AI assistant
Kinepolis Group NV — Earnings Release 2021
Aug 19, 2021
3971_ir_2021-08-19_744468e0-0b71-46f1-8b93-b2bb058a4508.pdf
Earnings Release
Open in viewerOpens in your device viewer
Anneleen Van Troos
From: Kinepolis Press Office pressoffice@kinepolis.com Sent: donderdag 19 augustus 2021 7:01 To: Anneleen Van Troos Subject: Veelbelovende heropstart voor Kinepolis Group na langdurige sluitingen in eerste jaarhelft

Veelbelovende heropstart voor Kinepolis Group na langdurige sluitingen in eerste jaarhelft
Gereglementeerd bericht
19 augustus 2021, 7u00
In de eerste jaarhelft van 2021 bleef Kinepolis geconfronteerd met langdurige sluitingen als gevolg van de Covid-19 pandemie. Gedurende de eerste maanden van het jaar waren enkel de Spaanse, Luxemburgse en Amerikaanse bioscopen geopend, weliswaar met belangrijke beperkingen en een gebrek aan content. Eind mei en begin juni heropenden achtereenvolgens de Franse, Nederlandse en Belgische bioscopen. Midden juli werden ook alle Canadese Landmark-bioscopen toegelaten opnieuw te openen.
De heropstart verloopt veelbelovend in alle landen, wat voor de maand juni in de geopende bioscopen resulteerde in een gemiddeld bezoekersniveau van 50% ten opzichte van dezelfde periode in 2019, een pre-Covid recordjaar. In juli steeg dit naar gemiddeld 62% van de bezoekers in 2019. Het beeld per land is verschillend omwille van de verschillen in vaccinatiegraad, Covid-cijfers en opgelegde Covid-maatregelen, het vertrouwen bij de bevolking en de kwaliteit van het lokale filmaanbod. De nieuw geopende bioscopen in Haarlem en Leidschendam (NL), Metz (FR) en SE Edmonton (CA) kenden een sterke start.
De heropstart wordt ook ondersteund door een rijker filmaanbod, waarbij de blockbusters in veel landen goed presteren maar nog niet hun pre-Covid potentieel halen. De mate van impact van enerzijds de Covid-maatregelen en anderzijds van afwijkende releasestrategieën gehanteerd door de Hollywood studio's (gelijktijdige of vervroegde release op Premium VOD) blijft vooralsnog onduidelijk.
De gemiddelde omzet per bezoeker is in nagenoeg alle landen sterk hoger dan in 2019. In Luxemburg lieten de maatregelen de opening van de shops nog niet toe.
In het tweede kwartaal was de vrije kasstroom terug positief, dankzij het positieve operationele resultaat in juni, het gedeeltelijk herstel van het werkkapitaal en de blijvende maatregelen inzake kostenbeheersing. De netto financiële schuld steeg met slechts € 2,7 miljoen in het tweede kwartaal, en dit omwille van investeringen in nieuwbouw (€ 3,8 miljoen).
Kinepolis blijft ook na anderhalf jaar pandemie financieel solide met een comfortabele liquiditeitspositie van € 141,9 miljoen per eind juni 2021, die intussen is gestegen tot € 174,3 miljoen per eind juli. Sinds begin 2020, werd € 38,3 miljoen geïnvesteerd in nieuwbouwprojecten.
Belangrijke realisaties H1 2021
- Veelbelovende heropstart van alle bioscopen na maandenlange sluiting. Bezoekcijfers evolueren positief en variëren land per land (50 tot 80% van de bezoekers in 2019) door het verschil in beperkende maatregelen, lokale content en consumentenvertrouwen.
- Sterke opening van nieuwe complexen in Haarlem (NL), Leidschendam (NL), Metz (FR) en SE Edmonton (CA).
- De uitvoering en implementatie van de Entrepreneurship plannen zit op schema, dit ter ondersteuning van de performantie van de Groep in het post-Covid tijdperk.
Kerncijfers H1 20211 2
- Kinepolis ontving in de eerste jaarhelft 2,2 miljoen bezoekers of 26,9% van de bezoekers in dezelfde periode in 2020.
- De totale opbrengsten daalden in alle landen minder sterk dan het bezoekcijfer.
- Dankzij de genomen maatregelen inzake kostenbeheersing bleef de impact op de EBITDA beperkt, resulterend in een verlies van € -7,1 miljoen. In de maand juni waren zowel EBITDA als EBITDAL opnieuw positief.
- Het netto resultaat bedroeg € -45,8 miljoen door het negatieve operationele resultaat, alsook afschrijvingen en financiële kosten, enigszins gecompenseerd door de belastingimpact.
- De vrije kasstroom bedroeg in het eerste semester gemiddeld € -3,6 miljoen per maand, en was positief in het tweede kwartaal.
- De netto financiële schuld (NFS) ten opzichte van 31 december 2020, exclusief leaseverplichtingen, steeg van € 513,3 miljoen naar € 542,3 miljoen.
Eddy Duquenne, CEO Kinepolis Group, over de eerste jaarhelft:
"We zijn enthousiast over de heropstart van onze bioscopen, die ondanks de beperkende maatregelen sterk presteren, met bezoekcijfers die week na week positief evolueren. We worden hierbij, in tegenstelling tot vorige zomer, geholpen door een sterker internationaal filmaanbod.
Ik hoop dat we nu snel de Covid-periode kunnen afsluiten, er staan immers een hele reeks sterke films gepland in het najaar en ik ben opgetogen over de plannen die we ontwikkeld hebben met de ploegen tijdens de periode van de pandemie. Deze plannen, onze sterke liquiditeitspositie, vier nieuw geopende complexen en uiteraard onze teams, die met veel goesting terug opgestart zijn, zorgen ervoor dat we vol vertrouwen verder werken aan de toekomst van Kinepolis."
Halfjaarlijks Financieel Rapport 2021 in bijlage.
Bijlage
____________
NL HY Financial Report 2021
Kinepolis Press Office Corporate Communication Kinepolis Group
1 Cijfers van 1 januari tot 30 juni 2021, waarbij een vergelijking wordt gemaakt ten opzichte van dezelfde periode het jaar voordien. 2 Persbericht op basis van niet-geauditeerde cijfers.
3

HALFJAARLIJKS FINANCIEEL VERSLAG 2021


Veelbelovende heropstart voor Kinepolis Group na langdurige sluitingen in eerste jaarhelft
In de eerste jaarhelft van 2021 bleef Kinepolis geconfronteerd met langdurige sluitingen als gevolg van de Covid-19 pandemie. Gedurende de eerste maanden van het jaar waren enkel de Spaanse, Luxemburgse en Amerikaanse bioscopen geopend, weliswaar met belangrijke beperkingen en een gebrek aan content. Eind mei en begin juni heropenden achtereenvolgens de Franse, Nederlandse en Belgische bioscopen. Midden juli werden ook alle Canadese Landmark-bioscopen toegelaten opnieuw te openen.
De heropstart verloopt veelbelovend in alle landen, wat voor de maand juni in de geopende bioscopen resulteerde in een gemiddeld bezoekersniveau van 50% ten opzichte van dezelfde periode in 2019, een pre-Covid recordjaar. In juli steeg dit naar gemiddeld 62% van de bezoekers in 2019. Het beeld per land is verschillend omwille van de verschillen in vaccinatiegraad, Covid-cijfers en opgelegde Covidmaatregelen, het vertrouwen bij de bevolking en de kwaliteit van het lokale filmaanbod. De nieuw geopende bioscopen in Haarlem en Leidschendam (NL), Metz (FR) en SE Edmonton (CA) kenden een sterke start.
De heropstart wordt ook ondersteund door een rijker filmaanbod, waarbij de blockbusters in veel landen goed presteren maar nog niet hun pre-Covid potentieel halen. De mate van impact van enerzijds de Covid-maatregelen en anderzijds van afwijkende releasestrategieën gehanteerd door de Hollywood studio's (gelijktijdige of vervroegde release op Premium VOD) blijft vooralsnog onduidelijk.
De gemiddelde omzet per bezoeker is in nagenoeg alle landen sterk hoger dan in 2019. In Luxemburg lieten de maatregelen de opening van de shops nog niet toe.
In het tweede kwartaal was de vrije kasstroom terug positief, dankzij het positieve operationele resultaat in juni, het gedeeltelijk herstel van het werkkapitaal en de blijvende maatregelen inzake kostenbeheersing. De netto financiële schuld steeg met slechts € 2,7 miljoen in het tweede kwartaal, en dit omwille van investeringen in nieuwbouw (€ 3,8 miljoen).
Kinepolis blijft ook na anderhalf jaar pandemie financieel solide met een comfortabele liquiditeitspositie van € 141,9 miljoen per eind juni 2021, die intussen is gestegen tot € 174,3 miljoen per eind juli. Sinds begin 2020, werd € 38,3 miljoen geïnvesteerd in nieuwbouwprojecten.
Belangrijke realisaties H1 2021
- Veelbelovende heropstart van alle bioscopen na maandenlange sluiting. Bezoekcijfers evolueren positief en variëren land per land (50 tot 80% van de bezoekers in 2019) door het verschil in beperkende maatregelen, lokale content en consumentenvertrouwen.
- Sterke opening van nieuwe complexen in Haarlem (NL), Leidschendam (NL), Metz (FR) en SE Edmonton (CA).
- De uitvoering en implementatie van de Entrepreneurship plannen zit op schema, dit ter ondersteuning van de performantie van de Groep in het post-Covid tijdperk.

Kerncijfers H1 20211 2
- Kinepolis ontving in de eerste jaarhelft 2,2 miljoen bezoekers of 26,9% van de bezoekers in dezelfde periode in 2020.
- De totale opbrengsten daalden in alle landen minder sterk dan het bezoekcijfer.
- Dankzij de genomen maatregelen inzake kostenbeheersing bleef de impact op de EBITDA beperkt, resulterend in een verlies van € -7,1 miljoen. In de maand juni waren zowel EBITDA als EBITDAL opnieuw positief.
- Het netto resultaat bedroeg € -45,8 miljoen door het negatieve operationele resultaat, alsook afschrijvingen en financiële kosten, enigszins gecompenseerd door de belastingimpact.
- De vrije kasstroom bedroeg in het eerste semester gemiddeld € -3,6 miljoen per maand, en was positief in het tweede kwartaal.
- De netto financiële schuld (NFS) ten opzichte van 31 december 2020, exclusief leaseverplichtingen, steeg van € 513,3 miljoen naar € 542,3 miljoen.
Eddy Duquenne, CEO Kinepolis Group, over de eerste jaarhelft:
"We zijn enthousiast over de heropstart van onze bioscopen, die ondanks de beperkende maatregelen sterk presteren, met bezoekcijfers die week na week positief evolueren. We worden hierbij, in tegenstelling tot vorige zomer, geholpen door een sterker internationaal filmaanbod.
Ik hoop dat we nu snel de Covid-periode kunnen afsluiten, er staan immers een hele reeks sterke films gepland in het najaar en ik ben opgetogen over de plannen die we ontwikkeld hebben met de ploegen tijdens de periode van de pandemie. Deze plannen, onze sterke liquiditeitspositie, vier nieuw geopende complexen en uiteraard onze teams, die met veel goesting terug opgestart zijn, zorgen ervoor dat we vol vertrouwen verder werken aan de toekomst van Kinepolis."
1 Cijfers van 1 januari tot 30 juni 2021, waarbij een vergelijking wordt gemaakt ten opzichte van dezelfde periode het jaar voordien.
2 Persbericht op basis van niet-geauditeerde cijfers.

Kerncijfers
| In miljoen € | H1 2021 | H1 2020 | % verschil |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 36,8 | 112,6 | -67,3% |
| Bezoekers ('000) | 2 188 | 8 139 | -73,1% |
| EBITDA | -7,1 | 16,0 | -144,4% |
| EBITDA-marge | -19,3% | 14,2% | -3 348 bp |
| EBITDA / bezoeker | -3,24 | 1,96 | -265,1% |
| EBITDAL | -24,0 | 3,2 | -845,5% |
| EBITDAL-marge | -65,2% | 2,9% | -6 809 bp |
| EBITDAL / bezoeker | -10,97 | 0,40 | -2 873,0% |
| EBIT | -48,0 | -25,9 | -85,5% |
| EBIT-marge | -130,4% | -23,0% | -10 739 bp |
| Resultaat | -45,8 | -29,7 | -54,3% |
| Resultaat per aandeel (in €) | -1,70 | -1,10 | -54,5% |
| Vrije kasstroom | -21,4 | -29,4 | -27,3% |
| In miljoen € | 30/06/2021 | 31/12/2020 | % verschil |
|---|---|---|---|
| Totale activa | 1 166,2 | 1 168,2 | -0,2% |
| Eigen vermogen | 89,4 | 126,5 | -29,3% |
| Netto financiële schuld excl. leaseverplichtingen (NFS) |
542,3 | 513,3 | 5,7% |
Toelichtingen
Bezoekers
Kinepolis ontving in het eerste semester van 2021 2,2 miljoen bezoekers (-73,1%), door de maandenlange sluitingen van bioscopen in de meeste landen. In het eerste kwartaal waren enkel de bioscopen in Luxemburg, de VS en een aantal Spaanse provincies open. In Canada waren in deze periode slechts twee tot vijf bioscopen geopend. Vanaf eind mei openden achtereenvolgens de Franse (19 mei), Nederlandse (5 juni) en Belgische (9 juni) complexen opnieuw hun deuren en sinds midden juli zijn ook alle Canadese bioscopen opnieuw geopend. In elk land gelden capaciteitsbeperkingen en andere beschermende maatregelen. Deze maatregelen werden de afgelopen weken aangescherpt of versoepeld, afhankelijk van de regio. Zo werd in Frankrijk en Luxemburg vorige maand de 'pass sanitaire' ingevoerd, een verplicht vaccinatie- of testcertificaat om toegang te krijgen tot onze bioscopen.

In deze operationeel nog steeds uitdagende context, ontving Kinepolis in juni in de geopende bioscopen gemiddeld 50% van de bezoekersaantallen van 2019 – een pre-Covid recordjaar – en dit steeg naar gemiddeld 62% in de maand juli. De percentages variëren per land, van 50 tot 80%, waarbij Frankrijk, Nederland en België de uitblinkers zijn.
De meest succesvolle films in het eerste semester van 2021 waren 'The Conjuring: The Devil Made Me Do It', 'A Quiet Place Part II', 'Cruella', 'Godzilla vs. Kong' en 'Tom and Jerry'. De meest succesvolle lokale films waren 'K3: Dans van de Farao' in Vlaanderen, 'Adieu les Cons' en '30 jours max' in Frankijk en Wallonië, 'De Slag om de Schelde' en 'Bon Bini Lockdown' in Nederland, 'Hasta el cielo' in Spanje en 'Ooops! The Adventure Continues' in Luxemburg.
| Bezoekers | Verenigde | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (miljoen) | België | Frankrijk | Canada | Spanje | Nederland | Staten | Luxemburg | Zwitserland | Totaal |
| Aantal bioscopen* | 11 | 14 | 40 | 8 | 20 | 10 | 3 | 1 | 107 |
| H1 2021 | 0,23 | 0,37 | 0,23 | 0,49 | 0,19 | 0,58 | 0,10 | 0,01 | 2,19 |
| H1 2020 | 1,61 | 1,30 | 1,99 | 0,92 | 1,14 | 0,98 | 0,18 | 0,02 | 8,14 |
| H1 2021 vs | |||||||||
| H1 2020 | -85,7% | -71,6% | -88,4% | -47,3% | -83,4% | -40,7% | -46,2% | -77,3% | -73,1% |
| Bezoekers | Verenigde | ||||||||
| (miljoen) | België | Frankrijk | Canada | Spanje | Nederland | Staten | Luxemburg | Zwitserland | Totaal |
| Aantal bioscopen* | 11 | 14 | 40 | 8 | 20 | 10 | 3 | 1 | 107 |
| Q2 2021 | 0,23 | 0,37 | 0,19 | 0,36 | 0,19 | 0,40 | 0,05 | 0,01 | 1,79 |
| Q2 2020 | 0,00 | 0,02 | 0,01 | 0,01 | 0,07 | 0,00 | 0,01 | 0,00 | 0,13 |
| Q2 2021 vs | ,0% | 1 433,3% | 1 242,9% | 2 435,7% | 184,8% | ,0% | 800,0% | 150,0% | 1 317,5% |
| Q2 2020 |
* Door Kinepolis uitgebaat. Daarnaast wordt één bioscoop (in Polen) verhuurd aan derden. Aantal bioscopen op 30/06/2021
Opbrengsten
De totale opbrengsten bedroegen in het eerste semester van 2021 € 36,8 miljoen, een daling met 67,3% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, door de daling van het aantal bezoekers met 73,1%. De opbrengst per bezoeker steeg, wat zorgde voor een iets minder sterke daling van de bezoekersgerelateerde omzet (verkoop van tickets, dranken en snacks, -70,3%). Ook in alle andere businesslijnen zagen we een daling van de omzet door de impact van de Coronacrisis.


Opbrengsten per land
Opbrengsten per activiteit

De opbrengsten uit ticketverkoop (Box Office, BO) daalden met 72,4% tot € 17,3 miljoen. De BOopbrengsten per bezoeker stegen met 2,9%. Deze stijging was merkbaar in alle landen, onder meer dankzij het succes van premium producten (Laser ULTRA, 4DX, ScreenX, Cosy Seats, …).
De opbrengsten uit de verkoop van dranken en snacks (In-theatre sales, ITS) daalden met 66,4% tot € 10,9 miljoen. De ITS-opbrengsten per bezoeker stegen met 6,4%, dankzij een stijging van de ITSverkoop per bezoeker in de meeste landen. Enkel in Frankrijk en Spanje daalden de ITS-opbrengsten per bezoeker. In Luxemburg was er geen ITS-verkoop, gezien de Covid-maatregelen daar de opening van de shops nog niet toelieten.

De B2B-opbrengsten daalden met 69,2% als gevolg van de Coronacrisis.
De vastgoedinkomsten daalden met 13,5% door het wegvallen van de variabele huurinkomsten, tegemoetkomingen in huur en een daling van zowel de parkinginkomsten als inkomsten uit concessies in eigendom. De daling bleef beperkt omdat ook vorig jaar reeds tegemoetkomingen aan huurders werden gegeven in het tweede kwartaal.
De omzet van Brightfish daalde met 76,1% en Kinepolis Film Distribution (KFD) zag haar inkomsten teruglopen met 23,2%.
EBITDA
De EBITDA bedroeg € -7,1 miljoen, echter in het tweede kwartaal werd een positieve EBITDA genoteerd van € 0,6 miljoen. Na correctie met betrekking tot de huur (EBITDAL) bedroeg deze € -24,0 miljoen in het eerste semester.
Resultaat over de verslagperiode
Het netto resultaat in het eerste semester bedroeg € -45,8 miljoen, door het negatieve operationele resultaat na huren, de afschrijvingen verbonden aan het vastgoed in eigendom en financiële kosten, enigszins gecompenseerd door belastingvorderingen voor de te compenseren verliezen.
Het netto financieel resultaat steeg van € -13,6 miljoen tot € -13,1 miljoen, in hoofdzaak door lagere transactiekosten.
Het effectief belastingpercentage bedroeg 25,1% tegenover 24,9% in dezelfde periode het jaar voordien.
Het resultaat per aandeel bedroeg € -1,7.
Vrije kasstroom en netto financiële schuld
De vrije kasstroom bedroeg € -21,4 miljoen of € 8,0 miljoen beter dan de eerste jaarhelft in 2020, dankzij het gedeeltelijk herstel van het werkkapitaal.
In de eerste helft van 2021 werd € 7,8 miljoen geïnvesteerd in onder meer de afwerking en bouw van nieuwe bioscopen (Leidschendam (NL), Metz Waves (FR), Metz Amphithéâtre (FR) en Edmonton Tamarack (CA)). De onderhoudsinvesteringen bedroegen slechts € 0,7 miljoen, omwille van de stopzetting van de onderhoudsprogramma's als gevolg van de pandemie.
De netto financiële schuld ten opzichte van 31 december 2020, exclusief leaseverplichtingen, is gestegen van € 513,3 miljoen tot € 542,3 miljoen door de negatieve vrije kasstroom als gevolg van de langdurige sluitingen. In het tweede kwartaal was de vrije kasstroom positief en steeg de schuld met nog slechts € 2,7 miljoen door de investeringen in nieuwe complexen ten bedrage van € 3,8 miljoen.
Balans
De terreinen en gebouwen (inclusief de vastgoedbeleggingen) hebben een boekwaarde van € 406,2 miljoen. De vaste activa maakten 94,1% van het balanstotaal uit op 30 juni 2021.
Op 30 juni 2021 bedroeg het eigen vermogen € 89,4 miljoen. De solvabiliteit bedroeg 7,7%.

Belangrijke gebeurtenissen sinds 1 januari 2021
Kinepolis sluit 3-jarig krediet van € 80,0 miljoen af en verlengt de 'covenant holiday' Om zich voor te bereiden op een langer uitblijven van een volwaardige herneming van haar activiteiten, is Kinepolis begin januari bij haar huisbankiers een bijkomend krediet aangegaan ten bedrage van € 80,0 miljoen met een looptijd van 3 jaar. In dit kader hebben de banken tevens de opschorting van de kredietconvenanten ('covenant holiday') verder verlengd tot 30 juni 2022. Deze convenanten – die onder meer in een maximale schuldgraad voorzien – werden naar aanleiding van de opschorting vervangen door een liquiditeitsconvenant. Het bijkomende krediet voorziet, in lijn met de bestaande bancaire kredieten, in een aantal voorwaarden die de vervreemding van activa, overnames en uitkering van dividenden beperken, boven een financiële schuldgraad van 3,75. Omwille van haar sterke balans, de doorgedreven kostenbeheersing, de aanzienlijke vastgoedpositie en de ondersteuning van een 80%- garantie verstrekt door Gigarant (Staatsgarantiefonds), is Kinepolis erin geslaagd het bijkomend krediet tegen aantrekkelijke commerciële voorwaarden af te sluiten.
Opening Kinepolis Leidschendam in 'Westfield Mall of the Netherlands'
Bij de heropening van de Nederlandse bioscopen op 5 juni, opende ook de gloednieuwe Kinepolis-bioscoop in het winkelcentrum 'Westfield Mall of the Netherlands' in Leidschendam de deuren. 'Westfield Mall of the Netherlands' is een project van Unibail-Rodamco-Westfield, waarbij het winkelcentrum Leidsenhage werd getransformeerd tot grootste winkelcentrum van Nederland. Kinepolis Leidschendam telt 11 zalen en Kinepolis verwacht er ongeveer 500 000 bezoekers per jaar te kunnen ontvangen.
Opening Kinepolis Metz Waves
Bij de heropening van de Franse bioscopen op 19 mei, ontving ook de nieuwe Kinepolis-bioscoop in het commercieel centrum Waves-Actisud in Moulins-lès-Metz (FR) voor het eerst bezoekers. De bioscoop telt 6 zalen en ongeveer 900 zitplaatsen. Kinepolis verwacht ongeveer 300 000 bezoekers per jaar te ontvangen in deze nieuwe Franse vestiging.
Opening Landmark Tamarack
Landmark Cinemas Canada opende op 10 juni een gloednieuwe bioscoop op de 'Grove on 17' site, in de Tamarack regio in het zuidoosten van Edmonton, Alberta. Alle acht filmzalen zijn voorzien van Landmarks luxueuze 'recliner' zetelconcept in een volledige stadionopstelling en elke zaal beschikt ook over 'Premiere Seats', de cosy seat-versie van de recliner-stoelen. De nieuwe bioscoop is integraal uitgerust met Barco laserprojectie van Cinionic en heeft ook een 'MarketPlace' shop, in lijn met het gekende Kinepolis-shopconcept.
Lancering 'Kinepolis Privé' en 'Kinepolis Play'
Na een succesvolle lancering in haar Amerikaanse bioscopen, introduceerde Kinepolis ook in haar Luxemburgse en Canadese zalen het 'private cinema'-concept (genaamd 'Kinepolis Privé' in Europa). 'Kinepolis Privé' laat filmliefhebbers toe een privé-filmvoorstelling te boeken voor een groep van maximaal 10 personen. Daarnaast werd in Luxemburg, Frankrijk en een aantal Nederlandse bioscopen ook 'Kinepolis Play' geïntroduceerd, waarbij gaming fans de mogelijkheid krijgen een zaal te reserveren om te gamen op het grote scherm, eveneens voor een groep tot maximaal 10 personen.
Sluiting en verkoop kleine Canadese bioscopen
Kinepolis besliste om enkele Canadese bioscopen, elk met slechts één of twee zalen, te sluiten gezien de onderhoudsinvesteringen die er nodig zijn niet in verhouding zijn met de bijdrage van deze bioscopen aan de omzetontwikkeling van de Groep. Concreet gaat het om twee gehuurde Landmark-biosco-

pen, Dawson Creek (BC) en Airdrie (Alberta), en vier Landmark-bioscopen in eigendom, namelijk Yorkton (Saskatchewan), Selkirk (Manitoba) en de twee bioscopen gelegen in de provincie Yukon. Voor deze laatste vier heeft Kinepolis het verkoopproces opgestart.
Line-up tweede jaarhelft 2021
De populairste films van dit moment zijn 'Fast & Furious 9', 'Jungle Cruise', 'Free Guy', 'The Suicide Squad' en 'The Boss Baby: Family Business'. De komende maanden staan onder meer volgende toppers op de affiche: 'Dune', 'Shang-Chi and the Legend of the Ten Rings', 'No Time to Die', 'Hotel Transylvania: Transformania', 'The Addams Family 2', 'Venom 2', 'Ghostbusters: Afterlife', 'Top Gun: Maverick' en 'Spider-Man: No Way Home'. Op het lokale filmprogramma staan onder meer 'Rookie' en 'Red Sandra' in Vlaanderen, 'De Veroordeling', 'Liefde Zonder Grenzen' en 'Soof 3' in Nederland, 'Eiffel', 'Aline' en 'Les Tuches 4' in Frankrijk en Wallonië, 'Hilfe, ich habe meine Freunde geschrumpft' in Luxemburg, en 'La abuela' en 'La familia perfecta' in Spanje. Live opera en ballet worden aangevuld met kunst, sport en concerten.
Financiële kalender
Donderdag 17 februari 2022 Jaarresultaten 2021 Woensdag 11 mei 2022 Algemene Vergadering
Donderdag 28 oktober 2021 Business update derde kwartaal 2021 Donderdag 28 april 2022 Business update eerste kwartaal 2022
Contact
Kinepolis Press Office Kinepolis Investor Relations +32 (0)9 241 00 16 +32 (0)9 241 00 22
[email protected] [email protected]
Over Kinepolis
Kinepolis Group NV ontstond in 1997 uit een fusie van twee familiale bioscoopgroepen, en werd beursgenoteerd in 1998. Kinepolis staat voor een innovatief bioscoopconcept dat als baanbrekend geldt binnen de sector. Naast haar bioscoopactiviteit is de Groep ook actief in filmdistributie, eventorganisatie, schermreclame en vastgoedbeheer.
In Europa telt Kinepolis Group NV 58 bioscopen, verspreid over België, Nederland, Frankrijk, Spanje, Luxemburg, Zwitserland en Polen. Sinds de overname van de Canadese bioscoopgroep Landmark Cinemas en van de Amerikaanse bioscoopgroep MJR Digital Cinemas, telt Kinepolis ook 40 bioscoopcomplexen in Canada en 10 in de VS.
In totaal heeft Kinepolis Group vandaag wereldwijd 108 bioscopen in haar portefeuille, goed voor 1 097 schermen en bijna 200 000 zitplaatsen. Kinepolis' medewerkers bezorgen miljoenen bioscoopbezoekers elke dag een onvergetelijke filmervaring. Meer info op www.kinepolis.com/corporate
| VERKORTE GECONSOLIDEERDE WINST- EN VERLIESREKENING | |||
|---|---|---|---|
| IN '000 € | Toelichting | 30/06/2021 | 30/06/2020 |
| Opbrengsten | 9 | 36 786 | 112 575 |
| Kostprijs van verkopen | -80 719 | -125 403 | |
| Bruto-resultaat | -43 934 | -12 828 | |
| Verkoop- en marketingkosten | -4 479 | -7 020 | |
| Administratiekosten | -9 822 | -11 028 | |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 6, 12 | 10 359 | 5 078 |
| Overige bedrijfskosten | -76 | -53 | |
| Bedrijfsresultaat | -47 952 | -25 851 | |
| Financiële opbrengsten | 735 | 832 | |
| Financiële kosten | -13 864 | -14 468 | |
| Resultaat voor belastingen | -61 081 | -39 487 | |
| Winstbelastingen | 15 324 | 9 831 | |
| RESULTAAT OVER DE VERSLAGPERIODE | -45 757 | -29 656 | |
| Toe te rekenen aan: | |||
| Aandeelhouders van de Vennootschap | -45 641 | -29 555 | |
| Minderheidsbelangen | -117 | -101 | |
| RESULTAAT OVER DE VERSLAGPERIODE | -45 757 | -29 656 | |
| Gewoon resultaat per aandeel (€) | -1,70 | -1,10 | |
| Verwaterd resultaat per aandeel (€) | -1,68 | -1,09 |
| VERKORT GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE | |||
|---|---|---|---|
| RESULTATEN | 30/06/2021 | 30/06/2020 | |
| IN '000 € | |||
| Resultaat over de verslagperiode | -45 757 | -29 656 | |
| Gerealiseerde resultaten | -45 757 | -29 656 | |
| Zullen naar winst of verlies geboekt worden indien in de toekomst aan specifieke | |||
| voorwaarden wordt voldaan: | |||
| Omrekeningsverschillen van intragroep langetermijnleningen in vreemde munten | 6 578 | -1 875 | |
| Omrekeningsverschillen van jaarrekeningen in vreemde munten | 3 252 | -2 584 | |
| Kasstroomafdekkingen - effectief deel van wijzigingen in reële waarde | 29 | 40 | |
| Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde resultaten die naar winst of verlies geboekt worden in latere perioden |
-1 268 | -18 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | 8 591 | -4 437 | |
| GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN OVER DE VERSLAGPERIODE | -37 167 | -34 093 | |
| Toe te rekenen aan: | |||
| Aandeelhouders van de Vennootschap | -37 077 | -33 958 | |
| Minderheidsbelangen | -90 | -135 | |
| GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN OVER DE VERSLAGPERIODE | -37 167 | -34 093 |
| VERKORTE GECONSOLIDEERDE BALANS / ACTIVA | 30/06/2021 | |||
|---|---|---|---|---|
| IN '000 € | Toelichting | 31/12/2020 | ||
| Immateriële activa | 11 222 | 11 673 | ||
| Goodwill | 7 | 166 450 | 163 148 | |
| Materiële vaste activa | 510 249 | 521 136 | ||
| Recht-op-gebruik activa | 12 | 364 827 | 362 481 | |
| Vastgoedbeleggingen | 17 656 | 17 557 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 13 | 20 779 | 14 778 | |
| Overige vorderingen | 6 308 | 6 321 | ||
| Overige financiële activa | 27 | 27 | ||
| Vaste activa | 1 097 518 | 1 097 121 | ||
| Voorraden | 4 075 | 3 865 | ||
| Handels- en overige vorderingen | 20 645 | 26 756 | ||
| Actuele belastingvorderingen | 13 | 16 440 | 7 431 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 27 363 | 33 007 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | 174 | 0 | ||
| Vlottende activa | 68 697 | 71 059 | ||
| TOTALE ACTIVA | 1 166 215 | 1 168 180 |
| VERKORTE GECONSOLIDEERDE BALANS / PASSIVA | |||
|---|---|---|---|
| IN '000 € | Toelichting | 30/06/2021 | 31/12/2020 |
| Kapitaal | 18 952 | 18 952 | |
| Uitgiftepremie | 1 154 | 1 154 | |
| Geconsolideerde reserves | 77 756 | 123 640 | |
| Reserve voor omrekeningsverschillen | -8 392 | -17 254 | |
| Eigen vermogen toe te rekenen aan aandeelhouders van de Vennootschap | 89 470 | 126 492 | |
| Minderheidsbelangen | -86 | 4 | |
| Totaal eigen vermogen | 89 384 | 126 496 | |
| Financieringsverplichtingen | 11 | 488 459 | 469 882 |
| Leaseverplichtingen | 12 | 364 093 | 358 317 |
| Voorzieningen voor personeelsvoordelen | 995 | 998 | |
| Voorzieningen | 1 928 | 2 021 | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 13 120 | 13 107 | |
| Afgeleide financiële instrumenten | 58 | 87 | |
| Overige schulden | 6 297 | 6 356 | |
| Langlopende verplichtingen | 874 950 | 850 768 | |
| Bankoverschrijdingen | 2 | 112 | |
| Financieringsverplichtingen | 11 | 81 499 | 76 599 |
| Leaseverplichtingen | 12 | 37 722 | 35 295 |
| Handels- en overige schulden | 82 395 | 78 335 | |
| Voorzieningen | 71 | 269 | |
| Actuele belastingverplichtingen | 192 | 306 | |
| Kortlopende verplichtingen | 201 881 | 190 916 | |
| TOTALE PASSIVA | 1 166 215 | 1 168 180 |
| VERKORT GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT | |||
|---|---|---|---|
| IN '000 € | Toelichting | 30/06/2021 | 30/06/2020 |
| Resultaat voor belastingen | -61 081 | -39 487 | |
| Aanpassingen voor: | |||
| Afschrijvingen | 41 219 | 40 857 | |
| Voorzieningen en waardeverminderingen | -358 | 867 | |
| Overheidssubsidies | -705 | -361 | |
| (Meer-) Minderwaarde op de buitengebruikstelling van recht-op-gebruik activa | -1 | 0 | |
| (Meer-) Minderwaarde op de realisatie van materiële vaste activa | 0 | -13 | |
| Verandering in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten en niet gerealiseerde wisselkoersresultaten |
-438 | 261 | |
| Verdiscontering langetermijnvorderingen en voorzieningen | -86 | -137 | |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 146 | 244 | |
| Inresultaatname kosten herfinanciering | 306 | 255 | |
| Intrestlasten en -opbrengsten | 12 859 | 12 557 | |
| Kwijtschelding van leasebetalingen aan de leasenemer | 12 | -7 387 | -3 855 |
| Wijziging van de voorraden | -171 | 934 | |
| Wijziging van de handels- en overige vorderingen | 7 426 | 31 973 | |
| Wijziging van de handels- en overige schulden | 69 | -52 021 | |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | -8 201 | -7 926 | |
| Betaalde winstbelastingen | -655 | -874 | |
| Netto-kasstroom - gebruikt bij / + uit bedrijfsactiviteiten | -8 856 | -8 800 | |
| Aanschaffingen immateriële activa | -731 | -1 202 | |
| Aanschaffingen materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | -7 593 | -19 292 | |
| Vooruitbetaalde leaseverplichtingen | 12 | -149 | -41 |
| Verwerving dochterondernemingen, na aftrek verworven geldmiddelen | 0 | -87 | |
| Ontvangsten uit verkopen vastgoedbeleggingen en immateriële en materiële vaste activa | 0 | 33 | |
| Netto-kasstroom gebruikt bij investeringsactiviteiten | -8 472 | -20 589 | |
| Aankoop van minderheidsbelangen | -320 | 0 | |
| Investeringsbijdragen | 12 | 1 090 | 399 |
| Betaling van leaseverplichtingen incl. kwijtschelding van leasebetalingen aan de leasenemer |
12 | -2 913 | -7 481 |
| Ontvangsten van leningen | 11 | 80 000 | 116 500 |
| Terugbetalingen van leningen | 11 | -56 500 | 0 |
| Betaling van transactiekosten in verband met herfinancieringsverplichtingen | -329 | -45 | |
| Betaalde intresten | -4 809 | -3 781 | |
| Ontvangen intresten | 0 | 6 | |
| Betaalde intresten uit leaseverplichtingen | 12 | -5 205 | -5 323 |
| Verkoop van eigen aandelen | 229 | 478 | |
| Netto-kasstroom - gebruikt bij / + uit financieringsactiviteiten | 11 242 | 100 753 | |
| + TOENAME / - AFNAME VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN | -6 086 | 71 364 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van de periode | 32 895 | 72 358 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten bij het einde van de periode | 27 361 | 143 209 | |
| Effect van wisselkoersbewegingen op geldmiddelen en kasequivalenten | 552 | -513 | |
| + TOENAME / - AFNAME VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN | -6 086 | 71 364 |
| 2021 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| TOE TE REKENEN AAN DE AANDEELHOUDERS VAN DE VENNOOTSCHAP | ||||||||
| VERKORT GECONSOLIDEERD MUTATIE-OVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN IN '000 € |
KAPITAAL EN UITGIFTE PREMIE |
RESERVE VOOR OMREKENINGS VERSCHILLEN |
RESERVE MBT INDEKKINGEN |
RESERVE VOOR EIGEN AANDELEN |
RESERVE VOOR OP AANDELEN GEBASEERDE BETALINGEN |
OVERGEDRAGEN RESULTATEN |
MINDERHEIDS BELANGEN |
TOTAAL EIGEN VERMOGEN |
| Op 31 december 2020 | 20 106 | -17 254 | 260 | -22 610 | 3 445 | 142 548 | 4 | 126 496 |
| Resultaat over de verslagperiode | -45 641 | -117 | -45 757 | |||||
| Gerealiseerde resultaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -45 641 | -117 | -45 757 |
| Zullen naar winst of verlies geboekt worden indien in de toekomst aan specifieke voorwaarden wordt voldaan: |
||||||||
| Omrekeningsverschillen | 9 803 | 27 | 9 830 | |||||
| Kasstroomafdekkingen - effectief deel van wijzigingen in reële waarde | 29 | 29 | ||||||
| Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde resultaten die naar winst of verlies geboekt worden in latere perioden |
-941 | -7 | -320 | -1 268 | ||||
| Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | 0 | 8 862 | 22 | 0 | 0 | -320 | 27 | 8 591 |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 0 | 8 862 | 22 | 0 | 0 | -45 961 | -90 | -37 167 |
| Verkoop van eigen aandelen | 105 | 124 | 229 | |||||
| Op aandelen gebaseerde transacties | 93 | 53 | 146 | |||||
| Aankoop van minderheidsbelangen zonder wijziging in controle | -319 | 0 | -319 | |||||
| Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 105 | 93 | -142 | 0 | 56 |
| Op 30 juni 2021 | 20 106 | -8 392 | 282 | -22 505 | 3 538 | 96 445 | -86 | 89 384 |
| 2020 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| TOE TE REKENEN AAN DE AANDEELHOUDERS VAN DE VENNOOTSCHAP | ||||||||
| VERKORT GECONSOLIDEERD MUTATIE-OVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN IN '000 € |
KAPITAAL EN UITGIFTE PREMIE |
RESERVE VOOR OMREKENINGS VERSCHILLEN |
RESERVE MBT INDEKKINGEN |
RESERVE VOOR EIGEN AANDELEN |
RESERVE VOOR OP AANDELEN GEBASEERDE BETALINGEN |
OVERGEDRAGEN RESULTATEN |
MINDERHEIDS BELANGEN |
TOTAAL EIGEN VERMOGEN |
| Op 31 december 2019 | 20 106 | -582 | 206 | -22 830 | 3 088 | 210 985 | 281 | 211 254 |
| Resultaat over de verslagperiode | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -29 555 | -101 | -29 656 |
| Gerealiseerde resultaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -29 555 | -101 | -29 656 |
| Zullen naar winst of verlies geboekt worden indien in de toekomst aan specifieke voorwaarden wordt voldaan: |
||||||||
| Omrekeningsverschillen | 0 | -4 425 | 0 | 0 | 0 | 0 | -34 | -4 459 |
| Kasstroomafdekkingen - effectief deel van wijzigingen in reële waarde | 0 | 0 | 40 | 0 | 0 | 0 | 0 | 40 |
| Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde resultaten die naar winst of verlies geboekt worden in latere perioden |
0 | -18 | 0 | 0 | 0 | -18 | ||
| Niet-gerealiseerde resultaten, na winstbelastingen | 0 | -4 425 | 22 | 0 | 0 | 0 | -34 | -4 437 |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 0 | -4 425 | 22 | 0 | 0 | -29 555 | -135 | -34 093 |
| Verkoop van eigen aandelen | 0 | 0 | 0 | 220 | 0 | 258 | 0 | 478 |
| Op aandelen gebaseerde transacties | 0 | 0 | 0 | 0 | 132 | 112 | 0 | 244 |
| Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 220 | 132 | 370 | 0 | 722 |
| Op 30 juni 2020 | 20 106 | -5 007 | 228 | -22 610 | 3 220 | 181 800 | 146 | 177 883 |
| 30 juni 2021 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| VERKORTE SEGMENTINFORMATIE IN '000 € | BELGIË | FRANKRIJK | CANADA | SPANJE | NEDERLAND | VERENIGDE STATEN |
LUXEMBURG | ANDERE* (POLEN EN ZWITSERLAND) |
NIET GEALLOCEERD |
TOTAAL |
| Segmentopbrengsten | 6 973 | 4 746 | 5 532 | 5 089 | 3 388 | 7 660 | 1 986 | 500 | 0 | 35 874 |
| Intersegment opbrengsten | 913 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -1 | 0 | 912 |
| Opbrengsten | 7 886 | 4 746 | 5 532 | 5 089 | 3 388 | 7 660 | 1 986 | 499 | 0 | 36 786 |
| Segmentresultaat | -15 190 | -4 087 | -11 554 | -3 631 | -8 511 | -4 505 | -513 | 39 | 0 | -47 952 |
| Financiële opbrengsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 735 | 735 |
| Financiële kosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -13 864 | -13 864 |
| Resultaat voor belastingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -61 081 |
| Winstbelastingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 15 324 | 15 324 |
| RESULTAAT OVER DE VERSLAGPERIODE | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -45 757 |
| Investeringen | 900 | 4 201 | 350 | 162 | 2 359 | 117 | 235 | 0 | 0 | 8 324 |
| 30 juni 2021 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| VERKORTE SEGMENTINFORMATIE IN '000 € | BELGIË | FRANKRIJK | CANADA | SPANJE | NEDERLAND | VERENIGDE STATEN |
LUXEMBURG | ANDERE* (POLEN EN ZWITSERLAND) |
NIET GEALLOCEERD |
TOTAAL |
| Segment activa | 92 391 | 130 027 | 344 341 | 121 500 | 198 348 | 169 402 | 22 659 | 22 938 | 64 609 | 1 166 215 |
| Segment passiva | 46 796 | 48 613 | 254 706 | 45 308 | 38 940 | 52 483 | 6 227 | 428 | 672 714 | 1 166 215 |
* Het andere operationele segment bevat Polen en Zwitserland. Geen van deze segmenten had in 2021 de benodigde omvang om te voldoen aan de kwantitatieve vereisten voor een te rapporteren segment.
| 30 juni 2020 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| VERKORTE SEGMENTINFORMATIE IN '000 € | BELGIË | FRANKRIJK | CANADA | SPANJE | NEDERLAND | VERENIGDE STATEN |
LUXEMBURG | ANDERE* (POLEN EN ZWITSERLAND) |
NIET GEALLOCEERD |
TOTAAL |
| Segmentopbrengsten | 20 816 | 15 100 | 23 278 | 9 660 | 16 170 | 11 299 | 3 574 | 1 162 | 0 | 101 059 |
| Intersegment opbrengsten | 11 545 | -20 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -9 | 0 | 11 516 |
| Opbrengsten | 32 361 | 15 080 | 23 278 | 9 660 | 16 170 | 11 299 | 3 574 | 1 153 | 0 | 112 575 |
| Segmentresultaat | -6 964 | -2 984 | -9 264 | -2 132 | -226 | -3 982 | -360 | 61 | 0 | -25 851 |
| Financiële opbrengsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 832 | 832 |
| Financiële kosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -14 468 | -14 468 |
| Resultaat voor belastingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -39 487 |
| Winstbelastingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 9 831 | 9 831 |
| RESULTAAT OVER DE VERSLAGPERIODE | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | - 29 656 |
| Investeringen | 3 365 | 1 792 | 5 594 | 1 105 | 8 084 | 126 | 399 | 29 | 0 | 20 494 |
| 31 december 2020 |
| VERKORTE SEGMENTINFORMATIE IN '000 € | BELGIË | FRANKRIJK | CANADA | SPANJE | NEDERLAND | VERENIGDE STATEN |
LUXEMBURG | ANDERE* (POLEN EN ZWITSERLAND) |
NIET GEALLOCEERD |
TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Segment activa | 100 249 | 132 639 | 338 037 | 125 491 | 201 555 | 168 331 | 23 692 | 22 943 | 55 243 | 1 168 180 |
| Segment passiva | 43 070 | 47 256 | 248 042 | 45 832 | 38 830 | 51 442 | 6 812 | 307 | 686 589 | 1 168 180 |
* Het andere operationele segment bevat Polen en Zwitserland. Geen van deze segmenten had in 2020 de benodigde omvang om te voldoen aan de kwantitatieve vereisten voor een te rapporteren segment.
| AANPASSINGEN IN '000 € | 30/06/2021 | 30/06/2020 |
|---|---|---|
| EBITDA | -23 | -383 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen | -919 | -253 |
| Voorzieningen | 0 | 128 |
| Winstbelastingen | 240 | 131 |
| Netto-impact van aanpassingen | -702 | -377 |
| RECONCILIATIE AANGEPAST RESULTAAT IN '000 € | 30/06/2021 | 30/06/2020 |
| Bedrijfsresultaat Financieel resultaat |
-47 952 -13 129 |
-25 851 -13 636 |
| Resultaat voor belastingen | -61 081 | -39 487 |
| Winstbelastingen | 15 324 | 9 831 |
| Resultaat over de verslagperiode | -45 757 | -29 656 |
| Netto-impact van aanpassingen | 702 | 377 |
| Aangepast resultaat over de verslagperiode | -45 055 | -29 279 |
| RECONCILIATIE EBITDAL IN '000 € | 30/06/2021 | 30/06/2020 |
| EBITDA | -7 092 | 15 983 |
| Kost gerelateerd aan huurcontracten (excl. huurkortingen en gemeenschappelijke kosten) | -16 903 | -12 764 |
| EBITDAL | -23 995 | 3 219 |
| RECONCILIATIE AANGEPASTE EBITDAL IN '000 € | 30/06/2021 | 30/06/2020 |
| EBITDAL | -23 995 23 |
3 219 383 |
| Impact van aanpassingen aan EBITDA Aangepaste EBITDAL |
-23 972 | 3 602 |
| RECONCILIATIE AANGEPASTE EBITDA VS EBITDA IN '000 € | 30/06/2021 | 30/06/2020 |
| Bedrijfsresultaat | -47 952 | -25 851 |
| Afschrijvingen | 41 219 | 40 857 |
| Voorzieningen en waardeverminderingen | -358 | 977 |
| EBITDA | -7 092 | 15 983 |
| Impact van aanpassingen aan EBITDA | 23 | 383 |
| Aangepaste EBITDA | -7 069 | 16 366 |
| RECONCILIATIE NETTO FINANCIËLE SCHULD IN '000 € | 30/06/2021 | 31/12/2020 |
| Financiële schuld | 971 775 | 940 204 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | -27 363 | -33 007 |
| Tax shelter investeringen | -304 | -304 |
| Netto financiële schuld | 944 108 | 906 892 |
| RECONCILIATIE NETTO FINANCIËLE SCHULD EXCL. LEASEVERPLICHTINGEN IN '000 € | 30/06/2021 | 31/12/2020 |
| Financiële schuld excl. leaseverplichtingen | 569 959 | 546 593 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | -27 363 | -33 007 |
| Tax shelter investeringen | -304 | -304 |
| Netto financiële schuld excl. leaseverplichtingen | 542 293 | 513 281 |
| Impact leaseverplichtingen Netto financiële schuld |
401 815 944 108 |
393 611 906 892 |
| RECONCILIATIE VRIJE KASSTROOM IN '000 € | 30/06/2021 | 30/06/2020 |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | -8 201 | -7 926 |
| Betaalde winstbelastingen | -655 | -874 |
| Onderhoudsinvesteringen in immateriële en materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | -715 | -4 459 |
| Betaalde / ontvangen intrestlasten | -4 809 | -3 775 |
| Betaling van leaseverplichtingen | -7 028 | -12 405 |
| Vrije kasstroom | -21 408 | -29 439 |
| RECONCILIATIE ROCE IN '000 € (laatste 4 kwartalen) | 30/06/2021 | 31/12/2020 |
|---|---|---|
| Bedrijfsresultaat | -87 766 | -65 663 |
| Impact van aanpassingen aan EBIT | 859 | 425 |
| Aangepaste EBIT | -86 907 | -65 238 |
| Gemiddelde vaste activa | 1 108 171 | 1 123 082 |
| Gemiddelde uitgestelde belastingvorderingen | -11 645 | -8 002 |
| Gemiddelde activa aangehouden voor verkoop | 929 | 884 |
| Gemiddelde voorraden | 4 478 | 4 858 |
| Gemiddelde handelsvorderingen | 12 278 | 28 804 |
| Gemiddelde handelsschulden | -54 981 | -82 760 |
| Aangewend kapitaal | 1 059 230 | 1 066 866 |
| Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) | -8,2% | -6,1% |
| RECONCILIATIE ROCE EXCL. IFRS 16 IN '000 € (laatste 4 kwartalen) | 30/06/2021 | 31/12/2020 |
|---|---|---|
| Bedrijfsresultaat + IFRS 16 afschrijvingen - kost gerelateerd aan huurcontracten (excl. huurkortingen en gemeenschappelijke kosten) |
-92 359 | -69 784 |
| Impact van aanpassingen aan EBIT | 859 | 425 |
| Aangepaste EBIT excl. IFRS 16 | -91 500 | -69 359 |
| Gemiddelde vaste activa excl. recht-op-gebruik activa | 736 039 | 743 236 |
| Gemiddelde uitgestelde belastingvorderingen excl. IFRS 16 impact | -8 752 | -7 337 |
| Gemiddelde activa aangehouden voor verkoop | 929 | 884 |
| Gemiddelde voorraden | 4 478 | 4 858 |
| Gemiddelde handelsvorderingen | 12 278 | 28 804 |
| Gemiddelde handelsschulden | -54 981 | -82 760 |
| Aangewend kapitaal excl. IFRS 16 | 689 991 | 687 684 |
| Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) excl. IFRS 16 | -13,3% | -10,1% |
| RECONCILIATIE CURRENT RATIO IN '000 € | 30/06/2021 | 31/12/2020 |
|---|---|---|
| Vlottende activa | 68 697 | 71 059 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 201 881 | 190 916 |
| Current ratio | 0,34 | 0,37 |
| RECONCILIATIE CURRENT RATIO EXCL. KORTE TERMIJN LEASEVERPLICHTINGEN IN '000 € | 30/06/2021 | 31/12/2020 |
|---|---|---|
| Vlottende activa | 68 697 | 71 059 |
| Schulden op ten hoogste één jaar excl. korte termijn leaseverplichtingen | 164 159 | 155 621 |
| Current ratio excl. korte termijn leaseverplichtingen | 0,42 | 0,46 |
| RECONCILIATIE INVESTERINGEN VOLGENS KASSTROOMOVERZICHT IN '000 € | 30/06/2021 | 30/06/2020 |
|---|---|---|
| Aanschaffing immateriële activa | 731 | 1 202 |
| Aanschaffing materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen | 7 593 | 19 292 |
| Vooruitbetaalde leaseverplichtingen | 149 | 41 |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek verworven geldmiddelen | 0 | 87 |
| Ontvangsten uit verkopen vastgoedbeleggingen en immateriële en materiële vaste activa | 0 | -33 |
| Totale investeringen volgens het kasstroomoverzicht | 8 472 | 20 589 |
| RECONCILIATIE GEARING RATIO IN '000 € | 30/06/2021 | 31/12/2020 |
|---|---|---|
| Netto financiële schuld | 944 108 | 906 892 |
| Eigen Vermogen | 89 384 | 126 496 |
| Gearing ratio | 10,56 | 7,17 |
| RECONCILIATIE GEARING RATIO EXCL. LEASEVERPLICHTINGEN IN '000 € | 30/06/2021 | 31/12/2020 |
| Netto financiële schuld excl. leaseverplichtingen | 542 293 | 513 281 |
Eigen Vermogen 89 384 126 496 Gearing ratio excl. leaseverplichtingen 6,07 4,06
| De toelichtingen maken integraal deel uit van het halfjaarlijks financieel verslag. | |||
|---|---|---|---|
Kinepolis Group NV (de 'Vennootschap') is een in België gevestigde onderneming. De verkorte tussentijdse geconsolideerde staten van Kinepolis Group NV voor de periode eindigend op 30 juni 2021 omvatten de Vennootschap en haar dochterondernemingen (gezamenlijk de 'Groep' genoemd).
De niet-geauditeerde verkorte tussentijdse geconsolideerde staten werden door de Raad van Bestuur goedgekeurd voor publicatie op 17 augustus 2021.
De verkorte tussentijdse geconsolideerde staten voor de zes maanden afgesloten op 30 juni 2021 werden opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standard (IFRS) IAS 34 "Tussentijdse financiële rapportering", zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en aanvaard door de Europese Unie. Ze bevatten niet alle informatie zoals vereist voor het financieel rapport, en dienen samen met het geconsolideerde jaarverslag van de Groep voor het boekjaar eindigend op 31 december 2020 gelezen te worden.
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep over het boekjaar 2020 kan geraadpleegd worden via de website corporate.kinepolis.com en kan op verzoek kosteloos bij Investor Relations verkregen worden.
De gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving die de Groep in deze verkorte tussentijdse geconsolideerde staten heeft toegepast, zijn in overeenstemming met de door de Groep toegepaste grondslagen in de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar 2020.
De wijzigingen aan standaarden die vanaf 1 januari 2021 van toepassing zijn, hebben geen materiële impact op de verkorte tussentijdse geconsolideerde staten voor de zes maanden afgesloten op 30 juni 2021, uitgezonderd wat betreft de verlenging van de toepassingsperiode opgenomen in de wijziging in IFRS 16.
Wijzigingen in IFRS 16 Leaseovereenkomsten: Covid-19-gerelateerde huurconcessies na 30 juni 2021, uitgegeven op 31 maart 2021, verlengt de toepassingsperiode van het praktische hulpmiddel in IFRS 16 met één jaar waarmee huurders niet dienen te beoordelen of huurconcessies, die een direct gevolg zijn van de Covid-19 pandemie, en aan bepaalde voorwaarden voldoen, huuraanpassingen zijn en, in plaats daarvan, deze huurconcessies te verantwoorden alsof het geen huuraanpassingen zijn. De oorspronkelijke wijziging werd op 28 mei 2020 uitgevaardigd om het voor huurders gemakkelijker te maken om rekening te houden met Covid-19-gerelateerde huurconcessies, wanneer ze informatie over hun huurcontracten verstrekken.
De wijziging is van kracht voor boekjaren die aanvangen op of na 1 april 2021, waarbij vervroegde toepassing is toegestaan. De wijziging kreeg een positief advies van EFRAG. De goedkeuring door de EU wordt in de loop van de komende maanden verwacht. De Groep past de wijziging in IFRS 16 reeds toe bij het opstellen van de verkorte tussentijdse geconsolideerde staten per 30 juni 2021. Voor meer informatie verwijzen we naar toelichting 12.
Een aantal nieuwe standaarden, wijzigingen van standaarden en interpretaties zijn nog niet van kracht voor boekjaren eindigend op 31 december 2021 en werden niet toegepast bij het opstellen van deze verkorte tussentijdse geconsolideerde staten.
De wijzigingen zullen naar verwachting geen belangrijke invloed hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
Wijzigingen in IAS 1 Presentatie van de jaarrekening: classificatie van schulden als kortlopend of langlopend, uitgegeven op 23 januari 2020, verduidelijkt een criterium in IAS 1 voor het classificeren van een schuld als langlopend: het vereist dat een entiteit het recht heeft de afwikkeling van de verplichting uit te stellen tot tenminste 12 maanden na de verslagperiode.
De wijzigingen:
- Specificeren dat het recht van een entiteit om afwikkeling uit te stellen aan het einde van de verslagperiode moet bestaan;
- Verduidelijken dat de classificatie niet wordt beïnvloed door de intenties of verwachtingen van het management over de vraag of de entiteit haar recht om de afwikkeling uit te stellen zal uitoefenen;
- Verduidelijken hoe leningsvoorwaarden de classificatie beïnvloeden; en
- Omvatten een verduidelijking van de vereisten voor de classificatie van schulden die een entiteit zal of kan afwikkelen door haar eigen eigenvermogensinstrumenten uit te geven.
Op 15 juli 2020 publiceerde de IASB Classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend - uitstel van ingangsdatum (wijziging in IAS 1), waarbij de ingangsdatum van bovenstaande wijzigingen met één jaar werd uitgesteld tot boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2023 en waarbij vervroegde toepassing toegestaan is. De wijzigingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU.
Wijzigingen in IFRS 3 Bedrijfscombinaties; IAS 16 Materiële vaste activa; IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa, evenals jaarlijkse wijzigingen aan IFRS 2018-2020, uitgegeven op 14 mei 2020, bevatten verschillende nauwgezette wijzigingen die bepaalde formuleringen verduidelijken of kleine fouten of conflicten tussen vereisten in de normen corrigeren:
- Wijzigingen in IFRS 3 Bedrijfscombinaties passen een verwijzing in IFRS 3 naar het conceptueel kader voor financiële verslaggeving aan, zonder de boekhoudkundige vereisten voor bedrijfscombinaties te wijzigen.
- Wijzigingen in IAS 16 Materiële vaste activa verbieden een entiteit om de aanschafwaarde voor materiële vaste activa te verlagen met verkoopopbrengsten die worden ontvangen uit de verkoop van artikelen die worden geproduceerd terwijl de entiteit het actief voorbereidt op het beoogde gebruik. In plaats daarvan zal een entiteit dergelijke verkoopopbrengsten en gerelateerde kosten in winst of verlies opnemen. De wijzigingen verduidelijken eveneens dat het testen of een materieel vast actief klaar is voor het beoogde gebruik, inhoudt dat de technische en fysieke prestaties worden beoordeeld zonder de financiële prestaties ervan te beoordelen.
- Wijzigingen in IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa specificeren welke kosten een onderneming meeneemt bij de beoordeling of een contract verlieslatend zal zijn. De wijzigingen verduidelijken dat de kosten die nodig zijn om een contract uit te voeren, bestaan uit: de marginale kosten voor de uitvoering van het contract; en een toewijzing van de andere kosten die direct verband houden met het contract.
- Jaarlijkse wijzigingen in IFRS 2018-2020 brengen kleine wijzigingen aan in IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards, IFRS 9 Financiële instrumenten, IAS 41 Landbouw en de illustratieve voorbeelden opgenomen in IFRS 16 Leases.
De wijzigingen zijn van kracht voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2022 en waarbij vervroegde toepassing toegestaan is. De wijzigingen zijn goedgekeurd door de EU.
Wijzigingen in IAS 1 Presentatie van de jaarrekening en IFRS-praktijkverklaring 2: informatieverschaffing over grondslagen voor financiële verslaggeving, uitgegeven op 12 februari 2021, omvatten kleine wijzigingen om de toelichtingen met betrekking tot de grondslagen voor financiële verslaggeving te verbeteren, zodat ze nuttigere informatie verschaffen aan beleggers en andere primaire gebruikers van de jaarrekening. De wijzigingen aan IAS 1 verplichten ondernemingen om hun materiële grondslagen voor financiële verslaggeving openbaar te maken in plaats van hun belangrijke grondslagen. De wijzigingen in IFRS-praktijkverklaring 2 voorzien in richtlijnen voor de toepassing van het materialiteitsconcept op de toelichtingen bij de jaarrekening.
De wijzigingen zijn van kracht voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2023, waarbij vervroegde toepassing is toegestaan. Deze wijzigingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU.
Wijzigingen in IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, wijzigingen in schattingen en fouten: definitie van schattingen, uitgegeven op 12 februari 2021, verduidelijken hoe ondernemingen wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving moeten onderscheiden van wijzigingen in schattingen. Het onderscheid is belangrijk omdat wijzigingen in schattingen alleen prospectief worden toegepast op toekomstige transacties en andere toekomstige gebeurtenissen, terwijl wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving doorgaans ook retroactief toegepast worden op transacties in het verleden en andere gebeurtenissen in het verleden.
De wijzigingen zijn van kracht voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2023, waarbij vervroegde toepassing is toegestaan. Deze wijzigingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU.
Wijzigingen in IAS 12 Winstbelastingen: uitgestelde belastingen met betrekking tot activa en passiva die voortvloeien uit één enkele transactie, uitgegeven op 6 mei 2021, verduidelijken hoe ondernemingen uitgestelde belastingen op transacties zoals leaseovereenkomsten en ontmantelingsverplichtingen moeten verwerken. IAS 12 Winstbelastingen specificeert hoe een onderneming winstbelastingen, inclusief uitgestelde belastingen, verwerkt. Onder bepaalde voorwaarden zijn ondernemingen vrijgesteld van het opnemen van uitgestelde belastingen wanneer zij voor het eerst activa of passiva opnemen. Voorheen was er enige onzekerheid over de vraag of deze vrijstelling van toepassing was op transacties zoals leaseovereenkomsten en ontmantelingsverplichtingen, transacties waarvoor ondernemingen zowel een actief als een passiva opnemen. De wijzigingen verduidelijken dat de vrijstelling niet van toepassing is en dat ondernemingen uitgestelde belastingen op dergelijke transacties moeten opnemen. Het doel van de wijzigingen is om de diversiteit in rapportering van uitgestelde belastingen op lease- en ontmantelingsverplichtingen te verminderen.
De wijzigingen zijn van kracht voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2023, waarbij vervroegde toepassing is toegestaan. Deze wijzigingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU.
Als gevolg van de wereldwijde uitbraak van het Coronavirus, zag Kinepolis zich genoodzaakt de meeste van haar bioscopen opnieuw te sluiten in het najaar van 2020. Door de sluiting van het merendeel van de locaties viel een groot deel van de omzet weg gedurende verscheidene maanden in het voorjaar van 2021. Slechts vanaf de maanden mei en juni 2021 werden de meeste van de bioscopen opnieuw geopend, dit met wisselende beperkingen. Dit heeft een ernstige impact op de financiële resultaten van de Groep in de eerste jaarhelft van 2021.
Om de gevolgen van de Covid-19 pandemie te beperken heeft de Groep de nodige maatregelen genomen ter beheersing van de gezondheids- en veiligheidsrisico's bij haar klanten en medewerkers, ter beperking van de negatieve financiële impact van de bedrijfssluitingen en ter vrijwaring van haar liquiditeit. De strategie en aard van de Onderneming, gekenmerkt door een maximale variabilisering van kosten, een stevige vastgoedpositie, waarbij een groot deel van het bioscoopvastgoed in eigendom is, een gedecentraliseerde organisatie en 'facts-and-figures'-gedreven bedrijfscultuur, helpen Kinepolis Group deze crisis optimaal te managen.
In de meeste landen zijn er beperkingen op het maximum aantal klanten in de zalen als gevolg van de Covid-19 pandemie. Door de grootte van de zalen en de historische bezettingsgraad is dit voor het grootste deel van de voorstellingen geen beperking. Zonder bijkomende maatregelen kan meer dan 80% van de klanten ontvangen worden. Door te spelen met voorstellingsuren en de programmatie kan dit percentage zelfs nog substantieel verhoogd worden tot boven de 90%.
Daarnaast is Kinepolis op korte termijn ook afhankelijk van de beschikbaarheid en timing van content. De bioscoopsector wordt indirect getroffen doordat de Hollywood-filmstudio's, vorig jaar en in de eerste maanden van dit jaar, geconfronteerd waren met een belangrijke beperking van hun distributiecapaciteit voor hun blockbusters, doordat in veel landen de bioscopen tot voor kort gesloten bleven en in de rest van de wereld belangrijke capaciteitsbeperkingen gelden voor de bioscopen die wel open zijn. Bijgevolg werden vrijwel alle blockbusters qua (theatrical) release uitgesteld naar de tweede helft van 2021 en zelfs 2022. In 'normale' omstandigheden realiseert Kinepolis Group 80% van haar tickets met blockbusters.
De bereidheid van klanten om naar de bioscoop te gaan blijft echter hoog. In de weken dat de Kinepolis-bioscopen open waren in de eerste helft van het jaar werd ongeveer 30% van de bezoekersaantallen ten opzichte van 2019 gerealiseerd. In de maand juni was dit reeds 50% en in juli zelfs meer dan 60%. Vanaf eind juni startte Hollywood terug volop met de release van haar blockbusters. In Europa ondersteunt het aanbod van lokale films ook de vraag.
Bij de start van de crisis beschikte Kinepolis over een sterke balans, voldoende financiële reserves en kredietlijnen. Om zich voor te bereiden op een langer uitblijven van een volwaardige herneming van haar activiteiten, heeft Kinepolis begin januari 2021 haar liquiditeitsreserve versterkt met een lening van € 80,0 miljoen met een looptijd van 3 jaar. In dit kader hebben de banken tevens de opschorting van de kredietconvenanten ('covenant holiday') verlengd tot 30 juni 2022.
De voorbije jaren voerde Kinepolis een voorzichtig financieel beleid. Dit heeft ertoe geleid dat er een gemiddelde looptijd is van 4,15 jaar van de uitstaande financiële verplichtingen. De eerstvolgende belangrijke terugbetaling van haar obligaties zal pas plaatsvinden eind januari 2022 (€ 61,4 miljoen). Voor meer informatie verwijzen we naar toelichting 10 en 11.
De Groep blijft maatregelen nemen om de impact op alle kostenniveaus, inclusief de vaste kosten, en uitgaande kasstromen verder te reduceren. Kinepolis beschikt zodoende over voldoende liquide middelen om deze crisis het hoofd te bieden. Per 30 juni 2021 bedroegen de beschikbare financiële middelen € 141,9 miljoen en kan Kinepolis nog steeds meer dan een jaar overbruggen in gesloten toestand. Eind juli bedroegen de beschikbare financiële middelen reeds meer dan € 174,3 miljoen, onder meer dankzij het operationele resultaat van de maanden juni en juli, een gedeeltelijk herstel van het werkkapitaal en een belastingteruggave in België (het zogenaamde 'carry back' systeem) ten bedrage van € 6,4 miljoen.
In het volledige eerste semester was er nog een negatieve vrije kasstroom van € -21,4 miljoen, onder meer door de vele gesloten bioscopen de eerste vijf maanden van het jaar en een aantal éénmalige betalingen in januari en februari. Dit is echter substantieel lager dan het berekende cashverlies in volledig gesloten toestand (€ -5,8 miljoen per maand). Bovendien werd er in het tweede kwartaal van 2021, dankzij het sterk kostenmanagement en de impact van de heropening van de bioscopen in juni, reeds een positieve vrije kasstroom gerealiseerd van € 1,1 miljoen.
Op basis van de beschikbaarheid van content de komende jaren, de klantvraag, de financiële reserves, de beperkte negatieve kasstroom in gesloten toestand, de positieve vrije kasstroom in het tweede kwartaal van 2021 en de beschikbaarheid van diverse vaccins en de vaccinatiestrategieën in de verschillende landen ziet Kinepolis op dit moment geen reden om te verwachten dat het business model op langere termijn substantiële gevolgen zal ondervinden.
De Groep beschouwt de impact van de Covid-19 pandemie op dit moment nog steeds als een impact op korte termijn dat de onderliggende parameters van haar business model niet wijzigt, waardoor de Onderneming uitgaat van een continuïteitsprincipe bij het opstellen van de verkorte tussentijdse financiële staten.
Er zijn geen wezenlijke wijzigingen betreffende de risico's en onzekerheden voor de Groep zoals uiteengezet in het 2020 Verslag van de Raad van Bestuur. De informatie over risico's en onzekerheden werd opgenomen in het jaarverslag 2020 (Deel III Financieel Rapport – Corporate Governance Verklaring).
Als gevolg van de Covid-19 pandemie wordt Kinepolis, net zoals vele andere bedrijven, geconfronteerd met bepaalde van deze risico's en onzekerheden.
De gezondheid van de filmliefhebbers en medewerkers is Kinepolis haar absolute prioriteit en wij vertrouwen op het deskundig advies van de bevoegde autoriteiten in elk land voor wat betreft de modaliteiten van heropeningen. In alle landen hanteert Kinepolis een strikt veiligheidsprotocol voor bezoekers en medewerkers, waarbij het respecteren van de gepaste afstand, het optimaal managen van bezoekersstromen alsook een strenge hygiëne voorop staan.
Kinepolis wordt blootgesteld aan de Covid-19 pandemie en de gevolgen in de economische omstandigheden maar ook de beschikbaarheid van nieuwe content en de timing van de filmreleases spelen een rol. Kinepolis neemt maatregelen om de impact op alle kostenniveaus, inclusief de vaste kosten, en uitgaande kasstromen verder te reduceren. Verder tracht ze haar kostenstructuur maximaal mogelijk te variabiliseren en neemt ze doorgedreven maatregelen om de interne efficiëntie te waarborgen en worden de uitgaven en marges van zeer nabij opgevolgd.
Als gevolg van de uitbraak van het Covid-19 virus, hebben de overheden, in de verschillende landen waar Kinepolis actief is, beslist tot steunmaatregelen.
In 2021 heeft de Groep gebruik kunnen maken van het systeem van economische werkloosheid in België en Spanje en van het systeem van loonsubsidies in Frankrijk, Nederland, Luxemburg, Canada, en Zwitserland. Bij het systeem van economische werkloosheid dient de loonkost niet betaald te worden door de Onderneming maar wordt dit rechtstreeks door de overheid aan de werknemer betaald. Daarentegen wordt bij het systeem van loonsubsidies de loonkost eerst betaald door de Onderneming en kan deze later geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden van de overheid.
In Luxemburg heeft de Groep een bijkomende tegemoetkoming ontvangen met betrekking tot de loonkosten wanneer werknemers in dienst bleven tijdens de Covid-19 pandemie, in België verkreeg de Groep een tegemoetkoming van de RSZ voor het vakantiegeld van bedienden die vorig jaar gebruik maakten van het systeem van economische werkloosheid en in Canada verkreeg de Groep een huursubsidie, waarbij een deel van de betaalde huur gesubsidieerd wordt door de overheid en werd een tegemoetkoming voor energiekosten ontvangen.
De diverse steunmaatregelen voor uitstel van betaling voor onder meer lokale belastingen, onroerende voorheffingen, bedrijfsvoorheffing en sociale lasten werden door de diverse overheden grotendeels afgebouwd maar waar mogelijk maakt de Groep nog gebruik van de bestaande / overblijvende steunmaatregelen. Verder heeft de Groep in een beperkt aantal gevallen gebruik kunnen maken van de gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van bepaalde (lokale) belastingen.
De algemene steunmaatregelen betreffen onder andere subsidies ten gevolge van de verplichte sluiting, subsidies voor significant omzetverlies en subsidies voor de culturele sector. Per 30 juni 2021 heeft de Groep € 2,1 miljoen opgenomen in de 'Overige bedrijfsopbrengsten'.
Voor Nederland werd per 31 december 2020 een 'tegemoetkoming vaste lasten' erkend voor € 1,4 miljoen. Doorheen 2021 werd de Groep geïnformeerd dat ze niet in aanmerking komt voor deze steunmaatregel door verdere verduidelijking van het toepassingsgebied door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland waardoor de Kinepolisentiteiten als grote onderneming beschouwd dienden te worden en werd de tegemoetkoming teruggenomen in de resultatenrekening. Dit werd deels gecompenseerd met de nieuwe steunmaatregel in Nederland 'tegemoetkoming vaste lasten grote ondernemingen' voor 2021 waarvoor de Groep wel in aanmerking komt.
De algemene steunmaatregelen bestaan uit:
| IN '000 € | 30/06/2021 | 30/06/2020 | |
|---|---|---|---|
| België | Vlaams beschermingsmechanisme | 495 | 80 |
| Frankrijk | Tegemoetkoming voor vaste kosten | 1 340 | |
| Frankrijk | Solidariteitsfonds | 538 | |
| Frankrijk | Kwijtschelding 'taxe spéciale additionelle' (TSA) | 23 | 651 |
| Frankrijk | Andere | 9 | |
| Spanje | Subsidie voor de culturele sector | 58 | |
| Nederland | Tegemoetkoming vaste lasten (TVL) | -834 | |
| Nederland | Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren (TOGS) | 40 | |
| Luxemburg | Steun voor niet gedekte kosten en andere | 355 | |
| Zwitserland | Andere | 91 | |
| TOTAAL | 2 075 | 771 |
Als gevolg van de wereldwijde uitbraak van het Coronavirus, zag Kinepolis zich genoodzaakt de meeste van haar bioscopen opnieuw te sluiten in het najaar van 2020. Door de sluiting van het merendeel van de locaties viel een groot deel van de omzet weg gedurende verscheidene maanden in het voorjaar van 2021. Slechts vanaf de maanden mei en juni 2021 werden de meeste van de bioscopen opnieuw geopend, dit met wisselende beperkingen. Dit heeft een ernstige impact op de financiële resultaten van de Groep in de eerste jaarhelft van 2021.
De strategie en aard van de Onderneming, gekenmerkt door een maximale variabilisering van kosten, een stevige vastgoedpositie, waarbij een groot deel van het bioscoopvastgoed in eigendom is, een gedecentraliseerde organisatie en 'facts-and-figures'-gedreven bedrijfscultuur, helpen Kinepolis Group deze crisis optimaal te managen.
Op korte termijn is Kinepolis afhankelijk van de beschikbaarheid en timing van content. Daarnaast zijn er in de meeste landen beperkingen op het maximum aantal klanten in de zalen als gevolg van de Covid-19 pandemie. Door de grootte van de zalen en de historische bezettingsgraad is dit voor het grootste deel van de voorstellingen geen beperking. Zonder bijkomende maatregelen kan meer dan 80% van de klanten ontvangen worden. Door te spelen met voorstellingsuren en de programmatie kan dit percentage zelfs nog substantieel verhoogd worden tot boven de 90%. De bioscoopactiviteit kenmerkt zich immers door een zeer volatiele bezetting gedurende namiddagen en avonden, weekdagen en weekends, feestdagen en vakantiedagen. Een aanpassing van de filmprogrammatie waarbij films met meer vraag op topdagen in meerdere zalen tegelijkertijd worden geprogrammeerd, en het inlassen van zo nodig meer vertoningen laat Kinepolis toe het aantal bezoekers dat we kunnen realiseren te optimaliseren, met respect voor de Covid-19 capaciteitsbeperkingen. Tevens kan verwacht worden dat de klant die geconfronteerd wordt met een uitverkochte voorstelling voor een andere voorstelling zal kiezen. Aldus zouden we aan een groot deel van de vraag moeten kunnen voldoen, ondanks de opgelegde beperkingen. Hiermee wordt de verkeerde interpretatie dat een beperking van de zitcapaciteit tot een evenredige reductie van de bezoekers leidt ontkracht. Zo kunnen bijvoorbeeld belangrijke blockbusters op hetzelfde moment in meerdere zalen van het complex afgespeeld worden om iedereen de filmbeleving ten volle te kunnen aanbieden.
De bioscoopsector wordt tevens indirect getroffen doordat de Hollywood-filmstudio's, vorig jaar en in de eerste maanden van dit jaar, geconfronteerd waren met een belangrijke beperking van hun distributiecapaciteit voor hun blockbusters, doordat in veel landen de bioscopen tot voor kort gesloten bleven en in de rest van de wereld belangrijke capaciteitsbeperkingen gelden voor de bioscopen die wel open zijn. Bijgevolg werden vrijwel alle blockbusters qua (theatrical) release uitgesteld naar de tweede helft van 2021 en zelfs 2022. In 'normale' omstandigheden realiseert Kinepolis Group 80% van haar tickets met blockbusters.
In de weken dat de Kinepolis-bioscopen open waren in de eerste helft van het jaar werd ongeveer 30% van de bezoekersaantallen ten opzichte van 2019 gerealiseerd. In de maand juni was dit reeds 50% en in juli zelfs meer dan 60%. Vanaf eind juni startte Hollywood terug volop met de release van haar blockbusters. In Europa ondersteunt het aanbod van lokale films ook de vraag.
De klantensatisfactie (Kinepolis organiseert een permanente klantenbevraging) ligt boven de 85%, de 'Net Promotor Score' voor Kinepolis als 'brand' ligt duidelijk hoger dan voor de crisis. Klantenonderzoek in diverse landen toont aan dat de consumentenvraag overeind blijft en de intentie tot bioscoopbezoek er absoluut is en blijft.
Kinepolis ziet op dit moment geen reden om te verwachten dat het business model op langere termijn gevolgen zal ondervinden, en beschouwt de impact van de Covid-19 pandemie op dit moment nog steeds als een impact op korte termijn dat de onderliggende parameters van haar business model niet substantieel wijzigt.
Eind 2020 werd er, zoals elk jaar, nagegaan of er geen indicaties waren die duidden op een mogelijke waardevermindering van de niet-financiële activa. Hierbij werd zoals elk jaar rekening gehouden met de economische situatie, de verwachte evolutie van de bezoekcijfers, de EBITDA, de vrije kasstroom en de componenten die de door de Groep vooropgestelde gewogen gemiddelde kost van het vermogen bepalen, met name de risicovrije rentevoet, de marktrisicopremie en de kost van het vreemd vermogen. Echter, gegeven de gezondheidscrisis veroorzaakt door Covid-19, werd voor de testen van 2020 Covid-19 globaal als een mogelijke waardeverminderingstrigger geïdentificeerd voor alle kasstroomgenererende eenheden en werd de jaarlijkse bijzondere waardeverminderingsoefening omwille van de pandemie uitgebreid met bijkomende scenario-analyses bovenop de normale sensitiviteitsanalyses. Per 30 juni 2021 werd deze oefening opnieuw gemaakt, rekening houdende met de werkelijke resultaten van de eerste jaarhelft en een herziening van de verwachtingen voor de tweede jaarhelft voor jaar één van de kasstroominschatting.
Elk jaar wordt de data van het budget voor het volgende jaar als basis genomen voor de komende 20 jaar voor alle kasstroom genererende eenheden:
- De bezoekcijfers, die de belangrijkste driver zijn, worden gebaseerd op een budget voor het volgende jaar dat uitgaat van een fictief laag bezoekersaantal (-5% bezoekers ten opzichte van het vorige jaar). Deze oefening wordt in principe jaarlijks gemaakt en heeft als doel de Onderneming naar maatregelen te laten zoeken om de winstgevendheid te verhogen en daardoor het break-evenpunt te verlagen. De Onderneming gaat er niet van uit dat de bezoekers met 5% gaan dalen, maar door te werken met deze bezoekersevolutie worden de operationele entiteiten van de Groep gedwongen na te denken hoe zij de contributie per bezoeker en in totaal kunnen verhogen om het verschil in bezoekers te compenseren. Door dit budget ook te gebruiken in de waardeverminderingstesten, wordt er bijgevolg uitgegaan van een voorzichtig budget;
- Voor alle andere drivers wordt tevens uitgegaan van het budget voor het komende jaar, inclusief alle verbeteringen en optimaliseringen die hierin voorzien zijn, onder meer met verbeteringen in de productmix en lancering van nieuwe producten, efficiënter plannen van personeel, de impact van onderhandelingen van contracten met leveranciers en dergelijke meer;
- De EBITDA groeit jaarlijks met 1%, dit wordt voor alle landen toegepast en voor elke kasstroomgenererende eenheid. Dit is enkel bedoeld ter compensatie van inflatie waarbij de EBITDA marge constant blijft. De 1% is een conservatieve benadering vermits dit minder is dan de lange termijn inflatieverwachting en de historische evolutie;
- De assumpties omtrent vervangingsinvesteringen zijn gebaseerd op historische ratio's en worden gedifferentieerd naargelang het gaat om gebouwen in eigendom of in huur. De bedragen worden bepaald op basis van de groepsrichtlijnen die door alle landen dienen gevolgd te worden. Deze bedragen worden jaarlijks verhoogd met 1% voor alle landen.
Als gevolg van de later dan voorziene heropening van de complexen in het tweede kwartaal van 2021 en de opgelegde beperkingen bij heropening werd er per 30 juni 2021 een update uitgevoerd van de bijzondere waardeverminderingstesten van einde 2020 om na te gaan of er indicaties zijn die duiden op een mogelijke waardevermindering van nietfinanciële activa. Hierbij werd onder andere rekening gehouden met de economische situatie, de impact van de opgelegde beperkingen na heropening, de evolutie van de bezoekcijfers in de daaropvolgende maanden en de EBITDA.
Het eerste scenario is het base case scenario dat nu rekening houdt met de werkelijke bezoekersaantallen voor de eerste jaarhelft van 2021 en uitgaat van een geleidelijk herstel vanaf de tweede jaarhelft van 2021 van de operationele kasstroom. In 2022 gaan we nog uit van een beperkte impact op de operationele kasstroom, vanaf 2023 halen we terug het normale activiteitsniveau. Dit is het basis scenario dat gebruikt wordt voor de bijzondere waardeverminderingsanalyse.
Voor 2021 nemen we de assumptie dat het herstel in de tweede jaarhelft geleidelijk evolueert richting 50% tot 70% van de pre-Covid verwachte bezoekers en EBITDA, afhankelijk van de regio en rekening houdend met de evolutie van de bezoekcijfers tijdens de eerste maanden na heropening in 2021. Vanaf 2022 en later evolueren we van 80% tot 100% van de bezoekersaantallen en EBITDA pre-Covid, dit uit voorzichtigheid, aangevuld met de verwachte bezoekersaantallen voor de nieuw gebouwde bioscopen. Vanaf 2023 is de assumptie genomen dat er teruggekeerd wordt tot een normaal activiteitsniveau.
In het pessimistisch scenario, wat een sensitiviteitsanalyse is op het basis scenario, houden we tevens rekening met de werkelijke bezoekersaantallen van de eerste jaarhelft van 2021 maar gaan we uit van een veel trager herstel in de tweede jaarhelft en verwachten we pas tegen het vierde kwartaal van 2021 een herstel van de bezoekcijfers en EBITDA. Vanaf 2022 starten we en evolueren we van 75% tot 85% van de bezoekersaantallen pre-Covid, of een permanent effect van 15% op de bezoekersaantallen als negatieve simulatie, aangevuld met de verwachte bezoekersaantallen voor de nieuw gebouwde bioscopen.
Net zoals in 2019 werd er voor de testen per einde 2020 en juni 2021 rekening gehouden met de impact van de implementatie van IFRS 16, wat hierna verder toegelicht wordt in de verschillende componenten van de bijzondere waardeverminderingstest.
Omwille van het feit dat MJR Digital Cinemas in de Verenigde Staten slechts enkele maanden voor de eerste Covid-19 lockdown werd overgenomen, werd er nog geen verbeterpotentieel voor dit land opgenomen in de budget assumpties.
Als gevolg van de uitgevoerde waardeverminderingstesten werd in het base case scenario ook na de update per 30 juni 2021 geen bijzondere waardevermindering vastgesteld, enkel voor de Verenigde Staten werd er een beperkte ruimte vastgesteld.
Ook in het pessimistisch scenario wordt er voor geen enkel land een bijzondere waardevermindering vastgesteld, uitgezonderd wat betreft de Verenigde Staten. Het testresultaat van de Verenigde Staten is negatief in het pessimistisch scenario ten bedrage van 17,1 miljoen USD. Hier wordt echter nog geen rekening gehouden met het verbeterpotentieel dat nog dient ontsloten te worden.
Het management volgt de bijzondere waardeverminderingstesten, zoals steeds, op landniveau op. Dit is tevens het niveau waarop de organisatie wordt opgevolgd voor interne beheer doeleinden.
De kasstromen van de Groep worden per land gegenereerd:
- De filmprogrammatie en de onderhandelingen met de distributeurs gebeuren op landniveau;
- De managementstructuren zijn op landniveau georganiseerd;
- Een groot deel van de verkoop van toegangsbewijzen verloopt via websites die per land georganiseerd zijn;
- De prijszetting van de tickets, dranken en versnaperingen gebeurt per land;
- De filmhuur wordt op landniveau onderhandeld;
- Marketingtussenkomsten door distributeurs worden op landniveau onderhandeld;
- Schermreclame wordt op landniveau beheerd;
- De verkoop van vouchers verloopt via de business-to-business verkoopteams. Het gebruik van de vouchers door de klanten verloopt via de centrale back-office systemen op landniveau;
- De business-to-business evenementen worden zowel op cinema- als op landniveau georganiseerd.
Bij het uitvoeren van de bijzondere waardeverminderingstesten werd de gebruikswaarde in beschouwing genomen. De gebruikswaarde werd voor alle kasstroomgenererende eenheden bepaald door het verdisconteren van de toekomstige kasstromen berekend over de periode van 2021 tot 2040, gebaseerd op het budget voor 2020 met aanpassingen binnen de vooropgestelde scenario's. Echter door de impact van IFRS 16, die van toepassing is sinds 2019, is de definitie van de toekomstige kasstromen gewijzigd en werd als uitgangspunt voor het bepalen van de toekomstige kasstromen de EBITDA genomen die door de impact van de implementatie van IFRS 16 onder meer de huurbetalingen voor gehuurde complexen niet meer bevat. Hierdoor stijgt de gebruikswaarde van de geteste activa. Om dit te compenseren werd in de bijzondere waardeverminderingsberekeningen de leaseverplichting, die ontstaat door deze huurverplichtingen onder IFRS 16, in mindering gebracht van de gebruikswaarde. De toekomstige kasstromen worden over een periode van 20 jaar berekend, daar de Groep een groot deel van haar vastgoed in eigendom heeft en hierdoor zeker is van de exploitatie op lange termijn. Bij de berekening van de leaseverplichting moet uitgegaan worden van de resterende huurtermijn, inclusief eventuele verlengingen. In geval de berekening van de leaseverplichting uitging van een andere termijn dan de vooropgestelde assumptie van 20 jaar, werd de berekening van de leaseverplichting aangepast naar 20 jaar.
Voor het bepalen van de boekwaarde van de niet-financiële activa of de 'carrying amount' van de kasstroomgenerende eenheden werd de impact van IFRS 16 eveneens in rekening gebracht waarbij de recht-op-gebruik activa evenals de leaseverplichting onderdeel zijn van de carrying amount.
Er wordt geen rekening gehouden met een terminale waarde na 20 jaar, in afruil hiervan wordt de netto-boekwaarde van het land niet meegenomen in de test.
De projecties worden uitgevoerd in de functionele munteenheid van de landen en verdisconteerd aan de vooropgestelde gewogen gemiddelde kost van het vermogen van de landen. Door de implementatie van IFRS 16 was een meer gediversifieerde benadering van de vooropgestelde gewogen gemiddelde kost van het vermogen op landniveau noodzakelijk omdat het vreemd vermogen vanaf 2019 ook de leaseverplichtingen van het land bevat en de toekomstige kasstromen verdisconteerd worden aan de gewogen gemiddelde kost van het vermogen terwijl de recht-op-gebruik activa berekend werden op basis van een discontovoet. Om dit meer in lijn te brengen werd bij de berekening van de gewogen gemiddelde kost van het vermogen op landniveau rekening gehouden met een land specifieke vreemd vermogen/eigen vermogen ratio waarbij het vreemd vermogen ook de leaseverplichting van het land bevat. De vooropgestelde gewogen gemiddelde kost van het vermogen bedraagt 6,34% voor België, 6,06% voor Frankrijk, 3,98% voor Canada, 5,37% voor Spanje, 6,00% voor Nederland, 5,37% voor de Verenigde Staten, 6,35% voor Luxemburg, 6,53% voor Zwitserland en 6,80% voor Polen en werd bepaald op basis van volgende theoretische parameters:
| 31/12/2020 & 30/06/2021 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| RISICOVRIJE RENTEVOET |
MARKTRISICO PREMIE |
BETA | VOOROPGESTELDE KOST VREEMD VERMOGEN(1) |
KOST VAN HET EIGEN VERMOGEN |
VREEMD VERMOGEN / EIGEN VERMOGEN |
|
| België | 0,75% | 6,88% | 1,13 | 2,70% | 8,50% | 33,37% |
| Frankrijk | 0,75% | 6,88% | 1,13 | 2,70% | 8,50% | 37,50% |
| Canada | 0,75% | 6,88% | 1,13 | 2,70% | 8,50% | 69,57% |
| Spanje | 0,75% | 6,88% | 1,13 | 2,70% | 8,50% | 48,32% |
| Nederland | 0,75% | 6,88% | 1,13 | 2,70% | 8,50% | 38,60% |
| Verenigde Staten | 0,80% | 6,88% | 1,13 | 2,70% | 8,55% | 48,62% |
| Luxemburg | 0,75% | 6,88% | 1,13 | 2,70% | 8,50% | 33,27% |
| Zwitserland | 0,75% | 6,88% | 1,13 | 2,70% | 8,50% | 31,82% |
| Polen | 1,20% | 6,88% | 1,13 | 2,70% | 8,95% | 31,82% |
(1) Voor belastingen
De verhouding vreemd vermogen ten opzichte van eigen vermogen is gedifferentieerd per land door de impact van leaseverplichtingen onder IFRS 16 op landniveau. Het eigen vermogen is gebaseerd op de enterprise value van de Onderneming en dus niet op het geconsolideerde eigen vermogen. De parameters van de gewogen gemiddelde kost van het vermogen worden jaarlijks getoetst op basis van de assumpties gehanteerd door de analisten die het aandeel van de Groep volgen waarbij tevens rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden per land. Voor marktrisicopremie en beta werd uitgegaan van het gemiddelde dat gehanteerd wordt door de analisten. Voor risicovrije rentevoet werd eveneens uitgegaan van het gemiddelde van de analisten behalve wanneer de risicovrije rentevoet van het land hoger was zoals in Polen en de Verenigde Staten. Op deze manier werd de berekening van de gewogen gemiddelde kost van het vermogen in belangrijke mate gealigneerd met de berekening hiervoor van de analisten en werd er tevens nog een extra marge toegevoegd.
De berekening van de gewogen gemiddelde kost van het vermogen werd niet aangepast ten opzichte van de berekeningen per einde jaar 2020. De gewogen gemiddelde kost van het vermogen voor belastingen is 6,56% voor België, 6,32% voor Frankrijk, 4,46% voor Canada, 5,70% voor Spanje, 6,26% voor Nederland, 5,70% voor de Verenigde Staten, 6,57% voor Luxemburg, 6,65% voor Zwitserland en 6,96% voor Polen. Deze percentages voor belastingen wijken niet sterk af van de iteratieve berekening.
Er werden tevens sensitiviteitsanalyses uitgevoerd met betrekking tot de verschillende gehanteerde parameters van de gewogen gemiddelde kost van het vermogen. Omwille van de Covid-19 pandemie werd de bijzondere waardeverminderingstest (het base case scenario) net zoals in het boekjaar 2020 nog uitgebreid met een bijkomende sensitiviteitsanalyse, meer bepaald het pessimistisch scenario.
In het base case scenario werd in één van de analyses de gehanteerde kost van het vreemd vermogen verhoogd van 2,70% naar 5,50% en dus meer dan verdubbeld, wat zou leiden tot een stijging van de gewogen gemiddelde kost van het vermogen die varieert tussen 70 basispunten en 145 basispunten. Dit zou slechts aanleiding kunnen geven tot een mogelijke waardevermindering in één land, namelijk de Verenigde Staten en dit ten bedrage van 9,7 miljoen USD. In alle andere landen is er bij een stijging van de kost van het vreemd vermogen naar 5,50% nog geen probleem.
In één van de analyses onder het pessimistisch scenario ontstaat slechts bij een stijging van de gehanteerde kost van het vreemd vermogen van 2,70% naar 4,50% een bijkomende waardevermindering in Canada van 9,1 miljoen CAD, naast de mogelijke waardevermindering in de Verenigde Staten. In het pessimistisch scenario leidt een wijziging van de gehanteerde kost van het vreemd vermogen van 2,70% naar 4,50% tot een stijging van de waardevermindering van de Verenigde Staten van 17,1 miljoen USD naar 26,2 miljoen USD.
Het management meent dat de veronderstellingen gebruikt in de bijzondere waardeverminderingstesten de beste inschattingen geven van de toekomstige ontwikkelingen en is van mening dat geen redelijkerwijze mogelijke verandering in eender welke van de voornaamste veronderstellingen zou leiden tot een boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden die hun realiseerbare waarde materieel zou overstijgen, met uitzondering van de Verenigde Staten in de pessimistische sensitiviteitsanalyse. Als gevolg van de uitgevoerde waardeverminderingstesten werd geen bijzondere waardevermindering vastgesteld, enkel voor de Verenigde Staten werd er een beperkte ruimte vastgesteld.
Zie afzonderlijke tabel
In onderstaande tabel ziet u een opsplitsing van de opbrengsten per activiteit, product of dienst die de Groep aanbiedt:
| IN '000 € | 30/06/2021 | 30/06/2020 |
|---|---|---|
| Box Office | 17 265 | 62 444 |
| In-theatre Sales | 10 883 | 32 353 |
| Business-to-Business | 3 199 | 10 395 |
| Brightfish | 332 | 1 387 |
| Filmdistributie | 856 | 1 115 |
| Technische afdeling | 31 | 5 |
| TOTAAL IFRS 15 | 32 566 | 107 699 |
| Vastgoed | 4 220 | 4 876 |
| TOTAAL | 36 786 | 112 575 |
De Groep heeft als doelstelling zich te verzekeren van voldoende financiering voor de lange termijn. De financieringsbehoefte wordt bepaald aan de hand van het strategische langetermijnplan. Om de continuïteit en flexibiliteit in de financiering te kunnen waarborgen wordt gebruik gemaakt van diverse kredietvormen zoals obligaties, kredietlijnen en bankleningen. De liquiditeit van de Groep wordt beheerd door de in-house bank, Kinepolis Financial Services NV.
De strategie en aard van de Onderneming, gekenmerkt door een maximale variabilisering van kosten, een stevige vastgoedpositie, waarbij een groot deel van het bioscoopvastgoed in eigendom is, een zelflerende organisatie en 'factsand-figures'-gedreven bedrijfscultuur, hebben Kinepolis geholpen om snel en doortastend te antwoorden op de huidige crisis. De Groep heeft de voorbije maanden diverse maatregelen getroffen, met het oog op het beschermen van haar klanten, medewerkers en het bedrijf, in het licht van de Covid-19 pandemie en de door de overheden getroffen maatregelen.
Kinepolis heeft er alles aan gedaan om haar kosten maximaal en op heel korte termijn aan te passen aan de impact van het Covid-19 virus op haar activiteiten. Tot de genomen maatregelen behoren onder meer een drastische afschaling van het aantal actieve medewerkers, hierbij beroep doend op de steunmaatregelen in elk land, zowel in bioscopen als op het niveau van ondersteunende diensten in nationale en internationale hoofdkantoren. Daarnaast werden diverse maatregelen genomen om het cashverbruik te beperken, zoals het onderhandelen met leveranciers en eigenaars van gehuurde bioscopen met het oog op financiële tegemoetkomingen naar aanleiding van de beperking of sluiting van de activiteiten, alsook het maximaal uitstellen van alle investeringen, op de nieuwbouwprojecten in uitvoering na.
Bij de aanvang van 2021 beschikte Kinepolis Group over € 171,0 miljoen aan liquiditeit bestaande uit liquide middelen en beschikbare kredietlijnen, inclusief het nieuwe krediet van € 80,0 miljoen afgesloten begin januari 2021. Om zich voor te bereiden op een langer uitblijven van een volwaardige herneming van haar activiteiten, is Kinepolis bij haar huisbankiers een bijkomend krediet aangegaan op 8 januari 2021 ten bedrage van € 80,0 miljoen met een looptijd van 3 jaar, met een variabel intrestpercentage. Omwille van haar sterke balans, de doorgedreven kostenbeheersing, de aanzienlijke vastgoedpositie en de ondersteuning van een 80%-staatsgarantie verstrekt door Gigarant in België, is Kinepolis erin geslaagd het bijkomend krediet tegen aantrekkelijke commerciële voorwaarden af te sluiten.
Een sterk kostenmanagement, ondersteund door de belangrijke vastgoedpositie van de Groep, maakt dat Kinepolis zelfzeker door de crisis laveert en nog gedurende een ruime periode de negatieve effecten van de Covid-19 pandemie aankan. In dit kader hebben de financiële instellingen tevens de opschorting van de kredietconvenanten ('covenant holiday') verlengd tot 30 juni 2022. In 2020 werd er reeds een opschorting verkregen tot 30 juni 2021.
Kinepolis beschikt zodoende, dankzij de genomen maatregelen, over voldoende liquide middelen om deze crisis het hoofd te bieden. De voorbije jaren voerde Kinepolis een voorzichtig financieel beleid. Dit heeft ertoe geleid dat er een gemiddelde looptijd is van 4,15 jaar van de uitstaande financiële verplichtingen. De eerstvolgende belangrijke terugbetaling van haar obligaties zal pas plaatsvinden eind januari 2022 (€ 61,4 miljoen).
De Groep blijft maatregelen nemen om de impact op alle kostenniveaus, inclusief de vaste kosten, en uitgaande kasstromen verder te reduceren. Per 30 juni 2021 bedroegen de beschikbare financiële middelen € 141,9 miljoen en kan Kinepolis nog steeds meer dan een jaar overbruggen in gesloten toestand. Eind juli bedroegen de beschikbare financiële middelen reeds meer dan € 174,3 miljoen, onder meer dankzij het operationele resultaat van de maanden juni en juli, een gedeeltelijk herstel van het werkkapitaal en een belastingteruggave in België (het zogenaamde 'carry back' systeem) ten bedrage van € 6,4 miljoen.
De volgende tabel geeft de contractuele looptijden weer van de niet-verdisconteerde financieringsverplichting op 30 juni 2021, inclusief geschatte rentebetalingen:
| IN '000 € | 30/06/2021 | |||
|---|---|---|---|---|
| < 1 JAAR | 1-5 JAAR | > 5 JAAR | TOTAAL | |
| Private plaatsing obligaties | 73 656 | 137 032 | 299 958 | 510 646 |
| Publieke obligatielening | 635 | 16 513 | 17 148 | |
| Handelsschulden | 53 611 | 53 611 | ||
| Leningen bij kredietinstellingen (1) | 21 693 | 92 744 | 114 437 | |
| Bankoverschrijdingen | 2 | 2 | ||
| Niet afgeleide financiële passiva | 149 597 | 246 289 | 299 958 | 695 844 |
| Renteswaps | 58 | 58 | ||
| Afgeleide financiële instrumenten | 58 | 58 | ||
| TOTAAL | 149 597 | 246 347 | 299 958 | 695 902 |
(1) Het roll-over krediet, met een openstaande trekking van € 10,0 miljoen per 30 juni 2021, wordt gepresenteerd als korte termijn. Dit betreft geen werkelijke betalingsverplichting daar het krediet heropgenomen kan worden.
De volgende tabel geeft de contractuele looptijden weer van de niet-verdisconteerde financieringsverplichting op 31 december 2020, inclusief geschatte rentebetalingen:
| IN '000 € | 31/12/2020 | |||
|---|---|---|---|---|
| < 1 JAAR | 1-5 JAAR | > 5 JAAR | TOTAAL | |
| Private plaatsing obligaties | 12 256 | 201 176 | 299 958 | 513 390 |
| Publieke obligatielening | 635 | 17 148 | 17 783 | |
| Handelsschulden | 56 607 | 56 607 | ||
| Leningen bij kredietinstellingen (1) | 77 454 | 10 360 | 87 814 | |
| Bankoverschrijdingen | 112 | 112 | ||
| Niet afgeleide financiële passiva | 147 064 | 228 684 | 299 958 | 675 706 |
| Renteswaps | 87 | 87 | ||
| Afgeleide financiële instrumenten | 87 | 87 | ||
| TOTAAL | 147 064 | 228 771 | 299 958 | 675 793 |
(1) Het roll-over krediet, met een openstaande trekking van € 66,5 miljoen per 31 december 2020 wordt gepresenteerd als korte termijn. Dit betreft geen werkelijke betalingsverplichting daar het krediet heropgenomen kan worden.
Per 30 juni 2021 was er een openstaande trekking voor € 10,0 miljoen op een bestaande kredietfaciliteit van de Groep met een variabele rentevoet van 1,75%.
Kinepolis dient enkel op haar bancaire schuld voorwaarden met betrekking tot onder meer de maximale schuldgraad na te leven (convenanten). Dit gaat over het roll-over krediet ten bedrage van € 120,0 miljoen (met een openstaande trekking van € 10,0 miljoen) en een termijnlening van € 20,3 miljoen per 30 juni 2021. Ook het nieuwe krediet, aangegaan begin januari 2021, ten bedrage van € 80,0 miljoen valt onder deze convenanten. Op het merendeel van de overige schulden zijn er geen convenanten van toepassing. Enkel op de private plaatsing van 2019 is er een intrestverhoging bij het overschrijden van een bepaalde schuldratio.
Ten gevolge van de Covid-19 pandemie heeft Kinepolis een akkoord bereikt met haar financiële instellingen tot de opschorting van de kredietconvenanten ('covenant holiday') tot 30 juni 2022. Dit houdt in dat onder meer de voorwaarden met betrekking tot de maximale schuldgraad ten opzichte van de EBITDAL, zijnde EBITDA aangepast voor huur, tijdelijk opgeschort worden tot de halfjaarcijfers van 30 juni 2022. Deze voorwaarden, die enkel gelden voor de bancaire schuld, worden onder meer vervangen door een liquiditeitsconvenant, die inhoudt dat de som van de beschikbare cash en bevestigde kredietlijnen minimaal € 30,0 miljoen moet zijn gedurende de looptijd van deze 'covenant holiday'. Het bijkomende nieuwe krediet van € 80,0 miljoen voorziet, in lijn met de bestaande bancaire kredieten, in een aantal voorwaarden die de vervreemding van activa, overnames en uitkering van dividenden beperken, boven een financiële schuldgraad van 3,75.
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een regelmatige transactie, tussen ter zake goed geïnformeerde en tot een transactie bereid zijnde partijen volgens het arm's length principe.
De volgende tabel geeft de zuivere reële waarde en de boekwaarde weer van de belangrijkste intrestdragende financiële schulden (gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs).
| IN '000 € | 30/06/2021 | 31/12/2020 | ||
|---|---|---|---|---|
| BOEKWAARDE | REËLE WAARDE |
BOEKWAARDE | REËLE WAARDE |
|
| Private plaatsing obligaties – vaste rentevoet | 446 000 | 446 000 | 446 000 | 446 000 |
| Publieke obligatielening – vaste rentevoet | 15 878 | 15 878 | 15 878 | 15 878 |
| Rentedragende leningen – variabele rentevoet | 110 256 | 110 256 | 86 756 | 86 756 |
| Bankoverschrijdingen | 2 | 2 | 112 | 112 |
| Transactiekosten herfinanciering | -2 177 | -2 177 | - 2 153 | - 2 153 |
| TOTAAL | 569 959 | 569 959 | 546 593 | 546 593 |
Per 30 juni 2021 en 31 december 2020 ligt de reële waarde in lijn met de nominale waarde gegeven de illiquiditeit van de markt. Dit werd ook gereflecteerd in de aantrekkelijke commerciële voorwaarden van de nieuwe lening van € 80,0 miljoen begin januari 2021.
Voor de andere niet-afgeleide financiële activa en passiva, uitgezonderd leaseverplichtingen, (gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs) is de reële waarde gelijk aan de boekwaarde.
| IN '000 € | TERREINEN & GEBOUWEN |
AUTO'S | IN-THEATRE SALES |
PROJECTIE MATERIAAL |
TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | 404 582 | 5 120 | 958 | 3 554 | 414 214 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
-48 006 | -2 451 | -466 | -810 | -51 733 |
| NETTO-BOEKWAARDE 31/12/2020 | 356 576 | 2 669 | 492 | 2 744 | 362 481 |
| Nieuwe leaseovereenkomsten | 79 | 29 | 149 | 257 | |
| Aanpassingen | 932 | 570 | 1 502 | ||
| Afschrijvingen | -12 645 | -686 | -135 | -261 | -13 727 |
| Effect van wisselkoersbewegingen | 14 208 | 28 | 79 | 14 315 | |
| Aanschaffingswaarde | 421 546 | 5 300 | 1 047 | 3 807 | 431 700 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
-62 475 | -2 669 | -633 | -1 096 | -66 872 |
| NETTO-BOEKWAARDE 30/06/2021 | 359 071 | 2 632 | 414 | 2 711 | 364 827 |
| IN '000 € | TOTAAL |
|---|---|
| NETTO-BOEKWAARDE 31/12/2020 | 393 612 |
| Nieuwe leaseovereenkomsten | 108 |
| Intrest | 5 205 |
| Terugbetaling | -8 118 |
| Kwijtschelding van leasebetalingen aan de leasenemer | -7 387 |
| Aanpassingen | 2 591 |
| Effect van wisselkoersbewegingen | 15 805 |
| NETTO-BOEKWAARDE 30/06/2021 | 401 815 |
De nieuwe leaseovereenkomsten omvatten nieuwe leaseovereenkomsten voor wagens (€ 0,1 miljoen), RealD 3Dapparatuur (€ 0,1 miljoen) en in-theatre sales materiaal (€ 0,0 miljoen).
De RealD 3D-apparatuur dat de Groep gebruikt, wordt opgenomen onder de recht-op-gebruik activa (€ 2,7 miljoen). Daar deze activa volledig vooruitbetaald zijn, is er geen openstaande leaseverplichting voor deze activa.
Een aantal bestaande leaseovereenkomsten voor terreinen en gebouwen werden aangepast, voornamelijk door wijzigingen aan de contractuele looptijd en door indexaties van toekomstige huurbedragen. Er zijn ook aanpassingen geweest in de contracten van de wagens. Daarnaast heeft de Groep investeringsbijdragen voor reeds bestaande contracten ontvangen die in mindering gebracht zijn van de recht-op-gebruik activa voor € 1,1 miljoen.
Dit alles heeft geleid tot een aanpassing van de leaseverplichtingen voor € 2,6 miljoen en een aanpassing van de rechtop-gebruik activa van € 1,5 miljoen.
Als gevolg van de Covid-19 pandemie heeft de Groep voor een deel van de leaseovereenkomsten, hoofdzakelijk gerelateerd aan terreinen en gebouwen, huurconcessies van de leasegever ontvangen. Deze huurconcessies, die een direct gevolg zijn van de Covid-19 pandemie, omvatten een volledige of gedeeltelijke kwijtschelding of betalingsuitstel van de leaseverplichtingen en hebben grotendeels betrekking op de periode van de sluiting van de bioscopen. Enkele huurconcessies omvatten ook een gedeeltelijke kwijtschelding of betalingsuitstel voor toekomstige perioden.
De Groep maakt gebruik van het optionele praktische hulpmiddel in de wijziging in IFRS 16 omtrent Covid-19 gerelateerde huurconcessies. Dankzij deze wijziging in IFRS 16 worden huurconcessies, die een direct gevolg zijn van de Covid-19 pandemie, en voldoen aan de gestelde voorwaarden, verwerkt alsof het geen huuraanpassingen zijn. De huurconcessies worden dus verwerkt als negatieve variabele huur en worden bijgevolg direct opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening, onder 'Overige bedrijfsopbrengsten', onderdeel van 'Bedrijfsresultaat'. Per 30 juni 2021 bedragen de totale huurconcessies als gevolg van Covid-19, opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening, € 7,4 miljoen (30 juni 2020: € 3,9 miljoen).
Indien de huurconcessies niet voldoen aan de gestelde voorwaarden worden deze verwerkt als huuraanpassingen aan bestaande leaseovereenkomsten, met een aanpassing van de leaseverplichtingen en de recht-op-gebruik activa als gevolg. Hierdoor omvatten de aanpassingen per 30 juni 2021 een stijging van € 0,9 miljoen van de leaseverplichtingen en recht-op-gebruik activa. Deze aanpassingen bevatten enerzijds de ontvangen huurconcessies, en anderzijds bijkomende substantieve wijzigingen aan de voorwaarden van de leaseovereenkomst, zoals een verlenging van de contractuele looptijd.
Per 30 juni 2021 heeft de Groep € 13,7 miljoen (30 juni 2020: € 13,9 miljoen) afschrijvingen op recht-op-gebruik activa en € 5,2 miljoen (30 juni 2020: € 5,3 miljoen) intresten op leaseverplichtingen opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening.
De Groep heeft per 30 juni 2021 € 8,1 miljoen leaseverplichtingen (30 juni 2020: € 12,8 miljoen) terugbetaald, waarvan € 5,2 miljoen (30 juni 2020: € 5,3 miljoen) intresten. Zonder de huurconcessies als gevolg van Covid-19, zou de terugbetaling van leaseverplichtingen per 30 juni 2021 € 15,5 miljoen (30 juni 2020: € 16,7 miljoen) bedragen. In het geconsolideerd kasstroomoverzicht kan dit teruggevonden worden onder de 'Kasstroom uit financieringsactiviteiten'.
De volgende tabel geeft de contractuele looptijden weer van de niet-verdisconteerde leaseverplichting op 30 juni 2021 en 31 december 2020:
| IN '000 € | 30/06/2021 | 31/12/2020 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 1 JAAR | 1-5 JAAR | > 5 JAAR | TOTAAL | < 1 JAAR | 1-5 JAAR | > 5 JAAR | TOTAAL | |
| Niet-verdisconteerde leaseverplichting |
38 372 | 127 575 | 326 048 | 491 995 | 35 948 | 122 521 | 326 591 | 485 059 |
Uitgestelde belastingvorderingen voor ongebruikte fiscale verliezen worden slechts erkend indien er toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn om deze verliezen te recupereren, gebaseerd op budgetten en inschattingen voor de komende vijf jaar. De budgetten en inschattingen werden verder uitgebreid naar toekomstige verwachte fiscale winsten om de recupereerbaarheid van de verliezen en tegoeden te analyseren.
Voor niet-gecompenseerde verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden ten bedrage van € 11,8 miljoen (31 december 2020: € 14,0 miljoen) werd geen uitgestelde belastingvordering opgenomen in de balans, aangezien het op basis van onze budgetten en inschattingen onwaarschijnlijk lijkt dat voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn in de voorzienbare toekomst om van het belastingvoordeel te kunnen genieten.
Voor niet-gecompenseerde verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden ten bedrage van € 124,9 miljoen (31 december 2020: € 103,1 miljoen) werd een uitgestelde belastingvordering opgenomen in de balans. De stijging is voornamelijk toe te wijzen aan het resultaat voor belastingen per 30 juni 2021, ten gevolge van de Covid-19 pandemie, in Canada en de Verenigde staten. Voor deze verliezen wordt het waarschijnlijk geacht dat voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn. De Groep baseert zich hierbij op de assumpties die gebruikt worden voor de bijzondere waardeverminderingstest. Voor de relevante assumpties, verwijzen we naar toelichting 7. Deze assumpties en inschattingen worden verder uitgebreid naar de toekomstige verwachte fiscale winsten om de recupereerbaarheid van de verliezen verder te analyseren.
Ten gevolge van de Covid-19 pandemie hebben sommige individuele entiteiten per 30 juni 2021 een negatief resultaat voor belastingen. De verwachting van de Groep is dat dit grotendeels gecompenseerd zal kunnen worden met een positief resultaat voor belastingen in de tweede helft van 2021, dankzij de heropstart van de activiteiten in het tweede kwartaal van 2021. De heropstart van de activiteiten is per 30 juni 2021 echter te recent om reeds een finale positie te kunnen innemen of de Groep het verlies al dan niet, deels of volledig, zal kunnen verrekenen tijdens 2021.
Voor deze entiteiten heeft de Groep beslist om per 30 juni 2021 geen uitgestelde, maar een actuele belastingvordering op te nemen. Voor de entiteiten waar reeds een uitgestelde belastingvordering voor niet-gecompenseerde verliezen erkend werd per 31 december 2020, blijft de Groep van oordeel dat de verliezen recupereerbaar zullen zijn in de toekomst.
Doorheen 2021 zal de Groep de fiscale verliezen van de entiteiten blijven opvolgen en analyseren. Per eind 2021 zal de actuele belastingvordering ofwel gecompenseerd worden met de winstbelastingen op het resultaat voor belastingen van de tweede helft van 2021, of zal er een uitgestelde belastingvordering erkend worden, indien de budgetten en inschattingen aantonen dat de fiscale verliezen voldoende recupereerbaar zullen zijn in de toekomst.
Er zijn geen bijkomende transacties met verbonden partijen naast deze vermeld in het jaarverslag 2020 (Deel III Financieel Rapport – Financieel Verslag – Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening - Toelichting 30).
Behoudens de bijkomende informatie die werd gegeven in het eerste deel van het persbericht, hebben er zich geen bijkomende belangrijke gebeurtenissen voorgedaan na 30 juni 2021.
Voor bijkomende informatie wordt verwezen naar het eerste deel van het persbericht.
Eddy Duquenne, CEO van Kinepolis Group NV, en Nicolas De Clercq, CFO van Kinepolis Group NV, verklaren dat, voor zover hen bekend, de verkorte tussentijdse geconsolideerde staten, die zijn opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards ("IFRS"), een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Kinepolis Group NV. Het tussentijds financiële verslag geeft een getrouw overzicht van de ontwikkeling en de resultaten van de Vennootschap en van de positie van de Groep.
Onderstaande woordenlijst bevat tevens Alternative Performance Measures (APM's) die als doel hebben de transparantie van de financiële informatie te bevorderen.
Bruto-resultaat
Opbrengsten – kostprijs van verkopen
Bedrijfsresultaat (EBIT)
Bruto-resultaat – verkoop- en marketingkosten – administratiekosten + overige bedrijfsopbrengsten – overige bedrijfskosten
Aangepast bedrijfsresultaat
Bedrijfsresultaat na eliminatie van aanpassingen; wordt gebruikt om het bedrijfsresultaat weer te geven uit de normale bedrijfsactiviteiten
EBITDA
Bedrijfsresultaat + afschrijvingen + waardeverminderingen + beweging in provisies
EBITDAL
EBITDA verminderd met de kost gerelateerd aan huurcontracten (excl. huurkortingen en gemeenschappelijke kosten)
Aangepaste EBITDA
EBITDA na eliminatie van aanpassingen; wordt gebruikt om de EBITDA weer te geven uit de normale bedrijfsactiviteiten
Aanpassingen
Tot deze categorie behoren hoofdzakelijk resultaten uit buitengebruikstelling van vaste activa, bijzondere waardeverminderingsverliezen op activa, voorzieningen en kosten met betrekking tot herstructureringen en overnames en overige bijzondere baten en lasten
Financieel resultaat
Financiële opbrengsten - financiële kosten
Effectief belastingpercentage
Winstbelastingen / resultaat voor belastingen
Aangepast resultaat
Resultaat over het boekjaar na eliminatie van aanpassingen; wordt gebruikt om het resultaat weer te geven uit de normale bedrijfsactiviteiten
Resultaat over het boekjaar, aandeel van de Groep
Resultaat over het boekjaar toe te rekenen aan aandeelhouders van de Vennootschap
Gewoon resultaat per aandeel
Resultaat over het boekjaar, aandeel van de Groep / (gemiddeld aantal uitstaande aandelen – gemiddeld aantal eigen aandelen)
Verwaterd resultaat per aandeel
Resultaat over het boekjaar, aandeel van de Groep / (gemiddeld aantal uitstaande aandelen – gemiddeld aantal eigen aandelen + aantal mogelijke nieuwe aandelen die moeten uitgegeven worden in het kader van bestaande aandelenoptieplannen x verwateringseffect van de aandelenoptieplannen)
Investeringen
Gekapitaliseerde investeringen in immateriële en materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen
Bruto financiële schuld
Financieringsverplichtingen op lange en korte termijn
Netto financiële schuld
Financiële schuld na aftrek van geldmiddelen en kasequivalenten en geldbeleggingen en tax shelter investeringen
Netto financiële schuld excl. leaseverplichtingen
Financiële schuld exclusief leaseverplichtingen na aftrek van geldmiddelen en kasequivalenten en geldbeleggingen en tax shelter investeringen
ROCE (Rendement op aangewend kapitaal)
Aangepaste EBIT / (gemiddelde vaste activa – gemiddelde uitgestelde belastingvorderingen + gemiddelde activa aangehouden voor verkoop + gemiddelde handelsvorderingen + gemiddelde voorraden – gemiddelde handelsschulden)
Current ratio
Vlottende activa / schulden op ten hoogste één jaar
Vrije kasstroom
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten – onderhoudsinvesteringen in immateriële en materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen – betaalde intrestlasten