AI assistant
JENSEN-GROUP N.V. — Annual Report 2025
Mar 27, 2026
3967_rns_2026-03-27_0751cb4e-f9ca-468d-99f1-75b3d65a6d2a.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
JENSEN
JENSEN-GROUP
JAARVERSLAG 2025
Het Nederlandse jaarverslag is de officiële versie van het jaarverslag. Er is eveneens een Engelstalige versie beschikbaar om de aandeelhouders ter wille te zijn. De overeenstemming tussen beide versies werd door JENSEN-GROUP op eigen verantwoordelijkheid gecontroleerd.
In dit rapport verwijst de term ‘JENSEN-GROUP’ en ‘de Groep’ naar JENSEN-GROUP NV en zijn dochterondernemingen, terwijl de termen ‘JENSEN-GROUP NV’, ‘het bedrijf’ of ‘de vennootschap’ verwijzen naar de holdingmaatschappij in België. De zakelijke activiteiten worden verricht via operationele dochterondernemingen verspreid over de hele wereld. De termen ‘we’, ‘onze’ en ‘ons’ worden gebruikt om de Groep te beschrijven.
STRATEGISCH RAPPORT
Inhoudstafel
STRATEGISCH RAPPORT ... 2
Bericht aan onze aandeelhouders ... 3
Kerncijfers ... 6
Strategie van JENSEN-GROUP ... 9
DUURZAAMHEIDSRAPPORT ... 14
Kader voor duurzaam ondernemen ... 15
Duurzaamheidsverklaring ... 16
1. Dubbele materialiteitsbeoordeling ... 18
2. Klimaatverandering – ESRS E1 ... 21
3. Verontreiniging – ESRS E2 ... 38
4. Water – ESRS E3 ... 48
5. Materiaalgebruik en circulaire economie – ESRS E5 ... 51
6. Eigen personeel – ESRS S1 ... 57
7. Consumenten en eindgebruikers – ESRS S4 ... 71
8. Zakelijk gedrag – ESRS G1 ... 76
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR ... 131
Stand van zaken in 2025 ... 132
Vooruitzichten 2026 ... 133
Resultaatsbestemming ... 134
Verklaring Deugdelijk Bestuur ... 135
Risicobeheersing ... 165
Overige informatie ... 172
INFORMATIE VOOR DE AANDEELHOUDERS EN BELEGGERS ... 177
Informatie voor de aandeelhouders en beleggers ... 178
JAARREKENING ... 182
Geconsolideerde winst- en verliesrekening ... 183
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 184
Geconsolideerde balans – activa ... 185
Geconsolideerde balans – passiva ... 186
Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen ... 187
Geconsolideerd kasstroomoverzicht ... 188
Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening ... 189
VERKORTE VERSIE STATUTAIRE JAARREKENING JENSEN-GROUP NV ... 263
STRATEGISCH RAPPORT
“Creating the future in laundry automation”
MISSIE
De doelstelling van JENSEN-GROUP is om zijn klanten wereldwijd de beste oplossingen te bieden in de heavy-duty wasserij-industrie.
JENSEN-GROUP werkt voor en samen met zijn klanten om de wasserijwereld te voorzien van vernieuwende en duurzame producten en diensten: van enkelvoudige machines en systemen tot volledig geïntegreerde oplossingen en procesautomatisering.
Wasserijen die worden uitgerust door JENSEN-GROUP mikken op de hoogste productie- en energie-efficiëntie in de industrie.
JENSEN-GROUP ontwikkelt zijn mensen voortdurend en investeert in nieuw talent.
Door zijn klanten de combinatie aan te bieden van zijn globale expertise en zijn lokale aanwezigheid kan JENSEN-GROUP een omzetgroei en een verantwoordelijk leiderschap in de sector realiseren.
STRATEGISCH RAPPORT
Bericht aan onze aandeelhouders
De afgelopen twee jaar vormen een cruciaal hoofdstuk in de geschiedenis van JENSEN-GROUP. We hebben recordniveaus bereikt op het gebied van opbrengsten en winstgevendheid, wat bevestigt dat ons bedrijfsmodel niet alleen robuust is, maar ook schaalbaar. Een reeks strategische initiatieven komt nu samen, wat duidelijk aantoont dat we in staat zijn om onze visie om te zetten in duurzame waardecreatie.
Ons verhaal begon meer dan tien jaar geleden met een fundamentele overtuiging: dat de wasserij-industrie klaar was voor een structurele verschuiving in automatisering en digitalisering. Die overtuiging leidde tot onze vroege en beslissende investeringen in robotica en artificiële intelligentie, met name door de overname van INWATEC. Wat begon als een gedurfde strategische zet, heeft sindsdien bijgedragen aan het herdefiniëren van de industrienormen en het versnellen van innovatie in de hele waardeketen.
De covid-19-pandemie in 2020 werd een bepalend keerpunt. Hoewel ze onze veerkracht op de proef stelde, fungeerde de pandemie ook als een krachtige katalysator voor ingrijpende veranderingen. Als reactie hebben we onze investeringen versneld, wat de Groep fundamenteel heeft hervormd en onze strategie heeft ondersteund.
Naast de snelle uitbreiding van automatisering en digitale oplossingen hebben we uitgebreide programma's voor de vernieuwing van onze kernproducten gelanceerd, waardoor de kwaliteit, betrouwbaarheid en efficiëntie van onze apparatuur zijn versterkt. Die duidelijke focus op operationele uitmuntendheid en duurzame prestaties is diep verankerd in het hele productontwikkelingsproces.
In de afgelopen drie jaar hebben we onze wereldwijde productiecapaciteit meer dan verdubbeld en onze productieactiviteiten uitgebreid in Denemarken, Zweden, China, de VS en Japan. Dat heeft geleid tot een wereldwijd industrieel platform dat niet alleen is ontworpen om aan de huidige vraag te voldoen, maar ook om langetermijngroei te ondersteunen.
Bovendien hebben we één van onze meest cruciale strategische troeven versterkt: onze serviceorganisatie. Door deze teams uit te breiden met meer dan 140 extra servicetechnici en door serviceprocessen te digitaliseren en te standaardiseren, hebben we onze recurrente opbrengsten aanzienlijk verhoogd en ons uitgebreide klantenbestand verder benut. Service is niet langer een ondersteunende functie, maar een belangrijke groeimotor en een hoeksteen van het creëren van langetermijnwaarde voor de klant.
Om nog meer waarde te halen uit aftermarket-diensten en verbruiksartikelen, hebben we onze positie versterkt door de overname van Maxi-Press. Ondersteund door voortdurende organische groei en gerichte aanvullende overnames heeft Maxi-Press sindsdien zijn wereldwijde aanwezigheid en operationele capaciteiten uitgebreid. Dat versterkt ons hele service-ecosysteem en vergroot ons vermogen om klanten snel, betrouwbaar en consistent te ondersteunen gedurende de volledige levenscyclus.
Deze evolutie betekent een beslissende stap in onze transformatie van een projectgerichte leverancier naar een echt service-gedreven partner voor oplossingen, waardoor ons bedrijfsmodel en onze partnerschappen met klanten verder worden versterkt.
De kern van onze strategie wordt gevormd door een niet-aflatende toewijding aan onze klanten, geleid door de overtuiging dat nabijheid essentieel is om de werkelijke behoeften te begrijpen en oplossingen te leveren die blijvende waarde creëren.
Vanuit geografisch perspectief blijft Europa een belangrijke pijler van ons succes. De vraag op het continent wordt gestimuleerd door aanhoudende groei in alle markten en sectoren, ondersteund door sterke investeringen van klanten in moderne, geautomatiseerde wasserij-oplossingen. Als de regio waar ons bedrijf meer dan 65 jaar geleden werd opgericht, blijft Europa ons belangrijkste technologie- en ontwikkelingscentrum en een belangrijke motor voor innovatie voor de Groep.
Onze ‘Go East’-strategie heeft een sterke impuls gekregen door Inax, de joint venture met Miura in Japan, en door de systematische uitbreiding van onze verkoop- en serviceorganisaties in Azië en het Midden-Oosten. Door onze nabijheid tot klanten te versterken – zowel geografisch als cultureel – vergroten we ons vermogen om met wereldwijde expertise in te spelen op lokale behoeften en strategische partnerschappen op lange termijn uit te bouwen.
Daarnaast is ook onze ‘Go West’-strategie zeer effectief gebleken. De opbrengsten in Noord- en Zuid-Amerika hebben een ongekend niveau bereikt, wat het strategische belang en het langetermijnpotentieel van deze regio bevestigt. Dit momentum is verder versterkt door de recente overname van GA Braun, een zeer gerespecteerde leverancier met een sterk merk en een langdurige reputatie op de Noord-Amerikaanse markt. De combinatie van ons technologisch leiderschap en de marktpositie van GA Braun creëert een krachtig platform voor verdere groei.
Wat JENSEN-GROUP echt onderscheidt, is onze diepgewortelde en gedeelde cultuur. De JENSEN Spirit bepaalt hoe we denken, handelen en leiding geven. De motivatie en toewijding van onze mensen zijn elke dag zichtbaar – door intensieve klantbetrokkenheid, niet-aflatende toewijding, sterke samenwerking en brede leiderschapsontwikkeling. In ons streven naar uitmuntendheid worden we voortdurend beter, leren we en gaan we samen vooruit.
Duurzaamheid wordt steeds meer verankerd in onze strategische agenda en dagelijkse activiteiten. Door middel van automatisering, intelligent energiebeheer en datagestuurde oplossingen stellen onze technologieën klanten in staat om hun verbruik van energie, water en chemicaliën te verminderen en ook hun productiviteit en veiligheid te verbeteren. Tegelijkertijd blijven wij onze eigen ecologische voetafdruk verkleinen door te investeren in moderne, energie-efficiënte productiefaciliteiten en verantwoorde toeleveringsketens.
Ons ESG-engagement betreft ook mensen en governance. We investeren in veilige en inclusieve werkplekken, voortdurende ontwikkeling van vaardigheden en sterke ethische normen binnen de hele Groep.
Bovendien vormen transparante governance, robuust risicobeheer en nauwe afstemming tussen de Raad van Bestuur en het management een solide basis voor duurzame, langetermijnwaardecreatie.
STRATEGISCH RAPPORT
Vooruitkijkend gaat JENSEN-GROUP de komende jaren tegemoet vanuit een sterke positie.
Onze strategische prioriteiten zijn duidelijk: toonaangevend zijn in de sector op het gebied van automatisering, digitale oplossingen en intelligente systemen, onze wereldwijde servicemogelijkheden uitbreiden en onze marktpositie in alle regio's verder versterken.
Wij zien een aanzienlijk langetermijnpotentieel in robotica, AI-gestuurde oplossingen en datagestuurde diensten die de productiviteit en duurzaamheid bij onze klanten verbeteren. Daarnaast bieden onze wereldwijde productiefaciliteiten een flexibel en veerkrachtig platform om adequaat in te spelen op lokale klantbehoeften in een steeds complexere wereld.
Hoewel we ons bewust blijven van macro-economische en geopolitieke onzekerheden, geven ons gediversifieerde bedrijfsmodel, onze sterke balans en onze toegewijde medewerkers ons vertrouwen. Wij blijven investeren met discipline, doelgericht innoveren en verantwoord groeien – altijd met een langetermijnperspectief.
Met een duidelijke strategie, een sterke cultuur en een wendbare organisatie, en het vertrouwen van onze klanten en aandeelhouders, zijn we goed gepositioneerd om de toekomst van de wasserij-industrie vorm te geven en nog jarenlang duurzame waarde te creëren.

Rudy Provoost
Voorzitter van de Raad van Bestuur
Jesper Munch Jensen
Chief Executive Officer
Kerncijfers
| Boekjaar eindigend op
(in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 | Verschil % |
| --- | --- | --- | --- |
| Opbrengsten | 540.776 | 453.166 | 19% |
| Operationeel resultaat (EBIT) | 68.805 | 50.737 | 36% |
| EBITDA | 81.738 | 63.046 | 30% |
| Netto rentelasten (+) / inkomsten (-) | -727 | -771 | -6% |
| Resultaat van participaties geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode | 6.293 | 3.938 | 60% |
| Resultaat voor belastingen | 74.648 | 52.498 | 42% |
| Resultaat van te koop gestelde activa | -112 | -108 | 4% |
| Geconsolideerd resultaat van de voortgezette activiteiten | 59.167 | 39.433 | 50% |
| Resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelang | 481 | -1.737 | -128% |
| Resultaat toerekenbaar aan de eigenaars van de moedermaatschappij | 58.686 | 41.170 | 43% |
| Eigen vermogen | 303.743 | 282.560 | 7% |
| Netto financiële schuld (+) / netto cash (-) | 9.675 | -3.093 | -413% |
| Werkkapitaal | 214.668 | 180.636 | 19% |
| Vaste activa (NCA) | 125.412 | 105.683 | 19% |
| Geïnvesteerd vermogen (CE) | 340.079 | 286.320 | 19% |
| Marktkapitalisatie (hoog) | 597.968 | 436.080 | 37% |
| Marktkapitalisatie (laag) | 401.145 | 307.260 | 31% |
| Marktkapitalisatie (gemiddeld) | 501.150 | 375.964 | 33% |
| Marktkapitalisatie
(31 december) | 541.462 | 409.735 | 32% |
| Bedrijfswaarde
(31 december) (EV) | 551.137 | 406.642 | 36% |
RATIO'S
| EBIT / Opbrengsten | 12,72% | 11,20% | 14% |
|---|---|---|---|
| EBITDA / Opbrengsten | 15,11% | 13,91% | 9% |
| ROCE (EBIT / Geïnvesteerd vermogen - CE) (L4Q) | 21,97% | 19,97% | 10% |
| ROE (Nettowinst / eigen vermogen) | 20,02% | 15,12% | 32% |
| Gearing (Nettoschuld (+) netto cash (-)/ eigen vermogen) (a>0) | 3,19% | - | - |
| EBITDA rentedekking (indien > 0) | - | - | - |
| Netto financiële schuld (+) of netto cash (-) / EBITDA (L4Q) | 0,04 | -0,31 | -113% |
| Werkkapitaal / opbrengsten (L4Q) | 36,55% | 36,70% | 0% |
| Bedrijfswaarde/EBITDA (L4Q) | 5,86 | 5,47 | 7% |
STRATEGISCH RAPPORT
| Kerncijfers per aandeel | |||
|---|---|---|---|
| Boekjaar eindigend op | 31 december | 31 december | Verschil |
| (in euro) | 2025 | 2024 | % |
| EBITDA | 8,72 | 6,61 | 32% |
| Geconsolideerd resultaat toerekenbaar aan de eigenaars van de moedermaatschappij (= winst per aandeel) | 6,26 | 4,31 | 45% |
| Eigen vermogen (= boekwaarde) | 32,98 | 29,79 | 11% |
| Brutodividend* | 1,00 | 0,75 | 33% |
| Aantal uitstaande aandelen (gemiddelde) | 9.372.539 | 9.542.241 | -2% |
| Aantal uitstaande aandelen (op het einde van het jaar) | 9.208.541 | 9.484.615 | -3% |
| Beurskoers (hoog) | 63,80 | 45,70 | 40% |
| Beurskoers (laag) | 42,80 | 32,20 | 33% |
| Beurskoers (gemiddelde) | 53,47 | 39,40 | 36% |
| Beurskoers (31 december) | 58,80 | 43,20 | 36% |
| Koers-winstratio (hoog) | 10,20 | 10,60 | -4% |
| Koers-winstratio (laag) | 6,80 | 7,50 | -9% |
| Koers-winstratio (gemiddelde) | 8,50 | 9,10 | -7% |
| Koers-winstratio (31 december) | 9,40 | 10,00 | -6% |
(*) Dividenduitkering binnen het boekjaar, gebaseerd op de winstbestemming van het voorgaande jaar.
Definities
- EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization) = operationeel resultaat (EBIT) + afschrijvingen + bijzondere waardeverminderingen en voorzieningen
- Netto rentelasten = rentelasten – rentebaten
- Netto financiële schuld (+) / netto cash (-) = leningen (korte en lange termijn) + subsidies – financiële activa aan afgeschreven kostprijs – financiële activa aan reële waarde via overig resultaat – liquide middelen
- Werkkapitaal = voorraad + vooruitbetalingen + handelsvorderingen op korte termijn + contractactiva – handelsschulden – contractpassiva
- Vaste activa = immateriële vaste activa + goodwill + activa, gebouwen en materieel
- Capital Employed = werkkapitaal + vaste activa (zie bovenstaande definities)
- Marktkapitalisatie = aandelenkoers x aantal uitstaande aandelen
- Bedrijfswaarde = marktkapitalisatie (31 december) + netto financiële schuld (+) / netto cash (-) (zie bovenstaande definities)
- EBITDA rentedekking = EBITDA / netto rentelasten (zie bovenstaande definities)
Bij de vergelijking van de cijfers uit het geconsolideerd overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten met de cijfers uit de geconsolideerde balans voor de berekening van de ratio wordt het gemiddelde uit de geconsolideerde balans gebruikt. Het gemiddelde is de beginbalans + eindbalans gedeeld door twee.
- ROCE (return on capital employed) = EBIT / gemiddeld capital employed
- ROE (return on equity) = geconsolideerd resultaat toerekenbaar aan de aandeelhouders / gemiddeld eigen vermogen
- Gemiddelde netto financiële schuld (+) of netto cash (-) / EBITDA.

“Het is een hecht team, de cultuur is heel goed en we maken deel uit van een internationale organisatie. Dat is één van de mooiste aspecten van werken bij JENSEN.
99
Ty
Strategie van JENSEN-GROUP
STRATEGISCH RAPPORT
Het JENSEN-GROUP verschil
Sinds het begin in 1960 zijn de structuur en strategie van JENSEN-GROUP gebaseerd op het principe dat we naar onze klanten luisteren, omdat we erkennen dat zij hun bedrijf het best kennen. Op maat gemaakte oplossingen leveren die technisch excellent zijn en aan de top van de industrienormen staan, en tegelijkertijd superieure service bieden gedurende de hele levenscyclus van de klant, zijn de hoekstenen van ons bedrijf. Alle medewerkers en kaderpersoneel van JENSEN-GROUP in onze wereldwijde organisatie zijn verenigd rond het principe om klanten voorop te stellen en klanttevredenheid te garanderen. Het is onze bedrijfscultuur - we noemen het de JENSEN Spirit - en het is onze grootste kracht en wat ons echt onderscheidt.
Dankzij gespecialiseerde kennis van de sector, technische excellentie en aanzienlijke investeringen in productontwikkeling kan JENSEN-GROUP alles ontwikkelen, plannen, produceren, installeren en onderhouden, gaande van alleenstaande machines en productielijnen tot volledig geïntegreerde oplossingen. Zijn partners zijn textielverhuurbedrijven, industriële wasserijen, centrale wasserijen en ook wasserijen in ziekenhuizen en hotels en op cruiseschepen. De klanten van de Groep kennen hun wasserij-activiteiten beter dan wie ook en met de steun van de uitgebreide competentie en ervaring van JENSEN-GROUP kunnen ze de juiste oplossing vinden voor hun specifieke wasserij-vereisten.
Het klantenbestand van JENSEN-GROUP
JENSEN-GROUP ontwikkelt, plant, produceert, installeert en onderhoudt heavy-duty wasserijmachines voor de wasserij-industrie, met zowel alleenstaande machines als productielijnen, geïntegreerde oplossingen en procesautomatisering. De oplossingen van JENSEN-GROUP omvatten alle stadia van het sorteren, wassen, drogen en afwerken van linnengoed, kleding en matten.
Tot onze klanten behoren textielverhuurbedrijven, industriële wasserijen, centrale wasserijen en ook wasserijen in ziekenhuizen en hotels en op cruiseschepen.
Wij bedienen een breed scala aan professionele wasserijomgevingen:
- Wasserijen voor de gezondheidszorg: een typische gezondheidszorginstelling levert tal van artikelen aan haar wasserij: operatiekleding en -textiel, afdekdoeken voor patiënten, patiëntenkleding, jassen voor artsen en verpleegkundigen, bedlinnen, handdoeken en meer. Linnengoed voor de gezondheidszorg vereist uitzonderlijk hoge normen en flexibiliteit in de keuze van wasprogramma's om ervoor te zorgen dat het textiel schoon en niet-besmet is.
- Wasserijen voor de horeca: schoon en perfect gevouwen linnengoed maakt deel uit van de totaalervaring van elk restaurant- of hotelbezoek. Horecawasserijen verwerken een grote verscheidenheid aan textiel, waaronder beddenlakens, hoeslakens, dekbedovertrekken, kussens en kussenhoezen, matrashoezen, tafellakens, servetten, placemats, schorten en donzige artikelen zoals badjassen en handdoeken.
- Industriële wasserijen: zowel grote bedrijven als kleine ondernemingen vertrouwen op textielverzorgingsdiensten voor hun werkkleding. Professionele werkkleding omvat verschillende soorten overhemden, uniformjassen en -broeken, overalls, militaire uniformen, jassen en broeken met reflecterende strepen, veiligheidsvesten, politie- en brandweeruniformen, en brandvertragende jassen of broeken. Professionele kledingstukken zorgen ervoor dat de dragers ervan worden herkend, gerespecteerd en beschermd.
- Mattenwasserijen: vuilverende matten zijn een visitekaartje voor elke zaak en garanderen een uitstekende eerste indruk. Winkeliers en managers vertrouwen erop in alle weersomstandigheden. Zonder de matten zouden hun gebouwen voortdurend moeten worden schoongemaakt.
- Grote on-premise wasserijen (OPL): op cruiseschepen bevinden duizenden passagiers en bemanningsleden zich dagen- of wekenlang in een beperkte ruimte. Duurzaamheid en de gezondheid en het welzijn van alle mensen aan boord van het schip zijn belangrijke aandachtspunten voor cruisemaatschappijen. De normen voor hygiëne, betrouwbaarheid, energie-efficiëntie en uitstoot zijn dan ook uniek in de cruisescheepvaart.
Businessmodel
JENSEN-GROUP beschikt over 10 productie- en engineeringcentra in 5 landen verspreid over drie continenten. Het distributienetwerk strekt zich uit over 5 continenten en bestaat uit 22 Sales and Service Companies van JENSEN-GROUP en een breder netwerk van erkende lokale distributeurs in meer dan 50 landen.
De lokale aanwezigheid van de Groep is een belangrijk concurrentievoordeel en een kritische succesfactor. 'We denken globaal en handelen lokaal' is een motto van JENSEN-GROUP dat op een treffende manier een van de hoekstenen van ons businessmodel beschrijft. Lokale verkoop- en serviceteams die hun regio goed kennen, kunnen beter luisteren en daardoor betere oplossingen bieden om onze klanten een voorsprong op hun concurrenten te geven. Door lokaal met onze klanten samen te werken, kunnen we langdurige klantrelaties opbouwen die worden gekenmerkt door een hoge mate van betrokkenheid en verantwoordelijkheid.
Door wereldwijd fysiek aanwezig te zijn, blijven de communicatielijnen met onze eindklanten kort en werkbaar, en garanderen we een hoogwaardige klantenservice, terwijl de ecologische voetafdruk van het bedrijf verkleind wordt. Dit aspect van het businessmodel is bijzonder schaalbaar, en biedt een platform voor voortdurende geografische expansie.
Door voortdurende input uit alle hoeken van de wereld blijft JENSEN-GROUP wendbaar en op de hoogte van de veranderende behoeften van onze klanten en de eisen van onze competitieve omgeving. Baanbrekende productontwikkelingen die niet alleen inspelen op veranderende marktbehoeften, maar ook innovatief zijn voor de sector, vormen een andere toegevoegde waarde waarop onze klanten zijn gaan vertrouwen.
Productontwikkeling en automatisering vormen de kern van duurzame wasoplossingen, omdat ze rekening houden met de schaarste van natuurlijke en menselijke hulpbronnen door meer aandacht te besteden aan milieu en adequate arbeidsomstandigheden. Veel ontwikkelingen van JENSEN-GROUP specifiek gericht op het besparen van natuurlijke hulpbronnen en energie, zijn ondergebracht onder het CleanTech-concept.
STRATEGISCH RAPPORT
De Groep bouwt voort op dit concept, dat in 2008 werd geïntroduceerd en waarbij rekening wordt gehouden met de Total Cost of Ownership. Het heeft tot doel de productiviteit voortdurend te verhogen en tegelijkertijd de milieu-impact van apparatuur en processen te verminderen. CleanTech ondersteunt klanten bij het realiseren van hun ESG-ambities, niet alleen door het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te verminderen, maar ook door de ergonomische werkomstandigheden van operatoren te verbeteren en de levensduur van linnengoed te verlengen.
Met een duidelijke focus op toekomstgerichte technologieën heeft de Groep aanzienlijk geïnvesteerd in de modernisering en uitbreiding van zijn productassortiment, met een sterke focus op robotica voor wasserijen, artificiële intelligentie (AI), automatisering, geavanceerde softwaretoepassingen voor de sector en meer milieuvriendelijke producten. In januari 2024 heeft JENSEN-GROUP een Chief Innovation Officer aangesteld, wat het strategische belang van technologie en productleiderschap weerspiegelt.
Productontwikkeling
De belangrijkste technologieën van de JENSEN-GROUP bestrijken het hele wasproces, van sorteren en wassen tot de interne logistiek van het transport van het linnen en textiel binnen de wasserij. Het proces wordt voltooid door geavanceerde toevoer-, strijk- en vouwmachines en stapelaars, ondersteund door softwareoplossingen die het volledige proces sturen en optimaliseren.
Kortom, er wordt een breed scala aan technologieën gebruikt om vuil linnen en textiel om te zetten in proper linnen met een constante, hoogwaardige afwerking.
Dankzij de integratie van technologie en software kunnen klanten de productie in realtime controleren en opvolgen en de statistieken ervan gebruiken om hun productiviteit te verbeteren. De investeringen in Inwatec ApS met het oog op automatisering en AI tillen de sector naar een nieuw niveau en hebben JENSEN-GROUP voorbereid op Industrie 4.0 en het IoT (internet der dingen). Software om het gehele wasproces te sturen en te controleren is essentieel om de klanten een complete wasserij-oplossing aan te bieden.
De Groep beschikt over een breed portfolio van patenten en patentaanvragen voor specifieke kenmerken van zijn machines, die voornamelijk worden gebruikt om aan te tonen dat de Groep als eerste gebruik maakte van de nieuwe technologie. Patentbescherming wordt per geval beoordeeld, met een focus op grotere markten. In alle competentiecentra van JENSEN-GROUP evalueren productontwikkelingsteams voortdurend de mogelijkheden om de innovatieve ontwikkelingen van de Groep te beschermen.
Gezien de vele technologieën die tegemoetkomen aan de behoeften van zijn klantenbestand, richt JENSEN-GROUP zich niet op fundamenteel onderzoek en ontwikkeling, maar streeft het bedrijf ernaar gebruik te maken van bestaande technologieën en die te integreren in de industrieprocessen, met de nadruk op energie- en arbeidsefficiëntie.
JENSEN-GROUP investeert jaarlijks 1,5% tot 2% van zijn totale omzet in productontwikkeling.
Aftermarket
Aftermarket-diensten, reserveonderdelen en ondersteuning gedurende de volledige levenscyclus worden steeds belangrijker voor JENSEN-GROUP. Met een sterke wereldwijde serviceorganisatie en een voortdurend groeiend klantenbestand is de Groep goed gepositioneerd om gedurende de volledige levensduur van zijn apparatuur betrouwbaar onderhoud, technische ondersteuning, upgrades en verbruiksartikelen te leveren. Voortdurende investeringen in servicemogelijkheden, digitale tools en gerichte overnames versterken het vermogen van de Groep om consistente prestaties te leveren, stilstand te minimaliseren en klanten te ondersteunen bij het optimaliseren van hun activiteiten. Recurrente opbrengsten uit service en reserveonderdelen zorgen voor stabiliteit en versterken langdurige klantrelaties.
Organisatie
Het Executive Management Team (EMT) van de JENSEN-GROUP bestaat uit een Chief Executive Officer, een Chief Financial Officer, een Chief Operating Officer, een Chief Digital Officer en een Chief Innovation Officer.
Productie
Het productieplatform van JENSEN-GROUP bestaat uit productievestigingen (PEC's) in vijf landen verspreid over drie continenten:
- Denemarken: JENSEN Denmark in Rønne en Hasle, en Inwatec ApS in Odense
- Zweden: JENSEN Sweden in Borås
- Duitsland: JENSEN GmbH in Harsum, MAXI-PRESS in Eichenzell en P-E in Bürstadt
- VS: JENSEN USA in Panama City, FL, en JENSEN Braun in Syracuse, NY
- China: JENSEN China in Xuzhou.
Verkoop en service
JENSEN-GROUP verkoopt zijn producten en diensten onder de merknamen JENSEN, Inwatec, MAXI-PRESS, MAXI-PRESS Filterfab, MAXI-PRESS DRM en Braun via eigen verkoopkantoren (SSC's) en via onafhankelijke distributeurs wereldwijd. De voorbije jaren nam de relatieve verkoop via de eigen SSC's van de Groep toe. Deze SSC's zijn actief in de belangrijkste heavy-duty wasserijmarkten: Australië, Oostenrijk, de Benelux, Brazilië, China, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Italië, het Midden-Oosten, Nieuw-Zeeland, Noord-Amerika, Noorwegen, Singapore, Spanje, Zweden, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de golfstaten in het Midden-Oosten. De verkoop- en servicekantoren spelen een cruciale rol in de coördinatie van het toenemend aantal complexe installaties, waarbij tegelijk verschillende productievestigingen van de Groep betrokken zijn. Bovendien beschikt de Groep over een netwerk met ervaren distributeurs in meer dan 50 landen. Vanaf oktober 2023 wordt de Japanse markt bediend via Inax Ltd, de joint venture van JENSEN-GROUP in Japan, en één distributeur.
STRATEGISCH RAPPORT
De JENSEN-GROUP in de wereld

Samen met een wereldwijd distributienetwerk.

66
Wanneer je een job aankan, groei je mee met de opdracht. Dat vind ik fijn. Er zijn voortdurend nieuwe uitdagingen en vragen die moeten worden opgelost.
Carina
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
- Dubbele materialiteitsbeoordeling
- Klimaatverandering
- Verontreiniging
- Water
- Materiaalgebruik en circulaire economie
- Eigen personeel
- Consumenten en eindgebruikers
- Zakelijk gedrag
Bijlagen
- Bijlage A: Algemene toelichtingen en toelichtingen over governance
- Bijlage B: Volledige lijst met JENSEN-GROUP IRO's
- Bijlage C: BKG-scope van het boekhoudbeleid
- Bijlage D: Taxonomie
- Bijlage E: Verslag met beperkte zekerheid van de commissaris over de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Kader voor duurzaam ondernemen
JENSEN-GROUP wil klanten wereldwijd de beste oplossingen bieden en aan hun verwachtingen beantwoorden. Bovendien maakt de doelstelling om duurzame en innovatieve oplossingen te creëren deel uit van het DNA van de Groep. De textielverzorging is de oudste circulaire economie ter wereld, gezien haar wortels teruggaan tot het einde van de 19e eeuw. De levensduur van textiel verlengen is cruciaal, maar de levensduur van wasserijmachines verlengen is net zo belangrijk.
Ons doel is om die erfenis te koesteren en te stimuleren door een duurzaamheidsaanpak te ontwikkelen rond de drie aspecten die samen bekendstaan als ESG:

Environmental

Social

Governance
Onze producten en diensten zijn ontworpen om de huidige en toekomstige uitdagingen aan te gaan, zoals klimaatverandering, waterschaarste, stijgende energiekosten, tekorten aan arbeidskrachten en steeds strengere duurzaamheidsvoorschriften. We slagen daarin door de nadruk te leggen op energie- en waterefficiëntie, automatisering en ergonomische producten te ontwikkelen. Op die manier creëren we veiligere en meer aantrekkelijke werkomstandigheden en dragen we hierdoor bij aan de duurzaamheid en het welzijn van de werknemers van onze klanten. Bovendien verlengen onze ontwikkelingen op het vlak van robotica en kunstmatige intelligentie, samen met onze hoogwaardige aftermarket-oplossingen, de levensduur van apparatuur en textiel.
Dit onderstrept niet alleen ons engagement om de belangen en behoeften van de samenleving aan te pakken, maar ook de milieu-uitdagingen in een complexe wereld met een groeiende en vergrijzende bevolking.
Energie besparen, verantwoord gebruik van natuurlijke hulpbronnen, het beperken van klimaatrisico's en het verminderen van negatieve milieueffecten zijn ingebed in onze manier van zakendoen. Bij JENSEN-GROUP beschouwen we de ontwikkeling van innovatieve technologieën en de samenwerking met onze klanten en partners om de industrie duurzamer te maken als een kans. Met onze holistische CleanTech-aanpak helpen we onze klanten bij het behalen van hun milieudoelstellingen en hun sociale en economische doelstellingen. Automatisering en innovatie spelen hierbij een cruciale rol, en zijn de hoofdingrediënten voor verbeterde productiviteit, veiligheid en welzijn van de werknemers.
Duurzaamheid is één van de belangrijkste strategische pijlers van JENSEN-GROUP, en wordt beschouwd als een kritische succesfactor voor waardecreatie op lange termijn. De ESG-roadmap en het rapporteringkader van het bedrijf onderbouwen de gemeenschappelijke doelstelling van de Raad van Bestuur en het Executive Management Team (EMT) om vooruitgang op een systematische manier te stimuleren en te meten. Terwijl ESG een vast punt op de agenda van de maandelijkse EMT-vergaderingen is geworden, heeft het Head of Corporate Sustainability wereldwijd processen, procedures en systemen ontwikkeld en geïmplementeerd om volledige naleving van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) te garanderen.
15
In dat verband hebben we het Omnibusvoorstel nauwlettend gevolgd. Dat voorstel heeft tot doel bepaalde rapportagevereisten in het kader van de CSRD en ESRS te vereenvoudigen en te verduidelijken.
Voor meer informatie over hoe duurzaamheid geïntegreerd is in ons businessmodel, verwijzen we graag naar het profiel van iENSEN-GROUP zoals beschreven in dit jaarverslag, alsook naar het deel over de materiële impact, risico's en kansen en hun interactie met onze strategie en ons businessmodel.
Duurzaamheidsverklaring
Richtlijnen voor de lezers
Deze duurzaamheidsverklaring is opgesteld in overeenstemming met de vereisten van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS), gepubliceerd door de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG), in overeenstemming met de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). In overeenstemming met de door de Europese Commissie in juli 2025 aangenomen gedelegeerde verordening ‘Quick Fix ESRS’ hebben we de huidige reikwijdte van onze rapportering gehandhaafd zonder de aanvullende gefaseerde invoeringsbepalingen toe te voegen. Bovendien worden, in overeenstemming met paragraaf 75 van openbaarmakingsvereiste 5.4 Verlichting voor overnames en desinvesteringen van ESRS 1 van de Ontwerp Vereenvoudigde ESRS van 30 november 2025, de meest recente overname inclusief de activa van G.A. Braun uitgesloten van de rapportage over 2025, zoals waarschijnlijk zal worden toegestaan onder de momenteel ter publicatie voorliggende Ontwerp Vereenvoudigde ESRS. Het rapport is als volgt gestructureerd:
- Het eerste hoofdstuk “Dubbele materialiteitsbeoordeling” geeft een overzicht van de materiële impact, risico's en kansen voor de iENSEN-GROUP.
- Daarna hebben we gerapporteerd over de materiële rapportage-eisen voor elke materiële ESRS-standaard: E1 klimaatverandering, E2 verontreiniging, E3 water, E5 materiaalgebruik en circulaire economie, S1 eigen personeel, S4 consumenten en eindgebruikers, en G1 zakelijk gedrag.
- Elk hoofdstuk of elke paragraaf heeft een titel in cursief die verwijst naar de officiële naam van de rapportage-eis onder de ESRS-standaarden (bv. SBM-3, ESRS2 IRO-1, enz.).
Elk van de materiële standaarden volgt dezelfde structuur:
- Eerst leggen we uit waarom de standaard van belang is voor ons bedrijf door de materiële Impact, Risico's en Kansen (IRO's) toe te lichten.
- Daarna rapporteren we over de beleidslijnen, acties en doelstellingen van iENSEN-GROUP om deze IRO's te beheren.
- Tot slot rapporteren we over materiële parameters en andere standaardspecifieke rapportage-eisen.
Een reeks bijlagen vervolledigen het rapport:
- Algemene rapportage-eisen (ESRS 2) worden gerapporteerd in Bijlage A.
- Bijlage B bevat de volledige lijst met materiële IRO's.
- Het boekhoudbeleid voor de gerapporteerde BKG-emissies (Scope 1,2,3) worden toegelicht in Bijlage C.
- Taxonomierapportages zijn te vinden in Bijlage D.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
De belangrijkste afkortingen die in het rapport worden gebruikt zijn:
- DMA - Dubbele Materialiteitsbeoordeling
- EFRAG - European Financial Reporting Advisory Group
- EMT - Executive Management Team
- ESG - Milieu, Sociaal en Bestuur
- ESRS - European Sustainability Reporting Standards
- GHG - Greenhouse Gas (Broeikasgassen)
- IRO's - Impact, Risico's en Kansen
- SBTi - Science Based Targets initiative
- tCO₂ₐ - ton kooldioxide (CO₂) equivalent
- UoM - Unit of Measurement (Meeteenheid)
17
1. Dubbele materialiteitsbeoordeling
SBM-3 – Materiële impact, risico's en kansen en hun interactie met strategie en businessmodel(len)
Context
Onderstaande illustratie toont hoe de activiteiten van JENSEN-GROUP interageren binnen zijn waardeketen. Ze geeft contextuele informatie die nodig is om de materiële impact en risico's te begrijpen.

Waardeketen JENSEN-GROUP
Rol in de waardeketen
| Aankoop staal en componenten | Assemblage tot machines | Uitbesteding transport | Installatie |
|---|---|---|---|
| Uitbesteding (onderdelen) | Reparatie (incl. reserveonderdelen) | ||
| Aankoop van machines van derden | Onderhoud | ||
| Verkoop |
Na de voltooiing van de dubbele materialiteitsbeoordeling (DMA) in 2024, verschoof onze focus in 2025 naar het relevant houden ervan en het inspelen op nieuwe ontwikkelingen. De DMA speelt nu een centrale rol in hoe we duurzaamheid beheren, en geeft richting aan hoe we prioriteiten stellen, de voortgang opvolgen en transparant communiceren rond milieu-, sociale en bestuurlijke domeinen (ESG).
In 2025 hebben we een gestructureerd due diligence-proces uitgevoerd dat in overeenstemming is met de meest recente EFRAG-richtlijnen. Er werden driemaandelijkse vergaderingen gehouden met onze consultants om wijzigingen in de regelgeving, verwachtingen van stakeholders en bedrijfsontwikkelingen te bespreken die nieuwe impact, risico's of kansen met zich mee zouden kunnen brengen. Bij deze besprekingen werden inzichten van interne stakeholders, zoals management-, financiële en inkoopteams, gecombineerd met extern onderzoek en input van sectorverenigingen en klanten. Eventuele updates van de DMA werden tijdens driemaandelijkse 'ESG driver meetings' met het EMT gepresenteerd, zodat het management toezicht kon houden en validatie kon uitvoeren.
Deze continue aanpak helpt ervoor te zorgen dat de DMA van JENSEN-GROUP up-to-date en goed geïnformeerd blijft en nauw aansluit bij zowel de regelgevingsvereisten als de verwachtingen van stakeholders.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Voor een algemene beschrijving van de DMA die in 2024 is uitgevoerd, zie Bijlage A onder de titel “Dubbel Materialiteitsproces”.
In overeenstemming met onze ESG-rapportagerichtlijnen wordt de DMA om de drie jaar volledig herzien door het EMT en door de stakeholders van JENSEN-GROUP.
Resultaat
We hebben onze impact op de planeet en de mensen geïdentificeerd (impactmaterialiteitsbeoordeling), evenals de duurzaamheidsgerelateerde risico's en kansen waaraan we zijn blootgesteld (financiële materialiteitsbeoordeling). Het resultaat werd voor elk hoofdstuk en alle subonderwerpen van de ESRS samengevoegd en voorgesteld in de matrix hieronder. De lijst met materiële onderwerpen blijft ongewijzigd ten opzichte van 2024, aangezien geen nieuwe onderwerpen zijn geïdentificeerd als gevolg van het hierboven beschreven DMA-due diligence-proces. De onderwerpen staan in willekeurige volgorde.
Onze strategische inspanningen om een meer duurzame wasserij-industrie te bevorderen, zijn nauw verweven met de milieueffecten, -risico's en -kansen die in de hoofdstukken E1, E2, E3 en E5 van deze duurzaamheidsverklaring worden beschreven. Wasserijen zijn afhankelijk van apparatuur die is gemaakt van koolstofintensieve materialen zoals staal. Die apparatuur heeft aanzienlijke hoeveelheden natuurlijke hulpbronnen zoals water en energie nodig om te functioneren, wat op zijn beurt indirecte negatieve gevolgen heeft voor het klimaat en het milieu. Door milieuvriendelijke en duurzame oplossingen te ontwikkelen, kunnen we deze milieu-impact verminderen.
Onze activiteiten hebben ook gevolgen voor de mensen, wat tot uiting komt in de impact, risico's en kansen die te vinden zijn in de hoofdstukken S1 en S4 van de duurzaamheidsverklaring. Onze medewerkers en klanten zijn essentieel voor onze prestaties. Daarom zetten we ons in om hen veilige en aantrekkelijke werkomstandigheden te bieden die leiden tot hun tevredenheid en succes.
Als beursgenoteerd bedrijf handelen we in overeenstemming met de lokale wet- en regelgeving. We zetten ons in voor verantwoordelijk leiderschap en beschouwen integriteit, eerlijke bedrijfspraktijken en wettig gedrag als onze topprioriteiten. De impact en risico's die gepaard gaan met deze waarden worden weergegeven in hoofdstuk G1 van de duurzaamheidsverklaring.
2

Materialiteit esg onderwerpen JENSEN-GROUP
Impact op de financiële performantie van JENSEN-GROUP
| ○ Broeikasgasemissies in eigen operaties | ○ Energieverbruik bij de klant | ○ Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden |
|---|---|---|
| ○ Broeikasgasemissies stroomopwaarts/afwaarts in de waardeketen | ○ Waterefficiëntie van producten stroomafwaarts in de waardeketen | ○ Productkwaliteit en -veiligheid |
| ○ Microplastics | ○ Levenscyclusbeheer | ○ Bedrijfscultuur |
| ○ Bedrijfsethiek |
Financieel materieel
Dubbelmaterieel
| Arbeidspraktijken in eigen operaties | Klimaatadaptatie | |
|---|---|---|
| Arbeidspraktijken in de waardeketen | Bodemvervuiling | ○ Gezondheid, veiligheid & welzijn |
| Gelijkheid en inclusie | Watervervuiling | ○ Schadelijke stoffen |
| Supplychain management | Gerecycleerde materialen | ○ Luchtverontreiniging |
| Ecodesign | Waterverbruik (stroomopwaarts en eigen operaties) |
Niet materieel
Impactmaterieel
Milieuthema's
○ Klimaatverandering
○ Vervuiling
○ Water
○ Grondstofgebruik en circulaire economie
Sociale thema's
○ Eigen medewerkers
○ Consumenten en eindgebruikers
Governance thema's
○ Zakelijk gedrag
Impact van JENSEN-GROUP op milieu & mens
Aangezien er als gevolg van het DMA-due diligence-proces in 2025 geen nieuwe onderwerpen zijn geïdentificeerd, zijn de IRO's dezelfde als in 2024. De volledige lijst met IRO's per ESRS-standaard is te vinden in Bijlage B. De relevante IRO's worden ook steeds uitgelegd aan het begin van elk hoofdstuk.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
2. Klimaatverandering – ESRS E1
Onze aanpak om BKG-emissies te beperken
Waarom de klimaatverandering belangrijk is voor ons bedrijf
ESRS 2 SBM-3 – Materiële impact, risico's en kansen en de wisselwerking met strategie en businessmodel
JENSEN-GROUP erkent dat het gebruik van onze apparatuur energie-intensief is en bijdraagt aan de klimaatverandering. Deze benadrukt de noodzaak van een uitgebreide rapportage over onze koolstofvoetafdruk om te voldoen aan de wettelijke en klantverwachtingen. Potentiële risico's zijn onder andere hogere grondstofkosten als gevolg van nieuwe koolstofheffingen, hogere transportkosten gekoppeld aan de klimaatverandering en strengere energieregelgeving die van invloed is op onze energieafhankelijke machines in belangrijke markten, terwijl onze CleanTech-strategie ons de mogelijkheid biedt om energie-efficiënte producten aan te bieden die de uitstoot en energiekosten voor onze klanten verlagen.
Het overgrote deel van de emissies komt vrij wanneer onze machines in werking zijn bij onze klanten. Onze totale BKG-uitstoot bedraagt 6.772.109 tCO₂e, waarvan 6.629.255 tCO₂e vrijkomt in de gebruiksfasen van de apparatuur. Hoewel we de veerkracht van ons bedrijf met betrekking tot deze klimaatrisico's niet zo gedetailleerd hebben beoordeeld als de ESRS vereist, hebben we toch een antwoord geformuleerd op klimaatgerelateerde transitierisico's en opportuniteiten in een klimaatscenario dat consistent is met een beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C. We zijn van plan een uitgebreide beoordeling van klimaatrisico's en veerkracht uit te voeren in overeenstemming met de nieuwe ESRS-vereisten.
E1: Klimaatverandering
| DORIVC/DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans | Antwoord van de JENSEN-GROUP |
|---|---|---|---|---|---|---|
| OO | BKG-emissies in eigen activiteiten | HUIDIG: Het verbruik van fossiele energie in de productievestigingen en kantoren van JENSEN veroorzaakt CO₂-uitstoot, die bijdraagt tot de klimaatverandering. | KT: Zoals blijkt uit de eerste indicatoren van de koolstofvoetaalduik van ons bedrijf op basis van de cijfers voor 2023, zijn de emissies van onze eigen activiteiten vrij onbelangrijk in vergelijking met de emissies in onze waardeketen. De openbaarmaking ervan is evenveel essentieel om inzicht te krijgen in onze volledige koolstofvoetaalduik en te voldoen aan de wettelijke en de klantvereisten. | Dankzij onze actieve betrokkenheid bij een aantal sectorverenigingen en onze lokale aanwezigheid over de hele wereld kunnen we op de hoogte blijven van belangrijke veranderingen in regelgeving en normen | ||
| Overschakelen op hernieuwbare elektriciteitsbronnen (zonnepanelen of groene energietarieven) en de elektrificatie van het wagenpark | ||||||
| Energie-efficiëntiemaatregelen binnen vervarmingsprocessen nog te ontwikkelen. | ||||||
| UVC | BKG-emissies van upstream-/downstream-waardeketen | HUIDIG: Er zijn grondstoffen en koolstofintensieve materialen nodig voor onze apparatuur, die voornamelijk bestaat uit staal en elektronische componenten. Bovendien wordt onze apparatuur wereldwijd getransporteerd als gevolg van het internationale karakter van onze activiteiten. | KT: De invoering van nieuwe koolstofheffingen kan leiden tot hogere prijzen van grondstoffen zoals staal of aluminium. | Dankzij onze actieve betrokkenheid bij een aantal sectorverenigingen en onze lokale aanwezigheid over de hele wereld blijven we op de hoogte van belangrijke veranderingen in de regelgeving en de normen | ||
| LT: Afhankelijkheid van transportmiddelen op fossiele brandstoffen kan duurder worden als gevolg van de klimaattransitie (elektrificatie, opname in het ETS-zigsteem). | Lokale inkoop in de EU beperkt de CBAM-belastingen. | |||||
| DVC | Energieverbruik door klanten* | HUIDIG: JENSEN-producten hebben energie nodig om te functioneren, wat bijdraagt tot de klimaatverandering. | KT: Een strengere regelgeving inzake energie-efficiëntie en nieuwe energienormen in belangrijke markten van de JENSEN-GROUP (EU, VS, Australië) kunnen een invloed hebben op de bedrijfsactiviteiten, aangezien we industriële machines verkopen die energie nodig hebben om te functioneren. | KT: Door energie-efficiënte producten op de markt te brengen, kunnen we klanten helpen hun uitstoot en energiekosten te verlagen. Dit vormt de kern van onze bedrijfsstrategie, waarbij onze CleanTech-aanpak zich richt op energie-efficiëntie. | Dankzij ons geïntegreerde product- en dienstenaanbod en onze CleanTech-aanpak kunnen we onszelf en de klanten helpen om deze klimaatgerelateerde risico's te beperken. |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpact, -risico's en -kansen in kaart te brengen en te analyseren
De materialiteit van klimaatgerelateerde impact, risico's en kansen werd in 2024 geanalyseerd volgens het proces dat is beschreven in Bijlage A "Dubbel Materialiteitsproces", en blijft ongewijzigd.
Hoewel de klimaatverandering beoordeeld is als een materieel onderwerp, werden klimaatadaptatie en gerelateerde fysieke risico's als niet-materieel beschouwd, hoewel onze veerkracht met betrekking tot deze klimaatrisico's niet zo gedetailleerd werd beoordeeld als vereist door de ESRS. We hebben niettemin een analyse op hoog niveau uitgevoerd en enkele klimaatgerelateerde gevaren geïdentificeerd in een klimaatscenario met hoge intensiteit in lijn met een temperatuurstijging van bijna 4 °C. Volgens het risicobeheersingsinstrument van het WWF zouden twee fabrieken inderdaad in toenemende mate te maken krijgen met extreme weersomstandigheden als gevolg van de klimaatverandering, zoals extreme hitte en overstromingen. Als we echter het antwoord bekijken dat we kunnen bieden om fysieke risico's te beperken, verklaart dit waarom we het onderwerp als niet-materieel hebben beoordeeld:
- Doordat we fabrieken hebben op meerdere locaties, kunnen we de financiële impact van regionale weersomstandigheden beperken en toch de operationele continuïteit op peil houden.
- Verhoogde verzekeringspremies als gevolg van overstromingen blijven niet-materieel omdat er slechts twee locaties bij betrokken zijn.
De specifieke bouwvoorschriften worden strikt nageleefd. Waterstations in de fabrieken, pauzes en aangepaste airconditioning met een lage financiële impact (slechts twee betrokken locaties) zorgen voor behoorlijke werkomstandigheden tijdens hittegolven.
Hoe JENSEN-GROUP zijn transitieplan vorm geeft
CleanTech – onze aanpak voor duurzame oplossingen
De CleanTech-aanpak werd reeds in 2008 ontwikkeld en vormt de kern van onze productontwikkeling. Geleid door het principe van maximalisatie van de output en minimalisatie van de input in het wasproces, resulteert onze aanpak in:
- De toepassing van innovatieve technologieën
- Minder verbruik van natuurlijke bronnen en energie
- Verbeterde prestaties en productiviteit in alle activiteiten
- De langere levensduur van apparatuur en textiel
- Creatie van een veiligere en aantrekkelijkere werkplek
Dit concept wordt tot leven gebracht door slimme productontwerpen te creëren en te optimaliseren met geavanceerde functionaliteiten, zoals automatisering, robotica en kunstmatige intelligentie. Wij streven ernaar om de milieu-, sociale en economische prestaties van onze klanten te verbeteren, en hen te helpen om hun ESG-doelstellingen te behalen. Door ons te focussen op het optimaliseren van het energieverbruik en de levensduur van CO₂-intensieve activa zoals machines en textiel te verlengen, leveren we een proactieve bijdrage aan de initiatieven m.b.t. klimaatmitigatie binnen onze waardeketen.
Transitieplan inclusief belangrijkste reductiehefbomen, acties en doelen
E1-1 Transitieplan voor klimaatmitigatie
Bij JENSEN-GROUP is duurzaamheid een kernaspect van onze cultuur, waarden en bedrijfsstrategie. Dit onderstreept ons engagement op het vlak van CleanTech en initiatieven rond milieu, sociaal en bestuur (ESG). Dankzij onze uitgebreide klimaatmitigerende aanpak kunnen we onze kernactiviteiten afstemmen op onze duurzaamheidsambities. Door gerichte acties te ondernemen en duidelijke doelstellingen te formuleren, willen we onze impact op het milieu verminderen en een voorbeeldfunctie hebben in de wasserijmarkt.
Ons transitieplan is een integraal onderdeel van onze bedrijfsstrategie en financiële planning, en zorgt ervoor dat onze duurzaamheidsinspanningen operationele uitmuntendheid en innovatie stimuleren. Dit omvat de ontwikkeling van efficiëntere producten dankzij onze CleanTech-aanpak en de samenwerking binnen de waardeketen om onze activiteiten en die van onze klanten koolstofarm te maken.
Het Executive Management Team en de Raad van Bestuur zijn actief betrokken bij het transitieplan voor klimaatverandering dat in augustus 2024 werd goedgekeurd. Dat plan onderstreept de toewijding van ons senior management ten aanzien van duurzaamheid.
Hoewel JENSEN-GROUP niet is opgenomen in de EU-benchmarks in lijn met het akkoord van Parijs zijn afgestemd, wordt ons transitieplan ondersteund door onze klimaatmitigerende doelstellingen die zijn afgestemd op 1,5 °C, zoals beschreven in sectie E1-4. JENSEN-GROUP heeft zich geëngageerd om in 2024 kortetermijndoelstellingen te behalen, in afwachting van de validatie van het Science Based Targets Initiative (SBTi). Kortetermijndoelstellingen zijn vastgelegd voor een periode van tien jaar, en omvatten een tussentijdse mijlpaal voor 2030. Die wordt door de wetenschappelijke gemeenschap erkend als een kritiek punt als het gaat om het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C boven het pre-industriële niveau.
We streven specifiek naar een vermindering van:
- Scope 1- en Scope 2-emissies met 42% tegen 2030 en 58,8% tegen 2034, en
- Scope 3-emissies (gebruik van verkochte producten) met 25% tegen 2030 en 35% tegen 2034.
Het afgelopen jaar hebben we nauwkeurig onderzocht welke acties nodig zijn om deze doelstellingen te halen. Onze Scope 1- en 2-emissies verminderen is haalbaar met behulp van de hieronder genoemde belangrijke hefbomen. Onze Scope 3-emissies verminderen is echter veel moeilijker, omdat die voornamelijk voortkomen uit het gebruik van onze machines door klanten en ongeveer 99,9% van onze totale koolstofvoetafdruk uitmaken. Deze uitdaging wordt versterkt door onze verwachte bedrijfsgroei: zelfs als elke machine energie-efficiënter wordt, zal het totale aantal machines in gebruik toenemen, wat zal leiden tot een hogere totale uitstoot. Deze situatie wordt nog versterkt door onze sterke focus op service en reserveonderdelen. De levensduur van onze machines verlengen mag dan al een positief effect hebben op het vlak van duurzaamheid, dit betekent ook dat meer machines langer in gebruik blijven, wat resulteert in een hogere uitstoot.
Hoewel er momenteel technologieën beschikbaar zijn om machines over te schakelen op elektriciteit, zijn die voor de meeste klanten nog niet technisch haalbaar of financieel aantrekkelijk.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Of we onze klimaatdoelstellingen behalen, hangt ook af van het feit of meer wasserijen ervoor kiezen om over te stappen van aardgas naar hernieuwbare energie. Op dit moment zijn deze alternatieven echter nog niet algemeen toegankelijk, betaalbaar of praktisch voor veel operatoren, zelfs niet met stijgende koolstofbelastingen.
Stoomverwarmde machines die worden aangedreven door hernieuwbare energie ('groene stoom') bieden een mogelijke manier om het gasverbruik te verminderen, maar ze vereisen aanzienlijke investeringen en zijn momenteel minder kosteneffectief dan op gas gebaseerde systemen vanwege de lage gasprijzen en hoge elektriciteitskosten, zelfs in combinatie met zonne-installaties. Deze investeringsbeslissingen liggen volledig bij onze klanten en dergelijke investeringen moeten voor hen economisch realistisch zijn.
De uitdaging is nog groter in de Verenigde Staten, onze grootste markt buiten de EU, waar de algemene trend momenteel in het voordeel is van een toenemend gebruik van fossiele brandstoffen. In alle gevallen blijft de ontwikkeling van energie-efficiëntere machines een prioriteit om elektrificatie haalbaar te maken voor klanten die hiervan gebruik willen maken en om al onze klanten economisch aantrekkelijke oplossingen te bieden.
Ondanks deze belemmeringen is het belangrijk dat we ambitieuze klimaatdoelstellingen vastleggen. Die geven ons en onze klanten een duidelijke gemeenschappelijke richting en creëren een gedeelde basis voor samenwerking. We zijn ervan overtuigd dat technologische en marktontwikkelingen in de komende jaren de transitie haalbaarder zullen maken, en we nemen een sprong in het diepe door ons nu te engageren voor deze doelstellingen. Naarmate hernieuwbare energie toegankelijker wordt, kunnen onze stoomverwarmde oplossingen nu al klanten ondersteunen die hun uitstoot willen verminderen en naar een netto-nul uitstoot willen gaan.
Om onze SBTi-doelen te bereiken, hebben we de volgende belangrijke hefbomen geïdentificeerd voor onze Scope 1-, 2- en 3-emissies.
Elektrificatie van ons wagenpark (Scope 1-reductiehefboom)
- Toegewezen middelen: De investeringen van JENSEN-GROUP in de aankoop en leasing van elektrische en hybride auto's. Dit is nog niet gerapporteerd als taxonomie-afgestemde kapitaaluitgaven vanwege de taxonomie-criteria (voor meer details zie sectie E1-3 hieronder).
Hernieuwbare elektriciteit (Scope 2- reductiehefboom)
- Toegewezen middelen: De huidige en toekomstige operationele kosten met betrekking tot groene energie van het net en de toekomstige investeringen in infrastructuur voor hernieuwbare energie zullen deel uitmaken van onze langetermijnplanning. Deze investeringen zijn nog niet gekwantificeerd.
Optimalisatie van wasserij-activiteiten (Scope 3-reductiehefboom)
Aangezien 98% van onze emissies wordt veroorzaakt tijdens de gebruiksfasen van JENSEN-GROUP-producten, zijn we ons bewust van de potentiële langetermijnimpact van broeikasgassen die gepaard gaat met de ingesloten ('locked-in') emissies tijdens de levenscyclus van onze producten.
Deze risico's zijn gekoppeld aan de energieafhankelijkheid van onze producten (gas en stoom) en zijn grotendeels afhankelijk van de keuzes die onze klanten en overheden maken met betrekking tot energiebronnen (bv. specifieke contracten of algemene netbronnen) en de beschikbaarheid van infrastructuur.
We pakken deze risico's aan door ons in te zetten om de koolstofintensiteit van onze productportefeuille af te bouwen in overeenstemming met de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. We voorzien geen bijkomende ingesloten emissies die iENSEN-GROUP zouden verhinderen om zijn doelstellingen te bereiken.
Onze strategie om de BKG-uitstoot tijdens de gebruiksfasen van onze producten af te bouwen, omvat onder meer:
- Productinnovatie en aftermarket-oplossingen: Innovatie en service-gedreven energie-efficiëntie zullen deze vermindering blijven ondersteunen. De wasprocessen van onze klanten optimaliseren om zo het water- en energieverbruik te minimaliseren blijft een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast blijven we onze interne expertise op het gebied van opkomende technologieën en energieoplossingen verder ontwikkelen en hebben we tijdens de verslagperiode een expert op het vlak van thermodynamica aangesteld.
- Samenwerking met klanten: Aangezien een belangrijk deel van onze uitstoot plaatsvindt in de wasserijen, werken we actief samen met onze klanten om het energieverbruik te optimaliseren en de milieu-impact van hun activiteiten te verminderen. Ondertussen verzamelen we koolstofgegevens en verfijnen we ons Scope 3-berekeningsmodel.
- Langetermijnfocus op hernieuwbare energieoplossingen: Hoewel het theoretisch mogelijk is om onze apparatuur op hernieuwbare energie te laten draaien, is dit momenteel technisch en financieel niet haalbaar vanwege het hoge energieverbruik van de bestaande machines. Dat motiveert ons om ontwikkelingen op het vlak van hernieuwbare energie, verbeteringen in de energie-efficiëntie van apparatuur en innovatieve oplossingen voortdurend te volgen. We streven ernaar dat onze apparatuur klaar is voor toekomstige koolstofarme technologieën en efficiënt kan werken zodra die op grotere schaal beschikbaar komen, zodat zowel klanten als iENSEN-GROUP samen gemeenschappelijke klimaatdoelstellingen kunnen bereiken.
- Toegewezen middelen: tijd, arbeid en indirecte kosten. We kunnen deze informatie niet kwantificeren.
E1-2 – Beleid
In overeenstemming met ons overkoepelende transitieplan dat zich richt op Scope 1- en Scope 2-emissies, zetten we ons in voor de elektrificatie van ons wagenpark. Ons wagenbeleid onderstreept dit engagement door de aanschaf van elektrische voertuigen te stimuleren en door EV-oplaadstations op onze locaties te financieren.
We hebben geen ander klimaatgerelateerd beleid op Groepsniveau.
E1-3 – Maatregelen en middelen
Om onze klimaatmitigatiedoelstellingen te behalen, nemen we de volgende maatregelen voor onze eigen activiteiten binnen de Groep als geheel (Scopes 1 en 2) en voor onze downstream-waardeketen (Scope 3), meer specifiek op klantniveau in de gebruiksfasen van de apparatuur:
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Elektrificatie van ons wagenpark (Scope 1)
Deze transformatie is al begonnen met een toename van het aantal hybride en elektrische voertuigen in ons wagenpark.
| Actieve vloot | 31 december 2025 | 31 december 2024 | 31 december 2023 | 31 december 2022 |
|---|---|---|---|---|
| Elektrische/Hybride wagens van totale vloot | 22% | 18% | 15% | 12% |
Door alle huidige voertuigen met verbrandingsmotor (ICE) en de hybride voertuigen te vervangen door volledig elektrische wagens, kunnen we in de komende tien jaar tot 1.077 ton CO₂e besparen. Als we de vervanging van vorkheftrucks op fossiele brandstoffen door elektrische meerekenen, kunnen we 1.177 ton CO₂e besparen en onze Scope 1-emissies met 44% verminderen.
Aangezien voor bepaalde bedrijfsactiviteiten, zoals klantenservice, voertuigen steeds klaar moeten staan voor gebruik, en medewerkers afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van oplaadpunten, zou een meer realistische en conservatieve besparing 810 ton CO₂e zijn, omdat de servicebusjes buiten beschouwing worden gelaten. Dit zou een vermindering van 30% betekenen voor onze Scope 1-emissies, en veronderstelt dat ongeveer 72% van ons wagenpark elektrisch zou zijn tegen 2034. Deze berekening steunt op cijfers voor 2025 en houdt geen rekening met organische groeisimulaties. We verwachten dat de doelstelling zal verbeteren, gebaseerd op de vooruitgang in infrastructuur en technologie, waardoor ons hele wagenpark zou moeten kunnen opgenomen worden in deze cijfers. Ons engagement wordt benadrukt door ons herziene bedrijfswagenbeleid dat de aankoop van dergelijke voertuigen aanmoedigt. Hoewel er geen verdere belangrijke acties werden ondernomen tijdens de verslagperiode, zullen we de aankoop van elektrische auto's blijven stimuleren en de behoefte aan voertuigen met verbrandingsmotor in vraag stellen. Dit kan op een zeer doeltreffende manier gebeuren, aangezien elk investeringsvoorstel voor nieuwe voertuigen door de CEO en de CFO moet worden goedgekeurd.
Toegewezen middelen: Lopende investeringen en leasingcontracten voor elektrische voertuigen en EV-laadstations maken deel uit van onze kapitaaluitgaven die worden vermeld op pagina 209 van het jaarverslag. Deze uitgaven worden niet gerapporteerd als taxonomie-afgestemde kapitaaluitgaven in het hoofdstuk taxonomie. Ze voldoen immers niet aan alle doelstellingen en criteria van de taxonomie. De aanschaf van elektrische voertuigen is geen uitzonderlijke investering, maar maakt deel uit van onze regelmatige vervangingscyclus voor voertuigen, met kosten die vergelijkbaar zijn met die van conventionele auto's. Bijgevolg worden deze uitgaven opgenomen in onze normale kapitaaluitgaven zonder dat daarvoor een speciaal budget nodig is. Door elektrische voertuigen te behandelen als onderdeel van de normale kapitaaluitgaven geven we uiting aan ons streven om koolstofarme mobiliteit te integreren in onze dagelijkse bedrijfsactiviteiten.
Hernieuwbare elektriciteit (Scope 2)
We zijn van plan om onze elektriciteitsvoorziening te vergroenen door waar mogelijk over te schakelen op emissievrije elektriciteit of elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Onze Chinese fabriek en een van onze nieuwste joint ventures, MAXI-PRESS, zijn al uitgerust met zonnepanelen die 13% van het totale energieverbruik van de Groep dekken.
Tal van andere entiteiten profiteren al van groene energie van het net.
We zijn van plan om zonnepanelen te installeren op andere locaties en in situaties waar zonnepanelen geen optie vormen, zijn we van plan om elektriciteit uit hernieuwbare bronnen aan te kopen van het elektriciteitsnet. In landen waar de elektriciteitsopties beperkt zijn door de markt of door het feit dat we huurders zijn, is dit misschien niet haalbaar.
De transitie naar netto-nul en het behalen van onze doelstellingen zijn daarom ook afhankelijk van externe factoren waar we geen invloed op hebben.
Op basis van de huidige marktsituatie en de energieverbruikscijfers voor 2025 zouden we met deze aanpak 3.645 ton of CO₂e kunnen besparen, wat neerkomt op een vermindering van 58% van onze Scope 1- en Scope 2-emissies.
We verwachten dat we deze doelstelling zullen overtreffen, aangezien de beschikbaarheid van hernieuwbare energie-infrastructuren naar verwachting zal toenemen, en de energiemix in het elektriciteitsnet in de loop der jaren zal vergroenen.
Tijdens de verslagperiode hebben verschillende entiteiten hun transitie naar hernieuwbare energie voortgezet. Ons SSC in Italië heeft certificaten van oorsprong aangekocht en er zijn zonnepanelen gepland voor onze Belgische kantoren. In China staat voor 2026 een nieuwe installatie van zonnepanelen op een extra fabrieksgebouw op het programma. Er zijn ook haalbaarheidsstudies uitgevoerd en er is met het EMT besproken om het potentieel van zonne-energie op onze andere productievestigingen te evalueren. In 2026 zal verder worden geanalyseerd welke vestigingen de meeste waarde bieden voor het behalen van onze Scope 2-doelstelling. Voor onze belangrijkste productievestiging in Denemarken, gelegen op het eiland Bornholm, hangt de toegang tot koolstofneutrale elektriciteit bijvoorbeeld af van de goedkeuring van een politiek akkoord met betrekking tot het initiatief 'Bornholm Energy Ø'. Dit akkoord is noodzakelijk om de infrastructuur voor hernieuwbare energie op het eiland uit te breiden en te zorgen voor een netwerk dat voldoende koolstofneutrale elektriciteit kan leveren aan industriële afnemers. In de praktijk betekent dit dat ons vermogen om groene elektriciteit in te kopen voor deze vestiging afhankelijk is van externe beleidsbeslissingen en de toekomstige ontwikkeling van lokale energiesystemen.
Toegewezen middelen: De huidige operationele kosten voor groene energie zijn niet significant en maken deel uit van onze operationele uitgaven, zoals vermeld op pagina 226 van het jaarverslag. De installatie van zonnepanelen in China wordt uitgevoerd volgens een model van eigendom van een derde partij. De externe leverancier financiert, installeert en exploiteert het systeem, zodat JENSEN-GROUP geen kapitaal- of operationele kosten hoeft te betalen en alleen de ter plaatse geproduceerde hernieuwbare elektriciteit verbruikt. De geplande investering in België wordt als niet-materieel beschouwd, aangezien de vestiging slechts een beperkt aantal zonnepanelen nodig heeft.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Vermindering en uitfasering van operationeel brandstof- en energieverbruik (Scopes 1+2)
Aangezien we de bruto Scope 1- en Scope 2-emissies niet volledig kunnen elimineren, is het belangrijk dat we voortdurend werken aan het verminderen van ons operationele brandstof- en energieverbruik. Op basis van 'lean management'-principes maken de fabrieken gebruik van een geconcentreerde productieplanning met jaarlijkse sluitingen om ervoor te zorgen dat de productie op een constant hoog niveau blijft.
Alle transportroutes binnen de fabriek worden zo kort mogelijk gehouden en vorkheftrucks op fossiele brandstoffen worden voortdurend uitgefaseerd en vervangen door elektrische.
Waar mogelijk werd het lassen met gas vervangen door laserlassen, wat de operationele efficiëntie verbetert en het verbruik van fossiele brandstoffen doet afnemen.
Al onze fabrieken die nog niet zijn overgestapt op ledverlichting zijn momenteel bezig met die overstap. De nieuwe verfcabine die in 2024 in onze fabriek in Denemarken is geïnstalleerd, maakt het mogelijk om overtollige warmte terug te winnen en te hergebruiken. Aangezien we pas vanaf het einde van de verslagperiode begonnen zijn met het effectieve gebruik van restwarmte, verwachten we in 2026 de eerste bevestigde energiebesparingen te kunnen rapporteren. Het systeem is ook ontworpen om in de toekomst elektrificatie mogelijk te maken zodra dat economisch haalbaar is.
Uit eerste schattingen en analyses tijdens de verslagperiode blijkt dat het gebruik van elektriciteit in plaats van gas voor de verfcabine momenteel zou leiden tot een stijging van de energiekosten met ongeveer 75%.
Als overgangsoplossing wordt het gebruik van biogas onderzocht en worden haalbaarheidsstudies uitgevoerd. Deze stappen maken deel uit van onze bredere inspanningen om onze kortetermijndoelstellingen te behalen.
Hoewel de verbeterde oppervlaktebehandeling van onze verfcabine in China, die in 2024 werd voltooid, het aardgasverbruik in vergelijking met 2023 heeft verminderd, is het totale gasverbruik in 2025 opnieuw gestegen als gevolg van hogere productievolumes. Voor meer details en een vergelijking van de energiegerelateerde verbruikscijfers, zie pagina 34 hieronder. Er zijn geen belangrijke acties en doelstellingen voor de toekomst gedefinieerd.
Toegewezen middelen: Uitgaven in verband met de installatie van energie-efficiëntiemaatregelen zijn te vinden in het gedeelte Taxonomie (Bijlage D) van dit verslag. Ze worden niet gerapporteerd als taxonomie afgestemde kapitaaluitgaven omdat ze niet voldoen aan alle doelstellingen en criteria van de taxonomie. Deze investeringen maken deel uit van onze kapitaaluitgaven die op pagina 209 van het jaarverslag worden vermeld.
Emissiereductie veroorzaakt door het gebruik van de apparatuur (Scope 3)
Ongeveer 98% van onze emissies in deze categorie vindt stroomafwaarts plaats terwijl onze producten in gebruik zijn. Om deze emissies effectief te verminderen, werden verschillende hefbomen geïdentificeerd.
- Samenwerking met klanten op het vlak van klimaatdoelstellingen: Hoewel het gebruik van onze apparatuur wordt gerapporteerd binnen de emissies in onze eigen waardeketen, vinden deze emissies plaats op de vestigingen van onze klanten, en houden ze rechtstreeks verband met de manier waarop de machines worden gebruikt.
Nauwe samenwerking met klanten is daarom essentieel om oplossingen te vinden die helpen de emissies tijdens het gebruik van de apparatuur te verminderen. Door klanten te ondersteunen bij het verminderen van deze operationele emissies, dragen we bij aan het verminderen van de grootste emissiebron van de Groep.
Tijdens de verslagperiode hebben we binnen de ETSA en met belangrijke spelers in de waardeketen beste praktijken uitgewerkt voor industriële wasserijen, met als doel hun belangrijkste emissiebronnen, namelijk energieverbruik en textielaankopen, te verminderen.
Dit initiatief weerspiegelt onze sterke overtuiging dat samenwerking belangrijk is om gezamenlijke klimaatdoelstellingen te bereiken, vooral gezien het onderling verbonden karakter van de emissies in de hele waardeketen.
Onze betrokkenheid bij nationale en internationale sectorverenigingen is essentieel, evenals onze voortdurende dialoog met onze klanten op bilaterale basis. Onze dagelijkse activiteiten zijn gebaseerd op het bieden van ondersteuning en het aanreiken van CleanTech-oplossingen die wasserij-activiteiten optimaliseren en hun energieverbruik verminderen. We zullen deze relaties en samenwerkingsverbanden blijven stimuleren binnen de context van onze respectieve plannen om de CO₂-uitstoot te verminderen.
Toegewezen middelen: indirecte kosten van tijd en arbeid.
- Energie-efficiëntiemaatregelen: 1,5 - 2% van onze omzet wordt geïnvesteerd in productontwikkeling gedreven door onze CleanTech-aanpak. We zijn altijd toegewijd geweest aan het creëren van zo energie-efficiënt mogelijke oplossingen om de resultaten te maximaliseren en de kosten en het energieverbruik voor onze klanten te minimaliseren. Energie-efficiëntiemaatregelen omvatten ook een strategische focus op aftermarket-oplossingen die klanten voorzien van regelmatige onderhoudscontroles en opleidingen in het meest efficiënte gebruik van de apparatuur. We zullen innovatie en ons dienstenaanbod blijven ontwikkelen en stimuleren om onze Scope 3-klimaatdoelstellingen te halen.
Toegewezen middelen: 1,5 - 2% van onze omzet geïnvesteerd in productontwikkeling (PD), indirecte kosten van tijd en arbeid.
- Hernieuwbare verwarmingsoplossingen: Een belangrijke bron van emissies voor onze klanten is het verwarmingsproces, dat in de meeste gevallen afhankelijk is van fossiele brandstoffen. Om de duurzaamheid van dit proces te verbeteren, moeten hernieuwbare en energie-efficiëntere verwarmingsoplossingen worden ontwikkeld. In deze context blijft gasgestookte apparatuur een rol spelen in de transitie, aangezien die over het algemeen minder koolstofintensief is dan andere fossiele alternatieven en efficiëntere directe verwarming mogelijk maakt in vergelijking met traditionele stoomsystemen. Tegelijkertijd blijven we samenwerken met onze klanten om innovatieve technologieën in productontwikkeling te verkennen en ervoor te zorgen dat onze apparatuur klaar is voor toekomstige koolstofarme toepassingen naarmate die oplossingen op grotere schaal beschikbaar komen.
Heavy-duty wasserijmachines hebben ook aanzienlijk hogere en complexere energiebehoeften dan huishoudelijke of commerciële machines, vanwege de grote te verwerken volumes en de continue bedrijfsomstandigheden.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Als gevolg hiervan kunnen de technologieën en energieoplossingen die doorgaans worden gebruikt in kleinschaligere toepassingen niet direct worden ingezet in industriële wasserijen. Deze complexiteit onderstreept het belang van de ontwikkeling van op maat gemaakte, hernieuwbare energie-oplossingen die kunnen voldoen aan de operationele en prestatiebehoeften van de sector.
Toegewezen middelen: 1,5 - 2% van onze omzet geïnvesteerd in productontwikkeling (PD).
- De kwaliteit van Scope 3-data verbeteren: de kwaliteit van onze Scope 3-emissiedata verbeteren is een genuanceerde uitdaging die de complexiteit onderstreept van het berekenen en begrijpen van onze bredere milieu-impact. Gezien het ingewikkelde web van activiteiten in onze waardeketen, zijn we vaak te genoodzaakt om veronderstellingen te maken omdat specifieke gegevens ontbreken.
Daarom reikt ons commitment verder dan enkel naleving; het gaat over het ontwikkelen van onze dataverzamelingsprocessen om veronderstellingen te minimaliseren en de betrouwbaarheid van onze cijfers na verloop van tijd te vergroten. Door te streven naar meer nauwkeurige en controleerbare data, willen we onze duurzaamheidsstrategieën met grotere precisie verfijnen en een cultuur van voortdurende verbetering en transparantie bevorderen. Deze reis naar betere data onderstreept onze toewijding om weloverwogen beslissingen te nemen die echt bijdragen aan onze duurzaamheidsdoelstellingen.
In 2024 hebben we een berekeningsmodel voor onze gebruiksfase ontwikkeld en dit aan een uitgebreide interne, externe en klantbeoordeling onderworpen. Tijdens de verslagperiode heeft het model bewezen robuust en auditbestendig te zijn. We hebben ook onze middelen op dat vlak uitgebreid om onze capaciteiten verder te versterken en ons inzicht in emissies tijdens de gebruiksfase te verdiepen. Op basis hiervan zijn we van plan om het model in 2026 te automatiseren en zo de efficiëntie en schaalbaarheid binnen de hele Groep te verbeteren.
Toegewezen middelen: indirecte kosten van tijd en arbeid.
In dit stadium is het kwantificeren van de bijdragen van onze producten aan het behalen van de gestelde reductiedoelstellingen tijdens de gebruiksfase een uitdaging, en dit omwille van de diverse producten die worden verkocht en de verschillende manieren waarop ze door klanten worden gebruikt. Hoewel onze industriële wasmachines worden ontworpen en gebouwd met hoogkwalitatieve onderdelen en voldoen aan strenge productienormen, hangt de energie-efficiëntie van de apparatuur af van de manier waarop de eindgebruiker de machine bedient. Dit omvat ook de keuze van het proces (vaak bepaald door leveranciers van chemicaliën), dat een aanzienlijke invloed heeft op de energie- en nutsefficiëntie.
Daarnaast heeft het type textiel dat wordt gewassen (zoals linnengoed, kleding, stofmatten, enz.) ook invloed op de totale efficiëntie, net als de ondersteunende infrastructuur (zoals het gebouw en de energievoorziening).
Het energieverbruik kan dus sterk verschillen van de ene wasserij tot de andere, afhankelijk van de textielmix die verwerkt wordt, de specifieke gevolgde werkprocedures en de infrastructuur. Aangezien een klant bovendien van week tot week verschillende soorten textiel kan verwerken, kan het energieverbruik schommelen, ook al wordt dezelfde machine gebruikt.
31
Deze variabiliteit, naast een verschillende mix van jaarlijks verkochte producten op basis waarvan we de Scope 3-gebruiksfaser-emissies berekenen, maakt het moeilijk om productspecifieke energieverbruiksdata bij te houden en vrij te geven waaruit we een kwantificeerbaar besparingscijfer van BKG-emissies zouden kunnen afleiden.
E1-4 – Doelen ten aanzien van klimaatmitigatie
We hebben ons in 2024 verbonden tot het internationaal erkende ‘near-term Science Based Targets Initiative’ (SBTi) en ons bedrijf legt zichzelf strikte en wetenschappelijk onderbouwde CO₂e-reductiedoelstellingen op voor de komende tien jaar. Met deze doelstellingen willen we de CO₂-voetafdruk van het bedrijf verkleinen in overeenstemming met de doelstellingen voor de opwarming van de aarde die vastgelegd zijn in het klimaatakkoord van Parijs. Onze klimaatdoelstellingen voor de nabije toekomst werden ontwikkeld met behulp van de ‘SBTi target setting tool’, en simuleren een klimaatscenario gebaseerd op een klimaatopwarming van ruim onder de 2 °C.
Tijdens de verslagperiode hebben we verdere haalbaarheidsstudies en simulaties uitgevoerd om de robuustheid van onze ambitie te waarborgen. Ook hebben we de indiening van onze kortetermijndoelstellingen bij het SBTi afgerond. Als onderdeel van dit proces herzien we onze emissies voor 2024 na berekening van de koolstofvoetafdruk met recentere emissiefactoren en na een herverificatie van onze gegevens.
We hebben ons basisjaar gewijzigd van 2024 naar 2025, met een totale uitstoot van 6.772.109 tCO₂e, inclusief een marktgebaseerde benadering voor Scope 2. Deze wijziging is doorgevoerd na een aanzienlijke verbetering van de kwaliteit van de emissiegegevens voor Scope 3 ‘gebruik van verkochte producten’ tijdens de verslagperiode, waardoor een betrouwbaardere basis is ontstaan. De cijfers voor 2024 zijn behouden voor vergelijkingsdoeleinden.
| Reductietraject voor BKG-emissies op basis van de waarden voor 2025 | DOEL | DOEL | 31 december | 31 december |
|---|---|---|---|---|
| 2034 | 2030 | 2025 | 2024 (aangepast) | |
| Scope 1+2 in ton CO₂e (marktgebaseerde aanpak) | 2.598 | 3.657 | 6306 | 5.112 |
| Reductie Scope 1+2 | 58,8% | 42% | - | |
| Scope 3 ‘gebruik van verkochte producten’ in ton CO₂e | Absolute vermindering niet kwantificeerbaar | Absolute vermindering niet kwantificeerbaar | 6.629.255 | 4.015.883 |
| Reductie Scope 3 ‘gebruik van verkochte producten’ | 35% | 25% | - |
Het opvolgen van de prestaties met betrekking tot Scopes 1 en 2 wordt uitgevoerd door activiteitsgegevens met betrekking tot energieverbruik en de energiemix op kwartaalbasis te rapporteren. Het Head of Corporate Sustainability kan prestatie-updates geven aan het EMT tijdens de maandelijkse ‘ESG driver update meeting’. Dit proces maakt efficiënte en snelle besluitvorming mogelijk, indien corrigerende maatregelen nodig zijn. De handmatige methode voor het verzamelen en berekenen van Scope 3-data maakt regelmatige opvolging onhaalbaar. In plaats daarvan zullen die data jaarlijks worden berekend en herzien in overleg met het EMT, samen met interne experts en een selecte groep klanten, waarbij specifiek wordt gefocust op reductiestrategieën tijdens de gebruiksfase van de apparatuur.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Hoe JENSEN-GROUP het energieverbruik van klanten aanpakt
Energiebesparingen zijn van onmiskenbaar belang voor onze klanten, wat de hoge mate van materialiteit van dit onderwerp verklaart. Een efficiënter gebruik van primaire energie en een zuiniger verbruik ervan is een van de belangrijkste doelstellingen van onze CleanTech-aanpak.
Het gaat hierbij ook om geïntegreerde water- en energieterugwinning in de machines. Het energieverbruik van onze apparatuur en wasprocessen optimaliseren vormt de kern van ons businessmodel, en maakt ook deel uit van ons klimaattransitieplan, aangezien de hoeveelheid energie die door klanten wordt gebruikt een directe impact heeft op de hoeveelheid broeikasgassen die vrijkomt in de atmosfeer. Bijgevolg zijn de hiervoor geïdentificeerde hefbomen, acties en middelen voor Scope 3 om een vermindering tot stand te brengen ook van toepassing op dit onderwerp. We erkennen het belang om doelstellingen te formuleren die zijn afgestemd op de prioriteit van onze klanten om hun operationele energieverbruik te verminderen. De energieprestaties in een wasserij zijn evenwel afhankelijk van verschillende factoren die verder gaan dan het ontwerp van elke individuele machine.

Hierdoor is het moeilijk om te kwantificeren hoe JENSEN-GROUP bijdraagt tot betere prestaties op langere termijn, omdat de vooruitgang en de evolutie in grote mate beïnvloed worden door externe factoren waarover de Groep geen controle heeft. Bijgevolg zijn we nog niet klaar om specifieke doelstellingen te bepalen of de vooruitgang te meten zolang we geen berekeningsmethode kunnen uitwerken die in de eerste plaats kijkt naar de bijdragen van JENSEN-GROUP, onafhankelijk van andere factoren waarop we geen invloed hebben.
Via onze deelname aan verschillende werkgroepen van nationale en internationale sectorverenigingen willen we actief samenwerken met onze klanten om energiereducerende doelstellingen te ontwikkelen. Hiertoe behoren de Werkgroep Duurzaamheid van de Europese sectorvereniging ETSA (European Textile Service Association), die mee wordt voorgezeten door JENSEN-GROUP en waarin tal van wasserijen vertegenwoordigd zijn. Tijdens de verslagperiode hebben we samen met deze groep gewerkt aan de ontwikkeling van beste praktijken voor de sector met betrekking tot emissiereductie en energiebesparing in industriële wasserijen. Dit werk heeft duidelijk aangetoond dat energieprestaties zeer complex zijn en dat de werkwijzen van bedrijven sterk uiteenlopen. Dat bevestigt de noodzaak van verder onderzoek vooraleer een zinvolle en meetbare doelstelling kan worden vastgesteld. We blijven daarom werken aan de ontwikkeling van een berekeningsmethode waarmee energiebesparingen op betrouwbare wijze kunnen worden toegeschreven aan de bijdrage van JENSEN-GROUP, onafhankelijk van externe factoren. We streven ernaar om deze methodologie volgend jaar klaar te hebben en een bijbehorende doelstelling vast te stellen. Omdat we dit datapunt en de manier waarop we het meten momenteel aan het herbeoordelen zijn, is een vergelijking met de vorige verslagperiode niet mogelijk.
Broeikasgassen van JENSEN-GROUP
E1-5 – Energieverbruik en -mix (Scope 1+2)
| UoM | 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|---|
| Brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten | MWh | 0 | 0 |
| Brandstofverbruik uit ruwe olie en olieproducten* | MWh | 4490 | 4.159 |
| Brandstofverbruik uit aardgas | MWh | 4.646 | 3.329 |
| Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen | MWh | 2.647 | 1.690 |
| Verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen | MWh | 6.008 | 6.179 |
| Totaal verbruik fossiele energie | MWh | 17.791 | 15.357 |
| Aandeel fossiele bronnen in totaal energieverbruik | % | 73% | 75% |
| Totaal energieverbruik uit nucleaire bronnen | MWh | 1.103 | 843 |
| Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totaal energieverbruik | % | 5% | 4% |
| Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen | MWh | 0 | 0 |
| Verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen | MWh | 4.194 | 3.003 |
| Verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen op locatie | MWh | 1.318 | 1.173 |
| Verbruik van zelf opgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof (non-fuel) | MWh | 0 | 0 |
| Totaal verbruik hernieuwbare energie | MWh | 5.512 | 4.176 |
| Aandeel hernieuwbare bronnen in totaal energieverbruik | % | 23% | 21% |
| Totaal energieverbruik | MWh | 24405 | 20.376 |
| Energie-intensiteit van activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat (totaal energieverbruik per netto-inkomsten**) | MWh/1 KEUR | 0,045 | 0,045 |
Boekhoudbeleid
Alle entiteiten binnen JENSEN-GROUP, met inbegrip van onze fabrieken, geconsolideerde dochterondernemingen en joint ventures, zijn opgenomen in de berekening van het energieverbruik, met uitzondering van een beperkt aantal entiteiten die zijn uitgesloten om de redenen die worden beschreven in Bijlage A “Basis voor voorbereiding”.
- Het brandstofverbruik omvat een schatting van de brandstof die wordt verbruikt door bedrijfswagens op basis van een gemiddeld verbruik in liters per 100 km bij een afgelegde afstand van 25.000 km per jaar. Voor bedrijfswagens die tijdens de verslagperiode zijn aangeschaft of verkocht, wordt de afgelegde afstand op een lagere waarde geschat indien de auto werd aangeschaft of verkocht in respectievelijk het eerste of laatste kwartaal van de verslagperiode.
**De volledige omzet van de Groep is afkomstig van de distributie van heavy-duty wasserijmachines. Dit wordt beschouwd als een sector met een grote impact op het klimaat.
De activiteitsgegevens met betrekking tot energieverbruik (exclusief brandstofverbruik voor bedrijfswagens) zijn afkomstig van facturen en kunnen, afhankelijk van de facturatiecyclus van de leverancier, gebaseerd zijn op veronderstellingen met betrekking tot de verbruikscijfers van het voorgaande jaar. De opsplitsing tussen fossiele, hernieuwbare en nucleaire energiebronnen, inclusief ingekochte elektriciteit en stoom, is voornamelijk gebaseerd op informatie van leveranciers. Indien er geen informatie van leveranciers beschikbaar was, hebben we nationale of regionale energiemixen gebruikt die verstrekt werden door lokale autoriteiten, of de mixen die beschikbaar zijn op de website van de International - U.S. Energy Information Administration (EIA).
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Met betrekking tot onze berekening van de energie-intensiteit wordt de omzet vermeld in de jaarrekening, op pagina 183 van het jaarverslag.
E1-6 – Bruto Scopes 1, 2, 3 en totale BKG-emissies
Als fabrikant van industriële wasapparatuur wordt onze BKG-uitstoot gecategoriseerd en gerapporteerd in overeenstemming met het Greenhouse Gas Protocol voor Scope 1-, Scope 2- en Scope 3-emissies. De aanzienlijke groei, de toename van de productie en de betere gegevens tussen eind vorig jaar en tijdens de verslagperiode hebben bijgedragen aan een toename van onze BKG-uitstoot ten opzichte van vorig jaar.
Scope 1: directe uitstoot
Scope 1-emissies omvatten de directe uitstoot van bronnen die eigendom zijn van of beheerd worden door ons bedrijf. Het grootste deel van deze uitstoot wordt veroorzaakt door onze productieactiviteiten en is het gevolg van de verbranding van aardgas en propaangas die worden gebruikt in het productieproces en van de brandstof die wordt verbruikt door ons wagenpark.
Scope 2: indirecte uitstoot door energieverbruik
Scope 2-emissies omvatten de indirecte uitstoot van broeikasgassen die het gevolg zijn van het verbruik van ingekochte energie en stadsverwarming. Onze Scope 2-emissies zijn voornamelijk afkomstig van de elektriciteit die we inkopen om onze productiefaciliteiten, kantoren en verkoop- en servicekantoren van stroom te voorzien. 3% van de verbruikte energie werd gedekt door contractuele instrumenten, waarvan 3% gebundeld is, wat betekent dat de eigenlijke netenergie uitsluitend afkomstig is van hernieuwbare bronnen. Minder dan 1% van de energie is niet-gebundeld, wat betekent dat er zeer weinig certificaten van oorsprong of hernieuwbare energiecertificaten zijn aangekocht om aanspraak te maken op milieuvoordelen of emissies van niet-hernieuwbare netstroom te compenseren. Deze instrumenten vormen een integraal onderdeel van ons transitieplan en zorgen ervoor dat een steeds groter deel van onze elektriciteit uit hernieuwbare bronnen wordt meegenomen in onze marktgebaseerde Scope 2-berekeningen. Geen enkele van onze Scope 1- en 2-emissies vallen onder gereguleerde emissiehandelssystemen (ETS). Gereguleerde emissiehandelssystemen zijn van toepassing op specifieke grote of energie-intensieve installaties, en geen van de activiteiten van de Groep voldoet aan de criteria om hieronder te vallen.
Scope 3: indirecte uitstoot in de waardeketen
Scope 3-emissies vertegenwoordigen het grootste deel van onze koolstofvoetafdruk, omdat ze de indirecte uitstoot in onze hele waardeketen omvatten, zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts. Onze grootste uitstoot vindt plaats in:
Gebruik van verkochte producten (98%): Het grootste deel van onze Scope 3-emissies is afkomstig van het gebruik van onze apparatuur door klanten. De energie-intensieve processen en de lange levensduur van de producten verklaren dit cijfer. De emissies in deze categorie zijn tussen 2024 en 2025 met ongeveer 65% gestegen. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan een toename van de verkoop en een groter aandeel energie-intensieve apparatuur in het productassortiment dat in 2025 werd verkocht in vergelijking met 2024. Bovendien hebben betere gegevens voor parameters van de productiecyclus (aantal ploegen, bedrijfsuren en bedrijfsdagen) geleid tot hogere gerapporteerde emissies in vergelijking met het eerdere gebruik van een standaardveronderstelling van 40 bedrijfsuren per week.
| In ton CO2e | Aandeel in emissies in 2025 in % | Emissies in 2025 in ton CO2e | Emissies in 2024 in ton CO2e (aangepast) |
|---|---|---|---|
| Directe uitstoot van stationaire verbrandingsbronnen | 0 | 1.483 | 957 |
| Directe uitstoot van mobiele bronnen met verbrandingsmotor | 0 | 1.177 | 968 |
| Directe uitstoot van processen | 0 | 0 | 0 |
| Directe vluchtige uitstoot | 0 | 0 | 0 |
| Totale Scope 1-emissies | 0 | 2660 | 1.925 |
| Indirecte uitstoot door elektriciteitsverbruik (locatiegebaseerd) | 0 | 2.130 | 2.255 |
| Indirecte uitstoot door elektriciteitsverbruik (marktgebaseerd) | 0 | 3.608 | 3.060 |
| Indirecte uitstoot door opwekking van stoom, verwarming of koeling (locatiegebaseerd) | 0 | 38 | 116 |
| Indirecte uitstoot door opwekking van stoom, verwarming of koeling (marktgebaseerd*) | 0 | 38 | 116 |
| Totale Scope 2-emissies (locatiegebaseerd) | 0 | 2.150 | 2.372 |
| Totale Scope 2-emissies (marktgebaseerd) | 0 | 3.645 | 3.187 |
| Totale Scope 1 & 2-emissies (locatiegebaseerd) | 0 | 4.810 | 4.297 |
| Totale Scope 1 & 2-emissies (marktgebaseerd) | 0 | 6.306 | 5.121 |
| Gekochte goederen en diensten | 2 | 112.128 | 73.237 |
| Kapitaalgoederen | 0 | 2.280 | 2.423 |
| Uitstoot van brandstoffen en energie (niet opgenomen in Scope 1 en Scope 2) | 0 | 845 | 721 |
| Stroomopwaartse transport en distributie | 0 | 4.958 | 4.556 |
| Gegenereerd afval | 0 | 12 | 12 |
| Zakenreizen | 0 | 11.203 | 10.018 |
| Woon-werkverkeer van werknemers | 0 | 3.683 | 3.566 |
| Stroomopwaarts geleasede activa | 0 | 0 | 0 |
| Andere indirecte uitstoot stroomopwaarts | 0 | 0 | 0 |
| Scope 3-emissies stroomopwaarts | 2 | 135.108 | 94532 |
| Stroomafwaartse transport en distributie | 0 | 0 | 0 |
| Verwerking van verkochte producten | 0 | 0 | 0 |
| Gebruik van verkochte producten | 98 | 6.629.255 | 4.015.883 |
| Einde levensduur van verkochte producten | 0 | 56 | 67 |
| Stroomafwaarts geleasede activa | 0 | 0 | 0 |
| Franchises | 0 | 0 | 0 |
| Investeringen | 0 | 1.384 | 1576 |
| Andere indirecte uitstoot stroomafwaarts | 0 | 0 | |
| Scope 3-emissies stroomafwaarts | 98 | 6.630.696 | 4.017.526 |
| Totale Scope 3-emissies | 100 | 6.765.804 | 4.112.058 |
| TOTALE UITSTOOT SCOPE 1, 2 en 3 (locatiegebaseerd) | 6.770.614 | 4.116.355 | |
| TOTALE UITSTOOT SCOPE 1, 2 en 3 (marktgebaseerd) | 6.772.109 | 4.117.170 | |
| Broeikasgasintensiteit per netto-inkomsten in ton CO2e/KEUR* (locatiegebaseerd) | 12,53 | 9,08 | |
| Broeikasgasintensiteit per netto-inkomsten in ton CO2e/KEUR* (marktgebaseerd) | 12,53 | 9,08 |
*Zie de netto-inkomsten in de jaarrekening op pagina 183.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Boekhoudbeleid
Alle entiteiten binnen JENSEN-GROUP, d.w.z. onze fabrieken, geconsolideerde en niet-geconsolideerde dochterondernemingen en joint ventures, zijn opgenomen in de berekening van de koolstofvoetafdruk in overeenstemming met het Greenhouse Gas Protocol en de operationele controlebenadering, met uitzondering van een beperkt aantal entiteiten die zijn uitgesloten om de redenen die worden beschreven in Bijlage A “Basis voor voorbereiding”. De waarden voor 2024 zijn aangepast vanwege methodologische wijzigingen. Die omvatten de implementatie van een nieuwe tool voor het berekenen van de koolstofemissies, wat heeft geleid tot een herverificatie van de onderliggende gegevens, evenals de toepassing van bijgewerkte emissiefactoren en de operationele beheersaanpak.
Het boekhoudbeleid voor scope 1-, 2- en 3-emissies zijn te vinden in Bijlage C.
Andere klimaatgerelateerde openbaarmakingen
E1.GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen
Duurzaamheidsprestaties worden niet geïntegreerd in de beloningsregelingen van het management van JENSEN-GROUP of van de Raad van Bestuur.
E1-7 - Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd met koolstofkredieten
Op dit moment hebben wij geen projecten om broeikasgassen die worden gefinancierd met koolstofkredieten te verwijderen of te verminderen.
E1-8 - Interne koolstofprijsstelling
Wij hanteren momenteel geen intern koolstofprijsysteem.
E1-9 - Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen
We hebben geen financiële effecten geïdentificeerd die zijn veroorzaakt door materiële risico’s en verwijzen naar de sectie hierboven “Waarom de klimaatverandering belangrijk is voor ons bedrijf”.
37
3. Verontreiniging – ESRS E2
Onze aanpak om verontreiniging te beheren
Waarom verontreiniging belangrijk is voor ons bedrijf
IRO-1 – Beschrijving van processen om materiële impact, risico’s en kansen in verband met verontreiniging in kaart te brengen en te analyseren
De materialiteit van impact, risico’s en kansen in verband met verontreiniging werd in 2024 geanalyseerd volgens het proces dat is beschreven in Bijlage A “Dubbel Materialiteitsproces”, en blijft ongewijzigd.
De preventieve maatregelen die in 2024 zijn ingevoerd om werknemers te beschermen tegen luchtvervuiling bleven gedurende de verslagperiode van kracht. Hoewel de lasactiviteiten in twee van onze fabrieken toenamen, bleef de totale uitstoot op een laag niveau. Dat komt doordat de extra activiteiten over verschillende gebouwen en ploegen werden verdeeld, waardoor concentratie op één locatie of op één moment werd voorkomen. In één van de fabrieken heeft een verbeterd filtersysteem het toch al lage verontreinigingsniveau met een derde verder verlaagd. Als gevolg daarvan zijn er tijdens de verslagperiode geen nieuwe metingen uitgevoerd. Een aanzienlijke toename van lasactiviteiten zou aanleiding geven tot nieuwe tests, waaronder een herevaluatie van de daarmee samenhangende negatieve impact en de materialiteit van dit onderwerp.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
E2 - Verontreiniging
| DORIVC/DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| OO | Luchtverontreiniging | HUIDIG: Verontreiniging door emissies naar lucht als gevolg van laswerkzaamheden die nodig zijn voor montage van machines. Als deze emissies niet op de juiste manier worden behandeld, kunnen ze gezondheidsproblemen veroorzaken voor operatoren. De negatieve impact is beperkt tot werknemers die in de productie werken en manuele en halfautomatische activiteiten uitvoeren, voornamelijk laswerkzaamheden. Als fabrikant van industriële machines zijn dergelijke activiteiten essentieel voor ons bedrijf. | |||
| OOBUVC | Schadelijke stoffen | HUIDIG: Sommige staallegeringen bevatten elementen zoals chroom, nikkel, cadmium en lood. Deze kunnen risico's voor het milieu of de gezondheid met zich meebrengen als ze verkeerd worden behandeld of vrijkomen tijdens de productie of bij de verwijdering/het einde van de levensduur. Hetzelfde geldt voor oppervlaktebehandelingen die worden toegepast op staal voor corrosiebestendigheid of specifieke functionele eigenschappen die gevaarlijke stoffen bevatten zoals zink of chroom. | |||
| DVC | Microplastics | HUIDIG: De impact van downstream verontreiniging als gevolg van het vrijkomen van microplastics bij het wassen van testiel. Dit heeft een materiële impact voor onze klanten die deze impact moeten beperken met de hulp van hun leveranciers, waaronder wij. | KT: Regelgevende risico's met betrekking tot waterverontreinigende stoffen die vrijkomen uit producten, zoals een mogelijk verbod op PFAS of een Franse wet die vanaf 2025 microplastic vezelfilters verplicht stelt op wasmachines. Dit zal invloed hebben op klanten en de eisen die ze stellen. |

“W1+PC”
“66”
Het is voor mij een perfecte dag wanneer ik een probleem voor een klant kan oplossen en hij tevreden is.
Jens
Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. verontreiniging vormgeeft en opvolgt
We presenteren eerst luchtverontreiniging, gevolgd door zorgwekkende stoffen en daarna microplastics.
Luchtverontreiniging
E2-1 – Beleid
Hoewel er op Groepsniveau geen beleid is omtrent luchtverontreiniging, zijn de wettelijk vereiste gezondheids- en veiligheidsprocedures van kracht in onze fabrieken om werknemers te beschermen tegen luchtverontreiniging. In elke fabriek is er eveneens een medewerker in dienst die verantwoordelijk is voor de gezondheid, de veiligheid en het milieu.
E2-2 – Maatregelen en middelen
Tijdens de verslagperiode bleven de bestaande maatregelen van kracht en vulden we die aan met een upgrade van het luchtfiltersysteem in een van onze belangrijkste fabrieken. Als gevolg hiervan bleef het verontreinigingsniveau ruim onder de rapportagedrempel in vergelijking met ons referentiejaar 2024. De genomen maatregelen zijn cruciaal voor het behoud van de luchtkwaliteit en de bescherming van de gezondheid van onze werknemers en het milieu. De belangrijkste huidige acties zijn onder meer:
-
Maatregelen om verontreiniging te bestrijden: Onze productievestigingen zijn uitgerust met luchtfiltersystemen die regelmatig worden onderhouden om een efficiënte werking te verzekeren. Deze systemen vangen verontreinigende stoffen op en verwijderen ze uit de emissies voordat ze in het milieu terechtkomen. In onze fabriek waar de meest intensieve laswerkzaamheden plaatsvinden, is een alarmsysteem aanwezig dat werknemers waarschuwt als het ventilatiesysteem uitvalt. In onze productievestigingen in China hebben we de vorige korrelfilter vervangen door een honingraatfilter met actieve kool, waardoor de uitstoot nog verder is verminderd. Honingraatfilters zorgen voor een gelijkmatigere luchtstroom, verminderen de druk op ventilatiesystemen en bieden een hogere adsorptiecapaciteit. Ze kunnen ook worden geregenereerd en hergebruikt, wat zowel de milieuprestaties als de efficiëntie van hulpbronnen ten goede komt.
-
Verbeteren van industriële processen: Door over te stappen op minder vervuilende technologieën, zoals het overschakelen van autogeen lassen naar laserlassen in de productie, wordt de hoeveelheid schadelijke uitstoot aanzienlijk verminderd. Dit zorgt niet alleen voor schoner lucht, maar verbetert ook de operationele efficiëntie. Er zijn laserlasstations geïnstalleerd in onze fabrieken in Denemarken en Duitsland.
-
Testen en opvolgen: Sommige van onze fabrieken voeren maandelijkse controles uit op luchtverontreiniging of laten steekproefsgewijs controles uitvoeren door lokale autoriteiten om ervoor te zorgen dat de emissieniveaus binnen de wettelijke norm blijven. Deze informatie helpt het bedrijf bij het beoordelen van de effectiviteit van de huidige maatregelen ter bestrijding van verontreiniging en bij het nemen van geïnformeerde beslissingen over verdere verbeteringen.
-
Bescherming van de gezondheid op de werkplek: Wij voorzien onze lassers van beschermende werkkleding en maskers die hun blootstelling aan verontreinigende stoffen minimaliseren en zo zorgen voor een veiligere werkomgeving.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
- Correcte verwijdering van verontreinigende stoffen: We garanderen een correcte verwijdering van verontreinigende stoffen door filteronderhoud uit te voeren en doen een beroep op externe specialisten om filters professioneel te laten verwijderen.
- Financiële planning en beheer: Wij dekken de kosten die gepaard gaan met deze maatregelen, van de installatie van schonere technologieën tot verzekeringspremies die de milieurisico's weerspiegelen. Dit is een integraal onderdeel van het beheren van luchtverontreiniging.
Toegewezen middelen: De huidige operationele kosten omvatten het verwijderen/behandelen van de verontreinigde omgeving, testen op luchtverontreiniging, onderhoud van filters voor binnenluchtverontreiniging, beschermende werkkleding en maskers voor werknemers, en verzekeringspremies. Ze zijn niet significant en maken deel uit van onze operationele uitgaven, zoals vermeld op pagina 226 van het jaarverslag.
E2-3 – Doelen
JENSEN-GROUP werkt strikt binnen het reglementair kader van de nationale en lokale overheden. De emissies worden beheerd volgens de toegestane belasting per luchtverontreinigende stof die voor elke fabriek werd vastgelegd, zodat alle toepasselijke milieuvoorschriften worden nageleefd.
Tests op luchtverontreiniging werden in 2024 uitgevoerd door geaccrediteerde derde partijen in overeenstemming met hun methodologieën. De uitstoot werd gemeten ten opzichte van de toegestane lokale drempelwaarden. Onze doelstelling is om onder de drempelwaarde voor uitstoot te blijven die is vastgelegd in Bijlage II van de E-PRTR-verordening en om te blijven voldoen aan de lokale regelgeving en autoriteiten. Als onze activiteiten uitbreiden en onze laswerkzaamheden toenemen, zullen we bijkomende tests uitvoeren. Ongeacht operationele veranderingen zullen de tests echter minstens elke drie jaar worden uitgevoerd. Wij zijn ervan overtuigd dat deze aanpak volstaat, aangezien onze twee fabrieken met de meeste lasactiviteiten over robuuste systemen beschikken: de ene wordt maandelijks getest, terwijl de andere consequent onderhoud uitvoert en een waarschuwingssysteem heeft. JENSEN-GROUP heeft geen vrijwillige doelstellingen die verder gaan dan de naleving van de lokale regelgeving, en zal blijven voldoen aan de volgende drempels voor luchtemissies.
| China | Jaarlijks vastgestelde drempel & eenheid | Gerelateerde wetgeving |
|---|---|---|
| Zwaveldioxide (SO₂) | 200 mg/Nm³ | Geïntegreerde emissienorm voor luchtverontreinigende stoffen |
| 大气污染物综合排放标准 | ||
| DB32/4041-2021 | ||
| Stikstofoxiden (NOX) | 100 mg/Nm³ | |
| Fijne deeltjes (PM) | 20 mg/Nm³ | |
| Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOC) | 50 mg/Nm³ | Emissienormen voor luchtverontreinigende stoffen van industriële coatingprocessen |
| 工业涂装工序大气污染物排放标准 | ||
| DB32/4439-2022 | ||
| Ammoniak (NH3) | Niet van toepassing op JENSEN China | |
| Zware Metalen (ZM): aluminium (Al), ijzer (Fe), stofdeeltjes |
- In China vereist wetgeving dat de bevoegde autoriteiten de luchtverontreinigende stoffen, inclusief fijnstof en NMVOC-emissies, maandelijks monitoren. De emissieniveaus worden gemeten in kg per uur.
Om de totale emissies te berekenen en te controleren of wordt voldaan aan de toepasselijke drempelwaarden, wordt de gemeten uurwaarde vermenigvuldigd met acht operationele uren per werkdag en met het totale aantal werkdagen tijdens de rapportageperiode.
| Denemarken | Jaarlijks vastgestelde drempel & eenheid | Gerelateerde wetgeving |
|---|---|---|
| Zwaveldioxide (SO₂) | Niet van toepassing – naleving wordt geregeld door een door de Deense wetgeving verplicht filtersysteem dat 99% van de verontreinigende stoffen verwijdert. | Leidraad voor luchtverontreiniging en lijst met B-waarden van het Deense milieuagentschap |
| Stikstofoxiden (NOX) | ||
| Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOC) | ||
| Fijne deeltjes (PM) | ||
| Ammoniak (NH3) | ||
| Zware Metalen (ZM) | Al: 2,5 mg/seconde | |
| Fe: 20 mg/seconde | ||
| Stofdeeltjes: 20 mg/seconde | ||
| Duitsland | Jaarlijks vastgestelde drempel & eenheid | Gerelateerde wetgeving |
| --- | --- | --- |
| Zwaveldioxide (SO₂) | 1,3 mg/m³ | |
| 1.3 mg/m³ | TRGS 900 | |
| Stikstofoxiden (NOₓ) | 0.95 mg/m³ | TRGS 900 |
| Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOC) | Bestaat uit afzonderlijke chemische stoffen; we hebben geen grenswaarde gevonden. | |
| Emissies van fijne deeltjes (PM) naar lucht | 1.25 mg/m³ | TRGS 900 |
| A-stoffractie | 10 mg/m³ | |
| E-stoffractie | 1,25 mg/m³ | |
| 10 mg/m³ | ||
| Ammoniak (NH3) | 14 mg/m³ | TRGS 900 |
| 14 mg/m³ | ||
| Zware Metalen (ZM) | Bestaat uit afzonderlijke chemische stoffen; we hebben geen grenswaarde gevonden. |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
| VS | Primair/Secundair* | Gemiddelde tijd | Niveau | Vorm | Gerelateerde wetgeving |
|---|---|---|---|---|---|
| Zwaveldioxide (SO₂) | Primair | 1 uur | 75 delen per miljard (ppb) | 98e percentiel van 1-uurs maximale dagconcentraties, gemiddeld over 3 jaar | Clean Air Act |
| Secundair | 1 jaar | 10 ppb | Jaargemiddelde, gemiddeld over 3 jaar | ||
| Stikstofdioxide (NO₂) | Primair | 1 uur | 100 ppb | 98e percentiel van 1-uurs maximale dagconcentraties, gemiddeld over 3 jaar | |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Secundair | 1 jaar | 53 ppb | Jaargemiddelde | ||
| Fijne deeltjes (PM) | PM₂.₅ | Primair | 1 jaar | 9,0 microgram per kubieke meter lucht (μg/m³) | Jaargemiddelde, gemiddeld over 3 jaar |
| Secundair | 1 jaar | 15,0 μg/m³ | |||
| Primair en secundair | 24 uur | 35 μg/m³ | 98e percentiel, gemiddeld over 3 jaar | ||
| PM₁₀ | Primair en secundair | 24 uur | 150 μg/m³ | Mag gemiddeld over 3 jaar niet meer dan één keer per jaar worden overschreden | |
| Ammoniak (NH₃) | Niet opgenomen als een van de luchtverontreinigende stoffen onder de Clean Air Act | ||||
| Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOC) | |||||
| Zware Metalen (ZM) |
- De Clean Air Act onderscheidt twee soorten nationale luchtkwaliteitsnormen. Primaire normen bieden bescherming voor de volksgezondheid, waaronder bescherming van de gezondheid van "gevoelige" bevolkingsgroepen zoals astmapatiënten, kinderen en ouderen. Secundaire normen bieden bescherming voor het openbaar welzijn, waaronder bescherming tegen verminderde zichtbaarheid en schade aan dieren, gewassen, vegetatie en gebouwen.
E2-4 – Verontreiniging van lucht – algemeen
Uit berekeningen in 2024 en de herevaluatie in 2025 is gebleken dat de emissies van luchtverontreinigende stoffen afkomstig van de betrokken vestigingen van JENSEN-GROUP met lasactiviteiten de drempelwaarde per luchtverontreinigende stof, zoals bepaald in Bijlage II van Verordening (EG) nr. 166/2006, niet overschrijden.
Er moeten dus geen emissies bekendgemaakt worden. Alleen de vestigingen met significante lasactiviteiten (de oorsprong van de luchtverontreinigende stoffen) zijn gemeten en opnieuw geëvalueerd (JECN, JEDE, JEDK, JEUS).
43
Zorgwekkende stoffen
E2-1 – Beleid
Tijdens de verslagperiode hebben we onze aanpak met betrekking tot het beheer van zorgwekkende stoffen versterkt door onze inkooprichtlijnen aan te passen en materiaalconformiteitscontroles op te nemen in de leveranciersbeoordelingen. Leveranciers zijn nu verplicht om verklaringen voor te leggen over zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen. Dat is een vast onderdeel geworden van ons inkoopproces en onze inkoopmanagers vragen deze verklaringen systematisch op en houden ze bij. We houden ook een centraal overzicht bij van alle ontvangen reacties, waardoor we regelmatig kunnen opvolgen en de naleving door leveranciers voortdurend kunnen verbeteren. De herziene richtlijnen vormen een belangrijke stap in het versterken van ons due diligence-proces en het verbeteren van de transparantie, met als doel de aankoop van zorgwekkende stoffen waar mogelijk tot een minimum te beperken en alternatieven te vinden die de productkwaliteit en -veiligheid handhaven.
E2-2 – Maatregelen en middelen
Wij maken een onderscheid tussen:
- zorgwekkende of zeer zorgwekkende stoffen die gebruikt worden in het productieproces
- zorgwekkende of zeer zorgwekkende stoffen die gebruikt worden in de aangekochte producten
Tijdens de verslagperiode hebben we ons gericht op het versterken van de basis van onze rapportage- en due diligence-processen om de komende jaren uitgebreidere beoordelingen mogelijk te maken. We hebben een geharmoniseerde rapportagemethodologie ingevoerd voor al onze productievestigingen om zorgwekkende stoffen te documenteren die in het productieproces worden gebruikt. Parallel hieraan en voortbouwend op ons versterkte due diligence-proces voor aangekochte producten zijn we blijven werken aan het verbeteren van de verzameling van gegevens over materiaalconformiteit. Dat werk zal uiteindelijk worden geïntegreerd in ons nieuwe ERP-systeem, hoewel de tijdlijn afhankelijk blijft van het implementatieschema van dat systeem. Er zijn geen afzonderlijke financiële middelen toegewezen aan deze acties, afgezien van indirecte kosten van tijd en arbeid.
E2-3 – Doelen
Onze doelstelling voor de komende twee jaar is om een gegevensverzamelingsysteem op te zetten waarmee we de zorgwekkende stoffen in aangekochte producten kunnen rapporteren.
E2-5 – Verontreiniging door zorgwekkende stoffen – algemeen
Zorgwekkende stoffen die gebruikt worden in productieprocessen werden geïdentificeerd en gecategoriseerd op basis van de productaanduiding, classificatie en concentratie op het veiligheidsgegevensblad van het product. Deze stoffen zitten in producten zoals detergenten, spuitvet, coatings, lijm of smeermiddelen en verlaten de fabriek als onderdeel van producten.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
| Zeer zorgwekkende stoffen gebruikt in het productieproces in kg | 31 december 2025 | 31 december 2024 (aangepast) |
|---|---|---|
| Kankerverwekkendheid categorie 1 en 2 | 9.042 | 5.930 |
| Mutageniteit voor kiemcellen categorie 1 en 2 | 0 | 0 |
| Giftigheid voor de voortplanting categorie 1 en 2 | 82 | 31 |
| Persistent, bioaccumulerend, toxisch (PBT) / zeer persistent, zeer bioaccumulerend (zPzB) | 0 | 0 |
| Hormoonontregeling voor de menselijke gezondheid | 0 | 0 |
| Hormoonontregeling voor het milieu | 0 | 0 |
| Zorgwekkende stoffen gebruikt in het productieproces in kg | 31 december 2025 | 31 december 2024 (aangepast) |
| --- | --- | --- |
| Persistent, Mobiel, Toxisch (PMT) / zeer Persistent, zeer Mobiel (zPzM) | 0 | 0 |
| Sensibilisatie van de luchtwegen categorie 1 | 106 | 22 |
| Huidsensibilisatie categorie 1 | 870 | 109 |
| Chronisch gevaar voor het aquatisch milieu cat. 1-4 | 1.475 | 732 |
| Gevaarlijk voor de ozonlaag | 0 | 0 |
| Specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling categorie 1 en 2 | 96 | 177 |
| Specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaalde blootstelling categorie 1 en 2 | 254 | 547 |
Boekhoudbeleid
De berekening van zorgwekkende en zeer zorgwekkende stoffen die in het productieproces worden gebruikt, is gebaseerd op de gekochte hoeveelheden materialen en de concentratieniveaus van die stoffen. Voor elk materiaal wordt het relevante veiligheidsgegevensblad bekeken om de concentratie van zorgwekkende stoffen per gevarenklasse te bepalen; deze concentraties worden vervolgens vermenigvuldigd met de overeenkomstige gekochte hoeveelheden en de resulterende hoeveelheden worden per gevarenklasse samengevoegd voor alle materialen die bij de productie worden gebruikt. For the purpose of this calculation, a density of 1 is assumed for the articles, meaning that 1 L corresponds to 1 kg.
Verschillen tussen 2024 en 2025 (rapportageperiode) zijn voornamelijk toe te schrijven aan een methodologische wijziging die in 2025 is doorgevoerd. In 2024 waren de gegevens voor de meeste productievestigingen gebaseerd op veronderstelde waarden die waren afgeleid van realtime gegevens van de belangrijkste productievestigingen van de Groep in Denemarken. In 2025 rapporteerden alle productievestigingen realtime gegevens op basis van daadwerkelijk gekochte materialen die in het productieproces werden gebruikt. Aangezien onze rapportageperiode in november eindigt, hebben we de gegevens voor de maand december geëxtrapoleerd om een volledig jaaroverzicht te geven (zie Bijlage A "Basis voor voorbereiding"). Omwille van de consistentie en vergelijkbaarheid is dezelfde extrapolatiemethode toegepast op de cijfers van het voorgaande jaar. Hoewel deze extrapolatie vorig jaar in bepaalde niet-materiële gevallen werd weggelaten, is ze nu consequent toegepast op alle relevante gegevens als een conservatieve en transparante benadering.
Wij zijn ons ervan bewust dat sommige producten en onderdelen die we kopen zorgwekkende stoffen bevatten. Toch hebben we momenteel geen duidelijk overzicht van waar en in welke hoeveelheid ze aanwezig zijn.
Wij werken momenteel aan een verbeterd systeem om deze gegevens op betrouwbare wijze te verzamelen en te beheren, en zijn van plan om binnen twee jaar meer details bekend te maken.
Microplastics
E2-1 – Beleid
De verontreiniging door microplastics wordt steeds meer erkend als een belangrijk milieuprobleem. Het is een uitdaging die JENSEN-GROUP op de voet volgt, vooral omdat microplastics kunnen loskomen uit textiel tijdens het wassen. Hoewel de microplastics in kwestie afkomstig zijn van het linnen dat klanten wassen en niet van onze productieprocessen, is JENSEN-GROUP zich bewust van de stroomafwaartse milieu-impact. In samenwerking met sectorverenigingen en belangrijke spelers in de wasserijmarkt wordt gezocht naar oplossingen om het vrijkomen van microplastics tot een minimum te helpen beperken.
Hoewel rond dit onderwerp geen formele beleidslijnen of doelstellingen werden vastgelegd, engageert JENSEN-GROUP zich om te onderzoeken hoe onze machines kunnen bijdragen tot het verminderen van de hoeveelheid microplastics in afvalwater, bijvoorbeeld door middel van geavanceerde filtratietechnologieën en innovatief machineontwerp, en om de relevante wetgeving op dit vlak te blijven opvolgen.
Door samen te werken met de verschillende actoren binnen de sector, werkt JENSEN-GROUP aan verantwoorde praktijken die de inspanningen van de sector ondersteunen om de verontreiniging door microplastics te verminderen.
E2-2 – Maatregelen en middelen
Als leverancier van machines met een sterke interesse in nieuwe technologieën die het leven van onze klanten vergemakkelijken, nemen wij deel aan een Europees R&D-project om een microplastics-filter te ontwikkelen die geschikt is voor industriële wasserijen. Wij nemen ook al veel jaren actief deel aan milieu- en standaardiseringswerkgroepen van de Europese sectorvereniging ETSA (European Textile Service Association) en dragen zo bij aan de ontwikkeling van zinvolle en robuuste normen en voorschriften in verband met dit onderwerp. Aangezien microplastics vrijkomen uit zoveel verschillende bronnen, zal het gereinigde en gefilterde waswater opnieuw vervuild raken wanneer het gemengd wordt met het afvalwater van andere bronnen in de afvalwaterinstallatie. Microplastics kunnen alleen efficiënt worden verwijderd en gefilterd op de eindbestemming, in het bedrijf dat het afvalwater behandelt. Wij menen dan ook dat de beste oplossing wordt bereikt door partners in te schakelen van buiten de markt, zoals de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
Tijdens het verslagjaar waren er geen specifieke acties met betrekking tot microplastics. Er werden dan ook geen financiële middelen toegewezen.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
E2-3 - Doelen
Dit is een belangrijk probleem voor onze klanten, maar onze bijdrage heeft een minimale impact, omdat het echte probleem bij het textiel ligt dat de microplastics afgeeft. Daarom hebben we geen doelstellingen bepaald, maar we willen wel bijdragen aan het vinden van een oplossing met de inspanningen en acties die hierboven zijn beschreven.
E2-4 - Verontreiniging door microplastics - algemeen
Wij produceren geen microplastics tijdens onze activiteiten en microplastics maken ook niet opzettelijk deel uit van de producten die onze fabrieken verlaten. Daarom is dit datapunt niet relevant voor JENSEN-GROUP.
E2-6 - Beoogde financiële effecten van materiële risico's en kansen met betrekking tot verontreiniging
Beoogde financiële effecten van materiële risico's en kansen in verband met de waterefficiëntie van producten zijn niet beschikbaar en zullen in een later stadium worden toegevoegd.
47
- Water – ESRS E3
Onze aanpak inzake waterbeheer
Waarom water belangrijk is voor ons bedrijf
IRO-1 - Beschrijving van het proces om materiële impact, risico's en kansen in verband met waterefficiëntie in kaart te brengen en te analyseren
De materialiteit van impact, risico's en kansen in verband met waterefficiëntie werd in 2024 geanalyseerd volgens het proces dat is beschreven in Bijlage A “Dubbel Materialiteitsproces” en blijft ongewijzigd.
Het waterverbruik stroomopwaarts en in onze eigen activiteiten is niet materieel, maar het waterverbruik van klanten en hun wasserij-activiteiten is een belangrijk onderwerp. Dat wordt bevestigd door de hoge scores die klanten geven aan het onderwerp waterefficiëntie bij de dubbele materialiteitsbeoordeling. Onze CleanTech-aanpak is gebaseerd op een lange traditie van en expertise in het ontwikkelen van duurzame wasserij-oplossingen waarbij waterbesparing en -efficiëntie voorop staan. We streven ernaar om met innovatieve technologieën en processen het waterverbruik in industriële wasserijen te minimaliseren en zo bij te dragen aan duurzaam waterbeheer. Water wordt steeds schaarser en duurder, en hierdoor blijft het vinden van nieuwe oplossingen om water terug te winnen of het gebruik ervan nog verder te beperken een van onze topprioriteiten. Met ons geavanceerde waterterugwinningsconcept en intelligente productkenmerken kan de tunnelwasser van JENSEN-GROUP indrukwekkende waterbesparingen realiseren, hoewel die variëren afhankelijk van factoren zoals de individuele productiecontext en het wasproces dat de klant toepast.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
E3 - Water
| OOUVCA DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| DVC | Vaterefficiëntie van producten* | HUIDIG: De wasserij-industrie is waterintensief en gebruikt water als hoofdingrediënt, wat kan leiden tot waterschaarste in het lokale ecosysteem. Water is een essentiële hulpbron voor de gezondheid en het welzijn van elke gemeenschap. Het bieden van waterefficiënte oplossingen om deze impact te beperken, vormt de kern van ons businessmodel. | KT: De kostprijs van water en de toegenomen waterschaarste als gevolg van de klimaatverandering kunnen het verbruiksprofiel van de klanten beïnvloeden, en zullen waarschijnlijk een impact hebben op de activiteiten van de JENSEN-GROUP. | KT: Het verbeteren van de waterefficiëntie van producten in een wereld van klimaatverandering kan leiden tot een concurrentievoordeel, een groter marktaandeel en een betere reputatie. Deze aanpak vormt de kern van onze bedrijfsstrategie, waarbij onze CleanTech-aanpak zich richt op waterbesparingen. |

De meerwaarde die ik het bedrijf bied - vooral bij technische kwesties en tijdens de inbedrijfstelling - is dat klanten ook buiten de gebruikelijke werkuren ondersteuning krijgen, zodat de machine volgens planning operationeel kan zijn.
Maximilian
Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak inzake waterefficiëntie van zijn producten vormgeeft en opvolgt
E3-1 – Beleid
JENSEN-GROUP heeft momenteel geen formeel groepsbeleid met betrekking tot de waterefficiëntie van zijn producten, aangezien het waterverbruik binnen de eigen activiteiten verwaarloosbaar is. Op basis van onze CleanTech-aanpak, die centraal staat in onze bedrijfsstrategie en -waarden, ontwerpen we onze oplossingen echter met een sterke focus op maximale waterbesparingen voor onze klanten. Dit omvat geïntegreerde waterterugwinning in onze machines.
E3-2 – Maatregelen en middelen
We hebben in de verslagperiode geen specifieke actie ondernomen om het waterverbruik te minimaliseren, aangezien dit een doorlopende doelstelling is die is ingebed in ons businessmodel. Onze doelstelling is om voortdurend de efficiëntie van de wasprocessen van onze klanten te optimaliseren met minimale input en maximale output. Onze verkoop-, service- en innovatieafdelingen zetten zich dagelijks in om de kosten te verlagen en de verspilling van natuurlijke hulpbronnen tegen te gaan, wat onze klanten ten goede komt. De waterefficiëntie van onze apparatuur vormt een integraal onderdeel van die aanpak met geïntegreerde functies voor waterterugwinning en -recyclage in onze apparatuur.
Wat toegewezen middelen betreft investeren wij jaarlijks ongeveer 1,5 - 2% van onze totale omzet in productontwikkeling, en er worden ook indirecte kosten gemaakt voor tijd en arbeid.
E3-3 – Doelen
Het belang van waterbesparing voor onze klanten is onmiskenbaar, wat de hoge materialiteit van dit onderwerp verklaart. Een van de belangrijkste doelstellingen van onze CleanTech-aanpak is efficiënter en zuiniger met water om te gaan. Het optimaliseren van het waterverbruik van onze machines en wasprocessen vormt de kern van ons businessmodel en is een dagelijks aandachtspunt van onze productontwikkeling.
We erkennen het belang om doelstellingen te formuleren die zijn afgestemd op de prioriteit van klanten om hun operationele waterverbruik te verminderen. We zijn er echter niet in geslaagd om tijdens de verslagperiode de berekeningsmethode voor een kwantitatieve doelstelling voor waterbesparing af te ronden. Zoals vermeld in hoofdstuk 2 op pagina 33 ("Hoe JENSEN-GROUP het energieverbruik van klanten aanpakt") wordt het waterverbruik in industriële waterijen sterk beïnvloed door externe operationele factoren, die sterk variëren en buiten onze controle liggen, zoals de textielmix, laadpatronen, het gebruik van wasmiddelen, procesparameters en de aanwezigheid van apparatuur van derden. Deze afhankelijkheden maken het moeilijk om de bijdrage van JENSEN-GROUP te isoleren of de prestaties in de loop van de tijd consistent bij te houden. We zullen de doelstellingen herzien zodra een betrouwbare en voor de sector geschikte berekeningsmethode beschikbaar komt. De dialoog met klanten door middel van onze actieve deelname aan sectorverenigingen en door middel van bilaterale uitwisselingen blijft essentieel voor dit werk.
E3-5 – Beoogde financiële effecten van materiële risico's en kansen in verband met water en mariene hulpbronnen
Beoogde financiële effecten van materiële risico's en kansen in verband met de waterefficiëntie van producten zijn niet beschikbaar en zullen in een later stadium worden toegevoegd.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
5. Materiaalgebruik en circulaire economie – ESRS E5
Onze aanpak van de circulariteit
Waarom de circulaire economie belangrijk is voor ons bedrijf
IRO-1 – Beschrijving van processen om materiële impact, risico's en kansen van materiaalgebruik en circulaire economie in kaart te brengen en te analyseren
De materialiteit van impact, risico's en kansen in verband met materiaalgebruik en circulaire economie werd in 2024 geanalyseerd volgens het proces dat is beschreven in Bijlage A “Dubbel Materialiteitsproces” en blijft ongewijzigd.
Product lifecycle management is een materieel onderwerp voor iENSEN-GROUP, voornamelijk door het duurzame ontwerp en de duurzame constructie van onze machines. Onze uitgebreide ervaring op dit vlak en onze voortdurende dialoog met klanten hebben steeds aangetoond dat onze machines een opmerkelijke levensduur hebben. Klanten verwachten een lange levensduur van onze machines, aangezien ze voor hen een aanzienlijke investering en een bron van stroomopwaartse BKG-emissies zijn. De superieure kwaliteit van onze machines, in combinatie met onze focus op automatisering, speelt een cruciale rol bij het minimaliseren van menselijke fouten en daaruit voortvloeiende schade, waardoor een lange levensduur wordt gegarandeerd. Dit wordt verder ondersteund door ons uitgebreide serviceaanbod, dat speciaal ontworpen is om de operationele levensduur van de machines te verlengen. Bovendien versterkt het gebruik van duurzame materialen bij de bouw van onze machines ons engagement voor duurzaamheid, waardoor we beantwoorden aan de verwachtingen en investeringsoverwegingen van onze klanten.
51
E5- Materiaalgebruik en circulaire econom
| OO/UVC /DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| DVC | Productlevenscyclusbeheer (incl. einde levensduur)* | HUIDIG: De producten van de JENSEN-GROUP zijn gemakkelijk te ontmantelen en te scheiden, waardoor ze op het einde van hun levensduur goed (mechanisch) recycleerbaar zijn. | |||
| HUIDIG: De producten van de JENSEN-GROUP zijn kwalitatief hoogstaande producten op het vlak van duurzaamheid en levensduur (gemiddeld 15 jaar). Aftermarket-producten en diensten zijn een cruciaal bedrijfssegment met een positieve impact. Ze zorgen er immers voor dat de levensduur van producten verlengd kan worden. | KT: De JENSEN-GROUP kan eenvoudig te repareren producten op de markt brengen en hun aftermarket-producten en -diensten ontwikkelen. Hierdoor kan het hogere opbrengsten en marges genereren (bv. via onderhoudscontracten). |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak van de circulaire economie vormgeeft en opvolgt
E5-1 – Beleid
JENSEN-GROUP heeft momenteel geen formeel groepsbeleid rond de circulaire economie. Er zijn echter wel circulaire principes geïntegreerd in onze in- en uitstroom van grondstoffen.
Onze machines worden voornamelijk gebouwd met Europees staal. Volgens cijfers van Recycling Europe (EuRIC) wordt bij de staalproductie in de EU doorgaans 56% gerecycleerd schroot als grondstof gebruikt. Er kan dus worden aangenomen dat een aanzienlijk deel van het staal dat in onze producten wordt gebruikt, al afkomstig is van teruggewonnen materialen. Hoewel de instroom van grondstoffen niet als een materieel onderwerp wordt beschouwd, ondersteunt het gebruik van staal uit de EU de naleving van duurzaamheidsnormen en helpt het JENSEN-GROUP om extra kosten te vermijden in verband met koolstofheffingen en mechanismen zoals het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM).
Wat de materiaaluitstroom betreft streven wij ernaar de waarde van onze machines te maximaliseren, zowel voor onze klanten als onze planeet. Zo verlengen we de levenscyclus van onze machines – die volgens industrienormen op 15 jaar wordt geschat – door een uitgebreide service voor herstelling, vernieuwing en hergebruik voor de belangrijkste onderdelen aan te bieden. Deze praktijken zijn erop gericht om ons gebruik van natuurlijke hulpbronnen te minimaliseren door de operationele levensduur van onze machines te verlengen en tegelijk afval te verminderen dat wordt veroorzaakt door machines die buiten werking zijn. We onderzoeken voortdurend alle mogelijkheden en bieden uitgebreide diensten aan voor het herstellen, vernieuwen en hergebruiken van belangrijke onderdelen om zo hun levensduur te verlengen. Naast een langere levensduur is het ontwerp van onze machines ook gericht op materiaalhergebruik aan het einde van de levensduur. De machines bestaan voornamelijk uit staal en andere algemeen recycleerbare metalen, gecombineerd met standaard elektronische componenten. Op basis van de materiaalsamenstelling en de huidige recyclagepraktijken in Europa wordt ervan uitgegaan dat het overgrote deel van de materialen in onze machines recycleerbaar is met behulp van bestaande inzamelings- en verwerkingsinfrastructuren, waardoor circulair materiaalgebruik aan het einde van de levenscyclus van het product wordt ondersteund.
De aftermarket-oplossingen van JENSEN-GROUP bieden klanten originele, door de fabriek goedgekeurde aftermarket-plannen, -diensten en -oplossingen die optimale prestaties verzekeren om de levensduur te verlengen en de doorverkoopwaarde van de wasserij-machines te verhogen. Met onze toegewijde klantenservice dragen we bij aan een circulaire economie doordat wij apparatuur zo lang mogelijk op de markt houden. Op die manier is er zo weinig mogelijk afval en is er zo weinig mogelijk nieuw materiaal nodig voor de productie van nieuwe machines. Huidige oplossingen die circulariteit bevorderen zijn:
- Reserveonderdelen: Voor oude en nieuwe machines zorgen de reserveonderdelen van JENSEN-GROUP ervoor dat de waarde van de machines en hun levenscyclus behouden blijft.
- Serviceovereenkomsten: bestaan uit preventief onderhoud en regelmatige servicecontroles om de levensduur van de machines te maximaliseren door aanpassingen te doen, upgrades uit te voeren of onderdelen te vervangen wanneer dat nodig is.
53
- Opleidingen: via onze JENSEN Academy zorgen we er ook voor dat wasserijmanagers en servicetechnici worden opgeleid om de machines optimaal te gebruiken en de levensduur te verlengen.
- Overnames: ook de meest recente overnames door onze partner MAXI-PRESS tonen onze toewijding aan circulariteit. Met drie nieuwe aanwinsten in Australië, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland breiden JENSEN-GROUP en MAXI-PRESS hun service- en aftermarket capaciteiten uit.
E5-2 – Maatregelen en middelen
Onze productontwikkeling is gericht op het voortdurend standaardiseren en ontwerpen van eenvoudige machines met modulaire componenten die gemakkelijk te vervangen of te upgraden zijn, waardoor de totale levensduur van het product wordt verlengd. Als gevolg van de overnames door MAXI-PRESS tijdens de verslagperiode kunnen we de repareerbaarheid en duurzaamheid van de apparatuur verder verbeteren door onze aftermarket-oplossingen uit te breiden en reserveonderdelen aan te bieden die compatibel zijn met een breed scala aan machines, waaronder die van andere fabrikanten. Tijdens de verslagperiode hebben we ons digitale aanbod uitgebreid door QR-codes op onze machines te plaatsen, waardoor klanten direct toegang hebben tot informatie over reserveonderdelen, documentatie, zaakafhandeling en onze helpdesk. Deze verbeterde toegankelijkheid draagt bij aan een regelmatiger onderhoud en reparaties, en verlengt de levensduur van onze apparatuur.
Toegewezen middelen: indirecte kosten van tijd en arbeid, investeringen in nieuwe overnames (zie p. 209, 226 van het financieel verslag)
Samen met de sectorvereniging ETSA nemen wij deel aan voortdurende discussies en beantwoorden wij vragen over onderwerpen als de Europese kaderrichtlijn afvalstoffen, de Ecodesign for Sustainable Product Regulation (ESPR) en de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), met als doel de ontwikkeling te ondersteunen van industrienormen die de circulaire economie bevorderen.
Toegewezen middelen: We investeren in tijd en personeel om het bedrijf te vertegenwoordigen in werkgroepen van de sector, inzichten bij te dragen en beleid inzake de circulaire economie te helpen vormgeven.
E5-3 – Doelen
Voor JENSEN-GROUP is het verlengen van de levenscyclus van producten een materieel onderwerp. Het weerspiegelt ons engagement om de uitstroom van grondstoffen te beperken met duurzaam ontwerp en duurzame praktijken. Door ons serviceaanbod uit te breiden en onze machines operationeel te houden tijdens een langere levenscyclus, dragen wij ons steentje bij aan de circulaire economie en verhogen wij de herstelbaarheid van onze machines. Algemene kennis en jarenlange bedrijfservaring tonen aan dat regelmatig onderhoud de levensduur van een product verlengt en het energieverbruik op een ideaal niveau houdt, waardoor energieverlies en de noodzaak om primaire grondstoffen te winnen en te verwerken worden beperkt.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Onderzoek bewijst ook dat producten die goed worden onderhouden minder snel voortijdig worden verwijderd. Dat vermindert de totale afvalproductie en ondersteunt een efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen binnen een circulaire economie.
Vorig jaar hebben we onze intentie uitgesproken om een strategische doelstelling vast te stellen met betrekking tot doorlopende serviceovereenkomsten, omdat die belangrijk zijn voor het verlengen van de levensduur van apparaten en het verminderen van de materiaaluitstroom. Tijdens deze verslagperiode hebben we vastgesteld dat we onze gegevens, definities en meetmethoden verder moeten verfijnen voordat we een krachtige doelstelling kunnen vaststellen. Om deze reden stellen we dit jaar geen absolute doelstelling vast. Onze focus voor de volgende verslagperiode ligt op het finaliseren van de methodologische basis, zodat we daarna een goed onderbouwde en haalbare doelstelling kunnen invoeren.
55
E5-5 – Materiaaluitstromen
Ons streven naar circulariteit omvat plannen om het aantal serviceovereenkomsten bij te houden en zo een beter inzicht te krijgen in de duurzaamheid van producten en andere materiële onderwerpen, zoals het energieverbruik van klanten en BKG-emissies in de stroomafwaartse waardeketen. De hieronder aangegeven verwachte duurzaamheidsschattingen gaan uit van een gebruiksintensiteit van één ploeg van 8 uur, 5 dagen/week. Ze werden niet gevalideerd door een externe instantie behalve de externe auditor.
| Productcategorieën | Korte beschrijving | Geschatte verwachte duurzaamheid (ten opzichte van sectorgemiddelden) | Herstelbaarheid en gebruikt ratingsysteem (indien van toepassing) |
|---|---|---|---|
| JENSEN Washer Extractors (JWE) | Eenvoudig en robuust ontwerp voor gemakkelijk herstel en onderhoud in combinatie met materiaal van hoge kwaliteit voor een lange levensduur | 20 jaar | Te definiëren in relatie tot onze servicedoelstelling. |
| JENSEN Barrier Washers (JBW) | |||
| JENSEN Tumble Dryers (JTD) | Hoogwaardige materialen voor een lange levensduur en lichte constructie voor demontage en recycleerbaarheid van onderdelen | 15 jaar | |
| Materiaalbehandeling | Gebouwd voor een langere levensduur met herstelbare of vervangbare kernonderdelen | 20 jaar | |
| Tunnelwassers | Geoptimaliseerd voor waterrecirculatie en upgradebaarheid van onderdelen | 18 jaar | |
| Extractie | Modern ontwerp voor hoge onderhoudsvriendelijkheid en onderdelen van topkwaliteit voor een langere levensduur | 12 jaar | |
| Batchdrogers | Gemakkelijk toegankelijk voor onderhoud en vervanging van onderdelen | 15 jaar | |
| Voorbereiding | Hoogwaardige materialen voor hoge recycleerbaarheid | 12 jaar | |
| Toevoermachines grote stukken | Ontworpen voor het recycleren van onderdelen en snelle herstellingen | 12 jaar | |
| Strijkmachines | Gebouwd voor een langere levensduur met herstelbare of vervangbare kernonderdelen | 15 jaar | |
| Vouwmachines grote stukken en handdoeken | Hoge toegankelijkheid en eenvoudig en robuust ontwerp voor gemakkelijk herstel en onderhoud | 12 jaar | |
| Toevoer- en vouwmachines kleine stukken | Compact ontwerp voor hergebruik en reparatie van onderdelen | 12 jaar | |
| Tunnelafwerkers | Hoogwaardige materialen voor een lange levensduur en toegankelijkheid voor gemakkelijk onderhoud | 15 jaar | |
| Vouwmachines kleding | Gemakkelijk toegankelijk voor onderhoud en vervanging componenten | 12 jaar |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
6. Eigen personeel – ESRS S1
Onze aanpak m.b.t. onze werknemers
Waarom onze werknemers belangrijk zijn voor ons bedrijf
S1-SBM3 - Materiële impact, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel
JENSEN-GROUP beschouwt gezondheid en veiligheid als een kritisch en materieel onderwerp wegens de directe impact op het welzijn van de werknemers en de potentiële financiële en reputatierisico's die het met zich meebrengt. Een veilige werkomgeving bieden, vermindert niet alleen het aantal incidenten en de daarmee gepaard gaande kosten, maar waarborgt ook de productiviteit en ondersteunt onze reputatie als verantwoordelijke werkgever. Daarnaast zijn ook opleiding en ontwikkeling van vaardigheden materiële onderwerpen omdat ze positief bijdragen tot het behoud van deskundige werknemers en het beperken van het risico dat expertise verloren gaat. Wij zien een kans om jongere werknemers aan te trekken door degelijke opleidingsprogramma's aan te bieden die relevante vaardigheden voor onze sector aanbieden. Ervaren werknemers die met pensioen gaan zonder dat voorafgaand een passende kennisoverdracht heeft plaatsgevonden, vormen echter een strategisch risico. Om dat aan te pakken, nemen wij gestructureerde initiatieven voor het delen van kennis, zodat cruciale expertise effectief wordt doorgegeven. Op die manier wordt de operationele continuïteit gewaarborgd en de veerkracht van ons personeel vergroot.
Door een gezonde en veilige werkomgeving, een gezonde bedrijfscultuur en kansen voor individuele groei te stimuleren, kan JENSEN-GROUP de negatieve impact en risico's beperken. Bovendien biedt ons klimaatgerelateerde transitieplan, met name onze aanpak om de emissies van machines in gebruik te verminderen, een geweldige kans om banen te creëren in domeinen als innovatie, energiebeheer en service.
57
S1 - Eigen personeel
| OO/UVC /DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| OO | Gezondheid, veiligheid en welzijn | HUIDIG: Impact op de gezondheid van werknemers door blootstelling aan (lucht)verontreinigende stoffen of blootstelling aan fysieke gevaren. De negatieve impact is beperkt tot werknemers die in de productie werken en manuele en halfautomatische activiteiten uitvoeren, vooral laswerkzaamheden. Als fabrikant van industriële machines zijn dergelijke activiteiten essentieel voor ons bedrijf. | HUIDIG: Een veilige werkplek met duidelijke processen, opleiding, persoonlijke beschermingsmiddelen, enz. garandeert de gezondheid en veiligheid van werknemers en voorkomt zo letsels en dodelijke ongevallen. Deze maatregelen zijn het belangrijkst voor werknemers die in de productie werken. | KT: Lagere productiviteit door afwezigheden in verband met gezondheids- en veiligheidskwesties, en de directe of indirecte kosten die daaruit voortvloeien. Dit materiële risico geldt voor al onze werknemers. Onze kernwaarden onderstrepen het belang van een gezonde en uitdagende werkplek om uitzonderlijke resultaten te behalen. | |
| MID: Strengere milieuwetgeving die leidt tot investeringen in infrastructuur om gezonde werkomstandigheden in fabrieken te waarborgen. | |||||
| OO | Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | HUIDIG: Maatregelen om goed opgeleide werknemers te behouden en tegelijk jongere werknemers de kans te geven om te groeien en hun vaardigheden te ontwikkelen, leiden tot meer werktevredenheid, een beter moreel en een grotere betrokkenheid. Dit geldt voor alle werknemers en vooral voor verkoop- en technische specialisten, waar de uitwisseling van kennis cruciaal is om te voldoen aan de eisen en tevredenheid van de klant. Het is in lijn met onze missie om onze mensen voortdurend te ontwikkelen en te investeren in nieuw talent. | KT: Financiële effecten als gevolg van verminderde bedrijfscontinuïteit indien de nodige geschoolde arbeidskrachten niet te vinden zijn. Dit geldt vooral voor handenarbeid, waar het moeilijker is om te rekruteren. Extra uitdaging voor fabriek in Denemarken op het eiland Bornholm. Moeilijk om jonge mensen aan te trekken naar een afgelegen plek. | ||
| KT: Financieel risico in verband met het vertrek van oudere werknemers zonder dat ze hun kennis doorgeven aan jongere werknemers (risico van bedrijfscontinuïteit). Dit geldt voor alle werknemers en vooral voor verkoop- en technische specialisten, waar de uitwisseling | KT: Een groot opleidingsaanbod en doorgroeimogelijkheden dragen bij aan het personeelsbehoud. Dit geldt voor alle werknemers. Dit is in lijn met onze missie om onze mensen voortdurend te ontwikkelen en te investeren in nieuw talent. |

> Wat ik bijzonder waardeer aan JENSEN is de behulpzaamheid en de teamspirit. Ik wist niet goed wat ik op mijn eerste werkdag mocht verwachten, maar ik werd heel warm onthaald door alle collega’s.
Maximilian
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. de werknemers vormgeeft en opvolgt
Gezondheid, veiligheid en welzijn
S1-1 - Beleid
Onze werknemers zijn de reden van ons succes en hun welzijn is dus van essentieel belang voor ons. JENSEN-GROUP wil dat zijn werknemers overal ter wereld in een veilige en ergonomische omgeving werken. Alle werknemers worden aangemoedigd om bij te dragen aan de uitbouw van een veilige werkplek door de veiligheidsmaatregelen in hun dagelijkse activiteiten toe te passen. Gezondheid en veiligheid krijgen dan ook prioriteit in elke vestiging van JENSEN-GROUP. Onze activiteiten worden geleid in overeenstemming met de lokale gezondheids- en veiligheidsvereisten en wij voorzien passende opleidingen rond veiligheid en ongevallenpreventie waar nodig. Dit proces en de toepassing van lokale wetgeving vervangen een beleid.
Elke fabriek van JENSEN-GROUP heeft een Health & Safety Manager. Die is verantwoordelijk voor de implementatie van gezondheids- en veiligheidsmaatregelen in de respectievelijke vestiging, overeenkomstig de lokale regelgeving en vereisten. Bij JENSEN China, bijvoorbeeld, analyseert een veiligheidsbeheerssysteem, dat de werking van de machines controleert, de belangrijkste veiligheidspunten in het productieproces. In verschillende fabrieken van JENSEN-GROUP worden driemaandelijkse werkomgevingscomités georganiseerd, die bestaan uit lokale managers en werknemersvertegenwoordigers, om de gezondheids- en veiligheidsprocedures te bespreken en bedrijfsongevallen te evalueren. Verschillende van onze verkoop- en servicekantoren hebben ook een beheerssysteem voor gezondheid en veiligheid. Eigenlijk valt 74% van al onze werknemers onder een dergelijk systeem. De naleving van de lokale wet- en regelgeving inzake gezondheid en veiligheid maakt ook deel uit van de jaarlijkse risicoanalyse door het EMT.
S1-4 - Aanpak en maatregelen
JENSEN-GROUP heeft uitgebreide gezondheids- en veiligheidsmaatregelen ingevoerd die gericht zijn op het welzijn van de werknemers en de integriteit op de werkplek. Via een gestructureerd onboardingproces worden nieuwe werknemers vertrouwd gemaakt met de belangrijkste gezondheids- en veiligheidsprotocollen. Dit proces wordt ondersteund door regelmatige check-ins met de werknemers om tegemoet te komen aan behoeften en problemen. Het bedrijf geeft prioriteit aan hygiënische normen op de werkplek om een veilige en comfortabele omgeving te garanderen. Tijdens regelmatige vergaderingen tussen Onboarding Managers van alle entiteiten worden de beste praktijken uitgewisseld en onze gezondheids- en veiligheidsstrategieën in alle vestigingen op elkaar afgestemd. Flexibele werkomstandigheden, waar mogelijk met inbegrip van hybride werkopties, worden aangeboden om het evenwicht tussen werk en privéleven van werknemers te verbeteren. Voor werk op locatie wordt een verplichte veiligheidsopleiding voorzien, naast persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) indien nodig. De veiligheid op de werkplek wordt voortdurend versterkt door regelmatig risicobeoordelingen uit te voeren en het STOP-principe (Substitutie of vervanging, Technische oplossingen, Organisatorische maatregelen en Personeelsmaatregelen) toe te passen. Bovendien vormen preventieve acties een integraal onderdeel van onze dagelijkse activiteiten.
Leiderschapsopleidingen benadrukken een cultuur van veiligheid en respect, ondersteund door preventiemechanismen zoals een klokkenluidershotline en het ‘grootvaderprincipe’ voor onpartijdige besluitvorming.
Onze kantoren zijn aangepast om te voldoen aan de nieuwste veiligheidsnormen. Alle inspanningen worden ondersteund door de kernwaarden van ENSEN-GROUP die een op samenwerking, respect en succes gerichte werkcultuur promoten.
Door deze principes in te bedden in ons gezondheids- en veiligheidskader behouden wij een gezonde, ondersteunende en conforme werkplek die afgestemd is op onze werknemers en klanten.
De transitie naar een klimaatneutrale economie is weliswaar cruciaal om de klimaatverandering te beperken, maar kan ook gepaard gaan met potentiële negatieve gevolgen voor de gezondheid en de veiligheid. In het geval van ENSEN-GROUP kunnen deze potentiële negatieve gevolgen leiden tot een slechte luchtkwaliteit binnen als gevolg van verbeterde isolatie en energie-efficiëntiemaatregelen in onze fabrieken. Hoewel deze maatregelen het energieverbruik op doeltreffende wijze verminderen, kunnen ze, indien ze niet correct worden beheerd, de kwaliteit van de binnenlucht in het gedrang brengen en mogelijk een impact hebben op de gezondheid van de luchtwegen. Het is echter belangrijk om te benadrukken dat door middel van het juiste beheer en preventieve strategieën, zoals zorgen voor voldoende ventilatie, deze negatieve gevolgen effectief kunnen worden beperkt en voorkomen.
Toegewezen middelen: De huidige operationele kosten omvatten veiligheidsopleidingen, onderhoud van filters voor binnenluchtverontreiniging, beschermende werkkleding en maskers voor werknemers, en verzekeringspremies. Ze zijn niet significant en maken deel uit van onze operationele uitgaven, zoals vermeld op pagina 226 van het jaarverslag.
S1-5 – Doelen
Door middel van kwartaalrapportering over gezondheid en veiligheid kunnen wij de voortgang opvolgen en eventuele problemen identificeren, zodat we snel de nodige maatregelen kunnen nemen. Het Head of Corporate Sustainability rapporteert over alle significante gevolgen of risico's die uit de gegevens naar voren komen aan het Executive Management Team tijdens hun maandelijkse vergaderingen.
Onze doelstelling is om het aantal ongevallen en beroepsziekten tot een minimum te beperken en ervoor te zorgen dat ons percentage letsels en werkgerelateerde ziektes onder de 12 incidenten per miljoen werkuren blijft. Tijdens de verslagperiode bleef het percentage onder deze doelstelling. Hieruit blijkt dat de lokale beheerprocessen voor gezondheid en veiligheid in onze productievestigingen effectief zijn. Ze worden nauwlettend opgevolgd door het lokale management en aangewezen gezondheids- en veiligheidsverantwoordelijken. Het spreekt voor zich dat onze doelstelling voor werkgerelateerde sterfgevallen 0 is en blijft.
Wij zorgen voor het algemene welzijn van onze werknemers, zoals blijkt uit de twee bijkomende strategische gezondheids- en welzijnsindicatoren die we opvolgen en waarover we rapporteren:
- Met behulp van het verlooppercentage kunnen wij nagaan hoeveel werknemers ontslag nemen, wat ons een idee geeft over de werknemerstevredenheid. Het is de bedoeling dat ENSEN-GROUP een aantrekkelijke werkgever blijft voor nieuwe getalenteerde werknemers en huidige werknemers. Het verlooppercentage wordt driemaandelijks opgevolgd.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Het wordt berekend als het aantal vaste werknemers dat ontslag nam tijdens de verslagperiode gedeeld door het totaal aantal werknemers aan het begin van de verslagperiode. Onze doelstelling is een jaarlijks verlooppercentage van maximaal 5%.
Elke tijdelijke afwijking van deze doelstelling tijdens het verslagjaar is voornamelijk te wijten aan een aanzienlijke groei van de organisatie en een hogere mobiliteit van de werknemers. Lopende initiatieven zijn gericht op de kwaliteit van de onboarding, de ontwikkeling van talent en leiderschap en maatregelen om de betrokkenheid van werknemers te vergroten en zo het behoud van personeel te ondersteunen terwijl de organisatie blijft groeien.
- Het aantal ziektedagen per werknemer is een andere manier om het welzijn van onze mensen te meten en een nauwkeuriger beeld te krijgen van het algemene werkklimaat. Onze doelstelling is minder dan 5 ziektedagen per werknemer per jaar. Tijdens de verslagperiode bleef het gemiddelde aantal ziektedagen per werknemer onder de doelstelling. Deze prestatie ondersteunt onze doelstelling om te blijven zorgen voor het welzijn van onze medewerkers terwijl de organisatie blijft groeien. Over dit datapunt wordt elk kwartaal gerapporteerd en dankzij een regelmatige rapportage van deze gegevens voor alle entiteiten kunnen wij proactieve maatregelen nemen wanneer de cijfers aanzienlijk beginnen te stijgen. We kunnen onmiddellijk contact opnemen met de general manager van de lokale entiteit of de vakbondsvertegenwoordigers om corrigerende maatregelen te bespreken en te implementeren die gericht zijn op het verminderen van deze aantallen.
S1-14 – Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven
| DOEL 2026 | 31 december 2025 | 31 december 2024 (aangepast) | |
|---|---|---|---|
| Aantal sterfgevallen bij eigen personeel als gevolg van werkgerelateerde letsels en werkgerelateerde gezondheidsproblemen | 0 | 0 | 0 |
| Aantal sterfgevallen als gevolg van werkgerelateerde letsels en werkgerelateerde gezondheidsproblemen van andere werknemers die in de vestigingen van het bedrijf werken | 0 | 0 | 0 |
| Aantal geregistreerde werkgerelateerde ongevallen en gezondheidsproblemen bij eigen personeel | - | 46 | 47 |
| Percentage geregistreerde werkgerelateerde ongevallen en gezondheidsproblemen bij eigen personeel* | 12 | 11,3 | 12,5 |
| Aantal verloren werkdagen door werkgerelateerde letsels en sterfgevallen door werkgerelateerde ongevallen, werkgerelateerde gezondheidsproblemen en sterfgevallen door gezondheidsproblemen gerelateerd aan werknemer | - | 464 | 630 |
| Percentage van eigen personeel onder een gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem dat gebaseerd is op wettelijke vereisten en (of) erkende normen of richtlijnen | - | 74% | 73,4% |
| ziektedagen/werknemer** | < 5 | 4 | 6 |
| Percentage vaste werknemers die ontslag hebben genomen – verlooppercentage*** | 5% | 7% | 5,3% |
Boekhoudbeleid
Alle entiteiten binnen JENSEN-GROUP, d.w.z. onze fabrieken, geconsolideerde dochterondernemingen en joint ventures, zijn opgenomen, met uitzondering van een beperkt aantal entiteiten die zijn uitgesloten om de redenen die worden beschreven in Bijlage A “Basis voor voorbereiding”. De cijfers voor 2024 zijn aangepast om consistentie te garanderen met een methodologische wijziging die in 2025 is doorgevoerd. De bijgewerkte methodologie extrapoleert de gegevens voor de maand december in plaats van de waarden van eind november te repliceren, waardoor een nauwkeurigere weergave van de jaarlijkse gegevens wordt verkregen.
Aangezien JENSEN-GROUP wereldwijd actief is in meerdere regio's met verschillende voorwaarden inzake arbeid en regelgeving, zijn er geen regio-specifieke benchmarks gebruikt voor het vaststellen van gezondheids- en veiligheidsdoelstellingen. Deze doelstellingen zijn daarom op Groepsniveau vastgesteld, rekening houdend met interne historische prestaties en algemeen waargenomen praktijken in vergelijkbare industriële en dienstensectoren.
- Het percentage letsels wordt bepaald door het totale aantal ongevallen te delen door het cumulatieve aantal reguliere werkuren voor alle werknemers en vervolgens de uitkomst te vermenigvuldigen met één miljoen gewerkte uren.
We schatten het aantal reguliere werkuren per werknemer op 1.760 (220 dagen van 8 uur). Ongevallen worden gedefinieerd als werkgerelateerde incidenten die gemeld moeten worden bij de relevante lokale autoriteiten. Raadpleeg voor de definitie van werkgerelateerde gezondheidsproblemen de richtlijnen van de ESRS S1.
** In tegenstelling tot gevallen van werkgerelateerde gezondheidsproblemen, kunnen ziektedagen zowel werkgerelateerd als niet-werkgerelateerd zijn. Ze worden berekend door het totale cumulatieve aantal ziektedagen voor alle werknemers te delen door het totaal aantal werknemers aan het einde van de verslagperiode. Wij tellen ook de werknemers mee die tijdens de verslagperiode ontslag hebben genomen, maar niet vakanties, weekends, langdurige afwezigheden van meer dan twee maanden en moeder- of vaderschapsverlof. Vanwege lokale regelgeving kunnen ziektedagen niet worden bijgehouden in onze vestiging in de VS.
*** Het verschil met personeelsverloop is dat we het verlooppercentage beschouwen als een indicator van het welzijn van werknemers. Het omvat alleen vaste werknemers die ontslag hebben genomen. Alle andere redenen om het bedrijf te verlaten, zoals ontslag of pensionering, worden buiten beschouwing gelaten. Dit cijfer wordt dan gedeeld door het totale aantal werknemers.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden
S1-1 - Beleid
Voor JENSEN-GROUP is de voortdurende ontwikkeling van onze mensen en het aantrekken van nieuwe getalenteerde werknemers van cruciaal belang. Onze werknemers en hun vaardigheden zijn essentieel om onze eerste prioriteit te realiseren: klanttevredenheid. Om de missie van de Groep uit te voeren en de JENSEN Spirit te ondersteunen, moeten grote inspanningen worden geleverd om talentvolle mensen aan te trekken en te behouden, en de vaardigheden van huidige en toekomstige leiders verder te ontwikkelen. Het managementteam van JENSEN-GROUP promoveert collega's op basis van de juiste ingesteldheid, prestaties, talenten en ambities, ongeacht identificerende kenmerken zoals leeftijd of gender. Ons doel is dat alle werknemers die opleiding nodig hebben die ook daadwerkelijk krijgen.
Hoewel JENSEN-GROUP momenteel geen formeel beleid heeft op het vlak van opleiding en ontwikkeling van vaardigheden, geven wij voorrang aan de voortdurende groei en ontwikkeling van onze werknemers in alle functies. Deze aanpak sluit aan bij onze bedrijfscultuur, zoals vastgelegd in de universele JENSEN Spirit, en is afgestemd op functie specifieke vereisten en individuele behoeften. Technische teams krijgen gespecialiseerde opleidingen over het onderhoud van machines en veiligheid, terwijl administratieve en leidinggevende werknemers opleidingen volgen over onder meer industriële regelgeving, digitale tools en leiderschap. Wij kiezen voor een flexibele en ondersteunende aanpak tegenover werknemers die aangeven geïnteresseerd te zijn in het volgen van verdere opleidingen om hun vaardigheden te verbeteren. Dit omvat het aanbieden van deeltijds werk en, in sommige gevallen, het verlenen van financiële steun voor hun opleiding.
Elk jaar moeten onze werknemers een aantal basisopleidingen volgen om op de hoogte te blijven van beste praktijken en nalevingsnormen. Daarnaast kunnen werknemers en managers indien nodig bijkomende opleidingen aanvragen op basis van veranderende functievereisten of carrièredoelen. Onze werknemers zijn bijvoorbeeld verplicht om regelmatig opleidingen rond cyberbeveiliging te volgen. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze opleidingsprogramma's ligt bij het EMT, dat ook toeziet op een escalatieprocedure indien werknemers de opleiding niet afmaken. Verder hanteren wij in onze fabrieken in Europa een gestructureerde aanpak voor het aanwerven van stagiairs, die na afronding van hun opleiding bij ons een vaste job kunnen krijgen.
51-4 - Aanpak en maatregelen
JENSEN-GROUP heeft gekozen voor een allesomvattende aanpak m.b.t. opleidingen en ontwikkeling van vaardigheden, waarbij een evenwichtige mix van praktijkervaring en gestructureerd leren centraal staat. In overeenstemming met onze overtuiging dat vaardigheden verbeteren het best bereikt wordt door diverse methoden te gebruiken, leggen wij de nadruk op learning by doing (al doende leren) en knowledge sharing (delen van kennis), aangevuld met gestructureerde theoretische opleidingen. JENSEN-GROUP heeft de voorbije jaren aanzienlijk geïnvesteerd in bedrijfs-, lokale en individuele opleidingsinitiatieven via de JENSEN Academy, die opleidingen aanbiedt op alle niveaus van de organisatie.
Onze opleidingsprogramma's omvatten webinars, onboardingsessies en gespecialiseerde modules voor nieuwe werknemers, managers en projectmanagers, waarin technische vaardigheden, functie specifieke kennis en leiderschapsontwikkeling aan bod komen. Voortbouwend op deze basis hebben we onze leiderschapsopleiding tijdens de verslagperiode uitgebreid naar alle verantwoordelijkheidsniveaus, zodat managers en teamleiders goed toegerust zijn om doelgericht leiding te geven en onze strategie en waarden te vertalen in de dagelijkse praktijk.
Om de groei van vaardigheden verder te ondersteunen, fungeren ervaren werknemers als kennisleiders, die waardevolle expertise doorgeven aan junior werknemers door middel van zowel gestructureerde opleidingen als mentorschap op de werkplek. Dat zorgt op zijn beurt voor een effectieve overdracht van kennis tussen generaties en entiteiten wereldwijd.
Gezien de internationale aanwezigheid van de Groep bieden wij sinds 2010 digitale opleidingen voor kantoorfuncties (zoals verkoop, marketing, management en back-office). Onze hybride opleidingen combineren fysieke en virtuele formats, wat het comfort verhoogt, de reiskosten verlaagt en de uitstoot van broeikasgassen vermindert.
Daarnaast fungeert JENSEN-GROUP als een opleidingscentrum voor jong talent, doordat wij in onze fabrieken stages voorzien voor verschillende beroepsopleidingen en zo de volgende generatie van geschoolde werknemers opleiden. Dankzij deze veelzijdige en wereldwijde opleidingsstructuur kunnen onze werknemers zich verder ontwikkelen in een dynamische werkomgeving. Wij bieden binnen de hele organisatie ondersteuning op het vlak van professionele groei, samenwerking en continuïteit.
Deze inspanningen zijn ingebed in onze organisatie en zullen in de toekomst blijven doorgaan.
Toegewezen middelen: indirecte kosten van tijd en arbeid. De huidige operationele kosten omvatten de financiële deelname van JENSEN-GROUP in de opleiding van werknemers, die niet significant is en deel uitmaakt van onze operationele uitgaven, zoals vermeld op pagina 226 van het jaarverslag.
51-5 - Doelen
Via cijfers over opleiding en ontwikkeling van vaardigheden kunnen wij de voortgang opvolgen en eventuele problemen identificeren, zodat we snel de nodige maatregelen kunnen nemen. Het Head of Corporate Sustainability rapporteert over alle significante gevolgen of risico's die uit de gegevens naar voren komen aan het Executive Management Team tijdens hun maandelijkse vergaderingen.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Tegen eind 2026 streven we ernaar dat minstens één jaarlijks evaluatiegesprek per werknemer plaatsvindt in alle entiteiten door een gestroomlijnd evaluatieproces te implementeren. Deze nieuwe aanpak is bedoeld om het evaluatieproces efficiënter en interessanter te maken. Om dit te bereiken, willen we een template introduceren waarmee werknemers feedback kunnen geven over hun algemene werktevredenheid en hun professionele ontwikkelingsdoelen kunnen formuleren. Deze methode is gericht op het bevorderen van een meer interactief en bevredigend evaluatieproces.
De wereldwijde leiderschapsopleidingen die tijdens de verslagperiode zijn georganiseerd hebben een belangrijke rol gespeeld bij het voorbereiden van werknemers met verantwoordelijkheden op deze volgende mijlpaal.
De daling die in de huidige rapportageperiode is waargenomen, is voornamelijk te wijten aan een verbetering van de rekenmethode van vorig jaar. In 2024 konden meerdere prestatiebeoordelingen voor dezelfde werknemer zijn meegeteld in plaats van het aantal werknemers dat minimaal één beoordeling heeft ontvangen, wat resulteerde in een te hoog weergegeven waarde.
S1-13 - Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden
| Aantal en percentage jaarlijkse evaluatiegesprekken | DOEL 2026 | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|---|
| Aantal evaluatiegesprekken | 752 | 810 | |
| Percentage van totale personeelsbestand | 100% | 33% | 38% |
Boekhoudbeleid
Het percentage evaluatiegesprekken wordt berekend als het aantal werknemers dat tijdens de verslagperiode minstens één gesprek heeft gehad, gedeeld door het totale aantal werknemers.
Alle entiteiten binnen JENSEN-GROUP, met inbegrip van onze fabrieken, geconsolideerde dochterondernemingen en joint ventures, zijn opgenomen, met uitzondering van een beperkt aantal entiteiten die zijn uitgesloten om de redenen die worden beschreven in Bijlage A “Basis voor voorbereiding”.
| Opleidingsuren | 31 december 2025 | 31 december 2024 (aangepast) |
|---|---|---|
| Gemiddeld aantal opleidingsuren/werknemer | 19 | 23 |
Boekhoudbeleid
Alle entiteiten binnen JENSEN-GROUP, d.w.z. onze fabrieken, geconsolideerde dochterondernemingen en joint ventures, zijn opgenomen, met uitzondering van een beperkt aantal entiteiten die zijn uitgesloten om de redenen die worden beschreven in Bijlage A “Basis voor voorbereiding”. De opleidingscijfers voor 2024 zijn aangepast om consistentie te garanderen met een methodologische wijziging die in 2025 is doorgevoerd. De bijgewerkte methodologie extrapoleert de gegevens voor de maand december in plaats van de waarden van eind november te repliceren, waardoor een nauwkeurigere weergave van de jaarlijkse gegevens wordt verkregen.
Dit datapunt wordt berekend als het totale aantal opleidingsuren dat is voltooid door werknemers gedeeld door het totale aantal werknemers. Tenzij een aantekening op een uurrooster anders aangeeft, komt een opleiding van een dag overeen met 8 uur opleiding. Opleidingen omvatten:
Interne cursussen georganiseerd door entiteiten van JENSEN-GROUP (e-learnings en on-site opleiding): voorbeelden hiervan zijn leiderschapsopleidingen en opleidingen voor nieuwe servicetechnici op locatie bij een klant. Op die manier kunnen zij zoveel mogelijk praktijkervaring opdoen en hun technische vaardigheden verbeteren in realtime situaties onder toezicht van een ervaren collega.
Door werknemers gevolgde externe cursussen (bijscholing door derden, zoals universiteiten, taalscholen, enz.) waaraan het bedrijf heeft bijgedragen door vrije tijd en/of financiële middelen toe te wijzen.
Als verantwoordelijke leider is investeren in nieuw talent en het koesteren van de toekomstige generatie een integraal onderdeel van onze missie en maatschappelijke bijdrage.
Daarom geven we prioriteit aan het aanbieden van stageplaatsen in onze Europese fabrieken, waar jonge mensen hun tijd verdelen tussen het verwerven van praktische vaardigheden op het werk en het opdoen van theoretische kennis op school.
Deze leerlingen worden volledig geïntegreerd in ons personeelsbestand en leveren kwaliteitswerk dat bijdraagt aan ons succes.
| Stages | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Aantal schooluren voor leerlingen | 40.684 | 30.365 |
| Aantal leerlingen | 77 | 87 |
Boekhoudbeleid
Schooluren worden berekend met behulp van tijdregistratiesystemen die registreren wanneer leerlingen afwezig zijn van het werk voor onderwijsdoeleinden.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Hoe JENSEN-GROUP in overleg gaat met zijn werknemers
S1-2 - Processen om met eigen werknemers en hun vertegenwoordigers te overleggen over impact
Wij streven naar een cultuur waarin iedereen zich veilig voelt om te praten over belangrijke zaken en de vrijheid heeft om initiatief te nemen en resoluut te handelen in het belang van het bedrijf. JENSEN-GROUP heeft een omgeving gecreëerd waarin persoonlijke initiatieven sterk gewaardeerd worden. Wij zijn er sterk van overtuigd dat de werknemers het best geplaatst zijn om lokale noden te identificeren waardoor JENSEN-GROUP het verschil kan maken. Wij geloven dat de werknemers van JENSEN-GROUP de slogan "We denken globaal en handelen lokaal" daadwerkelijk in de praktijk brengen, wat heeft geleid tot verschillende initiatieven en activiteiten op bedrijfs- en lokaal niveau. Onze werknemers moeten verantwoordelijkheid nemen voor hun daden, en wij vertrouwen erop dat ze het juiste doen. Zo willen wij hun zelfvertrouwen, welzijn en prestaties stimuleren.
Onze vlakke hiërarchie en lean bedrijfsstructuur moedigen onze werknemers aan om hun mening en bekommernissen te uiten. Wij stimuleren een open en inclusieve omgeving waarin alle werknemers zich gewaardeerd voelen en hun ideeën en feedback kunnen delen zonder dat ze schrik moeten hebben voor vergelding. Als problemen en bezorgdheden niet kunnen worden voorgelegd bij de directe leidinggevende van een werknemer, kunnen ze worden besproken op het niveau van de leidinggevende van die leidinggevende, in overeenstemming met het zogenaamde grootvaderprincipe. Het werkt heel goed binnen onze organisatie. Daarnaast bieden wij een klokkenluidershotline die wordt beheerd door een onafhankelijke derde partij, en waar werknemers en stakeholders anoniem in hun eigen taal hun bezorgdheden kunnen uiten. In onze Europese productievestigingen onderhouden wij bovendien een actieve communicatie en samenwerking met de vakbonden die de belangen van onze werknemers behartigen.
Onze hands-on aanpak start aan de top met de strategische en operationele betrokkenheid van het EMT. Elk kwartaal bespreekt het team de huidige uitdagingen en mogelijke verbeteringen met elke bedrijfsregio, die wordt vertegenwoordigd door de Business Region Director.
JENSEN-GROUP wil zijn open cultuur verder uitbouwen en uitdragen in de hele Groep. Hiervoor worden verschillende communicatiekanalen en -platforms gebruikt om de werknemers te informeren over de bedrijfsdoelstellingen, strategieën en recente ontwikkelingen. Op Jennet, het intranet van JENSEN-GROUP, is informatie te vinden over een hele reeks onderwerpen, waaronder productinformatie, HR-gerelateerde informatie en de principes en richtlijnen van de Groep. Hoewel Jennet een waardevolle tool is om informatie te verspreiden binnen JENSEN-GROUP, wordt het gebruik van interne sociale media, zoals een mobiele app op de smartphones van onze werknemers, ook aangemoedigd. Het is een moderne manier om nieuws te delen en van gedachten te wisselen.
De verschillende afdelingen bepalen zelf welke van deze algemene communicatietools ze bij voorkeur gebruiken en ondernemen actie om dit te organiseren. Deze samenwerkingstools ondersteunen de uitwisseling van nieuwe ideeën en inzichten en bieden uiteindelijk voordelen voor het personeel en voor de organisatieontwikkeling van het bedrijf.
67
S1-3 – Processen om de negatieve impact te herstellen en kanalen voor eigen werknemers om hun bezorgdheden te uiten
Toegang tot rechtsmiddelen is essentieel om eerlijkheid, rechtvaardigheid en bescherming te garanderen voor individuen en gemeenschappen. Het stelt mensen in staat om verhaal te halen en een oplossing te vinden wanneer ze van mening zijn dat hun rechten zijn geschonden en het bevordert een meer rechtvaardige en eerlijke werkplek. JENSEN-GROUP heeft een duidelijk en reactief proces om negatieve ervaringen gemeld door werknemers aan te pakken.
Werknemers worden aangemoedigd om eventuele problemen op de werkvloer, zoals gezondheids- en veiligheidsproblemen, werkomstandigheden en managementpraktijken, te melden aan hun leidinggevende of lokale onboarding manager, en indien dat niet mogelijk is, aan de leidinggevende van hun leidinggevende, in overeenstemming met het grootvaderprincipe.
Bovendien werkt het bedrijf actief samen met werknamersvertegenwoordigers en ondernemingsraden om zo belangrijke punten van zorg te bespreken en samen naar oplossingen te zoeken.
Regelmatige vergaderingen met vakbondsvertegenwoordigers zorgen ook voor transparante communicatie en overleg over verbeteringen op de werkplek, en creëren zo een gestructureerd forum om problemen van werknemers collectief aan te pakken.
Het EMT wordt geïnformeerd over de belangrijkste problemen via de driemaandelijkse bedrijfsrapporten, en ontvangt ook input van vertegenwoordigers van de werknemers, zodat het patronen kan identificeren en de nodige aanpassingen kan doorvoeren. Door directe feedback van werknemers te integreren met input van vakbonden en raden, biedt het bedrijf een gestructureerde en proactieve aanpak om problemen snel op te lossen, waardoor een veilige en ondersteunende werkplek wordt bevorderd.
Als werknemers zich echter zorgen maken over de reactie of het gebrek aan reactie, of niet met de leidinggevende kunnen praten, kunnen ze gebruikmaken van de klokkenluidersregeling. Alle nieuwe werknemers worden bij de start van hun tewerkstelling geïnformeerd over deze mogelijkheden via ons onboardingproces. Deze opleiding is een integraal onderdeel geworden van ons onboardingproces voor nieuwe werknemers. Tijdens de verslagperiode hebben we het bewustzijn nog verder vergroot door voor alle huidige werknemers een opleiding te introduceren over onze gedragscode en de klokkenluidershotline. JENSEN-GROUP neemt als organisatie alle gemelde gevallen ernstig en probeert, na onderzoek, een eerlijke oplossing te verzekeren die rekening houdt met de behoeften van alle betrokken partijen. Wij houden eveneens op een veilige en vertrouwelijke manier rapporten en resultaten bij. Geschillen worden rechtstreeks aan de Voorzitter van het Audit- en Risicocomité voorgelegd en niet aan personen die betrokken zijn bij de dagelijkse activiteiten. De persoon die de klacht ontvangt, voert een eerste onderzoek uit en stuurt de zaak door naar relevante teamleiders of leden van het management voor verder onderzoek, afhankelijk van de aard en de ernst van het probleem. Tijdens dit hele proces blijft de vertrouwelijkheid gewaarborgd om de identiteit van de werknemer te beschermen en elke vorm van vergelding te voorkomen.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Kenmerken van de werknemers van JENSEN-GROUP
S1-6 – Kenmerken van de werknemers van JENSEN
| Landen met meer dan 50 werknemers (personeelsbestand) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Denemarken | 795 | 766 |
| Duitsland | 380 | 383 |
| China | 387 | 368 |
| VS | 233 | 190 |
| Zweden | 167 | 123 |
| Andere landen | 337 | 298 |
| Totaal | 2.299 | 2.128 |
| Aantal werknemers (personeelsbestand) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
| --- | --- | --- |
| Mannen | 1.981 | 1.843 |
| Vrouwen | 318 | 285 |
| Niet aangegeven | 0 | |
| Totaal | 2.299 | 2.128 |
| Totaal aantal werknemers per type contract (personeelsbestand) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
| --- | --- | --- |
| Vast | 2.016 | 1.895 |
| Tijdelijk | 267 | 231 |
| Niet-gegarandeerde uren | 16 | 2 |
| Totaal | 2.299 | 2.128 |
| Totaal aantal VTE's | 2.214 | 2.059 |
| Aantal werknemers per type contract en regio (personeelsbestand) | ||
| --- | --- | --- |
| 2025 | 2024 | |
| Europa | 1.569 | 1.501 |
| Azië en Oceanië | 487 | 431 |
| Amerika (Noord-Amerika, Midden-Amerika, Zuid-Amerika, Caribisch gebied) | 243 | 196 |
| Totaal | 2.299 | 2.128 |
| Aantal en personeelsverloop (personeelsbestand) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
| --- | --- | --- |
| Aantal werknemers dat het bedrijf verlaat | 248 | 184 |
| Verlooppercentage | 10,8% | 8,6% |
Boekhoudbeleid
De bovenstaande cijfers zijn exclusief JENSEN Braun en de meest recente overnames van MAXI-PRESS omwille van de consistentie, aangezien deze entiteiten in de hele duurzaamheidsverklaring zijn uitgesloten. Meer details zijn te vinden in Bijlage A, “Basis voor voorbereiding”. Als gevolg hiervan kan het totale aantal werknemers dat in de duurzaamheidsverklaring wordt vermeld, afwijken van de werknemerscijfers die elders in het jaarverslag worden vermeld, waar deze entiteiten wel zijn opgenomen.
De classificatie van de arbeidsstatus van werknemers (vast, tijdelijk en niet- gegarandeerde uren) is afgestemd op de definities zoals vastgelegd in ESRS. Bovendien, tijdelijke werknemers omvatten leerlingen en stagiairs, omdat zij een contract van bepaalde duur hebben, en uitzendkrachten ('Leiharbeiter') van onze Duitse productievestiging.
Het verlooppercentage wordt berekend door het aantal medewerkers dat het bedrijf om verschillende redenen verlaat (gedwongen ontslag, pensionering, vrijwillig ontslag, overlijden in dienst) te delen door het totale aantal werknemers (personeelsbestand) aan het einde van de verslagperiode.
VTE's worden berekend op basis van het werkgelegenheidspercentage (bv. 40% = 0,4 VTE) en gerapporteerd als het totale aantal VTE's aan het einde van de verslagperiode.
Het totale aantal werknemers is opgenomen in de jaarrekening (Toelichting 13) zonder uitsplitsing naar werknemerscategorie of gender.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
7. Consumenten en eindgebruikers – ESRS S4
Onze aanpak m.b.t. productkwaliteit en -veiligheid
Waarom productkwaliteit en -veiligheid belangrijk zijn voor ons bedrijf
ESRS2-SBM3 - Materiële impact, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel
De materialiteit van impact, risico's en kansen in verband met consumenten en eindgebruikers werd in 2024 geanalyseerd volgens het proces dat is beschreven in Bijlage A "Dubbel Materialiteitsproces" van de duurzaamheidsverklaring van 2024, en blijft ongewijzigd.
S4- Consumenten & eindgebruikers
| OQ/UVC /DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| DVC | Productkwaliteit & veiligheid | gezondheid en veiligheid van gebruikers dankzij procesautomatisering (bv. geautomatiseerd sorteersysteem) en door verbeteringen aan de werkomstandigheden van operatoren (bv. geluidsreductie, ergonomie). Dit vormt de kern van onze bedrijfsstrategie. | |||
| HUIDIG: Een handenvrije bediening zorgt voor optimale hygiënische omstandigheden in waterijen voor de gezondheidszorg en vermindert het risico op ongelukken door vreemde voorwerpen die achterblijven in werkkleding (bv. naalden, scharen, ...). Dit is het resultaat van onze activiteiten op het vlak van waterij-automatisering en robotica. | |||||
| HUIDIG: De lokale aanwezigheid van onze verkoop- en servicekantoren maakt een snelle interventie mogelijk: van installatie tot dienstverlening na verkoop en het geven van | KT: Reputatiekans die voortvloeit uit de kwaliteit en veiligheid van producten, dankzij de hoge mate van automatisering en de snelle klachtenbehandeling vanwege onze lokale aanwezigheid. Automatisering en lokale aanwezigheid zijn cruciaal voor ons succes en vormen de kern van ons businessmodel. |
Hoe JENSEN-GROUP productkwaliteit en -veiligheid garandeert
S4-1 - Beleid
De veiligheid van de operatoren van de klant en van alle gebruikers van de apparatuur wordt even belangrijk geacht als die van het eigen JENSEN-personeel. Hoewel we geen gezondheids- en veiligheidsbeleid hebben voor onze klanten, voldoen alle machines naar beste weten van de Groep aan alle Europese veiligheidsrichtlijnen (Europese normen, EN's), en aan andere toepasselijke lokale vereisten. Gedreven door de JENSEN Spirit en onze klantgerichte waarden, gaan wij verder dan de regelgeving en het beleid voorschrijven. Deze toewijding aan het succes van onze klanten is de sleutel tot ons eigen succes. Veiligheidshandleidingen en een grondige opleiding worden voorzien wanneer de machine bij de klant wordt geïnstalleerd. Zelfs tijdens de ontwikkelingsfase besteedt JENSEN-GROUP aandacht aan de ergonomie en algemene veiligheid van zijn machines. De ontwikkelingsteams houden ook rekening met de geluidsemissies van de machines, want de stress door geluidsoverlast kan een negatieve invloed hebben op de algemene gezondheid en het welzijn van de operatoren.
Ergonomische oplossingen zijn geïntegreerd in alle sorteer-, behandelings- en afwerkingsprocessen. Dankzij deze mentaliteit is onze eerste prioriteit om het aantal arbeidsongevallen bij onze klanten tot een absoluut minimum te beperken; elk arbeidsongeval is er één te veel. Productveiligheid zal dan ook steeds een hoeksteen blijven van de JENSEN-GROUP-strategie.
JENSEN-GROUP streeft naar veilige en gezonde werkomstandigheden in wasserijen door intelligente oplossingen te implementeren en door de sector aantrekkelijker te maken nu er een groot tekort aan arbeidskrachten is. Intelligente geautomatiseerde systemen zorgen voor aanvaardbare werkomstandigheden, zodat mensen eerder slimmer dan harder kunnen werken. Met de oplossingen van JENSEN-GROUP en zijn partner Inwatec gaat een kledingstuk slechts door drie paar handen: ten eerste in de sorteerzone wanneer de zakken linnen op de transportband belanden, ten tweede in het MetriQ-laadstation en ten derde in het uitpakstation. Dat is mogelijk omdat alle interfaces geautomatiseerd zijn. Met een volledig geautomatiseerd sorteersysteem kan de veiligheid en aantrekkelijkheid van de werkplek nog verder worden verhoogd, omdat handmatige verwerking van het vuile linnengoed wordt geëlimineerd en werknemers in interessantere delen van de wasserij kunnen werken. Wanneer mensen en machines hand in hand werken, profiteren werknemers van lagere gezondheidsrisico's en een verbeterde veiligheid, en halen ze meer voldoening uit hun werk.
S4-4 - Aanpak en maatregelen
Onze aanpak van productontwikkeling is gericht op het ontwerpen van machines die prioriteit geven aan veiligheid en gebruiksgemak en waarin geavanceerde automatisering en ergonomisch ontwerp geïntegreerd zijn. Wij willen op die manier de werkomstandigheden van wasserijmedewerkers verbeteren door risico's te minimaliseren en de veiligheid te verhogen. Eigenlijk zijn onze oplossingen dus hulpmiddelen die het welzijn van onze klanten en hun werknemers waarborgen en zo een positieve invloed hebben op hun algemene gezondheid en veiligheid. Deze aanpak maakt deel uit van ons voortdurende engagement om onze klanten de beste en veiligste oplossingen te bieden.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Hier zijn een paar voorbeelden van hoe geautomatiseerde systemen het werk in een wasserij veiliger en aantrekkelijker maken:
- Veilig sorteren: De THOR-sorteerrobot stelt wasserijen letterlijk in staat om de behandeling van vuil linnengoed volledig over te laten aan machines, waardoor ze hun personeel beschermen tegen gevaren veroorzaakt door verontreiniging of gevaarlijke voorwerpen. Om nog een stap verder te gaan, maakt het nieuwe Dark Factory-concept (patentaanvraag) het mogelijk om het sorteren en opslaan 's nachts volledig te automatiseren, waardoor de productie zonder aanwezigheid van personeel kan doorgaan.
- Ergonomisch sorteren van kleding: De Viking-sorteerder haalt afzonderlijke stukken uit de grotere batch in een high-speed, geautomatiseerd proces. De machine kan zelfs de zwaarste batches aan zonder dat medewerkers tussenbeide moeten komen.
- Flexibel laden: Het MetriQ-laadstation is voorzien van diverse innovaties om de ideale combinatie van ergonomie en efficiëntie te bieden. Verschillende functies, zoals de flexibele toevoerhoogte en de functie 'knoppen vooraan', verlichten de dagelijkse werkbelasting. Het stille ontwerp is goed voor de oren en de ingebouwde verlichting vermindert de belasting op de ogen.
- Gedecentraliseerd toevoerconcept: Het gedecentraliseerde toevoerconcept van de Jenrail 2000 Automatic maakt strijklijnen met grote stukken veiliger. De betrokken werknemers werken vanop een afstand, wat ongevallen voorkomt en voor een aangenamere werkomgeving zorgt.
- Lagere omgevingstemperatuur: Nieuwe technologieën en verbeterde isolatie verminderen de warmteverspilling. Dat verbetert de energievoetafdruk en verlaagt ook de omgevingstemperatuur met enkele graden, waardoor de werkomstandigheden verbeteren.
- Volledig geautomatiseerde handdoekverwerking: Met de robot voor handdoektoevoer BLIZZ kunnen handdoeken handsfree gesorteerd, toegevoerd, gevouwen en gestapeld worden. Deze automatisering minimaliseert de behoefte aan menselijke tussenkomst en vermindert de fysieke belasting veroorzaakt door repetitieve taken, waardoor de gezondheid en veiligheid van wasserijmedewerkers aanzienlijk verbetert.
- GREIT Stack Storage System: Het GREIT Stack Storage System fungeert als een buffer tussen vouwmachines en de logistieke ruimte. Het zorgt voor automatische tussentijdse opslag van vlak linnen, vermindert handmatig werk tijdens het stapelen en vergemakkelijkt het orderpicken door middel van een ergonomisch geoptimaliseerde uitname hoogte.
- Intuïtieve bediening met de nieuwe HMI: De nieuwe iOS HMI verhoogt de gebruiksvriendelijkheid en efficiëntie. Het intuïtieve touchscreenontwerp geeft operationele gegevens in realtime weer. Dankzij de gebruiksvriendelijke navigatie en een aanpasbare interface hebben operatoren snel toegang tot relevante informatie en kunnen ze aanpassingen doorvoeren, wat resulteert in een hogere productiviteit en minder fouten.
Ons productaanbod omvat robotica van Inwatec, die deze aanpak verder versterkt. Als vuil linnengoed automatisch door een robot wordt gesorteerd, lopen operatoren niet langer het risico om gewond of zelfs besmet te raken door vergeten voorwerpen in het textiel. Dergelijke voorwerpen kunnen pincetten, scalpels, scharen, pennen en zelfs grotere voorwerpen zijn. Het geautomatiseerde sorteersysteem van Inwatec beperkt de menselijke tussenkomst voor kwaliteitscontrole en toezicht, en bestaat uit een röntgenmachine en een machinelearning-systeem.
73
Robots pikken de stukken linnengoed op van transportbanden en brengen ze naar de röntgenscanner, die ongewenste voorwerpen detecteert.
Tegelijkertijd registreert een RFID-chiplezer het kledingstuk en bepaalt de verdere sortering binnen het systeem. Al deze taken kunnen nu worden uitgevoerd door minder operatoren die alleen nog de zakken van de gedetecteerde kledingstukken moeten leegmaken. De ambitie is om robots voldoende intelligent en efficiënt te maken zodat ze menselijke werknemers ontlasten van zware taken.
In het verslagjaar zijn geen andere belangrijke acties ondernomen.
Toegewezen middelen: Ongeveer 1,5 - 2% van onze omzet wordt geïnvesteerd in productontwikkeling, met aandacht voor geautomatiseerde oplossingen, veilige en gebruiksvriendelijke productkenmerken en indirecte arbeidskosten.
S4-5 - Doelen
De grootste risico's gaan gepaard met het vuile werk in de wasserij door onhygiënische werkomstandigheden en mogelijke ongelukken met achtergebleven vreemde voorwerpen in de te wassen kleding. Dit weerspiegelt de consistente feedback van klanten en wasserijpersoneel en werd bevestigd door directe contacten ter plaatse bij wasserijfaciliteiten.
Onze geautomatiseerde sorteersystemen bieden de perfecte oplossing om deze risico's te beperken en proactief in te spelen op mogelijke toekomstige regelgeving die het werken in deze omstandigheden in een wasserij zou kunnen beperken om veiligheidsredenen.
Voor de huidige verslagperiode zijn er geen meetbare doelstellingen vastgesteld vanwege de gevoelige aard van de informatie, die bepaalde strategische risico's met zich mee zou kunnen brengen. Toch blijft de veiligheid van de consument een hoeksteen van onze strategie, waarbij we voortdurend focussen op het verhogen van de automatisering in wasserijen om de gezondheids- en veiligheidsrisico's voor operatoren te minimaliseren.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Hoe JENSEN-GROUP in overleg gaat met zijn klanten
S4-2 - Processen om in dialoog te gaan met consumenten en eindgebruikers over impact
Zoals beschreven in verschillende secties van dit verslag, onderhouden wij een voortdurende dialoog met onze klanten. De CEO van JENSEN-GROUP is de hoogste verantwoordelijke voor de klantenbetrokkenheid. Op het vlak van productkwaliteit en -veiligheid zorgt onze lokale aanwezigheid ervoor dat we snel kunnen ingrijpen in geval van onderbrekingen of potentiële veiligheidsrisico's. Dat omvat ook ondersteuning op afstand via onze helpdesk. Bovendien bieden wij onze klanten een preventief servicepakket aan dat bestaat uit regelmatige onderhoudscontroles gedurende het jaar, waarbij elke machine van JENSEN-GROUP wordt geïnspecteerd door een ervaren technicus, zodat eventuele potentiële risico's snel kunnen worden geïdentificeerd. Tijdens de verslagperiode hebben we de klantervaring verder verbeterd door QR-codes op onze machines aan te brengen, een digitale ontwikkeling die de toegang tot technische ondersteuning, documentatie en service-informatie vereenvoudigt en versnelt.
S4-3 - Processen om de negatieve impact te herstellen en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om hun bezorgdheden te uiten
Wij onderhouden sterke klantrelaties die zijn gebaseerd op open en eerlijke communicatie, waarbij klanten worden aangemoedigd om rechtstreeks contact op te nemen met hun lokale verkoop- en servicecontactpersoon als er problemen optreden. Contactgegevens voor elk land zijn gemakkelijk te vinden op onze website en elke klant krijgt bij aanvang van elk project een primaire contactpersoon toegewezen. Wij pakken de zaken proactief aan en streven ernaar de beste oplossingen te vinden om negatieve gevolgen te verhelpen. Dit zijn kernwaarden die diep in ons DNA verankerd zitten. Bedrijfsongevallen die leiden tot arbeidsongeschiktheid of sterfgevallen worden onmiddellijk door de Business Region Director gerapporteerd aan het EMT. Deze informatie wordt verzameld bij lokale entiteiten onder toezicht van de directeur en grondig besproken in de driemaandelijkse bedrijfsrapporten. De oorzaken worden uitgebreid geanalyseerd en maatregelen worden genomen om toekomstige incidenten te voorkomen. Dit gebeurt in overleg met de klanten en juridische adviseurs. Dankzij goede verzekeringen is waar nodig financiële compensatie beschikbaar. De klokkenluidershotline is een ander hulpmiddel dat beschikbaar is voor onze klanten en dat hen beschermt tegen elke vorm van vergelding, zoals uitgelegd in ons Ethical Business Policy Statement op onze website. Deze processen zorgen voor een vlotte informatiestroom en een omgeving waarin alle klanten goed worden ondersteund door een betrouwbare zakenpartner.
Al deze processen samen helpen ons beter te begrijpen wat onze klanten in de praktijk nodig hebben en versterken hun vertrouwen dat hun zorgen ernstig worden genomen en tijdig en op gepaste wijze worden aangepakt.
75
“Het is leuk om te werken wanneer je fijne collega’s rond je hebt! Wanneer de opdracht klaar is en een specifiek probleem is opgelost, krijg je een soort geluksgevoel. En dat is echt fijn.”
Eirik

“Het geweldige aan mijn job is dat er geen dagen zijn die ik niet graag doe. En ik doe dit werk al meer dan 20 jaar. Vanaf het moment dat ik begon tot nu, met alle technologie die erbij is gekomen, is het een mooie evolutie geweest en een ongelofelijk boeiende sector en job.”
Tore
- Zakelijk gedrag – ESRS G1
Onze aanpak m.b.t. deugdelijk bestuur
Waarom deugdelijk bestuur belangrijk is voor ons bedrijf
IRO-1 – Beschrijving van processen om materiële impact, risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren
De materialiteit van impact, risico's en kansen in verband met zakelijk gedrag werd in 2024 geanalyseerd volgens het proces dat is beschreven in Bijlage A “Dubbel Materialiteitsproces” van de duurzaamheidsverklaring van 2024, en blijft ongewijzigd.
G1 - Zakelijk gedrag
| OO/UVC /DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| OO&UVC | Bedrijfsethiek | bedrijfsvoering zorgt ervoor dat de JENSEN-GROUP op een verantwoordelijke en betrouwbare manier werkt. Dit kan bijdragen tot het opbouwen van vertrouwen bij werknemers en leveranciers. Dit heeft een impact op het welzijn van alle zakenpartners. Het is in lijn met ons engagement voor verantwoordelijk leiderschap en transparantie, en met ons publiek profiel als | KT: Inadequate bestuurspraktijken kunnen leiden tot inbreuken op de regelgeving, juridische geschillen, boetes en wettelijke verplichtingen en kunnen het vertrouwen van de stakeholders doen afnemen, zeker bij een beursgenoteerd bedrijf met een publiek profiel zoals de JENSEN-GROUP. | KT: Een ethische bedrijfsvoering kan de reputatie van het bedrijf verbeteren en een eerlijke behandeling van werknemers, leveranciers en andere stakeholders garanderen. | |
| OO | Bedrijfscultuur | HUDIG: De bedrijfscultuur zorgt voor samenhang en een collectieve identiteit bij alle JENSEN-werknemers, en draagt bij aan hun welzijn. De kernwaarden van de JENSEN-GROUP vormen de “JENSEN Spirit” en geven vorm aan de essentie van onze bedrijfscultuur. Het is een cruciaal onderdeel van ons succes als wereldwijd bedrijf met lokale entiteiten, omdat het ervoor zorgt dat we wereldwijd allemaal op dezelfde manier werken. | KT: Een sterke bedrijfscultuur bevordert de spirit, verhoogt de betrokkenheid en de werktevredenheid van werknemers, en speelt een rol in het personeelsbehoud. Het is een essentieel kenmerk voor succes. |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur
Bedrijfsethiek
G1-1 – Beleid ten aanzien van bedrijfsethiek
Integriteit, eerlijke handelspraktijken en rechtmatig gedrag behoren tot de hoogste prioriteiten van JENSEN-GROUP. Geen enkele zakelijke eis kan een illegale, onethische of onprofessionele handeling rechtvaardigen. Daarnaast heeft JENSEN-GROUP verschillende controlemechanismen ontwikkeld om onethisch gedrag op alle niveaus te voorkomen, zoals:
- een Ethical Business Policy Statement (de gedragscode van de Groep voor werknemers) die door alle medewerkers moet worden ondertekend, aangevuld met een verplichte online opleiding voor alle nieuwe werknemers;
- een Gedragscode voor Leveranciers die moet worden nageleefd. Leveranciers verklaren dat ze disciplinaire maatregelen zullen nemen in geval van onethisch gedrag, zoals corruptie of omkoping die de eerlijke handel ondermijnt (beschikbaar op de website van het bedrijf);
- een Corporate Governance Charter dat de rol en de verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur toelicht (beschikbaar op de website van de Groep);
- een beleid om handel met voorkennis te voorkomen, dat ondertekend werd door alle werknemers met toegang tot gevoelige informatie (intern document);
- een klokkenluidershotline voor alle medewerkers en andere stakeholders van JENSEN-GROUP, voor rapporteringsdoeleinden, die geen risico inhoudt op vergelding en beheerd wordt door een onafhankelijke en betrouwbare derde partij (toegankelijk via de website van de Groep);
- een bijkomend anticorruptie- en anti-omkopingsbeleid in China, gestimuleerd door de Chinese regering in een poging om corruptie te bestrijden;
- een wereldwijd beleid inzake naleving van handelsregels met betrekking tot onze verantwoordelijkheid om alle handels- en douanewetgeving na te leven, met inbegrip van export- en importcontroles, sancties, embargo's en antiterrorisme-maatregelen.
Deze regels en procedures geven alle werknemers en iedereen die in naam van JENSEN-GROUP handelt de mogelijkheid om elke verdachte of feitelijke schending van correcte handelspraktijken te melden.
Klokkenluidershotline van JENSEN-GROUP
Onze beveiligde klokkenluidershotline stuurt binnen zeven dagen na ontvangst van een melding van onethisch gedrag een ontvangstbevestiging. De klokkenluidershotline brengt de Voorzitter van het Audit- en Risicocomité van JENSEN-GROUP op de hoogte. Alle meldingen via de klokkenluidersregeling worden besproken tijdens de eerstvolgende vergadering van het Audit- en Risicocomité. Het Audit- en Risicocomité beslist over de volgende stappen, op basis van de resultaten van het onderzoek, en kan beslissen om ofwel verder onderzoek uit te voeren of om aanbevelingen te doen aan de Raad van Bestuur voor procesverbeteringen of corrigerende maatregelen.
De melder krijgt feedback over hoe de melding is afgehandeld, of er corrigerende maatregelen of procesverbeteringen zijn aanbevolen en of er verdere stappen zullen worden genomen.
Er worden geen details over specifieke personen gegeven, en de feedback kan van algemene aard zijn, rekening houdend met het belang van JENSEN-GROUP om deze informatie vertrouwelijk te houden en de rechten van derden onaangetast te laten. Het rapport zal enkel bekendgemaakt worden aan de medewerkers die een 'need to know' hebben voor het onderzoek.
Alle medewerkers die betrokken zijn bij de klokkenluidersregeling zijn verplicht tot strikte geheimhouding over de inhoud van elke melding die in overeenstemming met deze regeling wordt gedaan.
Elke openbaarmaking van rapporten of resultaten van onderzoeken moet worden goedgekeurd door de Voorzitter van het Audit- en Risicocomité of door de Raad van Bestuur. Er werden in 2025 geen meldingen van onethisch gedrag gedaan via onze klokkenluidershotline.
De informatie over het aantal klokkenluidersmeldingen wordt eenmaal per jaar door de Voorzitter van het Audit- en Risicocomité doorgegeven aan het Head of Corporate Sustainability.
Gedragscode van JENSEN-GROUP
JENSEN-GROUP heeft zijn succes en groei gebaseerd op kernwaarden die het best samengevat kunnen worden als de JENSEN Spirit: respect voor anderen, voorbeeldig gedrag, integriteit en verantwoordelijkheid. Deze kernwaarden maken deel uit van een groter kader dat ook door JENSEN-GROUP wordt erkend en toegepast, en dat bestaat uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties (VN), het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). Gelet op wat voorafgaat, wil JENSEN-GROUP een ethisch en verantwoordelijk bedrijf zijn, de milieu-impact beperken en de hoogste integriteitsnormen bevorderen. Deze aanpak komt volledig tot uiting in het JENSEN-GROUP Ethical Business Policy Statement dat fungeert als de gedragscode van de Groep voor werknemers. Het veroordeelt onder meer elke vorm van kinderarbeid of discriminatie en promoot aanvaardbare arbeidsomstandigheden en vrijheid van vereniging. Elke inbreuk op het Ethical Business Policy Statement kan leiden tot een verstoring van de bedrijfsvoering, reputatieschade en financiële verliezen. Er zullen gepaste disciplinaire maatregelen worden genomen tegen JENSEN stakeholders die het Ethical Business Policy Statement niet naleven. In 2022 verbond JENSEN-GROUP zich ertoe om al zijn huidige en toekomstige werknemers te vragen het Ethical Business Policy Statement te ondertekenen. Er werden geen specifieke financiële middelen voorzien om deze doelstelling te realiseren. Onderstaande cijfers werden berekend op basis van de driemaandelijkse interne rapportering van het aantal medewerkers dat het Ethical Business Policy Statement heeft ondertekend, gedeeld door het totaal aantal medewerkers.
Tijdens de verslagperiode hebben we besloten om prioriteit te geven aan een goed begrip van het Ethical Business Policy Statement binnen het bedrijf door een verplichte opleiding voor alle huidige en nieuwe werknemers in de lokale taal uit te werken en te lanceren. Dat heeft de uitbreiding van de ondertekeningsvereiste naar niet-geconsolideerde joint ventures vertraagd.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Nu de opleiding is ingevoerd, kunnen we verdergaan met het ondertekeningsproces voor deze belangrijke zakelijke partners.
| Ondertekening van het Ethical Business Policy Statement | DOEL 2026 | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|---|
| Percentage JENSEN-medewerkers incl. medewerkers van geconsolideerde joint ventures die het beleid hebben ondertekend | 100% | 94% | 94% |
| Percentage medewerkers van niet-geconsolideerde joint ventures die het beleid hebben ondertekend | 100% | - | - |
Het ondertekeningspercentage is vergelijkbaar met dat van vorig jaar, voornamelijk als gevolg van timingverschillen en veranderingen in ons personeelsbestand aan het einde van het jaar. De teller, die het aantal werknemers vertegenwoordigt dat het beleid heeft ondertekend, is gebaseerd op gegevens die eind november zijn verzameld, terwijl de noemer, die het totale aantal werknemers vertegenwoordigt, aan het einde van het jaar is bijgewerkt. Als gevolg hiervan komen de twee cijfers niet volledig overeen. Nieuwe werknemers die aan het einde van het jaar in dienst zijn getreden, hebben het ondertekeningsproces mogelijk ook nog niet voltooid. Deze factoren samen verklaren de daling van het ondertekeningspercentage. Meer informatie over het proces voor het rapporteren van gegevens is te vinden in Bijlage A, "Basis voor voorbereiding".
Sinds 2022 hebben wij ook een gedragscode voor leveranciers, waarin de normen worden toegelicht met betrekking tot zakelijke integriteit en ethiek, arbeids- en sociale normen, milieu, algemene bedrijfsprincipes en gerelateerde managementsystemen die de Groep van zijn leveranciers verwacht. Om de sociale en ecologische verantwoordelijkheid te vergroten, kan de gedragscode voor leveranciers eisen dat ze verder gaan dan de naleving van de lokaal geldende wet- en regelgeving.
JENSEN-GROUP engageert zich om enkel samen te werken met strategische PEC-leveranciers die een gedragscode hebben. Deze leveranciers vertegenwoordigen ongeveer 80% van de omzet van JENSEN-GROUP. Momenteel voldoet 98% van onze meest geïntegreerde leveranciers ('A-leveranciers') aan het gedragscodecriterium. Wij willen ons doel bereiken door regelmatig van gedachten te wisselen met onze leveranciers en door alternatieve leveranciers te zoeken voor het geval ze onze gedragscode niet willen ondertekenen en er zelf geen hebben. Om deze verbintenis te versterken, hebben we het belang van deze vereiste vergroot door tijdens de verslagperiode de noodzaak van een gedragscode op te nemen in onze inkooprichtlijnen. In de komende jaren willen we ook onze distributeurs hierbij betrekken. Er werden geen specifieke financiële middelen voorzien om deze doelstellingen te realiseren.
De inkoopmanagers van onze productievestigingen updaten de lijst van A-leveranciers uit hun ERP-systeem aan het begin van elk jaar en zorgen ervoor dat elke A-leverancier in de loop van het jaar voldoet aan de criteria in de gedragscode. Het onderstaande percentage is berekend op basis van de driemaandelijkse interne rapportering van het aantal A-leveranciers met een gedragscode in verhouding tot het totale aantal actieve A-leveranciers.
79
| DOEL 2026 | 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|---|
| A-leveranciers | 100% | 98% | 98% |
| DOEL 2027 | 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
| --- | --- | --- | --- |
| Distributeurs van JENSEN | 100% | - | - |
Belangrijke punten van zorg of inbreuken op de gedragscode door een strategische leverancier (bv. een rechtsvordering wegens kinderarbeid) worden gerapporteerd aan het Executive Management Team, ten laatste in de driemaandelijkse bedrijfsrapporten of via de klokkenluidershotline. De gedragscode stipuleert dat een leverancier die deze gedragscode schendt, aansprakelijk is ten opzichte van JENSEN-GROUP voor alle daaruit voortvloeiende schade aan de reputatie, het imago of de belangen van JENSEN-GROUP, alsook voor alle reglementaire of strafrechtelijke gevolgen van dergelijke niet-naleving.
Ongeacht de kwaliteit en het concurrentievermogen van de goederen en/of diensten van een leverancier, kan JENSEN-GROUP, in geval van een dergelijke niet-naleving, zijn zakelijke relatie met een dergelijke leverancier met onmiddellijke ingang beëindigen en/of hen uitsluiten van toekomstige samenwerking.
Bedrijfscultuur
Onze bedrijfscultuur en onze duidelijk omschreven waarden vormen een integraal onderdeel van onze dagelijkse zakelijke interacties en worden benadrukt in de verschillende secties van deze duurzaamheidsverklaring. Met een beperkt aantal beleidslijnen vormen onze kernwaarden de basis van ons engagement naar onze stakeholders.
Deze waarden maken deel uit van JENSEN-GROUP sinds de oprichting van het bedrijf, en steunen op vroegere en huidige ervaringen als op toekomstige ambities.
De 'JENSEN Spirit', bepaald door onze kernwaarden, geeft vorm aan onze bedrijfscultuur en zorgt voor consistent gedrag binnen onze diverse, wereldwijde gemeenschap. Deze waarden verenigen ons als team en bevestigen waar JENSEN-GROUP wereldwijd voor staat. Ze zijn gebaseerd op ons erfgoed en inspireren onze ambities voor de toekomst.
Door deze kernwaarden toe te passen in onze dagelijkse zakelijke interacties leven wij volgens de JENSEN Spirit en zorgen wij ervoor dat we altijd consistent doen wat goed is. Een belangrijk voorbeeld van deze aanpak is onze steun, via donaties, aan lokale en internationale ngo's, zoals 'Artsen zonder Grenzen', evenals onze deelname aan Clean-Up Days en sociale evenementen die geld inzamelen, vrijwilligerswerk of levering van goederen voor zinvolle doelen. We noemen deze initiatieven gezamenlijk 'Good Deeds by JENSEN'.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Corruptie en omkoping
G1-3 – Preventie en opsporing van corruptie en omkoping
JENSEN-GROUP streeft naar een open cultuur doorheen de hele organisatie en baseert zich op de kernwaarden van JENSEN. De gedragscode van de Groep formaliseert de verantwoordelijkheden van zowel individuen als de organisatie voor het naleven van correcte praktijken. Zij dragen bij tot het welzijn van en het respect voor alle stakeholders. Binnen de aanpak ‘We denken globaal en handelen lokaal’ wordt er veel beslissingsbevoegdheid overgedragen naar het lokale management. Hierdoor is het noodzakelijk om ervoor te zorgen dat verschillende regels worden nageleefd. Bij JENSEN-GROUP zijn die regels samengevat in de ‘principes en richtlijnen’ die te raadplegen zijn op het JENSEN intranet.
Om de risico's van omkoping en corruptie te beperken, moeten alle werknemers ons Ethical Business Policy Statement ondertekenen, waarin de noodzakelijke bepalingen en beleidsregels voor correct gedrag worden uiteengezet.
In onze organisatie lopen bepaalde functies een verhoogd risico op corruptie en omkoping wegens hun betrokkenheid bij kritieke financiële transacties, hun interactie met externe stakeholders en hun gevoeligheid voor naleving van regelgeving en ethische normen. Tot deze risicofuncties behoren verkoopmanagers, inkoopmanagers, ingenieurs en productontwikkelaars, en medewerkers met een managementfunctie op lokaal of Groepsniveau. Tijdens de verslagperiode hebben we een virtueel opleidingsprogramma voor alle werknemers ontwikkeld en gelanceerd, met uitleg en praktische oefeningen over hoe ze pogingen tot corruptie en omkoping kunnen herkennen en hoe ze hierop op de juiste manier kunnen reageren. De uitrol duurde langer dan verwacht omdat de opleiding intern werd ontwikkeld met een bredere scope, en in lokale talen werd vertaald om een sterke afstemming met ons Ethical Business Policy Statement en onze waarden te waarborgen. Ons doel was om het programma te integreren in onze cultuur in plaats van het louter als een compliance-oefening te zien, wat extra tijd vergde. Als gevolg daarvan hebben nog niet alle werknemers de opleiding voltooid. Daarnaast hebben we ervoor gezorgd dat onze gedragscode bepalingen over dit onderwerp bevat. Er werden geen specifieke financiële middelen voorzien om deze doelstelling te realiseren.
Het onderstaande percentage is berekend op basis van de interne driemaandelijkse rapportering van het totale aantal medewerkers in een risicofunctie, gedeeld door het totale aantal medewerkers in een risicofunctie die de opleiding hebben gevolgd.
| Percentage risicofuncties met opleiding rond anticorruptie en -omkoping | DOEL 2026 | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|---|
| Aantal medewerkers in een risicofunctie | - | 356 | 318 |
| Percentage medewerkers in een risicofunctie met opleiding | 100% | 60% | 3% |
Potentiële gevallen van corruptie en omkoping kunnen worden geïdentificeerd via de klokkenluidershotline van de Groep en via regelmatige controleprocessen van het management. Die omvatten escalatie van relevante kwesties in driemaandelijkse managementvergaderingen en periodieke bevestigingen door de financiële managers dat zij niet op de hoogte zijn van enige fraude binnen de Groep.
G1-4 – Incidenten van corruptie en omkoping
Overtredingen van de procedures en normen voor bestrijding van corruptie en omkoping van de Groep worden onmiddellijk onderzocht in overeenstemming met vastgestelde interne processen en leiden, indien bewezen, tot passende disciplinaire maatregelen en corrigerende maatregelen.
Er waren geen veroordelingen of boetes voor overtreding van anticorruptie- en anti-omkopingswetten in deze verslagperiode.
Andere bestuursgerelateerde openbaarmakingen
GOV-1 – Rol van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen
Zie Bijlage A, "Bestuur".
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Bijlage A: Algemene toelichtingen en toelichtingen over governance (ESRS2)
Basis voor het opstellen ervan (BP)
BP-1: Algemene basis voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring
Deze duurzaamheidsverklaring is opgesteld in overeenstemming met de vereisten van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS), gepubliceerd door de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG).
De consolidatiekring in deze verklaring is consistent met de consolidatiekring die gebruikt werd bij het opstellen van onze jaarrekening en omvat dezelfde entiteiten. Opgenomen zijn daarom de geconsolideerde joint ventures Inwatec, MAXI-PRESS en zijn overnames, met uitzondering van bepaalde activa die laat in het verslagjaar zijn verworven. Activa die laat in het verslagjaar zijn verworven, waaronder G.A. Braun, zijn uitgesloten van de reikwijdte vanwege het ontbreken van betrouwbare en volledige duurzaamheidsgegevens voor de beperkte periode na de overname. Het ontwikkelen van aannames voor een dergelijke beperkte periode zou de kwaliteit of volledigheid van de geconsolideerde gegevens niet hebben verbeterd. We hebben daarom gebruikgemaakt van de openbaarmakingsvrijstelling die wordt geboden door de nieuwe (nog te publiceren) ESRS 1-standaard, die het mogelijk maakt dat acquisities die tijdens de verslagperiode zijn voltooid, buiten de rapportage worden gehouden, zoals hoogstwaarschijnlijk zal worden toegestaan onder de conceptversie van de Vereenvoudigde ESRS die momenteel op publicatie wacht.
Behalve voor de berekening van de uitstoot van broeikasgassen zijn de niet-geconsolideerde joint ventures TOLON, Inax, Primafolder en Ole Almeborg A/S in deze verklaring niet als onderdeel van de bedrijfsactiviteiten meegenomen. Het evenredige aandeel van de Scope 1- en Scope 2-emissies van deze partners is opgenomen in de Scope 3-categorie Investeringen van de Groep, in overeenstemming met de operationele aanpak.
De boekhoudprincipes werden consequent toegepast tijdens het boekjaar en bij het verstrekken van vergelijkende cijfers. De emissiefactoren die zijn gebruikt voor de berekening van de BKG-emissies worden vermeld in Bijlage C.
Als producent van heavy-duty wasserijmachines vertrouwt JENSEN-GROUP op samenwerkingen binnen de waardeketen: van leveranciers die staal en componenten leveren tot klanten die de machines gebruiken voor hun wasserij-activiteiten. De duurzaamheidsverklaring heeft betrekking op zowel upstream- als downstreamactiviteiten in onze waardeketen, en zorgt er zo voor dat elke belangrijke milieu-, sociale en bestuurlijke (ESG) impact doorheen onze activiteiten en onze toeleveringsketen wordt aangepakt. De openbaarmaking van informatie over upstream- en downstreamactiviteiten is dus vereist om inzicht te krijgen in de milieu- en sociale impact, maar ook in de risico's en kansen die verband houden met de activiteiten van de Groep. Meer informatie over de wisselwerking tussen de impact, risico's en kansen en onze eigen activiteiten en waardeketen is te vinden in hoofdstuk 1 "Dubbele materialiteitsbeoordeling".
83
BP-2 - Rapportage over specifieke omstandigheden
Andere tijdshorizonten op middellange of lange termijn dan gedefinieerd in ESRS 1
Specifiek voor deze duurzaamheidsverklaring hebben we onze rapportage afgestemd op de tijdshorizon zoals gedefinieerd door de ESRS: korte termijn verwijst naar minder dan twee jaar, middellange termijn komt overeen met twee tot vijf jaar en lange termijn met meer dan vijf jaar.
Bij de beoordeling van klimaatrisico's wijken we af van deze definitie, omdat de gevolgen van de klimaatverandering en de ernstigste effecten ervan meestal pas na langere tijd zichtbaar worden. In deze context betekent korte termijn tot 2030, middellange termijn tussen 2030 en 2050, en lange termijn na 2050. Deze definities komen overeen met de tijdshorizonten die de Europese Unie heeft gedefinieerd voor de uitvoering van haar Green Deal-agenda.
Schattingen en aannames i.v.m. de waardeketen
We gebruiken beoordelingen en schattingen voor de rapportage van sommige datapunten waarvoor geen directe gegevens beschikbaar zijn, zoals de Scope 3-emissies. De voorbereiding van deze parameters was gebaseerd op het Greenhouse Gas Protocol en de meest gebruikte databases, zoals Eco Invent, AIB, IEA en het Britse DEFRA (Department of Environment, Food, and Rural Affairs). Ook werden stappen ondernomen om ervoor te zorgen dat deze parameters het meest nauwkeurige beeld van onze koolstofprestaties weergeven. Meer informatie over de gemaakte beoordelingen en de toegepaste berekeningsmethode voor elke Scope 3-categorie is terug te vinden in Bijlage C. We herbeoordelen regelmatig ons gebruik van schattingen en inschattingen op basis van ervaring, de ontwikkeling van ESG-rapportage en de verbetering van de datakwaliteit. Schattingswijzigingen worden toegepast op de periode waarin de betreffende schatting wordt herzien. Bij het berekenen van kwantitatieve gegevens oefenen we bovendien beoordelingsvermogen uit, waarbij we kritisch denken om de kwaliteit van de data te beoordelen en deze te interpreteren. Als de berekeningsmethode gewijzigd is ten opzichte van de vorige verslagperiodes, leggen we uit hoe deze wijzigingen de vergelijkende data beïnvloeden. Voor meer informatie over de belangrijkste schattingen, inschattingen en aannames die werden toegepast, verwijzen we naar de pagina's die tabellen met kwantitatieve ESG-data bevatten.
Als we aanpassingen doen aan de cijfers, volgen we de jaarrekening. Bij aanpassingen van ESG-data schatten we in of we cijfers moeten aanpassen of niet, en geven we duidelijk aan waar gegevens werden aangepast.
Om organisatorische redenen wordt de jaarlijkse rapportage eind november afgesloten. Dit betekent dat de statistieken in dit verslag gebaseerd zijn op activiteitsgegevens die werden verzameld van januari tot en met november, met geëxtrapoleerde cijfers voor december, om een volledige dataset voor het hele jaar te garanderen.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Alleen de volgende openbaarmakingen houden rekening met activiteitsgegevens van het hele jaar:
- Brandstofverbruik van bedrijfswagens (gebaseerd op een schatting van het aantal gereden kilometers per jaar)
- Inkomstengerelateerde datapunten (bv. BKG-emissies per netto-inkomsten, Taxonomie)
- Berekening van Scope 3-BKG-emissies
- Kenmerken van de werknemers van JENSEN-GROUP (hoofdstuk 6)
De duurzaamheidsverklaring werd onderworpen aan een nazicht met beperkte zekerheid door een onafhankelijke derde partij, zie verslag met beperkte zekerheid op pagina 125.
Veranderingen in de manier waarop duurzaamheidsinformatie wordt voorbereid of voorgesteld
In overeenstemming met de gedelegeerde verordening ‘Quick Fix ESRS’ van de EU hebben we de huidige reikwijdte van onze informatieverschaffing gehandhaafd, zonder de aanvullende gefaseerde invoeringsbepalingen voor bedrijven met meer dan 750 werknemers toe te voegen. Dit betekent dat we rapportage-eisen die onder de gefaseerde invoeringsbepalingen vallen hebben uitgesloten, waaronder beoogde financiële effecten van materiële risico's en gekwantificeerde middelen die aan actieplannen zijn toegewezen.
Governance (GOV)
GOV-1 – Rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen
Zie de andere hoofdstukken van dit jaarverslag waarnaar wordt verwezen in de ESRS-2-tabel onder deze Bijlage (“Rapportage-eisen en opname door middel van verwijzing”).
GOV-2 – Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming
Zie de andere hoofdstukken van dit jaarverslag waarnaar wordt verwezen in de ESRS-2-tabel onder deze Bijlage (“Rapportage-eisen en opname door middel van verwijzing”).
GOV-3 – Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen
Momenteel heeft JENSEN-GROUP geen duurzaamheidsgerelateerde incentiveprogramma’s voor leden van de Raad van Bestuur of het management. Deze rapportage is bijgevolg niet van toepassing voor deze verslagperiode.
GOV-4 – Due diligence verklaring
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de secties in onze duurzaamheidsverklaring waar we informatie geven over ons due diligence-proces, met inbegrip van hoe we de belangrijkste aspecten en stappen van dat proces toepassen.
| KERNELEMENTEN VAN DUE DILIGENCE | Secties van de duurzaamheidsverklaring | Pagina |
|---|---|---|
| Due diligence inbedden in bestuur, strategie en businessmodel | Bestuur | Hoofdstuk 8 - Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur, p. 77 |
| Getroffen stakeholders betrekken bij alle belangrijke stappen van due diligence | Algemeen | Bijlage A – Strategie, p. 86 |
| Negatieve effecten identificeren en beoordelen | Niet beschikbaar | Niet beschikbaar |
| Acties ondernemen om deze negatieve effecten aan te pakken | Bestuur | Hoofdstuk 8 - Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur, p.77 |
| De effectiviteit van deze inspanningen opvolgen en communiceren | Bestuur | Hoofdstuk 8 - Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur, p. 77 |
GOV-5 – Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage
Zie de andere secties van dit jaarverslag waarnaar wordt verwezen in de tabellen onder deze Bijlage “Rapportage-eisen opgenomen in de duurzaamheidsverklaring”.
Strategie (SBM)
SBM-1 – Strategie, businessmodel en waardeketen
Zie de andere secties van dit jaarverslag waarnaar wordt verwezen in de tabellen onder deze Bijlage “Rapportage-eisen opgenomen in de duurzaamheidsverklaring”.
SBM-2 – Belangen en opvattingen van stakeholders
JENSEN-GROUP hanteert een stakeholdergerichte aanpak die streeft naar sterke en wederzijds voordelige relaties met al zijn stakeholders, en zorgt ervoor dat elke interactie en beslissing in lijn is met de overkoepelende doelstelling van klanttevredenheid en succes.
We hebben een diepgaand inzicht ontwikkeld in de standpunten en belangen van onze belangrijkste stakeholders en hoe die aansluiten bij onze strategie en ons businessmodel. De bezorgdheid van stakeholders met betrekking tot klimaatverandering, energie- en waterefficiëntie, de veiligheid en repareerbaarheid van machines en de bedrijfsethiek worden regelmatig herzien, en sturen en steunen onze strategische beslissingen, aangezien deze kwesties aan bod komen in onze strategische drivers en kwartaalrapporten. Het Executive Management Team en de Raad van Bestuur ontvangen kwartaalupdates over strategische drivers en regionale bedrijfsactiviteiten, en beslissen over de volgende stappen die genomen moeten worden.
Eventuele bezorgdheden van stakeholders worden tijdens deze vergaderingen aangekaart door de individuele Heads of Strategic Drivers en de Regional Business Directors, die nauw samenwerken met de relevante teams
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
en units om deze bezorgdheden te identificeren en op te lossen. Ons engagementproces zorgt ervoor dat de standpunten van stakeholders niet alleen worden gehoord, maar ook actief worden geïntegreerd in de manier waarop we werken en innoveren om duurzame groei te stimuleren.
De resultaten van het engagement van de stakeholders vormen een integraal onderdeel van onze strategie en besluitvormingsprocessen. Met name de feedback die we krijgen tijdens de dialoog met stakeholders wordt gebruikt om onze duurzaamheidsprioriteiten te verfijnen en de transparantie en rapportage van ons bedrijf te verbeteren. Dit zorgt ervoor dat de inzichten van stakeholders rechtstreeks de manier beïnvloeden waarop we onze impact, risico's en kansen beheren.
Klanten
Klanten staan centraal in de bedrijfsstrategie van de JENSEN-GROUP. De activiteiten en waarden van het bedrijf zijn gericht op het leveren van uitzonderlijke resultaten en ondersteuning aan klanten, vanuit de visie dat hun succes inherent verbonden is met het succes van het bedrijf zelf. Deze klantgerichte focus is zichtbaar in de gepersonaliseerde oplossingen en diensten die het bedrijf aanbiedt en die specifiek afgestemd zijn op de unieke eisen van elke klant. Door sterke partnerschappen aan te gaan met klanten die de wasserij-activiteiten beter begrijpen dan wie dan ook, bevordert de Groep langetermijnrelaties door middel van een constante dialoog en lokale aanwezigheid. Het doel van onze betrokkenheid is om een grondig inzicht te ontwikkelen in de behoeften van onze klanten, vertrouwen met hen op te bouwen, duurzame oplossingen aan te reiken en hun doelstellingen helpen realiseren.
Praktisch gezien beschikt JENSEN-GROUP over de volgende tools en praktijken:
- Kwartaalrapporten
- Lokale aanwezigheid
- Betrokkenheid bij de materialiteitsbeoordeling
- Klantonderzoeken
- Cross-functionele vergaderingen met de afdelingen duurzaamheid, operations, R&D, financiën, aankoop, service
- Opleiding, ondersteuning en begeleiding van klanten
- Samenwerking en overleg via sectorverenigingen
Werknemers
Werknemers spelen een integrale rol in het leveren van de hoge servicenormen die JENSEN-GROUP belooft. Door te investeren in de professionele groei en het welzijn van zijn werknemers, zorgt de Groep ervoor dat ze gemotiveerd en bekwaam zijn en aansluiten bij de missie van het bedrijf. Regelmatige opleidingsprogramma's, open communicatiekanalen en een ondersteunende werkomgeving zijn de sleutelelementen van deze aanpak. Hierbij wordt een cultuur gestimuleerd waarin werknemers zich inzetten voor het succes van de klanten die ze bedienen.
Tegelijkertijd versterken we de mentaliteit rond duurzaamheid binnen de hele organisatie en bieden we platforms voor actieve betrokkenheid. Initiatieven zoals Good Deeds by JENSEN en de ESG Influencer Crew
hebben tot doel ons ESG-engagement bekend te maken en werknemers aan te moedigen om bij te dragen aan en vorm te geven aan ons duurzaamheidstraject. Lokale teams over de hele wereld sturen met behulp van een reeks gedeelde waarden en een gedragscode ons gedrag op een consistente manier doorheen een steeds grotere diversiteit aan mensen, culturen en organisaties.
Praktisch gezien beschikt JENSEN-GROUP over de volgende tools en praktijken:
- Gedragscode van JENSEN-GROUP
- Een verbindend onboardingproces
- Een Werknemershandboek
- Regelmatige O3 (one-to-one) meetings
- Een Klokkenluidersprocedure
- Communicatie met werknemers via interne sociale media en regelmatige Teams-vergaderingen
- Betrokkenheid bij de materialiteitsbeoordeling en ESG-rapportering
- Opleidingen en delen van kennis
- Werknemersevaluatie van de JENSEN Spirit
- Good deeds by JENSEN
- ESG Influencer Crew
Partners
De relaties van de JENSEN-GROUP met leveranciers en zakenpartners steunen op samenwerking en gedeelde waarden. Momenteel is 98% van onze meest strategische leveranciers gebonden door een gedragscode. We beschikken ook over een netwerk van sterke partners die onze passie delen voor innovatieve oplossingen en onze visie om de prestaties in heavy-duty wasserijen te verbeteren. Sommige van deze zakenpartners zijn joint ventures waarin JENSEN-GROUP een aanzienlijk belang bezit en die actief betrokken zijn bij verschillende operationele en rapporteringsaspecten van het bedrijf. We geloven dat we door samen te werken nog meer kunnen bereiken, terwijl we onze klanten de mogelijkheid bieden om nog succesvoller te zijn.
Praktisch gezien beschikt JENSEN-GROUP over de volgende tools en praktijken:
- Gedragscode van JENSEN-GROUP
- Een Klokkenluidersprocedure
- Betrokkenheid bij de materialiteitsbeoordeling en ESG-rapportering
- Opleidingen en delen van kennis
- Samenwerking met de sector.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Sectorverenigingen
Nationale en internationale sectorverenigingen zijn essentiële platforms om kennis en inzichten met klanten te delen, hun behoeften te erkennen en op de hoogte te blijven van regelgeving die van invloed kan zijn op onze sector. Onze inzet voor duurzaamheid blijkt uit onze actieve betrokkenheid bij tal van op duurzaamheid gerichte werkgroepen van nationale en internationale sectorverenigingen en uit onze deelname aan openbare raadplegingen via deze kanalen.
We moedigen ook de inspanningen van deze verenigingen aan om in gesprek te gaan met beleidsmakers en te pleiten voor regelgeving en beleid die verbeteringen voor de industrie als geheel steunen. Door bij te dragen aan de ontwikkeling van industrienormen op het vlak van duurzaamheid proberen we duidelijk omschreven richtlijnen op te stellen die consistente en impactvolle praktijken in de hele sector stimuleren.
Praktisch gezien beschikt JENSEN-GROUP over de volgende tools en praktijken:
- Deelname aan werkgroepen van sectorverenigingen
- Bijeenkomsten en presentaties
- Gezamenlijke initiatieven en programma's
- Input voor strategische aanpak.
Investeerders en financiële instellingen
In gesprek gaan met investeerders en banken is cruciaal om vertrouwen op te bouwen, transparantie te garanderen en na te denken over bedrijfsstrategieën op basis van hun verwachtingen. Dankzij regelmatige communicatie kunnen we hun prioriteiten beter begrijpen, vooral met betrekking tot duurzaamheid en andere ESG-kwesties. Deze betrokkenheid trekt verantwoordelijke investeerders aan en bevordert stabiele en langdurige relaties met financiële instellingen. Ze vergroot ook de geloofwaardigheid van het bedrijf en ondersteunt duurzame groei.
Praktisch gezien beschikt JENSEN-GROUP over de volgende tools en praktijken:
- Antwoorden op telefoontjes, e-mails en vragenlijsten van beleggers
- Periodieke beleggersupdates en persberichten
- Presentaties op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering
Lokale gemeenschappen en autoriteiten
Overleg met lokale gemeenschappen en autoriteiten is essentieel om sterke relaties te onderhouden, vertrouwen op te bouwen en ervoor te zorgen dat onze bedrijfsactiviteiten overeenstemmen met de lokale noden en verwachtingen. Ons engagement om een wereldwijd distributienetwerk in stand te houden betekent dat JENSEN-GROUP zich in een unieke positie bevindt om naleving van lokale regelgeving te garanderen, in te spelen op de bezorgdheden van lokale gemeenschappen, en bij te dragen aan sociale en economische ontwikkeling. Daarnaast helpt zo’n betrokkenheid om risico’s te beperken en bezorgdheden van stakeholders te identificeren, terwijl we tegelijk gedeelde waarde creëren en bijdragen aan succes op de lange termijn in de regio’s waar we actief zijn.
Praktisch gezien beschikt JENSEN-GROUP over de volgende tools en praktijken:
- Wereldwijd distributienetwerk
- Lokale aanwezigheid en verantwoordelijkheid
- Aanwezigheid bij en actieve deelname aan nationale en internationale sectorverenigingen
Dubbel materialiteitsproces (IRO-1)
IRO-1 – Beschrijving van het proces om materiële impact, risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren
Tijdens de verslagperiode hebben we een gestructureerd due diligence-proces uitgevoerd in overeenstemming met de meest recente EFRAG-richtlijnen om onze beoordeling uit 2024 te verifiëren en verder te onderbouwen. Voor meer informatie verwijzen we naar hoofdstuk 1 “Dubbele materialiteitsbeoordeling”.
De gedetailleerde dubbele materialiteitsbeoordeling die in 2024 werd uitgevoerd, had betrekking op zowel impact als financiële materialiteit, in overeenstemming met de criteria in ESRS 1, hoofdstuk 3.2 over materiële zaken en de materialiteit van informatie. Terwijl impactmaterialiteit de positieve of negatieve impact van een bedrijf op mens en milieu onderzoekt, onderzoekt financiële materialiteit hoe duurzaamheidskwesties risico's en kansen genereren voor de ontwikkeling, financiering en financiële prestaties van het bedrijf.
Het uitgangspunt van deze dubbele materialiteitsbeoordeling was een ‘single impact’ materialiteitsanalyse die in de zomer van 2022 werd uitgevoerd. Dit was het resultaat van een interne evaluatie door het Executive Management Team (inside-out perspectief) en van een uitgebreide stakeholder-enquête bij klanten, werknemers en leveranciers (outside-in perspectief). Deze analyse werd vervolgens begin 2024 uitgebreid om te voldoen aan de ESRS.
De materiële onderwerpen die geëvalueerd werden in de drie ESG-pijlers (Milieu, Sociaal en Bestuur) werden geselecteerd op basis van internationaal erkende kaders en peer reviews, en waren gebaseerd op de bedrijfsactiviteiten van de Groep.
Methodologieën en veronderstellingen
Scoping
a) Definitie van ESG-onderwerpen
We ontwikkelden een lijst met ESG-onderwerpen op basis van de ESRS-subonderwerpen (en sub-subonderwerpen), en brachten elk subonderwerp in verband met de activiteiten van JENSEN-GROUP. Om deze lijst op te stellen, hebben we interne documenten (bv. de vorige enkelvoudige materialiteitsbeoordeling en de JENSEN-principes en -richtlijnen), officiële publicaties (bv. het jaarverslag van JENSEN-GROUP, peer reports) en normen (bv. SASB) doorgenomen. Na een interne evaluatie werden de ESG-onderwerpen die geen verband hielden met de activiteiten van JENSEN-GROUP uitgesloten van deze volledige lijst, wat resulteerde in een lijst met 22 subonderwerpen.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
b) Integratie van de resultaten van de enkelvoudige materialiteitsbeoordeling
In de dubbele materialiteitsbeoordeling wilden we rekening houden met de waardevolle resultaten van de uitgebreide enkelvoudige materialiteitsbeoordeling die in 2022 werd uitgevoerd. Daartoe moesten de destijds beoordeelde onderwerpen op basis van de Global Reporting Initiative (GRI)-principes worden afgestemd op de ESRS-onderwerpen, en moest de rapportagedrempel worden verruimd van enkelvoudige (impact) naar dubbele (impact en financiële) materialiteit.
c) Bepaling vooraf van impact, risico's en kansen
In onze impactbeoordeling hebben we zowel de positieve als de negatieve impact bekeken, evenals de reële en potentiële impact met betrekking tot duurzaamheidskwesties op de korte, middellange en lange termijn. In onze financiële beoordeling hebben we potentiële duurzaamheidsgerelateerde risico's en kansen beoordeeld die in de loop van dezelfde tijdshorizon een negatieve of positieve financiële impact op ons bedrijf zouden kunnen hebben. De reële en potentiële impact, risico's en kansen werden vooraf bepaald en ontwikkeld op basis van interne data, benchmarkbeoordelingen en sectorspecifieke tools en literatuur. We gebruiken tools zoals de WWF Risk Filter Tool, de resultaten van de berekening van de CO₂-voetafdruk van ons bedrijf, de feedback van vragenlijsten aan stakeholders en publicaties van de European Textile Service Association, en namen ook interne interviews af.
Materialiteitsbeoordeling van impact, risico's en kansen
Elke impact, alle risico's en kansen die als significant worden beoordeeld, d.w.z. met een score van 3 of hoger op een schaal van 1 tot 5, zijn materieel. Voor impact betekent een score van 4 en 5 "significante en onomkeerbare gevolgen op wereldwijde schaal". Voor risico's of kansen is de score gekoppeld aan het jaarlijks terugkerende EBIT-effect.
Een score van 3 of meer, met andere woorden een jaarlijks terugkerend EBIT-effect van 5 miljoen euro of meer, betekent dat het onderwerp materieel is. Een duurzaamheidskwestie is "materieel" als ze voldoet aan de criteria voor impactmaterialiteit of financiële materialiteit of beide.
a) Impact
We hebben een dubbele workshop materialiteitsbeoordeling gehouden met het Executive Management Team, waarbij de deelnemers (negatieve en positieve) scores hebben gegeven aan impact binnen onze eigen activiteiten en de waardeketen volgens de ontwikkelde scoringsmethodologie. Voor de onderwerpen die reeds werden beoordeeld in de enkelvoudige materialiteitsbeoordeling en die conform werden gemaakt met de ESRS-subonderwerpen, herbekeek het Executive Management Team de scores die in 2022 werden toegekend. Voor de onderwerpen die niet in 2022 werden beoordeeld, gaven de deelnemers geheel nieuwe scores. Overeenkomstig de ESRS-richtlijnen werd de reële impact beoordeeld op basis van de ernst. Voor de beoordeling van de ernst werden drie parameters gebruikt: schaal, reikwijdte en herstelbaarheid. Bij het scoren van de ernst beoordeelden we hoe ernstig, wijdverspreid en herstelbaar de gevolgen waren voor mens of milieu. Om de ernst van de potentiële impact te beoordelen, werd een extra parameter, nl. 'waarschijnlijkheid', in aanmerking genomen.
b) Risico's en kansen
Tijdens de interne workshop werden de risico's en kansen (op korte, middellange en lange termijn) voor elk ESRS-subonderwerp op de shortlist uitgelegd en besproken, rekening houdend met hun omvang en de waarschijnlijkheid dat ze voorkomen. Nadat elk risico en elke kans afzonderlijk was besproken, kende elk lid van het Executive Management Team een score toe in overeenstemming met de ontwikkelde scoremethodologie. Bij het scoren van risico's en kansen beoordeelden we de potentiële omvang van de financiële effecten op basis van een jaarlijks terugkerend EBIT-effect. De schaal van de omvang werd gemodelleerd op de risicokaart die we gebruiken voor het beoordelen van bedrijfsrisico's.
Kalibratie van de materiële impact, risico's en kansen
De volledige input van de workshop werd in een tool gebundeld om scores samen te voegen en de "mate van materialiteit" te berekenen met behulp van materialiteitsbereiken die waren opgesteld voor het scoren van de geïdentificeerde impact (impactschaal) en risico's of kansen (financiële schaal).
De deelnemers aan de workshop werden opnieuw geraadpleegd om de voorlopige resultaten te valideren. De verschillende onderwerpen werden verder gekalibreerd en aangepast en ook gedocumenteerd na overleg met tal van stakeholders. Dit leidde tot onze eerste dubbele materialiteitsbeoordeling.
Betrokkenheid van stakeholders
Voor onze dubbele materialiteitsbeoordeling hebben we interne materie-experts ingeschakeld van zowel de entiteiten alsook functies binnen de Groep, en eveneens een selectie van externe stakeholders. De ESRS-principes inzake dubbele materialiteit en beoordelingsvereisten zijn uitgebreid. Gezien de brede enquête bij stakeholders die werd uitgevoerd voor de enkelvoudige materialiteitsbeoordeling van 2022, besloten we evenwel het aantal en de groepen stakeholders te beperken die betrokken waren bij de dubbele materialiteitsbeoordeling.
De interne stakeholders waren het Executive Management Team en enkele materie-experts. Wat de externe stakeholders betreft, hebben we een aantal klanten en financiële stakeholders geselecteerd. Daarnaast heeft onze voortdurende betrokkenheid bij internationale en nationale sectorverenigingen een stevige basis gelegd die ons geholpen heeft bij de beoordeling van de impact en risico's die voor ons het meest materieel zijn.
a) Impact
Gezien de uitgebreide betrokkenheid van de stakeholders bij de enkelvoudige materialiteitsbeoordeling, werd slechts een selectie van interne en externe stakeholders geraadpleegd over de impact van de activiteiten en producten van JENSEN op de mens en het milieu. Interne experts evalueerden de onderwerpen waarin ze de meeste technische expertise hadden en enkele van onze belangrijkste klanten beoordeelden onze impact op hun activiteiten door een vragenlijst in te vullen.
b) Risico's en kansen
Bij het invullen van een vragenlijst werd bij een selectie van klanten gepeild naar de verwachtingen die ze hadden van JENSEN-GROUP inzake ESG-onderwerpen en naar de aankoopcriteria die zij hanteerden bij de keuze van een leverancier.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Dit gaf ons informatie over de potentiële financiële materialiteit van bepaalde duurzaamheidskwesties. Ook externe financiële stakeholders werden geraadpleegd door middel van een vragenlijst.
Hierin vroegen we hen om feedback te geven over de resultaten van onze initiële dubbele materialiteitsbeoordeling met betrekking tot materiële, ESG-gerelateerde risico's en de kansen die we hadden geïdentificeerd.
Definitieve resultaten
De definitieve dubbele materialiteitsbeoordeling werd voorgesteld aan en goedgekeurd door het Executive Management Team en de Raad van Bestuur. In ons dubbele materialiteitsbeoordelingsproces hebben we actief feedback opgenomen van externe stakeholders om een zo uitgebreid mogelijk begrip van onze materiële onderwerpen te garanderen. Wanneer de feedback van externe stakeholders in tegenspraak was met de materiële onderwerpen (IRO's) die we in eerste instantie hadden geïdentificeerd, werd dit besproken binnen het Executive Management Team. Tijdens deze besprekingen werden de relevante IRO's opnieuw beoordeeld of aangevuld, om rekening te houden met de standpunten van de stakeholders. De ontvangen feedback werd zorgvuldig overwogen, en in gevallen waarin de oorspronkelijke score niet werd herbeoordeeld, werd een motivering gegeven om de beslissing toe te lichten. Dit proces zorgt ervoor dat onze materialiteitsbeoordeling zowel transparant is als een afspiegeling van de bezorgdheden van de stakeholders, en afgestemd blijft op onze strategische prioriteiten. De vastgestelde materialiteitsdrempel leverde een definitieve lijst op van 13 materiële onderwerpen die als 'significant' of hoger werden beoordeeld op het vlak van financiële, impact- of dubbele materialiteit.
93
Rapportage-eisen opgenomen in de duurzaamheidsverklaring (IRO-2)
IRO-2 – Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van de onderneming
Rapportage-eisen en opname door middel van verwijzing
De volgende tabellen geven een overzicht van alle ESRS rapportage-eisen in ESRS 2 en de zeven thematische normen die materieel zijn voor JENSEN-GROUP en die als leidraad hebben gediend bij het opstellen van onze duurzaamheidsverklaringen. We hebben alle rapportage-eisen uit de thematische normen E4, S2, en S3 weggelaten, omdat deze onder onze materialiteitsdrempels liggen. Deze tabellen kunnen we gebruiken om informatie terug te vinden over een specifieke rapportage-eis in de duurzaamheidsverklaringen. De tabellen tonen ook waar we informatie hebben geplaatst met betrekking tot een specifieke rapportage-eis die buiten de duurzaamheidsverklaringen valt, en werden ‘opgenomen door middel van verwijzing’ naar andere hoofdstukken van dit jaarverslag. In gevallen waar we nog geen informatie hebben over een rapportage-eis, wordt er niet naar verwezen.
De volgende afkortingen worden gebruikt om aan te geven naar welke hoofdstukken van het jaarverslag wordt verwezen:
SUS Duurzaamheidsverklaring
SR Strategisch rapport
RBoD Verslag van de Raad van Bestuur
FS Jaarrekening
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
| ESRS-2 | Algemene toelichtingen | Hofdstuk AR | Pagina | Bijkomende informatie |
|---|---|---|---|---|
| BP-1 | Algemene basis voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring | SUS | 83 | Bijlage A - Basis voor voorbereiding |
| BP-2 | Rapportage over specifieke omstandigheden | SUS | 84 | Bijlage A - Basis voor voorbereiding |
| GOV-1 | Rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | RBoD | 135-164 | |
| 138 | ||||
| 145, | ||||
| 150, | ||||
| 155 | Verklaring Deugdelijk Bestuur: | |||
| - Risicobeheersing en interne controle | ||||
| - Samenstelling van de Raad van Bestuur | ||||
| - Comités opgericht door de Raad van Bestuur | ||||
| - Duurzaamheidsgerelateerde onderwerpen behandeld door toezichthoudende organen en het management | ||||
| GOV-2 | Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidthema's door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming | RBoD | 135-164 | |
| 155, | Verklaring Deugdelijk Bestuur: | |||
| - Risicobeheersing en interne controle | ||||
| - Duurzaamheidsgerelateerde onderwerpen behandeld door toezichthoudende organen en het management | ||||
| GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | SUS | 85 | Bijlage A - Bestuur |
| GOV-4 | Due diligenceverklaring | SUS | 86 | Bijlage A - Bestuur |
| GOV-5 | Risicobeheersing en interne controle voor duurzaamheidsrapportage | RBoD | 135-164 | |
| 138, | ||||
| 155 | Verklaring Deugdelijk Bestuur: | |||
| - Risicobeheersing en interne controle | ||||
| - Duurzaamheidsgerelateerde onderwerpen behandeld door toezichthoudende organen en het management | ||||
| SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen (producten, markten, klanten) | SUS | ||
| SR | ||||
| RBoD | 16, | |||
| 3, | ||||
| 9, | ||||
| 135-164 | Kader voor duurzaam ondernemen | |||
| Bericht aan onze aandeelhouders | ||||
| Strategie van JENSEN-GROUP | ||||
| Verklaring Deugdelijk Bestuur | ||||
| Strategie, businessmodel en waardeketen (personeelsbestand per land) | SUS | 69 | Eigen personeel - ESRS S1: Kenmerken van de werknemers van JENSEN-GROUP |
95
| Strategie, businessmodel en waardeketen (opsplitsing van omzet) | SR | 6 | Kerncijfers | |
|---|---|---|---|---|
| FS | 183 | Geconsolideerde winst- en verliesrekening | ||
| SBM-2 | Belangen en opvattingen van de stakeholders – algemeen | SUS | 86 | Bijlage A - Strategie |
| SBM-3 | Materiële impact, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | SUS | 18 | Dubbele materialiteitsbeoordeling |
| 106 | Bijlage B | |||
| IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële impact, risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren | SUS | 90 | Bijlage A - Dubbel Materialiteitsproces |
| IRO-2 | Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van de onderneming | SUS | 94-102 | |
| Rapportage-eis | Hoofdstuk / rapport | Pagina | Bijkomende informatie | |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| ESRS E1 | Klimaatverandering | |||
| ESRS-2, GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | SUS | 37, 85 | Andere klimaatgerelateerde openbaarmakingen |
| Bijlage A - Bestuur | ||||
| ESRS-2, SBM-3 | Materiële impact, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | SUS | 21 | Waarom de klimaatverandering belangrijk is voor ons bedrijf |
| ESRS-2, IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële klimaatimpact, -risico's en -kansen in kaart te brengen en te analyseren | SUS | 23 | Waarom de klimaatverandering belangrijk is voor ons bedrijf |
| Bijlage A - Dubbel Materialiteitsproces, | ||||
| E1-1 | Transitieplan voor klimaatmitigatie | SUS | 24, 33 | Hoe JENSEN-GROUP zijn transitieplan vormgeeft |
| Hoe JENSEN-GROUP het energieverbruik van klanten aanpakt | ||||
| E1-2 | Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie | SUS | 26 | Hoe JENSEN-GROUP zijn transitieplan vormgeeft |
| E1-3 | Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering | SUS | 26, 33 | Hoe JENSEN-GROUP zijn transitieplan vormgeeft |
| Hoe JENSEN-GROUP het energieverbruik van klanten aanpakt |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
| E1-4 | Doelen ten aanzien van klimaatmitigatie | SUS | 32, 33 | Hoe JENSEN-GROUP zijn transitieplan vormgeeft
Hoe JENSEN-GROUP het energieverbruik van klanten aanpakt |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| E1-5 | Energieverbruik en -mix | SUS | 34 | Broeikasgassen van JENSEN-GROUP |
| E1-6 | Bruto Scopes 1, 2, 3 en totale BKG-emissies (broeikasgasemissies) | SUS | 36 | Broeikasgassen van JENSEN-GROUP |
| E1-7 | Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd met koolstofkredieten | SUS | 37 | Andere klimaatgerelateerde openbaarmakingen |
| E1-8 | Interne koolstofprijs | SUS | 37 | Andere klimaatgerelateerde openbaarmakingen |
| E1-9 | Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatkansen | SUS | 37 | Andere klimaatgerelateerde openbaarmakingen |
97
| Rapportage-eis | Hoofdstuk/rapport | Pagina | Bijkomende informatie | |
|---|---|---|---|---|
| ESRS E2 | Verontreiniging | |||
| ESRS-2, IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële impact, risico's en kansen in verband met verontreiniging in kaart te brengen en te analyseren | SUS | 38 | |
| 90 | Waarom verontreiniging belangrijk is voor ons bedrijf | |||
| Bijlage A - Dubbel Materialiteitsproces | ||||
| E2-1 | Beleid ten aanzien van verontreiniging | - | 40 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. verontreiniging vormgeeft en opvolgt |
| E2-2 | Maatregelen en middelen wat betreft verontreiniging | SUS | 40 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. verontreiniging vormgeeft en opvolgt |
| E2-3 | Doelen wat betreft verontreiniging | SUS | 41 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. verontreiniging vormgeeft en opvolgt |
| E2-4 | Lucht-, water- en bodemverontreiniging – algemeen | SUS | 43 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. verontreiniging vormgeeft en opvolgt |
| E2-5 | Zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen | SUS | 44 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. verontreiniging vormgeeft en opvolgt |
| E2-6 | Beoogde financiële effecten van materiële risico's en kansen wat betreft verontreiniging | SUS | 47 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. verontreiniging vormgeeft en opvolgt |
| Rapportage-eis | Hoofdstuk/rapport | Pagina | Bijkomende informatie | |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| ESRS E3 | Water | |||
| ESRS-2, IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële impact, risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren in verband met water en mariene hulpbronnen | SUS | 48 | |
| 90 | Waarom water belangrijk is voor ons bedrijf | |||
| Bijlage A - Dubbel Materialiteitsproces | ||||
| E3-1 | Beleid wat betreft water en mariene hulpbronnen | SUS | 50 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak inzake waterefficiëntie van zijn producten vormgeeft en opvolgt |
| E3-2 | Maatregelen en middelen wat betreft water en mariene hulpbronnen | SUS | 50 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak inzake waterefficiëntie van zijn producten vormgeeft en opvolgt |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
| E3-3 | Doelen wat betreft water en mariene hulpbronnen | SUS | 50 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak inzake waterefficiëntie van zijn producten vormgeeft en opvolgt |
|---|---|---|---|---|
| E3-4 | Waterverbruik | - | - | Niet materieel |
| E3-5 | Beoogde financiële effecten van materiële risico's en kansen in verband met water en mariene hulpbronnen | SUS | 50 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak inzake waterefficiëntie van zijn producten vormgeeft en opvolgt |
| Rapportage-eis | Hoofdstuk/rapport | Pagina | Bijkomende informatie | |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| ESRS E5 | Materiaalgebruik en circulaire economie | |||
| ESRS-2, IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële impact, risico's en kansen in kaart te brengen en te analyseren in verband met hulpbronnen en circulaire economie | SUS | 51 | |
| 90 | Waarom de circulaire economie belangrijk is voor ons bedrijf | |||
| Bijlage A - Dubbel Materialiteitsproces | ||||
| E5-1 | Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie | SUS | 53 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak van de circulaire economie vormgeeft en opvolgt |
| E5-2 | Beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie | SUS | 54 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak van de circulaire economie vormgeeft en opvolgt |
| E5-3 | Doelen ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie | SUS | 54 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak van de circulaire economie vormgeeft en opvolgt |
| E5-4 | Materiaalinstromen | - | - | Niet materieel |
| E5-5 | Materiaaluitstromen | SUS | 56 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak van de circulaire economie vormgeeft en opvolgt |
| E5-6 | Beoogde financiële effecten van materiële risico's en kansen in verband met gebruik van materiaalgebruik en circulaire economie | SUS | 56 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak van de circulaire economie vormgeeft en opvolgt |
Rapportage-eis
Hofdstuk/rapport Pagina
Bijkomende informatie
| ESRS S1 | Eigen personeel | |||
|---|---|---|---|---|
| ESRS-2, SBM-2 | Belangen en opvattingen van de stakeholders | SUS | 86 | Bijlage A - Strategie |
| ESRS-2, SBM-3 | Materiële impact, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | SUS | 57 | Waarom onze werknemers belangrijk zijn voor ons bedrijf |
| S1-1 | Beleid ten aanzien van eigen personeel | SUS | 59 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. de werknemers vormgeeft en opvolgt |
| S1-2 | Processen om in dialoog te gaan met eigen werknemers en hun vertegenwoordigers over impact | SUS | 67 | Hoe de JENSEN-GROUP in overleg gaat met zijn werknemers |
| Bijlage A: Strategie | ||||
| S1-3 | Processen om de negatieve impact te herstellen en kanalen voor eigen werknemers om hun bezorgdheden te uiten | SUS | 68 | |
| 77 | Hoe JENSEN-GROUP in overleg gaat met zijn werknemers | |||
| Zakelijk gedrag - ESRS G1: Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | ||||
| S1-4 | Actie ondernemen met betrekking tot materiële impact voor het eigen personeel en aanpakken uitwerken om materiële risico's te beperken en materiële kansen te benutten met betrekking tot eigen personeel, en de effectiviteit van deze acties | SUS | 59 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. de werknemers vormgeeft en opvolgt |
| S1-5 | Doelen om de materiële negatieve impact te beheersen, de positieve impact te bevorderen en materiële risico's en kansen te beheersen | SUS | 60 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. de werknemers vormgeeft en opvolgt |
| S1-6 | Kenmerken van de werknemers van de onderneming | SUS | 69 | Kenmerken van de werknemers van JENSEN-GROUP |
| S1-7 | Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming | - | - | Niet materieel |
| S1-8 | Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog | - | - | Niet materieel |
| S1-9 | Diversiteitsmaatstaven | - | - | Niet materieel |
| S1-10 | Leefbare lonen | - | - | Niet materieel |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
| S1-11 | Sociale bescherming | - | - | Niet materieel |
|---|---|---|---|---|
| S1-12 | Personen met beperkingen | - | - | Niet materieel |
| S1-13 | Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | SUS | 65 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. de werknemers vormgeeft en opvolgt |
| S1-14 | Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | SUS | 65 | Hoe JENSEN-GROUP zijn aanpak m.b.t. de werknemers vormgeeft en opvolgt |
| S1-15 | Maatstaven voor werk-privébalans | - | - | Niet materieel |
| S1-16 | Beloningsmaatstaven (loonkloof en totale beloning) | - | - | Niet materieel |
| S1-17 | Incidenten, klachten en ernstige impact op het gebied van mensenrechten | - | - | Niet materieel |
| Rapportage-eis | Hoofdstuk/rapport | Pagina | Bijkomende informatie | |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| ESRS S4 | Consumenten en eindgebruikers | |||
| ESRS-2, SBM-3 | Materiële impact, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | SUS | 18 | |
| 71 | ||||
| 86 | Dubbele materialiteitsbeoordeling | |||
| Waarom productkwaliteit en -veiligheid belangrijk zijn voor ons bedrijf | ||||
| Bijlage A - Strategie | ||||
| S4-1 | Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers | SUS | 72 | Hoe JENSEN-GROUP productkwaliteit en -veiligheid garandeert |
| S4-2 | Processen om in dialoog te gaan met consumenten en eindgebruikers over impact | FR, SUS | 75 | |
| 86 | Hoe JENSEN-GROUP in overleg gaat met zijn klanten | |||
| Bijlage A: Strategie | ||||
| S4-3 | Processen om de negatieve impact te herstellen en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om hun bezorgdheden te uiten | SUS | 75 | |
| 77 | Hoe JENSEN-GROUP in overleg gaat met zijn klanten | |||
| Zakelijk gedrag - ESRS G1: Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur |
| S4-4 | Actie ondernemen met betrekking tot materiële impact voor consumenten en eindgebruikers en aanpakken uitwerken om materiële risico's te beperken en materiële kansen te benutten met betrekking tot consumenten en eindgebruikers, en de effectiviteit van deze acties | SUS | 72 | Hoe JENSEN-GROUP productkwaliteit en - veiligheid garandeert |
|---|---|---|---|---|
| S4-5 | Doelen om de materiële negatieve impact te beheren, de positieve impact te bevorderen en materiële risico's en kansen te beheersen (consumenten en eindgebruikers) | SUS | 74 | Hoe JENSEN-GROUP productkwaliteit en - veiligheid garandeert |
| Rapportage-eis | Hoofdstuk/rapport | Pagina | Bijkomende informatie | |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| ESRS G1 | Zakelijk gedrag | |||
| ESRS-2, GOV-1 | De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | RBoD | 135-164 | Verklaring Deugdelijk Bestuur: |
| - Risicobeheersing en interne controle | ||||
| - Samenstelling van de Raad van Bestuur | ||||
| - Comités opgericht door de Raad van Bestuur | ||||
| SUS | 138, 145, 150, 155, | - Duurzaamheidsgerelateerde onderwerpen behandeld door toezichthoudende organen en het management | ||
| 85 | Bijlage A - Bestuur | |||
| ESRS-2, IRO-1 | Beschrijving van het proces om de materiële impact, risico's en kansen in verband met zakelijk gedrag in kaart te brengen en te analyseren | SUS | 90 | Bijlage A - Dubbel Materialiteitsproces |
| G1-1 | Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | SUS | 77 | Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur |
| G1-2 | Beheer van relaties met leveranciers | - | - | Niet materieel |
| G1-3 | Preventie en opsporing van corruptie en omkoping | SUS | 81 | Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur |
| G1-4 | Incidenten van corruptie of omkoping | SUS | 82 | Zakelijk gedrag en bedrijfscultuur |
| G1-5 | Politieke invloed en lobbyactiviteiten | - | - | Niet materieel |
| G1-6 | Betalingspraktijken | - | - | Niet materieel |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Datapunten die voortvloeien uit andere EU-wetgeving
Bij het opstellen van deze duurzaamheidsverklaring hebben we erop toegezien dat we voldoen aan de relevante EU-wetgeving. Een lijst met datapunten die voortvloeien uit andere EU-wetgeving, samen met waar ze te vinden zijn in deze duurzaamheidsverklaring, wordt in onderstaande tabel weergegeven. De gekoppelde EU-wetgeving is te vinden in Bijlage B van de ESRS2-standaard. Deze datapunten bieden essentiële context met betrekking tot de openbaarmakingen die hier worden voorgesteld. Bij het opstellen van deze duurzaamheidsverklaring hebben we een gestructureerd proces gevolgd voor het identificeren en rapporteren van materiële informatie over de impact, risico's en kansen die relevant zijn voor ons bedrijf, zoals verduidelijkt in de sectie "Dubbel materialiteitsproces" van Bijlage A hierboven. De gefaseerde invoeringsbepalingen die via de gedelegeerde verordening 'Quick Fix' worden toegepast, worden duidelijk aangegeven in de onderstaande tabel.
| Toepasselijke norm | Rapportage-eis en bijbehorend datapunt | Verwijzing naar sectie over jaarverslag |
|---|---|---|
| ESRS 2 | ESRS 2 – GOV 1: Genderdiversiteit Raad van Bestuur - alinea 21 (d) | "Samenstelling van de Raad van Bestuur", p. 146 |
| ESRS 2 GOV-1: Percentage onafhankelijke Bestuurders - alinea 21 (e) | "Samenstelling van de Raad van Bestuur", p. 147 | |
| ESRS 2 GOV-4: Verklaring inzake due diligence - alinea 30 | SUS, p. 86 | |
| ESRS 2 SBM-1: Betrokkenheid bij activiteiten gerelateerd aan fossiele brandstoffen - alinea 40 (d) i | Niet van toepassing | |
| ESRS 2 SBM-1: Betrokkenheid bij activiteiten in verband met de productie van chemische stoffen - alinea 40 (d) ii | Niet van toepassing | |
| ESRS 2 SBM-1: Betrokkenheid bij activiteiten in verband met controversiële wapens - alinea 40 (d) iii | Niet van toepassing | |
| ESRS 2 SBM-1: Betrokkenheid bij activiteiten in verband met de teelt en productie van tabak - alinea 40 (d) iv | Niet van toepassing | |
| E1 Klimaatverandering | ESRS E1-1: Transitieplan om klimaatneutraal te worden tegen 2050 - alinea 14 | Niet van toepassing |
| ESRS E1-1: Ondernemingen die uitgesloten worden van de EU-benchmarks voor Parijs - alinea 16 (g) | Niet van toepassing | |
| ESRS E1-4: Broeikasgasemissiereductiedoelstellingen - alinea 34 | SUS, p. 32 | |
| ESRS E1-5: Energieverbruik uit fossiele bronnen uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met een grote impact op het klimaat) - alinea 38 | SUS, p. 34 | |
| ESRS E1-5: Energieverbruik en -mix - alinea 37 | SUS, p. 34 | |
| ESRS E1-5: Energie-intensiteit van activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat - alinea's 40 tot 43 | SUS, p. 34 | |
| ESRS E1-6: Bruto Scopes 1, 2, 3 en totale BKG-emissies - alinea 44 | SUS, p. 36 | |
| ESRS E1-6: Intensiteit Bruto BKG-emissies - alinea's 53 tot 55 | SUS, p. 36 | |
| ESRS E1-7: Broeikasgasverwijderingen en koolstofkredieten - alinea 56 | Niet van toepassing | |
| ESRS E1-9: – Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatkansen - alinea's 64 tot 70 | Gedeeltelijk materieel / toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling | |
| E2 Verontreiniging | ESRS E2-4: Hoeveelheid emissies naar lucht, water en bodem van elke verontreinigende stof in Bijlage II bij E-PRTR-verordening (Europees register uitstoot en overbrenging verontreinigende stoffen) - alinea 28 | SUS, p. 45 |
| E3 Water en mariene hulpstoffen | ESRS E3-1: Beleid inzake water en mariene hulpstoffen - alinea 9 | Niet van toepassing |
| ESRS E3-1: Specifiek beleid (voor locatie in gebied met hoge stress) - alinea 13 | Niet van toepassing | |
| ESRS E3-1: Duurzame oceanen en zeeën - alinea 14 | Niet materieel | |
| ESRS E3-4: Totale hoeveelheid gerecycleerd en hergebruikt water - alinea 28 (c) | Niet van toepassing | |
| ESRS E3-4: Totaal waterverbruik in m3 per netto-omzet uit eigen activiteiten - alinea 29 | Niet van toepassing | |
| ESRS E3-5: Beoogde financiële effecten van materiële risico's en kansen in verband met water en mariene hulpbronnen - alinea's 30 tot 33 | Niet van toepassing / toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling | |
| E4 Biodiversiteit | ESRS 2- IRO 1 - E4: Lijst met locaties waar activiteiten gevolgen hebben voor gebieden met een kwetsbare biodiversiteit - alinea 16 (a) i | Niet materieel / toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling |
| ESRS 2- IRO 1 - E4: vastgestelde negatieve impact op landdegradatie, woestijnvorming en bodemafdekking - alinea 16 (b) | Niet materieel / toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling | |
|---|---|---|
| ESRS 2- IRO 1 - E4: Activiteiten die van invloed zijn op bedreigde soorten - alinea 16 (c) | Niet materieel / toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling | |
| ESRS E4-2: Duurzame landbouwpraktijken of -beleid - alinea 24 (b) | Niet materieel | |
| ESRS E4-2: Duurzame praktijken of beleid ten aanzien van oceanen/zeeën - alinea 24 (c) | Niet materieel | |
| ESRS E4-2: Beleid tegen ontbossing - alinea 24 (d) | Niet materieel | |
| E5 Circulaire economie | ESRS E5-5: Niet-gerecycleerd afval - alinea 37 (d) | Niet materieel |
| ESRS E5-5: Gevaarlijk afval en radioactief afval - alinea 39 | Niet materieel | |
| ESRS E5-6: Beoogde financiële effecten van materiële risico's en kansen in verband met water en mariene hulpbronnen - alinea's 41 tot 43 | Niet materieel / toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling | |
| S1 Eigen personeel | ESRS 2- SBM3 - S1: Risico op incidenten met gedwongen arbeid - alinea 14 (f) | SUS, p. 57 |
| ESRS 2- SBM3 - S1: Risico op incidenten met kinderarbeid - alinea 14 (g) | SUS, p. 57 | |
| ESRS S1-1: Toezeggingen op het vlak van mensenrechtenbeleid - alinea 20 | SUS, p. 59 | |
| ESRS S1-1: Due diligence-beleid rond kwesties die aan de orde komen in de fundamentele verdragen 1 tot en met 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie - alinea 21 | SUS, p. 59 | |
| ESRS S1-1: Procedures en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel - alinea 22 | SUS, p. 59 | |
| ESRS S1-1: Beleid of beheersysteem ter voorkoming van arbeidsongevallen - alinea 23 | SUS, p. 59 | |
| ESRS S1-3: Mechanismen voor klachtenbehandeling en geschillenbeslechting - alinea 32 (c) | Niet materieel | |
| ESRS S1-7_01: Aantal medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel- alinea 55 (a) | Toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling | |
| ESRS S1-7_02: Aantal medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel – zelfstandigen - alinea 55 (a) | Toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling | |
| ESRS S1-7_03: Aantal medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel – personen die worden ter beschikking gesteld door ondernemingen die zich hoofdzakelijk bezighouden met tewerkstellingsactiviteiten - alinea 55 (a) | Toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling | |
| ESRS S1-13: Aantal opleidingsuren per werknemer en per gender - alinea 81 | Voor uitsplitsing naar gender: toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling | |
| ESRS S1-14: Aantal sterfgevallen en aantal en aandeel arbeidsongevallen - alinea 88 (b) en (c) | SUS, p. 61 | |
| ESRS S1-14: Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of ziekte - alinea 88 (e) | SUS, p. 61 | |
| ESRS S1-16: Niet-gecorrigeerde loonkloof man-vrouw - alinea 97 (a) | Niet materieel | |
| ESRS S1-16: Ratio buitensporige beloning CEO - alinea 97 (b) | Niet materieel | |
| ESRS S1-17: Gevallen van discriminatie - alinea 103 (a) | Niet materieel | |
| ESRS S1-17: Niet-nakoming van de principes van de UNGP over zakelijke en mensenrechten en de OESO - alinea 104 (a) | Niet materieel | |
| S2 Werknemers in de waardeketen | ESRS 2 SBM-2: Belangen en opvattingen van de stakeholders - alinea 43 | Niet materieel / toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling |
| ESRS 2- SBM3 - S2: Aanzienlijk risico op kinderarbeid of gedwongen arbeid in de waardeketen - alinea 11 (b) | Niet materieel | |
| ESRS S2-1: Toezeggingen op het vlak van mensenrechtenbeleid - alinea 17 | Niet materieel | |
| ESRS S2-1: Beleid ten aanzien van werknemers in waardeketen - alinea 18 | Niet materieel | |
| ESRS S2-1: Niet-nakoming van de principes van de UNGP over zakelijke en mensenrechten en OESO-richtlijnen - alinea 19 | Niet materieel | |
| ESRS S2-1: Due diligence-beleid rond kwesties die aan de orde komen in de fundamentele Verdragen 1 tot en met 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie - alinea 19 | Niet materieel | |
| ESRS S2-4: Mensenrechtenproblemen en -incidenten m.b.t. de upstream- en downstream-waardeketen - alinea 36 | Niet materieel |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
| S3 Getroffen gemeenschappen | ESRS 2 SBM-2: Belangen en opvattingen van de stakeholders - alinea 43 | Niet materieel / toepassing van gefaseerde invoeringsbepaling |
|---|---|---|
| ESRS S3-1: Toezeggingen op het vlak van mensenrechtenbeleid - alinea 16 | Niet materieel | |
| ESRS S3-1: Niet-nakoming van de principes van de UNGP over zakelijke en mensenrechten, IAO-principes en OESO-richtlijnen - alinea 17 | Niet materieel | |
| ESRS S3-4: Mensenrechtenproblemen en -incidenten - alinea 36 | Niet materieel | |
| S4 Consumenten en eindgebruikers | ESRS S4-1: Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers alinea 16 | SUS, p. 72 |
| ESRS S4-1: Niet-nakoming van de principes van de UNGP over zakelijke en mensenrechten en OESO-richtlijnen - alinea 17 | SUS, p. 72 | |
| ESRS S4-4: Mensenrechtenproblemen en -incidenten - alinea 35 | SUS, p. 72 | |
| G1 Zakelijk gedrag | ESRS G1-1: VN-Verdrag tegen corruptie - alinea 10 (b) | SUS, p. 77 |
| ESRS G1-1: Bescherming van klokkenluiders - alinea 10 (d) | SUS, p. 77 | |
| ESRS G1-4: Geldboeten voor overtredingen van wetgeving tegen corruptie en omkoping - alinea 24 (a) | SUS, p. 82 | |
| ESRS G1-4: Normen voor bestrijding van corruptie en omkoping - alinea 24 (b) | SUS, p. 82 |
105
Bijlage B: Volledige lijst met JENSEN-GROUP IRO's
De volgende tabellen geven een overzicht van de duurzaamheidsgerelateerde impact, risico's en kansen die we als materieel hebben geïdentificeerd en beoordeeld, conform ons dubbele materialiteitsbeoordelingsproces dat werd uitgevoerd in 2024. Zeven van de tien ESRS-onderwerpen zijn relevant voor de JENSEN-GROUP. Elk onderwerp wordt voorgesteld in de volgende tabellen, waarin we de subonderwerpen specificeren waarmee onze materiële impact, risico's en kansen gepaard gaan, bv. energieverbruik door klanten, productkwaliteit en -veiligheid en bedrijfscultuur.
In de tabellen geven we ook aan of de gevolgen, risico's en kansen betrekking hebben op onze eigen activiteiten (OO), onze upstream-waardeketen (UVC) of onze downstream-waardeketen (DVC). We geven ook aan of onze impact positief of negatief is, of hij potentieel of reëel is, evenals de verwachte tijdshorizonten van de materiële impact. Alle geïdentificeerde invloeden, risico's en kansen werden beoordeeld in overeenstemming met ons businessmodel, onze missie, strategie en kernwaarden. Ze bevatten ook materiële sectorspecifieke openbaarmakingen die in de onderstaande tabellen met een sterretje (*) gemarkeerd zijn. De hiernavolgende beschrijvingen geven een meer gedetailleerd inzicht in hoe de impact, risico's en kansen zich verhouden tot ons businessmodel. Hoofdstuk E1 over klimaatverandering bevat ons antwoord op klimaatgerelateerde transitierisico's.
We hebben geen huidige financiële effecten van onze materiële financiële risico's vastgesteld. Onze jaarlijkse omzet is daarentegen direct gekoppeld aan niet-kwantificeerbare materiële kansen die we ontdekten in de onderwerpen van onze downstream-waardeketen, zoals energiegebruik door klanten, de waterefficiëntie van producten of productkwaliteit en -veiligheid.
Meer informatie over hoe we reageren op de effecten van onze impact en risico's kunt u hierna terugvinden in de thematische hoofdstukken onder "Milieu", "Sociaal" en "Bestuur".
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
E1: Klimaatverandering
| DORIVC/DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans | Antwoord van de JENSEN- GROUP |
|---|---|---|---|---|---|---|
| OO | BKG-emissies in eigen activiteiten | HUIDIG: Het verbruik van fossiele energie in de productievestingingen en kantoren van JENSEN veroorzaakt CO₂-uitstoot, die bijdraagt tot de klimaatverandering. | KT: Zoals blijkt uit de eerste indicatoren van de koolstofvoetafdruk van onze bedrijf op basis van de cijfers voor 2023, zijn de emissies van onze eigen activiteiten vrij onbelangrijk in vergelijking met de emissies in onze waardeketen. De openbaarmaking ervan is evenwel essentieel om inzicht te krijgen in onze volledige koolstofvoetafdruk en te voldoen aan de wettelijke en de klantvereisten. | Dankzij onze actieve betrokkenheid bij een aantal sectorverenigingen en onze lokale aanwezigheid over de hele wereld kunnen we op de hoogte blijven van belangrijke veranderingen in regelgeving en normen | ||
| Overschakelen op hernieuwbare elektriciteitsbronnen (zonnepanelen of groene energietarieven) en de elektrificatie van het wagenpark | ||||||
| UVC | BKG-emissies van upstream-fdownstream-vaardeketen | HUIDIG: Er zijn grondstoffen en koolstofintensieve materialen nodig voor onze apparatuur, die voornamelijk bestaat uit staal en elektronische componenten. Bovendien wordt onze apparatuur wereldwijd getransporteerd als gevolg van het internationale karakter van onze activiteiten. | KT: De invoering van nieuwe koolstofheffingen kan leiden tot hogere prijzen van grondstoffen zoals staal of aluminium. | |||
| LT: Afhankelijkheid van transportmiddelen op fossiele brandstoffen kan duurder worden als gevolg van de klimaattransitie (elektrificatie, opname in het ETS-zysteem). | Dankzij onze actieve betrokkenheid bij een aantal sectorverenigingen en onze lokale aanwezigheid over de hele wereld blijven we op de hoogte van belangrijke veranderingen in de regelgeving en de normen | |||||
| Lokale inkoop in de EU beperkt de CIBAM-belastingen. | ||||||
| DVC | Energieverbruik door klanten* | HUIDIG: JENSEN-producten hebben energie nodig om te functioneren, wat bijdraagt tot de klimaatverandering. | KT: Een strengere regelgeving inzake energie-efficiëntie en nieuwe energienormen in belangrijke markten van de JENSEN-GROUP (EU, VS, Australië) kunnen een invloed hebben op de bedrijfsactiviteiten, aangezien we industriële machines verkopen die energie nodig hebben om te functioneren. | KT: Door energie-efficiënte producten op de markt te brengen, kunnen we klanten helpen hun uitstoot en energiekosten te verlagen. Dit vormt de kern van onze bedrijfsstrategie, waarbij onze CleanTech-aanpak zich richt op energie-efficiëntie. | Dankzij ons geïntegreerde product- en dienstenaanbod en onze CleanTech-aanpak kunnen we onszelf en de klanten helpen om deze klimaatgerelateerde risico's te beperken. |
E2: Verontreiniging
| OO/UVC /DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| OO | Luchtverontreiniging | HUIDIG: Verontreiniging door emissies naar lucht als gevolg van laswerkzaamheden die nodig zijn voor montage van machines. Als deze emissies niet op de juiste manier worden behandeld, kunnen ze gezondheidsproblemen veroorzaken voor operatoren. De negatieve impact is beperkt tot werknemers die in de productie werken en manuele en halfautomatische activiteiten uitvoeren, voornamelijk laswerkzaamheden. Als fabrikant van industriële machines zijn dergelijke activiteiten essentieel voor ons bedrijf. | |||
| OO&UVC | Schadelijke stoffen | staallegeringen bevatten elementen zoals chroom, nikkel, cadmium en lood. Deze kunnen risico's voor het milieu of de gezondheid met zich meebrengen als ze verkeerd worden behandeld of vrijkomen tijdens de productie of bij de verwijdering/het einde van de levensduur. Hetzelfde geldt voor oppervlaktebehandelingen die worden toegepast op staal voor corrosiebestendigheid of specifieke functionele eigenschappen die gevaarlijke | |||
| DVC | Microplastics | HUIDIG: De impact van downstream verontreiniging als gevolg van het vrijkomen van microplastics bij het wassen van textiel. Dit heeft een materiële impact voor onze klanten die deze impact moeten beperken met de hulp van hun leveranciers, waaronder wij. | KT: Regelgevende risico's met betrekking tot waterverontreinigende stoffen die vrijkomen uit producten, zoals een mogelijk verbod op PFAS of een Franse wet die vanaf 2025 microplastic vezelfilters verplicht stelt op wasmachines. Dit zal invloed hebben op klanten en de eisen die ze stellen. |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
E3: Water
| OO/UVC /DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| DVC | Waterefficiëntie van producten* | HUIDIG: De wasserij-industrie is waterintensief en gebruikt water als hoofdingrediënt, wat kan leiden tot waterschaarste in het lokale ecosysteem. Water is een essentiële hulpbron voor de gezondheid en het welzijn van elke gemeenschap. Het bieden van waterefficiënte oplossingen om deze impact te beperken, vormt de kern van ons businessmodel. | KT: De kostprijs van water en de toegenomen waterschaarste als gevolg van de klimaatverandering kunnen het verbruiksprofiel van de klanten beïnvloeden, en zullen waarschijnlijk een impact hebben op de activiteiten van de JENSEN-GROUP. | KT: Het verbeteren van de waterefficiëntie van producten in een wereld van klimaatverandering kan leiden tot een concurrentievoordeel, een groter marktaandeel en een betere reputatie. Deze aanpak vormt de kern van onze bedrijfsstrategie, waarbij onze CleanTech-aanpak zich richt op waterbesparingen. |
E5: Materiaalgebruik en circulaire economie
| OO/UVC /DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| DVC | Productlevenscyclusbeheer (incl. einde levensduur)* | HUIDIG: De producten van de JENSEN-GROUP zijn gemakkelijk te ontmantelen en te scheiden, waardoor ze op het einde van hun levensduur goed (mechanisch) recycleerbaar zijn. | |||
| HUIDIG: De producten van de JENSEN-GROUP zijn kwalitatief hoogstaande producten op het vlak van duurzaamheid en levensduur (gemiddeld 15 jaar). Aftermarket-producten en diensten zijn een cruciaal bedrijfssegment met een positieve impact. Ze zorgen er immers voor dat de levensduur van producten verlengd kan worden. | KT: De JENSEN-GROUP kan eenvoudig te repareren producten op de markt brengen en hun aftermarket-producten en -diensten ontwikkelen. Hierdoor kan het hogere opbrengsten en marges genereren (bv. via onderhoudscontracten). |
S1: Eigen personeel
| OO/UVC /DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| OO | Gezondheid, veiligheid en welzijn | HUIDIG: Impact op de gezondheid van werknemers door blootstelling aan (lucht)verontreinigende stoffen of blootstelling aan fysieke gevaren. De negatieve impact is beperkt tot werknemers die in de productie werken en manuele en halfautomatische activiteiten uitvoeren, vooral laswerkzaamheden. Als fabrikant van industriële machines zijn dergelijke activiteiten essentieel voor ons bedrijf. | HUIDIG: Een veilige werkplek met duidelijke processen, opleiding, persoonlijke beschermingsmiddelen, enz. garandeert de gezondheid en veiligheid van werknemers en voorkomt zo letsels en dodelijke ongevallen. Deze maatregelen zijn het belangrijkst voor werknemers die in de productie werken. | KT: Lagere productiviteit door afwezigheden in verband met gezondheids- en veiligheidskwesties, en de directe of indirecte kosten die daaruit voortvloeien. Dit materiële risico geldt voor al onze werknemers. Onze kernwaarden onderstrepen het belang van een gezonde en uitdagende werkplek om uitzonderlijke resultaten te behalen. | |
| MID: Strengere milieuwetgeving die leidt tot investeringen in infrastructuur om gezonde werkomstandigheden in fabrieken te waarborgen. | |||||
| OO | Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | HUIDIG: Maatregelen om goed opgeleide werknemers te behouden en tegelijk jongere werknemers de kans te geven om te groeien en hun vaardigheden te ontwikkelen, leiden tot meer werktevredenheid, een beter moreel en een grotere betrokkenheid. Dit geldt voor alle werknemers en vooral voor verkoop- en technische specialisten, waar de uitwisseling van kennis cruciaal is om te voldoen aan de eisen en tevredenheid van de klant. Het is in lijn met onze missie om onze mensen voortdurend te ontwikkelen en te investeren in nieuw talent. | van verminderde bedrijfscontinuïteit indien de nodige geschoolde arbeidskrachten niet te vinden zijn. Dit geldt vooral voor handenarbeid, waar het moeilijker is om te rekruteren. Extra uitdaging voor fabriek in Denemarken op het eiland Bornholm. Moeilijk om jonge mensen aan te trekken naar een afgelegen plek. | ||
| KT: Financieel risico in verband met het vertrek van oudere werknemers zonder dat ze hun kennis doorgeven aan jongere werknemers (risico van bedrijfscontinuïteit). Dit geldt voor alle werknemers en vooral voor verkoop- en technische specialisten, waar de uitwisseling van kennis cruciaal is om te voldoen aan de eisen en tevredenheid van de klant. | KT: Een groot opleidingsaanbod en doorgroeimogelijkheden dragen bij aan het personeelsbehoud. Dit geldt voor alle werknemers. Dit is in lijn met onze missie om onze mensen voortdurend te ontwikkelen en te investeren in nieuw talent. |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
S4: Consumenten & eindgebruikers
| OO/UVC /DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| DVC | Productkwaliteit & veiligheid | HUIDIG: Minder impact op de gezondheid en veiligheid van gebruikers dankzij procesautomatisering (bv. geautomatiseerd sorteersysteem) en door verbeteringen aan de werkomstandigheden van operatoren (bv. geluidsreductie, ergonomie). Dit vormt de kern van onze bedrijfsstrategie. | |||
| HUIDIG: Een handenvrije bediening zorgt voor optimale hygienische omstandigheden in wasserijen voor de gezondheidszorg en vermindert het risico op ongelukken door vreemde voorwerpen die achterblijven in werkkleding (bv. naalden, scharen, ...). Dit is het resultaat van onze activiteiten op het vlak van wasserij-automatisering en robotica. | |||||
| HUIDIG: De lokale aanwezigheid van onze verkoop- en servicekantoren maakt een snelle interventie mogelijk: van installatie tot dienstverlening na verkoop en het geven van opleidingen aan klanten. | KT: Reputatierisico door incidenten met de productkwaliteit en kosten door het terugroepen van producten of andere aansprakelijkheden. | KT: Reputatiekans die voortvloeit uit de kwaliteit en veiligheid van producten, dankzij de hoge mate van automatisering en de snelle klachtenbehandeling vanwege onze lokale aanwezigheid. Automatisering en lokale aanwezigheid zijn cruciaal voor ons succes en vormen de kern van ons businessmodel. |
G1: Zakelijk gedrag
| OO/UVC /DVC | CSRD-subonderwerp | Negatieve impact | Positieve impact | Risico | Kans |
|---|---|---|---|---|---|
| OO&UVC | Bedrijfsethiek | HUIDIG: Een ethische bedrijfsvoering zorgt ervoor dat de JENSEN-GROUP op een verantwoordelijke en betrouwbare manier werkt. Dit kan bijdragen tot het opbouwen van vertrouwen bij werknemers en leveranciers. Dit heeft een impact op het welzijn van alle zakenpartners. Het is in lijn met ons engagement voor verantwoordelijk leiderschap en transparantie, en met ons publiek profiel als beursgenoteerd bedrijf. | KT: Inadequate bestuurspraktijken kunnen leiden tot inbreuken op de regelgeving, juridische geschillen, boetes en wettelijke verplichtingen en kunnen het vertrouwen van de stakeholders doen afnemen, zeker bij een beursgenoteerd bedrijf met een publiek profiel zoals de JENSEN-GROUP. | KT: Een ethische bedrijfsvoering kan de reputatie van het bedrijf verbeteren en een eerlijke behandeling van werknemers, leveranciers en andere stakeholders garanderen. | |
| OO | Bedrijfscultuur | HUIDIG: De bedrijfscultuur zorgt voor samenhang en een collectieve identiteit bij alle JENSEN-werknemers, en draagt bij aan hun welzijn. De kernwaarden van de JENSEN-GROUP vormen de "JENSEN Spirit" en geven vorm aan de essentie van onze bedrijfscultuur. Het is een cruciaal onderdeel van ons succes als wereldwijd bedrijf met lokale entiteiten, omdat het ervoor zorgt dat we wereldwijd allemaal op dezelfde manier werken. | KT: Een sterke bedrijfscultuur bevordert de spirit, verhoogt de betrokkenheid en de werktevredenheid van werknemers, en speelt een rol in het personeelsbehoud. Het is een essentieel kenmerk voor succes. |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Bijlage C: Scope 1-,2- en 3-BKG-emissies boekhoudbeleid
-
Scope 1-emissies worden berekend in de vorm van energieverbruiksgegevens vermenigvuldigd met de relevante emissiefactoren. Voor emissies veroorzaakt door bedrijfswagens hebben we het gemiddelde verbruik in l/100 km vermenigvuldigd met een gemiddelde afstand van 25.000 km/jaar en dat daarna vermenigvuldigd met de categoriespecifieke emissiefactor. Bedrijfswagens die tijdens de verslagperiode zijn aangeschaft of verkocht, worden opgenomen in de vorm van een lagere schatting van de afgelegde afstand als ze verkocht of aangeschaft werden in het eerste, respectievelijk laatste kwartaal van de verslagperiode.
-
Scope 2-emissies worden gerapporteerd volgens twee methoden:
1) De locatiegebaseerde methode: de emissies worden berekend als de gekochte stroomvolumes vermenigvuldigd met de landspecifieke emissiefactoren voor elke entiteit. Deze methode weerspiegelt de mix van energiebronnen (zoals steenkool, aardgas en duurzame energie) die wordt gebruikt om de elektriciteit te leveren in het land waar die wordt verbruikt.
2) De marktgebaseerde methode: de emissies worden berekend als de gekochte stroomvolumes vermenigvuldigd met de leverancierspecifieke emissiefactor, rekening houdend met aankopen van groene stroom zoals hernieuwbare energiecertificaten (REC's) of Certificaten van Oorsprong. Deze methode weerspiegelt de keuzes van de consument om schoner of groenere elektriciteitsopties te kopen, ongeacht de lokale netmix. Wanneer emissiefactoren van leveranciers ontbraken, pasten we de locatiegebaseerde emissiefactor toe. Voor stadsverwarming pasten we de leveranciersspecifieke emissiefactor toe op de locatiegebaseerde aanpak. Aangezien de leverancier de enige lokale optie is, komt dit overeen met een locatiegebaseerde factor. Het kan niet worden uitgesloten dat in de leveranciersspecifieke emissiefactoren emissies van biogene bronnen zijn opgenomen, die normaal gezien afzonderlijk worden gerapporteerd, buiten het toepassingsgebied. De emissies maken immers deel uit van de natuurlijke koolstofcyclus en zijn niet het resultaat van emissies van fossiele brandstoffen.
- Scope 3-emissies zijn onderverdeeld in 15 subcategorieën. De belangrijkste veronderstellingen en onzekerheden zijn te vinden in twee categorieën, namelijk ‘Gekochte goederen en diensten’ en ‘Gebruik van verkochte producten’. Voor de categorie “Gekochte goederen en diensten” worden de non-core emissiebronnen geschat met behulp van monetaire emissiefactoren (EEIO-methode), waarbij emissies worden gecorreleerd aan het uitgegeven geld in plaats van aan fysieke hoeveelheden (hierna “gecategoriseerde uitgavendata” genoemd). Dit vormt een bron van onzekerheid. De emissiefactoren voor de core categorieën zijn afkomstig van Eco invent, die geen leveranciersspecifieke emissies zijn en daarom ook gepaard gaan met een bepaalde mate van onzekerheid.
Voor de categorie ‘Gebruik van verkochte producten’ worden de BKG-emissies berekend met een theoretisch model, waarvoor we een schatting moesten maken van het energieverbruik, de intensiteit en de levensduur van onze machines bij onze klanten en de gebruikte energiebronnen (net/grijze elektriciteit, aardgas, stadsverwarming of brandstof, enz.).
113
Verdere veronderstellingen en schattingen voor elke categorie worden hieronder beschreven in de berekeningsmethoden die voor elke categorie worden toegepast. We kunnen geen kwantificeerbaar onzekerheidspercentage geven voor Scope 3-emissies als geheel.
- Gekochte goederen en diensten:
- Belangrijkste materialen: gecategoriseerde informatie over het gewicht (specifiek of verondersteld) en de afstand op basis van het land van herkomst vermenigvuldigd met de relevante emissiefactoren.
- Andere materialen en diensten: gecategoriseerde uitgaven vermenigvuldigd met de relevante emissiefactoren.
-
Het merendeel van onze producten en diensten wordt ingekocht via onze productievestigingen; kleinere aankopen door de verkoopkatoren en servicecenters werden buiten beschouwing gelaten.
-
Kapitaalgoederen: emissies zijn berekend door de gecategoriseerde uitgaven te vermenigvuldigen met relevante emissiefactoren die specifiek zijn voor de uitgavencategorie.
-
Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten die niet zijn opgenomen in Scope 1 of Scope 2 omvatten stroomopwaartse emissies en verliezen op T&D-netwerken van energie- en brandstofaankopen. Deze emissies werden berekend op basis van generieke gegevens uit erkende databases en in verhouding gebracht met onze Scope 1- en Scope 2-emissies.
-
Upstream transport en distributie is gebaseerd op een mix van bedrijfsspecifieke gegevens (transport door derden naar klanten) en op uitgaven gebaseerde gegevens (transport tussen leverancier en eigen activiteiten, inclusief transport tussen bedrijven van de Groep). De bedrijfsspecifieke gegevens omvatten ook volumes, herkomst en bestemming van transporten en worden gecombineerd met relevante emissiefactoren voor transport.
-
Gegenereerd afval is gebaseerd op werkelijke afvalcijfers voor de belangrijkste metalen vermenigvuldigd met relevante emissiefactoren.
-
Zakenreizen: emissies zijn berekend door de gecategoriseerde uitgaven te vermenigvuldigen met relevante uitgavenspecifieke emissiefactoren.
-
Woon-werkverkeer van werknemers: emissies zijn berekend op basis van veronderstellingen m.b.t. de afgelegde afstand en gebruikte transportwijze, ervan uitgaand dat iedereen met de auto reist en er niet van thuis gewerkt wordt.
-
Gebruik van verkochte producten: emissies zijn berekend op basis van het aantal geproduceerde machines. De enkelvoudige machines werden vervolgens gehergroepeerd in hoofdcategorieën (bijv. drogers, strijkmachines, tunnelwassers) om consistente definities van de gegevensparameters te voorzien per machinecategorie die nodig zijn voor de berekening. De gegevensparameters bestaan uit verbruiks- en gewichtscijfers uit technische gegevensbladen en veronderstellingen over de verwachte levensduur van de machines.
Voor elke machinecategorie berekenden we het verbruik van de belangrijkste emissiebron (gas, elektriciteit, stoom) gedurende de levensduur van een machine.
De verkregen cijfers werden vervolgens vermenigvuldigd met de relevante emissiefactoren. De emissiefactoren voor elektriciteit zijn landspecifiek en worden bepaald door de locatie van de klant. Voor de andere belangrijkste energiebronnen – gas, perslucht en stoom – hebben we een algemene emissiefactor gebruikt.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
De emissiefactor voor stoom is gebaseerd op de veronderstelling dat de stoom wordt gegenereerd door verschillende energiebronnen, wat het meest representatief is voor de verschillende realiteiten bij klanten. Transportbanden en INWATEC zijn niet meegerekend omdat ze voor een groot deel op maat gemaakt zijn en de productbeschrijvingen onvoldoende details bevatten om aanvaardbare veronderstellingen te doen.
Machines van derden die door JENSEN-GROUP zijn aangekocht voor doorverkoop worden ook uitgesloten, aangezien die slechts een zeer klein aantal producten vertegenwoordigen (ongeveer 10 producten) in vergelijking met de totale productportefeuille van JENSEN-GROUP en als immaterieel worden beschouwd.
-
Einde levensduur van verkochte producten: de berekening is gebaseerd op bedrijfsspecifieke gegevens (aantal en gewicht van gefabriceerde machines) en veronderstellingen (het aandeel van verschillende materialen in de machines) vermenigvuldigd met de relevante emissiefactoren.
-
Investeringen: deze categorie omvat Scope 1- en 2-emissies van niet-geconsolideerde joint ventures, berekend op basis van het aandelenbelang van JENSEN-GROUP in elke entiteit. Scope 1- en 2-emissies werden berekend aan de hand van werkelijke verbruiksgegevens, waarbij dezelfde aannames en methodologieën werden toegepast als hierboven beschreven.
Scope 3-emissies van niet-geconsolideerde joint ventures worden over het algemeen uitgesloten, omdat ze als immaterieel worden beschouwd en minder dan 1% van de totale Scope 3-emissies van de Groep vertegenwoordigen. De andere Scope 3-categorieën zijn niet relevant voor JENSEN-GROUP.
Onze berekeningen zijn gebaseerd op databases met emissiefactoren, aannames en gegevens die intern zijn verzameld uit onze facturen, ERP-systeem, verkoopdatabase, technische gegevensbladen en resultatenrekening. We maken onderscheid tussen primaire gegevens, activiteitsgebaseerde gegevens en financiële gegevens. Primaire gegevens zijn direct gemeten of waargenomen gegevens die door een bedrijf worden gerapporteerd, in plaats van aannames of afleidingen uit secundaire bronnen zoals databases. Het percentage emissies dat met behulp van primaire gegevens wordt berekend, is beperkt tot categorie 3.3 'Uitstoot van brandstoffen en energie' en komt overeen met 0% van de totale Scope 3-emissies. Activiteitsgebaseerde gegevens zijn kwantitatieve gegevens (met uitzondering van financiële gegevens en aannames) die rechtstreeks verband houden met de activiteiten van het bedrijf, zoals informatie over gewicht en energieverbruik. 9% van onze Scope 3-emissies wordt berekend aan de hand van activiteitsgebaseerde gegevens.
115
Bron van de emissiefactoren
De gebruikte emissiefactoren ("EF") zijn gebaseerd op verschillende betrouwbare bronnen om de nauwkeurigheid en consistentie met internationale normen te garanderen:
| Scope | Emissiebron | Bron | Commentaren |
|---|---|---|---|
| Scope 1 | Brandstoffen m.u.v. acetyleen | GOV.uk (laatste beschikbare versie) | |
| Acetyleen | Srivastava, J. V., Srivastava, H. V., & Khan, M. S. (2016). Acetylene Gas as an Alternative Fuel for Spark Ignition Engine. International Journal for Scientific Research & Development, 4(4), 145-148. ISSN (online): 2321-0613. | ||
| Scope 2 | Elektriciteit (locatiegebaseerd) – EU-landen | Nationale EF AIB (laatste beschikbare versie) | |
| Elektriciteit (locatiegebaseerd) – niet-EU landen | Gemiddelde mix per land IEA (laatste beschikbare versie) | ||
| Elektriciteit (marktgebaseerd) | Leverancierspecifieke EF | Indien niet beschikbaar, locatiegebaseerde EF uit AIB en IEA | |
| JENSEN Denmark: Centrale verwarming (locatie-/marktgebaseerd) | Leveranciersverklaring 2024 (Rønne Bornholms Varme A/S) | Marktgebaseerde EF is gelijk aan locatiegebaseerde EF omdat de leverancier eigenaar is van het hele "net". Het leverancierspecifieke tarief is dan ook hetzelfde als het tarief voor het hele netwerk. Bijgevolg zijn de LB- en MB-berekeningen identiek. | |
| JENSEN Zweden Centrale verwarming (locatie-/marktgebaseerd) | Leveranciersverklaring 2023 (Borås Energi & Miljö AB) | ||
| INWATEC Centrale verwarming (locatie-/marktgebaseerd) | Leveranciersverklaring 2023 (Fjernvarme FYN) | ||
| Scope 3 | Alle categorieën | Ecolnvent, AIB, IEA, Exiobase, UK.gov (laatste beschikbare versies) | We verwijzen naar de sectie over het boekhoudbeleid hierboven voor de details van de berekeningsmethoden per categorie. |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Bijlage D: Taxonomie
In 2020 creëerde de Europese Unie een actieplan om duurzame groei te financieren, dat erop gericht was kapitaalstromen om te buigen naar duurzame economische activiteiten. Dit maakt deel uit van de inspanningen om de doelstellingen van de Europese Green Deal te bereiken en Europa tegen 2050 klimaatneutraal te maken. In 2021 introduceerde de Europese Commissie de EU-taxonomie, een classificatiesysteem dat bepaalt welke activiteiten duurzaam zijn voor het milieu.
Als onderdeel van de maatregelen om de EU-Taxonomierapportage te vereenvoudigen, heeft de Europese Commissie in juli 2025 een nieuwe gedelegeerde verordening van de Commissie (EU) 2026/73 aangenomen. Deze wijzigende verordening vereenvoudigt de toepassing van de EU-Taxonomie door een materiële drempel van 10% voor KPI's in te voeren, vereenvoudigde rapportagesjablonen, gestroomlijnde DNSH-criteria, enz. Op grond van de overgangsvoorzieningen van deze verordening krijgen ondernemingen voor het boekjaar 2025 de keuze om ofwel te rapporteren onder het eerdere kader, ofwel de nieuwe vereenvoudigde methodologie toe te passen. Voor de rapportageperiode 2025 heeft JENSEN-GROUP ervoor gekozen haar rapportage aan te houden in overeenstemming met het bestaande wettelijke kader en de vereenvoudigde versie niet toe te passen.
Bedrijven die onder de EU-taxonomie rapportageverplichting vallen, moeten in hun jaarverslagen melden in welke mate hun activiteiten onder de EU-taxonomie vallen (in aanmerking komen voor taxonomie) en, als ze activiteiten hebben die in aanmerking komen, moeten die bedrijven voldoen aan de criteria die zijn vastgesteld in de gedelegeerde handelingen van de EU-taxonomie (op de taxonomie afgestemd). De informatie hieronder betreft het financiële jaar 2025.
In aanmerking komend
Na een zorgvuldige vergelijking van de activiteiten van het bedrijf met de EU-taxonomie, heeft JENSEN-GROUP geen economische activiteiten geïdentificeerd die momenteel onder de EU-taxonomie vallen. Geen enkele activiteit die onder de EU-taxonomie valt betreft de bedrijfsvoering van een fabrikant of constructeur van industriële wasserijmachines, zoals JENSEN-GROUP. Dat bleek uit een grondig onderzoek van de activiteiten die werden geïdentificeerd als hypothetisch dicht bij de bedrijfsvoering van JENSEN-GROUP in de industrie (Gedelegeerde verordening 2021/2139, Bijlage I: klimaatmitigerende activiteiten 3.6; Gedelegeerde Verordening 2023/2486, Bijlage II: activiteiten 1.2 circulaire economie) en in de dienstensector (Gedelegeerde Verordening 2023/2486, Bijlage II: activiteiten 5.1-5.2; 5.5 circulaire economie). Hieronder volgt een gedetailleerde uitleg en argumentatie:
- Productie van elektrische en elektronische toestellen (activiteit 1.2 van de Gedelegeerde Verordening 2023/2486, Bijlage II): het businessmodel van JENSEN-GROUP beantwoordt noch aan de beschrijving van de activiteit, noch aan de NACE-codes die erin worden vermeld. Hoewel de ontwerp-mededeling van de Commissie van november 2024 de criteria voor elektrische en elektronische toestellen verduidelijkte, werd bepaald dat de JENSEN-machines niet in aanmerking komen, omdat ze voornamelijk worden aangedreven door stoom en gas in plaats van elektriciteit.
-
Herstellingen, vernieuwingen en revisies (activiteit 5.1 van de Gedelegeerde Verordening 2023/2486, Bijlage II): JENSEN-GROUP heeft geen vernieuwings- of revisieactiviteiten en de economische activiteit van de vennootschap houdt ook geen verband met de herstelling van producten die zijn vervaardigd door economische activiteiten die vallen onder de NACE-codes vermeld in de beschrijvingen van de activiteit.
-
Verkoop van reserveonderdelen (activiteit 5.2 van Gedelegeerde Verordening 2023/2486, Bijlage II): de economische activiteit van JENSEN-GROUP houdt geen verband met reserveonderdelen voor producten die zijn vervaardigd door economische activiteiten die vallen onder de NACE-codes vermeld in de beschrijving van de activiteit.
-
Product-as-a-service en andere circulaire gebruiks- en resultaatgerichte dienstenmodellen (activiteit 5.5 van Gedelegeerde Verordening 2023/2486, Bijlage II): de economische activiteit van JENSEN-GROUP houdt geen verband met reserveonderdelen voor producten die zijn vervaardigd door economische activiteiten die vallen onder de NACE-codes vermeld in de beschrijving van de activiteit.
-
Productie van andere koolstofarme technologieën (activiteit 3.6 van de Gedelegeerde Verordening 2021/2139, Bijlage I): ook al wordt JENSEN-GROUP beschouwd als de leider in de sector op het vlak van energie- en hulpbronnenbesparingen, is belangrijkste activiteit niet gericht op de vermindering van de BKG-emissies.
In het licht van bovenstaande argumenten concludeert JENSEN-GROUP dat het geen activiteiten heeft die in aanmerking komen voor de EU-taxonomie. Bijgevolg zijn er binnen de EU-taxonomie geen criteria beschikbaar om de afstemming te beoordelen die essentieel is om te kunnen rapporteren over de afstemming van opbrengsten, kapitaaluitgaven en operationele uitgaven die verband houden met de economische activiteiten van JENSEN-GROUP.
De bovenstaande redenering steunt op de huidige wetgeving, en kan opnieuw geëvalueerd worden indien de wetgeving gewijzigd wordt. Hoewel de activiteiten van JENSEN-GROUP niet in aanmerking komen voor de EU-taxonomie, worden er aanzienlijke inspanningen geleverd om de duurzaamheid van de activiteiten te verbeteren, en rapporteert de Groep over een aanzienlijk aantal datapunten, zoals in deze duurzaamheidsverklaring weergegeven.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Opbrengsten
Zoals hierboven aangetoond, zijn er geen activiteiten die opbrengsten genereren, opgenomen in de Taxonomie, en die in verband kunnen worden gebracht met de activiteiten van JENSEN-GROUP. Voor de berekening van de omzetnoemer werden nieuwe acquisities (BRAUN, MAXI-PRESS DRM, Filterfab NZ) in aanmerking genomen om de consistentie met de financiële overzichten te behouden.
Kapitaaluitgaven
Hoewel de economische activiteiten van de JENSEN-GROUP niet in aanmerking komen, heeft de Groep bepaalde kapitaaluitgaven geïdentificeerd die verband houden met de aankoop van output van op de taxonomie afgestemde economische activiteiten en individuele maatregelen die de beoogde activiteiten toelaten om koolstofarm te worden of die de hoeveelheid broeikasgas reduceren, alsook andere economische activiteiten die zijn opgenomen in de aangenomen gedelegeerde verordeningen krachtens Artikel 10(3), Artikel 11(3), Artikel 12(2), Artikel 13(2), Artikel 14(2) en Artikel 15(2) van Verordening (EU) 2020/852.
De KPI kapitaaluitgaven wordt berekend conform sectie 1.1.2 van Bijlage I van de Gedelegeerde Verordening 2021/2178. De in aanmerking komende en de afgestemde kapitaaluitgaven (teller) worden gedeeld door de totale kapitaaluitgaven voor het fiscale jaar 2024, zoals bepaald in sectie 1.1.2.1 van Bijlage I van de Gedelegeerde Verordening (noemer). In overeenstemming met het gedelegeerde besluit zijn interne controles ingevoerd om dubbele telling te voorkomen, zoals ERP-extracten. Voor de berekening van de CAPEX-teller werden nieuwe overnames (BRAUN, MAXI-PRESS DRM, Filterfab NZ) niet meegenomen vanwege de beperkte tijd en beschikbare gegevens om een robuuste toets van geschiktheid en afstemming na deze overnames uit te voeren. Voor de berekening van de noemer werd dezelfde aanpak gebruikt als bij de Revenue KPI.
De investeringen in de teller komen in aanmerking, maar worden niet als afgestemd beschouwd omdat er geen bevestiging is dat ze in aanzienlijke mate bijdragen aan ten minste één van de zes milieudoelstellingen van de EU-taxonomie.
De in aanmerking komende activiteiten zijn:
- Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen (activiteit 6.5 van de Gedelegeerde Verordening 2021/2139, Bijlage I),
- Vrachtvervoer over de weg (activiteit 6.6 van de Gedelegeerde Verordening 2021/2139, Bijlage I)
- Renovatie van bestaande gebouwen (activiteit 7.2 van Gedelegeerde Verordening 2021/2139, Bijlage I; activiteit 3.2 van de Gedelegeerde Verordening 2023/2486, bijlage II),
- Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiëntieapparatuur (activiteit 7.3 van de Gedelegeerde Verordening 2021/2139, Bijlage I),
- Installatie, onderhoud en herstel van laadpalen voor elektrische wagens in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden met gebouwen) (activiteit 7.4 van de Gedelegeerde Verordening 2021/2139, Bijlage I),
- Bouw van nieuwe gebouwen (activiteit 7.1 van de Gevolmachtigde Verordening 2021/2139, Bijlage I)
- Verwerving en eigendom van gebouwen (activiteit 7.7 van de Gedelegeerde Verordening 2021/2139, Bijlage I)
- Vervaardiging van elektrische en elektronische apparatuur (activiteit 1.2 van de Gedelegeerde Verordening 2023/2486, Bijlage I)
119
De noemer is gelijk aan de totale kapitaaluitgaven van JENSEN-GROUP, zoals bekendgemaakt op p. 209 van dit jaarverslag.
Operationele uitgaven
De KPI operationele uitgaven wordt berekend conform sectie 1.1.3 van Bijlage I van de Gedelegeerde Verordening 2021/2178. De in aanmerking komende en de afgestemde operationele uitgaven (teller) worden gedeeld door de totale operationele uitgaven voor het boekjaar 2024 (noemer).
Bijlage I, 1.1.3.1 van de Gedelegeerde Verordening 2021/2178 bepaalt dat de teller directe, niet-gekapitaliseerde kosten omvat die onderzoek en ontwikkeling, de renovatie van gebouwen, kortlopende huurovereenkomsten, onderhoud en herstellingen betreffen, alsook elke andere uitgave met betrekking tot de dagelijkse dienstverlening voor materiële vaste activa door het bedrijf of een derde partij aan wie activiteiten worden uitbesteed die nodig zijn om de voortdurende en effectieve werking van die activa te verzekeren.
Voor JENSEN-GROUP is de totale waarde van de noemer gelijk aan 7.334 duizend euro. Hij omvat kosten met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling die niet meetellen bij de kapitaaluitgaven, kortlopende huurovereenkomsten, en onderhouds- en herstellingskosten die niet bij de overheadkosten zijn opgenomen.
Aangezien de economische activiteiten van JENSEN-GROUP niet in aanmerking komen, heeft de teller enkel betrekking op de aankoop van output van op de taxonomie afgestemde economische activiteiten en op individuele maatregelen die ervoor zorgen dat de doelactiviteiten koolstofarm worden of tot een vermindering van broeikasgassen leiden. Deze teller is gelijk aan nul omdat de operationele uitgaven die aan deze criteria voldoen, niet materieel zijn voor JENSEN-GROUP. Bovendien vertegenwoordigen de operationele uitgaven in verband met activiteiten die in aanmerking komen voor de EU-taxonomie (de noemer) minder dan 1% van de totale omzet van de Groep.
| JENSEN-GROUP
(in duizenden euro) | 31 december 2025 | In aanmerking komende economische activiteiten (%) | Niet in aanmerking komende economische activiteiten (%) |
| --- | --- | --- | --- |
| Opbrengsten | 540.776 | 0 | 100 |
| Kapitaaluitgaven | 11.169 | 31 | 69 |
| Operationele uitgaven | 7.334 | 0 | 100 |
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Aandeel omzet uit producten of diensten die verband houden met op taxonomie afgestemde economische activiteiten – jaar 2025
| Code | Absolute omzet | Aandeel omzet 2025 | Criteria inzake substantiële bijdrage | GEAD-criteria ("Geen ernstige afbreuk doen aan") | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Klimaatmittigatie | Klimaatadaptatie | Water | Verontreiniging | Circulaire economie | Biodiversiteit | Klimaatmittigatie | Klimaatadaptatie | Water | Verontreiniging | Circulaire economie | ||||
| Economische activiteiten | KEUR | J1, N1, niak, J2, N2, niak, J3, N3, niak, J4, N4, niak, J5, N5, niak, J6, N6, niak, J7, N7, niak | J1, N1, niak, J2, N2, niak, J3, N3, niak, J4, N4, niak, J5, N5, niak, J6, N6, niak | J1, N1, niak, J2, N2, niak, J3, N3, niak, J4, N4, niak, J5, N5, niak | J1, N1, niak, J2, N2, niak, J3, N3, niak, J4, N4, niak | J1, N1, niak, J2, N2, niak, J3, N3, niak | J1, N1, niak, J2, N2, niak, J3, N3, niak | J1, N1, niak | J1, N1, niak | J1, N1, niak | J1, N1, n | J1, N1, n | J1, N1, n | J1, N1, n |
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | ||||||||||||||
| A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | N/A | 0 | 0 | |||||||||||
| Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1.) | 0 | 0 | ||||||||||||
| Waarvan faciliterend | 0 | 0 | ||||||||||||
| Waarvan transitieondersteunen | 0 | 0 | ||||||||||||
| A.2. Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | ||||||||||||||
| Iak; niek | Iek; niek | Iek; niek | Iek; niek | Iek; niek | Iek; niek | |||||||||
| Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2.) | 0 | 0 | ||||||||||||
| Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) | 0 | 0 | ||||||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | ||||||||||||||
| Omzet niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten | 540776 | 100 | ||||||||||||
| Totaal (A + B)* | 540776 | 100 |
- Dit bedrag is gelijk aan de totale opbrengsten zoals weergegeven op p.183 in het JENSEN-GROUP jaarverslag 2025.
J - Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling
N - NeeN, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling
Iak - voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling
niak - niet in aanmerking komend; deze activiteit komt niet voor de taxonomie in aanmerking voor de desbetreffende milieudoelstelling
Aandeel Capex uit producten of diensten die verband houden met op taxonomie afgestemde economische activiteiten – jaar 2025
| Colo | Capex | Aandeel Capex 2025 | Criteria inzake substantiële bijdrage | GCAO-criteria (“Geen ernstige afbreuk doen aan”) | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Klimaatadaptatie | Blauw | Verontreiniging | Circulaire economie | Biodiversiteit | Klimaatmitigatie | Kliniaatadaptatie | Water | Verontreiniging | ||||
| Economische activiteiten | KEUR | % | J, N, niak | J, N, niak | J, N, niak | J, N, niak | J, N, niak | J, N, niak | J, N, niak | J, N, niak | J, N, niak | J |
A. VOOR DE TAXONOMIE IN
AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
| A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | N/A | 0 | 0 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Capex ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1.) | 0 | 0 | 0 | |||||||
| Waarvan faciliterend | 0 | 0 | ||||||||
| Waarvan transitieondersteunen | 0 | 0 |
A.2. Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten)
| iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen | KM/KA 6.5 | 1536 | 14 | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 13 | |
| Goederenvervoer over de weg | KM/KA 6.6 | 0 | 0 | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 1 | |
| Renovatie van bestaande gebouwen | KM/KA 7.2 & CE 3.2 | 1026 | 9 | iak | iak | niak | iak | niak | niak | 8 | |
| Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte uitrusting | KM/KA 7.3 | 6 | 0 | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 0 | |
| Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden aan gebouwen) | KM/KA 7.4 | 12 | 0 | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 0 | |
| Verwerving en eigendom van gebouwen | KM/KA 7.7 | 0 | 0 | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 19 | |
| Bouw van nieuwe gebouwen | KM/KA 7.1 | 215 | 2 | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 0 | |
| Producenten van elektrische en elektronische apparatuur | CE 1.2 | 676 | 6 | niak | niak | niak | iak | niak | niak | 3 | |
| Capex van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2.) | 3471 | 31 | 31 | 23 | 0 | 15 | 0 | 0 | 44 | ||
| Capex van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) | 3471 | 31 | 31 | 23 | 0 | 15 | 0 | 0 | 64 |
B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN
AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
| Capex niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten | 7698 | 69 |
|---|---|---|
| Totaal (A + B)* | 11169 | 100 |
- Dit bedrag is gelijk aan de totale opbrengsten zoals weergegeven op p.209 in het JENSEN-GROUP jaarverslag 2025.
J - Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling
N - NeeN, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling
iak - voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling
niak - niet in aanmerking komend; deze activiteit komt niet voor de taxonomie in aanmerking voor de desbetreffende milieudoelstelling
KM: Klimaatmitigatie; KA: Klimaatadaptatie; CE: Circulaire economie.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Aandeel Opex uit producten of diensten die verband houden met op taxonomie afgestemde economische activiteiten – jaar 2025
| Criteria inzake subcontrole bijdrage | OPEX criteria ("Opex ecologic afdracht doen aan") | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Opex | Opex | Aandeel Opex 2025 | Milieubeelgde | Milieubelastatie | Water | Woonbeteging | Grootere economie | Nadverstelt | Milieubeelgde | Milieubelastatie | Water | Woonbeteging | Grootere economie | |
| Economische activiteiten | 2024 | 2024 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
| A.1. Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | N/A | 0 | 0 |
|---|---|---|---|
| Opex ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1.) | 0 | 0 | |
| Waarvan faciliterend | 0 | 0 | |
| Waarvan transformatiersteunen | 0 | 0 |
A.2. Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten)
| tuk+stuk | tuk+stuk | tuk+stuk | tuk+stuk | tuk+stuk | tuk+stuk | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Opex van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2.) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Opex van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN
| Opex niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten | 7334 | 100 |
|---|---|---|
| Totaal (A + B)= | 7334 | 100 |
- Dit bedrag is gelijk aan de OPEX van de SENSEN-GROUP voor de volgende categorieën: NED, korte termijn leasing, alsook onderhoud en herstellingen exclusief algemene kosten.
Deze kosten zijn inbegrepen in de totale OPEX zoals weergegeven op p.226 van het SENSEN-GROUP Aanverden 2025
1 - Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieubelstelling
N - Nee, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieubelstelling
tuk - voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling
nok - niet in aanmerking komend; deze activiteit komt niet voor de taxonomie in aanmerking voor de desbetreffende milieubelstelling
Standaardtemplates voor de in artikel 8, leden 6 en 7, bedoelde openbaarmaking
De in artikel 8, leden 6 en 7, bedoelde informatie wordt voor elke toepasselijke kritische prestatie-indicator (KPI) als volgt gepresenteerd
| Template 1 Activiteiten in verband met kernenergie en fossiel gas | ||
|---|---|---|
| Activiteiten in verband met kernenergie | ||
| 1 | De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en uitrol van innovatieve installaties voor elektriciteitsopwekking die energie produceren uit nucleaire processen met een minimum aan afval van de splitstofcyclus. | NEE |
| 2 | De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw en veilige exploitatie van nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof, alsook verbetering van de veiligheid daarvan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. | NEE |
| 3 | De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de veilige exploitatie van bestaande nucleaire installaties die elektriciteit of proceswarmte produceren, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, alsook verbetering van de veiligheid daarvan. | NEE |
| Activiteiten in verband met fossiel gas | ||
| 4 | De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw of exploitatie van installaties voor elektriciteitsopwekking die elektriciteit produceren uit fossiele gasvormige brandstoffen. | NEE |
| 5 | De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmte-/koudekrachtkoppeling met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. | NEE |
| 6 | De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmteopwekking die warmte/koude produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. | NEE |
De JENSEN-GROUP heeft geen hoofdactiviteit in verband met nucleair en fossiel gas zoals vermeld in sjabloon 1 van de informatieverschaffing over gas en kernenergie.
Daarom werd enkel sjabloon 1 opgenomen in dit rapport.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Bijlage E: Verslag met beperkte mate van zekerheid van de commissaris over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van JENSEN-GROUP NV
Aan de algemene vergadering van aandeelhouders
In het kader van onze wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van JENSEN-GROUP NV (de "groep"), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor.
Wij werden aangesteld door het bestuursorgaan van de groep, overeenkomstig de opdrachtbrief per 3 juli 2025, voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de groep, opgenomen in het jaarverslag op 31 december 2025 en voor het boekjaar afgesloten op deze datum (de "duurzaamheidsinformatie").
Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2025. Wij hebben onze assuranceopdracht over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de groep uitgevoerd gedurende twee opeenvolgende boekjaren.
Conclusie met een beperkte mate van zekerheid
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de groep uitgevoerd.
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assuranceinformatie is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de geconsolideerde duurzaamheids-informatie van de groep, in alle van materieel belang zijnde opzichten:
- niet is opgesteld in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de overeenstemming met de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards (ESRS));
- niet is opgesteld in overeenstemming met het door de groep uitgevoerde proces (het "proces") om de op grond van de Europese standaarden openbaar gemaakte duurzaamheidsinformatie vast te stellen zoals vermeld in de toelichting "Bijlage A: Algemene toelichtingen en toelichtingen over governance";
- de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de "taxonomieverordening") betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in "Bijlage D: Taxonomie" van de duurzaamheidsverklaring die deel uitmaakt van het jaarverslag niet naleeft.
Basis voor de conclusie
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (herzien), Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie ("ISAE 3000 (herzien)"), zoals in België van toepassing.
Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag “Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring”.
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (ISQM 1) toe, die vereist dat wij een kwaliteitsmanagementsysteem opzetten, implementeren en in werking stellen, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de groep de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assuranceinformatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
Benadrukking van bepaalde aangelegenheid
Zonder afbreuk te doen aan de hierboven geformuleerde conclusie, vestigen wij de aandacht op het hoofdstuk ‘Sustainability statement – Reader’s guide’, dat de toegepaste principes met betrekking tot de overname van G.A. Braun beschrijft.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan betreffende het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een proces en voor het toelichten van dit proces in “Bijlage A: Algemene toelichtingen en toelichtingen over governance” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat:
- het begrijpen van de context waarin de activiteiten en zakelijke betrekkingen van de groep plaatsvinden en het ontwikkelen van inzicht in zijn betrokken belanghebbenden;
- het identificeren van de feitelijke en potentiële effecten (zowel negatieve als positieve) in verband met duurzaamheidskwesties, alsook van risico’s en opportuniteiten die de financiële positie, de financiële prestaties, de kasstromen, de toegang tot financiering of de kapitaalkosten van de groep op korte, middellange of lange termijn beïnvloeden of waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht dat zij hierop een invloed zullen hebben;
- het beoordelen van de materialiteit van de vastgestelde effecten, risico’s en kansen in verband met duurzaamheidskwesties door passende drempelwaarden te selecteren en toe te passen; en
- het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
Het bestuursorgaan is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring, die de door het proces vastgestelde informatie bevat,
- in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (European Sustainability Reporting Standards (ESRS));
- met naleving van de vereisten in artikel 8 van de taxonomieverordening betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in “Bijlage D: Taxonomie” van de duurzaamheidsverklaring.
Deze verantwoordelijkheid omvat:
- het opzetten, implementeren en in stand houden van dergelijke interne beheersingsmaatregelen die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; en
- het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor duurzaamheidsverslaggeving, en het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de groep.
Inherente beperkingen bij het opstellen van de duurzaamheidsinformatie
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS, wordt van het bestuursorgaan vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de groep. De feitelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, aangezien verwachte gebeurtenissen vaak niet plaatsvinden zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn.
Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie
Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assuranceverslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden.
127
Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht.
De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie “Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden” zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht.
Aangezien de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijk voordoen in de toekomst en/of door mogelijke acties van de groep. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met die opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het proces, omvatten:
- het verwerven van inzicht in het proces, maar niet met het oog op het verstrekken van een conclusie over de effectiviteit van het proces, met inbegrip van de uitkomst van het proces; en
- het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te evalueren of het proces in overeenstemming is met de beschrijving van het proces door de groep, zoals toegelicht in “Bijlage A: Algemene toelichtingen en toelichtingen over governance”.
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie omvatten:
- het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de groep, de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, maar zonder de opzet van specifieke controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende informatie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen;
- het identificeren van de gebieden waar van materieel belang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen optreden in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, of deze nu het gevolg zijn van fraude of fouten; en
DUURZAAMHEIDSRAPPORT
- het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen op gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk zullen voordoen. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assuranceinformatie te verkrijgen over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid was uitgevoerd.
De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het proces, hebben wij:
- inzicht verworven in het proces door:
- het verzoeken om inlichtingen teneinde inzicht te verwerven in de bronnen van informatie gebruikt door het management (bijv. betrokkenheid van belanghebbenden, bedrijfsplannen en strategiedocumenten); en
- het beoordelen van de interne documentatie van de groep over haar proces; en
- geëvalueerd of de assuranceinformatie verkregen uit onze werkzaamheden over het door de groep geïmplementeerde proces in overeenstemming was met de beschrijving van het proces zoals uiteengezet in “Bijlage A: Algemene toelichtingen en toelichtingen over governance”.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring, hebben wij:
- inzicht verworven in de verslaggevingsprocessen van de groep die relevant zijn voor het opstellen van haar geconsolideerde duurzaamheidsinformatie door inzicht te verkrijgen in de controleomgeving, processen en informatiesystemen van de groep zonder echter tot doel te hebben een conclusie te formuleren over de doeltreffendheid van de interne controle van de groep;
- geëvalueerd of de informatie zoals vastgesteld door het proces is opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
- geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie overeenstemt met de ESRS;
- om inlichtingen verzocht bij het leidinggevend personeel en cijferanalyses uitgevoerd op geselecteerde informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
- gegevensgerichte assurancewerkzaamheden uitgevoerd op basis van een steekproef op geselecteerde informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
- geselecteerde toelichtingen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie afgestemd op de overeenkomstige toelichtingen in de financiële overzichten en het jaarverslag;
- assuranceinformatie verkregen over de methoden en veronderstellingen voor het ontwikkelen van schattingen en toekomstgerichte informatie geëvalueerd zoals beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie";
- inzicht verworven in het proces voor het vaststellen van economische activiteiten die voor de taxonomie in aanmerking komen en op de taxonomie afgestemd zijn en de overeenkomstige toelichtingen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie;
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht, die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de groep.
Getekend te Gent.
De commissaris
Deloitte Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door Charlotte Vanrobaeys

66
JENSEN is een fantastisch bedrijf, en ik heb gekozen om hier te werken omdat de kernwaarden en de cultuur zo goed aansluiten bij mijn eigen waarden.
Anders
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
- Stand van zaken in 2025
- Vooruitzichten 2026
- Resultaten en voorstel voor bestemming van het resultaat
- Verklaring Deugdelijk Bestuur
- Risicobeheersing
- Andere financiële informatie
131
Stand van zaken in 2025
In 2025 bereikte JENSEN-GROUP opnieuw recordniveaus op het gebied van zowel opbrengsten als winstgevendheid. Met een sterk orderboek aan het begin van het jaar en een robuuste orderontvangst gedurende heel 2025 steeg onze omzet naar een nieuw hoogtepunt van 540,8 miljoen euro, wat neerkomt op een stijging van 19,3% ten opzichte van het voorgaande jaar. De totale orderontvangst in 2025 bereikte een nieuwe mijlpaal van 531,4 miljoen euro, een stijging van 2,7% ten opzichte van 2024, en legt dan ook een stevige basis voor 2026.
De aanhoudende financiële groei bevestigt dat ons businessmodel zowel veerkrachtig als schaalbaar is. Een reeks strategische initiatieven komt nu samen, en dat toont duidelijk aan dat we in staat zijn om onze visie om te zetten in duurzame waardecreatie. Onze ‘Go West’-strategie heeft de opbrengsten in Noord- en Zuid-Amerika met succes naar een ongekend niveau getild, wat het strategische belang van de regio onderstreept. Deze groei wordt verder ondersteund door de overname van GA Braun, een gerespecteerde Noord-Amerikaanse leverancier, waardoor het technologische leiderschap en de marktaanwezigheid van het bedrijf worden versterkt. Onze ‘Go East’-strategie wordt voortgezet via Inax, de joint venture met Miura in Japan, en door onze verkoop- en serviceorganisaties in Azië en het Midden-Oosten uit te breiden. In de afgelopen drie jaar hebben we onze wereldwijde productiecapaciteit meer dan verdubbeld en onze productie uitgebreid in Denemarken, Zweden, China, de VS en Japan, waarmee we een sterke basis hebben gelegd voor groei op de lange termijn. In 2025 versterkte het bedrijf zijn positie op de aftermarket toen MAXI-PRESS zijn aanwezigheid in Australië en Nieuw-Zeeland uitbreidde met de overname van Filterfab.
Onze EBIT over 2025 steeg van 50,7 miljoen euro in 2024 naar 68,8 miljoen euro, wat een sterke groei betekent met 35,6%.
De bijdrage van Tolon en Inax aan de winst van JENSEN-GROUP steeg van 3,9 miljoen euro tot 6,3 miljoen euro, ondanks de negatieve impact van 1,2 miljoen euro als gevolg van hyperinflatie in verband met de Turkse activiteiten van Tolon.
De netto financiële kosten daalden van 2,2 miljoen euro tot 0,5 miljoen euro. Deze daling is voornamelijk te danken aan een gunstig wisselkoerseffect.
Door de hogere winst vóór belastingen stegen de belastingen van de Groep, van 13,0 miljoen euro naar 15,4 miljoen euro, ondanks een lager effectief belastingtarief.
De bovenstaande ontwikkelingen resulteerden in een stijging van de nettowinst van 41,2 miljoen euro naar 58,7 miljoen euro per 31 december 2025.
Als gevolg van de toegenomen operationele activiteiten steeg ons werkkapitaal van 180,6 miljoen euro naar 214,7 miljoen euro aan het eind van 2025.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
De Groep rapporteert een netto financiële schuldpositie van 9,7 miljoen euro, inclusief 11,1 miljoen euro leasingschuld, ten opzichte van een nettokaspositie van 3,1 miljoen euro eind 2024.
Deze stijging van de nettoschuld is grotendeels toe te schrijven aan de overname van GA Braun in december 2025. Onze financieringsovereenkomsten blijven gunstig, zonder bijhorende financiële covenanten.
Vooruitzichten 2026
Na het behalen van sterke resultaten in 2025 gaat de Groep 2026 tegemoet met een gezond orderboek en projectpijplijn. Het doel van de Groep voor 2026 is om zijn strategische koers aan te houden en zich onverminderd te blijven richten op operationele uitmuntendheid naar haar klanten en wendbaarheid in de uitvoering. Daarbij wil de Groep investeren in duurzame innovatie en groeimogelijkheden nastreven om zijn marktpositie en winstgevendheid te verstevigen.
Risicofactoren hebben nog steeds te maken met de onvoorspelbaarheid van de mondiale geopolitieke en economische dynamiek en, in het bijzonder, de potentiële impact van het conflict in het Midden-Oosten en de mogelijke negatieve financiële gevolgen van handelstarieven, evenals de mogelijke negatieve impact op de vraag van klanten en hun investeringsgedrag. Andere risicofactoren waarmee rekening moet worden gehouden, zijn wisselkoersschommelingen, veranderingen in energie- en transportkosten en concurrentie in het algemeen.
133
Resultaatsbestemming
JENSEN-GROUP NV rapporteert in zijn statutaire jaarrekening een nettowinst van 12,6 miljoen euro.
De Raad van Bestuur stelt voor om dit resultaat als volgt te bestemmen:
| In euro | 31 december 2025 |
|---|---|
| Overgedragen winst (verlies) van de vorige boekjaren | 48.430.158 |
| Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar | 12.633.213 |
| Te bestemmen winst (verlies) | 61.063.371 |
| Winstuitkering (dividend) | 13.812.812 |
| Toevoeging aan het eigen vermogen | 15.465.509 |
| Onttrekking aan het overgedragen resultaat | 31.848.025 |
Dit brengt het totaal van het overgedragen resultaat op 31,8 miljoen euro.
Dividendvoorstel
De Raad van Bestuur stelt aan de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering voor om een dividend van 1,50 euro per aandeel goed te keuren. Het dividendvoorstel is gebaseerd op het nettoresultaat van de vennootschap aan het einde van het jaar. De dividenduitkering zal 13.812,812 euro bedragen, gebaseerd op het aantal uitstaande aandelen op 31 december 2025. Er wordt geen dividend uitgekeerd voor de eigen aandelen.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Verklaring Deugdelijk Bestuur
JENSEN-GROUP beschouwt de Belgische Corporate Governance Code 2020 als referentiecode. De Corporate Governance Code is beschikbaar op www.corporategovernancecommittee.be. De vennootschap past de wijzigende Belgische Corporate Governance Code al sinds 2004 toe, evalueert consequent de belangrijkste vereisten en de evolutie van de Code, en beoordeelt regelmatig in hoeverre de vennootschap deze Code naleeft. De feitelijke toepassingen van de Code 2020 worden gemeld in de Verklaring Deugdelijk Bestuur en op pagina 145 van dit jaarverslag over genderdiversificatie binnen de Raad van Bestuur.
De vennootschap heeft haar Corporate Governance Charter aangepast aan de Corporate Governance Code 2020 en de Raad van Bestuur heeft daarbij de volgende herziene documenten goedgekeurd en gepubliceerd.
- Charter van de Raad van Bestuur, inclusief onafhankelijkheidsvereisten en voorwaarden om Bestuurder te worden;
- Charter van het Nominatie- en Remuneratiecomité;
- Charter van het Auditcomité;
- Remuneratiebeleid;
- Communicatiebeleid;
- Taken en verantwoordelijkheden van de Voorzitter van de Raad van Bestuur;
- Taken en verantwoordelijkheden van het Executive Management Team.
Het Corporate Governance Charter is beschikbaar op de website https://www.jensen-group.com onder de rubriek 'Investor Relations/Deugdelijk Bestuur'. Het charter wordt geregeld herzien en aangepast door de Raad van Bestuur. Het Corporate Governance Charter vormt een dagelijkse realiteit voor de Raad van Bestuur en de Comités, en beantwoordt naar beste weten en overtuiging van het bedrijf de Code 2020 met uitzondering van enkele aanbevelingen, zoals vermeld in de volgende paragrafen.
Volgens het 'pas toe of leg uit'-principe ('comply or explain') kan de vennootschap van de Code 2020 afwijken als ze de redenen voor een dergelijke afwijking naar behoren toelicht. Die redenen kunnen te maken hebben met de aard, organisatie en/of grootte van de vennootschap. Ten eerste wijkt de vennootschap af van Aanbeveling 4.14 van de Code 2020 door geen intern auditpersoneel in dienst te hebben en in plaats daarvan de interne auditfunctie uit te besteden aan externe partijen. Het Audit- en Risicocomité van de Raad van Bestuur heeft geconcludeerd dat het voorzien van een interne auditfunctie niet effectief zou zijn, en wel om de volgende redenen:
- JENSEN-GROUP bestaat uit verschillende kleinere entiteiten met elk een beperkte omzet. Iedere entiteit wordt door het lokale management van dichtbij opgevolgd;
- Elke entiteit werkt onder haar eigen wetgeving en in de lokale taal, wat efficiënte interne audits in de weg staat;
- De managementteams worden verder opgevolgd op het niveau van de JENSEN-GROUP holding tijdens driemaandelijkse operationele en financiële meetings en door middel van regelmatige bezoeken van het management aan het hoofdkantoor van de vennootschap;
- Alle dochterondernemingen zijn op de hoogte van JENSEN-GROUP-procedures, en gezien de relatieve grootte van de JENSEN-GROUP bestaat nog steeds de mogelijkheid tot regelmatige communicatie en persoonlijke ontmoetingen met alle lokale management teams;
135
- Voor consolidatiedoeleinden werken de meeste bedrijven van JENSEN-GROUP met hetzelfde auditbureau, en de belangrijke risicofactoren worden consistent geëvalueerd in de externe audits van de verschillende dochterondernemingen.
Om deze redenen stelt het Audit- en Risicocomité interne auditprioriteiten vast, zowel in overleg met de externe auditor als op basis van een risicoanalyse. Daarnaast blijft het Audit- en Risicocomité samenwerken met een onafhankelijk extern auditkantoor voor specifieke interne auditprojecten. Die aanpak wordt als doeltreffender beschouwd dan de oprichting van een eigen interne auditfunctie. Het Audit- en Risicocomité kan interne audits uitbesteden aan een competent lokaal auditbureau.
Ten tweede wijkt de vennootschap ook af van Aanbevelingen 3.11 en 9.1 van de Corporate Governance Code 2020 doordat ze geen formele regeling heeft voor de interactie tussen de niet-uitvoerende Bestuurders onderling en tussen de niet-uitvoerende Bestuurders en het Executive Management, en ze daarom niet regelmatig beoordeelt. Deze afwijking wordt gemotiveerd door het feit dat de CEO en CFO in de praktijk altijd deelnemen aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur en de Comités van de Raad van Bestuur, terwijl de niet-uitvoerende Bestuurders de executive managers kunnen ontmoeten wanneer zij dat wensen door vestigingen te bezoeken of door een afzonderlijke vergadering te organiseren om specifieke onderwerpen te bespreken. Daarnaast komen de niet-uitvoerende Bestuurders minstens één keer per jaar persoonlijk bijeen en ontmoeten zij de leden van het Executive Management Team en andere executive managers tijdens de jaarlijkse Strategy Workshop van de Raad van Bestuur.
Ten derde worden de voorwaarden van de contracten van de CEO en de andere executive managers, conform Aanbeveling 7.12 van de Code 2020, goedgekeurd door de Raad van Bestuur op basis van het advies van het Remuneratie- en Nominatiecomité. De vennootschap wijkt evenwel af van Aanbeveling 7.12 op het punt dat ze momenteel onder die contracten of andere overeenkomsten of systemen niet het recht heeft om variabele vergoedingen terug te eisen (de zogenaamde terugvorderingsclausules) die momenteel variëren tussen 30% en 70% van het jaarlijkse basisloon, al naargelang het niveau van de functie. Deze afwijking is te verklaren door het feit dat de vennootschap een remuneratiebeleid hanteert waarbij jaarlijks prestatiedoelstellingen worden vastgelegd en variabele vergoedingen worden uitbetaald in overeenstemming met de behaalde resultaten, en op basis van gecertificeerde, gecontroleerde en openbaar gemaakte financiële resultaten.
Ten vierde ontvangen noch de niet-uitvoerende Bestuurders, noch de uitvoerende Bestuurders binnen JENSEN-GROUP enige vergoeding in de vorm van aandelen van JENSEN-GROUP NV. Dit is een afwijking van Aanbeveling 7.6 en 7.9 van de Code 2020, die wordt verklaard doordat de vennootschap een lange traditie heeft in het bepalen van haar remuneratiebeleid op basis van een afstemming van de jaarlijkse doelstellingen en acties op de langetermijnwaardecreatie voor haar aandeelhouders en andere stakeholders.
De Raad van Bestuur en het Nominatie- en Remuneratiecomité hebben dat beleid de voorbije vijftien jaar consequent en met gewenste resultaten toegepast, zoals blijkt uit de prestaties van de vennootschap tijdens die periode.
In overeenstemming hiermee en op advies van het Nominatie- en Remuneratiecomité heeft de Raad van Bestuur geoordeeld dat de toekenning van aandelen van JENSEN-GROUP NV in het kader van dit beleid niet nodig is, en de Raad van Bestuur heeft bijgevolg beslist om dergelijke toekenning niet goed te keuren.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Ten vijfde heeft de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering op 20 mei 2025 TTP bv, vertegenwoordigd door de heer Erik Vanderhaegen, herkozen als niet-uitvoerend onafhankelijk Bestuurder, waarbij werd erkend dat aan alle formele onafhankelijkheidscriteria van artikel 3.5 van de Code 2020 werd voldaan, met uitzondering van één criterium, namelijk dat een Bestuurder niet langer dan twaalf jaar in totaal als niet-uitvoerend Bestuurder mag hebben gediend.
De Raad van Bestuur heeft, op advies van het Nominatie- en Remuneratiecomité, geoordeeld dat dit geen invloed heeft op de onafhankelijkheid van de heer Erik Vanderhaegen (en TTP bv), die in het verleden altijd blijk heeft gegeven van een onafhankelijke en kritische geest bij het uitoefenen van zijn functie als Bestuurder en die heeft bevestigd dat hij geen significante zakelijke relatie heeft met de vennootschap, het Executive Management Team of haar belangrijkste aandeelhouders die zijn onafhankelijkheid in het gedrang zou kunnen brengen.
De informatie in het Corporate Governance Charter wordt gegeven op een ‘zoals beschikbaar’-basis en is uitsluitend bedoeld ter verduidelijking. De aanbevelingen en beleidslijnen in het Corporate Governance Charter zijn een aanvulling bij en niet bedoeld als wijziging of interpretatie van enige wet- of regelgeving, de oprichtingsakte of de statuten van de vennootschap. Door de herziene documenten in het Corporate Governance Charter goed te keuren, gaat de Vennootschap geen contractuele of eenzijdige verplichtingen aan. Deze documenten zijn uitsluitend bedoeld als richtlijnen voor de dagelijkse activiteiten. De competenties en taken die worden toegekend aan de Raad van Bestuur dienen daarom te worden beschouwd als machtigingsclausules, niet als verplichte regels of dwingende gedragslijnen.
137
Risicobeheersing en interne controle
Overeenkomstig de relevante bepalingen in het Wetboek vennootschappen en verenigingen van 2019 heeft JENSEN- GROUP een risicobeheersings- en intern controleproces ontwikkeld en ingevoerd.
De hiernavolgende beschrijving van de risicobeheersing en interne controle is gebaseerd op het Integrated Internal Control Framework en het Enterprise Risk Management Framework, gepubliceerd door het Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission (COSO).
De Raad van Bestuur heeft de uitvoering van een proces van risicobeheer en interne controle gedelegeerd aan het Executive Management Team, en verwacht op regelmatige basis rapporten over beide onderwerpen te ontvangen van het Executive Management Team. De Raad van Bestuur van de vennootschap controleert via het Audit- en Risicocomité de correcte werking van het risicobeheersings- en intern controleproces.
Risicobeheersing
Het Executive Management Team van JENSEN-GROUP heeft een risicokaart opgemaakt waarin de strategische, operationele, financiële en wettelijke risico's van de Groep worden beschreven.
Deze kaart wordt jaarlijks herzien en geeft een overzicht en evaluatie van de waarschijnlijkheid dat de verschillende risico's zich voordoen, hun potentiële impact op de resultaten van de Groep en de maatregelen die zijn genomen om de blootstelling aan risico's te beperken. Het Executive Management Team legt de conclusies van deze risicobeoordeling voor aan het Audit- en Risicocomité in de vorm van een risicokaart.
Vervolgens wordt de kaart voorgesteld aan de Raad van Bestuur, die de grootste risico's en de veranderingen in de blootstelling aan risico's bespreekt met het management in zoverre dat nodig is en minstens eenmaal per jaar.
Het Executive Management Team maakt elk kwartaal een selectie bekend van risicogebieden die tijdens de kwartaalcontrole door de rapporterende entiteiten zijn geïdentificeerd. Het Executive Management Team onderzoekt die risico's dan opnieuw en bepaalt acties om de risico's te verminderen. Bovendien overweegt het, met betrekking tot gebieden waar de Groep blootgesteld blijft aan een materieel risico, verschillende opties om de risico's over te dragen aan derde partijen.
Het Executive Management Team voert ook een jaarlijkse beoordeling uit van de materiële impact, risico's en kansen voor ESRS-onderwerpen, en legt de resultaten voor aan de Raad van Bestuur.
Interne controle
Definitie
Interne controle is een rigoureus gestructureerd proces dat wordt vastgesteld en uitgevoerd door de Raad van Bestuur, het management en alle deelnemende personeelsleden. Het doel is om een redelijke mate van zekerheid te bieden over het behalen van doelstellingen op kritieke gebieden: a) het nastreven van strategische doelen op hoog niveau die zowel in lijn zijn met, als ondersteunend zijn aan onze missie; b) de operationele effectiviteit en efficiëntie; c) de betrouwbaarheid van financiële verslaglegging en duurzaamheidsrapportering; en d) conformiteit met geldende wet- en regelgeving.
Deze systematische aanpak toont onze niet aflatende toewijding aan het bereiken van operationele superioriteit, het waarborgen van de integriteit van onze financiële verslaglegging en het handhaven van volledige naleving van wettelijke normen, die allemaal fundamenteel zijn voor het bevorderen van de strategische doelen en missie van de organisatie.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Controleomgeving
De Raad van Bestuur en het Executive Management Team hebben het
'Ethical Business Policy Statement van JENSEN-GROUP' goedgekeurd. Dit document verwoordt de missie en de ethische principes van JENSEN-GROUP, schetst de gedragsnormen van de organisatie en specificeert toelaatbare interacties met derden, vooral in scenario's die niet expliciet worden behandeld in wettelijke kaders. Alle entiteiten binnen de Groep zijn verplicht om het Ethical Business Policy Statement toe te passen en na te leven. De grondbeginselen ervan maken integraal deel uit van het programma in elke opleiding. Om hun betrokkenheid te bevestigen, moeten alle werknemers deze beleidsverklaring naleven. Het Ethical Business Policy Statement wordt periodiek herzien om de relevantie en toegankelijkheid ervan te waarborgen. De laatste versie is beschikbaar op de website www.jensen-group.com onder de rubriek 'Investor Relations/Deugdelijk Bestuur'.
In lijn met het streven naar transparantie en verantwoordingsplicht heeft JENSEN-GROUP bovendien een klokkenluidersregeling ingesteld die toegankelijk is voor alle stakeholders. Deze procedure staat gedetailleerd beschreven op de website www.jensen-group.com, onder de rubriek 'Investor Relations/Deugdelijk Bestuur', 'De Klokkenluidersprocedure van JENSEN-GROUP'. De organisatie erkent de recente omzetting van de "Klokkenluidersrichtlijn" van de EU (Richtlijn (EU) 2019/1937) naar Belgisch recht door middel van de wet van 28 november 2022. Deze wet richt zich op de bescherming van individuen die inbreuken op het Unierecht of de nationale wetgeving binnen de private sector melden. Als antwoord hierop heeft JENSEN-GROUP zijn Klokkenluidersprocedure proactief aangepast aan de nieuwe wettelijke vereisten voor interne rapporteringskanalen van privé-entiteiten, wat de toewijding van de Groep aan ethische bedrijfspraktijken en wettelijke compliance onderstrept.
In 2022 is JENSEN-GROUP gestart met de invoering van een uitgebreide 'Gedragscode voor leveranciers'. Dit document beschrijft de normen die verwacht worden van de leveranciers van de Groep op belangrijke gebieden zoals zakelijke integriteit en ethiek, arbeids- en sociale normen, milieu, algemene bedrijfsprincipes en de vereiste managementsystemen. Het doel van dit initiatief is om de sociale en milieuverantwoordelijkheid van de leveranciers van de Groep naar een hoger niveau te brengen, waarbij vaak normen nodig zijn die verder gaan dan de vereisten van de lokaal geldende wet- en regelgeving.
'Het wereldwijd beleid inzake naleving van handelsregels van JENSEN-GROUP'. De Groep is wereldwijd actief, bevordert internationale stabiliteit en voorkomt mogelijk misbruik van zijn producten en oplossingen voor tweeërlei gebruik. JENSEN-GROUP en zijn medewerkers zetten zich in om de toepasselijke handels- en douanewetten en -voorschriften na te leven, met inbegrip van die met betrekking tot export- en importcontroles, economische sancties, embargo's en antiterrorisme-maatregelen. JENSEN-GROUP verwacht van zijn zakenpartners dat zij hetzelfde doen. Deze interne beleidsregels, processen en controles zijn bedoeld om transacties te screenen, naleving te waarborgen en risico's te beperken.
Deze proactieve aanpak onderstrept het engagement van JENSEN-GROUP om een duurzame en ethisch verantwoorde toeleveringsketen te bevorderen, en weerspiegelt onze toewijding aan maatschappelijk verantwoord en milieubewust ondernemen op wereldwijde schaal.
139
Controle-activiteiten en toezicht
De aanpak van JENSEN-GROUP inzake interne controle wordt gekenmerkt door voortdurende waakzaamheid. Het voortdurende toezicht van het management zorgt zowel voor effectieve als reactieve interne controlemechanismen binnen de Groep.
Dit proactieve toezicht maakt een gedetailleerde vergelijking mogelijk van de prestaties van individuele entiteiten ten opzichte van voortschrijdende prognoses en historische prestaties, waardoor vroegtijdig discrepanties kunnen worden opgespoord die kunnen wijzen op zwakke punten in de controle. Er worden tijdig corrigerende maatregelen genomen om dergelijke zwakke punten aan te pakken, wat het engagement van de Groep inzake operationele integriteit aantoont.
De kern van de operationele structuur van JENSEN-GROUP wordt gevormd door een netwerk van entiteiten die elk onder toezicht staan van toegewijde lokale managementteams. Deze teams zijn van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat elke entiteit op één lijn zit met de strategische doelstellingen en operationele standaarden van de Groep. Het Executive Management Team versterkt deze afstemming door middel van strikte driemaandelijkse evaluaties. Daarbij worden de entiteiten beoordeeld op operationele prestaties, financiële robuustheid en naleving van de ESG-normen. Dit uitgebreide beoordelingsproces onderstrept de toewijding van de Groep aan uitmuntendheid in alle aspecten van zijn activiteiten.
Als aanvulling op deze beoordelingen voert de Controlling & Reporting-functie van JENSEN-GROUP elk kwartaal onafhankelijke evaluaties uit van elke entiteit. Dit dubbele toezichtsmechanisme is ontworpen om een consistent niveau van strategische coherentie, operationele efficiëntie en verantwoordelijkheid op Groepsniveau te garanderen.
De verantwoordelijkheid voor de implementatie van de procedures en richtlijnen van JENSEN-GROUP ligt bij de lokale managementteams. Deze cruciale taak zorgt ervoor dat elke entiteit zich niet alleen houdt aan de strategische richtlijnen van de Groep, maar ook aan de hoge standaarden inzake gedrag en operationele prestaties die JENSEN-GROUP vereist. Door deze gestructureerde en gedisciplineerde aanpak van management en toezicht, bevordert JENSEN-GROUP een cultuur van uitmuntendheid, verantwoordelijkheid en ethisch gedrag in al zijn activiteiten.
Na grondige besprekingen met het Audit- en Risicocomité heeft het management van JENSEN-GROUP een uitgebreid kader van key controls geïmplementeerd voor de financiële verslaglegging die van kracht ging in 2009 en werd uitgebreid met duurzaamheidsrapportage vanaf 2023. Deze controles zijn ontworpen om een redelijke mate van zekerheid te bieden omtrent de betrouwbaarheid van zowel de financiële als de duurzaamheidsrapportage, alsook van de verklaringen die worden vrijgegeven aan externe stakeholders. Lokale managementteams zijn verantwoordelijk voor de implementatie van deze controles, die regelmatig opnieuw worden geëvalueerd en waar nodig aangepast. Bovendien wordt de naleving van deze key controls op lokaal niveau periodiek nagegaan, wat zorgt voor een consistente en robuuste aanpak van het deugdelijk bestuur binnen de hele Groep.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Interne audit
Het Audit- en Risicocomité van de Raad van Bestuur van de vennootschap heeft vastgesteld dat het intern houden van een interne auditfunctie niet de meest effectieve en efficiënte aanpak is om auditactiviteiten binnen de organisatie uit te voeren. Daarom heeft het Comité, na grondig overleg met de externe auditor en een uitgebreide risicoanalyse, een intern auditplan opgesteld. Dit plan omvat het inhuren van een onafhankelijk extern bedrijf om specifieke interne auditprojecten uit te voeren, waarbij gebruik wordt gemaakt van gespecialiseerde en/of lokale expertise die is afgestemd op de behoeften van de Groep. We verwijzen naar de argumenten op de eerste pagina van de Verklaring Deugdelijk Bestuur waarom er geen interne auditfunctie is binnen de Groep.
Voor de uitvoering van interne auditactiviteiten kiest het Audit- en Risicocomité ervoor om deze taken uit te besteden aan een competente lokale auditor. Deze strategische beslissing zorgt voor een hoog niveau van audit-expertise en lokale kennis, waardoor de audits zowel grondig als relevant zijn voor de specifieke operationele context van de entiteiten van JENSEN-GROUP.
In 2025 richtte de interne audit zich op de operationele afstemming van systemen als onderdeel van de voorbereidingen voor de aanstaande wereldwijde migratie.
Bovendien volgt het Audit- en Risicocomité de significante bevindingen uit vorige interne audits nauwgezet op. Deze bevindingen worden regelmatig beoordeeld om de voortgang m.b.t. de geïdentificeerde problemen op te volgen en de verbintenis na te komen om deze problemen volledig op te lossen. Dit iteratieve beoordelingsproces zorgt ervoor dat auditbevindingen niet alleen worden erkend, maar dat er ook effectief naar wordt gehandeld, wat de toewijding van de Groep aan voortdurende verbetering en degelijk risicobeheer nog versterkt.
Naleving van rapporteringsvereisten
JENSEN-GROUP zorgt ervoor dat de standaarden voor financiële rapportering worden nageleefd door alle relevante IFRS-principes (International Financial Reporting Standards), richtlijnen en interpretaties op te nemen in het uitgebreide boekhoudhandboek. Dit handboek vormt de hoeksteen van de procedures en richtlijnen van de Groep, en wordt nauwgezet geüpdatet om wijzigingen of vooruitgang in de boekhoudnormen te weerspiegelen. Hierdoor zijn transparantie, nauwkeurigheid en consistentie in de financiële rapportering binnen de Groep verzekerd.
Daarnaast engageert JENSEN-GROUP zich voor een uitgebreide en transparante (ESG-)rapportering rond milieu, sociaal en bestuur. Daarom zijn alle relevante kwantitatieve rapportage-eisen van het ESRS opgenomen in het ESG-rapportagehandboek, een andere kernpijler van de procedures en richtlijnen van JENSEN-GROUP.
JENSEN-GROUP heeft bewust maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat zijn uitgebreide verzameling procedures en richtlijnen via het intranet van de organisatie gemakkelijk toegankelijk is voor alle lokale management- en personeelsleden. Deze toegankelijkheid ondersteunt een coherent en geïnformeerd personeelsbestand, in lijn met de operationele standaarden en ethische engagementen van de Groep. Ter ondersteuning van een rigoureus toezicht en transparantie, onderneemt JENSEN-GROUP ook bijkomende rapporteringsactiviteiten, zoals vereist door het management en/of het Audit- en Risicocomité. Deze rapporten worden, indien relevant, nauwgezet opgenomen in het boekhoudhandboek.
141
De financiële managers binnen JENSEN-GROUP komen op geregelde tijdstippen bijeen, waarbij ze op de hoogte worden gebracht van de laatste ontwikkelingen in de internationale standaarden voor financiële verslaggeving (IFRS). Op die manier zijn we er zeker van dat alle financiële verslaglegging blijft voldoen aan de meest recente standaarden en volgens de meest recente boekhoudprincipes en -richtlijnen.
Op dezelfde manier worden medewerkers die belast zijn met ESG-rapportering (milieu, sociaal en bestuur) op de hoogte gehouden van de veranderende ESRS-vereisten. Indien nodig worden ook opleidingssessies georganiseerd om de nauwkeurige toepassing van deze updates te vergemakkelijken.
In een strategische stap naar standaardisering en efficiëntie is JENSEN-GROUP bezig om al zijn entiteiten volgens een vooropgesteld tijdsschema te laten omschakelen naar één enkel ERP-systeem (Enterprise Resource Planning). De bedoeling van dit initiatief is ervoor te zorgen dat alle bedrijven binnen de Groep dezelfde software gebruiken voor de rapportering van financiële en ESG-data, waardoor het consolidatieproces wordt gestroomlijnd.
Voor consolidatiedoeleinden worden de meeste bedrijven van JENSEN-GROUP geauditeerd of gecontroleerd door hetzelfde auditbureau, zodat de belangrijke risicofactoren consistent worden geëvalueerd in de externe audits van de verschillende dochterondernemingen.
De externe auditor rapporteert tweemaal per jaar aan het Audit- en Risicocomité over zijn bevindingen en belangrijke problemen. Relevante bevindingen van de interne audit en/of de statutaire auditor worden gerapporteerd, zowel aan het Audit- en Risicocomité als aan het betrokken management. Er wordt periodiek opgevolgd of corrigerende maatregelen werden genomen.
Operationele evaluaties
De operationele prestaties van JENSEN-GROUP worden nauwlettend in de gaten gehouden door het EMT tijdens de driemaandelijkse Business Board and Financial Reviews. Deze sessies zijn uitgebreid en omvatten niet alleen operationele parameters, maar ook een diepgaand financieel onderzoek. Dit financiële onderzoek is er met name op gericht om belangrijke aanpassingen in de resultatenrekening en werkkapitaalposten te identificeren, en in het bijzonder toe te zien op eventuele afwijkingen van de vastgestelde budgetten of projecties. Door operationele en financiële perspectieven te combineren, stellen deze beoordelingen het EMT in staat om een holistisch beeld te behouden van de prestaties van de organisatie. Op die manier kan JENSEN-GROUP tijdig de gebieden identificeren waar aanpassingen of verbeteringen nodig zijn, en blijft hij in lijn met zijn strategische en financiële doelstellingen. Door dit nauwgezette opvolgingsproces speelt het EMT een sleutelrol bij het stimuleren van continue verbetering en het waarborgen van de financiële stabiliteit van de organisatie.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Financiële evaluaties
Om de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de gerapporteerde data te garanderen, voert de Controlling & Reporting-functie van JENSEN-GROUP elk kwartaal een nauwgezette beoordeling uit. Hierbij wordt de financiële nauwkeurigheid van alle data die voorbereid worden voor consolidatie nauwgezet nagekeken, en wordt gecontroleerd of ze in lijn zijn met het budget of de voortschrijdende prognoses. Daarnaast worden eventuele afwijkingen van het budget, de projectie of de cijfers van het voorgaande jaar beoordeeld, en worden de redenen voor deze afwijkingen geanalyseerd.
Na deze uitgebreide evaluatie is het de taak van het EMT van JENSEN-GROUP om een grondige follow-up uit te voeren.
Een belangrijke ratio voor JENSEN-GROUP is de ROCE (Return on Capital Employed). De ROCE is een cruciale benchmark om de financiële efficiëntie en winstgevendheid van JENSEN-GROUP op te volgen en te sturen.
In oktober 2023 heeft JENSEN-GROUP voor het eerst maandelijkse afsluitingen ingevoerd om de transparantie en de nauwkeurigheid van de financiële projecties te verbeteren.
Dit initiatief betekende een cruciale stap voorwaarts in het financieel management van de Groep, waardoor de financiële prestaties frequenter en gedetailleerder kunnen worden opgevolgd. Deze verandering maakt een betere besluitvorming mogelijk door gedurende het hele jaar tijdige en nauwkeurige financiële informatie te verstrekken.
Om een grondige analyse en toezicht te garanderen, wordt alle relevante financiële informatie voorgelegd aan het Audit- en Risicocomité en aan de Raad van Bestuur van JENSEN-GROUP. Vooraleer enige financiële informatie te publiceren, zoals persberichten en andere financiële mededelingen, wordt een nauwgezet beoordelings- en controleproces uitgevoerd, dat uit verschillende fasen bestaat:
- Review door het hoofdkantoor van JENSEN-GROUP: In een eerste fase wordt de financiële informatie grondig beoordeeld op het niveau van het hoofdkantoor door een nauwe samenwerking tussen de CFO en de Controlling & Reporting-functie van de Groep. In deze fase wordt nagegaan of alle data accuraat en volledig zijn, en of ze overeenstemmen met de financiële realiteit en de rapporteringsstandaarden van de Groep.
- Review door het Audit- en Risicocomité: Vervolgens voert het Audit- en Risicocomité zijn eigen onderzoek uit van de financiële informatie. Dit onderzoek focust op de beoordeling van de integriteit van de financiële gegevens, de naleving van de boekhoudnormen en de algemene risico's voor JENSEN-GROUP.
- Goedkeuring door de Raad van Bestuur: Tot slot moet de financiële informatie worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur. Deze laatste stap bevestigt dat de informatie voldoet aan alle vereiste standaarden en in lijn is met de strategie van de Groep, de principes van deugdelijk bestuur en de verwachtingen van de stakeholders.
143
ESG-beoordelingen
De ESG-beoordelingen binnen JENSEN-GROUP vinden elk kwartaal plaats. De nadruk ligt hierbij vooral op het controleren van de ESG-data en de ondersteunende documentatie op nauwkeurigheid en kwaliteit. Het verificatieproces van de ESG-rapportering is rigoureus en gelaagd, om de integriteit en betrouwbaarheid van de voorgestelde data te garanderen.
De eerste verificatiefase vindt plaats op het niveau van de lokale entiteit, waar het personeel dat verantwoordelijk is voor de ESG-rapportage de taak uitvoert onder direct toezicht van de General Manager. Deze stap zorgt ervoor dat de verzamelde data accuraat zijn en aan de bron goed gedocumenteerd.
Vervolgens gebruikt JENSEN-GROUP het “vier-ogen-principe” voor een secundaire controle op Groepsniveau. Dit principe wordt toegepast zodra de ESG-data worden ingediend via de daartoe bestemde rapporteringstool. Dit zorgt voor een extra controlelaag om de geldigheid van de data te bevestigen.
Na de verificatie van de data krijgen de lokale entiteiten de opdracht om eventueel vastgestelde onjuistheden te corrigeren, ter voorbereiding op het beoordelingsproces (verslag met beperkte mate van zekerheid) door een externe auditor. Dit proces wordt strategisch gesynchroniseerd met de financiële auditscyclus, waardoor de samenhang en efficiëntie van de auditactiviteiten wordt verbeterd. De externe auditor is verantwoordelijk voor zowel de financiële als de ESG-audit en brengt verslag uit aan het Audit- en Risicocomité.
Dit rapport, dat jaarlijks wordt uitgebracht, bevat de bevindingen van de beoordeling en benadrukt alle belangrijke kwesties die zijn aangetroffen.
Informatie en communicatie
De controles van JENSEN-GROUP verschaffen het management transparante en betrouwbare informatie op een manier en binnen een tijdsbestek dat hen in staat stelt hun verantwoordelijkheden doeltreffend uit te voeren.
JENSEN-GROUP stelt elk jaar in overleg met de Raad van Bestuur en het Executive Management Team een kalender op voor de financiële rapportering. Die financiële kalender moet ervoor zorgen dat er relevant, volledig en tijdig wordt gerapporteerd naar de externe stakeholders.
In augustus wordt telkens beknopte geconsolideerde tussentijdse informatie vrijgegeven en in de maand maart van het volgende jaar wordt het volledige jaarverslag gepubliceerd. Daarnaast publiceert JENSEN-GROUP trimestriële trading updates. Vooraleer extern wordt gerapporteerd, worden alle persberichten en andere financiële informatie degelijk gecontroleerd door het hoofdkantoor van JENSEN-GROUP, geëvalueerd door het Audit- en Risicocomité en goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Samenstelling van de Raad van Bestuur
De leden van de Raad van Bestuur worden door de aandeelhouders bij eenvoudige meerderheid aangesteld tijdens de aandeelhoudersvergadering.
De bedrijfsstatuten voorzien in de mogelijkheid van benoeming via coöptatie. Bij coöptatie is er sprake van een overgangsregeling waarbij de Bestuurder het mandaat overneemt van een uittredende Bestuurder in plaats van zelf een nieuw mandaat op te nemen. Daarom wordt de overgangsperiode niet in aanmerking genomen als een mandaat in de evaluatie van de onafhankelijkheidscriteria waarbij de vennootschap het totaal aantal jaren als Bestuurder bekijkt.
Volgens de statuten moet de Raad van Bestuur samengesteld zijn uit minstens drie en hoogstens elf leden. Het mandaat van de Bestuurders loopt voor maximum vier jaar. Bovendien vereist de Belgische wet dat de Raad van Bestuur voor minstens één derde uit vrouwen bestaat. JENSEN-GROUP NV voldoet volledig aan deze wet.
De statuten zijn aangevuld met het charter van de Raad van Bestuur. Dit charter bepaalt de taken en verantwoordelijkheden en zal op geregelde tijdstippen herbekeken worden.
Het charter bevat de volgende belangrijke hoofdstukken:
- ‘Werking van de Raad van Bestuur’: dit betreft de aansprakelijkheden van de Bestuurders, het aantal Raden van Bestuur en het aantal vergaderingen van de Comités, de verantwoordelijkheden van de Secretaris, het bepalen van de agenda van de Raad van Bestuur, de vergoeding, oriëntering en opleiding van de Bestuurders, de evaluatie van de CEO en de managementopvolging, de toegang van Bestuurders tot functionarissen en werknemers, en het gebruik van onafhankelijke deskundigen.
- ‘Structuur van de Raad van Bestuur’: dit betreft de grootte van de Raad van Bestuur, de selectie van Bestuurders, de vereiste kwalificaties inclusief onafhankelijkheidscriteria, het ontslag uit de Raad van Bestuur en de duur van de mandaten;
- ‘Comités van de Raad van Bestuur’: dit betreft de oprichting van het Audit- en Risicocomité en van het Nominatie- en Remuneratiecomité.
- ‘Overige’: dit betreft de taken en aansprakelijkheden van de Bestuurders, de ‘Terms of Reference’ van de Voorzitter van de Raad van Bestuur en van het Executive Management, omgang met institutionele beleggers, analisten, pers, klanten, en het brede publiek, beperking van verantwoordelijkheden, beleid om effectenhandel met voorkennis en marktmisbruik te voorkomen, beleid inzake belangenconflicten en gedragscode, en de evaluatie van de resultaten van de Raad van Bestuur.
Voor verdere gegevens verwijzen we naar het hoofdstuk ‘Investor Relations/Deugdelijk Bestuur’ op de website: www.jensen-group.com.
Zoals ook in het verleden al consequent gebeurde, selecteert de vennootschap haar leden van de Raad van Bestuur op een manier die een evenwicht in het profiel van de verschillende Bestuurders mogelijk maakt. De vennootschap zoekt daarbij naar een evenwicht tussen uitvoerende en niet-uitvoerende Bestuurders, Bestuurders die aandeelhouders vertegenwoordigen en onafhankelijke Bestuurders, maar ook m.b.t. de professionele achtergrond, ervaring en het geslacht van de Bestuurders. Het percentage onafhankelijke Bestuurders is 57%. De ratio voor genderdiversiteit binnen de Raad van Bestuur is 2:7.
145
De administratieve, management- en toezichthoudende organen van JENSEN-GROUP bestaan uit de Raad van Bestuur, de Comités van de Raad van Bestuur en het Executive Management Team.
De gecombineerde samenstelling van deze organen wordt hieronder samengevat.
| Orgaan / rol | Aantal leden |
|---|---|
| Totaal leden | 11 |
| Vrouwen | 2 (18%) |
| Mannen | 9 (82%) |
| Niet-uitvoerende Bestuurders (Raad van Bestuur en comités) | 6 |
| Uitvoerende Bestuurders (Executive Management Team) | 5 |
| Uitvoerende Bestuurders die ook lid zijn van de Raad van Bestuur | 1 |
| Vertegenwoordigers van werknemers of arbeiders* | Geen |
- Samenwerking met vakbondsvertegenwoordigers in enkele lokale entiteiten
De meeste leden van de Raad van Bestuur hebben geen banden met de controlerende aandeelhouders van de vennootschap.
De bestuursstructuur ziet er als volgt uit:

VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
De samenstelling van de Raad van Bestuur, de aanwezigheid van de individuele leden van de Raad van Bestuur en hun vergoedingen zijn als volgt:
| Naam | Functie | Onafh. | Einde termijn | Aanwezigheid vergaderingen RvB | Comité | Aanwezig-heid comités | Vergoeding |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| YquitY bv 1 vertegenwoordigd door dhr. Rudy Provoost | Voorzitter | V | 2028 | 100% | NRC | 100% | 125.000 |
| SWID AG 2 vertegenwoordigd door dhr. Jesper Munch Jensen | Bestuurder | 2029 | 100% | - | |||
| TTP bv 1 vertegenwoordigd door dhr. Erik Vanderhaegen | Bestuurder | V | 2029 | 100% | ARC | 100% | 71.500 |
| NRC | 100% | ||||||
| Dhr. Jobst Wagner 1 | Bestuurder | V | 2027 | 100% | ARC | 75% | 62.500 |
| NRC | 100% | ||||||
| Cross Culture Research LLC³ vertegenwoordigd door mevr. Anne Munch Jensen | Bestuurder | 2026 | 100% | 40.000 | |||
| Acacia I bv 1 vertegenwoordigd door mevr. Els Verbraecken | Bestuurder | V | 2027 | 100% | ARC | 100% | 53.500 |
| Dhr. Daisuke Miyauchi 1 | Bestuurder | 2027 | 100% | 40.000 | |||
| Totale vergoeding Raad van Bestuur | 392.500 |
1: Bestuurder
2: Uitvoerend Bestuurder, CEO, vertegenwoordigt de referentieaandeelhouder
3: Bestuurder, vertegenwoordigt de referentieaandeelhouder
ARC: Audit- en Risicocomité
NRC: Nominatie- en Remuneratiecomité
YquitY bv, vertegenwoordigd door dhr. Rudy Provoost. Dhr. Provoost heeft een masterdiploma in psychologie aan de universiteit van Gent en een master in management aan de Vlerick Business School in België, evenals een Executive Master in Change van het Franse INSEAD. Hij heeft senior managementfuncties bekleed bij Rexel in Frankrijk, waar hij CEO en Voorzitter van de Raad van Bestuur was, en bij Royal Philips in Nederland, waar hij lid was van de Raad van Bestuur en CEO van achtereenvolgens Philips Consumer Electronics en Philips Lighting. Momenteel is dhr. Provoost voorzitter van Voka (Vlaams Netwerk van Ondernemingen en Kamers van Koophandel), vicevoorzitter van Vlerick Business School en lid van de raad van bestuur van Pollet Group. Dhr. Provoost is sinds 19 mei 2020 voorzitter van de Raad van Bestuur van JENSEN-GROUP.
SWID AG, vertegenwoordigd door dhr. Jesper Munch Jensen. Dhr. Jensen is de CEO van JENSEN-GROUP.
147
TTP bv, vertegenwoordigd door dhr. Erik Vanderhaegen. Dhr. Vanderhaegen is de voormalige CFO van JENSEN-GROUP. Momenteel is hij CFO van BioFirst Group. Daarvoor was hij bedrijfsrevisor, Corporate Tax, Audit en M&A Manager bij Bekaert NV, M&A Manager bij Greenyard en Managing Director van NIBC bank in België.
Dhr. Jobst Wagner. Dhr. Wagner is Voorzitter en mede-eigenaar van de wereldwijd actieve Rehau Industrial Group. Hij bekleedt ook verschillende andere functies, zoals Voorzitter en mede-eigenaar van Four W. Holding en is de oprichter en Voorzitter van LARIX Foundation.
Cross Culture Research LLC, vertegenwoordigd door mevr. Anne Munch Jensen. Mevr. Jensen heeft een Cum Laude BA in communicatie, in interculturele communicatie van de Annenberg School of Communication, University of Pennsylvania, en heeft een Master of Arts in het Frans van Bryn Mawr College. Mevr. Jensen begon haar carrière als analiste bij Hay Management Consultants, en richtte daarna haar eigen kunstmanagementbedrijf op. Later ontwikkelde ze uitgebreide trainings- en onderwijservaring in het creëren van interculturele leerplannen, met behulp van designdenken en projectgebaseerde leerbenaderingen.
Acacia I bv, vertegenwoordigd door mevr. Els Verbraecken. Mevr. Verbraecken studeerde in 1993 af als handelsingenieur aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Bij Credendo, het Belgische agentschap voor exportkredieten, richtte ze zich op de analyse en beheersing van politieke en commerciële risico's. In 2001 trad ze in dienst bij DEME, waar ze wereldwijde projectrisico's beheerde en financiële plannen en financieringsstructuren uitwerkte voor tal van internationale projecten. Daarna was ze van april 2013 tot mei 2024 CFO van DEME Group. Vanaf juni 2024 heeft ze beslist om zich toe te leggen op haar mandaten als onafhankelijk Bestuurder.
Dhr. Daisuke Miyauchi, niet-uitvoerend Bestuurder. Dhr. Daisuke Miyauchi is de gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de Raad van Bestuur van Miura Co., Ltd. sinds april 2016.
Werner Vanderhaeghe bv, vertegenwoordigd door dhr. Werner Vanderhaeghe. Dhr. Vanderhaeghe is Senior Counsel bij het advocatenkantoor Kadrant in Brussel, en is de secretaris van de vennootschap. Hij treedt ook op als Raadsman van JENSEN-GROUP. Daarvoor was dhr. Vanderhaeghe vennoot bij de internationale advocatenfirma White and Case LLP (Brussel), en Senior Counsel bij de internationale advocatenfirma Morgan, Lewis and Bockius LLP (Frankfurt en Brussel). Daarnaast bekleedde hij functies als General Counsel bij Bekaert Group en de Agfa-Gevaert Groep.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR

Van links naar rechts: dhr. Daisuke Miyauchi, dhr. Jobst Wagner, mevr. Els Verbraecken, dhr. Rudy Provoost, dhr. Jesper Munch Jensen, mevr. Anne Munch Jensen, dhr. Erik Vanderhaegen, en dhr. Werner Vanderhaeghe.
De Raad van Bestuur kwam in 2025 vijfmaal samen. De onderwerpen op de agenda van die bijeenkomsten waren:
- algemene strategie, strategische plannen, risicobeoordeling, organisatie, opstellen en opvolgen van voortschrijdende prognoses en budgetten van JENSEN-GROUP;
- economische- en marktontwikkelingen;
- financiële structuur en resultaten van JENSEN-GROUP en de externe rapportering;
- persberichten van de JENSEN-GROUP;
- bijeenroeping van de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering;
- langlopende incentive-regeling;
- investerings- en M&A-projecten;
- waardecreatie en voordelen voor aandeelhouders;
- deugdelijk bestuur en naleving;
- zelfevaluatie van de Raad van Bestuur;
- herbenoeming van Bestuurders.
Afhankelijk van de onderwerpen op de agenda, werden leden van het Executive Management Team van JENSEN-GROUP uitgenodigd op de vergaderingen van de Raad van Bestuur en op de vergaderingen van de Comités van de Raad van Bestuur.
149
Evaluatie van de Raad van Bestuur
Van tijd tot tijd voeren de Raad van Bestuur en de Comités van de Raad van Bestuur een zelfevaluatie uit om te bepalen in hoeverre zij effectief functioneren. Daarbij vullen alle leden van de Raad van Bestuur en de Comités een vragenlijst in. De General Counsel van de Groep of een externe partij maakt nadien een samenvatting van de individuele resultaten, trends en aantekeningen.
De samenvattingen richten zich op de bijdrage van de Raad van Bestuur en de Comités van de Raad van Bestuur aan de vennootschap, specifiek op gebieden waarin de Raad van Bestuur of het Executive Management meent dat de Raad van Bestuur of zijn Comités beter zouden kunnen doen. De resultaten, trends en opmerkingen worden vervolgens binnen de Raad van Bestuur besproken, waarna actiepunten worden afgeleid en uitgevoerd.
De bijdrage van de individuele leden van de Raad van Bestuur wordt voortdurend en op een informele manier geëvalueerd tijdens de vergaderingen van de Raad van Bestuur. In 2024 voerde de Raad van Bestuur een zelfevaluatie uit, waarvan de resultaten tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur in maart 2024 werden besproken. Bij die gelegenheid scoorde de Raad van Bestuur zijn globale prestaties met ‘geen verbetering vereist’. De leden van de Raad van Bestuur gingen volledig akkoord met de hoofdonderdelen van doeltreffend bestuur die ze moesten bekijken, en beoordeelden de globale prestaties van de Raad van Bestuur als goed en doeltreffend.
Comités opgericht door de Raad van Bestuur
Nominatie- en Remuneratiecomité
Het Nominatie- en Remuneratiecomité bestaat uit YquitY bv, vertegenwoordigd door dhr. Rudy Provoost (Voorzitter van het Comité), dhr. Jobst Wagner, en TTP bv, vertegenwoordigd door dhr. Erik Vanderhaegen.
De drie leden van het Comité kwalificeren als onafhankelijke Bestuurders. Alle leden van het Comité hebben ervaring in HR-management en remuneratiebeleid.
Het Nominatie- en Remuneratiecomité vergaderde tweemaal in 2025. Beide vergaderingen werden gedeeltelijk bijgewoond door de CEO. De onderwerpen op de agenda van die bijeenkomsten waren:
- bespreking en goedkeuring van het remuneratieverslag en het remuneratiebeleid;
- de langlopende incentive-regeling;
- de remuneratie van en de bonussen voor het Executive Management Team van JENSEN-GROUP;
- de zelfevaluatie van het Comité;
- de samenstelling van de Raad van Bestuur;
- de herverkiezing van leden van de Raad van Bestuur;
- het programma leiderschapsontwikkeling;
- HR met het oog op het strategisch proces;
- deugdelijk bestuur en naleving.
In 2024 voerde het Nominatie- en Remuneratiecomité een zelfevaluatie uit. De resultaten hiervan werden besproken tijdens de vergadering van het Nominatie- en Remuneratiecomité in maart 2024. Bij die gelegenheid scoorde het Comité zijn globale prestaties met ‘geen verbetering vereist’.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
De leden van het Comité gingen volledig akkoord met de hoofdonderdelen van doeltreffend bestuur die ze moesten bekijken, en beoordeelden de globale prestaties van het Comité als goed en doeltreffend.
Het Nominatie- en Remuneratiecomité gebruikt zijn charter als referentie. Het charter van het Audit- en Risicocomité vindt u op de website van de Groep https://www.jensen-group.com onder de rubriek 'Investor Relations/Deugdelijk Bestuur'. Het charter behandelt de volgende onderwerpen:
- autoriteit;
- doelstellingen;
- samenstelling;
- taak van de Voorzitter;
- verantwoordelijkheden;
- vergaderingen;
- aanwezigheid;
- afwezigheid van eenstemmigheid;
- objectiviteit;
- toegang tot management;
- rapportering en beoordeling;
- remuneratierapport;
- prestatiebeoordeling.
Audit- en Risicocomité
Het Audit- en Risicocomité bestaat uit TTP bv, vertegenwoordigd door dhr. Erik Vanderhaegen (Voorzitter van het Comité), dhr. Jobst Wagner en Acacia I bv, vertegenwoordigd door mevr. Els Verbraecken.
De drie leden van het Comité kwalificeren als onafhankelijke Bestuurders. Alle leden van het Comité hebben expertise in de activiteiten van de vennootschap en de meeste hebben ervaring in boekhouding en audit.
Tijdens 2025 kwam het Audit- en Risicocomité viermaal samen. Twee vergaderingen werden gehouden in aanwezigheid van de externe auditor Deloitte Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door mevr. Charlotte Vanrobaeys.
De onderwerpen op de agenda van die bijeenkomsten waren:
- risicobeheersing en intern controleproces;
- samenvatting van de management brieven extern auditbureau;
- interne audit;
- geconsolideerde financiële resultaten;
- bevindingen van de externe audit m.b.t. de jaarrekening van 31 december 2024;
- bevindingen van de herzieningsprocedures voor de tussentijdse staten per 30 juni 2025;
- auditplan van het externe auditbureau;
- financiële verslagen, inclusief niet-financiële informatie, verkorte financiële verslagen en ESEF;
- financiële structuur van JENSEN-GROUP;
- persberichten, inclusief trading updates;
- waardecreatie en voordelen voor aandeelhouders;
- beheer van de liquide middelen;
- belastingaudit en transferprijzen;
- beoordelingen van lokale financieringsorganisaties;
151
- verzekeringen;
- deugdelijk bestuur en naleving;
- zelfevaluatie van het Comité;
- non-audit fees;
- investeringen en M&A-projecten, inclusief allocatie van aankoopprijs;
- digitaliseringsproces;
- exportcontrole en compliance;
- mandaat van de externe auditor.
In 2024 voerde het Audit- en Risicocomité een zelfevaluatie uit. De resultaten van deze zelfevaluatie werden besproken tijdens de vergadering van het Audit- en Risicocomité in maart 2024. Bij die gelegenheid scoorde het Comité zijn globale prestaties met ‘geen verbetering vereist’. De leden van het Comité gingen volledig akkoord met de hoofdonderdelen van doeltreffend bestuur die ze moesten bekijken, en beoordeelden de globale prestaties van het Comité als goed en doeltreffend.
Het Audit- en Risicocomité gebruikt zijn charter als referentiekader. Het charter van het Audit- en Risicocomité vindt u op de website van de Groep https://www.jensen-group.com onder de rubriek ‘Investor Relations/Deugdelijk Bestuur’. Het charter behandelt de volgende onderwerpen:
- taken en verantwoordelijkheden;
- het aantal vergaderingen;
- de samenstelling van het Audit- en Risicocomité;
- de taak van de Voorzitter;
- de aanwezigheid van de externe auditor;
- prestatiebeoordeling.
Het senior management is telkens aanwezig op een deel van de vergadering van het Audit- en Risicocomité. De rest van de vergadering is gereserveerd voor een uitvoerende sessie met de externe auditor en de leden van het Comité.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Belangenconflicten binnen de Raad van Bestuur
Conform het Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 2019 dienen de leden van de Raad van Bestuur de Voorzitter vooraf op te hoogte te stellen indien er een agendapunt is waarbij zij een belangenconflict, direct of indirect, van financiële of andere aard, hebben. Ze nemen geen deel aan de vergadering, noch aan de stemming over dat punt. De Voorzitter en de Raad van Bestuur zien erop toe dat er geen potentiële belangenconflicten zijn die niet binnen de definitie van het Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 2019 vallen. Op elke vergadering van de Raad van Bestuur wordt standaard nagegaan of er potentiële belangenconflicten zijn.
In de loop van 2025 doken verschillende mogelijke belangenconflicten op tijdens de vergaderingen met de Raad van Bestuur. Die betroffen (i) de herbenoeming van een lid van de Raad van Bestuur, (ii) het dividendvoorstel, (iii) het remuneratierapport met inbegrip van de verhogingen van de basislonen en de bonusdoelstellingen voor 2025 voor de leden van het Executive Management Team (en de CEO), en (iv) de discussie over het programma voor de terugkoop van aandelen. In het kader van deze laatste discussie werd artikel 7:97 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen 2019, met inbegrip van de beoordeling van een aanbeveling door een comité van onafhankelijke Bestuurders, toegepast op het besluit om het terugkoopprogramma van aandelen en het mandaat verder uit te voeren. Zoals eerder vermeld, bevinden de relevante uittreksels van de notulen van de genoemde vergaderingen van de Raad van Bestuur zich in Bijlage I, en worden ze bijgevoegd als een bewijsstuk bij dit jaarverslag.
Bij twijfel wordt aan de betrokken Bestuurder of manager een geschreven nota gevraagd, waarin de reden van afwezigheid van belangenconflict wordt toegelicht.
Protocol ter voorkoming van misbruik van voorkennis
JENSEN-GROUP NV heeft reeds lang een protocol ter voorkoming van misbruik van voorkennis en ter voorkoming van ongepast gedrag of de schijn van dergelijk gedrag. Na de invoering van een nieuwe Europese verordening en toepasselijke richtlijnen inzake marktmisbruik heeft de Raad van Bestuur de richtlijnen hierover herzien. Die zijn opgenomen in een 'Protocol ter voorkoming van marktmisbruik'.
De bedoeling van dit protocol is, inter alia, om informatie te verstrekken aan:
- elke persoon die bevoorrechte informatie bezit (hetzij als aandeelhouder, Bestuurder, lid van het Executive Management Team, medewerker, service provider of enig ander persoon op grond van zijn functie, verantwoordelijkheden of tewerkstelling), over: (i) hun wettelijke en bestuursrechtelijke plichten met betrekking tot de voorkoming van voorkennis, het geven van tips en het onwettig verspreiden van bevoorrechte informatie; en (ii) de toepasselijke sancties;
- elke persoon die beschouwd wordt als referentieaandeelhouder, key manager, persoon met managementverantwoordelijkheid of sleutelmedewerker van de vennootschap van het feit dat zij en, bij uitbreiding, hun echtgenoot of echtgenote, inwonende meerderjarige kinderen en adviseurs onder geen enkel beding aandelen van de vennootschap mogen kopen of verkopen gedurende een bepaalde periode, d.i.:
- de periode van 60 kalenderdagen onmiddellijk voorafgaand aan de aankondiging van de jaarresultaten van de vennootschap tot en met de 48 uur die volgen op deze aankondiging;
- de periode van 30 kalenderdagen onmiddellijk voorafgaand aan de aankondiging van de halfjaarresultaten van de vennootschap tot en met de 48 uur die volgen op deze aankondiging;
-
de periode van 30 kalenderdagen onmiddellijk voorafgaand aan de aankondiging van de trimestriële trading updates van de vennootschap tot en met de 48 uur die volgen op deze aankondiging;
-
aan elke persoon die beschouwd wordt als referentieaandeelhouder, key manager, persoon met managementverantwoordelijkheid of sleutelmedewerker van de vennootschap van het feit dat zij en, bij uitbreiding, hun echtgenoot of echtgenote, inwonende kinderen en adviseurs, elke transactie in aandelen van de vennootschap aan de Compliance Officer van de vennootschap en aan de Belgische toezichthouder moeten rapporteren (d.i. de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten of, kortweg, FSMA) als en wanneer het totale bedrag van de transacties de drempel van 5.000 euro bereikt of overschrijdt binnen een bepaald kalenderjaar.
De Groep eist een ondertekende verklaring van alle betrokkenen, waarin zij bevestigen dat zij het protocol ter voorkoming van marktmisbruik hebben gelezen, dat zij de inhoud ervan begrijpen en dat zij ermee akkoord gaan om de bepalingen ervan na te leven.
Niettegenstaande het voorgaande dienen alle aandelentransacties door de Compliance Officer te worden goedgekeurd vooraleer ze kunnen plaatsvinden. Bovendien moeten alle Bestuurders en leden van het Executive Management Team per kwartaal elke handel in aandelen van de vennootschap aan de Compliance Officer rapporteren of desgevallend melden dat er geen handel heeft plaatsgevonden. Mevr. Scarlet Janssens is de Compliance Officer van JENSEN-GROUP NV.
Op 31 december 2025 hadden de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Management Team 34.386 aandelen. Mevr. Anne Munch Jensen en dhr. Jesper M. Jensen bezitten indirect aandelen van JENSEN-GROUP NV, zie in onderstaande Toelichting 8 – Eigen vermogen. Er zijn geen warrants uitgeoefend.
Het protocol ter voorkoming van misbruik van voorkennis en relevante bepalingen uit het protocol ter voorkoming van marktmisbruik zijn opgenomen in het charter van de Raad van Bestuur. Het charter van het Audit- en Risicocomité vindt u op de website van de Groep https://www.jensen-group.com onder de rubriek 'Investor Relations/Deugdelijk Bestuur'.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Duurzaamheidsgerelateerde onderwerpen behandeld door toezichthoudende organen en het management
Duurzaamheid maakt al jaren deel uit van het DNA van de JENSEN-GROUP. Om de impact van de maatregelen van de Groep te vergroten, werd ESG toegevoegd als een strategische drijfkracht voor de bedrijfsvoering. In 2023 resulteerde dit in de aanstelling van een Head of Corporate Sustainability die rechtstreeks rapporteert aan het Executive Management Team. Met de creatie van deze nieuwe functie heeft de Groep de nodige stappen genomen om ervoor te zorgen dat de bedrijfspraktijken, producten en diensten milieuvriendelijk zijn, en voldoen aan zowel wettelijke als ESG-vereisten en regelgeving. Op die manier heeft de Raad van Bestuur zijn engagement opnieuw bevestigd om een verantwoord en duurzaam leiderschap te garanderen. De ervaring van de Raad van Bestuur omvat de belangrijkste sectoren, producten en geografische locaties die relevant zijn voor onze activiteiten. Op die manier kunnen we goed geïnformeerd advies geven en beslissingen nemen over onze wereldwijde voetafdruk en met betrekking tot duurzaamheidsrisico's en -kansen. JENSEN-GROUP rapporteert sinds 2024 volgens de ESRS.
De verantwoordelijkheden om toe te zien op impact, risico's en kansen met betrekking tot duurzaamheid zijn duidelijk vastgelegd. De rol van het management in bestuursprocessen is cruciaal, waarbij de verantwoordelijkheden voor het overzien van duurzaamheidsrisico's en -kansen werden gedelegeerd aan het Executive Management Team, dat via vaste rapportagelijnen rechtstreeks rapporteert aan de Raad van Bestuur. Er zijn speciale controles en procedures om duurzaamheidsrisico's op te volgen, en ze zijn geïntegreerd met onze interne functies voor effectief management en toezicht. Het Executive Management Team houdt driemaandelijkse vergaderingen met het Head of Corporate Sustainability om de prioriteiten en doelstellingen op het vlak van duurzaamheid te bespreken. De Raad van Bestuur en zijn Comités krijgen elk kwartaal een ESG-update van het Executive Management Team over de onderwerpen die werden besproken en besloten met het Head of Corporate Sustainability. Deze updates omvatten de implementatie van due diligence-processen, de resultaten en effectiviteit van het beleid en de geïmplementeerde acties, evenals belangrijke maatstaven en de voortgang ten opzichte van de doelen die zijn vastgesteld om deze zaken aan te pakken. Deze rapportage zorgt ervoor dat onze bestuursorganen goed geïnformeerd blijven en beslissingen kunnen nemen die in lijn zijn met onze duurzaamheidsdoelstellingen.
Bij het toezicht op de strategie van de vennootschap, belangrijke transacties en risicobeheersingsprocessen houdt de Raad van Bestuur actief rekening met de geïdentificeerde duurzaamheidsimpact, risico's en kansen. De integratie van deze factoren in de strategische besluitvorming is ingebed in de bestuursstructuur, waarbij ESG een van de zes strategische drijfveren is die geleid worden door het Head of Corporate Sustainability. Deze aanpak laat zien dat duurzaamheid een centrale rol speelt in alle relevante beslissingen.
Om ervoor te zorgen dat de Groep over de nodige expertise beschikt om duurzaamheidskwesties aan te pakken, evalueren de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen regelmatig de beschikbare vaardigheden, en proberen ze verdere expertise te ontwikkelen door middel van opleidingen of door externe experts in te schakelen. Dit zorgt ervoor dat de Raad van Bestuur effectief toezicht kan houden op de materiële duurzaamheidsimpact, -risico's en -kansen waarmee de Groep wordt geconfronteerd.
155
De expertise op het vlak van duurzaamheid is nauw afgestemd op de materiële risico's en kansen die zijn geïdentificeerd in de activiteiten van de Groep. Zo kan het management weloverwogen doelen stellen en de voortgang ervan nauwgezet opvolgen.
De Groep heeft hetzelfde deugdelijk bestuur opgezet voor financiële en duurzaamheidsrapportage. Het Audit & Risicocomité volgt het financiële en duurzaamheidsrapporteringsproces op, inclusief een beoordeling van de risicobeoordeling, interne controles en hun operationele doeltreffendheid. JENSEN-GROUP engageert zich om de nauwkeurigheid van de financiële en duurzaamheidsrapportering te garanderen. De financiële rapportering wordt geauditeerd door een onafhankelijk auditbureau dat ook instaat voor de verificatie van de duurzaamheidsgegevens voor beperkte zekerheid.
De volgende belangrijke impact, risico's en kansen (IRO's) werden tijdens de verslagperiode behandeld door de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de Groep:
- Milieu-IRO's: diepgaandere analyse van maatregelen om Scope 2- en 3-emissies tijdens de gebruiksfasen te verminderen en ontwikkeling van service- en aftermarket-oplossingen voor verbeterde duurzaamheid en repareerbaarheid van apparatuur. Er werden strengere controles op schadelijke stoffen ingevoerd als onderdeel van de bijgewerkte ESG-criteria in de inkooprichtlijnen;
- Sociale en bestuurs-IRO's: het volgen van ethische bedrijfspraktijken werd versterkt door de invoering van een opleiding over de gedragscode voor alle werknemers en de introductie van verbeterde inkooprichtlijnen voor leveranciers om het belang van leveranciers met een gedragscode te onderstrepen. Lancering van het ESG Influencer-initiatief om duurzaamheid dieper in de bedrijfscultuur te verankeren.
In het due diligence-proces van de dubbele materialiteitsbeoordeling werden geen nieuwe materiële onderwerpen of doelstellingen geïdentificeerd en werd de aandacht van het Executive Management Team gericht op het consolideren en verdiepen van de implementatie van bestaande duurzaamheidsprioriteiten binnen de hele Groep. De Raad van Bestuur en zijn Comités werden op de hoogte gehouden over de resultaten van de dubbele materialiteitsbeoordeling en de materiële onderwerpen waarover volgens het ESRS moet worden gerapporteerd.
Voor meer informatie over duurzaamheidsonderwerpen verwijzen we naar de duurzaamheidsverklaring in dit jaarverslag.
Executive Management
De Raad van Bestuur van JENSEN-GROUP NV heeft ervoor gekozen om haar bestaande structuur met een collegiaal bestuursorgaan, zoals waarnaar verwezen wordt in artikel 7:85 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 2019, te consolideren, waarbij de bevoegdheden voor het dagelijks beheer bij het Executive Management Team berusten, in tegenstelling tot het toezicht en de controle door de Raad van Bestuur, duidelijk zijn omschreven en op elkaar zijn afgestemd.
In de loop van 2009 werd een Executive Management Team aangesteld dat bestaat uit de Chief Executive Officer (CEO), de Chief Financial Officer (CFO), de Chief Operating Officer (COO) en de Chief Digital Officer (CDO). Op 1 januari 2024 heeft de Groep een Chief Innovation Officer (CIO) aangesteld.
De CEO leidt de vergaderingen van het Executive Management Team.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Het Executive Management Team is verantwoordelijk voor:
- de uitvoering van de globale strategie van JENSEN-GROUP, die door de Raad van Bestuur is ontwikkeld;
- de invoering en implementatie van een intern controleproces en van risicobeheersingsprocessen, in overeenstemming met de aard, organisatie en grootte van JENSEN-GROUP;
- de invoering en uitrol van het Ethical Business Policy Statement en van de gedragscode voor leveranciers;
- de voorbereiding van de jaarrekening, de duurzaamheidsverklaringen en tussentijdse rapporteringen;
- de verslaggeving van de CEO en CFO aan de Raad van Bestuur over de financiële situatie en de duurzame activiteiten van JENSEN-GROUP;
- het regelmatig verschaffen aan de Raad van Bestuur van alle voor de Raad noodzakelijke informatie om haar taken uit te voeren; en
- de evaluatie van het productiebeleid.
Het Executive Management Team vergadert minstens eenmaal per kwartaal en is als volgt samengesteld:
- dhr. Jesper Munch Jensen, CEO;
- dhr. Doga Cagdas, CFO;
- dhr. Fabian Lutz, CDO;
- dhr. Martin Rauch, COO;
- dhr. Mads Andresen, CIO.

Van links naar rechts: dhr. Mads Andresen, dhr. Doga Cagdas, dhr. Jesper Munch Jensen, dhr. Martin Rauch en dhr. Fabian Lutz.
Dhr. Jesper Munch Jensen, vaste vertegenwoordiger van SWID AG, startte zijn loopbaan bij de Swiss Bank Corporation waar hij als effectenmakelaar werkte op de Zwitserse beurs (1984-1987). Hij behaalde een MBA aan de Business School Lausanne, en trad in 1991 in dienst bij de JENSEN-GROUP als assistent general manager van JENSEN Holding. Dhr. Jensen werd CEO van JENSEN-GROUP in 1996.
Dhr. Doga Cagdas behaalde een bachelordiploma economie aan de Koc University in Istanbul en een Executive MBA aan het TRIUM Global Executive MBA-programma, een samenwerking tussen NYU Stern, LSE en HEC Paris. Hij begon zijn carrière bij Arthur Andersen als financieel auditor, en doorliep daarna het Financial Management Program van General Electric in Parijs.
Gedurende zeven jaar bij GE bekleedde hij verschillende financiële functies in Frankrijk, Duitsland en België. In 2008 stapte Doga over naar WABCO Holdings in België, waar hij verschillende leidinggevende functies bekleedde, waaronder Sourcing & Purchasing Finance Leader, Business Unit and Division Finance Leader, Global VP of FP&A en Global Commercial Finance VP. Hij leidde ook de afdeling Mergers and Acquisitions van WABCO, waar hij toezicht hield op verschillende acquisities en desinvesteringen. In 2019 trad Doga in dienst bij Schreder als Global CFO, waar hij het digitale transformatieproject van het bedrijf superviseerde. Later was hij Global CFO bij AGP Glass vooraleer hij zijn huidige functie bij JENSEN-GROUP opnam.
Dhr. Mads Andresen heeft een bachelordiploma in software engineering van de Universiteit van Zuid-Denemarken in Odense. Nadat hij in 2001 afgestudeerd was, richtte hij een aantal bedrijven in mobiele robotica en softwareontwikkeling op. Vanaf 2003 werkte Mads drie jaar bij B&R Industrial Automation (lid van de ABB Group) als ontwikkelaar van softwaretoepassingen. Hij schreef er software voor machines en robots in diverse sectoren. Daarna werkte hij drie jaar als softwareontwikkelaar bij een klein Deens familiebedrijf dat machines voor industriële wasserijen produceerde. In 2009 stond dhr. Andresen mee aan de wieg van Inwatec ApS, een partnerbedrijf van de JENSEN-GROUP sinds 2018. Hij werd aangesteld als Chief Innovation Officer in 2024.
Dhr. Fabian Lutz behaalde een diploma Project Management en een diploma Telematica-Informatie. Hij behaalde ook een certificaat van hogere studies Business Intelligence aan de Universiteit voor Toegepaste Wetenschappen in Bern. Na zijn praktische opleiding als federaal gecertificeerd mechanica- en automatiseringsingenieur bij Landis en Gyr (nu Siemens) in Zug, Zwitserland, trad dhr. Lutz in 1999 in dienst bij de JENSEN-GROUP als IT-manager voor de activiteiten in Zwitserland. Dhr. Lutz werd in 2008 benoemd tot hoofd ICT van JENSEN-GROUP. Sinds januari 2020 is hij CIO van de JENSEN-GROUP en in 2021 werd hij aangesteld als Chief Digital Officer.
Dhr. Martin Rauch behaalde een bachelor in electrical engineering. Na het einde van zijn studies in 1989 startte hij bij JENSEN AG Burgdorf, waar hij verschillende posities bekleedde binnen productie- en verkoopafdelingen. In 2003 werd dhr. Rauch algemeen directeur van JENSEN AG Burgdorf en van JENSEN Sweden AB toen in 2006 de Business Unit Garment Technology gevormd werd. Dhr. Rauch trad toe tot het Executive Management Team in 2009 en bekleedde verschillende functies. In 2021 werd hij benoemd tot Chief Operating Officer.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Remuneratierapport
Remuneratiebeleid
Het remuneratiebeleid van het bedrijf is bedoeld om de meest gekwalificeerde en getalenteerde Bestuurders, kaderleden en medewerkers aan te trekken en te behouden die nodig zijn om de langetermijnontwikkeling en groei van JENSEN-GROUP te ondersteunen. Door een competitief vergoedingspakket aan te bieden wil de vennootschap de individuele prestaties bevorderen en de individuele belangen van de Bestuurders, kaderleden en werknemers afstemmen op die van de aandeelhouders en andere stakeholders.
Met de hulp van externe, onafhankelijke adviseurs gaat het Nominatie- en Remuneratiecomité regelmatig na of de vergoedingspakketten van de Raad van Bestuur en het Executive Management Team marktconform zijn.
De aandeelhouders hebben het remuneratiebeleid goedgekeurd tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering op 21 mei 2024.
Het remuneratiebeleid van het Audit- en Risicocomité vindt u op de website van de Groep https://www.jensen-group.com onder de rubriek 'Investor Relations/Remuneratiebeleid'.
Remuneratie van de Raad van Bestuur
De remuneratie van de niet-uitvoerende Bestuurders is gebaseerd op hun verantwoordelijkheid en hun specifieke taken binnen de Raad van Bestuur. De niet-uitvoerende Bestuurders, met uitzondering van de Voorzitter, ontvangen een vaste vergoeding van 22.000 euro per jaar en een vergoeding volgens aanwezigheid van 3.000 euro per Raad van Bestuur en 1.000 euro indien de Raad van Bestuur telefonisch verloopt. De leden van de Comités van de Raad van Bestuur ontvangen een vaste vergoeding van 7.500 euro per jaar en een vergoeding volgens aanwezigheid van 1.500 euro per vergadering. De Voorzitter van een Comité ontvangt een extra vaste vergoeding van 15.000 euro per jaar. De Voorzitter van de Raad van Bestuur ontvangt een vaste vergoeding van 125.000 euro per jaar, die wordt geacht in overeenstemming te zijn met de eigenlijke diensten die moeten worden geleverd. De Bestuurders ontvangen geen variabele vergoeding.
De CEO ontvangt geen vergoeding als Bestuurder.
De aandeelhouders hebben het remuneratiebeleid goedgekeurd tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering op 21 mei 2024.
Tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering op 20 mei 2025 hebben de aandeelhouders het remuneratierapport met een grote meerderheid goedgekeurd. Er hoefden dus geen wijzigingen in het remuneratierapport te worden aangebracht.
De vergoedingen volgens aanwezigheid zoals uiteengezet op pagina 147, zijn zo berekend dat ze bijdragen aan een langdurig engagement voor de Groep.
In 2025 bedroeg de totale vergoeding betaald aan de leden van de Raad van Bestuur en aan de leden van de Comités 392.500 euro.
Dhr. Jobst Wagner bezit 18.220 aandelen. SWID AG, vertegenwoordigd door dhr. Jesper M. Jensen, bezit 15.000 aandelen. Mevr. Anne Munch Jensen en dhr. Jesper Munch Jensen bezitten elk 2.333 aandelen en bezitten indirect aandelen van JENSEN-GROUP NV, zoals beschreven in onderstaande Toelichting 8 – Eigen vermogen.
159
Er zijn geen warranten uitgeoefend en er zijn geen aandelenoptieplannen voor de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. Geen enkele Bestuurder kan een vergoeding in de context van een openbaar overnamebod ontvangen, noch zijn er overeenkomsten of regelingen die zullen worden gewijzigd of niet langer van toepassing zullen zijn in het geval van een openbaar overnamebod.
Remuneratie van het Executive Management Team
Tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van 20 mei 2025 hebben de aandeelhouders met een ruime meerderheid het remuneratierapport 2024 goedgekeurd, waarvan de remuneratie van het Executive Management Team een integraal onderdeel vormt.
Op voorstel van de CEO geeft het Nominatie- en Remuneratiecomité aanbevelingen betreffende de benoeming en verloning van het Executive Management Team. Het Comité bespreekt het remuneratiebeleid, de salarisniveaus en de individuele prestatiebeoordelingen van de leden van het Executive Management Team in detail.
Daarbij beoordeelt het comité of de vergoedingsniveaus in overeenstemming zijn met de heersende marktomstandigheden en vergelijkt het periodiek de marktconformiteit van de vergoedingspakketten met de hulp van externe, onafhankelijke adviseurs. Tijdens zijn vergadering van 4 november 2025 heeft het Nominatie- en Remuneratiecomité de vergoeding van het Executive Management Team geëvalueerd en bepaalde verhogingen aanbevolen om de marktconformiteit te blijven waarborgen. Er wordt verwezen naar de relevante hoofdstukken in het jaarverslag voor een gedetailleerde beschrijving van de operationele resultaten voor de verschillende divisies van JENSEN-GROUP, en bijgevolg ook van de vergoeding voor het Executive Management Team.
De externe auditor gaat na of de verloning die is betaald aan het Executive Management Team overeenstemt met de bedragen die het Nominatie- en Remuneratiecomité voorstelde en de Raad van Bestuur goedkeurde.
De remuneratie van het Executive Management Team bestaat uit een basisloon, een jaarlijkse kortlopende incentive-regeling en een meerjarige langlopende incentive-regeling. De kortlopende incentive-regeling, bonusbetalingen, worden cash uitbetaald of gebruikt voor een pensioenplan, afhankelijk van het land waar de manager woont. Daarnaast kunnen executive managers een levensverzekering, overige verzekeringen en voordelen ontvangen. De benoemingen in de Raad van Bestuur van bepaalde dochterondernemingen kunnen ook worden vergoed. Executive managers beschikken over alle nodige middelen om hun verplichtingen uit te voeren.
Daar waar een pensioenplan aanwezig is, nemen de leden van het Executive Management Team daaraan deel.
Zoals vermeld onder de paragraaf over de remuneratie van de leden van de Raad van Bestuur ontvangt de CEO geen enkele vergoeding als lid van de Raad van Bestuur van de vennootschap.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Voor het jaar 2025 bedragen de totale uitbetaalde brutovergoedingen aan het Executive Management Team, inclusief de vergoeding aan de CEO, 3.194.485 euro. Zoals voorgeschreven door het Belgische Wetboek van vennootschappen van 2019 worden de lonen van de leden van het Executive Management Team op individuele basis bekendgemaakt. Dit totale bedrag is als volgt samengesteld:
| In euro | 2025 | 2025 | 2025 | 2025 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| CEO | CFO | CDO | COO | CIO | |
| Basisvergoeding | 224,305 | 392,694 | 241,177 | ||
| Gefactureerde diensten | 864,190 | 420,000 | |||
| Variabele vergoeding over een jaar | 529,980 | 72,450** | 73,630 | 233,162 | 49,441 |
| Vaste onkosten | 5,122 | 12,805 | |||
| Extralegale voordelen | 8,247 | 6,339 | 19,877 | ||
| Pensioenplan | 7,742 | 14,030 | 19,294 | ||
| Totaal | 1.394.170 | 492,450 | 319,046 | 659,030 | 329,789 |
| Deel vast en variabel: vast | 62% | 85% | 77% | 65% | 85% |
| Deel vast en variabel: variabel | 38% | 15% | 23% | 35% | 15% |
De CFO is lid van het EMT per 1 oktober 2024
| In euro | 2024 | 2024 | 2024 | 2024 | 2024 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| CEO | CFO | Verkozen CFO | CDO | COO | CIO* | |
| Basisvergoeding | 386.311 | 220.659 | 386.311 | 188.742 | ||
| Gefactureerde diensten | 848.853 | 105.000 | ||||
| Variabele vergoeding over een jaar | 353.577 | 223.557 | 72.433 | 212.471 | ||
| Vaste onkosten | 12.597 | 5.039 | 12.597 | |||
| Extralegale voordelen | 7.369 | 7.558 | 6.236 | 21,276 | ||
| Pensioenplan | 13.650 | 7.597 | 13.750 | 15.099 | ||
| Totaal | 1.202.430 | 643.484 | 105.000 | 313.286 | 631.365 | 225.117 |
| Deel vast en variabel: vast | 71% | 65% | 100% | 77% | 66% | 100% |
| Deel vast en variabel: variabel | 29% | 35% | 0% | 23% | 34% | 0% |
- De CIO is lid van het EMT per 1 januari 2024; daarom wordt de bonus voor 2023 niet vermeld.
De basisvergoeding omvat de lonen van de bezoldigde leden van het Executive Management Team. Het bedrag verwijst naar hun volledige vergoedingspakketten voor aftrek van lokale belastingen en bijdragen voor verplichte pensioenplannen. De basisvergoeding omvat de vergoedingen die worden ontvangen voor benoemingen in de Raad van Bestuur van bepaalde dochterondernemingen.
De CEO en CFO factureren hun diensten respectievelijk via SWID AG en via DBA Consulting BV, afzonderlijke bedrijven die eigendom zijn van de CEO en CFO. De hierboven vermelde bedragen, ten belope van 1.284.190 euro (848.853 euro in 2024), zijn de bedragen die de bedrijven factureerden aan JENSEN-GROUP NV. De gefactureerde diensten omvatten de basisvergoeding, de vaste kosten, de extralegale voordelen en de bijdragen aan het pensioenplan.
Het deel variabele verloning van de vergoeding van leden van het Executive Management Team bedraagt 30% tot 50% van het jaarlijkse basisloon. In het geval van de CEO wordt deze variabele verloning vastgelegd op
161
maximaal 70% van het jaarlijkse basisloon. Onder een minimale prestatiedrempel van 85% wordt geen variabele beloning uitbetaald, terwijl in geval van overprestatie de variabele beloning wordt afgetopt op 130%. De variabele vergoeding voor de CEO en het Executive Management Team is gebaseerd op prestaties ten opzichte van de volgende doelstellingen:
- individuele, kwalitatieve doelstellingen voor 30% tot 50% van het totale beoogde bedrag. Kwalitatieve doelstellingen focussen op belangrijke projecten en acties die tijdens het jaar moeten worden uitgevoerd.
- kwantitatieve doelstellingen voor 50% tot 70% van het totale bedrag, verdeeld tussen:
- de financiële resultaten van JENSEN-GROUP ten opzichte van de doelstellingen inzake rentabiliteit, gebruikt kapitaal, specifieke elementen van het gebruikte kapitaal en/of kasstroom;
- de financiële resultaten ten opzichte van de doelstellingen van de afdeling waarvoor de individuele manager verantwoordelijk is.
De doelstellingen voor JENSEN-GROUP worden vastgelegd door de Raad van Bestuur nadat ze nagekeken en besproken werden binnen het Nominatie- en Remuneratiecomité. De doelstellingen worden vastgelegd als onderdeel van het jaarlijkse budgetbeoordelingsproces, waarbij het budget wordt beoordeeld in het kader van het strategisch plan.
Afhankelijk van de toepasselijke wetgeving en van de voorkeur van de manager wordt de variabele vergoeding uitbetaald in cash, in het pensioenplan van de werknemer, of in de vorm van andere voordelen.
De variabele vergoeding die in 2025 in cash aan de individuele leden van het Executive Management Team werd uitbetaald op basis van de prestaties van 2024, bedroeg 958.663 euro. Voor 2025 werden de doelen van JENSEN-GROUP gebaseerd op het operationeel resultaat en de opbrengsten. De prestatiecriteria werden toegepast op individuele basis, zoals vereist door art. 3:6 van het Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 2019. Meer details over de wegingen en de gemeten prestaties volgen hierna:
| (in duizenden euro) | Weging | Gemeten prestatie | Overeenkomstige vergoeding |
|---|---|---|---|
| Criterium opbrengsten | 10%-20% | Doel behaald en onder doel | 40.550 |
| Criterium EBIT | 50%-100% | Doel behaald en onder doel | 675.787 |
| Persoonlijke doelen | 30% - 50% | Doel behaald | 242.325 |
De hierboven beschreven KPI's zijn vastgesteld om de langetermijnprestaties van de Groep te ondersteunen.
In maart 2025 keurde de Raad van Bestuur een langlopende incentive-regeling goed voor het Executive Management Team, het Jensen-managementteam en verschillende geselecteerde general managers om hun belangen af te stemmen op de strategische doelstellingen van JENSEN-GROUP op lange termijn, en om hen te belonen voor hun bijdrage aan de implementatie en realisatie van het strategisch plan. Bij succesvolle realisatie van de doelstellingen van het strategisch plan binnen de vooraf bepaalde termijn, zoals bepaald door de raad van bestuur, zullen de in aanmerking komende leden een vergoeding ontvangen.
Op 31 december 2025 is hiervoor een voorziening van 3,2 miljoen euro erkend.
De langlopende incentive-regeling voorziet in een cashbonus ter waarde van één (1) jaar basisloon, die in twee termijnen wordt uitbetaald:
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
- 50% na het eerste jaar bij het behalen van de doelstellingen van het strategische 60/600-plan;
- 50% na het behouden en behalen van de doelstellingen van het 60/600-plan voor een tweede opeenvolgend jaar.
De doelstellingen van het strategische 60/600-plan omvatten omzet- en winstdoelstellingen, operationele efficiëntiecijfers en bepaalde andere KPI's die essentieel zijn voor de langetermijngroei van JENSEN-GROUP. In geval van gedeeltelijke realisatie in een van de twee jaren, wordt de overeenkomstige 50% van de cashbonus niet uitbetaald.
De vaste kosten verwijzen voornamelijk naar de representatievergoedingen.
In de extralegale voordelen zijn de waarde van de bedrijfswagens en de betreffende premies voor de autoverzekering opgenomen.
Het pensioenplan verwijst naar de bijdrage van de werkgever aan een pensioenplan die hoger is dan de wettelijk vereiste bijdrage. Drie managers hebben een toegezegd-pensioenregeling.
Er zijn geen warranten uitgeoefend en er zijn momenteel geen aandelenoptieplannen.
De eindecontractregelingen voor het hoger management verschillen van land tot land en zijn afhankelijk van de lokale wetgeving. In de meeste landen bepaalt de wet de te volgen procedure. Voor landen waar de wetgeving niets voorziet, wordt er maximaal twee jaar loon uitbetaald.
Dhr. Jesper Munch Jensen heeft een eindecontractregeling voor 18 maanden. Deze wordt geacht in overeenstemming te zijn met de huidige marktpraktijk op basis van periodieke herzieningen van de marktconformiteit van de vergoedingspakketten van het Executive Management Team door het Nominatie- en Remuneratiecomité.
In 2025 is geen enkel contract van een senior manager beëindigd. De CFO, dhr. Markus Schalch, heeft beslist om zijn functie neer te leggen op 28 februari 2025.
Er zijn geen bepalingen inzake controlewijziging ('change of control clauses') opgenomen in de managementcontracten, en geen enkele manager kan een directe of indirecte vergoeding of voordeel krijgen in de context van een openbaar overnamebod.
Twee managers hebben een niet-concurrentiebeding van twee jaar, uitoefenbaar op vraag van de vennootschap. Bij vrijwillig vertrek wordt geen vergoeding uitbetaald.
Er werden geen leningen toegestaan aan de leden van het Executive Management Team. Geen enkele buitengewone transactie heeft plaatsgevonden en er deden zich geen belangenconflicten voor.
Het Executive Management Team heeft in totaal 18.833 aandelen in zijn bezit, als volgt onderverdeeld:
- SWID AG, vertegenwoordigd door dhr. Jesper M. Jensen, bezit 15.000 aandelen. Dhr. Jesper Munch Jensen
163
bezit 2.333 aandelen en indirect aandelen in JENSEN-GROUP NV, zoals gedetailleerd beschreven in onderstaande Toelichting 8 – Eigen vermogen;
- Dhr. Martin Rauch bezit 1.500 aandelen.
Terugvorderingsclausule
Er zijn geen specifieke overeenkomsten of systemen die de vennootschap het recht geven om reeds betaalde variabele vergoedingen terug te vorderen. Zoals gemeld in de Verklaring Deugdelijk Bestuur hierboven, wijkt de vennootschap momenteel af van Aanbeveling 7.12 van de Corporate Governance Code 2020.
Deze afwijking is te verklaren door het feit dat de vennootschap een remuneratiebeleid hanteert waarbij jaarlijks prestatiedoelstellingen worden vastgelegd en variabele vergoedingen worden uitbetaald in overeenstemming met de behaalde resultaten, en op basis van gecertificeerde, gecontroleerde en openbaar gemaakte financiële resultaten.
Er zijn geen afwijkingen van het remuneratiebeleid te melden.
De jaarlijkse wijzigingen in de remuneratie, van de prestaties van de vennootschap en van de gemiddelde remuneratie van medewerkers (met uitzondering van de Raad van Bestuur en het Executive Management Team) over de laatste vijf jaar zien er als volgt uit:
| (in duizenden euro) | 2025 | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 |
|---|---|---|---|---|---|
| Totale vergoeding excl. RvB en EMT | 150.313 | 129.182 | 117.191 | 98.667 | 81.209 |
| Gemiddeld aantal medewerkers | 2.264 | 1.945 | 1.693 | 1.400 | 1.306 |
| Gem. vergoeding op een gemiddelde VTE-basis van de medewerkers (excl. RvB en EMT) | 67 | 67 | 69 | 71 | 62 |
| Opbrengsten | 540.776 | 453.166 | 400.121 | 341.638 | 259.717 |
| EBIT | 68.805 | 50.737 | 40.744 | 22.413 | 21.329 |
| Werkkapitaal | 214.668 | 180.636 | 151.960 | 127.894 | 90.686 |
Binnen JENSEN-GROUP bedraagt de verhouding tussen het loon van de minst bezoldigde werknemer en dat van het hoogst bezoldigde kaderlid, op basis van voltijdse equivalenten, 1%, met dien verstande dat de berekeningsgrondslag van deze verhouding wereldwijd is en veel verschillende landen, functies en rollen omvat. In het algemeen heeft de vennootschap de beginselen van maatschappelijk verantwoord ondernemen verankerd in haar manier van zakendoen.
De aandeelhouders hebben het remuneratierapport goedgekeurd tijdens de algemene vergadering op 20 mei 2025.

“Het is een heel toegankelijke en mensgerichte werkplek. Je krijgt hulp wanneer je die nodig hebt, en ondersteuning - simpelweg gezegd.”
Johan
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Risicobeheersing
Risico's gerelateerd aan de financiële situatie van JENSEN-GROUP
Het resultaat is afhankelijk van het behalen van een bepaald omzetniveau om de overhead kosten te kunnen absorberen.
Elke significante daling van de activiteiten heeft een onmiddellijk effect op het operationeel resultaat. Het productieplatform van JENSEN-GROUP bestaat uit tien productievestigingen in vijf landen verspreid over drie continenten:
- Denemarken: JENSEN Denmark in Rønne en Hasle, en Inwatec ApS in Odense
- Zweden: JENSEN Sweden in Borås
- Duitsland: JENSEN GmbH in Harsum, MAXI-PRESS in Eichenzell en P-E in Bürstadt
- VS: JENSEN USA in Panama City, FL, en JENSEN Braun in Syracuse, NY
- China: JENSEN China in Xuzhou.
Iedere productie- en engineeringvestiging (PEC of Production and Engineering Centre) is gespecialiseerd in een specifiek onderdeel van het wasproces (wassen en drogen, afwerkingstechnologie, materiaalbehandeling) of in een specifiek soort linnen (vlak linnen, kledingstukken of speciale toepassingen zoals matten, rolhanddoeken of andere roldoeken).
JENSEN-GROUP beschikt over eigen verkoopkantoren (SSC Sales and Service Centers of Sales Support) in de belangrijkste afzetmarkten: Australië, Oostenrijk, de Benelux, Brazilië, China, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Italië, het Midden-Oosten, Nieuw-Zeeland, Noord-Amerika, Noorwegen, Singapore, Spanje, Zweden, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de golfstaten in het Midden-Oosten.
Vanaf oktober 2023 wordt de Japanse markt bediend via Inax Ltd, de joint venture van JENSEN-GROUP in Japan, en één distributeur.
Elk SSC beschikt over de nodige mankracht om volledige sleutel-op-de-deur projecten en systemen te leveren, evenals alleenstaande machines en dienstverlening na verkoop.
Naast de SSC's heeft de JENSEN-GROUP vertegenwoordigers in Tsjechië en Polen.
Bovendien beschikt de JENSEN-GROUP over een professioneel distributienetwerk in meer dan 50 landen.
De heavy-duty wasserij-sector hangt sterk af van technische kennis. In elke PEC en SSC heeft JENSEN-GROUP de nodige staffuncties om de autonome juridische entiteit te besturen. Om deze overheadkosten op te vangen, is een voldoende niveau van activiteit en productievolume vereist. De activiteitsgraad kan echter worden beïnvloed door externe factoren waarop de Groep geen invloed heeft. Omdat de goederen van de Groep investeringsgoederen zijn, kan het algemene internationale investeringsklimaat in de gezondheidszorg, de horeca (hotels en restaurants) en in de industriële textielverzorging een grote invloed hebben op de marktvraag en verkoopopportunities. De impact van een plotse omzetdaling kan niet volledig worden gecompenseerd door een daling van de indirecte kosten of infrastructuurkosten, en kan als dusdanig een negatieve weerslag hebben op de activiteiten, het operationele resultaat en de financiële situatie van de Groep. Gezien de sterke afhankelijkheid van technische expertise binnen de back-office en ondersteunende functies van de verkoopafdeling, is een herstructurering op korte termijn van deze functies een uitdaging in het geval van een aanzienlijke daling van de activiteit.
165
Herstructureringsmaatregelen worden verder beperkt door lokale regelgeving, wat kan leiden tot aanzienlijke kosten, zoals bleek tijdens de financiële crisis en de covid-19-pandemie.
De economische, politieke en wisselkoersrisico's inherent aan het verkopen van producten op de internationale markt
Een groot deel van de netto-opbrengsten van de Groep komt uit de verkoop van producten en projecten aan internationale klanten. De vraag naar de producten van JENSEN-GROUP kan worden beïnvloed door economische en politieke omstandigheden in elk van de landen waar de producten worden verkocht, en door bepaalde andere risico's van zakendoen in het buitenland, zoals wisselkoersschommelingen. De Groep dekt zich zoveel mogelijk in voor de wisselkoersschommelingen van de voornaamste munten waarin de Groep activiteiten heeft, zoals de AUD, EUR, CHF, CNY, DKK, GBP, JPY, NOK, NZD, SEK, SGD, en USD.
Schommelingen van interestvoeten kunnen een negatieve invloed hebben op de opbrengsten en financiële resultaten
JENSEN-GROUP is onderhevig aan schommelingen van de interestvoeten. Als de interestvoeten overal stijgen, kan dat een weerslag hebben op het algemene investeringsklimaat en op het vermogen van de klanten om te investeren. Bijgevolg kunnen de bedrijfsopbrengsten, winsten en financiële situatie van de Groep negatief beïnvloed worden.
Gezien de directe financiële impact van interestvoetschommelingen op de kredieten van de Groep, behoudt de Groep langlopende afdekkingen van de interestvoeten en leningen met vaste interestvoeten om dat risico te beperken.
Het niet respecteren van de financiële ratio's die werden afgesproken met financiers kan de financiële situatie van de Groep negatief beïnvloeden
Vanwege zijn sterke balans wil JENSEN-GROUP kredietovereenkomsten die stevige verbintenissen op gebied van financiële ratio's opleggen, zoveel mogelijk vermijden. De drie belangrijkste financiële groepen waarmee de Groep werkt zijn Nordea, KBC en Nykredit. De financieringsovereenkomsten van de Groep bevatten momenteel geen financiële ratio's.
De insolvabiliteit van een bank kan een negatief effect hebben op de kaspositie van JENSEN-GROUP
De insolvabiliteit van één van zijn financiële partners kan een belangrijke impact hebben op de kaspositie van JENSEN-GROUP. De Groep spreidt zijn kaspositie over verschillende banken en verschillende investeringen om het risico te beperken dat een bank insolvent wordt.
Om zijn financiële schulden terug te betalen moet de JENSEN-GROUP een bepaalde minimale kasstroom hebben, die afhangt van veel externe factoren waarop de Groep geen vat heeft
Of het zijn leningen kan afbetalen en de geplande investeringen, onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten en capaciteitsuitbreiding kan financieren, hangt af van de capaciteit van JENSEN-GROUP om cash te genereren, van de toekomstige operationele en financiële resultaten en de ontwikkelingen binnen de grote financiële instellingen waarmee het werkt. Deze zijn tot op zekere hoogte afhankelijk van de risicofactoren die reeds zijn vermeld.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Risico's gerelateerd aan de bedrijfsactiviteiten en de industrie
De belangrijkste klanten van JENSEN-GROUP worden steeds groter als gevolg van voortdurende consolidatie en toenemende internationalisering.
Een belangrijk deel van het zakencijfer bestaat uit het leveren van machines en integrale systemen aan bedrijven in de sector van textielverhuur. Door de voortdurende consolidatie en internationalisering binnen deze sector wordt een steeds groter deel van de activiteiten afhankelijk van de relaties met deze grotere klantengroepen.
Prijsschommelingen of tekorten aan grondstoffen, verstoringen in de toeleveringsketen en het mogelijk verlies van belangrijke leveranciers kunnen een negatieve invloed hebben op de activiteiten
JENSEN-GROUP koopt een ruim gamma componenten en grondstoffen aan, waaronder ijzer, roestvrij staal, aluminium en elektronische componenten. De prijs en de beschikbaarheid van deze input hangen af van schommelingen in accijnzen, van vraag en aanbod op de internationale markten en van tekorten.
Gezien de competitieve markt van heavy-duty wasserijmachines kan niet worden gegarandeerd dat stijgingen of dalingen van grondstofprijzen en andere kosten vlug zullen worden weerspiegeld in hogere verkoop- of lagere aankoopprijzen. Daarenboven is er geen garantie dat het verlies van sommige leveranciers geen invloed zou hebben op de activiteiten van JENSEN-GROUP, de operationele resultaten en de financiële situatie. De Groep dekt momenteel geen grondstoffen af.
JENSEN-GROUP is actief in een zeer competitieve markt
Binnen de markt van heavy-duty wasserijmachines en -systemen staat de JENSEN-GROUP in concurrentie met verschillende grote en kleine leveranciers. Het kan niet worden uitgesloten dat belangrijke nieuwe concurrenten of sterkere concurrentie van de bestaande marktspelers een negatieve invloed zullen hebben op de activiteiten, de operationele resultaten en/of de financiële situatie van de Groep. De markt van heavy-duty wasserijmachines is er een van technische investeringsgoederen, waar de klant veel belang hecht aan technische ondersteuning en waar een lokale aanwezigheid dus cruciaal is.
Daarenboven kan de Groep te maken krijgen met concurrentie van bedrijven buiten de VS of Europa die lagere productiekosten hebben (inclusief arbeids- of grondstofkosten). Deze concurrenten kunnen deze lagere productiekosten als prijsverlagingen aan de klanten verkopen, en dit kan een belangrijke negatieve invloed hebben op de opbrengsten en resultaten van de Groep.
Financiering
Soms vinden klanten moeilijk financiering om te investeren in uitbreiding of vernieuwing van uitrusting. Onder specifieke voorwaarden biedt JENSEN-GROUP zijn klanten financieringsoplossingen aan om zulke investeringen mogelijk te maken.
Dit resulteert in een risico voor de Groep, aangezien die machines moet terugnemen tijdens de duur van de financiering. Dat risico wordt beperkt door de terugnameprijs zoveel mogelijk af te stemmen op de tweedehandsprijs. Daarnaast wordt het totale bedrag aan financiering nauwlettend gecontroleerd en beperkt door het management.
167
Geopolitieke risico's
JENSEN-GROUP is wereldwijd actief, met belangrijke productievestigingen in China, de VS, Europa en Japan. Gezien de recente geopolitieke ontwikkelingen in de wereld kunnen invoerheffingen wijzigen en handelsbetrekkingen beperkt worden.
Bovendien hebben er recentelijk gewapende conflicten en geopolitieke spanningen tussen landen, staten of andere partijen plaatsgevonden. Dergelijke gebeurtenissen kunnen humanitaire gevolgen hebben en kunnen leiden tot reisbeperkingen en economische verstoringen, met aanzienlijke gevolgen voor de horecasector, lopende projecten of verzekeringsdekking. De Groep beperkt deze risico's door middel van back-up plannen voor zijn productieactiviteiten.
Beleidskeuzes kunnen een invloed hebben op de gezondheidssector
JENSEN-GROUP levert aan industriële wasserijen die onder meer linnen behandelen voor de gezondheidssector. Politieke keuzes kunnen een invloed hebben op de hygiënische normen of de financiële capaciteit van ziekenhuizen. Dergelijke keuzes omvatten regelgeving die de norm voor gerecycleerd linnen en wegwerplinnen kan veranderen. Dit kan op bepaalde momenten de verkoop beïnvloeden en de kosten voor productontwikkeling verhogen om oplossingen te vinden waarmee aan de strengste hygiënische eisen kan worden voldaan.
ENSEN-GROUP staat bloot aan productaansprakelijkheidsclaims
JENSEN-GROUP staat bloot aan mogelijke productaansprakelijkheidsclaims voor te worden vergoed aan zijn machines, vooral in de segmenten wasserij en afwerking, en aan arbeidsongevallen te wijten aan die machines. Bovenop de directe kosten, zoals schadevergoedingen en gerechtskosten, bestaat het risico dat productaansprakelijkheidsclaims voor imagoschade kunnen zorgen. De verzekeringspolissen van de Groep dekken zijn mogelijke aansprakelijkheid misschien niet helemaal en dat kan de activiteiten, de operationele resultaten en de financiële situatie van de Groep aanzienlijk en negatief beïnvloeden.
ENSEN-GROUP is onderhevig aan het risico van toekomstige rechtszaken
Als bedrijf is JENSEN-GROUP altijd partij in een potentieel juridisch geschil dat ontstaat tijdens zijn normale bedrijfsvoering. De kosten en eventuele economische gevolgen van rechtszaken zijn moeilijk in te schatten en kunnen hoog zijn, vooral in geval van productaansprakelijkheid. Hoewel hiervoor een goede dekking bestaat, is er geen garantie dat deze dekking voldoende zal zijn om volledige bescherming te bieden tegen alle materiële uitgaven in verband met mogelijke toekomstige geschillen voor persoonlijke letsels of materiële schade, of dat dergelijke dekking in de toekomst (nog steeds) beschikbaar zal zijn, en indien wel, aan economisch aanvaardbare tarieven.
Een belangrijke uitspraak in ons nadeel, het verlies van een belangrijke vergunning, of de betaling van aanzienlijke boetes kunnen een negatief effect hebben op de activiteiten, financiële situatie en vooruitzichten/reputatie van de Groep.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Milieu-, sociale en governance risico's
ENSEN-GROUP is afhankelijk van werknemers
ENSEN-GROUP is afhankelijk van de continuïteit in diensten en prestaties van het senior management en medewerkers in alle domeinen.
De leden van het senior managementteam en belangrijke werknemers hebben een contract van onbepaalde duur. De Groep staat voor de uitdaging om voldoende gekwalificeerde medewerkers aan te werven en om sleutelmedewerkers te vervangen. Dat kan aanzienlijke negatieve gevolgen hebben voor de activiteiten, operationele prestaties en financiële situatie van de Groep, omdat medewerkers veel ervaring in en kennis van de activiteiten en de klantenrelaties hebben.
Door de aard van zijn activiteiten kan ENSEN-GROUP potentieel aansprakelijk worden gesteld voor milieuclaims en de nadelige gevolgen van nieuwe en strengere milieu-, gezondheids- en veiligheidsvoorschriften
ENSEN-GROUP is onderhevig aan uitgebreide en frequente wijzigingen in de lokale, nationale en internationale wetgeving met betrekking tot milieu, veiligheid en gezondheid, met inbegrip van naleving van de CSRD, de wetgeving met betrekking tot uitstoot van gassen, afval, afwatering van regenwater en giftig afval. De eventuele schade-eisen of kosten die het gevolg zouden zijn van toekomstige wet- of regelgeving, eventueel met terugwerkende kracht, vallen niet te voorspellen. Meer stringente wetgeving of striktere interpretatie van de bestaande wetgeving kan leiden tot bijkomende kosten en investeringen die de activiteiten, de operationele resultaten en de financiële situatie van de Groep negatief kunnen beïnvloeden.
Hoewel de Groep de beste praktijken toepast in al zijn vestigingen, kan ENSEN-GROUP aansprakelijk worden gesteld voor milieuvervuiling (inclusief historische vervuiling door andere partijen) op de locaties waar de Groep actief is. Als gevolg daarvan kan de Groep betrokken raken in administratieve of juridische vragen om inlichtingen of geschillen met betrekking tot de milieuwetgeving. Er kan niet worden uitgesloten dat de Groep in de toekomst niet betrokken raakt in dergelijke procedures. Er bestaat ook geen garantie dat de bestaande of aanvullende verzekeringen voldoende dekking bieden tegen de gevolgen van dergelijke administratieve en gerechtelijke vragen en geschillen. De totale saneringskosten en andere milieukosten die hierop betrekking hebben, zouden een aanzienlijke negatieve invloed kunnen hebben op de activiteiten, de operationele resultaten en de financiële situatie van de Groep.
ENSEN-GROUP heeft nu al een aantal jaren een milieuherstelprogramma ingevoerd en gevolgd met betrekking tot de voormalige productievestiging Cissell in de Verenigde Staten. Er is een schadevergoedingsregeling met een derde partij getroffen voor het milieuherstelprogramma, met Cissell als wettelijke begunstigde. De meest recente resultaten van de jaarlijkse controle door een milieubedrijf, met een volledige evaluatie om de vijf jaar, voldoen aan de verwachtingen. Gezien de gegevens die tijdens de exhaustieve controle van 2023 werden ingezameld, lijkt het aangewezen om de volgende exhaustieve controle in 2028 te plannen. Ondanks die resultaten valt het niet uit te sluiten dat de Cissell-vestiging of andere vestigingen in de toekomst nog voor aanzienlijke bijkomende aansprakelijkheidsvorderingen en andere kosten zullen zorgen.
169
De bedrijfsactiviteiten van JENSEN- GROUP kunnen leiden tot normale gevaren die ontstaan door de productie, het vervoer en de werking van heavy-duty machines en installaties. Deze gevaren kunnen leiden tot lichamelijke letsels en schade aan machines en eigendommen.
Er is dus geen enkele garantie dat de huidige en toekomstige activiteiten niet leiden tot schadeclaims vanwege personeelsleden of derde partijen. Daarenboven kan de Groep ook worden blootgesteld aan huidige of toekomstige schade-eisen betreffende de veiligheid en gezondheid van werknemers en andere schade-eisen. Er bestaat geen zekerheid over het eigenlijke bedrag en het tijdstip van dergelijke schade-eisen.
Ontwikkelingen in de regelgeving die veranderingen in de bedrijfspraktijken vereisen of die de vraag naar en de kosten voor het leveren van zijn producten en diensten beïnvloeden, kunnen een nadelig effect hebben op de activiteiten. Daarnaast kunnen belangrijke operationele problemen, waaronder de hierboven vermelde, een negatieve impact hebben op de operationele resultaten en financiële situatie.
JENSEN-GROUP is actief op verschillende locaties en krijgt te maken met natuurrampen
JENSEN- GROUP is actief in 22 landen en is daardoor blootgesteld aan natuurrampen zoals aardbevingen, windstormen of overstromingen. Zo is de productievestiging in Panama City, Florida, VS, blootgesteld aan het risico van orkanen, wat in 2018 het geval was toen orkaan Michael de regio trof. Waar mogelijk en betaalbaar wordt een verzekering afgesloten en worden specifieke bouwverordeningen strikt nageleefd. De afgelopen jaren is in bepaalde gebieden een afname van de beschikbare verzekeringsdekking geconstateerd.
Alle entiteiten die blootstaan aan natuurrampen hebben herstelplannen voor na de ramp. Elke ernstige natuurramp kan een impact hebben op de activiteiten, operationele resultaten en financiële situatie van de Groep.
Pandemie of terroristische aanslag
Zoals bleek tijdens de covid-19-pandemie heeft een pandemie of een terroristische aanslag directe gevolgen voor klanten van JENSEN-GROUP die actief zijn in de horecasector (reizen en toerisme, inclusief cruiseschepen) en de gezondheidszorg. De overheid kan immers beslissingen nemen die een invloed hebben op beide sectoren, waardoor klanten minder omzet halen. Het beïnvloedt bovendien ook hun investeringsmogelijkheden en -vooruitzichten. Elke ernstige pandemie of terroristische aanslag kan een impact hebben op de activiteiten, operationele resultaten en financiële situatie van de Groep.
Schending van het Ethical Business Policy Statement en de gedragscode voor leveranciers
Elke inbreuk op het Ethical Business Policy Statement of de gedragscode voor leveranciers van JENSEN-GROUP kan leiden tot een verstoring van de bedrijfsvoering, reputatieschade en financiële verliezen. Het Ethical Business Policy Statement en de gedragscode voor leveranciers van de Groep zijn beschikbaar op de website van het bedrijf (https://www.jensen-group.com) onder 'Corporate Governance' en bevatten details over correct gedrag en bepalingen met betrekking tot de manier waarop omkoping en corruptie worden voorkomen. Om het risico te beperken, is aan alle medewerkers gevraagd om het Ethical Business Policy Statement te ondertekenen.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Intern controle risico
ICT-risico
JENSEN-GROUP werkt met verschillende informatie- en communicatietechnologieën (ICT). Bovendien heeft de Groep werknemers over de hele wereld, die werken op en in verbinding staan met diverse netwerken. JENSEN-GROUP maakt voor zijn wereldwijde activiteiten gebruik van verschillende tools, apparaten en software in zijn ICT- en productieomgeving. Digitale technologieën, apparaten en media brengen duidelijke risico's en kansen met zich mee. Machines zijn in toenemende mate onderling verbonden en voorbereid op het internet der dingen ('The Internet of Things'). De Groep is bijgevolg blootgesteld aan cyberrisico's. Storingen in de ICT-beveiliging, de toegang tot systemen of productieomgevingen kunnen leiden tot bedrijfsonderbrekingen, reputatieschade en financieel verlies. JENSEN-GROUP beperkt deze risico's door de laatste technologische ontwikkelingen op de voet te volgen. Bovendien selecteert de Groep zijn software- en ICT-leveranciers zorgvuldig. Cyberbeveiliging en naleving van de AVG en andere relevante normen zijn strikte criteria in dit selectieproces.
171
Overige informatie
Investeringen en kapitaaluitgaven
De kapitaaluitgaven in 2025 bedroegen 11,2 miljoen euro en waren gericht op het verder verbeteren van onze infrastructuur om aan de toekomstige marktvraag te kunnen voldoen en onze activiteiten uit te breiden. Het ging om strategische investeringen in de uitbreiding van onze faciliteiten in China (1,1 miljoen euro) en Denemarken (1,3 miljoen euro) en de overname van Braun, die 14,3 miljoen euro aan de vaste activa toevoegde, aangevuld met kleinere overnames van activa en activiteiten in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Nieuw-Zeeland. De verlenging van verschillende huurovereenkomsten zorgt voor een stijging van de activa met gebruiksrechten tot 5,7 miljoen euro.
In 2024 bedroegen de uitgaven 10,8 miljoen euro, vooral door een aanzienlijke uitbreiding in China van een grote nieuwe werkplaats naast onze huidige faciliteiten (3,4 miljoen euro), geclassificeerd als activa met gebruiksrecht. Deze strategische investering positioneert JENSEN China voor een sterkere toekomstige groei. In Denemarken werd 2,6 miljoen euro toegewezen aan investeringen in een hogere productiecapaciteit. De overname van MAXI-PRESS voegde 6,2 miljoen euro toe aan de vaste activa. De verlenging van verschillende huurovereenkomsten zorgde voor een stijging van de activa met gebruiksrechten tot 3,2 miljoen euro.
Onderzoek en ontwikkeling
JENSEN-GROUP doet geen fundamenteel onderzoek, maar streeft naar een voortdurende ontwikkeling van de bestaande producten. De hieraan gerelateerde kosten bedroegen 8,3 miljoen euro in 2025 (7,5 miljoen euro in 2024). Tot eind 2020 heeft JENSEN-GROUP de ontwikkelingskosten niet geactiveerd, maar ten laste genomen wanneer ze werden gemaakt. De afschrijvingsperiode wordt voortdurend geëvalueerd en jaarlijks wordt nagegaan of het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan.
Personeel
Het aantal werknemers op het einde van het boekjaar kende volgende evolutie:
| 31 december | 31 december | |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Totale aantal werknemers (VTE's) | 2.469 | 2.059 |
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Gebruik van financiële instrumenten
JENSEN-GROUP gebruikt afgeleide financiële instrumenten om het risico op ongunstige wisselkoers- en intrestevoluties te verminderen. Het is de politiek van de Groep om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken voor speculatieve doeleinden of trading.
Om de wisselrisico's in te dekken waren er op 31 december 2025 voor 8,5 miljoen euro aankoopverplichtingen en voor 12,4 miljoen euro verkoopverplichtingen. Daarnaast had de Groep interest rate swaps afgesloten voor 24,0 miljoen DKK met vervaldagen in 2029 en 2039 en aan een vaste rente van resp. 2,99% en 0,4350%.
Juridische geschillen
Voor alle juridische geschillen die een daadwerkelijk risico vormen, werd op basis van een voorzichtige beoordeling een voorziening aangelegd. JENSEN-GROUP houdt alle mogelijke claims en hangende juridische geschillen bij op Groepsniveau. De meeste geschillen zijn gedekt door de verzekering. Het management verwacht dat deze geschillen, gebaseerd op juridisch advies, geen significante invloed hebben op de financiële situatie of winstgevendheid van de Groep. Indien het management het waarschijnlijk acht dat een verplichting zal ontstaan, werden de potentiële gevolgen van de vordering ingeschat en werd een voorziening aangelegd.
Kapitaal
Op 31 december 2025 bedroeg het kapitaal van de vennootschap 38.280.396,08 euro, vertegenwoordigd door 9.631.408 gewone aandelen zonder nominale waarde. Per 31 december 2025 had de vennootschap 422.867 eigen aandelen, in vergelijking met 146.793 per 31 december 2024.
Er waren geen preferente aandelen.
JENSEN INVEST A/S heeft in het kader van art. 74, §6 van de wet van 1 april 2007 op openbare overnamebiedingen, zowel aan de FSMA als aan JENSEN-GROUP NV bekendgemaakt dat het op 1 september 2007 in onderling overleg meer dan 30% van de aandelen met stemrecht van JENSEN-GROUP NV bezat. Meer informatie over het bericht aan de aandeelhouders vindt u in Toelichting 8 over Eigen vermogen.
Aandeelhoudersstructuur
De grootste aandeelhouders zijn:
| JENSEN INVEST A/S: | 44,2% |
|---|---|
| Miura Co. Ltd: | 20,0% |
| JENSEN-GROUP NV*: | 4,4% |
| Free float: | 31,4% |
- Terugkoopprogramma van aandelen
Het stemrecht wordt beschreven in onderstaande Toelichting 8 over Eigen vermogen.
173
Inkoopprogramma van eigen aandelen
De statuten van de vennootschap voorzien in de mogelijkheid om eigen aandelen in te kopen. Op 10 maart 2022 besloot IENSEN-GROUP om een inkoopprogramma voor maximaal 781.900 ofwel 10% van de eigen aandelen terug te kopen. Tijdens de buitengewone aandeelhoudersvergadering van 16 mei 2023 hebben de aandeelhouders ingestemd met de vernietiging van de 113.873 eigen aandelen na een tijdelijke opschorting van het programma door de Raad van Bestuur in het kader van een acquisitie. Later dat jaar werd het inkoopprogramma opnieuw opgestart. Per 31 december 2025 zijn 422.867 bijkomende aandelen teruggekocht tegen een gemiddelde prijs van 48,87 euro, voor een totaalbedrag van 20,7 miljoen euro. Het inkoopprogramma vervalt op 18 mei 2026.
Relatie met aandeelhouders
Er bestaat geen specifieke aandeelhoudersovereenkomst tussen de bovengenoemde referentieaandeelhouders. Zoals aangegeven in het prospectus met betrekking tot de notering en handel op de gereguleerde markt Euronext Brussel van 1.926.282 nieuwe aandelen, op datum van 29 juni 2023, zijn Miura Co. Ltd. en de vennootschap in de Inbrengovereenkomst van 9 maart 2023 het volgende overeengekomen:
- Zolang de joint-ventureovereenkomst van kracht blijft, heeft Miura het recht om één Bestuurder van de vennootschap te benoemen. Die persoon moet ook een Bestuurder van Inax zijn;
- Onder bepaalde voorwaarden en niet eerder dan op de eerste algemene aandeelhoudersvergadering van de vennootschap die na 3 april 2025 wordt gehouden, en als IENSEN-INVEST A/S daarom vraagt, zal Miura voor de invoering van dubbel stemrecht in de vennootschap stemmen conform artikel 7:53 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 2019, en dit met onmiddellijke ingang voor alle in aanmerking komende aandelen die gedurende minstens twee jaar vóór de datum van die buitengewone aandeelhoudersvergadering in het bezit waren van Miura.
- Naast de statutaire voorkeurrechten van de aandeelhouders conform artikels 7:191 en 7:193 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 2019 voorziet de Inbrengovereenkomst in een bijkomend conventioneel voorkeurrecht voor Miura. Als de vennootschap nieuwe aandelen zou uitgeven die de stemrechten van Miura zouden verwateren, als gevolg waarvan de statutaire voorkeurrechten niet van toepassing zouden zijn (zoals bij een kapitaalverhoging via een inbreng in natura), zal de vennootschap aan Miura de kans geven om in te tekenen op het nodige aantal aandelen zodat Miura 20% van de stemrechten van de vennootschap behoudt na de uitgifte van de nieuwe aandelen. Dat conventionele voorkeurrecht voor Miura blijft van kracht, zolang Miura minstens 20% van de stemrechten van de vennootschap bezit, en zolang de joint-ventureovereenkomst tussen de vennootschap en Miura van kracht blijft.
VERSLAG RAAD VAN BESTUUR
Belangenconflict
Conform het Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 2019 dienen de leden van de Raad van Bestuur de Voorzitter op de hoogte te stellen indien er een agendapunt is waarbij zij een direct of indirect belangenconflict van financiële of andere aard hebben met de vennootschap. Ze nemen geen deel aan de besprekingen van, noch aan de stemming over deze agendapunten. Dit is steeds een standaard agendapunt bij iedere Raad van Bestuur. In de loop van 2025 werden mogelijke belangenconflicten gemeld door SWID AG, vertegenwoordigd door dhr. Jesper Munch Jensen, door Cross Culture Research LLC, vertegenwoordigd door mevr. Anne Munch Jensen, door dhr. Jobst Wagner, door dhr. Daisuke Miyauchi en door TTP bv, vertegenwoordigd door dhr. Erik Vanderhaegen tijdens de vergaderingen van de Raad van Bestuur, met betrekking tot de herbenoeming van een Bestuurder, het dividendvoorstel, het remuneratierapport, en de discussie over het terugkoopprogramma van aandelen. De relevante uittreksels van de notulen van de genoemde vergaderingen van de Raad van Bestuur, die werden gehouden op respectievelijk 6 maart 2025 en 7 augustus 2025, bevinden zich in Bijlage I en worden bijgevoegd als een bewijsstuk bij dit jaarverslag.
Commissaris
De commissaris is Deloitte Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door mevr. Charlotte Vanrobaeys.
Wereldwijd hebben de commissaris en zijn netwerk een vergoeding van 705.331 euro (excl. btw), ontvangen voor de uitoefening van hun mandaat met betrekking tot de statutaire jaarrekening van de juridische entiteiten en de geconsolideerde jaarrekening van JENSEN-GROUP, met inbegrip van het duurzaamheidsverslag.
Afgezien van zijn mandaat hebben de commissaris en zijn netwerk in 2025 geen extra vergoeding ontvangen.
De vennootschap heeft eenzelfde auditkantoor benoemd voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening.
Beleid in verband met resultaatbestemming
Op basis van het resultaat van het afgelopen boekjaar en de huidige financiële positie zal de Raad van Bestuur een dividend voorstellen.
Belangrijke gebeurtenissen na jaareinde
Op 27 februari 2026, heeft JENSEN-GROUP NV de aandelen van OY VESTEK AB, de voormalige JENSEN distributeur in Finland, verworven. Met deze acquisitie zal JENSEN ook zijn activiteiten in de verbruiksartikelen via MAXI-PRESS uitbreiden. De impact op de geconsolideerde omzet en de winstgevendheid is niet materieel.
Wetteren, 5 maart 2026
YquitY bv
Vertegenwoordigd door dhr. R. Provoost
Voorzitter
SWID AG
Vertegenwoordigd door dhr. J.M. Jensen
Bestuurder
Verklaring van de verantwoordelijke personen
We verklaren dat, voor zover ons bekend, de geconsolideerde jaarrekening afgesloten op 31 december 2025, opgesteld overeenkomstig de International Financial Reporting Standards (IFRS-normen), zoals aanvaard binnen de Europese Unie, en de in België van toepassing zijnde wettelijke voorschriften, een getrouw beeld geeft van de activa, de passiva, de financiële positie, en de winst of het verlies van de vennootschap en van de entiteiten opgenomen in de consolidatie als geheel. We verklaren ook dat het jaarverslag een eerlijke beoordeling van de ontwikkeling en prestaties van de activiteiten bevat, alsook van de positie van de vennootschap en de entiteiten opgenomen in de consolidatie als geheel. De beoordeling wordt vergezeld van een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee ze worden geconfronteerd.
Jesper M. Jensen
Chief Executive Officer
Doga Cagdas
Chief Financial Officer

Je brengt hier meer tijd door dan thuis, dus het is belangrijk dat je je hier bij JENSEN goed voelt.
Ya-Hui
99
INFORMATIE VOOR DE AANDEELHOUDERS EN BELEGGERS
INFORMATIE VOOR DE AANDEELHOUDERS EN BELEGGERS
- Koersevolutie
- Investor relations
- Wijzigingen in aandeelhouderschap
- Financiële kalender
177
Informatie voor de aandeelhouders en beleggers
De aandelen van JENSEN-GROUP zijn sinds juni 1997 genoteerd op Euronext, met als ticker JEN (Reuters: JEN.BR; Bloomberg: JEN.BB). De ISIN code is BE0003858751. De koers van het JENSEN-GROUP NV-aandeel kan online geconsulteerd worden op de volgende websites:
- Euronext: https://live.euronext.com/en/product/equities/BE0003858751-XBRU
Koersvolutie
Het aandeel van JENSEN-GROUP NV noteerde 43,2 euro aan het einde van 2024 en 58,8 euro aan het einde van 2025, met een gemiddeld verhandeld dagvolume van 4.321 aandelen, vergeleken met 2.240 in 2024.

INFORMATIE VOOR DE AANDEELHOUDERS EN BELEGGERS

JENSEN-GROUP share relative price performance
Investor relations
JENSEN-GROUP NV communiceert rechtstreeks met zijn aandeelhouders en investeerders op de volgende manieren:
- organisatie van 2 telefoonconferenties met analisten per jaar (na de publicatie van de halfjaarlijkse en jaarlijkse cijfers);
- terbeschikkingstelling van trimestriële trading updates;
- openbaarmaking van alle materiële wijzigingen in de financiële situatie en winst van de vennootschap;
- verspreiding van persberichten naar professionele en particuliere beleggers en publicatie op de website;
- publicatie van de stemmingsresultaten en notulen van de aandeelhoudersvergaderingen op de website;
- alle communicatie, inclusief de website, is beschikbaar in het Nederlands en het Engels;
- verstrekking van informatie omtrent aandeelhouders en de financiële kalender zijn beschikbaar op de website;
- deelname aan op evenementen voor particulieren op verzoek; en
- telefoonconferenties met analisten en bestaande of potentiële aandeelhouders op aanvraag.
179
Wijzigingen in aandeelhouderschap
In de loop van 2025 heeft JENSEN-GROUP NV de volgende kennisgeving ontvangen:
- een kennisgeving van Lazard Frères Gestion SAS dat ze de minimumdrempel van 5% naar beneden hebben overschreden door de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende aandelen of stemrechten.
De eigendomsstructuur van JENSEN-GROUP NV op 31 december 2025 is als volgt:


(*) Terugkoopprogramma van aandelen
Financiële kalender
- 18 mei 2026 om 10.00 u: Trading update Q1 2026;
- 19 mei 2026 om 10.00 u: jaarlijkse aandeelhoudersvergadering;
- 6 augustus 2026 om 10.00 u: halfjaarlijkse resultaten 2026 (Analistenmeeting);
- 4 november 2026 om 10.00 u: Trading update Q3; en
- Maart 2027: jaarresultaten 2026 (Analistenmeeting).
De Investor Relations Manager is eveneens beschikbaar voor particuliere en institutionele beleggers, financiële analisten en gespecialiseerde journalisten, en kan het potentieel van JENSEN-GROUP op korte en lange termijn toelichten. Presentaties, vergaderingen en bedrijfsbezoeken worden op verzoek georganiseerd.
Aandeelhouders die hun aandelen op naam wensen om te zetten in gedematerialiseerde aandelen, kunnen eveneens contact opnemen met de Investor Relations Manager.
Het jaarverslag van JENSEN-GROUP, persberichten en andere informatie zijn beschikbaar op de website www.jensen-group.com.
INFORMATIE VOOR DE AANDEELHOUDERS EN BELEGGERS
Aandeelhouders en beleggers die het jaarverslag, de jaarrekeningen van JENSEN-GROUP NV, persberichten of andere informatie over JENSEN-GROUP wensen te ontvangen, kunnen eveneens contact opnemen met de Investor Relations Manager:
JENSEN-GROUP NV
Scarlet Janssens
Neerhonderd 33,
BE 9230 Wetteren, België.
E-mail: [email protected]
181
A passion for laundry solutions
Meeting the people and teams of the JENSEN-GROUP











More than 2500 experts adding value to our customers' business
JAARREKENING
- Geconsolideerde winst- en verliesrekening
- Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
- Geconsolideerde balans - activa
- Geconsolideerde balans - passiva
- Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen
- Geconsolideerd kasstroomoverzicht
- Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
- Toelichting 1: Samenvatting van de voornaamste waarderingsregels
- Toelichting 2: Consolidatiekring
- Toelichting 3: Gesegmenteerde informatie
- Toelichting 4: Vaste activa
- Toelichting 5: Uitgestelde belastingen
- Toelichting 6: Contractactiva en -passiva
- Toelichting 7: Handels- en overige vorderingen
- Toelichting 8: Eigen vermogen
- Toelichting 9: Financiële schuld
- Toelichting 10: Verplichtingen inzake personeelsbeloningen
- Toelichting 11: Voorzieningen voor risico's en kosten
- Toelichting 12: Handels- en overige schulden
- Toelichting 13: Operationele kosten
- Toelichting 14: Overig operationeel resultaat
- Toelichting 15: Financiële opbrengsten en financiële kosten
- Toelichting 16: Winstbelastingen
- Toelichting 17: Winst per aandeel
- Toelichting 18: Kasstroomoverzicht
- Toelichting 19: Zakelijke zekerheden
- Toelichting 20: Financiële instrumenten – markt- en overige risico’s
- Toelichting 21: Te koop gestelde activa
- Toelichting 22: Transacties met verbonden partijen
- Toelichting 23: Acquisities
- Toelichting 24: Non-audit fees
- Toelichting 25: Belangrijke gebeurtenissen na jaareinde
- Toelichting 26: Wettelijke structuur
- Toelichting 27: Consolidatiekring per 31 december 2025
Verslag van de commissaris over de geconsolideerde jaarrekening
Verkorte versie statutaire jaarrekening JENSEN- GROUP NV
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Geconsolideerde winst- en verliesrekening
| (in duizenden euro) | Toelichting | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | 6 | 540.776 | 453.166 |
| Grond- en hulpstoffen | -239.944 | -202.886 | |
| Diensten en diverse goederen | -69.091 | -56.145 | |
| Bezoldigingen en sociale lasten | -153.508 | -132.302 | |
| Afschrijvingen | -11.723 | -8.888 | |
| Waardeverminderingen en voorzieningen | -1.210 | -3.421 | |
| Operationele kosten | 13 | -475.476 | -403.642 |
| Overige opbrengsten | 14 | 4.441 | 1.406 |
| Overige kosten | 14 | -936 | -193 |
| Operationeel resultaat (EBIT) | 68.805 | 50.737 | |
| Interest opbrengsten | 1.682 | 2.577 | |
| Overige financiële opbrengsten | 3.234 | 1.749 | |
| Financiële opbrengsten | 15 | 4.916 | 4.326 |
| Interest kosten | -955 | -1.806 | |
| Overige financiële kosten | -4.411 | -4.697 | |
| Financiële kosten | 15 | -5.366 | -6.503 |
| Resultaat van geassocieerde deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | 22 | 6.293 | 3.938 |
| Resultaat voor belastingen | 74.648 | 52.498 | |
| Belastingen | 16 | -15.369 | -12.957 |
| Resultaat van te koop gestelde activa | 21 | -112 | -108 |
| Resultaat van de voortgezette activiteiten | 59.167 | 39.433 | |
| Resultaat van de niet-voortgezette activiteiten | |||
| Resultaat | 59.167 | 39.433 | |
| Resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelang | 22 | 481 | -1.737 |
| Resultaat toerekenbaar aan de eigenaars van de moedermaatschappij | 58.686 | 41.170 | |
| Gewone en verwaterde winst per aandeel (in euro) | 17 | 6,26 | 4,31 |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen | 9.372.539 | 9.542.241 |
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| (in duizenden euro) | 31 december | 31 december |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Resultaat | 59.167 | 39.433 |
| Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten die mogelijk worden opgenomen in de resultatenrekening in volgende periodes | ||
| Financiële instrumenten | 565 | -123 |
| Omrekeningsverschillen bij omrekening participaties opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | -4.604 | -1.046 |
| Omrekeningsverschillen - overige | -9.472 | -2.323 |
| Andere gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten die niet kunnen worden opgenomen in de resultatenrekening in volgende periodes | ||
| Wijzigingen in de herwaarderingen van toegezegde pensioenregelingen | 1.283 | 348 |
| Effect van belastingen | -471 | -56 |
| Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | -12.699 | -3.200 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 46.468 | 36.233 |
| Totaalresultaat toerekenbaar aan: | ||
| Minderheidsaandeelhouders | 430 | -1.737 |
| Eigenaars van de moedermaatschappij | 46.038 | 37.970 |
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Geconsolideerde balans – activa
(in duizenden euro)
| Toelichting | 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|---|
| Totaal vaste activa | 211.887 | 185.431 | |
| Goodwill | 4, 23 | 51.028 | 47.771 |
| Immateriële vaste activa | 4, 23 | 7.628 | 4.614 |
| Materiële vaste activa | 4 | 66.756 | 53.299 |
| Terreinen en gebouwen | 33.277 | 24.174 | |
| Machines en uitrusting | 8.632 | 7.033 | |
| Meubilair en rollend materieel | 5.536 | 5.311 | |
| Activa met gebruiksrecht | 19.305 | 16.547 | |
| Overige materiële vaste activa | 6 | 8 | |
| Activa in aanbouw en vooruitbetalingen | 0 | 226 | |
| Participaties opgenomen onder vermogensmutatiemethode | 22 | 44.173 | 47.538 |
| Financiële vaste activa aan kostprijs | 20 | 4.554 | 4.869 |
| Financiële vaste activa aan reële waarde via gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 20 | 24.736 | 13.396 |
| Handelsvorderingen en andere vorderingen op lange termijn | 7 | 7.170 | 8.707 |
| Handelsvorderingen | 2.167 | 4.641 | |
| Overige vorderingen | 4.769 | 3.872 | |
| Afgeleide financiële instrumenten | 20 | 233 | 193 |
| Uitgestelde belastingen | 5 | 5.842 | 5.238 |
| Totaal vlottende activa | 312.369 | 330.955 | |
| Voorraad | 98.038 | 72.245 | |
| Grond- en hulpstoffen | 55.644 | 49.061 | |
| Goederen in bewerking en afgewerkte producten | 25.406 | 4.798 | |
| Handelsgoederen | 16.988 | 18.386 | |
| Vooruitbetalingen op aankopen | 2.263 | 2.026 | |
| Contractactiva | 6 | 57.126 | 68.046 |
| Handels- en overige vorderingen | 7 | 125.883 | 133.863 |
| Handelsvorderingen | 116.115 | 123.555 | |
| Overige vorderingen | 9.697 | 10.187 | |
| Afgeleide financiële instrumenten | 20 | 70 | 121 |
| Financiële vaste activa aan reële waarde via gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 20 | 0 | 11.838 |
| Liquide middelen | 18 | 28.633 | 42.455 |
| Te koop gestelde activa | 21 | 426 | 481 |
| TOTAAL DER ACTIVA | 524.256 | 516.386 |
185
Geconsolideerde balans – passiva
| (in duizenden euro) | Toelichting | 31 december | 31 december |
|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | ||
| Eigen vermogen | 8 | 303.743 | 282.560 |
| Kapitaal | 38.050 | 38.050 | |
| Uitgiftepremie | 67.590 | 67.590 | |
| Eigen aandelen | -20.666 | -5.264 | |
| Overige reserves | -24.259 | -11.609 | |
| Overgedragen resultaat | 242.656 | 193.851 | |
| Minderheidsbelangen | 22 | 372 | -58 |
| Lange termijn schulden | 59.546 | 42.292 | |
| Subsidies | 34 | 35 | |
| Leningen | 9 | 36.358 | 22.318 |
| Uitgestelde belastingen | 5 | 4.366 | 3.211 |
| Voorzieningen voor personeelsverplichtingen | 10 | 9.479 | 10.058 |
| Overige schulden | 12 | 9.309 | 6.670 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 20 | 0 | 0 |
| Korte termijn schulden | 160.967 | 191.534 | |
| Leningen | 9 | 31.206 | 47.108 |
| Voorzieningen voor overige risico's en kosten | 11 | 12.824 | 9.861 |
| Handelsschulden | 12 | 34.007 | 30.485 |
| Contractpassiva | 6 | 24.868 | 54.751 |
| Schulden m.b.t. bezoldigingen en sociale lasten | 12 | 21.119 | 16.605 |
| Overige schulden en overlopende rekeningen | 12 | 18.656 | 19.846 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 12/20 | 79 | 611 |
| Schulden m.b.t. belastingen | 18.208 | 12.267 | |
| TOTAAL VAN HET EIGEN VERMOGEN EN PASSIVA | 524.256 | 516.386 |
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen
Vorig jaar
| (in duizenden euro) | KAPITAAL | UITGIFTE-PREMIE | EIGEN AANDELEN | OMREKENINGS-VERSCHILLEN | HEDGING RESERVES | FINANCIËLE INSTRUMENTEN | WIJZIGINGEN TOEGEZEGDE PENSIOEN-REGELINGEN | TOTAAL OVERIGE RESERVES | OVERGE-DRAGEN RESULTAAT | TOTAAL TOEREKENBAAR EIGENAARS VAN MOEDER-MAATSCHAPPIJ | MINDERHEIDS-BELANG | TOTAAL VAN HET EIGEN VERMOGEN |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2023 | 38.050 | 67.590 | -499 | -3.263 | 315 | -535 | -4.927 | -8.410 | 163.515 | 260.246 | 1.896 | 262.142 |
| Resultaat van het boekjaar | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 41.170 | 41.170 | -1.737 | 39.433 |
| Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor het jaar, na belastingen | 0 | 0 | 0 | -3.369 | -285 | 193 | 261 | -3.200 | 0 | -3.200 | 0 | -3.200 |
| Totaal gerealiseerd en niet-gerealiseerd resultaat | 0 | 0 | 0 | -3.369 | -285 | 193 | 261 | -3.200 | 41.170 | 37.970 | -1.737 | 36.233 |
| Inkoop / (vernietiging) van eigen aandelen | 0 | 0 | -4.765 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -4.765 | 0 | -4.765 |
| Uitgekeerd dividend | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -7.134 | -7.134 | -217 | -7.351 |
| Hyperinflatie | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -3.700 | -3.700 | 0 | -3.700 |
| 31 december 2024 | 38.050 | 67.590 | -5.264 | -6.632 | 30 | -342 | -4.666 | -11.610 | 193.851 | 282.616 | -58 | 282.560 |
Huidig jaar
| (in duizenden euro) | KAPITAAL | UITGIFTE-PREMIE | EIGEN AANDELEN | OMREKENINGS-VERSCHILLEN | HEDGING RESERVES | FINANCIËLE INSTRUMENTEN | WIJZIGINGEN TOEGEZEGDE PENSIOEN-REGELINGEN | TOTAAL OVERIGE RESERVES | OVERGE-DRAGEN RESULTAAT | TOTAAL TOEREKENBAAR EIGENAARS VAN MOEDER-MAATSCHAPPIJ | MINDERHEIDS-BELANG | TOTAAL VAN HET EIGEN VERMOGEN |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2024 | 38.050 | 67.590 | -5.264 | -6.632 | 30 | -342 | -4.666 | -11.610 | 193.851 | 282.616 | -58 | 282.560 |
| Resultaat van het boekjaar | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 58.686 | 58.686 | 481 | 59.167 |
| Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor het jaar, na belastingen | 0 | 0 | 0 | -14.025 | 152 | 272 | 953 | -12.648 | 0 | -12.648 | -51 | -12.699 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 0 | 0 | 0 | -14.025 | 152 | 272 | 953 | -12.648 | 58.686 | 46.038 | 430 | 46.468 |
| Inkoop / (vernietiging) van eigen aandelen | 0 | 0 | -15.402 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -15.402 | 0 | -15.402 |
| Uitgekeerd dividend | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -9.484 | -9.484 | 0 | -9.484 |
| Hyperinflatie | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -395 | -395 | 0 | -395 |
| 31 december 2025 | 38.050 | 67.590 | -20.666 | -20.657 | 182 | -70 | -3.713 | -24.259 | 242.656 | 303.371 | 372 | 303.743 |
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| (in duizenden euro) | Toelichting | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|---|
| KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN | |||
| Resultaat toerekenbaar aan de eigenaars van de moedermaatschappij | 58.686 | 41.170 | |
| Resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 22 | 481 | -1.737 |
| Aangepast voor | |||
| - Belastingen en uitgestelde belastingen | 16 | 15.369 | 12.957 |
| - Interesten en andere financiële inkomsten en kosten | 15 | 450 | 2.177 |
| - Afschrijvingen | 13 | 11.722 | 8.888 |
| - Waardeverminderingen op handelsvorderingen | 13 | -918 | 2.144 |
| - Waardeverminderingen op voorraden | 13 | 18 | 811 |
| - Waardeverminderingen op contractactiva | 6, 13 | 0 | 455 |
| - Wijzigingen in voorzieningen | 13 | 2.110 | 13 |
| - Meer- of minderwaarden bij verkoop vaste activa | 5 | 15 | |
| - Overige niet-contante kosten / opbrengsten | 13 | -2.831 | 0 |
| - Participaties opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | 22 | -6.293 | -3.938 |
| Interestopbrengsten | 15 | 1.682 | 2.577 |
| Wijzigingen in werkkapitaal | -5.737 | -16.560 | |
| Afname / toename (-) in vooruitbetalingen op aankopen | 93 | 92 | |
| Afname / toename (-) in voorraden | -3.743 | -1.942 | |
| Afname / toename (-) in contractactiva (voor saldering) | -68.079 | -29.290 | |
| Afname / toename (-) korte en lange termijn vorderingen | 13.709 | -21.370 | |
| Toename / afname (-) in handels- en overige schulden | 7.140 | 6.140 | |
| Toename / afname (-) in contractpassuva (voor saldering) | 45.143 | 29.809 | |
| Winstbelastingen betaalf (-) / ontvangen (+) | -12.533 | -18.354 | |
| Netto kasstroom gegenereerd / (gebruikt) door operationele activiteiten | 62.210 | 30.619 | |
| KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | |||
| Aankoop van immateriële en materiële vaste activa | 4 | -7.105 | -11.758 |
| Verkoop van immateriële en materiële vaste activa | 4 | 126 | 180 |
| Verwerving van nieuwe dochterondernemingen en participaties (na aftrek van hun liquide middelen) | 23 | -39.643 | -31.725 |
| Verkoop van dochterondernemingen en participaties (na aftrek van verworven geldmiddelen) | 0 | -142 | |
| Verkoop (+) van financiële instrumenten | 19.624 | 7.038 | |
| Aankoop (-) van financiële instrumenten | -19.090 | -5.830 | |
| Ontvangen dividenden (+) | 2.612 | 877 | |
| Netto kasstroom gegenereerd / (gebruikt) door investeringsactiviteiten | -43.475 | -41.360 | |
| Netto kasstroom voor financieringsactiviteiten | 18.735 | -10.741 | |
| KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN | |||
| Aankoop (-) / verkoop (+) van eigen aandelen | 8 | -15.402 | -4.765 |
| Uitgekeerde dividenden (-) | 8 | -9.484 | -7.351 |
| Ontvangen subsidies | -5 | 578 | |
| Opname (+) van leningen | 9 | 46.783 | 24.532 |
| Terugbetaling (-) van leningen | 9 | -38.799 | -6.312 |
| Betalingen van leaseverplichtingen | 9 | -3.884 | -2.291 |
| Betaalde interesten | 15 | -955 | -1.806 |
| Overige financiële opbrengsten | 15 | 256 | 235 |
| Overige financiële kosten | 15 | -631 | -861 |
| Netto kasstroom gegenereerd / (gebruikt) door financieringsactiviteiten | -22.121 | 1.959 | |
| Netto toename / (afname) van liquide middelen | -3.385 | -8.783 | |
| Liquide middelen en opgenomen kredietlijnen bij het begin van het boekjaar | 18 | 33.842 | 41.455 |
| Wisselkoerswinst /(verlies) op liquide middelen en opgenomen kredietlijnen | -1.825 | 1.169 | |
| Liquide middelen en opgenomen kredietlijnen op het einde van het boekjaar | 18 | 28.633 | 33.842 |
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
Toelichting 1: Samenvatting van de voornaamste waarderingsregels
Voorstellingsbasis
JENSEN-GROUP (hierna ‘de Groep’) is één van de belangrijkste toeleveranciers voor de professionele wasserijmarkt. De Groep verkoopt zijn producten en diensten onder de merknamen JENSEN, Inwatec, MAXI PRESS en Braun. De Groep kan alles ontwikkelen, plannen, produceren, installeren en onderhouden, van afzonderlijke machines tot productielijnen met complete geïntegreerde oplossingen en procesautomatisering. De oplossingen van JENSEN-GROUP omvatten alle stadia van het wasproces, van sorteren over wassen en drogen tot afwerken van linnengoed, kleding en matten. De wasserij-installaties van de Groep combineren automatisering en hoge kwaliteit, en zorgen tegelijk voor een laag verbruik van energie, water en chemicaliën. Op die manier garanderen ze een hogere output met minder input. Zijn partners zijn textielverhuurbedrijven, industriële wasserijen, centrale wasserijen en ook wasserijen in ziekenhuizen en hotels en cruiseschepen. JENSEN-GROUP heeft vestigingen in 22 landen en een distributienet in meer dan 50 landen. Wereldwijd stelt JENSEN-GROUP 2.469 mensen tewerk.
JENSEN-GROUP NV (hierna ‘de vennootschap’) is een Belgische vennootschap met maatschappelijke zetel in Neerhonderd 33, 9230 Wetteren, België.
De aandelen van JENSEN-GROUP noteren op Euronext (ticker: JEN).
De Raad van Bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening op 5 maart 2026 goedgekeurd voor publicatie.
Deze geconsolideerde jaarrekening heeft betrekking op 12 maanden en eindigt op 31 december 2025. Ze is opgesteld volgens de IFRS-waarderingsregels, zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld volgens het principe van historische kost, met financiële activa en passiva (inclusief financiële instrumenten), te koop gestelde activa en toegezegd-pensioenregelingen die aan reële waarde worden gewaardeerd in de resultatenrekening, of tegen niet-gerealiseerde resultaten of ‘amortised cost’ (afgeschreven kostprijs).
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op ‘accrual basis’ en volgens het principe van ‘going concern’, nl. dat de Groep zijn activiteiten in de nabije toekomst zal voortzetten.
Bij de voorbereiding van de jaarrekening maakt het management gebruik van schattingen en veronderstellingen. Deze kunnen betrekking hebben op de opbrengsten, kosten, activa en passiva en op de Toelichting van niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen. De schattingen en veronderstellingen die een aanmerkelijk risico in zich dragen of die bepalend zijn voor de geconsolideerde jaarrekening, worden verder toegelicht in de waarderingsregels.
189
Standaarden en interpretaties die van toepassing zijn voor het boekjaar beginnend op of na 1 januari 2025:
- Wijzigingen aan IAS 21 ‘De gevolgen van wisselkoerswijzigingen: Gebrek aan inwisselbaarheid
Standaarden en interpretaties gepubliceerd, maar nog niet van toepassing voor het boekjaar beginnend op of na 1 januari 2025:
- IFRS 18 Presentatie en Toelichting in de jaarrekening (van toepassing voor boekjaren vanaf 1 januari 2027, maar nog niet goedgekeurd binnen de EU)
- IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht - Toelichtingen (van toepassing voor boekjaren vanaf 1 januari 2027, maar nog niet goedgekeurd binnen de EU)
- Aanpassing aan IFRS 9 en IFRS 7 Classificatie en waardering van financiële instrumenten (van toepassing voor boekjaren vanaf 1 januari 2026)
- Jaarlijkse verbeteringen – Volume 11 (van toepassing voor het boekjaar beginnend op of na 1 januari 2026)
- Aanpassing aan IFRS 9 en IFRS 7 Contracten met betrekking tot natuurafhankelijke elektriciteit (van toepassing voor boekjaren vanaf 1 januari 2026)
- Wijzigingen aan IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen: Vertaling naar een hyperinflatoire presentatievaluta (van toepassing voor boekjaren vanaf 1 januari 2027, maar nog niet goedgekeurd binnen de EU)
Geen van deze IFRS-standaarden heeft een materieel effect op de financiën van de Groep in 2025.
IFRS18
De nieuwe boekhoudstandaard IFRS 18 Presentatie en Toelichting in de jaarrekening vervangt IAS 1 Presentatie van de jaarrekening en is van kracht voor jaarlijkse verslagperiodes vanaf 1 januari 2027. Eerdere toepassing is toegestaan, maar de Groep heeft ervoor gekozen om de standaard niet op de ingangsdatum toe te passen.
De standaard voert nieuwe vereisten in voor de presentatie van de resultatenrekening, waaronder gespecificeerde totalen en subtotalen en de classificatie van inkomsten en uitgaven in drie gedefinieerde categorieën: operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. De standaard schrijft ook de openbaarmaking van nieuw gedefinieerde door het management bepaalde prestatiemaatstaven (MPM’s) voor, en vereist een uitgebreidere toelichting hierop. Er zijn wijzigingen aangebracht in IAS 7 Kasstroomoverzicht en verschillende andere standaarden.
De entiteit beoordeelt momenteel de volledige impact van IFRS 18 op haar jaarrekening, waaronder wijzigingen in de classificatie van bepaalde inkomsten en uitgaven, de invoeging van nieuwe subtotalen en herclassificaties in het kasstroomoverzicht. Een betrouwbare schatting van de impact werd nog niet vastgesteld.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De belangrijkste waarderingsregels van de Groep zijn:
Consolidatiemethode
De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden euro en afgerond op het duizendtal.
Dochterondernemingen zijn alle entiteiten (inclusief gestructureerde entiteiten) waarin de Groep zeggenschap heeft. Zeggenschap wordt gerealiseerd wanneer de Groep is blootgesteld aan, of rechten heeft op, variabele rendementen vanwege zijn betrokkenheid bij de entiteit en over de mogelijkheid beschikt zijn macht over de entiteit te gebruiken om de omvang van deze rendementen te beïnvloeden.
Dochterondernemingen zijn volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap overgaat naar de Groep Ze worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap eindigt.
De Groep neemt bedrijfscombinaties op volgens de overnamemethode. De overgedragen vergoeding voor de acquisitie van een dochteronderneming stemt overeen met de som van de reële waarde van de getransfereerde activa, de aangegane verplichtingen en de deelname in het eigen vermogen dat door de Groep werd uitgegeven. De overgedragen vergoeding omvat de reële waarde van elk actief of passief dat voortvloeit uit een overeenkomst met betrekking tot een voorwaardelijke vergoeding. Identificeerbare overgenomen activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen in een bedrijfscombinatie worden initieel gewaardeerd tegen hun reële waarde op de datum van de overname. De Groep neemt op een acquisitie-per-acquisitie basis elk minderheidsbelang in de overgenomen onderneming op tegen ofwel reële waarde of tegen het proportionele aandeel van het minderheidsbelang in de netto activa van de overgenomen onderneming.
De aan de overname gerelateerde kosten worden als lasten verantwoord zodra deze zich voordoen.
Intragroepstransacties, intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten en verliezen op verrichtingen tussen groepsondernemingen worden geëlimineerd. Grondslagen voor financiële verslaggeving van dochterondernemingen zijn waar nodig gewijzigd om consistentie te verzekeren met de grondslagen die door de Groep zijn aangenomen.
Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures worden geboekt onder de 'equity'-methode zoals beschreven in IAS28, behoudens bepaalde uitzonderingen. Volgens de vermogensmutatiemethode wordt de investering initieel opgenomen tegen kostprijs en wordt de boekwaarde verhoogd of verlaagd om het aandeel van de investeerder in de winst of het verlies van de deelneming na de overnamedatum op te nemen.
Geassocieerde deelnemingen zijn investeringen waarbij de investeerder een invloed van betekenis uitoefent. Een joint venture is een gezamenlijke onderneming waarbij de investeerder gezamenlijke zeggenschap heeft, maar geen rechtstreekse rechten of plichten. Voor entiteiten waarin de Groep 20% of meer van de stemrechten bezit, direct of indirect, wordt de Groep verondersteld om invloed van betekenis uit te oefenen over die entiteit. De veronderstelling van invloed van betekenis uit een deelneming van 20% of meer kan worden weerlegd als de Groep kan aantonen dat hij al dan niet een invloed van betekenis heeft. Invloed van betekenis kan evengoed worden aangetoond voor een deelneming van minder dan 20%. Dat een andere entiteit een belangrijke of meerderheidsdeelneming bezit, sluit de Groep niet noodzakelijk uit van het hebben van een invloed van betekenis.
Gebruik van schattingen en belangrijke beoordelingen
Bij de opmaak van de jaarrekening worden schattingen en veronderstellingen gebruikt die een impact kunnen hebben op de waardering van de activa en passiva op balansdatum en op de resultatenrekening. Er zijn geen belangrijke bronnen van schattingsonzekerheden bij de Groep. Schattingen zijn gebaseerd op economische gegevens, die kunnen wijzigen in de tijd, en zijn dus deels onzeker. Deze hebben voornamelijk betrekking op contracten in uitvoering ('percentage of completion'-methode), pensioenverplichtingen, voorzieningen voor overige risico's en kosten. We verwijzen naar de Toelichtingen voor meer informatie.
Er zijn geen belangrijke beoordelingen bij het opstellen van de jaarrekening.
Vreemde valuta's - transacties
De omrekening van in vreemde valuta's uitgedrukte bezittingen, schulden en verplichtingen gebeurt op basis van de volgende grondslagen:
- monetaire activa- en passivabestanddelen uitgedrukt in deviezen, worden omgerekend aan slotkoers;
- transacties uitgedrukt in deviezen worden omgerekend aan de valutakoers geldend op de transactiedatum;
- buitenlandse winsten en verliezen die voortkomen uit het afwikkelen van transacties in vreemde munten en uit de omzetting tegen wisselkoersen aan het eind van het jaar van monetaire activa en passiva in vreemde munten worden in het resultaat opgenomen, behalve als ze worden opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten als gekwalificeerde cash flow hedges en gekwalificeerde netto-investering hedges;
- niet-monetaire activa en passiva worden omgezet aan de valutakoers die geldt op de transactiedatum.
Omrekening van vreemde valuta's - activiteiten
De resultaten en financiële posities van alle groepsentiteiten waarvan de functionele valuta verschilt van de presentatievaluta, worden als volgt omgerekend in de presentatievaluta:
- de activa en verplichtingen moeten voor elke gepresenteerde balans worden omgerekend tegen slotkoers op die balansdatum;
- de kosten en opbrengsten dienen voor elke resultatenrekening te worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers over de periode (tenzij dit gemiddelde geen redelijke inschatting is van het cumulatieve effect van de koersen geldig op het moment van de transacties; in voorkomend geval dienen kosten en opbrengsten te worden omgerekend tegen de wisselkoers op de transactiedata);
- alle resulterende valutakoersverschillen dienen als een afzonderlijke component van het eigen vermogen te worden opgenomen, via overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.
Initiële opname
Bij consolidatie worden de wisselkoersverschillen die ontstaan uit de omzetting van de netto-investeringen in de buitenlandse activiteiten van leningen toegerekend aan het eigen vermogen. Wanneer een buitenlandse activiteit wordt verkocht, worden wisselkoersverschillen die in het eigen vermogen waren opgenomen, in de resultatenrekening opgenomen als onderdeel van de winst of het verlies op de verkoop.
Goodwill en aanpassingen in reële waarden die resulteren uit de investering in vennootschappen die rapporteren in vreemde munten, worden geboekt als activa of passiva van de vennootschap en worden herrekend aan slotkoers.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Erkenning opbrengsten - projecten
JENSEN-GROUP heeft een vijfstappenmodel ontwikkeld voor het verwerken van opbrengst uit contracten met klanten:
Stap 1. Identificatie van de klantencontracten
Een contract creëert afdwingbare rechten en verplichtingen. Het contract kan schriftelijk, mondeling of impliciet zijn. Een contract bevat een belofte (of beloften) om goederen of diensten aan een klant over te dragen.
Bij het identificeren van de klantcontracten moet eerst de klant worden bepaald en vervolgens moet worden beoordeeld of er een contract bestaat. JENSEN-GROUP definieert een 'klant' en een 'contract' als volgt:
- Klant: een partij die zich contractueel heeft verbonden tot het verkrijgen van goederen of diensten die een output zijn van gewone activiteiten in ruil voor een vergoeding;
-
Contract: een overeenkomst tussen twee of meer partijen die afdwingbare rechten en verplichtingen creëert.
-
Contracten worden gecombineerd wanneer ze (bijna) op hetzelfde moment worden aangegaan en als een pakket worden onderhandeld, de betaling van het ene afhangt van het andere of de beloofde goederen/diensten een enkele prestatieverplichting zijn.
- Een contractwijziging of wijzigingsorder wordt verantwoord als een afzonderlijk contract of als een voortzetting van het oorspronkelijke contract, prospectief of retrospectief ('cumulative catch-up method') afhankelijk van feiten en omstandigheden.
Stap 2. Identificatie van de prestatieverplichtingen
De prestatieverplichtingen zijn de rekeneenheid voor de toepassing van de omzetstandaard en bepalen dus wanneer en hoe de opbrengst wordt opgenomen. Een prestatieverplichting is een belofte om een bepaald goed of een bepaalde dienst of een reeks van bepaalde goederen of diensten te leveren, met inbegrip van de goederen of diensten die een klant kan doorverkopen of leveren aan zijn klanten.
De Groep heeft binnen zijn contracten één prestatieverplichting geïdentificeerd: de installatie van een operationeel of in werking gezet heavy-duty wasserijsystem. De opbrengst met betrekking tot deze prestatieverplichting wordt in de tijd opgenomen, aangezien JENSEN-GROUP geen activa creëert met een alternatief gebruik (het is praktisch niet mogelijk om het gebouwde actief in voltooide staat naar een andere klant te brengen of over te dragen, aangezien de installaties typisch ontworpen zijn volgens de specifieke behoeften en vereisten van de klant) en de contracten JENSEN-GROUP een afdwingbaar recht geven op betaling voor de tot op heden geleverde prestaties. Dit afdwingbaar recht op betaling vertegenwoordigt een bedrag dat JENSEN-GROUP minstens compenseert voor de tot op heden geleverde prestaties, indien het contract door de klant of een andere partij wordt beëindigd om andere redenen dan het feit dat JENSEN-GROUP de beloofde prestaties niet uitvoert.
Stap 3. Bepaling van de transactieprijs
De transactieprijs in een contract weerspiegelt het bedrag van de vergoeding waarop de Groep verwacht recht te hebben vanwege een klant in ruil voor goederen of diensten die aan die klant zijn overgedragen.
Stap 4. Toewijzing van de transactieprijs
De transactieprijs wordt in het contract toegewezen aan de prestatieverplichting op basis van de relatieve standalone verkoopprijzen van de goederen of diensten die aan de klant worden geleverd.
Stap 5. Erkenning van opbrengsten
Opbrengst wordt opgenomen wanneer (of als) de prestatieverplichtingen worden nagekomen, d.w.z. als de klant controle verwert over de te leveren producten of de uit te voeren diensten in het kader van het contract.
JENSEN-GROUP neemt de opbrengst in de tijd op door de vooruitgang te meten van de volledige uitvoering van de prestatieverplichting. JENSEN-GROUP gebruikt de inputmethode (kosten gemaakt tot op de balansdatum in vergelijking met de totale geschatte kosten om het project te voltooien) waarbij de opbrengsten worden opgenomen op basis van de inspanningen van de Groep om de prestatieverplichting na te komen. Alle kosten in verband met niet-geïnstalleerde materialen of gemaakte kosten die betrekking hebben op toekomstige activiteiten worden uitgesloten van de meting van de vooruitgang van de volledige uitvoering van de prestatieverplichting.
- Wanneer het resultaat van een bestelling in uitvoering niet precies kan worden ingeschat, wordt enkel dat deel van de opbrengst uit contracten erkend dat met zekerheid zal worden gerealiseerd.
- Wanneer de afloop van een bouwproject op een betrouwbare manier kan worden ingeschat, en wanneer het waarschijnlijk is dat het project winstgevend is, dan wordt de opbrengst erkend over de periode van het contract op basis van de gemaakte kosten. Wanneer het waarschijnlijk is dat de kosten groter zullen zijn dan de baten, wordt het totale verwachte verlies onmiddellijk in het resultaat opgenomen.
JENSEN-GROUP presenteert een contract als een contractactief, met uitsluiting van de bedragen die reeds zijn ontvangen door vooruitbetalingen, indien JENSEN-GROUP heeft gepresteerd door goederen of diensten over te dragen aan een klant voordat de klant de vergoeding betaalt of voordat de betaling verschuldigd is.
Een contractactief is het recht van een entiteit op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die de entiteit heeft overgedragen aan een klant.
JENSEN-GROUP presenteert een contract als een contractverplichting wanneer de betaling is gedaan of wanneer de betaling verschuldigd is (ongeacht wat eerder is), als de klant een vergoeding heeft betaald voordat JENSEN-GROUP een goed of dienst overdraagt aan de klant. Een contractverplichting is de verplichting van een entiteit om goederen of diensten over te dragen aan een klant waarvoor de entiteit een vergoeding heeft ontvangen (of waarvoor een vergoeding verschuldigd is) van de klant.
De timing van de facturatie en de betalingsvoorwaarden worden geval per geval besproken. Het facturatieschema en de typische timing van de betaling verschillen niet materieel van het model van opbrengstverantwoording. Er zijn geen belangrijke variabele vergoedingen voor projecten.
Het hele proces van een order – produceren, installeren, in werking zetten en overdragen – duurt gewoonlijk een jaar of minder.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Erkenning opbrengsten - Overige
- Royalty's en huuropbrengsten worden in de resultatenrekening opgenomen als het waarschijnlijk is dat de economische voordelen van de transactie naar de Groep zullen vloeien en met een zekere graad van betrouwbaarheid kunnen worden gemeten. De opbrengsten worden op 'accrual basis' geboekt, in overeenstemming met de essentie van de hierop betrekking hebbende overeenkomst.
- Opbrengsten uit reserveonderdelen worden op een bepaald moment in de tijd opgenomen, doorgaans bij de overdracht van de zeggenschap aan de klant.
Overige opbrengsten en kosten hebben hoofdzakelijk betrekking op opbrengsten ontvangen van de verzekeringsmaatschappij, overheidssteun, aftrekbare belastingen, herstructureringsmaatregelen of andere opbrengsten of uitgaven die voortvloeien uit gebeurtenissen of transacties die duidelijk te onderscheiden zijn van de gewone bedrijfsactiviteiten van de Groep.
Goodwill
Bij verwerving van een nieuwe dochteronderneming of deelneming wordt het verschil tussen de aanschaffingsprijs en de waarde van de activa, passiva en mogelijke verplichtingen van de geconsolideerde dochterondernemingen, na toewijzing van eventuele meer- en minderwaarden op de activa en passiva, in de geconsolideerde balans opgenomen als goodwill. Goodwill wordt niet afgeschreven maar jaarlijks getest op bijzondere waardevermindering, of frequenter indien specifieke aanwijzingen of gebeurtenissen dit vereisen. Winsten en verliezen op de verkoop van een entiteit omvatten de boekwaarde van de goodwill met betrekking tot de verkochte entiteit. Goodwill wordt toegewezen aan een kasstroomgenererende eenheid met het oog op een test op bijzondere waardeverminderingen.
Immateriële vaste activa
Kosten van onderzoek en ontwikkeling
De kosten van onderzoek worden onmiddellijk ten laste genomen in het jaar waarin ze worden gemaakt.
Tot eind 2020 heeft JENSEN-GROUP de kosten voor ontwikkeling niet geactiveerd, maar ze ten laste genomen wanneer ze werden gemaakt. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit productverbeteringen. Voor specifieke projecten (zoals Inwatec) worden ontwikkelingskosten alleen geactiveerd als het waarschijnlijk is dat zij toekomstige economische voordelen zullen opleveren.
Geactiveerde ontwikkelingskosten worden lineair afgeschreven over de geschatte gebruiksduur, die normaal gesproken niet langer dan 10 jaar wordt beschouwd. De afschrijvingsperiode wordt voortdurend geëvalueerd en jaarlijks wordt nagegaan of het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan.
Concessies, patenten, licenties, knowhow en andere soortgelijke rechten
Investeringen in licenties, handelsmerken, enz. worden vanaf een bedrag van 50.000 euro geactiveerd en afgeschreven over 5 tot 10 jaar. Investeringen in licenties en handelsmerken onder 50.000 euro worden geacht immaterieel te zijn en worden als last opgenomen wanneer ze zich voordoen.
195
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa worden geboekt tegen hun aanschaffingswaarde of vervaardigingsprijs, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen, eventueel verhoogd met de aanverwante kosten.
Materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van grote componenten. Deze componenten, die regelmatig worden vervangen, worden afgeschreven over hun verwachte levensduur.
Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven over hun geraamde nuttige levensduur vanaf de maand van aanschaf. Indien nodig worden activa beschouwd als een samenstelling van verschillende componenten met elk hun specifieke levensduur.
De jaarlijkse afschrijvingspercentages zijn als volgt:
Jaarlijkse afschrijvingspercentages:
| Gebouwen | 3,33% | 30j |
|---|---|---|
| Infrastructuur | 10% - 20% | 5j - 10j |
| Dak | 10% | 10j |
| Installaties, uitrusting en machines | 10% - 33% | 3j - 10j |
| Kantoorbenodigdheden en meubilair | 10% - 20% | 5j - 10j |
| Computer | 20% - 33% | 3j - 5j |
| Rollend materieel | 20% - 33% | 3j - 5j |
Leaseovereenkomsten waarbij de Groep optreedt als huurder – Activa met gebruiksrecht
De Groep neemt in de balans bijna alle leaseovereenkomsten op die het gebruiksrecht van een actief gedurende de leaseperiode weerspiegelen, en eveneens de daarmee samenhangende leaseverplichting voor betalingen die de huurder gedurende de leaseperiode aan de verhuurder moet verrichten.
De Groep verantwoordt de activa voor gebruiksrecht op de aanvangsdatum van de leaseovereenkomst (d.w.z. de datum waarop het onderliggende actief beschikbaar is voor gebruik). Gebruiksrechtvorderingen worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met eventuele geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen, en worden aangepast voor eventuele herwaardering van leaseverplichtingen.
De kostprijs van activa met een gebruiksrecht omvat het bedrag van de opgenomen leaseverplichtingen, de initiële directe kosten en de leasebetalingen die op of vóór de aanvangsdatum van de leaseovereenkomst zijn gedaan, verminderd met de ontvangen leasebonussen.
Tenzij de Groep redelijk zeker is dat de eigendom van het geleasede actief op het einde van de leaseperiode wordt verkregen, worden de opgenomen activa met recht van gebruik lineair afgeschreven over de geschatte gebruiksduur of, indien deze korter is, de leaseperiode. Activa met een gebruiksrecht zijn onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen.
Leaseverplichtingen
Op de aanvangsdatum van de leaseovereenkomst neemt de Groep leaseverplichtingen op tegen de contante waarde van de over de leaseperiode te verrichten leasebetalingen. De leasebetalingen omvatten vaste betalingen (inclusief in wezen vaste betalingen), verminderd met eventuele te ontvangen huurincentives, variabele leasebetalingen die afhangen van een index of een rentevoet, en bedragen die naar verwachting zullen worden betaald onder restwaardegaranties.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De leasebetalingen omvatten ook de uitoefenprijs van een aankoopoptie waarvan redelijk zeker is dat deze door de Groep zal worden uitgeoefend en de betaling van boetes voor het beëindigen van een leaseovereenkomst, indien de leaseperiode een weerspiegeling is van het feit dat de Groep de optie tot beëindiging van de overeenkomst uitoefent. De variabele leasebetalingen die niet afhangen van een index of een rentevoet worden als kost opgenomen in de periode waarin de gebeurtenis of voorwaarde die de betaling veroorzaakt, zich voordoet.
De Groep boekt de betaalde rente op zijn leaseverplichtingen als financieringsactiviteiten in het kasstroomoverzicht. Variabele betalingen en bedragen betaald voor huurcontracten van korte termijn en geringe waarde worden weergegeven onder de lijn operationele activiteiten.
Bij de berekening van de contante waarde van de leasebetalingen gebruikt de Groep de marginale leerrentevoet op de aanvangsdatum van de leaseovereenkomst indien de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst niet onmiddellijk kan worden bepaald. Na de aanvangsdatum wordt het bedrag van de leaseverplichtingen verhoogd om de toename van de rente te weerspiegelen en verlaagd voor de betaalde leasebetalingen. Bovendien wordt de boekwaarde van de leaseverplichtingen geherwaardeerd indien er sprake is van een wijziging, een aanpassing van de leaseperiode, een wijziging in de inhoudelijke vaste leasebetalingen of een wijziging in de beoordeling van de aankoop van het onderliggende actief.
Leaseovereenkomsten op korte termijn en van activa met geringe waarde
De Groep past de vrijstelling voor kortetermijnleasing toe op de kortetermijnleasing van machines en uitrusting (d.w.z. met een leaseperiode van 12 maanden of minder vanaf de aanvangsdatum en die geen aankoopoptie bevatten). Hij past ook de vrijstelling van de erkenning van de lease van laagwaardige activa toe op de lease van kantooruitrusting die als laagwaardig wordt beschouwd (d.w.z. minder dan 5.000 euro). Leasebetalingen voor kortetermijn- en leasing van laagwaardige activa worden lineair ten laste genomen over de leaseperiode.
Belangrijke oordeelsvorming bij het bepalen van de leasetermijn van contracten met verlengingsopties
De Groep bepaalt de leaseperiode als de niet-opzegbare looptijd van de leaseovereenkomst, samen met eventuele periodes die worden gedekt door een optie om de leaseovereenkomst te verlengen indien er een redelijke zekerheid bestaat dat deze zal worden uitgeoefend, of periodes die worden gedekt door een optie om de leaseovereenkomst te beëindigen indien er een redelijke zekerheid bestaat dat deze niet zal worden uitgeoefend. De Groep beoordeelt of het redelijk zeker is dat de optie tot verlenging zal worden uitgeoefend. Dit wil zeggen dat de Groep rekening houdt met alle relevante factoren die voor hem een economische stimulans vormen om de optie tot verlenging uit te oefenen. Na de aanvangsdatum beoordeelt de Groep de leaseperiode opnieuw indien er zich een belangrijke gebeurtenis of wijziging in de omstandigheden voordoet die binnen zijn macht ligt en die van invloed is op zijn vermogen om de optie tot verlenging al dan niet uit te oefenen (bijvoorbeeld een wijziging in zijn bedrijfsstrategie).
Bijzondere waardeverminderingen van activa
Indien er door omstandigheden aanwijzingen zijn dat de realisatiewaarde van de activa – met uitzondering van voorraden, uitgestelde belastingvorderingen, personeelsvoordelen, afgeleide financiële instrumenten en activa met betrekking tot bestellingen in uitvoering – is veranderd, worden de activa van de Groep nagezien voor bijzondere waardeverminderingen.
197
Indien de boekwaarde van een actief de realisatiewaarde (zijnde het hoogste van de nettoverkoopprijs en de bedrijfswaarde) overschrijdt, wordt een bijzondere waardevermindering geboekt in de resultatenrekening.
De bedrijfswaarde wordt bepaald door verdiscontering van de verwachte toekomstige kasstromen uit het verdere gebruik van de activa en van de verkoopwaarde op het einde van de gebruiksduur.
De realisatiewaarde wordt geschat per individueel actief of, indien dit niet mogelijk is, per kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.
Terugnemingen van eerder geboekte bijzondere waardeverminderingen worden in inkomsten opgenomen voor het oorspronkelijke bedrag.
Minstens eenmaal per jaar wordt getest wat de goodwill waard is (impairment test). De bijzondere waardevermindering op goodwill kan niet worden teruggenomen.
Voorraden en bestellingen in uitvoering
Voorraden worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van de kostprijs of directe opbrengstwaarde. Afhankelijk van de verschillende ERP-systemen wordt de kostprijs bepaald aan de hand van de FIFO-methode (first in, first out) of op basis van de gewogen gemiddelde methode.
Voor geproduceerde voorraden is de kostprijs gelijk aan de volledige kostprijs inclusief alle directe en indirecte productiekosten die voortvloeien uit de afwerking van de voorraden op balansdatum. De directe opbrengstwaarde is de verwachte verkoopprijs in het kader van de normale bedrijfsvoering, verminderd met de afwerkingskosten en de variabele verkoopkosten.
Voorzieningen voor risico's en kosten
Een voorziening dient uitsluitend te worden opgenomen als en slechts als de Groep een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting heeft ten gevolge van een gebeurtenis in het verleden; en als het waarschijnlijk is (dat wil zeggen, meer kans dat het gebeurt dan niet) dat een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en als het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat.
Het bedrag van de voorziening is gebaseerd op een schatting naar best vermogen van de uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichtingen op balansdatum af te handelen. De voorzieningen worden verdisconteerd als de impact van de tijdswaarde van geld materieel is.
Voorzieningen voor terugkoopverplichtingen worden opgenomen wanneer JENSEN-GROUP apparatuur verkoopt aan een klant die een leasingovereenkomst aangaat met een leasingmaatschappij en die een terugkoopclausule oplegt aan JENSEN-GROUP. Indien de klant in gebreke blijft, kan de leasingmaatschappij aan JENSEN-GROUP vragen om de machine in bepaalde situaties terug te nemen. Op basis van historische gegevens wordt een passend percentage van de openstaande vordering geboekt en teruggenomen a rato van de terugbetaling door de klant.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Personeelsbeloningen
De Groep voorziet voor bepaalde werknemers in vergoedingen na uitdiensttreding. Deze vergoedingen worden verstrekt onder de vorm van toegezegde bijdrageregelingen en toegezegd-pensioenregelingen.
Een externe, onafhankelijke actuaris bereidt de berekening voor van de voorzieningen voor personeelsbeloningen. De berekening gebeurt op basis van de toekomstig pensioenwaarderingsmethode ('projected unit credit'-methode).
- Toegezegde bijdrageregelingen: de betaalde bijdragen worden onmiddellijk als kost in de resultatenrekening opgenomen.
- Toegezegd-pensioenregelingen: voor toegezegd-pensioenregelingen wordt de boekwaarde op de balansdatum bepaald als de contante waarde van de toekomstige brutoverplichtingen uit hoofde van het toegezegd-pensioenplan, verminderd met de reële waarde van fondsbeleggingen. De nog niet-opgenomen pensioenkosten van verstreken diensttijd worden opgenomen in de resultatenrekening.
De opname van actuariële winsten en verliezen in het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat gebeurt in de periode waarin ze zich voordoen, en wordt niet geherklasseerd als winst of verlies in latere periodes.
Uitgestelde belastingen
Uitgestelde belastingen worden volledig opgenomen via de balansmethode voor tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de fiscale basis van activa en verplichtingen en hun boekwaarde in de geconsolideerde jaarrekening.
De uitgestelde belastingen worden echter niet geboekt als ze ontstaan uit de eerste opname van een actief of de verplichting in een transactie die geen bedrijfscombinatie is en op het moment van de transactie geen invloed heeft op de boekhoudkundige of op de fiscale winst (het fiscale verlies).
De uitgestelde belastingen worden gewaardeerd op basis van de belastingtarieven die wettelijk van toepassing zijn op de balansdatum en die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de periode waarin de vordering wordt gerealiseerd of de verplichting wordt afgewikkeld.
Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat er binnen een redelijke termijn belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waarvoor de tijdelijke verschillen en/of historische fiscale verliezen kunnen worden aangewend.
Een onderneming dient uitgestelde belastingen op te nemen voor alle belastbare tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen, filialen en geassocieerde deelnemingen, tenzij de Groep het tijdstip kan bepalen waarop het tijdelijke verschil wordt afgewikkeld; en het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de nabije toekomst niet zal worden afgewikkeld.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden verrekend, als er een in rechte afdwingbaar recht is om de actuele belastingvorderingen te verrekenen met de actuele belastingverplichtingen en de uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen verband houden met winstbelastingen die door dezelfde belastinginstantie worden geheven op ofwel dezelfde belastbare entiteit, of verschillende belastbare entiteiten als er sprake is van fiscale consolidatie.
199
Courante belastingen
De belastingen op het resultaat van het boekjaar omvatten courante en uitgestelde belastingen. Beide belastingen worden in de resultatenrekening geboekt, behalve in die gevallen waar het bestanddelen betreft die rechtstreeks in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten of in het eigen vermogen geboekt worden.
De over de huidige periode verschuldigde winstbelastingen worden berekend op basis van de belastingwetten waarvan het wetgevingsproces materieel is afgesloten aan het einde van de rapporteringsperiode in de landen waar de Groep en zijn dochterondernemingen actief zijn en belastbare inkomsten genereren. Het management evalueert geregeld de standpunten in belastingaangiftes met betrekking tot situaties waarin de toepasselijke fiscale regelgeving vatbaar is voor interpretatie. Het legt waar nodig voorzieningen aan op basis van bedragen die het aan de fiscus verwacht te moeten betalen.
Overlopende rekeningen
Toe te rekenen kosten zijn kosten die op balansdatum nog niet gemaakt zijn maar die wel toegewezen zijn in de winst- en verliesrekening. Over te dragen opbrengsten zijn opbrengsten die pas gerealiseerd worden in toekomstige periodes.
Financiële instrumenten
Financiële instrumenten worden geboekt op transactiedatum tegen hun reële waarde, met uitzondering van kortlopende handelsvorderingen, die tegen hun transactiebedrag worden opgenomen. De reële waarde van de financiële instrumenten wordt bepaald d.m.v. verschillende waarderingstechnieken. De Groep gebruikt een waaier van waarderingstechnieken en formuleert hypotheses die gebaseerd zijn op marktomstandigheden die zich voordoen op elke balansdatum.
Vorderingen
Handelsvorderingen worden initieel gewaardeerd tegen hun transactiebedrag (nominale waarde) en vervolgens gewaardeerd tegen ‘amortised cost’ (afgeschreven kostprijs) via de effectieve intrestmethode, verminderd met de voorziening voor bijzondere waardeverminderingen.
JENSEN-GROUP neemt de verwachte kredietverliezen over de levensduur van alle handelsvorderingen op. Voor specifieke gevallen geldt dat significante financiële problemen van de schuldenaar, de waarschijnlijkheid dat de schuldenaar failliet zal verklaard worden of een financiële reorganisatie zal ondergaan, het gebrek of het staken van betalingen, evenals toekomstgerichte informatie zoals economische toekomstverwachtingen, regelgevingsklimaat, bbp, werkgelegenheid, politiek of andere externe marktindicatoren in aanmerking genomen om een specifieke bijzondere waardevermindering te bepalen.
Het bedrag van de voorziening is het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de huidige waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, verdisconteerd tegen de effectieve intrest. Dit kredietrisicobeheer wordt in de volledige JENSEN-GROUP toegepast door de individuele entiteiten op basis van de lokale historische gegevens en toekomstgerichte informatie. De vereenvoudigde benadering wordt toegepast.
Geldbeleggingen en liquide middelen
Geldbeleggingen en liquide middelen hebben betrekking op kastegoeden, bankdeposito’s en kredietlijnen. In de balans worden de kredietlijnen opgenomen onder de korte termijn schulden, leningen.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Schulden (op meer dan één jaar - op ten hoogste één jaar)
De handelsschulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde op balansdatum.
Afgeleide financiële instrumenten
De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten om het risico op ongunstige wisselkoers- en intrestevoluties in te dekken. Het is een politiek van de Groep om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken voor speculatieve doeleinden of trading.
Financiële instrumenten worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. Na initiële erkenning worden de financiële instrumenten opgenomen in de balans tegen reële waarde. De boekhoudkundige verwerking van de hieruit voortvloeiende winsten en verliezen is afhankelijk van de aard van de ingedekte positie. Afgeleide financiële instrumenten die niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de resultatenrekening.
Kasstroomindekkingen
Het effectieve deel van de winsten of verliezen uit de reële waardeveranderingen van derivaten die als indekkingsinstrument specifiek toegewezen werden ter indekking van de variabiliteit van de kasstromen van een in de balans opgenomen actief of passief, een niet in de balans opgenomen bestaand order of een verwachte transactie, wordt opgenomen in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. Als het bestaand order of de verwachte transactie aanleiding geeft tot de effectieve opname van een actief of een passief in de balans, zullen alle gecumuleerde winsten of verliezen die tot dan toe opgenomen werden in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, geïncorporeerd worden in de aanschaffings- of boekwaarde van het betrokken actief of passief.
In de andere gevallen wordt de gecumuleerde winst of het gecumuleerde verlies verwijderd uit de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en tegelijk met de ingedekte transactie in de resultatenrekening opgenomen.
Het niet-effectieve deel van de winsten of verliezen wordt onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen. Winsten of verliezen afkomstig van de veranderingen in de tijdswaarde van de derivaten worden niet in rekening genomen in de effectiviteitsbepaling van de indekkingstransactie en worden onmiddellijk in de resultatenrekening geboekt.
Cumulatieve winsten of verliezen met betrekking tot reeds afgelopen derivaten blijven verwerkt als onderdeel van de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, zolang het waarschijnlijk is dat de afgeleide transactie zich zal voordoen. Dergelijke transacties worden verwerkt zoals beschreven in voorgaande paragraaf. Indien de ingedekte transactie niet langer waarschijnlijk blijkt, worden alle gecumuleerde niet-gerealiseerde winsten of verliezen op dat moment overgedragen van de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten naar de resultatenrekening.
Financiële activa aan afgeschreven kostprijs
Alle bewegingen in financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs worden geboekt op de transactiedatum. Financiële activa aan afgeschreven kostprijs worden gewaardeerd tegen aankoopprijs.
201
Financiële vaste activa aan reële waarde via de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
Financiële activa aan reële waarde verwerkt via de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten worden geboekt tegen reële waarde. Alle bewegingen in financiële activa aan reële waarde verwerkt via de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten worden geboekt op de transactiedatum. Niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit wijzigingen in de reële waarde van dergelijke activa worden in het eigen vermogen opgenomen als financiële activa aan reële waarde verwerkt in overig resultaat. Wanneer de activa worden verkocht of een waardevermindering ondergaan, worden de gecumuleerde aanpassingen voor de reële waarde ook in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten opgenomen. Financiële activa worden niet langer in de balans opgenomen wanneer de rechten op kasstromen uit de beleggingen zijn vervallen of zijn overgedragen en de Groep nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom heeft overgedragen.
Overheidssubsidies
De overheidssubsidies die JENSEN-GROUP ontvangt, worden systematisch in de resultatenrekening opgenomen als overige opbrengsten gedurende de periodes waarin de entiteiten de gerelateerde kosten opnemen die de subsidies beogen te compenseren. In het geval van subsidies met betrekking tot activa vereist dit dat de subsidie wordt opgenomen als over te dragen opbrengsten of in mindering wordt gebracht op de boekwaarde van het actief. De opbrengsten van overheidssubsidies worden alleen opgenomen als er een redelijke mate van zekerheid is dat de entiteiten zullen voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn, en dat de subsidie zal worden ontvangen. Zolang niet aan alle voorwaarden is voldaan, wordt de ontvangen overheidssubsidie als een schuld opgenomen.
Leningen
De leningen worden initieel opgenomen onder hun reële waarde exclusief transactiekosten. Vervolgens worden ze gewaardeerd volgens afgeschreven kostprijs. Het verschil tussen de opbrengst (exclusief transactiekosten) en de aflossingswaarde wordt als rentelasten opgenomen in de resultatenrekening over de periode van de lening op basis van de effectieve intrestmethode.
Vaste activa te koop (of verkoop van een groep)
Wanneer een vaste activa (of een groep) hoogstwaarschijnlijk verkocht zal worden, dan wordt ze in de balans apart opgenomen onder de activa te koop en gewaardeerd aan de laagste van de boekwaarde of de marktwaarde, min de kosten die nodig zijn om de activa te verkopen.
Aankoop op termijn van een minderheidsbelang
De termijnaankoop wordt in de balans opgenomen als een verplichting. Bij de initiële opname wordt het in het eigen vermogen opgenomen debetbedrag gepresenteerd als een aftrek van het minderheidsbelang; het verschil wordt in het eigen vermogen weergegeven. De latere waardering van de verplichting tegen reële waarde wordt via de resultatenrekening opgenomen.
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
Het geconsolideerde kasstroomoverzicht geeft een overzicht van de gegenereerde kasstroom tijdens het boekjaar en dit voor operationele kasstromen, investerings- en financieringsactiviteiten.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Bedrijfscombinatie
Acquisitie per acquisitie waardeert de Groep een minderheidsbelang in de overgenomen onderneming aan reële waarde of aan het proportioneel deel van het minderheidsbelang in de nettovermogenswaarde van de overgenomen onderneming.
Gesegmenteerde informatie
De Groep is actief in één enkel bedrijfssegment: de heavy-duty wasserij-sector.
Afsluitdatum en lengte boekjaar
Alle boekjaren omvatten 12 maanden van activiteit, beginnend op 1 januari van elk jaar.
Wijziging in waarderingsregels
Er zijn geen wijzigingen in de waarderingsregels ten opzichte van de waarderingsregels die gebruikt werden bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2024.
In 2022 werd aan alle voorwaarden voldaan om Turkije volgens de IFRS-normen als een hyperinflatoire economie te beschouwen. Bijgevolg werd de IAS 29-norm over financiële verslaggeving in hyperinflatoire economieën van toepassing. De Groep past dan ook vanaf 1 januari 2022 hyperinflatieboekhouding toe op zijn Turkse dochterondernemingen. De IAS 29-norm vereist de aanpassing van de niet-monetaire elementen van de activa en passiva van het land in hyperinflatie, alsook van zijn resultatenrekening om de evolutie van de algemene koopkracht van zijn functionele munt weer te geven. Dit resulteert in een winst of een verlies op de netto monetaire positie die in de winst van het jaar wordt opgenomen. Bovendien wordt de jaarrekening van dit land omgerekend tegen de slotkoers van de betrokken periode. De gevolgen van de toepassing van IAS 29 voor Turkije worden beschreven in Toelichting 22.
203
Toelichting 2: Consolidatiekring
De geconsolideerde jaarrekening omvat JENSEN-GROUP NV en alle dochterondernemingen die het controleert.
Wijzigingen in de consolidatiekring in 2025
Op 29 september 2025 ondertekende MAXI-PRESS Australia de aankoop van de activiteiten van Filterfab Pty Ltd in Australië door middel van een activatransactie (asset deal), terwijl MAXI-PRESS Duitsland 100% van de aandelen van Filterfab NZ Limited in Nieuw-Zeeland verwierf. Beide overnames zijn vanaf 1 oktober 2025 opgenomen in de consolidatiekring. Voor meer informatie, zie Toelichting 23.
Op 1 december 2025 verwierf JENSEN North America, een dochteronderneming van JENSEN-GROUP NV, de bedrijfsactiva van G.A. Braun, Inc. ("Braun") via een activatransactie.
Deze activa zijn opgenomen in een nieuw opgerichte entiteit, JENSEN-Braun LLC, en worden vanaf 1 december volledig geconsolideerd. Voor meer informatie, zie Toelichting 23.
Overige wijzigingen
Onderstaande transacties vonden in oktober 2025 plaats en hebben geen significante impact op de geconsolideerde jaarrekening van JENSEN-GROUP.
- MAXI-PRESS UK heeft de overname van de activa van DRM Industrial Fabrics afgerond.
- MAXI-PRESS Duitsland nam de serviceafdeling van Wenzel & Kurz over,
- Gotli Labs AG verkocht zijn activiteiten aan GL Laundry Performance Software BV ('Gotli NL'), eigendom van Veins Holding BV, de minderheidsaandeelhouder van Gotli Labs AG,
- en JENSEN Industrial Group kocht de resterende 49% van de aandelen van Gotli Labs AG.
Toelichting 3: Gesegmenteerde informatie
De volledige wasserijsector kan worden opgedeeld in consumentenmarkt, commerciële en heavy-duty wasserijen. De entiteiten van JENSEN-GROUP bedienen alleen eindklanten in de heavy-duty wasserijsector. De meeste van deze wasserijen variëren van grote on-premise wasserijen (OPL) tot grote internationale textielverhuurgroepen. In principe werken alle klanten van JENSEN-GROUP volgens hetzelfde proces. JENSEN-GROUP verkoopt zijn producten en diensten onder de merknamen JENSEN, INWATEC, MAXI-PRESS en Braun via eigen verkoopkantoren en via onafhankelijke distributeurs wereldwijd.
Bedrijfssegmenten verwijzen naar de verschillende gebieden van de activiteiten van een bedrijf die regelmatig worden geanalyseerd door de 'chief operating decision maker' (CODM) met het oog op de toewijzing van middelen en de beoordeling van de prestaties van de segmenten. De segmentrapportering van JENSEN-GROUP is afgestemd op de organisatie- en rapporteringstructuur van zijn interne financiële informatie, zoals die werd beoordeeld door de Chief Executive Officer (CEO), het Executive Management Team (EMT) en de Raad van Bestuur.
Het management van de Groep, met inbegrip van de CEO, het EMT en de Raad van Bestuur, houdt toezicht op de heavy-duty wasserijactiviteiten als één enkele entiteit, geleid door het strategische '60/600' plan.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De beoordeling van de prestaties van het bedrijf, samen met beslissingen over de toewijzing van middelen, zijn gebaseerd op de uitgebreide beoordeling van de resultatenrekening. De voortgang en prestaties van deze rekening worden tien keer per jaar onder de loep genomen, met een meer diepgaande rapportage en analyse op kwartaalbasis. In mei en november worden trading updates uitgegeven, waarbij halverwege het jaar een verkorte reeks financiële cijfers wordt vrijgegeven en aan het einde van het boekjaar een volledige reeks.
De belangrijkste maatstaf voor het beoordelen van de winstgevendheid binnen de resultatenrekening, die beschouwd wordt als de CODM van JENSEN-GROUP, is het operationeel resultaat (EBIT).
Ondanks de analyse van opbrengsten en bepaalde directe kosten door het Group Controlling departement, maakt de CODM geen gebruik van een meer gedetailleerde uitsplitsing van de geconsolideerde resultatenrekening voor zakelijk of operationeel management. Beslissingen over prestatiebeoordeling of toewijzing van middelen worden op geconsolideerde basis genomen. Bijgevolg heeft de JENSEN-GROUP vastgesteld dat het als één bedrijfssegment functioneert.
De volgende tabel geeft informatie over omzet op basis van de geografische locaties van de Groep. De basis voor de toewijzing van de opbrengsten is de locatie van de klant:
| (in duizenden euro) | Europa | Amerika | Azië en Australië | 31 december | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | |
| Opbrengsten van externe klanten | 315.557 | 265.933 | 144.616 | 114.630 | 80.603 | 72.603 | 540.776 | 453.166 |
Ten tweede, als opbrengsten van externe klanten die worden toegekend aan een individueel land materieel zijn, dan moeten deze opbrengsten afzonderlijk worden bekendgemaakt volgens de standaard, zie de Toelichting van Duitsland en Amerika. De Groep identificeert 10% van de totale geconsolideerde opbrengsten als materieel. België wordt bekendgemaakt als het vestigingsland van de moedermaatschappij van de Groep.
De basis voor de toegelichte externe opbrengsten en vaste activa is de juridische entiteit in dat gebied (vóór enige consolidatieboekingen).
| (in duizenden euro) | Toerekenbaar aan | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| België | Duitsland | VS | Denemarken | China | |
| Opbrengsten van externe klanten | 11.757 | 73.271 | 132.873 | ||
| Vaste activa* | 1.395 | 7.475 | 22.121 | 38.599 | 11.758 |
Tot slot merkt de Groep op dat er geen belangrijke klanten zijn, of groepen van klanten waarover dezelfde eigenaar zeggenschap heeft, die meer dan 10% van de geconsolideerde opbrengst uitmaakt en waarover per 31 december 2025 informatie moet worden verstrekt.
- Vaste activa uit bovenstaande tabel zijn beperkt tot de lokale goodwill, immateriële activa, materiële vaste activa en handelsvorderingen en andere vorderingen op lange termijn.
205
Toelichting 4: Vaste activa
Goodwill
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| ACQUISITIEKOST | ||
| Aan het einde van het voorgaande jaar | 49.767 | 24.820 |
| Omrekeningsverschillen | -50 | 8 |
| Toevoegingen | 3.306 | 24.939 |
| Verkopen | 0 | 0 |
| Overdrachten | 0 | 0 |
| Totale verwervingskost | 53.024 | 49.767 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | ||
| Aan het einde van het voorgaande jaar | 1.996 | 1.995 |
| Omrekeningsverschillen | -1 | 1 |
| Afschrijving | 0 | 0 |
| Verkopen | 0 | 0 |
| Overdrachten | 0 | 0 |
| Totaal afschrijvingen en waardeverminderingen | 1.995 | 1.996 |
| Netto boekwaarde aan het einde van het jaar | 51.028 | 47.771 |
De goodwill is voornamelijk ontstaan bij de historische overname van JENSEN Australië, JENSEN Austria, JENSEN Benelux, JENSEN France, JENSEN Italia, JENSEN Norway, JENSEN Spain, JENSEN Sverige (Zweden), JENSEN Zwitserland, Inwatec en MAXI-PRESS (2024).
De goodwill van JENSEN-GROUP is met 3,3 miljoen euro gestegen, waarvan 2,7 miljoen euro toe te schrijven is aan onze belangrijke overnames in 2025 van Filterfab in Australië, Nieuw-Zeeland en Braun. Voor meer details verwijzen we naar Toelichting 23. De rest van de goodwill is het gevolg van kleinere overnames in Duitsland en het VK in oktober 2025.
JENSEN-GROUP stelt de kasstroomgenererende eenheden gelijk met de Groep. JENSEN-GROUP ondersteunt de heavy-duty wasserijsector wereldwijd door duurzame enkelvoudige machines, systemen en geïntegreerde oplossingen te ontwikkelen en te leveren. Het succes van de JENSEN-GROUP is het resultaat van de combinatie van globale kennis en lokale aanwezigheid. De vaste activa van de fabrieken worden samen beheerd, en de kasstromen die gegenereerd worden door het gebruik van deze fabrieken komen van één groep lokale, regionale of internationale klanten. Deze worden voorzien van dezelfde producten om de activiteiten in heavy-duty wasserijen te optimaliseren. Voor de testen op bijzondere waardeverminderingen worden de activa van de fabrieken daarom toegewezen aan één kasstroomgenererende eenheid.
Goodwill wordt onderworpen aan een jaarlijkse test op bijzondere waardevermindering, door middel van een aantal kritische beoordelingen, schattingen en veronderstellingen. Op basis van de vergelijking van de 'waarde in gebruik' (afgeleid met behulp van de verdisconteerde vrije kasstroom benadering) en de boekwaarde (boekwaarde van het geïnvesteerde vermogen) van de kasstroomgenererende eenheid (de Groep), wordt de realiseerbare waarde berekend. JENSEN-GROUP is van mening dat zijn schattingen redelijk zijn; ze zijn gebaseerd op ervaringen, externe informatiebronnen (zoals het langetermijngroeipercentage en de verdisconteringsvoet) en geven de best mogelijke inschatting van het management weer.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De belangrijkste beoordelingen, veronderstellingen en schattingen voor de kasstroomgenererende eenheid zijn:
- Het eerste jaar van het model is gebaseerd op de best mogelijke inschatting van het management van het vrije kasstroomvooruitzicht voor het volgende jaar; voor het tweede, derde, vierde en vijfde jaar van het model zijn de kasstromen gebaseerd op het langetermijnplan van de Groep, waarin belangrijke schattingen zijn opgenomen, zoals het impliciete groeipercentage van de omzet en de EBIT-marge;
- Kasstromen na de periode van de eerste vijf jaar worden geëxtrapoleerd, meestal door gebruik te maken van een groeipercentage van 0% (tegenover 0% PY) van de vrije kasstromen;
- Projecties worden verdisconteerd aan de gewogen gemiddelde kapitaalkost die tussen de 9% en 10% ligt;
Deze berekende waarde wordt vergeleken met de boekwaarde.
Hoewel JENSEN-GROUP van mening is dat zijn beoordelingen, veronderstellingen en schattingen geschikt zijn, kunnen werkelijke resultaten afwijken van deze inschattingen in geval van andere veronderstellingen of voorwaarden. De Groep is van mening dat redelijke schattingswijzigingen niet zullen leiden tot een bijzonder waardeverminderingsverlies gezien de realiserbare waarde.
Immateriële vaste activa
| 31 december 2025
(in duizenden euro) | Knowhow en productontwikkeling | Licenties, handelsmerken en klantenrelaties | Overige immateriële vaste activa | TOTAAL |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| ACQUISITIEKOST | | | | |
| Aan het einde van het voorgaande jaar | 7.397 | 2.379 | 0 | 9.776 |
| Omrekeningsverschillen | -11 | -115 | 0 | -126 |
| Overname via bedrijfscombinatie | 0 | 3.194 | 0 | 3.194 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toevoegingen | 908 | 0 | 0 | 908 |
| Verkopen | 0 | -1 | 0 | -1 |
| Overdrachten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale verwervingskost | 8.294 | 5.457 | 0 | 13.751 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | | | | |
| Aan het einde van het voorgaande jaar | 3.402 | 1.760 | 0 | 5.162 |
| Omrekeningsverschillen | -4 | 0 | 0 | -4 |
| Overname via bedrijfscombinatie | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afschrijving | 725 | 241 | 0 | 965 |
| Verkopen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overdrachten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal afschrijvingen en waardeverminderingen | 4.123 | 2.001 | 0 | 6.124 |
| Netto boekwaarde 31 december 2025 | 4.171 | 3.456 | 0 | 7.628 |
Ontwikkelingskosten worden alleen geactiveerd als het waarschijnlijk is dat zij toekomstige economische voordelen zullen opleveren voor specifieke projecten (bv. Inwatec). De geactiveerde ontwikkelingskosten worden lineair afgeschreven over de geschatte gebruiksduur, die normaal gesproken niet langer dan 10 jaar wordt beschouwd. De afschrijvingsperiode wordt voortdurend geëvalueerd en jaarlijks wordt nagegaan of het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan.
Ontwikkelingskosten voor een bedrag van 8,3 miljoen euro (7,5 miljoen euro in 2024) werden in kosten genomen gedurende het jaar. Deze kosten zijn opgenomen in de posten ‘Diensten en overige goederen’, ‘Personeelskosten’ en ‘Afschrijvingen en waardeverminderingen’.
De licenties verwijzen naar de kapitalisatie van de licentiekosten van het ERP-systeem en andere IT-middelen. De klantrelaties en handelsnamen die bij recente overnames werden gewaardeerd, bedragen 3,2 miljoen euro. Zie voor meer informatie Toelichting 23.
| 31 december 2024
(in duizenden euro) | Knowhow en productontwikkeling | Licenties | Overige immateriële vaste activa | TOTAAL |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| ACQUISITIEKOST | | | | |
| Aan het einde van het voorgaande Jaar | 6.546 | 2.512 | 1.440 | 10.498 |
| Omrekeningsverschillen | -5 | -1 | 0 | -6 |
| Overname via bedrijfscombinatie | 0 | 190 | 0 | 190 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | -1.440 | -1.440 |
| Toevoegingen | 856 | 21 | 0 | 877 |
| Verkopen | 0 | -343 | 0 | -343 |
| Overdrachten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale verwervingskost | 7.397 | 2.379 | 0 | 9.776 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | | | | |
| Aan het einde van het voorgaande Jaar | 2.808 | 1.833 | 24 | 4.665 |
| Omrekeningsverschillen | -17 | 21 | -30 | -26 |
| Overname via bedrijfscombinatie | 0 | 66 | 0 | 66 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | -96 | -96 |
| Afschrijving | 612 | 182 | 102 | 896 |
| Verkopen | 0 | -343 | 0 | -343 |
| Overdrachten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal afschrijvingen en waardeverminderingen | 3.402 | 1.760 | 0 | 5.162 |
| Netto boekwaarde 31 december 2024 | 3.994 | 619 | 0 | 4.614 |
De overige immateriële activa op het einde van 2023 hebben betrekking op de acquisitie van Ole Almeborg in oktober 2023. Vanaf september 2024 is deze entiteit niet langer opgenomen in de consolidatiekring van JENSEN-GROUP.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Materiële vaste activa
| 31 december 2025
(in duizenden euro) | Terreinen en gebouwen | Machines en uitrusting | Meubilair en rollend materieel | Activa met gebruikersrecht - gebouwen | Activa met gebruikersrecht - Overige | Overige materiële activa | Activa in aanbouw | TOTAAL |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| ACQUISITIEKOST | | | | | | | | |
| Aan het einde van het voorgaande jaar | 49.224 | 36.496 | 16.823 | 16.749 | 4.574 | 99 | 226 | 124.192 |
| Omrekeningsverschillen | -1.252 | -1.385 | -378 | -889 | -34 | 0 | 1 | -3.936 |
| Overname via bedrijfscombinatie | 17.322 | 10.347 | 3.040 | 433 | 0 | 0 | 0 | 31.143 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toevoegingen | 1.652 | 2.173 | 1.668 | 1.206 | 4.446 | 51 | -26 | 11.170 |
| Verkopen | 0 | -84 | -1.525 | -716 | -112 | 0 | 0 | -2.438 |
| Overdrachten | 199 | -183 | -269 | 138 | 318 | -3 | -201 | 0 |
| Totale verwervingskost | 67.146 | 47.362 | 19.360 | 16.922 | 9.192 | 147 | 0 | 160.130 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | | | | | | | | |
| Aan het einde van het voorgaande jaar | 25.050 | 29.462 | 11.512 | 3.216 | 1.559 | 91 | 0 | 70.892 |
| Omrekeningsverschillen | -364 | -1.029 | -291 | -72 | -12 | 0 | 0 | -1.769 |
| Overname via bedrijfscombinatie | 5.356 | 8.127 | 2.240 | 0 | 0 | 0 | 0 | 15.723 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afschrijving | 3.526 | 2.041 | 1.850 | 1.943 | 1.327 | 50 | 0 | 10.739 |
| Verkopen | 0 | -70 | -1.433 | -423 | -289 | 0 | 0 | -2.214 |
| Overdrachten | 299 | 198 | -55 | -37 | -405 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal afschrijvingen en waardeverminderingen | 33.868 | 38.730 | 13.823 | 4.628 | 2.181 | 141 | 0 | 93.371 |
| Netto boekwaarde 31 december 2025 | 33.277 | 8.632 | 5.536 | 12.294 | 7.011 | 6 | 0 | 66.756 |
In de loop van 2025 steeg de netto boekwaarde van de materiële vaste activa met 13,5 miljoen euro.
Wanneer de afschrijvingskosten van 10,7 miljoen euro buiten beschouwing worden gelaten, vertoonden de materiële vaste activa een globale stijging van 24,2 miljoen euro.
De kapitaaluitgaven in deze periode waren gericht op het verder verbeteren van onze infrastructuur om aan de toekomstige marktvraag en de uitbreiding van onze activiteiten te kunnen voldoen. Dit omvatte strategische investeringen in de uitbreiding van onze fabrieken in China (1,1 miljoen euro) en Denemarken (1,3 miljoen euro). De overname van Braun voegde 14,3 miljoen euro toe aan de vaste activa, aangevuld met kleinere overnames van activa en activiteiten in Duitsland, het VK, Australië en Nieuw-Zeeland. Andere investeringen in machines, apparatuur en voertuigen bedroegen 3,1 miljoen euro. De verlenging van verschillende huurovereenkomsten zorgt voor een stijging van de activa met gebruiksrechten tot 5,7 miljoen euro.
De netto boekwaarde van de activa, gebouwen en materieel die als zakelijke zekerheid voor de schulden worden gesteld, bedraagt 19,0 miljoen euro (12,0 miljoen euro in december 2024).
De gebouwen geclassificeerd als activa met gebruiksrecht bestaan voornamelijk uit gebouwen in China en Denemarken. Er zijn geen materiële opbrengsten uit onderverhuur van de activa per eind december 2025. Meer informatie over de gerelateerde leaseverplichtingen is te vinden in Toelichting 9.
Er zijn geen materiële beperkingen of financiële ratio's opgelegd door de bovenstaande leaseovereenkomsten. Er zijn geen toegezegde leaseovereenkomsten die nog niet zijn opgenomen in de bovenstaande tabel per 31 december 2025.
209
De berekeningen in het kader van IFRS16 worden jaarlijks bijgewerkt met de indexering, om de huidige status van de verplichting weer te geven. Er zijn geen andere posten die naar verwachting de toekomstige kasuitstromen zullen beïnvloeden.
| 31 december 2024
(in duizenden euro) | Terreinen en gebouwen | Machines en uitrusting | Meubilair en rollend materieel | Activa met gebruiksrecht - gebouwen | Activa met gebruiksrecht - Overige | Overige materiële activa | Activa in aanbouw | TOTAAL |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| ACQUISITIEKOST | | | | | | | | |
| Aan het einde van het voorgaande jaar | 44.684 | 30.974 | 14.448 | 11.340 | 2.766 | 0 | 881 | 105.095 |
| Omrekeningsverschillen | 251 | 446 | 62 | 321 | -2 | 0 | 20 | 1.099 |
| Overname via bedrijfscombinatie | 2.458 | 2.741 | 392 | 1.883 | 714 | 70 | 0 | 8.258 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | -130 | 0 | 0 | -112 | 0 | 0 | -242 |
| Toevoegingen | 1.982 | 1.972 | 3.110 | 4.769 | 1.883 | 33 | 304 | 14.054 |
| Verkopen | -151 | -882 | -1.190 | -1.563 | -279 | -4 | 0 | -4.070 |
| Overdrachten | 0 | 1.375 | 0 | 0 | -396 | 0 | -979 | 0 |
| Totale verwervingskost | 49.224 | 36.496 | 16.822 | 16.749 | 4.574 | 99 | 226 | 124.192 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | | | | | | | | |
| Aan het einde van het voorgaande jaar | 22.611 | 26.839 | 10.720 | 2.549 | 1.151 | 0 | 0 | 63.871 |
| Omrekeningsverschillen | 64 | 392 | 13 | -17 | -1 | 0 | 0 | 450 |
| Overname via bedrijfscombinatie | 22 | 1.751 | 258 | 0 | 0 | 77 | 0 | 2.108 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | -63 | 0 | 0 | -112 | 0 | 0 | -175 |
| Afschrijving | 2.504 | 1.417 | 1.539 | 1.688 | 866 | 18 | 0 | 8.033 |
| Verkopen | -151 | -874 | -1.017 | -1.005 | -344 | -4 | 0 | -3.395 |
| Overdrachten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal afschrijvingen en waardeverminderingen | 25.050 | 29.463 | 11.511 | 3.216 | 1.561 | 91 | 0 | 70.892 |
| Netto boekwaarde 31 december 2024 | 24.174 | 7.033 | 5.311 | 13.533 | 3.013 | 8 | 226 | 53.299 |
In de loop van 2024 steeg de netto boekwaarde van de materiële vaste activa met 12,1 miljoen euro. Wanneer de afschrijvingskosten van 8,0 miljoen euro buiten beschouwing worden gelaten, vertoonden de materiële vaste activa een globale stijging van 20,1 miljoen euro.
De kapitaaluitgaven in deze periode waren gericht op het verder verbeteren van onze infrastructuur om aan de toekomstige marktvraag te kunnen voldoen. Dit omvatte strategische investeringen in de uitbreiding van onze fabrieken in China (3,4 miljoen euro), geclassificeerd als activa met gebruiksrecht, en Denemarken (2,6 miljoen euro). Andere investeringen in machines, apparatuur en voertuigen bedroegen 4,5 miljoen euro.
Bovendien voegde de acquisitie van MAXI-PRESS 6,2 miljoen euro toe aan de vaste activa, waarvan 2,6 miljoen euro activa met gebruiksrecht. De verlenging van verschillende huurovereenkomsten zorgt voor een stijging van de activa met gebruiksrechten tot 3,2 miljoen euro.
De gebouwen geclassificeerd als activa met gebruiksrecht bestaan voornamelijk uit gebouwen in China en Denemarken.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 5: Uitgestelde belastingen
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen kunnen worden toegerekend aan de volgende posten, waarbij hun beweging sinds vorig jaar hieronder wordt samengevat:
| (in duizenden euro) | 31 december 2024 | Acquisities | Via winst of verlies | Via niet-gerealiseerde resultaten | Wisselkoersverschillen | 31 december 2025 | DTA (uitgestelde belastingvordering) | DTL (uitgestelde belastingverplichting) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorraden | 912 | -718 | 78 | 273 | 2.042 | -1.769 | ||
| Vaste activa | -3.062 | -2.449 | 1.406 | -4.105 | -657 | -3.448 | ||
| Voorzieningen | 4.620 | 156 | -355 | 4.422 | 3.261 | 1.161 | ||
| Fiscale verliezen | 88 | 57 | 145 | 79 | 66 | |||
| Uitgestelde belastingen op andere verschillen tussen fiscale en lokale boekhouding | 775 | -473 | -91 | -296 | -84 | -1 | -83 | |
| Valutaresultaat in permanente financiering | -1.002 | 1.006 | 4 | 4 | 0 | |||
| Financiële instrumenten | -305 | 1.176 | -51 | 821 | 1.113 | -293 | ||
| Totaal uitgestelde belastingvorderingen (netto) | 2.027 | -3.166 | 3.407 | -496 | -296 | 1.476 | 5.842 | -4.366 |
| (in duizenden euro) | 31 december 2023 | Acquisities | Via winst of verlies | Via niet-gerealiseerde resultaten | Wisselkoersverschillen | 31 december 2024 | DTA (uitgestelde belastingvordering) | DTL (uitgestelde belastingverplichting) |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Voorraden | 1.122 | 102 | -312 | 0 | 0 | 912 | 1.061 | -149 |
| Vaste activa | -2.945 | -695 | 578 | 0 | 0 | -3.062 | -1.028 | -2.034 |
| Voorzieningen | 3.677 | -37 | 1.067 | -87 | 0 | 4.620 | 4.376 | 244 |
| Fiscale verliezen | 101 | 0 | -13 | 0 | 0 | 88 | 88 | 0 |
| Uitgestelde belastingen op andere verschillen tussen fiscale en lokale boekhouding | 247 | 5 | 141 | -64 | 446 | 775 | 877 | -102 |
| Valutaresultaat in permanente financiering | -951 | 0 | -51 | -1.002 | 0 | -1.002 | ||
| Financiële instrumenten | -45 | 0 | -355 | 95 | 0 | -305 | -136 | -169 |
| Totaal uitgestelde belastingvorderingen (netto) | 1.207 | -625 | 1.055 | -56 | 447 | 2.027 | 5.238 | -3.211 |
Globaal genomen zijn de uitgestelde belastingvorderingen licht gestegen ten opzichte van vorig jaar als gevolg van de timingverschillen tussen de boekhouding en de fiscale boekhouding, vooral met betrekking tot voorraden, voorzieningen en financiële instrumenten.
De uitgestelde belastingen hebben voornamelijk betrekking op JENSEN USA (2,2 miljoen euro), JENSEN Italia (1,1 miljoen euro) en JENSEN Australia (0,7 miljoen euro).
De uitgestelde belastingvorderingen worden erkend omdat het management en de Raad van Bestuur ervan overtuigd zijn, conform de waarderingsregels van de Groep, dat deze uitgestelde belastingvorderingen binnen een redelijke periode kunnen gerealiseerd worden. De Groep is voorzichtig met het opnemen van uitgestelde belastingen op overgedragen fiscale verliezen.
211
Toelichting 6: Contractactiva en -passiva
(in duizenden euro)
| Opbrengsten | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | 540.776 | 453.166 |
| Contractactiva | 57.126 | 68.046 |
| Contractpassiva | 24.868 | 54.751 |
De bovenstaande contractactiva vertegenwoordigen het recht van de Groep op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die de Groep heeft overgedragen aan een klant. Deze bedragen konden echter nog niet worden gefactureerd gezien het recht op vergoeding nog niet onvoorwaardelijk is, omdat er nog aanvullende verplichtingen aan de klant moeten worden voldaan. De projecten worden gewaardeerd op basis van de 'percentage of completion'-methode. Op 31 december 2025 was in de contractactiva 35,4 miljoen euro, 16,3%, aan gecumuleerde winst op de brutowaarden opgenomen (tegenover 23,5 miljoen euro, 15,1% op 31 december 2024). Zowel contractactiva als contractpassiva waren aan het einde van het jaar aanzienlijk lager dan vorig jaar. Verschillende projecten die eind 2024 nog openstonden, werden in 2025 voltooid, wat leidde tot de afwikkeling van de bijbehorende saldi. Daarentegen waren veel van de projecten die eind 2025 nog openstonden, nog niet doorgegaan naar de volgende factureringsfase, wat resulteerde in een lagere contractverplichting.
(in duizenden euro)
| Opbrengsten | YTD Q4 2025 | Q4 2025 | Q3 2025 | Q2 2025 | Q1 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| Orderontvangst | 531.408 | 177.188 | 95.534 | 121.181 | 137.505 |
| Opbrengsten | 540.776 | 142.786 | 134.856 | 135.601 | 127.533 |
De opbrengsten uit contracten houden verband met bouwcontracten voor klanten. De orders die in de loop van 2025 werden binnengehaald, bereikten een nieuwe recordhoogte, en onderstrepen de voortdurende groei en lokale aanwezigheid van de Groep op de markt.
Met betrekking tot de uitstaande prestatieverplichtingen van de Groep aan het einde van het jaar:
- Op 31 december 2025 heeft de Groep 5,6 miljoen euro aan uitstaande, nog niet vervulde prestatieverplichtingen die voortvloeien uit lopende contracten die na 2026 zullen worden uitgevoerd (19,4 miljoen euro op 31 december 2024). Deze prestatieverplichtingen hebben voornamelijk betrekking op scheepswerven en openbare ziekenhuizen.
- Er zijn geen prestatieverplichtingen die meer dan 12 maanden in beslag nemen tussen het opstarten van de productie en de oplevering. Voor werven van cruiseschepen duurt de installatie van de wasserij minder dan 12 maanden. Dit kan echter uitlopen tot 24 maanden tussen de installatie van de wasserij en de uiteindelijke oplevering van het cruiseschip. Voor deze periode voorziet JENSEN-GROUP uitvoeringsgaranties.
De reconciliatie van de nettobeweging in contractactiva en -passiva is als volgt:
(in duizenden euro)
| Opbrengsten | Contractactiva | Contractpassiva |
|---|---|---|
| 31 december 2024 | 68.046 | 54.751 |
| Opbrengsten die waren opgenomen in het saldo van de contractverplichting aan het begin van de periode | 0 | -17.279 |
| Toename / daling (-) als gevolg van ontvangen geldmiddelen, exclusief bedragen opgenomen als opbrengsten gedurende de periode | 0 | -14.474 |
| Overboeking van contractactiva opgenomen aan het begin van de periode naar vorderingen | -32.273 | 0 |
| Toenames als gevolg van wijzigingen in de maatstaven van vooruitgang | 23.451 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | -2.097 | -2.580 |
| Overname via bedrijfscombinatie | 4.450 | |
| 31 december 2025 | 57.126 | 24.868 |
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 7: Handels- en overige vorderingen
| (in duizenden euro) | 31 december | 31 december |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Handelsvorderingen | 122.392 | 133.032 |
| Voorziening voor dubieuze debiteuren | -4.109 | -4.835 |
| Belastingen | 3.535 | 4.359 |
| Overige vorderingen | 7.838 | 5.387 |
| Overlopende rekeningen | 3.094 | 4.313 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 304 | 314 |
| Totale handels- en overige vorderingen | 133.053 | 142.569 |
| Handelsvorderingen | 2.167 | 4.641 |
| Overige vorderingen | 4.769 | 3.872 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 233 | 193 |
| Vorderingen op lange termijn | 7.170 | 8.706 |
| Vorderingen op korte termijn | 125.883 | 133.863 |
Vorderingen op lange termijn
Het langlopende deel van de handelsvorderingen daalde met 2,5 miljoen euro door betalingen van de projectfinanciering in de vorige periode. De Groep is actief bezig om klanten bij te staan door hen financiële oplossingen aan te reiken, zoals de implementatie van strikte terugbetalingsschema's (1,7 miljoen euro) en terugkoopverplichtingen bij financiële instellingen (0,5 miljoen euro).
In de overige vorderingen (langlopende deel) zijn garanties in contanten opgenomen voor een bedrag van 0,9 miljoen euro, wat stabiel is in vergelijking met vorig jaar, een lening aan onze partner Tolon van 2,5 miljoen euro, alsook overige vorderingen voor 1,3 miljoen euro.
Vorderingen op korte termijn
In het vierde kwartaal bedroegen de opbrengsten 142,8 miljoen euro, wat neerkomt op een stijging met 21% ten opzichte van het laatste kwartaal van 2024. Ondanks deze groei daalden de handelsvorderingen op korte termijn met 8,2 miljoen euro. Deze daling is voornamelijk het gevolg van een afname van het aantal dagen dat vorderingen openstaan (DSO) van 91 dagen naar 83 dagen.
213
Toelichting 8: Eigen vermogen
Kapitaal
Op 31 december 2025 bedroeg het aandelenkapitaal 38,3 miljoen euro (voor aftrek van de uitgiftekosten van 0,2 miljoen euro), en bestond het uit 9.631.408 gewone aandelen zonder nominale waarde. Er waren geen preferente aandelen. Alle aandelen zijn volledig volstort. Op 31 december 2025 had de vennootschap 422.867 eigen aandelen in bezit.
Hierna wordt meer informatie weergegeven over de staat van het kapitaal per 31 december 2025 en 2024.
Staat van het kapitaal (positie op 31 december 2025)
Bedragen (in duizenden euro) Aantal aandelen
| A. Kapitaal | ||
|---|---|---|
| 1. Kapitaal | ||
| Aan het einde van het voorbije jaar | 38.050 | |
| Wijzigingen tijdens het jaar | 0 | |
| Aan het einde van dit jaar | 38.050 | |
| 2. Kapitaalvertegenwoordiging | ||
| 2.1 Aandelen zonder nominale waarde | 38.050 | 9.631.408 |
| 2.2 Aandelen op naam of aan toonder | ||
| Op naam | 6.231.724 | |
| Gedematerialiseerd | 3.399.684 | |
| B. Eigen aandelen gehouden door | ||
| het bedrijf of een zijn dochterondernemingen | 20.667 | 422.867 |
| C. Verplichtingen tot uitgifte van aandelen | ||
| 1. Als gevolg van de uitoefening van conversierechten | 0 | 0 |
| 2. Als gevolg van de uitoefening van inschrijvingsrechten | 0 | 0 |
| D. Toegestaan, niet-geplaatst kapitaal | 38.280 |
Volgende kennisgevingen van deelname in aandelen die het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen, werden ontvangen:
JENSEN Invest A/S, JF Tenura ApS, dhr. Jesper M. Jensen, The Jørn M. Jensen en Lise M. Jensen Family Trust, mevr. Anne M. Jensen en mevr. Karine Munk Finser
JENSEN INVEST A/S, Ejnar Jensen Vej 1, 3700 Rønne, Denmark
| Aantal aandelen | Totaal aandelen | % | |
|---|---|---|---|
| - Aantal aandelen | 4.260.781 | 9.631.408 | 44,24% |
| - Stemrechten | 4.260.781 | 9.208.541 | 46,27% |
In het kader van het lopende terugkoopprogramma van aandelen dat JENSEN-GROUP uitrolde, heeft JENSEN Invest A/S, de (de facto) controlerende entiteit van JENSEN-GROUP, op 8 maart 2024 de drempel van 45% overschreden. De controleketen is als volgt: JENSEN Invest A/S bezit 44,24% van de aandelen van de JENSEN-GROUP NV. JF Tenura Aps bezit 100% van de aandelen in JENSEN Invest A/S. SWID AG, vertegenwoordigd door dhr. Jesper M. Jensen, bezit 51% van het aandelenkapitaal en 99% van de stemrechten in JF Tenura Aps. De Jørn Munch Jensen en Lise Munch Jensen Family Trust, waarvan Mevr. Anne Munch Jensen en Mevr. Karine Munk Finser de uiteindelijke begunstigden zijn, bezit de overige 49% van de aandelen in JF Tenura Aps.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Miura Co Ltd.
7 Horie, Matsuyama, Ehime, 799-2696 Japan
| Aantal aandelen | Totaal aandelen | % | |
|---|---|---|---|
| - Aantal aandelen | 1.926.282 | 9.631.408 | 20,00% |
| - Stemrechten | 1.926.282 | 9.208.541 | 20,92% |
De controleketen is als volgt: Miura Co. Ltd. bezit 20% van de aandelen van JENSEN-GROUP NV.
Op 31 december 2024 bedroeg het aandelenkapitaal 38,3 miljoen euro (voor aftrek van de uitgiftekosten van 0,2 miljoen euro), en bestond het uit 9.631.408 gewone aandelen zonder nominale waarde. Er waren geen preferente aandelen. Alle aandelen zijn volledig volstort. Op 31 december 2024 had de vennootschap 146.793 eigen aandelen in bezit.
| Staat van het kapitaal (positie op 31 december 2024) | Bedragen (in duizenden euro) | Aantal aandelen |
|---|---|---|
| A. Kapitaal | ||
| 1. Kapitaal | ||
| - Aan het einde van het voorbije jaar | 38.050 | |
| - Wijzigingen tijdens het jaar | 0 | |
| - Aan het einde van dit jaar | 38.050 | |
| 2. Kapitaalvertegenwoordiging | ||
| 2.1 Aandelen zonder nominale waarde | 38.050 | 9.631.408 |
| 2.2 Aandelen op naam of aan toonder | ||
| - Op naam | 6.230.339 | |
| - gedematerialiseerd | 3.401.069 | |
| B. Eigen aandelen gehouden door | ||
| - het bedrijf of een zijn dochterondernemingen | 5.264 | 146.793 |
| C. Verplichtingen tot uitgifte van aandelen | ||
| 1. Als gevolg van de uitoefening van conversierechten | 0 | 0 |
| 2. Als gevolg van de uitoefening van inschrijvingsrechten | 0 | 0 |
| D. Toegestaan, niet-geplaatst kapitaal | 38.280 |
Elk aandeel heeft één stem. De stemrechten zijn in overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De statuten bevatten geen andere regelingen met betrekking tot de stemrechten.
De regelingen betreffende de overdracht van aandelen zijn in overeenstemming met het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De statuten bevatten geen andere regelingen met betrekking tot de overdracht van aandelen.
Uitgiftepremie
De uitgiftepremie is het resultaat van (i) de fusie van LSG, dat toen de naam JENSEN-GROUP NV aannam (5,8 miljoen euro), (ii) de kapitaalverhoging in 2023 door inbreng in natura (37,9 miljoen euro) en (iii) de kapitaalverhoging in 2023 door inbreng in cash (23,9 miljoen euro).
De eindbalans van de uitgiftepremie bedraagt 67,6 miljoen euro.
215
Eigen aandelen
De statuten (art. 11) staan de Raad van Bestuur toe om eigen aandelen terug te kopen. Tijdens de vergadering van 10 maart 2022 heeft de Raad van Bestuur beslist om een programma voor de inkoop van eigen aandelen in te voeren en zo maximaal 781.900 of 10% van de eigen aandelen in te kopen. Tijdens de buitengewone aandeelhoudersvergadering van 16 mei 2023 hebben de aandeelhouders gestemd over de vernietiging van de 113.873 eigen aandelen, nadat de Raad van Bestuur het programma had opgeschort in het licht van een recente overname. Later in het jaar 2023 besloot de Raad van Bestuur het programma opnieuw te starten en op 31 december 2025 zijn 422.867 aandelen teruggekocht tegen een gemiddelde prijs van 48,87 euro, goed voor een totaalbedrag van 20,7 miljoen euro. Het programma voor de terugkoop vervalt op 18 mei 2026.
Omrekeningsverschillen
De geconsolideerde jaarrekening wordt in dit jaarverslag uitgedrukt in duizenden euro. Alle posten van de balans van buitenlandse vennootschappen worden omgerekend in euro, de valuta waarin de Groep werkt en de cijfers rapporteert, aan de wisselkoers per einde van het boekjaar, met uitzondering van het eigen vermogen, dat aan historische koers wordt opgenomen. De resultatenrekeningen worden omgezet aan de gemiddelde koers van het boekjaar. De wisselkoersverschillen die aldus ontstaan uit de omzetting van het eigen vermogen en de resultatenrekeningen worden afzonderlijk vermeld in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten onder de post ‘Omrekeningsverschillen’.
De omrekeningsverschillen daalden met 14,0 miljoen euro, voornamelijk door de zwakkere USD, JPY en TRY.
De gebruikte wisselkoersen voor de omzetting waren de volgende:
| Munt | Gemiddelde koers | Slotkoers | ||
|---|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | |
| AED | 4,1489 | 3,9730 | 4,3105 | 3,8252 |
| AUD | 1,7513 | 1,6399 | 1,7581 | 1,6772 |
| BRL | 6,3056 | 5,8268 | 6,4362 | 6,4253 |
| CAD | 1,5782 | 1,0000 | 1,6088 | 1,0000 |
| CHF | 0,9371 | 0,9526 | 0,9314 | 0,9412 |
| CNY | 8,1149 | 7,7863 | 8,2264 | 7,5833 |
| DKK | 7,4632 | 7,4588 | 7,4688 | 7,4578 |
| EUR | 1,0000 | 1,0000 | 1,0000 | 1,0000 |
| GBP | 0,8566 | 0,8466 | 0,8726 | 0,8292 |
| JPY | 168,9475 | 163,8175 | 184,0943 | 163,0600 |
| NOK | 11,7165 | 11,6268 | 11,8427 | 11,7950 |
| NZD | 1,9416 | 1,7879 | 2,0380 | 1,8532 |
| SEK | 11,0644 | 11,4309 | 10,8213 | 11,4590 |
| SGD | 1,4752 | 1,4457 | 1,5105 | 1,4164 |
| TRY | 44,7628 | 35,5653 | 50,4796 | 36,7372 |
| USD | 1,1293 | 1,0821 | 1,1750 | 1,0389 |
Hedging reserves
De Groep merkt valutacontracten en renteswaps aan als kasstroomindekkingen van zijn valuta- en renterisico. Veranderingen in de reële waarde van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie (toerekenbaar aan het afgedekte risico), vanaf het begin van de afdekking, worden onmiddellijk in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten opgenomen als de afdekking effectief wordt geacht (Toelichting 20).
Op jaareinde werd 0,18 miljoen euro in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten geboekt.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Winsten en verliezen opgenomen in de afdekkingsreserve in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten:
- op valutatermijncontracten per 31 december 2025 zullen op verschillende data tussen één en zes maanden in de resultatenrekening worden opgenomen.
- op de renteswapcontracten per 31 december 2025, zullen in de resultatenrekening opgenomen worden a rato van de terugbetaling van de bankleningen.
Herwaarderingswinsten en -verliezen op toegezegd-pensioenregelingen
JENSEN-GROUP heeft toegezegd-pensioenregelingen waarvoor alle actuariële winsten en verliezen rechtstreeks worden opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten, zie hiervoor Toelichting 10. Het gecumuleerde verlies bedraagt op 31 december 2025 3,7 miljoen euro.
Dividend
De Raad van Bestuur stelt aan de aandeelhoudersvergadering voor om een dividend van 1,50 euro per aandeel goed te keuren. Het dividendvoorstel is gebaseerd op het nettoresultaat van de vennootschap aan het einde van het jaar. De dividenduitkering zal 13.812.811,50 euro bedragen, gebaseerd op het aantal uitstaande aandelen op 31 december 2025. Er wordt geen dividend uitgekeerd voor de eigen aandelen.
In 2024 stelde de Raad van Bestuur een dividend van 1,00 euro per aandeel voor en de aandeelhouders keurden dat voorstel goed. Het dividendvoorstel was gebaseerd op het nettoresultaat van de vennootschap aan het einde van het jaar.
Kapitaalrisicobeheer
De doelstelling van JENSEN-GROUP bij het kapitaalbeheer is ervoor te zorgen dat JENSEN-GROUP verder kan functioneren als een 'going concern' om rendement te genereren voor de aandeelhouders en voordelen te bieden aan de andere stakeholders, en om een optimale structuur te behouden die de vermogenskosten minimaliseert.
217
Toelichting 9: Financiële schuld
De korte- en langetermijnleningen kunnen als volgt worden samengevat:
| (in duizenden euro) | 31 december 2024 | Acquisitie of uittreding uit conso | Opname | Terug-betalingen | Herclassificatie LT/KT of overdracht | CTA | 31 december 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| LT-leningen bij kredietinstellingen | 13.078 | 0 | 21.147 | -3.325 | -2.215 | -397 | 28.289 |
| Overige LT-leningen | 2.205 | -2.205 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| LT-factoring | 1.595 | 0 | 0 | 0 | -1.264 | 0 | 331 |
| Subtotaal | 16.878 | -2.205 | 21.147 | -3.325 | -3.479 | -397 | 28.620 |
| Leaseverplichtingen - KT | 5.440 | 41 | 5.752 | -1.322 | -2.135 | -38 | 7.738 |
| Totaal langetermijnleningen | 22.318 | 36.358 | |||||
| (in duizenden euro) | 31 december 2024 | Acquisitie of uittreding uit conso | Opname | Terug-betalingen | Herclassificatie LT/KT of overdracht | CTA | 31 december 2025 |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Kortlopend deel van LT-leningen | 13.393 | 0 | 0 | -13.286 | 2.215 | -42 | 2.280 |
| Kredietinstellingen KT | 20.005 | 0 | 24.800 | -19.991 | 0 | -31 | 24.783 |
| Kredietlijnen | 8.613 | 1 | 0 | -8.045 | 1 | -569 | 0 |
| Ontvangen betalingen (factoring) | 2.197 | 0 | 836 | -2.197 | 31 | -131 | 736 |
| Subtotaal | 44.208 | 1 | 25.636 | -43.519 | 2.247 | -773 | 27.800 |
| Leaseverplichtingen - KT | 2.900 | 392 | 526 | -2.563 | 2.199 | -47 | 3.407 |
| Totaal kortetermijnleningen | 47.108 | 31.206 | |||||
| Totaal leningen | 69.426 | 67.564 | |||||
| --- | --- | --- |
De financiële schulden daalden van 69,4 miljoen euro op 31 december 2024 naar 67,6 miljoen euro op 31 december 2025. De daling werd voornamelijk veroorzaakt door aanzienlijke terugbetalingen van zowel langlopende als kortlopende kredietfaciliteiten, die groter waren dan de nieuwe opname die tijdens het jaar werden ontvangen. Daarnaast droegen beperkte herclassificaties tussen langlopende en kortlopende schulden en kleine valutaomrekeningseffecten bij aan de totale beweging, wat resulteerde in een nettovermindering met 1,9 miljoen euro.
De terugbetalingen voor leaseverplichtingen houden rekening met rentelasten op leaseverplichtingen voor een bedrag van 0,3 miljoen euro.
Meer informatie over de gerelateerde activa met gebruiksrecht is te vinden in Toelichting 4.
De Groep heeft handelsvorderingen voor een totaal bedrag van 1,1 miljoen euro verdisconteerd, waarvan 0,3 miljoen euro op lange termijn en 0,7 miljoen euro op korte termijn. Aangezien de controle niet substantieel wordt overgedragen aan de derde partij, leidt de factoringregeling niet tot de verwijdering van een bedrag op de balans.
Rekening houdend met de totale leningen (67,6 miljoen euro), financiële activa (29,3 miljoen euro) en liquide middelen (28,6 miljoen euro), rapporteert de Groep een netto schuldpositie van 9,7 miljoen euro per eind december 2025, ten opzichte van een nettokaspositie van 3,0 miljoen euro per eind december 2024.
De belangrijkste kasuitgaven hebben betrekking op de acquisitie van GA Braun, Inc, de acquisitie van Filterfab Pty Ltd en de verwerving van de aandelen van Filterfab NZ Limited, de dividenduitkering, de kapitaaluitgaven en de verwerving van eigen aandelen. Deze worden gecompenseerd door een hogere EBITDA. De Groep beschikt over voldoende kredietfaciliteiten om in zijn financieringsbehoeften te voorzien.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De volgende tabel geeft de langetermijnleningen weer per vervaldag:
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Tussen 1 en 2 jaar | 15.999 | 8.785 |
| Tussen 2 en 5 jaar | 15.839 | 5.884 |
| > 5 jaar | 4.519 | 7.650 |
| Totaal langetermijnleningen | 36.358 | 22.318 |
De blootstelling van de Groep met betrekking tot rentewijzigingen op de leningen en met betrekking tot contractuele herzieningen van de intresten op de leningen voor en na het effect van de renteswaps (Interest Rate Swaps of IRS) is als volgt:
| (in duizenden euro) | Minder dan 1 jaar | Tussen 1 en 2 jaar | Tussen 2 en 5 jaar | > 5 jaar | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| Kredietinstellingen (incl. kredietlijn) | 27.063 | 11.590 | 12.180 | 4.519 | 55.352 |
| Ontvangen betalingen (factoring) | 736 | 331 | 0 | 0 | 1.067 |
| Leaseverplichtingen | 3.407 | 4.078 | 3.659 | 0 | 11.145 |
| Totaal | 31.206 | 15.999 | 15.839 | 4.519 | 67.564 |
| Renteswaps afgedekt | 0 | 508 | 1.525 | 1.180 | 3.214 |
| Totaal niet-afgedekt | 31.206 | 15.491 | 14.314 | 3.339 | 64.350 |
Het management gaat ervan uit dat de boekwaarde van de leningen aan vaste rente de reële waarde benadert. Voor meer details met betrekking tot de renteswaps verwijzen we naar Toelichting 20, Financiële instrumenten - markt- en overige risico's.
Het bedrag van de leningen van de Groep per munt kan als volgt worden samengevat:
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| EUR | 13.803 | 19.267 |
| DKK | 31.379 | 27.015 |
| CNY | 11.238 | 14.804 |
| Totaal | 56.420 | 61.086 |
| Leaseverplichtingen | 11.145 | 8.340 |
| Totaal leningen | 67.564 | 69.426 |
Er zijn geen bankconvenanten.
Schulden gewaarborgd door zakelijke zekerheden
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Hypotheken | 17.417 | 7.009 |
| Letter of Intent | 0 | 12.893 |
| Totaal | 17.417 | 19.902 |
De boekwaarde van de activa, gebouwen en materieel die als zakelijke zekerheid voor de schulden worden gesteld, bedraagt 19,0 miljoen euro.
219
Toelichting 10: Verplichtingen inzake personeelsbeloningen
| (in duizenden euro) | 31 december | |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Voorzieningen voor toegezegd-pensioenregelingen | 8.390 | 9.730 |
| Voorziening voor andere beloningen op lange termijn | 1.087 | 0 |
| Voorzieningen voor overige personeelsbeloningen | 1 | 328 |
| Totaal verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen | 9.479 | 10.058 |
Toegezegd-pensioenregeling
JENSEN GmbH, JENSEN France, JENSEN Italia en JENSEN AG Burgdorf voorzien in een toegezegd-pensioenregeling. JENSEN GmbH, JENSEN Australia en Maxi-Press Australia bieden hun werknemers ook andere beloningen op lange termijn. Deze vergoedingen zijn gebaseerd op het salaris van de werknemer en het aantal dienstjaren.
- De verplichtingen van JENSEN-GROUP met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen worden berekend door onafhankelijke actuarissen, rekening houdend met de verwachte eindsalarissen en gebruikmakend van veronderstellingen zoals disconteringsvoet, sterftecijfer, omzet, salarisevolutie en inflatie.
- De gewogen gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregeling aan het einde van het jaar 2025 is 12,80 jaar (2024: 13,90).
De voorziening voor overige personeelsbeloningen heeft betrekking op een toegezegde bijdrageregeling in Oostenrijk en Duitsland.
Per 31 december 2025 bedroeg de totale nettoverplichting 9,5 miljoen euro. De nettoverplichting daalde ten gevolge van veranderingen in de veronderstellingen en door ervaringseffecten. Globaal genomen resulteerde de verandering in de disconteringsvoet in een winst van 1 miljoen euro. Ervaringswinsten van 0,4 miljoen euro houden verband met een winst van 0,2 miljoen euro als gevolg van een volledige waardering uitgevoerd in Zwitserland, en weerspiegelt voornamelijk de veranderingen in bevolking, de huidige lonen en kredietverhogingen, en een winst van 0,1 miljoen euro als gevolg van nieuwe waarderingen in Australië, die voor het eerst in de toelichtingen van dit jaar zijn opgenomen.
Voor de vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnpersoneelsbeloningen voor werknemers bedroegen de nettokosten voor 2025 0,6 miljoen euro (2024: 0,5 miljoen euro)
| (in duizenden euro) | 31 december | |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 350 | 211 |
| Rentelasten | 404 | 398 |
| Rentebaten op fondsbeleggingen | -90 | -103 |
| Onmiddellijke opname van (winsten)/verliezen die tijdens de periode zijn ontstaan | -121 | 0 |
| Administratieve uitgaven en belastingen | 22 | 22 |
| Pensioenlasten | 565 | 528 |
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De wijziging in de nettoverplichting gedurende de jaren 2025 en 2024 wordt in onderstaande tabel weergegeven:
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Nettoverplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen (actief) aan het begin van het jaar | 9.730 | 10.394 |
| Kosten voor toegezegd-pensioenregelingen opgenomen in resultatenrekening | 565 | 528 |
| Werkgeversbijdrage of uitkeringen betaald door werkgever | -765 | -762 |
| Totaal waardeaanpassingen opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten | -1.283 | -393 |
| Netto-overdracht in | 1.219 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 11 | -37 |
| Nettoverplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen (actief) aan het einde van het jaar | 9.478 | 9.730 |
Voor Zwitserland is de hoogte van de bijdragen gebaseerd op het op dat moment geldende pensioenplan in combinatie met het reglement voor het pensioenfonds van de stichting. De spaarbijdragen worden voor de helft gefinancierd door de werkgever en voor de helft door de werknemer. De risicopremies worden betaald door de werknemer tegen een tarief van 1% vanaf de leeftijd van 18 tot 24 jaar en 1,5% vanaf de leeftijd van 25 jaar. De werkgeversbijdrage komt overeen met het verschil tussen het totaal van alle bijdragen en de som van de bijdragen van alle werknemers. In geval van onderfinanciering worden herstelmaatregelen genomen, zoals de betaling van aanvullende herstelbijdragen.
De wijzigingen in de toegezegd-pensioenregelingen en in fondsbeleggingen zijn samengevat als volgt:
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Toegezegd-pensioenverplichting aan het einde van vorig jaar | 17.857 | 18.165 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 350 | 211 |
| Rentelasten | 404 | 398 |
| Betaalde uitkeringen | -3.509 | -737 |
| Bijdrage van de deelnemers | 213 | 250 |
| Effect van wijzigingen in demografische hypotheses | -220 | 8 |
| Effect van wijzigingen in financiële hypotheses | -1.013 | -28 |
| Effect van ervaringsaanpassingen | -372 | -254 |
| Effect van wijzigingen in bedrijfscombinaties | 1.219 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 80 | -156 |
| Toegezegd-pensioenverplichting aan het einde van het jaar | 15.009 | 17.857 |
JENSEN-GROUP is aangesloten bij een collectieve stichting die verantwoordelijk is voor het beheer van de activa en de reconciliatie van de activa en passiva. De fondsbeleggingen worden belegd in overeenstemming met de huidige investeringsregels van deze stichting. De beleggingsstrategie en de verplichtingenstructuur worden op regelmatige basis op elkaar afgestemd.
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Reële waarde van fondsbeleggingen aan einde van vorig jaar | 8.127 | 7.771 |
| Bijdragen | 978 | 1.012 |
| Rendement op fondsbeleggingen | -201 | 119 |
| Rentebaten op fondsbeleggingen | 90 | 103 |
| Betaalde uitkeringen | -3.509 | -737 |
| Administratieve uitgaven | -22 | -22 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 69 | -119 |
| Reële waarde van fondsbeleggingen aan einde van het jaar | 5.532 | 8.127 |
(in duizenden euro)
| 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|
| Toegezegd-pensioenverplichtingen - volledig ongefinancierd | 7.697 |
| Toegezegd-pensioenverplichtingen - (gedeeltelijk gefinancierd) | 7.312 |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 5.532 |
| Netto toegezegd-pensioenverplichting (actief) | 9.478 |
De volgende tabel geeft de voornaamste veronderstellingen weer die gebruikt worden bij de berekening van de voorzieningen:
| Disconteringsvoet | Prijsinflatie | Verwachte loonstijging | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | |
| Australië | 5,40% | n.v.t. | 2,40% | n.v.t. | 3,00% | n.v.t. |
| Zwitserland | 1,30% | 1,10% | 0,90% | 1,10% | 1,40% | 1,60% |
| Frankrijk | 4,05% | 3,45% | n.v.t. | n.v.t. | 3,00% | 3,00% |
| Duitsland | 4,15% | 3,50% | 2,00% | 2,25% | 3,00% | 3,00% |
| Italië | 3,80% | 3,40% | 2,00% | 2,00% | n.v.t. | n.v.t. |
Voor de eurozone en Zwitserland zijn de disconteringsvoeten in de loop van 2025 toegenomen vanwege de stijgende rendementen op de internationale obligaties. Wat de inflatie in de eurozone betreft, hebben we rekening gehouden met een prijsinflatie van 2,00%, door de inflatiecurve toe te passen op de kasstromen voor deze regelingen. In Frankrijk heeft de inflatie geen invloed op de uitkering. De verwachte loonstijgingspercentages zijn sinds vorig jaar niet gewijzigd voor de eurozone, maar daalden voor Zwitserland met 20 basispunten.
Via zijn vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnpersoneelsbeloningen is de Groep blootgesteld aan verschillende risico's, waarvan de belangrijkste de volgende zijn:
- Volatiliteit van de activa: Van andere beleggingsinstrumenten dan obligaties wordt verwacht dat ze op lange termijn beter presteren dan (bedrijfs)obligaties, maar op korte termijn volatiliteit en risico creëren. De toewijzing van de fondsbeleggingen wordt opgevolgd om ervoor te zorgen dat deze passend is met betrekking tot de looptijd van het plan.
- Wijzigingen in obligatierendementen: De verplichtingen worden berekend aan de hand van een verdisconteringsfactor waarvoor als referentie het rendement op bedrijfsobligaties wordt genomen. De discontovoet voor de verplichtingen uit hoofde van vergoedingen na uitdiensttreding wordt bepaald aan de hand van het marktrendement op bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit aan het einde van de verslagperiode, dit in overeenstemming met IAS 19.83. Een daling van de rendementen op bedrijfsobligaties zal de verplichtingen van de regelingen doen toenemen. Voor regelingen met kapitaaldekking zal dit gedeeltelijk gecompenseerd worden door een stijging van de reële waarde van de activa van de regeling.
De sensitiviteit van de toegezegd-pensioenverplichtingen voor wijzigingen in de veronderstellingen is:
| (in duizenden euro) | Wijziging in veronderstelling | |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | -25bp | 482 |
| +25bp | -455 | |
| Gewogen gemiddelde duur (in jaren) | -25bp | 13 |
| +25bp | 12 |
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Deze sensitiviteitsanalyse is gebaseerd op een wijziging in één parameter in de veronderstelling dat alle andere veronderstellingen gelijk blijven. In de praktijk is het onwaarschijnlijk dat dit gebeurt en zijn wijzigingen in de veronderstellingen wellicht met elkaar gecorreleerd.
Het percentage fondsbeleggingen volgens asset-allocatie is als volgt op 31 december 2025 (2024):
- Gewone aandelen: 8,95% (5,79%)
- Obligaties en andere schuldinstrumenten: 42,94% (46,36%)
- Onroerend goed: 24,29% (24,55%)
- Derivaten: 10,71% (9,68%)
- Cash: 1,81% (0,40%)
- Overige: 11,31% (13,23%)
De te verwachten bijdragen aan het plan en als directe betalingen tijdens het jaar dat begint na deze rapporteringsperiode worden geschat op 1 miljoen euro.
Het pensioenplan in België is wettelijk gestructureerd als een toegezegde bijdrageregeling. In het boekjaar 2025 bedroegen de kosten van dit plan voor JENSEN-GROUP NV 0,1 miljoen euro (2024: 0,1 miljoen euro).
Volgens de Belgische wet op de aanvullende pensioenen, de zogenaamde 'Wet Vandenbroucke', moeten alle Belgische toegezegde bijdrageregelingen volgens IFRS beschouwd worden als toegezegd-pensioenregelingen. De Wet Vandenbroucke voorziet in de context van toegezegde bijdrageregelingen dat de werkgever een jaarlijks minimumrendement van 2,50% op de bijdragen vanaf 2016 dient te garanderen, en een minimumrendement van 3,75% op de bijdragen van voor 2016.
Ten gevolge van dit minimumrendement voor toegezegde bijdrageregelingen in België wordt de werkgever blootgesteld aan een financieel risico. Het is immers wettelijk verplicht om de bijdragen te blijven betalen als het fonds over onvoldoende middelen beschikt om alle uitkeringen uit te betalen met betrekking tot de diensttijd in de huidige en voorgaande periodes. Deze regelingen moeten daarom worden geclassificeerd en geboekt als toegezegd-pensioenregelingen onder IAS 19.
In het verleden boekte het bedrijf deze regelingen niet als toegezegd-pensioenregelingen omdat hogere disconteringsvoeten van toepassing waren en het rendement dat verzekeringsmaatschappijen voorzagen op fondsbeleggingen volstond om het minimumrendement te garanderen. Ten gevolge van de continu lage rentevoeten op de Europese financiële markten worden werkgevers in België daadwerkelijk blootgesteld aan een hoger risico met betrekking tot pensioenplannen met een gegarandeerd minimumrendement dan in het verleden, zodat ze de mogelijke gevolgen van een boeking als toegezegd-pensioenregelingen van deze plannen moeten evalueren.
Wij vroegen aan een externe partij om een schatting te maken van de mogelijke bijkomende verplichtingen en die partij oordeelde dat er geen mogelijke bijkomende verplichtingen waren per 31 december 2025.
223
Toelichting 11: Voorzieningen voor overige risico's en kosten
| (in duizenden euro) | 31 december | 31 december |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Voorzieningen voor garanties | 11.395 | 8.686 |
| Voorzieningen voor terugkoopverplichtingen | 410 | 354 |
| Overige voorzieningen | 1.019 | 820 |
| Voorzieningen voor overige risico's en kosten | 12.824 | 9.861 |
Wijzigingen in voorzieningen kunnen als volgt worden samengevat:
| (in duizenden euro) | 31 december 2024 | Acquisitie | Toevoeging | Gebruik | Terugboekingen of terugnames | FX | 31 december 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorzieningen voor garanties | 8.686 | 944 | 7.416 | -4.857 | -590 | -205 | 11.395 |
| Voorzieningen voor terugkoopverplichtingen | 354 | 0 | -157 | -1 | 214 | 0 | 410 |
| Overige voorzieningen | 820 | 0 | 662 | -8 | -418 | -38 | 1.019 |
| Totaal voorzieningen | 9.861 | 944 | 7.921 | -4.866 | -793 | -243 | 12.824 |
Garantieverplichting: Op basis van de verkopen tijdens het jaar wordt een voorziening voor garantieverplichtingen aangelegd. De voorziening wordt berekend op basis van de huidige verkoopcijfers van het jaar en de beschikbare informatie over de producten die terugkeren tijdens de standaardgarantie (gemiddeld tussen 18 en 24 maanden). De voorziening voor garantieverplichtingen aan het einde van 2025 komt proportioneel overeen met de toename van onze operationele activiteiten gedurende het jaar. Het is opmerkelijk dat de voorziening voor garantieverplichtingen als percentage van de opbrengsten van de Groep ondanks de uitbreiding van de activiteiten constant is gebleven op 2%. Deze stabiliteit onderstreept het streven van de Groep naar kwaliteit en uitmuntende klantenservice, zelfs te midden van een aanzienlijke operationele groei.
Terugkoopverplichtingen: Een voorziening voor terugkoopverplichtingen wordt opgenomen wanneer JENSEN-GROUP apparatuur verkoopt waarvoor de klant een leasingovereenkomst aangaat met een leasingmaatschappij en deze partij een terugkoopclausule vraagt. Indien de klant in gebreke blijft, kan de leasingmaatschappij aan JENSEN-GROUP vragen om de machine terug te nemen. Dit verhoogt het risico dat de Groep machines moet terugnemen tijdens de duur van de financiering. De waarde van de machines zou al lager kunnen zijn dan de resterende financiële verplichting, en daarom is er een voorziening getroffen.
Overige voorzieningen: worden gevormd voor juridische geschillen, waarvoor op basis van een voorzichtige beoordeling, een voorziening werd aangelegd. De meeste geschillen zijn gedekt door de verzekering. Op basis van ingewonnen juridisch advies, verwacht het management dat deze geschillen geen significante invloed zullen hebben op de winstgevendheid van de Groep.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 12: Handels- en overige schulden
| (in duizenden euro) | 31 december | 31 december |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Handelsschulden | 34.007 | 30.485 |
| Schulden m.b.t. bezoldigingen en sociale lasten | 21.119 | 16.605 |
| Overige schulden | 12.791 | 13.025 |
| Overlopende rekeningen | 15.174 | 13.491 |
| Afgeleide financiële instrumenten | 79 | 611 |
| Totale handels- en overige schulden | 83.170 | 74.217 |
| Overige schulden | 9.309 | 6.670 |
| Vorderingen op lange termijn | 9.309 | 6.670 |
De handelsschulden komen gemiddeld overeen met de laatste maand van uitstaande aankopen. Eind december zijn de uitstaande handelsschulden met 12% gestegen ten opzichte van de vorige periode, een verandering die volledig toerekenbaar is aan de toegenomen activiteit van de Groep. De uitbreiding van ons personeelsbestand van 2.059 naar 2.469 werknemers aan het einde van het jaar, in combinatie met de inflatie en wisselende economische omstandigheden in verschillende landen, heeft geleid tot een stijging van 16% van de personeelsvergoedingen zoals weergegeven in de resultatenrekening. Bijgevolg is er een toename van het te betalen bedrag ten opzichte van december 2024.
Het langlopende deel van de overige schulden bestaat voornamelijk uit de termijnaankoop (6,9 miljoen euro) op het minderheidsbelang van MAXI-PRESS, een stijging met 1,5 miljoen euro in 2025 als gevolg van de bijgewerkte waardering van de reële waarde.
De toe te rekenen kosten hebben voornamelijk betrekking op de gemaakte kosten voor bouwcontracten die worden toegewezen aan het relevante boekjaar. Bovendien zijn ook niet-operationele kosten die in het jaar 2025 moeten worden geboekt, in deze overlopende post opgenomen. De over te dragen opbrengsten bedragen 4,4 miljoen euro (3,0 miljoen euro in 2024).
Deze factoren dragen samen bij aan de toename van de uitstaande schulden aan het einde van het jaar (+ 8,9 miljoen euro). Deze stijging weerspiegelt onze strategische investeringen en groei.
225
Toelichting 13: Operationele kosten
| (in duizenden euro) | 31 december | Verschil | |
|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | % | |
| Uitgaven voor grondstoffen | -239.944 | -202.886 | 18% |
| Diensten en diverse goederen | -69.091 | -56.145 | 23% |
| Personeelskosten | -153.508 | -132.302 | 16% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -11.723 | -8.888 | 32% |
| Bijzondere waardeverminderingen en voorzieningen | -1.210 | -3.421 | -65% |
| Totale kosten | -475.476 | -403.642 | 18% |
De grondstofkosten, die gedetailleerd worden weergegeven in de verschillende hieronder vermelde subcomponenten, zijn met 18% gestegen ten opzichte van vorig jaar. Deze stijging is voornamelijk volumegestuurd, en houdt verband met het hogere activiteitenniveau.
De belangrijkste onderdelen zijn:
- Grond- en hulpstoffen
- Handelsgoederen
- Verpakking
- Vracht
- Reserveonderdelen & diensten
- Onderaanneming
De groei in onze operationele activiteiten, inclusief orders en opbrengsten, is bijzonder hoog. In de afgelopen drie jaar hebben we onze wereldwijde productiecapaciteit meer dan verdubbeld en onze productieactiviteiten uitgebreid in Denemarken, Zweden, China, de VS en Japan. Dat heeft geleid tot een wereldwijd industrieel platform dat niet alleen is ontworpen om aan de huidige vraag te voldoen, maar ook om langetermijngroei te ondersteunen.
Diensten en overige goederen bedragen 69,1 miljoen euro en hun evolutie (+ 12,9 miljoen euro) ligt in lijn met de groei van de Groep.
De belangrijkste onderdelen bestaan uit:
- Marketing
- Nuts- en kantoordiensten
- IT
- Onderhoud en herstellingen
- Reizen
- Onderzoek
De uitbreiding van ons personeelsbestand van 2.059 naar 2.469 op het einde van het jaar, in combinatie met de inflatie en de wisselende economische omstandigheden in verschillende landen, heeft geleid tot een stijging van de personeelskosten met 16% ten opzichte van 31 december 2024. Er werd een langlopende incentive-regeling (LTIP) ingevoerd voor onze personeelsleden in invloedrijke functies. Die regeling is bedoeld om de belangen van de leden van het EMT af te stemmen op de strategische doelstellingen van JENSEN-GROUP, en hen te belonen voor hun bijdrage aan de implementatie en realisatie van het strategisch plan.
Bij succesvolle realisatie van de doelstellingen van het strategisch plan binnen het vooraf bepaalde tijdsbestek, zoals vastgesteld door de Raad van Bestuur, ontvangen de in aanmerking komende leden een vergoeding.
Op 31 december 2025 is hiervoor een voorziening van 3,2 miljoen euro opgenomen.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Afschrijvingen en waardeverminderingen bedragen 11,7 miljoen euro in 2025. Deze kosten worden verder gedetailleerd per activaklasse in Toelichtingen 4 en 5.
Bijzondere waardeverminderingen en voorzieningen worden in onderstaande tabel samengevat:
| (in duizenden euro) | 31 december | Verschil | |
|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | ||
| Waardeverminderingen op handelsvorderingen | -918 | 2.144 | -3.062 |
| Waardeverminderingen op contractactiva | 0 | 455 | -455 |
| Waardeverminderingen op voorraden | 18 | 811 | -793 |
| Wijzigingen in voorzieningen voor personeelskosten | -100 | -228 | 128 |
| Wijziging in voorzieningen | 2.210 | 241 | 1.969 |
| Bijzondere waardeverminderingen en voorzieningen | 1.210 | 3.421 | -2.211 |
Zie Toelichting 20 voor de roll-forward van de voorziening voor dubieuze debiteuren van 31 december 2024 tot 31 december 2025.
De wijziging in voorzieningen wordt samengevat in Toelichting 11, en vertegenwoordigt voornamelijk de beweging van de voorziening voor garantieverplichting.
Toelichting 14: Overig operationeel resultaat
| (in duizenden euro) | 31 december | Verschil | |
|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | ||
| Overige bedrijfsopbrengsten | 4.441 | 1.406 | 3.035 |
| Overige operationele kosten | -936 | -193 | -743 |
| Totaal | 3.505 | 1.213 | 2.292 |
In 2025 omvatten de overige bedrijfsopbrengsten een winst van 2,8 miljoen euro die voortvloeit uit de kwijtschelding van de bijdrage van Veins aan Gotli.
In 2024 bestonden de overige bedrijfsopbrengsten voornamelijk uit commissies.
227
Toelichting 15: Financiële opbrengsten en financiële kosten
| (in duizenden euro) | 31 december | 31 december | Verschil |
|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | ||
| Financiële opbrengsten | 4.916 | 4.326 | 590 |
| Rentebaten | 1.682 | 2.577 | -895 |
| Overige financiële opbrengsten | 256 | 235 | 21 |
| Wisselkoerswinsten | 2.978 | 1.513 | 1.465 |
| Financiële kost | -5.366 | -6.503 | 1.137 |
| Rentelasten | -955 | -1.806 | 851 |
| Overige financiële kosten | -2.922 | -1.672 | -1.249 |
| Wisselkoersverliezen | -1.489 | -3.024 | 1.535 |
| Totaal netto financiële kosten | -450 | -2.177 | 1.727 |
De rentebaten zijn voornamelijk afkomstig van opbrengsten uit financiële activa en uit liquide middelen. De netto rentebaten blijven stabiel.
De overige financiële kosten stijgen met 1,2 miljoen euro ten opzichte van de vorige periode als gevolg van de herwaardering tegen reële waarde van de termijnaankoop van het minderheidsbelang in MAXI-PRESS (15%).
De herwaardering van de posities op de balans en van de hedgingcontracten aan slotkoers leidt tot een wisselkoerswinst of -verlies. De classificatie van deze wisselkoersresultaten als operationeel of financieel resultaat is afhankelijk van de specifieke aard van het wisselkoerseffect. Het valutresultaat steeg voornamelijk op basis van de kaspositie in euro van entiteiten die rapporteren in USD, CNY en SGD.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 16: Winstbelastingen
De winstbelastingen kunnen als volgt worden samengevat:
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Courante belastingen | -18.776 | -14.012 | -4.764 |
| Uitgestelde belastingen | 3.407 | 1.055 | 2.352 |
| Totale winstbelastingen | -15.369 | -12.957 | -2.412 |
De totale winstbelastingen stijgen met 2,4 miljoen euro, en zijn te wijten aan een verbeterd resultaat voor belastingen.
De beweging van de balansposities van uitgestelde belastingen wordt verder uitgesplitst naar hun aard in Toelichting 5.
Het verband tussen belastinglasten en boekhoudkundige winst per 31 december 2025 en 31 december 2024 wordt in onderstaande reconciliatietabel samengevat:
Reconciliatie van effectief belastingtarief:
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Boekhoudkundige winst vóór belastingen | 74.648 | 52.498 |
| Resultaat van participaties opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | 6.293 | 3.938 |
| Belastingbasis | 68.355 | 48.560 |
| Theoretisch belastingtarief | 25,81% | 24,50% |
| Winstbelasting berekend aan het gewogen gemiddelde van de theoretische belastingtarieven voor de verschillende entiteiten. | 17.642 | 11.897 |
| Verworpen uitgaven | 597 | 211 |
| Belastingaanpassingen vorig jaar | -973 | 120 |
| Fiscale verliezen waarvoor geen DTA (uitgestelde belastingvordering) is opgenomen | 18 | 616 |
| Gebruik van opgenomen DTA (uitgestelde belastingvordering) | -1.484 | 0 |
| Impact van fiscale consolidatie | -560 | 0 |
| Overige | 129 | 113 |
| Werkelijke belastinguitgaven | 15.369 | 12.957 |
| Effectief belastingtarief | 22,48% | 26,68% |
Het effectieve belastingtarief van 22,48% is lager dan het theoretische belastingtarief van 25,81% van de verschillende entiteiten, en is voornamelijk te wijten aan het gebruik van DTA (uitgestelde belastingvordering).
Tijdens 2025 werden er drie belastingcontroles gestart en afgerond. De Groep heeft de nodige voorzieningen aangelegd op basis van de beste schatting van de verwachte uitkomst van mogelijke toekomstige belastingcontroles.
Toelichting 17: Winst per aandeel
De berekening van de gewone winst per aandeel is gebaseerd op het resultaat van de Groep van 58,7 miljoen euro (41,2 miljoen euro in 2024) en het gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen gedurende de jaren eindigend op 31 december 2025 en 2024.
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | Verschil % | |
|---|---|---|---|
| Gewone winst per aandeel (in euro) | 6,26 | 4,31 | 45% |
| Gewogen gem. aantal uitstaande aandelen | 9.372.539 | 9.542.241 |
De winst per aandeel (WPA) steeg met 1,95 euro per aandeel, een stijging met 45% in vergelijking met de vorige periode.
De verwaterde winst per aandeel is gelijk aan de gewone winst per aandeel, aangezien de Groep geen uitstaande instrumenten heeft die zouden kunnen leiden tot de uitgifte van bijkomende gewone aandelen.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 18: Kasstroomoverzicht
In het kasstroomoverzicht zijn liquide middelen en opgenomen kredietlijnen als volgt samengesteld:
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Geldbeleggingen en liquide middelen | 28.633 | 42.455 | -13.822 |
| Kredietlijn | -0 | -8.613 | 8.613 |
| Nettokas en liquide middelen | 28.633 | 33.842 | -5.210 |
| KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN | 62.210 | 30.619 | |
| KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | -43.475 | -41.360 | |
| KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN | -22.121 | 1.958 | |
| Netto toename / (afname) van liquide middelen | -3.385 | -8.783 | |
| Wisselkoerswinst /(verlies) op liquide middelen en opgenomen kredietlijnen | -1.825 | 1.169 |
De operationele activiteiten in 2025 hebben geprofiteerd van verbeterde jaarresultaten in vergelijking met het jaar 2024. Deze positieve impact werd licht geneutraliseerd door een stijging van het werkkapitaal, wat resulteerde in een kasuitstroom van 5,7 miljoen euro. De contractactiva stegen met 68,1 miljoen euro, wat het indrukwekkende orderboek weerspiegelt dat de Groep blijft realiseren. Anderzijds stegen de contractpassiva ook met 45,1 miljoen euro.
De kasuitstroom voor winstbelastingen bedroeg in 2025 12,5 miljoen euro, tegenover 18,4 miljoen euro het jaar daarvoor. Deze daling is voornamelijk te wijten aan timingverschillen in de verrichte betalingen. De acquisitie van de activiteiten van G.A. Braun in de VS en de acquisities door MAXI-PRESS in Australië, Nieuw-Zeeland, Duitsland en het VK hebben een aanzienlijke impact gehad op de investeringsactiviteiten, namelijk 39,6 miljoen euro (na aftrek van verworven liquide middelen). Daarnaast resulteerden strategische investeringen in de uitbreiding van productiefaciliteiten in China en Denemarken, samen met reguliere investeringen in materiële vaste activa, in een extra uitstroom van 7,1 miljoen euro. Deze investeringen vergroten onze productiefaciliteiten en sluiten ook aan bij onze strategische doelen van capaciteitsuitbreiding en diversificatie van ons productaanbod. Er was een kleine verrekening in de investeringsactiviteiten door de ontvangst van 2,6 miljoen euro dividend van Inax over de resultaten van 2024 en het positieve effect van de opbrengsten uit en aankoop van financiële instrumenten voor een bedrag van 0,5 miljoen euro.
De dividenduitkering aan de aandeelhouders, gebaseerd op de financiële resultaten van 2024, bedraagt 9,5 miljoen euro. Daarnaast werden de financieringsactiviteiten verder beïnvloed door het terugkoopprogramma van aandelen, waarmee de Groep voor een totaalbedrag van 15,4 miljoen euro aan aandelen terugkocht.
De opbrengsten uit en de terugbetalingen van leningen worden voornamelijk beïnvloed door de vervanging van de roll-over lening van 20 miljoen euro door een roll-over lening van 24 miljoen euro, die werd gebruikt voor de overname van de activiteiten van Braun.
231
Toelichting 19: Zakelijke zekerheden
JENSEN-GROUP ging de volgende verbintenissen aan:
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Letters of Intent | 0 | 12.893 | -12.893 |
| Bankgaranties | 16.370 | 9.277 | 7.093 |
| Hypotheken | 17.417 | 7.009 | 10.408 |
| Onderpand | 24.800 | 20.006 | 4.794 |
| Terugkoopverplichtingen | 1.961 | 3.368 | 1.407 |
De leningen die onder een intentieverklaring vielen, werden in de loop van 2025 terugbetaald. De bankgaranties stegen als gevolg van de toegenomen activiteiten. Voor de herfinanciering van de leningen die aanvankelijk onder een intentieverklaring vielen, was een hypothecaire garantie vereist. Het onderpand van 24,8 miljoen euro is gerelateerd aan de M&A-activiteiten, die de Groep financierde via een roll-over lening van 24,8 miljoen euro. Die roll-over werd gegarandeerd door een onderpand op de financiële activa dat geboekt werd aan reële waarde via overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, DKK-obligaties, zoals weergegeven in Toelichting 20. Het management verwacht niet dat deze verbintenissen een grote impact zullen hebben op de financiële positie of de rentabiliteit van de Groep.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 20: Financiële instrumenten - Markt- en overige risico's
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de financiële instrumenten van de Groep. De boekwaarden liggen dicht bij de reële waarde.
| (in duizenden euro) | 31 december 2025 | 31 december 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Boek-waarde | Bedrag reële waarde | Boek-waarde | Bedrag reële waarde | |
| FINANCIËLE ACTIVA | ||||
| Financiële activa aan afgeschreven kostprijs | 4.554 | 4.126 | 4.869 | 4.433 |
| Financiële activa aan reële waarde via overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 24.736 | 24.736 | 25.234 | 25.234 |
| Overige LT-vorderingen | 0 | 0 | 1.455 | 1.351 |
| Handelsvorderingen | 118.283 | 118.283 | 128.197 | 128.197 |
| Afgeleide financiële instrumenten - Valutacontracten | 70 | 70 | 121 | 121 |
| Afgeleide financiële instrumenten - Renteswaps | 233 | 233 | 193 | 193 |
| Geldbeleggingen en liquide middelen | 28.633 | 28.633 | 42.455 | 42.455 |
| Totaal | 176.510 | 176.081 | 202.524 | 201.984 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN | ||||
| Financiële schulden | 55.352 | 55.140 | 57.294 | 56.793 |
| Financiële schulden - factoring | 1.067 | 1.067 | 3.792 | 3.792 |
| Aankoop op termijn (Forward) van het minderheidsbelang | 6.910 | 6.910 | 5.400 | 5.400 |
| Handelsschulden | 34.007 | 34.007 | 30.485 | 30.485 |
| Afgeleide financiële instrumenten - Valutacontracten | 79 | 79 | 611 | 611 |
| Afgeleide financiële instrumenten - Renteswaps | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 97.411 | 97.203 | 97.582 | 97.081 |
Financiële activa
Om het risico te beperken dat gepaard gaat met het aanhouden van contanten, heeft de Groep een deel van zijn kasreserves toegewezen aan financiële activa, voornamelijk aan beleggingen in obligaties. Deze beleggingen worden geclassificeerd als financiële activa aan geamortiseerde kostprijs. Deze classificatie is gebaseerd op het feit dat de activa worden aangehouden binnen een bedrijfsmodel dat gericht is op het innen van contractuele kasstromen en dat de contractuele voorwaarden van deze activa kasstromen genereren die uitsluitend bestaan uit betalingen van hoofdsom en interesten. Deze benadering zorgt voor een diversificatie van de beleggingsportefeuille van de Groep, en blijft tegelijk afgestemd op zijn risicobeheersingsstrategie.
Daarnaast is een deel van de kasreserves van de Groep belegd in obligaties die geclassificeerd zijn als financiële activa aan reële waarde via overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. Deze specifieke DKK-obligaties, uitgegeven door Nykredit Realkredit AS en Realkredit Denmark, hebben vervaldagen in respectievelijk 2026, 2028 en 2031. Er wordt verwacht dat ze stabiele coupons zullen genereren over de periode en ze worden niet aangehouden om te worden verhandeld. In plaats daarvan heeft de Groep bij de initiële opname een onherroepelijke keuze gemaakt om deze obligaties op deze manier te categoriseren. Deze beslissing is gebaseerd op de beoordeling van de Groep dat een dergelijke classificatie beter aansluit bij zijn beleggingsstrategie en een meer relevante weergave geeft van de waarde van de financiële activa en de financiële positie van de Groep.
Overige vlottende en vaste activa
Handelsvorderingen worden door de Groep geëvalueerd, waarbij verschillende parameters in overweging worden genomen zoals rentevoeten, specifieke risicofactoren van landen, individuele kredietwaardigheid van de klant en de risicokenmerken van het gefinancierde project.
Deze uitgebreide beoordeling vormt de basis voor het aanleggen van voorzieningen voor de verwachte verliezen op deze vorderingen.
De Groep is van mening dat de boekwaarde van deze vorderingen per 31 december 2025, na verwerking van de voorzieningen, nauw aansluit bij hun berekende reële waarde.
Aankoop op termijn van het minderheidsbelang
In lijn met onze verbintenis om het resterende belang van 15% in MAXI-PRESS te verwerven, wordt de aankoop op termijn van een minderheidsbelang ('NCI') geboekt als een financiële verplichting op de balans van JENSEN-GROUP. Deze waardering wordt bepaald door berekening van de contante waarde van de verwachte betalingen voor de drie komende termijnen. De gebruikte methodologie voor deze berekening houdt rekening met de kost van schulden op een termijn van drie jaar, in combinatie met de toepasselijke kredietspreiding. JENSEN-GROUP herwaardeert de reële waarde op halfjaarlijkse basis. De reële waarde wordt gewaardeerd volgens niveau 3. Daarbij wordt gebruik gemaakt van significante niet-waarneembare inputs, aangezien er geen waarneembare marktgegevens beschikbaar zijn en de reële waarde daarom afhankelijk is van intern ontwikkelde veronderstellingen.
De belangrijkste beoordelingen, veronderstellingen en schattingen die in aanmerking werden genomen voor de berekening van de reële waarde zijn de volgende:
- Elke schijf van 5% van de participatie is gebaseerd op het gewogen resultaat van drie opeenvolgende jaren, beoordeeld op een waarde vrij van cash en zonder schulden.
- Projecties zijn gebaseerd op het budget van de MAXI-PRESS Group, met inbegrip van belangrijke veronderstellingen zoals het impliciete groeipercentage (0%) en de inflatie (2%).
JENSEN-GROUP bevestigt dat zijn schattingen degelijk zijn. Ze steunen op de historische prestaties van de MAXI-PRESS Group en zijn aangevuld met externe gegevensbronnen, zoals cijfers over de kost van schulden.
Deze schattingen vertegenwoordigen de beste beoordeling van het management en er wordt erkend dat de werkelijke resultaten kunnen afwijken als gevolg van verschillende veronderstellingen of omstandigheden.
Desondanks is de Groep van mening dat redelijke mogelijke variaties in deze schattingen geen materiële impact zouden hebben op de resultaten voor 2025.
Afgeleide financiële instrumenten
De Groep gaat afgeleide financiële transacties aan met financiële instellingen, waarbij derivaten worden gewaardeerd met behulp van waarderingstechnieken die gebruikmaken van marktconforme inputs.
Deze derivaten bestaan voornamelijk uit renteswaps en valutatermijncontracten. De meest toegepaste waarderingstechnieken zijn forward pricing en swapmodellen, die gebaseerd zijn op actuele waardeberekeningen. Deze modellen maken gebruik van een reeks inputs, waaronder contante wisselkoers, termijnkoersen en rentecurves.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Afgeleide financiële instrumenten in de portefeuille van de Groep worden gewaardeerd door een onafhankelijke financiële instelling op basis van de huidige rentevoeten en wisselkoersen op de liquide markten. Deze financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde, en worden geclassificeerd in niveau 2.
Deze classificatie geeft aan dat de gebruikte waarderingstechnieken gebruikmaken van andere inputs dan genoteerde prijzen die direct of indirect waarneembaar zijn voor de activa of verplichtingen.
Methoden en veronderstellingen om de reële waarden te schatten die afwijken van de boekwaarde:
- De financiële activa aan geamortiseerde kostprijs: de reële waarde is gebaseerd op de waardering door een onafhankelijke financiële instelling, die gebruikmaakt van de huidige rentevoeten en wisselkoersen op de liquide markten. Deze financiële instrumenten worden geclassificeerd in niveau 2.
- Vorderingen op lange termijn binnen de Groep hebben voornamelijk betrekking op de financiering die aan klanten wordt verstrekt. De reële waarde van deze vorderingen op lange termijn wordt bepaald door de toekomstige kasstromen te disconteren naar hun huidige waarde met behulp van de effectieve rentevoeten die momenteel van toepassing zijn voor vorderingen met vergelijkbare voorwaarden, kredietrisicoprofielen en resterende looptijden.
- Handelsvorderingen, liquide middelen en handelsschulden benaderen hun boekwaarde als gevolg van de korte looptijden van deze instrumenten.
- De reële waarde van de financiële schulden wordt bepaald door de toekomstige kasstromen te disconteren naar hun huidige waarde met behulp van de effectieve rentevoeten die momenteel van toepassing zijn voor schulden met vergelijkbare voorwaarden, kredietrisico en resterende looptijden.
Bij de normale bedrijfsvoering is JENSEN-GROUP blootgesteld aan valuta-, kredietrisico's en risico's van rentevoeten. De Groep analyseert elk van deze risico's afzonderlijk, en implementeert maatregelen om de economische impact op de prestaties van JENSEN-GROUP te beheersen.
Reconciliatie van activa en passiva
| (in duizenden euro) | 31 december | 31 december |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Vaste activa | 233 | 193 |
| Vlottende activa | 70 | 121 |
| Verplichtingen op lange termijn | 0 | 0 |
| Verplichtingen op korte termijn | -79 | -611 |
| Totaal | 225 | -296 |
| Valutatermijncontracten: reële waarde | -9 | -489 |
| Renteswaps: reële waarde | 233 | 193 |
| Totaal | 224 | -296 |
Valutarisico's
JENSEN-GROUP is blootgesteld aan valutarisico's op leningen, investeringen, alsook actuele en verwachte verkopen en aankopen, wanneer deze financiële transacties uitgedrukt zijn in een andere munt dan de functionele munt van de betrokken dochteronderneming. De belangrijkste valuta's die een risico vormen zijn de US dollar, Zwitserse frank, Zweedse kroon, Deense kroon, Britse Pond, Chinese yuan, Australische dollar en Nieuw-Zeelandse dollar. Deze blootstelling weerspiegelt het wereldwijde karakter van de activiteiten en de verschillende valutaomgevingen waarin de Groep actief is.
De belangrijkste afgeleide financiële instrumenten die de Groep gebruikt om valutarisico's te beheersen zijn valutatermijncontracten. In overeenstemming met het beleid van de Groep worden deze afgeleide instrumenten niet aangehouden voor speculatieve doeleinden of trading.
JENSEN-GROUP hanteert een duidelijk omschreven beleid dat o.a. volgende bepalingen omvat:
- Het implementeren van indekkingen op alle bestaande orders in vreemde valuta's op voortschrijdende basis van 12 maanden, om een consistent en proactief beheer van het valutarisico te garanderen.
- Alle mogelijke afwijkingen van dit beleid moeten vooraf worden goedgekeurd door het Audit- en Risicocomité, zodat het Risk Management Framework van het bedrijf wordt nageleefd.
Bijgevolg worden deze indekkingen dus geclassificeerd als kasstroomindekkingen. Ze worden systematisch gecontracteerd als onderdeel van onze standaard operationele procedures, onafhankelijk van enige anticiperende visie op wisselkoersschommelingen. Het hoofddoel van deze aanpak is om de winstmarge veilig te stellen op het moment dat een projectcontract wordt getekend met een klant.
Alle valutacontracten binnen JENSEN-GROUP worden gecentraliseerd en beheerd door de treasury-afdeling van de Groep. De contracten worden enkel aangegaan op basis van de input van de verschillende dochterondernemingen. Deze gecentraliseerde aanpak zorgt voor een consistent en efficiënt beheer van de valutarisico's binnen de Groep, en maakt een effectief toezicht op en optimalisatie van de globale valutarisico's van de Groep mogelijk.
Het valutarisico als gevolg van omzetting van de financiële staten van niet-euro vennootschappen, wordt niet ingedekt (Toelichting 8).
De volgende tabel geeft inzicht in de nettoposities van de Groep in vreemde valuta's per 31 december 2025 en 31 december 2024, die zowel gerelateerd zijn aan bestaande orders als aan verwachte transacties. Een negatieve blootstelling duidt op de intentie van het bedrijf om vreemde valuta's te verkopen in ruil voor euro's, terwijl een positieve positie een plan aangeeft om vreemde valuta's te kopen en tegelijk euro's te verkopen. Deze open posities zijn een rechtstreeks gevolg van het uitgebreide risicobeheersingsbeleid van JENSEN-GROUP.
De productie binnen JENSEN-GROUP gebeurt wereldwijd op verschillende locaties, waarbij elke locatie in haar eigen munt werkt om zo te kunnen inspelen op de regionale economische omgeving:
- De Europese vestigingen werken met de euro, Deense kroon en Zweedse kroon als transactievaluta.
- In de VS worden de productieactiviteiten in US dollar uitgedrukt.
- In China is de operationele munteenheid voor productieactiviteiten de CNY.
Deze geografische en financiële diversificatie sluit aan bij de wereldwijde voetafdruk van de productieactiviteiten van JENSEN-GROUP, en onderbouwt zijn gestructureerde aanpak van het valutarisicobeheer.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
2025
| (in duizenden euro) | Totale blootstelling | Totaal derivaten | Open positie |
|---|---|---|---|
| EUR/USD | -12.847 | 9.000 | -3.847 |
| EUR/GBP | -352 | 1.800 | 1.448 |
| EUR/AUD | -3.150 | 1.000 | -2.150 |
| EUR/SEK | 5.296 | -4.000 | 1.296 |
| EUR/NZD | -783 | 630 | -153 |
| EUR/CNY | 5.641 | -3.000 | 2.641 |
| EUR/CHF | 340 | -1.489 | -1.149 |
| TOTAAL | -5.854 | 3.941 | -1.914 |
2024
| (in duizenden euro) | Totale blootstelling | Totaal derivaten | Open positie |
|---|---|---|---|
| EUR/USD | -11.361 | 11.000 | -361 |
| EUR/GBP | -1.647 | 1.500 | -147 |
| EUR/AUD | -5.809 | 2.165 | -3.644 |
| EUR/SEK | 5.225 | -3.500 | 1.725 |
| EUR/NZD | -18 | 380 | 362 |
| EUR/CHF | 2.315 | -538 | 1.777 |
| TOTAAL | -11.295 | 11.007 | -287 |
Gevoeligheidsanalyse voor 2025
(in duizenden euro)
| Valutawijziging | Impact op nettowinst¹ | Impact op eigen vermogen |
|---|---|---|
| USD | -13,31% | -2.318 |
| 13,31% | 5.628 | |
| GBP | -5,93% | -31 |
| 5,93% | 36 | |
| AUD | -8,42% | -410 |
| 8,42% | 1.079 | |
| NZD | -11,46% | -164 |
| 11,46% | 193 | |
| CNY | -10,84% | 1.022 |
| 10,84% | -2.430 | |
| SEK | -5,50% | 822 |
| 5,50% | -383 | |
| CHF | -2,79% | 47 |
| 2,79% | -22 | |
| DKK | -0,14% | 108 |
| 0,14% | -72 | |
| NOK | -2,75% | -16 |
| 2,75% | 19 | |
| CAD | -9,31% | 94 |
| 9,31% | -182 | |
| SGD | -7,83% | |
| 7,83% | ||
| JPY | -15,44% | |
| 15,44% | ||
| BRL | -7,84% | |
| 7,84% | ||
| AED | -13,37% | |
| 13,37% | ||
| TRY | -35,75% | |
| 35,75% |
¹: De raming is gebaseerd op de standaard afwijking van de dagelijkse volatiliteit van de wisselkoersen gedurende de laatste 360 dagen per 31 december 2025, en gaat uit van een betrouwbaarheidsmarge van 95%.
Deze berekeningen zijn een puur theoretische oefening en houden geen rekening met de potentiële winst of verlies in verkoop als gevolg van de relatieve verzwakking of versterking van valuta's. Deze benadering richt zich enkel op het wiskundige aspect van wisselkoersschommelingen zonder rekening te houden met de praktische impact op de verkoopprestaties en de marktdynamiek.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Per 31 december 2025 had de Groep een portefeuille van valutacontracten. Het is opmerkelijk dat de saldi die binnen de komende 12 maanden vervallen gelijk zijn aan hun boekwaarde, aangezien de impact van discontering van deze saldi als onbelangrijk wordt beschouwd. Dit wijst op een nauwe afstemming tussen de nominale en geboekte waarden van deze contracten, wat een weerspiegeling is van het efficiënte beheer door de Groep van zijn valutarisico op de korte termijn.
2025
| Munt | Verkoop | Gemiddelde wisselkoers | Vervaldatum | Reële waarde in duizenden euro |
|---|---|---|---|---|
| EUR/GBP | 1.570.831 | 0,87 | 05/07/2026 | 9 |
| EUR/AUD | 1.806.382 | 1,81 | 20/01/2026 | -27 |
| EUR/USD | 10.620.911 | 1,18 | 17/02/2026 | -35 |
| EUR/NZD | 1.241.249 | 1,97 | 25/01/2026 | 25 |
| Munt | Aankoop | Gemiddelde wisselkoers | Vervaldatum | Reële waarde in duizenden euro |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| EUR/SEK | 43.569.811 | 10,89 | 30/01/2026 | 28 |
| EUR/CHF | 1.400.000 | 0,94 | 02/04/2026 | 10 |
| EUR/CNY | 24.631.035 | 8,21 | 02/06/2026 | -18 |
2024
| Munt | Verkoop | Gemiddelde wisselkoers | Vervaldatum | Reële waarde in duizenden euro |
|---|---|---|---|---|
| EUR/GBP | 1.245.955 | 0,83 | 16/01/2025 | -2 |
| EUR/AUD | 3.532.734 | 1,63 | 04/03/2025 | 88 |
| EUR/USD | 12.076.407 | 1,10 | 25/02/2025 | -605 |
| EUR/NZD | 684.434 | 1,80 | 17/04/2025 | 11 |
| Munt | Aankoop | Gemiddelde wisselkoers | Vervaldatum | Reële waarde in duizenden euro |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| EUR/SEK | 40.300.993 | 11,51 | 02/03/2025 | 22 |
| EUR/CHF | 500.000 | 0,93 | 27/02/2025 | -3 |
In overeenstemming met vorig jaar zijn alle valutacontracten die door de Groep worden aangehouden vanaf eind 2025 toegewezen, en dienen ze effectief als kasstroomafdekkingen. De variaties in hun reële waarde in de loop van 2025, die in totaal 0,001 miljoen euro na belastingen bedragen (-0,1 miljoen in 2024), zijn overgedragen in het eigen vermogen.
Het is belangrijk om op te merken dat er geen ineffectiviteit van deze afdekkingen is opgenomen, wat duidt op een nauwkeurige afstemming tussen de gebruikte afdekkingsstrategieën en de beoogde financiële resultaten.
239
Renterisico
De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten als strategische maatregel om het risico op ongunstige schommelingen in rentepercentages te beperken. De Groep voert een strikt beleid om afgeleide instrumenten niet te gebruiken voor speculatieve of tradingdoeleinden, en zorgt er zo voor dat hun gebruik duidelijk is afgestemd op de doelstellingen van de risicobeheersing.
De financieringsactiviteiten binnen de EENSEN- GROUP worden gecentraliseerd in de treasury-afdeling. Deze structuur ondersteunt de naleving van het afdekkingsbeleid van de Groep door gebruik te maken van renteswaps (IRS). Het maakt consistent toezicht en effectief beheer van de afdekkingsactiviteiten en renterisico's van de Groep mogelijk.
Met betrekking tot rentedragende financiële verplichtingen geeft onderstaande tabel een overzicht van hun effectieve rentevoeten op balansdatum weer, samen met de vervaldagen of de intervallen waarop deze verplichtingen moeten worden herzien. Het is belangrijk op te merken dat voor saldi die binnen de komende 12 maanden vervallen, de verschuldigde bedragen gelijk zijn aan hun boekwaarde, aangezien het effect van discontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.
2025
| (in duizenden euro) | Effectieve rentevoet | Boekwaarde | < 1 maand | > 1 maand < 3 maanden | > 3 maanden < 12 maanden | 1-5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| VARIABLE RENTE | |||||||
| CNY | 2,18% -4,71% | 10.819 | 0 | 0 | 0 | 10.819 | 0 |
| Totaal variabele rente | 10.819 | 0 | 0 | 0 | 10.819 | 0 | |
| VASTE RENTE | |||||||
| EUR | 2,00% -3,57% | 13.148 | 156 | 312 | 1.403 | 11.277 | 0 |
| DKK¹ | 0,44% -2,99% | 31.385 | 33 | 24.848 | 311 | 1.674 | 4.519 |
| Totaal vaste rente | 44.533 | 189 | 25.160 | 1.714 | 12.951 | 4.519 | |
| FACTORING | 1.067 | 61 | 123 | 552 | 331 | 0 | |
| EUR | |||||||
| Totaal | 56.420 | 251 | 25.282 | 2.266 | 24.101 | 4.519 |
2024
| (in duizenden euro) | Effectieve rentevoet | Boekwaarde | < 1 maand | > 1 maand < 3 maanden | > 3 maanden < 12 maanden | 1-5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| VARIABLE RENTE | |||||||
| CNY | 3,25% -4,80% | 12.893 | 8.610 | 158 | 475 | 3.650 | 0 |
| Totaal variabele rente | 12.893 | 8.610 | 158 | 475 | 3.650 | 0 | |
| VASTE RENTE | |||||||
| EUR | 1,32% -2,28% | 17.383 | 191 | 382 | 11.717 | 2.632 | 2.462 |
| DKK1 | 0,44% -2,99% | 27.019 | 20.039 | 78 | 362 | 1.947 | 4.593 |
| Totaal vaste rente | 44.402 | 20.230 | 460 | 12.079 | 4.579 | 7.055 | |
| FACTORING | |||||||
| EUR | 3.792 | 183 | 366 | 1.648 | 1.000 | 595 | |
| Totaal | 61.087 | 29.023 | 984 | 14.201 | 9.229 | 7.650 |
1: Omvat zowel leningen tegen vaste rente als leningen tegen variabele rente gedekt door renteswaps.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
De volgende tabel geeft een overzicht van de voorwaarden van de renteswaps:
2025
| Munt | SWAP bedrag | Vaste rente | Vervaldatum | Reële waarde in duizenden euro |
|---|---|---|---|---|
| DKK | 12.336.401 | 0,44% | 30 december 2039 | 262 |
| DKK | 11.665.647 | 2,99% | 31 maart 2029 | -29 |
| TOTAAL in euro | 3.213.634 | 233 |
2024
| Munt | SWAP bedrag | Vaste rente | Vervaldatum | Reële waarde in duizenden euro |
|---|---|---|---|---|
| DKK | 13.206.509 | 0,44% | 30 december 2039 | 241 |
| 12.162.025 | 2,99% | 31 maart 2039 | -47 | |
| TOTAAL in euro | 3.401.611 | 193 |
In overeenstemming met vorig jaar zijn de renteswaps die worden aangehouden door het bedrijf effectieve kasstroomafdekkingen. De variabele rentevoet van de renteswaps is gebaseerd op de CIBOR-rente voor 3 maanden. Gedurende 2025 werden de schommelingen in hun reële waarde, die 0,2 miljoen euro bedroegen na belastingen (0,2 miljoen euro in 2024), overgedragen in het eigen vermogen. Deze boekhoudkundige verwerking weerspiegelt de strategie van het bedrijf om het renterisico te beheren, en is in lijn met de principes van hedge accounting. Het is significant dat er geen ineffectiviteit van deze afdekkingsactiviteiten is opgenomen, wat duidt op een nauwkeurige afstemming tussen de gebruikte afdekkingsinstrumenten en het onderliggende risico.
Zoals toegelicht in de bovenstaande tabel, hebben in totaal 10,8 miljoen euro van de totale rentedragende financiële verplichtingen van de Groep een variabele rentevoet. Dit bedrag bevat niet de 3,2 miljoen euro die wordt ingedekt door een renteswap.
Volgens de inschatting van de Groep zouden de marktrentes die van toepassing zijn op de leningen met variabele rentevoet redelijkerwijs als volgt kunnen wijzigen:
| (in duizenden euro) | Boekwaarde | Effectieve rentevoet | Mogelijke rentes op 31 december 2025 |
|---|---|---|---|
| CNY | 10.819 | 2,18% -4,71% | 2,12% - 4,83% |
| TOTAAL in euro | 10.819 |
Rekening houdend met de redelijkerwijs mogelijke fluctuatie in de marktrente zoals beschreven en door dit toe te passen op de leningen met variabele rentevoet van de Groep per 31 december 2025 – terwijl alle andere variabelen constant worden gehouden – wordt geschat dat de winst voor 2025 0,3 miljoen euro lager of hoger had kunnen zijn. Deze projectie onderstreept de gevoeligheid van de financiële prestaties van de Groep voor veranderingen in rentevoeten, en benadrukt de potentiële impact op zijn winstgevendheid als gevolg van variaties in de kosten van zijn leningen met variabele rente. Deze analyse is van cruciaal belang om inzicht te krijgen in de financiële risico's die gepaard gaan met rentebewegingen en om de strategieën van de Groep voor risicobeheersing te beoordelen.
241
Kredietrisico
Kredietrisico is het risico waarbij een partij die betrokken is bij een financieel instrument haar verplichting niet nakomt, wat leidt tot een financieel verlies voor de andere partij.
Bij het beheren van kredietrisico's maakt de Groep in zijn beleid gebruik van historische gegevens over achterstallige handelsvorderingen. Naast deze retrospectieve analyse, zoals uiteengezet in zijn waarderingsbeleid, neemt de Groep toekomstgerichte informatie op om een volledig beeld te krijgen van potentiële kredietrisico's.
In overeenstemming met het kredietbeleid van de Groep worden klanten die projecten uitvoeren verplicht om ofwel een voorschot te betalen ofwel een vorm van garantie te geven, zoals kredietbrieven of bankgaranties. Deze vereiste maakt deel uit van het due diligence proces van de Groep, waarbij de kredietwaardigheid wordt beoordeeld van zowel nieuwe als bestaande klanten van wie het inkoopvolume toeneemt. Deze uitgebreide aanpak zorgt ervoor dat de Groep kredietrisico's effectief beheert en beperkt, waardoor zijn financiële gezondheid en stabiliteit worden gewaarborgd.
Geconsolideerde ouderdomsbalans van de openstaande klanten KT
2025
| (in duizenden euro) | Korte termijn | < 60 dagen | > 60 dagen < 90 dagen achterstallig | > 90 dagen < 120 dagen achterstallig | > 120 dagen achterstallig | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitstaande handelsvorderingen | 81.625 | 14.726 | 3.642 | 6.546 | 13.685 | 120.224 |
| Onderpand als zekerheid | 0 | |||||
| Netto blootstelling | 81.625 | 14.726 | 3.642 | 6.546 | 13.685 | 120.224 |
| Geboekte voorzieningen | -4.109 | |||||
| Totaal | 116.115 |
2024
| (in duizenden euro) | Korte termijn | < 60 dagen | > 60 dagen < 90 dagen achterstallig | > 90 dagen < 120 dagen achterstallig | > 120 dagen achterstallig | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitstaande handelsvorderingen | 92.312 | 15.721 | 5.191 | 4.614 | 10.552 | 128.390 |
| Onderpand als zekerheid | 0 | |||||
| Netto blootstelling | 92.312 | 15.721 | 5.191 | 4.614 | 10.552 | 128.390 |
| Geboekte voorzieningen | -4.835 | |||||
| Totaal | 123.555 |
Saldi die binnen de komende 12 maanden vervallen, worden opgenomen tegen hun boekwaarde, aangezien het effect van discontering van deze bedragen niet significant wordt geacht.
Handelsdebiteuren en overige vorderingen worden in de balans opgenomen aan hun geamortiseerde kostprijs. Die is gewoonlijk gelijk aan het oorspronkelijk gefactureerde bedrag, en gecorrigeerd met een voorziening voor verwachte kredietverliezen.
Gezien de projectmatige aard van de activiteiten van de Groep en de opmerkelijke concentratie van handelsvorderingen/contractactiva met betrekking tot individueel significante projecten binnen de Groep, worden voorzieningen voor zowel geleden als verwachte toekomstige verliezen bepaald op individuele projectbasis.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Deze benadering omvat echter geaggregeerde historische gegevens met betrekking tot ervaringen uit het verleden met gelijkaardige klanten. Deze methode zorgt voor een evenwichtige en onderbouwde beoordeling van het kredietrisico, waarbij zowel specifieke projectrisico's als bredere trends tot uiting komen die bij soortgelijke opdrachten zijn waargenomen.
Bij de toepassing van IFRS 9 gaat JENSEN-GROUP heel oordeelkundig te werk om de realiseerbare waarde met betrekking tot handelsvorderingen te bepalen. De Groep hanteert de vereenvoudigde benadering zoals beschreven in IFRS 9 om verwachte kredietverliezen te waarderen. Die benadering legt een voorziening op voor levenslange verwachte verliezen, en dit voor alle handelsvorderingen. Bij de berekening van de levenslange verwachte kredietverliezen houdt JENSEN-GROUP rekening met factoren zoals de waarschijnlijkheid van wanbetaling en de blootstelling op het moment van wanbetaling. Deze evaluatie omvat ook een inschatting van mogelijke recuperaties via kredietverzekering en de effectiviteit van andere vormen van onderpand.
De historische kredietverliezen bij individuele klanten worden regelmatig herzien en waar nodig bijgewerkt om rekening te houden met eventuele verschillen tussen de huidige en verwachte economische omstandigheden en die welke in het verleden zijn opgetreden.
Naast de voorzieningen voor verwachte kredietverliezen (ECL) op basis van historische gegevens en toekomstige projecties, erkent de Groep ook blootstellingen die op individuele basis worden beheerd. Deze worden afzonderlijk opgenomen voor zover ze niet worden behandeld in het ECL-model. Dit model zorgt voor een omvattende en evenredige aanpak om kredietrisico's te beheren en beperken in overeenstemming met de vereisten van IFRS 9.
Onderstaande tabel geeft de wijziging weer in de voorziening dubieuze debiteuren:
(in duizenden euro)
| Voorziening voor dubieuze debiteuren eind 2024 | 4.835 |
|---|---|
| Toevoegingen | 1.073 |
| Gebruik & terugnemingen | -2.154 |
| Wisselkoersverschil | 355 |
| Voorziening voor dubieuze debiteuren eind 2025 | 4.109 |
Als gevolg van een daling van de uitstaande saldi van debiteuren werd de voorziening voor potentiële kredietverliezen netto met 0,7 miljoen euro verlaagd. Deze aanpassing weerspiegelt een genuanceerde benadering van het beheer van het kredietrisico in verband met vorderingen, waarbij de positieve impact van teruggevorderde middelen wordt afgewogen tegen de noodzaak om rekening te houden met een verhoogde blootstelling als gevolg van uitstaande saldi. De impact van de beweging van de voorziening op het resultaat bedraagt een opbrengst van 1 miljoen euro.
Per 31 december 2025 zijn er geen klanten met een concentratie van meer dan 10% van de totale uitstaande vorderingen.
De drie belangrijkste financiële groepen waarmee JENSEN-GROUP werkt zijn Nordea, KBC en Nykredit. De kredietratings van hun bank (zoals verstrekkt door S&P) per 31 december 2025 zijn:
- Nordea: AA-
- KBC: A+
- Nykredit: A+
Liquiditeitsrisico
Liquiditeitsrisico verwijst naar het risico waarbij een entiteit moeilijkheden ondervindt om aan haar financiële verplichtingen te voldoen wanneer deze vervallen, omdat ze niet in staat is om activa te liquideren of om tijdig voldoende financiering te verkrijgen.
De Groep beheert het liquiditeitsrisico door voldoende kassaldi en toegezegde kredietfaciliteiten aan te houden. De liquiditeitsposities worden voortdurend bewaakt door middel van een analyse van de verwachte en werkelijke kasstromen en door het beheer van de looptijdstructuur van financiële activa en passiva (Toelichting 9). Het doel is ervoor te zorgen dat de Groep aan zijn verplichtingen kan voldoen wanneer deze opeisbaar worden.
De Groep genereert voornamelijk kasstromen uit zijn operationele activiteiten. Indien nodig kan aanvullende financiering worden verkregen door middel van financieringsactiviteiten, waaronder kapitaalverhogingen. Deze aanpak ondersteunt de liquiditeitspositie van de Groep en zijn vermogen om activiteiten en investeringen te financieren.
Toelichting 21: Te koop gestelde activa
De resultaten opgenomen als verlies uit te koop gestelde activa voor een bedrag van 0,4 miljoen euro, hebben betrekking op het voormalige Cissell-gebouw in het Amerikaanse Kentucky, dat verband houdt met de vroegere CLD-activiteiten. Daarnaast zijn de kosten met betrekking tot dit gebouw, in totaal 0,1 miljoen euro, opgenomen in het resultaat van te koop gestelde activa.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 22: Transacties met verbonden partijen
Aandeelhoudersstructuur
De aandeelhouders van de vennootschap per december 2025 zijn:

(*) Terugkoopprogramma van aandelen
Transparantiekennisgevingen
In 2025 ontving JENSEN-GROUP NV de volgende kennisgeving:
- een kennisgeving van Lazard Frères Gestion SAS dat ze de minimumdrempel van 5% naar beneden hebben overschreden door de verwerving of overdracht van stemrechtverlenende aandelen of stemrechten.
Vergoeding aan het key management
| In duizenden euro | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Vergoedingen betaald aan Bestuurders | 393 | 365 |
| Brutosalarissen betaald aan senior managers | 3.194 | 3.121 |
| Basisvergoeding | 858 | 1.182 |
| Gefactureerde diensten | 1.284 | 954 |
| Variabele vergoeding over een jaar | 959 | 862 |
| Vaste onkosten | 18 | 30 |
| Extralegale voordelen | 34 | 42 |
| Pensioenplan | 41 | 50 |
Voor meer details over de remuneratie van het senior management verwijzen we naar het remuneratierapport dat opgenomen is in het rapport van de Raad van Bestuur.
245
Vennootschappen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
| In duizenden euro | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Vennootschappen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | 44.173 | 47.538 |
De ondernemingen die worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode vertegenwoordigen de waardering van de participaties in Tolon, Inax Corporation (opgenomen vanaf 3 april 2023), PrimaFolder (30 mei 2024) en Ole Almeborg (vanaf 1 september 2024). Deze boekhoudkundige benadering weerspiegelt de investeringsstrategie van de Groep en zijn relatie met deze entiteiten. Volgens de vermogensmutatiemethode neemt de Groep zijn aandeel in de winsten of verliezen van deze ondernemingen op in zijn jaarrekening, waarbij de boekwaarde van de investeringen in die zin wordt aangepast.
Roll-over van de vennootschappen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
| In duizenden euro | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode aan het einde van het jaar | 47.538 | 49.764 |
| Dividenduitkering Inax (49%) | -2.612 | 0 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring van Ole Almeborg (50%) | 0 | 613 |
| Acquisitie van PrimaFolder (33%) | 0 | 412 |
| Aandeel in de resultaten | 7.532 | 4.562 |
| Impact van hyperinflatie op het aandeel in het resultaat | -1.239 | -624 |
| Correctie hyperinflatie - direct eigen vermogen | -395 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | -6.651 | -7.189 |
| Ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode aan het einde van het jaar | 44.173 | 47.538 |
Tolon
Op 29 januari 2016 nam JENSEN-GROUP een participatie van 30% in TOLON GLOBAL MAKINA Sanyi Ve Tikaret Sirketi A.S., Turkiye, en ging de Groep ermee akkoord om de komende drie jaar in totaal 19% bijkomende aandelen te verwerven.
In 2017 verhoogde de JENSEN-GROUP zijn deelneming met 6,33% tot 36,33%, in 2018 met nog eens 6,33% tot 42,66% en in 2019 met 6,34% tot 49%.
Gezien JENSEN-GROUP slechts een belang van minder dan 50% bezit in TOLON, is deze deelneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Het nettoresultaat per eind december 2025 (hyperinflatie niet meegerekend) bedraagt 1,4 miljoen euro, vergeleken met 2,5 miljoen euro per eind december 2024 (hyperinflatie niet meegerekend).
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Hyperinflatie
De Groep past IAS29 toe (Financiële verslaggeving in economieën met hyperinflatie) voor de consolidatie van zijn Turkse dochterondernemingen. Voor de toepassing van deze standaard en om de resultatenrekeningen en niet-monetaire activa en passiva per 31 december 2024 aan te passen, heeft de Groep de producentenprijsindex (PPI) 'PPI.ITUR' gebruikt vanaf januari 2005, gepubliceerd door het Turks Statistisch Instituut (Turkstat): de PPI per 31.12.2025 bedraagt 4.783,04 (de PPI per 31.12.2024 bedraagt 3.746,52).
De impact van de herwaardering op het aandeel in het resultaat voor het jaar 2025 was een kost van 1,2 miljoen euro. Vorig jaar resulteerde de impact van de toepassing van IAS 29 voor het boekjaar eindigend op 31 december 2024 in een verlies van 0,6 miljoen euro in de resultatenrekening van de Groep.
| (in duizenden euro) | 31 december | 31 december |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Opbrengsten | 35.386 | 33.796 |
| Operationeel resultaat (EBIT) | 2.125 | 3.679 |
| Geconsolideerde winst van het boekjaar | -1.079 | 1.272 |
| Vaste activa | 9.814 | 12.823 |
| Vlottende activa | 7.149 | 13.206 |
| Eigen vermogen | 4.342 | 9.232 |
| Verplichtingen op lange termijn | 5.203 | 2.655 |
| Verplichtingen op korte termijn | 7.418 | 14.143 |
| Netto activa - % | 2.127 | 4.524 |
| Goodwill | 268 | 352 |
| Ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode aan het einde van het jaar | 2.395 | 4.876 |
Inax
Op 3 april 2023 verwierf JENSEN-GROUP 49% van de aandelen van Inax Corporation ('Inax'), een Japanse dochteronderneming van MIURA, via de uitgifte van aandelen van JENSEN-GROUP NV.
Omdat JENSEN-GROUP slechts een belang van minder dan 50% bezit, is deze deelneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
| (in duizenden euro) | 31 december | 31 december |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Opbrengsten | 141.217 | 122.798 |
| Operationeel resultaat (EBIT) | 18.348 | 9.149 |
| Geconsolideerde winst van het boekjaar | 13.808 | 6.907 |
| Vaste activa | 40.204 | 45.628 |
| Vlottende activa | 59.537 | 67.844 |
| Eigen vermogen | 50.677 | 48.589 |
| Verplichtingen op lange termijn | 12.134 | 13.619 |
| Verplichtingen op korte termijn | 36.930 | 51.264 |
| Netto activa - % | 24.832 | 23.809 |
| Goodwill | 15.879 | 17.925 |
| Ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode aan het einde van het jaar | 40.711 | 41.734 |
Ole Almeborg
Op 15 oktober 2023 nam JENSEN Denmark A/S, een Deense dochteronderneming van JENSEN-GROUP, Ole Almeborg A/S over. Deze participatie werd geconsolideerd volgens de integrale consolidatiemethode vanaf 15 oktober 2023.
Op 17 mei 2024 sloot JENSEN Denemarken een overeenkomst af met Logitrans A/S voor de verkoop en aankoop van aandelen. Bijgevolg bezit JENSEN-GROUP per eind augustus 2024 50% van Ole Almeborg, en wordt deze participatie vanaf 1 september 2024 geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Het bedrijf dat is opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode wordt gewaardeerd op 0,6 miljoen euro op het einde van het jaar.
Minderheidsbelangen
In 2016 richtten JENSEN-GROUP en Veins Holding BV samen een nieuw bedrijf op, Gotli Labs AG.
Aangezien JENSEN-GROUP beslissende zeggenschap uitoefent over Gotli Labs AG (meer dan 50% van de aandelen), is deze deelneming volledig geconsolideerd. Contractueel heeft JENSEN-GROUP recht op 40% van de resultaten, waarvan de overige 60% in de resultatenrekening wordt weergegeven als 'opbrengsten toerekenbaar aan minderheidsbelangen'. In oktober 2025 worden de activiteiten van Gotli Labs AG verkocht aan Gotli NL en verwierf JENSEN-GROUP de resterende 49% van de aandelen, waardoor er eind december 2025 geen minderheidsbelang meer is van Gotli.
Op 2 januari 2018 verwierf JENSEN-GROUP een participatie van 30% in Inwatec ApS (Denemarken).
JENSEN-GROUP had de optie om zijn participatie te verhogen tussen 2020 en 2023. Op 26 maart 2021 verhoogde JENSEN-GROUP zijn participatie in Inwatec ApS van 30% naar 70%. Aangezien JENSEN-GROUP een participatie heeft van 70%, werd de participatie geconsolideerd volgens de integrale consolidatiemethode vanaf 26 maart 2021. Voor die datum werd de participatie geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode.
Op 23 juli 2024 verwierf JENSEN-GROUP 85% van de aandelen in MAXI-PRESS Holding GmbH, Duitsland en zijn dochterondernemingen. Aangezien JENSEN-GROUP een participatie heeft van 85%, wordt de participatie geconsolideerd volgens de integrale consolidatiemethode.
| In duizenden euro | 31 december | 31 december |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelang | 481 | -1.737 |
| Eigen vermogen van NCI | 372 | -58 |
Het resultaat toerekenbaar aan minderheidsbelang bedraagt 0,5 miljoen euro, tegenover een verlies van 1,7 miljoen euro in de vorige periode. Het verlies van vorig jaar was voornamelijk te wijten aan een daling van de orderontvangst voor Inwatec, een bedrijf dat uitsluitend op basis van klantorders produceert en niet op voorraad. In de tweede helft van het jaar richtte het management zich op de uitbouw van het orderboek voor Inwatec.
Er werd een beperkte personeelsinkrimping doorgevoerd om de groeicapaciteit te behouden. Tegen eind december 2024 waren deze initiatieven succesvol, wat resulteerde in een orderboek dat een solide basis vormt voor 2025 en daarna. De Groep is niet op de hoogte van enige beperkingen om fondsen over te dragen in de vorm van cash en dividenden, noch van enige verplichtingen of voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan het belang in de joint ventures en geassocieerde deelnemingen.
Voor de wettelijke structuur verwijzen we naar Toelichting 26.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 23: Acquisities
BRAUN
Op 1 december 2025 verwierf JENSEN North America, een dochteronderneming van JENSEN-GROUP NV, de activiteiten van G.A. Braun, Inc. ("Braun"). Braun werd in 1946 opgericht, en breidde zijn activiteiten uit met productiefaciliteiten in Syracuse, New York. Braun is een gerespecteerde leverancier met een gevestigde merknaam op de Noord-Amerikaanse markt voor wasserijmachines.
De acquisitie van Braun weerspiegelt het niet-aflatende engagement van JENSEN-GROUP voor de Noord-Amerikaanse markt alsook zijn langetermijnstrategie om lokale activiteiten en productiecapaciteiten te versterken. Het nieuw opgerichte bedrijf zal JENSEN-Braun LLC heten, waarbij JENSEN de activa van Braun en zijn dochteronderneming overneemt.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de reële waarde op acquisitiedatum, na IFRS-conversie, van de totale overgedragen vergoeding en van het resterende bedrag aan goodwill dat is opgenomen als deel van de investering:
| (in duizenden EUR) | 1 december 2025 | 1 december 2025 | |
|---|---|---|---|
| Vóór PPA | PPA-aanpassingen | Na PPA | |
| Immateriële vaste activa (excl. goodwill) | 0 | 1.831 | 1.831 |
| Materiële vaste activa | 11.477 | 2.868 | 14.345 |
| Voorraad | 20.049 | 2.757 | 22.806 |
| Handels- en overige vorderingen | 4.913 | 0 | 4.913 |
| Cash | 0 | 0 | 0 |
| Handels- en overige schulden | -8.721 | 0 | -8.721 |
| Uitgestelde belastingen | 0 | -2.065 | -2.065 |
| VERWORVEN NETTOACTIVA | 27.717 | 5.391 | 33.108 |
| Betaalde vergoeding | 33.190 | ||
| Goodwill | 82 |
Vergoeding
De verwerving van de activa van Braun gebeurde tegen een aankoopprijs van 33,2 miljoen euro, vrij van cash en zonder schulden.
Schattingen van de reële waarde van de PPA
- De reële waarde van de merknaam Braun is bepaald via de 'relief from royalty' methode volgens de inkomstenbenadering, en wordt afgeschreven over een periode van dertien jaar.
- De reële waarde van de klantrelaties wordt bepaald via een benadering over meerdere jaren van de extra inkomsten, en wordt afgeschreven over een periode van vier jaar.
- De materiële vaste activa worden geherwaardeerd volgens de trendmethode van de kostenbenadering en, indien van toepassing, volgens de procentuele kostenmethode van de marktbenadering. Hun gebruiksduur stemt overeen met de beleidslijnen van JENSEN-GROUP.
- De voorraad wordt geherwaardeerd via de vergelijkende verkoopmethode en de bottom-upmethode, waarbij de verwachte verkoopprijs minus de kosten van verwijdering, de kosten voor afwerking en een redelijke winstmarge voor toekomstige inspanningen worden vergeleken met de boekwaarde. De opwaardering van deze reële waarde gebeurt in overeenstemming met de rotatiesnelheid van de voorraad.
Goodwill
De overname van Braun heeft geleid tot de opname van goodwill voor een totaalbedrag van 0,1 miljoen euro. Vanwege het kapitaalintensieve karakter van de activiteiten en de waardering van de reële waarde van de verworven materiële vaste activa blijft de goodwill minimaal. De verworven nettoactiva komen nauw overeen met de betaalde aankoopprijs, en weerspiegelen daarmee effectief de verwachte toekomstige economische voordelen die uit de overname voortvloeien.
Transactiekosten
De totale transactiekosten voor de overname bedragen 1,2 miljoen euro in 2025.
Pro-forma resultatenrekening Braun
| (in duizenden euro) | 31 december 2025
(eerste 11 maanden) | 31 december 2025
(laatste maand) | 31 december 2025
(12 maanden) |
| --- | --- | --- | --- |
| Opbrengsten | 48.329 | 3.670 | 51.999 |
| Operationeel resultaat (EBIT) | 2.149 | -631 | 1.518 |
| Winst voor het jaar | 1.816 | -696 | 1.120 |
Braun draagt 3,7 miljoen euro aan opbrengsten en 0,7 miljoen aan verlies bij aan het jaarresultaat van JENSEN-GROUP. Als de overname op 1 januari 2025 had plaatsgevonden, zou de bijdrage aan de opbrengsten en de nettowinst respectievelijk 52,0 miljoen en 1,1 miljoen euro hebben bedragen.
Het operationeel resultaat voor december wordt aanzienlijk beïnvloed door afschrijvingen op de aankoopprijs toewijzing en hiermee samenhangende verbruikskosten, voor een totaal van 0,4 miljoen euro.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
FILTERFAB
Op 29 september 2025 heeft MAXI-PRESS, een dochteronderneming van JENSEN-GROUP, de aankoop ondertekend van de activiteiten van Filterfab Pty Ltd in Australië en de aandelen van Filterfab NZ Limited in Nieuw-Zeeland. Beide bedrijven zijn actief in de hulpstoffenbranche voor heav-duty wasserijen.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de reële waarde op acquisitiedatum, na IFRS-conversie, van de totale overgedragen vergoeding en van het resterende bedrag aan goodwill dat is opgenomen als deel van de investering:
| (in duizenden EUR) | 29 september | 29 september | |
|---|---|---|---|
| 2025 | |||
| Vóór PPA | PPA-aanpassingen | 2025 | |
| Na PPA | |||
| Verworven nettoactiva | 2.131 | 1.289 | 3.421 |
| Betaalde vergoeding | 5.986 | ||
| Goodwill | 2.566 |
De verwerving van de activa van Filterfab gebeurde tegen een aankoopprijs van 6,0 miljoen euro, vrij van cash en zonder schulden.
De transactie zal een impact hebben van minder dan 5% op de geconsolideerde opbrengst en winstgevendheid van JENSEN-GROUP.
251
Toelichting 24: Non-audit fees
De commissaris is Deloitte bv, vertegenwoordigd door mevr. Charlotte Vanrobaeys.
Wereldwijd hebben de commissaris en zijn netwerk een vergoeding van 705.331 euro (excl. btw), ontvangen voor de uitoefening van hun mandaat met betrekking tot de statutaire jaarrekening van de juridische entiteiten en de geconsolideerde jaarrekening van JENSEN-GROUP, met inbegrip van het duurzaamheidsverslag. Afgezien van zijn mandaat hebben de commissaris en zijn netwerk in 2025 geen extra vergoeding ontvangen. De vennootschap heeft eenzelfde auditkantoor benoemd voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening.
Toelichting 25: Belangrijke gebeurtenissen na jaareinde
Op 27 februari 2026 heeft JENSEN-GROUP NV de aandelen van OY VESTEK AB, de voormalige JENSEN-distributeur in Finland, verworven. Met deze acquisitie zal JENSEN ook zijn activiteiten in de verbruiksartikelen via MAXI-PRESS uitbreiden. De impact op de geconsolideerde omzet en winstgevendheid is niet materieel.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Toelichting 26: Wettelijke structuur

253
Toelichting 27: Consolidatiekring per 31 december 2025
| Geconsolideerde vennootschappen | Maatschappelijke zetel | Deelnemingspercentage |
|---|---|---|
| België | ||
| JENSEN-GROUP NV | Neerhonderd 33 | Moedervennootschap |
| 9230 Wetteren | ||
| TOLON Europe BV | Neerhonderd 33 | 49% |
| 9230 Wetteren | ||
| Australië | ||
| JENSEN Laundry Systems Australia Pty Ltd | Unit 16, 38-46 South Street | 100% |
| Rydalmere NSW 2116 | ||
| Orboc Pty Ltd | 3/14 Hinkler Court | 85% |
| 4500 Brendale- QLD | ||
| MAXI-PRESS Australia Pty Ltd | 3/14 Hinkler Court | 85% |
| 4500 Brendale- QLD | ||
| Oostenrijk | ||
| JENSEN Austria Holding GmbH | Reinhartsdorfgasse 9 | 100% |
| 2324 Schwechat-Rannersdorf | ||
| JENSEN ÖSTERREICH GmbH | Reinhartsdorfgasse 9 | 100% |
| 2324 Schwechat-Rannersdorf | ||
| Brazilië | ||
| JENSEN-GROUP BRASIL COMERCIO E SERVICOS DE EQUIPAMENTOS DE LAVANDERIA LTDA | Rua Aparecida José Nunes de Campos 19 | 100% |
| CEP 18087-089, Jardim do Paço, Sorocaba-SP | ||
| Canada | ||
| JENSEN INDUSTRIAL GROUP CANADA INC (nieuw) | 20 Wellington Street East, Suite 500, Toronto, Ontario, M5E1C5 | 100% |
| China | ||
| JENSEN Industrial Laundry Technology (Xuzhou) Co., Ltd | Phoenix Avenue, Xuzhou Clean Technology Zone 221121 Xuzhou, Jiangsu Province, P.R. China | 100% |
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| Denemarken | ||
|---|---|---|
| JENSEN Industrial Group A/S | Industrivej 2 | 100% |
| 3700 Rønne | ||
| JENSEN Denmark A/S | Industrivej 2 | 100% |
| 3700 Rønne | ||
| Ole Almeborg A/S | Svalhøjvej 15 | 50% |
| 3790 Hasle | ||
| Inwatec ApS | Hvidkærvej 30 | 70% |
| 5250 Odense SV | ||
| Frankrijk | ||
| JENSEN France SAS | 2 “Village d’Entreprises” | 100% |
| ZA de la Couronne des Prés | ||
| Avenue de la Mauldre | ||
| 78680 Epône | ||
| Duitsland | ||
| JENSEN GmbH | Jörn-Jensen-Strasse 1 | 100% |
| 31177 Harsum | ||
| JENSEN Components GmbH | Jörn-Jensen-Strasse 1 | 100% |
| 31177 Harsum | ||
| MAXI-PRESS Holding GmbH | Zum Lingeshof 1 c | 85% |
| 36124 Eichenzell-Welkers | ||
| MAXI-PRESS Elastomertechnik GmbH | Zum Lingeshof 1 c | 85% |
| 36124 Eichenzell-Welkers | ||
| ELASTOPRESS Polytex GmbH | Im Weilerlen 12 | 85% |
| 74321 Bietigheim-Bissingen | ||
| SPE Polymertechnik GmbH | Zum Mühlengraben 6 | 85% |
| 68642 Bürstadt | ||
| Italië | ||
| JENSEN Italia s.r.l. | Strada Provinciale Novedratese 46 | 100% |
| 22060 Novedrate | ||
| Prima Folder s.r.l. | Via Agostino Depretis 9 | 33% |
| 48123 Ravenna | ||
| Japan | ||
| JENSEN Japan Co., Ltd. | 5-1-11, Osaki, Shinagawa-ku, Tokyo, 141-0032 | 100% |
255
Inax Corporation
5-1-11, Osaki, Shinagawa-ku, Tokyo,
49%
141-0032
| Nieuw Zeeland | ||
|---|---|---|
| JENSEN New Zealand Ltd | C/- MinterEllisonRuddWatts | 100% |
| Level 22, PwC Tower | ||
| 15 Customs Street | ||
| Auckland Central, 1010 | ||
| Filterfab NZ Ltd (nieuw) | Baker Tilly Staples Rodway | 85% |
| Christchurch Limited, Level 2, | ||
| 329 Durham Street, | ||
| Christchurch Central, 8013 | ||
| Noorwegen | ||
| JENSEN NORGE AS | Østensjøveien 36 | 100% |
| 0667 Oslo | ||
| Singapore | ||
| JENSEN Asia PTE Ltd. | No. 6 Jalan Kilang #02-01 | 100% |
| Dadlani Industrial House | ||
| Singapore 159406 | ||
| Spanje | ||
| JENSEN Spain S.L. | Calle Energia 34 | 100% |
| Poligono Famades | ||
| ES-08940 Cornella de Llobregat (Barcelona) | ||
| Zweden | ||
| JENSEN Sweden AB | Företagsgatan 68 | 100% |
| 504 94 Borås | ||
| Zwitserland | ||
| JENSEN Burgdorf AG | Buchmattstrasse 8 | 100% |
| 3400 Burgdorf | ||
| JENSEN Holding AG | Buchmattstrasse 8 | 100% |
| 3400 Burgdorf | ||
| GOTLI Holding AG | Industriestrasse 51 | 100% |
| 6312 Steinhausen | ||
| GOTLI Labs AG | Industriestrasse 51 | 100% |
| 6312 Steinhausen |
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| Turkije | ||
|---|---|---|
| TOLON GLOBAL MAKINA Sanayi Ve Ticaret A.S. | 10007 SOK. NO:9 AOSB ÇIĞLI | |
| Izmir | 49% | |
| TOLON EXPORT MAKİNE TİCARET A.S. | 10007 SOK. NO:9 AOSB ÇIĞLI | |
| Izmir | 49% | |
| Verenigde Arabische Emiraten | ||
| JENSEN Industrial Laundry Systems ME DMCC | Unit No: 204 Fortune Tower Plot | |
| No: JLT-PH1-C1A Jumeirah Lakes Towers Dubai UAE | 100% | |
| JENSEN ME Laundry Equipment Trading LLC SOC (nieuw) | Warehouse-P1 / Block J Plot | |
| Number 176-0 Saih Shuaib 2, Dubai Industrial City Dubai, UAE | 100% | |
| Verenigd Koninkrijk | ||
| JENSEN UK Ltd. | Unit 5, Network 11 | |
| Thorpe Way Industrial Estate | ||
| Banbury, Oxfordshire OX16 4XS | 100% | |
| Maxi-Press DRM Ltd (nieuw) | Albert Street, Oldham, Lancashire OL8 3QL | 85% |
| Verenigde Staten | ||
| JENSEN NORTH AMERICA INC | 160 Mine Lake Ct Ste 200, Raleigh, NC 27615 | 100% |
| JENSEN USA INC | Aberdeen loop 99 | |
| Panama City, FL 32405 | 100% | |
| JENSEN Braun LLC (nieuw) | Aberdeen loop 99 | |
| Panama City, FL 32405 | 100% | |
| 831 South 1st Street INC | 831 South 1st Street | |
| Louisville, KY 40203 | 100% | |
| Tolon US | Aberdeen loop 99 | |
| Panama City, FL 32405 | 49% | |
| MAXI-PRESS ELASTOMERIC INC | 80 Turnpike Drive Suite #4 | |
| 6762 Middlebury - CT | 85% |
We verwijzen naar Toelichting 2 voor wijzigingen in de consolidatiekring gedurende het jaar.
257
66
Ik hou van veel verschillende aspecten van de job. Mijn favoriete onderdeel is nieuwe oplossingen bedenken.
Zayd

66
We werken veel rond duurzaamheid en kwaliteit. We willen dat onze klanten systemen hebben die lang meegaan. En die op lange termijn goed blijven werken.
Maria
Verslag van de commissaris aan de aandeelhoudersvergadering van JENSEN-GROUP NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 - Geconsolideerde jaarrekening
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van JENSEN-GROUP NV (de "vennootschap") en haar filialen (samen "de groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor.
Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 16 mei 2023, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité.
Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2025. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van JENSEN-GROUP NV uitgevoerd gedurende 3 opeenvolgende boekjaren.
Verslag over de geconsolideerde jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2025 omvat, alsook het geconsolideerd overzicht van de winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van het volledige perioderesultaat over het boekjaar afgesloten op die datum, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing, waarvan het totaal van de geconsolideerde balans 524 256 (000) EUR bedraagt en waarvan het geconsolideerd overzicht van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten afsluit met een winst van het boekjaar van 59 167 (000) EUR.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en van de financiële toestand van de groep op 31 december 2025 alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor het oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd op nationaal niveau.
Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
AUDITVERSLAG
Kernpunten van de controle
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Kernpunt van de controle: erkenning van opbrengsten voor klanten contracten in opdracht van derden
Beschrijving van het kernpunt van de controle:
Wij hebben op de erkenning van opbrengsten gefocust voor klanten contracten in opdracht van derden en lopende per jaareinde omdat JENSEN-GROUP NV haar omzet in belangrijke mate haalt uit projecten die kwalificeren als "construction contracts" onder IFRS. De groep erkent de marge over de looptijd van de contracten heen. De erkenning van opbrengsten en de schatting van de uitkomst van lopende klanten contracten in opdracht van derden met vaste prijzen is complex en vereist belangrijke door het management gemaakte inschattingen, in het bijzonder voor wat betreft de schatting van gedragen kosten en kosten verbonden aan de afwerking van contracten. Om deze redenen hebben we omzet afkomstig van klanten contracten in opdracht van derden geïdentificeerd als een kernpunt van de controle.
We verwijzen naar toelichting 1 en 6 van het jaarverslag: toelichting 1 geeft de voornaamste waarderingsregels weer inclusief deze omtrent de erkenning van opbrengsten voor project omzet, terwijl toelichting 6 meer details weergeeft over de contract-activa. Op 31 december 2025 is in de bruto-tegoeden op de klanten voor contract-activa 35,4 miljoen EUR aan gecumuleerde winsten opgenomen.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle:
Bij het toetsen van de erkenning van opbrengsten afkomstig van klanten contracten in opdracht van derden hebben we zowel het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van controles getoetst als gegevensgerichte controlewerkzaamheden toegepast. We hebben een toetsing uitgevoerd op de controles die de groep ingesteld heeft voor het boeken van contract gerelateerde kosten en opbrengsten en het bepalen van het stadium van voltooiing. In het kader van onze controle-werkzaamheden zijn we onder meer nagegaan of de groep gepaste waarderingsregels inzake erkenning van opbrengsten hanteert. Onze controlewerkzaamheden omvatten ook een beoordeling van de significante inschattingen van het management op basis van een doorlichting van de projectdocumentatie en een bespreking over de status van de lopende projecten met financiële en technische medewerkers van de groep. Ook manuele omzetboekingen hebben we gecontroleerd op eventuele ongebruikelijke of onregelmatige zaken. We hebben op basis van onze testprocedures geen afwijkingen van materieel belang vastgesteld.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de vennootschap, noch van de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen. Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
- Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de groep;
- Het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
- Het concluderen dat de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de groep om haar continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de groep haar continuïteit niet langer kan handhaven;
AUDITVERSLAG
- Het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
- Het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, met inbegrip van de duurzaamheidsinformatie en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie die opgenomen is in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening
Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot deze duurzaamheidsinformatie. Deze sectie betreft niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag. Voor dit deel van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening verwijzen wij naar ons verslag hieromtrent.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
261
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de groep
Europees uniform elektronisch formaat (ESEF)
Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerpnorm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat ("ESEF"), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat en de markeertaal met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 ("Gedelegeerde Verordening").
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat ("digitale geconsolideerde financiële overzichten") opgenomen in het jaarlijks financieel verslag.
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van JENSEN-GROUP NV per 31 december 2025 in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Andere vermeldingen
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het Auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Getekend te Gent.
De commissaris
Deloitte Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door Charlotte Vanrobaeys
STATUTAIRE JAARREKENING
VERKORTE VERSIE STATUTAIRE JAARREKENING JENSEN-GROUP NV
Verkorte balans JENSEN-GROUP NV
| Boekjaar eindigend op
(in duizenden euro) | 31 december | 31 december |
| --- | --- | --- |
| | 2025 | 2024 |
| Vaste activa | 181.768 | 176.039 |
| Immateriële vaste activa | 592 | 766 |
| Materiële vaste activa | 273 | 360 |
| Financiële vaste activa | 180.903 | 174.913 |
| Vlottende activa | 31.200 | 13.656 |
| Voorraden en projecten in uitvoering | 2.035 | 1.463 |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 8.052 | 5.922 |
| Eigen aandelen | 20.667 | 5.264 |
| Liquide middelen | 238 | 958 |
| Overlopende rekeningen | 208 | 49 |
| TOTAAL ACTIVA | 212.968 | 189.695 |
| Boekjaar eindigend op
(in duizenden euro) | 31 december | 31 december |
| --- | --- | --- |
| | 2025 | 2024 |
| Eigen vermogen | 162.150 | 163.229 |
| Kapitaal | 38.280 | 38.280 |
| Uitgiftepremies | 67.590 | 67.590 |
| Eigen aandelen | 20.667 | 5.264 |
| Reserves | 3.828 | 3.329 |
| Overgedragen winst | 31.785 | 48.866 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 400 | 672 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 400 | 672 |
| Financiële verplichtingen op lange termijn | 10.000 | 0 |
| Financiële schuld KT | 10.000 | 0 |
| Financiële verplichtingen op korte termijn | 38.116 | 25.695 |
| Financiële schuld KT | 18.789 | 10.000 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 21.497 | 15.461 |
| Overlopende rekeningen | 132 | 234 |
| TOTAAL PASSIVA | 212.968 | 189.695 |
Verkorte resultatenrekening JENSEN-GROUP NV
| Boekjaar eindigend op
(in duizenden euro) | 31 december
2025 | 31 december
2024 |
| --- | --- | --- |
| Bedrijfsopbrengsten | 29.679 | 30.048 |
| Omzet | 29.468 | 30.845 |
| Afgewerkte producten en contracten in uitvoering:
toename (afname) | -1.946 | -2.348 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 2.157 | 1.550 |
| Bedrijfskosten | -29.237 | -30.085 |
| Grond- en hulpstoffen en handelsgoederen | -8.359 | -16.909 |
| Diensten en diverse goederen | -17.344 | -9.869 |
| Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | -3.089 | -2.732 |
| Afschrijving | -299 | -209 |
| Waardeverminderingen | -252 | 23 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 272 | -229 |
| Overige bedrijfskosten | -166 | -160 |
| Operationeel resultaat | 442 | -38 |
| Financieel resultaat | 12.419 | 8.831 |
| Financiële opbrengsten | 12.875 | 9.173 |
| Financiële kosten | -456 | -342 |
| Resultaat van het boekjaar vóór belastingen | 12.861 | 8.793 |
| Winstbelastingen | -228 | -65 |
| Resultaat van het boekjaar | 12.633 | 8.729 |
Resultaatverwerking JENSEN-GROUP NV
| Boekjaar eindigend op
(in duizenden euro) | 31 december
2025 | 31 december
2024 |
| --- | --- | --- |
| Te bestemmen winst (verlies) | 61.063 | 63.116 |
| Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar | 12.633 | 8.729 |
| Overgedragen winst (verlies) van de vorige boekjaren | 48.866 | 54.387 |
| Toevoeging aan het eigen vermogen | 15.465 | 5.201 |
| aan de wettelijke reserve | 63 | 436 |
| aan de reserve voor eigen aandelen | 15.402 | 4.765 |
| Over te dragen resultaat | -31.785 | -48.430 |
| Over te dragen winst | 31.785 | 48.430 |
| Winstverdeling | -13.813 | -9.485 |
| Dividenden | -13.813 | -9.485 |
| | 2025 | 2024 |
| (in euro) | (12 maanden) | (12 maanden) |
| Courante winst per aandeel na belastingen (1) | 1,35 | 0,91 |
| Aantal uitstaande aandelen (gemiddelde) | 9.372.539 | 9.542.241 |
| Aantal uitstaande aandelen (einde jaar) | 9.208.541 | 9.484.615 |
(1) Het courant nettoresultaat is gelijk aan de nettowinst vermeerderd met de uitzonderlijke kosten minus de uitzonderlijke opbrengsten (beide na belastingcorrectie).
STATUTAIRE JAARREKENING
Statutaire jaarrekening JENSEN-GROUP NV
Conform artikel XX van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werd in dit jaarverslag een verkorte versie van de statutaire jaarrekening van JENSEN-GROUP NV opgenomen. De jaarrekening werd opgesteld volgens de Belgische boekhoudnormen. Het verslag van het management, de statutaire jaarrekening van JENSEN-GROUP NV en het verslag van de commissaris worden neergelegd bij de bevoegde instanties en zijn eveneens beschikbaar op de maatschappelijke zetels van de vennootschap.
De commissaris heeft een goedkeurende verklaring zonder voorbehoud gegeven met betrekking tot de statutaire jaarrekening van JENSEN-GROUP NV.
JENSEN-GROUP NV fungeert als holdingmaatschappij en eveneens als commerciële entiteit, verantwoordelijk voor de verkoop en dienst na verkoop in de Benelux.
De statuten (art. 11) staan de Raad van Bestuur toe om eigen aandelen terug te kopen. Tijdens de vergadering van 10 maart 2022 heeft de Raad van Bestuur beslist om een programma voor de inkoop van eigen aandelen in te voeren en zo maximaal 781.900 of 10% van de eigen aandelen in te kopen. Tijdens de buitengewone aandeelhoudersvergadering van 16 mei 2023 hebben de aandeelhouders gestemd over de vernietiging van de 113.873 eigen aandelen, nadat de Raad van Bestuur het programma had opgeschort in het licht van een recente overname. Later in het jaar besloot de Raad van Bestuur het programma opnieuw te starten en op 31 december 2025 zijn 422.867 aandelen teruggekocht tegen een gemiddelde prijs van 48,87 euro, goed voor een totaalbedrag van 20,7 miljoen euro. Het mandaat voor de terugkoop vervalt op 18 mei 2026.
De Raad van Bestuur stelt aan de aandeelhoudersvergadering voor om een dividend van 1,50 euro per aandeel goed te keuren. Het dividendvoorstel is gebaseerd op het nettoresultaat van de vennootschap aan het einde van het jaar. De dividenduitkering zal 13.812.811,50 euro bedragen, gebaseerd op het aantal uitstaande aandelen op 31 december 2025. Er wordt geen dividend uitgekeerd voor eigen aandelen.
De volledige versie van de statutaire jaarrekening van JENSEN-GROUP NV is beschikbaar op de website van de vennootschap: www.jensen-group.com.
265
Waarderingsregels
De waarderingsregels zijn opgesteld conform het KB van 29 april 2019.
Financiële vaste activa
Aangezien de JENSEN-GROUP NV vooral een holdingfunctie heeft, benadrukken we dat – in overeenstemming met onze waarderingsregels en de boekhoudwetgeving in België – financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen hun initiële aanschaffingswaarde of volgestort kapitaal. Waardeverminderingen op financiële vaste activa worden geboekt wanneer zij verondersteld worden permanent te zijn. Indien blijkt dat waardeverminderingen die voorheen werden opgenomen niet langer nodig zijn, worden ze teruggenomen. Financiële vaste activa worden nooit boven hun aanschaffingswaarde of volgestort kapitaal gewaardeerd.
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa omvatten goodwill die ontstaan is uit de acquisities van de distributie-activiteiten in de Benelux. Om statutaire redenen wordt de goodwill afgeschreven over een periode van vijf jaar. De uitgiftekosten van de kapitaalverhoging worden over een periode van vijf jaar afgeschreven.
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa worden geboekt tegen hun aanschaffingswaarde of vervaardigingsprijs, eventueel verhoogd met de aanverwante kosten. Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur vanaf de maand van aanschaf.
De jaarlijkse afschrijvingspercentages zijn als volgt:
| Rubriek | Afschrijvings% |
|---|---|
| Infrastructuur | 10% - 20% |
| Installaties, machines en uitrusting | 20% |
| Kantoorbenodigdheden en meubilair | 20% |
| Rollend materieel | 20% |
Voorraden en bestellingen in uitvoering
Voorraden worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van de kostprijs of directe opbrengstwaarde. De kostprijs wordt bepaald volgens de FIFO-methode (First In First Out). Voor geproduceerde voorraden is de kostprijs gelijk aan de volledige kostprijs inclusief alle directe en indirecte productiekosten die voortvloeien uit de afwerking van de voorraden op balansdatum. De directe opbrengstwaarde is de verwachte verkoopprijs in het kader van de normale bedrijfsvoering, verminderd met de afwerkingskosten en de variabele verkoopkosten.
De vennootschap maakt gebruik van de 'percentage of completion'-methode om het juiste bedrag te bepalen dat tijdens de periode in het resultaat zal worden erkend. Het percentage van afwerking wordt bepaald op basis van de verhouding van de reeds gemaakte kosten ten opzichte van de totale kosten van het project. Bij deze berekening worden de kosten niet mee opgenomen die tijdens het jaar gemaakt zijn, maar betrekking hebben op toekomstige projecten. Deze kosten worden opgenomen als voorraad, vooruitbetalingen of overige activa, afhankelijk van hun aard.
STATUTAIRE JAARREKENING
Vorderingen
De handelsvorderingen en andere vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Op de vorderingen worden waardeverminderingen toegepast indien er onzekerheid bestaat over de ontvangst of de betalingsdata voor het geheel of een deel van de balans. Bijkomende waardeverminderingen worden ook geboekt indien de realisatiewaarde op balansdatum lager is dan de boekwaarde.
Geldbeleggingen en liquide middelen
Tegoeden bij financiële instellingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Waardeverminderingen worden toegepast wanneer de realisatiewaarde op balansdatum lager is dan de aanschaffingswaarde.
Voorzieningen voor risico's en kosten
De voorzieningen voor risico's en kosten worden individueel bepaald naargelang van de risico's en toekomstige kosten die ze moeten dekken. Ze worden slechts gehandhaafd in de mate dat zij vereist zijn volgens een actuele beoordeling van de risico's en kosten waarvoor ze werden gevormd.
Schulden (op meer dan één jaar en op ten hoogste één jaar)
De schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde op balansdatum. In de overlopende rekeningen wordt er enkel rekening gehouden met de nog te betalen kosten op balansdatum die betrekking hebben op het boekjaar of op voorgaande boekjaren.
Financiële instrumenten
Het bedrijf gebruikt afgeleide financiële instrumenten om het risico op ongunstige wisselkoers- en intrestevoluties te beperken. Het is de politiek van de Groep om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken voor speculatieve doeleinden of trading.
Afgeleide financiële producten worden geboekt tegen kostprijs en hun premie wordt pro rata temporis in het resultaat opgenomen. Op balansdatum worden de financiële instrumenten gemeten aan marktwaarde op basis van het mark-to-market mechanisme. De niet-gerealiseerde verliezen worden in resultaat genomen terwijl de niet-gerealiseerde winsten uitgesteld worden.
De ingedekte balansposten (openstaande klanten en leveranciers) worden gewaardeerd aan indekkingskoers.
Eigen aandelen
De eigen aandelen worden op balansdatum geboekt tegen de laagste waarde van de kostprijs of tegen de marktprijs.
267
Algemene informatie
1. Identificatie
- Naam: JENSEN-GROUP NV
- Maatschappelijke zetel: Neerhonderd 33, 9230 Wetteren
- De vennootschap is opgericht op 23 april 1990 voor een onbeperkte duur.
- De vennootschap is een naamloze vennootschap naar Belgisch recht en valt onder toepassing van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
- De vennootschap heeft tot doel, in België en in het buitenland, in eigen naam of in naam van derden, voor eigen rekening of voor rekening van derden:
- Elke en alle verrichtingen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op of verband houden met de engineering, productie, aan- en verkoop, verdeling, import, export en vertegenwoordiging van wasserijmachines en -installaties en de herstelling ervan;
- Verlenen van technische, commerciële, financiële en andere diensten aan verbonden ondernemingen, met inbegrip van ondersteunende commerciële en industriële activiteiten;
- Nemen van belangen, op welke wijze dan ook, in alle ondernemingen die eenzelfde, een gelijkaardig of een verwant doel nastreven of die haar eigen activiteiten kunnen bevorderen of de afzet van haar producten of diensten kunnen vergemakkelijken, evenals het samenwerken met of fuseren met deze ondernemingen; in het algemeen het beleggen, het intekenen op, kopen, verkopen en verhandelen van financiële instrumenten uitgegeven door Belgische of buitenlandse ondernemingen;
- Beheren van beleggingen en van deelnemingen in Belgische of buitenlandse ondernemingen, met inbegrip van het verlenen van borgstellingen, aval, voorschotten, kredieten, persoonlijke of zakelijke zekerheden ten gunste van deze ondernemingen en het optreden als hun agent of vertegenwoordiger;
- Waarnemen van bestuursfuncties, het verlenen van advies, management en andere diensten aan andere Belgische of buitenlandse ondernemingen krachtens contractuele relatie of statutaire benoeming en in de hoedanigheid van externe raadgever of orgaan van deze onderneming.
De vennootschap mag, in België en in het buitenland, alle industriële, handels-, financiële, roerende en onroerende verrichtingen uitvoeren die rechtstreeks of onrechtstreeks haar activiteiten kunnen uitbreiden of bevorderen of ermee verband houden. Zij mag alle roerende en onroerende goederen verwerven, zelfs als deze noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks verband houden met het doel van de vennootschap.
Zij kan, op welke wijze ook, belangen nemen in alle verenigingen, zaken, ondernemingen of vennootschappen die eenzelfde, gelijkaardig of verwant doel nastreven of die haar activiteiten kunnen bevorderen of de afzet van haar producten of diensten kunnen vergemakkelijken, en ze kan ermee samenwerken of fuseren.
STATUTAIRE JAARREKENING
- De vennootschap is ingeschreven in het Handelsregister van Gent, afdeling Dendermonde, en is onderworpen aan de btw onder het nummer BE 0440.449.284.
- De gecoördineerde statuten van de vennootschap liggen ter inzage op de maatschappelijke zetel en zijn beschikbaar op de website www.jensen-group.com. De jaarrekening wordt neergelegd bij de balanscentrale van de Nationale Bank van België. De financiële berichten betreffende de vennootschap worden gepubliceerd in de financiële pers en zijn beschikbaar op de website van de vennootschap: www.jensen-group.com. De andere documenten die voor het publiek toegankelijk zijn en in het jaarverslag worden vermeld, kunnen op de maatschappelijke zetel van de vennootschap worden geraadpleegd, en zijn eveneens beschikbaar op de website van de vennootschap: www.jensen-group.com. Het jaarverslag van de vennootschap wordt verstuurd naar elke aandeelhouder die dit wenst te ontvangen.
2. Maatschappelijk kapitaal
-
Het geplaatst kapitaal bedraagt 38.280.396 euro en is vertegenwoordigd door 9.631.408 aandelen zonder nominale waarde. Er zijn geen aandelen die het maatschappelijk kapitaal niet vertegenwoordigen. Alle aandelen zijn gewone aandelen, er zijn geen preferente aandelen. De aandelen zijn gedematerialiseerd of aandelen op naam, naargelang de voorkeur van de aandeelhouder. De gedematerialiseerde aandelen zijn uitgegeven, hetzij door een kapitaalverhoging, hetzij door de omruiling van bestaande aandelen op naam of aan toonder in gedematerialiseerde aandelen. Elke aandeelhouder zal de omruiling kunnen vragen, hetzij in aandelen op naam, hetzij in gedematerialiseerde aandelen. Een aandelencertificaat wordt door ten minste twee Bestuurders ondertekend; de handtekeningen mogen door naamstempels worden vervangen.
-
Evolutie van het maatschappelijk kapitaal:
| Datum | Maatschappelijk kapitaal | Munt | Aantal aandelen |
|---|---|---|---|
| 24/05/2002 | 42.714.560 | euro | 8.264.842 |
| 20/05/2008 | 42.714.560 | euro | 8.252.604 |
| 13/01/2009 | 42.714.560 | euro | 8.039.842 |
| 30/11/2011 | 42.714.560 | euro | 8.002.968 |
| 04/10/2012 | 30.710.108 | euro | 8.002.968 |
| 15/05/2016 | 30.710.108 | euro | 7.818.999 |
| 03/04/2023 | 38.280.396 | euro | 9.745.281 |
| 16/05/2023 | 38.280.396 | euro | 9.631.408 |
Bijlage I
Kennisgevingen van belangenconflicten - Uittreksels uit de notulen van de vergaderingen van de Raad van Bestuur gehouden op 6 maart 2025 en 7 augustus 2025
Op 6 maart 2025, om 11.45 u., houdt de Raad van Bestuur (hierna: "de Raad van Bestuur") van ENSSEN-GROUP NV (hierna: "de vennootschap") een vergadering via videoconferentie waarbij alle deelnemers elkaar kunnen zien en horen.
De volgende bestuursleden zijn aanwezig:
- YquitY bv, vertegenwoordigd door dhr. Rudy Provoost
- SWID AG, vertegenwoordigd door dhr. Jesper Munch Jensen
- TTP bv, vertegenwoordigd door dhr. Erik Vanderhaegen
- Dhr. Jobst Wagner
- Cross Culture Research LLC, vertegenwoordigd door mevr. Anne Munch Jensen
- Acacia I bv, vertegenwoordigd door mevr. Els Verbraecken
- Dhr. Daisuke Miyauchi (gedeeltelijk).
De volgende uitgenodigden die eveneens deelnemen:
- Werner Vanderhaeghe bv, vertegenwoordigd door dhr. Werner Vanderhaeghe – Secretaris van de vennootschap
- Dhr. Doga Cardas – Chief Financial Officer
- Dhr. Mads Andresen – Chief Innovation Officer
- Dhr. Alexi Vangerven en Jens Bosmans – BDO Advisory (gedeeltelijk)
- Nadiya Nychay, Esq. – Jones Day (gedeeltelijk)
Dhr. Provoost zit de vergadering voor. Dhr. Vanderhaeghe treedt op als Secretaris. De Voorzitter wijst erop dat de aankondiging van de vergadering op 28 februari 2025 per mail werd verstuurd, dat alle Bestuurders aanwezig zijn en dat de vergadering dusdanig geldig is bijeengeroepen. De Voorzitter stelt vervolgens de onderstaande agendapunten voor.
1. Belangenconflict
De Voorzitter deelt de leden van de Raad van Bestuur mee dat (i) SWID AG, Cross Culture Research LLC en dhr. Jobst Wagner en Daisuke Miyauchi via brieven dd. 3 maart 2025, gericht aan de Voorzitter en met een kopie aan de commissaris van de vennootschap, kennis hebben gegeven van een belangenconflict met betrekking tot de resp. agendapunten 5 "Dividendvoorstel" en 11 (d) "Waardering van Jensen-aandelen – Terugkoop van aandelen", (ii) dat SWID AG via een soortgelijke brief van 3 maart 2025 ook kennis heeft gegeven van een belangenconflict met betrekking tot agendapunt 4 "Nazicht en goedkeuring voorstel remuneratierapport" – Voorstel tot herbenoeming van een uitvoerend Bestuurder en (iii) dat TTP bv via een soortgelijke brief van 3 maart 2025 kennis heeft gegeven van een belangenconflict met betrekking tot agendapunt 4, "Voorstel tot herbenoeming van een niet-uitvoerend Bestuurder". Nadat de brieven zijn overhandigd aan de Secretaris voor de archieven van de Raad van Bestuur, bevestigen mevr. Anne Jensen en dhr. Jesper Jensen, Jobst Wagner, Daisuke Miyauchi en Erik Vanderhaegen dat zij zich zullen onthouden van de discussie en de stemming over de agendapunten waarvoor een belangenconflict werd gemeld.
BIJLAGE
Alle andere leden van de Raad van Bestuur bevestigen vervolgens dat zij met betrekking tot geen enkel punt op de agenda een belangenconflict hebben.
Volgend op een korte herziening van de agendapunten door de Voorzitter en van de verschillende documenten gerelateerd aan deze agendapunten die aan de leden van de Raad van Bestuur werden toegestuurd, stuurde de Voorzitter aan op een beslissing omtrent de agendapunten die een goedkeuring van de Raad van Bestuur vereisen. Na de discussie besluit de Raad van Bestuur als volgt:
(...)
- Verslag van het Nominatie- en Remuneratiecomité
(...)
Op dit punt tijdens de vergadering bespreekt de Raad van Bestuur het Remuneratierapport, zoals goedgekeurd en ingediend door het Nominatie- en Remuneratiecomité, en met advies van de Counsel over zijn rol in dat opzicht, neemt de Raad van Bestuur de volgende resolutie aan:
“De Raad van Bestuur besluit met eenparigheid van stemmen, doch met uitzondering van SWID AG vertegenwoordigd door de heer Jesper Munch Jensen die zich onthoudt van de deliberatie en stemming, tot het goedkeuren van het Remuneratieverslag zoals dit ter zitting door het Nominatie- en Remuneratiecomité wordt voorgelegd; besluit verder tot sub-delegatie aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur van de bevoegdheid om hierover en in naam van de Raad van Bestuur verslag uit te brengen en voor te leggen aan de e.k. Algemene Vergadering van Aandeelhouders welke doorgaat op 20 mei 2025; besluit verder met eenparigheid van stemmen tot het goedkeuren van (i) de verhogingen van de vaste vergoedingen en de doelstellingen voor de leden van het Executive Management Team voor het boekjaar 2025 en (ii) de doelstellingen voor de Chief Executive Officer voor het boekjaar 2025.”
De Voorzitter verwijst vervolgens naar zijn verslag van eerder in deze vergadering over de werkzaamheden van het Nominatie- en Remuneratiecomité en het voorstel van dat Comité voor de herbenoeming van een uitvoerend en een niet-uitvoerend Bestuurder. De Voorzitter herinnert er voor de goede orde aan dat de mandaten van SWID AG, vertegenwoordigd door de heer Jensen, en TTP bv, vertegenwoordigd door de heer Vanderhaegen, als Bestuurder zullen aflopen op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering, dat beide Bestuurders de intentie hebben uitgesproken om zich herkiesbaar te stellen en dat het Nominatie- en Remuneratiecomité een voorstel heeft opgesteld voor hun herbenoeming. De Voorzitter bevestigt in dit verband dat TTP bv onder huidig recht de kwalificatie van onafhankelijk zal behouden. Volgend op een korte discussie over de beoordeling van het Nominatie- en Remuneratiecomité over de verplichte kwalificaties en het trackrecord van SWID AG en TTP bv in de Raad van Bestuur en bijbehorende Comités, en het met redenen omklede advies van dat Comité over de onafhankelijkheid van TTP bv en zijn vertegenwoordiger, de heer Vanderhaegen, stuurt de Voorzitter aan op een beslissing, en neemt de Raad van Bestuur de volgende resolutie aan:
"De Raad van Bestuur besluit met eenparigheid van stemmen, doch met uitzondering van SWID AG, vertegenwoordigd door de heer Jesper Munch Jensen die zich onthoudt van de deliberatie en de stemming, tot voordracht van SWID AG, met als vaste vertegenwoordiger de heer Jesper Munch Jensen, om herverkozen te worden als lid van de Raad van Bestuur voor een termijn van 4 jaar met de hoedanigheid van uitvoerend Bestuurder; besluit verder om deze voordracht aan de aandeelhouders ter goedkeuring voor te leggen op de eerstkomende Algemene Vergadering welke doorgaat op 20 mei 2025."
"De Raad van Bestuur besluit met eenparigheid van stemmen, doch met uitzondering van TTP bv, vertegenwoordigd door de heer Erik Vanderhaegen die zich onthoudt van de deliberatie en de stemming, tot voordracht van TTP bv, met als vaste vertegenwoordiger de heer Erik Vanderhaegen, om herverkozen te worden als lid van de Raad van Bestuur voor een termijn van 4 jaar met de hoedanigheid van niet-uitvoerend, onafhankelijk Bestuurder; besluit verder om deze voordracht aan de aandeelhouders ter goedkeuring voor te leggen op de eerstkomende Algemene Vergadering welke doorgaat op 20 mei 2025."
(...)
Presentatie en goedkeuring van de statutaire financiële jaarrekening 2024 van de JENSEN-GROUP NV en geconsolideerde jaarrekening van 2024 JENSEN-GROUP - Voorbereiding en goedkeuring van rapport aan de Aandeelhouders - Voorbereiding en goedkeuring van Corporate Governance Statement – Voorstel tot dividenduitkering
De Voorzitter controleerde samen met de Raad van Bestuur de voorlopige statutaire jaarrekening van de vennootschap en de geconsolideerde jaarrekening van de JENSEN-GROUP voor het jaar dat eindigde op 31 december 2024, het voorstel rond het Rapport aan de Aandeelhouders over de activiteiten van de vennootschap in de loop van 2024 en het voorstel tot dividenduitkering.
De Voorzitter bespreekt vervolgens samen met de Raad van Bestuur het voorlopige voorstel voor het Corporate Governance Statement, en wijst erop dat de leden van de Raad van Bestuur, met instemming van de Raad van Bestuur, het verslag van de Secretaris van de vennootschap over de naleving hebben ontvangen, zoals vereist door de Corporate Governance Code 2020. Kopieën van het voorstel van de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening, het Rapport voor de aandeelhouders, het voorlopige voorstel voor de Verklaring Deugdelijk Bestuur en het verslag van de Secretaris van de vennootschap over de naleving dd. 6 maart 2025, werden bijgevoegd aan deze notulen als Appendix 1. De Voorzitter riep de Raad van Bestuur toen op tot discussie binnen het Audit- en Risicocomité, zoals eerder in de vergadering aangehaald, over het voorstel tot dividenduitkering, met het oog op, onder andere, de kaspositie van de vennootschap. Op voorstel van de Voorzitter besloot de Raad van Bestuur om de volgende conclusie aan te nemen:
"De Raad van Bestuur besluit met eenparigheid van stemmen tot goedkeuring van de jaarrekening van de vennootschap m.b.t. het boekjaar eindigend op 31 december 2024 en van het ontwerp Verslag aan de Aandeelhouders over het beleid van de vennootschap en de Verklaring van Deugdelijk Bestuur, in de vorm waarin deze aan de vergadering worden voorgesteld en aan onderhavige notulen worden gehecht; besluit verder dat de Voorzitter en Gedelegeerd Bestuurder gemachtigd worden om voornoemde jaarrekening, Verslag en Verklaring te amenderen op voorwaarde dat bedoelde amendementen noodzakelijk zijn en geen wezenlijke wijzigingen inhouden; besluit verder dat de Voorzitter en Gedelegeerd
BIJLAGE
Bestuurder gemachtigd, mede daartoe belast, worden om de jaarrekening van de vennootschap, zoals voornoemd, te vervolledigen en formeel neer te leggen.”
“De Raad van Bestuur besluit met eenparigheid van stemmen tot goedkeuring van de geconsolideerde rekeningen van de vennootschap per 31 december 2024 met inbegrip van de toelichting, in de vorm waarin deze aan de vergadering worden voorgesteld en aan onderhavige notulen worden gehecht; besluit verder dat de Voorzitter en Gedelegeerd Bestuurder gemachtigd, mede daartoe belast, worden om de geconsolideerde rekeningen van de vennootschap, zoals voornoemd, te vervolledigen en om voornoemde toelichting te amenderen op voorwaarde echter dat bedoelde amendementen noodzakelijk zijn en geen wezenlijke wijzigingen inhouden.”
“De Raad van Bestuur besluit met eenparigheid van stemmen, doch met uitzondering van SWID AG met als vaste vertegenwoordiger de heer Jesper Munch Jensen, van Cross Culture Research LLC met als vaste vertegenwoordiger mevrouw Anne Munch Jensen, en van de heren Jobst Wagner en Daisuke Miyauchi die zich onthouden van de deliberatie en de stemming, tot goedkeuring van het voorstel om aan de aandeelhouders van de vennootschap een dividend uit te keren ten bedrage van 1,00 Euro per aandeel, betaalbaar met ingang van 31 mei 2025.”
(...)
Waardering van Jensen-aandelen – Terugkoop van aandelen. De Voorzitter herinnert de Raad van Bestuur aan zijn voornemen om tijdens deze vergadering de voorwaarden van het terugkoopprogramma van aandelen te herzien en aan zijn verzoek aan het management om een waarderingsverslag door een derde partij te laten opstellen. Op zijn uitnodiging nemen dhr. Alexi Vangerven en Jens Bosmans van BDO Advisory deel aan de vergadering, en geven zij de Raad van Bestuur een overzicht van de waardering van de vennootschap door BDO in verband met het terugkoopprogramma van aandelen dat de Raad van Bestuur op 9 maart 2022 had goedgekeurd, vervolgens bij beslissing tijdens de vergadering van 29 maart 2023 had opgeschort, maar bij besluit tijdens de vergadering van 10 augustus 2023 opnieuw had ingevoerd. Het waarderingsverslag van BDO van 21 februari 2025 en het verslag over dit onderwerp door een ad-hoccommissie van onafhankelijke Bestuurders van 6 maart 2025 zijn samen met de aankondiging voor de vergadering naar de leden van de Raad van Bestuur gestuurd. Met betrekking tot de parameters van het terugkoopprogramma van aandelen komt de Raad van Bestuur uitvoerig terug op de uitkomst van de waardering door BDO Advisory, de financiële gevolgen voor de JENSEN-GROUP en de financiële ratio’s die het met de banken heeft afgesproken, evenals de timing, het maximale aantal aandelen en de voorwaarden voor de toekomst. Na een grondige discussie besluit de Raad van Bestuur om de maximumprijs te verhogen tot 55 euro, zoals voorgesteld door het management. Dhr. Vangerven en Bosmans worden vervolgens verontschuldigd en verlaten de vergadering, waarna de Voorzitter voorstelt om de volgende resolutie aan te nemen:
"De Raad van Bestuur besluit met eenparigheid van stemmen, maar met uitzondering van SWID A.G. met als vaste vertegenwoordiger de heer Jesper Munch Jensen, van Cross Culture Research LLC, met als vaste vertegenwoordiger mevrouw Anne Munch Jensen, van de heer Jobst Wagner en van de heer Daisuke Miyauchi die zich onthouden van de deliberatie en de stemming, tot goedkeuring van de verdere uitvoering van het inkoopmandaat dd. 20 maart 2022 en tot het verlenen van een mandaat aan een zakenbank die zal overgaan tot verwerving van de aandelen van de vennootschap onder de voorwaarden zoals besproken op de vergadering en opgenomen in artikel 11 van de statuten van de vennootschap."
(...)
Aangezien er geen verdere discussiepunten zijn, werd de vergadering om 15.30 u. opgeheven.
BIJLAGE
Op 7 augustus 2025 om 11.30 u., houdt de Raad van Bestuur van de JENSEN-GROUP NV (hierna de 'vennootschap') een vergadering via videoconferentie waarbij alle deelnemers elkaar kunnen zien en horen.
De volgende Bestuurders zijn aanwezig:
- YquitY bv, vertegenwoordigd door dhr. Rudy Provoost
- SWID AG, vertegenwoordigd door dhr. Jesper Munch Jensen
- TTP bv, vertegenwoordigd door dhr. Erik Vanderhaegen
- Dhr. Jobst Wagner
- Cross Culture Research LLC, vertegenwoordigd door mevr. Anne Munch Jensen
- Acacia I bv, vertegenwoordigd door mevr. Els Verbraecken
- Dhr. Daisuke Miyauchi.
De volgende uitgenodigden die eveneens deelnemen:
- Werner Vanderhaeghe bv, vertegenwoordigd door dhr. Werner Vanderhaeghe
- Dhr. Doga Cagdas
- Mevr. Scarlet Janssens (gedeeltelijk)
- Mevr. Stefanie Roscam (gedeeltelijk).
Dhr. Rudy Provoost zit de vergadering voor. Dhr. Werner Vanderhaeghe treedt op als Secretaris. De Voorzitter wijst er verder op dat de aankondiging van de vergadering op 1 augustus 2025 per mail werd verstuurd, dat alle Bestuurders aanwezig zijn en dat de vergadering dusdanig geldig is bijeengeroepen. De Voorzitter stelt vervolgens de volgende agendapunten voor.
- Belangenconflict
De Voorzitter deelt de leden van de Raad van Bestuur mee dat SWID AG, Cross Culture Research LLC en dhr. Jobst Wagner en Daisuke Miyauchi via een brief van 4 augustus 2025, gericht aan de Voorzitter en met kopie aan de commissaris van de vennootschap, hebben meegedeeld dat zij een belangenconflict hebben met betrekking tot het agendapunt 7 'Programma voor terugkoop van aandelen'. De Voorzitter verzoekt de Secretaris van de vennootschap om de brieven te archiveren bij de administratie van de Raad van Bestuur, en merkt op dat dhr. Jesper Jensen, Jobst Wagner, Daisuke Miyauchi en mevr. Anne Jensen hebben bevestigd dat zij zich zullen onthouden van de discussie en stemming over het punt waarop het belangenconflict betrekking heeft. Alle andere aanwezige of vertegenwoordigde leden van de Raad van Bestuur bevestigen vervolgens dat zij met betrekking tot geen enkel punt op de agenda een belangenconflict hebben.
Volgend op een kort nazicht van de items op de agenda door de Voorzitter en van de verschillende documenten gerelateerd aan deze agendapunten die aan de Raad van Bestuur werden toegestuurd, zette de Voorzitter aan tot een beslissing omtrent de agendapunten die een goedkeuring van de Raad vereisten.
275
Na de discussie besluit de Raad als volgt:
(...)
Programma voor terugkoop van aandelen
Dhr. Cagdas herinnert de Raad van Bestuur aan de beslissing om dit programma in maart 2022 te starten, gevolgd door een tijdelijke opschorting in verband met de Inax-transactie in maart 2023 en een heropstart in augustus 2023. Dhr. Cagdas herinnert de Raad van Bestuur er verder aan dat het mandaat voor terugkoop aan de investeringsbank voor het laatst is verlengd tijdens de vergadering in maart van dit jaar, dat tijdens die vergadering de maximumprijs werd vastgelegd op 55 euro op basis van een waarderingsverslag van BDO van 21 februari 2025 en een rapport van een ad-hoccommissie van onafhankelijke Bestuurders van 6 maart 2025, en dat de maximumprijs van 55 euro op 3 juli 2025 werd bereikt. De Voorzitter deelt vervolgens mee dat het management heeft verzocht dit punt op de agenda van de huidige vergadering te plaatsen voor een statusupdate, en stelt 65 euro als nieuwe maximumprijs voor.
Tijdens de daaropvolgende discussie komt de Raad van Bestuur uitvoerig terug op de uitkomst van de waardering door BDO Advisory, de financiële gevolgen voor de JENSEN-GROUP en de financiële ratio's die het met de banken heeft afgesproken, evenals de timing, het maximale aantal aandelen en de voorwaarden voor de toekomst. Na een grondige discussie besluit de Raad van Bestuur om de maximumprijs te verhogen tot 65 euro, zoals voorgesteld door het management, en de Voorzitter stelt voor om de volgende resolutie aan te nemen:
“De Raad van Bestuur besluit met eenparigheid van stemmen, maar met uitzondering van SWID A.G. met als vaste vertegenwoordiger de heer Jesper Munch Jensen, van Cross Culture Research LLC, met als vaste vertegenwoordiger mevrouw Anne Munch Jensen, van de heer Jobst Wagner en van de heer Daisuke Miyauchi die zich onthouden van de deliberatie en de stemming, tot herziening van de voorwaarden tot aankoop van eigen aandelen zoals besproken op de vergadering en opgenomen in artikel 11 van de statuten van de vennootschap.”
(...)
Er zijn geen verdere discussiepunten, dus de vergadering werd opgeheven om 15.10 u.
“哈,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,
“哈,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,你是个小伙子,
www.jensen-group.com

JENSEN-GROUP N.V. | Neerhonderd 33 | 9230 Wetteren | Belgium
T. +32 0(9) 333 83 30 | www.jensen-group.com