Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

ageas SA/NV Interim / Quarterly Report 2017

Aug 9, 2017

3905_ir_2017-08-09_ee680858-a917-4935-bd8e-7125127feaf4.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Geconsolideerd Tussentijds Financieel verslag

voor de eerste zes maanden van 2017

Brussel, 9 augustus 2017

Resultaten en ontwikkelingen 3
Resultaten en ontwikkelingen 4
Geconsolideerd tussentijds financieel verslag voor de eerste zes maanden van 2017 5
Geconsolideerde balans 6
Geconsolideerde resultatenrekening 7
Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income 8
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 9
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 10
Algemene Informatie 11
1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 12
2 Overnames en desinvesteringen 13
3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel 15
4 Toezicht en solvabiliteit 18
5 Verbonden partijen 20
6 Informatie operationele segmenten 20
Toelichting op de geconsolideerde balans 25
7 Financiële beleggingen 26
8 Leningen 31
9 Beleggingen in deelnemingen 31
10 Verzekeringsverplichtingen 32
11 Achtergestelde schulden 33
12 Leningen 34
13 RPN(I) 35
14 Voorzieningen 36
15 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties 37
16 Derivaten 39
17 Toezeggingen 40
18 Reële waarde van financiële activa en verplichtingen 41
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 42
19 Verzekeringspremies 43
20 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 44
21 Schadelasten en uitkeringen 45
22 Financieringslasten 45
Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans 46
23 Voorwaardelijke verplichtingen 47
24 Gebeurtenissen na balansdatum 52
Bericht van de Raad van Bestuur 53
Beoordelingsverklaring van de onafhankelijke accountant 54

Resultaten en ontwikkelingen

Alle bedragen in de cijferopstellingen van dit Geconsolideerd tussentijds financieel verslag luiden in miljoenen euro's, tenzij anders vermeld.

Resultaten en ontwikkelingen

Resultaten van Ageas

De nettowinst Verzekeringen bedroeg in het eerste kwartaal EUR 445 miljoen, vergeleken met EUR 608 miljoen vorig jaar. Het nettoresultaat Leven beliep EUR 312 miljoen en het nettoresultaat Niet-leven steeg naar EUR 133 miljoen. In het nettoresultaat van vorig jaar was de negatieve impact van terroristische en weergerelateerde gebeurtenissen in België (EUR 60 miljoen) verwerkt, evenals de positieve bijdrage van de verkochte activiteiten in Hongkong (EUR 212 miljoen). Uitstekende resultaten in Niet-leven in België en Continentaal Europa en iets hogere nettomeerwaarden compenseerden ruimschoots de negatieve Ogden-impact van EUR 31 miljoen in het VK.

Het nettoresultaat van de Groep beliep in het eerste kwartaal EUR 284 miljoen terwijl de Algemene Rekening een negatief resultaat van EUR 161 miljoen optekende. Dit is voornamelijk te wijten aan de negatieve impact van EUR 122 miljoen gerelateerd aan de mutatie in de RPN(I)-verplichting. Personeelskosten en andere operationele kosten daalden naar EUR 35 miljoen (tegenover EUR 53 miljoen). Het resultaat en de operationele kosten in het eerste halfjaar van vorig jaar werden aanzienlijk beïnvloed door kosten met betrekking tot de Fortis-schikking.

Leven

Het operationele resultaat steeg naar EUR 337 miljoen (tegenover EUR 324 miljoen vorig jaar) vooral dankzij betere beleggingsresultaten vanwege vergeleken met vorig jaar hogere nettomeerwaarden, waarvan het grootste deel al in het eerste kwartaal werd gerealiseerd. Deze waren vooral te danken aan vastgoed- en aandelentransacties in België. De impact van deze transacties is ook zichtbaar in de marge van Garantieproducten, die steeg van 108 basispunten naar 114 basispunten. De Unit-linked marge ligt weliswaar nog onder de doelstelling, maar verbeterde in België en Continentaal Europa.

Het nettoresultaat bedroeg EUR 312 miljoen (tegenover EUR 504 miljoen), met op vergelijkbare basis een resultaatverbetering. In het resultaat van vorig jaar was een bijdrage van EUR 212 van de inmiddels verkochte activiteiten in Hongkong inbegrepen. Afgezien van een verbetering in het operationele resultaat van de geconsolideerde entiteiten rapporteerden ook de niet-geconsolideerde partnerships in Luxemburg en Azië betere resultaten.

In België steeg het nettoresultaat naar EUR 180 miljoen. In Continentaal Europa verdubbelde het resultaat bijna naar EUR 31 miljoen vooral dankzij betere onderschrijvingsresultaten in Portugal en positieve herwaarderingen van de reële waarde van de voor handelsdoeleinden aangehouden activa in Luxemburg. Het nettoresultaat in Azië bedroeg EUR 102 miljoen.

Niet-leven

Het nettoresultaat van Niet-leven beliep EUR 133 miljoen (tegenover EUR 104 miljoen). De aan Ogden gerelateerde netto negatieve impact van EUR 31 miljoen werd enigszins goedgemaakt door goede resultaten in Continentaal Europa en België en iets hogere meerwaarden in het VK. In 2016 was in het resultaat EUR 60 miljoen verwerkt met betrekking tot terrorisme en ongunstige weersomstandigheden in België en het VK. Als eerder bekendgemaakt heeft de herziening van de Ogden-disconteringsvoet naar verwachting in de rest van 2017 nogmaals een negatieve impact van EUR 10-15 miljoen.

België en Continentaal Europa realiseerden zeer sterke resultaten van respectievelijk EUR 79 miljoen en EUR 28 miljoen, vooral dankzij uitstekende onderschrijvingsresultaten. In Azië beliep het nettoresultaat EUR 11 miljoen en in het VK bedroeg het nettoresultaat EUR 11 miljoen. De interne Niet-leven herverzekeraar Intreas herverzekerde EUR 24 miljoen aan premies van de werkmaatschappijen binnen de Groep en droeg EUR 3 miljoen bij aan het nettoresultaat van Niet-leven.

Algemene Rekening

Het nettoresultaat van de Algemene Rekening bedroeg in 2017 EUR 161 miljoen negatief in vergelijking met EUR 675 miljoen negatief in 2016. De wijziging weerspiegelt voornamelijk de voorziening van EUR 889 miljoen die vorig jaar werd getroffen voor de op 14 maart 2016 bekendgemaakte Fortis-schikking en het negatieve waardeverschil voor de RPN(I) (EUR 122 miljoen) in het eerste halfjaar van 2017.

Effectief belastingtarief

Het effectieve belastingtarief steeg vergeleken met het eerste halfjaar van 2016. De belangrijkste redenen voor deze ontwikkeling waren de volgende gebeurtenissen in het eerste halfjaar van 2016: de belastingvrije meerwaarde voortvloeiend uit de verkoop van AICA en het aanzienlijke verlies in de Algemene rekening als gevolg van de voorziening voor de Fortis-schikking, waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen

Nettokaspositie Algemene Rekening

De totale liquide activa in de Algemene Rekening, inclusief liquide activa met een vervaldatum van langer dan 1 jaar, beliepen EUR 1,7 miljard, EUR 0,2 miljard minder dan eind 2016. Deze daling is voornamelijk te wijten aan het lopende inkoopprogramma van eigen aandelen en de kapitaalinjectie in het VK. De resterende toekomstige cash-out van EUR 0,8 miljard in verband met de Fortis-schikking is geoormerkt.

Solvabiliteit

De eigen middelen van de verzekeringsactiviteiten bedroegen EUR 7,9 miljard, EUR 3,3 miljard boven de SCR. Dat leidde tot een sterke totale Insurance Solvency IIageas-ratio Verzekeringen van 193%, ruim boven de doelstelling van 175%. De Insurance Solvency-ratio's per segment bedroegen 255% voor België, 131% voor het Verenigd Koninkrijk, 155% voor Continentaal Europa en 210% voor Herverzekeringen.

De Group Solvency IIageas-ratio steeg van 191% aan het einde van 2016 naar 198%. De naijlende impact van de herziening van de Ogden-disconteringsvoet in het VK werd gecompenseerd door de positieve effecten van een goed operationeel kwartaal in alle segmenten.

Brussel, 8 augustus 2017

Raad van Bestuur

Geconsolideerd tussentijds financieel verslag voor de eerste zes maanden van 2017

Geconsolideerde balans

(voor winstbestemming)

30 juni 31 december
Noot 2017 2016
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 2.229,9 2.180,9
Financiële beleggingen 7 64.603,2 66.571,4
Vastgoedbeleggingen 7 2.671,8 2.772,5
Leningen 8 9.133,4 8.685,0
Beleggingen inzake unit-linked contracten 15.209,9 14.355,7
Beleggingen in deelnemingen 9 2.864,2 2.855,7
Herverzekering en overige vorderingen 2.374,6 2.192,3
Actuele belastingvorderingen 61,4 67,1
Uitgestelde belastingvorderingen 185,7 171,5
Overlopende rente en overige activa 1.698,4 1.906,1
Materiële vaste activa 1.208,8 1.172,3
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.235,0 1.217,7
Activa aangehouden voor verkoop 145,3
Totaal activa 103.476,3 104.293,5
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 10.1 27.610,1 28.218,1
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 10.2 31.402,3 31.902,2
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 10.3 15.209,2 14.353,3
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 10.4 8.258,4 7.975,2
Achtergestelde schulden 11 2.283,8 2.322,7
Leningen 12 2.290,1 2.495,8
Actuele belastingschulden 81,1 94,2
Uitgestelde belastingschulden 1.300,1 1.350,6
RPN(I) 13 396,9 275,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.480,7 2.659,3
Voorzieningen 14 1.070,0 1.067,2
Verplichtingen inzake geschreven putopties op minderheidsbelang 15 1.470,4 1.374,9
Totaal verplichtingen 93.853,1 94.088,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3 8.973,7 9.560,6
Minderheidsbelangen 649,5 644,4
Totaal eigen vermogen 9.623,2 10.205,0
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 103.476,3 104.293,5

Geconsolideerde resultatenrekening

Noot Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Baten
-
Bruto premies
4.271,1 4.915,3
-
Wijziging in niet-verdiende premies
- 117,7 - 124,3
-
Uitgaande herverzekeringspremies
- 125,1 - 138,2
Netto verdiende premies 19 4.028,3 4.652,8
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 20 1.400,6 1.488,1
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 121,9 67,1
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 147,9 618,8
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 400,5 - 16,3
Aandeel in het resultaat van deelnemingen 9 149,0 152,4
Commissiebaten 169,3 206,6
Overige baten 52,8 114,4
Totale baten 6.226,5 7.283,9
Lasten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
- 3.938,9 - 4.564,7
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
254,9 89,6
Schadelasten en uitkeringen, netto 21 - 3.684,0 - 4.475,1
Lasten inzake unit-linked contracten - 427,5 - 0,8
Financieringslasten 22 - 59,3 - 90,8
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 7,0 - 47,9
Wijzigingen in voorzieningen 14 0,6 - 887,1
Commissielasten - 575,2 - 622,4
Personeelskosten - 410,0 - 427,4
Overige lasten - 516,4 - 592,2
Totale lasten - 5.678,8 - 7.143,7
Resultaat voor belastingen 547,7 140,2
Belastingbaten (lasten) - 145,8 - 117,6
Nettoresultaat over de periode 401,9 22,6
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 118,3 89,8
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 283,6 - 67,2
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewoon resultaat per aandeel 3 1,40 - 0,32
Verwaterd resultaat per aandeel 3 1,39 - 0,32

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies van verzekeringscontracten en bedragen ontvangen uit beleggingscontracten zonder 'Discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt worden berekend.

Noot Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Bruto premies 4.271,1 4.915,3
Premies inzake beleggingscontracten 19 916,5 749,5
(direct verantwoord als verplichting)
Bruto premie-inkomen 5.187,6 5.664,8

Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income

Noot Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
COMPREHENSIVE INCOME
Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd:
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling 33,5 - 88,1
Gerelateerde belasting - 12,1 24,7
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling 21,4 - 63,4
Totaal van de onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassifi
ceerd:
21,4 - 63,4
Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening:
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden 8,4 10,6
Gerelateerde belasting - 2,1 - 2,7
Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden 7 6,3 7,9
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop 1) - 36,1 39,8
Gerelateerde belasting 49,5 - 79,2
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop 7 13,4 - 39,4
Aandeel in Overig comprehensive income van deelnemingen 9 - 36,8 5,5
Wijzigingen in omrekeningsverschillen - 141,8 - 379,5
Totaal van onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: - 158,9 - 405,5
Overig comprehensive income over de periode, na belastingen - 137,5 - 468,9
Nettoresultaat over de periode 401,9 22,6
Totaal comprehensive income over de periode 264,4 - 446,3
Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen 118,3 89,8
Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen 17,1 - 25,9
Totaal comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen 135,4 63,9
Totaal comprehensive income over de periode, toewijsbaar aan de aandeelhouders 129,0 - 510,2

1) De Wijzigingen in herwaardering van Investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

On- Eigen
Koers- Netto resultaat gerealiseerde vermogen Minder- Totaal
Aandelen- Agio Overige verschillen toewijsbaar aan winsten en toewijsbaar aan heids- eigen
kapitaal reserve reserves reserve aandeelhouders verliezen aandeelhouders belangen vermogen
Stand per 1 januari 2016 1.656,0 2.644,8 2.838,1 511,9 770,2 2.955,1 11.376,1 598,9 11.975,0
Netto resultaat over de periode - 67,2 - 67,2 89,8 22,6
Herwaardering van investeringen - 12,7 - 12,7 - 13,3 - 26,0
Herwaardering IAS 19 - 51,4 - 51,4 - 12,0 - 63,4
Omrekeningsverschillen - 378,9 - 378,9 - 0,6 - 379,5
Totaal - 51,4 - 378,9 - 67,2 - 12,7 - 510,2 63,9 - 446,3
Overdracht 770,2 - 770,2
Dividend - 338,3 - 338,3 - 118,5 - 456,8
Toename kapitaal 8,5 8,5
Eigen aandelen - 141,7 - 141,7 - 141,7
Intrekking van aandelen - 53,4 - 198,1 251,5
Op aandelen gebaseerde beloning 6,5 6,5 6,5
Impact geschreven putoptie
op minderheidsbelang 1) - 39,7 - 39,7 55,5 15,8
Overige veranderingen in het eigen vermogen 2) - 15,7 - 15,7 6,5 - 9,2
Stand per 30 juni 2016 1.602,6 2.453,2 3.273,0 133,0 - 67,2 2.942,4 10.337,0 614,8 10.951,8
Stand per 1 januari 2017 1.602,6 2.450,2 2.923,7 86,1 27,1 2.470,9 9.560,6 644,4 10.205,0
Netto resultaat over de periode 283,6 283,6 118,3 401,9
Herwaardering van investeringen - 30,1 - 30,1 13,0 - 17,1
Herwaardering IAS 19 15,8 15,8 5,6 21,4
Omrekeningsverschillen - 140,3 - 140,3 - 1,5 - 141,8
Totaal 15,8 - 140,3 283,6 - 30,1 129,0 135,4 264,4
Overdracht 27,1 - 27,1
Dividend - 419,4 - 419,4 - 156,0 - 575,4
Toename kapitaal 3,5 3,5
Eigen aandelen - 148,7 - 148,7 - 148,7
Intrekking van aandelen - 53,0 - 191,2 244,2
Op aandelen gebaseerde beloning - 9,7 - 9,7 - 9,7
Impact geschreven putopties
op minderheidsbelang 1) - 145,8 - 145,8 50,4 - 95,4
Overige veranderingen in het eigen vermogen 2) 7,7 7,7 - 28,2 - 20,5
Stand per 30 juni 2017 1.549,6 2.249,3 2.504,6 - 54,2 283,6 2.440,8 8.973,7 649,5 9.623,2
  1. Heeft betrekking op de putoptie op AG Insurance aandelen en de putoptie op Interparking aandelen (zie noot 15 Verplichtingen i.v.m. aan geschreven NCI putopties).

  2. Overige wijzigingen in het eigen vermogen omvat een schadevergoeding betaald aan BNP Paribas voor de aangehouden Ageas aandelen met betrekking tot de CASHES-obligaties en de betaling aan houders van FRESH-obligaties.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Noot Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 2.180,9 2.394,3
Resultaat voor belastingen 547,7 140,2
Aanpassingen om het resultaat
te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten:
Herberekening RPN(I) 13 121,9 - 67,1
Gerealiseerde winsten (verliezen) - 147,9 - 618,8
Baten van deelnemingen - 149,0 - 152,4
Afschrijvingen en oprenting 450,1 377,7
Bijzondere waardeverminderingen 7,0 47,9
Voorzieningen 14 - 0,6 887,1
Op aandelen gebaseerde beloningen 3,0 6,5
Totaal aanpassingen om het resultaat
te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 284,5 480,9
Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen:
Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 16 - 121,5 48,4
Vorderingen 8 - 367,2 - 859,6
Herverzekering en overige vorderingen - 6,2 - 398,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten - 854,2 402,4
Schulden 12 - 186,2 - 425,6
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 10.1 & 10.2 & 10.4 - 50,6 933,2
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 10.3 659,5 - 464,5
Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen 18,8 89,8
Dividend ontvangen van deelnemingen 117,8 137,4
Betaalde winstbelastingen - 162,7 - 175,4
Totaal aanpassingen om het resultaat
te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten - 952,5 - 712,1
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten - 120,3 - 91,0
Aankoop van beleggingen - 4.419,6 - 4.236,7
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 5.390,6 4.300,1
Aankoop van vastgoedbeleggingen - 75,4 - 55,7
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 10,1 108,4
Aankopen van materiële vaste activa - 56,0 - 55,8
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 8,6 0,4
Aankoop van dochterondernemingen en deelnemingen
(inclusief kapitaalverhogingen van deelnemingen) 2 - 176,4 - 393,2
Desinvestering van dochterondernemingen en deelnemingen
(inclusief kapitaalterugbetalingen van deelnemingen) 2 239,6 1.041,8
Aankoop van immateriële vaste activa - 6,3 - 11,1
Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa 11,0 5,7
Kasstroom uit investeringsactiviteiten 926,2 703,9
Terugbetaling van achtergestelde schulden 11 - 76,0
Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen 12 3,1 4,1
Terugbetaling van overige financieringen 12 - 28,7 - 48,3
Aankoop van eigen aandelen 3 & 4 - 148,7 - 141,7
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders 4 - 419,4 - 338,3
Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen 4 - 156,0 - 118,5
Kasstroom uit financieringsactiviteiten - 749,7 - 718,7
Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten - 7,2 - 29,3
Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni 2.229,9 2.259,2
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 20 1.461,7 1.467,5
Ontvangen dividenden van beleggingen 20 85,6 65,2
Betaalde rente 22 - 70,6 - 109,9

1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie

Het geconsolideerde tussentijds financieel verslag over de eerste zes maanden van 2017 van Ageas is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) geldend per 1 januari 2017, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU) per die datum.

1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

De grondslagen zijn ongewijzigd ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2016. Wijzigingen in IFRS die op 1 januari 2017 in werking zijn getreden en die van belang zijn voor Ageas (en zijn goedgekeurd door de EU) staan vermeld in paragraaf 1.2. De grondslagen zoals uiteengezet in ons jaarverslag over 2016, zijn een samenvatting van de volledige grondslagen voor de verslaggeving die op https://www.ageas.com/nl/over-ageas/toezicht-audit-enboekhoudregels worden weergegeven.

1.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving

Er zijn geen nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties met ingang van 1 januari 2017 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU).

1.3 Vreemde valuta

In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.

Koers per jaareinde Gemiddelde koers
1 euro = 30 juni 2017 31 december 2016 Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Britse pond 0,88 0,86 0,86 0,78
Amerikaanse dollar 1,14 1,05 1,08 1,12
Hongkong dollar 8,91 8,18 8,42 8,67
Turkse lira 4,01 3,71 3,94 3,26
Chinese yuan renminbi 7,74 7,32 7,44 7,30
Maleisische ringgit 4,90 4,73 4,75 4,57
Filipijnse peso 57,57 52,27 54,08 52,33
Thaise baht 38,74 37,73 37,59 39,56
Vietnamese dong 25.641 23.810 24.390 25.000

2 Overnames en desinvesteringen

De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2017 en 2016. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in noot 24 Gebeurtenissen na balansdatum.

2.1 Overnames in 2017

In mei 2017 belegde AG Insurance een bedrag van EUR 24 miljoen in een door Rivage beheerd investeringsfonds. Dit fonds heeft tot doel om in de regionale publieke sector in Frankrijk te investeren. Aangezien AG Insurance 100% eigenaar van de aandelen is, wordt dit fonds volledig geconsolideerd. Er is nog een bedrag van EUR 176 miljoen aan kapitaal dat nog niet is opgenomen en dat in de toekomst wordt geïnvesteerd.

Naast een aantal kleine acquisities binnen AG Real Estate vonden er in de eerste zes maanden van 2017 geen materiële acquisities plaats.

2.2 Desinvesteringen in 2017

In januari 2017 verkocht AG Real Estate 50% van de aandelen van BG1 (eigenaar van het PWC Lux-gebouw in Luxemburg) aan Sogecap voor EUR 71,5 miljoen. Het overige belang van 50% is nu verantwoord als geassocieerde deelneming. De deconsolidatie had een meerwaarde tegen 100% van EUR 73 miljoen tot gevolg.

In januari 2017 verkocht Immo Nation 100% van zijn aandelen in Fontenay SAS, een Frans magazijn, voor EUR 38,4 miljoen waarvan EUR 15,8 miljoen voor de aandelen en EUR 22,6 miljoen voor de herfinanciering van een intragroepslening (verstrekt door Immo Nation) door de koper. De transactie leverde een meerwaarde van EUR 7,8 miljoen op.

2.3 Overnames in 2016

Ageas Seguros

Op 1 april 2016 ronde Ageas de overname af van het belang van AXA in de Portugese verzekeringsactiviteiten. Deze bestonden uit een Niet-leven-activiteit (belang 99,7%), een Direct/internet Niet-levenactiviteit (belang 100%) en een Leven-activiteit (belang 95,1%), voor een totale waarde in contanten van EUR 172,4 miljoen. In deze transactie was ook de overname van het minderheidsbelang van 4,9% van de Leven-activiteit van een derde partij inbegrepen. In het derde kwartaal van 2016 verwierf Ageas het resterende minderheidsbelang van 0,3% in de Niet-leven-activiteit. De naam van AXA Portugal werd gewijzigd in Ageas Seguros.

Ageas Seguros realiseerde in 2016 een nettoverlies van EUR 11 miljoen.

De impact van Ageas Seguros op de geconsolideerde jaarrekening van Ageas op de acquisitiedatum was als volgt.

Activa Verplichtingen
Verplichtingen uit hoofde van verzekerings- en beleggings
Geldmiddelen en kasequivalenten 15 contracten 1.494
Financiële beleggingen en leningen 1.379 Verplichtingen inzake unit-linked contracten 93
Vastgoedbeleggingen 47 Actuele en uitgestelde belastingschulden 25
Beleggingen inzake unit-linked contracten 96 Overlopende rente en overige verplichtingen 87
Herverzekerings- en overige vorderingen 56
Actuele en uitgestelde belastingvorderingen 82
Goodwill en overige immateriële vaste activa 164 Totaal verplichtingen 1.699
Overige activa 32 Kostprijs 172
Totaal activa 1.871 Totaal verplichtingen en eigen vermogen 1.871

Joint venture voor Levensverzekeringen in Vietnam

In augustus 2015 ondertekenden Ageas en Muang Thai Life Assurance een overeenkomst met Military Commercial Joint Stock Bank (Military Bank) om in Vietnam een joint venture op te richten onder de naam MB Ageas Life.

In het kader van de overeenkomst heeft Ageas een aandelenparticipatie van 29% in het nieuwe bedrijf, Muang Thai Life Assurance 10%, en Military Bank bezit 61%. Voorts is overeengekomen dat Military Bank en MB Ageas Life een exclusieve bankverzekeringsovereenkomst met een duur van 15 jaar aangaan. De totale kapitaalinvestering voor de drie partners bedraagt ongeveer EUR 46 miljoen.

Andere acquisities

In het eerste kwartaal van 2016 kocht AG Real Estate voor een bedrag van EUR 28 miljoen 80% van de aandelen van Seniorenzentren Deutschland Holding. Seniorenzentren Deutschland Holding is voor 100% eigenaar van TSC Holding S.à.r.l., die eigenaar is van 12 verpleeginstellingen in Duitsland. Daarnaast voerde AG Insurance een aantal andere acquisities en kapitaalverhogingen in verbonden bedrijven uit voor een totaalbedrag van ongeveer EUR 75 miljoen.

2.4 Desinvesteringen in 2016

Levensverzekeringsactiviteiten in Hongkong

Op 12 mei 2016 bevestigde Ageas de voltooiing van de verkoop van zijn Leven-activiteiten in Hongkong (AICA) aan JD Capital (Beijing Tongchuangjiuding Investment Management Co.) voor een totaal bedrag van EUR 1,22 miljard.

Na een aantal aanpassingen in de afrondingsfase leverde de transactie een totale nettomeerwaarde van EUR 403 miljoen op waarvan EUR 199 miljoen werd opgenomen in de Aziatische Verzekeringsresultaten en EUR 204 miljoen in de Algemene Rekening. Inclusief schuldvernieuwing bedroeg de positieve impact op de nettokaspositie EUR 1,26 miljard.

Het totale nettoresultaat van de Leven-activiteiten in Hongkong voor de periode tot de desinvestering beliep EUR 12,6 miljoen (zie noot 6 Informatie over operationele segmenten).

Activa
Verplichtingen
Verplichtingen uit hoofde van verzekerings- en beleggings
Geldmiddelen en kasequivalenten 339 contracten 2.334
Financiële investeringen en leningen 2.529 Verplichtingen inzake unit-linked contracten 977
Beleggingen inzake unit-linked contracten 977 Leningen 595
Herverzekerings- en overige vorderingen 121 Actuele en uitgestelde belastingschulden 3
Actuele en uitgestelde belastingvorderingen 155 Overlopende rente en overige verplichtingen 50
Goodwill en overige immateriële vaste activa 426
Overlopende rente en overige activa 427 Totaal verplichtingen 3.959
Eigen vermogen 1.015
Totaal activa 4.974 Totaal verplichtingen en eigen vermogen 4.974

Overige desinvesteringen

Op 24 juni 2016 verkocht AG Real Estate de holdingmaatschappij met een meerderheidsbelang in het Wiltcher's Complex aan AXA Investment Managers-Real Assets, waarbij deze namens een van zijn cliënten optrad. De transactie werd gewaardeerd op ongeveer EUR 120 miljoen.

3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel

De onderstaande tabel toont het aantal uitstaande aandelen.

Uitstaande
aandelen
212.288
- 6.950
205.338
- 3.832
201.506

3.1 Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 17 mei 2017 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2017-2019) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 155.400.000 uit te breiden.

Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,40 kan Ageas hiermee maximaal 21.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor noot 23 Voorwaardelijke verplichtingen).

Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen. De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 17 mei 2017, na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

in duizenden

Aantal aandelen uitgegeven per 30 juni 2017 209.400
Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden per Aandeelhoudersvergadering van 17 mei 2017 21.000
in verband met optieplannen 480
Totaal potentieel aantal aandelen per 30 juni 2017 230.880

Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (4,0 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux SA. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 4,0 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux SA heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux SA en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux SA een onderdeel van de Ageas Groep is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen (zie hieronder) en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie noot 11 Achtergestelde schulden).

Eigen aandelen

Eigen aandelen, zijnde gewone aandelen die zijn teruggekocht door Ageas, worden in mindering gebracht op het eigen vermogen en verantwoord onder overige reserves.

Het totaal aantal eigen aandelen (7,9 miljoen) bestaat uit de FRESH (4,0 miljoen), en de resterende aandelen afkomstig uit het inkoopprogramma eigen aandelen (3,9 miljoen, zie hieronder). Nadere informatie over de FRESH is te vinden in noot 11 Achtergestelde schulden.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2016

Ageas presenteerde op 10 augustus 2016 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 250 miljoen van 15 augustus 2016 tot 4 augustus 2017.

Ageas heeft tussen 15 augustus 2016 en 30 juni 2017 6.427.095 aandelen ingekocht, overeenstemmend met 3,07% van het totaal aantal uitstaande aandelen en met een totale waarde van EUR 228,2 miljoen.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 17 mei 2017 keurde de intrekking goed van 2.419.328 eigen aandelen die werden ingekocht tot 31 december 2016.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2015

Ageas kondigde op 5 augustus 2015 een inkoopprogramma van eigen aandelen aan van 17 augustus 2015 tot 5 augustus 2016 voor EUR 250 miljoen.

Op vrijdag 5 augustus 2016 voltooide Ageas het inkoopprogramma aangekondigd op 5 augustus 2015. Tussen 17 augustus 2015 en 5 augustus 2016 heeft Ageas 6.977.544 aandelen ingekocht, overeenstemmend met 3,22% van het totaal aantal uitstaande aandelen en met een totale waarde van EUR 250 miljoen.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 27 april 2016 keurde de intrekking goed van 2.226.350 eigen aandelen die werden ingekocht tot 31 december 2015. Op 17 mei 2017 keurde de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de intrekking van de overblijvende 4.751.194 eigen aandelen goed.

3.2 Dividend- en stemgerechtigde aandelen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dividend- en stemgerechtigde aandelen.

in duizenden

Aantal aandelen uitgegeven per 30 juni 2017 209.400
Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht:
Aandelen aangehouden door ageas SA/NV 3.878
Aandelen gerelateerd aan de FRESH (zie Noot 11) 3.968
Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie Noot 23) 3.959
Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht 197.595

BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de CASHES die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd (zie noot 11 Achtergestelde schulden en noot 23.2 Voorwaardelijke verplichtingen).

In 2012 deed BNP Paribas een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES. Op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas Fortis SA/NV 7.553 ingekochte CASHES van de 12.000 uitstaande CASHES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas.

In 2016 zijn 656 CASHES door BNP Paribas gekocht en geconverteerd in Ageas-aandelen. Op dit moment heeft BNP Paribas Fortis SA/NV nog 4,0 miljoen Ageas aandelen verbonden aan de CASHES in bezit.

3.3 Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel.

Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 283,6 - 67,2
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) 203.273 210.230
Aanpassingen voor:
- aandelen onder voorwaarden (in duizenden) verwacht te worden toegekend 231 508
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen
voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) 203.504 210.738
Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 1,40 - 0,32
Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 1,39 - 0,32

In de eerste zes maanden van 2017 zijn opties op een gewogen gemiddelde van 479.690 aandelen (eerste zes maanden van 2016: 969.877) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 154,32 per aandeel (eerste zes maanden van 2016: EUR 217,94 per aandeel) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties aanzienlijk hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen.

Tijdens 2017 en 2016 waren 4,0 miljoen Ageas aandelen afkomstig van de FRESH uitgesloten van de berekening van de verwaterde winst per aandeel aangezien de rente per aandeel bespaard op deze effecten hoger lag dan de gewone winst per aandeel.

De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, totaal 3,96 miljoen (31 december 2016: 3,96 miljoen), behoren tot de gewone aandelen (zie ook noot 23 Voorwaardelijke verplichtingen). Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.

4 Toezicht en solvabiliteit

De Nationale Bank van België (NBB) heeft ageas SA/NV aangemerkt als een Verzekeringsholding en voert aldus het toezicht uit op Ageas op geconsolideerde basis. Vanaf 1 januari 2016 is het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau op basis van het Solvency II raamwerk.

4.1 Vereist en beschikbaar kapitaal onder Solvency II – Partieel Intern Model (Pijler 1)

Vanaf 1 januari 2016 is het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau onder het Solvency II raamwerk. In plaats van de Standaardformule toe te passen gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) voor Pijler 1-rapportages waarbij het grootste deel van de schadeverzekeringsrisico's worden gemodelleerd aan de hand van Ageas specifieke formules.

De consolidatiescope voor Solvency II is vergelijkbaar met de IFRS consolidatiescope. De Europese beleggingen in deelnemingen werden pro-rata opgenomen, zonder enige diversificatievoordelen. Alle niet-Europese deelnemingen (inclusief Turkije) werden uitgesloten van beschikbaar kapitaal en vereist kapitaal, aangezien de toepasselijke solvabiliteitsregimes niet als gelijkwaardig aan Solvency II worden beschouwd.

De verwachte uitbetaling van dividenden van alle geconsolideerde entiteiten werd afgetrokken van het eigen vermogen. Bovendien benadert Ageas zijn eigen vermogen op een conservatieve manier aangezien naast de vrije middelen die toebehoren aan aandeelhouders van derde partijen alle diversificatievoordelen tussen de gecontroleerde ondernemingen worden behandeld als niet overdraagbaar eigen vermogen.

In het Partieel Intern Model (PIM) past Ageas overgangsmaatregelen toe inzake de technische voorzieningen in Portugal en Frankrijk, de grandfathering van uitgegeven schuld en de verlenging van rapportagedeadlines op het niveau van de groep.

30 juni 2017 31 december 2016
Marktrisico 4.813,2 4.813,2
Tegenpartij kredietrisico 340,5 356,0
Levensverzekeringstechnisch risico 640,1 647,9
Gezondheid verzekeringtechnisch risico 423,4 439,5
Niet-leven verzekeringstechnisch risico 782,9 834,9
Diversificatie tussen de hierboven vermelde risico's - 1.492,8 - 1.548,9
Niet-diversifieerbare risico's 682,9 684,4
Absorberend vermogen van technische voorzieningen om verliezen te compenseren - 605,8 - 513,2
Absorberend vermogen van uitgestelde belastingen om verliezen te compenseren - 1.165,0 - 1.060,4
Vereist Kapitaal voor de Groep onder het Partieel Intern Model (SCR) 4.419,4 4.653,4
Impact van Schade Intern Model op Niet-Leven Verzekeringstechnisch Risico 356,4 285,5
Impact van Schade Intern Model op Diversificatie tussen risico's - 200,3 - 165,3
Impact van Schade intern Model op correctie voor het vermogen via Uitgestelde Belastingen 47,0 19,4
Vereist Kapitaal voor de Groep onder de Standaardformule 4.622,5 4.793,0

4.2 Kapitaalbeheer van Ageas onder Solvency II – SCRageas (Pijler 2 – niet beoordeeld)

Ageas is van mening dat een sterke kapitaalbasis in de individuele verzekeringsactiviteiten een noodzaak is, enerzijds als een competitief voordeel en anderzijds omdat het nodig is om de geplande groei te financieren.

Voor zijn kapitaalbeheer hanteert Ageas een interne benadering gebaseerd op het Partieel Intern Model met een aangepast spreadrisico waarbij een Intern Model wordt toegepast voor Vastgoed (vanaf 2016) en overgangsmaatregelen worden verwijderd (met uitzondering van de grandfathering van uitgegeven schuld en de verlenging van rapportagedeadlines). Onder deze aanpassing wordt het spreadrisico berekend op het fundamenteel gedeelte van het spreadrisico voor alle obligaties. Dit verhoogt de SCR voor EU overheidsobligaties en verlaagt het spreadrisico voor alle andere obligaties. Deze SCR wordt SCRageas genoemd.

Ageas streeft naar een minimum totale Solvency II kapitaalratio van 175% van de solvabiliteitskapitaalvereisten op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf.

De aansluiting van de SCRageas met het Partieel Intern Model SCR is de volgende:

30 juni 2017 31 december 2016
Partieel Intern Model SCR Groep 4.419,4 4.653,4
Uitsluiting van Algemene Rekening - 80,7 - 64,4
Partieel Intern Model SCR Verzekeringsactiviteiten 4.338,7 4.589,0
Intern model vastgoed - 336,1 - 367,0
Bijkomend Spreadrisico - 16,7 - 118,6
Min diversificatie 9,7 15,0
Min correctie technische voorziening 9,5 35,3
Min Beperking correctie voor het vermogen van uitgesteld belastingverlies 79,2 27,9
SCR ageas 4.084,3 4.181,6
XX
30 juni 2017 31 december 2016
In aanmerking komend groepsvermogen gebaseerd op Partieel Intern Model 8.133,6 8.111,5
Uitsluiting van Algemene Rekening - 186,1 - 495,8
Terugboeking van overgangsmaatregelen - 260,8 - 323,7
Terugboeking van parking concessies 181,5 166,1
Herberekening van niet-beschikbaar 2,7 20,1
In aanmerking komend groepsvermogen van verzekeringsactiviteiten onder SCR ageas 7.870,9 7.478,2

De verschillen in eigen vermogen en SCR tussen het Partieel Intern Model en de SCRageas die in de bovenste tabellen worden gepresenteerd, leiden tot een daling van het Niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal van EUR 3 miljoen (31 december 2016: daling van EUR 20 miljoen).

30 juni 2017 31 december 2016
Totaal eigen vermogen die in aanmerking komen onder Solvency II, waarvan: 8.133,6 8.111,5
Tier 1 5.698,3 5.653,9
Tier 1 restricted 1.424,6 1.413,5
Tier 2 879,8 918,4
Tier 3 130,9 125,7

Kapitaalpositie Ageas per segment, gebaseerd op de SCRageas.

30 juni 2017 31 december 2016
Solvabiliteits- Solvabiliteits-
Eigen vermogen SCR ratio Eigen vermogen SCR ratio
België 7.098,9 2.787,1 254,7% 6.943,6 2.849,6 243,7%
VK 748,7 571,9 130,9% 708,9 707,3 100,2%
Continentaal Europa 1.448,3 932,2 155,4% 1.184,7 934,2 126,8%
Herverzekering 110,5 52,5 210,2% 106,4 38,2 278,1%
Niet-Overdraagbare eigen vermogen/Diversificatie - 1.535,5 - 259,4 - 1.465,4 - 347,7
Totaal Verzekering 7.870,9 4.084,3 192,7% 7.478,2 4.181,6 178,8%
Impact van de opname van de Algemene Rekening 376,0 84,4 662,9 76,5
Totaal Ageas 8.246,9 4.168,7 197,8% 8.141,1 4.258,1 191,2%

5 Verbonden partijen

Per 30 juni 2017 zijn er geen uitstaande leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan bestuursleden en uitvoerende managers, aan naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers.

6 Informatie operationele segmenten

6.1 Algemene informatie

De operationele segmenten in de verslaggeving zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's; de resultaten zijn gebaseerd op IFRS. De regionale opdeling is gebaseerd op het feit dat de activiteiten in deze regio's van gelijksoortige aard en economische kenmerken zijn en ook als zodanig worden aangestuurd.

Operationele segmenten

  • Ageas is georganiseerd in zes operationele segmenten:
  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Herverzekering;
  • Algemene Rekening.

Niet aan verzekeringen gerelateerde activiteiten en eliminiatieverschillen binnen de Groep worden afzonderlijk van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het zesde operationele segment: Algemene Rekening.

Er werden in het eerste halfjaar van 2017 geen wijzigingen aangebracht in de operationele segmenten.

6.2 Resultatenrekening per operationeel segment

Continentaal Her- Verzekeringen Totaal Groep
Eerste halfjaar 2017 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties Verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 2.508,1 830,9 932,7 24,2 - 24,2 4.271,7 - 0,6 4.271,1
- Wijziging in niet-verdiende premies - 83,7 - 16,5 - 17,5 - 117,7 - 117,7
- Uitgaande herverzekeringspremies - 31,5 - 51,7 - 52,9 - 13,2 24,2 - 125,1 - 125,1
Netto verdiende premies 2.392,9 762,7 862,3 11,0 4.028,9 - 0,6 4.028,3
Rentebaten, dividenden en
overige beleggingsbaten 1.254,1 30,8 117,0 0,7 1.402,6 13,6 - 15,6 1.400,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 121,9 - 121,9
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 130,7 21,7 - 3,9 148,5 - 0,6 147,9
Baten uit beleggingen inzake
unit-linked contracten 152,5 248,0 400,5 400,5
Aandeel in het resultaat van deelnemingen - 1,9 7,8 14,7 127,3 147,9 1,1 149,0
Commissiebaten 70,3 36,8 61,5 1,0 - 0,3 169,3 169,3
Overige baten 59,7 - 4,2 2,4 - 1,3 56,6 3,0 - 6,8 52,8
Totale baten 4.058,3 855,6 1.302,0 127,3 12,7 - 1,6 6.354,3 - 104,8 - 23,0 6.226,5
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 2.430,4 - 771,5 - 722,1 - 14,9 - 0,6 - 3.939,5 0,6 - 3.938,9
Schadelasten en uitkeringen,
aandeel herverzekeraars 0,6 223,8 20,8 9,3 0,4 254,9 254,9
Schadelasten en uitkeringen, netto - 2.429,8 - 547,7 - 701,3 - 5,6 - 0,2 - 3.684,6 0,6 - 3.684,0
Lasten inzake unit-linked contracten - 166,0 - 261,5 - 427,5 - 427,5
Financieringslasten - 53,4 - 5,0 - 5,4 - 63,8 - 11,0 15,5 - 59,3
Wijzigingen in bijzondere
waardeverminderingen - 4,7 - 2,3 - 7,0 - 7,0
Wijzigingen in voorzieningen - 0,1 0,6 0,5 0,1 0,6
Commissielasten - 320,4 - 152,4 - 100,0 - 2,8 0,4 - 575,2 - 575,2
Personeelskosten - 255,3 - 83,9 - 45,3 - 11,9 - 396,4 - 13,6 - 410,0
Overige lasten - 363,7 - 55,1 - 78,5 - 2,3 - 1,2 1,4 - 499,4 - 23,8 6,8 - 516,4
Totale lasten - 3.593,4 - 844,1 - 1.193,7 - 14,2 - 9,6 1,6 - 5.653,4 - 48,3 22,9 - 5.678,8
Resultaat voor belastingen 464,9 11,5 108,3 113,1 3,1 700,9 - 153,1 - 0,1 547,7
Winstbelastingen - 109,2 - 0,3 - 28,4 - 137,9 - 7,9 - 145,8
Netto resultaat over de periode 355,7 11,2 79,9 113,1 3,1 563,0 - 161,0 - 0,1 401,9
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 96,7 21,6 - 118,3 118,3
Netto resultaat toewijsbaar aan
de aandeelhouders 259,0 11,2 58,3 113,1 3,1 444,7 - 161,0 - 0,1 283,6
Totale baten van externe klanten 4.063,5 862,7 1.304,9 127,3 6.358,4 - 143,0 6.215,4
Totale baten intern - 5,2 - 7,1 - 2,9 12,7 - 1,6 - 4,1 38,2 - 23,0 11,1
Totale baten 4.058,3 855,6 1.302,0 127,3 12,7 - 1,6 6.354,3 - 104,8 - 23,0 6.226,5
Overige niet-geldelijke lasten
anders dan afschrijvingen - 50,1 - 50,1 0,1 - 50,0

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Continentaal Her- Verzekeringen Totaal Groep
Eerste halfjaar 2017 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties Verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 2.508,1 830,9 932,7 24,2 - 24,2 4.271,7 - 0,6 4.271,1
Premies inzake beleggingscontracten 415,5 501,0 916,5 916,5
Bruto premie-inkomen 2.923,6 830,9 1.433,7 24,2 - 24,2 5.188,2 - 0,6 5.187,6
Continentaal Her- Verzekeringen Totaal Groep
Eerste halfjaar 2016 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties Verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 3.065,6 928,1 777,8 143,9 21,3 - 21,3 4.915,4 - 0,1 4.915,3
- Wijziging in niet-verdiende premies - 79,8 - 39,7 - 4,8 - 124,3 - 124,3
- Uitgaande herverzekeringspremies - 29,0 - 59,1 - 47,0 - 12,1 - 12,3 21,3 - 138,2 - 138,2
Netto verdiende premies 2.956,8 829,3 726,0 131,8 9,0 4.652,9 - 0,1 4.652,8
Rentebaten, dividenden
en overige beleggingsbaten 1.266,8 36,4 129,5 50,7 0,5 1.483,9 21,7 - 17,5 1.488,1
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 67,1 67,1
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 198,7 10,5 9,3 203,3 - 0,3 421,5 197,3 618,8
Baten uit beleggingen
inzake unit-linked contracten - 70,9 85,2 - 30,6 - 16,3 - 16,3
Aandeel in het resultaat van deelnemingen 1,1 4,4 5,9 128,5 139,9 12,5 152,4
Commissiebaten 64,0 62,0 52,2 28,3 0,9 - 0,8 206,6 206,6
Overige baten 87,9 24,1 5,0 3,4 - 2,1 118,3 3,7 - 7,6 114,4
Totale baten 4.504,4 966,7 1.013,1 515,4 10,1 - 2,9 7.006,8 302,3 - 25,2 7.283,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.235,5 - 577,5 - 635,3 - 113,2 - 31,2 27,8 - 4.564,9 0,2 - 4.564,7
- Schadelasten en uitkeringen,
aandeel herverzekeraars 60,5 12,2 13,2 4,5 27,0 - 27,8 89,6 89,6
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.175,0 - 565,3 - 622,1 - 108,7 - 4,2 - 4.475,3 0,2 - 4.475,1
Lasten inzake unit-linked contracten 63,6 - 92,4 28,0 - 0,8 - 0,8
Financieringslasten - 55,0 - 4,5 - 13,6 - 18,0 - 91,1 - 17,1 17,4 - 90,8
Wijzigingen in bijzondere
waardeverminderingen - 14,7 - 16,8 - 5,3 - 36,8 - 11,1 - 47,9
Wijzigingen in voorzieningen 1,0 - 1,0 0,2 0,2 - 887,3 - 887,1
Commissielasten - 330,3 - 168,3 - 86,7 - 35,0 - 2,8 0,7 - 622,4 - 622,4
Personeelskosten - 250,2 - 99,8 - 38,8 - 22,9 - 411,7 - 15,7 - 427,4
Overige lasten - 380,2 - 84,8 - 72,6 - 23,2 - 0,9 2,2 - 559,5 - 40,3 7,6 - 592,2
Totale lasten - 4.140,8 - 923,7 - 942,8 - 185,1 - 7,9 2,9 - 6.197,4 - 971,5 25,2 - 7.143,7
Resultaat voor belastingen 363,6 43,0 70,3 330,3 2,2 809,4 - 669,2 140,2
Winstbelastingen - 79,7 - 8,2 - 22,8 - 1,3 - 112,0 - 5,6 - 117,6
Netto resultaat over de periode 283,9 34,8 47,5 329,0 2,2 697,4 - 674,8 22,6
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 77,9 11,9 89,8 89,8
Netto resultaat toewijsbaar
aan de aandeelhouders 206,0 34,8 35,6 329,0 2,2 607,6 - 674,8 - 67,2
Totale baten van externe klanten 4.508,0 971,0 1.016,6 515,4 7.011,0 272,9 7.283,9
Totale baten intern - 3,6 - 4,3 - 3,5 10,1 - 2,9 - 4,2 29,4 - 25,2
Totale baten 4.504,4 966,7 1.013,1 515,4 10,1 - 2,9 7.006,8 302,3 - 25,2 7.283,9
Overige niet-geldelijke lasten
anders dan afschrijvingen - 168,2 - 9,6 - 36,2 - 214,0 - 214,0

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies van verzekeringscontracten en bedragen ontvangen uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Continentaal Her- Verzekeringen Totaal Groep
Eerste halfjaar 2016 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties Verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 3.065,6 928,1 777,8 143,9 21,3 - 21,3 4.915,4 - 0,1 4.915,4
Premies inzake beleggingscontracten 223,6 486,5 39,4 749,5 749,5
Bruto premie-inkomen 3.289,2 928,1 1.264,3 183,3 21,3 - 21,3 5.664,9 - 0,1 5.664,9

6.3 Operationeel resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.

Het operationeel resultaat omvat de netto ontvangen premies, commissies en gealloceerde beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden, na aftrek van nettoschadelasten, uitkeringen en alleoperationele lasten, inclusief schadeafhankelingskosten, beleggingskosten, commissies en andere kosten gealloceerd aan het verzekerings- en/of beleggingscontract. Het verschil tussen het operationele resultaat en het resultaat voor belastingen bestaat uit alle opbrengsten en kosten die niet aan de verzekerings- en/of beleggingscontracten zijn gealloceerd en zodoende niet zijn verwerkt in het operationele resultaat of het resultaat van de niet-geconsolideerde partnerships. De definities van de alternatieve resultaatmaatstaven zijn in de onderstaande tabellen toegelicht.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het segment leven omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). Het segment Niet-leven bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.

Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Continentaal Her- Verzekeringen Totaal Algemene Totaal
Eerste halfjaar 2017 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties Verzekeringen Rekening Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 1.891,1 1.002,9 2.894,0 2.894,0
Bruto premie-inkomen Niet-leven 1.032,5 830,9 430,8 24,2 - 24,2 2.294,2 - 0,6 2.293,6
Operationele kosten - 274,9 - 119,9 - 105,3 - 1,1 - - 501,2 - 501,2
- Gegarandeerde producten 265,5 52,6 318,1 318,1
- Unit linked producten 11,2 7,5 18,7 18,7
Operationeel resultaat Leven 276,7 60,1 336,8 336,8
- Ongevallen en ziekte 17,0 - 0,3 23,7 40,4 40,4
- Auto 66,3 4,0 - 2,8 1,4 68,9 68,9
- Brand en overige schade
aan eigendommen 49,1 6,3 12,3 0,7 68,4 68,4
- Overig 13,7 - 6,3 9,1 0,3 16,8 16,8
Operationeel resultaat Niet-leven 146,1 3,7 42,3 2,4 194,5 194,5
Operationeel resultaat 422,8 3,7 102,4 2,4 531,3 531,3
Aandeel in het resultaat van
deelnemingen, niet gealloceerd 7,8 14,7 127,3 149,8 1,1 150,9
Overig niet-technisch resultaat,
inclusief brokerage 42,1 - 8,8 - 14,2 0,7 19,8 - 154,2 - 0,1 - 134,5
Resultaat voor belastingen 464,9 11,5 108,3 113,1 3,1 700,9 - 153,1 - 0,1 547,7
Key performance indicators Leven
Netto onderschrijvingsmarge -0,04% 0,28% 0,03% 0,03%
Beleggingsmarge 1,04% 0,51% 0,92% 0,92%
Operationele marge 1,00% 0,79% 0,95% 0,95%
- Operationele marge
Gegarandeerde producten 1,10% 1,33% 1,14% 1,14%
- Operationele marge Unit linked producten 0,30% 0,20% 0,25% 0,25%
Operationele kosten Leven
in % van het gemiddeld
beheerd vermogen Leven 0,38% 0,40% 0,39% 0,39%
Key performance indicators Niet-leven
Kostenratio 38,3% 33,9% 28,8% 26,4% 34,9% 34,9%
Schaderatio 52,0% 71,8% 61,7% 51,3% 61,0% 61,0%
Combined ratio 90,3% 105,7% 90,5% 77,7% 95,9% 95,9%
Operationele marge 15,9% 0,5% 11,3% 22,3% 9,4% 9,4%
Technische voorzieningen 62.322,8 2.883,1 17.271,9 24,9 - 14,0 82.488,7 - 8,7 82.480,0
Continentaal Her- Verzekeringen Totaal Algemene Totaal
Eerste halfjaar 2016 België VK Europa Azië verzekering Eliminaties Verzekeringen Rekening Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 2.274,2 930,3 183,3 3.387,8 - 0,1 3.387,7
Bruto premie-inkomen Niet-leven 1.015,0 928,1 334,0 21,3 - 21,3 2.277,1 2.277,1
Operationele kosten - 269,3 - 114,9 - 86,1 - 22,2 - 0,9 - 493,4 - 493,4
- Gegarandeerde producten 253,2 44,6 10,0 307,8 307,8
- Unit linked producten 6,9 2,4 7,1 16,4 16,4
Operationeel resultaat Leven 260,1 47,0 17,1 324,2 324,2
- Ongevallen en ziekte 3,0 - 0,9 17,8 0,2 20,1 20,1
- Auto 35,6 38,4 4,8 78,8 78,8
- Brand en overige schade
aan eigendommen 5,6 1,6 8,3 1,8 17,3 17,3
- Overig 10,5 - 0,9 7,8 17,4 17,4
Operationeel resultaat Niet-leven 54,7 38,2 38,7 2,0 133,6 133,6
Operationeel resultaat 314,8 38,2 85,7 17,1 2,0 457,8 457,8
Aandeel in het resultaat
van deelnemingen, niet gealloceerd 4,4 5,9 130,8 141,1 12,4 0,1 153,6
Overig niet-technisch resultaat, incl. brokerage 48,8 0,4 - 21,3 182,4 0,2 210,5 - 681,6 - 0,1 - 471,2
Resultaat voor belastingen 363,6 43,0 70,3 330,3 2,2 809,4 - 669,2 140,2
Key performance indicators Leven
Netto onderschrijvingsmarge -0,01% 0,22% 0,10% 0,10%
Beleggingsmarge 0,97% 0,43% 0,84% 0,84%
Operationele marge 0,96% 0,65% 0,94% 0,94%
- Operationele marge
Gegarandeerde producten 1,04% 1,03% 1,08% 1,08%
- Operationele marge Unit linked producten 0,23% 0,08% 0,28% 0,28%
Operationele kosten Leven in % van het
gemiddeld beheerd vermogen Leven 0,38% 0,40% 0,45% 0,45%
Key performance indicators Niet-leven
Kostenratio 38,2% 31,9% 29,5% 31,4% 34,4% 34,4%
Schaderatio 62,7% 68,2% 61,0% 46,4% 64,6% 64,6%
Combined ratio 100,9% 100,1% 90,5% 77,8% 99,0% 99,0%
Operationele marge 6,0% 4,6% 13,0% 22,2% 6,5% 6,5%
Technische voorzieningen 63.183,4 2.576,2 16.750,3 35,5 - 28,0 82.517,4 - 4,9 82.512,5

Definities van alternatieve resultaatmaatstaven in de tabellen

Netto-onderschrijvingsresultaat : Het verschil tussen de netto verdiende premies en de som van de werkelijke schade-uitkeringen en de mutatie van de verzekeringsver
plichtingen, beide gecorrigeerd voor herverzekering. Het resultaat wordt weergegeven onder aftrek van schadeafhandelingskosten, al
gemene kosten, provisies en herverzekering.
Netto-onderschrijvingsmarge : Voor Leven het netto-onderschrijvingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen Leven tijdens
de verslagperiode. Voor Niet-leven het netto-onderschrijvingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie.
Nettobeleggingsresultaat : De som van beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden op activa die verzekeringsverplichtingen dekken, na
aftrek van de hieraan verbonden beleggingskosten. De beleggingsresultaten voor Leven worden daarnaast gecorrigeerd voor het aan de
polishouders als technische rente en winstdeling toegewezen bedrag. Het beleggingsresultaat voor Ongevallen & Leven (onderdeel van
Niet-leven) wordt ook gecorrigeerd voor de opgelopen technische rente van de verzekeringsverplichtingen.
Nettobeleggingsmarge : Voor Leven het beleggingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen Leven tijdens de ver
slagperiode. Voor Niet-leven het nettobeleggingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie.
Netto operationeel resultaat : De som van het netto-onderschrijvingsresultaat, beleggingsresultaat en overige aan de verzekerings- en/of beleggingscontracten
toegewezen resultaten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die
niet onder de verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resul
taat van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt.
Netto operationele marge : Voor leven het operationele resultaat op jaarbasis voor de periode, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen Leven.
Voor Niet-leven het operationele resultaat gedeeld door de netto verdiende premie.
Netto verdiende premies : De premies Niet-leven die de risico's voor de huidige periode dekken, verrekend met de premies betaald aan herverzekeraars en mutatie
in reserves voor niet verdiende premies.
Lastenratio : Kosten uitgedrukt als een percentage van de netto verdiende premies. Interne kosten voor schadebehandeling en commissies, na aftrek
van herverzekering, zijn ook in de kosten begrepen.
Schaderatio : De schadelasten en uitkeringen, na aftrek van herverzekering, uitgedrukt als een percentage van de netto verdiende premies.
Combined ratio : Een maatstaf voor de winstgevendheid in Niet-leven, de verhouding tussen de totale kosten van de verzekeraar en de netto verdiende
premies. Dit zijn de totale lasten van de verzekeraar als percentage van de netto verdiende premies. Dit is de som van de schade- en de
lastenratio.

Toelichting op de geconsolideerde balans

7 Financiële beleggingen

De samenstelling van de financiële beleggingen is als volgt.

30 juni 2017 31 december 2016
Financiële beleggingen
-
Tot einde looptijd aangehouden
4.645,1 4.715,3
-
Voor verkoop beschikbaar
59.822,3 61.816,9
-
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening
299,0 251,1
-
Afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa)
57,1 8,0
Totaal bruto 64.823,5 66.791,3
Bijzondere waardeverminderingen:
-
op voor verkoop beschikbare beleggingen
- 220,3 - 219,9
Totaal bijzondere waardeverminderingen - 220,3 - 219,9
Totaal 64.603,2 66.571,4

Raadpleeg voor meer informatie over afgeleide instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden noot 16 Derivaten.

7.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden

Overheids- Bedrijfs-
obligaties obligaties Totaal
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2016 4.725,0 77,1 4.802,1
Amortisatie 10,9 2,5 13,4
Einde looptijd - 94,5 - 5,7 - 100,2
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2016 4.641,4 73,9 4.715,3
Amortisatie 3,7 1,1 4,8
Einde looptijd - 75,0 - 75,0
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 30 juni 2017 4.645,1 4.645,1
Reële waarde op 31 december 2016 7.046,1 74,8 7.120,9
Reële waarde op 30 juni 2017 6.825,2 6.825,2

De reële waarde van overheidsobligaties geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd is gebaseerd op genoteerde prijzen in actieve markten (niveau 1) en de reële waarde van schuldeffecten van bedrijven geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd op niet-observeerbare inputs (tegenpartij quotes, niveau 3).

De overheidsobligaties aangemerkt als beleggingen tot einde looptijd aangehouden naar land van uitgifte zijn als volgt.

Historische/
geamortiseerde Reële
30 juni 2017 kostprijs waarden
Belgische overheid 4.339,1 6.449,4
Portugese overheid 306,0 375,8
Totaal 4.645,1 6.825,2
Historische/
geamortiseerde Reële
31 december 2016 kostprijs waarden
Belgische overheid 4.342,6 6.674,9
Portugese overheid 298,8 371,2
Totaal 4.641,4 7.046,1

7.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen

De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.

Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal waarde- Reële
30 juni 2017 kostprijs winsten verliezen bruto verminderingen waarden
Overheidsobligaties 27.814,6 5.255,7 - 92,2 32.978,1 32.978,1
Bedrijfsobligaties 20.324,9 1.596,8 - 29,7 21.892,0 - 21,7 21.870,3
Gestructureerde kredietinstrumenten 66,1 11,8 - 0,3 77,6 - 0,1 77,5
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 48.205,6 6.864,3 - 122,2 54.947,7 - 21,8 54.925,9
Private equity en durfkapitaal 65,9 8,2 - 0,2 73,9 73,9
Aandelen 4.097,9 719,9 - 25,1 4.792,7 - 198,5 4.594,2
Overige beleggingen 8,0 8,0 8,0
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 4.171,8 728,1 - 25,3 4.874,6 - 198,5 4.676,1

Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 52.377,4 7.592,4 - 147,5 59.822,3 - 220,3 59.602,0

Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal waarde- Reële
31 december 2016 kostprijs winsten verliezen bruto verminderingen waarden
Overheidsobligaties 27.358,5 5.941,2 - 102,3 33.197,4 33.197,4
Bedrijfsobligaties 22.168,4 1.878,2 - 42,1 24.004,5 - 22,6 23.981,9
Gestructureerde kredietinstrumenten 108,2 11,3 - 1,4 118,1 - 0,1 118,0
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 49.635,1 7.830,7 - 145,8 57.320,0 - 22,7 57.297,3
Private equity en durfkapitaal 62,6 5,9 - 1,3 67,2 67,2
Aandelen 3.842,9 609,2 - 31,6 4.420,5 - 197,2 4.223,3
Overige beleggingen 9,2 9,2 9,2
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 3.914,7 615,1 - 32,9 4.496,9 - 197,2 4.299,7
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 53.549,8 8.445,8 - 178,7 61.816,9 - 219,9 61.597,0

Een bedrag van EUR 1.125,8 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is aangehouden als onderpand (31 december 2016: EUR 1.288,4 miljoen) (zie ook noot 12 Leningen).

De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:

  • niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
  • niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).

De waarderingen zijn als volgt.

30 juni 2017 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 32.930,7 47,4 32.978,1
Bedrijfsobligaties 20.997,7 868,6 4,0 21.870,3
Gestructureerde kredietinstrumenten 61,3 1,4 14,8 77,5
Aandelen, private equity en overige beleggingen 3.029,1 1.428,8 218,2 4.676,1
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 57.018,8 2.346,2 237,0 59.602,0
31 december 2016 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 33.149,6 47,8 33.197,4
Bedrijfsobligaties 23.342,0 639,9 23.981,9
Gestructureerde kredietinstrumenten 37,3 49,3 31,4 118,0
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.839,9 1.313,0 146,8 4.299,7
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 59.368,8 2.050,0 178,2 61.597,0

De veranderingen in niveau 3 waarderingen zijn als volgt.

30 juni 2017 31 december 2016
Stand per 1 januari 178,2 219,9
Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode - 11,7 - 25,1
Aankoop 22,3 13,2
Opbrengst van verkopen - 6,3 - 26,7
Gerealiseerde winsten (verliezen) - 0,4 2,6
Bijzondere waardevermindering - 1,2 - 4,7
Ongerealiseerde winsten (verliezen) 3,8 - 1,0
Overdracht tussen categorieën 52,3
Stand per einde periode 237,0 178,2

Niveau 3 waarderingen voor private equity en durfkapitaal maken gebruik van reële waarden die worden bekendgemaakt in het geauditeerde financieel verslag van de relevante deelnemingen. Niveau 3 waarderingen voor aandelen en asset-backed securities maken gebruik van een discounted cash flow methodologie. Verwachte cashflows houden rekening met de oorspronkelijke onderschrijvingscriteria, de kenmerken van de lener (zoals leeftijd en kredietscores), loan-to-value ratio's, verwachte schommelingen in de huizenprijzen en verwachte vooruitbetalingsniveaus enz. De verwachte cashflows worden verdisconteerd aan de voor risico gecorrigeerde rentes. Marktdeelnemers maken vaak gebruik van zulke discounted cashflow technieken om private equity en durfkapitaal te waarderen. Wij maken eveneens tot op zekere hoogte gebruik van deze quotes bij het waarderen van deze instrumenten. Deze technieken zijn onderhevig aan inherente beperkingen, zoals een schatting van de gepaste disconteringsvoet, en verschillende gegevens en assumpties zouden verschillende resultaten opleveren.

De niveau 3 posities zijn met name gevoelig voor een verandering in het niveau van de verwachte toekomstige cashflows, en overeenkomstig variëren hun reële waarden in verhouding tot de veranderingen in deze cashflows. De veranderingen in de waarde van de niveau 3 instrumenten worden verantwoord in het overige comprehensive income.

Overheidsobligaties naar land van uitgifte

Het aandeel per land in de beleggingsportefeuille overheidsobligaties op basis van reële waarde kan als volgt worden weergegeven.

Onderstaande tabel geeft de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen) weer. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.

30 juni 2017 31 december 2016
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties:
Boekwaarde 54.925,9 57.297,3
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 6.742,1 7.684,9
-
Belasting
- 2.276,7 - 2.597,2
Shadow accounting - 2.919,0 - 3.701,3
-
Belasting
987,0 1.256,7
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 2.533,4 2.643,1
30 juni 2017 31 december 2016
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 4.676,1 4.299,7
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 702,8 582,2
-
Belasting
- 74,5 - 67,8
Shadow accounting - 299,8 - 282,4
-
Belasting
100,9 96,1
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 429,4 328,1

Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen

De samenstelling van de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.

30 juni 2017 31 december 2016
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen:
-
op obligaties
- 21,8 - 22,7
-
op aandelen en overige beleggingen
- 198,5 - 197,2
Totaal bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen - 220,3 - 219,9

De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.

30 juni 2017 31 december 2016
Stand per 1 januari - 219,9 - 200,1
Toename bijzondere waardeverminderingen - 5,3 - 58,0
Terugname bij de verkoop/desinvestering 4,0 36,7
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen 0,9 1,5
Stand per einde periode - 220,3 - 219,9

7.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

De volgende tabel geeft toelichting op beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening.

30 juni 2017 31 december 2016
Overheidsobligaties 1,6
Bedrijfsobligaties 98,2 69,3
Obligaties 99,8 69,3
Aandelen 99,3 117,5
Overige beleggingen 99,9 64,3
Aandelen en overige beleggingen 199,2 181,8
Totaal beleggingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 299,0 251,1

Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de waardering daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.

De nominale waarde van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 30 juni 2017 EUR 99,5 miljoen (31 december 2016: EUR 69,4 miljoen).

De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:

  • niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
  • niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).

De waarderingen zijn als volgt.

30 juni 2017 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 1,6 1,6
Bedrijfsobligaties 98,2 98,2
Aandelen 99,3 99,3
Overige investeringen 5,5 94,4 99,9
Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening 204,6 94,4 299,0
XXX
31 december 2016 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Bedrijfsobligaties 69,3 69,3
Aandelen 76,5 41,0 117,5
Overige investeringen 64,3 64,3
Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening 145,8 105,3 251,1

7.4 Vastgoedbeleggingen

De onderstaande tabel toont de reële waarde van het vastgoed, aangehouden als investering evenals voor eigen gebruik.

Reële waarde: 30 juni 2017 31 december 2016
Vastgoedbeleggingen 3.782,8 3.845,5
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.516,3 1.452,5
Totaal reële waarde 5.299,1 5.298,0
Boekwaarde:
Vastgoedbeleggingen 2.671,8 2.772,5
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.076,4 1.036,0
Totale boekwaarde 3.748,2 3.808,5
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.550,9 1.489,5
Belastingen - 515,3 - 494,7
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) 1.035,6 994,8

8 Leningen

De leningen zijn als volgt samengesteld.

30 juni 2017 31 december 2016
Overheid en officiële instellingen 4.006,8 3.803,1
Hypothecaire leningen 1.254,2 1.288,6
Commerciële leningen 2.164,4 2.009,9
Rentedragende deposito's 786,0 737,4
Leningen aan banken 573,8 512,1
Polisbeleningen 281,6 265,5
Bedrijfsleningen 77,1 79,7
Totaal 9.143,9 8.696,3
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen - 10,5 - 11,3
Totaal leningen 9.133,4 8.685,0

9 Beleggingen in deelnemingen

De volgende tabel geeft overzicht van de beleggingen in deelnemingen.

Continentaal Algemene
België VK Europa Azië Rekening Eliminaties Totaal
559,4 98,8 253,0 1.916,4 30,2 6,4 2.864,2
- 1,9 7,8 14,7 127,3 1,1 149,0
237,0 1.582,7 13.457,7 15.277,4
118,7 535,1 3.467,2 4.121,0
Continentaal Algemene
Vorig jaar België VK Europa Azië Rekening Eliminaties Totaal
Beleggingen in deelnemingen (31 dec 2016) 469,2 76,4 251,3 2.005,4 46,9 6,5 2.855,7
Aandeel in het resultaat van deelnemingen (6M 2016) 1,1 4,4 5,9 128,5 12,5 152,4
Bruto premie-inkomen van deelnemingen (6M 2016) 256,2 1.574,9 10.846,4 12.677,5
Bruto premie-inkomen van deelnemingen
tegen Ageas deel (6M 2016) 128,4 532,9 2.801,3 3.462,6

Deelnemingen zijn onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar deze deelnemingen opereren. Dividendbetalingen van deelnemingen worden soms onderworpen aan afspraken met aandeelhouders met de partners in de onderneming. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.

Daarnaast kunnen afspraken met aandeelhouders (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) onder andere zijn:

  • specifieke bepalingen over stemrechten of dividenduitkering;
  • gesloten periodes waarin alle partijen in het bezit van aandelen vóór een bepaalde periode geen aandelen mogen verkopen tenzij met toestemming van de andere betrokken partijen;

  • optie tot (door)verkoop aan de andere bij de overeenkomst betrokken partij(en), inclusief de onderliggende methode die voor de waardering van de aandelen wordt gehanteerd;

  • 'earn out'-mechanisme waarbij de oorspronkelijke verkoper van de aandelen additionele opbrengsten ontvangt indien bepaalde doelstellingen worden gerealiseerd;
  • exclusiviteitsbepalingen of niet-concurrentiebedingen in verband met de verkoop van verzekeringsproducten.

Royal Park Investments

Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de overblijvende activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken inzake een aantal Amerikaanse activa.

10 Verzekeringsverplichtingen

10.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven.

30 juni 2017 31 december 2016
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 25.642,0 25.714,7
Verplichting voor winstdeling polishouders 168,4 176,5
Shadow accounting 1.799,7 2.326,9
Bruto 27.610,1 28.218,1
Herverzekering - 17,1 - 22,9
Netto 27.593,0 28.195,2

10.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven.

30 juni 2017 31 december 2016
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 29.867,2 30.097,9
Verplichting voor winstdeling polishouders 115,9 147,4
Shadow accounting 1.419,2 1.656,9
Bruto 31.402,3 31.902,2
Herverzekering
Netto 31.402,3 31.902,2

10.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

De verplichtingen inzake unit-linked contracten (voor rekening en risico van polishouders) gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven.

30 juni 2017 31 december 2016
Verzekeringscontracten 2.408,1 2.296,9
Beleggingscontracten 12.801,1 12.056,4
Totaal 15.209,2 14.353,3

10.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten.

30 juni 2017 31 december 2016
Schadeverplichting 6.575,1 6.378,6
Niet-verdiende premies 1.662,3 1.571,7
Verplichting voor winstdeling polishouders 21,0 24,9
Bruto 8.258,4 7.975,2
Herverzekering - 790,4 - 616,6
Netto 7.468,0 7.358,6

11 Achtergestelde schulden

De achtergestelde schulden zijn als volgt.

30 juni 2017 31 december 2016
FRESH 1.250,0 1.250,0
Fixed Rate Reset Perpetual Subortdinated Notes 479,5 518,6
Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Notes 99,7 99,6
Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Loan BCP Investments 58,8 58,8
Dated Fixed Rate Subordinated Notes 395,8 395,7
Totaal achtergestelde schulden 2.283,8 2.322,7

De volgende table toont de mutaties in achtergestelde schulden

30 juni 2017 31 december 2016
Stand per 1 januari 2.322,7 2.380,4
Aflossing - 76,0
Valutaverschillen - 39,8 16,6
Amortisatie premies en kortingen 0,9 1,7
Stand per einde periode 2.283,8 2.322,7

12 Leningen

De volgende tabel toont de samenstelling van de leningen.

30 juni 2017 31 december 2016
Terugkoopovereenkomsten 1.137,9 1.300,0
Leningen 1.008,9 1.061,8
Leningen aan banken 2.146,8 2.361,8
Depots van herverzekeraars 96,5 92,0
Financiële leaseverplichtingen 19,5 19,8
Overige leningen 27,3 22,2
Totaal leningen 2.290,1 2.495,8

Terugkoopovereenkomsten zijn voornamelijk gezekerde korte-termijn leningen die worden aangewend om specifieke beleggingen af te dekken met aan te passen interest percentages en voor kasbeheersingsdoelstellingen.

Ageas heeft obligaties met een boekwaarde van EUR 1.125,8 miljoen (31 december 2016: EUR 1.288,4 miljoen) in onderpand gesteld voor terugkoopovereenkomsten. Daarnaast is vastgoed met een boekwaarde van EUR 28,3 miljoen (31 december 2016: EUR 391,5 miljoen) in onderpand gesteld voor leningen.

De boekwaarde van de leningen is een redelijke benadering van de reële waarde doordat de looptijden van contracten minder dan een jaar bedragen (terugkoopovereenkomsten) en/of doordat contracten een variabele rente dragen (leningen van banken). De reële waarde is derhalve gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niveau 2).

De volgende tabel toont de muaties in de leningen.

30 juni 2017 31 december 2016
Stand per 1 januari 2.495,8 2.787,5
Acquisitie van dochterondernemingen 157,8 119,4
Desinvestering van dochterondernemingen - 149,3 - 595,8
Opbrengsten van uitgiften 7,7 88,1
Betalingen - 219,5 - 85,9
Valutaverschillen - 2,4 - 40,0
Amortisatie premies en kortingen 0,1
Ongerealiseerde winsten en verliezen - 1,6
Overige wijzigingen 224,0
Stand per einde periode 2.290,1 2.495,8

13 RPN(I)

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met Ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een vooraf vastgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis Groep, hebben een financieel instrument geïntroduceerd, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).

Referentiebedrag en rentebetalingen

Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:

  • het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 12,53 miljoen aandelen Ageas waarin het instrument wordt geconverteerd, minus
  • het verschil tussen EUR 3.000 miljoen bij de uitgifte en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd aan de beurs van Luxemburg, vermenigvuldigd met
  • het aantal uitstaande CASHES (3.791 per 30 juni 2017) gedeeld door het aantal CASHES effecten dat oorspronkelijk werd uitgegeven (12.000).

Ageas betaalt rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal (als het resultaat hierboven negatief wordt, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV aan Ageas); de rente bedraagt 3-maands Euribor plus 90 basispunten. Ageas gaf 6,3% van de totaal uitstaande aandelen van AG Insurance in onderpand ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV.

Waardering

Het RPN referentiebedrag is gebaseerd op de prijs van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel. Het referentiebedrag steeg van EUR 275,0 miljoen op het einde van 2016 naar EUR 396,9 miljoen op 30 juni 2017, voornamelijk als gevolg van een stijging van de prijs van CASHES van 66,40% naar 78,28% tijdens de eerste zes maanden van 2017, en een daling van de koers van het aandeel Ageas van EUR 37,61 naar EUR 35,26 over dezelfde periode.

Gevoeligheid van de waarde van RPN(I)

Per 30 juni 2017 leidde een toename van de prijs van de CASHES met 1%, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, tot een stijging van het referentiebedrag met EUR 9,5 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 4,0 miljoen zal doen dalen.

14 Voorzieningen

De voorzieningen hebben hoofdzakelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op kwartaaleinde op basis van het oordeel van het management waarbij in de meeste gevallen rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van processen/geschillen. De lopende gerechtelijke procedures worden beschreven in noot 23 Voorwaardelijke verplichtingen.

Globale schikking gerelateerd met de Fortis gebeurtenissen van 2007 en 2008

Op 14 maart 2016 kondigden Ageas en de claimantenorganisaties, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en De Vereniging van Effectenbezitters VEB ("De Partijen"), een voorstel aan voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor gebeurtenissen van 2007 en 2008.

Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook een overeenkomst sloot met de D&O verzekeraars (Directors & Officers), de bestuurders en functionarissen betrokken in de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis.

Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om het schikkingsakkoord bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de huidige vorm niet bindend te verklaren. De verzoekers kregen de gelegenheid om voor uiterlijk 17 oktober 2017 een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel bij het Hof in te dienen. Deze tussentijdse uitspraak had geen invloed op het bedrag van de voorzieningen.

De partijen streven ernaar een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam te verkrijgen om de voorgestelde schikking bindend te verklaren voor alle Fortis aandeelhouders die in aanmerking komen volgens de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM).

De Schikking wordt pas definitief (i) als het Amsterdams Gerechtshof de Schikking bindend heeft verklaard en (ii) als op het einde van de

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.

opt-out periode de overeengekomen opt-out drempel niet is overschreden of als Ageas afstand heeft gedaan van haar recht de Schikking te beëindigen.

De financiële impact van de op 14 maart 2016 aangekondigde schikkingen met enerzijds de claimantenorganisaties, en anderzijds de D&O's en de Verzekeraars, is zichtbaar in de financiële IFRS rekeningen over het eerste kwartaal van 2016. De impact kan als volgt worden samengevat:

De netto-impact van de voorgestelde schikkingen op het netto Groepsresultaat bedraagt EUR 894 miljoen. Dit is het resultaat van:

  • de kosten van EUR 1.204 miljoen voor het akkoord omtrent de WCAM schikking;
  • plus EUR 50 miljoen voor de kosten en uitgaven van de organisaties voor de vertegenwoordiging van de belangen van de particuliere investeerders en/of hun toekomstige rol in het schikkingsproces;
  • plus een bijkomende provisie van EUR 62 miljoen voor het restrisico. Dit restrisico wordt geschat op 5% van het bedrag van de globale schikking;
  • min de schikking van EUR 290 miljoen bij te dragen door de D&O Verzekeraars en het terugdraaien van de voorziening voor rechtszaken uit het verleden aangelegd in 2014 (EUR 132,6 miljoen).

In verband met de schikkingsovereenkomst, werd een bedrag van EUR 241 miljoen betaald aan de Stichting FORsettlement ('Stichting') als voorschotsbetaling om de claims te schikken. Aangezien de schikking echter nog niet als bindend werd verklaard, werd deze betaling niet afgetrokken van de Schikkingsvoorziening, maar geboekt als vordering op de Stichting. Zodra de schikking als bindend wordt beschouwd, zal deze betaling worden afgetrokken van de voorziening voor de schikking.

De bedragen zijn weergegeven op de regel Voorzieningen in de balans en op de regel Wijzigingen in voorzieningen in de resultatenrekening.

30 juni 2017 31 december 2016
Stand per 1 januari 1.067,2 175,0
Aan- en verkoop dochterondernemingen 4,5
Toename (Afname) voorziening - 0,6 892,7
Aanwendingen in de loop van het jaar - 2,9 - 4,1
Omrekeningsverschillen - 0,1 - 0,9
Overige 6,4
Stand per einde periode 1.070,0 1.067,2

15 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties

15.1 Verplichting i.v.m. geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden AG Insurance aandelen

Op 12 maart 2009 sloot Ageas een overeenkomst over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in april 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst verleende Ageas aan Fortis Bank een putoptie tot herverkoop van het verworven belang in AG Insurance aan Ageas binnen de zes maanden na 1 januari 2018.

Ageas concludeerde dat het uitoefenen van de putoptie onvoorwaardelijk is. In overeenstemming met IAS 32 is Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018. Deze financiële verplichting wordt in een separate regel ('verplichting met betrekking tot geschreven putoptie') in de Balans verantwoord. De verplichting wordt ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance). Ageas waardeert de verplichting tegen het verwachte te betalen bedrag geactualiseerd tot op de rapporteringsdatum.

De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen.

Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie worden verantwoord in 'overige reserves'. Als de optie in 2018 wordt uitgeoefend, zal de verplichting als een contante betaling van Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV worden afgewikkeld en zal Ageas weer 25% + 1 aandeel AG Insurance verwerven. Als de optie echter afloopt zonder te zijn uitgeoefend, wordt de verplichting verantwoord ten laste van Minderheidsbelangen en Overige reserves.

Ageas hanteert embedded value van de Leven activiteiten van AG Insurance en een verdisconteerd kasstroommodel voor de Nietleven activiteiten voor de waardebepaling van de verplichting. Voor de bepaling van het verwachte bedrag bij afwikkeling wordt een waarderingsmethode gebruikt die is gebaseerd op:

  • huidige embedded value multiples voor levensverzekeringsmaatschappijen. Met ingang van 2016 wordt de peer group (sectorgenoten) verder verfijnd door uitsluitend in Continentaal Euroepa werkzame zuivere Leven maatschappijen te selecteren en gecombineerde entiteiten uit te sluiten;
  • een waardestijging op basis van een verwacht rendement van 9% (2016: 9%) op de embedded value en 75% dividend pay-out ratio voor 2016 en een pay-out ratio van 100% voor 2017;
  • een disconteringsvoet van 7,0% (2016: 7,0%).

Verwerking van de optie in de resultatenrekening

Zolang de optie niet is uitgeoefend, wordt het resultaat in de geconsolideerde resultatenrekening gelinkt aan minderheidsbelang (25% + 1 aandeel BNP), geboekt als minderheidsbelang.

Op basis van deze parameters is de netto contante waarde van de verplichting per 30 juni 2017 EUR 1.363 miljoen (31 december 2016: EUR 1.266 miljoen). De volgende gevoeligheden zijn berekend.

Disconteringsvoet +1% punt -1% punt
Waarde verplichting 1.357 1.370
Relatieve impact -0,4% 0,5%
'Price to Embedded Value' +10% -10%
Waarde verplichting 1.457 1.270
Relatieve impact 6,9% -6,8%
Groei percentage +1% punt -1% punt

De impact van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie op het eigen vermogen is de volgende.

Waarde geschreven putoptie 30 juni 2017 31 december 2016 Wijziging
Waarde verplichting inzake geschreven putoptie 1.363,0 1.266,0 97,0
Gerelateerde minderheidsbelangen - 1.520,1 - 1.561,2 41,1
Effect op eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 157,1 295,2 - 138,1

15.2 Putoptie AG Insurance verleend aan Parkimo

AG Insurance verleende een onvoorwaardelijke putoptie op haar aandeel van 10,05% aan Parkimo, de huidige minderheidsaandeelhouder van Interparking. De putoptie werd gewaardeerd tegen de reële waarde van het verwachte schikkingsbedrag voor EUR 99,9 miljoen (31 december 2016: 101,0 miljoen). AG Insurance verleende andere putopties voor een bedrag van EUR 7,5 miljoen (31 december 2016: EUR 7,9 miljoen).

16 Derivaten

Ageas gebruikt derivaten voornamelijk om alle rente-, aandelen- en valutarisico's te beheersen. Derivaten worden in principe verantwoord als handelsderivaten tenzij een afdekkingsrelatie met een open positie op de juiste wijze is gedocumenteerd. In dat geval worden derivaten verantwoord als hedging derivaten.

Wijzigingen in de reële waarde van handelsderivaten worden in de resultatenrekening verantwoord. Wijzigingen in de reële waarde van hedging derivaten worden verantwoord in het Overzicht van Overig comprehensive income met de wijziging in de reële waarde van de afgedekte positie.

In bepaalde situaties worden de wijzigingen in de reële waarde van het derivaat en de afgedekte positie beide opgenomen in de resultatenrekening. In dat geval wordt geen afdekkings-documentatie opgesteld en worden de derivaten verwerkt als voor handelsdoeleinden aangehouden.

Handelsderivaten

30 juni 2017 31 december 2016
Reële waarde Reële waarde
Nominale Nominale
Activa Passiva waarde Activa Passiva waarde
Vreemde valuta contracten
Forwards en futures 50,4 1,5 1.528,1 2,0 60,8 1.926,7
Totaal 50,4 1,5 1.528,1 2,0 60,8 1.926,7
Rentecontracten
Swaps 3,2 12,5 338,5 2,9 12,8 376,1
Opties 0,2 133,0 0,2 91,0
Totaal 3,4 12,5 471,5 3,2 12,8 467,1
Effecten/Index contracten
Opties en warrants 0,5 0,5
Totaal 0,5 0,5
Overige 3,3 16,6 2,8 35,2
Totaal 57,1 14,5 2.016,2 8,0 74,1 2.429,0
Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens 1,6 0,2 10,9
Reële waarden verkregen door gebruik van een waarderingsmodel 55,5 14,5 7,8 63,2
Totaal 57,1 14,5 8,0 74,1
Over the counter (OTC) 57,1 14,5 2.016,2 8,0 74,1 2.429,0
Totaal 57,1 14,5 2.016,2 8,0 74,1 2.429,0

Hedging derivaten

30 juni 2017 31 december 2016
Reële waarde Reële waarde
Nominale Nominale
Activa Passiva waarde Activa Passiva waarde
Rentecontracten
Swaps 1,6 17,1 1.290,2 43,4 1.441,9
Opties 0,1 82,2
Totaal 1,6 17,1 1.290,2 0,1 43,4 1.524,1
Effecten/Index contracten
Forwards en futures 3,1 10,3 173,1 4,3 7,2 97,4
Totaal 3,1 10,3 173,1 4,3 7,2 97,4
Totaal 4,7 27,4 1.463,3 4,4 50,6 1.621,5
Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens 3,1 21,7 4,3 36,6
Reële waarden op basis van een waarderingmodel 1,6 5,7 0,1 14,0
Totaal 4,7 27,4 4,4 50,6
Over the counter (OTC) 4,7 27,4 1.463,3 4,4 50,6 1.621,5
Totaal 4,7 27,4 1.463,3 4,4 50,6 1.621,5

Derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten).

17 Toezeggingen

Ontvangen en gedane toezeggingen waren als volgt.

Verplichtingen 30 juni 2017 31 december 2016
Ontvangen verplichtingen
Kredietlijnen 526,7 526,6
Onderpand & garanties ontvangen 4.896,8 4.919,5
Totaal ontvangen 5.423,5 5.446,1
Verstrekte verplichtingen
Garanties, Financieel en Prestatie Gerelateerde Kredietbrieven 130,9 91,4
Totaal kredietlijnen 1.180,4 1.468,5
Gebruikt -661,5 -618,3
Beschikbaar 518,9 850,2
Onderpand & garanties verstrekt 1.169,2 1.695,4
In bewaring gegeven activa en vorderingen 724,7 724,2
Kapitaal rechten en verplichtingen 171,3 243,1
Overige niet in de balans gewaardeerde verplichtingen 761,0 884,2
Totaal verstrekt 3.476,0 4.488,5

Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen onderpand en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.

Gedane toezeggingen bestaan voor het overgrote deel uit gegeven onderpand en garanties (EUR 1.169 miljoen), in verband met terugkoopovereenkomsten, toevertrouwde middelen en vorderingen (EUR 724 miljoen) en verstrekte kredietlijnen.

Andere niet in de balans gewaardeerde toezeggingen op 30 juni 2017 omvatten voor EUR 173 miljoen uitstaande kredietaanbiedingen (31 december 2016: EUR 58 miljoen) en voor EUR 397 miljoen aan vastgoedtoezeggingen (31 december 2016: EUR 749 miljoen).

18 Reële waarde van financiële activa en verplichtingen

In de volgende tabel zijn de boekwaarde en de reële waarde weergegeven van de financiële activa en verplichtingen die in de geconsolideerde balans van Ageas niet tegen reële waarde zijn gewaardeerd. De verplichtingen worden tegen geamortiseerde kosten aangehouden.

30 juni 2017 31 december 2016
Niveau Boekwaarde Reële waarde Boekwaarde Reële waarde
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 2 2.229,9 2.229,9 2.180,9 2.180,9
Tot einde looptijd gehouden financiële beleggingen 1 / 3 4.645,1 6.825,2 4.715,3 7.120,9
Vorderingen 2 9.133,4 9.698,6 8.685,0 9.357,6
Herverzekering en overige vorderingen 2 2.374,6 2.373,6 2.192,3 2.192,3
Totaal financiële activa 18.383,0 21.127,3 17.773,5 20.851,7
Verplichtingen
Achtergestelde schulden 2 2.283,8 2.406,6 2.322,7 2.360,0
Schulden 2 2.255,7 2.261,6 2.462,0 2.461,2
Overige financieringen 2 34,3 34,3 33,8 33,8
Totaal financiële verplichtingen 4.573,8 4.702,5 4.818,5 4.855,0

De reële waarde is de waarde waarvoor een actief kan worden omgeruild, een verplichting kan worden afgewikkeld of een eigen vermogensinstrument 'at arm's length' kan worden omgeruild tussen terzake goed geïnformeerde, tot een transactie bereidwillige partijen. Een gedetailleerde beschrijving van de gebruikte methodes voor de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten is te raadplegen in het jaarverslag over 2016. In de eerste zes maanden van 2017 vonden er geen materiële wijzigingen plaats in de waarderingsmethoden voor de bepaling van de reële waarde vergelegen met het jaarverslag over 2016.

De berekening van de reële waarde van financiële instrumenten die niet actief op financiële markten worden verhandeld, kan als volgt worden samengevat.

Type instrument Producten Ageas Reële waarde berekening
Instrumenten zonder vaste
looptijd
Zichtrekeningen
(rekeningen-courant)
spaarrekeningen, etc.
Nominale waarde.
Instrumenten zonder
derivaatachtige
elementen
Lineaire kredieten,
deposito's, etc.
Contante waardeberekening; het disconteringspercentage
is de rentecurve van de swap plus een marge (activa) of swap rente
curve min een marge (passiva); de marge is gebaseerd op
de gerealiseerde commerciële marge berekend op basis
van het gemiddelde aan nieuwe productie van de laatste drie maanden.
Instrumenten met
derivaatachtige
elementen
Hypotheken en
andere instrumenten
met derivaatachtige
elementen
Het product wordt gesplitst in enerzijds een lineair (zonder derivaat)
deel dat gewaardeerd wordt middels de contante waardeberekening,
anderzijds wordt het derivaat gewaardeerd middels
een optie-waarderingsmethode.
Achtergestelde
schulden en gerelateerde vorderingen
Achtergestelde
schulden
Waardering is gebaseerd op noteringen van handelaren in
een inactieve markt (niveau 3).
Private equity Private equity en
niet-beursgenoteerde
deelnemingen
In het algemeen gebaseerd op de richtlijnen van de
European Venture Capital Association,
gebruik makend van onder meer de ratio's bedrijfswaarde/EBITDA,
koers/cashflow en koers/winst etc.
Preferente aandelen
(niet-genoteerd)
Preferente aandelen Als het aandeel wordt geclassificeerd als vreemd vermogen
wordt de contantewaardemethode gebruikt.

Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening

19 Verzekeringspremies

Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf.

Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Bruto premie-inkomen Leven 2.894,0 3.387,8
Bruto premie-inkomen Niet-leven 2.294,2 2.277,1
Algemene Rekening en eliminaties - 0,6 - 0,1
Totaal bruto premie-inkomen 5.187,6 5.664,8
Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Netto premies Leven 1.959,5 2.608,0
Netto premies Niet-leven 2.069,4 2.044,9
Algemene Rekening en eliminaties - 0,6 - 0,1
Totaal netto premies 4.028,3 4.652,8

Het bruto premie-inkomen Leven bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies - direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.

Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Bruto premies Leven 1.977,5 2.638,3
Uitgaande herverzekeringspremies - 18,0 - 30,3
Netto premies Leven 1.959,5 2.608,0

Niet-leven

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de nettopremies Niet-leven. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige zijn samengevoegd onder overige Niet-leven.

Ongevallen en Overige
Eerste halfjaar 2017 Ziekte Niet-leven Totaal
Bruto geboekte premies 493,2 1.801,0 2.294,2
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 42,4 - 75,3 - 117,7
Bruto verdiende premies 450,8 1.725,7 2.176,5
Uitgaande herverzekeringspremies - 16,5 - 87,6 - 104,1
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 2,5 - 5,5 - 3,0
Netto verdiende premies Niet-leven 436,8 1.632,6 2.069,4
XXX
Ongevallen en Overige
Eerste halfjaar 2016 Ziekte Niet-leven Totaal
Bruto geboekte premies 455,3 1.821,8 2.277,1
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 30,8 - 93,5 - 124,3
Bruto verdiende premies 424,5 1.728,3 2.152,8
Uitgaande herverzekeringspremies - 16,7 - 95,5 - 112,2
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 2,9 1,4 4,3
Netto verdiende premies Niet-leven 410,7 1.634,2 2.044,9

20 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten

De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten.

Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Rentebaten
Rentebaten op kas en kasequivalenten 0,6 3,1
Rentebaten uit vorderingen op banken 10,2 10,3
Rentebaten op beleggingen 883,3 981,2
Rentebaten uit vorderingen op klanten 101,1 108,7
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden - 0,1 0,8
Overige rentebaten 1,2 11,1
Totaal rentebaten 996,3 1.115,2
Dividenden op aandelen 85,6 65,3
Huurbaten uit vastgoedbelegging 113,0 119,8
Opbrengsten parkeergarage 196,9 164,9
Overige baten op beleggingen 8,8 22,9
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.400,6 1.488,1

21 Schadelasten en uitkeringen

De opbouw van de schadelasten en uitkeringen, na herverzekering, is als volgt.

Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Levensverzekeringen 2.399,0 3.132,8
Niet-levensverzekeringen 1.285,6 1.342,5
Algemene rekening en eliminaties - 0,6 - 0,2
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 3.684,0 4.475,1

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.

Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Uitkeringen en afkopen, bruto 2.529,5 2.277,2
Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto - 123,8 867,5
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 2.405,7 3.144,7
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen - 6,7 - 11,9
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 2.399,0 3.132,8

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering.

Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Schaden, bruto 1.287,2 1.334,0
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto 246,6 86,2
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 1.533,8 1.420,2
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden - 57,1 - 41,9
Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten - 191,1 - 35,8
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 1.285,6 1.342,5

22 Financieringslasten

De onderstaande tabel toont de financieringslasten naar product.

Eerste halfjaar 2017 Eerste halfjaar 2016
Financieringslasten
Achtergestelde schulden 35,5 38,3
Leningen 11,7 12,7
Overige financieringen 0,4 11,5
Derivaten 3,2 3,3
Overige schulden 8,5 25,0
Totaal financieringslasten 59,3 90,8

Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans

23 Voorwaardelijke verplichtingen

23.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

De Ageas Groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde in een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.

Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortisgroep tussen mei 2007 en oktober 2008 (zoals acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in september/oktober 2007, aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan het worden betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures en een strafrechtelijke procedure in België.

Ageas ontkent dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Als deze juridische acties succesvol zouden blijken, zouden zij een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie van Ageas. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.

Op 14 maart 2016 kondigde Ageas een schikking aan met verscheidene claimantenorganisaties die aandeelhouders vertegenwoordigen in collectieve procedures voor de Belgische en Nederlandse rechtbanken (de "Schikking"). Op 23 mei 2016 hebben de partijen bij de Schikking, Ageas, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis, VEB en Stichting FORsettlement, het Gerechtshof Amsterdam verzocht de Schikking bindend te verklaren voor alle in aanmerking komende Fortis aandeelhouders die niet binnen een bepaalde periode opteren voor een opt-out, overeenkomstig de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade. Ageas heeft ondertussen tevens een overeenkomst bereikt met mr. Arnauts en mr. Lenssens, twee Brusselse advocaten die namens een aantal eisers juridische stappen hebben genomen tegen Ageas, en in 2017 met de Luxemburgse onderneming Archand s.à.r.l. en geassocieerde personen om de Schikking te steunen.

De Schikking wordt pas definitief (i) als het Amsterdams Gerechtshof de Schikking bindend heeft verklaard en (ii) als op het einde van de opt-out periode de overeengekomen opt-out drempel niet is overschreden of als Ageas afstand heeft gedaan van haar recht de Schikking te beëindigen. Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om het schikkingsakkoord bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de huidige vorm niet bindend te verklaren. De verzoekers kregen de gelegenheid om voor uiterlijk 17 oktober 2017 een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel bij het Hof in te dienen.

I. Procedures gedekt door de Schikking

1. Burgerlijke procedures ingesteld door aandeelhouders of aandeelhoudersverenigingen

Een voorziening van EUR 1 miljard werd geboekt voor de Schikking, met inbegrip van een voorziening van EUR 62 miljoen voor het restrisico, geschat op 5% van het totale schikkingsbedrag (zie noot 14 Voorzieningen).

De partijen bij de Schikking hebben zich ertoe verbonden hun procedures tegen Ageas te schorsen en hebben hun advocaten in die zin geïnstrueerd. Bovendien zijn vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bij het Amsterdams Gerechtshof alle procedures in Nederland hieronder vermeld in sectie 1.1 van rechtswege geschorst.

Voormelde partijen hebben zich er tevens toe verbonden hun procedures definitief te beëindigen als de schikking definitief geworden is. Deminor zal zich inspannen om de procedure te beëindigen door de claimanten die zij vertegenwoordigt te verzoeken instructies in die zin te geven overeenkomstig art. 821 Gerechtelijk Wetboek.

Deze procedures in België en Nederland (i) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008 en/of (ii) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008.

1.1 In Nederland

1.1.1 VEB

Op 19 januari 2011 heeft de VEB ("Vereniging van Effectenbezitters") een collectieve actie ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormden door Fortis, door financiële instellingen die betrokken waren bij de kapitaalverhoging in september/oktober 2007 en/of door sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of van sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de eerder genoemde financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

1.1.2 Stichting FortisEffect

Stichting FortisEffect en een aantal personen, vertegenwoordigd door mr. De Gier, hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de collectieve actie van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, dan wel de betaling van schadevergoeding als alternatief. Op 29 juli 2014, heeft het Gerechtshof Amsterdam beslist dat de verkoop van de Nederlandse Fortisonderdelen in 2008 onaangetast blijft. Het Hof oordeelde echter ook dat Fortis in de periode van 29 september tot en met 1 oktober 2008 misleidende en onvolledige informatie verstrekt heeft aan de markt. Het Hof concludeerde dat Ageas de schade die de betrokken aandeelhouders daardoor geleden hebben, moet vergoeden. De omvang van eventuele vergoedingen moet in aparte procedures worden bepaald. Ageas heeft in oktober 2014 bij de Hoge Raad een cassatieberoep ingediend tegen het arrest van het Gerechtshof. Stichting FortisEffect heeft eveneens cassatieberoep aangetekend bij de Hoge Raad, onder meer omdat het Gerechtshof oordeelde dat de communicatie van de Nederlandse Staat niet misleidend was. Vermits de procedure van FortisEffect tegen de Nederlandse Staat niet gedekt is door de Schikking, werd het cassatieberoep tegen de Nederlandse Staat niet geschorst. Op 30 september 2016 verwierp de Hoge Raad het beroep met betrekking tot de communicatie van de Nederlandse Staat.

1.1.3 Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF)

Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van vermeende misleidende communicatie door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde Stichting, namens en samen met een aantal geïdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid.

1.1.4 Vorderingen namens individuele aandeelhouders

In een procedure die werd ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Bos, oordeelde de rechtbank van Utrecht op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en in voorkomend geval, de hoogte ervan moet worden bepaald. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit, of verband zou houden met, de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis Groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert mr. Bos schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie over (i) Fortis' subprime blootstelling in 2007/2008, (ii) de solvabiliteit van Fortis in de periode januari – juni 2008, (iii) de voorwaarden die door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO en (iv) de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van Fortis op 26 september 2008.

Sinds 1 augustus 2014 stelde mr. Meijer vijf afzonderlijke procedures in, elk namens een individuele eiser, bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd om het verlies te compenseren als gevolg van de vermeende miscommunicatie door Fortis in de periode september 2007 tot september 2008.

Op 23 september 2014 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege de misleidende communicatie door Fortis tussen 29 september 2008 en 1 oktober 2008 zoals vastgesteld in de uitspraak van 29 juli 2014 in de zaak FortisEffect. Op 1 april 2015 heeft de rechtbank besloten dat deze procedure zal worden samengevoegd met de eerste twee Meijer procedures.

Op 11 mei 2015 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas en een voormalig topmanager van Fortis bij de rechtbank van Amsterdam, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege misleidende communicatie over de financiële positie van Fortis.

1.1.5 Stichting Fortisclaim

Op 10 juni 2016 heeft de Stichting Fortisclaim tegen Ageas een collectieve procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht met betrekking tot (i) Fortis' beleid inzake solvabiliteit na de overname van ABN Amro en (ii) diverse mededelingen gedaan door Fortis tussen 24 mei 2007 en 3 oktober 2008 inzake haar subprime blootstelling, solvabiliteit, liquiditeit en haar positie na het eerste reddingsweekend in september 2008.

1.2 In België

1.2.1 Modrikamen

Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Op 23 oktober 2015 verwierp het Hof van Cassatie dit beroep. Tot op heden wordt de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers wordt nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50% van de eisers onontvankelijk. Op 29 april 2016 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel beslist de zaak te schorsen in afwachting van het resultaat van de strafprocedure.

1.2.2 Deminor

Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25% van de eisers onontvankelijk.

1.2.3 Overige vorderingen namens individuele aandeelhouders

Op 12 september 2012 hebben Patripart, een (voormalige) Fortis aandeelhouder, en haar moedermaatschappij Patrinvest een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. Op 1 februari 2016 verwierp de rechtbank de vordering over de hele lijn. Op 16 maart 2016 heeft Patrinvest beroep aangetekend bij het Brusselse Hof van Beroep.

Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatie-verstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.

Op 25 juni 2013 werd een gelijkaardige procedure gestart voor dezelfde rechtbank door twee aandeelhouders. Deze eisers verzoeken hun zaak met de zaak Deminor samen te voegen. Ondertussen hebben de eisers ingestemd met een opschorting van hun zaak naar een nog niet bepaalde datum.

Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.

II Procedures niet gedekt door de Schikking

2. Administratieve procedure in België

De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van EUR 500.000. Op 24 september 2015 oordeelde het Hof van beroep in Brussel over de beslissing van de sanctiecommissie en besliste Ageas een lagere boete van EUR 250.000 op te leggen voor het verspreiden van misleidende informatie op 12 juni 2008. Om procedurele redenen was er een Franstalige en een Nederlandstalige procedure. In elke procedure deed het Brusselse Gerechtshof uitspraak op 24 september 2015. Ageas heeft op 24 augustus 2016 tegen de Franse uitspraak beroep aangetekend bij het Hof van Cassatie. Op 14 juni 2017 tekende Ageas beroep aan bij het Hof van Cassatie tegen de Nederlandse uitspraak.

3. Strafprocedure in België

In België loopt sinds oktober 2008 een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In februari 2013 heeft de procureur des Konings zijn vordering ingediend met volgende ten lasteleggingen: (i) foutieve jaarrekening 2007 door de overschatting van subprime-gerelateerde activa, (ii) aanzetting om in te tekenen op de kapitaalverhoging in 2007 op basis van verkeerde informatie en (iii) publicatie van in meerdere gevallen verkeerde of onvolledige informatie over de subprime blootstelling tussen augustus 2007 en april 2008. Op basis hiervan heeft hij de Raadkamer verzocht een aantal personen te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Daar verschillende betrokken partijen om aanvullend onderzoek hebben gevraagd en dit verzoek is gehonoreerd, is de hoorzitting voor de Raadkamer uitgesteld naar een nog niet bepaalde datum. In de huidige stand van het onderzoek vordert de procureur des Konings de verwijzing van Ageas naar de correctionele rechtbank niet

4 Overige juridische procedures

4.1 Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)

De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV (nu BNP Paribas Fortis SA/NV), Fortis SA/NV en Fortis N.V. (beide nu ageas SA/NV), werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Voor 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie, dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCS-houders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd. Er liggen nog geen datums vast voor de hoorzittingen.

4.2 Procedures ingeleid door RBS

Op 1 april 2014 heeft Royal Bank of Scotland (RBS) twee procedures tegen Ageas en andere partijen ingeleid: (i) een procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel waar RBS aanspraak maakt op een bedrag van EUR 75 miljoen op basis van een vermeende garantie die door Fortis zou zijn verstrekt in 2007 in het kader van een aandelentransactie tussen ABN AMRO Bank (nu RBS) en Mellon en (ii) een arbitrageprocedure voor het ICC in Parijs waar RBS aanvankelijk aanspraak maakte op een totaalbedrag van EUR 135 miljoen, te weten de vermeende garantie van EUR 75 miljoen vermeerderd met EUR 60 miljoen op basis van een "escrow" arrangement. In maart 2016 heeft RBS deze laatste vordering van EUR 60 miljoen laten vallen. Na de hoorzittingen in januari 2017 voor het ICC-arbitragehof heeft RBS ingestemd om de procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel in te trekken.

5 Vrijwaringsbedingen

In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken bij de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.

In het kader van een schikking met de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, met betrekking tot de gebeurtenissen en ontwikkelingen rond de voormalige Fortis groep in 2007 en 2008, heeft Ageas een vrijwaring verleend aan de verzekeraars voor het totale dekkingsbedrag van de betrokken polissen. Daarnaast ging Ageas ook vrijwaringsverbintenissen aan ten gunste van enkele voormalige Fortis bestuurders en functionarissen en ten gunste van BNP Paribas Fortis met betrekking tot toekomstige verdedigingskosten, en ten gunste van de bestuurders van de twee Nederlandse stichtingen die in het kader van de Schikking zijn opgericht.

6. Algemene opmerkingen

Als een (aangevulde en gewijzigde) Schikking definitief wordt, zullen de civiele procedures vermeld in sectie 1 geschikt kunnen worden, behalve voor de eisers die tijdig hebben meegedeeld dat ze niet wensen gebonden te zijn door de Schikking. Deze eisers kunnen de procedures tegen Ageas voortzetten of nieuwe starten. Zoals hierboven meegedeeld, werd voor de Schikking een voorziening geboekt van EUR 1 miljard, met inbegrip van EUR 62 miljoen voor het restrisico.

Als een (aangevulde en gewijzigde) Schikking niet zou worden ten uitvoer gebracht, kunnen de civiele procedures vermeld in sectie 1 worden voortgezet. In die hypothese, en zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun gevolgen in te schatten en te bepalen, of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Ageas zal voorzieningen boeken indien, en op het ogenblik dat, het naar de mening van het management en de Raad van Bestuur, in overleg met de juridische adviseurs, meer waarschijnlijk is dan niet dat Ageas in deze zaken een betaling zal moeten doen en er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de hoogte van het bedrag.

Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Die gevolgen zijn op dit moment niet kwantificeerbaar

23.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

In 2007 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven, waarbij ageas SA/NV als medeschuldenaar optrad (BNP Paribas Fortis SA/NV was op dat moment een dochteronderneming). Van de oorspronkelijk uitgegeven 12.000 effecten, blijven er 3.791 effecten uitstaan, die een totaal bedrag vertegenwoordigen van EUR 948 miljoen.

De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 3.958.859 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.

De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de Ageas aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.

BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van 3-maands Euribor plus 200 basispunten, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSMverplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

In een akkoord gesloten in 2012, dat onder andere heeft geleid tot een tender en tevens conversie van de CASHES, heeft Ageas ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het brutodividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.

23.3 Overige voorwaardelijke verplichtingen

Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 fuseerde met Cardif Lux International S.A.

Voorts hebben een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van een unitlinked product door het doorrekenen van bepaalde transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata, en eisten tevens een verbod op de doorrekening van de kosten. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Nadat Ageas France hiertegen cassatieberoep had ingesteld bij het Franse Hof van Cassatie, heeft dit Hof van Cassatie op 8 september 2016 het arrest van het Hof van Beroep in Parijs grotendeels vernietigd in het voordeel van Ageas France en de zaak verwezen naar het Hof van Beroep in Versailles

24 Gebeurtenissen na balansdatum

Op 26 juli 2017 maakte Ageas bekend dat het met BNP Paribas Cardif was overeengekomen om zijn belang in Cargeas Assicurazioni (CARGEAS), de Italiaanse Niet-leven-activiteiten, te verkopen. De transactie, die nog door de toezichthouders moet worden goedgekeurd, wordt naar verwachting voor eind 2017 afgerond en zou na voltooiing een meerwaarde van ongeveer EUR 75 miljoen moeten opleveren. Cargeas maakt deel uit van het segment Continentaal Europa.

Er hebben na de balansdatum geen andere materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van het geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas per 30 juni 2017.

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het geconsolideerde tussentijds financieel verslag over de eerste zes maanden van 2017 in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, en met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC).

De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het geconsolideerde tussentijds financieel verslag over de eerste zes maanden van 2017 een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en van onzekerheden waarmee Ageas geconfronteerd wordt en dat de informatie die in dit tussentijds financieel verslag is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.

De Raad van Bestuur controleerde het geconsolideerde tussentijds financieel verslag over de eerste zes maanden van 2017 op 8 augustus 2017 en keurde de uitgifte ervan goed.

Brussel, 8 augustus 2017

Raad van Bestuur

Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Chief Financial Officer Christophe Boizard Chief Risk Officer Filip Coremans Chief Operating Officer Antonio Cano Bestuurders Lionel Perl

Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Jan Zegering Hadders Jane Murphy Lucrezia Reichlin Richard Jackson Yvonne Lang Ketterer Katleen Vandeweyer

Beoordelingsverklaring van de onafhankelijke accountant

Verslag van de commissaris aan de raad van bestuur van ageas SA/NV omtrent de beoordeling van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2017.

Inleiding

Wij hebben de beoordeling uitgevoerd van de bijgevoegde verkorte geconsolideerde balans van ageas SA/NV per 30 juni 2017, alsmede van de verkorte geconsolideerde resultatenrekening, het verkorte geconsolideerde overzicht van het comprehensive income, het verkorte geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het verkorte geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden die op die datum zijn beëindigd, evenals van de toelichtingen ("de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie"). De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en het weergeven van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op basis van onze beoordeling.

Reikwijdte van een beoordeling

We hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het vragen van inlichtingen, hoofdzakelijk aan financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingsprocedures. De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden (ISA). Om die reden stelt de beoordeling ons niet in staat de zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die naar aanleiding van een controle mogelijk worden geïdentificeerd. Bijgevolg brengen wij dan ook geen controle-oordeel tot uitdrukking.

Conclusie

Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons er toe aanzet van mening te zijn dat de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2017 niet in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Benadrukking van een bepaalde aangelegenheid

Zonder afbreuk te doen aan onze tot uitdrukking gebrachte conclusie, vestigen wij uw aandacht op toelichting 14 Voorzieningen van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2017, waarin beschreven wordt dat Ageas een voorziening heeft aangelegd van EUR 894 miljoen met betrekking tot de globale schikking gerelateerd met de Fortis gebeurtenissen van 2007 en 2008. De toelichting beschrijft dat de schikking pas definitief wordt (i) als het Amsterdams Gerechtshof de schikking bindend heeft verklaard en (ii) als op het einde van de opt-out periode de overeengekomen opt-out drempel niet is overschreden of als Ageas afstand heeft gedaan van haar recht de schikking te beëindigen. De toelichting beschrijft eveneens dat het Hof op 16 juni 2017 de tussentijdse beslissing nam om de schikking in de huidige vorm niet bindend te verklaren en dat de verzoekers de gelegenheid hebben gekregen om voor uiterlijk 17 oktober 2017 een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel bij het Hof in te dienen.

Zonder afbreuk te doen aan de hierboven tot uitdrukking gebrachte conclusie, vestigen wij bovendien uw aandacht op toelichting 23 Voorwaardelijke verplichtingen van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2017 waarin beschreven is dat Ageas betrokken is of kan betrokken worden bij een aantal gerechtelijke procedures en een hangende strafrechtelijke procedure in België als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortisgroep tussen mei 2007 en oktober 2008. Als deze juridische acties succesvol zouden blijken, zouden zij een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie van Ageas. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.

Brussel, 8 augustus 2017

KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door

Bedrijfsrevisor Bedrijfsrevisor

Olivier Macq Frans Simonetti