AI assistant
bpost SA/NV — Annual Report 2025
Apr 3, 2026
3922_10-k_2026-04-03_720cb0e5-f831-4f68-bd19-aae8bc4a9727.xhtml
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
5493008AAX0BESN9WN06-2025-12-31-1-nl.xhtml 5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-315493008AAX0BESN9WN062024-01-012024-12-315493008AAX0BESN9WN062025-12-315493008AAX0BESN9WN062024-12-315493008AAX0BESN9WN062023-12-315493008AAX0BESN9WN062023-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493008AAX0BESN9WN062024-01-012024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493008AAX0BESN9WN062024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493008AAX0BESN9WN062025-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember5493008AAX0BESN9WN062023-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493008AAX0BESN9WN062024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493008AAX0BESN9WN062024-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493008AAX0BESN9WN062025-12-31ifrs-full:ReserveOfCashFlowHedgesMember5493008AAX0BESN9WN062023-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493008AAX0BESN9WN062024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493008AAX0BESN9WN062024-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493008AAX0BESN9WN062025-12-31ifrs-full:ReserveOfRemeasurementsOfDefinedBenefitPlansMember5493008AAX0BESN9WN062023-12-31bpost:ReserveOfNetInvestmentHedgeMember5493008AAX0BESN9WN062024-01-012024-12-31bpost:ReserveOfNetInvestmentHedgeMember5493008AAX0BESN9WN062024-12-31bpost:ReserveOfNetInvestmentHedgeMember5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-31bpost:ReserveOfNetInvestmentHedgeMember5493008AAX0BESN9WN062025-12-31bpost:ReserveOfNetInvestmentHedgeMember5493008AAX0BESN9WN062023-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493008AAX0BESN9WN062024-01-012024-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493008AAX0BESN9WN062024-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493008AAX0BESN9WN062025-12-31ifrs-full:ReserveOfExchangeDifferencesOnTranslationMember5493008AAX0BESN9WN062023-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493008AAX0BESN9WN062024-01-012024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493008AAX0BESN9WN062024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493008AAX0BESN9WN062025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember5493008AAX0BESN9WN062023-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493008AAX0BESN9WN062024-01-012024-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493008AAX0BESN9WN062024-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493008AAX0BESN9WN062025-12-31ifrs-full:EquityAttributableToOwnersOfParentMember5493008AAX0BESN9WN062023-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493008AAX0BESN9WN062024-01-012024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493008AAX0BESN9WN062024-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493008AAX0BESN9WN062025-12-31ifrs-full:NoncontrollingInterestsMember5493008AAX0BESN9WN062024-12-31bpost:RestrictedSharesMember5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-31bpost:RestrictedSharesMember5493008AAX0BESN9WN062025-12-31bpost:RestrictedSharesMember5493008AAX0BESN9WN062024-12-31bpost:UnrestrictedSharesMember5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-31bpost:UnrestrictedSharesMember5493008AAX0BESN9WN062025-12-31bpost:UnrestrictedSharesMember5493008AAX0BESN9WN062023-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember5493008AAX0BESN9WN062024-01-012024-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember5493008AAX0BESN9WN062024-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember5493008AAX0BESN9WN062025-01-012025-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMember5493008AAX0BESN9WN062025-12-31ifrs-full:MiscellaneousOtherReservesMemberxbrli:sharesiso4217:EURiso4217:EURxbrli:shares 2025 42,5
Jaarverslag 2
Inhoud
Bnode jaarverslag 2025
1. Overzicht kerncijfers 3
2. Bericht aan de stakeholders 5
3. Versnelling van onze transformatie 10
3.1 Wie we zijn 11
3.2 Ons transformatietraject 14
4. Klantwaarde 18
4.1 Inleiding 19
4.2 Bpost – Evolueren om sterker te presteren 20
4.3 Paxon – Slimmere logistiek 26
4.4 Landmark Global 29
4.5 Besluit 31
5. Governance 32
5.1 Corporate governance-verklaring 33
5.2 Risicobeheer 68
6. Duurzame waarde 80
Samenvatting (niet-CSRD-gedeelte)
6.0 Inhoudstafel 89
6.1 Algemene informatie 92
6.2 Milieu-informatie 148
6.3 Maatschappelijke informatie 227
6.4 Governance-informatie 304
6.5 Beoordelingsverslag van de onafhankelijke auditor 323
7. Financiële waarde 329
7.1 Financiële analyse 330
7.2 Vooruitzichten voor 2026 344
7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 345
7.4 Verslag van het College van Commissarissen 447
8. Verklaring van de verantwoordelijke personen 456
9. Appendix 458
9.1 Woordenlijst 459
9.2 Awards en erkenningen 460
9.3 GRI Content Index 461
9.4 UN Global Impact reference table 466
9.5 TCFD Reference Table 467
9.6 EU-wetgeving en datapunten 468
9.7 Creëren van gedeelde waarde 475
Inhoud
Deze pdf-versie is niet in overeenstemming met ESEF (European Single Electronic Reporting Format). Het ESEF-pakket is beschikbaar op onze website en bevat een leesbare XHTML-versie. Deze pdf is opgesteld voor het gebruiksgemak, het ESEF-pakket prevaleert in geval van discrepantie met andere formaten.
1. Overzicht kerncijfers
H1 OVERVIEW OF KEY FIGURES
- Overzicht kerncijfers 4
Overzicht kerncijfers
Aangepast op 31 december
| IN MILLION EUR | 2025 | 2024 | EVOLUTIE 2025-2024 |
|---|---|---|---|
| Totaal bedrijfsopbrengsten 1 | 4.482,3 | 4.341,3 | 3,2% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) 2 | 179,7 | 224,9 | -20,1% |
| Resultaat van het boekjaar (geconsolideerd - IFRS) 3 | 51,0 | 127,8 | -60,1% |
| Operationele vrije kasstroom 4 | 336,1 | (875,3) | ‒ |
Gerapporteerd op 31 december
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | EVOLUTIE 2025-2024 |
|---|---|---|---|
| ECONOMISCHE WAARDE | |||
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 4.482,3 | 4.341,3 | 3,2% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 79,6 | (118,1) | ‒ |
| Resultaat van het boekjaar (geconsolideerd - IFRS) | (39,4) | (204,1) | -80,7% |
| Nettowinst Bpost NV (niet-geconsolideerd - BGAAP) | 6,9 | (230,0) | ‒ |
| Operationele vrije kasstroom 5 | 286,2 | (887,1) | ‒ |
| Nettoschuld/(Netto geldmiddelen) 6 | 1.749,3 | 1.800,4 | -2,8% |
| Gewoon resultaat per aandeel, in EUR | (0,20) | (1,03) | -80,4% |
| Dividend per aandeel, in EUR | 0,00 | 0,00 | ‒ |
| SOCIALE WAARDE | |||
| Aantal werknemers (op jaareinde) | 33.532 | 36.527 | -8,2% |
| Aantal VTE (gemiddeld) | 31.963 | 32.434 | -1,5% |
| Aantal VTE en interims (gemiddeld) | 36.819 | 37.500 | -1,8% |
| Totaal aantal opleidingsuren per FTE 7 | 24,41 | 27, 24 | -10,4% |
| ECOLOGISCHE WAARDE | |||
| Aandeel emissievrije last-milelevering 8 | 25,0% | 21,0% | 19% |
| Totale CO 2 -uitstoot (tCO 2 e) | 518,496 | 530,205 | -2,2% |
| KLANTEN WAARDE | |||
| Klanttevredenheidsscore | 86,0% | 85,0% | 1,2% |
Voor verdere details met betrekking tot de reconciliatie van gerapporteerde naar genormaliseerde financiële cijfers verwijzen we naar sectie “reconciliatie van gerapporteerde naar aangepaste financiële cijfers” van dit document.
1 Aangepaste totale bedrijfsopbrengsten vertegenwoordigen de totale bedrijfsopbrengsten exclusief de impact van eenmalige elementen en zijn niet geauditeerd.
2 Aangepaste EBIT vertegenwoordigt de winst uit bedrijfsactiviteiten exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
3 Aangepast resultaat van het jaar vertegenwoordigt het resultaat van het jaar exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
4 Aangepaste operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de operationele vrije kasstroom exclusief de impact van eenmalige elementen en is niet geauditeerd.
5 Operationele vrije kasstroom vertegenwoordigt de netto kasstroom van operationele activiteiten minus de netto kasstroom van investeringsactiviteiten.
6 Netto schuld/(Netto geldmiddelen) bestaat uit rentedragende en niet-rentedragende leningen (inclusief huurverplichtingen) plus bankvoorschotten in rekening- courant verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten.
7 2024 werd aangepast om de opname van de Staci-groep te weerspiegelen
8 Inclusief de Staci-groep, marktgebaseerd. 2024 werd aangepast om de opname van de Staci-groep te weerspiegelen, in lijn met onze nieuwe SBTi-baseline.
2. Bericht aan de stakeholders
H2 MESSAGE TO STAKEHOLDERS
- Bericht aan de stakeholders 6
Bpostgroup heet voortaan Bnode. De naamswijziging markeert een bredere strategische heroriëntatie: een scherpere focus op logistieke activiteiten en een organisatie die mee evolueert met veranderend klantengedrag. CEO Chris Peeters en voorzitter Françoise Roels benadrukken dat de uitvoering nu centraal staat. ‘We moeten iedereen blijven uitleggen waar we naartoe gaan, zowel onze eigen mensen als onze klanten en de overheid.’
Roels vat de situatie samen als een organisatie die de richting heeft vastgelegd en die richting nu consequent moet vertalen naar keuzes en uitvoering. Peeters omschrijft 2025 als het jaar waarin de koers werd uitgestippeld, en 2026 als het jaar waarin de uitvoering versnelt. ‘Ik vat het graag kernachtig samen in twee woorden: “koerswijziging” voor 2025 en “acceleratie” voor 2026.’
De CEO plaatst die versnelling in context. ‘Het is één ding om een nieuwe koers te bepalen, maar bij een groep van onze omvang moet je daarna continu toetsen en waar nodig bijsturen’, legt hij uit. ‘Die acceleratie gebeurt bovendien gefaseerd. Vanaf de lente zal ze echt merkbaar worden.’
Extern is de nieuwe richting intussen zichtbaar, zeker in België. Bnode wil transformeren naar een digitale logistieke referentie, gespecialiseerd in pakketlogistiek, en actief in Europa, Noord-Amerika en Azië. ‘Sinds vorige zomer is het tempo duidelijk omhoog gegaan’, zegt Peeters.Tegelijk wijst hij erop dat de financiële effecten van recente ingrepen niet onmiddellijk zichtbaar worden. ‘De impact zal eerder in 2027 duidelijker zijn.’ De strategische basis is gelegd — tijd voor versnelde uitvoering en opschaling 7 2. Bericht aan de stakeholders Bnode jaarverslag 2025
Drie prioriteiten
Voor de last mileactiviteiten, waarvan de naam in de omgedoopte groepsstructuur gewoon Bpost blijft, zijn de prioriteiten helder afgebakend. ‘We werken op drie grote domeinen: brievenpost, pakjes en ons kantorennet’, zegt Peeters. ‘Voor de brievenpost is de trend onmiskenbaar: de volumes blijven dalen. We moeten onze organisatie dan ook aanpassen. Tegelijk investeren we in diensten met toekomst, via een klantgerichtere aanpak. Voorbeelden zijn rouwbrieven en aangetekende zendingen. De volgende stap daar is ons prior-aanbod.’
In de pakjesactiviteiten is de omslag het meest zichtbaar. Het netwerk van Bboxen breidt snel uit, en met de Bbox-boetiek werd eind vorig jaar een bijkomende formule gelanceerd. ‘Dat zijn zichtbare tekenen van onze focus op pakjes’, aldus Peeters. ‘Maar de belangrijkste verandering zit onder de motorkap: we organiseren onze werking steeds meer rond pakjes als kernactiviteit, terwijl brievenpost daar in de praktijk als nevenstroom naast staat.’
Servicecentra
Het kantorennet moet volgens Peeters evolueren naar het ‘servicecenter’ van de toekomst. ‘Dat concept hebben we al uitgebreid getest met het oog op de maatschappelijke rol die we als bedrijf moeten blijven vervullen’, zegt hij. ‘De informatie die hieruit komt, nemen we mee in het gesprek met de overheid rond het nieuwe beheerscontract dat dit jaar moet uitgewerkt worden.’ Die maatschappelijke rol wil Bpost blijven spelen. Peeters laat er echter geen twijfel over bestaan: ‘Het sociale contact tussen onze postbodes en loketbedienden en de klanten blijft superbelangrijk. Dat is trouwens niet alleen maatschappelijk relevant, het levert ook waardevolle commerciële signalen op over wat klanten verwachten. Daarop kunnen we vervolgens onze dienstverlening, zowel qua pakjes als brieven, afstemmen.’
Roels vult aan: ‘De postbode, en het menselijke contact dat die postbode vertegenwoordigt, is een van onze belangrijkste competitieve voordelen.’
‘Wij bewaken de langetermijnrichting voor Bnode als groep. Dat betekent: het management ondersteunen, maar ook bevragen en uitdagen.’
Françoise Roels, Voorzitster Bnode
8 2. Bericht aan de stakeholders Bnode jaarverslag 2025
Internationale groei
Ook internationaal werkt Bnode verder aan de herpositionering. De third party logistieke activiteiten buiten België zijn gebundeld onder het label Paxon, met twee geografische pijlers: Europa en Noord-Amerika. In Europa is Staci, een van oorsprong Franse specialist in contractlogistiek en fulfilment, een belangrijke groeimotor. In Noord-Amerika ligt de focus op Radial, de Amerikaanse dochter die merken en retailers ondersteunt met e-commercelogistiek.
‘Staci kwam in 2024 aan boord bij de groep,’ aldus Peeters. ‘De focus ligt nu op integratie en synergieën. In 2026 willen we die integratie afronden. Daarna verschuift het zwaartepunt naar groei.’
In de VS verwijst Peeters naar de lancering van een nieuw aanbod voor het middensegment bij Radial. ‘Dat moet onze afhankelijkheid van een beperkt aantal grote klanten verkleinen. We evalueren momenteel de prestaties van dat Fast Track aanbod en schalen daarna op.’
Daarnaast is er de divisie Landmark Global, die de cross-borderlogistieke diensten omvat. Daar spelen twee evoluties, zegt Peeters. ‘Grote platforms nemen een zeer groot deel van de markt in en hebben de schaal om diensten zelf te organiseren. Tegelijk verschuift het klantengedrag. Mensen kopen niet noodzakelijk minder, maar kiezen vaker andere kanalen door veranderende handelsbarrières.’
Toch blijft Bnode volgens Peeters competitief in snelheid en kwaliteit. ‘We kijken vooral naar nieuwe logistieke trajecten die ontstaan. Tot vandaag deden we bij Landmark Global weinig B2B, maar dat onderzoeken we. Ook in specifieke niches kunnen we waarde creëren: volumes die te klein zijn om voor grote platforms interessant te zijn.’
Bestuur en consistentie
Een doorgedreven transformatie doorheen de hele organisatie dus. Hoe kan een voorzitter, en bij uitbreiding de raad van bestuur, daarbij helpen? ‘Als raad van bestuur sturen wij uiteraard niet de dagdagelijkse operaties aan’, legt Roels uit. ‘Onze rol bestaat er vooral in om de langetermijnvisie voor Bnode als groep te blijven bewaken. Dat betekent: het management ondersteunen, maar ook bevragen en uitdagen. Het belangrijkste is dat de aanpak en de boodschap consistent blijven. Alleen zo kunnen we met een duidelijke visie voor ogen in gesprek gaan met de overheid over het beheerscontract.’
Maar Roels doet meer dan enkel de visie bewaken met het oog op de relaties met de overheden. Vanuit haar voorzittersrol van het paritair comité voelt zij ook heel goed aan hoe de transformatie leeft bij het personeel. ‘Dit is een ingrijpende transformatie voor de groep’, zegt ze. ‘De dialoog met de sociale partners verloopt vandaag constructief. We zijn het niet over alles eens, maar de communicatiekanalen zijn open. Iedereen ziet dat dit een noodzakelijke, maar ook moeilijke transformatie is.’
9 2. Bericht aan de stakeholders Bnode jaarverslag 2025
Cultuur en waarden
Een van de belangrijkste aandachtspunten voor Roels is dat Bnode door dit hele proces heen zijn eigenheid behoudt. ‘Onze mensen zijn nog altijd trots om voor dit bedrijf te werken’, beklemtoont ze. ‘Tegelijk moeten we als bestuur zorgen voor meer uniformiteit en helderheid. De slogan “We deliver” wordt vandaag op verschillende manieren ingevuld. Daar moet meer één lijn in komen, met focus op onze kernwaarden: kwaliteit, snelheid en ethisch handelen.’
Peeters sluit daarbij aan. ‘Onze cultuur zal mee evolueren met onze transformatie, maar de sterke elementen zoals onze maatschappelijke rol binnen de Belgische samenleving blijven essentieel. Er zijn echter ook gewoonten blijven hangen uit ons verleden als overheidsmonopolist. Die moeten plaatsmaken voor een commerciëlere reflex en meer efficiëntie. De context is veranderd, en wij moeten mee evolueren.’
Focus op sterktes
De realiteit is helder: Bnode moet snel reageren op een almaar veranderende markt, en daarbij vooral niet proberen om rechtstreeks te concurreren met de Amazons van deze wereld. ‘Amazon kon destijds nog starten met alleen boeken’, stipt Roels aan. ‘Vandaag verwachten klanten een totaalplatform. Het heeft dus geen zin om Amazon naar de kroon te steken. Dat is trouwens ook niet waar onze sterkte ligt. Ons métier is dat van een logistieke dienstverlener en daar kiest Bnode dan ook expliciet voor. Want uit die expertise vloeit onze unieke relevantie voort. Met kennis en ervaring die de grote platformen dan weer niet hebben.’
De richting ligt duidelijk vast, maar Peeters herhaalt dat 2026 het jaar van uitvoering en versnelling moet worden. ‘Dat is ambitieus. Veel van onze 25.000 medewerkers in België zullen op een of andere manier nieuwe taken opnemen of nieuwe vaardigheden aanleren. De uitdaging is dubbel: zorgen dat mensen hun rol aankunnen, én dat ze zich goed voelen in die nieuwe context.’ Roels besluit: ‘Dat vraagt inzet van iedereen.’
‘Veel van onze 25.000 medewerkers in België zullen op een of andere manier nieuwe taken opnemen of nieuwe vaardigheden aanleren. De uitdaging is dubbel: zorgen dat mensen hun rol aankunnen, én dat ze zich goed voelen in die nieuwe context.’
Chris Peeters, CEO Bnode & Bpost
9 Bnode jaarverslag 2025
10 Bnode jaarverslag 2025 Versnelling van onze transformatie | 3.1 Wie we zijn
SHARED VALUE CREATION
Versnelling van onze transformatie 3.
11 Bnode jaarverslag 2025 Versnelling van onze transformatie | 3.1 Wie we zijn
Op 9 december 2025 zette de groep een beslissende stap en herdefinieerde ze haar identiteit rond het nieuwe merk, Bnode. Bpostgroup werd die dag omgedoopt in Bnode. De verdere rebranding van de drie business units zal stapsgewijs worden uitgevoerd in 2026. Deze nieuwe merkarchitectuur weerspiegelt de strategische herpositionering van Bnode van een postoperator met logistieke capaciteiten naar een toonaangevende logistieke speler die ook postdiensten aanbiedt. Ze brengt de sterktes van de groep samen, vereenvoudigt de klantervaring en laat zien dat we echt concreet vooruitgang boeken in de transformatie.
3.1.1 Onze bedrijfsstructuur
De structuur van Bnode blijft ongewijzigd. In 2026 worden wel de namen van de drie business units aangepast. Paxon is de nieuwe naam van de business unit 3PL, Global Cross-Border gaat verder onder de naam Landmark Global en BeNe Last-Mile zal actief zijn onder de naam Bpost. Met het oog op consistentie worden in dit document de nieuwe benamingen gehanteerd.
| KERNCIJFERS 2025 | BU |
|---|---|
| Bpost (voorheen BeNe Last-Mile) | België: moderne, kwalitatieve en flexibele post- en pakjesdiensten, bankretaildiensten en meer; toonaangevende speler in B2C-distributie: het dichtste netwerk in België voor thuis- en out-of-home-leveringen. |
| Paxon | België en Nederland: een brede waaier aan logistiekdiensten in persdistributie, B2B, en omnichannel logistiek - van leveringen aan winkels, thuisinstallaties, leveringen met twee personen tot terugzendingen/herstellingen/ recyclagediensten - om te beantwoorden aan de noden van klanten in uiteenlopende sectoren, waaronder high-tech, technici op het terrein, pers, gezondheidszorg, dranken, kleding, retail of FMCG. |
| Bijna 600.000 pakjes/dag |
BU Paxon (voorheen 3PL)
- Geïntegreerde third-party logistiekdiensten, met een focus op hoogwaardige, flexibele logistieke diensten voor B2C, B2B en omnichannel segmenten
- Ruim 2.500 klanten bediend
- 2,2 mio m² warehouse ruimte
- Regionale leiderspositie in Europa en Noord-Amerika en sterke positie in Azië
- Platform voor continue groei en geografische expansie
BU Landmark Global (voorheen Global Cross-Border)
- Geïntegreerd cross-border transportbeheer
- 74m internationale zendingen
- 220 landen bediend
- Leiderspositie voor belangrijke routes (VS naar Canada, China naar EU/VK/ Canada, West-Europa naar België), opening van sterkere, nieuwe routes en solidere samenwerkingsverbanden om schaalvoordelen te behalen
- Combinatie van eigen last-mile netwerken, transporteurstoegang en -overeenkomsten, douane- en cross-border diensten, en diensten met toegevoegde waarde, ondersteund door sterke IT-platforms
Bnode-functies
■ Financiën
■ Human resources
■ Digitale en ICT-ondersteuning
■ Group Transformation Office
■ Group Communication & Brand
3.1 Wie we zijn
12 Bnode jaarverslag 2025
Versnelling van onze transformatie | 3.1 Wie we zijn
3.1.2 Ons nieuwe culturele kader: waarom het belangrijk is en waar het voor staat
Waarom we inzetten op een nieuwe cultuur
Om onze strategie voor 2029 waar te maken en onze positie als regionale en digitale expert in pakjeslogistiek te verstevigen, volstaat een sterk plan niet. We hebben een gedeelde manier van werken nodig. Vandaag leven er binnen onze groep verschillende culturen en gewoontes, en dat remt onze vooruitgang soms nog af. Door ons achter één enkele missie, één mindset, één set van gedeelde gedragingen te scharen, kunnen we beter samenwerken, sneller beslissingen nemen en met meer impact vernieuwen.
Eén gedeelde cultuur helpt ons om wendbaar te blijven in een snel veranderende omgeving, versterkt het vertrouwen en teamwork en zorgt ervoor dat onze transformatie vooruitgaat met focus en tempo. Onze cultuur zet onze strategie om in tastbare resultaten - en vormt de basis waarop we duurzame waarde blijven creëren voor onze klanten, onze partners, onze medewerkers en de samenleving in haar geheel.
Waar onze nieuwe cultuur op gebouwd is
Onze groepscultuur rust op één duidelijke missie en vier gedeelde waarden die elke dag richting geven aan wat we doen.
Onze missie: 'We make lives better'
Onze missie (Wij maken het leven gemakkelijker) bepaalt de diepere redenen van ons bestaan, los van winst. Ze verbindt waar we vandaan komen met wie we vandaag zijn en met onze ambitie voor de toekomst. Ze vormt de leidraad voor onze beslissingen, geeft vorm aan onze acties en weerspiegelt de bredere positieve impact die we willen maken.
- We make: Onderstreept dat onze activiteiten veel verder gaan dan louter bezorgen: we innoveren, ondernemen actie en reiken onze klanten oplossingen aan die het verschil maken.
- lives: Verwijst naar de brede en diverse groep klanten die we bedienen — B2B, B2C en C2C — en naar de concrete manieren waarop ons werk hun leven rechtstreeks raakt.
- better: Vertolkt onze drive om steeds beter te worden: voor de klant, voor de gemeenschappen waarin we actief zijn en voor de planeet.
13 Bnode jaarverslag 2025
Versnelling van onze transformatie | 3.1 Wie we zijn
Onze vier waarden
Deze waarden bouwen voort op wat ons vandaag al sterk maakt en definieert, en integreren tegelijkertijd wat we nodig hebben voor de toekomst: innovatie, samenwerking en wendbaarheid. De drie ‘We’-waarden leggen de nadruk op samenwerking terwijl de 'Ik'-waarde individuele verantwoordelijkheid onderstreept. Samenwerking en verantwoordelijkheidszin zijn onmisbaar om echte transformatie mogelijk te maken.
Hoe alles in elkaar haakt
Onze missie en onze waarden vormen de leidraad voor onze manier van werken, leidinggeven en samenwerken. Ze creëren een werkplek waar vertrouwen, empowerment en inspiratie centraal staan. Door onze missie en onze waarden dag na dag waar te maken, geven we onze transformatie zuurstof, stuwen we innovatie vooruit en groeien we uit tot één hechte, verbonden groep. Op die manier creëren we blijvende meerwaarde voor ieder van onze stakeholders.
-
We verleggen onze grenzen
We durven ambitieus te zijn en het voortouw te nemen. We dagen onszelf en elkaar op een constructieve manier uit om steeds beter te presteren en nieuwe doelen te bereiken. Deze waarde draait om ambitieus blijven, creatief denken en de lat steeds hoger leggen. 'Verleggen onze grenzen' vertaalt enerzijds onze intentie en anderzijds onze gedrevenheid om te blijven vooruitgaan - stap voor stap. -
We doen wat we beloven
We houden ons aan ons woord. We komen onze beloftes aan klanten, collega's, partners en onze gemeenschappen na. Deze waarde draait om onze kwaliteit- en klantgerichtheid. Wat onze rol ook is, we luisteren aandachtig naar de klant, begrijpen hun noden en handelen ernaar. -
We zijn één team
We delen kennis en vaardigheden en handelen als één bedrijf om samen kansen te grijpen en succesverhalen te vieren. Deze waarde benadrukt het belang van samenwerking. Samenwerking tussen teams, functies en entiteiten. Samenwerking versterkt onze collectieve impact en versnelt onze transformatie. -
Ik maak een verschil
Elke dag tracht ik het verschil te maken voor onze klanten en het bedrijf. Deze waarde staat voor initiatief nemen, nieuwe manieren van werken verkennen en verantwoordelijkheid nemen voor de impact die ik maak.
14 Bnode jaarverslag 2025
Versnelling van onze transformatie | 3.2 Ons transformatietraject
3.2 Ons transformatietraject
3.2.1 Structurele marktverschuivingen en de nood aan transformatie
De omgeving waarin Bnode actief is, wordt niet langer bepaald door cyclische schommelingen. We staan voor een diepgaande en blijvende structurele verschuiving die in alle business units aan intensiteit blijft winnen en naar verwachting ook de komende jaren zal aanhouden.
De volumes geadresseerde zendingen binnen onze traditionele Belgische post- en pakjesactiviteiten zullen in de loop van 2026 met een laag dubbelcijferig percentage dalen, in lijn met de voortdurende structurele verschuiving naar digitalisering. Tegelijk blijft de concurrentiedruk op de pakjesmarkt bikkelhard. Deze druk wordt nog verder opgevoerd door de aanhoudend hoge arbeids- en transportkosten — onze twee grootste kostenposten — én door een geleidelijke maar substantiële afbouw van overheidsfinanciering.
Op internationaal niveau opereren onze businessunits Paxon en Landmark Global in een steeds complexer speelveld, gekenmerkt door verhoogde handelsbarrières en een snelle marktconsolidatie. Doorheen de hele groep blijven de verwachtingen van klanten verder toenemen, met een groeiende vraag naar snellere dienstverlening, meer digitale transparantie en naadloze end-to-endervaringen. Tegelijkertijd was de behoefte aan gebruiksgemak bij consumenten nooit groter.
Ondanks deze structurele tegenwind biedt de huidige context aanzienlijke kansen voor bedrijven die zich flexibel en daadkrachtig weten op te stellen. Door een gedisciplineerde uitvoering van onze transformatie te koppelen aan ons Belgische nabijheidsnetwerk en onze wereldwijde expertise op het vlak van logistiek, zijn we uitstekend geplaatst om innovatieve, waardetoevoegende diensten te leveren die inspelen op snel evoluerende klantnoden.
3.2.2 “Rethink the Possible” - Onze strategisch kompas
Sinds 2024 biedt onze strategie – samengevat in de tagline 'Rethink the Possible' – een duidelijke en consequente leidraad voor onze strategische keuzes. Dat blijft zo in 2025 en de jaren daarna.
We zijn niet louter een postoperator met logistieke capaciteiten; we evolueren naar een regionale en digitale expert in pakjeslogistiek, terwijl we tegelijk onze essentiële postdiensten blijven waarmaken. Met onze strategie zijn we een nieuw pad ingeslagen en geven we actief nieuwe vorm aan onze identiteit. We zijn experts in pakjeslogistiek en we hertekenen en herorganiseren toeleveringsketens. We opereren succesvol in twee regio’s – Noord-Amerika en Europa – en brengen al onze capaciteiten samen in een uniek aanbod van oplossingen dat alleen wij, Bnode, kunnen leveren. Zo herdefiniëren we wat mogelijk is en hertekenen we onze toekomst.
15 Bnode jaarverslag 2025
Versnelling van onze transformatie | 3.2 Ons transformatietraject
We bundelen en integreren alle capaciteiten binnen de groep om end-to-endoplossingen te ontwerpen die meerwaarde creëren voor onze klanten. We vangen de groei in de markten voor de B2C-, C2C- en B2B-pakjeslogistiek op door volop onze last-mile, omni-channel fulfilment- en cross-border capaciteiten in te zetten. We blijven verankerd in België. Het is onze ambitie om uit te groeien tot een regionale leider in twee belangrijke gebieden: West-/Midden-Europa en Noord-Amerika. 'Wij zijn het referentiepunt' op het gebied van kwaliteit, innovatie en klantgerichtheid. Wij combineren digitale en fysieke kenmerken en creëren hybride producten. We worden een ‘digitaal’ bedrijf: we bieden onze klanten optimale digitale oplossingen, we zijn snel in het op de markt brengen van nieuwe producten of diensten en we zijn datacentrisch.
Onze ambitie toegelicht
■ We bundelen en integreren alle capaciteiten binnen de groep om end-to- endoplossingen te ontwerpen die meerwaarde creëren voor onze klanten.
■ We blijven verankerd in België. Het is onze ambitie om uit te groeien tot een regionale leider in twee belangrijke gebieden: West-/Midden-Europa en Noord-Amerika.
■ Wij combineren digitale en fysieke kenmerken en creëren hybride producten. We worden een ‘digitaal’ bedrijf: we bieden onze klanten optimale digitale oplossingen, we zijn snel in het op de markt brengen van nieuwe producten of diensten en we zijn datacentrisch.
■ 'Wij zijn het referentiepunt' op het gebied van kwaliteit, innovatie en klantgerichtheid.■ We vangen de groei in de markten voor de B2C-, C2C- en B2B-pakjeslogistiek op door volop onze last-mile, omni-channel fulfilment- en cross-border capaciteiten in te zetten. Een bedrijf met bijna 200 jaar geschiedenis transformeren vraagt evenwel meer dan een stapsgewijze verandering. Het vergt een bewuste herschikking van prioriteiten, competenties en middelen. De verschuiving naar pakjeslogistiek heeft ingrijpende gevolgen voor ons operationeel model, onze cultuur en onze manier van werken. Deze transformatie realiseren vereist een strakke uitvoering van een coherente transformatieagenda, gedragen door onze vier strategische pijlers: kwaliteit, klantgerichtheid, innovatie en digitalisering.
16 Bnode jaarverslag 2025
Versnelling van onze transformatie | 3.2 Ons transformatietraject
3.2.3 2025: Van strategische intentie naar tastbare resultaten
In lijn met de strategische koers die we hebben uitgestippeld, was het jaar 2025 echt een scharniermoment in onze transformatie naar een regionale en digitale expert in pakjeslogistiek. Onze transformatie evolueerde resoluut van strategische intentie naar daadwerkelijke implementatie, met concrete en meetbare vooruitgang in alle business units.
BIJ BPOST
- Out-of-home op schaal: We breidden ons netwerk van lockers in recordtempo uit en bereikten de kaap van 2.500 geplaatste Bboxen. Het is onze ambitie om ervoor te zorgen dat iedereen in België een Bbox op vijf minuten van zijn of haar deur heeft.
- Verschuiving in het operationeel model: We brachten de transformatie van ons Belgische operationele model in een hogere versnelling, voortbouwend op de voortdurende verschuiving van traditionele ochtendpostrondes naar avondleveringen van pakjes.
- Nabijheid & inclusie: We zetten de transformatie van ons retailnetwerk voort en lanceerden meerdere proefprojecten om te evolueren naar een netwerk van servicecenters die een waaier aan nabijheidsdiensten bieden en zo onze maatschappelijke rol op het vlak van inclusie versterken.
- B2B-innovatie: We lanceerden met succes Night Delivery. Deze dienst zorgt ervoor dat technische bedrijfsapparatuur vóór 7 uur ’s ochtends klaarligt in pakjesautomaten over het hele land, wat techniekers en interventieteams tot 90 minuten tijdswinst per dag oplevert.
NIJ PAXON EN LANDMARK GLOBAL
- Omnichannel fulfilment: We schaalden Radial Fast Track, onze B2C- en B2B-oplossing voor omnichannel fulfilment, verder op. Deze oplossing is snel en naadloos te integreren met bestaande systemen en vraagt slechts een eenvoudige onboarding, zonder investeringen vooraf.
- Integratie van Staci: We integreerden Staci succesvol in onze nieuwe Paxon-organisatie en slaagden er zo in ons 3PL-platform verder te versterken en de initieel beoogde synergieën op het vlak van kosten te overtreffen.
- Transport-synergieën: We boekten sterke vooruitgang in de inzet van groepsbrede capaciteiten, onder meer met de oprichting van een Transport Center of Excellence. Dit levert efficiëntiewinsten en besparingen op die ons helpen competitief te blijven in een schaalgedreven markt.
Doorheen de hele groep zorgde we voor een duidelijkere merkenstructuur. We gingen van 31 merken naar een duidelijke architectuur met vier kernmerken, wat zorgt voor meer consistentie en focus, geheel in lijn met de strategische herpositionering van de groep.
17 Bnode jaarverslag 2025
Versnelling van onze transformatie | 3.2 Ons transformatietraject
3.2.4 2026: Onze transformatie versnellen en opschalen
Het meetbare succes van ons transformatietraject bevestigt dat we strategisch de juiste richting hebben gekozen. Waar 2025 vooral in het teken stond van testen en proefprojecten, wordt 2026 het jaar waar we de focus verleggen naar opschalen en versnellen. Onze prioriteit verschuift nu naar de strakke en consequente uitvoering die nodig is om deze vroege successen om te zetten in duurzame, structurele sterktes over de hele groep.
In België brengen we de transformatie van ons operationeel model in een stroomversnelling. Op die manier willen we onze positie in een snel evoluerende pakjesmarkt verstevigen. Dit houdt onder meer in dat we evolueren van een voornamelijk ochtendgerichte werking naar een leveringsmodel dat ook namiddag- en avondrondes voorziet. Een model dat beter afgestemd is op de verwachtingen van consumenten vandaag én ook nieuwe groeikansen biedt.
Internationaal zullen Paxon en Landmark Global focussen op het versneld tot stand brengen van commerciële synergieën tussen onze fulfilmentplatformen. Door capaciteiten te bundelen en cross-selling en upselling verder te verdiepen, willen we meer geïntegreerde, klantgerichte oplossingen aanreiken. Aansluitend wordt het Fast Track-programma in Noord-Amerika verder uitgerold en zal het Transport Center of Excellence volop worden ingezet met het oog op een consistente uitvoering en schaalbare groei.
Samen schalen deze initiatieven op wat werkt, verankeren ze transformatie in de kern van onze activiteiten en versterken ze de positie van Bnode als regionale en digitale expert in pakjeslogistiek.
18 Bnode jaarverslag 2025
Klantwaarde | 4.1 Inleiding
CHAPTER PAGE H4 CUSTOMER VALUE
Klantwaarde 4.
19 Bnode jaarverslag 2025
Klantwaarde | 4.1 Inleiding
Bnode evolueert in hoog tempo van een nationale postoperator naar een internationale specialist in logistiek en e-commerce. De drijvende kracht achter deze transformatie is onze missie: 'We make lives better'. Deze missie geeft richting aan elke keuze die we maken, of het nu gaat om het hertekenen van onze leveringsstromen, het uitbreiden van onze digitale diensten of het ontwikkelen van nieuwe oplossingen binnen onze gespecialiseerde ondernemingen.
Van de bezorging van brieven en pakjes door Bpost in België tot omnichannel logistiek via Paxon en cross-border e-commerceoplossingen via Landmark Global: we ondersteunen klanten in hun groei in een wereld die steeds complexer wordt. Naarmate de verwachtingen toenemen en de nood aan duurzame oplossingen steeds prangender wordt, past Bnode zich snel aan. Om een stap voor te blijven, combineren we onze nationale reikwijdte met slimme logistiek, schaalbare digitale hulpmiddelen en een steeds ruimer netwerk met lage emissies. Zo blijven we kwaliteit leveren en betrouwbaarheid waarborgen. Samen vormen deze capaciteiten een sterker en coherenter aanbod, ontworpen om duurzame waarde te creëren voor zowel onze klanten als de gemeenschappen die we bereiken.
4.1 Inleiding - Waarde creëren door transformatie
20 Bnode jaarverslag 2025
Klantwaarde | 4.2 Bpost ‒ Evolueren om sterker te presteren
Bpost evolueert van een traditionele postoperator naar een moderne speler in pakjeslogistiek, die tegelijkertijd essentiële postdiensten blijft verzekeren in België. Naarmate volumes verschuiven en verwachtingen toenemen, hertekent Bpost zijn activiteiten om relevant te blijven, vlot te kunnen schakelen en echt klaar te zijn voor de toekomst.
Belgische retailers ondersteunen in een snel veranderende markt
De retailsector in België is volop in beweging. Meer en meer kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en nationale ketens passen zich aan aan steeds hogere klantverwachtingen door hun voorraad- en fulfilmentstrategie te heruitvinden. Nu steeds meer fysieke winkels als micromagazijnen fungeren, groeit de vraag naar logistieke partners die complexe processen kunnen vereenvoudigen, fulfilment kunnen versnellen en hun belofte aan klanten waarmaken.
Om deze verschuiving te ondersteunen, ontwikkelt Bpost in co-creatie met Belgische retailers en kmo’s nieuwe oplossingen, waaronder flexibelere lever- en afhaalopties, kortere doorlooptijden en een sterkere integratie met winkelactiviteiten. Door slimme logistiek op nationale schaal mogelijk te maken, helpt Bpost lokale ondernemingen om concurrerend te blijven in een steeds digitalere markt en bevestigt het zijn rol als vertrouwde logistieke omnichannel partner voor de handel.
Bpost: één partner voor elke stroom
De groep blijft steeds hogere volumes van gemengde B2B- en B2C-stromen verwerken, waaronder Store2Store, Store2Home en Warehouse2Store, allemaal binnen één enkel, naadloos verbonden netwerk. Dit 'one-stop-shop'-model helpt retailers hun operationele versnippering terug te dringen, hun voorraad te optimaliseren en klanten een consistente ervaring te bieden op elk touchpoint. Dankzij de digitale tools van Bpost, die speciaal ontwikkeld zijn met kmo’s in gedachten, kan een kleine retailer klanten vandaag realtime leveringsupdates en flexibele afgifteopties aanbieden.
4.2 Bpost - Evolueren om sterker te presteren
"Dankzij Bpost verloopt onze winkel- én online logistiek via één geïntegreerd systeem."
Lola & Liza"De samenwerking met Bpost voelt echt als een partnerschap: open, constructief en flexibel."
Bel&Bo
21 Bnode jaarverslag 2025
Klantwaarde | 4.2 Bpost ‒ Evolueren om sterker te presteren
Een vertrouwd lokaal netwerk dat elke dag echte verbindingen creëert
Doordrongen van een lange en rijke traditie Diep verankerd in lokale gemeenschappen blijft ons ongeëvenaard fijnmazig retailnetwerk een vertrouwde aanwezigheid in elke buurt in België. Elke locatie wordt aangestuurd door ervaren medewerkers die klanten al generaties lang begeleiden bij posttransacties en financiële verrichtingen. Dag na dag staan onze adviseurs klanten bij op belangrijke momenten in hun leven: geboorte, huwelijk of samenwonen, verhuis, gezinsuitbreiding en zelfs bij overlijden.
Uitgroeien tot multi-servicecenters
Met het oog op de toekomst evolueren we steeds meer naar moderne one-stop-servicecenters, waar klanten naadloos postdiensten kunnen beheren, een breed spectrum aan financiële transacties kunnen uitvoeren en essentiële nutsdiensten kunnen activeren, steeds onder begeleiding van vertrouwde adviseurs. Onze centers blijven bruisende maatschappelijke knooppunten en spelen een sleutelrol in het ondersteunen van kwetsbare groepen, onder meer door toegang te bieden tot cash geld, lokale solidariteitsinitiatieven op te zetten en digitale inclusie te versterken voor iedereen.In een fris en modern jasje De transformatie van onze postkantoren vertaalt zich in een dynamisch en hedendaags concept dat geheel is afgestemd op de noden van elke burger. Met aantrekkelijke openingsuren, een intuïtieve self-service en afstandsondersteuning, en met de keuze tussen onmiddellijke hulp aan het loket of hulp op afspraak, bieden we flexibiliteit en eenvoud op elk contactpunt met de klant. Een afwisselend merchandisingaanbod en aantrekkelijke deals zorgen voor fun én relevantie bij elk bezoek.
22 Bnode jaarverslag 2025 Klantwaarde | 4.2 Bpost ‒ Evolueren om sterker te presteren
Leveren wat professionals nodig hebben, wanneer ze het nodig hebben
Over heel België starten elke dag duizenden technici en onderhoudsmonteurs hun werkdag op de baan. Of ze nu onderweg zijn naar een herstelling, een installatie of een klantbezoek, één element blijft cruciaal: het juiste materiaal ter beschikking hebben op de juiste plaats op het juiste moment. Bpost ondersteunt hen met een nieuwe generatie logistieke oplossingen voor vaklui op de baan.
Geleverd bij dageraad
Tijdgevoelige pakjes worden afgeleverd nog vóór de werkdag begint, rechtstreeks op locaties dicht bij de woonplaats van de technicus of het adres van de eerste interventie. De dienst is over het hele land beschikbaar en biedt vandaag al ondersteuning voor honderden vroege interventies in uiteenlopende sectoren. De waarde is tastbaar. Doordat ze niet meer moeten omrijden naar opslagplaatsen sparen technici tot 90 minuten per dag uit. Dat betekent meer interventies, een hogere productiviteit en een betere klantbeleving.
Dit vroege-ochtendmodel, Night Delivery, maakt deel uit van een breder aanbod aan business solutions die specifiek zijn afgestemd op logistiek voor mobiele techniekers en buitendiensten. De oplossing combineert opslag, professionele distributiestromen en het dichtste lockernetwerk van België, met nagenoeg 2.500 Bbox-locaties, waarvan ongeveer 100 uitgerust zijn met extra lange deurtjes. De dienst wordt digitaal opgevolgd, sluit naadloos aan op professionele systemen en maakt in toenemende mate gebruik van elektrische voertuigen om emissies in de waardeketen (scope 3) terug te dringen.
Een slimmere start van de werkdag
Night Delivery biedt mobiele professionals een waardevol tijdsvoordeel. Pakjes worden ’s nachts veilig afgeleverd in een locker nabij hun woning of op hun route, klaar voor afhaling vóór 7.00 uur. Geen omritten naar het magazijn, geen vertragingen. Dé oplossing bij uitstek voor sectoren zoals machinebouw, telecommunicatie en onderhoudsdiensten. Professionals kunnen zich vlotter aan hun planning houden, hun CO 2 -voetafdruk verkleinen en meer problemen al meteen bij de eerste interventie oplossen.
Zo werkt het:
- Vroege start: onderdelen en gereedschap zijn beschikbaar vóór 7.00 uur 's ochtends.
- Flexibele afhaling: in kofferruimtes, aan huis, in garages, in geselecteerde PUDO-punten of op één van de meer dan 100 lockerlocaties.
- Kleinere voetafdruk: minder omrijden betekent minder uitstoot.
- Cut-off op een later tijdstip: ophaling tot 18.00 uur de avond ervoor.
23 Bnode jaarverslag 2025 Klantwaarde | 4.2 Bpost ‒ Evolueren om sterker te presteren
Allemaal deel van het Bpost-dienstenpakket
Dit illustreert de kracht van samenwerking binnen Bpost. In nauwe samenwerking met SLS, onze specialist in logistiek voor mobiele professionals, strekt het model zich vandaag al uit over heel België en delen van de Benelux. Zo ondersteunen we internationale ondernemingen met een betrouwbare levering van onderdelen en gereedschap vóór 7.00 uur, over verschillende sectoren heen. Naarmate de behoeften van klanten blijven evolueren, evolueert Bpost's aanbod mee. Zo helpt Bpost mobiele professionals hun werk beter uit te voeren: efficiënter, duurzamer en met meer vertrouwen.
De digitale transformatie van de openbare sector vaart geven
Nu er onder de burgers steeds meer vraag is naar moderne, efficiënte en toegankelijke overheidsdiensten, schakelen openbare instellingen een versnelling hoger in hun (digitaal) transformatietraject. Ze zoeken partners die hen helpen om slimmer te werken én streven er tegelijkertijd naar om inclusiviteit en duurzaamheid te waarborgen.
Bpost ondersteunt deze evolutie door administraties te helpen om hun workflows te vereenvoudigen, de administratieve rompslomp te verminderen en de operationele efficiëntie te verhogen. We breiden oplossingen zoals scanning, de digitale postkamer en hybride postproducten verder uit om de werkdruk te verminderen en doorlooptijden te verkorten. Er worden mogelijkheden om bedrijfsprocessen uit te besteden onderzocht via geïntegreerde samenwerking binnen de groep, waarbij we onze gezamenlijke expertise bundelen om doeltreffende en gebruiksvriendelijke end-to-endoplossingen te leveren. Zo kunnen openbare instellingen zich toespitsen op hun kernactiviteiten.
Ons landelijk netwerk, via postbodes en onze retailkantoren, blijft een unieke troef die toegankelijke, begeleide ondersteuning garandeert voor alle burgers in een steeds digitalere omgeving. Het kan ook nieuwe diensten ontsluiten, met tal van proefprojecten in de pijplijn voor 2026. Met nieuwe diensten, zoals de vlot toegankelijke, verpakkingsvrije en volledig traceerbare retourdienst voor het schrappen van nummerplaten, tonen we aan hoe we het leven van burgers kunnen vergemakkelijken en hen meerwaarde kunnen bieden door ons netwerk optimaal in te zetten en slimmere, duurzamere oplossingen te ontwikkelen die worden ondersteund door ons operationeel netwerk (bulkrondes).
Onze beloften waarmaken, elke dag opnieuw
We zijn ons ervan bewust dat er achter elk pakje een belofte schuilgaat. Daarom blijft Bpost investeren in operationele uitmuntendheid, met één helder doel: een betrouwbare, transparante en klantgerichte ervaring bieden aan al wie een pakje verstuurt of ontvangt. Geleid door de Voice of the Customer focussen we op verbeteringen die rechtstreeks inspelen op wat mensen het belangrijkst vinden: snelheid, zichtbaarheid en controle.
Een grote stap voorwaarts is de traceerbaarheid van pakjes. Dankzij verbeterde scansystemen zoals Collect Paco, dat elk pakje koppelt aan de specifieke transportdrager waarmee het wordt vervoerd, vergroten we de zichtbaarheid doorheen de volledige logistieke keten. Dat zorgt voor een beter operationeel beheer, snellere interventies waar nodig, en een nauwkeurigere, realtime tracering voor klanten. Een andere belangrijke verbetering biedt een oplossing voor een vaak voorkomend probleem, nl. gemiste leveringen. Via 'same-day rerouting' krijg je als bestemmeling onmiddellijk een verwittiging en krijg je ook meteen een alternatieve leveringswijze aangereikt. Zo blijven de pakjes in beweging en kunnen we onze D+1-belofte nakomen, zelfs als er verandering komt in de plannen.
24 Bnode jaarverslag 2025 Klantwaarde | 4.2 Bpost ‒ Evolueren om sterker te presteren
Gedreven door feedback, aangedreven door innovatie
Deze gerichte innovaties kaderen in onze huidige strategie voor operationele verbetering. Door te luisteren naar feedback van klanten en te investeren in slimme oplossingen, blijven we de kwaliteit van de dienstverlening in het hele netwerk versterken. Zo scheppen we dag na dag vertrouwen en maken we levens beter door middel van logistiek.
Duurzamere logistiek op schaal mogelijk maken
Steeds meer ondernemingen ondernemen actie om hun CO₂-uitstoot terug te dringen en verwachten dat ook hun logistieke partners stappen in die richting zetten. Daarom blijft Bpost investeren in een koolstofarm bezorgmodel dat niet alleen zijn eigen voetafdruk verlaagt, maar klanten ook helpt om scope 3-emissies te verminderen en hun ESG-doelstellingen te behalen.
In 2025 verdubbelde Bpost zijn locker-netwerk in één jaar tijd tot 2.500 Bbox-locaties over heel België. Deze automaten zijn 7 dagen op 7 de klok rond beschikbaar en bieden een afhaaloptie met een minimale impact. Tegelijkertijd bundelen ze leveringen en beperken ze het aantal mislukte leverpogingen. Het resultaat: minder verkeer, lagere emissies, een snellere service én een toename van het gebruik dat dubbel zo snel gaat als de uitbreiding van het netwerk.
Bpost schakelt ook een versnelling hoger voor de elektrificatie van zijn last-mile vloot. Eind 2025 beschikte Bpost over meer dan 3.100 elektrische voertuigen en meer dan 600 biketrailers, de grootste elektrische logistieke vloot in België. Deze investeringen ondersteunen onze ambitie om tegen 2030 85% van onze last-mile leveringen emissievrij te maken.
Emissievrije levering voor een hele hoofdstad
Nergens is deze overschakeling beter zichtbaar dan in Brussel. In oktober 2025 werd Bpost de eerste grote operator die dagelijkse leveringsrondes in alle 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest volledig emissievrij uitvoert. Een primeur in Europa. Deze mijlpaal werd mogelijk gemaakt door een combinatie van e-vans, cargofietsen, een fijnmazig lockernetwerk en lokale sorteercentra, alles volledig afgestemd op de specifieke behoeften van de hoofdstad.
Een tweede poging, zonder dat je hoeft te wachten
Als een bestemmeling niet thuis is, wacht Bpost niet langer tot de dag nadien. Via 'same-day rerouting' wordt een alternatieve wijze voorgesteld om het pakje toch nog die dag zelf te bezorgen. Zo krijgen klanten meer controle over het proces en zijn er over de hele lijn minder vertragingen.
Brussel, een toonbeeld van emissievrije logistiek
In 2025 werd Brussel de eerste Europese hoofdstad waar post en pakjes elke dag volledig emissievrij worden bezorgd. Meer dan 728 leveringsrondes gebeuren vandaag te voet, per e-bike of met elektrische bestelwagens. Dit alles wordt ondersteund door een plaatselijk netwerk van stedelijke microhubs, 565 e-vans, 57 cargofietsen en 409 laadpunten. Dankzij de nauwe samenwerking met overheidspartners en onderzoeksinstellingen wordt op deze manier 750 ton CO₂ per jaar vermeden, een evolutie waar meer dan 1,3 miljoen inwoners baat bij hebben.25 Bnode jaarverslag 2025
Klantwaarde | 4.2 Bpost ‒ Evolueren om sterker te presteren
Een netwerk voor gezamenlijke klimaatactie
Bpost's groeiende netwerk van ruim 20 Ecozones toont hoe duurzame logistiek op schaal kan werken, zelfs in complexe stedelijke omgevingen. Door te kiezen voor out-of-homelevering, pakjes via een Ecozone te leiden of gebruik te maken van emissievrije last-mile diensten, krijgen zakelijke klanten een directe manier aangereikt om hun milieuprestaties betrouwbaar, meetbaar en op schaal te verbeteren. Deze investeringen gaan verder dan infrastructuur. Ze geven mee vorm aan de bredere missie van Bnode: ‘we make lives better' - voor klanten, voor gemeenschappen en voor het klimaat.
De overstap naar digitale communicatie mogelijk maken
Om klanten te ondersteunen bij deze omschakeling, breidt Bpost zijn hybride postdiensten verder uit. Dit veilige en flexibele aanbod maakt het mogelijk om communicaties zowel fysiek als digitaal te verzenden en slaat zo een brug tussen traditionele werkstromen en volledig digitale processen. Een versterkt partnerschap met speos versterkt de positionering van Bpost als betrouwbare facilitator van digitale end-to-endstromen voor documenten. Van veilige gegevensverwerking en automatisering tot naleving van de nieuwe regelgeving rond facturatie: het totaalaanbod draagt bij aan een vlotte en schaalbare overstap naar elektronische communicatie.
De transitie in goede banen leiden
Om klanten te ondersteunen bij deze omschakeling, breidt Bpost zijn hybride postdiensten verder uit. Dit veilige en flexibele aanbod maakt het mogelijk om communicaties zowel fysiek als digitaal te verzenden en slaat zo een brug tussen traditionele werkstromen en volledig digitale processen. Een versterkt partnerschap met speos versterkt de positionering van Bpost als betrouwbare facilitator van digitale end-to-endstromen voor documenten. Van veilige gegevensverwerking en automatisering tot naleving van de nieuwe regelgeving rond facturatie: het totaalaanbod draagt bij aan een vlotte en schaalbare overstap naar elektronische communicatie.
Een vertrouwde partner voor een veilige, digitale levering
De markt evolueert en Bpost evolueert mee. Door het bereik van fysieke bezorging te combineren met de snelheid, veiligheid en traceerbaarheid van de digitale tegenhanger. Of klanten nu op zoek zijn naar hybride distributie, wettelijk conforme e-facturatie of volledig digitaal documentbeheer, Bpost zorgt voor continuïteit, conformiteit en gemoedsrust bij elke stap.
26 Bnode jaarverslag 2025
Klantwaarde | 4.3 Paxon ‒ Slimmere logistiek
Paxon is een nieuwe specialist in third-party logistiek (3PL), die is ontstaan uit het samengaan van drie dienstverleners: Active Ants, Radial en Staci. Samen bieden zij logistieke totaaloplossingen voor e-commerce en B2B-kanalen, gaande van geautomatiseerde fulfilment en omnichannel distributie tot winkelpromotiemateriaal, goederen voor intern gebruik, opslag, transport en diensten met toegevoegde waarde. Met een sterke focus op hoogwaardige markten en complexe toeleveringstromen, combineert Paxon een wereldwijd bereik met lokale wendbaarheid om in te spelen op veranderende klantbehoeften.
Leiderschap en organisatie
Paxon is voornamelijk actief in Europa en Noord-Amerika, met een kleinere operationele aanwezigheid in de APAC-regio. In Europa gaf Thomas Mortier de teugels van het bedrijf uit handen om vanaf eind 2025 een deeltijdse, adviserende rol op te nemen. Rainer Kiefer nam de fakkel over als CEO. Met zijn sterke staat van dienst in contractlogistiek, wereldwijde verkoop en operationele transformatie wordt verwacht dat hij de groei in een hogere versnelling zal brengen.
- In Europa evolueerde Paxon in 2025 van een entiteitgestuurde structuur naar een regionale organisatie, met Country Directors en commerciële teams die per land of regio zijn georganiseerd. Deze evolutie zet zich in 2026 voort met de volledige rebranding van 3PL naar Paxon.
- In Noord-Amerika nam Tom Schmitt begin 2025 de rol op van CEO van Radial US. Hij stuurt er met succes de overgang naar een meer gediversifieerd klantenbestand aan, met behoud van continuïteit en een focus op verdere efficiëntiewinsten.
4.3 Paxon – Schaalvoordelen en automatisering als motor voor slimmere logistiek
Rainer Kiefer
Tom Schmitt
Paxon in actie
Het groeiende en geïntegreerde netwerk levert nu al meerwaarde op voor internationale klanten in Europa:
- Een Nederlandse FMCG-klant breidde uit naar Frankrijk via een vernieuwd Staci-magazijn in Lyon, dat werd opgeleverd in samenwerking met Active Ants.
- Een drankenmerk zette voet aan de grond in Polen dankzij de lokale aanwezigheid van Radial, aansluitend op de activiteiten die het merk al had bij Staci.
- In het Verenigd Koninkrijk bracht HealthLink zijn opslagcapaciteit over naar de Staci-vestiging in Blackburn, waardoor het lokaal diensten kon verstrekken aan klanten in de zorg.
Ook in Noord-Amerika getuigen nieuwe klantenpartnerschappen van diezelfde dynamiek:
- Voor een retail- en groothandelsklant hertekende Radial het rondhaalcircuit om de capaciteit van het Exotec-systeem te verhogen en rolde het nieuwe fulfilmentstromen uit om de groei een extra boost te geven.
- Een andere klant, die volumepieken uit nieuwe kanalen moest kunnen opvangen, haalde met Radial zijn sterkste peak-SLA ooit, dankzij proactieve planning en realtime afstemming.
- Toen het bestaande contract afliep en in het kader daarvan ook concurrerende aanbieders werden geëvalueerd, koos een wereldwijd actief merk er bewust voor om bij Radial te blijven. Argumenten in het voordeel van Radial waren zijn FastTrack-technologie en het vermogen om snel te schakelen met op maat gemaakte, technologiegedreven fulfilmentoplossingen.
27 Bnode jaarverslag 2025
Klantwaarde | 4.3 Paxon ‒ Slimmere logistiek
Investeren in automatisering en vernieuwing
Paxon blijft investeren in automatisering, gegevensintelligentie en digitale middelen om de efficiëntie en prestaties over zijn activiteiten heen te verbeteren. En deze inspanningen werpen alvast hun vruchten af, met slimme technologieën die geleidelijk aan in het hele netwerk worden uitgerold.
In Europa blijft Active Ants toonaangevend in magazijnautomatisering. In de vestiging in Dorsten in Duitsland zet een AI-gestuurde robotarm tot 600 pakjes per uur klaar met een nauwkeurigheid van 99,99%, door producten rechtstreeks uit Autostore-containers te verzamelen. De robot leert voortdurend bij en corrigeert zichzelf bij elk nieuw product. Er werd al een tweede eenheid geïnstalleerd in Roosendaal (Nederland), met nog vijf robots in bestelling.
In Noord-Amerika versnelde Radial in 2025 de inzet van AI met productieklare tools zoals Microsoft Copilot Chat, Amazon Q voor softwareontwikkeling, WorkStep AI voor medewerkersbetrokkenheid, en Articulate 360’s AI-powered Training Assistant voor een hogere efficiëntie bij de ontwikkeling van content. Deze initiatieven worden ondersteund door de AI@Scale Champions van Radial en Bnode, die een verantwoord AI-gebruik helpen verankeren, de toepassing van AI over functies heen versterken en Radial's AI-review- en governanceprocessen stroomlijnen.
Innovaties worden bij Radial grotendeels gedragen door werknemers. Via het Innovate-programma werken medewerkers ideeën uit die meetbare bedrijfsimpact realiseren. In het boekjaar 2025 gingen 15 innovaties door naar de ontwerpfase of verder.
Nieuwe diensten en een toekomstgerichte logistiek
Het FastTrack-fulfilmentaanbod van Radial, dat in 2025 werd gelanceerd, combineert snelle onboarding met intuïtieve technologie, gestroomlijnde verrichtingen en vereenvoudigde commerciële processen. De formule heeft al meer dan 25 nieuwe klanten opgeleverd en verhoogt Radial's aantrekkingskracht bij moderne merken in het middensegment. Later in het jaar stelde Radial ook FTZ-functionaliteiten (Foreign Trade Zone) open op de vestiging in Locust Grove, Georgia. Hierdoor kunnen klanten douane- en belastingbetalingen op ingevoerde goederen uitstellen tot het moment dat producten worden verkocht of de zone verlaten. Dit helpt merken om de druk op de kasstromen te verlichten en gericht met wijzigingen in tarificatie om te gaan.
28 Bnode jaarverslag 2025
Klantwaarde | 4.3 Paxon ‒ Slimmere logistiek
De klantbeleving naar een hoger niveau tillen
In beide regio's zet Paxon zich in om betrouwbare partnerschappen op te bouwen die waarde op lange termijn opleveren. Bij Radial vormt een Net Promoter Score (NPS) van 12 begin 2026 een solide basis voor een diepere, meer gestructureerde betrokkenheid. Onze aanpak begint bij een grondige analyse van de feedback van klanten waarbij we in kaart te brengen waar er ruimte is voor verbetering én daarbij een grote impact te creëren. Vervolgens reiken we onze teams de juiste tools en opleiding aan om oplossingsgerichte antwoorden te bieden.
De kracht van de groep blijkt ook uit de synergieën die op het vlak van transport tot stand zijn gekomen. Tot voor kort werkte elke entiteit met verschillende leveranciers tegen verschillende tarieven. Een werkgroep heeft intussen alle contracten onder de loep genomen en een uniform, wereldwijd kader ontwikkeld voor alle entiteiten. Dat levert stabielere partnerschappen op, maar ook betere voorwaarden voor klanten.
En dat deze aanpak het verschil maakt, blijkt duidelijk uit de feedback van klanten:
De bedrijfsleider sluit af met de woorden: “Ik beveel Radial aan omdat ze operationele discipline consequent koppelen aan echt partnerschap. Prestaties en betrouwbaarheid: orders worden op tijd én met inachtneming van duidelijke SLA’s verwerkt en het team zet wanneer nodig (ook ’s nachts) extra medewerkers in om op schema te blijven, zeker tijdens piekperiodes.”
Operations Director, gevestigd dameskledingmerk
“Wat bij Radial centraal staat, is de beleving van de klant. Naarmate de verwachtingen rond fulfilment evolueren, evolueren wij mee.”Consumenten kiezen tegenwoordig voor moderne merken omwille van hun snelheid, onderscheidende producten en uitzonderlijke service. Wij bouwen oplossingen die die ervaring verzekeren én naar een hoger niveau tillen. Onze innovatieve fulfilmentaanpak zorgt ervoor dat merken vlot kunnen schakelen, slagvaardig zijn en optimaal uitgerust zijn voor duurzame groei, ongeacht hoe snel de markt verandert.” Tom Schmitt, CEO, Radial NA 29 Bnode jaarverslag 2025
Klantwaarde | 4.4 Landmark Global ‒ Betrouwbare e-commerce met wereldwijd bereik en lokale slagkracht
Landmark Global blijft zijn positie verder versterken als vertrouwde partner voor e-commercebedrijven die internationaal willen groeien. Door lokale expertise en diepgaande kennis van regelgeving te combineren met een leveringsmodel dat niet gebonden is aan één transporteur, maken de cross-border oplossingen van Landmark Global internationale handel een stuk eenvoudiger. Betrouwbaarheid en transparantie staan daarbij steeds centraal.
Klantgerichte aanpak
Het operationele model van Landmark Global is erop gericht klanten tegemoet te gaan, waar ze ook zijn, en mee te evolueren met hun veranderende behoeften. Via lokale afhaal- en afgiftenetwerken, end-to-endopvolging van pakjes en flexibele serviceniveaus (economy en priority) kan het bedrijf handelaars een consistente, naadloze leverervaring bieden over de grenzen heen. De import- en exportcapaciteiten en douane-afhandelingsdiensten die Landmark Global in huis heeft, loodsen bedrijven vlot door complexe douaneprocedures. Het retourbeheer en de diensten voor terugvordering van invoerrechten helpen om de marges veilig te stellen en het vertrouwen van de klant te behouden.
Kwaliteit, innovatie en digitalisering
Landmark Global blijft investeren in automatisering, gegevensintelligentie en digitale tools die de operationele efficiëntie verhogen en de cross-border leverprestaties versterken. De technologie, die niet gebonden is aan één specifieke transporteur, analyseert realtime prestaties van verschillende last-mile partners en kiest automatisch de meest efficiënte route uit voor elke zending. Met een consistente dienstverleningskwaliteit, optimale kosten en snelheid als resultaat. Deze digitale mogelijkheden bieden handelaars en consumenten ook duidelijkere statusupdates, waardoor de bezorgervaring transparanter wordt. 4.4 Landmark Global – Betrouwbare e-commerce met wereldwijd bereik en lokale slagkracht 30 Bnode jaarverslag 2025
Klantwaarde | 4.4 Landmark Global ‒ Betrouwbare e-commerce met wereldwijd bereik en lokale slagkracht
Nieuwe diensten en slimmere terugzendingen
Landmark Global zette recent belangrijke stappen om het internationale retourplatform te optimaliseren, waaronder een vereenvoudigde aanmaak van labels, lokale retourhubs, een beter zichtbare tracering en flexibele processen op maat van marktvereisten. Daarnaast ondersteunt het groeiende 'Trade Services'-aanbod klanten met dedouanering voor B2B, producten en etikettering, optimalisatie van invoerrechten en belastingen en met advies rond de naleving van handelsregels.
Oplossingen op maat met tastbaar resultaat
Als sterke punten van Landmark Global halen klanten regelmatig de samenwerkingsgerichte aanpak aan, én het vermogen om met oplossingen op maat voor de dag te komen die naadloos aansluiten bij commerciële en operationele doelstellingen. Zo zag een wereldwijd merk in kleding en accessoires zijn omzet in één van zijn belangrijkste regio's dalen en ging het op zoek naar een snellere en goedkopere leveringsoptie die gratis verzending mogelijk zou maken en het aantal bezoekers dat het afrekenproces succesvol afrondt, zou verhogen. Landmark Global ontwikkelde een efficiënter en minder kostenintensief verzendmodel, met behoud van de hoge servicekwaliteit. Dit zorgde uiteindelijk voor een betere klantbeleving en werkte herhaalaankopen in de hand.
Leiderschapsperspectief
“Internationale groei werkt het best wanneer logistiek voorspelbaar is. Wij bieden betrouwbare leveringen, duidelijke zichtbaarheid en de juiste expertise, zodat onze klanten nieuwe markten kunnen betreden en hun wereldwijde aanwezigheid kunnen versterken.” James Edge, CEO, Landmark Global 31 Bnode jaarverslag 2025
Klantwaarde | 4.5 Besluit
4.5 Besluit - Één missie, vele wegen: waarde creëren door transformatie
Binnen Bnode betekent transformatie meer dan louter een strategie: het is de manier waarop we onze belofte waarmaken. Of het nu gaat om slimme pakjeslogistiek in België, het faciliteren van cross-border handel of de integratie van wereldwijde 3PL-activiteiten, we bouwen aan een netwerk dat betrouwbaarder, duurzamer en beter afgestemd is op wat klanten nodig hebben. Van operationele uitmuntendheid tot digitale innovatie en klimaatactie, elk onderdeel van het dienstenaanbod draagt bij aan een gedeelde ambitie: het leven beter maken voor bedrijven, gemeenschappen en, in ruimere zin, de samenleving. En hoewel elk traject anders is, blijft onze missie dezelfde: elke klant bedienen met vertrouwen, relevantie en toekomstgerichte oplossingen. 32 Bnode jaarverslag 2025
Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
| CHAPTER | PAGE |
|---|---|
| H5 GOVERNANCE | 33 |
Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
5.1 Corporate governance- verklaring
Referentiecode en inleiding
In deze Corporate Governance-verklaring schetst de Vennootschap de voornaamste aspecten van haar kader voor corporate governance. Dit kader sluit aan bij de regels en principes die zijn uiteengezet in de Wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, zoals van tijd tot tijd gewijzigd (de 'Wet van 1991'), het (Belgisch) Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen ¹, zoals van tijd tot tijd gewijzigd (het 'WVV'), de statuten en het Corporate Governance Charter. Als naamloze vennootschap van publiek recht is de Vennootschap onderworpen aan het WVV, voor zover er niet van wordt afgeweken door de Wet van 1991 of enige andere Belgische wet of reglementering.
Statuten
De laatste versie van de statuten werd aangenomen op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 14 mei 2025 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 18 augustus 2025 ². De hoofdkenmerken van het bestuursmodel van de Vennootschap zijn:
- De Raad van Bestuur bepaalt het algemene beleid en de strategie van de Vennootschap en superviseert het operationele beheer;
- De Raad van Bestuur heeft een Strategisch Comité, een Audit, Risk & Compliance Comité, een Bezoldigings- en Benoemingscomité en een ESG Comité opgericht om de Raad van Bestuur bij te staan en aanbevelingen te doen;
- Het ad hoc comité, bestaande uit minstens drie onafhankelijke bestuurders in de Raad van Bestuur, is opgericht en treedt op als en wanneer de procedure voorgeschreven in artikel 7:97 van het WVV moet worden toegepast;
- De Chief Executive Officer ('CEO') is verantwoordelijk voor het operationele beheer; de Raad van Bestuur heeft de bevoegdheden van dagelijks bestuur aan de CEO gedelegeerd;
- Het Executive Comité staat de CEO bij in het operationele beheer;
- Er is een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de Raad van Bestuur en de CEO.
¹ Op datum van 23 maart 2019. Dit Wetboek werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 4 april 2019.
² Dit Koninklijk Besluit werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 augustus 2025. In overeenstemming met artikel 41, §4 van de Wet van 1991 moet elke wijziging aan de statuten worden goedgekeurd door een Koninklijk Besluit na een debat in de Ministerraad.
| Structuuronderdeel |
|---|
| Strategisch Comité |
| Audit, Ris & Compliance Comité |
| Bezoldigings- en Benoemings- Comité |
| ESG Comité |
| Ad Hoc Comité |
| Raad van bestuur (met inbegrip van de CEO) |
34 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Corporate Governance Charter
Op 27 mei 2013 heeft de Raad van Bestuur het Corporate Governance Charter goedgekeurd. Het Charter is van kracht sinds 25 juni 2013 en werd voor het laatst aangepast na een beslissing van de Raad van Bestuur op 11 december 2023. De Raad van Bestuur kijkt het Corporate Governance Charter regelmatig na en keurt alle veranderingen goed die noodzakelijk en gepast worden geacht. Het Corporate Governance Charter bevat regels met betrekking tot:
- de corporate-governancestructuur: de Vennootschap past een monistische structuur toe in overeenstemming met artikel 7:85 van het WVV;
- de taken van de Raad van Bestuur, de Comités van de Raad van Bestuur, het Executive Comité en de CEO;
- de verantwoordelijkheden van de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de Secretaris van de Vennootschap;
- de vereisten waaraan de leden van de Raad van Bestuur moeten voldoen, zodat ze de nodige ervaring, expertise en competenties hebben om hun taken en verantwoordelijkheden uit te voeren;
- het systeem van openbaarmaking met betrekking tot de uitgeoefende mandaten en de regels die erop gericht zijn om belangenconflicten te vermijden en richtlijnen te verstrekken over de manier waarop de Raad van Bestuur op een transparante wijze geïnformeerd moet worden als er zich belangenconflicten zouden voordoen, en een verbod voor bestuurders om deel te nemen aan de beraadslagingen en stemmingen over kwesties waarin hij of zij een belangenconflict van vermogensrechtelijke aard heeft.
Executive Comité
- Chief Digital Officer
- Chief Operations Officer
- CEO Landmark Global
- Chief Human Resources Officer
- Chief Commercial Officer
- CEO Paxon
- CFO Bnode
- Chief Special Projects Officer
- Executive Comité CEO Bnode & CEO Bpost
(*) Samenstelling van het Executive Comité per 31 december 2025 35 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Overeenkomstig bepaling 1.1 van de Belgische Corporate Governance Code 2020 moet de Raad van Bestuur ten minste eenmaal om de vijf jaar evalueren of de gekozen governance structuur nog steeds geschikt is, en zo niet, een nieuwe governance structuur voorstellen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.Op 26 februari 2025 bevestigde de Raad van Bestuur, na een grondige analyse, dat de huidige monistische governance structuur geschikt blijft voor de operationele en strategische behoeften van Bpost en besliste om deze structuur te behouden tot de volgende aanbevolen herziening (uiterlijk in 2030).
Referentiecode Corporate Governance Code
De Belgische Corporate Governance Code van 2020 3 (de 'Corporate Governance Code') is de referentiecode voor corporate governance die van toepassing is op de Vennootschap. De Corporate Governance Code is gebaseerd op een 'comply or explain'-benadering. Van Belgische beursgenoteerde vennootschappen wordt gevraagd om de Corporate Governance Code na te leven, maar ze mogen afwijken van de bepalingen ervan als zij de rechtvaardiging voor een dergelijke afwijking bekendmaken.
Afwijkingen van de Corporate Governance Code
Tijdens het boekjaar 2025 leefde de Vennootschap de Corporate Governance Code na, met uitzondering van de vier volgende afwijkingen:
-
de Corporate Governance Code (bepaling 5.6) bepaalt dat de duur van een bestuursmandaat niet meer dan vier jaar mag bedragen. Christiaan ('Chris') Peeters werd op de Bijzondere Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 23 november 2023 echter benoemd als bestuurder voor een termijn die eindigt na zes jaar te rekenen vanaf 1 november 2023. Dit is dezelfde duur als zijn mandaat als CEO. De koppeling van Chris’ bestuursmandaat aan zijn mandaat als CEO, in plaats van een termijn van vier jaar, was gerechtvaardigd en zelfs noodzakelijk om de continuïteit binnen de organisatie en het beheer van de Vennootschap te verzekeren, en draagt bij tot de verwezenlijking van de langetermijndoelstellingen van de Vennootschap.
-
de Corporate Governance Code (bepaling 7.6) bepaalt dat niet-uitvoerende bestuurders een deel van hun bezoldiging in de vorm van aandelen van de vennootschap zouden moeten ontvangen om hen in staat te stellen te handelen vanuit het standpunt van een langetermijnaandeelhouder. De Vennootschap wijkt af van dit principe en kent geen op aandelen gebaseerde bezoldiging toe aan de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. Rekening houdend met de huidige bezoldiging en de onafhankelijkheid van de niet-uitvoerende bestuurders, is de Vennootschap van mening dat het toekennen van een bezoldiging in aandelen niet noodzakelijk zou bijdragen tot de doelstellingen van de Corporate Governance Code, en is zij van mening dat haar Bezoldigingsbeleid reeds de doelstelling bereikt om niet-uitvoerende bestuurders in staat te stellen te handelen vanuit het perspectief van een aandeelhouder op lange termijn en het de kans op belangenconflicten vermindert. Bovendien waren per 31 december 2025 vijf van de elf niet-uitvoerende bestuurders benoemd op voordracht van de referentieaandeelhouder en blijkt, op basis van een onderzoek van Spencer Stuart, dat veel beursgenoteerde vennootschappen, waaronder andere Belgische beursgenoteerde overheidsbedrijven, hun niet-uitvoerende bestuurders niet in aandelen betalen. Daarom is de Vennootschap van mening dat een dergelijke afwijking van bepaling 7.6 van de Corporate Governance Code gerechtvaardigd is.
3. De Corporate Governance Code is beschikbaar op de website van de Commissie Corporate Governance (www.corporategovernancecommittee.be).
36 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
-
de Corporate Governance Code (bepalingen 7.7 en 7.9) bepaalt dat leden van het uitvoerend management een minimumaantal aandelen in de vennootschap moeten bezitten en een bezoldiging moeten ontvangen met een gepaste balans tussen geldelijke en uitgestelde bezoldiging. De leden van het Executive Comité zijn niet verplicht om een minimumaantal aandelen in de Vennootschap te bezitten en, met uitzondering van Thomas Mortier (zie het remuneratieverslag hieronder), ontvangen momenteel geen op aandelen gebaseerde vergoeding (aandelen van de Vennootschap, aandelenopties van de Vennootschap of andere rechten om aandelen van de Vennootschap te verwerven). Deze afwijking van de Corporate Governance Code is in lijn met de verwachting van de meerderheidsaandeelhouder en de Vennootschap beschouwt dit als gerechtvaardigd, aangezien de Raad van Bestuur ervan overtuigd is dat een dergelijk bezoldigingspakket voor leden van het uitvoerend management bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen om duurzame waardecreatie en strategische doelstellingen te bevorderen, en talenten aan te trekken en te behouden. Om het Bezoldigingsbeleid verder af te stemmen op de Corporate Governance Code in het algemeen en om ervoor te zorgen dat de acties en initiatieven van de leden van het uitvoerend management worden ingegeven door langetermijnbelangen in het bijzonder, is een langetermijnincentiveregeling ingevoerd door het herziene Bezoldigingsbeleid zoals goedgekeurd door de Bijzondere Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 23 november 2023.
-
de Corporate Governance Code (bepaling 7.12) bepaalt dat contracten met leden van het uitvoerend management terugvorderingsbepalingen moeten bevatten. Er zijn geen specifieke contractuele terugvorderingsbepalingen ten gunste van de Vennootschap voor de variabele bezoldiging op korte termijn uitbetaald aan de leden van het Executive Comité die in functie waren op 23 november 2023 4 (met uitzondering van de CEO). De langetermijnincentive voor de leden van het Executive Comité gevestigd in de Verenigde Staten, zoals van toepassing onder het Bezoldigingsbeleid dat in 2021 werd goedgekeurd, is evenmin onderworpen aan enige terugvorderingsbepaling. Deze afwijking van de Corporate Governance Code is gerechtvaardigd omdat de variabele bezoldiging van de leden van het Executive Comité geplafonneerd is en geen belangrijk deel uitmaakt van hun remuneratiepakket. In deze omstandigheden zou de opneming van terugvorderingsbepalingen met betrekking tot de betaling van variabele bezoldiging aan leden van het uitvoerend management een beperkte invloed hebben op het nastreven van langetermijndoelstellingen inzake duurzame waardecreatie. Bovendien is het aantal situaties dat aanleiding zou kunnen geven tot terugvordering zeer beperkt, aangezien de toekenning van variabele bezoldiging gebaseerd zal zijn op gecontroleerde financiële informatie. Om het Bezoldigingsbeleid verder af te stemmen op de Corporate Governance Code, zullen de CEO en leden van het Executive Comité benoemd na 23 november 2023 voor hun variabele bezoldiging op korte termijn onderworpen zijn aan terugvorderingsbepalingen. De variabele langetermijnbezoldiging zoals ingevoerd (voor de uitvoerende leden die niet in dienst zijn van een Amerikaanse entiteit) of gewijzigd (voor de uitvoerende leden die in dienst zijn van een Amerikaanse entiteit) door het Bezoldigingsbeleid herzien in 2023, is ook onderworpen aan terugvorderingsbepalingen.
Raad van Bestuur
Samenstelling
Algemene regels betreffende de samenstelling van de Raad van Bestuur
De samenstelling van de Raad van Bestuur wordt geregeld zoals hieronder beschreven:
- de Raad van Bestuur bestaat uit ten hoogste 12 bestuurders, waaronder de CEO, en telt enkel niet-uitvoerende bestuurders, uitgezonderd de CEO;
- elke bestuurder wordt benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bij gewone meerderheid, op voorstel van de Raad van Bestuur en uit kandidaten die voorgedragen werden door het Bezoldigings- en Benoemingscomité;
- bestuurders worden benoemd voor een hernieuwbaar mandaat van maximum vier jaar, voor zover de totale duur van hun (hernieuwde) mandaat niet meer dan 12 jaar bedraagt. Teneinde continuïteit te waarborgen in het bedrijf zijn deze beperkingen niet van toepassing op de CEO;
4. De datum van de Bijzondere Algemene Vergadering van Aandeelhouders waarop het herziene Bezoldigingsbeleid werd goedgekeurd.
37 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
- elke aandeelhouder die minstens 15% van de aandelen van de Vennootschap bezit, heeft het recht om bestuurders voor te dragen pro rata zijn aandeelhouderschap ('voordrachtrecht'). Bestuurders die worden benoemd op voordracht van een aandeelhouder kunnen onafhankelijk zijn, op voorwaarde dat ze voldoen aan het algemene onafhankelijkheidscriterium dat is vastgelegd in artikel 7:87 van het WVV (ook gelet op de specifieke onafhankelijkheidscriteria die zijn vastgelegd in bepaling 3.5 van de Corporate Governance Code en artikel 4.2.6 van het Corporate Governance Charter), maar ze moeten niet onafhankelijk zijn;
- alle bestuurders, met uitzondering van de CEO en de bestuurders die benoemd zijn via het bovenvermelde voordrachtrecht, moeten onafhankelijke bestuurders zijn. In elk geval moet de Raad van Bestuur te allen tijde minstens drie bestuurders hebben die voldoen aan het algemene onafhankelijkheidscriterium bepaald in artikel 7:87 van het WVV, gelet op ten minste de specifieke onafhankelijkheidscriteria bepaald in bepaling 3.5 van de Corporate Governance Code en artikel 4.2.6 van het Corporate Governance Charter. Het Corporate Governance Charter bepaalt verder dat minstens de helft van de bestuurders te allen tijde aan de onafhankelijkheidscriteria dient te voldoen, zoals deze bepaald zijn in bepaling 3.5. van de Corporate Governance Code;
- elke bestuurder kan via een beslissing van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden ontslagen bij gewone meerderheid;
- indien een van de mandaten van bestuurders vacant zou worden, dan hebben de overblijvende bestuurders het recht om, overeenkomstig artikel 7:88 van het WVV, die vacante betrekking tijdelijk in te vullen tot de volgende Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Daarnaast voldoet de huidige samenstelling van de Raad van Bestuur:
* aan de vereisten inzake de vertegenwoordiging van de geslachten, zoals bepaald in (i) artikel 18, §2bis van de Wet van 1991 en (ii) artikel 7:86 van het WVV; en
* aan de taalvereisten zoals bepaald in artikel 16, 20, §2, 54/6, 5° en 148bis/1 van de Wet van 1991.Tot slot hanteert de Vennootschap een diversiteitsbeleid voor haar bestuursorganen, leden van het uitvoerend management en toezichthoudende organen met betrekking tot aspecten zoals leeftijd, geslacht, handicap, opleiding en/of professionele achtergrond. Dit Jaarverslag bevat een beschrijving van dit beleid, zijn doelstellingen, de toepassing en de resultaten ervan in de verslagperiode. Op 31 december 2025 was de Raad van Bestuur samengesteld uit de volgende 12 leden:
Leden van de Raad van Bestuur benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op voordracht van de Belgische Staat
| NAAM | FUNCTIE | EERSTE BENOEMING TOT BESTUURDER | LOOPTIJD |
|---|---|---|---|
| Chris Peeters | Chief Executive Director | 2023 | 2029 |
| Françoise Roels | Voorzitster van de Raad van Bestuur en niet-uitvoerend bestuurder | 2025 | 2029 |
| Ann Caluwaerts | Niet-uitvoerend bestuurder | 2023 | 2027 |
| Véronique Thirion | Niet-uitvoerend bestuurder | 2023 | 2027 |
| Denis Van Eeckhout | Niet-uitvoerend bestuurder | 2023 | 2027 |
| Ann Vereecke | Niet-uitvoerend bestuurder | 2023 | 2027 |
38 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Leden van de Raad van Bestuur benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders
| NAAM | FUNCTIE | EERSTE BENOEMING TOT BESTUURDER | LOOPTIJD |
|---|---|---|---|
| David Cunningham | Onafhankelijk bestuurder | 2022 | 2026 |
| Lionel Desclée | Onafhankelijk bestuurder | 2021 | 2028 |
| Jules Noten | Onafhankelijk bestuurder | 2021 | 2028 |
| Sonja Rottiers | Onafhankelijk bestuurder | 2021 | 2029 |
| Michael Stone | Onafhankelijk bestuurder | 2014 | 2026 |
| Hakan Ericsson | Onafhankelijk bestuurder | 2025 | 2029 |
- Benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap, gehouden op 23 november 2023.
- Benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap, gehouden op 14 mei 2025.
- Benoemd als Voorzitster van de Raad van Bestuur door een beslissing van de Raad van Bestuur van 14 mei 2025.
- Benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap, gehouden op 10 mei 2023.
- Benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap, gehouden op 11 mei 2022.
- Benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap, gehouden op 12 mei 2021. Zijn/haar mandaat werd verlengd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 14 mei 2025.
- Benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap andere dan Overheden, op 22 september 2014. Zijn mandaat werd hernieuwd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders die respectievelijk op 9 mei 2018 en 11 mei 2022 werden gehouden.
- Benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap, gehouden op 14 mei 2025.
Wijzigingen in de samenstelling van de Raad van Bestuur
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap, gehouden op 14 mei 2025:
■ benoemde Françoise Roels op voordracht van de Belgische Staat als bestuurder voor een termijn van vier jaar tot en met het einde van de jaarlijkse Vergadering van Aandeelhouders 2029;
■ benoemde Hakan Ericsson als onafhankelijk bestuurder voor een termijn van vier jaar tot en met het einde van de jaarlijkse Vergadering van Aandeelhouders 2029;
■ verlengde de mandaten van Lionel Desclée en Jules Noten als onafhankelijke bestuurders voor een termijn van drie jaar tot en met het einde van de jaarlijkse Vergadering van Aandeelhouders van 2028;
■ verlengde het mandaat van Sonja Rottiers als onafhankelijke bestuurder voor een termijn van vier jaar tot en met het einde van de jaarlijkse Vergadering van Aandeelhouders van 2029.
Na afloop van de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 13 mei 2026 zullen de mandaten van David Cunningham en Michael Stone, die als onafhankelijke bestuurders zijn benoemd, verstrijken. Het Bezoldigings- en Benoemingscomité en de Raad van Bestuur zijn een proces gestart om kandidaat-bestuurders te vinden om de vacante mandaten in te vullen.
Nieuwbenoemde bestuurders worden uitgenodigd om deel te nemen aan een inductieprogramma met de bedoeling hen vertrouwd te maken met de activiteiten en de organisatie van de Vennootschap, evenals met de regels van het Corporate Governance Charter. Dit programma omvat ook bezoeken aan operationele centra en sorteercentra.
39 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Bevoegdheden en werking
Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het doel van de Vennootschap, behoudens die waarvoor krachtens de wet of de statuten de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bevoegd is. In het bijzonder is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor:
■ het bepalen en regelmatig herzien van de strategie op middellange en lange termijn, alsook van de algemene beleidslijnen van de Vennootschap en haar dochtervennootschappen;
■ het beslissen over alle belangrijke strategische, financiële en operationele aangelegenheden van de Vennootschap en haar dochtervennootschappen;
■ het waarborgen dat de cultuur van de Vennootschap de verwezenlijking van haar strategie ondersteunt en dat ze verantwoordelijk en ethisch gedrag bevordert;
■ het toezicht op het management van de Vennootschap door de CEO en het Executive Comité;
■ alle andere aangelegenheden die door het WVV of de Wet van 1991 zijn voorbehouden voor de Raad van Bestuur.
De Raad van Bestuur heeft het recht om bijzondere en beperkte bevoegdheden te delegeren aan de CEO en andere leden van het senior management en kan de subdelegatie van deze bevoegdheden toestaan. Op 12 december 2024 heeft de Raad van Bestuur een delegatiebeleid goedgekeurd waarin de delegatie van specifieke bevoegdheden van de Raad van Bestuur aan de CEO en andere leden van het Executive Comité werd geformaliseerd. Dit beleid, gepubliceerd in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, doet geen afbreuk aan de bevoegdheden die bij of krachtens de statuten aan de Raad van Bestuur zijn toegekend.
Werking van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur wordt bijeengeroepen door de CEO of de Voorzitter indien de belangen van de Vennootschap dit vereisen of op verzoek van ten minste twee bestuurders. De Raad van Bestuur komt in ieder geval niet minder dan vijfmaal per jaar samen. In 2025 vergaderde de Raad van Bestuur 14 maal. In het algemeen kunnen de Raad van Bestuur en de Comités van de Raad van Bestuur geldig besluiten met gewone meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders, maar voor bepaalde bestuurskwesties is een tweederdemeerderheid vereist (bv. bij besluiten inzake de goedkeuring van alle hernieuwingen of wijzigingen van het beheerscontract en bepaalde besluiten betreffende de administratieve wettelijke status van statutaire werknemers). Bij staking van stemmen is de stem van de Voorzitter doorslaggevend. Het Corporate Governance Charter van de Vennootschap weerspiegelt de principes die de Raad van Bestuur en de Comités van de Raad van Bestuur hanteren.
Evaluatieproces van de Raad van Bestuur
Onder leiding van de Voorzitter evalueert de Raad van Bestuur regelmatig zijn eigen strekking, zijn samenstelling en zijn prestaties en die van de Comités van de Raad van Bestuur, alsook de interactie met het Executive Comité. Indien nodig, stelt de Voorzitter de nodige maatregelen voor om bepaalde tekortkomingen van de Raad van Bestuur of van een Comité van de Raad van Bestuur te verhelpen.
De Raad van Bestuur heeft een externe evaluatie laten uitvoeren over zijn werking en samenstelling. Deze externe beoordeling onder leiding van Guberna vond plaats tussen juni en november 2024. De resultaten van deze evaluatie werden voorgesteld aan de Raad van Bestuur in december 2024 en er werd gewerkt aan initiatieven die ervoor moeten zorgen dat de werking van de Raad van Bestuur en de Comités van de Raad continu wordt verbeterd. De initiatieven die uit de evaluatie voortkwamen, werden in 2025 geïmplementeerd. De Raad van Bestuur blijft andere initiatieven implementeren die voortvloeien uit deze evaluatie. De Raad van Bestuur evalueert en verbetert zijn werking continu met het oog op een steeds beter en efficiënter bestuur van de Vennootschap.
40 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Transacties tussen de Vennootschap, de leden van de Raad van Bestuur en executive managers
Binnen de Vennootschap geldt een algemeen beleid inzake belangenconflicten (d.w.z. dat elke bestuurder zijn of haar persoonlijke en zakelijke aangelegenheden zodanig moet organiseren dat elk belangenconflict van persoonlijke, professionele of vermogensrechtelijke aard met de Vennootschap wordt vermeden, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks via verwanten). Daarnaast is artikel 7:96 van het WVV van toepassing wanneer een lid van de Raad van Bestuur, rechtstreeks of onrechtstreeks, een belangenconflict van vermogensrechtelijke aard heeft met betrekking tot een beslissing of verrichting die tot de bevoegdheid van de Raad van Bestuur behoort.
De belangenconflictprocedure bepaald in artikel 7:96 van het WVV werd in 2025 eenmaal toegepast, met name tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur van 27 februari 2025, waarin de prestaties van de CEO werden geëvalueerd en zijn bezoldiging voor het boekjaar 2024 werd goedgekeurd: CEO 2024 Prestaties en bezoldiging. Vooraleer over te gaan tot de evaluatie van de prestaties van de CEO in 2024, verklaarde de CEO dat hij een belangenconflict van vermogensrechtelijke aard had, zoals bedoeld in artikel 7:96 van het (Belgisch) Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen in verband met zijn prestaties en bezoldiging in 2024, dat het onderwerp uitmaakt van dit agendapunt. De CEO verliet de vergaderzaal en nam niet deel aan de beraadslaging noch aan de stemming.In afwezigheid van de CEO, CHRO en Secretaris van de Vennootschap, die niet deelnamen aan de beraadslaging en stemming over dit agendapunt, ging de Raad van Bestuur verder met de jaarlijkse prestatiebeoordeling van de CEO en de Secretaris van de Vennootschap voor 2024 en een nadere beschouwing van de bezoldiging van de CEO.
Beslissing: Na beraadslaging en overleg heeft de Raad van Bestuur besloten om voor de individuele prestatiecomponent van het STIP 2024 voor de CEO een uitbetalingspercentage van 116% toe te passen. De notulen van deze vergadering zullen worden voorgelegd aan het College van Commissarissen in overeenstemming met artikel 7:96 van het (Belgisch) Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
Transacties tussen de Vennootschap en haar verbonden partijen
De procedure voor transacties die verband houden met een verbonden partij, zoals uiteengezet in artikel 7:97 van het WVV, moet worden nageleefd voor elke verrichting of beslissing inzake verbonden partijen van de Vennootschap (andere dan die welke zijn vrijgesteld onder artikel 7:97, §1, lid 3 van het WVV). In 2025 heeft de Vennootschap verrichtingen of beslissingen overwogen waarbij verbonden partijen betrokken waren en werd - en wordt voor bepaalde van deze aangelegenheden nog steeds - de procedure voor transacties die verband houden met een verbonden partij nageleefd zoals uiteengezet in artikel 7:97 van het WVV.
Comités van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur heeft vier (permanente) Comités van de Raad van Bestuur opgericht die de Raad van Bestuur bijstaan en aanbevelingen doen in specifieke domeinen: (i) het Strategisch Comité, (ii) het Audit, Risk & Compliance Comité (in overeenstemming met artikel 7:99 van het WVV), (iii) het Bezoldigings- en Benoemingscomité (in overeenstemming met artikel 7:100 van het WVV) en (iv) het ESG Comité. Het intern reglement van deze Comités van de Raad van Bestuur is beschreven in het Corporate Governance Charter. Deze Comités van de Raad van Bestuur zijn adviserende comités. De strategische besluitvorming blijft de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur in zijn geheel.
41 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Strategisch Comité
Het Strategisch Comité adviseert de Raad van Bestuur over strategische aangelegenheden en zal in het bijzonder:
- regelmatig de sector-, concurrentiële en marktontwikkelingen toetsen aan de doelstellingen en strategieën van de Vennootschap en haar dochtervennootschappen en, indien nodig, bijsturende maatregelen aanbevelen;
- het management bijstaan en begeleiden bij de voorbereiding van strategische dossiers ter beoordeling en bespreking door de Raad van Bestuur. Dit omvat zonder beperkingen: ondersteuning en begeleiding van het management bij (i) de visie, missie en strategieën van de Vennootschap, (ii) strategische opties en scenario's, (iii) waardevoorstellen, (iv) strategisch stramien om de uitvoering van de langetermijnstrategie te monitoren op basis van strategische doelstellingen, mijlpaalplannen en streefdoelen, en (v) bedrijfs- en implementatieplanning in het algemeen;
- strategische dossiers met het management evalueren en verfijnen voordat ze worden gepresenteerd en voorgelegd aan de Raad van Bestuur;
- strategische transacties of initiatieven voorgesteld door de Raad van Bestuur, de CEO of het Executive Comité onderzoeken, met inbegrip van overnames en desinvesteringen, strategische allianties of samenwerkingsakkoorden op langere termijn, en het betreden van nieuwe markten of geografische gebieden;
- de vooruitgang van strategische projecten en initiatieven en van het businessplan monitoren, in lijn met de vooruitgang van de Vennootschap ten opzichte van de strategische doelstellingen, gebruikmakend van vooraf gedefinieerde en overeengekomen KPI's, feedback geven en, indien nodig, aanbevelingen doen aan de Raad van Bestuur over de resultaten en bijsturende maatregelen;
- de resultaten van strategische transacties (bv. overnames, fusies, afstotingen) toetsen aan de voorziene waarde van de transactie voor de Vennootschap en indien nodig maatregelen aanbevelen aan de Raad van Bestuur;
- rapporten opstellen voor de Raad van Bestuur over zijn activiteiten, waaronder een jaarlijkse evaluatie van de prestaties van het comité en eventuele aanbevelingen voor veranderingen wat betreft zijn taken, samenstelling en werkpraktijken.
Het Strategisch Comité bestaat uit maximaal zes bestuurders. De Voorzitter van het Strategisch Comité wordt aangesteld door de leden van het Strategisch Comité. Het Strategisch Comité bestond op 31 december 2025 uit de volgende zes leden:
| NAAM | FUNCTIE |
|---|---|
| Lionel Desclée | Voorzitter, Onafhankelijk bestuurder |
| Hakan Ericsson | Onafhankelijk bestuurder |
| Jules Noten | Onafhankelijk bestuurder |
| Ann Caluwaerts | Niet-uitvoerend bestuurder |
| Ann Vereecke | Niet-uitvoerend bestuurder |
| Chris Peeters | CEO |
Het Strategisch Comité kwam in 2025 drie keer samen.
42 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Audit, Risk & Compliance Comité
Het Audit, Risk & Compliance Comité adviseert de Raad van Bestuur over aangelegenheden inzake boekhouding, audit en interne controle, en zal in het bijzonder belast zijn met:
- het toezicht op de integriteit van de jaarrekeningen van de Vennootschap, van de boekhouding en financiële verslaggeving van de Vennootschap en van de audits van de jaarrekeningen, alsook van het budget van de Vennootschap;
- het in samenspraak met het ESG Comité informeren van de Raad van Bestuur over de resultaten van de assurance van duurzaamheidsinformatie en de toelichting van hoe de assurance van duurzaamheidsinformatie heeft bijgedragen aan de integriteit van duurzaamheidsrapportering en wat de rol van het auditcomité in dat proces was;
- het toezicht op het proces van duurzaamheidsrapportering en het doen van aanbevelingen of voorstellen om de integriteit ervan te waarborgen;
- het toezicht op de doeltreffendheid van de interne kwaliteitscontrole- en risicobeheersystemen, de interne audit en duurzaamheidsrapportering in dit verband;
- het toezicht op de assurance van de duurzaamheidsinformatie, in het bijzonder de implementatie ervan;
- het toezicht op en de opvolging van de doeltreffendheid van het kader voor interne controle en risicobeheer van de Vennootschap;
- het toezicht op de interne auditfunctie en de doeltreffendheid ervan;
- het toezicht op de prestaties van het College van Commissarissen en de statutaire audit van de jaarlijkse en geconsolideerde rekeningen, inclusief opvolging van eventuele vragen en aanbevelingen geformuleerd door het College van Commissarissen;
- de controle en het toezicht op de onafhankelijkheid van het College van Commissarissen, met name overeenkomstig de bepalingen van het WVV;
- het voorstellen van kandidaten aan de Raad van Bestuur voor de twee Commissarissen die door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders dienen te worden benoemd;
- het informeren van de Raad van Bestuur over de resultaten van de statutaire audit en de uitvoering van zijn taken;
- het benoemen, ontslaan, vervangen en jaarlijks evalueren van de prestaties van de Chief Audit Officer;
- het aanpakken van risicobeheer en governance bij de Vennootschap, met name in het licht van de strategie van de Vennootschap en het bevorderen van een passende risicocultuur;
- het goedkeuren en herzien van het beleid en het proces voor risicobeheer van de Vennootschap dat gericht is op het identificeren, beheren en controleren van kritieke risico's en het opvolgen van de implementatie van dat beleid en dat proces;
- het nauwgezet opvolgen van het proces voor risico-identificatie bij de Vennootschap en het toezicht houden op de blootstelling aan risico’s van de Vennootschap: dit omvat het ontwikkelen van een zicht op kritieke risico's en blootstellingen en de strategie van het management om die aan te pakken;
- het regelmatig adviseren van en rapporteren aan de Raad van Bestuur over de risicostrategie en de blootstelling aan risico’s en het informeren van de Raad van Bestuur over de uitvoering van het beleid en het proces inzake risicobeheer;
43 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
- het bestuderen van de risico’s en opportuniteiten van de strategie, geïdentificeerd op basis van de strategische risico-evaluatie van de Vennootschap, en andere kernfactoren zoals de relevante markttendensen en -veranderingen, opkomende of evoluerende concurrerende activiteiten en ontwikkelingen bij de overheid of op het vlak van wetgeving, en de prestaties van de Vennootschap ten aanzien van de financiële doelstellingen waarmee de Raad van Bestuur instemt en die aan de aandeelhouders worden meegedeeld;
- het monitoren van de potentiële of opkomende compliancerisico's van de Vennootschap die van significante aard zijn op basis van de bedrijfsactiviteiten en regelgevende omgevingen van de Vennootschap;
- het nauwlettend volgen van audits, beoordelingen en onderzoeken van mogelijke nalevingsovertredingen van significante aard bij de Vennootschap en de maatregelen die zijn genomen om dergelijke overtredingen of het risico op toekomstige overtredingen te monitoren, te corrigeren en/of op te vangen;
- het rapporteren aan de Raad van Bestuur van de belangrijkste bevindingen van beoordelingen en onderzoeken naar mogelijke nalevingsovertredingen van significante aard;
- het monitoren van de implementatie van, en het toezicht houden op, een effectief compliancemanagementsysteem bij de Vennootschap dat is ontworpen om te garanderen dat de Vennootschap de gerelateerde doelstellingen bereikt die zijn vastgelegd door het Audit, Risk & Compliance Comité en de Raad van Bestuur;
- ervoor zorgen dat er voldoende middelen beschikbaar zijn voor de programma's die ten grondslag liggen aan het compliancemanagementsysteem van de Vennootschap;
- het periodiek evalueren van de structuur, werking en doeltreffendheid van het compliancemanagementsysteem van de Vennootschap en hierover aanbevelingen doen aan de Raad van Bestuur;in het algemeen de toon zetten om een cultuur van naleving en ethiek binnen de Vennootschap te bevorderen. Het Audit, Risk & Compliance Comité bestaat uit maximaal vijf niet-uitvoerende bestuurders, met te allen tijde een meerderheid van onafhankelijke bestuurders. De Voorzitter van het Audit, Risk & Compliance Comité moet een onafhankelijke bestuurder zijn en deze wordt benoemd door de leden van het Audit, Risk & Compliance Comité. Gezamenlijk hebben de leden van het Audit, Risk & Compliance Comité voldoende deskundigheid op het vlak van boekhouding en audit om hun taken efficiënt uit te voeren, met name op het vlak van financiële zaken. Sonja Rottiers is competent op het vlak van boekhouding, interne controle en risicobeheer, zoals blijkt uit haar huidige functies als Voorzitter van het Belgian Finance Center vzw en onafhankelijk bestuurder van Matexi NV en PPG Ltd (Jab Holding Company LLC). Bovendien heeft zij meer dan 35 jaar beroepservaring in de financiële sector (o.a. als CEO van Lloyd’s Insurance Company, en CFO van AXA Belgium en Dexia Insurance). De andere leden van het Audit, Risk & Compliance Comité hebben of hadden mandaten in de raad van bestuur of uitvoerende mandaten in topbedrijven of -organisaties. Het Audit, Risk & Compliance Comité was op 31 december 2025 samengesteld uit de volgende vijf leden:
| NAAM | FUNCTIE |
|---|---|
| Sonja Rottiers (Voorzitster) | Onafhankelijk bestuurder |
| David Cunningham | Onafhankelijk bestuurder |
| Véronique Thirion | Niet-uitvoerend bestuurder |
| Denis Van Eeckhout | Niet-uitvoerend bestuurder |
| Michael Stone | Onafhankelijk bestuurder |
Het Audit, Risk & Compliance Comité kwam in 2025 tien keer samen.
44 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Bezoldigings- en Benoemingscomité
Het Bezoldigings- en Benoemingscomité adviseert de Raad van Bestuur voornamelijk over aangelegenheden inzake de benoeming en bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur, de CEO en de leden van het Executive Comité, en zal in het bijzonder:
■ kandidaten identificeren voor de Raad van Bestuur, om vacatures in te vullen wanneer deze openvallen, rekening houdend met voorstellen die worden gedaan door betrokken partijen, waaronder aandeelhouders;
■ kandidaten ter benoeming voordragen voor het mandaat van lid van de Raad van Bestuur (al dan niet in toepassing van het voordrachtrecht, zoals uiteengezet in artikel 14, §2 van de statuten);
■ advies uitbrengen aan de Raad van Bestuur inzake de benoeming van de Voorzitter van de Raad van Bestuur;
■ de Raad van Bestuur adviseren inzake de benoeming van de CEO en inzake de voorstellen van de CEO over de benoeming van de andere leden van het Executive Comité;
■ de Raad van Bestuur adviseren inzake de bezoldiging van de CEO en de andere leden van het Executive Comité, met inbegrip van overeenkomsten betreffende vroegtijdige beëindiging;
■ advies uitbrengen aan de Raad van Bestuur inzake de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur;
■ de bezoldiging (incentiveprogramma's op lange en korte termijn) van de bestuurders, de leden van het Executive Comité en de werknemers evalueren;
■ periodiek de processen voor prestatie-evaluatie bij de Vennootschap evalueren;
■ prestatiedoelstellingen vastleggen en evaluaties uitvoeren van de prestaties van de CEO en overige leden van het Executive Comité;
■ de Raad van Bestuur adviseren over talentmanagement, diversiteits- en inclusiviteitsbeleid en in het algemeen HR-beleid;
■ periodiek de waarden van de Vennootschap, het gewenste leiderschapsgedrag en verwante elementen die de cultuur bij de Vennootschap bepalen, evalueren;
■ het remuneratieverslag voorbereiden en voorleggen aan de Raad van Bestuur;
■ advies uitbrengen aan de Raad van Bestuur over het bezoldigingsbeleid dat, naargelang het geval, aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders moet worden voorgesteld;
■ het proces leiden voor de planning van de opvolging van de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Comité, rekening houdend met de uitdagingen en kansen waarmee de Vennootschap wordt geconfronteerd, de vaardigheden en expertise die nodig zijn voor elke functie en het juiste evenwicht van vaardigheden, kennis, ervaring en diversiteit dat moet worden gehandhaafd in de Raad van Bestuur en zijn comités;
■ het voortouw nemen in de creatie van een talentprofiel voor leden van de Raad van Bestuur en het Executive Comité, rekening houdend met de vaardigheden en expertise die nodig zijn voor iedere functie en de competenties die in het algemeen nodig zijn bij de Vennootschap in het licht van de uitdagingen en opportuniteiten waarmee de Vennootschap geconfronteerd wordt.
Het Bezoldigings- en Benoemingscomité bestaat uit minstens drie en maximaal vijf niet-uitvoerende bestuurders, met te allen tijde een meerderheid van onafhankelijke bestuurders. De Voorzitter van de Raad van Bestuur zit het Bezoldigings- en Benoemingscomité voor. Samen beschikken de leden van het Bezoldigings- en Benoemingscomité over voldoende relevante expertise met betrekking tot het bezoldigingsbeleid om hun rol doeltreffend te vervullen.
45 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Het Bezoldigings- en Benoemingscomité was op 31 december 2025 samengesteld uit de volgende vijf leden 5 :
| NAAM | FUNCTIE |
|---|---|
| Françoise Roels (Voorzitster) | Voorzitster van de Raad van Bestuur en niet-uitvoerend bestuurder |
| Lionel Desclée | Onafhankelijk bestuurder |
| Sonja Rottiers | Onafhankelijk bestuurder |
| Michael Stone | Onafhankelijk bestuurder |
| Ann Caluwaerts | Niet-uitvoerend bestuurder |
In 2025 kwam het Bezoldigings- en Benoemingscomité acht keer samen.
ESG Comité
Het ESG (milieu, sociaal en governance) Comité adviseert de Raad van Bestuur voornamelijk over aangelegenheden met betrekking tot de ESG-strategie en -activiteiten van de Vennootschap, met inbegrip van de voorbereiding en implementatie van ESG-initiatieven en de ondersteuning van de groep bij het uitbouwen van een positie als wereldleider op het vlak van ESG-prestaties. Het ESG Comité bestaat uit maximaal zes bestuurders. De Voorzitter van het ESG Comité wordt aangesteld door de leden van het ESG Comité. Het ESG Comité bestond op 31 december 2025 uit de volgende drie leden:
| NAAM | FUNCTIE |
|---|---|
| Ann Vereecke (Voorzitster) | Niet-uitvoerend bestuurder |
| Denis Van Eeckhout | Niet-uitvoerend bestuurder |
| Jules Noten | Onafhankelijk bestuurder |
Het ESG Comité kwam in 2025 twee keer samen.
Executive Management
CEO
De CEO, Chris Peeters, werd door de Raad van Bestuur benoemd op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, voor een termijn die eindigt na zes jaar te rekenen vanaf 1 november 2023. De CEO is belast met (i) het dagelijks bestuur van de Vennootschap en de vertegenwoordiging van de Vennootschap met betrekking tot dat bestuur in overeenstemming met artikel 7:121 van het WVV, (ii) de implementatie van de beslissingen van de Raad van Bestuur en (iii) de bijzondere bevoegdheden die de Raad van Bestuur aan hem heeft gedelegeerd in overeenstemming met artikel 18, §2 en 25 van de statuten. De CEO rapporteert regelmatig aan de Raad van Bestuur. De CEO kan door de Raad van Bestuur worden ontslagen bij gewone meerderheid.
- Bij wijze van uitzondering werd in 2025 een ad hoc Bezoldigings- en Benoemingscomité opgericht om de Raad van Bestuur bij te staan bij de identificatie en beoordeling van kandidaten die zouden worden voorgesteld aan de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders in 2025, aangezien bepaalde leden van het permanente comité zich in een belangenconflictsituatie bevonden. Het ad hoc comité, samengesteld uit Ann Caluwaerts, David Cunningham en Michael Stone, kwam in 2025 drie keer bijeen.
46 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Executive Comité
Het operationele bestuur van de Vennootschap wordt waargenomen door het Executive Comité onder leiding van de CEO. Het Executive Comité bestaat uit maximaal negen leden, die worden benoemd (voor de duur bepaald door de Raad van Bestuur) en ontslagen door de Raad van Bestuur, op voorstel van de CEO en na advies van het Bezoldigings- en Benoemingscomité. Het Executive Comité vergadert regelmatig (doorgaans één keer per week) op uitnodiging van de CEO. Het Executive Comité wordt bijgestaan door de Secretaris van de Vennootschap. De individuele leden van het Executive Comité oefenen de bijzondere bevoegdheden uit die hen door de Raad van Bestuur of, naargelang het geval, de CEO worden opgedragen. Binnen de grenzen van deze bevoegdheden kunnen de leden van het Executive Comité aan een of meer personeelsleden van de Vennootschap bijzondere en beperkte bevoegdheden toewijzen. De leden van het Executive Comité kunnen de subdelegatie van deze bevoegdheden toestaan. Het Executive Comité was op 31 december 2025 samengesteld uit de volgende leden:
| NAAM | FUNCTIE |
|---|---|
| Chris Peeters | CEO Bnode & CEO Bpost (sinds 1 mei 2025) |
| Anette Böhm | Chief Human Resources Officer |
| Frank Croket | Chief Digital Officer |
| Philippe Dartienne | CFO |
| Jos Donvil | Special Projects Officer |
| Nicolas Baise | Chief Operations Officer Bpost |
| James Edge | CEO Landmark Global |
| Thomas Mortier | CEO Paxon |
| Christel Dendas | Chief Commercial Officer |
Met het oog op de pensionering van Jos Donvil werd Chris Peeters eveneens benoemd tot CEO van Bpost, met ingang van 1 mei 2025. Jos Donvil, de vorige CEO van Bpost, wijdt zijn laatste jaren vóór zijn pensionering aan het toezicht op de groepsdochtervennootschappen Dyna, speos en AMP, alsook aan de projectdivisie van Bpost, waaronder nieuwe contracten voor persdistributie. Thomas Mortier was CEO van Paxon tot 31 december 2025. Rainer Kiefer werd met ingang van 1 januari 2026 benoemd tot nieuwe CEO van Paxon.
Comité Wet 1991
De Wet van 1991 bevat verschillende bepalingen over de samenstelling, benoeming en werking van een 'Comité Wet 1991'. De bevoegdheden van het Comité Wet 1991 zijn beperkt tot de onderhandeling van het Beheerscontract met de Belgische Staat (met dien verstande dat het Beheerscontract vervolgens moet worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur).Het Comité Wet 1991 bestond op 31 december 2025 uit de CEO, die het Comité voorzit, en twee andere leden (één Nederlandstalig en één Franstalig lid): Jos Donvil en Nicolas Baise. Secretaris van de Vennootschap De Raad van Bestuur en de adviserende comités worden bijgestaan door de Secretaris van de Vennootschap, Ross Hurwitz, die ook de Chief Legal Officer van de Vennootschap is. Hij werd op 23 september 2021 aangesteld in die hoedanigheden. 47 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
College van Commissarissen
De audit van de financiële toestand van de Vennootschap en van de geconsolideerde en niet-geconsolideerde jaarrekeningen wordt uitgevoerd door een College van Commissarissen. Het College van Commissarissen telt vier leden: (i) twee Commissarissen zijn benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en (ii) twee andere Commissarissen zijn benoemd door het Rekenhof, de Belgische instelling die verantwoordelijk is voor de controle van openbare rekeningen. De leden van het College van Commissarissen worden benoemd voor een hernieuwbare periode van drie jaar. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders bepaalt de bezoldiging van de leden van het College van Commissarissen. Ook de assurance van de geconsolideerde duurzaamheidsrapportering werd toevertrouwd aan de twee Commissarissen die door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders werden benoemd 6 .
De leden van het College van Commissarissen van de Vennootschap waren, per 31 december 2025:
- ■ EY Réviseurs d’Entreprises–Bedrijfsrevisoren BV ('EY'), vertegenwoordigd door dhr. Han Wevers (lid van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren), Kouterveldstraat 7B, bus 1, 1831 Machelen, België (zijn mandaat werd hernieuwd door de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 8 mei 2024 en zal verstrijken na de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders die in 2027 zal worden gehouden);
- ■ PVMD Bedrijfsrevisoren - Réviseurs d’Entreprises CV ('PVMD'), vertegenwoordigd door dhr. Alain Chaerels (lid van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren), Avenue d'Argenteuil 51, 1410 Waterloo, België (zijn mandaat werd hernieuwd door de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 8 mei 2024 en zal verstrijken na de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders die in 2027 zal worden gehouden);
- ■ Dhr. Dominique Guide, Adviseur bij het Rekenhof, Regentschapsstraat 2, 1000 Brussel, België (hij werd aangesteld door het Rekenhof op 1 juni 2023 tot 31 mei 2026);
- ■ Mevr. Hilde François, eerste Voorzitster van het Rekenhof, Regentschapsstraat 2, 1000 Brussel, België (zij werd aangesteld door het Rekenhof op 1 oktober 2024 tot 30 september 2027).
EY en PVMD zijn verantwoordelijk voor de audit van de jaarrekening van de Vennootschap. Voor het jaar afgesloten op 31 december 2025 hebben EY en PVMD 1.522.249 EUR ontvangen (exclusief belasting over de toegevoegde waarde), als bezoldiging voor de audit van de jaarrekening van de Vennootschap en haar dochtervennootschappen, 186.205 EUR (exclusief belasting over de toegevoegde waarde), als bezoldiging voor de assurance van de geconsolideerde duurzaamheidsrapportering en 247.526 (exclusief belasting op de toegevoegde waarde), als bezoldiging voor niet-controlediensten. De twee andere commissarissen benoemd door het Rekenhof ontvingen 98.834,9 EUR als bezoldiging voor hun prestaties betreffende de audit van de niet-geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap voor het jaar afgesloten op 31 december 2025.
Aandeelhoudersstructuur en aandeelhoudersrechten
De aandelen van de Vennootschap zijn op naam of gedematerialiseerd. Op 31 december 2025 werd het aandelenkapitaal van de Vennootschap vertegenwoordigd door 200.000.944 aandelen, toegelaten tot de verhandeling op de gereglementeerde markt van Euronext Brussel. Op 31 december 2025, hield de Belgische Staat (onrechtstreeks via FPIM) 102.075.649 (51,04%) aandelen in de Vennootschap aan. De resterende 97.925.295 (48,96%) aandelen zijn in het bezit van retail aandeelhouders en Europese en internationale institutionele aandeelhouders.
- Voor het boekjaar 2025 zullen de door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemde Commissarissen een beperkte assurance van het geconsolideerde duurzaamheidsverslag uitvoeren. 48 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
In 2025 heeft de Vennootschap geen transparantieverklaring ontvangen waarin openbaar werd gemaakt dat een aanmeldingsdrempel was bereikt (of overschrijding of onderschrijving), overeenkomstig de Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in beursgenoteerde vennootschappen en de statuten. Alle transparantiekennisgevingen zijn beschikbaar op de website van de Vennootschap (Transparantiekennisgevingen | Bnode).
De aandelen van de Vennootschap zijn vrij overdraagbaar, op voorwaarde dat, overeenkomstig artikel 147bis van de Wet van 1991 en artikel 11 van het Corporate Governance Charter, de rechtstreekse deelneming van de Overheden in het maatschappelijk kapitaal te allen tijde meer dan 50% moet bedragen. Op 31 december 2025 hield de Vennootschap geen eigen aandelen aan.
Elk aandeel geeft de houder ervan recht op één stem. Behoudens de beperkingen op stemrechten die worden opgelegd door de wet, bepalen de statuten dat, indien aandelen aan verscheidene eigenaars toebehoren, in pand zijn gegeven of indien de rechten die toebehoren aan de aandelen, het voorwerp uitmaken van onverdeeldheid, vruchtgebruik of een andere vorm van opsplitsing van de eraan verbonden rechten, de Raad van Bestuur de eraan verbonden rechten kan schorsen totdat één persoon is aangewezen als enige vertegenwoordiger voor de betrokken aandelen ten aanzien van de Vennootschap.
Risicobeheer & Compliance
Risicobeheer
Het Enterprise Risk Management ('ERM')-kader van de Vennootschap ondersteunt de Vennootschap bij het doeltreffend beheer van risico’s en de implementatie van de nodige controles om haar doelstellingen te bereiken. Het ERM-kader omvat: (i) risicobeheer dat de Vennootschap toelaat om geïnformeerde beslissingen te nemen over de risico’s die zij bereid is te nemen om haar strategische doelstellingen te bereiken, daarbij rekening houdend met externe factoren en (ii) internecontroleactiviteiten, die alle interne beleidsnota’s, procedures en bedrijfspraktijken om risico's te beperken omvatten. Goede praktijken in risicobeheer en internecontroleactiviteiten (bv. internationale norm ISO31000) en de richtlijnen van de Commissie Corporate Governance werden als referentie gebruikt om het ERM-kader te bepalen. De volgende beschrijving van de internecontrole- en risicobeheeractiviteiten van de Vennootschap is een feitelijke beschrijving en wil een overzicht bieden van de belangrijkste kenmerken van de activiteiten.
Risico-evaluatie
Het doel van risicobeheer, vervat in het ERM-kader, is om een consistente bedrijfsaanpak te hanteren en een sterke risicobeheermentaliteit te introduceren. Er vindt een strategische risico-evaluatie plaats als onderdeel van het proces om de strategie van de Vennootschap te bepalen of te herzien. Bovendien worden risicobeheeractiviteiten en interne controles uitgevoerd op proces-, product- of projectniveau. Dit omvat een evaluatie van de geschiktheid van de belangrijkste interne controles om risico's op proces-, product- en projectniveau te beperken. Hetzelfde gestructureerde risicobeheerproces wordt toegepast:
- ■ identificatie van de (interne en externe) risico's die de verwezenlijking van doelstellingen in het gedrang kunnen brengen;
- ■ beoordeling van risico's met het oog op rangschikking naar belangrijkheid;
- ■ beslissing over de reactie en actieplannen voor de aanpak van de belangrijkste risico's;
- ■ toezicht op de uitvoering van de actieplannen en algemene risico-evolutie en identificatie van opkomende risico’s.
De coherentie tussen de risicoactiviteiten is verzekerd door het gebruik van eenzelfde kader van evaluatiecriteria om risico's te beoordelen. Zo worden de risico's correct gecirculeerd, zowel top-down als bottom-up. Meer informatie is beschikbaar in het deel 'Risicobeheer' van het jaarverslag. 49 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Controleactiviteiten
In het algemeen
Controleactiviteiten hebben tot doel de naleving van de normen en procedures te waarborgen die werden uitgevaardigd om risico’s te beheersen. Beleidsnota’s en procedures werden opgemaakt voor de kernprocessen (boekhouding, procurement, investeringen, thesaurie enz.). Interne controles worden opgevolgd waar dit relevant is. Alle vennootschappen van Bnode gebruiken een Enterprise Resource Planning ('ERP')-systeem of boekhoudsoftware om de efficiënte verwerking van zakelijke transacties te ondersteunen, om de boekhouding te voeren en om informatie voor de consolidatie door te geven. Deze systemen bieden het management transparante en betrouwbare informatie om de bedrijfsactiviteiten te overzien, te controleren en aan te sturen. Potentiële conflicten in de scheiding van verantwoordelijkheden in het ERP-systeem worden op regelmatige wijze nauwgezet opgevolgd. De Vennootschap heeft managementprocessen ingevoerd om ervoor te zorgen dat er dagelijks gepaste maatregelen worden genomen om de prestaties, de beschikbaarheid en de integriteit van haar IT-systemen op te volgen. De bekwaamheid en doeltreffendheid worden opgevolgd via interne servicelevelovereenkomsten en via periodieke prestatie- en incidentenrapportering aan de verschillende betrokken business units.
Met betrekking tot de financiële rekeningen
Systematische en gestructureerde financiële processen garanderen een tijdige en kwalitatieve rapportering.Deze processen omvatten de volgende hoofdactiviteiten of controles:
■ nauwgezette en gedetailleerde planning van alle activiteiten, inclusief verantwoordelijkheden en deadlines;
■ communicatie door het Group Finance Department van richtlijnen die moeten worden toegepast door de juridische en operationele entiteiten, inclusief over alle IFRS-boekhoudprincipes, voorafgaand aan de start van de boekhoudkundige afsluiting;
■ duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen de boekhoudkundige teams van de verschillende juridische entiteiten die instaan voor de boekhouding en de afdelingen die instaan voor de controle van de financiële informatie. De controle wordt specifiek uitgevoerd door (i) financiële businesspartners die, onder meer, verantwoordelijk zijn voor de controle van de financiële informatie in hun verantwoordelijkheidsdomein en (ii) het Group Finance Department, dat verantwoordelijk is voor de eindcontrole van de financiële informatie van de verschillende juridische entiteiten en operationele eenheden voor de voorbereiding van de geconsolideerde financiële rekeningen;
■ systematische rechtvaardiging en controle van de boekhoudrekeningen na afsluiting met opvolging en feedback over timing, kwaliteit en de 'lessons learned', om te streven naar voortdurende verbetering.
Informatie en communicatie
Het departement Interne Communicatie gebruikt een waaier aan tools, zoals het intranet van de Vennootschap en de nieuwsbrief voor werknemers, om boodschappen te verspreiden op een gestructureerde en systematische manier, van zowel topmanagementniveau als het operationele niveau. Digitale touchpoints worden regelmatig op verschillende niveaus in de organisatie georganiseerd. Financiële en prestatiegerelateerde informatie wordt gedeeld tussen het operationele en financiële management en het Executive Comité. Naast de maandelijkse rapporteringanalyse die wordt voorbereid door de financiële businesspartners, voeren de CEO, CFO en COO een diepgaande dialoog over prestatiemanagement met de verschillende business units.
50 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en goede coördinatie tussen de relevante departementen zorgt voor een doeltreffend en tijdig communicatieproces voor periodieke financiële informatie. Alle IFRS-boekhoudprincipes, richtlijnen en interpretaties, die door alle juridische entiteiten en operationele eenheden moeten worden toegepast, worden regelmatig door het Group Finance Department meegedeeld aan de boekhoudteams in de verschillende juridische entiteiten en operationele eenheden.
Naar externen toe beheren de departementen Press Relations, Public Affairs en Investor Relations de stakeholders, met onder meer pers, publieke autoriteiten en de financiële gemeenschap. Deze departementen centraliseren en valideren externe communicaties met een mogelijke impact op het niveau van Bnode. Dit omvat, maar is niet beperkt tot, financiële informatie. Financiële informatie wordt gedeeld met de markt op kwartaal-, halfjaar- en jaarbasis. Voorafgaand aan publicatie, wordt financiële informatie onderworpen aan (i) een uitgebreid intern valideringsproces, (ii) nazicht door het Audit, Risk & Compliance Comité en (iii) goedkeuring door de Raad van Bestuur van de Vennootschap.
Monitoring
Engagement voor corporate governance ter bevordering van verantwoordelijkheid
De Raad van Bestuur houdt toezicht op het operationele management van de Vennootschap. Het Audit, Risk & Compliance Comité staat de Raad van Bestuur bij in materies betreffende boekhouding, audit, risicobeheer, compliance en interne controle. Zonder afbreuk te doen aan de toezichthoudende rol van de Raad van Bestuur, bepaalt het Executive Comité voorschriften en procedures voor het beheer van risico's, compliance en interne controle, en ziet het ook toe op de doeltreffende uitvoering ervan.
Een model met 'drie verdedigingslinies' is ingesteld:
■ het operationele management staat in voor het ontwerp en de handhaving van risicobeheer en interne controles (eerste lijn);
■ de tweedelijnsfuncties, zoals Legal, HR, Finance, Enterprise Risk Management, ESG, Regulatory & Competition, Compliance & Data Protection, Cyber & Information Security, Gezondheid & Veiligheid, Beveiliging, bieden deskundige ondersteuning aan het eerstelijns operationele management. Alle tweedelijnsfuncties rapporteren minstens jaarlijks aan het Executive Comité, het Audit, Risk & Compliance Comité en de Raad van Bestuur over de risico-evoluties binnen hun respectievelijke domeinen. Daarnaast is er een speciale rapportagelijn gecreëerd voor de Enterprise Risk Management en Compliance Directors naar de Voorzitter van het Audit, Risk & Compliance Comité;
■ ten slotte vormt de afdeling Corporate Audit, verantwoordelijk voor de interne audits binnen Bnode, de derde verdedigingslijn. De Director Corporate Audit rapporteert aan de Voorzitter van het Audit, Risk & Compliance Comité en aan de CEO.
Corporate Audit (intern) en het College van Commissarissen (extern)
De Vennootschap beschikt over een professioneel intern auditdepartement dat werkt volgens de normen van het Institute of Internal Auditors. Het departement is onderworpen aan een vijfjaarlijkse externe kwaliteitscontrole. Corporate Audit voert een jaarlijkse risico-evaluatie uit met een halfjaarlijkse controle om het auditprogramma te bepalen. Via zijn audittaken biedt Corporate Audit een redelijke garantie op de doeltreffendheid van interne controles in de verschillende onderzochte processen, producten of projecten.
Het College van Commissarissen (of, indien van toepassing, de twee Commissarisen aangesteld door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders) verstrekt (i) een onafhankelijk oordeel over de statutaire jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening van het volledige boekjaar en (ii) een beperkte assurance van geconsolideerde duurzaamheidsrapportering. Het voert een beperkte controle uit over de halfjaarlijkse tussentijdse verkorte financiële rekening. Daarnaast controleren zij belangrijke wijzigingen van de IFRS-boekhoudprincipes en evalueren ze de belangrijkste interne controles van de processen die worden gebruikt bij de opstelling van de financiële rekeningen.
51 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Audit, Risk & Compliance Comité en Raad van Bestuur
Het Audit, Risk & Compliance Comité adviseert de Raad van Bestuur bij materies betreffende boekhouding, audit, compliance, risicobeheer en interne controle. Het Audit, Risk & Compliance Comité ontvangt en bekijkt hiervoor:
■ alle relevante financiële informatie en duurzaamheidsinformatie die het Audit, Risk & Compliance Comité toelaat (niet-)financiële rekeningen te analyseren;
■ de update van thesauriebeheer op kwartaalbasis;
■ elke significante wijziging aan de IFRS-boekhoudprincipes;
■ relevante conclusies die voortvloeien uit de activiteiten van de afdeling Corporate Audit en/of het College van Commissarissen;
■ de driemaandelijkse statusrapporten van Corporate Audit, Risk en Compliance over de opvolging van aanbevelingen inzake audit, risico en compliance en hun jaarlijkse activiteitenverslag;
■ de jaarlijkse conclusie van het Executive Comité over de doeltreffende uitvoering van de risicobeheer- en interne controleactiviteiten en periodieke informatie over de evoluties van de belangrijkste bedrijfsrisico’s en daaraan gerelateerde risico’s.
De Raad van Bestuur verzekert in laatste instantie dat er een intern controlesysteem en controleprocedures zijn. De Raad van Bestuur volgt de werking en de geschiktheid van de intern controlesystemen en de controleprocedures op, rekening houdende met de controle door het Audit, Risk & Compliance Comité, en neemt de nodige maatregelen om de integriteit van de (niet-)financiële rekeningen te waarborgen. Er is een procedure die toelaat dat het geschikte bestuursorgaan van de Vennootschap op korte tijd wordt samengebracht als de omstandigheden dat vereisen. Meer informatie over de samenstelling en de werking van het Audit, Risk & Compliance Comité en de Raad van Bestuur is beschikbaar in de delen van dit Corporate Governance Statement over de Raad van Bestuur en het Audit, Risk & Compliance Comité.
Compliance
Bnode is opgebouwd rond sterke bedrijfswaarden en ethische bedrijfspraktijken die onze duurzame en verantwoordelijke bedrijfsstrategie moeten ondersteunen. Deze waarden en praktijken weerspiegelen onze inzet voor onze collega's, werknemers, leveranciers, klanten, zakenpartners, aandeelhouders en de maatschappij in het algemeen. Een reputatie als betrouwbare en ethische organisatie opbouwen bij onze stakeholders is noodzakelijk om gezonde en solide relaties te onderhouden en een positieve klantenervaring en financiële prestaties te stimuleren.
Om dat te bereiken moedigt Bnode elke werknemer aan om zich voortdurend aan de hoogste ethische normen te houden. Deze normen, waarden en principes worden uiteengezet in de Gedragscode van Bnode, die wordt weerspiegeld in meerdere codes, beleidslijnen en procedures van Bnode. De naleving van de codes, het beleid en de procedures van Bnode wordt zorgvuldig gecontroleerd. De Raad van Bestuur en het Audit, Risk & Compliance Comité zien er regelmatig op toe dat Bnode zich engageert voor sterke bedrijfswaarden en ethische bedrijfspraktijken en neemt, indien nodig, beslissingen en maatregelen voor verbeteringen.
Compliancedepartment van Bnode
Het Compliancedepartment van Bnode is verantwoordelijk voor de coördinatie van de complianceactiviteiten binnen Bnode en wil op alle niveaus ethisch gedrag, respect voor waarden en naleving van wetten en interne en externe regels en beleidsnota’s bevorderen, onwettig of onethisch gedrag voorkomen en zorgen voor een gepaste reactie indien dergelijk gedrag zich voordoet.Het Compliancedepartment van Bnode wordt geleid door de Director Compliance, die rechtstreeks rapporteert aan de Chief Legal Officer en aan de Voorzitter van het Audit, Risk & Compliance Comité.
52 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Engagement voor integriteit en ethische waarden
Gedragscode
De Raad van Bestuur en het Executive Comité hebben de Gedragscode van Bnode goedgekeurd. Deze Gedragscode werd voor het eerst uitgegeven in 2007, bijgewerkt in 2022 en voor het laatst bijgewerkt in maart 2023 voornamelijk om het specifieke deel over Speak Up bij te werken. De Code – die publiek beschikbaar is op de website van de Vennootschap – bevat algemene principes die de waarden en ethische normen beschrijven die gelden voor iedereen die bij de groep werkt en maakt het mogelijk gepast te reageren ingeval de Gedragscode niet wordt nageleefd. Deze principes worden aangevuld door de relevante codes, beleidslijnen en procedures die in de bedrijven, dochtervennootschappen en ondernemingen van Bnode van kracht zijn.
Bnode verwacht van al haar werknemers dat ze de Gedragscode naleven en deze als referentie gebruiken bij hun dagelijks werk. Alle schendingen van de Gedragscode moeten worden gemeld aan de gevestigde kanalen waarin de Gedragscode van Bnode voorziet, in voorkomend geval op vertrouwelijke basis. In 2025 heeft meer dan 98% van de werknemers van de groep een specifieke online opleiding over de Gedragscode gevolgd, die werd ontwikkeld door de HR- en Compliancedepartementen. Deze opleiding, die is ontworpen als een jaarlijkse oefening, was praktisch van opzet en legde de nadruk op de best practices en processen die gevolgd moeten worden in geval van twijfel.
Mensenrechtenbeleid
Bnode verbindt zich tot de hoogste normen van ethisch gedrag bij de bescherming en bevordering van de mensenrechten (waaronder de vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen, verbod op dwangarbeid, mensenhandel, moderne slavernij en kinderarbeid). Bnode heeft een Mensenrechtenbeleid goedgekeurd en gepubliceerd. Bnode verwacht van alle mensen die betrokken zijn bij de activiteiten van de groep dat ze het Mensenrechtenbeleid naleven. Er geldt een nultolerantie ten aanzien van schendingen van de mensenrechten en er zijn geen uitzonderingen op dit Mensenrechtenbeleid.
Verhandelings- en Communicatiereglement
Om te beantwoorden aan de regelgeving op het vlak van handel met voorkennis en marktmisbruik heeft de Vennootschap een Verhandelings- en Communicatiereglement ingevoerd, dat beschikbaar is op de website van de Vennootschap. Deze Code, die van tijd tot tijd wordt aangepast om in overeenstemming te zijn met de recentste wetten en reglementeringen inzake marktmisbruik, heeft tot doel bewustzijn te creëren over mogelijk ongepast gedrag van werknemers, kaderleden, personen met leidinggevende verantwoordelijkheid (zijnde de leden van de Raad van Bestuur en het Executive Comité) en hun nauw verbonden personen.
Het Verhandelings- en Communicatiereglement bevat strenge regels over vertrouwelijkheid, niet-gebruik van 'koersgevoelige' informatie en handelsbeperkingen. De regels van dit Reglement werden ruim gecommuniceerd binnen de groep en het Reglement kan worden geraadpleegd door alle werknemers, kaderleden en personen met leidinggevende verantwoordelijkheid. In overeenstemming met de Verordening Marktmisbruik van 16 april 2014 werden personen met leidinggevende verantwoordelijkheid bij de Vennootschap ingelicht over hun verplichtingen bij de verhandeling van aandelen zoals bepaald in de Verordening Marktmisbruik.
Engagement voor ontwikkeling en competentie van werknemers
Goed leiderschap maakt het verschil en leidt tot betere resultaten voor Bnode. Om de ontwikkeling van vaardigheden te bevorderen, heeft Bnode zijn eigen opleidingscentrum in het leven geroepen. Technische opleidingen worden gegeven in de business units (bv. opleidingen over de 'International Financial Reporting Standards' (IFRS) die gebruikt worden voor het opstellen van de geconsolideerde financiële rekeningen van de Vennootschap) en er worden ad-hoc lessen uitgewerkt waar nodig. Persoonlijke ontwikkeling wordt aangemoedigd via duidelijke taakomschrijvingen en een gestructureerde halfjaarlijkse evaluatie. Ad hoc coachingsessies worden gepromoot.
53 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Diversiteit
Een cultuur van diversiteit en inclusie uitbouwen
De Vennootschap is een bedrijf met een erg divers personeelsbestand en engageert zich om op het werk een samenwerkingscultuur tot stand te brengen en te ondersteunen. Een dergelijke diverse omgeving stelt de groep in staat om de interactie met haar klanten en stakeholders te optimaliseren en om op verschillende doeltreffende manieren uitdagingen het hoofd te bieden. In dat verband heeft de Vennootschap een Diversiteitsbeleid uitgewerkt dat erop gericht is om binnen de groep te sensibiliseren voor diversiteit en inclusie.
Het doel van dit Diversiteitsbeleid is de werknemers en het management van de groep te ondersteunen bij het opbouwen van een cultuur waarin diversiteit en inclusie dagelijkse praktijk zijn. Het programma spitst zich toe op engagement, bewustzijn en betrokkenheid. De Raad van Bestuur zet de toon en is de echte sponsor van de diversiteits- en integratieworkshops die worden georganiseerd voor teams die investeren in bewustwording op het vlak van diversiteit en inclusie en/of die te maken hebben met specifieke thema's die kaderen binnen diversiteit en inclusie.
Diversiteit binnen de Raad van Bestuur en het Executive Comité
De Vennootschap gaat uit van het standpunt dat verschillende competenties en meningen van de Raad van Bestuur en het Executive Comité bevorderlijk zijn voor een goed inzicht in de organisatie en bedrijfsactiviteiten. Dit zorgt ervoor dat de leden de strategische beslissingen op constructieve wijze ter discussie kunnen stellen, bewuster worden van risicobeheer en meer open komen te staan voor vernieuwende ideeën. De Vennootschap voldoet aan de bepalingen van artikel 7:86 van het WVV inzake genderdiversiteit, maar het Diversiteitsbeleid voor de leden van het management reikt verder dan dit strikte wettelijke minimum. Bij de samenstelling van de Raad van Bestuur en het Executive Comité is bijzondere aandacht besteed aan diversiteit op het vlak van criteria zoals leeftijd, professionele achtergrond, geslacht en nationaliteit. Bij het vinden van kandidaten voor vacatures baseert het Bezoldigings- en Benoemingscomité zich op evenwichtige dashboards van dergelijke diversiteitscriteria.
Diversiteitsaspecten die in aanmerking worden genomen met betrekking tot leden van de Raad van Bestuur en het Executive Comité zijn de volgende:
- Gender: genderdiversiteit bevordert een beter begrip van de markt, vergroot de creativiteit, zorgt voor doeltreffender leiderschap en stimuleert doeltreffende globale relaties. Om binnen haar management tot een grotere genderdiversiteit te komen, streeft de Vennootschap ernaar om: (i) potentiële vrouwelijke talenten in een vroeg stadium te ontdekken, (ii) opportuniteiten te verschaffen die het voor vrouwen mogelijk maken om hun volledige potentieel te ontplooien, (iii) programma's uit te werken die vrouwen erop voorbereiden om managementfuncties op zich te nemen.
- Leeftijd: leeftijdsdiversiteit op het werk is een onderdeel van het menselijk kapitaal en zorgt voor een breder spectrum van kennis, waarden en voorkeuren. Een dergelijk leeftijdsdivers management zal zorgen voor een dynamische omgeving met voortdurende bewegingen. Om tot leeftijdsdiversiteit te komen, wil de Vennootschap ervoor zorgen dat haar management bestaat uit (i) oudere talenten met een ruime en diepgaande werkervaring en (ii) leergierige jongere talenten met een groot potentieel.
- Professionele achtergrond: om concurrentieel te kunnen blijven in een veranderende omgeving, moet de Vennootschap talenten met verschillende professionele achtergronden aantrekken en behouden. Diversiteit op het vlak van professionele achtergrond biedt de Vennootschap heel wat expertise en ervaring, wat nodig is om te kunnen inspelen op de complexe uitdagingen waar het voor staat. Om ervoor te zorgen dat haar management een diverse professionele achtergrond heeft, streeft de Vennootschap ernaar om mensen te vinden (i) met verschillende professionele achtergronden en (ii) die uit verschillende sectoren komen op verschillende tijdstippen in hun loopbaan.
54 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
| Categorie | Raad van Bestuur | Executive Comité |
|---|---|---|
| Genderdiversiteit | 41,67% vrouwen / 58,33% mannen | 22% vrouwen / 78% mannen |
| Leeftijdsdiversiteit | 60 jaar en meer: 8 leden; 40-49 jaar: 1 lid; 50-59 jaar: 3 leden | 60 jaar en meer: 2 leden; 50-59 jaar: 7 leden |
| Geografische diversiteit | Belgisch, Iers, Duits, Frans, Amerikaans, Zweeds, Brits/Amerikaans | Belgisch |
| Professionele achtergrond | ||
| Finance & accounting, risicobeheer, audit | 29% | 17% |
| Transport & logistiek, fulfilment, warehousing, e-commerce | 45% | 33% |
| Post- en pakjesdiensten | 38% | 33% |
| Digitalisering, technologie & innovatie | 54% | 8% |
| Humanresourcesmanagement & talentontwikkeling | 62% | 17% |
| ESG | 23% | 17% |
| Juridisch |
■ Geografische diversiteit: geografische diversiteit is belangrijk en correleert positief met goede prestaties, vooral op het vlak van een toenemende internationalisering van het bedrijf en de strategie. Om geografische diversiteit te stimuleren, streeft de Vennootschap ernaar buitenlandse elementen in het profiel en in de loopbaan van kandidaten effectief in aanmerking te nemen tijdens het aanwervingsproces. De Raad van Bestuur evalueert jaarlijks of er bij het management van de Vennootschap vooruitgang werd geboekt met betrekking tot de diversiteit.Diversiteitsaspecten – Implementering en resultaten Op 31 december 2025 is het resultaat van de diversiteitsaspecten bij de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Comité van de Vennootschap als volgt: 55 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring Remuneratieverslag Dit remuneratieverslag (het ‘Remuneratieverslag’) van Bpost NV/SA (de ‘Vennootschap’) is opgesteld in overeenstemming met artikel 3:6, §3 van het (Belgisch) Wetboek van vennootschappen en verenigingen (‘WVV’), de Belgische Corporate Governance Code en de geldende marktpraktijken en -trends. De Vennootschap vindt transparantie en duidelijke communicatie over de principes en de invoering van haar bezoldigingsbeleid van essentieel belang. Daarom deelt ze in dit Remuneratieverslag relevante informatie over de bezoldiging die in het boekjaar 2025 aan de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Comité werd betaald. Het Remuneratieverslag bevat ook tabellen die meer inzicht verschaffen in de totale bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Comité, alsook in de geleverde prestaties en de uitbetaling van de variabele bezoldiging.
1. Procedure voor het vastleggen van het bezoldigingsbeleid en van de individuele bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en het Executive Comité
Overeenkomstig artikel 7:89/1 van het WVV en de Corporate Governance Code, heeft de Vennootschap een specifiek bezoldigingsbeleid (het 'Bezoldigingsbeleid') waarin de bezoldigingsprincipes worden uiteengezet van (i) de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur, (ii) de CEO en (iii) de overige leden van het Executive Comité. Elke materiële wijziging aan het Bezoldigingsbeleid moet door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden goedgekeurd, op aanbeveling van de Raad van Bestuur en het Bezoldigings- en Benoemingscomité. In elk geval moet het Bezoldigingsbeleid ten minste om de vier jaar door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden goedgekeurd. Het huidige Bezoldigingsbeleid werd goedgekeurd door de Bijzondere Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 23 november 2023 en is van toepassing sinds 23 november 2023. Het Bezoldigingsbeleid is beschikbaar op de website van de Vennootschap 1 samen met de resultaten van de stemming door de aandeelhouders. De Vennootschap onderscheidt drie verschillende groepen waarvoor de bezoldiging in dit Remuneratieverslag wordt uiteengezet:
■ de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur;
■ de CEO; en
■ de overige leden van het Executive Comité.
De individuele bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Comité hangt af van de categorie waartoe zij behoren. Het Bezoldigings- en Benoemingscomité buigt zich regelmatig over de principes van het Bezoldigingsbeleid en de toepassing ervan, en zal dit blijven doen.
1 Statuten en charters | Bnode: het huidige Bezoldigingsbeleid werd op 23 november 2023 door de Bijzondere Algemene Vergadering van Aandeelhouders goedgekeurd met een meerderheid van 89,32% stemmen voor en 10,68% stemmen tegen. 56 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
2. Totale bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur, de CEO en de overige leden van het Executive Comité
A. Bezoldiging van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur
In 2025, bestond de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur (met uitzondering van de CEO) uit twee elementen:
■ een maandelijkse vaste vergoeding; en
■ een zitpenning per vergadering van de Raadgevende Comités 2 waaraan de bestuurders deelnemen.
In 2025, werden de maandelijkse vaste vergoeding en de zitpenning onderworpen aan een automatische indexering op 1 maart van elk kalenderjaar op basis van de Gezondheidsindex. Er werden aan de leden van de Raad van Bestuur geen andere voordelen betaald voor hun mandaat. De CEO heeft geen recht op een vergoeding voor zijn mandaat als lid van de Raad van Bestuur.
Maandelijkse vaste vergoeding
Tijdens het boekjaar 2025 ontvingen de leden van de Raad van Bestuur (met uitzondering van de CEO) de volgende maandelijkse vaste vergoeding:
■ 4.413,78 EUR voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur, die ook het Paritair Comité van de Vennootschap voorzit, zoals geïndexeerd op 1 maart 2025;
■ 3.310,34 EUR voor de Voorzitter van het Audit, Risk & Compliance Comité, zoals geïndexeerd op 1 maart 2025;
■ 2.206,89 EUR voor iedere andere bestuurder (met uitzondering van de CEO), zoals geïndexeerd op 1 maart 2025.
Zitpenningen
De leden van de Raad van Bestuur (met uitzondering van de CEO) ontvingen ook een zitpenning van 2.206,89 EUR, zoals geïndexeerd op 1 maart 2025, per bijgewoonde vergadering van een Raadgevend Comité, ongeacht of men deelneemt als Voorzitter of als lid van het Raadgevend Comité.
2 De Raadgevende Comités omvatten het Strategisch Comité, het Bezoldigings- en Benoemingscomité, het Audit, Risk & Compliance Comité, het ESG Comité en het ad hoc comité. 57 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Globale bezoldiging
Voor het boekjaar 2025 werd aan alle leden van de Raad van Bestuur (met uitzondering van de CEO) een totaalbedrag van 602.777,08 EUR aan bezoldigingen uitbetaald. De tabel hieronder bevat de totale jaarlijkse bezoldiging die op individuele basis aan elk van de leden van de Raad van Bestuur (met uitzondering van de CEO) werd uitbetaald op basis van hun deelname aan de vergaderingen van de verschillende Raadgevende Comité(s) ()(*):
() Deze bedragen omvatten alle bedragen toegekend aan de bestuurders vanwege hun deelname aan de vergaderingen van de Raadgevende Comité(s) die gehouden zijn in het boekjaar 2025, inclusief bedragen die werden uitbetaald in het boekjaar 2026.
(*) Het totale aantal vergaderingen dat in de tabel als referentie wordt gebruikt, hangt af van wanneer de betrokken bestuurder werd benoemd als lid van de Raad van Bestuur en/of van een Raadgevend Comité.
| LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR | RAAD VAN BESTUUR (BEDRAG EUR) | STRATEGISCH COMITE (VERGADER- INGEN) | BEZOLDIGINGS- EN BENOEMINGS- COMITÉ (BEDRAG EUR) | AUDIT, RISK & COMPLIANCE COMITÉ (VERGADER- INGEN) | ESG COMITÉ (BEDRAG EUR) | AD HOC COMITÉ (VERGADER- INGEN) | AD HOC BEZOLDIGINGS- COMITÉ (BEDRAG EUR) | TOTALE JAARLIJKSE BEZOLDIGING |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ANN CALUWAERTS | 26.325,36 | 12/14 | 6.542,01 | 3/3 | 17.576,46 | 8/8 | N/A | 56.907,18 |
| DAVID CUNNINGHAM | 26.325,36 | 13/14 | N/A | N/A | 21.754,26 | 10/10 | 4.413,78 | 58.956,75 |
| LIONEL DESCLÉE | 26.325,36 | 12/14 | 6.542,01 | 3/3 | 8.827,56 | 4/4 | N/A | 41.694,93 |
| HAKAN ERICSSON (sinds 14 mei, 2025) | 16.852,61 | 8/8 | 2.206,89 | 1/1 | N/A | N/A | N/A | 19.059,50 |
| AUDREY HANARD | 19.346,74 | 6/6 | N/A | N/A | 8.748,90 | 4/4 | N/A | 30.302,53 |
| JULES NOTEN | 26.325,36 | 12/14 | 6.542,01 | 3/3 | N/A | N/A | 4.413,78 | 37.281,15 |
| FRANÇOISE ROELS | 33.705,23 | 8/8 | N/A | N/A | 8.827,56 | 4/4 | N/A | 42.532,79 |
| SONJA ROTTIERS | 39.488,10 | 13/14 | N/A | N/A | 17.576,46 | 8/8 | 21.754,26 | 83.232,60 |
| MICHAEL STONE | 26.325,36 | 13/14 | 4.335,12 | 2/3 | 17.576,46 | 8/8 | 19.626,03 | 78.740,10 |
| VÉRONIQUE THIRION | 26.325,36 | 13/14 | N/A | N/A | 19.547,37 | 9/10 | N/A | 45.872,73 |
| DENIS VAN EECKHOUT | 26.325,36 | 13/14 | N/A | N/A | 21.754,26 | 10/10 | 4.413,78 | 52.493,40 |
| ANN VEREECKE | 26.325,36 | 14/14 | 6.542,01 | 3/3 | N/A | N/A | 4.413,78 | 37.281,15 |
| SONJA WILLEMS | 9.673,37 | 5/6 | N/A | N/A | 6.542,01 | 3/4 | N/A | 18.422,27 |
| TOTAAL (EUR) | 329.668,93 | 32.710,05 | 85.675,41 | 104.436,18 | 602.777,08 |
(Note: Table structure normalized to fit provided columns) 58 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
B. Bezoldiging van de CEO en de overige leden van het Executive Comité
In overeenstemming met het Bezoldigingsbeleid bestond het bezoldigingspakket van de CEO en de overige leden van het Executive Comité in 2025 uit:
■ een vaste basisbezoldiging;
■ een variabele kortetermijnincentive;
■ een variabele langetermijnincentive;
■ pensioenbijdragen; en
■ verschillende andere voordelen.
Behalve voor de variabele langetermijnincentive van Thomas Mortier (zie hieronder), werden in 2025 geen aandelen van de Vennootschap, aandelenopties van de Vennootschap of andere rechten om aandelen van de Vennootschap te verwerven (of andere op aandelen gebaseerde bezoldiging) toegekend aan of uitgeoefend door de CEO of de overige leden van het Executive Comité, noch zijn dergelijke rechten verlopen. Geen opties die werden toegekend in het kader van vorige aandelenoptieplannen waren uitstaand tijdens het boekjaar 2025. Het relatieve belang van de verschillende bezoldigingscomponenten van de CEO en de leden van het Executive Comité wordt geïllustreerd in de grafieken hieronder.
RELATIEF BELANG VAN DE VERSCHILLENDE ELEMENTEN VAN DE BEZOLDIGING VAN DE CEO (2025)
Variabele bezoldiging (313.054,16 EUR) 28,48%
Andere voordelen (60.992,28 EUR) 5,55%
Basisbezoldiging (620.045,02 EUR) 56,41%
Pensioenbijdragen (105.001,70 EUR) 9,55%
CEO
RELATIEF BELANG VAN DE VERSCHILLENDE ELEMENTEN VAN DE GLOBALE BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN HET EXECUTIVE COMITÉ (MET UITZONDERING VAN DE CEO) (2025)
Variabele bezoldiging (1,297,778.80 EUR) 20,42%
Andere voordelen (484,782.19 EUR) 7,63%
Basisbezoldiging (4,079,667.55 EUR) 64,18%
Pensioenbijdragen (494,641.89 EUR) 7,78%
EXCO 59 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Vaste basisbezoldiging
De basisbezoldiging bestaat uit een vast basisloon in cash, bepaald door de aard en de bijzonderheden van de functies, dat onafhankelijk van de resultaten van de Vennootschap wordt toegekend:
■ de totale basisbezoldiging van de CEO voor het boekjaar 2025 bedroeg 620.045,02 EUR (zoals geïndexeerd op 1 maart 2025).De CEO kreeg geen bezoldiging voor zijn mandaat als lid van de Raad van Bestuur; ■ de totale basisbezoldiging toegekend aan de overige leden van het Executive Comité voor het boekjaar 2025, bedroeg 4.079.667,55 EUR (zoals geïndexeerd op 1 maart 2025). Het bedrag van hun individuele basisbezoldiging weerspiegelt de verantwoordelijkheden en de kenmerken van de functie, het ervaringsniveau en, in zekere mate, de prestaties van de leden van het Executive Comité tijdens het afgelopen jaar. De basisbezoldiging wordt jaarlijks herzien op basis van een benchmarkstudie die betrekking heeft op grote Belgische vennootschappen en/of op postbedrijven in Europa, om een basisbezoldiging te bieden die in overeenstemming is met de mediaan op de referentiemarkt. Voor vergelijkbare functies in de Verenigde Staten in de Amerikaanse entiteiten worden voor dezelfde doeleinden benchmarkingstudies uitgevoerd die de marktsituatie in de Verenigde Staten weerspiegelen.
Variabele kortetermijnbezoldiging
Doel en toekenning van de variabele kortetermijnbezoldiging
De kortetermijnincentive is bedoeld om de prestatiegerichte managementcultuur te versterken en is gebaseerd op het behalen van specifieke individuele prestatiedoelen en collectieve doelstellingen. De kortetermijnincentive bestaat uit een variabele bezoldiging die cash wordt toegekend of die, vanaf 23 november 2023, om de drie jaar te kiezen, wordt toegekend in de vorm van een bijdrage aan een extralegaal pensioenplan. In 2025 kregen de CEO en de overige leden van het Executive Comité een variabele kortetermijnbezoldiging voor de prestaties met betrekking tot het boekjaar 2024 van respectievelijk 50% en 30% (bij het behalen van de doelstellingen) van hun jaarlijkse vaste basisbezoldiging. In het geval van bovenmaatse prestaties zou de variabele kortetermijnbezoldiging de respectieve doelpercentages kunnen overschrijden en potentieel een maximum bereiken van (i) 100% van de jaarlijkse vaste basisbezoldiging voor de CEO, en (ii) 60% van de jaarlijkse vaste basisbezoldiging voor de overige leden van het Executive Comité.
In 2026 zullen de leden van het Executive Comité een variabele kortetermijnbezoldiging krijgen, indien van toepassing, voor de prestaties met betrekking tot het boekjaar 2025. De potentiële jaarlijkse kortetermijnincentive bij het behalen van de doelstellingen bedraagt (i) tot 50% van de jaarlijkse basisbezoldiging voor de CEO en (ii) tot 30% van de jaarlijkse basisbezoldiging voor de overige leden van het Executive Comité. In het geval van prestaties beneden de doelstellingen kan de uitbetaling dalen tot 0% van de jaarlijkse basisbezoldiging. In het geval van bovenmaatse prestaties kan de uitbetaling stijgen (i) tot 100% van de jaarlijkse basisbezoldiging voor de CEO en (ii) tot 60% van de jaarlijkse basisbezoldiging voor de overige leden van het Executive Comité. De prestaties worden door de Raad van Bestuur geëvalueerd op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité in het licht van de doelstellingen die het voorbije jaar werden behaald.
60 Bnode jaarverslag 2025 Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Prestatiedoelstellingen - collectieve en individuele doelstellingen
De variabele kortetermijnbezoldiging betaald in 2025 werd toegekend op basis van het behalen van zowel collectieve doelstellingen als individuele prestatiedoelstellingen met betrekking tot het boekjaar 2024, die begin 2024 werden vastgesteld. De verhouding tussen de collectieve doelstellingen en de individuele prestatiedoelstellingen is 70%- 30%. Ten slotte worden de collectieve doelstellingen verschillend geformuleerd voor de groep en de business units om de pertinentie ervan te verbeteren.
■ De collectieve doelstellingen (70% van de totale potentiële variabele kortetermijnbezoldiging bij het behalen van de doelstellingen 3) hebben betrekking op de prestaties ten opzichte van de Key Performance Indicators (KPI's) die door de Raad van Bestuur zijn vastgesteld op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité. Deze KPI’s omvatten financiële en niet-financiële indicatoren:
– EBIT (50%): weerspiegelt de financiële resultaten van de groep en de business units. De financiële resultaten die van toepassing zijn op de CEO en de overige leden van het Executive Comité die verantwoordelijk zijn voor de support units, zijn gekoppeld aan de groep, terwijl die voor de leden van het Executive Comité die verantwoordelijk zijn voor een business unit, voor 30% gekoppeld zijn aan de groep en voor 70% aan de respectieve business unit. De uitbetalingsfactor voor 2024 lag tussen 56,90% en 67,30%.
– Customer Loyalty Index (20% 4&5): weerspiegelt de trouw van de klanten van de Vennootschap. De uitbetaling voor dit criterium is gelijk aan de resultaten voor het gegeven jaar. De Customer Loyalty Index (klantentrouwindex) voor 2024 wordt gemeten aan de hand van de Net Promoter Score (NPS). De resultaten voor 2024 bereikten een uitbetalingsfactor tussen 111,5% en 200%.
■ De individuele prestatiedoelstellingen (30% van de totale potentiële variabele kortetermijnbezoldiging bij het behalen van de doelstellingen 6) worden telkens aan het begin van het jaar gedefinieerd en overeengekomen (i) tussen de Raad van Bestuur en de CEO en (ii) tussen de CEO en elk lid van het Executive Comité. De Raad van Bestuur keurt de individuele prestatiedoelstellingen van de CEO en de overige leden van het Executive Comité goed, op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité. Deze individuele doelstellingen worden jaarlijks door de Raad van Bestuur geëvalueerd tijdens het eerste kwartaal na het einde van het boekjaar, op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité. Daarbij worden duidelijke en meetbare doelstellingen vastgelegd, die moeten worden behaald binnen een overeengekomen termijn. De individuele prestaties worden gemeten ten opzichte van die doelstellingen.
De doelstellingen van de CEO voor 2024 waren (i) een gedisciplineerde uitvoering van het bedrijfsplan van de groep waarborgen, (ii) de lopende transformatie van de organisatie aandrijven en (iii) de reputatie van de groep en de relaties met de belangrijkste stakeholders actief beheren. Bijzondere aandacht ging uit naar het realiseren van operationele efficiëntiewinsten, het integreren van recente overnames in lijn met de strategische en financiële doelstellingen, het versnellen van de groei van de logistieke activiteiten, het waarborgen van de vooruitgang ten aanzien van de transformatiemijlpalen en het onderhouden van constructieve en stabiele relaties met de meerderheidsaandeelhouder, de overheidsinstanties en de financiële markten. In 2024 bereikte de individuele prestatie van de CEO tot een uitbetaling van 116% voor de uitoefening van zijn functie.
3 Met een minimum van 0% in geval van onderpresteren en een maximum van 200% in geval van overpresteren.
4 Het Bezoldigingsbeleid zoals voor het eerst goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 12 mei 2021 bepaalt de volgende KPI's: EBIT (50%), Customer Loyalty Index (klantentrouwindex) (15%) en Short-term Absenteeism Index (index absenteïsme op korte termijn) of Employee Engagement Index (werknemersbetrokkenheidindex) (5%). Om een constante afstemming op de marktrealiteit en best practices te garanderen, werd het gewicht van de niet-financiële indicatoren voor de collectieve doelstellingen licht aangepast. Vanaf 1 januari 2022 (inclusief voor de in 2025 uitbetaalde variabele bezoldiging) telt de Customer Loyalty Index voor 20% mee en wordt de Short--term Absenteeism Index niet langer in aanmerking genomen.
5 De KPI's voor het lid/de leden van het Executive Comité gevestigd in de Verenigde Staten omvatten de volgende financiële en niet- financiële indicatoren: EBIT (50%), Customer Loyalty Index (klantentrouwindex) (10%) en Employee Engagement Index (werknemersbetrokkenheidindex) (10%).
6 Met een minimum van 0% in geval van onderpresteren en een maximum van 200% in geval van overpresteren.
61 Bnode jaarverslag 2025 Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
De belangrijkste individuele prestatiedoelstellingen die de leden van het Executive Comité (met uitzondering van de CEO) over het boekjaar 2024 moesten behalen, waren de volgende:
■ Financiële prestaties, commerciële groei en waardecreatie: het realiseren van de gebudgetteerde doelstellingen inzake omzet, EBIT en marge over de verschillende business units heen, met een sterke focus op winstgevende groei in de pakjes-, post- en logistieke activiteiten, gedisciplineerd kostenbeheer, margeverhogende initiatieven en het uitvoeren van synergieën en acties op het vlak van portefeuille-optimalisatie, met inbegrip van geselecteerde fusies en overnames, commerciële efficiëntie en prioriteiten inzake kapitaaltoewijzing.
■ Operationele uitmuntendheid, transformatie en versterken van de digitale slagkracht: het waarborgen van stabiele, efficiënte en kwalitatief hoogwaardige activiteiten, gecombineerd met het uitvoeren van belangrijke transformatieprogramma’s, waaronder het herontwerpen van bedrijfs- en transportmodellen, het optimaliseren van het netwerk en de organisatie, en de uitrol van klantgerichte producten en oplossingen. Bijzondere aandacht ging uit naar het benutten van digitalisering, data en technologieplatformen om de productiviteit, schaalbaarheid, time-to-market en klantbeleving naar een hoger niveau te tillen.
■ Mensen, ESG, welzijn en governance: het versterken van leiderschap, talentbeheer en workforcetransformatie, het ondersteunen van welzijn, veiligheid en gezondheid en sociaal overleg, het versterken van een sterke compliance- en risicocultuur, het integreren van ESG-doelstellingen in operationele en commerciële besluitvorming, en waarborgen van doeltreffende governance, stakeholderbetrokkenheid en afstemming met de Raad van Bestuur en de strategische langetermijnprioriteiten van de groep.In 2024 leidden de individuele prestatiedoelstellingen tot een uitbetaling tussen 90% en 115% voor de leden van het Executive Comité (met uitzondering van de CEO).
Betaling variabele kortetermijnbezoldiging in 2025
In 2025 werd een variabele kortetermijnbezoldiging voor een totaalbedrag van 313.054,16 EUR uitbetaald aan de CEO op basis van de behaalde collectieve doelstellingen en de individuele prestatiedoelstellingen voor het jaar 2024. De leden van het Executive Comité (met uitzondering van de CEO) ontvingen in 2025 een totale variabele kortetermijnbezoldiging van 1.137.803,63 EUR voor de verwezenlijking van de collectieve doelstellingen en de individuele prestatiedoelstellingen voor het jaar 2024.
De eventuele variabele kortetermijnbezoldiging voor de verwezenlijking van de collectieve doelstellingen en de individuele prestatiedoelstellingen tijdens het boekjaar 2025 zal worden vastgesteld en uitbetaald in mei 2026, na de prestatiebeoordeling van elk lid van het Executive Comité, en zal worden bekendgemaakt in het Remuneratieverslag dat in 2027 zal worden gepubliceerd.
Variabele langetermijnbezoldiging voor de CEO en de leden van het Executive Comité niet tewerkgesteld door een Amerikaanse entiteit
Doel van de variabele langetermijnbezoldiging
De langetermijnincentive voor de CEO en de leden van het Executive Comité, ingevoerd door het Bezoldigingsbeleid goedgekeurd door de Bijzondere Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 23 november 2023, werd toegepast vanaf boekjaar 2024. Dit plan is bedoeld om de variabele langetermijnbezoldiging van de leden van het uitvoerend management evenwichtig en aantrekkelijk te houden en om te voldoen aan de verwachtingen van de aandeelhouders en stakeholders. Het is de bedoeling dat de maatregelen en initiatieven van de leden van het uitvoerend management worden ingegeven door belangen op lange termijn.
62 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Toekenning van de variabele langetermijnbezoldiging
De langetermijnincentive bestaat uit een in cash uit te betalen, variabele bezoldiging en bedraagt bij het behalen van de doelstellingen (i) 50% voor de CEO en (ii) 30% voor de overige leden van het Executive Comité, van de basisbezoldiging voor de relevante verwervingsperiode (zoals hieronder gedefinieerd). In het geval van prestaties beneden de doelstellingen kan de uitbetaling dalen tot 0%. In het geval van prestaties boven de doelstellingen kan de uitbetaling stijgen (i) tot 100% voor de CEO en (ii) tot 60% voor de leden van het Executive Comité.
Onder deze langetermijnincentive is de definitieve verwerving ervan afhankelijk van het behalen van de doelstellingen over een periode van 3 jaar ('verwervingsperiode'). Op het einde van de relevante verwervingsperiode wordt de langetermijnincentive in cash aan de begunstigden uitbetaald op basis van de eindscore die voortvloeit uit de drie hieronder vermelde prestatiecriteria. Deze eindscore - en dus de daaruit voortvloeiende uitbetaling - bestaat uit het gemiddelde van de drie jaarlijkse gecumuleerde of gemiddelde scores (met een minimum van 0% in het geval van prestaties beneden de doelstellingen en een maximum van 200% in het geval van prestaties boven de doelstellingen).
Prestatiecriteria van de variabele langetermijnbezoldiging
Het variabele langetermijnbezoldigingsplan is gebaseerd op 3 prestatiecriteria:
* ■ Financiële marktprestatie (50%) weergegeven door de Total Shareholder Return (TSR), gemeten als gecumuleerde prestaties in procenten over de verwervingsperiode;
* ■ Milieuprestaties (30%), weergegeven door koolstofemissies (CO 2 ), gemeten als gemiddelde jaarlijkse behaalde doelstellingen gedurende de verwervingsperiode;
* ■ Governanceprestaties (20%) weergegeven in de implementatie van een Bnode risk management framework (d.w.z. de definitie van sleutelcontroles voor specifieke welbepaalde sleutelprocessen en de implementatie van een intern controleprogramma dat de doeltreffendheid van deze sleutelcontroles evalueert, op het niveau van zowel de Vennootschap als de dochtervennootschappen), gemeten als gemiddelde jaarlijkse behaalde doelstellingen tijdens de verwervingsperiode.
De Raad van Bestuur evalueert elk jaar het te behalen prestatieniveau voor elk criterium, behalve voor TSR, dat is vastgelegd voor 3 jaar vanaf het jaar van toekenning.
Betaling variabele langetermijnbezoldiging – werkelijke toekenning 2025
Na afloop van de relevante verwervingsperiode zal de Raad van Bestuur de geauditeerde financiële resultaten en de mate waarin de prestatiecriteria zijn behaald, goedkeuren. In de maanden volgend op het einde van de relevante verwervingsperiode (bv. in 2027 voor de toekenning 2024) zal de variabele langetermijnbezoldiging als brutobedrag worden uitbetaald aan de begunstigde, na aftrek van de toepasselijke belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Dit brutobedrag zal worden gebruikt om het dubbele vakantiegeld te berekenen.
| EUR | WERKELIJKE TOEKENNING '25 (BIJ HET BEHALEN VAN DE DOELSTELLINGEN) |
|---|---|
| CEO | 304.745 |
| EXCO-Leden | 1.040.286 |
63 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Variabele langetermijnbezoldiging voor de overige leden van het Executive Comité tewerkgesteld door een Amerikaanse entiteit
Sinds 2024 nemen de overige leden van het Executive Comité die door een Amerikaanse entiteit zijn tewerkgesteld, in overeenstemming met het gewijzigde Bezoldigingsbeleid, deel aan een variabel langetermijnbezoldigingsplan dat afgestemd is op dat van de overige leden van het Executive Comité die niet door een Amerikaanse entiteit zijn tewerkgesteld.
Toekenningen die vóór 2024 aan de overige leden van het Executive Comité in de Verenigde Staten werden toegekend, bestonden uit een jaarlijkse variabele bezoldiging, betaalbaar in cash over een verwervingsperiode van 3 jaar (los van enige indexering). Deze incentive wordt uitbetaald in schijven van 15%, 25% en 60% na respectievelijk 12, 24 en 36 maanden na de toekenningsdatum. De potentiële jaarlijkse langetermijnincentive bij het behalen van de doelstellingen bedraagt tot 25% van de jaarlijkse basisbezoldiging. In het geval van prestaties beneden de doelstellingen kan de uitbetaling dalen tot 0% van de jaarlijkse basisbezoldiging. In het geval van prestaties boven de doelstellingen kan de uitbetaling stijgen tot 50% van de jaarlijkse basisbezoldiging.
Pensioenbijdragen
De CEO en de overige leden van het Executive Comité hebben een aanvullend- pensioenplan (tweede pijler):
* ■ de totale pensioenbijdrage van de CEO voor het boekjaar 2025 bedroeg 105.001,70 EUR;
* ■ de globale pensioenbijdrage voor de overige leden van het Executive Comité voor het boekjaar 2025 bedroeg 494.641,89 EUR.
Andere voordelen
De CEO en de overige leden van het Executive Comité ontvingen nog andere voordelen, zoals een verzekering die overlijden tijdens het mandaat en invaliditeit dekt, een werkloosheidsverzekering, een ziekteverzekering, maaltijdcheques, vergoedingen voor representatiekosten en een bedrijfswagen. Deze voordelen worden geregeld gebenchmarkt en aangepast aan de standaardpraktijken. Het bedrag van de andere voordelen staat in de onderstaande tabel.
Op aandelen gebaseerd management incentive plan van Thomas Mortier
Na de overname van Staci Group op 1 augustus 2024 vervoegde Thomas Mortier, CEO van Staci, het Executive Comité van de Vennootschap (tot 31 december 2025). Om deze overname te bevorderen, sloot de Vennootschap een op aandelen gebaseerd management incentive plan met bepaalde managers van Staci Group ('Staci MIP'), waaronder Thomas Mortier, voor een maximumperiode van 3 jaar (d.w.z. tot 2027).
Onder het Staci MIP waren bepaalde managers van Staci Group verplicht om eerst in te schrijven op en/of te herinvesteren in gewone aandelen in Augusta Progress, de Franse dochtervennootschap van de Vennootschap die eigenaar is van de Staci Group, aan hun reële waarde. Daarnaast ontvingen zij één gratis preferent aandeel in Augusta Progress voor elk gehouden gewoon aandeel, onderworpen aan specifieke prestatie- en dienstverleningsvoorwaarden. Zoals vorig jaar gerapporteerd, kreeg Thomas Mortier op 7 augustus 2024 857.959 gratis preferente aandelen in Augusta Progress toegekend, die zouden definitief worden verworven na één jaar, met name op 7 augustus 2025.
Het Staci MIP werd gewijzigd op 8 mei 2025. In het kader daarvan heeft Thomas Mortier afstand gedaan van zijn recht op de definitieve verwerving van zijn 857.959 gratis preferente aandelen in Augusta Progress. Bijgevolg werd geen enkel gratis preferent aandeel definitief verworven op 7 augustus 2025. Daardoor is het aantal gratis preferente aandelen dat Thomas Mortier aanhoudt in Augusta Progress gedaald tot 0.
64 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
De gratis preferente aandelen die aan Thomas Mortier werden toegekend onder het Staci MIP worden in de onderstaande tabel weergegeven.
| BELANGRIJKSTE BEPALINGEN 2025 | NAAM PLAN | DATUM VAN TOEKENNING | VERWERVINGS- DATUM | EINDE VAN DE RETENTIE- PERIODE | PRESTATIE- CYCLUS | UITOEFEN- PRIJS | OPENINGS- BALANS AANTAL AANDELEN | IN DE LOOP VAN HET JAAR ONVOORWAAR- DELIJK GEWORDEN AANDELEN EN ONDERLIGGENDE WAARDE | EIND- BALANS AANGEBODEN MAAR NOG NIET ONVOORWAARDE- LIJK GEWORDEN AANDELEN | NOG TE BEHOU- DEN AANDELEN |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Thomas Mortier | Staci MIP | 7 Aug. 2024 | 7 Aug. 2025 | 7 Aug. 2026 | 7 Aug. 2024 - 31 Dec. 2027 | N/A | 857.959 | 0 | N/A | 0 |
Zoals weergegeven in de bovenstaande tabel, is geen van de gratis preferente aandelen van Thomas Mortier in Augusta Progress definitief verworven op 7 augustus 2025 (d.w.z. aan het einde van de toewijzingsperiode van één jaar), en zijn er verder geen gratis preferente aandelen meer aan hem toegekend.Globale bezoldiging
De totale bezoldiging die in 2025 aan de CEO werd uitbetaald, bedraagt 1.099.093,16 EUR (in vergelijking met 791.990,91 EUR in 2024) en kan worden uitgesplitst zoals in de onderstaande tabel is aangegeven. De totale bezoldiging die in 2025 werd betaald aan de leden van het Executive Comité (andere dan de CEO) bedraagt 6.356.870,43 EUR (in vergelijking met 5.627.141,64 EUR in 2024) en kan worden uitgesplitst zoals in de onderstaande tabel is aangegeven:
TOTALE BEZOLDIGING VAN DE CEO EN DE OVERIGE LEDEN VAN HET EXECUTIVE COMITÉ IN 2025
| NAAM EN FUNCTIE | VASTE BEZOLDIGING (EUR) | VARIABELE BEZOLDIGING (EUR) | TOTALE BEZOLDIGING (EUR) | VERHOUDING TUSSEN VASTE EN VARIABELE BEZOLDIGING |
|---|---|---|---|---|
| BASIS-BEZOLDIGING 8 | ANDERE VOORDELEN 9 | PENSIOEN-BIJDRAGE | ||
| Chris Peeters | 620.045,02 | 60.992,28 | 105.001,70 | 313.054,16 |
| Overige leden van het Executive Comité | 4.079.667,55 | 484.782,19 10 | 494.641,89 | 1.297.778,80 11 |
C. Gebruik van terugvorderingsbepalingen
Er zijn geen specifieke contractuele terugvorderingsbepalingen ten gunste van de Vennootschap voor de variabele kortetermijnbezoldiging die is uitbetaald aan de leden van het Executive Comité die een mandaat uitoefenden op 23 november 2023 12 (met uitzondering van de CEO). De toekenning van de variabele kortetermijnbezoldiging aan de CEO en de leden van het Executive Comité die na 23 november 2023 bij de Vennootschap in dienst traden, is onderworpen aan terugvorderingsbepalingen. De toekenning van de variabele langetermijnbezoldiging is onderworpen aan terugvorderingsbepalingen. In 2025 werd er geen gebruik gemaakt van zulke terugvorderingsbepalingen.
7 De vaste bezoldiging omvat de basisbezoldiging, de andere voordelen en de pensioenbijdragen. Variabele bezoldiging bestaat uit de variabele kortetermijnbezoldiging en eventuele langetermijnbezoldiging.
8 De basisbezoldiging van de CEO en de overige leden van het Executive Comité omvat eindejaarspremies en vakantiegeld.
9 Andere voordelen voor de CEO omvatten: (i) andere verzekeringen (33.336,50 EUR), (ii) leasingkosten voor bedrijfswagen (22.628,28 EUR), (iii) vergoedingen voor representatiekosten en maaltijdcheques (5.027,50 EUR).
10 Andere voordelen voor de overige leden van het Executive Comité omvatten: (i) andere verzekeringen (320.364,78 EUR); (ii) leasingkosten voor bedrijfswagen (91.443,62 EUR), (iii) My Benefit My Choice (9.642,49 EUR), (iv) vergoedingen voor representatiekosten en maaltijdcheques (29.081,30 EUR), (v) verplaatsingskosten (34.250 EUR).
11 In 2025 ontving één lid van het Executive Comité dat in aanmerking komt voor het LTIP in de Verenigde Staten, een variabele langetermijnbezoldiging van 159.975,17 EUR voor het behalen van de prestatiedoelen in de boekjaren 2022 en 2023.
12 De datum van de Bijzondere Algemene Vergadering van Aandeelhouders waarop het herziene Bezoldigingsbeleid werd goedgekeurd.
65 Bnode jaarverslag 2025 Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
3. Naleving van het Bezoldigingsbeleid, langetermijndoelstellingen en duurzaamheid
Het totale bedrag van de bezoldiging die tijdens het boekjaar 2025 werd uitbetaald, stemt substantieel overeen met de principes van het Bezoldigingsbeleid dat werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. De doelstelling van het Bezoldigingsbeleid is het aantrekken, motiveren en behouden van de best gekwalificeerde talenten die nodig zijn om de korte- en langetermijndoelstellingen van de Vennootschap te verwezenlijken binnen een samenhangend kader. Het Bezoldigingsbeleid is zodanig gestructureerd dat de belangen van de Raad van Bestuur en het management van de Vennootschap worden afgestemd op de belangen van de aandeelhouders, de stakeholders en de maatschappij in het algemeen:
- het niveau van de vaste basisbezoldiging zorgt ervoor dat Bnode altijd kon rekenen op een professioneel en ervaren management, zelfs in moeilijkere tijden;
- de betaling van de variabele kortetermijnbezoldiging zorgt voor het behalen van zowel financiële als niet-financiële prestatiecriteria die de strategie van de Vennootschap vertalen;
- de invoering van de variabele langetermijnbezoldiging moedigt duurzame en winstgevende prestaties en groei aan op de lange termijn.
4. Bezoldiging van de werknemers
De Vennootschap past dezelfde bezoldigingsprincipes toe voor haar management en haar werknemers: ze krijgen allemaal een vaste basisbezoldiging, een variabele bezoldiging en diverse voordelen. De vaste basisbezoldigingscomponent wordt geregeld herzien. De variabele bezoldigingscomponent hangt af van belangrijke financiële en niet-financiële maatstaven van de Vennootschap. Afhankelijk van de kwalificaties en de anciënniteit van het personeel worden bijkomende voordelen toegekend. Als toonaangevend Belgische postoperator en dienstverlener in pakjeslogistiek voor e-commerce in Europa, Noord-Amerika en Azië, heeft Bnode meer dan 33.532 ervaren en getalenteerde medewerkers in dienst, die zich ten dienste van de klanten en gemeenschappen van Bnode stellen. De Vennootschap blijft zich inzetten om de arbeidsomstandigheden verder te verbeteren om een collaboratieve, inclusieve en gezonde werkplek te bevorderen. De Vennootschap is ervan overtuigd dat dit zal helpen om de meest getalenteerde medewerkers en de beste competenties aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden om zo de strategie van de Vennootschap te ondersteunen.
De verhouding tussen de hoogste aan een leidinggevende (CEO) uitgekeerde bezoldiging en de laagste aan een werknemer uitgekeerde bezoldiging (op basis van voltijdse equivalenten) binnen de Vennootschap bedroeg 46,91 in 2025 13. Om redenen van transparantie en duidelijkheid heeft de Vennootschap beslist om de drie volgende bijkomende ratio’s bekend te maken op basis van het toepassingsgebied van de Vennootschap en van een bezoldigingsstructuur bij het 100% behalen van de doelstellingen, op basis van voltijdse equivalenten, waardoor het mogelijk is om metingen uit te voeren waarbij eventuele variaties worden afgevlakt:
- De verhouding tussen 'hoogste en laagste bezoldiging' is bepaald door de in het relevante jaar uitbetaalde hoogste en laagste bezoldiging 14 te vergelijken, rekening houdend met het totale bezoldigingspakket bij het behalen van de doelstellingen (inclusief basisbezoldiging, premies, variabele bezoldiging, groepsverzekeringen en voordelen), exclusief sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever.
- De verhouding tussen 'hoogste en mediaanbezoldiging' is bepaald door de hoogste en mediaanbezoldiging te vergelijken 15, rekening houdend met het globale bezoldigingspakket bij het behalen van de doelstellingen (inclusief basisbezoldiging, premies, variabele bezoldiging, groepsverzekeringen en voordelen), exclusief sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever.
13 De verhouding van 46,91 is berekend op basis van de bezoldiging op basis van voltijdse equivalenten die effectief werd uitbetaald in 2025 en niet op basis van de bezoldiging bij het behalen van de doelstellingen.
14 Contracten van bepaalde duur vallen buiten de scope omdat het moeilijk is om het jaarlijkse bezoldigingspakket voor zulke contracten accuraat te berekenen. Het is echter belangrijk om op te merken dat deze contracten onder hetzelfde bezoldigingsbeleid vallen als de contracten van onbepaalde duur, dat ze een minderheid van het personeelsbestand van de Vennootschap vertegenwoordigen (2%) en dat ze niet in de laagste loonvork vallen. Dit waarborgt de consistentie en integriteit van de berekening van de ratio.
15 Contracten van bepaalde duur vallen buiten de scope omdat het moeilijk is om het jaarlijkse bezoldigingspakket voor zulke contracten accuraat te berekenen. Het is echter belangrijk om op te merken dat deze contracten onder hetzelfde bezoldigingsbeleid vallen als de contracten van onbepaalde duur, dat ze een minderheid van het personeelsbestand van de Vennootschap vertegenwoordigen (2%) en dat ze niet in de laagste loonvork vallen. Dit waarborgt de consistentie en integriteit van de berekening van de ratio.
66 Bnode jaarverslag 2025 Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
- De verhouding tussen 'hoogste en gemiddelde bezoldiging' is gebaseerd op de bezoldigingskosten van alle werknemers (voltijds, deeltijds, bepaalde en onbepaalde tijd), zelfs werknemers die minder dan een jaar in dienst zijn.
| BJ 2023 | % VERANDERING VS BJ 2024 | BJ 2024 | % VERANDERING VS BJ 2025 | BJ 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Verhouding tussen hoogste en laagste bezoldiging | 35,61 | 31% | 46,81 | 0,2% | 46,91 |
| Verhouding tussen hoogste en mediaan bezoldiging | 25,56 | 30% | 34,63 | 4,8% | 36,30 |
| Verhouding tussen hoogste en gemiddelde bezoldiging | 20,72 | 30% | 33,20 | -2,6% | 32,34 |
5. Informatie over de stemming door de aandeelhouders
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 14 mei 2025 keurde het remuneratieverslag van 2024 goed (adviserende stem) met een meerderheid van 91,02% (in vergelijking met 82,16% in 2024) (met 8,98% tegenstemmen in vergelijking met 17,84% in 2024). De Vennootschap moedigt een open en constructieve dialoog met haar aandeelhouders aan om haar aanpak inzake governance, met inbegrip van de bezoldiging, te bespreken. Een bezorgdheid met betrekking tot het Bezoldigingsbeleid is dat de Vennootschap voor de betaling van de variabele kortetermijnbezoldiging rapporteert over de prestaties van het voorafgaande jaar in plaats van over de prestaties tijdens het rapporteringsjaar. Zoals hierboven vermeld (zie Deel 2B), wordt de variabele kortetermijnbezoldiging voor het behalen van collectieve doelstellingen en individuele prestatiedoelstellingen tijdens het rapporteringsjaar, in voorkomend geval, echter pas vastgesteld (en uitbetaald) in mei van het daaropvolgende jaar, na de prestatiebeoordeling van de CEO en van elk van de overige leden van het Executive Comité.Bijgevolg is het bedrag van de variabele kortetermijnbezoldiging, in voorkomend geval, gerelateerd aan de verwezenlijkingen tijdens het boekjaar 2025 en vast te stellen (en uit te betalen) in mei 2026, niet bekend op de dag van de publicatie van dit Remuneratieverslag en zal het worden bekendgemaakt in het remuneratieverslag dat in 2027 zal worden gepubliceerd. De Vennootschap zal de publicatie van de beloningen van haar management geleidelijk afstemmen op de ontwikkelingen in de marktpraktijken en de verwachtingen van stemadviseurs, met name door met terugwerkende kracht de belangrijkste prestatie-indicatoren (KPI’s) in het remuneratieverslag te publiceren vanaf de cyclus van 2027. Bijgevolg zal de Vennootschap in 2027, in het remuneratieverslag dat is opgenomen in het jaarverslag 2026 van de Vennootschap, verslag uitbrengen over de uitkering van de variabele kortetermijnvergoeding in 2026 op basis van de verwezenlijking van de collectieve doelstellingen en de individuele prestatiedoelstellingen voor het jaar 2026.
6. Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en van de leden van het Executive Comité in context
In dit deel worden de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Comité en de evolutie ervan doorheen de tijd gekaderd in de ruimere context van de gemiddelde bezoldiging van de werknemers van de Vennootschap (op basis van een voltijds equivalent) en van de prestaties van de Vennootschap. De volgende tabel geeft een overzicht van de evolutie in de tijd over de laatste vijf boekjaren van de totale bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en van het Executive Comité. De tabel plaatst deze evolutie verder in de ruimere context van de gemiddelde bezoldiging van de werknemers van de Vennootschap (op basis van voltijdse equivalenten) en de algemene jaarlijkse prestatiecriteria.
67 Bnode jaarverslag 2025Governance | 5.1 Corporate governance-verklaring
Voor de berekening van de gemiddelde bezoldiging (op basis van voltijdse equivalenten) van de werknemers wordt de volgende methode gebruikt: de som van het maandloon, de jaarlijkse bonus, de andere voordelen, gedeeld door het totale aantal werknemers op basis van voltijdse equivalenten.
| BEZOLDIGING RAAD VAN BESTUUR EN MANAGEMENT | BJ 2021 (EUR OF %) | % VERANDERING VS BJ 2021 | BJ 2022 (EUR OF %) | % VERANDERING VS BJ 2022 | BJ 2023 (EUR OF %) | % VERANDERING VS BJ 2023 | BJ 2024 (EUR OF %) | % VERANDERING VS BJ 2024 | BJ 2025 (EUR OF %) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Globale bezoldiging leden van de Raad van Bestuur | 490.162 | -7,05% | 455.604 | 28,96% | 587.533 | 10,29% | 647.982 | -6,98% | 602.777 |
| Globale bezoldiging van de CEO | 620.659 | 56,02% | 968.374 | -62,09% | 367.136 | 115,72% | 791.991 | 38,78% | 1.099.093 |
| Globale bezoldiging van de overige leden van het Executive Comité | 3.898.219 | 48,69% | 5.796.182 | 3,11% | 5.976.307 | -5,84% | 5.627.142 | 12,97% | 6.356.870 |
| PRESTATIES VAN DE VENNOOTSCHAP | |||||||||
| Financiële “metric” (aangepaste EBIT) | 349.346.005 | -20% | 278.498.241 | -10,8% | 248.478.479 | -9,5% | 224.859.296 | -20,10% | 179.653.514 |
| Totale bedrijfsopbrengsten (aangepast) | 4.333.721.259 | 1,47% | 4.397.525.431 | -2,9% | 4.272.179.837 | 1,6% | 4.341.305.925 | 3,25% | 4.482.347.913 |
| Customer Loyalty Index (klantentrouwindex) | 123% | -3,36% | 119% | -19,24% | 96% | -0,83% | 95,2% | 32,60% | 127,8% |
| Short-term Absenteeism Index (index absenteïsme op korte termijn) | 5% | 11,02% | 6% | -14,83% | 5,11% | 1,76% | 5,2% | - | - |
| Employee Engagement Index (werknemersbetrokkenheidindex) | 7% | -1,24% | 72% | - | - | - | - | - | - |
| GEMIDDELDE BEZOLDIGING OP EEN VTE-BASIS VAN WERKNEMERS | |||||||||
| Werknemers van de Vennootschap | 48.182 | 5,2% | 50.704 | 3,35% | 52.403,17 | 4,14% | 54.571,36 | 1,47% | 55.371,70 |
16 De totale bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en van de leden van het Executive Comité omvat de variabele kortetermijnbezoldiging en (de eventuele) langetermijnbezoldiging. De totale bezoldiging van de leden van het Executive Comité omvat ook de eventuele verbrekingsvergoedingen.
17 De stijging van de totale bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur in 2023 is hoofdzakelijk toe te schrijven aan het aanzienlijk hoge aantal vergaderingen van de Raadgevende Comités in 2023, in het bijzonder vergaderingen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité naar aanleiding van de vervanging van de CEO en andere bestuurders van wie het mandaat afliep.
18 De daling van de totale bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur in 2025 is hoofdzakelijk toe te schrijven aan het feit dat er minder vergaderingen zijn geweest dan in 2024.
19 De stijging van de totale bezoldiging van de CEO in 2022 ten opzichte van het vorige boekjaar wordt verklaard door het feit dat (i) de verzekeringspolis van de CEO (die betrekking had op de periode van juli 2021 - de datum van de benoeming van Dirk Tirez als CEO - tot 31 december 2021) werd gefactureerd in 2022 en niet in 2021, (ii) er in 2020 en 2021 geen bonus werd betaald aan de respectieve CEO’s omdat ze geen jaar hadden volgemaakt (d.i. Jean-Paul Van Avermaet voor 2020 en 2021, en Dirk Tirez voor 2021) en (iii) de indexering gedurende 2022.
20 De daling van de globale bezoldiging van de CEO is toe te schrijven aan het feit dat het mandaat van de huidige CEO pas op 1 november 2023 is ingegaan.
21 De stijging van de totale bezoldiging van de CEO in 2024 ten aanzien van 2023 is te verklaren door het feit dat de CEO in 2023 slechts twee maanden het mandaat heeft uitgeoefend, aangezien hij werd benoemd met ingang van 1 november 2023.
22 De stijging van de totale bezoldiging van de CEO in 2025 is voornamelijk toe te schrijven aan de betaling van de variabele kortetermijnbezoldiging voor een volledig jaar, terwijl de variabele kortetermijnbezoldiging die in 2024 werd uitbetaald slechts betrekking had op een pro rato periode van twee maanden. De overige stijging is toe te schrijven aan de indexering van de vaste bezoldiging en een stijging van bepaalde verzekeringspremies (arbeidsongeschiktheidsverzekering) met 35%.
23 De stijging van de totale bezoldiging van de leden van het Executive Comité in 2022 wordt verklaard door (i) het feit dat het aantal leden van het Executive Comité in 2021 lager was, (ii) het feit dat de totale bezoldiging de aan Jean Muls uitbetaalde verbrekingsvergoeding van 619.461,53 EUR omvat en (iii) de indexering gedurende 2022.
24 De stijging van de totale bezoldiging van de leden van het Executive Comité in 2025 is hoofdzakelijk toe te schrijven aan het feit dat drie leden, die slechts gedeeltelijk hun mandaat hebben uitgeoefend in 2024, in 2025 het volledige jaar in dienst waren. Bovendien ontvingen deze leden in 2024 geen variabele kortetermijnbezoldiging, terwijl ze in 2025 een variabele kortetermijnbezoldiging ontvingen die in verhouding stond tot hun activiteitsniveau. De overige stijging is toe te schrijven aan de indexering van de vaste bezoldiging en een stijging van bepaalde verzekeringspremies (arbeidsongeschiktheidsverzekering) met 35%.
25 De Employee Engagement Index (werknemersbetrokkenheidindex) werd niet meer berekend vanaf 2023 (de meest recente bevraging werd uitgevoerd in september 2022). Als gevolg hiervan verdwijnt de rapportering over deze KPI uit dit jaarverslag. Er werd beslist om de KPI vanaf 2024 te vervangen door een Employee Well-Being Index (index over het welzijn van de werknemers) (via pulse-enquête).
26 De gemiddelde bezoldiging van de werknemers van de Vennootschap houdt geen rekening met bestuurders, leden van het Executive Comité en de CEO, die een arbeidsovereenkomst met de Vennootschap zouden hebben gesloten.
68 Governance | 5.2. Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
Aanpak en methodologie
In het complexe, sterk gereglementeerde en snel veranderende zakelijke landschap van vandaag krijgen de entiteiten van Bnode te maken met onzekerheden waaruit wenselijke gebeurtenissen (opportuniteiten) maar ook onwenselijke gebeurtenissen (risico’s) kunnen voortvloeien. Beide vallen onder de bevoegdheid van Enterprise Risk Management ('ERM'). Alle organisaties en ondernemingen krijgen met risico’s te maken. Een doeltreffend ERM-beleid is onmisbaar om proactief met risico’s om te gaan en een cultuur van risicobewustzijn en veerkracht te promoten. Zo’n beleid biedt een overkoepelende risicobeheerstructuur voor alle entiteiten.
Het ERM-beleid van Bnode werd in februari 2024 goedgekeurd door het Audit, Risk & Compliance Comité en wordt jaarlijks herzien. Het beleid werd herbekrachtigd in februari 2025.
Een overdreven risicoaversie staat het creëren van waarde op lange termijn in de weg, omdat de besluitvorming in zo’n geval ernstige vertraging kan oplopen of zelfs geheel kan stilvallen. Onvoldoende risicoaversie leidt dan weer tot potentiële schadelijke gevolgen voor de bedrijfsprestaties of -continuïteit. Bnode begrijpt dat het essentieel is om belangrijke risico’s voor zijn activiteiten en bedrijfsdoelstellingen goed in te schatten en te rapporteren, en deze risico’s op het juiste niveau binnen de organisatie te bespreken. Zo wil Bnode weloverwogen beslissingen nemen over het aangaan van risico’s, in lijn met de risicobereidheid van Bnode die de Raad van Bestuur periodiek bepaalt.
De ERM-functie maakt deel uit van het departement Corporate Legal & Compliance en rapporteert eveneens aan de Voorzitster van het Audit, Risk & Compliance Comité. Het ERM-netwerk telt ongeveer 10 ERM-coördinatoren (senior executives benoemd door leden van het Executive Comité) en 50 ERM-SPOC's. Elk lid van het Bnode ERM-netwerk wordt, onafhankelijk van de entiteit waartoe men behoort, continu bijgeschoold in de ERM-concepten.
De risicobereidheid van Bnode wordt bepaald door twee verschillende niveaus (namelijk procesgebonden en strategisch risicobeheer), met specifieke regels voor beheer, monitoring en governance. Voor het procesgebonden risicobeheer wordt de risicobereidheid van Bnode impliciet bepaald door minimale controlevereisten die worden vastgelegd bij het analyseren van de risico’s die samenhangen met onze belangrijkste activiteitendomeinen.Er worden workshops georganiseerd met de lijnmanagers en interne deskundigen ('subject matter experts') om de belangrijkste risico's en controles te bespreken.
5.2 Risicobeheer
69 Governance | 5.2. Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
Vervolgens worden in de processen de nodige controlemechanismen ontwikkeld, vertaald naar formele, ‘Minimum Proces Controles’, en gecommuniceerd en geïmplementeerd binnen Bnode, met name door in de betrokken entiteiten processen op te zetten om zelfevaluaties uit te voeren. Domeinen met een verhoogd inherent risiconiveau (bv. compliance, bedrijfscontinuïteit, IT-beveiliging en gegevensbescherming, ESG, arbeidsveiligheid & gezondheid en fysieke beveiliging) worden bij deze analyses specifiek besproken en beoordeeld.
Bovendien worden op basis van de 17 principes van het raamwerk ontwikkeld door het Committee of Sponsoring Organizations ('COSO'-model) een reeks Key Controls op groepsniveau uitgewerkt, die zijn onderworpen aan beoordeling en goedkeuring door het Audit, Risk & Compliance Comité. Deze Group Key Controls verstevigen de fundamenten van de interne controlestructuur. De implementatie ervan wordt gemonitord door de ERM-functie en/of tweedelijnsfuncties (zoals Compliance, Legal, Cyber & Information Security, Data Protection, ESG, Regulatory & Competition Law, Finance en HR).
Het departement Corporate Internal Audit test onafhankelijk de doeltreffendheid van de controlemechanismen op basis van zijn onafhankelijke evaluatie van de risicodomeinen. Alle interne auditverslagen worden doorgestuurd naar de CEO, de Voorzitster van het Audit, Risk & Compliance Comité en het lid van het Executive Comité dat verantwoordelijk is voor de materie waarop het verslag betrekking heeft.
Voor het strategisch risicobeheer hangt de risicobereidheid van Bnode af van de mogelijke financiële, reputatie-, juridische, regelgevings-, nalevings-, operationele en strategische impact van de geïdentificeerde risico’s, en van de geschatte waarschijnlijkheid van elk van die risico’s. Op basis van risico-evaluatiecriteria die door de Raad van Bestuur worden afgestemd, worden risico’s geprioriteerd en opgenomen in een Risk Heat Map die bepaalt hoe de communicatie en dialoog rond risico’s binnen het bedrijf (van bovenaf naar beneden toe en vice versa) verlopen.
Met de ondersteuning van de tweedelijnsfuncties en het ERM-netwerk houdt de ERM-functie een register bij van de in kaart gebrachte strategische risico’s binnen een tijdshorizon van een jaar (het 'Risicoregister'). De taxonomie omvat drie risicocategorieën:
-
Strategische risico’s
Onzekerheden die een (negatieve) invloed kunnen hebben op de succesvolle uitrol van de strategie van Bnode. -
Operationele risico’s
Voornamelijk interne risico's of onvoorziene rampen die aanzienlijke financiële impact kunnen hebben of de reputatie van Bnode kunnen schaden. -
Risico's op vlak van regelgeving, compliance en wetgeving
Ontwikkelingen in de regelgeving en problemen met de naleving van wettelijke vereisten die een substantiële impact kunnen hebben op het realiseren van de strategie van Bnode, aanzienlijke financiële impact kunnen hebben of de reputatie van Bnode kunnen schaden.
70 Governance | 5.2. Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
Het Risicoregister wordt minstens tweemaal per jaar beoordeeld op volledigheid en nauwkeurigheid en is binnen Bnode ingebed in strategische beheers-, bedrijfsplannings- en controleprocessen. Tijdens die revisierondes wordt het Risicoregister (i) bijgestuurd op basis van een nieuwe inschatting van de huidige waarschijnlijkheid en impact van elk geïdentificeerd risico en (ii) eventueel aangevuld met nieuwe, opkomende risico's.
Voor de verhoogde risico’s in elke categorie bepaalt een per risico aangeduide verantwoordelijke een specifieke aanpak om het te monitoren en te beheersen. Wanneer een risico een vooraf door de Raad van Bestuur bepaald niveau van risicobereidheid overschrijdt, wordt er gezorgd voor bijkomende documentatie en informatie, inclusief onmiddellijke bijsturingsmaatregelen om het risico aan te pakken. Alle evaluaties worden geconsolideerd door de ERM-functie en worden gecheckt door het Executive Comité, dat toeziet op de accuraatheid en de afstemming op de doelstellingen en strategieën van Bnode. De ERM-functie kijkt de resultaten van de evaluaties na en keurt deze goed, samen met het Audit, Risk & Compliance Comité.
Daarnaast stelt ERM ook een Emerging Risk Report op om te anticiperen op potentiële risico's en opportuniteiten voor de komende 10 jaar. Door deze factoren vroegtijdig in kaart te brengen en op te volgen, wil de groep de veerkracht vergroten en een concurrentievoordeel behouden. Dit rapport is gebaseerd op een doorlichting van belangrijke analyses en marktbronnen, zowel intern als extern, en op gesprekken met ons Group Transformation Office en interne subject matter experts.
In 2025 trad de ERM-functie toe tot een International Risk Leadership Network dat de uitwisseling van best practices onder collega's aanmoedigt en de toegang tot externe bronnen voor het detecteren van opkomende risico's verbreedt.
De resultaten van de strategische risico-evaluatie worden in verband gebracht en afgestemd met de resultaten van het dubbele-materialiteitsonderzoek van ESG voor het identificeren en beheren van risico’s in verband met ESG-factoren. Het volgende onderdeel vat de belangrijkste risico's samen die zijn opgenomen in het Risicoregister. Er kunnen bijkomende risico's zijn waarvan Bnode niet op de hoogte was op de datum van dit rapport. Er kunnen ook risico’s zijn die als niet materieel werden beschouwd, maar die uiteindelijk toch een materieel ongunstig effect kunnen hebben. Het mechanisme voor risicobeperking en -monitoring is bedoeld om een overzicht te bieden van (i) potentiële risico's en (ii) naar aanleiding daarvan genomen actiepunten. Geen enkel risicobeheersysteem of systeem voor interne controle kan een absolute bescherming bieden tegen het niet-behalen van bedrijfsdoelstellingen, fraude of overtreding van wetten en regels.
71 Governance | 5.2. Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
1. Strategische risico’s
De risico’s in dit deel worden beschouwd in het licht van de langetermijnstrategie van Bnode, die in 2025 werd bijgewerkt onder leiding van de CEO en het Executive Comité. Voor elk van de risico's is een verantwoordelijke aangeduid op het niveau van het Executive Comité. De verantwoordelijke volgt het risico op en onderneemt risicobeperkende maatregelen als en wanneer dat nodig is. Het Audit, Risk & Compliance Comité, bijgestaan door de ERM-functie, houdt regelmatig toezicht op de naleving van dit proces.
Met betrekking tot de elektronische alternatieven, marktevoluties, concurrentie en innovatie
Net zoals de voorbije jaren, nam het gebruik van post in 2025 verder af. Bnode verwacht dat de nationale en internationale postvolumes zullen blijven dalen. Een sneller dan verwachte daling van de volumes kon niet worden uitgesloten, wat onder meer te wijten is aan veranderend klantengedrag, een versnelde digitalisering van de maatschappij, e-governmentinitiatieven en andere door de Belgische Staat en andere overheidsdiensten en privébedrijven ingevoerde maatregelen die de elektronische alternatieven aanmoedigen, enz.
Bnode is actief in een zeer competitief en snel evoluerend marktlandschap, waar markttrends zoals commoditisering en marktconsolidering de concurrentiedynamiek bepalen. Het 'digitale' tijdperk ontwricht ook op verschillende manieren de e-commercelogistiek en pakjessector. Een aantal grotere spelers zetten in op schaalvoordelen door innovatie en efficiëntie te stimuleren, wat ook opportuniteiten kan bieden om zich aan te passen en zich te differentiëren. In belangrijke regio's zoals Noord-Amerika (Canada), Europa en België, brengt een divers concurrentielandschap - met traditionele concurrenten, digitale platformen, nieuwkomers en door overcapaciteit gedreven spelers - bepaalde uitdagingen met zich mee. Bnode pakt deze proactief aan door zijn sterke punten uit te spelen en strategieën bij te sturen. Deze competitieve omgeving, in combinatie met sterk volatiele marktomstandigheden (bv. de Amerikaanse handelstarievenoorlog), bemoeilijkt het groeitraject in het algemeen en zet de marges en de algemene winstgevendheid binnen de sectoren onder druk.
Het transformatieplan van Bnode heeft als doel het hoofd te bieden aan potentiële ongunstige marktevoluties en nieuwe, innoverende initiatieven te ontwikkelen om de potentiële operationele en financiële impact te beperken tot een door de Raad van Bestuur aanvaardbaar geacht niveau. Om deze uitdagingen aan te gaan, evolueert Bnode naar een regionale en digitale expert in pakjeslogistiek, met in België een leiderspositie in X2C en nieuwe B2B- activiteiten, en met op internationale schaal een focus op verdedigbare, hoogwaardige marketsegmenten als expert in third-party logistiek (3PL) onder de naam Paxon.
In België vormde Bpost NV het postdistributienetwerk om tot een duurzaam geïntegreerd netwerk voor post en pakjes en neemt het de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zijn organisatie en middelen op een flexibele manier kunnen inspelen op de veranderende marktomstandigheden en klantennoden. De uitbouw van een uitgebreid netwerk van pakjesautomaten zit in een stroomversnelling en de toekomst van het retailnetwerk wordt geëvalueerd in het licht van een 8ste Beheerscontract met de Belgische Staat.
In Europa en de VS breidt Bnode verder uit en bouwt het aan een regionale leiderspositie in gespecialiseerde 3PL-diensten als Paxon en in internationale cross-border netwerken als Landmark Global, meer bepaald met de recente overname van Staci Group. Bnode focust daarbij op klantgerichtheid, innovatie met het oog op de lancering van nieuwe producten en/of diensten, digitalisering en voortdurende verbeteringen op het vlak van efficiënt kostenbeheer en kwaliteitszorg.
72 Governance | 5.2.# Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
Met betrekking tot de complexiteit en ambitie van de transformatie en cultuurverschuiving
Het doorvoeren van een reeks onderling verbonden strategische initiatieven, vooral die welke ingrijpende en grote culturele verschuivingen binnen een organisatie teweegbrengen, brengt automatisch aanzienlijke risico's met zich mee. Deze risico's zijn zeer uiteenlopend van aard: personeelstekorten, communicatiestrategieën die ontoereikend zijn of hun doel missen, een gebrek aan diepgaand organisatorisch inzicht, moeilijkheden om binnen de organisatie een breed draagvlak te creëren voor de doorgevoerde wijzigingen, en zo meer.
Bovendien is er een verhoogd risico op een gebrekkige afstemming, hetzij in de ontwerpfase, hetzij bij de effectieve uitrol van deze initiatieven, wat ertoe zou kunnen leiden dat het uiteindelijke resultaat niet meer overeenstemt met wat beoogd werd. Gezien de complexe aard van deze materie en met het oog op een vlotte en geslaagde integratie van alle strategische initiatieven, werd er een centraal Strategy and Transformation Office in het leven geroepen, dat de verantwoordelijkheid heeft om richting te geven, acties waar en wanneer nodig te sturen of te ondersteunen, toezicht te houden op de governancestructuur en de ingevoerde monitoringmechanismen op te volgen om het beoogde succes te realiseren.
De uitdagingen van de specifieke en bredere politieke en sociale context in België worden erkend, vooral met het oog op de ambitieuze transformatieagenda. Het is in de eerste plaats belangrijk om steeds een constructieve en eensgezinde sociale dialoog te voeren. Daarbij wordt alles in het werk gesteld om belangrijke thema's, zoals eerdere verbintenissen, organisatorische verschuivingen en lopende operationele prioriteiten aan te pakken. Bpost NV is zich in het bijzonder bewust van de mogelijke risico's op het gebied van arbeidsverhoudingen en neemt proactieve maatregelen om open communicatie te waarborgen, verstoringen tot een minimum te beperken en stabiliteit te garanderen door middel van solide continuïteitsplannen.
Met betrekking tot het genereren van inkomsten, kostenbeheer, wendbaarheid en flexibiliteit van de operationele activiteiten
Doordat de kosten van Bnode voor een groot deel vastliggen, kan een onverwachte toename van de volatiliteit in de markt, een versnelde daling van de postvolumes of het onvermogen om nieuwe inkomstenbronnen aan te boren, grote gevolgen hebben voor de winst en zelfs onze concurrentiepositie in het gedrang brengen als Bnode er niet in zou slagen de nodige flexibiliteit aan de dag te leggen en zijn kosten te drukken.
In België blijft Bpost NV tal van hefbomen inzetten om de traditionele activiteiten om te vormen en zo zijn operationele activiteiten snel en efficiënt af te stemmen op de veranderende marktomstandigheden. Tegelijkertijd wil het op die manier een hoogwaardige dienstverlening alsook kwaliteitsvolle jobs voor de medewerkers blijven garanderen. In Noord-Amerika verfijnde en lanceerde Radial North America een Fast Track-oplossing, die de instap voor nieuwe klanten aanzienlijk vereenvoudigt en versnelt. Globaal gezien gaan alle business units actief op zoek naar pistes om synergieën en operationele efficiëntiewinsten te realiseren.
Er is echter geen garantie dat al die initiatieven tijdig de verwachte opbrengsten zullen opleveren, aangezien dit afhankelijk is van een scala aan externe factoren. Doeltreffend change management, de juiste prioriteit geven aan projecten, de beschikbaarheid van de nodige resources en het op één lijn brengen van de stakeholders zijn enkele van de elementen die cruciaal zijn voor het welslagen van het ambitieuze transformatietraject van Bnode. Ondanks het gebruik van de meest geavanceerde benaderingen voor programmabeheer, kon geen enkele van deze kritieke succesfactoren volledig worden gewaarborgd. Bovendien vergroot de invoering van zo veel veranderingen in een organisatie impliciet het risico op tijdelijke ineffectiviteit van de interne controles.
Daarnaast kunnen de activiteiten van Bnode en de transformatiedoelstellingen materiële impact ondervinden van andere externe factoren, zoals de huidige onzekerheid over de gevolgen van de internationale geopolitieke situatie, sterk volatiele macro-economische marktomstandigheden (bv. de handelstarieven van de VS), beperkingen op de arbeidsmarkt (waaronder loonindexaties) en hoge transport- of energiekosten. Bnode implementeert systemen om die ontwikkelingen te volgen en hun potentiële impact voortdurend in te schatten.
“Radial North America lanceerde een Fast Track- oplossing, die de instap voor nieuwe klanten aanzienlijk vereenvoudigt en versnelt.”
73 Governance | 5.2. Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
Met betrekking tot de klimaatverandering en ESG-thema’s
Het risico op een mogelijke langdurige operationele onderbreking als gevolg van extreme natuurrampen (bv. brand, overstroming, storm, pandemie en toenemende gezondheidsproblemen bij het personeel als gevolg van vervuiling) is de afgelopen jaren merkelijk toegenomen. Klimaatrisico's, waaronder extreme weersomstandigheden en veranderende regelgeving, bieden zowel uitdagingen als opportuniteiten voor duurzame groei.
In 2025 zette Bnode zijn proactieve aanpak van klimaatrisico’s verder en versterkte het zijn duurzaamheidsambities door middel van een alomvattende, groepsbrede analyse van klimaatrisico’s en een bijgewerkte reeks SBTi-doelstellingen. Dit initiatief is bedoeld om de potentiële financiële gevolgen grondig te evalueren, en tegelijkertijd te voldoen aan de CSRD-eisen en de klimaatveerkrachtstrategie van Bnode verder vorm te geven. Bnode blijft op koers om zijn afvalgerelateerde ESG- doelstellingen te halen tegen 2030.
2. Operationele risico’s
Er wachten Bnode verschillende operationele uitdagingen die gepaste aandacht van het management, benaderingen op het vlak van kwaliteitsbeheer en het opzetten van interne controlemechanismen vereisen. Als en wanneer nodig initieert Bnode actieplannen om de risico's te beperken. De Corporate Governance Statement bevat verdere informatie over de interne controle- en risicobeheersystemen.
Met betrekking tot mogelijke hiaten in het bedrijfscontinuïteitsbeheer en vertragingen in het herstel
Een ontoereikend bedrijfscontinuïteitsbeheer brengt risico's met zich mee, nl. operationele onderbrekingen, vertraagd herstel na een crisis, moeilijkheid om te verzekeren en uitdagingen bij het binnenhalen van strategische aanbestedingen. Bnode kan daarbij tijdelijk niet in staat zijn om zijn klanten te bedienen of de overeengekomen dienstverleningsniveaus te halen, wat nefast kan zijn voor zijn reputatie, de klantentevredenheid en de financiële prestaties.
Om die risico’s te monitoren en te beperken, stelt de Business Continuity Management-functie ('BCM') op het niveau van Bnode richtlijnen, beleidsregels en procedures op en ziet ze toe op de implementatie ervan binnen de entiteiten van Bnode. Met de hulp van in de entiteiten aangeduide coördinatoren wordt een BCM-beleid van Bnode over de entiteiten heen geïmplementeerd. Dit houdt onder meer in dat auditaanbevelingen worden opgevolgd, expertteams worden ingezet voor ondersteuning en lokale continuïteits- en herstelplannen worden opgezet en getest.
Met betrekking tot gegevensbescherming, beveiliging en informatietechnologie
Bnode vertrouwt op informatie- en communicatietechnologie ('ICT') om de meeste van zijn diensten te leveren. Deze systemen zijn onderhevig aan risico's zoals stroompannes, verstoring van het internetverkeer, softwarefouten, cyberaanvallen en problemen veroorzaakt door menselijke fouten of fouten van leveranciers die kritieke uitbestede technologie aanleveren aan Bnode. De toegenomen wereldwijde intimidaties, bedreigingen en meer complexe en gerichte cybergerelateerde aanvallen bedreigen de veiligheid van Bnode, zijn klanten, partners, leveranciers en externe dienstverleners. De vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de gegevens van Bnode en zijn klanten kunnen daardoor in het gedrang komen.
Bnode wil op dat vlak de nodige maatregelen nemen en doet de vereiste investeringen om deze risico's te beperken, aan de hand van opleidingen om het personeel te sensibiliseren, beschermings- en opsporingsmaatregelen, veiligheidstests en de uitrol van continuïteitsplannen.
74 Governance | 5.2. Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
De Data Protection Officer en het Privacy Office in het Compliancedepartement, alsook de CISO-functie (hoofdverantwoordelijke informatiebeveiliging) in het departement Digital & Technology houden toezicht op die risico’s en krijgen daarbij ondersteuning van de ERM-functie. Cyberaanvallen kunnen leiden tot financiële verliezen, reputatieschade en verstoringen wanneer de bestaande beveiliging ontoereikend blijkt. In 2025 werd Bnode geconfronteerd met twee incidenten op het vlak van gegevensbeveiliging. We hebben onmiddellijk een onderzoek ingesteld en de nodige maatregelen genomen om het incident in te dijken en te verhelpen. Waar de toepasselijke wetgeving dit vereist, werden de betrokken partijen geïnformeerd. De relevante entiteiten van Bnode hebben eveneens de DORA-vereisten adequaat geïmplementeerd. Bnode blijft verder inzetten op privacy en gegevensbeveiliging om klanten te beschermen en het vertrouwen niet te schaden. Na een gedetailleerde maturiteitsbeoordeling bij het merendeel van de Bnode-entiteiten werden mitigatieplannen opgesteld, die momenteel worden uitgerold. Aanvullend wordt er een Bnode-beleid inzake generatieve AI uitgerold met het oog op een sterker gegevensbeheer en hogere beveiliging bij het gebruik van generatieve AI-tools. Uit deze maatregelen blijkt een niet-aflatend engagement om informatie veilig te stellen en de naleving van de regelgeving te waarborgen.Met betrekking tot de moeilijkheden om talent aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden
Met een uitdagend transformatieplan voor de boeg is Bnode zich meer dan ooit bewust van de noodzaak om talent aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden om zijn strategische ambities waar te maken. Concreet werden op dat vlak efficiëntere HR-strategieën geïmplementeerd met het oog op een betere opvolgingsplanning, leiderschap te stimuleren en een evenwichtiger talentwervingsproces met zowel interne promoties als gerichte externe aanwervingen. Deze initiatieven zijn bedoeld om een veerkrachtig en flexibel personeelsbestand uit te bouwen en er zo voor te zorgen dat Bnode alles in huis heeft om zijn langetermijnsdoelstellingen te behalen. In 2025 is een cultuurprogramma voor alle Bnode entiteiten opgestart om het transformatietraject te ondersteunen.
Met betrekking tot de toenemende operationele kosten en de integratie van recente overnames
Door de toegenomen complexiteit van de operationele activiteiten en de volatiliteit van de marktomstandigheden kunnen Bnode-entiteiten te maken krijgen met onverwachte kostenstijgingen (hogere loonkosten, energiekosten, IT-uitgaven om verouderde systemen draaiende te houden, ongunstige ontwikkelingen op de vastgoedmarkt enz.), wat de marges en de winstgevendheid onder druk kan zetten en een nog zorgvuldiger beheer van de waardeketen vereist. Er lopen verschillende initiatieven om dat soort risico’s te beperken, waaronder de vereenvoudiging van het IT-landschap, het onderhouden van stabiele relaties en een constructieve dialoog met de vakbondspartners, en een proactief beheer van alle onderliggende kosten (zoals energie en vastgoed).
75 Governance | 5.2. Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
Om zijn groeiambities kracht bij te zetten, heeft Bnode de laatste jaren verschillende bedrijven overgenomen. Er bestaat steeds een risico dat de integratie van de overgenomen activiteiten of de uitvoering van de bijbehorende businessplannen niet succesvol verloopt (in het bijzonder in landen en regio’s waar Bnode voorafgaand aan de overname nog niet actief was). Bovendien is er geen garantie dat Bnode alle verwachte voordelen van een overname zal behalen of dat de overgenomen bedrijven zoals verwacht zullen presteren, wat ook kan leiden tot bijzondere waardeverminderingen van goodwill. Tot slot kan het zijn dat Bnode in het kader van of als gevolg van een overname in gerechtelijke procedures verwikkeld is of raakt, waarvan de uitkomst moeilijk te voorspellen is. Bovenstaande elementen zouden een aanzienlijk ongunstig effect kunnen hebben op de activiteiten, de financiële positie, de bedrijfsresultaten en de vooruitzichten van Bnode. Om dat soort risico’s zo veel mogelijk te beperken, worden regelmatig evaluatiegesprekken gehouden en wordt er na een overname extra energie gestoken het integratietraject.
Met betrekking tot de concessie voor de bedeling van kranten en tijdschriften in België
Hoewel de risico's en financiële gevolgen m.b.t. de concessie voor de bedeling van kranten en tijdschriften zich grotendeels in 2024 hebben laten voelen, heerst er nog steeds onzekerheid, vooral over de toekomstige organisatie in het zuiden van België. Dit kan tot sociale onrust en een bijkomende impact leiden.
Met betrekking tot financiële risico’s
Bnode heeft te maken met uiteenlopende financiële risico’s, zoals marktrisico’s als gevolg van evoluties in de wisselkoersen, rentes en andere marktprijzen, en het liquiditeitsrisico. Onder de financiële risico’s wordt het krediet-/tegenpartijrisico opgevolgd, waarbij speciale aandacht gaat naar de ongunstige evoluties op de e-commercemarkten die kunnen leiden tot een verhoogd risico op faillissement bij onze klanten en uiteindelijk tot financiële verliezen. Gezien de samenstelling van zijn klantenportefeuille, wordt Bnode ook blootgesteld aan concentratierisico’s. Bnode beperkt de concentratierisico's in de klantenportefeuille door in te zetten op diversificatie en solide contractuele relaties, onder meer met de Belgische Staat en belangrijke particuliere klanten (met name bij Radial North America).
3. Risico's op vlak van regelgeving, naleving en wetgeving
Aangezien Bnode actief is in sterk gereguleerde markten, met toezicht door nationale, Europese en internationale regelgevende instanties, werden passende beleidslijnen, processen en interne controleprocedures ingevoerd om te voldoen aan complexe vereisten op het vlak van regelgeving, compliance en wetgeving. Naast de bestaande maatregelen blijft Bnode Compliance Maturity Assessments houden om de nalevingsgraad van zijn verschillende entiteiten op 11 kritieke domeinen te beoordelen. Op basis van de resultaten past het Compliance departement van Bnode de bestaande plannen aan en ontwikkelt het nieuwe maatregelen om verbeterpunten aan te pakken.
Met betrekking tot onze post- en pakjesactiviteiten in België
Op 14 september 2021 ondertekenden de Belgische overheid en Bpost NV het 7de Beheerscontract met betrekking tot verschillende diensten van algemeen economisch belang ('DAEB's'), waaronder de instandhouding van een retailnetwerk, de uitbetaling van pensioenen, 'contanten aan het loket'- diensten en andere diensten, en dit voor de periode tot 31 december 2026 ('7de Beheerscontract'). Dit contract werd bekendgemaakt bij de Europese Commissie, werd goedgekeurd en trad bijgevolg in werking op 19 juli 2022. Hoewel de staatssteunbeslissingen van de Europese Commissie Bpost NV enige mate van zekerheid verschaffen over de verenigbaarheid van de vergoeding die het ontvangt voor de levering van DAEB’s met de staatsteunregels, kan niet worden uitgesloten dat Bpost NV het voorwerp zou uitmaken van verdere aantijgingen van staatssteun en aan
76 Governance | 5.2. Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
staatssteunonderzoeken wordt onderworpen in verband met DAEB’s, andere openbare diensten en andere diensten die het verstrekt voor de Belgische Staat en verschillende overheidsinstanties. In overeenstemming met de verbintenis van de Belgische Staat jegens de Europese Commissie, organiseerde de Belgische Staat een competitieve, transparante en niet-discriminerende biedingsprocedure voor de uitreiking van kranten en tijdschriften in België, volgens welke de dienstenconcessies op 16 oktober 2015 aan Bpost NV werden toegekend om de dienst te verstrekken vanaf 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020. In december 2019 besloot de Belgische regering om de dienstenconcessies te verlengen tot 31 december 2022. De Europese Commissie keurde de aan Bpost NV toegekende compensatie met betrekking tot deze verlenging van de dienstenconcessies goed op 2 september 2021. In augustus 2022 vroeg de Voorzitster van de Raad van Bestuur een interne complianceonderzoek aan met betrekking tot de toen lopende openbare aanbestedingen van de Belgische Staat voor de uitreiking van erkende kranten en tijdschriften in België (meer details over dit intern complianceonderzoek zijn terug te vinden in het deel Voorwaardelijke passiva van dit jaarverslag). In februari 2023 kondigde de Belgische regering haar intentie aan om een audit van overheidswege uit te voeren m.b.t. de vergoeding voor de huidige persconcessie (2016-2020), die werd verlengd tot eind 2023. In december 2023 besliste de Belgische regering om de concessie met zes maanden te verlengen tot half 2024, volgend op haar beslissing om geen nieuwe persconcessie toe te kennen en deze te vervangen door een fiscale maatregel voor de persuitgevers. Deze twee verlengingen werden bekendgemaakt aan de Europese Commissie. Op 24 mei 2024 keurde de Europese Commissie de compensatie die aan Bpost NV werd toegekend voor beide verlengingen goed. Voor duiding rond de mogelijke impact daarvan verwijzen we naar het deel Voorwaardelijke passiva van dit jaarverslag. Bpost NV zou verplicht kunnen worden andere postoperatoren toegang te verlenen tot specifieke elementen van zijn postinfrastructuur (zoals gegevens betreffende aanvragen voor het doorsturen van post bij een adreswijziging of pakjesautomaten), tot zijn postnetwerk en/of tot bepaalde universele diensten. Het kan niet worden uitgesloten dat bevoegde autoriteiten toegang opleggen tegen onrendabele prijsniveaus of dat de opgelegde toegangsvoorwaarden ongunstig zijn voor Bpost NV. Ingeval Bpost NV deze verplichtingen niet nakomt, kunnen boetes opgelegd worden (volgens de regels van het mededingingsrecht en de postwetgeving) en/of kunnen andere operatoren procedures aanspannen teneinde schadevergoeding te vorderen voor nationale rechtbanken. Bpost NV dient aan te tonen dat zijn prijzen voor diensten die onder de universele dienstverlening ('UDV') vallen, in overeenstemming zijn met de beginselen van betaalbaarheid, kostenoriëntatie, transparantie, niet-discriminatie en uniformiteit van tarieven. Tariefverhogingen voor bepaalde enkelvoudige poststukken en UDV-pakjes zijn onderworpen aan een maximumprijsformule en aan een voorafgaande controle door het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie ('BIPT'). Het BIPT kan weigeren deze tarieven of tariefverhogingen goed te keuren als ze niet in overeenstemming zijn met bovengenoemde beginselen of met de maximumprijsformule. Er dient te worden opgemerkt dat de Postwet, die in februari 2018 in werking trad, voorziet in een maximumprijsformule als onderdeel van een stabiel en voorspelbaar prijscontrolemechanisme. Bovendien mag Bpost NV voor activiteiten waarvoor het geacht wordt een dominante marktpositie te hebben (of waarvoor andere bedrijven geacht worden economisch afhankelijk te zijn van Bpost NV), geen misbruik maken van die dominante positie (economische afhankelijkheid) door zijn prijszetting. Het niet- naleven van deze vereiste kan boetes met zich meebrengen. Nationale rechtbanken kunnen Bpost NV ook opdragen om bepaalde commerciële praktijken stop te zetten en schade te vergoeden aan derden.
77 Governance | 5.2.# Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
Bpost NV is tevens onderworpen aan het verbod van kruissubsidiëring tussen openbare diensten en commerciële diensten. Bovendien, indien de vennootschap commerciële diensten levert, moet, volgens de regels met betrekking tot staatssteun, de business case voor het verlenen van dergelijke diensten voldoen aan het 'criterium van de particuliere investeerder', wat wil zeggen dat Bpost NV in staat moet zijn om aan te tonen dat een particuliere investeerder dezelfde investeringsbeslissing zou hebben genomen. Als deze beginselen niet worden nageleefd, dan zou de Europese Commissie kunnen oordelen dat commerciële diensten hebben genoten van onrechtmatige staatssteun en deze staatssteun van Bpost NV kunnen terugvorderen.
Volgens de Europese Commissie is grensoverschrijdende pakjeslevering één van de sleutelfactoren bij de groei van e-commerce in Europa. In 2018 werd door de Raad en het Europees Parlement een verordening inzake grensoverschrijdende pakjesleveringen goedgekeurd, die een grotere prijstransparantie en regelgevend toezicht oplegt aan bezorgers van grensoverschrijdende pakjes, zoals Bnode.
Het laatste UDV-beheerscontract tussen Bpost en de Belgische Staat werd ondertekend op 9 november 2023. Overeenkomstig de bepalingen van dit contract is Bpost tot en met 31 december 2028 aangesteld als universele dienstverlener (UDV). De verplichting om de UDV te leveren, kan voor Bpost NV een financiële last betekenen. Alhoewel de Postwet bepaalt dat Bpost NV recht heeft op een vergoeding vanwege de Belgische Staat ingeval de UDV-verplichting resulteerde in een ongerechtvaardigde last, kan er geen garantie worden gegeven dat de volledige nettokost van de UDV zal worden gedekt.
Bnode is ook onderworpen aan de wet van 17 december 2023 op de pakjesbezorging, die tot doel heeft de arbeidsomstandigheden van de werknemers die pakjes bezorgen te verbeteren, in het bijzonder in het kader van onderaanneming. Een reeks nieuwe verplichtingen wordt geleidelijk van kracht en is van toepassing op alle pakjesbezorgers die werkzaam zijn in België: verplichte aanmelding bij het BIPT, aanstelling van een coördinator (die de rechten van de bezorgers behartigt), halfjaarlijkse rapportering over de pakjesbezorgingsactiviteiten en het inschakelen van onderaannemers (volumes en betaalde bedragen), dagelijkse registratie van de uitreikingstijden voor elke bezorger, minimale aan onderaannemers te betalen uurvergoeding, maximale toegelaten distributietijd voor pakjesbezorgers (van kracht vanaf 2026). Bpost NV, Euro-Sprinters en Dyna (die alle drie aan de wet onderworpen zijn) hebben de wet geïmplementeerd of werken momenteel aan de implementatie ervan. Als deze nieuwe voorschriften niet of laattijdig worden nageleefd of geïmplementeerd, kunnen de bevoegde autoriteiten dit beboeten.
Met betrekking tot de uitkomsten van verschillende compliance dossiers
Er zijn verschillende potentiële juridische en compliancedossiers die momenteel nog hangende zijn. Hoewel een financiële voorziening van 108,5 miljoen euro is vastgelegd, moet er rekening mee worden gehouden dat er diverse factoren en omstandigheden spelen waarop Bnode geen vat heeft, en dat de overblijvende onzekerheden kunnen leiden tot bijkomende financiële impact. Voor meer informatie over deze compliance dossiers verwijzen we naar het deel Voorwaardelijke passiva van dit jaarverslag.
Met betrekking tot het beheer van derden
In het licht van de verordening rond due diligence in de toeleveringsketen die er binnen afzienbare tijd aankomt en van het toenemende belang van het beheer van externe partijen met het oog de strategische ESG-ambities van Bnode, kan het zijn dat de huidige systemen van Bnode voor het beheer van externe partijen lacunes vertonen, met name op nalevingsvlak. Dat wordt momenteel grondig geanalyseerd. Ingeval materiële lacunes worden geïdentificeerd, zullen tijdig passende plannen voor risicobeheer worden opgesteld en uitgerold. In 2025 is een speciaal complianceprogramma opgestart om toezicht te houden op het risicobeheer van derden.
78 Governance | 5.2. Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
Met betrekking tot Bpost NV als agent van BNP Paribas Fortis NV ('BNPPF')
Nadat Bpost NV in 2021 (inwerkingtreding 2022) zijn belang van 50% in Bpost bank NV ('Bpost bank') verkocht aan BNPPF, is Bpost bank op 19 januari 2024 overgenomen door BNPPF en sinds 22 januari 2024 kunnen de klanten van BNPPF (onder wie voormalige klanten van Bpost bank) voor bank- en verzekeringszaken terecht in het netwerk van postkantoren van Bpost, dat optreedt als agent van BNPPF.
De regelgeving voor financiële instellingen is erg veranderd (bv. meer focus op klantenbescherming, cyberveerkracht, antiwitwasmaatregelen enz.) en het prudentieel toezicht is sterk toegenomen. Het is niet zeker of toekomstige wijzigingen in de wetgeving, regelgeving of rechtspraak een aanzienlijk ongunstig effect zouden kunnen hebben op de activiteiten, de financiële positie, de bedrijfsresultaten en de vooruitzichten van BNPPF, wat een invloed zou kunnen hebben op Bpost NV als agent van BNPPF. In het kader van de overeenkomst met BNPPF worden er regelmatig audits uitgevoerd op de retailactiviteiten van Bpost NV.
Met betrekking tot andere regelgevende en wettelijke vereisten
Bnode is aan heel wat wetgeving onderworpen. Op heel wat entiteiten van de groep is specifieke vervoersregelgeving van toepassing, wat mogelijk kan leiden tot verhoogde compliancerisico's. In België staat Bpost NV als werkgever bloot aan een aantal specifieke risico’s die te maken hebben met de toepassing van bepaalde bepalingen en principes van publiek recht en de onzekere interpretatie van het recht op belastingvrijstelling. Daarnaast is het gehouden de wetgeving inzake openbare aanbestedingen correct toe te passen. De wisselwerking tussen de wetgeving die van toepassing is op beursgenoteerde ondernemingen en de specifieke publiekrechtelijke bepalingen, vooral specifiek in België, kunnen daarenboven moeilijkheden geven bij de interpretatie ervan, en juridische onzekerheid veroorzaken, met name op het gebied van mededingingsrecht en de Verordening marktmisbruik (Verordening (EU) Nr. 596/2014).
Mogelijk komt Bnode voor uitdagingen te staan om in overeenstemming te zijn met het huidige regelgevingslandschap, onder meer als het gaat om tewerkstelling conform de staatssteunregels. Elke mogelijke inbreuk zou een aanzienlijk ongunstig effect kunnen hebben op de activiteiten, de financiële positie, de bedrijfsresultaten en de vooruitzichten van Bnode.
Wijzigingen in, of de invoering van nieuwe wetgeving en reglementering, inclusief wetgeving en reglementering in verband met wettelijke pensioenen, zouden kunnen leiden tot extra lasten voor Bnode. Daarnaast bestaat de kans dat contractuele personeelsleden van Bpost NV hun werknemersstatuut betwisten wegens het feit dat zij niet de wettelijke arbeidsbescherming en voordelen van statutaire personeelsleden genieten.
Een van de regelgevingen die bij implementatie een impact kan hebben op Bnode is de Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen. De recente invoering van de CSRD (Richtlijn (EU) 2022/2464) en de toekomstige CSDD (Richtlijn (EU) 2024/1760) hebben eveneens invloed op de rapporteringsverplichtingen van Bnode en op de vereiste om op te treden bij potentiële ESG-gerelateerde kwesties. De kans bestaat ook dat stakeholders deze informatie aangrijpen om actie te ondernemen tegen entiteiten van Bnode, met mogelijk reputatieschade tot gevolg. Ten slotte zal de goedkeuring van de Pillar II-wetgeving (Richtlijn 2022/2523), die tot doel heeft een wereldwijd minimumbelastingniveau voor multinationals te garanderen, naar verwachting de rapporteringsverplichtingen van Bnode omvangrijker en complexer maken.
79 Governance | 5.2. Risicobeheer bnode jaarverslag 2025
De recente uitdagingen hebben aangetoond hoe belangrijk het is om over de hele organisatie heen een cultuur te ontwikkelen waar integriteit en ethisch gedrag centraal staan. Bnode heeft dan ook cruciale stappen gezet om zijn streven naar hoge normen in zakelijk gedrag kracht bij te zetten. Zo werd overkoepelend een uitvoerige e-learning rond de Gedragscode van de groep opgesteld en geïmplementeerd, om aansluiting bij de kernwaarden en verwachtingen te waarborgen. Deze maatregelen zijn bedoeld om herhaling van onaanvaardbare gedragingen en managementpraktijken te voorkomen en tegelijkertijd het vertrouwen, de verantwoordingsplicht en de veerkracht op elk niveau van de organisatie te versterken.
4. Opkomende trends en uitdagingen voor 2026 en erna
Risico's vloeien voort uit trends die zich kunnen ontwikkelen tot bedreigingen of opportuniteiten, en die vaak moeilijk te kwantificeren en onzeker zijn. Meer inzicht kan ervoor zorgen dat bepaalde trends uiteindelijk opportuniteiten worden, wat benadrukt hoe belangrijk het is om deze in een vroeg stadium op te sporen en van dichtbij te volgen.
Gestuwd door technologische vooruitgang en veranderend klantengedrag, evolueren de post- en logistieke sector in een sneltempo naar modellen waar de klant centraal staat. De opkomst van e-commerce en de vraag naar snellere leveringen vereisen innoverende oplossingen - zoals IoT, AI en realtime tracering - om de activiteiten te optimaliseren en de klantervaring te stroomlijnen. Generatieve AI, robotica en big data bieden nieuwe mogelijkheden voor automatisering en datagestuurde besluitvorming.
Geopolitieke verschuivingen hebben een wezenlijke impact op de logistiek, omdat ze handelsroutes verleggen en tarieven en regelgeving beïnvloeden, en op die manier toeleveringsketens verstoren en kosten opdrijven. Bedrijven hebben er alle belang bij om wendbaar te blijven, hun toeleveringsketens te diversifiëren en de politieke ontwikkelingen op de voet te volgen.Deze uitdagingen creëren ook opportuniteiten voor consolidatie, wat in deze tijden van onzekerheid de efficiëntie kan verhogen. Milieuduurzaamheid blijft vooropstaan, met een sterke ambitie om tegen 2050 net-zero te bereiken door initiatieven zoals emissievrije leveringen en recycleerbare verpakkingen. Om het concurrentievermogen en de klantentevredenheid te verhogen, is het cruciaal om innovatie op het vlak van mobiliteit te omarmen. Demografische verschuivingen, zoals een vergrijzende bevolking en een hogere levensverwachting, sturen de marktvraag en het consumentengedrag, wat vraagt om oplossingen op maat. Tegelijkertijd voegen geopolitieke spanningen, volatiele financiële markten, recessies en klimaatverandering extra dimensies toe aan het complexe geheel. Alles samen genomen heeft de sector te kampen met onderling verbonden uitdagingen en steeds meer crisissen, die tegelijk ook opportuniteiten creëren voor een duurzame, veilige en innovatieve toekomst voor de sector. Aanpassingsvermogen en strategische vooruitziendheid zullen van cruciaal belang zijn om zich door deze tijd van transformatie te loodsen. De ERM-functie voert regelmatig strategische risicobeoordelingen uit en bespreekt opkomende trends met de bevoegde organen binnen de Bnode-entiteiten. 80 6. Duurzame waarde | Samenvatting Duurzaamheid 2025 Bnode jaarverslag 2025 CHAPTER PAGE H6 SUSTAINABLE VALUE 6. Duurzame waarde 81 6. Duurzame waarde | Samenvatting Duurzaamheid 2025 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde - Samenvatting duurzaamheid 2025 1 In 2025 heeft Bnode een cruciale stap voorwaarts gezet in zijn duurzaamheidstraject. Na de integratie van Staci Group hebben we onze ESG-ambitie kracht bijgezet met hernieuwde SBTi-verbintenissen, uitgebreidere sociale doelstellingen en versterkte governancepraktijken. Verder hebben we onze strategie voor gemeenschapsbetrokkenheid en het Impact Fund van Bpost bijgestuurd om ervoor te zorgen dat onze duurzaamheidsinitiatieven tastbare waarde creëren voor onze mensen en de gemeenschappen waarin we actief zijn. Onze dubbele-materialiteitsanalyse blijft de ESG-strategie van Bnode verankeren en is bepalend voor onze prioriteiten in de hele waardeketen. Op milieugebied versnellen we de elektrificatie van ons last-mile wagenpark en onze bedrijfswagens, verkleinen we de voetafdruk van onze vrachtwagens en gebouwen, breiden we het gebruik van groene stroom uit en stimuleren we duurzaamheidsverbeteringen bij leveranciers, transportpartners in onderaanneming en in het woon- werkverkeer van onze werknemers. Onze sociale strategie is gericht op het terugdringen van ziekteverzuim, het waarborgen van veiligheid op de werkvloer, het bevorderen van diversiteit, het aanbieden van opleiding en het behouden van nieuwe medewerkers. Samen tonen deze inspanningen, ondersteund door de sterke prestaties in 2025, de verbintenis van de hele groep om duurzaamheid te verankeren in elk aspect van onze activiteiten en een voortrekkersrol te spelen in de transformatie van onze sector. Onze inzet voor duurzaamheid versterkt de manier waarop we ons bedrijfsdoel realiseren: “we make lives better”. Impact op het milieu In 2025 hebben we een nog ambitieuzere SBTi-verbintenis vastgelegd en uitstekende resultaten geboekt op het gebied van decarbonisatie. In 2025 heeft Bnode zijn eigen emissies (scope 1 en 2) met 11% teruggedrongen ten opzichte van 2024. Als we Staci Group buiten beschouwing laten, hebben we onze scope 1- en 2-emissies sinds 2022 al met 22% verminderd, voornamelijk dankzij inspanningen in België. Na de overname van Staci Group hebben we onze SBTi-verbintenis en -plannen grondig herzien en bijgewerkt op basis van wat we de afgelopen jaren hebben geleerd. We hebben ons ertoe verbonden om tegen 2050 net-zero te bereiken voor de uitgebreide scope van Bnode, inclusief Staci Group, en we hebben de volgende emissiereductiedoelen op korte termijn vastgelegd met het SBTi: ■ 71% scope 1- en 2-reductie tegen 2035 ■ 38% scope 3-reductie tegen 2035 Bnode heeft een belangrijke mijlpaal uitgezet door nu ook Staci Group te betrekken bij zijn doelstelling om scope 1- en 2-emissies tegen 2030 met 54% te verminderen. Dit is een belangrijke stap om de hele groep op één gezamenlijke koers richting decarbonisatie te zetten. 1. De samenvatting wordt uitsluitend ter informatie verstrekt en is niet onderworpen aan CSRD-normen. 82 6. Duurzame waarde | Samenvatting Duurzaamheid 2025 Bnode jaarverslag 2025 Bnodes stappenplan naar Net-zero
Onze belangrijkste hefbomen; Net-zero traject
| Business as usual | Reikwijdte 1 | Reikwijdte 2 | Reikwijdte 3** |
|---|---|---|---|
| Emissievrije last-mile leveringen (volop in uitvoering) | 100% groene stroom | Reikwijdte 3-decarbonisatieprogramma – Opstellen van een integraal programma om de betrokkenheid van leveranciers voor gekochte goederen en diensten en uitbesteed transport te vergroten – Decarbonisatiecriteria opnemen in het kader voor de selectie van leveranciers | |
| Afbouw van het gebruik van op aardgas & stookolie verwarmde gebouwen |
- De doelstelling voor 2030 is een interne doelstelling voor Bnode richting de door SBTi goedgekeurde doelstellingen voor 2035 en 2050.
- ** Scope 3 omvat geen uitbesteed lucht- en maritiem transport en geen emissies uit de productie van ons wagenpark.
Tegen 2030*: scope 1- & scope 2-emissies verlagen met 54% en scope 3-emissies met 8%
Tegen 2050: Net-zero
2024 2030 2050 2035
Tegen 2035: scope 1- & scope 2-emissies verlagen met 71% en scope 3-emissies met 38%
Emissievrije bedrijfswagens Vrachtwagenpark op alternatieve brandstoffen en dubbeldekopleggers (versnelde elektrificatie van het wagenpark vanaf 2029/2030, wanneer de technologie naar verwachting voldoende matuur zal zijn). Bnode heeft gerichte, bedrijfsgestuurde decarbonisatieplannen uitgewerkt die zijn SBTi-verbintenis ondersteunen en aansluiten bij de werkelijke economische en technologische vooruitgang. Zo zullen we ons vrachtwagenpark bijvoorbeeld beginnen te vervangen door e-trucks vanaf 2028/2029, als de totale eigendomskosten naar verwachting gunstig zullen zijn. Deze plannen versterken ook de bijdrage van Bnode aan scope 3-reducties voor klanten en Belgische overheden zodat we een betekenisvolle impact kunnen maken in de hele waardeketen. De bevestiging door SBTi van onze doelen versterkt onze ambitie, zorgt voor externe geloofwaardigheid en is een belangrijke mijlpaal in het decarbonisatietraject dat we in 2022 zijn gestart.
Historische scope 1 & 2 van Bnode en ambitie voor de komende 5 jaar
(Grafiekgegevens gevisualiseerd in tabelformaat)
| Jaar | Bnode exclusief Staci group Scope 1 & 2 (tCO2e) | Bnode inclusief Staci group Scope 1 & 2 (tCO2e) |
|---|---|---|
| 2022 | [Data punten grafiek] | |
| 2023 | ||
| 2024 | ||
| 2025 | ||
| 2026 | ||
| 2027 | ||
| 2028 | ||
| 2029 | ||
| 2030 |
83 6. Duurzame waarde | Samenvatting Duurzaamheid 2025 Bnode jaarverslag 2025 We hebben een robuuste decarbonisatiestrategie ontwikkeld op basis van 6 hefbomen die in het bovenstaande net-zero- stappenplan van Bnode worden beschreven. Onze prioriteit gaat uit naar emissievrije last-mile leveringen in België, omdat dit domein zeer zichtbaar, impactvol en werkbaar is. In 2025 hebben we de elektrificatie van ons last-mile wagenpark versneld en hebben we ons netwerk van Ecozones vrijwel volledig uitgerold. Vandaag bestrijkt dat netwerk het volledig Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daarmee is Brussel de eerste Europese hoofdstad met meer dan 1 miljoen inwoners waar we zowel post als pakjes emissievrij leveren via onze reguliere rondes. We hanteren een holistische aanpak die veel verder gaat dan alleen voertuigen. We werken nauw samen met steden en blijven onze burgers centraal stellen. In 2025 hebben we ook het aantal Bboxen verdubbeld tot 2.500 in het hele land. Dankzij dit dichte netwerk hoeven we minder kilometers af te leggen en minder stops te maken om de pakjes te leveren, terwijl we consumenten een zeer handige afhaaloplossing bieden die ze op hun dagelijkse weg of via zachte mobiliteit kunnen bereiken. De VUB (Mobilise-studie) heeft berekend dat de totale globale impact met 22% gedaald is door minder lawaai, files, ongevallen, luchtverontreiniging (-97%) en CO 2 -uitstoot.
Belangrijkste gebeurtenissen in 2025:
- + 942 Vloot van e-vans: Toegenomen met 942 voertuigen, wat het totaal op 3.139 e-vans brengt tegen het einde van het jaar, goed voor 30% van onze vloot.
- + 418 Laadpalen: 418 extra laadpalen geïnstalleerd op onze operationele sites. Eind 2025 staat de teller zo op 2.818 en in 2026 komen er daar nog eens 600 bij.
- + 20 Emissievrije postcodes: We beschikken nu over 108 emissievrije postcodes (+20) in 2025. In 2025 hebben we drie nieuwe Ecozones gecreëerd en in maart 2026 nog eens vier, waarmee we ons doel van 25 Ecozones hebben bereikt.
- + 60 E-biketrailers: 60 nieuwe e-biketrailers erbij, voor een totaal van 610.
In 2025 waren alle bedrijfswagens die in België werden aangekocht volledig elektrisch. Tegen het einde van het jaar was 54% van het bedrijfswagenpark van Bpost NV elektrisch , en dit wagenpark vertegenwoordigt ongeveer 90% van de totale Bnode-vloot. In de loop van het jaar zijn we ook blijven werken rond de inzichten uit onze ervaringen met alternatieve brandstoffen en de exploitatie van onze vloot van 37 dubbeldekopleggers. In 2026 zullen we deze vloot verder uitbreiden met nog eens 19 opleggers. We hebben ook een tweede e-vrachtwagen aangeschaft, waarmee we onze aanpak voor de elektrificatie van vrachtwagens verder vorm geven en de opleggers optimaal kunnen inzetten. Op het gebied van verontreiniging zijn we erin geslaagd de NOx-emissies met 47% terug te dringen in vergelijking met 2024, grotendeels dankzij de buitengebruikstelling van een aanzienlijk aantal oudere vrachtwagens en bestelwagens. Bbox biedt handige oplossingen Dubbeldekopleggers 84 6. Duurzame waarde | Samenvatting Duurzaamheid 2025 Bnode jaarverslag 2025 We hebben onze dekking van groene stroom verder uitgebreid tot de rest van Europa, inclusief Staci Group, evenals een groeiend deel van ons Noord-Amerikaanse elektriciteitsverbruik.Daarnaast hebben we ongeveer 14.000 m 2 aan nieuwe zonnepanelen geïnstalleerd, wat onze totale oppervlakte op ongeveer 90.000 m 2 brengt. Het energie-efficiëntieprogramma van onze gebouwen is ook aanzienlijk verbeterd. In 124 gebouwen hebben we de verlichting vervangen door ledverlichting en op nog eens 16 sites hebben we warmtepompen of nieuwe HVAC-systemen geïnstalleerd in het kader van de lopende renovatiewerkzaamheden. We hebben ook nieuwe infrastructuur in gebruik genomen die voldoet aan zeer hoge energie- en milieunormen, zoals het nieuwe Charleroi Mail Center. Daarnaast hebben we de blootstelling aan klimaatrisico's van onze hele portefeuille van grote gebouwen beoordeeld op korte, middellange en lange termijn. De resultaten bevestigden de sterke algemene veerkracht van onze activiteiten tegen klimaatverandering en brachten tegelijk opportuniteiten aan het licht om de risico's verder te beperken.
Onze focus om leveranciers te betrekken bij scope 3-decarbonisatie is ook toegenomen. Het Transport Center of Excellence heeft een groot deel van onze wegvervoerders ertoe aangezet om hun huidige decarbonisatiestrategie beter te begrijpen en, waar nodig, de ontwikkeling van SBTi-afgestemde (of relevante) transities aan te moedigen. Dit is een essentiële stap om hun samenwerking met Bnode op lange termijn veilig te stellen. Bij Bnode maakt de ondersteuning van kmo's integraal deel uit van onze waarden en maatschappelijke missie. Omdat het Omnibus-pakket geen rapportage-eisen oplegt aan kmo's, bieden we een specifieke ondersteuning via het door Bpost gefinancierde 'Carbon Coach'-programma in samenwerking met Climact. In België spelen we ook een voortrekkersrol in een sectoroverschrijdend initiatief, samen met andere grote bedrijven en banken, om tienduizenden kmo's vooruit te helpen op het gebied van CO 2 - rapportage en decarbonisatie.
Een meer circulaire pakjeslogistiek voor e-commerce en B2B
We blijven op koers om onze hoge ambities op het vlak van circulariteit waar te maken, in lijn met aankomende wettelijke vereisten zoals de Richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval en de Verordening van de EU betreffende ontbossing. Op het gebied van verpakkingen zetten we ons vooral in om meer gerecycleerde materialen te gebruiken (in 2025 lag het percentage gerecycleerd materiaal op 55,6%) en om ervoor te zorgen dat de verpakkingen die we op de markt brengen gemakkelijk te recycleren of te hergebruiken zijn. Dit geldt nu voor 97% in onze retailactiviteit van Bpost NV en 99% in onze fulfilmentactiviteit (Paxon).
We versnellen ook de ontwikkeling van verpakkingsprocessen die lege ruimte tot een minimum beperken en de hoeveelheid verpakking per levering verminderen. Active Ants blijft toonaangevend binnen Paxon, met geautomatiseerde lijnen die verpakkingen op maat snijden in alle vestigingen. Op het gebied van afvalbeheer ligt onze focus op drie prioritaire maatregelen:
■ Opsporen en verminderen van ongesorted afval, met aanzienlijke vooruitgang bij Bpost NV en Staci Group. AMP en DynaGroup spannen de kroon op het gebied van afvalterugwinning.
■ Papierafval hergebruiken als vulmateriaal, waarin Staci France een voorloper is.
■ Oplossingen voor herbruikbare verpakkingen evalueren voor pakjeslogistiek en circulaire stromen op gang brengen via initiatieven zoals onze verpakkingsvrije/ etiketvrije Bbox-naar-Bbox leveringsdienst, evenals een nieuw pilootproject gelanceerd met Juttu (A.S. Adventure Group) en Torfs, waarbij herbruikbare verpakkingen worden gebruikt voor e-commerce.
85 6. Duurzame waarde | Samenvatting Duurzaamheid 2025 Bnode jaarverslag 2025
Belangrijkste prestaties op het vlak van afvalbeheer voor 2025:
| Categorie | Resultaat |
|---|---|
| 65,2t | Alle activiteiten van Bnode samen hebben 65,2 ton afval geproduceerd. |
| 89% | Van het afval werd omgeleid van verwijdering (door hergebruik, recycling of terugwinning), wat overeenkomt met de prestaties van vorig jaar. |
| 78% | Van het afval van Bnode werd gerecycleerd. |
| 82,6% | (+4,4% vs 2024) voor Bnode exclusief Staci. |
Bnode transformeren met en voor mensen - Een werkgever bij uitstek zijn
Onze transformatie is niet alleen operationeel, ze is diep menselijk. Onze waarden plaatsen onze mensen in het hart van alles wat we doen. We zetten ons in om Bnode met en voor onze teams te transformeren. Samen geven we vorm aan de toekomst van Bnode. Naarmate de logistiek evolueert, veranderen ook onze rollen, vaardigheden en verwachtingen. We willen dat deze verandering het leven beter maakt: voor de collega's die onze missie uitdragen, voor de klanten die we bedienen en voor de gemeenschappen die op ons vertrouwen. Als een van de grootste werkgevers in België en een groeiende speler in het buitenland hebben we ook een verantwoordelijkheid om integer te handelen, de diversiteit van de samenleving te weerspiegelen en onze mensen te ondersteunen bij veranderingen. Deze verbintenis vormt de kern van hoe we één team zijn.
2025 in perspectief
2025 was een cruciaal overgangsjaar: een nieuwe nulmeting vastleggen, de gegevenskwaliteit verbeteren en leren om collectief als één Bnode te werken. Samenwerken bracht uitdagingen met zich mee, maar de vooruitgang was duidelijk. Entiteiten werkten nauwer samen, stemden onderling gedeelde sociale doelen af en verbeterden de rapportagepraktijken voor prestaties. De resultaten onderstrepen het belang van ons stappenplan 2030 en de toewijding van onze mensen die er elke dag voor kiezen om een verschil te maken.
Belangrijkste gebeurtenissen in 2025:
■ Genderdiversiteit: vrouwen vertegenwoordigen 34,16% van ons personeelsbestand; 37,5% in het management.
■ Opleiding en ontwikkeling: gemiddeld 24,4 opleidingsuren per werknemer, met verschillen tussen de entiteiten en een behoefte om informeel leren beter vast te leggen.
■ Veiligheid en gezondheid: de frequentiegraad van arbeidsongevallen met werkverlet steeg van 17,07 naar 19,01 per 1 miljoen gewerkte uren.
■ Stabiel personeelsbestand: het personeelsverloop daalde van 18% naar 15%; de retentie van nieuwe werknemers (binnen 12 maanden) steeg van 75% naar 81%.
■ Welzijn: de welzijnsindex 'Mijn stem telt' van Bnode bleef stabiel op 3,7/5.
2025 was een jaar van hogere transparantie, sterkere samenwerking en hernieuwde toewijding. Op deze fundamenten zullen we verder bouwen om onze grenzen te verleggen.
86 6. Duurzame waarde | Samenvatting Duurzaamheid 2025 Bnode jaarverslag 2025
Onze maatschappelijke engagementen voor 2030
Om onze vooruitgang te sturen, hebben we meetbare doelstellingen op groepsniveau gedefinieerd:
■ Diversiteit en gendergelijkheid: 40% vrouwen in het management tegen 2030, in alle managementlagen, inclusief het Executive Comité.
■ Opleiding en vaardigheden: 32 uur opleiding en ontwikkeling per werknemer per jaar (gemiddeld) tegen 2030 om ons voor te bereiden op de toekomst.
■ Veiligheid en gezondheid: -30% vermindering van de frequentiegraad van arbeidsongevallen met werkverlet tegen 2030 door een sterkere preventiecultuur, betere tools en toegewijd leiderschap.
■ Retentie en stabiliteit van het personeelsbestand: 85% van de nieuwe medewerkers is na één jaar nog bij Bnode aan het werk.
■ Ziekteverzuim (Bpost NV): gedaald tot 8,2% tegen 2031.
■ Geweld en intimidatie: voortzetting van de nultolerantieaanpak, die zorgt voor een respectvolle, veilige en inclusieve werkplek.
In 2026 gaan we van voorbereiding naar uitvoering. Elke business unit zal onze verbintenissen voor 2030 omzetten in duidelijke maatregelen. Door van elkaar te leren en de praktijken op groepsniveau te versterken, zullen we samen versnellen. Gestuwd door dit collectieve momentum zullen we onze ambities op lange termijn waarmaken. De samenwerking tussen de teams is sterker dan ooit. Tools zoals My Voice en Speak- Up, uitgebreide opleidingsprogramma's en zinvolle initiatieven op het gebied van betrokkenheid geven ons de juiste basis om met vertrouwen vooruit te gaan.
Betrokkenheid bij de gemeenschap - gedeelde waarde creëren
Onze verantwoordelijkheid reikt verder dan de werkplek. Als onderneming die nauw verbonden is met de gemeenschappen waarin we actief zijn, willen we dat onze groei een positieve, blijvende impact heeft. In 2026 lanceren we het Bnode Community Engagement Framework, om onze impact op lokale gemeenschappen te versterken, gedreven door de verbintenis van onze mensen. Door vrijwilligerswerk, partnerschappen en lokale initiatieven helpen collega's om sterkere, veiligere en meer inclusieve gemeenschappen op te bouwen, terwijl ze onze bedrijfscultuur versterken en ons nog trotser maken dat we deel uitmaken van Bnode.
Onze drie prioriteiten:
■ Talentontwikkeling, onderwijs en inclusie: kwetsbare groepen helpen door betere toegang te bieden tot vaardigheden en werkgelegenheid.
■ Gezondheid, veiligheid en welzijn van de gemeenschap: veilige, gezonde en inclusieve omgevingen bevorderen.
■ Ecologische transitie en duurzame logistiek: gemeenschappen en partners in staat stellen om over te stappen op circulaire en koolstofarme praktijken.
In 2025 ontvingen vier projecten € 185.000 van het Bpost Impact Fund en vanaf 2026 zullen collega's worden uitgenodigd om hun tijd en vaardigheden bij te dragen aan deze initiatieven. We blijven oproepen doen voor nieuwe projecten, breiden het Star4U-programma uit, dat organisaties ondersteunt waar onze werknemers zich na het werk als vrijwilliger inzetten, en brengen de verschillende entiteiten op één lijn om onze algehele impact op de gemeenschap te vergroten. Samen - collega's, partners en gemeenschappen - zullen we onze verbintenissen omzetten in concrete volgende stappen. Door als één team te handelen, zullen we onze doelstellingen halen, onze grenzen verleggen door onze normen aan te scherpen en de uitvoering te verbeteren, ervoor zorgen dat ieder van ons een verschil maakt door verantwoordelijke maatregelen en uiteindelijk levens beter maken door een meetbare positieve impact op lange termijn te creëren.
87 6. Duurzame waarde | Samenvatting Duurzaamheid 2025 Bnode jaarverslag 2025Duurzame waarde | Samenvatting Duurzaamheid 2025 Bnode jaarverslag 2025
Governance
Bnode zet zich in om de impact in de hele waardeketen te beheren, geleid door een nieuwe Gedragscode voor Leveranciers die duidelijke verwachtingen stelt op het vlak van wetgeving, ethiek en duurzaamheid. Deze code wordt steeds dieper verankerd in procurement en contracten om zo consistente controles uit te uitvoeren, bijsturende maatregelen te nemen en, indien nodig, contracten te beëindigen. Duurzaamheidscriteria worden geleidelijk geïntegreerd in procurement, waaronder offerteaanvragen. Alle leveranciers moeten aan minimumeisen voldoen: naleving van de Gedragscode voor Leveranciers, jaarlijkse beoordeling van de duurzaamheidsprestaties en jaarlijkse rapportage over de koolstofvoetafdruk. Van hen wordt ook verwacht dat ze CO₂-reductiedoelen vaststellen en plannen invoeren om deze te bereiken.
Kmo's spelen een centrale rol in het leveranciersbestand van Bnode en we zijn vastbesloten hen de kans te geven om in onze portefeuille te blijven naarmate de duurzaamheidsvereisten evolueren. We hebben het project 'Carbon Coach' gelanceerd dat kleine en middelgrote leveranciers met een beperkte CO₂-maturiteit begeleidt bij hun eerste stappen zodat ook zij duurzaamheidsgegevens voorleggen, emissiereductiedoelen stellen en hun decarbonisatieprestaties verbeteren. Op die manier kunnen ze met ons meegroeien en verder bijdragen aan een duurzamere waardeketen.
De werknemers van transportonderaannemers zijn de meest cruciale schakel in onze waardeketen. We blijven ons Beleid voor onderaannemers toepassen. Dit beleid legt strenge eisen op inzake onboarding, documentatie, audits en controles om naleving van wettelijke, arbeids- en ethische normen te garanderen. Deze maatregelen helpen uitbuiting en illegale onderaanneming te voorkomen en verminderen tegelijkertijd de operationele en sociale risico's bij transportactiviteiten. Door hoge normen te handhaven in dit complexe segment, versterkt Bnode de betrouwbaarheid van zijn waardeketen en waarborgen we de kwaliteit en integriteit van de diensten die aan onze klanten worden geleverd.
De snel veranderende duurzaamheidswetgeving sterkt Bnode in zijn streven om strikte ethische normen toe te passen in onze manier van werken. Door te anticiperen op nieuwe wettelijke verplichtingen versterken we onze due diligence op het gebied van mensenrechten en verminderen we de operationele en nalevingsrisico's voor ons en onze klanten. We volgen de ontwikkelingen in de duurzaamheidswetgeving op de voet en stellen gereedheidsplannen op, onder meer voor de Europese Verordening betreffende ontbossing (EUDR) en de Richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (CSDD).
Bij Bnode vormen diversiteit en inclusie niet alleen een leidraad voor onze interne cultuur, maar ook voor onze rol als openbare dienstverlener. Via de universele dienstverplichting (UDV) garandeert Bpost NV alle consumenten gelijke toegang tot essentiële post- en aanverwante diensten, ongeacht hun persoonlijke kenmerken of woonplaats. Deze verbintenis wordt weerspiegeld in ons uitgebreide, toegankelijke netwerk van meer dan 4.500 toegangspunten in heel België. Dit bestaat uit postkantoren, postpunten en servicelocaties die sociale, economische en digitale kloven helpen te overbruggen, vooral voor oudere, geïsoleerde of anderszins kwetsbare groepen, en uit PakjesPunten en Bbox-pakjesautomaten. In 2025 hebben we ons netwerk van pakjesautomaten verdubbeld van 1.250 naar 2.500, waarbij we prioriteit hebben gegeven aan drukbezochte en goed bereikbare locaties. We hebben ook plannen voor een verdere uitbreiding.
| Pakjes afhalen bij kmo's | 88 |
|---|---|
- Duurzame waarde | Samenvatting Duurzaamheid 2025 Bnode jaarverslag 2025
We hebben ook de financiële inclusie versterkt via een strategisch partnerschap met Nickel, waardoor consumenten een rekening kunnen openen, geld kunnen storten en geld kunnen opnemen bij Bpost-kantoren in het hele land. Door eenvoudige, op nabijheid gebaseerde bankdiensten aan te bieden, bevordert dit partnerschap de financiële inclusie en helpt het mensen met beperkte toegang tot digitale tools.
Bnode heeft in 2025 zijn integriteitscultuur versterkt met robuuste governance, verplichte ethische opleidingen en verbeterde rapporteringsmechanismen. 98% van de werknemers in bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende functies heeft de opleiding over de Gedragscode gevolgd, inclusief de onderdelen over omkoping- en corruptiebestrijding. Het Speak Up-programma, dat in 2023 werd gelanceerd, bleef een veilig, vertrouwelijk kanaal om zorgen te melden zonder angst voor vergelding. Om de integratie op groepsniveau te ondersteunen, heeft Bnode in 2025 een Kader voor Beleidsbeheer opgezet en begin 2026 wordt er ook een specifiek beleid ter bestrijding van omkoping en corruptie ingevoerd. Deze initiatieven stimuleren ethisch gedrag, verminderen operationele en reputatierisico's en versterken het vertrouwen van stakeholders in Bnode als betrouwbare zakenpartner.
Conclusie - Een transformatie in beweging
Meer dan ooit bepaalt duurzaamheid de manier waarop we groeien, innoveren en waarde creëren bij Bnode. Onze sterke resultaten in 2025 bewijzen dat we niet alleen toegewijd zijn, maar ook resultaten boeken. Versterkte governancestructuren op het vlak van duurzaamheid ondersteunen onze transformatie, terwijl ons leiderschap in duurzaamheid ons blijft onderscheiden voor onze mensen, klanten, consumenten en aandeelhouders. In de context van evoluerende regelgeving en verschuivende politieke verwachtingen is de inzet nog nooit zo hoog geweest. Deze omgeving bevestigt hoe belangrijk het is om duurzame en zakelijke waarde te integreren in elk initiatief dat we nemen. De doelen en ondersteunende plannen die we in 2025 hebben opgesteld, bevestigen onze vastberadenheid om voorop te blijven lopen en oplossingen te bieden die zowel verantwoord als concurrerend zijn. We gaan de volgende fase in met een duidelijk en ambitieus doel voor ogen en vol vertrouwen dat duurzaamheid een van onze sterkste drijfveren voor prestaties op lange termijn blijft en een hoeksteen van onze toewijding aan ons doel: “we make lives better”
89 6. Duurzame waarde | Inhoudstafel Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde
Inhoudstafel
| 6.0 | Duurzame waarde | Inhoudstafel |
|---|---|---|
| 6.1. | Algemene Informatie | 92 |
| 6.1.1. | Algemene grondslag voor het opstellen | 92 |
| 6.1.1.1. | BP-1 – Algemene grondslag voor het opstellen van duurzaamheidsverklaringen | 92 |
| 6.1.1.2. | BP-2 – Rapportage over specifieke omstandigheden | 93 |
| 6.1.2. | Governance | 97 |
| 6.1.2.1. | GOV-1 – De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | 97 |
| 6.1.2.2. | GOV-2 – Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming | 101 |
| 6.1.2.3. | GOV-3 – Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | 102 |
| 6.1.2.4. | GOV-4 – Due-diligenceverklaring | 104 |
| 6.1.2.5. | GOV-5 – Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportering | 106 |
| 6.1.3. | Strategie en businessmodel | 108 |
| 6.1.3.1. | SBM-1 – Strategie, businessmodel en waardeketen | 108 |
| 6.1.3.2. | SBM-2 – Belangen en opvattingen van stakeholders | 116 |
| 6.1.3.3. | SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | 122 |
| 6.1.4. | Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten | 135 |
| 6.1.4.1. | IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren | 135 |
| 6.1.4.1.1. | E1 ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico’s en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren | 141 |
| 6.1.4.1.2. | E2 ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële verontreinigings- gerelateerde IRO's in kaart te brengen en te analyseren | 145 |
| 6.1.4.1.3. | E3 ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële aan water gerelateerde IRO's in kaart te brengen en te analyseren | 145 |
| 6.1.4.1.4. | E4 ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële IRO's wat betreft biodiversiteit in kaart te brengen en te analyseren | 146 |
| 6.1.4.1.5. | E5 ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële IRO's wat betreft circulariteit in kaart te brengen en te analyseren | 146 |
| 6.1.4.1.6. | G1 ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële IRO's wat betreft governance in kaart te brengen en te analyseren | 147 |
| 6.1.4.2. | IRO-2 – Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van de onderneming | 147 |
| 6.2. | Milieu-informatie | 148 |
| 6.2.1. | ESRS E1 – Klimaatverandering | 149 |
| 6.2.1.1. | E1 ESRS2 SBM-3 Klimaatrisicobeoordeling | 149 |
| 6.2.1.2. | E1 ESRS2 SBM-3 Veerkrachtanalyse | 152 |
| 6.2.1.3. | E 1-1 – Transitieplan voor klimaatmitigatie | 157 |
| 6.2.1.4. | Beleid, maatregelen en doelen | 162 |
| 6.2.1.4.1. | E1-2 – Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | 162 |
| 6.2.1.4.2. | E1-3 – Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering | 164 |
| 6.2.1.4.3. | E1-4 – Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | 177 |
| 6.2.1.5. | Maatstaven | 179 |
| 6.2.1.5.1. | E1-5 – Energieverbruik en energiemix | 179 |
| 6.2.1.5.2. | E1-6 – Bruto scope 1-, 2- & 3-emissies en totale broeikasgasemissies | 182 |
| 6.2.1.5.3. | E1-7 – Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carbon credits | 190 |
| 6.2.1.5.4. | E1-8 – Interne koolstofbeprijzing | 190 |
| 6.2.1.5.5. | E1-9 – Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatopportuniteiten | 190 |
90 6. Duurzame waarde | Inhoudstafel Bnode jaarverslag 2025
| 6.2.2. | ESRS E2 – Verontreiniging | 191 |
|---|---|---|
| 6.2.2.1. | Beleid, maatregelen en doelen | 191 |
| 6.2.2.1.1. | E2-1 – Beleid ten aanzien van verontreiniging | 191 |
| 6.2.2.1.2. | E2-2 – Maatregelen wat betreft verontreiniging | 192 |
| 6.2.2.1.3. | E2-3 – Doelen wat betreft verontreiniging | 193 |
| 6.2.2.2. | Maatstaven | 194 |
| 6.2.2.2.1. | E2-4 – Verontreiniging van lucht | 194 |
| 6.2.2.2.2. | E2-5 – Zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen | 195 |
| 6.2.2.2.3. | E2-6 – Beoogde financiële effecten | 195 |
| 6.2.3. | ||
| 6.2.3.1. Beleid, maatregelen en doelen 196 | ||
| 6.2.3.1.1. E5-1 – Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie 196 | ||
| 6.2.3.1.2. E5-2 – Maatregelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie 198 | ||
| 6.2.3.1.3. E5-3 – Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie 203 | ||
| 6.2.3.2. Maatstaven 207 | ||
| 6.2.3.2.1. E5-4 – Materiaalinstromen 207 | ||
| 6.2.3.2.2. E5-5 – Materiaaluitstromen 210 | ||
| 6.2.3.2.3. E5-6 – Beoogde financiële effecten 214 | ||
| 6.2.4. EU-taxonomie 215 | ||
| 6.2.4.1. Inleiding 215 | ||
| 6.2.4.2. Proces om te evalueren of Bnode in aanmerking komt voor de EU-taxonomie 216 | ||
| 6.2.4.3. Proces om te evalueren of Bnode is afgestemd op de EU-taxonomie 217 | ||
| 6.2.4.3.1. Technische screeningcriteria voor een substantiële bijdrage 217 | ||
| 6.2.4.3.2. Technische screeningcriteria inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen' 220 | ||
| 6.2.4.3.3. Minimumgaranties 222 | ||
| 6.2.4.4. KPI's EU-taxonomie 223 | ||
| 6.2.4.4.1. Samenvattende tabel KPI's 223 | ||
| 6.2.4.4.2. Omzet 223 | ||
| 6.2.4.4.3. CapEx 225 | ||
| 6.2.4.4.4. OpEx 226 | ||
| 6.3. Maatschappelijke Informatie 227 | ||
| 6.3.1. ESRS S1 – Eigen personeel 227 | ||
| 6.3.1.1. S1 ESRS2 SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel 227 | ||
| 6.3.1.2. Beleid en interactie met het personeel 232 | ||
| 6.3.1.2.1. S1-1 – Beleid 232 | ||
| 6.3.1.2.2. S1-2 – Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts 235 | ||
| 6.3.1.2.3. S1-3 – Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken 241 | ||
| 6.3.1.3. Diversiteit van het personeelsbestand en beloning: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en maatstaven 246 | ||
| 6.3.1.3.1. S1-6 Kenmerken van werknemers, S1-9 Diversiteitsmaatstaven 246 | ||
| 6.3.1.3.2. S1-7 Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van Bnode 255 | ||
| 6.3.1.3.3. S1-16 Beloningsmaatstaven (genderloonkloof en totale beloning) 256 | ||
| 6.3.1.4. Collectieve onderhandelingen, leefbaar loon en mensenrechten: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en maatstaven 259 | ||
| 6.3.1.4.1 S1-8 Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog 259 | ||
| 6.3.1.4.2 S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten 261 | ||
| 6.3.1.5. Gezondheid, integratie en ontwikkeling van vaardigheden op de werkvloer: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en maatstaven 266 | ||
| 6.3.1.5.1. S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven 266 | ||
| 6.3.1.5.2. S1-15 Maatstaven voor werk-privébalans 272 | ||
| 6.3.1.5.3. S1-13 Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden 274 |
91
6. Duurzame waarde | Inhoudstafel Bnode jaarverslag 2025
6.3.2. ESRS S2 – Werknemers in de waardeketen 280
6.3.2.1. S2 ESRS2 SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel 280
6.3.2.2. S2-1 – Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen 282
6.3.2.3. S2-2 – Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts 286
6.3.2.4. S2-3 – Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken 287
6.3.2.5. S2-4 – Acteren op materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico's te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen 288
6.3.2.6. S2-5 – Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten 290
6.3.3. ESRS S4 – Consumenten en eindgebruikers 291
6.3.3.1. S4 ESRS2 SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel 291
6.3.3.2. S4-1 – Beleid ten aanzien van en de rechten van onze consumenten en eindgebruikers 294
6.3.3.3. S4-2 – Processen om met consumenten en eindgebruikers te overleggen over impacts 298
6.3.3.4. S4-3 – Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om zorgen kenbaar te maken 299
6.3.3.5. S4-4 – Acteren op materiële impacts op consumenten en/of eindgebruikers en benaderingen om met betrekking tot consumenten en eindgebruikers materiële risico’s te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen 301
6.3.3.6. S4-5 – Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en kansen 303
6.4. Governance-Informatie 304
6.4.1. ESRS G1 – Zakelijk gedrag 304
6.4.1.1. G1 ESRS2 SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel 304
6.4.1.2. G1-1 – Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur 305
6.4.1.2.1. Mechanismen voor het identificeren, melden en onderzoeken van zorgen (met inbegrip van meldingen van klokkenluiders) 310
6.4.1.3. Leveranciers en betalingspraktijken 312
6.4.1.3.1. G1-2 – Beheer van relaties met leveranciers 312
6.4.1.3.2. G1-6 – Betalingspraktijken 315
6.4.1.4. Corruptie en omkoping 318
6.4.1.4.1. G1-3 – Preventie en opsporing van corruptie of omkoping 318
6.4.1.4.2. G1-4 – Incidenten van corruptie of omkoping 320
6.4.1.5. Overheidsbeleid en verhouding met de politiek 321
6.4.1.5.1. G1-5 – Politieke invloed en lobbyactiviteiten 321
6.4.1.6. Beoordelingsverslag van de onafhankelijke auditor 323
92
Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1 Algemene informatie
ESRS 2 - Algemene informatie
6.1.1 Algemene grondslag voor het opstellen
6.1.1.1 BP-1 Algemene grondslag voor het opstellen van duurzaamheidsverklaringen
Algemene grondslag voor het opstellen
Transparantie en integratie
Dit verslag biedt transparantie over de duurzaamheidsprestaties van Bnode in 2025 en beschrijft de integratie van duurzame praktijken in ons bedrijfsmodel en onze bedrijfsstrategie. De duurzaamheidsverklaringen zijn opgesteld met verwijzing naar de European Sustainability Reporting Standards (ESRS), uitgevaardigd door de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG), en in overeenstemming met artikel 3:32/2 en 3 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. We hebben onze materiële thema's in kaart gebracht aan de hand van een dubbele-materialiteitsanalyse. De datapunten met betrekking tot deze materiële thema’s (zowel kwantitatief als kwalitatief) zijn opgenomen in de delen Milieu (E), Sociaal (S) en Governance (G) van dit verslag.
Rapporteringsperiode
Dit duurzaamheidsverslag beslaat de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.
93
Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Consolidatiekring
In overeenstemming met de European Sustainability Reporting Standards worden de gegevens geconsolideerd volgens dezelfde principes als de jaarrekening. De consolidatiekring van de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring is dezelfde als die van de jaarrekening. Voor meer informatie over de groepsstructuur verwijzen we naar deel 6.33 Dochterondernemingen onder punt 6. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening in hoofdstuk 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 van dit jaarverslag.
Rapportage over de mate waarin de duurzaamheidsverklaring ook de upstream en downstream waardeketen omvat
Onze duurzaamheidsverklaring omvat zowel onze eigen activiteiten als onze upstream en downstream waardeketens en bestrijkt alle relevante activiteiten, bronnen en relaties die onze milieu- en sociale impacts beïnvloeden. Upstream activiteiten richten zich op de eerste fasen van de waardeketen, waaronder de sourcing en inkoop van grondstoffen en diensten, met de nadruk op duurzame inkooppraktijken om de ecologische en sociale gevolgen tot een minimum te beperken. Wat de downstream activiteiten betreft, omvat deze verklaring informatie over de impacts voor consumenten en eindgebruikers, waarbij de nadruk ligt op kritieke gebieden zoals privacy, non-discriminatie en toegang tot producten en diensten. De bescherming van consumentenrechten en -gegevens wordt benadrukt en vergemakkelijkt door regelmatige feedbackmechanismen en kanalen om problemen te melden.
Als dienstverlenend bedrijf vervaardigen we geen fysieke producten. Bpost NV heeft een beperkt aanbod aan verpakkingsproducten en postkaarten via zijn Belgisch retailnetwerk. Het verkoopvolume van die producten is echter verwaarloosbaar in verhouding tot de totale verkoop van de groep. Voor meer gedetailleerde informatie over onze waardeketen, verwijzen we naar deel SBM-1 – Strategie, businessmodel en waardeketen.
Weglating van informatie
We hebben geen informatie weggelaten dat intellectueel eigendom, knowhow of de resultaten van innovatie vormt en hebben ook geen gebruik gemaakt van de vrijstelling van rapportering van informatie over op handen zijnde ontwikkelingen of kwesties waarover wordt onderhandeld.
6.1.1.2 BP-2 Rapportage over specifieke omstandigheden
Definities tijdshorizonten
Bij het opstellen van zijn duurzaamheidsverklaring heeft Bnode de volgende prospectieve tijdshorizonten toegepast, zoals gedefinieerd in ESRS 1:
* Korte termijn: huidig jaar
* Middellange termijn: jaar N+1 tot jaar N+5
* Lange termijn: > jaar N+5
94
Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Bronnen van schattingen
Het gebruik van indirecte bronnen en schattingen is beperkt tot:
* E1 - Klimaatverandering, voor de berekening van ons energieverbruik en -mix en onze broeikasgasemissies. Verdere details over de gebruikte methodologie, significante aannames en schattingen zijn opgenomen in delen E1-5 - Energieverbruik en energiemix en E1-6 – Bruto scope 1-, 2- en 3-emissies en totale broeikasgasemissies.
* E5 – Materiaalgebruik en circulaire economie, voor de berekening van het gewicht van verpakkingen en het gewicht van afval. Verdere informatie is respectievelijk opgenomen in E5-4 – Materiaalinstromen en E5-5 – Materiaaluitstromen.Over het algemeen voldoet de mate van nauwkeurigheid voor deze maatstaven aan de ESRS-vereisten, aangezien de belangrijkste hypotheses werden opgesteld via officiële overheidsinstanties (DEFRA, IEA, IPCC enz.) of op basis van informatie van bedrijven.
Wijzigingen in de opstelling of presentatie van duurzaamheidsinformatie en rapportagefouten in voorgaande perioden
Reikwijdte en presentatie van gegevens voor de rapportering over 2025
Staci, een logistiek bedrijf met hoofdkantoor in Frankrijk en met meer dan 80 hubs in Europa, de Verenigde Staten en Azië, werd onderdeel van Bnode na de overname in augustus 2024. Staci is gespecialiseerd in complexe orderfulfilmentlogistiek en bedient sectoren zoals FMCG, retail, farmaceutica, gezondheidszorg, cosmetica en industriële diensten.
Staci werd buiten de reikwijdte van onze duurzaamheidsverklaring voor 2024 gehouden (behalve voor de dubbele-materialiteitsanalyse). Redenen daarvoor waren het tijdstip van de overname en het feit dat Staci nog niet klaar was voor CSRD-rapportering. Op dat moment kon Staci nog geen ESRS-conforme data aanleveren voor de rapporteringscyclus 2024. Als gevolg hiervan bevat onze duurzaamheidsverklaring voor 2024 geen gegevens met betrekking tot Staci in de verstrekte kwantitatieve rapportering (zoals bijvoorbeeld in de berekening van onze koolstofemissies, de materiaalinstromen en -uitstromen, de samenstelling van het personeelsbestand, enz.).
Voor 2025 is Staci wel opgenomen in de rapportering van Bnode. Om transparantie en vergelijkbaarheid met het verslag van vorig jaar te waarborgen, hanteren wij voor kwantitatieve maatstaven de volgende aanpak:
■ De cijfers voor 2024 worden gepresenteerd exclusief Staci, in overeenstemming met de reikwijdte die in het verslag voor 2024 is toegelicht. Dit is met uitzondering van E1-6, waar de cijfers voor 2024 ook inclusief Staci worden verstrekt.
■ De cijfers voor 2025 worden gepresenteerd inclusief en exclusief Staci, zodat lezers de resultaten jaar op jaar kunnen beoordelen en kunnen zien welke impact de integratie van Staci heeft gehad.
Meer informatie over de integratie van kwantitatieve gegevens van Staci is beschikbaar in de delen ESRS E1 – Klimaatverandering, ESRS E5 – Materiaalgebruik en circulaire economie, en ESRS S1 – Eigen personeel.
95 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Rapportagefouten
We hebben de volgende fouten vastgesteld in onze duurzaamheidsverklaring voor 2024:
■ In deel ESRS E1 Klimaatverandering: na onze indiening bij het SBTi heeft Bnode de methode voor zijn koolstofboekhouding verfijnd om volledig in overeenstemming te zijn met de SBTi-richtlijnen. Deze aanpassingen weerspiegelen zowel methodologische updates - waaronder de opname van emissies uit bos-, land- en landbouwactiviteiten (FLAG) - als de correctie van twee materiële fouten in het boekjaar 2024, meer bepaald (i) de onterechte opname van emissies gelinkt aan leasing van bedrijfsvoertuigen in de categorie Gekochte goederen en diensten terwijl die emissies buiten de door de SBTi opgelegde minimumgrens vallen, (ii) de onterechte opname van gebouwgerelateerde emissies onder Gekochte goederen en diensten, terwijl die onder Kapitaalgoederen horen te zijn opgenomen.
Deze updates en correcties resulteren in de volgende aanpassingen in de koolstofvoetafdruk voor het boekjaar 2024:
– Opname van bos-, land- en landbouwemissies (FLAG) in de categorie Gekochte goederen en diensten, goed voor 1.812 tCO₂e extra. Deze emissies houden verband met de verpakkingsmaterialen die wij aankopen. De FLAG-emissies voor het boekjaar 2024 werden niet geauditeerd door EY, aangezien ze niet waren opgenomen in ons jaarverslag 2024. Ze werden daarentegen wel opgenomen in de gegevens die we in boekjaar 2025 bij het SBTi hebben ingediend.
– De emissies gelinkt aan leasing van bedrijfsvoertuigen werden dit jaar buiten beschouwing gelaten in de categorie Gekochte goederen en diensten, wat resulteert in een verlaging van de emissies met 14.471 tCO₂e. De emissies verbonden aan het gebruik van voertuigen zijn reeds opgenomen in scope 1 en scope 2, en de emissies uit de productie van geleasede voertuigen vallen buiten de minimale grens die door de SBTi wordt vereist.
– De emissies gelinkt aan de bouw en/of aankoop van gebouwen werden overgeheveld van Gekochte goederen en diensten naar Kapitaalgoederen, goed voor 9.107 tCO₂e.
■ In deel ESRS E5 - Materiaalgebruik en circulaire economie: We hebben fouten vastgesteld in de methodologie:
– Voor het totale gewicht van onze verpakkingen hebben we in het verslag voor 2024 het totaal aan biologische verpakkingen vermeld in plaats van alle verschillende soorten verpakkingen. De nauwkeurige cijfers voor 2024 worden nu, samen met de bijgewerkte cijfers voor 2025, toegelicht in ESRS E5-4.
– Voor het percentage duurzaam verkregen biologisch materiaal hebben we in het verslag voor 2024 het aandeel van al het biologische materiaal in het totale verpakkingsgewicht vermeld, in plaats van enkel het duurzaam verkregen biologisch materiaal. Aangezien de noodzakelijke informatie voor een aanpassing voor dat jaar ontbreekt, wordt voor 2024 geen herzien cijfer gegeven. Voor 2025 hebben we evenwel nauwkeurige en gecontroleerde gegevens gerapporteerd in ESRS E5-4.
– Voor Commercieel en Industrieel afval is de allocatie tussen Recyclage en Andere nuttige toepassingen opnieuw berekend voor 2024. Deze informatie is te vinden in rapportage-eis E5-5.
■ In deel G1-2 – Beheer van relaties met leveranciers: Het aantal belangrijke leveranciers waarvan is gemeld dat ze instemden met de Gedragscode voor Leveranciers klopte niet. Het opgenomen cijfer gaf het totale aantal actieve leveranciers weer in plaats van het aantal belangrijke leveranciers die met de Gedragscode voor Leveranciers hadden ingestemd. Deze fout is nu rechtgezet. De nauwkeurige cijfers voor 2024, samen met de bijgewerkte cijfers voor 2025, worden nu in dat deel toegelicht.
96 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Opname door middel van verwijzingen
Om de leesbaarheid van de duurzaamheidsverklaring te verbeteren, hebben wij bepaalde informatie opgenomen door middel van verwijzingen naar andere delen van dit jaarverslag. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de rapportage-eisen die door middel van verwijzingen zijn opgenomen:
| ESRS | RAPPORTAGE-EIS | DATA PUNT | INFORMATIE | DEEL VAN HET JAARVERSLAG |
|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 | BP-1 | 5b i | Consolidatiekring | 6.33 Dochterondernemingen |
| ESRS 2 | GOV-1 | 20 a | Aantal uitvoerende en niet-uitvoerende leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | 5.1 Corporate Governance- verklaring |
| ESRS 2 | GOV-1 | 21 d | Diversiteit van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | 5.1 Corporate Governance- verklaring |
| ESRS 2 | GOV 3 | 29 a | Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de beloningsregelingen | Remuneratieverslag in deel 5.1 Corporate governance-verklaring |
| ESRS 2 | GOV 5 | 34 | Belangrijkste kenmerken van het systeem voor risicobeheersing en interne controle | 5.2 Risicobeheer |
| ESRS 2 | IRO-2 | 56 | Tabel met alle datapunten die voortvloeien uit andere EU-wetgeving | 9.6 EU-wetgeving en datapunten |
Bepalingen voor het infaseren
Bnode heeft ervoor gekozen om de volgende bepalingen voor het infaseren toe te passen in overeenstemming met ESRS 1 Appendix C (“Lijst van ingefaseerde rapportage-eisen”):
■ ESRS E1_E1-9 (Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatopportuniteiten).
■ ESRS E5_E5-6 (Beoogde financiële effecten van impacts, risico’s en opportuniteiten wat materiaalgebruik en circulaire economie betreft).
■ ESRS S1_S1-14 (Gevallen van beroepsziekten en het aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen en beroepsziekten voor medewerkers niet in loondienst).
97 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1.2 Governance
6.1.2.1 GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen
Rol van de Raad van Bestuur
Het bestuur van Bpost NV berust bij een Raad van Bestuur, die 12 leden telt, met name de CEO en verder uitsluitend niet-uitvoerende bestuurders. De Raad van Bestuur staat in voor strategisch leiderschap en stevig toezicht binnen Bnode. De Raad van Bestuur bepaalt en evalueert regelmatig de middellange- en langetermijnstrategie en de algemene beleidslijnen van Bnode. Ze beslist daarbij over alle belangrijke strategische, financiële, operationele en duurzaamheidsgerelateerde aangelegenheden. Ook ziet ze erop toe dat de cultuur van Bnode bijdraagt aan de verwezenlijking van de groepsstrategie en tegelijkertijd ook verantwoord en ethisch gedrag bevordert.
Verder houdt ze toezicht op de manier waarop de CEO en het Executive Comité Bnode aansturen. Om dit toezicht aan te scherpen, kan de Raad van Bestuur rekenen op de ondersteuning van onder meer een toegewijd ESG Comité. Dit comité geeft advies over de wereldwijde duurzaamheidsstrategie van de groep, formuleert aanbevelingen op het vlak van verantwoord ondernemen, ondersteunt het management bij de uitrol van ESG-programma’s en -initiatieven, en coördineert duurzaamheidsverbintenissen binnen de hele organisatie.
Gezamenlijk identificeren en beoordelen de Raad van Bestuur, het Audit, Risk & Compliance Comité en het ESG Comité risico's en opportuniteiten op het gebied van milieu, maatschappij en governance die de waarde op lange termijn kunnen beïnvloeden. Zij dragen tevens de verantwoordelijkheid voor het stellen van doelstellingen met betrekking tot de materiële impacts, risico’s en opportuniteiten.
Samenstelling en diversiteit van de Raad van Bestuur
Bnode waardeert diversiteit en onafhankelijkheid binnen zijn bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en erkent dat een brede mix aan perspectieven het bestuur versterkt en de besluitvorming verbetert. De samenstelling en diversiteit van de Raad van Bestuur en het Executive Comité staat uitvoerig beschreven in de Corporate Governance-verklaring beschreven in deel 5.1.### Onafhankelijke leden van de Raad van Bestuur (%)
De Raad van Bestuur is zo samengesteld dat ze beantwoordt aan de strengste governancenormen. Zo is 50% van de leden van de Raad van Bestuur onafhankelijk, wat een onpartijdige besluitvorming en naleving van de goede praktijken op het vlak van governance garandeert.
Vertegenwoordiging van werknemers in bestuursorganen
Bpost NV heeft geen specifieke werknemersvertegenwoordiger binnen het Executive Comité of de Raad van Bestuur. Personeelskwesties worden op het niveau van het Executive Comité evenwel behartigd door de Chief Human Resources Officer (CHRO), die verantwoordelijk is voor alle personeelsgerelateerde beleidslijnen en verbintenissen.
98 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Professionele achtergrond
Inzicht in de professionele achtergrond van de leden van de Raad van Bestuur, met name hun ervaring in relevante sectoren, producten en geografische locaties, is cruciaal om hun expertise af te stemmen op de strategische doelen van de groep. Deze informatie biedt waardevolle inzichten in hoe hun vaardigheden en kennis kunnen bijdragen aan de activiteiten van de groep en groei in specifieke sectoren en regio's. Hieronder volgt een samenvatting van hun relevante ervaring:
| NAAM LID | RELEVANTE SECTOREN | RELEVANTE PRODUCTEN | GEOGRAFISCHE DESKUNDIGHEID |
|---|---|---|---|
| Françoise Roels | Recht, financiën, digitale communicatie, vastgoed | Recht, compliance, corporate governance, personeelszaken, ESG en fiscaliteit | België, internationaal |
| Chris Peeters | Energie, engineering, consultancy, netbeheer | Netinfrastructuur, bedrijfsadvies, engineeringproducten | Europa, Afrika, Midden-Oosten, Rusland |
| Véronique Thirion | Wetgeving, financiën, regelgevende autoriteit | Wetgeving, financiën, regelgeving | België |
| Denis Van Eeckhout | Overheidssector, regelgevende autoriteit, milieuregelgeving, organisaties zonder winstoogmerk | Milieuregelgeving, overheidsadministratie | België, Europa |
| Ann Caluwaerts | Telecommunicatie, media, marketing, strategie, transformatie | Telecommunicatie, media, marketing, strategie, transformatie | België |
| Ann Vereecke | Supply chain management, onderwijs, productie, digitale technologieën | Supply chain management, digitale technologieën | België |
| Sonja Rottiers | Financiën, verzekeringen, commerciële planning | Financiën, verzekeringen, commerciële planning | België, VK, Europa |
| Michael Stone | Logistiek, e-commerce, digitale communicatie | Logistiek, e-commerce, digitale communicatie | België, VK, Europa |
| Jules Noten | Consumentenproducten, logistiek | Consumentenproducten, logistiek | België |
| Lionel Desclée | Consumentenproducten, retailnetwerken | Consumentenproducten, retailnetwerken | België, Japan, internationaal |
| David Cunningham | Logistiek, financiën | Logistiek beheer, financiën | Verenigde Staten, Azië, internationaal |
| Hakan Ericsson | Logistiek, transport, reisbeheer | Logistiek beheer, strategisch beheer, bedrijfstransformatie | Zweden, Europa, internationaal |
Comités ter ondersteuning van het toezicht door de Raad van Bestuur
Bnode zorgt voor een solide governance en toezicht op compliance, ethiek en risicobeheer via welomschreven rapportagelijnen en gestructureerde interacties met zijn bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen. Zoals vermeld in de Corporate Governance Charter, heeft de Raad van Bestuur vier raadgevende comités opgericht:
- ■ Het Strategisch Comité, dat de Raad van Bestuur adviseert over strategische aangelegenheden, zoals ontwikkelingen binnen de sector, bij de concurrentie en in de markt.
- ■ Het ESG Comité, dat verantwoordelijk is voor het coördineren van en adviseren over ESG-duurzaamheidsinitiatieven en ESG-verbintenissen op groepsniveau.
- ■ Het Audit, Risk & Compliance Comité (ARCC), dat de Raad van Bestuur adviseert over aangelegenheden inzake boekhouding, audit, risicobeheer, compliance en interne controle.
- ■ Het Bezoldigings- en Benoemingscomité, dat de Raad van Bestuur bijstaat in aangelegenheden inzake de benoeming en bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur, de CEO en de leden van het Executive Comité.
Voor meer informatie over de raadgevende comités, verwijzen we naar deel 5.1 Corporate Governance-verklaring.
99 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Daarnaast:
- ■ Het Executive Comité, onder leiding van de CEO, staat in voor het operationeel management van Bnode en draagt zo bij tot het complianceonderzoek en de beoordeling, opvolging en beperking van de voornaamste risico's.
- ■ Het Compliancedepartement is verantwoordelijk voor de coördinatie van de compliance-activiteiten binnen Bnode. Het departement promoot ethisch gedrag, respect voor waarden en naleving van wetten, interne en externe regels en beleidslijnen op alle niveaus. Dit onder leiding van de Director of Compliance, die rechtstreeks rapporteert aan het Executive Comité, het Audit, Risk & Compliance Comité en de Raad van Bestuur over compliancerisico's, waaronder ethiek en fraude.
Daarnaast zorgt een Delegatiebeleid, van kracht vanaf 1 januari 2025, voor sterkere interne besluitvormingsprocessen. Het legt duidelijke waarborgen vast voor de delegatie van bevoegdheden en voor de besluitvormingsprocessen, zodat op elk managementniveau een passend toezicht verzekerd is. Volgens dit beleid vereisen belangrijke strategische, financiële, operationele en duurzaamheidsgerelateerde dossiers de goedkeuring van de Raad van Bestuur, terwijl het ESG-team bij alle kernbeslissingen een adviserende rol krijgt om te waarborgen dat duurzaamheidsoverwegingen systematisch in aanmerking worden genomen in de governance en de bedrijfsstrategie.
Het ESG Comité
Het ESG Comité is een specifiek orgaan dat verantwoordelijk is voor het coördineren van en adviseren over duurzaamheidsinitiatieven en -verbintenissen inzake ESG (milieu, sociaal en governance) op groepsniveau. Zoals uiteengezet in het Corporate Governance Charter, speelt het ESG Comité een centrale rol in het waarborgen dat ESG- risico's en -opportuniteiten in de langetermijnstrategie en -ontwikkeling van de groep worden geïntegreerd. Tot de belangrijkste verantwoordelijkheden behoren het evalueren en goedkeuren van de dubbele-materialiteitsanalyse (DMA), het opvolgen van duurzaamheidsinitiatieven en het adviseren van de Raad van Bestuur over ESG-kwesties. Het Comité werkt nauw samen met de Chief Transformation Officer, de Group Sustainability Director en het Group Sustainability Team om ESG-maatregelen en -projecten te implementeren en op te volgen.
Op 31 december 2025 telde het ESG Comité drie zeer ervaren leden die elk over unieke vaardigheden en expertise beschikken om de uitdagingen en opportuniteiten op het gebied van duurzaamheid aan te pakken:
| NAAM | FUNCTIE | EXPERTISE INZAKE DUURZAAMHEID | BIJDRAGE AAN IRO'S |
|---|---|---|---|
| Ann Vereecke | Voorzitter | ■ Expertise op het gebied van supply chain management, digitale technologieën en onderwijs, met een focus op duurzame bedrijfsvoering en innovatie. ■ Sterke achtergrond in het aansturen van digitale transformatie om de operationele efficiëntie te verbeteren en de milieu-impact te verminderen. | ■ Adviseert over duurzame praktijken in de toeleveringsketen en digitale oplossingen om de koolstofvoetafdruk van de groep te minimaliseren. ■ Ondersteunt de integratie van ESG- overwegingen in de digitale transformatie- initiatieven van de groep. |
| Denis Van Eeckhout | Lid | ■ Coördinator van de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie, met een focus op klimaat- en milieubeleid. ■ Uitgebreide ervaring in milieuregelgeving en non-profitleiderschap, waaronder functies als secretaris-generaal van Inter-Environnement Wallonie en voorzitter van Coordination Environnement. | ■ Biedt kritische inzichten in klimaatgebonden risico's en opportuniteiten en stemt dergelijke materies af op de milieuregelgeving van de EU. ■ Adviseert over strategieën om de milieuprestaties van Bnode te verbeteren en de CO 2 -reductiedoelstellingen te halen. |
| Jules Noten | Lid | ■ Achtergrond in consumentenproducten en logistiek, met een focus op duurzaam ondernemen en operationele efficiëntie. ■ Ervaring in het afstemmen van bedrijfsstrategieën op duurzaamheidsdoelen in concurrerende markten. | ■ Adviseert over duurzame logistiek en consumentgerichte initiatieven om de impact op het milieu te verminderen. ■ Ondersteunt de integratie van ESG- overwegingen in de operationele en strategische planning van de groep. |
100 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
De leden van het ESG Comité hebben uitgebreide ervaring op het gebied van duurzaamheid in verschillende sectoren. Hun verschillende achtergronden maken een allesomvattende benadering van de ESG-strategie en -governance mogelijk. Om te waarborgen dat ze perfect op de hoogte blijven van de recentste ontwikkelingen rond duurzaamheidsnormen en goede praktijken, nemen de leden van het Comité regelmatig deel aan opleidingen over belangrijke onderwerpen zoals nieuwe regelgeving, waaronder de Richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (CSRD) en Richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (CSDDD).
Deskundigheid op het gebied van duurzaamheid
De Raad van Bestuur, ondersteund door het ESG Comité, beoordeelt regelmatig de competenties en expertise van de leden om er zeker van te zijn dat deze aansluiten bij de strategische doelstellingen met betrekking tot duurzaamheid. Het ESG Comité adviseert de Raad van Bestuur over de ESG-strategie en -activiteiten en geeft duurzaamheid een volwaardige plaats in de activiteiten van Bnode. Daarnaast is het Bezoldigings- en Benoemingscomité verantwoordelijk voor de beoordeling van de vaardigheden en kenmerken van individuele bestuurders. Het Comité doet ook aanbevelingen aan de Raad van Bestuur om een evenwichtige vertegenwoordiging van expertise te garanderen, ook op het vlak van duurzaamheidsvaardigheden.In het kader van de governance rond duurzaamheid informeert de Sustainability Director het ESG Comité op regelmatige basis over ESG-aangelegenheden en ontwikkelingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze updates zorgen niet alleen voor proactieve aanpak op het vlak van compliance en een goed onderbouwde besluitvorming, maar dragen er ook toe bij dat de expertise van het leidinggevend team voortdurend wordt opgekrikt door hun inzichten in de ontwikkelingen m.b.t. ESG-thema’s en de implicaties daarvan voor de strategie en activiteiten van Bnode te versterken. Deze aanpak zorgt ervoor dat de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van Bnode alles in huis hebben om de impacts, risico's en opportuniteiten op het gebied van duurzaamheid doeltreffend aan te pakken.
Monitoring en evaluatie van duurzaamheidsprestaties Zoals vermeld in deel 5.1 Corporate Governance-verklaring, heeft Bnode een professionele interne auditafdeling die volgens de normen van het Institute of Internal Auditors werkt en elke vijf jaar een externe kwaliteitsbeoordeling ondergaat. Corporate Audit voert een jaarlijkse risico-evaluatie uit met een halfjaarlijkse controle om het auditprogramma te bepalen. Via haar auditopdrachten verschaft Corporate Audit een redelijke mate van zekerheid over de doeltreffendheid van interne controles binnen een brede waaier van processen, producten en projecten, waaronder ook duurzaamheidsgerelateerde onderwerpen (zoals onder meer cybersecurity, bedrijfscontinuïteit en noodherstelplannen, compliance enz.). Daarnaast is er ook regelmatig toezicht op de naleving van de codes, het beleid en de procedures van Bnode. De Raad van Bestuur en het ARCC zien erop toe dat Bnode zich engageert voor sterke bedrijfswaarden en ethische bedrijfspraktijken en nemen, indien nodig, beslissingen en maatregelen voor verbeteringen. Elk strategisch beleid moet worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur en wordt afgetoetst aan Kader voor Beleidsbeheer, dat in maart 2025 van kracht ging. Met deze aanpak blijft Bnode baanbrekend werk verrichten op het vlak van goede praktijken inzake governance, wat helpt om een sterke compliancecultuur te verankeren.
101 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1.2.2 GOV-2 Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming
Integratie van duurzaamheidskwesties in governance
De bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen, met inbegrip van de betrokken comités, worden geïnformeerd over alle materiële impacts, risico’s en opportuniteiten (IRO's) en de uitvoering van due diligence, evenals over de resultaten en de effectiviteit van beleid, maatregelen, maatstaven en doelen. Zie deel SBM-3 voor meer informatie over onze materiële IRO's. De Raad van Bestuur en het ESG Comité nemen duurzaamheidsimpacts, -risico’s en -opportuniteiten mee in hun toezicht op de strategie van Bnode. Deze organen beoordelen de mogelijke uitruil die bij deze impacts, risico’s en opportuniteiten op het vlak van duurzaamheid moet worden gemaakt en ondersteunen zo beslissingen die de operationele noden op korte termijn in balans brengen met duurzaamheidsdoelen op lange termijn.
Het ESG Comité komt twee keer per jaar bijeen om onze materiële duurzaamheidsimpacts, -risico's en -opportuniteiten te evalueren. Daarnaast worden ESG-thema's periodiek op ad-hocbasis behandeld door andere Comités van de Raad van Bestuur. In het bijzonder:
■ Audit, Risk & Compliance Comité: voor aangelegenheden inzake risicobeheer en compliance met implicaties op het vlak van duurzaamheid.
■ Bezoldigings- en Benoemingscomité: voor aangelegenheden inzake beloningsregelingen waarbij criteria met betrekking tot duurzaamheidsprestaties een essentiële rol spelen. Voor meer informatie hieromtrent, verwijzen we naar deel GOV- 3 - Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen.
102 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1.2.3 GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen
Het Bezoldigingsbeleid van Bnode, dat in 2023 het laatst werd herzien en bijgewerkt door de Raad van Bestuur, bevat duurzaamheidsmaatstaven die aansluiten bij onze ruimere ESG-doelstellingen (Environmental, Social en Governance). Dit omvat een Short-Term Incentive Plan (STIP), dat werknemers beloont op basis van jaarlijkse prestatiedoelen, en een Long-Term Incentive Plan (LTIP), bedoeld om de verwezenlijking van strategische doelen over een periode van drie jaren te stimuleren. Terwijl het STIP focust op prestaties op korte termijn, bevordert het LTIP prestaties op lange termijn en stimuleert het duurzame inzet en verantwoordelijkheid. Beide plannen zijn zorgvuldig opgebouwd om onze verbintenissen op het gebied van duurzaamheid en klimaat te bevorderen.
De eindverantwoordelijkheid voor het Bezoldigingsbeleid, inclusief de ESG- componenten, ligt bij de Raad van Bestuur, op basis van de aanbevelingen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité. Dit zorgt voor een correct toezicht en afstemming op de corporate-governancepraktijken.
Beloningsregelingen en Bezoldigingsbeleid gekoppeld aan duurzaamheidsthema’s voor leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming
Ongeveer 2.100 werknemers, van het Executive Comité (ExCo) tot Niveau 1 (niet- leidinggevenden werknemers), komen in aanmerking voor het STIP. Daarvan zijn 1.650 werknemers tewerkgesteld bij Bpost NV, 396 bij Radial EU en 71 bij Landmark Global. Ongeveer 130 werknemers, inclusief leden van het ExCo en Senior Executives (SENEX), komen in aanmerking voor het LTIP. Daarvan zijn ongeveer 65 werknemers tewerkgesteld bij een Bnode-entiteit in de EU, 50 bij Radial US en 15 bij Landmark Global. De vergoeding voor leden van de Raad van Bestuur is gebaseerd op vaste vergoedingen en zitpenningen, zonder variabele component gekoppeld aan ESG-prestaties.
| BELONINGSREGELING | MAATSTAFCATEGORIE | MAATSTAF | GEWICHT (2024) | GEWICHT (2025) |
|---|---|---|---|---|
| Short-Term Incentive Plan (STIP) | Sociaal (S) | Ontwikkeling van medewerkers | n.v.t. (nieuw in 2025) | 10% |
| TOTAAL STIP ESG-WEGING | N/A | 10% | ||
| Long-Term Incentive Plan (LTIP) | Milieu (E) | CO2-emissiereductie | 30% | 30% |
| Long-Term Incentive Plan (LTIP) | Governance (G) | Verbetering van het governancekader | 20% | 20% |
| TOTAAL LTIP ESG-WEGING | 50% | 50% |
103 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Short-Term Incentive (STI)
De CEO en leden van het Executive Comité van Bnode komen in aanmerking voor een prestatiegebonden variabele vergoeding in cash of in pensioenbijdragen. Als het doel behaald wordt, bedraagt de STI tot 50% (CEO) en 30% (overige leden van het Executive Comité) van de jaarlijkse basisbezoldiging, met een maximum van 100% (CEO) en 60% (overige leden van het Executive Comité) bij bovenmaatse prestaties. Er wordt geen STI uitbetaald indien de individuele prestatie nihil is of indien de financiële resultaten van de vennootschap ertoe leiden dat de vennootschap geen dividend aan de aandeelhouders kan uitkeren. De STI is als volgt opgebouwd:
■ Collectieve doelstellingen (70%) - Gebaseerd op financiële (50%, EBIT) en niet- financiële (20%, bv. klantentrouw) KPI's die zijn vastgesteld door de Raad.
■ Individuele doelen (30%) - Jaarlijks beoordeeld op basis van prestatieresultaten en leiderschapsgedrag. De ESG-component richt zich op de ontwikkeling van werknemers, gemeten aan de hand van de deelnemingsgraad aan opleidingssessies die aansluiten bij ons nieuwe leiderschapsmodel.
Long-Term Incentive (LTI)
Om duurzame groei te stimuleren, komen de CEO en de leden van het Executive Comité in aanmerking voor een variabele bezoldiging op lange termijn in cash, afhankelijk van een verwervingsperiode van drie jaar. Als het doel behaald wordt, bedraagt deze 30% van de brutobasisbezoldiging. Prestaties worden beoordeeld op basis van de mate waarin de doelstellingen zijn behaald en meer bepaald op basis van:
- Marktprestaties (50%) – Gebaseerd op de Total Shareholder Return (TSR).
- Milieuprestaties (30%) – Gemeten aan de hand van CO 2 -reductiedoelstellingen. De voortgang wordt opgevolgd op basis van de reductie van scope 1- en scope 2-emissies, in lijn met de klimaatdoelstellingen van Bnode.
- Prestaties op het vlak van performance (20%) – Beoordeeld op basis van twee doelstellingen:
– Geslaagde implementatie van het monitoring- en risicobeperkingsplan voor de strategische risico's; en
– Verbetering van de interne controles door de implementatie van Group Key Controls (GKC's).
ESG-weging in beloning
Het totale percentage van de bezoldiging gekoppeld aan ESG-factoren is aanzienlijk: 10% van het STIP en 50% van het LTIP zijn gekoppeld aan duurzaamheidsprestaties in 2025. Deze percentages onderstrepen het engagement van Bnode om tastbare verbeteringen door te voeren in belangrijke ESG-domeinen.
Verdere informatie over de beloningsregelingen en het bezoldigingsbeleid voor de leden van onze bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen is opgenomen in het Remuneratieverslag, in het hoofdstuk Corporate Governance van dit jaarverslag, meer bepaald in deel 'B. Bezoldiging van de CEO en de andere leden van het Executive Comité', subparagrafen 'Variabele kortetermijnbezoldiging' en 'Variabele langetermijnbezoldiging voor de CEO en de leden van het Executive Comité niet tewerkgesteld bij een Amerikaanse entiteit'.
104 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1.2.4 GOV-4 Due-diligenceverklaring
Bij Bnode onderkennen we dat een goed onderbouwde due diligence cruciaal is om potentiële negatieve impacts binnen onze eigen activiteiten en onze waardeketen in kaart te brengen en te beperken. Om dit engagement te versterken, verbeteren we onze due-diligenceprocessen door aandacht voor mensenrechten en milieu structureel te verankeren in onze activiteiten, onze toeleveringsketen en onze governance.In al onze activiteiten streven we ernaar de VN-richtlijnen inzake bedrijfsleven en mensenrechten en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen na te leven. Deze internationale normen bieden een kader voor verantwoord ondernemen en helpen ondernemingen om positief bij te dragen aan economische, ecologische en maatschappelijke vooruitgang.
Mapping van het due-diligenceproces zoals opgenomen in de duurzaamheidsverklaring
De tabel verschafte een mapping die toelicht hoe en waar de belangrijkste aspecten en stappen van het due-diligenceproces hun neerslag vinden in de duurzaamheidsverklaring.
| KERNBESTANDDELEN VAN DUE DILIGENCE | DELEN IN DE DUURZAAMHEIDSVERKLARING |
|---|---|
| Due diligence integreren in governance, strategie en businessmodel | 6.1.2.2. GOV-2 – Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming |
| 6.1.2.3. GOV-3 – Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | |
| 6.1.3.3. SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | |
| Getroffen stakeholders betrekken bij alle belangrijke stappen van de due diligence | 6.1.3.2. SBM-2 – Belangen en opvattingen van stakeholders |
| 6.1.4.1. IRO-1 – Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren | |
| 6.3.1.2.2 S1-2 – Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts | |
| 6.3.2.3. S2-2 – Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts | |
| 6.3.3.3. S4-2 – Processen om met consumenten en eindgebruikers te overleggen over impacts | |
| 6.4.1.2. G1-1 – Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | |
| In kaart brengen en beoordelen van negatieve impacts op mens en milieu | 6.1.3.3. SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel |
| 6.2.1.1 E1 ESRS 2 SBM3 – Klimaatrisicobeoordeling | |
| 6.3.1.1 S1 ESRS 2 SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | |
| 6.3.2.1. S2 ESRS 2 SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | |
| 6.3.3.1 S4 ESRS 2 SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | |
| 6.1.4.1. IRO-1 – Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren | |
| 6.1.4.1.1. E1 ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico’s en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren | |
| 6.1.4.1.2 ES ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële verontreinigingsgerelateerde IRO's in kaart te brengen en te analyseren | |
| 6.1.4.1.3 E3 ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële aan water gerelateerde IRO's in kaart te brengen en te analyseren | |
| 6.1.4.1.4 E4 ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële IRO's wat betreft biodiversiteit in kaart te brengen en te analyseren | |
| 6.1.4.1.5 E5 ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële IRO's wat betreft circulariteit in kaart te brengen en te analyseren | |
| 6.1.4.1.6 G1 ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële IRO's wat betreft governance in kaart te brengen en te analyseren |
105 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
| KERNBESTANDDELEN VAN DUE DILIGENCE | DELEN IN DE DUURZAAMHEIDSVERKLARING |
|---|---|
| Maatregelen nemen om die negatieve impacts op mens en milieu aan te pakken | 6.2.1.4.2 E1-3 – Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering |
| 6.2.2.1.2 E2-2 – Maatregelen wat betreft verontreiniging | |
| 6.2.3.1.2 E5-2 – Maatregelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie | |
| 6.3.1.3 Diversiteit van het personeelsbestand en beloning: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en maatstaven | |
| 6.3.1.4 Collectieve onderhandelingen, leefbare loon en mensenrechten: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en maatstaven | |
| 6.3.1.5 Gezondheid, integratie en ontwikkeling van vaardigheden op de werkvloer: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en maatstaven | |
| 6.3.2.5. S2-4 –Acteren op materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico's te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen | |
| 6.3.3.5. S4-4 – Acteren op materiële impacts op consumenten en/of eindgebruikers en benaderingen om met betrekking tot consumenten en eindgebruikers materiële risico’s te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen | |
| 6.4.1.2. G1-1 – Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | |
| De effectiviteit van deze inspanningen monitoren en daarover communiceren | 6.2.1.4.3 E1-4 – Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie |
| 6.2.1.5.1 E1-5 – Energieverbruik en energiemix | |
| 6.2.1.5.2 E1-6 – Bruto scope 1-, 2- & 3-emissies en totale broeikasgasemissies | |
| 6.2.2.1.3 E2-3 – Doelen wat betreft verontreiniging | |
| 6.2.3.1.3 E5-3 – Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie | |
| 6.2.3.2.1 E5-4 – Materiaalinstromen | |
| 6.2.3.2.2 E5-5 – Materiaaluitstromen | |
| 6.3.1.3 Diversiteit van het personeelsbestand en beloning: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en maatstaven | |
| 6.3.1.3.1 S1-6 – Kenmerken van werknemers, S1-9 Diversiteitsmaatstaven | |
| 6.3.1.3.2 S1-7 – Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van Bnode | |
| 6.3.1.3.3 S1-16 – Beloningsmaatstaven (genderloonkloof en totale beloning) | |
| 6.3.1.4 Collectieve onderhandelingen, leefbare loon en mensenrechten: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en maatstaven | |
| 6.3.1.4.1 S1-8 – Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog | |
| 6.3.1.4.2 S1-17 – Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten | |
| 6.3.1.5 Gezondheid, integratie en ontwikkeling van vaardigheden op de werkvloer: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en maatstaven | |
| 6.1.3.1.5.1 S1-14 –Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | |
| 6.1.3.1.5.2 S1-15 – Maatstaven voor werk-privébalans | |
| 6.1.3.1.5.3 S1-13 – Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | |
| 6.3.2.6. S2-5 – Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten | |
| 6.3.3.6. S4-5 – Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en kansen | |
| 6.4.1.3.2. G1-6 – Betalingspraktijken | |
| 6.4.1.4.2. G1-4 – Incidenten van corruptie of omkoping | |
| 6.4.1.5.1 G1-5 – Politieke invloed en lobbyactiviteiten |
106 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1.2.5 GOV-5 Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportering
Belangrijkste kenmerken en onderdelen van de systemen voor risicobeheersing en interne controle wat betreft duurzaamheidsrapportering
Reikwijdte en belangrijkste kenmerken van risicobeheersing
De reikwijdte en belangrijkste kenmerken van het proces voor risicobeheersing en interne controle wat betreft duurzaamheidsrapportering zijn erop gericht een volledig toezicht en optimale afstemming op de ESG-doelstellingen van onze organisatie te waarborgen. Zoals reeds uiteengezet in deel 5.2 Risicobeheer, omvat het kader voor risicobeheersing van Bnode minstens een halfjaarlijkse evaluatie van de voornaamste risico's door het Enterprise Risk Management-team (ERM-team) in samenwerking met topmanagers, operationele managers en aangestelde SPOC's uit elk betrokken team.
Deze evaluatie richt zich met name op de ontwikkelingen op het vlak van de belangrijkste ESG-gerelateerde risico's, zoals naleving van regelgeving (met inbegrip van de risico's verbonden aan het duurzaamheidsrapporteringsproces), klimaatverandering, governancepraktijken enz. De risicobeoordelingen omvatten een gestructureerde evaluatie met de ERM Community (waaronder het senior management en zo'n 50 toegewijde ERM-SPOC’s) en 10 door leden van het Executive Comité aangestelde ERM-coördinatoren, die entiteiten, business units en functionele teams (Insurance & Finance, Communicatie enz.) vertegenwoordigen voor ERM-aangelegenheden.
Deze evaluatie beoordeelt de ontwikkeling van belangrijke risico's en identificeert opkomende bedreigingen binnen de organisatie, met name met betrekking tot ESG-prioriteiten. Dit proces hanteert een alomvattend risicobeoordelingsaanpak en -kader: een combinatie van kwantitatieve gegevensanalyses, overleg met stakeholders en scenarioplanning. ERM-coördinatoren werken samen met operationele managers om de doeltreffendheid te meten van de risicobeperkende strategieën die in de loop van het jaar werden ingevoerd en na te gaan of deze strategieën erin slagen de ernst en/of waarschijnlijkheid van risico's te verminderen.
Er zijn periodieke rapporteringsmechanismen ingesteld om de resultaten van de halfjaarlijkse beoordelingen van de belangrijkste risico’s aan het Executive Comité (ExCo), het Audit, Risk and Compliance Comité (ARCC) en de Raad van Bestuur te rapporteren. Daarnaast wordt bij Bnode het 'Three lines of Defense'-model (model met drie verdedigingslinies) toegepast. Het model maakt onderscheid tussen functies die verantwoordelijkheid dragen voor risico's en deze beheren (d.w.z. de business of 1st Line of Defense), functies die toezicht houden op risico's (d.w.z. de 2nd Line of Defense), en functies die onafhankelijke zekerheid verschaffen (d.w.z. de Interne Audit of 3rd Line of Defense).
- ■ Eerste linie: het operationeel management staat in voor het uitwerken en handhaven van risicobeheersing en interne controles.
- ■ Tweede linie: functies zoals Legal, HR, Finance, Enterprise Risk Management (ERM), ESG, Regulatory & Competition, Compliance & Data Protection, Cyber & Information Security, Gezondheid & Veiligheid, Beveiliging of Integriteit, bieden deskundige ondersteuning aan het operationeel management.Deze functies stellen normen op voor specifieke risico- en/of compliancedomeinen binnen een bepaald 'vakinhoudelijk expertisegebied' ('subject matter expertise', kortweg 'SME') (bv. Legal, HR, Finance enz.), om de eerste linie te adviseren en te ondersteunen en om toe te zien op de naleving van de vastgelegde normen. Ze rapporteren regelmatig aan het Executive Comité, het ARCC en de Raad van Bestuur. Daarnaast hebben de Enterprise Risk Management en Compliance Directors een speciale rapportagelijn naar de voorzitter van het ARCC.
107 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
■ Derde linie: Corporate Audit, verantwoordelijk voor interne audits, geeft een onafhankelijk oordeel over de doeltreffendheid van de risicobeheersing en de interne controles. Corporate Audit rapporteert aan de voorzitter van het ARCC en aan de CEO.
Het beheer van duurzaamheidsgerelateerde impacts, risico’s en opportuniteiten is geïntegreerd in de processen en interne systemen voor Enterprise Risk Management (ERM). Deze systemen zorgen ervoor dat risicobeoordelingen rond duurzaamheid en interne controles naadloos worden geïntegreerd in het ruimere risicobeoordelingskader, zodat de organisatie efficiënt beslissingen kan nemen en zich nog sterker kan inzetten voor duurzaamheid. Meer informatie over onze risicobeoordelingsaanpak is opgenomen in deel 5.2 Risicobeheer.
Aangescherpte interne controles in het kader van het duurzaamheidsrapporteringsproces
Het duurzaamheidsrapporteringsproces brengt verschillende risico’s met zich mee, zoals het risico op onvolledigheid, fouten of onnauwkeurigheden in de gegevens en niet-naleving van de regelgeving. Naast de toepassing van de algemene beginselen van het 'three lines of defense'-model, hebben wij de volgende maatregelen ingevoerd om deze risico’s aan te pakken:
■ Versterken van de competenties van het ESG-team: ons team heeft tijdens de rapporteringsoefening van vorig jaar ervaring opgedaan en heeft vandaag alles in huis om ontwikkelingen in wet- en regelgeving die de naleving van de rapporteringsvereisten kunnen beïnvloeden op de voet te volgen.
■ Optimaliseren van het gegevensbeheer: we hebben robuuste systemen ingevoerd om de belangrijkste ESG-maatstaven te beheren (bv. door Visier in te zetten voor HR-gegevens en door interne oplossingen te ontwikkelen voor broeikasgasemissies en afval- en verpakkingsgegevens). Op die manier willen we de betrouwbaarheid, consistentie en nauwkeurigheid van de gerapporteerde informatie verbeteren.
■ Uitvoeren van strenge interne controles: we hebben een duidelijke scheiding van verantwoordelijkheden en controlemechanismen doorgevoerd over de gegevensstromen vanuit verschillende entiteiten heen, om de integriteit van de gegevens te waarborgen.
Deze initiatieven versterken rechtstreeks ons interne controlesysteem voor duurzaamheidsrapportering. Door de expertise binnen het ESG-team te versterken, zorgen we ervoor dat medewerkers de ESRS-vereisten correct kunnen interpreteren, wat de controleactiviteiten ondersteunt en het risico op niet-naleving verkleint. Door de inzet van meer geavanceerde databeheerinstrumenten neemt de betrouwbaarheid van de controles toe: de kans op manuele fouten is kleiner en de traceerbaarheid en controleerbaarheid van de gegevens zijn gewaarborgd. Samen verbeteren deze maatregelen de nauwkeurigheid, volledigheid en consistentie van onze gerapporteerde ESG-informatie en verlagen ze het risico op rapporteringsfouten.
Tot slot zien wij erop toe dat alle relevante departementen (zoals ESG, Compliance, Legal, Procurement enz.) volledig zijn afgestemd op onze doelstellingen inzake duurzaamheidsrapportering en dat in kaart gebrachte risico’s tijdig worden aangepakt. Met het oog daarop houden wij regelmatig infosessies om medewerkers die betrokken zijn bij het rapporteringsproces, op de hoogte te houden van de meest recente ontwikkelingen en de best practices op het vlak van duurzaamheidsrapportering.
108 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1.3 Strategie en businessmodel
6.1.3.1 SBM-1 – Strategie, businessmodel en waardeketen
Kernfeiten & -cijfers
Bnode is het toonaangevende postbedrijf in België en een groeiende partner voor pakjes- en omni-commercelogistiek in Europa, Noord-Amerika en Azië. Met net geen 34.000 medewerkers in België en wereldwijd verbinden we consumenten, bedrijven en overheden door post en pakjes te leveren aan miljoenen adressen en door logistieke diensten voor e-commerce aan te bieden.
Belangrijkste aangeboden diensten
Bnode biedt drie kerndiensten aan:
- Last-mile leveringen: dit omvat traditionele postdiensten in België, voornamelijk uitgevoerd door Bpost NV en Euro-Sprinters, met aanvullende, gespecialiseerde leveringsdiensten in de Benelux (Leen Menken, Dynagroup). Deze diensten maken deel uit van onze business unit Bpost. Ook in Canada leveren we last-mile diensten via een netwerk van zelfstandige chauffeurs onder het merk Apple Express, dat deel uitmaakt van onze business unit Landmark Global.
- Third-party logistiek (3PL): dit omvat onze fulfilmentcenteractiviteiten, uitgevoerd door Staci & Base Logistics, Radial US en diverse Radial EU-entiteiten, en Active Ants (België, Nederland, VK). Deze activiteiten vallen onder onze business unit Paxon. Daarnaast worden fulfilmentdiensten voor e-commerce geleverd in verschillende faciliteiten van Landmark North America en FDM (naast hun cross-border activiteiten), als onderdeel van onze business unit Landmark Global.
- Internationale cross-border diensten: deze diensten worden verstrekt door Landmark Global North America, Landmark Global UK, Bpost NV, IMX, Freight for U en FDM (Australië, Nieuw-Zeeland). Alle cross-border activiteiten zijn gebundeld binnen onze business unit Landmark Global.
Daarnaast biedt Bnode in België de volgende diensten aan (allemaal onderdeel van onze business unit Bpost NV):
■ Retaildiensten: geleverd door Bpost NV via zijn postkantoren en partners.
■ De uitreiking van kranten en tijdschriften: beheerd door Bpost NV, Aldipress en AM P.
■ Overheidsdiensten: met inbegrip van de inning van verkeersboetes, de verdeling van Belgische nummerplaten en het beheer van geldrekeningen voor overheidsinstanties (deze activiteiten werden overgedragen naar BNPPF in december 2025).
■ Beheer van documentstromen: door Bpost NV en speos.
Opbrengsten uitgesplitst naar significante ESRS-sector
Bnode haalt ruim 90% van zijn opbrengsten uit de post-, logistiek- en transportsector.
109 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Geografische verdeling van opbrengsten en aantal werknemers
| OPBRENGSTEN (MEUR) | AANTAL WERKNEMERS (EOY) | ACTIEVE BU'S | KLANTENGROEPEN |
|---|---|---|---|
| België 2.322,8 | 25.755 | Alle | B2B (grote en kleine bedrijven, overheid en lokale gemeenschappen) & B2C |
| Frankrijk 288,9 | 1.235 | Paxon, Landmark Global | B2B - Voornamelijk e-commercespelers en middelgrote en grote bedrijven |
| Rest van Europa 663,4 | 2.887 | Paxon, Landmark Global | B2B - Voornamelijk e-commercespelers en middelgrote en grote bedrijven |
| VS 1.087,8 | 3.278 | Paxon, Landmark Global | B2B - Voornamelijk e-commercespelers en middelgrote en grote bedrijven |
| Rest van de wereld (Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, APAC) 119,6 | 377 | Paxon, Landmark Global | B2B - Voornamelijk e-commercespelers en middelgrote en grote bedrijven |
Bnode heeft geen producten die op bepaalde markten verboden zijn.
Duurzaamheid integreren in de strategie en de activiteiten van Bnode
Duurzaamheidsdoelstellingen per product, klant, geografisch gebied en stakeholder - Beoordeling van diensten, markten en klanten die de duurzaamheidsdoelstellingen beïnvloeden
De duurzaamheidsdoelstellingen van Bnode worden overkoepelend vastgelegd. De ermee samenhangende plannen en relevante 'verbeteringshefbomen' worden opgezet in de drie business units van de groep en de verschillende entiteiten die deel uitmaken van elke business unit, te beginnen met de entiteiten waar de impact mogelijk het grootst zal zijn - voornamelijk Bpost NV, Radial US en Staci. We communiceren niet over specifieke doelstellingen per entiteit, klantengroep, geografisch gebied of stakeholder.
De belangrijkste milieudoelstellingen van Bnode zijn:
1. De toeleveringsketen voor e-commerce en third-party pakjeslogistiek koolstofneutraal maken, met voor de groep een vernieuwd SBTi-doel 'na de overname van Staci' om tegen 2035 de scope 1- en scope 2-emissies met 71,3% en de scope 3-emissies met 38,2% te verlagen (ten opzichte van 2024), en om tegen 2050 net-zero te bereiken voor alle emissiescopes.
2. De nadelige gevolgen voor de luchtkwaliteit aanpakken.
3. Duurzame oplossingen voor de e-commercewaardeketen aanreiken, door gebruik te maken van recycleerbare en herbruikbare verpakkingen.
Deze doelstellingen hebben betrekking op alle business units, klantengroepen en geografische dimensies.
110 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
De stakeholders die een cruciale rol spelen bij het verwezenlijken van deze doelstellingen, zijn:
■ Eindgebruikers en zakelijke consumenten die hun eigen waardeketen koolstofneutraal willen maken.
■ Onze onderaannemers voor wegtransport gezien hun aandeel in onze scope 3-emissies.
■ Onze leveranciers van goederen en diensten (met inbegrip van kapitaalgoederen), gezien hun aanzienlijk aandeel in onze scope 3-emissies.
■ Onze medewerkers, gelet op de sleutelrol die zij spelen in onze dagelijkse werkzaamheden en de milieuvoetafdruk van hun woon-werkverkeer. Deze laatste factor hangt deels af van het vervoermiddel dat ze gebruiken rekening houdend met plaats- en uurroostergebonden factoren.
Terugdringen van de broeikasgasemissies
Vermindering scope 1-emissies en luchtkwaliteit
Het verminderen van de scope 1-broeikasgasemissies en het verbeteren van de luchtkwaliteit zijn het belangrijkst voor de last-mile leveringen van Bpost NV, gezien het uitgebreide wagenpark van vrachtwagens en bestelwagens.Bpost NV is verantwoordelijk voor 80% van de scope 1-broeikasgasemissies van Bnode. Om dit aan te pakken hebben we concrete plannen ontwikkeld, waaronder:
- Onze last-mile vloot (voor het ophalen van post en pakjes) elektrificeren.
- De zachte mobiliteitsleveringen en Ecozones uitbreiden.
- Bulkleveringen aan Postpunten en ons Bbox-netwerk uitbreiden om dit een handig alternatief voor aanhuislevering te maken.
- Onze gebouwen koolstofvrij maken door stookolie en aardgas voor verwarming geleidelijk te bannen.
- Onze interne logistieke vrachtwagenvloot omschakelen naar dubbeldekopleggers en alternatieve brandstoffen, met een verwachte versnelling vanaf 2028-2030 naarmate de technologie van grote elektrische vrachtwagens en ermee samenhangende kosten verder evolueren.
Deze inspanningen hebben vooral gevolgen voor België en bestrijken alle last-mile leveringen en klantsegmenten. De belangrijkste stakeholders blijven de eindgebruikers en zakelijke klanten die hun eigen waardeketen koolstofneutraal willen maken. Omgekeerd leveren onze last-mile leveringen de belangrijkste bijdrage aan het behalen van onze scope 1-doelstellingen op het gebied van broeikasgasreductie en het verbeteren van de luchtkwaliteit.
Vermindering scope 2-emissies
De doelstelling om onze scope 2-emissies te verlagen, is van toepassing op alle Bnode-activiteiten wereldwijd. In België, Europa en Canada werken alle entiteiten al op 100% groene elektriciteit. Voor alle entiteiten in de rest van de wereld streven we naar 100% groene elektriciteit tegen 2030. Als gevolg hiervan spelen onze Paxon en Landmark Global activiteiten een cruciale rol in het opdrijven van onze scope 2-reductie-inspanningen.
111 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Vermindering scope 3-emissies
De doelstelling om onze scope 3-emissies te verlagen is van toepassing op alle activiteiten en geografische dimensies van Bnode voor uitbesteed transport, gekochte diensten en goederen en woon-werkverkeer van werknemers.
- Het koolstofvrij maken van uitbesteed wegtransport is het relevantst voor onze third-party logistiek en fulfilmentactiviteiten voor e-commerce (Paxon BU), omdat ze sterk afhankelijk zijn van uitbesteed transport. Dit zal zich in de komende 2 tot 3 jaar voornamelijk richten op uitbesteed last-mile transport met 'lichte' voertuigen. "Zwaar" transport volgt tegen het einde van het decennium, wanneer de technologie voor elektrische vrachtwagens naar verwachting de vereiste maturiteit heeft vereist. Het gaat daarbij voornamelijk om grote klanten en eindgebruikers.
- Het koolstofvrij maken van uitbesteed luchttransport is met name cruciaal voor onze business unit Landmark Global. Toch verwachten wij in de komende tien jaar slechts beperkte vooruitgang (voornamelijk als gevolg van route-optimalisatie en de geleidelijke toename van het aandeel duurzame vliegtuigbrandstoffen in de kerosinemix), aangezien technologieën om luchtvervoer te decarboniseren momenteel nog niet voldoende matuur/nog niet financieel haalbaar zijn.
Alle leveranciers van Bnode zijn als stakeholder cruciaal voor het behalen van deze doelstelling, vooral onze leveranciers van uitbesteed weg- en luchtvervoer. Bovendien zijn de werknemers van Bnode wereldwijd belangrijke stakeholders bij het terugdringen van de uitstoot, gezien hun woon-werkverkeer. Onze Paxon- en Landmark Global-activiteiten spelen bijgevolg een bijzonder belangrijke rol bij het bereiken van ons scope 3-reductiedoel.
Circulariteit
Ons doel om duurzame oplossingen te bieden voor de e-commercewaardeketen door middel van recycleerbare en herbruikbare verpakkingen is met name relevant voor onze e-commercefulfilment- en third-party logistiek (3PL)-activiteiten in alle geografische dimensies. Dit komt door het grote belang van het in bulk uitpakken en opnieuw inpakken van orders binnen deze activiteiten. De belangrijkste klanten voor deze business unit zijn grote e-commercespelers, terwijl relevante stakeholders zakelijke klanten, verpakkingsleveranciers, afvalverwerkers en eindgebruikers zijn.
Onze circulariteitsdoelen spelen ook een belangrijke rol bij:
- onze persactiviteiten (AMP en Aldipress), waarbij onverkochte kranten en tijdschriften worden ingezameld en dan hergebruikt of gerecycleerd.
- Dynagroup, die oude of defecte grote elektrische toestellen inzamelt bij de levering van nieuwe toestellen.
Relevante klanten en stakeholders zijn onder andere:
- Voor AMP/Aldipress: Pers- en tijdschriftenuitgevers in België en Nederland, persdistributiepunten en papierafvalverwerkings-/recyclagebedrijven.
- Voor Dynagroup: verkopers van elektrische toestellen, eindgebruikers en leveranciers van elektrisch afval.
Daarnaast leveren onze retailactiviteiten binnen Bpost NV circulariteitsinspanningen via de verkoop van enveloppen en verzenddozen, voornamelijk gericht op kmo's en residentiële klanten. Tot de belangrijkste stakeholders behoren eindgebruikers en bedrijven die huishoudelijk afval inzamelen en verwerken.
Concreet betekent dit dus dat onze third-party logistiek, AMP/AldiPress, Dynagroup en de retailactiviteiten van Bpost NV het zwaarst zullen doorwegen in het bereiken van de circulariteitsdoelstellingen van Bnode.
112 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Sociale informatie en due diligence in de waardeketen
Een van de pijlers van de strategie van Bnode is om werkgever bij uitstek te zijn. De twee voornaamste doelstellingen op het vlak van sociale duurzaamheid zijn:
- Verbetering van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van ons eigen personeel en de werkkrachten in de waardeketen.
- Hoog scoren op het vlak van diversiteit, gelijkheid en inclusie voor ons personeel en de werkkrachten in de waardeketen.
Deze doelstellingen gelden in de eerste plaats voor de werknemers van Bnode, maar in het kader van onze due-diligence-inspanningen ook voor de werknemers in onze waardeketen, zoals uiteengezet in onze Gedragscode voor Leveranciers. Deze engagementen gelden voor alle entiteiten en geografische dimensies van Bnode en voor alle klantensegmenten. De voortgang wordt bewaakt door alle business lines en entiteiten, zodat afstemming met deze doelstellingen gewaarborgd is.
Voor meer informatie, zie de delen:
* S1 Eigen personeel, in het bijzonder toelichting S1-4
* S2 Werknemers in de waardeketen, in het bijzonder toelichting S2-4
Governance
Bnode heeft drie belangrijke duurzaamheidsdoelstellingen vastgelegd:
- De bedrijfscultuur versterken in overeenstemming met onze Gedragscode, het verankeren van ethiek in de hele organisatie en de waardeketen. (Voor meer informatie verwijzen we naar deel G1 Zakelijk gedrag, toelichting G1-1.)
- Persoonsgegevens beveiligen om het fundamentele recht op privacy te eerbiedigen, het vertrouwen te handhaven en iedere klant, waar ook ter wereld, te beschermen. (Voor meer informatie verwijzen we naar deel S1 Eigen personeel en S4 Consumenten en eindgebruikers.)
- Met de producten en diensten binnen ons last-mile en retailaanbod ervoor zorgen dat iedereen in België toegang heeft tot brieven- en pakjesdiensten.
De eerste twee governancedoelstellingen gelden voor alle entiteiten en geografische dimensies van Bnode en voor alle klantensegmenten. Tot de belangrijkste stakeholders behoren werknemers, leveranciers, klanten en eindgebruikers. De derde governancedoelstelling is specifiek voor Bpost NV, aangezien ze betrekking heeft op zijn kernpostdiensten, namelijk het garanderen van de toegankelijkheid voor alle klanten en eindgebruikers in België.
113 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Duurzaamheidsbeloften in onze strategie
Duurzaamheid blijft een integraal onderdeel van de strategische visie van Bnode en van ons Reshape 2029-transformatietraject tot een 'regionale, digitale logistieke leider, gespecialiseerd in pakjeslogistiek'. Naast onze 5 fundamentele bouwstenen en 4 'Excellence'-pijlers streven we steeds 2 'Care'-doelstellingen met het oog op duurzaamheid na:
- Een referentie in ecologische duurzaamheid zijn
- Onze logistieke toeleveringsketen koolstofneutraal maken
- Een van de groenste logistieke spelers worden
- Onze CO₂-doelstellingen en onze hernieuwde SBTi-verbintenis waarmaken om tegen 2035 ambitieuze decarbonisatiedoelstellingen te halen en tegen 2050 net-zero te bereiken in 2050.
- Werkgever bij uitstek
- Inclusie en gelijke kansen bevorderen
- Een werkplek creëren waar iedereen zich gewaardeerd voelt
- Werkgelegenheid bieden die eerlijk, flexibel en klaar voor de toekomst is.
Deze verbintenissen weerspiegelen onze niet-aflatende maatschappelijke toewijding, die aan de basis ligt van onze marktactiviteiten en -differentiatie.
Op duurzaamheid gerichte strategische initiatieven
Verschillende strategische initiatieven integreren duurzaamheid in hun ontwerp en implementatie. In België richt onze last-mile strategie zich op het verhogen van de operationele efficiëntie en het verminderen van het aantal gereden kilometers, wat rechtstreeks bijdraagt aan een lagere CO₂-uitstoot en luchtvervuiling. Door ons netwerk van pakjesautomaten (Bboxen) uit te breiden, maken we efficiëntere leveringen mogelijk en verminderen we het aantal benodigde ritten. Daarnaast blijven last-mile leveringen met lage emissie een belangrijk onderdeel van onze waardepropositie voor post- en pakjesdiensten. De verdere uitbreiding van de Ecozones en de uitrol van onze CO₂-calculator voor grote pakjesklanten versterken onze rol als duurzame leverancier van last-mile diensten. (Zie voor meer informatie deel E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering.)
We ontwikkelen ook gespecialiseerde B2B-logistiekoplossingen gericht op het verminderen van emissies en het bevorderen van circulariteit. Sommige van deze oplossingen geven prioriteit aan gebruik van herbruikbare verpakkingen en benutten het Bbox-netwerk van Bpost om onnodig transport tot een minimum te beperken.Naast de voordelen voor het milieu zullen deze initiatieven ook extra werkgelegenheid creëren binnen Bpost NV. Deze oplossingen zijn relevant voor zowel onze last-mile als onze third- party logistiek (3PL)-activiteiten. Onze innovatieroadmap is ontworpen om duurzaamheid te bevorderen door de invoering van diensten met een lage uitstoot, opties voor kleinere verpakkingen en oplossingen voor de circulaire economie. In 2025 hebben we verpakkingsvrije verzendoplossingen van Bbox naar Bbox getest. Deze proefprojecten lopen door in 2026.
114 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Met de overname van Staci lanceren we een 'transport excellence'-programma voor de hele groep dat het beheer van uitbesteed transport zal verbeteren en zal bijdragen aan onze algemene inspanningen om de kosten te drukken. Het team van het Transport Center of Excellence was nauw betrokken bij het opstellen van een plan om de emissies van uitbesteed transport te verlagen als onderdeel van de ontwikkeling van ons SBTi-plan. Inspanningen op korte termijn richten zich op route- en beladingsoptimalisatie, verbeterde gegevensverzameling en een nauwere samenwerking met onze vervoerders met de laagste uitstoot. Tegelijkertijd bouwen wij aan een ambitieus verbintenissenprogramma om decarbonisatie-inspanningen bij al onze transportleveranciers te stimuleren en om geleidelijk aan volumes weg te halen bij leveranciers die het laagst scoren op het gebied van decarbonisatie.
Ten slotte versterkt onze strategie om de nabijheidsdiensten voor Belgische burgers te verbeteren via onze postkantoren en ons personeelsbestand de sociale inclusie. Ons postnetwerk wil een sleutelrol spelen bij het dichten van de digitale kloof en het leveren van toegankelijke diensten aan gemeenschappen. Tegelijkertijd biedt dit initiatief een meer bevredigende werkgelegenheid voor onze werknemers en bevordert het een constructieve sociale dialoog.
Businessmodel en waardeketen
Input, output en uitkomsten
Om zijn diensten te verlenen, maakt Bnode gebruik van een aantal belangrijkste inputs:
Human Resources zijn een kritieke factor voor bedrijfsactiviteiten, vooral gezien de vele personeelsleden die nodig zijn voor de post- en pakjesverwerking en voor last-mile leveringen. De belangrijkste materialen/fysieke inputs zijn onder meer:
■ verpakkingsmateriaal, voornamelijk papier en karton, in beperkte mate plastic,
■ infrastructuur, apparatuur en gebouwen om brieven en pakjes te sorteren en items te verpakken voor e-commerce en B2B-fulfilment,
■ voertuigen voor transport, inclusief de eigen vloot van vrachtwagens, bestelwagens en lichtere bestelvoertuigen (e-bikes en aanhangwagens), samen met uitbesteed transport (weg en lucht) voor e-commerce- en B2B-fulfilment en voor cross-border diensten.
■ IT-systemen en -infrastructuur om de logistieke activiteiten mogelijk te maken.
Met deze inputs genereert Bnode de volgende belangrijke outputs en uitkomsten:
Bnode biedt een waaier van logistiek- en postdiensten aan, waarvan de output voornamelijk bestaat uit:
■ verwerking en fysieke uitreiking van brieven en pakjes,
■ e-commerce- en B2B-fulfilment, inclusief opslag van bulkproducten en herverpakking op maat voor individuele eindgebruikers of klanten,
■ cross-border activiteiten die internationale post- en pakjesverzending vergemakkelijken.
Hoewel de focus op diensten ligt, biedt Bnode ook beperkte verpakkingsproducten, postkaarten en postzegels aan via zijn Belgische Bpost-retailnetwerk.
115 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Waardeketen
Hieronder volgt in grote lijnen de essentie van Bnode's waardeketen, dat trouwens uitvoerig is beschreven in het interne en extern geauditeerde DMA-memorandum:
Activiteiten en zakelijke relaties in de waardeketen
Bnode is gebaseerd op drie belangrijke business units:
■ BeNe Last-Mile (voornamelijk in België en Nederland), die vanaf het vierde kwartaal van 2026 volledig onder het overkoepelende merk Bpost zal opereren.
■ 3PL (third-party logistiek/e-commercefulfilment), die vanaf het tweede kwartaal van 2026 onder het nieuwe overkoepelende merk Paxon zal opereren.
■ Global Cross-Border (diensten in Europa en Noord-Amerika, met enige aanwezigheid in APAC en Australië/Nieuw-Zeeland), die vanaf het eerste kwartaal van 2026 onder het overkoepelende merk Landmark Global zal opereren.
Waardeketen voor last-mile distributie
Deze activiteiten vinden voornamelijk plaats in Europa en omvatten:
■ Kernpostdiensten: uitgevoerd door Bpost NV in België.
■ Gespecialiseerde last-mile activiteiten: met inbegrip van Euro-Sprinters, Leen Menken (gekoelde/diepgevroren leveringen) in Nederland, Dynagroup (leveren en ophalen van huishoudtoestellen in België en Nederland), AMP en Aldi Press (persdistributie in België en Nederland) en Apple Express (Canada).
■ Retaildiensten: aanbieden van postproducten en diverse diensten binnen ons Belgisch retailnetwerk.
Geografische gebieden
Deze activiteiten vinden plaats in België (Bpost NV, Euro-Sprinters, Dynagroup), Nederland (Dynagroup, Leen Menken) en Canada (Apple Express).
Klanten
Reguliere postdienstklanten omvatten burgers, openbare instellingen en bedrijven (zowel profit als non-profit).
Leveranciers
■ Fabrikanten van logistiek-/sorteer-/verpakkingsapparatuur.
■ Fabrikanten van bestel- en persoonswagens.
■ Leveranciers van verpakkingsmateriaal (hoofdzakelijk karton).
■ Onderaannemers voor transport- en leveringsdiensten.
Waardeketen voor third-party logistiek/e-commercelogistiek en wereldwijde cross-border diensten
Deze diensten zijn voornamelijk beschikbaar in Europa en Noord-Amerika, met een aanwezigheid in APAC en Australië en Nieuw-Zeeland (FDM). De belangrijkste activiteiten zijn:
■ Oplossingen voor fulfilment en opslag.
■ Cross-border diensten.
■ Transport- en leveringsoplossingen (waaronder gespecialiseerde last-mile levering in België, Nederland en Canada).
■ Retourverwerking, klantenservice en levenscyclusoplossingen (wereldwijde retours en recyclage/refurbishing van hoogwaardige producten in België/Nederland door Dynagroup).
116 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Geografische gebieden
Deze activiteiten vinden plaats in Noord-Amerika (Radial NA, Landmark NAM) en in Europa (Radial, Landmark, Active Ants, Freight 4U) en in Australië/Nieuw-Zeeland (FDM).
Klanten
Een groot aantal e-commercebedrijven en ondernemingen die actief zijn in e-commerce, evenals bedrijven waarvoor wij op maat gemaakte logistieke activiteiten ontwikkelen (onder meer voor de levering en retour van promotiemateriaal en voor gespecialiseerde leveringen binnen de gezondheids- en schoonheidssector).
Leveranciers
■ Fabrikanten van logistiek-/sorteer-/verpakkingsapparatuur.
■ Onderaannemers voor transport- en leveringsdiensten.
■ Leveranciers van verpakkingsmateriaal (hoofdzakelijk karton, in beperkte mate plastic).
Stakeholders betrekken bij de waardeketen
Dankzij dit bewustzijn op het vlak van de waardeketen, kan Bnode de samenwerking met zijn stakeholders optimaliseren.
6.1.3.2 SBM-2 – Belangen en opvattingen van stakeholders
Stakeholderbetrokkenheid en de impact ervan op het businessmodel
Als wereldwijd actief bedrijf met een openbare-dienstverleningsopdracht in België werkt Bnode consequent samen met tal van stakeholders. Het bedrijf begrijpt dan ook dat het voor een langdurige en succesvolle relatie essentieel is om hun belangen in acht te nemen. We onderhouden transparante en doeltreffende relaties met elke stakeholdersgroep door middel van regelmatige interacties op verschillende niveaus binnen het bedrijf. Het senior management zit geregeld rond de tafel met klanten, werkt voortdurend samen met de vakbonden die onze werknemers vertegenwoordigen en overlegt regelmatig met de overheidsinstanties.
In onze dagelijkse activiteiten en bij de ontwikkeling van nieuwe diensten en mogelijkheden houden we rekening met de feedback van onze stakeholders. Hun behoeften en belangen, die we verzamelden via onze 'dubbele-materialiteitsanalyse', hebben mee bepaald welke thema's voor de groep centraal staan. De diverse samenstelling van onze Raad van Bestuur, met 50% onafhankelijke leden, garandeert een breed stakeholderperspectief tijdens haar vergaderingen. (Zie 6.1.2.1. GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen)
117 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Ons transformatietraject Reshape 2029 geeft richting aan onze herpositionering van een postoperator met logistieke capaciteiten naar een toonaangevende logistieke speler met activiteiten in West-Europa, Noord-Amerika en Azië, terwijl we blijven instaan voor essentiële postdiensten in België. Deze strategie houdt rekening met de belangen van verschillende stakeholders, waaronder aandeelhouders (op zoek naar waardecreatie op lange termijn), werknemers (op zoek naar een duurzaam loopbaanperspectief in een veranderend landschap) en de Belgische overheidsinstanties (die verwachten dat Bpost een maatschappelijke rol blijft opnemen in België én tegelijk winstgevend is).
Zowel onze rebranding van Bpostgroup naar Bnode, die in december 2025 werd aangekondigd, als de uitbouw van een uniforme branding voor elk van onze drie business units (een hedendaags Bpost-merk voor BeNe Last- Mile, Paxon voor 3PL en Landmark Global voor Global Cross-border) sluiten aan bij de behoeften van verschillende stakeholders:
■ Onze aandeelhouders: een nieuwe merkidentiteit op 'groepsniveau' die beter aansluit bij de activiteiten van de groep na de overname van Staci en met onze strategische koers.
■ Onze klanten en externe stakeholders: de nieuwe merkarchitectuur is ontworpen om meer helderheid te brengen in wat we doen en om onze identiteit en ons dienstenaanbod aan te scherpen. Dit moet klanten een beter inzicht geven in de brede waaier aan diensten die we bieden. Door onze merken te verenigen, verhogen we de herkenbaarheid en versterken we onze waardepropositie als groep.■ Onze medewerkers: we geven onze medewerkers een beter inzicht in de capaciteiten die we in huis hebben door een gestroomlijnde merkenarchitectuur te hanteren en het aantal merken per business unit te beperken. Deze aanpak werkt een hechtere samenwerking in de hand en strookt volledig met onze kernwaarde 'Samen als één team'. Het strategische kader dat in 2024 werd uitgebracht, houdt rekening met de belangen van een breed scala aan stakeholders:
■ Pijlers voor uitmuntendheid: focussen op klantgerichtheid en kwaliteit, met in de eerste plaats aandacht voor de belangen van alle klanten en eindgebruikers (particulier, zakelijk en overheid/non-profit).
■ Zorgverplichtingen: de nadruk leggen op milieuduurzaamheid en ons profileren als werkgever bij uitstek, waarbij de belangen van werknemers en het milieu vooropstaan.
■ Nabijheidsdiensten: aantonen dat we bereid zijn om tegemoet te komen aan de behoeften van de Belgische samenleving door de referentieleverancier van nabijheidsdiensten te zijn.
118 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025 Overzicht van de betrokkenheid van Bnode tegenover stakeholders Belangrijkste stakeholdersgroepen en doelstellingen, vormen en resultaten van betrokkenheid
| STAKEHOLDERGROEP | RELEVANTIE VAN DE BETROKKENHEID | OPPORTUNITEITEN BENUTTEN | VOORBEELD VAN CONCREET RESULTAAT |
|---|---|---|---|
| Aandeelhouders en beleggers | ■ Betrokkenheid op lange termijn en continue financiële middelen verzekeren | ■ Gezamenlijke (langdurige) meerwaarde en voordelen creëren door de belangen op elkaar af te stemmen | ■ Jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen ■ Contactpersoon voor de relaties met beleggers ■ Investor's Day en driemaandelijkse contacten met beleggers |
| Klanten | ■ Belangrijkste klanten en zakelijke klanten ■ Kmo's, zelfstandigen en vrije beroepen ■ Residentiële klanten |
■ Het vertrouwen versterken ■ Mogelijke productontwikkelingen en -optimaliseringen in kaart brengen ■ Zakelijke opportuniteiten ontwikkelen ■ Zorgen voor een positieve klantenervaring ■ Impacts, risico’s en opportuniteiten prioriteren (CSRD) |
■ Jaarlijkse tevredenheidspeilingen ■ Accountmanagement voor belangrijke en zakelijke klanten ■ Contactpunt binnen klantendienst ■ Actieve aanwezigheid op sociale netwerken (Facebook, X en website) |
| Werknemers | ■ Personeel, inclusief operationele en ondersteunende functies ■ Sociale partners |
■ Zorgen voor een positieve werknemerservaring ■ Vertrouwen en loyaliteit versterken ■ Zakelijke opportuniteiten in kaart brengen ■ Impacts, risico’s en opportuniteiten prioriteren (CSRD) |
■ Halfjaarlijkse metingen van het welzijn en de betrokkenheid van werknemers ■ Bewustzijnsinitiatieven over MVO-aspecten ■ Vergaderingen van het paritaire comité ■ Maandelijks overleg met de sociale partners om veranderingsprojecten die een invloed kunnen hebben op het welzijn op de werkvloer te implementeren en te monitoren ■ Interne praktijkgemeenschappen waar kennis actief wordt gedeeld en goede praktijken worden aangeleerd |
| Leveranciers | ■ Mogelijke gezamenlijke voordelen in kaart brengen ■ Duurzame innovaties en duurzaamheid in de waardeketen mogelijk maken en bevorderen |
■ Leveranciers sensibiliseren rond de nieuwe SBTi-doelstellingen van Bnode om hen ertoe aan te zetten hun eigen emissies te verlagen ■ Studie van de belangrijkste transportleveranciers om meer inzicht te krijgen in hun decarbonisatieplan en -resultaten |
|
| Media | ■ Impact op imago en reputatie | ■ Persbijeenkomsten | |
| Overheden | ■ De federale overheid en de minister van Overheidsbedrijven ■ Federaal parlement (Commissies voor Infrastructuur, Communicatie en Overheidsbedrijven) ■ Steden en gemeenten ■ Federale post- en telecomregulator (BIPT) |
■ Beslissingen die een invloed hebben op de activiteiten en de exploitatievergunning van Bnode ■ Controle van verplichtingen van Bpost NV |
■ Voorstelling van de bedrijfsstrategie door de CEO aan de leden van Commissie Infrastructuur van de Kamer van Volksvertegenwoordigers ■ Regelmatig contact met de regering en lokale overheden om hen op de hoogte te houden van de plannen van het bedrijf en oplossingen te zoeken voor mogelijke problemen met de dienstverlening van Bpost NV ■ Regelmatig contact met de regulator in het kader van hun toezicht en controleactiviteiten over Bpost NV |
119 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
| STAKEHOLDERGROEP | RELEVANTIE VAN DE BETROKKENHEID | OPPORTUNITEITEN BENUTTEN | VOORBEELD VAN CONCREET RESULTAAT |
|---|---|---|---|
| Partners | ■ Non-profitsector: Koning Boudewijnstichting (KBS, die het Bpost Impact Fund beheert en coördineert), UN Global Compact, The Shift, Project Pura, Natuurpunt (die de natuur vertegenwoordigen als een 'stille stakeholder')… ■ International Post Corporation (IPC), PostEurop ■ Koolstofexperts ■ Universities for students-projecten (LSM of Louvain School of Management) ■ CSR Europe, via het BUT2030-project |
■ Vertrouwen en loyaliteit opbouwen ■ Bijdragen aan het in kaart brengen van zakelijke opportuniteiten ■ Innovaties en duurzame ontwikkeling mogelijk maken/bevorderen |
■ Projecten ondersteunen die bijdragen aan onze ESG-prioriteiten, door middel van financiering en/of vrijwilligerswerk ■ Deelnemen aan het milieuprogramma van de International Post Cooperation ■ Goede praktijken op het gebied van duurzame ontwikkeling uitwisselen onder postoperatoren en andere organisaties via de duurzaamheidsnetwerken IPC en PostEurop, The Shift en Project Pura ■ Uitwisseling met onze sectorgenoten over goede praktijken op het vlak van decarbonisatie en inzichten in het SBTi-proces (Pura, The Shift) ■ Uitwisseling met de Belgische marketingcommunity (BAM, BMMA) over duurzame marketingpraktijken en het koppelen van marketing- en duurzaamheidsstrategieën |
Belangen van stakeholders en hoe Bnode deze laat meewegen
In 2023 voerde Bnode een uitgebreid traject van interne en externe betrokkenheid van stakeholders uit als onderdeel van de dubbele-materialiteitsanalyse (DMA). Deze oefening werd verdergezet in 2024 om de overname van Staci erin op te nemen en werd geüpdatet in 2025. Als onderdeel van de DMA onderzochten we ook hoe de belangen, standpunten en rechten van onze belangrijkste getroffen stakeholders (zoals werknemers, werknemers in de waardeketen en consumenten/eindgebruikers) en de natuur, een impact zouden kunnen ondervinden van onze activiteiten, met onder meer aandacht voor mensenrechten. De resultaten van deze analyse worden meer in detail toegelicht in deel 6.3: Maatschappelijke informatie. [S1 ESRS 2 SBM-2, S2 ESRS 2 SBM-2, S4 SBM-2]
De onderstaande tabel vat de belangen samen die voor de belangrijkste stakeholdergroepen werden in kaart gebracht en als materieel worden aangemerkt. Ze licht ook toe hoe Bnode deze belangen in aanmerking neemt en behartigt.
Samenvatting van de stakeholdersbelangen en hoe Bnode deze laat meewegen
| STAKEHOLDER- GROEP | VASTGESTELDE EN ALS MATERIEEL AANGEMERKTE HOOFDBEHOEFTE | WEL OF NIET OPGENOMEN IN DE STRATEGIE/ ACTIVITEITEN VAN BNODE EN ZO JA, HOE? | STAND VAN ZAKEN/VOLGENDE STAP |
|---|---|---|---|
| Aandeelhouders en beleggers | Een businessmodel ontwikkelen dat de nodige veerkracht biedt op het punt van klimaatverandering (klimaattransitierisico en fysiek klimaatrisico) | Duurzaamheid tot een van de strategische pijlers van de groep maken om de ontwikkeling van een klimaattransitieplan te bevorderen en klantenoplossingen te ontwikkelen die klimaatopportuniteiten aangrijpen | Een gedetailleerd klimaattransitieplan tot 2035 werd geactualiseerd om het uitgebreide toepassingsgebied (Staci) te integreren en onze hernieuwde SBTi-verbintenis te ondersteunen Bpost NV breidt zijn koolstofarme oplossingen (Ecozones, koolstofcalculator) voortdurend uit en er zijn nog meer oplossingen in de maak Er loopt een krachtiger leveranciersbetrokkenheidsplan om de scope 3-decarbonisatie te versnellen, te beginnen met onderaannemers voor wegtransport Voor alle strategische sites van Bpost NV in België werd een gedetailleerde klimaatkwetsbaarheidsanalyse (met bijzondere aandacht voor overstromingen en hittegolven) uitgevoerd. |
| STAKEHOLDER-GROEP | VASTGESTELDE EN ALS MATERIEEL AANGEMERKTE HOOFDBEHOEFTE | WEL OF NIET OPGENOMEN IN DE STRATEGIE/ ACTIVITEITEN VAN BNODE EN ZO JA, HOE? | STAND VAN ZAKEN/VOLGENDE STAP |
|---|---|---|---|
| Aandeelhouders en beleggers | Zakelijk gedrag en ethiek | Om onze cultuur van ethiek en naleving te versterken, loopt momenteel op groepsniveau het Bnode 'FACE'- programma (Foster a Culture of Ethics and Compliance). Dit alomvattend initiatief beoogt betere praktijken op het vlak van risicobeheer en naleving door duidelijke governancemodellen op te stellen, een overkoepelende groepsstrategie uit te stippelen en een degelijk bedrijfsrisicobeheersysteem en -werking te integreren | In uitvoering – Nieuwe structuur voor het Compliancedepartement sinds 2025 om de coördinatie en communicatie over compliancedomeinen heen te stroomlijnen en de implementatie te ondersteunen van de resultaten van de Compliance Maturity Assessment (CMA) die in 2024 binnen Bnode (onderdeel van FACE) werd afgerond |
| Milieu-ngo's (bv. Natuurpunt), andere partners (bv. PostEurop) en media | Broeikasgasemissies en luchtverontreiniging | Uitwerking van een bijgewerkt klimaattransitieplan - Elektrificatie van het wagenpark, zachte mobiliteitsoplossingen voor leveringen in dichtbevolkte stedelijke gebieden | Het bijgewerkte plan is klaar en wordt momenteel geïmplementeerd, nieuwe SBTi- verbintenis opgesteld en gevalideerd (meer vertrouwen en mogelijk een grotere bereidheid tot betrokkenheid) |
| Milieu-ngo's bv. Natuurpunt (die de natuur als stille stakeholder vertegen- woordigen) | Afval en verpakking / Circulaire economie | Ontwikkeling van een afval- en verpakkingsbeleid en -doelstellingen als onderdeel van Bnode's milieubeleid | In 2025 werd bij Bpost NV een afvalbestrijdingsprogramma uitgewerkt en geïmplementeerd. Bpost NV bouwde zijn Bbox-netwerk en verpakkingsvrije oplossingen verder uit om uitwisselingen van tweedehandsartikelen onder consumenten te vergemakkelijken |
| Werknemers (focusdoel- groepen onder interne medewerkers) | Veiligheid, gezondheid en welzijn | De invoering van een nieuwe veiligheidsdoelstelling tegen 2030 is een strategische koerswijziging met als doel veiligheid verder te verankeren in de bedrijfscultuur van Bnode. Aanvullende initiatieven rond retentie van nieuwe medewerkers, opleiding en ontwikkeling, en doelstellingen inzake absenteïsme zetten deze aanpak kracht bij. | De validatie van onze doelstellingen voor 2030 is de eerste stap in het traject van Bnode om een referentie in sociale duurzaamheid te worden. Daarop bouwen we verder aan de hand van entiteitoverschrijdende actieplannen, kennisdeling en uitwisseling van goede praktijken. Nauwgezette opvolging en gerichte acties om uitschieters aan te pakken zorgen voor continue verbetering en meetbare impact. |
| Werknemers (focusdoelgroepen onder medewerkers) | Sociale dialoog | Het eerbiedigen van de vrijheid van vereniging en het bevorderen van een constructieve sociale dialoog en collectieve onderhandelingen zijn cruciaal om stabiliteit te behouden, zeker tijdens transformaties | Een permanente relatie en continue raadpleging, op grond van regelgeving. Draagt bij aan een meer betrouwbare sociale dialoog |
| Werknemers (alle) | Diversiteit, gelijkheid en inclusie | Alle entiteiten van Bnode houden zich aan een Gedragscode met richtlijnen rond diversiteit, gelijkheid en inclusie. Daarnaast hebben verschillende entiteiten een specifiek Diversiteitsbeleid (bv. Bpost NV, Radial NA, Staci France) en er ligt een Bnode Diversiteitsbeleid op tafel ter validatie | De implementatie van deze beleidslijnen voortzetten. De publicatie van het Bnode Diversiteitsbeleid is gepland ter publicatie gedurende het eerste kwartaal van 2026 |
| Werknemers in de waardeketen | Veiligheid en gezondheid, in het bijzonder voor leveranciers van uitbesteed transport | Uitrol van een versterkte Gedragscode voor Leveranciers en een Beleid voor Onderaannemers, goedgekeurd begin 2025 | De Gedragscode voor Leveranciers wordt momenteel uitgerold |
| Klanten | Broeikasgasemissies - nood aan logistieke oplossingen met lage uitstoot | Uitwerking van een gedetailleerd Klimaattransitieplan tot en met 2035 voor heel Bnode, als onderdeel van ons door SBTi gevalideerde decarbonisatietraject en onze net-zerodoelstelling. Het plan is gevalideerd door het ExCo van Bnode en voorziet onder meer in de geleidelijke elektrificatie van onze vrachtwagenvloot en een krachtiger leveranciersbetrokkenheidsplan over alle BU’s heen. | Verdere stappen vooruit, met versnelde inspanningen om onze last-mile vloot in België te decarboniseren en ons leveranciersbetrokkenheidsprogramma te versterken. Nieuwe versie van de CO₂-calculator voor Bpost NV uitgebracht in 2026. Een CO₂-calculator voor cross-border zendingen (initiatief tussen postbedrijven) is in de maak. Ontwikkeling van een CO₂-calculator voor 3PL-activiteiten in de startblokken. |
121 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
| STAKEHOLDER-GROEP | VASTGESTELDE EN ALS MATERIEEL AANGEMERKTE HOOFDBEHOEFTE | WEL OF NIET OPGENOMEN IN DE STRATEGIE/ ACTIVITEITEN VAN BNODE EN ZO JA, HOE? | STAND VAN ZAKEN/VOLGENDE STAP |
|---|---|---|---|
| Leveranciers | Beheer van de relaties met leveranciers, onder meer de betalingspraktijken | De banden met onze leveranciers aanhalen via onze uitgebreide Gedragscode voor Leveranciers. Bpost zorgt voor duidelijke betalingsvoorwaarden, die het al bij de offerteaanvraag meedeelt en in zijn Algemene Voorwaarden heeft opgenomen. | Geleidelijke uitrol van onze versterkte Gedragscode voor Leveranciers sinds de 2de helft van 2025. Leveranciersbetrokkenheid verhogen via ons Transport Center of Excellence. Carbon Coach-pilootproject voor kmo's dat bij succes zal worden uitgebreid. |
| Overheid - Regel- gevende instantie | Zakelijk gedrag en ethiek | Bnode heeft belangrijke stappen voorwaarts gezet in het bevorderen van ethisch gedrag en het versterken van de bedrijfscultuur. We behaalden een voltooiingsgraad van 98% betreffende de medewerkersopleiding rond de Gedragscode. | We zijn van plan onze bedrijfscultuur en ethische normen verder te versterken door naast ons verplicht opleidingsprogramma rond de Gedragscode gerichte opleidingen over corruptie en omkoping te voorzien voor het topmanagement. We blijven het Speak Up-programma ook verder uitbreiden. |
| Consument en eindgebruiker, media | Privacy | Het bedrijf voert regelmatig risicobeoordelingen uit om potentiële cyberbeveiligingsbedreigingen op te sporen en brengt het gegevensgebruik in kaart. We hebben een algemeen privacybeleid opgesteld, dat voldoet aan de AVG en andere regelgeving. | In 2025 herzag Bnode het privacybeleid om het toepassingsgebied uit te breiden naar alle Bnode-entiteiten. Het nieuwe document wordt in 2026 gepubliceerd op de Bnode- website. |
| Consument en eindgebruiker, media | Toegang tot producten en diensten | De Toegankelijkheidsverklaring benadrukt het engagement van Bnode om de website leesbaar en begrijpelijk te maken voor iedereen. Als universele dienstverlener (UDV) garanderen we dat alle burgers toegang hebben tot een aantal fundamentele postdiensten waar ze recht op hebben. | N.v.t. |
Consument en eindgebruiker
Non-discriminatie
Bnode zet zich in om alle vormen van discriminatie te bannen en een inclusieve omgeving te creëren. De Belgische entiteit hanteert in dat opzicht een Diversiteitsbeleid dat bijdraagt tot het uitbouwen van een cultuur waar diversiteit en inclusie dag na dag in praktijk worden gebracht. Bnode wil zijn Diversiteitsbeleid ook over de landsgrenzen heen uitrollen, zodat diversiteit en inclusie vaste waarden worden binnen al zijn internationale activiteiten. Dit initiatief weerspiegelt het engagement van Bnode om een gemeenschappelijke cultuur van diversiteit en inclusie uit te bouwen en gelijke rechten en kansen voor iedereen te promoten.
De bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming zijn op de hoogte van de belangen en opvattingen van stakeholders die getroffen zijn door haar duurzaamheidsimpacts. In 2025 werden de resultaten van de dubbele-materialiteitsanalyse (DMA), die geen verandering aangaven ten opzichte van 2024, gedeeld met zowel de ESG Steering Committee als het ESG Comité van de Raad van Bestuur. Het ESG Steering Committee, waarin de leden van het Executive Comité zetelen, komt maandelijks bijeen. Het ESG Comité van de Raad van Bestuur vergadert op zijn beurt twee keer per jaar. Deze vergaderingen bieden een permanent forum om de vooruitgang van Bnode op het vlak van ESG- kwesties te evalueren en de impact van onze strategie en bedrijfsvoering op de materiële ESG- thema's te bespreken.
122 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1.3.3 SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel
Materiële impacts, risico's en opportuniteiten in de waardeketen
Bnode heeft zijn eigen activiteiten en zijn volledige waardeketen (downstream en upstream) geëvalueerd in het kader van de dubbele-materialiteitsanalyse (DMA). De belangrijkste impacts, risico's en opportuniteiten zijn onder andere:
■ Klimaatverandering
■ Risico's op het vlak van veiligheid en gezondheid
■ Privacy en cyberbeveiliging
Wijzigingen in materiële IRO's ten opzichte van de vorige periode
Bnode heeft zijn DMA-beoordeling voor 2025 uitgevoerd in overeenstemming met zijn DMA-protocol dat is vastgelegd in het DMA-memorandum 2024. Een uitvoerige beschrijving van het proces is te vinden in IRO-1. Naar aanleiding van deze update kwam Bnode tot het besluit dat, hoewel er op een aantal sub-sub-thema's ontwikkelingen zijn waargenomen, de lijst van materiële sub- sub-thema's ongewijzigd blijft ten opzichte van het jaarverslag 2024. Veel sub-sub-thema’s werden als kortetermijnrisico's aangemerkt in de DMA, voornamelijk door de nood aan nauwgezette en frequente opvolging. Bnode erkent echter dat de impacts binnen verschillende van deze sub-sub-thema’s zich over de korte, middellange en lange termijn strekken. Verdere verfijningen en verbeteringen zullen worden opgenomen in de volgende update van onze DMA.
Materiële impacts, risico's en opportuniteiten
Hierna volgt een kort overzicht van de materiële impacts, risico's en opportuniteiten (IRO's) van Bnode. Deze samenvatting biedt belangrijke inzichten, terwijl de volledige details intern zijn gedocumenteerd. Op basis van de DMA heeft Bnode acht ESG-prioriteiten in kaart gebracht. Deze prioriteiten staan in de onderstaande tabel. De dubbele-materialiteitsanalyse van Bnode bepaalt onze strategische prioriteiten.
| 1 | 3 | 4 | 5 | 7 | 8 | 6 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Legende grafiek
1. Klimaatverandering
2. Luchtverontreiniging
3. Afval & verpakking
4. Gezondheid, veiligheid & welzijn
5. Diversiteit, gelijkheid & inclusie (DEI)
6. Due-diligenceproces in de waardeketen
7. Zakelijk gedrag en ethiek
8. Privacy en beveiliging van gegevens
Milieu / Maatschappij / Governance
Impact van Bnode op de planeet en de maatschappij (KLEIN, MIDDELGROOT, GROOT)
Financieel effect op Bnode (KLEIN, MIDDELGROOT, GROOT)
123 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
| IRO | SUB-SUB-THEMA | IMPACTS, RISICO'S EN OPPORTUNITEITEN | CATEGORIE | WAARDEKETEN | TIJDSHORIZON |
|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1 KLIMAATVERANDERING | KLIMAATMITIGATIE | ||||
| Scope 1- en scope 2-broeikasgasemissies | De broeikasgasemissies uit de eigen activiteiten (scope 1 en scope 2) zijn hoofdzakelijk het gevolg van het verbruik van fossiele brandstoffen en energie, wat leidt tot negatieve milieu-impacts indien de gebruikte energie niet afkomstig is uit hernieuwbare energiebronnen. Risico aangezien de transitie naar een geëlektrificeerd wagenpark operationele risico's en kosten inhoudt. Daarnaast kunnen snel evoluerende regelgeving en veranderende verwachtingen van klanten het businessmodel beïnvloeden. | NI, A, R | E | K | |
| Scope 3-broeikasgasemissies | De broeikasgasemissies in de waardeketen (scope 3) vloeien voort uit het verbruik van fossiele brandstoffen in upstream- en downstreamactiviteiten. Dit draagt bij aan nadelige klimaatimpacts wanneer de energie niet afkomstig is uit hernieuwbare bronnen. Risico aangezien de decarbonisatie van scope 3 organisatorische inspanningen vereist en gepaard kan gaan met bijkomende kosten. Daarnaast kunnen snel evoluerende regelgeving en veranderende verwachtingen van klanten het businessmodel beïnvloeden. | NI, A, R | U, D | K | |
| Energie | Bnode beschikt over een wagenpark van circa 20.000 voertuigen (waarvan meer dan 90% ingezet wordt bij Bpost NV) en beheert zo'n 1.200 gebouwen (waaronder retailkantoren in België). In de VS is een deel van de door Bnode afgenomen elektriciteit grijze stroom. Het gebruik van niet-hernieuwbare energiebronnen heeft nadelige gevolgen voor het milieu. | NI, A | E | K | |
| ESRS E2 VERONTREINIGING | Luchtverontreiniging | De vloot van Bpost NV veroorzaakt NOx-uitstoot door het brandstofverbruik, wat bijdraagt tot smog in steden. | NI, A | E | M |
| ESRS E5 CIRCULAIRE ECONOMIE | Verpakking - Materiaalinstromen | Bnode verbruikt aanzienlijke hoeveelheden plastic, zelfklevend materiaal en schuim om pakjes te beschermen, vooral binnen zijn Paxon-activiteiten in Europa en Noord-Amerika. De impact situeert zich upstream bij de productie van verpakkingsmaterialen en downstream bij het verpakkingsafval op het niveau van de eindklant. | NI, A | U, D | M |
| Afval – Materiaaluitstromen | Het door Bnode gegenereerde afval, in het bijzonder niet-gerecycleerd of niet-hergebruikt afval, heeft een negatieve impact op het milieu. Risico: mogelijke heffingen of belastingen op vervuilend afval en plastic van verpakkingsmaterialen. | NI, A, R | E | M | |
| ESRS S1 EIGEN PERSONEEL | GELIJKE BEHANDELING EN GELIJKE KANSEN VOOR IEDEREEN | ||||
| Diversiteit | Bnode heeft mensen in dienst met een breed scala aan nationaliteiten, achtergronden, culturen en religies over de hele wereld. Bnode creëert loopbaankansen. | PI, A | E | K | |
| Gendergelijkheid en gelijke beloning bij gelijkwaardig werk | Bnode bevordert gendergelijkheid en gelijke beloning door ervoor te zorgen dat alle werknemers, ongeacht gender, bij gelijkwaardig werk een gelijke beloning ontvangen. | PI, A | E | K | |
| Geweld en intimidatie op de werkvloer | Bnode kan te maken krijgen met geweld en intimidatie op de werkvloer, vooral tijdens nachtdiensten in sorteercentra bij Bpost NV. Problemen zoals fysieke onveiligheid of verhoogde mentale belasting in deze omgevingen kunnen een negatieve impact hebben op het welzijn en de veiligheid. | NI, A | E | K | |
| Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | Bnode is een belangrijke werkgever voor werknemers met een minimale opleiding (ongeveer 75% van zijn totale personeelsbestand) en bouwt voort op de uitdagingen die dit op het vlak van human resources met zich meebrengt. In een context van snelle technologische veranderingen en verschuivingen in het dienstenaanbod, engageert Bnode zich om deze werknemers continu op te leiden, zodat hun inzetbaarheid behouden blijft en zij op een waardige manier kunnen worden ingeschakeld op de arbeidsmarkt. | PI, A | E | K |
Legende Categorie: PI: Positieve impact, NI: Negatieve impact, A: Actuele (daadwerkelijke) impact, P: Potentiële, O: Opportuniteit, R: Risico
Waardeketen: U: Upstream, E: Eigen activiteiten, D: Downstream
Tijdshorizonten: K: Korte termijn, M: Middellange, L: Lange
124 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
| IRO | SUB-SUB-THEMA | IMPACTS, RISICO'S EN OPPORTUNITEITEN | CATEGORIE | WAARDEKETEN | TIJDSHORIZON |
|---|---|---|---|---|---|
| ANDERE ARBEIDSRECHTEN | |||||
| Privacy | Bnode houdt persoonsgegevens bij, maar wordt niet geacht zeer gevoelige gegevens van zijn medewerkers te verwerken. De materialiteit kan in de toekomst veranderen door bijvoorbeeld AI of frequentere cyberaanvallen. | NI, A, R | E | K | |
| ARBEIDSVOORWAARDEN | |||||
| Veiligheid, gezondheid en welzijn | Bpost NV is in verschillende opzichten blootgesteld aan veiligheid- en gezondheidsrisico’s: verkeersveiligheidsrisico’s die bestuurders, postbodes en andere weggebruikers lopen; fysieke belasting door veeleisend werk en het tillen van zware lasten; tijd- en werkdruk door strakke leveringsschema’s; evenals de uitdagingen die gepaard gaan met nachtwerk in magazijnen en sorteercentra en mentale stress in kantooromgevingen. Deze risico’s kunnen leiden tot hogere gezondheidskosten, juridische procedures en verstoringen van de activiteiten. | NI, A, R | E | M | |
| Sociale dialoog en collectieve onderhandelingen | Bnode verbetert het welzijn van zijn werknemers via een sterke sociale dialoog, die inzet op een open communicatie tussen het management en het personeel. | PI, A, R | E | K | |
| ESRS S2 WERKNEMERS IN DE WAARDEKETEN | GELIJKE BEHANDELING EN GELIJKE KANSEN VOOR IEDEREEN | ||||
| Diversiteit | Rekening houdend met de gebruikelijke praktijken binnen onze sector, voldoen sommige zakenpartners in onze toeleveringsketen mogelijk niet geheel aan onze vereisten op het vlak van diversiteit. |
NI, A U M Geweld en intimidatie op de werkvloer Rekening houdend met de gebruikelijke praktijken binnen onze sector, voldoen sommige zakenpartners in onze toeleveringsketen mogelijk niet geheel aan onze vereisten op het vlak van preventie van geweld en intimidatie op de werkvloer.
NI, A U K ARBEIDSVOORWAARDEN Veiligheid, gezondheid en welzijn Rekening houdend met de gebruikelijke praktijken binnen onze sector, voldoen bepaalde zakenpartners in onze toeleveringsketen mogelijk niet geheel aan onze vereisten op het vlak van veiligheid en gezondheid. Dit kan belangrijke negatieve gevolgen hebben voor werknemers in onze waardeketen, bv. op het vlak van verkeersveiligheid, het hanteren van zware ladingen en nachtdiensten in magazijnen en sorteercentra.
NI, A U M Sociale dialoog, collectieve onderhandelingen en vrijheid van vereniging Rekening houdend met de gebruikelijke praktijken binnen onze sector, voldoen bepaalde zakenpartners in onze toeleveringsketen mogelijk niet geheel aan onze vereisten op het vlak van sociale dialoog.
NI, A U K Hoewel we deze impacts op werknemers in de waardeketen (ESRS S2) als daadwerkelijk hebben aangeduid omdat ze inherent zijn aan onze sector, heeft Bnode in 2024 en 2025 geen incidenten gehad waarbij werknemers in de waardeketen betrokken waren.
ESRS S4 CONSUMENTEN EN EINDGEBRUIKERS Non-discriminatie en gelijke toegang tot producten en diensten In het kader van de universeledienstverplichting (UDV), die door de Belgische overheid is toevertrouwd aan Bpost NV, is het de taak van Bpost NV om gelijke toegang tot onze diensten te waarborgen voor iedereen, ongeacht ras, gender, leeftijd, handicap, seksuele oriëntatie, religie, woonplaats of andere kenmerken. PI, A D M
Legende
Categorie: PI: Positieve impact NI: Negatieve impact A: Actuele (daadwerkelijke) impact P: Potentiële O: Opportuniteit R: Risico
Waardeketen: U: Upstream E: Eigen activiteiten D: Downstream
Tijdshorizonten: K: Korte termijn M: Middellange L: Lange
125 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
| IRO SUB-SUB-THEMA | IMPACTS, RISICO'S EN OPPORTUNITEITEN | CATEGORIE | WAARDEKETEN | TIJDSHORIZONT |
|---|---|---|---|---|
| Privacy | Via zijn bedrijfsactiviteiten, en dan vooral het e-commerceplatform, verzamelt Bnode een aanzienlijke hoeveelheid klantgegevens, waaronder namen en adressen. Deze persoonsgegevens beveiligen is cruciaal om het fundamentele recht op privacy te eerbiedigen, het vertrouwen te bewaren en iedere klant te beschermen. Eén van de hoofdoorzaken van datalekken zijn cyberaanvallen, die netwerk- en systeemschade veroorzaken en zo kunnen leiden tot een langdurige ontwrichting van kritieke fysieke of digitale infrastructuur. | NI, A, R | D | K |
| ESRS G1 ZAKELIJK GEDRAG | Bedrijfscultuur Bnode is committed to embedding responsible and ethical business practices at the heart of its corporate culture, ensuring that integrity guides every aspect of its operations. This enhances stakeholder trust and supports sustainable business outcomes. | PI, A | U, E, D | K |
| Preventie en opsporing van corruptie, inclusief opleiding en incidenten | Als belangrijke speler in een concurrerende markt erkent Bnode dat grote aanbestedingen risico's kunnen inhouden op het gebied van corruptie, omkoping en concurrentiebeperkende praktijken. Om integriteit en transparantie te waarborgen, opteren we stelselmatig voor robuuste preventie- en opsporingsmechanismen, met onder meer opleiding van werknemers en een doeltreffend incidentbeheer. | PI, A | E | K |
| Bescherming klokkenluiders | Bnode versterkt zijn inzet voor rechtvaardigheid en integriteit met een reeds lang bestaand klokkenluidersbeleid en een alomvattende Gedragscode. Deze maatregelen creëren een omgeving waarin iedereen vrijuit zaken kan aankaarten zonder vrees voor discriminatie. | PI, A | U, E, D | K |
| Beheer relaties met leveranciers, incl. betalingspraktijken | Wanneer in het streven naar winstgevendheid eerlijke handelspraktijken richting leveranciers niet consequent worden nageleefd, kan dit negatieve gevolgen hebben (bv. door met langere betalingstermijnen te werken of buitensporige druk uit te oefenen op leveringsschema’s). | NI, A | U | M |
| Verhouding met de politiek en lobbyactiviteiten | De drievoudige rol van de Belgische Staat als aandeelhouder, klant en toezichthouder creëert een potentieel belangenconflict, dat de langetermijnstrategie en de besluitvorming van de Raad van Bestuur beïnvloedt. | NI, A | E | K |
Legende
Categorie: PI: Positieve impact NI: Negatieve impact A: Actuele (daadwerkelijke) impact P: Potentiële O: Opportuniteit R: Risico
Waardeketen: U: Upstream E: Eigen activiteiten D: Downstream
Tijdshorizonten: K: Korte termijn M: Middellange L: Lange
Overige informatie
Hoe Bnode impact en/of invloed heeft op mens en milieu
Kort samengevat beïnvloeden de activiteiten van Bnode mensen en/of het milieu op de volgende manieren:
■ Het milieu: door de uitstoot van broeikasgassen en de productie van verpakkings- gerelateerd afval.
■ De eigen werknemers, in het bijzonder op het gebied van veiligheid en gezondheid, diversiteit, gelijkheid en inclusie, en arbeidsrechten.
■ Leveranciers: Bnode erkent dat sommige leveranciers in de logistiek- en transportsector een negatieve impact kunnen hebben op de veiligheid en gezondheid alsook de rechten van werknemers. Na een beoordeling van de eigen leveranciers heeft Bnode geen dergelijke problemen vastgesteld binnen zijn waardeketen. Als groot bedrijf met sterke ethische normen en regelmatige leveranciersbeoordelingen oefent Bnode een positieve invloed uit op zijn toeleveringsketen.
■ Eindklanten, vooral met betrekking tot toegankelijkheid van diensten en gegevensbescherming. Dat is in het bijzonder van toepassing op Bpost NV, dat in het kader van de openbare dienstverleningsopdracht als postbedrijf uitgebreide toegang heeft tot klantengegevens en er in belangrijke mate gebruik van maakt.
126 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Entiteitspecifieke rapportering
Op basis van de DMA is er geen entiteitspecifieke informatie vereist; wel zijn bepaalde entiteitspecifieke KPI's opgenomen in de ESRS-rapportering. Deze KPI’s worden aangehouden om continuïteit met historische rapportering te waarborgen en omdat sommige indicatoren helpen de geïdentificeerde materiële thema’s te kwantificeren. Hieronder volgt een overzicht van deze entiteitspecifieke KPI's, met verwijzingen - waar relevant - naar de bijbehorende materiële IRO's:
Sociaal (S1)
■ S1-6/14: Welzijn van werknemers – Verband met impact en risico van sociale dialoog
■ S1-6: Retentiegraad nieuwe medewerkers (binnen 12 maanden)
■ S1-6: Totaal aantal nieuwe, tijdens de verslagperiode aangeworven werknemers (in aantal personeelsleden)
■ S1-6: Totaal percentage nieuwe, tijdens de verslagperiode aangeworven werknemers
■ S1-9: Genderdiversiteit op managementniveau - Verband met impact van diversiteit
■ S1-13: Gemiddeld aantal uren besteed aan opleiding en ontwikkeling per werknemer
■ S1-14: Absenteïsme door ziekte – Verband met veiligheids- en gezondheidsrisico's
■ S1-14: Frequentiegraad van arbeidsongevallen met werkverlet - Verband met veiligheids- en gezondheidsrisico's
■ S1-14: Ernstgraad van arbeidsongevallen – Verband met gezondheids- en veiligheidsrisico's
Governance (G1-2)
■ Totaal aantal belangrijke leveranciers die instemden met de Gedragscode voor Leveranciers. Deze KPI heeft betrekking op het materiële thema Beheer van relaties met leveranciers, inclusief betalingspraktijken.
■ Totaal aantal belangrijke leveranciers gescreend via EcoVadis. Deze KPI heeft betrekking op het materiële thema Beheer van relaties met leveranciers, inclusief betalingspraktijken.
■ Uitgaven van belangrijke leveranciers met SBTi-gevalideerde scope 1- & scope 2-doelen. Deze KPI heeft betrekking op het materiële thema Klimaatmitigatie en de vermindering van onze scope 3-broeikasgasemissies.
Huidige en financiële impacts van in kaart gebrachte, financieel materiële risico's en opportuniteiten
Verschillende financieel materiële thema's hebben op dit moment een financiële impact op Bnode. Die impacts zijn weerspiegeld in de jaarrekening van Bnode van 2025. Veel ervan waren voorzien en vormen geen significant risico op materiële aanpassingen in de jaarrekening van 2026. Toch zijn verschillende van deze thema's opgenomen in het Enterprise Risk Management-kader van Bnode en worden ze eerder in het jaarverslag in detail geanalyseerd. Zie deel 5.2 Risk Management in het Financiële verslag. De beoordeling van de impact van elk financieel materieel thema – met zowel het huidige financiële effect als het verwachte financiële effect wanneer beschikbaar – wordt hierna uitvoerig beschreven:
127 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
E1: Klimaatverandering – Klimaatmitigatie
Huidig financieel effect: Bnode heeft geen kosten of schade opgelopen in verband met extreme weersomstandigheden in 2025. Wat de risico's inzake klimaatmitigatie en klimaattransitie betreft, investeert Bnode proactief in de vermindering van scope 1- en scope 2-emissies, met investeringen van ongeveer 52 mEUR. Die investeringen hebben betrekking op initiatieven zoals:
■ Elektrificatie van het last-mile wagenpark in België (voertuigen en infrastructuur).
■ Elektrificatie van het bedrijfswagenpark.
■ Aankoop van dubbeldekopleggers en 1 elektrische truck.
■ Inkoop van groene stroom.
■ Verbetering van de energie-efficiëntie van de gebouwen met extra isolatie, efficiënte verlichting, warmtepompen en zonnepanelen.
Een vergelijkbaar investeringsniveau wordt verwacht in 2026 als onderdeel van ons klimaattransitieplan, dat deel uitmaakt van ons Financieel Plan op Lange Termijn.Wat de opportuniteiten van de klimaattransitie betreft, hebben verschillende grote pakjesleveringsklanten voor Bnode gekozen, onder meer omwille van de minder vervuilende oplossingen voor last-mile levering. Die trend zal zich naar verwachting voortzetten in 2026. Op dit moment zien we geen financiële impact van scope 3-emissiereducties, bijvoorbeeld in de vorm van hogere prijzen van leveranciers (bv. transport en andere gekochte goederen & diensten). Bovendien hebben we geen financieringsproblemen vastgesteld die verband houden met onze decarbonisatiestrategie en -prestaties.
Verwacht financieel effect
Voor de periode van 2027 tot 2030 verwachten we dat we fors zullen blijven investeren in klimaatmitigatie-initiatieven, in lijn met ons Klimaattransitieplan en ons Financieel plan op lange termijn, alsook met ons goedgekeurde programma voor de installatie van zonnepanelen in België. Bovendien gaan we ervan uit dat een groeiend deel van onze inkomsten zal voortkomen van klanten met ambitieuze doelstellingen voor het terugdringen van broeikasgasemissies, ondersteund door de vooruitgang die wij zelf boeken in ons decarbonisatietraject.
Op basis van de recente update van ons Klimaattransitieplan 2026–2035 in het kader van de indiening van ons vernieuwde SBTi-dossier, verwachten we geen significante kostenstijging voor de decarbonisatie van uitbesteed wegtransport in de periode 2026–2030. In Europa zijn vandaag al kostenefficiënte emissiearme oplossingen voor lichte bedrijfsvoertuigen (bestelwagens) op de markt te vinden. Voor zwaar vervoer we verwachten dat elektrische opties pas tussen 2028 en 2030 financieel aantrekkelijk zullen worden. Voor de gekochte goederen en diensten hebben we momenteel echter nog onvoldoende zicht op het potentiële kostenplaatje van de inspanningen om de broeikasgasemissies terug te dringen.
In 2025 voerden we, in het kader van de lopende klimaatrisicobeoordeling, een grondige kwetsbaarheidsanalyse uit - met inbegrip van site-audits - op de vestigingen van Bpost NV die het meest blootgesteld zijn aan overstromingsrisico’s. De analyse wees op een lage tot middelhoge kwetsbaarheid en tekende een reeks maatregelen en investeringen uit om deze blootstelling verder in te perken. De uitvoering van deze maatregelen zou kunnen leiden tot klimaatadaptatie-investeringen ten belope van 1,5 tot 3,0 mEUR in de periode van 2026 tot 2030, waarvan een deel kan worden opgenomen in de investeringen voor regulier onderhoud.
128 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
De deep-divefase van de klimaatrisicobeoordeling loopt nog voor onze andere business units, en zal ons helpen om bijkomende potentiële financiële impacts te analyseren. Daarnaast verwachten we dat de invoering van het Europese Emissions Trading System 2 (ETS2) vanaf 2028 een rechtstreekse impact zal hebben op de kost van fossiele brandstoffen. We gebruiken fossiele brandstoffen voor ons wagenpark en voor het verwarmen van onze gebouwen. Onze voortdurende investeringen in het elektrificeren van ons lichte wagenpark (bestelwagens) en het verbeteren van de energie-efficiëntie van onze gebouwen zullen deze impact helpen beperken.
ETS2 kan eveneens een invloed hebben op de kostprijs van uitbesteed wegtransport binnen de EU, in het bijzonder voor onze Paxon en Landmark Global activiteiten. Onze strategie om routes en belading te optimaliseren en de voorkeur te geven aan onderaannemers met een lage uitstoot zal dit risico helpen terugdringen. Aangezien deze kostenstijging de hele sector zou treffen, achten wij het waarschijnlijk dat eventuele impacts op de nettokost via de prijszetting kunnen worden doorgerekend, waardoor de algemene financiële weerslag hiervan en de impact op onze concurrentiepositie beperkt blijven.
E5: Afval- en verpakkingsuitstromen
Huidig financieel effect
In 2025 waren er voor Bnode geen risico's of extra kosten in verband met de uitstroom van afval en verpakkingen.
Verwacht financieel effect
We bereiden ons actief voor op de implementatie van de Richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval (die in augustus 2030 van kracht wordt met doelstellingen voor 2030) door:
* samen te werken met verpakkingsleveranciers om naleving te garanderen;
* circulaire oplossingen te ontwikkelen voor onze klanten;
* ons milieubeleid af te stemmen op ambitieuze circulariteitsdoelstellingen voor afval en verpakkingen in lijn met de Richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval.
Op dit moment kunnen we nog niet rapporteren over de precieze financiële netto- impact van de risico's en opportuniteiten voor dit thema.
S1: Sociale dialoog
Huidig effect
Impact van sociale onrust en operationele verstoringen: In 2025 kreeg onze bedrijfstak Bpost NV te maken met felle sociale onrust (in februari) en werden bedrijfsactiviteiten verder verstoord door sociale protestbewegingen tegen de federale regering.
Verwacht effect
We kunnen de potentiële impact van sociale onrust en operationele verstoringen na 2025 niet nauwkeurig voorspellen. In 2026 blijven we sterk inzetten op de ondersteuning van onze werknemers doorheen het lopende transformatietraject, zodat het risico op sociale onrust zo laag mogelijk blijft. Ook zullen we ons blijven inspannen voor een positieve sociale dialoog om dat risico tot een minimum te beperken.
129 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
S1: Veiligheid en gezondheid
Ongevallen op de werkvloer
Huidig effect
In 2025 registreerde de groep 29.754 verloren dagen door ongevallen op het werk. Als we dezelfde kostprijs per verloren dag hanteren als in 2024, komt dit neer op een geschatte financiële impact van ongeveer 4,4 mEUR.
Verwacht effect
We hebben sinds 2019 een daling van de ongevallengraad verwezenlijkt en zullen onze inspanningen voortzetten om het aantal arbeidsongevallen te beperken. Bnode is vastbesloten om van veiligheid een kernprioriteit te maken in al zijn activiteiten. In 2025 werd een groepsbrede doelstelling voor 2030 vastgelegd, ondersteund door samenwerking tussen entiteiten en business units, kennisdeling en gerichte maatregelen om het aantal arbeidsongevallen in de komende jaren terug te schroeven.
Privacy (S1, S4)
Huidig effect
De IT-kosten/-investeringen om onze informaticatechnologie en gegevensbeveiliging te versterken, bedroegen in 2025 enkele miljoenen euro.
Verwacht effect
Bnode zal de privacy- en beveiligingsmaatregelen in 2026 en de jaren erna blijven opschroeven met voortdurende investeringen van meerdere miljoenen per jaar. Die investeringen zijn in ons financieel plan opgenomen.
Strategie
Impact van de dubbele-materialiteitsanalyse op de strategie en het businessmodel van Bnode
De voltooiing van de dubbele-materialiteitsanalyse speelde een belangrijke rol bij het definiëren van onze strategische ESG-pijlers in 2024. De DMA en de beoordeling ervan bepalen mee de keuze van ESG-initiatieven. Over het geheel genomen zijn materiële risico's en opportuniteiten – waaronder CO2-voetafdruk, afvalbeheer, circulaire economie, veiligheid, gezondheid en welzijn van ons eigen personeel (inclusief sociale dialoog) en gegevensprivacy en -beveiliging – al diep verweven in onze strategie. Hetzelfde geldt voor zakelijk gedrag en ethiek en diversiteit, gelijkheid en inclusie.
We erkennen echter dat we ons wat de integratie van due diligence in de waardeketen in onze processen betreft, nog in een beginstadium bevinden. Toch is er in 2025 duidelijk vooruitgang geboekt met de uitrol van onze Gedragscode voor Leveranciers en de verdere implementatie van due diligence en nalevingscontroles voor onze transportonderaannemers in België. Daarnaast is het in 2024 door ons Group Sustainability-team ontwikkelde instrument om nieuwe strategische transformatieprojecten en -initiatieven te beoordelen vanuit het perspectief van de in kaart gebrachte materiële IRO’s, vandaag volledig geïntegreerd in het beoordelingsproces (Commitment Review Committee) voor elke nieuwe aanzienlijke investering of elk nieuw project. In overeenstemming met het groepsbrede Delegatiebeleid moet de groep-ESG worden geraadpleegd bij elke beslissing die een impact kan hebben op de prestaties van de groep op het vlak van ESG.
130 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
In 2025 werd de tool verder verfijnd om ook de impact van onze investeringen op onze klimaatveerkracht en op onze mate van afstemming op de EU-taxonomie te beoordelen. Het is niet de bedoeling dat de tool wordt gebruikt om waardevolle initiatieven binnen de onderneming te blokkeren, maar wel om ervoor te zorgen dat de ESG-impact van initiatieven vanaf de ontwerpfase en in het besluitvormingsproces wordt meegenomen.
CO2-voetafdruk
Klimaatmitigatie en het terugschroeven van onze CO2-voetafdruk vormen fundamentele pijlers van onze strategie. Naast ons Klimaattransitieplan (zie toelichting E1-1 – Transitieplan voor klimaatmitigatie) is het verlagen van onze broeikasgasemissies een essentieel onderdeel van de strategische roadmap van Bpost NV. Het is onze ambitie om een van de post- en pakjesbedrijven te blijven die het best presteren op het vlak van koolstofefficiëntie - een doelstelling die rechtstreeks in onze klantgerichte waardepropositie is verankerd. Door onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, beperken we eveneens de financiële impact van de koolstofheffingen (ETS2) die vanaf 2028 van toepassing zullen zijn.Onze inzet om onze CO 2 -voetafdruk te verminderen blijkt duidelijk uit de volgende initiatieven:
■ de uitbreiding van ons netwerk van Ecozones;
■ de uitbreiding van ons netwerk van Bboxen en Pick-Up/Drop Off-punten (PUDO's);
■ de verdere ‘vergroening’ van ons wagenpark, waaronder elektrische bestelwagens en auto's, dubbeldeksopleggers en voertuigen op alternatieve brandstoffen;
■ de decarbonisatie van onze gebouwen, waarbij alle nieuwe constructies en grote renovaties voldoen aan strenge milieunormen (zoals het nieuwe mailcenter in Charleroi);
■ klantgerichte tools, waaronder de CO 2 -calculator voor pakjesleveringen.
Ook Apple Express (Canada), Dynagroup (Nederland) en Landmark UK zetten stappen in de elektrificatie van hun uitbestede lichte wagenpark. Deze inspanningen beogen niet alleen een vermindering van de emissies, maar versterken ook de veerkracht ervan op lange termijn. Decarbonisatie is eveneens verankerd in de strategieën van onze Paxon en Landmark Global business units.
De belangrijkste aandachtspunten zijn het verlagen van het energieverbruik in onze gebouwen en fulfilmentactiviteiten, de overstap naar groene elektriciteit, en - in de eerstvolgende jaren - het opvoeren van de inspanningen om de emissies van uitbesteed wegtransport te verlagen. Dit werk wordt ondersteund door ons Group Transport Center of Excellence, dat wordt aangestuurd door het Landmark Global team.
Op korte tot middellange termijn verwachten we geen grote doorbraken in het terugdringen van emissies afkomstig van uitbesteed luchttransport, aangezien de beschikbaarheid en schaalbaarheid van duurzame luchtvaartbrandstoffen nog beperkt zijn. We blijven evenwel nauw samenwerken met klanten en leveranciers om de CO 2 - voetafdruk van luchtvracht te verminderen zodra duurzame luchtvaartbrandstoffen geleidelijk toegankelijker wordt. Waar haalbaar zullen we klanten ook betrekken bij koolstofarmere alternatieven voor luchttransport.
Meer informatie over Bnodes beleidslijnen, doelen en maatregelen op het vlak van klimaatverandering is terug te vinden in deel 6.2.1 ESRS E1 – Klimaatverandering.
131 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Luchtverontreiniging
De bestrijding van luchtverontreiniging is ingebed in de strategie van Bnode, samen met onze inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, aangezien beide kwesties nauw met elkaar verweven zijn. We pakken deze problemen aan door ons wagenpark te elektrificeren, het aantal gereden kilometers te optimaliseren en waar relevant gebruik te maken van zachte mobiliteit. Deze initiatieven maken ook deel uit van onze oplossingen voor stadslogistiek (Ecozones). Verdere informatie over de beleidslijnen, doelen en maatregelen/initiatieven van Bnode met betrekking tot luchtverontreiniging zijn te vinden in deel 6.2.2 ESRS E2 - Verontreiniging.
Afval en circulaire economie
De principes van de circulaire economie zijn vandaag al diep verankerd in ons businessmodel, met een sterke focus op het terugdringen van afval en het ondersteunen van circulaire waardeketens. Momenteel recycleren we 98,6% van ons papier- en kartonafval en 99,4% van ons plasticafval. Binnen onze 3PL-activiteiten zet Active Ants op dat vlak alvast de toon met zijn geavanceerde verpakkingsoplossing. Verpakkingen worden automatisch aangepast aan de exacte afmetingen van de te vervoeren goederen, wat het materiaalverbruik aanzienlijk beperkt en een gesloten kringloop ondersteunt. Kartonafval dat tijdens leveringen wordt opgehaald, wordt teruggetransporteerd naar onze leverancier, waar het wordt gerecycleerd en opnieuw in de productie wordt ingezet. Ook Dynagroup, Staci France en AMP presteren sterk als het aankomt op praktijken die bijdragen aan een circulaire economie en we willen die praktijken dan ook doortrekken naar de hele groep.
Daarnaast wil Bnode een voortrekkersrol spelen in het stimuleren van een bredere circulariteit. Verschillende initiatieven dragen bij aan deze ambitie, waaronder:
■ de uitbreiding van ons 7 dagen op 7 en 24 uur op 24 beschikbare Bbox-netwerk om meer toegankelijke C2C-logistiekstromen te ondersteunen,
■ de verdere ontwikkeling van verpakkingsvrije leverings- en terugzendoplossingen,
■ proefprojecten waarbij Bbox boetieks worden ingezet voor het opslaan van producten die onder buurtbewoners worden gedeeld,
■ de samenwerking tussen DynaLogic en Woosh in België om de circulariteit in de luiermarkt te stimuleren, en
■ de ontwikkeling van een gespecialiseerd aanbod aan B2B-logistiekdiensten dat het gebruik van herbruikbare verpakkingen in B2B-pakjesstromen kan stroomlijnen.
Meer informatie over Bnodes beleidslijnen, doelen en initiatieven met betrekking tot afval en de circulaire economie is opgenomen in deel 6.2.3 ESRS E5 – Materiaalgebruik en circulaire economie.
Veiligheid, gezondheid en welzijn
De veiligheid, de gezondheid en het welzijn van werknemers zijn essentieel voor Bnodes veerkracht op lange termijn en operationele uitmuntendheid. Deze aspecten hebben een rechtstreekse invloed op de productiviteit, betrokkenheid en retentie van werknemers en zijn dus bepalend voor de duurzame waardecreatie.
132 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Een veilige en gezonde werkomgeving verkleint de operationele risico’s, vermindert absenteïsme en verhoogt de tevredenheid van werknemers. Dit zijn belangrijke drijfveren voor het versterken van de performantie en de reputatie. Bnode investeert daarom in veiliger voertuigen, geavanceerde beschermingsmiddelen en een proactief risicobeheer om ongevallen te voorkomen en werknemers te beschermen. Deze initiatieven voldoen niet alleen aan de regelgeving, maar geven ook blijk van leiderschap op het gebied van veiligheid op de werkvloer.
Naast fysieke veiligheid versterken initiatieven rond welzijn - zoals billijke verloning, het respecteren van arbeidsrechten en inclusieve betrokkenheid - het vertrouwen binnen de organisatie en dragen ze bij aan een positieve bedrijfscultuur. Het eerbiedigen van de vrijheid van vereniging en het bevorderen van een constructieve sociale dialoog en collectieve onderhandelingen zijn cruciaal om stabiliteit te behouden, zeker tijdens transformaties. Daarnaast stoomt Bnode zijn werknemers klaar voor toekomstige uitdagingen en duurzame transities door te focussen op inzetbaarheid en retentie aan de hand van vaardigheidstrainingen, jobrotaties en gerichte ondersteuning voor laaggeschoolde werknemers. Deze aanpak beperkt sociale risico’s en versterkt de concurrentiekracht op lange termijn.
Gezien de rechtstreekse impact op het menselijke kapitaal, de bedrijfscontinuïteit en het vertrouwen van stakeholders, zijn veiligheid, gezondheid en welzijn materiële thema's voor Bnode. Het beleid en de resultaten zijn verder toegelicht onder ESRS S1 – Eigen personeel, onder meer in het punt S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven.
Diversiteit, gelijkheid en inclusie
Diversiteit, gelijkheid en inclusie (DEI) zijn bepalend voor het vermogen van Bnode om talent aan te trekken, aan te werven en te behouden. Werknemers met een brede diversiteit aan achtergronden, perspectieven en ervaringen versterken de innovatiekracht, het probleemoplossend vermogen en de klantgerichtheid. Dit zijn essentiële bouwstenen van onze langetermijnconcurrentiekracht en het vertrouwen van stakeholders.
Bnode zet zich actief in voor een inclusieve cultuur, waarbij diversiteit (ruimer dan louter genderdiversiteit) erkend en gewaardeerd wordt en een integraal onderdeel vormt van de dagelijkse manier van werken. Deze inzet gaat verder dan louter compliance. Ze vormt een strategische hefboom voor veerkracht en aanpassingsvermogen in een snel veranderende omgeving. Gezien de rechtstreekse invloed op het menselijk kapitaal, de reputatie en de naleving van opkomende ESG-vereisten, zijn diversiteit, gelijkheid en inclusie materiële thema's voor Bnode. Deze thema's worden verder toegelicht onder ESRS S1 - Eigen personeel, in onder meer S1-1 Beleid, S1-9 Diversiteitsmaatstaven en S1-16 Beloningsmaatstaven.
Due diligence - Werknemers in de waardeketen
Due diligence in de waardeketen wordt steeds belangrijker binnen Bnode, vooral nu we ons voorbereiden op de Europese Richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid, die de bescherming van mensenrechten en milieu over de gehele waardeketen centraal stelt. Bij Bnode hebben we uitgebreide beleidslijnen geïmplementeerd om de materiële impacts, risico's en opportuniteiten met betrekking tot de werknemers in onze waardeketen aan te pakken. De beleidslijnen zijn uitgewerkt om het welzijn, de eerlijke behandeling en het respect voor de mensenrechten van alle werknemers in onze waardeketen te garanderen. Dit zijn onze belangrijkste beleidslijnen:
- Mensenrechtenbeleid
- Speak Up Policy
- Gedragscode voor Leveranciers
- Diversiteitsbeleid
De uitrol van onze Gedragscode voor Leveranciers sinds midden 2025 is een verdere stap in het verankeren van due diligence in onze waardeketen.
133 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Daarnaast is het belangrijk om te benadrukken dat Bpost NV nieuwe transportonderaannemers streng controleert en ook voortdurend toezicht houdt om een eerlijke behandeling van hun werknemers te garanderen. Meer details over ons overleg met werknemers in de waardeketen zijn te vinden in de delen S2 Werknemers in de waardeketen en G1-2 Beheer van relaties met leveranciers.
Zakelijk gedrag en ethiek
Bij Bnode maken maatschappelijk verantwoord ondernemen en ethiek integraal deel uit van onze strategie en ons bedrijfsmodel. Onze bedrijfscultuur is gebaseerd op onze Gedragscode, waarin de ethische normen en gedragingen staan die van alle werknemers worden verwacht. We geven prioriteit aan ethisch gedrag en bevorderen een cultuur van integriteit, inclusiviteit en verantwoordelijkheid.Ethiek vormt de leidraad voor al onze activiteiten door middel van krachtig bestuur, uitgebreide beleidslijnen, bewustmakingscampagnes en uitgebreide training. We leggen de nadruk op transparantie, open dialoog en ethisch gedrag. Onze werkwijzen worden regelmatig geëvalueerd en afgestemd op internationale normen om aan de veranderende verwachtingen te voldoen. Ethische waarden worden actief ontwikkeld, gepromoot en geëvalueerd op alle organisatorische niveaus, ondersteund door het FACE-programma (Foster a Culture of Ethics and Compliance). Dat initiatief verbetert ons risicobeheer en onze naleving door duidelijke governancemodellen op te stellen, een overkoepelende groepsstrategie uit te stippelen en een solide systeem voor risicobeheer in te voeren. Voor meer informatie over onze praktijken inzake verantwoord zakelijk gedrag en ethiek verwijzen we naar toelichting G1-1 – Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur.
Consumenten en eindgebruikers
Bij Bnode staan onze klanten centraal in alles wat we doen en we stellen hun noden en rechten altijd voorop. We beheren aanzienlijke hoeveelheden klantgegevens via onze e-commerceplatforms en aanverwante diensten, en hechten daarom veel belang aan gegevensbescherming. Er gelden krachtige beleidsregels en proactieve maatregelen om persoonlijke gegevens te beschermen in overeenstemming met internationale normen.
Net zo belangrijk is onze inzet om ervoor te zorgen dat alle consumenten, ook wie minder bevoorrecht, geïsoleerd of bejaard is, toegang hebben tot essentiële diensten. We streven ernaar sociale, economische en digitale kloven te overbruggen door eerlijke en inclusieve toegang te bieden tot producten en diensten die een wezenlijk verschil maken in het leven van mensen. Ons uitgebreide netwerk van servicepunten is daar een goed voorbeeld van. In overeenstemming met het 7de beheerscontract bieden we meer dan 1.300 postpunten aan, waaronder minstens 650 postkantoren, met minstens één postkantoor in elke Belgische gemeente (zie de toelichting S4).
Wat de universeledienstverplichting (UDV) betreft, zijn de non-discriminatievoorschriften rechtstreeks in de postwet vastgelegd. Deze bepalingen waarborgen dat diensten onder vergelijkbare voorwaarden aan alle gebruikers worden aangeboden, zonder discriminatie - bijvoorbeeld op politieke, religieuze of ideologische gronden - en dat levering op elk adres over het volledige grondgebied verzekerd blijft. De prijzen zijn transparant en niet-discriminerend. We streven ernaar dat niemand zijn rechten worden ontzegd op basis van persoonlijke kenmerken zoals ras, huidskleur, geslacht, taal, religie of enige andere factor. Ons Diversiteitsbeleid is een hoeksteen van onze werkcultuur en een breed scala aan initiatieven ondersteunt de uitbouw van een inclusieve omgeving. Deze inclusieve aanpak versterkt de interactie met klanten en stakeholders en ons vermogen om gericht en doeltreffend in te spelen op hun behoeften.
134 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Met deze inspanningen onderstrepen we ons uitgesproken engagement ten aanzien van onze klanten en zorgen we ervoor dat hun noden worden ingevuld met inachtneming van de hoogste normen op het vlak van dienstverlening, eerlijkheid en integriteit. Voor meer informatie over privacybescherming, gelijke toegang tot diensten en non-discriminatie van onze consumenten en eindgebruikers verwijzen we naar deel S4 – Consumenten en eindgebruikers.
Invloed van strategie en businessmodel op materiële impacts
Verschillende materiële impacts vloeien rechtstreeks voort uit de activiteiten van Bnode als leverancier van logistiek- en transportdiensten:
- ■ Broeikasgasemissies en luchtverontreiniging zijn inherent aan transportactiviteiten - of ze nu worden uitgevoerd door Bnode of door onderaannemers. Om deze impacts aan te pakken, hebben we een decarbonisatiestrategie uitgewerkt die hoofdzakelijk berust op de elektrificatie van het wagenpark en andere maatregelen uit ons Klimaattransitieplan.
- ■ Veiligheid en gezondheid worden materieel beïnvloed door de aard van onze activiteiten. Veel activiteiten voor post en pakjes in onze sorteercentra vereisen nachtwerk (een kenmerk dat we delen met andere post- en logistieke operatoren) en buitenwerk het hele jaar door voor onze post- en pakjesuitreikers.
- ■ Circulaire-economieoverwegingen zijn materieel van aard gezien de omvang van onze e-commerce- en B2B-fulfilment diensten, die uiteraard gepaard gaan met een hoog gebruik van verpakkingsmaterialen en met bijbehorend afval.
- ■ Zakelijk gedrag is een belangrijk materieel thema gezien de omvang, de maatschappelijke rol en de verantwoordelijkheden van Bnode tegenover zijn stakeholders. Om onze reputatie te beschermen, alle wetten en regelgeving na te leven en waardecreatie op lange termijn te verzekeren, is het van cruciaal belang dat we ons aan hoge ethische normen houden.
Veerkracht van strategie en businessmodel (SBM) om materiële impacts, risico's en opportuniteiten aan te pakken
In het algemeen beschouwt Bnode zijn strategie en businessmodel veerkrachtig genoeg om zijn IRO’s op korte, middellange en lange termijn gericht aan te pakken. Verdere informatie over klimaatveerkracht is te vinden in toelichting E1 SBM-3. We versterken de veerkracht van onze onderneming door duurzaamheid te verankeren als een kernonderdeel van de strategische visie en het strategisch kader van Bnode. De materiële IRO’s die in kaart werden gebracht via de dubbele-materialiteitsanalyse zijn volledig geïntegreerd in de besluitvormingsprocessen van het Executive Comité (ExCo) en de Raad van Bestuur. Deze thema’s geven rechtstreeks vorm aan onze strategische prioriteiten en onze operationele modellen. Veel van onze strategische initiatieven zijn bewust ontworpen met het oog op duurzaamheid op lange termijn. Zo vormen onze inspanningen om in België emissiearme last-mile oplossingen te ontwikkelen en op de markt te brengen een belangrijk initiatief om onze milieuvoetafdruk te verlagen. Het aanpakken van maatschappelijk gerelateerde IRO’s vormt eveneens een belangrijke strategische prioriteit. Dit blijkt onder meer uit de nieuwe doelstellingen op het vlak van veiligheid en gezondheid die in 2025 zijn vastgelegd en door de Raad van Bestuur zijn gevalideerd. Vooruitgang op deze thema’s blijft een belangrijke focus voor de komende jaren. Ook de governance-gerelateerde IRO’s worden aangepakt met versterkte aandacht en verbeterde procedures op gebieden zoals zakelijk gedrag en ethiek, aangevuld met voortdurende investeringen in privacybescherming en verhoogde cyberbeveiliging.
135 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1.4.1 IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren
Het DMA-memorandum biedt een diepgaand inzicht in het proces dat werd toegepast. In dit deel geeft Bnode een uitgebreide samenvatting. Bnode voerde zijn DMA uit in twee fasen. De eerste fase vond plaats in 2023, waarna de analyse in 2024 verder werd verfijnd tot sub-sub-themaniveau en werd uitgebreid om ook Staci erin op te nemen. Tijdens de zomer van 2025 herevalueerde Bnode zijn DMA om na te gaan of deze moest worden bijgestuurd of bijgewerkt. In wat volgt geven we eerst een overzicht van het volledige DMA-proces dat 2023 en 2024 werd uitgevoerd en lichten we vervolgens toe hoe de DMA in 2025 werd herbeoordeeld.
DMA uitgevoerd in 2023-2024
De methode en het resultaat worden hieronder toegelicht.
Beknopte beschrijving methodologie
Dit deel beschrijft het proces waarmee Bnode materiële impacts, risico’s en opportuniteiten (IRO’s) in kaart brengt, analyseert en beheert, volledig in lijn met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) en de richtsnoeren van EFRAG. De dubbele-materialiteitsanalyse (DMA) is volledig geïntegreerd in het Enterprise Risk Management-kader (ERM) van de groep. De gehanteerde methodologie omvat drie belangrijke stappen. Eerst nam Bnode zijn bedrijfscontext onder de loep door sectorbenchmarks, analyses van sectorgenoten en interne documentatie te onderzoeken en door representatieve waardeketens te bepalen die alle bedrijfsactiviteiten omvatten. Deze stap maakte het ook mogelijk om de getroffen stakeholders over de hele waardeketen in kaart te brengen. Vervolgens werden potentiële IRO’s in kaart gebracht via een brede analytische en consultatieve aanpak, waarbij zowel interne als externe stakeholders betrokken werden. Dit leverde een longlist van potentiële IRO’s op, die werd opgesteld overeenkomstig ESRS 1 - TV 16 en alle thema’s en subthema’s opgelijst. In een derde stap werden de IRO’s beoordeeld en geprioriteerd op het niveau van sub-sub-thema, aan de hand van vastgelegde criteria voor impact- en financiële materialiteit, afgestemd op de strategische visie van de Raad van Bestuur. De impactmaterialiteit wordt beoordeeld op basis van de ernst (omvang, reikwijdte en mogelijkheid tot herstel) en de waarschijnlijkheid. De financiële materialiteit wordt dan weer beoordeeld op basis van de omvang en de waarschijnlijkheid over een tijdshorizon van 1 tot 10 jaar. Duidelijke drempels zorgen ervoor dat alle relevante impacts, risico’s en opportuniteiten in aanmerking worden genomen. De DMA houdt rekening met afhankelijkheden van natuurlijke en menselijke hulpbronnen en brengt operationele hotspots binnen de waardeketen in kaart.
6.1.4 Beheer van impacts, risico's en opportuniteiten
136 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Betrokkenheid van stakeholders speelde een sleutelrol in het proces en hield onder meer in dat er interviews met het management, interne workshops, panels met externe stakeholders en bevragingen werden gehouden. Deze brede dialoog zorgde ervoor dat zowel feitelijke als potentiële impacts op mens en milieu op een adequate manier werden meegenomen in de beoordeling.Het resultaat van de DMA is nauw afgestemd op de ERM-processen, met regelmatige afstemming tussen de ESG-teams en de risicoteams, waarbij materiële thema’s systematisch naar het hoger management en de Raad van Bestuur worden geëscaleerd. Deze aanpak maakt een coherente financiële en duurzaamheidsrapportering mogelijk en levert waardevolle inzichten op voor strategische besluitvorming.
Overzicht
Drie belangrijke stappen: begrijpen, in kaart brengen en beoordelen
Stap 1 – De context begrijpen
Als eerste stap werd de context waarin Bnode actief is, grondig onderzocht. Daarbij werden sectorspecifieke benchmarks, sectorgenoten en interne Bnode-rapporten bestudeerd. Om een duidelijk inzicht te verwerven in de bedrijfsvoering en activiteiten werd vervolgens vijf waardeketens - één waardeketen per type bedrijfsactiviteiten - bepaald, rekening houdend met specifieke geografische kenmerken. Samen vertegenwoordigen ze de volledige omzet van Bnode. Als onderdeel van deze oefening werden ook alle stakeholders op wie de activiteiten van Bnode van invloed kunnen zijn, in kaart gebracht.
Stap 2 – Impacts, risico’s en opportuniteiten (IRO's) in kaart brengen
Potentiële materiële thema's en IRO's werden in 2023 in kaart gebracht via een uitgebreid analytisch en consultatief proces waarbij zowel relevante interne als externe stakeholders betrokken waren. Het is belangrijk om op te merken dat geen van de maatregelen die werden ondernomen om bepaalde impacts of risico's aan te pakken, of om bepaalde opportuniteiten met betrekking tot duurzaamheidskwesties te benutten, materiële negatieve impacts hebben veroorzaakt of materiële risico's hebben opgeleverd voor andere duurzaamheidsaangelegenheden.
Stap 3 – Analyseren en bepalen van materiële IRO's
Het Bnode Sustainability Team en verschillende experts van Bnode (waaronder experts van Procurement en het ERM-team) hebben samen met een externe expert de verschillende sub-sub-thema's een score gegeven. Deze oefening bouwde voort op eerder werk en omvatte de nieuwste zakelijke kennis en inzichten. De impact- en materialiteitsdrempels, die hieronder verder worden toegelicht, werden bepaald volgens de strategische visie van de Raad van Bestuur van Bnode. Met deze aanpak werd een lijst van materiële thema's bepaald tot op sub-sub-themaniveau.
Aannames
In het algemeen werden de analyse en de beoordelingen uitgevoerd op basis van de input van de stakeholders, de feitelijke analyse en het oordeel en de ervaring van medewerkers en adviseurs van Bnode. In de volgende gevallen werden specifieke aannames gedaan:
- Klimaatadaptatie: de beoordeling was gebaseerd op gebeurtenissen uit het verleden en een klimaatrisicobeoordeling die in 2022 voor Bpost NV werd uitgevoerd. In toekomstige verslagen zal de materialiteit worden herzien op basis van het lopende klimaatrisicobeoordelingsproject.
137 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
- Werknemers in de waardeketen: momenteel hebben we weinig zicht op dit thema. De komende jaren worden op dat punt echter aanzienlijke verbeteringen verwacht dankzij het due-diligenceproces. Bijgevolg werd voor dit verslag de materialiteit voor werknemers in de waardeketen voornamelijk gebaseerd op de kennis van de impact op de eigen activiteiten van Bnode. Zie ESRS S2-2 – Werknemers in de waardeketen voor meer informatie.
Uitgebreid overzicht van het proces
Uitgebreid overzicht van het proces om de potentiële en daadwerkelijke impacts op mens en milieu in kaart te brengen, te beoordelen, daarbij prioriteiten te stellen en te monitoren, onderbouwd door het due-diligenceproces
Waardeketen
Er werd rekening gehouden met de impact op de hele waardeketen. Voor elk sub-sub-thema werden de stakeholders in de waardeketen gedocumenteerd in de DMA-oefening. Om ervoor te zorgen dat de volledige waardeketen in beschouwing werd genomen, werden zowel interne als externe stakeholders als ESG-experts bij deze oefening betrokken. Voor meer informatie verwijzen we naar het deel Overleg met getroffen stakeholders (en details in 6.1.3.2. SBM-2).
Hot Spots
Op basis van inzichten in de context, de waardeketen en de vooraf geselecteerde lijst van IRO's en via overleg met de stakeholders, werden gebieden met verhoogde risico's in kaart gebracht en geprioriteerd. Het gaat onder meer om Bpost NV omwille van het omvangrijke wagenpark, het grote aantal werknemers en de unieke situatie als leverancier van de universele postdienst in België, naast het publiek-private bestuursmodel. Bijkomend werd ook het uitbesteed transport voor e-commercefulfilment (Paxon) en cross-border activiteiten (Landmark Global) in Europa en Noord-Amerika onder de loep genomen omwille van de grote schaal van die activiteiten.
Overleg met getroffen stakeholders
Om de impacts, risico's en opportuniteiten (IRO's) in kaart te brengen, werd tussen juni 2023 en september 2023 een reeks technieken ingezet om waardevolle inzichten te verkrijgen van interne en externe stakeholders over de lijst van ESG-thema's (IRO's) en om het nauwkeurigheidsniveau van de geselecteerde thema's stapsgewijs te verhogen. Er waren vier belangrijke momenten van betrokkenheid, in samenwerking met een extern adviesbureau:
- Interne interviews met 11 leden van het topmanagement
- Panels van interne stakeholders, 3 hybride workshops
- Panel van externe stakeholders, 1 persoonlijk gesprek op kantoor in Brussel
- Een online bevraging van interne en externe stakeholders
Tijdens deze contactmomenten werden getroffen stakeholders actief betrokken, alsook externe experts die hen vertegenwoordigden. Tot die laatste groep behoren onder meer belangrijke leveranciers en klanten, eigen werknemers vertegenwoordigd door zowel de vakbonden als interne en externe experts, burgers en overheden vertegenwoordigd door het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie en de natuur, vertegenwoordigd door een ngo.
138 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Afhankelijkheden
Voor elk sub-sub-thema werden afhankelijkheden van toegang tot natuurlijke en menselijke hulpbronnen in aanmerking genomen en gedocumenteerd. Dit werk kwam tot stand dankzij overleg met interne en externe experts. Meer informatie hierover is te vinden in het deel 'Overleg met getroffen stakeholders' hierboven. In de transportsector zijn enkele van de belangrijkste afhankelijkheden:
- Werknemers
- Beschikbaarheid en kosten van energie voor voertuigen
- Totale eigendomskosten voor emissiearme/-vrije voertuigen
- Wettelijk kader, bijvoorbeeld toegang tot de stad voor brandstofvoertuigen
Technische aanpak voor het beoordelen van impacts, risico's en opportuniteiten
Het volgende proces werd toegepast om sub-sub-thema's te beoordelen en te prioriteren:
- Criteria & formule:
- Impactmaterialiteit = ernst * % waarschijnlijkheid
- De ernst is het gemiddelde van schaal, reikwijdte en mogelijkheid tot herstel.
- Financiële materialiteit = omvang * % waarschijnlijkheid
- Legende van de scores:
- Ernst en omvang krijgen een score op een schaal van 0 tot 5, waarbij 0 overeenkomt met 'niet van toepassing'.
- Waarschijnlijkheid krijgt een score op een schaal van 0 tot 6, waarbij 6 overeenkomt met 'daadwerkelijk'. Elke score is gekoppeld aan een procentuele waarschijnlijkheid, waarbij 0 overeenkomt met 0% en 6 (of 'daadwerkelijk') met 100%.
Drempel
Voor impactmaterialiteit wilde de Raad van Bestuur er zeker van zijn dat Bnode alle 'matige' ernstige impacts zou aanpakken die daadwerkelijk of bijna zeker zouden voorkomen. Met de gebruikte formule komt dit overeen met een score van > 2,5. Om de ambitie van Bnode om relevante duurzaamheidsuitdagingen aan te pakken weer te geven, werd de drempel net onder de 2,5 gelegd, wat ook overeenkomt met het mid-point op de schaal van 0 tot 5.
Voor de financiële materialiteit wilden de Raad van Bestuur en het Audit, Risk & Compliance Comité er zeker van zijn dat Bnode rekening zou houden met alle volgende risico- en opportuniteitssituaties:
- Matige financiële omvang met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid (> 76%, score van 1,72)
- Significante financiële omvang met een hoge waarschijnlijkheid (>51%, score van 1,89 of meer)
- Grote of kritieke financiële omvang met een gemiddelde waarschijnlijkheid (>26%, score van 1,52)
Bijgevolg werd de drempel vastgelegd op ≥ 1,5.
Financiële Materialiteit Drempel: 1,5
| Waarschijnlijkheid | Effectief | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bijna zeker | 76-100% | 0,9 | 1,8 | 2,6 | 3,5 | 4,4 |
| Zeer waarschijnlijk | 51-75% | 0,6 | 1,3 | 1,9 | 2,5 | 3,1 |
| Waarschijnlijk | 26-50% | 0,4 | 0,8 | 1,1 | 1,5 | 1,9 |
| Mogelijk | 6-25% | 0,2 | 0,4 | 0,5 | 0,7 | 0,9 |
| Onwaarschijnlijk | 0-5% | 0 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Omvang | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | |
| Klein | Matig | Significant | Groot | Kritiek |
139 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
DMA: een geïntegreerd onderdeel van het risico- en algemeen beheerproces
Overzicht
De dubbele-materialiteitsanalyse (DMA) werd uitgevoerd in samenwerking met het Enterprise Risk Management-team (ERM-team). Beide processen hebben elkaar geïnformeerd. Hoewel de gehanteerde tijdshorizonten tussen de twee benaderingen kunnen verschillen, worden de resultaten van de strategische risicobeoordeling gekoppeld aan en afgestemd op die van de dubbele-materialiteitsanalyse voor ESG. Dit biedt de garantie dat risico's met betrekking tot ESG in kaart worden gebracht en worden aangepakt, zodat hun effect tot een minimum wordt beperkt. De DMA is gebaseerd op en vormt een aanvulling op het ERM, waarbij dezelfde criteria en scoringsmethodes worden gehanteerd. Terwijl het ERM zich richt op risico's in de komende 12 maanden, beoordeelt de DMA de financiële omvang en waarschijnlijkheid dat ze zich binnen 1 tot 10 jaar zullen voordoen. De conclusies van de DMA worden opgenomen in het ERM en vice versa, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende tijdshorizonten.
- Afstemming van financieel risico: het financiële risico is afgestemd op onze ERM-aanpak en schaal.
- ESG-risico's: voor gedetailleerde ERM-beoordelingen (bv.klimaatverandering, veiligheid, gezondheid en welzijn, diversiteit en inclusie, afval) bouwt de DMA voort op deze beoordelingen, rekening houdend met een tijdshorizon op langere termijn (1-10 jaar) in vergelijking met het ERM (1 jaar). Ook wordt de informatie op basis van professioneel oordeel meer gedetailleerd opgesplitst op sub-sub-themaniveau.
■ Thema's zonder gedetailleerde ERM-beoordeling: voor onderwerpen die niet in een gedetailleerde ERM-beoordeling zijn meegenomen, werd op basis van gesprekken met stakeholders professioneel oordeel gebruikt om het financiële risico en de waarschijnlijkheid daarvan in te schatten.
■ Beoordelingsschaal: alle beoordelingen kregen een score op basis van de beoordelingsschaal die hierboven is beschreven, met toelichting van elke score om duidelijkheid en transparantie te garanderen.
Twee keer per jaar is er overleg en afstemming tussen het ESG-team dat verantwoordelijk is voor de DMA en het ERM-team. De meest materiële kortetermijnrisico's binnen de DMA worden geïntegreerd in het ERM en indien relevant - gebaseerd op de risicobereidheidsverklaring - geëscaleerd naar het Audit, Risk & Compliance Comité en het lid van het Executive Comité dat verantwoordelijk is voor de aangelegenheid in kwestie.
De impacts, risico's en opportuniteiten worden op verschillende niveaus van de organisatie besproken, van het ESG-team en het operationele team tot de Raad van Bestuur. Het ESG Steerco (Exco) komt maandelijks bijeen en selecteert de belangrijkste onderwerpen voor het ESG Comité van de Raad van Bestuur die twee keer per jaar bijeenkomt. Als gevolg hiervan zijn zowel financiële verslagen als duurzaamheidsverklaringen op elkaar afgestemd bij het toelichten van risico's en opportuniteiten.
Twee van de topopportuniteiten die op strategisch niveau werden besproken, zijn:
■ Inzetten van de SBTi-goedkeuring: een concurrentievoordeel om mee uit te pakken bij klanten.
■ Net-zero wagenpark: een kans om de totale eigendomskosten op lange termijn te verlagen en om de toegang van de vloot van Bnode tot stadscentra met strenge emissiebeperkingen veilig te stellen.
■ Herziening van sociale doelstellingen (o.a. met betrekking tot veiligheid en gezondheid, genderdiversiteit en ziekteverzuim): een doorslaggevende factor om werkgever bij uitstek te blijven en de financiële impact van dergelijke aangelegenheden te beperken.
140 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Besluitvormingsproces
De dubbele-materialiteitsanalyse (DMA) werd opgesteld door het DMA-kernteam bestaande uit een externe expert, een ESG Senior Manager, 2 ESG Analytics Experts en 1 Product Owner, die verantwoordelijk is voor het aansturen van ESG-initiatieven binnen Bnode. De voorbereidende werkzaamheden werden uitgevoerd in samenwerking met het ERM-team. Hun conclusies werden beoordeeld door het ESG Comité van de Raad van Bestuur en vervolgens goedgekeurd door de Raad van Bestuur. De Business Control Group Director is verantwoordelijk voor het beoordelen van de belangrijkste risico's.
Herziening van de DMA in 2025
Bnode heeft, in overeenstemming met zijn DMA-protocol dat is vastgelegd in zijn DMA- memorandum 2024, zijn DMA-beoordelingsproces voor 2025 uitgevoerd. Deze DMA- beoordeling werd uitgevoerd door het Group Sustainability Team van Bnode op basis van hun ervaring, overleg met 23 interne stakeholders, twee workshops en gesprekken over specifieke onderwerpen met externe stakeholders. Hieruit werd geconcludeerd dat er op Bnode-niveau in 2025 geen nieuwe activiteiten zijn ten opzichte van 2024 en dat de vijf waardeketens die in 2023–2024 werden in kaart gebracht, ongewijzigd blijven.
Verder werd vastgesteld dat, hoewel er op een aantal sub-sub-thema's ontwikkelingen zijn waargenomen, de lijst van materiële sub-sub- thema's ongewijzigd blijft ten opzichte van het jaarverslag 2024. Zo werd bijvoorbeeld vooruitgang gerapporteerd op het vlak van governance (zoals de vertrouwdheid met en het gebruik van ons 'Speak up'-mechanisme), maar is de impact daarvan op dit moment nog niet significant genoeg om de scores aan te passen. Ook bevestigden de stakingen bij Bpost NV in februari 2025 dat sociaal overleg met het eigen personeel een financieel materieel thema is. Na herziening van onze scores voor financiële omvang en waarschijnlijkheid voor 2024 concludeerden we dat deze een correcte weergave zijn van het financiële risico dat we lopen. Zonder de conclusie inzake materialiteit te wijzigen, werd de score voor financiële omvang voor klimaatadaptatie aangepast (van gering naar matig), wat de diepere inzichten van de teams in dit thema aantoont.
Toekomstige herziening van de DMA
In overeenstemming met het DMA-protocol zoals beschreven in het DMA- memorandum, zal Bnode jaarlijks een DMA-herziening uitvoeren. Bnode zal daarbij terugvallen op de ervaring van het Group Sustainability Team van Bnode, overleg met interne stakeholders en de vragen die werden voorgelegd door externe stakeholders. Deze herziening zal een volledige beoordeling van de waardeketen omvatten, evenals een herziening van de impacts op sub-sub-thema-niveau en een beoordeling van de financiële materialiteit. Daarnaast zal de vooruitgang die in 2026 werd geboekt binnen het uitgebreide klimaatrisicobeoordelingsproject en het due-diligenceproces deze update verder aanvullen.
141 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1.4.1.1 E1 ESRS 2 IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico’s en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren
Beschrijving van het proces met betrekking tot impacts op klimaatverandering
In lijn met het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten voor andere ESG-thema’s, werden de impacts, risico's en opportuniteiten (IRO’s) die samengaan met klimaatverandering in kaart gebracht, geanalyseerd en geprioriteerd aan de hand van de hierboven beschreven dubbele-materialiteitsanalyse. Om de impacts op klimaatverandering te evalueren, werd rekening gehouden met gegevens over de koolstofvoetafdruk van Bnode.
Beschrijving van het proces met betrekking tot fysieke klimaatrisico’s in de eigen activiteiten en in de waardeketen
In het kader van de DMA heeft Bnode geen klimaatscenarioanalyse uitgevoerd. Momenteel wordt er echter een alomvattend klimaatrisicobeoordeling over meerdere jaren uitgevoerd op basis van een klimaatscenarioanalyse om de klimaatveerkracht van Bnode en de financiële gevolgen van klimaatrisico's en -opportuniteiten onder de loep te nemen. In de toekomst zal Bnode zijn DMA bijwerken om de resultaten van de klimaatscenarioanalyse te weerspiegelen.
Voor de beoordeling van de fysieke risico's volgt Bnode voor al onze grote bedrijfssites wereldwijd een ‘trechterbenadering’ die meerdere stappen omvat. Bij elke nieuwe stap verdiepen we stelselmatig de analyse op basis van de in kaart gebrachte risico’s en hun materialiteit voor de activiteiten. Deze aanpak wordt samengevat in de onderstaande grafiek.
In de klimaatscenarioanalyse beoordeelt Bnode de fysieke risico's via een locatiespecifieke, diepgaande analyse om de blootstelling aan klimaatgevaren in kaart te brengen (Stap 1). Twee emissiescenario's (RCP2.6 en RCP8.5) en drie tijdsperioden (2030, 2050 en 2080/2100) worden geëvalueerd met behulp van gegevens uit CORDEX van de World Climate Research Programs (WCRP), samen met informatie over overstromingsgebieden en kusterosie van het World Resources Institute (WRI) en het Joint Research Centre (JRC).
| Stap | Beschrijving | Status |
|---|---|---|
| STAP 1 | Risico’s in kaart brengen: globale analyse van blootstelling aan klimaatrisico’s (346 gebouwen - Alle klimaatrisico’s) | Grondige beoordeling van blootstelling aan hittegolven, wind, vorst ... High-level blootstelling aan overstromingsrisico’s. Wereldwijd uitgevoerd voor Bnode-sites |
| STAP 2 | ‘Fijnmazige’ analyse van blootstelling aan klimaatrisico’s (110 gebouwen blootgesteld aan overstromingen) | Nauwkeurigere analyse van blootstelling aan overstromings- en andere risico’s op basis van fijnmazigere modellen. Uitgevoerd voor alle Belgische sites met overstromingsrisico + enkele sites wereldwijd. Gepland voor 2026 voor andere sites wereldwijd |
| STAP 3 | Sitegebonden kwetsbaarheidsaudit ‘Hoogwaardige gebouwen in gevaar’ (naar schatting 20-30 na stap 2) | On Site audit om kwetsbaarheid op verschillend niveaus te evalueren, schadekosten te schatten en eventuele adaptatiemaatregelen te bepalen en ramen. Uitgevoerd voor 5 in kaart gebrachte strategische Bpost NV-sites |
| STAP 4 | Adaptatieplan voor kwetsbare gebouwen | - |
142 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Aan de hand van een analyse van het RCP8.5-scenario heeft Bnode fysieke klimaatrisico’s gemodelleerd voor een scenario met hoge emissies, waarbij de blootstelling voor alle activa wereldwijd werd onderzocht. Daarnaast werden gegevens uit recent overleg met stakeholders verzameld om na te gaan of de gemodelleerde blootstelling aan fysieke klimaatgevaren overeenkomt met de waarnemingen.
Stap 2 van onze methode richt zich op de activa die in Stap 1 als 'blootgesteld aan overstromingsrisico' zijn aanmerkt. In dit stadium gaan we dieper in op de overstromings- en hittegolfrisico’s, waarbij we gebruikmaken van gedetailleerde gegevens over blootstelling aan respectievelijk overstromingen en hitte. Daarnaast voeren we een aanvullende controle uit op andere relevante klimaatrisico’s.
In de kwetsbaarheidsaudit op siteniveau die in Stap 3 wordt uitgevoerd, focussen we op de strategische en hoogwaardige gebouwen die ook na Stap 2 nog als 'aan risico blootstaand' worden aangemerkt. In deze fase verfijnen we de blootstellingsanalyse door de exacte topografische en fysieke kenmerken van elk actief te onderzoeken (bv. de vraag of het gebouw in kwestie hoger ligt dan het wegpeil).We evalueren de kwetsbaarheden bij verschillende overstromingsdieptes, in overeenstemming met de worst-casescenario’s uit de blootstellingsanalyse, en stippelen mogelijke adaptatiemaatregelen uit om die kwetsbaarheden te beperken. Tijdens deze audits beoordelen we ook of de site bijzonder gevoelig is voor hevige wind. Daarnaast analyseren we de kwetsbaarheid voor hittegolven en brengen we de bijbehorende adaptatiemogelijkheden in kaart. Vanaf januari 2026 zullen alle drie de stappen van de analyse uitgevoerd zijn voor de volledige portefeuille aan Bpost NV-vestigingen. Daarnaast wordt er momenteel een uitgebreid klimaatadaptatieplan voor Bpost NV uitgewerkt. Ons doel is om Stap 2 voor de overige Bnode-entiteiten af te ronden in de loop van 2026, terwijl Stap 3 uitgevoerd zal worden in 2026 en in 2027 waar nodig.
In kaart brengen van klimaatgevaren over verschillende tijdshorizonten
De klimaatgevaren werden in kaart gebracht op korte, middellange en lange termijn. Concreet heeft Bnode negen gevaren die verband houden met klimaatverandering geanalyseerd voor twee emissiescenario's (RCP2.6, RCP8.5) en drie tijdsperioden (2030, 2050 en 2080/2100).
Screening van activa en bedrijfsactiviteiten op klimaatgevaren
Bnode heeft beoordeeld in welke mate activa en bedrijfsactiviteiten blootgesteld kunnen zijn aan klimaatgevaren. Bnode heeft meer bepaald de blootstelling van alle vestigingen wereldwijd aan verschillende klimaatgevaren geanalyseerd. De analyse van de kwetsbaarheid van activa en bedrijfsactiviteiten werd in januari 2026 afgerond voor Bpost NV en is nog lopende voor de activa van de andere entiteiten.
Definitie van tijdshorizonten
Er zijn tijdshorizonten op korte, middellange en lange termijn vastgelegd. De tijdshorizonten die in aanmerking werden genomen in de klimaatrisicobeoordeling van Bnode (2030, 2050 en 2080/2100) gaan verder dan de gebruikelijke horizonten op lange termijn. Bnode heeft gescreend op blootstelling na de verwachte levensduur van zijn activa en na de strategische planningshorizon of plannen voor kapitaaltoewijzing. Voor de praktische haalbaarheid richten de kwetsbaarheidsanalyse en de ontwikkeling van klimaatadaptatieplannen zich vooral op de risico’s die zijn in kaart gebracht voor de tijdshorizonten 2030 en 2050.
143 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Beoordeling van blootstelling aan en gevoeligheid voor klimaatgevaren
De blootstelling van alle wereldwijde activa van Bnode werd onderzocht door een geospatiale analyse uit te voeren met behulp van datasets over klimaatgevaren. De blootstelling van locaties in de toeleveringsketen werd niet expliciet gemodelleerd, aangezien de sourcingstrategie van Bnode solide en flexibel genoeg is om waar nodig tijdelijke veranderingen op te vangen. De waarschijnlijkheid van blootstelling aan klimaatrisico's wordt impliciet in aanmerking genomen door het gebruik van meerdere klimaatscenario’s. De omvang van de blootstelling wordt rechtstreeks verkregen als een resultaat van de analyse, en de duur wordt in aanmerking genomen voor verschillende chronische klimaatgevaren door relevante variabelen in te calculeren (bv. SPI-6, waarmee de duur van droogte in aanmerking kan worden genomen).
Gebruik van klimaatscenario's met hoge emissies
Door rekening te houden met het SSP5-8.5-scenario van het IPCC heeft Bnode de potentiële impact van scenario's met hoge emissies (> 4 °C) gemodelleerd. Om voorzichtig te werk te gaan, hebben we dit hoofdscenario gebruikt voor de beoordeling van de kwetsbaarheid en veerkracht van onze activiteiten.
Gebruik van klimaatscenarioanalyses om risicobeoordelingen te onderbouwen
Bij het beoordelen van de blootstelling aan fysieke klimaatrisico's werden gegevens over de huidige klimaatpatronen onderzocht om inzicht te krijgen in de risico's op korte termijn. De risico's op middellange en lange termijn werden geëvalueerd aan de hand van gegevens voor 2030, 2050 en 2080/2100, een tijdshorizon die verder reikt dan Bnodes gebruikelijke tijdshorizon voor risicobeoordeling. De informatie over blootstelling aan klimaatverandering gerelateerde risico's zal worden aangevuld met een analyse van de kwetsbaarheid van activa en activiteiten aan klimaatveranderingsgerelateerde risico's (in januari 2026 afgerond voor Bpost NV).
Proces voor het evalueren van klimaattransitierisico's en -opportuniteiten
Bnode voerde in december 2025 een kwalitatieve evaluatie van transitierisico's uit op basis van klimaatscenario's, waaronder een scenario met lage emissies (net zero 2050). De resultaten van de update van de dubbele-materialiteitsanalyse van 2025 die in de zomer van dat jaar werd uitgevoerd, nemen nog geen transitiescenario’s in aanmerking. Zij zullen worden geïntegreerd in de DMA-update van Bnode in 2026.
In kaart brengen van transitiegebeurtenissen over verschillende tijdshorizonten
Potentiële transitierisico's op korte, middellange en lange tijdshorizonten werden op dezelfde manier bekeken als andere thema’s. Bnode heeft de blootstelling van activa en bedrijfsactiviteiten aan transitierisico's gescreend, rekening houdend met risico's die in de sector worden gerapporteerd en steunend op de expertise van externe experts en interne stakeholders om de relevantie en de omvang van deze risico’s kwalitatief te beoordelen.
144 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
Beoordeling van blootstelling aan en gevoeligheid voor transitiegebeurtenissen
Net als bij andere risico's en opportuniteiten werd bij de analyse van de blootstelling aan klimaattransitierisico's en -opportuniteiten gekeken naar de potentiële omvang van de financiële gevolgen en de waarschijnlijkheid, op een manier die aansluit bij het ERM-systeem van de groep. Met de duur van transitiegebeurtenissen werd alleen impliciet rekening gehouden, omdat deze naar verwachting van invloed is op de omvang van de financiële impact.
Gebruik van klimaatscenarioanalyses om transitierisico's en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren
Om transitierisico's in kaart te brengen en te evalueren, maakte Bnode gebruik van klimaatscenarioanalyses. Daarbij werden twee scenario’s uit de 2024-release van NGFS (Network for Greening the Financial System) gebruikt, die respectievelijk een hoger en een lager niveau van beleidsambitie weerspiegelen, evenals de bijbehorende impact op koolstofprijsschommelingen, technologische evolutie, energieverbruik en macro-economische trends.
- Scenario 1 – Net-Zero 2050 (verwachte temperatuurstijging met 1,4 °C tegen het einde van de eeuw)
Dit scenario gaat uit van de onmiddellijke invoering van streng klimaatbeleid en snelle technologische omschakelingen. Een sterke stijging van de koolstofprijzen stimuleert daarbij een versnelde overstap naar hernieuwbare energie. Landen die politieke toezeggingen hebben gedaan tot net-zero (vanaf 2023), halen hun doelstellingen tegen het vooropgestelde jaar of eerder. - Scenario 2 – Nationaal Bepaalde Bijdragen ('Nationally Determined Contributions' of 'NDC's') - verwachte temperatuurstijging met 2,3 °C
In dit scenario wordt aangenomen dat alle toegezegde doelen vanaf 2023 daadwerkelijk worden uitgevoerd, ook wanneer zij nog niet door concreet beleid worden ondersteund. De koolstofprijzen stijgen gematigd tot 2030 en stabiliseren vervolgens. Technologische vooruitgang blijft eerder traag, net als de adoptie ervan. Dit scenario weerspiegelt de voortzetting van de gematigde en heterogene klimaatambitie die in de NDC’s van 2021 is neergelegd, doorheen de 21ste eeuw.
Potentiële transitierisico's op korte, middellange en lange termijn onder beide scenario's werden in kaart gebracht aan de hand van sectorrapporten en het uitvoeren van workshops en interviews met externe experts en interne stakeholders. Het belang van deze transitierisico's en -opportuniteiten werd kwalitatief beoordeeld door te evalueren hoe economische drukfactoren, gemodelleerd in de nieuwste klimaatscenario's, evolueren en de in kaart gebrachte transitierisico's beïnvloeden. De kwalitatieve beoordeling werd afgerond in een reeks workshops met Bnode en externe deskundigen.
145 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
In kaart brengen van onverenigbare activa en bedrijfsactiviteiten
Bnode heeft geen activa en bedrijfsactiviteiten in kaart gebracht die onverenigbaar zijn met of die aanzienlijke inspanningen behoeven om verenigbaar te zijn met een klimaatneutrale economie. Het deel van onze Landmark Global-activiteit dat gebruikmaakt van luchtvracht zal echter afhankelijk zijn van koolstofarme luchttransportoplossingen om de scope 3-impact te verminderen.
Verenigbaarheid van klimaatscenario's met jaarrekeningen
De gebruikte klimaatscenario's zijn verenigbaar met de kritische aannames over het klimaat in de jaarrekening. Op basis van in kaart gebrachte fysieke klimaatrisico's en transitierisico's op korte termijn zijn er geen klimaatvoorzieningen aangelegd of versnelde afschrijvingen van activa toegepast.
6.1.4.1.2 E2 ESRS 2 IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële verontreinigingsgerelateerde IRO's in kaart te brengen en te analyseren
De methode om IRO's in kaart te brengen en te analyseren is uiteengezet in het themaoverkoepelend deel IRO-1 hierboven en is uitvoerig beschreven in het interne en extern geauditeerde DMA-memorandum. Aangezien Bnode een dienstverlenend bedrijf en geen producent is, heeft het geen volledige verontreinigingsscreening uitgevoerd en geen consultaties gehouden met de getroffen gemeenschappen. De belangrijkste Belgische entiteiten werden wel onderworpen aan een brede screening in het kader van het ISO 14001-certificeringsproces. Het certificeringsproces leidde tot de conclusie dat deze bedrijfslocaties geen materiële impact hebben op het vlak van verontreiniging. Bij de dubbele-materialiteitsanalyse (DMA) werd vastgesteld dat luchtverontreiniging een materieel thema is voor de eigen activiteiten van Bpost NV.De bezorgactiviteiten van het bedrijf maken gebruik van voertuigen die door hun brandstofverbruik NOx-emissies uitstoten, wat bijdraagt aan schadelijke smogvorming in steden en stedelijke gebieden.
6.1.4.1.3 E3 ESRS 2 IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële aan water gerelateerde IRO's in kaart te brengen en te analyseren
De logistieke sector verbruikt erg weinig water. Binnen Bnode is het waterverbruik hoofdzakelijk beperkt tot het reinigen van onze eigen voertuigen. Daarbij volgen we strikt alle voorschriften, waaronder gescheiden wateropvang waar nodig. Op basis van deze elementen en sectorbenchmarks wordt dit thema opnieuw aangemerkt als niet-materieel.
146 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1.4.1.4 E4 ESRS 2 IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële IRO's wat betreft biodiversiteit in kaart te brengen en te analyseren
Hoewel Bnode erkent dat onze transportgerelateerde broeikasgas- en NOx-emissies een impact kunnen hebben op biodiversiteit, zijn onze activiteiten niet afhankelijk van het gebruik of de productie van chemicaliën, meststoffen of gelijkaardige stoffen. Onze transportactiviteiten vinden voornamelijk plaats tussen logistieke sites (in industriegebieden) en stedelijke zones. Als dusdanig werken deze activiteiten de verspreiding van invasieve soorten niet in de hand.
Voor de taxonomie 2024 en 2025 voerde KPMG een gedetailleerde analyse uit op basis van openbare databanken m.b.t. biodiversiteitsgebieden (IBAT), om vast te stellen welke van onze vestigingen zich in de nabijheid van biodiversiteitsgevoelige zones bevinden. Verder analyseerden we de milieuvergunningen van meer dan 100 van onze grotere Belgische magazijnen, specifiek in het kader van biodiversiteit. Op basis van deze elementen en sectorbenchmarks, en na overleg met een biodiversiteitsspecialist in 2025, wordt biodiversiteit opnieuw als niet-materieel aangemerkt.
6.1.4.1.5 E5 ESRS 2 IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële IRO's wat betreft circulariteit in kaart te brengen en te analyseren
Materiaalinstromen, inclusief materiaalgebruik - verpakking
Bnode heeft materiaalinstromen in kaart gebracht als een materiële impact, aangezien zijn activiteiten heel wat materialen vergen. Het bedrijf gebruikt en verkoopt grote hoeveelheden papier- en kartonproducten om zijn mailing- en logistieke activiteiten in goede banen te leiden en burgers en eindgebruikers te helpen bij het verzenden van post en pakjes. Materiaalinstromen worden als wijdverbreid beschouwd aangezien Bnode in elk land waar het actief is, nood heeft aan lokale materialen. Dit thema heeft nu al een invloed op de activiteiten van Bnode en zijn upstream toeleveringsketen.
Materiaaluitstromen met betrekking tot verpakkingen - afval
Bnode heeft afval als een materieel thema aangemerkt, omwille van de aanzienlijke hoeveelheden afval, voornamelijk papieren en kartonnen producten, die zijn post- en logistieke activiteiten opleveren. Het bedrijf gebruikt in het kader van zijn 3PL-activiteiten ook aanzienlijke hoeveelheden plastic, zelfklevende materialen en schuimrubber om pakjes te beschermen. Het is van cruciaal belang om verpakkingsmaterialen en operationeel afval zoveel mogelijk te beperken en te hergebruiken, gezien de negatieve impact die afval heeft op de hele waardeketen. Afval veroorzaakt namelijk bodem- en watervervuiling en maakt de productie van nieuwe producten noodzakelijk, vooral wanneer het niet wordt gerecycleerd of teruggewonnen in de vorm van energie. Er zijn risico's verbonden aan de kosten die nodig zijn om te voldoen aan de regelgeving en EU-normen die al in 2026 van kracht worden en die tegen 2028 verder kunnen oplopen als hier niet adequaat op wordt geanticipeerd. De kosten voor het opzetten van herbruikbare verpakkingen kunnen hoog oplopen. Aangezien de nieuwe EU- verpakkingsrichtlijn de herbruikbaarheid van verpakkingen wil vergroten, is het van fundamenteel belang om dit probleem aan te pakken.
147 Duurzame waarde | 6.1 Algemene informatie Bnode jaarverslag 2025
6.1.4.1.6 G1 ESRS 2 IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële IRO's wat betreft governance in kaart te brengen en te analyseren
Bij Bnode zetten we ons in voor integriteit en ethische bedrijfspraktijken als fundamentele principes voor onze bedrijfsvoering. Thema’s gelinkt aan zakelijk gedrag werden grondig beoordeeld tijdens onze dubbele-materialiteitsanalyse, waarbij werd gebruikgemaakt van diverse informatiebronnen om tot een integraal en volledig beeld te komen. Dit omvatte interne gesprekken en interviews met belangrijke stakeholders, alsook een diepgaande analyse van gegevens die via onze klokkenluiderssystemen zijn verzameld.
6.1.4.2 IRO-2 – Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van de onderneming
Als resultaat van de dubbele-materialiteitsanalyse is de lijst met gedekte raportage- eisen en het bijbehorende paginanummer te vinden in de inhoudsopgave bovenaan dit rapport. Voor de tabel met alle datapunten die afkomstig zijn uit een andere EU-wetgeving, zie Appendix 9.6 - EU-wetgeving en datapunten. De benadering die is gevolgd om de materiële informatie te bepalen die moet worden gerapporteerd, inclusief het gebruik van criteria en drempelwaarden, wordt hierboven beschreven in deel IRO-1 - Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren.
148 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2 Milieu-informatie
De milieustrategie van Bnode Bij Bnode willen we een referentie op het vlak van duurzaamheid zijn in alle landen waar we actief zijn. Deze gedeelde ambitie motiveert ons om een versnelling hoger te schakelen in onze inspanningen om de toeleveringsketen van e-commerce- en third-party pakjeslogistiek koolstofvrij te maken en verpakkingen te hergebruiken en te recycleren binnen een circulaire economie. De voortdurende verbetering van milieuprestaties in onze wereldwijde activiteiten vormt de ruggengraat van onze gezamenlijke waardecreatie bij Bnode. Als een van de groenste logistieke spelers binnen die markten, maken we ons decarbonisatietraject consequent waar. Daarbij optimaliseren we onze investeringen om het effect van CO2-emissievermindering zo groot mogelijk te maken. Als een vooraanstaande innovator op het vlak van circulaire bedrijfsmodellen verbreden we het draagvlak voor de ontwikkeling van een circulaire economie op schaal door een toonaangevend netwerk voor retourlogistiek aan te reiken en dat te koppelen aan oplossingen voor hergebruik, herstelling en recyclage. Op die manier bieden we duurzame oplossingen voor ons eigen afval en verpakkingsmateriaal. Lees meer in deel E5 - Materiaalgebruik en circulaire economie.
Als wereldwijde logistieke dienstverlener is Bnode voor onze klanten de partner bij uitstek om de uitstoot doorheen de hele toeleveringsketen voor e-commerce en third-party pakjeslogistiek terug te dringen. Elke dag verzenden we meer dan een miljoen pakjes over de hele wereld. We gebruiken daarvoor een van de grootste bestel- en vrachtwagenparken in België en genereren dan ook een aanzienlijke CO2-voetafdruk, de uitbestede activiteiten met onze vervoerspartners binnen Bnode mee in rekening genomen. We zijn daarom vastberaden de klimaatverandering tegen te gaan en een positieve kracht te zijn in de landen waar we actief zijn. We streven drie specifieke doelstellingen na:
- De toeleveringsketen van e-commerce- en third- party pakjeslogistiek koolstofvrij maken.*
- Maatregelen nemen om alle in kaart gebrachte, nadelige gevolgen voor de luchtkwaliteit aan te pakken.**
- Duurzame oplossingen voor de e-commercewaardeketen aanreiken door gebruik te maken van recycleerbare en herbruikbare verpakkingen.***
Milieu-informatie 6.2
* Zie deel E1 - Klimaatverandering
** Zie deel E2 - Verontreiniging
*** zie deel E5 - Materiaalgebruik en circulaire economie
149 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.1.1 E1 ESRS2 SBM-3 Klimaatrisicobeoordeling
Klimaatrisicobeoordeling
In de loop van 2025 zette Bnode zijn klimaatrisicobeoordeling voort. We analyseerden de in kaart gebrachte fysieke en transitierisico’s in meer detail om op kwalitatieve wijze de financiële omvang ervan voor de groep te beoordelen. In fase 3 onderzochten we de blootstelling van onze grote Belgische vestigingen (sorteercentra, mailcentra, de postzegelproductiesite en andere logistieke magazijnen) aan het overstromingsrisico op een gedetailleerd niveau. In januari 2026 rondden we bovendien een diepgaande kwetsbaarheidsanalyse af van de strategische vestigingen van Bpost NV die mogelijk blootgesteld zijn aan overstromingsrisico.
In 2026 werken we een klimaatadaptatieplan uit voor Bpost NV. Daarnaast zullen we een gedetailleerde klimaatrisicobeoordeling uitvoeren (met focus op overstroming en hitte) voor de vestigingen van onze andere Bnode-entiteiten buiten België die mogelijk aan overstroming zijn blootgesteld. Op basis van de resultaten van deze beoordeling plannen we vervolgens een verdere kwetsbaarheidsanalyse van strategische vestigingen in Europa (2026) en Noord- Amerika (2027) die, ook na de gedetailleerde analyse, nog steeds blootgesteld lijken aan overstromingsrisico. Het proces dat we volgen, wordt geïllustreerd in het onderstaande schema.
Overzicht klimaatrisicobeoordelingsproces
Dit werk onderbouwde de bijgewerkte klimaatveerkrachtanalyse die hieronder wordt toegelicht.
Type klimaatrisico
| Type | Omschrijving |
|---|---|
| Fysiek risico | Verwijst naar de mogelijke negatieve gevolgen en schade veroorzaakt door klimaatgebeurtenissen en veranderingen in de fysieke omgeving. |
| Transitierisico | Verwijst naar de financiële, juridische en operationele risico's die gepaard gaan met de transitie naar een koolstofarme en duurzame economie. |
Als onderdeel van fase 1 van de klimaatrisicobeoordeling die eind 2024 werd uitgevoerd (en tijdens de DMA-herziening van 2025 werd bevestigd), hebben we drie potentieel significante klimaatrisico's in kaart gebracht:
- Schade aan onroerende goederen, bedrijfsmiddelen en klantengoederen: door extreme weersomstandigheden.
- Verstoringen in de bedrijfsvoering en toeleveringsketen: door de toegenomen frequentie en ernst van weersomstandigheden die zowel onze activiteiten als onze transportleveranciers treffen.
- Veiligheid van werknemers: risico's die gepaard gaan met hitte en stormen.
Deze risico's vloeien voort uit de volgende klimaatgevaren waaraan sommige faciliteiten van Bnode zijn blootgesteld:
- Fase 1 (okt-dec '24): Risico's in kaart brengen (fysieke en transitierisico's)
- Fase 2 (juli-nov '25): Risicomvang Beoordeling op basis van scenarioanalyse
- Fase 3 (kwartaal '25 - '26 - '27): Gedetailleerde fysieke kwetsbaarheid analyse & financiële evaluatie
- Adaptatieplannen opstellen and DMA bijwerken ('26-'27)
6.2.1 ESRS E1 - Klimaatverandering
150 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
| BLOOTSTELLING OP KORTE TERMIJN | BLOOTSTELLING OP MIDDELLANGE TERMIJN | BLOOTSTELLING OP LANGE TERMIJN | |
|---|---|---|---|
| Hittegolven (frequentie & intensiteit) | Beperkt | Nog steeds beperkt maar toenemend | Significant bij het scenario met hoge emissies |
| Rivieroverstromingen | Zeer beperkt | Zeer beperkt | Beperkt |
| Zware neerslag/Wateroverlast | Beperkt | Gemiddeld | Significant bij het scenario met hoge emissies |
Een beperkt aantal faciliteiten is ook potentieel blootgesteld aan het risico op natuurbranden, tornado's (Midwesten van de VS), orkanen (oostkust van de VS) en sneeuwstormen (Canada en Noorden van de VS).
De diepere risicoanalyse die in de loop van 2025 werd uitgevoerd, stelde ons in staat om de omvang van die risico's (en van andere in kaart gebrachte potentiële risico's) kwalitatief te beoordelen. Het resultaat van deze diepere analyse is weergegeven in de volgende tabel:
Fysiek risico kwalitatieve financiële beoordeling
| TYPE | TRANSITIERISICO'S | BEOOGD FINANCIEEL EFFECT | KLIMAAT- SCENARIO | KORTE TER- MIJN | MIDDEL- LANGE TERMIJN | LANGE TERMIJN |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Fysieke risico's Acuut | Extreme weersomstan- digheden | Algehele schade aan onroerende goederen, bedrijfsmiddelen en klantengoederen als gevolg van extreme weersomstandigheden. Extreme weersomstandigheden, overstromingen en bosbranden kunnen schade toebrengen aan de bedrijfsmiddelen en de koopwaar van klanten in sorteer- en fulfilmentcentra, waardoor aanzienlijke financiële verliezen kunnen ontstaan als ze niet goed verzekerd zijn. Ze kunnen ook leiden tot tijdelijke uitval van de site, met inkomstenverlies tot gevolg. | RCP 2.6 (< 2°C) | Zeer laag | Laag | Laag |
| RCP 8.5 (> 4°C) | Zeer laag | Laag | Gemiddeld | |||
| Fysieke risico's Acuut | Extreme weersomstan- digheden | Verstoring van de activiteiten van Bnode als gevolg van extreme weersomstandigheden die de toegankelijkheid van onze sites of activiteiten van onze transporteurs zouden beïnvloeden. Onderbrekingen in de operaties kunnen leiden tot inkomstenverlies als er geen alternatieve oplossingen zijn. | RCP 2.6 (< 2°C) | Zeer laag | Laag | Gemiddeld |
| RCP 8.5 (> 4°C) | Zeer laag | Laag | Hoog | |||
| Fysieke risico's Acuut | Extreme weersomstan- digheden | Veiligheid, gezondheid en welzijn van personeel bij extreme weersomstandigheden (met name hittegolven en zware stormen). Aangezien het merendeel van de activiteiten van Bnode binnenshuis plaatsvindt en een aanzienlijk deel 's nachts, is de financiële impact van ziekteverzuim als gevolg van extreme weersomstandigheden momenteel nihil en zal deze naar verwachting beperkt blijven. De mail-, pers- en pakjesdistributieactiviteiten in België zijn meer blootgesteld; de getroffen aanpassingsmaatregelen zorgen er echter voor dat zowel de operationele omstandigheden als de financiële gevolgen effectief onder controle blijven. | RCP 2.6 (< 2°C) | Zeer laag | Zeer laag | Laag |
| RCP 8.5 (> 4°C) | Zeer laag | Zeer laag | Laag | |||
| Fysieke risico's Chronisch | Toegenomen frequentie en omvang van extreme weersomstan- digheden | Hogere verzekeringspremies of het niet kunnen verzekeren van bepaalde locaties tegen klimaatrisico's. De kosten om onze bedrijfsinfrastructuur te verzekeren tegen schade door overstromingen zullen toenemen naarmate de temperaturen stijgen en extreme weersomstandigheden vaker voorkomen. | RCP 2.6 (< 2°C) | Laag | Laag | Gemiddeld |
| RCP 8.5 (> 4°C) | Laag | Laag | Gemiddeld | |||
| Fysieke risico's Chronisch | Veranderende weerpatronen | Hogere energie- en/of operationele kosten als gevolg van adaptatiemaatregelen voor Bnode-activiteiten Verwarmings- en koelingskosten zullen naar verwachting stijgen, omdat de binnentemperatuur binnen het operationele netwerk vaker moet worden aangepast en toenemende weersschommelingen. | RCP 2.6 (< 2°C) | Zeer laag | Zeer laag | Laag |
| RCP 8.5 (> 4°C) | Zeer laag | Zeer laag | Gemiddeld |
Het grootste financiële risico vloeit voort uit mogelijke schade aan onroerende goederen, bedrijfsmiddelen en klantengoederen, alsook uit mogelijke verstoringen van de activiteiten als gevolg van extreme weersomstandigheden. Dit risico is momenteel beperkt, maar zou op lange termijn significant kunnen worden in een scenario met hoge emissies als er tegen die tijd geen adaptatiemaatregelen zijn genomen.
151 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Verzekeringskosten zullen op lange termijn stijgen, vooral onder een scenario met hoge emissies. We verwachten echter dat het totale kostenplaatje 'betaalbaar' zal blijven voor Bnode. De financiële impact van veiligheids- en gezondheidsproblemen onder medewerkers als gevolg van hittegolven of andere extreme gebeurtenissen is vandaag bijzonder laag, omdat we al adaptatiemaatregelen hebben getroffen, zoals airconditioning en het Nationale Hitteplan in België. Zonder verdere adaptatiemaatregelen zouden deze kosten in de toekomst onvermijdelijk oplopen.
Kwalitatieve beoordeling van transitierisico's
Bij de grondigere analyse van 2025 kwamen zeven significante klimaattransitierisico’s naar voren. Deze worden in de tabel hieronder gedetailleerd.
| TYPE | BESCHRIJVING VAN HET RISICO | BEOOGD FINANCIEEL EFFECT | KLIMAAT- SCENARIO | KORTE TERMIJN | MIDDEL- LANGE TERMIJN | LANGE TERMIJN |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Transitierisico's | Politiek en juridisch | Hogere koolstofheffingen voor eigen activiteiten en uitbesteed transport Het ETS 2-mechanisme dat in 2008 ingaat in de EU en van toepassing is op brandstoffen voor transport en verwarming, zal onze eigen interne brandstofkosten verhogen, evenals de kosten van uitbesteed transport dat afhankelijk is van fossiele brandstoffen. Een deel van deze impact kan leiden tot een stijging van de gemiddelde prijzen voor logistieke diensten, omdat dit de hele logistieksector zal raken. | Net-zero 2050 (1,4°C) | Zeer laag | Hoog | Gemiddeld |
| NDC* (2,3°C) | Zeer laag | Hoog | Gemiddeld | |||
| Transitierisico's | Politiek en juridisch | Broeikasgasemissie- beperkingen voor gebouwen in Europa Als er strenge eisen op het vlak van energie- efficiëntie worden opgelegd, kunnen er kosten ontstaan om die gebouwen sneller dan gepland op te knappen of te verhuizen. | Net-zero 2050 (1,4°C) | Zeer laag | Gemiddeld | Gemiddeld |
| NDC* (2,3°C) | Zeer laag | Laag | Gemiddeld | |||
| Transitierisico's | Economisch | Hogere kosten voor luchtvracht Door het toenemende en verplichte gebruik van duurdere duurzame luchtvaartbrandstoffen (Europese wetgeving), zullen de kosten van luchtvracht waarschijnlijk stijgen, wat invloed heeft op de kosten van onze cross-border activiteiten. We kunnen echter een deel van deze impact compenseren in de prijsstelling, omdat alle operators er op dezelfde manier door worden beïnvloed. | Net-zero 2050 (1,4°C) | Zeer laag | Zeer laag | Hoog |
| NDC* (2,3°C) | Zeer laag | Zeer laag | Gemiddeld | |||
| Transitierisico's | Economisch | Afhankelijkheid van onderaannemers voor onze verminderde uitstoot (Paxon and Landmark Global) Overschakelen op transportleveranciers met lage emissies om onze scope 3-emissies te verminderen, kan de kosten van uitbesteding verhogen en als deze kosten niet kunnen worden opgevangen of doorberekend, kan dit de concurrentiepositie schaden. | Net-zero 2050 (1,4°C) | Laag | Gemiddeld | Laag |
| NDC* (2,3°C) | Laag | Hoog | Hoog | |||
| Transitierisico's | Technologisch | Toegang hebben tot voldoende elektriciteit en robuuste elektriciteitsnetwerken Beperkingen in de netwerkcapaciteit kunnen de kosten voor toegang tot elektriciteit voor de elektrificatie van ons wagenpark verhogen. | Net-zero 2050 (1,4°C) | Zeer laag | Gemiddeld | Laag |
| NDC* (2,3°C) | Zeer laag | Gemiddeld | Gemiddeld |
- Nationally Determined Contributions (nationaal bepaalde bijdragen)
De twee meest significante transitierisico’s zijn (1) koolstofheffingen, die vanaf 2028 via het ETS2-mechanisme in de EU worden ingevoerd en (2) onze afhankelijkheid van onderaannemers voor onze inspanningen op het vlak van decarbonisatie, wat een hoger risico op middellange termijn vormt bij een scenario met lagere beleidsambitie. Andere transitierisico’s werden beoordeeld, maar werden na analyse niet significant geacht.
152 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Kwalitatieve beoordeling van transitieopportuniteiten
Er werden drie belangrijke klimaattransitieopportuniteiten in kaart gebracht:
| TYPE | BESCHRIJVING VAN DE OPPORTUNITEIT | BEOOGD FINANCIEEL EFFECT | KLIMAAT- SCENARIO | KORTE TERMIJN | MIDDEL- LANGE TERMIJN | LANGE TERMIJN |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Transition opportunities | Technologisch | Opwekking van duurzame energie Het opwekken van eigen elektriciteit zou onze kosten verlagen, inkomsten kunnen genereren en onze afhankelijkheid van het netwerk kunnen verminderen. | Net-zero 2050 (1,4°C) | Laag | Gemiddeld | Hoog |
| NDC (2,3°C) | Laag | Gemiddeld | Gemiddeld | |||
| Transition opportunities | Politiek en juridisch | Voordeel door beperktere toegang tot stadscentra in België Bpost zou marktaandeel kunnen winnen in beperkte stadsgebieden dankzij zijn geavanceerde netwerk van zachte mobiliteit en geëlektrificeerde vloot in België. |
6.2.1.2 E1 ESRS2 SBM-3 Veerkrachtanalyse
Beschrijving van de scope van de veerkrachtanalyse
Bnode heeft een uitgebreide klimaatrisicobeoordeling uitgevoerd aan de hand van een klimaatscenarioanalyse. Deze beoordeling van fysieke risico's had betrekking op alle vestigingen van Bnode wereldwijd, maar niet op fysieke risico's die verband houden met de waardeketen. Voor de evaluatie van de transitierisico's en -opportuniteiten heeft Bnode zowel zijn eigen activiteiten als de upstream en downstream waardeketen in beschouwing genomen. De resultaten van deze klimaatrisicobeoordeling vormden belangrijke input voor de veerkrachtanalyse, die werd uitgevoerd voor de volledige wereldwijde scope van Bnode-activiteiten (alle activiteiten van Bpost, Paxon en Landmark Global).
Toelichting van de wijze waarop de veerkrachtanalyse is uitgevoerd
Bnode heeft een klimaatrisicobeoordeling uitgevoerd met behulp van een klimaatscenarioanalyse om inzicht te krijgen in zowel de fysieke als de transitierisico's en -opportuniteiten. Voor de beoordeling van de fysieke risico’s hebben we de blootstelling van alle wereldwijde activiteiten van Bnode aan relevante klimaatgevaren tegen het licht gehouden uitgaande van twee emissiescenario's (RCP2.6 en RCP8.5) en drie tijdshorizonten (2030, 2050 en 2080/2100, afhankelijk van het klimaatgevaar). Representative Concentration Pathways ('RCP’s') beschrijven verschillende niveaus van broeikasgassen en andere stralingsforceringen die in de toekomst zouden kunnen optreden.
- ■ RCP2.6: Een scenario met ‘lage’ emissie dat zou leiden tot een temperatuurstijging van minder dan 2 °C.
- ■ RCP8.5: Een scenario met ‘hoge’ emissie dat zou leiden tot een temperatuurstijging van meer dan 4 °C.
153 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Er werden gegevens gebruikt van CORDEX van de World Climate Research Programs (WCRP), evenals overstromingskaarten en informatie over kusterosie van het World Resources Institute (WRI) en het Joint Research Centre (JRC),. Via een analyse van het RCP8.5-scenario heeft Bnode fysieke klimaatrisico’s gemodelleerd voor een scenario met hoge emissies. Transitierisico's werden in kaart gebracht aan de hand van rapporten van andere stakeholders in de sector en via workshops en interviews met interne experts. Bnode heeft het PESTEL-raamwerk (met de categorieën politiek, economisch, maatschappelijk, technologisch, ecologisch en juridisch) toegepast bij het in kaart brengen van klimaatrisico's en -opportuniteiten, rekening houdend met verschillende macro-economische triggers en drijfveren.
De geanticiperde financiële impacts van fysieke risico’s werden kwalitatief beoordeeld. Voor Bpost NV werden potentiële adaptatie- en mitigatiemaatregelen uitgewerkt. In een tweede fase zal hetzelfde gebeuren voor Paxon en Landmark Global. Daarnaast werden transitierisico’s en -opportuniteiten kwalitatief beoordeeld aan de hand van twee klimaatscenario’s van het Network for Greening the Financial System (NGFS). Hierbij werden economische drijfveren die in verschillende klimaatscenario's zijn gemodelleerd, gebruikt om transitie-effecten te kwantificeren. Daarbij werden zowel een scenario met hoge emissies en een 'milde' beleidsambitie ('NDC – 2,3 °C') toegepast, als een ambitieus net-zeroscenario ('Net Zero 2050'), in lijn met een 1,5 °C doelstelling.
Datum van de veerkrachtanalyse
Bnode startte de klimaatrisicobeoordeling op basis van een scenarioanalyse en een veerkrachtanalyse in 2024. Het proces is in 2025 voortgezet en we verwachten het in 2026 en 2027 af te ronden. De hieronder beschreven veerkrachtanalyse weerspiegelt alle klimaatrisicobeoordelingen die tot eind 2025 werden uitgevoerd (met inbegrip van de diepgaande kwetsbaarheidsanalyse voor kritieke vestigingen van Bpost NV, evenals de bestaande en geplande mitigatie- en adaptatiemaatregelen.
Toegepaste tijdshorizonten voor veerkrachtanalyse:
* ■ Korte termijn = huidige en historische effecten
* ■ Middellange termijn = 2030
* ■ Lange termijn = 2050
De broeikasgasemissiereductiedoelen van Bnode zijn gevalideerd door het SBTi en vastgelegd voor 2035 (een reductie van scope 1- en scope 2-emissies met 71,3%) en streven naar net-zero tegen ten laatste 2050.
Algemene uitkomst van de veerkrachtanalyse
De strategie en het businessmodel van Bnode zijn veerkrachtig in het licht van klimaatverandering. Hoewel de klimaatrisicobeoordeling nog loopt, tonen de eerste inzichten aan dat klimaatverandering geen kritieke of fundamentele bedreiging vormt voor de toekomstige activiteiten van Bnode. Wat fysieke risico's betreft, is blootstelling aan verschillende klimaatrisico's in kaart gebracht, met name in een scenario met hoge emissies. Bnode verwacht echter dat de meeste risico’s kunnen worden beperkt dankzij de geografische spreiding van zijn activiteiten en door adaptatieoplossingen, hetzij rechtstreeks geïmplementeerd door Bnode, hetzij door derden (bv. overheden die investeren in overstromingsbeschermingssystemen). Verder versterkt een goede verzekeringsdekking tegen die risico's onze veerkracht op korte en middellange termijn.
Wat transitierisico's betreft, zorgen Bnodes ambitieuze decarbonisatieplan voor scope 1 en 2 en het versterkt leveranciersbeleid voor scope 3 ervoor dat we goed gewapend zijn om het hoofd te bieden aan transitierisico’s, zoals de invoering van koolstofheffingen in Europa vanaf 2028 (ETS2). Bnode is tegenwoordig actief op zoek naar transitie-opportuniteiten op het vlak van logistiek met lage emissies en de productie van groene elektriciteit.
154 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Gedetailleerde veerkrachtanalyse - Fysieke risico's
De veerkracht van Bnode ten aanzien van elk in kaart gebracht fysiek risico wordt in de onderstaande tabel toegelicht. In het algemeen verkleinen de spreiding van onze belangrijke operationele vestigingen, onze capaciteit om een aantal van onze 'stromen' om te leiden naar andere vestigingen, en onze verzekeringsdekking voor fysieke schade en bedrijfsonderbreking als gevolg van klimaatgebeurtenissen de kwetsbaarheid aanzienlijk. De gedetailleerde kwetsbaarheidsanalyse voor onze kritieke Belgische vestigingen (bv. sorteercentra van Bpost NV) geeft aan dat de kwetsbaarheid beperkt is. Ook werden er een reeks adaptatiemaatregelen uitgewerkt die, eenmaal geïmplementeerd, de kwetsbaarheid over alle vestigingen tot een laag niveau zullen beperken. De kwetsbaarheid van belangrijke vestigingen van Paxon en Landmark Global die aan risico's zijn blootgesteld, wordt verder geëvalueerd in 2026 en 2027. Waar nodig zullen adaptatieplannen worden ontwikkeld. Bnode heeft een goed zicht op de maatregelen die we kunnen nemen om de veerkracht tegen fysieke risico’s te versterken en werkt aan plannen om deze te implementeren.
| BESCHRIJVING VAN FYSIEK RISICO | KLIMAAT-SCENARIO | KORTE TERMIJN | MIDDEL- LANGE- TERMIJN | LANGE TERMIJN | RESULTATEN VAN VEERKRACHTENANALYSE | VASTGESTELDE MITIGATIE- EN ADAPTATIEMAATREGELEN |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Algehele schade aan onroerende goederen, bedrijfsmiddelen en klantgoederen als gevolg van extreme weersomstandigheden (Bpost NV) | RCP 2.6 (< 2°C) | Zeer laag | Laag | Laag | Voor ons netwerk van retailkantoren en distributiekantoren is het risico beperkt dankzij de geografische spreiding en de mogelijkheid om bij verstoringen stromen om te leiden. Voor onze sorteercentra geven de resultaten van een kwetsbaarheidsonderzoek op siteniveau aan dat het risico momenteel laag tot gemiddeld is en met een beperkt aantal maatregelen worden teruggebracht tot laag. Belangrijk is dat al onze gebouwen momenteel voldoende verzekerend zijn tegen schade en bedrijfsonderbreking als gevolg van extreme weersomstandigheden. | Noodplannen voor alle gebouwen formaliseren. In de komende jaren de vastgelegde, meest impactvolle klimaat- adaptatiemaatregelen implementeren in een aantal gebouwen. |
| RCP 8.5 (> 4°C) | Zeer laag | Laag | Gemiddeld | |||
| Algehele schade aan onroerende goederen, bedrijfsmiddelen en klantengoederen als gevolg van extreme weersomstandigheden (overige BU's) | RCP 2.6 (< 2°C) | Zeer laag | Laag | Laag | Een gedetailleerde kwetsbaarheidsanalyse voor kritieke 'blootgestelde' locaties is nog gaande, maar voor het geval er zich op korte of middellange termijn een gebeurtenis voordoet, zijn al onze gebouwen naar behoren verzekerd (en schade aan klantengoederen wordt meestal gedekt door de klant). Bovendien hebben we voor het merendeel van de potentieel blootgestelde gebouwen de mogelijkheid om alle of een deel van de stromen om te leiden naar andere groepsfaciliteiten. | Een diepgaander kwetsbaarheidsonder- zoek uitvoeren voor alle resterende kritieke locaties die risico lopen en adaptatiemaatregelen opstellen. |
| RCP 8.5 (> 4°C) | Zeer laag | Laag | Gemiddeld | |||
| Verstoring van de activiteiten van Bnode als gevolg van extreme weersomstandigheden die de toegankelijkheid van onze sites of activiteiten van onze transporteurs zouden beïnvloeden | RCP 2.6 (< 2°C) | Zeer laag | Laag | Gemiddeld | Voor Bpost NV is het risico beperkt dankzij de geografische spreiding en de mogelijkheid om bij verstoringen stromen om te leiden. |
| RCP 8.5 (> 4°C) | Zeer laag | Laag | Hoog | Veiligheid, gezondheid en welzijn van personeel bij extreme weersomstandigheden (met name hittegolven en zware stormen) |
|---|---|---|---|---|
| RCP 2.6 (< 2°C) | Zeer laag | Zeer laag | Laag | We hebben binnen de hele groep al maatregelen getroffen om dergelijke gebeurtenissen het hoofd te bieden (hitteplannen, koeling van faciliteiten) en zien momenteel geen impact van deze gebeurtenissen. Voorzorgsmaatregelen en koelinfrastructuur afstemmen op de huidige klimaatverandering. |
| RCP 8.5 (> 4°C) | Zeer laag | Zeer laag | Laag | Hogere verzekeringspremies of het niet kunnen verzekeren van bepaalde locaties tegen klimaatrisico's |
| RCP 2.6 (< 2°C) | Laag | Laag | Gemiddeld | De marktprijzen van onroerendgoedverzekeringen zullen stijgen als gevolg van de klimaatverandering. Maatregelen die we nemen om de risico's/kwetsbaarheid voor huidige en toekomstige locaties beter te begrijpen en te beperken, kunnen helpen om onze onroerende goederen verzekerbaar te houden, de bedrijfscontinuïteit te garanderen en onze verzekeringskosten op termijn te optimaliseren. Een lage klimaatkwets- baarheid opnemen als criterium bij de keuze van nieuwe sites en kwets- baarheidsbeperkende maatregelen inbouwen op kritieke locaties om de verzekeringspremie on- der controle te houden. |
| RCP 8.5 (> 4°C) | Laag | Laag | Gemiddeld | Hogere energie- en/ of operationele kosten als gevolg van adaptatiemaatregelen voor Bnode- activiteiten |
| RCP 2.6 (< 2°C) | Zeer laag | Zeer laag | Laag | We verwachten niet dat dit op korte of middellange termijn veel impact zal hebben. Voor de langere termijn verwachten we dat onze strategie om energie-efficiëntie na te streven en de productie van groene elektriciteit te verhogen op/voor de faciliteiten die we in gebruik hebben, de impact laag zal houden. De impact doorheen de tijd monitoren. |
| RCP 8.5 (> 4°C) | Zeer laag | Zeer laag | Gemiddeld |
155 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Gedetailleerde veerkrachtanalyse - Transitierisico's
De veerkracht van Bnode ten aanzien van elk in kaart gebracht transitierisico wordt in de tabel hieronder samengevat. Voor de twee meest significante transitierisico’s zijn concrete mitigatieplannen lopende, nl. met betrekking tot koolstofheffingen en onze afhankelijkheid van onderaannemers om onze emissies terug te schroeven. De versnelde elektrificatie van onze vloot is gericht op dat eerste aspect, terwijl het programma voor het verhogen van de leveranciersbetrokkenheid en het in 2025 gestarte due-diligenceprogramma het tweede aspect aanpakt. We zijn ook weerbaar tegen de andere in kaart gebrachte transitierisico's en volgen deze nauw op zodat we ons kunnen aanpassen als de omvang ervan toeneemt.
| BESCHRIJVING VAN TRANSITIE- RISICO | KLIMAAT- SCENARIO | KORTE TERMIJN | MIDDEL- LANGE- TERMIJN | LANGE TERMIJN | RESULTATEN VAN VEERKRACHTENANALYSE | VASTGESTELDE MITIGATIE- EN ADAPTATIEMAATREGELEN |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Hogere kool- stofheffingen voor eigen activiteiten en uitbesteed transport | Net-zero 2050 (1,4°C) | Zeer laag | Hoog | Gemiddeld | Voor onze eigen activiteiten zullen de gevolgen naar verwachting beperkt zijn, omdat investeringen in hernieuwbare energie en de elektrificatie van onze vloot ons veerkrachtig maken en ons mogelijk beter tegen hogere koolstofheffingen wapenen dan de concurrentie. Voor uitbesteed vervoer worden in Europa al koolstofarme vervoeders ingeschakeld voor last mile leveringen, terwijl de blootstelling voor mid-mile vervoer (vrachtwagen) naar verwachting in grote lijnen marktconform zal zijn. | Onze overgang naar een elektrisch wagenpark, inclusief vrachtwagen, voortzetten/ versnellen en overstappen op koolstofarme transportleveranciers in onderaanneming. Daarnaast onze leveranciers aanmoedigen om ook sneller over te stappen op elektrisch vervoer. |
| NDC (2,3°C) | Zeer laag | Hoog | Gemiddeld | |||
| Broeikasgas- emissiebeper- kingen voor gebouwen in Europa | Net-zero 2050 (1,4°C) | Zeer laag | Gemiddeld | Gemiddeld | Hoewel we al maatregelen hebben geïmplementeerd om onze gebouwen te verbeteren en minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen, blijven we de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving op de voet volgen, aangezien toekomstige veranderingen financiële of operationele gevolgen kunnen hebben. | Doorgaan met de huidige strategie om thermische renovatie/ decarbonisatie van gebouwen op te nemen als onderdeel van elke significante renovatie van gebouwen en thermische efficiëntie integreren in de criteria voor huurvernieuwing van bestaande gebouwen en voor de selectie van nieuwe gebouwen. Risico's in elke regio nauwgezet opvolgen, zodat we onze renovatiestrategie kunnen aanpassen als risico's zich in sommige regio's sneller lijken te manifesteren. |
| NDC (2,3°C) | Zeer laag | Laag | Gemiddeld | |||
| Hogere kosten voor luchtvracht | Net-zero 2050 (1,4°C) | Zeer laag | Zeer laag | Hoog | De kosten van kerosine vertegenwoordigen een relatief laag percentage van de kosten van onze cross-border activiteiten en de opname van duurzame luchtvaartbrandstoffen in kerosine zal stapsgewijs verlopen. Bovendien zou een stijging van de brandstofkosten alle spelers in de markt raken en waarschijnlijk de marktprijs voor klanten beïnvloeden. | Korte termijnrisico's nauwgezet opvolgen en ervoor zorgen dat contracten met klanten ruimte laten voor flexibiliteit als risico's zich voordoen. |
| NDC (2,3°C) | Zeer laag | Zeer laag | Gemiddeld | |||
| Afhankelijkheid van onderaan- nemers voor onze verminderde uitstoot | Net-zero 2050 (1,4°C) | Laag | Gemiddeld | Laag | We beschikken in de meeste inkoopcategorieën over een groot aantal leveranciers en onderaannemers, waardoor we zaken kunnen verschuiven naar de leveranciers die het best presteren op het gebied van emissiereductie. | Proactieve samenwerking met onderaannemers en leveranciers om hun uitstoot te verminderen en op lange termijn prioriteit geven aan leveranciers die sterk inzetten op decarbonisatie. |
| NDC (2,3°C) | Laag | Hoog | Hoog | |||
| Toegang heb- ben tot voldoen- de elektriciteit en robuuste elektriciteitsnet- werken | Net-zero 2050 (1,4°C) | Zeer laag | Gemiddeld | Laag | Slechts een beperkt deel van onze activiteiten zou getroffen worden door een lokale stroomonderbreking, omdat de activiteiten verspreid zijn over meerdere locaties, waardoor de totale impact minimaal is. We blijven echter afhankelijk van het energienetwerk voor de voortdurende elektrificatie van ons wagenpark en onze verwarmingssystemen, en dit risico kan toenemen als de netwerkcapaciteiten en -infrastructuur geen gelijke tred houden met onze elektrificatieplannen. | Dit risico proactief beperken, vooral in België en de Verenigde Staten, door onze eigen energieproductiecapaciteit uit te breiden via hernieuwbare elektriciteit (zonnepanelen) en elektriciteitsopslag (batterijsystemen), terwijl we het tempo van de elektrificatie afstemmen op de voortdurende versterking en uitbreiding van het energienetwerk. |
| NDC (2,3°C) | Zeer laag | Gemiddeld | Gemiddeld |
156 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Gedetailleerde veerkrachtanalyse - Transitie-opportuniteiten
Het vermogen van Bnode om transitie-opportuniteiten te benutten wordt in detail toegelicht in de tabel hieronder. Bnode ontwikkelt actief opportuniteiten voor de productie van groene stroom en koolstofarme commerciële oplossingen voor logistiek. Daarnaast is Bnode uitstekend geplaatst om in België opportuniteiten te benutten die gepaard gaan met de beperkte toegang tot stadskernen.
| BESCHRIJVING VAN TRANSITIE- OPPORTUNITEIT | KLIMAAT- SCENARIO | KORTE TERMIJN | MIDDEL- LANGE- TERMIJN | LANGE TERMIJN | RESULTATEN VAN VEERKRACHTENANALYSE | MAATREGELEN OM DE OPPORTUNITEIT MAXIMAAL TE BENUTTEN |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Opwekking van duurzame energie | Net-zero 2050 (1,4°C) | Laag | Gemiddeld | Hoog | Sterk vermogen om deze opportuniteit te benutten met onze huidige plannen. | Doorgaan met het op grote schaal plaatsen van zonnepanelen in België en onderzoek blijven doen naar energiebeheer en opslagsystemen. Potentieel voor groene- energieproductie buiten België onderzoeken. |
| NDC (2,3°C) | Laag | Gemiddeld | Gemiddeld | |||
| Voordeel door beperktere toegang tot stadscentra in België | Net-zero 2050 (1,4°C) | Gemiddeld | Gemiddeld | Zeer laag | Sterk dankzij onze schaalgrootte en expertise op het gebied van zachte mobiliteit, naast onze grote vloot van e-vans. | Het leiderschap op het gebied van zachte mobiliteit behouden, zorgen voor toegang tot leveringscapaciteiten met lage emissies en zachte mobiliteit in andere Europese steden en de wetgeving op de voet volgen. |
| NDC (2,3°C) | Gemiddeld | Gemiddeld | Zeer laag | |||
| Opportuniteiten voor commercieel succes en reputatieopbouw dankzij koolstofarme oplossingen | Net-zero 2050 (1,4°C) | Hoog | Zeer hoog | Gemiddeld | Sterk in België met ons leiderschap op het gebied van koolstofarme leveringen en onze CO 2 - calculator. Kan worden versterkt voor onze andere divisies buiten België. | In België onze koolstofarme vooruitgang blijven uitdragen binnen onze commerciële strategie en mogelijkheden onderzoeken om deze economisch meer te verzilveren. In andere Europese markten onze samenwerking met koolstofarme transportleveranciers in onderaanneming versterken en CO2-calculators ontwikkelen voor de divisies Paxon en Landmark Global. |
| NDC (2,3°C) | Hoog | Hoog | Gemiddeld |
Beschrijving van het vermogen om de strategie en het businessmodel op korte, middellange en lange termijn aan te passen
Bnode ziet momenteel geen obstakels voor zijn vermogen om zijn strategie of businessmodel aan te passen in de context van de klimaatverandering op korte, middellange of lange termijn. Bnode zal moeten investeren in de transitie naar een net-zero-economie, zoals uiteengezet in het transitieplan.Bnode verwacht echter geen wezenlijke moeilijkheden bij het realiseren van dit ambitieuze plan. De veerkrachtanalyse was uitgebreid en omvatte alle activa en bedrijfsactiviteiten. Hoewel bepaalde aspecten van de gedetailleerde kwetsbaarheidsanalyse op siteniveau nog niet zijn afgerond, voorzien we geen significante onzekerheden. 157 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.1.3 E1-1 Transitieplan voor klimaatmitigatie
Ons net-zerotraject: Bnodes decarbonisatiestrategie en -stappenplan voor 2050
Toelichting: Bnode heeft zijn activiteiten getoetst aan de verplichte uitsluitingscriteria van de 'EU Paris - Aligned Benchmarks' (EU- benchmarks afgestemd op het Akkoord van Parijs of PAB's) - waaronder verbodsbepalingen met betrekking tot controversiële wapens, tabaksproductie, schendingen van de VN Global Compact/OESO-beginselen, en drempels gerelateerd aan fossiele brandstoffen zoals steenkool ≥1%, olie ≥10%, gas ≥50% en elektriciteitsopwekking van meer dan 100 g CO₂e/kWh.
Bnode heeft bevestigd dat geen van zijn activiteiten binnen deze categorieën vallen. Bijgevolg is Bnode niet uitgesloten binnen het EU PAB-kader en blijft het in aanmerking komen voor PAB-gealigneerde beleggingsstrategieën.
Bnodes stappenplan naar Net-zero
| Onze belangrijkste hefbomen | Net-zero traject | Business as usual |
|---|---|---|
| Reikwijdte 1 | ▪ Emissievrije last-mile leveringen (volop in uitvoering) | |
| Reikwijdte 2 | ▪ 100% groene stroom ▪ Afbouw van het gebruik van op aardgas & stookolie verwarmde gebouwen | |
| Reikwijdte 3 ** | ▪ Reikwijdte 3-decarbonisatieprogramma – Opstellen van een integraal programma om de betrokkenheid van leveranciers voor gekochte goederen en diensten en uitbesteed transport te vergroten – Decarbonisatiecriteria opnemen in het kader voor de selectie van leveranciers |
- De doelstelling voor 2030 is een interne doelstelling voor Bnode richting de door SBTi goedgekeurde doelstellingen voor 2035 en 2050.
** Scope 3 omvat geen uitbesteed lucht- en maritiem transport en geen emissies uit de productie van ons wagenpark.
Tegen 2030*: scope 1- & scope 2-emissies verlagen met 54% en scope 3-emissies met 8%
Tegen 2050: Net-zero
2024 2030 2050 2035
Tegen 2035: scope 1- & scope 2-emissies verlagen met 71% en scope 3-emissies met 38%
Emissievrije bedrijfswagens
Vrachtwagenpark op alternatieve brandstoffen en dubbeldekopleggers (versnelde elektrificatie van het wagenpark vanaf 2029/2030, wanneer de technologie naar verwachting voldoende matuur zal zijn).
Deze doelstellingen, die werden goedgekeurde in november 2025, brengen ons bedrijf op één lijn met een 1,5 °C-traject en bevestigen onze ambitie om in 2050 net-zero te bereiken op het vlak van uitstoot. Zodra we onze wetenschappelijk onderbouwde langetermijndoelstelling hebben bereikt en de uitstoot met meer dan 90% hebben teruggedrongen, pakken we het beperkte aandeel resterende emissies aan door te investeren in duurzame, robuuste oplossingen voor koolstofverwijdering.
In overeenstemming met de Net-Zero Standard van het Science Based Targets Initiative (SBTi) zullen deze resterende emissies worden geneutraliseerd met hoogwaardige koolstofverwijdering en langdurige opslag, waardoor we een net-zero-uitstoot kunnen bereiken zodra zowel de grondige decarbonisatie als de neutralisatie van onvermijdelijke emissies zijn gerealiseerd.
Door de overname van Staci in 2024 moesten we onze SBTi-gevalideerde doelen bijwerken voor onze nieuwe bedrijfsactiviteiten, wat aanleiding gaf tot een nieuw basisjaar (voorheen 2019) en een bijgewerkte kortetermijndoelstelling voor 2035 (voorheen 2030). Ondanks deze aanpassingen blijven onze oorspronkelijke doelstellingen voor 2030 (ten opzichte van het basisjaar 2019) onverminderd van kracht. Concreet is onze bijgewerkte doelstelling om de scope 1- & scope 2-emissies tegen 2030 met 54% te verminderen (basisjaar 2024) ambitieuzer dan onze oorspronkelijke doelstelling om scope 1- & scope 2-emissies met 55% te verminderen ten opzichte van ons oorspronkelijke basisjaar 2019. Ons scope 3-doel, dat door het SBTi werd goedgekeurd, sluit uitbesteed lucht- en maritiem transport en emissies uit de productie van ons wagenpark uit, conform de uitsluitingscriteria van de SBTi voor scope 3.
| 2035 afname vs 2024 basisjaar | 2050 afname vs 2024 basisjaar | |
|---|---|---|
| Scope 1 & 2 | 71,3% | 90,9% |
| Scope 3 | 38,2% | 90,1% |
Om onze inzet voor decarbonisatie te onderstrepen, heeft Bnode bij het SBTi wetenschappelijk onderbouwde emissiereductiedoelen voor de korte en lange termijn goedgekeurd: 158 Bnode jaarverslag 2025
6.2 Milieu-informatie
Voor de categorie 'Gekochte goederen en diensten' werd het wagenpark uitgesloten van de doelstelling voor 2035, maar opgenomen in de doelstelling voor 2050. Op lange termijn (2040–2050) verwacht Bnode een daling van de emissies als gevolg van een lager aantal nieuwe bestellingen van elektrische vrachtwagens, een stabiel wagenpark en een langere levensduur van elektrische vrachtwagens, alsook een vermindering van de emissies bij de productie van elektrische vrachtwagens dankzij een circulair model voor batterijproductie en een staalproductie met lagere CO2-emissies.
Het geleasede wagenpark werd uitgesloten van de doelstelling voor 2035, in toepassing van de door het SBTi gehanteerde beginselen voor de boekhouding van broeikasgasemissies. Op basis van de SBTi-uitsluiting en na een beslissing van het Bnode-management, worden uitbesteed luchtvervoer (korte en lange afstand) en maritiem vervoer uitgesloten van de doelstelling voor 2035. Dit komt omdat er op dit moment geen grootschalige oplossingen zijn die tegen 2035 beschikbaar zouden zijn voor dringend transcontinentaal transport.
Uitbesteed luchtvervoer (korteafstandsvluchten) werd opgenomen in de doelstelling voor 2050, gezien de verwachting dat een deel van de korteafstandsvluchten kan worden vervangen door koolstofarm vrachtvervoer over de weg of per spoor en dat voor de resterende vluchten steeds meer gebruik wordt gemaakt van duurzame luchtvaartbrandstoffen.
Ons klimaattransitieplan
Deze doelstellingen, die verband houden met ons milieubeleid (zie deel E1-2 Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie), zijn gedefinieerd in relatieve termen (procentuele vermindering ten opzichte van referentie). Dit transitieplan werd in september 2025 goedgekeurd door de ESG Steering Committee van Bnode en later gevalideerd door de Raad van Bestuur. Ons transitieplan voor 2035 zal worden geactiveerd via zes belangrijke hefbomen. Dit zijn de concrete maatregelen die onze door het SBTi goedgekeurde doelen ondersteunen.
Emissievrije last-mile leveringen
We voeren actief maatregelen door om ervoor te zorgen dat onze last-mile leveringen in België — meestal van distributiecentra naar klanten — worden afgelegd met emissievrije voertuigen. Onze doelstelling voor 2030 is 'uitstootvrije last-mile leveringen voor 85% van de pakjes in België'. Tegen 2035 willen we in heel België enkel nog elektrische bestelwagens en 100% van alle pakjes uitstootvrij leveren in de laatste kilometer.
Ons klimaattransitieplan
-38% -71%
111 k 32 k 332 k 202 k 88 k
Referentiejaar 2024
Emissievrije last-mile leveringen
Vrachtwagen op alternatieve brandstoffen & dubbeldekopleggers
Emissievrije bedrijfswagens
Afbouw van het gebruik van aardgas & stookolie
100% groene stroom
Scope 3- decarbonisatie programma
Doelstelling 2035
Scopes 1 & 2
Scope 3
Scope 3 (niet opgenomen in SBTi)
Scope 3 omvat geen uitbesteed lucht-en maritiem transport en geen emissies uit de productie van ons wagenpark.
Scope 3 omvat geen uitbesteed lucht- en maritiem transport en geen emissies uit de productie van ons wagenpark. 159 Bnode jaarverslag 2025
6.2 Milieu-informatie
Emissievrije bedrijfswagens
Al onze bedrijfswagens vervangen door volledig elektrische voertuigen om de uitstoot van het woon-werkverkeer van werknemers te verminderen.
100% groene stroom
Alle elektriciteit die we gebruiken in onze activiteiten wordt afgenomen van leveranciers van hernieuwbare energie, waardoor ons stroomverbruik geen CO₂-uitstoot veroorzaakt. Ons doel is om tegen 2030 100% groene elektriciteit te hebben in alle entiteiten van Bnode wereldwijd.
Vrachtwagenpark op alternatieve brandstoffen en dubbeldekopleggers
Op dit moment loopt een pilootproject met elektrische vrachtwagens. We zijn bovendien van plan om onze vrachtwagens op fossiele brandstoffen geleidelijk te vervangen door elektrische vrachtwagens vanaf 2028-2030, wanneer de technologie naar verwachting voldoende matuur zal zijn in het licht van de verwachte technologische vooruitgang en na de bouw van de nodige laadinfrastructuur op onze sites.
Afbouw van het gebruik van aardgas en stookolie
We vervangen fossiele verwarmingssystemen in onze gebouwen door duurzame alternatieven, zoals warmtepompen en stadsverwarming.
Scope 3-decarbonisatieprogramma
Als onderdeel van ons streven om scope 3-emissies te verminderen, nemen we ESG- criteria stelselmatig op in onze leveranciersselectie- en -beheerprocessen en bevatten de Requests for Proposals (RfP's) van Bnode ESG-eisen, om ervoor te zorgen dat duurzaamheidsprestaties een belangrijke factor zijn bij inkoopbeslissingen. Er worden ook inspanningen geleverd om onze Gedragscode voor Leveranciers af te dwingen bij het leveranciersbestand van Bnode en prioriteit te geven aan partnerschappen met leveranciers die de beste praktijken in koolstofvermindering, ethische normen en transparantie hanteren.
Beoordeling van locked-in emissies en mitigatiestrategieën
Bnode heeft geen significante potentiële locked-in emissies van de belangrijkste activa die het bereiken van ons doel voor broeikasgasemissiereductie in 2035 in het gedrang kunnen brengen (-71,3% in scope 1 en 2). Ons grootste CO2-uitstotend goed is ons eigen wagenpark 1 in België.Ons last-mile wagenpark (10.383 bestelwagens in 2025) vertegenwoordigde 27% van onze scope 1- en scope 2-emissies in 2025, terwijl ons vrachtwagenpark (666 vrachtwagens) 25% van onze scope 1- en scope 2-emissies in 2025 uitmaakte. Bpost NV werkt verder aan de elektrificatie van zijn last-mile wagenpark met als doel tegen 2035 net-zero te bereiken. Van onze 10.383 bestelwagens heeft er geen enkele een leaseperiode die verder gaat dan 2035 2 . We elektrificeren ook al onze bedrijfswagens en streven naar een volledige elektrificatie tegen 2030.
1 Het eigen wagenpark omvat voertuigen in eigendom en geleasede voertuigen, inclusief voertuigen onder operationele en financiële leasing
2 We hebben alle doelstellingen herzien en een nieuwe baseline ontwikkeld voor Bnode. Daarom hebben we een nieuwe balans gevonden in de manier waarop we onze doelstellingen voor 2030 en 2035 willen bereiken. Ons doel om 100% te bereiken blijft overeind, maar onze deadline van 2030 is verschoven naar 2035 vanwege een tekort aan elektriciteit om onze EV's van stroom te voorzien in bepaalde gebieden in België en vertragingen in de laadinfrastructuur.
| Last-mile wagenpark | |
|---|---|
| Broeikasgasemissiereductie - % Totale bestelwagenpark | Bestelwagens 70% |
| Last-mile wagenpark Elektrificatie - % Totale bestelwagenpark | Bestelwagens 30% |
160 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Door deze lopende maatregelen en onze groeiende productie en aankoop van groene stroom (doel 100% tegen 2030), hebben wij er alle vertrouwen in dat we onze bij de met SBTi aangegane verbintenis tot emissiereductie tegen 2035 zullen behalen. Hoewel we tegen 2035 nog steeds op fossiele brandstoffen rijdende vrachtwagens en met fossiele brandstoffen verwarmde gebouwen zullen hebben, zijn we geleidelijk onze verwarmingsinstallaties in België aan het upgraden naar warmtepompen en vrachtwagens op alternatieve brandstoffen in ons wagenpark aan het opnemen, afhankelijk van de marktomstandigheden. We willen tegen 2050 een net-zerodoel bereiken zonder gedwongen ontmanteling van locked-in activa.
Plan om economische activiteiten af te stemmen op Europese taxonomiecriteria
Om de inkomsten beter af te stemmen op de Europese Taxonomie, breidt Bpost NV het gebruik van zachte mobiliteitsoplossingen (e-bikes en e-biketrailers) en elektrische bestelwagens voor post- en pakjesbezorging uit, met als doel om vóór 2035 een 100% uitstootvrije last-mile levering te hebben. In 2025 heeft Bpost NV nog eens 942 e-vans en 168 e-biketrailers aangekocht. Bovendien is Bpost NV begonnen met de elektrificatie van zijn vrachtwagenpark, met de aankoop van een eerste elektrische vrachtwagen in 2024 en een tweede begin 2025. Bpost NV streeft er ook naar om het percentage elektrische bestelwagens dat voldoet aan de criteria inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen' (DNSH) te verhogen. Dit betekent dat de aankoopspecificaties worden bijgewerkt om (sinds half 2023) in aanmerking komende banden op te nemen. Daardoor is het percentage in aanmerking komende elektrische bestelwagens van Bpost gestegen van 9,5% naar 22,8%.
Toelichting over hoe het transitieplan is ingebed in en afgestemd op de algemene bedrijfsstrategie en financiële planning
Het transitieplan van Bnode is volledig geïntegreerd in en afgestemd op onze strategie. Duurzaamheid is een belangrijke pijler van ons strategisch kader en staat centraal in onze missie. We streven ernaar de waardeketens van e-commerce- en B2B- pakjeslogistiek in de markten die we bedienen te decarboniseren. Onze strategie omvat een uitbreiding van de Ecozones en 100% emissievrije last-mile levering van pakjes in België tegen 2035, zodat klanten hun post en pakjes bezorgd krijgen met de laagste uitstoot terwijl ze hun eigen CO 2 -reductiedoelstellingen nastreven.
Ons transitieplan is ook geïntegreerd in onze financiële planning. Onze financiële vijfjarenplannen op lange termijn wijzen jaarlijkse investeringsbedragen toe voor de elektrificatie van de leveringsvloot, vrachtwagens met een lagere uitstoot, renovatie van gebouwen en uitbreiding van het netwerk van pakjesautomaten (Bboxen). Daarnaast heeft het 2025-2029 Solar Panel Strategic Plan van Bpost 3 tot doel om zonnepanelen te plaatsen op al onze mailcenters in België, die zullen worden uitgerust met laadinfrastructuur voor onze elektrische voertuigen. Zie deel E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering voor een overzicht van de financiële kwantificering.
3 Ons last-mile merk in België en Nederland
161 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Toelichting over de voortgang bij de uitvoering van het transitieplan
Het klimaattransitieplan van Bnode wordt momenteel uitgevoerd. In 2025 hebben we onze scope 1- en scope 2-emissies met 10,8% verminderd ten opzichte van onze nulmeting in 2024. Meer informatie over onze initiatieven in 2025 met betrekking tot dit plan is te vinden verderop in dit verslag (zie deel E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering). De onderstaande tabel geeft een overzicht van de voortgang ten opzichte van specifieke operationele doelen die aan het plan zijn gekoppeld.
| Voortgang naar operationele doelen in het klimaattransitieplan | SITUATIE 2025 (VOORUITGANG T.O.V. 2024) |
|---|---|
| Scope 1 Uitstootvrije last-mile levering in België - # laadpalen | 2.818 (+418) |
| Uitstootvrije last-mile levering in België - # elektrische bestelwagens | 3.139 (+942) |
| Emissievrije bedrijfswagens | 54% |
| Aandeel van vrachtwagens op alternatieve brandstoffen of dubbeldekopleggers | 96 (+8) |
| Scope 2 100% groene stroom | 76% (100% in Europa en Canada) |
162 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.1.4 Beleid, maatregelen en doelen
6.2.1.4.1 E1-2 – Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie
Milieubeleid
Reikwijdte van het beleid
Bij Bnode streven we in ons Milieubeleid 1 (beschikbaar online) drie specifieke doelstellingen die alle belangrijke milieugerelateerde sub-sub-thema's van Bnode bestrijken, namelijk:
- ESRS E1 - Klimaatverandering: de toeleveringsketen van e-commerce- en third-party logistiek koolstofvrij maken
- ESRS E2 - Verontreiniging: maatregelen nemen om alle in kaart gebrachte, nadelige gevolgen voor de luchtkwaliteit aan te pakken
- ESRS E5 - Materiaalgebruik en circulaire economie: duurzame oplossingen voor de e-commercewaardeketen aanreiken door gebruik te maken van recycleerbare en herbruikbare verpakkingen
- Scope 1-, scope 2- en scope 3-broeikasgasemissies
- Energie
- Luchtverontreiniging (NOx)
Reikwijdte en uitsluitingen
De reikwijdte omvat alle werknemers van Bpost NV en zijn dochterondernemingen (hierna ‘Bnode’), ongeacht hun taken of functie, alsook personen die nauw betrokken zijn bij de activiteiten en werkzaamheden van Bnode en die geen werknemers zijn, maar aan wie dit beleid wordt meegedeeld. Hieronder vallen bestuurders, personen in uitvoerende, adviserende, management- of toezichthoudende functies, tijdelijke werknemers, trainees en aannemers. Uitsluitingen zijn van toepassing op personen of entiteiten aan wie dit beleid niet expliciet wordt bekendgemaakt. Daarnaast verwacht Bnode dat stakeholders in onze waardeketen die goederen of diensten aan Bnode leveren, zich houden aan en handelen volgens de principes uit dit beleid. De ambitie en doelstellingen om de ecologische voetafdruk te beperken, komen ook aan bod in Bnodes Gedragscode voor Leveranciers. Een gedetailleerde beschrijving van het in kaart brengen en analyseren van de impacts, risico’s en opportuniteiten gekoppeld aan de dubbele-materialiteitsanalyse van Bnode met betrekking tot ESRS E1 - Klimaatverandering is te vinden in deel ESRS 2 IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren.
1 Versie 2 van het Milieubeleid, waarin de nieuwe SBTi-goedgekeurde doelen van Bnode zijn opgenomen, wordt in 2026 bijgewerkt en online beschikbaar gesteld.
163 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Toelichting van standaarden of initiatieven van externe partijen die de onderneming naleeft met de uitvoering van het beleid
Om het milieubeleid te bepalen, paste Bnode een formele goedkeuringsmethode toe door middel van bevraging van stakeholders (waaronder relevante business units zoals Group Sustainability, Group Procurement, Environmental Squad Leaders en andere relevante stakeholders). Het proces omvatte de volgende beleidsnormen/processen van Bnode en standaarden van externe partijen:
■ Naleving van de beleidsvereisten zoals uiteengezet in de European Sustainability Reporting Standards (ESRS)
■ Een standaard milieubeleidsproces beschreven door EcoVadis
■ Een standaard beleidsgoedkeuringsproces voor een 'strategisch beleid' bij Bnode:
– Business approver (Group Sustainability Department Head)
– Reviewer (Group Compliance)
– Formele goedkeuring door het Executive Comité
– Adviseurs van de Raad van Bestuur (ESG Comité van de Raad van Bestuur)
– Formele goedkeuring door de Raad van Bestuur
Beschrijving van het hoogste niveau binnen de organisatie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het beleid
De CEO van Bnode is samen met het Executive Comité algemeen verantwoordelijk voor de milieu-impact van Bnode. Het milieubeleid werd goedgekeurd door het Executive Comité en de Raad van Bestuur in april 2025.
Toelichting of en hoe de onderneming het beleid beschikbaar stelt aan potentieel getroffen stakeholders, en welke stakeholders nodig zijn om het beleid te helpen uitvoeren
Het beleid is beschikbaar op onze website in meerdere lokale talen in de landen waar we actief zijn, voor potentieel getroffen stakeholders en stakeholders die moeten helpen bij de uitvoering ervan. In de loop van 2026 zullen we initiatief nemen om interne en externe stakeholders meer bewust te maken van het milieubeleid en de impacts, risico’s en opportuniteiten.Zo houden we roadshows, voeren we campagnes, geven we opleidingen en werken we samen met andere bedrijven uit onze branche, in het kader van ons lidmaatschap in bepaalde organisaties en onze verenigingen. Belangrijkste gedragsprincipes in het beleid ten aanzien van klimaatverandering Een gedetailleerde beschrijving van de belangrijkste gedragsprincipes in het beleid ten aanzien van het beheersen van en/of het bieden van herstel voor onze materiële impacts, risico’s en opportuniteiten wat betreft klimaatmitigatie en klimaatadaptatie, is te vinden in het Milieubeleid op onze website. 164 Bnode jaarverslag 2025Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie 6.2.1.4.2 E1-3 – Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering Decarbonisatiestrategie en belangrijkste maatregelen Bij Bnode engageren we ons om de toeleveringsketen van e-commerce- en third-party pakjeslogistiek koolstofvrij te maken. De voortdurende verbetering van de milieuprestaties van onze wereldwijde activiteiten vormt de ruggengraat van onze strategie en de invoering van de geplande kernmaatregelen om de koolstofvoetafdruk van onze activiteiten en onze uitbestede transport- en logistiekactiviteiten te verminderen. Bnode heeft (sinds november 2025) wetenschappelijk onderbouwde emissiereductiedoelstellingen op korte en lange termijn laten goedkeuren door het SBTi. Daarmee stemmen we onze bedrijfsvoering af op een 1,5 °C-traject en zetten we onze ambitie om uiterlijk tegen 2050 net-zero te bereiken kracht bij:
- ■ Tegen 2035 wil Bnode de scope 1- en scope 2-emissies met 71,3% en de scope 3-emissies met 38,2% verlagen ten opzichte van basisjaar 2024;
- ■ Tegen 2050 willen we de scope 1- en scope 2-emissies met 90,9% en de scope 3-emissies met 90,1% verlagen ten opzichte van basisjaar 2024.
We brengen onze decarbonisatiestrategie in de praktijk via de volgende decarbonisatiehefbomen 2 :
- Uitstootvrije last-mile levering
- Groene stroom
- Afbouw van het gebruik van op aardgas & stookolie verwarmde gebouwen
- Emissievrije bedrijfswagens
- Vrachtwagenpark dat op alternatieve brandstoffen rijdt
- Scope 3-decarbonisatieprogramma
Bnode heeft bijgevolg een reeks maatregelen ingevoerd om het milieubeleid, de doelen en belangrijke hefbomen aan te pakken in de aanloop naar 2035:
| DOEL 2035 (VS. 2024) | BELANGRIJKE DECARBONISATIE HEFBOMEN | EVOLUTIE VAN BROEIKAS- GAS-EMISSIES (2025 VS 2024) 3 | INVESTERING IN HET KLIMAATTRANSITIEPLAN VAN BNODE (2025) |
|---|---|---|---|
| Scope 1- & scope 2-emissies verlagen met 71,3% | 1. Uitstootvrije last-mile levering (elektrificatie van onze vloot) | -1,7 KT CO 2 e (Bnode) | 32,6 mEUR (e-vans, laadstations, e-bikes en e-trailers, bij Bpost NV) |
| 2. Groene stroom (gebruik van hernieuwbare elektriciteit) | -4 KT CO 2 e (Bnode) | 1,5 mEUR (installatie van zonnepanelen bij Bpost NV) | |
| 3. Afbouw van het gebruik van op aardgas & stookolie verwarmde gebouwen | -0,5 KT CO 2 e (Bpost NV) +0,5 KT CO 2 e (Bnode) | 0,92 mEUR (overschakeling naar ledverlichting en vernieuwing van HVAC-apparatuur bij Bpost NV) | |
| 4. Emissievrije bedrijfswagens | -1,6 KT CO 2 e (Bnode) | 15,8 mEUR (nieuwe elektrische bedrijfswagens bij Bpost NV) | |
| 5. Vrachtwagenpark op alternatieve brandstoffen en dubbeldekopleggers | +1,0 KT CO 2 e | 1,1 mEUR (1 elektrische vrachtwagen en meerdere dubbeldekopleggers) | |
| Scope 3-emissies met 38,2% verminderen tegen 2035 | 6. Scope 3-decarbonisatie- programma | +0,2 KT CO 2 e | n.v.t. |
MAATREGELEN INZAKE KLIMAATMITIGATIE 2 (VERWEZENLIJKINGEN 2025 EN TOEKOMSTIGE PLANNEN) ZIE ONDERSTAANDE PARAGRAFEN VOOR MEER INFORMATIE
- ■ Elektrificatie van het last-mile wagenpark.
- ■ Uitbreiding van de laadinfrastructuur.
- ■ Uitbreiding van de Ecozones
- ■ Leveringen in postpunten en Bboxen.
- ■ Groenestroomcontracten in België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland en aankoop van extra herkomstcertificaten om 100% groene stroom te hebben in Europa, Canada en een deel van de VS.
- ■ Installatieplan voor zonnepanelen (combinatie van eigen installaties en installaties van derden).
- ■ Ledverlichting in gebouwen.
- ■ Het vervangen van afgeschreven thermische ketels door warmtepompen.
- ■ Beleid om alle nieuwe bedrijfswagens volledig elektrisch te maken.
- ■ Federaal mobiliteitsbudget in België.
- ■ Voortzetting van de pilootprojecten met elektrische vrachtwagens en uitbreiding van het gebruik van dubbeldekopleggers.
- ■ Uitrol van onze nieuwe Gedragscode voor Leveranciers.
- ■ Opstart van een betrokkenheidsprogramma voor transportleveranciers, te beginnen met leveranciersspecifieke koolstofgegevensverzameling.
- ■ Sterkere nadruk op ESG-criteria in RfP's.
2 Voor een gedetailleerd overzicht van onze belangrijkste maatregelen inzake klimaatmitigatie binnen Bnode in 2025 (en toekomstige plannen), zie deel ‘Maatregelen inzake klimaatmitigatie - Belangrijkste initiatieven 2025' hieronder.
3 We maken geen 'verwachte' reducties of stijgingen van broeikasgasemissies per hefboom bekend.
165 Bnode jaarverslag 2025Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie Financiering van het klimaattransitieplan van Bnode Specifieke middelen voor de invoering van een transitieplan zijn voorzien in het financieel vijfjarenplan op lange termijn van Bnode. Bnode heeft in 2025 zo'n 52 mEUR geïnvesteerd in de implementering van zijn klimaattransitieplan, voornamelijk bij Bpost NV. De op de taxonomie afgestemde capex bedraagt 34,9 mEUR. Het verschil van ongeveer 17 mEUR is voornamelijk te verklaren door: (1) in aanmerking komende maar niet-afgestemde investeringen in laadstations, zonnepanelen en andere investeringen in energie-efficiëntie (9,35 mEUR), wegens een gebrek aan de vereiste documentatie om te voldoen aan de DNSH-vereisten vastgelegd in Appendix C, (2) onze in aanmerking komende maar niet-afgestemde investering in elektrische bedrijfswagens en elektrische vrachtwagens (16 mEUR) bij gebrek aan bewijs inzake naleving van de DNSH-criteria met betrekking tot banden en (3) het niet in aanmerking komen van onze investering in dubbeldekopleggers (0,9 mEUR). Daarentegen is onze 9,25 mEUR investering in de bouw en renovatie van overslagfaciliteiten — zoals het nieuwe mailcenter in Charleroi — op de Taxonomie afgestemd. Deze investering worden echter niet als investering in het kader van het Klimaattransitieplan opgenomen omdat het doel ervan verder reikt dan het terugdringen van de uitstoot. De investeringen in het kader van het Klimaattransitieplan zijn volledig gefinancierd met eigen middelen en er werden geen duurzame financieringsinstrumenten gebruikt. Bnode voorziet ook dat de financiering van het Klimaattransitieplan gepland voor de periode 2026-2029, zoals voorzien in ons langetermijnplan, zal worden gedekt door interne financiering. Merk op dat Bnode over geen Taxonomie-gerelateerd CapEx-plan beschikt. Er wordt geen melding gemaakt van die investeringen in de toelichtingen bij de jaarrekening.
Maatregelen inzake klimaatmitigatie - Belangrijkste initiatieven 2025
Decarbonisatiehefboom 1: emissievrije last-milelevering
Elektrificatie van ons last-mile wagenpark: op weg naar een groenere toekomst
Het aandeel elektrische voertuigen in het wagenpark van Bpost NV blijft aan een indrukwekkend tempo toenemen. In 2025 investeerden we verder in een duurzamer wagenpark. In het vierde kwartaal van 2025 rondde ons last-mile wagenpark de kaap van meer dan 3.100 e-vans (3.129), wat resulteerde in een geëlektrificeerd last-mile wagenpark van 30%. In 2026 zullen nog eens 1.000 e-vans worden besteld. Zo zal het aandeel elektrische voertuigen in ons last-mile wagenpark 42% bedragen. Als onderdeel van het decarbonisatieproces hebben we 1.300 bestelwagens met verbrandingsmotor uit roulatie genomen. Onze vloot e-biketrailers telt nu 610 stuks – meer dan het streefgetal van 600 voor 2025 – waarmee we onze Ecozones verder versterken en het gebruik van duurzame vervoersmiddelen stimuleren. E-trailers van de nieuwste generatie vervangen oudere exemplaren en maken meer e-trailerritten in dichtbevolkte gebieden mogelijk. Daarmee is het wagenpark van Bpost NV niet alleen het grootste operationele wagenpark van België, maar ook een van de groenste. Voor onze inzet voor duurzaam rijden kregen we de Eco-driving Efficiency Award van de International Post Corporation (IPC). De prijs is een erkenning voor onze voorbeeldige prestaties tijdens uitreikingrondes met elektrische bestelwagens. Na pilootprojecten met e-vans bij een aantal onderaannemers in 2024, heeft DynaGroup nu drie eigen e-vans in gebruik en nagenoeg dubbel zoveel e-vans van onderaannemers.
166 Bnode jaarverslag 2025Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
De laatste hand leggen aan ons netwerk van Ecozones
Ecozone is een model dat de impact van onze activiteiten in Belgische steden beperkt. De Ecozones zijn gebaseerd op drie pijlers: een fijnmazig netwerk van afhaal- en afgiftepunten in stadscentra (PUDO-punten, bv. Postkantoren, PostPunten en pakjesautomaten), een bezorging met milieuvriendelijke vervoersmiddelen (e-trailers, e-bikes) en de vervanging van de resterende dieselbusjes door e-vans. Met een vloot van groene bestelwagens en fietsen streven we ernaar het aantal autoritten voor het ophalen en bezorgen van leveringen aanzienlijk te verminderen. De mensen in de stad hebben een dubbel voordeel: het verbetert de luchtkwaliteit in de stad en het vereenvoudigt hun drukke leven. In 2020 lanceerde Bpost een pilootproject in Mechelen en sindsdien zijn 21 Belgische steden Ecozones geworden: Brussel, Mechelen, Louvain-La-Neuve, Leuven, Hasselt, Eupen, Namen, Luik, Bergen 4 , Brugge, Sint-Niklaas, Kortrijk 5 , Oostende, Seraing, Verviers, Andenne, Diest, Eeklo, Roeselare en Antwerpen. In totaal hebben 108 postcodes een emissievrije last-mile levering 6 . Begin 2026 zijn alle Ecozones klaar, waarmee we 25 Ecozones hebben die grote gebieden en steden in België bestrijken.Volgens Mobilise, de onderzoeksafdeling aan de Vrije Universiteit Brussel 7 , vermindert Bpost niet alleen de CO 2 - uitstoot, maar worden de steden ook leefbaarder omdat er aanzienlijk minder verkeer en lawaai is. Het project won in het verleden al verschillende prijzen van Becom, Parcel & Postal Technology International en de World Post & Parcel.
Ecozone pedelecs Opladen van e-vans 4. binnenstad of stadsdeel 5. binnenstad of stadsdeel 6. Ten minste 85% van alle pakjes wordt emissievrij bezorgd. 7. De VUB voerde een studie uit rond stedelijke mobiliteit en logistiek en onderzocht daarbij het Ecozone- concept van Bpost NV en de maatschappelijke impact ervan.
Bpost maakt van Brussel de eerste Europese hoofdstad met emissievrije pakjes- en postbezorging
Vanaf oktober 2025 bezorgt Bpost NV alle post en pakjes in Brussel volledig emissievrij. Dit geldt voor alle 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hierdoor wordt de Belgische hoofdstad, en tegelijkertijd de hoofdstad van Europa, de eerste Europese metropool waar postmedewerkers hun dagelijkse rondes bijna emissievrij afleggen. Dit betekent een emissievrij wagenpark op maat van de stad, een eigen laadinfrastructuur en minder mislukte leveringen door de uitgebreidere keuzemogelijkheden.
De resultaten bevestigen het decarbonisatietraject dat we volgen:
* 750 ton CO₂ bespaard per jaar dankzij elektrische bestelwagens en biketrailers;
* 12.830 kilometer per dag afgelegd door elektrische voertuigen en biketrailers;
* meer dan 1,3 miljoen inwoners genieten van emissievrije last-mile leveringen;
* één op de drie Brusselse pakjes wordt geleverd in een afhaalpunt.
Ecozones tonen aan dat gerichte maatregelen een significante impact hebben op de verbetering van de luchtkwaliteit in de stad. 167 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Laadstations e-vans
Laadinfrastructuur uitbreiden voor een groenere vloot
Om onze transitie naar een elektrische vloot te versnellen, heeft Bpost NV zich ertoe verbonden om in heel België een solide laadinfrastructuur uit te bouwen. Tegen 2030 willen we in het hele land meer dan 4.500 laadpalen voor elektrische auto's installeren, zodat onze activiteiten en medewerkers snel toegang hebben tot de laadpalen die nodig zijn voor een duurzame mobiliteit. Begin 2025 waren er al 2.400 laders in gebruik en dit aantal bleef groeien tot 2.818 tegen het einde van het jaar.
PUDO - Bbox als startpunt van ontelbare mogelijkheden
Bboxen spelen een steeds belangrijkere rol in het distributienetwerk van Bpost. We bieden eindgebruikers altijd en overal een gemakkelijke oplossing om hun pakjes op te halen en te retourneren. Ze hoeven niet meer te wachten op hun pakjes en missen geen leveringen meer. Het aantal mensen dat ervoor kiest om een pakje te laten bezorgen in een Bbox is sinds 2024 met 50% gestegen. Uit statistieken van onze klantentevredenheidsenquête blijkt ook dat de bezorging in een pakjesautomaat de hoogste score voor klantentevredenheid krijgt van alle bezorgingsopties die Bpost NV aanbiedt.
Het voorbije jaar installeerde Bpost NV 1.250 nieuwe Bboxen, een verdubbeling van het totale aantal Bboxen en een verdrievoudiging van de capaciteit tot 162.500 lockers in vergelijking met 2024. De nieuwste pakjesautomaten zijn over het algemeen groter, waardoor we beter aan de groeiende vraag kunnen voldoen, efficiënter kunnen werken en minder last hebben van de schommelingen in de pakjesvolumes. Van de 2.500 Bboxen die er nu staan, werken er 250 op zonne-energie. Die Bboxen zijn ontworpen om volledig zelfvoorzienend te zijn: ze zijn uitgerust met batterijen die de locker meerdere weken van stroom kunnen voorzien, zelfs bij gebrek aan zonlicht. Dankzij deze uitbreiding van onbemande afhaalpunten heeft iedereen er altijd eentje in de buurt, wat het totale aantal afhaalpunten op 4.628 brengt. Door onze capaciteit uit te breiden en te blijven groeien in 2026, zullen we via de Bboxen onze emissievrije last-mile leveringen kunnen verbeteren.
Bbox-verdeling 168 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
CO₂-calculator - Niet zomaar een tool
Met de CO₂-calculator van Bpost kunnen we onze klanten helpen hun scope 3-uitstoot terug te dringen. Alle investeringen die Bnode doet in koolstofarme leveringen spelen ook in op de behoeften van veel van onze klanten die op zoek zijn naar een betrouwbare partner om hun eigen scope 3-emissies te helpen verminderen. De CO₂-calculator die Bpost NV heeft ontwikkeld, geeft een inschatting van de koolstofuitstoot voor elk pakje dat bedrijven via onze diensten verzenden. De tool houdt rekening met verschillende parameters, zoals gewicht, aantal pakjes, afgelegde afstand, aantal stops en het type voertuig dat wordt gebruikt. Dit biedt klanten koolstoftransparantie, gevalideerd door Vinçotte, het grootste Belgische bedrijf op het gebied van controle, inspectie en certificering. Vanuit technisch oogpunt voldoet de CO₂-calculator aan ISO 14083 en het GLEC Framework (Global Logistics Emissions Council).
Met deze CO₂-calculator won Bpost in 2025 de PostEurop CSR 'Coups de Cœur' Award - Categorie Milieu. Onze CO₂-calculator viel in de prijzen omdat het een slimme en gebruiksvriendelijke tool is die klanten helder inzicht geeft in hun voetafdruk en hen helpt om hun duurzaamheidsdoelen waar te maken. De PostEurop CSR 'Coups de Cœur' Awards zetten sinds 2014 de meest opvallende en vernieuwende duurzaamheidsinitiatieven in de Europese postsector in de kijker.
Duurzaamheidsinitiatieven op het vlak van transport
Landmark Global in het Verenigd Koninkrijk heeft met succes samengewerkt met een transportbedrijf dat wekelijks met een volledig elektrische bestelwagen post en pakjes kan ophalen bij onze binnenlandse klanten in de omgeving van Oxford, terwijl de transportkosten gelijk blijven aan die van een standaard dieselvoertuig. Deze overgang helpt rechtstreeks de uitstoot te verminderen en versterkt het engagement van Bnode om milieuvriendelijkere logistiekoplossingen te gebruiken.
Routeconsolidatie om het wagenpark te verkleinen
Naast de inzet van een elektrische bestelwagen focust Landmark Global in het VK op slimmere ophaalroutes. Waar het kan, worden meerdere ophalingen samengebracht in één rit. Dat betekent minder wagens op de baan, minder afgelegde kilometers en een lager dieselverbruik, allemaal factoren die helpen de CO₂-uitstoot verder te verlagen. Om de efficiëntie verder op te krikken, worden kleinere ophalingen doorgeschoven naar vervoerders met een landelijk netwerk. Daardoor kunnen deze volumes eenvoudig worden gebundeld binnen hun bestaande netwerk in het Verenigd Koninkrijk.
De 2025 PostEurop CSR 'Coups de Cœur' Award 169 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Decarbonisatiehefboom 2: groene stroom & decarbonisatiehefboom 3: afbouw van het gebruik van op aardgas en stookolie verwarmde gebouwen
Naarmate we onze inspanningen om de energie-efficiëntie van Bnode-gebouwen te verbeteren opvoeren, zien we een duidelijke, positieve trend. We hebben het elektriciteitsverbruik en de afhankelijkheid van aardgas, stadsverwarming en stookolie verlaagd en zetten daarmee een duidelijke stap richting groenere energieoplossingen. Deze initiatieven hebben geleid tot een aanzienlijke daling van het energieverbruik per medewerker, wat aantoont dat we onze energiebronnen efficiënter inzetten binnen al onze activiteiten.
Zonnepanelen op de mailcenters van Bpost NV
Zonnepanelen Bleiswijk-site
100% groene stroom in Europa
Voor de Bnode-entiteiten in België, Nederland en Frankrijk hebben we groenestroomcontracten voor onze gebouwen en elektrische bestelwagens. Het grootste deel van ons elektriciteitsverbruik is dus groen en voor de rest kopen we ‘Garantie van Oorsprong’-certificaten. In de toekomst willen we deze strategie uitbreiden naar andere landen waar Bnode actief is, met als doel om over 100% groene stroom te beschikken tegen 2030.
Strategie inzake zonnepanelen bij Bpost
In lijn met onze strategie om zonnepanelen te plaatsen op al onze mailcenters in België, beschikken we vandaag over 73.500 m² aan zonnepanelen in België en 90.000 m² ( +14.000 m² vs 2024) voor de hele groep. Die wekken voldoende energie op om onze grootste productiesites te voorzien, wat overeenkomt met het jaarlijkse verbruik van ongeveer 4.000 huishoudens. Bovendien gebruiken we in Europa en Canada al 100% hernieuwbare elektriciteit. Maar we weten dat het nog beter kan. Daarom zullen we tegen 2029 nog eens 86.500 m² zonnepanelen plaatsen in België, goed voor een oppervlakte vergelijkbaar met ongeveer 14 voetbalvelden.
De energie-efficiëntie van onze infrastructuur verbeteren
Dynalogic BV en Active Ants leveren allebei een actieve bijdrage aan de logistiek van de toekomst: zonnepanelen op het dak en elektrische voertuigen op de weg zorgen ervoor dat ze steeds meer op zonne-energie kunnen draaien.
- Dynalogic BV zet een grote stap in de richting van duurzamere logistiek. Er liggen nu 2.142 zonnepanelen op het dak van de gebouwenhub in Bleiswijk, genoeg om een hele woonwijk van energie te voorzien. De opgewekte energie wordt gebruikt voor de logistieke hub en voor het opladen van de elektrische bestelwagens.
- Active Ants zet een grote stap naar een groenere toekomst met een grootschalig zonnepanelenproject op onze site in Willebroek. In totaal worden er 5.750 zonnepanelen geïnstalleerd.
- Staci Group streeft naar een duurzaam energiemodel tegen 2030 en wil de ecologische voetafdruk van alle activiteiten verminderen. Alle vestigingen in Italië draaien op hernieuwbare energie, wat onze toewijding aan verantwoorde en milieuvriendelijke logistiek weerspiegelt. Tegelijkertijd verbeteren we de energie-efficiëntie van onze infrastructuur door de zonnepanelen te installeren op het dak van een van de magazijnen van Staci Belgium. Deze initiatieven bewijzen hoe Staci Italy en Staci Belgium actief bijdragen aan de decarbonisatieambities van Bnode.170 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Staci Poland bouwt duurzame infrastructuur voor groei
Staci heeft een nieuw magazijn van 9.350 m² geopend met een BREEAM-certificaat, op slechts 10 km van Warschau. Met energiezuinige oplossingen en een toplocatie in een toonaangevende logistiekhub combineren we groei met een kleinere ecologische voetafdruk.
Modernisering van onze koelinstallaties om het milieu te beschermen
Staci Frankrijk lanceerde een project om het koelsysteem van zijn site met drie temperatuurzones in Moissy-Cramayel te moderniseren. De nieuwe installatie maakt gebruik van CO₂-technologie: een milieuvriendelijker alternatief voor fluorhoudende gassen, waardoor het energieverbruik wordt teruggedrongen en de ecologische voetafdruk worden verkleind. De strategisch gelegen site in het zuiden van de regio Île-de-France is gecertificeerd conform de FS Logistics-standaard en werd uitgerust met ultramoderne infrastructuur voor het beheer van ongekoelde, gekoelde en diepgevroren goederen met volledige traceerbaarheid door de hele koudeketen. Het initiatief weerspiegelt het streven van Staci France om voedselveiligheid, operationele uitmuntendheid en duurzaamheid in temperatuurgecontroleerde logistiek te combineren. Met dit initiatief verbetert de Staci Group de prestaties en de betrouwbaarheid van de site voor klanten. Tegelijk daalt het energieverbruik en wordt de ecologische voetafdruk kleiner.
- Zonnepanelen bij Staci België
- Koelinstallatie Staci France
- Mailcenter Charleroi
Inkoop groene energie voor alle magazijnen in Barcelona
In 2025 voltooiden we de transitie en maakten we nog uitsluitend gebruik van gecertificeerde groene elektriciteit in alle magazijnen in de Barcelona regio. De belangrijkste doelstelling: de indirecte uitstoot met betrekking tot elektriciteitsverbruik (scope 2) verlagen en aansturen op duurzamere activiteiten. Dankzij die maatregel, is 100% van de in die faciliteiten verbruikte energie nu afkomstig uit hernieuwbare bronnen, wat aanzienlijk bijdraagt aan een kleinere CO₂-voetafdruk.
Slimmere energie, groenere toekomst: nieuw mailcenter Charleroi, België
In september 2025 nam Bpost een nieuw mailcenter in gebruik in Charleroi: een ultramoderne, CO₂-neutrale infrastructuur ontworpen om de conventionele normen te overstijgen. De site van 6.350 m² maakt gebruik van duurzame technologieën zoals warmtepompen, groene daken, systemen voor regenwateropvang, slimme verlichting en fotovoltaïsche panelen. De vloot is gemoderniseerd met 75% elektrische voertuigen en overdekte oplaadpunten.
171 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Slimme energie bij Bpost NV: systeem voor energiebeheer
In de komende jaren zal Bpost een verregaande energietransformatie doormaken: een (volledig) elektrisch wagenpark, een grootschalige benutting van zonne-energie, volatiele energiemarkten en toenemende ESG- en nalevingsverplichtingen. Om die uitdagingen aan te gaan, werkt Bpost aan digitaal ondersteunde energieoplossingen met een beheersysteem dat realtime inzichten op siteniveau aanreikt in alle vestigingen. Het EMS (Energy Management System) bereidt Bpost voor op morgen door in te zetten op slimmere investeringen, betrouwbare rapportering en kostenbeheersing op lange termijn. Tot de toekomstmogelijkheden behoren:
- Slimme elektrificatie van het wagenpark, waarbij overbelasting op het net wordt voorkomen en oplaadstrategieën worden geoptimaliseerd.
- Optimale benutting van bedrijfsmiddelen met een maximale output van zonne-energie-, HVAC- en bouwsystemen.
- Datagestuurde inkoop: op het juiste moment energie inkopen waarbij de vraag live in kaart wordt gebracht.
- Geautomatiseerde nalevings- & ESG-rapportering om te zorgen voor meer transparantie en minder rapporteringsrisico's.
- Schaalbare architectuur: open-source hardware en flexibele software om leveranciersafhankelijkheid te voorkomen en in te spelen op toekomstige behoeften.
EU-synergie voor energieoptimalisatie en -inkoop
Dit initiatief heeft tot doel de duurzaamheid binnen de Europese dochterondernemingen van Bnode te versterken door gerichte investeringen te combineren met strategische inkoopsynergieën. Bpost NV moderniseert de verwarmings- en koelsystemen in de vijf grootste gebouwen, met moderne oplossingen (waaronder warmtepompen). Tegelijk worden de inkopen voor energie en consultancy in Frankrijk, Nederland en het VK geconsolideerd. Dankzij de overname van Staci Group heeft dit project de governance van Bnode gestroomlijnd, de inzet van middelen geoptimaliseerd en de aanbestedingsprocessen via één enkele partner geharmoniseerd. Zo wordt naleving van landspecifieke voorschriften gewaarborgd en neemt de efficiëntie op het gebied van energie-uitgaven, consultancy en operationeel bestuur in de hele EU verder toe.
Decarbonisatiehefboom 4: emissievrije bedrijfswagens
Emissievrije bedrijfswagens
Sinds september 2023 zijn alle nieuwe bedrijfswagens 8 die bij Bpost NV worden besteld, volledig elektrisch, wat sinds januari 2024 ook het geval is voor alle bestelde functiewagens 9 . Dit betekent een aanzienlijke stap voorwaarts. Als gevolg hiervan is momenteel 57% van alle bedrijfswagens en 47% van alle functiewagens elektrisch. Deze cijfers zullen in 2026 en daarna verder toenemen.
Federaal mobiliteitsbudget
In 2024 heeft Bpost NV het federale mobiliteitsbudget in België ingevoerd met als doel duurzame mobiliteit voor werknemers te bevorderen. Het federaal mobiliteitsbudget is een flexibel systeem waarbij werknemers hun (recht op een) bedrijfswagen kunnen inruilen voor een budget. Dit budget kan worden besteed aan duurzame vervoersopties (bv. de aanschaf van een fiets, abonnementen voor trein/metro) of vergoeding van huisvestingskosten. 114 werknemers maakten in 2025 gebruik van dit budget.
Bpost mailcenter zonnepanelen
8 Een bedrijfswagen is een wagen die door Bpost wordt geleased van een leasemaatschappij in het kader van het bedrijfswagenbeleid en die ter beschikking wordt gesteld aan werknemers voor beroepsmatig en privégebruik, als onderdeel van hun loonpakket.
9 Een functiewagen is een wagen die door Bpost wordt geselecteerd en geleased bij een leasemaatschappij in het kader van het functiewagenbeleid en die ter beschikking wordt gesteld van een werknemer om te voldoen aan de professionele mobiliteitsvereisten van de functie. Privégebruik is ook toegestaan.
172 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Decarbonisatiehefboom 5: vrachtwagenvloot op alternatieve brandstoffen en dubbeldekopleggers
Uitbreiding van het wagenpark met innovatieve oplegger- en brandstofoplossingen
Na ons te hebben gericht op emissievrije last-mile leveringen, zijn we ook begonnen met het elektrificeren van voertuigen voor de first mile, waardoor 14% van de “Ophalen zonder contract”-transporten emissievrij plaatsvindt. In het kader van de mid mile (vrachtwagentransport) hebben we de inzichten geïntegreerd die we hebben opgedaan met alternatieve brandstoffen en met onze vloot van 37 dubbeldekopleggers. In 2026 zullen we deze vloot verder uitbreiden met nog eens 19 opleggers. Met dubbeldekopleggers kunnen we meer pakjes vervoeren zonder dat we meer kilometers hoeven af te leggen, aangezien twee dubbeldekopleggers drie enkeldekopleggers vervangen en op die manier efficiëntie koppelen aan duurzaamheid. We hebben ook een tweede e-vrachtwagen aangeschaft, waarmee we onze aanpak voor de elektrificatie van vrachtwagens verder vorm geven en de opleggers optimaal kunnen inzetten.
Op basis van bestellingen die in 2025 zijn geplaatst, bestond onze vloot in maart 2026 uit 115 vrachtwagens op alternatieve brandstoffen of dubbeldekopleggers. 57 van deze vrachtwagens rijden op LNG en we hebben ook 2 elektrische vrachtwagens in gebruik. Onze inspanningen werden ook in de buitenwereld erkend: we ontvingen de Silver Award voor 'Fleet Truck Owner of the Year 2025' voor ons algemene beheer van het volledige vrachtwagenpark. Daarnaast haalden we de award 'Green Truck of the Year 2025' binnen voor onze elektrische vrachtwagen. Deze erkenningen bevestigen dat we op de goede weg zijn en motiveren ons om te blijven zoeken naar de beste alternatieve brandstofopties voor onze vloot.
Bevordering van duurzame bedrijfsvoering bij Indy 2
Radial US blijft zijn ecologische voetafdruk verkleinen door schonere technologieën te integreren in zijn netwerk. In Indy 2 (vestiging van Radial) rijdt het bedrijf nu met elektrische terminaltrekkers en heeft het meerdere EV-oplaadstations geïnstalleerd, wat zowel de emissiereductie als een energie-efficiënter logistiek ecosysteem ondersteunt. Verschillende vestigingen hebben ook de magazijnverlichting opgewaardeerd naar ledsystemen om het energieverbruik verder terug te dringen.
In 2025 dreef Radial zijn duurzaamheidsinspanningen verder op door logistieke activiteiten te starten in Avon, in de Amerikaanse staat Indiana, en door samen te werken met YMX Logistics om een programma voor volledig elektrisch terreinlogistiek te implementeren. Vier elektrische terminaltrekkers vervingen de dieseltrucks, waardoor naar schatting 272.155,4 kilogram CO₂ minder werd uitgestoten en jaarlijks 102.206,12 liter diesel werd vermeden. Er wordt verwacht dat de overschakeling $170.000-$200.000 aan operationele besparingen zal opleveren, terwijl de luchtkwaliteit zal verbeteren, lawaai en trillingen zullen afnemen en het algemene comfort van de werknemers zal toenemen. Dit initiatief ondersteunt de bredere duurzaamheidsdoelstellingen van Radial door scope 1-emissies te verminderen en vertegenwoordigt de eerste fase van een grotere elektrificatiestrategie die zal doorlopen tot 2026.Dubbeldekopleggers Bpost NV Green Truck of the Year 2025' Award Elektrische terminaltrucks Radial US 173 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Decarbonisatiehefboom 6: scope 3-decarbonisatieprogramma
De scope 3-reductiestrategie van Bnode berust op drie pijlers:
- Leveranciersselectie: overstap naar de meest integere leverancier - kies en werk samen met de juiste leverancier met een duidelijk businessplan op het gebied van kosten en duurzaamheid
- Leveranciersgegevens: de kwaliteit van gegevens verbeteren - onze inspanningen kwantificeren met emissiegegevens van leveranciers/producten
- Leveranciersactivering: onze leveranciers betrekken, activeren en met hen samenwerken om samen koolstofvrij te worden
Pijler 1: leveranciersselectie
Als onderdeel van ons streven om de scope 3-emissies te verminderen, worden inspanningen geleverd om onze Gedragscode voor Leveranciers af te dwingen bij de leveranciers van Bnode. Onze strategie op de lange termijn is om prioriteit te geven aan partnerschappen met leveranciers die voorlopen in koolstofreductie, ethische normen en transparantie. We ontwikkelen momenteel een kader voor leveranciersselectie dat ESG-criteria in aanbestedingen, offerteaanvragen (RfP) en contracten zal vastleggen bij Bnode.
Voor meer informatie over het inkoopbeleid van Bnode (Gedragscode voor Leveranciers, Beleid voor onderaannemers), de aanpak voor het betrekken van leveranciers en de milieuoverwegingen bij de selectie van leveranciers, verwijzen we naar secties ESRS S2-1, ESRS S2-4 en ESRS G1-2.
Gedragscode voor Leveranciers van Bnode
Onze Gedragscode voor Leveranciers (referentie ESRS S2-1) is een belangrijke hefboom voor het initiëren van onze decarbonisatiedoelstellingen in de komende jaren. In 2025 hebben wij onze Gedragscode voor Leveranciers bijgewerkt. Deze code benadrukt nu nog meer dat wij van onze leveranciers verwachten dat zij hun emissiegegevens met Bnode delen en moedigt hen aan om zich te engageren voor net-zerodoelstellingen in het kader van het Science-Based Targets initiative (SBTi).
De Gedragscode voor Leveranciers is opgenomen in onze offerteaanvraagprocessen bij meerdere entiteiten binnen Bnode. De EcoVadis-beoordeling van onze leveranciers garandeert dat onze leveranciers de code naleven. Leveranciers die niet door EcoVadis worden beoordeeld, krijgen een vragenlijst voor zelfbeoordeling.
De integratie van milieucriteria in offerteaanvragen en de actieve betrokkenheid van onze leveranciers zullen ongetwijfeld een cruciale rol spelen. Door middel van deze maatregelen verwachten wij de beoogde scope 3-reductie met 38,2% tegen 2035 te halen.
Voor meer informatie over de Gedragscode voor Leveranciers van Bnode verwijzen wij u naar deel ESRS S2-1. Voor meer informatie over onze scope 3-decarbonisatiemaatregelen verwijzen we naar ESRS S2-4.
174 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Pijler 2: leveranciersgegevens
Het verbeteren van de kwaliteit van onze scope 3-emissiegegevens vormt de ruggengraat van ons scope 3-decarbonisatieprogramma dat in 2024 van start is gegaan. De overstap naar een geavanceerder model voor gegevensverzameling is cruciaal voor de ontwikkeling van een op feiten gebaseerd stappenplan voor een realistisch scope 3-decarbonisatiedoel op lange termijn.
We zijn overgestapt van een op uitgaven gebaseerd gegevensmodel naar een hybride model, dat gegevens op basis van uitgaven, volume en leverancierspecifieke gegevens combineert. Deze aanpak verhoogt de nauwkeurigheid van onze emissierapportering in de categorieën 'Gekochte goederen en diensten' en 'Kapitaalgoederen', aangezien we afstappen van sectorbrede emissiegemiddelden en overschakelen op leverancierspecifieke emissiefactoren. Het hybride model stelt ons in staat om 28% van de op uitgaven gebaseerde gegevens te vervangen door leverancierspecifieke emissies.
In 2024 lanceerden we een koolstofonderzoek gericht op onze 50 belangrijkste leveranciers om de nauwkeurigheid en transparantie van gegevens te verbeteren. In 2025 gebruiken we deze inzichten om de prestaties van leveranciers te volgen, vooruitgang te benchmarken en opportuniteiten in kaart te brengen om scope 3-emissies te verminderen. Dit initiatief is van groot belang voor het vaststellen van reductiedoelstellingen voor de lange termijn en het stimuleren van samenwerking binnen onze toeleveringsketen.
Pijler 3: leveranciersactivering
In 2025 zijn we gestart met het leggen van de basis voor een gezamenlijke aanpak om onze (upstream) waardeketen koolstofarm te maken. Omdat we beseffen dat er sterke samenwerkingsverbanden nodig zijn om substantiële vooruitgang te boeken op het gebied van scope 3-emissies, hebben we belangrijke programma's geïnitieerd om onze leveranciers te betrekken, te activeren en te ondersteunen bij hun klimaattransitie. Onze inspanningen zijn gericht op het opbouwen van onze capaciteit, het delen van goede praktijken en het creëren van een gemeenschap met gedeelde net-zeroambities.
Drie belangrijke initiatieven kenmerkten deze eerste fase:
(1) het Carbon Coach Project, dat is opgezet om kleine en middelgrote leveranciers met een lage koolstofmaturiteit te ondersteunen bij hun eerste stappen op het gebied van klimaatactie;
(2) het integreren van decarbonisatie in ons onlangs gelanceerde Center of Excellence on Transport, dat fungeert als platform voor kennisuitwisseling en leveranciersbetrokkenheid; en
(3) de deelname aan de Community of Practice 'Journey to Net Zero' van The Shift, waar we samenwerken met sectorgenoten om strategieën voor leveranciersmobilisatie te bevorderen.
Deze initiatieven weerspiegelen ons streven om samen te werken met leveranciers om de overgang naar een koolstofarme toekomst te versnellen. Voor meer informatie over Bnodes aanpak op het vlak van leveranciersbetrokkenheid, de belangrijkste maatregelen en de milieuoverwegingen bij de selectie van leveranciers, zie deel ESRS G1-2.
Carbon Coach-project
Om de decarbonisatie van onze upstream waardeketen te versnellen, hebben wij samen met onze partner Climact – een adviesbureau gespecialiseerd in klimaatverandering en energietransitie – een speciaal programma gelanceerd dat gericht is op kleine en middelgrote leveranciers met een lage koolstofmaturiteit. Deze leveranciers hebben vaak te kampen met een gebrek aan middelen en expertise, waardoor het een uitdaging is om emissies te meten en reductiedoelen te stellen. Door middel van coaching op maat bieden we praktische begeleiding die hen in staat stelt om de eerste stappen te zetten op weg naar klimaatactie: het meten van hun koolstofvoetafdruk, het definiëren van wetenschappelijk onderbouwde doelen en het implementeren van reductieplannen. Deze aanpak versterkt niet alleen hun veerkracht, maar zorgt ook voor afstemming op onze bredere duurzaamheidsdoelstellingen.
Kmo-leveranciers werden geselecteerd op basis van hun emissieprofiel en strategische relevantie en acht van hen schreven zich in voor het programma. Van hen wordt verwacht dat ze binnen vier maanden belangrijke mijlpalen bereiken, waaronder een onafhankelijke koolstofmeting en uitgewerkt reductiestappenplan. Het programma is officieel van start gegaan in november 2025 en vormt een belangrijke stap in de opbouw van een duurzamere en meer op samenwerking gerichte toeleveringsketen.
175 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Center of Excellence (CoE) - Transport
Na de overname van Staci Group richtte Bnode een Center of Excellence voor transport op met als doel goede praktijken op het gebied van uitbesteed transportbeheer in kaart te brengen en op te schalen, en de efficiëntie van de bedrijfsvoering en inkoop te verbeteren door schaalvergroting. Het CoE transport was nauw betrokken bij het opstellen van ons plan voor het koolstofvrij maken van uitbesteed wegtransport, als onderdeel van de voorbereiding van onze SBTi-aanvraag.
Het doel van ons 'transitieplan' voor uitbesteed wegtransport is om de emissies tegen 2035 met 44% te verminderen (wat hoger ligt dan de doelstelling van de groep om de scope 3-emissies met 38% te verminderen) en tegen 2050 met minstens 95%. Als eerste stap deelden we onze ambitie met onze transportleveranciers en maakten we duidelijk welke rol wij van hen verwachten in drie fasen:
- In 2025/2026 verwachten we van onze leveranciers dat ze hun huidige decarbonisatieplan en -strategieën met ons delen en de mogelijkheid onderzoeken om nauwkeurigere gegevens te verzamelen voor een betere emissieberekening.
- In 2027/2028 verwachten we van onze leveranciers dat zij hun Bnode-specifieke emissies gaan delen (indien dit nog niet het geval is), hun algemene transitieplan delen en mogelijkheden voor samenwerking op het gebied van decarbonisatie-initiatieven onderzoeken.
- Tegen 2029-2030 zullen we hun vooruitgang evalueren en controleren of hun plannen compatibel zijn met de ambitie van Bnode. Tegen die tijd zou Bnode zoveel mogelijk voorrang geven aan het zakendoen met 'leveranciers waarvan de aanpak compatibel is met het emissietraject'.
Wat verwachten we van jou als een van onze onderaannemers/partners voor wegtransport?
De Community of Practice van The Shift - Journey to Net Zero
In 2025 trad Bnode toe tot de Community of Practice van The Shift: 'Journey to Net Zero'. In deze Community of Practice deelden we de klimaatambities van Bnode en hoe we die vertalen naar effectieve maatregelen om onze net-zerostrategie toekomstbestendig te maken. In zes interactieve sessies met sectorgenoten deelden we tools en praktische voorbeelden van de belangrijkste aspecten van een net-zerostrategie. De laatste sessie 'Je leveranciers mobiliseren' ging over het belang van het betrekken van leveranciers bij onze net-zerostrategie.
- Bnode heeft een proefproject lopen om vertrouwde leveranciers in de BeNe-regio te helpen nieuwe elektrische bestelwagens aan te schaffen aan Bnode-voordeeltarieven. Neem contact op om deze opportuniteit verder te bespreken.Uittreksel uit de communicatie met onze leveranciers van uitbesteed transport, gedeeld in oktober 2025.
■ Vertel ons wat je huidige visie en plannen rond decarbonisatie zijn
■ Vul onze Transportation Supplier Decarbonization Questionnaire in
■ Bezorg ons meer gedetailleerde gegevens voor nauwkeurigere emissiemetingen (CO 2 -emissie- gegevens en gedetailleerde transportgegevens)
■ Meet en deel je CO 2 -uitstoot met Bnode
■ Ontwikkel en deel je klimaattransitieplan
■ Bespreek mogelijkheden tot samenwerking* om het plan doortastend uit te voeren Wij kunnen ervaringen en inzichten uitwisselen rond CO 2 -metingen en klimaattransitieplannen
■ Evalueer en bespreek de geboekte vooruitgang en recente plannen - vooral voor zware bedrijfsvoertuigen
■ Bespreek hoe die plannen aansluiten bij de decarbonisatiedoelstellingen van Bnode
■ Bepaal of een samenwerking op langere termijn haalbaar en wenselijk is ... of niet
| Nu | in de eerstvolgende 3 maanden |
|---|---|
| Binnenkort | 2026-2028 |
| Op middellange termijn | 2029-2030 |
176 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Meten is weten: duurzame logistiek versterken met gegevens
"Staci Group is ervan overtuigd dat duurzaamheid in de logistiek concrete actie vereist en versterkt daarom zijn dienstenaanbod door in zee te gaan met EcoTransIT World. Dankzij de integratie van deze geavanceerde software kunnen we onze klanten nauwkeurige, wetenschappelijk onderbouwde koolstofemissieberekeningen bieden voor alle vormen van transport - over de weg, per spoor, over zee, door de lucht en via binnenwateren. Deze gegevens voldoen aan internationale normen (GLEC, ISO 14083) en geven een duidelijk en bruikbaar beeld van de milieu-impact van toeleveringsketens. Door emissiemeting om te zetten in hefbomen voor actie, ondersteunt Staci Group zijn klanten bij het bouwen van meer verantwoorde logistieke ketens zonder in te leveren op prestaties of betrouwbaarheid."
Andere belangrijke milieu-initiatieven voor 2025
Logistiek als drijvende kracht voor duurzame gezondheidszorg
Duurzaamheid vereist meer dan beloften, het vereist ook structurele en langetermijnkeuzes. Wat in Nederland begon, krijgt nu concreet vorm en betekenis in België. DynaHealth ondertekende als eerste logistieke partner de Green Deal Duurzame Zorg, onderdeel van het bredere Green Deals- initiatief in Vlaanderen. Dit is een belangrijke stap in onze missie om de gezondheidszorg duurzamer en toekomstbestendig te maken.
Onze bijdrage aan duurzaamheid is tastbaar en meetbaar:
■ Circulaire gezondheidszorglogistiek door retourstromen en refurbishing;
■ Slimme routing met minimale CO₂-uitstoot;
■ Afvalvermindering, hergebruik en verantwoorde verwerking van e-afval.
Energie-efficiëntiemaatregelen bij Landmark Global in het Verenigd Koninkrijk
Bij Landmark Global in het Verenigd Koninkrijk zijn er verschillende initiatieven om het elektriciteitsverbruik te verminderen en duurzaamheid in de kantoren te bevorderen. Medewerkers worden aangemoedigd om buiten de werktijd lichten, beeldschermen en niet-essentiële apparatuur uit te schakelen en opladers en kleine apparaten uit het stopcontact te halen als ze niet worden gebruikt. Interne beoordelingsdocumenten, checklists en auditnota's worden nu elektronisch opgeslagen om papierverbruik te beperken en medewerkers worden eraan herinnerd om de juiste richtlijnen voor afvalsortering te volgen.
Onze mensen aansturen, verandering aansturen
Bij Bnode hechten wij veel waarde aan maatschappelijke verantwoordelijkheid en ecologische duurzaamheid, en deze toewijding komt tot uiting in de manier waarop wij onze medewerkers van en naar onze sorteer- en distributiecentra vervoeren. Onze minibussen bieden niet alleen handig vervoer, maar sluiten ook naadloos aan op het openbaar vervoer door werknemers rechtstreeks aan het treinstation op te halen. Deze geïntegreerde aanpak combineert de efficiëntie van het openbaar vervoer met ons milieuvriendelijke e-vannetwerk, waardoor we onze koolstofvoetafdruk verkleinen en tegelijkertijd toegankelijkheid voor iedereen garanderen.
In Brussel bestaat onze vloot uit vier gewone bussen en twee elektrische minibussen, terwijl de vier andere centra uitsluitend worden bediend door minibussen, waarvan een aantal elektrisch. Voor distributieactiviteiten maken we ook gebruik van minibussen, waarvan vier van de vijf elektrisch zijn. Dit benadrukt onze toewijding aan het verminderen van de uitstoot en het bevorderen van groenere mobiliteitsoplossingen in al onze activiteiten.
177 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.1.4.3 E1-4 – Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie
Bnode heeft doelstellingen voor de vermindering van broeikasgasemissies vastgesteld om klimaatimpacts, -risico's en -opportuniteiten aan te pakken. Deze doelstellingen werden vastgesteld na een uitgebreide analyse van de activiteiten en de koolstofvoetafdruk van Bnode, met 2024 als basisjaar. Na de overname van de Staci Group eind 2024 hebben wij onze doelstellingen en basisjaar bijgesteld om deze in overeenstemming te brengen met de uitgebreide organisatorische scope.
De doelstellingen hebben betrekking op zowel directe emissies (scope 1 en 2, in overeenstemming met een 1,5 °C-scenario) als emissies in de waardeketen (scope 3, in overeenstemming met een <2 °C-scenario voor onze doelstelling voor 2035 en in overeenstemming met een 1,5 °C-scenario voor onze doelstelling voor 2050). Ze weerspiegelen het streven van Bnode om de wereldwijde uitstoot te verminderen en de doelstelling van het Akkoord van Parijs te ondersteunen om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C. Deze doelstellingen werden extern gecontroleerd en gevalideerd door het SBTi 10.
Als onderdeel van de kritische aannames voor het vaststellen van de doelstellingen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, ging Bnode ervan uit dat de activiteiten van het bedrijf tot 2030 zouden groeien in lijn met het langetermijnplan en daarna in dezelfde mate als het bruto binnenlands product. Bnode heeft rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen, zoals toenemende klanteneisen, internationale regelgeving (waaronder het huidige wettelijke kader als basis, bijvoorbeeld het Akkoord van Parijs, de EU Green Deal, CSRD & CSDDD, EU-taxonomie, de Richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval, verbod op fossiele brandstoffen, enz.), nieuwe technologische evoluties (zoals duurzame luchtvaartbrandstoffen of elektrificatie van trucks; volgens extern onderzoek door deskundigen voor dergelijk transport binnen de komende 10-15 jaar.
Reikwijdte
De reikwijdte van de reductiedoelstellingen van Bnode is gebaseerd op operationele controle, in lijn met de afbakening die wordt gehanteerd bij de analyse van de koolstofvoetafdruk. Momenteel zijn er geen aparte reductiedoelen voor scope 1- en scope 2-emissies, noch voor locatiegebaseerde emissies. De doelstellingen omvatten geen broeikasgasverwijderingen en carbon credits of vermeden emissies, maar richten zich uitsluitend op een rechtstreekse verlaging van de operationele emissies en emissies in de waardeketen van Bnode. Onze doelstellingen voor broeikasgasemissies omvatten alle relevante gassen, indien van toepassing: CO₂, CH₄, N₂O, fluorkoolwaterstoffen (HFK's), perfluorkoolwaterstoffen (PFK's), zwavelhexafluoride (SF₆) en stikstoftrifluoride (NF₃).
Methodologie
De reductiedoelen zijn opgesteld met behulp van het Science Based Targets initiative (SBTi), zodat gevalideerde methodologieën worden gevolgd. De korte- (2035) en langetermijndoelstellingen (2050) werden in november 2025 gevalideerd door het SBTi en weerspiegelen het engagement van Bnode om bij te dragen aan de wereldwijde klimaatdoelstellingen. De doelstellingen werden vastgesteld na een breed intern overlegproces, waarbij onder meer de CEO, de CFO en het ESG Steering Committee werden geraadpleegd, en na een competitieve benchmarking en analyse van belangrijke trends in de sector door een toonaangevend strategisch adviesbureau.
De reductiedoelstelling van 71,3% voor scope 1- en 2-emissies tegen 2035 weerspiegelde een strategische beslissing om ambitieuze doelstellingen voor Bnode vast te stellen. Evenzo was de beslissing om onze net-zeroambitie bij te stellen naar 2050 in de eerste plaats bedoeld om deze af te stemmen op de korte- en langetermijndoelstellingen van het SBTi (aangezien 2024 ons nieuwe referentiepunt is, vormt 2035 een kortetermijndoelstelling en 2050 een langetermijndoelstelling). Ten tweede sluiten de doelstellingen voor 2035 en 2050 aan bij de wetenschappelijke consensus, met name die van het IPCC en het Akkoord van Parijs.
10 Bnode heeft geen gebruik gemaakt van een sectoraal of sectoroverschrijdend decarbonisatietraject voor het vaststellen van zijn SBTi-decarbonisatiedoelstellingen.
178 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Bij het vaststellen van deze doelstellingen is rekening gehouden met de verwachte bedrijfs-, technologische en sectorontwikkelingen. Het is belangrijk op te merken dat onze SBTi-emissiereductiedoelstelling voor 2035 emissies van uitbesteed luchtvervoer uitsluit, aangezien duurzame luchtvaartbrandstoffen op dit moment geen schaalbare en betaalbare oplossing lijken te bieden voor de decarbonisatie van de luchtvaart of het maritiem transport. Om dezelfde reden hebben wij uitbesteed luchtvervoer over lange afstanden (> 3.500 km) uitgesloten van onze langetermijnsengagement om net zero te bereiken. Emissies die verband houden met de productie van ons wagenpark worden ook uitgesloten van het doel voor 2035.
Voortgang
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de reductiedoelstellingen, nulmetingen en voortgang tot nu toe voor scope 1-, scope 2- en scope 3-broeikasgasemissies tegen 2035. In overeenstemming met deel 6.1.1.2 BP 2 – Rapportage met betrekking tot specifieke omstandigheden, worden de cijfers zowel inclusief als exclusief Staci toegelicht.Staci Group werd uitgesloten van de rapportering voor 2024, terwijl Staci Group wel is opgenomen in de rapportering voor 2025. Door beide reeksen cijfers hierin op te nemen, wordt transparantie en vergelijkbaarheid met de afbakening van het voorgaande jaar gewaarborgd.
Resultaten Bnode - Inclusief Staci Group
| REIKWIJDTE | DOEL 2035 | DOEL 2050 | BASISJAAR | WAARDE VAN DE NULMETING | BEOOGDE PERIODE | STATUS 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Scope 1- en scope 2-broeikasgas- emissies (markt- gebaseerd) | -71,3% | -90,9% | 2024 | Scope 1 = 80.717 tCO2e (15,2%) Scope 2 = 29.804 tCO2e (5,6%) Scope 1 and 2 = 110.521 tCO2e | 2035 | 10,8% |
| Scope 3-broeikas- gasemissies | -38,2% | -90,1% | 2024 | Scope 3 = 419.684 tCO2e (79,2%) | 2035 | 0% |
Resultaten Bnode - Exclusief Staci Group
| REIKWIJDTE | DOEL 2035 | DOEL 2050 | BASISJAAR | WAARDE VAN DE NULMETING | BEOOGDE PERIODE | STATUS 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Scope 1- en scope 2-broeikasgas- emissies (markt- gebaseerd) | -71,3% | -90,9% | 2024 | Scope 1 = 76.513 tCO2e (18,2%) Scope 2 = 22.129 tCO2e (5,3%) Scope 1 and 2 = 98.642 tCO2e | 2035 | -6,2% |
| Scope 3-broeikas- gasemissies | -38,2% | -90,1% | 2024 | Scope 3 = 320.757 tCO2e (76,5%) | 2035 | -1,5% |
Een lijst met maatregelen ter beperking van klimaatverandering en instrumenten voor decarbonisatie is te vinden in deel 6.2.1.4.2 E1-3 - Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering. Daarnaast worden in deel 6.2.1.3 E1-1 Transitieplan voor klimaatmitigatie onze decarbonisatiehefbomen en hun geschatte kwantitatieve bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van Bnode inzake de vermindering van broeikasgasemissies uitgesplitst per scope (1, 2 en 3) in de grafiek 'Ons klimaattransitieplan'.
179 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.1.5 Maatstaven
6.2.1.5.1 E1-5 – Energieverbruik en energiemix
Als onderdeel van zijn verbintenis om duurzaam te werken, focust Bnode op de transitie naar groenere energieoplossingen voor zijn gebouwen en wagenpark. Een gedetailleerde lijst van maatregelen met betrekking tot dit thema is te vinden in deel 6.2.1.4 E1-3 – Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering. Om een overzicht te geven van de energieprestaties van Bnode, geven de volgende tabellen een gedetailleerd overzicht van het totale energieverbruik en de energiemix, de energieproductie en de energie-intensiteit van onze activiteiten.
In overeenstemming met deel 6.1.1.2 BP 2 – Rapportage met betrekking tot specifieke omstandigheden worden de cijfers zowel inclusief als exclusief Staci toegelicht. Staci werd uitgesloten van de rapportering voor 2024, terwijl Staci wel is opgenomen in de rapportering voor 2025. Door beide reeksen cijfers hierin op te nemen, wordt transparantie en vergelijkbaarheid met de afbakening van het voorgaande jaar gewaarborgd.
Totaal energieverbruik in MWh van eigen activiteiten uitgesplitst
| ENERGIEVERBRUIK EN ENERGIEMIX | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 EXCLUSIEF STACI |
|---|---|---|---|
| (1) Brandstofverbruik uit kolen en kolenproducten (MWh) | 0 | 0 | 0 |
| (2) Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten (MWh) | 214.038 | 209.915 | 224.671 |
| (3) Brandstofverbruik uit aardgas (MWh) | 113.009 | 96.912 | 93.381 |
| (4) Brandstofverbruik van andere fossiele bronnen (MWh) | 0 | 0 | 0 |
| (5) Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen (MWh) | 30.905 | 27.544 | 36.820 |
| (6) Totaal verbruik fossiele energie (MWh) (berekend als som van lijnen 1 t/m 5) | 357.953 | 334.372 | 354.872 |
| Aandeel fossiele bronnen in totale energieverbruik (%) | 73 | 74 | 75 |
| (7) Verbruik uit nucleaire bronnen (MWh) | 8.129 | 5.988 | 10.889 |
| Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totale energieverbruik (%) | 2 | 1 | 2 |
| (8) Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, incl. biomassa (ook industrieel en gemeentelijk afval van biologische oorsprong, biogas, waterstof uit hernieuwbare bronnen enz.) (MWh) | 740 | 3 | 0 |
| (9) Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen (MWh) | 114.158 | 99.789 | 96.392 |
| (10) Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof (non-fuel) (MWh) | 9.014 | 9.014 | 8.371 |
| (11) Totaal verbruik hernieuwbare energie (MWh) (berekend als som van lijnen 8 t/m 10) | 123.912 | 108.805 | 104.763 |
| Aandeel hernieuwbare bronnen in totale energieverbruik (%) | 25 | 24 | 22 |
| Totale energieverbruik (MWh) (berekend als de som van lijnen 6 en 11) | 489.993 | 449.165 | 470.525 |
In 2025 is ons totale energieverbruik met 5% gedaald ten opzichte van 2024, waarbij Staci buiten beschouwing wordt gelaten. Deze vermindering was voornamelijk te danken aan een lager gebruik van fossiele brandstoffen en een voortdurende verbetering van de efficiëntie binnen onze activiteiten. Bepalende factoren daarbij waren onder andere de elektrificatie van onze vloot, de uitrol van Bbox-pakjesautomaten in België – die de energiebehoefte voor last-mile terugdringen, de toename van zelf opgewekte hernieuwbare elektriciteit en de sluiting van een beperkt aantal gebouwen. Tegelijkertijd steeg het verbruik van hernieuwbare stroom met 4%, waardoor het aandeel ervan in onze energiemix toenam tot 24% tegenover 22% het jaar ervoor, voornamelijk dankzij de uitbreiding van onze zonnepaneelinstallaties.
180 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Staci inbegrepen bedraagt ons totale energieverbruik 489.993 MWh. Het grootste deel van ons energieverbruik is nog steeds afkomstig van brandstoffen, wat typerend is voor hoe onze sector werkt. Tegelijkertijd komt inmiddels 25% van onze energie uit hernieuwbare bronnen, wat duidelijk aantoont dat we stappen zetten richting een groenere energievoorziening. Staci draagt hier extra aan bij door een aanzienlijke hoeveelheid hernieuwbare energie te leveren, vooral in de vorm van hernieuwbare brandstoffen (biogas dat in meerdere Staci-gebouwen wordt gebruikt). Dit verbetert de energiemix van Bnode en verkleint het relatieve aandeel fossiele brandstoffen. Globaal gezien bevestigen deze resultaten dat we de juiste koers varen. Tegelijkertijd onderstrepen ze de noodzaak om energiebesparende maatregelen verder uit te breiden, het gebruik van hernieuwbare energie te verhogen en de overgang naar een schoner en duurzamer energiemodel voor Bnode te versnellen.
Totale energieproductie in MWh van eigen activiteiten uitgesplitst
| ENERGIEPRODUCTIE | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 EXCLUSIEF STACI |
|---|---|---|---|
| Productie van niet-hernieuwbare energie (MWh) | 0 | 0 | 0 |
| Productie van hernieuwbare energie (MWh) | 14.839 | 14.839 | 11.399 |
| Totale energieproductie (MWh) | 14.839 | 14.839 | 11.399 |
In 2025 bedroeg onze totale energieproductie 14.839 MWh, volledig afkomstig uit hernieuwbare bronnen. Dit is een aanzienlijke stijging met ongeveer 30% ten opzichte van 2024 en is te danken aan de uitbreiding van onze installaties en de betere prestaties van onze bestaande activa. Deze resultaten bevestigen de steeds grotere bijdrage van zelf opgewekte hernieuwbare energie aan onze inspanningen voor decarbonisatie en onderstrepen het belang van blijvende investeringen in schone energieoplossingen.
Methodologie
Het gerapporteerde energieverbruik omvat al onze eigen en gehuurde gebouwen (inclusief zelf opgewekte energie) en onze eigen of geleasete voertuigen, ook die onder operationele of financiële lease. Hernieuwbare energiebronnen omvatten de energie die op locatie wordt opgewekt (voornamelijk zonnepanelen), Garanties van Oorsprong en groenestroomcontracten. Voor het samenstellen van deze gegevens verzamelen we informatie over het energieverbruik van alle entiteiten binnen de groep, zowel voor gebouwen als voor onze vloot.
- Gebouwen: deze gegevens zijn voornamelijk afkomstig van facturen van nutsbedrijven.
- Vloot: deze gegevens zijn afkomstig uit brandstofbonnen van tankstations of uit facturen van aanbieders van brandstof- en elektriciteitskaarten.
Als er geen feitelijke gegevens beschikbaar zijn, worden schattingen gebruikt volgens gestandaardiseerde methoden om de nauwkeurigheid en de consistentie van de resultaten te waarborgen:
- Gebouwen
- De ontbrekende maandelijkse gegevens worden geschat op basis van historische verbruikspatronen uit 2024 en 2025.
- Als er geen historische gegevens beschikbaar zijn, worden de schattingen berekend op basis van de oppervlakte van het gebouw en de energie-intensiteit van vergelijkbare gebouwen.
181 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
- Vloot
- Het verbruik wordt geschat op basis van de geregistreerde afgelegde afstand en het gemiddelde voertuigverbruik.
- Als er geen afstandsgegevens beschikbaar zijn, passen we het gemiddelde jaarlijkse brandstof- of elektriciteitsverbruik voor de voertuigcategorie in kwestie toe.
- Uitsplitsing energiebronnen
- Als er geen rechtstreekse informatie beschikbaar is over de energiebron gebruiken we dezelfde databases die worden gebruikt voor marktgebaseerde scope 2-emissiefactoren om de uitsplitsing per energiebron te bepalen. Deze bronnen zijn onder andere IEA, AIB, eGRID, de Canadese overheid en DEFRA.
Alle energiecijfers worden uitgedrukt in netto-energetische waarde.
Energie-intensiteit van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact
| ENERGIE-INTENSITEIT PER NETTO-OPBRENGST | 2025 INCLUSIEF STACI | 2024 EXCLUSIEF STACI | % 2025 / 2024 |
|---|---|---|---|
| Totaal energieverbruik van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact (MWh) | 489.993 | 470.525 | 4% |
| Netto-opbrengst van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact (miljoen euro) | 4.482,3 | 4.003,6 | 12% |
| Totaal energieverbruik van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact per netto-opbrengst van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact (MWh/miljoen euro) | 109,3 | 117,5 | -7% |
In 2025 daalde onze energie-intensiteit met 7%, van 117,5 naar 109,3 MWh per miljoen euro opbrengsten. Deze verbetering is het gevolg van efficiëntiewinsten in al onze activiteiten, waarbij de groei van de opbrengsten groter is dan de toename in energieverbruik. Deze vermindering wordt ook ondersteund door de integratie van Staci Group, waarvan de activiteiten minder energie-intensief zijn dan bij onze vorige scope.waardoor onze algemene prestaties verder verbeteren.
Methodologie
Bnode is actief in sectoren met een grote klimaatimpact, zoals vermeld in NACE deel H: Vervoer en opslag. Dit omvat activiteiten onder H49.4.1 (Goederenvervoer over de weg) en H53 (Post- en koeriersdiensten). Gezien de aard van zijn businessmodel haalt Bnode zijn opbrengsten uit deze sectoren met een grote klimaatimpact. Bijgevolg zijn de netto-opbrengsten in de jaarrekening volledig toe te schrijven aan de activiteiten binnen deze sectoren. De energie-intensiteit wordt vervolgens berekend door het totale energieverbruik te delen door de totale netto-opbrengsten. Het cijfer dat gebruikt wordt voor de netto-opbrengsten stemt overeen met de opbrengsten die zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van Bnode. Voor meer informatie over de opbrengsten verwijzen we naar bladzijde 346.
182 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.1.5.2 E1-6 – Bruto scope 1-, 2- & 3-emissies en totale broeikasgasemissies
In overeenstemming met deel 6.1.1.2 BP 2 – Rapportage met betrekking tot specifieke omstandigheden, worden de cijfers zowel inclusief als exclusief Staci toegelicht. Staci werd uitgesloten van de rapportering voor 2024, terwijl Staci wel is opgenomen in de rapportering voor 2025. Door beide reeksen cijfers hierin op te nemen, wordt transparantie en vergelijkbaarheid met de afbakening van het voorgaande jaar gewaarborgd.
De volgende tabel bevat een gedetailleerde uitsplitsing van de bruto scope 1-, scope 2- en scope 3- broeikasgasemissies van Bnode in tCO 2 e. In overeenstemming met ESRS-definities:
■ scope 1-broeikasgasemissies zijn directe broeikasgasemissies van bronnen die eigendom zijn van of beheerd worden door de onderneming.
■ scope 2-broeikasgasemissies zijn indirecte emissies afkomstig van de opwekking van ingekochte of verworven elektriciteit, stoom, warmte of koeling die door de onderneming wordt verbruikt.
■ scope 3-broeikasgasemissies zijn alle indirecte broeikasgasemissies (niet opgenomen in scope 2-broeikasgasemissies) die optreden in de waardeketen van de rapporterende onderneming, met inbegrip van zowel upstream als downstream emissies.
E1-6 – Bruto scope 1-, scope 2-, scope 3-emissies en totale broeikasgasemissies
| RETROSPECTIEF MIJLPALEN EN JAAR | 2024 INCLUSIEF STACI (BASISJAAR) | 2025 INCLUSIEF STACI | % 2025 / 2024 | 2024 EXCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2035 | 2050 | JAARLIJKS DOEL (%) / BASISJAAR |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Scope 1-broeikasgasemissies | ||||||||
| Totale bruto scope 1-broeikasgasemissies (ton CO2e) | 80.717 | 78.729 | -2% | 76.513 | 74.419 | 31.682 | 10.088 | -6% |
| 1. Stationaire verbranding | 21.875 | 22.324 | 2% | 18.511 | 19.016 | |||
| 2. Mobiele verbranding | 58.128 | 55.838 | -4% | 57.356 | 54.883 | |||
| 3. Vluchtige emissies | 714 | 567 | -21% | 646 | 520 | |||
| Percentage scope 1-broeikasgasemissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen (%) | / | / | / | / | / | |||
| Scope 2-broeikasgasemissies | ||||||||
| Totale bruto locatiegebaseerde scope 2-broeikasgasemissies (ton CO2e) | 43.509 | 44.679 | 3% | 36.300 | 41.276 | |||
| 1. Ingekochte elektriciteit | 43.421 | 44.591 | 3% | 36.212 | 41.188 | |||
| 2. Ingekochte warmte, stoom en koeling | 88 | 88 | 0% | 88 | 88 | |||
| Totale bruto marktgebaseerde scope 2-broeikasgasemissies (ton CO2e) | 29.804 | 19.893 | -33% | 22.129 | 18.083 | |||
| 1. Ingekochte elektriciteit | 29.717 | 19.805 | -33% | 22.041 | 17.995 | |||
| 2. Ingekochte warmte, stoom en koeling | 88 | 88 | 0% | 88 | 88 |
183 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
| RETROSPECTIEF MIJLPALEN EN JAAR | 2024 INCLUSIEF STACI (BASISJAAR) | 2025 INCLUSIEF STACI | % 2025 / 2024 | 2024 EXCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2035 | 2050 | JAARLIJKS DOEL (%) / BASISJAAR |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Significante scope 3-broeikasgasemissies | ||||||||
| Totaal bruto indirecte (scope 3) broeikasgasemissies (ton CO2e) | 419.684 | 419.874 | 0% | 320.757 | 315.790 | 204.939 | 37.462 | -5% |
| 1. Gekochte goederen en diensten | 117.750 | 125.544 | 7% | 85.489 | 96.726 | |||
| 2. Kapitaalgoederen | 27.821 | 25.579 | -8% | 27.821 | 19.965 | |||
| 3. Brandstof- en energieactiviteiten (niet opgenomen in scope 1 of scope 2) | 28.293 | 25.860 | -9% | 25.625 | 23.940 | |||
| 4. Upstream vervoer en distributie | 198.393 | 197.502 | -1% | 142.431 | 137.017 | |||
| 5. Afval geproduceerd bij activiteiten | 5.263 | 4.142 | -21% | 2.373 | 2.872 | |||
| 6. Zakelijk reisverkeer | 2.470 | 2.018 | -18% | 1.952 | 1.590 | |||
| 7. Woon-werkverkeer werknemers | 39.694 | 39.230 | -1% | 35.066 | 33.680 | |||
| Totale broeikasgasemissies | ||||||||
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) (ton CO2e) | 543.910 | 543.282 | 0% | 433.570 | 431.485 | |||
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (ton CO2e) | 530.205 | 518.496 | -2% | 419.399 | 408.292 |
Voor meer informatie over onze mijlpalen en doelen, zie deel E1-4 - Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie.
Scope 1-broeikasgasemissies
Stationaire verbranding: deze emissies zijn licht gestegen ten opzichte van 2024 (+2%). Deze lichte stijging hangt samen met normale operationele schommelingen in onze vestigingen, zoals verschillen in verwarmingsbehoeften, seizoensinvloeden of het gebruik van apparatuur. De belangrijkste gebouwen in kwestie bevinden zich in de Verenigde Staten, voornamelijk in het midwesten en noordoosten, waar het koudere weer in 2025 leidde tot een toename van de vraag naar energie.
Mobiele verbranding: in 2025 daalde deze uitstoot met 4%, dankzij de aangehouden elektrificatie van onze vloot. In de loop van het jaar werden meer bedrijfswagens vervangen door elektrische voertuigen, werden op grote schaal elektrische bestelwagens ingezet en werd in toenemende mate gekozen voor zachte-mobiliteitsoplossingen voor de bezorging van brieven en pakjes. Deze verschuivingen verminderden de afhankelijkheid van benzine- en dieselvoertuigen en droegen rechtstreeks bij aan de daling van de emissies.
Vluchtige emissies: deze emissies daalden aanzienlijk in vergelijking met 2024 (-21%). Hoewel geen enkel initiatief deze vermindering verklaart, hebben verschillende maatregelen hieraan bijgedragen, waaronder beter presterende apparatuur, routineonderhoud en de geleidelijke vervanging van oudere koelsystemen.
Scope 2-broeikasgasemissies
Ingekochte elektriciteit: deze emissies zijn in 2025 aanzienlijk gedaald (-33%). Deze vermindering is voornamelijk te danken aan het bredere gebruik van hernieuwbare elektriciteit binnen onze activiteiten. In Europa worden verschillende sites nu bevoorraad via groenestroomcontracten, terwijl de overige locaties worden gedekt door Garanties van Oorsprong. Bovendien worden Canada en delen van de Verenigde Staten nu gedekt door groenestroomcertificaten. De integratie van Staci heeft deze positieve trend verder versterkt, aangezien veel van zijn Europese vestigingen al zijn overgeschakeld op groenestroomcontracten en Garanties van Oorsprong. Samen hebben deze ontwikkelingen de koolstofintensiteit van onze ingekochte elektriciteit aanzienlijk verminderd.
1 In overeenstemming met de SBTi-methodologie zijn emissies uit bos-, land- en landbouwactiviteiten (FLAG) opgenomen in 3.1 Gekochte goederen en diensten. De FLAG-emissies voor het boekjaar 2024 werden niet geauditeerd door EY, aangezien ze niet waren opgenomen in ons jaarverslag 2024. Ze werden daarentegen wel opgenomen in het dossier dat we in boekjaar 2025 bij het SBTi hebben ingediend.
184 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Scope 3-broeikasgasemissies
Gekochte goederen en diensten en kapitaalgoederen: de emissies zijn licht gestegen in de categorie gekochte goederen en diensten en licht gedaald in de categorie Kapitaalgoederen. Over het algemeen zijn ze licht gestegen. De schommelingen zijn te verklaren door een betere gegevenskwaliteit en een lager extrapolatiepercentage dan vorig jaar.
Brandstof- en energieactiviteiten: deze uitstoot daalde met 9% dankzij een optimalisatie van onze totale energiemix. Een lager energieverbruik, gecombineerd met een groter aandeel hernieuwbare elektriciteit, heeft gezorgd voor een daling van de indirecte broeikasgasemissies die verband houden met de winning, productie en het transport van de energie- en brandstoffen die wij gebruiken.
Upstream vervoer en distributie: deze emissies zijn licht gedaald ten opzichte van 2024 (-1%). Deze trend is voornamelijk het gevolg van de verbeterde nauwkeurigheid van de gegevens doordat we nauwer samenwerken met onze transporteurs en de kwaliteit van de transportrapportering blijven verbeteren. Hoewel de activiteiten grotendeels stabiel zijn gebleven, zijn de verzamelde gegevens nauwkeuriger en uitgebreider, waardoor we nu een duidelijker en betrouwbaarder beeld hebben van onze transportemissies.
Afval geproduceerd bij activiteiten: de emissies daalden met 21% ten opzichte van 2024. Deze afname is vooral te verklaren door het feit we gegevens op onze sites efficiënter verzamelen en de gegevens ook nauwkeuriger zijn. Daarnaast werd er dit jaar een daling opgetekend van een beperkt aantal emissiefactoren, wat verder bijdroeg aan de algemene daling.
Zakelijk reisverkeer: de emissies van zakelijk reisverkeer zijn dit jaar aanzienlijk gedaald (-18%), voornamelijk door een strengere toepassing van ons reisbeleid. Daarnaast is de emissiefactor voor luchtvaart – onze grootste bron van broeikasgasemissies uit zakelijk reisverkeer – eveneens gedaald, wat extra heeft bijgedragen aan de totale vermindering.
Woon-werkverkeer werknemers: deze emissies zijn licht gedaald (-1%), hoofdzakelijk door een lager aantal medewerkers en geleidelijke verschuivingen in woon-werkpatronen.
Methodologie
Bnode stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat zijn broeikasgasemissierapportering in overeenstemming is met de goede praktijken en de sectornormen ter zake. Door de methodologieën en categorieën voortdurend te evalueren, kan de volledigheid en nauwkeurigheid van emissiegegevens verbeterd worden.
Significante gebeurtenissen en veranderingen in rapportering m.b.t. de waardeketen
De gegevens gebruikt voor de emissies hebben betrekking op het volledige kalenderjaar 2025 en er hebben zich geen belangrijke gebeurtenissen of veranderingen in de omstandigheden voorgedaan die relevant zijn voor broeikasgasemissies tussen de rapporteringsdatum voor de Bnode-entiteiten en de publicatie van de jaarrekening van Bnode.Daarnaast zijn er geen belangrijke wijzigingen geweest in de manier waarop Bnode bepaalt wat tot de gerapporteerde activiteiten en de bijbehorende upstream en downstream waardeketens behoort.
Toegepaste normen
Emissies zijn berekend in overeenstemming met ESRS en rekening houdend met het GHG protocol. Bnode past voornamelijk onderstaande richtlijnen toe:
■ De GHG Protocol Corporate Accounting and Reporting Standard
■ De GHG Protocol Scope 2 Guidance
■ De Corporate Value Chain (Scope 3) Accounting and Reporting Standard
185 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Begrenzing van de rapportering
Bnode hanteert de benadering van operationele controle om zijn organisatorische begrenzing te bepalen voor alle dochterondernemingen waarover het operationeel zeggenschap heeft. Broeikasgasverwijderingen, carbon credits en emissierechten worden niet opgenomen in de berekeningen.
Methodologie voor de berekening van emissies
De gegevens worden minstens één keer per jaar verzameld. Waar mogelijk baseert Bnode zich op primaire activiteitsdata, zoals inkoopgegevens, facturen van nutsbedrijven en rapporten over brandstofverbruik om zijn koolstofvoetafdruk te berekenen. Voor de emissiefactoren maken we in hoofdzaak gebruik van gemiddelde waarden uit betrouwbare databronnen, zoals het International Energieagentschap (IEA) en het Department for Environment, Food & Rural Affairs (DEFRA) in het VK. Deze emissiefactoren zijn niet specifiek voor onze activiteiten of leveranciers en worden daarom als secundaire gegevens beschouwd.
Emissies worden berekend met emissiefactoren uit meerdere databanken: DEFRA, AIB, IEA, eGRID, de Canadese overheid, IPCC AR5 en AR6 en S&P. Voor AIB worden emissies gerapporteerd in CO2 in plaats van CO2-equivalent, omdat dit laatste niet beschikbaar is. Voor locatiegebonden scope 2-emissies wordt voor landen buiten Canada en de Verenigde Staten de productiemix uit de IEA-database gebruikt. Scope 3-emissies voor zakelijk reisverkeer, woon-werkverkeer van werknemers en upstream vervoer en distributie worden berekend aan de hand van WTW-emissiefactoren (Well-to-Wheel). Voor vliegtuigreizen zijn de emissiefactoren exclusief stralingsforcering.
Dit jaar heeft Bnode verschillende aanpassingen doorgevoerd om de nauwkeurigheid en volledigheid van zijn koolstofvoetafdruk te verbeteren:
■ De toepassing van regio-specifieke emissiefactoren voor elektriciteit voor de Verenigde Staten en Canada
■ De vereenvoudiging van de berekeningsmethoden na de migratie naar een nieuw datasysteem voor gekochte goederen en diensten en voor kapitaalgoederen. Vandaag passen we uitsluitend sectorspecifieke emissiefactoren toe op onze vijf belangrijkste procurementcategorieën. Deze emissiefactoren zijn afkomstig uit dezelfde betrouwbare databronnen als voordien. Onze emissiefactoren dateren van het jaar 2024 of eerder.
Tegelijkertijd heeft Bnode, in het kader van de indiening bij het SBTi, de methodologie voor zijn koolstofboekhouding verfijnd om deze volledig af te stemmen met de SBTi-richtsnoeren. Deze aanpassingen weerspiegelen zowel methodologische updates - waaronder de opname van emissies uit bos-, land- en landbouwactiviteiten (FLAG) - als de correctie van twee materiële fouten in het boekjaar 2024, meer bepaald (i) de onterechte opname van emissies gelinkt aan leasing van bedrijfsvoertuigen in de categorie Gekochte goederen en diensten terwijl die emissies buiten de door de SBTi opgelegde minimumgrens vallen, (ii) de onterechte opname van gebouwgerelateerde emissies onder Gekochte goederen en diensten, terwijl die onder Kapitaalgoederen horen te zijn opgenomen.
Deze updates en correcties resulteren in de volgende aanpassingen in de koolstofvoetafdruk voor het boekjaar 2024:
■ Opname van bos-, land- en landbouwemissies (FLAG) in de categorie Gekochte goederen en diensten, goed voor 1.812 tCO₂eq extra. Deze emissies houden verband met de verpakkingsmaterialen die wij aankopen.
■ De emissies gelinkt aan leasing van bedrijfsvoertuigen werden dit jaar buiten beschouwing gelaten in de categorie Gekochte goederen en diensten, wat resulteert in een verlaging van de emissies met 14.471 tCO₂eq. De emissies verbonden aan het gebruik van voertuigen zijn reeds opgenomen in scope 1 en scope 2, en de emissies uit de productie van geleasede voertuigen vallen buiten de minimale grens die door de SBTi wordt vereist.
■ De emissies gelinkt aan de bouw en/of aankoop van gebouwen werden overgeheveld van Gekochte goederen en diensten naar Kapitaalgoederen, goed voor 9.107 tCO₂eq.
Deze wijzigingen sluiten aan bij de veranderende sectornormen en waarborgen transparantie.
186 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Scope 1- en scope 2-broeikasgasemissies
Bronnen van uitstoot zijn onder andere eigendomssites en huurlocaties, evenals eigen en geleasede voertuigen, inclusief voertuigen onder operationele en financiële leasecontracten. Voor marktgebaseerde scope 2-emissies wordt deze volgorde toegepast:
1. Certificaten van energie-attributen
2. Elektriciteitscontracten
3. Leveranciersspecifieke emissiefactoren
4. Residuele mix emissiefactoren van AIB
5. Netgemiddelde emissiefactoren van IEA wanneer geen andere gegevens beschikbaar zijn.
Scope 3-broeikasgasemissies
Bnode blijft de opname van scope 3-emissiecategorieën evalueren en verfijnen. Verschillende categorieën werden uitgesloten na een grondige evaluatie van hun materialiteit en relevantie voor de activiteiten van Bnode. De tabel hieronder licht deze uitsluitingen nader toe.
Uitsluiting per reikwijdte
| CATEGORIE | REDEN VOOR UITSLUITING |
|---|---|
| Scope 1: directe emissies | |
| Procesemissies | Bij post- en transportdiensten komen geen productieprocessen kijken. |
| Scope 3: andere indirecte emissies | |
| 8. Upstream geleasede activa | Emissies van geleasede activa zijn al opgenomen in scope 1 en scope 2, om dubbeltelling te vermijden. |
| 9. Downstream vervoer en distributie | Bnode levert voornamelijk post- en transportdiensten. Emissies van transport uitgevoerd door onze onderaannemers worden gerapporteerd onder 'Scope 3.4 Upstream vervoer en distributie'. Emissies van transport uitgevoerd door onze eigen vloot worden gerapporteerd onder scope 1 en scope 2. |
| 10. Verwerking verkochte producten | Bnode levert voornamelijk post- en transportdiensten. De verkochte verpakkingsproducten hoeven niet verwerkt te worden. |
| 11. Gebruik verkochte producten | Bnode levert voornamelijk post- en transportdiensten. De verkochte verpakkingsproducten veroorzaken geen uitstoot tijdens hun gebruik. |
| 12. End-of-life-verwerking verkochte producten | Bnode levert voornamelijk post- en transportdiensten. De verkochte verpakkingsproducten, die voornamelijk uit papier en karton bestaan, hebben een verwaarloosbare end-of-life-uitstoot. |
| 13. Downstream geleasede activa | Bnode leaset geen activa aan derden en de emissies van gebruikte voertuigen en gebouwen zijn al opgenomen in scope 1 en 2. |
| 14. Franchises | Bnode werkt niet met een franchisemodel. |
| 15. Investeringen | Investeringen vertegenwoordigen minder dan 1% van de activa van Bnode. Gezien hun verwaarloosbare bijdrage is deze categorie niet opgenomen in de koolstofvoetafdruk. |
187 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
De gebruikte berekeningsmethoden voor de gerapporteerde relevante scope 3-categorieën zijn als volgt:
| SCOPE 3-BROEIKAS- GASEMISSIES | BEGRENZING VAN RAPPORTAGE | BEREKENINGSMETHODE |
|---|---|---|
| 1. Gekochte goederen en diensten | 'Cradle-to-gate'-emissies van gekochte goederen en diensten | Toepassing van de average-datamethode op basis van uitgaven, gecombineerd met onze gemiddelde sectorspecifieke emissiefactoren afkomstig uit de hierboven vermelde bronnen. |
| 2. Kapitaalgoederen | Alle identificeerbare kapitaaluitgaven | Toepassing van de average-datamethode op basis van uitgaven, gecombineerd met onze gemiddelde sectorspecifieke emissiefactoren afkomstig uit de hierboven vermelde bronnen. |
| 3. Brandstof- en energieactiviteiten (niet opgenomen in scope 1 of scope 2) | Eigendomssites en huurlocaties, evenals eigen en geleasede voertuigen, inclusief voertuigen onder operationele en financiële leasecontracten - enkel upstream emissies | Toepassing van de average-datamethode op basis van energieverbruik en gemiddelde emissiefactoren van DEFRA, IEA en IPCC AR5. Voor elektriciteit die wordt gedekt door contractuele instrumenten worden de upstream emissies berekend volgens de marktgebaseerde methode. Voor elektriciteit zonder contractuele instrumenten worden de locatiegebaseerde emissiefactoren van het IEA, op landniveau, toegepast. Dit betreft voornamelijk landen buiten Europa en Canada, in het bijzonder de Verenigde Staten. Transmissie- en distributieverliezen worden momenteel alleen berekend voor elektriciteit die niet door contractuele instrumenten wordt gedekt. |
| 4. Upstream vervoer en distributie | Transport door externe logistieke dienstverleners | Twee methoden: i. vervoerders hebben CO2e-gegevens verstrekt wanneer deze beschikbaar waren; ii. toepassing van de afstandsgebaseerde methode op basis van massa, afgelegde afstand, vervoersmiddel en DEFRA-emissiefactoren. |
| 5. Afval geproduceerd bij activiteiten | Afvalverwerking van eigendomssites en huurlocaties | Toepassing van afvalspecifieke methode, op basis van het afvaltype, de verwerkingsmethode en gemiddelde DEFRA-emissiefactoren. |
| 6. Zakelijk reisverkeer | Zakelijke verplaatsingen van medewerkers in voertuigen die geen eigendom zijn van of niet worden uitgebaat door Bnode | Toepassing van de afstandsgebaseerde methode op basis van massa, afgelegde afstand, vervoersmiddel en DEFRA-emissiefactoren. |
| 7. Woon-werkverkeer werknemers | Interne medewerkers | Toepassing van de afstandsgebaseerde methode op basis van woon- werkafstand, effectieve werkdagen, thuiswerkdagen, vervoersmiddel en DEFRA- emissiefactoren. |
23% van de scope 3-emissies waren gebaseerd op primaire gegevens van leveranciers of de waardeketen.188 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Belangrijke aannames en schattingen
Bij het opstellen van de duurzaamheidsverklaring en het bepalen van specifieke broeikasgasmaatstaven heeft het management gebruikgemaakt van aannames, oordelen en schattingen die bepaalde gerapporteerde bedragen beïnvloeden. Als gevolg hiervan is er een inherente onzekerheid in onze berekeningen met betrekking tot dergelijke bedragen.
SCOPE 3-BROEIKAS- GASEMISSIES BELANGRIJKE AANNAMES EN SCHATTINGEN
1. Gekochte goederen en diensten
2. Kapitaalgoederen
We gaan ervan uit dat de emissieprofielen sinds 2024 niet significant zijn gewijzigd en hanteren dit jaar daarom opnieuw dezelfde emissiefactoren. We streven ernaar deze aanname volgend jaar grondig te herevalueren. Voor de uitgaven van het vierde kwartaal van 2025 moeten emissieratio’s worden toegepast die gebaseerd zijn op de uitgaven van het eerste en derde kwartaal van 2025, omdat een nauwkeurige berekening van de uitgaven van het vierde kwartaal niet tijdig kan worden afgerond voor de publicatie van het jaarverslag.
Onze grootste en belangrijkste verbetering dit jaar is dat meer dan 50% meer uitgaven worden gedekt door emissiefactoren in vergelijking met vorig jaar. Tegelijkertijd hebben we ervoor gekozen om in 2025 dezelfde procurement-emissieratio’s te gebruiken als in 2024. Deze keuze houdt verband met de overgang naar een nieuw datasysteem, waarin de categorisering momenteel nog niet even nauwkeurig is als in het voorgaande jaar. Dit betekent dat, aangezien we nog geen nauwkeurige indeling van de uitgaven in de respectieve uitgavencategorieën hebben, we een hogere nauwkeurigheid bereiken door voor 2025 de procurement-emissieratio's van 2024 te gebruiken, d.w.z. de uitsplitsing naar de verschillende emissiecategorieën.
Ter verduidelijking: een emissiefactor is de koolstofintensiteit van een leverancier of uitgavecategorie, terwijl een procurement-emissieratio het relatieve gewicht van de verschillende procurement-emissiecategorieën weergeeft in verhouding tot de totale uitgaven, m.n. gekochte goederen en diensten, kapitaalgoederen enz. Voor een beperkt aantal entiteiten waarvan de gegevens laat beschikbaar kwamen – met name Staci Americas – hebben we de emissieratio’s geëxtrapoleerd. Hierbij wordt steeds het principe gevolgd dat de meest vergelijkbare entiteit als referentie wordt gebruikt voor dergelijke extrapolaties. Nadat we de emissies voor de uitgaven in ons model hebben berekend, moet het resterende, niet-gedekte deel worden geëxtrapoleerd. Voor 2025 is de extrapolatiefactor 16,6% op basis van de bedrijfsuitgaven in de resultatenrekening voor de entiteiten die niet aan bod komen in het model.
3. Brandstof- en energieactiviteiten (niet opgenomen in scope 1 of scope 2)
- Gebouwen: als er voor bepaalde maanden geen gegevens over het elektriciteits- of stookolieverbruik beschikbaar zijn, maken we een schatting op basis van de historische verbruikstrends voor 2024 en 2025. Als er geen gegevens beschikbaar zijn over het elektriciteits- of stookolieverbruik van een gebouw, maken we een schatting op basis van de oppervlakte en de energie-intensiteit van vergelijkbare gebouwen binnen de groep.
- Voertuigen: als er geen informatie beschikbaar is over het brandstof- of elektriciteitsverbruik, maken we een schatting op basis van de afstand die het voertuig heeft afgelegd en het gemiddelde verbruik. Als er geen informatie beschikbaar is over het voertuig (noch over afstand noch over verbruik), gebruiken we de gemiddelde jaarlijkse verbruiks- en afstandsgegevens voor het voertuigtype in kwestie.
- Methodologische aspecten: De upstream emissies voor aangekochte elektriciteit worden berekend volgens twee benaderingen: (i) de markt-gebaseerde benadering voor elektriciteit die gedekt is door contractuele instrumenten, en(ii) de locatiegebaseerde benadering voor elektriciteit zonder contractuele instrumenten (voornamelijk in de Verenigde Staten). In landen waar de locatiegebaseerde emissiefactoren een aanzienlijk aandeel hernieuwbare elektriciteit bevatten, kan deze aanpak leiden tot een onderschatting van de emissies. Daarenboven worden transmissie- en distributieverliezen (T&D) momenteel alleen berekend voor elektriciteit die niet door contractuele instrumenten wordt gedekt. Deze gedeeltelijke dekking zorgt voor een zekere mate van onzekerheid, aangezien de T&D-verliezen die verbonden zijn aan elektriciteit gedekt door contractuele instrumenten nog niet zijn berekend.
4. Upstream vervoer en distributie
- Wegvervoer: de bepaling van het voertuigtype en -vermogen is voornamelijk gebaseerd op de expertise van de onderneming, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals de specifieke route en de vereisten voor pakjesbezorging.
- Wegvervoer: het brandstoftype wordt gewoonlijk afgeleid uit standaardpraktijken in de sector, waarbij diesel de overheersende keuze is voor bestelwagens en vrachtwagens vanwege het wijdverspreide gebruik in de sector.
- Wegvervoer: om de afgelegde afstand tussen vertrek- en aankomstpunten te berekenen, wordt gebruikgemaakt van Google API.
- Luchtvervoer: de afgelegde afstand tussen vertrek- en aankomstluchthavens wordt berekend via grootcirkelnavigatie.
5. Afval geproduceerd bij activiteiten
Zie E5-5 - Materiaaluitstromen voor verdere informatie.
6. Zakelijk reisverkeer
In gevallen waarin er geen afstandsgegevens beschikbaar waren van het transportbedrijf, hebben we de volgende methoden gebruikt:
1. Wegvervoer: om de afgelegde afstand tussen vertrek- en aankomstpunten te berekenen, wordt gebruikgemaakt van Google API.
2. Luchtvervoer: de afgelegde afstand tussen vertrek- en aankomstluchthavens wordt berekend via grootcirkelnavigatie.
7. Woon-werkverkeer werknemers
- Als de vervoerswijze onbekend is, gebruiken we een gemiddelde vervoerswijze die typerend is voor het land waar de werknemer werkt, gebaseerd op nationale statistische studies over woon-werkverkeer.
- Als de woon-werkafstand onbekend is, wordt deze berekend aan de hand van het adres van de werkplek en de postcode van de werknemer via Google API.
- Als het adres van de werkplek of de postcode van de werknemer niet bekend is, passen we de gemiddelde pendelafstand van de entiteit toe. Dit gemiddelde wordt berekend op basis van de pendelafstanden van andere werknemers in dezelfde entiteit.
189 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Bnode engageert zich om de nauwkeurigheid van zijn gegevens te verbeteren door de gegevensverzamelingsprocessen in de loop van het jaar te verbeteren. Dit zijn de belangrijkste maatregelen:
- Installatie van slimme meters om het energieverbruik in onze gebouwen te monitoren.
- Onze entiteiten blijven ondersteunen om het proces van gegevensverzameling te vereenvoudigen en te stroomlijnen.
- Tools en platformen ontwikkelen en toepassen voor rapportering het hele jaar door.
- Opleidingen organiseren over nauwkeurige gegevensverzameling en -rapportering.
- Samenwerkingsplatforms opzetten waar entiteiten goede praktijken, tools en middelen kunnen delen.
Bovendien werkt Bnode samen met zijn leveranciers om het rapporteringsproces te vergemakkelijken en hun gegevens rechtstreeks te verkrijgen. Deze samenwerking is bedoeld om hiaten in de gegevens in kaart te brengen en weg te werken, met name voor uitbesteed vervoer.
Biogene emissies
Bnode gebruikt een beperkte hoeveelheid biomassa als brandstof voor voertuigen en voor verwarmingsdoeleinden. De emissies onder scope 1 en scope 3 – Brandstof- en energieactiviteiten (niet inbegrepen in scope 1 of scope 2) omvatten uitsluitend CH₄ en N₂O.
Contractuele instrumenten
Marktgebaseerde scope 2-broeikasgasemissies houden verband met contractuele instrumenten. De onderstaande tabel geeft een overzicht:
Type en aandeel contractuele instrumenten
| AANDEEL VAN INGEKOCHTE OF VERWORVEN ELEKTRICITEIT, WARMTE, STOOM EN KOELING | SOORTEN CONTRACTUELE INSTRUMENTEN | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 EXCLUSIEF STACI | % 2025 / 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| 'Bundled' instrumenten | Afnameovereenkomsten voor hernieuwbare stroom | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0% |
| Groenestroomcontracten | 36,6% | 35,2% | 35,9% | -2% | |
| Leveranciersspecifieke emissiepercentages | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0% | |
| 'Unbundled' instrumenten | Groenestroomcertificaten | 11,4% | 12,9% | 0,7% | 1743% |
| Garanties van Oorsprong | 19,2% | 18,9% | 14,7% | 29% | |
| Andere certificaten van energie-attributen | 0,0% | 0,0% | 1,2% | -100% |
In 2025 nam het aandeel van onze elektriciteit dat wordt gedekt door contractuele instrumenten verder toe, voornamelijk doordat een groter deel van onze activiteiten wordt aangedreven met groene stroom. In Europa werken meerdere vestigingen met groenestroomcontracten, terwijl de overige locaties worden gedekt door Garanties van Oorsprong, wat betekent dat 100% van ons elektriciteitsverbruik in Europa als groen kan worden aangemerkt. Dit jaar werden ook Canada en een deel van de Verenigde Staten gedekt door groenestroomcertificaten, wat het aandeel hernieuwbare elektriciteit in onze totale energiemix verder heeft verhoogd. De integratie van Staci droeg verder bij aan deze positieve trend, aangezien veel van zijn Europese sites eveneens gebruikmaken van groenestroomcontracten en Garanties van Oorsprong. Naast deze contractuele instrumenten heeft Bnode ook zelf hernieuwbare elektriciteit opgewekt. Deze evenwichtige aanpak ondersteunt onze inspanningen om onze koolstofvoetafdruk te verkleinen.190 Bnode jaarverslag 2025Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Intensiteit broeikasgasemissies
| BROEIKASGASINTENSITEIT PER NETTO-OPBRENGST | 2025 INCLUSIEF STACI | 2024 EXCLUSIEF STACI | % 2025 / 2024 |
|---|---|---|---|
| 'Bundled' Instrumenten | |||
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) (ton CO2e) | 543.282 | 433.570 | 25% |
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (ton CO2e) | 518.496 | 419.399 | 24% |
| Netto-opbrengsten (mEUR) | 4.482,3 | 4.003,6 | 12% |
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) per netto-opbrengst (ton CO2e/mEUR) | 121,2 | 108,3 | 12% |
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) per netto-opbrengst (ton CO2e/mEUR)) | 115,7 | 104,8 | 10% |
In 2025 is de totale uitstoot van broeikasgassen gestegen ten opzichte van 2024, voornamelijk als gevolg van de integratie van Staci in de rapportageperimeter. De locatiegebaseerde emissies namen toe met 25%, terwijl de marktgebaseerde emissies met 24% stegen. In dezelfde periode stegen de netto-opbrengsten met 12%. Omdat de emissies sneller toenamen dan de opbrengsten, steeg ook de broeikasgasintensiteit van Bnode. Deze evolutie is vooral toe te schrijven aan de integratie van nieuwe activiteiten die momenteel een hogere koolstofvoetafdruk hebben. Naarmate deze activiteiten volledig worden geïntegreerd en er bijkomende decarbonisatiemaatregelen worden uitgerold, zouden deze inspanningen geleidelijk moeten bijdragen tot een daling van de broeikasgasintensiteit in de komende jaren.
Methodologie
De broeikasgasintensiteit wordt berekend door de totale bruto broeikasgasemissies te delen door de totale netto-opbrengsten zoals gerapporteerd in de jaarrekening. Het gebruikte cijfer voor de netto-opbrengsten is in overstemming met de opbrengsten die worden gerapporteerd in de jaarrekening van Bnode. Voor gedetailleerde informatie over de opbrengsten verwijzen we naar bladzijde 346.
6.2.1.5.3 E1-7 – Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carbon credits
Bij Bnode houden we geen rekening met broeikasgasverwijderingen en carbon credits om onze doelen voor broeikasgasemissiereductie te bereiken.
6.2.1.5.4 E1-8 – Interne koolstofbeprijzing
Momenteel heeft Bnode geen regelingen voor interne koolstofbeprijzing. We zijn echter wel van plan om te analyseren of we in de toekomst een koolstofbeprijzingssysteem, een koolstofbudget of een soortgelijk mechanisme kunnen invoeren om onze projecten, initiatieven en plannen beter af te stemmen op onze doelen voor koolstofemissies.
6.2.1.5.5 E1-9 – Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatopportuniteiten
In 2025 hebben wij de analyse van de geïdentificeerde fysieke en transitierisico’s verder verdiept om op kwalitatieve wijze de financiële omvang ervan voor de groep in kaart te brengen. Voor de resultaten voor 2025 verwijzen we naar deel 6.2.1.2 E1 ESRS 2 SBM-3 Klimaatrisicobeoordeling en veerkrachtanalyse.
191 Bnode jaarverslag 2025Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.2 ESRS E2 - Verontreiniging
6.2.2.1 Beleid, maatregelen en doelen
6.2.2.1.1 E2-1 – Beleid ten aanzien van verontreiniging
Het Milieubeleid werd opgesteld na stakeholderconsultaties in het kader van de DMA. Zie ESRS 2 IRO-1 voor verdere toelichting. Het beleidskader integreert zowel interne als externe input, waaronder feedback van panelleden zoals Natuurpunt en onze afvalbeheerpartner Renewi. Het Milieubeleid, dat uitvoerig aan bod komt in het deel E1-2 Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie behandelt de volgende belangrijke elementen die verband houden met de luchtverontreiniging binnen onze eigen activiteiten:
-
In kaart gebrachte negatieve impacts op de luchtkwaliteit aanpakken:
■ Alle nodige gegevens verzamelen om een emissie-inventaris op te stellen van de voornaamste verontreinigende stoffen die we met onze eigen activiteiten uitstoten, m.n. NOx.
■ De luchtverontreiniging die onze activiteiten en producten veroorzaken in cijfers uitdrukken. -
Programma's ter bestrijding van luchtverontreiniging implementeren door onze decarbonisatiestrategie te volgen en ons wagenpark verder te elektrificeren
■ Alle nieuwe leasevoertuigen moeten ofwel elektrisch zijn, ofwel uitgerust zijn met een Euro 6-motor.
■ Vanaf 2025 moeten alle dieselvoertuigen uitgerust zijn met een deeltjesfilter.
■ Opportuniteiten om de luchtkwaliteit verder te verbeteren in kaart brengen en beoordelen. -
Het bewustzijn vergroten door transparante communicatie:
■ Bewustmakingscampagnes voeren om de emissieniveaus van onze activiteiten bekend te maken.
■ Geplande maatregelen om de uitstoot te verminderen toelichten.
Opmerking: Investeringen in emissievrije last-mile levering en laadinfrastructuur zullen een gunstige invloed hebben op zowel de reductie van broeikasgasemissies als de beperking van luchtverontreiniging.
Het Milieubeleid spitst zich toe op luchtverontreiniging omdat dit het enige subthema wat betreft verontreiniging is dat als materieel werd beoordeeld. Bijgevolg wordt er niet ingegaan op water- en bodemverontreiniging, zorgwekkende stoffen, zeer zorgwekkende stoffen of preventie van incidenten, aangezien deze subthema's als niet materieel voor Bnode werden beoordeeld. Toch zal Bnode deze thema's nauw blijven opvolgen, onder meer in het kader van de regelmatige updates van de DMA en het ISO 14001-certificeringsproces. Het hoofdstuk Verontreiniging van het Milieubeleid omvat geen verwijzing naar standaarden van externe partijen. De emissies van Bnode, als logistieke dienstverlener, zijn voornamelijk afkomstig van het brandstofverbruik van zijn wagenpark. Het bedrijf verwerkt niet rechtstreeks verontreinigende stoffen en als bij een slechte luchtkwaliteit verkeersbeperkende maatregelen gelden, houdt het zich daaraan. Dat verklaart waarom het Milieubeleid geen specifieke maatregelen bevat om incidenten en noodsituaties op het vlak van luchtverontreiniging te voorkomen. Het Milieubeleid is online beschikbaar.
192 Bnode jaarverslag 2025Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.2.1.2 E2-2 – Maatregelen wat betreft verontreiniging
Aangezien luchtverontreiniging nagenoeg uitsluitend wordt gegenereerd bij de verbranding van brandstof in onze voertuigen en gebouwen, hangt ze nauw samen met de CO₂e-uitstoot. De maatregelen die we nemen om de CO₂e-uitstoot te verlagen, dragen ook bij aan een vermindering van de luchtverontreiniging. Voor Bpost NV (binnen scope luchtverontreiniging) omvatten deze maatregelen onder meer:
■ de levering van 932 e-vans in 2025, wat het totale aandeel van e-vans op 30% van alle bestelwagens van Bpost NV brengt. In 2026 worden nog eens zo'n 1.000 nieuwe e-vans verwacht.
■ de uitbreiding van Ecozones in België van 14 in 2023 naar 21 eind 2025 en 25 aan het eind van eerste kwartaal van 2026 1 , en de ambitie om het aantal emissievrije postcodes op 200 te brengen tegen eind 2026 (vs 107 eind 2025)
■ de inzet van e-biketrailers, met de levering van 168 extra e-biketrailers in 2025 (deels ter vervanging, deels ter aanvulling van de vloot), wat het totaal op 610 brengt.
■ 100% van de nieuwe bedrijfswagens die in 2025 zijn geleverd zijn elektrisch
De hierboven vermelde maatregelen drongen de CO₂-uitstoot binnen de scope 1-emissies van de vloot van Bpost NV in 2025 terug met 4% in vergelijking met 2024. De belangrijkste maatregelen ter bestrijding van luchtverontreiniging vallen onder E1 - Klimaatverandering, met in de eerste plaats de investeringen in emissievrije last- mile leveringen en laadinfrastructuur. Daarnaast implementeert Bpost NV specifieke initiatieven om luchtverontreiniging in te perken:
| MAATREGEL TER BESTRIJDING VAN LUCHTVERONTREINIGING | ERAAN GEKOPPELDE KPI'S | TIJDSHORIZON | VOORTGANG |
|---|---|---|---|
| Euro 6d-motor: ervoor zorgen dat alle nieuwe leasevoertuigen hiermee uitgerust zijn. | Aandeel van nieuwe leaseovereenkomsten voor voertuigen met Euro 6d-motor | Eind 2026 | 100%, vanaf januari 2025 beantwoorden alle nieuwe leasevoertuigen met thermische aandrijving aan de Euro 6d-norm of hoger |
| Alle geleasede dieselbestelwagens met een motor onder de Euro 6-norm buiten dienst stellen | Aandeel van alle geleasede dieselvoertuigen die voldoen aan de Euro 6-norm | Eind 2026 | 99,7%. Aantal geleasede bestelwagens met een Euro-emissienorm ouder dan Euro 6: 31 in 2025 ten opzichte van 60 in 2024 |
Opmerking: de toegewezen middelen voor bovenstaande maatregelen zijn gering, waardoor hierover geen rapportering vereist is. De meest significante toegewezen middelen ter bestrijding van luchtverontreiniging houden verband met klimaatverandering en worden toegelicht in deel E1-3.
1 Vanwege de operationele intensiteit van de eindejaarsperiode 2025 is de voltooiing van de laatste 4 ecozones met een kwartaal uitgesteld, d.w.z. tot het eerste kwartaal van 2026.
193 Bnode jaarverslag 2025Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.2.1.3 E2-3 – Doelen wat betreft verontreiniging
Naast de belangrijkste doelen ter bestrijding van luchtverontreiniging die aan bod komen in deel E1 Klimaatverandering, heeft Bpost NV een reeks bijkomende doelen vooropgesteld die specifiek de luchtverontreiniging in de eigen activiteiten aanpakken. Alle hieronder toegelichte doelstellingen zijn vrijwillig van aard.
■ Voor E1-gerelateerde doelen verwijzen we naar toelichting E1-4.
■ Voor de E2-gerelateerde doelen heeft het ESG-team van Bnode overlegd en afgestemd met de fleet manager van Bpost NV. De doelen werden bepaald op basis van het plan voor de vernieuwing van het wagenpark van Bpost NV, dat voorziet dat voertuigen waarvan het contract afloopt, vervangen worden door modellen die voldoen aan de Euro 6-norm of hoger.
Volgens PNAS (Proceedings of the National Academy of Sciences) stoten elektrische wagens geen NO x uit omdat er geen verbranding plaatsvindt. Gegevens van de European Environment Agency (EEA) Emission Factor Data Viewer bevestigen bovendien dat de meest recente Euro-emissienormen erop gericht zijn om de NO x - uitstoot aanzienlijk terug te dringen. Zie toelichting E2-4 voor methodologie en aannames.| KPI | REIKWIJDTE | REFERENTIE- JAAR (2024) | DOEL- STELLING | VOORT- GANG | REDENEN VOOR DOEL | STREEF- JAAR | ERAAN GEKOPPELD BELEIDSDOEL |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Aandeel van elektrisch aangedreven bestelwagens (E1) | Bpost NV | 22% | 100% | 30% | Elektrische wagens stoten geen NOx uit – In overeenstemming met het doel inzake klimaatmitigatie 2030 | | Het opzetten van een programma om luchtverontreiniging te verminderen - Scope 1- en scope 2-emissiereductiedoel |
| Aandeel van nieuwe bedrijfswagens dat volledig elektrisch is (E1) | Bpost NV | 94,5%+ (100% voor Bpost NV en Belgische entiteiten) | 100% | 100% | Elektrische wagens stoten geen NOx uit – In overeenstemming met het doel inzake klimaatmitigatie 2030 | | Het opzetten van een programma om luchtverontreiniging te verminderen - Scope 1- en scope 2-emissiereductiedoel |
| Aandeel van alle dieselwagens die voldoen aan Euro-6 | Bpost NV | 98,5% | 100% | 98,3% | Belangrijke rol in de algemene emissiebeperkingsstrategie | 2026 | Alle dieselvoertuigen moeten uitgerust zijn met een deeltjesfilter. |
Aangezien luchtverontreiniging het enige als materieel geïdentificeerde subthema is, richten deze doelen zich uitsluitend op dit subthema. Bnodes doelen hebben bijgevolg geen betrekking op waterverontreiniging, bodemverontreiniging, zorgwekkende stoffen of zeer zorgwekkende stoffen, vermits deze thema's als niet-materieel voor het bedrijf werden beoordeeld. Niettemin blijft Bnode zich inzetten om te voldoen aan alle wettelijke vereisten, onder meer door middel van milieuvergunningen. Het zal deze thema's dan ook blijven opvolgen en waar nodig actie ondernemen.
Aangezien Bnode een dienstverlenend bedrijf is, zijn ook metingen van cumulatieve hoeveelheid luchtverontreinigende stoffen niet van toepassing en dus buiten beschouwing gelaten. Doelen en methode zijn niet gewijzigd, net als in 2024. Alle doelstellingen zijn in relatieve termen uitgedrukt (percentage van conforme voertuigen).
2 Volgens de dubbele materialiteitsanalyse is de reikwijdte van luchtvervuiling Bpost NV, het Belgische post- en transportbedrijf. Om een verbetering ten opzichte van vorig jaar te realiseren en de consistentie te vergroten, is de reikwijdte gewijzigd van alle entiteiten naar Bpost NV.
194 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.2.2 Maatstaven
6.2.2.2.1 E2-4 – Verontreiniging van lucht
Reikwijdte
De focus ligt op Bpost NV, dat meer dan 95% van de scope 1-emissies van het wagenpark vertegenwoordigt. Het overgrote deel van het brandstofverbruik binnen de activiteiten van Bnode - die NOx uitstoten - wordt dan ook toegeschreven aan deze entiteit. De resterende 5% is verdeeld over verschillende geografische dimensies, waaronder Noord-Amerika.
Formule en emissiefactor
Bnode gebruikt volgende formule om de NOx-uitstoot te berekenen:
NOx-uitstoot = aantal kilometers afgelegd per voertuigtype × emissiefactoren
Een voertuigtype wordt gedefinieerd als een combinatie van:
■ Brandstoftype
■ Brutogewicht van voertuig
■ Europese emissienormen
De gehanteerde emissiefactoren zijn die van het Europees Milieuagentschap (EEA). De meting van deze maatstaf is niet gevalideerd door een externe instantie.
Methode, proces en aanname
Bestelwagens en vrachtwagens
■ Het aantal afgelegde kilometers en de voertuigtypes worden geregistreerd in FleetWave, de fleetmanagementsoftware van Bpost NV.
■ De afgelegde kilometers zijn gebaseerd op het verschil in kilometertellerstand tussen 1 januari en 31 december. Deze gegevens worden verzameld via telematica geïnstalleerd in elk voertuig.
■ Als de Euro-emissienorm van een voertuig onvolledig is (bv. ‘Euro 6' zonder een letter erachter) of ontbreekt in FleetWave, wordt die aangenomen op basis van het modeljaar (of het inschrijvingsjaar). Om voorzichtig te werk te gaan, wordt de voor dat jaar minimale vereiste Euro-emissienorm toegepast.
Bedrijfswagens
■ Voertuigtype en geraamd aantal kilometers worden verschaft door de twee leasingmaatschappijen waarmee Bpost NV samenwerkt.
■ Als een bedrijfswagen in 2025 minder dan 12 maanden gebruikt wordt, wordt de jaarlijkse kilometerstand pro rata temporis aangepast.
■ Voor elk geleased voertuig wordt de Euro-emissienorm bepaald op basis van het jaar waarin het contract in werking trad, met toepassing van de minimale verplichte Euro- norm voor dat jaar.
■ Alle geleasede voertuigen zijn nieuw, want Bpost NV leaset geen tweedehandsvoertuigen.
195 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
NOx-uitstoot in 2025
Op basis van de bovenstaande methodologie schat Bpost NV (België) zijn totale NOx- uitstoot als volgt:
| NOx IN METRISCHE TON | 2025 | 2024 | 2025 VS 2024 |
|---|---|---|---|
| Lichte en zware voertuigen (bestelwagens en vrachtwagens) | 38,5 | 72,6 | -47,0% |
| Bedrijfswagens | 1,0 | 1,6 | -38,3% |
| Totaal | 39,5 | 74,3 | -46,8% |
Lichte en zware voertuigen:
■ In 2024 zijn binnen dit segment 2.625 voertuigen met oudere Euro-emissienormen - ouder dan Euro 6 voor zware en ouder dan Euro 6 a/b/c voor lichte bedrijfsvoertuigen - verantwoordelijk voor 60% van de NOx-uitstoot.
■ In 2025 is het aantal voertuigen met oudere emissienormen gedaald tot 133.
Bij de bedrijfswagens wordt de daling van NOx-emissies hoofdzakelijk gedreven door de verdere elektrificatie van het wagenpark. Het aandeel elektrische voertuigen in het totaal aantal door bedrijfswagens afgelegde kilometers stijgt in 2025 tot 40%, tegenover 21% in 2024. Dankzij deze vernieuwing van het wagenpark kunnen we bij Bpost NV een bijzonder significante vermindering van de NOx-emissies met 46,8% optekenen in 2025 ten opzichte van 2024.
6.2.2.2.2 E2-5 – Zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen
Niet materieel volgens de DMA.
6.2.2.2.3 E2-6 – Beoogde financiële effecten
De conclusie van de DMA luidt dat er momenteel geen materiële risico's of opportuniteiten zijn op het gebied van verontreiniging.
196 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.3 ESRS E5 - Materiaalgebruik en circulaire economie
6.2.3.1 Beleid, maatregelen en doelen
6.2.3.1.1 E5-1 – Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie
Het Milieubeleid van Bnode bevat twee paragrafen die gewijd zijn aan de belangrijkste gedragsprincipes op het vlak van afval en verpakking. Voor nadere toelichting bij het Milieubeleid, zoals de achtergrond en de verantwoordelijkheden, verwijzen we naar toelichting E1-2. In het beleid komen de drie materiële sub-subthema’s - materiaalinstromen, materiaaluitstromen en afvalbeheer (zie E5 - IRO-1) - aan bod.
Afvalbeheer
Bnode gaat voluit voor een betere recyclage en slimmer hergebruik van het afval uit zijn activiteiten, dat voornamelijk bestaat uit papier, karton en plastic. Het bedrijf doet dit aan de hand van de volgende initiatieven:
■ Het aandeel van gesorteerd afval verhogen: door het aandeel gesorteerd afval in de totale afvalproductie van de groep te vergroten, willen we de recycling van dit afval aanzienlijk verbeteren. Zo zullen we de producten die we verkopen en gebruiken aanpassen (bv. niet-sorteerbare verpakkingen met twee componenten die we binnen ons retailnetwerk aanbieden, tot een minimum herleiden) en de sorteerinfrastructuur in opslagplaatsen, 'fulfilmentcenters' en uitreikingskantoren verbeteren.
■ Beperken van plastic afval: omdat we de impact van plastic op het milieu erkennen en plastic afval in de downstream waardeketen willen verminderen, trachten we het gebruik van plastic in onze verpakkingen zoveel mogelijk te beperken. Als het gebruik van plastic onvermijdelijk is, opteren we voor recycleerbare varianten en kijken we samen met leveranciers hoe we het plastic afval kunnen verminderen. Daarom verkiezen de operationele teams waar mogelijk bioplastics boven conventionele kunststoffen.
■ Afvalrecyclage optimaliseren: onze doelstelling is om het percentage gerecycleerd afval te verhogen, en dan in het bijzonder karton en plastic afval. We streven ernaar om in alle vestigingen recyclingprogramma's te implementeren of te optimaliseren, om te voorkomen dat recycleerbaar afval op de vuilnisbelt terechtkomt.
■ Onze afvalintensiteit verlagen: we streven naar een betere verhouding tussen de afvalproductie en de activiteiten van de groep, wat inhoudt dat we het afval per eenheid omzet willen beperken.
Deze initiatieven geven blijk van het sterke engagement van Bnode op het vlak van duurzaamheid en milieuverantwoordelijkheid.
197 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Verpakkingen
We zijn ons ervan bewust dat verpakkingen onze ecologische voetafdruk aanzienlijk vergroten. Daarom zijn onze doelstellingen erop gericht:
■ Het gebruik van herbruikbare verpakkingen voor interne stromen aan te moedigen: Bnode verbindt zich ertoe het gebruik van verpakkingen binnen zijn logistieke activiteiten te beperken door de voorkeur te geven aan herbruikbare verpakkingen (bv. kunststof kratten en containers). Bpost NV, onze grootste entiteit zowel qua omzet als qua aantal voltijdsequivalenten (VTE's), gebruikt vandaag al uitsluitend herbruikbare verpakkingen voor alle interne stromen, ook die tussen sorteercentra en uitreikingskantoren, in onze 'fulfilmentfaciliteiten' en in onze uitwisselingen met bepaalde vaste klanten.
■ Herbruikbaarheid te bevorderen: We onderzoeken manieren om de herbruikbaarheid van onze verpakkingen te vergroten. Zo experimenteren we met herbruikbare verpakkingen om bepaalde producten te verzenden en moedigen we klanten aan om verpakkingen waar mogelijk te hergebruiken.
■ Recycleerbaarheid te optimaliseren: we doen er alles aan om de meeste van onze verpakkingen recycleerbaar of herbruikbaar te maken. Vandaag bedraagt dat percentage 94,3%. Ons streefdoel is om onze kartonnen verpakkingen en omslagen 100% recycleerbaar te maken tegen 2030. Om niet-recycleerbare verpakkingen aan te pakken, zullen we de verkoop van verpakkingen met twee componenten geleidelijk afbouwen om deze tegen 2030 geheel stop te zetten.■ Vergroten van het gehalte aan gerecycleerd materiaal: we willen het aandeel van gerecycleerd materiaal in onze verpakkingen gestaag verhogen en richten ons daarbij vooral op het karton en de omslagen die we in onze Belgische retailkantoren verkopen en in onze bedrijfstakken gebruiken. Door verpakkingsmaterialen met een hoger gehalte aan gerecycleerde materialen aan te kopen, verlagen we de vraag naar nieuwe materialen en dragen we bij aan een duurzamere verpakkingsketen.
■ Verlagen van onze verpakkingsintensiteit: we trachten het gebruik van verpakkingsmaterialen in verhouding tot de activiteiten van de groep tot een minimum te beperken, wat inhoudt dat we het gewicht aan verpakkingsmateriaal per verzonden pakje willen beperken. Deze initiatieven onderstrepen onze toewijding om duurzaamheid te bevorderen en onze ecologische voetafdruk te verkleinen.
Consistentie van de doelen inzake afval & verpakkingen en de materiële thema's inzake IRO's
Context materiële thema's inzake IRO's
Het IRO-proces bracht drie materiële thema's in kaart: materiaalinstromen, materiaaluitstromen en afvalbeheer (zie ESRS 2 E5 - IRO-1). De bovenstaande beleidslijnen zijn dan ook zodanig uitgewerkt dat ze bij deze materiële thema's aansluiten.
198 Bnode jaarverslag 2025 | Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.3.1.2 E5-2 – Maatregelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie
Lijst van maatregelen
Bnode heeft de ambitie om het gebruik van hulpbronnen, energie en materialen aanzienlijk te optimaliseren en richt zich daarvoor op zijn verbruik en productie van verpakkingsmaterialen en zijn afvalproductie. Deze doelen staan uitvoerig beschreven in het Milieubeleid (verhogen van het aandeel van gesorteerd afval, beperken van plastic afval, optimaliseren van afvalrecyclage, aanmoedigen van het gebruik van herbruikbare verpakkingen voor interne en externe stromen, stimuleren van recycleerbaarheid, verhogen van het aandeel gerecycleerd materiaal) en zijn onderbouwd door specifieke KPI's en bijbehorende doelen (zie ESRS E5-3). Om zijn doelen wat betreft materiaalgebruik en circulariteit te verwezenlijken, heeft Bnode een reeks maatregelen uitgewerkt.
Verband tussen maatregelen, materiaalgebruik en circulariteit
Afval
■ Opsporen en beperken van ongesorteerd afval: met deze maatregel wil Bnode het afvalsorteringsproces verbeteren, het afvalverwerkingsproces beter voorbereiden, en er zo voor zorgen dat een groter aandeel van het afval wordt hergebruikt. Een voorafgaande audit van de soorten ongesorteerd afval en waarom het niet wordt gesorteerd, is essentieel voor de verdere aanpak.
■ Hergebruik van papierafval in verpakkingen: het gebruik van afvalverpakkingen om pakjes te vullen in het kader van 'fulfilmentactiviteiten' verkleint het volume afvalverpakkingen dat wordt geproduceerd en stimuleert het circulair gebruik van verpakkingen door producten die anders bij het afval belanden, te hergebruiken.
■ Evaluatie van herbruikbare verpakkingsopties voor pakjeslogistiek (B2B & B2C) en het faciliteren van circulaire stromen: het beoordelen van de relevantie/ het marktpotentieel van verschillende initiatieven in de e-commerce- of B2B- pakjeslogistiek die herbruikbare verpakkingsopties inzetten en van initiatieven waarbij Bnode-entiteiten circulaire afvalstromen faciliteren.
Verpakkingen
■ Aanpassen van offerteaanvragen: Bnode herziet de eisen in offerteaanvragen (RfP's) voor de verpakkingen die in Belgische retailkantoren worden verkocht en in 3PL- activiteiten worden gebruikt, om meer in te zetten op circulariteit, recycleerbaarheid en herbruikbaarheid en zo tegen 2030 te voldoen aan de Verordening betreffende verpakkingen en verpakkingsafval. Zo waarborgt het ook dat de leveranciers die worden geselecteerd optimale oplossingen bieden op het vlak van circulariteit en herbruikbaarheid.
■ Recycleerbare alternatieven vinden: een recycleerbaar alternatief voor de uit twee componenten bestaande bubbelenveloppen zal de recycleerbaarheid van verpakkingen op de markt verhogen en het downstream verpakkingsafval verminderen.
■ Implementeren van verpakkingsprocessen op maat: het ontwikkelen van verpakkingsprocessen die lege ruimte en het verpakkingsmateriaal per levering beperken, sluit niet alleen aan bij de vereiste van de Verordening betreffende verpakkingen en verpakkingsafval om lege ruimte in pakjes te verminderen, maar helpt ook om de verpakkingsintensiteit (gewicht van verpakking/verzonden pakje), transportkosten en de bijbehorende uitstoot te verlagen. Deze maatregelen beogen een efficiënter gebruik van materialen en bevorderen circulariteit binnen de activiteiten van Bnode.
199 Bnode jaarverslag 2025 | Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
| MAATREGEL | TOEPASSINGSGEBIED | GEASSOCIEERDE KPI'S | TIJDS-HORIZON | VOORUITGANG IN 2025 | TYPE TOEGEWEZEN MIDDELEN |
|---|---|---|---|---|---|
| AFVAL | |||||
| Een audit per entiteit uitvoeren voor meer inzicht in het sorteerpercentage en de redenen voor het gebrek aan sortering | Entiteiten die het meeste bijdragen tot het aanpakken van ten minste 90% van ons niet-gesorteerd afval (met focus op Bpost NV en Radial US) | Niet-gesorteerd en niet-gerecycleerd afval | In de komende 3 jaar (middellange termijn) | Dit zou in 2026 van start moeten gaan na een operationele reorganisatie in 2025 | Mandagen van managers van entiteiten |
| INKOMENDE EN UITGAANDE VERPAKKINGEN | |||||
| Offerteaanvragen (RfP's) bijsturen met meer nadruk op circulariteit, recycleerbaarheid en herbruikbaarheid | Bpost NV (voor de in onze Belgische retailkantoren verkochte verpakkingen) Paxon BU voor de in onze 3PL-activiteiten gebruikte verpakkingen, te beginnen met de grootste | Op de markt gebrachte recycleerbare en herbruikbare verpakkingen; Op de markt gebrachte gerecycleerde materialen afkomstig van verpakkingsmateriaal | Eind 2029 (middellange termijn) | We nemen steeds vaker de eis van minimaal 80% gerecycleerd materiaal op in onze RfP's voor karton - toepassingsgebied uit te breiden | Mandagen van het Procurement-team |
| Een recycleerbaar alternatief ontwikkelen voor de uit twee componenten bestaande bubbelenveloppen | Bpost NV | Verpakking met twee componenten | Eind 2026 (korte termijn) | Afgerond. In de nieuwe raamovereenkomst met onze verpakkingsleverancier is een alternatief voor enveloppen uit twee componenten beschikbaar. | Extra aankoopkosten verbonden aan de gevonden oplossing |
| Ontwikkelen en implementeren van verpakkingsprocessen op maat (die lege ruimte en het verpakkingsmateriaal per levering beperken) | 'Fulfilmententiteiten' (Paxon) waar mogelijk | Gewicht van verpakking/verzonden pakje. | Eind 2029 (middellange termijn) | Lopend, goede praktijken omvatten: Publidispatch en softwareselectie, Active Ants en op maat uitgesneden karton | Kapitaaluitgaven (capex) voor bijkomende installaties en apparatuur |
| VERPAKKING EN AFVAL GECOMBINEERD | |||||
| Veralgemenen van het gebruik van afval om pakjes te vullen in het kader van 'fulfilmentactiviteiten' | 'Fulfilmententiteiten' waar mogelijk | Op de markt gebrachte gerecycleerde materialen afkomstig van verpakkingsmateriaal; Gewicht afval/omzet | Begin 2030 (middellange termijn) | Lopend; de praktijk bestaat in sommige Staci-faciliteiten. Bezoeken gebracht aan Staci en Dynagroup, lopend onderzoek | Kapitaaluitgaven (capex) voor bijkomende installaties en apparatuur |
| Evaluatie van herbruikbare verpakkingsopties voor pakjeslogistiek (B2B & B2C) en het faciliteren van circulaire stromen | BeNe Last-Mile en 'fulfilmentactiviteiten' (Paxon) | Op de markt gebrachte recycleerbare of herbruikbare verpakkingen; Gewicht van verpakking/verzonden pakje; Gewicht afval/omzet | Eind 2027 (middellange termijn) | Verpakking-/etiketvrij initiatief bij Bpost NV; Einde van het werk met Hipli, maar werk voortgezet met Re-Zip en opstart van een nieuw proefproject voor herbruikbare verpakkingsoplossingen met 2 retailers die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. (A.S.Adventure en Torfs); Start van een proefproject rond gedeelde items (bv. 'boormachines') met behulp van Bboxen | Mandagen van Business Development-team |
Het actieplan inzake circulariteit vereist geen significante opex of capex, noch op dit moment, noch in de komende drie jaar. Bovenstaande kolom type toegewezen middelen verwijst naar zowel huidige als toekomstige toegewezen middelen.
200 Bnode jaarverslag 2025 | Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Maatregelen rond materiaalgebruik en circulaire economie: Initiatieven 2025
1. Initiatieven met betrekking tot het opvolgen en verminderen van ongesorteerd afval
Start van het afvalverminderingsprogramma van Bpost NV: kleine maatregelen, grote impact
In 2024 werd 35% van het afval bij Bpost NV in België niet gesorteerd. Tegen het einde van 2025 hebben we dat teruggebracht tot 20%, dankzij nauwkeurigere gegevens en de herinrichting van verschillende kantoren na de fusie van distributiecentra. Er werden sorteerstations geplaatst op logische locaties als cafetaria's en naast eet- en drankautomaten, met meer aandacht voor correct sorteren. Daarnaast hebben we de afvalinfrastructuur op verschillende sites aangepast, wat resulteerde in een verwachte jaarlijkse kostenbesparing rond afvalbeheer van zo'n 0,2 mEUR. In 2026 willen we recycling en kostenefficiëntie nog verder verbeteren door een plan te ontwikkelen om de afvalbeheerpraktijken over de verschillende sites te standaardiseren, containertypen en ophaalfrequenties aan te passen en ervoor te zorgen dat containers pas worden opgehaald wanneer ze volledig vol zijn.
Meerdere initiatieven voor afvalvermindering in heel Staci
Op vijf sites is Eurodislog al enkele jaren bezig met een duurzaamheidsinitiatief om afvalsortering te optimaliseren en de omzet uit dit 'afval' te maximaliseren. Aanvankelijk werd 30 ton afval gedegradeerd en slechts drie ton gevaloriseerd. Met gerichte training, het bijhouden van prestatie-indicatoren, en afwijkingenbeheer verbeterden de resultaten snel. In 2025 werd bijna 100% valorisatie bereikt, wat een netto financieel overschot uit afvalbeheer genereerde.Sommige klanten van Eurodislog werken ook met herbruikbare kartonnen pallets, een praktijk die het mogelijk maakt om afval van golfkarton te 'vermijden'. Verdere maatregelen zijn palletterugwinning of terugkoop door leveranciers, een traceerbaarheidssysteem dat begin 2026 operationeel moet zijn en geoptimaliseerde wikkelfolie via gekalibreerde machines. Staci Barcelona heeft ook nieuwe maatregelen geïmplementeerd om de sortering, verwerking en terugwinning van afval te verbeteren (interne bewustmakingscampagnes, geoptimaliseerde sorteerstations en overeenkomsten met erkende afvalbeheerders). In 2026 en 2027 zullen we bekijken hoe we dergelijke initiatieven kunnen uitbreiden naar onze hele Paxon-business unit.
Bouwen aan een circulaire afvalstroom voor piepschuim/polystyreen bij Dynalogic
Dynalogic zamelt grote hoeveelheden piepschuimafval (polystyreen) in via hun activiteiten voor levering en installatie van toestellen, aangezien ze alle verpakkingen (voornamelijk karton en piepschuim) terugnemen van de toestellen die ze leveren en installeren bij eindgebruikers. In de vestiging van Dynalogic in Breda wordt piepschuimafval vermalen, gecomprimeerd en vervolgens terugverkocht aan piepschuimproducenten, waardoor een efficiënte circulaire stroom wordt opgebouwd.
201 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
2. Initiatieven met betrekking tot het hergebruik van papierafval in verpakkingen
Staci France zet zijn kartonafval om in beschermend vulmateriaal op kartonbasis. In verschillende Staci-faciliteiten in Frankrijk wordt kartonafval hergebruikt en omgezet in vulmateriaal om breekbare voorwerpen te helpen beschermen. Dat vermindert zowel de hoeveelheid afval als de aankoop van vulmateriaal. Dat proces gebeurt met een op maat gemaakte machine die meerdere dagen per week wordt bediend door mensen met een handicap van een partnerbedrijf voor 'inclusief werk' onder toezicht van een Staci-medewerker (foto). Een mooi geval van gecombineerde ecologische en sociale duurzaamheid.
3. Initiatieven met betrekking tot de evaluatie van herbruikbare verpakkingsopties voor pakjeslogistiek (B2B & B2C) en het faciliteren van circulaire stromen
Meer herbruikbare verpakkingen aanbieden
Hoewel we het proefproject met Hipli hebben stopgezet omdat ze hun activiteiten hebben gestaakt, zijn we blijven samenwerken met Re-zip of Raja als een andere herbruikbare optie en starten we proefprojecten voor herbruikbare verzendverpakkingen met twee retailers die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan: A.S.Adventure en Torfs.
Zonder label, zonder verpakking, zonder zorgen
Voor consumenten voerden we de 'geen verpakking, geen label'-dienst in om de verzending tussen pakjesautomaten te vergemakkelijken en duurzamere C2C-transacties (consumer-to-consumer) aan te moedigen. Met gebruik van de My Bpost-app is het mogelijk om iets van de ene Bbox-automaat naar de andere te versturen, wat zorgt voor een duurzaam gebruik van ons Bbox-netwerk.
4. Initiatieven voor de implementatie van verpakkingsprocessen op maat
Juiste maat, minder afval
De geautomatiseerde verpakkingsmachines van Active Ants maken dozen op maat die perfect passen bij elke bestelling. Door de lege ruimte te beperken, hebben we minder vulmateriaal nodig (dus minder verpakkingsmateriaal) en hebben we minder vrachtwagens en bestelwagens nodig voor transport, wat de CO₂-uitstoot helpt beperken.
202 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
5. Initiatieven die bijdragen aan afvalvermindering of meer circulaire werkstromen buiten onze waardeketen (dus niet in onze doelstellingen)
Woosh & Dynahealth Partnership - Circulaire wind in luierland
Het Belgische bedrijf Woosh, bekend om zijn recycleerbare luiers, is een partnerschap aangegaan met Bnode-dochter Dynahealth om zijn circulaire luieroplossing uit te breiden naar gezinnen in heel België. Woosh, dat al door meer dan 1.500 kinderopvangcentra wordt gebruikt en jaarlijks ongeveer 2.000 ton luierafval recycleert, biedt nu een eenvoudig online bestelsysteem voor ouders. Dynahealth beheert de opslag, verpakking en levering de volgende dag, en zamelt tegelijkertijd gebruikte en verzegelde luiers in tijdens latere leveringen, zo ontstaat een gesloten proces. Die samenwerking ondersteunt de duurzaamheidsdoelstellingen van beide bedrijven en pakt een groot afvalprobleem aan: wegwerpluiers vormen bijna 10% van het restafval in België.
Staci zet zich in voor het verminderen van afval van overtollige voorraad en onverkochte artikelen
Staci France is een samenwerking aangegaan met Phenix, een toonaangevende speler in de strijd tegen afval, om zijn klanten te helpen overtollige voorraad en onverkochte artikelen te verminderen. Via een speciaal platform kunnen voorraden worden gedoneerd aan begunstigde organisaties met vereenvoudigd beheer, volledige traceerbaarheid en realtime opvolging, van inzameling tot levering. Het systeem beperkt de vernietiging van onverkochte artikelen, verkleint de ecologische voetafdruk, maximaliseert de sociale impact van donaties en zorgt voor naleving van de regelgeving, terwijl het bijdraagt aan een verantwoordere en duurzamere logistiek.
203 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
¹ Retail: dit verwijst naar alle verpakkingen die verkocht worden binnen het retailnetwerk van Bpost NV.
² Retail en Fulfilment, dus exclusief de business unit Cross-Border. Cross-border biedt leveringen over landsgrenzen heen en gebruikt, in tegenstelling tot retail en 'fulfilment', slechts in zeer beperkte mate verpakkingen. De goederen die Cross-Border vervoert, zijn al verpakt.
6.2.3.1.3 E5-3 – Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie
Op het niveau van Bnode gerapporteerde KPI's en bijbehorende doelen
Bnode heeft de ambitie om het gebruik van hulpbronnen, energie en materialen aanzienlijk te optimaliseren en richt zich daarvoor op zijn verbruik van verpakkingsmaterialen en zijn afvalproductie. Bnode heeft daartoe een reeks KPI's vastgelegd waarover het moet rapporteren en die rechtstreeks in verband staan met de op groepsniveau vooropgestelde doelen.
E5-3 Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie
| KPI (eenheid is ton, massa) | ERAAN GekOPPELD BELEIDSDOEL | REIKWIJDTE ENTITEITEN | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | REFERENTIE- WAARDE EXCLUSIEF STACI | DOEL | DOEL- JAAR | REDENEN VOOR DOEL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| VERPAKKING | ||||||||
| % op de markt gebrachte recycleerbare en herbruikbare verpakkingen | ■ Het gebruik van herbruikbare verpakkingen voor interne stromen stimuleren ■ Herbruikbaarheid stimuleren ■ Recycleerbaarheid maximaliseren | Retail ¹ | 96,6% | 96,6% | 86.3% (2022) | 100% | 2030 | Behoud van eerder doel met 2019 als basisjaar |
| Fulfilment | 99,1% | 99,3% | 2025 als basisjaar | |||||
| % op de markt gebrachte gerecycleerde materialen afkomstig van verpakkingsmateriaal | Het aandeel van gerecycleerd materiaal verhogen | Retail | 83,9% | Niet van toepassing | Niet beschikbaar op basis van nieuwe methodologie | 80% | 2030 | Behoud van eerder doel met 2019 als basisjaar |
| Fulfilment | 37,1% | 46,8% | ||||||
| Verpakking met twee componenten (niet sorteerbaar) | ■ Aandeel gesorteerd afval verhogen ■ Aandeel gerecycleerd materiaal verhogen | Retail | 3,4% | 3,4% | 8,2% (2024) | 0% | 2030 | Doelstelling in lijn met de Richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval (artikel 6, lid 1 en 2) |
| Gewicht van verpakking/ verzonden pakje (d.i. verpakkings- intensiteit van de activiteit) | Herbruikbaarheid stimuleren | Retail en Fulfilment ² | 314 gr | 336 gr | Niet beschikbaar (NIEUW doel) | Nader vast te stellen | Nader vast te stellen | Gebruik van minder omvangrijke en lichtere verpakkingen stimuleren (oplossingen op maat, onnodige lege ruimte beperken) |
204 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
| KPI (eenheid is ton, massa) | ERAAN GekOPPELD BELEIDSDOEL | REIKWIJDTE ENTITEITEN | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | REFERENTIE- WAARDE EXCLUSIEF STACI | DOEL | DOEL- JAAR | REDENEN VOOR DOEL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| AFVAL | ||||||||
| Niet-gesorteerd en niet-gerecycleerd afval | ■ Aandeel gesorteerd afval verhogen ■ Recycleren van afval optimaliseren | Bnode (alle entiteiten) | 21,8% | 17,4% | 21,7% | 15% max | 2030 | Doel in lijn met het Belgische Samenwerkingsakkoord betreffende afval ³ |
| Afval dat wordt gerecycleerd, hergebruikt of teruggewonnen als energie – plastic | ■ Recycleren van afval optimaliseren ■ Plastic afval beperken | Bnode (alle entiteiten) | 99,4% | 100,0% | 95% | 95% | 2030 | Doel duidelijk boven de minimumvereiste van de Verordening betreffende verpakkingen en verpakkingsafval en in lijn met de huidige Bnode-waarde. |
| Afval dat wordt gerecycleerd of teruggewonnen als energie – papier/ karton | Recycleren van afval optimaliseren | Bnode (alle entiteiten) | 98,6% | 98,8% | 98% | 98% | 2030 | Doel duidelijk boven de minimumvereiste van de Verordening betreffende verpakkingen en verpakkingsafval en in lijn met de huidige Bnode-waarde. |
| Gewicht van afval in g/omzet in € (m.a.w. afvalintensiteit van de activiteit) | Recycleren van afval optimaliseren | Bnode (alle entiteiten) | 14,5 | n.v.t. | 16,0 | Nader vast te stellen | Nader vast te stellen | Nader vast te stellen |
Basisjaar en voortgang: Voor Staci is men, nadat het door Bnode werd overgenomen, gestart met een grondige dataverzameling. De data zijn pas auditeerbaar vanaf 2025. Daarom worden de gegevens van 2024 voor Staci niet meegenomen in deze rapportering.
KPI-evaluatieproces
Bnode zal de resultaten van de KPI's tweemaal per jaar beoordelen ten opzichte van de doelen. Alle geïmplementeerde en nog te implementeren maatregelen om deze doelen te behalen, zijn toegelicht in het deel E5-2. De voortgang ten opzichte van de doelen wordt als volgt beoordeeld.
■ Zesmaandelijks overzicht: Bnodes ESG-team en ESG Steering Committee zullen de KPI's tweemaal per jaar evalueren om te verzekeren dat er vooruitgang wordt geboekt en om de maatregelen op te volgen.
■ Driemaandelijkse operationele evaluatie: operationele teams komen driemaandelijks samen om de geïmplementeerde maatregelen en de impact ervan op de KPI's te beoordelen.■ Evaluatie van doelstellingen en KPI's minstens één keer per jaar: de doelen en de huidige KPI-waarden zullen worden herzien om het vermogen van Bnode om zijn doelen te behalen te onderbouwen. Bnode zal de volgende maatregelen nemen om zijn doelen te bereiken:
■ Bovenmaats presterende BU's/entiteiten in kaart brengen: deze entiteiten in kaart brengen om inzicht te krijgen in hun belangrijkste hefbomen en deze te spreiden naar andere entiteiten.
■ De lopende maatregelen evalueren: nagaan welke maatregelen er op dat moment van kracht zijn, goede praktijken delen onder de entiteiten.
■ Een actieplan uitstippelen: een actieplan opstellen en middelen toewijzen om betere resultaten te behalen voor de betrokken KPI's.
Met deze structurele aanpak waarborgt Bnode continue opvolging en optimalisatie, zodat het op koers blijft met zijn duurzaamheidsdoelen.
3 Het Samenwerkingsakkoord is een wettelijk kader voor de preventie en het beheer van alle soorten verpakkingsafval in België, van zowel huishoudelijke als bedrijfsmatige oorsprong. Het is van toepassing op bedrijven die jaarlijks meer dan 300 kg huishoudelijke en industriële/ commerciële verpakkingen op de Belgische markt brengen. De minimale globale doelen, uitgedrukt in gewichtspercentage ten opzichte van het totale gewicht van in België op de markt gebrachte eenmalige verpakkingsmaterialen, zijn 80% voor recyclage en 85% voor hergebruik, waaronder verbranding met terugwinning van energie in afvalverbrandingsinstallaties
205 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Verband tussen doelen en materiaalgebruik, en circulaire economie
Verpakkingen
■ Een verhoging van het aandeel recycleerbare/herbruikbare verpakkingen draagt bij aan het circulair gebruik van materialen. Dit vermindert namelijk niet alleen de vraag naar grondstoffen, maar beperkt ook de ermee gepaard gaande energievraag (productie, transformatie enz.) verderop in de waardeketen van dochterondernemingen van Bnode.
■ Ook het verhogen van het aandeel gerecycleerde materialen in verpakkingen van Bpost NV verkleint de nood aan grondstoffen in het productieproces.
■ Tot slot is het stopzetten van de verkoop van verpakkingen met twee componenten bedoeld om consumenten beter in staat te stellen deze verpakkingen te sorteren en zo de recycleerbaarheid verderop in de waardeketen te verhogen.
Afval
■ Door niet-gesorteerd afval nauwgezet op te volgen en te beperken, willen we het aandeel van het afval dat gerecycleerd of hergebruikt wordt, verhogen.
■ Ten slotte sluit het nauwkeurig bijhouden van de volumes en percentages gerecycleerd afval (plastic en karton) aan bij Bnodes voornemen om zijn impact op het materiaalgebruik tot een minimum te beperken en te voldoen aan de regels die binnenkort van kracht worden in het kader van de Verordening betreffende verpakkingen en verpakkingsafval.
■ In de afvalhiërarchie hebben de KPI's die Bnode nauwgezet opvolgt vooral betrekking op sortering, herbruikbaarheid en recycleerbaarheid.
■ Deze doelstellingen worden vastgelegd in het kader van zowel wettelijke verplichtingen (op de markt gebrachte, recycleerbare of herbruikbare verpakkingen, afval dat wordt gerecycleerd, hergebruikt of teruggewonnen als energie, gerecycleerde inhoud in op de markt gebrachte verpakkingen) als een vrijwillig rapporteringsinitief van Bnode met als doel de circulariteit van zijn waardeketen - zowel binnen zijn eigen activiteiten als upstream en downstream - te verbeteren (afbouw van verpakkingen met twee componenten; aandeel van afval dat niet gesorteerd en niet gerecycleerd wordt).
Methodologie
De methodologie om de KPI's vast te leggen die in het kader van de doelen van Bnode worden gerapporteerd en opgevolgd is:
■ (A) In kaart brengen van eerder gerapporteerde KPI's met specifieke doelen voor specifieke entiteiten
■ (B) In kaart brengen van KPI's die opgenomen zijn in specifieke regelgeving met gepaste doelen (bv. Richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval, Samenwerkingsakkoord in België)
■ (C) In kaart brengen van materiële KPI's met betrekking tot specifieke activiteiten van Bnode
■ (D) In kaart brengen van KPI's van sectorgenoten en overheidsinstanties
■ Samenvatting van (A) (B) (C) (D) om de belangrijkste KPI's te bepalen voor Bnode en op basis daarvan doelen te bepalen
De methodologie die Bnode hanteert om het doel per KPI te bepalen, is de volgende:
■ (A) Evaluatie van interne doelen voor specifieke KPI's
■ (B) In kaart brengen van regelgeving
■ (D) Evaluatie van directe en indirecte benchmarking
■ Doelen opstellen op basis van de punten hierboven aangehaald:
– Dergelijken met maatregelen die momenteel worden geïmplementeerd, om de doelen te koppelen aan de onderliggende hefbomen, alsook de strategie en investeringen
– Regelmatig tussentijdse doelen bijsturen naarmate de maatregelen vorderen
206 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Stakeholderbetrokkenheid
Bnode heeft verschillende categorieën van stakeholders betrokken bij het vaststellen van KPI's en doelen op basis van deze methodologie:
■ Operationele teams (verpakkingsproductmanagers, BU-managers enz.) om de geïmplementeerde of te implementeren maatregelen vast te leggen
■ Externe professionele organisaties om de impact van regelgeving te begrijpen
■ Het Enterprise Risk Management (ERM)-team van Bnode dat verantwoordelijk is voor het in kaart brengen van de impacts, risico's en opportuniteiten van Bnode inzake materiaalgebruik en circulariteit
■ Het ESG Steering Committee van Bnode met daarin leden van het Executive Comité, en het ESG Comité van de Raad van Bestuur en de Raad van Bestuur, die verantwoordelijk zijn voor het valideren van de KPI's en doelen in overeenstemming met de impacts, risico's en opportuniteiten die in de DMA zijn in kaart gebracht
■ Het ESG-team van Bnode, dat verantwoordelijk is voor het beheer van het proces en de methodologie zoals hierboven beschreven, en voor het oplijsten van alle stakeholders
Deze consultaties vonden in de loop van 2024 plaats.
Aanname
Als de nodige stavingstukken ontbreken, wordt het worstcasescenario toegepast. Zo wordt voor verpakkingen, indien het percentage gerecycleerd materiaal voor een beperkt aantal leveranciers onbekend is, uitgegaan van 0% gerecycleerd materiaal voor deze leveranciers. Wat afvalbeheer betreft bijvoorbeeld, geldt dat als er geen specifieke gegevens over de verwerking beschikbaar zijn, we ervan uitgaan dat dit afval volledig werd gestort. Wanneer er geen gegevens beschikbaar zijn, worden deze geraamd, waarbij de toegepaste berekeningsmethode wordt gedocumenteerd. Een raming is doorgaans te wijten aan het feit dat gegevens over december niet tijdig beschikbaar zijn in het kader van de auditplanning en het feit dat sommige online verpakkingsleveranciers geen gewichtsoverzicht verstrekken.
Betere meetmethodologie
Bnode streeft ernaar om zowel zijn analyse als zijn prestaties voortdurend te verbeteren. Voor verdere uitleg bij de verbeteringen verwijzen we naar toelichtingen E5-4 en E5-5. In 2025 hebben we Staci, dat in 2024 werd overgenomen, geïntegreerd en de kwaliteit en nauwkeurigheid van de vastgelegde gegevens verbeterd in nauwe samenwerking met onze leveranciers.
207 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.3.2 Maatstaven
6.2.3.2.1 E5-4 Materiaalinstromen
Disclaimer
Dit onderdeel van rapportage-eis E5-4 zoomt in op verpakkingen als materiaal dat onze onderneming binnenkomt. De producten die door de faciliteiten van Bnode gaan, zijn eigendom van de klanten van Bnode en vallen dus niet onder zijn verantwoordelijkheid. Bijgevolg is Bnode enkel verantwoordelijk voor de verpakkingen die het aankoopt, zowel om de producten te verpakken die door zijn klanten worden verkocht (fulfilmentactiviteiten) als om te verkopen in zijn Bpost NV-retailkantoren in België.
Beschrijving van materiaalinstromen
Bnode is een vennootschap die actief is op het gebied van 'fulfilment'-, post- en pakjeslogistiek. In het kader van onze activiteiten worden verpakkingen aangekocht van fabrikanten en leveranciers van tussenverpakkingen. Als we verpakkingen als materiaalinstroom nader bekijken, kunnen we verschillende soorten verpakkingen onderscheiden: karton, plastic, enveloppen, pallets en zo meer. Door de materiaalinstromen op die manier in kaart te brengen en kwalitatief te beoordelen, werden gedetailleerde maatstaven berekend.
E5-4 Maatstaven rond materiaalinstromen (verpakkingen)
| MAATSTAF | BEREKENING VAN MAATSTAF | 2025 BNODE | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 EXCLUSIEF STACI |
|---|---|---|---|---|
| (§31a) Totaalgewicht van de gebruikte producten en technische en biologische materialen (in metrische ton) | = Totaalgewicht van verpakking | 33.897 | 20.962 | 17.873 |
| (§31b) Percentage van biologische materialen (en voor niet-energiedoeleinden gebruikte biobrandstoffen) gebruikt voor de vervaardiging van producten en diensten (met inbegrip van verpakking) dat duurzaam wordt ingekocht met een certificaat als FSC of PEFC. | = Totaalgewicht van duurzaam ingekocht biologische verpakking / Totaalgewicht van verpakking | 52,1% | 73,2% | Niet beschikbaar op basis van nieuwe methodologie, zie ESRS2 BP-2 |
| (§31c) Absoluut gewicht van secundaire hergebruikte of gerecycleerde onderdelen, secundaire tussenproducten en secundaire materialen, gebruikt voor de vervaardiging van producten en diensten van de onderneming (inclusief verpakking) (in metrische ton) | = Totaalgewicht van hergebruikte of gerecycleerde onderdelen, secundaire tussenproducten en gebruikte secundaire materialen | 18.853 | 12.587 | 11.269 |
| (§31c) Percentage secundaire hergebruikte of gerecycleerde onderdelen, secundaire tussenproducten en secundaire materialen, gebruikt voor de vervaardiging van producten en diensten van de onderneming (inclusief verpakking) | = Totaalgewicht van hergebruikte of gerecycleerde onderdelen, secundaire tussenproducten en gebruikte secundaire materialen / Totaalgewicht van de verpakking | 55,6% | 60,0% | Niet beschikbaar op basis van nieuwe methodologie |
4 Opmerking: in 2025 is de methode voorhet verzamelen van gegevens aanzienlijk verbeterd. Meer details volgen verderop. Voor Staci is men, nadat het in augustus 2024 door Bnode werd overgenomen, gestart met een grondige dataverzameling. De data zijn pas auditeerbaar vanaf 2025. Daarom worden de gegevens van 2024 voor Staci niet meegenomen in deze rapportering.
4 In 2025 hebben we, zoals verderop toegelicht, verbeteringen doorgevoerd in zowel opleiding als gegevensverzameling. De in 2024 bekendgemaakte gegevens waren gebaseerd op slechts een beperkt aantal aangeleverde stavingstukken en op daaruit voortvloeiende worstcasescenario's, die er meer bepaald van uitgingen dat geen van de gebruikte materialen werd hergebruikt of gerecycleerd.
208 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Duurzame inkoop wordt gewaarborgd door middel van certificeringsprogramma's van derde partijen, voornamelijk:
■ Forest Stewardship Council (FSC) (97%). FSC-certificering controleert de chain of custody (CoC) in de hele toeleveringsketen.
■ Andere certificering (3%), zoals Programme for the Endorsement of Forest Certification (PEFC)
Bnode past het cascadeprincipe toe in zijn verpakkingsstrategie door het volgende aan te moedigen:
■ Het gebruik van herbruikbare verpakkingen
■ Het gebruik van gerecyclede vezels in kartonnen en papieren verpakkingen, van gerecyclede houten pallets
■ De vermindering van het gebruik van nieuwe vezels door initiatieven zoals het bepalen van de juiste dimensies en optimalisatie van verpakkingen
■ Het ontwerpen van verpakkingen die volledig recyclebaar zijn binnen de bestaande recyclingstromen voor papier en karton
Deze aanpak wordt ondersteund door de FSC Chain of Custody (CoC)-vereisten, die de traceerbaarheid en een correcte boekhouding van nieuw en gerecycled vezelgehalte in de hele toeleveringsketen garanderen.
Belangrijkste bevindingen uit de verpakkingsmaatstaven voor 2025 (zoals in tabel hierboven):
■ Biologische materialen maken 81,7% uit van de totale verpakkingsmassa. Dit hoge percentage biologische materialen is te danken aan het feit dat de verpakkingen hoofdzakelijk bestaan uit papier, karton en hout.
■ Voor Bnode exclusief Staci is de toename van de totale massa in 2025 vs 2024 met 17% toe te schrijven aan een betere gegevensverzameling voor dit tweede verslagjaar.
■ 'Fulfilmentactiviteiten' vertegenwoordigen 90% van de totale verpakkingsmassa, wat te verklaren is door de aard van deze activiteiten. De resterende 10% heeft betrekking op de twee andere business units van Bnode: BeNe Last-Mile (hoofdzakelijk leveringen binnen België) en Cross-Border (internationale leveringen).
Proces voor het verzamelen van gegevens en bewijsmateriaal
Methodologie
Om gegevens over materiaalinstromen en -uitstromen te vergaren, heeft Bnode een gestructureerd en transparant gegevensverzamelingsproces opgezet om van alle entiteiten de nodige informatie te verkrijgen. Met het oog op transparantie werden volgende maatregelen genomen:
■ Onderverdeling van de maatstaven: de maatstaven werden onderverdeeld in indicatoren om de berekening ervan te vergemakkelijken.
■ Individuele gegevensverstrekking: elke entiteit leverde de ruwe gegevens rechtstreeks aan het ESG-team van Bnode aan, om de nood aan omzettingen en aannames zoveel mogelijk te beperken. De entiteiten leverden de gegevens aan met hetzelfde Excel-sjabloon dat was gemaakt voor het afval.
■ Gegevensconsolidatie: alle verzamelde gegevens werden geconsolideerd op Bnode-niveau.
■ Bewijs verzamelen: de entiteiten werden ook verzocht bewijzen voor te leggen die de nauwkeurigheid en volledigheid van de gegevens aantonen, zoals facturen van leveranciers, e-mails met belangrijke informatie of Excel-bestanden. De entiteiten hebben hun stavingstukken opgeladen in SharePoint.
■ Opleiding: er vonden verschillende vergaderingen en Q&A-sessies plaats met de entiteiten om duidelijkheid en transparantie te waarborgen. Geen van de maatstaven is gevalideerd door een externe instantie.
209 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Aanname
Als de nodige stavingstukken ontbreken, wordt het worstcasescenario toegepast. Als voor verpakkingen bijvoorbeeld het percentage gerecycleerd materiaal voor een beperkt aantal leveranciers onbekend is, wordt er uitgegaan van 0% gerecycleerd materiaal voor deze leveranciers. Als er geen gegevens beschikbaar zijn, wordt er een schatting gemaakt en wordt de berekening gedocumenteerd. In 2025 werd 10,0% van het verpakkingsgewicht geraamd. Dit is te wijten aan het feit dat gegevens over december niet tijdig beschikbaar zijn in het kader van de auditplanning en het feit dat sommige online verpakkingsleveranciers geen gewichtsoverzicht verstrekken.
Verbetering van methodologie ten opzichte van het vorige rapport
Bnode streeft ernaar om zowel zijn analyse als zijn prestaties voortdurend te verbeteren. Hier is een overzicht van de belangrijkste verbeteringen:
■ Staci opgenomen in de scope, overname uitgevoerd in augustus 2024.
■ richtlijnen en opleidingen verder versterkt voor de data stewards van alle entiteiten
■ nieuwe velden in ons sjabloon, dus volledigere en robuustere gegevens
* % biologisch materiaal (% in plaats van ‘biologisch’ of ‘niet-biologisch’ in sjabloon 2024)
* is biologisch materiaal duurzaam verkregen (ja/nee) + zo ja, naam certificaat
* % gerecycleerd materiaal + % hergebruikt materiaal (% in plaats van ja/nee in sjabloon 2024)
* geschat (ja/nee)
Bovenstaande veranderingen leidden tot volledigere en nauwkeurigere gegevens vanaf 2025. Die verandering verklaart de prestatiedaling in 2025 ten opzichte van 2024.
210 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.3.2.2 E5-5 – Materiaaluitstromen
Disclaimer
De uitstromen van Bnode bestaan uit verpakkingen en afval. Dit verslag spitst zich echter voornamelijk toe op dat laatste, aangezien verpakkingen na instroom in de faciliteiten van Bnode geen enkele bewerking ondergaan. De aard ervan blijft met andere woorden ongewijzigd (bv. verpakking wordt enkel opgevouwen, er worden geen materialen aan toegevoegd of uit verwijderd). Bovendien werd dit aspect al grondig behandeld in het deel E5-4 Materiaalinstromen.
Beschrijving van materiaaluitstromen
Uitstroom van verpakkingen
Verpakkingen die als materiaaluitstroom Bnode verlaten, komen in dezelfde staat Bnode binnen als materiaalinstroom. Zoals gedocumenteerd in het deel E5-4 – Materiaalinstromen, vinden in de faciliteiten van Bnode enkel bepaalde handelingen plaats zoals het opvouwen en vullen ervan. De verpakkingen worden met andere woorden enkel door de faciliteiten van Bnode geleid, wat niets verandert aan de eigenschappen recycleerbaarheid, gebruik van biologische materialen en mogelijkheid tot hergebruik. Details zijn te vinden in Tabel E5-4 Maatstaven rond materiaalinstromen (verpakking).
Uitstroom van afval
Bij Bnode zijn er verscheidene processen die afval opleveren, bv. het plastic dat van rond de pallets wordt gehaald, het karton dat gebruikt wordt bij verzendingen en uitreiking, het elektronisch afval van defecte apparatuur. We onderscheiden de volgende meest voorkomende afvalsoorten:
■ Papier en karton: gemengd
■ Plastics: doorsnee plastics
■ Hout, meestal pallets
■ Commercieel en industrieel afval, ook wel restafval genoemd
De volledige lijst van afvalsoorten is:
■ Papier en karton: gemengd, of karton, of papier
■ Plastics: doorsnee plastics, of doorsnee plastic folie, of HDPE, of LDPE en LLDPE, of PET, PP, PS, PVC
■ Aggregaten
■ Gemiddelde bouw
■ Batterijen
■ Kleding
■ Glas
■ Huishoudelijk restafval
■ Isolatie
■ Metaal
■ Minerale olie
■ Organische stoffen (bv. voedsel en drank, tuinafval, gemengd)
■ Grond
■ Afval uit elektrische en elektronische apparatuur (bv. koelkasten en diepvriezers, groot, gemengd, klein)
211 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Hoewel alle entiteiten binnen de reikwijdte van het beleid vallen en rapporteren over hun afvalstromen, beheert elke entiteit haar afvalstromen op een eigen wijze, in overeenstemming met de lokale wetgeving en gebruiken. Zo maken de sorteercentra van Bpost NV gebruik van kartonpersen, waarna het samengeperste karton wordt opgehaald door een recyclagebedrijf dat het omzet in energie of recycleert. Anderzijds werken alle Bnode-entiteiten samen met verschillende afvalophalers. Ze sorteren hun afval allemaal eerst alvorens de afvalverwerkingsbedrijven het komen ophalen. Het is echter zo dat de graad van recycling sterk varieert naargelang de capaciteit van de recyclagebedrijven, wat de merkbare verschillen tussen de entiteiten verklaart.
Bovendien zijn de entiteiten van Bnode gespreid over een groot geografisch gebied (Europa, VS, Australië, Azië), dat historisch gezien verschillen in rapporteringsvoorschriften vertoont. Terwijl sommige entiteiten (bv. Europa) door de plaatselijke wetgeving altijd al een hoge granulariteit van gegevens hebben gekend, is de datamaturiteit bij andere entiteiten (bv. VS) lager. Sommige leveranciers entiteiten hebben het daardoor moeilijk om de gewenste granulariteit te bieden, met als gevolg dat voor bepaalde maatstaven niet voor heel Bnode kon worden gerapporteerd. ESG-teams zorgen er evenwel voor dat de goede praktijken van de sterk presterende entiteiten met alle andere entiteiten worden gedeeld, om de granulariteit van de rapportering de komende jaren te verhogen.
De volgende tabel geeft de afvalgegevens weer die aan Bnode werden verstrekt, met de bijbehorende cijfers.Details over materiaaluitstromen (afval)
| GEGEVENS | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 EXCLUSIEF STACI |
|---|---|---|---|
| GEWICHT IN METRISCHE TON | PERCENTAGE VAN HET TOTALE GEWICHT | METRISCHE TON | % |
| Totaal | 65.166 | 100,0% | 52.337 |
| Gevaarlijk of niet | |||
| Gevaarlijk | 2.068 | 3,2% | 1.959 |
| Niet-gevaarlijk | 63.098 | 96,8% | 50.378 |
| Soort afval | |||
| Papier en karton | 38.237 | 58,7% | 31.948 |
| Plastics | 1.245 | 1,9% | 968 |
| Hout | 2.734 | 4,2% | 1.739 |
| Commercieel en industrieel afval | 13.010 | 20,0% | 8.182 |
| AEEA 5 | 8.667 | 13,3% | 8.576 |
| Batterijen | 17 | 0,0% | 9 |
| Andere | 1.256 | 1,9% | 916 |
5 Opmerking: AEEA staat voor 'afgedankte elektrische en elektronische apparatuur'. 98,8% van het gewicht van de AEEA is afkomstig van de entiteit DynaGroup, die zich voornamelijk toespitst op de installatie en herstelling van witgoed, IT en telecommunicatieapparatuur. De stijging in het gewicht van de AEEA in 2025 ten opzichte van 2024 is te verklaren door de toename van de activiteiten van DynaGroup.
212 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Door de materiaalinstromen op die manier in kaart te brengen en kwalitatief te beoordelen, werden gedetailleerde maatstaven berekend. Onderstaande tabel licht toe hoe de maatstaven berekend werden.
Uitleg over maatstaf rond materiaaluitstromen (verpakkingen en afval)
| CATEGORIE | MAATSTAF | BEREKENING VAN MAATSTAF (§36c) |
|---|---|---|
| Materiaaluitstromen - Verpakkingen | Aandeel gerecycleerd materiaal in productverpakkingen | = (Totaalgewicht van gerecycleerde verpakking / Totaalgewicht van verpakking) (§37a 37b 37c 37d) |
| Materiaaluitstromen - Afval | Totale hoeveelheid afval uit eigen activiteiten (in kg) | = Som (afvalmassa) |
| Totale hoeveelheid gevaarlijk afval omgeleid van verwijdering, per gewicht (in kg), uitgesplitst naar nuttige toepassing | = Som (gevaarlijk afval indien (omgeleid van verwijdering)), uitgesplitst naar soort verwerking | |
| Totale hoeveelheid niet-gevaarlijk afval omgeleid van verwijdering, per gewicht (in kg), uitgesplitst naar nuttige toepassing | = Som (niet-gevaarlijk afval indien (omgeleid van verwijdering)), uitgesplitst naar soort verwerking | |
| Hoeveelheid gevaarlijk afval toegeleid naar verwijdering, per gewicht (in kg), uitgesplitst naar soort afvalverwerking | = Som (gevaarlijk afval indien (toegeleid naar verwijdering)), uitgesplitst naar soort verwerking | |
| Totale hoeveelheid niet-gevaarlijk afval toegeleid naar verwijdering, per gewicht (in kg), uitgesplitst naar soort verwerking | = Som (niet-gevaarlijk afval indien (toegeleid naar verwijdering)), uitgesplitst naar soort verwerking | |
| Percentage niet-gerecycleerd afval | = (Totaalgewicht van afval dat noch is gerecycleerd, noch is voorbehandeld voor hergebruik noch is gecomposteerd / Totaal gewicht afval) | |
| Totale hoeveelheid niet-gerecycleerd afval (in kg) | = Som (afval indien (niet-gerecycleerd)) (§39) | |
| Gevaarlijk afval | Totale hoeveelheid geproduceerd gevaarlijk afval | = Totale hoeveelheid gevaarlijk afval (ontplofbaar, oxiderend, ontvlambaar, irriterend, schadelijk, giftig, kankerverwekkend, bijtend, besmettelijk, teratogeen, mutageen, giftig voor de voortplanting, ecotoxisch) |
213 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Resultaten van maatstaven rond materiaaluitstromen (verpakkingen en afval)
Op basis van de bovenstaande uitleg, werden de volgende maatstaven berekend.
| DATAPUNT | MAATSTAVEN IN METRISCHE TON | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 EXCLUSIEF STACI |
|---|---|---|---|---|
| E5-5 36 c | Aandeel gerecycleerd materiaal in producten en hun verpakking | 99,3% | 99,1% | 99,4% |
| E5-5 37a | Totale hoeveelheid afval uit eigen activiteiten | 65.166 | 52.337 | 49.182 |
| E5-5 37b | Totale hoeveelheid gevaarlijk afval omgeleid van verwijdering, per gewicht, uitgesplitst naar nuttige toepassing | 1.846 | 1.806 | 1.672 |
| (i) Voorbehandeld voor hergebruik | 5,0 | - | 0,1 | |
| (ii) Recycling | 1.744,8 | 1.737,5 | 1.375 | |
| (iii) Andere nuttige toepassingen | 96,1 | 68,9 | 297 | |
| E5-5 37b | Totale hoeveelheid niet-gevaarlijk afval omgeleid van verwijdering, per gewicht, uitgesplitst naar nuttige toepassing | 56.101 | 45.575 | 42.899 |
| (i) Voorbehandeld voor hergebruik | 1.468 | 1.082 | 13.709 6 | |
| (ii) Recycling | 47.696 | 40.426 7 | 23.173 | |
| (iii) Andere nuttige toepassingen | 6.938 | 4.067 | 6.053 | |
| E5-5 37c | Hoeveelheid gevaarlijk afval toegeleid naar verwijdering, per gewicht, uitgesplitst naar soort verwerking | 222 | 152 | 106 |
| (i) Verbranding | 63 | 4 | 2,6 | |
| (ii) Storten | 153 | 148 | 104 | |
| (iii) Andere nuttige toepassingen | 6 | - | - | |
| E5-5 37c | Hoeveelheid niet-gevaarlijk afval toegeleid naar verwijdering, per gewicht, uitgesplitst naar soort verwerking | 6.997 | 4.803 | 4.505 |
| (i) Verbranding | 287 | 253 | 676 | |
| (ii) Storten | 2 | 6.710 | 4.550 | |
| (iii) Andere nuttige toepassingen | - | - | - | |
| E5-5 37d | Totale hoeveelheid niet-gerecycleerd afval | 11.360 | 7.629 | 10.689 |
| Percentage niet-gerecycleerd afval | 21,8% | 14,6% | 21,7% |
Opmerking: Bnode vervoert geen radioactief afval. Geen van de bovenstaande maatstaven wordt gevalideerd door een externe instantie. Het totale gewicht van het afval bedraagt 65.166 metrische ton voor Bnode. Voor Bnode exclusief Staci (aangezien voor Staci in 2024 geen auditeerbare afvalgegevens beschikbaar waren) bedraagt het totale afvalgewicht 52.337 metrische ton, een stijging met 6,4% ten opzichte van vorig jaar. Deze toename is hoofdzakelijk te verklaren door verbeterde gegevensverzameling. Voor Bnode wordt 78,2% van het afval gerecycleerd en wordt 88,9% van het afval omgeleid van verwijdering. Omleiding van verwijdering omvat recycling, nuttige toepassingen en voorbehandeling voor hergebruik. Voor Bnode exclusief Staci groeide het gerecycleerde aandeel in 2025 tot 82,6%, +4,4 punten ten opzichte van 2024. Dit weerspiegelt de inspanningen die momenteel worden geleverd. Zie toelichting E5-2 voor meer informatie over de maatregelen en initiatieven van Bnode. 6.863 metrische ton of 10,5% van het afval wordt evenwel nog steeds gestort of geacht te zijn gestort bij gebrek aan de nodige stavingstukken (worstcasescenario). Daarnaast wordt een deel van het afval (3,2%) ingedeeld als gevaarlijk afval, voornamelijk afkomstig uit activiteiten van DynaGroup, zoals batterijen en ander elektronisch afval. 84,5% van het gevaarlijk afval wordt gerecycleerd. Bnode heeft een hoog percentage (94,3%) recycleerbare inhoud in zijn verpakkingen. Dit wordt grotendeels toegeschreven aan de aard van de producten die het verkoopt. Omdat een aanzienlijk percentage van het aanbod bestaat uit materialen zoals papier, karton en hout, kan de onderneming bijdragen aan de circulariteit.
6 In 2024 rapporteerde één van de entiteiten (AMP) de behandeling van papierafval - met name onverkochte kranten en tijdschriften - onder 'voorbehandeling voor hergebruik', terwijl 'gerecycleerd' hier meer op zijn plaats was. Hiermee is rekening gehouden voor 2025.
7 Afval dat onder 'storten' werd gerapporteerd, omvat zowel effectief storten als worstcaseaannames wanneer de afvalverwerkingsmethode in het aangeleverde bewijsmateriaal niet wordt vermeld.
214 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Methodologie voor het verzamelen van gegevens
Methodologie
Om gegevens over materiaaluitstromen te verzamelen, hanteerde Bnode hetzelfde gestructureerde en transparante gegevensverzamelingproces als dat beschreven in deel E5-4 – Materiaalinstromen. De verschillende maatstaven m.b.t. verpakkingen staan in Tabel E5-4 Maatstaven rond materiaalinstromen (verpakkingen). Tabel E5-5 Resultaten van maatstaven rond materiaaluitstromen (verpakking en afval) en Tabel Uitleg over maatstaven rond materiaaluitstromen (verpakking en afval) vermeldt de verschillende maatstaven voor afval met de bijbehorende berekeningen.
Aannames
In sommige gevallen beschikten we over onvoldoende kwalitatieve gegevens, zoals informatie over of afval al dan niet wordt gerecycleerd. In gevallen waarin we geen stavingstukken of specifieke gegevens konden vergaren, gingen we uit van het worstcasescenario. Wat afvalbeheer betreft bijvoorbeeld, als er geen specifieke gegevens over de verwerking beschikbaar waren, gingen we ervan uit dat dit afval volledig op de stortplaats terechtkwam. Voor sommige entiteiten konden we bovendien geen gegevens verzamelen over december 2025. In deze gevallen hebben we een extrapolatie uitgevoerd op basis van de vanaf december 2024 beschikbare gegevens. Het totale percentage geraamde gegevens bedraagt 12,6% van het afvalgewicht.
6.2.3.2.3 E5-6 – Beoogde financiële effecten
De DMA concludeert dat er een materieel risico op afval bestaat die gepaard gaat met de kosten om te voldoen aan regelgeving en EU-normen. Zoals vermeld in ESRS 2 BP-1, gebruikt Bnode infaseringsbepalingen voor deze toelichting.
215 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.4 EU-taxonomie
6.2.4.1 Inleiding
Dit deel brengt verslag uit over de Key Performance Indicators die vereist zijn krachtens Verordening EU 2020/852 1 en de bijbehorende Gedelegeerde Handelingen 2 (de EU-taxonomie), zoals gewijzigd door vereenvoudigde Verordening EU 2026/73 3 . De EU-taxonomie is door de Europese Commissie uitgevaardigd ter ondersteuning van de doelstelling om kapitaalstromen naar duurzame activiteiten te leiden. Het bereiken van deze doelstelling is essentieel om te voldoen aan de ambitie van de EU om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. De EU-taxonomie is een classificatiesysteem dat bepaalt welke economische activiteiten als ecologisch duurzaam kunnen worden beschouwd.Een ecologisch duurzame activiteit is een activiteit die:
■ is opgenomen in de EU-taxonomie onder een van de zes milieudoelstellingen (en dus beschouwd wordt als een 'voor de Taxonomie in aanmerking komende activiteit');
■ voldoet aan de Technische screeningcriteria om een substantiële bijdrage aan een of meer milieudoelstellingen aan te tonen (nader omschreven in deel 6.2.4.3.1 Technische screeningcriteria voor een substantiële bijdrage);
■ geen ernstige afbreuk doet aan een van de andere milieudoelstellingen (nader omschreven in deel 6.2.4.3.2 Technische screeningcriteria inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen');
■ voldoet aan de Minimumgaranties 4 inzake mensenrechten, bestrijding van corruptie en van omkoping, belastingen en eerlijke concurrentie.
Een ecologisch duurzame activiteit, ook wel een 'op de Taxonomie afgestemde' activiteit genoemd, wordt geacht een substantiële bijdrage te leveren aan een van de zes milieudoelstellingen van de EU-taxonomie zonder ernstige afbreuk te doen aan de andere doelstellingen:
■ de mitigatie van klimaatverandering;
■ de adaptatie aan klimaatverandering;
■ het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen;
■ de transitie naar een circulaire economie;
■ de preventie en bestrijding van verontreiniging;
■ de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en ecosystemen.
Als logistiek- en postbedrijf streeft Bnode ernaar zijn impact op het milieu op diverse niveaus te beperken, zoals beschreven in dit hoofdstuk '6.2 Milieu-informatie', met name deel ‘6.2.1 Klimaatverandering', deel '6.2.2 Luchtverontreiniging' en deel '6.2.3 Materiaalgebruik en circulaire economie' van dit verslag, waarmee we onze stakeholders willen informeren over hoe ver Bnode staat in zijn duurzaamheidstraject. In dit deel bekijken we onze bijdrage vanuit het perspectief van de EU-taxonomie. In dit vierde verslagjaar heeft Bnode ervoor gekozen zijn voorzichtige interpretatie aan te houden om het in aanmerking komen en de afstemming van activiteiten volgens de Taxonomie te beoordelen.
1 Verordening EU 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 22 juni 2020.
2 Dit omvat de Gedelegeerde Handeling inzake Klimaat (Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie van 4 juni 2021), de Gedelegeerde Handeling inzake Rapportage (Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie van 6 juli 2021), de aanvullende Gedelegeerde Handeling inzake Klimaat (Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1214 van 9 maart 2022), de Gedelegeerde Handeling inzake Milieu (Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2486 van de Commissie van 27 juni 2023) en alle bijbehorende bijlagen.
3 Verordening EU 2026/73 van het Europees Parlement en de Raad, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 8 januari 2026.
4 De Minimumgaranties zijn procedures die een bedrijf dat een economische activiteit uitoefent, toepast om ervoor te zorgen dat die activiteit in overeenstemming is met de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, met inbegrip van de beginselen en rechten die zijn vastgelegd in de acht fundamentele verdragen van de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie inzake fundamentele beginselen en rechten op het werk en het Internationaal Statuut van de Mensenrechten.
216 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Over het in aanmerking komen en de afstemming t.o.v. de EU-taxonomie moet worden gerapporteerd op basis van Key Performance Indicators (KPI’s), uitgedrukt als percentages van de totale omzet, de kapitaaluitgaven (capex) en, indien van materieel belang, de operationele uitgaven (opex) van een bedrijf. Ingeval de totale operationele uitgaven niet van materieel belang worden geacht voor het bedrijfsmodel, wordt het bedrijf vrijgesteld van de vereiste om de teller van het opex-percentage te berekenen en moet het enkel de waarde van de noemer (de totale waarde van opex zoals gedefinieerd in de Taxonomie) rapporteren. De KPI's van Bnode in het kader van de EU-taxonomie worden beschreven in deel 6.2.4.4.
6.2.4.2 Proces om te evalueren of Bnode in aanmerking komt voor de EU- taxonomie
Een 'voor de Taxonomie in aanmerking komende' economische activiteit is een activiteit die wordt omschreven in de EU-taxonomie. Als een activiteit 'in aanmerking komt voor de Taxonomie', kan die als ecologisch duurzaam worden beschouwd (dus 'op de Taxonomie afgestemd') als zij bovendien voldoet aan aanvullende criteria (zie deel 6.2.4.3) die in de desbetreffende Gedelegeerde Handelingen zijn vastgesteld.
De evaluatie van onze in aanmerking komende activiteiten volgens de EU-taxonomie omvatte de volgende stappen:
a. Zoeken naar een overeenstemmende activiteit op basis van de belangrijkste NACE-code van Bnode (H53.10 - Postactiviteiten in het kader van de universele dienstverplichting). Er werd overeenstemming vastgesteld met activiteit 6.6 Goederenvervoer over de weg (wat bijdraagt aan de milieudoelstelling mitigatie van de klimaatverandering)
b. De omschrijving controleren van de activiteiten onder onze NACE-code 5 .
c. Onze activiteiten verder screenen en afstemmen op andere activiteiten die in de EU-taxonomie worden beschreven (naast activiteit 6.6 hierboven). Het resultaat van deze tweede screening leidde tot de identificatie van de volgende bijkomende in aanmerking komende activiteiten van Bnode:
i. 6.4 Exploitatie van persoonlijke vervoersmiddelen, fietslogistiek
ii. 6.5 Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen
iii. 6.15 Infrastructuur voor koolstofarm wegvervoer en openbaar vervoer (overslaginfrastructuur). We beschouwen alle sorteer- en distributiecentra van Bpost, evenals bepaalde sites die beheerd worden door onze andere dochtervennootschappen, als overslaginfrastructuur zoals opgenomen in de beschrijving van de EU-taxonomie.
d. Screening van Bnode-investeringen. We hebben kapitaaluitgaven geïdentificeerd die als in aanmerking komend kunnen worden beschouwd onder de volgende Taxonomie-activiteiten:
i. 7.3 Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte uitrusting
ii. 7.4 Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden aan gebouwen)
ii. 7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën op het gebied van hernieuwbare energie
Alle geïdentificeerde activiteiten dragen bij aan de milieudoelstelling mitigatie van de klimaatverandering. De analyse om te bepalen of onze activiteiten in aanmerking komen, werd uitgevoerd in samenwerking met en met medewerking van elk van de betrokken business units en van de Corporate en Support Units die de hierboven beschreven stappen hebben uitgevoerd.
5 De EU-taxonomie bevat voor elke activiteit een verwijzing naar NACE-codes (Revisie 2). Dergelijke verwijzingen zijn echter louter indicatief en hebben geen voorrang op de specifieke definitie in de tekst van de relevante Gedelegeerde Handeling.
217 Bnode jaarverslag 2025 Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Bij het vaststellen van de in aanmerking komende activiteiten voor Bnode werd rekening gehouden met alle milieudoelstellingen. We hebben geen in aanmerking komende activiteiten vastgesteld die zouden kunnen bijdragen aan meerdere milieudoelstellingen.
In overeenstemming met de rapportage in de voorbije jaren zijn we van mening dat de omzetgenererende activiteiten van al onze e-commercefulfilmentcentra niet expliciet binnen de scope vallen van de activiteitenbeschrijvingen zoals gepresenteerd in de EU- taxonomie en daarom niet in aanmerking komen. Deze analyse is het resultaat van een interpretatie naar het beste vermogen van Bnode volgens een voorzichtige benadering, aangezien de aanwijzingen van de EU omtrent de interpretatie van wat wel of niet onder een bepaalde activiteit valt, beperkt zijn.
Omdat gegevens in de loop van het verslagjaar werden gemigreerd en in een andere categorie ingedeeld, was het niet mogelijk om voor de Taxonomie in aanmerking komende capex in verband met de huur van nieuwe gebouwen te isoleren.
6.2.4.3 Proces om te evalueren of Bnode is afgestemd op de EU-taxonomie
Een 'afgestemde economische activiteit' is een activiteit die in aanmerking komt voor de Taxonomie en bovendien voldoet aan de bijbehorende Technische screeningcriteria om een substantiële bijdrage aan een van de milieudoelstellingen van de EU-taxonomie aan te tonen, alsook aan de criteria inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen' voor die activiteit en de Minimumgaranties. Een dergelijke economische activiteit wordt beschouwd als ecologisch duurzaam ('op de Taxonomie afgestemd').
De evaluatie van onze in aanmerking komende activiteiten om te bepalen of zij aanvullend zijn afgestemd op de EU-taxonomie omvatte de volgende stappen:
a. Voor elke in aanmerking komende activiteit analyseren of ook is voldaan aan de voor die activiteit geldende criteria voor een substantiële bijdrage.
b. Voor elke in aanmerking komende activiteit analyseren of ook is voldaan aan de criteria inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen' voor die in aanmerking komende activiteit.
c. Analyseren of Bnode als geheel voldoet aan de Minimumgaranties.
6.2.4.3.1 Technische screeningcriteria voor een substantiële bijdrage
De Technische screeningcriteria die moeten worden toegepast om te bepalen of een in aanmerking komende activiteit een substantiële bijdrage levert aan een van de milieudoelstellingen van de Taxonomie, zijn verschillend voor elke in de Taxonomie gedefinieerde activiteit. Daarom moeten de verschillende activiteiten van Bnode die voor de Taxonomie in aanmerking komen, afzonderlijk worden onderzocht volgens de groepering conform de Taxonomie.# 218 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Lokale leveringsdiensten
Een aanzienlijk deel van de postleveringsdiensten van Bpost gebeurt per (elektrische) fiets en/of bakfiets en komt in aanmerking voor de Taxonomie onder Taxonomie- activiteit 6.4 Exploitatie van persoonlijke vervoersmiddelen, fietslogistiek. Aangezien deze activiteiten inherent 'groen' zijn, zijn de criteria voor een substantiële bijdrage relatief eenvoudig: de activiteit moet gebruikmaken van door de gebruiker, een batterij of een combinatie van beide aangedreven persoonlijke mobiliteitsmiddelen zonder uitstoot, en de mobiliteitsmiddelen moeten wettelijk tot dezelfde infrastructuur zijn toegelaten als fietsen of voetgangers. De voor de Taxonomie in aanmerking komende activiteiten van Bnode voldoen aan deze Technische screeningcriteria.
Leveringen op middellange afstand
Voor ietwat grotere afstanden en grotere pakjes maakt Bpost gebruik van een wagenpark van lichte bedrijfsvoertuigen die momenteel worden omgeschakeld van verbrandingsmotoren naar elektrische aandrijving. Dergelijke leveringsdiensten, die in aanmerking komen voor de Taxonomie onder de Taxonomie-activiteit 6.5 Vervoer met motorfietsen, personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen, zijn onderworpen aan een Technisch screeningcriterium voor voertuigemissies: lichte voertuigen voor goederenvervoer (voertuigcategorie N1) mogen niet meer dan 50 g CO 2 /km uitstoten. De leveringsdiensten met de elektrische bestelwagens van Bpost voldoen aan deze vereiste.
Bulkvervoer van post en pakjes
Voor het bulkvervoer van post en pakjes over grotere afstanden maakt Bpost gebruik van een modern wagenpark van conventionele vrachtwagens en trekker- opleggers - waaronder twee elektrische vrachtwagens - dat in aanmerking komt voor Taxonomie-activiteit 6.6 Goederenvervoer over de weg. Bovendien is geen enkel voertuig van Bnode bestemd voor het transport van fossiele brandstoffen. De Technische screeningcriteria voor een substantiële bijdrage zijn echter strikt: zware bedrijfsvoertuigen (vrachtwagens en trekker-opleggers van de voertuigcategorieën N1, N2 en N3) moeten ofwel een nuluitstoot hebben, ofwel aangemerkt worden als 'emissiearme zware bedrijfsvoertuigen 6 ' met specifieke CO 2 -emissies die minder dan de helft bedragen van de referentie-CO 2 -emissies van alle voertuigen in de subgroep voertuigen waartoe ze behoren. Enkel de twee elektrische vrachtwagens voldoen aan dit criterium. Omdat het voor de Taxonomie in aanmerking komende bulktransport gebruikmaakt van conventionele voertuigen die een uitstoot produceren die als gemiddeld voor hun voertuigsubgroep kan worden beschouwd, voldoet het niet aan de vastgelegde uitstootvereiste. Doordat afstemming t.o.v. de Taxonomie afhangt van de bovengenoemde Technische screeningcriteria, die focussen op het voertuig dat de oplegger trekt, komt de positieve impact van de vloot van dubbeldekkeropleggers van Bnode niet tot uiting in de op de Taxonomie afgestemde omzet. Nochtans kan vastgesteld worden dat deze opleggers een aanzienlijke impact hebben, met een 60% hogere laadcapaciteit die zorgt voor 40% minder koolstofuitstoot t.o.v. de vervoerde vracht, en met het verminderde aantal vrachtwagens op de weg, wat leidt tot minder files.
6 Zoals bepaald in artikel 3, punt (12), van Verordening (EU) 2019/1242 van 20 juni 2019.
219 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Ondersteunende infrastructuur
Alle leveringsdiensten van Bpost zijn afhankelijk van een ondersteunend netwerk van sorteer- en distributiecentra, die ernaar streven de meest recente milieunormen na te leven. Activiteiten met betrekking tot post- en pakjeslevering (met uitzondering van e-commercelogistiek), evenals overslagactiviteiten die worden uitgevoerd op bepaalde sites die worden geëxploiteerd door Bnode-entiteiten AMP, Aldipress, Apple Express, DynaGroup, Landmark Global en SLS, worden beschouwd als voor de Taxonomie in aanmerking komend onder activiteit 6.15 Infrastructuur voor koolstofarm wegvervoer en openbaar vervoer. Volgens de Technische screeningcriteria moeten infrastructuur en installaties bestemd zijn voor de overslag van goederen tussen de vervoerswijzen: terminalinfrastructuur en -superstructuur voor het laden, lossen en overslaan van goederen. Bovendien mag de infrastructuur niet bestemd zijn voor het vervoer of de opslag van fossiele brandstoffen. De vastgestelde voor de Taxonomie in aanmerking komende activiteiten van Bnode voldoen aan deze Technische screeningcriteria.
Bedrijfswagenpark
Kapitaaluitgaven voor bedrijfswagenleases kunnen worden beschouwd als voor de Taxonomie in aanmerking komend onder activiteit 6.5 Vervoer met motorfietsen, personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen. Bpost heeft een modern bedrijfswagenpark en werkt aan de volledige elektrificatie. 54% van het bedrijfswagenpark van Bpost is volledig elektrisch en voldoet aan de Technische screeningcriteria voor emissies.
Investeringen in energie-efficiënte verlichting en HVAC
We blijven aanzienlijke inspanningen leveren om onze gebouwen te moderniseren met energiezuinigere verlichting en HVAC-systemen. Dergelijke investeringen in energiezuinige lichtbronnen en zeer efficiënte HVAC-systemen voldoen direct aan de Technische screeningcriteria voor activiteit 7.3 Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte uitrusting
Investeringen in elektrische laadstations
Om de elektrificatie van onze bestelwagens en bedrijfswagens te ondersteunen, investeert Bnode aanzienlijk in elektrische laadstations. Aangezien deze laadstations voor elektrische voertuigen zijn, voldoen deze investeringen aan de Technische screeningcriteria voor activiteit 7.4 Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden aan gebouwen).
Investeringen in zonnepanelen
Aansluitend bij zijn streven naar decarbonisatie, investeert Bnode aanzienlijk in zonnepanelen. Deze investeringen voldoen aan de Technische screeningcriteria voor activiteit 7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën op het gebied van hernieuwbare energie omdat 'fotovoltaïsche zonnepanelen' een van de genoemde categorieën in de criteria is.
220 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.4.3.2 Technische screeningcriteria inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen'
Om voor afstemming in aanmerking te komen, mogen activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie ook geen ernstige afbreuk doen aan een van de milieudoelstellingen van de EU-taxonomie. Hoewel er aanzienlijke overlapping is, kunnen de specifieke criteria inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen' (DNSH) verschillen naargelang de in de Taxonomie gedefinieerde activiteit.
Alle voor de Taxonomie in aanmerking komende activiteiten
In het kader van de criteria inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen' moeten alle voor de Taxonomie in aanmerking komende leveringsdiensten, ondersteunende infrastructuur en sites waar elektrische laadstations en zonnepanelen geïnstalleerd zijn worden onderworpen aan een grondige klimaatrisico- en -kwetsbaarheidsbeoordeling. Ook moeten voor alle in aanmerking komende activiteiten maatregelen worden getroffen om de hoeveelheid afval tijdens het gebruik en aan het einde van de levensduur te verminderen, als onderdeel van de transitie naar een circulaire economie. In het vierde kwartaal van 2024 voerde Bnode de eerste fase van zijn 'Global Climate Risk Assessment plan' uit voor al zijn gebouwen wereldwijd. In 2025 voerden we de tweede fase van ons 'Global Climate Risk Assessment project' uit, met bijkomende kwetsbaarheidsbeoordelingen in België en de ontwikkeling van een adaptatieplan voor onze activiteiten van Bpost NV.
Lokale leveringsdiensten
Leveringsdiensten per (elektrische) fiets en/of bakfiets moeten voldoen aan de DNSH- criteria voor circulariteit. Net als in voorbije jaren werd bevestigd dat deze volledig aanwezig zijn, waardoor de 100% afstemming onder Taxonomie-activiteit 6.4 Exploitatie van persoonlijke vervoersmiddelen, fietslogistiek behouden blijft.
Activiteiten waarbij wordt gebruikgemaakt van gemotoriseerde vervoermiddelen
Om verontreiniging te voorkomen, moeten de banden van lichte bedrijfsvoertuigen, vrachtwagens en trekker-opleggers voldoen aan de hoogste klasse (klasse A) van de voorschriften inzake rolgeluid en aan een van de twee hoogste klassen (klasse A of B) voor energie-efficiëntie (rolweerstand). Bovendien moeten de lichte bestelwagens en bulktransportvoertuigen van Bnode, voortbouwend op de vereisten inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen' voor de circulaire economie, voor ten minste 85% van hun gewicht herbruikbaar of recycleerbaar zijn, en voor ten minste 95% van hun gewicht herbruikbaar of nuttig toepasbaar zijn, om in aanmerking te komen voor afstemming op de Taxonomie. Inmiddels is 75,5% van de elektrische bestelwagens voorzien van banden die voldoen aan het hogervermelde criterium inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen' ter voorkoming van verontreiniging. Er zijn maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat alle nieuw aangeschafte elektrische bestelwagens meteen worden uitgerust met banden die aan de Taxonomie voldoen. Voor oudere e-vans die nog steeds uitgerust zijn met niet-conforme banden, hanteert Bpost een voorzichtige aanpak om te trachten niet-conforme banden te vervangen door banden die in het kader van de normale activiteiten aan de Taxonomie voldoen. Naarmate Bpost zijn vloot van e-vans met conforme banden blijft uitbreiden, zal het percentage van op de Taxonomie afgestemde omzet voor deze activiteit blijven stijgen. Aangezien het bestelwagenpark van Bpost geëvolueerd is om te voldoen aan de strenge criteria inzake emissies en banden, is het percentage van de voor de Taxonomie in aanmerking komende omzet dat ook op de Taxonomie afgestemd is voor activiteit 6.5 Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen snel gestegen van slechts 0,3% in 2023 tot 9,5% in 2024 en 22,8% in 2025.221 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
De twee elektrische vrachtwagens zijn momenteel niet uitgerust met banden die voldoen aan het bovengenoemde criterium inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen' ter voorkoming van verontreiniging. Er is daarom momenteel geen afstemming voor activiteit 6.6 Goederenvervoer over de weg. Er zijn momenteel geen uitgebreide bandengegevens beschikbaar voor het bedrijfswagenpark van Bpost. Het is daarom niet mogelijk om de afstemming te bepalen voor kapitaaluitgaven in verband met activiteit 6.5 Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen. We overwegen momenteel maatregelen om ervoor te zorgen dat alle nieuwe bedrijfswagens worden uitgerust met banden die voldoen aan de DNSH-vereiste voor preventie van verontreiniging.
Ondersteunende infrastructuur
Voor ondersteunende infrastructuur gelden aanvullende vereisten inzake 'Geen Ernstige Afbreuk Doen' (Bnode-sites waar overslagactiviteiten worden uitgevoerd). De risico's van milieuaantasting in verband met het behoud van de waterkwaliteit en het vermijden van waterstress worden geïdentificeerd en aangepakt. Ten minste 70% (in gewicht) van het niet-gevaarlijke bouw- en sloopafval dat op bouwplaatsen wordt gegenereerd, wordt klaargemaakt voor hergebruik, recycling en andere vormen van materiaalterugwinning, en in voorkomend geval wordt het EU-protocol inzake het beheer van bouw- en sloopafval gevolgd. Waar nodig worden lawaai en trillingen ten gevolge van het gebruik van de infrastructuur ingeperkt, en tijdens bouw- of onderhoudswerkzaamheden worden maatregelen genomen om lawaai, stof en verontreinigende uitstoot te beperken. Er is een milieueffectbeoordeling of -screening uitgevoerd, en wanneer een milieueffectbeoordeling is uitgevoerd, worden de vereiste mitigerende en compenserende maatregelen ter bescherming van het milieu getroffen als de vergunning dat vereist. Voor sites/activiteiten in of nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden is in voorkomend geval een passende beoordeling uitgevoerd en worden de nodige mitigerende maatregelen toegepast.
De grootste Bpost-sites (104 in totaal, goed voor 86% van de totale m² overslagactiviteiten) die in België actief zijn, en zeven overslagsites die door andere Bnode-entiteiten worden geëxploiteerd, werden beoordeeld op naleving van de DNSH-criteria voor de verschillende milieudoelstellingen van de EU-taxonomie voor activiteit 6.15 Infrastructuur voor koolstofarm wegvervoer en openbaar vervoer. Voor de analyse werd de relevante vergunning voor elke site geanalyseerd op bewijs dat er voldoende rekening werd gehouden met de criteria, bijvoorbeeld door middel van een milieueffectbeoordeling. Specifiek voor biodiversiteit werd de Ibat-database gebruikt om overslaggebouwen te identificeren die dicht bij een biodiversiteitsgevoelig gebied liggen. Voor sommige sites had de vergunning geen betrekking op geluid en voor die gevallen werd een aanvullende analyse van mogelijke geluidshinder uitgevoerd op basis van voertuigverkeer en de nabijheid van woonwijken. Sites die overeenkomen met 97,3% van alle beoordeelde overslagsites voldoen aan de GEAD-criteria en de bijbehorende omzet wordt beschouwd als afgestemd op de Taxonomie. Samen vormen deze inkomsten een groot deel van de totale op de Taxonomie afgestemde omzet van Bnode.
Investeringen in energie-efficiënte verlichting en HVAC
Afstemming onder activiteit 7.3 Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte uitrusting vereist dat de fabricage van de energie-efficiënte uitrusting voldoet aan de criteria voor activiteit 3.5 Fabricage van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen 7. Technische informatie over de geïnstalleerde verlichtings- en HVAC-modellen, die voldoende gedetailleerd zou zijn om de afstemming op de criteria te bevestigen, was niet beschikbaar. We onderzoeken momenteel de mogelijkheid om dergelijke documentatie in toekomstige verslagjaren te verkrijgen.
7 Zoals aangegeven in FAQ nr. 61 van Mededeling van de Commissie C/2025/1373 betreffende de uitlegging en uitvoering van bepaalde wettelijke bepalingen van de Gedelegeerde EU-taxonomiehandeling inzake Milieu, de Gedelegeerde EU-taxonomiehandeling inzake Klimaat en de Gedelegeerde EU-taxonomiehandeling inzake Rapportage.
222 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Investeringen in elektrische laadstations
De fabrikant van de laadstations waarin we hebben geïnvesteerd, heeft aangegeven dat het fabricageproces momenteel niet voldoet aan de relevante criteria voor afstemming op de Taxonomie onder activiteit 3.20 De fabricage, de installatie en het onderhoud van hoog-, middel- en laagspanningsapparatuur voor elektriciteitstransmissie en -distributie. Omdat de afstemming onder activiteit 7.4 Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden aan gebouwen) vereist dat de fabricage van de oplaadstations voldoet aan de criteria voor activiteit 3.20 8, concluderen we dat het op dit moment niet mogelijk is om afstemming te claimen voor deze investeringen.
Investeringen in zonnepanelen
Afstemming onder activiteit 7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën op het gebied van hernieuwbare energie vereist dat de fabricage van de hernieuwbare energietechnologie (d.w.z. zonnepanelen) voldoet aan de criteria voor activiteit 3.1 Fabricage van technologieën voor hernieuwbare energie 9. Technische informatie over de verschillende modellen van geïnstalleerde zonnepanelen, die voldoende gedetailleerd zou zijn om de afstemming op de criteria te bevestigen, was niet beschikbaar. We onderzoeken momenteel de mogelijkheid om dergelijke documentatie in toekomstige verslagjaren te verkrijgen.
6.2.4.3.3 Minimumgaranties
Om te voldoen aan de Minimumgaranties zoals uiteengezet in de EU-taxonomie, moet een bedrijf procedures invoeren om te waarborgen dat zijn acties in overeenstemming zijn met de volgende internationale normen:
* de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen;
* de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten;
* de beginselen en rechten die zijn neergelegd in de acht fundamentele verdragen van de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie inzake fundamentele beginselen en rechten op het werk;
* het Internationaal Statuut van de Mensenrechten.
Naast de reeds bestaande procedures is Bnode geleidelijk maatregelen blijven invoeren op het gebied van mensenrechten, bestrijding van corruptie en omkoping, belastingen en eerlijke concurrentie. Deze maatregelen worden geacht voldoende zekerheid te bieden om te concluderen dat Bnode de Minimumgaranties naleeft. De beoordeling van de Minimumgaranties bestond uit een evaluatie van de beleidslijnen, de processen en andere documentatie van Bnode om na te gaan of deze afgestemd zijn op de bovengenoemde internationale normen op basis van criteria die checken op de aanwezigheid van zorgvuldigheidsprocessen (d.w.z. garanties) en op de goede uitvoering ervan. Voor meer informatie, zie deel 6.3 Maatschappelijke informatie en 6.4. Governance-informatie van dit jaarverslag.
8 Zoals aangegeven in FAQ nr. 61 van Mededeling van de Commissie C/2025/1373 betreffende de uitlegging en uitvoering van bepaalde wettelijke bepalingen van de Gedelegeerde EU-taxonomiehandeling inzake Milieu, de Gedelegeerde EU-taxonomiehandeling inzake Klimaat en de Gedelegeerde EU-taxonomiehandeling inzake Rapportage.
9 Zoals aangegeven in FAQ nr. 61 van Mededeling van de Commissie C/2025/1373 betreffende de uitlegging en uitvoering van bepaalde wettelijke bepalingen van de Gedelegeerde EU-taxonomiehandeling inzake Milieu, de Gedelegeerde EU-taxonomiehandeling inzake Klimaat en de Gedelegeerde EU-taxonomiehandeling inzake Rapportage.
223 Bnode jaarverslag 2025
Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.4.4 KPI's EU-taxonomie
6.2.4.4.1 Samenvattende tabel KPI's
In overeenstemming met de laatste wijzigingen aan de EU-taxonomie 10, hebben we nu de volgende samenvattende tabel met de belangrijkste taxonomie-KPI's van Bnode toegevoegd:
6.2.4.4.2 Omzet
10 Zie Bijlage II van Verordening EU 2026/73 van het Europees Parlement en de Raad, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 8 januari 2026. * CCM = Klimaatmitigatie
| BOEKJAAR 2025 | KPI | TOTAAL | AANDEEL VAN VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN | AANDEEL VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN | OPSPLITSING NAAR MILIEUDOELSTELLINGEN VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN | AANDEEL VAN FACILITERENDE ACTIVITEITEN | AANDEEL VAN TRANSITIE ACTIVITEITEN | NIET-BEOORDEELDE ACTIVITEITEN BESCHOUWD ALS NIET VAN MATERIEEL BELANG | OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN IN VORIG BOEKJAAR (N-1) | AANDEEL VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN IN VORIG BOEKJAAR (N-1) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (1) | (2) | (3) | (4) | (5-10) | (11) | (12) | (13) | (14) | (15) | ||
| Tekst | mEUR | % | mEUR | % | % | % | % | % | mEUR | % | |
| Omzet | 4.482,3 | 44,3% | 846,4 | 18,9% | 18,9% (Mitigatie) | 13,1% | 5,4% | 0% | 431,6 | 9,9% | |
| Capex | 301,5 | 31,2% | 34,9 | 11,6% | 11,6% (Mitigatie) | 3,1% | 8,0% | 0% | 14,5 | 5,7% |
Milieudoelstellingen opsplitsing (kolom 5-10): Mitigatie (5), Adaptatie (6), Water (7), Circulaire Economie (8), Verontreiniging (9), Biodiversiteit (10).
| BOEKJAAR 2025 | ECONOMISCHE ACTIVITEITEN | CODE | VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE KPI (AANDEEL) | OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE KPI (MONETAIRE WAARDE) | OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE KPI (AANDEEL) | MILIEUDOELSTELLING VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN | FACILITERENDE ACTIVITEIT | TRANSITIE ACTIVITEIT | AANDEEL VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMD IN VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMEND |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (1) | (2) | (3) | (4-9) | (10) | (11) | (12) | |||
| Tekst | % | mEUR | % | % | E/T | E/T | % | ||
| Exploitatie |
Teller
De teller van de omzet-KPI omvat de in aanmerking komende en afgestemde netto-omzet uit de hieronder opgesomde economische activiteiten:
■ 6.4. Exploitatie van persoonlijke vervoersmiddelen, fietslogistiek
■ 6.5. Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen
■ 6.6. Goederenvervoer over de weg
■ 6.15. Infrastructuur voor koolstofarm wegvervoer en openbaar vervoer
In deze lijst wordt alleen activiteit 6.15 geïdentificeerd als een faciliterende activiteit volgens de definitie in de EU-taxonomie 11. In overeenstemming met Bnodes analyse om te bepalen of zijn activiteiten in aanmerking komen en zijn interpretatie van de Europese Taxonomieverordening, is de omzet uit e-commercefulfilmentactiviteiten niet opgenomen in de teller. Daarom wordt een groot deel van de omzet van Bnode niet beschouwd als in aanmerking komend voor de Taxonomie, inclusief Paxon-activiteiten die (opnieuw) zijn beoordeeld na de overname van Staci.
Naast Bpost NV werden ook voor de overslagactiviteiten van onze ruimere Bpost business unit (waaronder dochtervennootschappen AMP, DynaGroup en SLS) en voor Landmark Global omzet vastgesteld die in aanmerking komt voor de Taxonomie. We vermeden dubbeltellingen door Bnodes proces van financiële rapportering te volgen; elke eenheid verstrekte de informatie afzonderlijk, op basis van de classificatie van de activiteiten. De totale netto-omzet werd vervolgens samengevoegd en gevalideerd door het financiële-consolidatieteam. Aangezien de analyse zich toespitste op Bpost NV, waren er geen onderlinge transacties. Om de voor de Taxonomie in aanmerking komende en de op de Taxonomie afgestemde omzet te berekenen, moet eerst worden vastgesteld welke inkomsten gekoppeld zijn aan elke voor de Taxonomie in aanmerking komende activiteit. De inkomsten van Bpost NV zijn niet zo gegroepeerd dat de inkomsten op een eenvoudige manier gealloceerd kunnen worden aan de vastgestelde, voor de Taxonomie in aanmerking komende activiteiten. Bijgevolg werd een op kosten gebaseerde allocatiesleutel gebruikt om de omzet aan de voor de Taxonomie in aanmerking komende activiteiten toe te wijzen in verhouding tot de kosten die voor deze activiteiten werden gemaakt.
Noemer
De noemer is de totale netto-omzet over het boekjaar 2025, zoals die blijkt uit de geconsolideerde winst- en verliesrekening in de geconsolideerde jaarrekening.
Opmerkingen over de omzet-KPI
We zien een significante toename van de op de Taxonomie afgestemde omzet van 9,9% in 2024 tot 18,9% in 2025. Een groot deel van deze toename is te wijten aan een grote uitbreiding van onze bestaande analyse van overslagsites van Bnode. Uit deze uitgebreide analyse blijkt dat een groot aantal van deze sites voldoet aan alle criteria voor afstemming onder activiteit 6.15 Infrastructuur voor koolstofarm wegvervoer en openbaar vervoerbaar. Het aandeel van de op de Taxonomie afgestemde omzet uit activiteit 6.5 Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen is toegenomen van 2,5% naar 5,4% van de totale omzet van Bnode. Dit is te danken aan de verdere uitbreiding van onze vloot elektrische bestelwagens, waarbij alle nieuwe voertuigen aan de Taxonomie voldoen.
11 Zie artikel 10(1) punt (i) van Verordening EU 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 22 juni 2020. 225 Bnode jaarverslag 2025Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
6.2.4.4.3 CapEx
Teller
De teller omvat: (i) capex in verband met de in bovenstaand deel 6.2.4.4.2 opgesomde omzetgenererende activiteiten die voor de Taxonomie in aanmerking komen en op de Taxonomie zijn afgestemd, en (ii) capex in verband met andere economische activiteiten die voor de Taxonomie in aanmerking komen en op de Taxonomie zijn afgestemd, overeenkomstig punt 1.1.2.2 van Bijlage I bij de Gedelegeerde Handeling inzake Rapportage 12. Elke capex is slechts verbonden aan één Taxonomie-activiteit. De totale voor de Taxonomie in aanmerking komende capex wordt berekend op basis van de volgende activiteiten:
■ 6.4. Exploitatie van persoonlijke vervoersmiddelen, fietslogistiek
■ 6.5. Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen
■ 6.6. Goederenvervoer over de weg
■ 6.15 Infrastructuur voor koolstofarm wegvervoer en openbaar vervoer
■ 7.3 Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte uitrusting
■ 7.4 Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen verbonden aan gebouwen)
■ 7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën op het gebied van hernieuwbare energie
In deze lijst worden de activiteiten 6.15, 7.4 en 7.6 geïdentificeerd als faciliterende activiteiten volgens de definitie in de EU-taxonomie 13.
| BOEKJAAR 2025 ECONOMISCHE ACTIVITEITEN | CODE | VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE KPI (%) | OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE KPI (mEuro) | OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE KPI (%) | ENVIRONMENTAL OBJECTIVES OF TAXONOMY-ALIGNED ACTIVITIES | FACILITERENDE ACTIVITEIT | TRANSITIEACTIVITEIT | AANDEEL VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMD IN VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMEND | MITIGATIE VAN KLIMAATVERANDDERING | ADAPTATIE VAN KLIMAATVERANDERING | WATER | CIRCULAIRE ECONOMIE | VERONTREINIGING | BIODIVERSITEIT |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Exploitatie van persoonlijke vervoersmiddelen, fietslogistiek | CCM 6.4 | 0,5% | 1,4 | 0,5% | 0,5% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 100% | - | - | - |
| Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen | CCM 6.5 | 21,8% | 24,2 | 8,0% | 8,0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | T | 36,8% | - | - |
| Goederenvervoer over de weg | CCM 6.6 | 2,1% | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | T | 0% | - | - |
| Infrastructuur voor koolstofarm wegvervoer en openbaar vervoer | CCM 6.15 | 3,7% | 9,3 | 3,1% | 3,1% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | E | 82,3% | - | - |
| Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte uitrusting | CCM 7.3 | 0,3% | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | E | 0% | - | - |
| Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen | CCM 7.4 | 2,3% | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | E | 0% | - | - |
| Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën hernieuwbare energie | CCM 7.5 | 0,5% | 0 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | E | 0% | - | - |
| Som van afstemming per doelstelling | - | - | - | 11,6% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | - | - | - | - | - |
| Totaal KPI (capex) | - | 31,2% | 34,9 | 11,6% | 11,6% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | - | 37,0% | - | - |
12 Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie van 6 juli 2021
13 Zie artikel 10(1) punt (i) van Verordening EU 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 22 juni 2020. 226 Bnode jaarverslag 2025Duurzame waarde | 6.2 Milieu-informatie
Er werden een hele reeks voor de Taxonomie in aanmerking komende 'groene' investeringen vastgesteld, waaronder investeringen in efficiënte verlichting en HVAC, elektrische laadstations en zonnepanelen. De criteria voor afstemming op de Taxonomie voor dergelijke investeringen zijn complex en de specifieke technische documentatie die nodig is om afstemming aan te tonen is momenteel niet gemakkelijk verkrijgbaar bij leveranciers.
Noemer
De noemer omvat alle kapitaaluitgaven (capex) van Bnode (investeringen in het boekjaar 2025) en toevoegingen voor met gebruiksrecht overeenstemmende activa, zoals die blijken uit de geconsolideerde winst- en verliesrekening in de geconsolideerde jaarrekening.
Toelichtingen
We zien een aanzienlijke stijging van de op de Taxonomie afgestemde capex van 5,7% in 2024 naar 11,6% in 2025. Deze stijging is grotendeels te wijten aan aanzienlijke investeringen in het wagenpark van elektrische bestelwagens van Bpost NV, waarbij we ervoor hebben gezorgd dat alle nieuwe investeringen voldoen aan de criteria voor Taxonomie-afstemming voor activiteit 6.5 Vervoer met motorfietsen, personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen. Als we onze investeringen in zonnepanelen en oplaadinfrastructuur ook zouden beschouwen als afgestemd op de Taxonomie, dan zou onze op de Taxonomie afgestemde capex 14,4% bedragen.
6.2.4.4.4 OpEx
De EU-taxonomie hanteert een beperkte definitie van operationele uitgaven (opex). Volgens punt 1.1.3.1 van Bijlage I van de Gedelegeerde Handeling inzake Rapportage zijn de enige uitgaven die in aanmerking mogen worden genomen als onderdeel van de opex-KPI de directe niet-geactiveerde kosten in verband met onderzoek en ontwikkeling, maatregelen voor de renovatie van gebouwen, leaseovereenkomsten van korte duur, onderhoud en reparatie, en andere dagelijkse uitgaven voor het onderhoud van materiële vaste activa.
Binnen deze beperkte definitie conform de EU-taxonomie identificeert Bnode leaseovereenkomsten van korte duur en uitgaven voor onderhoud en reparatie (respectievelijk onder de Bpost-rekeningen 'huur en huurkosten' en 'onderhoud en herstellingen'). Volgens punt 1.1.3.2 van Bijlage I bij de Gedelegeerde Handeling inzake Rapportage, zoals gewijzigd door Artikel 1 (1c) van de vereenvoudigde Verordening EU 2026/73 14 zijn bedrijven vrijgesteld van berekening van de teller van de opex-KPI indien het opex-cijfer niet van materieel belang is voor het bedrijfsmodel.Voor boekjaar 2025 is de totale waarde van de opex-noemer conform de door de EU-taxonomie gehanteerde definitie van opex zoals vermeld in punt 1.1.3.1 van Bijlage I van de Gedelegeerde Handeling inzake Rapportage gelijk aan 239,0 mEUR. Dat bedrag is klein (aanzienlijk minder dan 10%) in vergelijking met de totale operationele uitgaven van Bnode en de totale omvang van de Bnode-activiteiten, en wordt dus geacht niet van materieel belang te zijn voor het bedrijfsmodel van Bnode. Elementen die een belangrijk onderdeel vormen van het bedrijfsmodel van Bnode zijn personeelskosten, kosten voor uitzendarbeid en vervoerskosten, die niet vallen onder de definitie van opex conform de EU-taxonomie.
14 Verordening EU 2026/73 van het Europees Parlement en de Raad, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 8 januari 2026.
227 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Maatschappelijke Informatie 6.3
6.3.1 ESRS S1 - Eigen personeel
6.3.1.1 S1 ESRS 2 SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel
Bnode zet zich in voor een werkplek waar iedereen zich gerespecteerd, welkom en gewaardeerd voelt. De dubbele-materialiteitsanalyse (DMA) van de groep heeft vier negatieve materiële impacts en vijf positieve materiële impacts in kaart gebracht. Het eigen personeel van Bnode omvat alle types werknemers die een materiële impact kunnen ondervinden van de activiteiten, waaronder rechtstreekse werknemers, werknemers met een contract van bepaalde duur, tijdelijk personeel en personen die ter beschikking worden gesteld door externe onderaannemers. Tenzij anders vermeld, wordt het volledige personeelsbestand van Bnode mogelijk beïnvloed door deze impacts en is dat personeelsbestand opgenomen in de reikwijdte van de rapportering.
Bnode heeft de volgende negatieve materiële impacts in kaart gebracht:
■ Diversiteit: Bnode heeft mensen in dienst met een breed scala aan nationaliteiten, achtergronden, culturen en religies over de hele wereld. Die diversiteit vertegenwoordigt zowel een belangrijke kracht als een potentiële uitdaging, en wordt daarom aangemerkt als een factor met zowel positieve als negatieve materiële impacts, met bijbehorende risico's en opportuniteiten, zoals uiteengezet in deel S1-9 (Diversiteitsmaatstaven). Bnode zet zich in voor een veilige en eerlijke tewerkstelling voor iedereen, in een respectvolle werkomgeving die alle personen omhelst, ongeacht nationaliteit, gender of een ander persoonlijk kenmerk. Door werknemers op alle niveaus te betrekken, overal ter wereld eerlijke vergoedingen te bieden en de arbeidsrechten wereldwijd te respecteren, kan de groep haar reputatie versterken, de productiviteit verhogen en de kapitaalkosten verlagen.
228 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
■ Geweld en intimidatie op de werkvloer: Bnode kan te maken krijgen met geweld en intimidatie op de werkvloer, vooral tijdens nachtdiensten in sorteercentra bij Bpost NV. Situaties die gepaard gaan met fysieke onveiligheid of verhoogde mentale belasting kunnen een negatieve impact hebben op het welzijn en de veiligheid van werknemers, wat de noodzaak onderstreept om beschermende maatregelen te versterken.
■ Privacy: Bnode houdt persoonsgegevens bij, maar werd niet geacht zeer gevoelige gegevens van zijn medewerkers te verwerken. De materialiteit kan in de toekomst veranderen door bijvoorbeeld AI of frequentere cyberaanvallen.
Daarnaast werd specifiek voor Bpost NV nog een negatieve materiële impact in kaart gebracht:
■ Veiligheid en gezondheid (V&G): Bpost NV wordt blootgesteld aan een hele reeks V&G risico's, waaronder verkeersveiligheid voor chauffeurs, postbodes en andere weggebruikers, fysiek veeleisend werk, zware ladingen, strakke leveringsschema's, nachtdiensten in magazijnen en sorteercentra, en mentale belasting in kantooromgevingen. Alle werknemers moeten het juiste beschermingsniveau krijgen op basis van hun rol en de bijbehorende risico's. Bovendien kunnen culturele verschillen binnen het wereldwijde personeelsbestand en de lokale regelgeving van invloed zijn op de houding ten opzichte van veiligheid, arbeidsvoorschriften, naleving van regels, en gezondheidszorg, wat zich kan vertalen in schommelingen in ongevalgerelateerd verzuim, verzekeringskosten en wervingsproblemen, en ook een impact heeft op de reputatie van het bedrijf als werkgever en als partner.
Er werden geen wijdverspreide of systemische negatieve impacts zoals kinderarbeid of dwangarbeid in kaart gebracht binnen onze activiteiten in 2025. De negatieve impacts die tijdens de verslagperiode werden waargenomen, bleven beperkt tot individuele incidenten, zoals gedefinieerd door de ESRS (d.w.z. rechtszaken of formeel geregistreerde klachten, of gevallen van niet-naleving die werden vastgesteld via gevestigde procedures zoals audits van het beheersysteem, formele monitoringprogramma's of klachtenmechanismen). Alle aan het licht gekomen incidenten werden onderzocht. Er werden bijsturende maatregelen genomen en ze werden volledig opgevolgd; geen enkel incident wees op een alomtegenwoordig of systemisch patroon.
Bnode heeft de volgende positieve materiële impacts in kaart gebracht:
■ Diversiteit: zoals hierboven vermeld heeft Bnode mensen in dienst met een breed scala aan nationaliteiten, achtergronden, culturen en religies over de hele wereld. Die diversiteit vertegenwoordigt zowel een belangrijke kracht als een potentiële uitdaging, en wordt daarom aangemerkt als een factor met zowel positieve als negatieve materiële impacts, met bijbehorende risico's en opportuniteiten, zoals uiteengezet in deel S1-9 Diversiteitsmaatstaven.
■ Gendergelijkheid: Bnode bevordert gendergelijkheid en gelijke beloning door ervoor te zorgen dat alle werknemers, ongeacht gender, bij gelijkwaardig werk een gelijke beloning ontvangen.
■ Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden: Bnode is een belangrijke werkgever van werknemers met een beperkte formele opleiding, die ongeveer 75% van ons personeel uitmaken. Dat brengt specifieke uitdagingen met zich mee op het gebied van people management. In het licht van de snelle evolutie van technologieën en diensten zet Bnode zich in om die werknemers voortdurend bij te scholen om hun inzetbaarheid te versterken en hun integratie in de arbeidsmarkt te ondersteunen.
Daarnaast werden op het niveau van Bpost NV nog de volgende positieve materiële impacts geïdentificeerd:
■ Collectieve onderhandelingen: Bpost NV steunt de collectieve onderhandelingen en de vrijheid van vereniging door een omgeving te creëren waarin werknemers zich vrij kunnen aansluiten bij vakbonden en kunnen onderhandelen. Dit engagement geeft werknemers een stem in beslissingen op de werkplek, bevordert eerlijke arbeidspraktijken en versterkt de democratie op de werkvloer en de rechten van werknemers.
■ Sociale dialoog: Bpost NV verbetert het welzijn van zijn werknemers via een sterke sociale dialoog, die een open communicatie tussen het management en het personeel bevordert. Dankzij die verbintenis worden zorgen van werknemers aangepakt, wat bijdraagt aan betere arbeidsomstandigheden, werktevredenheid en de algehele harmonie binnen de organisatie.
229 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Bij Bpost NV wordt de sociale dialoog beschouwd als een belangrijke opportuniteit. Door de vrijheid van vereniging te eerbiedigen en deel te nemen aan constructieve, collectieve onderhandelingen, bevordert ons bedrijf het vertrouwen en het wederzijdse respect tussen werknemers en management. Eerlijke arbeidsomstandigheden zorgen voor minder ziekteverzuim en beter personeelsbehoud, wat bijdraagt aan een stabieler en productiever personeelsbestand.
Bpost NV heeft te maken met personeelsgerelateerde risico's die beheersbaar zijn dankzij de momenteel beschikbare arbeidskrachten, maar een impact kunnen hebben op de activiteiten en de reputatie. Mogelijke stakingen of geschillen met de vakbonden brengen extra risico's mee op onderbrekingen van de dienstverlening en hogere operationele kosten. De naleving van de vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen waarborgen is essentieel om de reputatie van Bpost NV en Bnode te beschermen en de juridische risico's te beperken.
Door de vrijheid van vereniging te respecteren en deel te nemen aan constructieve, collectieve onderhandelingen, bevordert Bnode het vertrouwen en het wederzijdse respect tussen het management en de werknemers. Onze inzet voor veiligheid op de werkvloer is een integraal onderdeel van onze bredere sociale benadering en een belangrijke motor voor operationele en financiële prestaties. Door te investeren in veiligere voertuigen, betere apparatuur en sterkere beschermende maatregelen beperken we de risico's op ongevallen en verminderen we het aantal verzuimdagen, verstoringen en incidentgerelateerde kosten. Deze verbeteringen zorgen voor een stabielere en efficiëntere werkomgeving, die zowel het welzijn van de werknemers als de dagelijkse productiviteit verhoogt.
Eerlijke vergoeding, respect voor arbeidsrechten en een actieve sociale dialoog versterken die effecten nog. Als werknemers zich gewaardeerd en gehoord voelen, zijn ze eerder geneigd om veilige en efficiënte werkpraktijken toe te passen, problemen vroegtijdig aan te kaarten en ideeën aan te dragen die onze processen verbeteren. Deze verhoogde betrokkenheid zorgt voor een kwalitatievere dienstverlening en operationele betrouwbaarheid en draagt uiteindelijk bij aan klanttevredenheid — cruciale hefbomen voor waardecreatie op lange termijn. Samen versterken onze sociale en veiligheidsinitiatieven elkaar. Veiligere arbeidsomstandigheden stimuleren de betrokkenheid en prestaties, terwijl gemotiveerde werknemers bijdragen aan een verantwoorde, efficiënte werking zonder kostelijke onderbrekingen.Die opwaartse spiraal versterkt niet alleen onze cultuur, maar draagt ook direct bij aan een hogere productiviteit en veerkrachtigere financiële resultaten. Door de vrijheid van vereniging te respecteren en deel te nemen aan constructieve, collectieve onderhandelingen, bevordert Bpost NV het vertrouwen en het wederzijdse respect tussen het management en de werknemers. Daarnaast bevordert de vennootschap de inzetbaarheid en het behoud van werknemers via vaardigheidstrainingen en jobrotaties, zodat de werknemers goed voorbereid zijn op duurzame transitie. Initiatieven om gendergelijkheid, een gelijk loon en een genderneutraal sectorimago te promoten, versterken het imago van Bnode als inclusieve werkgever die breder op zoek gaat naar talent en diversiteit ondersteunt. Die positieve impacts zijn duidelijk merkbaar in alle regio's waar Bnode actief is, met specifieke programma's op maat van de regionale behoeften en wettelijke vereisten.
Bnode overlegt actief met het personeel over de impact van de ecologische transitie, vooral wat betreft de initiatieven inzake elektrificatie en CO2-reductie. Door de verschuiving naar elektrische bedrijfsvoertuigen bij Bpost NV, moeten werknemers zich aanpassen aan nieuwe technologieën, wat gerichte opleidingsprogramma's noodzakelijk maakt. Dit engagement zorgt ervoor dat er bij de strategie voor de ecologische transitie rekening wordt gehouden met de bezorgdheden van het personeel. Gestructureerde training beperkt de negatieve impacts en bevordert de aanpassing van het personeel. Door de gestructureerde dialoog met het CPBW¹ wordt feedback van de werknemers verder geïntegreerd in de besluitvorming over veiligheids- en operationele aanpassingen in verband met nieuwe voertuigtechnologieën.
- Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk in België
230 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie
Bnode jaarverslag 2025
Ons sociaal engagement voor 2030
In 2025 hebben we, om de belangrijkste sociale impacts, risico's en opportuniteiten (IRO's) die we via onze dubbele-materialiteitsanalyse in kaart hebben gebracht, aan te pakken, een gerichte reeks van sociale doelen voor 2030 ontwikkeld, afgestemd op HR-prioriteiten voor de komende vijf jaar, met een focus op die gebieden waar gestructureerde, meetbare vooruitgang kan worden geboekt op de korte tot middellange termijn.
■ Diversiteit en gendergelijkheid blijven hoekstenen van onze aanpak. Tegen 2030 willen we 40% vrouwen in managementposities, te beginnen met de managementlagen en geleidelijk uit te breiden naar alle niveaus, inclusief het Executive Comité.
■ Bij veiligheid en gezondheid ligt onze prioriteit bij het bevorderen van een sterke, groepsbrede veiligheidscultuur. Om dat streven te ondersteunen, hebben we ons tot doel gesteld om tegen 2030 de frequentiegraad van arbeidsongevallen met werkverlet (lost time frequency rate, LTFR) met 30% te verminderen, gedreven door versterkte preventiemaatregelen en consistente betrokkenheid van het management.
■ Het versterken van de capaciteiten van al onze medewerkers is essentieel voor succes op de lange termijn, vooral in de context van onze transformatie. Op het gebied van opleiding en ontwikkeling van vaardigheden willen we tegen 2030 gemiddeld 32 uur opleiding per werknemer per jaar aanbieden, wat bijdraagt aan continu leren en vaardigheden die klaar zijn voor de toekomst.
■ Een transversale indicator voor de bovenstaande domeinen is onze ambitie om 85% van de nieuwe werknemers na één jaar te behouden, wat wijst op een succesvolle integratie, een ondersteunende werkomgeving en organisatorische stabiliteit op lange termijn.
■ Bovendien hebben we, in overeenstemming met vorig jaar, de specifieke doelstelling van Bpost NV om het ziekteverzuim tegen 2031 terug te dringen tot 8,2% herzien en bevestigd, wat ons engagement voor de gezondheid en het welzijn van onze werknemers versterkt.
Tot slot handhaven we met betrekking tot geweld en intimidatie op de werkvloer ons bestaande nultolerantiebeleid, zodat we een veilige, respectvolle en inclusieve omgeving voor alle werknemers kunnen garanderen. Deze doelen worden hieronder verder uitgewerkt in de respectieve thematische delen over Diversiteit (S1-9) en over gezondheid, integratie en vaardigheden op de werkvloer (S1-14, S1-13), samen met de bijbehorende maatregelen en maatstaven voor implementatie. Stakeholders, waaronder de HR-leiding, werden nauw betrokken bij het vaststellen van de doelstellingen. De prestaties worden twee keer per jaar bijgehouden door het ESG-team en op entiteitniveau.
Voor de overige toelichtingen - S1-8, S1-15, S1-16 - zijn in dit stadium geen specifieke kwantitatieve doelen gesteld. Hoewel er nog geen formele doelen zijn gesteld voor die onderwerpen, worden de prestaties regelmatig gecontroleerd en blijft voortdurende verbetering verankerd in onze managementaanpak. Op deze gebieden is de voortdurende focus gericht op het versterken van belangrijke fundamenten zoals beleidslijnen, gegevenskwaliteit, governancestructuren en rapportagekaders, en op het feit dat deze rapportering onrechtstreeks bijdragen aan de vijf bestaande doelstellingen. Naarmate deze domeinen aan maturiteit winnen en onze gegevens en processen zich verder ontwikkelen, kan Bnode in toekomstige rapporteringscycli overwegen om bijkomende doelstellingen te formuleren.
We hebben ESRS-subthema's en sub-subthema's onderverdeeld in geschikte thematische hoofdstukken die aansluiten bij onze strategische prioriteiten. Dit jaar breiden we onze informatieverschaffing ook uit met maatstaven over de werk- privébalans, omdat we erkennen dat toegang tot en opname van ouderschapsverlof een belangrijke factor is voor gelijkheid en inclusie op de werkplek.
231 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie
Bnode jaarverslag 2025
De onderstaande tabel geeft de IRO’s weer die werden in kaart gebracht voor S1-eigen personeel, samen met een samenvatting van de bijbehorende beleidslijnen, maatregelen, maatstaven en doelstellingen die verderop in dit deel worden toegelicht. De gedetailleerde informatie over de IRO's, met inbegrip van hun tijdshorizon, locatie in de waardeketen en het proces waarmee de belangrijke IRO's werden in kaart gebracht, is uitgebreid gedocumenteerd in delen SBM-3 en IRO-1 in 6.1. ESRS 2 - Algemene toelichtingen.
ESRS S1 - Eigen personeel
| IRO | SUB-SUBTHEMA | IMPACTS, RISICO'S EN OPPORTUNITEITEN CATEGORIE | BELEID | MAATREGELEN | MAATSTAVEN | DOELEN |
|---|---|---|---|---|---|---|
| GELIJKE BEHANDELING EN GELIJKE KANSEN VOOR IEDEREEN | Diversiteit | Bnode stelt een divers personeelsbestand tewerk, waaronder ook laaggeschoolde medewerkers, en creëert loopbaankansen. | NI, PI, A | ■ Diversiteits- beleid ■ Gedrags- code ■ Employee Resource Groups (ERG's) ■ Diversiteits- trainingen ■ Bewustmakings- initiatieven ter bevordering van DEI |
■ S1-6 Kenmerken van de werknemers ■ S1-7 Kenmerken van medewerkers niet in loondienst ■ S1-9 Diversiteits- maatstaven |
Gender- diversiteit: 40% vrouwen in management- functies tegen 2030 |
| Gendergelijkheid en gelijke beloning bij gelijkwaardig werk | Bnode bevordert gendergelijkheid en gelijke beloning door ervoor te zorgen dat alle werknemers, ongeacht gender, bij gelijkwaardig werk een gelijke beloning ontvangen. | ■ Diversiteits- beleid | ■ S 1-16 Belonings- maatstaven | |||
| Geweld en intimidatie op de werkvloer | Fysieke onveiligheid en mentale belasting, in het bijzonder tijdens nachtwerk in sorteercentra, kunnen een negatieve impact hebben op het welzijn en de veiligheid van werknemers. | PI, A | ■ Gedrags- code | ■ S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten | Nultolerantie | |
| Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | Opleiding, omscholing en bijscholing van onze mensen in het kader van onze snelle en diepgaande transformatie is essentieel. Daarnaast is Bnode een belangrijke werkgever voor werknemers met een minimale opleiding (75% van ons totale personeelsbestand). Bnode leidt hen voortdurend op om hun inzetbaarheid veilig te stellen en hen in te schakelen op de arbeidsmarkt. | NI, A | ■ Traineeship program ■ Programma's voor interne mobiliteit ■ Opleidingen over diversiteit, billijk- heid en inclusie ■ Opleidingen over gevolgenbeheer ■ Interne leeracademie |
■ S1-13 Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | Gemiddeld 32 uur per werknemer tegen 2030 | |
| ANDERE ARBEIDSRECHTEN | Privacy | Bnode houdt, zoals elke werkgever, persoonsgegevens van werknemers bij. | NI, A, R | ■ Gedrags- code | ||
| ARBEIDSVOORWAARDEN EN -OMSTANDIGHEDEN | Veiligheid, gezondheid en welzijn | Negatieve impacts op de werkplek zoals veiligheidsrisico's op de weg, het hanteren van zware ladingen, nachtdiensten in sorteercentra en mentale stress in kantooromgevingen hebben niet alleen invloed op de fysieke veiligheid, maar ook op vermoeidheid, stressniveaus, motivatie en welzijn op de lange termijn. Als die omstandigheden niet onder controle worden gehouden, vergroten ze de kans op ongevallen, ziekteverzuim, hogere kosten voor gezondheidszorg en mogelijke juridische of operationele verstoringen. | NI, A, R | ■ S p e a k - u p policy ■ Safety Games ■ Move the World Challenge ■ Puntensysteem ■ Houding- en bewegings- trainingen ■ Specifieke gezondheidsgere- lateerde preven- tiemaatregelen en mededelingen ■ Sessies voor nieuwkomers ■ Safety Card ■ Mental Move |
■ S1-14 Veiligheids- en gezondheids- maatstaven ■ S1-15 Maatstaven voor werk-privébalans ■ - |
■ - 30% frequentie- graad van arbeids- ongevallen met werkver- let tegen 2030 ■ 8,2% ziekte- verzuim bij Bpost NV tegen 2031 |
| Sociale dialoog en collectieve onderhandelingen | Bnode verbetert het welzijn van zijn werknemers via een sterke sociale dialoog, die inzet op een open communicatie tussen het management en het personeel. |
- Gedragscode (in het kader van diversiteit, gelijkheid en inclusie, veiligheid en gezondheid, privacy en beveiliging van gegevens, zakelijk gedrag en ethiek)
- Speak Up Policy (in het kader van privacy en beveiliging van gegevens, zakelijk gedrag en ethiek)
- Diversiteitsbeleid (in het kader van diversiteit, gelijkheid en inclusie)
Wegens de grote verschillen in lokale wetgeving heeft Bnode geen algemeen beleid voor de preventie van arbeidsongevallen op groepsniveau. De entiteiten hebben daarrond wel lokale beleidslijnen uitgewerkt. Voor meer informatie over veiligheid en gezondheid verwijzen we naar S1-14. 233 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025 Gedragscode De Gedragscode wordt uitvoerig beschreven in deel 6.4.1.2 G1-1 Beleid ten aanzien van bedrijfscultuur en zakelijk gedrag. Hieronder geven we een samenvatting.
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANTWOORDELIJKHEID |
|---|---|---|---|
| Basis die berust op sterke bedrijfswaarden en ethische bedrijfspraktijken. Ondersteunt duurzame en verantwoorde bedrijfsstrategie. Werknemers bewaken de bedrijfscultuur en ethische normen. Doel: Vertrouwen opbouwen en sterke banden met stakeholders onderhouden. | Algemene bepalingen: principes en richtlijnen voor alle werknemers. Arbeidsrelaties: veiligheid, gezondheid, respect, diversiteit, communicatie, gebruik van middelen, dresscode. Zakenrelaties: belangenvermenging, corruptiebestrijding, geschenken, witwaspraktijken, eerlijke mededinging. Persoonsgegevens en vertrouwelijkheid: gegevensbescherming en vertrouwelijkheid. Communicatie: interne en externe transparantie. Verantwoord & duurzaam bedrijf: engagement inzake duurzaamheid en verantwoord ondernemen. | Geldt voor alle werknemers van Bpost NV en zijn dochterondernemingen. Inclusief bestuurders, consultants, uitzendkrachten, stagiairs en aannemers. Er werd rekening gehouden met de belangen van belangrijkste stakeholders: werknemers, leveranciers, klanten, partners, aandeelhouders en de samenleving. | Goedgekeurd door de Raad van Bestuur (7 november 2018), laatst bijgewerkt op 9 december 2022. De Raad van Bestuur is in deze materie het hoogste verantwoordelijke orgaan. De Gedragscode is beschikbaar op het intranet en de website en komt aan bod bij onboarding en opleiding. |
Speak Up policy De Speak Up Policy wordt uitvoerig besproken in deel 6.4.1.2. G1-1 Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur. Hieronder geven we een samenvatting.
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANTWOORDELIJKHEID |
|---|---|---|---|
| Bevordert transparantie en verantwoordingsplicht via het speak up-programma. Biedt veilige, vertrouwelijke kanalen voor het melden van zorgen, zonder vrees voor represailles. Versterkt het vertrouwen en ondersteunt de integriteit binnen de organisatie. | Doel: waarborgen dat wetgeving, regelgeving en de gedragscode worden nageleefd. Meldkanalen: vertrouwelijk webformulier en hotline. Escalatieprocedure: gestructureerd proces voor de behandeling van meldingen over casemanagers. Reikwijdte van meldingen: inbreuken op wet- en regelgeving en interne beleidslijnen; persoonlijke grieven of kennelijk ongegronde beschuldigingen vallen hier niet onder. | Geldt voor werknemers, voormalige werknemers, externe medewerkers, onderaannemers en leveranciers. Geldt in alle regio's waar Bnode actief is. Stakeholders: werknemers, klanten, het publiek en andere partners. | De afdeling compliance is in deze materie het hoogste verantwoordelijke orgaan. Behandelt rapporten snel, objectief en grondig. Voor zorgen die specifiek betrekking hebben op een dochteronderneming zijn de lokale meldingsverantwoordelijken verantwoordelijk. Het beleid is beschikbaar op de website van Bnode en komt aan bod bij onboarding. Is afgestemd op nationale regelgeving en omvat landspecifieke richtlijnen. |
234 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025 Diversiteitsbeleid We lichten graag onze aanpak op het vlak van diversiteit verder toe. In 2025 schakelden we over van een entiteitspecifieke aanpak naar een nieuw, geharmoniseerd diversiteitsbeleid op groepsniveau. Dit was een belangrijke mijlpaal in het bevorderen van consistentie en inclusie binnen de organisatie. In de komende jaren zullen wij deze inspanningen om discriminatie te bannen en om diversiteit, gelijkheid en inclusie als een fundamentele pijler van onze cultuur te verankeren, kracht bijzetten. In 2024 beschikte onze organisatie nog niet over een eenduidig diversiteitsbeleid op groepsniveau. Diversiteitsinitiatieven werden lokaal beheerd per entiteit, elk met hun eigen aanpak. Omdat we nood hadden aan een uniform kader, zetten we in 2025 een belangrijke stap met de ontwikkeling van het Bnode-diversiteitsbeleid. Dit beleid bevindt zich momenteel in de validatiefase. Het heeft als doel overkoepelende principes vast te leggen voor de volledige groep, met ruimte voor elke entiteit om er een eigen diversiteitsbeleid op na te houden of dergelijk beleid als addendum toe te voegen. Deze lokale beleidslijnen horen in overeenstemming te zijn met het groepskader en dit kader waar nodig aan te vullen. Tegelijkertijd werd in 2025 het diversiteitsbeleid van Bpost NV herzien en zal het eveneens worden bijgewerkt. Ook andere entiteiten hebben vooruitgang geboekt: Staci France voerde in 2025 een nieuw diversiteitsbeleid in en Radial North America blijft zijn lokale richtlijnen toepassen in het kader van een nultolerantiebeleid ten opzichte van discriminatie. Deze initiatieven onderstrepen onze inzet voor een consistente maar flexibele aanpak van diversiteit binnen de groep. Ze dragen de gedeelde waarden actief uit, maar hebben ook oog voor de specifieke lokale context.
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/ BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANTWOORDELIJKHEID VOOR DE IMPLEMENTATIE |
|---|---|---|---|
| In 2024 was er nog geen eenduidig diversiteitsbeleid op groepsniveau. In de loop van 2025 werd een Bnode- diversiteitsbeleid uitgewerkt, dat momenteel voorligt ter validatie. | Voorbeelden van dergelijke lokale beleidslijnen die naast het diversiteitsbeleid van Bnode van kracht zijn, zijn die van Bpost nv, Staci France (nieuw beleid in 2025) en Radial North America. Het diversiteitsbeleid van Bpost nv werd in 2025 herzien en zal worden bijgewerkt. | - | - |
| ■ Een wereldwijd kader, dat wordt aangevuld met entiteitsgebonden beleidslijnen, specifiek afgestemd op lokale wetgeving en praktijken. |
Bpost NV (visie & cultuur):
■ Focus op een inclusieve cultuur waarin iedereen zich gerespecteerd voelt.
■ Implementatiemaatregelen die discriminatie voorkomen, beperken en aanpakken, en inclusie bevorderen, waaronder:
– Opleidingen inzake diversiteit en discriminatie voor hr-managers
– Taalcursussen
– Door managers aangestuurde hulpmiddelen om respectvolle, inclusieve teams te bevorderen
– Deontologische code voor aanwervingen
– Procedure inzake aanwerving en redelijke aanpassingen voor personen met een handicap
– Flexibele werkregelingen (inclusief thuiswerk, in overeenstemming met de belgische wetgeving)
– Bewustmakingscampagnes onder de noemer '100% respect', met ondersteunend materiaal (posters, stickers, badges)
Radial North America:
■ Beleidslijnen in overeenstemming met de lokale wetgeving, met specifieke bepalingen in werknemershandboeken per subentiteit inzake beschermde kenmerken (zoals ras, huidskleur, religie, gender, handicap, zwangerschap, medische toestand, nationaliteit, afkomst, leeftijd, seksuele geaardheid, genderidentiteit, genderexpressie, genetische informatie of burgerlijke staat)
■ Duidelijke processen voor het melden van discriminatie, engagement om meldingen zorgvuldig te onderzoeken, bijsturende maatregelen (tot en met beëindiging van de arbeidsrelatie), en bepalingen om tegen represailles te beschermen.
Staci France:
■ Nieuw diversiteitsbeleid gepubliceerd in 2025, geïnspireerd op het diversiteitsbeleid van Bpost nv en afgestemd op het groepskader dat in opmaak is.
Reikwijdte: Van toepassing binnen heel Bnode, met een groepskader dat wordt aangevuld door lokale beleidslijnen die zijn afgestemd op de entiteit en het rechtsgebied.
Belangrijkste stakeholders: Werknemers, HR, managers, sollicitanten (inclusief personen met een handicap), vakbonden, werknemersvertegenwoordigers, leveranciers/werknemers in de waardeketen (waar relevant), alsook lokale complianceteams en juridische teams.
Engagement: Continue input van stakeholders bij de uitwerking van entiteitspecifieke bepalingen en garanderen dat de plaatselijke wetgeving wordt nageleefd.
Beschikbaarheid: Lokale beleidslijnen zijn beschikbaar via de kanalen van de entiteiten (bv. werknemershandboeken, intranet); het groepsbeleid zal op de Bnode-website worden gepubliceerd.
Op groepsniveau: Governance door Bnode (Policy Owner voor het overkoepelende kader); entiteiten die verantwoordelijk zijn voor lokale uitrol, naleving en rapportering.
Voorbeelden op entiteitniveau:
■ Bpost NV: Implementatie onder leiding van HR met managersverantwoordelijkheid voor inclusieve praktijken; toezicht op naleving per bedrijfsgovernance.
■ Radial North America: Verantwoordelijkheid vastgelegd in beleidslijnen (onderzoek, bijsturende maatregelen, voorkomen van represailles).
■ Staci France: Verantwoordelijk voor de uitrol van het beleid (2025) in lijn met het groepsbrede kader.
235 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.1.2.2 S1-2 Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts
Betrokkenheid van ons eigen personeel en impact op besluitvorming of activiteiten
Bnode erkent dat transparante en betekenisvolle contacten met werknemers essentieel zijn voor het bevorderen van een positieve werkomgeving. Op die manier krijgen inzichten van het personeel daadwerkelijk een plek in besluitvorming. Naast bestaande groepsbrede vormen van werknemersbetrokkenheid (die we hieronder toelichten) hebben sommige entiteiten eigen, lokaal ingerichte manieren ontwikkeld om hun personeel te betrekken en te raadplegen. Deze benaderingen vinden vaak hun oorsprong in historische praktijken en verschillen in nationale wetgeving en interne organisaties. Bnode gebruikt gestructureerde enquêtes, sociale dialoog, prestatieprocessen, welzijnsinitiatieven en themaspecifieke raadplegingen om werknemers en hun afgevaardigden te betrekken. Hieronder geven we voorbeelden van lokale initiatieven van onze belangrijkste entiteiten.
Betrokkenheidsmechanismen bij Bnode
Bij Bnode zorgen verschillende terugkerende processen ervoor dat er systematisch rekening wordt gehouden met de inzichten van werknemers:
■ Werknemersfeedback en -enquêtes
Twee keer per jaar wordt op groepsniveau de 'Mijn stem'-enquête gehouden. In 2025 nam 44% van de werknemers deel aan het onderzoek, waarbij de driver 'waardering' hoog scoorde met 4,1 op 5. Deze waardevolle inzichten geven peoplemanagers een duidelijker beeld van wat welzijn en betrokkenheid versterkt en ondersteunen hen bij het nemen van gerichte maatregelen.
■ Rapportagesysteem
We stimuleren een open dialoog via onze Speak Up-tool, een vertrouwelijk en toegankelijk kanaal via hetwelk medewerkers zorgen kunnen melden, ethische kwesties kunnen aankaarten en opmerkingen kunnen delen, zonder vrees voor vergelding. Voor meer informatie over Speak Up verwijzen we naar G1-1.
■ Welzijn en ondersteuning
Zoals hierboven uitgelegd, wordt het welzijn van werknemers ondersteund door een combinatie van groepsbrede initiatieven en systematische praktijken. Deze omvatten regelmatige groepsenquêtes en maandelijkse individuele welzijnsgesprekken, waarin werknemers hun bezorgdheden kunnen delen en aanpassingen kunnen vragen aan hun manager. Om deze processen te versterken, heeft Bnode een specifiek welzijnsteam opgericht dat bestaat uit experts op het gebied van Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie (DG&I), absenteïsme en algemeen welzijn. Dit team houdt onder andere toezicht op de 'Mijn Stem'-enquête en zorgt ervoor dat inzichten worden omgezet in uitvoerbare verbeteringen.
■ Betrokkenheid van het personeel bij het vastleggen van doelstellingen
De mate waarin het personeel betrokken wordt, hangt af van de aard van de doelstelling. Bij onderwerpen die grote invloed hebben op medewerkers, worden vakbonden of werknemersvertegenwoordigers betrokken, afhankelijk van wat lokaal passend is. Doelstellingen worden doorgaans ad hoc bepaald, waarbij elk domein de leiding neemt vanuit zijn eigen expertise, en de doelen gezamenlijk met de betrokken stakeholders worden uitgewerkt. Deze aanpak zorgt voor transparantie, bevordert inclusiviteit en versterkt de afstemming op de groepsdoelstellingen, terwijl de expertise van elk domein wordt benut om zinvolle en haalbare doelen te bepalen. Zodra ze werden bepaald, ondergaan de doelstellingen een formeel goedkeuringsproces, tot op het niveau van de Raad van Bestuur. Zo worden bijvoorbeeld doelen op het gebied van sociale duurzaamheid gezamenlijk vastgelegd met belangrijke interne stakeholders (zoals het HR-management), op basis van historische gegevens, wettelijke vereisten, groepsdoelstellingen en benchmarks van vergelijkbare organisaties. Zodra een doel is goedgekeurd, start een gestructureerde verbetercyclus. Goede en minder goede presterende entiteiten worden geïdentificeerd en betrokken bij het opstellen van verbeterplannen, gebaseerd op interne benchmarking en best practices. De voortgang wordt continu opgevolgd om afstemming met de doelstellingen te waarborgen en blijvende prestatieverbeteringen te stimuleren.
236 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
■ Beleidsontwikkeling
Zoals uitgelegd in de andere delen (G1-1, S1-1) volgen alle policies die van invloed zijn op werknemers het beleidsontwikkelingskader van de groep en is overleg met de vakbonden vereist, waarbij een strikte governance van kracht is.
Betrokkenheidsmechanismen op entiteitsniveau
Naast de hierboven beschreven Bnode-brede tools gebruiken entiteiten zoals Bpost NV, Radial North America en Staci France ook aanvullende, lokaal afgestemde methoden. Daarbij gaat het om een mix van doorlopende operationele feedback, gestructureerd sociaal overleg en specifieke ondersteuningsteams, zodat medewerkers echt gehoord worden en hun input wordt omgezet in acties.
Bpost NV
■ Prestaties en feedbackcultuur
Prestaties en feedback staan centraal in onze benadering van betrokkenheid. Bij Bpost NV worden prestaties minstens twee keer per jaar beoordeeld. Daarbij komen nog informele gesprekken tussen peoplemanagers en werknemers. Deze feedbackcultuur wordt versterkt door ons leiderschapsmodel, gebaseerd op het 'MIT 4-CAP'-kader, dat vier belangrijke dimensies bepaalt: de toekomst vormgeven, complexiteit verduidelijken, mensen verbinden en oplossingen creëren door innovatie. Deze dimensies werden daarna omgezet in concreet gedrag op elk leiderschapsniveau en worden nu geleidelijk ingezet binnen de hele groep. Ze vormen de basis voor de evaluatie van leiderschap binnen ons Performance Management Process (PMP). De werknemers worden verder nog betrokken via voortdurende feedback en gesprekken, vooral met de operationele managers, ondersteund door regionale personeels- en prestatiebeheerprocessen. HR Business Partners (HRBP's) spelen een sleutelrol bij het ondersteunen van managers wanneer die feedback moeten interpreteren en acties moeten invoeren. Ze krijgen daarbij gerichte training om effectief om te gaan met de complexiteit binnen teams.
■ Formeel sociaal overleg
Betrokkenheid wordt versterkt via een gestructureerd sociaal overleg, waarbij vakbondsafgevaardigden de input van het personeel doorgeven. De relevante feedback wordt verzameld in bruikbare dossiers voor het aanpassen van de postreglementering, die worden beoordeeld en goedgekeurd door het Paritair Comité. De Overlegcomités vergaderen meestal maandelijks (of om de twee maanden indien nodig). Die aanpak omvat een regelmatige dialoog met de sociale partners en initiatieven om het welzijn van de werknemers te bevorderen. Zo hebben de flexibele werkregelingen, die na aandringen van de vakbond zijn ingevoerd, een duidelijk positieve impact gehad op de balans tussen werk en privéleven.■ Employee Resource Groups Employee Resource Groups (ERG's of werknemersnetwerken) zoals XandY, Pride2b en Young zorgen ervoor dat de stemmen van de groepen die zij vertegenwoordigen bij het management gehoord worden en meewegen in de besluitvorming. We moedigen onze ERG's aan om jaarlijks bijeenkomsten te organiseren met het management om prestaties in de verf te zetten, inzichten te delen en voorstellen te doen voor het actieplan van het jaar erop.
■ Betrokkenheid bij de ecologische transitie We overleggen actief met de werknemers over de impact van onze ecologische transitie, vooral wat betreft de initiatieven inzake elektrificatie en CO2-reductie. Door de verschuiving naar elektrische voertuigen moeten werknemers zich aanpassen aan nieuwe technologieën, wat gerichte opleidingsprogramma's noodzakelijk maakt. Via het overleg in het Subcomité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) worden de bezorgdheden van werknemers meegenomen in beslissingen over veiligheid en de inzet van nieuwe voertuigtechnologieën.
■ Personeelsplanning en -ontwikkeling We leggen sterk de nadruk op personeelsplanning (momenteel nog gericht op arbeidersfuncties, maar we willen dit later uitbreiden naar bediendenfuncties), evenals op bij- en omscholing, als onderdeel van onze inzet voor de ontwikkeling en het welzijn van werknemers. Dit bevordert een 'consensuscultuur' waarin alle stakeholders, inclusief de sociale partners, actief worden geraadpleegd.
- Met inbegrip van de subcomités Mail & Parcels Operations, Retail & Banking, Service Operations en Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW), het Paritair Comité en de technische werkgroepen
237 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
■ Benutten van enquête-inzichten De resultaten van de 'Mijn Stem'-enquête worden op alle niveaus gedeeld en geanalyseerd in specifieke focusgroepen om de belangrijkste verbeterpunten te identificeren. Bij Bpost NV heeft de input van de werknemers beslissingen rechtstreeks beïnvloed, zoals het melden van vacante contractuele functies en het opnieuw invoeren van deeltijds werk (40%) voor werknemers met medische beperkingen. Die voorstellen werden geformaliseerd en op de agenda van het management gezet.
Radial North America
Radial North America vult de groepsbrede tools aan met extra betrokkenheidskanalen:
■ Naast de 'My Voice'-enquête maakt Radial gebruik van Workstep, een enquêtetool die werknemers uitnodigt om op gezette tijden tijdens hun dienstverband feedback te geven. De resultaten van de enquêtes worden geanalyseerd en er kunnen focusgroepen worden bijeengeroepen om specifieke problemen of oplossingen aan te pakken. De thema's uit deze enquêtes worden teruggekoppeld naar de werknemers.
■ De werknemers worden aangemoedigd om gedurende het jaar proactief feedback te geven aan managers, leidinggevenden of HR-partners ter ondersteuning van voortdurende verbetering.
■ Net als Bpost NV heeft Radial North America Employee Resource Groups (ERG's) die ervoor zorgen dat de stemmen van de groepen die zij vertegenwoordigen door het management worden gehoord en bij de besluitvorming worden meegewogen. De feedback verzameld via welzijnsenquêtes, Workstep en één-op-één gesprekken wordt gebruikt om acties uit te stippelen op team- en bedrijfsniveau. Zo komen individuele ervaringen echt aan bod en beïnvloeden gezamenlijke inzichten de besluitvorming.
Staci France
Bij Staci France wordt werknemersbetrokkenheid ontwikkeld op twee manieren:
■ via een indirect kanaal: namelijk via het formele sociaal overleg en de werknemersvertegenwoordiging; en
■ via een direct kanaal: namelijk open participatiemechanismen, die voor alle werknemers toegankelijk zijn.
Samen zorgen deze kanalen ervoor dat bezorgdheden, ideeën en verwachtingen van het personeel op een zinvolle manier worden meegenomen in de besluitvorming. Daarnaast introduceerde Staci France via het 'Accord de Qualité de vie au travail' (QVT- overeenkomst of Overeenkomst inzake de kwaliteit van het werkleven) een digitale ideeënbox, waarmee werknemers via het intranet voorstellen kunnen indienen, de voortgang kunnen volgen en beslissingen en reacties kunnen raadplegen.
Effectiviteitsbeoordeling van het overleg
Binnen Bnode wordt de effectiviteit van de personeelsbetrokkenheid beoordeeld door een combinatie van kwantitatieve indicatoren, kwalitatieve feedback en gestructureerde opvolgingsmechanismen. De groepsbrede tools omvatten onder andere betrokkenheids- en welzijnsenquêtes (zoals My Voice), prestatiebeoordelingen, paritaire comités en periodieke rapportageprocessen die betrokkenheidsgerelateerde KPI's opvolgen. Deze mechanismen bieden inzicht in welzijn, stressniveaus, organisatieklimaat en nieuwe bezorgdheden over het personeelsbestand.
Bij Bpost NV wordt de effectiviteit opgevolgd via permanente feedbackgroepen, communicatiesessies en de tweejaarlijkse 'Mijn Stem'-enquête. De resultaten worden geanalyseerd en binnen teams gedeeld door people managers, en besproken met vakbonden via regelmatige paritaire comités op verschillende organisatieniveaus, wat de transparantie en afstemming met sociale partners bevordert. De verwachtingen rond betrokkenheid zijn ingebed in de doelstellingen van managers en worden aangevuld met indicatoren zoals personeelsverloop, absenteïsme en signalen die tijdens operationele beoordelingen naar voren komen. Wanneer enquêtes of feedback significante afwijkingen aan het licht brengen, worden de onderliggende processen herzien en aangepast om beter te voldoen aan de behoeften van de werknemers.
238 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Bij Radial North America loopt de aanpak gelijk met die van Bpost NV: een combinatie van jaarlijkse welzijnsenquêtes (inclusief 'Mijn Stem'), korte gerichte enquêtes, planningssessies en mechanismen voor voortdurende feedback. Met deze tools kunnen trends in stressniveaus, werkomstandigheden en de beleving van werknemers worden vastgesteld. Verantwoordelijkheden inzake betrokkenheid zijn geïntegreerd in de managementdoelstellingen en indicatoren zoals verloop en retentie worden voortdurend gecontroleerd. Als er ongebruikelijke patronen opduiken, worden de processen herzien en aangepast aan de verwachtingen van het personeel.
Bij Staci France wordt de effectiviteit ondersteund door gestructureerd overleg binnen het 'Comité Social et Économique' (CSE of Sociaal en economisch comité) en de bijbehorende comités, die continu inzicht geven in werkomstandigheden, welzijn, veiligheid en veranderingen binnen de organisatie. Daarnaast kunnen werknemers hun bezorgdheden delen of verbetervoorstellen doen via het ideeënplatform op intranet. De resultaten worden regelmatig geëvalueerd, en vervolgacties toetsen of de processen effectief blijven en aansluiten bij de verwachtingen van medewerkers. Staci France geeft daarnaast inzicht in hoe de betrokkenheidspraktijken worden beoordeeld, inclusief de beslissingen, aanpassingen en actieplannen die voortkomen uit de feedback van medewerkers.
Overeenkomsten met de werknemersvertegenwoordigers
Bnode heeft geen Global Framework Agreement (GFA of Algemene Raamovereenkomst) op groepsniveau. Zoals hierboven toegelicht worden in sommige entiteiten de medewerkers wel betrokken via hun vertegenwoordigers. In regio's waar de werknemers vertegenwoordigd worden door wettelijk erkende vakbonden of ondernemingsraden, zoals bij Bpost NV of Staci France, zet Bnode een constructieve dialoog op met deze vertegenwoordigers. In gebieden waar een dergelijke vertegenwoordiging beperkt is, ondersteunt Bnode alternatieve middelen om effectieve communicatie tussen werknemers en management te vergemakkelijken.
Bpost NV
De aanpak van Bpost NV om de impact op het personeel te beheren, is gebaseerd op een combinatie van rechtstreeks overleg met de werknemers en samenwerking met de werknemersvertegenwoordigers, waarbij zowel aan de wettelijke verplichtingen als aan de waarden van de organisatie wordt voldaan. Het bedrijf raadpleegt waar nodig de vakbonden en zorgt ervoor dat de arbeidsrechten worden nageleefd. Naast naleving erkent het bedrijf de waarde van samenwerking met de vakbonden en managers om initiatieven te testen en te verfijnen voordat ze worden geïmplementeerd, wat het engagement aantoont voor weloverwogen besluitvorming.
Bij Bpost NV werden verschillende overeenkomsten (zoals het Administratief, Geldelijk en Syndicaal Statuut en het Arbeidsreglement) gesloten tussen het bedrijf en de vakbonden in het bevoegde overlegorgaan en vervolgens goedgekeurd in het Paritair Comité. Hierin zijn de rechten van de werknemers vastgelegd, onder andere op het gebied van loon, werktijden, welzijn op het werk, enz. Bovendien onderhandelt het bedrijf (twee)jaarlijks met de vakbonden over een bedrijfs-cao, waarin ook een aantal rechten voor de werknemers zijn vastgelegd. Daarnaast spelen de werknemersvertegenwoordigers een sleutelrol in het versterken van de stem van de werknemers. De werknemers kunnen vragen, problemen of suggesties voorleggen aan hun vertegenwoordigers, die de kwesties vervolgens bespreken tijdens de maandelijkse overlegvergaderingen of via informele kanalen. De regelmatige dialoog in verschillende paritaire subcomités zorgt ervoor dat de input systematisch wordt geanalyseerd en dat er op basis hiervan ook acties worden ondernomen.
Staci France
Zoals eerder benadrukt, heeft Staci France verschillende collectieve overeenkomsten gesloten die de sociale dialoog structureren en de rechten en het welzijn van de werknemers ondersteunen:
■ De overeenkomst inzake vakbondsrechten bepaalt de rechten en middelen die worden toegekend aan vakbonden en hun vertegenwoordigers, zodat ze hun mandaat effectief kunnen uitvoeren binnen het bedrijf.239 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
■ De overeenkomst inzake het 'Comité Social et Économique' (CSE) bepaalt de samenstelling en werking van het CSE, beschrijft de verplichte commissies en geeft aan hoeveel delegatie-uren aan de verkozen vertegenwoordigers worden toegekend.
■ Het 'Accord sur l'égalité professionnelle entre les femmes et les hommes' (of de overeenkomst inzake professionele gelijkheid tussen vrouwen en mannen) heeft als doel rechtvaardigheid te waarborgen op het gebied van verloning, loopbaanontwikkeling en arbeidsvoorwaarden, en zo gendergelijkheid binnen de organisatie te bevorderen.
■ Het 'Accord sur la Qualité de Vie et des Conditions de Travail' (QVCT of de overeenkomst inzake de levenskwaliteit en de arbeidsomstandigheden) moet het welzijn van medewerkers verbeteren, de werkorganisatie optimaliseren en psychosociale risico’s vermijden via concrete maatregelen en een doorlopende dialoog.
Betrokkenheid van kwetsbare werknemers
Bij Bnode zijn specifieke maatregelen genomen om kwetsbare of ondervertegenwoordigde werknemers te begrijpen, te ondersteunen en te betrekken. Dit geldt onder meer voor vrouwen, werknemers met een migratieachtergrond, werknemers met speciale behoeften en personen die een groter risico lopen op discriminatie of sociale uitsluiting. Hoewel elke entiteit opereert binnen de lokale wet- en regelgeving, blijven de onderliggende principes dezelfde: zorgen voor gelijke behandeling en voor manieren waarop werknemers veilig bezorgdheden kunnen uiten, en proactief obstakels voor inclusie wegnemen.
Bpost NV
Bpost NV maakt gebruik van een gestructureerde reeks instrumenten en partnerschappen om de perspectieven van kwetsbare groepen in kaart te brengen en in te spelen op hun specifieke behoeften:
■ Feedbackmechanismen
Regelmatige, halfjaarlijkse enquêtes rond medewerkersbetrokkenheid, aangevuld met focusgroepen, peilen naar respect, eerlijkheid en inclusie. Ze geven inzicht in de ongelijkheden die werknemers ervaren of helpen mogelijke nieuwe risico’s vroegtijdig op te sporen.
■ Interne ondersteuningsstructuren
Het team voor psychosociale ondersteuning is opgeleid om alle werknemers bij te staan, en heeft bijzondere aandacht voor personen die te maken krijgen met kwetsbaarheid of psychosociale stress. Interne werknemersnetwerken, zoals Young, Pride2b en XandY, bieden veilige en ondersteunende gemeenschappen waar medewerkers uit gemarginaliseerde groepen terechtkunnen voor steun en vertegenwoordiging.
Radial North America
Radial North America neemt ook bewuste stappen om de behoeften van kwetsbare groepen te identificeren en hierop in te spelen:
■ Enquêtes over betrokkenheid en het gevoel erbij te horen
Halfjaarlijkse enquêtes en regelmatige “Voice of the Associate”-sessies verzamelen inzichten over de verbondenheid, de inclusie, het vertrouwen en de drempels op de werkvloer die kwetsbare medewerkers ervaren.
■ Ondersteuning voor geestelijke gezondheid
Het Human Resources-team is opgeleid in eerste hulp bij mentale gezondheidsproblemen en kan daardoor snel en adequaat reageren wanneer medewerkers te maken krijgen met psychische problemen, waarbij het focust op vroege opsporing en tijdige ondersteuning.
■ Employee Resource Groups (ERG's)
Net als bij Bpost NV bieden ERG's gerichte ondersteuning aan ondervertegenwoordigde of kwetsbare groepen. Bij Radial North-America zijn dit onder andere het Women's Initiative Network, de Mental Health and Wellness Group, de Veterans and Allies Network en Pride. ERG's zorgen ervoor dat de perspectieven van diverse groepen worden gedeeld met het management en worden gebruikt bij organisatorische beslissingen.
240 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Staci France
Staci France combineert formele overeenkomsten, gestructureerde dialoog en gerichte initiatieven om kwetsbare of gemarginaliseerde medewerkers beter te begrijpen en te ondersteunen. Op het gebied van communicatie deelt Staci France haar inclusie- en gelijkheidsmaatregelen op transparante wijze via interne kanalen zoals Staci Connect en directe communicatie met werknemers:
■ Overeenkomst inzake gendergelijkheid op het werk
Gecommuniceerd naar alle werknemers en opgevolgd tijdens de hele looptijd, met concrete acties ter ondersteuning van gelijke verloning, loopbaanontwikkeling en eerlijke arbeidsomstandigheden.
■ Overeenkomst inzake de levenskwaliteit en de arbeidsomstandigheden (QVCT)
Hoewel Staci France nog geen specifieke diversiteitsovereenkomst heeft, zijn maatregelen voor non-discriminatie en inclusie opgenomen in de QVCT-overeenkomst.
■ Engagementen op het vlak van diversiteit
Staci France heeft het Franse diversiteitshandvest ('Charte de la diversité') ondertekend en heeft onlangs haar interne diversiteitsbeleid gepubliceerd, waarin specifieke engagementen worden toegelicht met betrekking tot gelijke kansen, inclusie en non-discriminatie.
■ Bewustzijnsinitiatieven
Jaarlijks wordt een themamaand rond handicap georganiseerd, met onder meer deelname aan het initiatief 'Duo Day'. Dit programma koppelt voor één werkdag werknemers aan personen met een beperking, met als doel bewustwording te vergroten en inclusie te bevorderen.
■ Ondersteuningsmechanismen
Daarnaast bieden verschillende mechanismen ondersteuning aan werknemers met speciale behoeften bij Staci France:
– Een vaste coördinator staat in voor het handicapbeleid en biedt ondersteuning aan werknemers met een beperking.
– Omdat het aangeven van een handicap vrijwillig is, is het bedrijf niet altijd op de hoogte van de situatie van alle betrokken werknemers. Initiatieven zoals 'Duo Day' en sensibiliseringscampagnes dragen er echter toe bij dat inclusie wordt versterkt en dat thema’s rond handicap meer zichtbaarheid krijgen.
Verantwoordelijkheid
De verantwoordelijkheid voor het overleg met het personeel en de weloverwogen besluitvorming ligt meestal bij de peoplemanagers, en wordt ondersteund door specifieke teams en processen. De managers spelen een sleutelrol bij het aanpakken van de bezorgdheden van het personeel en het escaleren van de relevante kwesties, met input van de HR Business Partners (HRBP's), de welzijnsteams die enquêtes organiseren en de gezondheids- & veiligheidsteams die zich richten op psychologische veiligheid. De managers bij Bnode hebben een specifieke opleiding genoten in het interpreteren van de resultaten en het ondersteunen van hun teamleden bij het uitwerken van actieplannen.
241 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.1.2.3 S1-3 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken
Klachtenregelingen en meldkanalen bij Bnode
Binnen Bnode beschikt elke entiteit over mechanismen om klachten van werknemers op een eerlijke, vertrouwelijke en doeltreffende wijze te behandelen en op te volgen. Op groepsniveau werden twee hoofdkanalen ingericht waarlangs werknemers zorgen kunnen kenbaar maken. Daarnaast kunnen entiteiten op lokaal niveau bijkomende kanalen inzetten. Ter illustratie worden hieronder de bijkomende mechanismen toegelicht die in onze grootste entiteiten worden toegepast.
Om de klachtenregelingen en meldkanalen binnen Bnode sterker onder de aandacht te brengen, wordt hierrond op regelmatige basis helder en toegankelijk gecommuniceerd. Werknemers vinden alle informatie over hoe ze bezorgdheden kunnen aankaarten, klachten kunnen indienen of vermoedens van wangedrag kunnen melden op onze interne portalen, waar ze de richtlijnen, procedures en aanspreekpunten op elk moment kunnen raadplegen. Om permanente zichtbaarheid te waarborgen, wordt deze info regelmatig herhaald in e-mails en op het intranet (Insite), waarbij de verschillende meldkanalen in de kijker worden gezet en werknemers worden aangemoedigd om er gebruik van te maken. Deze informatie wordt bovendien ook uitvoerig en helder toegelicht tijdens de opleiding rond de Gedragscode, die voor elke werknemer verplicht is. Deze opleiding werd gevolgd door 98% van de werknemers in 2025.
De kanalen binnen Bnode omvatten onder meer:
■ Speak Up, een formeel klachtenmechanisme dat personeelsleden toelaat om hun zorgen kenbaar te maken.
Om bezorgdheden aan te kaarten, hebben we een formeel mechanisme: de Speak Up Policy en Speak Up-tool. Meldingen worden individueel ingediend, maar de resultaten worden geaggregeerd op team-, divisie- en groepsniveau, wat waardevolle inzichten oplevert in de evolutie van welzijn binnen de organisatie. Wanneer een situatie geëscaleerd moet worden, wordt een formele procedure opgestart, met schriftelijke documentatie en aanbevelingen. De Chief HR Officer (CHRO) is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze aanbevelingen, die in sommige gevallen kunnen leiden tot tuchtmaatregelen. Hoewel het formele meldproces binnen de groep algemeen bekend is, geven de meeste werknemers er de voorkeur aan om bezorgdheden informeel te bespreken met hun leidinggevende of HR-verantwoordelijke.
■ Mijn Stem telt, een bevraging die halfjaarlijks wordt gehouden en zo ruimte biedt om problemen aan te kaarten
Mijn Stem telt is een laagdrempelige, korte bevraging die peilt naar de beleving van werknemers op de werkvloer. De enquête neemt slechts enkele minuten in beslag en maakt gebruik van gestandaardiseerde indicatoren en een scoresysteem van 1 tot 5. Ze biedt een algemeen beeld van de betrokkenheid en het welzijn binnen de organisatie. De resultaten worden gedeeld met leidinggevenden, die templates en richtlijnen aangereikt krijgen om gerichte actie te ondernemen. De leidinggevenden zijn ervoor verantwoordelijk het voortouw te nemen in de initiatieven die naar aanleiding van de Mijn Stem telt-resultaten worden opgezet. Deze aanpak is in hoofdzaak gericht op preventie en collectieve verbetering via gerichte maatregelen.
Beide kanalen worden intern beheerd en zijn zo opgezet dat werknemers meerdere kanalen hebben om hun noden te uiten en ondersteuning te krijgen.Bpost NV pakt significante negatieve impacts voor het eigen personeel op een gestructureerde manier aan, die zich toespitst op sociaal overleg en risicoanalyse. Aan de hand van de mechanismen waarin het Vakbondsstatuut en de bijhorende richtlijnen voorzien, worden bijsturende maatregelen doorgevoerd om de actieve betrokkenheid van werknemers en de naleving van de formele procedures te waarborgen.
242 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
■ Risicoanalyse achteraf
Naast deze hierboven vermelde bestaande mechanismen voert Bpost NV na het voorval een risicoanalyse uit om het welzijn en de betrokkenheid op de werkvloer verder te versterken. Deze analyses worden opgestart zodra er tekenen van ontwrichting of onbehagen zijn en kunnen op vraag van leidinggevenden, de werkgever, de sociale partners of het team zelf gebeuren. In tegenstelling tot Mijn Stem telt, gaat het hier om een diepgaand en gepersonaliseerd proces, met tot zekere hoogte gestructureerde individuele gesprekken (duur: 1 tot 1,5 uur) waarin de vijf welzijnsdomeinen die in de Welzijnswet van 4 augustus 1996 zijn vastgelegd, onder de loep worden genomen. Deze aanpak biedt diepgaand inzicht in de problemen en brengt de onderliggende oorzaken in kaart. Na afloop wordt een verslag opgesteld en worden in de eerste plaats collectieve maatregelen voorgesteld, zoals het opfrissen van de kennis van de Gedragscode op teambriefings of het organiseren van opleidingen om procedures te verduidelijken. Indien nodig volgen ook aanbevelingen voor individuele maatregelen. Hoewel het aanvankelijk om lokale analyses gaat, kunnen ze een bredere impact hebben. Zo bracht een risicoanalyse in een Retail-cluster in Brussel aan het licht dat de procedures niet transparant genoeg waren. Dit leidde tot bijsturende maatregelen die in het hele land werden doorgevoerd. De Mijn Stem telt-enquête en de risicoanalyses achteraf vullen elkaar aan: de enquête levert een snelle, globale momentopname van het sociale klimaat op, terwijl de risicoanalyse helpt om dieper in te zoomen op concrete knelpunten. Samen maken ze het mogelijk om zowel preventief als corrigerend op te treden en zo te bouwen aan een gezonde en respectvolle werkomgeving. Wat het curatieve aspect betreft, volgt Bpost NV medewerkers die op het vlak van psychologisch en psychosociaal welzijn in de ‘rode zone’ terechtkomen, gericht op en koppelt het hieraan preventieve maatregelen om problemen proactief aan te pakken. Daarnaast werkt Bpost NV nauw samen met het Enterprise Risk Management (ERM)- team om risico’s met betrekking tot het personeel proactief te identificeren en te beperken. Door omscholingstrajecten (bv. externe mobiliteitsprogramma's), flexibele planning en betrokkenheidsinitiatieven te integreren in de personeelsstrategie, wil Bpost NV het beheer van vaardigheden verbeteren en de risico's beperken.
■ Diensten voor psychologische begeleiding
Werknemers van Bpost NV beschikken over een aantal ondersteuningskanalen om persoonlijke of werkgerelateerde bezorgdheden aan te kaarten. Zij kunnen terecht bij hun teammanager, interne vertrouwenspersonen of opgeleide preventieadviseurs, waarvan de namen gemakshalve zijn opgenomen in het arbeidsreglement. Daarnaast is ondersteuning beschikbaar via vertrouwenspersonen binnen de dienst Psychosociale Preventie, die vlot bereikbaar is op het intranet onder het luik 'Welzijn & diversiteit'. Van leidinggevenden wordt ook verwacht dat zij met elke medewerker minstens één keer per jaar een gesprek rond welzijn voeren, om mentale gezondheid en welzijn op het werk proactief bespreekbaar te maken. Alle medewerkers - met inbegrip van stagiairs, trainees en medewerkers met om het even welk type contract – hebben toegang tot psychologische begeleiding. De begeleiding start met een eerste, informele beoordeling, die indien nodig opgevolgd wordt met praktische hulpmiddelen, advies of tussenkomst op individueel, team- of organisatieniveau. Moet de kwestie worden geëscaleerd, dan wordt de klacht formeel geregistreerd en voorgelegd aan de CHRO, zoals wettelijk vereist.
243 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Een gespecialiseerd team van psychosociale preventieadviseurs, vertrouwenspersonen en maatschappelijk assistenten zorgt ervoor dat klachten veilig en vertrouwelijk worden behandeld. Werknemers kunnen elke situatie melden die zij als schadelijk voor hun eigen lichamelijk of psychologisch welzijn ervaren. Het beroepsgeheim wordt strikt gerespecteerd en zowel informele als formele procedures worden helder toegelicht. In ernstige gevallen, zoals bij seksueel grensoverschrijdend gedrag, worden werknemers onmiddellijk begeleid naar de politie en, indien nodig, doorverwezen naar juridische of gespecialiseerde diensten. De ondersteuning is over het hele land georganiseerd via een netwerk van 12 maatschappelijk assistenten en 3 psychosociale preventieadviseurs. In elke provincie is één maatschappelijk assistent actief die optreedt als vertrouwenspersoon en stresscoach. In Brussel staan drie maatschappelijk assistenten paraat (twee Franstalige en één Nederlandstalige). Op nationaal niveau biedt een tweetalige psychosociale preventieadviseur overkoepelende begeleiding, daarbij bijgestaan door twee regionale adviseurs (een Franstalige en een Nederlandstalige). Daarnaast is er een permanent noodnummer voor kritieke incidenten dat elke dag van de week de klok rond bereikbaar is.
Radial North America
Bij Radial North America worden bezorgdheden van werknemers beoordeeld in samenwerking met het departement Human Resources (HR). Indien nodig worden ze verder onderzocht via gesprekken met een HR-vertegenwoordiger, om een eerlijk en grondig proces te garanderen voor het aanpakken van problemen van de werknemers. De werknemers kunnen bovendien anoniem problemen melden via de ethische hotline van het bedrijf, waarbij de vertrouwelijkheid en veiligheid worden gewaarborgd. Ze kunnen hun bezorgdheden ook rechtstreeks met HR-vertegenwoordigers bespreken voor een meer persoonlijke benadering. Alle locaties van Radial North America hebben een mechanisme voor het melden van bijna-ongevallen en veiligheidskwesties, die worden geregistreerd en beoordeeld door het veiligheidscomité. Vervolgens worden aanbevelingen gedaan aan het management van de site en worden de werknemers via een verslag op de hoogte gehouden van de activiteiten van het comité. Daarbovenop kunnen werknemers hun bezorgdheden rechtstreeks aan hun leidinggevende of via het veiligheids- en beveiligingsteam melden via een speciale e-maildistributielijst waar alle werknemers toegang toe hebben.
Staci France
Bij Staci France kunnen meldingen worden gedaan via de manager of via Human Resources. In Frankrijk is het wettelijk verplicht om specifieke contactpersonen aan te duiden. Dit geldt niet enkel voor veiligheidskwesties, maar heeft ook betrekking op bredere onderwerpen zoals pesterijen. Zo zijn er bijvoorbeeld specifieke contactpersonen voor seksuele intimidatie en seksistisch gedrag, zowel onder de verkozen werknemersvertegenwoordigers als binnen het management. Daarnaast kunnen werknemersvertegenwoordigingen zoals vakbonden en verkozen vertegenwoordigers ook als tussenpersoon fungeren om bezorgdheden te escaleren. Rapporten kunnen daarom rechtstreeks van een verkozen vertegenwoordiger komen of via een specifiek orgaan, zoals het Comité voor Gezondheid, Veiligheid en Milieu of het Sociaal en Economisch Comité. Afhankelijk van het probleem kunnen meerdere instanties betrokken zijn bij de aanpak ervan. Door deze gecombineerde aanpak, op groeps- en entiteitsniveau, zorgt Bnode ervoor dat werknemers in alle entiteiten beschikken over meerdere, vertrouwde kanalen om hun bezorgdheden te uiten, waardoor een cultuur van transparantie, veiligheid en welzijn wordt bevorderd.
244 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Effectiviteitsbeoordeling van ons klachtenafhandelingsmechanisme
De effectiviteit van klachtenafhandeling binnen de groep wordt beoordeeld door middel van gestructureerde processen die voldoen aan lokale wetgeving en governancenormen.
Bpost NV
Bij Bpost NV bereidt elke site een jaarverslag voor met daarin gegevens over gezondheid en veiligheid, het aantal formele klachten en de uitgevoerde psychosociale risicoanalyses. Dit rapport dient als een belangrijk opvolgingsinstrument. Daarnaast stuurt het Privacy and Compliance-team elk kwartaal compliancerapporten aan het Executive Comité en het Audit, Risk & Compliance Comité (ARCC) van de Raad van Bestuur, inclusief personeelsgerelateerde kwesties. Binnen het Speak Up-programma grijpt het management snel in wanneer kwesties directe opvolging vereisen. Bij andere problemen zorgt een specifiek welzijns- en preventieteam ervoor dat passende maatregelen worden genomen ter ondersteuning van medewerkers. Klachten bij Bpost NV worden beoordeeld door de HR- en Legal-departementen, die nagaan of ze gegrond zijn en op een toegankelijke en transparante manier worden behandeld, in lijn met de normen op het vlak van mensenrechten. De inzichten uit deze evaluaties worden benut om klachtenmechanismen verder te versterken en toekomstige problemen te voorkomen, en zo een cultuur van verantwoordelijkheid en continue verbetering te bevorderen.
Radial North America
Bij Radial North America worden meldingen van medewerkers systematisch opgevolgd via periodieke beoordelingen door de teams van HR en Legal. Daarbij wordt nagegaan of de meldingskanalen doeltreffend en eerlijk zijn en voor iedereen toegankelijk en transparant blijven, met respect voor de mensenrechten. De bevindingen worden gebruikt om rapportagemechanismen te verbeteren en preventieve maatregelen te implementeren, wat het vertrouwen van werknemers vergroot.
Staci France
Bij Staci France verloopt de behandeling van klachten volgens een gestructureerd proces dat aansluit bij de Franse arbeidswetgeving.Afhankelijk van de ernst worden dossiers lokaal door het management opgepakt of voorgelegd aan representatieve organen zoals het Comité voor Gezondheid, Veiligheid en Arbeidsomstandigheden (CSSCT) of het Sociaal en Economisch Comité (CSE). Een gezamenlijke onderzoekscommissie — bestaande uit management en verkozen vertegenwoordigers — zal in dergelijke gevallen de aanpak bepalen, hoorzittingen houden en een verslag opstellen. De CSSCT doet aanbevelingen die het management beoordeelt en, waar nodig, omzet in passende maatregelen of sancties. Op deze manier, binnen de kaders van de lokale wetgeving, zorgt Staci France ervoor dat bezorgdheden van werknemers in alle entiteiten op een consistente en transparante manier worden behandeld, met oog voor de mensenrechten.
Kanalen voor ons personeel om hun bezorgdheden of behoeften te uiten
Zoals eerder vermeld, zorgt Bnode ervoor dat werknemers in alle entiteiten toegang hebben tot betrouwbare kanalen om bezorgdheden of behoeften te uiten, met duidelijke communicatie en regelmatige updates. Deze kanalen worden aan de werknemers gecommuniceerd via de Gedragscode. Bij Bnode bestaan een aantal policies om personen die deze kanalen gebruiken, waaronder werknemersvertegenwoordigers, te beschermen tegen represailles. De Speak Up Policy waarborgt dat alle meldingen binnen de gedefinieerde reikwijdte en behandelingsprocedures ervan vertrouwelijk worden behandeld. Werknemers die gebruikmaken van de Speak Up-procedure kunnen erop rekenen dat hun anonimiteit wordt gerespecteerd. Vertrouwenspersonen, zoals sociaal assistenten en psychosociale preventieadviseurs, zijn namelijk gebonden aan het beroepsgeheim.
245 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Meldingen over psychosociale risico's bij Bpost NV zijn uitgesloten van de Speak Up-tool, omdat ze onder de Belgische welzijnswetgeving vallen. Deze meldingen worden door het team psychosociale preventie in overeenstemming met het toepasselijke wettelijke kader en vertrouwelijk behandeld, aangezien de teamleden gebonden zijn aan het beroepsgeheim. Bij Bpost NV worden deze kanalen ondersteund door het compliance- en auditteam. Klachtenprocedures worden regelmatig bijgewerkt en aan medewerkers gecommuniceerd via e-mail, informatiesessies of het intranet, afhankelijk van hun personeelscategorie. Daarnaast bestaat er bij Bpost NV een Subcomité Preventie, een wettelijk verplicht orgaan waar collectieve gezondheid- en welzijnskwesties besproken kunnen worden. Dit comité komt maandelijks samen met werknemersvertegenwoordigers en experts, terwijl soortgelijke lokale vergaderingen elk kwartaal plaatsvinden. Het comité buigt zich over alle welzijnsdomeinen, waaronder ergonomie, psychosociale risico's, hygiëne en veiligheid - in feite alles wat binnen het bereik van preventie valt. Een vastgesteld proces zorgt ervoor dat deze kwesties collectief op een correcte manier worden behandeld en opgevolgd.
Radial North America
Personen die bij Radial North America gebruikmaken van de meldingskanalen worden door policy's beschermd tegen vergelding. Dat staat expliciet beschreven in het Werknemershandboek, waarin een antivergeldingsregeling is opgenomen. Het bedrijf beschikt over een ethische hotline als belangrijkste vertrouwelijke meldpunt. Het personeel wordt geïnformeerd over deze kanalen en gestimuleerd erop te vertrouwen, onder andere via:
■ Materialen op de site (posters, hand-outs)
■ Jaarlijkse opleidingssessies
■ Regelmatige herinneringen van HR en het management
Werknemers krijgen een opleiding over hoe ze de hotline effectief kunnen gebruiken, zodat ze een betrouwbaar en vertrouwelijk kanaal hebben om bezorgdheden te uiten. Bovendien worden de antwoorden op de enquêtes gedeeld met de werknemers om de transparantie en het vertrouwen in het proces te vergroten. Door openlijk feedback te delen, laat Radial zien dat het zich inzet voor doeltreffende communicatie en het aanpakken van problemen.
Staci France
Bij Staci France worden de rapportagekanalen weergegeven op informatieborden op elke site. Het bedrijf biedt via intranet ook Staci Connect aan, waar werknemers gemakkelijk toegang hebben tot alle relevante contacten.
Specifieke middelen voor impactbeheer
Bij Bnode zetten we ons actief in voor het welzijn en de ervaring van medewerkers, met gerichte middelen en gestructureerde aanpakken. Een specifiek team werkt op het welzijn van de werknemers via proactieve ondersteuning, het versterken van veerkracht en initiatieven die een gezonde en inclusieve werkomgeving in alle entiteiten stimuleren. Elke entiteit zet daarvoor de middelen in die zij passend acht. Zo beschikt Bpost NV binnen dit kader over een actief HR-team, wordt het management op alle niveaus betrokken en worden specifieke budgetten ingezet om de gevolgen van grote organisatorische veranderingen op te vangen. Bovendien meet en ondersteunt Bpost NV het welzijn van werknemers, biedt het gerichte opleidingen en ontwikkelingsmogelijkheden, en bevordert het een open en constructieve sociale dialoog. Er worden extra inspanningen geleverd om een gezamenlijke bedrijfscultuur te bevorderen, gebaseerd op leiderschapscompetenties en onze waarden, om de strategische doelstellingen te behalen. Bpost NV werkt bovendien samen met Actisoc, een non-profitorganisatie, om gerichte hulp te bieden aan medewerkers die dat nodig hebben.
Ook Radial North America levert een belangrijke bijdrage via een team van ongeveer 50 HR-professionals dat zich bezighoudt met alle aspecten van de werknemerservaring. Zij voeren onder andere werknemersenquêtes uit, bieden steun bij het opstellen van actieplannen en zorgen voor continue verbeteringen. Het management beoordeelt actief de resultaten en stelt duidelijke verwachtingen voor de opvolging, waardoor verantwoordelijkheid en daadkracht worden versterkt.
246 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.1.3 Diversiteit van het personeelsbestand en beloning: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en Maatstaven
6.3.1.3.1 S1-6 Kenmerken van werknemers, S1-9 Diversiteitsmaatstaven
Diversiteit: een troef voor Bnode
Bnode (inclusief Staci) is een grote logistieke groep met meer dan 33.532 interne werknemers wereldwijd, waaronder 11.453 vrouwen, 21.857 mannen, 221 zonder gendervermelding en 1 andere. Ongeveer 76,81% van onze werknemers is in België gevestigd. Onze interne diversiteit is een natuurlijke weerspiegeling van de diversiteit van onze samenleving: mensen van verschillende genders en van verschillende generaties, culturen, achtergronden en identiteiten. Eén ding hebben ze gemeen: ze willen samenwerken voor Bnode om levens beter te maken. Diversiteit en inclusie versterken de betrokkenheid van de werknemers en de effectieve besluitvorming. Bnode volgt de belangrijkste diversiteitsindicatoren op om discriminatie te voorkomen en een eerlijke vertegenwoordiging van al onze werknemers te bevorderen. Zoals beschreven in S1-2 en S1-3, helpen onze interne controles, HR-procedures en meldkanalen ons om mogelijke gevolgen van ongelijke behandeling in kaart te brengen en waar nodig corrigerende maatregelen te nemen. Hoewel deze processen niet alle potentiële negatieve gevolgen kunnen wegnemen, helpen ze ons wel om problemen efficiënter op te sporen, gepast te reageren en onze voortgang op te volgen.
Onze inzet voor genderdiversiteit in het management
Als onderdeel van deze verbintenis heeft Bnode in 2025 een duidelijke, gefaseerde doelstelling geformuleerd om het genderevenwicht in besluitvormingsorganen en managementfuncties geleidelijk te verbeteren:
■ Managementniveau: 40-40-20 tegen eind 2027
■ Group Leadership Team (GLT): 40-40-20 tegen 2028
■ Group Top Management (GTM): 40-40-20 tegen 2029
■ Executive Comité (ExCo): 40-40-20 tegen 2030
De definities van deze afgebakende groepen worden gegeven in de onderstaande methodologie. Deze gefaseerde aanpak ondersteunt de ontwikkeling van een duurzaam en inclusief doorstroomtraject voor leiderschap en zorgt ervoor dat diversiteitsdoelstellingen geleidelijk worden geïntegreerd in alle governance- en managementlagen. Het 40-40-20-genderdiversiteitsmodel (40% vrouwen, 40% mannen en 20% flexibiliteit) is gebaseerd op degelijk onderbouwd onderzoek waaruit blijkt dat een minimale kritische massa van zo'n 30 tot 40% vereist is opdat ondervertegenwoordigde groepen effectief kunnen bijdragen aan de besluitvorming en de resultaten van organisaties kunnen beïnvloeden. Alle beslissingen worden, zoals steeds, genomen op basis van functievereisten, vaardigheden en kwalificaties.
Om deze genderdiversiteitsdoelstelling te bereiken, heeft Bnode een specifiek actieplan uitgewerkt dat gericht is op:
■ een transparantere en frequentere rapportering aan de Raad van Bestuur;
■ sterkere vaardigheden op het gebied van diversiteit door middel van diversiteitstrainingen voor recruiters en people managers;
■ en de verankering van een evenwichtige vertegenwoordiging in belangrijke personeelsprocessen (aanwervingsprocessen en planning van de opvolging).
247 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
De voortgang ten opzichte van deze doelen wordt gemeten via halfjaarlijkse rapportering over de samenstelling van het personeelsbestand, de vertegenwoordiging in het management en de genderverdeling. Deze resultaten worden gerapporteerd aan de Raad van Bestuur en het ESG Comité via de bestaande governancestructuren. Als de vooruitgang niet aan de verwachtingen voldoet, kunnen bijkomende maatregelen worden genomen om de verbetering te versnellen.
Nastreven van inclusie in alle dimensies van Diversiteit
Naast deze kwantitatieve doelen is de overkoepelende doelstelling van Bnode ervoor te zorgen dat elke werknemer zich welkom, gerespecteerd en gewaardeerd voelt, ongeacht gender, achtergrond of persoonlijke kenmerken.De sociale duurzaamheidsstrategie van Bnode gaat dan ook verder dan genderdiversiteit en omvat ruimere principes inclusie, gelijke kansen en non-discriminatie principes, in lijn met onze beleidslijnen vermeld in deel S1-1. Discriminatie in welke vorm dan ook is ten strengste verboden binnen Bnode. Dergelijk gedrag is onverenigbaar met onze waarden en moet onmiddellijk worden aangepakt. Managers moeten onmiddellijk ingrijpen, passende bijsturende maatregelen nemen met de betrokkene en de getroffen werknemers ondersteunen, in overeenstemming met het beleid van Bnode inzake waardigheid, non-discriminatie en welzijn op het werk. Respect voor genderidentiteit, inclusief transgenderidentiteit, is een integraal onderdeel van deze verbintenis. Van alle werknemers wordt verwacht dat ze ieders genderidentiteit respecteren en het gebruik van zelf-geïdentificeerde namen en voornaamwoorden, zodra die binnen het team zijn gedefinieerd en bekendgemaakt, moet consequent door iedereen worden gerespecteerd.
Met betrekking tot vrijheid van geloof erkent en respecteert Bnode religieuze en ideologische overtuigingen in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en operationele kaders. In functies die rechtstreeks en regelmatig in contact komen met klanten of burgers is het dragen van zichtbare religieuze of ideologische symbolen (zoals kruisen, sluiers, keppels of tulbanden) beperkt om de neutraliteit van de openbare dienstverlening te waarborgen. Deze beperkingen gelden niet voor andere functies. Religieuze praktijken moeten discreet blijven en verenigbaar zijn met de organisatie van het werk. Managers moeten vragen hieromtrent objectief beoordelen, op basis van operationele vereisten en zonder te discrimineren. Pauzes mogen vrij worden gebruikt, ook voor gebed, op voorwaarde dat dit de organisatie van het werk of de continuïteit van de dienstverlening niet verstoort.
Hoewel we niet kunnen garanderen dat onze eigen praktijken nooit zullen leiden of bijdragen tot materiële negatieve gevolgen voor onze werknemers, creëren de processen beschreven in S1-2 en S1-3 het kader dat we gebruiken om dergelijke risico's te voorkomen, te beperken en te verhelpen.
248 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Initiatieven om diversiteit, gelijkheid en inclusie te ondersteunen
Om onze doelstellingen op het gebied van genderdiversiteit en bredere inclusiedoelstellingen te bereiken, hebben we verschillende gerichte initiatieven op het gebied van diversiteit, gelijkheid en inclusie (DEI) gelanceerd. Enkele voorbeelden worden hieronder weergegeven.
Generatiediversiteit en leeftijdsinclusieve loopbanen bevorderen (Bpost NV)
Bpost NV waardeert de talenten van alle generaties en bevordert een leeftijdsinclusieve werkplek. In samenwerking met de departementen Talent en Prevention & Health ondersteunen gerichte initiatieven het welzijn, de inzetbaarheid en de loopbaanontwikkeling van werknemers gedurende hun hele loopbaan. Dit omvat onder meer maatregelen waardoor werknemers van 50 jaar en ouder hun werklast geleidelijk kunnen verminderen aan het einde van hun carrière en een Young Talent Program, een tweejarige traineeship voor pas afgestudeerden om uiteenlopende ervaringen op te doen en zich sneller te ontwikkelen.
Inclusieve voordelen ter ondersteuning van levensfasen en gendergelijkheid (Radial North America)
Radial North America heeft een uitgebreid programma voor gezinsplanning en gezondheidszorg ingevoerd om werknemers in belangrijke levensfasen te ondersteunen. Het programma biedt dekking en ondersteuning met betrekking tot in-vitrofertilisatie (IVF), adoptie, zwangerschap, menopauze en andere gezinsgerelateerde gezondheidsbehoeften. Deze voordelen zijn bedoeld om structurele hindernissen te verminderen, met name voor vrouwen, en om gelijke kansen, welzijn en retentie te bevorderen gedurende de loopbaan van de werknemers. Dankzij deze inclusieve voordelen en andere initiatieven gericht op vrouwen op de werkplek, werd Radial North America in 2025 erkend als ‘Great Place to Work for Women’.
Betere toegang tot pensioensparen voor werknemers in functies met een lager loon of een uurloon (Radial North America)
In 2025 lanceerde Radial North America een gericht initiatief om de bekendheid van en deelname aan het 401(k)-pensioenspaarplan bij werknemers met een uurloon te vergroten, omdat de deelname bij die groep historisch laag lag. Om hindernissen op het gebied van toegankelijkheid en begrijpelijkheid weg te nemen, werd de communicatie vereenvoudigd en werkte het bedrijf samen met de aanbieder van het plan om speciale voorlichtings- en informatiesessies te houden. De hulpmiddelen en opleidingen werden ter beschikking gesteld in meerdere talen die door de werknemers worden gesproken zodat iedereen gelijke toegang had tot informatie en een onderbouwde beslissing kon nemen.
Opleiding inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie en psychologische veiligheid (Bnode)
Diversiteitstraining voor recruiters en people managers is een belangrijke hefboom om de doelstelling inzake genderdiversiteit voor 2030 en de bredere inclusiedoelstellingen van Bnode te ondersteunen. Door het bewustzijn van vooroordelen, non-discriminatie en inclusieve leiderschapspraktijken te vergroten, helpen deze trainingen om de principes van gelijke kansen te integreren in aanwervings-, promotie- en opvolgingsprocessen. Diversiteitstraining werd tot nu toe gegeven via lokale initiatieven van verschillende entiteiten, maar momenteel wordt er gewerkt aan een gezamenlijke toolkit voor diversiteitstraining, met een geharmoniseerde inhoud die is aangepast aan alle relevante talen. Naast de DEI-training voor alle people managers, heeft Radial North America ook een training over psychologische veiligheid in het leven geroepen, waar managers tools aangereikt krijgen om respectvolle, ondersteunende en open teamomgevingen te creëren.
249 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Employee Resource Groups (Bpost NV, Radial North America)
Employee Resource Groups (ERG's) bij Bpost NV en Radial North America spelen een belangrijke rol om de inclusie en betrokkenheid van werknemers te bevorderen. Deze groepen creëren ruimtes voor uitwisseling, dialoog en actie, een plaats waar werknemers ervaringen kunnen uitwisselen, ideeën kunnen delen en concrete initiatieven kunnen ondersteunen die de inclusie en het gevoel van samenhorigheid versterken. Bij Bpost NV promoten netwerken zoals Young, Pride2b en XandY diversiteit, welzijn en inclusie. Bij Radial North America omvatten ERG's het Women's Initiative Network, Mental Health and Wellness, Veterans and Allies en Pride. Ze ondersteunen ondervertegenwoordigde of kwetsbare groepen en dragen ze bij aan een gestructureerde dialoog met het leiderschap. Voor 2026 wordt er gewerkt aan een vlottere samenwerking tussen bestaande Employee Resource Groups en een duidelijker, gestructureerd proces om nieuwe ERG's voor te stellen. ERG's worden altijd gevormd op initiatief van een specifieke entiteit om in te spelen op de lokale personeelsbehoeften en tegelijkertijd bij te dragen aan bredere inclusiedoelstellingen binnen Bnode.
Inclusie- en bewustzijnsinitiatieven voor werknemers met een handicap (Staci France)
In het kader van zijn engagement voor gelijke kansen en inclusieve werkgelegenheid promoot Staci France de inclusie en het bewustzijn voor werknemers met een handicap. Naar aanleiding van de Europese week voor de tewerkstelling van personen met een handicap nam Staci deel aan DuoDay 2025 en mochten de deelnemers een dagje meelopen met de productie- en transportteams. Dit initiatief is bedoeld om deelnemers te laten kennismaken met logistieke beroepen en zinvolle uitwisselingen te bevorderen. Werknemers worden zich ook beter bewust van de inclusie-uitdagingen waarmee mensen met een handicap geconfronteerd worden en kunnen zo inclusieve aanwervingsmethodes ondersteunen. Staci France neemt ook deel aan International Zero Discrimination Day om de aandacht te vestigen op de concrete acties die dagelijks worden gevoerd om diversiteit, gelijke kansen en inclusie te bevorderen. Daarnaast heeft het bedrijf een overeenkomst over gendergelijkheid ondertekend met de vakbonden, waarin belangrijke punten worden uiteengezet, zoals het dichten van de loonkloof, het voorkomen van seksistisch gedrag, het bevorderen van de toegang tot ondervertegenwoordigde functies en het ondersteunen van ouderschap. Staci ondertekent het Franse Diversiteitshandvest sinds 2023 en boekt meetbare vooruitgang met een professionele gelijkheidsindex van 93/100 in 2024, evenals een werkgelegenheidspercentage van 4,2% voor mensen met een handicap, een bewijs van Staci's voortdurende inspanningen om inclusie op de werkplek te verankeren.
Methodologie om de gegevens te verzamelen
Voor Bpost NV worden de personeelsgegevens rechtstreeks uit het lokale HR-systeem van Bpost NV verzameld. Voor de andere entiteiten worden de gegevens verzameld via hun respectieve lokale HR-systemen en moeten ze worden ingevoerd in een gestandaardiseerd sjabloon, dat dan wordt geüpload naar een speciaal beveiligd portaal. Het portaal is een specifieke toepassing om ESG- en HR-gerelateerde gegevens van alle Bnode-entiteiten te verzamelen en te consolideren, in overeenstemming met de AVG-vereisten. Alle personeelscijfers zijn gebaseerd op het personeelsbestand per 31 december 2025.
Om de nauwkeurigheid van de gegevens te garanderen, pasten we een validatieproces in twee stappen toe. De eerste controle wordt direct in het Excel-sjabloon uitgevoerd met behulp van een ingebouwde macro. Als deze stap zonder fouten is afgerond, uploaden data stewards het bestand naar het portaal, dat een tweede, automatische bevestiging uitvoert. Na deze laatste controle wordt de geconsolideerde en bevestigde dataset opgehaald en gebruikt om ons jaarverslag op te stellen.250 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Werknemers volgens gender (aantal)
| GENDER | 2025 AANTAL | 2025 % | 2025 EXCLUSIEF STACI AANTAL | 2025 EXCLUSIEF STACI % | 2024 AANTAL | 2024 % |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Man | 21.857 | 65,18% | 20.348 | 67,02% | 21.480 | 65,64% |
| Vrouw | 11.453 | 34,16% | 9.951 | 32,78% | 11.084 | 33,87% |
| Andere | 1 | 0,00% | 1 | 0,003% | 0 | 0,00% |
| Zonder gendervermelding | 221 | 0,66% | 59 | 0,19% | 159 | 0,49% |
| Totaal aantal werknemers | 33.532 | 100% | 30.359 | 100% | 32.723 | 100% |
Aantal werknemers per land met + 10% van personeelsbestand en >50 werknemers
| 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Aantal werknemers in België | 25.755 | 25.643 | 26.628 |
Aantal werknemers per contracttype
| CATEGORIE | GENDER | 2025 AANTAL | 2025 % | 2025 EXCLUSIEF STACI AANTAL | 2025 EXCLUSIEF STACI % | 2024 AANTAL | 2024 % |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Alle werknemers | Man | 21.857 | 65,18% | 20.348 | 67,02% | 21.480 | 65,64% |
| Vrouw | 11.453 | 34,16% | 9.951 | 32,78% | 11.084 | 33,87% | |
| Andere | 1 | 0,003% | 1 | 0,003% | 0 | 0,00% | |
| Zonder gendervermelding | 221 | 0,66% | 59 | 0,19% | 159 | 0,49% | |
| Totaal | 33.532 | 100% | 30,359 | 100% | 32.723 | 100% | |
| Vaste werknemers | Man | 20.031 | 64,69% | 18.595 | 66,53% | 19.757 | 65,27% |
| Vrouw | 10.710 | 34,59% | 9.295 | 33,26% | 10.355 | 34,21% | |
| Andere | 1 | 0,00% | 1 | 0,00% | 0 | 0,00% | |
| Zonder gendervermelding | 221 | 0,71% | 59 | 0,21% | 158 | 0,52% | |
| Totaal | 30.963 | 100% | 27.950 | 100% | 30.270 | 100% | |
| Tijdelijke werknemers | Man | 1.826 | 71,08% | 1.753 | 72,77% | 1.723 | 70,24% |
| Vrouw | 743 | 28,92% | 656 | 27,23% | 729 | 29,72% | |
| Andere | 0 | 0,00% | 0 | 0,00% | 0 | 0,00% | |
| Zonder gendervermelding | 0 | 0,00% | 0 | 0,00% | 1 | 0,04% | |
| Totaal | 2.569 | 100,00% | 2.409 | 100,00% | 2.453 | 100,00% | |
| Oproepkrachten | Man | 160 | 56,74% | 32 | 64,00% | 121 | 40,07% |
| Vrouw | 122 | 43,26% | 18 | 36,00% | 106 | 35,10% | |
| Andere | 0 | 0,00% | 0 | 0,00% | 0 | 0,00% | |
| Zonder gendervermelding | 0 | 0,00% | 0 | 0,00% | 75 | 24,83% | |
| Totaal | 282 | 100,00% | 50 | 100,00% | 303 | 100,00% |
Ongeveer 92% van het personeelsbestand van Bnode (inclusief Staci) heeft een voltijds contract, terwijl het percentage tijdelijk personeel (inclusief Staci) op zo'n 8% van ons personeelsbestand ligt, wat lager is dan het gemiddelde van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) van 16% (2022). Tijdelijke en deeltijdse functies zijn voornamelijk bedoeld om in te spelen op seizoensgebonden behoeften en projecten op korte termijn, niet zozeer om vaste functies te vervangen.
251 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Methodologie
Om het aantal werknemers te berekenen, tellen we alleen interne werknemers mee die op 31/12/2025 actief zijn. We hebben ervoor gekozen om het cijfer te rapporteren als personeelsbestand per 31/12/2025. Een interne werknemer is een persoon die een rechtstreekse arbeidsrelatie heeft met Bnode, beheerd door de wet of arbeidswetgeving. Dit betekent dat de werknemer tewerkgesteld is onder een officiële arbeidsovereenkomst en dus beschouwd wordt als een deel van het interne personeelsbestand van Bnode. Daarentegen worden personen die geen arbeidsrelatie met Bnode hebben en die diensten verlenen in het kader van een handels- of dienstencontract geclassificeerd als externe werknemers. Bij Bnode onderscheiden we vier gendercategorieën: vrouwelijk, mannelijk, andere en zonder gendervermelding. Alle cijfers worden verzameld via personeelsbeheersystemen en er is geen gemiddelde over de verslagperiode. Dat levert een nauwkeurig beeld op van het aantal werknemers en het aantal medewerkers dat niet in loondienst is op een welbepaald moment. Door schattingen te vermijden en op werkelijke aantallen te vertrouwen, garandeert Bnode dat de gerapporteerde gegevens de samenstelling van het personeelsbestand nauwkeurig weergeven. Bij Bnode onderscheiden we drie types arbeidsovereenkomsten voor interne werknemers: tijdelijke contracten, vaste contracten en oproepcontracten. Bnode neemt alle werknemerscategorieën op die een materiële invloed kunnen ondervinden van de activiteiten: rechtstreekse werknemers, tijdelijke werknemers en personen die ter beschikking worden gesteld door externe aannemers.
252 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Genderdiversiteit in management
| CATEGORIE | GENDER | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 |
|---|---|---|---|---|
| Genderverdeling in het topmanagement (totaal aantal) | Man | 356 | 314 | 274 |
| Vrouw | 157 | 144 | 126 | |
| Ander | 0 | 0 | 0 | |
| Zonder gendervermelding | 2 | 2 | 4 | |
| Genderverdeling in het hoger management (%) | Man | 69,13% | 68,26% | 67,81% |
| Vrouw | 30,49% | 31,30% | 31,19% | |
| Ander | 0,00% | 0,00% | 0,00% | |
| Zonder gendervermelding | 0,39% | 0,43% | 1% | |
| Genderverdeling in het management (totaal aantal) | Man | 2.210 | 1.861 | 1.920 |
| Vrouw | 1.386 | 1.163 | 1.204 | |
| Ander | 1 | 1 | 0 | |
| Zonder gendervermelding | 95 | 22 | 43 | |
| Genderverdeling in management (%) | Man | 59,86% | 61,08% | 60,63% |
| Vrouw | 37,54% | 38,17% | 38,01% | |
| Ander | 0,03% | 0,03% | 0,00% | |
| Zonder gendervermelding | 2,57% | 1,07% | 1,36% |
Methodologie
Hieronder geven we een definitie van alle managementgroepen die in dit deel worden beschreven:
Managers zijn functies die onder een of meer van de volgende definities vallen:
■ Functies op het hoogste niveau van de organisatie, verantwoordelijk voor beslissingen op bedrijfsniveau;
■ Personen die beleidsregels plannen, aansturen en formuleren, strategieën bepalen en de algemene leiding geven aan ondernemingen/organisaties voor de ontwikkeling en levering van producten of diensten. Deze personen zijn gewoonlijk verantwoordelijk voor het aansturen en uitvoeren van de dagelijkse operationele doelstellingen van organisaties en geven de aanwijzingen van hogere functies en managers door aan ondergeschikt personeel.
Het Group Top Management (GTM) omvat:
■ Leden van het Executive Comité (ExCo);
■ Senior managers die rechtstreeks rapporteren aan ExCo-leden (banding 3.1) bij Bpost NV;
■ Daarnaast omvat het GTM ook enkele operationele leiders lager in de hiërarchie die grote bedrijfsafdelingen leiden (bijvoorbeeld managers van sorteercentra), gezien hun strategische en operationele impact op de organisatie.
Het Group Leadership Team (GLT) bestaat uit:
■ Werknemers van Bpost NV die deel uitmaken van het senior management (banding 3.2 en hoger);
■ Werknemers die senior manager zijn (banding 3.1) en een positie hebben van minimaal N-2 ten opzichte van een ExCo-lid;
■ Voor andere Bnode-entiteiten die niet hetzelfde bandingsysteem hanteren, wordt het GLT-lidmaatschap bepaald op basis van een lijst die elke business unit maandelijks voorlegt met het oog op consistentie binnen de dochterondernemingen.
Bij Bnode is de lijst van het topmanagement een gesloten lijst die door HR wordt samengesteld en regelmatig wordt bijgewerkt. Deze lijst bestaat uit het Group Leadership Team (GLT) en het Group Top Management (GTM). Het Executive Comité (ExCo) wordt voorgesteld en beschreven in het deel over GOV-1. Om het aantal vrouwen in managementposities per 31/12/2025 te berekenen, tellen we alleen interne werknemers mee die op die datum actief zijn. We delen het totaal aantal vrouwen met een managerstatus door het totaalaantal managers bij Bnode.
253 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Aantal werknemers per leeftijdsgroep
| LEEFTIJDSGROEP | 2025 | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 |
|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar totaal aantal | 5.109 | 4.585 | 5.210 |
| % | 15,24% | 15,10% | 15,92% |
| 30-50 jaar totaal aantal | 16.059 | 14.413 | 15.365 |
| % | 47,89% | 47,48% | 46,95% |
| Ouder dan 50 jaar totaal aantal | 12.364 | 11.361 | 12.148 |
| % | 36,87% | 37, 42% | 37,12 % |
| Niet gerapporteerd totaal aantal | 0 | 0 | 0 |
| % | 0,00% | 0,00% | 0,00% |
| Totaal aantal werknemers | 33.532 | 30.359 | 32.723 |
Methodologie
Om de leeftijdsverdeling van de werknemers per 31/12/2025 te berekenen, op basis van ons totale personeelsbestand, tellen we alleen interne werknemers mee die op die datum actief zijn. Vervolgens filteren we op geboortedatum en delen we de werknemers in drie leeftijdsgroepen in: jonger dan 30 jaar, van 30 tot jonger dan 50 jaar en 50 jaar en ouder. De leeftijd van de werknemers wordt bepaald als de leeftijd aan het einde van het jaar. De berekeningen omvatten alle werknemers (voltijds en deeltijds).
Personeelsverloop en -retentie
| BNODE | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 |
|---|---|---|---|
| Aantal werknemers dat vertrok gedurende het jaar | 6.545 | 5.951 | 5.898 |
| % personeelsverloop | 15,03% | 15,00% | 18,02% |
| % personeelsretentie | 84,97% | 85,00% | 81,98% |
| Aantal nieuwe werknemers dat binnen een jaar vertrok | 1.575 | 1.439 | 2.251 |
| % verloop bij nieuwe werknemers | 19,45% | 19,62% | 25,06% |
| % retentie bij nieuwe werknemers | 80,55% | 80,38% | 83,27% |
In 2025 introduceerde Bnode een nieuwe transversale personeelsindicator: de retentiegraad van nieuwe werknemers. Op basis hiervan kunnen we vroegtijdig verloop monitoren en de effectiviteit van onze onboarding-, aanwerving- en integratieprocessen evalueren. Op groepsniveau hebben we een referentiedrempel van 85% retentie na 12 maanden vastgesteld, een bevestiging van ons streven naar duurzame werkgelegenheid en minder vroegtijdig verloop tegen 2030.
254 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Methodologie
Personeelsverloop
Om het personeelsverloop te berekenen, houden we alleen rekening met de inactieve werknemers, dat wil zeggen degenen die het bedrijf in 2025 hebben verlaten. Daarbij tellen we alleen interne werknemers mee met een contract van onbepaalde of bepaalde duur van wie het contract werd beëindigd om een van de volgende redenen: ontslag, vrijwillig ontslag, overlijden, pensionering, andere. We houden geen rekening met gevallen waarbij het contract werd beëindigd omdat een contract van bepaalde duur afliep en werknemers die intern zijn overgestapt naar een entiteit van Bnode. Vorig jaar werd het verloop overschat omdat sommige beëindigingen van contracten van bepaalde duur werden meegerekend als verloop, inclusief normale, verwachte vervaldatums van contracten. In deze rapporteringscyclus hebben we een specifieke filter geïntroduceerd voor de reden van contractbeëindiging 'einde tijdelijk contract'. Zo kunnen we de geplande afloop van contracten van bepaalde duur uitsluiten bij de berekening van het verloop, maar werknemers met een contract van bepaalde duur die om andere redenen vertrekken wel meetellen (bv. ontslag, vrijwillig ontslag).Deze wijziging brengt de maatstaf op één lijn met het beoogde doel: het meten van ongeplande vertrekken of vertrekken op initiatief van werkgever/werknemer. De verloopcijfers worden zo ook niet opwaarts vertekend door contracten met een vaste vervaldatum. Omdat de methodologie werd bijgestuurd, moeten vergelijkingen op jaarbasis met voorgaande perioden met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. We hebben ook de berekeningswijze van het personeelsverloop aangepast. Om het nauwkeuriger te maken, gebruiken we de volgende formule: het aantal werknemers dat het bedrijf heeft verlaten om een van de bovenstaande redenen gedeeld door het aantal werknemers aanwezig op 1 januari 2025.
Retentie en verloop van nieuwe werknemers
Retentiegraden na 12 maanden worden uitgedrukt als percentages en als volgt berekend:
Retentiegraad = 1 - (Aantal werknemers dat binnen de referentieperiode in dienst is getreden en het bedrijf binnen maximaal 12 maanden heeft verlaten ÷ Aantal werknemers dat binnen dezelfde referentieperiode in dienst is getreden).
Om het verloop van nieuwe werknemers te berekenen, gebruiken we de volgende formule:
Aantal interne werknemers dat het bedrijf binnen 12 maanden heeft verlaten / Aantal interne werknemers dat in 2025 is aangenomen.
In de teller houden we alleen rekening met de inactieve werknemers, dat wil zeggen degenen die het bedrijf hebben verlaten. Daarbij tellen we alleen interne werknemers mee met een contract van onbepaalde of bepaalde duur van wie het contract werd beëindigd om een van de volgende redenen: ontslag, vrijwillig ontslag, overlijden, pensionering of andere. We houden ook rekening met werknemers die in 2025 bij Bnode in dienst getreden en weer vertrokken zijn, op voorwaarde dat ze in totaal 365 dagen of minder in dienst zijn geweest. In de noemer houden we rekening met alle interne werknemers, of ze nu actief of inactief zijn. De werknemersgerelateerde indicatoren in verband met deze toelichting worden uitvoerig beschreven in de geconsolideerde jaarrekening (zie toelichting 6.12).
255 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.1.3.2 S1-7 Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van Bnode
Een deel van het personeel van Bnode is niet in loondienst, onder meer mensen die voor externe aannemers en zelfstandige ondernemers werken. Bnode doet hoofdzakelijk een beroep op externe medewerkers om tijdelijke afwezigheden op te vangen (bv. afwezigheden wegens ziekte). Die aanpak biedt de nodige flexibiliteit om in te spelen op de operationele behoeften op korte termijn, terwijl de tewerkstelling op lange termijn stabiliteit verzekert. Externe medewerkers (bv. uitzendkrachten) genieten sociale bescherming en uitkeringen conform de lokale wetgeving, voornamelijk via het uitzendbureau waarmee ze een arbeidsovereenkomst hebben gesloten. Op die manier worden zij ook tijdens korte periodes van tewerkstelling ondersteund.
Aantal medewerkers niet in loondienst
| VERSLAGJAAR | MEDEWERKERS NIET IN LOONDIENST (AANTAL) |
|---|---|
| 2025 | 9.616 |
| 2025 exclusief Staci | 8.082 |
| 2024 | 9.533 |
Methodologie
Onze gegevens over medewerkers die niet in loondienst zijn, zijn gebaseerd op de cijfers op het einde van het jaar, die de samenstelling van het personeelsbestand op dat moment weergeven. Alle gerapporteerde cijfers zijn gebaseerd op feitelijke gegevens. Er werden geen schattingen gebruikt. De gegevens worden uitgedrukt in het aantal personen. Alle cijfers worden rechtstreeks verzameld via onze personeelsbeheersystemen, wat zorgt voor een nauwkeurige en transparante rapportering. Dat betekent dat Bnode zich niet op schattingen baseert bij de rapportering van het aantal medewerkers die deel uitmaken van ons personeelsbestand maar niet in loondienst zijn. Zo blijft transparantie en nauwkeurigheid gewaarborgd. Voor de berekening van het aantal medewerkers dat niet in loondienst is wordt, binnen ons totale personeelsbestand, enkel rekening gehouden met externe medewerkers die actief zijn op 31/12/2025. We hebben ervoor gekozen dat cijfer te rapporteren als het aantal personen op 31/12/2025.
256 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.1.3.3 S1-16 Beloningsmaatstaven (genderloonkloof en totale beloning)
Onze Gedragscode en onze Diversiteitsbeleidslijnen, beschreven in S1-1, bevorderen non-discriminatie en gelijke kansen en ondersteunen daarbij gelijke beloning. Ze bevatten geen specifieke verwijzing naar gelijke beloning bij gelijkwaardig werk. In 2025 bevestigde Bpost opnieuw zijn verbintenis voor een eerlijk, transparant en billijk beloningskader door de voorbereidingen op de invoering van de Europese Richtlijn inzake beloningstransparantie te vervroegen. Het hele jaar door heeft Bpost NV uitgebreide analyses gemaakt van de beloningsstructuren en mogelijke verschillen, met een specifieke focus op genderloonkloven en de consistentie van beloningsniveaus voor vergelijkbare functies. Deze analyses hebben prioritaire verbeterpunten aan het licht gebracht, waaronder elementen van het beloningsbeleid die moeten worden gepubliceerd, evenals vereiste aanpassingen in aanwervings-, interne mobiliteits- en jaarlijkse loonherzieningsprocessen om de Richtlijn volledig na te leven.
Daartoe heeft Bpost NV zijn capaciteiten op het gebied van data governance en HR- analyses uitgebreid om nauwkeurigere en betrouwbaardere inzichten te verkrijgen. Tegelijkertijd werd de methodologie voor de berekening van de gemiddelde en mediane beloning per functieniveau gedefinieerd en werden belangrijke indicatoren vastgelegd ter ondersteuning van toekomstige monitoring- en rapporteringsverplichtingen. Naarmate het regelgevingslandschap verder evolueert, blijft Bnode zich actief inzetten om de ontwikkelingen te volgen en te anticiperen op toekomstige verwachtingen. De in 2025 gestarte acties zijn een belangrijke stap in onze duurzame evolutie richting transparantere, coherentere en inclusievere beloningspraktijken.
Binnen onze Europese entiteiten blijven we deze inspanningen in 2026 voortzetten om uiteindelijk alle toepasselijke wettelijke vereisten op het gebied van beloningstransparantie en gelijke beloning na te leven, inclusief de vereisten die zijn ingevoerd onder de Europese Richtlijn (EU) 2023/970 inzake beloningstransparantie, zoals omgezet in de nationale wetgeving. We zullen ons voorbereiden op de relevante transparantieverplichtingen, onder meer door genderneutrale beloningsstructuren te handhaven en werknemers toegang te geven tot beloningsinformatie, en, indien vereist door de toepasselijke regels en drempels, een jaarverslag over beloningstransparantie publiceren.
In Frankrijk zijn bedrijven wettelijk verplicht om jaarlijks de Gender Equality Index te publiceren. Deze index beoordeelt de verschillen op basis van gender aan de hand van vijf belangrijke indicatoren:
■ Genderloonkloof, berekend per beroepscategorie, leeftijdsgroep en gender;
■ promotiekloof, waarbij het aandeel vrouwen en mannen dat gedurende het jaar promotie krijgt, wordt vergeleken;
■ Kloof bij loonsverhogingen, waarbij wordt nagegaan of loonsverhogingen gelijk worden verdeeld tussen man en vrouw;
■ Vertegenwoordiging van vrouwen bij de tien best betaalde werknemers, met een minimumdoel van vier;
■ Loonsverhoging na zwangerschapsverlof, om te verzekeren dat werknemers die terugkeren van verlof ten minste de gemiddelde verhoging krijgen die binnen hun beroepscategorie wordt toegepast.
De Gender Equality Index wordt elk jaar gepubliceerd en is een robuuste en transparante indicator voor de mate waarin een organisatie zich inzet voor professionele billijkheid. Als gevolg hiervan communiceren Bnode-entiteiten die actief zijn in Frankrijk, waaronder Staci France, al zeer transparant over gendergelijkheid via dit ingevoerde regelgevingsmechanisme, dat verder gaat dan de CSRD-vereisten. Ook Radial North America zet zich in om de wettelijke loonvereisten na te leven en de markttrends actief te monitoren. Dat omvat het plannen van loonaanpassingen om deze af te stemmen op zowel de marktomstandigheden als de bedrijfsbehoeften. In 2025 werden de lonen van verschillende functies aangepast aan de marktomstandigheden, een bevestiging van de inzet van het bedrijf om concurrerende en eerlijke beloningspraktijken te hanteren.
257 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Globale genderloonkloof
In 2025 was onze genderloonkloof binnen Bnode zo goed als 0, met een percentage van 0,02%.
| GENDERLOONKLOOF BIJ BNODE | 2025 | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 |
|---|---|---|---|
| Niet-gecorrigeerde genderloonkloof | 0,02% | -2,66% | -0,64% |
Bnode (inclusief Staci) erkent dat de genderloonkloof verschilt in verschillende regio's en business units. In 2025 bedroeg de genderloonkloof in onze Europese activiteiten 5,82% in het voordeel van vrouwen en 33,77% in het voordeel van mannen voor de Noord-Amerikaanse activiteiten. Als we naar onze business units kijken, zien we dat de genderloonkloof bij Bpost (voormalig BeNe Last Mile) 10,93% in het voordeel van vrouwen was, 19,56% in het voordeel van mannen bij Paxon (voormalig 3PL) en 25,15% in het voordeel van mannen bij Landmark Global (voormalig Cross-border) activiteiten. De genderloonkloof bij Bnode wordt voornamelijk veroorzaakt door de structuur van het personeelsbestand en de verdeling van werknemers over functies en hiërarchische niveaus, en niet zozeer door verschillen in beloning voor gelijkwaardig werk. De analyse heeft uitsluitend betrekking op werknemers, gedefinieerd als personen die een arbeidsrelatie hebben met de onderneming in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijken. Bij Bnode zijn vrouwen verhoudingsgewijs sterker vertegenwoordigd in managementfuncties dan in andere beroepscategorieën. Het wegwerken van beloningsverschillen tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers is in overeenstemming met ons Diversiteitsbeleidslijnen en onze Gedragscode, die gelijke kansen en een nultolerantiebeleid voor discriminatie bevorderen.# Methodologie inzake genderloonkloof
De (niet-gecorrigeerde) genderloonkloof komt overeen met het verschil tussen het gemiddelde bruto-uurloon van alle mannelijke werknemers en alle vrouwelijke werknemers, uitgedrukt als percentage van het gemiddelde loon van mannen, zonder rekening te houden met factoren zoals functie, anciënniteit, opleiding of werktijd. Met andere woorden, dit geeft het algemene gemiddelde loonverschil weer binnen het personeelsbestand en is geen een op een vergelijking.
Het gemiddelde bruto-uurloon wordt afgeleid van het totale jaarloon en de contractuele werktijd. De genderloonkloof wordt berekend op basis van de werknemerspopulatie die actief is op 31 december 2025 en omvat interne werknemers, zowel voltijds als deeltijds. Werknemers die met vervroegd pensioen zijn worden uitgesloten, omdat ze niet langer worden beschouwd als actieve werknemers van Bnode. Werknemers die gedurende het jaar minder dan 40 uur hebben gewerkt, werknemers die in december in dienst zijn getreden en minder dan 40 uur hebben gewerkt en werknemers die gedurende het jaar geen geregistreerde beloning hebben ontvangen, zijn ook uitgesloten.
Voor Bpost NV passen we twee filters toe om randeffecten van de Gaussverdeling te minimaliseren. We sluiten alle werknemers uit die minder dan 31 dagen hebben gewerkt en alle werknemers die meer dan 1.500 uur afwezig waren wegens ziekte gedurende het jaar. De berekening is gebaseerd op het totale brutojaarloon uitgedrukt in euro. Beloningen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers aan het einde van het jaar, in overeenstemming met de financiële rapporteringsvereisten. De jaarlijkse totale beloning komt overeen met het totale loon van de werknemer vóór belastingen en socialezekerheidsbijdragen en omvat:
■ vast basisloon;
■ variabele geldelijke compensatie, zoals bonussen en commissies;
■ voordelen in natura waaronder niet-geldelijke voordelen, zoals bedrijfswagens en verzekeringen;
■ en andere elementen van rechtstreekse beloning, inclusief incentivebetalingen op lange termijn, indien van toepassing.
Vanwege de beschikbaarheid van gegevens en regelgevende beperkingen is de genderclassificatie voor deze berekening beperkt tot mannen en vrouwen. Deze methodologie maakt een consistente berekening mogelijk van de globale genderloonkloof op groepsniveau en zorgt voor transparantie, vergelijkbaarheid in de tijd en overeenstemming met ESRS S1-16 rapportage-eisen.
258 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Jaarlijkse totale beloningsverhouding
De jaarlijkse totale beloningsverhouding voor Bnode bedroeg 82,05 in 2025 (81,47 exclusief Staci), vergeleken met 84,30 in 2024. Deze maatstaf geeft inzicht in het niveau van beloningsongelijkheid binnen Bnode en helpt te beoordelen of er significante beloningsverschillen bestaan. De daling ten opzichte van 2024 wijst op een beperkte verruiming van de verhouding die we nauwlettend blijven volgen.
| 2025 | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Jaarlijkse totale beloningsverhouding bij Bnode | 82,05 | 81,47 | 84,3 |
Methodologie van jaarlijkse totale beloningsverhouding
De jaarlijkse totale beloningsverhouding bij Bnode wordt berekend als de verhouding tussen de hoogste jaarlijkse totale beloning en de mediane jaarlijkse totale beloning van alle andere werknemers, exclusief de persoon met het hoogste loon. De verhouding wordt berekend vanaf 31 december 2025 volgens deze methode: de jaarlijkse totale beloning van de persoon met het hoogste loon wordt gedeeld door de mediane jaarlijkse totale beloning van alle in aanmerking komende werknemers, exclusief die persoon. De mediane beloning wordt berekend na toepassing van alle hieronder beschreven geschiktheids- en uitsluitingscriteria.
De berekening is gebaseerd op het totale brutojaarloon uitgedrukt in euro. Beloningen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers aan het einde van het jaar, in overeenstemming met de financiële rapporteringsvereisten. De jaarlijkse totale beloning komt overeen met de volledige compensatie van de werknemer vóór belastingen en socialezekerheidsbijdragen, zoals gedefinieerd in de bovenstaande methodologie voor de berekening van de genderloonkloof.
De populatie die in aanmerking wordt genomen voor de berekening omvat interne werknemers, zowel voltijds als deeltijds, die actief zijn vanaf 31 december 2025. De werknemerspopulatie die wordt gedefinieerd voor de berekening van de genderloonkloof wordt ook hier in aanmerking genomen. Op basis van de in aanmerking komende populatie wordt de mediane jaarlijkse totale beloning berekend nadat alle uitsluitingen zijn toegepast.
De persoon met het hoogste loon binnen Bnode wordt geïdentificeerd op basis van de hoogste jaarlijkse totale beloning, berekend op basis van dezelfde definitie van beloning en valutaomrekening als hierboven beschreven. Deze persoon moet een interne werknemer zijn die actief is vanaf 31 december 2025. Deze methodologie garandeert een consistente, transparante en vergelijkbare berekening van de jaarlijkse totale beloningsverhouding en is volledig in lijn met de ESRS S1-16 rapportage-eisen.
259 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.1.4 Collectieve onderhandelingen, leefbaar loon en mensenrechten: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en Maatstaven
6.3.1.4.1 S1-8 Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog
Bnode pleit voor duidelijke en rechtvaardige arbeidsregels in alle markten waarin we actief zijn. We respecteren en waarderen de rechten van werknemers op vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen, zoals vastgelegd in ons Mensenrechtenbeleid en onze Gedragscode (beschreven in S1-1). Collectieve arbeidsovereenkomsten worden op lokaal niveau onderhandeld, in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsrechten. Bij elke aanpassing van de arbeidsomstandigheden worden de werknemersvertegenwoordigers geraadpleegd. Deelname aan vakbonden of ondernemingsraden gebeurt op vrijwillige basis en is beschermd tegen elke vorm van discriminatie of vergelding. Er is geen overeenkomst met de werknemers voor vertegenwoordiging door een Europese ondernemingsraad (EOR), een ondernemingsraad van een Europese vennootschap (Societas Europaea – SE) of een ondernemingsraad van een Europese coöperatieve vennootschap (Societas Cooperativa Europaea – SCE).
Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog met Staci in 2025
| DEKKINGS- GRAAD | WERKNEMERS – EER (voor landen met >50 werkn. die >10% van het totale aantal werkn. vertegenwoordigen) | WERKNEMERS – NIET-EER (schatting voor regio’s met >50 werkn. die >10% van het totale aantal werkn. vertegenwoordigen) | PERSONEELSVERTEGEN- WOORDIGING - ALLEEN EER (voor landen met >50 werkn. die >10% van het totale aantal werkn. vertegenwoordigen) |
|---|---|---|---|
| 0-19% | - | - | - |
| 20-39% | - | - | - |
| 40-59% | - | - | België |
| 60-79% | - | - | - |
| 80-100% | België | - | - |
Vooral in landen als België en Frankrijk, waar de sociale dialoog goed is ingeburgerd, tonen de hoge graad van vertegenwoordiging en de hoge cao-dekkingsgraad aan dat deze praktijken al lang zijn ingebed in de manier van werken van Bnode. Wereldwijd vielen in 2025 76,88% van de werknemers van Bnode inclusief Staci onder een collectieve arbeidsovereenkomst, tegenover 80,39% exclusief Staci. In 2025 waren 44,20% van de werknemers van Bnode inclusief Staci vertegenwoordigd door werknemersvertegenwoordigers, tegenover 42,96% exclusief Staci. Binnen de Europese Economische Ruimte (EER) werd 88,83% van de werknemers gedekt door collectieve arbeidsovereenkomsten, Staci meegerekend, en 90,24% wanneer Staci niet in aanmerking wordt genomen. Buiten de EER valt 1,31% van de werknemers onder collectieve arbeidsovereenkomsten. Binnen de EER werd in 2025 51,11% van de werknemers inclusief Staci vertegenwoordigd door werknemersvertegenwoordigers, tegenover 48,27% als Staci buiten beschouwing wordt gelaten. Het totale percentage werknemers dat onder een collectieve arbeidsovereenkomst valt in België - waar Bnode een aanzienlijke tewerkstelling heeft - wordt hieronder geïllustreerd:
260 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Cao-dekkingsgraad werknemers
| LAND | REGIO | DEKKINGSGRAAD WERKNEMERS (2025) |
|---|---|---|
| België inclusief staci | Europa (EER) | 94,13% |
| België exclusief staci | Europa (EER) | 94,10% |
Methodologie
Bij de berekening van alle indicatoren met betrekking tot sociale dialoog en cao- dekkingsgraad worden enkel interne werknemers in aanmerking genomen. De referentiepopulatie omvat werknemers die op 31 december 2025 in dienst waren, uitgedrukt in aantal personen op die datum. Gegevens over vakbondslidmaatschap worden niet verzameld of verwerkt vanwege door de AVG opgelegde beperkingen. De beoordeling is gebaseerd op bestaande HR-indicatoren en geregistreerde organisatorische gegevens en maakt geen gebruik van werknemersenquêtes.
■ Cao-dekkingsgraad: het percentage werknemers dat onder een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) valt, weerspiegelt het aandeel werknemers van wie de arbeidsvoorwaarden formeel worden geregeld door een collectieve overeenkomst die van toepassing is op hun functie en land van tewerkstelling.
■ De berekening is niet gebaseerd op vakbondslidmaatschap, aangezien informatie over vakbondslidmaatschap bijzondere persoonsgegevenscategorieën betreft in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en bijgevolg niet toegankelijk is voor Bnode.
■ Formule: (aantal werknemers gedekt door collectieve arbeidsovereenkomsten x 100) ÷ totaal aantal werknemers
Werknemers gedekt door werknemersvertegenwoordigers
■ Naast de cao-dekkingsgraad rapporteert Bnode informatie over werknemers die worden vertegenwoordigd door werknemersvertegenwoordigers. Dit betreft werknemers die zijn vertegenwoordigd via formele sociale dialoog of medezeggenschapsorganen (bv. ondernemingsraden of werknemerscomités), ongeacht of een collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is.■ Deze indicator heeft betrekking op vertegenwoordigings- en raadplegingsmechanismen en niet op contractuele dekking. Alle interne werknemers die toegang hebben tot formele medezeggenschapsmechanismen worden beschouwd als gedekt door werknemersvertegenwoordiging.
■ Formule: (aantal werknemers dat werknemersvertegenwoordigers heeft × 100) ÷ Totaal aantal werknemers
Om te bepalen of werknemers die onder een collectieve arbeidsovereenkomst vallen zich binnen of buiten de Europese Economische Ruimte (EER) bevinden:
■ wordt er een referentielijst van EER-landen gehanteerd;
■ worden werknemers die in een land werken dat op deze lijst staat, geclassificeerd als 'EER'.
■ worden werknemers die buiten deze perimeter werken, geclassificeerd als 'buiten de EER'.
Voor rapporteringsdoeleinden wordt een 'aanzienlijk aantal werknemers' gedefinieerd als een situatie waarbij:
■ een geconsolideerde entiteit ten minste 50 werknemers heeft en
■ werknemers in een bepaald land ten minste 10 % van haar totale aantal werknemers vertegenwoordigen.
261 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.1.4.2 S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten
Incidentbeheer en klachtenbehandeling
Bnode hanteert een nultolerantiebeleid voor elke vorm van schending van de mensenrechten, inclusief discriminatie, intimidatie, geweld of vergelding. Deze verbintenis is vastgelegd in het Mensenrechtenbeleid en de Gedragscode, die in detail worden beschreven in deel G1-1.
Binnen Bnode worden werkgerelateerde incidenten, waaronder discriminatie, (seksuele) intimidatie, agressie of bedreigingen, gedocumenteerd en behandeld in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving en de interne procedures. Als een incident wordt gemeld, wordt de impact op het fysieke en psychologische welzijn van de persoon beoordeeld. Er worden herstelmaatregelen geïmplementeerd om het welzijn te herstellen en herhaling te voorkomen. Mogelijke maatregelen zijn coaching, bemiddeling, organisatorische aanpassingen of tuchtprocedures, afhankelijk van de aard en de ernst van het geval.
In overeenstemming met ESRS S1-3, heeft Bnode interne klachtenmechanismen opgezet waardoor werknemers hun zorgen kenbaar kunnen maken op een eerlijke, vertrouwelijke en effectieve manier. Deze mechanismen zijn ontworpen om toegankelijkheid, bescherming tegen represailles, onpartijdige behandeling en passend herstel te garanderen. Zoals verder besproken in S1-3, zijn de belangrijkste klachten- en preventietools die beschikbaar zijn voor werknemers bij Bnode onder andere:
■ Speak Up Policy en -tool: een formeel klachtenmechanisme waarmee werknemers hun zorgen op een vertrouwelijke manier kenbaar kunnen maken, ook anoniem indien toegestaan door de lokale wetgeving.
■ Mijn stem telt-enquête: een tweejaarlijks onderzoek naar de betrokkenheid van werknemers waarbij feedback wordt verzameld over arbeidsomstandigheden, welzijn en organisatieklimaat. De resultaten worden geconsolideerd en gedeeld met managementteams, die dan steun krijgen om bijsturende maatregelen in te voeren. Deze tool is vooral gericht op preventie en collectieve verbetering.
Lokale entiteiten gebruiken deze Bnode-tools en kunnen deze aanvullen met lokaal aangepaste kanalen, afhankelijk van de wettelijke en organisatorische vereisten.
Bpost NV (België)
Bpost NV implementeert zowel formele als informele procedures voor het beheer van de psychosociale risico's op de werkvloer. Dankzij die complementaire benaderingen kan Bpost NV flexibel en doeltreffend reageren op problemen variërend van alledaagse stressfactoren tot complexere kwesties, terwijl we werknemers waar nodig toegankelijke ondersteuningsopties en wettelijke bescherming bieden.
De informele procedure is bedoeld als een toegankelijke en vertrouwelijke methode voor werknemers om problemen aan te pakken zonder formele escalatie. Werknemers starten het proces op door contact op te nemen met een vertrouwenspersoon of preventieadviseur die gespecialiseerd is in psychosociale zaken. Tijdens een ondersteunend en vertrouwelijk gesprek zal de adviseur naar de bezorgdheden van de werknemer luisteren, advies verstrekken en informele oplossingen nagaan. Vaak omvat het proces een gefaciliteerde dialoog tussen de betrokken partijen of praktische aanpassingen aan de omgeving van de werknemer, op maat van de specifieke situatie. De informele procedure geeft prioriteit aan privacy en flexibiliteit, waardoor het minder intimiderend en toegankelijker is voor werknemers. Het maakt ook snellere probleemoplossing mogelijk, waardoor problemen worden aangepakt voordat ze escaleren en een werkcultuur van open communicatie en vroegtijdige probleemoplossing wordt bevorderd. Dit is een doeltreffende manier om dagelijkse problemen aan te pakken en tegelijkertijd een proactieve en ondersteunende omgeving te bevorderen.
262 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Aan de andere kant is de formele procedure een gestructureerd en wettelijk erkend proces voor ernstige of complexe zaken die niet informeel kunnen worden afgehandeld, zoals incidenten waarbij sprake is van intimidatie of geweld. Deze procedure begint wanneer een werknemer een schriftelijke klacht indient bij de preventieadviseur voor psychosociale aspecten, die tewerkgesteld is binnen de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Dat zorgt ervoor dat het proces intern en onafhankelijk van het management verloopt, wat een onbevooroordeelde interventie verzekert. Na een eerste analyse kan een formeel onderzoek worden ingesteld, waarbij bewijs wordt verzameld, getuigen worden gehoord en uitgebreide documentatie wordt samengesteld om de onpartijdigheid en verantwoordelijkheid te garanderen.
De preventieadviseur dient vervolgens een gedetailleerd rapport in bij de werkgever, waarin de bevindingen worden uiteengezet en corrigerende maatregelen worden aanbevolen. Op basis van die aanbevelingen wordt een actieplan uitgewerkt en geïmplementeerd, met regelmatige follow-ups om de doeltreffendheid te garanderen. In tegenstelling tot de informele procedure biedt de formele benadering juridische waarborgen, die de werknemer tot twaalf maanden lang beschermen tegen ontslag of nadelige veranderingen van het dienstverband. Dit rigoureuze proces voldoet aan de wettelijke normen en biedt transparantie, verantwoording en een consistente behandeling van complexe zaken. Hoewel de aanpak meer tijd kost, is de procedure essentieel voor het afhandelen van incidenten met juridische implicaties, het beschermen van de werknemersrechten en het aanpakken van problemen die de bredere organisatiecultuur kunnen beïnvloeden.
Elke vorm van intimidatie of discriminatie, of die nu wordt gemeld door de betrokken werknemer, een collega of een manager, wordt behandeld door het interne departement Psychosociale Preventie, in overeenstemming met de Belgische wetgeving (Wet welzijn op het werk, 4 augustus 1996). Het beroepsgeheim geldt gedurende het hele proces en informatie wordt niet gedeeld zonder toestemming van de werknemer, behalve indien bekendmaking wettelijk verplicht is. Als een werknemer een geval niet onmiddellijk wil escaleren, wordt deze keuze gerespecteerd. Toch wordt er ondersteuning geboden om de werknemer te beschermen en te zoeken naar mogelijke oplossingen. Zodra er een formele procedure wordt gestart, wordt het incident gedocumenteerd en gerapporteerd aan de vertegenwoordiger van de werkgever (CHRO), samen met de voorgestelde maatregelen. Als deze maatregelen niet worden toegepast en de situatie onopgelost blijft, wordt die eventueel geëscaleerd naar de externe arbeidsinspectie, met inachtneming van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het proces.
In ernstige gevallen, zoals fysieke of verbale agressie, bedreigingen of seksuele intimidatie, kan de aanpak verder gaan dan interne processen. De betrokken persoon wordt ondersteund door het departement Psychosociale Preventie en, indien nodig, doorverwezen naar externe diensten, zoals politiediensten, advocaten of gespecialiseerde organisaties.
Bpost NV houdt uitgebreide gegevens bij over werkgerelateerde incidenten. Alle situaties worden gedocumenteerd om een passende opvolging en een volledige traceerbaarheid te waarborgen. Bpost NV maakt gebruik van een speciaal daartoe bestemd casemanagementsysteem voor het registreren en beheren van alle gemelde gevallen. Dit systeem maakt een gestructureerde registratie, opvolging en rapportering mogelijk, alsook de opmaak van periodieke (wekelijkse of maandelijkse) overzichten van het aantal meldingen en de belangrijkste erin aangekaarte thema’s. Om preventie en trendanalyses te ondersteunen, gebruikt Bpost NV complementaire tools, zoals psychosociale risicoanalyses achteraf, die worden ingezet bij de eerste tekenen van onrust of verstoring.
263 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Radial North America
Bij Radial North America worden klachtenbehandeling en incidentbeheer geregeld door strikte complianceprincipes en een nultolerantiebeleid voor alle vormen van intimidatie, discriminatie en vergelding. Werknemers kunnen zorgen melden via meerdere kanalen, zodat toegankelijkheid en vertrouwelijkheid gewaarborgd zijn:
■ via hun manager;
■ via hun HR Business Partner; of
■ via een anonieme ethische hotline.
Alle beschuldigingen worden onderworpen aan een grondig en onafhankelijk onderzoek volgens vastgestelde procedures. Bevindingen worden behandeld in overeenstemming met het beleid van de organisatie en waar nodig worden tuchtmaatregelen genomen.
Financiële impact van incidenten en klachten
Als de feiten worden bevestigd en als voldoende ernstig worden beschouwd, kan Bnode sancties opleggen in overeenstemming met de arbeidswetgeving en onze interne regels.Deze sancties kunnen variëren van een formele waarschuwing tot een disciplinaire schorsing en, in de meest ernstige gevallen, ontslag, vooral bij een zwaar vergrijp, zoals intimidatie, discriminatie of gevaarlijk gedrag. Elke sanctie wordt uitgevoerd in volledige overeenstemming met de wettelijke procedures en pas na een grondig onderzoek van het geval. In 2025 werd één werkgerelateerd geval van intimidatie op het werk behandeld en opgelost via het interne geschillenproces van Bpost NV voordat er een rechtszaak werd aangespannen. Er werd geen gerechtelijk bevel uitgevaardigd. De totale schadevergoeding in verband met incidenten en klachten komt neer op een brutobedrag van EUR 42.201,36. Geldboeten, geldstraffen en schadevergoedingen verwijzen naar elke financiële betaling in verband met bevestigde gevallen. Ze worden weergegeven in toelichting 6.12 bij de geconsolideerde jaarrekening.
Aantal incidenten van discriminatie, inclusief intimidatie, gerapporteerd via de Speak Up-tool
| SOORT PROBLEEM | AANTAL MELDINGEN BIJ BNODE¹ (2025) | AANTAL MELDINGEN BIJ BNODE¹ (2024) | AANTAL MELDINGEN BIJ RADIAL NORTH AMERICA (2025) | AANTAL MELDINGEN BIJ RADIAL NORTH AMERICA (2024) | AANTAL MELDINGEN BIJ LANDMARK US (2025) | AANTAL MELDINGEN BIJ LANDMARK US (2024) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Discriminatie | 13 | 7 | 4 | 9 | 0 | 0 |
| Intimidatie | 24 | 31 | 9 | 9 | 0 | 0 |
| Seksuele intimidatie | 9 | 9 | 1 | 1 | 0 | 0 |
In 2025 daalde het aantal gevallen van discriminatie en intimidatie dat binnen Bnode via de Speak Up-tool werd gemeld, ten opzichte van het voorgaande jaar. In juni 2025 werkte Bnode zijn Speak Up-beleid bij. Gevallen van intimidatie, discriminatie, seksuele intimidatie en andere psychologische klachten binnen Bpost NV vallen nu buiten het toepassingsgebied en moeten rechtstreeks worden gemeld aan het Preventieteam van Bpost NV. Aangezien deze wijziging nog niet wijd verspreid is onder de werknemers, is voor 2026 een nieuwe bewustmakingscampagne gepland.
¹ exclusief Radial North America en Landmark US
264 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Aantal klachten ingediend door het eigen personeel, exclusief discriminatie en intimidatie gemeld via de Speak Up-tool
| SOORT PROBLEEM | AANTAL MELDINGEN BNODE² (2025) | AANTAL MELDINGEN BNODE² (2024) | AANTAL MELDINGEN RADIAL NORTH AMERICA (2025) | AANTAL MELDINGEN RADIAL NORTH AMERICA (2024) | AANTAL MELDINGEN LANDMARK US (2025) | AANTAL MELDINGEN LANDMARK US (2024) | TOTAAL 2025 | TOTAAL 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Misbruik van macht en vergelding | ||||||||
| Misbruik van macht, gezag of controle | 17 | 6 | 6 | 2 | 0 | 0 | 23 | 8 |
| Vergelding | 0 | 0 | 8 | 1 | 0 | 0 | 8 | 1 |
| Werkomgeving en gedrag | ||||||||
| Vijandige werkomgeving | 0 | 0 | 4 | 2 | 0 | 0 | 4 | 2 |
| Onprofessioneel gedrag | 17 | 5 | 6 | 13 | 0 | 0 | 23 | 18 |
| Oneerlijke behandeling | 0 | 0 | 0 | 7 | 0 | 0 | 0 | 7 |
| Werknemersrelaties | 14 | 12 | 0 | 0 | 0 | 0 | 14 | 12 |
| Compliance en beleidsovertredingen | ||||||||
| Schending van beleidsregels | 2 | 6 | 15 | 3 | 0 | 0 | 17 | 9 |
| Naleving van wetten, regels en voorschriften | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 1 |
| Veiligheidsbeleid en -procedures | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 1 |
| Bescherming van privacy en persoonsgegevens / IT-beveiliging | 4 | 2 | 1 | 0 | 0 | 0 | 5 | 2 |
| Niet-gedocumenteerde werknemer | 0 | 0 | 0 | 4 | 0 | 0 | 0 | 4 |
| Veiligheid en welzijn | ||||||||
| Veiligheidskwesties | 4 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 4 | 4 |
| Onrechtmatig ontslag | 0 | 0 | 1 | 2 | 0 | 0 | 1 | 2 |
Aantal incidenten van discriminatie, inclusief intimidatie ingediend via interne procedures bij Bpost NV
| SOORT PROBLEEM | AANTAL MELDINGEN BIJ BPOST NV (2025) | AANTAL MELDINGEN BIJ BPOST NV (2024) |
|---|---|---|
| Discriminatie | 6 | 18 |
| Intimidatie | 192 | 224 |
| Seksuele intimidatie | 26 | 33 |
In onze rapportering hebben we de volgende soorten gegroepeerd onder intimidatie: morele intimidatie, agressie door derden, mishandeling/beroving van postbodes, fysieke mishandeling door derden ernstige agressie, ernstige verbale agressie, verbale agressie door derden en geweld op de werkplek. Deze categorieën bestrijken het volledige spectrum van door derden gepleegd geweld en bedreigend gedrag dat is gemeld. De cijfers met betrekking tot agressie door derden hebben alleen betrekking op de gevallen waarin ons team rechtstreeks heeft ingegrepen. Ze geven dus niet het totale aantal gemelde incidenten weer, aangezien sommige situaties geen volledige interventie van ons interne departement Psychosociale Preventie vereisen. We hebben de volgende zaken als seksuele intimidatie beschouwd: Seksuele intimidatie en ongepast gedrag.
- Exclusief Radial North America en Landmark US 265 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Aantal klachten ingediend door ons eigen personeel, exclusief discriminatie en intimidatie ingediend via interne procedures bij Bpost NV
| CATEGORIE | SOORT GEVAL | 2025 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Psychosociale risico's en geestelijke gezondheid / werklast | Stress | 124 | 110 |
| Burn-out | 32 | 46 | |
| Werktempo | 41 | 23 | |
| Emotionele belasting / contact met derden | 19 | 28 | |
| Werkrooster / werk-privébalans | 81 | 61 | |
| Totaal | 297 | 268 | |
| Management, cultuur en relaties | Interne relaties met hiërarchie | 263 | 195 |
| Interne relaties tussen collega's | 229 | 186 | |
| Moeilijke relaties met collega’s (andere departementen) | 42 | 30 | |
| Communicatie tussen departementen/ BU's | 4 | 0 | |
| Betrokkenheid bij besluitvorming | 25 | 5 | |
| Totaal | 563 | 416 | |
| Werkorganisatie en taakindeling | Duidelijkheid van rollen | 6 | 7 |
| Duidelijkheid van taken en rollen | 11 | 12 | |
| Autonomie / gebrek aan autonomie | 6 | 5 | |
| Aard van de taak | 99 | 83 | |
| Moeilijkheden om zich aan te passen aan het werksysteem | 13 | 13 | |
| Organisatie van werk / procedures | 48 | 17 | |
| Strategie en structuur van de organisatie | 49 | 8 | |
| Arbeidsmiddelen | 4 | 11 | |
| Werkomgeving | 6 | 12 | |
| Veiligheid en bescherming van gezondheid | 12 | 14 | |
| Totaal | 254 | 182 | |
| Arbeidsvoorwaarden en loopbaanvooruitzichten | Contracttype / loonvoorwaarden | 5 | 15 |
| Toekomstperspectieven | 64 | 57 | |
| Totaal | 69 | 72 |
Aantal ernstige mensenrechtenproblemen en -klachten
Tijdens de verslagperiode waren er geen ernstige mensenrechtenproblemen of -incidenten waarbij ons personeel betrokken was. Er waren dus geen gevallen van niet-naleving van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, de Verklaring van de IAO inzake de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.
266 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.1.5 Gezondheid, integratie en ontwikkeling van vaardigheden op de werkvloer: S1-4 Maatregelen, S1-5 Doelen en maatstaven
6.3.1.5.1 S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven
Bnode hecht enorm veel belang aan de veiligheid, de fysieke en geestelijke gezondheid en het algemene welzijn van alle werknemers.
Onze toewijding naar veiligheid
Tegen 2030 willen we onze frequentiegraad van arbeidsongevallen met werkverlet met 30% verminderen op groepsniveau. Deze maatstaf geeft het aantal ongevallen weer met minstens één dag werkverlet tot gevolg, genormaliseerd per miljoen gewerkte uren. De nulmeting voor dit doel is de frequentiegraad van arbeidsongevallen met werkverlet opgetekend in 2025. Voor dit doel in 2025 op groepsniveau werd ingevoerd, legden onze entiteiten reeds hun eigen jaarlijkse operationele veiligheidsdoelstellingen vast. In 2025 behaalde Radial North America zijn frequentiegraad-doel van 1 binnen de entiteit, terwijl Bpost NV zijn doel van 24 zo goed als bereikt had aan het einde van het jaar. Vanaf nu wordt het doel op groepsniveau toegevoegd aan de doelen en actieplannen op entiteitsniveau, die zullen worden ontwikkeld in lijn met de overkoepelende strategie en doelstellingen van de groep.
Om dit ambitieuze doel te bereiken, is een hernieuwd en voortdurend engagement voor veiligheid in alle activiteiten vereist. Daartoe zullen we ons richten op de volgende belangrijke maatregelen:
- change management aansturen om veiligheid als kernwaarde stevig te verankeren in de hele organisatie;
- de systematische uitwisseling van goede praktijken en inzichten uit opgedane ervaring tussen entiteiten binnen Bnode bevorderen;
- entiteiten die het sterkst presteren inzetten als rolmodel en duidelijke benchmarks opstellen voor uitmuntende veiligheid;
- de interne benchmarking versterken door entiteiten op te delen in prestatiekwartielen en gerichte verbeteringsplannen te definiëren die afgestemd zijn op de normen van het eerstvolgende hogere kwartiel.
Ons uiteindelijke doel is duidelijk: een werkplek garanderen waar elke werknemer gezond en ongedeerd naar huis terugkeert, elke dag opnieuw.
Hoewel deze groepsbrede ambitie een gezamenlijke richting aangeeft, is de implementatie afgestemd op de specifieke risicoprofielen, operationele contexten en maturiteitsniveaus van elke entiteit. Hieronder geven we enkele voorbeelden.
Bij Bpost NV is het veiligheids- en gezondheidsbeleid gebaseerd op de federale wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van medewerkers bij de uitoefening van hun werk. Dit beleid wordt aangestuurd door een dynamisch risicobeheersysteem: een gestructureerde preventieaanpak die heeft geleid tot een globaal vijfjarenplan inzake preventie en een jaarlijks actieplan voor de post- & pakjesactiviteiten, initiatieven die ons dichter bij ons doel voor 2030 moeten brengen. Het beheersysteem omvat een maandelijkse rapportering via de Veiligheidsprestatiebarometer, die 14 indicatoren opvolgt waarop het operationeel management zich baseert om het preventiebeleid uit te tekenen. Er zijn twee achteraf gemeten ('lagging') indicatoren - ernstgraad en frequentiegraad - en twaalf proactieve ('leading') indicatoren.
267 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Bij Radial North America heeft Deel 10.1 van het werknemershandboek betrekking op veiligheids- en gezondheidsmanagement voor de Verenigde Staten, Canada en India. Veiligheid wordt beschouwd als een wederzijdse verantwoordelijkheid tussen Radial North America en zijn werknemers. De entiteit streeft, net als Bnode, naar een veilige, schone en risicoloze werkomgeving, terwijl van werknemers wordt verwacht dat ze veilige werkpraktijken in acht nemen en onveilige omstandigheden onmiddellijk aan het management melden. De veiligheidsregels, voorschriften of meegedeelde instructies niet opvolgen kan leiden tot tuchtmaatregelen, tot en met ontslag. Binnen Radial North America volgen we actief een reeks leading indicators op om ons vermogen om incidenten tijdig te voorzien en te voorkomen te versterken.Het gaat onder meer om de deelnamegraad aan werkzaamheden van het Veiligheidscomité, de voltooiingsgraad van gedragsgerichte veiligheidsobservaties (Behavior Based Safety observations) en de meldingsgraad van bijna-ongevallen en veiligheidsgerelateerde bezorgdheden. Deze prospectieve indicatoren geven een vroegtijdig inzicht in de doeltreffende werking van onze veiligheidssystemen. Ze stellen ons in staat om vroegtijdig trends te herkennen, opkomende risico's aan te pakken en bijsturende maatregelen te nemen voordat zich letsels of operationele verstoringen voordoen.
Staci France heeft een algemeen veiligheidsbeleid uitgewerkt dat in 2025 werd goedgekeurd en door verschillende mechanismen wordt ondersteund. Eind 2025 werd een specifieke procedure ingevoerd, naast een speciaal programma bedoeld om een sterke veiligheidscultuur op te bouwen en zo ongevallen te vermijden en duurzame praktijken in te voeren. Dit programma volgt een stappenplan dat loopt tot 2028, met een tussentijdse driejarendoelstelling om de prestaties aanzienlijk te verbeteren. Het programma doet meer dan gegevens over ongevallen analyseren en tracht een echte veiligheidscultuur te creëren op basis van goede praktijken die zijn afgeleid uit risico-evaluaties. Een van de pijlers van het programma is managers op alle hiërarchische niveaus inzetten om een veiligheidsgerichte mindset te bevorderen die door alle werknemers wordt gedeeld. Duidelijke richtlijnen en jaarlijkse doelstellingen ondersteunen deze aanpak.
Dodelijke en ernstige ongevallen
In 2025 meldde Bnode 0 arbeidsongevallen met een dodelijke afloop. Daarnaast registreerde de groep (inclusief Staci) in totaal 1.392 arbeidsongevallen, waarvan 907 met werkverlet. Dit levert een ongevallenpercentage op van 29,17 per 1 miljoen gewerkte uren, voor alle ongevallen samen. De frequentiegraad van arbeidsongevallen met werkverlet voor 2025 bedraagt 19,01 per 1 miljoen gewerkte uren en vormt de nulmeting voor ons doel voor 2030. De types arbeidsongevallen die in 2025 werden gemeld, waren voornamelijk spier- en skeletaandoeningen veroorzaakt door manueel werk. In België houdt een aanzienlijk deel van de ongevallen verband met het feit dat onze postbodes te voet of met de wagen onderweg zijn. In 2025 tekende Bnode in totaal 29.754 verloren dagen op als gevolg van arbeidsongevallen. Om ons doel voor 2030 te halen, blijven we in 2026 maatregelen treffen die het bewustzijn van risico's vergroten en de preventie van ongevallen actief ondersteunen.
| ARBEIDSONGEVALLEN BIJ BNODE | 2025 | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 |
|---|---|---|---|
| % werknemers dat onder een veiligheids- en gezondheidsbeheerssysteem valt | 99,46% | 99,67% | 98,13% |
| Aantal dodelijke ongevallen - eigen personeel | 0 | 0 | 1 |
| Aantal geregistreerde arbeidsongevallen - eigen personeel | 1.392 | 1.223 | 1.261 |
| Ongevallenpercentage (inclusief ongevallen met 0 dagen afwezigheid)- eigen personeel | 29,17 | 28,53 | 27,0 |
| Frequentiegraad van arbeidsongevallen met werkverlet (aantal ongevallen met afwezigheid per 1 miljoen gewerkte uren) | 19,03 | 19,34 | 17,07 |
| Aantal verloren dagen als gevolg van een arbeidsongeval | 29.754 | 28.264 | 27.625 |
| Ernstgraad (aantal verloren dagen per 1.000 uur) | 0,62 | 0,66 | 0,59 |
268 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Deze cijfers kunnen nog veranderen afhankelijk van het uiteindelijke aantal arbeidsongevallen dat voor Bpost NV wordt erkend. Omdat het bij de erkenning van ongevallen enige tijd kan duren voor de verzekeraar een definitieve status toekent, en om consistent te blijven met het jaarverslag 2024 en de meest nauwkeurige status weer te geven, hebben we de status van ongevallen in 2025 op maandag 9 februari 2026 verzameld. Op die datum waren 91 dossiers nog in behandeling bij de verzekeringsmaatschappij, dus de definitieve gerapporteerde cijfers kunnen nog enigszins wijzigen. Van de 127 arbeidsongevallen die in behandeling waren bij publicatie van het jaarverslag 2024, werden er uiteindelijk 55 erkend, 70 afgewezen en 2 worden nog onderzocht. Op basis van deze update bedraagt de frequentiegraad van arbeidsongevallen met werkverlet van 2024 voor Bnode 19,33 (in plaats van de eerder gerapporteerde 17,07).
Initiatieven betreffende gezondheid, veiligheid en welzijn
We beseffen dat geestelijke gezondheid en algemeen welzijn nauw verbonden zijn en vullen onze veiligheids- en gezondheidsaanpak dan ook aan door het welzijn van onze werknemers te monitoren via de 'Mijn stem telt'-enquête (3,7/5 in oktober 2025) en door initiatieven te lanceren die een ondersteunende en gezonde werkplek bevorderen. Deze principes op groepsniveau worden vertaald in concrete maatregelen op entiteitsniveau, die aansluiten bij de lokale behoeften en prioriteiten. De belangrijkste initiatieven die in 2025 zijn ingevoerd om de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van werknemers te verbeteren worden hieronder toegelicht.
Safety Games binnen het operationele netwerk (Bpost NV)
In 2025 namen meer dan 10.000 werknemers bij Bpost NV deel aan de Safety Games, wat de veiligheidsopleidingen interactief en doeltreffend maakt. Deze ludieke trainingen verhogen het dagelijkse veiligheidsbewustzijn en versterken de goede praktijken in alle operationele eenheden.
Points, onze mobiele meldingstool (Bpost NV)
Om de veiligheid en efficiëntie op het werk te verbeteren kunnen postmedewerkers via Points, een mobiele meldingstool, belangrijke route-informatie delen, zoals risico's, moeilijke brievenbussen en parkeerproblemen. Dat verbetert de veiligheid, de kwaliteit van de dienstverlening en het vertrouwen, vooral voor nieuwe en vervangende medewerkers. Het zorgt ook voor een vlotte overgang bij afwezigheden en operationele veranderingen.
Risicoanalyse met behulp van ProcessMaster (Radial North America)
Radial North America maakt gebruik van ProcessMaster, een door AI aangestuurd veiligheidssoftwareplatform, om de kwaliteit en consistentie van onze jobveiligheidsanalyses ('Job Safety Analyses' of 'JSA's') te verhogen. Deze tool helpt om gevaren op de werkplek in kaart te brengen en doet aanbevelingen voor passende maatregelen, rechtstreeks in het JSA-proces. Door deze analyses te automatiseren en te standaardiseren, biedt ProcessMaster volgende voordelen:
■ betere inschatting van gevaren,
■ meer consistentie op alle sites, en
■ lagere afhankelijkheid van informele of niet-gedocumenteerde kennis.
Deze digitale aanpak helpt om een meer stelselmatig en datagestuurde veiligheidscultuur uit te dragen binnen al onze activiteiten.
269 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Bedrijfs- en locatiegebonden veiligheidsaudits (Radial North-America)
Ons auditprogramma helpt ons om verantwoordingsplicht te versterken en voortdurende verbetering te stimuleren binnen Radial North America. Tweejaarlijkse bedrijfsaudits bieden een alomvattend overzicht van de opslagactiviteiten, waarbij de naleving van federale, staats- en lokale regelgeving wordt gemeten en de effectiviteit van onze veiligheidsbeheersystemen wordt geëvalueerd. Maandelijkse veiligheidscontroles van de locatie vullen deze aanpak aan door hiaten vroegtijdig op te sporen, de blootstelling aan risico's te beperken en de operationele integriteit te waarborgen.
Een veiligheidskaart om niet-dringende gevaarlijke situaties te melden (Base Logistics)
Base Logistics heeft een systeem met veiligheidskaarten ingevoerd waarmee alle operationele werknemers, al dan niet anoniem, niet-dringende gevaarlijke situaties, onveilige handelingen of schade kunnen melden. Meldingen kunnen op elk moment worden ingediend via een speciale mailbox.
Hartwerkers (Bpost NV)
Tijdens de drukste periode van het jaar, tussen Black Friday en de feestdagen, staken net geen 500 collega's van de ondersteunende diensten in België met veel enthousiasme de handen uit de mouwen om de enorme volumes te verwerken en hun operationele collega's te ondersteunen. Ze zetten zich met hart en ziel in voor taken zoals het ophalen, invoeren, sorteren en uitreiken van brieven en pakjes, waarmee ze hun niet-aflatende toewijding en teamwork lieten zien.
Bewustmaking rond houding, beweging en ergonomie (Landmark Global France, Bpost NV, Pixel UK)
Verschillende entiteiten hebben gerichte initiatieven genomen om spier- en skeletaandoeningen te voorkomen en veilige bewegingen op het werk te bevorderen. Landmark Global France organiseerde praktische houdings- en bewegingsopleidingen waaraan zo'n 40 operationele werknemers hebben deelgenomen. Ook Bpost NV gaf praktijkgerichte opleidingen in alle operationele entiteiten (Mail, Parcel Operations en Facility Management) en na afloop mochten 500 werknemers zich ergonomisch ambassadeur noemen. Deze inspanningen werden verder ondersteund door een speciale opleidingsvideo over ergonomische risico's en preventiemaatregelen. Daarnaast organiseerde Pixel ter gelegenheid van de Werelddag voor veiligheid en gezondheid op het werk een bewustmakingsinitiatief rond lichaamshouding en veilig manueel werk. Werknemers werden aangemoedigd om tijdens hun dagelijks werk risicobeperkende bewegingen te oefenen.
Webinar over preventie van beeldschermrisico's (Landmark Global Frankrijk)
In 2025 volgden de werknemers van Landmark Global France die aan een computer werken een webinar over de beste manieren om gezondheidsproblemen als gevolg van langdurig schermgebruik te voorkomen (ooghygiëne, ergonomische houding, pauzes, enz.).
Gezondheidspreventie centraal op de werkvloer (Staci France)
In het kader van Pink October kwam de Mammobus langs bij Staci France om de werknemers bewust te maken van en te screenen op borstkanker. In deze mobiele eenheid konden werknemers op een veilige en vertrouwelijke manier een mammografie laten uitvoeren op het werk. Mede dankzij het sterke engagement van het management hielp dit initiatief om praktische hindernissen voor preventie en vroegtijdige opsporing weg te nemen. Ongeveer 60 vrouwen namen deel aan de bewustmakingssessies en/of lieten zich ter plaatse screenen.### Bewustmaking rond fysieke en geestelijke gezondheid via interne communicatie (Landmark Global Asia)
Om de gezondheid en het welzijn te bevorderen, stelt Landmark Global in Azië regelmatig interne nieuwsberichten op met informatie over gezondheid en geestelijke gezondheid en praktische tips. Dit lopende initiatief bevordert het bewustzijn en de preventie en wordt ook overgenomen door andere entiteiten binnen Bnode.
270 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Onze EHBO'ers geestelijke gezondheid in de bloemetjes gezet (Staci UK)
Om de eerste National Mental Health First Aiders Day te vieren, benadrukte Staci UK de essentiële rol die zijn EHBO'ers geestelijke gezondheid spelen bij het bevorderen van een zorgzame en ondersteunende werkomgeving. De afgelopen 18 maanden is het netwerk uitgebreid van vier tot twaalf opgeleide werknemers uit de HR-, management- en operationele teams, waardoor iedereen binnen de organisatie nu toegang heeft tot professionele hulp. Dit initiatief maakt deel uit van een bredere inspanning om een open dialoog over geestelijke gezondheid op de werkplek te normaliseren. Opnieuw een bewijs dat Staci zich voortdurend inzet voor het welzijn van de werknemers en een kwaliteitsvol beroepsleven.
Move the World Challenge (alle Landmark Global entiteiten)
Geïnspireerd door de Walking Challenge, een initiatief van Landmark Global NAM dat in 2024 in het leven werd geroepen na een wellnesstip van een werknemer, lanceerden de ESG- en HR-teams in 2025 een sportieve uitdaging voor alle Landmark Global entiteiten. Aansluitend bij ons voortdurende engagement voor welzijn en samenhorigheid wilde de uitdaging Move the World werknemers vijf weken lang samen aan het bewegen krijgen voor een goed doel, of ze nu wandelen, lopen of fietsen. Er werden vijf mijlpalen uitgezet en voor elke bereikte mijlpaal werd geld geschonken aan de lokale verenigingen van de Special Olympics. Meer dan 150 deelnemers schreven zich in voor de uitdaging, uit alle entiteiten.
Sport als motor voor cohesie en betrokkenheid (Base Logistics)
In april gaf Base Logistics de teamgeest en het welzijn een extra boost met een reeks sportieve initiatieven voor de werknemers. Meer dan 50 collega's namen deel aan het eerste padeltoernooi van Bnode in Waalwijk (Nederland), een mooie combinatie van sport en gezelligheid. Kort daarna namen zo'n 20 werknemers van HealthLink Europe & International, Special Logistic Services (SLS) en Base Logistics deel aan de NN Marathon in Rotterdam. Ondanks de moeilijke omstandigheden haalden ze de eindmeet onder luid gejuich van de rest van het team. Deze initiatieven benadrukken hoe belangrijk collectieve betrokkenheid, teamcohesie en het welzijn van werknemers zijn. We kijken alvast uit naar toekomstige sportevenementen.
Vitaliteitsinitiatieven (DynaGroup)
In 2025 was welzijn het centrale thema van een reeks vitaliteitsacties bij DynaGroup, waaronder een speciale Vitaliteitsweek, een week vol interne uitdagingen om aan te zetten tot beweging en gezonde gewoonten en regelmatige verbondenheidsmomenten zoals 'Yay, it's Monday', dat aanzet tot positiviteit en connectie aan het begin van de week.
Mental Move (Base Logistics)
Base Logistics ging een samenwerking aan met de Mental Move, een platform voor preventieve maatregelen op het gebied van geestelijke gezondheid. Bij deze samenwerking:
■ krijgen werknemers rechtstreeks toegang tot professionele counseling via een abonnementsdienst;
■ zijn sommige raadplegingen inbegrepen in het abonnement, terwijl extra sessies aangeboden worden tegen voorkeurstarieven;
■ spelen managers een sleutelrol door werknemers aan te moedigen het platform te gebruiken en het contact waar nodig te vergemakkelijken.
Deze oplossing is veel vlotter toegankelijk dan de traditionele gezondheidszorg en verkort de wachttijden voor geestelijke gezondheidszorg van meerdere weken tot slechts één week. De reacties van de werknemers zijn zeer positief en de positieve impact wordt bevestigd door de driemaandelijkse feedbackscores.
271 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Methodologie
Informatie over niet-werknemers en ziekte valt onder de CSRD-infaseringsbepalingen, wat betekent dat toelichtingen voor deze populatie nog niet vereist zijn in het huidige verslagjaar. De cijfers worden dit jaar inclusief én exclusief Staci gepresenteerd. Staci werd uitgesloten van de rapportering voor 2024, terwijl Staci wel is opgenomen in de rapportering voor 2025. Door beide reeksen cijfers hierin op te nemen, wordt transparantie en vergelijkbaarheid met de afbakening van het voorgaande jaar gewaarborgd.
Dekking van het veiligheids- en gezondheidsbeheersysteem: het aantal werknemers dat per 31 december 2025 onder een veiligheids- en gezondheidsbeheersysteem valt, wordt berekend op basis van het interne personeelsbestand. Dit omvat alleen interne werknemers die op die datum actief waren en van wie formeel is vastgesteld dat ze gedekt worden door een veiligheids- en gezondheidsbeheersysteem.
Arbeidsongevallen: het aantal arbeidsongevallen met dodelijke afloop per 31 december 2025 omvat de dodelijke ongevallen waarbij eigen personeelsleden betrokken raakte in 2025 en die aan alle onderstaande criteria voldoen:
■ het ongeval vond plaats op de werkplek;
■ het ongeval werd officieel erkend als de doodsoorzaak door de verzekeringsmaatschappij;
■ het overlijden was het gevolg van een arbeidsongeval tijdens het verslagjaar.
Aangezien deze indicator betrekking heeft op het eigen personeelsbestand omvat die zowel interne als externe werknemers. Alle dodelijke ongevallen die aan deze criteria voldoen, worden samengevoegd.
Ongevallenpercentage: het ongevallenpercentage voor het eigen personeelsbestand wordt als volgt berekend:
Ongevallenpercentage = totaal aantal registreerbare arbeidsongevallen waarbij werknemers betrokken raakten ÷ totaal aantal effectief gewerkte uren door werknemers die op 1 januari 2025 actief waren (ongeacht of ze op 31 december 2025 nog actief of inactief waren) × 1.000.000 gewerkte uren
De werkgerelateerde ongevallen opgenomen in de berekening zijn ongevallen die:
■ officieel erkend worden als arbeidsongeval door de verzekeringsmaatschappij;
■ plaatsvonden op de werkplek;
■ gebeurden in 2025.
Frequentiegraad van arbeidsongevallen met werkverlet: de frequentiegraad van arbeidsongevallen met werkverlet wordt berekend volgens dezelfde methodologie als het ongevallenpercentage, maar omvat alleen ongevallen met minstens één dag afwezigheid tot gevolg.
Verloren dagen als gevolg van arbeidsongevallen: het aantal verloren dagen als gevolg van geregistreerde arbeidsongevallen en dodelijke ongevallen omvat alleen interne werknemers die een ongeval hebben gehad in 2025. Deze indicator komt overeen met het totaal aantal dagen afwezigheid als gevolg van alle ongevallen die aan deze criteria voldoen. Om de ernstgraad te berekenen, gebruiken we als teller het aantal verzuimdagen als gevolg van werkgerelateerde letsels (volgens de hierboven beschreven criteria). De noemer is het totale aantal gewerkte uren van alle personen die op 1 januari 2025 actief waren, ongeacht of zij op 31 december 2025 nog steeds actief of inactief waren. Het resultaat wordt vervolgens vermenigvuldigd met 1.000 om een ernstgraad per 1.000 gewerkte uren te verkrijgen.
272 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.1.5.2 S1-15 Maatstaven voor werk-privébalans
Vanaf verslagjaar 2025 rapporteren we over S1-15 Maatstaven voor werk-privébalans. We zijn er ons van bewust dat een gezonde werk-privébalans een belangrijke drijfveer vormt van diversiteit, gelijkheid en inclusie, één van onze materiële onderwerpen. Bnode erkent dat een goede werk-privébalans essentieel is voor het welzijn van onze werknemers en het algemeen succes van onze organisatie. Wij streven ernaar een werkomgeving te creëren die onze werknemers helpt hun professionele verantwoordelijkheden op een evenwichtige manier te combineren met hun privéleven, vooral als het op het gezinsleven aankomt. Zoals eerder vermeld valt dit thema binnen de bevoegdheid van ons Diversity, Equity & Inclusion-departement, waar een Well-being Director verantwoordelijk is voor dit subthema.
Binnen Bnode verschilt de aanpak op het vlak van werk-privébalans naargelang de bedrijfscontext. Sommige entiteiten hebben dit thema diep verankerd in hun bedrijfscultuur en leiderschapspraktijken. Bij Base Logistics bijvoorbeeld zijn overuren zeldzaam, steeds vergoed en beperkt tot piekperiodes. Dit geeft blijk van een duidelijke focus op een beheersbare werkbelasting en het voorkomen van werkgerelateerde stress. Leidinggevenden monitoren actief de arbeidsduur en werkdruk en gaan regelmatig in dialoog met teams om een gepaste personeelsbezetting en het welzijn te garanderen. Het management ondersteunt deze aanpak uitdrukkelijk, met de CEO die duidelijk pleit voor een 'geen onnodige overuren'- aanpak.
Hoewel deze praktijken niet zijn vastgelegd in kwantitatieve indicatoren, vertalen ze zich voelbaar in de dagelijkse werking: flexibele werkregelingen, beperkte aanvragen voor overuren en laagdrempelige escalatiekanalen naar HR wanneer bijkomende ondersteuning nodig is. Via 'Mijn Stem telt', onze enquête die we tweejaarlijks aan onze werknemers voorleggen, verzamelt Bnode feedback over tal van materiële sociale onderwerpen, waaronder werk-privébalans (zie S1-13). Deze enquêtes helpen ook om potentiële verbeterpunten in kaart te brengen. De resultaten tonen consequent aan dat gezinsgerelateerd verlof en flexibiliteit belangrijke hefbomen zijn voor een betere werk-privébalans. Bij Bpost NV hebben werknemers in ondersteunende functies recht op twee tot drie dagen thuiswerken per week. Deze flexibiliteit helpt werknemers professionele verantwoordelijkheden beter te combineren met privéverplichtingen. Er wordt momenteel een formeel thuiswerkbeleid uitgewerkt, dat naar verwachting in 2026 zal worden geïmplementeerd.Bij Radial North America komen werknemers die niet in distributiecentra werken in aanmerking voor flexibele werkregelingen, waaronder volledig of gedeeltelijk thuiswerk. Feedback uit werknemersenquêtes en exitgesprekken toont aan dat deze flexibiliteit sterk op prijs wordt gesteld en als een belangrijke bijdrage aan de werk-privébalans wordt beschouwd. Bij Staci France werd een collectieve overeenkomst inzake levenskwaliteit en arbeidsomstandigheden ondertekend met de sociale partners, met bijzondere aandacht voor werk-privébalans. De maatregelen omvatten onder meer: de mogelijkheid voor werknemers om verlofdagen te schenken aan collega’s die zorgen voor een ernstig ziek kind of een ernstig zieke partner, de aandacht voor de specifieke gezinssituatie bij het inplannen van vergaderingen en agenda’s, en het formeel recht om te deconnecteren.
273 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025 Daarnaast hebben werknemers in alle entiteiten recht op ziekteverlof, jaarlijks verlof en ouderschapsverlof in overeenstemming met de toepasselijke lokale wetgeving en collectieve overeenkomsten.
GEZINSGERELATEERD VERLOF PER GENDER GESLACHT 2025 INCLUSIEF STACI
| % werknemers dat recht heeft op gezinsgerelateerd verlof | % percentage werknemers dat daadwerkelijk gezinsgerelateerd verlof heeft opgenomen | |
|---|---|---|
| Man | 99,98% | 5,26% |
| Vrouw | 99,84% | 9,67% |
| Andere | 100% | 0,00% |
| Zonder gendervermelding | 100% | 7,69% |
| Totaal | 99,93% | 6,78% |
Methodologie
Bij Bnode wordt gezinsgerelateerd verlof berekend op basis van het aandeel werknemers dat recht heeft op moederschapsverlof, vaderschapsverlof, ouderschapsverlof en zorgverlof. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens uit de lokale HR-informatiesystemen en weerspiegelen het recht op verlof zoals vastgelegd in de toepasselijke nationale wetgeving en de geldende collectieve arbeidsovereenkomsten. Als een uitsplitsing naar gender vereist is, wordt de dataset gefilterd op basis van de gendergegevens die in de HR-systemen zijn geregistreerd. Voor rapporteringsdoeleinden gebruikt Bnode vier categorieën: vrouw, man, zonder gendervermelding en andere.
Onder gezinsgerelateerd verlof verstaat Bnode moederschapsverlof, vaderschapsverlof, ouderschapsverlof en zorgverlof. Dit zijn verlofregelingen waar de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten in voorzien. In het kader van deze openbaarmaking, worden deze begrippen als volgt gedefinieerd:
a. moederschapsverlof (ook zwangerschapsverlof genoemd): door de arbeidsovereenkomst beschermd verlof voor vrouwelijke werknemers rond de periode van bevalling (of, in sommige landen, adoptie);
b. vaderschapsverlof: verlof voor vaders of, voor zover erkend in de nationale regelgeving, een gelijkgestelde tweede ouder, bij de geboorte of adoptie van een kind met het oog op zorgverlening;
c. ouderschapsverlof: verlof voor ouders bij de geboorte of adoptie van een kind om voor dat kind te zorgen, zoals gedefinieerd door de betrokken lidstaat;
d. zorgverlof: verlof om werknemers in staat te stellen persoonlijke zorg of ondersteuning te bieden aan een familielid of een persoon in hetzelfde huishouden die aanzienlijke zorg of ondersteuning nodig heeft om medische redenen, zoals gedefinieerd door de betrokken lidstaat.
Om het aantal werknemers dat recht heeft op gezinsgerelateerd verlof te berekenen, pasten we de volgende methode toe:
■ Teller: enkel interne werknemers die actief zijn vanaf 31/12/2025 en het recht hebben op gezinsgerelateerd verlof, zijn inbegrepen in de teller.
■ Noemer: alle interne werknemers die actief zijn vanaf 31/12/2025 zijn hierin opgenomen.
Het berekenen van het percentage werknemers die daadwerkelijk gezinsgerelateerd verlof heeft opgenomen:
■ Teller: enkel interne werknemers die actief zijn vanaf 31/12/2025 en daadwerkelijk gezinsgerelateerd verlof hebben opgenomen, zijn inbegrepen.
■ Noemer: het totale aantal werknemers dat recht heeft op gezinsgerelateerd verlof.
Toelichting bij de ESRS-duurzaamheidsrapportering In 2025 heeft Bnode ervoor gekozen om, overeenkomstig de gefaseerde invoerbepaling van de ESRS, de rapportering over de indicatoren inzake werk-privébalans pas vanaf het daaropvolgende verslagjaar op te starten. Daarom worden in deze illustratieve duurzaamheidsverklaring geen vergelijkende gegevens voor het voorgaande jaar opgenomen in overeenstemming met ESRS S1-15.
274 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.1.5.3 S1-13 Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden
Aanpak en ambities op groepsniveau
Omdat de transformatie van onze organisatie volop aan de gang is, blijven opleiding en ontwikkeling van vaardigheden een strategische prioriteit voor Bnode. Zo willen we onze werknemers in staat stellen om zich aan te passen aan veranderingen en hun volledige potentieel te bereiken. In 2025 legde Bnode een nieuw doel vast op groepsniveau: tegen 2030 wil de groep dat elke interne werknemer per jaar gemiddeld 32 uur opleiding en ontwikkeling volgt. Deze ambitie weerspiegelt de huidige opleidingsniveaus, de ontwikkelingsplannen van de business units en een duidelijke intentie om te blijven investeren in de bijscholing en omscholing van het voltallige personeelsbestand.
Om dit doel te bereiken, moeten we:
■ de opleidingsuren binnen Bnode nauwkeuriger bijhouden en monitoren;
■ de leermogelijkheden blijven uitbreiden om in te spelen op behoeften inzake compliance, bijscholing en omscholing;
■ leerinitiatieven afstemmen op de prioriteiten van de transformatie.
Een van onze grootste uitdagingen is om alle gegevens over de opleidings- en ontwikkelingsuren van ons globale personeelsbestand, zowel formeel als informeel, te verzamelen. Deze rapporteringscapaciteit versterken, wordt een belangrijk aandachtspunt in 2026.
Verplichte en niet-verplichte opleidingsprogramma's
Binnen Bnode worden verplichte opleidingen op groepsniveau gecombineerd met specifieke opleidingsvereisten binnen elke entiteit.
Verplichte opleidingen op groepsniveau
In 2025 was de opleiding over de Gedragscode de enige verplichte opleiding voor de hele groep. Die geldt voor alle werknemers, ongeacht hun functie, niveau of locatie, en bevat strikte verbodsbepalingen met betrekking tot kinderarbeid, dwangarbeid en mensenhandel. De opleiding wordt onderbouwd door gestructureerde inhoud, opvolgingsmechanismen en prestatie-incentives en wordt gezamenlijk geïmplementeerd door de Compliance- en ESG-teams. Vanaf 2026 komen er verplichte opleidingen bij op groepsniveau, waaronder opleidingen over de bedrijfscultuur. In het kader van het actieplan ter ondersteuning van de genderdiversiteitsdoelstelling lanceert Bnode een diversiteitsopleiding binnen de hele groep, die verplicht is voor alle recruiters. Deze opleiding moet discriminatie in de aanwervingsprocessen tegengaan en is aangepast aan de lokale regelgevende context.
Lokale implementatie en opleidingen op maat van elke entiteit
Naast de vereisten op groepsniveau definieert en implementeert elke entiteit haar eigen opleiding- en ontwikkelingsbenadering, die aansluit bij de lokale activiteiten, wettelijke verplichtingen en risicoprofielen. Hieronder geven we enkele voorbeelden.
Radial North America
Opleiding is een hoeksteen van de strategie inzake talentontwikkeling en prestaties van Radial North America. Tot de verplichte opleidingen behoren een compliance-opleiding, een oriëntatieprogramma voor nieuwe medewerkers en een functiespecifieke opleiding. Daarnaast krijgen alle middle managers een Leadership-opleidingstraject aangeboden. Radial North America werkt met een gestructureerd, jaarlijks opleidingsprogramma per organisatieniveau en functiegebied om zo het aantal opleidingsuren waar mogelijk te verhogen met het oog op de voortdurende ontwikkeling van de vaardigheden.
275 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Staci France
Bij Staci France moeten alle people managers, HR-teamleden en gekozen vertegenwoordigers die betrokken zijn bij de aanwerving verplicht een module 'Aanwerven zonder discriminatie' volgen. Andere verplichte opleidingen zijn:
■ een opleiding over cyberbeveiliging voor werknemers met IT- of intranettoegang;
■ een veiligheidsopleiding, waaronder eerste hulp, brandveiligheid en evacuatieprocedures;
■ een opleiding over het bedienen van vorkheftrucks indien relevant;
■ elektrische certificeringen voor werknemers die aan elektrische installaties werken;
■ een opleiding over werken met gevaarlijke materialen en gevaarlijke goederen volgens de vervoersregelgeving.
Als een werknemer van Staci France een opleiding krijgt toegewezen, moet die afgerond worden.
Bpost NV
Bij Bpost NV wordt de opleiding over compliance en governance opgesteld en beheerd door het compliancedepartement, met operationele ondersteuning van het opleidingsteam. De opleiding wordt voornamelijk gegeven via het Traliant-platform. Werknemers in operationele omgevingen die geen individuele e-mailtoegang hebben, krijgen een QR-code. De opleiding bestaat uit korte videomodules, aangepast aan operationele en niet-operationele functies, gecombineerd met verplichte interactieve quizzen om te bevestigen dat de opleiding begrepen en afgerond werd.
Het bewustzijn over cyberbeveiliging wordt versterkt door middel van gesimuleerde phishing-campagnes. Werknemers die een phishingsimulatie melden, krijgen automatisch een korte, gerichte opleidingsmodule waarin de specifieke bedreiging wordt uitgelegd. Deze opleiding is niet verplicht, maar biedt een just-in-time-leermoment, helpt de werknemers om risico's beter te herkennen en ondersteunt de strategie van Bnode op het gebied van cyberbeveiliging en gegevensbescherming. Specifieke groepen van werknemers krijgen ook aanvullende opleidingen aangereikt. Een diversiteits- en inclusieopleiding, ingevoerd op groepsniveau, wordt aangemoedigd voor people managers en sluit aan bij het onboardingprogramma 'Getting Started'.Deze opleiding is bedoeld om inclusieve leiderschapspraktijken te versterken en de uitvoering wordt aangepast aan de lokale context. Daarnaast is een opleiding over gevolgenbeheer verplicht voor people managers bij Bpost NV. De opleiding, uitgewerkt in samenwerking met Legal en HR Business Partners, verduidelijkt het disciplinaire kader, inclusief de voorbereiding van tuchtdossiers, leidinggevende rollen en verantwoordelijkheden en escalatieprocessen, en versterkt de verantwoordingsplicht en de betrokkenheid van HR.
Om de invoering van een nieuw prestatieproces te ondersteunen, heeft Bpost NV ook documentatie en webinars voor people managers uitgewerkt. Ontwikkelingsdoelen stellen, regelmatige check-ins uitvoeren en zinvolle prestatiebeoordelingen leiden, zijn enkele thema's die hierin aan bod komen. Deelname is niet verplicht, maar wordt wel sterk aangemoedigd. Er wordt op grote schaal over gecommuniceerd om aan te sluiten bij het nieuwe prestatiekader en de culturele ontwikkeling te ondersteunen.
Locatiespecifieke wettelijke en operationele opleidingsvereisten
Naast verplichte opleidingen op groepsniveau zijn er ook enkele lokale verplichte opleidingsvereisten, vooral in België, met het oog op wettelijke of operationele risico's. Voorbeelden:
- hulpverleners met een getuigschrift dringende verzorging en eerste hulp, vereist op elke locatie op basis van de omvang van het personeelsbestand en de lokale regelgeving;
- opleidingen in specifieke voertuigen, bijvoorbeeld op de logistieke afdeling of in rijscholen.
Hoewel deze opleidingen niet verplicht zijn op groepsniveau, zijn ze essentieel om de wetgeving na te leven, de risico's te beperken en de operationele veiligheid te garanderen.
276 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Leiderschapsontwikkeling en prestatie-incentives
Om de leiderschapsontwikkeling te versterken, werd in 2025 op groepsniveau een KPI ingevoerd voor het middle en senior management: om in aanmerking te komen voor de volledige kortetermijnincentive moeten de managers in de loop van het jaar ten minste één initiatief voor leiderschapsontwikkeling afronden. Dit initiatief geldt voor heel Bnode, behalve voor Paxon Europa, dat momenteel buiten de scope valt vanwege beperkingen in de tooling. Enkele in aanmerking komende initiatieven:
- opleidingsprogramma's rond leiderschap voor middle en senior managers;
- online leermodules over coaching, feedback, innovatie en leiderschap.
Elke entiteit bakent haar eigen managementgroep af en communiceert over relevante initiatieven. Naast incentives benadrukt deze KPI ook het belang van leiderschapsontwikkeling en individuele verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces.
Leren afstemmen op transformatie en toekomstige vaardigheden
In het kader van de transformatie van Bnode worden leerinitiatieven steeds meer afgestemd op toekomstige vaardigheden en bedrijfsbehoeften. Bij Bpost NV bijvoorbeeld blijven de traditionele functiespecifieke leertrajecten behouden en worden ze verrijkt met resultaten van recente pilootprojecten en feedback van werknemers. Op basis van deze inzichten werden vaardigheidsgerichte opleidingsprogramma's uitgewerkt om individuelere leertrajecten uit te stippelen, loopbaanmobiliteit te stimuleren en de ontwikkeling van werknemers beter af te stemmen op toekomstige bedrijfsbehoeften.
Deze evolutie wordt ondersteund door enkele belangrijke hefbomen, waaronder de ontwikkeling van een vaardighedentaxonomie, zelfevaluatietools voor werknemers, de systematische afstemming van leerinhoud op vereiste vaardigheden en de integratie van vaardigheden in functievereisten. Op lange termijn is het de bedoeling om over te stappen van een 'pull-based' leermodel, waarbij werknemers actief op zoek gaan naar opleidingen, naar een 'push-based' model dat gepersonaliseerde aanbevelingen doet, afgestemd op individuele profielen en strategische prioriteiten.
Prestaties, ontwikkeling en individuele groei
Bij Bnode zijn opleiding en ontwikkeling nauw verbonden met prestatiebeheer en loopbaanontwikkeling. Jaarlijkse prestatiebeoordelingen worden aangevuld met driemaandelijkse check-ins voor people managers, waardoor feedback en ontwikkeling het hele jaar door worden gestimuleerd. Bij Bpost NV stellen werknemers en managers samen persoonlijke ontwikkelingsdoelstellingen op als onderdeel van het prestatieproces.
Interne mobiliteit en loopbaanontwikkeling
Op groepsniveau stimuleert Bnode interne mobiliteit via gestructureerde processen en specifieke tools. Bij Bpost NV worden vacatures intern gepubliceerd vóór of zodra die extern bekendgemaakt worden, waardoor de werknemers als eerste toegang krijgen tot de carrièremogelijkheden. Op vaardigheden gebaseerde mobiliteit wordt verder ondersteund door tools zoals Cornerstone, terwijl werknemers die getroffen worden door een reorganisatie kunnen rekenen op gerichte omscholing, reconversie en hulp bij de overgang. Bij Radial North America wordt de interne mobiliteit gestimuleerd via Talent Reviews en Performance Calibrations, met ontwikkelingsactieplannen op maat om werknemers voor te bereiden op toekomstige functies en doorgroeimogelijkheden.
277 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Initiatieven om de ontwikkeling van vaardigheden te ondersteunen
Bij Bnode nemen we een reeks initiatieven om de ontwikkeling van vaardigheden, kennis en talent te ondersteunen, aansluitend bij ons engagement om onze werknemers voor te bereiden op de toekomst. Hieronder lichten we enkele van onze initiatieven toe.
Investeren in logistiek talent (Staci UK)
We hebben onze investering in toekomstige logistieke vaardigheden opgedreven met de lancering van een nieuw stageprogramma op diplomaniveau bij Staci UK, met een investering van meer dan £100.000. Het programma combineert theorie en praktijk en is bedoeld om de volgende generatie professionals van de toeleveringsketen te inspireren en voor te bereiden. Zo willen we onze duurzame inzet voor de ontwikkeling van vaardigheden in de sector kracht bijzetten.
Apple Express Learning Academy (Apple Express)
Bij Apple Express blijven we levenslang leren ondersteunen via de Apple Express Learning Academy, een intern ontwikkelingsprogramma met korte, flexibele cursussen. Met onderwerpen als projectmanagement, communicatie, diversiteit en inclusie, leiderschap en conflictoplossing biedt dit programma werknemers de kans om hun vaardigheden in hun eigen tempo te ontwikkelen. En zo worden meteen ook de individuele ontwikkeling en de prestaties van de organisatie versterkt.
Sessies voor nieuwkomers (Landmark Global Eurasia, Bpost NV)
Bij Landmark Global Eurasia hebben we eind 2025 sessies voor nieuwkomers geïntroduceerd, zowel persoonlijk als online. Tijdens deze sessies delen nieuwkomers inzichten uit hun eerdere ervaringen om zo mogelijkheden voor verbetering in kaart te brengen en meteen een netwerk op te starten. Diezelfde doelstellingen worden ook nagestreefd bij Bpost NV via maandelijkse Welcome Days en Welcome Coffees, om de onboarding, de connectie en de betrokkenheid vanaf de eerste dag te stimuleren.
Bpost Traineeship programma (Bpost NV)
We blijven investeren in jong talent via het Bpost Traineeship programma, een twee jaar durend ontwikkelingsinitiatief voor pas afgestudeerde Masterstudenten. Het programma combineert een uitgebreid curriculum voor de ontwikkeling van vaardigheden, coaching op de werkplek, mentoring door ervaren professionals, toegang tot een sterke interne community van jonge talenten en mogelijkheden om in contact te komen met het senior management. Op die manier kunnen trainees de organisatie grondig leren kennen en al vroeg in hun carrière de nodige leiderschapscapaciteiten aanleren.
278 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling
Deelname van werknemers aan opleidingen en ontwikkeling van vaardigheden
Gemiddeld volgde elke werknemer van Bnode (inclusief Staci) meer dan 24 uur opleiding en ontwikkeling in 2025. Zoals hierboven vermeld, heeft de grootste uitdaging betrekking op de volledigheid van de gegevensverzameling en niet zozeer op een effectieve daling van het aantal opleidingsuren ten opzichte van 2024.
| INDICATOR | GENDER | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 |
|---|---|---|---|---|
| Som van opleidings- en ontwikkelingsuren | Man | 511.706 | 493.615 | 593.513 |
| Vrouw | 305.272 | 291.441 | 293.672 | |
| Andere | 5 | 5 | 0 | |
| Zonder gendervermelding | 1.628 | 1.005 | 1.492 | |
| Totaal | 818.612 | 786.066 | 888.667 | |
| Aantal werknemers (in aantal) | Man | 21.857 | 20.348 | 21.480 |
| Vrouw | 11.453 | 9.951 | 11.084 | |
| Andere | 1 | 1 | 0 | |
| Zonder gendervermelding | 221 | 59 | 158 | |
| Totaal | 33.532 | 30.359 | 32.723 | |
| Gemiddeld aantal opleidings- en ontwikkelingsuren per werknemer | Man | 23,41 | 24,26 | 27,72 |
| Vrouw | 26,65 | 29,29 | 26,58 | |
| Andere | 5 | 5 | 0 | |
| Zonder gendervermelding | 7,37 | 17,04 | 9,44 | |
| Totaal | 24,41 | 25,89 | 27,24 |
Deelname van werknemers aan prestatiebeoordelingen
In 2025 namen 14.200 werknemers van Bnode (inclusief Staci) deel aan het prestatiebeoordelingsproces, wat neerkomt op 42,35% van het totale personeelsbestand. Zonder Staci namen 11.284 werknemers deel, goed voor 37,17% van het personeelsbestand.| INDICATOR | GENDER | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Aantal werknemers dat heeft deelgenomen aan prestatie- beoordelingen (totaal aantal) | Man | 6.967 | 5.585 | 6.155 |
| | Vrouw | 6.985 | 5.647 | 6.441 |
| | Andere | 1 | 1 | 0 |
| | Zonder gendervermelding | 247 | 51 | 179 |
| | Totaal | 14.200 | 11.284 | 12.774 |
| % van werknemers dat heeft deelgenomen aan prestatie- beoordelingen | Man | 31,88% | 27,45% | 28,74% |
| | Vrouw | 60,99% | 56,75% | 58,29% |
| | Andere | 100% | 100% | 0% |
| | Zonder gendervermelding | 111,76% | 86,44% | 113% |
| | Totaal | 42,35% | 37,17% | 39,16% |
| Aantal uitgevoerde beoordelingen (totaal aantal) | Man | 7.691 | 5.840 | 6.306 |
| | Vrouw | 7.514 | 5.760 | 6.498 |
| | Andere | 1 | 1 | 0.00 |
| | Zonder gendervermelding | 247 | 51 | 179 |
| | Totaal | 15.453 | 11.652 | 12.983 |
279 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
| INDICATOR | GENDER | 2025 INCLUSIEF STACI | 2025 EXCLUSIEF STACI | 2024 |
|---|---|---|---|---|
| Aantal overeengekomen beoordelingen (totaal aantal) | Man | 8.306 | 6.681 | 6.913 |
| Vrouw | 7.946 | 6.325 | 7.102 | |
| Andere | 1 | 1 | 0 | |
| Zonder gendervermelding | 254 | 78 | 192 | |
| Totaal | 16.507 | 13.085 | 14.207 | |
| Uitgevoerde beoordelingen / Overeengekomen beoordelingen (%) | Man | 92,60% | 87,41% | 91,50% |
| Vrouw | 94,56% | 91,07% | 91,78% | |
| Andere | 100% | 100% | 0% | |
| Zonder gendervermelding | 97,24% | 65,38% | 93,48% | |
| Totaal | 93,61% | 89,05% | 91,67% | |
| Aantal prestatie- beoordelingen per werknemer | Man | 0,35 | 0,29 | 0,29 |
| Vrouw | 0,66 | 0,58 | 0,59 | |
| Andere | 1,00 | 1,00 | 0,00 | |
| Zonder gendervermelding | 1,12 | 0,86 | 1,13 | |
| Totaal | 0,46 | 0,38 | 0,4 |
Methodologie
De gerapporteerde gegevens zijn afkomstig van de Learning Management Systems van Bnode, alsook van lokale HR-systemen. Scope van werknemers: alle berekeningen omvatten enkel interne werknemers. Om alle activiteiten mee te tellen die tijdens de verslagperiode werden afgerond, worden zowel actieve als inactieve werknemers per 31 december 2025 in aanmerking genomen waar relevant. Een uitsplitsing naar gender wordt gemaakt door de overeenkomstige genderfilter toe te passen. Bij Bnode erkennen we vier gendercategorieën: vrouwelijk, mannelijk, andere en zonder gendervermelding.
Deelname aan prestatiebeoordelingen: om te berekenen hoeveel werknemers hebben deelgenomen aan een prestatiebeoordeling in 2025, brengen we alle interne werknemers in kaart die ten minste één prestatiebeoordeling hebben afgerond tijdens het verslagjaar. Dit omvat zowel actieve als inactieve werknemers op 31 december 2025. De maatstaf geeft het totale aantal unieke werknemers weer dat heeft deelgenomen aan een overeengekomen prestatiebeoordeling in 2025. *De verhouding kan hoger zijn dan 100% omdat we in de teller alle interne werknemers opnemen (zowel actieve als inactieve werknemers per 31 december 2025) die hebben deelgenomen aan de prestatiebeoordeling, terwijl de noemer alleen de werknemers omvat die actief waren per 31 december 2025.
Deelname aan overeengekomen prestatiebeoordelingen: om te berekenen hoeveel werknemers hebben deelgenomen aan een overeengekomen prestatiebeoordeling in 2025, tellen we alle interne werknemers mee die tijdens het verslagjaar een overeengekomen prestatiebeoordeling hebben voltooid, ongeacht hun arbeidsstatus (actief of inactief) op 31 december 2025. Het resultaat is de som van unieke werknemers met een overeengekomen prestatiebeoordeling in 2025.
Gemiddeld aantal opleidings- en ontwikkelingsuren: om het gemiddeld aantal opleidings- en ontwikkelingsuren in 2025 te berekenen, worden alle opleidings- en ontwikkelingsuren die interne werknemers tijdens het verslagjaar hebben voltooid, samengevoegd. Dit omvat de opleidings- en ontwikkelingsuren van zowel actieve als inactieve werknemers in 2025. Het totale aantal voltooide opleidings- en ontwikkelingsuren wordt dan gedeeld door het aantal interne werknemers actief vanaf 31 december 2025.
280 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.2. ESRS S2 – Werknemers in de waardeketen
6.3.2.1 S2 ESRS 2 SBM-3 Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel
Bnode zorgt ervoor dat alle werknemers in de waardeketen die materiële impacts kunnen ondervinden van onze activiteiten, aan bod komen in onze dubbele-materialiteitsanalyse. We delen werknemers in de waardeketen die materiële impacts kunnen ondervinden, in de volgende categorieën in:
■ Werknemers van onze onderaannemers en transporteurs. Zij kunnen een rechtstreekse impact ondervinden, omdat ze op onze vestigingen en tijdens leveringen en transporten werk uitvoeren dat gelijkaardig is aan dat van onze eigen werknemers.
■ Werknemers van onze leveranciers.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de voor S2 – Werknemers in de waardeketen in kaart gebrachte impacts, risico’s en opportuniteiten (IRO’s), alsook een beknopt overzicht van de bijbehorende beleidslijnen, maatregelen, maatstaven en doelen. De gedetailleerde informatie over deze IRO’s, met inbegrip van hun tijdshorizonten en hun locatie in de waardeketen, is uitvoerig gedocumenteerd in deel 6.1.3.3 SBM-3 van het hoofdstuk ESRS 2 Algemene informatie.
De in kaart gebrachte materiële impacts die verband houden met gelijke behandeling en arbeidsvoorwaarden, zijn onlosmakelijk verbonden aan onze sector. Het monitoren, voorkomen en beperken van mogelijke schadelijke situaties is verweven in onze strategie, voorziet ons voortdurend van waardevolle inzichten en stuurt de verdere ontwikkeling van ons bedrijfsmodel aan. Hoewel de vastgestelde materiële thema’s een impact kunnen hebben op werknemers in onze waardeketen, blijken deze niet wijdverbreid of systemisch te zijn in situaties waarin Bnode samenwerkt met zijn leveranciers. Bnode heeft nog geen formeel mechanisme om te beoordelen hoe werknemers met specifieke kenmerken in bepaalde contexten meer risico lopen. We erkennen evenwel dat werknemers in de waardeketen te maken kunnen krijgen met verschillende materiële impacts, afhankelijk van hun geografische locatie. EcoVadis, ons risicobeheersysteem voor de toeleveringsketen, analyseert echter het landrisico op basis van de geaggregeerde prestaties van een land in volgende domeinen: milieu, gezondheid en sociaal beleid, mensenrechten en governance. Samen met de andere onderdelen van de EcoVadis-scorecard stelt dit ons in staat om beter te begrijpen hoe bedrijven in onze waardeketen hun eigen personeel behandelen.
281 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
| IRO | SUB-SUB-TOPIC | IMPACTS, RISICO'S EN OPPORTUNITEITEN | CATEGORIE | BELEID | MAATREGELEN | MAATSTAVEN | DOELEN |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| GELIJKE BEHANDELING EN GELIJKE KANSEN VOOR IEDEREEN | Diversiteit | Rekening houdend met de gebruikelijke praktijken binnen onze sector, voldoen bepaalde zakenpartners in onze toeleveringsketen mogelijk niet geheel aan onze vereisten op het vlak van diversiteit. | NI, A | ■ Mensenrechten- beleid ■ Speak Up Policy ■ Gedragscode voor Leveranciers | ■ Bijgewerkte Gedragscode voor Leveranciers met bindende voorwaarden. ■ Monitoren van leveranciers via EcoVadis. ■ Ontwikkeling en geplande implementatie van een risicobeheerkader voor derden | n.v.t. | n.v.t. |
| Gendergelijkheid en gelijke beloning bij gelijkwaardig werk | Rekening houdend met de gebruikelijke praktijken binnen onze sector, voldoen bepaalde zakenpartners in onze toeleveringsketen mogelijk niet geheel aan onze vereisten op het vlak van gendergelijkheid. | NI, A | |||||
| Geweld en intimidatie op de werkvloer | Rekening houdend met de gebruikelijke praktijken binnen onze sector, voldoen bepaalde zakenpartners in onze toeleveringsketen mogelijk niet geheel aan onze vereisten op het vlak van preventie van geweld en intimidatie op de werkvloer. | NI, A | |||||
| WERKOMSTANDIGHEDEN | Veiligheid, gezondheid en welzijn | Rekening houdend met de gebruikelijke praktijken binnen onze sector, voldoen bepaalde zakenpartners in onze toeleveringsketen mogelijk niet geheel aan onze vereisten op het vlak van veiligheid en gezondheid. Dit kan belangrijke negatieve gevolgen hebben voor werknemers in onze waardeketen, bv. op het vlak van verkeersveiligheid, het hanteren van zware ladingen en nachtdiensten in magazijnen en sorteercentra. | NI, A | ■ Mensenrechten- beleid ■ Speak Up Policy ■ Gedragscode voor Leveranciers ■ Beleid voor onderaannemers | ■ Bijgewerkte Gedragscode voor Leveranciers met bindende voorwaarden. ■ Monitoren van leveranciers via EcoVadis ■ Ontwikkeling en geplande implementatie van een risicobeheerkader voor derden | n.v.t. | n.v.t. |
| Sociale dialoog, collectieve onderhandelingen en vrijheid van vereniging | Rekening houdend met de gebruikelijke praktijken binnen onze sector, voldoen bepaalde zakenpartners in onze toeleveringsketen mogelijk niet geheel aan onze vereisten op het vlak van sociale dialoog. | NI, A | ■ Mensenrechten- beleid ■ Speak Up Policy ■ Gedragscode voor Leveranciers | n.v.t. | n.v.t. |
Legende: A: Actuele (daadwerkelijke) impact | NI: Negatieve impact
Hoewel we deze impacts als daadwerkelijk hebben aangeduid omwille van het feit dat ze inherent zijn aan onze sector, heeft Bnode in 2024 en 2025 geen incidenten gehad waarbij werknemers in de waardeketen betrokken waren.
282 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.2.2 S2-1 – Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen
Bij Bnode hebben we uitgebreide beleidslijnen geïmplementeerd om de materiële impacts, risico's en opportuniteiten met betrekking tot de werknemers in onze waardeketen aan te pakken. De beleidslijnen zijn uitgewerkt om het welzijn en de eerlijke behandeling van alle werknemers in onze waardeketen te garanderen. Dit zijn onze belangrijkste beleidslijnen:
■ Mensenrechtenbeleid
■ De Speak Up Policy (beschreven in deel G1-1 Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur
■ Beleid voor onderaannemers
■ Gedragscode voor Leveranciers
Zie onderstaande tabel voor verdere informatie.
Mensenrechtenbeleid
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANTWOORDELIJKHEID VOOR IMPLEMENTATIE |
|---|---|---|---|
| Bnode heeft zich altijd gehouden aan de hoogste normen van ethisch gedrag bij de bescherming en bevordering van de mensenrechten, met inbegrip van de naleving van de toepasselijke wetten en reglementen. |
- Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) van de Verenigde Naties;
- de fundamentele principes en rechten vastgesteld door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO);
- principes van het Global Compact van de Verenigde Naties (UNGC);
- de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten.
Het Mensenrechtenbeleid kaart de volgende centrale thema's aan:
- Diversiteit en inclusie: Bnode tolereert geen respectloos of ongepast gedrag, oneerlijke behandeling of vergelding van welke aard dan ook.
- Vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen: Bnode respecteert het recht van de werknemers om zich al dan niet bij een vakbond te sluiten, een vakbond te vormen of een wettelijk erkende werknemersvertegenwoordiging te hebben in overeenstemming met de lokale wetgeving.
- Dwangarbeid, mensenhandel en moderne slavernij: Bnode verbiedt elke vorm van dwangarbeid en elke vorm van mensenhandel of moderne vormen van slavernij.
- Kinderarbeid: Bnode maakt geen gebruik van kinderarbeid en tolereert dit onder geen beding binnen zijn activiteiten of faciliteiten. Bnode respecteert strikt alle toepasselijke wetten die een minimumleeftijd voor tewerkstelling opleggen en draagt zo bij tot de wereldwijde inspanningen om kinderarbeid definitief te bannen.
- Gepaste werktijden, verloning en voordelen: werknemers moeten op een adequate manier worden vergoed.
- Veiligheid, gezondheid en welzijn op het werk: het bieden en handhaven van een veilige, gezonde en productieve werkplek door in kaart gebrachte risico’s op ongevallen, lichamelijke letsels en mogelijke gezondheidsimpact aan te pakken en te verhelpen.
- Zakenpartners en commerciële relaties: we verwachten van onze leveranciers en zakenpartners dat ze dezelfde waarden hooghouden en gelijkaardige beleidslijnen en praktijken invoeren met betrekking tot mensenrechten. Daarnaast voeren we binnen Bpost NV regelmatig beoordelingen, controles en audits uit met betrekking tot de werknemers van onze onderaannemers en transporteurs, zodat we mogelijke schendingen van de mensenrechten kunnen opsporen en beperken.
Dit Mensenrechtenbeleid is van toepassing op iedereen die betrokken is bij de activiteiten van Bnode, in het kader van alle beslissingen, strategieën, operaties, activiteiten, projecten en andere activiteiten van de groep. Dit beleid is ook publiek beschikbaar op de website van Bnode.
Bij het opstellen van dit beleid heeft Bnode rekening gehouden met de belangen van de belangrijkste stakeholders, waaronder collega's, werknemers, leveranciers, werknemers in de waardeketen, zakenpartners, internationale normen en niet-gouvernementele organisaties, aandeelhouders en, in ruimere zin, de maatschappij. De betrokkenheid van stakeholders is een continu proces en hun inbreng wordt als cruciaal beschouwd om het beleid af te stemmen op hun verwachtingen en behoeften.
Het hoogste niveau dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van dit beleid is de Raad van Bestuur. Zij zijn verantwoordelijk voor het aannemen en bijwerken van het Mensenrechtenbeleid en zorgen ervoor dat het overeenstemt met de waarden en ethische normen van het bedrijf.
283 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Ons Mensenrechtenbeleid richt zich expliciet op mensenhandel, dwangarbeid of verplichte arbeid en kinderarbeid, ook wanneer het gaat om medewerkers binnen onze waardeketen. Zoals uiteengezet in dit beleid, hebben onze engagementen betrekking op iedereen die op enige wijze betrokken is bij de activiteiten van Bnode, in het kader van alle besluiten, strategieën, operaties, activiteiten, projecten en andere zakelijke aangelegenheden van de groep.
Mogelijke schendingen van dit beleid kunnen worden gemeld via onze Speak Up-tool, die ook beschikbaar is voor medewerkers binnen onze waardeketen. Onze Gedragscode voor Leveranciers vereist van onze leveranciers en zakenpartners ook dat ze de waarden onderschrijven die in ons Mensenrechtenbeleid zijn opgenomen, en dat zij gelijkaardige beleidslijnen en praktijken implementeren. Daarnaast hebben medewerkers in de waardeketen de mogelijkheid om via onze Speak Up-tool rechtstreeks contact op te nemen met Bnode om mogelijke mensenrechtenschendingen aan te kaarten.
Ons Mensenrechtenbeleid voorziet verder dat herstelmaatregelen bij mensenrechtenschendingen onder meer kunnen inhouden dat de zaak wordt doorverwezen naar de bevoegde handhavingsinstanties en/of dat de commerciële relatie met de betrokken leverancier wordt beëindigd.
In 2025 heeft Bnode geen juridische procedures of klachten geregistreerd met betrekking tot incidenten op het gebied van mensenrechten of gevallen van niet-naleving van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, de Verklaring van de IAO inzake de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen waarbij werknemers uit de waardeketen betrokken waren.
284 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Beleid voor Onderaannemers
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/ BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANT- WOORDELIJKHEID VOOR IMPLEMENTATIE |
|---|---|---|---|
| Bij Bpost NV erkennen we de noodzaak om ervoor te zorgen dat onze praktijken niet alleen voldoen aan de wettelijke en ethische normen, maar die zelfs overtreffen. Wij voerden een uitgebreide analyse uit van het landschap van transportonderaannemers in België en Nederland, om te evalueren in welke mate hun praktijken in lijn waren met de waarden en engagementen van Bnode. In 2022 werd bovendien een diepgaande audit doorgevoerd om de naleving ervan binnen onze volledige toeleveringsketen onder de loep te nemen. De bevindingen uit deze analyses vormden de basis voor een krachtig Beleid voor onderaannemers, dat erop helpt toezien dat de regelgeving op elk punt en elk moment nageleefd wordt. | Dit beleid gaat in op de volgende thema's: 1. Heldere richtlijnen om de arbeidswetgeving te handhaven. Het beleid legt onderaannemers strenge eisen op om ervoor te zorgen dat de arbeidswetgeving wordt nageleefd. Belangrijke elementen zijn onder andere: – Verificatie van wettelijke documenten: onderaannemers moeten het bewijs leveren dat zij beschikken over geldige transportvergunningen, verzekeringen (bv. wettelijke aansprakelijkheidsverzekering voor voertuigen, vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering, arbeidsongevallenverzekering) en de arbeidswetgeving naleven (bv. geldige arbeidscontracten, werkvergunningen voor chauffeurs van buiten de EU). – Strafbladcontrole: onderaannemers en hun bestuurders moeten uittreksels uit het strafregister indienen om te garanderen dat er geen ernstige overtredingen zijn (bv. mensenhandel, illegale tewerkstelling of belastingfraude). – Dagelijkse en ad-hoc-controles: er worden regelmatig controles uitgevoerd om ervoor te zorgen dat chauffeurs een geldig rijbewijs en een geldige werkvergunning hebben en de arbeidswetgeving naleven tijdens het transport. Dat zorgt ervoor dat alle onderaannemers en hun werknemers zich aan de wettelijke normen houden en het voorkomt arbeidsuitbuiting en illegale praktijken. 2. Ethische arbeidspraktijken bevorderen. Het beleid bevordert ethische praktijken door: – Illegale onderaanneming te verbieden: onderaannemers mogen transporttaken in het algemeen niet verder uitbesteden, tenzij ze hiervoor expliciet de toestemming hebben gekregen van Bpost NV. Dat voorkomt onethische praktijken zoals arbeidsuitbuiting of onderbetaling door onbevoegde derden. – Eerlijke arbeidsomstandigheden te waarborgen: onderaannemers moeten het bewijs leveren dat zij over geldige arbeidscontracten en verzekeringen beschikken en werknemers eerlijk behandelen. Chauffeurs moeten werknemers zijn of wettelijk erkende zelfstandigen met de juiste papieren. – Monitoring en rapportering: regelmatige ad-hoc-controles en rapporteringsmechanismen zorgen ervoor dat de onderaannemers ethische normen handhaven in al hun activiteiten. 3. De maatschappelijke verantwoordelijkheid versterken. | Dit beleid is enkel van toepassing op Bpost NV. Wij zijn dit momenteel aan het doortrekken naar alle entiteiten (een overkoepelend groepsbeleid zal naar verwachting in 2026 worden goedgekeurd). De beleidslijnen en voorwaarden zijn van toepassing op alle onderaannemers die door Bpost NV worden ingeschakeld voor transportopdrachten. Dat betekent dat het beleid moet worden nageleefd wanneer Bpost NV onderaannemers inschakelt voor het vervoer van post en goederen, met inbegrip van pakjes, en wanneer de ingeschakelde onderaannemers op hun beurt onderaannemers van externe partijen inschakelen voor transportopdrachten in naam van Bpost NV. Het beleid is niet van toepassing op diensten binnen de groep waarbij entiteiten van Bnode diensten verlenen aan andere entiteiten binnen Bnode. Elke afwijking van dit beleid, ongeacht de omstandigheden en/of de complexiteit van de operationele activiteiten, moet worden afgestemd met het departement Transport Compliance van Bpost NV. | Het Beleid voor onderaannemers kan worden geraadpleegd op het intranet van Bpost NV en is ook verkrijgbaar bij het departement Transport Compliance. Van alle departementen die externe transporteurs inschakelen, inclusief die van dochterondernemingen, wordt verwacht dat ze dit beleid in de praktijk strikt toepassen. Over het beleid wordt gecommuniceerd met alle relevante stakeholders om ervoor te zorgen dat ze de richtlijnen en voorwaarden begrijpen en naleven. Het departement Transport Compliance van Bpost NV is verantwoordelijk voor de implementatie van het Beleid voor onderaannemers en rapporteert aan de Transport Governance Board, ExCo Belgium, en het Audit, Risk & Compliance Comité. |
– Uitbuitingspraktijken te vermijden: het beleid is expliciet gericht op het voorkomen van onderbetaling, illegale tewerkstelling en arbeidsuitbuiting in de transportsector.
– Transparantie en verantwoording: onderaannemers moeten gedetailleerde documentatie verschaffen (bv. bewijs van verzekering, solvabiliteit en naleving van de arbeidswetgeving) tijdens de onboarding en de lopende activiteiten. Dat zorgt voor transparantie en verantwoording in de toeleveringsketen.
– Legale en ethische onderaannemers ondersteunen: Bpost NV geeft voorrang aan het werken met onderaannemers die voldoen aan de wettelijke en ethische normen, zodat er een ‘betrouwbare pool’ van transporteurs ontstaat.
- Striktere normen toepassen. Het beleid gaat verder dan de wettelijke basisvereisten en past striktere normen toe aan de hand van:
– Een strikt onboardingproces: onderaannemers moeten een rigoureus onboardingproces doorlopen, inclusief verificatie van transportvergunningen, verzekering, solvabiliteit en capaciteit. Alleen onderaannemers die aan de regels voldoen, mogen met Bpost NV werken.
– Proactieve monitoring: regelmatige en ad-hoc-controles zorgen ervoor dat het beleid voortdurend wordt nageleefd. Wanneer onderaannemers niet aan de normen voldoen, kunnen daar gevolgen aan verbonden zijn, waaronder het stopzetten van de samenwerking.
– Een beperking van de onderaannemingslagen: het beleid beperkt de mogelijkheid voor onderaannemers om taken verder uit te besteden, zodat Bpost NV de controle behoudt over de volledige toeleveringsketen en onethische praktijken worden voorkomen.
Door die maatregelen te implementeren past Bpost NV striktere normen toe voor ethische en verantwoorde bedrijfspraktijken in de transportsector. Een fundamenteel onderdeel van ons beleid voor onderaannemers is een streng controleplan. Onze dagelijkse en ad-hoc-controles, waarbij we rechtstreeks in contact staan met de werknemers van onze onderaannemers, bieden die werknemers de mogelijkheid om te overleggen met onze werknemers en onze controleurs.
285 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Gedragscode voor Leveranciers
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/ BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANT- WOORDELIJKHEID VOOR IMPLEMENTATIE |
|---|---|---|---|
| De Gedragscode voor Leveranciers vormt de basis voor de relatie tussen Bnode en zijn leveranciers en zorgt voor wederzijds begrip van de kernwaarden en overtuigingen van Bnode. | Met de Gedragscode voor Leveranciers willen we onze verwachtingen toelichten op basis van de wetgeving en de kernwaarden en overtuigingen van ons bedrijf – met name op het vlak van duurzaamheid en onze duurzaamheidsstrategie – zodat onze leveranciers zich hier consequent aan houden. | De Gedragscode voor Leveranciers is van toepassing op alle niveaus van leveranciers, met inbegrip van fabrikanten, distributeurs en dienstverleners van goederen of diensten die Bnode aankoopt. De code geldt tevens voor onderaannemers en tussenpersonen die namens die leveranciers werken. | De Raad van Bestuur van Bpost NV is verantwoordelijk voor het goedkeuren en bijwerken van de Gedragscode voor Leveranciers en moet ervoor zorgen dat die in overeenstemming is met onze waarden en ethische normen en met de voortdurende veranderende markt- en regelgevende vereisten. |
| Wij eisen dat onze leveranciers alle wetten, regels en voorschriften naleven die van toepassing zijn in het land waar ze actief zijn en op alle vestigingen van de entiteiten van Bnode. | Leveranciers dienen ethisch te handelen in alle aspecten van hun bedrijfsvoering, praktijken, activiteiten en relaties. | Bij het opstellen van dit beleid heeft Bnode rekening gehouden met de belangen van de belangrijkste stakeholders, waaronder medewerkers van het Procurement-departement, leveranciers, klanten, zakenpartners, aandeelhouders en, in ruimere zin, de maatschappij. | De meest recente versie van onze Gedragscode voor Leveranciers trad in werking op 25 maart 2025 en is uniform van toepassing op alle Bnode-entiteiten. |
De Gedragscode voor Leveranciers werd opgesteld om die kwesties en risico's correct aan te pakken. Daarom verwacht Bnode dat de leveranciers de Gedragscode voor Leveranciers naleven, die integraal deel uitmaakt van de contractuele relatie met de relevante entiteit(en) van Bnode. De principes in deze Gedragscode voor Leveranciers vormen ook een belangrijk onderdeel van de selectie en evaluatie van leveranciers tijdens het aanbestedingsproces.
De Gedragscode voor Leveranciers neemt de volgende normen van derden in acht:
■ Milieunormen:
– Science Based Targets Initiative (SBTi)
– ISO 14001 (milieubeheersysteem)
– Normen voor broeikasgasemissierapportering
■ Sociale normen:
– Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)
– ILO-verklaring inzake de fundamentele beginselen en rechten op het werk
– Global Compact van de Verenigde Naties (UNGC)
– Verdrag inzake de rechten van het kind
■ Governance-normen:
– Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
– ISO 27001 (informatiebeveiligingsbeheer)
– ENISA (normen voor cyberbeveiliging)
De Gedragscode voor Leveranciers weerspiegelt het engagement van Bnode op het vlak van duurzaamheid en ethische bedrijfspraktijken op drie belangrijke domeinen:
– Milieu: er wordt verwacht dat de leveranciers hun koolstofvoetafdruk meten en verminderen, wetenschappelijk onderbouwde emissiereductiedoelstellingen aannemen en hun milieuprestaties voortdurend verbeteren. De naleving van de lokale en internationale milieuwetgeving is verplicht, met inspanningen gericht op het verlagen van het gebruik van hulpbronnen en de emissies.
– Sociale luik: leveranciers moeten een veilige en gezonde werkomgeving waarborgen, de arbeidsrechten respecteren, waaronder vrijheid van vereniging en een billijke vergoeding, en elke vorm van kinder- of dwangarbeid verwerpen. Ze zijn ook verplicht om diversiteit en inclusie te bevorderen, gelijke kansen te bieden en elke vorm van discriminatie af te wijzen. Eerbied voor de mensenrechten is cruciaal en sluit aan bij principes zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
– Governance: ethische bedrijfspraktijken zijn van cruciaal belang, met een nultolerantie voor omkoping, corruptie of frauduleuze activiteiten. Leveranciers moeten anonieme klachtenmechanismen implementeren, belangenvermenging vermijden en de naleving ondersteunen door middel van jaarlijkse beoordelingen. Niet-naleving of het uitblijven van verbeteringen kan leiden tot beëindiging van het contract.
Deze Gedragscode voor Leveranciers vormt de basis voor een duurzame samenwerking en helpt leveranciers om zich aan te passen aan de sociale en milieudoelstellingen van Bnode. Belangrijke leveranciers moeten jaarlijks een beoordeling ondergaan door een onafhankelijke organisatie, zoals EcoVadis of gelijkwaardig, om ervoor te zorgen dat de Gedragscode voor Leveranciers wordt nageleefd. Van hen wordt verwacht dat ze hun prestaties voortdurend optimaliseren en elk jaar ten minste voldoen aan het benchmarkniveau van de sector. Ons Procurement-departement voert jaarlijks een screening uit via EcoVadis om eventuele inbreuken op te sporen en te controleren. Als er inbreuken worden vastgesteld, kan het Procurement-departement eisen dat de leverancier bijsturende maatregelen neemt.
Van leveranciers wordt verwacht dat zij ervoor zorgen dat hun eigen leveranciers en onderaannemers op de hoogte zijn van de normen in deze code en ze naleven. Dit beleid is ook publiek beschikbaar op de website van Bnode.
Het omvat nu ook een mechanisme voor zelfbeoordeling van leveranciers, die leveranciers ertoe aanzet hun naleving te evalueren en verbeterpunten vast te stellen. Gedragsnormen waaraan elke van onze leveranciers moet voldoen worden opgesplitst in twee categorieën: 'Minimumvereisten' en 'Ambities'.
■ Minimumvereisten zijn niet-onderhandelbare normen waaraan elke leverancier moet voldoen om conform te zijn.
■ Ambities zijn aanbevelingen die leveranciers moeten helpen om verder te gaan dan de minimale naleving en hun praktijken stap voor stap te optimaliseren.
Deze nieuwe versie van dit beleid moet Bnode nog beter in staat stellen om transparantie, consistentie en duurzaamheid te versterken doorheen de volledige waardeketen en vormt de basis voor de uitrol van een breed pakket aan ondersteunende procedures.
286 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.2.3 S2-2: Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts
We erkennen dat de werknemers in onze volledige waardeketen van cruciaal belang zijn voor Bnode. Hoewel we controles hebben ingesteld om de mensenrechten van werknemers in de waardeketen te beschermen en hun veiligheid en welzijn te waarborgen, is ons overleg met werknemers in de waardeketen momenteel beperkt en hebben we nog geen algemeen proces om met hen in gesprek te gaan. Wel gaan we op verschillende momenten in onze processen rechtstreeks in gesprek met werknemers in de waardeketen of hun officiële vertegenwoordigers om inzichten en feedback te verzamelen en hun behoeften en zorgen beter te begrijpen.
Overleg met werknemers in de waardeketen kan plaatsvinden tijdens de onboardingfase en voor onze transportonderaannemers ook in de relatiefase:
■ Onboardingfase: tijdens de onboarding van de leveranciers van Bpost NV krijgen de werknemersvertegenwoordigers de kans om feedback te geven en hun bezorgdheden te uiten. Transportonderaannemers ondergaan bovendien een compliance-screening.
■ Relatiefase: er worden regelmatig controles en ad-hoc-audits uitgevoerd bij onze transportonderaannemers, in overeenstemming met onze algemene voorwaarden. Tijdens die controles en audits kunnen individuele werknemers hun feedback geven en hun bezorgdheden uiten tijdens rechtstreekse interactie.We beoordelen de doeltreffendheid van ons overleg met werknemers in de waardeketen op twee verschillende manieren:
- Belangrijkste leveranciers
We gebruiken EcoVadis voor een jaarlijkse screening van onze belangrijkste leveranciers. Zo kan ons Procurement-departement waarschuwingssignalen van mogelijke overtredingen opsporen. De EcoVadis-score, van 0 tot 100, weerspiegelt de kwaliteit van het systeem van duurzaamheidsmanagement van een bedrijf op het moment van de beoordeling, aan de hand van vier thema's: milieu, sociale en mensenrechten, ethiek en duurzame inkoop. Die scores worden als volgt geïnterpreteerd:
■ 45 of hoger: drempel voor een gestructureerd managementsysteem ('goed'). Het bedrijf heeft bevredigende praktijken en een solide managementsysteem.
■ Tussen 25 en 44: gedeeltelijke of ongestructureerde aanpak. Er zijn al enkele maatregelen doorgevoerd, maar er bestaan nog grote hiaten.
■ Lager dan 25: niveau als onvoldoende beschouwd, gebrek aan tastbare maatregelen op het gebied van duurzaamheid.
Een score van 45 of hoger ('goed') kan worden gezien als een indicatie dat het overleg met werknemers in de waardeketen en de leverancier die hen in dienst heeft, voldoende is om bevredigende praktijken en een solide managementsysteem te handhaven. Volgens onze offerteaanvragen (RFP's) behoudt Bnode zich het recht voor om specifieke maatregelen door te voeren op basis van de EcoVadis-score van een leverancier. Als de EcoVadis-score van een leverancier lager is dan 45 punten, kan ons Procurement-departement om algemene verbeteringen vragen. Voor scores tussen 44 en 25 punten stellen we mogelijk een mitigatieplan op en houden we toezicht op de voortgang om binnen 24 maanden het sectorgemiddelde te bereiken. Voor scores tussen 0 en 24 punten kunnen audits ter plaatse worden uitgevoerd, met een nieuwe beoordeling binnen 12 maanden. Als de maatregelen van de leverancier ontoereikend blijken, kan het ESG Comité beslissen om de leverancier van de lijst te schrappen.
287 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
- Transportonderaannemers
Voor het meest kritieke deel van onze waardeketen, de werknemers van onze transportonderaannemers, hebben we een permanent controleplan opgesteld dat regelmatige controles ter plaatse, ad-hoccontroles en ad-hoc-audits ter plaatse omvat om mogelijke overtredingen op te sporen. Die controles worden maandelijks gemonitord. Eventuele inbreuken worden tijdens de bedrijfsbeoordeling besproken met de onderaannemer en kunnen leiden tot bijsturende maatregelen. Een gebrek aan inbreuken kan worden gezien als een indicatie dat het overleg met werknemers in de waardeketen en de transportonderaannemer die hen in dienst heeft, voldoende is om bevredigende praktijken te handhaven.
We hebben niet een enkele senior rol met de operationele verantwoordelijkheid het overleg met werknemers in de waardeketen te waarborgen en erop toe te zien dat de resultaten onze aanpak ondersteunen. Die operationele verantwoordelijkheid is verdeeld over verschillende rollen binnen de organisatie. Werknemers in de waardeketen kunnen bijvoorbeeld rechtstreeks informatie verstrekken over potentiële impacts waarmee ze te maken krijgen door hun zorgen kenbaar te maken via een van onze Speak Up-kanalen. In dergelijke gevallen is de 'lokale meldingsverantwoordelijke' - een rol die is gedefinieerd in onze Speak Up Policy - de hoogstgeplaatste persoon die operationeel verantwoordelijk is voor het overleg met werknemers in de waardeketen, tenzij de bezorgdheid betrekking heeft op die persoon. Als de bezorgdheid betrekking heeft op die persoon, zal een andere Speak Up-casemanager worden aangesteld om de senior operationele verantwoordelijkheid op zich te nemen. Specifieke functies en rollen zullen naar verwachting evolueren naarmate onze processen en organisatiestructuur zich ontwikkelen.
6.3.2.4 S2–3 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken
Personen die voor een onderaannemer of leverancier van Bnode werken, kunnen bezorgdheden en mogelijke negatieve impacts melden overeenkomstig onze Speak Up Policy. Met uitzondering van Radial NA en Landmark Global NA, die specifieke meldkanalen hebben, kunnen werknemers in onze waardeketen bezorgdheden langs meerdere kanalen melden, waaronder onze Speak Up-tool, een telefonische hotline en per aangetekende brief aan de meldingsverantwoordelijke van hun lokale entiteit (voor nadere toelichting van ons Speak Up-programma verwijzen we naar G1-1 – Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur).
Alle gemelde bezorgdheden worden behandeld in overeenstemming met onze Speak Up Policy. Het Compliancedepartement van Bnode bevestigt ontvangst binnen 7 dagen via de Speak Up-tool. De opvolging gebeurt door ons compliancedepartement of de meldingsverantwoordelijke van de lokale entiteit, die binnen 3 maanden na de ontvangstbevestiging informeert over de uitkomst van het onderzoek. Het Compliancedepartement van Bnode volgt eveneens op of de geboden herstelmaatregelen passend en doeltreffend zijn. Onze Speak Up Policy garandeert een vertrouwelijke behandeling en bescherming tegen represailles. Dat houdt in dat medewerkers beschermd worden tegen tuchtmaatregelen, een aanpassing van de werkomstandigheden, ontslag en andere vormen van vergelding. We erkennen dat bepaalde werknemers in onze waardeketen bijzonder kwetsbaar zijn voor negatieve gevolgen of gemarginaliseerd worden door hun werkomstandigheden, sociaaleconomische status of andere factoren. We zetten ons actief in om een beter inzicht te verwerven in hun perspectieven. Die inspanningen moeten zorgen voor inclusieve en doeltreffende klachtenmechanismen die inspelen op de behoeften van de werknemers in de waardeketen, met name werknemers die een groter risico lopen op negatieve gevolgen.
288 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.2.5 S2-4 Acteren op materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen
Zoals blijkt uit de tabel in deel S2 SBM-3, heeft Bnode geen financiële risico's of opportuniteiten in kaart gebracht die betrekking hebben op de werknemers in de waardeketen. We hebben echter wel materiële impacts in kaart gebracht die verband houden met gelijke behandeling en arbeidsvoorwaarden. De materiële impacts op de werknemers van onze leveranciers, onderaannemers en transporteurs zijn altijd al een belangrijke prioriteit geweest voor Bnode. Om de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemers in onze waardeketen te beschermen en maatschappelijk verantwoord ondernemen te garanderen, hebben we verschillende beleidslijnen geïmplementeerd die beschreven zijn in S2-1 - Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen. We blijven onze aanpak verder aanscherpen en zetten nieuwe initiatieven op om het toezicht, de verantwoordingsplicht en de sociale verantwoordelijkheid in onze waardeketen te versterken.
| MAATREGEL | VERWACHTE UITKOMST | REIKWIJDTE | TIJDSHORIZON VOOR VOLTOOIING |
|---|---|---|---|
| Uitrol van de bijgewerkte Gedragscode voor Leveranciers met bindende voorwaarden | Alle nieuwe leveranciers dienen zich te houden aan de bindende voorwaarden in de Gedragscode voor Leveranciers | Upstream & downstream toeleveringsketen | Korte termijn (Het bijgewerkte beleid werd van kracht in 2025. De uitrol ervan loopt.) |
| Monitoren van leveranciers via EcoVadis | Uitsluiting van ondermaats presterende leveranciers | Upstream toeleveringsketen | In uitvoering |
| Ontwikkeling en geplande implementatie van een risicobeheerkader voor derden | Voorkomen van negatieve impacts voor werknemers in de toeleveringsketen | Upstream toeleveringsketen | Middellange termijn |
289 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Uitrol van de bijgewerkte Gedragscode voor Leveranciers met bindende voorwaarden
Onze Gedragscode voor Leveranciers, die in 2025 werd bijgewerkt, ziet erop toe dat leveranciers voldoen aan uitgebreide vereisten op het vlak van veiligheid en gezondheid en zet aan tot voortdurende verbeteringen op het gebied van gendergelijkheid, diversiteit, gelijke beloning en maatregelen tegen geweld en intimidatie op de werkvloer. Het niet-naleven van deze Gedragscode voor Leveranciers of het niet-nemen van de nodige maatregelen naar aanleiding van een evaluatie, zal worden beschouwd als een inbreuk op de contractuele verplichtingen van de leverancier en kan dan ook leiden tot verdere stappen of zelfs tot de beëindiging van het contract.
Monitoren van leveranciers via EcoVadis
Zoals beschreven in S2-2 Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts, volgen we onze leveranciers voortdurend op via EcoVadis. Deze tool stelt ons in staat de prestaties van leveranciers te beoordelen aan de hand van een reeks sleutelindicatoren op sociaal en duurzaamheidsgebied en volgt alle ontwikkelingen op het vlak van milieu- en mensenrechtenschendingen op de voet.
Ontwikkeling en geplande implementatie van een risicobeheerkader voor derden
Dat risicobeheerkader voor derden is gebaseerd op de resultaten van een Compliance Maturity Assessment op het niveau van Bnode, met een bijzondere focus op naleving, veiligheid en gezondheid, en maatschappelijke verantwoordelijkheid. We zijn het kader momenteel aan het uitrollen binnen Bpost NV, waarna we in fasen zullen implementeren in de rest van de groep. Het kader voert een gestructureerde aanpak in voor het categoriseren van leveranciers, het definiëren van duidelijke risicotaxonomieën en specifieke risicobereidheidsparameters. In een eerste fase hanteert het risicobeheerkader voor derden een kwalitatieve benadering van de risicobereidheid die gebaseerd is op risicogegevens.Dit kader is ingebed in het Enterprise Risk Management-kader van de groep, waarbij de risicocategorisering en de beperkende maatregelen zodanig ontworpen zijn dat ze zich geleidelijk aan verder ontwikkelen naarmate het kader aan maturiteit wint. Dit maakt een meer systematische evaluatie van leveranciers mogelijk. Op die manier kunnen we verzekeren dat al wie binnen onze waardeketen actief is, aan onze verwachtingen op het gebied van zowel naleving als veiligheid en gezondheid voldoet. Als er risico's in kaart worden gebracht die niet verenigbaar zijn met de risicobereidheid van Bnode, worden er gepaste risicobeperkende of herstelmaatregelen toegepast. Tot nu toe zijn er nog geen incidenten vastgesteld die om herstelmaatregelen vroegen.
Het risicobeheerkader voor derden houdt rekening met en is een aanvulling op de andere maatregelen die in dit deel worden beschreven. Het is bedoeld om onze inzet voor werknemersrechten kracht bij te zetten, onder meer in het kader van collectieve onderhandelingen, vrijheid van vereniging en sociale dialoog. Bovendien versterkt risicobeheer voor derden het toezicht op de veiligheids- en gezondheidsomstandigheden en ziet het erop toe dat leveranciers aan strenge veiligheidsnormen voldoen om de impacts te beperken die gepaard gaan met fysieke belasting, uitdagende werkomstandigheden en ontoereikende veiligheidsmaatregelen. De doeltreffendheid van het kader wordt op doorlopende basis gemonitord door het Compliancedepartement van Bnode.
De maatregelen die in dit deel worden toegelicht stellen Bnode beter in staat om transparante, consistente en duurzame praktijken te implementeren in heel de waardeketen, zodat maatschappelijk verantwoord ondernemen een hoeksteen blijft vormen van onze activiteiten. Door ethisch leiderschap wil Bnode zich positioneren als een verantwoord bedrijf en op die manier klanten aantrekken die groot belang hechten aan eerlijke arbeidspraktijken.
290 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.2.6 S2-5 – Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en opportuniteiten
Bnode is momenteel bezig met een grondige doorlichting van zijn inkoopstrategie en heeft bijgevolg nog geen formeel proces ingericht voor het formuleren van doelstellingen met betrekking tot de materiële impacts op werknemers in onze waardeketen. Hoewel er geen specifieke doelstellingen zijn opgesteld, blijven we ons inzetten om onze due-diligenceprocessen voortdurend te verbeteren en de doeltreffendheid van onze initiatieven te beoordelen. In het kader van onze inspanningen om een proces te ontwikkelen om doelstellingen te bepalen, zullen wij in de komende jaren nagaan hoe wij werknemers in de waardeketen, hun officiële vertegenwoordigers en/of geloofwaardige plaatsvervangers rechtstreeks kunnen betrekken.
Niettemin volgen wij de doeltreffendheid van ons beleid en onze maatregelen vandaag al op aan de hand van de volgende instrumenten:
■ Nalevingsgraad van leveranciers: gemeten aan de hand van de mate waarin leveranciers zich houden aan contractuele bepalingen.
■ Duurzaamheidsprestatiescores: beoordeeld via tools van derden zoals EcoVadis.
■ Incidentenrapporten en bijsturende maatregelen: gemonitord aan de hand van rapporteringsmechanismen voor leveranciers.
Het is onze ambitie om een veerkrachtige en duurzame toeleveringsketen tot stand te brengen die voldoet aan de wettelijke vereisten en die vooruitgang op belangrijke duurzaamheidsgebieden aanstuurt. We willen zowel kwalitatieve als kwantitatieve indicatoren bepalen om de gemaakte voortgang in de toekomst te meten. Het referentiejaar voor het meten van de vorderingen zal worden bepaald na de uitrol van onze Gedragscode voor Leveranciers, die in 2025 werd ingezet, wat een referentiepunt zal bieden voor het beoordelen van de vorderingen op lange termijn.
291 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.3.1 ESRS 2 SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel
Via een breed aanbod aan post-, logistieke en financiële diensten bedient Bnode een zeer diverse groep klanten en eindgebruikers. Die stakeholders spelen een sleutelrol in onze werking en staan centraal in ons streven naar het waarborgen van gegevensprivacy, het beschermen van hun rechten en het leveren van essentiële diensten. In het kader van onze dubbele-materialiteitsanalyse hebben wij rekening gehouden met alle consumenten en eindgebruikers die aanzienlijk kunnen worden beïnvloed door de activiteiten van Bnode. Het gaat om iedere persoon of elke groep die gebruikmaakt van onze diensten of producten en die substantiële positieve of negatieve materiële impacts kan ondervinden van onze bedrijfsactiviteiten.
De soorten consumenten en eindgebruikers die geïmpacteerd worden door de eigen activiteiten van Bnode of activiteiten via de waardeketen zijn onder meer:
- Belangrijke klanten en zakelijke klanten: grote bedrijven en ondernemingen.
- Kmo's, zelfstandigen en vrije beroepen: kleine en middelgrote ondernemingen, zelfstandigen en vrije beroepen.
- Particuliere klanten: individuele burgers die gebruikmaken van post-, logistieke en financiële diensten.
a. Het grote publiek: de bredere bevolking die gebruikmaakt van de last-mile en retaildiensten van Bnode, die een unieke sociale functie en nabijheidsrol vervullen en ruimte bieden voor een meer persoonlijke dienstverlening. Deze groep omvat klanten die gebruikmaken van e-commercestromen (bv. Zalando, Coolblue) voor hun online aankopen.
b. E-commerceklanten: klanten die de e-shop gebruiken voor postetiketten, gepersonaliseerde postzegels en nog veel meer.
c. Klanten die gebruikmaken van financiële producten: klanten die via Bpost NV BNPPF-bankproducten aankopen en van wie de financiële gegevens beveiligd moeten worden.
Tijdens de dubbele-materialiteitsanalyse kwamen wij tot de conclusie dat al onze klanten op een vergelijkbare wijze worden beïnvloed door onze activiteiten. Er zijn dan ook geen groepen van consumenten en eindgebruikers met bijzondere kenmerken, noch gebruikers van specifieke producten of diensten, die een groter risico lopen om schade te ondervinden. Dat betekent dat onze materiële financiële risico’s voortvloeien uit impacts die betrekking hebben op alle klanten, niet op specifieke groepen. Onze consumenten en eindgebruikers ondervinden impact van de activiteiten van Bnode op het vlak van privacy, non-discriminatie en toegang tot producten en diensten. Zoals hieronder toegelicht, zijn deze impacts en de daarmee samenhangende financiële risico’s nauw verbonden met ons businessmodel als onderneming die transport- en postdiensten aanbiedt.
6.3.3. ESRS S4 – Consumenten en eindgebruikers
292 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Bij Bnode staat het creëren van waarde voor onze klanten centraal in alles wat we doen. Door de behoeften van onze klanten in kaart te brengen en grondige risicoanalyses uit te voeren, streven we ernaar om onze consumenten en eindgebruikers positief te beïnvloeden doorheen heel hun traject. Klanttevredenheid en de bescherming van klantrechten zijn dan ook richtinggevend voor de verdere uitbouw van onze strategie en ons bedrijfsmodel.
Negatieve impacts:
Privacy: Privacy werd in kaart gebracht als een domein waarin materiële negatieve impacts optreden. Via zijn bedrijfsactiviteiten, en dan vooral zijn e-commerceplatform, verwerkt Bnode een aanzienlijke hoeveelheid klantgegevens, waaronder namen en adressen. Wanneer een van de in kaart gebrachte consumentengroepen digitale of fysieke locaties en toepassingen van Bnode (bv. My Bpost), digitale of papieren formulieren, e-mail, telefoon, cookies of gelijkaardige technologieën bezoekt of gebruikt, worden hun persoonsgegevens verzameld. Deze persoonsgegevens beveiligen is cruciaal om het fundamentele recht op privacy te eerbiedigen, het vertrouwen te bewaren en iedere klant te beschermen.
Eén van de hoofdoorzaken van datalekken zijn cyberaanvallen. Cyberaanvallen veroorzaken netwerk- en systeemschade, wat kan leiden tot een langdurige ontwrichting van kritieke fysieke of digitale infrastructuur. Specifieke bedreigingen zijn onder andere:
■ Onbevoegde toegang tot identificatiegegevens zoals namen, voornamen en handtekeningen.
■ Inbreuken met betrekking tot adresgegevens die rechtstreeks door de betrokken personen zijn verstrekt of op brieven of pakjes worden vermeld.
■ Compromittering van contactgegevens, zoals e-mailadressen en telefoonnummers.
■ Openbaarmaking van gegevens over post of pakjes die worden verstuurd in het kader van de post- en pakjesactiviteiten van Bnode.
■ Diefstal van transactiegegevens, waaronder informatie over gekochte producten of diensten, btw-nummers en ondernemingsnummers.
■ Misbruik van online en technische informatie, zoals IP-adressen, apparaatgegevens, taalvoorkeuren en websitegedrag.
■ Misbruik van informatie uit interacties met Bpost NV, zoals feedback uit tevredenheidsenquêtes, e-mailinhoud en klachten.
■ Ongeoorloofde toegang tot camerabeelden.
Voor elk van die risico's hebben we een risicoanalyse gedaan, die we regelmatig bijwerken, zodat we actieplannen en concrete bijsturende maatregelen kunnen uitwerken. Hoewel Bnode maatregelen neemt om de privacy van consumenten en eindgebruikers te beschermen, blijft er een potentieel risico bestaan op gegevensinbreuken of misbruik van persoonsgegevens. Onze analyse geeft echter aan dat deze potentiële risico's niet wijdverspreid of systemisch zijn. Om de risico's te beperken heeft Bnode een strikt beleid voor gegevensbescherming en strikte cyberbeveiligingsmaatregelen ingevoerd.
293 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Positieve impacts:
Tijdens onze dubbele-materialiteitsanalyse hebben we ook enkele positieve impacts in kaart gebracht die verband houden met de activiteiten van Bpost NV.We hebben het dan onder meer over: Non-discriminatie en gelijke toegang tot producten en diensten: Diversiteit en inclusie vormen kernwaarden bij Bnode, en onze inzet voor non- discriminatie gaat verder dan ons interne beleid en strekt zich uit tot onze bredere maatschappelijke rol. In het kader van de universele dienstverplichting (UDV), die door de Belgische overheid is toevertrouwd aan Bpost NV, is het onze taak om gelijke toegang tot onze diensten te waarborgen voor iedereen, ongeacht ras, gender, leeftijd, handicap, seksuele oriëntatie, religie, woonplaats of andere kenmerken. Bpost NV vervult die rol via een fijnmazig netwerk van postpunten en postkantoren die zijn ingericht om toegankelijk en inclusief te zijn voor iedereen. Ons vermogen om essentiële diensten te leveren helpt sociale, economische en digitale kloven te overbruggen, waar vooral kansarme, geïsoleerde of oudere personen baat bij hebben. Via onze last-mile en retaildiensten zorgen we ervoor dat iedereen toegang heeft tot producten en diensten die hun leven positief beïnvloeden, waarbij we doeltreffend inspelen op de klantenbehoeften.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de voor S4 Consumenten en eindgebruikers in kaart gebrachte impacts, risico’s en opportuniteiten (IRO’s), alsook een beknopt overzicht van de bijbehorende beleidslijnen, maatregelen, maatstaven en doelstellingen die in dit onderdeel nader worden toegelicht.
| IRO | SUB-SUB-TOPIC | IMPACTS, RISICO'S EN OPPORTUNITEITEN | CATEGORIE | BELEID | MAATREGELEN | MAATSTAVEN | DOELEN |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Privacy | Via de bedrijfsactiviteiten, en dan vooral het e-commerceplatform, verzamelt Bnode een aanzienlijke hoeveelheid klantgegevens, waaronder namen en adressen. Als cyberbeveiligingsrisico’s niet doeltreffend worden aangepakt en klantgegevens onvoldoende worden beschermd, kan dit leiden tot een zware verstoring van de werking, financiële verliezen en reputatieschade. | NI, A, R | ■ Algemeen privacybeleid ■ Data- classificatie- beleid | ■ Programma voor de opsporing van datalekken ■ Beheer van cyberincidenten ■ Vragenlijst over informatiebeveiliging | n.v.t. | n.v.t. | |
| Non-discriminatie en gelijke toegang tot producten en diensten | Bpost NV, de grootste entiteit binnen Bnode, vervult een unieke sociale functie en nabijheidsrol via de last-mile en retaildiensten. Sociale en financiële toegankelijkheid verzekeren is van essentieel belang voor kansarme, geïsoleerde of oudere personen. Als openbare dienstverlener helpt Bpost NV om sociale, economische en digitale kloven te overbruggen. | PI, A | ■ Gedragscode ■ Mensen- rechtenbeleid | ■ Uitbreiding van het netwerk pakjesautomaten ■ Invoering van een netwerk voor lopende rekeningen in samenwerking met Nickel | n.v.t. | n.v.t. |
Legende
PI: Positieve impact
A: Actuele (daadwerkelijke) impact
R: Risico
NI: Negatieve impact
294 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.3.2 S4-1 Beleid ten aanzien van en de rechten van onze consumenten en eindgebruikers
We hebben verschillende beleidslijnen doorgevoerd ten aanzien van privacy, non- discriminatie en toegang tot producten en diensten. De belangrijkste beleidslijnen ten aanzien van onze impact op consumenten en eindgebruikers zijn:
■ Privacybeleid van de groep
■ Dataclassificatiebeleid
Deze beleidslijnen zijn in onderstaande tabellen samengevat.
Algemeen privacybeleid
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANTWOORDELIJKHEID VOOR IMPLEMENTATIE |
|---|---|---|---|
| Al sinds zijn oprichting hecht Bnode veel belang aan de bescherming van privacy en persoonsgegevens, wat een fundamenteel element vormt van zijn waarden en openbare dienstverleningsopdracht. Die inzet is geworteld in het grondwettelijke beginsel van het briefgeheim en in internationale mensenrechteninstrumenten, waaronder het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens. In een steeds digitalere omgeving verwerkt Bnode noodzakelijkerwijs persoonsgegevens om zijn producten en diensten te kunnen leveren. Om ervoor te zorgen dat de rechten en vrijheden van personen worden gerespecteerd en gewaarborgd, werd het Privacybeleid van de Groep aangenomen in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en andere toepasselijke wetten inzake gegevensbescherming, en goedgekeurd door het Executive Comité op 10 december 2025. | Bnode heeft een Privacybeleid aangenomen dat de kernprincipes, vereisten en governance uiteenzet die van toepassing zijn op de verwerking van persoonsgegevens binnen de groep. Het beleid zet uiteen hoe persoonsgegevens van klanten, medewerkers, partners en andere stakeholders worden verzameld, gebruikt, gedeeld, opgeslagen en beschermd tijdens de bedrijfsactiviteiten. Het formaliseert Bnodes inzet voor rechtmatige, behoorlijke en transparante verwerking, minimale gegevensverwerking, doelbinding, beveiliging en verantwoording, en wordt ondersteund door procedures, normen en privacyverklaringen, waaronder entiteitspecifieke en productspecifieke privacyverklaringen. Het beleid beschrijft ook hoe personen hun rechten op het gebied van gegevensbescherming kunnen uitoefenen, waaronder inzage, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar, gegevensoverdraagbaarheid en het recht om een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit. | Het Privacybeleid van de groep geldt vanaf 2026 voor alle Bnode- entiteiten en voor alle medewerkers en andere personen die handelen onder het gezag van de groep en die persoonsgegevens verwerken. Het beleid heeft betrekking op de verwerking van persoonsgegevens van klanten, werknemers, sollicitanten, zakenpartners en andere stakeholders, ongeacht of die elektronisch of in gestructureerde handmatige bestanden worden verwerkt. Het beleid is algemeen van toepassing op alle personen wiens persoonsgegevens worden verwerkt in het kader van de activiteiten van Bnode en is niet gericht op specifieke consumenten- of eindgebruikersgroepen. Het is voor externe stakeholders openbaar beschikbaar via relevante privacyverklaringen, terwijl het interne beleidskader voor medewerkers toegankelijk is via interne platforms. | Het gegevensbeschermingsbeheer bij Bnode is ingebed in het Enterprise Risk Management- raamwerk en volgt het 'Three lines of defense'-model. Domeinverantwoordelijken zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse compliance binnen hun activiteiten. Toezicht, begeleiding en controle worden verzekerd door de Digital Compliance Office, de Data Protection Office en het groepsbrede Privacynetwerk. Onafhankelijke zekerheid wordt verschaft door Corporate Audit. Uitvoerend toezicht wordt uitgeoefend via speciale governanceorganen (bv. Privacy Security & AI Board) en het Executive Comité, met uiteindelijk toezicht door de Raad van Bestuur en zijn Audit, Risk & Compliance Comité. |
295 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Dataclassificatiebeleid
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANTWOORDELIJKHEID VOOR IMPLEMENTATIE |
|---|---|---|---|
| Als onderdeel van het Bestuursprogramma voor Gegevensbeveiliging van Bnode zorgt het Dataclassificatiebeleid, dat gebaseerd is op het CIA-schema (Confidentiality – Integrity – Availability), voor de juiste behandeling van persoonsgegevens. | Wat gegevensbewaring betreft, bewaart Bnode persoonsgegevens niet langer dan nodig voor specifieke doeleinden, rekening houdend met de wettelijke verplichtingen: – Contractuele gegevens: bewaard tot 10 jaar na beëindiging van het contract. – Leveringsvoorkeuren voor pakjes: bewaard gedurende 36 maanden of 13 maanden wanneer gekoppeld aan een specifiek pakje. – Verzoeken, aanvragen en klachten: bewaard gedurende 12 maanden na afhandeling. – Camerabeelden: bewaard gedurende 30 dagen. – Opnames van oproepen: bewaard tot 6 maanden. De doeleinden voor het bewaren en classificeren van gegevens zijn onder andere contractbeheer, levering van pakjes, veiligheid en beveiliging, verbetering van de servicekwaliteit en het afhandelen van interacties met klanten. Die totaalaanpak weerspiegelt het engagement van Bnode op het vlak van gegevensbescherming en operationele efficiëntie. |
Het beleid heeft niet rechtstreeks betrekking op specifieke groepen, maar is van toepassing op verschillende situaties waarbij een van onze consumenten- of eindgebruikersgroepen betrokken is. | Het Privacy Office van Bnode heeft dit beleid onder vertegenwoordigers van alle dochtervennootschappen van Bnode verspreid. Het beleid richt zich in de eerste plaats tot de ICT- en Compliancedepartementen en de CISO Office. De implementatie en verantwoordingsplicht van het beleid wordt beheerd door de CISO Office. Het beleid stuurt stakeholders, zoals gegevenseigenaars, ICT- beheerders, aannemers en verkopers, bij het toepassen van passende beveiligingsmaatregelen voor gegevensbescherming. |
Verplichtingen tegenover consumenten en eindgebruikers
Bpost NV streeft niet alleen naar inclusieve en gastvrije PostPunten en -kantoren, maar heeft ook een verplichting ten opzichte van de maatschappij. Zoals vastgelegd in het 7de Beheerscontract, waarbij de Belgische Staat diensten van algemeen economisch belang aan Bpost NV heeft toevertrouwd, moet de vennootschap een 'pioniersrol' spelen op het vlak van duurzaam personeelsbeheer en 'sociale inclusie', zoals vermeld in Hoofdstuk 2 ‘Duurzaam ondernemen’, Artikel 40: 'Charter Maatschappelijke Verantwoordelijkheid'. Het mandaat stelt expliciet dat "Bpost er is voor alle burgers" en verbiedt elke vorm van discriminatie. Non-discriminatie is ook een kernbeginsel van de universele-postdienstverplichting, die de volgende waarborgen omvat:
- de landelijke beschikbaarheid van postdiensten tegen betaalbare prijzen;
- de levering van post (tot 2 kg) en pakjes uit één stuk (tot 10 kg) gedurende minstens vijf dagen per week;
- een uitgebreid netwerk van toegangspunten om de toegankelijkheid te verzekeren;
- transparante service-, prijs- en kwaliteitsnormen gereguleerd door de autoriteiten.In de praktijk betekent dat:
■ gelijke toegang tot producten en diensten: alle consumenten, ongeacht hun locatie (stad of platteland), moeten dezelfde kwaliteit van dienstverlening krijgen;
■ onpartijdige behandeling: geen discriminatie op basis van onder andere persoonlijke kenmerken of bedrijfsgrootte. Dat zorgt ervoor dat iedereen kan rekenen op betaalbare, betrouwbare en inclusieve postdiensten. Het BIPT (de Belgische regelgever) heeft het recht om de toepassing van die verplichtingen te controleren.
296 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Bpost NV streeft ernaar sociale, economische en digitale kloven te overbruggen en de samenleving te verbinden. In het kader van de overeenkomsten met de Belgische regering - namelijk het 2de Beheerscontract met betrekking tot de universele postdienstverplichtingen (UDV) en het 7de Beheerscontract dat de diensten van algemeen economisch belang aan Bpost NV toewijst - hebben we ook verschillende doelstellingen inzake de kwaliteit van de dienstverlening, waaronder doelen wat betreft de kwaliteit van de levering, de openingsuren, de wachttijd en de klanttevredenheid.
Bovendien zorgt ons uitgebreide netwerk van servicepunten in heel België ervoor dat we altijd in de buurt zijn, zodat we voldoende toegankelijk zijn en klanten nooit ver hoeven te reizen om pakjes op te halen of af te geven. Die brede aanwezigheid stelt ons ook in staat om diensten aan te bieden die fysieke interactie vereisen. Daarnaast streven we ernaar om onze website leesbaar en begrijpelijk te maken voor iedereen, in overeenstemming met de EU-richtlijn inzake de toegankelijkheid van websites. Onze Toegankelijkheidsverklaring is beschikbaar op de website van Bpost.
De mensenrechten waarborgen voor consumenten en eindgebruikers
De Gedragscode van Bnode legt ethische normen vast die alle werknemers, aannemers en adviseurs geacht worden na te leven. Die code helpt activiteiten te voorkomen die rechtstreeks of onrechtstreeks de rechten schenden van onze stakeholders, waaronder consumenten en eindgebruikers. Meer informatie over de Gedragscode is te vinden in deel G1-1 Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur.
Bnode onderschrijft de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en de fundamentele principes en rechten vastgesteld door de Internationale Arbeidsorganisatie. Dat engagement zorgt ervoor dat alle bedrijfsactiviteiten de mensenrechten respecteren en bevorderen. Bovendien houdt Bnode zich aan de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de principes van het Global Compact van de Verenigde Naties (UNGC). Zie S2-1 Beleid ten aanzien van werknemers in waardeketen voor een gedetailleerdere beschrijving van ons Mensenrechtenbeleid, dat nauw aansluit bij de bovengenoemde standaardkaders.
Op basis van een grondige analyse door ons Compliancedepartement zijn geen gevallen van niet-naleving van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, de Verklaring van de IAO inzake de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen waarbij consumenten en/of eindgebruikers betrokken zijn, gemeld binnen onze downstream waardeketen.
Ons Algemeen Privacybeleid beschrijft de rechten die consumenten en eindgebruikers hebben met betrekking tot hun persoonsgegevens. Hun rechten, zoals vermeld in het beleid, zijn als volgt:
■ Recht van inzage: consumenten en eindgebruikers hebben het recht om de persoonsgegevens die Bnode van hen verwerkt, in te zien en om er een kopie van te verkrijgen (behoudens bepaalde uitzonderingen).
■ Recht op rectificatie en wissing: consumenten en eindgebruikers hebben te allen tijde het recht om hun persoonsgegevens kosteloos door Bnode te laten verbeteren of wissen, mits daarvoor aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Persoonsgegevens die Bnode nodig heeft voor de uitvoering van lopende opdrachten of die Bnode wettelijk moet bijhouden, kunnen niet worden gewist.
■ Beperking van verwerking: consumenten en eindgebruikers kunnen van Bnode een beperking van de gegevensverwerking eisen, mits de toepasselijke wettelijke bepalingen worden nageleefd.
■ Recht op overdraagbaarheid van gegevens: onder bepaalde voorwaarden hebben consumenten en eindgebruikers het recht op overdraagbaarheid van de persoonsgegevens die ze hebben verstrekt.
297 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
■ Bezwaar: consumenten en eindgebruikers kunnen bezwaar maken tegen verwerking voor reclamedoeleinden of verwerking die de gerechtvaardigde belangen van Bnode als rechtsgrond hebben. Ze mogen zelfs bezwaar maken zonder een reden op te geven voor de verwerking van persoonsgegevens voor directmarketingdoeleinden.
■ Intrekking van toestemming: indien Bnode de persoonsgegevens van consumenten en eindgebruikers verwerkt op grond van hun toestemming, hebben ze het recht om die toestemming op ieder ogenblik in te trekken.
■ Klacht bij de bevoegde autoriteit: consumenten en eindgebruikers hebben steeds het recht om contact op te nemen met de toezichthoudende autoriteit voor gegevensbescherming van de lidstaat van de Europese Economische Ruimte waar ze gewoonlijk verblijven, hun werkplek hebben (indien van toepassing) of waar de vermeende inbreuk heeft plaatsgevonden, en om indien nodig een klacht in te dienen. De respectieve autoriteit voor België is de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Contact met consumenten en eindgebruikers
Het Algemeen Privacybeleid geeft aan waar consumenten en eindgebruikers of betrokken partijen terechtkunnen om contact met ons op te nemen, om een vraag te stellen, een klacht in te dienen of hun rechten uit te oefenen in verband met persoonsgegevens. Ze kunnen hun vraag per post indienen of via het daarvoor bestemde webformulier waarmee personen toegang kunnen krijgen tot hun persoonsgegevens, bestaande persoonlijke gegevens kunnen wijzigen en verwijdering kunnen aanvragen. Het Compliancedepartement van Bnode verwerkt en analyseert deze verzoeken. Het departement beslist op basis van de AVG-criteria om het verzoek om persoonsgegevens te verwijderen te accepteren of te weigeren.
Consumenten en eindgebruikers kunnen hun bezorgdheden ook melden via het online meldingsformulier van de klantendienst van Bpost NV, dat beschikbaar is op onze website, of door rechtstreeks contact op te nemen met een woordvoerder van de vennootschap. Meldingen kunnen ook telefonisch, in een Postkantoor, PostPunt of PakjesPunt worden gedaan. Deze diverse meldkanalen zorgen ervoor dat alle bezorgdheden worden gehoord en snel en effectief worden aangepakt.
Mogelijk herstel
Als er sprake is van een negatieve impact op de mensenrechten van consumenten en eindgebruikers, wordt het herstel per geval bepaald, afhankelijk van de precieze aard van de impact op de mensenrechten.
298 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.3.3 S4-2 – Processen om met consumenten en eindgebruikers te overleggen over impacts
Als logistieke omni-commercegroep speelt Bnode een cruciale rol in de maatschappij, zowel in België als internationaal. Het is onze missie om mensen en gemeenschappen met elkaar in contact te brengen en te houden, ongeacht de fysieke afstand. We doen er alles aan om onze klanten, leveranciers en dienstverleners in België en daarbuiten tevreden te stellen door diensten te ontwikkelen die voldoen aan hun huidige en toekomstige behoeften. De klanten- en burgerwaarde staat centraal bij onze inspanningen op het gebied van duurzaamheid.
Bnode betrekt de consumenten en eindgebruikers via regelmatige tevredenheidsenquêtes en door feedback te verzamelen via sociale media, websites en interacties met de klantendienst. Het doel is ervoor te zorgen dat de standpunten van consumenten en/of eindgebruikers worden meegenomen in de besluitvormingsprocessen en het dienstenaanbod van Bnode. Dat helpt bij het doeltreffende beheer van zowel positieve als negatieve impacts, risico's en opportuniteiten.
Klantentevredenheidsenquête
We meten de klantentevredenheid bij Bpost NV voortdurend aan de hand van telefonische enquêtes en consolideren de gegevens maandelijks, driemaandelijks en jaarlijks. Dankzij meer dan 15 jaar aan historische gegevens kunnen we trends betrouwbaar vergelijken en verklaren. De enquête omvat jaarlijks 2400 particuliere klanten en 2400 bedrijfsklanten, die een dwarsdoorsnede van de Belgische bevolking vertegenwoordigen. Onderwerpen die aan bod komen, zijn de algemene tevredenheid over Bpost NV, de tevredenheid over het verzenden en ontvangen van brieven en pakjes, en de contactpunten zoals postkantoren en de klantendienst. De tevredenheid wordt gemeten op een 7-puntenschaal, waarbij de scores worden vertaald naar een tevredenheidspercentage. De resultaten worden regelmatig gerapporteerd aan het Managementteam en jaarlijks ook aan het BIPT, dat toezicht houdt op de prestaties en aanbevelingen doet.
Reputatie-enquête
Een externe organisatie organiseert elk kwartaal enquêtes bij een representatief staal van 5.200 personen uit de Belgische samenleving, om de reputatie van Bpost NV te beoordelen. Het doel van die enquêtes is om de perceptie over Bpost NV te analyseren op verschillende vlakken, waaronder de inspanningen om de ecologische voetafdruk te verkleinen, het milieu te beschermen en de maatschappij positief te beïnvloeden. De enquêtes meten ook de perceptie van hoe Bpost NV het leven van mensen verbetert, zorg draagt voor de werknemers, gelijke kansen biedt, positieve economische bijdragen levert aan de maatschappij, ethisch en eerlijk zakendoet en transparantie garandeert in de activiteiten en toeleveringsketen.Input voor beslissingen en activiteiten Bnode houdt rekening met de standpunten van de consumenten voor de besluitvorming via rechtstreekse contacten met betrokken consumenten en eindgebruikers of hun vertegenwoordigers in verschillende fasen, zoals productontwikkeling, dienstverlening en evaluatie na de dienstverlening. De frequentie van die contacten is afgestemd op de aard van de dienst en de specifieke behoeften van de consument. De commerciële en communicatiedepartementen zijn verantwoordelijk voor het integreren van de resultaten in de strategieën en activiteiten van het bedrijf. De doeltreffendheid van de contacten wordt beoordeeld door middel van follow-upenquêtes, feedbackanalyse en prestatiemaatstaven zoals de Net Promoter Score (NPS). Hoewel Bnode consumentenperspectieven integreert in de beslissingen van het bedrijf, beschikt de groep niet over specifieke mechanismen om inzicht te krijgen in de standpunten van consumenten en eindgebruikers, in het bijzonder consumenten en/of eindgebruikers die mogelijk bijzonder kwetsbaar zijn voor impacts en/of gemarginaliseerd zijn.
299 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.3.4 S4-3 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om zorgen kenbaar te maken
Bnode heeft een robuust governancemodel voor gegevensbescherming en privacy opgezet om materiële negatieve impacts met betrekking tot digitale naleving te voorkomen, te beperken en te herstellen. Hieronder vallen het Data Protection Office (DPO) en het Digital Compliance Office, die ervoor zorgen dat de AVG en andere relevante wetgeving in het kader van de Europese Digitale Decennium-beleidskader worden nageleefd. Dochterondernemingen benoemen hun eigen DPO's of Privacy Ambassadors om de privacy en de gegevensbescherming op lokaal niveau doeltreffend te beheren. Alle dochterondernemingen maken deel uit van het Privacy Network binnen Bnode, dat als doel heeft:
- de privacygovernance te harmoniseren;
- de naleving en het risicobeheer te verbeteren;
- gecentraliseerde ondersteuning te bieden en de samenwerking te stroomlijnen;
- documentatie over AI en opkomende technologieën te verspreiden.
Een voorbeeld van de maatregelen die zijn genomen door het Chief Information Security Officer (CISO) Office, is de herziening van de toegang tot meer dan 100 bedrijfsapplicaties van Bnode. De standaard herzieningsfrequentie is jaarlijks, behalve voor gevoelige applicaties of applicaties met specifieke contractuele afspraken. Bij een gegevensinbreuk hanteert Bnode een specifiek proces waarbij het Digital Compliance Office, het DPO Office en de CISO betrokken zijn. Dat proces omvat vier belangrijke fasen:
: OPSPORING – VOORLOPIGE BEOORDELING
EERSTE BEOORDELING
RAPPORTAGE, EVALUATIE EN VERBETERING
UITVOERIGE BEOORDELING EN REACTIE
Vierfasenproces voor het beheer van gegevensinbreuken
Elke fase heeft duidelijk gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden, om een gecoördineerde en effectieve reactie op gegevensinbreuken te garanderen. Risicovolle gegevensinbreuken worden geanalyseerd met behulp van een externe tool om de risico's voor de betrokkenen te evalueren en de meldings- en communicatieverplichtingen te bepalen.
300 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Het doel van deze aanpak is om een robuuste en veilige gegevensomgeving uit te bouwen. Hierdoor kunnen onze klanten op veilige manier gebruikmaken van de diensten die Bnode aanbiedt, zowel via hun account als via andere zakelijke toepassingen. Door de gegevensbeveiliging te garanderen, versterken we onze rol als betrouwbare partner voor onze consumenten en eindgebruikers. Zoals reeds vermeld in deel S4-1 Beleid ten aanzien en de rechten van onze consumenten en eindgebruikers, beschikken consumenten en eindgebruikers over verschillende kanalen om hun zorgen op het vlak van gegevensbescherming kenbaar te maken:
- Consumenten en eindgebruikers of getroffen partijen kunnen contact met ons opnemen om een vraag te stellen, een klacht in te dienen of hun rechten met betrekking tot persoonsgegevens uit te oefenen aan de hand van het daarvoor voorziene webformulier of per post.
- Consumenten en eindgebruikers in België kunnen zorgen ook kenbaar maken via het online formulier van de klantendienst van Bpost NV dat beschikbaar is op onze website, of door rechtstreeks contact op te nemen met een vertegenwoordiger van het bedrijf. Meldingen kunnen ook telefonisch of persoonlijk worden ingediend in een postkantoor, Postpunt of Pakjespunt.
Het Compliancedepartement van Bnode volgt de meldingen nauwgezet op en evalueert per dossier welke opvolgmaatregelen er zich opdringen, met inbegrip van de mogelijke noodzaak om herstelmaatregelen te voorzien of daaraan bij te dragen. Gelet op het hoge aantal aanvragen dat wij jaarlijks ontvangen, nemen wij aan dat onze consumenten en eindgebruikers goed vertrouwd zijn met deze kanalen en er vertrouwen in hebben als doeltreffende instrumenten om hun zorgen en behoeften kenbaar te maken.
Hoewel wij onze zakelijke relaties niet uitdrukkelijk verplichten om vergelijkbare meldkanalen te voorzien, hebben wij in onze Gedragscode voor Leveranciers strikte vereisten inzake gegevensbescherming en -beveiliging opgenomen. Zo waarborgen wij dat onze zakelijke relaties er dezelfde hoge normen inzake gegevensbescherming op nahouden. Voor verdere informatie over de Gedragscode voor Leveranciers verwijzen we naar deel S2-1 Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen.
301 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
6.3.3.5 S4-4 – Acteren op materiële impacts op consumenten en/of eindgebruikers en benaderingen om met betrekking tot consumenten en eindgebruikers materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen
Maatregelen om de negatieve materiële impacts te voorkomen, te mitigeren en daarvoor herstel te bieden
In 2025 werd Bnode geconfronteerd met twee incidenten op het vlak van gegevensbeveiliging. We hebben onmiddellijk een onderzoek ingesteld en de nodige maatregelen genomen om het incident in te dijken en te verhelpen. Waar de toepasselijke wetgeving dit vereist, werden de betrokken partijen geïnformeerd. Bnode heeft sindsdien aanvullende maatregelen ingevoerd om zijn beveiligingscontroles verder te versterken en zal die blijven verbeteren. We blijven alles in het werk stellen om onze algehele veerkracht te vergroten door de bedrijfscontinuïteitsmechanismen te versterken, gerichte beveiligingsmaatregelen uit te werken en onze draaiboeken bij incidenten (inclusief incidentbeheer) aan te scherpen, om zo potentiële aanvallen van buitenaf beter aan te pakken. Daarnaast hebben we de volgende beveiligingsmaatregelen getroffen:
Belangrijkste maatregelen tijdens het verslagjaar
| MAATREGEL | VERWACHTE UITKOMST | REIKWIJDTE | TIJDSHORIZON VOOR VOLTOOIING |
|---|---|---|---|
| Programma voor de opsporing van datalekken | Gegevensbeveiliging verbeteren | Activiteiten Bnode | In uitvoering |
| Cyberincidentbeheer | Gegevensbeveiliging verbeteren | Activiteiten Bnode | In uitvoering |
| Vragenlijst over informatiebeveiliging | Gegevensbeveiliging verbeteren | Activiteiten Bnode | In uitvoering |
Programma voor de opsporing van datalekken
Bnode tilt zijn gegevensbeveiliging naar een hoger niveau met een uitgebreid programma om datalekken op te sporen, ondersteund door een externe leverancier. Het programma omvat:
- domeinbescherming: het opsporen en beperken van schadelijke domeinen die Bnode nabootsen, om phishing en cyberaanvallen te voorkomen;
- Dark Web-monitoring: gerichte aanvallen detecteren en aanpakken die worden besproken op Dark Web-forums en berichtenplatforms;
- preventie van accountovername: gelekte authenticatiegegevens monitoren om ongeoorloofde toegang te voorkomen;
- preventie van gegevensinbreuken: openbaar toegankelijke gevoelige gegevens beveiligen voordat er een inbreuk plaatsvindt.
Naast onze inspanningen om datalekken te voorkomen, hebben we ook aanzienlijke vooruitgang geboekt in het beheer van ICT-incidenten. Dat behelst onder meer een betere aanpak van gegevensinbreuken en robuustere algemene cyberbeveiligingsmaatregelen.
302 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Cyberincidentbeheer
Bnode heeft zijn ICT-incidentenbeheer aanzienlijk verbeterd, vooral op het vlak van gegevensverwerking. Er worden regelmatig ICT Incident Response-oefeningen gehouden, bekend als Incident Specific Simulation Exercises, om use cases voor cyberincidenten, playbooks en geautomatiseerde remediëringsscripts te testen en te valideren.
Vragenlijst over informatiebeveiliging
Om te voldoen aan de EU NIS-2 richtlijn, DORA, enz. en in het bijzonder aan de vereisten met betrekking tot risico's in de toeleveringsketen, hebben we een vragenlijst over informatiebeveiliging ontwikkeld en uitgerold. Aanbieders zullen geleidelijk aan worden verplicht om de vragenlijst in te vullen en waar nodig aanvullende beveiligingsmaatregelen te implementeren. Deze vragenlijst is een integraal onderdeel van ons lopende risicobeheerplan voor derden. We zijn van mening dat deze grootschalige maatregelen ons zullen helpen ons raamwerk voor gegevensbeveiliging te versterken en toekomstige risico's tot een minimum te beperken.
Maatregelen voor positieve materiële impacts
In zijn rol als openbare dienstverlener zorgt Bpost NV ervoor dat consumenten toegang hebben tot producten en diensten. Op die manier heeft het een positieve impact op consumenten. Daarbij hechten we er veel belang aan non-discriminatie en de bescherming van de privacy van consumenten te waarborgen. Dit voortdurend streven staat centraal in onze activiteiten en krijgt concreet vorm in gerichte, doorlopende maatregelen.Belangrijkste maatregelen tijdens het verslagjaar
| MAATREGEL | VERWACHTE UITKOMST | REIKWIJDTE | TIJDSHORIZON VOOR VOLTOOIING |
|---|---|---|---|
| Uitbreiding van pakjesautomaten | Verbeterde toegang tot producten en diensten voor consumenten | Bpost-consumenten in België | In uitvoering |
| Invoering van een netwerk voor lopende rekeningen in samenwerking met Nickel | Financiële inclusie van consumenten door eenvoudige (fysieke) toegang tot bankdiensten | Consumenten in België | Korte termijn (deze diensten werden ingevoerd in 2025) |
| Waarborgen van non-discriminatie in al onze diensten | Non-discriminatie van consumenten | Consumenten en eindgebruikers van Bnode en zijn dochtervennootschappen | In uitvoering |
Uitbreiding van pakjesautomaten
Bpost NV streeft ernaar om de toegang tot producten en diensten nog gemakkelijker te maken door meer dan 4.000 Afhaalpunten ter beschikking te stellen van de consument, in de vorm van Postkantoren, PostPunten, PakjesPunten en Bbox-automaten. In 2025 heeft Bpost NV meer bepaald:
■ zijn Bbox-netwerk verdubbeld, van 1.250 naar 2.500 pakjesautomaten in heel België. Deze units worden strategisch geplaatst op zorgvuldig geselecteerde locaties in het hele land, met een voorkeur voor drukbezochte gebieden zoals winkelcentra en treinstations.
■ de Bbox boetiek gelanceerd, een innovatieve hub ontworpen om de stedelijke pakjeslogistiek voor lokale bewoners, consumenten, retailers en e-commercespelers opnieuw uit te vinden.
Zoals ook vermeld in deel E1-2, zijn we van plan om ons netwerk van pakjesautomaten verder uit te breiden, waardoor deze dienst nog toegankelijker wordt voor een groeiend aantal consumenten. De efficiëntie van de pakjesautomaten en de strategische planning worden gemonitord en geregeld door ons commerciële departement.
303 Duurzame waarde | 6.3 Maatschappelijke informatie Bnode jaarverslag 2025
Invoering van een netwerk voor lopende rekeningen in samenwerking met Nickel
Bpost NV is een strategisch partnerschap aangegaan met Nickel om consumenten eenvoudige, snelle en gepersonaliseerde toegang tot bankdiensten te bieden via een uniek nabijheidsmodel dat financiële inclusie bevordert, vooral voor diegenen die geen toegang hebben tot digitale middelen. Het doel is om in alle Bpost-kantoren, zowel in de steden als op het platteland, bepaalde bankdiensten aan te bieden zoals het openen van een rekening, het storten van geld of het opnemen van contant geld. De doeltreffendheid van het initiatief kan worden opgevolgd en beoordeeld op basis van het aantal geopende rekeningen.
Non-discriminatie
Zoals opgelegd door de Belgische regering is non-discriminatie een van de basisprincipes van de universele dienstverplichting (UDV), die ervoor zorgt dat alle consumenten toegang hebben tot basispostdiensten. Het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT) is belast met het toezicht op de meeste van onze UDV-gerelateerde verplichtingen. Elke vorm van discriminatie of het niet-nakomen van deze verplichtingen kan leiden tot (financiële) sancties. Om non-discriminatie extern te kunnen garanderen, moet non-discriminatie eerst intern worden verankerd. Bnode bevordert diversiteit intern door ervoor te zorgen dat de Gedragscode en het Diversiteitsbeleid door alle werknemers worden gerespecteerd. Interne initiatieven zoals Pride2b, dat zich richt op de inclusie van lgbtqi+-werknemers, weerspiegelen ons streven naar non-discriminatie en inclusiviteit en beogen ook consumenten en eindgebruikers onrechtstreeks ten goede te komen door een bedrijfscultuur uit te dragen waarin niemand wordt gediscrimineerd.
Hoewel Bpost NV momenteel niet over een geformaliseerd evaluatieproces beschikt, hebben we - gezien de aard van onze diensten en in overeenstemming met de strikte non-discriminatievereisten van de universeledienstverplichting en het voortdurende externe toezicht door het BIPT - vastgesteld dat onze praktijken geen wezenlijke negatieve impacts veroorzaken of bijdragen tot discriminatie voor consumenten of eindgebruikers. Er zijn dan ook geen bijsturende maatregelen of herstelmaatregelen nodig. In de komende jaren willen we onze manier van werken voor het beoordelen van mogelijke impacts op consumenten verder aanscherpen en verankeren in duidelijke processen en documentatie. Dat initiatief zal onze inspanningen voor compliance, transparantie en voortdurende verbetering verder ondersteunen.
Ernstige mensenrechtenproblemen en -incidenten met betrekking tot consumenten en/of eindgebruikers
In 2025 waren er geen meldingen van ernstige inbreuken op mensenrechten die specifiek betrekking hadden op onze consumenten en eindgebruikers.
6.3.3.6 S4-5 – Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen
Bnode heeft nog geen meetbare, termijngebonden en resultaatgerichte doelen bepaald wat consumenten en eindgebruikers betreft en heeft nog geen gestandaardiseerd proces ingevoerd om systematisch de effectiviteit van onze beleidslijnen en maatregelen voor het beheersen van onze impact op consumenten en eindgebruikers te monitoren. We zullen overwegen deze in de toekomst concreet te maken, na verdere diepgaande analyses. We blijven ons inzetten om ons rapporteringskader te verbeteren en zinvolle inzichten te verschaffen naarmate we vooruitgang boeken.
304 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
Governance-informatie 6.4
6.4.1 ESRS G1 – Zakelijk gedrag
6.4.1.1 G1 ESRS 2 SBM-3 – Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel
Maatschappelijk verantwoord ondernemen en ethisch zakelijk gedrag zitten diep verankerd in de bedrijfscultuur van Bnode. De onderstaande tabel geeft de impacts, risico's en opportuniteiten weer die voor G1 - Zakelijk gedrag in kaart werden gebracht, met daarbij een beknopt overzicht van de bijbehorende beleidslijnen, maatregelen, maatstaven en doelen. Deze worden verderop in dit deel uitgebreider toegelicht. Onze dubbele-materialiteitsanalyse bracht een aantal negatieve impacts aan het licht die verband houden met het beheer van relaties met leveranciers, de verhouding met de politiek en lobbyactiviteiten, omdat deze onlosmakelijk verbonden zijn met onze sector en ons businessmodel. Hoewel we deze als ‘daadwerkelijk’ hebben aangemerkt, zijn er in 2024 en 2025 geen concrete misstanden rond deze thema's vastgesteld.
| IMPACTS, RISICO'S EN OPPORTUNITEITEN | CATEGORIE | BELEID | MAATREGELEN | MAATSTAVEN | DOELEN |
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijfscultuur | PI, A | ■ Gedragscode ■ Speak Up Policy ■ Bid Compliance Policy ■ Beleid inzake contacten met concurrenten ■ Public Affairs Policy | ■ Opleidings- programma over de Gedragscode ■ FACE-programma (Foster a Culture of Ethics and Compliance) | n.v.t. | n.v.t. |
| Preventie en opsporing van corruptie, inclusief opleiding en incidenten | PI, A | ■ Gedragscode ■ Speak Up Policy ■ Bid Compliance Policy ■ Beleid inzake contacten met concurrenten | ■ Opleidings- programma over de Gedragscode ■ FACE-programma (Foster a Culture of Ethics and Compliance) | G1-4 – Incidenten van corruptie of omkoping | n.v.t. |
| Bescherming klokkenluiders | PI, A | ■ Gedragscode ■ Speak Up Policy | ■ Opleidings- programma over de Gedragscode ■ FACE-programma (Foster a Culture of Ethics and Compliance) | n.v.t. | n.v.t. |
Legende Categorie: PI: Positieve impact, NI: Negatieve impact, A: Actuele (daadwerkelijke) impact
305 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
| IMPACTS, RISICO'S EN OPPORTUNITEITEN | CATEGORIE | BELEID | MAATREGELEN | MAATSTAVEN | DOELEN |
|---|---|---|---|---|---|
| Beheer van relaties met leveranciers, incl. betalingspraktijken | NI, A | ■ Gedragscode voor leveranciers ■ Beleid voor onderaannemers ■ Prioriteit geven aan duurzaamheid in relaties met leveranciers | n.v.t. | G1-2 – Beheer van relaties met leveranciers G1-6 – Betalings- praktijken | n.v.t. |
| Verhouding met de politiek en lobbyactiviteiten | NI, A | ■ Public Affairs Policy | n.v.t. | G1-5 – Verhouding met de politiek en lobby- activiteiten (politieke bijdragen) | n.v.t. |
Legende Categorie: PI: Positieve impact, NI: Negatieve impact, A: Actuele (daadwerkelijke) impact
6.4.1.2 G1-1 Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur
Bnode verbindt zich ertoe strikte normen te hanteren inzake ethisch gedrag en een bedrijfscultuur uit te dragen waarin integriteit, inclusiviteit en verantwoordelijkheidszin centraal staan. Onze aanpak legt de nadruk op transparante governance, robuuste beleidslijnen en uitgebreide training om ervoor te zorgen dat ethische principes richting geven aan elk aspect van onze activiteiten.Met ons beleid, onze programma’s en initiatieven zorgen we ervoor dat onze waarden niet alleen op papier bestaan, maar actief worden ontwikkeld, uitgedragen en geëvalueerd op elk niveau van de organisatie. Hieruit blijkt duidelijk dat we er alles aan doen om ethiek structureel te verankeren in ons organisatiekader. Om onze inzet voor een robuuste compliance-governance te ondersteunen, hebben de departementen Legal, Compliance & Enterprise Risk Management van Bnode in 2025 een Kader voor Beleidsbeheer vastgelegd, ook de 'Policy of Policies' genoemd. Dit kader biedt duidelijke best practices voor het ontwikkelen, bijwerken en verspreiden van beleidsdocumenten binnen Bnode. Het Kader voor Beleidsbeheer bevat ook informatie over:
- de concepten 'beleid' en 'procedures';
- de levenscyclus van een beleid, waarbij we een onderscheid maken tussen de overwegingen die je hoort te maken voor, tijdens en na het opstellen van het beleid. Dit gaat onder meer over het gebruik van een beleidstemplate 'Policy Template', richtlijnen voor het formuleren van beleid en de verschillende fasen van beleidsvorming in termen van communicatie/sensibilisering, opleiding en implementatie. Dit alles moet helpen om ons beleid effectief te integreren binnen Bnode;
- het proces om een beleid te valideren, om ervoor te zorgen dat het beleid op de juiste niveaus wordt gevalideerd; en
- de invoering van de functie Group Compliance policy gatekeeper om effectief beleidsbeheer binnen Bnode te bevorderen.
Dit kader vormt de basis voor ons beleidsbeheer en draagt bij tot de effectieve implementatie van beleidslijnen binnen onze groep.
306 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
Dit hoofdstuk richt zich specifiek op de beleidslijnen die betrekking hebben op onze materiële impacts met betrekking tot zakelijk gedrag en bedrijfscultuur. We hebben het dan onder meer over:
- de Gedragscode
- de Speak Up Policy
- de Bid Compliance Policy
- de Public Affairs Policy inzake contacten met overheden
- het Beleid inzake contacten met concurrenten
De tabel hieronder geeft een uitvoerige beschrijving van elk beleid.
GEDRAGSCODE
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANTWOORDELIJKHEID VOOR IMPLEMENTATIE |
|---|---|---|---|
| Bnode is gestoeld op sterke bedrijfswaarden en ethische bedrijfspraktijken die onze duurzame en verantwoordelijke bedrijfsstrategie ondersteunen. Iedere werknemer van Bnode is een behoeder van onze bedrijfscultuur en belichaamt ons engagement tegenover onze collega's, werknemers, leveranciers, klanten, zakenpartners, aandeelhouders en de maatschappij in het algemeen. Onze waarden en praktijken weerspiegelen onze inzet om hechte relaties te onderhouden, voor positieve klantervaringen te zorgen en sterke financiële prestaties te leveren. Een reputatie opbouwen als betrouwbare en ethische organisatie bij onze stakeholders is essentieel voor ons succes. Hiertoe moedigen we iedere werknemer aan om strikte ethische normen na te leven. | De Gedragscode beschrijft de waarden die ons leiden en inspireren, om ervoor te zorgen dat de prestaties van Bnode aan die normen voldoen. Onze Gedragscode bestrijkt verschillende cruciale domeinen om te garanderen dat de ethische normen en praktijken binnen Bnode algemeen worden toegepast: • Algemene bepalingen: overzicht van de fundamentele principes en richtlijnen voor het gedrag van alle werknemers. • Arbeidsrelaties: beleidslijnen ten aanzien van gezondheid, veiligheid en welzijn op het werk, ethische en verantwoordelijke samenwerking, verantwoordelijkheden als manager, respect voor anderen, gelijke kansen en diversiteit, communicatie en sociale dialoog, gebruik van eigendommen en middelen van het bedrijf en de klant, en kledingvoorschriften. • Zakenrelaties: richtlijnen en praktijken inzake belangenvermenging, corruptie, geschenken en andere gunsten, witwaspraktijken en eerlijke concurrentie. • Persoonsgegevens en vertrouwelijkheid: richtlijnen over de bescherming van persoonsgegevens en het belang van vertrouwelijkheid. • Communicatie: normen voor interne en externe communicatie om transparantie en consistentie te garanderen. • Handelen als verantwoordelijk en duurzaam bedrijf: inzet voor duurzaamheid en verantwoord ondernemen, met een overzicht van initiatieven en praktijken om die doelen te ondersteunen. |
De code geldt voor alle werknemers van Bnode, ongeacht hun functie of positie. De code geldt tevens voor personen die nauw betrokken zijn bij de activiteiten en werkzaamheden van Bnode, geen werknemers zijn, maar aan wie de Code wordt meegedeeld. Het gaat om alle bestuurders, personen die binnen Bnode uitvoerende, consultancy-, directie- of leidinggevende functies waarnemen, uitzendkrachten, stagiairs en aannemers. Bij het opstellen van dit beleid heeft Bnode rekening gehouden met de belangen van de belangrijkste stakeholders, zoals collega's, medewerkers, leveranciers, klanten, zakenpartners, aandeelhouders en de maatschappij in het algemeen. Het beleid weerspiegelt ons engagement om gezonde en solide relaties te onderhouden en een positieve klantenervaring en financiële prestaties te verwezenlijken. De betrokkenheid van stakeholders is een continu proces en hun inbreng wordt als cruciaal beschouwd om het beleid af te stemmen op hun verwachtingen en behoeften. Deze Gedragscode wordt via verschillende kanalen beschikbaar gesteld aan alle werknemers en relevante stakeholders. Het document is beschikbaar op het intranet en de officiële website van Bnode, zodat alle werknemers, bestuurders, consultants, uitzendkrachten, stagiairs en aannemers er gemakkelijk toegang toe hebben. Daarnaast wordt over de Gedragscode gecommuniceerd tijdens de onboardingsessies voor nieuwe werknemers en via regelmatige trainingsprogramma's, om ervoor te zorgen dat iedereen de ethische normen begrijpt en naleeft. | Het hoogste niveau dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van dit beleid is de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het aannemen en bijwerken van de Gedragscode en zorgt ervoor dat die overeenstemt met de waarden en ethische normen van het bedrijf. |
307 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
SPEAK UP POLICY
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANTWOORDELIJKHEID VOOR IMPLEMENTATIE |
|---|---|---|---|
| Met ons Speak Up-programma, waarvan onze Speak Up Policy een belangrijk onderdeel is, onderbouwen we transparantie en verantwoordelijkheid. De Speak Up Policy werd in april 2023 binnen Bnode in het leven geroepen en in 2025 bijgewerkt om de duidelijkheid, transparantie en afstemming op de evoluerende wettelijke vereisten verder te verhogen. De Speak Up Policy biedt een veilig en vertrouwelijk meldkanaal waarlangs werknemers bezorgdheden kunnen uiten of incidenten kunnen melden zonder angst voor represailles. Door een open dialoog aan te moedigen versterkt het programma het vertrouwen in heel de organisatie en sluit het aan bij ons streven naar integriteit. | Onze Speak Up Policy onderstreept het belang van integriteit en naleving van de wet- en regelgeving en de Gedragscode van het bedrijf. Het beleid licht toe via welke kanalen bezorgdheden vertrouwelijk en zonder angst voor vergelding kunnen worden gemeld. De escalatieprocedure maakt deel uit van de Speak Up Policy en beschrijft het proces voor het behandelen van bezorgdheden die betrekking hebben op een case manager. Bezorgdheden kunnen worden gemeld via de Speak Up-tool (Convercent), via het specifieke webformulier, via de telefonische hotline of, als alternatief, per aangetekende zending. Meldingen worden vervolgens toegewezen aan een case manager door daartoe gemachtigde beheerders. Dat garandeert een gestructureerde en veilige aanpak om aangekaarte problemen te beheren en te onderzoeken. | De Speak Up Policy geldt voor alle werknemers, voormalige werknemers, externe werknemers, onderaannemers en leveranciers van Bnode. Ze is van toepassing op Bnode en zijn dochterondernemingen, met uitzondering van Radial NA en Landmark Global NA, die hun eigen meldkanalen hebben. Het beleid heeft betrekking op inbreuken en potentiële inbreuken op de wet- en regelgeving, de Gedragscode en andere beleidslijnen van het bedrijf. Het is echter niet bedoeld voor de melding van onmiddellijke gevaren voor het leven, de gezondheid, de veiligheid of eigendommen, voor klachten over arbeidsomstandigheden, voor persoonlijke of juridische kwesties die geen verband houden met mogelijk wangedrag, of voor valse beschuldigingen. Bij het opstellen van de Speak Up Policy heeft Bnode veel aandacht besteed aan de belangen van de belangrijkste stakeholders, zoals de werknemers, klanten, het publiek en andere stakeholders. De Speak Up Policy werd vervolgens voorgelegd aan de werknemersvertegenwoordigers en hun input werd meegenomen in de finale versie. De Speak Up Policy is conform de nationale regelgeving en voorziet specifieke richtlijnen voor verschillende landen, zodat het beleid relevant en doeltreffend is in alle regio's waar Bnode actief is. Die aanpak bevordert een cultuur van integriteit en vertrouwen, wat gunstig is voor alle betrokken stakeholders. De Speak Up Policy is openbaar beschikbaar op de Bnode-website en via de Speak Up-tool, waardoor ze vlot toegankelijk is voor interne en externe stakeholders. Bovendien worden alle werknemers bij indiensttreding op de hoogte gebracht van de Speak Up Policy en Speak Up- meldkanalen. | De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het aannemen en bijwerken van de Speak Up Policy en moet ervoor zorgen dat die in overeenstemming is met de waarden en ethische normen van het bedrijf. Het hoogste niveau binnen de organisatie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Speak Up Policy is het Compliancedepartement van Bnode. Het Speak Up-team binnen het Compliancedepartement is ervoor verantwoordelijk elke binnengekomen melding van een bezorgdheid te ontvangen en te behandelen. |
308 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
BID COMPLIANCE POLICY
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANTWOORDELIJKHEID VOOR IMPLEMENTATIE |
|---|---|---|---|
| Onze Bid Compliance Policy zorgt ervoor dat alle biedprocessen, bij deelname aan openbare aanbestedingen die worden uitgeschreven door aanbestedende overheidsdiensten (zoals de Belgische staat, federale of regionale instanties, gemeenten, enz.), eerlijk en transparant verlopen en dat de toepasselijke wetten, regels en interne normen worden nageleefd. | Het beleid stelt duidelijke principes vast die moeten worden nageleefd wanneer Bnode deelneemt aan openbare aanbestedingen (met name overheidsopdrachten en concessies) en aan "voorafgaande marktconsultaties“ (ook wel ”verzoek om informatie of RfI" genoemd) die aan een aanbestedingsprocedure kunnen voorafgaan. Het verbiedt strikt belangenvermenging, omkoping en andere onethische praktijken. | Dit beleid is van toepassing op alle werknemers, directors, consultants en tussenpersonen die direct of indirect betrokken zijn bij openbare aanbestedingsactiviteiten voor of namens Bnode, ongeacht de fase van de openbare aanbesteding of voorafgaande marktconsultaties. De Bid Compliance Policy is toegankelijk op het intranet van het bedrijf. | De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de Bid Compliance Policy en zorgt ervoor dat die in overeenstemming is met de waarden en ethische normen van het bedrijf en met de evoluerende markt- en regelgevende vereisten. |
PUBLIC AFFAIRS POLICY INZAKE CONTACTEN MET OVERHEDEN
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANTWOORDELIJKHEID VOOR IMPLEMENTATIE |
|---|---|---|---|
| In zijn contacten met de overheidsinstanties streeft Bnode er steeds naar de hoogste ethische en professionele normen na te leven. | Dit beleid is gebaseerd op de volgende kernwaarden: naleving van wet- en regelgeving, integriteit, transparantie en professionaliteit. Ze schrijft onder meer specifieke regels voor wettig, ethisch, transparant en professioneel gedrag in de omgang met overheidsinstanties. | Dit beleid geldt voor alle werknemers van Bnode en alle personen die nauw verbonden zijn met het bedrijf, zoals bestuurders, uitzendkrachten, stagiairs en externe medewerkers, wanneer zij in naam van Bnode contact hebben met overheidsinstanties. Dit beleid is ook beschikbaar op de website van Bnode. | De Raad van Bestuur is ervoor verantwoordelijk de Public Affairs Policy in te voeren en bij te werken. |
BELEID INZAKE CONTACTEN MET CONCURRENTEN
| ACHTERGROND | BELANGRIJKSTE INHOUD | REIKWIJDTE/BELANGRIJKSTE STAKEHOLDERS | VERANTWOORDELIJKHEID VOOR IMPLEMENTATIE |
|---|---|---|---|
| In zijn contacten met concurrenten hanteert Bnode steeds de hoogste ethische en professionele normen. Contacten met concurrenten brengen een aanzienlijk risico op overtreding van het mededingingsrecht met zich mee. Dergelijke contacten moeten plaatsvinden binnen een kader dat de risico's voor Bnode en de betrokken personen tot een minimum beperkt. | Dit beleid berust op de kernwaarden van Bnode: naleving van wet- en regelgeving, integriteit, transparantie en professionaliteit. Het stelt duidelijke regels op voor alle formele en informele professionele contacten met concurrenten. | Dit beleid geldt voor alle werknemers van Bnode en alle personen die nauw verbonden zijn met het bedrijf, zoals bestuurders, uitzendkrachten, stagiairs en externe medewerkers, wanneer zij in naam van Bnode contact hebben met overheidsinstanties. Dit beleid is ook beschikbaar op de website van Bnode. | De Raad van Bestuur is ervoor verantwoordelijk het Beleid voor contacten met concurrenten in te voeren en bij te werken. |
Bouwen aan een bedrijfscultuur
Bij Bnode bouwen we aan onze bedrijfscultuur door sterke ethische waarden en principes te verankeren in elk aspect van onze activiteiten. Dat doen we met transparante governance, een robuust beleid en verplichte opleidingen waarbij integriteit, inclusiviteit en verantwoordelijkheid centraal staan. We bevorderen transparantie en open dialoog, zodat alle werknemers begrijpen wat hun rol is bij het handhaven van onze ethische normen. Door onze werkwijzen voortdurend te evalueren en te verbeteren, voldoen we aan internationale normen en passen we ons aan veranderende verwachtingen aan, waarbij we een cultuur van verantwoordelijkheid en uitmuntendheid bevorderen in heel de organisatie.
309 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
Na de overname van Staci in 2024 stond ons werk in 2025 vooral in het teken van de eerste stappen om Staci op te nemen in onze groepsbrede beleidslijnen en ons governance-kader. Zoals bij elke grote integratie is dit een geleidelijk proces dat meerdere jaren vergt. Verschillende beleidslijnen, zoals de Gedragscode, werden intussen al uitgebreid naar Staci. Andere worden nog volop uitgerold. Op die manier werken we aan een goede afstemming en implementatie over de hele, ruimere organisatie. In deze duurzaamheidsverklaring hebben we er bewust voor gekozen om duidelijk aan te geven wat de reikwijdte van elk beleid is en wat de maatstaven zijn, zodat lezers gemakkelijk kunnen onderscheiden waar de integratie reeds heeft plaatsgevonden en waar deze nog aan de gang is.
Onze cultuur van ethiek en compliance versterken
Onze bedrijfscultuur berust in de eerste plaats op onze Gedragscode. Die zet het gedrag en de ethische normen uiteen die van alle werknemers worden verwacht. Om onze cultuur van ethiek en compliance te versterken, blijven we het Bnode FACE-programma (Foster a Culture of Ethics and Compliance) op groepsniveau verder implementeren. Dat uitgebreide initiatief verbetert de praktijken op het vlak van risicobeheer en compliance door duidelijke governancemodellen op te stellen, een overkoepelende groepsstrategie uit te stippelen en een solide programma en functie voor bedrijfsrisicobeheer in te voeren.
Een belangrijk onderdeel van het FACE-programma is de Compliance Maturity Assessment, een evaluatie van de compliancepraktijken in alle bedrijven en rechtsgebieden waar Bnode actief is, die ook hielp bloot te leggen waar nog ruimte voor verbetering is. Nadat deze oefening werd uitgevoerd bij de dochterondernemingen van Bnode, zijn inmiddels de meeste entiteiten van de voormalige Staci Group tegen het licht gehouden. De oefening bevindt zich momenteel in de laatste fase en zou afgerond moeten zijn in de loop van het eerste kwartaal van 2026.
Met het oog op de implementatie heeft de Raad van Bestuur elf domeinen geïdentificeerd die bijzondere aandacht vereisen, met een initiële focus op Third-Party Compliance (TPC), Procurement, Business Continuity, Bribery and Corruption en Cybersecurity, gelet op de lopende wetgevende initiatieven en de behoeften van Bnode. De eerste stappen betreffen de implementatie binnen Bpost NV. De verdere implementatie zal later plaatsvinden.
De bedrijfscultuur evalueren
Om ervoor te zorgen dat onze bedrijfscultuur doeltreffend blijft en in lijn met onze waarden, voeren we op regelmatige basis evaluaties van onze governance en ethische praktijken uit. Zo monitoren we onder meer de impact van onze opleidingsprogramma's en -initiatieven, zoals het Speak Up-programma, en meten we in welke mate zij helpen om de gewenste cultuur verder te versterken. Op basis van deze inzichten sturen we voortdurend bij. Zij helpen ons een cultuur te handhaven die onze kernwaarden weerspiegelt. Met deze gestructureerde inspanningen bouwt en onderhoudt Bnode een sterke, ethische en inclusieve bedrijfscultuur die bijdraagt aan onze missie en ons succes op lange termijn.
310 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
6.4.1.2.1 Mechanismen voor het identificeren, melden en onderzoeken van zorgen (met inbegrip van meldingen van klokkenluiders)
Bnode heeft uitgebreide mechanismen ingevoerd om bezorgdheden over onwettig gedrag of schendingen van de Gedragscode te identificeren, te melden en te onderzoeken. Centraal daarbij staat het Speak Up-programma, dat in 2023 in het leven werd geroepen en alle werknemers en externe stakeholders een veilig en vertrouwelijk kanaal biedt om te goeder trouw mogelijk wangedrag te melden. Het Speak Up-programma zorgt ervoor dat melders worden beschermd tegen represailles en garandeert de vertrouwelijkheid van hun meldingen. Het programma wordt ondersteund door een robuust beleid dat in lijn is met Richtlijn (EU) 2019/1937 en dat de rechten en de persoonsgegevens van melders beschermt.
De verantwoordelijkheid voor het beheer van Speak Up-meldingen binnen Bnode ligt bij het Speak Up-team, dat onder het Compliancedepartement valt. Het team bestaat uit professionals die geselecteerd zijn op basis van hun onafhankelijkheid, afwezigheid van belangenvermenging en deskundigheid op het gebied van fraudedetectie, ethiek en naleving. Ieder lid heeft een eigen specialisatiedomein, waardoor een correcte aanpak van de meldingen wordt gegarandeerd. Sommige teamleden hebben diepgaande kennis van financiële fraude en integriteitskwesties, terwijl anderen een juridische achtergrond hebben, vaak met eerdere ervaring als advocaat gespecialiseerd in HR-zaken of naleving van de regelgeving. Door de uiterst vertrouwelijke aard van Speak Up-meldingen wordt het Speak Up-team bewust klein gehouden en worden de leden gekozen op basis van hun vermogen om gevoelige zaken discreet te behandelen.Hoewel er geen specifieke opleiding vereist is om lid te worden van het team (afgezien van de jaarlijkse opleiding over de Gedragscode), scholen de teamleden zich voortdurend bij via externe seminars en conferenties over klokkenluiden en naleving. Die bijscholing zorgt ervoor dat ze op de hoogte blijven van de beste praktijken en juridische ontwikkelingen bij het afhandelen van Speak Up-meldingen.
In de Gedragscode worden voor inbreuken duidelijke gevolgen vastgelegd die variëren van tuchtmaatregelen tot gerechtelijke stappen, om ervoor te zorgen dat alle interne en externe stakeholders verantwoording afleggen. De Gedragscode en het Mensenrechtenbeleid sluiten nauw aan bij de principes van het VN-Verdrag tegen corruptie (United Nations Convention against Corruption, UNCAC), met een gedeelde focus op ethische praktijken en maatregelen tegen corruptie. Beide beleidslijnen leggen de nadruk op integriteit bij commerciële relaties, het vermijden van belangenvermenging en het naleven van strikte ethische normen, in overeenstemming met de preventieve en verantwoordingsgerichte benadering van de UNCAC.
Hoewel onze Gedragscode niet expliciet naar de UNCAC verwijst, weerspiegelen de principes ervan de doelstellingen van de conventie en onderstrepen ze ons engagement in de strijd tegen corruptie en het bevorderen van ethisch gedrag. Daarnaast legt Bnode momenteel de laatste hand aan een beleid ter bestrijding van omkoping en corruptie ('Anti-Bribery and Anti-Corruption' ('ABAC') beleidslijn), dat naar verwachting begin 2026 in werking zal treden.
De Gedragscode bevat al enkele kernbeginselen en -regels op het vlak van integriteit, onder meer met betrekking tot belangenconflicten, geschenken en uitnodigingen. De nieuwe ABAC-beleidslijn zal dit kader aanvullen met meer gedetailleerde en specifieke regels ter voorkoming van omkoping en corruptie. Dit kader wordt verder ondersteund door de Speak Up Policy en andere beleidslijnen die due diligence door derden omvatten en nauw aansluiten bij de principes van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie. Het uitgebreide beleid ter bestrijding van omkoping en corruptie dat momenteel wordt ontwikkeld, zal ook volledig in overeenstemming zijn met deze principes. Naast de invoering van het nieuwe beleid ter bestrijding van omkoping en corruptie, zijn we ook een opleiding daarrond aan het uitwerken, die begin 2026 wordt uitgerold.
311 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
Opleiding over zakelijk gedrag
Sinds 2023 zet Bnode sterk in op de verplichte jaarlijkse opleiding over de Gedragscode. We blijven dit programma uitbreiden met op maat gemaakte e-learnings en interactief materiaal voor alle medewerkers. Daarin komen de kernprincipes van ethisch gedrag, welzijn op het werk en het belang van het Speak Up-programma aan bod. In zowel 2024 1 als 2025 behaalde dit uitgebreide opleidingsprogramma een voltooiingsgraad van 98% onder alle Bnode-werknemers.
Het doelpubliek omvat alle Bnode-werknemers met een contract van onbepaalde duur (behalve langdurig afwezigen en externen), inclusief werknemers met bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende functies. De werknemers moeten op alle quizzen in de e-learning minstens 75% behalen. Scoren ze minder dan 75%, dan moeten ze de e-learning opnieuw doen totdat ze deze met succes hebben afgerond. Na afloop ontvangen ze een certificaat. Voor collega's zonder Bnode-mailadres werden drie video's en een quiz voorzien, die zorgen voor een goed begrip van de belangrijkste thema’s.
Zowel voor de e-learning als voor de video-opleiding ligt de nadruk op welzijn op het werk en op een verantwoorde en ethische besluitvorming. Medewerkers die deze opleiding het jaar ervoor al hebben gevolgd, krijgen een bijgewerkte versie. Voor nieuwe medewerkers is er een uitgebreide versie, die nu ook geïntegreerd is in het onboardingproces. Er wordt ook speciale aandacht besteed aan de Speak Up Policy, die werknemers aanmoedigt om bezorgdheden over onethisch gedrag te melden.
Vooruitblikkend op 2026 zal in het begin van het jaar de specifieke opleiding rond bestrijding van omkoping en corruptie van start gaan. Die zal verplicht zijn voor medewerkers in functies met een hoger risico, zoals Sales, Public Procurement en Public Affairs. Deze opleiding vormt een aanvulling op de jaarlijkse opleiding over de Gedragscode. Door volop in te zetten op deze opleidingsprogramma’s, wil Bnode een cultuur van verantwoordelijkheid en transparantie bevorderen en medewerkers de kennis en middelen aanreiken om onwettig gedrag of inbreuken op de Gedragscode van Bnode te identificeren, te melden en aan te pakken.
Gebieden en functies met het grootste risico op corruptie en omkoping
Bij de Compliance Maturity Assessment kwamen enkele specifieke risico’s met betrekking tot omkoping en corruptie naar voren. Deze zijn opgenomen in de bepalingen rond de bestrijding van corruptie en omkoping in de Gedragscode en in de bijbehorende opleiding over de Gedragscode, om zo bewustzijn en de naleving in de hele organisatie te versterken. Deze specifieke risico’s zullen eveneens worden behandeld in het specifieke beleid ter bestrijding van corruptie en omkoping dat in 2026 van kracht wordt.
Bnode monitort continu de functies binnen de organisatie die meer kans lopen om blootgesteld te worden aan risico’s op omkoping of corruptie. Tot op vandaag is er geen afzonderlijke risicobeoordeling uitgevoerd om de functies te rangschikken naar risicoprofiel. In het kader van de ontwikkeling van het specifieke beleid ter bestrijding van omkoping en corruptie, dat begin 2026 in werking treedt, werden wel een aantal functies aangemerkt als relatief gevoeliger voor risico’s op omkoping en corruptie vanwege de aard van hun activiteiten. Het gaat meer bepaald om functies binnen Sales, Public Affairs en Public Procurement.
Als gevolg daarvan zal in 2026 een specifieke en verplichte opleiding rond het voorkomen van omkoping en corruptie worden uitgerold voor medewerkers in deze functies met een hogere blootstelling, als aanvulling op de jaarlijkse opleiding over de Gedragscode die alle werknemers moeten volgen. Met de initiatieven die in dit onderdeel worden beschreven, onderstreept Bnode het onwrikbare engagement van de onderneming voor ethische bedrijfspraktijken, door een cultuur van vertrouwen, transparantie en verantwoordelijkheid te stimuleren.
1 Staci was niet opgenomen in de gegevens voor 2024, maar wel in de gegevens voor 2025.
312 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
6.4.1.3 Leveranciers en betalingspraktijken
6.4.1.3.1 G1-2 – Beheer van relaties met leveranciers
Een nauwere samenwerking met onze leveranciers om de duurzaamheidsprestaties van onze waardeketen te verbeteren en het inperken van de risico's in de toeleveringsketen, zijn punten die hoog op de agenda staan bij Bnode. Een doeltreffend relatiebeheer met leveranciers overstijgt het puur transactionele en richt zich op strategische samenwerkingen in lijn met onze kernwaarden. Die aanpak bevordert sterke, transparante en wederzijds voordelige partnerschappen met onze leveranciers. Via verantwoordelijke procurementpraktijken streven we ernaar de veerkracht van de toeleveringsketen te vergroten, de impact op het leefmilieu te beperken en de maatschappelijke verantwoordelijkheid te bevorderen.
Onze benadering van leveranciersrelaties
Bij Bnode bouwen onze interne procedures voor stakeholderbetrokkenheid voort op de basis die wordt gelegd door onze Gedragscode voor Leveranciers. Ze ondersteunen ook onze inspanningen om nauwere banden te creëren met onze leveranciers in alle fasen van de samenwerking. Zoals uiteengezet in deel S2-3, hebben onze leveranciers bovendien toegang tot onze Speak Up-tool om feitelijke of potentiële inbreuken op onze Gedragscode en andere interne beleidsregels te melden.
Het doel van onze procedures voor stakeholderbetrokkenheid bestaat erin onze bedrijfsstrategieën en dagelijkse activiteiten af te stemmen op de belangen en verwachtingen van verschillende groepen, waaronder onze leveranciers. Via een open en continue dialoog streven we ernaar de behoeften van alle stakeholders scherper in beeld te krijgen, wat onze besluitvorming en algehele effectiviteit verbetert. We hanteren een systematische aanpak voor de identificatie en prioriteitsbepaling van stakeholders op basis van hun invloed, relevantie en de gezamenlijke voordelen die we via onze partnerschappen kunnen behalen.
Bij onze procurementactiviteiten proberen we inzicht te krijgen in de standpunten en vereisten van onze leveranciers. Dat helpt ons om onze selectiecriteria en evaluatiemethoden te bepalen. Ons engagement om te overleggen met de stakeholders versterkt niet alleen onze procurementpraktijken, maar draagt ook bij aan de duurzaamheid en veerkracht van onze toeleveringsketen.
Risicobeheersing in de toeleveringsketen
Bnode erkent het belang om risico’s die verband houden met de toeleveringsketen, in kaart te brengen en te beperken, zeker als er een impact is op het vlak van duurzaamheid. Om die risico's aan te pakken gebruiken we EcoVadis als belangrijkste instrument voor risicobeheersing, ondersteund door een gestructureerde aanpak die bestaat uit:
- Risico's in kaart brengen: via EcoVadis doen we risicoanalyses op hoog niveau voor verschillende procurementcategorieën, om potentiële risico's zoals milieueffecten, mensenrechtenschendingen en ethische kwesties in kaart te brengen. Met deze tool kunnen we de prestaties en duurzaamheidspraktijken van leveranciers periodiek evalueren.
- Beperkende maatregelen: op basis van de inzichten uit de EcoVadis-analyses kunnen we plannen uitwerken om de in kaart gebrachte risico's te beperken. Voor meer informatie verwijzen we naar deel S2-4 – Acteren op materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen.313 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
Beleidslijnen
We hebben een reeks uitgebreide beleidslijnen ingevoerd in het kader van onze verbintenis om de risico's te beperken en de duurzaamheid te bevorderen in onze toeleveringsketen. Deze beleidslijnen vormen de hoeksteen van onze benadering richting leveranciers en beschrijven specifieke eisen en verwachtingen, waaronder naleving van milieunormen, ethische praktijken en naleving van toepasselijke wet- en regelgeving:
■ Ons Beleid voor onderaannemers stelt strenge eisen op het vlak van onboarding, documentatie, audits en dagelijkse/ad-hoccontroles om ervoor te zorgen dat transportonderaannemers zich houden aan wettelijke, arbeids- en ethische normen, ter preventie van uitbuiting en illegale onderaanneming. Dit beleid regelt de relaties met leveranciers door prioriteit te geven aan een gescreende, transparante pool van conforme partners, en die ook te behouden, via voortdurende monitoring, rechtstreekse betrokkenheid van werknemers en contractuele consequenties bij niet-naleving. Voor specifieke informatie over het Beleid voor onderaannemers, verwijzen we naar deel S2-1 – Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen.
■ Onze Gedragscode voor Leveranciers legt de basisverwachtingen vast voor leveranciers om te voldoen aan onze wettelijke, ethische en duurzaamheidsnormen in milieu-, sociale en governancedomeinen. De Gedragscode voor Leveranciers zit structureel verankerd in onze contracten en procurementbeslissingen om zo naleving te monitoren, bijsturende maatregelen te nemen en, indien nodig, contracten te beëindigen. Voor specifieke informatie over de Gedragscode voor Leveranciers, verwijzen we naar deel S2-1 – Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen.
Prioriteit geven aan capaciteitsopbouw in leveranciersrelaties
Zoals vermeld in deel E1-2 Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie, hebben we in 2025 sterk ingezet op drie belangrijke initiatieven om een dialoog aan te gaan met onze leveranciers en hen beter bewust te maken van duurzaamheid:
■ Het Carbon Coach-project, opgezet om kleine en middelgrote leveranciers met een lage koolstofmaturiteit te helpen bij hun eerste stappen op weg naar decarbonisatie;
■ De integratie van decarbonisatie in ons recent opgestarte Center of Excellence on Transport, een platform voor kennisuitwisseling en betrokkenheid van leveranciers;
■ De deelname aan 'Journey to Net Zero' van The Shift, een Community of Practice waar we samenwerken met sectorgenoten om strategieën voor leveranciersmobilisatie te bevorderen.
Deze initiatieven bevestigen ons streven om nauw samen te werken met leveranciers om de overgang naar een koolstofarme toekomst te versnellen.
Selectie van duurzame leveranciers: maatschappelijke en milieuoverwegingen
We maken onze verwachtingen en minimumeisen duidelijk tijdens de RfP-fase (Request for Proposal) van een sourcingproject en/of in de algemene voorwaarden. De volgende minimumvereisten zijn gestandaardiseerd:
■ Leveranciers moeten zich houden aan onze Gedragscode voor Leveranciers, die kernprincipes omvat over milieubescherming, mensenrechten en ethisch gedrag.
■ Leveranciers moeten instemmen met een continue prestatiemonitoring na de aanbesteding en een jaarlijkse duurzaamheidsanalyse invullen via EcoVadis (of gelijkwaardig).
■ Van leveranciers wordt verwacht dat ze hun jaarlijkse CO2-voetafdruk berekenen en rapporteren, een CO2-reductiedoel bepalen en een strategie uitwerken om dat doel te bereiken. Voor meer informatie, verwijzen we naar deel E1-1 Transitieplan voor klimaatmitigatie.
314 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
Waar nodig, op basis van de aard van de aankoop, nemen we ook andere specifieke ESG-criteria op in de gunningscriteria van onze RfP's. Deze criteria worden gewogen naar belang; hoewel prijs en kwaliteit vaak doorslaggevend blijven, houden we ook rekening met duurzaamheid. De weging en de opname van deze gunningscriteria zijn afgestemd op elke aankoop en kunnen aanzienlijk verschillen tussen producten en diensten. Het selectieproces waarborgt ons engagement op het vlak van duurzaamheid. We willen namelijk samenwerken met partners die evenveel belang hechten aan maatschappelijke verantwoordelijkheid en milieuzorg.
Prestatiemaatstaven voor leveranciers
Om ervoor te zorgen dat onze procurementpraktijken overeenstemmen met onze duurzaamheidsnormen, volgen we verschillende Key Performance Indicators (KPI's) op voor Bpost NV, onze Belgische entiteit, en rapporteren we hierover. Deze zijn ontworpen om duurzaamheidsgerelateerde risico's en impacts binnen onze toeleveringsketen te beoordelen en te beheren. Deze maatstaven ondersteunen onze IRO's op de volgende manier:
■ Naleving van Gedragscode voor Leveranciers: door te meten hoeveel belangrijke leveranciers hebben ingestemd met de Gedragscode voor Leveranciers, bewaken wij de naleving van onze duurzaamheidsnormen op het vlak van mensenrechten, arbeidsomstandigheden en milieupraktijken in heel onze toeleveringsketen. Deze maatstaf is rechtstreeks gericht op impacts met betrekking tot onethische arbeidspraktijken en niet-naleving van milieuvereisten. Leveranciers die instemmen met onze Gedragscode voor Leveranciers zullen daarom minder snel een ethische overtreding begaan.
■ Screening van leveranciers: door bij te houden hoeveel actieve belangrijke leveranciers door EcoVadis zijn gescreend, kunnen we potentiële risico's op het vlak van niet-naleving van duurzaamheidsregels, onethische bedrijfspraktijken of verstoringen van de toeleveringsketen, vroegtijdig in kaart brengen en beperken.
■ Uitgaven van leveranciers met SBTi-gevalideerde doelen: het monitoren van onze uitgaven met belangrijke leveranciers die SBTi-gevalideerde scope 1- en scope 2-doelen hebben, zorgt voor afstemming met onze eigen decarbonisatiedoelen, de beperking van klimaattransitierisico's en de versterking van ons engagement om onze scope 3-emissies te verminderen.
| ESG-KPI's Procurement | KPI 2024 | KPI 2025 | % 2025 |
|---|---|---|---|
| Totaal aantal belangrijke leveranciers¹ dat heeft ingestemd met de Gedragscode voor Leveranciers | 57 | 75 | 56% van alle belangrijke leveranciers |
| Totaal aantal belangrijke leveranciers die zijn gescreend via EcoVadis | 65 | 68 | 50% van alle belangrijke leveranciers |
| Uitgaven aan belangrijke leveranciers met SBTi-gevalideerde scope 1- & scope 2-doelen. | € 204.972.197,96 | € 234.241.150 | 39% van de totale uitgaven aan belangrijke leveranciers |
¹ Belangrijke leveranciers worden gedefinieerd als de leveranciers die 80% van de uitgaven van Bpost NV vertegenwoordigen.
² Zoals vermeld in deel BP-2, werd dit cijfer in 2024 door een feitelijke vergissing onjuist gerapporteerd als 3.045. We geven nu het juiste aantal.
315 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
Methodologie
De bovenstaande maatstaven worden als volgt berekend:
■ Totaal aantal belangrijke leveranciers die hebben ingestemd met de Gedragscode voor Leveranciers: deze KPI wordt bepaald op basis van contractuele overeenkomsten en procurementgegevens. Een leverancier wordt als instemmend beschouwd als hij onze algemene voorwaarden formeel heeft erkend, ondertekend of aanvaard.
■ Totaal aantal belangrijke leveranciers die zijn gescreend via EcoVadis: dit cijfer wordt verkregen door ons EcoVadis-platform te controleren en geeft het aantal belangrijke leveranciers weer waarvoor niet langer dan drie jaar geleden een duurzaamheidsanalyse werd uitgevoerd.
■ Uitgaven van belangrijke leveranciers met SBTi-gevalideerde scope 1- & scope 2-doelen: we berekenen de uitgaven van de belangrijke leveranciers die vermeld staan op de website van het Science Based Targets initiatief (SBTi) met gevalideerde scope 1- en scope 2-doelen voor de reductie van broeikasgasemissies.
Deze KPI's worden opgevolgd en intern gevalideerd door ons Procurementteam. Er wordt geen externe assurance uitgevoerd op deze specifieke indicatoren, behalve de beperkte assurance gegeven door onze externe auditor voor de algehele duurzaamheidsverklaring.
6.4.1.3.2 G1-6 Betalingspraktijken
Gemiddelde tijd om facturen te betalen
Als onderdeel van onze inzet voor transparante en efficiënte betalingspraktijken rapporteren wij de gemiddelde tijd die het neemt voor een factuur vereffend is, berekend vanaf de factuurdatum tot de datum van betaling/boekhoudkundige afstemming (reconciliation). Bnode werkt niet met een gecentraliseerd betalingsbeleid. Elke entiteit binnen de groep behoudt volledige autonomie bij het vastleggen van de eigen betalingsprocessen, -procedures en -termijnen. Deze analyse is dan ook beperkt tot een representatieve steekproef van entiteiten, goed voor ongeveer 75% van onze activiteiten (op basis van opbrengsten). De betrokken bedrijfsgroepen zijn: Bpost NV, Freight 4U, Active Ants, Radial EU en Radial NA. De keuze viel op deze entiteiten omdat zij reeds gecentraliseerde monitoringmechanismen hanteren.
Methodologie voor gegevensverzameling en berekening
De dataset omvat alle facturen die binnen de verslagperiode zijn verwerkt door de entiteiten die deel uitmaken van de steekproef.
Oracle-entiteiten (Bpost NV, Freight 4U, Active Ants, Radial EU)
Om voor deze entiteiten de gemiddelde tijd voor betaling (in dagen) te berekenen, halen we de maandelijkse financiële transactiegegevens uit Oracle, verwerken we ze in Power BI en analyseren we ze met DAX. De berekening betreft de:
■ Aanmaakdatum van de factuur: de datum waarop de factuur is geregistreerd in Oracle.
■ Betaaldatum: de datum waarop de betaling wordt uitgevoerd.
■ Afstemmingstijd: het aantal dagen tussen het aanmaken van de factuur en het uitvoeren van de betaling.
■ Gemiddelde tijd voor betaling: de gemiddelde afstemmingstijd voor alle facturen die binnen de verslagperiode zijn aangemaakt en betaald.316 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
SAP-entiteit (Radial NA)
Voor Radial NA worden de betaalgegevens rechtstreeks uit SAP gehaald, zonder tussenliggende bewerkingen. De gemiddelde betaaltijd wordt als volgt berekend:
■ Boekingsdatum van de factuur: de datum waarop de factuur wordt geregistreerd in SAP.
■ Vereffeningsdatum: de datum waarop de betaling wordt uitgevoerd.
■ Dagen tot betaling: het verschil tussen de ‘vereffeningsdatum’ en de ‘boekingsdatum van de factuur'.
■ Gemiddelde tijd voor betaling: het totale aantal ‘dagen tot betaling’ voor alle transacties, gedeeld door het totale aantal betalingen.
Automatisering en regionale verschillen
De meeste betalingen binnen de groep zijn geautomatiseerd via Oracle, waardoor het aantal laattijdige betalingen tot een minimum wordt beperkt. In de VS hebben facturen echter geen vaste factuurdatum en zijn er geen gestandaardiseerde, algemene betalingstermijnen, wat leidt tot rapportageverschillen.
Gemiddelde tijd voor betaling (in kalenderdagen) voor Bpost NV, Freight 4U, Active Ants, Radial EU en Radial NA.
| BEDRIJFSGROEP | GEMIDDELDE AFSTEMMINGSTIJD 2024 | GEMIDDELDE AFSTEMMINGSTIJD 2025 |
|---|---|---|
| Bpost NV | 38,4 dagen | 36 dagen |
| Freight 4U | 50,2 dagen* | 54 dagen |
| Active Ants | n.v.t. | 26 dagen |
| Radial EU | 20,9 dagen | 21 dagen |
| Radial NA | 34,69 dagen | 35,41 dagen |
- Gegevens van 1 mei 2024 tot en met 31 december 2024.
Standaardbetalingstermijnen per hoofdcategorie leveranciers
Bnode maakt geen onderscheid tussen kmo's en grotere bedrijven en heeft daarom geen specifiek beleid om betalingsachterstand bij kmo's te voorkomen. Desondanks leeft Bnode alle toepasselijke wetgeving volledig na, met inbegrip van de EU- richtlijn inzake betalingsachterstand, en houdt het zich aan de goede praktijken in betalingsprocessen voor leveranciers om te verzekeren dat leveranciers tijdig en correct worden betaald.
Bpost NV
In 2025 hanteerde Bpost NV een standaardbetalingstermijn van 50 kalenderdagen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen kmo's en grotere leveranciers.
Freight 4U, Active Ants en Radial EU
Voor de entiteiten van Freight 4U, Active Ants en Radial EU die Oracle gebruiken, is in het financiële Oracle-systeem standaard een betalingstermijn van 30 dagen ingesteld. Bovendien worden creditnota's in alle leverancierscategorieën binnen 30 dagen vereffend, wat het engagement van Bnode voor tijdige en transparante financiële processen onderstreept.
Radial NA
Radial NA volgt een andere benadering door het gebruik van SAP. Er is niet één standaardbetalingstermijn voor alle transacties. Hoewel de standaardbetalingstermijn bij voorkeur 45 dagen na factuurdatum bedraagt (NT45), variëren de betalingstermijnen naargelang de leverancier en van onmiddellijke betaling (NT00) tot 60 dagen (NT60). De betalingen worden wekelijks verwerkt en alle facturen moeten vooraf worden goedgekeurd. Facturen die binnen een week betaald moeten worden, worden betaald op de geplande betaaldag, met uitzonderingen voor enkele belangrijke leveranciers.
317 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
Percentage betalingen in overeenstemming met standaardbetalingstermijnen
Het percentage betalingen dat in overeenstemming is met de standaardbetalingstermijnen wordt bepaald aan de hand van gegevens uit Oracle en SAP. De berekening volgt de hieronder beschreven methodologie:
■ Oracle-entiteiten: Facturen worden doorgaans tweemaal per week betaald, volgens een vooraf met Treasury en Cash Transactional Accounting afgestemde kalender. Er zijn drie voorwaarden die strikt moeten zijn vervuld voordat een betalingsbatch kan worden gegenereerd:
– Facturen moeten gevalideerd zijn, wat betekent dat alle blokkeringen zijn opgeheven.
– Facturen moeten zijn goedgekeurd door de business/aanvrager, volgens de hiërarchie die is vastgelegd in Oracle Fusion Cloud (OFC).
– Facturen moeten reeds geboekt zijn, wat inhoudt dat de rubrieken in capex/opex zijn opgenomen in de algemene boekhouding.
Facturen komen pas in aanmerking voor betaling wanneer hun vervaldatum is bereikt. De vervaldatum is automatisch afgestemd op de standaardbetalingsvoorwaarden. Om te bepalen op welke datum de factuur klaar moet staan voor betaling, wordt het ‘payment run’-moment berekend: daarbij wordt de vervaldatum vergeleken met de betalingskalender om de eerstvolgende beschikbare betaaldatum te bepalen. Een factuur wordt als achterstallig beschouwd wanneer de effectieve betaaldatum na dit ‘payment run’-moment valt.
■ SAP-entiteit (Radial NA): betalingen worden als ‘op tijd’ beschouwd als ze binnen een marge van zeven dagen na de vervaldatum worden verwerkt, waarbij rekening wordt gehouden met operationele vertragingen in de wekelijkse betalingsruns. De vervaldatum in het systeem wordt altijd berekend op basis van de contractuele betalingsvoorwaarden die met de leverancier zijn overeengekomen.
Het percentage betalingen dat voldeed aan de hierboven beschreven standaardbetalingstermijnen, is te vinden in onderstaande tabel.
Percentage betalingen in overeenstemming met standaardbetalingstermijnen voor Bpost NV, Freight 4U, Active Ants, Radial EU en Radial NA.
| BEDRIJFSGROEP | STANDAARD BETALINGSTERMIJN (DAGEN) | PERCENTAGE BETALINGEN IN OVEREENSTEM- MING 2024 (%) | PERCENTAGE BETALINGEN IN OVER- EENSTEMMING 2025 (%) |
|---|---|---|---|
| Bpost NV | 50 dagen | 90,05% | 87,6 % |
| Freight 4U | 30 dagen | 18,61% | 34,4% |
| Active Ants | 30 dagen | n.v.t. | 68,9% |
| Radial EU | 30 dagen | 82,22% | 87,9% |
| Radial NA | 45 dagen* | 85,20% | 89,32% |
*De voorkeursbetalingstermijn is 45 dagen (NT45), maar kan variëren van onmiddellijk (NT00) tot 60 dagen (NT60) naargelang wat is overeengekomen.
Aantal lopende juridische procedures wegens laattijdige betalingen
Op de verslagdatum heeft Bnode geen juridische procedures lopen in verband met laattijdige betalingen. Er dient te worden opgemerkt dat alle statistieken in dit gedeelte niet zijn gevalideerd door een externe instantie, maar zijn beoordeeld via overleg met onze interne Finance- en Legal-teams.
318 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
6.4.1.4 Corruptie en omkoping
6.4.1.4.1 G1-3 Preventie en opsporing van corruptie of omkoping
Bij Bnode verbinden we ons ertoe strikte ethische normen te hanteren en doen we er alles aan om elke vorm van corruptie en omkoping binnen onze activiteiten te voorkomen. De afgelopen jaren hebben we een duidelijk en uitgebreid compliancekader opgezet om risico's op het vlak van corruptie te voorkomen, op te sporen en aan te pakken. Dit kader omvat onze Gedragscode en onze Gedragscode voor Leveranciers, het Speak Up-beleid, evenals gerichte opleidingsinitiatieven om werknemers te helpen potentiële gevallen van corruptie of omkoping op te sporen, te voorkomen en op de juiste manier aan te pakken.
Om dit kader kracht bij te zetten, voert Bnode een specifiek beleid ter bestrijding van omkoping en corruptie ('Anti-Bribery and Anti-Corruption' of 'ABAC' beleidslijn), dat werd goedgekeurd door het Executive Comité (ExCo) in december 2025 en waarvan de implementatie gepland is in 2026. Deze beleidslijn zal de huidige bepalingen van de Gedragscode aanvullen en duidelijkere regels vastleggen rond gedrag dat moet worden vermeden en de principes die moeten worden gehanteerd in situaties die aanleiding kunnen geven tot corruptie of omkoping.
In de voorbije jaren was het voor alle werknemers vereist om onze verplichte opleiding over de Gedragscode te volgen, met inbegrip van de onderdelen rond de bestrijding van omkoping en corruptie. Vanaf 2026 wordt een nieuw opleidingsmodule ingevoerd voor leidinggevenden, om hen beter in staat te stellen risico’s inzake corruptie te herkennen en te beperken.
De volgende toelichtingen bieden gedetailleerde informatie over onze procedures, opleiding en maatregelen om corruptie en omkoping te voorkomen en op te sporen, evenals de stappen die we nemen om eventuele inbreuken aan te pakken.
Procedure om corruptie en omkoping te voorkomen, op te sporen en aan te pakken
Bnode heeft een uitgebreid kader opgezet om gevallen en mogelijke gevallen van corruptie en omkoping te voorkomen, op te sporen en aan te pakken. Centraal daarbij staat het Speak Up-programma, dat een veilig, vertrouwelijk kanaal biedt om bezorgdheden te melden. Zoals beschreven in deel G1-1 Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur wordt het Speak Up-programma beheerd door het Speak Up-team binnen het Compliancedepartement van Bnode. Dit team is klein maar telt een brede waaier aan profielen zoals een privédetective, een fraude-expert, specialisten in witwaspreventie en transport, en een Ethics Manager. Afhankelijk van de aard van de melding schakelt het Speak Up-team bijkomende gekwalificeerde experten (zoals gespecialiseerde juristen, HR-medewerkers of fraude-experten) in die erop toezien dat elke melding correct en deskundig wordt opgevolgd.
Daarnaast omvat het Compliancedepartement bij Bnode gespecialiseerde functies, zoals Ethics, Fraud en Integrity Managers. De managers rapporteren aan de Head of Anti-Money Laundering (AML), Transport & Ethics, die op zijn beurt rapporteert aan de Compliance Director. De Compliance Director, die onafhankelijk van het bedrijfsmanagement opereert als onderdeel van de tweede verdedigingslinie, houdt toezicht op alle nalevingsaangelegenheden.
Naast deze Speak-Up-tool kunnen mogelijke gevallen van omkoping en corruptie ook rechtstreeks in de Integrity Management’s CaseIQ-tool (voorheen i-Sight genoemd) worden geregistreerd. Deze tool is een veilig en vertrouwelijk kanaal dat alleen toegankelijk is voor een beperkt aantal SPOC's, zodat incidenten die worden onderzocht op integriteit, beschermd en vertrouwelijk blijven.
319 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
Het Compliancedepartement escaleert incidenten op het vlak van corruptie en omkoping naar het departement Legal wanneer ze tot een rechtszaak leiden en verzekert de coördinatie tussen toezicht op de naleving en juridisch toezicht.Het departement Legal houdt een centraal overzicht van alle lopende geschillen bij, dat jaarlijks wordt geanalyseerd door het Audit, Risk & Compliance Comité en dat materiële juridische risico's omvat van alle entiteiten van Bnode wereldwijd. Om de onpartijdigheid te garanderen gebeuren onderzoeken met betrekking tot corruptie en omkoping onafhankelijk van de hiërarchie die bij de zaak betrokken is.
De Compliance Director rapporteert elk kwartaal rechtstreeks aan het Executive Comité, het Audit, Risk & Compliance Comité en de Raad van Bestuur over compliancerisico's, waaronder ethiek en fraude. Bovendien heeft de Compliance Director een directe rapportagelijn naar de voorzitter van het Audit, Risk & Compliance Comité, wat objectiviteit, transparantie en effectief toezicht garandeert.
Vandaag worden alle beleidslijnen gecommuniceerd via e-mail, zodat ze toegankelijk zijn voor alle medewerkers met een Bnode-e-mailadres. Waar van toepassing worden ze ook verspreid via fysieke post. Daarnaast worden relevante beleidslijnen gepubliceerd op de daartoe bestemde intranetsites van de Bnode-entiteiten. Om ervoor te zorgen dat deze breed worden uitgedragen, worden ook andere vormen van communicatie ingeschakeld: affiches, boodschappen op werkplekschermen, toelichtingen tijdens de korte briefings binnen het operationele netwerk enz. Zo wordt verzekerd dat alle medewerkers vlot toegang hebben tot belangrijke richtlijnen en hun impact begrijpen.
Opleiding over de bestrijding van corruptie en omkoping
Bnode biedt uitgebreide opleidingen over de bestrijding van corruptie en omkoping aan, die kaderen binnen de Gedragscode-opleidingen. Deze laatste zijn verplicht voor alle werknemers van Bnode en behandelen belangrijke aspecten zoals arbeidsrelaties, commerciële relaties, gegevensbescherming, verantwoord gedrag, integriteit, veiligheid en welzijn op het werk.
Deze opleiding maakt de strijd tegen corruptie en omkoping heel concreet door werknemers te leren hoe ze belangenconflicten kunnen herkennen en vermijden, hoe ze elke vorm van corruptie (met inbegrip van omkoping, smeergeld en fraude) kunnen verhinderen en hoe ze onderscheid kunnen maken tussen aanvaardbare en onaanvaardbare geschenken en gunsten. De opleiding omvat praktische voorbeelden, korte tests en richtlijnen om ethisch gedrag en compliance te waarborgen. Ze moedigt werknemers ook aan om aan te kloppen bij bepaalde contactpersonen als ze met een bezorgdheid zitten.
De jaarlijkse Gedragscode-opleiding is verplicht voor alle werknemers van Bnode. Medewerkers in functies met een hoger risico, zoals toegelicht in G1-1 (functies bij Sales, Public Affairs en Public Procurement) zijn net zozeer als alle andere werknemers verplicht de volledige opleiding te doorlopen, met inbegrip van de onderdelen over de bestrijding van corruptie en omkoping. Bnode berekent het voltooiingspercentage (in %) voor de Gedragscode-opleiding (en dus ook voor de delen rond corruptie en omkoping) voor alle medewerkers. Dit voltooiingspercentage wordt opgevolgd en beheerd door het Compliancedepartement, met ondersteuning van het HR-departement, dat de nodige gegevens per medewerker aanlevert. Enkel actieve werknemers, met uitzondering van langdurig afwezige werknemers, externen en gepensioneerden, worden opgenomen in de berekening van het voltooiingspercentage.
Opleidingstraject en monitoring:
- De e-learning rond de Gedragscode wordt aangeboden via het Traliant-platform, een gespecialiseerd online opleidingsplatform rond compliance dat over heel Bnode wordt gebruikt en door het Compliancedepartement wordt beheerd.
- Het Traliant-platform houdt automatisch het voltooiingspercentage van de opleiding bij. Voor operationele medewerkers wordt dit gemonitord via diverse systemen (zoals EdApp en Scandata), met de ondersteuning van HR om de voltooiingspercentages correct op te volgen.
320 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
- De werknemers moeten minstens 75% van de vragen correct beantwoorden om te slagen voor hun training.
- Langdurig afwezige werknemers, externe werknemers en gepensioneerden worden niet opgenomen in de berekening van het voltooiingspercentage.
- Internal Audit beoordeelt de implementatie- en voltooiingspercentages van opleidingsmodules als onderdeel van hun auditopdrachten.
- Het voltooiingspercentage wordt elk kwartaal gerapporteerd aan de Compliance Director en opgenomen in de CSRD-rapportages.
In 2025 volgde 98% van de Bnode-werknemers, inclusief de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende functies, de Gedragscode-opleiding, waarvan een deel specifiek gewijd is aan de bestrijding van corruptie en omkoping.
6.4.1.4.2 G1-4 Incidenten van corruptie of omkoping
In 2025 waren er bij Bnode geen veroordelingen of geldboeten voor inbreuken op de wetgeving tegen corruptie of omkoping. Evenmin werden er inbreuken vastgesteld op onze procedures of normen ter bestrijding van corruptie of omkoping, wat de effectiviteit onderstreept van onze compliancemaatregelen.
Deze informatie wordt geverifieerd via het monitoringsysteem voor rechtszaken van het departement Legal en het jaarlijkse Material Legal Risk-rapport (MLR-rapport) dat wordt beoordeeld door de Compliance Director en de Chief Legal Officer (CLO). Het rapport wordt jaarlijks voorgelegd aan het Audit, Risk & Compliance Comité.
| VEROORDELINGEN, BOETEN EN GENOMEN MAATREGELEN TEGEN CORRUPTIE EN OMKOPING DOOR BNODE IN 2025 | 2025 GEGEVENS BINNEN BNODE |
|---|---|
| Bedrag van geldboeten voor inbreuken op wetgeving tegen corruptie en omkoping | 0 |
| Aantal veroordelingen voor inbreuken op wetgeving tegen corruptie en omkoping | 0 |
Deze cijfers werden enkel intern berekend en gevalideerd, niet door een externe of derde partij. Aangezien er geen inbreuken werden vastgesteld, dringen zich geen maatregelen tegen inbreuken op procedures en normen ter bestrijding van corruptie en omkoping op.
Methodologie
De departementen Compliance en Legal werken samen om ervoor te zorgen dat alle incidenten op het vlak van corruptie en omkoping worden gemonitord, gerapporteerd en geanalyseerd. Werknemers kunnen vermoedelijke integriteitsschendingen melden in overeenstemming met de Speak Up Policy. Deze meldingen worden geregistreerd in de Speak Up-tool (Convercent). Naast deze Speak-Up-tool kunnen mogelijke gevallen van omkoping en corruptie ook rechtstreeks in de Integrity Management’s CaseIQ-tool (voorheen i-Sight genoemd) worden geregistreerd. Voor Radial NA worden incidenten gemonitord in Syntrio en worden de gegevens geëxtraheerd en gerapporteerd aan Bnode.
Twee keer per jaar worden alle incidenten bekeken, gecategoriseerd en gebundeld in een rapport van het Complianceteam. Dat rapport ondergaat kwaliteitscontroles voordat het wordt voorgelegd aan het Audit, Risk & Compliance Comité. Bovendien beschikt het Legal-departement van Bnode over de tool Avonca, die specifiek is ontworpen om lopende en/of verwachte geldboeten en rechtszaken op te volgen. Alle informatie over relevante claims kan in realtime worden gevolgd. Om een nauwkeurige rapportering te garanderen worden materiële geldboeten en straffen gecheckt met contactpersonen van het hoger management in de dochterondernemingen. Dat zorgt ervoor dat alle entiteiten worden opgenomen in de definitieve CSRD-rapportering en dat er geen veroordelingen of geldboeten voor inbreuken op het vlak van corruptie en omkoping worden weggelaten.
321 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
6.4.1.5 Overheidsbeleid en verhouding met de politiek
6.4.1.5.1 G1-5 Politieke invloed en lobbyactiviteiten
Toezicht op politieke invloed en lobbyactiviteiten
Het toezicht op de politieke invloed en lobbyactiviteiten van Bnode is de verantwoordelijkheid van onze Government & Public Affairs Director, onder het rechtstreeks toezicht van onze CEO. Deze functie zorgt ervoor dat de contacten van ons bedrijf met beleidsmakers en stakeholders in de sector transparant zijn en in lijn met onze bedrijfswaarden gebeuren. Dat omvat het toezicht op lobbyactiviteiten, het beheer van relaties met overheidsinstanties en het verzekeren dat onze relaties met politieke stakeholders voldoen aan de beste praktijken volgens het Public Affairs-beleid van het bedrijf.
Onze nieuwe Public Affairs Policy trad in werking op 1 januari 2025. Dat beleid is gebaseerd op de volgende kernwaarden: naleving van wet- en regelgeving, integriteit, transparantie en professionaliteit. Het geldt voor alle werknemers van Bnode en alle personen die nauw verbonden zijn met het bedrijf, zoals bestuurders, uitzendkrachten, stagiairs en externe medewerkers, wanneer zij in naam van Bnode contact hebben met overheidsinstanties. Het beleid richt zich voornamelijk op Belgische overheden en overheden die verbonden zijn met de Europese Unie, waardoor het vooral relevant is voor werknemers van de Belgische en andere Europese entiteiten van Bnode of personen die nauw met dergelijke entiteiten verbonden zijn.
Politieke bijdragen
Bnode levert geen politieke bijdragen, noch financieel noch in natura, noch direct noch indirect, in welk land of geografisch gebied dan ook. Dat weerspiegelt ons streven om neutraal te blijven in politieke aangelegenheden en ervoor te zorgen dat al onze activiteiten in overeenstemming zijn met ethische bedrijfspraktijken en de geldende regelgeving.
| TOTALE MONETAIRE WAARDE VAN POLITIEKE BIJDRAGEN (FINANCIEEL EN IN NATURA) DIE DIRECT EN INDIRECT DOOR BNODE ZIJN GELEVERD | 2025 |
|---|---|
| Totale monetaire waarde van politieke bijdragen (financieel en in natura) die direct en indirect door Bnode zijn geleverd | 0 |
| Totaal | 0 |
Belangrijkste lobbyonderwerpen en standpunten
Op Europees niveau lobbyt Bnode voornamelijk via bijdragen aan PostEurop, een handelsvereniging die de nationale postoperatoren in heel Europa vertegenwoordigt.De standpuntnota's van PostEurop, die belangrijke EU- en internationale regelgeving en initiatieven met betrekking tot de postsector behandelen, gaan over onderwerpen zoals universele dienstverlening, vervoer, e-commerce, human resources, milieukwesties en douaneregelgeving. Deze standpuntnota's kunnen hier worden geraadpleegd.
322 Duurzame waarde | 6.4 Governance-informatie Bnode jaarverslag 2025
Op nationaal niveau
Op nationaal niveau bepleit Bnode beleidslijnen die een invloed hebben op de logistieke post- en e-commercesectoren. Onze standpunten weerspiegelen onze bezorgdheid over de impact van regelgeving en politieke beslissingen in domeinen zoals belastingen, sectorgebonden regelgeving, managementcontracten, algemene voorwaarden met betrekking tot het arbeidsrecht, enz. Met onze lobbyinspanningen willen we ervoor zorgen dat de standpunten van Bnode in overweging worden genomen bij het vormgeven van de toekomst van onze sector.
Externe validatie van lobbyactiviteiten
Lobbyregister Belgisch Federaal Parlement
Bnode is geregistreerd in het lobbyregister van het Belgische federale parlement. Dat register zorgt voor transparantie en verantwoording door onze betrokkenheid publiekelijk te documenteren bij de Belgische beleidsmakers. Het register is toegankelijk via het Belgisch lobbyregister.
EU-transparantieregister
Bovendien is Bnode geregistreerd in het EU-transparantieregister onder nummer 448148139186-23. Die registratie dient als belangrijk extern validatie-instrument voor onze Europese lobbyactiviteiten. Het Transparantieregister van de EU vergroot de transparantie door stakeholders duidelijke informatie te geven over onze inspanningen op het gebied van belangenbehartiging, waaronder de onderwerpen waarvoor we ons inzetten, de middelen die we daarvoor uittrekken en onze interacties met EU- beleidsmakers. Dat strookt met het engagement van Bnode om ethisch te lobbyen en de transparantienormen na te leven.
Overheidsbenoemingen
Drie leden van het management hebben in de twee jaar voorafgaand aan hun huidige benoeming functies bekleed bij de overheid:
- Delphine Van Bladel - Senior Group Communication Expert: was werkzaam in het Kabinet van Karine Lalieux tot 31 oktober 2024.
- Catherine Wijnants - Senior Legal Counsel Corporate: was werkzaam in het Kabinet van Petra De Sutter tot 31 augustus 2023.
- Finke Jacobs - Expert Project Manager: was werkzaam in het Kabinet van Petra De Sutter tot 31 augustus 2023.
323 Duurzame waarde | 6.5 Beoordelingsverslag van de onafhankelijke auditor Bnode jaarverslag 2025
Verslag van het College van commissarissen met een beperkte mate van zekerheid over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van bpost, een Naamloze vennootschap van publiek recht 6.5
Aan de Algemene Vergadering
In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van bpost, Naamloze vennootschap van publiek recht (de “Vennootschap” of “de Groep”), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor.
Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 8 mei 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op voordracht van de ondernemingsraad van de Vennootschap voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap, opgenomen in Deel 6 – Duurzame waarde van het jaarverslag 2025 en voor het jaar afgesloten op 31 december 2025 (hierna de“duurzaamheidsinformatie”). Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2026. Wij hebben onze assuranceopdracht over de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap uitgevoerd gedurende 2 opeenvolgende boekjaren.
Conclusie met een beperkte mate van zekerheid met voorbehoud
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van bpost, Naamloze vennootschap van publiek recht uitgevoerd. Met uitzondering van de effecten beschreven in de sectie “Basis voor conclusie met voorbehoud”, en op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assuranceinformatie is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap, in alle van materieel belang zijnde opzichten:
324 Duurzame waarde | 6.5 Beoordelingsverslag van de onafhankelijke auditor Bnode jaarverslag 2025
- niet is opgesteld in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de overeenstemming met de toepasbare Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie (de European Sustainability Reporting Standards (“ESRS”);
- niet in overeenstemming is met het door de Vennootschap uitgevoerde proces (“het Proces”) om de op grond van de ESRS’s openbaar gemaakte duurzaamheidsinformatie vast te stellen, zoals uiteengezet in de sectie 6.1 ESRS 2 - Algemene informatie van het bestuursverslag 2025; en
- de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende de openbaarmaking van de informatie opgenomen in sectie 6.2 Milieu- informatie van het bestuursverslag 2025.
Basis voor de conclusie met voorbehoud
In augustus 2024 heeft de Vennootschap Staci Group overgenomen, een logistieke onderneming met hoofdzetel in Frankrijk die wereldwijde multichannel logistieke en distributieoplossingen aanbiedt. Zoals toegelicht in sectie “6.1.1.2 BP 2 Rapportage over specifieke omstandigheden” van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, was Staci Group niet in de mogelijkheid om de noodzakelijke informatie aan te leveren voor opname in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap voor 2024. Bijgevolg werd Staci Group niet opgenomen in de kwalitatieve en kwantitatieve toelichtingsvereisten van de standaarden en de sub thema’s binnen deze standaarden die als materieel voor de Vennootschap (inclusief Staci Group) werden bepaald. Dit heeft geleid tot een materiële onderschatting van verschillende KPI’s voor 2024, met name deze gerelateerd aan ESRS E1, ESRS E5 en ESRS S1. In de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van 2025 werden de vergelijkende KPI’s voor 2024 niet aangepast voor deze aangelegenheid, wat resulteert in een materiële onderschatting van de vergelijkende KPI’s.
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (“ISAE 3000 (Herzien)”), zoals in België van toepassing. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag “Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdrachten met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie”. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (“ISQM 1”) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten. We hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assuranceinformatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
325 Duurzame waarde | 6.5 Beoordelingsverslag van de onafhankelijke auditor Bnode jaarverslag 2025
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan betreffende het opstellen van de duurzaamheidsinformatie
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een Proces om in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie te identificeren in overeenstemming met de ESRS en voor het toelichten van dit Proces in toelichting 6.1 ESRS 2 - Algemene informatie van de duurzaamheidsinformatie in het bestuursverslag 2025. Deze verantwoordelijkheid omvat:
- het begrijpen van de context waarin de activiteiten en zakelijke betrekkingen van de Vennootschap plaatsvinden en het ontwikkelen van inzicht in haar betrokken belanghebbenden;
- het identificeren van de feitelijke en potentiële effecten (zowel negatieve als positieve) in verband met duurzaamheidskwesties, alsook van risico’s en opportuniteiten die de financiële positie, de financiële prestaties, de kasstromen, de toegang tot financiering of de kapitaalkosten van de Vennootschap op korte, middellange of lange termijn beïnvloeden of waarvan redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht dat zij hierop een invloed zullen hebben;
- het beoordelen van de materialiteit van de vastgestelde effecten, risico’s en opportuniteiten in verband met duurzaamheidskwesties door passende drempelwaarden te selecteren en toe te passen; en
- het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat,
- in overeenstemming met de vereisten bedoeld in artikel 3:32/2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met inbegrip van de toepasbare ESRS’s; en
- met naleving van de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de “Taxonomieverordening”) betreffende de openbaarmaking van informatie opgenomen in sectie 6.2 Milieu-informatie van het bestuursverslag 2025.Deze verantwoordelijkheid omvat:
■ het opzetten, implementeren en in stand houden van dergelijke interne beheersingsmaatregelen die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van duurzaamheidsinformatie die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; en
■ het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor duurzaamheidsverslaggeving, en het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de Vennootschap.
Inherente beperkingen bij het opstellen van de duurzaamheidsinformatie
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS’s, wordt van het bestuursorgaan van de Vennootschap vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de Vennootschap. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn.
326 Duurzame waarde | 6.5 Beoordelingsverslag van de onafhankelijke auditor Bnode jaarverslag 2025
Verantwoordelijkheden van het College van commissarissen betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie
Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assuranceverslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden.
Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie “Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden” zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht.
Aangezien de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijks voordoen en/ of door mogelijke acties van de Vennootschap. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegenen opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het Proces, omvatten:
■ Het verwerven van inzicht in het Proces, maar niet met het oog op het verstrekken van een conclusie over de effectiviteit van het Proces, met inbegrip van de uitkomst van het Proces en;
■ Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden om te evalueren of het Proces in overeenstemming is met de beschrijving van het Proces door de Vennootschap, zoals toegelicht in toelichting 6.1 ESRS 2 - Algemene informatie van het bestuursverslag 2025.
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie omvatten:
■ Het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de Vennootschap, en in de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, maar zonder de opzet van de specifieke controleactiviteiten te beoordelen, onderbouwende informatie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen;
■ Het identificeren van de gebieden waar van materieel belang zijnde afwijkingen waarschijnlijk zullen optreden in de duurzaamheidsinformatie, of deze nu het gevolg zijn van fraude of van fouten; en
■ Het opzetten en uitvoeren van werkzaamheden die inspelen op gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
327 Duurzame waarde | 6.5 Beoordelingsverslag van de onafhankelijke auditor Bnode jaarverslag 2025
Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assuranceinformatie te verkrijgen over de duurzaamheidsinformatie. De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid is uitgevoerd.
De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij:
■ Inzicht verworven in het Proces door:
– het verzoeken om inlichtingen teneinde inzicht te verwerven in de bronnen van informatie gebruikt door het management (bijv. betrokkenheid van belanghebbenden, bedrijfsplannen en strategiedocumenten), alsook het beoordelen van de interne documentatie van de Vennootschap van haar Proces; en
■ Geëvalueerd of de assuranceinformatie verkregen uit onze werkzaamheden over het door de Vennootschap geïmplementeerde Proces in overeenstemming was met de beschrijving van het Proces zoals uiteengezet in toelichting 6.1 ESRS 2 - Algemene informatie van het bestuursverslag 2025.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie, hebben wij:
■ Inzicht verworven in de verslaggevingsprocessen van de Vennootschap die relevant zijn voor het opstellen van haar duurzaamheidsinformatie door:
– het interviewen van management en betrokken medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het consolideren en het uitvoeren van interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie; en
– wanneer dit passend wordt geacht, het bekomen van onderbouwende documentatie voor de betreffende verslaggevingsprocessen
■ Geëvalueerd of de informatie zoals vastgesteld door het Proces is opgenomen in de duurzaamheidsinformatie;
■ Geëvalueerd of de structuur en het opstellen van de duurzaamheidsinformatie overeenstemt met de ESRS’s;
■ Om inlichtingen verzocht bij relevant personeel en cijferanalyses uitgevoerd op geselecteerde informatie in de duurzaamheidsinformatie;
■ Gegevensgerichte assurancewerkzaamheden uitgevoerd op basis van een steekproef op geselecteerde informatie in de duurzaamheidsinformatie;
■ Voor een aantal locaties die bijdragen tot de kwantitatieve informatie opgenomen in de duurzaamheidsinformatie, hebben we op basis van professionele oordeelsvorming, en op steekproefbasis, beperkte detailtesten uitgevoerd met betrekking tot de gegevensverzamelings- en berekeningsprocessen, evenals validatieprocedures met betrekking tot de betreffende kwantitatieve informatie;
■ Assuranceinformatie verkregen over de methoden voor het ontwikkelen van schattingen en toekomstgerichte informatie; geëvalueerd zoals beschreven in de sectie “verantwoordelijkheden van het College van commissarissen betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie”;
■ Inzicht verworven in het proces voor het vaststellen van economische activiteiten die voor de taxonomie in aanmerking komen en op de taxonomie afgestemd zijn en de overeenkomstige toelichtingen in de duurzaamheidsinformatie;
■ Andere werkzaamheden uitgevoerd met betrekking tot de EU-taxonomie toelichtingen;
– Op steekproefbasis, afstemming van de economische activiteiten met bewijsstukken die de substantiële bijdrage, de geen ernstige afbreuk doen bijdrage, en de minimumgaranties onderbouwen;
– Het afstemmen van de input voor de omzet, de kapitaaluitgaven, en de operationele uitgaven met onderliggende financiële informatie van de Vennootschap.328 Duurzame waarde | 6.5 Beoordelingsverslag van de onafhankelijke auditor
Bnode jaarverslag 2025
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Onze bedrijfsrevisorenkantoren en onze netwerken hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid verricht, en onze bedrijfsrevisorenkantoren zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap.
Diegem, 2 April 2026
EY Bedrijfsrevisoren BV
PVDM Bedrijfsrevisoren SRL
Vertegenwoordigd door
Vertegenwoordigd door
Han Wevers*
Alain Chaerels
Partner
Partner
- Handelend in naam van een BV
Unique sequential number of EY reports tracking db
329 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
Financial Value CHAPTER PAGE H7 FINANCIAL VALUE
Financiële waarde 7.
330 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
7.1.1 Groepsoverzicht
In vergelijking met vorig jaar stegen de totale bedrijfsopbrengsten met 141,0 mEUR of 3,2% tot 4.482,3 mEUR , toe te schrijven aan de bijdrage van Staci:
■ De externe bedrijfsopbrengsten van Bpost daalden met 98,7 mEUR, voornamelijk door lagere inkomsten van Mail en Press, die de groei van de pakjesvolumes tenietdeden.
■ De externe bedrijfsopbrengsten van Paxon stegen met 230,0 mEUR, voornamelijk door de bijdrage van Staci en de uitbreiding van de e-commercelogistiek in Europa, deels geneutraliseerd door klantenverloop in Noord-Amerika.
■ De externe bedrijfsopbrengsten van Landmark Global stegen met 9,2 mEUR dankzij de sterke toename van Aziatische en binnenlandse Canadese volumes.
■ De externe bedrijfsopbrengsten van Corporate bleven stabiel (+0,6 mEUR).
De bedrijfskosten (inclusief A&W) daalden met 56,5 mEUR (of 1,3%) tot 4.402,7 mEUR. De non-cash waardeverminderingen van vorig jaar met betrekking tot Radial North America (299,4 mEUR) en de eenmalige kost van 55,5 mEUR bij Radial North America in 2025 door de herziening van de vastgoedportefeuille en de modernisering van de technologie buiten beschouwing gelaten, stegen de bedrijfskosten met 187,3 mEUR, in lijn met de consolidatie van Staci per augustus 2024. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door lagere transportkosten in lijn met de omzetontwikkeling, lagere kosten voor vergoedingen aan derden en consultancy (fusie- en overnamekosten van vorig jaar) en lagere loonkosten en kosten voor uitzendarbeid.
De gerapporteerde EBIT steeg met 197,7 mEUR ten opzichte van -118,1 mEUR van vorig jaar tot 79,6 mEUR, vooral door de waardeverminderingen van vorig jaar. De aangepaste EBIT daalde met 45,2 mEUR tot 179,7 mEUR.
Het netto financieel resultaat (na verrekening van financiële inkomsten en financiële kosten) van 2025 bedroeg -117,4 mEUR en daalde met 86,6 mEUR ten opzichte van 2024. Die daling is hoofdzakelijk het gevolg van ongunstige non-cash wisselkoersresultaten, hogere intrestkosten verbonden aan de hogere obligatieschuld ten opzichte van vorig jaar en hogere intresten op leasing door de integratie van Staci met ingang van augustus 2024.
De belastinguitgaven daalden met 53,6 mEUR in vergelijking met vorig jaar. Het nettoresultaat van de groep steeg met 164,6 mEUR tot een verlies van 39,4 mEUR, grotendeels door de waardevermindering van Radial North America vorig jaar. De aangepaste nettowinst van de groep bedroeg 51,0 mEUR, een daling van 76,8 mEUR in vergelijking met vorig jaar.
Aangepaste bijdrage (zie sectie “reconciliatie van gerapporteerde naar aangepaste financiële cijfers”) van de verschillende business units voor 2025-2024 bedroeg:
| IN MILJOEN EUR (AANGEPAST) | 2025 TOTAAL BEDRIJFS- OPBRENGSTEN | 2025 EBIT | 2025 MARGE (%) | 2024 TOTAAL BEDRIJFS- OPBRENGSTEN | 2024 EBIT | 2024 MARGE (%) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bpost | 2.257,5 | 67,0 | 3,0% | 2.349,5 | 133,7 | 5,7% |
| Paxon | 1.691,5 | 58,6 | 3,5% | 1.460,4 | 52,0 | 3,6% |
| Landmark Global | 626,7 | 85,3 | 13,6% | 614,8 | 79,8 | 13,0% |
| Corporate | 458,8 | (31,2) | - | 411,1 | (40,7) | - |
| Eliminations | (552,1) | - | - | (494,5) | - | - |
| Bnode | 4.482,3 | 179,7 | 4,0% | 4.341,3 | 224,9 | 5,2% |
7.1 Financiële analyse 331
Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
7.1.2 Beschrijving van de Business Units
Bnode werkt met drie business units en support units die diensten verlenen aan deze business units:
Bpost activiteiten (voorheen actief onder de naam BeNe Last Mile)
In België en Nederland biedt Bnode moderne, kwaliteitsvolle en flexibele post- en pakjesdiensten, bepaalde contract logistieke, persdistributie-, bepaalde bank- activiteiten en andere diensten met toegevoegde waarde aan. De kernexpertise ligt in B2C-diensten, met de mogelijkheid om uit te breiden naar B2B- en omnichannel-logistiek.
De voornaamste diensten zijn:
■ Verwerking en uitreiking van post:
– Transactional Mail (particuliere post of administratieve post van bedrijven en overheid);
– geadresseerde en ongeadresseerde reclamepost (huis-aan-huis);
■ Thuisbezorging van kranten en tijdschriften via commerciële overeenkomsten met uitgevers;
■ Bezorging van pakjes van alle formaten en gewichten, waar en wanneer de klant dat wenst.
Bnode heeft het grootste afhaal- en bezorgnetwerk voor pakjes in België:
– meer dan 650 postkantoren bieden een compleet gamma aan postdiensten en -producten, samen met bepaalde bankdiensten in samenwerking met BNP Paribas Fortis;
– meer dan 650 postpunten bieden de meest voorkomende postdiensten aan;
– klanten kunnen ook pakjes ophalen en versturen via pakjespunten en meer dan 2,200 pakjesautomaten;
■ De kernactiviteiten van de klant behoren, bijvoorbeeld het afhandelen van verkeersboetes en het bezorgen of schrappen van nummerplaten.
■ Personalised Logistics via de entiteiten Dynalogic en Euro Sprinters.
332 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
Paxon activiteiten (voorheen actief onder de naam 3PL)
Met zijn uitgebreide dienstenaanbod voor de volledige e-commerceketen wil Bnode e-commerce vergemakkelijken. Het biedt geïntegreerde third-party logistiekdiensten (3PL) aan met de nadruk op flexibiliteit en toegevoegde waarde voor B2C-, B2B- en omnichannel- segmenten. Met een uitgebreid gamma aan efficiënte fulfilmentoplossingen beheert Bnode het volledige logistieke proces van bestellingen en stemt het dat af op de behoeften van de klant - van de opslag van producten over de verwerking van retourzendingen tot de voorbereiding van bestellingen voor levering op de beoogde bestemmingen.
■ Van muisklik tot deurbel: zodra de online bestelling bevestigd is door de klant, zorgt Bnode via zijn dochterondernemingen, zoals Radial en Active Ants, voor de rest. Bnode slaat producten op, beheert voorraden, verzamelt artikels, maakt pakketten klaar voor verzending en vertrouwt ze toe aan transportpartners.
Staci is een gerenommeerde fulfilment- en logistiekspecialist die multichannel logistiek- en distributieoplossingen aanbiedt, waaronder B2B, D2C en e-commerce, aan een breed scala van sectoren zoals schoonheid & gezondheidszorg, telecom, retail, voeding & dranken, en de openbare sector.
■ Meer dan fulfilment: innovatieve oplossingen verbinden merken met hun consumenten door middel van geavanceerde omnichannel- technologieën, waaronder intelligente betaaloplossingen, beveiliging tegen fraude, op maat gemaakte 'supply chain'-diensten en klantenondersteuning.
Landmark Global activiteiten (voorheen actief onder de naam Global cross-border)
Landmark Global activiteiten hebben betrekking op het verzenden van pakjes over de landsgrenzen heen, waarbij transport, douane, belastingen en andere formaliteiten worden afgehandeld.
■ Bnode biedt via zijn entiteiten Landmark Global en IMX geïntegreerde mogelijkheden voor cross-borderbeheer en transport aan. Dankzij de vereiste expertise, infrastructuur en operationele mogelijkheden staat het bedrijf in voor de verzending van pakjes, de uitreiking van post en de verwerking van orders en retourzendingen. In samenwerking met een groot aantal partners zorgen experts wereldwijd voor een snelle afhandeling van douaneformaliteiten.
■ Bnode heeft een uitgebreid netwerk van weg- en luchtverbindingen in Noord- Amerika, Europa en Azië. Het bedrijf combineert zijn eigen last-milenetwerken, toegang tot vervoerders en douanediensten via robuuste IT-platforms.
Corporate en support units ('Corporate')
bestaan uit de drie support units en de corporate unit. De support units bieden als enige leverancier zakelijke oplossingen aan de 3 business units en aan Corporate en omvatten Finance & Accounting, Human Resources & Service Operations, ICT & Digital. De corporate unit omvat Strategy, Transformation, M&A, Legal, Regulatory en Corporate Secretary. De door de support units gegenereerde EBIT wordt aan de 3 business units doorberekend als opex, terwijl de afschrijvingen bij Corporate blijven. De door de support units gegenereerde inkomsten, met inbegrip van de verkoop van gebouwen, worden opgenomen in Corporate.
333 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
7.1.3 Prestaties Business Unit: Bpost
| Bpost IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| Transactional mail | 686,9 | 724,3 | -5,2% |
| Advertising mail | 178,6 | 191,8 | -6,9% |
| Press | 246,5 | 299,0 | -17,6% |
| Parcels Belgium | 542,1 | 531,3 | 2,0% |
| Proximity and convenience retail network | 272,5 | 271,7 | 0,3% |
| Value added services | 105,6 | 118,9 | -11,1% |
| Personalized logistics | 134,8 | 129,7 | 3,9% |
| Intersegment bedrijfsopbrengsten en andere | 90,5 | 82,8 | 9,3% |
| Totaal Bedrijfsopbrengsten | 2.257,5 | 2.349,5 | -3,9% |
| Bedrijfskosten | 2.095,0 | 2.122,8 | -1,3% |
| EBITDA | 162,5 | 226,7 | -28,3% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 103,4 | 95,8 | 8,0% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT gerapporteerd) | 59,1 | 130,9 | -54,9% |
| Marge (%) | 2,6% | 5,6% | - |
| Bedrijfsresultaat (EBIT aangepast) | 67,0 | 133,7 | -49,9% |
| Marge (%) | 3,0% | 5,7% | - |
De totale bedrijfsopbrengsten van 2025 bedroegen 2.257,5 mEUR en vertoonden een daling van 92,0 mEUR of 3,9%, voornamelijk door de stopzetting van de persconcessie met ingang van 1 juli 2024 en de volumedaling van Domestic Mail, gedeeltelijk gecompenseerd door een groei van de pakjesvolumes en hogere intersegment opbrengsten uit inkomende cross-border volumes verwerkt in het binnenlandse netwerk. De inkomsten uit Domestic Mail (d.w.z.Transactional mail, Advertising mail en Press samen daalden met 103,1 mEUR of 8,5% tot 1.112,0 mEUR, voornamelijk door een daling van de inkomsten van Press met 52,5 mEUR gerelateerd aan de nieuwe Press-contracten en de structurele volumedaling van 15,5%. De inkomsten uit Transactional en Advertising mail kenden een daling van 50,6 mEUR of 5,5% door een onderliggende volumedaling van 9,8%, deels gecompenseerd door een prijs/mix-impact van +4,3%. Ongeveer 6,0 mEUR stijging van Europese, Federale en Regionale verkiezingen in 2024.
334 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
ONDERLIGGENDE VOLUME-EVOLUTIE
| FY24 | 1Q25 | 2Q25 | 3Q25 | 4Q25 | FY25 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Domestic mail | -5,7% | -7,5% | -11,3% | -10,1% | -11,1% | -10,0% |
| Transactional mail | -8,4% | -8,2% | -11,5% | -9,4% | -9,8% | -9,7% |
| Advertising mail | 2,5% | -7,3% | -15,7% | -9,3% | -6,8% | -9,9% |
| Press | -8,7% | -12,4% | -15,8% | -13,5% | -19,0% | -15,5% |
| Parcels | 5,3% | -2,1% | 4,1% | 2,8% | 2,9% | 2,0% |
Parcels Belgium steeg met 10,8 mEUR of 2,0% tot 542,1 mEUR, voornamelijk dankzij een toename van de pakjesvolumes. Die volumegroei bedroeg 2,0% (het gemiddelde volume per werkdag steeg met 2,4%) en weerspiegelt de uitstekende prestaties van de marktplaatsen (evenals het aantrekken van meer KMO’s) en de negatieve impact op de volumes van de nationale stakingen in februari, oktober en november (ongeveer 1,2% minder volumegroei op jaarbasis) en een stabiele prijs/mix.
Het Proximity- and convenience-retailnetwerk bleef stabiel ten opzichte van 2024 met een stijging van 0,8 mEUR tot 272,5 mEUR, voornamelijk door hogere retailopbrengsten. Value added services bedroeg 105,6 mEUR en vertoonde een daling van 13,2 mEUR of 11,1% tegenover vorig jaar, wat onder meer de ongunstige impact van de prijsherziening voor de diensten aan de overheid gedurende het jaar weerspiegelt. Personalised Logistics bedroeg 134,8 mEUR, en steeg in 2025 met 5,1 mEUR of 3,9% dankzij hogere inkomsten van DynaGroup.
De bedrijfskosten (inclusief A&W) daalden met 20,2 mEUR of 0,9%, inclusief de erkenning in 2025 van 5,1 mEUR van samengestelde intrest met betrekking tot de compliance voorziening. Die daling werd voornamelijk veroorzaakt door een daling van het aantal VTE's en uitzendkrachten met 3,8% door lagere volumes en efficiëntiewinsten, waarbij de reorganisaties in de uitreikings- en retailkantoren in lijn waren met het jaarplan ondanks vertragingen tot juni als gevolg van stakingen. De daling werd gedeeltelijk tenietgedaan door hogere loonkosten per VTE (+2,5% jaar-op-jaar door loonindexeringen van juni 2024 en maart 2025).
De gerapporteerde EBIT bedroeg 59,1 mEUR met een marge van 2,6% ten opzichte van 5,6% vorig jaar. Lagere EBIT door sterke omzetdalingen bij Mail en Press, deels gecompenseerd door reorganisatievoordelen en circa 6,0 mEUR negatieve EBIT-impact door stakingen in februari.
335 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
7.1.4 Prestaties Business Unit: Paxon
Paxon
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| Paxon Europe | 983,1 | 516,2 | 90,4% |
| Paxon North America | 700,2 | 936,1 | -25,2% |
| Intersegment bedrijfsopbrengsten en andere | 8,1 | 8,0 | 1,6% |
| Totaal Bedrijfsopbrengsten | 1.691,5 | 1.460,4 | 15,8% |
| Bedrijfskosten | 1.469,7 | 1.271,3 | 15,6% |
| EBITDA | 221,7 | 189,1 | 17,3% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 256,8 | 455,7 | -43,7% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT gerapporteerd) | (35,0) | (266,7) | -86,9% |
| Marge (%) | - | - | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT aangepast) | 58,6 | 52,0 | 12,7% |
| Marge (%) | 3,5% | 3,6% |
De totale bedrijfsopbrengsten stegen met 231,1 mEUR of 15,8% tot 1.691,5 mEUR, door de bijdrage van Staci en de uitbreiding van de e-commercelogistiek in Europa, deels geneutraliseerd door klantenverloop in Noord-Amerika. Paxon Europe steeg met 466,9 mEUR en bedroeg 983,1 mEUR, door de impact van de consolidatie van Staci (geconsolideerd met ingang van augustus 2024) en een sterke organische omzetontwikkeling (+10%) in alle activiteiten en geografische dimensies.
Paxon North America daalde met 235,9 mEUR of 25,2% (21,3% exclusief wisselkoerseffecten), een weerspiegeling van het omzetverlies door beëindigde contracten die in 2024 en begin 2025 werden aangekondigd, in combinatie met negatieve middelhoge eencijferige percentages voor Same Store Sales (SSS), en verzacht door een bijdrage in het jaar van 54,0 mEUR van nieuwe klanten (ongeveer 50% Fast Track) bij Radial North America.
De bedrijfskosten (incl. A&W) bleven stabiel met een lichte daling van 0,6 mEUR. De impact van bijzondere waardeverminderingen buiten beschouwing gelaten - enerzijds de non-cash waardevermindering van Radial North America van 299,4 mEUR in 2024 en anderzijds de extra kost van 55,5 mEUR in 2025 met betrekking tot de vastgoedportefeuille en technologie - stegen de bedrijfskosten met 243,4 mEUR. Die stijging komt voornamelijk door de integratie van Staci met ingang van augustus 2024, gedeeltelijk gecompenseerd door lagere variabele bedrijfskosten in overeenstemming met de omzetontwikkeling bij Radial North America en een verbeterde variabele contributiemarge.
De gerapporteerde EBIT bedroeg -35,0 mEUR, inclusief 55,5 mEUR extra kosten in 2025 in verband met de vastgoedportefeuille en technologie bij Radial North America. De gerapporteerde EBIT van vorig jaar werd beïnvloed door de non-cash waardevermindering van Radial North America in 2024 (299,4 mEUR). De aangepaste EBIT steeg met 6,6 mEUR tot +58,6 mEUR met een marge van 3,5%, door de EBIT-bijdrage van Staci en de Europese uitbreiding ondanks de omzetdruk in de VS, getemperd door voortdurende productiviteitswinsten.
336 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
7.1.5 Prestaties Business Unit: Landmark Global
Landmark Global
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| Landmark Global Europe | 376,2 | 361,6 | 4,0% |
| Landmark Global North America | 241,1 | 248,1 | -2,8% |
| Intersegment bedrijfsopbrengsten en andere | 9,4 | 5,1 | 85,5% |
| Totaal Bedrijfsopbrengsten | 626,7 | 614,8 | 1,9% |
| Bedrijfskosten | 515,9 | 511,4 | 0,9% |
| EBITDA | 110,8 | 103,4 | 7,1% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 24,1 | 24,2 | -0,6% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT gerapporteerd) | 86,7 | 79,2 | 9,5% |
| Marge (%) | 13,8% | 12,9% | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT aangepast) | 85,3 | 79,8 | 6,9% |
| Marge (%) | 13,6% | 13,0% |
De totale bedrijfsopbrengsten stegen met van 11,9 mEUR of 1,9% tot 626,7 mEUR, dankzij de toename van Aziatische en binnenlandse Canadese volumes. Landmark Global Europe steeg met 14,6 mEUR of 4,0% tot 376,2 mEUR, voornamelijk dankzij een sterke groei van de Aziatische volumes naar alle belangrijkste bestemmingen, in het bijzonder België, aangedreven door grote Chinese platforms en de VS. Ook solide groei in andere Europese stromen, maar ongunstige marktomstandigheden in het VK. Landmark North America daalde licht met 7,0 mEUR of 2,8% (circa -4% exclusief wisselkoerseffecten) en bedroeg 241,1 mEUR. Die daling is vooral te verklaren door tegenwind in de VS met betrekking tot handelstarieven (vertraging in bestaande activiteiten en oponthoud voor nieuwe opportuniteiten) en ongunstige wisselkoerseffecten, gedeeltelijk gecompenseerd door sterke groei bij binnenlandse volumes in Canada.
De bedrijfskosten (inclusief A&W) stegen met 4,4 mEUR of 0,8%, voornamelijk door hogere transportkosten als gevolg van grotere volumes in Noord-Amerika en meer zendingen van Azië naar België, gedeeltelijk gecompenseerd door lagere tarieven in het kader van nieuwe transportcontracten. De gerapporteerde EBIT steeg met 7,5 mEUR tot 86,7 mEUR (marge van 13,8%). De verbetering van de EBIT weerspiegelt de sterke groei van de Aziatische volumes.
337 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
7.1.6 Prestaties Business Unit: Corporate
Corporate
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| Externe bedrijfsopbrengsten | 4,9 | 4,3 | 13,9% |
| Intersegment bedrijfsopbrengsten | 453,9 | 406,8 | 11,6% |
| Totaal Bedrijfsopbrengsten | 458,8 | 411,1 | 11,6% |
| Bedrijfskosten | 415,9 | 396,2 | 5,0% |
| EBITDA | 42,9 | 14,9 | - |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 74,1 | 76,4 | -3,0% |
| Bedrijfsresultaat (EBIT gerapporteerd) | (31,2) | (61,5) | -49,2% |
| Marge (%) | - | - | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT aangepast) | (31,2) | (40,7) | -23,2% |
| Marge (%) | - | - |
De externe bedrijfsopbrengsten van 2025 bleven stabiel met een lichte stijging van 0,6 mEUR. De nettobedrijfskosten na intersegment (incl. A&W) daalden met 29,7 mEUR, vooral door de fusie- en overnamekosten van vorig jaar in het kader van de overname van Staci, kostenbeheersing op diensten van derden en deskundigen (waaronder consultancy, juridische ondersteuning, ICT) en faciliteitenbeheer. De daling ondervond ook een eenmalige gunstige invloed van operationele belastingen. Die effecten werden gedeeltelijk tenietgedaan door een hoger aantal VTE's (circa 4%) en de loonindexatie met +2,5%. De gerapporteerde EBIT bedroeg -31,2 mEUR, wat neerkomt op een stijging van 30,3 mEUR met onder meer het wegvallen van de fusie- en overnamekosten van vorig jaar.
338 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
7.1.7 Kasstroomoverzicht
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| Netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 428,9 | 534,9 | -19,8% |
| Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten | (142,7) | (1.422,0) | -90,0% |
| Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten | 256,5 | 758,6 | -66,2% |
| Netto beweging van geldmiddelen en kasequivalenten | 542,7 | (128,5) | |
| Vrije kasstroom | 286,2 | (887,1) |
In 2025 bedroeg de netto kasinstroom 542,7 mEUR, d.i. een stijging met 671,3 mEUR ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Die stijging werd voornamelijk verklaard door de overname van Staci vorig jaar, de uitgifte van een obligatie van 750 mEUR in 2025 tegenover een obligatie van 1.000 mEUR in 2024, en de gedeeltelijke terugbetaling (185,6 mEUR) van de obligatie van 650 mEUR in 2025 voor dat de looptijd eindigt in 2026. De vrije kasstroom bedroeg 286,2 mEUR, stabiele jaar-over-jaar kasstroom uit bedrijfsactiviteiten vóór wijzigingen in werkkapitaal en voorzieningen (ongeveer 500 mEUR). De kasstroom uit bedrijfsactiviteiten vóór wijzigingen in werkkapitaal en voorzieningen daalde met 13,2 mEUR in vergelijking met 2024, voornamelijk door hogere betalingen van vennootschapsbelastingen.De kasuitstroom met betrekking tot de geïnde opbrengsten voor klanten bij Radial steeg met 38,1 mEUR (uitstroom van 49,8 mEUR in 2025 in vergelijking met een uitstroom van 11,7 mEUR vorig jaar). Het verschil in de wijziging in werkkapitaal en voorzieningen (-54,7 mEUR) is vooral te verklaren door de beëindiging van de persconcessie met ingang van 1 juli 2024, klantensaldo’s en eindrechten. De investeringsactiviteiten resulteerden in een kasuitstroom van 142,7 mEUR in 2025, in vergelijking met een kasuitstroom van 1.422,0 mEUR vorig jaar. Die evolutie is grotendeels te verklaren door de overname van Staci in 2024 (1.277,3 mEUR). De kapitaalsuitgaven bedroegen 147,0 mEUR in 2025 en werden voornamelijk besteed aan internationale e-commercelogistiek, de capaciteit op het vlak van pakjes en pakjesautomaten en het binnenlandse wagenpark. In 2025 bedroeg de kasinstroom in verband met financieringsactiviteiten 256,5 mEUR, tegenover 758,6 mEUR vorig jaar, voornamelijk te verklaren door de obligatie-uitgifte (-476,2 mEUR), betalingen in verband met leasingcontracten (-47,8 mEUR) en lagere opbrengsten uit kortetermijndeposito's (-18,0 mEUR), deels gecompenseerd door een dividenduitkering in 2024 (+26,1 mEUR).
339 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
7.1.8 Nettoschuld
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| NETTOSCHULD/(NETTO GELDMIDDELEN) | ||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 3.028,7 | 2.547,9 |
| Opgebouwde rente op obligaties | (23,9) | 0,0 |
| Bankvoorschotten in rekening courant | 0,2 | (0,3) |
| Niet rentedragende verplichtingen en leningen | 0,1 | 0,1 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (1.255,9) | (747,4) |
| Totaal | 1.749,3 | 1.800,4 |
De geldmiddelen en kasequivalenten stegen met 508,5 mEUR, hoofdzakelijk toe te schrijven aan de uitgifte van een unsecured obligatielening van 750 mEUR met een looptijd van 7 jaar in juni 2025. De opbrengst werd gedeeltelijk aangewend voor de terugkoop van 28,8% van de nominale waarde van de obligatie van 650 mEUR met een looptijd van 8 jaar, die in juli 2026 vervalt. De resterende middelen worden tijdelijk belegd tot aan de vervaldatum van de obligatie in juli 2026 (neutrale impact op de nettoschuld van Bnode). De netto schuldpositie van 1.749,3 mEUR omvat 793,6 mEUR aan leaseverplichtingen.
340 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
7.1.9 Geconsolideerde Balans
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | EIGEN VERMOGEN EN PASSIVA | ||||
| Materiële vaste activa | 1.443,5 | 1.627,7 | Totaal eigen vermogen | 709,1 | 860,0 |
| Immateriële vaste activa | 1.813,8 | 1.945,5 | Rentedragende verplichtingen en leningen | 3.028,9 | 2.547,6 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures | 0,1 | 0,1 | Personeelsbeloningen | 219,1 | 234,3 |
| Andere activa | 58,9 | 32,5 | Handels- en overige schulden | 1.239,9 | 1.430,5 |
| Handels- en overige vorderingen | 885,6 | 968,3 | Voorzieningen | 136,4 | 115,6 |
| Voorraden | 29,0 | 32,3 | Derivaten | 0,2 | 0,5 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.255,9 | 747,4 | Andere passiva | 153,8 | 165,9 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 0,6 | 0,6 | Verplichtingen die rechtstreeks verband houden met activa aangehouden voor verkoop | 0,0 | 0,0 |
| Totaal activa | 5.487,4 | 5.354,4 | Totaal eigen vermogen en passiva | 5.487,4 | 5.354,4 |
De materiële vaste activa daalden met 184,3 mEUR, wat vooral te verklaren is door het feit dat de afschrijvingen en de evolutie van de wisselkoersen de kapitaalsuitgaven en de nieuwe gebruiksrechten overtroffen. De immateriële activa daalden met 131,7 mEUR, hoofdzakelijk door de wisselkoersschommelingen en afschrijvingen, gedeeltelijk gecompenseerd door de kapitaalsuitgaven. De daling van de handelsvorderingen en overige vorderingen met 82,6 mEUR was voornamelijk het gevolg van de evolutie van de wisselkoersen, de lagere verkoopcijfers in de VS, de lagere terug te vorderen btw en de lagere eindrechten. Geldmiddelen en kasequivalenten stegen met 508,5 mEUR, hoofdzakelijk toe te schrijven aan de uitgifte van een unsecured obligatielening van 750 mEUR met een looptijd van 7 jaar in juni 2025. De opbrengst werd gedeeltelijk aangewend voor de terugkoop van 28,8% van de nominale waarde van de obligatie van 650 mEUR met een looptijd van 8 jaar, die in juli 2026 vervalt. De resterende middelen worden tijdelijk belegd in geldmarktinstrumenten tot aan de vervaldatum van de obligatie in juli 2026, waardoor de impact op de nettoschuld van Bnode neutraal blijft. Het eigen vermogen daalde met 150,8 mEUR. Deze daling kan hoofdzakelijk worden verklaard door de wisselkoersverschillen bij de omrekening van buitenlandse activiteiten (-107,8 mEUR, voornamelijk ten gevolge van de evolutie van de wisselkoers van de USD), het verlies voor het jaar (-39,4 mEUR) en het effectieve deel van een kasstroomafdekking die werd aangegaan in 2025 ter afdekking van de uitgifte van de obligatie van 750 mEUR (na belastingen -5,7 mEUR), gedeeltelijk gecompenseerd door de afwikkeling van de kasstroomafdekkingsreserves die over de looptijd van de obligaties in de resultatenrekening zullen worden opgenomen. De kortlopende en langlopende rentedragende verplichtingen en leningen stegen met 481,3 mEUR, voornamelijk als gevolg van de uitgifte van een unsecured obligatielening van 750 mEUR met een looptijd van 7 jaar, deels gecompenseerd door de vroegtijdige terugkoop van 187,2 mEUR (28,8%) van de nominale waarde van de obligatie van 650 mEUR met een looptijd van 8 jaar, die in juli 2026 vervalt. Daarnaast daalden de leaseverplichtingen met 96,1 mEUR, deels door wisselkoersverschillen bij de omrekening van de in USD uitgedrukte leaseverplichtingen van dochterondernemingen naar de rapporteringsmunt van Bnode (EUR). Handelsschulden en overige schulden daalden met 190,6 mEUR. Deze daling was voornamelijk het gevolg van een afname van de handelsschulden (in lijn met de omzetevolutie in de VS en de wisselkoersen), lagere geïnde opbrengsten voor klanten van Radial North America, lagere eindrechten en lagere te betalen btw.
341 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
7.1.10 Alternatieve Prestatiemaatstaven “APM” (niet geauditeerd)
Bnode evalueert de resultaten van de activiteiten behalve op basis van de gerapporteerde IFRS cijfers ook via Alternatieve Presatatiemaatstaven (“APM's”). De definities van deze Alternatieve Prestatiemaatstaven worden hieronder weergegeven. APM's (of non-GAAP maatstaven) worden gepresenteerd om het begrip door de investeerders van de operationele en financiële prestaties te vergroten, als ondersteuning voor inschattingen en de vergelijking van de resultaten tussen periodes te vergemakkelijken. De presentatie van de Alternatieve Prestatiemaatstaven is niet in overeenstemming met IFRS en de APM’s zijn niet geauditeerd. De APM’s zijn mogelijk niet vergelijkbaar met de APM’s gerapporteerd door andere vennootschappen omdat deze vennootschappen hun APM’s anders kunnen berekenen dan Bpostgroup. De berekening van de aangepaste prestatiemaatstaf en de aangepaste operationele vrije kasstroom zijn beschikbaar onder de definities. De APM’s die afgeleid zijn van posten die in de financiële overzichten worden gerapporteerd, kunnen worden berekend met en rechtstreeks worden afgestemd op de posten zoals die in de onderstaande definities worden vermeld.
Definities
Aangepaste resultaten (aangepaste bedrijfsopbrengsten/aangepast bedrijfsresultaat voor afschrijvingen/aangepast bedrijfsresultaat/ aangepast nettoresultaat): Bnode definieert de aangepaste resultaten zoals bedrijfsopbrengsten/ bedrijfsresultaat voor afschrijvingen/ bedrijfsresultaat/nettoresultaat exclusief eenmalige elementen. Aanpassende elementen vertegenwoordigen belangrijke elementen binnen de opbrengsten of kosten die ten gevolge van hun niet-recurrent karakter niet zijn opgenomen in de interne rapportering en de resultaatsanalyses. Bnode gebruikt een consistente benadering bij de bepaling of een opbrengst of kostelement aanpassend is en of het voldoende significant is om uit de gerapporteerde cijfers te worden uitgesloten ten einde aangepaste cijfers te bekomen. Een aanpassend element is verondersteld significant te zijn als het 20,0 mEUR of meer bedraagt. Zowel alle winsten en verliezen ten gevolge van de buitengebruikstelling van activiteiten, als de afschrijvingen en waardeverminderingen van immateriële vaste activa van het jaar erkend naar aanleiding van de toewijzing van de aankoopprijs (PPA) van overnames worden aangepast ongeacht het bedrag zij vertegenwoordigen. Terugnames van provisies waarvan de aanlegging eerder werd aangepast, worden ook aangepast ongeacht hun bedrag. De reconciliatie van de aangepaste resultaten is beschikbaar onder de definities. Het management van Bnode is van mening dat deze maatstaven de investeerder een beter inzicht geeft in de economische prestaties van Bnode en deze in de tijd beter vergelijkbaar maakt.
Constante wisselkoers: voor de prestaties bij een constante wisselkoers sluit Bnode de impact uit van de verschillende wisselkoersen die tijdens verschillende periodes werden toegepast. De gerapporteerde cijfers in de lokale munteenheid van de vorige vergelijkbare periode worden omgezet met de wisselkoersen die worden toegepast voor de huidige gerapporteerde periode. Het management van Bnode is van oordeel dat de prestaties bij een constante wisselkoers de investeerder een idee geven van de operationele prestaties.
CapEx: kapitaaluitgaven voor materiële en immateriële activa, met inbegrip van geactiveerde ontwikkelingskosten, met uitzondering van activa die met een gebruiksrecht overeenstemmen.
Bedrijfsresultaat voor afschrijvingen en waardeverminderingen (EBITDA): Bnode definieert EBITDA als bedrijfsresultaat (EBIT) plus afschrijvingen en waardeverminderingen en is afgeleid van de geconsolideerde resultatenrekening.342 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.1 Financiële analyse
Nettoschuld/(Netto geldmiddelen): Bnode definieert Nettoschuld/(Netto geldmiddelen) als de lang- en kortlopende rentedragende verplichtingen en leningen (inclusief lease verplichtingen) exclusief opgebouwde interesten op obligaties plus bankvoorschotten in rekening-courant verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten en is af te leiden uit de geconsolideerde balans.
Operationele vrije kasstroom (FCF) en aangepaste Operationele vrije kasstroom: Bnode definieert FCF als de som van de netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten en de kasstroom voor de investeringsactiviteiten en is afgeleid van het geconsolideerd kasstroomoverzicht. Aangepaste operationele vrije kasstroom bestaat uit de operationele vrije kasstroom, zoals gedefinieerd, gecorrigeerd voor de geïnde opbrengsten voor klanten. De berekening is beschikbaar onder de definities. In sommige gevallen int Radial in naam van hun klanten betalingen. Onder deze overeenkomst maakt Radial de betaalde bedragen over aan hun klant en rekent periodiek af met de klant voor het te betalen of het te ontvangen bedrag gebaseerd op facturaties, vergoedingen en voorheen afgerekende bedragen. De aangepaste operationele vrije kasstroom houdt geen rekening met de gelden ontvangen door Radial voor rekening van hun klanten aangezien Radial weinig of geen impact heeft op de bedragen en het tijdstip van deze betalingen.
Evolutie Parcels volume: Bnode definieert de evolutie van Parcels als het verschil, uitgedrukt in een percentage, van de pakjes volumes verwerkt in de last mile levering door Bpost NV tussen de gerapporteerde volumes van enerzijds de huidige, gerapporteerde periode en anderzijds een vergelijkbare periode.
Onderliggende volume (Transactional mail, advertising mail en press): Bnode definieert onderliggende mail volume als de gerapporteerde volumes en omvatten bepaalde correcties.
Reconciliatie van gerapporteerde naar aangepaste financiële cijfers
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| Totale bedrijfsopbrengsten | 4.482,3 | 4.341,3 | 3,2% |
| Aangepaste totale bedrijfsopbrengsten | 4.482,3 | 4.341,3 | 3,2% |
| BEDRIJFSKOSTEN OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| Totale bedrijfskosten exclusief afschrijvingen, waardeverminderingen | (3.944,4) | (3.807,2) | 3,6% |
| Dubieuze debiteuren gerelateerd aan de verkoop van activiteiten 1 | 1,3 | 0,0 | - |
| Fusie- en overnamekosten 2 | 0,0 | 20,9 | -100,00% |
| Voorziening voor overcompensatie 5 | 5,1 | 0,0 | - |
| Radial North America: Maximize the core 6 | 6,9 | 0,0 | - |
| Aangepaste totale bedrijfskosten exclusief afschrijvingen en waardeverminderingen | (3.931,1) | (3.786,4) | 3,8% |
| EBITDA OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| EBITDA | 538,0 | 534,1 | 0,7% |
| Dubieuze debiteuren gerelateerd aan de verkoop van activiteiten 1 | 1,3 | 0,0 | - |
| Fusie- en overnamekosten 2 | 0,0 | 20,9 | -100,0% |
| Voorziening voor overcompensatie 5 | 5,1 | 0,0 | - |
| Radial North America: Maximize the core 6 | 6,9 | 0,0 | - |
| Aangepaste EBITDA | 551,2 | 554,9 | -0,7% |
343 Bnode jaarverslag 2025
| EBIT OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 79,6 | (118,1) | - |
| Dubieuze debiteuren gerelateerd aan de verkoop van activiteiten 1 | 1,3 | 0,0 | - |
| Fusie- en overnamekosten 2 | 0,0 | 20,9 | -100,0% |
| Niet-cash impact van de toewijzing van de aankoopprijs (PPA) 3 | 38,2 | 22,7 | 68,5% |
| Waardevermindering goodwill 4 | 0,0 | 299,4 | -100,0% |
| Voorziening voor overcompensatie 5 | 5,1 | 0,0 | - |
| Radial North America: Maximize the core 6 | 55,5 | 0,0 | - |
| Aangepast bedrijfsresultaat (EBIT) | 179,7 | 224,9 | -20,1% |
| RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR (EAT) OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| Resultaat van het boekjaar | (39,4) | (204,1) | -80,7% |
| Dubieuze debiteuren gerelateerd aan de verkoop van activiteiten 1 | 1,3 | 0,0 | - |
| Fusie- en overnamekosten 2 | 0,0 | 16,9 | -100,0% |
| Niet-cash impact van de toewijzing van de aankoopprijs (PPA) 3 | 28,6 | 15,6 | 82,8% |
| Waardevermindering goodwill 4 | 0,0 | 299,4 | -100,0% |
| Voorziening voor overcompensatie 5 | 5,1 | 0,0 | - |
| Radial North America: Maximize the core 6 | 55,5 | 0,0 | - |
| Aangepast resultaat van het boekjaar (EAT) | 51,0 | 127,8 | -60,1% |
| Reconciliatie van gerapporteerde naar aangepaste operationele vrije kasstroom OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| Netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 428,9 | 534,9 | -19,8% |
| Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten | (142,7) | (1.422,0) | - |
| Operationele vrije kasstroom | 286,2 | (887,1) | - |
| Ontvangen deposito's van derden | 0,0 | 0,0 | - |
| Geïnde opbrengsten voor klanten | 49,8 | 11,7 | - |
| Aangepaste operationele vrije kasstroom | 336,1 | (875,3) | - |
- In 2021 ondertekende Bpost US Holdings een overeenkomst met een derde voor de verkoop van The Mail Group (IMEX Global Solutions LLC, M.A.I.L. Inc. en Mail Services Inc.). Als onderdeel van de transactie gaf Bpost US Holdings een achtergestelde lening (seller note) uit aan Mail Services Inc, voor een bedrag van 2,5 mUSD. Aangezien in 2022 een deel van het verschuldigde bedrag niet werd afgelost, werd de totale seller note van 2,5 mUSD volledig gereserveerd en aangepast in 2022. In 2025 werd de seller note vereffend voor een bedrag van 2,2 mUSD en werd de terugboeking van de oninbare vordering aangepast, aangezien de oorspronkelijke afboeking eerder al was aangepast. Verder heeft Radial North America in 2025 zijn klantenserviceactiviteiten verkocht aan een derde en werd op deze afstoting van activiteiten geen winst of verlies erkend. Aangezien een deel van het verschuldigde bedrag niet werd afgelost, werd een vordering van 3,9 mUSD (3,4 mEUR) gereserveerd en aangepast aangezien dit de afstoting van activiteiten betreft.
- Aangezien de fusie- en overnamekosten de drempel van 20,0 mEUR overschreden in 2024, werden de fusie- en overnamekosten voor 2024 aangepast in overeenstemming met de definitie van aanpassende elementen in de APM's.
- In overeenstemming met IFRS 3 en tijdens het hele aankoopprijstoewijzingsproces (PPA) voor verschillende entiteiten boekte Bnode verschillende immateriële vaste activa (merknamen, knowhow, klantenrelaties…). De niet- cash impact, bestaande uit kosten voor waardeverminderingen op deze immateriële vaste activa, wordt aangepast.
- In overeenstemming met IAS 36 en de CGU (cash generating units) waardeverminderingstest, werden waardeverminderingen voor goodwill erkend binnen Paxon aangezien een waardevermindering van 313,5 mUSD werd erkend voor Radial North America. Dit in de context van aanzienlijke recente klantverloop bij Radial US, in combinatie met een aanhoudend uitdagende marktomgeving en de daarmee samenhangende materialiserende neerwaartse risico's die verband houden met het lange termijnplan. De waardering resulteerde in een gebruikswaarde die aanzienlijk lager ligt dan de boekwaarde, wat uiteindelijk resulteerde in een CGU waardevermindering van 313,5 mUSD en een statutaire waardevermindering van de participatie van 370,6 mUSD in de boeken van Bpost NV in 2024.
- In 2023 was Bpost NV vrijwillig 3 compliance onderzoeken gestart met betrekking tot de verwerking van verkeersboetes, het beheer van 679-rekeningen en de levering/schrapping van nummerplaten en heeft Bpost een diepgaande juridische en economische evaluatie afgerond over de vergoeding die de Belgische Staat voor deze 3 diensten betaalt. Als deel van het engagement van Bpost NV om eventuele overcompensatie terug te betalen, werd een voorziening van 75,0 mEUR erkend. In overeenstemming met de definitie van éénmalige elementen in de APM's en aangezien deze voorziening de drempel van 20,0 mEUR overschrijdt werd deze voorziening aangepast in 2023. In 2025 leidde voornamelijk de erkenning van samengestelde interest met betrekking tot de aangepaste periode tot een bijkomende toename van deze voorziening met 5,1 mEUR.
- In lijn met de strategie die tijdens de Capital Markets Day in 2025 werd aangekondigd, heeft Radial North America zijn vastgoedportefeuille herschikt en de modernisering van zijn technologie geëvalueerd. In het licht daarvan zullen bepaalde bestaande activiteiten verhuizen en zullen sommige vestigingen de deuren sluiten. De consolidatie van verouderde technologie (bv. magazijnbeheersystemen) en de migratie naar de cloud hebben bovendien geleid tot waardeverminderingen en kosten die de drempel van 20,0 mEUR overschreden
344 Bnode jaarverslag 2025
7.2 Vooruitzichten voor 2026
In het kader van de lopende transformatie verwacht Bnode een aangepaste EBIT van 165-195 mEUR voor 2026, waarbij de uitbreiding van de internationale logistiek wordt versneld en de verschuiving van post naar pakjes binnen de binnenlandse activiteiten in goede banen wordt geleid.
Paxon
■ Lage tot middelhoge eencijferige procentuele groei van de totale bedrijfsopbrengsten, als gevolg van:
– Europa: middelhoge tot hoge eencijferige procentuele groei door commerciële ontwikkeling waarbij ingezet wordt op geïntegreerde logistieke capaciteiten.
– Noord-Amerika: voortdurende portfolioverschuiving naar het middensegment van de markt (Fast Track) ter vervanging van klanten die hebben afgehaakt in 2025.
■ 6 tot 8% aangepaste EBIT marge, verwachte margeverhoging door gecombineerde krachten en efficiëntie van de nieuwe regionale structuur, kostensynergieën en optimalisatie van onroerend goed.
Landmark Global
■ Middelhoge eencijferige procentuele groei van de totale bedrijfsopbrengsten, gevolg van:
– Eurazië: sterke commerciële groei en veerkrachtige postvolumes
– Noord-Amerika: marginale groei als gevolg van overcapaciteit, toenemende concurrentie en druk van handelstarieven op alle routes van/naar de VS.
■ 10 tot 12% aangepaste EBIT marge waarbij de daling in winstgevendheid vooral te wijten is aan de productmix (afname van postvolumes vs. commerciële uitbreiding).
Bpost
■ Lage eencijferige procentuele daling van de totale bedrijfsopbrengsten, voornamelijk door:
– Mail: procentuele volumedaling rond de 15% door e-facturatie met ingang van 1 januari 2026 en verlies van reclamecontracten, getemperd door 5-6% prijs/mix.– Parcel: een middelhoge tot hoge eencijferige procentuele volumegroei en stabiele prijs/mix.
– Lagere inkomsten uit Retail na de overdracht van het contract voor de 679-rekeningen aan BNPPF op 1 januari 2026.
■ Ongeveer 1% aangepaste EBIT-marge door omzetdruk, getemperd door intensievere reorganisaties van uitreikingsrondes en productiviteitsverbeteringen. De aangepaste EBIT van de Groep zal een daling van de EBIT (circa -35 mEUR) op Corporate niveau omvatten door hogere loonkosten als gevolg van loonindexeringen, een hoger aantal VTE’s en toegenomen bedrijfskosten om transformatie-initiatieven te ondersteunen. De bruto-enveloppe voor investeringskosten zal naar verwachting rond de 150 mEUR liggen.
- Aangepaste EBIT, gebaseerd op een EUR/USD-koers van 1,22.
Deze financiële vooruitzichten voor 2026 weerspiegelen de verwachtingen van Bnode onder normale operationele en marktomstandigheden, en sluiten elke mogelijke directe of indirecte impact uit van recente geopolitieke ontwikkelingen, waaronder die in het Midden-Oosten, evenals hun mogelijke effecten op de macro-economische omstandigheden, de financiële markten en het algemene bedrijfsklimaat. De werkelijke resultaten kunnen aanzienlijk afwijken van de vooropgestelde vooruitzichten indien dergelijke risico’s zich zouden materialiseren of verergeren.
345 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
- Geconsolideerde winst- en verliesrekening 346
- Overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde geconsolideerde resultaten 347
- Geconsolideerde balans 348
- Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen 349
- Geconsolideerd kasstroomoverzicht 351
- Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 352
6.1 Algemene informatie 352
6.2 Basis voor presentatie 352
6.3 Belangrijke boekhoudkundige hypothesen en inschattingen 354
6.4 Samenvatting van de belangrijkste boekhoudkundige principes 357
6.5 Bedrijfscombinaties 374
6.6 Informatie met betrekking tot segmenten 374
6.7 Omzet 379
6.8 Overige bedrijfsopbrengsten 379
6.9 Overige bedrijfskosten 380
6.10 Materiaalkost 380
6.11 Diensten en diverse goederen 381
6.12 Personeelskosten 382
6.13 Financiële opbrengsten en financiële kosten 383
6.14 Winstbelastingen/Uitgestelde belastingen 385
6.15 Winst per aandeel 387
6.16 Materiële vaste activa 388
6.17 Vastgoedbeleggingen 393
6.18 Activa aangehouden voor verkoop 394
6.19 Immateriële vaste activa 394
6.20 Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures 400
6.21 Handels- en overige vorderingen 400
6.22 Voorraden 401
6.23 Geldmiddelen en kasequivalenten 402
6.24 Rentedragende verplichtingen en leningen 403
6.25 Personeelsbeloningen 405
6.26 Handelsschulden en overige schulden 418
6.27 Voorzieningen 420
6.28 Financiële activa en financiële verplichtingen 424
6.29 Financiële instrumenten en financieel risicobeheer 427
6.30 Voorwaardelijke activa en passiva 433
6.31 Rechten en verplichtingen 435
6.32 Transacties met verbonden partijen 436
6.33 Overzicht van dochterondernemingen 439
6.34 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum 444 - Verkorte jaarrekening van Bpost NV 445
346 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
1. Geconsolideerde winst- en verliesrekening
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | TOELICHTING | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|---|
| Omzet | 6.7 | 4.467,9 | 4.328,7 | 3,2% |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 6.8 | 14,4 | 12,6 | 14,8% |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 4.482,3 | 4.341,3 | 3,2% | |
| Materiaalkost | 6.10 | (94,7) | (85,1) | 11,3% |
| Diensten en diverse goederen | 6.11 | (1.950,9) | (1.834,1) | 6,4% |
| Personeelskosten | 6.12 | (1.865,1) | (1.845,4) | 1,1% |
| Overige bedrijfskosten | 6.9 | (33,7) | (42,6) | -20,9% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 6.16 | 6.19 | (458,4) | (652,1) | -29,7% |
| Totaal bedrijfskosten | (4.402,7) | (4.459,4) | -1,3% | |
| Bedrijfsresultaat (EBIT) | 79,6 | (118,1) | - | |
| Financiële opbrengsten | 6.13 | 34,2 | 47,0 | -27,1% |
| Financiële kosten | 6.13 | (151,6) | (77,8) | 95,0% |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint ventures | 6.20 | (0,0) | 0,0 | - |
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitvoering | (37,8) | (148,8) | -74,6% | |
| Belastingen | 6.14 | (1,7) | (55,3) | -97,0% |
| Resultaat uit voortgezette activiteiten | (39,4) | (204,1) | -80,7% | |
| Nettoresultaat van de periode (EAT) | (39,4) | (204,1) | -80,7% | |
| Toerekenbaar aan: | ||||
| Aandeelhouders van de moedermaatschappij | (40,3) | (205,1) | -80,4% | |
| Minderheidsbelangen | 0,8 | 1,0 | -12,6% |
| RESULTAAT PER AANDEEL IN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Gewone winst/(verlies) van het jaar toe te rekenen aan gewone aandeelhouders van de moedermaatschappij | (0,20) | (1,03) |
| Verwaterde winst/(verlies) van het jaar, toe te rekenen aan gewone aandeelhouders van de moedermaatschappij | (0,20) | (1,03) |
347 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
2. Overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde geconsolideerde resultaten
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | TOE- LICHTING | 2025 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Nettoresultaat van de periode | (39,4) | (204,1) | |
| NIET GEREALISEERDE RESULTATEN | |||
| Niet gerealiseerde resultaten die geherklasseerd worden naar de resultatenrekening in volgende periodes: | |||
| Netto winst door aanpassing van de reële waarde van schuldinstrumenten | 6.29 | (3,1) | 1,9 |
| Winst door aanpassing van de reële waarde van schuldinstrumenten | (4,1) | 2,5 | |
| Inkomstenbelastingeffect | 1,0 | (0,6) | |
| Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten 1 | (107,8) | 57,2 | |
| NETTO NIET GEREALISEERDE WINST/(VERLIES) DIE GEHERKLASSEERD WORDT NAAR DE RESULTATENREKENING IN VOLGENDE PERIODES | (110,8) | 59,0 | |
| Niet gerealiseerde resultaten die niet geherklasseerd worden naar de resultatenrekening in volgende periodes (na belastingen): | |||
| Nettowinsten/(verliezen) van actuariële resultaten met betrekking tot beloningen-na-uitdiensttreding | 6.25 | (0,4) | 0,4 |
| Winsten/(verliezen) van actuariële resultaten met betrekking tot beloningen-na-uitdiensttreding | (0,6) | 0,5 | |
| Inkomstenbelastingeffect | 0,2 | (0,1) | |
| NETTO NIET GEREALISEERDE WINST/(VERLIES) DIE NIET GEHERKLASSEERD WORDT NAAR DE RESULTATENREKENING IN VOLGENDE PERIODES | (0,4) | 0,4 | |
| NIET-GEREALISEERDE WINST/(VERLIES) NA BELASTINGEN | (111,3) | 59,4 | |
| TOTAAL VAN DE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN NA BELASTINGEN | (150,7) | (144,6) | |
| Toerekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van de moedermaatschappij | (151,6) | (145,6) | |
| Minderheidsbelangen | 0,8 | 1,0 |
- De wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten werden hoofdzakelijk beïnvloed door de bewegingen van de immateriële vaste activa (2024|2025: 51,7 mEUR| -89,6 mEUR waarvan 39,6 mEUR| -58,8 mEUR met betrekking tot de goodwill), voornamelijk ten gevolge van de evolutie van de wisselkoers van de USD. Zie toelichting 6.19 voor meer details.
348 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
3. Geconsolideerde balans
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | TOELICHTING | 2025 | 2024 |
|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||
| VASTE ACTIVA | |||
| Materiële vaste activa | 6.16 | 1.443,5 | 1.627,7 |
| Immateriële vaste activa | 6.19 | 1.813,8 | 1.945,5 |
| Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures | 6.4 | 0,1 | 0,1 |
| Vastgoedbeleggingen | 6.17 | 2,7 | 3,2 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 6.14 | 50,3 | 24,3 |
| Handels- en overige vorderingen | 6.21 | 32,8 | 51,3 |
| 3.343,0 | 3.652,0 | ||
| VLOTTENDE ACTIVA | |||
| Voorraden | 6.22 | 29,0 | 32,3 |
| Te ontvangen belastingen | 6.14 | 5,9 | 5,1 |
| Handels- en overige vorderingen | 6.21 | 852,9 | 916,9 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 6.23 | 1.255,9 | 747,4 |
| 2.143,7 | 1.701,8 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | 6.18 | 0,6 | 0,6 |
| Totaal activa | 5.487,4 | 5.354,4 | |
| EIGEN VERMOGEN EN PASSIVA | |||
| Geplaatst kapitaal | 364,0 | 364,0 | |
| Reserves | 388,0 | 596,7 | |
| Omrekeningsverschillen | (3,8) | 103,9 | |
| Overgedragen resultaat | (40,3) | (205,1) | |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de moeder-maatschappij | 707,8 | 859,5 | |
| Minderheidsbelangen | 1,3 | 0,5 | |
| Totaal eigen vermogen | 4 | 709,1 | 860,0 |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN | |||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 6.24 | 2.327,9 | 2.333,5 |
| Personeelsbeloningen | 6.25 | 219,1 | 234,3 |
| Handels- en overige schulden | 6.26 | 12,2 | 13,1 |
| Voorzieningen | 6.27 | 17,6 | 17,5 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 6.14 | 140,6 | 148,9 |
| 2.717,3 | 2.747,2 | ||
| KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN | |||
| Rentedragende verplichtingen en leningen | 6.24 | 700,9 | 214,4 |
| Bankvoorschotten in rekening-courant | 0,2 | (0,3) | |
| Voorzieningen | 6.27 | 118,8 | 98,2 |
| Te betalen belastingen | 6.14 | 13,2 | 17,1 |
| Derivaten | 6.29 | 0,2 | 0,5 |
| Handels- en overige schulden | 6.26 | 1.227,8 | 1.417,4 |
| 2.060,9 | 1.747,2 | ||
| Totaal passiva | 4.778,2 | 4.494,4 | |
| Totaal eigen vermogen en passiva | 5.487,4 | 5.354,4 |
349 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
4. Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen
| EIGEN VERMOGEN TOEREKENBAAR AAN DE EIGENAARS VAN DE MOEDERMAATSCHAPPIJ IN MILJOEN EUR | GEPLAATST KAPITAAL / TOEGELATEN K APITAAL | KASSTROOMAFDEKKING RESERVE | HERWAARDERING OP TOEGEZEGD- PENSIOENREGELINGEN | NETTO INVESTERING HEDGE | OMREKENINGS- VERSCHILLEN | OVERIGE RESERVES | OVERGEDRAGEN RESULTAAT | TOTAAL | MINDERHEIDS- BELANGEN | TOTAAL EIGEN VERMOGEN |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2024 | 364,0 | (4,7) | 9,6 | (7,4) | 54,2 | 545,7 | 65,7 | 1.027,0 | (0,5) | 1.026,5 |
| Resultaat van het jaar 2024 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (205,1) | (205,1) | 1,0 | (204,1) |
| Niet-gerealiseerde resultaten | 0,0 | 1,9 | 0,4 | 0,0 | 57,2 | 65,7 | (65,7) | 59,4 | 0,0 | 59,4 |
| Totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 0,0 | 1,9 | 0,4 | 0,0 | 57,2 | 65,7 | (270,8) | (145,6) | 1,0 | (144,6) |
| Dividenden (betaling) | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (26,0) | 0,0 | (26,0) | 0,0 | (26,0) |
| Andere | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 4,1 | 0,0 | 4,1 | 0,0 | 4,1 |
| Per 31 december 2024 | 364,0 | (2,9) | 10,0 | (7,4) | 111,4 | 589,6 | (205,1) | 859,5 | 0,5 | 860,0 |
| Per 1 januari 2025 | 364,0 | (2,9) | 10,0 | (7,4) | 111,4 | 589,6 | (205,1) | 859,5 | 0,5 | 860,0 |
| Resultaat van het jaar 2025 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (40,3) | (40,3) | 0,8 | (39,4) |
| Niet-gerealiseerde resultaten | 0,0 | (3,1) | (0,4) | 0,0 | (107,8) | (205,1) | 205,1 | (111,3) | 0,0 | (111,3) |
| Totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 0,0 | (3,1) | (0,4) | 0,0 | (107,8) | (205,1) | 164,8 | (151,6) | 0,8 | (150,7) |
| Dividenden (betaling) | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Andere | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (0,2) | 0,0 | (0,2) | 0,0 | (0,2) |
| Per 31 december 2025 | 364,0 | (5,9) | 9,6 | (7,4) | 3,6 | 384,3 | (40,3) | 707,8 | 1,3 | 709,1 |
Het totale eigen vermogen bedroeg 709,1 mEUR, waarvan 233,2 mEUR aan uitkeerbare ingehouden winst en 50,8 mEUR aan wettelijkereserves binnen Bpost NV. Het eigen vermogen daalde met 150,8 mEUR, hetzij -17,5%, tot 709,1 mEUR op 31 december 2025, tegenover 860,0 mEUR op 31 december 2024. Deze daling was voornamelijk het gevolg van wisselkoersverschillen bij de omrekening van buitenlandse activiteiten (-107,8 mEUR, voornamelijk ten gevolge van de evolutie van de wisselkoers van de USD), het verlies voor het jaar (-39,4 mEUR) en het effectieve deel van een kasstroomafdekking die werd aangegaan in 2025 ter afdekking van de uitgifte van de obligatie van 750 mEUR (na belastingen -5,7 mEUR), gedeeltelijk gecompenseerd door de afwikkeling van de kasstroomafdekkingsreserves die over de looptijd van de obligaties in de resultatenrekening zullen worden opgenomen. 350 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Per 31 december 2025 is het aandeelhouderschap van Bpost NV als volgt:
| TOTAAL | DE BELGISCHE STAAT 1 | VRIJ VERHANDELBAAR |
|---|---|---|
| Per 1 januari 2025 | 200.000.944 | 102.075.649 |
| Veranderingen gedurende het jaar | 0 | 0 |
| Per 31 december 2025 | 200.000.944 | 102.075.649 |
- via De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM). De aandelen hebben geen nominale waarde en zijn volledig betaald.
Voorgaande en voorgestelde dividenden:
| VOORGAANDE EN VOORGESTELDE DIVIDENDEN: IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| CASH DIVIDENDEN MBT GEWONE AANDELEN AANGEKONDIGD EN BETAALD | ||
| Finaal dividend voor 2024: 0,00 EUR per aandeel (2023: 0,13 EUR per aandeel) | 0,0 | 26,0 |
| VOORGESTELDE DIVIDENDEN VOOR GEWONE AANDELEN | ||
| Finaal cash dividend voor 2025: 0,00 EUR per aandeel (2024: 0,00 EUR per aandeel) | 0,0 | 0,0 |
De voorgestelde dividenden op gewone aandelen zijn onderhevig aan de goedkeuring door de Algemene Vergadering en zijn niet erkend als een schuld per 31 december. 351 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
5. Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | TOELICHTING | 2025 | 2024 |
|---|---|---|---|
| OPERATIONELE ACTIVITEITEN | |||
| Resultaat voor belastingen | 1 | (37,8) | (148,8) |
| Aanpassingen om resultaat voor belastingen en netto kasstromen aan te sluiten | |||
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 458,4 | 652,1 | |
| Waardevermindering op vorderingen | 0,8 | (0,9) | |
| Resultaat mbt de realisatie van materiële vaste activa | (0,6) | 0,5 | |
| Netto financieel resultaat | 6.13 | 117,4 | 30,8 |
| Andere niet in geldmiddelen afgewikkelde elementen | (0,1) | (0,8) | |
| Wijziging in personeelsbeloningen | 6.25 | (15,8) | (16,8) |
| Betaalde belastingen | (28,7) | (48,7) | |
| (Betaalde)/ontvangen belastingen m.b.t. voorgaande jaren | (8,7) | 30,6 | |
| BEDRIJFSKASSTROOM VOOR WIJZIGING IN BEDRIJFSKAPITAAL EN VOORZIENINGEN | 484,9 | 498,0 | |
| Afname/(toename) van handels- en overige vorderingen | 58,8 | 254,7 | |
| Afname/(toename) in voorraden | 2,4 | 1,1 | |
| Toename/(afname) van handels- en overige schulden | (88,3) | (211,6) | |
| Toename/(afname) van geïnde opbrengsten van klanten | (49,8) | (11,7) | |
| Toename/(afname) van voorzieningen | 21,0 | 4,3 | |
| NETTO KASSTROOM UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN | 428,9 | 534,9 | |
| INVESTERINGSACTIVITEITEN | |||
| Ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa | 4,3 | 1,9 | |
| Verwerving van materiële vaste activa | 6.16 | (125,0) | (126,9) |
| Verwerving van immateriële activa | 6.19 | (22,0) | (19,7) |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven liquide middelen | 6.24 | 0,0 | (1.277,3) |
| NETTO KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN | (142,7) | (1.422,0) | |
| FINANCIERINGSACTIVITEITEN | |||
| Opbrengsten uit kortlopende termijnbeleggingen | 2,0 | 20,0 | |
| Netto-opbrengsten uit uitgifte van obligaties | 564,4 | 1.000,0 | |
| Aflossingen van leningen | 6.24 | (8,7) | (8,6) |
| Betalingen van rente en kosten verbonden aan leningen | (1,1) | (8,9) | |
| Betalingen van rente en kosten verbonden aan uitgifte van obligaties | 6.24 | (45,7) | (12,5) |
| Aflossingen van schulden leasing | 6.24 | (241,8) | (194,0) |
| Betalingen in het kader van derivatieve instrumenten | (7,5) | 0,0 | |
| Veranderingen eigendomsbelangen in gecontroleerde ondernemingen | 6.5 | (5,2) | (11,2) |
| Dividenden uitbetaald | 4 | 0,0 | (26,1) |
| NETTO KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN | 256,5 | 758,6 | |
| NETTO TOENAME (AFNAME) VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALEN- TEN | 542,7 | (128,5) | |
| NETTO IMPACT WISSELKOERSVERSCHILLEN | (24,9) | 11,0 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten min bankvoorschotten in rekening-courant en bpaid saldo per 1 januari | 721,8 | 839,3 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten min bankvoorschotten in rekening-courant en bpaid saldo per 31 december | 1.239,7 | 721,8 | |
| BEWEGINGEN TUSSEN 1 JANUARI EN 31 DECEMBER | 517,9 | (117,5) |
352 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
6. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
6.1 Algemene informatie
Bedrijfsactiviteiten
Bpost NV en haar dochterondernemingen (hierna “Bnode” genoemd) leveren nationale en internationale post- en pakjesdiensten, die bestaan uit de ophaling, het transport, de sortering en de uitreiking van geadresseerde en ongeadresseerde poststukken, drukwerk, dagbladen en pakjes. Bnode verkoopt ook een waaier aan andere producten en diensten, waaronder post-, pakjes- en bankproducten, alsook financiële producten, e-commerce logistiek, express leveringsdiensten, diensten met betrekking tot nabijheid (“proximity”) en comfort (“convenience”), documentbeheer en aanverwante activiteiten. Bnode voert eveneens namens de Belgische overheid Diensten van Algemeen Economisch Belang uit.
Juridisch Statuut
Bpost NV is een naamloze vennootschap naar publiek recht. Bpost NV heeft haar maatschappelijke zetel op Anspachlaan 1, bus 1, 1000 Brussel. Aandelen van Bpost NV zijn genoteerd op de gereglementeerde markt van Euronext Brussels sinds 21 juni 2013 (kenletter BPOST).
6.2 Basis voor presentatie
De geconsolideerde jaarrekening en het beheersverslag van Bnode, opgesteld in overeenstemming met artikel 3:32 van het Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen (“WVV”) en opgenomen op de pagina's 33 tot 79, 148 tot 226, 330 tot 340, 344, 444 en 457, voor het jaar eindigend op 31 december 2025, werden door de Raad van Bestuur op 2 april 2026 goedgekeurd voor publicatie.
De geconsolideerde jaarrekening van Bnode is opgesteld in overeenstemming met de “International Financial Reporting Standards” (“IFRS”), zoals aangenomen voor gebruik door de Europese Unie. Bnode heeft de financiële staten voorbereid op basis van de veronderstelling dat Bnode zijn activiteiten als going concern zal voortzetten, aangezien er geen materiële onzekerheden bestaan en er voldoende middelen zijn om de activiteiten voort te zetten.
De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in Euro (“EUR”), alle getallen worden afgerond naar het dichtst bijzijnde miljoen tenzij anders vermeld. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld volgens de historische kost conventie, met uitzondering van de items gewaardeerd aan reële waarde.
De boekhoudprincipes die werden toegepast zijn consistent met de boekhoudprincipes die werden toegepast voor de geconsolideerde financiële staten van Bnode voor het jaar dat werd afgesloten op 31 december 2024, behalve voor de toepassing van nieuwe standaarden en interpretaties die vanaf 1 januari 2025 van kracht werden. De hierna vermelde gewijzigde boekhoudstandaarden zijn in werking getreden vanaf 2025:
■ IAS 21 - Wijzigingen - Gebrek aan inwisselbaarheid
■ Toelichtingen mbt. onzekerheden in de geconsolideerde jaarrekening 353 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Standaarden en interpretaties nog niet toegepast door Bnode
De volgende nieuwe standaarden, wijzigingen en interpretaties, goedgekeurd maar nog niet van kracht of die nog verplicht moeten worden, werden niet toegepast door Bnode bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.
| STANDAARD OF INTERPRETATIE | EFFECTIEF VOOR DE RAPPORTERING DIE BEGINT OP OF NA |
|---|---|
| Jaarlijkse verbeteringen Volume 11 | 1 januari 2026 |
| IFRS 9 en IFRS 7 - Wijzigingen - Classificatie en waardering van financiële instrumenten | 1 januari 2026 |
| IFRS 9 en IFRS 7 - Wijzigingen - Contracten die verwijzen naar natuurafhankelijke elektriciteit | 1 januari 2026 |
| IFRS 18 - Presentatie en openbaarmaking in de financiële staten (**) | 1 januari 2027 |
| IFRS 19 - Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordelijkheid: Toelichtingen (*) | 1 januari 2027 |
| IFRS 19 - Wijzigingen- Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordelijkheid: Toelichtingen (*) | 1 januari 2027 |
| IAS 21 – Wijzigingen – Gevolgen van wisselkoerswijzigingen: Omrekening naar een hyperinflatoire presentatievaluta (*) | 1 januari 2027 |
(*) Nog niet bekrachtigd door de EU op de datum van dit rapport
Bnode heeft geen enkele standaard, interpretatie of wijziging, die uitgegeven maar nog niet in voege was, vroeger aangenomen. De wijzigingen worden niet geacht een materiële impact te hebben op de geconsolideerde jaarrekening van Bnode, met de uitzondering van IFRS 18 (zie hierna).
(**) In april 2024 publiceerde de IASB IFRS 18, die IAS 1 Presentatie van de jaarrekening vervangt. IFRS 18 introduceert nieuwe vereisten voor de presentatie van de winst-en- verliesrekening, inclusief specifieke totalen en subtotalen. Verder zijn entiteiten verplicht om alle inkomsten en uitgaven in de winst-en-verliesrekening in te delen in een van vijf categorieën: bedrijfsactiviteiten, investeringsactiviteiten, financieringsactiviteiten, winstbelastingen en beëindigde bedrijfsactiviteiten, waarbij de eerste drie categorieën nieuw zijn. De categorie bedrijfsactiviteiten omvat – volgens de boekhoudstandaard – alle posten die niet in één van de andere vier categorieën worden opgenomen. Het merendeel van de posten die momenteel in EBIT worden opgenomen, zal aan deze categorie bedrijfsactiviteiten worden toegewezen. Daarnaast zijn enkele beperkte ('narrow-scope') wijzigingen aangebracht in IAS 7 Het kasstroomoverzicht. Deze omvatten onder meer de wijziging van de grondslag voor de bepaling van de kasstromen uit bedrijfsactiviteiten volgens de indirecte methode, van ‘winst of verlies’ naar ‘bedrijfswinst of -verlies’, evenals het schrappen van de keuzemogelijkheid inzake de classificatie van kasstromen uit rente en dividenden. Dit bracht ook aanpassingen in verschillende andere standaarden met zich mee.Bnode zal de nieuwe standaard toepassen vanaf de verplichte ingangsdatum van 1 januari 2027. Retrospectieve toepassing is vereist, waardoor de vergelijkende cijfers voor het boekjaar eindigend op 31 december 2026 zullen worden aangepast in overeenstemming met IFRS 18. Bnode is momenteel bezig met het in kaart brengen van alle gevolgen die de wijzigingen zullen hebben op de primaire jaarrekening en de toelichtingen bij de jaarrekening. De eerste verwachte materiële impacts op de jaarrekening van Bnode zijn de volgende:
- ■ Wisselkoersverschillen zullen worden ingedeeld in de categorie waarin de ermee samenhangende opbrengst of kost wordt opgenomen die aanleiding geeft tot het wisselkoersverschil.
- ■ Er zullen nieuwe toelichtingen worden toegevoegd: (a) door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven en (b) een reconciliatie voor elke rubriek in de winst-en-verliesrekening tussen de aangepaste bedragen die zijn gepresenteerd onder toepassing van IFRS 18 en de bedragen die voorheen werden gepresenteerd onder toepassing van IAS 1.
- ■ Ontvangen rente en dividenden, betaalde rente en dividenden zullen in het kasstroomoverzicht respectievelijk onder investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten worden opgenomen.
354 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Macro-economisch en geopolitieke instabiliteit
Bnode volgt en beoordeelt voortdurend de ontwikkelingen met betrekking tot de Amerikaanse tariefmaatregelen. Aangezien tariefaanpassingen onzekerheid kunnen creëren in de wereldwijde handelsdynamiek (in het bijzonder binnen het segment Landmark Global), is een dergelijke blootstelling inherent aan de aard van de internationale activiteiten van Bnode. Hoewel Bnode onrechtstreeks door deze ontwikkelingen kan worden beïnvloed, helpen de gediversifieerde wereldwijde aanwezigheid en het brede klantenbestand van het bedrijf om lokale effecten te beperken. Daarnaast kan Bnode dankzij zijn modulaire bedrijfsmodel en de flexibele, ‘asset-light’ structuur een snelle herschikking van middelen en stromen doorvoeren om in te spelen op veranderende handelspatronen. Deze kenmerken versterken het vermogen van Bnode om gericht om te gaan met verschuivingen in tariefregimes zonder dat de bedrijfscontinuïteit en de niveaus voor klantenservice in het gedrang komen. Voor risico’s gerelateerd aan wisselkoersen, zie toelichting “6.29 Financiële instrumenten en financieel risicobeheer”.
6.3 Belangrijke boekhoudkundige hypothesen en inschattingen
Een reeks belangrijke boekhoudkundige hypothesen liggen aan de basis van de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening die conform IFRS-regels werd opgesteld. Deze hypothesen hebben een invloed op de waarde van activa en passiva. Er worden inschattingen en veronderstellingen gemaakt met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen. Deze worden continu opnieuw geëvalueerd en zijn gebaseerd op historische patronen en verwachtingen met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen waarvan er een redelijke kans is dat ze zich onder de huidige omstandigheden voordoen. Alle boekhoudkundige inschattingen en veronderstellingen die worden gebruikt bij het opstellen van de jaarrekening zijn, indien van toepassing, in overeenstemming met de laatste goedgekeurde budget-/langetermijnplan prognoses van Bnode. De beoordelingen zijn gebaseerd op de informatie die beschikbaar is op elke balansdatum. Hoewel deze schattingen gebaseerd zijn op de beste informatie die beschikbaar is voor het management, kunnen de werkelijke resultaten uiteindelijk afwijken van deze inschattingen.
Bijzondere waardevermindering van activa
Bnode heeft beoordeeld of zijn beurswaarde (412,0 mEUR op 31 december 2025), die aanzienlijk lager ligt dan de netto boekwaarde van de netto activa (709,1 mEUR op 31 december 2025), een aanwijzing vormt voor een waardevermindering volgens norm IAS 36. Bnode benadrukt dat het aandeel een beperkte free float (verhandelbaarheid) heeft (49,0%), aangezien de meerderheid van de aandelen wordt aangehouden door de Belgische Staat. Bovendien is de opvolging door analisten de afgelopen jaren teruggelopen en vermindert de beperkte free float (verhandelbaarheid) de bereidheid van institutionele beleggers om posities in te nemen. Door die beperkte liquiditeit kan de aandelenkoers sterker schommelen en minder nauw aansluiten bij de onderliggende economische waarde, wat een discrepantie kan veroorzaken tussen de beurswaarde en de netto boekwaarde van de netto activa van Bnode. Daarnaast is er ook de onzekerheid rond de compliance-onderzoeken wat bijdroeg aan een negatief sentiment rondom het aandeel en de lopende transformatie van een traditioneel postbedrijf naar een logistieke speler met focus op pakjes. Dit resulteert in lage handelsvolumes, waardoor het aandeel op de beurs feitelijk als een smallcap wordt verhandeld. Op basis hiervan is Bnode van oordeel dat de waargenomen beurskapitalisatie geen betrouwbare maatstaf vormt om een waardevermindering te beoordelen.
355 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Los van de analyse van de aandelenkoers, voert Bnode jaarlijks waardeverminderingstests uit op CGU's waaraan goodwill is toegewezen en telkens als er een aanwijzing is van een waardevermindering. Dit vereist dat het management belangrijke oordelen vormt en schattingen maakt om de realiseerbare waarde van de activa te bepalen. De realiseerbare waarde is gebaseerd op de bedrijfswaarde. Bij de beoordeling van de bedrijfswaarde worden de geraamde toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun huidige waarde met behulp van een disconteringsvoet die wordt bepaald op basis van de formule van de gewogen gemiddelde kostprijs van het kapitaal (“WACC”). Voor de bepaling van de kasstromen moet gebruik worden gemaakt van oordeelsvorming en ramingen die zijn vervat in het bedrijfsplan en de gebruikte budgetten en van veronderstellingen met betrekking tot het groeipercentage op lange termijn en de WACC.
Personeelsbeloningen - IAS 19
De voornaamste veronderstellingen die inherent zijn aan de waardering van de verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen en de bepaling van de pensioenlast omvatten personeelsverloop, acceptatiegraad, sterftecijfers, pensioenleeftijden, discontovoeten, evolutie van voordelen en toekomstige weddeverhogingen. Deze parameters worden jaarlijks bijgewerkt. Elk jaar wordt de referentiedatabase verrijkt met een extra jaar historische gegevens, waardoor de database steeds stabieler en betrouwbaarder wordt. De werkelijke omstandigheden kunnen echter afwijken van deze veronderstellingen en aldus aanleiding geven tot andere verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen, die in de resultatenrekening tot uiting komen als een bijkomende winst of een bijkomend verlies of in niet-gerealiseerde resultaten, afhankelijk van het type voordeel. De gebruikte sterftetabellen zijn de Belgische sterftetabellen MR (voor mannen) en FR (voor vrouwen) met een leeftijdscorrectie van twee jaar. Bnode besloot om de verbetering van het sterftecijfer weer te geven door een leeftijdscorrectie van twee jaar toe te passen op de officiële tabellen, voor zowel actieve als inactieve werknemers.
Voor de gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden werd het verbruikspatroon van de ziektedagen afgeleid uit de statistieken met betrekking tot het verbruikspatroon over een voortschrijdend gemiddelde van 3 jaren (de jaren 2023 tot 2025 voor december 2025). Het aantal ziektedagen hangt af van de leeftijd, geïdentificeerd per segment van de relevante medewerkers. Het percentage van het gewaarborgd loon is vastgesteld op 75% in geval van langdurige ziekte. Bijgevolg is het percentage van het gewaarborgd loon dat gebruikt wordt om de kost van de dagen geaccumuleerd in de individuele tellers te berekenen vastgezet op 25%. De gecumuleerde balans van de niet gebruikte ziektedagen voor statutaire personeelsleden is beperkt tot een maximum van 63 dagen.
In België zijn bij wet de pensioenplannen met vaste bijdragen onderworpen aan een minimum rendement. Vandaar dat deze plannen worden geclassificeerd als toegezegde pensioenregelingen waarvoor de “projected unit credit”-methode wordt gebruikt om deze verplichtingen te waarderen. Sinds de invoering van het WAP-kader wordt het minimumrendement op de bijdragen jaarlijks vastgelegd door de Belgische overheid en moet het binnen een corridor van 1,75% tot 3,75% liggen. Afhankelijk van het type en het tijdstip van de bijdragen (werkgever of werknemer) gelden verschillende wettelijke waarborgen. Hoewel de regelingen volgens de Belgische sociale wetgeving formeel als toegezegde-bijdrageregelingen functioneren, moet de werkgever ervoor zorgen dat de fondsbeleggingen minimaal het voorgeschreven rendement behalen. Bnode hanteert de PUC-methodologie zonder projectie van toekomstige bijdragen, aangezien het zwaartepunt van deze regelingen niet aan het einde liggen (de bijdragen stijgen niet met de leeftijd. Bovendien past Bnode paragraaf 115 van IAS 19 toe bij de bepaling van de activawaarden. Bij het bepalen van de activa en verplichtingen wordt rekening gehouden met contractuele rentegaranties op wiskundige reserves, verschaft door de verzekeringsmaatschappij. Hierdoor kan de toepassing van paragraaf 115 van IAS 19 leiden tot activawaarderingen die hoger of lager uitvallen dan de onderliggende reserves, afhankelijk van of de gegarandeerde rente hoger of lager is dan de gehanteerde discontovoet. De discontovoeten werden bepaald op basis van de marktopbrengsten op het moment van de balansdatum. Bnode gebruikt de “Tower Watson RATE:link tool 1 ” voor het bepalen van de discontovoeten, rekening houdend met een mix van financiële en niet-financiële AA-bedrijfsobligaties.
- “The Towers Watson RATE:link tool” is een hulpmiddel om bedrijven bij te staan in de selectie van discontovoeten die de karakteristieken van hun pensioenplannen nauwkeurig weerspiegelen.356 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Aanpassingen reële waarde voor bedrijfscombinaties
In overeenstemming met IFRS 3 Bedrijfscombinaties, worden de overgenomen identificeerbare activa en de voorwaardelijke vergoedingen gewaardeerd tegen reële waarde op de overnamedatum als onderdeel van de bedrijfscombinatie. Aanpassingen van de reële waarde voor de activa zijn gebaseerd op externe beoordelingen of taxatiemodellen. Als de voorwaardelijke vergoeding voldoet aan de definitie van een passief, dan wordt het vervolgens op elke rapporteringsdatum opnieuw gewaardeerd tegen reële waarde. De vaststelling van de reële waarde is gebaseerd op verdisconteerde kasstromen. Bij de belangrijkste veronderstellingen wordt rekening gehouden met de waarschijnlijkheid dat elk prestatiedoel wordt gehaald en met de discontofactor.
Opbrengsten en aan opbrengsten gerelateerde voorzieningen
Bnode behandelt en verzendt internationale mail en pakjes van en naar andere buitenlandse post operatoren. Op balansdatum wordt de beste inschatting van de uitstaande positie opgenomen in de geconsolideerde balans, maar aangezien de finale afrekening wordt gebaseerd op verschillende assumpties (waaronder “items per kilo”) kan de finale afrekening verschillen van onze initiële inschatting. Voorts wordt een deel van de inkomsten aan het einde van het jaar geraamd op basis van verschillende inputgegevens (kwaliteitsdoelstellingen, volumes) die bij de berekeningen worden gebruikt en pas na het einde van het jaar gefactureerd worden.
Belasting op het resultaat en uitgestelde belastingen
Bnode is onderhevig aan belastingen op het resultaat in verschillende jurisdicties. Uitgestelde belastingen worden berekend op het niveau van iedere fiscale entiteit. Bnode erkent uitgestelde belastingen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waar tegenover de aftrekbare tijdelijke verschillen kunnen worden aangewend. Om dit te kunnen inschatten gebruikt Bnode een inschatting van de fiscale inkomsten per jurisdictie waarin Bnode opereert en de periode waarover de uitgestelde belastingen zullen gerecupereerd worden. Hetzelfde principe wordt toegepast voor de erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen.
Berekening van de huidige waarde van leasebetalingen en vastlegging van de leasetermijn van contracten met verlengingsopties
Bij het berekenen van de huidige waarde van leasebetalingen maakt Bnode gebruik van de marginale rentevoet voor gebouwen op basis van munteenheid, economische omgeving en duurtijd. Voor het wagenpark en andere leases is de discontovoet de in de lease vervatte voet, indien beschikbaar. Indien niet, wordt dezelfde methodologie toegepast als voor gebouwen. Bnode bepaalt de leasetermijn als de niet-annuleerbare termijn van de lease samen met eventuele periodes die zijn gedekt door een optie om de lease te verlengen als het redelijk zeker is dat ze wordt uitgeoefend, of eventuele periodes die zijn gedekt door een optie om de lease te beëindigen, als het redelijk zeker is dat ze wordt uitgeoefend.
357 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
6.4 Materiële informatie over de boekhoudkundige principes
Consolidatie
De moedermaatschappij en alle dochtermaatschappijen die onder haar controle vallen, zijn in de consolidatie opgenomen. Uitzonderingen zijn niet toegestaan.
Dochterondernemingen
Activa en passiva, rechten en verplichtingen, inkomsten en kosten van de moedermaatschappij en de dochterondernemingen die onder haar exclusieve controle vallen, zijn volledig geconsolideerd. Een investeerder controleert een deelneming wanneer de investeerder is blootgesteld aan of rechten heeft op variabele opbrengsten komende uit zijn betrokkenheid in de deelneming en de mogelijkheid heeft om deze opbrengsten aan te wenden via zijn macht over de deelneming. Die controle wordt geacht te bestaan als Bnode minstens 50% plus één aandeel van het stemrecht van de entiteit bezit; deze veronderstelling vervalt als er een duidelijk bewijs van het tegendeel bestaat. Wanneer Bnode minder dan de meerderheid van de stemrechten of gelijkaardige rechten van een deelneming bezit, worden alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking genomen om te beoordelen of Bnode con- trole heeft over de deelneming in overeenstemming met 1:14 WVV. Wanneer wordt nagegaan of een entiteit onder de controle van Bnode valt, worden het bestaan en de invloed van mogelijke stemrechten die momenteel uitoefenbaar of converteerbaar zijn in aanmerking genomen.
De consolidatie van een dochterbedrijf heeft plaats vanaf de overnamedatum, dat is de datum waarop de controle van de netto-activa en de activiteiten van het overgenomen bedrijf daadwerkelijk werden overgedragen aan de overnemer. Vanaf de overnamedatum neemt de moedermaatschappij (de overnemer) de financiële prestaties van het overgenomen bedrijf op in haar geconsolideerde resultatenrekening en neemt ze de overgenomen activa en passiva (aan marktwaarde), met inbegrip van elke uit de overname voortkomende goodwill, op in de geconsolideerde balans. De dochterbedrijven worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop de controle ophoudt.
Intragroepsbalansen en -transacties en niet-gerealiseerde winsten en verliezen op transacties tussen bedrijven van de groep worden volledig geëlimineerd. De geconsolideerde jaarrekening wordt voorbereid op basis van éénvormige boekhoudkundige regels voor gelijksoortige transacties en andere gebeurtenissen in gelijkaardige omstandigheden.
358 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Geassocieerde ondernemingen en joint ventures
Een geassocieerde onderneming is een entiteit waarin Bnode een aanzienlijke invloed heeft. Een aanzienlijke invloed is de macht om deel te nemen aan de financiële en operationele beleidsbeslissingen van het bedrijf waarin geïnvesteerd wordt, zonder dat beleid evenwel te controleren. Er wordt verondersteld dat dit het geval is wanneer Bnode minstens 20% van de stemrechten heeft van het bedrijf waarin Bnode investeert en dat het niet het geval is wanneer Bnode minder dan 20% heeft; deze veronderstellingen kunnen weerlegd worden indien er duidelijk bewijs is van het tegendeel.
Een joint venture is een soort gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap hebben over de overeenkomst, rechten hebben op de netto-activa van de rechtspersoon. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel overeengekomen delen van de zeggenschap over een overeenkomst, die alleen bestaat wanneer beslissingen over relevante activiteiten de unanieme instemming vereisen van de partijen die de zeggenschap delen.
De boekhoudkundige principes worden consequent toegepast binnen de groep, de geassocieerde ondernemingen en joint ventures inbegrepen. Alle geassocieerde ondernemingen en joint ventures worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode: de deelnemingen worden apart vermeld in de geconsolideerde balans (onder de sectie “Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures”) op de rapporteringsdatum en voor een bedrag dat overeenstemt met het deel van het aandelenvermogen van de geassocieerde onderneming of joint venture (zoals bepaald onder IFRS), inclusief het resultaat voor de periode. Dividenden ontvangen van een bedrijf waarin wordt geïnvesteerd, verminderen de boekwaarde van de investering.
Het aandeel van het resultaat van geassocieerde ondernemingen en joint ventures dat toe te schrijven is aan Bnode is apart opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening onder de titel “Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint ventures (vermogensmutatie methode)”. Niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit transacties tussen een investeerder (of zijn geconsolideerde dochterondernemingen) en geassocieerde ondernemingen en joint ventures worden geëlimineerd ten belope van het belang van de investeerder in de geassocieerde onderneming of joint ventures.
359 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Bedrijfscombinaties, goodwill en negatieve overnameverschillen
Bedrijfscombinaties worden verwerkt volgens de overnamemethode. De kostprijs van een overname wordt gewaardeerd als het totaal van de overgedragen vergoeding, die wordt gewaardeerd aan de reële waarde op de overnamedatum, en het bedrag van eventuele minderheidsbelangen in de overgenomen partij. Wanneer een entiteit wordt overgenomen, wordt het op de overnamedatum geregistreerde verschil tussen de overnamekost van de investering en de reële waarde van de identificeerbare activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen geboekt als goodwill (als het verschil positief is) of rechtstreeks als een winst in de resultatenrekening (als het verschil negatief is). De waarderingsperiode om de goodwill te bepalen mag niet langer zijn dan één jaar vanaf de overnamedatum.
In het geval van een voorwaardelijke vergoeding, wordt deze gewaardeerd tegen reële waarde op het moment van de bedrijfscombinatie en opgenomen in de overgedragen vergoeding (dwz erkend binnen goodwill of badwill). Indien het bedrag van de voorwaardelijke vergoeding wijzigt als gevolg van een post-acquisitie gebeurtenis (zoals het behalen van een winstdoelstelling), wordt de wijziging in reële waarde opgenomen in de winst- en verliesrekening. Bij bepaalde overnames verkrijgt Bnode geen controle over 100% van de aandelen van de overgenomen partij, maar sluit het een bijkomende overeenkomst (bijv. put/call optie) met als doel de overige aandelen later te verkrijgen.Tenzij de economische substantie van deze overeenkomsten duidelijk een termijncontract met een vastgestelde prijs is (in dat geval is Bnode van mening dat het huidige economische belang in de betrokken aandelen is verworven), (i) blijft Bnode de minderheidsbelangen erkennen (initieel gewaardeerd tegen reële waarde, dan wel tegen het proportionele deel van de netto-activa van het overgenomen bedrijf) en (ii) heeft het een schuld opgenomen gewaardeerd tegen de huidige waarde van het bedrag dat verschuldigd is bij de uitoefening van de optie. Eventuele latere veranderingen aan de schuld worden opgenomen in winst of verlies als financiële inkomsten of financiële kosten.
Wanneer bij een overname de overgedragen vergoeding de voorwaardelijke vergoeding omvat (bijv. earn-out), worden deze bedragen gewaardeerd tegen reële waarde op de overnamedatum en vervolgens op elke rapporteringsdatum. Veranderingen in de reële waarde worden opgenomen in het bedrijfsresultaat.
Na initiële erkenning, wordt goodwill niet afgeschreven maar wordt onderworpen aan een jaarlijkse waardeverminderingstest. Voor de toetsing op waardevermindering wordt de in een bedrijfscombinatie verworven goodwill vanaf de overnamedatum toegerekend aan elk van de kasstroomgenererende eenheden (“CGU”) van Bnode die naar verwachting voordeel zullen halen uit de combinatie, ongeacht of andere activa of passiva van de overgenomen partij aan die eenheden worden toegewezen.
360 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa worden erkend op de balans als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
i. de activa zijn identificeerbaar, d.w.z. ofwel opsplitsbaar (als ze kunnen worden verkocht, overgedragen, in licentie gegeven) of ze vloeien voort uit contractuele of wettelijke rechten;
ii. het is waarschijnlijk dat de verwachte toekomstige economische winst die toe te schrijven is aan de activa naar Bnode zal vloeien;
iii. Bnode heeft controle over de activa; en
iv. de kost van de activa kan op betrouwbare wijze worden gemeten.
Bij initiële erkenning worden immateriële vaste activa geboekt tegen aanschaffingswaarde (met inbegrip van de kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan de transactie, maar zonder onrechtstreekse vaste kosten). Vervolgens worden ze gewaardeerd tegen kostprijs minus eventuele cumulatieve afschrijvingen en minus eventuele cumulatieve waardeverminderingen.
Intern gegenereerde immateriële activa worden alleen geactiveerd wanneer de kosten betrekking hebben op de ontwikkelingsfase. De uitgaven met betrekking tot de onderzoeksfase worden in rekening gebracht van de resultatenrekening. Binnen Bnode bestaan de intern geproduceerde immateriële vaste activa hoofdzakelijk uit IT-projecten.
Immateriële vaste activa met beperkte levensduur worden op systematische basis afgeschreven over hun bruikbare levensduur, waarbij gebruik wordt gemaakt van de lineaire afschrijvingsmethode. De toegepaste nuttige levensduur is:
| IMMATERIËLE VASTE ACTIVA | NUTTIGE LEVENSDUUR |
|---|---|
| Goodwill | Onbepaald* |
| Ontwikkelingskosten IT ontwikkeligskosten | 5 jaar |
| Patenten | 12 jaar |
| Know-how | maximum 5 jaar |
| Software | maximum 5 jaar |
| Klantenrelaties** waaronder point of sale netwerk (vervangingskost) | Tussen 5 en 23 jaar |
| Handelsnamen waaronder merknamen** | Tussen 5 en 15 jaar |
- Immateriële vaste activa met een onbepaalde levensduur worden niet afgeschreven maar ondergaan jaarlijks een waardeverminderingstest. De beoordeling van de onbepaalde levensduur wordt jaarlijks herzien om te bepalen of de onbepaalde levensduur nog steeds gerechtvaardigd is. Zo niet, dan wordt de verandering van de gebruiksduur van onbepaald naar eindig op retrospectieve basis gemaakt.
** De nuttige levensduur kan verschillen van geval tot geval en hangt af van de beoordeling op het ogenblik ven de toewijzing van de aankoopprijs.
361 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden geboekt tegen aanschaffingswaarde min alle geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. Alle kosten die rechtstreeks verband houden met het operationeel maken van de activa zijn inbegrepen in de kosten.
Uitgaven voor herstellingen en onderhoud die enkel bedoeld zijn om de waarde van materiële vaste activa op peil te houden, maar niet om ze te verhogen, worden in rekening gebracht van de geconsolideerde resultatenrekening. Uitgaven voor grote herstellingen en voor groot onderhoud, die leiden tot een toename van de toekomstige economische voordelen die door de materiële vaste activa zullen worden gegenereerd, worden evenwel geïdentificeerd als een afzonderlijk element van de aanschaffingswaarde.
Financieringskosten die rechtstreeks zijn toe te wijzen aan de verwerving, bouw of productie van een actief dat noodzakelijkerwijs pas na een aanzienlijke tijdsperiode klaar is voor het beoogde gebruik of verkoop, worden gekapitaliseerd als deel van de kostprijs van het actief.
Het afschrijvingsbedrag wordt op een systematische basis gespreid over de bruikbare levensduur van het actief, waarbij gebruik wordt gemaakt van lineaire afschrijvingen. Het totaal af te schrijven bedrag is gelijk aan de aanschaffingswaarde, behalve voor voertuigen. Voor voertuigen is dat bedrag de aanschaffingswaarde min de restwaarde van de activa op het einde van hun levensduur. De toegepaste nuttige levensduur is:
| MATERIËLE VASTE ACTIVA | NUTTIGE LEVENSDUUR |
|---|---|
| Terreinen | Niet van toepassing |
| Centrale administratieve gebouwen | 40 jaar |
| Gebouwen van het netwerk | 40 jaar |
| Industriële gebouwen, sorteercentra | 25 jaar |
| Uitrustingswerken aan gebouwen | 10 jaar |
| Trekkers en vorkheftrucks | 10 jaar |
| Fietsen en bromfietsen | 4 jaar |
| Andere voertuigen (auto's, trucks…) | 5 jaar |
| Machines | 5 - 10 jaar |
| Meubilair | 10 jaar |
| Computeruitrusting | 4 - 5 jaar |
Lease transacties
Bnode beoordeelt bij de aanvang van het contract of een contract een leaseovereenkomst is of bevat. Een lease is een overeenkomst waarbij het recht om een actief te gebruiken (het geleasde actief) wordt verleend voor een overeengekomen periode in ruil voor een vergoeding.
Onder IFRS 16 past Bnode één enkele opname- en waarderingsmethode toe voor alle leases, behalve voor kortlopende-leases en leases van activa met een lage waarde. Bnode neemt als leasingnemer leaseverplichtingen op ten einde aan de leasebetalingen te voldoen en een met gebruiksrecht overeenstemmende activa die het recht vertegenwoordigen om de onderliggende activa te gebruiken.
Recht van gebruik activa
Recht van gebruik activa omvatten het bedrag van de opgenomen leaseverplichtingen en de leasebetalingen die op of voor de aanvangsdatum van de leaseovereenkomst zijn gedaan (bijv. vooruitbetalingen), verminderd met eventuele ontvangen lease voordelen. De recht van gebruik activa worden lineair afgeschreven over de geschatte gebruiksduur, of, indien deze korter is, over de leaseperiode. Recht van gebruik activa zijn onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen.
362 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Lease verplichtingen
De leasebetalingen omvatten vaste betalingen (inclusief in-substantie vaste betalingen) verminderd met eventuele te ontvangen lease voordelen, variabele leasebetalingen die afhankelijk zijn van een index of een tarief, en bedragen die naar verwachting zullen worden betaald uit hoofde van restwaardegaranties. Bijvoorbeeld zo zijn de meeste Belgische leasecontracten voor gebouwen onderhevig aan indexering. Opgemerkt dient te worden dat niet-terugvorderbare btw niet is opgenomen in de leasebetalingen en nog steeds wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De leasebetalingen omvatten ook de uitoefenprijs van een aankoopoptie wanneer het redelijk zeker is dat Bnode de optie zal uitoefenen. Op dezelfde manier kunnen de leasetermijn en de leasebetalingen het effect van boetes voor het beëindigen van een leaseovereenkomst omvatten, indien de leasetermijn de uitoefening van de beëindigingsoptie door Bnode weerspiegelt. Voor de zogenaamde 3/6/9 commerciële leaseovereenkomsten in België heeft Bnode het eenzijdig recht om de overeenkomst na 3 jaar op te zeggen. Voor garages, postkantoren en verkooppunten is het niet redelijk zeker dat Bnode de huurovereenkomst na 3 jaar zal verlengen, de huurtermijn is geplafonneerd op 3 jaar.
De variabele leasebetalingen die niet afhankelijk zijn van een index of een tarief, worden opgenomen als kosten in de periode waarin de gebeurtenis of de aandoening die de betaling doet ontstaan, zich voordoet.
Bij de berekening van de huidige waarde van de toekomstige leasebetalingen gebruikt Bnode de marginale rentevoet op de aanvangsdatum van de lease indien de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst niet gemakkelijk te bepalen is.
Na de aanvangsdatum wordt het bedrag van de leaseverplichtingen verhoogd om de toename van de rente te weerspiegelen en verlaagd voor de gedane leasebetalingen. Daarnaast wordt de boekwaarde van de leaseverplichtingen geherwaardeerd indien er sprake is van een wijziging, een wijziging in de leasetermijn, een wijziging in de in-substantie vaste leasebetalingen of een wijziging in de beoordeling van de aankoop van het onderliggende actief.
Leases met een lage waarde
De vrijstelling voor leases met een lage waarde werd toegepast op de huurcontracten met een waarde van minder dan 5.000 EUR.
Kortlopende leasecontracten
De kortlopende lease vrijstelling werd toegepast voor voertuigen met een leasetermijn van 12 maanden of minder.
Vastgoedbeleggingen
Vastgoedbeleggingen hebben voornamelijk betrekking op appartementen in gebouwen dewelke gebruikt worden als postkantoor en verhuurd worden. Vastgoedbeleggingen worden geboekt tegen aanschaffingswaarde minus geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. Het afschrijvingsbedrag wordt op een systematische basis toegekend over de bruikbare levensduur van het actief, waarbij gebruik wordt gemaakt van de lineaire afschrijvingsmethode.De levensduur die van toepassing is op vastgoedbeleggingen kan worden teruggevonden in de tabel bij het onderdeel “materiële vaste activa”.
Postzegelverzameling
De postzegelverzameling die eigendom is van Bnode, wordt opgenomen tegen geherwaardeerde waarde minus een korting voor de beperkte liquiditeit. De geherwaardeerde bedragen worden om de vijf jaar vastgesteld op basis van de dan geldende marktprijzen, de laatste herwaardering gebeurde in 2025. Hoewel de postzegelverzameling in de rubriek 'Overige materiële vaste activa' van de balans wordt opgenomen, wordt er niet op afgeschreven. De postzegelverzameling wordt namelijk beschouwd als een inbaar actief met een onbepaalde gebruiksduur dat zijn waarde over het algemeen behoudt of met de tijd in waarde stijgt, wat het onderscheidt van traditionele, af te schrijven activa.
363 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Waardeverminderingen van activa
Bnode beoordeelt op elke rapporteringsdatum of er een aanwijzing is dat een actief mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Indien er een indicatie bestaat, of indien een jaarlijkse toetsing op waardeverminderingen vereist is (d.w.z.: goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur), schat Bnode de realiseerbare waarde van het actief in. Een waardevermindering wordt opgenomen als de boekwaarde van een actief hoger ligt dan de realiseerbare waarde ervan. De realiseerbare waarde is het hoogste bedrag tussen de reële waarde na aftrek van verkoopkosten (wat overeenkomt met de liquiditeiten die Bnode kan realiseren via verkoop) en de bedrijfswaarde (wat overeenkomt met de liquiditeiten die Bnode kan realiseren door het actief te blijven gebruiken).
Indien mogelijk worden de tests uitgevoerd op individuele activa. Als evenwel wordt vastgesteld dat activa geen onafhankelijke kasstromen genereren, dan wordt de test uitgevoerd op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid (CGU) waartoe het actief behoort (CGU = de kleinste identificeerbare groep activa die kasstromen genereert die grotendeels onafhankelijk zijn van de kasstromen van andere CGU's).
Met het oog op de waardeverminderingstest, wordt goodwill die werd verworven bij een bedrijfscombinatie, vanaf de verwervingsdatum toegekend aan een groep van kasstroomgenererende eenheden waarvan wordt verwacht dat ze voordeel zullen halen uit de synergieën van de combinatie. Als er een waardevermindering wordt vastgesteld, dan wordt die eerst gebruikt om de boekwaarde van elke goodwill van die groep van kasstroomgenererende eenheden te verminderen. Het resterende saldo wordt dan toegekend om de boekwaarde van andere vaste activa van de CGU te verminderen, proportioneel ten opzichte van hun totale boekwaarde, maar enkel in de mate dat de verkoopprijs van de activa in kwestie lager is dan de boekwaarde.
Waardeverminderingen op goodwill worden nooit teruggenomen op een latere datum. Waardeverminderingen op andere vaste activa worden teruggenomen als de oorspronkelijke voorwaarden van het ogenblik dat de waardevermindering werd geregistreerd ophouden te bestaan, maar enkel in de mate dat de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan het bedrag na afschrijvingen dat zou zijn verkregen als er geen waardevermindering zou geregistreerd zijn.
Voorraden
De waarde van de voorraden wordt bepaald als de laagste van de aanschaffingskost of de netto-verkoopwaarde op de balansdatum. De aanschaffingsprijs van handelsgoederen wordt bepaald door toepassing van de FIFO-methode (first in, first out). Minder belangrijke voorraden waarvan de waarde en de samenstelling stabiel blijven doorheen de tijd, worden in de balans opgenomen tegen een vaste waarde. De kostprijs van de voorraden gereed product omvat alle kosten die gemaakt zijn om de voorraden in hun huidige toestand op hun huidige locatie te brengen, met inbegrip van indirecte productiekosten. Meer bepaald de kostprijs van de zegels omvat de directe en indirecte productiekosten, met uitsluiting van kosten van leningen en algemene kosten die er niet toe bijgedragen hebben om hen in hun huidige toestand en op hun huidige locatie te brengen. De berekening van vaste productiekosten in de kostprijs is gebaseerd op een normale productiecapaciteit. Een waardevermindering is nodig als de netto-verkoopwaarde op de balansdatum lager ligt dan de kost.
364 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Over te dragen inkomsten, verkregen inkomsten en contractactiva en –verplichtingen
Over te dragen inkomsten zijn het deel van de inkomsten dat ontvangen wordt tijdens het huidige boekjaar of eerdere boekjaren maar die betrekking hebben op een later boekjaar. Verkregen inkomsten zijn het deel van de inkomsten dat in de volgende boekjaren wordt ontvangen en dat betrekking heeft op de lopende of voorgaande boekjaren. Bnode erkent de vooruitbetalingen van klanten op haar balans als over te dragen inkomsten en presenteert dit als een contractverplichting indien de prestatieverplichting nog niet is vervuld. Contractverplichtingen hebben voornamelijk betrekking op postzegels, verkochte maar nog niet gebruikte tegoeden op frankeermachines op balansdatum en de DAEB-vergoeding waarvoor de prestatieverplichting nog niet is vervuld.
Bnode neemt een contract actief op na de overdracht van een goed of dienst aan een klant voordat de klant de vergoeding betaalt of voordat de betaling verschuldigd is. Een onvoorwaardelijk recht op een vergoeding wordt voorgesteld als een handelsvordering en een voorwaardelijk recht wordt voorgesteld als een verkregen opbrengst.
Vorderingen
Vorderingen worden aanvankelijk gewaardeerd aan reële waarde en later tegen geamortiseerde kostprijs, d.w.z. de netto contante waarde van de te ontvangen cashflows (tenzij de invloed van het verdisconteren gering is). Bnode erkent een handelsvordering wanneer zij een onvoorwaardelijk recht heeft op betaling van een vergoeding als gevolg van het vervullen van een prestatieverplichting. Bnode erkent voor al zijn handelsvorderingen een voorziening voor de te verwachten kredietverliezen (“ECL”) gebaseerd op een model van de verwachte kredietverliezen in functie van hun levensduur. Aangezien de handelsvorderingen geen significante financieringscomponent omvatten, heeft Bnode ervoor geopteerd een vereenvoudigde benadering te gebruiken om de verwachte kredietverliezen te berekenen door middel van een provisie matrix gebaseerd op historische, ingebrekegestelde bedragen aangepast voor huidige en toekomstige informatie.
Contractkosten
De marginale kosten om een contract te verkrijgen en om een contract te vervullen worden door Bnode als activa erkend als Bnode verwacht ze te kunnen terugverdienen. Als er geen andere standaarden van toepassing zijn, worden enkel de rechtstreeks gerelateerde kosten om een contract dat onder IFRS 15 valt te vervullen, gekapitaliseerd. De evaluatie van die criteria vergen een beoordeling door het management. De gekapitaliseerde kosten betreffen voornamelijk systeemset-up en -aanpassing, projectmanagement en verkoopscommissie voor logistieke diensten en fulfilment-diensten en backoffice- en “proximity- en convenience”-diensten. De activa worden afgeschreven op de verwachte duur van het contract met de klant.
Geldmiddelen en kasequivalenten
Deze rubriek omvat liquide middelen, banktegoeden, te innen waarden en kortlopende beleggingen die worden aangehouden om te voldoen aan kasverplichtingen op korte termijn en niet voor investeringsdoeleinden. Geldmiddelen en kasequivalenten hebben een grote liquiditeit (het volledige hoofdbedrag kan in minder dan 3 maanden worden opgevraagd via een formele kennisgeving), kunnen vlot omgezet worden in een gekend contant bedrag en houden een laag risico in wat betreft verandering van waarde (zie risicoschaal). Voor wat betreft het geconsolideerde kasstroomoverzicht bestaan geldmiddelen en kasequivalenten uit contanten en kortlopende deposito’s, zoals hierboven gedefinieerd, na aftrek van uitstaande bankschulden en bpaid saldi.
365 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Bpaid-kaarten
De Bpaid-kaart van Bnode is een prepaid Mastercard waarop klanten geld kunnen laden om mee te betalen bij online en fysieke winkels die Mastercard accepteren. Wanneer er in eerste instantie geld op de bpaid-kaart wordt geladen, wordt dit erkend onder geldmiddelen en kasequivalenten, en wordt een bijbehorende verplichting vastgelegd om te voldoen aan de verplichting om middelen beschikbaar te stellen voor toekomstige aankopen. Wanneer de klant de kaart gebruikt, betaalt Bnode Mastercard, wat zorgt voor een afname van zowel de geldmiddelen als de bijbehorende verplichting.
bpaid-saldi verwijzen naar de tegoeden die klanten vooraf op hun bpaid-kaart hebben opgeladen. Deze saldi vertegenwoordigen het bedrag dat beschikbaar is op de kaart en dat de kaarthouder kan gebruiken voor aankopen. Ze worden apart vermeld onder “Handelsschulden en overige schulden”. Merk op dat de gelden niet worden opgenomen in het kasstroomoverzicht omdat Bnode geen invloed heeft op het bedrag of de timing van het opladen of het gebruik van de fondsen op de kaart.
In 2025 sloot Bnode een nieuw commercieel partnerschap met Nickel en met de komst van het Nickel-aanbod in het Bpost-netwerk in 2025, zal de bpaid-kaart geleidelijk aan plaats ruimen voor de 'Nickel Standard'-betaalkaart. Daarom zette Bnode op 3 november 2025 de uitgifte en vervanging van bpaid-kaarten stop. Bestaande bpaid-kaarten blijven bruikbaar tot en met 28 februari 2026, waarna alle kaarten automatisch worden afgesloten. Met de afbouw van de bpaid-kaart moedigt Bnode klanten aan om over te schakelen en een Nickel Standard-rekening te openen in een postkantoor naar keuze. Het openstaande saldo op de bpaid-kaart wordt niet automatisch overgezet en klanten moeten hun tegoeden proactief via één van de beschikbare methoden overhevelen naar Nickel.Zes maanden na 28 februari 2026 worden alle niet-opgevraagde saldi overgedragen aan de Belgische Deposito- en Consignatiekas, in overeenstemming met de regelgeving ter zake.
Factoring overeenkomsten
Bnode heeft non-recourse factoring overeenkomsten aangegaan via een aantal entiteiten binnen Staci, waarbij het zijn handelsvorderingen aan een factormaatschappij verkoopt. Gezien de non-recourse aard van deze overeenkomsten, Bnode draagt alle substantiële risico’s en voordelen over aan de factoringmaatschappij, worden de handelsvorderingen afgeboekt. De vorderingen dewelke vallen onder deze factor overeenkomsten worden uit de geconsolideerde balans geëlimineerd en er staat ook geen overeenkomstige verplichting tegenover de gelden ontvangen van de factormaatschappij. Kasstromen uit factoring overeenkomsten worden als kasstromen uit operationele activiteiten gepresenteerd, omdat ze voortkomen uit de verkoop van vorderingen.
Aandelenkapitaal
Gewone aandelen worden opgenomen in de rubriek “Geplaatst kapitaal”. Overige reserves omvatten het resultaat van vorige boekjaren, de wettelijke reserve en de geconsolideerde reserve. Het overgedragen resultaat omvat het resultaat van het huidige boekjaar zoals vermeld in de resultatenrekening.
Personeelsbeloningen
Kortetermijnbeloningen
Kortetermijnbeloningen worden opgenomen als een uitgave wanneer het personeelslid de diensten heeft verleend aan Bnode. Voordelen die niet zijn betaald op de balansdatum worden opgenomen in de rubriek “handelsschulden en overige schulden”.
366 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Vergoedingen na uitdiensttreding
Personeelsvergoedingen na uitdiensttreding worden opgenomen op basis van een actuariële waarderingsmethode waarvoor voorzieningen worden aangelegd (met aftrek van alle fondsbeleggingen), voor zover Bnode verplicht is de kosten met betrekking tot deze beloningen te dragen. Deze verplichting kan een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting zijn (“verworven rechten” op basis van vroegere gebruiken).
In toepassing van deze principes wordt in het kader van de vergoedingen na uitdiensttreding een voorziening aangelegd (berekend volgens een actuariële methode die is vastgelegd in IAS 19), om het volgende te dekken:
- de toekomstige kosten met betrekking tot huidige gepensioneerden (een voorziening die 100% van de toekomstige geschatte kosten van die gepensioneerden bedraagt);
- de toekomstige kosten van potentiële gepensioneerden, geschat op basis van de werknemers die momenteel in dienst zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de anciënniteit van die werknemers op elke balansdatum en de waarschijnlijkheid dat de personeelsleden de gewenste leeftijd zullen bereiken om de beloningen te verkrijgen (de voorziening wordt progressief aangelegd, naarmate de personeelsleden evolueren in hun loopbaan).
Waardeaanpassingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen worden onmiddellijk opgenomen in de geconsolideerde balans met een overeenkomstige debit of credit naar overgedragen resultaat door middel van de niet in winst- of verlies opgenomen resultaten in de periode waarin ze zich voordoen. Waardeaanpassingen worden niet overgeboekt naar de winst of verliesrekening in latere periodes. Actuariële veronderstellingen (met betrekking tot de disconteringsvoet, de sterftefactor, de kosten voor toekomstige beloningen, inflatie enz.) worden gebruikt om de verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen in overeenstemming met IAS 19 te bepalen.
Actuariële winsten en verliezen doen zich onvermijdelijk voor, als gevolg van (1) veranderingen in de actuariële hypotheses jaar-over-jaar, en (2) verschillen tussen werkelijke kosten en actuariële hypotheses die worden gebruikt voor de waardering krachtens IAS 19. De verplichting wordt berekend volgens de “projected unit credit”-methode. Elk jaar dienst geeft recht op een extra “unit credit” dewelke in aanmerking moet worden genomen bij het waarderen van de toegekende beloningen en de verplichtingen die er betrekking op hebben.
De gebruikte disconteringsvoet is de opbrengst van bedrijfsobligaties met een hoge kredietwaardigheid of is gebaseerd op staatsobligaties waarvan de looptijd gelijkaardig is aan die van de beloningen die gewaardeerd worden. De Belgische toegezegde-bijdragenregelingen met een wettelijk gegarandeerd minimumrendement worden gewaardeerd volgens de “projected unit credit”-methode zonder projectie van toekomstige premies. Aangezien de plannen geen voordelen toekennen die zullen leiden tot een materieel hoger niveau van de voordelen als gevolg van het dienstverband van de werknemer in latere jaren, d.w.z. de plannen zijn niet “backloaded”, is het lineaire basisprincipe niet van toepassing.
De toegepaste methode houdt in dat de huidige wettelijke minimumreserves onder de Belgische wetgeving worden geprojecteerd tot de veronderstelde pensioengerechtigde leeftijd en worden verdisconteerd (met inachtneming van de verticale/horizontale methode en de vroegere wettelijke minimumtarieven die op de wettelijke minimumreserves worden gecrediteerd). IAS 19 paragraaf 115 werd toegepast aangezien de groepsverzekeringscontracten als verzekeringscontract kwalificeren. De individuele berekende toegezegd-pensioenverplichting kan niet lager zijn dan de individuele reële waarde van de fondsbeleggingen, aangezien er onder de Belgische wetgeving geen sprake kan zijn van compensatie tussen de ene en de andere persoon.
Opgenomen pensioenkosten omvatten pensioenkosten toegerekend aan het dienstjaar, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winst en verliezen met betrekking tot inperking en schikking. Pensioenkosten van verstreken diensttijd als gevolg van een wijziging van een plan of inperking dienen erkend te worden, op de eerste van de volgende gebeurtenissen: (1) het ogenblik waarop de wijziging van het plan of de inperking plaatsvindt of (2) de datum waarop de entiteit gerelateerde herstructureringskosten in overeenstemming met IAS 37 erkent. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de resultatenrekening.
367 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Netto intresten worden berekend door de disconteringsvoet toe te passen op de netto verplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Netto intresten worden eveneens erkend in de resultatenrekening. Fondsbeleggingen met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding worden gemeten aan reële waarde op het einde van de periode met dezelfde definitie zoals gebruikt in IFRS 13.
Langetermijnpersoneelsbeloningen
Langetermijnpersoneelsbeloningen worden opgenomen op basis van een actuariële waarderingsmethode en er worden voorzieningen voor aangelegd (met aftrek van alle fondsbeleggingen), voor zover Bnode verplicht is de kosten met betrekking tot deze beloningen te dragen. Deze verplichting kan een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting zijn (“verworven rechten” op basis van vroegere gebruiken).
Er wordt een voorziening gecreëerd voor beloningen op lange termijn; deze dekt beloningen die slechts over een aantal jaren zullen worden betaald, maar die reeds door de werknemer zijn verworven op basis van zijn prestaties in het verleden. Ook hier wordt de voorziening berekend volgens een actuariële methode die wordt opgelegd door IAS 19. De voorziening wordt als volgt berekend:
ACTUARIÊLE WAARDERING VAN DE VERPLICHTING KRACHTENS IAS 19 – Reële waard van de fondsbeleggingen = Aan te leggen voorziening (of op te nemen actief als de reële waarde van de fondsbeleggingen hoger is).
Waardeaanpassingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening in de periode waarin ze zich voordoen. Actuariële veronderstellingen (met betrekking tot de disconteringsvoet, de sterftefactor, de kosten voor toekomstige beloningen, inflatie enz.) worden gebruikt om de verplichtingen met betrekking tot personeelsbeloningen in overeenstemming met IAS 19 te bepalen. Actuariële winsten en verliezen doen zich onvermijdelijk voor, als gevolg van (1) veranderingen in de actuariële hypotheses jaar-over-jaar, en (2) verschillen tussen werkelijke kosten en actuariële hypotheses die worden gebruikt voor de waardering krachtens IAS 19. Deze actuariële winsten en verliezen worden rechtstreeks in de resultatenrekening opgenomen.
De verplichting wordt berekend volgens de “projected unit credit”-methode. Elk jaar dienst geeft recht op een extra “unit credit” dewelke in aanmerking moet worden genomen bij het waarderen van de toegekende beloningen en de verplichtingen die er betrekking op hebben. De gebruikte disconteringsvoet is de opbrengst van bedrijfsobligaties met een hoge kredietwaardigheid of is gebaseerd op staatsobligaties waarvan de looptijd gelijkaardig is aan die van de beloningen die gewaardeerd worden.
Opgenomen pensioenkosten omvatten aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, winst en verliezen met betrekking tot inperking en schikking. Pensioenkosten van verstreken diensttijd als gevolg van een wijziging van een plan of inperking dienen erkend te worden, het vroegste van (1) het ogenblik waarop de wijziging van het plan of de inperking plaatsvindt en (2) de datum waarop de entiteit gerelateerde herstructurerings- kosten in overeenstemming met IAS 37 erkent. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de resultatenrekening. Netto intresten worden berekend door de disconteringsvoet toe te passen op de netto verplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Netto intresten worden eveneens erkend in de resultatenrekening.
368 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Management Incentive plan (Staci)
Om de belangen van Staci's managers op sleutelposities af te stemmen op de langetermijnprestaties, heeft Bnode een Management Incentive Plan (MIP) ingevoerd.Met dit plan kunnen managers mee genieten van de groei en waardecreatie van Staci. Ze moeten daarvoor gewone aandelen kopen tegen reële waarde. Daarnaast krijgen ze preferente aandelen, die onderworpen zijn aan specifieke voorwaarden op het vlak van prestaties en diensten. Deze aandelen zijn bedoeld om langetermijnbetrokkenheid en het behalen van belangrijke financiële doelstellingen in de hand te werken. De boekhoudkundige verwerking van het MIP vereist een beoordeling op basis van IFRS, zoals hieronder beschreven:
- Gewone aandelen: De gewone aandelen waarop managers hebben ingetekend, worden verwerkt volgens de vereisten van IAS 32 - Financiële instrumenten: presentatie. De putoptie op minderheidsbelangen geeft aanleiding tot een brutoverplichting, aangezien Bpost NV verplicht is de gewone aandelen terug te kopen tegen hun reële waarde. Deze verplichting wordt zowel aanvankelijk als later opgenomen tegen de contante waarde van de geschatte aflossingswaarde (die de reële waarde benadert), waarbij wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening als onderdeel van het financiële resultaat. Als een manager vóór de uitoefendatum (2028) vertrekt als een “bad leaver” wordt er een negatieve compensatie geboekt, terwijl “good leavers” recht hebben op een vergoeding doordat de gewone aandelen worden teruggekocht. Deze aanpassing houdt rekening met een illiquiditeitskorting, die de terugkoopprijs van de gewone aandelen onder hun reële waarde brengt.
- Preferente aandelen: De preferente aandelen die aan managers worden toegekend, worden verwerkt in overeenstemming met IAS 19 - Personeelsbeloningen. Deze aandelen zijn afhankelijk van het behalen van specifieke EBITDA-doelstellingen voor het jaar 2027 en zijn onderhevig aan ‘wacht’ voorwaarden. Op elke verslagdatum wordt de reële waarde van de preferente aandelen geschat op basis van de kans gewogen beoordeling van het behalen van de EBITDA-doelstelling. De geschatte reële waarde wordt dan pro rata opgenomen als loonkosten over de wachtperiode. De reële waarde van de preferente aandelen wordt op elke verslagdatum geherwaardeerd, waarbij eventuele aanpassingen onder loonkosten worden opgenomen. In geval van vroegtijdig vertrek worden boetes zoals kortingen op de waarde van de preferente aandelen toegepast tot het einde van de wachtperiode.
Gezien hun specifieke aard en waardering worden de bovenstaande verplichtingen die voortvloeien uit het MIP opgenomen onder 'Overige schulden' (kortlopend of langlopend, afhankelijk van hun verwachte looptijd), in lijn met de huidige bonusvoorzieningen.
Ontslagvergoedingen
Als Bnode het contract van een personeelslid beëindigt vóór zijn normale pensioendatum, of wanneer een aanbod van vergoeding gebeurt in ruil voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst dewelke niet meer kan ingetrokken worden, wordt er een voorziening aangelegd in zoverre er een verplichting rust op Bnode.
Voorzieningen
Een voorziening wordt enkel erkend als:
1. Bnode een concrete (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting heeft als gevolg van gebeurtenissen uit het verleden;
2. het waarschijnlijk is (meer waarschijnlijk dan niet) dat er voor de afwikkeling van de verplichting een betaling nodig zal zijn; en
3. er een betrouwbare schatting van het bedrag van de verplichting kan worden gemaakt.
Indien het waarschijnlijk is dat de impact belangrijk zal zijn (voornamelijk voor langetermijnvoorzieningen), dan wordt de voorziening geraamd op basis van de netto contante waarde. Als Bnode een verlieslatend contract heeft (de onvermijdbare kosten voor het naleven van de verplichtingen van het contract overschrijden de economische voordelen die eruit voortvloeien), dan wordt de huidige verplichting ingevolge het contract opgenomen als een voorziening.
369 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Een herstructureringsvoorziening wordt enkel geboekt als Bnode aantoont dat het op de balansdatum een feitelijke verplichting tot herstructureren heeft. De feitelijke verplichting moet worden aangetoond door:
(a) een gedetailleerd formeel plan waarin de hoofdelementen van de herstructurering zijn vastgelegd, en
(b) het wekken van een geldige verwachting bij de betrokkenen dat ze de herstructurering zal doorvoeren door een aanvang te nemen met de uitvoering van het plan of door de krachtlijnen ervan mee te delen aan de betrokkenen.
De voorziening voor geschillen vertegenwoordigt de raming van de kasuitstroom met betrekking tot vele verschillende (effectief of op handen zijnde) geschillen tussen Bnode entiteiten en derden. De verwachte periode voor de bijbehorende kasuitstromen is afhankelijk van ontwikkelingen in de duur van de onderliggende procedures of schikkingen, waarvan de timing onzeker blijft. De opgenomen voorziening is gebaseerd op de beste inschatting van de middelen die nodig zijn om de bestaande verplichting aan het einde van de verslagperiode af te wikkelen, inclusief de bijbehorende risico’s en onzekerheden. Als de tijdswaarde van geld van belang is, wordt de voorziening berekend als de contante waarde van de verwachte uitgaven om de verplichting te vereffenen. Veranderingen in de discontovoeten worden doorgaans in het financieel resultaat opgenomen.
Inkomstenbelastingen en uitgestelde belastingen
Winstbelasting omvat verschuldigde belastingen op het resultaat en uitgestelde belasting. Belasting op het resultaat is het bedrag aan belastingen dat moet worden betaald (te recupereren) op de belastbare inkomsten voor het lopende jaar, samen met de aanpassingen op het vlak van betaalde/te recupereren belastingen met betrekking tot de vorige jaren. Zij wordt berekend op basis van het belastingtarief op de balansdatum. Bnode houdt alleen rekening met materieel vastgestelde belastingwetten bij het schatten van het bedrag van de uitgestelde belastingen dat moet worden opgenomen.
Uitgestelde belasting wordt volgens de “liability method” berekend op de tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van de balansrubrieken en hun fiscale waarde, waarbij de belastingvoet wordt gebruikt die naar verwachting zal worden toegepast als het actief wordt gerealiseerd of als de schuld vereffend is. Uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans opgenomen voor alle belastbare tijdelijke verschillen en uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waarmee verrekenbare tijdelijke verschillen, overgedragen belastingkredieten of overgedragen verliezen kunnen worden verrekend. Dezelfde principes gelden voor de erkenning van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot niet-gebruikte overgedragen fiscale verliezen. Dit criterium wordt op elke balansdatum opnieuw beoordeeld. Uitgestelde belasting wordt berekend op het niveau van elke fiscale entiteit. De uitgestelde belastingvorderingen en belastingverplichtingen van verschillende dochterondernemingen mogen niet op netto basis gepresenteerd worden.
Transacties in vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta worden eerst geboekt in de functionele valuta van de betrokken entiteiten. Daarbij worden de wisselkoersen van de transactiedatum gebruikt. De gerealiseerde wisselkoerswinsten en -verliezen en de niet-gerealiseerde wisselkoerswinsten en -verliezen op monetaire activa en passiva worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Bij de opmaak van de consolidatie worden de activa en verplichtingen van de buitenlandse activiteiten omgerekend naar euro op basis van de wisselkoers per de verslagdatum. De winst- en verliesrekeningen worden op maandelijkse basis omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers van de betrokken maand. De wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening naar euro voor de consolidatie van de entiteiten waarvan de functionele valuta niet de euro is, worden opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Bij verkoop van een buitenlandse activiteit, wordt het deel van de niet-gerealiseerde resultaten, gelinkt aan deze activiteit opgenomen in de winst- en verliesrekening.
370 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Erkennen van opbrengsten
Bnode haalt zijn omzet uit een waaier aan diensten, waaronder binnenlandse en internationale post- en pakjesdiensten, e-commercelogistiek, backoffice- en “proximity en convenience”-diensten en verkoopt een waaier aan producten, waaronder bank- en financiële producten, postproducten en retailproducten. Bnode voert ook Diensten van Algemeen Economisch Belang (“DAEB”) uit krachtens een contract met de Belgische Staat. Alle inkomsten gerelateerd aan de standaardbedrijfsactiviteiten worden als omzet opgenomen in de resultatenrekening. Alle andere inkomsten worden gerapporteerd als andere bedrijfsopbrengsten (zie hierna in aparte sectie).
Bnode neemt inkomsten uit contracten met klanten op wanneer de controle over de goederen of diensten wordt overgedragen aan de klanten, voor een bedrag dat de vergoeding weergeeft waarop Bnode verwacht recht te hebben in ruil voor die goederen en diensten. De aard, het bedrag, de timing, de onzekerheid van de opname van inkomsten uit contracten met klanten worden hierna per dienstenklasse uitvoeriger omschreven. De voorstelling van de inkomsten in de toelichtingen per product lijn item zijn samengesteld uit een combinatie van type dienst (zoals hierna beschreven), producttype, klanten en geografische regio en worden opgesplitst in lijn met de informatie die regelmatig door de Chief Operating Decision Maker (CODM) wordt beoordeeld. De bedrijfsactiviteiten van Bnode kunnen worden opgesplitst in vier verschillende inkomstenstromen voor het erkennen van opbrengsten: (i) Distributie- en transportdiensten, (ii) logistieke en fulfilmentdiensten en (iii) Back-office en proximity- en conveniencediensten en (iv) Global Supply chain.
1.# Distributie- en transportdiensten
Diensten inbegrepen in de product lijn zijn: Transactional Mail, Advertising Mail, Press, Parcels Belgium, Personalised Logistics, Cross-border (o.a. inbound en outbound) en 3PL. Deze dienstenklasse bestaat uit de levering van binnenlandse en internationale post- en pakjesdiensten die bestaan uit de ophaling, het transport, de sortering en de uitreiking van geadresseerde en ongeadresseerde poststukken, drukwerk, dagbladen en pakjes via het eigen last-mile network van Bnode of via onderaannemers.
De opbrengsten worden erkend als er op een bepaald tijdstip aan de prestatieverplichting, de belofte om een goed (bvb.: brief, pakje,…) aan een geadresseerde of op een locatie te bezorgen, wordt voldaan. Dat betreft over het algemeen de levering van de goederen. Bnode is over het algemeen van mening dat het de principaal is in uitreikings- en transportdiensten, behalve voor de levering van kranten en tijdschriften aan krantenwinkels waar het als agent optreedt.
De levering van de kranten en tijdschriften kan op twee verschillende manieren gebeuren. Ten eerste levert Bnode rechtstreeks aan gezinnen en bedrijven (“gebruikers”) kranten en tijdschriften onder abonnement (gerapporteerd als productlijn “Press”). In dit geval is Bnode principaal omdat het de primaire verplichting heeft om de kranten en tijdschriften rechtstreeks aan de gebruikers te leveren en wordt Bnode vergoed door de uitgeversbedrijven (“klanten”). De vergoedingen die van de uitgeversbedrijven worden ontvangen voor de levering zijn gebaseerd op het verwerkte volume. Ten tweede levert Bnode (via zijn 100% dochters AMP en Aldipress) deze kranten en tijdschriften in krantenwinkels (gerapporteerd als productlijn “Press”). In deze situatie treedt AMP en Aldipress op als agent voor rekening van het uitgeversbedrijf (“klant”) en wordt het vergoed op basis van het aantal geleverde volumes en een commissie op de verkoopprijs.
Sommige activiteiten (bijv: Transactional mail, Cross-border,…) voortvloeiende uit de opbrengst van distributie en transport worden in België beschouwd als universele postdiensten zoals beschreven in de Belgische Postwet.
371 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Bnode verleent universele postdiensten in België op basis van een met de Belgische Staat afgesloten beheerscontract. Sommige postdiensten die behoren tot de universele postdienst en voornamelijk gebruikt worden door particulieren en KMO’s (samen bekend onder de benaming Kleingebruikerspakket, hierna “KGP”) zijn onderworpen aan een prijsplafond, zoals voorzien in de Postwet. Elk jaar legt Bnode zijn voorgestelde prijsverhoging voor de diensten die deel uitmaken van het KGP ter voorafgaande goedkeuring voor aan de Belgische postregulator (hierna “BIPT”), waarbij het BIPT met de prijsstijging moet instemmen als het prijsplafond niet is overschreden. Meer in het algemeen zijn alle postdiensten die onder de universele postdienst vallen onderworpen aan een reeks verplichtingen op het vlak van kwaliteit (zoals frequentie, geografische dekking en continuïteit) en tarifering (transparantie, uniformiteit, betaalbaarheid, niet-discriminatie en kostenoriëntatie).
Voor de niet-universele postdiensten en de diensten die niet als postaangelegenheden werden gedefinieerd, hanteert Bnode algemene verkoopvoorwaarden voor kleinere klanten en contracten voor grotere klanten met een op volume gebaseerde tarifering en kortingen. De contracten met klanten waarin kortingen, toeslagen en boetes (volume of kwaliteit) zijn voorzien, geven aanleiding tot een variabele vergoeding en worden maandelijks voorzien en de beste inschatting voor het uitstaande bedrag wordt weerspiegeld in de geconsolideerde balans op basis van het principe van verwachte waarde.
De vergoeding ontvangen door Bnode voor zegels en frankeermachines waarvoor de prestatieverplichting nog niet werd vervuld wordt geboekt als over te dragen inkomsten en wordt gepresenteerd als een contractverplichting totdat aan de levering van de brief of het pakje (binnenlands of internationaal) is voldaan. De opbrengst m.b.t. de verkoop van zegels en de frankeermachines wordt enkel opgenomen als geschatte opbrengsten op het ogenblik waarop het goed wordt geleverd. Bnode heeft daarvoor een model voor het erkennen van opbrengsten opgezet om het voorspelde bedrag van opbrengsten te erkennen op basis van historische gegevens. Zegels die na een bepaalde periode niet werden gebruikt, worden behandeld als een verkoop van een goed.
De opbrengsten met betrekking tot inbound (Global Cross-border), een dienst aan een andere postoperator om post en pakjes uit te reiken in België, worden erkend als geschatte inkomsten op het ogenblik dat de dienst wordt geleverd. De vergoeding waar Bnode recht op heeft, wordt later onderhandeld en definitief overeengekomen met de klant (andere postoperator). Omwille van dat proces is het bedrag van de transactieprijs variabel en Bnode schat het bedrag van de inkomsten met behulp van de methode van verwachte waarde op basis van historische gegevens. Op de balansdatum weerspiegelt de geconsolideerde balans de beste inschatting voor het uitstaand bedrag, maar aangezien de uiteindelijke afrekeningen gebaseerd zijn op verschillende aannames (waaronder “zendingen per kilo” en transactieprijs), is het mogelijk dat de uiteindelijke afrekeningen afwijken van de oorspronkelijke evaluatie. De netto uitstaande bedragen van outbound- en inboundstromen per postoperator worden geboekt als een vordering of schuld. Het proces dat door Bnode wordt toegepast, zorgt ervoor dat de vereisten van IFRS 15 voor de variabele vergoeding worden gerespecteerd, d.w.z.: Bnode erkent een variabele vergoeding waarvoor het zeer waarschijnlijk is dat er geen significante inkomsten zullen worden teruggenomen zodra de onzekerheden zijn weggenomen.
2. Logistieke diensten en fulfilment-diensten
Diensten inbegrepen in de productlijn zijn: 3PL en Global Cross-border (fulfilment & logistiek en douanerechten) en Personalised Logistics (repair)
Deze klasse van diensten bestaat uit e-commerce-fulfilment, waaronder opslag (inclusief gekoelde opslag) en verwerking van goederen, e-commerce-logistiek, waaronder hersteldiensten, en e-commerce-grensoverschrijdende diensten, waaronder diensten m.b.t. douanerechten. De logistieke diensten en de fulfilment-diensten bestaan uit de volgende prestatieverplichtingen: ontvangst, opslag, picking en packing, terugzending, herstelling en dedouanering van goederen. De opbrengsten worden erkend als er aan de prestatieverplichting, de belofte om een dienst aan de klant te leveren, wordt voldaan op een bepaald punt in de tijd (bijv.: wanneer de picking of packing plaats heeft gehad) of ingeval van opslag van goederen over een periode.
Over het algemeen is Bnode agent voor logistieke diensten en fulfilment-diensten. Bnode verleent de dienst van het verwerken van teruggestuurde goederen namens de klant, maar kan niet aansprakelijk worden gesteld voor verplichtingen. Daarom wordt er bij Bnode geen voorziening voor terugzendingen geboekt. Volumekortingen die aanleiding geven tot een variabele vergoeding, worden maandelijks voorzien en de beste inschatting voor het uitstaande bedrag wordt weerspiegeld in de geconsolideerde balans op basis van het principe van de verwachte waarde.
372 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
3. Backoffice- en “proximity en convenience”-diensten
Diensten inbegrepen in de productlijn zijn: 3PL (Payment, Tax and Fraud “PT&F”), Value added services en “proximity en convenience”-kleinhandelnetwerk (financiële producten, verkoop van goederen …)
Deze klasse van diensten bestaat uit:
* operationele backoffice-diensten, waaronder betalingen en financiële diensten, fraud and tax, administratieve diensten en documentenbeheerdiensten; en
* “proximity en convenience”-diensten, waaronder de toegang tot het netwerk, Over-the-counter-diensten (OTC) voor verschillende partners en verkoop van zelf geproduceerde goederen (voornamelijk filatelie), retailproducten en goederen van partners, waaronder bankproducten.
De backoffice- en “proximity en convenience”-diensten bestaan uit de volgende resultaatsverplichtingen: toegang tot netwerk en verkooppunten, over-the-counter (OTC) diensten, verkoop van goederen en verwerking van transacties, documenten of oproepen. De opbrengsten worden erkend als er aan de resultaatsverplichting, de belofte om een dienst of een goed aan de klant te leveren, wordt voldaan op een bepaald punt in de tijd (bv. OTC-dienst, verwerking van items of verkoop van een goed) of over een bepaalde periode (bv. toegang tot netwerk).
Bnode is over het algemeen van mening dat het de principaal is in backoffice-diensten en verkoop van retail- en zelf geproduceerde goederen en dat Bnode agent is die een commissie ontvangt ingeval van bankproducten en verkoop van partnerproducten.
Een gedeelte van de inkomsten van het “proximity en convenience”-retailnetwerk (gerapporteerde als DAEB-inkomsten) bestaat uit Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) die Bnode verleent namens de Belgische Staat. Deze diensten bestaan onder meer uit het onderhoud van een uitgebreid retail-netwerk en diensten zoals de betaling aan huis van pensioenen en de uitvoering van financiële postdiensten. De vergoeding voor de DAEB is gebaseerd op de Netto Vermeden Kost (“NAC”, Net Avoided Cost)-methodologie en wordt gelijk verdeeld over de vier kwartalen (in de tijd erkend). Deze methodologie voorziet dat de vergoeding gebaseerd is op het verschil in netto-kosten tussen het al dan niet dragen van de voorziening voor de DAEB. Gedurende het jaar worden er berekeningen uitgevoerd voor de DAEB om te garanderen dat de vergoeding in lijn is met de geboekte bedragen.Voor PT&F-diensten (“Payment, Tax and Fraud”) wordt er een terugbetalingsverplichting gebaseerd op de methode van de verwachte waarde geboekt voor de mogelijke betalingen gerelateerd aan de fraudediensten.
4. Global Supply chain (“GSC”)
Diensten inbegrepen in de productlijn zijn: 3PL GSC omvat diensten die verder gaan dan de traditionele logistieke diensten, meer bepaald de aankoop van voorraden van de klant met de bedoeling deze door te verkopen aan het netwerk van die klant. Er zijn tripartiete overeenkomsten afgesloten waarbij een derde (die geen deel uitmaakt van Bnode) instaat voor de aankoop en het beheer van de voorraden, terwijl Bnode instaat voor de distributie- en transportdiensten (zie punt i). Daarbij treedt Bnode op als een agent, aangezien het hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de fulfilment van de goederen tot bij de koper (zie punt i). Bnode loopt daarbij geen voorraadrisico aangezien het niet het wettelijke eigendom heeft van de goederen (voorraad in consignatie), de voorraadniveaus niet beheert en niet het risico van terugzending van de goederen op zich neemt. De voorraden worden beheerd door de derde. Enkel de netto-opbrengsten (toeslag) worden erkend door Bnode, geen aankoop of verkoop van goederen. De opbrengsten worden erkend als er op een bepaald punt in de tijd aan de resultaatsverplichting - de belofte om een goed aan de klant te bezorgen - wordt voldaan.
373 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Overige bedrijfsopbrengsten
Winsten op de verkoop van activa worden bepaald door de netto-opbrengst van de verkoop van het actief te vergelijken met de boekwaarde van het actief op het moment van de verkoop. Huuropbrengsten voortvloeiend uit operationele leases of vastgoedbeleggingen worden erkend op een rechtlijnige basis over de huurperiode.
Financiële derivaten
Bnode maakt gebruik van financiële derivaten om zich in te dekken tegen de blootstelling aan wisselkoers- en intrestrisico's die voortvloeien uit operationele en financiële activiteiten. In overeenstemming met zijn kasmiddelenbeleid houdt Bnode geen financiële derivaten aan of geeft het er geen uit voor handelsdoeleinden. Financiële derivaten worden initieel geboekt tegen hun reële waarde op de datum waarop de derivatencontracten worden aangegaan en worden vervolgens gewaardeerd tegen hun reële waarde op het einde van elke rapporteringsperiode. Afhankelijk van het feit of “hedge accounting” (zie hieronder) al dan niet wordt toegepast, wordt elke winst of elk verlies dewelke resulteert uit de herwaardering van de financiële derivaten rechtstreeks opgenomen in ofwel de niet-gerealiseerde resultaten ofwel de resultatenrekening.
Hedge accounting
Bnode bestemt sommige afdekkingsinstrumenten, die derivaten en niet-derivaten omvatten met betrekking tot het valutarisico, respectievelijk als afdekkingen van netto- investeringen in buitenlandse activiteiten en als kasstroomafdekkingen. Bij aanvang van de afdekkingsrelatie documenteert Bnode de relatie tussen het afdekkingsinstrument en het afgedekte element, samen met zijn doelstellingen inzake risicobeheer en zijn strategie voor het ondernemen van verscheidene afdekkingstransacties. Daarnaast documenteert Bnode, bij aanvang van de afdekking en daarna of het afdekkingsinstrument effectief is.
Kasstroomafdekkingen
Het effectieve gedeelte van mutaties in de reële waarde van derivaten die zijn aangeduid als en kwalificeren als kasstroomafdekkingen wordt opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en gecumuleerd onder de hoofding kasstroomafdekkingsreserve. De winst of het verlies met betrekking tot het ineffectieve deel wordt onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening. Bedragen die eerder werden opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten en worden gecumuleerd in het eigen vermogen, worden getransfereerd naar de resultatenrekening in de periodes waarin het afgedekte element de resultatenrekening beïnvloedt, op dezelfde lijn als het geboekte afgedekte element.
De hedge accounting wordt stopgezet wanneer Bnode de afdekkingsrelatie intrekt, wanneer de afdekkingsrelatie afloopt of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend, of wanneer ze niet meer in aanmerking komt voor hedge accounting. Elke winst of elk verlies dat op dat ogenblik werd opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten en dat werd gecumuleerd in eigen vermogen blijft in het eigen vermogen en wordt geboekt als de verwachte toekomstige transactie die uiteindelijk wordt opgenomen in de resultatenrekening. Wanneer een verwachte toekomstige transactie naar verwachting niet meer zal plaatsvinden, wordt de winst of het verlies dat werd gecumuleerd in eigen vermogen onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.
Afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse activiteiten
Afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse activiteiten worden op dezelfde manier opgenomen als kasstroomafdekkingen. Elke winst of verlies op het afdekkingsinstrument met betrekking tot het effectieve deel van de afdekking wordt opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten en wordt gecumuleerd onder de titel “afdekking van een netto-investering”. De winst of het verlies met betrekking tot het ineffectieve deel wordt onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening. Winsten en verliezen op het afdekkingsinstrument met betrekking tot het effectieve deel van de afdekking en gecumuleerd in de valuta- omrekeningsreserve worden overgeheveld naar de resultatenrekening bij de verkoop van de buitenlandse activiteit.
374 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
6.5 Bedrijfscombinaties
Overname van bijkomende Staci-aandelen
In 2024 rondde Bpost NV met succes de overname van Staci af. Het management van Staci verwierf 1,25% van het aandelenkapitaal van Augusta Progress, de overkoepelende holding van Staci Group, in lijn met de voorwaarden van het overeengekomen Management Incentive Plan (MIP). Hierdoor had Bnode eind 2024 98,75% van Staci in handen. In 2025 kocht Bnode 0,45% van de aandelen van het management terug voor een bedrag van 5,2 mEUR, waardoor Bnode nu 99,20% van Staci bezit. De prijs betaald door Bnode kwam overeen met de bruto-verplichting voor de putoptie op minderheidsbelangen die hiervoor eind 2024 werd opgenomen. Deze transactie heeft geen impact op de oorspronkelijk berekende goodwill. De toewijzing van de aankoopprijs werd afgerond in juni 2025 en er werden geen aanpassingen aangebracht aan de aanvankelijk opgenomen waarden. Staci werd vanaf 1 augustus 2024 binnen het bedrijfssegment Paxon geconsolideerd volgens de volledige-integratiemethode.
6.6 Informatie met betrekking tot segmenten
Bnode werkt met drie business units, die in 2025 een nieuwe naam kregen, terwijl hun onderliggende activiteiten ongewijzigd bleven. Deze business units worden ondersteund door verschillende support units:
Bpost activiteiten (voorheen actief onder de naam BeNe Last Mile)
In België en Nederland biedt Bnode moderne, kwaliteitsvolle en flexibele post- en pakjesdiensten, bepaalde contractlogistiek, persdistributie, bepaalde bankactiviteiten en andere diensten met toegevoegde waarde aan. De kernexpertise ligt in B2C-diensten, met de mogelijkheid om uit te breiden naar B2B- en omnichannel-logistiek. De voornaamste diensten zijn:
* verwerking en uitreiking van post:
* Transactional Mail (particuliere post of administratieve post van bedrijven en overheid);
* geadresseerde en ongeadresseerde reclamepost (huis-aan-huis);
* thuisbezorging van kranten en tijdschriften via commerciële overeenkomsten met uitgevers;
* bezorging van pakjes van alle formaten en gewichten, waar en wanneer de klant dat wenst.
Bnode heeft het grootste afhaal- en bezorgnetwerk voor pakjes in België:
* meer dan 650 postkantoren bieden een compleet gamma aan postdiensten en -producten, samen met bepaalde bankdiensten in samenwerking met BNP Paribas Fortis;
* meer dan 650 postpunten bieden de meest voorkomende postdiensten;
* klanten kunnen ook pakjes ophalen en versturen via pakjespunten en meer dan 2,200 pakjesautomaten;
* diensten met toegevoegde waarde, zoals het vereenvoudigen van administratieve procedures en het optimaliseren van activiteiten die niet tot de kernactiviteiten van de klant behoren, bijvoorbeeld het afhandelen van verkeersboetes en het bezorgen of schrappen van nummerplaten.
* Personalised Logistics via de entiteiten Dynalogic en Euro Sprinters.
375 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Paxon-activiteiten (voorheen actief onder de naam 3PL)
Met zijn uitgebreide dienstenaanbod voor de volledige e-commerceketen wil Bnode e-commerce vergemakkelijken. Het biedt geïntegreerde third-party logistiekdiensten (3PL) aan met de nadruk op flexibiliteit en toegevoegde waarde voor B2C-, B2B- en omnichannel- segmenten. Met een uitgebreid gamma aan efficiënte fulfilmentoplossingen beheert Bnode het volledige logistieke proces van bestellingen en stemt het dat af op de behoeften van de klant - van de opslag van producten over de verwerking van retourzendingen tot de voorbereiding van bestellingen voor levering op de beoogde bestemmingen.
* Van muisklik tot deurbel: zodra de online bestelling bevestigd is door de klant, zorgt Bnode via zijn dochterondernemingen, zoals Radial en Active Ants, voor de rest. Bnode slaat producten op, beheert voorraden, verzamelt artikels, maakt pakketten klaar voor verzending en vertrouwt ze toe aan transportpartners.
* Staci is een gerenommeerde fulfilment- en logistiekspecialist die multichannel logistieke en distributieoplossingen aanbiedt, waaronder B2B, D2C en e-commerce, aan een breed scala van sectoren zoals schoonheid en gezondheidszorg, telecom, retail, voeding en dranken, en de openbare sector.■ Meer dan fulfilment: innovatieve oplossingen verbinden merken met hun consumenten door middel van geavanceerde omnichannel-technologieën, waaronder intelligente betaaloplossingen, beveiliging tegen fraude, op maat gemaakte 'supply chain'-diensten en klantenondersteuning. Landmark Global activiteiten (voorheen actief onder de naam Global cross-border) Landmark Global activiteiten hebben betrekking op het verzenden van pakjes over de landsgrenzen heen, waarbij transport, douane, belastingen en andere formaliteiten worden afgehandeld.
■ Bnode biedt via zijn entiteiten Landmark Global en IMX geïntegreerde mogelijkheden voor cross-borderbeheer en transport aan. Dankzij de vereiste expertise, infrastructuur en operationele mogelijkheden staat het bedrijf in voor de verzending van pakjes, de uitreiking van post en de verwerking van orders en retourzendingen. In samenwerking met een groot aantal partners zorgen experts wereldwijd voor een snelle afhandeling van douaneformaliteiten.
■ Bnode heeft een uitgebreid netwerk van weg- en luchtverbindingen in Noord-Amerika, Europa en Azië. Het bedrijf combineert zijn eigen last-milenetwerken, toegang tot vervoerders en douanediensten via robuuste IT-platforms. Corporate en support units ("Corporate") bestaan uit de drie support units en de corporate unit. De support units bieden als één enkele leverancier zakelijke oplossingen aan de 3 business units en aan Corporate en omvatten Finance & Accounting, Human Resources & Service Operations, ICT & Digital. De corporate unit omvat Strategy, Transformation, M&A, Legal, Regulatory en Corporate Secretary. De door de support units gegenereerde EBIT wordt aan de 3 business units doorberekend als opex, terwijl de afschrijvingen bij Corporate blijven. De door de support units gegenereerde inkomsten, met inbegrip van de verkoop van gebouwen, worden opgenomen bij Corporate. Aangezien Bnode zijn CEO identificeert als de “chief operating decision maker” (“CODM”), zijn de operationele segmenten gebaseerd op de informatie die aan de CEO wordt verstrekt. Bnode berekent zijn winst uit bedrijfsactiviteiten (EBIT) op segmentniveau en wordt erkend in overeenstemming met de boekhoudkundige richtlijnen met betrekking tot de financiële staten (IFRS). Activa en passiva worden niet per segment aan de CODM gerapporteerd. Er werden geen operationele segmenten samengevoegd om de hierboven vermelde te rapporteren segmenten te vormen. Voor diensten en producten die worden aangeboden tussen wettelijke entiteiten geldt het “arm’s length”-beginsel, terwijl de diensten en producten die worden aangeboden tussen business units van dezelfde wettelijke entiteit over het algemeen gebaseerd zijn op incrementele kosten. Diensten die worden verleend door service units aan business units van dezelfde wettelijke entiteit zijn gebaseerd op volledige kosten. Aangezien corporate treasury, geassocieerde deelnemingen en joint ventures en belastingen voor de groep centraal worden beheerd, worden het financieel nettoresultaat, de belastinguitgaven en het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint ventures enkel bekendgemaakt op het niveau van Bnode.
376 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
De onderstaande tabel toont de resultaten per segment:
| IN MILJOEN EUR | BPOST 2025 | BPOST 2024 | PAXON 2025 | PAXON 2024 | LANDMARK GLOBAL 2025 | LANDMARK GLOBAL 2024 | CORPORATE 2025 | CORPORATE 2024 | ELIMINATIES 2025 | ELIMINATIES 2024 | TOTAAL VAN HET JAAR BNODE 2025 | TOTAAL VAN HET JAAR BNODE 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Externe bedrijfsopbrengsten | 2.173,5 | 2.272,2 | 1.685,5 | 1.455,5 | 618,4 | 609,3 | 4,9 | 4,3 | 0,0 | 0,0 | 4.482,3 | 4.341,3 |
| Intersegment bedrijfsopbrengsten | 84,0 | 77,3 | 6,0 | 4,8 | 8,3 | 5,5 | 453,9 | 406,8 | (552,1) | (494,5) | 0,0 | 0,0 |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 2.257,5 | 2.349,5 | 1.691,5 | 1.460,4 | 626,7 | 614,8 | 458,8 | 411,1 | (552,1) | (494,5) | 4.482,3 | 4.341,3 |
| Materiaalkost | 41,2 | 44,4 | 50,4 | 37,3 | 3,2 | 3,2 | 0,0 | 0,3 | 0,0 | 0,0 | 94,7 | 85,1 |
| Diensten en diverse goederen | 468,3 | 475,1 | 965,3 | 815,5 | 307,9 | 309,7 | 209,4 | 233,8 | 0,0 | 0,0 | 1.950,9 | 1.834,1 |
| Personeelskosten | 1.162,5 | 1.222,2 | 413,1 | 381,1 | 86,1 | 85,3 | 203,5 | 156,9 | 0,0 | 0,0 | 1.865,1 | 1.845,4 |
| Overige bedrijfskosten | 10,0 | 13,3 | 21,1 | 22,3 | 1,5 | 3,2 | 1,1 | 3,7 | 0,0 | 0,0 | 33,7 | 42,6 |
| Intersegment bedrijfskosten | 413,0 | 367,8 | 19,9 | 15,2 | 117,3 | 110,0 | 1,9 | 1,5 | (552,1) | (494,5) | 0,0 | 0,0 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 103,4 | 95,8 | 256,8 | 455,7 | 24,1 | 24,2 | 74,1 | 76,4 | 0,0 | 0,0 | 458,4 | 652,1 |
| Totaal bedrijfsopbrengten | 2.198,4 | 2.218,6 | 1.726,5 | 1.727,1 | 540,0 | 535,6 | 490,0 | 472,6 | (552,1) | (494,5) | 4.402,7 | 4.459,4 |
| BEDRIJFSRESULTAAT (EBIT) | 59,1 | 130,9 | (35,0) | (266,7) | 86,7 | 79,2 | (31,2) | (61,5) | 0,0 | 0,0 | 79,6 | (118,0) |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (0,0) | 0,0 |
| Herwaardering van activa aangehouden voor verkoop aan de reële waarde na aftrek van verkoopkosten | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Financiële resultaat | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (117,4) | (30,8) |
| Belastingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 1,7 | 55,3 |
| NETTORESULTAAT VAN DE PERIODE (EAT) | 59,1 | 130,9 | (35,0) | (266,7) | 86,7 | 79,2 | (31,2) | (61,5) | 0,0 | 0,0 | (39,4) | (204,1) |
377 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Bpost EBIT bedroeg 59,1 mEUR met een marge van 2,6% en daalde met 71,8 mEUR in vergelijking met vorig jaar. Lagere EBIT door sterke omzetdalingen bij Mail en Press en circa 6,0 mEUR negatieve EBIT-impact door stakingen in februari, deels gecompenseerd door baten van reorganisaties. Paxon EBIT bedroeg -35,0 mEUR, inclusief 55,5 mEUR extra kosten in 2025 in verband met de vastgoedportefeuille en technologie bij Radial North America. De EBIT van vorig jaar werd significant beïnvloed door de non-cash waardevermindering van Radial North America in 2024 (299,4 mEUR). Zonder rekening te houden met deze effecten en de toegenomen afschrijvingen met betrekking tot immateriële vaste activa erkend als gevolg van het aankoopprijstoewijzigingsproces (PPA), steeg de EBIT jaar-over-jaar door de bijdrage van Staci en de Europese uitbreiding ondanks de omzetdruk in de VS, getemperd door voortdurende productiviteitswinsten. Landmark Global EBIT steeg met 7,5 mEUR tot 86,7 mEUR (marge van 13,8%), deze verbetering weerspiegelt de sterke groei van de Aziatische volumes. Corporate EBIT bedroeg -31,2 mEUR, wat neerkomt op een stijging van 30,3 mEUR, vooral door de fusie- en overnamekosten van vorig jaar in het kader van de overname van Staci, kostenbeheersing op diensten van derden en deskundigen (waaronder consultancy, juridische ondersteuning, ICT) en faciliteitenbeheer. De daling ondervond ook een eenmalige gunstige invloed van operationele belastingen. Die effecten werden gedeeltelijk tenietgedaan door een hoger aantal VTE's (circa 4%) en de loonindexatie met +2,5%. De onderstaande tabel geeft de uitsplitsing weer van de inkomsten van Bnode uit contracten met klanten.
| EXTERNE BEDRIJFSOPBRENGSTEN | OMZET 2025 | OMZET 2024 | % Δ | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|---|---|---|
| BPOST | 2.173,5 | 2.272,2 | -4,3% | 2.167,0 | 2.266,7 | -4,4% |
| Transactional mail | 686,9 | 724,3 | -5,2% | 686,9 | 724,3 | -5,2% |
| Advertising mail | 178,6 | 191,8 | -6,9% | 178,6 | 191,8 | -6,9% |
| Press | 246,5 | 299,0 | -17,6% | 246,5 | 299,0 | -17,6% |
| Parcels Belgium | 542,1 | 531,3 | 2,0% | 542,1 | 531,3 | 2,0% |
| Proximity and convenience retail network | 272,5 | 271,7 | 0,3% | 272,5 | 271,7 | 0,3% |
| Value added services | 105,6 | 118,9 | -11,1% | 105,6 | 118,9 | -11,1% |
| Personalized logistics | 134,8 | 129,7 | 3,9% | 134,8 | 129,7 | 3,9% |
| Overige | 6,5 | 5,5 | 18,1% | 0,0 | 0,0 | - |
| PAXON | 1.685,5 | 1.455,5 | 15,8% | 1.683,6 | 1.452,3 | 15,9% |
| Paxon Europe | 983,1 | 516,2 | 90,4% | 983,1 | 516,1 | 90,5% |
| Paxon North America | 700,2 | 936,1 | -25,2% | 700,2 | 936,1 | -25,2% |
| Overige | 2,1 | 3,1 | -31,9% | 0,3 | 0,0 | - |
| LANDMARK GLOBAL | 618,4 | 609,3 | 1,5% | 617,3 | 609,7 | 1,2% |
| Landmark Global Europe | 376,2 | 361,6 | 4,0% | 376,2 | 361,6 | 4,0% |
| Landmark Global North America | 241,1 | 248,1 | -2,8% | 241,1 | 248,1 | -2,8% |
| Overige | 1,2 | (0,4) | - | 0,0 | 0,0 | - |
| CORPORATE | 4,9 | 4,3 | 13,9% | 0,0 | 0,0 | - |
| Totaal | 4.482,3 | 4.341,3 | 3,2% | 4.467,9 | 4.328,7 | 3,2% |
378 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
In vergelijking met vorig jaar stegen de totale bedrijfsopbrengsten met 141,0 mEUR of 3,2% tot 4.482,3 mEUR, toe te schrijven aan de bijdrage van Staci:
■ De externe bedrijfsopbrengsten van Bpost daalden met 98,7 mEUR, voornamelijk door lagere inkomsten van Mail en Press, die de groei van de pakjesvolumes tenietdeden.
■ De externe bedrijfsopbrengsten van Paxon stegen met 230,0 mEUR, voornamelijk door de bijdrage van Staci (vanaf augustus 2024) en de uitbreiding van de e-commercelogistiek in Europa, deels geneutraliseerd door klantenverloop in Noord-Amerika.
■ De externe bedrijfsopbrengsten van Landmark Global stegen met 9,2 mEUR dankzij de sterke toename van Aziatische en binnenlandse Canadese volumes.
■ De externe bedrijfsopbrengsten van Corporate bleven stabiel (+0,6 mEUR).
De geografische opsplitsing van de totale bedrijfsopbrengsten (exclusief bedrijfsopbrengsten tussen segmenten) en de vaste activa worden toegewezen aan België, Frankrijk, Nederland, de rest van Europa, Verenigde Staten van Amerika en de rest van de wereld. De toewijzing per geografische locatie is gebaseerd op de locatie van de entiteit die de opbrengsten genereert of die houder is van het netto-actief.
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| België | 954,7 | 929,5 | 2,7% |
| Frankrijk | 614,2 | 642,5 | -4,4% |
| Nederland | 408,7 | 413,3 | -1,1% |
| Rest van Europa | 342,9 | 384,5 | -10,8% |
| VS | 893,3 | 1.171,5 | -23,7% |
| Rest van de wereld | 79,0 | 86,4 | -8,6% |
| Totaal vaste activa | 3.292,7 | 3.627,7 | -9,2% |
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| België | 2.322,8 | 2.422,6 | -4,1% |
| Frankrijk | 288,9 | 139,7 | 106,8% |
| Nederland | 338,9 | 269,4 | 25,8% |
| Rest van Europa | 324,5 | 206,5 | 57,2% |
| VS | 1.087,8 | 1.219,9 | -10,8% |
| Rest van de wereld | 119,6 | 83,2 | 43,8% |
| Totale bedrijfsopbrengsten | 4.482,3 | 4.341,3 | 3,2% |
De totale vaste activa bestaan uit materiële vaste activa, immateriële vaste activa, vastgoedbeleggingen en handels- en overige vorderingen (> 1 jaar).Met uitzondering van de vergoeding ontvangen van de Belgische federale overheid voor het leveren van de diensten zoals beschreven in het beheerscontract en persconcessies, opgenomen in het segment Bpost, overschrijdt geen enkele externe klant 5% van de bedrijfsinkomsten van Bnode.
379 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.7 Omzet
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Omzet exclusief de DAEB vergoeding | 4.313,1 | 4.100,9 |
| DAEB vergoeding | 154,8 | 227,8 |
| Totaal | 4.467,9 | 4.328,7 |
In vergelijking met vorig jaar stegen de opbrengsten met 139,1 mEUR of +3,2% tot 4.467,9 mEUR. De stijging van de opbrengsten exclusief de vergoeding voor de DAEB (212,1 mEUR of +5,2%) is voornamelijk te danken aan de hogere opbrengsten (231,4 mEUR) binnen Paxon, wat het gevolg is van de integratie van Staci vanaf augustus 2024, die deels gecompenseerd werden door het klantenverloop in Noord Amerika en de daling binnen Domestic mail bij Bpost, voornamelijk te verklaren door de structurele volumedaling van Domestic mail. De vergoeding voor de DAEB wordt toegelicht onder Press en het Proximity and convenience-retailnetwerk in het Bpost-segment en daalde met 73,0 mEUR of 32,0% tegenover vorig jaar, voornamelijk als gevolg van de stopzetting van de persconcessie met ingang van 1 juli 2024.
6.8 Overige bedrijfsopbrengsten
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Winst op de realisatie van materiële vaste activa | 0,7 | 0,8 |
| Huuropbrengsten vastgoedbeleggingen en sublease | 0,9 | 1,9 |
| Recuperatie kosten bij derden | 8,7 | 6,2 |
| Overdracht Partner Press – vrijval van resterende saldi | 1,5 | - |
| Recuperatie verzekeringen | - | 1,9 |
| Overige | 2,7 | 1,8 |
| Totaal | 14,4 | 12,6 |
De terugvordering van kosten bij derden hebben voornamelijk betrekking verkoop die door de restaurants van Bnode werd gerealiseerd, het doorrekenen van commissies van Kariboo! en postpunten aan uitgevers, en terugbetalingen door derden van niet-core activiteiten. De recuperatie van verzekeringen in 2024 heeft voornamelijk betrekking op overstromingen in België in voorgaande jaren.
380 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.9 Overige bedrijfskosten
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Voorzieningen | 2,3 | (2,5) |
| Onroerende voorheffingen, lokale en overige belastingen | 23,0 | 23,7 |
| Waardeverminderingen op handelsvorderingen & charge backs | 5,3 | 5,8 |
| Minderwaardes mbt vervreemding van materiële vaste activa | 0,2 | 1,0 |
| Overige | 2,8 | 14,6 |
| Totaal | 33,7 | 42,6 |
6.10 Materiaalkost
De materiaalkosten stegen met 9,6 mEUR in vergelijking met vorig jaar, voornamelijk door de integratie van Staci vanaf augustus 2024.
381 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.11 Diensten en diverse goederen
De kosten voor goederen en diensten stegen met 116,8 mEUR tot 1.950,9 mEUR. Deze stijging werd voornamelijk veroorzaakt door hogere variabele transportkosten in lijn met de integratie van Staci vanaf 1 augustus 2024, deels gecompenseerd door lagere variabele bedrijfskosten (transportkosten en uitzendkrachten) in overeenstemming met de omzetontwikkeling in Noord-Amerika en de fusie- en overnamekosten van vorig jaar.
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 | % Δ |
|---|---|---|---|
| Huur en huurkosten (inclusief SaaS) | 120,7 | 108,2 | 11,5% |
| Onderhoud en herstellingen | 118,3 | 118,0 | 0,3% |
| Levering van energie | 75,6 | 71,6 | 5,7% |
| Andere goederen | 29,8 | 26,7 | 11,5% |
| Post- en telecommunicatiekosten | 13,4 | 13,3 | 0,8% |
| Verzekeringskosten | 42,9 | 39,3 | 9,2% |
| Transportkosten | 933,9 | 838,8 | 11,3% |
| Reclame- en advertentiekosten | 27,6 | 27,1 | 2,0% |
| Consultancy | 2,6 | 15,2 | -83,0% |
| Uitzendarbeid | 253,4 | 264,5 | -4,2% |
| Vergoedingen aan derden, honoraria | 245,9 | 214,8 | 14,5% |
| Overige goederen en diensten | 86,8 | 96,6 | -10,1% |
| Totaal | 1.950,9 | 1.834,1 | 6,4% |
- Huur en huurkosten die onder andere bestaan uit kosten voor hosting, licenties en software as a service (SaaS) stegen met 12,4 mEUR in vergelijking met vorig jaar, onder andere door de integratie van Staci vanaf 1 augustus 2024.
- De transportkosten bedroegen 933,9 mEUR en stegen met 95,1 mEUR, voornamelijk door de integratie van Staci vanaf 1 augustus 2024, gedeeltelijk gecompenseerd door lagere volumegerelateerde transportkosten die gepaard gingen met de omzetevolutie in Noord-Amerika voor Paxon.
- De kosten voor uitzendarbeid daalden met 11,2 mEUR, voornamelijk door het lagere gemiddelde aantal uitzendkrachten, dat op zijn beurt het gevolg is van de omzetontwikkeling in Noord-Amerika (variabel personeelsbeheer) en productiviteitsverhogingen (ook binnen Bpost), deels tenietgedaan door de hogere kosten per VTE als gevolg van de indexering en de integratie van Staci vanaf 1 augustus 2024. Merk op dat de kosten voor uitzendarbeid in samenhang met de evolutie van de personeelskosten moeten worden bekeken, zie toelichting 6.12.
- De consultancykosten daalden met 12,6 mEUR door de fusie- en overnamekosten van vorig jaar en kostenbeheersing.
- De vergoedingen aan derden stegen met 31,2 mEUR - ondanks de fusie- en overnamekosten van vorig jaar - voornamelijk door de integratie van Staci vanaf 1 augustus 2024.
- Overige diensten hebben betrekking op kosten voor het verwerken van betalingen, HR-diensten en opleidings- en administratiekosten. De daling met 9,8 mEUR was voornamelijk het gevolg van lagere betalingen verwerkt door Radial North America in lijn met de evolutie van de inkomsten.
382 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.12 Personeelskosten
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Loonkosten | 1.551,5 | 1.527,1 |
| Sociale zekerheidsbijdragen | 292,0 | 296,5 |
| Pensioenkosten (note 6.25) | 11,6 | 11,5 |
| Beëindigingsvoordelen, Andere langetermijnpersoneelsbeloningen en Vergoedingen na uitdiensttreding anders dan Pensioen (note 6.25) | 10,1 | 10,3 |
| Totaal | 1.865,1 | 1.845,4 |
Op 31 december 2025 werkten er 33.532 werknemers voor Bnode (2024: 36.527). Het personeelsbestand bestond uit 5.066 ambtenaren (2024: 5.602) en 28.466 contractuele werknemers (2024: 30.925). Het gemiddelde aantal voltijdsequivalenten (VTE's) in 2025 bedroeg 31.963 (2024: 32.434), terwijl het gemiddelde aantal VTE's inclusief uitzendkrachten 36.819 bedroeg (2024: 37.500).
Loonkosten (1.865,1 mEUR) en kosten voor uitzendarbeid (253,4 mEUR) bedroegen in 2025 2.118,4 mEUR (2.109,9 mEUR in 2024). De loonkosten en kosten voor uitzendarbeid stegen met 8,5 mEUR, waarbij de loonkosten stegen met 19,7 mEUR terwijl kosten voor uitzendarbeid daalden met 11,2 mEUR in vergelijking met vorig jaar.
De stijging van de personeelskosten en kosten voor uitzendarbeid was het gevolg van inflatoire druk – met name het loonindexeringsmechanisme dat in België toegepast wordt – en van loonsverhogingen en hogere loonkosten als gevolg van de toename van internationale activiteiten. Deze effecten werden gedeeltelijk gecompenseerd door gunstige wisselkoersschommelingen, wat leidde tot een negatief prijseffect van 25,5 mEUR.
De hierboven vermelde effecten werden gedeeltelijk gecompenseerd door verschillende factoren. Ten eerste heeft de daling van het aantal VTE's bij Bpost, als gevolg van lagere volumes en efficiëntieverbeteringen - waarbij de reorganisatie van de uitreiking en de retailkantoren volgens plan verloopt - samen met de vermindering van het aantal VTE's bij Radial North America, in overeenstemming met de evolutie van de opbrengsten, bijgedragen tot kostenbesparingen. Deze besparingen werden gedeeltelijk tenietgedaan door de integratie van Staci vanaf 1 augustus 2024 en iets hogere VTE's voor transformatie- en corporateprojecten. Deze gecombineerde effecten resulteerden in een kostenverlaging van 8,0 mEUR. Ten tweede was er een positief mixeffect van 9,0 mEUR als gevolg van een verschuiving in de samenstelling van het personeelsbestand, met minder statutairen, baremiek contractuelen en uitzendkrachten in de operationele activiteiten en meer logistieke en postale werknemers als gevolg van een algemene daling in VTE's.
383 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.13 Financiële opbrengsten en financiële kosten
De volgende bedragen zijn opgenomen in de resultatenrekening:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Financiële opbrengsten | 34,2 | 47,0 |
| Financiële kosten | (151,6) | (77,8) |
| Totaal | (117,4) | (30,8) |
Het netto financieel resultaat (netto van financiële inkomsten en financiële kosten) van 2025 bedroeg -117,4 mEUR en daalde met 86,6 mEUR in vergelijking met 2024. Deze daling is hoofdzakelijk het gevolg van ongunstige non-cash wisselkoersresultaten, rentekosten verbonden aan de unsecured obligatielening van 750 mEUR in juni 2025 en de senior insecured obligatielening van 1.000 mEUR, ingedeeld in twee gelijke tranches, die werd uitgegeven in oktober 2024, en hogere interesten op leasing door de integratie van Staci met ingang van augustus 2024.
Financiële opbrengsten
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Financiële opbrengsten mbt geldmiddelen en kasequivalenten | 18,1 | 18,6 |
| Wisselresultaat (positief) | 11,3 | 24,2 |
| Financiële opbrengsten van toegezegdpensioenverplichtingen (IAS 19) | 2,0 | 2,8 |
| Winst uit vervroegde obligatie-inkoop | 1,6 | - |
| Overige | 1,3 | 1,5 |
| Totaal | 34,2 | 47,0 |
De winst uit wisselkoersverschillen moet samen worden bekeken met het verlies uit wisselkoersverschillen. Zie toelichting 6.29 “Financiële instrumenten en financieel risicobeheer”.384 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Financiële kosten
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Intresten en kosten van obligaties | 57,7 | 15,3 |
| Wisselresultaat (negatief) | 45,1 | 16,6 |
| Intresten op leasing (IFRS 16) | 33,4 | 23,8 |
| Afwikkeling van pre-hedge intrest swap | 3,4 | 2,5 |
| Voorwaardelijke vergoeding: afwikkeling disconto, het effect van de verandering in verdisconteringsvoet en verandering van eigendomsbelangen in gecontroleerde entiteiten | 3,3 | 0,3 |
| Financiële kosten van toegezegdpensioenverplichtingen (IAS 19) | 1,9 | 1,2 |
| Interesten van bankleningen en aanverwante kosten | 0,5 | 8,6 |
| Transactiekosten | 1,2 | 4,0 |
| Overige | 5,2 | 5,4 |
| Totaal | 151,6 | 77,8 |
De hogere interesten en kosten van obligaties zijn het gevolg van de senior unsecured obligatielening van 1.000 mEUR, ingedeeld in twee gelijke tranches, en de unsecured obligatielening van 750 mEUR die Bnode in respectievelijk oktober 2024 en juni 2025 uitgaf. De daling van de interesten van bankleningen in 2025 zijn voornamelijk het gevolg van de interesten op het overbruggingskrediet ten belope van 1,000 mEUR (tussen augustus en oktober 2024) vorig jaar, dat aangewend werd voor de overname van Staci, d.w.z. vóór de uitgave van de twee obligaties. De hogere interesten op leasing zijn voornamelijk te verklaren door de hogere interesten op leasing die voortvloeien uit de integratie van Staci vanaf augustus 2024. Het verlies uit wisselkoersverschillen moet samen worden bekeken met de winst uit wisselkoersverschillen. Zie toelichting 6.29 Financiële instrumenten en financieel risicobeheer.
385 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.14 Winstbelastingen/Uitgestelde belastingen
Uitsplitsing van de in de resultatenrekening opgenomen belastingen
De in de resultatenrekening opgenomen belastingkost voor 2025 bedroeg 1,7 mEUR en is als volgt verdeeld:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| VERSCHULDIGDE BELASTING OMVAT: | ||
| Verschuldigde belasting van het huidig boekjaar | 30,7 | 48,5 |
| Aanpassing van de verschuldigde belasting van vorige jaren, opgenomen in huidig boekjaar | 0,4 | (2,3) |
| Uitgestelde belastingen | (29,5) | 9,0 |
| Totale belastinglast opgenomen in de resultatenrekening | 1,7 | 55,3 |
Aansluiting tussen de theoretische belastingkosten en de in de resultatenrekening opgenomen belastingkosten
Een aansluiting tussen de theoretische belastingkosten en de werkelijke belastingkosten in de resultatenrekening kan als volgt worden samengevat:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Winst voor belastingen (A) | (37,8) | (148,8) |
| Statutaire belastingvoet van het moederbedrijf (B) | 25,00% | 25,00% |
| Theoretische inkomstenbelasting (C) = (A) × (B) | (9,4) | (37,2) |
| RECONCILIATIE TUSSEN DE STATUTAIRE EN DE REËLE BELASTINGVOET | ||
| Impact verworpen uitgaven | 8,3 | 8,1 |
| Impact van belasting mbt. voorgaande jaren | 0,4 | (2,3) |
| Impact van intern compliance onderzoek | 0,3 | (0,2) |
| Impact van CGU-afwaardering | 0,0 | 74,6 |
| Impact herwaardering van activa aangehouden voor verkoop tegen reële waarde minus verkoopkosten | 0,0 | 0,0 |
| Impact aanwending van overgedragen verliezen bij de dochterondernemingen waarvoor geen of geen volledige uitgestelde belastingvordering is geboekt | 0,0 | 0,0 |
| Verlieslatende dochterondernemingen waarvoor geen of geen volledige uitgestelde belastingvordering werd erkend op de overgedragen verliezen | 4,4 | 18,9 |
| Geassocieerde deelnemingen en joint ventures (vermogensmutatie) | 0,0 | 0,0 |
| OVERIGE | ||
| Impact van vereffeningen van filialen | 0,0 | 0,0 |
| Impact van de wijzigingen in de toekomstige belastingtarieven | 0,0 | 0,0 |
| Overige verschillen | (2,2) | (6,7) |
| Totaal | 1,7 | 55,3 |
| Belastingbedrag gebaseerd op de reële belastingvoet (huidige periode) | (1,7) | (55,3) |
| Winst voor belastingen | (37,8) | (148,8) |
| Reële belastingvoet | -4,4% | -37,1% |
De daling van het effectieve belastingtarief in 2025 is voornamelijk toe te schrijven aan het niet-aftrekbare belastingeffect van de CGU-waardevermindering in 2024.
386 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Uitgestelde belastingen opgenomen in de balans
De nettopositie van de uitgestelde belastingen worden berekend op basis van de fiscale positie van elk bedrijf en worden in de balans vermeld voor hun nettobedrag per juridische entiteit. Per 31 december 2025, heeft Bnode een netto uitgestelde belastingverplichting van 90,3 mEUR opgenomen. Deze netto uitgestelde belastingverplichting is als volgt samengesteld:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2024 | IMPACT OP RESULTAAT VAN HET JAAR | IMPACT OP NIET GEREALISEERDE RESULTATEN | WISSELKOERSVERSCHILLEN | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN | |||||
| Personeelsbeloningen | 6,1 | (0,3) | (0,9) | 0,0 | 4,9 |
| Voorzieningen | 1,4 | (0,8) | 0,0 | 0,0 | 0,6 |
| Overgedragen verliezen | 54,1 | 1,1 | 0,0 | (0,3) | 54,9 |
| Materiële vaste activa | (45,3) | 19,4 | 0,0 | (0,4) | (26,3) |
| Immateriële vaste activa | (171,1) | 12,1 | 0,0 | 4,8 | (154,2) |
| Leases | 6,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 6,2 |
| Overige | 24,1 | (2,0) | 1,0 | 0,6 | 23,6 |
| Netto uitgestelde belastingsvordering / (verplichting) | (124,5) | 29,5 | 0,1 | 4,6 | (90,3) |
De uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot overgedragen fiscale verliezen zijn stabiel vergeleken met vorig jaar. De afgenomen uitgestelde belastingverplichting met betrekking tot immateriële activa is in lijn met de evolutie van de immateriële activa na de toewijzing van de aankoopprijs van de overgenomen entiteiten.
Opgenomen en niet-opgenomen uitgestelde belastingen op belastingattributen
Uitgestelde belastingvorderingen op de belastingattributen (voornamelijk overgedragen fiscale verliezen) worden alleen opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat deze belastingattributen in de nabije toekomst belastbare winst zullen compenseren. Op basis van deze evaluatie werden uitgestelde belastingvorderingen voor overgedragen fiscale verliezen opgenomen voor 206,5 mEUR. Deze opgenomen fiscale verliezen hebben betrekking op entiteiten gevestigd in de Verenigde Staten (127,6 mEUR), het Verenigd Koninkrijk (33,8 mEUR), Frankrijk (22,7 mEUR), België (7,5 mEUR), Nederland (11,8 mEUR), Duitsland (1,7 mEUR), Singapore (0,2 mEUR), Italië (0,8 mEUR) en Spanje (0,5 mEUR). Er zijn echter geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen voor 169,5 mEUR aan overgedragen fiscale verliezen. Deze niet-opgenomen fiscale verliezen hebben betrekking op entiteiten gevestigd in Duitsland (73,2 mEUR), Nederland (40,0 mEUR), Luxemburg (21,2 mEUR), België (17,6 mEUR) en het Verenigd Koninkrijk (10,2 mEUR). In België, Duitsland, Italië, Nederland (sinds 2022) en het Verenigd Koninkrijk kunnen fiscale verliezen onbeperkt worden overgedragen. In Luxemburg kunnen verliezen die vóór 1 januari 2017 zijn geleden zonder beperking in de tijd worden overgedragen, terwijl het gebruik van nadien geleden verliezen beperkt is tot 17 jaar. In de Verenigde Staten hebben de fiscale verliezen van Radial US vóór 2018 een vervaldatum variërend tussen 2034 en 2037 en de fiscale verliezen vanaf 2018 kunnen onbeperkt worden overgedragen. De niet erkende belastingkredieten in de Verenigde Staten bedragen 15,4 mEUR.
387 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Pillar 2
Op 31 december 2025 komen alle samenstellende entiteiten van Bnode in aanmerking voor de “Transitional Safe Harbour” regel onder de Pillar 2 wetgeving. Bijgevolg werd er geen bijkomende belastingvoorziening geboekt met betrekking tot Pillar 2. In 2023 bekrachtigde de Europese Unie de wijzigingen van de IASB met betrekking tot IAS 12 Winstbelastingen over de implementatie van de Pillar 2-modelregels. Deze wijzigingen zijn met name bedoeld om tijdelijke vrijstelling te verlenen voor de boekhoudkundige verwerking van uitgestelde belastingen die voortvloeien uit de implementatie van de Pillar 2-modelregels. Deze wijzigingen aan IAS 12 moeten onmiddellijk worden toegepast in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten. Bnode heeft de verplichte uitzondering toegepast voor het erkennen en bekendmaken van informatie over uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot de inkomstenbelastingen onder Pillar 2.
6.15 Winst per aandeel
Overeenkomstig IAS 33 wordt de gewone winst per aandeel berekend door het nettoresultaat van de periode, toerekenbaar aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij te delen door het gemiddeld aantal uitstaande aandelen tijdens het jaar. De verwaterde winst per aandeel dient berekend te worden door het nettoresultaat van de periode, toerekenbaar aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij (na aanpassing van de effecten van alle potentiële verwaterde gewone aandelen) te delen door het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen tijdens het jaar, vermeerderd met het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen dat zou worden uitgegeven bij een omzetting van alle aandelenopties in gewone aandelen. In het geval van Bnode is er geen verwaterend effect die het nettoresultaat van de periode, toerekenbaar aan houders van gewone aandelen en het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen beïnvloeden. Onderstaande tabel geeft het resultaat weer en het aantal aandelen die gebruikt worden in de berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Nettoresultaat van de periode toe te rekenen aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij | (40,3) | (205,1) |
| Aanpassingen voor het verwateringseffect | - | - |
| Nettoresultaat van de periode toe te rekenen aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij aangepast voor het verwaterings-effect | (40,3) | (205,1) |
| IN MILJOEN AANDELEN | ||
| Gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen voor het resultaat per aandeel | 200,0 | 200,0 |
| Verwateringseffect | - | - |
| Gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen aangepast voor het verwateringseffect | 200,0 | 200,0 |
| IN EUR | ||
| Gewone winst/(verlies) per aandeel, toe te rekenen aan gewone aandeelhouders van de moedermaatschappij | (0,20) | (1,03) |
| Verwaterde winst/(verlies) per aandeel, toe te rekenen aan gewone aandeelhouders van de moedermaatschappij | (0,20) | (1,03) |
388 Financiële waarde | 7.3Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.16 Materiële vaste activa
| IN MILJOEN EUR | TERREINEN EN GEBOUWEN | MEUBILAIR EN UITRUSTING | ROLLEND MATERIEEL | INSTALLATIES EN MACHINES | OVERIGE MATERIËLE VASTE ACTIVA | MATERIËLE VASTE ACTIVA (EXCL. RVG) | RECHT VAN GEBRUIK (RVG) | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||||||
| Balans op 1 januari 2024 | 644,1 | 481,4 | 603,5 | 303,6 | 14,8 | 2.047,5 | 1.073,2 | 3.120,7 |
| Verwerving | 2,6 | 21,0 | 34,6 | 49,7 | 19,0 | 126,9 | 189,2 | 316,1 |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 6,2 | 30,8 | 23,6 | 45,1 | 2,5 | 108,3 | 226,3 | 334,6 |
| Vervreemding | (1,3) | (0,1) | (3,0) | (0,0) | 0,0 | (4,4) | (72,0) | (76,4) |
| Vervreemding door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Wisselkoersverschillen | 2,2 | 1,7 | 19,9 | 2,0 | 0,2 | 26,0 | 23,9 | 49,9 |
| Overige bewegingen | 30,0 | 0,3 | 9,8 | (25,9) | (27,7) | (13,5) | (12,5) | (26,0) |
| Balans op 31 december 2024 | 683,9 | 535,2 | 688,2 | 374,5 | 8,9 | 2.290,7 | 1.428,2 | 3.718,9 |
| Balans op 1 januari 2025 | 683,9 | 535,2 | 688,2 | 374,5 | 8,9 | 2.290,7 | 1.428,2 | 3.718,9 |
| Verwerving | 0,4 | 46,6 | 24,8 | 41,9 | 11,2 | 125,0 | 154,2 | 279,3 |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | (1,2) | (8,2) | (17,2) | (11,9) | (0,0) | (38,5) | (62,9) | (101,4) |
| Vervreemding door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Wisselkoersverschillen | (4,4) | (4,7) | (39,5) | (4,4) | (0,7) | (53,7) | (62,3) | (116,0) |
| Overige bewegingen | 21,5 | (4,0) | (9,9) | (17,6) | (13,1) | (23,1) | (25,2) | (48,3) |
| Balans op 31 december 2025 | 700,2 | 565,0 | 646,4 | 382,5 | 6,3 | 2.300,5 | 1.432,0 | 3.732,4 |
De overige bewegingen in overige materiële vaste activa worden voornamelijk verklaard door de ingebruikname van een aantal activa, wat een transfer veroorzaakt van activa in aanbouw (deel van overige materiële vaste activa) naar de andere categorieën. De overige bewegingen in inrichtingen en installaties werd verklaard door de transfer naar de categorie terreinen en gebouwen zonder impact op totaal materiële vaste activa et totaal van afschrijvingen en waardeverminderingen.
| IN MILJOEN EUR | TERREINEN EN GEBOUWEN | MEUBILAIR EN UITRUSTING | ROLLEND MATERIEEL | INSTALLATIES EN MACHINES | OVERIGE MATERIËLE VASTE ACTIVA | MATERIËLE VASTE ACTIVA (EXCL. RVG) | RECHT VAN GEBRUIK (RVG) | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| HERWAARDERING | ||||||||
| Balans op 31 december 2024 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 7,4 | 7,4 | 0,0 | 7,4 |
| Balans op 31 december 2025 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 7,4 | 7,4 | 0,0 | 7,4 |
389 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
| IN MILJOEN EUR | TERREINEN EN GEBOUWEN | MEUBILAIR EN UITRUSTING | ROLLEND MATERIEEL | INSTALLATIES EN MACHINES | OVERIGE MATERIËLE VASTE ACTIVA | MATERIËLE VASTE ACTIVA (EXCL. RVG) | RECHT VAN GEBRUIK (RVG) | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | ||||||||
| Balans op 1 januari 2024 | (378,9) | (336,9) | (386,7) | (181,7) | 0,0 | (1.284,2) | (471,9) | (1.756,1) |
| Afschirijvingen door middel van bedrijfscombinaties | (4,2) | (22,1) | (16,8) | (35,7) | 0,0 | (78,8) | (11,5) | (90,3) |
| Vervreemding | 0,0 | 0,0 | 2,0 | 0,0 | 0,0 | 2,1 | 52,5 | 54,6 |
| Vervreemding door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (11,5) | (33,8) | (57,2) | (26,8) | (0,0) | (129,3) | (172,8) | (302,1) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Wisselkoersverschillen | (0,2) | (0,8) | (10,5) | (0,8) | (0,0) | (12,4) | (11,8) | (24,1) |
| Overige bewegingen | (5,6) | 5,3 | 0,8 | 10,7 | 0,0 | 11,2 | 8,2 | 19,4 |
| Balans op 31 december 2024 | (400,4) | (388,4) | (468,3) | (234,3) | 0,0 | (1.491,4) | (607,2) | (2.098,6) |
| Balans op 1 januari 2025 | (400,4) | (388,4) | (468,3) | (234,3) | 0,0 | (1.491,4) | (607,2) | (2.098,6) |
| Afschirijvingen door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | 1,4 | 8,7 | 17,0 | 11,3 | 0,0 | 38,3 | 55,1 | 93,4 |
| Vervreemding door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (13,0) | (33,3) | (96,6) | (31,2) | (0,0) | (174,1) | (218,2) | (392,3) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Wisselkoersverschillen | 0,5 | 2,8 | 23,7 | 1,9 | (0,0) | 28,8 | 29,4 | 58,2 |
| Overige bewegingen | (7,5) | 9,4 | 7,7 | 8,6 | 0,0 | 18,3 | 24,6 | 42,9 |
| Balans op 31 december 2025 | (419,1) | (400,8) | (516,5) | (243,7) | 0,1 | (1.580,0) | (716,3) | (2.296,4) |
| IN MILJOEN EUR | TERREINEN EN GEBOUWEN | MEUBILAIR EN UITRUSTING | ROLLEND MATERIEEL | INSTALLATIES EN MACHINES | OVERIGE MATERIËLE VASTE ACTIVA | MATERIËLE VASTE ACTIVA (EXCL. RVG) | RECHT VAN GEBRUIK (RVG) | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| NETTO BOEKWAARDE | ||||||||
| Op 31 december 2024 | 283,5 | 146,9 | 219,9 | 140,2 | 16,3 | 806,7 | 820,9 | 1.627,7 |
| Op 31 december 2025 | 281,1 | 164,2 | 129,9 | 138,9 | 13,8 | 727,8 | 715,6 | 1.443,5 |
390 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
De afschrijvingen en waardeverminderingen gerelateerd aan materiële vaste activa bedroegen 392,3 mEUR en stegen met 90,2 mEUR in vergelijking met vorig jaar. Deze stijging werd vooral verklaard door de toegenomen afschrijvingen van meubilair en voertuigen en met een gebruiksrecht overeenstemmende activa, die respectievelijk stegen met 39,4 mEUR en 45,4 mEUR en voornamelijk te verklaren zijn door de consolidatie van Staci vanaf 1 augustus 2024. Daarnaast heeft Radial North America (onderdeel van het Paxon-segment) in 2025, in lijn met de tijdens de Capital Markets Day van 2025 aangekondigde strategie, zijn vastgoedportefeuille en zijn technologie- infrastructuur herzien. Als gevolg hiervan zullen sommige activiteiten worden verplaatst en bepaalde vestigingen worden gesloten, wat leidde tot een afschrijving van met een gebruiksrecht overeenstemmende activa voor een bedrag van 8,3 mEUR. Daarnaast zijn meubilair, voertuigen, de uitrusting van de betreffende gebouwen en enkele overige activa voor in totaal 40,3 mEUR afgeschreven.
Bij Bnode engageren we ons om de toeleveringsketen van e-commerce- en third-party pakjeslogistiek koolstofvrij te maken. In 2025 investeerde Bnode in materiële activa om de uitvoering van zijn klimaattransitieplan te ondersteunen. Investeringen gericht op activa die emissievrije last mile mogelijk maken, waaronder;
■ de voortdurende uitrol van e-vans. Enkele honderden nieuwe e-vans, tot in totaal 3.129 e-vans tegen het vierde kwartaal van 2025 en dewelke 30% van de last-mile vloot vertegenwoordigd;
■ uitbreiding van de vloot aan e-trailers naar 610 stuks en;
■ de installatie van extra oplaadinfrastructuur voor elektrische voertuigen op verschillende leveringssites, van 2.400 aan het begin van het jaar tot 2.880 op het einde van het jaar.
Er is ook geïnvesteerd in de verdubbeling van de capaciteit van de pakjesautomaten (Bbox) tot 2.500 automaten, waarbij 1.250 nieuwe automaten werden geïnstalleerd, waaronder 250 op zonne-energie. Naast de elektrificatie van de vloot investeerde Bnode aanzienlijk om de energieprestaties van zijn gebouwen te verbeteren, zoals: fotovoltaïsche (PV) installaties op logistieke hubs en mailcenters, warmtepompen en gerelateerde HVAC-upgrades ter vervanging van verwarming op aardgas of olie, LED-verlichting, dakisolatie, groene dakbedekking en regenwateropvangsystemen op bepaalde sites. Meer details over de klimaattransitie planinvesteringen van Bpost NV zijn terug te vinden in de CSRD sectie van dit verslag, in hoofdstuk 6.2.1.4.2 E1 3 – Acties en middelen in verband met klimaatveranderingsbeleid.
6.16.1 Materiële vaste activa (exclusief met een gebruiksrecht overeenstemmende activa)
De materiële vaste activa daalden met 79,0 mEUR van 806,7 mEUR naar 727,8 mEUR. Deze daling werd vooral verklaard door:
■ investeringen ten belope van 125,0 mEUR (126,9 mEUR in 2024), die voornamelijk werden besteed aan internationale e-commercelogistiek, capaciteit op het vlak van pakjes en pakjesautomaten en het binnenlandse wagenpark;
Gecompenseerd door
■ een wisselkoersimpact van 24,9 mEUR;
■ afschrijvingen van 174,1 mEUR (129,3 mEUR in 2024);
Alle afschrijvingen en waardeverminderingen zijn opgenomen in de rubriek “afschrijvingen en waardeverminderingen” van de resultatenrekening.
391 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.16.2 Met een gebruiksrecht overeenstemmende activa en leases
De met een gebruiksrecht overeenstemmende activa daalden met 105,3 mEUR en bedroegen 715,6 mEUR. Deze daling werd vooral verklaard door:
■ 154,2 mEUR toevoegingen (189,2 mEUR in 2024), voornamelijk gerelateerd aan bijkomende huur van opslagplaatsen en bijkomende voertuigen voor de uitreiking, onder andere ingevolge hogere leasingkost voor elektrische bestelwagens; gecompenseerd door
■ 32,9 mEUR wisselkoersverschillen;
■ Afschrijvingen ten bedrage van 218,3 mEUR (voornamelijk 179,0 mEUR voor gebouwen en 36,4 mEUR voor rollend materieel).
Bnode heeft huurcontracten voornamelijk voor gebouwen (opslagplaatsen en postkantoren), voertuigen, machines en andere uitrusting die gebruikt wordt bij zijn activiteiten. Leasetermijnen en boekwaarden worden in de onderstaande tabel beschreven:
| IN MILJOEN EUR | NUTTIGE LEVENSDUUR | NETTO BOEKWAARDE 31 DEC. 2025 | NETTO BOEKWAARDE 31 DEC. 2024 |
|---|---|---|---|
| Terreinen en gebouwen | 3 tot 25 jaar | 593,6 | 724,6 |
| Rolled materieel | 4 of 5 jaar (8 jaar voor trucks) | 113,4 | 89,8 |
| Machines en uitrusting | 1 tot 15 jaar | 8,7 | 6,6 |
| Totaal | 715,6 | 820,9 |
De boekwaarden en bewegingen (inclusief kasuitstromen) van de leasingschulden (onder rentedragende verplichtingen en leningen) worden vermeld in toelichting 6.24, terwijl de maturiteitsanalyse terug te vinden is in toelichting 6.29.
Bnode least voertuigen voor 12 maanden of minder, opgenomen onder huur en huurkosten, die onder de bedrijfskosten vallen. Er zijn geen (materiële) leases met variabele kost, noch materiële leases met lage waardes. Er zijn verschillende huurcontracten die verlengings- en beëindigingsopties bevatten. Het belangrijkste huurcontract heeft betrekking op Brussel X (NBX), de looptijd van dit huurcontract is 15 jaar (tot 2031) met 3 mogelijke verlengingen van elk 5 jaar.Deze verlengingen zijn momenteel niet opgenomen in de huurtermijn omdat het niet redelijk zeker is dat deze zullen worden uitgeoefend. De impact per verlenging van 5 jaar zal de globale huurschuld met naar schatting 5% doen toenemen. De belangrijke huurcontracten die nog niet gestart zijn, worden vermeld in 6.31 rechten en verplichtingen. Alle afschrijvingen en waardeverminderingen zijn opgenomen in de rubriek “afschrijvingen en waardeverminderingen” van de resultatenrekening. 392 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Bnode als leasinggever
Bnode heeft operationele lease overeenkomsten afgesloten voor haar vastgoedbeleggingen en een aantal subleases die gerelateerd zijn aan kantoorgebouwen en e-commerce fulfillment centers. De toekomstige minimale huuropbrengsten onder niet-opzegbare operationele leases op 31 december zijn als volgt:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Binnen het jaar | 4,4 | 2,6 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 6,5 | 6,3 |
| Meer dan 5 jaar | 0,5 | 0,6 |
| Totaal | 11,4 | 9,6 |
De lease-inkomsten met betrekking tot de leasing van gebouwen worden opgenomen in de rubriek “Andere bedrijfsopbrengsten” (0,9 mEUR in 2025 en 1,9 mEUR in 2024). 393 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.17 Vastgoedbeleggingen
| IN MILJOEN EUR | TERREINEN EN GEBOUWEN |
|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | |
| Balans op 1 januari 2024 | 11,6 |
| Verwerving | 0,0 |
| Overdracht van/(naar) andere activa categorieën | (0,3) |
| Balans op 31 december 2024 | 11,3 |
| Balans op 1 januari 2025 | 11,3 |
| Verwerving | 0,0 |
| Overdracht van/(naar) andere activa categorieën | 0,2 |
| Balans op 31 december 2025 | 11,5 |
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | |
| Balans op 1 januari 2024 | (8,2) |
| Afschrijvingen | 0,0 |
| Overdracht van/(naar) andere activa categorieën | 0,1 |
| Balans op 31 december 2024 | (8,1) |
| Balans op 1 januari 2025 | (8,1) |
| Afschrijvingen | 0,0 |
| Overdracht van/(naar) andere activa categorieën | (0,6) |
| Balans op 31 december 2025 | (8,7) |
| NETTO BOEKWAARDE | |
| Op 31 december 2024 | 3,2 |
| Op 31 december 2025 | 2,7 |
Vastgoedbeleggingen hebben voornamelijk betrekking op appartementen in gebouwen die als postkantoor worden gebruikt. Vastgoedbeleggingen worden geboekt tegen aanschaffingswaarde verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en verminderd met eventuele waardeverminderingen. Het afschrijvingsbedrag wordt op systematische basis toegerekend over de gebruiksduur (in het algemeen 40 jaar). De huuropbrengsten van de vastgoedbeleggingen en subleases bedroegen 0,9 mEUR (2024: 1,9 mEUR). De geschatte reële waarde van de vastgoedbeleggingen is stabiel rond 2,7 mEUR. 394 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.18 Activa aangehouden voor verkoop
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| Materiële vaste activa | 0,6 | 0,6 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 0,6 | 0,6 |
Materiële Vaste Activa
Het aantal gebouwen dat werd geboekt onder activa aangehouden voor verkoop bedroeg zowel eind 2024 als eind 2025 één. De activa aangehouden voor verkoop zijn verkooppunten, kantoren of mailcenters die leegstaan als gevolg van de optimalisering van het netwerk van postkantoren en mailcenters. De winst ingevolge buitengebruikstelling van 0,7 mEUR (2024: 0,8 mEUR) werd geboekt in de resultatenrekening in toelichting 6.8 Overige bedrijfsopbrengsten.
6.19 Immateriële vaste activa
| IN MILJOEN EUR | GOODWILL | ONTWIKKELINGS- KOSTEN | SOFTWARE | KLANTEN- RELATIES | MERKNAAM | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||||
| Balans op 1 januari 2024 | 702,0 | 183,3 | 212,9 | 126,7 | 52,1 | 1.277,1 |
| Verwerving | 1,0 | 7,8 | 10,9 | 0,0 | 0,0 | 19,7 |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 826,9 | 51,6 | 5,9 | 544,6 | 25,3 | 1.454,3 |
| Vervreemding | 0,0 | (3,8) | (1,1) | 0,0 | (0,0) | (4,9) |
| Vervreemding door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Wisselkoersverschillen | 42,2 | 0,6 | 5,2 | 12,9 | 1,9 | 62,7 |
| Overige bewegingen | 0,0 | 1,9 | 3,0 | 0,0 | 0,0 | 4,9 |
| Balans op 31 december 2024 | 1.572,2 | 241,4 | 236,8 | 684,2 | 79,2 | 2.813,7 |
| Balans op 1 januari 2025 | 1.572,2 | 241,4 | 236,8 | 684,2 | 79,2 | 2.813,7 |
| Verwerving | 0,0 | 15,2 | 6,8 | 0,0 | 0,0 | 22,0 |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | 0,0 | 2,3 | (2,2) | 0,0 | (0,2) | (0,0) |
| Vervreemding door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Wisselkoersverschillen | (94,4) | (1,2) | (11,3) | (32,8) | (3,9) | (143,6) |
| Overige bewegingen | 0,0 | (3,7) | 2,0 | (0,0) | (0,0) | (1,7) |
| Balans op 31 december 2025 | 1.477,8 | 254,0 | 232,1 | 651,4 | 75,1 | 2.690,3 |
395 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
| IN MILJOEN EUR | GOODWILL | ONTWIKKELINGS- KOSTEN | SOFTWARE | KLANTEN- RELATIES | MERKNAAM | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|
| AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN | ||||||
| Balans op 1 januari 2024 | (27,1) | (155,5) | (183,8) | (69,2) | (30,6) | (466,2) |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | (39,3) | (4,3) | 0,0 | (0,0) | (43,7) |
| Vervreemding | 0,0 | 3,7 | 1,0 | 0,0 | 0,0 | 4,8 |
| Vervreemding door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Afschrijvingen | 0,0 | (14,8) | (13,5) | (17,8) | (5,1) | (51,2) |
| Waardeverminderingen | (299,4) | 0,4 | (0,0) | 0,0 | 0,0 | (299,0) |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Wisselkoersverschillen | (2,6) | (0,5) | (4,1) | (2,5) | (1,3) | (11,0) |
| Overige bewegingen | 0,0 | (1,9) | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (1,9) |
| Balans op 31 december 2024 | (329,1) | (207,9) | (204,6) | (89,5) | (37,1) | (868,3) |
| Balans op 1 januari 2025 | (329,1) | (207,9) | (204,6) | (89,5) | (37,1) | (868,3) |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | 0,0 | (2,4) | 2,2 | 0,0 | 0,2 | (0,0) |
| Vervreemding door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Afschrijvingen | 0,0 | (14,2) | (12,7) | (30,5) | (7,7) | (65,1) |
| Waardeverminderingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Activa aangehouden voor verkoop of als vastgoedbelegging | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Wisselkoersverschillen | 35,3 | 0,9 | 8,9 | 6,0 | 2,8 | 53,8 |
| Overige bewegingen | 0,0 | 1,4 | (0,0) | 1,7 | (0,0) | 3,0 |
| Balans op 31 december 2025 | (293,9) | (222,2) | (206,3) | (112,4) | (41,8) | (876,6) |
| NETTO BOEKWAARDE | ||||||
| Op 31 december 2024 | 1.243,0 | 33,4 | 32,2 | 594,7 | 42,2 | 1.945,5 |
| Op 31 december 2025 | 1.183,9 | 31,8 | 25,7 | 539,0 | 33,3 | 1.813,8 |
De afschrijvingen en waardeverminderingen bedroegen 65,4 mEUR in 2025 en stegen met 14,2 mEUR in vergelijking met vorig jaar (51,2 mEUR) als gevolg van de toegenomen afschrijvingen met betrekking tot klantenrelaties in lijn met de overname van Staci. Alle afschrijvingen en waardeverminderingen zijn opgenomen in de rubriek 'afschrijvingen en waardeverminderingen' van de resultatenrekening. De immateriële vaste activa daalden met 131,7 mEUR, voornamelijk ingevolge:
■ investeringen ten belope van 22,0 mEUR voornamelijk gerelateerd aan de kapitalisatie van ICT-ontwikkelingskosten en software; gecompenseerd door
■ de evolutie van de wisselkoers (89,6 mEUR), voornamelijk gerelateerd aan de evolutie van de goodwill in USD;
■ afschrijvingen en waardeverminderingen ten bedrage van 65,4 mEUR. 396 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Goodwill
Initieel wordt goodwill opgenomen aan kostprijs, en vertegenwoordigt het surplus van het geheel aan overgedragen vergoedingsregeling in vergelijking met de netto identificeerbare verworven activa en overgenomen verplichtingen. Na de eerste opname wordt goodwill gemeten aan kostprijs min alle mogelijke waardeverminderingen. In het kader van de waardeverminderingstest wordt de goodwill toegewezen aan de kasstroomgenererende eenheden van de groep (of aan groepen van kasstroomgenererende eenheden) in lijn met IAS 36 Bijzondere waardeverminderingen van activa.
| IN MILJOEN EUR | BELGIUM LAST MILE | PERSONALISED LOGISTICS | ACTIVE ANTS | STACI | RADIAL EUROPE | CROSS BORDER | RADIAL US | NORTH AMERICA | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Balans op 1 januari 2024 | 78,3 | 17,9 | 13,5 | 29,9 | 0,0 | 22,9 | 0,0 | 512,3 | 674,9 |
| Verwerving | 0,6 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 826,4 | 1,0 | 0,0 | 0,0 | 827,9 |
| Vervreemding | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Transfer | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 137,8 | 374,5 | (512,3) | 0,0 |
| Waardevermindering | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (299,4) | 0,0 | (299,4) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 11,4 | 8,1 | 20,0 | 0,0 | 39,6 |
| Balans op 31 december 2024 | 78,9 | 17,9 | 13,5 | 29,9 | 837,8 | 169,9 | 95,1 | 0,0 | 1.243,0 |
In lijn met de rebranding van de commerciële merken in 2025 is de CGU 'Cross Border' omgedoopt tot 'Landmark Global'.
| IN MILJOEN EUR | BELGIUM LAST MILE | PERSONALISED LOGISTICS | ACTIVE ANTS | STACI | PAXON FRANCE | STACI AMERICAS | BASE LOGISTICS | PAXON ROW | LANDMARK GLOBAL | RADIAL US | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Balans op 1 januari 2025 | 78,9 | 17,9 | 13,5 | 29,9 | 837,8 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 169,9 | 95,1 |
| Verwerving | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Vervreemding | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Waardevermindering | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Transfer | 0,0 | 0,0 | (13,5) | (29,9) | (837,8) | 297,7 | 226,8 | 183,8 | 172,3 | 0,6 | 0,0 |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (26,2) | 0,0 | (6,4) | (7,7) | (18,8) |
| Balans op 31 december 2025 | 78,9 | 17,9 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 297,7 | 200,6 | 183,8 | 165,9 | 162,8 | 76,3 |
De daling van de goodwill van 1.243,0 mEUR naar 1.183,9 mEUR was te wijten aan de evolutie van de wisselkoersen (vooral van invloed op de goodwill in USD). Goodwill wordt niet afgeschreven, maar wordt elk jaar (in december) getoetst op waardevermindering. Met het oog op het toetsen op waardevermindering wordt de goodwill toegewezen aan elk van de kasstroomgenererende eenheden (of groepen van kasstroomgenererende eenheden) van de groep ("CGU"), overeenkomstig IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa. Bij de test wordt de boekwaarde van de activa (of groep) van de kasstroomgenererende eenheden vergeleken met hun realiseerbare waarde. 397 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
De kasstroomgenererende eenheden werden eerst getest vóór de reorganisatie (d.w.z. Belgium Last Mile, Personalised Logistics, Radial Europe, Active Ants, Staci, Landmark Global en Radial US) en na de reallocatie van de goodwill.De realiseerbare waarde is gebaseerd op de bedrijfswaarde. Deze laatste is gelijk aan de contante waarde van de toekomstige kasstromen die naar verwachting zullen voortvloeien uit elke kasstroomgenererende eenheid of groep kasstroomgenererende eenheden en wordt bepaald met behulp van de volgende gegevens:
- meest recente bedrijfsplan en budgetten, met inbegrip van een gedetailleerde planning voor de EBITDA, netto-werkkapitaal en investeringsplanning via kapitaalsuitgaven of leasing, die een periode van vijf jaar bestrijkt. Deze bedrijfsplannen en budgetten omvatten de impact van de duurzaamheidsstrategie van Bnode om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Deze omvatten geplande investeringen in de energietransitie, zoals elektrische voertuigen, laadpalen, zonnepanelen en warmtepompen.
- in aanmerking nemen van een eindwaarde die wordt bepaald op basis van de kasstromen die worden verkregen door extrapolatie van de kasstromen van het laatste jaar van het hierboven vermelde bedrijfsplan, beïnvloed door een groeipercentage op lange termijn dat passend wordt geacht voor de activiteit en de locatie van de activa;
- discontering van de verwachte kasstromen tegen een percentage dat wordt bepaald aan de hand van de formule van de gewogen gemiddelde kapitaalkosten.
2024
Na de overname van Staci in 2024 werd de organisatiestructuur van Bnode bijgewerkt dewelke resulteerde in de operationele segmenten Bene Last-Mile, 3PL en Global Cross-border. In lijn met de strategie om uit te groeien tot een regionale leider in hoogwaardige, flexibele logistiekdiensten, werd de goodwill toegewezen aan het laagste niveau van (groep van) kasstroomgenererende eenheden waarop de goodwill wordt opgevolgd. De activiteiten van Landmark Global werden overgeheveld van E Logistics North America naar Global Cross border, terwijl de activiteiten van Radial werden overgedragen aan Radial US. De herallocatie van goodwill gebeurde op basis van een relatieve waardebenadering. Dit resulteerde in een herallocatie van 374,5 mEUR naar de CGU Radial US en 137,8 mEUR naar Cross border.
Zoals hierboven vermeld, werden de groep activa en activiteiten van de voormalige CGU E Logistics North America, met uitzondering van de activiteiten van Radial US, overgedragen aan de CGU Cross border. Deze CGU is niet groter dan het operationele segment Cross-border. De activa binnen de CGU Cross-border worden gecombineerd om aan te sluiten bij de strategie om geïntegreerde mogelijkheden voor cross- border beheer en transport te versterken (bv. initiatief voor 'transport excellence' op groepsniveau, met nauwe samenwerking tussen alle transportteams), nieuwe routes te openen en sterke samenwerkingsverbanden aan te gaan om schaalvoordelen te behalen. Met het oog op schaalvergroting en efficiëntiewinst zet deze CGU in op een solide mix van middelen (bv. gemeenschappelijk IT-platform), waaronder het eigen last-mile netwerk van Bpost, verbeterde transporteurstoegang voor alle entiteiten van Bnode en strategische overeenkomsten. Deze aanpassingen dragen bij aan de bredere organisatiedoelen door de operationele activiteiten beter op elkaar af te stemmen en groeimogelijkheden in cruciale markten beter te benutten.
Voor het jaar 2024 werd Staci voorgesteld als een afzonderlijke, individuele CGU in afwachting van de voltooiing van de integratie in de groep na de overname in augustus 2024.
398 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
2025
In 2025 kregen de drie business units (bedrijfssegmenten) van Bnode een nieuwe naam, terwijl hun onderliggende activiteiten ongewijzigd bleven; Bene-Last Mile werd Bpost, 3PL werd Paxon en Global Cross-border werd Landmark Global. In lijn met deze rebranding is de CGU Global Cross-border omgedoopt tot Landmark Global, terwijl de onderliggende activiteiten ongewijzigd zijn gebleven.
Voor de waardeverminderingstest van 2024 werd Staci (onderdeel van het bedrijfssegment Paxon) gepresenteerd als één CGU. Op dat moment was Bnode nog bezig met het rationaliseren en harmoniseren van de activiteiten van de verschillende entiteiten binnen de business unit Paxon. Omdat de organisatiestructuur nog volop in verandering was, was de bij de overname van Staci geboekte goodwill (837,8 mEUR) nog niet verdeeld over afzonderlijke CGU’s binnen Staci.
In 2025 nadat het bedrijfsmodel was gestabiliseerd, identificeerde Bnode vier afzonderlijke CGU's binnen de Staci-perimeter: Paxon France, Staci Americas, Base Logistics en Paxon Rest of World (RoW). Deze eenheden weerspiegelen het huidige bedrijfsmodel, inclusief de regionale integratie van activiteiten, de oprichting van centres of excellence en de manier waarop het management is georganiseerd. Deze CGU’s sluiten aan bij het niveau waarop de voornaamste operationele en allocatiebeslissingen worden genomen en vertegenwoordigen het laagste niveau van groepen van kasstroomgenererende eenheden waarop de goodwill wordt opgevolgd. De goodwill met betrekking tot Staci werd over deze CGU’s verdeeld op basis van de relatieve bijdrage van elke entiteit aan de gecombineerde EBITDA van Staci Group op de overnamedatum. Bnode beschouwt dit als de meest geschikte maatstaf voor waardecreatie. De verdeling gebeurde als volgt: Paxon France (297,7 mEUR), Staci Americas (226,8 mEUR), Base Logistics (183,8 mEUR) en Paxon RoW (129,5 mEUR).
Verder werden in 2025 in lijn met de #Reshape2029-strategie de B2C-activiteiten van Active Ants en Radial Europe en de B2B-activiteiten van Staci samengevoegd in één CGU, zijnde Paxon RoW. Dit weerspiegelt de toegenomen integratie tussen de voorheen afzonderlijke CGU's. De magazijncapaciteit en operationele mogelijkheden worden gebundeld, waardoor klantcontracten over bestaande faciliteiten kunnen worden verdeeld. Dit resulteert in een efficiënter gebruik van activa en zal naar verwachting de operationele marges verbeteren. Door de samenvoeging van de activiteiten zijn bijkomende synergieën op het vlak van inkoop en kosten gerealiseerd, die centraal worden beheerd (onder meer voor transport, verpakkingsmateriaal, energie en tijdelijke arbeidskrachten). Ook de commerciële aanpak werd over de geïntegreerde activiteiten heen geharmoniseerd. Cross-selling initiatieven tussen de voormalige Staci- en 3PL- activiteiten worden actief ontwikkeld en aangestuurd op het niveau van de CGU’s. Als gevolg hiervan werd de eerder aan Active Ants (29,9 mEUR) en Radial Europe (13,5 mEUR) toegewezen goodwill overgedragen naar de CGU Paxon RoW.
De aanname waarvoor de realiseerbare waarde voor alle geteste CGU's het gevoeligst is, is de EBITDA. De voornaamste aanname (EBITDA) in de budgetten is gebaseerd op ervaringen uit het verleden die zijn aangepast aan de veranderende marktvoorwaarden. De EBITDA is het resultaat van volume-evoluties, de evolutie van de prijs en kostenverbeteringsprojecten, samen met nieuwe meerwaardediensten, volgens het oordeel en de ramingen van het management bij de ontwikkeling van de budgetten en vooruitzichten voor de komende jaren. De discontovoet wordt geschat op basis van een uitgebreide benchmark met vergelijkbare spelers, zodat rekening wordt gehouden met het rendement dat beleggers zouden eisen als zij zouden kiezen voor een investering in de onderliggende activa. De groep van vergelijkbare spelers werd opgesplitst in mail-gerelateerde vergelijkbare spelers en parcels-gerelateerde vergelijkbare spelers. Daarnaast werd rekening gehouden met de verschillende economische omgevingen in het bepalen van de gewogen gemiddelde kostprijs van het kapitaal (WACC). De langetermijngroei werd vastgelegd op 2%, het groeipercentage werd bepaald op basis van interne verwachtingen (zelfde aannames als voor de evolutie van de EBITDA) en externe bronnen en zijn coherent met de cijfers over de reële groei en de verwachtingen voor de relevante sectoren waarin de CGU’s actief zijn en houden rekening met de lange termijninflatie voor Europa en de Verenigde Staten.
399 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
De tabel hieronder vermeldt de discontovoet en de lange termijngroei voor die CGU’s met een materiële goodwill:
| DISCONTERINGSVOET | LANGE TERMIJN GROEI % | |||
|---|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | 2025 | 2024 | |
| Belgium Last Mile | 9,1% | 9,1% | 2% | 2% |
| Personalised logistics | 9,1% | 9,1% | 2% | 2% |
| Radial Europe | 9,1% | 9,1% | 2% | 2% |
| Active Ants | 9,1% | 9,1% | 2% | 2% |
| Staci | 9,1% | 9,1% | 2% | 2% |
| Paxon France | 9,1% | - | 2% | - |
| Staci Americas | 10,1% | - | 2% | - |
| Base Logistics | 9,1% | - | 2% | - |
| Paxon RoW | 9,1% | - | 2% | - |
| Landmark Global | 10,1% | 10,3% | 2% | 2% |
| Radial US | 10,1% | 10,3% | 2% | 2% |
De waardeverminderingstesten op CGU-niveau hebben niet geleid tot een waardevermindering van activa, aangezien de realiseerbare waarde van de CGU's hoger waren dan hun boekwaarde. In 2024 hebben de uitgevoerde waardeverminderingstests, met uitzondering van de CGU Radial US, niet geleid tot enige bijzondere waardevermindering van activa. In het licht van het aanzienlijke, recente klantverloop bij Radial US in 2024, in combinatie met een aanhoudend uitdagende marktomgeving en de daarmee samenhangende, materialiserende neerwaartse risico's met betrekking tot het langetermijnplan op dat ogenblik, werd voor Radial US in 2024 een waardevermindering op goodwill erkend van 313,5 mUSD (299,4 mEUR), aangezien de herwaardering een realiseerbare waarde opleverde die lager is dan de boekwaarde.
Het verschil tussen de boekwaarde van de CGU's en hun bedrijfswaarde (headroom) vertegenwoordigt voor Belgium Last Mile, Landmark Global, Personalised Logistics, Radial US en Paxon RoW minstens meer dan 50% van hun boekwaarde. Voor Paxon France, Staci Americas en Base Logistics is dit respectievelijk 10%, 18% en 7%. Als zodanig wordt niet verwacht dat een redelijke wijziging in een van de belangrijke aannames tot een bijzondere waardevermindering zou leiden.Voor de CGU’s Staci Americas, Base Logistics en Staci France is de buffer (headroom) beperkter, maar de bedrijfswaarde blijft solide zolang de EBITDA stabiel blijft ten opzichte van de huidige verwachtingen (zie gevoeligheidsanalyse hieronder). De gevoeligheid van de realiseerbare waarde voor wijzigingen in de belangrijke veronderstelling, het groeipercentage op lange termijn en de verdisconteringsvoet wordt in de volgende tabel weergegeven:
| | BELGIUM | PERSONALISED | PAXON | STACI | BASE | LANDMARK | LAST MILE | LOGISTICS FRANCE | AMERICAS | LOGISTICS | PAXON | ROW | GLOBAL | RADIAL US |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Gevoeligheid van lange termijn groei -1% | -9,4% | -8,6% | -8,6% | -7,5% | -9,0% | -8,9% | -7,0% | -7,2% |
| Gevoeligheid van lange termijn groei +1% | 12,5% | 11,4% | 11,4% | 9,6% | 11,9% | 11,8% | 9,0% | 9,2% |
| Gevoeligheid van disconteringsvoet -0,5% | 7,9% | 7,2% | 7,1% | 6,3% | 7,5% | 7,4% | 6,0% | 6,1% |
| Gevoeligheid van disconteringsvoet +0,5% | -6,8% | -6,3% | -6,2% | -5,6% | -6,5% | -6,4% | -5,3% | -5,4% |
| Gevoeligheid van EBITDA marge -1,0% | -22,3% | -15,0% | -7,5% | -6,5% | -7,6% | -8,8% | -9,5% | -12,3% |
| Gevoeligheid van EBITDA marge +1,0% | 22,3% | 15,0% | 7,5% | 6,5% | 7,6% | 8,8% | 9,5% | 12,3% |
400 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.20 Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Balans op 1 januari | 0,1 | 0,1 |
| Aandeel in het resultaat | (0,0) | 0,0 |
| Balans op 31 december | 0,1 | 0,1 |
Het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint ventures heeft betrekking op de joint venture Jofico CV.
6.21 Handels- en overige vorderingen
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Handelsvordering | 0,0 | 6,0 |
| Contractkosten - activa erkend voor een contract te verkrijgen of te vervullen | 3,9 | 4,4 |
| Langetermijngarantie | 14,6 | 15,0 |
| Onderverhuren | 8,9 | 8,5 |
| Overige vorderingen | 5,3 | 17,5 |
| Langlopende handelsvorderingen en overige vorderingen | 32,8 | 51,3 |
De lagere langlopende handelsvorderingen zijn voornamelijk te verklaren door een overeenkomst die in 2024 werd afgesloten om een vordering uit de periode vóór faillissement in gelijke termijnen over een periode van 30 maanden terug te vorderen en waarvan het saldo in 2025 werd overgeboekt naar kortlopende handelsvorderingen. De daling van de overige vorderingen is hoofdzakelijk het gevolg van de afwikkeling van een loonbelastingkredietprogramma in de Verenigde Staten in 2025.
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 648,8 | 660,8 |
| Eindrechten | 115,0 | 139,6 |
| Terugvorderbare belastingen, andere dan belastingen op het resultaat | 7,1 | 33,3 |
| Contractkosten - activa erkend voor een contract te verkrijgen of te vervullen | 4,5 | 3,0 |
| Overige vorderingen | 77,5 | 80,2 |
| Kortlopende handelsvorderingen en overige vorderingen | 852,9 | 916,9 |
401 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Verkregen opbrengsten | 8,7 | 3,8 |
| Over te dragen kosten | 53,3 | 56,6 |
| Overige vorderingen | 15,5 | 19,8 |
| Kortlopend- overige vorderingen | 77,5 | 80,2 |
De kortlopende handelsvorderingen en overige vorderingen daalden met 64,0 mEUR tot 852,9 mEUR (2024: 916,9 mEUR), voornamelijk als gevolg van de daling van de eindrechten (-24,7 mEUR), terugvorderbare belastingen exclusief inkomstenbelastingen (-26,2 mEUR, hoofdzakelijk btw) en handelsvorderingen (-11,8 mEUR, deels toe te schrijven aan het wisselkoerseffect bij de omrekening van USD). De daling van de vorderingen met betrekking tot eindrechten moet tezamen bekeken worden met de daling van de schulden met betrekking tot eindrechten (28,6 mEUR) en is voornamelijk het gevolg van afrekeningen van uitstaande bedragen. De stijging van de verkregen opbrengsten met 4,9 mEUR was voornamelijk te verklaren door lagere, nog te ontvangen financiële opbrengsten met betrekking tot geld- en liquide middelen. Het merendeel van de handels- en overige vorderingen zijn kortlopend. De boekwaarden worden geacht een goede indicatie te zijn van de reële waarde. Voor wat het risicobeheer betreft, past Bnode een vereenvoudigde aanpak toe bij de berekening van de ECL's voor handelsvorderingen en vorderingen uit hoofde van eindrechten. Daarom neemt Bnode op elke rapporteringsdatum een voorziening voor verliezen op die gebaseerd is op de levensduur van de ECL's en heeft het een voorzieningenmatrix opgesteld die gebaseerd is op zijn historische kredietverlieservaring. De voorziening voor verliezen bedroeg 26,5 mEUR in 2025 in lijn met 2024 (27,2 mEUR). Zie toelichting 6.29 Financiële instrumenten en financieel risicobeheer.
6.22 Voorraden
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Grondstoffen | 16,6 | 16,5 |
| Gereed product | 2,3 | 2,2 |
| Handelsgoederen | 10,8 | 15,0 |
| Waardeverminderingen | (0,7) | (1,5) |
| Voorraden | 29,0 | 32,3 |
De grondstoffen omvatten de verbruiksgoederen, d.w.z. materiaal dat wordt gebruikt voor afdrukdoeleinden. De afgewerkte producten zijn zegels die beschikbaar zijn voor de verkoop. Goederen die worden aangekocht om te worden doorverkocht kunnen postkaarten, voor doorverkoop bestemde voorraden en een persdistributievoorraad omvatten.
402 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.23 Geldmiddelen en kasequivalenten
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Liquiditeiten in netwerk | 140,2 | 133,8 |
| Transitrekeningen | 43,5 | 60,6 |
| Betalingstransacties in uitvoering | (11,9) | (38,4) |
| Lopende rekeningen bij banken | 454,8 | 456,1 |
| Kasequivalenten | 629,2 | 135,3 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.255,9 | 747,4 |
De geldmiddelen en kasequivalenten stegen met 508,5 mEUR tot 1.255,9 mEUR. Deze stijging was hoofdzakelijk toe te schrijven aan de uitgifte van een unsecured- obligatielening van 750 mEUR met een looptijd van 7 jaar in juni 2025. De opbrengst werd gedeeltelijk aangewend voor de terugkoop van 28,8% van de nominale waarde van de obligatie van 650 mEUR met een looptijd van 8 jaar, die in juli 2026 vervalt. De resterende middelen worden tijdelijk belegd in geldmarktinstrumenten tot aan de vervaldatum van de obligatie in juli 2026, waardoor de impact op de nettoschuld van Bnode neutraal blijft. Kasequivalenten bestaan uit depositorekeningen, termijndeposito’s, commercial papers en geldmarktfondsen die hoofdzakelijk door Bpost NV geplaatst zijn. Deze beleggingen op zeer korte termijn zijn onmiddellijk converteerbaar in een gekend bedrag aan geldmiddelen en vervallen meestal binnen de drie maanden of minder na de investeringsdatum. Daarnaast moet worden opgemerkt dat Bnode ook drie niet-opgenomen doorlopende kredietfaciliteiten heeft voor een totaalbedrag van 575,0 mEUR, zie toelichting 6.31 “Rechten en verplichtingen”.
403 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.24 Rentedragende verplichtingen en leningen
(Tabel 1: Langlopende rentedragende verplichtingen)
| OP 31 DECEMBER 2024 | 2023 | KASSTROOM | WISSELKOERS-VERSCHILLEN | VERWERVING | HERZIENING | VERVREEMDING | VERVREEMDING DOOR MIDDEL VAN BE-DRIJFS-COMBINATIES | TRANSFER | TRANSFER NAAR ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP | OVERIGE | 2024 |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Banklening | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 16,9 | (13,1) | 0,0 | 0,0 | 3,8 |
| Lange termijn obligatie | 647,1 | 995,6 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 1,4 | 1.644,1 |
| Andere leningen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,5 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,5 |
| Lease verplichtingen | 504,9 | 0,0 | 10,8 | 108,3 | 80,9 | (19,5) | 179,1 | (202,1) | 0,0 | 22,8 | 685,1 |
| Langlopende rentedragende verplichtingen en leningen | 1.152,0 | 995,6 | 10,8 | 108,3 | 80,9 | (19,5) | 196,6 | (215,3) | 0,0 | 24,2 | 2.333,5 |
(Tabel 2: Kortlopende rentedragende verplichtingen)
| OP 31 DECEMBER 2024 | 2023 | KASSTROOM | WISSELKOERS-VERSCHILLEN | VERWERVING | HERZIENING | VERVREEMDING | VERVREEMDING DOOR MIDDEL VAN BE-DRIJFS-COMBINATIES | TRANSFER | TRANSFER NAAR ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP | OVERIGE | 2024 |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Banklening | 0,0 | (4,1) | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,3 | 13,1 | 0,0 | 0,0 | 9,3 |
| Handelspapieren | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Andere leningen | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,5 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (0,1) | 0,5 |
| Lease verplichtingen | 139,0 | (194,0) | 3,5 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 52,4 | 202,1 | 0,0 | 1,7 | 204,6 |
| Kortlopende rentedragende verplichtingen en leningen | 139,0 | (198,1) | 3,5 | 0,5 | 0,0 | 0,0 | 52,7 | 215,3 | 0,0 | 1,6 | 214,4 |
(Tabel 3: 2025)
| OP 31 DECEMBER 2025 | 2024 | KASSTROOM | WISSELKOERS-VERSCHILLEN | VERWERVING | HERZIENING | VERVREEMDING | VERVREEMDING DOOR MIDDEL VAN BE-DRIJFS-COMBINATIES | TRANSFER | TRANSFER NAAR ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP | OVERIGE | 2025 |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Banklening | 3,8 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (2,2) | 0,0 | 0,0 | 1,6 |
| Lange termijn obligatie | 1.644,1 | 746,9 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (647,3) | 0,0 | 0,0 | 1.743,6 |
| Andere leningen | 0,5 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,5 |
| Lease verplichtingen | 685,1 | 0,0 | (27,8) | 156,0 | 0,0 | (8,3) | 0,0 | (256,5) | 0,0 | 33,6 | 582,1 |
| Langlopende rentedragende verplichtingen en leningen | 2.333,5 | 746,9 | (27,8) | 156,0 | 0,0 | (8,3) | 0,0 | (906,0) | 0,0 | 33,5 | 2.327,9 |
404 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
De langlopende rentedragende verplichtingen en leningen daalden lichtjes met 5,7 mEUR tot 2.327,9 mEUR. Enerzijds werd de obligatielening met een looptijd van 8 jaar van 650 mEUR die in juli 2026 vervalt, overgeboekt naar de kortlopende rentedragende verplichtingen en leningen, anderzijds gaf Bnode in juni 2025 een senior Unsecured- obligatielening uit van 750 mEUR (746,9 mEUR na emissiekosten). Daarnaast daalden de langlopende leaseverplichtingen met 103,0 mEUR, doordat de transfer van langlopende naar kortlopende verplichtingen en de omrekeningsverschillen bij de omzetting van de leasingschulden (voornamelijk gerelateerd aan de omrekening van USD-dochterondernemingen naar de rapporteringsvaluta van Bnode (EUR)) zwaarder doorwogen dan de toevoegingen van nieuwe leases. Bankleningen werden voornamelijk verkregen via de overname van Staci, met de langste vervaldata in juni 2029.OP 31 DECEMBER 2025 NIET-KASSTROOM IN MILJOEN EUR 2024 KASSTROOM WISSELKOERS-VERSCHILLEN VERWERVING HERZIENING VERVREEMDING VERVREEMDING DOOR MIDDEL VAN BE-DRIJFS-COMBINATIES TRANSFER TRANSFER NAAR ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP OVERIGE 2025
| 2024 | KASSTROOM | WISSELKOERS-VERSCHILLEN | VERWERVING | HERZIENING | VERVREEMDING | VERVREEMDING DOOR MIDDEL VAN BEDRIJFS-COMBINATIES | TRANSFER | TRANSFER NAAR ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP | OVERIGE | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Banklening | 9,3 | (9,7) | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 2,2 | 0,0 | 0,6 | 2,3 |
| Handelspapieren | 0,0 | (228,2) | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 647,3 | 0,0 | 67,1 | 486,3 |
| Andere leningen | 0,5 | 0,0 | 0,0 | 0,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,8 |
| Lease verplichtingen | 204,6 | (241,8) | (10,2) | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 256,5 | 0,0 | 2,3 | 211,5 |
| Kortlopende rentedragende verplichtingen en leningen | 214,4 | (479,7) | (10,2) | 0,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 906,0 | 0,0 | 70,1 | 700,9 |
De kortlopende rentedragende verplichtingen en leningen namen toe met 486,5 mEUR tot 700,9 mEUR, voornamelijk als gevolg van de transfer van de obligatie van 650 mEUR met een looptijd van acht jaar, die vervalt in juli 2026. Deze stijging werd gedeeltelijk gecompenseerd door de vervroegde terugkoop van 187,2 mEUR (28,8%) van de nominale waarde van de obligatie van 650 mEUR op het moment van de uitgifte van de obligatie van 750 mEUR. Daarnaast moet worden opgemerkt dat Bnode ook drie niet-opgenomen doorlopende kredietfaciliteiten heeft voor een totaalbedrag van 575,0 mEUR, zie toelichting 6.31 'Rechten en verplichtingen'. Er zijn geen convenanten op de leningen.
405 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.25 Personeelsbeloningen
Bnode biedt zijn actieve en gepensioneerde werknemers vergoedingen na uitdiensttreding, andere beloningen op lange termijn en ontslagvergoedingen. Alle plannen met betrekking tot deze personeelsvoordelen werden gewaardeerd en erkend overeenkomstig de bepalingen van IAS 19 – Personeelsbeloningen. De aard en omvang van de voordelen verschillen naargelang de personeelscategorieën bij Bnode, waaronder ambtenaren (ook wel statutairen genoemd) en contractuele werknemers. Daarnaast onderscheidt Bpost NV – één van de entiteiten van Bnode – drie categorieën contractuele personeelsleden: baremiek contractuelen, niet- baremiek contractuelen en logistieke en postale werknemers. Deze indeling waarborgt dat de toegekende voordelen in lijn zijn met de wettelijke verplichtingen, collectief onderhandelde afspraken en de specifieke arbeidsvoorwaarden binnen Bnode. De verschillende beloningen zijn als volgt samengesteld:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Vergoedingen na uitdiensttreding (6.25.1) | 14,1 | 15,1 |
| Andere langetermijnpersoneelsbeloningen (6.25.2) | 193,8 | 208,6 |
| Beëindigingsvoordelen (6.25.3) | 11,2 | 10,6 |
| Totaal | 219,1 | 234,3 |
Rekening houdend met de gerelateerde uitgestelde belastingvorderingen, bedraagt het bedrag van de personeelsbeloningen 214,9 mEUR (2024: 229,2 mEUR).
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Personeelsvoordelen | 219,1 | 234,3 |
| Effect van uitgestelde belastingvorderingen | (4,2) | (5,1) |
| Personeelsvoordelen na aftrek van uitgestelde belastingvorderingen | 214,9 | 229,2 |
De netto verplichting van Bnode met betrekking tot personeelsvoordelen omvat volgende posten:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichtingen | 293,2 | 305,0 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | (74,2) | (70,7) |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | 219,1 | 234,3 |
| Netto verplichting | 219,1 | 234,3 |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | ||
| Verplichting | 219,1 | 234,3 |
| Netto verplichting | 219,1 | 234,3 |
406 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
De veranderingen in de contante waarde van de verplichtingen worden hierna weergegeven:
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Contante waarde op 1 januari | 305,0 | 319,7 |
| Servicekosten | 31,2 | 33,1 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 31,1 | 33,0 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0,1 | 0,1 |
| Netto interestkosten | 9,1 | 9,4 |
| Betaalde uitkeringen | (32,7) | (35,8) |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering opgenomen in de winst-en verliesrekening | (14,0) | (17,8) |
| Actuariële (winsten)/verliezen | (14,0) | (17,8) |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten | (5,4) | (4,5) |
| Actuariële (winsten)/verliezen | (5,4) | (4,5) |
| Verplichtingen overgenomen in bedrijfscombinatie | 0,0 | 1,1 |
| Langlopende verplichtingen op 31 december | 293,2 | 305,0 |
De reële waarde van de fondsbeleggingen is als volgt samengesteld:
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Reële waarde van de fondsbeleggingen per 1 januari | (70,7) | (69,9) |
| Bijdragen door de werkgever | (37,1) | (36,4) |
| Bijdragen door de werknemers | (2,2) | (2,0) |
| Betaalde uitkeringen | 32,4 | 35,8 |
| Interest (inkomsten)/kosten op activa (ingegrepen in de winst-en verliesrekening) | (2,5) | (2,3) |
| Actuariële (winsten)/verliezen op activa (inbegrepen in de niet-gerealiseerde resultaten) | 6,0 | 4,0 |
| Activa verworven in bedrijfscombinatie | 0,0 | 0,0 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen per 31 december | (74,2) | (70,7) |
De fondsbeleggingen zijn gerelateerd aan het groepsverzekeringsvoordeel in overeenstemming met IAS 19. Deze fondsbeleggingen worden aangehouden bij een derde verzekeringsmaatschappij en bestaan uit reserves die door de werkgevers- en werknemersbijdragen opgebouwd werden. De onderliggende verzekerde contracten voorzien in een gegarandeerd rendement, in lijn met de voorwaarden van de groepsverzekeringsregelingen.
407 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
De veranderingen in 2025 met betrekking tot langlopende verplichtingen en de reële waarde van de fondsbeleggingen:
| IN MILJOEN EUR | TOEGEZEGD-PENSIOENVERPLICHTING | REËLE WAARDE VAN FONDSBELEGGINGEN | NETTO VERPLICHTING |
|---|---|---|---|
| 1 januari 2020 | 305,0 | (70,7) | 234,3 |
| Servicekosten | 31,2 | 31,2 | |
| Bijdragen door werknemers | (2,2) | (2,2) | |
| Actuariële (winsten)/verliezen gerapporteerd als operationeel | (7,3) | (7,3) | |
| Subtotaal opgenomen onder personeelskosten in resultatenrekening (toelichting 6.12) | 23,8 | (2,2) | 21,6 |
| Interestkosten | 9,1 | 9,1 | |
| Interest (inkomsten)/kosten op activa (ingegrepen in de winst-en verliesrekening) | (2,5) | (2,5) | |
| Actuariële (winsten)/verliezen gerapporteerd als financieel | (6,7) | (6,7) | |
| Subtotaal opgenomen onder financieel resultaat (toelichting 6.13) | 2,5 | (2,5) | (0,1) |
| Betaalde uitkeringen | (32,7) | 32,4 | (0,3) |
| Bijdragen door werkgevers | (37,1) | (37,1) | |
| Subtotaal kasstroomoverzicht | (6,4) | (9,4) | (15,8) |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten | (5,4) | 6,0 | 0,5 |
| 31 december 2025 | 293,2 | (74,2) | 219,1 |
De in de resultatenrekening opgenomen kosten worden hierna weergegeven:
| AS AT 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Servicekosten | 29,0 | 31,0 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 28,9 | 30,9 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0,1 | 0,1 |
| Netto interestkosten | 6,6 | 7,1 |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering | (14,0) | (17,8) |
| Actuariële (winsten)/verliezen gerapporteerd als financieel | (6,7) | (8,6) |
| Actuariële (winsten)/verliezen gerapporteerd als operationeel | (7,3) | (9,2) |
| Netto kosten | 21,6 | 20,3 |
Voor wat betreft vergoedingen na uitdiensttreding worden de actuariële winsten en verliezen (zowel financieel als operationeel) erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Terwijl actuariële winsten en verliezen (zowel financieel als operationeel) met betrekking tot andere lange termijn personeelsbeloningen en ontslagvergoedingen onmiddellijk erkend worden in de resultatenrekening. Het netto saldo van de intresten en de financiële actuariële winsten en verliezen wordt erkend onder financiële kosten. Opgenomen pensioenkosten en operationele actuariële winsten en verliezen worden erkend onder personeelskosten.
408 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
De in de resultatenrekening opgenomen personeelskosten en financiële kosten worden hierna weergegeven:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Personeelskosten (toelichting 6.12) | 21,6 | 21,8 |
| Financiële kosten (toelichting 6.13) | (0,1) | (1,5) |
| Netto kosten | 21,6 | 20,3 |
In 2025 kenden de financiële kosten in verband met IAS 19-personeelsbeloningen een lichte stijging ten opzichte van 2024. Deze ontwikkeling is voornamelijk toe te schrijven aan de bewegingen in de discontovoeten voor de verschillende looptijden. Terwijl de discontovoeten over het algemeen stabiel bleven, werd het jaar gekenmerkt door een gematigde stijging van de langetermijnrente en een lichte daling van de kortetermijnrente. Dit gemengde renteklimaat had een beperkte actuariële impact en resulteerde in licht positieve non-cash financiële baten in 2025.
De kosten opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten worden hierna weergegeven:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | 0,5 | (0,5) |
| Actuariële (winsten)/verliezen | 0,5 | (0,5) |
| Netto kosten | 0,5 | (0,5) |
De voornaamste actuariële veronderstellingen gebruikt voor de berekening van de langlopende verplichtingen op balansdatum zijn de volgende:
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Inflatiepercentage | 2,0% | 2,0% |
| Toekomstige loonsverhogingen | < 40 jr : Inflatie + 1,5% [40-50] jr : Inflatie +1,0% > 50 jr : Inflatie + 0,5% | < 40 jr : Inflatie + 1,5% [40-50] jr : Inflatie +1,0% > 50 jr : Inflatie + 0,5% |
| Evolutie van de medisch kostenpercentage | 5,0% | 5,0% |
| Sterftetabellen | MR/FR-2 | MR/FR-2 |
409 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
De discontovoeten zijn bepaald op basis van het effectieve marktrendement op balansdatum.De gebruikte discontovoeten in 2025 variëren van 2,25% tot 4,15% (2024: 2,75% tot 3,95%):
| VOORDEEL | DUUR | DISCONTERINGSVOET 2025 | DISCONTERINGSVOET 2024 | NETTO SCHULDEN 2025 |
|---|---|---|---|---|
| Kinderbijslagen | 5,0 | 3,30% | 3,10% | 7,4 |
| Begrafeniskosten | 5,8 | 3,55% | 3,20% | 1,6 |
| Beloningen van 8,7 tot 10,7 | 8,7 | 3,30% | 3,30% | 1,2 |
| Groepsverzekering van 7,6 tot 12,7 | 7,6 | 3,75% tot 4,15% | 3,20% tot 3,40% | 0,4 |
| Gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden | 2,5 | 2,75% | 2,85% | 11,7 |
| Vergoeding voor werkongevallen | 9,2 | 3,95% | 3,35% | 85,0 |
| Medische kosten van arbeidsongevallen | 12,3 | 4,15% | 3,40% | 5,3 |
| Pensioensparen | 7,2 | 3,60% | 3,25% | 76,9 |
| Jubileumpremies van 4,3 tot 7,7 | 4,3 | 3,35% tot 4,05% | 3,15% tot 3,20% | 0,7 |
| DVVP voor Job Mobility Center | 6,7 | 3,65% | 3,25% | 8,0 |
| Deeltijds regime (54+) van 1,1 tot 3,0 | 1,1 | 2,50% tot 2,95% | 2,80% tot 3,10% | 6,2 |
| Vervroegd pensioenplan van 0,4 tot 1,9 | 0,4 | 2,25% tot 2,55% | 2,75% tot 3,95% | 10,7 |
| Einde loopbaanvergoeding van 7,5 tot 11,8 | 7,5 | 3,50% | 3,50% | 3,4 |
| Externe mobiliteit | 2,4 | 2,80% | - | 0,4 |
De gemiddelde looptijd van de toegezegdpensioenregelingen per eind 2025 bedraagt 7,9 jaar (in 2024: 8,7 jaar). Een kwalitatieve gevoeligheidsanalyse van de belangrijkste hypotheses per 31 december 2025 werd bepaald op basis van een methode die de impact van aannemelijke wijzigingen in basisveronderstellingen op de toegezegde pensioenrechten projecteert op balansdatum. De gevoeligheidsanalyse wordt hieronder weergegeven:
| IN MILJOEN EUR | DISCONTERINGSVOET VERHOGING VAN 50 BP | STERFTE-TABELLEN VERMINDERING VAN 1 JAAR | EVOLUTIE VAN MEDISCH KOSTEN-PERCENTAGE VERMINDERING VAN 100 BP |
|---|---|---|---|
| Effect op brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten verhoging/ (vermindering) | (8,4) | 13,2 | 8,3 |
Hieronder volgen de verwachte betalingen of bijdragen aan de toegezegde pensioenregeling in de komende jaren:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 |
|---|---|
| Binnen de komende 12 maanden | 24,7 |
| Tussen 2 en 5 jaar | 90,5 |
| Tussen 5 en 10 jaar | 99,9 |
| Meer dan 10 jaar | 196,7 |
| Totaal verwachte betalingen | 411,6 |
6.25.1 Vergoedingen na uitdiensttreding
Vergoedingen na uitdiensttreding omvatten kinderbijslag, tussenkomst in begrafeniskosten, geschenken bij pensionering, Belgische groepsverzekering en Franse einde loopbaanvergoedingen.
Kinderbijslag
De statutaire personeelsleden van Bpost NV (zowel actieven als gepensioneerden) met kinderen ten laste (jongeren en gehandicapten) krijgen kinderbijslag van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW). De financieringsmethodologie van gezinsbijslagen voor statutaire personeelsleden is veranderd ingevolge een wetswijziging (wet van 19 december 2014). Als gevolg daarvan betaalt Bpost NV als een vennootschap naar publiek recht een bijdrage die is vastgelegd door een programmawet. Het bedrag wijzigt elk jaar proportioneel naargelang het aantal statutaire personeelsleden (VTE) en is onderhevig aan de inflatie.
Groepsverzekering
In België biedt Bnode zijn in aanmerking komende contractuele werknemers - afhankelijk van specifieke criteria zoals functieniveau - een pensioenplan dat voorziet in een uitkering dat eenmalig wordt gestort bij pensionering. Dit plan wordt gefinancierd via een verzekeraar, waarbij de bijdragen zijn vastgelegd in de planregels en wordt onder de Belgische sociale wetgeving beschouwd als een toegezegdebijdrageregeling. Sinds de invoering van het WAP-kader in 2004 worden deze regelingen echter onder IAS 19 beschouwd als toegezegdpensioenregelingen, omdat de werkgever wettelijk verplicht is een minimumrendement op de gestorte bijdragen te garanderen. In overeenstemming met de toepasselijke wetgeving en ondanks het ontbreken van een expliciet gegarandeerd rendement in de planregels, moet Bnode een minimumrendement garanderen op de fondsbeleggingen. Afhankelijk van het type en het moment van de bijdragen gelden verschillende wettelijke garanties. Voor werkgeversbijdragen moet Bnode het volgende garanderen:
■ 3,25% op bijdragen betaald vóór 2016 (na kosten zoals bepaald in het verzekeringscontract),
■ 1,75% op bijdragen betaald tussen 2016 en 2025,
■ 2,5% op bijdragen betaald vanaf 2025.
Voor werknemersbijdragen is het minimumrendement:
■ 3,75% op bijdragen betaald vóór 2016 (vóór kosten),
■ 1,75% op bijdragen tussen 2016 en 2025,
■ 2,5% op bijdragen vanaf 2025.
Het wettelijk minimumrendement voor werkgeversbijdragen wordt bepaald op basis van een loopbaangemiddelde, terwijl het minimumrendement voor werknemersbijdragen jaarlijks, jaar per jaar, moet worden toegekend. De toepasselijke minimumrentes worden elk jaar vastgelegd door de Belgische autoriteiten (Nationale Bank van België). Deze rentes mogen niet lager zijn dan 1,75% en niet hoger dan 3,75%. Tot slot daalt het gegarandeerde rendement naar 0% vanaf het moment dat iemand uit actieve dienst treedt tot aan zijn pensioen.
Bnode hanteert de PUC-methodologie, maar zonder projectie van toekomstige bijdragen en lonen aangezien de bijdragen niet stijgen met de leeftijd en zodoende niet overwegend plaatsvinden aan het einde van de periode van de plannen. De enige reden waarom de bijdragen aanzienlijk zouden stijgen in een latere fase van de loopbaan, is gerelateerd aan het feit dat loonsverhogingen hoger zijn dan stapsgewijze indexeringen van de premies in de plannen. Bovendien past Bnode paragraaf 115 van IAS 19 toe bij de bepaling van de activawaarden. Bij het bepalen van de activa en verplichtingen wordt rekening gehouden met contractuele rentegaranties op wiskundige reserves, gegarandeerd door de verzekeringsmaatschappij. De toepassing van paragraaf 115 zou kunnen leiden tot hogere activa als de gegarandeerde rentevoeten hoger zijn dan de discontovoet, hetgeen resulteert in een lagere netto verplichting (en vice versa).
Einde loopbaan vergoedingen
Bnode financiert de verplichte Franse vergoedingsregelingen voor het einde van de loopbaan. Zoals voorgeschreven door de Franse arbeidswetgeving, hebben werknemers die met pensioen gaan recht op een vergoeding bij het einde van hun loopbaan. Deze wordt berekend op basis van de duur van hun dienstverband en hun laatste salaris. Het bedrag wordt bepaald door de toepasselijke Collectieve Arbeidsovereenkomst.
De netto verplichting met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding worden hierna weergegeven:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichtingen | 88,2 | 85,8 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | (74,2) | (70,7) |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | 14,1 | 15,1 |
| Netto verplichting | 14,1 | 15,1 |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | 14,1 | 15,1 |
| Netto verplichting | 14,1 | 15,1 |
De veranderingen in de contante waarde van de verplichtingen worden hierna weergegeven:
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Contante waarde op 1 januari | 85,8 | 84,8 |
| Servicekosten | 14,2 | 14,0 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 14,2 | 14,0 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0,0 | 0,0 |
| Netto interestkosten | 2,7 | 2,5 |
| Betaalde uitkeringen | (9,1) | (12,1) |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering opgenomen in de winst-en verliesrekening | 0,0 | 0,0 |
| Actuariële (winsten)/verliezen | 0,0 | 0,0 |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten | (5,4) | (4,5) |
| Actuariële (winsten)/verliezen | (5,4) | (4,5) |
| Verplichtingen overgenomen in bedrijfscombinatie | 0,0 | 1,1 |
| Herclassificaties | 0,0 | 0,0 |
| Langlopende verplichtingen op 31 december | 88,2 | 85,8 |
De reële waarde van de fondsbeleggingen wordt als volgt weergegeven:
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Reële waarde van de fondsbeleggingen per 1 januari | (70,7) | (69,9) |
| Bijdragen door de werkgever | (13,5) | (12,6) |
| Bijdragen door de werknemers | (2,2) | (2,0) |
| Betaalde uitkeringen | 8,8 | 12,1 |
| Interest (inkomsten)/kosten op activa (ingegrepen in de winst-en verliesrekening) | (2,5) | (2,3) |
| Actuariële (winsten)/verliezen op activa (inbegrepen in de niet-gerealiseerde resultaten ) | 6,0 | 4,0 |
| Activa verworven in bedrijfscombinatie | 0,0 | 0,0 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen per 31 december | (74,2) | (70,7) |
De in de resultatenrekening opgenomen kosten worden hierna weergegeven:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Servicekosten | 12,0 | 11,7 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 12,0 | 11,7 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0,0 | 0,0 |
| Netto interestkosten | 0,2 | 0,2 |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering | 0,0 | 0,0 |
| Actuariële (winsten)/verliezen gerapporteerd als financieel | 0,0 | 0,0 |
| Actuariële (winsten)/verliezen gerapporteerd als operationeel | 0,0 | 0,0 |
| Netto kosten | 12,2 | 12,0 |
De impact op de financiële kosten en personeelskosten wordt hierna weergegeven:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Personeelskosten | 12,0 | 11,7 |
| Financiële kosten | 0,2 | 0,2 |
| Netto kosten | 12,2 | 12,0 |
De kosten opgenomen onder de niet-gerealiseerde resultaten worden hierna weergegeven:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Winsten en (verliezen) bij herwaardering | 0,5 | (0,5) |
| Actuariële (winsten)/verliezen | 0,5 | (0,5) |
| Netto kosten | 0,5 | (0,5) |
6.25.2 Andere beloningen op lange termijn
Andere beloningen op lange termijn omvatten gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden, dagen pensioensparen, deeltijds regime, plannen met betrekking tot werknemerstoelagen in het kader van ongeval, medische kosten met betrekking tot arbeidsongevallen, jubileumpremies en DVVP voor Job Mobility Center.
Gecompenseerde geaccumuleerde afwezigheden
Statutairen van Bpost NV hebben recht op 21 dagen betaald ziekteverlof per kalenderjaar. Ongebruikt ziekteverlof wordt op het einde van het jaar automatisch overgeheveld naar de ziekteverlofreserve van de werknemer, die kan oplopen tot maximaal 63 dagen. Elk saldo boven deze bovengrens kan worden omgezet in dagen pensioensparen, zoals beschreven in het gedeelte Dagen Pensioensparen van dit verslag.In geval van ziekte nemen werknemers eerst hun jaarlijkse ziekteverlof op en daarna, indien nodig, de dagen die beschikbaar zijn in hun ziekteverlof-reserve. Beide categorieën ziekteverlof worden vergoed tegen 100% van het basisloon van de werknemer. Zodra het jaarlijkse recht en de opgebouwde reserve volledig zijn uitgeput, wordt eventueel aanvullend ziekteverlof vergoed tegen een verlaagd tarief van 75% van het basissalaris. De berekeningsmethode is niet gewijzigd ten opzichte van 2024.
De waardering gebeurt met een methode die de toekomstige kasuitstroom voor ziekteverlof inschat op basis van daadwerkelijke verbruikspatronen. Aan de hand van statistische analyses van historisch gebruik, worden prognoses van individuele ziekteverlof-reserves uitgevoerd op niveau van werknemer. Het model houdt rekening met leeftijdsgebonden patronen en werkt met een voortschrijdend gemiddelde over drie jaar, zodat de prognoses van toekomstig ziekteverlof consistent en betrouwbaar zijn. De jaarlijkse uitbetaling is gebaseerd op het aantal opgenomen dagen, beperkt tot het beschikbare saldo in de ziekteverlof-reserve van de werknemer, en wordt berekend als 25% van het verwachte dagloon.
Dagen pensioensparen
Bij Bpost NV kunnen statutairen niet-opgenomen ziekteverlofdagen die het maximum van 63 dagen in hun ziekteverlof-reserve overschrijden (zie Gecompenseerde Geaccumuleerde Afwezigheden) omzetten in dagen pensioensparen, tegen een verhouding van 7 ziektedagen voor 1 dag pensioensparen. Daarnaast kunnen ze jaarlijks maximaal 3 extralegale vakantiedagen omzetten.
Baremiek contractuele werknemers van Bpost NV met een vast contract hebben recht op maximaal 2 dagen pensioensparen per jaar en kunnen eveneens tot 3 extralegale vakantiedagen per jaar omzetten. Dagen pensioensparen worden geleidelijk opgebouwd en kunnen vanaf 50 jaar worden opgenomen. De waarderingsmethode sluit aan bij de aanpak die wordt gebruikt voor de Gecompenseerde Geaccumuleerde Afwezigheden. De verplichting wordt gemeten op basis van toekomstige verwachte kasuitstromen die worden gegenereerd na een bepaald verbruikspatroon. Aan de hand van statistische analyses van historisch gebruik, worden prognoses van individuele fictieve rekeningen uitgevoerd op niveau van werknemer. Het model houdt rekening met leeftijdsgebonden patronen en werkt met een voortschrijdend gemiddelde over drie jaar, zodat de inschatting consistent en betrouwbaar is. De jaarlijkse betaling komt overeen met het aantal gebruikte dagen pensioensparen, vermenigvuldigd met het verwachte dagloon.
414 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Deeltijds regime (55+)
Bpost NV biedt regelingen voor halftijdse loopbaanonderbreking voor statutairen en baremiek contractuelen. Deze regelingen bieden in aanmerking komende werknemers de mogelijkheid om hun werktijd tijdens de laatste jaren van hun loopbaan tot 50% te verminderen. Volgens de raamovereenkomsten van 30 september 2016 en 25 mei 2023 komen volgende medewerkers in aanmerking:
■ uitreikers, collect-medewerkers en werknemers in nachtdienst: toegang vanaf 55 jaar.
■ Andere werknemers: toegang vanaf 57 jaar.
Bpost NV financiert de regelingen via bijdragen gelijk aan 7,5% van het bruto jaarloon, met een maximum van:
■ 72 maanden voor werknemers in nachtdienst, uitreikers en collect-medewerkers;
■ 48 maanden voor andere in aanmerking komende werknemers.
Het plan van 2016 werd verlengd tot december 2022 (overeenkomst van 17 juni 2021) en het plan van 2023 tot december 2025 (overeenkomst van 19 december 2024).
Plannen met betrekking tot werknemerstoelagen in het kader van ongeval
Tot 1 oktober 2000 was Bpost NV zijn eigen verzekeraar voor arbeidsongevallen en ongevallen op de weg van en naar het werk. Als gevolg daarvan zijn alle vergoedingen, die betaald werden aan personeelsleden voor ongevallen die plaatsvonden voor 1 oktober 2000, gefinancierd door Bnode zelf. Sinds 1 oktober 2000 heeft Bpost NV verzekeringspolissen afgesloten om het risico af te dekken.
DVVP voor job mobility center
De Kaderovereenkomst van 30 september 2016 omschrijft een DVVP-plan (“Dienstvrijstelling voorafgaand aan de Pensionering”) voor het Job Mobility Center. Dit plan voorziet voor een onbepaalde duur dat statutairen van Bpost NV vanaf 61 jaar die aan het Job Mobility Center zijn aangehecht en dit na een periode van één jaar nog steeds zijn, van hun dienst worden ontheven. Bpost NV blijft de begunstigden 70% van hun loon betalen bij vertrek en dat tot zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, met een maximum van 5 jaar.
De netto verplichting met betrekking tot andere lange termijn personeelsvoordelen omvat de volgende posten:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichtingen | 193,8 | 208,6 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 0,0 | 0,0 |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | 193,8 | 208,6 |
| Netto verplichting | 193,8 | 208,6 |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | ||
| Verplichting | 193,8 | 208,6 |
| Netto verplichting | 193,8 | 208,6 |
415 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
De veranderingen in de contante waarde van de verplichtingen worden hierna weergegeven:
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Contante waarde op 1 januari | 208,6 | 225,7 |
| Servicekosten | 10,9 | 12,6 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 10,9 | 12,6 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0,1 | 0,0 |
| Netto interestkosten | 6,2 | 6,7 |
| Betaalde uitkeringen | (18,9) | (19,4) |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering opgenomen in de winst-en verliesrekening | (12,4) | (17,0) |
| Actuariële (winsten)/verliezen | (12,4) | (17,0) |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten | 0,0 | 0,0 |
| Actuariële (winsten)/verliezen | 0,0 | 0,0 |
| Verplichtingen overgenomen in bedrijfscombinatie | 0,0 | 0,0 |
| Herclassificaties | (0,6) | 0,0 |
| Langlopende verplichtingen op 31 december | 193,8 | 208,6 |
De in de resultatenrekening opgenomen kosten worden hierna weergegeven:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Servicekosten | 10,9 | 12,6 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 10,9 | 12,6 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0,1 | 0,0 |
| Netto interestkosten | 6,2 | 6,7 |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering | (12,4) | (17,0) |
| Actuariële (winsten)/verliezen gerapporteerd als financieel | (6,7) | (8,7) |
| Actuariële (winsten)/verliezen gerapporteerd als operationeel | (5,7) | (8,3) |
| Netto kosten | 4,7 | 2,3 |
De impact op personeelskosten en financiële kosten wordt hieronder weergegeven:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Personeelskosten | 5,2 | 4,3 |
| Financiële kosten | (0,5) | (2,0) |
| Netto kosten | 4,7 | 2,3 |
416 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.25.3 Ontslagvergoedingen
Vervroegd pensioenplan
Het vervroegde pensioenplan van Bpost NV valt onder de Raamovereenkomst van 30 september 2016 en is toegankelijk voor statutaire personeelsleden die aan bepaalde leeftijds-, anciënniteits- en dienstorganisatievoorwaarden voldoen. Bpost NV blijft de begunstigden 75% van hun loon betalen bij vertrek en dat tot zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, met een maximum van 5 jaar. Dit plan loopt voor onbepaalde tijd.
Als antwoord op de economische en financiële uitdagingen voerde AMP een soft exitsysteem in waarbij werknemers een financieel ondersteunde overstap naar pensioen wordt aangeboden. Werknemers van 55 jaar en ouder konden kiezen voor een deeltijdse loopbaanonderbreking in combinatie met vervroegd wettelijk pensioen, of rechtstreeks overstappen naar vervroegd wettelijk pensioen. Tijdens de periode van loopbaanonderbreking ontvangen deelnemers een maandelijkse aanvullende premie, evenals een eenmalige uitkering bij het bereiken van de leeftijd voor vervroegd pensioen (24.000 EUR voor dagwerkers en 38.000 EUR voor nachtwerkers). Werknemers van 59 jaar en ouder die rechtstreeks kiezen voor vervroegd wettelijk pensioen, hebben eveneens recht op deze eenmalige premie.
De personeelsbeloningen gerelateerd aan de plannen voor vervroegd pensioen geven aanleiding tot een schuld, omdat (i) de tewerkstelling beëindigd wordt voor het tijdstip van normale pensioenleeftijd en (ii) het de beslissing is van de werknemer om in te gaan op het aanbod van het bedrijf.
De netto verplichting met betrekking tot ontslagvergoedingen omvat de volgende posten:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichtingen | 11,2 | 10,6 |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 0,0 | 0,0 |
| Contante waarde van de netto verplichtingen | 11,2 | 10,6 |
| Netto verplichting | 11,2 | 10,6 |
| Personeelsvoordelen opgenomen in de balans | ||
| Verplichting | 11,2 | 10,6 |
| Netto verplichting | 11,2 | 10,6 |
417 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
De veranderingen in de contante waarde van de verplichtingen worden hierna weergegeven:
| IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Contante waarde op 1 januari | 10,6 | 9,2 |
| Servicekosten | 6,1 | 6,5 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 6,1 | 6,3 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0,0 | 0,1 |
| Netto interestkosten | 0,2 | 0,2 |
| Betaalde uitkeringen | (4,7) | (4,3) |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering opgenomen in de winst-en verliesrekening | (1,6) | (0,8) |
| Actuariële (winsten)/verliezen | (1,6) | (0,8) |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten | 0,0 | 0,0 |
| Actuariële (winsten)/verliezen | 0,0 | 0,0 |
| Verplichtingen overgenomen in bedrijfscombinatie | 0,0 | 0,0 |
| Herclassificaties | 0,6 | 0,0 |
| Langlopende verplichtingen op 31 december | 11,2 | 10,6 |
De in de resultatenrekening opgenomen kosten worden hierna weergegeven:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Servicekosten | 6,1 | 6,3 |
| Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 6,1 | 6,3 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0,0 | 0,1 |
| Netto interestkosten | 0,2 | 0,2 |
| (Winsten)/verliezen bij herwaardering | (1,6) | (0,8) |
| Actuariële (winsten)/verliezen gerapporteerd als financieel | 0,0 | 0,1 |
| Actuariële (winsten)/verliezen gerapporteerd als operationeel | (1,6) | (0,9) |
| Netto kosten | 4,7 | 5,7 |
De impact op personeelskosten en financiële kosten wordt hieronder weergegeven:
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Personeelskosten | 4,4 | 5,4 |
6.26 Handelsschulden en overige schulden
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Handelsschulden | 2,3 | 2,1 |
| Overige schulden | 9,8 | 11,0 |
| Langlopende handels-en overige schulden | 12,2 | 13,1 |
De overige schulden omvatten de verplichtingen die voortvloeien uit het Management Incentive Plan voor het management van Staci:
- Voor de terugkoopverplichting van gewone aandelen werd een verplichting van 8,8 mEUR (putoptie op minderheidsbelangen) erkent bij de overname van Staci, wat de reële waarde op verslagdatum van de verwachte aflossingswaarde vertegenwoordigt.
- De verwachte waarde van de putoptie op de preferente aandelen die het management in handen heeft, bedraagt 1,0 mEUR op de verslagdatum, naar rato van de verwervingsperiode.
De maximale uitbetaling voor Bnode onder dit plan in 2028 is beperkt tot 70,5 mEUR, voornamelijk afhankelijk van het behaalde EBITDA-niveau.
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Handelsschulden | 398,4 | 427,6 |
| Geïnde opbrengsten voor klanten | 6,8 | 57,3 |
| Eindrechten | 128,9 | 157,5 |
| Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten | 408,9 | 413,4 |
| Te betalen belastingen met uitzondering van inkomstenbelastingen | 22,3 | 40,4 |
| Transitrekening frankeermachines | 14,9 | 13,9 |
| Werkkapitaal voor postale financiële diensten | 18,8 | 18,8 |
| Ontvangen waarborgen | 11,0 | 10,8 |
| bpaid balans | 16,0 | 25,9 |
| Toe te rekenen kosten (exclusief eindrechten postale operatoren) | 125,0 | 181,9 |
| Over te dragen opbrengsten | 68,6 | 65,2 |
| Voorwaardelijke overwegingen | 0,0 | 0,0 |
| Overige schulden | 8,0 | 4,7 |
| Kortlopende handels- en overige schulden | 1.227,8 | 1.417,4 |
419 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
De boekwaarden worden geacht een goede indicatie te zijn van de reële waarde. De opbrengsten die Radial namens klanten int, hebben betrekking op de dienstverlening waarbij Radial betalingen verwerkt en fondsen int voor zijn klanten. De uitstaande verplichtingen komen overeen met bedragen die via het betalingsplatform van Radial zijn ontvangen en tijdelijk op bankrekeningen van Radial worden aangehouden voordat ze naar klanten worden overgemaakt. De daling ten opzichte van vorig jaar hangt samen met de overstap naar een nieuw platform, waarbij binnenkomende gelden nu rechtstreeks op de rekeningen van externe betalingsverwerkers worden gestort in plaats van op die van Radial.
De kortlopende handels- en overige schulden daalden met 189,6 mEUR omdat de geïnde opbrengsten van klanten met 50,4 mEUR daalden. De eindrechten daalden met 28,6 mEUR en de handelsschulden daalden met 29,2 mEUR. De daling van de schulden met betrekking tot eindrechten moet samen bekeken worden met de daling van de schulden met betrekking tot eindrechten (24,7 mEUR). De toe te rekenen kosten (exclusief eindrechten) bedragen 125,0 mEUR en zijn met 57,0 mEUR gedaald, voornamelijk als gevolg van de door Radial North America toe te rekenen kosten voor transport en tijdelijke arbeidskrachten als gevolg van een tragere ontwikkeling.
Contractverplichtingen
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Postzegels verkocht maar nog niet gebruikt en krediet op frankeermachines | 36,4 | 38,7 |
| Overige contractverplichtingen | 32,3 | 26,5 |
| Contractverplichtingen | 68,6 | 65,2 |
De reeds door klanten betaalde vergoedingen die zijn toegewezen aan de resterende prestatieverplichting waaraan op de verslagdatum (gedeeltelijk) niet is voldaan, bedroegen 36,4 mEUR en hebben voornamelijk betrekking op zegels en tegoeden op frankeermachines die zijn verkocht maar op balansdatum nog niet door klanten zijn gebruikt. Op het einde van het jaar is de prestatieverplichting voor de DAEB vervuld en zijn er geen contractuele verplichtingen meer.
420 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.27 Voorzieningen
| IN MILJOEN EUR | LOPENDE GESCHILLEN | BEZWARENDE CONTRACTEN | HERSTRUCTURERING | MILIEU & OVERIGE | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|---|
| Balans op 1 januari 2024 | 99,8 | 0,4 | 0,0 | 5,9 | 106,0 |
| Aangelegde voorzieningen | 9,0 | 0,0 | 0,0 | 5,8 | 14,8 |
| Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 5,3 | 5,3 |
| Aangewende voorzieningen | (0,1) | 0,0 | 0,0 | (2,5) | (2,6) |
| Teruggenomen voorzieningen | (6,4) | 0,0 | 0,0 | (1,4) | (7,9) |
| Wisselkoersverschillen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Andere bewegingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (0,0) | 0,0 |
| Balans op 31 december 2024 | 102,2 | 0,4 | 0,0 | 13,0 | 115,6 |
| Saldo op het einde van het jaar (langlopend) | 10,3 | 0,4 | 0,0 | 6,7 | 17,5 |
| Saldo op het einde van het jaar (kortlopend) | 91,9 | 0,0 | 0,0 | 6,3 | 98,2 |
| 102,2 | 0,4 | 0,0 | 13,0 | 115,6 | |
| Balans op 1 januari 2025 | 102,2 | 0,4 | 0,0 | 13,0 | 115,6 |
| Aangelegde voorzieningen | 21,2 | 0,0 | 6,9 | 2,1 | 30,2 |
| Aangewende voorzieningen | (0,1) | (0,0) | 0,0 | (1,2) | (1,4) |
| Teruggenomen voorzieningen | (4,4) | (0.3) | 0,0 | (3,2) | (8,0) |
| Wisselkoersverschillen | (0,0) | 0,0 | (0,0) | (0,2) | (0,2) |
| Andere bewegingen | 0,0 | 0,0 | (0,0) | 0,0 | (0,0) |
| Balans op 31 december 2025 | 118,9 | 0,0 | 6,8 | 10,6 | 136,3 |
| Saldo op het einde van het jaar (langlopend) | 7,5 | 0,0 | 3,4 | 6,7 | 17,6 |
| Saldo op het einde van het jaar (kortlopend) | 111,4 | 0,0 | 3,5 | 3,8 | 118,7 |
| 118,9 | 0,0 | 6,8 | 10,6 | 136,3 |
421 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
De voorziening voor geschillen, die de verwachte financiële uitstroom met betrekking tot verschillende (lopende of dreigende) geschillen tussen Bnode-entiteiten en derden vertegenwoordigt, bedroeg 118,9 mEUR per 31 december 2025 en steeg met 16,7 mEUR ten opzichte van december 2024. Van het openstaand saldo had 108,5 mEUR betrekking op het compliance onderzoek (zie hieronder). De verwachte periode voor de bijbehorende kasuitstromen is afhankelijk van ontwikkelingen in de duur van de onderliggende procedures of schikkingen, waarvan de timing onzeker blijft.
Begin 2023 heeft Bpost NV vrijwillig drie compliance onderzoeken opgestart, na het compliance onderzoek dat in 2022 werd uitgevoerd met betrekking tot de aanbesteding van de nieuwe concessie voor de periode 2023-2027 aangaande de uitreiking van kranten en tijdschriften in België. Deze compliance onderzoeken hadden specifiek betrekking op de verwerking van verkeersboetes, het beheer van 679-rekeningen en het afgeven/schrappen van kentekenplaten. Er werd een grondig onderzoek uitgevoerd met behulp van externe deskundigen en forensische onderzoeksmethoden. De belangrijkste bevindingen werden gedeeld met de bevoegde overheidsdiensten, in een geest van nauwe samenwerking en resolutie. Bepaalde compliance onderzoeken brachten aan het licht dat een beperkt aantal mensen binnen en buiten de onderneming handelden in strijd met de Gedragscode van Bnode en mogelijk toepasselijke wet- en regelgeving. In dat kader nam Bnode een aantal disciplinaire maatregelen, waaronder in bepaalde gevallen de beëindiging van de samenwerking. Bpost NV heeft ook maatregelen tot samenwerking met overheden genomen, waaronder het parket, om handhavingsrisico’s te beperken.
Verkeersboetes (Cross Border Fines – CBF)
Achtergrond
Sinds 2006 beheert Bpost NV de administratieve en financiële processen voor de afhandeling van verkeersboetes in opdracht van de Federale Overheidsdienst Justitie (FOD Justitie). Aanvankelijk richtte het zich enkel op nationale boetes, maar in 2015 heeft het zijn diensten uitgebreid naar internationale boetes. Deze diensten omvatten het versturen van boetes, opdrachten als business process outsourcing (zoals een callcenter, backoffice-activiteiten en retourafhandeling), naast het beheer van het IT-platform en verdere IT-ontwikkelingen. Deze diensten hebben aanzienlijk bijgedragen aan de modernisering en professionalisering van het beheer van verkeersboetes. Deze diensten werden aanvankelijk opgenomen in het vierde Beheercontract en bleven deel uitmaken van de volgende Beheercontracten. De vergoeding voor deze diensten werd vervolgens vastgelegd in Uitdiepingsovereenkomsten 2 en diverse andere overeenkomsten.
Belangrijkste bevindingen
De door Bpost NV ontvangen compensatie, kan mogelijk voor een deel worden gezien als onrechtmatige staatssteun. De CBF-diensten werden vastgelegd in Beheercontracten, maar hun compensatie werd vastgelegd in afzonderlijke overeenkomsten en valt daarom niet onder de staatssteunbeschikkingen waarin de compensatie voor de desbetreffende Beheerscontracten compatibel werd verklaard. Uit het onderzoek is ook gebleken dat verschillende andere diensten werden opgenomen in de Uitdiepingsovereenkomsten die strikt genomen los staan van de diensten voor het innen van verkeersboetes. Het merendeel van deze diensten heeft betrekking op het onderhoud van het ICT-platform en de werving van consultants. Deze diensten werden niet aanbesteed.
- Verdiepingsovereenkomsten zijn overeenkomsten tussen de Belgische Staat en Bpost NV die gebaseerd zijn op het Beheerscontract en die specifieke diensten die onder het Beheerscontract vallen, verder uitwerken ("Verdiepingsovereenkomsten").
422 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Volgende stappen
Bpost NV blijft in overleg met de FOD Justitie om samen de nodige corrigerende maatregelen te bepalen in het licht van de bovenvermelde bevindingen. Bpost NV zal elke ontvangen vergoeding terugbetalen die de toepasselijke regels inzake staatssteun zou overschrijden. De vergoeding voor de periode tot een nieuwe aanbesteding voor CBF-diensten zal ook worden herzien. In het kader van deze gesprekken hebben Bpost NV en FOD Justitie de aard en de omvang van de te leveren CBF-diensten, het niveau van de vergoeding waarop Bpost NV recht heeft en de manier waarop de continuïteit van de diensten kan worden verzekerd, in detail vastgelegd. Diensten die onvoldoende verband houden met het innen van boetes worden geleidelijk aan afgebouwd.
679-rekeningen
Achtergrond
Sinds 1912 beheerde Bpost NV de bankrekeningen voor de overheid en meer dan 200 openbare instellingen (bv. de btw-betalingen). FOD Financiën vertrouwde deze historische dienst toe aan Bpost NV op basis van contracten, zonder een aanbestedingsprocedure op te starten. In 2024 werd er een aanbesteding uitgeschreven.Het consortium Bpost NV / Speos NV was een van de drie kandidaten die werden geselecteerd voor deelname. Uiteindelijk werd BNP Paribas Fortis als winnende inschrijver aangewezen en in december 2025 werd het beheer van de 679-rekeningen aan BNP Paribas Fortis overgedragen.
Belangrijkste bevindingen
De vergoeding die Bpost NV heeft ontvangen is nooit aangemeld bij de Europese Commissie en kan gedeeltelijk worden beschouwd als onrechtmatige staatssteun.
Volgende stappen
Bpost NV blijft in overleg met FOD Financiën om samen de nodige corrigerende maatregelen te bepalen in het licht van de bovenvermelde bevindingen. Bpost NV zal elke ontvangen vergoeding terugbetalen die de toepasselijke regels inzake staatssteun zou overschrijden.
Nummerplaten (European Licence Plates – ELP)
Achtergrond
De ELP-diensten omvatten de productie en de levering van nummerplaten en het bijbehorende kentekenbewijs voor nieuwe en tweedehands auto's in België. De ELP-diensten omvatten ook de schrapping van kentekenplaten en de inning van betalingen voor betrokken diensten. Het consortium Bpost NV / Speos NV heeft de twee opeenvolgende aanbestedingen uitgeschreven door de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen (DIV) binnengehaald in 2010 en 2019.
Belangrijkste bevindingen
Er werden geen inbreuken op de mededingingswetgeving vastgesteld met betrekking tot de twee aanbestedingen in het kader waarvan de concessie werd gegund. De aanbesteding resulteerde in concurrerende prijzen, wat ook wordt bevestigd door een prijsbenchmark uitgevoerd door Bpost.
Volgende stappen
Bpost NV ging in gesprek met de FOD Mobiliteit om de geldigheid van de concessievoorwaarden (met inbegrip van de vergoeding) te bepalen in het licht van de bovenvermelde bevindingen. FOD Mobiliteit startte daarop zijn eigen onderzoek en kwam tot andersluidende conclusies dan Bpost NV. FOD Mobiliteit en Bpost NV zijn momenteel in gesprek over de respectieve conclusies en bevindingen.
423 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Financiële overwegingen
Naast de afwerking van de interne compliance onderzoeken heeft Bpost NV, met de steun van onafhankelijke economen en juridische experts, een diepgaande juridische en economische evaluatie uitgevoerd met betrekking tot de vergoedingen die de Belgische Staat heeft betaald voor de drie bovenvermelde diensten. Dit heeft geen betrekking op de persconcessie, waarnaar wordt verwezen in de toelichting voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa. De volgende fase, waarin samen met de betrokken administraties naar een oplossing wordt gezocht, is nu aan de gang. De timing van de uitkomst van dit proces is hoogst onzeker en hangt af van diverse elementen die buiten de controle van Bpost NV vallen.
In afwachting van een volledige afhandeling van de betrokken dossiers, acht Bpost NV momenteel een kasuitstroom waarschijnlijk. In het kader van zijn verbintenis om eventuele overcompensatie terug te betalen, heeft Bpost NV een voorziening van 108,5 mEUR aangelegd. Zoals gebruikelijk is bij de terugbetaling van staatssteun, is de voorziening al verminderd met de vennootschapsbelastingen die betaald werden op de hoofdsom van de onverenigbare staatsteun. Dit bedrag is dan ook niet fiscaal aftrekbaar op het moment van erkenning. Op basis van een grondige juridische en economische evaluatie is Bpost NV van mening dat dit bedrag de best beschikbare raming is van de overcompensatie die aan de Belgische Staat moet worden terugbetaald voor de jaren tot 2025 voor de drie contracten. Dit bedrag blijft onder voorbehoud van de standpunten die de Belgische Staat kan innemen. Bpost NV zal een update verstrekken als duidelijk zou worden dat de inspanningen om tot een schikking te komen mogelijk resulteren in een materieel verschillend bedrag dat als overcompensatie moet worden terugbetaald.
Los van deze compliance reviews, is Bpost NV momenteel betrokken in de volgende gerechtelijke procedures ingesteld door tussenpersonen. Een schadeclaim voor een gevorderd (provisioneel) bedrag van ongeveer 21,1 mEUR (exclusief moratoire interest) in het kader van een rechtsvordering ingeleid door Publimail NV. De Rechtbank van Koophandel van Brussel wierp de claim van Publimail op 3 mei 2016. Publimail ging in beroep tegen deze beslissing op 16 december 2016. De zaak moest voorkomen in april 2021, maar de rechter besliste om de zitting uit te stellen in afwachting van het besluit van het Europese Hof van Justitie in de rechtszaak tussen Bpost NV en de Belgische Mededingingsautoriteit. De zaak zal nu worden behandeld door het Brusselse Marktenhof, rekening houdend met de prejudiciële beslissing van het EHJ. De procedure wordt wellicht in 2026 voortgezet. Een definitieve uitspraak wordt niet verwacht voor eind 2026. Bpost NV betwist alle claims en aantijgingen.
Tot slot besliste de Belgische Mededingingsautoriteit op 10 december 2012 dat bepaalde aspecten van het tariefbeleid van Bpost NV voor de periode januari 2010 - juli 2011 een inbreuk vormden op het Belgische en Europese mededingingsrecht en legde ze Bpost NV een boete op van om en bij de 37,4 mEUR. Alhoewel Bpost NV de boete in 2013 betaalde, vocht het de conclusies van de Belgische Mededingingsautoriteit aan en ging het tegen de beslissing in beroep bij het Brusselse Hof van Beroep. Op 10 november 2016 deed het Brusselse Hof van Beroep de beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit teniet. De Belgische Mededingingsautoriteit is op juridische gronden bij het Hof van Cassatie in beroep gegaan tegen dit arrest. Op 22 november 2018 heeft het Hof van Cassatie het arrest vernietigd en de zaak doorverwezen naar het Hof van Beroep van Brussel voor een nieuw proces. Bij arrest van 19 februari 2020 besliste het Hof van Beroep van Brussel om 2 vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU³ voor een prejudiciële beslissing. Op 22 maart 2022 heeft het Europees Hof van Justitie een prejudiciële beslissing genomen met betrekking tot twee vragen die werden gesteld door het Hof van Beroep van Brussel. Het Hof van Beroep zal nu moeten beslissen in het licht van de antwoorden van het EHJ. Het is onwaarschijnlijk dat er vóór eind 2026 een definitieve beslissing komt.
De voorziening voor bezwarende contracten bedroeg 6,8 mEUR en heeft voornamelijk betrekking op resterende kosten voor locaties bij Radial North America die zullen worden gesloten in lijn met de geactualiseerde vastgoedportefeuille. Overige voorzieningen omvatten onder meer verwachte kosten in verband met verplichtingen voor herstellingen en wettelijke verplichtingen. Per 31 december 2025 bedroegen de overige voorzieningen 10,6 mEUR in vergelijking met 13,0 mEUR eind 2024.
³ Het Hof van Justitie legt zijn beslissing voor aan de verwijzende rechter, die vervolgens verplicht is het arrest uit te voeren.
424 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.28 Financiële activa en financiële verplichtingen
Onderstaande tabel bevat de hiërarchie van de reële waardebepaling van de financiële activa en verplichtingen van Bnode:
PER 31 DECEMBER 2024
| WAARDERINGSHIËRACHIE | ||||
|---|---|---|---|---|
| IN MILJOEN EUR | BOEKWAARDE | GENOTEERDE PRIJZEN IN EEN ACTIEVE MARKT (NIVEAU 1) | SIGNIFICANTE ANDERE WAARNEEMBARE PARAMETERS (NIVEAU 2) | SIGNIFICANTE NIET-WAARNEEMBARE PARAMETERS (NIVEAU 3) |
| FINANCIËLE ACTIVA GEWAARDEERD AAN GEAMORTISEERDE KOSTPRIJS | ||||
| LANGLOPEND Financiële activa | 47,1 | 0,0 | 47,1 | 0,0 |
| KORTLOPEND Financiële activa | 1.661,3 | 0,0 | 1.661,3 | 0,0 |
| Totaal financiële activa | 1.708,4 | 0,0 | 1.708,4 | 0,0 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN GEWAARDEERD AAN GEAMORTISEERDE KOSTPRIJS | ||||
| LANGLOPEND Lange termijn obligatie | 1.644,6 | 1.648,0 | ||
| Financiële verplichtingen | 691,0 | 691,0 | ||
| KORTLOPEND Financiële verplichtingen | 1.632,1 | 1.632,1 | ||
| FINANCIËLE VERPLICHTING GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE | ||||
| LANGLOPEND Financiële verplichtingen | 11,0 | 11,0 | ||
| KORTLOPEND Derivaten - valuta swaps (FX) | 0,5 | 0,5 | ||
| Totaal financiële verplichtingen | 3.979,1 | 1.648,0 | 2.323,5 | 11,0 |
425 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
PER 31 DECEMBER 2025
| WAARDERINGSHIËRACHIE | ||||
|---|---|---|---|---|
| IN MILJOEN EUR | BOEKWAARDE | GENOTEERDE PRIJZEN IN EEN ACTIEVE MARKT (NIVEAU 1) | SIGNIFICANTE ANDERE WAARNEEMBARE PARAMETERS (NIVEAU 2) | SIGNIFICANTE NIET-WAARNEEMBARE PARAMETERS (NIVEAU 3) |
| FINANCIËLE ACTIVA GEWAARDEERD AAN GEAMORTISEERDE KOSTPRIJS | ||||
| LANGLOPEND Financiële activa | 28,9 | 0,0 | 28,9 | 0,0 |
| KORTLOPEND Financiële activa | 2.104,3 | 0,0 | 2.104,3 | 0,0 |
| Totaal financiële activa | 2.133,2 | 0,0 | 2.133,2 | 0,0 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN GEWAARDEERD AAN GEAMORTISEERDE KOSTPRIJS | ||||
| LANGLOPEND Lange termijn obligatie | 1.744,2 | 1.739,7 | ||
| Financiële verplichtingen | 586,0 | 586,0 | ||
| KORTLOPEND Korte termijn obligatie | 462,4 | 460,5 | ||
| Financiële verplichtingen | 1.466,2 | 1.466,2 | ||
| FINANCIËLE VERPLICHTING GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE | ||||
| LANGLOPEND Financiële verplichtingen | 9,8 | 9,8 | ||
| KORTLOPEND Derivaten - valuta swaps (FX) | 0,2 | 0,2 | ||
| Totaal financiële verplichtingen | 4.268,8 | 2.200,3 | 2.052,4 | 9,8 |
De reële waarde van de tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerde langlopende en kortlopende financiële activa en de tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerde langlopende en kortlopende financiële verplichtingen benadert hun boekwaarde. Aangezien ze niet tegen reële waarde worden gewaardeerd in de balans, moet hun reële waarde niet bekendgemaakt worden. Tijdens de periode was er geen overdracht tussen niveaus van de reële waarde hiërarchie en waren er geen wijzigingen in de toegepaste waarderingstechnieken en parameters.
Langlopende financiële activa bestaat uit de langlopende handels- en overige vorderingen, met uitzondering van de langlopende contractkosten – activa die zijn opgenomen om een contract te verkrijgen of uit te voeren.
Financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs - kortlopend
Kortlopende financiële activa bestaat uit kas en kasequivalenten en kortlopende handels- en overige vorderingen, met uitzondering van kortlopende contractkosten – activa die zijn opgenomen om een contract te verkrijgen of uit te voeren.De stijging jaar over jaar met 442,9 mEUR was voornamelijk het gevolg van de toename van de geldmiddelen en kasequivalenten, wat dan weer voornamelijk toe te schrijven was aan de uitgifte van een unsecured obligatielening van 750 mEUR met een looptijd van 7 jaar in juni 2025. De opbrengst werd gedeeltelijk aangewend voor de terugkoop van 28,8% van de nominale waarde van de obligatie van 650 mEUR met een looptijd van 8 jaar, die in juli 2026 vervalt. De resterende middelen worden tijdelijk belegd in geldmarktinstrumenten tot aan de vervaldatum van de obligatie in juli 2026, waardoor de impact op de nettoschuld van Bnode neutraal blijft.
426 Bnode jaarverslag 2025
Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Financiële verplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs - langlopend
Op het einde van 2025 bestonden de langlopende financiële verplichtingen uit:
■ een obligatielening van 500 mEUR. De obligatie op 5 jaar werd uitgegeven in oktober 2024 met een coupon van 3,29%.
■ een obligatielening van 750 mEUR. Deze obligatie op 7 jaar werd uitgegeven in juni 2025 met een coupon van 3,479%. De opbrengst zal worden aangewend voor de herfinanciering van de obligatielening van 650 mEUR die vervalt in juli 2026 en voor algemene bedrijfsdoeleinden.
■ een obligatielening van 500 mEUR. De obligatie op 10 jaar werd uitgegeven in oktober 2024 met een coupon van 3,632%.
■ verplichtingen met betrekking tot leases: 582,1 mEUR (2024: 685,1 mEUR).
Derivaten
Bnode wordt blootgesteld aan bepaalde risico’s die gerelateerd zijn aan de dagelijkse activiteiten. Het voornaamste risico dat wordt beheerd met behulp van financiële derivaten is het valutarisico. Bnode gebruikt valutatermijncontracten en deviezenswapcontracten om bepaalde blootstellingen in vreemde valuta te beheren. Deze contracten werden aangegaan om de wisselkoersrisico’s gerelateerd aan de door Bpost NV aan zijn dochterondernemingen toegekende inter-bedrijvenleningen af te dekken. Op jaareinde 2025 bedroeg de impact van de reële waarde van de termijncontracten en de deviezenswapcontracten een stijging van de verplichtingen met 0,2 mEUR.
Financiële verplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs - kortlopend
Op het einde van 2025 bestonden de kortlopende financiële verplichtingen uit:
■ Een obligatie van 462,8 mEUR met betrekking tot het resterende deel van de obligatie van 650 mEUR dat niet werd teruggekocht door Bnode in het kader van het in juni 2025 uitgebrachte overnamebod. De obligatie op 8 jaar werd uitgegeven in juli 2018 met een coupon van 1,25% en vervalt in juli 2026, vandaar de overheveling ervan naar kortlopende financiële verplichtingen in 2025.
■ Het uitstaande saldo van verplichtingen gerelateerd aan leases bedroeg eind 2025 211,5 mEUR (2024: 204,6 mEUR).
Financiële verplichtingen gewaardeerd aan reële waarde - langlopend
Deze verplichting heeft betrekking op de door het management van Staci gehouden putoptie op minderheidsbelangen van Staci (gewone aandelen). De initiële reële waarde werd bepaald in 2024 op basis van de prijs die Bnode betaalde voor de overname van Staci. In 2025 werd deze verplichting geherwaardeerd tegen reële waarde (de contante waarde van de verwachte aflossingswaarde) op basis van schattingen van de aandelenwaarde op de mogelijke uitoefendatum, berekend met een waarderingsmodel dat gebruikmaakt van (i) EBITDA- projecties, (ii) contractuele multiple en (iii) geprojecteerde netto schuld. De daling was voornamelijk het gevolg van de inkoop van gewone aandelen van Staci in 2025, gedeeltelijk gecompenseerd door de herwaardering tegen reële waarde van de resterende belangen. Zie toelichting ‘6.5 – Bedrijfscombinaties’ voor meer informatie over de verwerving van bijkomende aandelen van Staci.
427 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
6.29 Financiële instrumenten en financieel risicobeheer
Bnode is blootgesteld aan marktrisico's door bewegingen in wisselkoersen, rentevoeten en andere marktprijzen (nutsprijzen). Bovendien is Bnode ook blootgesteld aan kredietrisico's en liquiditeitsrisico's.
Wisselkoersrisico
In de operationele en financiële activiteiten is Bnode blootgesteld aan buitenlandse wisselkoersfluctuaties die de balans en resultatenrekening beïnvloeden. Deze wisselkoersrisico’s bestaan uit (i) transactierisico's gerelateerd aan de operationele activiteiten van de kasstromen in buitenlandse munteenheid of (ii) omrekeningsrisico's gerelateerd aan de consolidatie in Euro van filialen waarvan de functionele munteenheid niet de Euro is (Bnode’s functionele munteenheid). De grootste blootstelling aan buitenlandse wisselkoersrisico's bestaat uit de omzetting van USD en GBP:
| VALUTA | 12/31/25 | 12/31/24 | Jaarlijks gemiddelde 2025 | Jaarlijks gemiddelde 2024 |
|---|---|---|---|---|
| USD | 1,175 | 1,038 | 1,13 | 1,08 |
| GBP | 0,872 | 0,828 | 0,86 | 0,84 |
Bnode maakt gebruik van termijncontracten voor vreemde valuta en valutaswaps om bepaalde blootstellingen in vreemde valuta te beheersen. Deze contracten zijn afgesloten om het wisselkoersrisico af te dekken dat verband houdt met de intragroep leningen die Bnode in lokale valuta aan zijn dochterondernemingen heeft verstrekt. Hedginginstrumenten kunnen worden ingezet om deze effecten te beperken. In 2025 hebben wisselkoersschommelingen op een deel van de niet-afgedekte intragroep leningen geleid tot een wisselkoerseffect, dat wordt weerspiegeld in de financiële opbrengsten en kosten. De volgende tabel toont de gevoeligheid aan van een redelijke verandering in de wisselkoers van de USD en GBP, waarbij alle andere variabelen constant worden gehouden. Het omrekeningsrisico wordt vertegenwoordigd door de impact van de wijziging van de USD en GBP waarde op de EBIT en het eigen vermogen van de groep voor 2025. De blootstelling van Bnode aan wisselkoersschommelingen voor alle andere valuta's is niet materieel.
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | +5% USD VS EUR | -5% USD VS EUR | +5% GBP VS EUR | -5% GBP VS EUR |
|---|---|---|---|---|
| Effect op EBIT | 0,3 | (0,3) | (0,3) | 0,3 |
| Effect op het eigen vermogen van de groep na overweging van de netto- investeringsafdekking | (12,7) | 14,1 | (0,2) | 0,2 |
428 Bnode jaarverslag 2025
Rentevoetrisico
Bnode is ook rechtstreeks onderhevig aan schommelingen van de rentevoeten door zijn externe financiering. Bnode beperkt dit risico echter door te streven naar een evenwicht tussen vaste en variabele rentevoeten. Momenteel bestaat deze balans vooral uit vaste rentevoeten, maar afhankelijk van de marktsituatie kan dit evolueren. Teneinde de rentevoetstructuur van zijn schuld te beheren, kan Bnode afdekkingsinstrumenten gebruiken, zoals renteswaps. De blootstelling aan renterisico is beperkt, aangezien alle externe financiering tegen vaste rentevoeten is afgesloten. Eind 2025 bestond de externe financiering uit 2.212,8 mEUR aan obligaties. De obligatie op 8 jaar werd in juli 2018 uitgegeven met een coupon van 1,25%. In afwachting van deze uitgifte, stapte Bnode in februari 2018 in een rentetermijnswap voor 10 jaar met een nominaal bedrag van 600,0 mEUR. De transactie werd aangegaan ter afdekking van het rentevoetrisico op de beoogde uitgifte van een langetermijn obligatie om het overbruggingskrediet, dat in november 2017 werd aangegaan voor de overname van Radial, te herfinancieren. In juli 2018 gaf Bnode een obligatie van 650,0 mEUR op 8 jaar uit. Op dat moment werd de rentermijnswap afgewikkeld en afgerekend via een betaling van 21,5 mEUR, opgedeeld tussen een effectief gedeelte voor 20,0 mEUR en een ineffectief gedeelte voor 1,5 mEUR. Het ineffectieve deel werd in de resultatenrekening opgenomen. Het effectief gedeelte van de kasstroomafdekking (20,0 mEUR) werd in de niet-gerealiseerde resultaten (bedrag na belastingen is 14,8 mEUR) opgenomen als kasstroomafdekkingsreserve. Deze kasstroomafdekking wordt over dezelfde periode overgeboekt naar de resultatenrekening aangezien de kasstromen van de langlopende obligatie de resultatenrekening vanaf haar uitgiftedatum gedurende 8 jaar zullen beïnvloeden. In juni 2025 kocht Bnode 28,8% van de nominale waarde van de obligatie van 650 mEUR terug, wat resulteerde in een resterend uitstaand bedrag van 462,8 mEUR, dat betaalbaar blijft op de oorspronkelijke vervaldatum in juli 2026. In 2025 werd een nettobedrag van 2,1 mEUR (waaronder 0,6 miljoen mEUR gerelateerd aan het deel van de obligatie dat in juni 2025 werd terugbetaald) overgeboekt naar de resultatenrekening.
In het kader van de overname van Staci gaf Bnode in oktober 2024 een senior unsecured-obligatielening van 1.000 mEUR uit, ingedeeld in twee gelijke tranches met een looptijd van respectievelijk 5 en 10 jaar. De obligatie van 500 mEUR met een looptijd van 5 jaar heeft een coupon van 3,290% per jaar en de obligatie van 500 mEUR met een looptijd van 10 jaar een coupon van 3,632% per jaar. Deze obligatielening op 7 jaar werd uitgegeven in juni 2025 met een coupon van 3,479% voor een bedrag van 750,0 mEUR. In afwachting van deze uitgifte stapte Bnode in een rentetermijnswap voor 7 jaar met een nominaal bedrag van 750,0 mEUR om het rentevoetrisico van de obligatie af te dekken. De renteswap werd beëindigd en afgerekend via een betaling van 7,5 mEUR die als volledig effectief werd beschouwd en in de niet-gerealiseerde resultaten (bedrag na belastingen is 5,7 mEUR) werd opgenomen als kasstroomafdekkingsreserve. Deze kasstroomafdekking wordt geherclassificeerd naar de resultatenrekening over dezelfde periodes als die waarin de kasstromen van de langetermijnobligatie een impact zullen hebben op het resultaat, d.w.z. over een periode van 7 jaar vanaf de uitgiftedatum. In 2025 werd een nettobedrag van 0,4 mEUR opgenomen in de resultatenrekening.
De financiële resultaten van Bnode worden ook beïnvloed door de evolutie van de discontovoeten gebruikt voor de berekening van de personeelsbeloningen. Op 31 december 2025 zouden bij een stijging van 50 basispunten van de gemiddelde discontovoet de financiële kosten dalen met 8,4 mEUR.Bij een daling van 50 basispunten van de gemiddelde zouden de financiële kosten stijgen met 13,2 mEUR. Voor meer details zie toelichting 6.25 personeelsbeloningen.
429 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Andere marktrisico’s
Het risico op een mogelijk langdurige onderbreking van de activiteiten als gevolg van extreme natuurrampen neemt toe door de klimaatverandering. Bnode tracht schade aan gebouwen en operationele onderbrekingen zoveel mogelijk te voorkomen via preventie en noodprogramma’s. De nadelige gevolgen van deze risico’s worden gedekt door verzekeringspolissen.
Bnode heeft zijn Climate Risk Assessment in de loop van 2025 voortgezet. We analyseerden het transitierisico in detail op basis van verschillende klimaatscenario’s van het Network for Greening the Financial System (NGFS) en over meerdere tijdshorizonnen. We hebben ook onze analyse van de geïdentificeerde fysieke en transitierisico’s verdiept om hun financiële impact op groepsniveau kwalitatief te beoordelen. We onderzochten de blootstelling aan overstromingsrisico van onze grote Belgische sites op een meer gedetailleerd niveau en voerden een grondige kwetsbaarheidsanalyse uit van onze strategische Bpost NV locaties die mogelijk aan overstromingsrisico zijn blootgesteld. In 2026 zullen we een Climate Adaptation Plan opstellen voor Bpost NV. Daarnaast voeren we een meer gedetailleerde klimaatrisicobeoordeling uit (met focus op overstroming en hitte) voor de locaties van andere Bnode entiteiten buiten België die mogelijk aan overstromingsrisico zijn blootgesteld. Daarna plannen we een diepgaandere kwetsbaarheidsanalyse voor strategische sites in Europa (in 2026) en Noord Amerika (in 2027).
Meer details over de klimaatgerelateerde risico’s voor Bnode en het resultaat van onze veerkrachtsanalyse zijn terug te vinden in de CSRD sectie van dit verslag in hoofdstuk 6.2.1.1 SBM3 - Klimaatrisicobeoordeling en 6.2.1.2 SBM3 - Veerkrachtanalyse.
In het algemeen zijn de strategie en het bedrijfsmodel van Bnode veerkrachtig in het licht van klimaatverandering. Hoewel de Climate Risk Assessment nog loopt, wijzen de eerste bevindingen erop dat klimaatverandering naar verwachting geen kritieke of fundamentele bedreigingen vormt voor de toekomstige activiteiten van Bnode. Wat fysieke risico’s betreft, werd blootstelling aan verschillende klimaatgevaren vastgesteld, vooral in een scenario met hoge uitstoot. Bnode verwacht echter dat de meeste risico’s kunnen worden beperkt dankzij de gedistribueerde aard van de activiteiten en via adaptatieoplossingen, hetzij rechtstreeks door Bnode geïmplementeerd, hetzij door derden (bijvoorbeeld overheden die investeren in overstromingsbescherming). Voor transitierisico is Bnode goed geplaatst dankzij het ambitieuze decarbonisatieplan voor scope 1 & 2, en dankzij de versterkte leveranciersbetrokkenheid en inkoopstrategie voor scope 3. Hierdoor zijn we beter gewapend tegen transitierisico’s zoals de komende koolstofbelasting in Europa vanaf 2028 (ETS 2). Tot slot zetten we actief in op transitie opportuniteiten in koolstofarme logistiek en groene elektriciteitsproductie.
430 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Kredietrisico
Bnode is onderhevig aan kredietrisico’s als gevolg van de operationele activiteiten en de beleggingen en beheer van zijn liquide middelen (banken).
| KREDIETRISICO OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.255,9 | 747,4 |
| Handelsvorderingen (vlottend en niet-vlottend) | 763,8 | 806,4 |
| Overige vorderingen onderhevig aan kredietrisico | 51,7 | 51,7 |
| Kredietrisico van financiële activa | 2.071,4 | 1.605,5 |
Operationele activiteiten
Per definitie geldt het kredietrisico enkel voor dat gedeelte van de activiteiten van Bnode die geen onmiddellijke contante betalingen genereren. Bnode beheert zijn blootstelling aan het kredietrisico actief via een onderzoek van de solvabiliteit van zijn klanten. Dit vertaalt zich in een kredietwaardigheid en een kredietlimiet. Bnode erkent op al zijn handelsvorderingen een vergoeding voor te verwachte kredietverliezen op basis van het “lifetime expected credit losses” (ECL) model. Aangezien de handelsvorderingen geen significante financieringscomponent bevatten, opteerde Bnode ervoor om de vereenvoudigde aanpak te kiezen om het verwachte percentage kredietverliezen te berekenen met behulp van een voorzieningenmatrix, gebaseerd op de historische wanbetalingspercentages aangepast aan de huidige en toekomstgerichte informatie.
De volgende tabel vat de bewegingen samen voor de provisie van de verwachte kredietverliezen:
| OPERATIONELE ACTIVITEITEN IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Op 1 januari | 27,2 | 27,2 |
| Waardeverminderingen: Verwerving door middel van bedrijfscombinaties | 0,0 | 0,9 |
| Waardeverminderingen: Toevoegingen | 7,2 | 3,1 |
| Waardeverminderingen: Aanwendingen | (0,3) | (1,8) |
| Waardeverminderingen: Terugnemingen | (6,0) | (3,2) |
| Waardeverminderingen: Wisselkoersverschillen | (1,5) | 1,0 |
| Waardeverminderingen: Andere | (0,1) | 0,0 |
| Op 31 december | 26,5 | 27,2 |
De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen en de blootstelling van het kredietrisico volgens de voorzieningenmatrix is als volgt:
431 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
| PER 31 DECEMBER 2024 AANTAL DAGEN ACHTERSTALLIG IN MILJOEN EUR | KORTLOPEND < 60 DAGEN | 60 -120 DAGEN | > 120 DAGEN | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Totale ingeschatte bruto blootstelling boekwaarde | 658,2 | 129,6 | 20,3 | 19,5 |
| Verwachte kredietverliezen | 0,0% | 2,9% | 19,2% | 100,0% |
| Provisie verwachte kredietverliezen | 0,0 | (3,8) | (3,9) | (19,5) |
| Handels- en eindrechtenvorderingen | 658,2 | 125,8 | 16,4 | 0,0 |
| PER 31 DECEMBER 2025 AANTAL DAGEN ACHTERSTALLIG IN MILJOEN EUR | KORTLOPEND < 60 DAGEN | 60 -120 DAGEN | > 120 DAGEN | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Totale ingeschatte bruto blootstelling boekwaarde | 617,4 | 120,1 | 32,0 | 20,8 |
| Verwachte kredietverliezen | 0,0% | 2,5% | 8,5% | 100,0% |
| Provisie verwachte kredietverliezen | 0,0 | (3,0) | (2,7) | (20,8) |
| Handels- en eindrechtenvorderingen | 617,4 | 117,1 | 29,3 | 0,0 |
Beleggingen van de liquide middelen
Voor wat betreft Bnode en de beleggingen van zijn liquide middelen (die geldmiddelen, kasequivalenten en financiële instrumenten omvatten), ontstaat de blootstelling aan het kredietrisico uit tekortkomingen van de tegenpartij, waarbij het maximale risico gelijk is aan de netto-boekwaarde van deze instrumenten.
432 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Liquiditeitsrisico
Het huidige liquiditeitsrisico van Bnode is beperkt als gevolg van de ruime beschikbaarheid van kasmiddelen en vermits een aanzienlijk deel van de inkomsten door de klanten betaald wordt vooraleer de dienst door Bpost wordt uitgevoerd. De maturiteitsanalyse van de schulden is als volgt:
| IN MILJOEN EUR 31 DECEMBER 2024 | KORTLOPEND BINNEN HET JAAR | LANGLOPEND TUSSEN 1 EN 5 JAAR | MEER DAN 5 JAAR | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Leaseverplichtingen | 225,4 | 559,3 | 196,8 | 981,5 |
| Handelschulden en overige schulden | 1.417,7 | 2,1 | 0,0 | 1.419,8 |
| Langetermijnobligatie | 42,7 | 1.307,4 | 550,7 | 1.900,9 |
| Derivaten | 0,5 | 0,0 | 0,0 | 0,5 |
| Bankvoorschotten in rekening-courant | (0,3) | 0,0 | 0,0 | (0,3) |
| Bankleningen | 9,3 | 3,8 | 0,0 | 13,1 |
| Andere leningen | 0,5 | 0,0 | 0,0 | 0,5 |
| Voorwaardelijke vergoeding | 0,0 | 11,0 | 0,0 | 11,0 |
| Totaal financiële verplichtingen | 1.695,8 | 1.883,6 | 747,5 | 4.326,9 |
| IN MILJOEN EUR 31 DECEMBER 2025 | KORTLOPEND BINNEN HET JAAR | LANGLOPEND TUSSEN 1 EN 5 JAAR | MEER DAN 5 JAAR | TOTAAL |
|---|---|---|---|---|
| Leaseverplichtingen | 218,3 | 498,2 | 149,9 | 866,4 |
| Handelschulden en overige schulden | 1.227,8 | 2,3 | 0,0 | 1.230,1 |
| Langetermijnobligatie | 529,3 | 767,2 | 1.312,9 | 2.609,3 |
| Derivaten | 0,2 | 0,0 | 0,0 | 0,2 |
| Bankvoorschotten in rekening-courant | 0,2 | 0,0 | 0,0 | 0,2 |
| Bankleningen | 2,3 | 1,6 | 0,0 | 3,9 |
| Andere leningen | 0,7 | 0,0 | 0,0 | 0,7 |
| Voorwaardelijke vergoeding | 0,0 | 9,8 | 0,0 | 9,8 |
| Totaal financiële verplichtingen | 1.978,7 | 1.279,2 | 1.462,8 | 4.720,6 |
De bovengenoemde contractuele looptijden zijn gebaseerd op de contractuele niet-verdisconteerde betalingen, die kunnen afwijken van de boekwaarde van de verplichtingen op de balansdatum. Het liquiditeitsrisico wordt verder beperkt door de toegezegde kredietlijnen die zijn aangepast aan de omvang van de activiteiten van Bnode.
433 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
6.30 Voorwaardelijke activa en passiva
Zoals beschreven in toelichting 6.27 annuleerde het Brusselse Hof van beroep op 10 november 2016 de beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit waarbij een boete van 37,4 mEUR werd opgelegd. De Belgische Mededingingsautoriteit ging op juridische gronden bij het Hooggerechtshof in beroep tegen dit vonnis. Op 22 november 2018 annuleerde het Hooggerechtshof het vonnis en verwees het de zaak door naar het Brusselse Hof van Beroep met het oog op een nieuw proces. Krachtens een vonnis van 19 februari 2020 besliste het Brusselse Hof van Beroep om 2 kwesties door te verwijzen naar het Europees Hof van Justitie (“EHJ”) met het oog op een prejudiciële beslissing. Op 22 maart 2022 heeft het EHJ een prejudiciële beslissing heeft genomen met betrekking tot de twee vragen die werden gesteld door het Hof van Beroep van Brussel. Het Hof van Beroep zal nu moeten beslissen in het licht van de antwoorden van het EHJ. Het is onwaarschijnlijk dat er vóór eind 2026 een definitieve beslissing komt. Het voorgaande vormt een latent actief omdat, als het Hof van Beroep de beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit zou annuleren, Bpost NV de boete van 37,4 mEUR (exclusief intresten) zou kunnen recupereren, behalve mocht het Hooggerechtshof opnieuw de beslissing van het Hof van Beroep annuleren. Op 10 augustus 2022 verzocht de voorzitster van de Raad van Bestuur van Bnode het hoofd Compliance & Data Protection van Bnode, bijgestaan door het hoofd van Corporate Audit van Bnode, om een interne compliance onderzoek uit te voeren met betrekking tot de op dat moment lopende openbare aanbestedingen van de Belgische staat voor de distributie van erkende kranten en tijdschriften in België.Het compliance onderzoek ging van start op 28 augustus 2022 en was toegespitst op de governance-principes uiteengezet in de Code of Conduct van Bnode en de specifieke compliance-richtlijnen met betrekking tot deze aanbestedingen. Wat de verzameling van feitelijke bevindingen betreft, werd gebruikgemaakt van (1) vragenlijsten en interviews met de meest relevante en meest senior personen die voor Bnode werken; en (2) relevante documenten die tijdens de interviews bij de geïnterviewden werden opgevraagd. De voorlopige resultaten van het onderzoek van 27 september 2022 brachten geen indicaties aan het licht van mogelijke schendingen van de toepasselijke wetgeving. Begin oktober 2022 kwamen er nieuwe feiten aan het licht die niet aan het compliance onderzoek team bekend waren gemaakt tijdens de eerste fase van het onderzoek. Hierop besloot de voorzitster van de Raad van Bestuur op 7 oktober 2022 om het compliance onderzoek waartoe zij in augustus had verzocht, te verlengen, en tot een grondiger en diepgaander onderzoek over te gaan. Er werd onmiddellijk nadien een forensisch onderzoek gestart met de hulp van een extern onderzoeksbureau. Op basis van de eerste resultaten van het forensisch onderzoek vonden nieuwe interviews plaats en werd de reikwijdte van het forensisch onderzoek uitgebreid tot andere werknemers, met een bijzondere aandacht voor eventuele illegale informatie-uitwisseling of onderling afgestemde feitelijke gedragingen. De Raad van Bestuur werd op de hoogte gebracht van de resultaten van het uitgebreide onderzoek, waarbij elementen aan het licht kwamen die kunnen wijzen op schendingen van de codes en beleidslijnen van de Vennootschap en de toepasselijke wetgeving. Op 24 oktober 2022 kwamen de Raad van Bestuur en de toenmalige CEO van Bnode overeen dat de CEO van Bnode tijdelijk een stap opzij zou zetten in afwachting van het lopende onderzoek. Het verdere verloop van het onderzoek toonde aan dat de codes en beleidslijnen van Bnode niet waren nageleefd en dat er aanwijzingen waren van niet-naleving van de toepasselijke wetgeving. Het onderzoek werd ook uitgebreid naar de toen geldende concessie 2016-2020 voor de distributie van kranten en tijdschriften in België, waarbij ook elementen aan het licht kwamen die mogelijk wijzen op schendingen van de toepasselijke wetgeving. 4
De Belgische Staat schreef een aanbestedingsprocedure uit voor de distributie van erkende kranten en tijdschriften in België, waarna de dienstenconcessies op 16 oktober 2015 aan Bpost NV werden toegekend, om de diensten te verlenen van 1 januari 2016 tot 31 december 2020. In december 2019 besloot de Belgische regering om de dienstenconcessies te verlengen tot 31 december 2022. In november 2022 heeft de Belgische overheid beslist om de dienstenconcessies te verlengen tot 31 december 2023, aan de voorwaarden die van toepassing zijn voor 2022, zoals gespecifieerd in de huidige concessies. Op 23 februari 2023 publiceerde de Belgische regering de tender voor de nieuwe persconcessie. Op 12 december 2023 besliste de Belgische regering echter om de aanbesteding niet te gunnen en de dienstconcessies te verlengen tot 30 juni 2024. Op 24 mei 2024 keurde de Europese Commissie de vergoeding voor Bpost NV voor beide verlengingen goed. 434 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Op 9 december 2022 besloten de Raad van Bestuur en de CEO in onderling overleg om hun samenwerking stop te zetten. Het interne compliance onderzoek van de persconcessie 2023-2027 is afgerond. De externe onderzoeken die naar aanleiding van de interne compliance review werden opgestart, zijn nog steeds aan de gang. Gedurende het hele proces werd Bpost NV bijgestaan door externe juridische adviseurs en heeft het actief samengewerkt met de bevoegde autoriteiten om zijn belangen te vrijwaren. Op 13 februari 2026 stelde de Belgische Mededingingsautoriteit Bpost NV en drie ondernemingen actief in de perssector en twee natuurlijke personen aansprakelijk voor het manipuleren van de overheidsopdrachtprocedure voor de toewijzing van de persconcessie 2023–2027. In het kader van het clementieprogramma genoot Bnode volledige immuniteit voor boetes, omdat het als eerste de feiten die aan de inbreuk ten grondslag liggen aan de BMA had onthuld.
Mogelijke impact
Op basis van de informatie waarover zij momenteel beschikt en besprekingen met haar juridische adviseurs, heeft Bpost NV de volgende visie op de mogelijke impact van de resultaten van het compliance onderzoek:
i. De Belgische overheid voert momenteel een audit uit van de vergoeding voor de persconcessie 2016-2020, die liep tot medio 2024 en heeft aangekondigd dat ze van plan is om eventuele overcompensatie terug te vorderen. De kosten in verband met de dienst werden vooraf beoordeeld en onderzocht in het kader van het onderzoek van de Europese Commissie naar staatssteun en achteraf door het College van Commissarissen in het kader van de jaarlijkse goedkeuring van de jaarrekening en daarbij zijn geen elementen gevonden die aanleiding zouden geven tot een vaststelling van overcompensatie. Bnode is momenteel niet in staat de risico's in te schatten die verbonden zijn aan de lopende externe audit en de mogelijke bevindingen daarvan, aangezien deze audit nog niet is afgesloten. Bpost NV heeft zijn medewerking aangeboden aan de Belgische Staat met betrekking tot deze lopende audit.
ii. Gelet op de zelfreinigende maatregelen die Bpost NV heeft genomen, is het waarschijnlijk dat de aanbestedende overheidsdiensten zullen oordelen dat Bpost NV zijn betrouwbaarheid heeft aangetoond en Bnode daarom zullen toestaan om deel te nemen aan lopende en toekomstige aanbestedingsprocedures. Voorts acht Bnode, in lijn met eerdere praktijk voor soortgelijke aangelegenheden, de kans klein dat de aanbestedende overheden eerdere gunningsbeslissingen zouden terugdraaien en lopende contracten of concessies zouden beëindigen omwille van de resultaten van het compliance onderzoek, zonder afbreuk te doen aan mogelijke vorderingen voor overcompensatie die voortvloeien uit de doorlichting door de regering.
iii. Bnode heeft ook maatregelen tot samenwerking genomen met het openbaar ministerie om risico’s op strafrechtelijke handhaving te beperken.
iv. Rekening houdend met de verschillende elementen zoals uiteengezet in bovenstaande punten i tot iii blijft Bnode, gesteund door extern juridisch advies, momenteel de blootstelling aan een kasuitstroom in verband met de openbare aanbesteding voor de concessie 2016-2020 voor de uitreiking van erkende kranten en tijdschriften in België mogelijk maar niet waarschijnlijk achten. 435 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
6.31 Rechten en verplichtingen
Ontvangen garanties
Per 31 december 2025 geniet Bnode van bankgaranties ten belope van een som van 14,1 mEUR. Deze garanties zijn uitgegeven door banken namens klanten van Bnode. Deze garanties kunnen opgevraagd en uitbetaald worden indien de klant niet betaalt of failliet gaat. Daardoor bieden ze Bnode financiële zekerheid tijdens de periode dat het een contract heeft met de klant.
Goederen voor wederverkoop in consignatie
Per 31 december 2025 bedroeg de verkoopwaarde van de goederen door partners in consignatie gegeven om ze via het postale netwerk te verkopen 2,2 mEUR.
Doorlopende kredietfaciliteiten
Bpost NV beschikt over drie niet-opgenomen doorlopende kredietfaciliteiten voor een totaalbedrag van 575,0 mEUR. De gesyndiceerde kredietfaciliteit bedraagt 400,0 mEUR en vervalt in juni 2030. Deze is opgezet als een 'Sustainability-Linked Financing' waarbij de prijszetting gelinkt is aan een ESG-premie of -korting op basis van de prestaties van de kredietnemer ten opzichte van drie vooraf gedefinieerde doelstellingen. Daarnaast beschikt Bpost NV over twee bilaterale kredietfaciliteiten; één van 75,0 mEUR, met vervaldatum in december 2030, die opnames zowel in EUR als USD toelaat; en een andere van 100,0 mEUR, met vervaldatum in juni 2030 die enkel opnames in EUR toelaat. Alle drie kredietfaciliteiten voorzien in een optie om de looptijd te verlengen met één jaar.
Verstrekte garanties
Bpost NV heeft een overeenkomst met BNP Paris Fortis, Belfius, ING, KBC en Société Générale waarin deze zich engageren om aan Bpost, op eenvoudig verzoek, garanties te verlenen ten belope van 97,7 mEUR. Daarnaast heeft Bnode een bedrag van garanties ten belope van 14,2 mEUR gegeven aan derde partijen. 436 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
6.32 Transacties met verbonden partijen
1. Relaties met de aandeelhouders
De Belgische Staat als aandeelhouder
De Belgische Staat is via de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (“FPIM”), de meerderheidsaandeelhouder van Bpost NV en heeft 51,04 % van Bpost NV in handen. Bijgevolg heeft het de macht om elke beslissing op de Vergadering van Aandeelhouders waarvoor een gewone meerderheid van stemmen vereist is, te controleren. De rechten van de Belgische Staat als aandeelhouder van Bpost zijn vastgelegd in het beleid inzake deugdelijk bestuur (openbaar beschikbaar op Bnode website).
De Belgische Staat als overheidsinstantie
De Belgische Staat is samen met de Europese Unie de belangrijkste wetgever in de postsector. Het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (“BIPT”), de nationale regelgevende instantie, is de voornaamste regulator voor de postsector in België.
De Belgische Staat als klant
De Belgische Staat is één van de grootste klanten van Bnode. De vergoeding voor de DAEB meegerekend, was 7,7% van de totale bedrijfsopbrengsten van Bnode in 2025 toerekenbaar aan de Belgische Staat en Staatsgerelateerde entiteiten. Als de vergoeding voor de DAEB buiten beschouwing wordt gelaten, dan overschrijden de diensten verleend aan Staatsgerelateerde klanten niet 5% van de totale bedrijfsopbrengsten van Bnode.Bpost NV verzorgt de postbedeling voor een aantal overheidsdiensten, zowel volgens de commerciële voorwaarden als overeenkomstig de bepalingen van het beheerscontract. Bpost NV is door de Belgische Staat belast met het leveren van universele postdiensten en DAEB. Die omvatten postdiensten en financiële en andere openbare diensten. De Wet van 1991, de Postwet, het beheerscontract voor de verplichtingen tot universele dienstverlening (“USO”), het 7de beheerscontract voor de DAEB en de concessieovereenkomsten voor de pers bepalen de regels en voorwaarden voor het uitvoeren van de verplichtingen die Bpost NV op zich neemt in uitvoering van zijn universele postdiensten en de DAEB, en, waar van toepassing, voor de financiële compensatie door de Belgische Staat.
De DAEB die door het 7de beheerscontract aan Bpost NV zijn toevertrouwd, zijn bedoeld om aan bepaalde doelstellingen met betrekking tot het algemeen belang te voldoen. Deze DAEB omvatten het onderhoud van het retailnetwerk: om de territoriale en sociale cohesie te waarborgen, moet Bpost NV een retailnetwerk bestaande uit minstens 1,300 postverkooppunten behouden. Minstens 650 van deze postverkooppunten moeten postkantoren zijn. Bpost NV moet ook ten minste 350 geldautomaten op het grondgebied installeren en ten minste één in de gemeenten waar geen andere operator deze heeft geïnstalleerd. Het aanbieden van dagelijkse DAEB bestaat uit “cash at counter”-diensten en de thuisbezorging van pensioenen en sociale uitkeringen.
Tot slot omvatten ad hoc-DAEB de sociale rol van de postbode, in het bijzonder met betrekking tot alleenstaanden of minderbedeelden, de “A.u.b. postbode”-dienst, de verspreiding van informatie aan het publiek op verzoek van de autoriteiten en ter ondersteuning van grootschalige voorlichtingscampagnes van de autoriteiten bij een grote crisis, de samenwerking met betrekking tot de uitreiking van de stembrieven, de uitreiking van geadresseerd en ongeadresseerd verkiezingsdrukwerk, de uitreiking van poststukken van verenigingen tegen een speciale prijs, de uitreiking van brievenpost die is vrijgesteld van portkosten, de ondersteuning van initiatieven om de “digitale kloof” te dichten en de toegang tot e-overheidsdiensten via de postkantoren te vergemakkelijken, de financiële en administratieve verwerking van boetes, de ticketverkoop voor openbaar of gedeeld vervoer, op verzoek van bedrijven voor openbaar of gedeeld vervoer en de verkoop van postzegels.
437 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
De tarieven en de andere voorwaarden voor het verlenen van een aantal van de krachtens het 7de beheerscontract voorziene diensten worden bepaald in invoeringsakkoorden tussen Bpost NV, de Belgische Staat en, indien nodig, de andere betrokken partijen of instellingen. Op 14 september 2021 ondertekenden de Belgische regering en Bpost NV het 7de Beheerscontract dat de periode tot 31 december 2026 bestrijkt. Dit contract werd bekendgemaakt bij de Europese Commissie en werd op 19 juli 2022 goedgekeurd. Als gevolg van deze goedkeuring trad het contract in werking.
Tot december 2025 leverde Bpost NV ook diensten voor het beheer van geldrekeningen aan de Belgische Staat en bepaalde andere openbare entiteiten overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst, zoals gewijzigd krachtens het Koninklijk Besluit van 30 april 2007 houdende reglementering van de financiële postdiensten en het Koninklijk Besluit van 14 april 2013 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst. In december 2025 nam BNPPF deze diensten over nadat het de desbetreffende aanbesteding had gewonnen.
De vergoeding die aan Bpost NV wordt verleend met betrekking tot de DAEB's wordt bekendgemaakt in toelichting 6.7 van het jaarverslag en bedroeg 154,8 mEUR voor 2025 (227,8 mEUR in 2024), met inbegrip van de DAEB's voor de vroege uitreiking van kranten en de distributie van tijdschriften tot 30 juni 2024). De vergoeding voor de DAEB is gebaseerd op een Netto Vermeden Kost (“NAC”)- methodologie. Deze methodologie bepaalt dat de vergoeding wordt gebaseerd op het verschil tussen (i) de nettokost voor de dienstverlener om te werken met de DAEB- verplichting en (ii) de nettokost voor dezelfde dienstverlener om te werken zonder die verplichting. Het uitstaand bedrag dat door de Belgische Staat is verschuldigd voor de vergoeding voor de DAEB was volledig afgehandeld op 31 december 2024 en 2025.
2. Geconsolideerde bedrijven
Een lijst van alle dochterondernemingen (en ondernemingen geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode) wordt, samen met een korte beschrijving van hun zakelijke activiteiten, beschreven in toelichting 6.33 van dit jaarverslag. Balansen en transacties tussen Bpost NV en zijn dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn van Bpost, werden geëlimineerd in de geconsolideerde financiële verslaggeving en worden niet opgenomen in deze toelichting.
3. Relaties met geassocieerde ondernemingen en joint ventures
Jofico
Op 4 november 2019 richtten Bpost NV, AXA Bank Belgium NV, Crelan NV, Argenta Spaarbank NV en vdk bank NV de joint venture “Jofico CV” op. Deze joint venture, waarin elke aandeelhouder een gelijk aandeel bezit, heeft als doel een ATM-als-dienst-model te implementeren, waarbij de deelnemende bedrijven hun krachten bundelen voor de aankoop en het onderhoud van hun respectieve ATM-netwerk.
438 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
4. Vergoedingen van het top management
Personeelsleden van het key management zijn personen die bevoegd en verantwoordelijk zijn voor de strategische oriëntatie van Bnode. Bij Bnode bestaat het personeel van het key management uit alle leden van de Raad van Bestuur, met inbegrip van de CEO, en het Executive Committee.
Het Bezoldigingsbeleid met de bezoldigingsprincipes van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur, de CEO en de overige leden van het Executive Comité werd eerst goedgekeurd door de Bijzondere Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 23 november 2023. Het herziene Bezoldigingsbeleid is van toepassing sinds 23 november 2023. Op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité heeft de Raad van Bestuur een herziene versie van het Bezoldigingsbeleid opgesteld, voornamelijk met het oog op de invoering van een op aandelen gebaseerde vergoeding. Deze herziene versie zal op 13 mei 2026 ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Als het herziene Beloningsbeleid niet wordt goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, blijft het huidige Beloningsbeleid, dat is goedgekeurd door de Vergadering van Aandeelhouders van 23 november 2023, van toepassing.
De leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO, hebben recht op (i) een maandelijkse vaste vergoeding en (ii) een zitpenning voor elke bijgewoonde vergadering van het Raadgevend Comité. In 2025 bedroeg de totale vergoeding die werd betaald aan de leden van de Raad van Bestuur (exclusief de CEO) 0,6 mEUR (2024: 0,6 mEUR).
Het bezoldigingspakket van de CEO en de overige leden van het Executive Committee bestaat uit (i) een vaste basisbezoldiging, (ii) een variabele korte termijn incentive, (iii) een variabele lange termijn incentive, (iv) pensioenbijdragen en (v) verschillende andere voordelen. Voor het jaar dat eindigde op 31 december 2025 werd een totale vergoeding van 5,8 mEUR (2024: 6,4 mEUR) exclusief de variabele vergoeding betaald aan de CEO en de leden van het Executive Committee, die als volgt kan worden opgesplitst:
| Omschrijving | 2025 (EUR) | 2024 (EUR) |
|---|---|---|
| Basisbezoldiging | 4.699.712,57 | 4.309.132,62 |
| Pensioenbijdrage | 599.643,59 | 605.893,83 |
| Andere voordelen | 545.774,47 | 421.341,73 |
Bovendien ontvingen de overige leden van het Executive Committee (exclusief de CEO) in 2025 een globale variabele vergoeding van 1.297.778,80 EUR (2024: 1.024.151,8 EUR). Behalve voor de variabele lange termijn incentive van Thomas Mortier (zie renumeratieverslag), werden er geen aandelen, aandelenopties of andere rechten om aandelen te verwerven (of andere op aandelen gebaseerde vergoedingen) toegekend aan of uitgeoefend door de CEO of de andere leden van het Executive Committee, noch zijn dergelijke rechten verlopen in 2025. Er stonden voor het boekjaar 2025 geen opties uit onder eerdere aandelenoptieplannen open. Een meer gedetailleerd overzicht van de vergoeding van het key management van Bnode en (de toepassing in 2025) van het bezoldigingsbeleid van Bnode is terug te vinden in het remuneratieverslag.
439 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
6.33 Overzicht van dochterondernemingen
De bedrijfsactiviteiten van de belangrijkste dochterondernemingen kunnen als volgt worden omschreven:
- Aldipress is actief op de Nederlandse markt als verdeler van tijdschriften, strips, romans en puzzelboeken voor losse verkoop.
- Active Ants richt zich op e-fulfilment en zet daarbij in op innovatie, automatisering en robotisering voor webshops, met inbegrip van productopslag, picking, verpakking, transport, verzending en retourafhandeling.
- AMP is een prominente speler op de Belgische markt voor persdistributie met een groot aantal verkooppunten en een groot aantal verdeelde titels.
- Apple Express biedt maatwerkoplossingen voor last-mile distributie en uitbestede toeleveringsactiviteiten aan grote bedrijven in de gezondheidszorg, IT-wereld en retailsector in Noord-Amerika.
- Bpost Singapore en Bpost Hong Kong bieden een heel gamma aan leverings- en logistiekoplossingen, met inbegrip van cross-border post en pakjes en e-commercefulfilment. Beide entiteiten zijn vooral gericht op het rechtstreeks ophalen van pakjes van overzeese e-commercebedrijven en bedrijven voor levering in Europa en andere regio's. Bpost International Logistics (Beijing) Co.is een bedrijf dat is verbonden met Bpost Hong Kong en is gevestigd in Beijing (China). Het biedt een volledig gamma van cross-border pakjesleveringsdiensten aan de Chinese e-tailers en consolidators, met een sterke focus op de levering van pakjes aan Europese kopers en kopers wereldwijd. Het is voornamelijk actief in Beijing, Shanghai en Shenzhen.
■ Van het herstellen van smartphones, drones en koffiezetapparaten tot het leveren en plaatsen van witgoed, slimme apparaten voor thuis en meubels, tot het afleveren van waardevolle documenten met ID-controle: DynaGroup biedt totaaloplossingen (op maat) voor de hele toeleveringsketen: van logistiek tot dienst na verkoop, dit alles gebundeld tot één unieke one-stop-shop ervaring.
■ Euro-Sprinters is een koerierdienst die 24/7 expresleveringen van elke omvang aanbiedt, zowel in België als internationaal.
■ Freight 4U Logistics is een grondafhandelaar in de buurt van de luchthavens van Brussel en Luik met diensten zoals het opsplitsen, sorteren en verwerken van vracht, douaneactiviteiten (import en export) en verzending van vracht.
■ Freight Distribution Management Systems en FDM Warehousing zijn gespecialiseerd in het leveren van een persoonlijke klantenservice voor opslag, fulfilment en distributie van producten in Australië en Nieuw-Zeeland. Hun activiteiten bestaan uit third-party logistiek (3PL), opslag, transport en distributie.
■ IMX is een internationale dienstverlener die in Frankrijk is gevestigd en wereldwijd een ruime waaier aan leveringsdiensten aanbiedt. Dankzij zijn partners en overeenkomsten met meer dan 200 bedrijven die toonaangevend zijn in last-mile leveringen, biedt IMX een grote verscheidenheid aan leveringsdiensten (pakjes, brieven, kranten en tijdschriften, post met track & trace, levering tegen aftekening, terugzendingen enz.) tegen geoptimaliseerde kosten vanaf de eerste zending.
■ Landmark Global-entiteiten bieden maatwerkoplossingen die de internationale expansie van hun klanten ondersteunen. Landmark heeft de expertise, infrastructuur en operationele slagkracht om de verzending van pakjes, de uitreiking van post en de verwerking van orders en retourzendingen te beheren.
■ Leen Menken Foodservice Logistics is een logistieke operator voor de opslag, de logistiek en de distributie van gekoelde en diepgevroren producten voor e-commerce.
■ Radial biedt orderfulfilmentoplossingen voor e-commerce die toonaangevende merken in staat stellen een naadloze klantervaring te bieden. Radial beschikt over een uitgebreid netwerk van fulfilmentcenters, flexibele transportdiensten en geavanceerde omnichannel technologieën, waarmee klanten kunnen inspelen op de steeds toenemende verwachtingen van consumenten en hun concurrentiepositie op de markt kunnen vrijwaren.
440 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
■ Speos Belgium zorgt voor een vlotte verwerking van administratieve en financiële documenten, van scanning, verwerking en generatie tot een veilige aflevering via papieren en digitale kanalen.
■ Staci Group is een gerenommeerde fulfilment- en logistiekspecialist die multichannel logistieke en distributieoplossingen aanbiedt - waaronder B2B, D2C en e-commerce - aan een breed scala van sectoren zoals de schoonheidssector, gezondheidszorg, telecom, retail, voeding en dranken, en de openbare sector. Met een unieke expertise in gedeelde magazijnen voor meerdere klanten is Staci in staat om kosteneffectieve logistieke maatwerkoplossingen te implementeren. De knowhow, de processen en de ervaring die het bedrijf heeft ontwikkeld op het vlak van fulfilment, pick & pack, gedeelde resources, transportoptimalisatie, IT-systemen en voorraadfinanciering, zorgt ervoor dat Staci unieke en volledig geïntegreerde oplossingen voor het beheer van de toeleveringsketen kan bieden.
| NAAM | AANDEEL VAN DE STEMRECHTEN IN % 2025 | AANDEEL VAN DE STEMRECHTEN IN % 2024 | LAND VAN OPRICHTING |
|---|---|---|---|
| Jofico CV | 20,00% | 20,00% | België |
| Certipost NV-SA | 100,00% | 100,00% | België |
| Euro-Sprinters NV-SA | 100,00% | 100,00% | België |
| Radial Poland Sp z o.o. | 100,00% | 100,00% | Polen |
| Speos Belgium NV-SA | 100,00% | 100,00% | België |
| Landmark Global (UK) Ltd | 100,00% | 100,00% | VK |
| Bpost Hong Kong Ltd | 100,00% | 100,00% | Hong Kong |
| Bpost Singapore Pte. Ltd | 100,00% | 100,00% | Singapore |
| Bpost International Logistics (Beijing) CO Ltd | 100,00% | 100,00% | China |
| Bpost US Holdings, Inc | 100,00% | 100,00% | VS |
| Landmark Global, Inc | 100,00% | 100,00% | VS |
| Landmark Trade Services, Ltd | 100,00% | 100,00% | Canada |
| Radial Netherlands B.V. | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| Landmark Trade Services (Netherlands) BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| Landmark Trade Services (UK) Ltd | 100,00% | 100,00% | VK |
| Apple Express Courier, Inc | 100,00% | 100,00% | VS |
| Apple Express Courier, Ltd | 100,00% | 100,00% | Canada |
| Freight Distribution Management Systems PTY, Ltd | 100,00% | 100,00% | Australië |
| FDM Warehousing PTY, Ltd | 100,00% | 100,00% | Australië |
| AMP NV-SA | 100,00% | 100,00% | België |
| Radial Belgium NV-SA | 100,00% | 100,00% | België |
| DynaGroup BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| Dynafix Repair BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| Dynalogic Benelux BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| Dynafix Care BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| Dynalogic Courier BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
441 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
| NAAM | AANDEEL VAN DE STEMRECHTEN IN % 2025 | AANDEEL VAN DE STEMRECHTEN IN % 2024 | LAND VAN OPRICHTING |
|---|---|---|---|
| Dynafix Computer Repair BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| Dynasure BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| Dynafix OnSite BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| DynaLinq BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| Dynalogic Belgium NV | 100,00% | 100,00% | België |
| Radial Holdings, LP | 100,00% | 100,00% | VS |
| Radial Commerce, Inc | 100,00% | 100,00% | VS |
| Radial South, LP | 100,00% | 100,00% | VS |
| Radial, Inc | 100,00% | 100,00% | VS |
| Radial Luxembourg S.à.R.l. | 100,00% | 100,00% | Luxemburg |
| Radial Omnichannel Technologies India, Private Ltd | 100,00% | 100,00% | India |
| Radial GmbH | 100,00% | 100,00% | Duitsland |
| Radial Commerce Ltd | 100,00% | 100,00% | VK |
| Radial E-commerce (Shanghai) Corp. Ltd | 100,00% | 100,00% | China |
| Bpost North America Holdings, Inc | 100,00% | 100,00% | VS |
| Radial III GP, LLC | 100,00% | 100,00% | VS |
| Radial South GP, LLC | 100,00% | 100,00% | VS |
| Radial Italy s.r.l. | 100,00% | 100,00% | Italië |
| Leen Menken Foodservice Logistics BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| Active Ants BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| Freight 4U Logistics BV | 100,00% | 100,00% | België |
| Active Ants Belgium BV | 100,00% | 100,00% | België |
| Active Ants Germany GmbH | 100,00% | 100,00% | Duitsland |
| Active Ants UK Ltd | 100,00% | 100,00% | VK |
| Marceau 1 SAS | 100,00% | 100,00% | Frankrijk |
| IMX France SAS | 100,00% | 100,00% | Frankrijk |
| IMX Germany GmbH | 100,00% | 100,00% | Duitsland |
| Aldipress BV | 100,00% | 100,00% | Nederland |
| b2boost NV-SA (1) | - | 100,00% | België |
| Augusta Progres SAS | 99,20% | 98,75% | Frankrijk |
| Staci SAS | 99,20% | 98,75% | Frankrijk |
| BLG Manco BV | 99,20% | 98,75% | Nederland |
442 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
| NAAM | AANDEEL VAN DE STEMRECHTEN IN % 2025 | AANDEEL VAN DE STEMRECHTEN IN % 2024 | LAND VAN OPRICHTING |
|---|---|---|---|
| BLG Holding BV | 99,20% | 98,75% | Nederland |
| Staci Belgium NV-SA | 99,20% | 98,75% | België |
| Sepia NV-SA | 99,20% | 98,75% | België |
| Pixel Inspiration Holdings Ltd | 99,20% | 98,75% | France |
| MDA Ltd | 99,20% | 98,75% | VK |
| Staci Americas LLC | 99,20% | 98,75% | VS |
| Staci Deutschland GmbH | 99,20% | 98,75% | Duitsland |
| Staci Logistics Spain | 99,20% | 98,75% | Spanje |
| Staci Asia Pacific Ltd | 99,20% | 98,75% | Hong Kong |
| Eurodislog SAS | 99,20% | 98,75% | Frankrijk |
| Publidispatch SAS | 99,20% | 98,75% | Frankrijk |
| Logigones SAS (2) | - | 98,75% | Frankrijk |
| LM2S SAS (2) | - | 98,75% | Frankrijk |
| Staci Italia s.r.l. | 50,59% | 50,36% | Italië |
| Staci Netherlands BV | 74,40% | 74,06% | Nederland |
| Base Logistics BV | 99,20% | 98,75% | Nederland |
| Special Logistic Services BV | 99,20% | 98,75% | Nederland |
| Healthlink Europe BV | 99,20% | 98,75% | Nederland |
| Sepia Digital NV-SA | 99,20% | 98,75% | België |
| Pixel Inspiration France SAS | 99,20% | 98,75% | Frankrijk |
| Healthlink Europe Services BV | 99,20% | 98,75% | Nederland |
| Healthlink International Inc | 99,20% | 98,75% | VS |
| Healthlink Switzerland GmbH | 99,20% | 98,75% | Zwitserland |
- Opgeslorpt dmv van fusie in Bpost NV/SA in 2023.
- Verworven - onderdeel van de Staci-groep
443 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025
Structuur Bnode Op 31 December 2025
Zie volgende pagina ➔
- 100.00 % 37.00 % 0.08 % bpost NV-SA
- 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 20.00 % RADIAL III GP LLC RADIAL COMMERCE INC RADIAL SOUTH GP LLC RADIAL INC BPOST NORTH AMERICA HOLDINGS INC RADIAL HOLDINGS LP RADIAL SOUTH LP RADIAL OMNICHANNEL TECHNOLOGIES INDIA PRIVATE LTD
- 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 99.92 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 85.34 % 14.66 % 100.00 % 100.00 % 63.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % GP Interest GP Interest FDM WAREHOUSING PTY LTD LANDMARK GLOBAL INC LANDMARK TRADE SERVICES LTD LANDMARK TRADE SERVICES NETHERLANDS LTD LANDMARK TRADE SERVICES UK LTD BPOST INTERNATIONAL LOGISTICS BEIJING CO LTD APPLE EXPRESS COURIER LTD APPLE EXPRESS COURIER LTD BPOST HONG KONG LTD BPOST SINGAPORE PTE. LTD DYNAGROUP BV DYNALOGIC BENELUX BV DYNALOGIC BELGIUM NV-SA DYNALOGIC COURIER BV DYNAFIX COMPUTER REPAIR BV DYNASURE BV DYNAFIX ONSITE BV DYNALINQ BV DYNAFIX CARE BV DYNAFIX REPAIR BV RADIAL GmbH RADIAL COMMERCE LTD RADIAL E-COMMERCE (SHANGHAI) CORP LTD IMX FRANCE SAS IMX GERMANY GmbH BPOST US HOLDING INC LANDMARK GLOBAL (UK) LTD LEEN MENKEN FOODSERVICE LOGISTICS BV RADIAL POLAND Sp z o. o. RADIAL ITALY s.r.l. ACTIVE ANTS BV ACTIVE ANTS BELGIUM BV RADIAL LUXEMBOURG s.à.r.l.MARCEAU 1 SAS ACTIVE ANTS GERMANY ACTIVE ANTS UK CERTIPOST NV-SA SPEOS BELGIUM NV-SA RADIAL BELGIUM NV-SA EURO-SPRINTERS NV-SA AMP NV-SA FREIGHT 4U LOGISTICS BV JOFICO CV* RADIAL NETHERLANDS BV ALDIPRESS BV FREIGHT DISTRIBUTION MANAGEMENT SYSTEM PTY LTD 444 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 6.34 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum Er hebben zich na balansdatum geen significante gebeurtenissen voorgedaan die de financiële positie van Bnode beïnvloeden. De beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit van 13 februari 2026 wordt toegelicht in de toelichting met betrekking tot voorwaardelijke activa en passiva. 10.55 % 44.30 % AUGUSTA PROGRESS SAS STACI SAS BLG MANCO BV BLG HOLDING BV STACI BELGIUM NV-SA SEPIA NV-SA PIXEL INSPIRATION HOLDINGS LTD MDA LTD STACI AMERICAS LLC STACI DEUTSCHLAND GmbH STACI LOGISTICS SPAIN STACI ASIA PACIFIC LTD EURODISLOG SAS PUBLIDISPATCH SAS STACI ITALIA s.r.l. STACI NETHERLANDS BV 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 99.20 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 100.00 % 51.00 % 75.00 % 89.45 % 55.70 % BASE LOGISTICS BV SPECIAL LOGISTIC SERVICES BV HEALTHLINK EUROPE BV HEALTHLINK EUROPE SERVICES BV HEALTHLINK INTERNATIONAL INC HEALTHLINK SWITZERLAND GmbH SEPIA DIGITAL NV-SA PIXEL INSPIRATION FRANCE SAS 445 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
7. Verkorte jaarrekening van Bpost NV
De statutaire (niet-geconsolideerde) jaarrekening van Bpost NV opgesteld onder BGAAP wordt hier voorgesteld in een verkorte vorm. De commissarissen hebben een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd over de statutaire enkelvoudige jaarrekening van Bpost NV voor het jaar 2025. De integrale versie van de jaarrekening zal neergelegd worden bij de Nationale Bank van België en zal verder gratis te raadplegen zijn op de website van Bnode.
Verkorte balans van Bpost NV
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| Vaste activa | ||
| Immateriële vaste activa (inclusief oprichtingskosten) | 23,8 | 25,8 |
| Materiële vaste activa | 468,7 | 456,4 |
| Financiële vaste activa | 2.207,5 | 2.268,0 |
| Handels- en overige vorderingen | 0,0 | 0,7 |
| 2.700,0 | 2.750,9 | |
| Vlottende activa | ||
| Voorraden | 8,1 | 8,2 |
| Handels- en overige vorderingen | 412,9 | 418,3 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.100,3 | 582,6 |
| Overlopende rekeningen | 45,9 | 48,1 |
| 1.567,2 | 1.057,2 | |
| Totaal activa | 4.267,2 | 3.808,0 |
| EIGEN VERMOGEN EN SCHULDEN | ||
| Eigen vermogen | ||
| Geplaatst kapitaal | 364,0 | 364,0 |
| Herwaarderingsmeerwaarden | 0,1 | 0,1 |
| Reserves | 60,4 | 63,7 |
| Overgedragen resultaat | 233,2 | 226,3 |
| 657,6 | 654,0 | |
| Voorzieningen | ||
| Voorzieningen m.b.t. pensioenen | 27,1 | 29,4 |
| Voorzieningen voor herstellingen en onderhoud | 0,0 | 0,2 |
| Overige voorzieningen | 211,2 | 204,4 |
| Uitgestelde belasting | 3,2 | 4,3 |
| 241,4 | 238,2 | |
| Vreemd vermogen op lange termijn | ||
| Schulden op lange termijn | 1.749,7 | 1.648,9 |
| 1.749,7 | 1.648,9 | |
| Vreemd vermogen op korte termijn | ||
| Handels- en overige schulden | 249,2 | 302,0 |
| Schulden op korte termijn | 538,2 | 68,7 |
| Sociale schulden | 411,5 | 412,7 |
| Verschuldigde belastingen | 22,7 | 26,7 |
| Overige schulden | 226,8 | 281,4 |
| Overlopende rekeningen | 170,0 | 175,5 |
| 1.618,4 | 1.266,8 | |
| Totaal passiva | 4.267,2 | 3.808,0 |
446 Financiële waarde | 7.3 Geconsolideerde jaarrekening 2025 Bnode jaarverslag 2025
Verkorte resultatenrekening van Bpost NV
| OP 31 DECEMBER IN MILJOEN EUR | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Omzet | 2.190,3 | 2.299,8 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 55,1 | 42,0 |
| Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten | 0,0 | 0,0 |
| Totaal bedrijfsopbrengsten | 2.245,5 | 2.341,8 |
| Materiaalkost | 5,6 | 5,9 |
| Personeelskosten | 1.321,1 | 1.333,1 |
| Diensten en diverse goederen | 737,6 | 786,8 |
| Overige bedrijfskosten | 14,9 | 26,4 |
| Voorzieningen | 4,3 | (3,9) |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | 84,2 | 83,9 |
| Niet-recurrente bedrijfskosten | 0,2 | 0,3 |
| Totaal bedrijfskosten | 2.167,9 | 2.232,5 |
| Bedrijfsresultaat | 77,6 | 109,2 |
| Financiële opbrengsten/(kosten) | (3,4) | 84,7 |
| Niet-recurrente financiële opbrengsten/(kosten) | (52,5) | (396,3) |
| Uitzonderlijke opbrengsten/kosten | ||
| Winst voor belasting | 21,7 | (202,3) |
| Overboeking van uitgestelde belasting | (1,1) | (1,4) |
| Belastingen | 19,3 | 33,2 |
| Resultaat voor de periode | 3,6 | (234,1) |
| Overboeking naar/(van) belastingvrije reserves | (3,3) | (4,2) |
| Te bestemmen resultaat van de periode | 6,9 | (230,0) |
447 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.4 Verslag van het College van Commissarissen
7.4 Verslag van het College van commissarissen met een beperkte mate van zekerheid over de geconsolideerde duurzaam- heidsinformatie van bpost, een Naamloze vennootschap van publiek recht
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van bpost NV van publiek recht (de “Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen “de Groep”), brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde balans op 31 december 2025, Geconsolideerde winst- en verliesrekening, Overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde geconsolideerde resultaten, Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen en Geconsolideerd kasstroomoverzicht van het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 en over de toelichting, met informatie van materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving (alle stukken gezamenlijk de “Geconsolideerde Jaarrekening”) en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van College van commissarissen door de algemene vergadering op 8 mei 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die zal beraadslagen over de Geconsolideerde Jaarrekening afgesloten op 31 december 2026. We hebben de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de Groep uitgevoerd gedurende 17 opeenvolgende boekjaren.
Verslag over de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de Geconsolideerde Jaarrekening van bpost NV van publiek recht, die de geconsolideerde balans op 31 december 2025 omvat, alsook de Geconsolideerde winst- en verliesrekening, Overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde geconsolideerde resultaten, Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen en Geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting met inbegrip van de materieel belang zijnde gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, met een geconsolideerd balanstotaal van € 5.487,4 en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met een verlies van het boekjaar van € 39,4 miljoen.
448 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.4 Verslag van het College van Commissarissen
Naar ons oordeel geeft de Geconsolideerde Jaarrekening een getrouw beeld van het geconsolideerde eigen vermogen en van de geconsolideerde balans van de Groep op 31 december 2025, alsook van de geconsolideerde resultaten en de geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud
We hebben onze controle uitgevoerd in overeenstemming met de International Standards on Auditing (“ISA’s”) die van toepassing zijn in België. Wij hebben bovendien de door International Auditing and Assurance Standards Board (“IAASB”) goedgekeurde ISA’s toegepast die van toepassing zijn op huidige afsluitingsdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden uit hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in het gedeelte “Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Benadrukking van bepaalde aangelegenheden – voorwaardelijke verplichtingen
Zonder afbreuk te doen aan ons hierboven tot uitdrukking gebracht oordeel, vestigen wij de aandacht op de toelichting 6.30 ‘Voorwaardelijke verplichtingen’ bij de Geconsolideerde Jaarrekening die het lopende onderzoek door de Belgische authoriteiten met betrekking tot de ontvangen compensatie door de vennootschap gerelateerd aan de persconcessie beschrijft, evenals de risicobeoordeling van het management met betrekking tot de mogelijke gevolgen.
Kernpunten van de controle
De kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die volgens ons professioneel oordeel het meest significant waren bij onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden werden behandeld in de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening als een geheel en bij het vormen van ons oordeel hieromtrent en derhalve formuleren wij geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
449 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.4 Verslag van het College van Commissarissen
Voorzieningen voor bepaalde openbare overeenkomsten
Beschrijving van het kernpunt
De totale voorziening voor geschillen tussen bpost en derden bedraagt € 118,9 miljoen per 31 december 2025, waarvan € 108,5 miljoen (tegenover € 89,2 miljoen in het voorgaande jaar) betrekking heeft op een voorziening voor mogelijke overcompensatie ontvangen van de Belgische Staat, met betrekking tot contracten voor (i) grensoverschrijdende boetes, (ii) de 679 rekeningen en (iii) Europese nummerplaten.Toelichting 6.27 "Voorzieningen" bij de geconsolideerde jaarrekening geeft de achtergrond, bevindingen en volgende stappen van deze specifieke diensten tussen de Vennootschap en de Belgische Staat, met inbegrip van de beoordeling door het management van de risico's op de potentiële impact en de daaruit voortvloeiende opgenomen voorzieningen. bpost heeft reeds in 2023 een grondige juridische en economische evaluatie uitgevoerd en afgerond van de vergoeding die de Belgische Staat voor de drie diensten heeft betaald. Op basis van deze beoordeling is bpost tot de conclusie gekomen dat een mogelijke overcompensatie een waarschijnlijk risico op een negatieve cashflow vormt in de zin van IAS37 norm. Vanwege de omvang van de betrokken bedragen, de vereiste betrokkenheid van externe specialisten die door de Vennootschap worden ingeschakeld, en de complexiteit van de schattingen en onderliggende berekeningen (die elementen van onzekerheid bevatten), beschouwen wij dit als een kernpunt van de controle.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
- We hebben de opzet beoordeeld van de processen en controles die door de Vennootschap zijn ingesteld met betrekking tot het schattingsproces van het management voor deze contracten.
- Wij hebben de objectiviteit en bekwaamheid van de externe adviseurs van de Vennootschap beoordeeld met betrekking tot het onderwerp waarop de voorzieningen betrekking hebben.
- We hebben de juridische bevestigingen van alle externe juridische adviseurs die door bpost over dit onderwerp zijn ingeschakeld verkregen en gelezen en we hebben rekening gehouden met hun risico-inschatting.
- We hebben de bijgewerkte berekeningen van het management nagekeken door de beweging van de voorziening ten opzichte van het voorgaande jaar te onderzoeken, de aannames die zijn gebruikt in de berekeningen van het management opnieuw te valideren en de wiskundige nauwkeurigheid van de berekening te verifiëren.
- We hebben de gerelateerde risicobeoordeling van de juridisch adviseur, het management en de raad van bestuur van het bedrijf beoordeeld.
- We hebben de notulen van het Auditcomité, het Ad Hoc Comité en de Raad van Bestuur gelezen om de volledigheid en juistheid te beoordelen van de informatie die is gebruikt om de risicobeoordeling en de bijbehorende berekeningen voor voorzieningen te bepalen.
- We hebben samen met de Vennootschap de evoluties van hun besprekingen met de 3 relevante overheidsdiensten gevolgd.
- Wij hebben de toereikendheid en volledigheid van de informatieverschaffing in de geconsolideerde jaarrekening beoordeeld op basis van IAS 37 (Voorzieningen).
Personeelsbeloning op lange termijn
Beschrijving van het kernpunt
De voorzieningen voor lange termijn personeelsbeloningen bedragen € 219,1 miljoen per 31 december 2025 en zijn opgenomen in toelichting 6.25 van de Geconsolideerde Jaarrekening. Dit gebied is van belang voor onze controle vanwege de omvang van de bedragen, de beoordelingen die ermee gemoeid zijn met betrekking tot de belangrijkste actuariële veronderstelling (disconteringsvoeten) en de technische expertise die nodig is om deze voorzieningen te evalueren en om de impact ervan naar behoren weer te geven in de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IAS 19 (Personeelsbeloningen).
450 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.4 Verslag van het College van Commissarissen
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
- We hebben de opzet beoordeeld van de processen en controles die door de Vennootschap zijn ingesteld om de onderliggende deelnemersgegevens te beheren en om ervoor te zorgen dat de wijzigingen in de plannen correct en tijdig worden weerspiegeld in de Geconsolideerde Jaarrekening.
- We hebben een beoordeling uitgevoerd van het actuariële verslag dat is opgesteld door de externe actuaris die door de Vennootschap is ingeschakeld om ervoor te zorgen dat alle kenmerken van de plannen naar behoren zijn meegenomen in de actuariële berekeningen.
- Wij hebben de deskundigheid, onafhankelijkheid en integriteit van de externe actuaris die door de Vennootschap is ingeschakeld, beoordeeld.
- We hebben de inputgegevens gebruikt voor de berekening van de provisies door de externe actuaris (zoals populatie, leeftijd, anciënniteit, loon, ...) vergeleken met broninformatie van de human resources afdeling van de Vennootschap.
- We hebben de geschiktheid van de belangrijkste actuariële veronderstelling (disconteringsvoeten) beoordeeld met de hulp van onze interne actuariële specialisten.
- We hebben gecontroleerd of de actuariële berekeningen correct worden weergegeven in de voorzieningen die zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening en hebben ervoor gezorgd dat de effecten correct worden geboekt in overeenstemming met IAS 19.
- We hebben de roll-forward van de voorzieningen gecontroleerd om inzicht te krijgen in de veranderingen in de waardering van de voorzieningen ten opzichte van vorig jaar.
- We hebben de toereikendheid en volledigheid van de toelichtingen in toelichting 6.25 van de geconsolideerde jaarrekening beoordeeld op basis van de vereisten van IAS 19 (Personeelsbeloningen).
Waardeverminderingen op goodwill
Beschrijving van het kernpunt
Per 31 december 2025 is in de Geconsolideerde Jaarrekening goodwill opgenomen voor een totaalbedrag van € 1.183,9 miljoen. Zoals beschreven in toelichting 6.19, met betrekking tot het testen op bijzondere waardeverminderingen van goodwill, evalueert de Vennootschap de boekwaarde van haar kasstroomgenererende eenheden ("CGU") jaarlijks of vaker indien er indicatoren voor bijzondere waardeverminderingen aanwezig zijn. De beoordeling van bijzondere waardeverminderingen omvat een vergelijking van de geschatte bedrijfswaarde van de KGE met de boekwaarde. De beoordeling is een beoordelingsproces dat schattingen vereist met betrekking tot de geprojecteerde toekomstige kasstromen in verband met de CGU, de gewogen gemiddelde kapitaalkosten ("WACC") en het groeipercentage van inkomsten en kosten die moeten worden toegepast bij het bepalen van de bedrijfswaarde. Dit gebied is van belang voor onze controle vanwege de omvang van de bedragen, de oordeelsvorming en de technische deskundigheid die nodig zijn om de impairment testing op goodwill uit te voeren.
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
- We hebben de opzet van de interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot de impairment testing van goodwill door het management beoordeeld.
- We evalueerden en betwistten de bepaling van CGU's door het management en de toewijzing van goodwill aan die CGU's met het oog op impairment testing.
- We hebben de wijzigingen die door het management van het bedrijf zijn doorgevoerd in hun CGU-bepaling geëvalueerd en aangevochten.
- We hebben de nauwkeurigheid van het onderliggende model getest om te beoordelen of de processen worden toegepast op de juiste invoergegevens.
451 Bnode jaarverslag 2025 Financiële waarde | 7.4 Verslag van het College van Commissarissen
- We hebben elk van de belangrijkste aannames die in de jaarlijkse impairment test zijn gebruikt, ter discussie gesteld. Deze belangrijke aannames omvatten de WACC, de groeipercentages en de verwachte kasstromen. We hebben onze interne waarderingsspecialisten ingeschakeld om die aannames te beoordelen en te benchmarken met vergelijkbare onafhankelijke gegevens. We hebben de redelijkheid van de geprojecteerde kasstromen getest in het licht van de historische nauwkeurigheid van de prognoses van de Groep en deze prognoses vergeleken met het langetermijnplan zoals gepresenteerd aan de Raad van Bestuur.
- We hebben de gevoeligheidsanalyses van het management en de geschiktheid en volledigheid van de gevoeligheidsinformatie beoordeeld.
- We hebben de geschiktheid en volledigheid van de toelichtingen beoordeeld in overeenstemming met IAS 36 (Bijzondere waardevermindering van activa) zoals opgenomen in toelichting 6.19 van de Geconsolideerde Jaarrekening.
Erkenning van omzet gerelateerd aan Radial US, de financiële vergoedingen voor Diensten van Algemeen Economische Belang (“DAEB”) en diensten aan andere postoperatoren
Beschrijving van het kernpunt
Opbrengstverantwoording is een belangrijk controlepunt in onze controle, gezien de betrokken bedragen (€ 4.482,3 miljoen van de totale bedrijfsopbrengsten in 2025) en de complexiteit en aannames die worden gebruikt om verschillende inkomstenstromen aan het einde van het jaar te schatten in overeenstemming met IFRS 15 (Opbrengsten uit contracten met klanten). De belangrijkste risicogebieden hebben betrekking op:
- De opbrengsten met betrekking tot de financiële compensatie voor Diensten van Algemeen Economisch Belang ("DAEB") van het gecontroleerde jaar zijn het resultaat van complexe berekeningen opgenomen in een contractuele overeenkomst en bedragen € 154,8 miljoen voor 2025, zoals vermeld in toelichting 6.7 van de Geconsolideerde Jaarrekening. In dit contract zijn verschillende rekenmodellen opgenomen voor het bepalen van de jaarlijkse financiële vergoeding waarvoor de laagste vergoeding wordt toegekend en dus in aanmerking wordt genomen voor de opbrengstverantwoording. Deze rekenmodellen zijn gebaseerd op verschillende inputgegevens (zoals kwaliteitsdoelstellingen, gemaakte kosten met betrekking tot de betreffende diensten,...) en omvatten schattingen van het management.
- Omzet van december 2025 voor Radial US (€ 83,1 miljoen) die wordt geraamd aan het einde van het jaar en in januari van het volgende jaar aan de klanten zal worden gefactureerd. Radial levert outsourcingdiensten voor e-commerce (technologiediensten, betalingsverwerkingsdiensten, verzend- en afhandelingsdiensten, 24/7 klantendiensten met betrekking tot de webshops, orderbeheer en -afhandeling) en andere professionele diensten aan haar klanten.De raming van de inkomsten van december 2025 in overeenstemming met IFRS 15 is complex gezien de verschillende inputgegevens die in de berekeningen worden gebruikt, het volume van de transacties en de specifieke contractuele voorwaarden die met klanten zijn overeengekomen.
■ Inkomsten bij andere postoperatoren ("eindkosten") (€ 92,2 miljoen) die worden geraamd op basis van complexe berekeningen met verschillende inputgegevens. De raming van deze inkomsten is gebaseerd op de uitgewisselde volumes (in kilogram en per stuk), de prijzen overeengekomen met de buitenlandse postoperatoren en ook andere contractuele voorwaarden (bv. kwaliteit van de dienstverlening van de postdistributie).
Samenvatting van de uitgevoerde procedures
■ We hebben inzicht gekregen in de interne beheersingsomgeving met betrekking tot de inkomstenprocessen, hebben walkthroughs uitgevoerd van de belangrijkste inkomstenklassen van transacties die worden genoemd in de beschrijving van de kernpunten van de controle en hebben de opzet van de belangrijkste interne controles geëvalueerd.
■ We hebben ook het ontwerp en de operationele effectiviteit van de algemene IT-controles en de belangrijkste IT-applicatiecontroles ter ondersteuning van de inkomstenprocessen geëvalueerd met de hulp van onze interne IT-experts.
452 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.4 Verslag van het College van Commissarissen
■ We hebben het schattingsproces van het management beoordeeld en hun berekeningen uitgedaagd door het volgende uit te voeren:
– een beoordeling en vergelijking van de belangrijkste inputs en aannames in de berekeningsmodellen met de contractuele afspraken,
– een validatie van de vraag of de overdracht van risico's en voordelen goed wordt weerspiegeld op basis van de contractuele afspraken; en
– een afstemming van de belangrijkste onderliggende gegevens die worden gebruikt in de inkomstenberekeningsmodellen (bijv. volumes, prijzen,...) met onderliggende IT-systemen, contracten en andere documenten die door externe partijen worden verstrekt.
■ We hebben analytische procedures uitgevoerd op de belangrijke inkomstenstromen om ongebruikelijke trends of transacties te detecteren door de inkomsten te vergelijken met vorig jaar en een analyse van de inkomsten op uitgesplitste basis uit te voeren.
■ We hebben procedures voor opeenvolgende gebeurtenissen uitgevoerd door belangrijke transacties te beoordelen die in 2026 zijn geregistreerd en deze transacties te vergelijken met schattingen die aan het einde van het jaar zijn geregistreerd.
■ We hebben de toereikendheid en volledigheid van de toelichtingen over opbrengsten in de geconsolideerde jaarrekening beoordeeld op basis van de IFRS 15-vereisten.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS Accounting Standards en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor een systeem van interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
In het kader van de opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Vennootschap te vereffenen of om de bedrijfsactiviteiten stop te zetten of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle over de Geconsolideerde Jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de Geconsolideerde Jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van de Geconsolideerde Jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening in België na. De wettelijke controle biedt geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Vennootschap en van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Vennootschap en van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven.
453 Bnode jaarverslag 2025Financiële waarde | 7.4 Verslag van het College van Commissarissen
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professionele-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
■ het identificeren en inschatten van de risico’s dat de Geconsolideerde Jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van het systeem van interne beheersing;
■ het verkrijgen van inzicht in het systeem van interne beheersing dat relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van het systeem van interne beheersing van de Vennootschap en van de Groep;
■ het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
■ het concluderen van de aanvaardbaarheid van de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling, en op basis van de verkregen controle- informatie, concluderen of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Vennootschap en de Groep om de continuïteit te handhaven. Als we besluiten dat er sprake is van een onzekerheid van materieel belang, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de Geconsolideerde Jaarrekening of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot op de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de continuïteit van de Vennootschap of van de Groep niet langer gehandhaafd kan worden;
■ het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de Geconsolideerde Jaarrekening, en of deze Geconsolideerde Jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld.
Wij communiceren met het auditcomité binnen het bestuursorgaan, onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die we identificeren gedurende onze controle.
Omdat we de eindverantwoordelijkheid voor ons oordeel dragen, zijn we ook verantwoordelijk voor het organiseren, het toezicht en het uitvoeren van de controle van de dochterondernemingen van de Groep. In die zin hebben wij de aard en omvang van de controleprocedures voor deze entiteiten van de Groep bepaald.
We verstrekken aan het auditcomité binnen het bestuursorgaan een verklaring dat we de relevante deontologische vereisten inzake onafhankelijkheid naleven en we melden hierin alle relaties en andere aangelegenheden die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid zouden kunnen beïnvloeden, alsook, voor zover van toepassing, de bijbehorende maatregelen die we getroffen hebben om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Aan de hand van de aangelegenheden die met het auditcomité binnen het bestuursorgaan besproken worden, bepalen we de aangelegenheden die het meest significant waren bij de controle van de Geconsolideerde Jaarrekening over de huidige periode en die daarom de kernpunten van onze controle uitmaken. We beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.# 7.4 Verslag van het College van Commissarissen
Verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.
Verantwoordelijkheden van het College van commissarissen
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (Herzien) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, de andere informatie opgenomen in het jaarrapport te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport
Het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die onderworpen is aan ons afzonderlijk verslag van beperkt nazicht van 02 april 2026, dewelke een voorbehoud bevat naar aanleiding van het niet-opnemen van de impact van een overname in 2024 in de vergelijkende KPI’s van de geconsolideerde niet-financiële overzichten. Deze sectie betreft niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag.
Met uitzondering van het voorbehoud zoals hierboven omschreven, naar ons oordeel en na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, stemt dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening overeen met de Geconsolideerde Jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, enerzijds, en is dit jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening opgesteld overeenkomstig artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, anderzijds.
In de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde:
■ Overzicht kerncijfers
een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Onze bedrijfsrevisorenkantoren en ons netwerken hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening en zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de Geconsolideerde Jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de Geconsolideerde Jaarrekening.
Europees uniform elektronisch formaat (“ESEF”)
Wij hebben, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”).
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF-vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “de digitale geconsolideerde financiële overzichten”) opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma.be/nl/stori).
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten van bpost NV van publiek recht per 31 december 2025 opgenomen in het jaarlijks financieel verslag beschikbaar op het portaal van de FSMA (https://www.fsma. be/nl/stori) in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Andere vermeldingen
■ Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Diegem, 02 april 2026
Het College van Commissarissen
EY Bedrijfsrevisoren BV | PVMD Bedrijfsrevisoren BV
Commissaris | Commissaris
Vertegenwoordigd door | Vertegenwoordigd door
Han Wevers * | Alain Chaerels
Partner | Partner
- Handelend in naam van een BV
8. Verklaring van de verantwoordelijke personen
Chris Peeters, Chief Executive Officer en Philippe Dartienne, Chief Financial Officer, verklaren in naam en voor rekening van de vennootschap, dat, voor zover hen bekend:
■ De geconsolideerde jaarrekeningen voor de boekjaren 2024 en 2025, opgesteld in overeenstemming met 'International Financial Reporting Standards' (IFRS) zoals aanvaard door de Europese Unie tot en met 31 december 2025, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de vennootschap Bpost NV en van de ondernemingen die deel uitmaken van de consolidatiekring; en
■ de duurzaamheidsverklaringen, opgesteld in overeenstemming met de Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie zoals vereist door artikel 3:32/2 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, alsook met artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852, in alle van materieel belang zijnde opzichten een getrouw beeld geven van de duurzaamheidsprestaties van de groep; en
■ het jaarverslag met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en resultaten van de activiteiten van Bnode, alsmede van de positie van Bpost NV en de ondernemingen opgenomen in de consolidatiekring, samen met een omschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waaraan Bnode het hoofd biedt.
Chris Peeters
Chief Executive Officer
Philippe Dartienne
Chief Financial Officer
9. Appendix
9.1 Woordenlijst
■ Wet van 1991: wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, zoals van tijd tot tijd gewijzigd
■ 3PL: third-party logistics (logistiekdiensten voor derden)
■ AIB: Association of Issuing Bodies (organisatie die binnen de EU energiebronnen openbaar maakt)
■ BeNe: België, Nederland
■ APM: Alternatieve Prestatiemetingen
■ WVV: Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
■ BIPT: Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie
■ Bnode (voorheen Bpostgroup): Bpost NV en zijn dochterondernemingen. De naamswijziging van Bpostgroup naar Bnode ging in op 9 december 2025, maar met het oog op consistentie en duidelijkheid hebben we ervoor gekozen om in het jaarverslag van 2025 consequent de naam Bnode te hanteren.
■ Bpost NV of de Vennootschap: Bpost, een naamloze vennootschap van publiek recht naar Belgisch recht, met hoofdzetel te Anspachlaan 1, 1000 Brussel (België) en ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0214.596.464 (RPR Brussel)
■ BU: Business Unit
■ B2B: Business to Business
■ B2C: Business to Consumer
■ C2C: Customer to Customer
■ CapEx: totale investeringen in vaste activa
■ CEO: (gemakshalve moeten verwijzingen naar de 'CEO' in dit verslag worden begrepen als naar de CEO)
■ Constante wisselkoers: de gerapporteerde cijfers in de lokale munteenheid van de vorige vergelijkbare periode worden omgerekend tegen de wisselkoersen die worden toegepast voor de huidige gerapporteerde periode
■ Corporate Governance Code: Belgische Corporate Governance Code van 2020
■ CSRD: Corporate Sustainability Reporting Directive (Richtlijn m.b.t. duurzaamheidsrapportering door bedrijven)
■ CSDDD: Corporate Sustainability Due Diligence Directive (Richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid)
■ A&W: Afschrijvingen en waardeverminderingen
■ DEFRA: Department for Environment, Food & Rural Affairs (Britse overheid)
■ DMA: Dubbele-materialiteitsanalyse
■ EAT: Earnings After Taxes (resultaat na belastingen)
■ EBIT: Earnings Before Interests and Taxes (resultaat voor rente en belastingen)
■ EBITDA: Earnings Before Interests, Taxes, Depreciation and Amortization (resultaat voor rente, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen)
■ Effective tax rate: winstbelasting/winst voor belastingen
■ ECL: Expected Credit Losses (verwachte kredietverliezen)
■ ERM: Enterprise Risk Management (bedrijfsrisicobeheer)
■ ERP: Enterprise Resource Planning (bedrijfsmiddelenplanning)
■ ESRS: European Sustainability Reporting Standards (Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportering)
■ EUR: Euro
■ EY: EY Bedrijfsrevisoren SRL/BV
■ VTE: Voltijdse equivalenten
■ AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming
■ BKG: Broeikasgassen
■ GSC: Global supply chain
■ GRI: Global Reporting Initiative (wereldwijd initiatief voor rapportering)
■ H&S: Health and Safety (veiligheid en gezondheid)
■ ICT: Informatie- en communicatietechnologie
■ IEA: Internationaal Energieagentschap
■ IFRS: International Financial■ Reporting Standards (internationale standaarden voor financiële rapportering)
■ IPCC AR5: Intergovernmental Panel on Climate Change Fifth Assessment Report (vijfde evaluatierapport van de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering)
■ IRO: Impacts, risico's en opportuniteiten
■ LTIP: Langetermijnincentiveplan
■ MWh: Megawatt hour (megawattuur)
■ NAC: Net avoided cost (netto vermeden kosten)
■ NIS: netwerk- en informatiesystemen
■ NOx: Nitrogen Oxide (stikstofoxide)
■ NPS: Net Promoter Score
■ OpEx: Bedrijfskosten
■ Paxon: De nieuwe merknaam die alle 3PL-merken van Bnode groepeert
■ PEFC: Programme for Endorsement of Forest Certification Schemes (programma voor onderzoek van bosbouwcertificaten)
■ PUC: Projected Unit Credit (geprojecteerd eenheidskrediet)
■ PUDO: Pick-up and Drop-off point (ophaal- en afgiftepunt)
■ PT&F: Payment, Tax and Fraud (Betalingen, belastingen en fraude)
■ PVMD: PVMD Bedrijfsrevisoren SC/CV
■ Bezoldigingsbeleid: Bezoldigingsbeleid van Bpost zoals goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap
■ SBM: Strategie en bedrijfsmodel
■ SBTi: Science Based Targets initiative (initiatief op basis van wetenschappelijke doelstellingen)
■ FPIM: Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij
■ DAEB: Diensten van Algemeen Economisch Belang
■ TCFD: Taskforce for Climate-related Financial Disclosures (taskforce voor klimaatgerelateerde financiële rapportering)
■ TCO 2: Ton kooldioxide
■ TCV: Total Contract Value (totale contractwaarde)
■ TTW: Tank-to-Wheel (tank tot wiel)
■ USO: Universal postal service obligations (verplichtingen inzake universele postdienstverlening)
■ WACC: Weight Average Cost of Capital (gewogen gemiddelde kapitaalkosten)
■ WTT: Well-to-Tank (bron tot tank)
460 Bnode jaarverslag 2025
Appendix | 9.2 Awards en erkenningen
Awards en erkenningen 9.2
De inspanningen van Bnode op het vlak van duurzaamheid werden beloond met de volgende onderscheidingen:
De EcoVadis-methodologie wordt gebruikt om te beoordelen hoe goed bedrijven duurzaamheid/maatschappelijk verantwoord ondernemen in hun activiteiten en managementsysteem integreren. Bnode kreeg in 2025 de zilveren EcoVadis-medaille, waarmee we tot de top 15% van alle respondenten behoren.
MSCI is een belangrijke leverancier van tools en diensten om de wereldwijde beleggersgemeenschap te helpen bij het nemen van beleggingsbeslissingen. Bpost kreeg een score A.
Het Carbon Disclosure Project (CDP) beheert het wereldwijde openbaarmakingssysteem dat investeerders, bedrijven, steden, staten en regio's helpt om hun milieu-impact te beheren. Bnode kreeg een score B voor klimaatverandering in 2024, wat boven het sectorgemiddelde C voor de intermodale transport- en logistieksector ligt. Op dit moment wachten we nog op de scores voor onze toelichting voor 2025.
Sustainalytics verstrekt onderzoek, ratings en data op het vlak van milieu, maatschappij en governance (ESG) aan institutionele beleggers en bedrijven. Bpost kreeg de rating 'laag risico' en staat daarmee op plaats 46 van 349 in de ranglijst van de sector.
Ecodrive
Tien Bpost-collega's trokken naar Oslo, Noorwegen, om België te vertegenwoordigen op de Europese IPC Eco Drive Challenge. Met hun voorbeeldige rijstijl langs een leveringsparcours met een elektrische bestelwagen sleepten ze voor Bpost de Eco-driving Efficiency Award in de wacht. De Eco Drive Challenge draait om:
- ✅ Duurzamer rijden, voor de planeet
- ✅ Concreet besparen
- ✅ De veiligheid in het verkeer bevorderen
- ✅ Collega's uit heel Europa dichter bij elkaar brengen
461 Appendix | 9.3 GRI Context Index Bnode jaarverslag 2025
GRI Content Index 9.3
Gebruiksverklaring
Bnode heeft voor de periode van 1 januari 2025 tot 31 december 2025 de informatie gerapporteerd die in deze GRI- inhoudsopgave wordt vermeld, met verwijzing naar de GRI-normen.
Gebruikte GRI
GRI 1: Grondslag 2021
| GRI-NORM | TOELICHTING | ESRS-RAPPORTAGE-EISEN |
|---|---|---|
| GRI 2: Algemene toelichtingen 2021 | ||
| 2-1 | Organisatorische details | Zie vereisten van Richtlijn 2013/34/EU |
| 2-2 | Entiteiten opgenomen in de duurzaamheidsrapportering van de organisatie | ESRS 1 5.1; ESRS 2 BP-1 §5 (a) en (b) I |
| 2-3 | Verslagperiode, frequentie en contactpunt | ESRS 1 §73 |
| 2-4 | Aangepaste verstrekking van informatie | ESRS 2 BP-2 §13, §14 (a) tot (b) |
| 2-5 | Externe assurance | Zie externe assurancevereisten van Richtlijn (EU) 2022/2464 |
| 2-6 | Activiteiten, waardeketen en andere zakelijke relaties | ESRS 2 SBM-1 §40 (a) i tot (a) ii, (b) tot (c), §42 (c) |
| 2-7 | Werknemers | ESRS 2 SBM-1 §40 (a) iii; ESRS S1 S1-6 §50 (a) tot (b) en (d) tot (e), §51 tot §52 |
| 2-8 | Medewerkers die geen werknemer zijn | ESRS S1 S1-7 §55 tot §56 |
| 2-9 | Bestuursstructuur en -samenstelling | ESRS 2 GOV-1 §21, §22 (a), §23; ESRS G1 §5 (b) Zie ook de vereisten voor de verklaring inzake corporate governance van Richtlijn 2013/34/EU voor organisaties van openbaar belang |
| 2-10 | Benoeming en selectie van het hoogste bestuursorgaan | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. |
| 2-11 | Voorzitter van het hoogste bestuursorgaan | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. |
| 2-12 | Rol van het hoogste bestuursorgaan bij het toezicht op het impactbeheer | ESRS 2 GOV-1 §22 (c); GOV-2 §26 (a) tot (b); SBM-2 §45 (d); ESRS G1 §5 (a) |
| 2-13 | Delegatie van verantwoordelijkheid voor impactbeheer | ESRS 2 GOV-1 §22 (c) i; GOV-2 §26 (a); ESRS G1 G1-3 §18 (c) |
| 2-14 | Rol van het hoogste bestuursorgaan bij duurzaamheidsrapportering | ESRS 2 GOV-5 §36; IRO-1 §53 (d) |
| 2-15 | Belangenconflicten | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. |
| 2-16 | Mededeling van kritische punten van zorg | ESRS 2 GOV-2 §26 (a); ESRS G1 G1-1 TV 1 (a); G1-3 §18 (c) |
| 2-17 | Collectieve kennis van het hoogste bestuursorgaan | ESRS 2 GOV-1 §23 |
| 2-18 | Evaluatie van de prestaties van het hoogste bestuursorgaan | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. |
| 2-19 | Bezoldigingsbeleid | ESRS 2 GOV-3 §29 (a) tot (c); ESRS E1 §13 Zie ook de vereisten voor het bezoldigingsverslag van Richtlijn (EU) 2017/828 voor beursgenoteerde ondernemingen |
| 2-20 | Proces om de bezoldiging te bepalen | ESRS 2 GOV-3 §29 (e) Zie ook de vereisten voor het bezoldigingsverslag van Richtlijn (EU) 2017/828 voor beursgenoteerde ondernemingen |
| 2-21 | Totale jaarlijkse vergoedingsverhouding | ESRS S1 S1-16 §97 (b) tot en met (c) |
| 2-22 | Verklaring inzake de strategie voor duurzame ontwikkeling | ESRS 2 SBM-1 §40 (g) |
| 2-23 | Beleidsverbintenissen | ESRS 2 GOV-4; MDR-P §65 (b) tot (c) en (f); ESRS S1 S1-1 §19 tot §21, en §TV 14; ESRS S2 S2-1 §16 tot §17, §19, en §TV 16; ESRS S3 S3-1 §14, §16 tot §17 en §TV 11; ESRS S4 S4-1 §15 tot §17, en §TV 13; ESRS G1 G1-1 §7 en §TV 1 (b) |
462 Appendix | 9.3 GRI Context Index Bnode jaarverslag 2025
| GRI-NORM | TOELICHTING | ESRS-RAPPORTAGE-EISEN |
|---|---|---|
| GRI 2: Algemene toelichtingen 2021 | ||
| 2-24 | Verankering van beleidsverbintenissen | ESRS 2 GOV-2 §26 (b); MDR-P §65 (c); ESRS S1 S1-4 §TV 35; ESRS S2 S2-4 §TV 30; ESRS S3 S3-4 §TV 27; ESRS S4 S4-4 §TV 27; ESRS G1 G1-1 §9 en §10 (g) |
| 2-25 | Herstelprocessen voor negatieve impacts | ESRS S1 S1-1 §20 (c); S1-3 §32 (a), (b) en (e), §TV 31; ESRS S2 S2-1 §17 (c); S2-3 §27 (a), (b) en (e), §TV 26; S2-4 §33 (c); ESRS S3 S3-1 §16 (c); S3-3 §27 (a), (b) en (e), §TV 23; S3-4 §33 (c); ESRS S4 S4-1 §16 (c); S4-3 §25 (a), (b) en (e), §TV 23; S4-4 §32 (c) |
| 2-26 | Mechanismen om advies in te winnen en om bezorgdheid te uiten | ESRS S1 S1-3 §TV 32 (d); ESRS S2 S2-3 §TV 27 (d); ESRS S3 S3- 3 §TV 24 (d); ESRS S4 S4-3 §TV 24 (d); ESRS G1 G1-1 §10 (a); G1-3 §18 (a) |
| 2-27 | Naleving van wet- en regelgeving | ESRS 2 SBM-3 §48 (d); ESRS E2 E2-4 §TV 25 (b); ESRS S1 S1-17 §103 (c) tot (d) en §104 (b); ESRS G1 G1-4 §24 (a) |
| 2-28 | Lidmaatschap verenigingen | 'Politiek engagement' is een duurzaamheidsthema voor G1 dat aan bod komt in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR-toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. |
| 2-29 | Benadering van de betrokkenheid van stakeholders | ESRS 2 SBM-2 §45 (a) i tot (a) iv; ESRS S1 S1-1 §20 (b); S1-2 §25, §27 (e) en §28; ESRS S2 S2-1 §17 (b); S2-2 §20, §22 (e) en §23; ESRS S3 S3-1 §16 (b); S3-2 §19, §21 (d) en §22; ESRS S4 S4-1 §16 (b); S4-2 §18, §20 (d) en §21 |
| 2-30 | Collectieve arbeidsovereenkomsten | ESRS S1 S1-8 §60 (a) en §61 |
| GRI 3: Materiële thema's 2022 | ||
| 3-1 | Procedure voor het bepalen van materiële thema's | ESRS 2 BP-1 §TV 1 (a); IRO-1 §53 (b) ii tot (b) iv |
| 3-2 | Lijst van materiële thema's | ESRS 2 SBM-3 §48 (a) en (g) |
| 3-3 | Beheer van materiële thema's | ESRS 2 SBM-1§ 40 (e); SBM-3 §48 (c) i en (c) iv; MDR-P, MDRA, MDR-M, en MDR-T; ESRS S1 S1-2 §27; S1-4 §39 en TV 40 (a); S1-5 §47 (b) tot (c); ESRS S2 S2-2 §22; S2-4 §33, §TV 33 en §TV 36 (a); S2-5 §42 (b) tot (c); ESRS S3 S3-2 §21; S3-4 §33, §TV 31, §TV 34 (a); S3-5 §42 (b) tot (c); ESRS S4 S4-2 §20, S4-4 §31, §TV 30, en §TV 33 (a); S4- 5 §41 (b) tot (c). |
| GRI 2021: Economische prestaties 2016 | ||
| 201-1 | Directe economische waarde gegenereerd en uitgekeerd | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. |
| 201-2 | Financiële gevolgen en andere risico's en opportuniteiten als gevolg van klimaatverandering | ESRS 2 SBM-3 §48 (a), en (d) tot (e); ESRS E1 §18; E1-3 §26; E1-9 §64 |
| 201-3 | Verplichtingen uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen en andere pensioenregelingen | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. |
| 201-4 | Financiële bijstand ontvangen van de overheid | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. |
| GRI 202: Marktaanwezigheid | ||
| 202-1 | Verhouding tussen het standaard aanvangsloon per geslacht en het plaatselijke minimumloon | ESRS S1 S1-10 §67-71 en §TV 72 tot 73 |
| 202-2 | Aandeel van het topkader dat uit de plaatselijke gemeenschap afkomstig is | 'Economische, sociale en culturele rechten van gemeenschappen' is een duurzaamheidsthema voor S3 dat aan bod komt in ESRS 1 §TV 16. |
| GRI-NORM | TOELICHTING | ESRS-RAPPORTAGE-EISEN |
|---|---|---|
| GRI 203: Indirecte economische effecten 2016 | ||
| 203-1 Infrastructuurinvesteringen en ondersteunde diensten | 'Economische, sociale en culturele rechten van gemeenschappen' is een duurzaamheidsthema voor S3 dat aan bod komt in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR- toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. | |
| 203-2 Significante indirecte economische effecten | ESRS S1 S1-4 §TV 41; ESRS S2 S2-4 §TV 37; ESRS S3 S3-4 §TV 36 | |
| GRI 204: Inkooppraktijken 2016 | ||
| 204-1 Aandeel uitgaven aan plaatselijke leveranciers | 'Economische, sociale en culturele rechten van gemeenschappen' is een duurzaamheidsthema voor S3 dat aan bod komt in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR- toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd (2b) in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. |
463 Appendix | 9.3 GRI Context Index Bnode jaarverslag 2025
| GRI-NORM | TOELICHTING | ESRS-RAPPORTAGE-EISEN |
|---|---|---|
| GRI 205: Corruptiebestrijding 2016 | ||
| 205-1 Activiteiten beoordeeld op corruptierisico's | ESRS G1 G1-3 §TV 5 | |
| 205-2 Communicatie en opleiding rond corruptiebestrijdingsbeleid en -procedures | ESRS G1 G1-3 §20, §21 (b) en (c) en §TV 7 en 8 | |
| 205-3 Bevestigde incidenten van corruptie en getroffen maatregelen | ESRS G1 G1-4 §25 | |
| GRI 206: Concurrentiebeperkend gedrag 2016 | ||
| 206-1 Rechtszaken wegens concurrentiebeperkend gedrag, kartelvorming en monopolistische praktijken | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. | |
| GRI 207: Belastingen 2019 | ||
| 207-1 Belastingaanpak | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. | |
| 207-2 Fiscaal bestuur, controle en risicobeheer | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. | |
| 207-3 Betrokkenheid van stakeholders en beheer van fiscale problemen | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. | |
| 207-4 Rapportering per land | Dit thema is niet opgenomen in de lijst van duurzaamheidsthema's in ESRS 1 TV §16. | |
| GRI 301: Materialen 2016 | ||
| 301-1 Gebruikte materialen naar gewicht of volume | ESRS E5 E5-4 §31 (a) | |
| 301-2 Gebruikte gerecyclede grondstoffen | ESRS E5 E5-4 §31 (c) | |
| 301-3 Teruggewonnen producten en hun verpakkingsmateriaal | 'Materiaaluitstromen m.b.t. producten en diensten' en 'Afval(stoffen)' zijn duurzaamheidsthema's voor E6 die aan bod komen in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR-toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. | |
| GRI 302: Energie 2016 | ||
| 302-1 Energieverbruik binnen de organisatie | ESRS E1 E1-5 §37; §38; §TV 32 (a), (c), (e) en (f) | |
| 302-2 Energieverbruik buiten de organisatie | ESRS E5 E5-4 §31 (c) | |
| 302-3 Energie-intensiteit | ESRS E1 E1-5 §40 tot §42 | |
| 302-4 Vermindering van het energieverbruik | 'Energie' is een duurzaamheidsthema voor E1 dat aan bod komt in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR-toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd (2a) in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. | |
| 302-5 Vermindering van de energiebehoeften van producten en diensten | 'Energie' is een duurzaamheidsthema voor E1 dat aan bod komt in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR-toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. | |
| GRI 305: Emissies 2016 | ||
| 305-1 Directe (scope 1-) broeikasgasemissies | ESRS E1 E1-4 §34 (c); E1-6 §44 (a); §46; §50; §TV 25 (b) en (c); §TV 39 (a) tot (d); §TV 40; TV §43 (c) tot (d) | |
| 305-2 Energie-indirecte (scope 2-) broeikasgasemissies | ESRS E1 E1-4 §34 (c); E1-6 §44 (b); §46; §49; §50; §TV 25 (b) en (c); §TV 39 (a) tot (d); §TV 40; §TV 45 (a), (c), (d) en (f) | |
| 305-3 Andere indirecte (scope 3-) broeikasgasemissies | ESRS E1 E1-4 §34 (c); E1-6 §44 (c); §51; §TV 25 (b) en (c); §TV 39 (a) tot (d); §TV 46 (a) (i) tot (k) | |
| 305-4 Intensiteit broeikasgasemissies | ESRS E1 E1-6 §53; §54; §TV 39 (c); §TV 53 (a) | |
| 305-5 Vermindering van broeikasgasemissies | ESRS E1 E1-3 §29 (b); E1-4 §34 (c); §TV 25 (b) en (c); E1-7 §56 | |
| 305-6 Emissies van ozonlaagafbrekende stoffen (ODS) | 'Luchtverontreiniging' is een duurzaamheidsthema voor E2 dat aan bod komt in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR-toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. | |
| 305-7 Stikstofoxiden (NOx), zwaveloxiden (SOx) en andere significante emissies naar lucht | ESRS E2 E2-4 §28 (a); §30 (b) en (c); §31; §TV 21; §TV 26 |
464 Appendix | 9.3 GRI Context Index Bnode jaarverslag 2025
| GRI-NORM | TOELICHTING | ESRS-RAPPORTAGE-EISEN |
|---|---|---|
| GRI 306: Afval 2020 | ||
| 306-1 Productie van afval en significante afvalgerelateerde impacts | ESRS 2 SBM-3 §48 (a), (c) ii en iv; ESRS E5 E5-4 §30 | |
| 306-2 Beheer van significante afvalgerelateerde impacts | ESRS E5 E5-2 §17 en §20 (e) en (f); E5-5 §40 en §TV 33 (c) | |
| 306-3 Geproduceerd afval | ESRS E5 E5-5 §37 (a), §38 tot §40 | |
| 306-4 Afval dat niet wordt gestort | ESRS E5 E5-5 §37 (b), §38 en §40 | |
| 306-5 Afval dat wordt gestort | ESRS E5 E5-5 §37 (c), §38 en §40 | |
| GRI 308: Milieubeoordeling leveranciers 2016 | ||
| 308-1 Nieuwe leveranciers die aan de hand van milieucriteria zijn gescreend | ESRS G1 G1-2 §15 (b) | |
| 308-2 Negatieve milieueffecten in de toeleveringsketen en getroffen maatregelen | ESRS 2 SBM-3 §48 (c) i en iv | |
| GRI 401: Werkgelegenheid 2016 | ||
| 401-1 Nieuwe werknemers en personeelsverloop | ESRS S1 S1-6 §50 (c) | |
| 401-2 Voordelen aan voltijdwerknemers die niet worden verstrekt aan tijdelijke of deeltijdwerknemers | ESRS S1 S1-11 §74; §75; §TV 75 | |
| 401-3 Ouderschapsverlof | ESRS S1 S1-15 §93 | |
| GRI 402: Relaties personeel/ management 2016 | ||
| 402-1 Minimale kennisgevingstermijnen met betrekking tot operationele wijzigingen | 'Sociale dialoog' en 'Collectieve onderhandelingen' zijn duurzaamheidsthema's voor E6 die aan bod komen in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR-toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. | |
| GRI 403: Gezondheid en veiligheid op het werk 2018 | ||
| 403-1 Beheersysteem gezondheid en veiligheid op het werk | ESRS S1 S1-1 §23 | |
| 403-2 Inventarisatie van gevaren, risicobeoordeling en onderzoek van incidenten | ESRS S1 S1-3 §32 (b) en §33 | |
| 403-3 Bedrijfsgezondheidsdiensten | 'Veiligheid en gezondheid' en 'Opleiding en ontwikkeling vaardigheden' zijn duurzaamheidsthema's voor S1 die aan bod komen in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR-toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. | |
| 403-4 Werknemersparticipatie, -raadpleging en -communicatie inzake gezondheid en veiligheid op het werk | ||
| 403-5 Opleiding medewerkers over gezondheid en veiligheid op het werk | ||
| 403-6 Bevordering van de gezondheid van medewerkers | 'Sociale bescherming' is een duurzaamheidsthema voor S1 dat aan bod komt in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR-toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. | |
| 403-7 Preventie en beperking van de impact van bedreigingen van gezondheid en gezondheid op het werk die rechtstreeks verband houden met zakelijke relaties | ESRS S2 S2-4 §32 (a) | |
| 403-8 Medewerkers die onder een veiligheids- en gezondheidsbeheerssysteem vallen | ESRS S1 S1-14 §88 (a); §90 | |
| 403-9 Arbeidsongevallen | ESRS S1-4, §38 (a); S1-14 §88 (b) en (c); §TV 82 | |
| 403-10 Beroepsziekten | ESRS S1-4, §38 (a); S1-14 §88 (b) en (d); §89; §TV 82 | |
| GRI 404: Opleiding en training 2016 | ||
| 404-1 Gemiddelde aantal uren opleiding per jaar per werknemer | ESRS S1 S1-13 §83 (b) en §84 | |
| 404-2 Programma's voor bijscholing van werknemers en programma's voor omschakelingsondersteuning | ESRS S1 S1-1 §TV 17 (h) | |
| 404-3 Percentage werknemers dat regelmatig wordt beoordeeld op prestaties en loopbaanontwikkeling | ESRS S1 S1-13 §83 (a) en §84 | |
| GRI 405: Diversiteit en gelijke kansen 2016 | ||
| 405-1 Diversiteit van bestuursorganen en werknemers | ESRS 2 GOV-1 §21 (d); ESRS S1 S1-6 §50 (a); S1-9 §66 (a) tot (b); S1-12 §79 | |
| 405-2 Verhouding basissalaris en bezoldiging van vrouwen t.o.v. mannen | ESRS S1 S1-16 §97 en §98 | |
| GRI 406: Non-discriminatie 2016 | ||
| 406-1 Gevallen van discriminatie en genomen corrigerende maatregelen | ESRS S1 S1-17 §97, §103 (a), §TV 103 |
465 Appendix | 9.3 GRI Context Index Bnode jaarverslag 2025
| GRI-NORM | TOELICHTING | ESRS-RAPPORTAGE-EISEN |
|---|---|---|
| GRI 407: Vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen 2016 | ||
| 407-1 Activiteiten en leveranciers waar het recht op vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen in het gedrang kan komen | 'Vrijheid van vereniging' en 'Collectieve onderhandelingen' zijn duurzaamheidsthema's voor S1 en S2 die aan bod komen in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR-toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. | |
| GRI 408: Kinderarbeid 2016 | ||
| 408-1 Activiteiten en leveranciers met een significant risico op incidenten van kinderarbeid | ESRS S1 §14 (g); S1-1 §22 ESRS S2 §11 (b); S2-1 §18 | |
| GRI 409: Dwangarbeid of verplichte arbeid 2016 | ||
| 409-1 Activiteiten en leveranciers met een significant risico op dwangarbeid of verplichte arbeid | ESRS S1 §14 (f); S1-1 §22 ESRS S2 §11 (b); S2-1 §18 | |
| GRI 410: Veiligheidspraktijken 2016 | ||
| 410-1 Veiligheidspersoneel opgeleid in mensenrechtenbeleid of -procedures | 'Impact op veiligheid' is een duurzaamheidsthema voor S3 dat aan bod komt in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR-toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. | |
| GRI 413: Lokale gemeenschappen 2016 413-1 Acties voor betrokkenheid met de lokale gemeenschap, effectbeoordelingen en ontwikkelingsprogramma's ESRS S3 S3-2 §19; S3-3 §25; S3-4 §TV 34 (c) | ||
| 413-2 Acties met aanzienlijke reële en potentiële negatieve gevolgen voor lokale gemeenschappen ESRS 2 SBM-3 48 (c); ESRS S3 §9 (a) i en (b) | ||
| GRI 414: Sociale beoordeling leveranciers: 414-1 Nieuwe leveranciers die zijn gescreend aan de hand van sociale criteria ESRS G1 G1-2 §15 (b) | ||
| 414-2 Negatieve sociale gevolgen in de toeleveringsketen en getroffen maatregelen ESRS 2 SBM-3 §48 (c) i en iv | ||
| GRI 415: Overheidsbeleid 2016 415-1 Politieke bijdragen ESRS G1 G1-5 §29 (b) | ||
| GRI 416: Gezondheid en veiligheid van de klant 2016 416-1 Beoordeling van de gevolgen voor gezondheid en veiligheid van product- en dienstencategorieën 'Persoonlijke veiligheid consumenten en/of eindgebruikers' is een duurzaamheidsthema voor S4 dat aan bod komt in ESRS 1 §TV 16. Deze GDR- toelichting valt dus onder MDR-P, MDR-A, MDR-T en/of wordt als een entiteitspecifieke maatstaf gerapporteerd in overeenstemming met ESRS 1 §11 en op grond van MDR-M. | ||
| 416-2 Gevallen van niet-naleving betreffende de gezondheids- en veiligheidseffecten van producten en diensten ESRS S4 S4-4 §35 | ||
| GRI 418: Privacy van de klant 2016 418-1 Gefundeerde klachten over inbreuken op de privacy van klanten en verlies van klantgegevens ESRS S4 S4-3 §TV 23; S4-4 §35 |
466 Appendix | 9.4 UN Global Compact Reference Table Bnode jaarverslag 2025 UN Global Impact Reference Table 9.4
| PRINCIPES VAN HET GLOBAL COMPACT | REFERENTIE |
|---|---|
| Mensenrechten | |
| Principe 1: Bedrijven dienen de bescherming van internationaal erkende mensenrechten te ondersteunen en te respecteren; en | ESRS 2; S1; S2; S3; S4; G1 |
| Principe 2: ervoor te zorgen dat ze niet medeplichtig zijn aan mensenrechtenschendingen. | |
| Arbeid | |
| Principe 3: Bedrijven dienen de vrijheid van vereniging en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve onderhandelingen te waarborgen; alsook | ESRS 2; S1; S2; G1 |
| Principe 4: de uitbanning van alle vormen van dwangarbeid; | |
| Principe 5: de effectieve afschaffing van kinderarbeid; en | |
| Principe 6: de uitbanning van discriminatie op het gebied van werk en beroep. | |
| Milieu | |
| Principe 7: Bedrijven dienen een voorzorgsbenadering te hanteren ten aanzien van milieuproblemen; | ESRS 2; E1; E2; E3; E4; E5; G1 |
| Principe 8: initiatieven te nemen om een grotere milieuverantwoordelijkheid te bevorderen; en | |
| Principe 9: de ontwikkeling en verspreiding van milieuvriendelijke technologieën te stimuleren. | |
| Corruptiebestrijding | |
| Principe 10: Bedrijven dienen corruptie in al haar vormen te bestrijden, inclusief afpersing en omkoping. | ESRS 2; G1 |
467 Appendix | 9.5 TCFD Reference Table Bnode jaarverslag 2025 TCFD Reference Table 9.5
| DOOR DE TCFD AANBEVOLEN TOELICHTINGEN | KOPPELING NAAR TOELICHTING |
|---|---|
| Governance | |
| Beschrijf de governance van de organisatie rond klimaatkwesties en -opportuniteiten | |
| Beschrijf het toezicht van de Raad van Bestuur op klimaatrisico's en -opportuniteiten | ■ ESRS 2 GOV-1 ■ ESRS 2 GOV-2 |
| Beschrijf de rol van het management bij de beoordeling en beheersing van klimaatrisico's en -opportuniteiten | ■ ESRS 2 GOV-1 ■ ESRS 2 GOV-3 |
| Strategie | |
| Vermeld de daadwerkelijke en potentiële impacts van klimaatrisico's en -opportuniteiten op de activiteiten, strategie en financiële planning van de organisatie, als deze informatie van materieel belang is | |
| Beschrijf de klimaatrisico's en -opportuniteiten waarmee de organisatie op korte, middellange en lange termijn te maken krijgt | ■ ESRS 2 SBM-3 ■ ESRS 1, afdeling 6 Tijdshorizonten ■ ESRS E1, RE met betrekking tot ESRS 2 IRO- 1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren §18 (b) en (c) |
| Beschrijf de impact van klimaatrisico's en -opportuniteiten op de activiteiten, strategie en financiële planning van de organisatie | ■ ESRS SBM-3 ■ ESRS 2 SBM-1 ■ ESRS E1-1 ■ ESRS E1-2 ■ ESRS E1-4 ■ ESRS E1-3 ■ ESRS E1-9 §61 (a), (b) ■ ESRS E1, RE met betrekking tot ESRS 2 IRO- 1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren §19 |
| Beschrijf de veerkracht van de strategie van de organisatie, rekening houdende met verschillende klimaatscenario's, waaronder een '2 °C of lager'- scenario | ■ ESRS 2 SBM-3 §46 (e) ■ ESRS E1, RE met betrekking tot ESRS 2 SBM-3 - Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel(len) §17 (b) en (c) ■ ESRS E1, RE met betrekking tot ESRS 2 IRO- 1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren §19 |
| Risicobeheersing | |
| Beschrijf hoe de organisatie klimaatrisico's in kaart brengt, beoordeelt en beheerst | |
| Beschrijf de processen van de organisatie voor het in kaart brengen en beoordelen van klimaatrisico's | ■ ESRS 2 IRO-1 ■ ESRS E1, RE met betrekking tot ESRS 2 IRO- 1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren §18 (b) en (c) |
| Beschrijf de processen van de organisatie voor het beheersen van klimaatrisico's | ■ ESRS E1-2 ■ ESRS E1-4 ■ ESRS E1-3 |
| Beschrijf de wijze waarop de processen om klimaatimpacts en -risico’s in kaart te brengen, te beoordelen en te beheersen, zijn geïntegreerd in het algehele proces voor risicobeheersing van de organisatie | ESRS 2 GOV-5 |
| Maatstaven en doelen | |
| Vermeld de maatstaven en doelen die worden gehanteerd om relevante klimaatrisico's en -opportuniteiten te beoordelen en te beheersen, ingeval die informatie van materieel belang is | |
| Vermeld de maatstaven die de organisatie gebruikt om klimaatrisico's en -opportuniteiten te beoordelen in overeenstemming met haar strategie en risicobeheersingsproces | ■ ESRS E1-6 §41 en 50 ■ ESRS E1-9 ■ ESRS E1-3 ■ ESRS 2 GOV-3 ■ ESRS E1-8 ■ ESRS E1, RE met betrekking tot ESRS 2 GOV- 3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen |
| Vermeld de scope 1-, scope 2- en, indien van toepassing, scope 3-emissies van broeikasgassen en de daarmee samenhangende risico's | ESRS E1-6 §41 en 50 |
| Beschrijf de doelen die de organisatie hanteert om klimaatrisico's en -opportuniteiten te beheersen, alsook de prestaties ten opzichte van de doelen | ESRS E1-4 |
468 Bnode jaarverslag 2025 Appendix | 9.6 EU-wetgeving en datapunten
EU-wetgeving en datapunten 9.6 Lijst van datapunten die voortvloeien uit andere EU-wetgeving en informatie over hun plaats in de duurzaamheidsverklaring
| RAPPORTAGE-EIS EN BIJBEHOREND DATAPUNT | SFDR-REFERENTIE | REFERENTIE PIJLER 3 | REFERENTIE BENCHMARK- VERORDENING | REFERENTIE EU-KLIMAAT- WETGEVING | MATERIALITEIT | REFERENTIE AFDELING |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 GOV-1 Genderdiversiteit raad van bestuur alinea 21(d) | Indicator nr. 13 van tabel 1 van bijlage I | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816 van de Commissie ⑤, bijlage II J | 6.1.2.1. GOV- 1 – De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | |||
| ESRS 2 GOV-1 Percentage onafhankelijke bestuurders alinea 21(e) | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II J | 6.1.2.1. GOV- 1 – De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | ||||
| ESRS 2 GOV-4 Due-diligenceverklaring alinea 30 | Indicator nr. 10 van tabel 3 van bijlage I | J 6.1.2.4. GOV- 4 – Due- diligenceverklaring | ||||
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. activiteiten fossiele brandstoffen alinea 40(d) i | Indicator nr. 4 van tabel 1 van bijlage I | Art. 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoerings- verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie (28), tabel 1: Kwalitatieve informatie over ecologische risico en tabel 2: Kwalitatieve informatie over sociaal risico | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II N | - | ESRS 2 SBM-1 | |
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. chemische productie alinea 40(d) ii | Indicator nr. 9 van tabel 2 van bijlage I | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II N | - | ESRS 2 SBM-1 | ||
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. controversiële wapens alinea 40(d) iii | Indicator nr. 14 van tabel 1 van bijlage I | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 ⑦, artikel 12, lid 1; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II N | - | ESRS 2 SBM-1 |
469 Bnode jaarverslag 2025 Appendix | 9.6 EU-wetgeving en datapunten
| RAPPORTAGE-EIS EN BIJBEHOREND DATAPUNT | SFDR-REFERENTIE | REFERENTIE PIJLER 3 | REFERENTIE BENCHMARK- VERORDENING | REFERENTIE EU-KLIMAAT- WETGEVING | MATERIALITEIT | REFERENTIE AFDELING |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. teelt en productie tabak alinea 40(d) iv | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II N | - | ESRS 2 SBM-1 | |||
| ESRS E1-1 Transitieplan om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken alinea 14 | Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 J | 6.2.1.4. E1-1 – Transitieplan voor klimaatmitigatie | ESRS E1-1 | |||
| ESRS E1-1 Ondernemingen uitgesloten van op Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks alinea 16(g) | Art. 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoerings- verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 1: Banking book – Transitierisico’s i.v.m. klimaat- verandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1, punten d) t/m g), en art. 12, lid 2 J | 6.2.1.4. E1-1 – Transitieplan voor klimaatmitigatie | ESRS E1-1 | ||
| ESRS E1-4 Doelen BKG-emissiereductie alinea 34 | Indicator nr. 4 van tabel 2 van bijlage I | Art. 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoeringsver- ordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 3: Banking book – Indicatoren van potentiële tran- sitierisico’s i.v.m. klimaat- verandering: afstemmings- maatstaven | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 | ESRS E1-4 |
| RAPPORTAGE-EIS EN BIJBEHOREND DATAPUNT | SFDR-REFERENTIE | REFERENTIE PIJLER 3 | REFERENTIE BENCHMARK- VERORDENING | REFERENTIE EU-KLIMAAT- WETGEVING | MATERIALITEIT | REFERENTIE AFDELING |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1-5 Totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met grote klimaatimpact) alinea 38 | Indicator nr. 5 van tabel 1 en indicator nr. 5 van tabel 2 van bijlage I | J | 6.2.1.5.3 | |||
| ESRS E1-5 Energieverbruik en energiemix alinea 37 | Indicator nr. 5 van tabel 1 van bijlage I | J | 6.2.1.6.1 | |||
| ESRS E1-5 Energie-intensiteit activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact alinea’s 40 t/m 43 | Indicator nr. 6 van tabel 1 van bijlage I | J | 6.2.1.6.1 | |||
| ESRS E1-6 Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG- emissies alinea 44 | Indicatoren nrs. 1 en 2 van tabel 1 van bijlage I | Art. 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 1: Banking book – Transitierisico’s i.v.m. klimaatverandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 5, lid 1, art. 6 en art. 8, lid 1 | J | 6.2.1.6.2 | |
| ESRS E1-6 Intensiteit bruto- BKG-emissies alinea’s 53 t/m 55 | Indicator nr. 3 van tabel 1 van bijlage I | Art. 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 3: Banking book – Indicatoren van potentiële transitierisico’s i.v.m. klimaatverandering: afstemmingsmaatstaven | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 8, lid 1 | J | 6.2.1.6.2 | |
| ESRS E1-7 BKG- verwijderingen en carbon credits alinea 56 | Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 | N | 6.2.1.6.3 | |||
| ESRS E1-9 Blootstelling benchmarkportefeuille aan fysieke klimaatrisico’s alinea 66 | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II | Ingefaseerd | ||||
| ESRS E1-9 Uitsplitsing geldbedragen in acuut en chronisch fysiek risico alinea 66(a) | Ingefaseerd | |||||
| ESRS E1-9 Locatie significante activa die materieel fysiek risico lopen alinea 66(c) | Art. 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, alinea’s 46 en 47; Template 5: Banking book – Klimaatverandering fysiek risico: aan fysiek risico onderhevige blootstellingen | Ingefaseerd |
471 Bnode jaarverslag 2025 Appendix | 9.6 EU-wetgeving en datapunten
| RAPPORTAGE-EIS EN BIJBEHOREND DATAPUNT | SFDR-REFERENTIE | REFERENTIE PIJLER 3 | REFERENTIE BENCHMARK- VERORDENING | REFERENTIE EU-KLIMAAT- WETGEVING | MATERIALITEIT | REFERENTIE AFDELING |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1-9 Uitsplitsing boekwaarde vastgoedactiva naar energie-efficiëntieklasse alinea 67(c) | Art. 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, alinea 34; Template 2: Banking book – Transitierisico’s i.v.m. klimaatverandering: leningen gedekt door zekerheden in de vorm van onroerend goed – Energie-efficiëntie van de zekerheid | Ingefaseerd | ||||
| ESRS E1-9 Mate blootstelling portefeuille aan klimaatkansen alinea 69 | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, bijlage II | Ingefaseerd | ||||
| ESRS E2-4 Hoeveelheid emissies naar lucht, water en bodem van elke verontreinigende stof in bijlage II bij E-PRTR- verordening (Europees register uitstoot en overbrenging verontreinigende stoffen) alinea 28 | Indicator nr. 8 van tabel 1 van bijlage I; Indicator nr. 2 van tabel 2 van bijlage I; Indicator nr. 1 van tabel 2 van bijlage I; Indicator nr. 3 van tabel 2 van bijlage I | J | 6.2.2.3.1 | |||
| ESRS E3-1 Water en mariene hulpbronnen alinea 9 | Indicator nr. 7 van tabel 2 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS E3-1 Specifiek beleid alinea 13 | Indicator nr. 8 van tabel 2 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS E3-1 Duurzame oceanen en zeeën alinea 14 | Indicator nr. 12 van tabel 2 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS E3-4 Totale hoeveelheid gerecycled en hergebruikt water alinea 28(c) | Indicator nr. 6.2 van tabel 2 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS E3-4 Totale waterverbruik in m3 per netto- opbrengst eigen activiteiten alinea 29 | Indicator nr. 6.1 van tabel 2 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS 2- IRO 1 - E4 alinea 16(a) i | Indicator nr. 7 van tabel 1 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS 2- IRO 1 - E4 alinea 16(b) | Indicator nr. 10 van tabel 2 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS 2- IRO 1 - E4 alinea 16(c) | Indicator nr. 14 van tabel 2 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS E4-2 Praktijken of beleid duurzaam beheer bodem / duurzame landbouw alinea 24(b) | Indicator nr. 11 van tabel 2 van bijlage I | N | - |
472 Bnode jaarverslag 2025 Appendix | 9.6 EU-wetgeving en datapunten
| RAPPORTAGE-EIS EN BIJBEHOREND DATAPUNT | SFDR-REFERENTIE | REFERENTIE PIJLER 3 | REFERENTIE BENCHMARK- VERORDENING | REFERENTIE EU-KLIMAAT- WETGEVING | MATERIALITEIT | REFERENTIE AFDELING |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E4-2 Praktijken of beleid duurzaam beheer oceanen / zee alinea 24(c) | Indicator nr. 12 van tabel 2 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS E4-2 Beleid tegen ontbossing alinea 24(d) | Indicator nr. 15 van tabel 2 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS E5-5 Niet- gerecycled afval alinea 37(d) | Indicator nr. 13 van tabel 2 van bijlage I | J | 6.2.3.3.2 | |||
| ESRS E5-5 Gevaarlijk afval en radioactief afval alinea 39 | Indicator nr. 9 van tabel 1 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS 2- SBM-3 - S1 Risico incidenten gedwongen arbeid alinea 14(f) | Indicator nr. 13 van tabel 3 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS 2- SBM-3 - S1 Risico incidenten kinderarbeid alinea 14(g) | Indicator nr. 12 van tabel 3 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS S1-1 Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid alinea 20 | Indicator nr. 9 van tabel 3 en indicator nr. 11 van tabel 1 van bijlage I | J | 6.3.1.2.1 | |||
| ESRS S1-1 Due- diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van Internationale Arbeidsorganisatie alinea 21 | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II | J | 6.3.1.2.1 | |||
| ESRS S1-1 Procedures en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel alinea 22 | Indicator nr. 11 van tabel 3 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS S1-1 Beleid of beheersysteem ter voorkoming van arbeidsongevallen alinea 23 | Indicator nr. 1 van tabel 3 van bijlage I | J | 6.3.1.2.1 | |||
| ESRS S1-3 Klachtenregelingen alinea 32(c) | Indicator nr. 5 van tabel 3 van bijlage I | Y | 6.3.1.2.3 | |||
| ESRS S1-14 Aantal sterfgevallen en aantal en aandeel arbeidsongevallen alinea 88(b) en (c) | Indicator nr. 2 van tabel 3 van bijlage I | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II | J | 6.1.3.1.5.1 | ||
| ESRS S1-14 Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of ziekte alinea 88(e) | Indicator nr. 3 van tabel 3 van bijlage I | J | 6.1.3.1.5.1 |
473 Bnode jaarverslag 2025 Appendix | 9.6 EU-wetgeving en datapunten
| RAPPORTAGE-EIS EN BIJBEHOREND DATAPUNT | SFDR-REFERENTIE | REFERENTIE PIJLER 3 | REFERENTIE BENCHMARK- VERORDENING | REFERENTIE EU-KLIMAAT- WETGEVING | MATERIALITEIT | REFERENTIE AFDELING |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS S1-16 Niet- gecorrigeerde loonkloof man- vrouw alinea 97(a) | Indicator nr. 12 van tabel 1 van bijlage I | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II | J | 6.3.1.3.3 | ||
| ESRS S1-16 Ratio buitensporige beloning CEO alinea 97(b) | Indicator nr. 8 van tabel 3 van bijlage I | J | 6.3.1.3.3 | |||
| ESRS S1-17 Gevallen van discriminatie alinea 103(a) | Indicator nr. 7 van tabel 3 van bijlage I | J | 6.3.1.4.2 | |||
| ESRS S1-17 Niet- nakoming UNGP’s on Business and Human Rights en OESO-richtlijnen alinea 104(a) | Indicator nr. 10 van tabel 1 en indicator nr. 14 van tabel 3 van bijlage I | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 | J | 6.3.1.4.2 | ||
| ESRS 2- SBM-3 - S2 Aanzienlijk risico kinderarbeid of gedwongen arbeid in waardeketen alinea 11(b) | Indicatoren nrs. 12 en 13 van tabel 3 van bijlage I | N | - | |||
| ESRS S2-1 Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid alinea 17 | Indicator nr. 9 van tabel 3 en indicator nr. 11 van tabel 1 van bijlage I | J | 6.3.2.3. | |||
| ESRS S2-1 Beleid ten aanzien van werknemers in waardeketen alinea 18 | Indicatoren nrs. 11 en 4 van tabel 3 van bijlage I | J | 6.3.2.3. | |||
| ESRS S2-1 Niet- nakoming UNGP’s on Business and Human Rights en OESO-richtlijnen alinea 19 | Indicator nr. 10 | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 | J | 6.3.2.3. | ||
| ESRS S2-1 Due- diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van Internationale Arbeidsorganisatie alinea 19 | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II | J | 6.3.2.3. | |||
| ESRS S2-4 Mensenrechten- problemen en -incidenten m.b.t. upstream- en downstream- waardeketen alinea 36 | Indicator nr. 14 van tabel 3 van bijlage I | J | 6.3.2.6. |
Appendix | 9.6 EU-wetgeving en datapunten
| RAPPORTAGE-EIS EN BIJBEHOREND DATAPUNT | SFDR-REFERENTIE | REFERENTIE PIJLER 3 | REFERENTIE BENCHMARK- VERORDENING | REFERENTIE EU-KLIMAAT- WETGEVING | MATERIALITEIT | REFERENTIE AFDELING |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS S3-1 Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid alinea 16 | Indicator nr. 9 van tabel 3 van bijlage I en indicator nr. 11 van tabel 1 van bijlage I | N | - | - | - | - |
| ESRS S3-1 Niet-nakoming UNGP’s on Business and Human Rights, ILO-beginselen en/of OESO-richtlijnen alinea 17 | Indicator nr. 10 van tabel 1 van bijlage I | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 | N | - | - | - |
| ESRS S3-4 Mensenrechtenproblemen en -incidenten alinea 36 | Indicator nr. 14 van tabel 3 van bijlage I | N | - | - | - | - |
| ESRS S4-1 Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers alinea 16 | Indicator nr. 9 van tabel 3 en indicator nr. 11 van tabel 1 van bijlage I | J | - | - | 6.3.3.3. ESRS S4-1 Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers alinea 16 | - |
| ESRS S4-1 Niet-nakoming UNGP’s on Business and Human Rights en OESO-richtlijnen alinea 17 | Indicator nr. 10 van tabel 1 van bijlage I | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 | N | - | - | - |
| ESRS S4-4 Mensenrechtenproblemen en -incidenten alinea 35 | Indicator nr. 14 van tabel 3 van bijlage I | N | - | - | - | - |
| ESRS G1-1 VN-Verdrag tegen corruptie alinea 10(b) | Indicator nr. 15 van tabel 3 van bijlage I | J | - | - | 6.4.1.2. G1-1 Beleid ten aanzien van bedrijfscultuur en zakelijk gedrag | - |
| ESRS G1-1 Bescherming klokkenluiders alinea 10(d) | Indicator nr. 6 van tabel 3 van bijlage I | J | - | - | 6.4.1.2. G1-1 Beleid ten aanzien van bedrijfscultuur en zakelijk gedrag | - |
| ESRS G1-4 Geldboeten voor overtredingen wetgeving tegen corruptie en omkoping alinea 24(a) | Indicator nr. 17 van tabel 3 van bijlage I | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II | J | - | 6.4.3.1.2. G1-4 – Incidenten van corruptie of omkoping | - |
| ESRS G1-4 Normen bestrijding corruptie en omkoping alinea 24(b) | Indicator nr. 16 van tabel 3 van bijlage I | J | - | - | 6.4.3.1.2. G1-4 – Incidenten van corruptie of omkoping | - |
475 Bnode jaarverslag 2025
Appendix | 9.7 Waardecreatiemodel
9.7 Ons waardecreatiemodel
| ONZE STRATEGISCHE WAARDEN | ONZE STRATEGISCHE AMBITIE | ONZE KRITIEKE PRESTATIE- INDICATOREN | ONZE SDG-IMPACT |
|---|---|---|---|
| Waarde voor klanten en burgers | Steeds binnen bereik zijn: het dichtste aanhuis- en out-of-home- leveringsnetwerk in België uitbouwen. Nabijheidsdiensten aanbieden via onze dichte aanwezigheid van lokale teamleden en verkooppunten in de nabijheid van onze klanten. Burgers in staat stellen om vlot te communiceren en informatie uit te wisselen via post. Zendingen van e-commerceconsumenten voorspelbaar en op tijd leveren. E-commercespelers betrouwbare, schaalbare capaciteit en een naadloze integratie bieden. Een brede waaier aan logistiekdiensten aanbieden in persdistributie, B2B- en omni-channel logistiek. | Klantentevreden- heidsscore: 86% | Door een sociaal verantwoordelijke werkgever te zijn die de vaardigheden en competenties van zijn werknemers naar waarde schat, biedt Bpost opleidingen en ontwikkelingskansen voor werknemers, werkzoekenden en externe partners. Bnode streeft naar duurzame werkgelegenheid op basis van voortdurende bijscholingsmogelijkheden als antwoord op de voortdurend veranderende jobvereisten en de maatschappij in het algemeen. Door te investeren in de vermindering van de milieu-impact van al onze activiteiten, gebouwen en faciliteiten, en door te investeren in hernieuwbare stroom, dragen wij bij tot het versnellen van de overgang naar een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem. Door een inclusieve organisatie te zijn, die levenslange leerervaringen aanbiedt waardoor onze mensen kunnen worden tewerkgesteld, dragen wij bij tot een inclusieve en duurzame economische groei op lange termijn, alsook een volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen. |
| Milieuwaarde | Een referentie in ecologische duurzaamheid zijn op alle markten waar wij actief zijn. Bnode verbindt zich ertoe om tegen 2050 net-zero te bereiken met de ambitie om: De toeleveringsketen van e-commerce koolstofvrij maken; Maatregelen te nemen om alle in kaart gebrachte, nadelige gevolgen voor de luchtkwaliteit aan te pakken; Verpakkingen te hergebruiken en recycleren in het kader van een circulaire economie. | Uitstootvrije last-mile leveringen: 25%. CO2 voetafdruk: 518,496 tCO2e | Door een belangrijke bijdrage te leveren aan de sociale cohesie in de samenleving en de voorkeurspartner te zijn voor openbare diensten door betaalbare en betrouwbare postdiensten te verstrekken aan alle Belgische burgers in landelijke en stedelijke gebieden, dragen we bij tot het bouwen van een veerkrachtige infrastructuur, het stimuleren van inclusieve en duurzame industrialisering en het aanmoedigen van innovatie. Door volledig in te zetten op het aanbieden van uitstootvrije last-mile leveringen in Belgische stadscentra en door nauw samen te werken met leveranciers, klanten en gemeenschappen, helpen we steden en gemeenschappen inclusiever, veiliger, veerkrachtiger en duurzamer te maken. |
| Sociale waarde | Een werkgever bij uitstek te zijn. De veiligheid en gezondheid van onze mensen komen op de eerste plaats. Diversiteit, gelijkheid en inclusie bevorderen in de hele groep. | Welzijnsscore van Bnode- werknemers: 3,7 (op 5). Opleiding en ontwikkeling van de werknemers in uren per VTE: 24,4% | Door als omni-commercepartner op een duurzame manier te diversifiëren, te innoveren en te groeien in logistieke e-commercediensten, met respect voor ons milieu, helpen we duurzame consumptie- en productiepatronen te waarborgen. |
476 Bnode jaarverslag 2025
Appendix | 9.7 Waardecreatiemodel
| ONZE STRATEGISCHE WAARDEN | ONZE STRATEGISCHE AMBITIE | ONZE KRITIEKE PRESTATIE- INDICATOREN | ONZE SDG-IMPACT |
|---|---|---|---|
| Economische waarde | Vernieuwend en toekomstgericht zijn: uitgroeien tot een regionale en digitale expert in pakjeslogistiek, terwijl we essentiële postdiensten blijven verzekeren. We bundelen en integreren alle capaciteiten binnen de groep om end-to-endoplossingen te ontwerpen die meerwaarde creëren voor onze klanten. We blijven verankerd in België. Het is onze ambitie om uit te groeien tot een regionale leider in twee belangrijke gebieden: West-/Midden-Europa en Noord-Amerika. We worden een ‘digitaal’ bedrijf: we bieden onze klanten optimale digitale oplossingen, we zijn snel in het op de markt brengen van nieuwe producten of diensten en we zijn datacentrisch. We vangen de groei in de markten voor de B2C-, C2C- en B2B-pakjeslogistiek op door volop onze last-mile, omni-channel fulfilment- en cross-border capaciteiten in te zetten. | Bedrijfs- opbrengsten: 4.482,3m EUR. Aangepaste EBIT: 79,6m EUR | Door een toonaangevend planeet- en mensvriendelijk bedrijf te zijn met onze engagement voor het Klimaatakkoord van Parijs en voor de Belgian Alliance for Climate Action, via onze wetenschappelijk onderbouwde doelstelling voor de vermindering van CO2-uitstoot, dragen we bij tot dringende maatregelen in de strijd tegen de klimaatverandering en de gevolgen ervan. |