvangen voorrechten als incentive om een operationele lease aan te gaan, worden eveneens lineair gespreid over de leaseperiode.

2.17 | Financiële activa

2.17.1 | Classificatie

De Groep rangschikt zijn financiële activa in de volgende categorieën: tegen reële waarde in de winst-en-verliesrekening, als leningen en vorderingen, en voor verkoop beschikbare activa. De classificatie hangt af van de doeleinden waarvoor de financiële activa zijn verworven.

De directie bepaalt de classificatie van haar financiële activa bij de eerste opname.

2.17.2 | Financiële activa tegen reële waarde via winst of verlies

Een instrument wordt tegen reële waarde geboekt in de winst-enverliesrekening als het aangehouden wordt voor handelsdoeleinden of als het dusdanig is aangemerkt bij de oorspronkelijke boeking. Financiële activa worden tegen reële waarde geboekt in de winsten-verliesrekening als de Groep dergelijke investeringen beheert en beslissingen neemt over verkoop of aankoop, gebaseerd op hun reële waarde, in overeenstemming met het beleid van de Groep aangaande het beheer van financiële marktrisico's. Ook financiële derivaten worden ondergebracht als ze worden aangehouden voor handelsdoeleinden behalve als ze als afdekkingen zijn opgenomen.

2.17.3 | Leningen en vorderingen

Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen die niet op een actieve markt genoteerd zijn. Ze worden opgenomen onder vlottende activa, behalve voor looptijden van meer dan 12 maanden na de balansdatum. Deze worden als niet-vlottende activa geboekt.

2.17.4 | Voor verkoop beschikbare financiële activa

Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn niet-afgeleide financiële activa die in deze categorie zijn aangewezen of die in geen enkele andere categorie zijn geclassificeerd. Ze zijn opgenomen onder de niet-vlottende activa, behalve wanneer de directie van plan is de investering af te stoten binnen de 12 maanden na de balansdatum.

2.17.5 | Opname en waardering

Geregelde aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief. Investeringen worden oorspronkelijk opgenomen tegen de reële waarde plus transactiekosten voor alle financiële activa die niet tegen reële waarde in de winst-en-verliesrekening worden geboekt. Financiële activa tegen reële waarde met verwerking in de winst-en-verliesrekening worden oorspronkelijk geboekt tegen reële waarde en de transactiekosten worden in de winsten-verliesrekening als lasten opgenomen. Financiële activa worden niet langer opgenomen in de balans als de rechten om kasgeld uit de investeringen te ontvangen, verlopen zijn of zijn overgedragen, en de Groep alle risico's en voordelen van eigendom grotendeels heeft overgedragen. Voor verkoop beschikbare financiële activa en financiële activa tegen reële waarde met verwerking in de winst-en-verliesrekening worden dientengevolge tegen reële waarde geboekt. Leningen en vorderingen worden tegen de geamortiseerde kostprijs geboekt, op basis van de effectieve rentemethode, met aftrek van bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De reële waarde van genoteerde beleggingen is gebaseerd op de huidige biedprijzen. Als de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële waarde door middel van waarderingstechnieken.

Winsten of verliezen ten gevolge van veranderingen in de reële waarde van de financiële activa tegen reële waarde via winst of verliescategorieën, worden in de winst-en-verliesrekening geboekt in de periode waarin ze ontstaan, terwijl winsten of verliezen ten gevolge van veranderingen in de reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa direct in andere niet-gerealiseerde resultaten worden geboekt. Bij afstoting / bijzondere waardevermindering van voor verkoop beschikbare financiële activa worden eventuele cumulatieve winsten of verliezen die zijn verlegd naar het eigen vermogen, teruggeboekt naar de winst-en-verliesrekening.

2.18 | Bijzondere waardevermindering van financiële activa

2.18.1 | Tegen afgeschreven kostprijs gewaardeerde activa

Op het einde van elke verslagperiode beoordeelt de Groep of er objectieve bewijzen zijn van een bijzondere waardevermindering van een financieel actief of een Groep van financiële activa. Financiële activa of groepen financiële activa worden in waarde verminderd en waardeverminderingen worden geboekt indien er objectieve bewijzen zijn van een waardevermindering als gevolg van een of meerdere gebeurtenissen die zijn opgetreden na de initiële opname van de activa (een "verliesveroorzakende gebeurtenis") en die verliesveroorzakende gebeurtenissen een betrouwbaar schatbare impact hebben op de geraamde toekomstige cashflows van de financiële activa of groepen financiële activa.

De criteria die de Groep gebruikt om vast te stellen dat er objectieve bewijzen zijn van een waardevermindering omvatten:

  • belangrijke financiële problemen van de emittent of schuldenaar;
  • contractbreuk, zoals een in gebreke blijven of bedrog bij de betalingen van interesten of kapitaal;
  • de Groep die om economische of juridische redenen in verband met de financiële moeilijkheden van de kredietnemer, de kredietnemer een concessie verleent die de leninggever anders niet zou overwegen;

  • het optreden van de waarschijnlijkheid dat de kredietnemer het faillissement zal aanvragen of enige andere financiële reorganisatie zal doorvoeren;

  • het verdwijnen van een actieve markt voor dat vermogensbestanddeel wegens financiële problemen; of
  • waarneembare informatie die aangeeft dat er een meetbare vermindering is in de geschatte toekomstige kasstromen.

De Groep onderzoekt in de eerste plaats of er objectieve bewijzen zijn van een waardevermindering.

Voor leningen en vorderingen wordt het verliesbedrag gemeten als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen (uitgezonderd toekomstige kredietverliezen die nog niet werden geboekt), verdisconteerd tegen de bij aanvang berekende effectieve rentevoet. De boekwaarde van het actief wordt verminderd en het bedrag van het verlies wordt geboekt in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening. Indien een lening of een tot aan de vervaldag aan te houden investering een variabele rentevoet heeft, is de disconteringsfactor voor het bepalen van een eventuele waardevermindering gelijk aan de huidige werkelijke rentevoet zoals in het contract vastgesteld. Als praktische werkwijze kan de Groep voor de vaststelling van de waardevermindering van de reële waarde van een instrument gebruikmaken van de waarneembare marktprijs.

Indien in een volgende periode het bedrag van de waardevermindering afneemt en deze daling op een objectieve wijze in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die is opgetreden na de boeking van de waardevermindering (zoals een betere kredietbeoordeling van de schuldenaar), wordt de terugneming van de eerder opgenomen waardevermindering geboekt in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening.

2.18.2 | Voor verkoop beschikbare financiële activa

Op het einde van elke verslagperiode beoordeelt de Groep of er objectieve bewijzen zijn van een bijzondere waardevermindering van een financieel actief of een groep van financiële activa. Voor obligaties maakt de Groep gebruik van de hierboven beschreven criteria. In het geval van beleggingen in aandelen die als beschikbaar voor verkoop geclassificeerd zijn, wordt een beduidende of aanhoudende daling van de reële waarde van het aandeel tot onder zijn kostprijs beschouwd als een indicatie dat de waarde van de aandelen daadwerkelijk verminderd is. Als dergelijk bewijs van voor verkoop beschikbare financiële activa bestaat, wordt het gecumuleerde verlies – berekend als het verschil tussen de aankoopprijs en de huidige reële waarde, met aftrek van enig bijzonder waardeverminderingsverlies op het financieel actief dat voorheen is geboekt in de winsten-verliesrekening – uit het eigen vermogen verwijderd en in de winst-en-verliesrekening opgenomen. In de geconsolideerde winst-en-verliesrekening opgenomen waardeverminderingsverliezen op eigenvermogensinstrumenten worden niet teruggeboekt via de geconsolideerde winst-enverliesrekening. Indien in een latere periode de reële waarde van een schuldinstrument dat als voor verkoop beschikbaar is aangemerkt, toeneemt en de toename objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na opname van het verlies, dient het verlies te worden teruggeboekt via de geconsolideerde winst-en-verliesrekening.

2.19 | Afgeleide financiële instrumenten en afdekkingsactiviteiten

De Groep maakt gebruik van afgeleide financiële instrumenten om haar blootstelling aan valuta- en renterisico's die voortvloeien uit haar operationele, financierings- en investeringsactiviteiten af te dekken. De Groep voert geen speculatieve transacties uit.

Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare transactiekosten worden in de winst-en-verliesrekening geboekt als ze zich voordoen. Financiële derivaten worden daarna geherwaardeerd tegen reële waarde.

Krachtens IFRS 13 houdt de Groep ook rekening met het kredietrisico en het risico van verzuim bij zijn waarderingstechnieken, wat zorgt voor een verwaarloosbare impact op de waardering van derivaten bij wijzigingen in het credit- of debetsaldo van tegenpartijen met wie financiële marktransacties afgesloten worden.

De methode voor het opnemen van de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen hangt af van het feit of het afgeleide financiële instrument als een afdekkinginstrument is aangeduid, en zo ja, van de aard van de afgedekte post. De Groep wijst afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen, reëlewaardeafdekkingen of afdekkingen van netto-investeringen.

De Groep documenteert bij het afsluiten van de transactie de relatie tussen het afdekkinginstrument en de afgedekte posten, alsook de doelstellingen voor en strategie van het risicobeheer waarvoor deze verschillende afdekkingstransacties werden aangegaan. De Groep documenteert eveneens haar beoordeling, zowel bij het afsluiten van de afdekkingtransacties als voortdurend daarna, of de in afdekkingtransacties gebruikte afgeleide financiële instrumenten zeer effectief zijn wat betreft het compenseren van veranderingen in de reële waarde of kasstromen van afgedekte posities.

De volle reële waarde van een afdekkend afgeleid financieel instrument wordt geclassificeerd als vast actief of langlopende verplichting als de resterende duur van het afgedekt element meer dan 12 maanden bedraagt, en als vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende duur van de afdekking minder dan 12 maanden bedraagt.

In contracten besloten afgeleide financiële instrumenten worden van het basiscontract gescheiden en afzonderlijk geboekt als de economische kenmerken en risico's van het basiscontract en van het in contracten besloten afgeleide financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden zijn; een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contracten besloten derivaat zou beantwoorden aan de definitie van een afgeleid financieel instrument, en het gecombineerde instrument wordt niet tegen reële waarde in de winst-en-verliesrekening geboekt.

2.19.1 | Kasstroomafdekkingen

De effectieve veranderingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die als kasstroomafdekkingen zijn aangeduid en aldus gelden, worden in overige niet-gerealiseerde resultaten opgenomen. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst-enverliesrekening opgenomen als "financiële inkomsten / lasten".

Als de kasstroomafdekking van een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie leidt tot de opname van een nietfinancieel actief of een niet-financiële verplichting, dan worden op het moment dat het actief of de verplichting wordt geboekt, de daarmee verband houdende winsten of verliezen op het voorheen in het eigen vermogen verwerkte financieel derivaat opgenomen in de eerste waardering van het actief of de verplichting.

Indien de kasstroomafdekking van een verwachte toekomstige transactie later resulteert in de opname van een financieel actief of een financiële verplichting, worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen die direct in het eigen vermogen opgenomen werden, geherclassificeerd in de winst-en-verliesrekening in dezelfde periode of perioden waarin het verworven actief of de veronderstelde verplichting de winst-en-verliesrekening beïnvloedt.

Een relatie voor de afdekking van de kasstroom wordt prospectief gestaakt als de doeltreffendheidstest voor de afdekking faalt, wanneer het afdekkinginstrument verkocht, beëindigd of uitgeoefend wordt, als de directie de aanduiding van de verwachte transacties herroept, of wanneer deze niet langer erg waarschijnlijk zijn. Wanneer een voorspelde transactie niet langer zeer waarschijnlijk is, maar nog verwacht wordt zich voor te doen, blijven afdekkingwinsten en -verliezen die eerder naar het eigen vermogen werden uitgesteld, in het eigen vermogen opgenomen tot de transactie winst of verlies veroorzaakt.

Zodra blijkt dat de voorspelde transactie zich niet meer zal voordoen, wordt elke winst of elk verlies onmiddellijk in de winsten-verliesrekening opgenomen.

2.19.2 | Reële waarde afdekking

Veranderingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangeduid zijn en in aanmerking komen als reëlewaardeafdekkingen worden in de winst-en-verliesrekening geboekt, samen met eventuele veranderingen in de reële waarde van het afgedekte actief of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte risico toegerekend kunnen worden.

2.19.3 | Afdekking van een netto-investering

Afdekkingen van netto-investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland worden op vergelijkbare wijze verwerkt als kasstroomafdekkingen. Een winst of verlies op het afdekkinginstrument met betrekking tot het effectieve deel van de afdekking wordt opgenomen in andere niet-gerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met betrekking tot het nieteffectieve deel wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als "financiële opbrengsten". In het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en verliezen worden naar de winsten-verliesrekening teruggevoerd wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit gedeeltelijk wordt afgestoten of verkocht.

2.19.4 | Afgeleide financiële instrumenten die niet in aanmerking komen voor hedge acc ounting

Bepaalde afgeleide financiële instrumenten komen niet in aanmerking voor hedge accounting. Veranderingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden onmiddellijk in de winsten-verliesrekening geboekt onder "financiële opbrengsten".

2.20 | Voorraden

Grondstoffen, verbruiksproducten en goederen die aangekocht werden voor doorverkoop, worden gewaardeerd tegen de kostprijs of de netto realiseerbare waarde als die lager is.

De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde kostenmethode. De kostprijs van goederen in bewerking en afgewerkte goederen omvat alle kosten voor de verwerking en andere kosten die gemaakt worden om de voorraden naar hun

huidige locatie en in hun huidige toestand te brengen. De bewerkingskosten omvatten de productiekosten en de gerelateerde vaste en variabele productiekosten (inclusief de afschrijvingskosten).

De netto realiseerbare waarde vertegenwoordigt de geschatte verkoopprijs verminderd met alle geschatte afwerkingskosten en de kosten voor de marketing, de verkoop en de distributie.

2.21 | Handelsvorderingen

Handelsvorderingen worden bij aanvang geboekt tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode met aftrek van een voorziening voor bijzondere waardevermindering.

2.22 | Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten kassaldo, direct opvraagbare deposito's en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele vervaldagen van drie maanden of minder en bankvoorschotten in rekening-courant. Bankvoorschotten in rekening-courant worden opgenomen bij leningen onder kortlopende verplichtingen op de balans.

2.23 | Vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten), aangehouden voor verkoop en beëindigde activiteiten

Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Vennootschap die ofwel afgestoten is, ofwel geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop. Het is een op zichzelf staande belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch activiteitengebied en maakt deel uit van een afzonderlijk gecoördineerd desinvesteringsplan; of het is een dochteronderneming die uitsluitend is overgenomen om doorverkocht te worden.

Vaste activa of een Groep activa die afgestoten worden, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk moet worden gerealiseerd door een verkooptransactie en een verkoop als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Niet-vlottende activa en Groepen activa die afgestoten worden, worden gewaardeerd tegen de laagste van de boekwaarde en de reële waarde verminderd met de verkoopkosten indien hun boekwaarde hoofdzakelijk eerder gerealiseerd zal worden door een verkooptransactie dan door voortgezet gebruik. Bijzondere waardeverminderingsverliezen na de initiële classificatie als "aangehouden voor verkoop" worden in de winst-en-verliesrekening geboekt. Niet-vlottende activa die geclassificeerd zijn als "aangehouden voor verkoop" worden niet in waarde verminderd noch afgeschreven.

2.24 | Aandelenkapitaal

2.24.1 | Gewone aandelen

Gewone aandelen worden ingedeeld bij eigen vermogen. Marginale kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of opties verschijnen in het eigen vermogen als een aftrekpost, na belastingen, van de inkomsten. De Vennootschap heeft geen preferente aandelen of verplicht aflosbare preferente aandelen uitgegeven.

2.24.2 | Eigen aandelen

Wanneer een onderneming van de Groep aandelen van de Vennootschap koopt (ingekochte eigen aandelen) wordt de betaalde som, inclusief de toerekenbare directe kosten (na winstbelastingen) in mindering gebracht op het eigen vermogen dat toe te schrijven is aan de aandeelhouders van de Vennootschap tot de aandelen geannuleerd of heruitgegeven zijn. Wanneer dergelijke aandelen later worden heruitgegeven, wordt elke ontvangen betaling, na aftrek van enige rechtstreeks toerekenbare marginale transactiekosten en de bijhorende effecten van de winstbelasting, opgenomen in het eigen vermogen dat toe te schrijven is aan de aandeelhouders van de Vennootschap.

2.24.3 | Hybride kapitaal

Indien de obligatievoorwaarden van het hybride kapitaal voldoen aan de criteria bepaald onder IAS 32 (Financiële instrumenten: Informatieverschaffing en presentatie), worden dergelijke instrumenten geboekt als eigenvermogensinstrumenten van de Groep.

Indien het hybride kapitaal wordt geclassificeerd als eigen vermogen, worden de rentelasten geboekt overeenkomstig de boekingen van dividenden aan aandeelhouders, die vervat zijn in het "Overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen".

2.25 | Obligaties en leningen

Obligaties, leningen en bankvoorschotten worden bij aanvang gewaardeerd tegen reële waarde, met aftrek van de opgelopen transactiekosten, en worden vervolgens gewaardeerd tegen hun geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieve rentemethode. Verschillen tussen de inkomsten (na transactiekosten) en de afwikkeling of aflossing van leningen worden geboekt over de looptijd van de leningen, overeenkomstig de grondslagen van de Groep voor de administratieve verslaglegging.

Leningen worden geclassificeerd bij kortlopende verplichtingen, behalve wanneer de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting minstens tot 12 maanden na de balansdatum uit te stellen.

2.26 | Samengestelde financiële instrumenten

Door de Groep uitgegeven samengestelde financiële instrumenten omvatten converteerbare obligaties die in gewone aandelen kunnen worden omgezet ter keuze van de emittent. Het aantal uit te geven aandelen varieert niet met veranderingen in hun reële waarde. Gelet op de optie van de emittent om in contanten af te lossen, werden dergelijke converteerbare obligaties in het verleden opgesplitst in een schuld- en een derivaatcomponent.

Na initiële boeking van de obligatie, werd de reële waarde van het schuldcomponent bepaald op basis van de actuele waarde van de contractueel vastgestelde kasstromen gedisconteerd op de interestvoet die op dat moment wordt toegepast door de markt op instrumenten van vergelijkbare kredietstatus en die nagenoeg dezelfde kasstromen opleveren, op dezelfde voorwaarden, maar zonder de converteeroptie.

Na de initiële boeking wordt de schuldcomponent gemeten op basis van de geamortiseerde kostprijs, met gebruik van de effectieve rentemethode.

Het restant van de opbrengsten werd toegewezen aan de conversieoptie en in "overige derivaten" geboekt. Na de initiële boeking werd de derivaatcomponent gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle winsten en verliezen na herwaardering in de winst-en-verliesrekening werden opgenomen.

Als gevolg van een beslissing van de Raad van Bestuur in 2010, om de rechten van UCB voor de optie voor contante betaling in te trekken, werd de derivaatcomponent geherclassificeerd in eigen vermogen, op basis van de reële waarde op de dag van deze beslissing. De eigen vermogenscomponent werd na de initiële waardering niet geherwaardeerd, behalve op het ogenblik van de conversie of op de vervaldag.

Transactiekosten die rechtstreeks aan de obligatie-emissie zijn toe te schrijven en aangroeiend zijn, worden in de berekening van de geamortiseerde kostprijs opgenomen, met gebruik van de effectieverentemethode, en worden via de winst-en-verliesrekening over de levensduur van het instrument afgeschreven.

2.27 | Handelsschulden

Handelsschulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode.

2.28 | Personeelsbeloningen

2.28.1 | Pensioenverplichtingen

De Groep kent verschillende uitdiensttredingsschema's, waaronder zowel toegezegd pensioenregelingen als toegezegde bijdrageplannen.

Een toegezegde bijdrageplan is een pensioenplan waarin de Groep vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit en hoegenaamd geen wettelijke of uitdrukkelijke verplichtingen heeft om bijkomende bijdragen te betalen indien het fonds over onvoldoende middelen zou beschikken om aan alle werknemers de uitkeringen te betalen die betrekking hebben op de dienst van de werknemer in de huidige en vroegere periodes. Verplichtingen voor bijdragen aan toegezegde bijdrageplannen worden als kosten in verband met personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst-enverliesrekening geboekt wanneer ze opeisbaar zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden in de activa geboekt in de mate dat een restitutie of vermindering van toekomstige betalingen beschikbaar is.

Toegezegd-pensioenplannen bepalen een bedrag voor de pensioenuitkering die een werknemer bij pensionering zal ontvangen, die meestal afhankelijk is van één of meer factoren, zoals leeftijd, aantal dienstjaren en compensatie. De verplichting, opgenomen in het geconsolideerde overzicht van de financiële toestand met betrekking tot de toegezegd pensioenplannen, is de actuele waarde van de toegezegd pensioenverplichtingen min de reële waarde van de fondsbeleggingen. Een eventueel surplus uit deze berekening wordt beperkt tot de actuele waarden van eventuele economische winsten in de vorm van terugbetalingen van de plannen of verminderingen in de toekomstige bijdragen aan de plannen.

De toegezegd pensioenverplichting wordt berekend door onafhankelijke actuarissen volgens de methode van de "geprojecteerde backserviceverplichting". Een volledige actuariële waardering op basis van bijgewerkte personeelsgegevens wordt ten minste om de drie jaar uitgevoerd. Daarnaast is een volledige actuariële waardering eveneens vereist indien de nettoschommeling in de balans van het ene jaar op het andere meer dan 10% bedraagt als gevolg van met het plan verbonden omstandigheden (significante lidmaatschapsveranderingen, planveranderingen enz.). In jaren waar een volledige actuariële waardering niet vereist is, worden prognoses ("roll-forwards" genoemd) gebruikt op basis van

het voorgaande jaar met bijgewerkte veronderstellingen (disconteringsvoet, loonsverhoging, verloop). Voor deze roll-forwardwaarderingen worden de gegevens van de individuele medewerkers gebruikt van de laatste volledige waarderingsdatum, rekening houdend met veronderstellingen op het vlak van loonsverhogingen en mogelijk verloop. Alle verplichtingen moeten gewaardeerd worden op de toepasselijke balansdatum (31 december) en de marktwaarde van de pensioenfondsactiva moet eveneens op deze datum worden vastgesteld en gerapporteerd, zowel in het geval van een volledige als van een roll-forwardwaardering.

De contante waarde van de toegezegd pensioenverplichting wordt bepaald door de geschatte toekomstige kasuitstromen te verdisconteren door middel van rendementen op hoogwaardige bedrijfsobligaties, die vervaldata hebben die in de buurt liggen van de einddata van de overeenkomstige verplichtingen van de Groep en die in dezelfde valuta worden beheerd als die waarin de uitkeringen vermoedelijk zullen worden betaald.

Herwaarderingen bevattende actuariële winsten en verliezen, de impact van het actiefplafond (indien van toepassing) en de return van fondsbeleggingen (excl. rente) worden onmiddellijk opgenomen in het overzicht van de financiële toestand met een boeking in andere niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin ze optreden. Herwaarderingen die opgenomen zijn in andere niet-gerealiseerde resultaten worden niet tegen geboekt. De entiteit kan deze in andere niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedragen evenwel overboeken binnen het eigen vermogen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt als winst of verlies in de periode van de wijziging van de regeling. Nettorente wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettotoegezegd pensioenverplichting (activa). Toegezegd pensioenkosten worden onderverdeeld in drie categorieën:

  • aan het dienstjaar en vorige dienstjaren toegerekende pensioenkosten, winsten en verliezen op inperkingen en afwikkelingen;
  • nettorentekosten of -inkomsten;
  • herwaarderingen.

De Groep neemt de eerste twee componenten van toegezegd pensioenkosten in zijn geconsolideerde winst-en-verliesrekening op in de lijn "kosten voor personeelsbeloningen" (in de vorm van samenvoeging van kosten). Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen worden beschouwd als een kost voor verstreken diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt onder de nietgerealiseerde resultaten.

2.28.2 | Overige personeelsbeloningen na pensionering

Sommige ondernemingen van de Groep verlenen hun gepensioneerden voorrechten op het gebied van gezondheidszorg. De nettoverplichting van de Groep is het bedrag van toekomstige voorrechten die werknemers in ruil voor hun diensten in de huidige en in vroegere periodes hebben verdiend. De verwachte kosten van deze voorrechten worden geboekt over de periode van tewerkstelling, op basis van dezelfde methode als voor de toegezegd pensioensregelingen.

2.28.3 | Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd vóór de normale pensioendatum, of wanneer een werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig ontslag aanvaardt. De Groep neemt ontslagvergoedingen op wanneer ze zich aantoonbaar heeft verbonden tot hetzij de beëindiging van het dienstverband van huidige werknemers volgens een gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dat het plan ingetrokken wordt, hetzij

de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod dat aan de werknemers gedaan werd om vrijwillig ontslag te stimuleren. Vergoedingen die na meer dan 12 maanden na de balansdatum invorderbaar worden, worden naar hun contante waarde verdisconteerd.

2.28.4 | Winstdeling en bonusregelingen

De Groep neemt een verplichting en een last op voor bonussen en winstdeling op basis van een formule waarbij de winst die toewijsbaar is aan de aandeelhouders van de Vennootschap, na enkele correcties, in aanmerking genomen wordt. De Groep neemt een voorziening op indien ze daar contractueel toe verplicht is of indien er een gangbare praktijk is die een feitelijke verplichting gecreëerd heeft, en er een betrouwbare schatting van de verplichting gemaakt kan worden.

2.28.5 | Op aandelen gebaseerde betalingen

De Groep beheert verschillende in eigenvermogeninstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde beloningsplannen.

De reële waarde van de werknemersdiensten die worden ontvangen in ruil voor de toekenning van aandelenopties, wordt als last opgenomen. Het totaalbedrag dat wordt afgeschreven wordt bepaald door verwijzing naar de reële waarde van de toegekende aandelenopties, zonder de impact van eventuele niet-verhandelbare dienst- en prestatietoekenningsvoorwaarden (bijvoorbeeld rentabiliteit, gedurende een bepaalde tijd in dienst blijven bij de entiteit).

Niet-verhandelbare toekenningsvoorwaarden zijn opgenomen in de veronderstellingen over het aantal opties dat vermoedelijk zal worden toegekend. Het totale als last opgenomen bedrag wordt geboekt over de toekenningsperiode. Dat is de periode waarover alle opgegeven toekenningsvoorwaarden vervuld moeten zijn.

De reële waarde van het aandelenoptieplan wordt bepaald op de toekenningsdatum volgens het waarderingsmodel van Black-Scholes, dat rekening houdt met de verwachte looptijd en het annuleringspercentage van de opties. Op elke balansdatum herziet de entiteit haar schattingen van het aantal opties dat naar verwachting zal worden toegekend. Ze neemt de impact van de herziening op de oorspronkelijke schattingen desgevallend op in de winst-en-verliesrekening, met een overeenkomstige aanpassing in het eigen vermogen.

De opbrengsten, ontvangen na aftrek van eventuele direct toerekenbare transactiekosten, worden verwerkt in het aandelenkapitaal (nominale waarde) en in de uitgiftepremie wanneer de opties uitgeoefend worden.

De reële waarde van het bedrag dat betaalbaar is aan werknemers op basis van de rechten op de meerwaarde van aandelen, die geldelijk worden afgewikkeld, wordt geboekt als een last, met een overeenstemmende verhoging van de verplichtingen over de periode waarin de werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de betaling. De verplichting wordt geherwaardeerd op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling.

Eventuele veranderingen in de reële waarde van de verplichtingen worden in de winst-en-verliesrekening geboekt als personeelskosten.

2.29 | Voorzieningen

Voorzieningen worden in de balans opgenomen wanneer:

  • er een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting is als gevolg van een gebeurtenis in het verleden;
  • het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen omvatten, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen; en
  • het bedrag van de verplichting betrouwbaar geschat kan worden.

Het bedrag dat als voorziening opgenomen wordt, is de beste schatting van de vereiste uitgaven om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de huidige waarde van de te verwachten vereiste uitgaven om de verplichting af te wikkelen, aan de hand van een actualiseringspercentage dat de huidige marktwaarderingen van de tijdswaarde van het geld en de specifieke risico's van de verplichtingen weerspiegelt. De verhoging van de voorziening vanwege het verstrijken van tijd wordt als rentelast geboekt.

Een reorganisatievoorziening wordt geboekt wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan heeft en ze bij de betrokkenen een geldige verwachting gewekt heeft dat ze de reorganisatie zal uitvoeren door te starten met de invoering van dat plan of door de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen.

3. Kritische beoordelingen en schattingen t.b.v. de verslaglegging

Schattingen en beoordelingen worden doorlopend geëvalueerd en zijn gestoeld op historische ervaring en andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende toekomstige gebeurtenissen die redelijk worden geacht gezien de omstandigheden.

3.1 | Kritische beoordelingen bij de toepassing van de grondslagen voor de financiële verslaglegging van de Groep

Opbrengstenverantwoording

De activiteit van de Groep is van dusdanige aard dat veel verkooptransacties geen eenvoudige structuur hebben.

Verkoopovereenkomsten kunnen bestaan uit meerdere akkoorden die zich tegelijk of op verschillende tijdstippen voordoen. De Groep is ook partij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en met bepaalde toekomstige verplichtingen. De opbrengsten worden enkel opgenomen wanneer de wezenlijke risico's en voordelen van de eigendom van goederen zijn overgedragen en wanneer de Groep over de verkochte goederen niet de feitelijke zeggenschap of effectieve controle behoudt of wanneer de verplichtingen vervuld zijn. Dit kan ertoe leiden dat de kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als uitgesteld inkomen en dan overgebracht worden naar het resultaat in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden.

3.2 | Kritische schattingen en veronderstellingen t.b.v. de verslaglegging

De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS zoals aangenomen voor gebruik door de Europese Unie, vereist dat de directie schattingen maakt en veronderstellingen doet die invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen en de vermelding van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en de gerapporteerde bedragen van baten en lasten tijdens de verslagperiode.

De directie baseert haar schattingen op ervaring en cijfers uit het verleden evenals verscheidene andere veronderstellingen die worden geacht redelijk te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan de resultaten de basis vormen voor de gerapporteerde bedragen van baten en lasten die mogelijk niet onmiddellijk blijken uit andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen per definitie afwijken van deze schattingen. Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van herzieningen worden in de jaarrekening weerspiegeld in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.

3.2.1 | Omzetreducties

De Groep heeft transitorische posten voor verkoopretours, terugbelastingen (charge-backs) en andere rabatten, inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate" en "Federal Medicare" in de Verenigde Staten en gelijksoortige rabatten in andere landen. Dergelijke schattingen zijn gebaseerd op analyses van bestaande contractuele verplichtingen of wetgevingen, historische trends en op de ervaring van de Groep. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de feitelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de transitorische posten die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt geboekt, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. In het algemeen worden de kortingen, rabatten en andere aftrek die op de factuur worden vermeld in de winst- en verliesrekening verantwoord als een onmiddellijke mindering van de bruto-omzet. De verkoopretouren, terugbelastingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat en in de balans in de toepasselijke transitorische postenrekening gepresenteerd, en afgetrokken van de omzet.

3.2.2 | Immateriële activa en goodwill

De Groep heeft immateriële activa met een boekwaarde van € 1 462 miljoen (Toelichting 18) en goodwill met een boekwaarde van € 4 694 miljoen (Toelichting 19). De immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer ze goedgekeurd zijn door de regelgevende instanties).

De directie schat dat de nuttige levensduur voor verworven lopende onderzoek- en ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat deze producten genieten van de patentbescherming of de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële activa die verworven worden door een bedrijfscombinatie en die producten bevatten die gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen

patentbescherming of exclusiviteit van gegevens bestaat, schat de directie dat de nuttige levensduur gelijk is aan de periode waarin deze producten substantieel alle kasbijdragen zullen realiseren.

Deze immateriële activa en goodwill worden geregeld herzien op bijzondere waardevermindering en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en goodwill worden minstens jaarlijks getest op aanwijzingen van bijzondere waardevermindering.

Om te beoordelen of er sprake is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren de schattingen op basis van de verwachte toekomstige kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun eventuele afstoting. Deze geraamde kasstromen worden dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing van een gepast actuarieel percentage waaruit de risico's en onzekerheden in verband met de vooropgestelde kasstromen blijken.

De feitelijke resultaten kunnen sterk van dergelijke schattingen van toekomstige kasstromen verschillen. Factoren zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie, technische veroudering of rechten die lager liggen dan verwacht, kunnen leiden tot een verkorting van de nuttige levensduur en bijzondere waardeverminderingen.

De Groep paste de volgende basisveronderstellingen toe voor de berekening van de "bedrijfswaarde", die vereist is om de bijzondere waardevermindering van immateriële activa en goodwill te testen op het eind van het jaar.

Groeiratio voor de eindwaarde 3,0% Disconteringsvoet met betrekking tot goodwill en immateriële activa voor afgezette producten 8,8% Disconteringsvoet met betrekking tot immateriële activa voor pijplijnproducten 13,0%

Omdat de kasstromen ook rekening houden met de belastinguitgaven wordt een discontovoet na belastingen gebruikt om op bijzondere waardevermindering te testen.

De directie is van mening dat het gebruik van de discontovoet na belastingen overeenstemt met de resultaten van het gebruik van een percentage vóór belastingen dat wordt toegepast op kasstromen vóór belastingen.

3.2.3 | Milieuvoorzieningen

De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor milieuherstel aangelegd die beschreven staan in Toelichting 32. De belangrijkste elementen van de milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om vervuiling op sommige andere sites te behandelen, vooral diegene die verband houden met de afgestoten chemische en filmactiviteiten van de Groep.

Toekomstige kosten voor milieuherstel worden beïnvloed door een aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze aangetast waren), de methode en omvang van het milieuherstel, het afvalpercentage dat aan de Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten van de andere mogelijk verantwoordelijke partijen. Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het inschatten van de aansprakelijkheden op dit gebied, kan niet worden gegarandeerd dat er geen extra kosten zullen zijn naast de momenteel reeds vastgestelde bedragen. De impact van de milieuherstelmaatregelen op de resultaten van activiteiten kan niet voorspeld worden vanwege de onzekerheid betreffende het bedrag en de timing van toekomstige uitgaven en de resultaten van toekomstige activiteiten. Dergelijke veranderingen zouden de op de balans geboekte voorzieningen in de toekomst kunnen beïnvloeden.

3.2.4 | Personeelsbeloningen

De Groep heeft momenteel talrijke toegezegd-pensioenregelingen die beschreven staan in Toelichting 31. De berekening van de activa of passiva met betrekking tot deze plannen is gebaseerd op statistische en actuariële veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de contante waarde van de toegezegdpensioenverplichting die beïnvloed wordt door veronderstellingen met betrekking tot de discontovoeten die gebruikt worden om tot de contante waarde van toekomstige pensioenverplichtingen te komen en veronderstellingen over toekomstige stijgingen van salarissen en uitkeringen.

Verder maakt de Groep gebruik van statistische veronderstellingen op terreinen zoals toekomstige terugtrekkingen van deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake de levensverwachting. De gebruikte actuariële veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de werkelijke resultaten vanwege veranderingen in de markt- en economische omstandigheden, een groter of kleiner personeelsverloop, langere of kortere levensduur van deelnemers en andere veranderingen in de geëvalueerde factoren. Deze verschillen zouden een invloed kunnen hebben op de activa of passiva die in de toekomst op de balans worden geboekt.

4. Financieel risicobeheer

De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico's die voortvloeien uit zijn onderliggende activiteiten en vennootschappelijke financiële activiteiten.

Deze financiële risico's bestaan uit marktrisico's (waaronder valutarisico's, renterisico's en prijsrisico's), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's.

Deze toelichting geeft informatie over de mate waarin de Groep aan de voornoemde risico's is blootgesteld, over de grondslagen en de procedures van de Groep om deze risico's te beheren en over het kapitaalbeheer van de Groep. Risicobeheer wordt uitgevoerd door de afdeling Financieel Beheer van de Groep volgens beleidslijnen die door het Financial Risk Management Committee (FRMC) zijn goedgekeurd.

De financieel directeur, de directeur boekhouding en de hoofden van de afdelingen Financieel beheer,Interne Audit, Belastingen en Financiën & Risico maken allen deel uit van dit FRMC.

Het FRMC is verantwoordelijk voor:

  • de analyse van de resultaten van de risicobeoordeling van UCB;
  • de goedkeuring van de aanbevolen strategieën voor risicobeheer;
  • het toezicht op de naleving van beleid voor het beheer van de financiële marktrisico's;
  • de goedkeuring van beleidswijzigingen; en
  • de verslaglegging aan het Auditcomité.

De beleidslijnen die het FRMC voor het financieel risicobeheer van de Groep heeft bepaald, moeten identificatie en analyse van de risico's voor de Groep mogelijk maken, om de gepaste limieten en controles van de risico's te bepalen en te zorgen dat die limieten nageleefd worden. Het FRMC herziet de beleidslijnen voor het risicobeheer om de zes maanden om deze aan eventuele wijzigingen in de marktvoorwaarden en de activiteiten van de Groep aan te passen.

4.1 | Marktrisico

Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en beurskoersen, de winst- en verliesrekening van de Groep of de waarde van de door hem aangehouden financiële instrumenten zouden beïnvloeden. Het doel van het marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico's te beheren en in de hand te houden. De Groep legt financiële derivaten aan en gaat ook financiële verplichtingen aan om het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de Groep

ernaar dekkingstransacties te gebruiken om wisselvalligheid in de winst- en verliesrekening te beheren. De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.

4.1.1 | Valutarisico

De Groep is over de hele wereld actief en is blootgesteld aan schommelingen in vreemde valuta's die invloed hebben op zijn in euro uitgedrukte nettowinst en financiële positie. De Groep beheert actief zijn posities in vreemde valuta's en sluit, indien van toepassing, transacties af die gericht zijn op het behoud van de waarde van activa en verwachte transacties. De Groep gebruikt termijncontracten, valutaopties en cross-currency swaps (waarbij verschillende valuta's betrokken zijn) ter afdekking van bepaalde valutastromen en financieringstransacties waartoe hij zich heeft verbonden of die hij verwacht.

De instrumenten die gekocht worden ter afdekking van blootstelling aan transacties luiden voornamelijk in Amerikaanse dollar, Brits pond, Japanse yen en Zwitserse frank, d.w.z. de valuta's waarin de Groep zijn grootste risico's loopt. Het beleid van de Groep voor financieel risicobeheer bestaat erin verwachte kasstromen uit verkoop, royalty's of inkomsten uit verleende licenties voor minimaal 6 tot maximaal 26 maanden af te dekken, voor zover er geen natuurlijke afdekkingen bestaan.

De Groep heeft bepaalde investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland, waarvan de netto-activa blootgesteld zijn aan het risico van de omrekeningsverschillen van vreemde valuta's. De blootstelling aan koersschommelingen die voortvloeit uit de netto-activa van de bedrijfsactiviteiten in het buitenland van de Groep in de Verenigde Staten wordt ook beheerd aan de hand van leningen in Amerikaanse dollar. Dit biedt een economische afdekking. De blootstelling aan koersschommelingen die voortvloeien uit de netto-activa van de buitenlandse bedrijfsactiviteiten van de Groep in Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk wordt door termijncontracten beheerd. De investeringen van de Groep in andere dochterondernemingen worden niet afgedekt door leningen of termijncontracten omdat die valuta niet als materieel worden beschouwd of langdurig neutraal zijn.

De omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van buitenlandse filialen van de Groep worden weergegeven als cumulatieve omrekeningsverschillen op het geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen van de Groep.

4.1.2 | Eff ect van wiss elko ersschomm eling e n

Per 31 december 2013 zou de impact op het eigen vermogen en op de winst na belastingen over het jaar als volgt geweest zijn als de euro met 10% was versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende valuta's, met behoud van alle andere variabelen:

€ miljoen VERANDERING
IN WISSELKOERS
VERSTEVIGING /
VERZWAKKIN
g (-) EUR
IMPACT OP
EIGENVERMOGEN:
VERLIES (-) / WINST
IMPACT OP winsten
-
verliesrekening
VERLIES (-) / WINST
Op 31 december 2013
USD +10% -128 3
-10% 156 -3
GBP +10% -26 10
-10% 32 -12
CHF +10% -47 -7
-10% 57 8
€ miljoen VERANDERING IN
WISSELKOERS
VERSTEVIGING /
VERZWAKKIN
g (-) EUR
IMPACT OP
EIGENVERMOGEN:
VERLIES (-) / WINST
IMPACT OP winsten
-
verliesrekening
VERLIES (-) / WINST
Op 31 december 2012
USD +10% -140 -1
-10% 174 -2
GBP +10% 72 0
-10% -88 0
CHF +10% -36 0
-10% 44 0

De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.

4.1.3 | Rent evo etrisico

Rentevoetwijzigingen kunnen leiden tot variaties in rentebaten en -lasten die voortvloeien uit rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van bepaalde financiële activa, verplichtingen en instrumenten, zoals beschreven in het volgende onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De rentevoeten op de belangrijkste schuldinstrumenten van de Groep is zowel vast als variabel, zoals beschreven in Toelichting 27 en 28. De Groep maakt gebruik van rentevoetderivaten om het rentevoetrisico te beheren, zoals beschreven in Toelichting 36.

De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) als afdekkinginstrumenten, onder reële waardeafdekkingen, tegen vastrentende financiële activa en verplichtingen. Zowel de afgeleide financiële instrumenten als de afgedekte posten zijn verantwoord tegen reële waarde in de winst-en-verliesrekening.

In 2013 werden de wijzigingen in reële waarde uit rentederivaten, toegewezen aan in euro uitgedrukte verplichtingen van de Groep of aan zeer waarschijnlijke toekomstige kasstromen van vastrentende schuldinstrumenten die in 2014 zullen uitgegeven worden, geboekt in het eigen vermogen onder IAS 39. Alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan in vreemde valuta genoteerde verplichtingen met zwevende

rente van de G roep, geboekt via winst of verlies. Dat is een gevolg van de onderliggende toekomstige kasstromen die werden beoordeeld als zeer waarschijnlijk voortkomend uit derivaten, die niet in aanmerking komen voor het boeken van veranderingen in reële waaarde via eigen vermogen volgens I AS 39.

4.1.4 | Effe ct van rentevoets chommelingen

E en verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou het eigen vermogen met € 5 miljoen hebben verhoogd (2012: € 19 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou het eigen vermogen met € 5 miljoen hebben doen dalen (2012: € 20 miljoen).

Een verhoging van de rentevoeten met 100 basispunten op balansdatum zou de winst-en-verliesrekening met € 3 miljoen hebben verhoogd (2012: € 5 miljoen); een verlaging van de rentevoeten met 100 basispunten zou winst- en verliesrekening met € 4 miljoen hebben doen dalen (2012: € 5 miljoen). Deze veranderingen aan de winst-en-verliesrekening zouden voortkomen uit de veranderingen in reële waarde van de kasstromen van de rentederivaten die zijn toegewezen aan de in vreemde valuta's uitgedrukte verplichtingen met variabele rente van de G roep, die niet in aanmerking komen voor hedge accounting, en uit het niet-doeltreffende gedeelte van afdekkingen van reële waarde, toegewezen aan een deel van vastrentende leningen van de G roep (particuliere obligatie en institutionele eurobonds).

4.1.5 | Overige risico's in verband met de marktprijs

Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het nettoresultaat of de financiële positie van de Groep beïnvloeden. Langlopende financiële activa, indien van toepassing, worden voor contractuele doeleinden aangehouden, en verhandelbare effecten worden hoofdzakelijk omwille van regelgeving aangehouden. Het risico van waardeverlies wordt beheerd door beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot investering, en door continue opvolging van de prestaties van de investeringen en hun risicoprofiel.

Investeringen in aandelen, obligaties, schuldpapieren en overige vastrentende waardepapieren worden gedaan op basis van richtlijnen met betrekking tot liquiditeit en kredietbeoordeling.

Zaken die aan marktprijsrisico's onderhevig zijn, zijn eerder immaterieel en derhalve wordt verondersteld dat de impact op het eigen vermogen of de winst-en-verliesrekening van een redelijke verandering van dit marktprijsrisico te verwaarlozen is.

Zoals in 2012, verwierf de Groep in de loop van 2013 eigen aandelen alsook Amerikaanse callopties die het recht geven om aandelen van UCB N.V. te verwerven. Beide transacties werden in het eigen vermogen geboekt. In 2012 kocht de Groep voor een bedrag van € 70 miljoen aan in 2009 uitgegeven converteerbare obligaties terug die in 2015 aflopen. De vermogenscomponent gekoppeld aan de converteerbare obligatie bedraagt in 2013 € 41 miljoen (2012: € 41 miljoen) na belasting als gevolg van UCB's beslissing om de optie voor contante betaling in te trekken voor de converteerbare obligatie.

4.2 | Kredietrisico

Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen, waardoor de Groep een financieel verlies lijdt. Handelsvorderingen zijn onderworpen aan een beleid van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de inschatting van de risico's die verbonden zijn aan specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet, lopende kredietbeoordeling en klantencontroleprocedures. Onder de handelsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van kredietrisico's van tegenpartijen, met name in de Verenigde Staten, vanwege de verkoop via groothandelaars (Toelichting 23). Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten.

In de Verenigde Staten heeft de Groep een financieringsovereenkomst voor handelsvorderingen afgesloten waardoor deze niet langer opgenomen kunnen worden. Conform de algemene voorwaarden van de overeenkomst, houdt UCB geen enkel risico van niet-betaling of overig wanbetalingsrisico over met betrekking tot handelsvorderingen.

De blootstelling van andere financiële activa aan kredietrisico's wordt beheerd door het beleid van de Groep om kredietposities te beperken tot tegenpartijen van hoge kwaliteit, kredietratings regelmatig te herzien en voor elke individuele tegenpartij limieten vast te leggen. De criteria die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het investeringsbeleid zijn gebaseerd op langetermijnkredietbeoordelingen die algemeen als van hoge kwaliteit worden beschouwd en op een 5-jarige "Credit Default Swap"-koers.

Waar het aangewezen is om het risico te beperken, worden met de respectieve tegenpartijen salderingsovereenkomsten ("netting") afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association). De maximale blootstelling aan kredietrisico's die voortvloeien uit financiële activiteiten, salderingsovereenkomsten buiten beschouwing gelaten, is gelijk aan de boekwaarde van financiële activa plus de positieve reële waarde van derivaten.

4.3 | Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de G roep niet in staat zal zijn om zijn financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat hij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om zijn verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, zonder onaanvaardbare verliezen te lijden en zonder te riskeren dat de reputatie van de Groep wordt aangetast.

De Groep houdt voldoende reserves van geldmiddelen en onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan om op elk moment aan zijn liquiditeitsbehoeften te kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over bepaalde ongebruikte doorlopende bevestigde kredietfaciliteiten.

Op de balansdatum heeft de Groep de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar:

  • geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 24) € 740 miljoen (2012: € 318 miljoen).
  • verhandelbare effecten zonder aandelenkarakter (Toelichting 21) € 2 miljoen (2012: € 3 miljoen).
  • ongebruikte bevestigde kredietfaciliteiten (Toelichting 27) € 1 085 miljoen (2012: € 1 045 miljoen).

De bestaande toegezegde gesyndiceerde hernieuwbare kredietvoorziening van € 1 miljard van de Groep, vervallend in 2016, werd per eind 2013 nog niet opgenomen. Een bijkomende bilateraal toegezegde kredietvoorziening van € 85 miljoen (opgenomen voor € 40 miljoen per einde 2012) zal van 2016 tot 2025 lineair worden afgebouwd.

De onderstaande tabel geeft een analyse van de contractuele vervaldagen van de financiële verplichtingen van de Groep. Ze zijn geclassificeerd volgens de resterende looptijd op de balansdatum tot de contractuele vervaldag, met uitzondering

van impact van saldering. De hieronder vermelde bedragen met betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie van de niet-geactualiseerde contractuele kasstromen.

€ miljoen Toelichting Totaal CON
TRAC
TUELE
KASSTROMEN
MINDER
DAN
1 JAAR
TUSSEN 1
EN 2 JAAR
TUSSEN 2
EN 5 JAAR
MEER DAN
5 JAAR
Op 31 december 2013
Bankleningen en andere langetermijn leningen 27 360 360 103 0 7 250
Schuldpapier en andere kortetermijn leningen 27 24 24 24 0 0 0
Verplichtingen uit hoofde van financiële 27 15 15 3 11 1 0
leasingovereenkomsten
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2023 28 169 266 9 9 27 221
Institutionele euro-obligatie
met vervaldatum in 2021
28 344 454 0 18 43 393
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2020 28 248 315 9 9 28 269
EMTN programma met vervaldatum in 2019 28 75 90 2 3 7 78
Institutionele euro-obligatie met
vervaldatum in 2016
28 516 586 29 29 528 0
Converteerbare obligatie met vervaldatum in 2015 28 406 469 19 450 0 0
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2014 28 588 607 607 0 0 0
Handels- en overige verplichtingen 33 1 451 1 451 1 258 70 104 19
Bankvoorschotten 27 5 5 5 0 0 0
Renteswaps 70 70 2 8 27 33
Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden
Uitgaand 885 885 848 37 0 0
Inkomend 905 905 868 37 0 0
Termijncontracten en overige financiële derivaten
tegen reële waarde via winst of verlies
Uitgaand 1 627 1 627 1 627 0 0 0
Inkomend 1 617 1 617 1 617 0 0 0
€ miljoen Toelichting Totaal CON
TRAC
TUELE
KASSTROMEN
MINDER
DAN
1 JAAR
TUSSEN 1
EN 2 JAAR
TUSSEN 2
EN 5 JAAR
MEER DAN
5 JAAR
Op 31 december 2012
Bankleningen 27 252 252 73 0 29 150
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 27 111 111 111 0 0 0
Verplichtingen uit hoofde van financiële
leasingovereenkomsten
27 17 17 3 10 2 2
Converteerbare obligatie met vervaldatum in 2015 28 393 484 19 19 446 0
Particuliere obligatie met vervaldatum in 2014 28 780 833 43 790 0 0
Institutionele euro-obligatie met
vervaldatum in 2016
28 524 614 29 29 556 0
Handels- en overige verplichtingen 33 1 474 1 491 1 295 46 135 15
Bankvoorschotten 27 10 10 10 0 0 0
Renteswaps -17 -17 -7 -2 -5 -2
Termijncontracten voor afdekkingsdoeleinden
Uitgaand 579 579 560 19 0 0
Inkomend 576 576 557 19 0 0
Termijncontracten en overige financiële derivaten
tegen reële waarde via winst of verlies
Uitgaand 2 104 2 104 1 877 227 0 0
Inkomend 2 092 2 092 1 889 203 0 0

4.4 | Kapitaalrisicobeheer

Het beleid van de Groep aangaande het kapitaalrisicobeheer bestaat erin de continuïteit van de Groep als going concern veilig te stellen om aandeelhouders verder rendement te bieden en patiënten voordelen te blijven bieden, en de externe schuld van de Groep verder te verminderen om tot een kapitaalstructuur te komen die vergelijkbaar is met die van anderen in de sector.

€ miljoen 2013 2012
Totale leningen (Toelichting 27) 404 390
Obligaties (Toelichting 28) 2 346 1 697
Min: geldmiddelen en kasequivalenten (Toelichting 24), voor verkoop beschikbare obligaties
(Toelichting 21) en in pand gegeven contanten met betrekking tot de financiële leasing
-742 -321
Netto-schuld 2 008 1 766
Totaal eigen vermogen 4 602 4 593
Totaal financieel kapitaal 6 610 6 359
Gearing ratio 30% 28%

4.5 | Schatting van reële waarde

De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten (zoals voor verkoop beschikbare financiële activa) is gebaseerd op de beurskoersen op de balansdatum.

De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald door middel van beproefde waarderingstechnieken zoals optieprijsstellingsmodellen en geschatte huidige waarden van kasstromen. De Groep gebruikt verschillende methodes en maakt veronderstellingen die gebaseerd zijn op bestaande marktomstandigheden op elke balansdatum.

Voor langetermijnschulden worden marktnoteringen gebruikt. Voor de overige financiële instrumenten worden andere methodes gebruikt om de reële waarde te bepalen, zoals waardeberekening op basis van contante waarde van verwachte kasstroom. De reële waarde van de renteswaps is berekend als de actuele waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op grond van de huidige waarde van de omgewisselde bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele koers op de balansdatum.

De boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen en handelsschulden wordt verondersteld de reële waarde te benaderen. De reële waarde van financiële verplichtingen voor informatieverschaffing wordt bepaald door middel van verdisconteren van de toekomstige contractuele kasstromen tegen de huidige rentevoeten op de markt waarover de Groep beschikt voor soortgelijke financiële instrumenten.

4.5.1 | Hiërarchie van de reële waarde

IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de waardering van de reële waarde volgens de volgende hiërarchie:

  • Niveau 1: genoteerde (niet-gecorrigeerde) prijzen in actieve markten voor identieke activa of passiva;
  • Niveau 2: andere methodes waarvoor alle inputs die een belangrijk effect op de geregistreerde reële waarde hebben, direct of indirect te observeren zijn;
  • Niveau 3: methodes die inputs gebruiken die een belangrijk effect op de geboekte reële waarde hebben en die niet op observeerbare marktgegevens zijn gebaseerd.

Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen.

Als gevolg van de toepassing van IFRS 13, geeft de Groep de krediet en niet-performante risico's in de waarderingstechnieken weer, maar deze veranderingen hadden geen materiële impact op de waardering.

4.5.2 | Financiële activa tegen reële waarde

€ miljoen niveau 1 niveau 2 niveau 3 Totaal
31 december 2013
Financiële activa
Voor verkoop beschikbare (Toelichting 21)
Genoteerde aandelen 17 0 0 17
Genoteerde obligaties 2 0 0 2
Afgeleide financiële activa (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 24 0 24
Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies 0 17 0 17
Rentevoetderivaten – kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentevoetderivaten – reële waarde via winst of verlies 0 1 0 1
Call-optie voor niet-controlerend belang 0 0 0 0
€ miljoen niveau 1 niveau 2 niveau 3 Totaal
31 december 2012 (herwerkt)
Financiële activa
Voor verkoop beschikbare (Toelichting 21)
Genoteerde aandelen 23 0 0 23
Genoteerde obligaties 3 0 0 3
Afgeleide financiële activa (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 6 0 6
Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies 0 27 0 27
Rentevoetderivaten – kasstroomafdekkingen 0 0 0 0
Rentevoetderivaten – reële waarde via winst of verlies 0 7 0 7
Call-optie voor niet-controlerend belang 0 0 7 7

4.5.3 | Financiële verplichtingen tegen reële waarde

€ miljoen niveau 1 niveau 2 niveau 3 Totaal
31 december 2013
Financiële verplichtingen
Afgeleide financiële passiva (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 1 0 1
Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies 0 24 0 24
Rentevoetderivaten – kasstroomafdekkingen 0 1 0 1
Rentevoetderivaten – reële waarde via winst of verlies 0 15 0 15
€ miljoen niveau 1 niveau 2 niveau 3 Totaal
31 december 2012 (herwerkt)
Financiële verplichtingen
Afgeleide financiële passiva (Toelichting 36)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 0 7 0 7
Termijncontracten – reële waarde via winst of verlies 0 36 0 36
Rentevoetderivaten – kasstroomafdekkingen 0 1 0 1
Rentevoetderivaten – reële waarde via winst of verlies 0 14 0 14

In het boekjaar dat werd afgesloten op 31 december 2013 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden tussen niveau 1 en niveau 2 en geen overboekingen van of naar niveau 3 van de reëlewaardebepaling.

Waarderingstechnieken voor de reële-waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de "verdisconteerde cash flow" of de "Black en Scholes" methode (alleen voor vreemde valuta opties) en publiek beschikbare marktinformatie.

Reële-waardebepalingen met gebruik van significante onobserveerbare input (niveau 3).

€ miljoen Call-opt
ie voo
r
minderheidsbel
angen
Beginsaldo (herwerkt) 7
E
ffect van veranderingen in reële waarde in de winst-en-verliesrekening
-5
E
ffect van bewegingen in wisselkoersen in niet-gerealiseerde resultaten
-2
Eindsaldo 0

De reële waarde van de calloptie, ontvangen als element van de Meizler-overname (Toelichting 6) werd vastgesteld aan de hand van een Monte-Carlosimulatiemodel. Naast de marktvolatiliteit en

de Braziliaanse risicovrije rentevoet, bevatten de belangrijkste in dit waarderingsmodel toegepaste hypothesen onobserveerbare inputs voor verwachte omzet en EBITDA-bedragen.

5. Gesegmenteerde informatie

De Groep is actief in één bedrijfssegment, biofarmaceutica.

Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, het Uitvoerend Comité, herzien de bedrijfsresultaten

en bedrijfsplannen, en maken beslissingen op het gebied van de allocatie van middelen voor het hele bedrijf, en derhalve functioneert UCB als één segment. Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de inkomsten uit de belangrijkste klanten:

5.1 | Omzet per product informatie

De netto-omzet bestaat uit:

€ miljoen 2013 2012
Keppra® (inclusief Keppra® XR) 712 838
Cimzia® 594 467
Vimpat® 411 334
Zyrtec® (inclusief Zyrtec-D® /Cirrus®) 204 249
Neupro® 182 133
Xyzal® 114 128
Metadate™ CD (inclusief methylphenidate ER) 79 65
Nootropil® 58 63
omeprazole 57 79
venlafaxine XR 39 40
Andere producten 599 674
Totale netto-omzet 3 049 3 070

5.2 | Geografische informatie

De onderstaande tabel geeft de omzet weer van elke geografische markt waar klanten zich bevinden:

€ miljoen 2013 2012
Noord-Amerika 1 282 1 171
Opkomende markten (BRICMT) 313 278
Japan 231 250
Duitsland 230 297
Frankrijk 156 172
Italië 145 172
Spanje 127 138
Verenigd Koninkrijk en Ierland 115 125
België 31 36
Andere landen 419 431
Totale netto-omzet 3 049 3 070

De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden:

€ miljoen 2013 2012
België 259 233
Zwitserland 248 154
Noord-Amerika 91 79
Verenigd Koninkrijk en Ierland 80 91
Duitsland 21 22
Opkomende markten (BRICMT) 13 8
Japan 7 10
Spanje 1 2
Frankrijk 0 2
Andere landen 2 1
Totaal 722 602

BRICMT: Brazilië, Rusland, Indië, China, Mexico en Turkije

5.3 | Informatie over belangrijke klanten

UCB heeft 1 klant die individueel meer dan 14% van de totale netto-omzet vertegenwoordigt op het einde van 2013.

In de VS maakte de verkoop aan 3 groothandelaars ongeveer 73% uit van de omzet in de VS (2012: 85%).

6. Bedrijfscombinaties

Op 30 mei 2012 heeft UCB 51 % van de uitgegeven en uitstaande aandelen verworven van Meizler Biopharma ("Meizler"), een particulier Braziliaans farmaceutisch bedrijf, voor een inbreng in geld van 80 miljoen USD (64 miljoen EUR) min 51 % van de nettoschuld van Meizler. Volgens de voorwaarden van de transactie kan de aankoopprijs tot 30 miljoen USD verhoogd worden voor bepaalde voorwaardelijke betalingen, maar op basis van de huidige verwachtingen werden geen voorwaardelijke betalingen geboekt.

Meizler commercialiseert een portefeuille gespecialiseerde producten onder licentie op de Braziliaanse markt. UCB zal enkele van zijn gevestigde en nieuwe geneesmiddelen in de portefeuille van Meizler inbrengen voor verkoop in Brazilië. Op basis van UCB's controle van de raad van bestuur en het management heeft UCB Meizler integraal geconsolideerd.

Bij de koopovereenkomst wordt ook een putoptie op de overblijvende aandelen van Meizler toegekend aan de verkopende aandeelhouders, en aan UCB wordt een calloptie toegekend waarvan de prijs is gebaseerd op een veelvoud van de EBITDA-resultaten van het voorgaande jaar (respectivelijk de "Putoptie" en de "Calloptie"). De calloptie werd opgenomen in de berekening van de goodwill en een passiefpost van € 29 miljoen werd geboekt in het eigen vermogen tegen de actuele waarde van de overeenkomst om de aandelen van de minderheidsaandeelhouders te kopen in het kader van de putoptie (de "Aflossingsverbintenis").

De toewijzing van de aankoopprijs werd voltooid en de vergoeding werd toegewezen aan de netto-activa op basis van hun geschatte reële waarden op 30 mei 2012 zoals beschreven in wat volgt. De geconsolideerde winst-en-verliesrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2012 werd herwerkt om de stijging van de financiële lasten ten belope van € 8 miljoen te weerspiegelen.

Aanpassing van de Meizler-aankoopovereenkomst:

In de loop van juli 2013 ondertekenden UCB en de verkopende aandeelhouders amendementen aan de initiële Verkoopen koopovereenkomst en de Aandeelhoudersovereenkomst om (a) het procentuele belang in Meizler, verworven door UCB, te verhogen van 51 % tot 70 %, (b) de bepalingen van de Put- en Callopties aan te passen en (c) USD 2 miljoen van de borgrekening vrij te maken voor UCB. Volgens de aangepaste bepalingen kan de putoptie worden uitgeoefend in 2014, 2015, 2016 of 2017 en kan de calloptie worden uitgeoefend in 2017 tegen een uitoefeningsprijs gebaseerd op een veelvoud van de gemiddelde EBITDA-resultaten van de beide voorgaande jaren in de plaats van één enkel jaar. De reductie van het minderheidsbelang en de wijzigingen in de put- en callopties werden geboekt onder overige reserves. De terugstorting vanop de borgrekening werd opgenomen onder overige baten en lasten in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening.

€ miljoen Origineel
ope
nings
balans
aanpassingen finale
ope
nings
balans
Inbreng in geld 64 0 64
Min: reële waarde van de call-optie 0 -15 -15
Totale overnameswaarde 64 -15 49
Opgenomen bedrag aan identificeerbare verworven activa
en overgenomen verplichtingen
Vaste activa 4 6 10
Vlottende activa 17 0 17
Langlopende verplichtingen -5 3 -2
Kortlopende verplichtingen -10 0 -10
Totaal identificeerbare netto-activa 6 9 15
Minderheidsbelangen en omrekeningsverschillen 0 7 7
Goodwill 58 -17 41

7. Beëindigde bedrijfsactiviteiten

De winst uit beëindigde bedrijfsactiviteiten, € 5 miljoen (2012: winst van € 17 miljoen) is vooral te wijten aan de terugneming van voorzieningen in verband met de voormalige chemische en filmactiviteiten, waaronder de beëindiging van milieuvorderingen voor vestigingen waarvoor UCB aansprakelijkheid droeg en die in de voorbije twaalf maanden werden vereffend, alsook vanwege de impact van de disconteringsvoet.

8. Overige opbrengsten

€ miljoen 2013 2012
Opbrengsten gegenereerd uit winstdelingsovereenkomsten 34 31
Vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en terugbetalingen 75 108
Opbrengsten uit contractproductie 81 85
Totaal overige opbrengsten 190 224

De opbrengsten uit winstdelingsovereenkomsten hebben voornamelijk betrekking op de volgende posten:

  • opbrengsten uit de gezamenlijke promotie van Provas™, Jalra® and Icandra® in Duitsland met Novartis.
  • opbrengsten uit de gezamenlijke promotie van Xyzal® in de VS met Sanofi.

In de loop van 2013 ontving UCB mijlpaalbetalingen en terugbetalingen van verschillende partijen, voornamelijk van:

  • Otsuka, voor de gezamenlijke ontwikkeling van E Keppra® in Japan;
  • Astellas, voor de gezamenlijke ontwikkeling en commercialisering van Cimzia® in Japan.

De opbrengsten uit contractproductieactiviteiten houden voornamelijk verband met de loonfabricage-overeenkomsten met GSK en Shire en met de opbrengsten uit het onderaannemingcontract voor Delsym™.

9. Operationele lasten volgens aard

De onderstaande tabel toont een aantal uitgavenposten die in de winst-en-verliesrekening worden geboekt met een classificatie op basis van hun aard binnen de Groep:

€ miljoen TOELICHTING 2013 2012
Personeelsvergoedingen 10 965 902
Afschrijvingen van vaste activa 20 54 55
Afschrijving van immateriële activa 18 184 175
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 12 29 10
Totaal 1 232 1 142

10. Personeelskosten

€ miljoen toelichting 2013 2012
Lonen en salarissen 621 667
Kosten voor sociale zekerheid 90 84
Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegd-pensioenregelingen 31 37 30
Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegde-bijdrageregelingen 15 24
Op aandelen gebaseerde uitkeringen aan werknemers en bestuurders 26 45 34
Verzekering 59 36
Overige personeelskosten 98 27
Totaal personeelskosten 965 902

De totale personeelskosten worden toegerekend aan functionele lijnen binnen de winst- en verliesrekening, behalve bij beëindigde bedrijfsactiviteiten, waar zij, indien van toepassing, meegeteld worden bij de berekening van de winst uit beëindigde

bedrijfsactiviteiten. De post "overige personeelskosten" bestaat voornamelijk uit ontslagvergoedingen, afvloeiingsregelingen en uitkeringen voor langdurige / tijdelijke arbeidsongeschiktheid.

Aantal werknemers per 31 december 2013 2012
Met uurloon 717 869
Met maandloon 3 724 3 716
Directie 4 291 4 463
Totaal 8 732 9 048

Meer informatie over vergoedingen na uittreding en op aandelen gebaseerde betalingen vindt u in Toelichting 26 en 31.

11. Overige bedrijfsbaten / -lasten(-)

De overige baten/lasten (-) bedroegen € 7 miljoen (2012: € 0 miljoen) en bestaan voornamelijk uit de afschrijving van niet-productiegerelateerde immateriële activa ten bedrage van -€ 4 miljoen (2012: -€ 6 miljoen); de terugneming van voorzieningen van € 5 miljoen (2012: € 3 miljoen); de bijzondere waardevermindering in verband met handelsvorderingen

en materiële vaste activa van -€ 2 miljoen (2012: € 1 miljoen terugneming van bijzondere waardeverminderingsverlies); de terugbetaling door derden van ontwikkelingskosten van de Groep van € 8 miljoen (2012: € 3 miljoen); ontvangen subsidies van € 3 miljoen (2012: € 3 miljoen), overige baten en lasten in verband met de hervorming van de gezondheidszorg in de VS.

12. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa

Een beoordeling van de realiseerbare bedragen van de activa van de Groep resulteerde in de boeking van bijzondere waardeverminderingslasten ten bedrage van € 29 miljoen (2012: € 10 miljoen).

Na het jaarlijks onderzoek op bijzondere waardeverminderingen van de handelsmerken, patenten en licenties werd een bijzondere waardeverminderingslast geboekt van € 7 miljoen en is voornamelijk gerelateerd aan CMC544, een projectontwikkeling in oncologie waarvoor Pfizer licentierechten heeft (2012: € 7 miljoen).

De bijzondere waardeverminderingslast met betrekking tot de materiële vaste activa van de Groep in verband met bepaalde administratieve en productiegebouwen, bedraagt € 22 miljoen en is voornamelijk het gevolg van de schade in de biotechfabriek in Bulle na de explosie in 2013 (2012: € 3 miljoen).

Redelijke en mogelijke veranderingen in de belangrijkste veronderstellingen waarop het management zich heeft gebaseerd voor de bepaling van de verhaalbare waarde van het actief zouden geen aanleiding geven tot een boekwaarde hoger dan de verhaalbare waarde.

13. Reorganisatiekosten

De reorganisatiekosten per 31 december 2013 bedroegen € 32 miljoen (2012: € 40 miljoen) en hebben betrekking op verdere reorganisatie en optimisatie. In 2012 hielden de reorganisatiekosten hoofdzakelijk verband met de extra herstructureringskosten in verband met het SHAPE-programma, de reorganisatie van ondersteuningsfuncties en afvloeiingskosten.

14. Overige baten en lasten

De overige baten bedroegen € 23 miljoen (2012: baten ten bedrage van € 24 miljoen) en omvatten de volgende posten:

  • Overige baten van € 47 miljoen in 2013, in vergelijking met € 31 miljoen in 2012 voor
  • de desinvestering in primaire zorgmarkten;
  • een verzekeringsdekking, wat voornamelijk het gevolg is van de schade in de biotechfabriek in Bulle (Zwitserland) na de explosie in november 2013.
  • De overige lasten bedragen € 23 miljoen (2012: € 7 miljoen) in 2013 en hielden hoofdzakelijk verband met:
  • optimalisatie van de uitgaven;
  • een octrooibetwisting in de VS door aaiPharma tegen UCB voor de verkoop van omeprazole producten;
  • een Hatch-Waxman-octrooibetwisting door UCB tegen Mallinckrodt in de VS die een ANDA had ingediend voor Metadate CD® met een paragraaf IV-certificatie.

15. Financiële opbrengsten en financieringskosten

De netto financieringskosten voor het jaar bedroegen € 121 miljoen (2012: € 155 miljoen). Gedetailleerd zien de financiële opbrengsten en de financieringskosten er als volgt uit:

Financieringskosten

€ miljoen 2013 2012
Rentekosten van:
Converteerbare obligaties -30 -31
Particuliere obligaties -50 -43
Institutionele euro-obligaties -29 -29
Overige leningen -43 -40
Rentelasten met betrekking tot rentedragende derivaten -7 0
Financiële lasten op financiële leases -1 -1
Waardevermindering op aandelen -3 -13
Waardevermindering op langetermijn leningen -2 0
Nettoverlies uit wisselkoersverschillen 0 -62
Overige netto financiële opbrengsten / kosten (-) -7 -5
Eenmalig verlies op gedeeltelijke schuldaflossing 0 -9
Totaal financieringskosten -172 -233

Financiële opbrengsten

€ miljoen 2013 2012
(herwerkt)
Rentekosten van:
Op bankdeposito's 37 16
Op rentevoetderivaten 0 3
Nettowinst op rentederivaten 0 3
Netto-reëlewaardewinst uit wisselkoersderivaten 0 56
Nettowinst uit wisselkoersverschillen 14 0
Totaal financiële opbrengsten 51 78

De waardevermindering op aandelen houdt verband met de investering in WILEX (Toelichting 21.3).

16. Winstbelastingen (-) / tegoeden

€ miljoen 2013 2012
(herwerkt)
Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting -78 -136
Uitgestelde winstbelasting -9 101
Totale winstbelastingen (-) / tegoeden -87 -35

De Groep is actief in verschillende landen en is bijgevolg onderworpen aan winstbelastingen in veel verschillende fiscale jurisdicties.

De lasten van de Groep uit hoofde van winstbelasting verschillen als volgt van het theoretische bedrag dat tot stand zou komen bij gebruik van het gewogen gemiddelde belastingtarief dat van toepassing is op winsten (verliezen) van de geconsolideerde bedrijven.

De belastingen op het resultaat van het boekjaar worden als volgt gedetailleerd:

€ miljoen 2013 2012 (herwerkt)
Winst / verlies (-) vóór belastingen 282 263
Winstbelastingen(-) / tegoeden berekend op binnenlandse -93 5
belastingpercentages van toepassing in de overeenkomstige landen
Theoretisch belastingpercentage 33% -2%
Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting -78 -136
Over de verslagperiode uitgestelde winstbelasting -9 101
Totale winstbelastingen (-) / tegoeden -87 -35
Effectief belastingpercentage 30,9% 13,3%
Verschil tussen theoretisch en effectief belastingpercentage 6 -40
Verworpen uitgaven -89 -118
Niet-belastbare inkomsten 33 39
Stijging (-) / daling van de belastingvoorzieningen 91 24
Effect van vroegere niet erkende belastingverliezen gebruikt in de periode 50 9
Belastingtegoeden 62 87
Veranderingen in belastingpercentages -6 13
Andere belastingeffecten 0 0
In de verslagperiode doorgevoerde belastingaanpassingen voor voorgaande jaren 2 11
Uitgestelde belastingaanpassingen voor voorgaande jaren -7 -66
Tegenboeking van waardeverminderingen van eerder geboekte -124 -28
uitgestelde belastingvorderingen
Bronbelasting -4 -10
Overige belastingen -2 -1
Totale winstbelastingen (-) / tegoeden 6 -40

Het lage theoretische belastingpercentage in 2012 is een gevolg van de aanzienlijke hoeveelheid verliezen in fiscale jurisdicties met een hogere aanslagvoet. Dat heeft zich in 2013 niet opnieuw voorgedaan.

17. Componenten van niet-gerealiseerde resultaten

In 2013 waren er geen herindelingen van niet-gerealiseerde resultaten naar de geconsolideerde winst- en verliesrekening.

18. Immateriële activa

2013
€ miljoen
Handelsmerken,
patenten,
licenties
Overige Totaal
Brutoboekwaarde per 1 januari 2 442 321 2 763
Verwervingen 10 157 167
Afstotingen -6 -4 -10
Overdracht van de ene rubriek naar een andere 117 -93 24
Effect van wisselkoerswijzigingen -50 -5 -55
Brutoboekwaarde per 31 december 2 513 376 2 889
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 1 januari
-1 164 -111 -1 275
Afschrijvingen voor het jaar -153 -31 -184
Afstotingen 6 3 9
In de winst- en verliesrekening opgenomen bijzondere waardeverminderingen -7 -7
Overdracht van de ene rubriek naar een andere
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop
Effect van wisselkoerswijzigingen 29 1 30
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 31 december
-1 289 -138 -1 427
Nettoboekwaarde per 31 december 1 224 238 1 462
2012 (herwerkt) Handelsmerken,
€ miljoen patenten,
licenties
Overige Totaal
Brutoboekwaarde per 1 januari 2 505 170 2 675
Verwervingen 3 137 140
Afstotingen -62 -1 -63
Overdracht van de ene rubriek naar een andere -7 15 8
Bedrijfscombinaties 5 1 6
Effect van wisselkoerswijzigingen -2 -1 -3
Brutoboekwaarde per 31 december (herwerkt) 2 442 321 2 763
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 1 januari
-1 072 -78 -1 150
Afschrijvingen voor het jaar -151 -24 -175
Afstotingen 58 58
In de winst- en verliesrekening opgenomen bijzondere waardeverminderingen -7 -7
Overdracht van de ene rubriek naar een andere 7 -9 -2
Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop
Effect van wisselkoerswijzigingen 1 1
Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen per 31 december
-1 164 -111 -1 275
Nettoboekwaarde per 31 december (herwerkt) 1 278 210 1 488

De Groep schrijft alle immateriële activa af zodra ze in gebruik worden genomen. De afschrijving van immateriële activa wordt toegeschreven aan de kostprijs van de omzet voor alle immateriële activa die verband houden met compounds. De afschrijvingen met betrekking tot software worden toegeschreven aan de functies die deze software gebruiken.

Het merendeel van de immateriële activa van de Groep is uit vorige overnames voortgekomen. In 2013 verwierf de Groep immateriële activa voor een totaal van € 167 miljoen (2012: € 140 miljoen). Deze extra investeringen hadden vooral betrekking op mijlpalen in samenwerkingsovereenkomsten en licentieovereenkomsten, bijkomende software en de activering van in aanmerking komende software-ontwikkelingskosten.

In de loop van het jaar boekte de Groep bijzondere waardeverminderingen voor een totaal bedrag van € 7 miljoen (2012: € 7 miljoen) naar aanleiding van het jaarlijkse onderzoek op bijzondere waardeverminderingen. De bijzondere waardeverminderingen staan nader omschreven in Toelichting 12 en zijn in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa".

Overige immateriële activa omvatten projecten voor procesontwikkeling en mijlpaalbetalingen in het kader van samenwerkingsovereenkomsten. Deze activa worden niet afgeschreven zolang ze niet beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z wanneer de goedkeuring van de regelgevende instanties verkregen is) en overgeboekt naar de rubriek licenties. Overige immateriële activa omvatten ook software en andere immateriële activa.

19. Goodwill

€ miljoen 2013 2012 (herwerkt)
Kostprijs per 1 januari 4 808 4 799
Verwervingen 0 41
Effect van wisselkoerswijzigingen -114 -32
Nettoboekwaarde per 31 december 4 694 4 808

De Groep controleert de goodwill op bijzondere waardevermindering op elke verslagdatum of vaker als er aanwijzingen zijn dat de goodwill aangetast zou kunnen zijn. Bij het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen functioneert de Groep als één segment, Biopharmaceutica, met één enkele kasstroomgenererende eenheid (cash generating unit of CGU) die het laagste niveau vertegenwoordigt waarop de goodwill wordt gemonitord.

Het realiseerbare bedrag van de kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald op basis van de bedrijfswaardeberekeningen, en de methodologie die toegepast wordt voor het waardeverminderingsonderzoek is dezelfde als in 2012.

Belangrijkste veronderstellingen

Deze berekeningen steunen op kasstroomprognoses op basis van de financiële gegevens die aan de grondslag liggen van het door het management goedgekeurde strategisch plan en die een periode van 10 jaar bestrijken. Gezien de aard van de sector worden de langetermijnprognoses gebruikt om de passende levenscycli van producten volledig te modelleren op basis van de verstrijkdatum van het patent en het therapeutische gebied. Deze langetermijnprognoses, gebaseerd op de resultaten uit het verleden en de verwachtingen van het management inzake marktontwikkelingen, worden aangepast voor specifieke risico's en omvatten:

  • de omzetgroeipercentages van pas geïntroduceerde producten;
  • de waarschijnlijkheid dat nieuwe producten en/of indicaties de commercialiseringsfase halen;
  • de slaagkansen van toekomstige productlanceringen en de verwachte data daarvan;
  • de erosie-effecten na het verstrijken van de octrooien.

In vergelijking met 2012 waren er geen beduidende veranderingen in deze belangrijkste veronderstellingen.

Kasstromen van na de geplande prognosetermijn (eindwaarde) worden geëxtrapoleerd met behulp van een geschat groeipercentage van 3% (2012: 3%). Dit groeicijfer is niet hoger dan het gemiddelde groeipercentage op lange termijn voor de desbetreffende gebieden waarin de CGU actief is.

De meeste inkomsten en uitgaven van de Groep worden geboekt in EUR- en USD-landen. De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij het opstellen van de toekomstige kasstromen:

2013 2012
USD 1,315 1,25
GBP 0,85 0,835
JPY 130 120
CHF 1,20 1,20

Uitgaande van de 6-maands risicovrije kortetermijnrente LIBOR en de langetermijnrente op generieke EU-overheidsobligaties op 10 jaar, worden de toegepaste disconteringsvoeten bepaald op basis van de gewogen gemiddelde kapitaalkost voor DCFmodellen, inclusief de benchmark op 10 jaar voor de kosten van het eigen en het vreemd vermogen, aangepast ten behoeve van het specifieke actief en de landenrisico's die gepaard gaan met de CGU. Gelet op de aard van de sector, heeft de Groep een disconteringsvoet toegepast van 8,8% (2012: 9,0%) voor in de handel verkrijgbare producten en van 13,0% (2012: 13,0%). De disconteringsvoeten worden minstens één keer per jaar herzien.

Aangezien de kasstromen pas na belasting worden opgenomen in de berekening van de bedrijfswaarde van de CGU, wordt een disconteringsvoet na belasting gebruikt om consistent te blijven. Het gebruik van de disconteringsvoet na winstbelasting benadert het resultaat van het gebruik van een tarief vóór belasting toegepast op kasstromen vóór belasting. Er werd een belastingvoet gehanteerd van 28% (2012: 28%).

Gevoeligheidsanalyse

Op basis van wat hierboven werd beschreven, heeft het management geoordeeld dat geen enkele redelijke verandering in om het even welke belangrijke veronderstelling voor het bepalen van de realiseerbare waarde ertoe zou leiden dat de boekwaarde van de CGU wezenlijk hoger zou worden dan de realiseerbare waarde. Ter informatie: de gevoeligheidsanalyse die gebruikmaakt van een groeipercentage van 0% gecombineerd met een disconteringsvoet onder de 15,6% geeft geen aanleiding tot een bijzondere waardevermindering van de goodwill.

20. Materiële vaste activa

2013
€ miljoen
TERREIN EN
GEBOUWEN
INSTALLATIES
EN MACHINES
KANTOOR
INRICHTING,
COMPUTER
UITRUSTING,
VOERTUIGEN
EN ANDERE
ACTIVA IN
AANBOUW
Tota
Al
Brutoboekwaarde per 1 januari 550 588 136 183 1 457
Verwervingen 2 14 4 218 238
Afstotingen -40 -6 -2 0 -48
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 18 53 1 -96 -24
Effect van wisselkoerswijzigingen -9 -9 -3 -2 -23
Brutoboekwaarde per 31 december 521 640 136 303 1 600
Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari -286 -467 -100 -2 -855
Afschrijvingen over het jaar -19 -27 -8 0 -54
Bijzondere waardevermindering -1 0 0 -21 -22
Afstotingen 32 5 2 0 39
Overboeking van de ene rubriek naar een andere -1 2 0 0 1
Effect van wisselkoerswijzigingen 5 6 2 0 13
Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december -270 -481 -104 -23 -878
Nettoboekwaarde per 31 december 251 159 32 280 722
2012 KANTOOR
INRICHTING,
€ miljoen TERREIN EN
GEBOUWEN
INSTALLATIES
EN MACHINES
COMPUTER
UITRUSTING,
VOERTUIGEN
EN ANDERE
ACTIVA IN
AANBOUW
Tota
Al
Brutoboekwaarde per 1 januari 569 541 128 69 1 307
Verwervingen 2 16 7 135 160
Afstotingen -2 -3 -8 -10 -23
Overboeking van de ene rubriek naar een andere -18 33 9 -11 13
Bedrijfscombinaties 0 3 0 0 3
Effect van wisselkoerswijzigingen -1 -2 0 0 -3
Brutoboekwaarde per 31 december 550 588 136 183 1 457
Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari -271 -424 -112 0 -807
Afschrijvingen over het jaar -20 -27 -8 0 -55
Bijzondere waardevermindering -1 -1 0 -1 -3
Afstotingen 2 2 8 0 12
Overboeking van de ene rubriek naar een andere 3 -18 12 0 -3
Effect van wisselkoerswijzigingen 1 1 0 -1 1
Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december -286 -467 -100 -2 -855
Nettoboekwaarde per 31 december 264 121 36 181 602

Er zijn geen eigendomsbeperkingen op de materiële vaste activa. Er zijn evenmin materiële vaste activa in onderpand gegeven ter dekking van schulden.

In 2013 verwierf de Groep voor een totaal van € 238 miljoen (2012: € 160 miljoen) aan materiële vaste activa.

Deze stijging heeft voornamelijk te maken met de investering in de bouw van een nieuwe biotechnologische fabriek in Bulle (Zwitserland) ter ondersteuning van nieuwe producten en toedieningsapparatuur, alsook met de verbetering en vervanging van kapitaalinvesteringen.

In de loop van het jaar boekte de Groep bijzondere waardeverminderingen voor een totaal bedrag van € 22 miljoen (2012: € 3 miljoen) op materiële vaste activa, wat voornamelijk het gevolg is van de schade in de biotechfabriek in Bulle na de explosie in november 2013. De bijzondere waardverminderingen staan nader omschreven in Toelichting 12 en zijn in de winst-enverliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa".

Gekapitaliseerde financieringskosten

Tijdens de 12 maanden van 2013 liepen de gekapitaliseerde financieringskosten op tot € 6 miljoen (2012: € 3 miljoen) aan materiële vaste activa.

Geleasede activa

UCB leaset gebouwen en kantooruitrustingen in het kader van een aantal financiële leasovereenkomsten. De boekwaarde van de geleasede gebouwen bedraagt € 15 miljoen (2012: € 17 miljoen) aan materiële vaste activa.

21. Financiële en overige activa

21.1 | Niet-courante financiële en overige activa

€ miljoen 2013 2012 (herwerkt)
Voor verkoop beschikbare financiële activa (zie hieronder) 19 25
Deposito's in contanten 7 6
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 0 15
Toegestane leningen aan derde partijen 0 3
Restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland 24 23
Overige financiële activa 60 60
Totaal financiële en overige activa aan het eind van het jaar 110 132

21.2 | Courante financiële en overige activa

€ miljoen 2013 2012
Materiaal voor klinische tests 24 7
Voor verkoop beschikbare financiële activa (zie hieronder) 0 1
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 42 32
Totaal financiële en overige activa aan het eind van het jaar 66 40

21.3 | Voor verkoop beschikbare investeringen

De courante, niet-courante en voor verkoop beschikbare financiële activa omvatten het volgende:

€ miljoen 2013 2012
Aandelen 17 23
Obligaties 2 3
Totaal voor verkoop beschikbare financiële activa aan het eind van het jaar 19 26

De aanpassing in de boekwaarde van de voor verkoop beschikbare financiële activa is als volgt samengesteld:

2013 2012
€ miljoen gewone
aandelen
schuld
obligaties
gewone
aandelen
schuld
obligaties
Per 1 januari 23 3 31 2
Verwervingen 1 0 7 1
Afstotingen 0 -1 0 0
Herwaardering met verwerking in het eigen vermogen -4 0 -2 0
Winst / verlies (-) overgeboekt uit eigen vermogen en geboekt
in de winst- en verliesrekening
0 0 0 0
Bijzondere waardevermindering (Toelichting 15) -3 0 -13 0
Per 31 december 17 2 23 3

De Groep heeft beleggingen in beursgenoteerde schuldinstrumenten, hoofdzakelijk uitgegeven door Europese overheden en door enkele financiële instellingen. Deze obligaties werden geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop en worden gewaardeerd tegen de reële waarde. De reële waarde van de beursgenoteerde schuldinstrumenten wordt bepaald aan de hand van de gepubliceerde koersen op een actieve markt.

De financiële activa omvatten de investeringen in WILE X en Biotie Therapies die niet als voor verkoop beschikbaar geclassificeerd zijn, vermits UCB geen beduidende invloed erop heeft, en werden bij de initiële opname gewaardeerd tegen hun reële waarde.

Tijdens 2013 bleef het belang van UCB in Wilex stabiel op 14,47%. De wezenlijke daling van de reële waarde van de investering resulteerde in een bijzondere waardevermindering van € 3 miljoen in de winst-en-verliesrekening (2012: € 13 miljoen) (Toelichting 15).

Op de verslagdatum heeft UCB een belang in het kapitaal van Biotie Therapies van 9,2% (2012: 9,2%). Een daling van de reële waarde van de investering ten belope van € 5 miljoen werd opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten.

Er zijn geen financiële activa die op het einde van het jaar vervallen.

22. Voorraden

€ miljoen 2013 2012
Grond- en hulpstoffen 85 79
Halffabricaten 403 388
Afgewerkte producten 135 141
Goederen aangekocht voor doorverkoop 4 8
Voorraden 627 616

De kostprijs van de als lasten geboekte voorraden die zijn opgenomen in "kostprijs van de omzet" bedroeg € 671 miljoen (2012: € 659 miljoen). Er zijn geen voorraden als onderpand gegeven, noch zijn er voorraden die geboekt zijn tegen hun netto realiseerbare waarde. De afschrijvingen op voorraden bedroegen € 17 miljoen in 2013 (2012: € 16 miljoen ) en zijn opgenomen in de "kostprijs van de omzet'. De totale voorraad steeg met € 11 miljoen, voornamelijk wegens het opbouwen van de voorraad van Cimzia®.

23. Handelsvorderingen en overige vorderingen

€ miljoen 2013 2012
Handelsvorderingen 763 673
Min: provisie voor waardevermindering -6 -4
Handelsvorderingen – netto 757 669
Te ontvangen BTW 53 36
Te ontvangen interesten 8 5
Vooruitbetaalde onkosten 62 35
Nog te ontvangen inkomsten 40 16
Overige vorderingen 21 35
Vorderingen uit licenties 38 40
Handelsvorderingen en overige vorderingen 979 835

De boekwaarde van handelsvorderingen en overige vorderingen benadert hun reële waarde. Met betrekking tot handelsvorderingen wordt de reële waarde beschouwd als de boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering, en voor alle andere vorderingen benadert de boekwaarde de reële waarde, gezien de korte looptijd van deze bedragen.

Het kredietrisico is groter bij handelsvorderingen. Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten. De Groep werkt samen met specifieke groothandelaars is bepaalde landen. De grootste uitstaande handelsvordering op één klant in 2013 was 28% (2012: 22%) van McKesson Corp. U.S.

De looptijdanalyse van de handelsvorderingen van de Groep per jaareinde is als volgt:

2013 2012
€ miljoen BRUTO
BOEKWAARDE
BIJZONDERE
WAARDE
VERMINDERING
BRUTO
BOEKWAARDE
BIJZONDERE
WAARDE
VERMINDERING
Niet vervallen 706 0 620 0
Vervallen – minder dan één maand 18 0 15 0
Vervallen – langer dan een maand en niet langer dan drie maanden 18 0 5 0
Vervallen – langer dan drie maanden en niet langer dan zes maanden 10 -1 12 0
Vervallen – langer dan zes maanden en niet langer dan één jaar 4 -2 7 -1
Vervallen – langer dan één jaar 8 -3 14 -3
Totaal 764 -6 673 -4

Op basis van historische percentages van wanbetaling, meent de Groep dat er geen voorziening voor bijzondere waardevermindering nodig is voor handelsvorderingen die nog niet vervallen zijn of op minder dan een maand vervallen. Dit betreft meer dan 92% (2012: 92%) van het uitstaande saldo op de balansdatum.

De bewegingen in de voorziening voor bijzondere waardevermindering op handelsvorderingen staan hieronder vermeld:

€ miljoen 2013 2012
Saldo per 1 januari -4 -5
In de winst- en verliesrekening opgenomen kosten door waardeverminderingen -2 -1
Benutting / afname van provisie voor waardevermindering 0 2
Effect van wisselkoerswijzigingen 0 0
Saldo op 31 december -6 -4

De overige categorieën binnen handels- en overige vorderingen bevatten geen activa die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan.

De boekwaarden van de handels- en overige vorderingen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:

€ miljoen 2013 2012
EUR 256 232
USD 470 359
JPY 44 43
GBP 62 54
Andere valuta's 147 147
Handelsvorderingen en overige vorderingen 979 835

De maximale blootstelling aan kredietrisico op de verslagleggingsdatum is de reële waarde van elke bovenstaande vorderingscategorie. De Groep houdt geen enkel onderpand als zekerheid aan.

24. Geldmiddelen en kasequivalenten

€ miljoen 2013 2012
Kortetermijndeposito's 567 201
Liquiditeiten op de bank en in kas 173 117
Geldmiddelen en kasequivalenten 740 318
Bankvoorschotten in rekening-courant (Toelichting 27) -5 -10
Geldmiddelen en kasequivalenten verminderd met voorschotten zoals gerapporteerd
in het kasstroomoverzicht
735 308

25. Kapitaal en reserves

25.1 | Aandelenkapitaal en uitgiftepremies

Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 550 miljoen (2012: € 550 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 183 427 152 aandelen (2012: 183 365 052 aandelen). De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. Per 31 december 2013 waren er 66 402 161 aandelen op naam en 117 024 991 gedematerialiseerde aandelen / aandelen aan toonder. Houders van UCB-aandelen hebben recht op dividenden, zoals vastgesteld, en op één stem per aandeel op de Algemene Aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap. Er is geen maatschappelijk niet-geplaatst kapitaal.

Op 31 december 2013 bedroegen de uitgiftepremies € 1 604 miljoen (2012: € 1 601 miljoen).

25.2 | Hybride kapitaal

Op 8 maart 2011 rondde UCB N.V. de plaatsing van € 300 miljoen eeuwigdurende achtergestelde obligaties ("de obligaties") af. Deze werden uitgegeven tegen 99,499% en bieden beleggers jaarlijks een coupon van 7,75% gedurende de eerste vijf jaar. De obligaties hebben geen eindvervaldag maar UCB heeft het recht om de obligaties af te lossen aan 101% op de vijfde verjaardag van hun uitgifte, op 18 maart 2016 en ieder kwartaal daarna. Na de eerste oproepdatum is de interest gebaseerd op 3-maanden vlottende EURIBOR +988,9 bps. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.

De achtergestelde obligaties met een eeuwigdurende looptijd worden beschouwd als een eigen-vermogensinstrument voor de Groep conform IAS 32, Financiële instrumenten en wel hierom:

  • de obligaties hebben een eeuwigdurende looptijd;
  • ze zijn achtergesteld;
  • en UCB mag verkiezen om de interestbetalingen over te dragen indien er geen verplichte betalingen plaatsvonden in de voorbije 12 maanden voor junior effecten of terugkopen of de afkoop van de nominale waarde van de junior effecten.

Dienovereenkomstig werd de rente niet gepresenteerd als rentelasten in de winst-en-verliesrekening, maar werd ze geboekt in overeenstemming met de boekingen van dividenden aan aandeelhouders, die vervat zijn in het "Overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen". Eventuele transactiekosten worden in mindering gebracht van het hybride kapitaal, rekening houdend met belastingeffecten.

Het hybride kapitaal bedraagt € 295 miljoen per 31 december 2013. De € 23 miljoen dividenden aan aandeelhouders van de eeuwigdurende achtergestelde obligaties werden geboekt in het overgedragen resultaat.

25.3 | Ingekochte eigen aandelen

De Groep, via UCB N.V. en UCB Fipar N.V., verwierf 1 127 691 eigen aandelen voor een totaal bedrag van € 41 miljoen en verkocht 2 977 871 eigen aandelen voor een totaal bedrag van € 109 miljoen (netto verkoop van 1 850 180 eigen aandelen voor een netto bedrag van € 68 miljoen).

De Groep behield 4 143 060 eigen aandelen (waarvan 3,7 miljoen gerelateerd aan aandelenruil) per 31 december 2013 (2012: 5 993 240). Deze ingekochte eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van Bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden. UCB Fipar of UCB N.V. hebben het recht om deze aandelen later opnieuw te verkopen.

De Groep oefende 460 000 callopties uit op UCB-aandelen, wat leidde tot een daling in het eigen vermogen van € 3 miljoen.

25.4 | Overige reserves

De overige reserves bedragen € 61 miljoen (2012: € 49 miljoen) en omvatten de volgende items:

  • de IFRS -acquisitiemeerwaarde die werd gerealiseerd tijdens de Schwarz Pharma-bedrijfscombinatie voor € 232 miljoen (2012: € 232 miljoen).
  • de vermogenscomponent gekoppeld aan de converteerbare obligatie voor € 41 miljoen (2012: € 41 miljoen) na belastingen als gevolg van UCB's beslissing om de optie voor contante betaling in te trekken op de converteerbare obligatie (zie Toelichting 2.26);
  • de herwaardering van de toegezegd-pensioenverplichting ter waarde van € -178 miljoen (2012: € -184 miljoen);
  • de put- en callopties op Meizler Biopharma voor € -23 miljoen (2012: € -29 miljoen); en
  • de aankoop van de resterende 25% minderheidsbelangen in Schwarz Pharma Zuhai Company Ltd. voor € -11 miljoen (2012: € -11 miljoen).

25.5 | Cumulatieve omrekeningsverschillen

De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigt de cumulatieve valuta-omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken.

26. Op aandelen gebaseerde betalingen

De Groep beheert verscheidene in eigen-vermogensinstrumenten en in geld afgewikkelde beloningsplannen, waaronder een aandelenoptieplan, een Share Appreciation Rights-plan (recht op de meerwaarde op de aandelen), een aandelentoekenningsplan, en een prestatieaandelenplan om de personeelsleden voor geleverde diensten te belonen.

Het aandelenoptieplan, het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandelenplan worden in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkeld, terwijl het SAR-plan in geld afgewikkeld wordt. Naast deze plannen hanteert de Groep ook aandelenoptieplannen voor werknemers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten

26.1 | Aandelenoptieplan en Share Appreciation Rights-plan

Het Comité van Bezoldigingen kende opties op aandelen van UCB N.V. toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere en middenkaders van de UCB-Groep. De uitoefenprijs van de in het kader van deze plannen toegekende opties is gelijk aan de laagste van de volgende twee waarden:

  • het gemiddelde van de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext te Brussel tijdens de periode van 30 dagen vóór het aanbod; of
  • de slotkoers van de UCB-aandelen op Euronext te Brussel op de dag vóór de toekenning.

Een aangepaste uitoefenprijs wordt vastgelegd voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten. De opties worden uitoefenbaar na een wachtperiode van drie jaar, behalve voor de rechthebbende werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een langere wachttijd vereist om een lager belastingtarief te kunnen genieten. Wanneer een werknemer de Groep verlaat, vervallen zijn/haar opties gewoonlijk na zes maanden. Bij overlijden of pensioen van een werknemer of in het geval van onvrijwillig ontslag wanneer er bij de toekenning belastingen werden betaald, blijven de opties verworven. De Groep is niet verplicht om de opties terug te kopen of te vereffenen in geld.

De opties hebben geen "reload"-kenmerken en zijn niet overdraagbaar (behalve bij overlijden).

Het Share Appreciation Rights-plan (SAR 's) heeft min of meer dezelfde kenmerken als het aandelenoptieplan, behalve dat het voor UCB-werknemers in de Verenigde Staten bestemd is. Deze regeling wordt geldelijk afgewikkeld. Alle aandelenopties die in 2005 en 2006 in de Verenigde Staten aan optiehouders werden toegekend, werden in SAR's omgezet, behalve voor drie werknemers. Sinds 2007 zijn SAR 's toegekend aan alle rechthebbende werknemers in de VS.

26.2 | Aandelentoekenningsplan

Het Comité van Bezoldigingen kende gratis UCB N.V.-aandelen toe aan het Uitvoerend Comité en Senior Executives. Deze gratis aandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven bij UCB. De toegekende aandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk worden verworven.

De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.

26.3 | Aandelenprestatieplan

Het Comité van Bezoldigingen kende prestatieaandelen toe aan de leden van het Uitvoerend Comité en Senior Executives die een uitzonderlijke prestatie leverden. De prestatieaandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven (de wachtperiode), alsook aan de vervulling van bepaalde voorwaarden in verband met de prestaties van het bedrijf.

De prestatieaandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden, in welk geval zij onmiddellijk worden verworven. De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.

26.4 | Fantoomaandelenoptie-, -aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen

De Groep heeft ook plannen voor fantoomaandelenopties, fantoomaandelentoekenningen en fantoomprestatieaandelen (collectief "fantoomaandelenplannen" genoemd). Deze fantoomaandelenplannen worden toegekend aan bepaalde personeelsleden die een arbeidscontract hebben bij bepaalde verbonden ondernemingen van de Groep en die onder dezelfde regels vallen als de aandelenoptie-, aandelentoekenningsen prestatieaandelenplannen van de Groep, behalve wat de afwikkeling ervan aangaat.

26.5 | Aandelenoptieplan voor werknemers in de VS

Dit plan is bedoeld om werknemers van aan UCB gelieerde ondernemingen in de Verenigde Staten de kans te bieden gewone aandelen van de Groep te kopen. Aandelen worden gekocht met een korting van 15% die wordt gefinancierd door UCB. Werknemers sparen een bepaald percentage van hun salaris door looninhouding en aandelen worden met de bijdragen van de werknemer, na belastingen, gekocht. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke bankinstelling op een rekening op naam van de medewerker.

De beperking op deelname van de werknemer aan deze regeling, is:

  • tussen 1% en 10% van de vergoeding van elke deelnemer;
  • maximaal 25 000 USD per jaar per deelnemer;
  • maximaal 5 miljoen in totaal in eigendom van Amerikaanse werknemers in alle vormen van aandelenregelingen over een voortschrijdende periode van 12 maanden.

Per 31 december 2013 waren er 563 deelnemers (2012: 512). Er zijn geen specifieke toekenningsvoorwaarden en de op aandelen gebaseerde betalingslast voor deze regelingen is immaterieel.

26.6 | Aandelenplan in het Verenigd Koninkrijk

Het is de doelstelling van deze regeling om het bezit van UCB-aandelen door werknemers in het Verenigd Koninkrijk aan te moedigen. Deelnemers sparen een bepaald deel van hun salaris via looninhoudingen en UCB biedt één gratis aandeel voor elke 5 aandelen die iedere deelnemer koopt. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke vennootschap die optreedt als trustinstelling.

Werknemersbijdragen aan de regeling zijn beperkt tot het laagste van volgende bedragen:

  • 10% van de vergoeding van elke deelnemer;
  • maximaal 1 500 GBP per jaar per deelnemer.

Per 31 december 2013 waren er 90 deelnemers (2012: 86) en de op aandelen gebaseerde betalingslast voor deze regelingen is immaterieel.

26.7 | Op aandelen gebaseerde lasten

De totale op aandelen gebaseerde betalingslasten van de Groep bedroegen € 45 miljoen (2012: € 34 miljoen), en zijn als volgt opgenomen in de relevante functionele lijnen in de winst-en-verliesrekening:

€ miljoen 2013 2012
Kostprijs van de omzet 6 4
Marketing- en verkoopkosten 14 8
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten 12 9
Algemene kosten en administratiekosten 13 11
Overige bedrijfsbatenlasten 0 2
Totale operationele lasten 45 34
waarvan in eigenvermogensinstrumenten afgewikkeld:
Aandelenoptieplannen 14 12
Aandelentoekenningsplannen 5 3
Aandelenprestatieplan 2 2
waarvan geldelijk afgewikkeld:
"Share Appreciation Rights"-plan 20 15
Fantoomaandelenoptie-, aandelentoekennings- en prestatieaandelen plannen 4 2

26.8 | Aandelenoptieplannen

De bewegingen in het aantal uitstaande aandelenopties en hun bijhorende gewogen gemiddelde uitoefenprijs per 31 december zijn:

2013 2012
Gewogen
gemiddelde
reËle
waarde
gewogen
gemiddelde
uitoefenings
prijs (€)
AANTAL
AAN
DELEN
-OPTIES
Gewogen
gemiddelde
reËle
waarde
gewogen
gemiddelde
uitoefenings
prijs (€)
AANTAL
AAN
DELEN
-OPTIES
Uitstaand per 1 januari 7,27 30,88 9 627 607 6,60 29,72 9 089 547
+ nieuwe opties toegekend 12,20 48,73 1 800 735 8,82 32,36 2 153 700
(-) opties verbeurdverklaard 6,21 27,13 474 739 7,07 30,10 253 600
(-) opties uitgeoefend 6,78 30,87 2 214 520 5,25 25,62 1 362 040
(-) opties vervallen 4,43 26,58 40 039 - - 0
Uitstaand per 31 december 8,49 34,80 8 699 044 7,27 30,88 9 627 607
Aantal volledig verworven opties:
Per 1 januari 3 625 207 3 362 747
Per 31 december 2 641 108 3 625 207

De uitstaande aandelenopties per 31 december 2013 met de volgende vervaldata en uitoefenprijzen zijn:

Laatste datum van uitoefening Bereik van uitoefenprijzen (€) Aantal aandelenopties
31 augustus 2014 [31,28-40,20] 151 300
31 maart 2015 [37,33-37,60] 183 564
31 maart 2016 [40,14-40,57] 305 727
31 maart 2017 [43,57-46,54] 670 163
31 maart 2018 [22,01-25,73] 385 590
31 maart 2019 [21,38-22,75] 484 800
31 maart 2020 31,62 908 264
31 maart 2021 [25,32-26,80] 1 770 200
31 maart 2022 32,36 2 057 600
31 maart 2023 [48,69-49,80] 1 781 836
Totaal in omloop 8 699 044

De reële waarde wordt berekend aan de hand van het Black-Scholes-waarderingsmodel.

De volatiliteit werd voornamelijk bepaald op basis van de historisch waargenomen aandelenkoersen van UCB over de laatste vijf jaar. De waarschijnlijkheid van een vervroegde uitoefening wordt weergegeven in de verwachte levensduur van de opties. Het verwachte opgegeven percentage is gebaseerd op het werkelijke personeelsverloop in de categorieën die in aanmerking komen voor compensatie door aandelenopties.

De belangrijkste veronderstellingen die gehanteerd worden bij de waardering van de reële waarde van de aandelenopties in 2013 en 2012 zijn:

2013 2012
Aandelenprijs op toekenningsdatum 50,00 33,83
Gewogen gemiddelde uitoefeningsprijs 48,73 32,36
Verwachte volatiliteit % 31,16 34,85
Verwachte optielevensduur jaren 5 5
Verwachte dividendopbrengst % 2,08 3,02
Risicovrije rentevoet % 1,47 2,12
Verwacht jaarlijks percentage van verbeurdverklaring % 7,00 7,00

26.9 | "Share Appreciation Rights"-plan (SAR's)

De bewegingen van de SAR's en de modelinputs per 31 december 2013 zijn in de onderstaande tabel te vinden. De reële waarde van de SAR's op de toekenningsdatum wordt bepaald aan de hand van het Black-Scholes-model. De reële waarde van de verplichting wordt geherwaardeerd op elke verslagleggingsdatum.

2013 2012
Uitstaande rechten per 1 januari 2 414 100 2 096 250
+ nieuwe rechten toegekend 879 959 796 400
(-) rechten verbeurdverklaard 149 248 84 500
(-) rechten uitgeoefend 572 000 394 050
Uitstaande rechten per 31 december 2 572 811 2 414 100
De significante veronderstellingen die gehanteerd worden in de
waardering van de reële waarde van de share appreciation rights, zijn:
Aandelenprijs op jaareinde 54,14 43,22
Uitoefenprijs 49,80 32,36
Verwachte volatiliteit % 26,23 34,06
Verwachte optielevensduur jaren 5 5
Verwachte dividendopbrengst % 1,92 2,36
Risicovrije rentevoet % 1,24 0,75
Verwacht jaarlijks percentage van verbeurdverklaring % 7 7

26.10 | Aandelentoekenningsplannen

De op aandelen gebaseerde betalingslasten in verband met deze toegekende aandelen worden gespreid over de wachtperiode van drie jaar.

De begunstigden hebben geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode. De verandering in het aantal uitstaande toegekende aandelen per 31 december is als volgt:

2013 2012
AANTAL
AANDELEN
GEWOGEN
GEMIDDELDE REËLE
WAARDE (€)
AANTAL
AANDELEN
GEWOGEN
GEMIDDELDE REËLE
WAARDE (€)
Uitstaand per 1 januari 263 460 31,14 268 995 27,18
+ nieuwe aandelen toegekend 161 470 46,68 105 190 34,66
(-) toekenningen verbeurdverklaard 23 454 35,03 2 000 26,95
(-) toekenningen verworven
en uitgekeerd
98 145 34,73 108 725 22,66
Uitstaand per 31 december 303 331 37,95 263 460 31,14

26.11 | Prestatieaandelenplannen De verandering in het aantal uitstaande prestatieaandelen per 31 december is als volgt:

2013 2012
AANTAL
AANDELEN
GEWOGEN
GEMIDDELDE REËLE
WAARDE (€)
AANTAL
AANDELEN
GEWOGEN
GEMIDDELDE REËLE
WAARDE (€)
Uitstaand per 1 januari 225 800 31,21 233 125 27,29
+ nieuwe prestatieaandelen toegekend 126 670 49,77 97 475 33,83
(-) prestatieaandelen
verbeurdverklaard
62 486 33,41 19 261 22,75
(-) prestatieaandelen verworven 17 164 32,06 85 539 25,44
Uitstaand per 31 december 272 820 39,27 225 800 31,21

26.12 | Toegekende opties vóór 7 november 2002

Overeenkomstig de overgangsbepalingen van IFRS 2 worden opties die vóór 7 november 2002 werden toegekend en op 1 januari 2005 nog niet verworven waren, niet via de winst-enverliesrekening afgeschreven.

In 2000 gaf UCB 236 700 warrants uit die elk het recht geven om

op één gewoon aandeel in te tekenen. Per 31 december 2012 waren 32 600 warrants daarvan nog steeds uitoefenbaar tot 28 februari 2013.

In 2013 zijn alle 32 600 warrants ofwel uitgeoefend (27 000), ofwel vervallen (5 600).

De beweging in het aantal opties en warrants die niet verrekend worden onder IFRS 2 kan als volgt beschreven worden:

2013 2012
AANTAL
AANDELE
N
GEWOGEN
GEMIDDELDE REËLE
WAAR
DE (€)
AANTAL
AANDELE
N
GEWOGEN
GEMIDDELDE REËLE
WAAR
DE (€)
Uitstaand per 1 januari 198 424 39,33 482 089 40,51
(-) opties verbeurdverklaard - - 400 41,68
(-) opties uitgeoefend 119 100 38,87 68 200 37,75
(-) opties vervallen 5 600 38,21 215 065 42,48
Uitstaand per 31 december 73 724 40.15 198 424 39,33

27. Leningen

De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:

Boekwaarde Reële waarde
€ miljoen 2013 2012 2013 2012
Langlopend
Bankleningen 250 174 250 174
Overige langetermijnleningen 7 5 7 5
Financiële leases 12 14 12 14
Totaal langlopende leningen 269 193 269 193
Kortlopend
Bankvoorschotten in rekening-courant 5 10 5 10
Kortlopende component van bankleningen 103 73 103 73
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen 24 111 24 111
Financiële leases 3 3 3 3
Totaal kortlopende leningen 135 197 135 197
Totaal leningen 404 390 404 390

27.1 | Leningen

Op 31 december 2013 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep gelijk aan 4,43% (2012: 4,73%) vóór afdekking. Betalingen van variabele rente zijn aan specifieke kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan reële waardeafdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 3,93% (2012: 3,71%) na afdekking. De vergoedingen die betaald werden voor de regeling van de obligaties (Toelichting 28) en de nieuwe faciliteitsovereenkomst worden afgeschreven over de levensduur van de instrumenten.

Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de actuele waarde van de betalingen van de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rentecurve en de kredietspread van UCB voor de verschillende valuta's.

Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die om de zes maanden wordt bijgewerkt, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde. Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.

UCB heeft de gesyndiceerde leningsovereenkomst van € 1 miljard die op 7 oktober 2016 vervalt, niet aangesproken (2012: € 0 miljoen). In januari 2014 werd de overeenkomt aangepast en verlengd to 9 januari 2019.

De Groep beschikt over bepaalde bindende en niet-bindende bilaterale financieringsovereenkomsten en heeft toegang tot de Belgische markt voor commercial paper. In dit verband heeft UCB in 2013 een zevenjarige bulletlening met een variabele rente afgesloten met de Europese Investeringsbank (EIB) voor een bedrag van € 100 miljoen, een aanvulling op de openstaande lening van € 150 miljoen op het einde van 2012.

Raadpleeg Toelichting 4.3 voor de looptijdanalyse van de leningen van de Groep (uitgezonderd Overige financiële verplichtingen).

De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:

€ miljoen 2013 2012
EUR 339 247
BRL 14 0
Overige 7 5
Totale rentedragende leningen per valuta 360 252
Bankvoorschotten – EUR 5 10
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen – EUR 24 76
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen – USD 0 19
Schuldpapier en andere kortetermijnleningen – overige 0 16
Verplichtingen uit hoofde van financiële leasingovereenkomsten – EUR 15 17
Totaal leningen 404 390

27.2 | Financiële leaseverplichtingen – Minimale leasebetalingen

€ miljoen 2013 2012
Schulden door financiële leases
1 jaar of minder 3 3
1-2 jaar 11 10
2-5 jaar 1 2
Meer dan 5 jaar 0 2
Actuele waarde van verplichtingen uit hoofde van financiële leasingovereenkomsten 15 17
Min: bedrag verschuldigd binnen 12 maanden 3 3
Bedrag verschuldigd na 12 maanden 12 14

De directie gaat ervan uit dat de boekwaarde van de financiële leaseverplichtingen van de Groep hun reële waarde benadert.

28. Obligaties

De boekwaarde en reële waarde van obligaties zijn als volgt:

Boekwaarde Reële waarde
€ miljoen Couponrente Eindvervaldag 2013 2012 2013 2012
Langlopend
Particuliere obligatie 5,125% 2023 169 0 186 0
Institutionele euro-obligatie 4,125% 2021 344 0 360 0
Particuliere obligatie 3,750% 2020 248 0 255 0
EMTN programma 3,284% 2019 20 0 20 0
EMTN programma 3,292% 2019 55 0 55 0
Institutionele euro-obligatie 5,750% 2016 516 524 549 551
Converteerbare obligatie 4,500% 2015 406 393 597 450
Particuliere obligatie 5,750% 2014 0 780 0 793
Totaal langlopende
verplichtingen
1 758 1 697 2 022 1 794
Kortlopend
Particuliere obligatie 5,750% 2014 588 0 595 0
Totaal kortlopende verplichtingen 588 0 595 0

28.1 | Converteerbare obligatie

In september 2009 heeft UCB niet door zakelijke zekerheden gedekte converteerbare obligaties van hogere rangorde ter waarde van € 500 miljoen uitgegeven. De afsluitdatum voor de transactie was 22 oktober 2009 en de obligaties komen te vervallen op 22 oktober 2015 (d.w.z. 6-jarige looptijd).

De converteerbare obligaties werden uitgegeven, en zullen worden afgelost tegen 100% van de hoofdsom, en dragen een coupon van 4,5% halfjaarlijks te betalen op het einde van de periode. De conversieprijs is op € 38,746 vastgesteld. Obligatiehouders hebben het recht de obligatie te converteren in nieuwe en/of bestaande (naar keuze van de Vennootschap) aandelen van de Vennootschap.

De reële waarde van de schuldcomponent wordt bepaald op basis van de actuele waarde van de contractueel vastgestelde kasstromen, verdisconteerd tegen de interestvoet die op dat moment wordt toegepast door de markt op instrumenten van vergelijkbare kredietstatus en die nagenoeg dezelfde kasstromen opleveren, op dezelfde voorwaarden, maar zonder de conversieoptie. Het resterende bedrag, d.w.z. het verschil tussen de totale bruto-opbrengsten na uitgifte van de obligatie en de reële waarde van de schuldcomponent, wordt toegeschreven

aan de reële waarde van de derivaatcomponent. Als gevolg van een beslissing van de Raad van Bestuur om de rechten van UCB voor de optie van contante geldregeling in te trekken, werd de derivaatcomponent geherclassificeerd naar eigen vermogen, tegen de reële waarde op de dag van deze beslissing (zie Toelichting 25.4).

In april 2012 heeft UCB voor een bedrag van € 70 miljoen aan uitstaande converteerbare obligaties gekocht, met een totale opbrengst van € 82 miljoen. De totale boekwaarde bedroeg € 63 miljoen, wat dus leidt tot een verlies bij de aflossing van € 9 miljoen (Toelichting 15) en een vermindering van € 11 miljoen van de in 2012 in het eigen vermogen opgenomen reële waarde van de optie.

Per 31 december 2013 werd de schuldcomponent gewaardeerd op basis van de afgeschreven kostprijs, aan de hand van een effectieve rentevoet van 7,670% per jaar. In overeenstemming met IAS  39, worden de resterende transactiekosten die in de berekening van de effectieve rentevoet zijn opgenomen over de verwachte levensduur van het instrument afgeschreven (d.w.z. 6 jaar). De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.

De reële waarde van de schuldcomponent van de converteerbare obligatie op 31 december 2013 bedroeg € 597 miljoen (2012: € 450 miljoen). De reële waarde wordt door een onafhankelijke financiële instelling bepaald.

De converteerbare obligatie wordt in de balans opgenomen en als volgt berekend:

€ miljoen 2013 2012
Balans per 1 januari 393 444
Effectieve interestlast (Toelichting 15) 31 31
Te betalen nominale interest / nog niet verschuldigd -4 -4
Te betalen nominale interest van de vorige periode, betaald in de huidige periode 4 4
Betaalde interest -19 -20
Niet-afgeschreven transactiekosten bij initiële boeking 1 0
Afschrijvingslast voor de periode 0 1
Terugkoop van converteerbare obligatie 0 -63
Balans per 31 december 406 393

28.2 | Particuliere obligaties

Met vervaldatum in 2014:

Gedurende oktober 2009 voltooide UCB een openbare emissie van obligaties met een vaste couponrente ter waarde van € 750 miljoen, die afloopt in 2014 en bedoeld is voor particuliere beleggers. Deze particuliere obligaties worden tegen 100% van hun hoofdsom afgekocht en hebben een coupon en een effectieve rentevoet van 5,75% per jaar. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.

Met vervaldatum in 2020:

In maart 2013 rondde UCB een emissie van € 250 miljoen aan obligaties af in de vorm van een openbare aanbieding aan particuliere beleggers in België in het kader van zijn EMTN-Programma. De obligaties werden uitgegeven tegen 101,875% van de nominale waarde. De particuliere obligatie heeft een coupon van 3,75% per jaar een effectief rendement van 3,444% per jaar. De obligaties noteren op de gereglementeerde markt NYSE Euronext te Brussel.

Met vervaldatum in 2023:

In september 2013 deed UCB een onvoorwaardelijk openbaar ruilaanbod voor maximaal € 250 miljoen van de € 750 miljoen particuliere obligaties die in november 2014 aflopen en die een brutocoupon van 5,75% hebben. Bestaande obligatiehouders kregen de kans om hun bestaand obligaties om te wisselen voor nieuw uitgegeven obligaties die in oktober 2023 vervallen in een ruilverhouding van 1 tot 1. Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,398% per jaar bedraagt.

Op het einde van de ruilperiode werden 175 717 bestaande obligaties voor omwisseling aangeboden, goed voor een nominaal bedrag van € 176 miljoen. De bestaande obligaties die in het kader van het omruilaanbod omgewisseld werden, zijn door UCB geannuleerd. Bijgevolg zijn er nog 574 283 uitstaande obligaties die in 2014 vervallen.

De 175 717 nieuwe obligaties, voor een nominaal bedrag van € 176 miljoen, werden in oktober 2013 uitgegeven. De nieuwe obligaties noteren op de NYSE Euronext te Brussel.

28.3 | Institutionele euro-obligatie

Met vervaldatum in 2016:

In december 2009 voltooide UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde ter waarde van € 500 miljoen, die in 2016 aflopen en bedoeld zijn voor institutionele beleggers. Deze obligaties werden uitgegeven tegen 99,635% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. Deze obligaties dragen een couponrendement van 5,75% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,8150% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op de beurs van Luxemburg.

Met vervaldatum in 2021:

In september 2013 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 350 miljoen, die in 2021 aflopen en uitgegeven worden in het kader van zijn EMTN-programma. Deze obligaties zijn in oktober 2013 uitgegeven tegen 99,944% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 4,125% per jaar, terwijl het effectief rendement 4,317% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op de NYSE Euronext te Brussel.

28.4 | EMTN-programma

Met vervaldatum in 2019:

In november 2013 heeft UCB voor € 55 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,292% per jaar en een effectief rendement van 3,384% per jaar. De obligaties zijn genoteerd op de NYSE Euronext te Brussel.

Met vervaldatum in 2019:

In december 2013 heeft UCB voor € 20 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2019. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes hebben een couponrendement van 3,284% per jaar en een effectief rendement van 3,356% per jaar. De obligaties zijn genoteerd op de NYSE Euronext te Brussel.

28.5 | Reëlewaardeafdekking

De Groep wijst financiële derivaten onder reëlewaardeafdekkingen toe aan de particuliere obligaties en de institutionele euroobligaties. De wijziging in de boekwaarde van de particuliere obligatie is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het gehedgde deel van de particuliere obligatie, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van de corresponderende afgeleide financiële instrumenten.

29. Overige financiële verplichtingen

Boekwaarde Reële waarde
€ miljoen 2013 2012 (herwerkt) 2013 2012 (herwerkt)
Langlopend
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 13 39 13 39
Totaal langlopende overige financiële verplichtingen 13 39 13 39
Kortlopend
Afgeleide financiële instrumenten (Toelichting 36) 28 19 28 19
Overige financiële verplichtingen 167 181 167 181
Totaal kortlopende overige financiële verplichtingen 195 200 195 200
Totaal overige financiële verplichtingen 208 239 208 239

De overige financiële verplichtingen bevatten een onderhandse aandelenruil van 3,7 miljoen UCB-aandelen (2012: 4,3 miljoen) ter waarde van € 167 miljoen (2012: € 176 miljoen). Zie Toelichting 40.5.

30. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

30.1 | Opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

€ miljoen 2013 2012
Immateriële active -199 -216
Materiële vaste active -15 1
Voorraden 84 64
Handelsvorderingen en overige vorderingen 78 61
Personeelsbeloningen 58 58
Voorzieningen 8 13
Overige kortetermijnverplichtingen -271 -249
Fiscale verliezen 505 536
Ongebruikte belastingtegoeden 138 114
Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen / verplichtingen(-) 386 382

30.2 | Ongebruikte fiscale verliezen

Het bedrag en de vervaldatum van ongebruikte fiscale verliezen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen in de balans:

€ miljoen 2013 2012
Vervaldag:
1 jaar of minder 0 0
1-2 jaar 0 0
2-3 jaar 0 0
3-4 jaar 0 0
Meer dan 4 jaar 0 13
Zonder vervaldag 1 683 1 722
Ongebruikte fiscale verliezen 1 683 1 735

30.3 | Tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingverplichtingen geboekt werden

Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen ontstaan bij investeringen in dochterondernemingen. De niet-geboekte latente belastingverplichtingen bedragen ongeveer € 13 miljoen (2012: € 8 miljoen).

30.4 | Tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvorderingen geboekt werden

Uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt op tijdelijke overgedragen verschillen die inkomsten vertegenwoordigen die waarschijnlijk in de nabije toekomst gerealiseerd zullen worden. Uitgestelde belastingvorderingen van € 404 miljoen (2012: € 372 miljoen) voor niet opgenomen belastingkredieten en immateriële activa werden niet opgenomen omwille van de onzekerheid omtrent de terugvordering.

30.5 | Direct in het eigen vermogen opgenomen uitgestelde belastingen

€ miljoen 2013 2012
Uitgestelde belasting erkend in andere gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten 0 5
Effectief gedeelte van veranderingen van reële waarde op kasstroomafdekkingen 0 0
Uitgestelde belastingverplichtingen op de converteerbare obligatie 0 4
Uitgestelde belastingen erkend in het eigen vermogen 0 9

31. Personeelsbeloningen

De meeste werknemers zijn gedekt door pensioenplannen die door bedrijven van de Groep financieel ondersteund worden. De aard van dergelijke regelingen is afhankelijk van wettelijke voorschriften, fiscale vereisten en economische omstandigheden van de landen waarin de werknemers aan de slag zijn. De Groep beheert zowel toegezegde-bijdrageplannen als toegezegd-pensioenplannen.

31.1 | Toegezegde-bijdrageplannen

Uitkeringsplannen na uittreding worden geclassificeerd als "toegezegde-bijdrageplannen" als de Groep vaste bijdragen betaalt in een apart fonds of aan een onafhankelijke financiële instelling en verder geen wettelijke of uitdrukkelijke verplichtingen heeft om bijkomende bijdragen te betalen. Bijgevolg worden er geen activa of verplichtingen opgenomen in de balans van de Groep met betrekking tot dergelijke plannen, met uitzondering van regelmatige vooruitbetalingen en de toename van bijdragen.

31.2 | Toegezegd-pensioenplannen

De Groep beheert verscheidene toegezegd-pensioenplannen. De toegekende uitkeringen omvatten voornamelijk pensioenvoordelen, jubileumpremies en ontslagvergoedingen. De uitkeringen worden toegekend volgens de gebruiken van de lokale markt en de regelgeving ter zake.

Deze regelingen zijn niet-gefinancierd dan wel gefinancierd via externe pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Bij (gedeeltelijk) gefinancierde regelingen worden de activa van de regelingen afzonderlijk aangehouden in fondsen die door de trustees beheerd worden. Indien een regeling niet-gefinancierd is, met name voor de belangrijkste toegezegd-pensioenplannen in Duitsland, wordt voor de pensioenverplichtingen een verplichting opgenomen in de balans van de Groep. Voor gefinancierde regelingen is de Groep aansprakelijk voor het negatieve verschil tussen de reële waarde van de pensioenfondsactiva en de contante waarde van de uitkeringsverplichtingen. Bijgevolg wordt in de balans van de Groep een verplichting (of een actief indien de regeling overgefinancierd is) opgenomen. De belangrijkste regelingen worden jaarlijks beoordeeld door onafhankelijke actuarissen.

Sinds 2008 analyseert de Groep in zijn balans en in zijn winst- en verliesrekening de waarde van de risico's die verbonden zijn met

zijn toegezegd-pensioenplannen. Het beoogde risiconiveau met betrekking tot een geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening over één jaar worden jaarlijks vastgelegd op basis van door UCB bepaalde risicotolerantiedrempels.

De belangrijkste risico's verbonden aan de toegezegdpensioenplannen zijn de disconteringsvoet, de inflatie en de levensduur. De meeste risico's zijn te vinden in het VK, België, Duitsland en de VS. Voor de regelingen in België kan de levensduur niet als een risico beschouwd worden, vermits pensioenen er worden uitgekeerd als een forfaitaire vergoeding of worden geëxternaliseerd vóór ze worden betaald als een annuïteit.

De voorbije jaren heeft UCB belangrijke stappen ondernomen om de risicofactoren te verlagen.

In het VK werd voor het Britse plan een investeringsbeslissing genomen, "buy-in" genaamd. De buy-in werd in drie schijven uitgevoerd (de laatste in december 2012) en dekt de uitkeringen van alle gepensioneerden, begunstigden en niet meer bijdragende deelnemers met pensioenaanspraken. Alle resterende actieve leden werden overgedragen aan het Celltech Pension and Life Assurance Scheme op 30 juni 2012. Het pensioencomité is nu aan het werken aan een volledige uitkoop van dit plan.

Na de "enhanced transfer value exercise" van 2011 voor het Britse Celltech Pension and Life Assurance Scheme, waarbij voor ongeveer 10 miljoen GBP aan pensioenverplichtingen voor 164 leden uit het stelsel werden overgedragen, is het pensioencomité zich nu aan het concentreren op een geleidelijke risicovermindering van een strategie met 50% groei / 50% obligatiebeleggingen naar een strategie met 10% groei / 90% beleggingen tegen 2018 door gebruik te maken van triggers voor het financieringsniveau.

In de VS voerde UCB een "lump sum window exercise" uit in 2012, waarbij ongeveer 21 miljoen USD aan verbintenissen (ongeveer 40% van alle uitgestelde verplichtingen) uit het stelsel werd overgedragen.

Het Belgische pensioencomité heeft de structuur van de portefeuille herzien op basis van een studie over balansbeheer uit 2012 en richt zich nu op een diversificatie van het groeisegment en het obligatiesegment.

Het in de geconsolideerde balans opgenomen bedrag dat voortvloeit uit de verbintenissen van de Groep met betrekking tot zijn toegezegd-pensioenregelingen is als volgt:

€ miljoen 2013 2012
Actuele waarde van gefinancierde verplichtingen 854 781
Reële waarde van pensioenfondsactiva 608 528
Tekort / overschot (-) voor gefinancierde plannen 246 253
Effect van de minimale financieringsverplichtingen / beperking van het actiefplafond 4 7
Effect van de minimale financieringsverplichtingen / beperking van het actiefplafond 250 260
Plus: verbintenissen in verband met geldelijk afgewikkelde, op aandelen gebaseerde
betalingen (Toelichting 26)
44 30
Totale verplichtingen uit personeelsbeloningen 294 290
waarvan:
Gedeelte geboekt als langlopende verplichtingen 294 290
Gedeelte geboekt als langlopende activa 0 0

Veranderingen in de actuele waarde van de toegezegd-pensioenverplichtingen in het lopende jaar:

€ miljoen 2013 2012
Per 1 januari 781 688
Huidige kost van de lopende diensttijd 28 21
Interestkosten 28 30
Herwaarderingswinst (-) / verlies
Effect van veranderingen van demografische hypothesen 0 -7
Effect van veranderingen van financiële hypothesen 8 93
Effect van historische aanpassingen 1 -3
Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst (-) / verlies op afwikkelingen -2 -5
Effect van wisselkoerswijzigingen -12 7
Pensioenbetalingen uit het plan -17 -20
Pensioenbetalingen door de werkgever -6 -8
Betalingen uit afwikkelingen 0 -16
Bijdragen door deelnemers 2 1
Wijziging van het toepassingsgebied 43 0
Overige 0 0
Per 31 december 854 781

Veranderingen in de reële waarde van de fondsbeleggingen over het jaar:

€ miljoen 2013 2012
Per 1 januari 528 472
Rentebaten 20 21
Herwaarderingswinst / verlies (-)
Return op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) 13 23
Veranderingen qua beperking van het actiefplafond (excl. renteopbrengsten) 0 0
Effect van wisselkoerswijzigingen -10 6
Bijdragen door deelnemers 1 1
Werkgeversbijdragen 35 47
Pensioenbetalingen uit het plan -17 -20
Betalingen uit afwikkelingen 0 -16
Betaalde onkosten, belastingen en premies -5 -6
Wijziging van het toepassingsgebied 43 0
Per 31 december 608 528

De reële waarde van de pensioenbeleggingen bedraagt € 608 miljoen (2012: € 528 miljoen), goed voor 71% (2012: 68% van de toegezegd-pensioenverplichtingen. Het totale tekort van € 246 miljoen (2012: € 253 miljoen) zal naar verwachting weggewerkt worden over de geschatte resterende gemiddelde duur van het dienstverband van het huidige lidmaatschap.

De bedragen die zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van deze toegezegd-pensioenplannen zijn de volgende:

€ miljoen 2013 2012 (herwerkt)
Kosten van verstreken diensttijd (incl. winst (-) / verlies uit afwikkelingen) 26 17
Netto-interestkosten 7 7
Herwaardering van overige personeelsvergoedingen op lange termijn 0 1
Administratiekosten en belastingen 4 5
Componenten van toegezegd-pensioenkosten die zijn geboekt in de winst- en verliesrekening 37 30
Herwaarderingswinst (-) / verlies
Effect van veranderingen van demografische hypothesen 1 -7
Effect van veranderingen van financiële hypothesen 8 93
Effect van historische aanpassingen 1 -1
Return op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) -13 -23
Veranderingen qua beperking van het actiefplafond (excl. renteopbrengsten) -3 6
Componenten van toegezegd-pensioenkosten die zijn geboekt in andere
gerealiseerde of niet-gerealiseerde resultaten
-6 68
Totale componenten van toegezegd-pensioenkosten 31 98

De kosten van verstreken diensttijd, de netto-interestkosten, de herwaardering van overige personeelsvergoedingen op lange termijn, administratiekosten en belasting voor het jaar zijn opgenomen onder personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. De herwaardering van de netto toegezegd-pensioenverplichting is opgenomen in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten.

Opsplitsing van de geboekte kosten per functionele regel:

€ miljoen 2013 2012
Kostprijs van de omzet 7 6
Marketing- en verkoopkosten 6 6
Onderzoeks- en ontwikkelingskosten 13 10
Algemene en administratiekosten 10 7
Overige baten en lasten 1 1
Totaal 37 30

De werkelijke opbrengst uit de pensioenfondsactiva bedraagt € 13 miljoen (2012: € 23 miljoen), en de werkelijke opbrengsten uit restitutierechten bedragen € 0 miljoen (2012: € 0 miljoen).

De voornaamste categorieën van fondsbeleggingen op het einde van de verslagperiode:

€ miljoen 2013 2012
Geldmiddelen en kasequivalenten 17 21
Eigen vermogen instrumenten 96 100
Europa 76 71
VS 2 7
Rest van de wereld 18 22
Schuldinstrumenten 163 115
Bedrijfsobligaties 7 21
Overheidsobligaties 62 43
Overige 94 51
Vastgoed 5 4
In aanmerking komende verzekeringscontracten 229 192
Investeringsfondsen 95 96
Overige 3 0
Totaal 608 528

Nagenoeg alle aandelen en schuldinstrumenten beschikken over beurskoersen in actieve markten. Vastgoed kan gerangschikt worden als niveau 3-instrument op basis van de definities in IFRS 13, Waardering tegen reële waarde.

De in de fondsen aangehouden activa bevatten geen directe beleggingen in aandelen van UCB, noch in onroerend goed of andere activa die gebruikt worden door de Groep, al kan het wel zijn dat UCB-aandelen deel uit maken van de beleggingsfondsen waarin UCB belegt.

De voornaamste gewogen gemiddelde actuariële veronderstellingen die zijn gebruikt, zijn als volgt:

Eurozone VK VS ove
rige
2013 2012 2013 2012 2013 2012 2013 2012
Actualiserings
percentage
3,39% 3,39% 4,42% 4,28% 4,75% 4,00% 2,20% 1,99%
Inflatie 2,00% 2,00% 3,50% 3,00% n.v.t. n.v.t n.v.t n.v.t

Belangrijke actuariële hypothesen voor de bepaling van de verbintenissen uit toegezegd-pensioenplannen zijn het actualiseringspercentage en de inflatie. De volgende gevoeligheidsanalyses werden bepaald op basis van redelijke en mogelijke veranderingen van de hypothesen die optreden bij het einde van de verslagperiode.

Als het actualiseringspercentage 25 basispunten hoger (lager) zou zijn, dan zouden de toegezegd-pensioenverplichtingen dalen met € 29 miljoen (stijgen met € 33 miljoen) als alle overige hypothesen constant zouden blijven.

Als het inflatiepercentage zou stijgen (dalen) met 25 basispunten, dan zouden de toegezegd- pensioenverplichtingen stijgen met € 16 miljoen (dalen met € 17 miljoen) als alle overige hypothesen constant zouden blijven.

In werkelijkheid kan worden uitgegaan van onderlinge verbanden tussen de hypothesen, vooral tussen het actualiseringspercentage en de verwachte loonsverhogingen die beide in zekere mate afhankelijk zijn van de verwachte inflatie. De vorige analyse negeert deze onderlinge verbanden tussen de hypothesen.

De dochterondernemingen van de Groep moeten de kosten van de verwachte pensioenrechten op jaarbasis financieren. De financiering is doorgaans gebaseerd op een lokaal actueel herwaarderingskader. In dit kader wordt het actualiseringspercentage op een risicovrij niveau ingesteld. Aan bijkomende verplichtingen in verband met verstreken diensttijden wordt voldaan aan de hand van herstelplannen en beleggingsstrategieën op basis van de demografische evolutie voor het plan, de geschikte periodes voor de aflossing van verplichtingen voor verstreken diensttijden, verwachte loonsverhogingen en de financiële mogelijkheden van de plaatselijke onderneming.

De gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenverplichtingen op het einde van de verslagperiode bedraagt 14,04 jaar (2012: 16,38 jaar).

Dit cijfer kan worden uitgesplitst naar de duur voor de volgende regio's:

  • Eurozone: 13,71 jaar (2012: 14,49 jaar);
  • VK: 18,30 jaar (2012: 18,48 jaar);
  • VS: 10,36 jaar (2012: 13,80 jaar);
  • Overige: 15,76 jaar (2012: 16,41 jaar).

De Groep verwacht in de loop van het volgende boekjaar een bijdrage te doen van € 50 miljoen aan de toegezegdpensioenplannen.

Om de drie jaar wordt een studie uitgevoerd waarin activa en passiva tegen elkaar afgewogen worden. Hierin worden de beleggingsstrategieën geanalyseerd in het licht van risicoen -rendementsprofielen.

Bij het bepalen van een langetermijnstrategie voor de pensioenplannen, houdt het beleggingscomité rekening met enkele door de Groep gedefinieerde basisprincipes zoals:

  • een goed evenwicht tussen een bijdrageniveau dat aanvaardbaar is voor UCB en het niveau van de beleggingsrisico's die aan de verplichtingen verbonden zijn;
  • de volatiliteit verminderen door een diversificatie van de beleggingen; en
  • het niveau van de beleggingsrisico's dient af te hangen van de financiële situatie van de regelingen en hun schuldpositie.

32. Voorzieningen

De wijzigingen in de voorzieningen worden hieronder weergegeven:

€ miljoen milieu her
structurering
belasting overige Totaal
Per 1 januari (herwerkt) 37 31 389 29 486
Bedrijfscombinaties
Ontstaan in het jaar 6 8 6 20
Tegenboeking ongebruikte bedragen -4 -1 -75 -1 -81
Overdrag van de ene rubriek -1 -24 -25
naar een andere
Effect van wisselkoerswijzigingen -1 -4 -1 -6
Gebruikt in het jaar -2 -9 -7 -18
Per 31 december 2013 31 25 294 26 376
Langlopende gedeelte 12 13 289 16 330
Kortlopende gedeelte 19 12 5 10 46
Totale voorzieningen 31 25 294 26 376

32.1 | Milieuvoorzieningen

UCB is in het verleden bepaalde milieuverplichtingen aangegaan die verband hielden met de overname van Schwarz Pharma en het afstoten van Surface Specialties. Dit laatste geldt voor de afgestoten vestigingen waarvoor UCB volledig verantwoordelijk is gebleven, in overeenstemming met de contractuele bepalingen die zijn overeengekomen met Cytec Industries Inc. In 2013 werd een deel van de voorzieningen met betrekking tot het bedrijf Surface Specialties teruggeboekt.

32.2 | Reorganisatievoorzieningen

In 2013 werden de provisies voor herstructureringen vooral gebruikt voor verdere optimalisatie en reorganisatie, terwijl gebruikmaking hiervan was meestal verbonden aan de reorganisatie van ondersteuningsfuncties en verschillende andere afvloeiingskosten.

32.3 | Belastingvoorzieningen

Belastingvoorzieningen worden aangelegd wanneer UCB van oordeel is dat de belastingdiensten een door de Groep of een dochteronderneming ingenomen belastingstandpunt zouden kunnen betwisten. Deze beoordeling wordt voor elke voorziening afzonderlijk gedaan en de overeenkomstige provisie is de Groeps beste schatting van de verwachte blootstelling in het geval van een betwisting door de fiscus.

De omkering van de 2013 fiscale bepaling heeft voornamelijk betrekking tot de gunstige opheldering van de fiscus ten aanzien van de beschikbaarheid van een belastingsvrijstelling voor de betaling van niet-uitgekeerde reserves.

Een totaal van 24 miljoen, in verband met de afronding van een belastingcontrole, wordt overgedragen van voorzieningen naar kortlopende belastingschulden

32.4 | Overige voorzieningen

Overige voorzieningen houden voornamelijk verband met productaansprakelijkheid en proceskosten (Toelichting 14):

  • Voorzieningen voor rechtszaken omvatten voornamelijk voorzieningen voor geschillen waar UCB of een dochteronderneming gedagvaard wordt voor claims van voormalige werknemers van UCB.
  • Voorzieningen voor productaansprakelijkheid hebben betrekking op de risico's die gepaard gaan met de normale bedrijfsvoering en waarvoor de Groep aansprakelijk kan worden gesteld door de verkoop van dit soort geneesmiddelen.
  • Er wordt samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vakexperts een evaluatie uitgevoerd van de bovenstaande risico's.

33. Handels- en overige verplichtingen

33.1 | Langlopende handelsschulden en overige verplichtingen

€ miljoen 2013 2012
(herwerkt)
GSK / Sumitomo (Japan) 1 5
GSK Japan (Zwitserland) 14 16
Langlopende schulden op samenwerkingsovereenkomsten 123 64
Terugkoop schulden voor minderheidsbelangen 0 29
Overige schulden 55 65
Totaal langlopende handelsschulden en overige verplichtingen 193 179

33.2 | Kortlopende handelsschulden en overige verplichtingen

€ miljoen 2013 2012
Handelsschulden 247 261
Te betalen belastingen, andere dan winstbelastingen 56 46
Lonen en socialezekerheidsbijdragen 166 149
Overige schulden 68 75
Uitgestelde inkomsten in verband met samenwerkingsovereenkomsten 17 47
Overige uitgestelde inkomsten 7 10
Te betalen royalty's 52 46
Dividend aan aandeelhouders van eeuwigdurende achtergestelde obligatie 18 18
Te betalen rabatten en kortingen 420 353
Gelopen interesten 27 16
Overige gelopen onkosten 180 274
Totaal kortlopende handelsschulden en overige verplichtingen 1 258 1 295

De handelsschulden en overige verplichtingen worden grotendeels geclassificeerd als kortlopend en bijgevolg worden de boekwaarden van de totale handelsschulden en overige verplichtingen verondersteld hun reële waarde redelijk te benaderen.

34. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer.

UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. Het nettoresultaat wordt aangepast voor:

  • de effecten van niet-geldelijke transacties zoals afschrijvingen en waardeverminderingen, bijzondere waardeverminderingsverliezen, provisies, waarderingen tegen reële waarde enz., alsook de veranderingen inzake werkkapitaal;
  • opbrengsten en lasten die verband houden met kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten.
€ miljoen toelichtingen 2013 2012 (herwerkt)
Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 315 154
Afschrijvingen en waardeverminderingen 9, 18, 20 238 230
Afschrijvingen / terugnemingen (-) van bijzondere waardeverminderingen 9, 12, 15 34 23
In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde,
op aandelen gebaseerde betalingen
26 -4 -1
Overige niet-geldelijke transacties in de winst-en-verliesrekening -29 -9
Aanpassing IAS 39 15 0 -60
Niet gerealiseerde wisselkoersresultaten 50 14
Wijziging in voorzieningen en personeelsvergoedingen 29 -42
Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren -3 -1
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen
uit operationele activiteiten
87 35
Belastinglast voor de periode 16 87 35
Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen
uit investerings- en financieringsactiviteiten
100 103
Winst (-) / verlies uit de verkoop van vaste activa -23 -31
Betaalde / ontvangen(-) dividenden 0 0
Betaalde / ontvangen(-) interesten 123 134
Wijzigingen in het werkkapitaal
Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans -12 -79
Handels- en overige vorderingen en andere activabewegingen
per geconsolideerde balans
-159 2
Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans -37 196
Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: -208 119
Niet-geldelijke posten1 -54 -74
Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren
afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten
-19 1
Wijzigingen in te ontvangen / te betalen intresten afzonderlijk vermeld
onder kasstromen uit operationele activiteiten
-9 5
Wijzigingen in te ontvangen dividenden afzonderlijk vermeld
onder kasstromen uit investeringsactiviteiten
0 0
Wijzigingen in te betalen dividenden afzonderlijk vermeld
onder kasstromen uit financieringsactiviteiten
23 23
Wijziging bij nog te betalen bedrag vermeld onder kasstroom
uit beëindigde activiteiten
2 0
Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta -35 -59
Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht -300 15

1 Niet-geldelijke posten houden hoofdzakelijk verband met transfers van de ene rubriek naar de andere, met niet-geldelijke bewegingen die verband houden met een nieuwe waardering door een geassocieerde deelneming uit vreemde valuta en andere bewegingen die verband houden met toevoegingen / exits binnen de te consolideren perimeter of met fusies van entiteiten.

35. Financiële instrumenten per categorie

€ miljoen
31 december 2013
Activa volgens balans
ToelichtinG Leningen en
vorderingen
Financiële
activa
tegen reële
waarde via
winst en
verlies
Derivaten
voor
afdekking
Beschikbaar
voor
verkoop
Totaal
Financiële en overige activa
(exclusief afgeleide financiële instrumenten)
21 115 0 0 19 134
Afgeleide financiële activa 36 0 18 24 0 42
Handelsvorderingen en overige vorderingen
(inclusief vooruitbetaalde onkosten)
23 979 0 0 0 979
Geldmiddelen en kasequivalenten 24 740 0 0 0 740
Totaal 1 834 18 24 19 1 895
€ miljoen
31 december 2013
Passiva volgens balans
toelichting PASSIVA
TEGEN REËLE
WAARDE
WINS
VERLIES
VIA
T EN
Derivaten
voor
afdekking
Overige
financiële
verplicht
ingen tegen
geamorti
seerde
kosten
Totaal
Leningen 27 0 0 404 404
Obligaties 28 0 0 2 346 2 346
Afgeleide financiële passiva 36 39 2 0 41
Handels- en overige verplichtingen 33 0 0 1 451 1 451
Andere financiële verplichtingen
(exclusief afgeleide financiële instrumenten)
29 0 0 167 167
Totaal 39 2 4 368 4 409
€ miljoen
31 december 2012 (herwerkt)
Activa volgens balans
ToelichtinG Leningen
en vorde
ringen
Financiële
activa
tegen
reële
waarde via
winst en
verlies
Derivaten
voor
afdekking
Beschik
baar voor
verkoop
Totaal
Financiële en overige activa
(exclusief afgeleide financiële instrumenten)
21 99 0 0 26 125
Afgeleide financiële activa 36 0 41 6 0 47
Handelsvorderingen en overige vorderingen
(inclusief vooruitbetaalde onkosten)
23 835 0 0 0 835
Geldmiddelen en kasequivalenten 24 318 0 0 0 318
Totaal 1 252 41 6 26 1 325
€ miljoen
31 december 2012 (herwerkt)
Passiva volgens balans
ToelichtinG PASSIVA
TEGEN
REËLE
WAARDE
VIA
WINS
T EN
VERLIES
Derivaten
voor
afdekking
Overige
financiële
verplicht
ingen
tegen
geamorti
seerde
kosten
Totaal
Leningen 27 0 0 390 390
Obligaties 28 0 0 1 697 1 697
Afgeleide financiële passiva 36 50 8 0 58
Handels- en overige verplichtingen 33 0 0 1 474 1 474
Andere financiële verplichtingen 29 0 0 181 181
(exclusief afgeleide financiële instrumenten)
Totaal 50 8 3 742 3 800

36. Afgeleide financiële instrumenten

ACTIVA Passiva
€ miljoen 2013 2012
(herwerkt)
2013 2012
(herwerkt)
Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen 24 6 1 7
Valutatermijncontracten – reële waarde via winst of verlies 17 27 24 36
Rentevoetderivaten – kasstroomafdekkingen 0 0 1 1
Rentevoetderivaten – reële waarde via winst of verlies 1 7 15 14
Derivaten gekoppeld aan converteerbare obligatie 0 7 0 0
Totaal 42 47 41 58
waarvan:
Langlopend (Toelichtingen 21 en 29) 0 15 13 39
Kortlopend (Toelichtingen 21 en 29) 42 32 28 19

De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als een vast actief of langlopende verplichting als de resterende duur van het afgedekt element meer dan 12 maanden bedraagt, en als een vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende duur van de afdekking minder dan 12 maanden bedraagt.

De kasstroomafdekkingen die door de Groep werden uitgevoerd, werden als bijzonder effectief beoordeeld en per 31 december 2013 werd een netto niet-gerealiseerde winst

36.1 | Valutaderivaten

Het beleid van de Groep met betrekking tot het gebruik van financiële derivatencontracten wordt beschreven in Toelichting 4 "Financieel risicobeheer".

van € 25 miljoen (2012: netto niet-gerealiseerd verlies van € 6 miljoen) na uitgestelde belasting opgenomen in het eigen vermogen aangaande deze transacties. Deze winsten / verliezen zullen worden geboekt in de winst- en verliesrekening in de periode waarin de afgedekte verwachte transactie van invloed is op de winst of het verlies.

Het niet-effectieve deel dat in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen en dat ontstaat bij kasstroomafdekkingen, bedraagt € 0 miljoen (2012: € 0 miljoen).

De Groep heeft verschillende valutatermijncontracten afgesloten om een deel van de zeer waarschijnlijke toekomstige opbrengsten uit de verkoop en royalty's die voor 2014 worden verwacht, af te dekken.

De reële waarden van de derivatencontracten op vreemde valuta's is als volgt:

ACTIVA Passiva
€ miljoen 2013 2012 2013 2012
USD 25 24 20 30
GBP 0 3 2 1
EUR 0 1 0 10
PLN 0 0 0 1
JPY 9 4 1 0
CHF 1 0 0 0
Andere valuta's 6 1 2 1
Totaal wisselkoersderivaten 41 33 25 43

De looptijdanalyse voor de valutaderivaten staat hieronder uitgebeeld:

€ miljoen 2013 2012
1 jaar of minder 15 13
1-5 jaar 1 -23
Langer dan 5 jaar 0 0
Totaal wisselkoersderivaten – netto activa / netto passiva (-) 16 -10

In de volgende tabel staan de valutaderivaten beschreven opgesplitst per uitdrukkingsvaluta (verkochte valuta weergave) per 31 december 2013:

Notionele bedragen in
€ miljoen
USD GBP EUR JPY CHF Overige
valuta's
Totaal
Futures 286 27 230 103 4 164 814
Valutaswaps 1 109 204 285 7 0 54 1 659
Optie / collar 11 0 0 16 0 0 27
Totaal 1 406 231 515 126 4 218 2 500

36.2 | Rentederivaten

De Groep gebruikt verschillende rentederivaten om zijn blootstelling aan de wijzigende rentevoeten op zijn leningen te beheren. De data voor de prijsherzieningen en de afschrijvingskenmerken komen overeen met die van vastrentende obligaties. De uitstaande rentederivaten zijn als volgt:

Contracttype Nom
inale
waarde
van
co
ntracte
n
(miljoen)
Gemiddelde
rentevoet
(bet
alend (-) /
ontvangend (+))
Marge in
punten (bet
a
lend (-) / ont
vangend (+))
Voo
r periode
van / tot Variabele
renteopb
rengste
n
IRS USD 50 -3,21% 23-01-12 22-01-14 USD LIBOR 3 maanden
IRS EUR 50 -3,64% 23-01-12 22-01-14 EURIBOR 6 maanden
IRS EUR 50 -3,61% 23-01-12 22-01-14 EURIBOR 6 maanden
IRS EUR 50 -3,53% 23-01-12 22-01-14 EURIBOR 6 maanden
IRS USD 150 -3,30% 22-01-13 22-01-14 USD LIBOR 3 maanden
IRS USD 125 -0,76% 28-11-11 28-11-14 USD LIBOR 3 maanden
IRS USD 125 -0,76% 28-11-11 28-11-14 USD LIBOR 3 maanden
IRS EUR 150 -0,87% 21-08-12 21-08-17 EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 175 -0,35% 27-11-13 27-11-14 EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 150 3,09% 23-01-12 22-01-14 -EURIBOR 6 maanden
IRS USD 150 2,15% 22-01-13 22-01-14 -USD LIBOR 3 maanden
IRS USD 50 1,61% 23-01-12 22-01-14 -USD LIBOR 3 maanden
IRS EUR 180 0,26% 06-12-12 27-11-14 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 165 0,54% 06-12-12 10-12-16 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 160 0,54% 06-12-12 10-12-16 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 120 0,25% 06-12-12 27-11-14 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 200 0,26% 06-12-12 27-11-14 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 200 1,53% 04-10-13 04-01-21 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 150 1,59% 04-10-13 04-01-21 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 250 1,36% 27-11-13 27-03-20 -EURIBOR 3 maanden
IRS EUR 175 1,91% 27-11-13 02-10-23 -EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 150 -USD LIBOR 3 maanden -0,25% 27-11-09 27-11-14 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 150 -USD LIBOR 3 maanden -0,26% 27-11-09 27-11-14 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 250 USD LIBOR 3 maanden 0,32% 29-11-10 28-11-14 -EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 130 -USD LIBOR 3 maanden -0,36% 27-11-12 28-11-14 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 70 -USD LIBOR 3 maanden -0,25% 11-03-13 10-12-16 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 60 -USD LIBOR 3 maanden -0,29% 10-06-13 10-12-16 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 50 -USD LIBOR 3 maanden -0,31% 10-06-13 10-12-16 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 250 -USD LIBOR 3 maanden -0,25% 10-06-13 10-12-16 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 200 -USD LIBOR 3 maanden -0,16% 27-11-13 27-03-20 EURIBOR 3 maanden
CCIRS USD 230 -USD LIBOR 3 maanden -0,16% 27-11-13 02-10-23 EURIBOR 3 maanden

36.3 | Afdekking van nettoinvesteringen in een buitenlandse entiteit

In 2006 is de Vennootschap een leningovereenkomst aangegaan die deels was bedoeld als afdekking van de netto-investering in de Amerikaanse activiteiten van de Groep. Na een interne bedrijfsreorganisatie is deze netto-investeringssafdekkingsrelatie in december 2007 beëindigd.

De niet-gerealiseerde cumulatieve wisselkoerswinst van € 55 miljoen is in een afzonderlijke eigenvermogenscomponent geboekt onder "Netto-investeringsafdekking" in 2007. Deze niet-gerealiseerde winsten blijven in het eigen vermogen en worden alleen in de winst-en-verliesrekening opgenomen als de Groep geen onderliggende USD-activa meer in bezit heeft.

36.4 | Derivaten gekoppeld aan de converteerbare obligatie

Als gevolg van de beslissing van UCB om de rechten die verbonden zijn aan de optie van de contante geldregeling in 2010 te herroepen, werd de derivatieve component van de converteerbare obligatie geherclassificeerd naar het eigen vermogen (€ 56 miljoen vóór belasting of € 41 miljoen na belastingen) (zie Toelichting 2.26).

37. Winst per aandeel

37.1 | Gewone winst per aandeel

2013 2012 (herwerkt)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 1,12 1,30
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,02 0,09
Gewone winst per aandeel 1,14 1,39

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden.

37.2 | Verwaterde winst per aandeel

2013 2012 (herwerkt)
Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 1,12 1,30
Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,02 0,09
Verwaterde winst per aandeel 1,14 1,39

De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door het uitstaande aantal gewogen gemiddelde gewone aandelen te corrigeren voor alle potentiële gewone aandelen die een verwateringseffect met zich kunnen meebrengen.

De andelen verbonden aan de converteerbare obligatie hebben geen verwaterend effect.

37.3 | Winst

De berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel die toerekenbaar is aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij is gebaseerd op de volgende gegevens:

Gewoon

€ miljoen 2013 2012 (herwerkt)
Winst / verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toewijsbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. 203 232
Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 4 17
Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. 207 249

Verwaterd

€ miljoen 2013 2012 (herwerkt)
Winst / verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toewijsbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. 203 232
Aangepast voor:
interestkosten op converteerbare obligatie (na belastingen)
Winst / verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten gebruikt ter bepaling van de winst per aandeel 203 232
Winst / verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 4 17
Aangepaste winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB N.V. 207 249

37.4 | Aantal aandelen

In duizend aandelen 2013 2012 (herwerkt)
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel 182 157 179 279
Aangepast voor:
warranten 62
verondersteld omzetting van converteerbare obligaties
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel 182 157 179 341

Op 24 april 2008 gaf de Groep een obligatielening uit, vertegenwoordigd door 30 000 schuldbewijzen met elk een nominale waarde van € 20 waaraan telkens 1 000 defensieve warrants verbonden waren. Aan elke defensieve warrant is het recht verbonden voor de houder ervan om in te schrijven op een nieuw uitgegeven aandeel van UCB N.V. (Toelichting 40). De UCB-aandelen die kunnen voortvloeien uit de uitoefening van deze warrants zullen worden uitgegeven tegen een prijs op basis van de marktprijs gedurende een zekere periode voorafgaand aan de uitgifte.

Derhalve hebben die voorwaardelijk uit te geven aandelen geen verwaterend effect per 31 december 2012. Vanaf 23 april 2013, de obligatielening en de defensieve warranten daaraan verbonden zullen verlopen zijn en worden niet verlengd.

De aandelen die verband houden met de converteerbare obligatie hebben geen verwaterend effect.

38. Dividend per aandeel

De in 2012 en 2011 uitgekeerde brutodividenden bedroegen respectievelijk € 186 miljoen (€ 1,02 per aandeel) en € 181 miljoen (€ 1,00 per aandeel).

Een dividend voor het afgelopen jaar dat eindigde op 31 december 2013 van € 1,04 per aandeel, goed voor een totaal dividend van € 202 miljoen, moet voorgesteld worden tijdens de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering op 24 april 2014.

Het dividendvoorstel omvat, naast het huidige aantal aandelen, een maximum van 11 097 919 aandelen in verband met de uitoefening van de optie om alle uitstaande converteerbare obligaties terug te kopen (Toelichting 41 – Gebeurtenissen na balansdatum).

Overeenkomstig met IAS  10, Gebeurtenissen na balansdatum, is het voorgestelde dividend niet als een verplichting geboekt op het eind van het jaar.

39. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen

39.1 | Verbintenissen uit hoofde van operationele leases

Toekomstige gezamenlijke minimale leasebetalingen onder de niet-opzegbare operationele leases:

€ miljoen 2013 2012
1 jaar of minder 37 38
1-5 jaar 79 93
Langer dan 5 jaar 34 33
Totaal 150 164

De Groep heeft een aantal niet-opzegbare operationele leases die voornamelijk verband houden met bedrijfswagens en kantoorinrichting.

De leaseovereenkomsten bestrijken een initiële periode van 3 tot 5 jaar. De leasebetalingen worden jaarlijks verhoogd om de huuropbrengsten op de markt te weerspiegelen. Geen van de leaseovereenkomsten omvat voorwaardelijke huurgelden. In 2013 werd € 45 miljoen (2012: € 44 miljoen) als uitgaven in de winst- en verliesrekening opgenomen voor operationele leases.

39.2 | Kapitaalverbintenissen

Op 31 december 2013 heeft de Groep zich verbonden om € 43 miljoen (2012: € 128 miljoen) te besteden aan kapitaaluitgaven voor de bouw van een biotechnologische fabriek in Bulle (Zwitserland). In december 2010 startte UCB een project om een eigen biotechproductiefaciliteit te bouwen in Bulle (Zwitserland) om aan de stijgende vraag naar Cimzia® te kunnen voldoen. De nieuwe fabriek zou in 2015 operationeel moeten zijn.

UCB sloot verschillende ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met verschillende farmabedrijven, private-equityfondsen en farmaceutische spelers die klinische studies uitvoeren. Zulke samenwerkingsovereenkomsten omvatten mijlpaalbetalingen die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Onderstaande tabel geeft de maxima aan die betaald zouden worden als alle mijlpalen - hoewel dit erg onwaarschijnlijk is - gerealiseerd zouden worden. Deze cijfers zijn exclusief royaltybetalingen die gebaseerd zijn op de verkoop van eenheden.

€ miljoen 2013 2012
1 jaar of minder 72 39
1-5 jaar 235 256
Langer dan 5 jaar 600 567
Totaal 907 862

De bedragen zijn niet aangepast voor risico's, noch verdisconteerd, en de timing van de betalingen is gebaseerd op de op dit ogenblik beste ramingen door de Groep van de realisatie van de betreffende mijlpaal.

39.3 | Waarborgen

De garanties die in de loop van de normale bedrijfsvoering ontstaan, zullen naar verwachting niet resulteren in enige wezenlijke financiële verliezen.

39.4 | Voorwaardelijke verplichtingen

De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. Deze en andere lopende zaken kunnen leiden tot aansprakelijkheden, burgerlijke en strafrechtelijke boetes, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en onkosten die verbonden zijn aan bevindingen die strijdig zijn met UCB's belangen.

UCB blijft verdedigende partij in iets minder dan 4 600 Reglan® productaansprakelijkheidsrechtszaken. Deze gevallen werden grotendeels geconsolideerd in drie verschillende jurisdicties, met name San Francisco, Philadelphia en Atlantic City. Elk geschil betreft claims voor letsels als gevolg van het vermeende nalaten te waarschuwen voor het risico geassocieerd met het gebruik van metoclopramide gedurende meer dan 12 weken. Het merendeel van de gevallen betreft schade als gevolg van het gebruik van generische metoclopramide. Een aantal juridische vragen moeten worden beantwoord vóór de rechtbanken een uitspraak kunnen doen, en deze kunnen de timing en de uitspraak beïnvloeden. Momenteel zijn er geen rechtszaken gepland vóór het derde kwartaal van 2014. Het is te vroeg om met zekerheid het resultaat van deze geschillen

te voorspellen. De onderneming is van mening dat het een goede verdediging heeft tegenover deze claims.

In mei 2012 klaagde APOTEX UCB en Kremers Urban aan in het Southern District of Florida voor een inbreuk op zijn USP 6,767,556 vanwege Univasc® en Uniretic®, die moexipril bevatten als actieve stof, en vanwege Kremers Urban's generisch moexiprilproduct. In juli 2013 hield de rechtbank een hoorzitting om UCB's faire verdediging te aanhoren tegen de inbreuk op het "556 Patent", waarbij beroep gedaan werd op de principes van onafdwingbaarheid, rechtsverwerking en nalatigheid. Op 19 september 2013 velde de rechtbank een oordeel, dat op alle punten in het voordeel van UCB uitviel. APOTEX tekende beroep aan tegen het vonnis op 25 november 2013.

Daarnaast is de Groep verschillende overeenkomsten aangegaan in verband met zijn activiteiten die mogelijke voorwaardelijke verplichtingen met zich meebrengen, zoals de financiële overeenkomsten met het Waals Gewest voor € 41 miljoen (2012: € 41 miljoen).

Het valt niet te verwachten dat uit de voorwaardelijke verplichtingen enige andere materiële verplichtingen zullen ontstaan dan deze vermeld in Toelichting 32 (2012: geen materiële verplichtingen).

40. Transacties met verbonden partijen

40.1 | Verkopen en diensten binnen de Groep

In de op 31 december 2013 en 2012 afgesloten boekjaren werden alle transacties binnen de UCB-Groep uitgevoerd op basis van beoordelingen van wederzijds economisch voordeel van de betrokken partijen, en werden de toepasselijke voorwaarden vastgesteld in overeenstemming met criteria van onafhankelijke onderhandelingen en eerlijke overeenkomsten, en met het oog op de creatie van waarde voor de gehele UCB-Groep. De voorwaarden die van toepassing waren op transacties binnen de UCB-Groep waren gelijkaardig aan de voorwaarden die van toepassing waren op transacties met derde partijen.

Met betrekking tot de verkoop van tussentijdse en afgewerkte producten gingen deze criteria gepaard met het principe van de verhoging van de productiekosten van elke partij met een onafhankelijk vastgestelde winstmarge. Met betrekking tot de diensten die geleverd werden binnen de UCB-Groep gingen deze criteria vergezeld van het principe van voldoende vergoedingen om de kosten te dekken die door elke partij werden gemaakt en een marktconforme winstmarge. De binnen de UCB-Groep uitgevoerde transacties vormen standaardtransacties voor een biofarmaceutische groep. Deze transacties omvatten de aankoop en verkoop van tussentijdse en afgewerkte medische producten, deposito's en leningen voor verbonden ondernemingen van de UCB-Groep, alsook gecentraliseerde functies en activiteiten van de UCB-Groep om de operaties te optimaliseren door middel van schaal- en synergievoordelen.

40.2 | Financiële transacties met andere verbonden partijen dan met gelieerde ondernemingen van UCB n.v.

Er zijn geen financiële transacties met andere verbonden partijen dan met gelieerde ondernemingen van UCB N.V.

40.3 | Defensieve warrants

Op 24 april 2008 werd na een beslissing van de algemene aandeelhoudersvergadering een obligatielening uitgegeven, vertegenwoordigd door 30 000 schuldbewijzen met elk een nominale waarde van € 20 waaraan telkens 1 000 defensieve warrants verbonden waren (de "defensieve warrants").

Aan elke defensieve warrant is het recht verbonden voor de houder ervan om in te schrijven op een nieuw uitgegeven aandeel van UCB N.V. Op deze lening werd ingeschreven door Financière de Tubize. De houders van de defensieve warrants hebben een overeenkomst gesloten met UCB N.V. dat ze zullen voldoen aan de algemene voorwaarden met betrekking tot de uitgifte en de uitoefening van de defensieve warrants.

De defensieve warrants en de overeenkomst tussen de houders van de defensieve warrants en UCB N.V. vervielen op 23 april 2013 en werden niet hernieuwd.

40.4 | Vergoedingen van managers op sleutelposities

De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winsten verliesrekening voor de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité, voor het jaargedeelte waarin ze hun mandaat uitoefenden.

€ miljoen 2013 2012
Kortlopende personeelsvergoedingen 10 11
Ontslagvergoedingen 0 0
Uitkeringen na uittreding 3 3
Op aandelen gebaseerde betalingen 6 5
Totaal vergoedingen van managers op sleutelposities 19 19

Kortlopende personeelsvergoedingen omvatten lonen (inclusief sociale-verzekeringsbijdragen), tijdens het jaar verdiende bonussen, autoleasing en andere beloningen indien van toepassing. Op aandelen gebaseerde betalingen omvatten de afschrijving over de wachtperiode van de reële waarde van toegekende aandeelbewijzen en omvatten ook aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen zoals in Toelichting 26 nader wordt uitgelegd. De ontslagvergoedingen omvatten alle

gecompenseerde bedragen, waaronder voordelen in natura en uitgestelde vergoedingen.

Er zijn door de Vennootschap of door een dochteronderneming van de Groep geen leningen toegekend aan een bestuurder of kaderlid van de Groep en er zijn evenmin garanties in die zin gegeven.

40.5 | Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur

UCB's hoofdaandeelhouder is Financière de Tubize N.V., een op Euronext te Brussel genoteerde vennootschap (hierna "Financière de Tubize" of "Referentieaandeelhouder").

Financière de Tubize heeft op 1 september 2008 een transparantieverklaring verstrekt over haar participatie in UCB, in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 betreffende de aangifte van belangrijke aandelenparticipaties in beursgenoteerde vennootschappen. Volgens artikel 3, § § l, l3° van de wet van 2 mei 2007 handelt Financière de Tubize N.V. in overleg met Schwarz Vermögensverwaltung GmbH.

Hun participaties staan vermeld onder nr. 1 tot 4 in de onderstaande tabel. De aandelen die onder deze overeenkomsten vallen, met inbegrip van de aandelen in handen van Financière de Tubize, vertegenwoordigen 40,81% van het aandelenkapitaal van de Vennootschap.

Volgens de laatste transparantieverklaring met betrekking tot Financiëre de Tubize van 13 maart 2013 is 51,98% van de stemrechten van Financière de Tubize in handen van een groep aandeelhouders die samenwerken met en bestaan uit leden van de familie Janssen en bedrijven die door leden van de familie Janssen gecontroleerd worden.

De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek.

In overeenstemming met de transparantieverklaringen gemaakt volgens de Wet van 2 mei 2007, zijn de belangrijkste aandeelhouders van UCB momenteel:

Controlerende en belangrijkste aandeelhoud ers van UCB per 15 januari 2014

Momenteel Stemgerechti
gd
Datum
van de
laatste relevante
kenni
sgeving
Kapitaal € 550 281 456 14 juni 2013
Totaal aantal stemrechten 183 427 152 14 juni 2013
1 Financière de Tubize N.V. ("Tubize")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 66 370 000 36,18% 1 maart 2012
2 UCB N.V.
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 2 302 044 1,26% 15 januari 2014
gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 6 146 638 3,35% 15 januari 2014
gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 0 0,00% 15 januari 2014
tot
aAl
8 448 682 4,61%
3 UCB Fipar N.V.
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 1 705 664 0,93% 15 januari 2014
gelijkgestelde financiële instrumenten1 0 0,00% 15 januari 2014
tot
aAl
1 705 664 0,93%
4 Schwarz Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG ("Schwarz")
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 2 471 404 1,35% 1 maart 2012
Tubize2,3 + UCB N.V. + UCB Fipar N.V. + Schwarz3 78 995 750 43,07%
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 72 849 112 39,72%
gelijkgestelde financiële instrumenten1 6 146 638 3,35%
Free float4 (stemrechtverlenende effecten (aandelen)) 110 578 040 60,28%
5 Capital Research and Management Company
(dochtervennootschap van The Capital Group Companies Inc.)
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 13 905 411 7,58% 8 januari 2014
6 Vanguard Health Care Fund
stemrechtverlenende effecten (aandelen) 9 345 949 5,10% 12 juni 2013

1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6 van het koninklijk besluit van 14 februari 2008 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen die, indien uitgeoefend, een extra stemrecht verlenen.

2 Tubize controleert UCB N.V., dat op haar beurt onrechtstreeks UCB Fipar N.V. controleert | art. 6, § 5, 2° and art. 9, § 3, 2° van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.

3 Tubize en Schwarz hebben verklaard in onderling overleg te handelen | art. 6, § 4 and art. 9, § 3, 3° van de wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen. 4 Free float zijnde de UCB-aandelen niet gehouden door Tubize, UCB N.V., UCB Fipar N.V. of Schwarz. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met aandelen gehouden door deze entiteiten, met uitzondering van gelijkgestelde financiële instrumenten.

41. Gebeurtenissen na balansdatum

  • Januari 2014 UCB beslist om gebruik te maken van haar optie op vervroegde uitoefening van de € 500 miljoen converteerbare obligaties met coupon van 4,50% en met vervaldatum in 2015. Als alternatief voor de vervroegde terugbetaling van de bonds kan elke houder van bonds zijn conversierechten uitoefenen waarop UCB zal aandelen overdragen. De laatste dag waarop conversierechten kunnen worden uitgeoefend door de houders van bonds is 5 maart 2014. Indien alle houders van bonds hun conversierechten zouden uitoefenen, zou het totale aantal aandelen naar 194 525 071 stijgen.
  • Januari 2014 UCB en Biogen Idec sluiten overeenkomsten af voor het commercialiseren van geneesmiddelen tegen multiple sclerose en hemofilie in Azië. Deze samenwerking maakt gebruik van UCB's know-how en aanwezigheid in Azië om Biogen Idec's innovatieve therapieën tot bij patiënten in nieuwe markten te brengen. Deze exclusiviteitsovereenkomsten verlenen aan UCB het recht om producten van Biogen Idec te commercialiseren in Zuid Korea, Hongkong, Thailand, Singapore, Maleisië en Taiwan. In China worden de producten zowel ontwikkeld als gecommercialiseerd.

42. UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd)

Naam en maatsch
appel
ijke
zetel
Hold
ing
Moede
rmaatsch
appij
Australië
UCB Australia Pty. Ltd. – Level 1, 1155 Malvern Road – 3144 Malvern, Victoria 100% Celltech Group Ltd
België
UCB Fipar N.V. – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussel (BE0403.198.811) 100% UCB Belgium N.V.
UCB Biopharma Sprl – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussel (BE0426.831.078) 100% UCB Pharma N.V.
UCB Belgium N.V. – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussel (BE0402.040.254) 100% UCB Pharma N.V.
UCB Pharma N.V. – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussel (BE0403.096.168) 100% UCB N.V.
Sifar N.V. – Allée de la Recherche 60 – 1070 Brussel (BE0453.612.580) 100% UCB Finance N.V.
Brazilië
UCB Farma Brasil Ltda – Alameda Araguaia 3833 (part) Tamboré – Barueri- 06455-000 100% UCB N.V.
Meizler UCB – Alameda Araguaia 3833 Tamboré – Barueri- 06455-000 Sao Paulo 70% UCB Farma Brasil Ltda
Bulgarije
UCB Bulgaria EOOD – 15, Lyubata Str., Fl. 4 apt. 10-11, Lozenetz, Sofia 1407 100% UCB N.V.
Canada
UCB Canada Inc. – 2060 Winston Park Drive, Suite 401 – ON L6H5R7 Oakville 100% UCB Holdings Inc.
China
UCB Trading (Shanghai) Co Ltd – Room 317, No. 439 Fu Te Xi Yi Road, Shanghai
(Waigaoqiao Free Trade Zone)
100% UCB N.V.
UCB Pharma (Hong Kong) Ltd – Room 1501-08 Millennium City 5, 418 Kwun Tong Road,
Kwun Tong, Kowloon
100% UCB Pharma GmbH
Schwarz Pharma Zuhai Company Ltd – Block A. Changsa Industrial zone. Qianshan District –
519070 Zhuhai Guangdong Province
100% UCB Pharma GmbH
Denemarken
UCB Nordic AS – Arne Jacobsen Alle 15 – 2300 Copenhagen 100% UCB Finance N.V.
Duitsland
UCB Pharma GmbH – Alfred Nobel Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB GmbH
UCB GmbH – Alfred Nobel Strasse, 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Finance N.V.
UCB BioSciences GmbH – Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma GmbH
Sanol GmbH – Alfred-Nobel-Strasse 10 – 40789 Monheim am Rhein 100% UCB Pharma GmbH
Naam en maatsch
appel
ijke
zetel
Hold
ing
Moede
rmaatsch
appij
Finland
UCB Pharma Oy (Finland) – Itsehallintokuja 6 – 02600 Espoo 100% UCB Finance N.V.
Frankrijk
UCB Pharma S.A. – 420 rue d'Etienne d'Orves – 92700 Colombes 100% UCB N.V.
Griekenland
UCB A.E. – 63 Agiou Dimitriou Street – 17456 Alimos – Athens 100% UCB N.V.
Hongarije
UCB Hungary Ltd – Obuda Gate Building Arpád Fejedelem ùtja 26-28, 1023 Budapest 100% UCB N.V.
Ierland
UCB (Pharma) Ireland Ltd – United Drug House Magna Drive, Magna Business Park,
City West Road – Dublin 24
100% UCB N.V.
UCB Manufacturing Ireland Ltd – Shannon Industrial Estate – Shannon County Clare 100% UCB Pharma GmbH
Kremers Urban
Kudco Ireland Ltd – Shannon Industrial Estate – Shannon County Clare 100% Pharmaceuticals Inc.
Indië
UCB India Private Ltd – 504 Peninsula Towers, Peninsula Corporate Park,
Ganpatrao Kadam Marg, Lower Parel – 400 013 Mumbai 100% UCB N.V.
Uni-Mediflex Private Ltd – 504 Peninsula Towers, Peninsula Corporate Park, 100% UCB N.V.
Ganpatrao Kadam Marg, Lower Parel – 400 013 Mumbai
Italië
UCB Pharma SpA – Via Gadames 57 – 20151 Milano 100% Celltech Group Ltd
Japan
UCB Japan Co Ltd – Shinjuku Grand Tower, 8-17 Nishi-Shinjuku 160-0023 Shinjuku, Tokyo 100% UCB N.V.
Luxemburg
UCB Lux S.A. – Rue Eugène Ruppert, 12 – 2453 Luxembourg 100% UCB N.V.
Maleisië
UCB Trading (Malaysia) Sdn. Bhd. – Level 21, Suite 21.01, The Gardens South Tower, 100% UCB N.V.
Mid Valley City, Lingkaran Syed Putra, 59200 Kuala Lumpur
Mexico
UCB de Mexico S.A. de C.V. – Homero#440, 7fl Col. Chapultepec Morales –
11570 Mexico D.F. 100% UCB N.V.
Vedim S.A. de C.V. – Homero #440, 7fl Col. Chapultepec Morales – 11570 Mexico D.F. 100% Sifar N.V.
Nederland
UCB Finance N.V. – Lage Mosten 33 – 4822 NK Breda 100% UCB N.V.
UCB Pharma B.V. (Netherlands) – Lage Mosten 33 – 4822 NK Breda 100% UCB Finance N.V.
Noorwegen
UCB Pharma A.S. – Grini Naeringspark 8b – 1361 Osteras, Baerum 100% UCB Finance N.V.
Oekraïne
UCB Ukraine LLC – 19 Grygoriya Skovorody Str., Business–center "Podil Plaza", 4070 Kiev 100% UCB Pharma GmbH
Oostenrijk
UCB Pharma Gesellschaft m.b.H. – Geis Elbergstrasse 17-19, 1110 Wien 100% UCB Finance N.V.
Naam en maatsch
appel
ijke
zetel
Hold
ing
Moede
rmaatsch
appij
Polen
Vedim Sp. z.o.o. – Ul. Kruczkowskiego 8 – 00-380 Warszawa 100% Sifar N.V.
UCB Pharma Sp. z.o.o. – Ul. Kruczkowskiego 8 – 00-380 Warszawa 100% UCB N.V.
Portugal
UCB Pharma (Produtos Farmaceuticos) Lda – Ed. D. Amelia, piso 0 sala A2,
Quinta da Fonte, 2770-229 Paço de Arcos 100% Vedim Pharma N.V.
Roemenië
UCB Pharma Romania S.R.L. – 40-44 Banu Antonache, 4th fl., district 1, 011655 Bucharest 100% UCB N.V.
Rusland
UCB Pharma LLC – Shturvaluaya 5 bldg 1 – 125364 Moscow 100% UCB N.V.
UCB Pharma Logistics LLC – Perevedenovky pereulok 13 bldg 21 – 105082 Moscow 100% UCB N.V.
Singapore
UCB Trading (SG ) Pte. Ltd. – 8 Marina Boulevard #05-02, Marina Bay Financial Centre Tower 1, 100% UCB N.V.
18981 Singapore
Spanje
Vedim Pharma S.A. – Paseo de la Castellana 141, Planta 15 – 28046 Madrid 100% UCB N.V.
UCB Pharma S.A. – Paseo de la Castellana 141, Planta 15 – 28046 Madrid 100% Vedim Pharma N.V.
Tsjechië
UCB S.R.O. – Thámova 13 – 186 00 Praha 100% UCB N.V.
Turkijë
UCB Pharma A.S. – Rüzgarlibahçe, Cumhuriyet Caddesi Gerçekler Sitesi, B-Blok Kat:
6, Kavacik, Beykoz – 34805 Istanbul 100% UCB Lux N.V.
Verenigde Koninkrijk
UCB Fipar Ltd, subs. of UCB Inc. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Inc.
Fipar U.K. Ltd, subs of UCB Fipar Ltd. – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Fipar Ltd
UCB (Investments) Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Lux N.V.
Celltech Group Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB (Investments) Ltd
Celltech R&D Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd
UCB Ireland – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Lux N.V.
Celltech Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd
Darwin Discovery Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd
UCB Pharma Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd
International Medication Systems (U.K.) Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% UCB Pharma GmbH
Schwarz Pharma Ltd – 208 Bath Road – SL1 3WE Slough, Berkshire 100% Celltech Group Ltd
Naam en maatsch
appel
ijke
zetel
Hold
ing
Moede
rmaatsch
appij
Verenigde Staten
UCB Holdings Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington,
Delaware
100% UCB Finance N.V.
Fipar U.S. Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% Fipar U.K. Ltd
UCB Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Holdings Inc.
UCB Biosciences Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington,
Delaware
100% UCB Inc.
UCB Pharco Inc. – 300 Delaware Avenue 9th floor – 19801 Wilmington, Delaware 100% UCB Inc.
Celltech U.S. LLC – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington
Delaware
100% Celltech Group Ltd
UCB Manufacturing Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street –
19801 Wilmington, Delaware
100% UCB Inc.
UCB Technologies Inc. – C T Corporation System, 111 Eight Avenue, NY, 10011 New York 100% UCB Manufacturing Inc.
Upstate Pharma LLC – C T Corporation System, 111 Eight Avenue, NY, 10011 New York 100% UCB Inc.
Kremers Urban Pharmaceuticals Inc. – 251 E. Ohio Street Suite 1100 – 46204 Indianapolis 100% UCB Manufacturing Inc.
Zuid-Korea
Korea UCB Co Ltd. – 5th Floor Grace tower 127 Teheran-ro 135-411 Seoul 100% UCB N.V.
Zweden
UCB Pharma AB (Sweden) – Stureplan 4C 4 van – 11435 Stockholm 100% UCB Finance N.V.
Zwitserland
UCB Farchim S.A. (A.G. – Ltd.) – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements S.A.
UCB Investissements S.A. – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Finance N.V.
Doutors Réassurance S.A. – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements S.A.
UCB-Pharma AG – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements S.A.
Medeva Pharma Suisse S.A. – Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements S.A.
UCB Medical Devices S.A. – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle 100% UCB Investissements S.A.

Verantwoordelijkheidsverklaring

Wij bevestigen hierbij dat, naar ons beste weten, de geconsolideerde jaarrekening op 31 december 2013, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen (International Financial Reporting Standards), zoals aangenomen door de Europese Unie, en met de wettelijke verplichtingen die in België van toepassing zijn, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, passiva, financiële positie en winst of verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, en dat het directieverslag een reëel overzicht geeft van de ontwikkeling en prestaties van het bedrijf en de positie van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden die zij verwachten.

Ondertekend door Roch Doliveux (CEO) en Detlef Thielgen (CFO) namens de Raad van Bestuur.

Roch Doliveux Chief Executive Officer Detlef Thielgen Chief Financial Officer

Verslag van de statutaire commissaris

Verslag van de commissaris aan de Algemene Vergadering van aandeelhouders over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2013

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening en tevens de vereiste bijkomende verklaring. De geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2013 en de geconsolideerde winst-en-verliesrekening, de geconsolideerde overzicht van de gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten, het geconsolideerde staat van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar afgesloten op die datum, evenals een toelichting die een overzicht van de voornaamste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing bevat.

Verslag over de geconsolideerde jaarrekening – Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van UCB N.V.("de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt EUR 9.907 miljoen en de geconsolideerde winst-en-verliesrekening toont een winst van het boekjaar (toegekend aan aandeelhouders) van EUR 207 miljoen.

Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Verantwoordelijkheid van de commissaris

Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (ISA 's) uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controleinformatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne beheersing van de Groep in aanmerking

die relevant is voor het opstellen door de Vennootschap van de geconsolideerde jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van door de raad van bestuur gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel.

Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel zonder voorbehoud te baseren.

Oordeel zonder voorbehoud

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening weergegeven op bladzijden 54 tot 123, een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep op 31 december 2013 evenals van haar geconsolideerde resultaten en geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

Verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van de Management verslag van de Raad van Bestuur over de geconsolideerde jaarrekening.

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA 's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtin-gen na te gaan. Op grond hiervan sluiten wij de volgende bijkomende verklaring in die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen :

De Management verslag van de Raad van Bestuur over de geconsolideerde jaarrekening weergegeven op bladzijden 19 tot 53 behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.

Brussel, 25 februari 2014

De commissaris PwC Bedrijfsrevisoren bcvba vertegenwoordigd door

Jean Fossion Bedrijfsrevisor

Verkorte statutaire jaarrekening van UCB N.V.

1. Inleiding

Overeenkomstig het Belgische Wetboek van Vennootschappen, is er besloten om een ingekorte versie van de statutaire jaarrekening van UCB N.V. te presenteren.

De statutaire jaarrekening van UCB N.V. wordt opgesteld volgens de Belgische algemeen aanvaarde boekhoudprincipes (Belgische GAAP).

Er dient opgemerkt dat enkel de hierboven weergegeven geconsolideerde jaarrekening een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van de UCB Groep.

De statutaire Commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd en bevestigd dat de niet-geconsolideerde financiële jaarrekening van UCB N.V. over het boekjaar afgesloten op 31 december 2013 een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van UCB N.V. en overeenstemt met alle wettelijke en reglementaire bepalingen.

Overeenkomstig de wetgeving zullen deze afzonderlijke jaarrekeningen, samen met het managementverslag van de Raad van Bestuur aan de algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris ingediend worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutaire termijnen.

Deze documenten zijn beschikbaar op onze website www.ucb.com of op eenvoudig verzoek aan:

UCB N.V. Corporate Communication Researchdreef 60 B-1070 Brussel (België)

2. Balans

€ miljoen PER 31 december 2013 PER 31 december
2012
ACTIVA
Oprichtingskosten 25 25
Immateriële activa 0 0
Materiële vaste activa 7 7
Financiële activa 7 226 6 993
Vaste activa 7 258 7 025
Vorderingen op meer dan 1 jaar 2 141 1 801
Vorderingen op ten hoogste 1 jaar 38 61
Korte-termijninvesteringen 117 147
Banktegoed en beschikbaar saldo 4 122
Overlopende rekeningen en transitorische posten 23 18
Vlottende activa 2 323 2 149
Totaal activa 9 581 9 174
PASSIVA
Kapitaal 550 550
Uitgiftepremie 1 604 1 601
Reserves 3 229 3 229
Overgedragen winst 123 132
Eigen vermogen 5 506 5 512
Voorzieningen 55 57
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 55 57
Schulden op meer dan 1 jaar 2 762 2 097
Schulden op ten hoogste 1 jaar 1 160 1 418
Overlopende rekeningen en uitgesteld inkomen 98 90
Kortlopende verplichtingen 4 020 3 605
Totaal verplichtingen 9 581 9 174

3. Winst- en verliesrekening

€ miljoen PER 31 december 2013 PER 31 december
2012
Bedrijfsopbrengsten 62 46
Bedrijfskosten -87 -87
Bedrijfsresultaat -25 -41
Financiële opbrengsten 410 478
Financiële kosten -185 -203
Financieel resultaat 225 275
Bedrijfsresultaat voor belastingen 200 234
Uitzonderlijke opbrengsten 0 94
Uitzonderlijke kosten -6 -3
Uitzonderlijk resultaat -6 91
Winst voor belastingen 194 325
Winstbelastingen -1 -2
Voor bestemming beschikbare winst van het jaar 193 323

4. Winstbestemmingsrekening

€ miljoen PER 31 december 2013 PER 31 december
2012
Voor bestemming beschikbare winst over het boekjaar 193 323
Overgedragen winst van het vorige boekjaar 132 145
Te bestemmen winst 325 468
Aan de wettelijke reserve 0 0
Aan overige reserves 0 -150
Bestemming aan eigen vermogen en reserves 0 -150
Over te dragen winst -123 -132
Over te dragen resultaat -123 -132
Dividenden -202 -186
Uit te keren winst -202 -186
Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt,
zal het brutodividend worden bepaald op:
€ 1,04 € 1,02
Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt,
en rekening houdend met de fiscale regelgeving, zal het totale nettodividend
na belasting per aandeel worden bepaald op:
€ 0,780 € 0,765

De activiteiten van UCB N.V. genereerden in 2013 een nettowinst van € 193 miljoen na belastingen. Na geaccumuleerde winst van € 132 miljoen in aanmerking te hebben genomen, is het bedrag dat beschikbaar is voor distributie € 325 miljoen.

Het geplaatst kapitaal van UCB N.V. wordt vertegenwoordigd door 183 427 152 aandelen zonder nominale waarde per 31 december 2013, inclusief de kapitaalverhoging van 5 maart 2013 van 52 300 aandelen zonder nominale waarde en 9 800 aandelen zonder nominale waarde op 14 juni 2013. De 639 797 ingekochte eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van Bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden.

Op 21 januari 2014 kondigde UCB N.V. aan dat het in overeenstemming met de Algemene Voorwaarden van de converteerbare obligatie van € 500 miljoen aan 4,5%, met vervaldatum in 2015, de optie heeft uitgeoefend om alle uitstaande obligaties op 12 maart 2014 tegen nominale waarde, samen met de tot die datum opgebouwde rente, af te kopen. Als alternatief voor de terugkoop van de obligaties, kan elke obligatiehouder zijn conversierecht uitoefenen in overeenstemming met de Algemene Voorwaarden. Als gevolg daarvan, 11 097 919 nieuwe aandelen worden opgenomen in de berekening van het dividendvoorstel.

De Raad van Bestuur stelt voor om een brutodividend van € 1,04 uit te keren aan de houders van de 193 885 274 UCB-aandelen, of een totale dividenduitkering van € 202 miljoen. Als dit dividend goedgekeurd word door de aandeelhouders van het bedrijf op de Algemene Vergadering van 24 april 2014, zal een nettodividend van € 0,78 per aandeel uitbetaald worden vanaf 5 mei 2014, tegen afgifte van coupon nr. 17 dat aan de aandelen aan toonder van de vennootschap gehecht is.

5. Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving

De Raad van Bestuur heeft de volgende beslissingen genomen in overeenstemming met artikel 28 van het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Belgische Wetboek van Vennootschappen.

5.1 | Immateriële activa

Onderzoeks- en ontwikkelingskosten worden geboekt als immateriële activa tegen hun aankoopprijs of kostprijs. Deze geactiveerde kosten worden volledig afgeschreven binnen het jaar, maar het verschil tussen het eigenlijke bedrag dat tijdens het jaar werd afgeschreven en het geactiveerde brutobedrag wordt verwerkt als een terugboeking van afschrijvingen op uitzonderlijke opbrengsten.

Deze kosten worden lineair afgeschreven tegen een percentage van 33,33% over een afschrijvingstermijn van drie jaar op "pro rata temporis"-basis. De aankoopprijs van patenten, licenties en soortgelijke items wordt afgeschreven ofwel op basis van een zorgvuldige beoordeling van de economische levensduur van dergelijke immateriële activa, of tegen een minimaal afschrijvingspercentage dat overeenstemt met het percentage dat wordt gehanteerd door de activa die voor het patent of proces vereist zijn, of binnen een vaste afschrijvingstermijn van minstens vijf jaar op "pro rata temporis"-basis.

5.2 | Materiële vaste activa

Materiële vaste activa die werden gekocht van derden zijn tegen aankoopprijs opgenomen in de activa van de balans; activa die door het bedrijf zelf geproduceerd worden, zijn gewaardeerd tegen hun kostprijs. De aankoop- of kostprijs wordt "pro rata temporis" lineair afgeschreven. De volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages werden toegepast:

" Administratieve gebouwen 3%
" Industriële gebouwen 5%
" Uitrusting / gereedschap 15%
" Meubilair en kantoorbenodigdheden 15%
" Voertuigen 20%
" Computerapparatuur en kantoorbenodigdheden 33,3%
" Prototypemateriaal 33,3%

5.3 | Financiële activa

Deelnemingen worden gewaardeerd in overeenstemming met het belang dat in het eigen vermogen van de onderneming in kwestie aangehouden wordt. Deelnemingen die niet opgenomen zijn in de consolidatiekring worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde. Telkens er een permanent waardeverlies geconstateerd wordt bij de jaarlijkse waardering, wordt er een specifieke afschrijving geboekt.

5.4 | Vorderingen en schulden

Die worden tegen hun boekwaarde weergegeven. Er wordt een afschrijving op vorderingen geboekt indien de terugbetaling op de vervaldatum geheel of gedeeltelijk onzeker of twijfelachtig is.

5.5 | Ac tiva en verbintenissen in vreemde valuta's

Transacties in vreemde munteenheden worden verwerkt tegen de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum.

Niet-monetaire activa en passiva (materiële en immateriële activa, participaties) die in een vreemde munt uitgedrukt zijn, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva die uitgedrukt zijn in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. Gerealiseerde wisselkoersverschillen op transacties in vreemde valuta's worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, evenals niet-gerealiseerde wisselkoersverliezen, terwijl niet-gerealiseerde koerswinsten in de balans worden opgenomen onder verworven kosten en uitgesteld inkomen.

5.6 | Voorzieningen

Alle risico's die de onderneming loopt, maken het voorwerp uit van voorzieningen die elk jaar herzien worden aan de hand van de principes van voorzichtigheid, goede trouw en oprechtheid. Voorzieningen worden tegen de normale waarde geboekt.

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Prestatie Rapport

Bernadette, heeft lupus

1. Patiënten en de planeet als onze basis

UCB's strategie voor Corporate Societal Responsibility of maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) is verbonden met UCB's strategie van de ontdekking en ontwikkeling van innovatieve geneesmiddelen en oplossingen die het leven van patiënten met ernstige ziekten van het immuunsysteem en het centraal zenuwstelsel kunnen veranderen. De MVO strategie bouwt op duurzaamheid en op verantwoordelijkheid; waarden die steunen op sociale, ecologische en economische perspectieven op lange termijn en dewelke hecht met elkaar verbonden zijn.

In de patiëntgerichte dimensie zijn initiatieven gericht op toegang tot zorg en respect voor personen die leven met epilepsie in landen met lage tot middelmatige inkomens in Afrika en Azië, zodat een succesvolle re-integratie van die personen in hun gemeenschappen en economische omgeving mogelijk wordt gemaakt, rekening houdend met het stigma van de ziekte en de maatschappelijke uitsluiting.

In de planeetgerichte dimensie zijn initiatieven gericht op een betekenisvolle vermindering van UCB's ecologische voetafdruk als een indicator van impact op de planeet.

Deze dimensies zijn in overeenstemming met de definitie van de Europese commissie van MVO als "een concept waarmee bedrijven op vrijwillige basis maatschappelijke en milieukwesties integreren in hun bedrijfsactiviteiten en in hun interactie met stakeholders of belanghebbenden". 1

1 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Een vernieuwde EU-strategie 2011-2014 ter bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen. COM (2011) 681 definitief

2. | 2013 MVO activiteiten in één oogopslag

Caleb Broeders van Liefde, Lubumbashi (DRC) Rainbow Bridge Project HOPE, Shanghai (China)

januari

Wereldgezondheidsorganisatie

Dr. R. Doliveux verwelkomde dr. S. Saxena en dr. T. Dua, afdeling Mentale Gezondheidszorg van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) en dr. H. de Boer, Internationaal Bureau voor Epilepsie (IBE), en onderschreef de WGO epilepsie initiatieven in Myanmar en Mozambique.

februari

Broeders van Liefde / Fracarita Belgium

Dhr. F. Enderlin bezocht het "Neuropsychiatrisch Centrum Joseph Guislain" van de Broeders van Liefde in Lubumbashi, Democratische Republiek van Congo (DRC) en bezocht eveneens de mobiele klinieken voor Likasi en Kipushi. In Kinshasa werden vergaderingen georganiseerd met het Regionale Bureau van de Broeders van Liefde en met de Belgische ambassadeur, zijne Excellentie M. Lastchenko, om de mentale en neurologische zorgverstrekking in de DRC te bespreken.

maart

Groene strategie bij UCB

Het Uitvoerend Comité keurde de strategie goed van zes hoofdactiviteiten om bij te dragen aan een beter milieu en een groene planeet.

Rainbow Bridge

Introductie van het drie jaar durende "Rainbow Bridge" initiatief met Project HOPE, de Chinese Vereniging Tegen Epilepsie (CAAE ), tien universitaire ziekenhuizen en UCB; een initiatief voor opleidingen van artsen en toegang tot diagnose voor 43 000 kinderen die leven met epilepsie.

april

Artsen van Xinjiang Uyghur Au tonome Regio

Het initiatief "Health and Hope Fund" van het Business Development Center (BDC), Red Cross Society van China en UCB bracht, in Beijing, 95 artsen uit de Xinjiang provincie samen voor een doorgedreven medische opleiding. Medewerkers van het Sino-Japan Friendship Hospital en andere academische instellingen gaven cursussen van algemene geneeskunde, training in telegeneeskunde alsook een opleiding in epilepsie.

Collega's betrekken bij een groene reis

UCB's eerste Groene Week bracht een levendig debat met onze collega's uit België op gang over "Het milieu: is dat mijn zaak?"

mei

Myanmar en Mozamb ique eerste consultatie

Tijdens een bezoek aan Yangon hebben WGO medewerkers van de afdeling Mentale Gezondheidszorg besprekingen aangevat met het Ministerie van Gezondheid en andere partijen en zij brachten de verschillen in de neurologische gezondheidszorg en epilepsie in kaart. Medewerkers bezochten eveneens Maputo en ook hier werden, samen met medewerkers van het Ministerie van Gezondheid en andere deelnemers, de verschillen in neurologische gezondheidszorg en epilepsie beschreven.

juli

Duurzame elektriciteit

De vestiging in Bulle schakelde over naar 100% groene hydroelektriciteit geproduceerd in krachtcentrales in naburige kantons en voegde zich daarmee bij drie andere vestigingen van UCB die al eerder een vergelijkbare keuze hadden gemaakt.

Slotceremonie opleiding artsen uit Xizang Beijing (China), met dank aan Qinglan Wu, China Tibet online Artsen "Hoe kunnen we de gevolgen van epilepsie verminderen?"

Mw. Jiang Dan, directeur BDC, Red Cross Society of China

Mw. Jiang Dan bezocht UCB als waardering voor het "Health and Hope Fund" en de succesvolle initiatieven in verband met zorg voor mensen die leven met epilepsie.

Hope on Wheels Foundation

In Indië werd UCB's "Hope on Wheels Foundation" opgericht, met als doel ondersteuning te geven aan verschillende zorginitiatieven voor mensen met epilepsie die leven in afgelegen gebieden en het platteland.

augustus

Trainingsprogramma medewerkers van Yao Yang verpleeginstellingen

Het "Health and Hope Fund" heeft 115 verpleegkundigen uit elf provincies opgeleid in een zeven dagen durend opleidingskamp voor chronische neurologische aandoeningen bij ouderen.

Verbeteren van de energie-efficiëntie

In Shannon werd door de behandeling van afvalgassen een hogere energie-efficiëntie bekomen van 40%; wat gelijk staat aan een jaarlijkse afname van 340 ton aan CO2 emissies.

september

Rainbow Bridge en nationale werkgroep voor neurologische ziekten bij kinderen

"Rainbow Bridge" organiseerde gedurende een week opleidingssessies over kinderneurologie voor artsen uit verschillende provincies. Ook werden er voorlichtingssessies georganiseerd voor families van gehospitaliseerde patiënten op de afdeling Neurologie van het Medisch Centrum voor Kinderen in Shanghai om ouders de mogelijkheid te geven de dagelijkse zorg voor hun kinderen die leven met epilepsie beter op te volgen.

november

UCB Societal Responsibility Fund en de Koning Boudewijnstichting

Ondertekening van het contract voor het "UCB Societal Responsibility Fund"door baron L. Tayart de Borms (Koning Boudewijnstichting), dr. R. Doliveux en Dhr. F. Enderlin.

Inauguratie door Prinses Astrid van het Hope on Wheels Epilepsieprogramma

Tijdens de Indische economische missie inaugureerde prinses Astrid, in aanwezigheid van de oprichters van de "Hope on Wheels Foundation", het Hope on Wheels Epilepsie programma in het district Alwar in de deelstaat Rajasthan.

Artsen van Xizang (Tibet) en opleiding

Sluitingsceremonie van de opleidingscursus voor artsen in de autonome regio Xizang (Tibet) in Great Hall of the People (Beijing).

december

Artsen in Afrika

"Hoe kunnen we de gevolgen van epilepsie in Afrika verminderen?" was de belangrijke vraag die een jonge Belgische arts en twee UCB medewerkers naar Congo brachten in een Vitaya TVdocumentaire. Bij één kind op de vijf die leven met epilepsie treedt de ziekte op na problemen tijdens de zwangerschap en/of geboorte en bij twee op de vijf kinderen die leven met epilepsie treedt ziekte op als gevolg van besmettelijke ziekten, bv. neurocysticercose, tuberculose, malaria, enz.

Rainbow Bridge en nationale studiegroep kindergeneeskunde

"Rainbow Bridge" organiseerde, in Beijing, een driedaagse opleiding over kinderneurologie voor 177 artsen uit meerdere provincies.

3. | Materialiteit (of relevantie) en dialoog met belanghebbenden

"UCB's belangrijkste invloeden op de maatschappij zijn de bijdragen tot het verbeteren van de zorg voor mensen met ernstige ziekten waarvoor UCB behandelingen biedt en de bescherming van het milieu."

3.1 | Materialiteit (of relevantie)

Het is de verantwoordelijkheid van UCB om ervoor te zorgen dat financiële, milieu en maatschappelijke kwesties waarop het bedrijf een aanzienlijke invloed heeft te onderkennen en te behartigen. UCB heeft een proces geïnitieerd om te bepalen welke activiteiten van UCB belangrijk zijn en welke in de toekomst moeten worden opgenomen in een geïntegreerde rapportering. De belangrijkheid van verschillende maatschappelijke en milieukwesties werd geëvalueerd om deze al dan niet te rapporteren in het jaarverslag (belangrijk en bedrijf kritisch vs. minder belangrijk). Het MVO team evalueert het onderzoek en betrokkenheid van belanghebbenden of stakeholders en volgt besprekingen over materialiteit op.

Als biofarmaceutisch bedrijf is de belangrijkste maatschappelijke invloed van UCB om bij te dragen aan het verbeteren van zorg voor mensen met ernstige ziekten waarvoor UCB behandelingen aanbiedt. De voornaamste factor betreft het vertrouwen dat verschillende gemeenschappen over de hele wereld in UCB's implementering van zijn waarden, zijn ethische normen en zijn productpijplijn. Daarnaast worden bij de evaluatie van de voordelen voor patiënten ook de draagwijdte van UCB's onderzoek en ontwikkeling, de klinische ontwikkelingsprogramma's en de inspanningen om toegang tot geneesmiddelen te bevorderen en uit te breiden kritisch geïnterpreteerd. Een veilige en aangename werkplek die innovatie en gezamenlijk creëren vergemakkelijkt is een ander belangrijk aspect van UCB's maatschappelijk engagement. Voor de evaluatie van de invloed op het milieu zijn het verbruik van energie en andere natuurlijke hulpbronnen alsook het beheer van gerelateerde emissies en afvalproductie van bijzonder belang. Een nieuwe milieustrategie werd goedgekeurd door het Uitvoerende Comité in maart 2013 en zal op langere termijn ook de volledige supply chain omvatten, voornamelijk door de verandering van het bedrijfsmodel met een aanzienlijke toename van de contract productie bedrijven.

3.2 | UCB Societal Responsibility Fund

Het MVO team verkreeg goedkeuring voor het oprichten van het "UCB Societal Responsibility Fund". Dat kwam als een reactie op de vragen van UCB collega's in het bedrijf: "Hoe kunnen wij helpen? Wat kunnen wij doen?"

Het "UCB Societal Responsibility Fund" is een onafhankelijk fonds dat wordt beheerd door de Koning Boudewijnstichting (KBS);

een organisatie zonder winstoogmerk met hoofdzetel in Brussel (België). Al meer dan 35 jaar is de KBS actief en is internationaal gegroeid door partnerschappen met gelijksoortige stichtingen, waardoor de invloed tot ver buiten de grenzen van België reikt. De KBS is aanwezig in de Verenigde Staten evenals in verschillende Europese landen en werkt ook samen met projecten in Azië-Pacific en Latijns-Amerika.

De eerste voorzitter van het "UCB Societal Responsibility Fund" is dr. Peter Piot, momenteel directeur van de London School of Hygiene and Tropical Medicine, voormalig uitvoerend bestuurder van UNAIDS en assistent-secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

In de eerste fase biedt het "UCB Societal Responsibility Fund" alle UCB collega's een mogelijkheid om giften te schenken aan twee projecten uit ons MVO programma. Het betreft het initiatief van Broeders der Liefde (DRC en Rwanda) en het "Rainbow Bridge" initiatief met Project HOPE in China. Giften zullen helpen bij het ondersteunen van voorlichting, diagnose en toegang tot zorg voor mensen die leven met epilepsie in deze drie landen.

3.3. MVO bestuur bij UCB

UCB's MVO team is verantwoordelijk voor beheer en integratie van de MVO strategie op elk niveau van UCB, plaatselijk, regionaal en wereldwijd. Het MVO team coördineert initiatieven en stuurt een uitvoering op basis van goede MVO praktijk en rapportering.

Via de MVO raad worden de voor UCB meest relevante maatschappelijke onderwerpen nauwkeurig besproken en geselecteerd op basis van UCB's fundamentele bedrijfsprincipes en kernwaarden. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met onze belangrijkste betrokkenen.

Het toepassen van de gedeelde UCB visie stelt interne doelgroepen in staat om initiatieven voortdurend te beoordelen en hun interne en externe relevantie, alsook hun potentiële maatschappelijke invloed, te bepalen. Dit beoordelingsproces maakt gebruik van de ervaringen uit vroegere projecten en lessen die hieruit getrokken werden en wordt continu bijgestuurd. Een permanente terugkoppeling van patiënten en externe doelgroepen geeft UCB de mogelijkheid zijn patiënten en planeet strategieën aan te passen en te verbeteren.

Het is belangrijk te onderstrepen dat de evaluatie van de 2013 prestaties van verschillende leden van de MVO raad gekoppeld is aan de uitwerking en resultaten van MVO initiatieven.

3.4 | dialoog met belanghebbenden aanmoedigen

Zoeken naar toekomstige richtingen

Hoe een dialoog aangaan met belanghebbenden?

In het kader van een MBA programma aan de Universiteit van Warwick (VK) heeft een UCB collega een kwalitatief MVO onderzoek met interne en externe stakeholders of belanghebbenden opgestart. Door semi-gestructureerde interviews werden zij gevraagd naar hun kennis van MVO, UCB's MVO initiatieven alsmede welke vijf toekomstige MVO prioriteiten zij belangrijk achtten.

Er werd een representatieve steekproef van UCB collega's uit verschillende regio's en met verschillende senioriteitsniveaus, van verschillende leeftijd en geslacht geïnterviewd. Externe belanghebbenden waren patiënten die leven met epilepsie en artsen die betrokken zijn bij de behandeling van de ziekte.

Uit de antwoorden werden zeven belangrijke onderwerpen onderscheiden. Niettegenstaande deze onderwerpen reeds werden opgenomen in UCB's algemene strategie alsook in de MVO initiatieven werden de onderwerpen van de interne en externe stakeholders in vier groepen verdeeld. Publieke voorlichting in verband met ziekten en een vermindering van het maatschappelijke stigma betreft een eerste groep. Een tweede groep is een combinatie van drie onderwerpen met de vorming van gezondheidswerkers in afgelegen gebieden en het platteland, een doorgezet onderricht van patiënten en ziekten en behandeling alsook een toegang tot geneesmiddelen voor kansarmen. Een derde groep verenigt de verantwoordelijkheid ten overstaan van het milieu en een actieve communicatie van MVO objectieven. Minder externe en interne stakeholders aanzagen het ontdekken van innovatieve geneesmiddelen als een essentiële component van UCB's MVO. In het algemeen, beschouwen stakeholders een betrokkenheid in deze projecten belangrijk voor UCB als voor de maatschappij. Tevens bepleiten en ondersteunen allen een actieve betrokkenheid in MVO.

De zeven onderwerpen voor UCB's MVO toekomst en rapportering zijn:

Patiënten delen inzichten

De volgende voorbeelden zijn slechts enkele van initiatieven waarbij patiënten betrokken zijn en waarbij medewerkers en patiënten dichter bij elkaar worden gebracht.

Het "Par kinson netwerk" of hoe binnen treden in de wereld van de patiënt?

Patiënten met de ziekte van Parkinson vereisen intensieve zorg en een naadloze en hechte zorg na het ontslag uit het ziekenhuis, inclusief met een ondersteuning voor spraak- en fysiotherapie.

UCB collega's brachten tijd door in het Universitair Ziekenhuis van Keulen, in privépraktijken en thuis bij patiënten om het lokale "Parkinson netwerk", dat gericht werd voor het verbeteren van een holistische behandeling van deze patiënten, te observeren.

"Vraa g een patiënt" of hoe een antwoord krijgen op mijn vraag over een chronische ziekte?

UCB collega's streven naar een nauwere relatie met patiënten en

belangrijkheid voor interne belanghebbenden

  • Publieke voorlichting i.v.m. ziekten en vermindering van maatschappelijk stigma
  • Opleiding artsen in afgelegen gebieden en het platteland
  • Voorlichting patiënten over ziekte en behandeling
  • Toegang tot geneesmiddelen voor kansarmen
  • Verantwoordelijkheid met betrekking tot het milieu
  • Communicatie van MVO strategie en doelstellingen
  • Ontdekken van innovatieve geneesmiddelen

hebben vele vragen die enkel patiënten die met de aandoening leven kunnen ophelderen. Collega's willen bijvoorbeeld weten "Wat zou het perspectief van een patiënt zijn op het project waar ik aan werk?" of "Hoe kan ik weten hoe een patiënt omgaat met de uitdagingen van het behandelen van een chronische ziekte?" De interactie heeft geleid tot een innovatief initiatief "Vraag een patiënt".

Een eerste "Vraag een patiënt" sessie over de ziekte van Parkinson liet drie ambassadeurs vragen behandelen, zoals "Welke invloed heeft de ziekte van Parkinson gehad op uw relatie in uw gezin?", "Is de relatie met uw naaste familie veranderd?" of "Wat zijn de behoeften van een verzorger, in het bijzonder wanneer die 24/7 zorg verleent?"

De ambassadeurs deelden hun antwoorden, eerlijk en oprecht, vaak met een innemende persoonlijke noot, en legden via de speciale webpagina contact met andere UCB collega's, waardoor ook hun inzicht en hun focus op de kwestie werd getransformeerd, ongeacht de afdeling en het niveau binnen ons bedrijf.

4. | MVO projecten voor patiënten vandaag

Broeder Ghislain Basubi & Dirk te Tumbwe bij een halte van de mobiele kliniek Slotceremonie opleiding artsen uit Xizang Beijing (China), met dank aan Qinglan Wu, China Tibet online

4.1 | Afrika – Broeders van Liefde

Fracarita Belgium, een internationale niet-gouvernementele organisatie (NGO) voor ontwikkelingssamenwerking van de Broeders van Liefde, ondersteunt de verbetering van de gezondheidstoestand van de meest kwetsbare mensen, in het bijzonder kinderen, en is sterk verankerd in lokale gemeenschappen in 32 landen.

Lubumbashi (Democratische Repub liek Congo)

In Lubumbashi, hoofdstad van de provincie Katanga, is toegang tot neurologische zorg beperkt door de versplintering van het volksgezondheidssysteem. Het initiatief met de Broeders van Liefde streeft ernaar om een opleiding neurologie aan te bieden aan artsen en neuro-psychiatrische verpleegkundigen, om voorlichting over epilepsie en sociale invloed daarvan aan te bieden aan personen die leven met epilepsie, hun familie en de gemeenschappen en om de toegang tot diagnose en behandeling te verbeteren.

De Broeders van Liefde leiden het "Centre Neuropsychiatrique Joseph Guislain" (CNPJG ), het enige neuro-psychiatrische ziekenhuis in Katanga, en personen die leven met epilepsie worden er gezien door een team van bevoegde artsen. Patiënten die een elektro-encefalogram (EEG ) nodig hebben worden onmiddellijk gezien om de last van het reizen te verminderen.

Fitri Oktaviani is UCB's projectleider van dit initiatief en toen zij terugkeerde van haar eerste bezoek verklaarde zij: "[Ik] voel mij deemoedig bij het enthousiasme en de grote inzet van alle medewerkers van het centrum. Verantwoordelijkheid nemen was en is verantwoordelijkheid delen. Mijn droom is een duurzaam project op te bouwen ondanks de moeilijke economische omstandigheden in Congo. Nu ik de oorzaken van epilepsie bij pasgeborenen heb gezien met Helena en Dirk zal ik meer mijn best doen mijn droom om deze patiënten het leven te bieden dat zij zozeer verdienen, een leven zonder epilepsie, meer met mijn collega's te delen."

Mensen die leven met epilepsie in de dorpen en steden buiten Lubumbashi hebben baat bij de mobiele kliniek. De mobiele kliniek bezoekt de centra voor eerstelijnszorg Saint-Luc en M'Linzi in Likasi, Saint Charles in Kipushi en Don Bosco in Kitumaini om de twee maanden om te zorgen voor adequate opvolging en behandelingstrouw, een essentieel aspect van het welzijn van patiënten. Broeder Ghislain Bashubi, directeur van CNPJG , vatte deze benadering van de patiënten samen als "In het verleden kwam de patiënt naar de arts, nu gaat de arts naar de patiënt".

Odile bracht haar negenjarig nichtje Kerel naar het centrum Saint Charles: "Kerel werd behandeld met traditionele medicijnen nadat zij op zevenjarige leeftijd aanvallen kreeg. Toen ik in de kerk hoorde van de mobiele kliniek, bracht ik haar naar de arts. Ik ben zo blij dat Kerel nu geen aanvallen meer heeft en weer naar school gaat. Ik help onderwijzers en klasgenoten begrijpen dat epilepsie niet besmettelijk is. Tovenaars en medicijnmannen zijn niet nuttig. Ik help nu ouders om hun kinderen naar het centrum te brengen. Dit is mijn droom."

Met als doel de lokale kennis te versterken, ondersteunde UCB de presentatie van epilepsiegegevens die werden verzameld in Lubumbashi op de 30e conferentie van de International Epilepsy Association in Montreal (Canada).

Ndera, Kigali (Rwanda)

Het "Centre Neuropsychiatrique Caraes" in Ndera is het enige "derdelijns referentie ziekenhuis" voor psychiatrie en neurologie in Rwanda. Samen met het Rwandese Verbond tegen Epilepsie (RLAE ) worden er inspanningen gedaan voor de verbetering van kennis, onderwijs en toegang tot passende diagnose en behandeling. In dit partnerschap draagt UCB bij aan de wetenschappelijke en medische opleiding en training van medische en paramedische medewerkers. Dr. Peter Dedeken, neuroloog en UCB's projectleider, bevestigde na zijn laatste bezoek: "Wat een genot om terug te komen. Dit team boekte vooruitgang! Aanbevelingen die de laatste keer werden gedaan worden op doeltreffende wijze geïmplementeerd en ik mag wel zeggen dat zij verbetering vertonen door hun terreinervaring. Het kleine team van mijn Rwandese collega's hebben hun netwerk uitgebouwd met het Ministerie van Gezondheid, het Internationaal Verbond tegen Epilepsie (ILAE), RLAE en anderen. Onze opleidingsprogramma's bereiken nu patiënten, verpleegkundigen en artsen via onze epilepsiekaravaan. Het ontwikkelen van het Ndera Center of Excellence is nu onze volgende stap. Het doet mij plezier hun onvoorwaardelijke inzet te zien."

Met als doel de lokale kennis te versterken, heeft UCB de eerste epilepsieconferentie met de Internationale Organisatie voor Hersenenonderzoek (International Brain Research Organization, IBRO) in Kigali en de presentatie van de Rwandese epilepsiegegevens op de jaarlijkse conferentie van de American Epilepsy Society in Washington DC (VS ) ondersteund.

4.2 | Afrika – Mozambique

WGO medewerkers en verschillende belanghebbenden hadden overleg in verband met neurologische zorg in het algemeen en epilepsie in het bijzonder om de levenskwaliteit van patiënten met epilepsie en hun gezinnen te verbeteren en de toegang tot diagnose en behandeling te verbeteren. Die bijeenkomst in Maputo zorgde voor een basis om hun situatieanalyse verder te voltooien en het initiatief in verschillende provincies te introduceren.

4.3 | Azië – India

Na de oprichting van UCB's "Hope on Wheels Foundation" heeft een eerste programma in het Alwar district in de deelstaat Rajasthan vorm gekregen. Het "Hope on Wheels Epilepsy" programma zal met een mobiele kliniek gemeenschapsgezondheidscentra ondersteunen met de hulp van plaatselijke organisaties en de Indian Epilepsy Association (IEA ). Medewerkers zullen met name aandacht besteden aan het verminderen van het maatschappelijk stigma, de sociale en economische isolatie en aan een betere voorlichting van de kennis van patiënten en families. De mobiele kliniek zal worden uitgerust met geavanceerde apparatuur voor de diagnose van epilepsie en zal, met behulp van telegeneeskunde, real-time consultatie bieden door de connectie met afdelingen neurologie van deelnemende universitaire ziekenhuizen.

Dr. Kunal Oswal is medewerker van de "Hope on Wheels Foundation" en projectleider. Zijn commentaar na een eerste bezoek aan Alwar: "Patiënten met epilepsie dragen de ziekte als een rots op hun schouders. Ik ben erg geschrokken toen ik hun ongeloof, uitsluiting en lijden zag. Het stigma dat zij dragen. Toen realiseerde ik me dat onze "Hope on Wheels" voor hen een groot verschil zal betekenen. Ik wil hun brug zijn naar een leven met en hoop op een betere toekomst."

4.4 | Azië – Myanmar

WGO medewerkers en verschillende belanghebbenden hadden een eerste overleg in Yangon, Myanmar. Daarnaast gaven bezoeken aan Hlegu en Hmaw Bi WGO medewerkers een verder inzicht in de problemen en barrières in het kader van een diepgaande situatieanalyse. Fabian Seunier beschreef de relatie als: "[Mijn] motivatie om aan het project deel te nemen is de invloed te zien die wij kunnen hebben in andere gebieden dan de gebieden waarin wij gewoonlijk werken. UCB en de WGO brengen niet alleen hun complementaire expertise samen, wij werken samen om de inzichten van talrijke relevante belanghebbenden te verzamelen. Dit is essentieel om de kennis, diagnose en behandeling van epilepsie in Myanmar op een doorslaggevende manier te verbeteren."

4.5 | Azië – China

Rainbow Bridge en Project HOPE

In maart kondigden UCB en Project HOPE, samen met het medisch centrum voor kinderen in Shanghai, het drie jaar durende programma "Rainbow Bridge" aan voor de verbetering van de medische zorg voor kinderen die leven met epilepsie en het verbeteren van de psychologische ondersteuning voor hun gezinnen. Patiënten die leven met epilepsie verdienen dezelfde zorgkwaliteit en hetzelfde respect als elke andere patiënt, vooral de kinderen die de discriminatie voelen van een maatschappij die slecht geïnformeerd is over de ziekte. Via

  1. | MVO projecten voor patiënten vandaag een nationaal netwerk van tien grote kinderziekenhuizen zal het programma gezondheidsvoorlichting geven en professionele opleidingen aanbieden voor kinderneurologen. Isabelle de Cambry heeft als UCB's projectleider een nauw contact met de teams en verklaarde: "Ondanks de taalbarrière ben ik erg enthousiast over het nieuwe educatieve en informatieve materiaal. Dat is opgewekt van toon en vol praktische informatie en is goed ontvangen door de families. Ik hoop dat deze families de ziekte kunnen zien als iets dat zij kunnen overwinnen en waarmee zij kunnen omgaan. Dit programma zal kinderen in staat stellen een normaal leven zonder vooroordelen te leiden en te genieten van de zorgvrije jeugd die zij zozeer verdienen."

Het programma zal ook contacten leggen met zorgverleners op scholen om een comfortabele leeromgeving voor kinderen op te bouwen en om zowel onderwijzend personeel als leerlingen te leren de mythes rond epilepsie te verdrijven en de publieke perceptie daarvan te verbeteren.

"Health and Hope Fund" en Business Development Unit Red Cross Society of China (BDC-RCSC)

In april hebben UCB en de BDC een opleidingsprogramma geïntroduceerd voor artsen in de autonome regio Xinjiang, het eerste dergelijke programma in een nieuw vijf jaren "Health and Hope Fund" partnerschap. Naast theorie leerden artsen nieuwe technieken en onderzoeksmethoden. Heel belangrijk is de ondersteuning van de afdeling telegeneeskunde van het Sino-Japan Friendship Hospital waar zij werden opgeleid om samen vanop afstand zorg en diagnose te verstrekken. Dit innovatief initiatief is voorbestemd om verandering te brengen op het gebied van onderwijs, ondersteuning en diagnose. Het programma geeft eveneens mobiele gezondheidsklinieken, uitgerust met technische en communicatieapparatuur, zodat artsen op elk moment contact kunnen opnemen met experten te Beijing.

Aangemoedigd door de invloed van het opleidingsprogramma voor artsen van Xinjiang werd er een opleidingskamp georganiseerd voor verplegend personeel van Yao Yang verpleeghuizen. Dit programma omvat voorlichting en training op het gebied van neurologische zorg voor ouderen.

In november voltooiden Tibetaanse artsen van de autonome regio Xizang hun opleiding in het Sino-Japan Friendship Hospital. Dr. Dirk Teuwen, UCB's projectleider, verklaarde bij zijn terugkeer na het bijwonen van de neurologieopleiding en slotceremonie: "De inzet van de artsen tijdens deze opleiding was werkelijk fantastisch. [Ze] waren erg blij les te krijgen van de beste leraren uit Beijing en zogen deze kennis op als een spons. We waren niet langer twee groepen vreemdelingen die nauwelijks konden communiceren, maar genoten van de kostbare momenten waarin we samen leerden. We genoten van deze unieke en waardevolle ontmoeting, een eerste van vele toekomstige stappen…"

4.6 | Gezinsplanning en zwangerschap in immunologie

Geïnformeerde beslissingen over het gebruik van geneesmiddelen bij gezinsplanning en zwangerschap worden gehinderd door gebrek aan gegevens, onderzoek en richtlijnen. Voor mensen die leven met een chronische aandoening houdt dit in dat zij vaak zeer moeilijke beslissingen moeten nemen zonder bevredigende of consistente medische ondersteuning. Deze belangrijke kwestie die van algemene aard is en in de meeste gebieden van de geneeskunde optreedt, is duidelijk aanwezig bij immunologische aandoeningen.

UCB heeft besloten de kennis op het gebied van deze kwestie te vergroten en heeft het oprichten van onafhankelijke en professionele initiatieven, die gericht zijn op het verbeteren van de situatie voor patiënten, aamgemoedigd. TEDx "ideas worth spreading" (ideeën waardevol te worden verspreid) was de eerste die het globale belang ervan inzag voor hen die zwanger zijn of dat willen worden. Dat leidde tot twee lezingen over dit onderwerp door dr. Lode Dewulf, die via het web werden gestreamd en op uitnodiging konden worden bijgewoond: TEDxChange (april) en TEDxBrussels (oktober).

De Vereniging voor Informatie over Geneesmiddelen (Drug Information Association, www.diahome.org) hield zich ook bezig met die vragen door verschillende belanghebbenden uit te nodigen om verder in te gaan op deze niet-erkende behoefte en door een artikel op uitnodiging te publiceren in hun tijdschrift (september). Eveneens in 2013 hebben de American Society for Rheumatology en het Europees Verbond tegen Reumatiek verschillende educatieve acties gestart.

Er wordt gehoopt dat deze en andere initiatieven zullen bijdragen aan betere besluitvorming en medische zorg voor zwangere vrouwen.

5. | MVO projecten voor de planeet vandaag

De activiteiten van UCB hebben onvermijdelijk rechtstreeks en onrechtstreeks een invloed op de planeet. Fabrieken produceren afval, stoten broeikasgassen uit en verbruiken water, brandstof, gas en elektriciteit. Contract productie bedrijven, waarmee UCB partnerschappen heeft, staan voor dezelfde uitdagingen.

Een belangrijke mijlpaal in 2013 was de goedkeuring van UCB's groene strategie UCB door het Uitvoerend Comité. Dit bepaalt de doelstelling van UCB om zijn ecologische voetafdruk voortdurend te verbeteren door management, werknemers en belanghebbenden actief te betrekken bij zeven prioritaire domeinen:

    1. waarborgen van de naleving van wetgeving en voorschriften;
    1. verantwoordelijk gebruik van natuurlijke grondstoffen;
    1. verbeteren van de energie-efficiëntie en beperking

van de CO2 voetafdruk;

    1. bevorderen van groene chemie;
    1. beheersen van emissies;
    1. actief beheren van afvalstromen: voorkomen, sorteren en recycleren;
    1. toepassen van milieuvriendelijkere principes van levenscyclusbeheer.

Een uitvoeringsplan met de belangrijkste mijlpalen werd eveneens goedgekeurd: het precieze bereik en prestatie-kernindicatoren (key performance indicators) werden gedefinieerd in 2013 en de doelstellingen op het niveau van de verschillende sites en de onderneming zullen worden vastgesteld in 2014 (waarbij eerst zal worden gewerkt op energie-efficiëntie en afvalbeheer).

6 | Erkenning

6.1 | ECPI zin van duurzaamheid

ECPI is een onafhankelijk bedrijf dat zich richt op duurzaamheidsonderzoek, -beoordeling en -indexen. Sinds 1997 is het actief op het gebied van het integreren van onderzoek naar ontastbare waarden en niet-traditionele risicofactoren, d.w.z. factoren op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur. (Voor meer informatie kan u raadplegen.) ECPI®-indexen worden gebruikt als benchmark-, investerings- en risicobeheerinstrumenten.

UCB is voor het tweede jaar aanwezig in twee ECPI-indexen. In de eerste plaats, de "ECPI Emu Ethical Equity"-index, een naar beurswaarde gewogen index die bestaat uit een korf van 150 beursgenoteerde bedrijven binnen de markt van de economische en monetaire unie, gekozen voor hun goede praktijken op het gebied van maatschappelijke, ethische en milieukwesties. In de tweede plaats, de "ECPI Euro Ethical Equity"-index, een index die 150 hooggekapitaliseerde bedrijven op de Europese markt selecteert die in aanmerking komen voor investeringen volgens "ECPI Social Responsible Investment (SR I)"-screeningsmethoden.

6.2 | Corporate Knights & Global 100

Voor het tweede jaar wordt UCB vermeld op de "Wereldwijde lijst van de 100 meest duurzame bedrijven" (Global 100 list of world's most sustainable companies) door Corporate Knights, een gespecialiseerd bedrijf voor media en financiële informatieproducten in Toronto (Canada). Het selectieproces omvat een evaluatie van specifieke prestatiesindicatoren op het gebied van het milieu, de maatschappij en het bestuur.

UCB staat op de 18e plaats (76e in 2013).

Bij de evaluatie van 2013 doet UCB het goed op het gebied van innovatiecapaciteit, afvalbeheer en de "Link tussen salaris en schoon kapitalisme", dat een verband legt tussen het salaris van topfunctionarissen en de doelstellingen inzake schoon kapitalisme, zoals gedefinieerd door Corporate Knights.

7. | Global Reporting Initiative (GRI)-indicatoren

7.1 | Arbeidspraktijken

7.1.1 | Onze talenten

Het vermogen van UCB om een significant verschil te maken voor het leven van mensen met ernstige ziekten is afhankelijk van het talent en de inzet van onze medewerkers.

Mensen

Aan het eind van 2013 waren er over de hele wereld 8 732 medewerkers, bestaande uit 71 nationaliteiten en met bijna gelijke aantallen mannen en vrouwen, respectievelijk 53,0% en 47,0%. In 2013 traden 1 190 nieuwe collega's in dienst, terwijl 1 433 collega's het bedrijf verlieten. Het laatste aantal omvat 232 collega's uit Rochester, VS, en 69 collega's uit Vapi, India. In 2013 werden beide productielocaties verkocht.

UCB is aanwezig in 37 landen. In totaal 47,2% van de UCBcollega's zijn gebaseerd in Europa, 20,8% in Noord-Amerika, 19,2% in Azië-Pacific en Australië en 12,7% in de rest van de wereld.

UCB koestert de diversiteit van hun talenten. Het is voor UCB van essentieel belang om toegewijde medewerkers in dienst te nemen voor een nauwgezette uitvoering van strategieën, gebaseerd op een sterke verbondenheid en samenwerking, innovatie en terugkoppeling zodat UCB de verplichtingen met succes kan nakomen en superieure en duurzame waarde kan aanbieden aan patiënten.

UCB's "patiëntgerichte" strategie vereist uitgebreide mogelijkheden "de buitenwereld" op te nemen en te omarmen en daarom de verwachtingen van de verschillende belanghebbenden die betrokken zijn bij het creëren van waarde door het bedrijf, nauwkeurig te vertalen (d.w.z. patiënten, derdebetalers, zorgverstrekkers en bredere externe en interne belanghebbenden).

Hierdoor richt UCB, in 2013, zijn aandacht op het versterken en uitbouwen van drie strategieën: (i) organisatorische vaardigheden; (ii) toekomstige leiderschapkwaliteiten en (iii) organisatiecultuur. Deze drie strategieën zijn verweven in de richtlijnen van alle personeelsactiviteiten (leiderschap, personeelszaken (HR), communicatie, operationele uitmuntendheid, MVO, enz.).

Medewerkers: verdeling man / vrouw en per functie

Medewerkers: leeftijdpiramide

Medewerkers: verdeling man / vrouw & per regio

Medewerkers: Evolutie van verloop

Medewerkers: verdeling per organisatie

Medewerkers: verdeling man / vrouw

Organisatorische vaardigheden

In 2013 heeft UCB de "Organisatie voor patiëntenoplossingen" uitgerold, gebaseerd op vijf hoofdprincipes:

  • geïnspireerd door patiënten, open voor een continue leerproces van allebelanghebbendenklanten;
  • georganiseerd rond toegewijde en gemachtigde teams voor patiënten oplossingen;
  • ondersteund door gedeelde kennisgebaseerde praktijken en talenten;
  • verantwoordelijk voor wereldwijde uitvoering, en
  • snelle besluitvorming van hoge kwaliteit en soepel bij het toewijzen van middelen.

Deze vijf hoofdprincipes vormen de basis van UCB's nieuwe bedrijfsmodel om beslissingen te nemen op een wijze die consistent is met onze patiëntgerichte visie, onze waarden, onze cultuur en onze zeven algemene bedrijfsstrategieën.

UCB's nieuwe organisatie werd begin 2013 geïntroduceerd en bouwt rond vier bedrijfsafdelingen, elk met een duidelijke focus op groepen van geneesmiddelen en andere oplossingen voor patiënten.

  • NewMedicinesTM, gericht op ontdekking en onderzoek door middel van klinische "proof of concept" van baanbrekende oplossingen voor patiënten, wat UCB's groei op de lange termijn zal sturen.
  • Biopharma Development Solutions, gericht op geneesmiddelen en andere oplossingen in klinische ontwikkeling, ter voorbereiding van UCB's groei op middellange termijn.
  • Biopharma Brands and Solutions gericht op het bieden van oplossingen aan patiënten die baat kunnen hebben bij Cimzia®, Vimpat® en Neupro®, evenals het stimuleren van UCB's huidige groeiproducten in de VS en EU.
  • Established Brands, Solutions and Supply gericht op het bieden van oplossingen aan patiënten in opkomende markten en het maximaliseren van de waarde van UCB's portfolio van volgroeide producten, waaronder Keppra®, over de hele wereld. Deze afdeling omvat Technische Activiteiten en Bedrijfsontwikkeling.

Producten worden beheerd door multidisciplinaire Patient Solutions Teams (PST's), elk met alle diensten en ondersteuning die nodig zijn om de levenscyclus van producten te ontwikkelen en beheren en deze dichter bij de patiënten te brengen. PST's worden opgezet en gemachtigd met een specifiek mandaat om een diepgaand inzicht te verkrijgen in de verschillende noden, om nieuwe oplossingen te verkennen en om een werkelijk verschil te creëren met de concurrentie.

Praktijken worden gebouwd rond UCB's experts in kritieke disciplines (bv. registratiezaken, klinische ontwikkeling, markttoegang, marketing, medisch, enz.) om toegang te waarborgen tot expertise, delen van beste praktijken, ontwikkelen van talent en algemeen beheer. Het doel is het bevorderen van functionele vaardigheden op wereldniveau voor belangrijke expertisegebieden. Het doel is het koesteren van functionele vaardigheden van wereldklasse op belangrijke expertisegebieden.

7.1.2 | Kennis, training en opleidingen

Initiatieven met betrekking tot kennis en vaardigheden zijn cruciaal bij de ontwikkeling van onze UCB collega's.

Elk jaar creëert de departement opleiding trainingsprogramma's voor persoonlijke en technische ontwikkeling. Dit waarborgt dat UCB de essentiële vaardigheden heeft om de patiëntgerichte wereldwijde biofarmaceutische leider te zijn die het leven van mensen met ernstige ziekten transformeert. Training en ontwikkeling vormen de basis van voortdurende verbetering voor onze mensen om actief te zijn in de snel veranderende omgeving en de duurzame groei van UCB te waarborgen.

Bij UCB wordt een gemengde benadering van training toegepast. Hoewel veel van onze training bestaat uit interactieve on-line training waardeert UCB training onder leiding van een instructeur en begeleiding op de werkplaats. De primaire doelstelling van onze trainingen is een voortdurende verbetering van de prestaties en, zonder twijfel, het waarborgen van de naleving van de talrijke voorschriften en richtlijnen die deel uitmaken van het mondiale biofarmaceutische bedrijf.

In 2013 investeerde UCB € 11,3 miljoen in training en ontwikkeling en bood onze medewerkers meer dan 5 500 verschillende trainingen. Het gemiddeld aantal uren training per collega bedroeg 18, of omgerekend 166 957 uur in totaal. De trainingsuren zijn goed verdeeld tussen mannen en vrouwen, respectievelijk 53,0% en 47,0%.

Uren opleiding per medewerker in 2013

Daarnaast zorgt UCB dat iedereen de verplichte bedrijfstrainingen volgt om te waarborgen dat collega's dezelfde basis hebben en dat alles wat wij doen gericht is op de patiënt. UCB eist dat alle collega's de opleidingen Gedragscode, IT-beveiliging en Geneesmiddelenbewaking volgen. Het nalevingpercentage voor deze opleidingen wordt berekend als een percentage van het aantal actieve interne UCB werknemers dat de opleiding heeft voltooid. De onderstaande tabel biedt een samenvatting van de nalevingspercentages.

Nalev
ingspe
rcentages
(%)
Gedragscode 90,6
IT-beveiliging 92,8
Geneesmiddelenbewaking 92,0

Voorbeelden van opleidingsinitiatieven in 2013

Programma's voor het ontwikkelen van leiderschap

In 2013 heeft UCB de opleidingsprogramma's voor een "leiderschapspijplijn" voortgezet.

Dit verwijst naar het voorbereiding van UCB's opkomende leiders om succesvol te functioneren in toekomstige rollen door het bijbrengen van vaardigheden en gedrag nodig bij hun overgang naar nieuwe posities. Er wordt plaats geboden om deze vaardigheden te oefenen en om feedback te krijgen en om zo te waarborgen dat collega's de juiste vaardigheden en verwachtingen hebben vóór en na een overgang.

De "Accelerate"-cursus biedt inzicht in een overgang van een afzonderlijke medewerker naar een manager van anderen en 300 collega's uit 16 landen hebben hieraan deelgenomen. De "Navigate"-cursus behandelt de overgang van een manager van anderen naar een manager van managers en 88 collega's uit 22 landen namen hieraan deel. De "Orchestrate"-cursus dient als leidraad bij de overgang van functioneel leiderschap naar ondernemingswijd leiderschap. Voor deze cursus werden 43 collega's uit 16 landen opgenomen.

Platform voor E-leren

Een E-leren platform werd uitgerold om leiderschapsopleidingen van vaak gebruikte zakelijke, management- en leiderschapsvaardigheden aan te bieden.

Door op één platform toegang te bieden tot een groot aantal cursussen (wat u wilt leren), evenals een groot aantal pedagogische methoden (hoe wilt u leren, bv. E-leren, opleiding in een klaslokaal, video-uitzendingen, uw kennis delen binnen een virtuele gemeenschap, enz.), worden alternatieve leermethoden ter beschikking gesteld van UCB collega's.

Sociale media

Sociale media kunnen zorgen voor een verbetering om ideeën, kennis en activiteiten te integreren en om externe belanghebbenden beter te begrijpen. Het stelt UCB in staat te reageren op hun behoeften en oplossingen te vinden.

In deze steeds veranderende wereld, ontwikkelde UCB verschillende opleidingen om zelf te leren sociale media op verantwoordelijke wijze te gebruiken. UCB medewerkers worden gevraagd gebruik te maken van de opleidingen Gedragscode en IT-beveiliging (beide met secties gericht op gebruik van sociale media) en aangemoedigd de speciale intranetsectie over sociale media, waaronder educatieve opleidingen, bv. het UCB sociale media playbook, te volgen. In dit boek worden UCB's principes en richtlijnen voor sociale media beschreven.

In oktober 2013 hield UCB een "Social Media Awareness Week".

Cursus bio-ethiek

Onze sector ondervindt een ongekende reeks wijzigingen en uitdagingen op het gebied van de regelgeving, bv. op het gebied van de geneesmiddelenbewaking, begin-tot-einde beveiliging van de toeleveringsketen en de relatie tussen vertegenwoordigers en artsen.

Om te waarborgen dat UCB is voorbereid op de toekomst werd een nieuwe opleiding op het gebied van bio-ethiek geïntroduceerd, met de titel "Hoe kunnen ethische principes de fundering vormen van mijn besluitvorming?". In oktober werd er een eerste Lync-sessie over bio-ethiek georganiseerd met 70 mensen van 15 UCB locaties (Atlanta, Braine-l'Alleud, Boekarest, Boedapest, Bulle, UCB Center, Istanbul, Madrid, Milaan, Monheim, Oakville, Raleigh, Slough, Wenen en Warschau).

Gegevensbescherming

Snelle vorderingen op het gebied van informatietechnologie vereisen de ontwikkeling van aangepaste basisbeginselen voor de bescherming van persoonsgegevens en persoonlijke gezondheidsinformatie in verschillende landen. Voor de bescherming van gegevens van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevensbescherming heeft UCB communicatie en opleidingen ontwikkeld, zodat onze collega's de principes van gegevensbescherming begrijpen en zich ervan bewust worden hoe de juiste behandeling van persoonlijke gegevens moet worden gewaarborgd.

Trainingsprogramma voor geneesmiddelenontdekking en –ontwikkeling

Dit programma, een eerste keer ontwikkeld in 2011, bied een inzicht in UCB's methode van geneesmiddelenontdekking en -ontwikkeling en kan zo de samenwerking tussen functies en afdelingen door een gedeelde kennis bevorderen.

Sinds de introductie zijn er in totaal 56 sessies gehouden met 894 deelnemers.

7.1.3 | Diversiteit – gedeelde UCB

Bij UCB zijn de betrokkenheid van werknemers en de werkcultuur van vitaal belang. In 2013 werd de betrokkenheid van werknemers verder uitgebouwd op wat mensen samenbrengt – UCB's toewijding aan patiënten – samen door gebruik te maken van de brede diversiteit van UCB-medewerkers over de hele wereld.

Vertrek (per leeftijdsgroep)

Man Vrouw

De cultuur vereist een actieve deelname en begrip in inzichten van patiënten en andere belanghebbenden en vraagt een creatief delen van kennis en expertise in belangrijke partnerschappen. Het vergt een geïnspireerde samenwerking om contacten te leggen, om samen te werken en om samen een andere toekomst te creëren.

De vaardigheid van UCB om de wijze van werken en de opleidingen van collega's in verschillende landen te begrijpen en om onze gezamelijke inspanningen met gedeelde waarden zonder grenzen te ondersteunen, maakt het bedrijf dat ons verenigt. Diversiteit is een eerste rijkdom. Een gedeeld UCB is gebouwd op het geloof dat edelmoedigheid en hulpvaardigheid voor elkaar de omstandigheden creëert waardoor patiënten uiteindelijk profiteren van betere oplossingen.

Women in Leadership (WiL) en het Diversity & Inclusion-initiatief in de VS maakt gebruik van de verschillen tussen werknemers, met name vrouwen, teneinde de beste persoonlijke prestaties te overschrijden en actief en constructief bij te dragen aan de organisatorische doelstellingen... WiL streeft ernaar het leiderschapspotentieel van alle UCB collega's te maximaliseren door middel van professionele activiteiten om nieuwe bekwaamheden te bevorderen en om een breed en dynamisch netwerk van collega's te creëren .

UCB's IT-afdelingen brengen nieuwe platforms voor het delen van informatie en UCB adopteert nieuwe en innovatieve communicatiemethoden die het leggen van contacten, samenwerken en gezamenlijk creëren vergemakkelijken.

1. EU-5 101 2. België 110 3. EuropA Andere 126 4. japan 36 5. Opkomende markten 542 6. Rest van de wereld 27 7. Noord-amerika 248

Aanwervingen per regio

(eind van het jaar 2013)

Vertrek per regio (eind van het jaar 2013)

1. EU-5 158
2. België 109
3. EuropA
And
ere
107
4. japan 22
5. Opkom
ende markten
537
6. Rest van de wereld 33
7. Noo
rd-amerika
467

Frequentiegraad

(Lost Time Incident Rate – LTIR)

7.1.4 | Talent en organisatie

De beoordeling van talenten en organisaties is bedoeld om belangrijke talenten te herkennen op basis van hun jaarlijkse prestaties en groeipotentieel. Een belangrijk resultaat is het ontwikkelen en implementeren van specifieke actieplannen om belangrijke talenten te ontwikkelen, engageren en te doen groeien. Deze beoordeling dient ook om opvolgers voor onze meest kritieke posities in het bedrijf te herkennen en voor te bereiden.

In 2013 heeft UCB 6 732 werknemers beoordeeld en 1 954 (onder wie 276 toptalenten) van hen aangeduid als talenten voor de toekomst.

UCB wordt ook gedreven door een prestatiecultuur met een jaarlijkse cyclus van het vaststellen van SMAR T-doelstellingen, een halfjaarlijkse beoordeling van de doelstellingen en eindbeoordeling en aan het einde van het jaar met continue feedback over meetbare prestaties gedurende het gehele jaar. Ten minste 7 112 werknemers (81% totaal, 51,0% mannen / 49% vrouwen) hebben in 2013 aan de cyclus deelgenomen en deze voltooid.

Werknemers worden beloond en krijgen erkenning voor persoonlijke bijdragen aan het succes van het bedrijf.

7.1.5 | Welzijn op het werk

Een grote prioriteit bij UCB is het creëren van een positieve omgeving waarin aan de doelstellingen van het bedrijf alsook de individuele persoon wordt voldaan en waarin mensen hun talenten tot uitdrukking brengen.

Welzijn in een professionele kader omvat verschillende aandachtsgebieden, bv. veiligheid op het werk, gezondheid van de werknemer, psychosociale stress, hygiëne, ergonomie, verfraaiing van de werkplek en milieubeheer.

Verschillende generaties werken samen, ontdekken het gebruik van nieuwe communicatietechnologie in de sociale media, herontworpen kantoren en vinden zo nieuwe manieren van werken. Flexibel werken is een van de mogelijkheden om innovatie en samenwerking te bevorderen door het verweven van open werkplekken voor individuele personen en ruimten voor samenwerking van teams. Deze nieuwe kantoren dienen eveneens als verbinding met patiënten en belanghebbenden in de zorg. Het omarmen van connectiviteit en daarbij rekening houden met het welzijn is een natuurlijk eigenschap geworden van UCB, op elke locatie over de hele wereld.

De blijvende betrokkenheid van medewerkers zal worden gebaseerd op UCB's creativiteit en perspectief om elke collega een bedrijfsidentiteit aan te bieden door middel van symbolen (logos, beelden, gedrag, enz.) die consistent zijn met UCB's zingeving en deze ook effectief weerspiegelen. Door vereenvoudigde processen ontwikkelen werknemers nieuwe toegevoegde waarde voor patiënten en andere belanghebbenden.

7.1.6 | Gezondheid en veiligheid

In 2013 had UCB twee dodelijke ongevallen te betreuren. Een eerste dodelijk ongeval vond plaats in juli toen een onderaannemer die werkte op een bouwwerf waar een nieuwe UCB vestiging wordt gebouwd werd geëlektrocuteerd. Een tweede dodelijk ongeval vond plaats in augustus toen een UCB werknemer betrokken was bij een verkeersongeval op weg naar een bijeenkomst.

De frequentiegraad (Lost Time Injury Rate (LTIR)) voor 2013 werd berekend als 2,31 incidenten met meer dan één dag afwezigheid per miljoen gewerkte uren. De ernstgraad (Lost Time Severity Rate (LTSR )) werd berekend als 0,30 dag verloren per 1 000 gewerkte uren. De globale ernstgraad (Global Severity Rate) als gedefinieerd door de Belgische wetgeving, die als standaard 7 500 verloren dagen inhoudt voor een dodelijk ongeval, werd berekend als 0,47 dag verloren per 1 000 gewerkte uren.

Aandachtspunten in 2013 waren de een vergelijking van productie- en onderzoekslocaties om de beste gezondheid en veiligheid praktijken te identificeren en promoten, het bepalen van mogelijke verbeteringspunten alsook het verhogen van het algemene bewustzijn omtrent gezondheid en veiligheid. Tevens werd een project opgericht op een continue aanpassingvan de praktijken inzake industriële hygiëne op deze locaties. Er werden gezondheidsdagen in meerdere vestigingen georganiseerd.

Naast het bovengenoemde zullen er in 2014 specifieke maatregelen worden genomen in verband met twee belangrijkste oorzaken van ongevallen (uitglijden, struikelen en vallen en auto-ongevallen). Er zal eveneens een grondige beoordeling plaatsvinden van de programma's voor contract beheer en procesveiligheid. De succesvolle initiatieven om kennis te delen en beste praktijken te bepalen die werden gestart binnen de productie- en onderzoeksomgeving zullen worden uitgebreid naar de dochterondernemingen.

2013 2012 2011
Betrokkenheid van werknemers
Ik ben er trots op dat ik voor UCB werk 81% 73% 66%
Algemeen genomen ben ik tevreden met UCB als werkplaats 78% 79% 76%
Ik zou UCB aanbevelen als een fijne werkplaats 70% 71% 62%
Welzijn
Mijn werk geeft mij een gevoel van voldoening 77% 76% 79%
Ik kan mijn talent / vaardigheden en bekwaamheden ontplooien in mijn job 78% 77% 75%
Ik kan mijn werkverantwoordelijkheden beheren op een manier die mij 69% 68% 66%
toestaat een gezond evenwicht te handhaven tussen werk en thuis
Mijn directe leidinggevende behandelt me met respect en zorg 87% 84% 81%
Ik heb het gevoel dat ik deel uitmaakt van een team 83% 82% 78%
UCB doet zaken op een ethische manier en neemt daarbij de wetten en
voorschriften in acht
90% 89% 89%

7.1.7 | Organisatiecultuur en inspraak van de medewerkers

Gedeelde UCB cultuur

"Gedeelde UCB", een cultureel initiatief, staat voor het in staat stellen van mensen om de strategieën te ervaren en om connectiviteit, gezamenlijk creëren en samenwerking tussen collega's en teams te vergemakkelijken. Het legt verband met UCB's doelgerichtheid "patiëntgerichtheid". Dit cruciale lange termijn initiatief ondersteunt ons om veranderingen te verwachten en daarop flexibel te reageren, op alle niveau's en alle afdelingen. Dit is gebaseerd op de principes van onbevooroordeeldheid en klantgerichtheid.

Om het initiatief te versnellen, is het "Herrmann Brain Dominance Instrument®" geïntroduceerd. Om de voorkeuren te begrijpen die mensen hebben om met hun "hele hersenen" te denken, werd er een toolkit ontwikkeld met 15 tools om het management te ondersteunen om culturele intelligentie, samenhang en inzicht in noden van patiënten te bevorderen.

Behulpzaamheid en edelmoedigheid zijn twee belangrijke bekwaamheden in het ontwikkelen van de culturele agenda en dit alles in het voordeel van de patiënt.

Communicatie en nieuwe slagzin

Een belangrijke prioriteit bij externe communicatie is het bouwen van vertrouwen in het bedrijf door een sterk bedrijfsmerk en bedrijfsidentiteit, geïllustreerd door de nieuwe slagzin "Geïnspireerd door patiënten. Gedreven door wetenschap."

Deze nieuwe identiteit van UCB heeft de perceptie van ons bedrijf gewijzigd en deze reflecteert de oprechte essentie van de betrokkenheid van elke UCB-collega, op elk niveau. Het is een drijvende kracht om sterke en moedige strategieën te ontwikkelen om onze acties af te leveren en opnieuw te overwegen. De identiteit koestert consistentie, harmonie en efficiëntie bij communicatiemethoden, essentieel om synergieën en "kruisversterking" tussen de stemmen van het bedrijf, product en wetenschap te waarborgen.

Interne communicatie is een kritieke begeleider en richt zich op het engageren en delen alsook op het bouwen van open tweerichtings communicatiestrategieën.

Communicatie en UCB stemmen

De betrokkenheid van werknemers wordt continu gemeten. "UCB Voices", de wereldwijde enquête over betrokkenheid van werknemers, werd voor de derde keer georganiseerd. In 2013 waren de resultaten stabiel na een belangrijke toename in 2012. Het resultaat van 2013 plaatst UCB boven de externe benchmark.

De enquête van 2013 resulteerde in een responspercentage van 86%, of meer dan 7 700, van onze collega's die de waarden inzagen van het invullen van de enquête en die bereid waren bij te dragen aan maatregelen die worden genomen op alle managementniveau's.

7.2 | Maatschappij

7.2.1 | Mensenrechten en corruptiebestrijding

De principes van het United Nations Global Compact (UNGC) wat betreft mensenrechten, arbeid, milieu en corruptiebestrijding zijn opgenomen in onze Gedragscode. De Gedragscode is een van de drie verplichte opleidingen, beschikbaar in 14 verschillende talen dewelke van toepassing zijn binnen UCB dochterondernemingen over de hele wereld. De opleiding moet verplicht worden voltooid door elke medewerker (zie nalevingspercentages op p. 143).

De Gedragscode omhelst de "Prestatie met integriteit" en bepaald de algemene principes van het zakelijk en ethisch gedrag dat wordt verwacht van elke UCB-collega en van derden die namens UCB handelen. De doelstellingen van de Gedragscode bieden (i) richtlijnen met betrekking tot de geest en richting van UCB's bedrijfspraktijken; (ii) richtlijnen met betrekking tot wat UCB verwacht van zijn medewerkers en derden die handelen namens UCB; en (iii) een set ethische principes voor besluitvormingsprocessen. De Gedragscode kan gevonden worden op UCB's externe website onder de sectie "Bestuur".

De Gedragscode maakt deel uit van onze contracten met externe partijen, om te waarborgen dat onze partners binnen hetzelfde referentiekader werken als wordt beschreven in onze Gedragscode.

7.2.2 | Onze betrokkenheid bij de lokale gemeenschappen

Als deel van onze inspanningen voor patiënten ondersteunt UCB een aantal programma's voor patiënten en hun families.

Rekening houdend met schenkingen groter dan € 10 000 heeft UCB in 2013 meer dan € 2,5 miljoen uitgegeven aan sponsoring van gemeenschapsprojecten en schenkingen aan liefdadigheidsorganisaties over de hele wereld, waaronder de MVO initiatieven.

Hieronder volgen slechts enkele voorbeelden van deze inspanningen.

Draken roeiwedstrijd in Australië of deelnemen is gelijk aan winnen voor patiënten

Collega's van UCB Australië en hun families hebben deelgenomen aan een draken roeiwedstrijd in de 20e Australian Corporate Games in de Melbourne Docklands ter ondersteuning van de Epilepsy Foundation of Victoria, de officiële liefdadigheidsinstelling van de Games.

Het ingezamelde geld helpt mensen met epilepsie te ondersteunen en biedt families en thuisverzorgers van mensen met ongecontroleerde epilepsie noodmedicatie en training om hen te helpen een beter leven te leiden.

SYSTEMISCHE LUPUS ERYTHEMATOSUS – VS

Lupus LA, een afdeling van de Systemic Lupus Erythematosus (SLE ) Lupus Foundation voorziet in de behoeften van mensen die leven met lupus en hun families in Los Angeles County en overal in Zuid-Californië.

Lupus LA bevordert kennis van en voorlichting over lupus en werkt met patiënten en hun families om de ziekte beter te behandelen en hun kwaliteit van leven te verbeteren.

REUMATOÏDE ARTRITIS – FRANKRIJK

De Association d'Information Médicale Situation Urgente (AIMSU) in Frankrijk ondersteunt het Sanoia.com initiatief, een on-line service voor patiënten die leven met chronische ziekte om permanente elektronische toegang te hebben tot hun medische gegevens en symptomen en deze te melden alsook om een actieve dialoog te verkrijgen met hun arts.

AIMSU werkt met de Association Nationale de Défense contre l'Arthrite Rhumatoïde (ANDAR ) en de Société Française de Rhumatologie (SFR) en tot op heden nemen meer dan 3 000 patiënten met reumatoïde artritis deel.

ArtBus South Korea of hoe kunst kinderen die leven met epilepsie inspireert

Collega's van UCB Korea hebben zich aangesloten bij het ArtBus Project, waar kinderen die leven met epilepsie werden uitgenodigd in een bus die gedurende vijf weken veranderde in een kunstproject. Kinderen gebruikten hun verbeelding om 3D-sculpturen te maken met doorzichtige klei en kleurenverf.

De doelstellingen zijn (i) kinderen met epilepsie helpen hun creativiteit en sociale vaardigheden te ontwikkelen door middel van kunst; (ii) plaats en tijd te bieden waar kinderen en thuisverzorgers in vergelijkbare levenssituaties met elkaar in contact kunnen komen; en (iii) UCB medewerkers betrekken bij rechtstreekse interactie met kinderen in deze informele omgeving. Het initiatief kreeg veel steun en aandacht.

Dress for Succ ess

"Dress for Success" is een organisatie zonder winstoogmerk in de VS die de economische onafhankelijkheid bevordert van minder bevoorrechte vrouwen door hen professionele kleding een hecht netwerk voor steun, loopbaanontwikkeling en middelen om deze vrouwen te helpen aan te bieden om succesvol te zijn in hun leven en hun werk.

UCB's Women in Leadership organiseerde promotionele evenementen om steun voor continue loopbaancoaching en netwerking mogelijk te maken voor deze minder bevoorrechte vrouwen.

7.2.3 | Dierenwelzijn

Association for Assessment and Accreditation of Laboratory Animal Care International (AAALA C)

In 2013 heeft UCB de AAALAC accreditatie aangevraagd voor zijn onderzoeksvestiging in Braine-l'Alleud.

Deze private vereniging zonder winstoogmerk propageert een verantwoordelijke behandeling van laboratoriumdieren door vrijwillige accreditatie en beoordelingsprogramma's. Deze accreditatie vormt een kwaliteitslabel dat staat voor een hoge mate van professionalisme op het gebied van verzorging en gebruik van dieren. De accreditatie helpt ook bij het voortdurend verbeteren van de wetenschappelijke uitmuntendheid op het gebied van proefdieronderzoek.

De principes van dierenwelzijn en 3Rs in actie

UCB gebruikt dieren op verantwoordelijke en passende wijze en neemt alle toepasselijke wetten en standaards van de industrie in acht.

UCB houdt zich ook aan de criteria van het U.K. National Centre for Replacement, Refinement & Reduction of Animals in Research (NC3Rs )http://www.nc3rs.org.uk. Dierenwelzijn gebaseerd op de principes van "vervangen" wanneer werk zonder dieren mogelijk is; "verminderen" wanneer dierproeven niet kunnen worden vermeden, gebruik er dan zo weinig mogelijk; en "verfijnen", het gebruik van dieren met het uiterste respect voor de dieren.

UCB is betrokken bij werkgroepen van de NC3Rs , bijvoorbeeld de zoogdiermodellen van epilepsie.

Om te streven naar 3Rs verbetering heeft UCB Slough een wedstrijd georganiseerd voor 3Rs innovatie en drie onderzoekers werden bekroond voor het leveren van een origenele bijdrage.

Van de dieren die UCB onderzoekers en contractanten gebruiken in experimenten bestaat 99,0% uit knaagdieren.

7.2.4 | Relaties met openbare instanties

Landen waarin UCB aanwezig is zijn er wetten die de activiteiten van ondernemingen in het politieke proces reglementeren. Sommige van deze wetten stellen strikte grenzen aan bijdragen door ondernemingen aan politieke partijen en kandidaten, terwijl sommige wetten deze volledig verbieden. Ook is "lobbyen" (het standpunt van het bedrijf vertegenwoordigen of de belangen van het bedrijf verdedigen tegenover een overheidswerknemer of -instelling) in veel landen gereglementeerd of is daarvoor openbaarmaking vereist. Zoals beschreven in UCB's Gedragscode moeten alle UCB werknemers deze wetten in acht nemen.

Hoewel UCB in 2013 geen belangrijke kwesties of formele beleidsposities aanbracht, onderhoudt UCB actief contact met publieke beleidsmakers, wetgevers en andere belanghebbenden. UCB is lid van lokale vakverenigingen en gewoonlijk, wanneer dit passend is, is de Algemene Directeur lid van de raad van bestuur in de landen waar UCB actief is. In de VS is UCB lid van de Biotechnology Industry Organization (Bio) en is onze CEO lid van de Health Section Governing Board. Op Europees niveau is onze CEO vice voorzitter van de raad van bestuur van de European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations (EFPIA).

UCB is ook lid van de International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations (IFPMA). Verschillende UCB collega's nemen actief deel aan diverse taakgroepen die zich bezighouden met actuele kwesties in de sector.

Controle van mededelingen (2013)

7.3 | Productverantwoordelijkheid

7.3.1 | Productcommunicatie en spontane verzoeken

De promotie en verkoop van farmaceutische producten is aan strenge regels onderworpen. UCB heeft een sterke inzet voor een strikte navolging van alle van toepassing zijnde wetten, voorschriften en codes, ondermeerde Europese Richtlijn inzake het communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, IFPMA, en anderen. UCB respecteert volledig de vertrouwenspositie van zorgverleners, die de beste behandelingsopties voor hun patiënten moeten kiezen. UCB promoot zijn producten altijd op basis van goedgekeurde documentatie.

UCB's interacties met zorgverleners richten zich op het versterken en uitwisselen van wetenschappelijke informatie met als uiteindelijk doel de zorgverleners in staat te stellen de meest geschikte behandeling voor hun patiënten te selecteren. Deze interacties zijn gebaseerd op normen voor ethiek, integriteit en eerlijke marktwaarde.

Alle reclame, persmededelingen en wetenschappelijke mededelingen met betrekking tot onze verbindingen en producten worden voorgelegd aan onze wereldwijde en lokale wetenschappelijke beoordelingscommissies voor promotiedoeleinden.

In 2013 zijn er in totaal 1 246 wereldwijde mededelingen beoordeeld, als afgebeeld in de bovenstaande grafiek.

UCB ontvangt regelmatig ongevraagde verzoeken van onder andere patiënten, zorgverleners, instellingen en medisch vertegenwoordigers. Dergelijke verzoeken kunnen vragen omvatten over onze producten en diverse verzoeken om ondersteuning en schenkingen (door onderzoeker geïnitieerde studie, programma voor medische opleidingen, patiëntengroepen, liefdadigheidsinstellingen). UCB heeft vaste procedures voor het beslissen over hoe op elk verzoek te reageren.

UCB ontvangt gemiddeld 3 300 vragen per maand over onze producten (21,2% Cimzia®, 12,5% Vimpat®, 19,9% Neupro® en 46,4% andere producten).

7.3.2 | Geneesmiddelenbewaking

De gezondheid en veiligheid van patiënten zijn van het grootste belang. Als een patiëntgericht bedrijf is alles wat wij doen gericht op de patiënt.

Een belangrijke verplichting van UCB en zijn medewerkers is het monitoren en rapporteren van ongewenste nevenwerkingen. Evenals andere biofarmaceutische bedrijven ontvangt UCB elk jaar duizenden meldingen over nevenwerkingen van verschillende mensen (bv. patiënten, artsen, apothekers, enz.) met betrekking tot onze geneesmiddelen in klinisch onderzoek en in de handel verkrijgbare geneesmiddelen. Deze rapporten worden samen met andere interne en externe gegevens (bv. literatuur, externe databases, enz.) geanalyseerd en beoordeeld door onze teams om potentiële signalen te identificeren die verband kunnen houden met onze geneesmiddelen.

Het doel van deze beoordelingen is het baten-risicoprofiel van onze geneesmiddelen te evalueren en te waarborgen en ervoor te zorgen dat gedurende de gehele levenscyclus van een product correcte maatregelen worden genomen. Om belangrijke risico's of ontbrekende informatie beter te karakteriseren en passende maatregelen te nemen om risico's te beperken en matigen, wordt soms een Risk Management Plan (RMP, plan voor risicobeheersing) ontwikkeld. Tijdens de voorbereiding van het Keppra®-RMP bracht het PST voor Geneesmiddelveiligheid en Keppra ook drie epilepsiepatiënten samen om een gemakkelijk te begrijpen samenvatting van het RMP te ontwikkelen die later toegankelijk zal zijn voor het algemene publiek.

Naast RMP's en in overeenstemming met de wetgeving verstrekt UCB eveneens informatie over afzonderlijke rapporten over nevenwerkingen, periodieke samenvattende rapporten en de baten-risicobeoordelingen aan de gezondheidsinstanties.

7.4 | MVO &Aankoop

De aankoopafdeling van UCB heeft de MVO visie geïntegreerd in hun strategie voor 2014. De voorgestelde waarde is het beïnvloeden van het gedrag en de prestaties van hun medewerkers. Ten eerste een wijziging in de handelswijze in de dagdagelijkse contacten en interacties met toeleveramciers met een integratie van patiënt- en planeetgerichte MVO aspecten. Daarnaast is er een aanpassing in de prestaties van het beheer van deze relaties met toeleveranciers, met een evaluatie van MVO mogelijkheden alvorens een keuze van strategische sourcing wordt gedaan.

7.5 | Milieu

In 2013 is de reikwijdte van de rapportering van milieuprestaties aanzienlijk gewijzigd. Ten eerste zijn de productielocaties in Vapi (India) en Rochester (VS ) verkocht op respectievelijk 1 juni en 1 oktober. Ten tweede is er verdere productiecapaciteit toegevoegd aan de locaties Seymour (VS ) en Shannon (Ierland), is er een nieuwe bioproeffabriek geopend in Braine-l'Alleud (België) en wordt er een nieuwe biofabriek gebouwd in Bulle (Zwitserland). Deze verandering beïnvloeden de ecologische voetafdruk van UCB. Met ingang van volgend jaar zullen er daarom genormaliseerde prestatieindicatoren aan dit rapport worden toegevoegd.

7.5.1 | Energie

Dit jaar is het totale energieverbruik verminderd met 5,2%. Het verbruik van gas en brandstof is verminderd met respectievelijk 5,7% en 4,9%, terwijl het elektriciteitsverbruik onveranderd is gebleven in vergelijking met vorig jaar. De veranderingen in het energieverbruik houden verband met de hierboven vermelde veranderingen in de reikwijdte van de rapportering, UCB's productievolumes in het algemeen, schommelingen in klimatologische omstandigheden (met een invloed op de behoefte aan koeling en/of verwarming) en energiebesparingsprogramma's die zijn ingevoerd op verschillende UCB locaties.

Deze energiebesparingsinitiatieven hebben geleid tot een herhaalde energiebesparing van 26,3 miljoen megajoule, wat ~2% van UCB's scope 1- en scope 2-energieverbruik is. Belangrijke bijdragen hieraan werden geleverd door een vervanging van harsen in de thermische oxidatie installatie en een verbeterde energie-efficiëntie van de boilers in Shannon (Ierland) alsook een gerecycleerde luchtconversie van de HVA C installatie in het PP2 gebouw in Bulle (Zwitserland).

In 2013 was 50,2% van de door UCB verbruikte energie afkomstig uit hernieuwbare bronnen en waren vier UCB locaties nu volledig afhankelijk van groene elektriciteit, te weten Bulle (Zwitserland), Monheim (Duitsland), Braine-l'Alleud en Anderlecht (België).

Het lagere energieverbruik leidde tot een vermindering van 7,2% of 6 188 ton aan scope 1- en scope 2-CO2 emissies. Dit is het equivalent van een gemiddelde jaarlijkse emissie van 300 huishoudens.

7.5.2 | Water

Dit jaar is het waterverbruik in de UCB vestigingen met 5,9% of 50 000m³ afgenomen. Met name het volume van gebruikt grondwater daalde sterk (met ongeveer 60 000m³). Factoren die het waterverbruik beïnvloedden zijn vergelijkbaar met de factoren vermeld in de paragraaf over energie, d.w.z. een verandering in de reikwijdte van de rapportering, UCB's productievolumes in het algemeen, schommelingen in klimatologische omstandigheden (met een invloed op de behoefte aan koeling) en waterbesparingsprogramma's die zijn ingevoerd op verschillende UCB locaties.

UCB's transformatie naar een leidend biofarmabedrijf kan echter het toekomstige waterverbruik beïnvloeden, omdat deze productieprocessen gewoonlijk steeds meer water vereisen.

7.5.3 | Afval

In 2013 nam het in verschillende UCB vestigingen gegenereerde afval af met 10,3%, verder bouwend op een in 2012 bereikte vermindering van 4,5%.

Daarnaast slaagde UCB erin wereldwijd 93,8% van zijn afval te recupereren, voornamelijk door middel van verbranding met terugwinning van energie, hergebruik als een secundaire vloeibare brandstof en recyclage van oplosmiddelen en verpakkingen door derden. Dit percentage gerecupereerd afval vertoonde een gestadige verbetering met 8,2% in vergelijking met 2010.

Verbeterde afvalrecuperatie door een actief beheer van diverse afvalstromen blijft een belangrijke steunpilaar bij het verder verkleinen van de ecologische voetafdruk van UCB.

Energieverbruik

(miljoen megajoules)

Waterverbruik (miljoen m3)

8. | Bekendmaking wereldwijd rapporteringsinitiatief (Global Reporting Initiative – GRI)

De tabel vermeldt de performantieindicatoren voor de prestaties van UCB op economisch, maatschappelijk en milieugebied in 2013. De indicatoren worden gerapporteerd in overeenstemming met de GRI-richtlijnen voor duurzaamheidsverslaggeving: 17 indicatoren werden volledig en vier werden gedeeltelijk gerapporteerd.

Legende: indicatoren volledig gerapporteerd en in overeenstemming met de GRI-definitie van de indicatoren

indicatoren gedeeltelijk gerapporteerd en gedeeltelijk in overeenstemming met de GRI-definitie van de indicatoren

Gerappo
rteerd
pagina
Algemee
n
1. Strategie en analyse
1.1. Verklaring van de CEO Brief aan de belanghebbenden, p 8-17
2. Organisatieprofiel
2.1 – 2.2 Naam, producten / diensten Brief aan de belanghebbenden p 4-7
2.3 – 2.7 Structuur, locatie, afzetmarkten Brief aan de belanghebbenden p 11
Overzicht van activiteiten en
financiën, p 48-53
2.8. Omvang Brief aan de belanghebbenden, p 8-17;
Corporate Governance, p 20-42
2.9. Belangrijke wijzigingen in omvang, structuur of eigendom Brief aan de belanghebbenden, p 8-17;
Overzicht bedrijfsprestaties, p 43-45;
Corporate Governance, p 20-42
2.10. Onderscheidingen ontvangen in 2013 MVO prestatie rapport, p 140
3. Verslagparameters
3.1 – 3.4 Verslagprofiel, contactpunten Achteromslag
3.5 – 3.13 Reikwijdte en garantie van het rapport MVO prestatie rapport, p 154-155
4. Bestuur, verplichtingen en betrokkenheid
4.1 – 4.13 Bestuursstructuur en governance Corporate Governance, p 22-44;
MVO prestatie rapport, p 136
4.14 – 4.17 Overleg met belanghebbenden Brief aan de belanghebbenden, p 8-17;
MVO prestatie rapport, p 136-137
Eco
nomisch
Economische aspecten
EC1 (ß) Gegenereerde en gedistribueerde economische waarden,
waaronder inkomsten, operationele kosten, vergoeding
van werknemers, schenkingen en overige maatschappelijke
investeringen, ingehouden winst en betalingen aan
kapitaalverstrekkers en overheden. (Kern)
Brief aan de belanghebbenden, p 8-17;
Overzicht bedrijfsprestaties, p 43-45;
Jaarrekeningen, p 46-53
EC3 (ß) Dekking van de verplichtingen in verband met het vastgestelde
uitkeringenplan van de organisatie. (Kern)
Jaarrekeningen, p 85; p 105-108
Milieu
Energie
EN3 (ß) Direct energieverbruik naar primaire energiebron. (Kern) MVO prestatie rapport, 7.5.1, p 149, p 153
EN4 (ß) Indirect energieverbruik naar primaire energiebron. (Kern)
EN5 (ß) Energie bespaard door besparingen en verbeteringen in
efficiëntie. (Bijkomend)
MVO prestatie rapport, p 151; p 155
EN7 Initiatieven ter verlaging van het indirecte energieverbruik en
reeds gerealiseerde verlaging. (Bijkomend)
MVO prestatie rapport, 7.5.1, p 149, p 153
Water
EN8 (ß) Totale wateronttrekking per bron. (Kern) MVO prestatie rapport, 7.5.2,
p 149, p 153

Luchtemissies, afvalwater en afvalstoffen
MVO prestatie rapport, p 153 Totale directe en indirecte emissies van broeikasgassen naar
gewicht. (Kern)
EN16 (ß)
MVO prestatie rapport, 7.5.3, p 149; p 153 Totaalgewicht afval naar type en verwijdersmethode. (Kern) EN22 (ß)
MVO prestatie rapport, p. 153 Gewicht van getransporteerd, geïmporteerd, geëxporteerd of
verwerkt afval dat als gevaarlijk geldt op grond van bijlage I, II, III
en VIII van de Conventie van Bazel en het percentage afval dat
internationaal is getransporteerd. (Bijkomend)
EN24
n: Arbeidsomst
andighede
n en volw
aardig werk
Soc
iale aspecte
Werkgelegenheid
MVO prestatie rapport, 7.1.1,
p 141-142; p 154
Totale personeelsbestand per type werk, arbeidsovereenkomst
en regio. (Kern)
LA1 (ß)
MVO prestatie rapport, 7.1.1,
p 141-144 (grafieken); p 152
Totaal aantal en snelheid van werknemersverloop naar
leeftijdsgroep, geslacht en regio. (Kern)
LA2 (ß)
Gezondheid en veiligheid
MVO prestatie rapport, p 145; p 154 Letsel-, beroepsziekte-, uitvaldagen- en verzuimcijfers en
het aantal werkgerelateerde sterfgevallen per regio. (Kern)
LA7
Training en onderwijs
MVO prestatie rapport, 7.1.2, p 143-144 Gemiddeld aantal uren dat een werknemer per jaar besteedt aan
opleidingen, onderverdeeld naar werknemerscategorie. (Kern)
LA10 (ß)
MVO prestatie rapport, 7.1.2,
p 143-144
Programma's voor competentiemanagement en levenslang leren
die de blijvende inzetbaarheid van medewerkers garanderen en
hen helpen bij het afronden van hun loopbaan. (Bijkomend)
LA11
MVO prestatie rapport, 7.1.4, p 145 Percentage werknemers die regelmatig wordt ingelicht omtrent
prestatie- en loopbaanontwikkeling. (Bijkomend)
LA12 (ß)
Diversiteit en kansen
Corporate Governance, p 20-42;
MVO prestatie rapport, 7.1.1,
p 141-142, p 152
Samenstelling van bestuurslichamen en onderverdeling van
werknemers per categorie, naar geslacht, leeftijdsgroep,
het behoren tot een bepaalde maatschappelijke minderheid en
andere indicatoren van diversiteit. (Kern)
LA13 (ß)
n: Mensenrechte
n
Soc
iale aspecte
Investerings- en inkoopbeleid
MVO prestatie rapport, 7.1.2, tabel,
p 143; 7.2.1, p 146
Totaal aantal uren personeelstraining over beleid en procedurs
betreffende aspecten van mensenrechten die relevant zijn voor
activiteiten, met inbegrip van het percentage van het personeel
dat de trainingen gevolgd heeft. (Bijkomend)
HR3 (ß)
n: Maatsch
appij
Soc
iale aspecte
Corruptie
MVO prestatie rapport, 7.1.2, tabel,
p 143; 7.2.1, p 148
Percentage van het personeel dat training in anticorruptiebeleid en
–procedures van de organisatie heeft gevolgd. (Kern)
SO3 (ß)
Publiek beleid
MVO prestatie rapport, 7.2.4, p 147 Standpunten betreffende publieke beleid en deelname aan de
ontwikkeling ervan, evenals lobbyen. (Kern)
SO5 (ß)
n: Prod
uctve
rantwoo
rdel
ijkhe
id
Soc
iale aspecte
Marketingcommunicatie
MVO prestatie rapport, 7.3.1, p 148 Programma's voor het naleven van wetten, standaarden en
vrijwillige codes met betrekking tot marketingcommunicatie,
waaronder reclame, promotie en sponsorschap. (Kern)
PR6 (ß)

(ß) zijn beoordeeld voor het jaar 2013 door KPMG. Hun garantieverklaring, met een uiteenzetting van het werk dat zij hebben uitgevoerd, evenals hun commentaren en conclusies, vindt u op pagina 155 van het Engelstalige jaarverslag.

Personeelsgegevens

GRI-indicato r Definitie Eenheid 2010 2011 2012 2013
LA 1
(ß)
Totaal perso
neelsbestand
Personeelsbestand op 31
december
Totaal aantal
werknemers
8 898 8 506 9 048 8 732
Personeelsbe
stand
per geslacht
Mannelijke en vrouwelijke Aantal vrouwen 4 167 4 064 4 297 4 104
werknemers 48% 48% 47% 47%
Aantal mannen 4 583 4 442 4 751 4 628
52% 52% 53% 53%
Personeels
bestand
per gebied
Europa-5 / België / Europa
andere / Japan / Opkomende
markten (BRICMT) / Noord
Amerika / Rest van de wereld
Aantal werknemers
- EU-5
- België
- EU andere
- Japan
- Noord-Amerika
- Rest van de wereld
- Opkomende
markten (BRICMT)
2 453
1 800
781
281
1 829
139
1 615
1 839
1 883
778
280
1 899
139
1 688
1 859
1 950
750
322
2 036
130
2 001
1 768
1 930
749
335
1 818
123
1 818
Personeels
bestand per
FTE en PTE
Groep voltijdse werknemers
(FTE) en deeltijdse werknemers
(PTE)
Aantal FTE 8 352 7 992 8 535 8 224
94% 94% 94% 94%
Aantal PTE 546 514 513 508
6% 6% 6% 6%
LA 2
(ß)
Aanwerving In dienst genomen Aantal in dienst
genomen werknemers
1 547 1 252 1 637 1 190
Vertrek Vertrokken Aantal werknemers
die het bedrijf hebben
verlaten
1 973 1 618 1 066 1 433
Verloop in % 22% 19% 12 % 16%
LA 7 LTIR Verloren Tijd Frequentiegraad Aantal incidenten dat
leidde tot minimaal
één verloren dag
binnen een periode
van 12 maanden, per
miljoen gewerkte uren
2,33 1,80 2,26 2,31
LTSR Verloren Tijd Ernstgraad Aantal dagen dat
verloren werd ten
gevolge van een
arbeidsongeval binnen
een periode van 12
maanden, per duizend
gewerkte uren
0,05 0,04 0,06 0,03

MILIEUGEGEVENS

GRI-indicator Definitie Eenheid 2010 2011 2012 2013
EN 3
(ß)
Totaal Totaal verbruik aan gas,
stookolie en brandstof voor
voertuigen
gigajoule 907 367 774 500 754 415 711 780
Gas Gasverbruik gigajoule 877 599 749 110 726 111 684 867
Stookolie Verbruikstookolie gigajoule 29 332 24 354 28 017 26 634
Brandstof
voor utilitaire
voertuigen
Verbruik van brandstof voor
voertuigen
gigajoule 436 1 036 287 278
EN 4
(ß)
Elektriciteit Elektriciteitsverbruik gigajoule 556 161 516 724 531 093 531 565
EN 5
(ß)
Bespaarde
energie
Energie bespaard door
verbeteringen op het gebied van
milieubeheer en efficiëntie
gigajoule 21 218 2 676 35 492 26 300
EN 8 Water Totaal water 1 015 918 936 025 860 924 810 579
(ß) Leidingwater 651 573 596 755 646 067 655 991
Grond- en oppervlaktewater 364 345 339 270 214 857 154 588
Overige 0 0 0 0
EN 16 Directe & Elektriciteit ton CO2 52 341 46 450 43 306 39 350
(ß) indirecte CO2
emissies – Scope
1&2
Gas 42 749 34 990 40 703 38 421
Brandstof 1 849 1 706 1 949 1 999
EN 22 Afval en Totaal afval ton 11 556 12 339 11 789 10 576
(ß) verwijderings
methode
Verbrand 1 235 3 098 3 091 1 749
Hergebruikt als vloeibare
brandstof
2 923 3 187 2 503 2 088
Oplosmiddel gerecycleerd
door derde
2 577 2 785 3 525 3 063
Verpakking gerecycleerd
door derde
1 524 1 359 954 966
Gerecupereerd door middel
van andere methoden
1 636 544 667 2 069
Niet gerecupereerd 1 661 1 366 1 049 640
EN 24 Gevaarlijk afval Gevaarlijke afvalproducten zoals
gedefinieerd door de plaatselijk
toepasselijke voorschriften
ton 8 801 9 607 8 730 7 750
Niet-gevaarlijk
afval
Ander vast afval
(met uitzondering van emissies
en effluenten)
ton 2 755 2 732 3 059 2 826

Reikwijdte

Gegevens met betrekking tot personen worden geconsolideerd voor alle UCB bedrijven over de hele wereld die geïntegreerd zijn in onze financiële consolidatie, ongeacht hun activiteiten (onderzoek of industriële centra, dochterondernemingen voor verkoop, hoofdkwartier).

Het programma "UCB-leren" maakt consolidatie mogelijk van alle opleidingen die door UCB worden georganiseerd en die gevolgd worden door werknemers, met uitzondering van twee locaties waar het programma pas werd gelanceerd in juni en november 2013, namelijk São Paulo (Brazilië) en Zhuhai (China). De populatie die niet werd opgenomen door dit programma vertegenwoordigt minder dan 3% van de totale populatie.

Verplichte trainingen, namelijk, Gedragscode, IT-beveiliging en Geneesmiddelenbewaking, worden gevolgd en geconsolideerd voor alle UCB werknemers.

Naast België en Japan is de regionale verdeling als volgt:

  • EU-5: Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Verenigd Koninkrijk en Ierland
  • Europa andere: Bulgarije, Denemarken, Finland, Griekenland, Hongarije, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Tsjechië, Zweden en Zwitserland
  • Opkomende markten (BRICMT): Brazilië, Rusland, India, China, Mexico en Turkije
  • Noord-Amerika: Verenigde Staten en Canada
  • Rest van de wereld: Australië, Hong Kong, Kazachstan, Zuid-Korea, Oekraïne

Gegevens met betrekking tot gezondheid en veiligheid (beroepsongevallen) zijn beschikbaar voor de UCB populatie, met uitzondering van dochterondernemingen met minder dan 10 werknemers.

Gegevens met betrekking tot de planeet zijn geconsolideerd voor:

  • alle productielocaties en onderzoeklocaties
  • dochterondernemingen voor verkoop uit China, Indië, Italië, Japan, Mexico, de VS
  • hoofdkwartier in België

Deze reikwijdte omvat 85% van het personeel van UCB (een gelijkaardig percentage als vorig jaar).

Voor elk van deze elementen wordt vermeld of het rapporteringniveau van UCB deze vereisten geheel of gedeeltelijk dekt. Waarnemingen gedaan tijdens de validatie en consolidatie van de gegevens:

    1. In Atlanta en Monheim zijn er aan derden verhuurde gebouwen en er zijn nog geen afzonderlijke meters geïnstalleerd. Als gevolg daarvan wordt het verbruik van water / gas / elektriciteit te hoog geschat, maar de invloed van deze overschatting kan niet betrouwbaar worden gemeten.
    1. In Braine-l'Alleud wordt diesel voor utilitaire voertuigen nu gemeld binnen brandstofgebruik, aangezien het wordt opgeslagen in dezelfde tank en het moeilijk is om het verbruik dat betrekking heeft op utilitaire voertuigen precies te schatten.
    1. De berekening van de directe CO2 -emissies die het gevolg zijn van het gasverbruik in 2013 neemt de hoge of lage verbrandingswaarden van het gas in acht. De conversiefactoren die werden gebruik zijn deze die in 2006 werden gepubliceerd door de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatsverandering (IPCC) in haar "Richtlijn voor het schatten en rapporteren van broeikasgasemissies" en de "Conversiefactoren voor broeikasgassen" gepubliceerd in 2013 door het Britse Departement voor Milieu, Voeding en Rurale Zaken (DEFRA). De 2012 gerapporteerde gasemissies werden standaard gerapporteerd met lage verbrandingswaarden en vorige jaren zijn niet bijgewerkt in overeenstemming met deze nieuwe methode.
    1. Voor de berekening van CO2 -emissies als gevolg van elektriciteitsverbruik rapporteerden onze locaties specifieke CO2 -equivalenten van hun in 2013 verbruikte elektriciteitsmix, rekening houdend met het groeiende aandeel van elektriciteit gegenereerd uit hernieuwbare bronnen. Wanneer de specifieke verhouding niet beschikbaar was voor een bepaalde locatie werden standaard de verhoudingen van het International Energy Agency (IEA ) voor 2013 toegepast.

Verslaggevingsprincipes

Teneinde de uniformiteit en betrouwbaarheid van voor alle entiteiten gebruikte indicatoren te waarborgen, gebruikte UCB de G3.1 van het Global Reporting Initiative richtlijnen voor duurzaamheidsverslaggeving met betrekking tot sociale aspecten, veiligheid en invloed van de activiteiten van het bedrijf op het milieu. In overeenstemming met de door GRI gedefinieerde toepassingsniveau beoordeelde UCB zichzelf als C+ verslaggever.

Deze GRI G3.1 richtlijnen specifiëren de methoden voor het rapporteren van indicatoren.

Nauwkeurigheid

De afdeling Corporate Health, Safety & Environment (HSE ) en het team Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) van UCB waarborgen dat alle gegevens worden geconsolideerd op basis van informatie verstrekt door de productie- en onderzoekslocaties, de dochterondernemingen voor verkoop en de administratieve hoofdkwartieren over de hele wereld.

HSE -coördinatoren voeren een eerste validatie uit van de veiligheids- en milieugegevens alvorens deze te consolideren. Corporate HSE en MVO verifiëren de consistentie van de gegevens tijdens de consolidatie. Deze validatie omvat vergelijkingen van gegevens van voorgaande jaren evenals zorgvuldige analyse van eventuele aanzienlijke afwijkingen.

Maatschappelijke gegevens met betrekking tot de werknemers worden uit wereldwijde IT personeelsgegevens systemen gehaald die wereldwijd door het management worden gebruikt als beheersdatabase voor UCB wereldwijd.

Betrouwbaarheid

Teneinde een externe beoordeling te verkrijgen van de betrouwbaarheid van onze gegevens en de grondigheid van onze rapporteringsprocedures werd KPMG gevraagd specifieke verificaties uit te voeren van bepaalde maatschappelijke en HSE indicatoren die worden vermeld in tabellen op p 150-153. Hun garantieverklaring, waarin het werk dat ze hebben uitgevoerd wordt beschreven, evenals hun commentaren en conclusies, is te vinden op p 155.

Bij UCB zullen wij de betrouwbaarheid van gegevens blijven verbeteren en de rapporteringsprocessen verder versterken.

Het onafhankelijke beperkte garantieverslag bij het maatschappelijk verantwoord ondernemen 2013 prestatie rapport werd uitgebracht door KPMG bedrijfsrevisoren. Hun verslag aan de raad van bestuur van UCB SA werd opgemaakt na een analyse en bespreking van de MVO gegevens, zoals aangeduid met een de Griekse letter (ß), beschreven in het Engelstalige Corporate Societal Responsibility 2013 performance report. Dit KPMG verslag kan worden gevonden op p 155 van het Engelstalige jaarverslag.

Financiële kalender 2014

24 april Algemene vergardering van aandeelhouders
24 april Interim report
30 juli Financiële resultaten over de eerste zes maanden van 2013
24 oktober Interim report

Toekomstgerichte verklaringen

Dit jaarverslag bevat toekomstgerichte verklaringen met inbegrip van maar niet beperkt tot verklaringen met de woorden "gelooft", "verwacht", "veronderstelt", "is van plan", "streeft naar", "schat", "kan", "zal", en "verder" en vergelijkbare uitdrukkingen. Dergelijke toekomstgerichte verklaringen impliceren bekende en onbekende risico's, onzekerheden en andere factoren in die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten, de financiële toestand, het rendement of de prestaties van UCB, of de resultaten van de sector, beduidend afwijken van eventuele toekomstige resultaten, rendementen of prestaties die expliciet of impliciet door de toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt. Gezien deze onzekerheden wordt het publiek ervoor gewaarschuwd geen overmatig vertrouwen te hechten aan dergelijke toekomstgerichte verklaringen. De toekomstgerichte verklaringen gelden slechts op de datum van dit jaarverslag. UCB wijst uitdrukkelijk elke verplichting af om toekomstgerichte verklaringen in dit jaarverslag bij te werken als weerspiegeling van eventuele wijzigingen van haar verwachtingen aangaande de toekomstgerichte verklaringen of van eventuele wijzigingen van de gebeurtenissen, voorwaarden of omstandigheden waarop de toekomstgerichte verklaringen gebaseerd zijn, tenzij een dergelijke verklaring volgens de geldende wetten en reglementen verplicht is.

Officiële taal van het verslag

Volgens de Belgische wet moet UCB haar jaarverslag in het Frans en het Nederlands publiceren. UCB heeft ook een Engelse versie van dit jaarverslag. In het geval van vertaal- of interpretatieverschillen tussen de versies, zal de Franse versie als officieel jaarverslag beschouwd worden.

Beschikbaarheid van het verslag

Het jaarverslag als zodanig is beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com). Andere informatie op de website van UCB of op andere websites, maakt geen deel uit dit jaarverslag.

Contacten

Investor Relations

Antje Witte, VP Investor Relations Tel: +32 2 559 9414 E-mail:[email protected] [email protected]

Communicatie

France Nivelle,

VP Global Communication and Change Support Tel: +32 2 559 9178 E-mail: [email protected]

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Dirk Teuwen,

VP Corporate Societal Responsibility Tel: +32 2 559 9161 E-mail: [email protected] [email protected]