Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

ageas SA/NV Interim / Quarterly Report 2014

May 14, 2014

3905_rns_2014-05-14_d164a052-c824-4f11-afd7-0a4b201ad569.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Your Partner in Insurance

Geconsolideerd tussentijds financieel verslag - Ageas

2

Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag

voor de eerste drie maanden van 2014

BRUSSEL 14 mei 2014

3

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas 6
Geconsolideerd tussentijds financieel verslag voor de eerste drie maanden van 2014 9
Geconsolideerde balans 10
Geconsolideerde 11
Resultatenrekening 11
Overzicht van het comprehensive income 12
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 13
Geconsolideerd 14
kasstroomoverzicht 14
Algemene Informatie 15
1
Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 16
2
Overnames en desinvesteringen 20
3
Uitstaande aandelen en winst per aandeel 21
4
Toezicht en solvabiliteit 24
5
Verbonden partijen 27
Toelichting op de geconsolideerde balans 28
6
Geldmiddelen en kasequivalenten 29
7
Financiële beleggingen 30
8
Leningen 37
9
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 38
10
Calloptie op BNP Paribas aandelen 39
11
Verzekeringsverplichtingen 40
12
Schuldbewijzen 41
13
Achtergestelde schulden 42
14
Leningen 44
15
Acute en uitgestelde belastingen 45
16
RPN(I) 46
17
Voorzieningen 47
18
Verplichting ivm geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden AG Insurance aandelen 48
Toelichting op de geconsolideerde resultaten- rekening 50
19
Verzekeringspremies 51
20
Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 53
21
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 54
22
Schadelasten en uitkeringen 55
23
Financieringslasten 56
24
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 57
Informatie operationele segmenten 58
25
Informatie operationele segmenten 59
26
Voorwaardelijke verplichtingen 71
27
Derivaten 75
29
Gebeurtenissen na balansdatum 78
Bericht van de Raad van Bestuur 79
Controle verklaring van de onafhankelijke accountant 80
Resultatenrekening Eerste drie Eerste drie Eerste drie Eerste drie
maanden 2014 maanden 2013 maanden 2012 maanden 2011
Bruto premie-inkomen 2.789,6 2.628,1 2.820,7 3.166,0
Totale baten 3.417,4 3.499,7 4.042,8 3.124,4
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 30,1 293,0 - 83,8 - 153,6
- waarvan Verzekeringen 144,8 157,2 154,8 134,5
- waarvan Algemene Rekening (inclusief eliminaties) - 114,7 135,8 - 238,6 - 288,1
Balans 1) 31 december 31 december 31 december
31 maart 2014 2013 2012 2011
Totaal activa 97.149,1 94.782,6 97.085,7 90.602,2
Technische voorzieningen 77.392,7 76.022,7 76.318,3 70.599,6
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 8.996,2 8.525,1 9.799,4 7.760,3
Minderheidsbelangen 824,7 804,9 871,5 607,4
Totaal eigen vermogen 9.820,9 9.330,0 10.670,9 8.367,7
Aandeel-gerelateerde informatie (in EUR) Eerste drie Eerste drie Eerste drie Eerste drie
maanden 2014 maanden 2013 maanden 2012 maanden 2011
Gewoon resultaat per aandeel 2) 0,13 1,27 - 0,35 - 0,06
Rendement eigen vermogen 3) 1,4% 12,0% - 4,2% - 8,1%
Rendement eigen vermogen (Verzekeringsbedrijf) 3) 7,4% 7,7% 9,9% 9,8%
Aantal aandelen (in miljoenen) 2) 225,0 229,2 238,9 258,3
Overige gegevens Eerste drie Eerste drie Eerste drie Eerste drie
maanden 2014 maanden 2013 maanden 2012 maanden 2011
Gecombineerde ratio 102,6% 98,9% 101,9% 102,6%
Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld beheerd vermogen Leven 0,48% 0,50% 0,51% 0,51%
Solvabiliteitsratio totaal verzekeringen 209,1% 202,1% 206,0% 203,8%
Solvabiliteitsratio totaal groep 212,8% 228,9% 235,7% 246,1%
Aantal werknemers (FTE) 12.480 12.797 12.727 12.000

1) Sinds 1 januari 2013 is een herziene standaard IAS 19 'Personeelsbeloningen' van kracht. De belangrijkste wijziging in de herziene standaard is de directe opname in het eigen vermogen van 'niet opgenomen actuariële winsten en verliezen' per de ingangsdatum, in plaats van de zogenaamde corridormethode. De vergelijkende cijfers van 2012 zijn in verband hiermee aangepast.

2) De cijfers van 2011 en 2010 zijn voor vergelijkingsdoeleinden aangepast, waarbij rekening is gehouden met de reverse stock split in 2012 (10 opties dienden uitgeoefend te worden om één aandeel te verkrijgen, zie noot 3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel).

3) Gebaseerd op een nettoresultaat op jaarbasis, gedeeld door het gemiddeld eigen vermogen op 1 januari en 31 maart.

4) De vergelijkende cijfers voor 2013 zijn gewijzigd als gevolg van de gewijzigde consolidatiemethode van Tesco Insurance (zie noot 1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie). Met ingang van 1 januari 2014 is Tesco Insurance opgenomen in de consolidatiescope als een geassocieerde deelneming in plaats van een volledig geconsolideerde onderneming.

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas

Resultaten voor de eerste drie maanden van 2014

De nettowinst voor de Groep bedroeg in de eerste drie maanden van 2014 EUR 30 miljoen, tegenover een nettowinst van EUR 293 miljoen in de eerste drie maanden van 2013. De daling is voornamelijk toe te schrijven aan het resultaat van de Algemene Rekening, EUR 115 miljoen negatief, waarvan EUR 104 miljoen betrekking heeft op de stijging van de RPN(I) verplichting (versus een nettowinst van EUR 136 miljoen in de eerste drie maanden van 2013 door eenmalige posten vanwege financïele zaken uit het verleden).

Het totale eigen vermogen is gestegen van EUR 8,5 miljard ofwel EUR 37,65 per aandeel eind 2013 naar EUR 9,0 miljard eind maart, ofwel EUR 39,99 per aandeel. Deze stijging is vrijwel helemaal toe te schrijven aan de hogere ongerealiseerde winst van EUR 430 miljoen op de totale beleggingsportefeuille als gevolg van de lagere rente op de obligatieportefeuille.

De solvabiliteitsratio's van Verzekeringen en de Groep bedroegen respectievelijk 209% en 213%. Het totale beschikbare kapitaal lag EUR 4,6 miljard boven het wettelijk vereiste minimum.

Verzekeringen

De nettowinst van Verzekeringen bedroeg in het eerste kwartaal EUR 145 miljoen, tegenover EUR 157 miljoen vorig jaar.

Leven

De Levenactiviteiten droegen EUR 129 miljoen bij aan het nettoresultaat, een stijging van 19% ten opzichte van vorig jaar. Deze stijging wordt voornamelijk verklaard door betere operationele marges op garantieproducten in België, lagere belastingen in België en Continentaal Europa en een hoger nettoresultaat in China.

In België bedroeg het nettoresultaat EUR 75 miljoen in vergelijking met EUR 64 miljoen vorig jaar met een solide totale operationele marge van 85 bps in vergelijking met 73 bps vorig jaar en een lager effectief belastingtarief.

In Continentaal Europa steeg het resultaat in het eerste kwartaal met EUR 6 miljoen naar EUR 19 miljoen. Een positieve belastingvermindering in Frankrijk compenseerde het lagere operationele resultaat in Portugal en de lagere bijdrage van het partnership in Luxemburg ruimschoots.

In Azië, steeg het nettoresultaat van EUR 32 miljoen naar EUR 35 miljoen. De solide resultaten in China en Thailand compenseerden de resultaten in Maleisië ruimschoots. Het solide nettoresultaat in China kwam voort uit de verkopen van een betere productmix via het agentschappenkanaal. De sterke organische groei van winstgevende producten en voortgaande kostenbesparingen ondersteunden het nettoresultaat in Thailand. Het nettoresultaat in Hong Kong had te lijden van een lager persistentieratio in de unitlinked portefeuille.

Niet-Leven

Het nettoresultaat van Niet-Leven daalde naar EUR 12 miljoen (t.o.v. EUR 46 miljoen) met lagere resultaten in alle segmenten, met uitzondering van Continentaal Europa.

In België daalde de bijdrage aan het nettoresultaat naar EUR 12 miljoen (t.o.v. EUR 16 miljoen) voornamelijk als gevolg van een zwakke prestatie in Ongevallen & Ziekte en Overige Verzekeringen waarop wettelijke aansprakelijkheid betrekking heeft.

In het VK bedroeg het nettoresultaat EUR 10 miljoen negatief (t.o.v. een nettowinst van EUR 20 miljoen). Het slechte weer had een negatief effect op voornamelijk Woning en Overige verzekeringen, met name op bedrijfsverzekeringen terwijl Auto te kampen had met een aantal grote individuele schadeclaims.

In Continentaal Europa, bedroeg de nettowinst EUR 5,4 miljoen (t.o.v. EUR 4,5 miljoen) met een positieve bijdrage van alle Niet-Leven entiteiten en ondanks de negatieve valuta-impact in Turkije.

In Azië daalde het nettoresultaat naar EUR 4 miljoen als gevolg van een ongunstige ontwikkeling van de valutakoersen en lagere beleggingsinkomsten.

De combined ratio van de Groep bedroeg 102,6% in vergelijking met 98,9% in 2013. De combined ratios waren in alle business segmenten hoger, vooral in België en het VK (respectievelijk 101,4% en 106,1%). De schadereserve voor voorgaande jaren bedroeg 2,7% in vergelijking met 4,1% vorig jaar. De negatieve ontwikkeling bleef voornamelijk beperkt tot Woning en Overige verzekeringen en werd hoofdzakelijk veroorzaakt door het slechte weer in het VK. De totale impact van het slechte weer op de combined ratio van de Groep wordt op ongeveer 3,8% geschat.

Overige verzekeringen, waaronder de retailactiviteiten in het VK vallen, boekten een totaal inkomen van EUR 69 miljoen, een stijging van 11% inclusief EUR 6 miljoen afkomstig uit een juridische afwikkeling.

Het nettoresultaat van alle Overige Verzekeringen bedroeg EUR 4,5 miljoen (t.o.v. EUR 3,6 miljoen), inclusief EUR 4,7 miljoen kosten ten behoeve van het regionale hoofdkantoor (t.o.v. EUR 3,9 miljoen) en inclusief de hierboven genoemde netto positieve impact van de juridische afwikkeling.

Algemene Rekening

Het nettoresultaat van de Algemene Rekening bedroeg EUR 115 miljoen negatief, waarvan EUR 104 miljoen betrekking heeft op de stijging van de RPN(I) verplichting. Eind maart bedroeg de waarde van deze verplichting op EUR 474 miljoen, als gevolg van de verdere koersstijging van de CASHES.

RPN(I)

De stijging van het referentiebedrag van EUR 370 miljoen per jaareinde 2013 naar EUR 474 miljoen op 31 maart 2014 werd voornamelijk verklaard door een stijging van de prijs van de CASHES van 67,88% naar 77,80% in de eerste drie maanden van 2014, en slechts deels gecompenseerd door de stijging van het Ageas aandeel van EUR 30,95 naar EUR 32,35 in dezelfde periode.

Met ingang van 1 april 2014 is de staatsgarantie op de rentebetalingen van Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV ingetrokken. Het onderpand van 14% van de aandelen AG Insurance ten gunste van de Belgische staat is vervangen door een onderpand van maximaal 7,3% van de aandelen AG Insurance ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV.

De totale kosten voor Ageas bedragen nog steeds 3-maands Euribor plus 90 basispunten over het referentiebedrag.

Voor nadere details over het referentiebedrag en de waardering van de RPN(I) verwijzen wij naar Noot 16.

Overige posten

De netto rentebaten bedroegen EUR 3 miljoen positief ten opzichte van EUR 2 miljoen negatief. Deze verbetering heeft te maken met de herstructurering van schuld in de loop van 2013.

Personeels- en overige operationele kosten daalden in de eerste drie maanden licht van EUR 11 miljoen naar EUR 10 miljoen.

Nettokaspositie Algemene Rekening

De nettokaspositie van de Algemene Rekening bedroeg eind maart EUR 1,8 miljard.

De nettokaspositie daalde enigszins van EUR 1,9 miljard eind 2013. Deze daling vloeit voort uit de uitstroom ten behoeve van de financiering van het inkoopprogramma van eigen aandelen 2013 en de investering in langetermijnobligaties.

Voorwaardelijke verplichtingen

Voor het volledige overzicht van de 'Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures' wordt verwezen naar noot 26.

Brussel, 13 mei 2014

Raad van Bestuur

Geconsolideerd tussentijds financieel verslag voor de eerste drie maanden van 2014

Geconsolideerde balans

(voor winstbestemming)

Noot 31 maart 2014 31 december 2013
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 6 2.939,7 2.156,6
Financiële beleggingen 7 63.377,5 61.667,7
Vastgoedbeleggingen 7 2.345,0 2.354,5
Leningen 8 5.463,2 5.784,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 14.498,8 14.097,5
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 9 1.585,4 1.530,2
Herverzekering en overige vorderingen 2.126,4 2.020,0
Actuele belastingvorderingen 54,6 73,9
Uitgestelde belastingvorderingen 15 70,0 80,1
Overlopende rente en overige activa 2.187,5 2.516,2
Materiële vaste activa 1.101,9 1.088,9
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.399,1 1.412,6
Totaal activa 97.149,1 94.782,6
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 11.1 26.727,1 26.262,7
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 11.2 29.156,4 28.792,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 11.3 14.571,8 14.170,0
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 11.4 6.937,4 6.797,2
Schuldbewijzen 12 33,3 68,4
Achtergestelde schulden 13 1.970,9 1.971,0
Leningen 14 2.404,9 2.363,7
Actuele belastingschulden 131,2 70,7
Uitgestelde belastingschulden 15 1.263,7 1.124,0
RPN(I) 16 473,8 370,1
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.354,8 2.162,0
Voorzieningen 17 28,9 45,0
Verplichting inzake geschreven putoptie 18 1.274,0 1.255,0
Totaal verplichtingen 87.328,2 85.452,6
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3 8.996,2 8.525,1
Minderheidsbelangen 824,7 804,9
Totaal eigen vermogen 9.820,9 9.330,0
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 97.149,1 94.782,6

De vergelijkende cijfers voor 2013 zijn in alle tabellen in dit geconsolideerd tussentijds financieel verslag gewijzigd, als gevolg van de wijziging in de consolidatiemethode van Tesco Insurance (zie noot 1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie). Met ingang van 1 januari 2014 is Tesco Insurance opgenomen in de consolidatiescope als een geassocieerde deelneming en niet meer als een volledig geconsolideerde onderneming.

Geconsolideerde Resultatenrekening

Noot Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Baten
-
Bruto premies
2.346,3 2.240,6
-
Wijziging in niet-verdiende premies
- 139,4 - 103,4
-
Afgegeven herverzekeringspremies
- 90,3 - 88,8
Netto verdiende premies 19 2.116,6 2.048,4
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 20 716,0 737,2
(On)gerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 90,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 103,7 10,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 21 78,3 63,5
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 418,9 308,8
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 36,2 272,0
Commissiebaten 96,0 103,5
Overige baten 59,1 46,3
Totale baten 3.417,4 3.499,7
Lasten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
- 2.128,8 - 2.021,7
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
47,1 39,2
Schadelasten en uitkeringen, netto 22 - 2.081,7 - 1.982,5
Lasten inzake unit-linked contracten - 419,2 - 311,0
Financieringslasten 23 - 39,6 - 65,0
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 24 - 5,1 - 10,9
Wijzigingen in voorzieningen 17 - 0,6 - 3,6
Commissielasten - 329,2 - 311,9
Personeelskosten - 205,0 - 200,3
Overige lasten - 224,9 - 216,5
Totale lasten - 3.305,3 - 3.101,7
Resultaat voor belastingen 112,1 398,0
Belastingbaten (lasten) - 39,3 - 64,1
Nettoresultaat over de periode 72,8 333,9
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 42,7 40,9
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 30,1 293,0
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewoon resultaat per aandeel 3 0,13 1,27
Verwaterd resultaat per aandeel 3 0,13 1,27

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'Discretionary Participation Features') kan als volgt worden berekend.

Noot Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Bruto premies 2.346,3 2.240,6
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 443,3 387,5
(direct verantwoord als verplichting)
Bruto premie-inkomen 19 2.789,6 2.628,1

Overzicht van het comprehensive income

Overig comprehensive income Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd:
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling - 66,5
Gerelateerde belasting 19,2
De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling - 47,3
Totaal van de onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd: - 47,3
Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden 7,8 7,5
Gerelateerde belasting - 2,0 - 1,8
Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden 5,8 5,7
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop 1) 744,1 - 207,3
Gerelateerde belasting - 217,4 71,4
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop 526,7 - 135,9
Aandeel in Overig comprehensive income van geassocieerde deelnemingen 26,9 - 71,9
Gerelateerde belasting
Aandeel in Overig comprehensive income van geassocieerde deelnemingen 26,9 - 71,9
Wijzigingen in omrekeningsverschillen 5,0 23,5
Gerelateerde belasting
Wijzigingen in omrekeningsverschillen 5,0 23,5
Totaal van de onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening 564,4 - 178,6
Overig comprehensive income over de periode, na belastingen 517,1 - 178,6
Nettoresultaat over de periode 72,8 333,9
Totaal Overig comprehensive income over de periode 589,9 155,3
Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen 42,7 40,9
Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen 123,4 - 21,0
Totaal Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen 166,1 19,9
Totaal Overig comprehensive income over de periode, toewijsbaar
aan de aandeelhouders 423,8 135,4

1) De Wijzigingen in herwaardering van Investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

On- Eigen
Koers- Netto resultaat gerealiseerde vermogen Minder- Totaal
Aandelen- Agio Overige verschillen toewijsbaar aan winsten en toewijsbaar aan heids- eigen
kapitaal reserve reserves reserve aandeelhouders verliezen aandeelhouders belangen vermogen
Stand per 1 januari 2013 2.042,2 2.968,1 1.950,2 173,6 743,0 1.922,3 9.799,4 757,2 10.556,6
Netto resultaat over de periode 293,0 293,0 40,9 333,9
Herwaardering van investeringen - 181,0 - 181,0 - 21,0 - 202,0
Omrekeningsverschillen 23,5 23,5 23,5
Totaal 23,5 293,0 - 181,0 135,5 19,9 155,4
Overdracht 743,0 - 743,0
Dividend - 21,7 - 21,7
Eigen aandelen - 65,0 - 65,0 - 65,0
Op aandelen gebaseerde beloning 0,3 0,3 0,3
Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang - 65,6 - 65,6 8,6 - 57,0
Overige veranderingen in het eigen vermogen - 5,4 - 5,4 - 5,4
Stand per 31 maart 2013 2.042,2 2.968,4 2.557,2 197,1 293,0 1.741,3 9.799,2 764,0 10.563,2
Stand per 1 januari 2014 1.727,8 2.854,1 2.080,4 - 2,7 569,5 1.296,0 8.525,1 804,9 9.330,0
Netto resultaat over de periode 30,1 30,1 42,7 72,8
Herwaardering van investeringen 429,7 429,7 129,7 559,4
Herwaardering IAS 19 - 41,0 - 41,0 - 6,3 - 47,3
Omrekeningsverschillen 5,0 5,0 5,0
Totaal - 41,0 5,0 30,1 429,7 423,8 166,1 589,9
Overdracht 569,5 - 569,5
Dividend - 34,2 - 34,2
Eigen aandelen - 47,2 - 47,2 - 47,2
Op aandelen gebaseerde beloning 0,7 0,7 0,7
Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang 93,4 93,4 - 112,4 - 19,0
Overige veranderingen in het eigen vermogen 4,9 - 4,5 0,4 0,3 0,7
Stand per 31 maart 2014 1.727,8 2.854,8 2.660,0 2,3 30,1 1.721,2 8.996,2 824,7 9.820,9

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Noot Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 6 2.156,6 2.033,5
Resultaat voor belastingen 112,1 398,0
Aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten:
Call optie op BNP Paribas aandelen 10 90,0
Herberekening RPN(I) 16 103,7 - 10,0
(On)gerealiseerde winsten (verliezen) 21 - 78,3 - 63,5
Baten van geassocieerde deelnemingen - 36,2 - 272,0
Afschrijvingen en oprenting 190,1 184,5
Bijzondere waardeverminderingen 24 5,1 10,9
Voorzieningen 17 0,6 3,6
Op aandelen gebaseerde beloningen 0,7 0,3
Totaal van de aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 297,8 341,8
Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen:
Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 7 0,7 35,9
Leningen 8 320,3 - 549,4
Herverzekering en overige vorderingen - 94,7 - 31,3
Beleggingen inzake unit-linked contracten - 401,7 - 359,8
Schulden 14 41,2 - 8,8
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 11.1 & 11.2 942,7 423,5
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 11.3 407,5 358,9
Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen - 417,4 146,9
Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen 2,8
Betaalde winstbelastingen - 31,4 - 15,0
Totaal van de wijzigingen in operationele activa en verplichtingen 770,0 0,9
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 1.067,8 342,7
Aankoop van beleggingen - 3.537,8 - 4.082,6
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 3.372,8 3.741,3
Aankoop van vastgoedbeleggingen - 15,3 - 129,3
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 10,4 6,7
Aankopen van materiële vaste activa - 32,6 - 14,9
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 2,1 4,9
Aankoop (kapitaalinjectie) van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen
(inclusief kapitaalverhogingen van deelnemingen) 2 - 0,7 - 87,4
Desinvestering van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen
(inclusief kaitaalterugbetalingen van deelnemingen) 2 0,1
Aankoop van immateriële vaste activa - 3,3 - 2,7
Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa 3,4 0,2
Kasstroom uit investeringsactiviteiten - 201,0 - 563,7
Aflossing van schuldbewijzen 4, 12 & 14 - 35,0 - 26,2
Opbrengsten uit uitgifte van achtergestelde schulden 13 420,2
Terugbetaling van achtergestelde schulden 13 - 163,6
Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen 14 1,4 0,7
Terugbetaling van overige financieringen - 2,5 - 10,3
Aankoop van eigen aandelen 3 & 4 - 47,2 - 65,0
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders 4 - 2,3
Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen 4 - 2,3 - 21,8
Kasstroom uit financieringsactiviteiten - 85,6 131,7
Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten 1,9 - 9,1
Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 maart 6 2.939,7 1.935,1
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 20 991,7 1.022,3
Ontvangen dividenden van beleggingen 20 13,6 12,1
Betaalde rente 23 - 38,0 - 61,9

Algemene Informatie

1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie

Het geconsolideerd tussentijds financieel verslag voor de eerste drie maanden van 2014 van Ageas is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) geldend per 1 januari 2014, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU) per die datum.

1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

De grondslagen zijn ongewijzigd ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2013. Wijzigingen in IFRS die op 1 januari 2014 in werking zijn getreden en die van belang zijn voor Ageas (en zijn goedgekeurd door de EU) staan vermeld in paragraaf 1.2. De grondslagen zoals hier beschreven, zijn een samenvatting van de volledige grondslagen voor de verslaggeving die op

www.ageas.com/nl/over-ageas/toezicht-audit-en-boekhoudregels worden weergegeven.

Het geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas voor de eerste drie maanden van 2014 is opgemaakt op basis van het going concern-beginsel. Het geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas voor de eerste drie maanden van 2014 luidt in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas.

Activa en passiva die zijn opgenomen in de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van Geldmiddelen en kasequivalenten, Herverzekering en overige vorderingen, Overlopende rente en overige activa, Overlopende rente en overige verplichtingen en Actuele belastingvorderingen en -schulden.

De belangrijkste door Ageas toegepaste IFRS voor de bepaling van de activa en verplichtingen zijn:

  • IAS 1 voor presentatie van de jaarrekening;
  • IAS 16 voor materiële vaste activa;
  • IAS 23 voor leningen;
  • IAS 28 voor investeringen in geassocieerde deelnemingen;
  • IAS 32 voor geschreven putopties op minderheidsbelangen;
  • IAS 36 voor bijzondere waardeverminderingen van activa;
  • IAS 38 voor immateriële activa;
  • IAS 39 voor financiële instrumenten;
  • IAS 40 voor vastgoedbeleggingen;
  • IFRS 3 voor bedrijfscombinaties;
  • IFRS 4 voor verzekeringscontracten;
  • IFRS 7 voor informatieverschaffing over financiële instrumenten;

  • IFRS 8 voor operationele segmenten;

  • IFRS 10 voor geconsolideerde jaarrekening;
  • IFRS 12 voor informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten;
  • IFRS 13 voor waardering tegen reële waarde.

1.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving

De volgende nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties zijn met ingang van 1 januari 2014 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU).

IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening

IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening brengt wijzigingen aan op de criteria voor consolidatie. IFRS 10 definieert zeggenschap als het blootgesteld zijn aan veranderlijke opbrengsten en het beschikken over de mogelijkheid deze opbrengsten via macht over de deelneming te beïnvloeden.

In overeenstemming met IFRS 10, neemt Ageas Tesco Insurance met ingang van 1 januari 2014 niet meer op als een volledig geconsolideerde onderneming maar als een geassocieerde deelneming. De cijfers voor 2013 zijn als gevolg hiervan aangepast. De wijziging in de consolidatiemethode heeft geen effect op het eigen vermogen en op de resultatenrekening.

IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten en de gerelateerde wijzigingen

IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten en wijzingen van IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures elimineert de proportionele consolidatiemethode voor joint ventures. Volgens de nieuwe vereisten moeten alle joint ventures de equitymethode hanteren. Ageas hanteert reeds de equitymethode voor Beleggingen in geassocieerde deelnemingen. De implementatie van IFRS 11 had geen effect op het Eigen vermogen en/of het nettoresultaat.

IFRS 12 Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten

IFRS 12 Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten bevat gedetailleerde voorschriften voor het verschaffen van informatie over dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen, joint ventures en gestructureerde entiteiten. De informatie die Ageas verstrekt is reeds conform deze voorschriften.

Saldering financiële activa en verplichtingen (wijzigingen in IAS 32)

Naast de nieuwe voorschriften voor het verschaffen van informatie onder IFRS 7, heeft de IASB, in overeenstemming met IAS 32, besloten separaat aanvullende toepassingsrichtlijnen voor saldering op te stellen.

Deze richtlijn licht de betekenis toe van "heeft een in rechte afdwingbaar recht om te salderen" en schrijft voor dat informatie moet worden verschaft over opgenomen financiële instrumenten die onder afdwingbare 'master netting' of vergelijkbare overeenkomsten vallen, zelfs als deze niet onder IAS 32 worden gesaldeerd.

Wijzingen in IAS 36 Informatieverschaffing over Realiseerbare waarde van niet-financiële activa

De IASB heeft als gevolg van de wijziging in IFRS 13 Waardering tegen reële waarde, een aantal voorschriften voor het verschaffen van informatie in IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa gewijzigd. Deze wijzigingen hebben betrekking op de realiseerbare waarde van activa die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. De wijzigingen waren het gevolg van de beslissing van de IASB in december 2010 om aanvullende informatieverschaffing voor te schrijven over de realiseerbare waarde van activa (of een groep activa) die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wanneer deze realiseerbare waarde op de reële waarde verminderd met de vervreemdingskosten is gebaseerd.

Wijzigingen in IAS 39 Novatie van derivaten en voortzetting van hedge accounting

Met de wijzigingen in IAS 39 is het niet nodig hedge accounting te staken in geval van novatie van hedgingderivaten, op voorwaarde dat aan een aantal criteria wordt voldaan.

Veranderingen in EU-IFRS in 2014

Er zijn geen nieuwe standaarden die per 1 januari 2015 voor Ageas van kracht worden met een grote materiële impact op het eigen vermogen en/of het nettoresultaat.

Schattingen

De opstelling van het geconsolideerd tussentijds financieel verslag op basis van IFRS vereist een aantal schattingen aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee

De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de volgende tabel weergegeven.

31 maart 2014
Activa Onzekerheid schatting
Voor verkoop beschikbare activa
Gestructureerde kredietinstrumenten
- Niveau 2 - Het waarderingsmodel
- Inactieve markten
- Niveau 3 - Het waarderingsmodel
- Gebruik niet-marktwaarneembare input
- Inactieve markten
Vastgoedbeleggingen - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Leningen - Het waarderingsmodel
- De looptijd
- Parameters als creditspread, looptijd en de rente
Geassocieerde deelnemingen - Van de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen afhankelijke combinatie van
onzekerheden
Goodwill - Het gehanteerde waarderingsmodel
- Financiële en economische variabelen
- Disconteringsvoet
- De aan de inherente risicopremie van de entiteit
Overige immateriële vaste activa - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Uitgestelde belastingvorderingen - Interpretatie van complexe belastingwetgeving
-
Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen
Verplichtingen
Verplichtingen verzekeringscontacten
- Leven - Actuariële aannames
- Gehanteerde rentecurve bij toereikendheidstoets
- Niet-Leven - Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims
- Schadebehandelingskosten
- Finale afhandeling van uitstaande schade claims
Pensioenverplichtingen - Actuariële aannames
- Disconteringsvoet
- Inflatie/salarissen
Voorzieningen - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden
- De berekening van het best geschatte bedrag
Uitgestelde belastingschulden - Interpretatie van complexe belastingwetgeving
Geschreven putoptie op minderheidsbelang - Geschatte toekomstige reële waarde
- Disconteringsvoet

1.4 Segmentrapportering

Operationele segmenten

De te rapporteren segmenten van Ageas zijn gebaseerd op geografische regio's, de resultaten zijn gebaseerd op IFRS. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.

De operationele segmenten zijn:

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Daar de structuur van Ageas gebaseerd is op regio's, is Ageas tot de conclusie gekomen dat een regionale rapportering van de operationele segmenten onder IFRS het meest gepast is, te weten: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië.

Activiteiten die geen verband houden met verzekeren worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het vijfde operationele segment: Algemene Rekening. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas (afgewikkeld in 2013) en de verplichtingen uit hoofde van de CASHES / RPN(I) en de geschreven putoptie op het minderheidsbelang, evenals de vorderingen en juridische procedures met betrekking tot de gebeurtenissen uit het verleden.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook beschikbaar zijn voor niet-gerelateerde derden. Eliminaties worden separaat verantwoord.

1.5 Consolidatiegrondslagen

Het geconsolideerd tussentijds financieel verslag omvat de financiële verslagen van ageas SA/NV (de 'Moedermaatschappij') en haar dochterondernemingen. Investeringen in geassocieerde deelnemingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap worden verantwoord volgens de 'equity'-methode.

1.6 Vreemde valuta

In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.

Koers per einde periode Gemiddelde koers
1 euro = 31 maart 2014 31 december 2013 Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Britse pond 0,83 0,83 0,83 0,85
Amerikaanse dollar 1,38 1,38 1,37 1,32
Hong Kong dollar 10,70 10,69 10,63 10,24

2 Overnames en desinvesteringen

De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2014 en 2013. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in noot 29 Gebeurtenissen na balansdatum.

2.1 Overnames en desinvesteringen in 2014

Er zijn gedurende de eerste drie maanden van 2014 geen significante overnames en desinvesteringen gedaan.

2.2 Overnames in 2013

DTH Partners LLC

Op 26 april 2013 verkreeg AG Real Estate door middel van een vermogensbijdrage van USD 103 miljoen (EUR 79 miljoen) een deelneming van 33% in DTH Partners LLC. Dit belang is verantwoord in Beleggingen in geassocieerde deelnemingen.

De volgende overeenkomsten hebben betrekking op deze overname:

  • een mezzanine-lening van AG Insurance aan DTH Partners LLC voor een bedrag van USD 117,5 miljoen;
  • een overbruggingslening van USD 23 miljoen van AG Real Estate (North Star NV) aan EBNB 70 Pine Development. Dit bedrag is onderdeel van een door de aandeelhouders van DTH verstrekte totale brugfinancieringsfaciliteit van USD 50 miljoen om met Chevron een belastingteruggavestructuur voor te financieren, die vertraagd is door het goedkeuringsproces van de Amerikaanse belastingdienst.

Bij de jaarafsluiting was de overname boekhoudkundig verwerkt. Er is geen goodwill of badwill als onderdeel van de waardering verantwoord.

Overige overnames

In december 2013 vond deconsolidatie van de dochterondernemeningen North Light en Pole Star plaats als gevolg van de verkoop van 60% van aandelen in deze ondernemingen. Deze transactie heeft geleid tot een gerealiseerde opbrengst van EUR 53 miljoen, die onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen is verantwoord in de resultatenrekening. Tegelijkertijd werden North Light en Pole Star als twee nieuwe geassocieerde deelnemingen toegevoegd aan de consolidatiekring op basis van een belang van 40% in de twee ondernemingen.

Naast de hierboven genoemde transactie heeft Ageas een aantal kleinere andere overnames in het kader van de normale vastgoed bedrijfsuitoefening in 2013 gedaan.

2.3 Desinvesteringen in 2013

In het derde kwartaal van 2013 is Louvresse Développement verkocht (activa: EUR 81 miljoen), wat leidde tot een meerwaarde van EUR 25 miljoen (opgenomen onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.

In december 2013 vond deconsolidatie van de dochterondernemingen North Light en Pole Star plaats als gevolg van de verkoop van 60% van aandelen in deze ondernemingen.

3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel

Het aantal uitstaande aandelen is als volgt.

in duizenden Uitgegeven aandelen Eigen aandelen Uitstaande aandelen
Stand per 1 januari 2013 243.121 - 11.290 231.831
Intrekking van aandelen - 9.635 9.635
Netto gekocht/verkocht - 5.397 - 5.397
Stand per 31 december 2013 233.486 - 7.052 226.434
Netto gekocht/verkocht - 1.479 - 1.479
Stand per 31 maart 2014 233.486 - 8.531 224.955

3.1 Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 30 april 2014 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2013-2016) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 170.200.000 uit te breiden.

Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,40 kan Ageas hiermee maximaal 23.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor noot 26 Voorwaardelijke verplichtingen).

Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen.

Het aantal uitstaande aandelen en het potentieel aantal uitstaande aandelen per 31 maart 2014 is als volgt:

in duizenden

Aantal aandelen uitgegeven per 31 maart 2014 233.486
Aantal ingetrokken aandelen per Aandeelhoudersvergadering van 30 april 2014 2.490
Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden per Aandeelhoudersvergadering van 30 april 2014 23.000
In verband met optieplannen 2.043
Totaal potentieel aantal aandelen per 31 maart 2014 261.019

3.1.1 Inkoopprogramma eigen aandelen 2013

Ageas maakte op 2 augustus 2013 bekend dat, op basis van de goedkeuring verleend door de aandeelhouders eind april 2013, de Raad van Bestuur besloten heeft een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen te starten voor EUR 200 miljoen.

Ageas is op 12 augustus 2013 gestart met het inkoopprogramma voor een periode ten laatste eindigend op 5 augustus 2014.

De teruggekochte aandelen zullen worden aangehouden als eigen aandelen tot het moment dat de beslissing om deze aandelen in te trekken formeel is goedgekeurd door de aandeelhouders. Tussen de startdatum van het inkoopprogramma en 31 maart 2014 heeft Ageas 3.969.268 aandelen teruggekocht voor een totaalbedrag van EUR 123.601.566. De Algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2014 keurde de intrekking van 2.489.921 aandelen goed.

3.1.2 Inkoopprogramma van eigen aandelen 2012

Ageas heeft een inkoopprogramma voor haar eigen uitstaande, gewone aandelen gelanceerd voor een bedrag van maximaal EUR 200 miljoen, ingaand op 13 augustus 2012.

Op 24 april 2013 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de intrekking van 9.165.454 aandelen goedgekeurd. Tijdens de buitengewone aandeelhoudersvergadering in september 2013 keurden de aandeelhouders de intrekking van de resterende 469.705 aandelen goed.

3.1.3 Kapitaalvermindering

De Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV van 16 september 2013 heeft goedkeuring gegeven aan, naast de hierboven genoemde vernietiging van ageas SA/NV aandelen, een tweede kapitaalvermindering door middel van een terugbetaling aan de aandeelhouders van EUR 1,00 per aandeel. De uitbetaling vond op 13 december 2013 plaats. Het totaalbedrag dat werd terugbetaald bedroeg EUR 222 miljoen.

3.2 Eigen aandelen Ageas

Eigen aandelen zijn gewone uitgegeven aandelen die door Ageas zijn teruggekocht. Deze aandelen worden in mindering gebracht op het eigen vermogen en opgenomen onder Overige reserves.

Het totaal aantal eigen aandelen (8,5 miljoen) bestaat uit de FRESH (4,0 miljoen), het restricted share programma (0,5 miljoen) en de resterende aandelen afkomstig uit het inkoopprogramma eigen aandelen (3,5 miljoen, zie hieronder). Nadere informatie over de FRESH is te vinden in Noot 13 Achtergestelde verplichtingen.

3.3. Dividend- en stemgerechtigde aandelen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dividend- en stemgerechtigde aandelen per 31 maart 2014.

in duizenden
Aantal aandelen uitgegeven per 31 maart 2014 233.486
Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht:
Aandelen aangehouden door ageas SA/NV 4.515
Aandelen gerelateerd aan de FRESH (zie Noot 13) 3.968
Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie Noot 26) 4.644
Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht 220.358

BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de CASHES die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd (zie noot 13 Achtergestelde schulden en noot 26 Voorwaardelijke verplichtingen)

In 2012 deed BNP een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES. Op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas 7.553 ingekochte aandelen van de 12.000 uitstaande CASHES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas. Op dit moment hebben 4,6 miljoen aandelen Ageas betrekking op de CASHES.

3.4 Rendement op eigen vermogen

Ageas berekent het Rendement op het eigen vermogen op basis van het nettoresultaat op jaarbasis over de laatste 12 maanden en het gemiddeld nettovermogen aan het begin en het einde van het jaar. Het Rendement op het eigen vermogen voor de eerste drie maanden van 2014 en 2013 is als volgt:

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Rendement op eigen vermogen Ageas groep 1,4% 12,0%
Rendement op eigen vermogen Verzekeringen 7,4% 7,7%

3.5 Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel.

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 30,1 293,0
Verkrijgingsprijs 'restricted shares' 0,7 0,3
Netto resultaat gebruikt om het verwaterd resultaat per aandeel te bepalen 30,8 293,3
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) 225.765 230.097
Aanpassingen voor:
- aandelen onder voorwaarden (in duizenden) 512 288
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) 226.277 230.385
Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 0,13 1,27
Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 0,13 1,27

In de eerste drie maanden van 2014 zijn opties op een gewogen gemiddelde van 2.064.018 aandelen (eerste drie maanden van 2013: 2.410.735) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 20,75 per aandeel (eerste drie maanden van 2013 : EUR 19,85) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen.

Gedurende 2014 en 2013 zijn 4,0 miljoen aandelen Ageas uit converteerbare effecten met betrekking tot de FRESH buiten beschouwing gelaten omdat de bespaarde rente hoger lag dan de gewone winst per aandeel.

De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, totaal 4,64 miljoen (31 december 2013 totaal 4,64 miljoen), behoren tot de gewone aandelen (zie ook noot 26 Voorwaardelijke verplichtingen). Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.

4 Toezicht en solvabiliteit

Op geconsolideerd niveau wordt het toezicht op Ageas uitgeoefend door de Nationale Bank van België (NBB). Op dochterondernemingen wordt toezicht uitgeoefend door de toezichthouders in de landen waar de dochterondernemingen zijn gevestigd, op basis van de eigen solvabiliteitsmaatstaven en de lokale grondslagen voor de financiële verslaggeving.

Op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving voor verzekeringsmaatschappijen in België rapporteert Ageas op kwartaalbasis aan de NBB over het beschikbaar wettelijk kapitaal en de vereiste solvabiliteit. Uit hoofde van het prudentieel toezicht wordt op kwartaalbasis geverifieerd of Ageas op geconsolideerde basis nog aan de solvabiliteitseisen voldoet.

De aansluiting van het eigen vermogen en het beschikbaar wettelijk vereist kapitaal en de daarmee samenhangende solvabiliteitsratio's is als volgt.

31 maart 2014 31 december 2013
Aandelenkapitaal en reserves 7.244,9 6.659,6
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 30,1 569,5
Ongerealiseerde winsten en verliezen 1.721,2 1.296,0
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 8.996,2 8.525,1
Minderheidsbelangen 824,7 804,9
Totaal eigen vermogen 9.820,9 9.330,0
Achtergestelde instrumenten 1.970,9 1.971,0
Prudentiële filters
Lokaal vereiste egalisatiereserve voor catastrofen - 231,2 - 241,3
Pensioen aanpassing - 0,1 - 18,0
Herwaarding van vastgoed, na belastingen (tegen 90%) 765,1 764,1
Aanpassing waardering van voor verkoop beschikbare beleggingen - 2.189,1 - 1.706,1
Kasstroomafdekking 13,9 36,2
Goodwill - 859,2 - 857,6
Overige immateriële vaste activa - 341,1 - 347,6
Voorgesteld dividend - 308,0 - 308,0
Toetsingsvermogen toezichthouder 8.642,1 8.622,6
Solvabiliteitsratio's
Solvabiliteitsvereisten 4.060,4 4.026,2
Solvabiliteitsoverschot 4.581,7 4.596,4
Solvabiliteitsratio 212,8% 214,2%

4.2 Kapitaalbeheer Ageas

Ageas beschouwt een sterke kapitaalbasis in de afzonderlijke verzekeringsactiviteiten als noodzakelijk, enerzijds als concurrentievoordeel en anderzijds om de geplande groei te financieren.

De Algemene Rekening omvat de groepsfuncties, de financieringstransacties en de nog lopende zaken uit het verleden. Voor de Algemene Rekening gebruikt Ageas het begrip nettokaspositie als indicator van het vrij beschikbare kapitaal zolang dat minder is dan het beschikbare kapitaal op groepsniveau.

Ageas streeft naar een totale solvabiliteitsratio van minimaal 200% van het wettelijk vereiste minimum op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf. Ageas zal deze doelstelling ten laatste bij de introductie van Solvency II opnieuw evalueren.

Vermogenspositie Verzekeringen

Op 31 maart 2014 bedroeg het totaal vermogen van het Verzekeringsbedrijf EUR 8,5 miljard (31 december 2013: EUR 8,3 miljard): 209,1% van het wettelijk vereist minimum (31 december 2013: 207,1%).

Continentaal Consolidatie Totaal Algemeen Totaal
31 maart 2014 België VK Europa Azië correcties Verzekeringen (incl. elim) Ageas
Totaal beschikbaar vermogen 4.589,7 917,9 1.597,0 1.382,8 2,6 8.490,0 152,1 8.642,1
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.465,0 415,5 574,0 605,9 4.060,4 4.060,4
Totaal kapitaal boven
minimum solvabiliteitsvereisten 2.124,7 502,4 1.023,0 776,9 2,6 4.429,6 152,1 4.581,7
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 186,2% 220,9% 278,2% 228,2% 209,1% 212,8%
XXX
Continentaal Consolidatie Totaal Algemeen Totaal
31 december 2013 België VK Europa Azië correcties Verzekeringen (incl. elim) Ageas
Totaal beschikbaar vermogen 4.493,0 901,5 1.552,6 1.330,2 59,6 8.336,9 285,7 8.622,6
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.450,7 400,8 572,0 602,7 4.026,2 4.026,2
Totaal kapitaal boven
minimum solvabiliteitsvereisten 2.042,3 500,7 980,6 727,5 59,6 4.310,7 285,7 4.596,4
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 183,3% 224,9% 271,4% 220,7% 207,1% 214,2%

Bij het bepalen van de solvabiliteitsratio per 31 maart is rekening gehouden met de dividenden die geaccordeerd zijn door de respectievelijk Besturen voorafgaand aan de datering van de jaarrekening.

De grafische weergave van de solvabiliteitspositie per Verzekeringssegment en voor Verzekeringen als geheel is als volgt.

Nettokaspositie Algemene Rekening

Op basis van de wet- en regelgeving van de NBB, bedroeg het beschikbaar wettelijk kapitaal van de Algemene Rekening (inclusief eliminaties) op 31 maart 2014 EUR 0,2 miljard (31 december 2013: EUR 0,3 miljard).

Voor een holding is niet alleen het beschikbaar wettelijk kapitaal relevant maar ook de financiële flexibiliteit om dit kapitaal te gebruiken. Om die reden bewaakt Ageas ook de nettokaspositie van de Algemene Rekening.

De nettokaspositie bestaat uit de beschikbare Geldmiddelen en kasequivalenten en kortetermijninvesteringen die binnen afzienbare tijd en tegen beperkte kosten kunnen worden geliquideerd, op dit moment voornamelijk bankdeposito's onder aftrek van schuldpapier dat komt te vervallen.

De nettokaspositie bedroeg op 31 maart 2014 EUR 1,8 miljard en is in vergelijking met eind 2013 vooral negatief beїnvloed door:

  • de Algemene Rekening heeft EUR 47 miljoen betaald in het kader van de inkoopprogramma's van eigen aandelen;
  • de Algemene Rekening heeft EUR 35 miljoen betaald voor de aflossing van schuldbewijzen;
  • een investering ter hoogte van EUR 60 miljoen in obligaties met een looptijd van meer dan een jaar.
31 maart 2014 31 december 2013
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.173,7 781,3
Vorderingen op banken 330,0 900,0
Vorderingen op banken (kortlopend) 40,0 - 0,2
Schatkistcertificaten 270,0 300,0
Schuldbewijzen - 33,3 - 68,4
Netto kaspositie 1.780,4 1.912,7

5 Verbonden partijen

In april 2013 sloot Ageas een transactie inzake de verkrijging van een deelneming van 33% in DTH Partners LLC. DTH Partners LLC stond in relatie tot Ronny Brückner, die tot zijn overlijden in augustus 2013 lid van de Raad van Bestuur van Ageas was.

In 2013 vond een transactie plaats tussen ageas SA/NV en een van zijn onafhankelijke bestuursleden, de heer Guy de Selliers de Moranville. De transactie heeft betrekking op de huur door ageas SA/NV van vastgoed dat eigendom is van de heer Guy de Selliers de Moranville. Dit vastgoed wordt beschouwd als een geschikte ontmoetingsplaats om belangrijke gasten van de Raad van Bestuur en het Executive Management te ontvangen en wordt verhuurd tegen een jaarlijkse huur van EUR 50.000.

Volgens IFRS richtlijnen worden transacties en verbintenissen als deze beschouwd als een transactie met verbonden partijen en dienen om die reden als zodanig hier te worden opgenomen.

Het management beschouwt deze transacties met DTH Partners en de heer Guy de Selliers de Moranville als marktconform, hoewel de omstandigheden uniek zijn.

Toelichting op de geconsolideerde balans

6 Geldmiddelen en kasequivalenten

In Geldmiddelen en kasequivalenten zijn direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden begrepen, na de datum van verkrijging.

De Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 maart bestaan uit.

31 maart 2014 31 december 2013
Geldmiddelen 2,2 2,6
Vorderingen op banken 2.632,0 1.883,1
Overige 305,5 270,9
Totaal geldmiddelen en kasequivalenten 2.939,7 2.156,6

7 Financiële beleggingen

De samenstelling van de Financiële beleggingen is als volgt.

31 maart 2014 31 december 2013
Financiële beleggingen
-
Tot einde looptijd aangehouden
4.990,4 4.986,2
-
Voor verkoop beschikbaar
58.246,9 56.564,6
-
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening
303,9 296,6
-
Afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa)
20,0 14,4
Totaal bruto 63.561,2 61.861,8
Bijzondere waardeverminderingen:
-
op tot einde looptijd aangehouden beleggingen
- 11,8 - 11,8
-
op voor verkoop beschikbare beleggingen
- 171,9 - 182,3
Totaal bijzondere waardeverminderingen - 183,7 - 194,1
Totaal 63.377,5 61.667,7

7.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden

Overheids-obligaties Bedrijfs-obligaties Totaal
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2013 4.884,4 169,7 5.054,1
Einde looptijd - 65,9 - 29,5 95,4
Amortisatie 18,4 9,1 27,5
Bijzondere waardevermingeringen - 11,8 - 11,8
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2013 4.836,9 137,5 4.974,4
Einde looptijd - 3,0 - 3,0
Amortisatie 5,1 2,1 7,2
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 maart 2014 4.842,0 136,6 4.978,6
Bruto waarde exclusief bijzondere
waardeverminderingen op 31 december 2013 4.836,9 149,3 4.986,2
Bruto waarde exclusief bijzondere
waardeverminderingen op 31 maart 2014 4.842,0 148,4 4.990,4
Reële waarde op 31 december 2013 5.720,9 144,5 5.865,4
Reële waarde op 31 maart 2014 6.033,4 136,6 6.170,0

De als Tot einde looptijd aangehouden aangemerkte overheidsobligaties naar land van uitgifte per 31 maart zijn als volgt.

Historische/geamortiseerde
31 maart 2014 kostprijs Reële waarden
Belgische overheid 4.361,2 5.417,5
Portugese overheid 480,8 615,9
Totaal 4.842,0 6.033,4
Historische/geamortiseerde
31 december 2013 kostprijs Reële waarden
Belgische overheid 4.361,9 5.159,4
Portugese overheid 475,0 561,5
Totaal 4.836,9 5.720,9

De reële waarde van tot einde looptijd aangehouden beleggingen (overheidsobligaties) is gewaardeerd op basis van genoteerde prijzen in actieve markten (niveau 1), en op basis van niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen) (bedrijfsobligaties) (niveau 3).

7.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen

De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde Ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de Voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.

Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal waarde- Reële
31 maart 2014 kostprijs winsten verliezen bruto verminderingen waarden
Kortlopend overheidspapier 479,9 - 0,1 479,8 479,8
Overheidsobligaties 26.658,0 3.326,5 - 0,7 29.983,8 29.983,8
Bedrijfsobligaties 22.475,8 1.578,0 - 67,6 23.986,2 - 0,1 23.986,1
Gestructureerde kredietinstrumenten 313,5 15,1 - 3,0 325,6 - 2,3 323,3
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 49.927,2 4.919,6 - 71,4 54.775,4 - 2,4 54.773,0
Private equity en durfkapitaal 56,6 7,8 - 5,9 58,5 58,5
Aandelen 2.894,5 528,3 - 14,7 3.408,1 - 169,5 3.238,6
Overige beleggingen 4,9 4,9 4,9
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 2.956,0 536,1 - 20,6 3.471,5 - 169,5 3.302,0
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 52.883,2 5.455,7 - 92,0 58.246,9 - 171,9 58.075,0
Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal waarde- Reële
31 december 2013 kostprijs winsten verliezen bruto verminderingen waarden
Overheidsobligaties 27.143,5 2.345,9 - 39,7 29.449,7 29.449,7
Bedrijfsobligaties 22.285,7 1.304,2 - 126,6 23.463,3 - 0,1 23.463,2
Gestructureerde kredietinstrumenten 289,5 13,5 - 3,0 300,0 - 2,3 297,7
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 49.718,7 3.663,6 - 169,3 53.213,0 - 2,4 53.210,6
Private equity en durfkapitaal 50,6 0,3 50,9 50,9
Aandelen 2.822,4 497,8 - 24,8 3.295,4 - 179,9 3.115,5
Overige beleggingen 5,3 5,3 5,3
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 2.878,3 498,1 - 24,8 3.351,6 - 179,9 3.171,7
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 52.597,0 4.161,7 - 194,1 56.564,6 - 182,3 56.382,3

Een bedrag van EUR 1.513,3 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is in onderpand gegeven als zekerheid (2013: EUR 1.180,7 miljoen).

De portefeuille inzake de Investeringen aangehouden voor verkoop per 31 maart kan als volgt grafisch weergegeven worden.

De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:

  • niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • niveau 2: waarneembare gegevens uit actieve markten;
  • niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).

De waarderingen zijn als volgt.

31 maart 2014 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Kortlopend overheidspapier 479,8 479,8
Overheidsobligaties 29.983,8 29.983,8
Bedrijfsobligaties 23.284,8 701,3 23.986,1
Gestructureerde kredietinstrumenten 199,1 46,9 77,3 323,3
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.359,9 795,8 146,3 3.302,0
Totaal beleggingen 56.307,4 1.544,0 223,6 58.075,0
31 december 2013 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Overheidsobligaties 29.449,7 29.449,7
Bedrijfsobligaties 22.748,9 713,1 1,2 23.463,2
Gestructureerde kredietinstrumenten 156,2 44,5 97,0 297,7
Aandelen, private equity en overige beleggingen 2.264,9 767,8 139,0 3.171,7
Totaal beleggingen 54.619,7 1.525,4 237,2 56.382,3

De veranderingen in niveau 3 waarderingen zijn als volgt.

31 maart 2014 31 december 2013
Stand per 1 januari 237,2 108,5
Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode - 20,5
Aankoop 7,2 87,0
Opbrengst van verkopen - 0,1 - 22,2
Bijzondere waardevermindering - 0,5
Ongerealiseerde winsten (verliezen) - 0,2 2,6
Overdracht tussen categorieën 61,8
Stand per einde periode 223,6 237,2

Overheidsobligaties naar land van uitgifte

De overheidsobligaties naar land van uitgifte per 31 maart zijn als volgt.

Historische/geamortiseerde Bruto ongerealiseerde Reële
31 maart 2014 kostprijs winsten (verliezen) waarden
Belgische overheid 12.596,7 1.579,9 14.176,6
Nederlandse overheid 659,7 51,9 711,6
Duitse overheid 929,9 214,6 1.144,5
Italiaanse overheid 1.478,3 172,7 1.651,0
Franse overheid 4.686,1 560,4 5.246,5
Britse overheid 496,2 12,1 508,3
Spaanse overheid 338,7 35,8 374,5
Portugese overheid 1.221,1 107,7 1.328,8
Oostenrijkse overheid 2.271,1 310,2 2.581,3
Finse overheid 203,6 23,3 226,9
Ierse overheid 552,2 67,7 619,9
Sloveense overheid 1,9 0,1 2,0
Tsjechische overheid 243,3 31,1 274,4
Slowaakse overheid 309,9 36,5 346,4
Verenigde Staten van Amerika: overheid 270,4 42,3 312,7
Overige overheden 398,9 79,5 478,4
Totaal 26.658,0 3.325,8 29.983,8
Historische/geamortiseerde Bruto ongerealiseerde Reële
31 december 2013 kostprijs winsten (verliezen) waarden
Belgische overheid 12.813,9 1.175,9 13.989,8
Nederlandse overheid 682,4 40,8 723,2
Duitse overheid 965,6 174,9 1.140,5
Italiaanse overheid 1.473,8 67,4 1.541,2
Franse overheid 4.751,1 369,7 5.120,8
Britse overheid 472,6 9,8 482,4
Spaanse overheid 357,3 11,9 369,2
Portugese overheid 1.041,4 - 6,6 1.034,8
Oostenrijkse overheid 2.328,2 232,6 2.560,8
Finse overheid 201,1 18,7 219,8
Ierse overheid 552,3 51,7 604,0
Sloveense overheid 49,1 0,9 50,0
Tsjechische overheid 243,4 29,7 273,1
Slowaakse overheid 333,4 34,0 367,4
Verenigde Staten van Amerika: overheid 276,5 28,0 304,5
Overige overheden 601,4 66,8 668,2
Totaal 27.143,5 2.306,2 29.449,7

Er waren geen bijzondere waardeverminderingen op overheidsobligaties in de eerste drie maanden van 2014 en in het hele jaar 2013.

Het aandeel per land in de beleggingsportefeuille overheidsobligaties op basis van reële waarde kan als volgt worden weergegeven.

De volgende tabel geeft de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen) weer. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.

31 maart 2014 31 december 2013
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties:
Boekwaarde 54.773,0 53.210,6
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 4.848,2 3.494,3
-
Belasting
- 1.585,0 - 1.159,0
Shadow accounting - 1.459,3 - 808,6
-
Belasting
444,5 247,6
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 2.248,4 1.774,3
31 maart 2014 31 december 2013
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 3.302,0 3.171,7
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 515,5 473,3
-
Belasting
- 66,8 - 65,5
Shadow accounting - 124,6 - 100,5
-
Belasting
41,0 32,6
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 365,1 339,9

Bijzondere waardeverminderingen op Voor verkoop beschikbare beleggingen

De volgende tabel toont de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen.

31 maart 2014 31 december 2013
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen:
-
op obligaties
- 2,4 - 2,4
-
op aandelen en overige beleggingen
- 169,5 - 179,9
Totaal bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen - 171,9 - 182,3

De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.

31 maart 2014 31 december 2013
Stand per 1 januari 182,3 190,5
Toename bijzondere waardeverminderingen 2,8 22,7
Terugname bij de verkoop/desinvestering - 13,2 - 26,9
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen - 4,0
Stand per einde periode 171,9 182,3

7.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

Een nadere toelichting op de Beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening per 31 maart is als volgt.

31 maart 2014 31 december 2013
Bedrijfsobligaties 200,7 214,4
Gestructureerde kredietinstrumenten 50,3 50,3
Obligaties 251,0 264,7
Aandelen 52,9 31,9
Aandelen en overige beleggingen 52,9 31,9
Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen
in de resultatenrekening 303,9 296,6

Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de meting daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.

De geamortiseerde kostprijs van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 31 maart 2014 EUR 250,8 miljoen (31 december 2013: EUR 263,4 miljoen).

De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:

  • niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
  • niveau 2: waarneembare gegevens uit actieve markten;
  • niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).

De waarderingen zijn als volgt.

31 maart 2014 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Bedrijfsobligaties 20,2 180,5 200,7
Gestructureerde kredietinstrumenten 50,3 50,3
Aandelen 52,9 52,9
Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening 20,2 233,4 50,3 303,9
XXX
31 december 2013 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Bedrijfsobligaties 31,7 182,7 214,4
Gestructureerde kredietinstrumenten 50,3 50,3
Aandelen 31,9 31,9
Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde
met waardeveranderingen in de resultatenrekening 31,7 214,6 50,3 296,6

De veranderingen in niveau 3 waarderingen zijn als volgt.

31 maart 2014 31 december 2013
Stand per 1 januari 50,3 49,0
Ongerealiseerde winsten (verliezen) 1,3
Stand per einde periode 50,3 50,3

De positie op niveau 3 is met name gevoelig voor veranderingen in het algehele niveau van de creditspreads. Als het niveau van de creditspreads met 1 basispunt stijgt, dan daalt de marktwaarde van deze posities naar schatting met 3 basispunten. Dit vertaalt zich naar een waardeverlies van circa EUR 0,2 miljoen.

7.4 Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa)

De samenstelling van de voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) is als volgt.

31 maart 2014 31 december 2013
Niet op een beurs verhandeld (OTC) 19,9 14,4
Op een beurs verhandeld 0,1
Totaal afgeleide financiële instrumenten 20,0 14,4

De Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten hebben voornamelijk betrekking op rente- en aandelenopties en renteswaps en zijn in 2014 en 2013 gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten) (zie noot 27 Derivaten voor nadere informatie).

7.5 Vastgoed

De onderstaande tabel toont de reële waarde van het vastgoed, zowel aangehouden als beleggingen als voor eigen gebruik.

Reële waarde: 31 maart 2014 31 december 2013
Vastgoedbeleggingen 3.333,3 3.330,5
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.300,5 1.306,9
Totaal reële waarde 4.633,8 4.637,4
Boekwaarde:
Vastgoedbeleggingen 2.345,0 2.354,5
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 971,3 967,4
Totale boekwaarde 3.316,3 3.321,9
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.317,5 1.315,5
Belastingen - 430,9 - 430,2
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) 886,6 885,3

8 Leningen

De Leningen zijn als volgt samengesteld.

31 maart 2014 31 december 2013
Overheid en officiële instellingen 2.081,6 1.875,2
Hypothecaire leningen 1.532,7 1.547,4
Leningen aan ondernemingen 563,1 547,2
Rentedragende deposito's 377,1 957,9
Leningen aan banken 670,4 624,1
Polisbeleningen 218,3 210,9
Bedrijfsleningen 41,0 41,4
Totaal 5.484,2 5.804,1
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen - 21,0 - 19,7
Totaal leningen 5.463,2 5.784,4

8.1 Leningen aan ondernemingen

De Leningen aan ondernemingen zijn als volgt samengesteld.

31 maart 2014 31 december 2013
Leningen aan particulieren 9,8 9,3
Vastgoed 198,2 199,8
Infrastructuur 113,7 101,6
Overige 241,4 236,5
Leningen aan ondernemingen 563,1 547,2

De regel Vastgoed onder Leningen aan ondernemingen heeft betrekking op de Mezzanine-lening van USD 117,5 miljoen aan DTH Partners LLC (zie ook noot 5 en 9). De overbruggingslening (USD 23 miljoen) van AG Real Estate (North Star N.V.) aan EBNB 70 Pine Development is opgenomen in de regel Overige onder Leningen aan ondernemingen.

Ageas heeft kredietlijnen verstrekt voor een totaalbedrag van EUR 276 miljoen (31 december 2013: EUR 321 miljoen). Zie ook noot 28 Toezeggingen.

8.2 Leningen aan banken

De leningen aan banken bestaan uit.

31 maart 2014 31 december 2013
Leningen en voorschotten 498,4 457,0
Overige 172,0 167,1
Totaal 670,4 624,1

9 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen

De belangrijkste beleggingen in geassocieerde deelnemingen bestaan uit ons aandeel in onze deelnemingen in Tai Ping Life Insurance, Mayban Ageas, Muang Thai Group, Cardiff Lux Vie, Aksigorta, DTH Partners LCC (zie noot 2 en 5), RPI en Tesco Insurance.

RPI

De nettowinst van RPI bedroeg in de eerste drie maanden van 2014 EUR 0 miljoen in vergelijking met EUR 233 miljoen in de eerste drie maanden van 2013. De winst in 2013 was toe te schrijven aan de verkoop van de beleggingsportefeuille van RPI.

Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken inzake een aantal Amerikaanse activa.

Tesco Insurance

In overeenstemming met IFRS 10, neemt Ageas Tesco Insurance met ingang van 1 januari 2014 niet meer op als een volledig geconsolideerde onderneming maar als een geassocieerde deelneming, de cijfers voor 2013 zijn als gevolg hiervan aangepast.

Het resultaat van Tesco Insurance voor de eerste drie maanden van 2014 bedroeg EUR 5 miljoen negatief (31 maart 2013: EUR 1,5 miljoen).

De impact van de wijziging van de consolidatiemethode voor Tesco Insurance op de balans per jaareinde 2013 is als volgt:

Activa

De totale activa daalden met EUR 953 miljoen van EUR 95.735 miljoen naar EUR 94.783 miljoen. Deze daling wordt hoofdzakelijk verklaard door de volgende veranderingen:

  • De financiële beleggingen daalden met EUR 889 miljoen naar EUR 61.668 miljoen.
  • De beleggingen in geassocieerde deelnemingen stegen met EUR 92 miljoen tengevolge van de consolidatie van Tesco Insurance;
  • Herverzekering en overige vorderingen daalden met EUR 67 miljoen.

Verplichtingen

De totale verplichtingen daalden met EUR 861 miljoen van EUR 86.314 miljoen naar EUR 85.453 miljoen. Deze daling wordt hoofdzakelijk verklaard door de volgende veranderingen:

  • Verplichtingen uit Niet-Leven verzekeringscontracten daalden met EUR 798 miljoen naar EUR 6.797 miljoen;
  • De achtergestelde schulden daalden met EUR 41 miljoen naar EUR 1.971 miljoen;
  • Overlopende rente en overige verplichtingen daalden met EUR 22 miljoen naar EUR 2.162 miljoen.

Eigen vermogen

Hoewel het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders niet is gewijzigd, daalde het totale eigen vermogen met EUR 92 miljoen naar EUR 9.330 miljoen. Deze daling wordt verklaard door het feit dat het minderheidsbelang in Tesco Insurance niet meer wordt geconsolideerd.

Resultatenrekening

De wijziging van de consolidatiemethode voor Tesco Insurance had geen effect op het nettoresultaat toewijsbaar aan aandeelhouders in de resultatenrekening voor de eerste drie maanden van 2013 doordat het resultaat van Tesco Insurance gelijk bleef. De impact heeft vooral betrekking op de volgende lijnen van de resultatenrekening:

  • De netto verdiende premies daalden met EUR 157 miljoen naar EUR 2.048 miljoen;
  • Schadelasten en uitkeringen daalden met EUR 122 miljoen;
  • Het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen steeg met EUR 1,5 miljoen naar EUR 272 miljoen.

10 Calloptie op BNP Paribas aandelen

Op basis van de op 12 mei 2009 getekende overeenkomst kreeg Ageas een in contanten af te wikkelen calloptie toegekend door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) waardoor Ageas de mogelijkheid heeft te profiteren van een waardestijging van de waarde van 121.218.054 aandelen van BNP Paribas gehouden door de FPIM. Deze aandelen werden verkregen door de FPIM in ruil voor de verkoop van 75% + 1 aandeel van Fortis Bank. De optie geeft Ageas het recht op het verschil tussen de uitoefenprijs van EUR 66,672 en de marktprijs van de aandelen van BNP Paribas op het moment van de uitoefening of de verkoopprijs van de onderliggende aandelen van BNP Paribas, naar discretie van de FPIM.

Deze optie wordt verantwoord op basis van de reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening onder Ongerealiseerde winst (verlies) op Calloptie BNP Paribas aandelen.

Op 27 april 2013 heeft Ageas de calloptie weer verkocht aan FPIM voor EUR 144 miljoen (wat neerkomt op EUR 0,64 per Ageas aandeel). De transactie is voor het einde van het eerste halfjaar van 2013 afgerond.

11 Verzekeringsverplichtingen

11.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven per 31 maart.

31 maart 2014 31 december 2013
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 25.689,5 25.527,1
Verplichting voor winstdeling polishouders 298,5 297,7
Shadow accounting 743,1 441,8
Voor eliminaties 26.731,1 26.266,6
Eliminaties - 4,0 - 3,9
Bruto 26.727,1 26.262,7
Herverzekering - 237,8 - 208,2
Netto 26.489,3 26.054,5

11.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven per 31 maart.

31 maart 2014 31 december 2013
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 28.237,0 28.205,3
Verplichting voor winstdeling polishouders 78,5 183,7
Shadow accounting 840,9 403,8
Bruto 29.156,4 28.792,8
Herverzekering
Netto 29.156,4 28.792,8

11.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

De Verplichtingen inzake unit-linked contracten voor rekening en risico van polishouders gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven.

31 maart 2014 31 december 2013
Verzekeringscontracten 1.828,7 1.795,4
Beleggingscontracten 12.743,1 12.374,6
Totaal 14.571,8 14.170,0

11.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Niet-Leven verzekeringscontracten per 31 maart.

31 maart 2014 31 december 2013
Schadeverplichting 5.340,1 5.284,6
Niet-verdiende premies 1.586,6 1.441,4
Verplichting voor winstdeling polishouders 10,7 7,4
Shadow accounting 63,8
Bruto 6.937,4 6.797,2
Herverzekering - 513,2 - 505,1
Netto 6.424,2 6.292,1

12 Schuldbewijzen

De volgende tabel toont de verschillende Schuldbewijzen (EMTN) die Ageas heeft uitgegeven en de bedragen die per 31 maart uitstaan.

31 maart 2014 31 december 2013
Tegen geamortiseerde kostprijs 34,9
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 33,3 33,5
Totaal schuldbewijzen 33,3 68,4

Als gevolg van de veranderingen in de samenstelling van de voormalige Fortis-groep in oktober 2008, is er een onherstelbare inbreuk op de leningvoorwaarden ontstaan waardoor alle schuldbewijzen in gebreke en direct opvraagbaar zijn tegen de nominale waarde (van overige inbreuken op de leningvoorwaarden is geen sprake). Schuldbewijzen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden derhalve gewaardeerd op minimaal de nominale waarde. De nominale waarde van tegen reële waarde aangehouden schuldbewijzen met waardeveranderingen in de resultatenrekening per 31 maart 2014 was EUR 32,8 miljoen (2013: EUR 32,8 miljoen). De waardering van schuldbewijzen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op niveau 2. Ageas heeft geen activa tot zekerheid gesteld voor uitstaande schuldbewijzen.

13 Achtergestelde schulden

De achtergestelde schulden zijn per 31 maart als volgt.

31 maart 2014 31 december 2013
FRESH 1.250,0 1.250,0
Hybrone 225,3 225,7
Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes 393,2 392,9
Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Notes 99,4 99,3
Overige achtergestelde schulden 3,0 3,1
Totaal achtergestelde schulden 1.970,9 1.971,0

13.1 FRESH

Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equitylinked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen met een nominale waarde van EUR 250.000 per obligatie. De coupons zijn per kwartaal achteraf betaalbaar tegen een variabele rentevoet gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met 135 basispunten.

De FRESH is uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV als mededebiteur. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 4,0 miljoen Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend- of stemrecht (het per 31 maart 2014 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is inclusief de 4,0 miljoen Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).

In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is. Vanwege deze kenmerken wordt de FRESH behandeld als onderdeel van het voor de toezichthouder kwalificerend vermogen.

De FRESH-obligaties kennen geen vervaldatum, maar kunnen naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 315 per aandeel. De FRESH worden automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende handelsdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 472,50.

13.2 Hybrone

In 2006 heeft Ageas een special purpose vehicle opgericht onder de naam Ageas Hybrid Financing SA (hierna 'AHF'), dat eeuwigdurende sterk achtergestelde en onder gelijke condities uitgegeven effecten uitgaf en de opbrengsten daarvan investeerde in instrumenten van (voormalige) werkmaatschappijen van Ageas. Deze instrumenten worden meegenomen in de berekening van de solvabiliteit voor deze entiteiten. De door AHF uitgegeven effecten vallen onder een zogenoemde 'support agreement' en een achtergestelde garantie afgegeven door ageas SA/NV.

Uit hoofde van de 'support agreement' is ageas SA/NV verplicht om zodanige middelen aan AHF te verstrekken als nodig om de couponverplichtingen te voldoen in ieder jaar dat Ageas een dividenduitkering vaststelt, ofwel om de coupon te betalen via de ACVM indien de entiteiten die de opbrengsten hebben ontvangen de coupons op de doorgeleende leningen niet in contanten voldoen tengevolge van schending van de toepasselijke wettelijke minimale solvabiliteitseisen. In het geval dat Ageas beneden het wettelijk vereiste minimum solvabiliteitsniveau komt of de geconsolideerde activa kleiner zijn dan de verplichtingen, exclusief schulden die niet beschouwd worden als 'Senior Debt' of in het geval dat AHF die keuze maakt, dan wordt de couponbetaling vervangen door een afrekening via de ACVM.

AHF heeft in 2006 een obligatie van EUR 500 miljoen uitgegeven onder de naam 'Hybrone', tegen een coupon van 5,125% tot 20 juni 2016 en driemaands Euribor plus 200 basispunten daarna. De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan AG Insurance. In maart 2013 lanceerde AHF een bod op de uitstaande effecten tegen een aankoopprijs van 91%, dit bod is uiteindelijk aanvaard voor een bedrag van EUR 163,6 miljoen. De doorlening aan AG Insurance werd met hetzelfde bedrag verminderd. Een aantal gelieerde ondernemingen van Ageas investeerde in Hybrone effecten, waardoor per 31 maart 2014 EUR 225,3 miljoen aan Hybrone effecten blijft uitstaan. De eerste calldatum van de resterende Hybrone effecten is op 20 juni 2016.

13.3 Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes ('notes')

AG Insurance heeft op 21 maart 2013 eeuwigdurende achtergestelde effecten uitgegeven ('notes') voor een bedrag van USD 550 miljoen en tegen een rente van 6,75%. De notes betreffen directe, ongedekte en achtergestelde verplichtingen van AG Insurance, en zijn in alle opzichten gelijk aan de andere achtergestelde verplichtingen binnen AG Insurance. De notes zijn genoteerd aan de beurs van Luxemburg. De notes kunnen in hun geheel, maar niet gedeeltelijk op de eerste calldatum (maart 2019) worden afgelost of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna.

13.4 Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes

Op 18 december 2013 plaatste AG Insurance voor een bedrag van EUR 450 miljoen Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes (achtergestelde obligaties met vaste naar veranderlijke rente), met vervaldatum 2044.

De obligaties geven een coupon van 5,25% per jaar, jaarlijks betaalbaar, tot de eerste calldatum in juni 2024 en vanaf die eerste calldatum zullen ze rente opbrengen tegen een variabele voet van 4,136% per jaar boven de 3-maands Euribor, per kwartaal betaalbaar.

De obligaties voorzien in een trimestriële optionele call door AG Insurance vanaf juni 2024 en in een optioneel of verplicht uitstel van rente onder bepaalde omstandigheden. De obligaties zullen kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het heersende Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I).

De obligaties zijn onderschreven door ageas SA/NV (EUR 350 miljoen) en BNP Paribas Fortis SA/NV (EUR 100 miljoen) en zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg.

14 Leningen

De volgende tabel toont de samenstelling van de Leningen per 31 maart.

31 maart 2014 31 december 2013
Terugkoopovereenkomsten 1.228,0 1.184,7
Leningen 757,3 762,1
Schulden aan banken 1.985,3 1.946,8
Depots van herverzekeraars 84,8 81,0
Financiële leaseverplichtingen 22,1 22,8
Overige schulden 312,7 313,1
Totaal schulden 2.404,9 2.363,7

Ageas heeft obligaties met een boekwaarde van EUR 1.513,3 miljoen (31 december 2013: EUR 1.256,5 miljoen) als zekerheid gesteld voor Terugkoopovereenkomsten. Daarnaast is vastgoed met een boekwaarde van EUR 391,5 miljoen (31 december 2013: EUR 391,5 miljoen) als zekerheid gesteld voor Leningen en overige.

De boekwaarde van de leningen is een redelijke benadering van de reële waarde doordat de looptijden van contracten minder dan een jaar bedragen (terugkoopovereenkomsten) en/of doordat contracten een variabele rente dragen (leningen van banken). De reële waarde is derhalve gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niveau 2).

15 Acute en uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingen zijn het gevolg van het belastingeffect van tijdelijke verschillen tussen de statutaire rapportering en de geconsolideerde rapportering volgens IFRS. Actieve belastinglatenties vloeien voort uit overgedragen verliezen, waarvan de recuperatie door winsten in de toekomst zeer waarschijnlijk is.

Een nadere detaillering van de Uitgestelde winstbelastingen is als volgt.

Balans Resultatenrekening
Eerste drie Eerste drie
31 maart 2014 31 december 2013 maanden 2014 maanden 2013
Uitgestelde belastingvorderingen op:
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) - 14,7 6,9 - 92,1
Vastgoedbeleggingen 20,4 20,5 - 0,1 6,2
Materiële vaste activa 36,3 36,3 - 2,6
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 6,1 5,9 0,1 - 0,1
Verzekeringspolis en claim reserves 612,2 428,8 - 4,1 - 72,7
Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding 152,9 139,9 0,1 - 1,7
Overige voorzieningen 11,0 12,6 - 1,7 0,3
Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten 0,2 0,2 - 1,5
Niet-aangewende compensabele verliezen 129,3 141,8 0,1 - 2,0
Overige 49,6 48,4 1,2 29,9
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 1.003,3 834,4 2,5 - 136,3
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen - 80,1 - 99,4 6,5 0,3
Netto uitgestelde belastingvorderingen 923,2 735,0 9,0 - 136,0
Uitgestelde belastingverplichtingen op:
Afgeleide financiële instrumenten (activa) 0,4 0,1 - 0,3 0,3
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 1.534,5 1.172,6 - 6,9 91,4
Unit-linked beleggingen 1,2 1,9 0,6 0,2
Vastgoedbeleggingen 84,0 82,1 - 1,2 - 17,8
Leningen aan klanten 1,7 1,5 - 0,1
Materiële vaste activa 183,2 184,2 1,0 1,2
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 126,3 128,0 1,7 1,6
Overige voorzieningen 6,5 7,8 1,4
Overlopende acquisitiekosten 44,4 47,0 2,8 3,2
Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten 1,4 1,4 - 1,8
Belastingvrij gerealiseerde reserves 63,3 64,3 1,0 0,6
BNP Paribas call optie 30,6
Overige 70,0 88,0 10,8 23,0
Totaal uitgestelde belastingverplichtingen 2.116,9 1.778,9 10,8 132,5
Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) 19,8 - 3,5
Netto uitgestelde belastingen - 1.193,7 - 1.043,9

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om acute belastingvorderingen te salderen met acute belastingverplichtingen en wanneer de uitgestelde belastingen betrekking hebben op dezelfde belastingautoriteit . Na saldering zijn de bedragen als volgt.

31 maart 2014 31 december 2013
Uitgestelde belastingvorderingen 70,0 80,1
Uitgestelde belastingverplichtingen 1.263,7 1.124,0
Netto uitgestelde belastingen - 1.193,7 - 1.043,9

16 RPN(I)

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan aan of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met Ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES effecten uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een voorafgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis groep, introduceerden een financieel instrument, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).

De RPN(I) bestaat zolang er uitstaande CASHES in de markt zijn. In 2007 zijn aanvankelijk 12.000 CASHES uitgegeven. Ageas en BNP Paribas hebben in februari 2012 een overeenkomst bereikt waarbij Ageas aan BNP Paribas een schadevergoeding heeft betaald van EUR 287 miljoen, nadat BNP Paribas een bod op de CASHES tegen een prijs van 47,5% had gelanceerd en de 7.553 aangeboden CASHES inwisselde tegen onderliggende aandelen Ageas, wat leidde tot de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting. Na deze conversie resteren 4.447 uitstaande CASHES.

Referentiebedrag en rentebetalingen

Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:

  • het verschil tussen de nominale waarde van EUR 3.000 miljoen bij de uitgifte en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd op de beurs van Luxemburg, minus
  • het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 12,53 miljoen aandelen Ageas waarin het instrument wordt geconverteerd, vermenigvuldigd met:
  • het aantal CASHES die blijven uitstaan (4.447/12.000 = 37,06%).

De rentebetalingen per kwartaal bedragen 3-maands EURIBOR plus 20 basispunten over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal. Als het referentiebedrag positief is, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV over het referentiebedrag rente aan Ageas. Is dat referentiebedrag negatief, dan betaalt Ageas over het referentiebedrag rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV.

Staatsgarantie en intrekking van deze garantie

Tot en met 31 maart 2014 gaf de Belgische staat een staatsgarantie uit op de door Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV betaalde rente. Ageas betaalde de Belgische staat een vergoeding voor deze garantie ter hoogte van 70 basispunten per jaar over het referentiebedrag, terwijl Ageas de Belgische staat 14% van de aandelen AG Insurance in onderpand had gegeven in geval dat Ageas haar rentebetalingen niet zou nakomen.

Met het oog op het intrekken van de staatsgarantie hebben betrokken partijen op 1 april 2014 de overeenkomst aangepast. Het onderpand ten gunste van de Belgische staat werd vervangen door een onderpand bestaande uit aandelen AG Insurance direct ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV, waarbij het percentage aandelen dat in onderpand is gegeven werd verminderd van 14% naar 7,3% van het totaal aantal uitstaande aandelen AG Insurance. Om het hogere kredietrisico weer te geven is de van toepassing zijnde rente over het referentiebedrag gewijzigd van 3 maands Euribor plus 20 basispunten in 3-maands Euribor plus 90 basispunten. Op dezelfde datum is de vergoedingsverplichting van Ageas jegens de Belgische staat opgeheven.

Waardebepaling

Ageas hanteert het begrip 'overdracht' om de reële waarde van de RPN(I) verplichting te bepalen. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert de verplichting tegen het referentiebedrag.

Het RPN referentiebedrag is gevoelig voor waardeveranderingen van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel: als de waarde van de CASHES, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, met 1% stijgt, stijgt het referentiebedrag met EUR 11 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 5 miljoen zal doen dalen.

De stijging van het referentiebedrag van EUR 370 miljoen per jaareinde 2013 naar EUR 474 miljoen op 31 maart 2014 werd voornamelijk verklaard door een stijging van de waarde van de CASHES van 67,88% naar 77,80% in de eerste drie maanden van 2014, en werd slechts deels gecompenseerd door de stijging van het Ageas aandeel van EUR 30,95 naar EUR 32,35 in dezelfde periode.

17 Voorzieningen

Voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar aan het einde van de verslagperiode, op basis van het oordeel van het management en in de meeste gevallen ondersteund door de mening van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van geschillen.

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.

31 maart 2014 31 december 2013
Stand per 1 januari 45,0 69,1
Toename voorziening 1,2 - 2,3
Aanwendingen in de loop van het jaar - 17,3 - 21,5
Omrekeningsverschillen - 0,3
Stand per einde periode 28,9 45,0

18 Verplichting ivm geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden AG Insurance aandelen

Ageas sloot op 12 maart 2009 een overeenkomst over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis Bank SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in mei 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst stemde Ageas erin toe dat Fortis Bank het recht heeft om het verworven belang in AG Insurance aan Ageas te verkopen gedurende een periode van zes maanden na 1 januari 2018.

Ageas concludeerde dat het uitoefenen van de putoptie onvoorwaardelijk is. In overeenstemming met IAS 32 is Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018. Deze financiële verplichting wordt in een separate regel (Verplichting met betrekking tot geschreven putoptie) in de Balans verantwoord. De verplichting wordt ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance). Ageas waardeert de verplichting op de contante waarde per de verslagdatum van het bedrag dat naar verwachting bij de afwikkeling moet worden betaald.

De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen.

Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie worden verantwoord in Overige reserves.

Als de optie in 2018 wordt uitgeoefend, zal de verplichting als een contante betaling van Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV worden afgewikkeld en zal Ageas weer 25% + 1 aandeel AG Insurance verwerven. Als de optie echter afloopt zonder te zijn uitgeoefend wordt de verplichting verantwoord ten laste van Minderheidsbelangen en Overige reserves.

Berekening van de verplichting

Ageas gebruikt de 'embedded value' van de Leven activiteiten van AG Insurance en een verdisconteerd kasstroommodel voor de Niet-Leven activiteiten als uitgangspunt voor de berekening van de verplichting. Om het verwachte afwikkelingsbedrag te bepalen, is de toegepaste waarderingsmethode gebaseerd op:

  • huidige embedded value multiples voor levensverzekeringsmaatschappijen;
  • een groei van de waarde op basis van verwacht rendement van 11% op de embedded value en een dividend payout van 50% voor 2013 en 75% voor de jaren erna;
  • een disconteringsvoet van 10%.

Verwerking van de optie in de resultatenrekening

Zolang de optie niet is uitgeoefend wordt het resultaat van het Minderheidsbelang (25% + 1 aandeel BNP) in de Geconsolideerde resultatenrekening verantwoord als Minderheidsbelang.

Op basis van deze parameters is de netto contante waarde van de verplichting per 31 maart 2014 EUR 1.274 miljoen (31 december 2013: EUR 1.255 miljoen). De volgende gevoeligheden zijn berekend.

Disconteringsvoet +1% punt - 1% punt
Waarde verplichting 1.232 1.319
Relatieve impact -3,3% 3,5%
"Price to Embedded Value" +10% -10%
Waarde verplichting 1.378 1.180
Relatieve impact 8,2% -7,4%
Groei percentage +1% punt - 1% punt
Waarde verplichting 1.313 1.236
Relatieve impact 3,1% -3,0%

Het effect van de boekhoudkundige verwerking van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie op het eigen vermogen is als volgt:

31 maart 2014 31 december 2013 Wijziging
Waarde verplichting inzake geschreven putoptie 1.274,0 1.255,0 19,0
Gerelateerde minderheidsbelangen - 1.337,9 - 1.225,5 - 112,4
Effect op eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 63,9 - 29,5 93,4

Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening

19 Verzekeringspremies

Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf.

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Bruto premie-inkomen Leven 1.657,7 1.543,5
Bruto premie-inkomen Niet-leven 1.132,0 1.084,7
Algemeen en eliminaties - 0,1 - 0,1
Totaal bruto premie-inkomen 2.789,6 2.628,1
Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Netto premies Leven 1.185,1 1.128,4
Netto premies Niet-leven 931,6 920,1
Algemeen en eliminaties - 0,1 - 0,1
Totaal netto premies 2.116,6 2.048,4

Leven

In de onderstaande tabel worden de bruto premie-inkomsten Leven weergegeven.

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies 2,3 0,8
Geboekte periodieke premies 22,2 23,2
Totaal collectief 24,5 24,0
Geboekte eenmalige premies 18,3 16,0
Geboekte periodieke premies 7,0 7,0
Totaal individueel 25,3 23,0
Totaal unit-linked contracten 49,8 47,0
Niet unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies 58,8 89,4
Geboekte periodieke premies 214,3 214,5
Totaal collectief 273,1 303,9
Geboekte eenmalige premies 105,8 119,2
Geboekte periodieke premies 184,2 177,8
Totaal individueel 290,0 297,0
Totaal niet unit-linked contracten 563,1 600,9
Beleggingscontracten met DPF
Geboekte eenmalige premies 492,5 419,5
Geboekte periodieke premies 109,0 88,6
Totaal beleggingscontracten met DPF 601,5 508,1
Geboekte premies Leven 1.214,4 1.156,0
Geboekte eenmalige premies 411,4 354,8
Geboekte periodieke premies 31,9 32,7
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 443,3 387,5
Bruto premie-inkomen Leven 1.657,7 1.543,5

De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies direct verantwoord als verplichting ('deposit accounting'). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.

De bruto premies Leven bestaan uit de ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening.

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Bruto premies Leven 1.214,4 1.156,0
Afgegeven herverzekeringspremies - 29,3 - 27,6
Netto premies Leven 1.185,1 1.128,4

Niet-leven

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de netto verdiende premies Niet-Leven. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige zijn samengevoegd onder overige Niet-Leven.

Ongevallen en Overige
Eerste drie maanden 2014 Ziekte Niet-leven Totaal
Bruto geboekte premies 258,8 873,2 1.132,0
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 53,3 - 86,1 - 139,4
Bruto verdiende premies 205,5 787,1 992,6
Afgegeven herverzekeringspremies - 10,3 - 54,3 - 64,6
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 1,9 1,7 3,6
Netto verdiende premies Niet-leven 197,1 734,5 931,6
Ongevallen en Overige
Eerste drie maanden 2013 Ziekte Niet-leven Totaal
Bruto geboekte premies 254,1 830,6 1.084,7
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 49,6 - 53,8 - 103,4
Bruto verdiende premies 204,5 776,8 981,3
Afgegeven herverzekeringspremies - 8,8 - 52,0 - 60,8
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 1,3 - 1,7 - 0,4
Netto verdiende premies Niet-leven 197,0 723,1 920,1

De verdeling van de netto verdiende premies Niet-Leven per segment is als volgt.

Ongevallen en Overige
Eerste drie maanden 2014 Ziekte Niet-leven Totaal
België 121,6 323,6 445,2
VK 16,9 368,7 385,6
Continentaal Europa 58,6 42,2 100,8
Netto verdiende premies Niet-leven 197,1 734,5 931,6
Eerste drie maanden 2013 Ongevallen en
Ziekte
Overige
Niet-leven
Totaal
België 123,7 308,7 432,4
VK 16,4 372,5 388,9
Continentaal Europa 56,9 41,9 98,8
Netto verdiende premies Niet-leven 197,0 723,1 920,1

20 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten

De onderstaande tabel geeft een specificatie van de Rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten.

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Rentebaten
Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten 1,5 1,7
Rentebaten uit vorderingen op banken 5,6 23,3
Rentebaten op beleggingen 510,9 520,2
Rentebaten uit vorderingen op klanten 40,7 36,6
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 0,9 2,0
Overige rentebaten 6,2 6,6
Totaal rentebaten 565,8 590,4
Dividenden op aandelen 13,6 12,1
Huurbaten uit vastgoedbelegging 55,0 55,5
Opbrengsten parkeergarage 70,9 66,9
Overige baten op beleggingen 10,7 12,3
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 716,0 737,2

21 Resultaat op verkoop en herwaarderingen

De onderstaande tabel geeft een specificatie van het Resultaat op verkoop en herwaarderingen .

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Obligaties aangehouden voor verkoop 35,0 21,6
Aandelen aangehouden voor verkoop 40,0 28,6
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden - 1,6 - 7,9
Vastgoedbeleggingen 5,3 6,4
Gerealiseerde winst op de verkoop van aandelen
van dochtermaatschappijen en geassocieerde deelnemingen - 1,1 - 0,1
Materiële vaste activa 0,1 0,1
Activa en verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen
in de resultatenrekening 0,3 2,5
Afdekkingsresultaten - 0,4 - 0,4
Overige 0,7 12,7
Totaal Resultaat op verkoop en herwaarderingen 78,3 63,5

De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.

De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.

22 Schadelasten en uitkeringen

De opbouw van de Schadelasten en uitkeringen na herverzekering zoals verantwoord in de resultatenrekening is als volgt.

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Levensverzekeringen 1.443,2 1.377,3
Niet-levensverzekeringen 638,6 605,3
Algemeen en eliminaties - 0,1 - 0,1
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 2.081,7 1.982,5

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Uitkeringen en afkopen, bruto 1.396,2 1.072,8
Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto 66,8 320,1
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 1.463,0 1.392,9
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen - 19,8 - 15,6
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 1.443,2 1.377,3

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-Leven, na herverzekering.

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Schaden, bruto 618,3 590,9
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto 47,6 38,0
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 665,9 628,9
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden - 24,2 - 21,9
Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten - 3,1 - 1,7
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 638,6 605,3

Toelichting op de Geconsolideerde Resultatenrekening

23 Financieringslasten

De onderstaande tabel toont de Financieringslasten naar product.

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Financieringslasten
Schuldbewijzen 0,5 6,8
Achtergestelde schulden 17,4 37,7
Leningen 6,5 7,6
Overige financieringen 3,9 2,2
Derivaten 1,5 1,1
Overige schulden 9,8 9,6
Totaal financieringslasten 39,6 65,0

24 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen

De Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd.

Eerste drie maanden 2014 Eerste drie maanden 2013
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op:
Beleggingen in aandelen en overige beleggingen 2,7 5,0
Leningen 1,1 0,5
Herverzekering en overige vorderingen 1,3 1,6
Overlopende rente en overige activa 3,8
Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 5,1 10,9

Informatie operationele segmenten

25 Informatie operationele segmenten

25.1 Algemene informatie

Ageas heeft de organisatiestructuur gebaseerd op een slagvaardig Executive Committee (ExCo) en een Management Committee dat bestaat uit het ExCo, de Chief Operating Officer, de Chief Executive Officers van de vier geografische regio's en de Group Risk Officer.

Operationele segmenten

Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.

De segmentrapportage van Ageas op basis van IFRS geeft de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas weer. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

Allocatieregels

In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de werkmaatschappij.

Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-up aanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten. Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.

25.2 België

De Belgische verzekeringsactiviteiten, sinds juni 2009 onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft ongeveer 3,5 miljoen klanten met een premieinkomen op jaarbasis van EUR 6,0 miljard. 69% van het premieinkomen komt uit Leven, de rest uit Niet-Leven. AG Insurance is ook 100% eigenaar van AG Real Estate dat is uitgegroeid tot de grootste vastgoedmaatschappij in België.

AG Insurance richt zich op particulieren en kleine, middelgrote en grote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven- en Niet-Leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht: via meer dan 3.000 onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis SA/NV en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis SA/NV 25% eigenaar van AG Insurance.

25.3 Verenigd Koninkrijk (VK)

In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-Leven; in 2008 werden verwante nieuwe levensverzekeringsactiviteiten gelanceerd. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van bedrijfsverzekeringen. De onderverdeling is circa 82% particuliere verzekeringen, 16% bedrijfsverzekeringen en 2% Leven. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multichannel-distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinity-partners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich Ageas 50 (voorheen RIAS en Castle Cover), die meer dan een miljoen klanten heeft in het groeiende marktsegment van 50-plussers, en Ageas Insurance Solutions, die 'white label'-oplossingen biedt aan affinity-partners, outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van het eigen merk.

De recente overnames van de laatste jaren en de integratie van de overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services hebben de diverse marktposities van Ageas in het Verenigd Koninkrijk versterkt. Ageas heeft in november 2012 daarnaast Groupama Insurance Company Limited (GICL) overgenomen. De overname heeft de marktpositie in het Niet-Leven segment verder versterkt.

Om inzicht te bieden in de bijdrage van de diverse segmenten, heeft Ageas besloten de resultaten van het Verenigd Koninkrijk op te splitsen in drie deelsegmenten: Leven, Niet-Leven en Overige verzekeringen. Onder Overige verzekeringen vallen de resultaten uit de retailactiviteiten en kosten van de hoofdkantoren in het Verenigd Koninkrijk.

25.4 Continentaal Europa

Continentaal Europa bestaat momenteel uit de verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in vijf landen: Portugal, Frankrijk, Italië, Luxemburg en sinds 2011 Turkije en biedt producten aan in Leven (in Portugal, Frankrijk en Luxemburg) en Niet-Leven (Portugal, Italië en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerships met bedrijven met een aanzienlijke marktpositie zijn deze markten toegankelijker geworden.

In 2014 had circa 76% van het premie-inkomen betrekking op Leven en 24% op Niet-Leven.

25.5 Azië

Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor en de 100% dochteronderneming bevinden zich in Hong Kong. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (20-24,9% eigendom Ageas), Maleisië (30,95% eigendom Ageas), Thailand (15-31% eigendom Ageas) en India (26% eigendom Ageas). Ageas rapporteert op geconsolideerde basis over de dochteronderneming in Hong Kong, terwijl de andere ondernemingen als geassocieerde deelnemingen worden verantwoord.

25.6 Algemene Rekening

De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de houdstermaatschappij(en). Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES/RPN(I) en de geschreven putoptie op NCI.

25.7 Balans per operationeel segment

Continentaal
31 maart 2014 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.034,8 183,0 381,4 166,8 1.173,7 2.939,7
Financiële beleggingen 50.658,4 2.392,0 8.269,2 1.606,7 462,9 - 11,7 63.377,5
Vastgoedbeleggingen 2.323,0 21,6 0,4 2.345,0
Leningen 4.981,8 43,6 64,0 224,8 1.378,1 - 1.229,1 5.463,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten 6.474,4 7.416,0 681,7 - 73,3 14.498,8
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 304,2 90,1 267,9 862,7 53,0 7,5 1.585,4
Herverzekering en overige vorderingen 811,0 1.018,3 230,0 67,8 76,0 - 76,7 2.126,4
Actuele belastingvorderingen 41,5 12,8 0,3 54,6
Uitgestelde belastingvorderingen 16,5 34,9 18,6 70,0
Overlopende rente en overige activa 1.188,1 419,6 235,9 329,6 46,7 - 32,4 2.187,5
Materiële vaste activa 1.012,7 78,5 5,1 4,7 0,9 1.101,9
Goodwill en overige immateriële vaste activa 344,0 254,2 433,9 366,9 0,1 1.399,1
Totaal activa 69.190,4 4.527,0 17.343,9 4.312,1 3.191,4 - 1.415,7 97.149,1
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 22.393,6 175,8 2.828,7 1.333,0 - 4,0 26.727,1
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 25.145,5 4.010,2 0,7 29.156,4
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 6.474,3 7.415,7 681,8 14.571,8
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 3.630,1 2.572,3 735,0 6.937,4
Schuldbewijzen 33,3 33,3
Achtergestelde schulden 1.177,6 120,2 28,0 1.548,7 - 903,6 1.970,9
Leningen 1.952,6 183,8 24,8 461,2 181,3 - 398,8 2.404,9
Actuele belastingschulden 64,9 7,1 50,0 9,0 0,2 131,2
Uitgestelde belastingschulden 1.198,5 13,7 51,5 1.263,7
RPN(I) 473,8 473,8
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.672,2 338,0 224,4 141,6 86,1 - 107,5 2.354,8
Voorzieningen 7,8 0,7 9,5 10,9 28,9
Verplichting inzake geschreven putoptie 1.274,0 1.274,0
Totaal verplichtingen 63.717,1 3.411,6 15.377,8 2.627,3 3.608,3 - 1.413,9 87.328,2
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 4.013,2 1.115,4 1.263,6 1.684,8 921,0 - 1,8 8.996,2
Minderheidsbelangen 1.460,1 702,5 - 1.337,9 824,7
Totaal eigen vermogen 5.473,3 1.115,4 1.966,1 1.684,8 - 416,9 - 1,8 9.820,9
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 69.190,4 4.527,0 17.343,9 4.312,1 3.191,4 - 1.415,7 97.149,1
Aantal werknemers (FTE) 6.055 5.004 880 424 117 12.480
Continentaal
31 december 2013 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 685,9 178,7 384,6 126,1 781,3 2.156,6
Financiële beleggingen 49.268,0 2.406,7 8.045,2 1.575,1 384,3 - 11,6 61.667,7
Vastgoedbeleggingen 2.332,3 21,8 0,4 2.354,5
Leningen 4.712,0 47,5 77,6 228,3 1.946,8 - 1.227,8 5.784,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 6.399,9 7.115,0 655,4 - 72,8 14.097,5
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 305,8 92,2 258,4 810,7 55,6 7,5 1.530,2
Herverzekering en overige vorderingen 782,8 938,2 233,6 68,9 3,6 - 7,1 2.020,0
Actuele belastingvorderingen 52,6 18,9 2,4 73,9
Uitgestelde belastingvorderingen 17,7 38,4 24,0 80,1
Overlopende rente en overige activa 1.522,3 422,1 245,7 311,5 34,6 - 20,0 2.516,2
Materiële vaste activa 1.001,2 78,2 4,8 3,7 1,0 1.088,9
Goodwill en overige immateriële vaste activa 351,8 252,6 437,6 370,5 0,1 1.412,6
Totaal activa 67.432,3 4.473,5 16.850,7 4.150,6 3.207,3 - 1.331,8 94.782,6
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 22.070,8 153,3 2.730,6 1.311,9 - 3,9 26.262,7
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 24.696,4 4.095,7 0,7 28.792,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 6.399,9 7.114,7 655,4 14.170,0
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 3.552,7 2.524,2 720,3 6.797,2
Schuldbewijzen 68,4 68,4
Achtergestelde schulden 1.177,0 119,5 28,0 1.548,5 - 902,0 1.971,0
Leningen 1.907,3 191,5 21,2 460,8 181,5 - 398,6 2.363,7
Actuele belastingschulden 39,3 6,6 16,5 8,2 0,1 70,7
Uitgestelde belastingschulden 1.045,3 25,6 53,1 1.124,0
RPN(I) 370,1 370,1
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.501,9 325,7 153,6 121,7 84,8 - 25,7 2.162,0
Voorzieningen 16,6 5,9 11,5 11,0 45,0
Verplichting inzake geschreven putoptie 1.255,0 1.255,0
Totaal verplichtingen 62.407,2 3.352,3 14.945,2 2.558,7 3.519,4 - 1.330,2 85.452,6
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3.676,1 1.121,2 1.224,1 1.591,9 913,4 - 1,6 8.525,1
Minderheidsbelangen 1.349,0 681,4 - 1.225,5 804,9
Totaal eigen vermogen 5.025,1 1.121,2 1.905,5 1.591,9 - 312,1 - 1,6 9.330,0
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 67.432,3 4.473,5 16.850,7 4.150,6 3.207,3 - 1.331,8 94.782,6
Aantal werknemers (FTE) 6.083 4.876 1.070 418 123 12.570

Per 1 januari 2013 is de herziene standaard IAS 19 'Personeelsbeloningen' in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen in de herziene standaard is de directe opname in het eigen vermogen van 'niet opgenomen actuariële winsten en verliezen' per de ingangsdatum, in plaats van de zogenaamde corridormethode.

25.8 Resultatenrekening per operationeel segment

Continentaal
Eerste drie maanden 2014 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
-
Bruto premies
1.523,1 454,1 306,3 62,9 - 0,1 2.346,3
-
Wijziging in niet-verdiende premies
- 121,3 - 8,5 - 9,6 - 139,4
-
Afgegeven herverzekeringspremies
- 19,3 - 40,1 - 25,4 - 5,5 - 90,3
Netto verdiende premies 1.382,5 405,5 271,3 57,4 - 0,1 2.116,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 607,7 16,8 65,5 25,1 15,3 - 14,4 716,0
Ongerealiseerde winst (verlies)
op call optie BNP Paribas aandelen
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I)
(incl. schikking op RPN(I)/CASHES) - 103,7 - 103,7
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 69,9 1,4 5,6 2,0 - 0,6 78,3
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 126,1 300,5 - 7,7 418,9
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen - 0,5 - 5,0 5,9 35,9 - 0,1 36,2
Commissiebaten 24,0 26,4 29,3 16,3 96,0
Overige baten 27,7 32,4 0,4 1,6 0,9 - 3,9 59,1
Totale baten 2.237,4 477,5 678,5 130,6 - 88,2 - 18,4 3.417,4
Lasten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
- 1.500,6 - 310,9 - 264,3 - 53,1 0,1 - 2.128,8
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
3,7 30,7 9,9 2,8 47,1
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.496,9 - 280,2 - 254,4 - 50,3 0,1 - 2.081,7
Lasten inzake unit-linked contracten - 124,9 - 300,2 5,9 - 419,2
Financieringslasten - 27,7 - 3,0 - 0,3 - 10,2 - 12,7 14,3 - 39,6
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 4,0 - 1,0 - 0,1 - 5,1
Wijzigingen in voorzieningen - 1,2 0,5 0,1 - 0,6
Commissielasten - 174,5 - 94,7 - 38,7 - 21,3 - 329,2
Personeelskosten - 120,8 - 54,1 - 17,1 - 8,3 - 4,7 - 205,0
Overige lasten - 136,0 - 51,9 - 24,9 - 6,9 - 9,2 4,0 - 224,9
Totale lasten - 2.086,0 - 483,9 - 636,1 - 91,2 - 26,5 18,4 - 3.305,3
Resultaat voor belastingen 151,4 - 6,4 42,4 39,4 - 114,7 112,1
Belastingbaten (lasten) - 33,8 0,9 - 5,5 - 0,9 - 39,3
Nettoresultaat over de periode 117,6 - 5,5 36,9 38,5 - 114,7 72,8
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 30,2 12,5 42,7
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 87,4 - 5,5 24,4 38,5 - 114,7 30,1
Totale baten van externe klanten 2.234,1 464,2 678,5 128,7 - 88,1 3.417,4
Totale baten intern 3,3 13,3 1,9 - 0,1 - 18,4
Totale baten 2.237,4 477,5 678,5 130,6 - 88,2 - 18,4 3.417,4
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 8,3 - 13,0 - 7,9 - 29,2

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Continentaal
Eerste drie maanden 2014 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.523,1 454,1 306,3 62,9 - 0,1 2.346,3
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 138,7 257,9 46,7 443,3
Bruto premie-inkomen 1.661,8 454,1 564,2 109,6 - 0,1 2.789,6
Continentaal
Eerste drie maanden 2013 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
-
Bruto premies
1.450,6 427,7 299,3 63,1 - 0,1 2.240,6
-
Wijziging in niet-verdiende premies
- 116,0 17,3 - 4,7 - 103,4
-
Afgegeven herverzekeringspremies
- 19,1 - 38,8 - 24,6 - 6,3 - 88,8
Netto verdiende premies 1.315,5 406,2 270,0 56,8 - 0,1 2.048,4
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 599,9 22,5 69,2 22,8 40,1 - 17,3 737,2
Ongerealiseerde winst (verlies)
op call optie BNP Paribas aandelen - 90,0 - 90,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I)
(incl. schikking op RPN(I)/CASHES) 10,0 10,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 55,6 7,5 1,7 - 1,3 63,5
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 103,7 205,8 - 0,7 308,8
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 1,4 1,5 6,1 30,9 232,5 - 0,4 272,0
Commissiebaten 26,6 27,6 33,8 15,5 103,5
Overige baten 23,7 23,8 0,8 1,1 0,6 - 3,7 46,3
Totale baten 2.126,4 481,6 593,2 128,1 191,9 - 21,5 3.499,7
Lasten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
- 1.418,0 - 279,7 - 273,9 - 50,2 0,1 - 2.021,7
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
5,6 21,7 9,7 2,2 39,2
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.412,4 - 258,0 - 264,2 - 48,0 0,1 - 1.982,5
Lasten inzake unit-linked contracten - 104,6 - 205,0 - 1,4 - 311,0
Financieringslasten - 24,4 - 8,0 - 0,6 - 7,5 - 41,8 17,3 - 65,0
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 9,7 - 1,2 - 0,3 - 0,1 0,4 - 10,9
Wijzigingen in voorzieningen - 3,5 - 0,1 - 3,6
Commissielasten - 171,4 - 81,3 - 34,1 - 25,3 0,2 - 311,9
Personeelskosten - 117,7 - 52,4 - 17,7 - 7,3 - 5,4 0,2 - 200,3
Overige lasten - 129,6 - 53,7 - 27,8 - 9,1 3,7 - 216,5
Totale lasten - 1.973,3 - 453,4 - 550,7 - 89,8 - 56,2 21,7 - 3.101,7
Resultaat voor belastingen 153,1 28,2 42,5 38,3 135,7 0,2 398,0
Belastingbaten (lasten) - 45,7 - 5,4 - 12,1 - 0,8 - 0,1 - 64,1
Nettoresultaat over de periode 107,4 22,8 30,4 37,5 135,6 0,2 333,9
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 27,8 13,1 40,9
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 79,6 22,8 17,3 37,5 135,6 0,2 293,0
Totale baten van externe klanten 2.122,6 477,7 593,2 127,1 179,1 3.499,7
Totale baten intern 3,8 3,9 1,0 12,8 - 21,5
Totale baten 2.126,4 481,6 593,2 128,1 191,9 - 21,5 3.499,7
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 30,3 - 9,7 - 1,5 - 41,5

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Continentaal
Eerste drie maanden 2013 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.450,6 427,7 299,3 63,1 - 0,1 2.240,6
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 182,4 163,5 41,6 387,5
Bruto premie-inkomen 1.633,0 427,7 462,8 104,7 - 0,1 2.628,1

25.9 Balans gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen

Overige
31 maart 2014 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.405,1 320,0 40,9 1.173,7 2.939,7
Financiële beleggingen 56.342,1 6.583,4 0,8 462,9 - 11,7 63.377,5
Vastgoedbeleggingen 2.139,6 205,4 2.345,0
Leningen 4.936,2 336,6 121,0 1.378,1 - 1.308,7 5.463,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten 14.572,1 - 73,3 14.498,8
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 1.142,2 382,7 53,0 7,5 1.585,4
Herverzekering en overige vorderingen 693,9 1.285,0 263,9 76,0 - 192,4 2.126,4
Actuele belastingvorderingen 35,9 15,9 2,8 54,6
Uitgestelde belastingvorderingen 20,5 43,7 5,8 70,0
Overlopende rente en overige activa 1.541,6 616,1 17,8 46,7 - 34,7 2.187,5
Materiële vaste activa 922,6 161,1 17,3 0,9 1.101,9
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.002,2 142,8 254,0 0,1 1.399,1
Totaal activa 84.754,0 10.092,7 724,3 3.191,4 - 1.613,3 97.149,1
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 26.731,1 - 4,0 26.727,1
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 29.156,4 29.156,4
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 14.571,8 14.571,8
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 6.937,4 6.937,4
Schuldbewijzen 33,3 33,3
Achtergestelde schulden 1.089,3 196,0 120,2 1.548,7 - 983,3 1.970,9
Leningen 2.300,7 142,3 179,4 181,3 - 398,8 2.404,9
Actuele belastingschulden 100,7 28,2 2,1 0,2 131,2
Uitgestelde belastingschulden 1.087,8 175,9 1.263,7
RPN(I) 473,8 473,8
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.629,6 701,1 163,4 86,1 - 225,4 2.354,8
Voorzieningen 9,4 8,3 0,3 10,9 28,9
Verplichting inzake geschreven putoptie 1.274,0 1.274,0
Totaal verplichtingen 76.676,8 8.189,2 465,4 3.608,3 - 1.611,5 87.328,2
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 6.277,9 1.540,2 258,9 921,0 - 1,8 8.996,2
Minderheidsbelangen 1.799,3 363,3 - 1.337,9 824,7
Totaal eigen vermogen 8.077,2 1.903,5 258,9 - 416,9 - 1,8 9.820,9
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 84.754,0 10.092,7 724,3 3.191,4 - 1.613,3 97.149,1
Aantal werknemers (FTE) 4.820 4.960 2.583 117 12.480
Overige
31 december 2013 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 988,1 352,7 34,5 781,3 2.156,6
Financiële beleggingen 54.934,9 6.359,3 0,8 384,3 - 11,6 61.667,7
Vastgoedbeleggingen 2.137,2 217,3 2.354,5
Leningen 4.718,2 306,2 120,3 1.946,8 - 1.307,1 5.784,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 14.170,3 - 72,8 14.097,5
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 1.091,3 375,8 55,6 7,5 1.530,2
Herverzekering en overige vorderingen 740,7 1.118,8 251,9 3,6 - 95,0 2.020,0
Actuele belastingvorderingen 45,3 26,5 2,1 73,9
Uitgestelde belastingvorderingen 22,1 52,2 5,8 80,1
Overlopende rente en overige activa 1.918,8 569,1 15,7 34,6 - 22,0 2.516,2
Materiële vaste activa 908,6 162,9 16,4 1,0 1.088,9
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.016,8 143,5 252,2 0,1 1.412,6
Totaal activa 82.692,3 9.684,3 699,7 3.207,3 - 1.501,0 94.782,6
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 26.266,6 - 3,9 26.262,7
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 28.792,8 28.792,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 14.170,0 14.170,0
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 6.797,2 6.797,2
Schuldbewijzen 68,4 68,4
Achtergestelde schulden 1.094,2 190,1 119,4 1.548,5 - 981,2 1.971,0
Leningen 2.247,6 142,1 191,1 181,5 - 398,6 2.363,7
Actuele belastingschulden 45,0 23,6 2,0 0,1 70,7
Uitgestelde belastingschulden 1.032,2 91,8 1.124,0
RPN(I) 370,1 370,1
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.449,8 607,1 136,0 84,8 - 115,7 2.162,0
Voorzieningen 16,7 16,9 0,4 11,0 45,0
Verplichting inzake geschreven putoptie 1.255,0 1.255,0
Totaal verplichtingen 75.114,9 7.868,8 448,9 3.519,4 - 1.499,4 85.452,6
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 5.865,4 1.497,1 250,8 913,4 - 1,6 8.525,1
Minderheidsbelangen 1.712,0 318,4 - 1.225,5 804,9
Totaal eigen vermogen 7.577,4 1.815,5 250,8 - 312,1 - 1,6 9.330,0
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 82.692,3 9.684,3 699,7 3.207,3 - 1.501,0 94.782,6
Aantal werknemers (FTE) 5.017 4.902 2.528 123 12.570

25.10 Resultatenrekening gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen

Overige
Eerste drie maanden 2014 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
-
Bruto premies
1.214,4 1.132,0 - 0,1 2.346,3
-
Wijziging in niet-verdiende premies
- 139,4 - 139,4
-
Afgegeven herverzekeringspremies
- 29,3 - 61,0 - 90,3
Netto verdiende premies 1.185,1 931,6 - 0,1 2.116,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 651,0 68,3 - 3,1 15,3 - 15,5 716,0
Ongerealiseerde winst (verlies)
op call optie BNP Paribas aandelen
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I)
(incl. schikking op RPN(I)/CASHES) - 103,7 - 103,7
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 71,6 7,3 - 0,6 78,3
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 418,9 418,9
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 33,4 2,9 - 0,1 36,2
Commissiebaten 64,2 6,5 36,1 - 10,8 96,0
Overige baten 20,1 15,2 31,6 0,9 - 8,7 59,1
Totale baten 2.444,3 1.031,8 64,6 - 88,2 - 35,1 3.417,4
Lasten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
- 1.463,0 - 665,9 0,1 - 2.128,8
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
19,8 27,3 47,1
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.443,2 - 638,6 0,1 - 2.081,7
Lasten inzake unit-linked contracten - 419,2 - 419,2
Financieringslasten - 36,6 - 2,8 - 2,9 - 12,7 15,4 - 39,6
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 3,8 - 1,3 - 5,1
Wijzigingen in voorzieningen - 0,3 - 0,4 0,1 - 0,6
Commissielasten - 121,9 - 215,2 - 2,9 10,8 - 329,2
Personeelskosten - 95,6 - 79,2 - 25,5 - 4,7 - 205,0
Overige lasten - 131,2 - 63,9 - 29,4 - 9,2 8,8 - 224,9
Totale lasten - 2.251,8 - 1.001,4 - 60,7 - 26,5 35,1 - 3.305,3
Resultaat voor belastingen 192,5 30,4 3,9 - 114,7 112,1
Belastingbaten (lasten) - 29,3 - 10,6 0,6 - 39,3
Nettoresultaat over de periode 163,2 19,8 4,5 - 114,7 72,8
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 34,5 8,2 42,7
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 128,7 11,6 4,5 - 114,7 30,1
Totale baten van externe klanten 2.435,1 1.030,6 26,1 - 74,4 3.417,4
Totale baten intern 9,2 1,2 38,5 - 13,8 - 35,1
Totale baten 2.444,3 1.031,8 64,6 - 88,2 - 35,1 3.417,4
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 27,6 - 1,6 - 29,2

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Overige
Eerste drie maanden 2014 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.214,4 1.132,0 - 0,1 2.346,3
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 443,3 443,3
Bruto premie-inkomen 1.657,7 1.132,0 - 0,1 2.789,6
Overige
Eerste drie maanden 2013 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
-
Bruto premies
1.156,0 1.084,7 - 0,1 2.240,6
-
Wijziging in niet-verdiende premies
- 103,4 - 103,4
-
Afgegeven herverzekeringspremies
- 27,6 - 61,2 - 88,8
Netto verdiende premies 1.128,4 920,1 - 0,1 2.048,4
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 645,3 73,0 - 3,0 40,1 - 18,2 737,2
Ongerealiseerde winst (verlies)
op call optie BNP Paribas aandelen - 90,0 - 90,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I)
(incl. schikking op RPN(I)/CASHES) 10,0 10,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 58,1 6,7 - 1,3 63,5
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 308,8 308,8
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 28,9 11,0 232,5 - 0,4 272,0
Commissiebaten 70,4 6,3 39,3 - 12,5 103,5
Overige baten 16,5 15,9 21,7 0,6 - 8,4 46,3
Totale baten 2.256,4 1.033,0 58,0 191,9 - 39,6 3.499,7
Lasten
-
Schadelasten en uitkeringen, bruto
- 1.392,9 - 628,9 0,1 - 2.021,7
-
Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
15,6 23,6 39,2
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.377,3 - 605,3 0,1 - 1.982,5
Lasten inzake unit-linked contracten - 311,0 - 311,0
Financieringslasten - 30,0 - 8,4 - 3,0 - 41,8 18,2 - 65,0
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 9,3 - 1,9 - 0,1 0,4 - 10,9
Wijzigingen in voorzieningen - 2,3 - 1,3 - 3,6
Commissielasten - 125,4 - 198,1 - 1,0 0,2 12,4 - 311,9
Personeelskosten - 95,2 - 76,0 - 24,0 - 5,4 0,3 - 200,3
Overige lasten - 119,9 - 70,4 - 25,5 - 9,1 8,4 - 216,5
Totale lasten - 2.070,4 - 961,4 - 53,5 - 56,2 39,8 - 3.101,7
Resultaat voor belastingen 186,0 71,6 4,5 135,7 0,2 398,0
Belastingbaten (lasten) - 45,6 - 17,5 - 0,9 - 0,1 - 64,1
Nettoresultaat over de periode 140,4 54,1 3,6 135,6 0,2 333,9
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 32,3 8,6 40,9
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 108,1 45,5 3,6 135,6 0,2 293,0
Totale baten van externe klanten 2.247,6 1.199,3 25,6 193,5 3.666,0
Totale baten intern 8,8 1,1 32,4 - 1,6 - 40,7
Totale baten 2.256,4 1.200,4 58,0 191,9 - 40,7 3.666,0
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 37,8 - 3,7 - 41,5

Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.

Overige
Eerste drie maanden 2013 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.156,0 1.084,7 - 0,1 2.240,6
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 387,5 387,5
Bruto premie-inkomen 1.543,5 1.084,7 - 0,1 2.628,1

25.11 Operationeel resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat en resultaat voor belastingen.

Het operationeel resultaat omvat de verdiende premies, commissies en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-Leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.

De gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingen, die verantwoord worden in de resultatenrekening en die de verzekeringsverplichting afdekken voor de verschillende activiteiten, worden opgenomen in het operationele resultaat.

De afstemming van het operationele resultaat naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Levenactiviteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het levenbedrijf omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). De Niet-Levenactiviteiten bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.

Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Continentaal Totaal
Eerste drie maanden 2014 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 1.078,6 31,0 438,5 109,6 - 0,1 1.657,6
Bruto premie-inkomen Niet-Leven 583,2 423,1 125,7 1.132,0
Operationele kosten - 129,1 - 51,6 - 35,5 - 11,3 - 227,5
-
Gegarandeerde producten
107,4 0,1 20,0 9,0 136,5
-
Unit linked producten
3,6 3,9 - 1,5 6,0
Operationeel resultaat Leven 111,0 0,1 23,9 7,5 142,5
-
Ongevallen en ziekte
7,2 0,7 8,9 16,8
-
Auto
14,3 7,9 22,2
-
Brand en overige schade aan eigendommen
5,7 - 9,5 - 2,1 - 5,9
-
Overig
- 6,2 - 5,6 1,8 - 10,0
Operationeel resultaat Niet-Leven 21,0 - 6,5 8,6 23,1
Operationeel resultaat 132,0 - 6,4 32,5 7,5 165,6
Aandeel in het resultaat van geassocieerde
deelnemingen, niet gealloceerd - 5,0 6,0 36,4 - 0,1 37,3
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 19,4 5,0 3,9 - 4,5 - 114,6 - 90,8
Resultaat voor belastingen 151,4 - 6,4 42,4 39,4 - 114,7 112,1
Key performance indicators Leven
Netto onderschrijvingsmarge 0,07% 0,25% 0,27% 1,40% 0,15%
Beleggingsmarge 0,78% 0,00% 0,41% 0,10% 0,68%
Operationele marge 0,85% 0,25% 0,68% 1,50% 0,83%
- Operationele marge Gegarandeerde producten 0,92% 0,25% 1,05% 2,70% 0,97%
- Operationele marge Unit - linked producten 0,26% 0,24% -0,88% 0,19%
Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld
beheerd vermogen Leven 0,38% 17,01% 0,43% 2,26% 0,48%
Key performance indicators Niet-Leven
Lasten ratio 37,5% 33,8% 29,6% 35,1%
Schade ratio 63,9% 72,3% 65,2% 67,5%
Combined ratio 101,4% 106,1% 94,8% 102,6%
Operationele marge 4,7% -1,7% 8,6% 2,5%
Technische voorzieningen 57.643,5 2.748,1 14.989,6 2.015,5 - 4,0 77.392,7

Toelichting op de transactie niet opgenomen op de Geconsolideerde Balans

Continentaal Totaal
Eerste drie maanden 2013 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 1.068,3 25,0 345,5 104,7 - 0,1 1.543,4
Bruto premie-inkomen Niet-Leven 564,7 402,7 117,3 1.084,7
Operationele kosten - 123,0 - 53,0 - 36,7 - 10,7 - 223,4
-
Gegarandeerde producten
88,7 - 0,8 17,2 9,6 114,7
-
Unit linked producten
5,8 8,3 0,3 14,4
Operationeel resultaat Leven 94,5 - 0,8 25,5 9,9 129,1
-
Ongevallen en ziekte
14,8 0,7 6,7 22,2
-
Auto
5,4 12,0 0,3 17,7
-
Brand en overige schade aan eigendommen
3,6 10,0 - 2,3 11,3
-
Overig
3,3 - 0,9 1,8 4,2
Operationeel resultaat Niet-Leven 27,1 21,8 6,5 55,4
Operationeel resultaat 121,7 21,0 31,9 9,9 184,5
Aandeel in het resultaat van geassocieerde
deelnemingen, niet gealloceerd 1,5 6,2 31,6 232,5 271,8
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 31,4 5,7 4,4 - 3,2 - 96,8 0,2 - 58,3
Resultaat voor belastingen 153,1 28,2 42,5 38,3 135,7 0,2 398,0
Key performance indicators Leven
Netto onderschrijvingsmarge 0,04% -3,45% 0,30% 1,41% 0,13%
Beleggingsmarge 0,69% 0,42% 0,70% 0,63%
Operationele marge 0,73% -3,45% 0,72% 2,11% 0,76%
- Operationele marge Gegarandeerde producten 0,77% -3,45% 0,89% 2,92% 0,83%
- Operationele marge Unit - linked producten 0,44% 0,52% 0,19% 0,47%
Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld
beheerd vermogen Leven 0,37% 68,20% 0,51% 2,29% 0,50%
Key performance indicators Niet-Leven
Lasten ratio 36,8% 32,5% 28,9% 34,1%
Schade ratio 62,9% 66,1% 67,8% 64,8%
Combined ratio 99,7% 98,6% 96,7% 98,9%
Operationele marge 6,3% 5,6% 6,5% 6,0%
Technische voorzieningen 56.640,0 2.583,9 15.047,7 1.947,8 - 2,7 76.216,7
Schaderatio : de kosten van schade, na herverzekering, exclusief interne schadeafhandelingskosten, als percentage van de
netto verdiende premies.
Lastenratio : de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne
schadeafhandelingskosten vermeerderd met nettocommissies ten laste van het boekjaar, minus interne
beleggingskosten.
Combined ratio : de som van schade- en lastenratio.

26 Voorwaardelijke verplichtingen

26.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

Ageas is, zoals vele andere financiële instellingen, gedaagde met betrekking tot een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsuitoefening.

Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (o.a. acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in oktober 2007, aankondiging van het versnelde solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan worden betrokken bij een aantal juridische procedures en een strafrechtelijke procedure in België.

Ageas ontkent dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Dergelijke juridische acties tegen Ageas kunnen echter, indien succesvol, uiteindelijk een grote financiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.

Zoals vermeld in diverse persberichten eerder uitgegeven door Ageas en in het jaarverslag 2013, werden definitieve beslissingen genomen in rechtszaken met betrekking tot vermeend wanbeleid en de AFM boetes betreffende juni 2008; geen van deze rechtszaken leidde tot een beslissing over mogelijk financiële compensatie die het voorwerp van debat is in lopende procedures. Bijkomende AFM boetes betreffende september 2007 werden vernietigd, en deze procedures zijn definitief afgerond.

Administratieve procedure in België

De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van EUR 500.000. Ageas tekende beroep aan tegen deze beslissing bij het Hof van Beroep in Brussel.

Strafprocedure in België

In België loopt een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In november 2012 werden een aantal personen in verdenking gesteld door de onderzoeksrechter. In februari 2013 heeft de procureur des Konings de Raadkamer verzocht een aantal personen te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Daar verschillende betrokken partijen om aanvullend onderzoek hebben gevraagd en dit verzoek is gehonoreerd, is de hoorzitting voor de Raadkamer uitgesteld naar een nog niet bepaalde datum.

Negatieve bevindingen in de administratieve procedure en/of de strafprocedure kunnen een impact hebben op bestaande juridische procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding.

Juridische procedures ingesteld door aandeelhouders of aandeelhoudersverenigingen

Deze procedures in België en Nederland (i) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008 of (ii) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008.

In Nederland

Op 19 januari 2011 heeft de VEB een procedure ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormen door Fortis en door sommige voormalige bestuurders en topmanagers. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de financiële instellingen die tijdens de kapitaalverhoging zijn opgetreden als zgn. global coördinators en lead managers) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Stichting FortisEffect en een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. De Gier hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de vordering van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, of de betaling van schadevergoeding als alternatief.

Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Bos eisen schadevergoeding op grond van beweerde communicatiefouten in 2008. De rechtbank van Utrecht oordeelde op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en, in voorkomend geval, de hoogte ervan. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit of verband zou houden met de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert Mr. Bos ook schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie in 2007 over Fortis' subprime blootstelling.

Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse stichting 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van beweerde communicatiefouten door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde SICAF, namens en samen met een aantal geïdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid. Momenteel is het onduidelijk of beide procedures zullen worden samengevoegd.

In België

Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Modrikamen heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de FPIM (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd geëist. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. Tot op heden wordt de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas en door Ageas aan de eisers wordt nagestreefd.

Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode mei 2007 tot oktober 2008.

Op 12 september 2012 hebben een (voormalige) Fortis aandeelhouder en de moedermaatschappij ervan een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007.

Op 29 april 2013 heeft een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Op 25 juni 2013 werd een gelijkaardige procedure gestart voor dezelfde rechtbank door twee aandeelhouders. Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door Mr Lenssens.

Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)

De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met BNP Paribas Fortis SA/NV, ageas SA/NV en ageas N.V., werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Vóór 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCShouders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd.

Procedures geïnitieerd door RBS

Op 1 april 2014 heeft Royal Bank of Scotland (RBS) twee procedures tegen Ageas en andere partijen ingeleid: (i) een procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel waar RBS aanspraak maakt op een bedrag van EUR 75 miljoen op basis van een vermeende garantie die door Fortis zou zijn verstrekt in 2007 in het kader van een aandelentransactie tussen ABN AMRO Bank (nu RBS) en Mellon en (ii) een arbitrageprocedure voor het ICC in Parijs waar RBS aanspraak maakt op een totaalbedrag van EUR 135 miljoen, te weten de vermeende garantie van EUR 75 miljoen vermeerderd met EUR 60 miljoen op basis van een "escrow" arrangement.

Vrijwaringsbedingen

In 2008 hebben de moedermaatschappijen van Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken in de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.

Algemene opmerkingen

Gezien het feit dat geen van de door de rechtbanken benoemde experts argumenten hebben aangedragen die een nietigverklaring (of gedeeltelijke nietigverklaring) zou kunnen onderbouwen of rechtvaardigen van de beslissingen van de Raad van Bestuur van Fortis in september/oktober 2008 en de daaruit voortvloeiende overeenkomsten en transacties en dat het de rechtbank van Amsterdam in twee vonnissen van 18 mei 2011 de eisen van VEB/Deminor en Stichting FortisEffect met betrekking tot deze transacties afwees, acht het management van Ageas het onwaarschijnlijk dat de in deze noot beschreven procedures zullen leiden tot een nietigverklaring van deze transacties.

Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun merites en gevolgen in te schatten en te bepalen, of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in het geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas. Om die reden worden er geen voorzieningen aangehouden. Ageas zal voorzieningen boeken indien en op het ogenblik dat het naar de mening van het management en de Raad van Bestuur, in overleg met de juridische adviseurs, waarschijnlijk is dat Ageas een betaling zal moeten doen en het bedrag ervan redelijkerwijze kan worden geschat.

Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Die gevolgen zijn op dit moment niet kwantificeerbaar.

Op basis van de conclusies uit bepaalde in deze noot beschreven gerechtelijke uitspraken hebben de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, die de potentiële risico's verzekeren van Ageas en haar bestuurders en functionarissen uit hoofde van de aansprakelijkheidsclaims in de verschillende lopende procedures, laten weten dat deze conclusies zouden kunnen leiden tot een verlies aan verzekeringsdekking uit hoofde van deze polissen. Ageas is het oneens met deze mening die op dit moment onderwerp is van discussie met de verzekeraars.

26.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

De voormalige werkmaatschappijen van Ageas hebben een aantal hybride instrumenten uitgegeven die leiden tot voorwaardelijke verbintenissen voor ageas SA/NV, omdat deze voormalige moedermaatschappij optrad als garant, codebiteur of een andere ondersteunende overeenkomst tekenden. In de volgende paragrafen worden de voorwaardelijke verplichtingen beschreven die aan deze instrumenten zijn verbonden.

1. CASHES

De CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) vertegenwoordigen 4.447 obligaties voor een totaal nominaalbedrag van EUR 1.112 miljoen, uitgegeven door BNP Paribas Fortis SA/NV, met ageas SA/NV als medeschuldenaar.

De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10 (de slotkoers van het aandeel bedroeg per 31 maart 2014, EUR 32,40). De obligaties kunnen ook naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 4.643.904 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.

De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de Ageas aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.

BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon per kwartaal tegen een variabele rente van driemaands Euribor + 2%, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas. In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

2. BNP Paribas Fortis SA/NV Tier 1-obligatielening 2004

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2004 een eeuwigdurende lening ter waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, met een Support Agreement aangegaan door de vroegere Fortis moedermaatschappijen, nu ageas SA/NV, tegen een coupon van 4,625% tot 27 oktober 2014 en driemaands Euribor + 1,70% daarna.

De Support Agreement van de moedermaatschappij houdt in dat, indien de solvabiliteit van BNP Paribas Fortis SA/NV beneden een bepaalde drempelwaarde komt of indien BNP Paribas Fortis SA/NV daarvoor kiest, de coupon wordt voldaan volgens de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). BNP Paribas Fortis SA/NV zou in dat geval ageas SA/NV moeten compenseren door uitgifte van nieuwe aandelen.

26.3 Overige Voorwaardelijke verplichtingen

Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 is gefuseerd met Cardif Lux International S.A. (zie ook noot 2 Overnames en desinvesteringen).

27 Derivaten

Ageas gebruikt derivaten voornamelijk om alle rente-, aandelenen valutarisico's te beheersen. Derivaten worden in principe verantwoord als handelsderivaten tenzij een afdekkingsrelatie met een open positie op de juiste wijze is gedocumenteerd. In dat geval worden derivaten verantwoord als hedging derivaten.

Wijzigingen in de reële waarde van handelsderivaten worden in de resultatenrekening verantwoord. Wijzigingen in de reële waarde van hedging derivaten worden verantwoord in het Overzicht van comprehensive income met de wijziging in de reële waarde van de afgedekte positie.

In bepaalde situaties worden de wijzigingen in de reële waarde van het derivaat en de afgedekte positie beide opgenomen in de resultatenrekening. In dat geval wordt geen afdekkingsdocumentatie opgesteld en worden de derivaten verwerkt als voor handelsdoeleinden aangehouden.

Toelichting op de transactie niet opgenomen op de Geconsolideerde Balans

Handelsderivaten

31 maart 2014 31 december 2013
Reële waarde Reële waarde
Nominale Nominale
Activa Passiva waarde Activa Passiva waarde
Vreemde valuta contracten
Forwards en futures 4,3 4,7 1.090,4 5,2 0,1 687,0
Swaps 1,2 1,3 0,9 0,9
Totaal 4,3 5,9 1.091,7 5,2 1,0 687,9
Rentecontracten
Swaps 3,3 6,3 555,6 3,6 4,5 402,2
Opties 0,5 1.170,0 1,6 1.170,0
Totaal 3,8 6,3 1.725,6 5,2 4,5 1.572,2
Effecten/Index contracten
Opties en warrants 8,2 1,2 155,1 0,0
Totaal 8,2 1,2 155,1 0,0
Overige 3,7 78,5 4,0 119,4
Totaal 20,0 13,4 3.050,9 14,4 5,5 2.379,5
Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens 16,3 13,4 3,7 1,0
Reële waarden verkregen door gebruik van een waarderingsmodel 3,7 10,7 4,5
Totaal 20,0 13,4 14,4 5,5
Over the counter (OTC) 19,9 13,4 3.050,9 14,4 5,5 2.379,5
Exchange traded 0,1
Totaal 20,0 13,4 3.050,9 14,4 5,5 2.379,5

Hedging derivaten

31 maart 2014 31 december 2013
Reële waarde Reële waarde
Nominale Nominale
Activa Passiva waarde Activa Passiva waarde
Vreemde valuta contracten
Swaps 0,1 4,5 346,9 0,3 3,7 347,1
Totaal 0,1 4,5 346,9 0,3 3,7 347,1
Rentecontracten
Forwards en futures 11,1 1,4 514,9 14,4 507,6
Swaps 0,1 20,4 326,5 0,1 19,5 329,0
Opties 0,7 82,2 1,1 82,2
Totaal 11,9 21,8 923,6 1,2 33,9 918,8
Totaal 12,0 26,3 1.270,5 1,5 37,6 1.265,9
Reële waarden op basis van een waarderingsmodel 12,0 26,3 1,5 37,6
Totaal 12,0 26,3 1,5 37,6
Over the counter (OTC) 12,0 26,3 1.270,5 1,5 37,6 1.265,9
Totaal 12,0 26,3 1.270,5 1,5 37,6 1.265,9

Derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare gegevens op basis van actieve markten).

28 Toezeggingen

Ontvangen en gedane toezeggingen waren per 31 maart als volgt.

Verplichtingen 31 maart 2014 31 december 2013
Ontvangen verplichtingen
Kredietlijnen 271,4 271,5
Overig kredietlijnen 1,7 1,7
Onderpand & garanties ontvangen 4.084,1 4.048,3
Overige niet in de balans gewaardeerde rechten 5,8 5,9
Verzekerings gerelateerde rechten en verplichtingen 14,6
Totaal ontvangen 4.363,0 4.342,0
Verstrekte verplichtingen
Garanties, Financieel- en Prestatie Gerelateerde Kredietbrieven 88,3 114,4
Totaal kredietlijnen 406,4 438,8
Beschikbaar -130,5 -117,6
Gebruikt 275,9 321,2
Onderpand & garanties verstrekt 1.727,1 1.683,6
In bewaring gegeven activa en vorderingen 578,2 618,3
Kapitaal rechten en verplichtingen 137,9 126,3
Overige niet in de balans gewaardeerde verplichtingen 1.385,4 446,7
Totaal verstrekt 4.192,8 3.310,5

Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen zekerheden en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.

Gedane toezeggingen bestaan voor het overgrote deel uit gegeven zekerheden en garanties, in verband met terugkoopovereenkomsten, toevertrouwde middelen en vorderingen en verstrekte kredietlijnen. De stijging van Overige niet in de balans gewaardeerde verplichtingen is voornamelijk toe te schrijven aan de koopovereenkomst van AG Insurance betreffende de overname van een levenportefeuille van Fidea (EUR 511 miljoen) en de verplichtingen van AG Insurance voor het verkrijgen van vastgoed voor een bedrag van EUR 394 miljoen (inclusief het Kiev vastgoedcomplex in Antwerpen voor EUR 202 miljoen).

29 Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van het geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas per 31 maart 2014.

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het Geconsolideerd tussentijds financieel verslag van Ageas voor de eerste drie maanden van 2014, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC).

De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor de eerste drie maanden van 2014 een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en dat de informatie die in dit tussentijds financieel verslag is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.

De Raad van Bestuur heeft op 13 mei 2014 het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor de eerste drie maanden van 2014 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

Brussel,13 mei 2014

Raad van Bestuur Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Bestuurders Roel Nieuwdorp

Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Lionel Perl Jan Zegering Hadders Jane Murphy Steve Broughton Lucrezia Reichlin Richard Jackson Davina Bruckner

Controle verklaring van de onafhankelijke accountant

Verslag van de commissaris aan de raad van bestuur van ageas SA/NV omtrent de beoordeling van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op 31 maart 2014 en over de periode van drie maanden afgesloten op die datum

Inleiding

Wij hebben de beoordeling uitgevoerd van de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie van Ageas, bestaande uit de geconsolideerde balans per 31 maart 2014, de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerde overzicht van Overig Comprehensive Income over de periode van drie maanden die op die datum is beëindigd, het geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van drie maanden die op die datum is beëindigd, evenals van de toelichtingen. De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en het weergeven van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op basis van onze beoordeling.

Reikwijdte van een beoordeling

We hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het vragen van inlichtingen, hoofdzakelijk aan financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingsprocedures. De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden (ISA). Om die reden stelt de beoordeling ons niet in staat de zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die naar aanleiding van een controle mogelijk worden geïdentificeerd. Bijgevolg brengen wij dan ook geen controle-oordeel tot uitdrukking.

Conclusie

Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons er toe aanzet van mening te zijn dat de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op 31 maart 2014 en over de periode van drie maanden afgesloten op die datum niet in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Toelichtende paragraaf

Wij vestigen de aandacht op hoofdstuk 26 van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op 31 maart 2014 en over de periode van drie maanden afgesloten op die datum waarin is beschreven dat Ageas als gedaagde is betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en die kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor de vennootschap. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.

Brussel, 13 mei 2014

KPMG Bedrijfsrevisoren vertegenwoordigd door M. Lange K. Tanghe Bedrijfsrevisor Bedrijfsrevisor