Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

ageas SA/NV Interim / Quarterly Report 2016

Mar 29, 2017

3905_ir_2017-03-29_8b037592-0f2e-4eed-a4be-6a58c4d0d360.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Geconsolideerd tussentijds financieel verslag

voor de eerste zes maanden van 2016

Brussel 10 augustus 2016

001

Resultaten en ontwikkelingen 4
Resultaten en ontwikkelingen 5
Geconsolideerd tussentijds financieel verslag voor de eerste zes maanden van 2016 7
Geconsolideerde balans8
Geconsolideerde resultatenrekening 9
Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income 10
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 11
Geconsolideerd kasstroom overzicht 12
Algemene Informatie 13
1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 14
2 Overnames en desinvesteringen 18
3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel20
4 Toezicht en solvabiliteit 23
5 Verbonden partijen 26
6 Informatie operationele segmenten 27
Toelichting op de geconsolideerde balans 39
7 Geldmiddelen en kasequivalenten 40
8 Financiële beleggingen41
9 Leningen 48
10 Beleggingen in deelnemingen 49
11
12
Verzekeringsverplichtingen 50
Achtergestelde schulden 52
13 Leningen 54
14 Actuele en uitgestelde belastingen 55
15 RPN(I) 56
16 Voorzieningen 58
17 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties 59
18 Derivaten 61
19 Toezeggingen 63
20. Reële waarde van financiële activa en verplichtingen64
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 67
21 Verzekeringspremies 68
22 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 70
23 Resultaat op verkoop en herwaarderingen 71
24
25
Schadelasten en uitkeringen 72
Financieringslasten 73
26 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 74
Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans 75
27 Voorwaardelijke verplichtingen 76
28 Gebeurtenissen na balansdatum 82
Bericht van de Raad van Bestuur 83

Resultaten en ontwikkelingen

Resultaten van Ageas

De nettowinst Verzekeringen bedroeg EUR 608 miljoen, vergeleken met EUR 504 miljoen voor dezelfde periode in 2015 en rekening houden met EUR 60 miljoen minder gerealiseerde meerwaarden op de beleggingsportefeuille in 2016 tegenover vorig jaar (- EUR 70 miljoen in Leven en + EUR 10 miljoen in Nietleven). Het nettoresultaat van de Levenactiviteiten bedroeg EUR 504 miljoen, een stijging van EUR 122 miljoen, inclusief EUR 200 miljoen op de gerealiseerde meerwaarde op de verkoop in Hongkong. Het nettoresultaat van Niet-leven daalde met EUR 18 miljoen naar EUR 104 miljoen, inclusief EUR 60 miljoen vanwege de negatieve effecten van de terroristische aanslagen in België en bovengemiddelde weergerelateerde kosten in België en het VK. De sterke operationele prestaties werden ondersteund door een hogere vrijval uit de reserveringen uit voorgaande jaren.

Het nettoresultaat van de Groep bedroeg in het eerste halfjaar EUR 67 miljoen negatief. Het nettoresultaat van de Algemene Rekening kwam uit op EUR 675 miljoen negatief door de boekhoudkundige impact van EUR 889 miljoen van het schikkingsakkoord voor alle burgerlijke rechtszaken in verband met de voormalige Fortisgroep voor de gebeurtenissen in 2007 en 2008, die in het eerste kwartaal werden opgenomen. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door een positieve impact van EUR 204 miljoen op de Algemene Rekening, voortvloeiend uit het overige deel van de gerealiseerde meerwaarde op de verkoop van Hongkong.

De daling in de RPN(I)-verplichting naar EUR 291 miljoen leidde tot een positief resultaat van EUR 67 miljoen. Personeelskosten en andere operationele kosten stegen vanwege een aantal aan de schikking gerelateerde eenmalige kosten en bedroegen EUR 53 miljoen.

Het totale eigen vermogen daalde van EUR 11,4 miljard of EUR 53,59 per aandeel eind 2015 naar EUR 10,3 miljard of EUR 49,59 per aandeel eind juni. Deze daling is voornamelijk te wijten aan het negatieve resultaat van de Groep (EUR 0,1 miljard), de uitkering van het dividend over 2015 (EUR 0,3 miljard), negatieve wisselkoersverschillen (EUR 0,4 miljard) en het lopende inkoopprogramma voor eigen aandelen (EUR 0,1 miljard).

Leven

Het operationele resultaat steeg fors naar EUR 324 miljoen (tegenover EUR 286 miljoen vorig jaar) dankzij hogere gerealiseerde meerwaarden, in het bijzonder in België. Dit werd ook weerspiegeld in de marge van Gegarandeerde producten, die steeg van 90 naar 108 basispunten. Als gevolg van een lagere marge in België daalde de marge op Unit-linked van 41 naar 28 basispunten.

Het nettoresultaat steeg van EUR 382 miljoen naar EUR 504 miljoen, dankzij het hogere operationele resultaat in de geconsolideerde activiteiten, maar ook vanwege het deel van de meerwaarde van EUR 200 miljoen uit de verkoop van de entiteit in Hongkong dat aan de verzekeringsactiviteiten werd toebedeeld. Door de volatiele financiële markten lag de bijdrage van de niet-geconsolideerde partnerships in Luxemburg en Azië aanzienlijk lager. Bovendien omvatte de winst van vorig jaar ook een buitengewoon beleggingsresultaat van EUR 100 miljoen in Azië.

In België bedroeg het nettoresultaat EUR 170 miljoen in vergelijking met EUR 141 miljoen vorig jaar, vooral dankzij hogere gerealiseerde meerwaarden. Hierdoor steeg de operationele marge op Gegarandeerde producten van 81 naar 104 basispunten. De daling van de marge op Unit-linked van 43 naar 23 basispunten was voornamelijk te wijten aan een lager resultaat voor risico- en kostenfactoren.

In Continentaal Europa daalde het resultaat naar EUR 16 miljoen, vergeleken met EUR 34 miljoen vorig jaar; dit resultaat omvat echter een latent belastingvoordeel in Frankrijk. De daling was voornamelijk te wijten aan de driemaandelijkse herziening van de reële waarde van de voor handelsdoeleinden aangehouden activa in Luxemburg en waardeverminderingen op de aandelenportefeuille in Portugal.

Het nettoresultaat in Azië bedroeg EUR 318 miljoen (tegenover EUR 207 miljoen). Terwijl vorig jaar een buitengewoon beleggingsresultaat van ongeveer EUR 100 miljoen het resultaat omhoog stuwde, omvat het resultaat dit jaar een deel van de gerealiseerde meerwaarde op de verkoop van de entiteit in Hongkong en de vrijval van een belastingvoorziening. Het voor de eerste vijf maanden opgenomen resultaat van AICA (Hongkong) bedroeg EUR 13 miljoen, vergeleken met EUR 33 miljoen in 2015.

Niet-leven

Het nettoresultaat van Niet-leven bedroeg EUR 104 miljoen (tegenover EUR 122 miljoen) en omvatte netto een negatieve impact van EUR 60 miljoen gerelateerd aan de terroristische gebeurtenissen in België in het eerste kwartaal, en de slechte weersomstandigheden in België en het VK in het tweede kwartaal. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door sterkere beleggingsresultaten, een hogere vrijval uit voorzieningen in voorgaande jaren en een sterkere bijdrage van alle nietgeconsolideerde entiteiten. Het nettoresultaat in België van EUR 36 miljoen (tegenover EUR 55 miljoen) omvatte de aan terroristische aanslagen gerelateerde kosten (EUR 19 miljoen) en buitengewoon slechte weersomstandigheden (EUR 28 miljoen). Het nettoresultaat in het VK daalde naar EUR 35 miljoen (tegenover EUR 40 miljoen) als gevolg van de overstromingen en stormen in juni (EUR 13 miljoen). In Continentaal Europa daalde de nettowinst naar EUR 19 miljoen (tegenover EUR 22 miljoen). De betere resultaten in Italië en Turkije compenseerden niet de daling in Portugal. In Azië steeg het nettoresultaat dankzij de verbeterde operationele prestaties en de hogere meerwaarden naar EUR 11 miljoen (tegenover EUR 5 miljoen).

Vanaf 2016 omvat het resultaat van Niet-leven binnen Ageas het resultaat van de interne herverzekeraar voor Niet-leven, Intreas. De onderneming werd half 2015 opgericht en was eerder opgenomen in de Algemene Rekening. Intreas herverzekerde EUR 21 miljoen aan premies van de operationele bedrijven binnen de Groep en droeg EUR 2 miljoen bij aan het nettoresultaat van Niet-leven.

Algemene Rekening

Het nettoresultaat van de Algemene Rekening bedroeg EUR 675 miljoen negatief over de eerste zes maanden van 2016, in vergelijking met een verlies van EUR 35 miljoen vorig jaar. Het verschil kwam voornamelijk van de voorziening van EUR 889 miljoen voor de op 14 maart 2016 bekendgemaakte Fortisschikking, het waardeverschil voor de RPN(I)-verplichting en de aan de verkoop van de Levenentiteit in Hongkong verbonden gerealiseerde meerwaarde (EUR 204 miljoen positief).

Nettokaspositie Algemene Rekening

De totale liquide activa in de Algemene Rekening, inclusief EUR 0,3 miljard aan liquide activa met een vervaldatum van langer dan 1 jaar, bedroegen EUR 2,1 miljard, EUR 0,5 miljard meer dan eind 2015. De stijging was vooral een gevolg van de verkoop van de entiteit in Hongkong (EUR 1,2 miljard).

Solvabiliteit

De solvabiliteitsratio Verzekeringen steeg licht van 182% naar een sterke 183%; boven de doelstelling van 175%. De solvabiliteitsratio van de Groep daalde licht in vergelijking met eind 2015 van 212% naar 209%. Tegenover het vorige kwartaal steeg de solvabiliteitsratio van de Groep sterk van 180% naar 209% doordat het groepsvermogen aanzienlijk toenam door de verkoop van de entiteit in Hongkong.

Brussel, 9 augustus 2016

Raad van Bestuur

Geconsolideerd tussentijds financieel verslag voor de eerste zes maanden van 2016

Geconsolideerde balans

(voor winstbestemming)

Noot 30 juni 2016 31 december 2015
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 7 2.259,2 2.394,3
Financiële beleggingen 8 67.681,6 66.547,2
Vastgoedbeleggingen 8 2.900,1 2.847,1
Leningen 9 8.079,6 7.286,3
Beleggingen inzake unit-linked contracten 13.911,9 15.126,0
Beleggingen in deelnemingen 10 3.016,1 2.841,4
Herverzekering en overige vorderingen 2.298,7 2.013,9
Actuele belastingvorderingen 14 46,6 39,1
Uitgestelde belastingvorderingen 14 162,6 131,2
Overlopende rente en overige activa 1.754,8 2.568,0
Materiële vaste activa 1.158,2 1.152,1
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.215,3 1.539,2
Totaal activa 104.484,7 104.485,8
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 11.1 29.351,0 29.073,7
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 11.2 31.292,5 29.902,9
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 11.3 13.904,9 15.141,8
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 11.4 7.964,1 7.463,5
Achtergestelde schulden 12 2.295,5 2.380,4
Leningen 13 2.025,9 2.787,5
Actuele belastingschulden 14 88,5 82,8
Uitgestelde belastingschulden 14 1.593,5 1.565,0
RPN(I) 15 290,5 402,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.515,5 2.373,1
Voorzieningen 16 1.063,7 175,0
Verplichtingen inzake geschreven putopties op minderheidsbelang 17 1.147,3 1.163,1
Totaal verplichtingen 93.532,9 92.510,8
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3 10.337,0 11.376,1
Minderheidsbelangen 614,8 598,9
Totaal eigen vermogen 10.951,8 11.975,0
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 104.484,7 104.485,8

Geconsolideerde resultatenrekening

Eerste Eerste Tweede Tweede Eerste
halfjaar halfjaar kwartaal kwartaal kwartaal
Noot 2016 2015 2016 2015 2016
Baten
- Bruto premies 4.915,3 4.731,4 2.294,0 2.245,3 2.621,3
- Wijziging in niet-verdiende premies - 124,3 - 106,8 18,2 1,1 - 142,5
- Uitgaande herverzekeringspremies - 138,2 - 149,0 - 65,1 - 68,0 - 73,1
Netto verdiende premies 21 4.652,8 4.475,6 2.247,1 2.178,4 2.405,7
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 22 1.488,1 1.506,7 763,7 773,4 724,4
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 67,1 - 24,0 - 6,0 - 59,6 73,1
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 23 618,8 114,3 475,0 58,8 143,8
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten - 16,3 578,0 74,3 - 360,0 - 90,6
Aandeel in het resultaat van deelnemingen 10 152,4 225,8 86,4 153,1 66,0
Commissiebaten 206,6 227,8 93,8 103,0 112,8
Overige baten 114,4 100,6 57,7 56,9 56,7
Totale baten 7.283,9 7.204,8 3.792,0 2.904,0 3.491,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 4.564,7 - 4.272,7 - 2.217,4 - 2.061,1 - 2.347,3
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 89,6 48,0 69,6 19,6 20,0
Schadelasten en uitkeringen, netto 24 - 4.475,1 - 4.224,7 - 2.147,8 - 2.041,5 - 2.327,3
Lasten inzake unit-linked contracten - 0,8 - 619,7 - 79,7 338,9 78,9
Financieringslasten 25 - 90,8 - 82,6 - 49,0 - 41,6 - 41,8
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 26 - 47,9 - 5,4 - 25,5 - 1,6 - 22,4
Wijzigingen in voorzieningen 16 - 887,1 - 0,7 2,5 - 1,1 - 889,6
Commissielasten - 622,4 - 637,4 - 291,0 - 306,6 - 331,4
Personeelskosten - 427,4 - 426,7 - 217,7 - 213,5 - 209,7
Overige lasten - 592,2 - 519,5 - 317,0 - 279,1 - 275,2
Totale lasten - 7.143,7 - 6.516,7 - 3.125,2 - 2.546,1 - 4.018,5
Resultaat voor belastingen 140,2 688,1 666,8 357,9 - 526,6
Belastingbaten (lasten) - 117,6 - 126,5 - 55,9 - 82,6 - 61,7
Nettoresultaat over de periode 22,6 561,6 610,9 275,3 - 588,3
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 89,8 92,5 44,8 47,6 45,0
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders - 67,2 469,1 566,1 227,7 - 633,3
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewoon resultaat per aandeel 3 - 0,32 2,16
Verwaterd resultaat per aandeel 3 - 0,32 2,16

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'Discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt worden berekend.

Noot Eerste
halfjaar
2016
Eerste
halfjaar
2015
Tweede
kwartaal
2016
Tweede
kwartaal
2015
Eerste
kwartaal
2016
Bruto premies
Premies inzake beleggingscontracten
4.915,3
749,5
4.731,4
660,3
2.294,0
348,9
2.245,3
253,8
2.621,3
400,6
(direct verantwoord als verplichting)
Bruto premie-inkomen
21 5.664,8 5.391,7 2.642,9 2.499,1 3.021,9

Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income

Noot Eerste
halfjaar
2016
Eerste
2015
Tweede
halfjaar kwartaal kwartaal
2016
Tweede
2015
Eerste
kwartaal
2016
COMPREHENSIVE INCOME
Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd:
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling
Gerelateerde belasting
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling
- 88,1
24,7
- 63,4
39,4
- 12,7
26,7
- 64,4
16,9
- 47,5
63,4
- 21,3
43,0
- 23,7
7,8
- 15,9
Totaal van de onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd: - 63,4 26,7 - 47,5 43,0 - 15,9
Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening:
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden
Gerelateerde belasting
Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden
8 10,6
- 2,7
7,9
12,2
- 3,1
9,1
5,3
- 1,4
3,9
6,2
- 1,6
4,6
5,3
- 1,3
4,0
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop 1)
Gerelateerde belasting
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop
8 39,8
- 79,2
- 39,4
338,5
- 67,6
270,9
186,1
- 83,0
103,1
- 994,7
284,0
- 710,7
- 146,3
3,8
- 142,5
Aandeel in Overig comprehensive income van deelnemingen 10 5,5 130,3 - 8,2 112,9 13,7
Wijzigingen in omrekeningsverschillen - 379,5 280,9 - 192,6 - 111,3 - 186,9
Totaal van onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: - 405,5 691,2 - 93,8 - 704,5 - 311,7
Overig comprehensive income over de periode, na belastingen - 468,9 717,9 - 141,3 - 661,5 - 327,6
Nettoresultaat over de periode 22,6 561,6 610,9 275,3 - 588,3
Totaal comprehensive income over de periode - 446,3 1.279,5 469,6 - 386,2 - 915,9
Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen
Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen
Totaal comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen
89,8
- 25,9
63,9
92,5
77,4
169,9
44,8
26,6
71,4
47,6
- 160,4
- 112,8
45,0
- 52,5
- 7,5
Totaal comprehensive income over de periode, toewijsbaar
aan de aandeelhouders
- 510,2 1.109,6 398,2 - 273,4 - 908,4

1) De Wijzigingen in herwaardering van Investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

On- Eigen
Koers- Netto resultaat gerealiseerde vermogen Minder- Totaal
Aandelen- Agio Overige verschillen toewijsbaar aan winsten en toewijsbaar aan heids- eigen
kapitaal reserve reserves reserve aandeelhouders verliezen aandeelhouders belangen vermogen
Stand per 1 januari 2015 1.709,4 2.796,1 2.320,0 325,9 475,6 2.596,3 10.223,3 688,2 10.911,5
Netto resultaat over de periode 469,1 469,1 92,5 561,6
Herwaardering van investeringen 340,7 340,7 69,6 410,3
Herwaardering IAS 19 20,6 20,6 6,1 26,7
Omrekeningsverschillen 279,2 279,2 1,7 280,9
Totaal 20,6 279,2 469,1 340,7 1.109,6 169,9 1.279,5
Overdracht 475,6 - 475,6
Dividend - 328,9 - 328,9 - 145,6 - 474,5
Eigen aandelen - 135,6 - 135,6 - 135,6
Intrekking van aandelen - 53,4 - 154,7 208,1
Op aandelen gebaseerde beloning 1,4 1,4 1,4
Impact geschreven putoptie
op minderheidsbelang 1) 254,8 254,8 - 52,8 202,0
Herstructurering Italië - 67,6 - 67,6
Overige veranderingen
in het eigen vermogen 2) - 15,2 - 4,1 4,1 - 15,2 - 2,2 - 17,4
Stand per 30 juni 2015 1.656,0 2.642,8 2.799,4 601,0 469,1 2.941,1 11.109,4 589,9 11.699,3
Stand per 1 januari 2016 1.656,0 2.644,8 2.838,1 511,9 770,2 2.955,1 11.376,1 598,9 11.975,0
Netto resultaat over de periode - 67,2 - 67,2 89,8 22,6
Herwaardering van investeringen - 12,7 - 12,7 - 13,3 - 26,0
Herwaardering IAS 19 - 51,4 - 51,4 - 12,0 - 63,4
Omrekeningsverschillen - 378,9 - 378,9 - 0,6 - 379,5
Totaal - 51,4 - 378,9 - 67,2 - 12,7 - 510,2 63,9 - 446,3
Overdracht 770,2 - 770,2
Dividend - 338,3 - 338,3 - 118,5 - 456,8
Toename kapitaal 8,5 8,5
Eigen aandelen - 141,7 - 141,7 - 141,7
Intrekking van aandelen - 53,4 - 198,1 251,5
Op aandelen gebaseerde beloning 6,5 6,5 6,5
Impact geschreven putoptie
op minderheidsbelang 1) - 39,7 - 39,7 55,5 15,8
Overige veranderingen
in het eigen vermogen 2) - 15,7 - 15,7 6,5 - 9,2
Stand per 30 juni 2016 1.602,6 2.453,2 3.273,0 133,0 - 67,2 2.942,4 10.337,0 614,8 10.951,8
  1. Heeft betrekking op de putoptie op AG Insurance aandelen en de putoptie op Interparking aandelen (zie noot 17 Verplichtingen i.v.m. aan geschreven NCI putopties).

  2. Overige wijzigingen in het eigen vermogen omvat een schadevergoeding betaald aan BNP Paribas voor de aangehouden Ageas aandelen met betrekking tot de CASHES-obligaties.

Geconsolideerd kasstroom overzicht

Noot Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 7 2.394,3 2.516,3
Resultaat voor belastingen 140,2 688,1
Aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten
op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten:
Herberekening RPN(I)
15 - 67,1 24,0
Gerealiseerde winsten (verliezen) 23 - 618,8 - 114,3
Baten van deelnemingen - 152,4 - 225,8
Afschrijvingen en oprenting 377,7 401,7
Bijzondere waardeverminderingen 26 47,9 5,4
Voorzieningen 16 887,1 2,2
Op aandelen gebaseerde beloningen 6,5 1,4
Totaal aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten
op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten
480,9 94,6
Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen:
Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 8 48,4 - 66,8
Vorderingen
Herverzekering en overige vorderingen
9 - 859,6
- 398,2
- 819,9
21,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten 402,4 - 490,5
Schulden 13 - 425,6 204,3
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 11.1 & 11.2 933,2 23,0
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 11.3 - 464,5 477,1
Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen 89,8 - 331,3
Dividend ontvangen van deelnemingen 137,4 54,1
Betaalde winstbelastingen - 175,4 - 66,9
Totaal van de wijzigingen in operationele activa en verplichtingen - 712,1 - 995,7
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten - 91,0 - 213,0
Aankoop van beleggingen - 4.236,7 - 4.510,0
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 4.300,1 4.892,9
Aankoop van vastgoedbeleggingen - 55,7 - 44,6
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 108,4 12,7
Aankopen van materiële vaste activa - 55,8 - 32,3
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 0,4 0,4
Aankoop van dochterondernemingen en deelnemingen 2 - 393,2 - 106,0
(inclusief kapitaalverhogingen van deelnemingen)
Desinvestering van dochterondernemingen en deelnemingen
2 1.041,8 4,3
(inclusief kapitaalterugbetalingen van deelnemingen)
Aankoop van immateriële vaste activa - 11,1 - 7,0
Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa 5,7 1,2
Kasstroom uit investeringsactiviteiten 703,9 211,6
Aflossing van schuldbewijzen 0,1
Opbrengsten uit uitgifte van achtergestelde schulden 12 393,8
Terugbetaling van achtergestelde schulden 12 - 76,0 - 154,9
Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen 13 4,1 15,7
Terugbetaling van overige financieringen - 48,3 - 10,7
Aankoop van eigen aandelen 3 & 4 - 141,7 - 135,6
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders 4 - 338,3 - 328,9
Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen 4 - 118,5 - 145,6
Kasstroom uit financieringsactiviteiten - 718,7 - 366,3
Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten - 29,3 25,8
Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni 7 2.259,2 2.174,4
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 22 1.467,5 1.521,0
Ontvangen dividenden van beleggingen 22 65,2 69,0
Betaalde rente 25 - 109,9 - 92,8

Algemene Informatie

013

1 Samenvatting grondslagen voor financiele verslaggeving en consolidatie

Het geconsolideerde tussentijds financieel verslag over de eerste zes maanden van 2016 van Ageas is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) geldend per 1 januari 2016, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU) per die datum.

1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

De grondslagen zijn ongewijzigd ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2015. Wijzigingen in IFRS die op 1 januari 2016 in werking zijn getreden en die van belang zijn voor Ageas (en zijn goedgekeurd door de EU) staan vermeld in paragraaf 1.2. De grondslagen zoals hier beschreven, zijn een samenvatting van de volledige grondslagen voor de verslaggeving die op https://www.ageas.com/nl/over-ageas/toezicht-auditen-boekhoudregels worden weergegeven.

Het geconsolideerde tussentijds financieel verslag van Ageas is opgemaakt op basis van het going concern-beginsel en luidt in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas.

Activa en passiva die zijn opgenomen in de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van Geldmiddelen en kasequivalenten, Herverzekering en overige vorderingen, Overlopende rente en overige activa, Overlopende rente en overige verplichtingen en Actuele belastingvorderingen en -schulden.

De belangrijkste door Ageas toegepaste IFRS voor de bepaling van de activa en verplichtingen zijn:

  • IAS 1 voor presentatie van de jaarrekening;
  • IAS 16 voor materiële vaste activa;
  • IAS 19 voor personeelsvoordelen;
  • IAS 23 voor leningen;
  • IAS 28 voor investeringen in deelnemingen;
  • IAS 32 voor geschreven putopties op minderheidsbelangen;
  • IAS 36 voor bijzondere waardeverminderingen van activa;
  • IAS 38 voor immateriële activa;
  • IAS 39 voor financiële instrumenten;
  • IAS 40 voor vastgoedbeleggingen;
  • IFRS 3 voor bedrijfscombinaties;
  • IFRS 4 voor verzekeringscontracten;

  • IFRS 7 voor toelichting op financiële instrumenten;

  • IFRS 8 voor operationele segmenten;
  • IFRS 10 voor geconsolideerde jaarrekeningen;
  • IFRS 12 voor toelichting van belangen in andere entiteiten;
  • IFRS 13 voor waardering tegen reële waarde.

1.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving

De volgende nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties zijn met ingang van 1 januari 2016 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU).

Wijzigingen in IAS 16 en IAS 38: Verduidelijking van Aanvaardbare Methoden van Afschrijving en Waardevermindering

De wijzigingen verstrekken bijkomende richtlijnen over de afschrijving of waardevermindering van materiële vaste activa en immateriële activa. De vereisten van IAS 16 zijn gewijzigd om te verduidelijken dat een afschrijvingsmethode die gebaseerd is op inkomsten gegenereerd door activa die het gebruik van een actief omvatten, niet geschikt is omdat dit niet juist de verbruikte economische voordelen door het gebruik van een actief weergeeft. De vereisten van IAS 38 worden gewijzigd om een weerlegbare veronderstelling te introduceren dat een afschrijvingsmethode op basis van inkomsten voor immateriële activa ongeschikt is voor dezelfde reden als onder IAS 16.

Wijzigingen in IAS 27: Equity methode in Afzonderlijk Financieel Verslag

In bepaalde landen vereist de vennootschapswetgeving het gebruik van de equity methode voor waardering in statutaire financiële verslagen van investeringen in dochtermaatschappijen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen. Overeenkomstig dienen er in deze landen twee versies van het financieel verslag te worden opgesteld om te voldoen aan de vereisten van zowel IAS 27 als lokale wetgeving.

Als antwoord op ontvangen feedback, heeft de IASB opnieuw de mogelijkheid geboden om de equity methode te gebruiken voor waardering van investeringen in dochtermaatschappijen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen, en ook om bepaalde zaken te verduidelijken met betrekking tot balansverhoudingen met dochtermaatschappijen en joint ventures. Ageas zal geen gebruik maken van deze mogelijkheid.

Verbeteringen aan IFRS (2012-2014 cyclus)

De onderwerpen die werden behandeld door het verbeteringsproject 2012-2014 die van kracht werden op 1 januari 2016 zijn:

  • IFRS 5 Niet-vlottende activa Aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten: geeft specifieke toelichting in IFRS 5 in gevallen waarin een entiteit een actief herclassificeert van aangehouden voor verkoop tot aangehouden voor uitkering aan eigenaars of omgekeerd, en gevallen waarin aangehouden-voor-uitkering-aan-eigenaars boekhouding wordt opgeheven;
  • IFRS 7 Financiële Instrumenten: Toelichting:
  • Voegt bijkomende richtlijnen toe om te beoordelen of een servicecontract waarvoor een vergoeding wordt betaald, doorlopende betrokkenheid geeft bij een overgedragen actief met het oog op het bepalen van de vereiste toelichtingen;
  • Verduidelijkt de toepasbaarheid van de wijzigingen van IFRS 7 op toelichtingsvereisten voor het salderen van balansposities in verkorte tussentijdse financiële verslagen.
  • IAS 19 Personeelsbeloningen: verduidelijkt dat de hoogwaardige bedrijfsobligaties die ten grondslag liggen aan de toegespaste disconteringsvoet voor pensioenvoorzieningen in dezelfde valuta moetten luiden als deze voorzieningen (dus, de diepte van de markt voor hoogwaardige bedrijfsobligaties zou moeten worden bepaald per valuta);
  • IAS 34 Tussentijdse Financiële Verslaggeving: Verduidelijkt de betekenis van 'elders in het tussentijds verslag' en vereist een verwijzing (b.v. directieverslag of risk rapport).

Wijzigingen in IAS 1: Toelichtingsproject

De wijzigingen verduidelijken dat:

    1. Informatie niet zou mogen worden vertroebeld door samenvoeging of door toelichting van niet materiële informatie;
    1. Materialiteitsoverwegingen van toepassing zijn op alle onderdelen van de financiële verslagen, en
  • Zelfs wanneer een standaard een specifieke toelichting vereist, de materialiteitsoverwegingen nog steeds van toepassing zijn.

De wijzigingen geven nadere uitleg dat de posten die moeten worden gepresenteerd in de balans, de resultatenrekening en het overzicht van comprehensive income kunnen worden uitgesplitst of samengevoegd indien dit meer relevante informatie geeft. Ook worden aanvullende richtlijnen over subtotalen toegevoegd en is de volgorde waarin de toelichtingen op het financieel verslag worden gepresenteerd flexibel. Bovendien wordt er verduidelijkt dat het aandeel van de entiteiten in other comprehensive income van deelnemingen en joint ventures, verantwoord volgens de equity methode, moet worden gepresenteerd onder de heading die aangeeft of wel of geen reclassificatie naar de resultatenrekening zal plaatsvinden bij realisatie.

De impact van al deze IFRS wijzigingen op onze financiële verslaggeving is beperkt.

Verwachte wijzigingen in IFRS EU

Er zijn geen nieuwe standaarden die per 1 januari 2017 voor Ageas van kracht worden met een grote materiële impact op het eigen vermogen, het nettoresultaat en/of overig comprehensive income.

1.3 Schattingen

De opstelling van het Geconsolideerde tussentijds financieel verslag op basis van IFRS vereist een aantal schattingen aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.

De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de onderstaande tabel weergegeven.

30 juni 2016

Activa
Voor verkoop beschikbare effecten
Gestructureerde kredietinstrumenten
Onzekerheid in de schatting
- Niveau 2 - Het waarderingsmodel
- Inactieve markten
- Niveau 3 - Het waarderingsmodel
- Gebruik niet-marktwaarneembare input
- Inactieve markten
Vastgoedbeleggingen - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Leningen - Het waarderingsmodel
- Parameters als creditspread, looptijd en de rente
Deelnemingen - Van de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen afhankelijke
combinatie van onzekerheden
Goodwill - Het gehanteerde waarderingsmodel
- Financiële en economische variabelen
- Disconteringsvoet
- De aan de entiteit inherente risicopremie
Overige immateriële vaste activa - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Uitgestelde belastingvorderingen
Verplichtingen
- Interpretatie van complexe belastingwetgeving
- Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen
Verplichtingen verzekeringscontacten
- Leven
- Actuariële aannames
- Gehanteerde rentecurve bij toereikendheidstoets
- Herbeleggingsprofiel van de beleggingsportefeuille, creditspread en looptijd,
bij het bepalen van de shadow LAT aanpassing
- Niet-leven - Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims
- Schadebehandelingskosten
- Finale afhandeling van uitstaande schade claims
Pensioenverplichtingen - Actuariële aannames
- Disconteringsvoet
- Inflatie/salarissen
Voorzieningen - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg
van gebeurtenissen in het verleden
- De berekening van het best geschatte bedrag
Uitgestelde belastingschulden - Interpretatie van complexe belastingwetgeving
Geschreven putoptie op minderheidsbelang - Geschatte toekomstige reële waarde
- Disconteringsvoet

1.4 Segmentrapportering

Operationele segmenten

De te rapporteren segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's, de resultaten zijn gebaseerd op IFRS. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.

De operationele segmenten zijn:

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Herverzekering;
  • Algemene Rekening.

Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en groepseliminatieverschillen worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het zesde operationele segment: Algemene Rekening. De Algemene Rekening omvat activiteiten die niet gerelateerd zijn aan de kernverzekeringsactiviteiten, zoals groepsfinanciering en andere holding activiteiten. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES / RPN(I) en de geschreven putoptie op AG Insurance.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook beschikbaar zijn voor niet-gerelateerde derden. Eliminaties worden afzonderlijk gerapporteerd.

1.5 Consolidatiegrondslagen

Dochterondernemingen

Het Geconsolideerd tussentijds financieel verslag omvat de financiële verslagen van ageas SA/NV (de 'Moedermaatschappij') en haar dochterondernemingen. Investeringen in geassocieerde deelnemingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap worden verantwoord volgens de equity methode.

1.6 Vreemde valuta

In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.

Koers per einde periode Gemiddelde koers
1 euro = 30 juni 2016 31 december 2015 Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Britse pond 0,83 0,73 0,78 0,73
Amerikaanse dollar 1,11 1,09 1,12 1,12
Hong Kong dollar 8,61 8,44 8,67 8,65
Turkse lira 3,21 3,18 3,26 2,86
Chinese yuan renminbi 7,38 7,06 7,30 6,94
Maleisische ringgit 4,43 4,70 4,57 4,06
Filipijnse peso 52,24 51,00 52,33 49,72
Thaise baht 39,01 39,25 39,56 36,78

2 Overnames en desinvesteringen

De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2016 en 2015. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in noot 28 Gebeurtenissen na balansdatum.

2.1 Overnames in 2016

De verzekeringsactiviteiten van AXA in Portugal

Op 7 augustus 2015 heeft Ageas de exclusieve onderhandelingen en zijn intentie voor de overname van het aandeel van AXA in diens Portugese activiteiten bevestigd, voor een totale vergoeding van EUR 190,8 miljoen. Op 1 april 2016 rondde Ageas de transactie af.

De activiteiten van AXA Portugal omvatten een Niet-levenactiviteit (aandeel van 99,7%), Directe/internetverkoopplatform Niet-leven (aandeel van 100%) en een activiteit Leven (aandeel van 95,1%). AXA Portugal werd hernoemd tot Ageas Seguros.

Dankzij de gecombineerde activiteiten steeg Ageas van de 6de naar de 2de plaats (voor Niet-leven) (op basis van het brutopremie-inkomen) met een gecombineerd marktaandeel van 14,4%. Ageas had al een bestaande leiderspositie op het gebied van Leven in Portugal.

Deze overname is een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van de activiteiten van Ageas in Portugal, die momenteel worden beheerd door Ocidental Group. Door deze transactie zal de activiteitenmix sneller verschuiven naar meer Nietlevenactiviteiten, wat in de lijn ligt van de strategie van Ageas om de groei in Niet-leven te bevorderen. Tegelijkertijd zal de transactie ook toegang verschaffen tot een Directe/ internetverkoopplatform.

De impact van Ageas Seguros op de Geconsolideerde balans van Ageas op de datum van de overname was de volgende.

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en kasequivalenten 15 Verplichtingen uit hoofde van verzekerings- en beleggings
contracten
1.472
Financiële beleggingen en leningen 1.525 Verplichtingen inzake unit-linked contracten 95
Herverzekerings- en overige vorderingen 74 Actuele en uitgestelde belastingschulden 27
Actuele en uitgestelde belastingvorderingen 73 Overlopende rente en overige verplichtingen 91
Goodwill 149
Overige activa 36
Totaal verplichtingen 1.685
Kostprijs 187
Totaal activa 1.872 Totaal verplichtingen en eigen vermogen 1.872

Joint venture voor Levensverzekeringen in Vietnam

Ageas en Muang Thai Life Assurance hebben een overeenkomst ondertekend met Military Commercial Joint Stock Bank ('Military Bank') om een joint venture op te richten in Vietnam, onder de naam MB Ageas Life.

In het kader van de overeenkomst neemt Ageas een aandelenparticipatie van 29% in het nieuwe bedrijf, Muang Thai Life Assurance 10%, en Military Bank 61%. Daarnaast gaan Military Bank en MB Ageas Life een exclusieve bankverzekeringsovereenkomst aan voor vijftien jaar. De totale kapitaalinvestering voor de drie partners bedraagt zo'n EUR 46 miljoen.

2.2 Desinvesteringen in 2016

Levensverzekeringsactiviteiten in Hongkong

Op 30 augustus 2015 kondigde Ageas de verkoopovereenkomst aan over de verkoop van zijn Levensverzekeringsactiviteiten in Hongkong aan JD Capital (Beijing Tongchuangjiuding Investment Management Co.). Ageas heeft op 12 mei 2016 bevestigd dat de transactie van in totaal EUR 1,22 miljard is afgerond.

Na correcties bij afronding van de verkoop leverde de transactie een totale meerwaarde van EUR 403 miljoen op waarvan EUR 199 miljoen opgenomen is in de Aziatische Verzekeringsresultaten en EUR 204 miljoen in de Algemene Rekening. De positieve impact op de nettokaspositie bedroeg EUR 1,26 miljard inclusief de schuldhernieuwing.

De totale nettowinst van de Leven verzekeringsactiviteit in Hongkong over de verslagperiode bedraagt EUR 12,6 miljoen (zie noot 6 Informatie operationele segmenten).

De impact van de verkoop van AICA op de Geconsolideerde balans van Ageas op de datum van verkoop was de volgende.

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en kasequivalenten 339 Verplichtingen uit hoofde van verzekerings- en beleggings
contracten
2.334
Financiële beleggingen en leningen 3.506 Verplichtingen inzake unit-linked contracten 866
Herverzekerings- en overige vorderingen 121 Leningen 595
Actuele en uitgestelde belastingvorderingen 155 Actuele en uitgestelde belastingschulden 3
Goodwill en overige immateriële vaste activa 426 Overlopende rente en overige verplichtingen 161
Overlopende rente en overige activa 427
Totaal verplichtingen 3.959
Eigen vermogen 1.015
Totaal activa 4.974 Totaal verplichtingen en eigen vermogen 4.974

Overige desinvesteringen

Op 24 juni 2016 verkocht AG Real Estate de holdingvennootschap met een controlebelang in het Wiltcher's Complex aan AXA Investment Managers-Real Assets, en handelde daarbij in naam van een van zijn cliënten. De transactie werd geschat op ongeveer EUR 120 miljoen.

2.3 Overnames in 2015

Joint venture voor levensverzekeringen in de Filipijnen

De joint venture met de naam 'EastWest Ageas Life' is een volledig nieuwe entiteit waarin Ageas en EastWest Bank elk een belang van 50% aanhouden. Daarnaast sloten EastWest Bank en EastWest Ageas Life een exclusieve distributieovereenkomst van twintig jaar af.

Ageas bracht kapitaal en financiering in voor USD 63 miljoen of EUR 56 miljoen (PHP 2.910 miljoen). De initiële kapitaalinjectie in 2015 bedroeg USD 45 miljoen of EUR 41 miljoen (PHP 2.010 miljoen); twee keer de wettelijke verplichting. Ageas bracht in 2015 een bedrag in van EUR 29 miljoen (PHP 1.510 miljoen). Verdere financiering zal afhangen van de prestaties van het bedrijf.

Andere overnames

In het eerste kwartaal van 2015 nam AG Insurance tegen een bedrag van EUR 86,7 miljoen een belang van 36% in een geassocieerde deelneming genaamd Spitfire, die 23 retailparken omvat in Duitsland.

In de tweede helft van 2015 verwierf AG Real Estate drie vastgoeddochterondernemingen: Pleyel (verworven door aflossing van een schuld van EUR 80 miljoen), Galeries Saint Lambert (EUR 78 miljoen) en Immo 3 Jean Monnet (EUR 64 miljoen). Bovendien deed AG Insurance enkele overnames voor een totaalbedrag van ongeveer EUR 60 miljoen.

2.4 Desinvesteringen in 2015

Er waren geen belangrijke desinvesteringen in 2015.

3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel

De onderstaande tabel toont het aantal uitstaande aandelen.

Uitgegeven Eigen Uitstaande
in duizenden aandelen aandelen aandelen
Stand per 1 januari 2015 230.996 - 11.633 219.363
Intrekking van aandelen - 7.218 7.218
Netto gekocht/verkocht - 7.075 - 7.075
Stand per 31 december 2015 223.778 - 11.490 212.288
Intrekking van aandelen - 7.208 7.208
Netto gekocht/verkocht - 3.839 - 3.839
Stand per 30 juni 2016 216.570 - 8.121 208.449

3.1 Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 27 april 2016 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2016-2018) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 155.400.000 uit te breiden.

Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,40 kan Ageas hiermee maximaal 21.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor noot 27 Voorwaardelijke verplichtingen).

Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen. De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 27 april 2016, na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

in duizenden

Aantal ingetrokken aandelen per Aandeelhoudersvergadering van 27 april 2016 - 7.208
Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden per Aandeelhoudersvergadering van 27 april 2016 21.000
In verband met optieplannen 970
Totaal potentieel aantal aandelen per 30 juni 2016 231.332

Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (4,0 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux SA. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 4,0 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux SA heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux SA en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux SA een onderdeel van de Ageas Groep is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen (zie hieronder) en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie noot 12 Achtergestelde schulden).

Eigen aandelen

Eigen aandelen, zijnde gewone aandelen die zijn teruggekocht door Ageas, worden in mindering gebracht op het eigen vermogen en verantwoord onder overige reserves.

Het totaal aantal eigen aandelen (8,1 miljoen) bestaat uit de FRESH (4,0 miljoen), het restricted share programma (0,1 miljoen) en de resterende aandelen afkomstig uit het inkoopprogramma eigen aandelen (4,0 miljoen, zie hieronder). Nadere informatie over de FRESH is te vinden in noot 12 Achtergestelde schulden.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2015

Ageas kondigde op 5 augustus 2015 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen aan van 17 augustus 2015 tot 5 augustus 2016 voor EUR 250 miljoen.

Tussen 17 augustus 2015 en 30 juni 2016 heeft Ageas 6.213.942 eigen aandelen ingekocht, overeenstemmend met 2,87% van het totaal aantal uitstaande aandelen en met een totale waarde van EUR 227,1 miljoen.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 27 april 2016 keurde de intrekking goed van 2.226.350 eigen aandelen die werden ingekocht tot 31 december 2015.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2014

Ageas presenteerde op 6 augustus 2014 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 250 miljoen van 11 augustus 2014 tot 31 juli 2015.

Ageas rondde op vrijdag 31 juli 2015 het inkoopprogramma voor eigen aandelen af dat werd aangekondigd op 6 augustus 2014. Tussen 11 augustus 2014 en 31 juli 2015 kocht Ageas 8.176.085 eigen aandelen in, overeenstemmend met 3,65% van het totaal aantal uitstaande aandelen en met een totale waarde van EUR 250 miljoen.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 29 april 2015 keurde de intrekking goed van 3.194.473 eigen aandelen. Op 27 april 2016 keurde de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de intrekking goed van de overige 4.981.612 eigen aandelen.

3.2 Dividend- en stemgerechtigde aandelen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dividend- en stemgerechtigde aandelen.

in duizenden

Aantal aandelen uitgegeven per 30 juni 2016 216.570
Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht:
Aandelen aangehouden door ageas SA/NV 4.105
Aandelen gerelateerd aan de FRESH (zie Noot 12) 3.968
Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie Noot 27) 3.959
Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht 204.538

BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de CASHES die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd (zie noot 12 Achtergestelde schulden en noot 27.2 Voorwaardelijke verplichtingen).

In 2012 deed BNP Paribas een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES. Op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas Fortis SA/NV 7.553 ingekochte CASHES van de 12.000 uitstaande CASHES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas.

Ageas en BNP Paribas hebben een overeenkomst gesloten over de inkoop van de nog uitstaande CASHES door BNP Paribas op voorwaarde dat deze worden geconverteerd in Ageas aandelen. In de eerste zes maanden van 2016 zijn 656 CASHES ingekocht en geconverteerd. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas loopt eind 2016 af. Op dit moment heeft BNP Paribas Fortis SA/NV nog 3,9 miljoen Ageas aandelen verbonden aan de CASHES in bezit.

3.3 Rendement op eigen vermogen

Ageas berekent het rendement op het eigen vermogen door het resultaat op jaarbasis voor de periode te delen door het gemiddeld netto vermogen aan het begin en het eind van de periode.

Het rendement op het eigen vermogen (exclusief ongerealiseerde winsten en verliezen) voor de eerste zes maanden van 2016 en 2015 is als volgt.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Rendement op eigen vermogen Verzekeringen
18,0%
14,9%

3.4 Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders - 67,2 469,1
Verkrijgingsprijs 'restricted shares' 6,5 1,4
Netto resultaat gebruikt om het verwaterd resultaat per aandeel te bepalen - 60,7 470,5
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) 210.230 217.497
Aanpassingen voor:
- aandelen onder voorwaarden (in duizenden) verwacht te worden toegekend 508 591
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) 210.738 218.088
Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) - 0,32 2,16
Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) - 0,32 2,16

In de eerste zes maanden van 2016 zijn opties op een gewogen gemiddelde van 969.877 aandelen (eerste zes maanden van 2015: 1.411.835) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 217,94 per aandeel (eerste zes maanden van 2015: EUR 226,68 per aandeel) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen.

Tijdens 2016 en 2015 waren 4,0 miljoen Ageas aandelen afkomstig van de FRESH uitgesloten van de berekening van de verwaterde winst per aandeel aangezien de rente per aandeel bespaard op deze effecten hoger lag dan de gewone winst per aandeel.

De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, totaal 3,9 miljoen (31 december 2015: 4,6 miljoen), behoren tot de gewone aandelen (zie ook noot 27 Voorwaardelijke verplichtingen). Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.

4 Toezicht en solvabiliteit

De Nationale Bank van België (NBB) heeft ageas SA/NV aangemerkt als een Verzekeringsholding en voert aldus het toezicht uit op Ageas op geconsolideerde basis. Tot jaareinde 2015 is het toezicht gebaseerd op de Solvency I vereisten. Vanaf 1 januari 2016 is het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau op basis van het Solvency II raamwerk. Beide raamwerken worden meer in detail uitgelegd in deze noot.

4.1 Vereist en beschikbaar kapitaal onder Solvency II (niet beoordeeld)

Vanaf 1 januari 2016 is het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau onder het Solvency II raamwerk. In plaats van de Standaardformule toe te passen gebruikt Ageas het Partieel Intern Model waarbij schadeverzekeringsrisico's worden gemodelleerd aan de hand van Ageas specifieke formules.

De consolidatiescope voor Solvency II is vergelijkbaar met de IFRS consolidatiescope. De Europese beleggingen in deelnemingen werden pro-rata opgenomen, zonder enige diversificatievoordelen. Alle niet-Europese deelnemingen (inclusief Turkije) werden uitgesloten van beschikbaar kapitaal en vereist kapitaal.

De verwachte uitbetaling van dividenden werd afgetrokken van het eigen vermogen. Bovendien benadert Ageas zijn eigen vermogen op een conservatieve manier aangezien naast de vrije middelen die toebehoren aan aandeelhouders van derde partijen alle diversificatievoordelen tussen de gecontroleerde ondernemingen worden behandeld als niet eigen vermogen.

Ageas past enkel de overgangsmaatregelen toe inzake de grandfathering van uitgegeven schuld en de verlenging van rapportagedeadlines.

De Solvency II cijfers zijn voor zowel het jaar 2015 als voor 2016 niet beoordeeld.

De aansluiting van het IFRS eigen vermogen en eigen vermogen onder Solvency II en de resulterende solvabiliteitsratio onder het Partieel Intern Model is de volgende.

30 juni 2016 31 december 2015
IFRS eigen vermogen 10.951,8 11.975,0
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 10.337,0 11.376,1
Minderheidsbelangen 614,8 598,9
Achtergestelde verplichtingen die in aanmerking komen 2.295,5 2.380,0
Perimeter wijzigingen aan IFRS waarde - 2.773,2 - 2.575,6
Uitsluiting van verwachte dividenden - 273,4 - 330,0
Uitsluiting van minderheidsbelang van ondersteunende diensten - 232,2 - 204,7
Verwijdering uit de balans van beleggingen in deelnemingen - 2.267,6 - 2.040,9
Waarderingsverschillen - 1.249,7 - 1.864,3
Herwaardering van vastgoedinvesteringen 1.520,7 1.551,0
Verwijdering uit de balans van parking concessies - 401,4 - 401,6
Verwijdering uit de balans van goodwill - 697,0 - 822,7
Herwaardering van balansonderdelen gerelateerd aan de verzekeringsactiviteiten - 5.796,6 - 5.167,1
(Technische voorzieningen, bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten kunnen
worden verhaald, de waarde van verworven ondernemingen en uitgestelde overnamekosten)
Herwaardering van activa die onder IFRS niet aan reële waarde kunnen worden geboekt 3.968,5 2.521,0
(Obligaties aangehouden tot einde looptijd, leningen, hypotheken)
Belastingimpact op waarderingsverschillen 264,4 403,5
Overige - 108,3 51,6
Totaal Solvency II eigen vermogen 9.224,4 9.915,1
Niet in aanmerking komende beschikbaar kapitaal - 473,5 - 491,4
Totaal eigen vermogen die in aanmerking komen onder Solvency II 8.750,9 9.423,7
Vereist Kapitaal voor de Groep onder het Partieel Intern Model (SCR) 4.255,9 4.565,7
Kapitaalratio 205,6% 206,4%
30 juni 2016 31 december 2015
Totaal eigen vermogen die in aanmerking komen onder Solvency II, waarvan: 8.750,9 9.423,7
Tier 1 6.272,6 6.939,0
Tier 1 restricted 1.568,2 1.823,7
Tier 2 710,2 494,9
Tier 3 199,9 166,1

De samenstelling van de solvabiliteitskapitaalvereiste kan als volgt worden samengevat:

30 juni 2016 31 december 2015
Marktrisico 4.455,4 4.792,6
Tegenpartij kredietrisico 344,1 327,4
Levensverzekeringstechnisch risico 792,9 791,1
Gezondheid verzekeringtechnisch risico 519,1 357,7
Niet-leven verzekeringstechnisch risico 841,2 805,6
Diversificatie tussen de hierboven vermelde risico's - 1.674,6 - 1.564,4
Niet-diversifieerbare risico's 694,6 671,0
Absorberend vermogen van technische voorzieningen om verliezen te compenseren - 407,7 - 487,1
Absorberend vermogen van uitgestelde belastingen om verliezen te compenseren - 1.309,1 - 1.128,2
Vereist Kapitaal voor de Groep onder het Partieel Intern Model (SCR) 4.255,9 4.565,7
Impact van Schade Intern Model op Niet-Leven Verzekeringstechnisch Risico 289,0 363,2
Impact van Schade Intern Model op Diversificatie tussen risico's - 166,1 - 194,6
Impact van Schade intern Model op correctie voor het vermogen via Uitgestelde Belastingen 26,3 19,4
Vereist Kapitaal voor de Groep onder de Standaardformule 4.405,1 4.753,7

4.2 Kapitaalbeheer van Ageas onder Solvency II

Ageas is van mening dat een sterke kapitaalbasis in de individuele verzekeringsactiviteiten een noodzaak is, enerzijds als een competitief voordeel en anderzijds omdat het nodig is om de geplande groei te financieren.

Voor zijn kapitaalbeheer hanteert Ageas een interne benadering gebaseerd op het Partieel Intern Model met een aangepast spreadrisico. Onder deze aanpassing wordt het spreadrisico berekend op het fundamenteel gedeelte van het spreadrisico voor alle obligaties. Dit verhoogt de SCR voor EU overheidsobligaties en verlaagt het spreadrisico voor alle andere obligaties. Deze SCR wordt SCRageas genoemd.

Ageas streeft naar een minimum totale Solvency II kapitaalratio van 175% van de solvabiliteitskapitaalvereisten op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf.

De aansluiting van de SCRageas met het Partieel Intern Model SCR is de volgende:

30 juni 2016 31 december 2015
Partieel Intern Model SCR Groep 4.255,9 4.565,7
Uitsluiting van Algemene Rekening - 56,3 - 32,0
Partieel Intern Model SCR Verzekeringsactiviteiten 4.199,6 4.533,7
Bijkomend Spreadrisico - 83,7 - 31,0
Min diversificatie - 23,7 - 123,7
Min Beperking correctie voor het vermogen van uitgesteld belastingverlies 38,7 13,0
SCR ageas 4.130,9 4.392,0
30 juni 2016 31 december 2015
In aanmerking komend groepsvermogen gebaseerd op Partieel Intern Model 8.750,9 9.423,7
Uitsluiting van Algemene Rekening - 1.153,6 - 1.358,0
Herberekening van niet-beschikbaar - 32,0 - 57,7
In aanmerking komend groepsvermogen van verzekeringsactiviteiten onder SCR ageas 7.565,3 8.008,0

De verlaging van de SCR van Partieel Intern Model naar SCRageas. verhoogt het Niet-Overdraagbare eigen vermogen met EUR 32 miljoen (31 december 2015: EUR 57 miljoen) aangezien de buffer die is toegewezen aan minderheidaandeelhouders groter is als gevolg van de lagere SCR in de niet-100% dochterondernemingen.

Kapitaalpositie Ageas per segment, gebaseerd op de SCRageas.

30 juni 2016 31 december 2015
Eigen Solvabiliteits- Eigen Solvabiliteits-
vermogen SCR ratio vermogen SCR ratio
België 7.036,8 2.859,7 246,1% 6.911,8 2.852,0 242,3%
VK 998,0 745,1 133,9% 1.099,1 843,0 130,4%
Continentaal Europa 980,7 863,0 113,6% 943,0 722,0 130,6%
Azië 574,8 321,0 179,1%
Herverzekering 104,0 42,1
Niet-Overdraagbare eigen vermogen/Diversificatie - 1.554,2 - 379,0 - 1.520,7 - 346,0
Totaal Verzekering 7.565,3 4.130,9 183,1% 8.008,0 4.392,0 182,3%
Impact van de opname van de Algemene Rekening 1.159,0 51,0 1.359,0 34,0
Totaal Ageas 8.724,3 4.181,9 208,6% 9.367,0 4.426,0 211,6%

5 Verbonden partijen

Met Ageas verbonden partijen zijn deelnemingen, pensioenfondsen, bestuursleden (bestaande uit de niet-uitvoerende en de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van Ageas), uitvoerende managers, naaste familieleden van de hiervoor genoemde personen, entiteiten waarover de hiervoor genoemde personen zeggenschap hebben of die substantieel door hen worden beïnvloed en eventuele overige verbonden entiteiten. Ageas gaat bij de bedrijfsvoering regelmatig transacties aan met verbonden partijen. De transacties hebben met name betrekking op leningen, deposito's en herverzekeringscontracten en vinden plaats onder dezelfde commerciële voorwaarden als transacties met niet-verbonden partijen.

Dochtermaatschappijen van Ageas kunnen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening kredieten, leningen of garanties verstrekken aan bestuursleden, uitvoerende managers, naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van de uitvoerende managers.

Per 30 juni 2016 zijn er geen uitstaande leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan bestuursleden en uitvoerende managers, aan naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers.

Met uitzondering van de opgelopen rente op de leningen aan DTH Partners LLC, zijn er verder geen wijzigingen in de transacties met verbonden partijen ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2015.

6 Informatie operationele segmenten

6.1 Algemene informatie

Ageas heeft de organisatiestructuur met een Executive Committee (ExCo) en een Management Committee dat bestaat uit de leden van het ExCo, de Chief Executive Officers van de vier geografische regio's en de Group Risk Officer.

Operationele segmenten

Ageas is georganiseerd in operationele segmenten (zie verder voor meer details):

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Herverzekering;
  • Algemene Rekening.

Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa, Azië en Herverzekering. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met de kernactiviteiten verzekeringen zoals groepsfinanciering en andere holdingactiviteiten in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.

De segmentrapportage van Ageas op basis van IFRS geeft de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas weer. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

Allocatieregels

In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de dochtermaatschappij.

Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-up aanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.

Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.

6.2 België

De Belgische verzekeringsactiviteiten, onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft ongeveer 3,5 miljoen klanten met een premieinkomen van EUR 5,2 miljard in 2015. 67% van het premieinkomen komt uit Leven, de rest uit Niet-leven. AG Insurance is ook 100% eigenaar van AG Real Estate, dat is uitgegroeid tot de grootste vastgoedmaatschappij in België.

AG Insurance richt zich op particulieren en kleine, middelgrote en grote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven en Niet-leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht zoals onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis SA/NV en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis SA/NV 25% eigenaar van AG Insurance.

6.3 Verenigd Koninkrijk (VK)

In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-leven. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van bedrijfsverzekeringen. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multichannel-distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinitypartners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich Ageas 50 (voorheen RIAS en Castle Cover), die meer dan een miljoen klanten heeft in het groeiende marktsegment van 50-plussers, en Ageas Insurance Solutions, die 'white label'-oplossingen biedt aan affinity-partners, outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van eigen merken.

Tot 2015 splitste Ageas de resultaten van het Verenigd Koninkrijk in twee deelsegmenten: Niet-leven en Overige verzekeringen. Onder Overige verzekeringen werden de resultaten uit de retailactiviteiten en kosten van de hoofdkantoren in het Verenigd Koninkrijk gepresenteerd.

Vanaf het eerste kwartaal 2016 is het voormalige segment Overige Verzekeringen in het VK opgenomen in het resultaat Nietleven, na de volledige integratie van de distributieactiviteiten in de verkooporganisatie van Niet-leven.

6.4 Continentaal Europa

Continentaal Europa bestaat uit de verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in vijf landen: Portugal, Frankrijk, Italië, Luxemburg en sinds 2011 Turkije en biedt producten aan in Leven (in Portugal, Frankrijk en Luxemburg) en Niet-leven (Portugal, Italië en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerschappen met bedrijven met een aanzienlijke marktpositie zijn deze markten toegankelijker geworden.

In 2015 had circa 80% van het totale premie inkomen betrekking op Leven en de rest op Niet-leven.

6.5 Azië

Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor bevindt zich in Hongkong. De activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (20-24,9% eigendom Ageas), Maleisië (30,95% eigendom Ageas), Thailand (15-31% eigendom Ageas), India (26% eigendom Ageas) de Filipijnen (50% eigendom van Ageas) en Vietnam (32% eigendom van Ageas). Ageas rapporteert deze participaties als geassocieerde deelnemingen.

6.6 Herverzekering

Intreas is de interne herverzekeraar voor Niet-leven van Ageas, die in 2015 werd opgezet met als doel de optimalisatie van de herverzekeringsprogramma's van Niet-leven binnen Ageas. In 2015 werden de cijfers van Intreas gerapporteerd binnen de Algemene Rekening. Vanaf 2016 worden de activiteiten van Ageas gepresenteerd als afzonderlijk segment binnen Verzekeringen en meer specifiek binnen Niet-leven.

Intreas begon de activiteiten in de tweede helft van 2015 en bouwt vanaf 2016 een grotere portefeuille op.

6.7 Algemene Rekening

De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de holding. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES/RPN(I) en de geschreven putoptie op AG Insurance.

6.8 Balans per operationeel segment

30 juni 2016
België
VK
Europa
Azië verzekering
Eliminaties Verzekeringen Algemeen Eliminaties
Totaal
Activa
Geldmiddelen
en kasequivalenten
826,4
133,1
460,0
4,3
9,5
1.433,3
825,9
2.259,2
Financiële beleggingen
54.741,4 2.345,7
10.000,7
99,0
67.186,8
505,4
- 10,6
67.681,6
Vastgoedbeleggingen
2.793,2
41,4
65,5
2.900,1
2.900,1
Leningen
7.166,1
78,1
26,4
7.270,6
1.438,0
- 629,0
8.079,6
Beleggingen inzake
unit-linked contracten
6.885,6
7.026,3
13.911,9
13.911,9
Beleggingen in deelnemingen
465,7
100,6
263,5 2.138,0
2.967,8
41,8
6,5
3.016,1
Herverzekering en
overige vorderingen
871,4
828,2
339,4
3,0
32,7
- 37,3
2.037,4
265,5
- 4,2
2.298,7
Actuele belastingvorderingen
1,6
45,0
46,6
46,6
Uitgestelde
belastingvorderingen
27,1
21,4
114,1
162,6
162,6
Overlopende rente
en overige activa
1.200,2
329,1
220,4
0,6
0,9
1.751,2
119,9
- 116,3
1.754,8
Materiële vaste activa
1.097,7
50,2
9,5
1.157,4
0,8
1.158,2
Goodwill en
overige immateriële
vaste activa
400,6
261,8
552,9
1.215,3
1.215,3
Totaal activa
76.475,4 4.191,2
19.123,7 2.145,9
142,1
- 37,3
102.041,0
3.197,3
- 753,6 104.484,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake
verzekeringscontracten Leven
25.180,0
4.175,9
29.355,9
- 4,9
29.351,0
Verplichtingen inzake
beleggingscontracten Leven
27.118,8
4.173,7
31.292,5
31.292,5
Verplichtingen inzake
unit-linked contracten
6.885,6
7.019,3
13.904,9
13.904,9
Verplichtingen inzake
verzekeringscontracten
Niet-leven
3.999,0 2.576,2
1.381,4
35,5
- 28,0
7.964,1
7.964,1
Achtergestelde schulden
1.336,7
162,8
175,0
1.674,5
1.250,0
- 629,0
2.295,5
Leningen
1.870,3
114,2
41,4
2.025,9
2.025,9
Actuele belastingschulden
63,4
5,3
19,8
88,5
88,5
Uitgestelde belastingschulden
1.508,2
0,4
84,3
1.592,9
0,6
1.593,5
RPN(I)
290,5
290,5
Overlopende rente en
overige verplichtingen
1.797,6
249,4
385,9
4,4
2,7
- 9,6
2.430,4
193,6
- 108,5
2.515,5
Voorzieningen
23,3
4,0
11,0
38,3
1.025,4
1.063,7
Verplichtingen inzake
geschreven putopties
op minderheidsbelang
106,3
106,3
1.041,0
1.147,3
Totaal verplichtingen
69.889,2 3.112,3
17.467,7
4,4
38,2
- 37,6
90.474,2
3.801,1
- 742,4
93.532,9
Eigen vermogen toewijsbaar
aan de aandeelhouders
4.756,7 1.078,9
1.301,2 2.141,5
103,9
0,7
9.382,9
965,7
- 11,6
10.337,0
Minderheidsbelangen
1.829,5
354,8
- 0,4
2.183,9 - 1.569,5
0,4
614,8
Totaal eigen vermogen
6.586,2 1.078,9
1.656,0 2.141,5
103,9
0,3
11.566,8
- 603,8
- 11,2
10.951,8
Totaal verplichtingen
en eigen vermogen
76.475,4 4.191,2
19.123,7 2.145,9
142,1
- 37,3
102.041,0
3.197,3
- 753,6 104.484,7
1.676
Continentaal Her- Verzekeringen Totaal Groep
Aantal werknemers (FTE) 6.182 3.981 68 4 11.911 136 12.047
Continentaal
31 december 2015 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 934,6 209,6 219,4 194,5 836,2 2.394,3
Financiële beleggingen 52.600,3 2.582,9 8.567,4 2.436,4 370,9 - 10,7 66.547,2
Vastgoedbeleggingen 2.781,2 46,9 19,0 2.847,1
Leningen 6.561,6 78,0 30,3 248,6 1.534,9 - 1.167,1 7.286,3
Beleggingen inzake unit-linked contracten 6.991,2 7.225,5 931,4 - 22,1 15.126,0
Beleggingen in deelnemingen 434,1 96,8 262,8 1.991,6 48,9 7,2 2.841,4
Herverzekering en overige vorderingen 766,3 869,9 250,1 124,4 8,6 - 5,4 2.013,9
Actuele belastingvorderingen 2,7 9,4 27,0 39,1
Uitgestelde belastingvorderingen 40,4 37,4 53,4 131,2
Overlopende rente en overige activa 1.418,6 314,6 226,5 571,8 165,8 - 129,3 2.568,0
Materiële vaste activa 1.079,6 58,7 7,1 5,9 0,8 1.152,1
Goodwill en overige immateriële vaste activa 394,9 294,3 415,0 435,0 1.539,2
Totaal activa 74.005,5 4.598,5 17.303,5 6.939,6 2.966,1 - 1.327,4 104.485,8
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 23.673,8 3.161,4 2.243,3 - 4,8 29.073,7
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 25.671,1 4.231,1 0,7 29.902,9
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 6.991,2 7.219,2 931,4 15.141,8
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 3.779,1 2.908,9 771,8 3,7 7.463,5
Achtergestelde schulden 1.440,6 183,4 178,0 1.345,1 - 766,7 2.380,4
Leningen 2.255,3 141,9 26,8 584,1 201,9 - 422,5 2.787,5
Actuele belastingschulden 61,0 2,6 17,3 1,9 82,8
Uitgestelde belastingschulden 1.517,2 0,4 44,4 3,0 1.565,0
RPN(I) 402,0 402,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.683,4 226,9 320,8 168,8 96,3 - 123,1 2.373,1
Voorzieningen 23,5 5,8 7,7 138,0 175,0
Verplichtingen inzake geschreven putopties
op minderheidsbelang 99,1 1.064,0 1.163,1
Totaal verplichtingen 67.195,3 3.469,9 15.978,5 3.930,2 3.254,0 - 1.317,1 92.510,8
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 4.932,0 1.128,6 976,5 3.009,4 1.339,9 - 10,3 11.376,1
Minderheidsbelangen 1.878,2 348,5 - 1.627,8 598,9
Totaal eigen vermogen 6.810,2 1.128,6 1.325,0 3.009,4 - 287,9 - 10,3 11.975,0
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 74.005,5 4.598,5 17.303,5 6.939,6 2.966,1 - 1.327,4 104.485,8
Aantal werknemers (FTE) 6.163 4.289 879 462 126 11.919

6.9 Resultatenrekening per operationeel segment

Continentaal Her- Verzekeringen Totaal
Groep
Eerste halfjaar 2016 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties Verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 3.065,6 928,1 777,8 143,9 21,3 - 21,3 4.915,4 - 0,1 4.915,3
- Wijziging in niet-verdiende
premies - 79,8 - 39,7 - 4,8 - 124,3 - 124,3
- uitgaande
herverzekeringspremies - 29,0 - 59,1 - 47,0 - 12,1 - 12,3 21,3 - 138,2 - 138,2
Netto verdiende premies 2.956,8 829,3 726,0 131,8 9,0 4.652,9 - 0,1 4.652,8
Rentebaten, dividenden en
overige beleggingsbaten 1.266,8 36,4 129,5 50,7 0,5 1.483,9 21,7 - 17,5 1.488,1
Ongerealiseerde winst
(verlies) op RPN(I) 67,1 67,1
Resultaat op verkoop
en herwaarderingen 198,7 10,5 9,3 203,3 - 0,3 421,5 197,3 618,8
Baten uit beleggingen
inzake unit-linked contracten - 70,9 85,2 - 30,6 - 16,3 - 16,3
Aandeel in het resultaat
van deelnemingen 1,1 4,4 5,9 128,5 139,9 12,5 152,4
Commissiebaten 64,0 62,0 52,2 28,3 0,9 - 0,8 206,6 206,6
Overige baten 87,9 24,1 5,0 3,4 - 2,1 118,3 3,7 - 7,6 114,4
Totale baten 4.504,4 966,7 1.013,1 515,4 10,1 - 2,9 7.006,8 302,3 - 25,2 7.283,9
Lasten
- Schadelasten en
uitkeringen, bruto - 3.235,5 - 577,5 - 635,3 - 113,2 - 31,2 27,8 - 4.564,9 0,2 - 4.564,7
- Schadelasten en uitkeringen,
aandeel herverzekeraars 60,5 12,2 13,2 4,5 27,0 - 27,8 89,6 89,6
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.175,0 - 565,3 - 622,1 - 108,7 - 4,2 - 4.475,3 0,2 - 4.475,1
Lasten inzake unit-linked
contracten 63,6 - 92,4 28,0 - 0,8 - 0,8
Financieringslasten - 55,0 - 4,5 - 13,6 - 18,0 - 91,1 - 17,1 17,4 - 90,8
Wijzigingen in bijzondere
waardeverminderingen - 14,7 - 16,8 - 5,3 - 36,8 - 11,1 - 47,9
Wijzigingen in voorzieningen 1,0 - 1,0 0,2 0,2 - 887,3 - 887,1
Commissielasten - 330,3 - 168,3 - 86,7 - 35,0 - 2,8 0,7 - 622,4 - 622,4
Personeelskosten - 250,2 - 99,8 - 38,8 - 22,9 - 411,7 - 15,7 - 427,4
Overige lasten - 380,2 - 84,8 - 72,6 - 23,2 - 0,9 2,2 - 559,5 - 40,3 7,6 - 592,2
Totale lasten - 4.140,8 - 923,7 - 942,8 - 185,1 - 7,9 2,9 - 6.197,4 - 971,5 25,2 - 7.143,7
Resultaat voor belastingen 363,6 43,0 70,3 330,3 2,2 809,4 - 669,2 140,2
Winstbelastingen - 79,7 - 8,2 - 22,8 - 1,3 - 112,0 - 5,6 - 117,6
Netto resultaat over de periode 283,9 34,8 47,5 329,0 2,2 697,4 - 674,8 22,6
Toewijsbaar aan de
minderheidsbelangen 77,9 11,9 89,8 89,8
Netto resultaat toewijsbaar
aan de aandeelhouders 206,0 34,8 35,6 329,0 2,2 607,6 - 674,8 - 67,2
Totale baten van externe klanten 4.508,0 971,0 1.016,6 515,4 7.011,0 272,9 7.283,9
Totale baten intern - 3,6 - 4,3 - 3,5 10,1 - 2,9 - 4,2 29,4 - 25,2
Totale baten 4.504,4 966,7 1.013,1 515,4 10,1 - 2,9 7.006,8 302,3 - 25,2 7.283,9
Overige niet-geldelijke lasten
anders dan afschrijvingen - 168,2 - 9,6 - 36,2 - 214,0 - 214,0

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Continentaal Her- Verzekeringen Totaal Groep
Eerste halfjaar 2016 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties Verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies
Premies inzake beleggingscontracten
3.065,6
223,6
928,1 486,5 777,8 143,9
39,4
21,3 - 21,3
-
4.915,4
749,5
- 0,1 4.915,3
749,5
Bruto premie-inkomen 3.289,2 928,1 1.264,3 183,3 21,3 - 21,3 5.664,9 - 0,1 5.664,8
Continentaal
Eerste halfjaar 2015 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 2.630,2 930,7 981,7 188,9 - 0,1 4.731,4
- Wijziging in niet-verdiende premies - 76,0 - 18,1 - 12,7 - 106,8
- Afgegeven herverzekeringspremies - 33,3 - 62,8 - 37,9 - 15,0 - 149,0
Netto verdiende premies 2.520,9 849,8 931,1 173,9 - 0,1 4.475,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.289,4 33,9 119,0 65,9 27,7 - 29,2 1.506,7
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 24,0 - 24,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 82,5 4,0 20,7 1,8 5,3 114,3
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 297,9 222,4 57,7 578,0
Aandeel in het resultaat van deelnemingen 1,4 4,3 12,7 191,6 15,8 225,8
Commissiebaten 79,2 50,4 52,8 45,4 227,8
Overige baten 60,2 44,5 1,4 0,5 3,0 - 9,0 100,6
Totale baten 4.331,5 986,9 1.360,1 536,8 27,8 - 38,3 7.204,8
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 2.695,2 - 567,7 - 853,9 - 156,1 0,2 - 4.272,7
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 12,0 20,8 8,9 6,3 48,0
Schadelasten en uitkeringen, netto - 2.683,2 - 546,9 - 845,0 - 149,8 0,2 - 4.224,7
Lasten inzake unit-linked contracten - 307,7 - 250,5 - 61,5 - 619,7
Financieringslasten - 55,6 - 4,1 - 5,3 - 22,6 - 24,1 29,1 - 82,6
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 2,4 - 2,6 - 0,4 - 5,4
Wijzigingen in voorzieningen 0,1 - 0,8 - 0,4 0,4 - 0,7
Commissielasten - 332,3 - 177,7 - 76,0 - 51,4 - 637,4
Personeelskosten - 248,3 - 113,2 - 32,1 - 23,6 - 11,4 1,9 - 426,7
Overige lasten - 334,0 - 96,1 - 57,7 - 13,8 - 25,0 7,1 - 519,5
Totale lasten - 3.963,4 - 938,8 - 1.269,6 - 323,1 - 60,1 38,3 - 6.516,7
Resultaat voor belastingen 368,1 48,1 90,5 213,7 - 32,3 688,1
Belastingbaten (lasten) - 97,7 - 7,9 - 16,5 - 2,1 - 2,3 - 126,5
Nettoresultaat over de periode 270,4 40,2 74,0 211,6 - 34,6 561,6
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 73,9 18,6 92,5
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 196,5 40,2 55,4 211,6 - 34,6 469,1
Totale baten van externe klanten 4.324,9 965,5 1.360,1 532,8 21,5 7.204,8
Totale baten intern 6,6 21,4 4,0 6,3 - 38,3
Totale baten 4.331,5 986,9 1.360,1 536,8 27,8 - 38,3 7.204,8
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 39,6 - 185,8 - 0,6 - 226,0

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Continentaal
Eerste halfjaar 2015 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 2.630,2 930,7 981,7 188,9 - 0,1 4.731,4
Premies inzake beleggingscontracten 231,5 348,4 80,4 660,3
Bruto premie-inkomen 2.861,7 930,7 1.330,1 269,3 - 0,1 5.391,7

6.10 Balans gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen

Verzekeringen Totaal Groep
30 juni 2016 Leven Niet-leven Eliminaties Verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 993,5 439,8 1.433,3 825,9 2.259,2
Financiële beleggingen 59.198,7 7.988,1 67.186,8 505,4 - 10,6 67.681,6
Vastgoedbeleggingen 2.601,5 298,6 2.900,1 2.900,1
Leningen 6.369,7 938,6 - 37,7 7.270,6 1.438,0 - 629,0 8.079,6
Beleggingen inzake unit-linked contracten 13.911,9 13.911,9 13.911,9
Beleggingen in deelnemingen 2.549,7 418,1 2.967,8 41,8 6,5 3.016,1
Herverzekering en overige vorderingen 495,3 1.579,9 - 37,8 2.037,4 265,5 - 4,2 2.298,7
Actuele belastingvorderingen 19,4 27,2 46,6 46,6
Uitgestelde belastingvorderingen 70,0 92,6 162,6 162,6
Overlopende rente en overige activa 1.232,0 519,2 1.751,2 119,9 - 116,3 1.754,8
Materiële vaste activa 971,5 185,9 1.157,4 0,8 1.158,2
Goodwill en overige immateriële vaste activa 688,7 526,6 1.215,3 1.215,3
Totaal activa 89.101,9 13.014,6 - 75,5 102.041,0 3.197,3 - 753,6 104.484,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 29.355,9 29.355,9 - 4,9 29.351,0
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 31.292,5 31.292,5 31.292,5
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 13.904,9 13.904,9 13.904,9
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 7.992,1 - 28,0 7.964,1 7.964,1
Achtergestelde schulden 1.242,7 469,4 - 37,6 1.674,5 1.250,0 - 629,0 2.295,5
Leningen 1.676,0 349,9 2.025,9 2.025,9
Actuele belastingschulden 61,2 27,3 88,5 88,5
Uitgestelde belastingschulden 1.241,9 351,0 1.592,9 0,6 1.593,5
RPN(I) 290,5 290,5
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.505,3 935,6 - 10,5 2.430,4 193,6 - 108,5 2.515,5
Voorzieningen 21,5 16,8 38,3 1.025,4 1.063,7
Verplichtingen inzake geschreven
putopties op minderheidsbelang 84,9 21,4 106,3 1.041,0 1.147,3
Totaal verplichtingen 80.386,8 10.163,5 - 76,1 90.474,2 3.801,1 - 742,4 93.532,9
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 6.798,7 2.583,7 0,5 9.382,9 965,7 - 11,6 10.337,0
Minderheidsbelangen 1.916,4 267,4 0,1 2.183,9 - 1.569,5 0,4 614,8
Totaal eigen vermogen 8.715,1 2.851,1 0,6 11.566,8 - 603,8 - 11,2 10.951,8
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 89.101,9 13.014,6 - 75,5 102.041,0 3.197,3 - 753,6 104.484,7
Aantal werknemers (FTE) 3.969 7.942 11.911 136 12.047
Overige
31 december 2015 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.173,5 331,2 53,4 836,2 2.394,3
Financiële beleggingen 58.887,4 7.299,4 0,2 370,9 - 10,7 66.547,2
Vastgoedbeleggingen 2.562,8 284,3 2.847,1
Leningen 6.136,3 734,2 48,0 1.534,9 - 1.167,1 7.286,3
Beleggingen inzake unit-linked contracten 15.148,1 - 22,1 15.126,0
Beleggingen in deelnemingen 2.400,5 384,8 48,9 7,2 2.841,4
Herverzekering en overige vorderingen 576,7 1.245,9 209,5 9,1 - 27,3 2.013,9
Actuele belastingvorderingen 28,9 7,7 2,5 39,1
Uitgestelde belastingvorderingen 61,9 63,1 6,2 131,2
Overlopende rente en overige activa 2.101,4 424,3 25,2 165,8 - 148,7 2.568,0
Materiële vaste activa 964,0 175,3 12,0 0,8 1.152,1
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.080,5 164,4 294,3 1.539,2
Totaal activa 91.122,0 11.114,6 651,3 2.966,6 - 1.368,7 104.485,8
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 29.078,5 - 4,8 29.073,7
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 29.902,9 29.902,9
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 15.141,8 15.141,8
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 7.459,8 3,7 7.463,5
Achtergestelde schulden 1.363,1 391,8 47,1 1.345,1 - 766,7 2.380,4
Leningen 2.651,3 216,4 140,4 201,9 - 422,5 2.787,5
Actuele belastingschulden 48,1 32,2 2,5 82,8
Uitgestelde belastingschulden 1.315,2 246,8 3,0 1.565,0
RPN(I) 402,0 402,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.630,0 708,5 102,2 96,8 - 164,4 2.373,1
Voorzieningen 21,7 15,3 138,0 175,0
Verplichtingen inzake geschreven putopties op minderheidsbelang 81,7 17,4 1.064,0 1.163,1
Totaal verplichtingen 81.234,3 9.088,2 292,2 3.254,5 - 1.358,4 92.510,8
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 8.040,1 1.647,3 359,1 1.339,9 - 10,3 11.376,1
Minderheidsbelangen 1.847,6 379,1 - 1.627,8 598,9
Totaal eigen vermogen 9.887,7 2.026,4 359,1 - 287,9 - 10,3 11.975,0
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 91.122,0 11.114,6 651,3 2.966,6 - 1.368,7 104.485,8
Aantal werknemers (FTE) 4.184 5.437 2.172 126 11.919

6.11 Resultatenrekening gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen

Verzekeringen Totaal Groep
Eerste halfjaar 2016 Leven Niet-leven Eliminaties Verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 2.638,3 2.277,1 4.915,4 - 0,1 4.915,3
- Wijziging in niet-verdiende premies - 124,3 - 124,3 - 124,3
- Afgegeven herverzekeringspremies - 30,3 - 107,9 - 138,2 - 138,2
Netto verdiende premies 2.608,0 2.044,9 4.652,9 - 0,1 4.652,8
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.324,3 167,4 - 7,8 1.483,9 21,7 - 17,5 1.488,1
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 67,1 67,1
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 388,5 33,0 421,5 197,3 618,8
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten - 16,3 - 16,3 - 16,3
Aandeel in het resultaat van deelnemingen 120,1 19,8 139,9 12,5 152,4
Commissiebaten 135,9 70,7 206,6 206,6
Overige baten 67,7 51,7 - 1,1 118,3 3,7 - 7,6 114,4
Totale baten 4.628,2 2.387,5 - 8,9 7.006,8 302,3 - 25,2 7.283,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.144,7 - 1.420,2 - 4.564,9 0,2 - 4.564,7
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 11,9 77,7 89,6 89,6
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.132,8 - 1.342,5 - 4.475,3 0,2 - 4.475,1
Lasten inzake unit-linked contracten - 0,8 - 0,8 - 0,8
Financieringslasten - 72,3 - 18,8 - 91,1 - 17,1 17,4 - 90,8
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 35,8 - 1,0 - 36,8 - 11,1 - 47,9
Wijzigingen in voorzieningen 0,6 - 0,4 0,2 - 887,3 - 887,1
Commissielasten - 215,7 - 406,7 - 622,4 - 622,4
Personeelskosten - 195,6 - 216,1 - 411,7 - 15,7 - 427,4
Overige lasten - 328,7 - 239,7 8,9 - 559,5 - 40,3 7,6 - 592,2
Totale lasten - 3.981,1 - 2.225,2 8,9 - 6.197,4 - 971,5 25,2 - 7.143,7
Resultaat voor belastingen 647,1 162,3 809,4 - 669,2 140,2
Belastingbaten (lasten) - 73,7 - 38,3 - 112,0 - 5,6 - 117,6
Nettoresultaat over de periode 573,4 124,0 697,4 - 674,8 22,6
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 69,3 20,5 89,8 89,8
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 504,1 103,5 607,6 - 674,8 - 67,2
Totale baten van externe klanten 4.615,4 2.387,1 8,5 7.011,0 272,9 7.283,9
Totale baten intern 12,8 0,4 - 17,4 - 4,2 29,4 - 25,2
Totale baten 4.628,2 2.387,5 - 8,9 7.006,8 302,3 - 25,2 7.283,9
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 212,4 - 1,6 - 214,0 - 214,0

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Eerste halfjaar 2016 Leven Niet-leven Verzekeringen Totaal
Eliminaties Verzekeringen
Groep
Algemeen Eliminaties
Totaal
Bruto premies 2.638,3 2.277,1 - 4.915,4 - 0,1 4.915,3
Premies inzake beleggingscontracten 749,5 749,5 749,5
Bruto premie-inkomen 3.387,8 2.277,1 - 5.664,9 - 0,1 5.664,8
Overige
Eerste halfjaar 2015 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 2.526,1 2.205,4 - 0,1 4.731,4
- Wijziging in niet-verdiende premies - 106,8 - 106,8
- Afgegeven herverzekeringspremies - 32,6 - 116,4 - 149,0
Netto verdiende premies 2.493,5 1.982,2 - 0,1 4.475,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.361,3 153,6 - 5,6 27,7 - 30,3 1.506,7
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 24,0 - 24,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 100,6 8,0 0,4 5,3 114,3
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 578,0 578,0
Aandeel in het resultaat van deelnemingen 199,1 10,9 15,8 225,8
Commissiebaten 167,4 12,1 83,3 - 35,0 227,8
Overige baten 41,2 31,9 52,3 3,0 - 27,8 100,6
Totale baten 4.941,1 2.198,7 130,4 27,8 - 93,2 7.204,8
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.027,6 - 1.245,3 0,2 - 4.272,7
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 15,3 32,7 48,0
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.012,3 - 1.212,6 0,2 - 4.224,7
Lasten inzake unit-linked contracten - 619,7 - 619,7
Financieringslasten - 76,1 - 8,6 - 4,0 - 24,1 30,2 - 82,6
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 4,9 - 0,5 - 5,4
Wijzigingen in voorzieningen 0,7 - 1,8 0,4 - 0,7
Commissielasten - 231,4 - 424,2 - 16,8 35,0 - 637,4
Personeelskosten - 194,5 - 165,8 - 56,9 - 11,4 1,9 - 426,7
Overige lasten - 283,6 - 177,2 - 59,6 - 25,0 25,9 - 519,5
Totale lasten - 4.421,8 - 1.990,7 - 137,3 - 60,1 93,2 - 6.516,7
Resultaat voor belastingen 519,3 208,0 - 6,9 - 32,3 688,1
Belastingbaten (lasten) - 70,4 - 55,1 1,3 - 2,3 - 126,5
Nettoresultaat over de periode 448,9 152,9 - 5,6 - 34,6 561,6
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 66,9 25,6 92,5
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 382,0 127,3 - 5,6 - 34,6 469,1
Totale baten van externe klanten 4.923,7 2.192,4 67,3 21,4 7.204,8
Totale baten intern 17,4 6,3 63,1 6,4 - 93,2
Totale baten 4.941,1 2.198,7 130,4 27,8 - 93,2 7.204,8
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 225,1 - 0,9 - 226,0

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Overige
Eerste halfjaar 2015 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 2.526,1 2.205,4 - 0,1 4.731,4
Premies inzake beleggingscontracten 660,3 660,3
Bruto premie-inkomen 3.186,4 2.205,4 - 0,1 5.391,7

6.12 Operationeel resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.

Het operationeel resultaat omvat de premies, commissies en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.

De afstemming van het operationele resultaat naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Levenactiviteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het segment leven omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). Het segment Niet-leven bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.

Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Continentaal Her- Verzekeringen Totaal Groep Totaal
Eerste halfjaar 2016 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties Verzekeringen Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 2.274,2 930,3 183,3 3.387,8 - 0,1 3.387,7
Bruto premie-inkomen Niet-leven 1.015,0 928,1 334,0 21,3 - 21,3 2.277,1 2.277,1
Operationele kosten - 269,3 - 114,9 - 86,1 - 22,2 - 0,9 - 493,4 - 493,4
- Gegarandeerde producten 253,2 44,6 10,0 307,8 307,8
- Unit linked producten 6,9 2,4 7,1 16,4 16,4
Operationeel resultaat Leven 260,1 47,0 17,1 324,2 324,2
- Ongevallen en ziekte 3,0 - 0,9 17,8 0,2 20,1 20,1
- Auto 35,6 38,4 4,8 78,8 78,8
- Brand en overige schade
aan eigendommen 5,6 1,6 8,3 1,8 17,3 17,3
- Overig 10,5 - 0,9 7,8 17,4 17,4
Operationeel resultaat Niet-leven 54,7 38,2 38,7 2,0 133,6 133,6
Operationeel resultaat 314,8 38,2 85,7 17,1 2,0 457,8 457,8
Aandeel in het resultaat van
deelnemingen, niet gealloceerd 4,4 5,9 130,8 141,1 12,4
0,1
153,6
Overig niet-technisch resultaat,
inclusief brokerage 48,8 0,4 - 21,3 182,4 0,2 210,5 - 681,6 - 0,1 - 471,2
Resultaat voor belastingen 363,6 43,0 70,3 330,3 2,2 809,4 - 669,2 140,2
Key performance indicators Leven
Netto onderschrijvingsmarge -0,01% 0,22% 0,10% 0,10%
Beleggingsmarge 0,97% 0,43% 0,84% 0,84%
Operationele marge 0,96% 0,65% 0,94% 0,94%
- Operationele marge
Gegarandeerde producten 1,04% 1,03% 1,08% 1,08%
- Operationele marge
Unit linked producten 0,23% 0,08% 0,28% 0,28%
Operationele kosten Leven
in % van het gemiddeld
beheerd vermogen Leven 0,38% 0,40% 0,45% 0,45%
Key performance indicators Niet-leven
Lasten ratio 38,2% 31,9% 29,5% 31,4% 34,4% 34,4%
Schade ratio 62,7% 68,2% 61,0% 46,4% 64,6% 64,6%
Combined ratio 100,9% 100,1% 90,5% 77,8% 99,0% 99,0%
Operationele marge 6,0% 4,6% 13,0% 22,2% 6,5% 6,5%
Technische voorzieningen 63.183,4 2.576,2 16.750,3 35,5 - 28,0 82.517,4 - 4,9 82.512,5
Continentaal Totaal
Eerste halfjaar 2015 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 1.844,4 1.072,7 269,3 - 0,1 3.186,3
Bruto premie-inkomen Niet-leven 1.017,3 930,7 257,4 2.205,4
Operationele kosten - 264,9 - 96,3 - 68,4 - 28,9 - 458,5
Gegarandeerde producten
-
195,1 41,7 22,2 259,0
Unit linked producten
-
12,5 2,1 12,1 26,7
Operationeel resultaat Leven 207,6 43,8 34,3 285,7
Ongevallen en ziekte
-
19,1 - 0,3 23,9 42,7
Auto
-
33,4 20,1 0,9 54,4
Brand en overige schade aan eigendommen
-
36,7 20,7 7,2 64,6
Overig
-
9,5 7,1 7,9 24,5
Operationeel resultaat Niet-leven 98,7 47,6 39,9 186,2
Operationeel resultaat 306,3 47,6 83,7 34,3 471,9
Aandeel in het resultaat van
deelnemingen, niet gealloceerd 4,3 12,7 192,3 15,8 225,1
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 61,8 - 3,8 - 5,9 - 12,9 - 48,1 - 8,9
Resultaat voor belastingen 368,1 48,1 90,5 213,7 - 32,3 688,1
Key performance indicators Leven
Netto onderschrijvingsmarge 0,00% 0,15% 2,51% 0,13%
Beleggingsmarge 0,77% 0,47% -0,06% 0,68%
Operationele marge 0,77% 0,62% 2,45% 0,81%
- Operationele marge Gegarandeerde producten 0,81% 1,05% 2,45% 0,90%
- Operationele marge Unit linked producten 0,43% 0,07% 2,47% 0,41%
Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld
beheerd vermogen Leven 0,38% 0,41% 2,06% 0,45%
Key performance indicators Niet-leven
Lasten ratio 37,8% 33,9% 27,4% 35,0%
Schade ratio 56,8% 64,4% 58,4% 60,2%
Combined ratio 94,6% 98,3% 85,8% 95,2%
Operationele marge 10,8% 5,6% 18,0% 9,4%
Technische voorzieningen 59.696,8 2.919,5 15.483,0 3.072,0 - 4,9 81.166,4

Schaderatio : de kosten van schade, na herverzekering, exclusief interne schadeafhandelingskosten, als percentage van de netto verdiende premies.

Lastenratio : de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne schadeafhandelingskosten vermeerderd met nettocommissies ten laste van het boekjaar, minus interne beleggingskosten.

Combined ratio : de som van schade- en lastenratio.

Toelichting op de geconsolideerde balans

039

7 Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten zijn direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden, na de datum van verkrijging.

De geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit.

30 juni 2016 31 december 2015
Geldmiddelen 2,6 2,7
Vorderingen op banken 1.913,2 2.167,1
Overige 343,4 224,5
Totaal geldmiddelen en kasequivalenten 2.259,2 2.394,3

8 Financiële beleggingen

De samenstelling van de financiële beleggingen is als volgt.

30 juni 2016 31 december 2015
Financiële beleggingen
-
Tot einde looptijd aangehouden
4.808,1 4.802,1
-
Voor verkoop beschikbaar
62.862,9 61.745,8
-
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening
214,9 170,9
-
Afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa)
11,1 28,5
Totaal bruto 67.897,0 66.747,3
Bijzondere waardeverminderingen:
-
op voor verkoop beschikbare beleggingen
- 215,4 - 200,1
Totaal bijzondere waardeverminderingen - 215,4 - 200,1
Totaal 67.681,6 66.547,2

8.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden

Overheids-
obligaties
Bedrijfs-
obligaties
Totaal
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2015
Einde looptijd
4.801,3
- 91,5
85,7
- 9,9
4.887,0
- 101,4
Verkopen - 1,2 - 1,2
Amortisatie 15,2 2,5 17,7
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2015 4.725,0 77,1 4.802,1
Einde looptijd - 1,1 - 1,1
Amortisatie 5,8 1,3 7,1
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 30 juni 2016 4.730,8 77,3 4.808,1
Reële waarde op 31 december 2015 6.747,1 81,0 6.828,1
Reële waarde op 30 juni 2016 7.620,3 79,6 7.699,9

De reële waarde van overheidsobligaties geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd is gebaseerd op genoteerde prijzen in actieve markten (niveau 1) en de reële waarde van schuldeffecten van bedrijven geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd op niet-observeerbare inputs (tegenpartij quotes, niveau 3).

De overheidsobligaties aangemerkt als beleggingen tot einde looptijd aangehouden naar land van uitgifte zijn als volgt.

Historische/
geamortiseerde
Reële
30 juni 2016 kostprijs waarden
Belgische overheid 4.345,9 7.144,5
Portugese overheid 384,9 475,8
Totaal 4.730,8 7.620,3
Historische/
geamortiseerde Reële
31 december 2015 kostprijs waarden
Belgische overheid 4.349,3 6.257,9
Portugese overheid 375,7 489,2
Totaal 4.725,0 6.747,1

8.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen

De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.

30 juni 2016 Historische/
geamortiseerde
kostprijs
Bruto
ongerealiseerde
winsten
Bruto
ongerealiseerde
verliezen
Totaal
bruto
Bijzondere
waarde-
verminderingen
Reële
waarden
Overheidsobligaties 26.954,7 7.306,8 - 5,2 34.256,3 34.256,3
Bedrijfsobligaties 22.536,5 2.187,3 - 27,9 24.695,9 - 22,3 24.673,6
Gestructureerde kredietinstrumenten 135,3 11,0 - 2,7 143,6 - 0,1 143,5
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 49.626,5 9.505,1 - 35,8 59.095,8 - 22,4 59.073,4
Private equity en durfkapitaal 69,1 4,7 - 0,4 73,4 73,4
Aandelen 3.338,4 414,0 - 68,6 3.683,8 - 193,0 3.490,8
Overige beleggingen 9,9 9,9 9,9
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 3.417,4 418,7 - 69,0 3.767,1 - 193,0 3.574,1
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 53.043,9 9.923,8 - 104,8 62.862,9 - 215,4 62.647,5
Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal waarde- Reële
31 december 2015 kostprijs winsten verliezen bruto verminderingen waarden
Overheidsobligaties 26.244,6 5.489,5 - 28,8 31.705,3 31.705,3
Bedrijfsobligaties 24.196,7 1.740,4 - 144,7 25.792,4 - 24,4 25.768,0
Gestructureerde kredietinstrumenten 182,4 11,8 - 2,7 191,5 - 0,1 191,4
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 50.623,7 7.241,7 - 176,2 57.689,2 - 24,5 57.664,7
Private equity en durfkapitaal 79,0 7,5 - 0,6 85,9 - 0,1 85,8
Aandelen 3.445,6 574,3 - 51,0 3.968,9 - 175,5 3.793,4
Overige beleggingen 1,8 1,8 1,8
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 3.526,4 581,8 - 51,6 4.056,6 - 175,6 3.881,0
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 54.150,1 7.823,5 - 227,8 61.745,8 - 200,1 61.545,7

Een bedrag van EUR 795,9 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is aangehouden als onderpand (31 december 2015: EUR 1.189,6 miljoen) (zie ook noot 13 Leningen).

De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:

  • niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
  • niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).

De waarderingen zijn als volgt.

30 juni 2016 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 33.592,5 663,8 34.256,3
Bedrijfsobligaties 24.127,5 546,1 24.673,6
Gestructureerde kredietinstrumenten 63,0 45,7 34,8 143,5
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.495,4 919,9 158,8 3.574,1
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 60.278,4 2.175,5 193,6 62.647,5
31 december 2015 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 31.678,8 26,5 31.705,3
Bedrijfsobligaties 24.831,7 936,3 25.768,0
Gestructureerde kredietinstrumenten 85,7 66,9 38,8 191,4
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.891,5 808,4 181,1 3.881,0
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 59.487,7 1.838,1 219,9 61.545,7

De veranderingen in niveau 3 waarderingen zijn als volgt.

30 juni 2016 31 december 2015
Stand per 1 januari 219,9 225,4
Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode - 9,5 - 13,6
Aankoop 12,7 24,4
Opbrengst van verkopen - 26,4 - 53,5
Gerealiseerde winsten (verliezen) 1,0 - 1,5
Bijzondere waardevermindering - 0,5 - 0,9
Ongerealiseerde winsten (verliezen) - 3,6 5,1
Overdracht tussen categorieën 34,5
Stand per einde periode 193,6 219,9

Niveau 3 waarderingen voor private equity en durfkapitaal maken gebruik van reële waarden die worden bekendgemaakt in het geauditeerde financieel verslag van de relevante deelnemingen. Niveau 3 waarderingen voor aandelen en asset-backed securities maken gebruik van een discounted cash flow methodologie. Verwachte cashflows houden rekening met de oorspronkelijke onderschrijvingscriteria, de kenmerken van de lener (zoals leeftijd en kredietscores), loan-to-value ratio's, verwachte schommelingen in de huizenprijzen en verwachte vooruitbetalingsniveaus enz. De verwachte cashflows worden verdisconteerd aan de voor risico gecorrigeerde rentes. Marktdeelnemers maken vaak gebruik van zulke discounted cashflow technieken om private equity en durfkapitaal te waarderen. Wij maken eveneens tot op zekere hoogte gebruik van deze quotes bij het waarderen van deze instrumenten. Deze technieken zijn onderhevig aan inherente beperkingen, zoals een schatting van de gepaste disconteringsvoet, en verschillende gegevens en assumpties zouden verschillende resultaten opleveren.

De niveau 3 posities zijn met name gevoelig voor een verandering in het niveau van de verwachte toekomstige cashflows, en overeenkomstig variëren hun reële waarden in verhouding tot de veranderingen in deze cashflows. De veranderingen in de waarde van de niveau 3 instrumenten worden verantwoord in het overige comprehensive income.

Overheidsobligaties naar land van uitgifte

De overheidsobligaties naar land van uitgifte zijn als volgt.

Historische/ Bruto
geamortiseerde ongerealiseerde Reële
30 juni 2016 kostprijs winsten (verliezen) waarden
Belgische overheid 11.495,9 3.400,8 14.896,7
Franse overheid 4.936,1 1.683,7 6.619,8
Oostenrijkse overheid 2.474,6 655,2 3.129,8
Portugese overheid 1.863,1 134,2 1.997,3
Italiaanse overheid 1.413,2 407,9 1.821,1
Spaanse overheid 1.225,0 144,7 1.369,7
Duitse overheid 884,7 403,9 1.288,6
Nederlandse overheid 504,4 107,5 611,9
Ierse overheid 514,0 88,7 602,7
Slowaakse overheid 299,3 53,9 353,2
Poolse overheid 246,8 67,6 314,4
Britse overheid 294,6 15,4 310,0
Tsjechische overheid 197,8 28,7 226,5
Finse overheid 132,8 35,5 168,3
Verenigde Staten van Amerika: overheid 28,6 0,5 29,1
Overige overheden 443,8 73,4 517,2
Totaal 26.954,7 7.301,6 34.256,3
Historische/ Bruto
geamortiseerde ongerealiseerde Reële
31 december 2015 kostprijs winsten (verliezen) waarden
Belgische overheid 11.367,0 2.435,8 13.802,8
Belgische overheid 11.367,0 2.435,8 13.802,8
Franse overheid 4.879,3 1.111,6 5.990,9
Oostenrijkse overheid 2.307,6 467,3 2.774,9
Portugese overheid 1.520,5 186,7 1.707,2
Italiaanse overheid 1.268,9 375,7 1.644,6
Spaanse overheid 703,7 88,6 792,3
Duitse overheid 950,5 306,7 1.257,2
Nederlandse overheid 581,6 73,0 654,6
Ierse overheid 659,9 83,1 743,0
Slowaakse overheid 304,1 49,3 353,4
Poolse overheid 247,1 67,3 314,4
Britse overheid 297,7 14,2 311,9
Tsjechische overheid 197,9 29,5 227,4
Finse overheid 133,0 29,2 162,2
Verenigde Staten van Amerika: overheid 341,5 83,3 424,8
Overige overheden 484,3 59,4 543,7
Totaal 26.244,6 5.460,7 31.705,3

In de eerste zes maanden van 2016 en het volledige boekjaar 2015 waren er geen bijzondere waardeverminderingen op overheidsobligaties.

Het aandeel per land in de beleggingsportefeuille overheidsobligaties op basis van reële waarde kan als volgt worden weergegeven.

Onderstaande tabel geeft de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen) weer. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.

30 juni 2016 31 december 2015
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties:
Boekwaarde 59.073,4 57.664,7
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 9.469,3 7.065,5
-
Belasting
- 3.204,8 - 2.337,3
Shadow accounting - 4.741,1 - 2.573,3
-
Belasting
1.607,4 823,3
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 3.130,8 2.978,2
30 juni 2016 31 december 2015
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 3.574,1 3.881,0
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 349,7 530,2
-
Belasting
- 39,0 - 50,4
Shadow accounting - 180,6 - 183,9
-
Belasting
61,5 64,1
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 191,6 360,0

Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen

De samenstelling van de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.

30 juni 2016 31 december 2015
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen:
-
op obligaties
- 22,4 - 24,5
-
op aandelen en overige beleggingen
- 193,0 - 175,6
Totaal bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen - 215,4 - 200,1

De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.

30 juni 2016 31 december 2015
Stand per 1 januari - 200,1 - 164,3
Toename bijzondere waardeverminderingen - 45,7 - 69,9
Terugname bij de verkoop/desinvestering 29,8 33,7
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen 0,6 0,4
Stand per einde periode - 215,4 - 200,1

8.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

De volgende tabel geeft toelichting op beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening.

30 juni 2016 31 december 2015
Bedrijfsobligaties 91,7 75,7
Obligaties 91,7 75,7
Aandelen 60,7 49,3
Overige beleggingen 62,5 45,9
Aandelen en overige beleggingen 123,2 95,2
Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 214,9 170,9

Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de waardering daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.

De nominale waarde van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 30 juni 2016 EUR 91,1 miljoen (31 december 2015: EUR 76,3 miljoen).

De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:

  • niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
  • niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).

De waarderingen op zijn als volgt.

30 juni 2016 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Bedrijfsobligaties 66,6 25,1 91,7
Aandelen 60,7 60,7
Overige investeringen 62,5 62,5
Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening 66,6 148,3 214,9
XXX
31 december 2015 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Bedrijfsobligaties 50,9 24,8 75,7
Aandelen 49,3 49,3
Overige investeringen 45,9 45,9
Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening 50,9 120,0 170,9

8.4 Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa)

De samenstelling van de voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) is als volgt.

30 juni 2016 31 december 2015
Niet op een beurs verhandeld (OTC) 11,1 28,4
Op een beurs verhandeld 0,1
Totaal voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) 11,1 28,5

De voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten hebben voornamelijk betrekking op rente- en aandelenopties en renteswaps en zijn in 2016 en 2015 gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare inputs in actieve markten, zie noot 18 Derivaten voor nadere informatie).

8.5 Vastgoedbeleggingen

De onderstaande tabel toont de reële waarde van het vastgoed, aangehouden als investering evenals voor eigen gebruik.

Reële waarde: 30 juni 2016 31 december 2015
Vastgoedbeleggingen 3.987,5 3.961,3
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.450,2 1.441,3
Totaal reële waarde 5.437,7 5.402,6
Boekwaarde:
Vastgoedbeleggingen 2.900,1 2.847,1
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.016,9 1.010,5
Totale boekwaarde 3.917,0 3.857,6
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.520,7 1.545,0
Belastingen - 506,6 - 515,2
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) 1.014,1 1.029,8

De leningen zijn als volgt samengesteld.

30 juni 2016 31 december 2015
Overheid en officiële instellingen 3.308,2 2.922,4
Hypothecaire leningen 1.363,5 1.336,6
Commerciële leningen 1.798,5 1.604,9
Rentedragende deposito's 748,0 542,2
Leningen aan banken 541,6 536,3
Polisbeleningen 251,3 284,1
Bedrijfsleningen 81,6 83,8
Totaal 8.092,7 7.310,3
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen - 13,1 - 24,0
Totaal leningen 8.079,6 7.286,3

9.1 Commerciële leningen

De commerciële leningen zijn als volgt samengesteld.

30 juni 2016 31 december 2015
Leningen aan particulieren 16,6
Vastgoed 359,0 359,2
Infrastructuur 429,0 305,6
Overige 1.010,5 923,5
Totaal commerciële leningen 1.798,5 1.604,9

Ageas heeft kredietlijnen verstrekt voor een totaalbedrag van EUR 630 miljoen (31 december 2015: EUR 709 miljoen).

9.2 Leningen aan banken

De leningen aan banken zijn als volgt.

30 juni 2016 31 december 2015
Leningen en voorschotten 437,8 504,6
Overige 103,8 31,7
Totaal leningen aan banken 541,6 536,3

10 Beleggingen in deelnemingen

De volgende tabel geeft overzicht van de beleggingen in deelnemingen.

Continentaal
2016 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Beleggingen in deelnemingen 465,7 100,6 263,5 2.138,0 41,8 6,5 3.016,1
Aandeel in het resultaat van deelnemingen 1,1 4,4 5,9 128,5 12,5 152,4
Bruto premie-inkomen van deelnemingen 256,2 1.574,9 10.846,4 12.677,5
Bruto premie-inkomen van deelnemingen tegen Ageas deel 128,4 532,9 2.801,3 3.462,6
Continentaal
Vorig jaar België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Beleggingen in deelnemingen (31 dec 2015) 434,1 96,8 262,8 1.991,6 48,9 7,2 2.841,4
Aandeel in het resultaat van deelnemingen (6M 2015) 1,4 4,3 12,7 191,6 15,8 225,8
Bruto premie-inkomen van deelnemingen (6M 2015) 272,7 1.390,5 9.562,5 11.225,7
Bruto premie-inkomen van deelnemingen tegen Ageas deel (6M 2015) 136,6 471,6 2.482,0 3.090,2

Deelnemingen zijn onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar deze deelnemingen opereren. Dividendbetalingen van deelnemingen worden soms onderworpen aan afspraken met aandeelhouders met de partners in de onderneming. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.

Daarnaast kunnen afspraken met aandeelhouders (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) onder andere zijn:

  • specifieke bepalingen over stemrechten of dividenduitkering;
  • gesloten periodes waarin alle partijen in het bezit van aandelen vóór een bepaalde periode geen aandelen mogen verkopen tenzij met toestemming van de andere betrokken partijen;
  • optie tot (door)verkoop aan de andere bij de overeenkomst betrokken partij(en), inclusief de onderliggende methode die voor de waardering van de aandelen wordt gehanteerd;

  • 'earn out'-mechanisme waarbij de oorspronkelijke verkoper van de aandelen additionele opbrengsten ontvangt indien bepaalde doelstellingen worden gerealiseerd;

  • exclusiviteitsbepalingen of niet-concurrentiebedingen in verband met de verkoop van verzekeringsproducten.

Azië

De toename van de investeringen in geassocieerde deelnemingen in Azië is het gevolg van het positieve aandeel in het resultaat in geassocieerde deelnemingen in 2016, kapitaalverhogingen en hogere latente winsten door deelnemingen. Die worden gedeeltelijk tenietgedaan door dividendbetalingen en de ongunstige ontwikkeling van de wisselkoersen.

De toename van de bruto instroom is voornamelijk het gevolg van China, waar de instromen toenamen met 17% op jaarbasis, tot EUR 8,7 miljard.

Royal Park Investments

Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de overblijvende activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken inzake een aantal Amerikaanse activa.

11.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven.

30 juni 2016 31 december 2015
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 26.236,2 27.047,1
Verplichting voor winstdeling polishouders 227,1 385,9
Shadow accounting 2.892,6 1.645,5
Voor eliminaties 29.355,9 29.078,5
Eliminaties - 4,9 - 4,8
Bruto 29.351,0 29.073,7
Herverzekering - 24,8 - 51,8
Netto 29.326,2 29.021,9

11.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven.

30 juni 2016 31 december 2015
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 29.172,2 28.513,2
Verplichting voor winstdeling polishouders 91,1 169,0
Shadow accounting 2.029,2 1.220,7
Bruto 31.292,5 29.902,9
Herverzekering
Netto 31.292,5 29.902,9

11.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

De verplichtingen inzake unit-linked contracten (voor rekening en risico van polishouders) gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven.

30 juni 2016 31 december 2015
Verzekeringscontracten 2.137,7 2.155,0
Beleggingscontracten 11.767,2 12.986,8
Totaal 13.904,9 15.141,8

11.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten.

30 juni 2016 31 december 2015
Schadeverplichting 6.258,3 5.837,6
Niet-verdiende premies 1.715,3 1.609,6
Verplichting voor winstdeling polishouders 18,5 16,3
Voor eliminaties 7.992,1 7.463,5
Eliminaties - 28,0
Bruto 7.964,1 7.463,5
Herverzekering - 598,5 - 544,8
Netto 7.365,6 6.918,7

12 Achtergestelde schulden

De achtergestelde schulden zijn als volgt.

30 juni 2016 31 december 2015
FRESH 1.250,0 1.250,0
Hybrone 73,0
Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes 491,6 500,7
Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Notes 99,6 99,6
Fixed to floating Rate Callable Subordinated Loan BCP Investments 58,8 58,8
Dated Fixed Rate Subordinated Notes 395,5 395,3
Overige achtergestelde schulden 3,0
Totaal achtergestelde schulden 2.295,5 2.380,4

12.1 FRESH

Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equitylinked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen tegen een variabele rentevoet van de 3-maands Euribor verhoogd met 135 basispunten. De effecten hebben geen einddatum, maar kunnen worden ingeruild tegen Ageas-aandelen tegen een prijs van 315 EUR naar eigen inzicht van de houder. De effecten zullen automatisch worden omgezet naar Ageas-aandelen indien de prijs van het Ageas-aandeel hoger is dan of gelijk aan EUR 472,50 tijdens twintig opeenvolgende beurshandelsdagen. De effecten kwalificeren als Grandfathered Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II)

De effecten werden uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV als mededebiteur. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 4,0 miljoen Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend- of stemrecht (het per 30 juni 2016 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is reeds inclusief de 4,0 miljoen Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).

In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

12.2 Hybrone

De effecten werden gecalled en zijn terugbetaald op hun eerste calldatum op 20 juni 2016.

12.3 Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes

AG Insurance heeft op 21 maart 2013 eeuwigdurende achtergestelde obligaties uitgegeven ('fixed rate reset perpetual subordinated notes') voor een bedrag van USD 550 miljoen en tegen een rente van 6,75%, halfjaarlijks betaalbaar. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum (maart 2019) of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op de eerste calldatum en elke zesde verjaardag van de eerste calldatum zal de rentevoet opnieuw bepaald worden, gebaseerd op de zesjarige US dollar Mid Swap rente plus een marge van 5,433%. De Notes zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg en kwalificeren als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

12.4 Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes

Op 18 december 2013 plaatste AG Insurance voor een bedrag van EUR 450 miljoen Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes (achtergestelde obligaties met vaste naar variabele rente), met een looptijd van 31 jaar en een rentevoet van 5,25%. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum op 18 juni 2024 of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op hun eerste calldatum zullen de obligaties rente dragen aan een variabele rentevoet van 3-maands Euribor verhoogd met 4,136% per jaar, betaalbaar per kwartaal. De obligaties kwalificeren als Tier 2 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II). De obligaties zijn onderschreven door ageas SA/NV (EUR 350 miljoen) en BNP Paribas Fortis SA/NV (EUR 100 miljoen) en zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg. Het gedeelte verstrekt door ageas SA/NV wordt geëlimineerd omdat het een intra Groep transactie betreft.

12.5 Fixed-to-Floating Callable Subordinated Loan BCP Investments

Op 5 december 2014 hebben Ageas Insurance International N.V. (51%) (AII) en BCP Investments B.V. (49%) een achtergestelde lening van EUR 120 miljoen verstrekt aan Millenniumbcp Ageas tegen 4,75% per jaar tot de calldatum in december 2019 en 6 maands Euribor + 475 basispunten per jaar daarna. Het deel verstrekt door AII wordt geëlimineerd omdat het een intra Groep transactie betreft.

De obligaties kwalificeren als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

12.6 Dated Fixed Rate Subordinated Notes

Op 31 maart 2015 heeft AG Insurance voor een bedrag van EUR 400 miljoen Fixed Rate Subordinated Notes (achtergestelde obligaties tegen vaste rente) uitgegeven met een interestvoet van 3,5% en een looptijd van 32 jaar. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum op 30 juni 2027 of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op de eerste calldatum en op elke vijfde verjaardag van de eerste calldatum zal de rentevoet opnieuw bepaald worden, als de som van de vijfjarige euro mid swap rente verhoogd met 3,875%. De obligaties zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg en kwalificeren als Tier 2 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).

De volgende tabel toont de samenstelling van de leningen.

30 juni 2016 31 december 2015
Terugkoopovereenkomsten 794,1 1.200,7
Leningen 1.085,7 1.204,0
Leningen aan banken 1.879,8 2.404,7
Depots van herverzekeraars 98,8 83,8
Financiële leaseverplichtingen 20,7 20,9
Overige leningen 26,6 278,1
Totaal Leningen 2.025,9 2.787,5

Het totaalbedrag aan leningen is verminderd van EUR 2.788 naar EUR 2.026 miljoen. Zoals tevens vermeld in noot 2 'Overnames en desinvesteringen', kunnen de afnames van Leningen en Overige leningen voornamelijk worden verklaard door de verkoop van AICA. Bovendien heeft AG Insurance de terugkoopovereenkomsten verminderd om de cashposities bij banken tijdelijk te verlagen.

Ageas heeft obligaties met een boekwaarde van EUR 795,9 miljoen (31 december 2015: EUR 1.189,6 miljoen) in onderpand gesteld voor terugkoopovereenkomsten. Daarnaast is vastgoed met een boekwaarde van EUR 391,5 miljoen (31 december 2015: EUR 391,5 miljoen) in onderpand gesteld voor leningen en overige leningen.

De boekwaarde van de leningen is een redelijke benadering van de reële waarde doordat de looptijden van contracten minder dan een jaar bedragen (terugkoopovereenkomsten) en/of doordat contracten een variabele rente dragen (leningen van banken). De reële waarde is derhalve gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niveau 2).

14 Actuele en uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingen worden geboekt voor tijdelijke verschillen tussen de IFRS-boekwaarde en de belastingboekwaarden, alsook voor overgedragen belastingverliezen voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winst zal zijn tegenover welke het uitgestelde belastingactief kan worden gebruikt.

Een nadere detaillering van de uitgestelde winstbelastingen is als volgt.

Balans Resultatenrekening
30 juni 2016 31 december 2015 Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Uitgestelde belastingvorderingen op:
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 12,0 5,2 4,4
Vastgoedbeleggingen 36,8 33,0 1,6
Materiële vaste activa 38,9 39,5
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 5,5 10,2 - 1,0
Verzekeringspolis en claim reserves 1.682,4 919,4 16,1 4,4
Schuldbewijzen en achtergestelde schulden - 1,4
Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding 197,0 170,4 2,0 1,6
Overige voorzieningen 13,6 7,9 - 0,2 0,2
Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten 1,5 1,5
Niet-aangewende compensabele verliezen 141,3 153,3 4,4 - 13,8
Overige 96,5 69,3 - 0,6 1,5
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 2.224,1 1.404,5 28,5 - 2,7
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen - 57,4 - 59,1 1,7 5,4
Netto uitgestelde belastingvorderingen 2.166,7 1.345,4 30,2 2,7
Uitgestelde belastingverplichtingen op:
Afgeleide financiële instrumenten (activa) 0,8 2,3 1,5 - 0,4
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 3.016,3 2.185,2 9,6 4,1
Unit-linked beleggingen - 4,5 - 3,7 0,8 - 3,8
Vastgoedbeleggingen 153,3 152,9 11,3 - 2,2
Leningen aan klanten 2,8 2,9 0,1
Materiële vaste activa 180,6 184,9 2,0 2,2
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 101,1 103,1 2,1 3,5
Overige voorzieningen 12,2 14,4 - 0,2
Overlopende acquisitiekosten 36,8 34,7 - 2,1
Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten 1,2 1,3
Belastingvrij gerealiseerde reserves 39,4 51,3 11,9 1,4
Overige 57,6 49,9 - 8,3 0,6
Totaal uitgestelde belastingverplichtingen 3.597,6 2.779,2 28,7 5,4
Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) 58,9 8,1
Netto uitgestelde belastingen - 1.430,9 - 1.433,8

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om actuele belastingvorderingen te salderen met actuele belastingverplichtingen en wanneer de uitgestelde belastingen betrekking hebben op dezelfde belastingautoriteit. Na saldering zijn de bedragen als volgt.

30 juni 2016 31 december 2015
Uitgestelde belastingvorderingen 162,6 131,2
Uitgestelde belastingverplichtingen 1.593,5 1.565,0
Netto uitgestelde belastingen - 1.430,9 - 1.433,8

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES effecten uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een vooraf vastgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis Groep, introduceerden een financieel instrument, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).

De RPN(I) bestaat zolang er uitstaande CASHES in de markt zijn. In 2007 zijn aanvankelijk 12.000 CASHES uitgegeven. In februari 2012 lanceerde BNP Paribas een openbaar bod op CASHES aan een prijs van 47,5% en werden 7.553 aangeboden CASHES effecten omgezet in Ageas aandelen; Ageas betaalde een schadevergoeding van EUR 287 miljoen aan BNP Paribas aangezien de conversie aanleiding gaf tot een pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting.

In mei 2015 kwamen Ageas en BNP Paribas overeen dat BNP Paribas te allen tijde CASHES kan aankopen van individuele beleggers, op voorwaarde dat de aangekochte effecten worden omgezet in Ageas aandelen; bij een dergelijke conversie wordt de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting betaald aan BNP Paribas, terwijl Ageas de break-up fee ontvangt die gekoppeld is aan de prijs waartegen BNP Paribas de CASHES kan kopen.

BNP Paribas kocht en converteerde in het eerste halfjaar van 2016 656 CASHES onder deze overeenkomst; Ageas betaalde 44,3 miljoen EUR voor de pro-rata schikking van de RPN(I), na aftrek van de ontvangen break-up fee. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas loopt eind 2016 af.

Op 30 juni 2016 bleven er 3.791 CASHES uitstaan.

Referentiebedrag en rentebetalingen

Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:

  • het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 12,53 miljoen aandelen Ageas waarin het instrument wordt geconverteerd, minus
  • het verschil tussen EUR 3.000 miljoen bij de uitgifte en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd aan de beurs van Luxemburg, vermenigvuldigd met
  • het aantal uitstaande CASHES gedeeld door het aantal CASHES effecten dat oorspronkelijk werd uitgegeven.

Ageas betaalt rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal (als het resultaat hierboven negatief wordt, betaald BNP Paribas Fortis SA/NV aan Ageas); de rente bedraagt 3-maands Euribor plus 90 basispunten. Ageas gaf 6,3% van de totaal uitstaande aandelen van AG Insurance in onderpand ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV.

Waardering

Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.

Het RPN referentiebedrag is gebaseerd op de prijs van de CAS-HES en de koers van het Ageas aandeel. Het referentiebedrag daalde van EUR 402,0 miljoen op het einde van 2015 naar EUR 340,8 miljoen op 30 juni 2016, voornamelijk als gevolg van een daling van de prijs van CASHES van 75,70% naar 65,26% tijdens de eerste zes maanden van 2016, gedeeltelijk gecompenseerd door een koersdaling van het Ageas aandeel van EUR 42,80 naar EUR 30,99 over dezelfde periode. Het referentiebedrag daalde verder met EUR 50,3 miljoen als gevolg van de 656 CASHES die BNP Paribas omzette in het eerste halfjaar, waarvoor Ageas een RPN(I) schikking-break up fee) betaalde van EUR 44,3 miljoen.

Gevoeligheid van de waarde van RPN(I)

Per 30 juni 2016 leidde een toename van de prijs van de CAS-HES met 1%, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, tot een stijging van het referentiebedrag met EUR 9,5 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 4 miljoen zal doen dalen.

16 Voorzieningen

De voorzieningen hebben hoofdzakelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op kwartaaleinde op basis van het oordeel van het management waarbij in de meeste gevallen rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van processen/geschillen. De lopende gerechtelijke procedures worden beschreven in noot 27 Voorwaardelijke verplichtingen.

Globale schikking gerelateerd met de Fortis gebeurtenissen van 2007 en 2008

Op 14 maart 2016 kondigden Ageas en de claimantenorganisaties, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en De Vereniging van Effectenbezitters VEB ("De Partijen"), een voorstel aan voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor de gebeurtenissen van 2007 en 2008 ("de Gebeurtenissen").

De partijen hebben het Gerechtshof Amsterdam gevraagd de voorgestelde schikking bindend te verklaren voor alle Fortis aandeelhouders die in aanmerking komen volgens de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM).

De Schikking wordt pas definitief (i) als het Amsterdams Gerechtshof de Schikking bindend heeft verklaard en (ii) als op het einde van de opt-out periode de overeengekomen opt-out drempel niet is overschreden of als Ageas afstand heeft gedaan van haar recht de Schikking te beëindigen. Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook een overeenkomst sloot met de D&O verzekeraars (Directors & Officers), de bestuurders en functionarissen betrokken in de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis.

De financiële impact van de op 14 maart 2016 aangekondigde schikkingen met enerzijds de claimantenorganisaties, en anderzijds de D&O's en de Verzekeraars, is zichtbaar in de financiële IFRS rekeningen over het eerste kwartaal van 2016. De impact kan als volgt worden samengevat:

De netto-impact van de voorgestelde schikkingen op het netto Groepsresultaat bedraagt EUR 889 miljoen. Dit is het resultaat van:

  • de kosten van EUR 1.204 miljoen voor het akkoord omtrent de WCAM schikking;
  • plus EUR 45 miljoen voor de kosten en uitgaven van de organisaties voor de vertegenwoordiging van de belangen van de particuliere investeerders en/of hun toekomstige rol in het schikkingsproces;
  • plus een bijkomende provisie van EUR 62 miljoen voor het restrisico. Dit restrisico wordt geschat op 5% van het bedrag van de globale schikking;
  • min de schikking van EUR 290 miljoen bij te dragen door de Verzekeraars en het terugdraaien van de voorziening voor rechtszaken uit het verleden aangelegd in 2014 (EUR 132,6 miljoen).

In verband met de schikkingsovereenkomst, werd een bedrag van EUR 241 miljoen betaald aan de Stichting FORsettlement ('Stichting') als voorschotsbetaling om de claims te schikken. Aangezien de schikking echter nog niet als bindend werd verklaard, werd deze betaling niet afgetrokken van de Schikkingsvoorziening, maar geboekt als vordering op de Stichting. Zodra de schikking als bindend wordt beschouwd, zal deze betaling worden afgetrokken van de voorziening voor de schikking.

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.

30 juni 2016 31 december 2015
Stand per 1 januari 175,0 171,4
Aan- en verkoop dochterondernemingen 5,8 2,7
Toename (Afname) voorziening 887,1 - 0,2
Aanwendingen in de loop van het jaar - 3,6 - 1,5
Aangroei van rente 2,6
Omrekeningsverschillen - 0,6
Stand per einde periode 1.063,7 175,0

17 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties

17.1 Verplichting i.v.m. geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden AG Insurance aandelen

Op 12 maart 2009 sloot Ageas een overeenkomst over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in april 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst verleende Ageas aan Fortis Bank een putoptie tot herverkoop van het verworven belang in AG Insurance aan Ageas binnen de zes maanden na 1 januari 2018.

Ageas concludeerde dat het uitoefenen van de putoptie onvoorwaardelijk is. In overeenstemming met IAS 32 is Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018. Deze financiële verplichting wordt in een separate regel ('verplichting met betrekking tot geschreven putoptie') in de Balans verantwoord. De verplichting wordt ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance). Ageas waardeert de verplichting tegen het verwachte te betalen bedrag geactualiseerd tot op de rapporteringsdatum.

De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen.

Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie worden verantwoord in 'overige reserves'. Als de optie in 2018 wordt uitgeoefend, zal de verplichting als een contante betaling van Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV worden afgewikkeld en zal Ageas weer 25% + 1 aandeel AG Insurance verwerven. Als de optie echter afloopt zonder te zijn uitgeoefend, wordt de verplichting verantwoord ten laste van Minderheidsbelangen en Overige reserves.

Waardebepaling van de verplichting

Ageas hanteert embedded value van de Leven activiteiten van AG Insurance en een verdisconteerd kasstroommodel voor de Niet-leven activiteiten voor de waardebepaling van de verplichting. Voor de bepaling van het verwachte bedrag bij afwikkeling wordt een waarderingsmethode gebruikt die is gebaseerd op:

  • huidige embedded value multiples voor levensverzekeringsmaatschappijen. Met ingang van 2015 wordt de peer group (sectorgenoten) verder verfijnd door uitsluitend zuivere Leven maatschappijen te selecteren en gecombineerde entiteiten uit te sluiten;
  • een waardestijging op basis van een verwacht rendement van 9% op de embedded value en 75% dividend pay-out ratio voor 2015 en 2016 en een pay-out ratio van 100% voor 2017 en 2018;
  • een disconteringsvoet van 7,0% (2015: 7,6%).

Verwerking van de optie in de resultatenrekening

Zolang de optie niet is uitgeoefend, wordt het resultaat in de geconsolideerde resultatenrekening gelinkt aan minderheidsbelang (25% + 1 aandeel BNP), geboekt als minderheidsbelang.

Op basis van deze parameters is de netto contante waarde van de verplichting per 30 juni 2016 EUR 1.041 miljoen (31 december 2015: EUR 1.064 miljoen). De volgende gevoeligheden zijn berekend.

Disconteringsvoet +1% punt - 1% punt
Waarde verplichting 1.026 1.056
Relatieve impact -1,4% 1,4%
'Price to Embedded Value' +10% -10%
Waarde verplichting 1.109 973
Relatieve impact 6,5% -6,5%
Groei percentage +1% punt - 1% punt
Waarde verplichting 1.054 1.027
Relatieve impact 1,2% -1,3%

De impact van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie op het eigen vermogen is de volgende.

Waarde geschreven putoptie 30 juni 2016 31 december 2015 Wijziging
Waarde verplichting inzake geschreven putoptie 1.041,0 1.064,0 - 23,0
Gerelateerde minderheidsbelangen
Effect op eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders
- 1.585,7
544,7
- 1.644,2
580,2
58,5
- 35,5

17.2 Putoptie AG Insurance verleend aan Parkimo

AG Insurance verleende een onvoorwaardelijke putoptie op haar aandeel van 10,05% aan Parkimo, de huidige minderheidsaandeelhouder van Interparking. De putoptie werd gewaardeerd tegen de reële waarde van het verwachte schikkingsbedrag voor EUR 98,4 miljoen (31 december 2015: 91,2 miljoen). AG Insurance verleende andere putopties voor een bedrag van EUR 7,9 miljoen (31 december 2015: EUR 7,9 miljoen).

Ageas gebruikt derivaten voornamelijk om alle rente-, aandelenen valutarisico's te beheersen. Derivaten worden in principe verantwoord als handelsderivaten tenzij een afdekkingsrelatie met een open positie op de juiste wijze is gedocumenteerd. In dat geval worden derivaten verantwoord als hedging derivaten.

Wijzigingen in de reële waarde van handelsderivaten worden in de resultatenrekening verantwoord. Wijzigingen in de reële waarde van hedging derivaten worden verantwoord in het Overzicht van Overig comprehensive income met de wijziging in de reële waarde van de afgedekte positie.

In bepaalde situaties worden de wijzigingen in de reële waarde van het derivaat en de afgedekte positie beide opgenomen in de resultatenrekening. In dat geval wordt geen afdekkingsdocumentatie opgesteld en worden de derivaten verwerkt als voor handelsdoeleinden aangehouden.

Handelsderivaten

30 juni 2016
Reële waarde
31 december 2015
Reële waarde
Nominale Nominale
Activa Passiva waarde Activa Passiva waarde
Vreemde valuta contracten
Forwards en futures 6,4 51,5 1.874,5 20,5 9,5 1.680,2
Totaal 6,4 51,5 1.874,5 20,5 9,5 1.680,2
Rentecontracten
Swaps 2,1 23,3 373,0 2,9 21,0 413,6
Opties 0,2 50,0 100,0
Totaal 2,3 23,3 423,0 2,9 21,0 513,6
Effecten/Index contracten
Opties en warrants 0,5 2,3 1,5 189,5
Totaal 0,5 2,3 1,5 189,5
Overige 2,4 35,2 2,8 24,8
Totaal 11,1 75,3 2.332,7 28,5 32,0 2.408,1
Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens 1,0 14,5 10,3
Reële waarden verkregen door gebruik van een waarderingsmodel 10,1 60,8 28,5 21,7
Totaal 11,1 75,3 28,5 32,0
Over the counter (OTC)
Exchange traded
11,1 75,3 2.332,7 28,4
0,1
32,0 2.408,1
Totaal 11,1 75,3 2.332,7 28,5 32,0 2.408,1

Hedging derivaten

30 juni 2016 31 december 2015
Reële waarde Reële waarde
Nominale
Activa Passiva waarde Activa Passiva waarde
Vreemde valuta contracten
Swaps 11,1 1,7 1.160,9
Totaal 11,1 1,7 1.160,9
Rentecontracten
Forwards en futures 106,8 652,2
Swaps 65,1 1.448,7 9,5 18,6 1.450,9
Opties 0,1 82,2 0,1 82,2
Totaal 0,1 65,1 1.530,9 116,4 18,6 2.185,3
Equity/Index contracts
Forwards and futures 14,6 7,4 124,6 6,4 1,9 129,5
Total 14,6 7,4 124,6 6,4 1,9 129,5
Totaal 14,7 72,5 1.655,5 133,9 22,2 3.475,7
Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens 27,4 35,2 22,7 1,9
Reële waarden op basis van een waarderingsmodel - 12,7 37,3 111,2 20,3
Totaal 14,7 72,5 133,9 22,2
Over the counter (OTC) 14,7 72,5 1.655,5 133,9 22,2 3.475,7
Totaal 14,7 72,5 1.655,5 133,9 22,2 3.475,7

Derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten).

Ontvangen en gedane toezeggingen waren als volgt.

Toezeggingen 30 juni 2016 31 december 2015
Ontvangen toezeggingen
Kredietlijnen 556,9 520,2
Onderpand & garanties ontvangen 4.773,7 4.287,6
Overige niet in de balans gewaardeerde rechten 2,4 2,4
Totaal ontvangen 5.333,0 4.810,2
Verstrekte toezeggingen
Garanties, Financieel- en Prestatie Gerelateerde Kredietbrieven 48,2 39,6
Totaal kredietlijnen 1.167,5 1.178,6
Gebruikt - 538,0 - 469,3
Beschikbaar 629,5 709,3
Onderpand & garanties verstrekt 1.203,6 1.597,8
In bewaring gegeven activa en vorderingen 560,6 100,0
Kapitaal rechten en toezeggingen 304,5 69,9
Overige niet in de balans gewaardeerde toezeggingen 1.021,9 1.146,7
Totaal verstrekt 3.768,3 3.663,3

Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen onderpand en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.

Gedane toezeggingen bestaan voor het overgrote deel uit gegeven onderpand en garanties (EUR 1.204 miljoen), in verband met terugkoopovereenkomsten, toevertrouwde middelen en vorderingen (EUR 561 miljoen) en verstrekte kredietlijnen.

Andere niet in de balans gewaardeerde toezeggingen op 31 maart 2016 omvatten voor EUR 243 miljoen uitstaande kredietaanbiedingen (31 december 2015: EUR 298 miljoen) en voor EUR 684 miljoen aan vastgoedtoezeggingen (31 december 2015: EUR 788 miljoen).

20. Reële waarde van financiële activa en verplichtingen

In de volgende tabel zijn de boekwaarde en de reële waarde weergegeven van de financiële activa en verplichtingen die in de geconsolideerde balans van Ageas niet tegen reële waarde zijn gewaardeerd. De verplichtingen worden met uitzondering van een aantal schuldbewijzen tegen geamortiseerde kosten aangehouden.

De tabel beschrijft de gebruikte methodes voor de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten.

30 juni 2016 31 december 2015
Boek- Reële Boek- Reële
Niveau waarde waarde waarde waarde
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 2 2.259,2 2.259,2 2.394,3 2.394,3
Tot einde looptijd gehouden financiële beleggingen 1 / 3 4.808,1 7.699,9 4.802,1 6.828,1
Vorderingen 2 8.079,6 9.047,4 7.286,3 7.811,3
Herverzekering en overige vorderingen 2 2.298,7 2.298,7 2.013,9 2.013,9
Totaal financiële activa 17.445,6 21.305,2 16.496,6 19.047,6
Verplichtingen
Achtergestelde schulden 2 2.295,5 2.306,8 2.380,4 2.387,2
Schulden 2 1.987,5 1.986,9 2.497,0 2.495,9
Overige financieringen 2 38,4 38,4 290,5 289,2
Totaal financiële verplichtingen 4.321,4 4.332,1 5.167,9 5.172,3

De reële waarde is de waarde waartegen een actief kan worden verhandeld, een verplichting kan worden afgewikkeld of een eigen-vermogeninstrument kan worden toegekend tussen terzake goed geïnformeerde, tot markttransactie bereidwillige partijen.

Ageas hanteert de volgende methoden voor de bepaling van de reële waarde van financiële instrumenten:

  • genoteerde prijzen in een actieve markt;
  • waarderingsmethoden;
  • kostprijs.

Indien een financieel instrument wordt verhandeld in een actieve en liquide markt is de genoteerde prijs of waarde de beste indicator voor de reële waarde. Die reële waarde wordt niet gecorrigeerd voor een groot pakket aandelen, tenzij er een bindende afspraak is gemaakt om de aandelen te verkopen tegen een andere prijs dan de marktprijs. De meest geschikte marktprijs voor een actief in bezit of een uit te geven passief is de huidige biedprijs, en voor een aan te kopen actief of een passief in bezit, de laatprijs. Middenkoersen worden gebruikt als basis voor het bepalen van de reële waarde van activa en verplichtingen met tegengestelde marktrisico's.

Als er geen marktprijs op een actieve markt beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van de contante waarde-methode of andere waarderingsmethoden gebaseerd op de marktcondities per verslagdatum. Als er een waarderingsmethode gebruikelijk is in de markt om de prijs van een instrument te bepalen en van deze methode is aangetoond dat de bepaalde waardering een betrouwbare schatting oplevert van de prijs bij een daadwerkelijke markttransactie, dan gebruikt Ageas deze methode.

Algemeen aanvaarde methoden voor waardering in de financiële markt zijn recente markttransacties, het contante waardemodel en optiewaarderingsmodellen. Een geaccepteerde waarderingsmethode houdt rekening met alle factoren die marktpartijen voor de prijsvorming belangrijk achten. Deze methode dient tevens consistent te zijn met algemeen aanvaarde economische modellen voor de waardering van financiële instrumenten.

De basisprincipes voor het bepalen van de reële waarde zijn:

  • het maximaliseren van marktinvloeden en het minimaliseren van interne schattingen en ramingen;
  • aanpassing van de schattingsmethode (waarderingsmethode) alleen als er een verbetering van de waardering kan worden aangetoond of als de verandering noodzakelijk is vanwege de beschikbaarheid van informatie.

De reële waarde die getoond wordt, is de 'clean fair value' (de totale reële waarde ('dirty' fair value) exclusief opgelopen rente). Opgelopen rente wordt apart verantwoord.

De gebruikte methoden en hypothesen om de reële waarde te bepalen, zijn grotendeels afhankelijk van het feit of het instrument verhandeld wordt op een financiële markt en welke informatie gebruikt kan worden in de waarderingsmodellen. Hierna wordt een samenvatting gegeven van de verschillende financiële instrumenten met de gehanteerde reële waarderingsmethode.

Genoteerde prijzen worden gebruikt voor financiële instrumenten die op een markt worden verhandeld met notering van prijzen.

Niet-beursgenoteerde financiële instrumenten worden vaak verhandeld op over-the-counter (OTC) markten waar de marktprijzen verkrijgbaar zijn via handelaren of andere bemiddelaars.

Vanuit verschillende bronnen zijn beursnoteringen verkrijgbaar voor een aantal financiële instrumenten die geregeld worden verhandeld op een OTC-markt. De financiële pers, verschillende beurspublicaties en informatie van individuele marketmakers zijn voorbeelden van deze bronnen.

Genoteerde marktprijzen zijn de meest betrouwbare reële waarden voor op de beurs verhandelbare derivaten. Voor nietbeursgenoteerde derivaten is de reële waarde die waarde die gerealiseerd kan worden door beëindiging of afwikkeling van het derivaat.

Gangbare methoden voor de waardering van een renteswap hanteren een vergelijking van het rendement (de rentecurve) van de swap met het huidige marktrendement. De rentecurve van de swap wordt afgeleid van de genoteerde swaprendementen. Voor gangbare renteswaps zijn over het algemeen aan- en verkoopkoersen beschikbaar voor partijen waarvan de effecten 'investment grade' zijn.

Factoren die van invloed zijn op de waardering van de individuele derivaten zijn onder andere het kredietrisico van de tegenpartij en de complexiteit van het derivaat. Wanneer deze factoren afwijken van de basisfactoren zal overwogen worden of een aanpassing van de genoteerde prijs noodzakelijk is.

Aangezien de FRESH niet vervroegd kunnen worden terugbetaald en enkel kunnen worden terugbetaald door middel van een uitwisseling van aandelen, is de reële waarde van de FRESH gelijk aan het nominale bedrag.

De berekening van de reële waarde van financiële instrumenten die niet actief worden verhandeld op financiële markten, kan als volgt worden samengevat.

Type instrument Producten Ageas Reële waarde berekening
Instrumenten zonder vaste
looptijd
Zichtrekeningen
(rekeningen-courant)
spaarrekeningen, etc.
Nominale waarde.
Instrumenten zonder
derivaatachtige
elementen
Lineaire kredieten,
deposito's, etc.
Contante waardeberekening; het disconteringspercentage
is de rentecurve van de swap plus een marge (activa) of swap rente
curve min een marge (passiva); de marge is gebaseerd op
de gerealiseerde commerciële marge berekend op basis
van het gemiddelde aan nieuwe productie van de laatste drie maanden.
Instrumenten met
derivaatachtige
elementen
Hypotheken en
andere instrumenten
met derivaatachtige
elementen
Het product wordt gesplitst in enerzijds een lineair (zonder derivaat)
deel dat gewaardeerd wordt middels de contante waardeberekening,
anderzijds wordt het derivaat gewaardeerd middels
een optie-waarderingsmethode.
Achtergestelde
schulden en gerelateerde vorderingen
Achtergestelde
schulden
Waardering is gebaseerd op noteringen van handelaren in
een inactieve markt (niveau 3).
Private equity Private equity en
niet-beursgenoteerde
deelnemingen
In het algemeen gebaseerd op de richtlijnen van de
European Venture Capital Association,
gebruik makend van onder meer de ratio's bedrijfswaarde/EBITDA,
koers/cashflow en koers/winst.
Preferente aandelen
(niet-genoteerd)
Preferente aandelen Als het aandeel wordt geclassificeerd als vreemd vermogen
wordt de contantewaardemethode gebruikt.

Ageas heeft een beleid geformuleerd om de onzekerheden met betrekking tot de berekening van reële waarde door middel van waarderingsmethoden en interne modellen te kunnen kwantificeren en bewaken. Gerelateerde onzekerheden worden benoemd in het modelrisicoconcept.

Modelrisico ontstaat wanneer de productwaarderingsmethode die gehanteerd wordt nog niet is gestandaardiseerd, of wanneer gebruik wordt gemaakt van inputgegevens die niet rechtstreeks in de markt zichtbaar zijn, maar op aannames zijn gebaseerd.

De ontwikkeling van nieuwe, geavanceerde producten in de markt heeft geleid tot de ontwikkeling van wiskundige modellen waarmee deze producten kunnen worden gewaardeerd. Deze modellen repliceren het complexe patroon van de functie van een optie op basis van aannames over het stochastische gedrag van de onderliggende variabelen, numerieke algoritmen en andere theoretische benaderingen die nodig zijn om de complexiteit van het financiële instrument na te bootsen.

Voorts zijn de onderliggende hypothesen van een model afhankelijk van de algemene marktomstandigheden (specifieke rentestanden, volatiliteit etc.) op het moment van ontwikkeling van het model. Er bestaat geen garantie dat het model nog steeds de juiste resultaten weergeeft wanneer marktcondities radicaal veranderen.

Eventuele modelonzekerheden worden zo precies mogelijk gekwantificeerd. Dit vormt de basis voor de aanpassing van de reële-waardeberekening door de waarderingsmethoden en interne modellen.

Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening

Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Bruto premie-inkomen Leven 3.387,8 3.186,4
Bruto premie-inkomen Niet-leven 2.277,1 2.205,4
Algemeen en eliminaties - 0,1 - 0,1
Totaal bruto premie-inkomen 5.664,8 5.391,7
Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Netto premies Leven 2.608,0 2.493,5
Netto premies Niet-leven 2.044,9 1.982,2
Algemeen en eliminaties - 0,1 - 0,1
Totaal netto premies 4.652,8 4.475,6

Leven

In de onderstaande tabel worden de bruto premie-inkomsten Leven.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Unit-linked verzekeringscontracten
Geboekte eenmalige premies 54,6 69,8
Geboekte periodieke premies 38,2 44,5
Totaal unit-linked verzekeringscontracten 92,8 114,3
Niet unit-linked verzekeringscontracten
Geboekte eenmalige premies 160,1 162,1
Geboekte periodieke premies 406,1 414,9
Totaal collectief 566,2 577,0
Geboekte eenmalige premies 194,0 202,2
Geboekte periodieke premies 348,5 378,0
Totaal individueel 542,5 580,2
Totaal niet unit-linked verzekeringscontracten 1.108,7 1.157,2
Beleggingscontracten met DPF
Geboekte eenmalige premies 1.221,3 1.053,3
Geboekte periodieke premies 215,5 201,4
Totaal beleggingscontracten met DPF 1.436,8 1.254,7
Geboekte premies Leven 2.638,3 2.526,1
Geboekte eenmalige premies 698,7 587,4
Geboekte periodieke premies 50,8 72,9
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 749,5 660,3
Bruto premie-inkomen Leven 3.387,8 3.186,4

Het bruto premie-inkomen Leven bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies - direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Bruto premies Leven 2.638,3 2.526,1
Uitgaande herverzekeringspremies - 30,3 - 32,6
Netto premies Leven 2.608,0 2.493,5

Niet-leven

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de nettopremies Niet-leven. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige zijn samengevoegd onder overige Niet-leven.

Ongevallen en Overige
Eerste halfjaar 2016 Ziekte Niet-leven Totaal
Bruto geboekte premies 455,3 1.821,8 2.277,1
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 30,8 - 93,5 - 124,3
Bruto verdiende premies 424,5 1.728,3 2.152,8
Uitgaande herverzekeringspremies - 16,7 - 95,5 - 112,2
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 2,9 1,4 4,3
Netto verdiende premies Niet-leven 410,7 1.634,2 2.044,9
XXX
Ongevallen en Overige
Eerste halfjaar 2015 Ziekte Niet-leven Totaal
Bruto geboekte premies 448,3 1.757,1 2.205,4
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 34,1 - 72,7 - 106,8
Bruto verdiende premies 414,2 1.684,4 2.098,6
Uitgaande herverzekeringspremies - 16,6 - 100,3 - 116,9
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 2,0 - 1,5 0,5
Netto verdiende premies Niet-leven 399,6 1.582,6 1.982,2

De verdeling van de ontvangen nettopremies Niet-leven per verzekeringssegment is als volgt.

Eerste halfjaar 2016 Ongevallen en
Ziekte
Overige
Niet-leven
Totaal
België 235,0 674,6 909,6
VK 21,8 807,5 829,3
Continentaal Europa 153,7 143,3 297,0
Herverzekering 0,2 8,8 9,0
Netto verdiende premies Niet-leven 410,7 1.634,2 2.044,9
Ongevallen en Overige
Eerste halfjaar 2015 Ziekte Niet-leven Totaal
België 242,7 668,4 911,1
VK 30,7 819,1 849,8
Continentaal Europa 126,2 95,1 221,3
Netto verdiende premies Niet-leven 399,6 1.582,6 1.982,2

De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Rentebaten
Rentebaten op kas en kasequivalenten 3,1 1,5
Rentebaten uit vorderingen op banken 10,3 8,2
Rentebaten op beleggingen 981,2 1.021,2
Rentebaten uit vorderingen op klanten 108,7 94,0
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 0,8 0,3
Overige rentebaten 11,1 13,7
Totaal rentebaten 1.115,2 1.138,9
Dividenden op aandelen 65,3 69,0
Huurbaten uit vastgoedbelegging 119,8 112,5
Opbrengsten parkeergarage 164,9 163,7
Overige baten op beleggingen 22,9 22,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.488,1 1.506,7

23 Resultaat op verkoop en herwaarderingen

De onderstaande tabel geeft een specificatie van het resultaat op verkoop en herwaarderingen.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Obligaties aangehouden voor verkoop 96,0 49,0
Aandelen aangehouden voor verkoop 9,4 64,5
Financiële instrumenten aangehouden voor tradingdoeleinden - 14,5 1,8
Vastgoedbeleggingen 32,9 1,5
Gerealiseerde winst (verlies) op de verkoop van aandelen
van dochtermaatschappijen en deelnemingen 495,2 0,4
Beleggingen in deelnemingen 0,2
Materiële vaste activa 0,3 0,3
Activa en verplichtingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 0,7 - 0,1
Afdekkingsresultaten 0,1 - 1,2
Overige - 1,5 - 1,9
Totaal resultaat op verkoop en herwaarderingen 618,8 114,3

De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.

De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.

De opbouw van de schadelasten en uitkeringen, na herverzekering, is als volgt.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Levensverzekeringen 3.132,8 3.012,3
Niet-levensverzekeringen 1.342,5 1.212,6
Algemene rekening en eliminaties - 0,2 - 0,2
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 4.475,1 4.224,7

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Uitkeringen en afkopen, bruto 2.277,2 2.916,6
Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto 867,5 111,0
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 3.144,7 3.027,6
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen - 11,9 - 15,3
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 3.132,8 3.012,3

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Schaden, bruto 1.334,0 1.293,8
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto 86,2 - 48,5
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 1.420,2 1.245,3
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden - 41,9 - 64,6
Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten - 35,8 31,9
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 1.342,5 1.212,6

De onderstaande tabel toont de financieringslasten naar product.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Financieringslasten
Achtergestelde schulden 38,3 40,6
Leningen 12,7 10,9
Overige financieringen 11,5 6,7
Derivaten 3,3 3,3
Overige schulden 25,0 21,1
Totaal financieringslasten 90,8 82,6

De wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd.

Eerste halfjaar 2016 Eerste halfjaar 2015
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op:
Beleggingen in obligaties 0,8 0,9
Beleggingen in aandelen en overige beleggingen 44,9 4,4
Vastgoedbeleggingen 0,5 - 0,2
Leningen 0,8 0,3
Herverzekering en overige vorderingen - 0,8
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1,5
Overlopende rente en overige activa 0,2
Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 47,9 5,4

Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans

075

27 Voorwaardelijke verplichtingen

27.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

De Ageas Groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde in een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.

Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (zoals acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in september/oktober 2007, aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan het worden betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures en een strafrechtelijke procedure in België.

Ageas ontkent dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Als deze juridische acties succesvol zouden blijken, zouden zij een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie van Ageas. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.

Op 14 maart 2016 kondigde Ageas een schikking aan met verscheidene claimantenorganisaties die aandeelhouders vertegenwoordigen in collectieve procedures voor de Belgische en Nederlandse rechtbanken (de "Schikking"). Op 23 mei 2016 hebben de partijen bij de Schikking, Ageas, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis, VEB en Stichting FORsettlement, het Gerechtshof Amsterdam verzocht de Schikking bindend te verklaren voor alle in aanmerking komende Fortis aandeelhouders die niet binnen een bepaalde periode opteren voor een opt-out, overeenkomstig de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade.

Ageas heeft ondertussen tevens een overeenkomst bereikt met mr. Arnauts en mr. Lenssens, twee Brusselse advocaten die namens een aantal eisers juridische stappen hebben genomen tegen Ageas, om de Schikking te steunen.

De Schikking wordt pas definitief (i) als het Amsterdams Gerechtshof de Schikking bindend heeft verklaard en (ii) als op het einde van de opt-out periode de overeengekomen opt-out drempel niet is overschreden of als Ageas afstand heeft gedaan van haar recht de Schikking te beëindigen.

I. Procedures gedekt door de Schikking

1. Burgerlijke procedures ingesteld door aandeelhouders of aandeelhoudersverenigingen

Als de Schikking bindend wordt verklaard, zal zij van toepassing zijn op alle civiele procedures vermeld in deze sectie, behalve voor (i) de procedure vermeld in 1.2.1 in de mate dat ze betrekking heeft op feiten na 14 oktober 2008 en (ii) de eisers die tijdig hebben meegedeeld dat ze niet wensen gebonden te zijn door de Schikking (opt out).

Een voorziening van EUR 1 miljard werd geboekt voor de Schikking, met inbegrip van een voorziening van EUR 62 miljoen voor het restrisico, geschat op 5% van het totale schikkingsbedrag (zie noot 16 Voorzieningen).

De partijen bij de Schikking hebben zich ertoe verbonden hun procedures tegen Ageas te schorsen en hebben hun advocaten in die zin geïnstrueerd. Bovendien zijn vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bij het Amsterdams Gerechtshof alle procedures in Nederland hieronder vermeld in sectie 1.1 van rechtswege geschorst.

Voormelde partijen hebben zich er tevens toe verbonden hun procedures definitief te beëindigen als de schikking definitief geworden is. Deminor zal zich inspannen om de procedure te beëindigen door de claimanten die zij vertegenwoordigt te verzoeken instructies in die zin te geven overeenkomstig art. 821 Gerechtelijk Wetboek.

Deze procedures in België en Nederland (i) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008 en/of (ii) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008.

1.1 In Nederland

1.1.1 VEB

Op 19 januari 2011 heeft de VEB ("Vereniging van Effectenbezitters") een collectieve actie ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormden door Fortis, door financiële instellingen die betrokken waren bij de kapitaalverhoging in september/oktober 2007 en/of door sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of van sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de eerder genoemde financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

1.1.2 Stichting FortisEffect

Stichting FortisEffect en een aantal personen, vertegenwoordigd door mr. De Gier, hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de collectieve actie van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, dan wel de betaling van schadevergoeding als alternatief. Op 29 juli 2014, heeft het Gerechtshof Amsterdam beslist dat de verkoop van de Nederlandse Fortisonderdelen in 2008 onaangetast blijft. Het Hof oordeelde echter ook dat Fortis in de periode van 29 september tot en met 1 oktober 2008 misleidende en onvolledige informatie verstrekt heeft aan de markt. Het Hof concludeerde dat Ageas de schade die de betrokken aandeelhouders daardoor geleden hebben, moet vergoeden. De omvang van eventuele vergoedingen moet in aparte procedures worden bepaald. Ageas heeft in oktober 2014 bij de Hoge Raad een cassatieberoep ingediend tegen het arrest van het Gerechtshof. Stichting FortisEffect heeft eveneens cassatieberoep aangetekend bij de Hoge Raad.

1.1.3 Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF)

Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van beweerde misleidende communicatie door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde Stichting, namens en samen met een aantal geïdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid.

1.1.4 Vorderingen namens individuele aandeelhouders

In een procedure die werd ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Bos, oordeelde de rechtbank van Utrecht op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en in voorkomend geval, de hoogte ervan moet worden bepaald. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit, of verband zou houden met, de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis Groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert mr. Bos schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie over (i) Fortis' subprime blootstelling in 2007/2008, (ii) de solvabiliteit van Fortis in de periode januari – juni 2008, (iii) de voorwaarden die door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO en (iv) de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van Fortis op 26 september 2008.

Sinds 1 augustus 2014 stelde mr. Meijer vijf afzonderlijke procedures in, elk namens een individuele eiser, bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd om het verlies te compenseren als gevolg van de vermeende miscommunicatie door Fortis in de periode september 2007 tot september 2008.

Op 23 september 2014 stelde een voormalige Fortisaandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege de misleidende communicatie door Fortis tussen 29 september 2008 en 1 oktober 2008 zoals vastgesteld in de uitspraak van 29 juli 2014 in de zaak FortisEffect. Op 1 april 2015 heeft de rechtbank besloten dat deze procedure zal worden samengevoegd met de eerste twee Meijer procedures.

Op 11 mei 2015 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas en een voormalig topmanager van Fortis bij de rechtbank van Amsterdam, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege misleidende communicatie over de financiële positie van Fortis.

1.1.5 Stichting Fortisclaim

Op 10 juni 2016 heeft de Stichting Fortisclaim tegen Ageas een collectieve procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht met betrekking tot (i) Fortis' beleid inzake solvabiliteit na de overname van ABN Amro en (ii) diverse mededelingen gedaan door Fortis tussen 24 mei 2007 en 3 oktober 2008 inzake haar subprime blootstelling, solvabiliteit, liquiditeit en haar positie na het eerste reddingsweekend in september 2008.

1.2 In België

1.2.1 Modrikamen

Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Op 23 oktober 2015 verwierp het Hof van Cassatie dit beroep. Tot op heden wordt de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers wordt nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50% van de eisers onontvankelijk. De hoorzittingen ten gronde vonden plaats in oktober - december 2015. Op 29 april 2016 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel beslist de zaak te schorsen in afwachting van het resultaat van de strafprocedure.

1.2.2. Deminor

Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25 % van de eisers onontvankelijk.

1.2.3 Overige vorderingen namens individuele aandeelhouders

Op 12 september 2012 hebben Patripart, een (voormalige) Fortis aandeelhouder, en haar moedermaatschappij Patrinvest een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. De hoorzittingen vonden plaats in oktober 2015. Op 1 februari 2016 verwierp de rechtbank de vordering over de hele lijn. Op 16 maart 2016 heeft Patrinvest beroep aangetekend bij het Brusselse Hof van Beroep.

Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.

Op 25 juni 2013 werd een gelijkaardige procedure gestart voor dezelfde rechtbank door twee aandeelhouders. Deze eisers verzoeken hun zaak met de zaak Deminor samen te voegen. Ondertussen hebben de eisers ingestemd met een opschorting van hun zaak naar een nog niet bepaalde datum.

Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.

II Procedures niet gedekt door de Schikking

2. Administratieve procedure in België

De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van EUR 500.000. Op 24 september 2015 oordeelde het Hof van beroep in Brussel over de beslissing van de sanctiecommissie en besliste Ageas een lagere boete van EUR 250.000 op te leggen voor het verspreiden van misleidende informatie op 12 juni 2008. Ageas heeft de intentie om tegen deze uitspraak beroep aan te tekenen bij het Hof van Cassatie.

3. Strafprocedure in België

In België loopt sinds oktober 2008 een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In februari 2013 heeft de procureur des Konings de beschuldigde schriftelijk volgende strafbare feiten ten laste gelegd: (i) foutieve jaarrekening 2007 door de overschatting van subprime-gerelateerde activa, (ii) verkeerde informatie om mensen te overtuigen, in te tekenen op de kapitaalverhoging in 2007 en (iii) publicatie van in meerdere gevallen verkeerde of onvolledige informatie over de subprime blootstelling tussen augustus 2007 en april 2008, waarvoor hij de Raadkamer heeft verzocht, een aantal personen te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Daar verschillende betrokken partijen om aanvullend onderzoek hebben gevraagd en dit verzoek is gehonoreerd, is de hoorzitting voor de Raadkamer uitgesteld naar een nog niet bepaalde datum. In de huidige stand van het onderzoek vordert de procureur des Konings de verwijzing van Ageas naar de correctionele rechtbank niet.

4 Overige juridische procedures

4.1 Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)

De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV (nu BNP Paribas Fortis SA/NV), Fortis SA/NV en Fortis N.V. (beide nu ageas SA/NV), werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Voor 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie, dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCS-houders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd. Er liggen nog geen datums vast voor de hoorzittingen.

4.2 Procedures ingeleid door RBS

Op 1 april 2014 heeft Royal Bank of Scotland (RBS) twee procedures tegen Ageas en andere partijen ingeleid: (i) een procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel waar RBS aanspraak maakt op een bedrag van EUR 75 miljoen op basis van een vermeende garantie die door Fortis zou zijn verstrekt in 2007 in het kader van een aandelentransactie tussen ABN AMRO Bank (nu RBS) en Mellon en (ii) een arbitrageprocedure voor het ICC in Parijs waar RBS aanspraak maakt op een totaalbedrag van EUR 135 miljoen, te weten de vermeende garantie van EUR 75 miljoen vermeerderd met EUR 60 miljoen op basis van een "escrow" arrangement. In maart 2016 heeft RBS deze laatste vordering van EUR 60 miljoen laten vallen.

5 Vrijwaringsbedingen

In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken bij de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.

In het kader van een schikking met de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, met betrekking tot de gebeurtenissen en ontwikkelingen rond de voormalige Fortis groep in 2007 en 2008, heeft Ageas een vrijwaring verleend aan de verzekeraars voor het totale dekkingsbedrag van de betrokken polissen. Daarnaast ging Ageas ook vrijwaringsverbintenissen aan ten gunste van enkele voormalige Fortis bestuurders en functionarissen en ten gunste van BNP Paribas Fortis met betrekking tot toekomstige verdedigingskosten.

6. Algemene opmerkingen

Als de Schikking definitief wordt, zullen de civiele procedures vermeld in sectie 1 geschikt worden, behalve voor de eisers die tijdig hebben meegedeeld dat ze niet wensen gebonden te zijn door de Schikking. Deze eisers kunnen de procedures tegen Ageas voortzetten of nieuwe starten. Zoals hierboven meegedeeld, werd voor de Schikking een voorziening geboekt van EUR 1 miljard, met inbegrip van EUR 62 miljoen voor het restrisico.

Als de Schikking niet zou worden ten uitvoer gebracht, kunnen de civiele procedures vermeld in sectie 1 worden voortgezet.

In die hypothese, en zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun gevolgen in te schatten en te bepalen, of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Ageas zal voorzieningen boeken indien, en op het ogenblik dat, het naar de mening van het management en de Raad van Bestuur, in overleg met de juridische adviseurs, meer waarschijnlijk is dan niet dat Ageas in deze zaken een betaling zal moeten doen en er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de hoogte van het bedrag.

Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Die gevolgen zijn op dit moment niet kwantificeerbaar.

27.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

In 2007 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven, waarbij ageas SA/NV als medeschuldenaar optrad (BNP Paribas Fortis SA/NV was op dat moment een dochteronderneming). Van de oorspronkelijk uitgegeven 12.000 effecten, blijven er 3.791 effecten uitstaan, die een totaal bedrag vertegenwoordigen van EUR 948 miljoen.

De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 4.167.592 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.

De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de Ageas aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.

BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van 3-maands Euribor plus 200 basispunten, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

In een akkoord gesloten in 2012, dat onder andere heeft geleid tot een tender en tevens conversie van de CASHES, heeft Ageas ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het brutodividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.

27.3 Overige voorwaardelijke verplichtingen

Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 fuseerde met Cardif Lux International S.A.

Voorts hebben een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van het product "Corbeille Sélection" door het opleggen van bovenmatige transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen, in het verleden en in de toekomst, om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Op 26 januari 2015 tekende Ageas beroep aan bij het Hof van Cassatie.

Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van het geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas per 30 juni 2016.

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het geconsolideerde tussentijds financieel verslag over de eerste zes maanden van 2016 in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, en met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC).

De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het Geconsolideerde tussentijds financieel verslag over de eerste zes maanden van 2016 een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en van onzekerheden waarmee Ageas geconfronteerd wordt en dat de informatie die in deze jaarrekening is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.

De Raad van Bestuur controleerde het geconsolideerde tussentijds financieel verslag over de eerste zes maanden van 2016 op 9 augustus 2016 en keurde de uitgifte ervan goed.

Brussel, 9 augustus 2016

Raad van Bestuur

Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Chief Financial Officer Christophe Boizard Chief Risk Officer Filip Coremans Chief Operating Officer Antonio Cano Bestuurders Roel Nieuwdorp

Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Lionel Perl Jan Zegering Hadders Jane Murphy Lucrezia Reichlin Richard Jackson Yvonne Lang Ketterer

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Verslag van de commissaris aan de raad van bestuur van ageas SA/NV omtrent de beoordeling van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2016.

Inleiding

Wij hebben de beoordeling uitgevoerd van de bijgevoegde verkorte geconsolideerde balans van Ageas SA/NV per 30 juni 2016, alsmede van de verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening, het verkorte geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het verkorte geconsolideerde mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het verkorte geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van drie en zes maanden die op die datum is beëindigd, evenals van de toelichtingen ("de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiele informatie"). De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en het weergeven van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op basis van onze beoordeling.

Reikwijdte van een beoordeling

We hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het vragen van inlichtingen, hoofdzakelijk aan financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingsprocedures. De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden (ISA). Om die reden stelt de beoordeling ons niet in staat de zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die naar aanleiding van een controle mogelijk worden geïdentificeerd. Bijgevolg brengen wij dan ook geen controle-oordeel tot uitdrukking.

Conclusie

Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons er toe aanzet van mening te zijn dat de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2016 niet in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Benadrukking van een bepaalde aangelegenheid

Zonder afbreuk te doen aan onze tot uitdrukking gebrachte conclusie, vestigen wij uw aandacht op toelichting 16 Voorzieningen van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2016, waarin beschreven wordt dat Ageas een voorziening heeft aangelegd met betrekking tot de globale schikking gerelateerd met de Fortis gebeurtenissen van 2007 en 2008 met een netto impact op het netto groepsresultaat van EUR 889 miljoen. De toelichting beschrijft dat de schikking pas definitief wordt (i) als het Amsterdams Gerechtshof de schikking bindend heeft verklaard en (ii) als op het einde van de opt-out periode de overeengekomen optout drempel niet is overschreden of als Ageas afstand heeft gedaan van haar recht de schikking te beëindigen.

Zonder afbreuk te doen aan de hierboven tot uitdrukking gebrachte conclusie, vestigen wij bovendien uw aandacht op toelichting 27 Voorwaardelijke verplichtingen van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2016 waarin beschreven is dat Ageas betrokken is of kan betrokken worden bij een aantal gerechtelijke procedures en een strafrechtelijke procedure in België als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortisgroep tussen mei 2007 en oktober 2008. Als deze juridische acties succesvol zouden blijken, zouden zij een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie van Ageas. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.

Brussel, 9 augustus 2016

KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door

Karel Tanghe Bedrijfsrevisor