Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

ageas SA/NV Interim / Quarterly Report 2013

Aug 2, 2013

3905_ir_2013-08-02_ceaccb7d-8a2c-4c4a-9e05-20d3880046f0.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

GECONSOLIDEERD TUSSENTIJDS FINANCIEEL VERSLAG

VOOR HET EERSTE HALFJAAR VAN 2013

Brussel, 2 augustus 2013

Ageas in een oogopslag 6M 2013 4
Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas 6
Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste zes maanden van 20139
Geconsolideerde balans 10
Geconsolideerde resultatenrekening 11
Geconsolideerd overzicht van het Overig comprehensive income12
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 13
Geconsolideerd kasstroomoverzicht14
Algemene Informatie 15
1
Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie16
2
Overnames en desinvesteringen18
3
Uitstaande aandelen en winst per aandeel20
4
Toezicht en solvabiliteit 23
5.
Verbonden partijen 26
Toelichting op de geconsolideerde balans27
6
Geldmiddelen en kasequivalenten 28
7
Financiële beleggingen 29
8
Leningen34
9
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 36
10
Calloptie op BNP Paribas aandelen37
11
Verzekerings verplichtingen 38
12
Schuldbewijzen39
13
Achtergestelde schulden 40
14
Leningen42
15
Acute en Uitgestelde belastingen43
16
RPN(I)44
17
Voorzieningen46
18
Verplichtingen ivm geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden AG Insurance aandelen 47
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 49
19
Verzekeringspremies50
20
Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten52
21
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 53
22
Schadelasten en uitkeringen54
23
Financieringslasten 55
24
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen56
Toelichting op de segment rapportage 57
25
Segmentinformatie 58
26
Voorwaardelijke verplichtingen70
27
Toezeggingen74
28
Gebeurtenissen na balansdatum 75
Bericht van de Raad van Bestuur 76
Beoordelingsverklaring77

Ageas in een oogopslag 6M 2013

1) Het bruto premie/inkomen is inclusief het premie-inkomen van geassocieerde deelnemingen van Ageas. Exclusief de geassocieerde deelnemingen, zoals verantwoord onder IFRS, bedroeg het bruto premie-inkomen EUR 5,524 miljoen.

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Resultatenrekening
Bruto premie-inkomen 5.524,1 5.704,2 5.913,1
Totale baten 6.794,6 7.405,9 6.302,0
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 471,6 304,7 - 58,8
- waarvan Verzekeringen 329,1 302,4 110,9
- waarvan Algemene Rekening (inclusief eliminaties) 142,5 2,3 - 169,7
Aandeelgerelateerde informatie (in EUR)
Gewoon resultaat per aandeel 2)
2,05 1,28 - 0,23
Overige gegevens
Gecombineerde ratio 97,8% 98,3% 100,1%
Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld beheerd vermogen Leven 0,50% 0,51% 0,50%
Rendement eigen vermogen 3) 10,1% 7,4% - 1,5%
Rendement eigen vermogen (Verzekeringsbedrijf) 3) 8,4% 9,3% 4,1%
30 juni 2013 31 december 2012 31 december 2011
Balans 1)
Totaal activa 95.867,7 97.085,7 90.579,3
Technische voorzieningen 76.199,4 76.318,3 70.599,6
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 8.840,3 9.799,4 7.682,8
Minderheidsbelangen 865,2 871,5 604,3
Totaal eigen vermogen 9.705,5 10.670,9 8.287,1
Overige gegevens
Solvabiliteitsratio totaal verzekeringen 205,8% 203,8% 205,5%
Solvabiliteitsratio totaal groep 226,2% 228,6% 235,3%
Aantal werknemers (FTE) 13.241 13.335 12.577
Aantal aandelen (in miljoenen) 2) 228,9 231,8 240,6

1) Per 1 januari 2013 is de herziene standaard IAS 19 'Personeelsbeloningen' in werking getreden. De belangrijkste wijziging in de herziene standaard is de directe opname in het eigen vermogen van 'niet opgenomen actuariële winsten en verliezen' per de ingangsdatum, in plaats van de zogenaamde 'corridor'-benadering. De vergelijkende cijfers over 2011 en 2012 zijn hiervoor aangepast.

2) De cijfers over 2011 en 2012 zijn aangepast voor vergelijkingsdoeleinden, rekening houdend met de 10/1 reverse stock split van 2012 (zie Noot 3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel).

3) Gebaseerd op het nettoresultaat op jaarbasis gedeeld door het gemiddelde eigen vermogen in het eerste halfjaar.

VERSLAG VAN DE RAAD van BESTUUR VANAgeas

Ontwikkelingen

Ageas boekte opnieuw vooruitgang bij de afwikkeling van een aantal zaken uit het verleden. We herstructureerden onze schulden met de succesvolle uitgifte van nieuwe schuldinstrumenten door onze bedrijfsonderdelen in België en Hong Kong, de gedeeltelijke terugkoop van een hybride instrument en de call van het NITSH II-instrument. Royal Park Investments droeg onlangs zijn activa over en wij kwamen tot een overeenkomst met de Belgische staat over de verkoop van de calloptie op aandelen BNP Paribas. Dit verminderde de complexiteit en de onzekerheid en versterkte onze nettokaspositie.

Resultaten voor de eerste zes maanden van 2013

De nettowinst voor de Groep bedroeg voor de eerste zes maanden van 2013 EUR 472 miljoen vergeleken met een nettowinst van EUR 305 miljoen voor de eerste zes maanden van 2012.

Het totale eigen vermogen per eind juni bedroeg EUR 8,8 miljard, of EUR 38,62 per aandeel vergeleken met EUR 9,8 miljard eind vorig jaar.

De geschatte boekwaarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie op de 25%+1 aandeel van AG Insurance aan BNP Paribas Fortis SA/NV bedroeg EUR 1.065 miljoen (EUR 997 miljoen per jaareinde 2012).

De solvabiliteitsratio's van Verzekeringen en de Groep bedroegen respectievelijk 206% en 226%. Het totale beschikbare kapitaal lag EUR 5,2 miljard boven het wettelijk vereiste minimum.

Verzekeringen

De nettowinst van Verzekeringen bedroeg voor de eerste zes maanden van 2013 EUR 329 miljoen (EUR 302 miljoen in de eerste zes maanden van 2012). Het nettoresultaat van Leven bleef vrijwel in lijn met dat van vorig jaar en bedroeg EUR 201 miljoen (EUR 205 miljoen in de eerste zes maanden van 2012). Deze lichte stijging kwam voort uit de betere prestaties tijdens het tweede kwartaal in België, die de mindere resultaten in Azië, met name in China, enigszins compenseerden. De nettowinst van Niet-Leven & Overige steeg aanzienlijk van EUR 97 miljoen naar EUR 128 miljoen en was inclusief een eenmalige nettokapitaalwinst van EUR 9 miljoen op vastgoed in Turkije.

De goede operationele resultaten, vooral in het tweede kwartaal, verbeterde de combined ratio naar 97,8% (tegenover 98,3%). De combined ratio bedroeg in het tweede kwartaal 96,1%. Deze verbetering is voornamelijk toe te schrijven aan de uitstekende resultaten van Woningverzekeringen in België en in het VK en in mindere mate aan de resultaten van Ongevallen- en Ziekteverzekeringen in België. De combined ratio van Autoverzekeringen bedroeg 102,2% over de eerste zes maanden van 2013 (tegenover 96,5%). Dit is vooral te wijten aan de resultaten in België, waar een aantal eenmalige posten werd opgenomen, waaronder extra voorzieningen voor een aantal grote schadeclaims. De betere resultaten in België werden positief beïnvloed door lagere belastingen dankzij een andere mix van kapitaalwinsten. Hierdoor daalde het gemiddelde nettobelastingtarief op de geconsolideerde resultaten van 31% naar 24%.

Het nettoresultaat Leven bedroeg EUR 201 miljoen, in vergelijking met EUR 205 miljoen in het voorgaande jaar. Het nettoresultaat bedroeg in het tweede kwartaal EUR 93 miljoen. Een goed tweede kwartaal in België droeg bij aan een beter resultaat over het eerste halfjaar, maar dit compenseerde niet volledig de lagere resultaten in een aantal Aziatische entiteiten waarin wij een minderheidsbelang hebben. In België bedroeg het nettoresultaat EUR 121 miljoen (tegenover EUR 111 miljoen). Een solide operationeel resultaat, met een operationele marge op beleggingsverzekeringen met gewaarborgde rente van 84 basispunten versus 85 basispunten, en een lager effectief belastingtarief werden deels tenietgedaan door lagere financiële opbrengsten op beleggingen in eigen fondsen. In Continentaal Europa bleef het nettoresultaat vrijwel ongewijzigd met EUR 25 miljoen.

Lagere verzekeringsresultaten in beleggingsverzekeringen met gewaarborgde rente (in het bijzonder in Portugal) werden gecompenseerd door lagere belastingen en een hogere bijdrage van het niet-geconsolideerde partnership in Luxemburg. Het nettoresultaat in Azië daalde van EUR 69,5 miljoen tot EUR 56,0 miljoen. De belangrijkste oorzaak was een positieve boekhoudkundige correctie van EUR 4 miljoen in het resultaat van Hongkong van vorig jaar. Op vergelijkbare basis (exclusief deze eenmalige post) steeg de nettowinst in Hongkong met 9%.

Niet-Leven toonde een solide verbetering en realiseerde een nettoresultaat van EUR 119 miljoen (tegenover EUR 90 miljoen), met in het tweede kwartaal een nettoresultaat van EUR 74 miljoen. Het goede totale resultaat was te danken aan goede verzekeringsprestaties en sterke resultaten van de niet-geconsolideerde entiteiten in Azië en Turkije. Turkije boekte een eenmalige kapitaalwinst, voortvloeiend uit de verkoop van het hoofdkantoor. Zowel in België als in het VK, de belangrijkste Niet-Leven markten van Ageas, boekte het segment Woningverzekeringen een uitstekend resultaat dankzij eerdere corrigerende maatregelen en gunstige weersomstandigheden. Voor Autoverzekeringen bleven de marktomstandigheden ongunstig.

In België bedroeg de bijdrage aan het nettoresultaat EUR 38 miljoen (tegenover EUR 33 miljoen), met name dankzij de goede resultaten in het segment Woningverzekeringen en duurzame financiële inkomsten. Ook in het VK steeg het nettoresultaat naar EUR 50 miljoen (tegenover EUR 44 miljoen), dankzij het strikte acceptatiebeleid, vooral in het segment Woningverzekeringen, en dankzij de opname van het resultaat van Groupama Insurance Company Ltd (GICL), dat EUR 8 miljoen bijdroeg. In Continentaal Europa steeg de nettowinst naar EUR 20 miljoen (tegenover EUR 9 miljoen), inclusief de eerder genoemde eenmalige kapitaalwinst in Turkije. In Azië verdubbelde de nettowinst tot EUR 10 miljoen. In de resultaten van vorig jaar is EUR 2 miljoen aan bijkomende verliezen opgenomen, ten gevolge van de overstromingen in Thailand in 2011.

De combined ratio voor de Groep bedroeg 97.8% tegenover 98,3% in de eerste zes maanden van 2012.

De retailactiviteiten in het VK rapporteerden een totaal inkomen uit vergoedingen en commissies van EUR 122 miljoen. Het nettoresultaat over de eerste zes maanden steeg naar EUR 9 miljoen (tegenover EUR 8 miljoen), inclusief EUR 8 miljoen aan regionale kosten en eenmalige uitgestelde belastingbaten van EUR 3 miljoen.

Algemene Rekening

De nettowinst van de Algemene Rekening bedroeg EUR 143 miljoen en omvat het positieve nettoresultaat van EUR 275 miljoen voortvloeiend uit de transacties betreffende Royal Park Investments, een negatieve impact van EUR 90 miljoen in verband met de verkoop van de calloptie op de aandelen BNP Paribas, alsook een toename van EUR 6 miljoen in de waarde van de RPN(I).

RPN(I)

De reële waarde van de RPN(I) steeg van EUR 165 miljoen per eind 2012 tot EUR 171 miljoen op 30 juni 2013, een toename van EUR 6 miljoen. De reële waarde weerspiegelt de netto contante waarde van de verwachte toekomstige rentebetalingen, waarvan EUR 137 miljoen betrekking heeft op een verplichting jegens BNP Paribas Fortis SA/NV en EUR 33 miljoen jegens de Belgische staat voor de verstrekte garanties. De prijs van de CASHES steeg van 54,30% naar 56,17% en de koers van het aandeel Ageas steeg van EUR 26,39 in het eerste kwartaal tot EUR 26,98 in het tweede. Tijdens deze periode werd de gebruikte creditspread voor de discontering van de verwachte cashflows verlaagd van 487 basispunten tot 444 basispunten. De toegenomen waarde van de RPN(I)-verplichting kwam deels voort uit de prijsverhoging van de CASHES en deels uit de lagere creditspread die voor de verwachte kasstromen werd gebruikt. De invloed van de gestegen aandelenkoers van Ageas bleef beperkt.

Voor nadere details over de waardering van de RPN(I) verwijzen wij naar Noot 16 van het Tussentijds Financieel Verslag van 30 juni 2013.

Royal Park Investments (RPI)

Op 27 april 2013 kondigde RPI de verkoop aan van zijn activaportefeuille via één enkele transactie aan een institutionele belegger. Op basis van het aanvaarde aanbod werd de portefeuille gewaardeerd op EUR 6,7 miljard. De transactie werd afgerond in de loop van mei, met uitzondering van een beperkt aantal effecten in de portefeuille dat voor het eind van het jaar zal worden afgewikkeld.

De totale IFRS-winst, tegen 100% en op IFRS-basis, bedroeg EUR 615 miljoen per eind juni 2013 (EUR 275 miljoen aandeel Ageas). In vergelijking met eind maart boekte RPI een bijkomende winst van EUR 94 miljoen, (EUR 42 miljoen aandeel Ageas), die voortvloeit uit de afwikkeling van de transactie, valuta-effecten en de herziening van de fiscale positie.

De boekwaarde van het belang van Ageas in RPI bedroeg EUR 240 miljoen in vergelijking met EUR 1.027 miljoen per eind maart 2013, een daling van EUR 787 miljoen met inbegrip van het eerder vermelde nettoresultaat van EUR 42 miljoen, aangepast voor de vrijval van de hedgingreserve van EUR 2 miljoen (voor Ageas) die voorheen was opgenomen in het eigen vermogen, alsook het ontvangen dividend en de terugbetaling van kapitaal van EUR 827 miljoen.

Na de verkoop van de activa blijft de activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken met betrekking tot een aantal Amerikaanse activa.

Overige posten

De nettorenteopbrengsten bedroegen minus EUR 3 miljoen tegenover EUR 29 miljoen. In dit laatste bedrag is een eenmalige opbrengst opgenomen van EUR 30 miljoen voortvloeiend uit de amortisatie van de discount op de BNP Paribas Fortis Tier 1-obligatielening, en EUR 9 miljoen aan ontvangen rente uit de Tier 1.

Personeels- en overige operationele kosten daalden het eerste halfjaar van EUR 23 miljoen tot EUR 20 miljoen.

Solvabiliteit

Het totaal beschikbare kapitaal van Ageas bedroeg per eind juni 2013 EUR 9,3 miljard in vergelijking met EUR 9,1 miljard eind 2012. Dit bedrag lag EUR 5,2 miljard hoger dan het totale wettelijk vereiste minimum voor de verzekeringsactiviteiten, inclusief het beschikbare kapitaal binnen de Algemene Rekening (EUR 0,8 miljard). Het totale beschikbare kapitaal van het verzekeringsbedrijf bedroeg EUR 8,4 miljard; het wettelijk vereiste minimum bleef stabiel op EUR 4,1 miljard. Het solvabiliteitsratio voor de wereldwijde verzekeringsactiviteiten bedroeg 206%. De solvabiliteitsratio's per segment bleven sterk en bedroegen 180% voor België, 213% voor het Verenigd Koninkrijk, 253% voor Continentaal Europa en 243% voor Azië.

Nettokaspositie Algemene Rekening

De nettokaspositie van de Algemene Rekening bedroeg eind juni EUR 2,1 miljard en bestond uit geldmiddelen en kasequivalenten van EUR 1,2 miljard en kortlopende deposito's bij banken van EUR 1 miljard. Dit bedrag is gecorrigeerd voor het resterende uitstaande bedrag van EUR 0,1 miljard op het European Medium Term Notes (EMTN) programma.

De nettokaspositie steeg in het tweede kwartaal met EUR 970 miljoen. Deze stijging vloeide voornamelijk voort uit de recente transacties in verband met Royal Park Investments (een eerste tranche in cash voor een totaalbedrag van EUR 827 miljoen is reeds van RPI ontvangen), de afwikkeling van de calloptie op aandelen BNP Paribas voor een bedrag van EUR 144 miljoen en de dividenduitkering van EUR 279 miljoen in juni. Dit laatste bedrag werd ruimschoots gecompenseerd door de dividenduitkeringen van de operationele entiteiten (EUR 340 miljoen). De pay-out van de geplande kapitaalreductie van EUR 1,00 per aandeel (EUR 0,2 miljard), onder voorbehoud van de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 16 september, wordt naar verwachting begin december uitgevoerd. Op 12 augustus 2013 wordt een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor een bedrag van EUR 200 miljoen gelanceerd. Dit inkoopprogramma eindigt op 5 augustus 2014.

Voorwaardelijke verplichtingen

Voor het volledige overzicht van de 'Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures' wordt verwezen naar noot 26 van het Geconsolideerd Financieel Verslag per 30 juni 2013.

In juni 2013 heeft de sanctiecommissie van de FSMA Ageas een boete van EUR 0,5 miljoen opgelegd voor vermeende inbreuken door Fortis op de Belgische Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. Ageas ging tegen deze uitspraak in beroep voor het Brusselse Hof van Beroep.

Brussel, 1 augustus 2013

Raad van Bestuur

GECONSOLIDEERD TUSSENTIJDS FINANCIEEL VERSLAG

VOOR HET EERSTE HALFJAAR VAN 2013

GECONSOLIDEERDE BALANS

(voor winstbestemming)

Noot 30 juni 2013 31 december 2012 1) 31 december 2011 1)
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 6 2.321,8 2.449,9 2.701,5
Financiële beleggingen 7 62.299,8 62.571,8 55.231,4
Vastgoedbeleggingen 7 2.289,7 2.415,5 2.045,7
Leningen 8 6.303,0 6.288,4 5.683,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 13.552,1 13.683,9 12.771,4
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 9 1.718,6 2.123,6 1.959,5
Herverzekering en overige vorderingen 2.068,3 1.968,0 4.111,1
Actuele belastingvorderingen 29,0 9,4 127,1
Uitgestelde belastingvorderingen 15 92,9 171,7 358,8
Call optie op BNP Paribas aandelen 10 234,0 395,0
Overlopende rente en overige activa 2.337,2 2.556,4 2.363,3
Materiële vaste activa 1.071,6 1.115,0 1.098,3
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.455,4 1.498,1 1.594,3
Activa aangehouden voor verkoop 2 328,3 138,5
Totaal activa 95.867,7 97.085,7 90.579,3
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 11.1 26.002,8 25.914,3 24.370,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 11.2 29.027,7 29.100,7 27.201,5
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 11.3 13.653,4 13.767,0 12.823,8
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 11.4 7.515,5 7.536,3 6.203,9
Schuldbewijzen 12 123,7 186,8 256,7
Achtergestelde schulden 13 2.525,4 2.915,5 2.973,6
Leningen 14 2.752,9 1.968,0 2.277,0
Actuele belastingschulden 75,7 129,1 59,2
Uitgestelde belastingschulden 15 1.006,2 1.410,9 585,0
RPN(I) 16 171,0 165,0 190,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.155,8 2.255,1 2.181,4
Voorzieningen 17 58,4 69,1 2.403,4
Verplichting inzake geschreven putoptie 18 1.065,0 997,0 655,8
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 2 28,7 110,5
Totaal verplichtingen 86.162,2 86.414,8 82.292,2
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3 8.840,3 9.799,4 7.682,8
Minderheidsbelangen 865,2 871,5 604,3
Totaal eigen vermogen 9.705,5 10.670,9 8.287,1
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 95.867,7 97.085,7 90.579,3

1) Per 1 januari 2013 is de herziene standaard IAS 19 'Personeelsbeloningen' in werking getreden. De belangrijkste wijziging in de herziene standaard is de directe opname in het eigen vermogen van 'niet opgenomen actuariële winsten en verliezen' per de ingangsdatum, in plaats van de zogenaamde 'corridor'-benadering. De vergelijkende cijfers over 2011 en 2012 zijn hiervoor aangepast.

GECONSOLIDEERDE RESULTATEN REKENING

Eerste halfjaar Eerste halfjaar Tweede kwartaal Tweede kwartaal Eerste kwartaal
Noot 2013 2012 2013 2012 2013
Baten
- Bruto premies 1) 4.648,7 5.231,4 2.291,0 2.587,7 2.357,7
- Wijziging in niet-verdiende premies - 38,2 - 140,5 18,8 - 1,4 - 57,0
- Afgegeven herverzekeringspremies - 180,4 - 161,8 - 85,1 - 72,7 - 95,3
Netto verdiende premies 19 4.430,1 4.929,1 2.224,7 2.513,6 2.205,4
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 20 1.511,9 1.538,1 768,1 758,7 743,8
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 90,0 - 278,0 - 87,0 - 90,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 6,0 - 282,1 - 16,0 - 11,4 10,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 21 103,9 271,4 36,7 48,4 67,2
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 206,7 769,7 - 102,1 - 11,0 308,8
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 351,0 140,8 80,5 - 6,5 270,5
Commissiebaten 197,3 197,7 93,8 93,8 103,5
Overige baten 89,7 119,2 42,9 64,5 46,8
Totale baten 6.794,6 7.405,9 3.128,6 3.363,1 3.666,0
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 4.264,3 - 4.840,0 - 2.116,7 - 2.397,2 - 2.147,6
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 77,8 64,5 34,6 29,3 43,2
Schadelasten en uitkeringen, netto 22 - 4.186,5 - 4.775,5 - 2.082,1 - 2.367,9 - 2.104,4
Lasten inzake unit-linked contracten - 214,7 - 756,9 96,3 14,8 - 311,0
Financieringslasten 23 - 122,7 - 130,6 - 53,6 - 62,1 - 69,1
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 24 - 33,5 - 80,0 - 22,6 - 60,4 - 10,9
Wijzigingen in voorzieningen 17 - 3,0 0,9 0,6 1,8 - 3,6
- Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO - 1.962,5 - 1.962,5
- Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat 2.362,5 2.362,5
Totale impact schikking ABN AMRO 10 400,0 400,0
Commissielasten - 657,5 - 627,8 - 329,5 - 319,7 - 328,0
Personeelskosten - 416,5 - 393,1 - 209,6 - 198,0 - 206,9
Overige lasten - 474,3 - 437,9 - 242,6 - 237,0 - 231,7
Totale lasten - 6.108,7 - 6.800,9 - 2.843,1 - 2.828,5 - 3.265,6
Resultaat voor belastingen 685,9 605,0 285,5 534,6 400,4
Belastingbaten (lasten) - 128,9 - 206,4 - 63,9 - 99,9 - 65,0
Nettoresultaat over de periode 557,0 398,6 221,6 434,7 335,4
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 85,4 93,9 43,0 46,2 42,4
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 471,6 304,7 178,6 388,5 293,0
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewoon resultaat per aandeel 2) 3 2,05 1,28
Verwaterd resultaat per aandeel 2) 3 2,05 1,28

1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) wordt hieronder als volgt berekend.

2) De vergelijkende cijfers zijn aangepast voor vergelijkingsdoeleinden, rekening houdend met de reverse stock split (zie Noot 3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel).

Noot Eerste halfjaar
2013
Eerste halfjaar
2012
Tweede kwartaal
2013
Tweede kwartaal
2012
Eerste kwartaal
2013
Bruto premies
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF
4.648,7
875,4
5.231,4
472,8
2.291,0
487,9
2.587,7
295,8
2.357,7
387,5
(direct verantwoord als verplichting)
Bruto premie-inkomen
19 5.524,1 5.704,2 2.778,9 2.883,5 2.745,2

GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET OVERIG COMPREHENSIVE INCOME

Geconsolideerd overzicht van het Overig comprehensive income
Overig comprehensive income
Eerste Eerste Tweede Tweede Eerste
halfjaar halfjaar kwartaal kwartaal kwartaal
2013 2012 2013 2012 2013
Wijzigingen in herwaardering van investeringen
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden, bruto 15,1 14,0 7,6 7,2 7,5
Gerelateerde belasting - 3,7 - 3,5 - 1,9 - 1,8 - 1,8
Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden, netto 11,4 10,5 5,7 5,4 5,7
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto 1) - 1.157,6 1.390,5 - 953,1 278,0 - 204,5
Gerelateerde belasting 340,0 - 445,1 269,2 - 84,3 70,8
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, netto - 817,6 945,4 - 683,9 193,7 - 133,7
Aandeel in Overig comprehensive income van geassocieerde deelnemingen, bruto
Gerelateerde belasting
- 110,9 9,1 - 38,0 36,5 - 72,9
Aandeel in Overig comprehensive income van geassocieerde deelnemingen, netto - 110,9 9,1 - 38,0 36,5 - 72,9
Wijzigingen in herwaardering van investeringen, bruto - 1.253,4 1.413,6 - 983,5 321,7 - 269,9
Gerelateerde belasting 336,3 - 448,6 267,3 - 86,1 69,0
Wijzigingen in herwaardering van investeringen, netto - 917,1 965,0 - 716,2 235,6 - 200,9
Wijzigingen in omrekeningsverschillen, bruto
Gerelateerde belasting
- 74,6 104,6 - 94,1 132,8 19,5
Wijzigingen in omrekeningsverschillen, netto - 74,6 104,6 - 94,1 132,8 19,5
Overig comprehensive income over de periode, na belastingen - 991,7 1.069,6 - 810,3 368,4 - 181,4
Nettoresultaat over de periode 557,0 398,6 221,6 434,7 335,4
Totaal Overig comprehensive income over de periode - 434,7 1.468,2 - 588,7 803,1 154,0
Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen 85,4 93,9 43,0 46,2 42,4
Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen - 163,2 273,2 - 139,3 43,6 - 23,9
Totaal Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen - 77,8 367,1 - 96,3 89,8 18,5
Totaal Overig comprehensive income, toewijsbaar aan de aandeelhouders - 356,9 1.101,1 - 492,4 713,3 135,5

1) De Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.

GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN WIJZIGINGEN IN HET EIGEN VERMOGEN

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen
On- Eigen
Koers- Netto resultaat gerealiseerde vermogen Minder- Totaal
Aandelen-
kapitaal
Agio reserve reserves Overige verschillen toewijsbaar aan
reserve aandeelhouders
winsten en toewijsbaar aan
verliezen aandeelhouders belangen vermogen
heids- eigen
Stand per 1 januari 2012 2.203,6 2.105,0 3.354,3 163,4 - 578,2 512,2 7.760,3 607,4 8.367,7
Wijziging in grondslagen financiële verslaggeving IAS 19 - 9,7 - 67,8 - 77,5 - 3,1 - 80,6
Gewijzigde stand per 1 januari 2012 2.203,6 2.105,0 3.344,6 163,4 - 578,2 444,4 7.682,8 604,3 8.287,1
Nettoresultaat over de periode 304,7 304,7 93,9 398,6
Herwaardering van investeringen 696,2 696,2 268,8 965,0
Omrekeningsverschillen 100,2 100,2 4,4 104,6
Totaal 100,2 304,7 696,2 1.101,1 367,1 1.468,2
Overdracht - 578,2 578,2
Dividend - 187,6 - 187,6 - 4,5 - 192,1
Eigen aandelen - 23,0 - 23,0 - 23,0
Intrekking van aandelen - 161,4 - 44,5 205,9
Op aandelen gebaseerde beloning 0,9 0,9 0,9
Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang 150,9 150,5 - 231,1 - 80,2
Overige veranderingen in het eigen vermogen 7,7 7,7 19,9 27,6
Stand per 30 juni 2012 2.042,2 2.061,4 2.920,3 263,6 304,7 1.140,6 8.732,4 755,7 9.488,5
Stand per 1 januari 2013 2.042,2 2.968,1 1.968,2 173,6 743,0 2.015,5 9.910,6 875,5 10.786,1
Wijziging in grondslagen financiële verslaggeving IAS 19 - 18,0 - 93,3 - 111,3 - 4,0 - 115,3
Gewijzigde stand per 1 januari 2013 2.042,2 2.968,1 1.950,2 173,6 743,0 1.922,2 9.799,3 871,5 10.670,8
Nettoresultaat over de periode 471,6 471,6 85,4 557,0
Herwaardering van investeringen - 759,3 - 759,3 - 157,8 - 917,1
Omrekeningsverschillen - 69,2 - 69,2 - 5,4 - 74,6
Totaal - 69,2 471,6 - 759,3 - 356,9 - 77,8 - 434,7
Overdracht 743,0 - 743,0
Dividend - 269,8 - 269,8 - 114,0 - 383,8
Eigen aandelen - 72,2 - 72,2 - 72,2
Intrekking van aandelen - 77,0 - 110,7 187,7
Op aandelen gebaseerde beloning 0,6 0,6 0,6
Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang - 253,8 - 253,8 185,8 - 68,0
Overige veranderingen in het eigen vermogen - 6,9 - 6,9 - 0,3 - 7,2
Stand per 30 juni 2013 1.965,2 2.858,0 2.278,2 104,4 471,6 1.162,9 8.840,3 865,2 9.705,5

Per 1 januari 2013 is de herziene standaard IAS 19 'Personeelsbeloningen' in werking getreden. De belangrijkste wijziging in de herziene standaard is de directe opname in het eigen vermogen van 'niet opgenomen actuariële winsten en verliezen' per de ingangsdatum, in plaats van de zogenaamde 'corridor'-benadering. De vergelijkende cijfers over 2012 zijn hiervoor aangepast, wat een negatief effect op het totale eigen vermogen heeft opgeleverd van EUR 80,6 miljoen per 1 januari 2012 en van EUR 115,3 miljoen per 1 januari 2013.

GECONSOLIDEERD KASSTROOM-OVERZICHT

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Noot Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Resultaat voor belastingen 685,9 605,0
Aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten:
Call optie op BNP Paribas aandelen
RPN(I)
10 90,0
6,0
278,0
16,0
(On)gerealiseerde winsten (verliezen) 16
21
- 103,9 - 271,4
Baten van geassocieerde deelnemingen - 351,0 - 140,8
Afschrijvingen en oprenting 389,1 391,2
Bijzondere waardeverminderingen 24 33,5 80,1
Voorzieningen 17 3,0 - 1,0
Op aandelen gebaseerde beloningen 0,6 0,9
Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen:
Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 7 30,1 - 25,7
Vorderingen 8 - 3,7 452,2
Herverzekering en overige vorderingen - 136,8 1.809,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 136,2 - 75,5
Schulden 14 600,2 - 319,8
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 11.1 & 11.2 174,5 1.552,1
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 11.3 - 140,9 178,9
Nettowijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen 88,8 - 2.243,8
Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen 109,6 11,2
Betaalde winstbelastingen - 188,8 - 54,3
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 1.422,4 2.242,7
Aankoop van beleggingen 7 - 7.236,9 - 9.468,7
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 6.105,8 7.644,7
Aankoop van vastgoedbeleggingen 7 - 160,4 - 169,9
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 9,6 27,8
Aankopen van materiële vaste activa 7 - 46,5 - 42,9
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 3,7 0,2
Aankoop (kapitaalinjectie) van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen 2 - 218,4 - 28,4
Desinvestering van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen
(inclusief geldmiddelen begrepen in activa aangehouden voor verkoop) 2 738,5 46,7
Aankoop van immateriële vaste activa - 5,9 - 8,5
Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa 0,1 0,2
Kasstroom uit investeringsactiviteiten - 810,4 - 1.998,8
Aflossing van schuldbewijzen 12 - 62,0 - 44,2
Opbrengsten uit uitgifte van achtergestelde schulden 13 420,2 7,9
Terugbetaling van achtergestelde schulden - 788,6 - 26,1
Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen 14 187,2 33,9
Terugbetaling van overige financieringen - 10,2 - 4,1
Aankoop van eigen aandelen 3 - 72,2 - 23,0
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders - 271,7 - 196,7
Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen - 114,0 - 4,5
Kasstroom uit financieringsactiviteiten - 711,3 - 256,8
Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten - 28,8 10,4
Netto toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten - 128,1 - 2,5
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 6 2.449,9 2.701,5
Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni 6 2.321,8 2.699,0
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 20 1.501,7 1.515,2
Ontvangen dividenden van beleggingen 20 52,2 45,7
Betaalde rente 23 - 158,5 - 180,6

ALGEMENE INFORMATIE

1 SAMENVATTING GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING EN CONSOLIDATIE

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste halfjaar van 2013 is opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) geldend per 1 januari 2013, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU).

1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste halfjaar van 2013, inclusief de vergelijkende cijfers voor 2012, is opgesteld op basis van IAS 34, Tussentijdse Financiële Verslaggeving, en bevat een verkort geconsolideerd financieel overzicht (balans, resultatenrekening, overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen, kasstroomoverzicht), geconsolideerd overzicht van Overig comprehensive income en geselecteerde toelichtingen. Ageas past International Financial Reporting Standards ('IFRS') toe, zoals aanvaard door de Europese Unie ('EU'). Het Ageas Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2013 dient te worden gelezen in samenhang met de gecontroleerde Ageas Geconsolideerde Jaarrekening 2012 (inclusief de grondslagen voor financiële verslaggeving), die beschikbaar is op http: //www.ageas.com/.

1.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving

De grondslagen voor financiële verslaggeving die gehanteerd zijn voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2013 komen behalve de invoering van de herziene standaard IAS 19 'Personeelsbeloningen', overeen met de grondslagen die zijn gehanteerd voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2012.

De belangrijkste wijziging in de herziene standaard is de directe opname in het eigen vermogen van 'niet opgenomen actuariële winsten en verliezen' per de ingangsdatum, in plaats van de zogenaamde 'corridor'-benadering. De pensioenkosten van verstreken diensttijd worden daarentegen niet langer binnen de corridor maar direct in de resultatenrekening verantwoord; de rentelasten/baten zijn gebaseerd op het nettoactief/de nettoverplichting en niet langer het verschil tussen het verwachte rendement op fondsbeleggingen en de lagere rentekosten voor de brutoverplichting.

De vergelijkende cijfers over 2012 zijn hiervoor aangepast, wat een negatief effect op het totale eigen vermogen heeft opgeleverd van EUR 81 miljoen per 1 januari 2012 en van EUR 115 miljoen per 31 december 2012. Het effect op het nettoresultaat 2012 was niet van materieel belang (< EUR 1 miljoen); het cijfer is derhalve niet aangepast.

1.3 Schattingen

De opstelling van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag op basis van IFRS vereist een aantal schattingen in de waardering aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.

De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de volgende tabel weergegeven:

30 juni 2013
Activa Onzekerheid schatting
Voor verkoop beschikbare activa
-
Gestructureerde kredietinstrumenten
-
Niveau 2
-
Het waarderingsmodel
-
Inactieve markten
-
Niveau 3
-
Het waarderingsmodel
-
Gebruik niet-marktwaarneembare input
-
Inactieve markten
Vastgoedbeleggingen Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Leningen -
Het waarderingsmodel
-
De looptijd
-
Parameters als creditspread, looptijd en de rente
Geassocieerde deelnemingen Van de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen afhankelijke combinatie van
onzekerheden
Goodwill -
Het gehanteerde waarderingsmodel
-
Financiële en economische variabelen
-
Disconteringsvoet
-
De aan de entiteit inherente risicopremie
Overige immateriële vaste activa -
Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Uitgestelde belastingvorderingen -
Interpretatie van complexe belastingwetgeving
-
Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen
Verplichtingen
Verplichtingen verzekeringscontacten
-
Leven
-
Actuariële aannames
-
Gehanteerde rentecurve bij toereikendheidstoets
-
Niet-Leven
-
Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims
-
Schadebehandelingskosten
-
Finale afhandeling van uitstaande claims
Pensioenverplichtingen -
Actuariële aannames
-
Disconteringsvoet
-
Inflatie/salarissen
Voorzieningen -
De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden
-
De berekening van het best geschatte bedrag
Uitgestelde belastingschulden -
Interpretatie van complexe belastingwetgeving
Geschreven putoptie op minderheidsbelang -
Geschatte toekomstige reële waarde
-
Disconteringsvoet

1.4 Segmentrapportering

Operationele segmenten

De indeling van de segmenten waarover gerapporteerd wordt, is ontleend aan operationele segmenten. De te rapporteren segmenten van Ageas zijn gebaseerd op geografische regio's, de resultaten zijn gebaseerd op IFRS. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.

De operationele segmenten zijn:

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Ageas heeft besloten dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië.

Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het vijfde operationele segment: Algemene Rekening. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas en de verplichtingen uit hoofde van de CASHES / (RPN(I)) en de geschreven putoptie op het minderheidsbelang, Intreinco N.V. (herverzekeraar, in liquidatie), evenals de vorderingen en juridische procedures met betrekking tot de gebeurtenissen uit het verleden.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook van toepassing zouden zijn voor niet-gerelateerde derden.

1.5 Consolidatiegrondslagen

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2013 omvat ageas SA/NV (de moedermaatschappij) en haar dochterondernemingen.

Investeringen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap – geassocieerde deelnemingen – worden verantwoord volgens de 'equity'-methode.

2 OVERNAMES

DESINVESTERINGEN

EN

De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2013 en 2012. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in Noot 28 Gebeurtenissen na balansdatum.

2.1 Overnames in 2013

2.1.1 DTH Partners LCC

Op 26 april 2013 verkreeg AG Real Estate door middel van een vermogensbijdrage van USD 103 miljoen (EUR 79 miljoen) een deelneming van 33% in DTH Partners LCC. Dit belang is verantwoord in Beleggingen in geassocieerde deelnemingen

De volgende overeenkomsten hebben betrekking op deze overname:

  • Een mezzanine-lening van AG Insurance aan DTH Partners LLC voor een bedrag van USD 117,5 miljoen;
  • Een overbruggingslening van USD 23 miljoen van AG Real Estate (North Star NV) aan EBNB 70 Pine Development. Dit bedrag is onderdeel van een door de aandeelhouders van DTH verstrekte totale brugfinancieringsfaciliteit van USD 50 mln om met Chevron een belastingteruggavestructuur voor te financieren, die vertraagd is door het goedkeuringsproces van de Amerikaanse belastingdienst.

Voor verdere details zie Noot 5 Verbonden partijen.

2.1.2 Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop

Onder activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop vallen de vastgoeddochterondernemingen North Light en Pole Star (totaal activa: EUR 247 miljoen, totaal verplichtingen: EUR 29 miljoen) en het gebouw Louvresse Développement (activa: EUR 81 miljoen). In overeenstemming met IFRS 5 zijn deze activa en verplichtingen aangemerkt als Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop; de afronding van de verkooptransacties vindt naar verwachting in december 2013 plaats.

2.1.3 Overige overnames

Naast de hierboven genoemde transacties heeft Ageas een aantal andere overnames in het kader van de normale bedrijfsuitoefening in het eerste halfjaar van 2013 gedaan, zoals een deelname van 20% in FREY ter hoogte van EUR 21 miljoen.

2.2 Overnames in 2012

2.2.1 Aksigorta A.Ş.

Op 21 november 2011 kwamen Ageas en Sabanci overeen om beide hun belang in Aksigorta te vergroten tot een maximum van 36% en zo hun partnerschap te verstevigen. Beide entiteiten hebben per 31 december 2012 een belang in Aksigorta van 36%. Ageas heeft EUR 10,5 miljoen betaald; EUR 6,3 miljoen in 2012 en EUR 4,2 miljoen in het laatste kwartaal van 2011.

2.2.2 Overnames AG Real Estate

AG Real Estate heeft vastgoedmaatschappijen verkregen voor een bedrag van EUR 84 miljoen. Er is voor deze transacties geen goodwill verantwoord.

2.2.3 Groupama Insurance Company Limited

Ageas heeft op 21 september 2012 een overeenkomst getekend inzake het verkrijgen van Groupama Insurance Company Limited (GICL) voor een totale som in contanten van GBP 116 miljoen (EUR 145 miljoen). Met deze acquisitie, die is gedaan om de marktpositie van Ageas te versterken, groeit Ageas uit tot de vijfde grootste Niet-Levenverzekeraar in het Verenigd Koninkrijk (met een marktaandeel van 5,2%), de vierde grootste in particuliere autoverzekeringen (met een marktaandeel van 11,7%) en de vierde grootste in particuliere verzekeringen (met een marktaandeel van 7,1%). De transactie was op 14 november 2012 een feit. Na afronding is GICL een dochteronderneming in volledig eigendom van Ageas UK geworden.

Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en
kasequivalenten
49 Verplichtingen uit hoofde van
Niet-Leven verzekeringscontracten
797
Financiële investeringen Actuele en
en leningen 731 uitgestelde belastingschulden 11
Herverzekerings- en Overlopende rente en
overige vorderingen 162 overige verplichtingen 49
Materiële vaste activa 6
Overlopende rente
en overige activa 117
Totaal verplichtingen 857
Negatieve goodwill 63
Kostprijs 145
Totaal verplichtingen
Totaal activa 1.065 en kostprijs 1.065

Groupama realiseerde in 2012 een nettoresultaat van EUR 3,4 miljoen (in het eerste halfjaar van 2013 is een nettoresultaat van EUR 8,4 miljoen geboekt). Op de transactie zijn geen goodwill of immateriële activa verantwoord. De negatieve goodwill van EUR 63 miljoen is direct in de resultatenrekening verwerkt als Overige Baten. De negatieve goodwill ontstond doordat de aankoopprijs voor Groupama lager was dan de boekwaarde.

2.3 Desinvesteringen in 2012

2.3.1 Ageas Deutschland Lebensversicherung AG

Ageas heeft in 2011 een overeenkomst getekend met Augur Capital voor de verkoop van haar Leven activiteiten in Duitsland. Deze transactie is afgerond in het eerste kwartaal van 2012 en heeft geleid tot een verlies van EUR 14,5 miljoen voor Ageas. Dit verlies was al verantwoord in de Algemene Rekening per eind 2011.

3 UITSTAANDE AANDELEN EN WINST PER AANDEEL

Hieronder is het verloop weergegeven van het aantal uitstaande aandelen (herzien voor het effect van de reverse stock split van augustus 2012):

in duizenden Uitgegeven
aandelen
Eigen
aandelen
Uitstaande
aandelen
Stand per 1 januari 2012 262.338 - 21.709 240.629
Intrekking van aandelen - 19.217 19.217
Netto gekocht/verkocht - 8.798 - 8.798
Stand per 31 december 2012 243.121 - 11.290 231.831
Intrekking van aandelen - 9.165 9.165
Netto gekocht/verkocht - 2.907 - 2.907
Stand per 30 juni 2013 233.956 - 5.032 228.924

Fusie van Ageas SA/NV en Ageas NV en reverse stock split

Op respectievelijk 28 en 29 juni 2012 hebben de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van het Nederlandse ageas N.V. en het Belgische ageas SA/NV met een overweldigende meerderheid de fusie tussen beide vennootschappen goedgekeurd. Daarnaast werden ook de Reverse Stock Split en Reverse VVPR Strip Split goedgekeurd.

Op 3 augustus 2012 stelde de Raad van Bestuur van ageas SA/NV formeel vast dat de fusie van ageas N.V. en ageas SA/NV een feit was. Vanaf deze dag is het Belgische ageas SA/NV, met een permanente vestiging in Nederland, de enige moedermaatschappij van de Ageas groep.

Tegelijk met de fusie is Ageas overgegaan tot een samenvoeging van haar aandelen en VVPR Strips. Voor elke tien Ageas Units werd op 3 augustus 2012 één nieuw aandeel ageas SA/NV uitgegeven. Elk veelvoud van twintig Ageas VVPR Strips is samengevoegd tot telkens 1 Ageas VVPR Strip. Rekening houdend met de reverse stock split zijn de vergelijkende cijfers aangepast voor vergelijkingsdoeleinden.

Inkoopprogramma eigen aandelen 2012

Ageas heeft een inkoopprogramma voor haar eigen uitstaande, gewone aandelen gelanceerd voor een bedrag van maximaal EUR 200 miljoen, ingaand op 13 augustus 2012 voor een periode ten laatste eindigend op 19 februari 2013. Op 19 februari 2013 besloot de Raad van Bestuur van Ageas om het programma te verlengen tot het volledige bedrag van EUR 200 miljoen was bereikt. Dat was op 26 februari 2013 het geval.

Tussen 13 augustus 2012 en 26 februari 2013 heeft Ageas 9.635.159 aandelen ingekocht voor een totaalbedrag van EUR 200 miljoen. Dit kwam overeen met 3,96% van de totale uitstaande aandelen.

Op 24 april 2013 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de intrekking van 9.165.454 aandelen goedgekeurd. Tijdens de aandeelhoudersvergadering in september 2013 zal de aandeelhouders de goedkeuring voor de intrekking van de resterende 469.705 aandelen van het inkoopprogramma van eigen aandelen 2012 gevraagd worden.

Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 24 april 2013 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2013-2016) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 193.200.000 uit te breiden. Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 8,40 kan Ageas hiermee maximaal 23.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten.

Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor Noot 26 Voorwaardelijke verplichtingen).

De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 30 juni.

in duizenden
Aantal aandelen uitgegeven per 30 juni 2013 233.956
Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden
per Aandeelhoudersvergadering van 24 april 2013 23.000
Totaal potentieel aantal aandelen per 30 juni 2013 256.956

Eigen aandelen Ageas

Het totaal aantal eigen aandelen (5,0 miljoen) bestaat voornamelijk uit de FRESH (4,0 miljoen), het restricted share programma (0,5 miljoen) en de resterende aandelen afkomstig uit het inkoopprogramma eigen aandelen (0,5 miljoen). Nadere informatie over de FRESH is te vinden in Noot 13.1.

Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (4,0 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux S.A.. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 4,0 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux S.A. heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux S.A. en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux S.A. een dochteronderneming van Ageas is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie Winst per aandeel en Noot 13 Achtergestelde verplichtingen).

In 2011, 2012 en 2013 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de komende drie jaar en een aantal andere voorwaarden worden de senior managers beloond met in totaal:

  • tussen nul en 158.500 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2014 (plan 2011).
  • tussen nul en 119.600 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2015.
  • tussen nul en 167.000 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen op 1 april 2016.

In aanvulling op deze plannen zijn de leden van het Management Committee 100.997 aandelen toegezegd als langetermijnincentive. Ageas heeft besloten deze toezegging af te dekken door het maximaal aantal aandelen waarvan verwacht wordt dat deze binnen deze plannen toegekend worden, in te kopen.

CASHES en de afwikkeling met BNP Paribas Fortis SA/NV en BNP Paribas

BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de Cashes die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd.

In 2012 deed BNP een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES. Op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas 7.553 ingekochte aandelen van de 12.000 uitstaande CASHES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas.

Op 7 februari 2012 hebben Ageas en BNP Paribas een overeenkomst bereikt over de gedeeltelijke afwikkeling van de RPN/RPN(I) (zie Noot 16 RPN(I)) en de volledige inkoop van de Tier 1 Obligatielening die door BNP Paribas Fortis SA/NV is uitgegeven en voor 95% in handen is van Ageas (zie Noot 8 Leningen).

Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel (de vergelijkende cijfers zijn aangepast voor de reverse stock split).

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 471,6 304,7
Verkrijgingsprijs 'restricted shares' 0,6 0,5
Netto resultaat gebruikt om het verwaterd resultaat per aandeel te bepalen 472,2 305,2
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) 229.571 239.033
Aanpassingen voor:
- aandelen onder voorwaarden (in duizenden) 288 218
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) 229.859 239.251
Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 2,05 1,28
Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 2,05 1,28

In het eerste halfjaar van 2013 zijn opties op een gewogen gemiddelde van 2.064.018 aandelen (eerste halfjaar van 2012: 2.433.067) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 20,83 per aandeel (eerste halfjaar van 2012: EUR 19,97) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen, rekening houdend met het feit dat na de reverse stock split 10 opties uitgeoefend dienen te worden om één aandeel te verkrijgen.

Gedurende 2013 en 2012 zijn 4,0 miljoen aandelen Ageas uit converteerbare effecten met betrekking tot de FRESH buiten beschouwing gelaten omdat de bespaarde rente hoger lag dan de gewone winst per aandeel.

Aandelen Ageas die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven (totaal 4,6 miljoen; 31 december 2012: 4,6 miljoen) behoren tot het gewogen gemiddelde van de gewone aandelen (zie Noot 26 Voorwaardelijke verplichtingen).

4 TOEZICHT EN SOLVABILITEIT

Ageas wordt door haar belangrijkste toezichthouder, de Nationale Bank van België, aangemerkt als verzekeringsmaatschappij. Ageas wordt als zodanig op geconsolideerd niveau onderworpen aan toezicht. Op de werkmaatschappijen wordt op lokaal niveau toezicht uitgeoefend.

4.1 Geconsolideerd toezicht Ageas

Op geconsolideerd niveau wordt het toezicht op Ageas uitgeoefend door de Nationale Bank van België (NBB). Op dochterondernemingen wordt toezicht uitgeoefend door de toezichthouders in de landen waar de dochterondernemingen zijn gevestigd, op basis van de eigen solvabiliteitsmaatstaven en de lokale grondslagen voor de financiële verslaggeving.

Op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving voor verzekeringsmaatschappijen in België rapporteert Ageas op kwartaalbasis aan de NBB over het beschikbaar wettelijk kapitaal en de vereiste solvabiliteit. Uit hoofde van het prudentieel toezicht wordt op kwartaalbasis geverifieerd of Ageas op geconsolideerde basis nog aan de solvabiliteitseisen voldoet.

De aansluiting van het eigen vermogen en het beschikbaar wettelijk vereist kapitaal en de daarmee samenhangende solvabiliteitsratio's is als volgt:

30 juni 2013 31 december 2012
Aandelenkapitaal en reserves 7.205,8 7.134,1
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 471,6 743,0
Ongerealiseerde winsten en verliezen 1.162,9 1.922,3
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 8.840,3 9.799,4
Minderheidsbelangen 865,2 871,5
Totaal eigen vermogen 9.705,5 10.670,9
Achtergestelde instrumenten 1.944,8 2.915,5
Prudentiële filters
Lokaal vereiste egalisatiereserve voor catastrofen - 205,0 - 174,3
Herwaardering van vastgoed, na belastingen (tegen 90%) 765,7 761,2
Aanpassing waardering van voor verkoop beschikbare beleggingen - 1.518,8 - 2.341,5
Kasstroomafdekking 25,2 29,0
Goodwill - 880,7 - 892,8
Overige immateriële vaste activa - 355,8 - 371,0
Verwacht dividend - 362,2
Verwacht dividend, gerelateerd aan de call optie BNP Paribas aandelen - 224,3 - 234,0
Vermindering achtergestelde schuld naar 50% van vereiste solvabiliteit - 932,3
Toetsingsvermogen toezichthouder 9.256,6 9.068,5
Solvabiliteitsratio's
Solvabiliteitsvereisten 4.091,7 3.966,4
Solvabiliteitsoverschot 5.164,9 5.102,1
Solvabiliteitsratio 226,2% 228,6%

4.2 Kapitaalbeheer Ageas

Ageas beschouwt een sterke kapitaalbasis in de afzonderlijke verzekeringsactiviteiten als noodzakelijk, enerzijds als concurrentievoordeel en anderzijds om de geplande groei te financieren.

De Algemene Rekening omvat de groepsfuncties, de financieringstransacties en de nog lopende zaken uit het verleden. Voor de Algemene Rekening gebruikt Ageas het begrip nettokaspositie als indicator van het vrij beschikbare kapitaal zolang dat minder is dan het beschikbare kapitaal op groepsniveau.

Ageas streeft naar een minimum totaal solvabiliteitsratio van 200% van het wettelijk vereiste minimum op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf. Ageas zal deze doelstelling ten laatste bij de introductie van Solvency II opnieuw evalueren.

Vermogenspositie Verzekeringen

Op 30 juni 2013 bedroeg het totaal beschikbaar vermogen van het Verzekeringsbedrijf EUR 8,4 miljard (31 december 2012: EUR 8,1 miljard), 206 % van het wettelijk vereist minimum (31 december 2012: 204%).

Continentaal Consolidatie Totaal Algemeen Totaal
30 juni 2013 België VK Europa Azië correcties Verzekeringen (incl. elim) Ageas
Totaal beschikbaar vermogen 4.334,0 1.000,9 1.462,6 1.526,6 90,4 8.414,5 842,1 9.256,6
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.412,1 469,1 578,6 628,7 4.088,5 3,2 4.091,7
Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten 1.921,9 531,8 884,0 897,9 90,4 4.326,0 838,9 5.164,9
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 179,7% 213,4% 252,8% 242,8% 205,8% 226,2%
Xx
31 december 2012
Totaal beschikbaar vermogen 4.118,1 1.079,0 1.393,0 1.396,7 90,8 8.077,6 990,9 9.068,5
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.379,6 489,9 572,6 521,1 3.963,2 3,2 3.966,4
Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten 1.738,5 589,1 820,4 875,6 90,8 4.114,4 987,7 5.102,1
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 173,1% 220,2% 243,3% 268,0% 203,8% 228,6%

Het door België (AG Insurance) naar verwachting uit te keren dividend zal vanaf 2013 uitsluitend in de solvabiliteitsberekening worden opgenomen op het moment dat de Raad van Bestuur van België het dividendvoorstel heeft goedgekeurd. Deze werkwijze komt overeen met de richtlijnen voor verslaggeving van de Nationale Bank van België en de solvabiliteitsberekening van de andere segmenten.

De grafische weergave van de solvabiliteitspositie per Verzekeringssegment en voor Verzekeringen als geheel is als volgt:

Nettokaspositie Algemene Rekening

Op basis van de wet- en regelgeving van de NBB bedroeg het beschikbaar wettelijk kapitaal van de Algemene Rekening (inclusief eliminaties) EUR 0,8 miljard per 30 juni 2013 (31 december 2012: EUR 1,0 miljard).

Voor een holding is niet alleen het beschikbaar wettelijk kapitaal relevant maar ook de financiële flexibiliteit om dit kapitaal te gebruiken. Om die reden bewaakt Ageas ook de nettokaspositie.

De nettokaspositie bestaat uit de beschikbare Geldmiddelen en kasequivalenten en kortetermijninvesteringen die binnen afzienbare tijd en tegen beperkte kosten kunnen worden geliquideerd, op dit moment voornamelijk bankdeposito's onder aftrek van schuldpapier dat komt te vervallen.

De nettokaspositie bedroeg op 30 juni 2013 EUR 2,1 miljard en is in vergelijking met eind 2012 vooral positief beїnvloed door de volgende gebeurtenissen:

  • Ageas heeft EUR 827 miljoen aan contanten ontvangen van RPI;
  • Ageas heeft EUR 144 miljoen ontvangen uit de verkoop van de calloptie op BNP Paribas aandelen;
  • Ageas heeft EUR 339 miljoen aan dividend ontvangen van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen.
  • Ageas heeft EUR 66 miljoen betaald in het kader van de inkoopprogramma's van eigen aandelen;
  • Ageas heeft EUR 100 miljoen betaald voor een kapitaalinjectie en financiering van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen;
  • Ageas heeft EUR 26 miljoen betaald voor de aflossing van schuldbewijzen;
  • Ageas heeft EUR 270 miljoen aan dividend uitgekeerd aan haar aandeelhouders.

RPI zal naar verwachting in de loop van 2013 additioneel dividend uitkeren. Ageas verwacht EUR 200 miljoen te ontvangen. Ageas heeft bekend gemaakt dat zij in verband met de verkoop van de calloptie op BNP Paribas een terugbetaling van kapitaal zal voorstellen. De terugbetaling, ter hoogte van EUR 224 miljoen aan contanten, zal in december worden uitgevoerd.

Ageas heeft ook een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor een bedrag van EUR 200 miljoen aangekondigd.

30 juni 2013 31 december 2012
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.178,7 402,4
Vorderingen op banken 1.000,0 1.000,0
Schuldbewijzen - 123,7 - 186,8
Netto kaspositie 2.055,0 1.215,6

5 VERBONDEN PARTIJEN

In april 2013 sloot Ageas een transactie inzake de verkrijging van een deelneming van 33% in DTH Partner LLC. DTH Partners LLC staat in relatie tot de heer Ronny Brückner, een lid van de Raad van Bestuur van Ageas. Volgens IFRS richtlijnen worden transacties en verbintenissen als deze beschouwd als een transactie met verbonden partijen en dienen om die reden als zodanig hier te worden genoemd.

Details van de transactie

In december 2011 verschafte AG Insurance DTH Partners LLC en NB 70 Pine LLC (gezamenlijke en verscheidene kredietnemers), twee Amerikaanse vastgoedbeleggingsmaatschappijen, een converteerbare overbruggingslening van USD 70 miljoen (EUR 53,0 miljoen) voor de financiering van de aankoop van een historisch gebouw in Manhattan, New York (70, Pine Street). De lening had een oorspronkelijke looptijd van een jaar, maar werd eind 2012 verlengd. De rente op de lening bedroeg 12% en werd beschermd door (i) onderpand voor de aandelen van de SPV die het gebouw in bezit heeft, (ii) garantieovereenkomsten, (iii) onderpand voor vorderingen en (iv) opties voor AG Insurance die kunnen worden geconverteerd in entiteiten die huurwoningen in downtown Manhattan bezitten.

Op 26 april 2013 zijn de volgende overeenkomsten bereikt:

  • een overeenkomst tussen Westbridge Sarl en AG Real Estate Westinvest SA inzake een kapitaalinjectie van USD 103 miljoen (EUR 79 miljoen) in DTH Partners LCC, wat een deelneming van 33% vertegenwoordigt. Deze deelneming is in de balans verantwoord onder Beleggingen in geassocieerde deelnemingen,
  • Een mezzanine-lening van AG Insurance aan DTH Partners LLC voor een bedrag van USD 117,5 miljoen;
  • Een overbruggingslening van USD 23 miljoen van AG Real Estate (North Star NV) aan EBNB 70 Pine Development. Dit bedrag is onderdeel van een door de aandeelhouders van DTH verstrekte totale brugfinancieringsfaciliteit van USD 50 mln om met Chevron een belastingteruggavestructuur voor te financieren, die vertraagd is door het goedkeuringsproces van de Amerikaanse belastingdienst.

Hoewel de omstandigheden uitzonderlijk zijn, beschouwt het management de transactie als marktconform ('arm's lenght').

TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE BALANS

6 GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

Onder Geldmiddelen en kasequivalenten vallen direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden na de datum van verkrijging.

De Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni bestaan uit:

30 juni 2013 31 december 2012
Geldmiddelen 2,1 2,1
Vorderingen op banken 2.147,4 1.706,5
Overige 172,3 741,3
Totaal geldmiddelen en kasequivalenten 2.321,8 2.449,9

De samenstelling van de Financiële beleggingen is als volgt:

30 juni 2013 31 december 2012
Financiële beleggingen
- Tot einde looptijd aangehouden 5.036,3 5.054,1
- Voor verkoop beschikbaar 57.136,4 57.409,9
- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 297,4 262,5
- Afgeleide financiële instrumenten aangehouden
voor handelsdoeleinden (activa) 16,9 35,8
Totaal bruto 62.487,0 62.762,3
Bijzondere waardeverminderingen:
- op voor verkoop beschikbare beleggingen - 187,2 - 190,5
Totaal bijzondere waardeverminderingen - 187,2 - 190,5
Totaal 62.299,8 62.571,8

7.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden

Overheids- Bedrijfs
obligaties obligaties Totaal
Historische kostprijs bij opname 4.729,4 163,9 4.893,3
Overname 125,7 125,7
Historische / geamortiseerde kostprijs 4.855,1 163,9 5.019,0
Amortisatie 29,3 5,8 35,1
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op
31 december 2012 4.884,4 169,7 5.054,1
Einde looptijd - 29,5 - 29,5
Amortisatie 9,3 2,4 11,7
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 30 juni 2013 4.893,7 142,6 5.036,3
Reële waarde op 30 juni 2013 5.753,6 147,5 5.901,1

De als Tot einde looptijd aangehouden aangemerkte overheidsobligaties naar land van uitgifte per 30 juni zijn als volgt:

30 juni 2013 Historische/
geamortiseerde
kostprijs
Reële
waarden
Belgische overheid 4.364,9 5.138,3
Portugese overheid 528,8 615,3
Totaal 4.893,7 5.753,6
31 december 2012
Belgische overheid 4.367,8 5.510,6
Portugese overheid 516,6 606,7
Totaal 4.884,4 6.117,3

7.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen

De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde Ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de Voor verkoop beschikbare beleggingen zijn als volgt:

Reële
waarden
29.284,6
24.484,8
344,2
54.113,6
39,3
2.790,8
5,5
2.835,6
56.949,2
31 december 2012
Overheidsobligaties 26.530,9 3.412,0 - 99,0 29.843,9 29.843,9
Bedrijfsobligaties 22.911,6 1.911,8 - 72,1 24.751,3 24.751,3
Gestructureerde kredietinstrumenten 259,0 15,7 - 6,4 268,3 - 2,3 266,0
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 49.701,5 5.339,5 - 177,5 54.863,5 - 2,3 54.861,2
Private equity en durfkapitaal 34,3 0,6 34,9 34,9
Aandelen 2.301,4 229,6 - 23,6 2.507,4 - 188,2 2.319,2
Overige beleggingen 4,1 4,1 4,1
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen 2.339,8 230,2 - 23,6 2.546,4 - 188,2 2.358,2
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 52.041,3 5.569,7 - 201,1 57.409,9 - 190,5 57.219,4

Een bedrag van EUR 1.597,7 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is in onderpand gegeven als zekerheid (2012: EUR 965,5 miljoen).

De portefeuille inzake de Investeringen aangehouden voor verkoop per 30 juni kan als volgt grafisch worden weergegeven:

Overheidsobligaties naar land van uitgifte

De overheidsobligaties naar land van uitgifte per 30 juni zijn als volgt:

Historische/ Bruto
geamortiseerde ongerealiseerde Reële
30 juni 2013 kostprijs winsten (verliezen) waarden
Belgische overheid 12.658,1 1.129,4 13.787,5
Nederlandse overheid 443,3 46,0 489,3
Duitse overheid 1.015,9 213,4 1.229,3
Italiaanse overheid 1.636,1 23,9 1.660,0
Franse overheid 4.600,0 405,1 5.005,1
Britse overheid 642,8 10,9 653,7
Spaanse overheid 357,6 - 2,8 354,8
Portugese overheid 922,6 - 19,5 903,1
Oostenrijkse overheid 2.461,8 278,8 2.740,6
Finse overheid 224,0 22,5 246,5
Ierse overheid 514,8 32,6 547,4
Sloveense overheid 49,1 - 3,0 46,1
Tsjechische overheid 243,6 29,4 273,0
Slowaakse overheid 333,2 32,2 365,4
Verenigde Staten van Amerika overheid 299,4 51,4 350,8
Overige overheden 562,9 69,1 632,0
Totaal 26.965,2 2.319,4 29.284,6
xxxx
31 december 2012
Belgische overheid 12.274,3 1.773,4 14.047,7
Nederlandse overheid 642,8 60,0 702,8
Duitse overheid 1.133,7 264,6 1.398,3
Italiaanse overheid 1.686,5 2,0 1.688,5
Franse overheid 4.228,5 600,6 4.829,1
Britse overheid 794,7 28,3 823,0
Spaanse overheid 366,6 - 22,9 343,7
Portugese overheid 753,0 - 28,1 724,9
Oostenrijkse overheid 2.541,6 366,7 2.908,3
Finse overheid 224,9 33,4 258,3
Ierse overheid 408,8 22,4 431,2
Sloveense overheid 69,8 69,8
Tsjechische overheid 243,8 34,5 278,3
Slowaakse overheid 231,0 32,9 263,9
Verenigde Staten van Amerika overheid 297,1 83,0 380,1
Overige overheden 633,8 62,2 696,0
Totaal 26.530,9 3.313,0 29.843,9

Het aandeel per land in de beleggingsportefeuille overheidsobligaties op basis van reële waarde kan per 30 juni als volgt worden weergegeven:

De volgende tabel geeft de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen) weer. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.

30 juni 2013 31 december 2012
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties:
Boekwaarde 54.113,6 54.861,2
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 3.604,6 5.162,0
- Belasting - 1.183,5 - 1.635,5
Shadow accounting - 1.181,1 - 1.594,0
- Belasting 380,5 510,9
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.620,5 2.443,4
30 juni 2013 31 december 2012
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 2.835,6 2.358,2
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 206,1 206,6
- Belasting - 55,3 - 67,8
Shadow accounting - 82,1 - 62,1
- Belasting 28,0 20,2
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 96,7 96,9

Bijzondere waardeverminderingen op Voor verkoop beschikbare beleggingen

De volgende tabel toont de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen.

30 juni 2013 31 december 2012
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen:
- op obligaties - 2,3 - 2,3
- op aandelen en overige beleggingen - 184,9 - 188,2
Totaal bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen - 187,2 - 190,5

De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op Voor verkoop beschikbare beleggingen zijn:

30 juni 31 december
2013 2012
Stand per 1 januari 190,5 1.436,8
Toename bijzondere waardeverminderingen 14,2 97,6
Terugname bij de verkoop/desinvestering - 15,3 - 1.343,6
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen - 2,2 - 0,3
Stand per einde periode 187,2 190,5

De terugname bij de verkoop/desinvestering in 2012 van EUR 1.278,9 miljoen is gerelateerd aan de conversie van de Griekse obligatieportefeuille.

7.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

De volgende tabel geeft een nadere toelichting op de Beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden per 30 juni, waarbij de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening plaatsvindt.

30 juni 31 december
2013 2012
Bedrijfsobligaties 220,7 191,7
Gestructureerde kredietinstrumenten 49,9 49,0
Obligaties 270,6 240,7
Aandelen 26,8 21,8
Aandelen en overige beleggingen 26,8 21,8
Totaal beleggingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 297,4 262,5

Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen gekoppeld zijn aan de prestaties van deze activa, ofwel contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling en waar in de waardering daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Deze waardering verkleint de kans aanzienlijk dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.

7.4 Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa)

De samenstelling van de voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) is als volgt:

30 juni 2013 31 december 2012
Niet op een beurs verhandeld (OTC) 16,6 35,8
Op een beurs verhandeld 0,3
Totaal afgeleide financiële instrumenten 16,9 35,8

De Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten hebben voornamelijk betrekking op rente- en aandelenopties, renteswaps en valutatermijncontracten. De Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten zijn in 2013 gewaardeerd op niveau 1 (genoteerde prijzen in actieve markten) en op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten). In 2012 zijn deze derivaten gewaardeerd op niveau 2. Het nominaal bedrag van Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten in 2013 is EUR 3.084,2 miljoen (2012: EUR 3.074,7 miljoen).

7.5 Vastgoed

De reële waarde van het vastgoed, zowel aangehouden als belegging als voor eigen gebruik, is als volgt:

Reële waarde: 30 juni 2013 31 december 2012
Vastgoedbeleggingen 3.236,5 3.307,2
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.341,4 1.431,4
Totaal reële waarde 4.577,9 4.738,6
Boekwaarde:
Vastgoedbeleggingen 2.289,7 2.415,5
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 967,0 1.010,0
Totale boekwaarde 3.256,7 3.425,5
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.321,2 1.313,1
Belastingen - 431,1 - 428,4
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies
(niet opgenomen in eigen vermogen) 890,1 884,7

8 LENINGEN

De Leningen zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2013 31 december 2012
Leningen aan banken 2.306,2 2.637,5
Leningen aan klanten 4.014,0 3.667,5
Totaal 6.320,2 6.305,0
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 16,3 - 15,6
- bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) - 0,9 - 1,0
Totaal leningen 6.303,0 6.288,4

8.1 Leningen aan banken

De Leningen aan banken zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2013 31 december 2012
Rentedragende deposito's 1.579,0 1.513,0
Achtergestelde leningen 580,6 949,3
Overige 146,6 175,2
Totaal 2.306,2 2.637,5
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 0,6 - 1,1
Leningen aan banken 2.305,6 2.636,4

De Achtergestelde leningen kunnen worden uitgesplitst in:

30 juni 2013 31 december 2012
Nitsh I (USD 750 miljoen) 580,6 575,9
Nitsh II 373,4
Totaal Achtergestelde leningen 580,6 949,3

Nitsh I en II

In 2008 heeft Ageas Hybrid Financing SA/NV (AHF) een obligatielening genaamd 'Nitsh I' ter waarde van USD 750 miljoen uitgegeven, met een coupon van 8,25%.De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan BNP Paribas Fortis SA/NV. BNP Paribas Fortis SA/NV heeft AHF laten weten de lening op de eerste calldatum af te lossen (27 augustus 2013); AHF op haar beurt informeerde de obligatiehouders dat zij de Nitsh I obligatielening ook op de eerste calldatum 27 augustus 2013 zal aflossen.

De Nitsh II obligatielening ter waarde van EUR 625 miljoen, met een coupon van 8%, werd ook in 2008 uitgegeven. De opbrengsten van deze leningen werden deels doorgeleend aan AG Insurance en deels aan BNP Paribas Fortis SA/NV. Beide partijen hebben laten weten dat zij deze leningen op de eerste calldatum, te weten 3 juni 2013, zouden aflossen; AHF op haar beurt informeerde de obligatiehouders op 21 maart 2013 dat zij de obligatielening ook op 3 juni 2013 zou aflossen. Deze obligatieleningen zijn daarom per 30 juni 2013 beëindigd (zie ook Noot 13 Achtergestelde schulden).

8.2 Leningen aan klanten

De Leningen aan klanten zijn als volgt samengesteld:

30 juni
2013
31 december
2012
Overheid en officiële instellingen 0,3 0,3
Hypothecaire leningen 1.539,3 1.528,6
Leningen aan particulieren 9,6 7,7
Leningen aan ondernemingen
Vastgoed 117,9 76,7
Infrastructuur 64,4 63,9
Overige 159,0 129,5
Polisbeleningen 199,7 189,3
Overige leningen 1.923,8 1.671,5
Totaal 4.014,0 3.667,5
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 15,7 - 14,5
- bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) - 0,9 - 1,0
Leningen aan klanten 3.997,4 3.652,0

De regel Vastgoed onder Leningen aan ondernemingen heeft ook betrekking op de Mezzanine-lening van USD 117,5 miljoen aan DTH Partners (zie ook Noot 2 en 5).

Overige leningen hebben hoofdzakelijk betrekking op:

  • leningen aan bankgerelateerde instellingen (EUR 229 miljoen; december 2012: EUR 197 miljoen);
  • leningen aan financiële dienstverleners (EUR 325 miljoen; 31 december 2012: EUR 345 miljoen);
  • leningen aan de Europese Unie (EUR 124 miljoen; 31 december 2012: EUR 126 miljoen);
  • leningen aan regionale overheden in België (EUR 1.190 miljoen; 31 december 2012: 990 miljoen).

Ageas heeft kredietlijnen verstrekt voor een totaalbedrag van EUR 382 miljoen (31 december 2012: EUR 273 miljoen).

Ageas heeft in het derde kwartaal van 2012 een programma aangekondigd ter verbetering van de diversificatie van haar portefeuille door middel van beleggingen in bedrijfsleningen. Ageas zal maximaal 5% van het totale belegde vermogen in deze beleggingscategorie steken. Ageas ziet in de bedrijfsleningen een interessant alternatief in het huidige lagerenteklimaat. De grotere diversificatie en het aantrekkelijke risico-rendementsprofiel zijn bijkomende voordelen.

Het grootste deel van deze investering wordt gerealiseerd via een samenwerkingsverband voor infrastructuurleningen met Natixis. Het doel is om te profiteren van:

  • een interessant, voor risico gecorrigeerd rendement: infrastructuurleningen versterken het rendement en zorgen voor diversificatievoordelen vergeleken met staatspapier (een belangrijk deel van de beleggingsportefeuille van Ageas);
  • waarborgen op basis van onderpand gekoppeld aan de onderliggende projecten (bijv. gebouwen, wegen);
  • betere afstemming looptijden: infrastructuurleningen hebben door de aard van de projecten lange looptijden, wat goed past bij de financiering van langetermijnverplichtingen waarmee verzekeraars traditioneel te maken hebben.

Belangrijkste kenmerken van de overeenkomst met Natixis:

  • Natixis is verantwoordelijk voor de toekenning van leningen en houdt een vooraf overeengekomen substantieel deel van iedere transactie op de balans. Ageas neemt het resterende deel voor haar rekening;
  • alleen nieuwe of zeer recent overeengekomen transacties in geselecteerde sectoren en landen komen in aanmerking;
  • het samenwerkingsverband sluit activiteiten in de Benelux uit gezien het feit dat Ageas hier direct toegang tot infrastructuurprojecten heeft;
  • het streefbedrag van de leningenportefeuille bedraagt EUR 2 miljard voor Ageas;
  • de verwachting is dat het beoogde geïnvesteerde bedrag in een periode van twee tot drie jaar wordt bereikt;
  • Natixis verzorgt de administratie verbonden aan alle leningen in deze portefeuille.

9 BELEGGINGEN IN GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN

De belangrijkste investeringen in geassocieerde deelnemingen bestaan uit ons aandeel in onze participaties in Tai Ping Holdings, Mayban Ageas Holding, Muang Thai Group Holding, Cardiff Lux Vie, Aksigorta en DTH Partners LCC (zie Noot 2 en 5).

Ten gevolge van de op 12 mei 2009 gesloten transacties verwierf Ageas voor een totaalbedrag van EUR 760,0 miljoen een belang van 44,7% in Royal Park Investments (RPI), een 'special purpose vehicle' dat een deel van de gestructureerde kredietportefeuille verwierf van BNP Paribas Fortis SA/NV. Het belang wordt gewaardeerd volgens de 'equity' methode.

RPI verwierf van BNP Paribas Fortis SA/NV op de sluitingsdatum een portefeuille gestructureerde kredieten voor een overeengekomen aankoopprijs van EUR 11,7 miljard. De overeenstemmende nominale waarde van de portefeuille kwam per 12 mei 2009 uit op EUR 20,5 miljard. De aankoop is gefinancierd met eigen vermogen ten bedrage van EUR 1,7 miljard, super senior schuld ten bedrage van EUR 5 miljard en senior schuld voor EUR 5 miljard; de senior schuld kent een verliesabsorptiemechanisme. De senior schuld is verstrekt door BNP Paribas en BNP Paribas Fortis SA/NV. Het deel dat gefinancierd is door BNP Paribas Fortis SA/NV is gegarandeerd door de Belgische overheid. Contanten gegenereerd door RPI zullen eerst worden gebruikt om de super senior schuld terug te betalen.

In april 2013 verkocht RPI de gehele portefeuille gestructureerde kredietinstrumenten en boekte op deze transactie een winst van EUR 615 miljoen (EUR 275 miljoen aandeel Ageas). In het tweede kwartaal was de transactie vrijwel helemaal afgewikkeld, de aandeelhouders hebben van hun aanvangsinvestering ter hoogte van EUR 1.700 miljoen EUR 1.650 miljoen terugbetaald gekregen en een dividend van EUR 200 miljoen. Ageas heeft in totaal EUR 827 miljoen ontvangen.

De nettovermogenswaarde van RPI bedraagt per 30 juni 2013 EUR 538 miljoen (EUR 240 miljoen aandeel Ageas). De belangrijkste activa betreffen EUR 289 miljoen af te wikkelen effecten, EUR 803 miljoen aan contanten, EUR 358 miljoen overige min of meer liquide activa en EUR 912 miljoen aan verplichtingen die bijna allemaal betrekking hebben op uitstaand Commercial Paper.

Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken inzake een aantal Amerikaanse activa.

10 CALLOPTIE OP BNP PARIBAS AANDELEN

Op basis van de op 12 mei 2009 getekende overeenkomst kreeg Ageas een in contanten af te wikkelen calloptie toegekend door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) waardoor Ageas de mogelijkheid heeft te profiteren van een waardestijging van de waarde van 121.218.054 aandelen van BNP Paribas gehouden door de FPIM. Deze aandelen werden verkregen door de FPIM in ruil voor de verkoop van 75% + 1 aandeel van BNP Paribas Fortis SA/NV. De optie geeft Ageas het recht op het verschil tussen de uitoefenprijs van EUR 66,672 en de marktprijs van de aandelen van BNP Paribas op het moment van de uitoefening of de verkoopprijs van de onderliggende aandelen van BNP Paribas, naar discretie van de FPIM.

Deze optie wordt verantwoord op basis van de reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening onder Ongerealiseerde winst (verlies) op Calloptie BNP Paribas aandelen.

Op 27 april 2013 heeft Ageas de calloptie weer verkocht aan FPIM voor EUR 144 miljoen (wat neerkomt op EUR 0,64 per aandeel). De transactie is in het tweede kwartaal afgerond.

11 VERZEKERINGS-VERPLICHTINGEN

11.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven per 30 juni:

30 juni 2013 31 december 2012
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 25.144,2 24.866,7
Verplichting voor winstdeling polishouders 321,8 312,0
Shadow accounting 540,2 738,3
Voor eliminaties 26.006,2 25.917,0
Eliminaties - 3,4 - 2,7
Bruto 26.002,8 25.914,3
Herverzekering - 146,3 - 145,4
Netto 25.856,5 25.768,9

11.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven per 30 juni:

30 juni 2013 31 december 2012
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 28.280,3 28.106,7
Verplichting voor winstdeling polishouders 122,5 176,9
Shadow accounting 624,9 817,1
Bruto 29.027,7 29.100,7
Herverzekering
Netto 29.027,7 29.100,7

11.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

De Verplichtingen inzake unit-linked contracten voor rekening en risico van polishouders gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven:

30 juni 2013 31 december 2012
Verzekeringscontracten 1.662,5 1.625,7
Beleggingscontracten 11.990,9 12.141,3
Totaal 13.653,4 13.767,0

11.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten per 30 juni:

30 juni 2013 31 december 2012
Schadeverplichting 5.596,8 5.595,5
Niet-verdiende premies 1.811,5 1.832,1
Verplichting voor winstdeling polishouders 9,0 7,9
Shadow accounting 98,2 100,8
Bruto na eliminaties 7.515,5 7.536,3
Herverzekering - 521,3 - 522,6
Netto 6.994,2 7.013,7

Sommige ongevallenverzekeringen (met name de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) betreffen langetermijncontracten en de gerelateerde verplichtingen worden berekend op basis van technieken die vergelijkbaar zijn met die van Leven. Als gevolg van de dalende rentes is in 2012 een bedrag met betrekking tot shadow accounting geboekt.

12 SCHULDBEWIJZEN

De volgende tabel toont de verschillende Schuldbewijzen (EMTN) die Ageas heeft uitgegeven en de bedragen die per 30 juni uitstaan:

30 juni 2013 31 december 2012
Tegen geamortiseerde kostprijs 62,1 97,3
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 61,6 89,5
Totaal schuldbewijzen 123,7 186,8

Als gevolg van de veranderingen in de samenstelling van de voormalige Fortis-groep in oktober 2008 is er een onherstelbare inbreuk op de leningvoorwaarden ontstaan waardoor alle schuldbewijzen in gebreke en direct opvraagbaar zijn tegen de nominale waarde. Schuldbewijzen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden derhalve gewaardeerd op minimaal de nominale waarde. De nominale waarde van tegen reële waarde aangehouden schuldbewijzen met waardeveranderingen in de resultatenrekening per 30 juni 2013 was vrijwel gelijk aan de reële waarde omdat de schuldbewijzen direct opvraagbaar zijn. De waardering van schuldbewijzen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op niveau 2. Ageas heeft geen activa tot zekerheid gesteld voor uitstaande schuldbewijzen.

De daling van het eerste halfjaar van 2013 valt toe te schrijven aan aflossingen.

13 ACHTERGESTELDE SCHULDEN

De achtergestelde schulden zijn per 30 juni als volgt:

30 juni 2013 31 december 2012
FRESH 1.250,0 1.250,0
- Hybrone 229,2 412,5
- Nitsh I 580,6 575,9
- Nitsh II 623,1
Ageas Hybrid Financing 809,8 1.611,5
Eeuwigdurende achtergestelde leningen 414,1
Overige achtergestelde schulden 51,5 54,0
Totaal achtergestelde schulden 2.525,4 2.915,5

13.1 FRESH

Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen met een nominale waarde van EUR 250.000 per obligatie. De coupons zijn per kwartaal achteraf betaalbaar tegen een variabele rentevoet gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met 135 basispunten.

De FRESH is uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV als mededebiteur. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 4,0 miljoen Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend- of stemrecht (het per 30 juni 2013 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is inclusief de 4,0 miljoen Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).

In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternatieve Coupon Vereffenings Methode (ACVM). De ACVM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas tot het bedrag van de verschuldigde rente worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACVM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACVM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is. Vanwege deze kenmerken wordt de FRESH behandeld als onderdeel van het voor de toezichthouder kwalificerend vermogen.

De FRESH-obligaties kennen geen vervaldatum, maar kunnen naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 315 per aandeel. De obligaties worden automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende handelsdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 472,50.

13.2 Ageas Hybrid Financing

In 2006 heeft Ageas een special purpose vehicle opgericht onder de naam Ageas Hybrid Financing SA (hierna 'AHF'), dat eeuwigdurende sterk achtergestelde en onder gelijke condities uitgegeven effecten uitgaf en de opbrengsten daarvan investeerde in instrumenten van (voormalige) werkmaatschappijen van Ageas. Deze instrumenten worden meegenomen in de berekening van de solvabiliteit voor deze entiteiten. De door AHF uitgegeven effecten vallen onder een zogenoemde 'support agreement' en een achtergestelde garantie afgegeven door ageas SA/NV.

Uit hoofde van de 'Support Agreement' is ageas SA/NV verplicht om zodanige middelen aan AHF te verstrekken als nodig om de couponverplichtingen te voldoen in ieder jaar dat Ageas een dividenduitkering vaststelt, ofwel om de coupon te betalen via de ACVM indien de entiteiten die de opbrengsten hebben ontvangen de coupons op de doorgeleende leningen niet in contanten voldoen tengevolge van schending van de toepasselijke wettelijke minimale solvabiliteitseisen. In het geval dat Ageas beneden het wettelijk vereiste minimum solvabiliteitsniveau komt of de geconsolideerde activa kleiner zijn dan de verplichtingen exclusief schulden die niet beschouwd worden als 'Senior Debt' of in het geval dat AHF die keuze maakt, dan wordt de couponbetaling vervangen door een afrekening via de ACVM.

AHF heeft in 2006 een obligatie van EUR 500 miljoen uitgegeven onder de naam 'Hybrone', tegen een coupon van 5,125% tot 20 juni 2016 en driemaands Euribor plus 200 basispunten daarna. De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan AG Insurance. In maart 2013 lanceerde AHF een bod op de uitstaande effecten tegen een aankoopprijs van 91%, dit bod is uiteindelijk aanvaard voor een bedrag van EUR 163,6 miljoen. De doorlening aan AG Insurance werd met hetzelfde bedrag verminderd. Een aantal gelieerde ondernemingen van Ageas investeerde in Hybrone effecten, waardoor per 30 juni 2013 EUR 229,2 miljoen aan Hybrone effecten blijft uitstaan. De eerste calldatum van de resterende Hybrone effecten is op 20 juni 2016.

In 2008 heeft AHF een obligatielening genaamd 'Nitsh I' ter waarde van USD 750 miljoen uitgegeven, met een coupon van 8,25%. De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan BNP Paribas Fortis SA/NV. BNP Paribas Fortis SA/NV heeft AHF laten weten de lening op de eerste calldatum af te lossen (27 augustus 2013); AHF op haar beurt informeerde de obligatiehouders dat zij de Nitsh I obligatielening ook op de eerste calldatum 27 augustus 2013 zal aflossen.

De Nitsh II obligatielening ter waarde van EUR 625 miljoen, met een coupon van 8%, werd ook in 2008 uitgegeven. De opbrengsten van deze leningen werden deels doorgeleend aan AG Insurance en deels aan BNP Paribas Fortis SA/NV. Beide partijen hebben laten weten dat zij deze leningen op de eerste calldatum, te weten 3 juni 2013, zouden aflossen; AHF op haar beurt informeerde de obligatiehouders op 21 maart 2013 dat zij de obligatielening ook op 3 juni 2013 zou aflossen. Deze obligatieleningen zijn daarom per 30 juni 2013 opgeheven.

13.3 Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes ('notes')

AG Insurance heeft op 21 maart 2013 eeuwigdurende achtergestelde effecten uitgegeven ('notes') voor een bedrag van USD 550 miljoen en tegen een rente van 6,75%. De notes betreffen directe, ongedekte en achtergestelde verplichtingen van AG Insurance, en zijn in alle opzichten gelijk aan de andere achtergestelde verplichtingen binnen AG Insurance. De notes zijn genoteerd aan de beurs van Luxemburg en kunnen in hun geheel, maar niet gedeeltelijk op de eerste calldatum (maart 2019) worden afgelost of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna.

13.4 Overige achtergestelde schulden

De EUR 51,5 miljoen die per 30 juni 2013 onder Achtergestelde schulden is verantwoord (31 december 2012: EUR 54,0 miljoen), is inclusief een eeuwigdurende achtergestelde lening van EUR 49 miljoen uitgegeven door Tesco Underwriting en gewaarborgd door Tesco Bank.

14 LENINGEN

De volgende tabel toont de samenstelling van de Leningen per 30 juni:

30 juni 2013 31 december 2012
Schulden aan banken 2.312,0 1.691,1
Schulden aan klanten 88,8 103,8
Overige schulden 352,1 173,1
Totaal schulden 2.752,9 1.968,0

14.1 Schulden aan banken

De schulden aan banken zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2013 31 december 2012
Bankdeposito's:
Direct opeisbaar 6,3 2,2
Overige 38,3 42,2
Totaal deposito's 44,6 44,4
Terugkoopovereenkomsten 1.552,8 908,2
Overige 714,6 738,5
Totaal schulden aan banken 2.312,0 1.691,1

Ageas heeft bepaalde activa als zekerheid gesteld (bijvoorbeeld beleggingen, materiële vaste activa en deposito's aan banken) met een boekwaarde van EUR 1.397,6 miljoen (2012: EUR 1.397,6 miljoen) ten opzichte van schulden aan banken.

14.2 Schulden aan klanten

De samenstelling van Schulden aan klanten is als volgt:

30 juni 2013 31 december 2012
Deposito's 0,6 0,6
Overige financieringen 9,0 7,1
Depots van herverzekeraars 79,2 96,1
Totaal schulden aan klanten 88,8 103,8

15 ACUTE EN UITGESTELDE BELASTINGEN

Een nadere detaillering van de Uitgestelde winstbelastingen per 30 juni is als volgt:

Balans Resultatenrekening
30 juni 31 december Eerste Eerste
2013 2012 halfjaar 2013 halfjaar 2012
Uitgestelde belastingvorderingen op:
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) - 7,9 85,9 - 92,1 2,6
Vastgoedbeleggingen 15,4 11,6 3,8 - 7,8
Materiële vaste activa 36,5 47,1 - 10,4 - 0,4
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 5,9 6,2 - 0,3 - 0,4
Verzekeringspolis en claim reserves 569,2 784,8 - 93,0 - 8,8
Voorzieningen voor pensioenen en
uitkeringen na uitdiensttreding 44,5 90,1 - 0,9 - 0,7
Overige voorzieningen 8,6 8,4 0,3 0,1
Overlopende kosten en vooruit
ontvangen opbrengsten 0,3 1,5 - 1,2 - 0,2
Niet-aangewende compensabele verliezen 135,5 140,2 - 4,2 - 112,1
RPN(I) 58,1 56,1 - 2,0 - 2,9
Overige 95,6 71,2 - 6,3 - 87,9
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 961,7 1.303,1 - 206,3 - 218,5
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen - 91,8 - 91,1 0,5 0,3
Netto uitgestelde belastingvorderingen 869,9 1.212,0 - 205,8 - 218,2
Uitgestelde belastingverplichtingen op:
Afgeleide financiële instrumenten (activa) 0,5 0,6 1,9
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 1.180,6 1.726,3 92,0 - 1,0
Unit-linked beleggingen 2,4 3,4 1,0 2,1
Vastgoedbeleggingen 75,7 122,2 29,8 12,9
Leningen aan klanten 1,4 1,4
Materiële vaste activa 191,5 178,9 - 12,6 1,3
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 127,1 130,4 3,3 4,0
Overige voorzieningen 2,7 2,8 - 0,6
Overlopende acquisitiekosten 53,9 61,6 6,3 - 3,5
Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten 1,5 1,5
Belastingvrij gerealiseerde reserves 62,4 39,9 - 22,6 1,1
BNP Paribas call optie 79,5 79,5 76,8
Overige 84,0 102,8 19,2 9,4
Totaal uitgestelde belastingverplichtingen 1.783,2 2.451,2 196,5 104,4
Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) - 9,3 - 113,8
Netto uitgestelde belastingen - 913,3 - 1.239,2

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om acute belastingvorderingen te salderen met acute belastingverplichtingen en de uitgestelde belastingen dezelfde belastingautoriteit betreffen en beoogd zijn op hetzelfde moment te dematerialiseren. De volgende salderingen zijn toegepast:

30 juni 2013 31 december 2012
Uitgestelde belastingvorderingen 92,9 171,7
Uitgestelde belastingverplichtingen 1.006,2 1.410,9
Netto uitgestelde belastingen - 913,3 - 1.239,2

16 RPN(I)

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met Ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES effecten uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een voorafgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis groep, introduceerden een financieel instrument, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).

De RPN(I) bestaat zolang er uitstaande CASHES in de markt zijn. In 2007 zijn aanvankelijk 12.000 CASHES uitgegeven. Ageas en BNP Paribas hebben in februari 2012 een overeenkomst bereikt waarbij Ageas aan BNP Paribas een schadevergoeding heeft betaald van EUR 287 miljoen, nadat BNP Paribas een bod op de CASHES tegen een prijs van 47,5% had gelanceerd en de 7.553 getenderde CASHES inwisselde tegen onderliggende aandelen Ageas, wat leidde tot de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting. Na deze conversie resteren 4.447 uitstaande CASHES.

Mechanisme

De betaling per kwartaal wordt vastgesteld als het gemiddelde van de rentebetalingen tegen een rente op jaarbasis van 3-maands EURIBOR plus 20 basispunten op basis van een referentiebedrag zoals dat op iedere handelsdag wordt berekend en wordt gedefinieerd als:

  • het verschil tussen EUR 3.000 miljoen en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd op de beurs van Luxemburg, minus
  • het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 12,53 miljoen aandelen Ageas.

Als het referentiebedrag positief is, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV over het referentiebedrag rente aan Ageas. Is dat referentiebedrag negatief, dan betaalt Ageas over het referentiebedrag rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV. Sinds februari 2012 wordt het referentiebedrag bepaald aan de hand het pro-rata deel van de uitstaande CASHES (37,06%).

Staatsgarantie

In het voordeel van BNP Paribas Fortis SA/NV heeft de Belgische staat een staatsgarantie uitgegeven op de door Ageas betaalde RPN(I) rente. Ageas betaalt de Belgische staat een vergoeding voor deze garantie ter hoogte van 70 basispunten per jaar over het referentiebedrag zoals dat op iedere handelsdag wordt berekend. Ageas heeft daarnaast de Belgische staat 14% van de aandelen AG Insurance in onderpand gegeven in geval dat Ageas haar rentebetalingen niet zou nakomen.

Reële waarde

Voor de berekening van de reële waarde van de RPN(I) heeft Ageas het level 3 waarderingsmodel gehanteerd, gebaseerd op de waarderingstechnieken van financiële derivaten die eind 2009 zijn geïntroduceerd. Ageas heeft in februari 2012 een minimum voor dit waarderingsmodel geïntroduceerd op basis van de overeenkomst die met BNP Paribas op dat moment werd bereikt.

Dit waarderingsmodel resulteert in de volgende verplichtingen (stochastisch gemodelleerd, 37,06%):

30 juni 2013 31 december 2012
RPN(I) Minimum 1) 121 143
Reële waarde RPN(I) rentebetaling 138 134
Reële waarde RPN(I)
rentebetaling voor staatsgarantie 33 31
Totaal RPN(I) 171 165

1) Het minimum fluctueert alleen op basis van de ontwikkeling van het aandeel Ageas: een stijging van 1% van de aandelenprijs leidt tot een daling van het minimum van EUR 1 miljoen en vice versa.

Referentiewaarden

Ageas is bij de bepaling van de reële waarde van de RPN(I) uitgegaan van de volgende veronderstellingen en referentiewaarden:

30 juni 2013 31 december 2012
Koers aandeel Ageas EUR 26,98 EUR 22,22
Waarde CASHES 56,17% 53,07%
Referentiebedrag gebaseerd op
37% van de uitstaande CASHES EUR 258 miljoen EUR 246 miljoen
Marktconsensus m.b.t. dividend 4,4% 3,6%
Volatiliteit aandelenkoers 27% 26%
3-maands Euribor 0,22% 0,19%
Eeuwigdurende senior credit spread Ageas 444 bps 430 bps
Langetermijn credit spread BNP Paribas 86 bps 85 bps

Veronderstellingen

Ageas heeft de volgende veronderstellingen aangenomen om de marktwaarde van de RPN(I) te bepalen en voor de garantiebetalingen per 30 juni 2013:

  • de koers van het aandeel Ageas is geschat met behulp van een standaard geometrisch Brownian bewegingsmodel, waarbij is uitgegaan van een oorspronkelijke koers per de verslagdatum;
  • de prijs van de CASHES is geschat op basis van de op de CASHES van toepassing zijnde termijnspread curve met een extra stochastische afwijking, met een risicovrij rentemodel afgestemd op de markt, en met spreadcurves afgestemd op de marktwaarde van de CASHES per de verslagdatum. Voor modelleringsdoeleinden is verondersteld dat de CASHES een constante looptijd van 50 jaar hebben op ieder moment in de toekomst, voorbij welke de bijdrage van de gedisconteerde vrije kasstromen te verwaarlozen zal zijn;
  • de huidige en toekomstige risicovrije rentevoet is afgeleid van marktgegevens per de verslagdatum en zijn geschat aan de hand van een standaard arbitragevrij rentemodel;

  • in het waarderingsmodel wordt tevens rekening gehouden met de mogelijkheid van conversie die in de CASHES is ingebouwd, tegen een koers van EUR 239,4 (naar keuze) en EUR 359,1 (automatisch);

  • de geschatte toekomstige rentebetalingen en de geschatte kosten van de garantie worden gedisconteerd tegen een disconteringsvoet waarbij rekening is gehouden met de risico's in verband met de verplichtingen van Ageas , afgestemd op een disconteringsvoet van andere eeuwigdurende senior marktinstrumenten van Ageas die als relevant wordt beschouwd. De geschatte toekomstige rentebetalingen door BNP Paribas zijn op basis van dezelfde benadering contant gemaakt om een relevante disconteringsvoet van langlopende seniorverplichtingen van BNP Paribas te reflecteren.

Gevoeligheden

De gevoeligheid van de reële waarde van de RPN(I) voor de veranderingen in de factoren kan als volgt worden samengevat, ervan uitgaande dat de andere factoren constant blijven:

  • een toename van de koers van het aandeel Ageas, een toename van de risicovrije rentevoet en de disconteringsvoet zouden in combinatie met een lagere marktwaarde voor de CASHES tot een lagere RPN(I)-verplichting leiden, maar deze kan niet lager zijn dan het minimum;
  • een daling van de oorspronkelijke koers van het aandeel Ageas naar EUR 18 verhoogt de reële waarde met EUR 14 miljoen naar EUR 185 miljoen;
  • een toename in de marktwaarde van de CASHES tot 66% verhoogt de reële waarde met EUR 45 miljoen naar EUR 216 miljoen;
  • een toename van 50 basispunten verhoogt de reële waarde met EUR 2 miljoen naar EUR 173 miljoen;
  • een daling van de disconteringsvoet (de veronderstelde Ageas credit spread op eeuwigdurende senior leningen) van 100 basispunten verhoogt de reële waarde met EUR 27 miljoen naar EUR 198 miljoen.

Uitgaande van minder gunstige voorwaarden voor de vier belangrijkste factoren in het model (koers Ageas EUR 18, CASHES 66 %, rentevoet 50 basispunten omhoog en een disconteringsvoet van 100 basispunten minder) zou de reële waarde van de RPN(I) toenemen tot EUR 278 miljoen.

De reële waarde van de RPN(I) vertoont geen materiële sensitiviteit ten opzichte van de veronderstelde volatiliteit van de koers en het dividendrendement van het Ageas aandeel. De betaling van buitengewoon dividend ter waarde van de BNP Paribas optie heeft een verwaarloosbaar effect op de waarde en is genegeerd.

17 VOORZIENINGEN

De voorzieningen zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op jaareinde op basis van het oordeel van het management, waarbij rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische en fiscale adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van geschillen.

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt:

30 juni 2013 31 december 2012
Stand per 1 januari 69,1 2.403,4
Aan- en verkoop dochterondernemingen 5,0
Toename voorziening 3,9 26,7
Terugname niet-gebruikte voorzieningen - 2.362,5
Aanwendingen in de loop van het jaar - 14,0 - 3,5
Omrekeningsverschillen - 0,6
Stand per einde periode 58,4 69,1

Ageas heeft in 2010 een voorziening voor een bedrag van EUR 2.362 miljoen getroffen voor de uitstaande geschillen met de Nederlandse staat. Deze geschillen vloeien voort uit de uiteenlopende interpretatie van de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance door Ageas aan de Nederlandse staat in oktober 2008. De Nederlandse staat is van mening dat zij op basis van het akkoord (het 'Term Sheet') dat aan de verkoop ten grondslag ligt:

  • eigenaar is van de vordering van EUR 2 miljard op ABN AMRO uit hoofde van de conversie van de MCS;
  • eigenaar is van de vordering van EUR 362 miljoen op FCC/ABN AMRO in verband met de FCC-transactie;
  • recht heeft op circa EUR 885 miljoen in verband met een kapitaalgarantie in de verkoopdocumentatie (zie Noot 26 Voorwaardelijke verplichtingen).

Op 28 juni 2012 hebben ageas SA/NV en ageas N.V. ("Ageas") en ABN AMRO Group N.V. en ABN AMRO Bank N.V. ("ABN AMRO") een schikking getroffen over de gerechtelijke procedures inzake ABN AMRO Capital Finance Ltd. (voorheen Fortis Capital Company Ltd. ("FCC")) en de Mandatory Convertible Securities ("MCS").

Deze schikking maakt tevens een einde aan alle nog uitstaande geschillen tussen de Nederlandse staat en Ageas over de aandelentransacties die uitmondden in de overname van de Nederlandse activiteiten van de voormalige Fortis-groep door de Nederlandse staat op 3 oktober 2008. NL Financial Investments, grootaandeelhouder van ABN AMRO, heeft deze overeenkomst mede ondertekend namens de Nederlandse staat. De schikking heeft geresulteerd in een eenmalige betaling in contanten van EUR 400 miljoen door ABN AMRO aan Ageas op 29 juni 2012. Als gevolg van deze transacties was er sprake van een vrijval van de getroffen voorzieningen voor geschillen met de Nederlandse staat, van EUR 2.362 miljoen.

18 VERPLICHTINGEN IVM GESCHREVEN PUTOPTIE OP DOOR BNP PARIBAS FORTIS SA/NV GEHOUDEN AANDELEN AG INSURANCE

In de Geconsolideerde Jaarrekening van 2008 maakte Ageas bekend dat op 12 maart 2009 een overeenkomst was gesloten over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in mei 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst stemde Ageas erin toe dat BNP Paribas Fortis SA/NV het recht heeft om het verworven belang in AG Insurance aan Ageas te verkopen gedurende een periode van zes maanden na 1 januari 2018.

Op basis van deze herziening concludeerde Ageas dat het uitoefenen van de putoptie onvoorwaardelijk is. In overeenstemming met IAS 32 is Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018. Deze financiële verplichting wordt in een separate regel (Verplichting met betrekking tot geschreven putoptie) in de Balans verantwoord. De verplichting wordt ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance).

De IFRS richtlijnen schrijven verder voor dat Ageas een verplichting moet opnemen zelfs als:

  • de putoptie niet is uitgeoefend;
  • er geen aanwijzing is dat BNP Paribas Fortis SA/NV voornemens is de optie uit te oefenen op basis van de huidige strategische samenwerking;
  • de uitoefenprijs tegen reële waarde lager is dan de nettovermogenswaarde.

De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen.

Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie worden verantwoord in Overige reserves.

Als de optie in 2018 wordt uitgeoefend, zal de verplichting als een contante betaling van Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV worden afgewikkeld en zal Ageas weer 25% + 1 aandeel AG Insurance verwerven. Als de optie echter afloopt zonder te zijn uitgeoefend wordt de verplichting verantwoord ten laste van Minderheidsbelangen en Overige reserves.

Zolang de optie niet is uitgeoefend wordt het resultaat van het Minderheidsbelang (25% + 1 aandeel BNP) in de Geconsolideerde resultatenrekening verantwoord als Minderheidsbelang.

Waardebepaling

Ageas heeft tot en met het eerste halfjaar van 2012 de verplichting gewaardeerd tegen de verdisconteerde waarde van het bedrag dat bij de afwikkeling moet worden betaald. Het verdisconteerde bedrag was gebaseerd op een 'niveau 3' waarderingsmodel op basis van:

  • huidige maatstaven voor verzekeringsbedrijven;
  • een waardegroei van 5,5% op basis van het verwachte rendement van 11%, en een dividenduitkering van 50%;
  • een disconteringsvoet van 10%.

In het derde kwartaal van 2012 heeft Ageas de waarderingsmethode van de verplichting echter herzien, waarbij een investeringsbank is geconsulteerd omdat de 'market multiples' zich niet in overeenstemming met de boekwaarde ontwikkelden.

Ageas heeft geconcludeerd dat het naar de toekomst toe geschikter is de 'embedded value' van de Leven activiteiten van AG Insurance en een verdisconteerd kasstroommodel voor de Niet-Leven activiteiten te hanteren. De toegepaste waarderingsmethode is gebaseerd op de langetermijn embedded value, rekening houdend met:

  • huidige embedded value multiples voor levensverzekeringsmaatschappijen;
  • een groei van de waarde op basis van verwacht rendement van 11% op de embedded value en een dividend payout van 75%;
  • een disconteringsvoet van 10%.

Op basis van deze parameters is de netto contante waarde van de verplichting per 30 juni 2013 EUR 1.065 miljoen (31 december 2012: EUR 997 miljoen). De volgende gevoeligheden zijn berekend:

Disconteringsvoet +1% punt - 1% punt
Waarde verplichting 1.018 1.115
Relatieve impact -4,4% 4,7%
"Price to Embedded Value" +10% -10%
Waarde verplichting 1.147 990
Relatieve impact 7,7% -7,0%
Groei percentage +1% punt - 1% punt
Waarde verplichting 1.105 1.027
Relatieve impact 3,8% -3,6%

TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING

19 VERZEKERINGS-PREMIES

Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf.

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Bruto premie-inkomen Leven 3.207,4 3.427,8
Bruto premie-inkomen Niet-leven 2.317,5 2.276,6
Algemeen en eliminaties - 0,8 - 0,2
Totaal bruto premie-inkomen 5.524,1 5.704,2
XXXX
Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Netto premies Leven 2.284,7 2.906,5
Netto premies Niet-leven 2.146,2 2.022,8
Algemeen en eliminaties - 0,8 - 0,2

Totaal netto premies 4.430,1 4.929,1

Leven

In de onderstaande tabel worden de levensverzekeringspremies weergegeven.

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies 2,0 1,9
Geboekte periodieke premies 42,8 42,9
Totaal collectief 44,8 44,8
Geboekte eenmalige premies 33,4 18,2
Geboekte periodieke premies 14,4 12,4
Totaal individueel 47,8 30,6
Totaal unit-linked contracten 92,6 75,4
Niet unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies 199,9 163,4
Geboekte periodieke premies 381,9 390,3
Totaal collectief 581,8 553,7
Geboekte eenmalige premies 209,3 398,4
Geboekte periodieke premies 383,7 376,1
Totaal individueel 593,0 774,5
Totaal niet unit-linked contracten 1.174,8 1.328,2
Beleggingscontracten met DPF
Geboekte eenmalige premies 873,0 1.335,1
Geboekte periodieke premies 191,6 216,3
Totaal beleggingscontracten met DPF 1.064,6 1.551,4
Totaal geboekte premies Leven 2.332,0 2.955,0
Geboekte eenmalige premies 806,4 401,0
Geboekte periodieke premies 69,0 71,8
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 875,4 472,8
Totaal bruto premie-inkomen Leven 3.207,4 3.427,8

Het totale premie-inkomen bij Levensverzekeringen bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies - direct verantwoord als verplichting ('deposit accounting'). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Bruto premies Leven 2.332,0 2.955,0
Afgegeven herverzekeringspremies - 47,3 - 48,5
Netto premies Leven 2.284,7 2.906,5

Niet-leven

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de verzekeringspremies Niet-leven. De verzekeringspremies voor auto-, brand- en overige verzekeringen zijn samengevoegd onder Overige Niet-leven.

Eerste halfjaar 2013 Ongevallen en
Ziekte
Overige
Niet-leven
Totaal
Bruto geboekte premies 444,4 1.873,1 2.317,5
Wijziging in niet-verdiende
premies, bruto - 38,3 0,1 - 38,2
Bruto verdiende premies 406,1 1.873,2 2.279,3
Afgegeven herverzekeringspremies - 16,4 - 117,4 - 133,8
Aandeel herverzekeraars in
niet-verdiende premies 2,4 - 1,7 0,7
Netto verdiende premies Niet-leven 392,1 1.754,1 2.146,2
Eerste halfjaar 2012
Bruto geboekte premies 422,5 1.854,1 2.276,6
Wijziging in niet-verdiende
premies, bruto - 30,5 - 110,0 - 140,5
Bruto verdiende premies 392,0 1.744,1 2.136,1
Afgegeven herverzekeringspremies - 9,2 - 106,0 - 115,2
Aandeel herverzekeraars in
niet-verdiende premies - 0,9 2,8 1,9
Netto verdiende premies Niet-leven 381,9 1.640,9 2.022,8

De verdeling van de netto verdiende premies per segment is als volgt:

Ongevallen Overige
Eerste halfjaar 2013 en Ziekte Niet-leven Totaal
België 244,4 627,8 872,2
VK 35,7 1.039,5 1.075,2
Continentaal Europa 112,0 86,8 198,8
Netto verdiende premies Niet-leven 392,1 1.754,1 2.146,2
Eerste halfjaar 2012
België 241,7 598,6 840,3
VK 28,4 960,3 988,7
Continentaal Europa 111,8 82,0 193,8
Netto verdiende premies Niet-leven 381,9 1.640,9 2.022,8

De premie-inkomsten Niet-Leven zijn beïnvloed door de groei in België en het Verenigd Koninkrijk, inclusief het onlangs overgenomen Groupama Insurance Company Limited.

20 RENTEBATEN, DIVIDEND EN OVERIGE BELEGGINGSBATEN

De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten.

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Rentebaten
Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten 3,0 7,1
Rentebaten uit vorderingen op banken 47,6 84,8
Rentebaten op beleggingen 1.040,2 1.055,1
Rentebaten uit vorderingen op klanten 77,3 69,6
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 3,6 7,0
Overige rentebaten 13,2 10,3
Totaal rentebaten 1.184,9 1.233,9
Dividenden op aandelen 52,2 45,7
Huurbaten uit vastgoedbelegging 113,2 90,6
Opbrengsten parkeergarage 139,2 132,8
Overige baten op beleggingen 22,4 35,1
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.511,9 1.538,1

21 RESULTAAT OP VERKOOP en HERWAARDERING-

EN

De onderstaande tabel geeft een specificatie van het Resultaat op verkoop en herwaarderingen:

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Obligaties aangehouden voor verkoop 38,7 134,4
Aandelen aangehouden voor verkoop 46,8 3,2
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden - 6,9 - 28,9
Vastgoedbeleggingen 7,6 14,1
Gerealiseerde winst op de verkoop van
aandelen van dochtermaatschappijen - 2,3
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen - 0,1
Materiële vaste activa 0,2
Activa en verplichtingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 3,9 18,5
Afdekkingsresultaten 0,3 0,1
Overige 13,6 132,1
Totaal Resultaat op verkoop en herwaarderingen 103,9 271,4

De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.

De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.

De regel Overig betreft voornamelijk de Tier 1 obligatielening in 2012 aan BNP Paribas Fortis SA/NV. Ageas moest in 2011 de obligatiehouders tegen nominale waarde terugbetalen terwijl de reële waarde op dat moment lager lag (verlies EUR 189 miljoen). In 2012 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV de lening nominaal opgevraagd en is een winst van EUR 128,5 miljoen gerealiseerd.

22 SCHADELASTEN EN UITKERINGEN

De opbouw van de Schadelasten en uitkeringen verantwoord in de resultatenrekening is als volgt:

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Levensverzekeringen 2.783,1 3.387,5
Niet-levensverzekeringen 1.404,3 1.388,3
Algemeen en eliminaties - 0,9 - 0,3
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 4.186,5 4.775,5

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering:

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Uitkeringen en afkopen, bruto 2.393,7 2.523,2
Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto 415,5 893,7
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 2.809,2 3.416,9
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen - 26,1 - 29,4
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 2.783,1 3.387,5

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering:

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Schaden, bruto 1.371,1 1.236,9
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto 84,9 186,5
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 1.456,0 1.423,4
Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen
inzake verzekeringscontracten - 11,1 - 2,0
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden - 40,6 - 33,1
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 1.404,3 1.388,3

23 FINANCIERINGS-LASTEN

De onderstaande tabel toont de Financieringslasten naar product.

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Financieringslasten
Schuldbewijzen 4,3 5,3
Achtergestelde schulden 76,2 77,1
Leningen - verschuldigd aan banken 13,5 20,0
Overige leningen 6,7 3,9
Derivaten 1,6 5,8
Overige schulden 20,4 18,5
Totaal financieringslasten 122,7 130,6

24 WIJZIGINGEN IN DE BIJZONDERE WAARDE-VERMINDERINGEN De Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Eerste halfjaar 2013 Eerste halfjaar 2012
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op:
Beleggingen in aandelen en overige beleggingen 14,2 77,8
Vastgoedbeleggingen 10,6 - 0,6
Leningen aan banken - 0,5
Leningen aan klanten 0,8 1,8
Herverzekering en overige vorderingen 1,0 1,0
Materiële vaste activa 1,1
Goodwill en overige immateriële vaste activa 0,4
Overlopende rente en overige activa 5,9
Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 33,5 80,0

TOELICHTING OP DE SEGMENT - RAPPORTAGE

25 SEGMENT-INFORMATIE

25.1 Algemene informatie

Ageas heeft de organisatiestructuur gebaseerd op een slagvaardig Executive Committee en een Management Committee dat bestaat uit het Executive Committee, de Chief Operating Officer, de Chief Executive Officers van de vier geografische regio's en de Group Risk Officer.

Operationele segmenten

Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.

De segmentrapportage van Ageas op basis van IFRS geeft de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas weer. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

Allocatieregels

In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de werkmaatschappij.

Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-up aanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten. Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.

25.2 België

De Belgische verzekeringsactiviteiten, sinds juni 2009 onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft ongeveer 3,5 miljoen klanten en genereert een premie-inkomen van EUR 3,1 miljard. 68% van het premieinkomen komt uit Leven, de rest uit Niet-Leven. AG Insurance is ook 100% eigenaar van AG Real Estate dat is uitgegroeid tot de grootste vastgoedmaatschappij in België.

AG Insurance richt zich op particulieren en kleine, middelgrote en grote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven- en Niet-Leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht: via meer dan 3.000 onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis SA/NV en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis SA/NV 25% eigenaar van AG Insurance.

25.3 Verenigd Koninkrijk (VK)

In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-Leven; in 2008 werden verwante nieuwe levensverzekeringsactiviteiten gelanceerd. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van bedrijfsverzekeringen. De onderverdeling is circa 82% particuliere verzekeringen, 16% bedrijfsverzekeringen en 2% Leven. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multichannel-distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinity-partners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich Ageas 50 (voormalig RIAS) en Castle Cover, die meer dan een miljoen klanten hebben in het groeiende marktsegment van 50-plussers, en Ageas Insurance Solutions, die 'white label'-oplossingen biedt aan affinity-partners, outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van het eigen merk.

Acquisities in de afgelopen paar jaar (de succesvolle start van Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband met Tesco Bank (49%), en de integratie van de overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services) hebben de diverse marktposities van Ageas in het Verenigd Koninkrijk verder versterkt. Ageas heeft in november 2012 daarnaast Groupama Insurance Company Limited (GICL) overgenomen. De overname heeft de marktpositie van Ageas UK versterkt en Ageas is hiermee de vijfde grootste schadeverzekeraar in het Verenigd Koninkrijk (marktaandeel 5,2%) geworden; de vierde grootste in particuliere autoverzekeringen (marktaandeel 11,7%) en de nummer vier in particuliere verzekeringen (marktaandeel 7,1%).

Om inzicht te bieden in de bijdrage van de diverse segmenten, heeft Ageas besloten de resultaten van het Verenigd Koninkrijk op te splitsen in drie deelsegmenten: Leven, Niet-Leven en Overige verzekeringen. Onder Overige verzekeringen vallen de resultaten uit de retailactiviteiten en de kosten van het hoofdkantoor in het Verenigd Koninkrijk.

25.4 Continentaal Europa

Continentaal Europa bestaat momenteel uit de verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in vijf landen: Portugal, Frankrijk, Italië, Luxemburg en sinds 2011 Turkije en biedt producten aan in Leven (in Portugal, Frankrijk en Luxemburg) en Niet-Leven (Portugal, Italië en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerships met bedrijven die een sterke marktpositie hebben zijn deze markten toegankelijker geworden.

In het eerste halfjaar van 2013 had circa 78 % van het premie-inkomen betrekking op Leven en 22 % op Niet-Leven.

In Luxemburg fuseerden Ageas en BNP Paribas eind 2011 hun Levenactiviteiten in Cardif Luxembourg Vie, de tweede Levensverzekeraar in Luxemburg. Voorts heeft Ageas sinds augustus 2011 een samenwerkingsverband Niet-Leven met Sabanci in Turkije door het nemen van een belang van 31% in Aksigorta. Daarna hebben Sabanci en Ageas in 2012, ieder hun belang in de onderneming vergroot tot 36%.

25.5 Azië

Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor en de 100% dochteronderneming bevinden zich in Hongkong. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met lokale marktleiders en financiële instellingen in China (20-24,9% eigendom), Maleisië (30,95% eigendom), Thailand (15-31% eigendom) en India (26% eigendom). Ageas rapporteert op geconsolideerde basis over de dochteronderneming in Hongkong, terwijl de andere ondernemingen als geassocieerde deelnemingen worden verantwoord.

25.6 Algemene Rekening

De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de houdstermaatschappij(en). Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES (RPN(I) en de geschreven putoptie.

25.7 Balans per operationeel segment

Continentaal
30 juni 2013 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 413,0 254,2 315,3 160,6 1.178,7 2.321,8
Financiële beleggingen 49.702,3 3.224,8 7.645,8 1.648,5 90,1 - 11,7 62.299,8
Vastgoedbeleggingen 2.266,2 23,1 0,4 2.289,7
Leningen 4.063,0 18,9 588,0 243,3 2.456,1 - 1.066,3 6.303,0
Beleggingen inzake unit-linked contracten 6.164,8 6.901,6 591,1 - 105,4 13.552,1
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 247,8 271,2 934,2 257,6 7,8 1.718,6
Herverzekering en overige vorderingen 829,6 962,4 210,5 66,8 3,7 - 4,7 2.068,3
Actuele belastingvorderingen 4,8 24,1 0,1 29,0
Uitgestelde belastingvorderingen 19,3 40,8 32,8 92,9
Call optie op BNP Paribas aandelen
Overlopende rente en overige activa 1.280,3 474,5 244,8 308,6 43,7 - 14,7 2.337,2
Materiële vaste activa 986,8 73,8 5,6 4,3 1,1 1.071,6
Goodwill en overige immateriële vaste activa 352,4 253,6 453,2 396,1 0,1 1.455,4
Activa aangehouden voor verkoop 328,3 328,3
Totaal activa 66.658,6 5.327,1 16.692,0 4.353,9 4.031,1 - 1.195,0 95.867,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 21.901,0 96,0 2.673,3 1.335,9 - 3,4 26.002,8
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 24.742,1 4.284,7 0,9 29.027,7
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 6.164,8 6.897,4 591,2 13.653,4
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 3.531,3 3.270,6 713,6 7.515,5
Schuldbewijzen 123,7 123,7
Achtergestelde schulden 898,7 164,6 28,0 2.165,2 - 731,1 2.525,4
Leningen 2.237,6 248,4 23,9 492,5 191,1 - 440,6 2.752,9
Actuele belastingschulden 22,4 10,8 33,3 8,8 0,4 75,7
Uitgestelde belastingschulden 924,9 29,1 52,2 1.006,2
RPN(I) 171,0 171,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.502,3 335,5 148,4 98,6 89,5 - 18,5 2.155,8
Voorzieningen 19,2 14,2 12,3 12,7 58,4
Verplichting inzake geschreven putoptie 1.065,0 1.065,0
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 28,7 28,7
Totaal verplichtingen 61.973,0 4.169,2 14.867,1 2.527,9 3.818,6 - 1.193,6 86.162,2
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3.416,3 1.055,3 1.192,7 1.826,0 1.351,4 - 1,4 8.840,3
Minderheidsbelangen 1.269,3 102,6 632,2 - 1.138,9 865,2
Totaal eigen vermogen 4.685,6 1.157,9 1.824,9 1.826,0 212,5 - 1,4 9.705,5
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 66.658,6 5.327,1 16.692,0 4.353,9 4.031,1 - 1.195,0 95.867,7
Aantal werknemers (FTE) 6.044 5.600 1.084 401 112 13.241
Continentaal
31 december 2012 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 889,0 776,9 284,7 96,9 402,4 2.449,9
Financiële beleggingen 50.118,8 2.966,5 7.772,8 1.613,0 112,3 - 11,6 62.571,8
Vastgoedbeleggingen 2.391,6 23,5 0,4 2.415,5
Leningen 3.748,3 56,8 485,4 125,1 3.130,9 - 1.258,1 6.288,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 6.035,2 7.166,2 566,7 - 84,2 13.683,9
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 127,5 272,9 825,1 890,1 8,0 2.123,6
Herverzekering en overige vorderingen 736,6 937,1 226,7 68,3 4,0 - 4,7 1.968,0
Actuele belastingvorderingen 1,0 8,4 9,4
Uitgestelde belastingvorderingen 18,1 39,8 34,2 79,6 171,7
Call optie op BNP Paribas aandelen 234,0 234,0
Overlopende rente en overige activa 1.489,1 495,5 243,9 279,6 81,3 - 33,0 2.556,4
Materiële vaste activa 1.035,8 68,1 5,7 4,0 1,4 1.115,0
Goodwill en overige immateriële vaste activa 364,9 268,1 465,0 400,0 0,1 1.498,1
Totaal activa 66.955,9 5.617,2 16.981,0 3.979,1 4.936,1 - 1.383,6 97.085,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 21.886,3 93,7 2.654,1 1.282,9 - 2,7 25.914,3
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 24.781,0 4.318,8 0,9 29.100,7
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 6.035,2 7.165,1 566,7 13.767,0
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 3.405,7 3.435,5 695,1 7.536,3
Schuldbewijzen 186,8 186,8
Achtergestelde schulden 896,4 173,0 28,0 2.945,8 - 1.127,7 2.915,5
Leningen 1.657,7 242,7 18,2 187,2 76,8 - 214,6 1.968,0
Actuele belastingschulden 20,0 18,0 83,5 7,2 0,4 129,1
Uitgestelde belastingschulden 1.249,4 26,5 55,5 79,5 1.410,9
RPN(I) 165,0 165,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.572,1 349,4 137,4 97,5 135,9 - 37,2 2.255,1
Voorzieningen 23,5 15,6 12,6 17,4 69,1
Verplichting inzake geschreven putoptie 997,0 997,0
Totaal verplichtingen 61.527,3 4.354,4 15.168,3 2.142,4 4.604,6 - 1.382,2 86.414,8
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3.974,0 1.148,5 1.185,3 1.836,7 1.656,3 - 1,4 9.799,4
Minderheidsbelangen 1.454,6 114,3 627,4 - 1.324,8 871,5
Totaal eigen vermogen 5.428,6 1.262,8 1.812,7 1.836,7 331,5 - 1,4 10.670,9
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 66.955,9 5.617,2 16.981,0 3.979,1 4.936,1 - 1.383,6 97.085,7
Aantal werknemers (FTE) 5.970 5.782 1.085 389 109 13.335

25.8 Resultatenrekening per operationeel segment

Continentaal
Eerste halfjaar 2013 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 2.758,8 1.152,1 599,2 139,4 - 0,8 4.648,7
- Wijziging in niet-verdiende premies - 81,1 50,4 - 7,5 - 38,2
- Afgegeven herverzekeringspremies - 35,0 - 91,9 - 40,3 - 13,2 - 180,4
Netto verdiende premies 2.642,7 1.110,6 551,4 126,2 - 0,8 4.430,1
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.242,5 41,8 137,5 46,7 75,3 - 31,9 1.511,9
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 90,0 - 90,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 6,0 - 6,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 71,5 10,2 23,5 1,8 - 3,1 103,9
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 43,6 199,1 - 36,0 206,7
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen - 0,3 21,8 59,1 270,8 - 0,4 351,0
Commissiebaten 51,1 53,4 62,4 30,4 197,3
Overige baten 53,0 40,7 1,1 1,5 1,5 - 8,1 89,7
Totale baten 4.104,1 1.256,7 996,8 229,7 248,5 - 41,2 6.794,6
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 2.826,0 - 773,6 - 552,3 - 113,3 0,9 - 4.264,3
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 13,7 44,7 15,8 3,6 77,8
Schadelasten en uitkeringen, netto - 2.812,3 - 728,9 - 536,5 - 109,7 0,9 - 4.186,5
Lasten inzake unit-linked contracten - 46,6 - 199,6 31,5 - 214,7
Financieringslasten - 50,7 - 7,8 - 1,1 - 17,0 - 77,9 31,8 - 122,7
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 33,5 - 0,4 0,1 - 0,1 0,4 - 33,5
Wijzigingen in voorzieningen - 3,6 0,2 0,4 - 3,0
Commissielasten - 321,8 - 213,0 - 67,9 - 54,7 - 0,1 - 657,5
Personeelskosten - 236,9 - 121,0 - 35,4 - 15,4 - 8,4 0,6 - 416,5
Overige lasten - 293,3 - 115,1 - 57,3 3,3 - 19,9 8,0 - 474,3
Totale lasten - 3.798,7 - 1.185,6 - 897,8 - 161,9 - 106,4 41,7 - 6.108,7
Resultaat voor belastingen 305,4 71,1 99,0 67,8 142,1 0,5 685,9
Belastingbaten (lasten) - 90,1 - 11,4 - 25,6 - 1,7 - 0,1 - 128,9
Nettoresultaat over de periode 215,3 59,7 73,4 66,1 142,0 0,5 557,0
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 55,7 2,0 27,7 85,4
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 159,6 57,7 45,7 66,1 142,0 0,5 471,6
Totale baten van externe klanten 4.096,7 1.254,2 996,8 227,4 219,5 6.794,6
Totale baten intern 7,4 2,5 2,3 29,0 - 41,2
Totale baten 4.104,1 1.256,7 996,8 229,7 248,5 - 41,2 6.794,6
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 129,1 - 91,1 - 35,9 - 256,1

1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Continentaal
Eerste halfjaar 2013 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 2.758,8 1.152,1 599,2 139,4 - 0,8 4.648,7
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 352,3 437,8 85,3 875,4
Bruto premie-inkomen 3.111,1 1.152,1 1.037,0 224,7 - 0,8 5.524,1
Continentaal
Eerste halfjaar 2012 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 3.433,3 1.140,2 530,4 127,7 - 0,2 5.231,4
- Wijziging in niet-verdiende premies - 75,7 - 53,4 - 11,4 - 140,5
- Afgegeven herverzekeringspremies - 27,0 - 70,9 - 49,9 - 14,0 - 161,8
Netto verdiende premies 3.330,6 1.015,9 469,1 113,7 - 0,2 4.929,1
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.225,2 35,7 150,0 38,7 123,3 - 34,8 1.538,1
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 278,0 - 278,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 282,1 - 282,1
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 131,2 12,6 8,1 - 3,7 123,2 271,4
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 190,6 572,2 6,9 769,7
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen - 3,3 4,8 69,2 70,3 - 0,2 140,8
Commissiebaten 50,9 65,2 62,5 19,1 197,7
Overige baten 65,8 53,0 4,0 2,3 1,8 - 7,7 119,2
Totale baten 4.991,0 1.182,4 1.270,7 246,2 - 241,5 - 42,9 7.405,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.509,4 - 752,4 - 479,3 - 99,2 0,3 - 4.840,0
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 7,4 29,6 22,6 4,9 64,5
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.502,0 - 722,8 - 456,7 - 94,3 0,3 - 4.775,5
Lasten inzake unit-linked contracten - 198,0 - 549,0 - 9,9 - 756,9
Financieringslasten - 52,6 - 6,8 - 2,3 - 9,6 - 93,9 34,6 - 130,6
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 77,9 - 2,4 0,1 0,2 - 80,0
Wijzigingen in voorzieningen 0,5 0,3 0,1 0,9
- Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO - 1.962,5 - 1.962,5
- Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat 2.362,5 2.362,5
Totale impact schikking ABN AMRO 400,0 400,0
Commissielasten - 321,4 - 197,1 - 68,5 - 40,4 - 0,4 - 627,8
Personeelskosten - 225,1 - 111,2 - 34,1 - 15,3 - 7,3 - 0,1 - 393,1
Overige lasten - 296,3 - 67,1 - 55,4 - 0,9 - 25,9 7,7 - 437,9
Totale lasten - 4.673,3 - 1.104,5 - 1.168,1 - 170,3 272,6 42,7 - 6.800,9
Resultaat voor belastingen 317,7 77,9 102,6 75,9 31,1 - 0,2 605,0
Belastingbaten (lasten) - 123,3 - 19,2 - 33,8 - 1,5 - 28,6 - 206,4
Nettoresultaat over de periode 194,4 58,7 68,8 74,4 2,5 - 0,2 398,6
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 50,8 7,8 35,3 93,9
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 143,6 50,9 33,5 74,4 2,5 - 0,2 304,7
Totale baten van externe klanten 4.984,5 1.182,4 1.270,7 244,2 - 275,9 7.405,9
Totale baten intern 6,5 2,0 34,4 - 42,9
Totale baten 4.991,0 1.182,4 1.270,7 246,2 - 241,5 - 42,9 7.405,9
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 142,7 - 72,7 - 0,1 - 215,5

1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Continentaal
Eerste halfjaar 2012 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 3.433,3 1.140,2 530,4 127,7 - 0,2 5.231,4
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 149,0 249,9 73,9 472,8
Bruto premie-inkomen 3.582,3 1.140,2 780,3 201,6 - 0,2 5.704,2

25.9 Balans gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen

Overige
30 juni 2013 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 835,5 270,1 37,5 1.178,7 2.321,8
Financiële beleggingen 54.970,9 7.249,8 0,7 90,1 - 11,7 62.299,8
Vastgoedbeleggingen 2.083,0 206,7 2.289,7
Leningen 4.583,4 329,8 125,7 2.456,1 - 1.192,0 6.303,0
Beleggingen inzake unit-linked contracten 13.657,5 - 105,4 13.552,1
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 1.148,7 304,5 257,6 7,8 1.718,6
Herverzekering en overige vorderingen 724,1 1.169,5 248,8 3,7 - 77,8 2.068,3
Actuele belastingvorderingen 3,8 22,8 2,4 29,0
Uitgestelde belastingvorderingen 31,4 55,5 6,0 92,9
Call optie op BNP Paribas aandelen
Overlopende rente en overige activa 1.654,7 640,1 19,7 43,7 - 21,0 2.337,2
Materiële vaste activa 902,3 152,3 15,9 1,1 1.071,6
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.048,9 161,1 245,3 0,1 1.455,4
Activa aangehouden voor verkoop 293,0 35,3 328,3
Totaal activa 81.937,2 10.597,5 702,0 4.031,1 - 1.400,1 95.867,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 26.006,2 - 3,4 26.002,8
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 29.027,7 29.027,7
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 13.653,4 13.653,4
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 7.515,5 7.515,5
Schuldbewijzen 123,7 123,7
Achtergestelde schulden 848,0 252,9 116,1 2.165,2 - 856,8 2.525,4
Leningen 2.623,7 167,8 210,9 191,1 - 440,6 2.752,9
Actuele belastingschulden 58,4 13,6 3,3 0,4 75,7
Uitgestelde belastingschulden 892,7 113,5 1.006,2
RPN(I) 171,0 171,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.414,5 604,0 145,7 89,5 - 97,9 2.155,8
Voorzieningen 19,0 26,6 0,1 12,7 58,4
Verplichting inzake geschreven putoptie 1.065,0 1.065,0
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 26,3 2,4 28,7
Totaal verplichtingen 74.569,9 8.696,3 476,1 3.818,6 - 1.398,7 86.162,2
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 6.318,7 945,7 225,9 1.351,4 - 1,4 8.840,3
Minderheidsbelangen 1.048,6 955,5 - 1.138,9 865,2
Totaal eigen vermogen 7.367,3 1.901,2 225,9 212,5 - 1,4 9.705,5
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 81.937,2 10.597,5 702,0 4.031,1 - 1.400,1 95.867,7
Aantal werknemers (FTE) 5.035 5.447 2.647 112 13.241
Overige
31 december 2012 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.170,8 832,5 44,2 402,4 2.449,9
Financiële beleggingen 55.466,9 7.003,4 0,8 112,3 - 11,6 62.571,8
Vastgoedbeleggingen 2.197,6 217,9 2.415,5
Leningen 4.101,2 314,4 132,0 3.130,9 - 1.390,1 6.288,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 13.768,1 - 84,2 13.683,9
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 938,9 286,6 890,1 8,0 2.123,6
Herverzekering en overige vorderingen 630,8 1.149,8 281,3 4,0 - 97,9 1.968,0
Actuele belastingvorderingen 5,5 1,6 2,3 9,4
Uitgestelde belastingvorderingen 33,2 55,6 3,3 79,6 171,7
Call optie op BNP Paribas aandelen 234,0 234,0
Overlopende rente en overige activa 1.996,9 479,2 34,8 81,3 - 35,8 2.556,4
Materiële vaste activa 953,0 143,8 16,8 1,4 1.115,0
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.084,4 155,9 257,7 0,1 1.498,1
Totaal activa 82.347,3 10.640,7 773,2 4.936,1 - 1.611,6 97.085,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 25.917,0 - 2,7 25.914,3
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 29.100,7 29.100,7
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 13.767,0 13.767,0
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 7.536,3 7.536,3
Schuldbewijzen 186,8 186,8
Achtergestelde schulden 854,3 253,1 122,0 2.945,8 - 1.259,7 2.915,5
Leningen 1.710,2 163,4 232,2 76,8 - 214,6 1.968,0
Actuele belastingschulden 90,7 32,3 5,7 0,4 129,1
Uitgestelde belastingschulden 1.235,0 96,4 79,5 1.410,9
RPN(I) 165,0 165,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.356,4 733,1 162,9 135,9 - 133,2 2.255,1
Voorzieningen 21,8 29,7 0,2 17,4 69,1
Verplichting inzake geschreven putoptie 997,0 997,0
Totaal verplichtingen 74.053,1 8.844,3 523,0 4.604,6 - 1.610,2 86.414,8
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 6.492,5 1.401,8 250,2 1.656,3 - 1,4 9.799,4
Minderheidsbelangen 1.801,7 394,6 - 1.324,8 871,5
Totaal eigen vermogen 8.294,2 1.796,4 250,2 331,5 - 1,4 10.670,9
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 82.347,3 10.640,7 773,2 4.936,1 - 1.611,6 97.085,7
Aantal werknemers (FTE) 4.964 5.516 2.746 109 13.335

25.10 Resultatenrekening gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen

Overige
Eerste halfjaar 2013 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 2.332,0 2.317,5 - 0,8 4.648,7
- Wijziging in niet-verdiende premies - 38,2 - 38,2
- Afgegeven herverzekeringspremies - 47,3 - 133,1 - 180,4
Netto verdiende premies 2.284,7 2.146,2 - 0,8 4.430,1
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.331,8 145,8 - 6,2 75,3 - 34,8 1.511,9
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 90,0 - 90,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 6,0 - 6,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 86,3 20,7 - 3,1 103,9
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 206,7 206,7
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 53,5 27,1 270,8 - 0,4 351,0
Commissiebaten 134,3 11,3 77,2 - 25,5 197,3
Overige baten 35,7 29,2 41,7 1,5 - 18,4 89,7
Totale baten 4.133,0 2.380,3 112,7 248,5 - 79,9 6.794,6
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 2.809,2 - 1.456,0 0,9 - 4.264,3
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 26,1 51,7 77,8
Schadelasten en uitkeringen, netto - 2.783,1 - 1.404,3 0,9 - 4.186,5
Lasten inzake unit-linked contracten - 214,7 - 214,7
Financieringslasten - 63,4 - 9,8 - 6,2 - 77,9 34,6 - 122,7
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 29,7 - 4,1 - 0,1 0,4 - 33,5
Wijzigingen in voorzieningen - 2,1 - 0,9 - 3,0
Commissielasten - 253,7 - 427,3 - 1,9 - 0,1 25,5 - 657,5
Personeelskosten - 191,4 - 168,9 - 48,4 - 8,4 0,6 - 416,5
Overige lasten - 245,7 - 178,2 - 48,9 - 19,9 18,4 - 474,3
Totale lasten - 3.783,8 - 2.193,5 - 105,4 - 106,4 80,4 - 6.108,7
Resultaat voor belastingen 349,2 186,8 7,3 142,1 0,5 685,9
Belastingbaten (lasten) - 85,5 - 44,8 1,5 - 0,1 - 128,9
Nettoresultaat over de periode 263,7 142,0 8,8 142,0 0,5 557,0
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 62,4 23,0 85,4
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 201,3 119,0 8,8 142,0 0,5 471,6
Totale baten van externe klanten 4.115,3 2.378,0 50,7 250,6 6.794,6
Totale baten intern 17,7 2,3 62,0 - 2,1 - 79,9
Totale baten 4.133,0 2.380,3 112,7 248,5 - 79,9 6.794,6
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 246,4 - 9,7 - 256,1

1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Overige
Eerste halfjaar 2013 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 2.332,0 2.317,5 - 0,8 4.648,7
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 875,4 875,4
Bruto premie-inkomen 3.207,4 2.317,5 - 0,8 5.524,1
Overige
Eerste halfjaar 2012 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 2.955,0 2.276,6 - 0,2 5.231,4
- Wijziging in niet-verdiende premies - 140,5 - 140,5
- Afgegeven herverzekeringspremies - 48,5 - 113,3 - 161,8
Netto verdiende premies 2.906,5 2.022,8 - 0,2 4.929,1
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.322,6 135,8 - 6,9 123,3 - 36,7 1.538,1
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 278,0 - 278,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 282,1 - 282,1
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 107,5 40,7 123,2 271,4
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 769,7 769,7
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 63,8 6,9 70,3 - 0,2 140,8
Commissiebaten 121,5 14,2 89,0 - 27,0 197,7
Overige baten 45,1 41,9 47,9 1,8 - 17,5 119,2
Totale baten 5.336,7 2.262,3 130,0 - 241,5 - 81,6 7.405,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.416,9 - 1.423,4 0,3 - 4.840,0
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars
Schadelasten en uitkeringen, netto
29,4
- 3.387,5
35,1
- 1.388,3
0,3 64,5
- 4.775,5
Lasten inzake unit-linked contracten - 756,9 - 756,9
Financieringslasten - 58,3 - 9,3 - 5,7 - 93,9 36,6 - 130,6
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 73,6 - 6,6 0,2 - 80,0
Wijzigingen in voorzieningen 1,0 - 0,2 0,1 0,9
- Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO - 1.962,5 - 1.962,5
- Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat 2.362,5 2.362,5
Totale impact schikking ABN AMRO 400,0 400,0
Commissielasten - 251,4 - 402,9 - 0,4 26,9 - 627,8
Personeelskosten - 181,3 - 150,3 - 54,1 - 7,3 - 0,1 - 393,1
Overige lasten - 239,3 - 130,1 - 60,1 - 25,9 17,5 - 437,9
Totale lasten - 4.947,3 - 2.087,7 - 119,9 272,6 81,4 - 6.800,9
Resultaat voor belastingen 389,4 174,6 10,1 31,1 - 0,2 605,0
Belastingbaten (lasten) - 122,7 - 52,5 - 2,6 - 28,6 - 206,4
Nettoresultaat over de periode 266,7 122,1 7,5 2,5 - 0,2 398,6
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 61,3 32,6 93,9
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 205,4 89,5 7,5 2,5 - 0,2 304,7
Totale baten van externe klanten 5.320,2 2.260,2 56,4 - 230,9 7.405,9
Totale baten intern 16,5 2,1 73,6 - 10,6 - 81,6
Totale baten 5.336,7 2.262,3 130,0 - 241,5 - 81,6 7.405,9
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 186,1 - 29,4 - 215,5

1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Overige
Eerste halfjaar 2012 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 2.955,0 2.276,6 - 0,2 5.231,4
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 472,8 472,8
Bruto premie-inkomen 3.427,8 2.276,6 - 0,2 5.704,2

25.11 Operationeel resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.

Het operationeel resultaat omvat de premies, commissies en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-Leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.

De gerealiseerde en ongerealiseerde meerwaarden op de beleggingen, die verantwoord worden in de resultatenrekening en die de verzekeringsverplichting afdekken voor de verschillende activiteiten, worden opgenomen in het operationele resultaat.

De afstemming van het operationele resultaat naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het levenbedrijf omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). De Niet-Levenactiviteiten bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.

Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Continentaal Totaal
Eerste halfjaar 2013 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 2.126,2 51,4 805,1 224,7 - 0,8 3.206,6
Bruto premie-inkomen Niet-Leven 984,9 1.100,7 231,9 2.317,5
Operationele kosten - 247,9 - 132,6 - 73,5 - 21,9 - 475,9
Operationeel resultaat Leven 204,4 - 1,9 52,6 14,5 269,6
- Ongevallen en ziekte 32,4 - 1,5 15,9 46,8
- Auto 4,9 34,6 - 2,2 37,3
- Brand en overige schade aan eigendommen 27,1 32,9 - 1,0 59,0
- Overig 8,7 1,3 3,6 13,6
Operationeel resultaat Niet-Leven 73,1 67,3 16,3 156,7
Operationeel resultaat 277,5 65,4 68,9 14,5 426,3
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen, niet gealloceerd 21,8 60,3 270,8 352,9
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 27,9 5,7 8,3 - 7,0 - 128,7 0,5 - 93,3
Resultaat voor belastingen 305,4 71,1 99,0 67,8 142,1 0,5 685,9
Key performance indicators
Lasten ratio 37,1% 30,9% 29,3% 0,0% 0,0% 0,0% 33,2%
Schade ratio 60,4% 67,6% 66,2% 0,0% 0,0% 0,0% 64,6%
Combined ratio 97,5% 98,5% 95,5% 0,0% 0,0% 0,0% 97,8%
Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld beheerd vermogen Leven 0,37% 33,52% 0,52% 2,31% 0,00% 0,00% 0,50%
Technische voorzieningen 56.339,2 3.366,6 14.569,0 1.928,0 - 3,4 76.199,4
Continentaal Totaal
België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
2.642,2 38,4 545,6 201,6 - 0,2 3.427,6
940,1 1.101,8 234,7 2.276,6
- 237,9 - 106,2 - 72,6 - 21,0 - 437,7
201,2 - 1,1 59,7 16,5 276,3
34,3 0,3 17,0 51,6
25,2 63,1 6,9 95,2
0,4 - 4,0 4,6 1,0
1,9 0,6 3,9 6,4
154,2
430,5
140,8
33,7
605,0
30,6%
67,7%
98,3%
0,51%
72.490,9
61,8
263,0
- 3,3
58,0
317,7
36,7%
63,1%
99,8%
0,38%
53.750,0
60,1
59,0
18,9
77,9
25,8%
73,0%
98,8%
2.651,9
32,3
92,0
4,8
5,8
102,6
27,5%
61,0%
88,5%
0,51%
14.345,1
16,5
69,2
- 9,8
75,9
2,55%
1.746,9
70,3
- 39,2
31,1
- 0,2
- 0,2
- 3,0

Schaderatio : de kosten van schade, na herverzekering, als percentage van de netto verdiende premies, exclusief interne afhandelingskosten en het oprenten van de verdiscontering van met Leven vergelijkbare producten zoals arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.

Lastenratio : de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne schadeafhandelingskosten vermeerderd met nettocommissies ten laste van het boekjaar, minus interne beleggingskosten.

Combined ratio : de som van schade- en lastenratio.

26 VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN

26.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan juridische procedures

Ageas is, zoals vele andere financiële instellingen, gedaagde met betrekking tot een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsuitoefening.

Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (o.a. acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in oktober 2007, de aankondiging van het versnelde solvabiliteitsplan in juni 2008, de desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan Ageas worden betrokken bij een aantal juridische procedures, evenals administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in België en Nederland.

Ageas ontkent in al deze juridische procedures en onderzoeken dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank blijven betwisten. Dergelijke juridische acties tegen Ageas kunnen echter, indien succesvol, uiteindelijk een grote financiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.

Administratieve procedures ingesteld door de markttoezichthouders in België en Nederland

In Nederland:

Op 5 februari 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een boete opgelegd van EUR 288.000 voor overtredingen van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM zijn er op 5 juni 2008 bepaalde onjuiste of misleidende verklaringen afgelegd over de solvabiliteitspositie van Fortis en had Fortis op 14 juni 2008 bekend moeten maken dat de door de Europese Commissie opgelegde voorwaarden (de 'EC Remedies') met zich meebrachten dat de financiële doelstellingen voor 2008 en daarna niet zonder extra maatregelen konden worden gerealiseerd. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode tussen 5 en 25 juni 2008 te hebben gehandeld zonder over volledig correcte informatie te beschikken. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Nadat het administratief beroep werd verworpen, tekende Ageas beroep aan tegen de beslissing van de AFM bij de rechtbank te Rotterdam. Op 4 mei 2011 heeft deze rechtbank de beslissing van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.

Op 19 augustus 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een additionele boete opgelegd van EUR 144.000 wegens overtreding van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM heeft Fortis de beleggers niet tijdig geïnformeerd over haar 'subprime' positie en had zij informatie moeten publiceren over haar 'subprime'-positie en blootstelling (zowel in algemene zin als in de Verenigde Staten, alsmede een uitsplitsing) in de trading update die op 21 september 2007 werd gepubliceerd in verband met de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode vanaf 21 september 2007 te hebben gehandeld op basis van onvolledige informatie. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Na afwijzing van het administratief beroep heeft Ageas beroep aangetekend tegen het besluit van de AFM bij de rechtbank van Rotterdam. Op 9 februari 2012 heeft deze rechtbank het besluit van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.

In België:

De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 12 april 2012 heeft het directiecomité van de FSMA het door de auditeur opgestelde onderzoeksrapport doorgestuurd naar de sanctiecommissie. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de ABN AMRO overname, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van 500.000 euro. Ageas tekende beroep aan tegen deze beslissing bij het Hof van Beroep in Brussel.

Strafprocedure in België

In België loopt een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In november 2012 werd een aantal personen in verdenking gesteld door de onderzoeksrechter. In februari 2013 heeft de procureur des Konings de Raadkamer verzocht een aantal personen te verwijzen naar de correctionele rechtbank.

Negatieve bevindingen in deze administratieve procedures en/of de strafprocedure kunnen een impact hebben op bestaande juridische procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding.

Juridische procedures ingesteld door aandeelhouders of aandeelhoudersverenigingen

Deze procedures in België en Nederland (i) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008 of (ii) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008.

In Nederland:

Op 16 augustus 2010 hebben de VEB (Vereniging van Effectenbezitters) en bepaalde andere partijen een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer in Amsterdam (i) om een juridische procedure te starten met als doel te laten vaststellen dat bepaalde feiten die vermeld worden in het onderzoeksverslag1 als wanbeleid van Fortis moeten worden beschouwd en (ii) om de kwijting verleend aan Fortis N.V. bestuurders op 29 april 2008 te laten nietig verklaren.

Op 5 april 2012 heeft de Ondernemingskamer de verzoeken van de VEB ten dele afgewezen, maar ook ten dele ingewilligd, en bepaalde onderdelen van het beleid als wanbeleid aangemerkt. Aansluitend heeft de Ondernemingskamer het besluit van de algemene vergadering van Fortis N.V. tot kwijting van de raad van bestuur voor het in 2007 gevoerde beleid vernietigd, voor zover het betrekking heeft op de communicatie omtrent de 'subprime' portefeuille in het prospectus en de trading update. Ageas heeft tegen deze beschikking bij de Hoge Raad hoger beroep aangetekend.

http://www.ageas.com/Documents/NL\_final\_report\_dutch\_investigation\_201006 16.pdf

Op 19 januari 2011 heeft de VEB een procedure ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormen door Fortis en door sommige voormalige bestuurders en topmanagers. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de financiële instellingen die tijdens de kapitaalverhoging zijn opgetreden als zgn. global coördinators en lead managers) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Stichting FortisEffect en een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. De Gier hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de vordering van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, of de betaling van schadevergoeding als alternatief.

Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Bos eisen schadevergoeding op grond van beweerde communicatiefouten in 2008. De rechtbank van Utrecht oordeelde op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en, in voorkomend geval, de hoogte ervan. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit of verband zou houden met de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht.

Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse stichting "Stichting Investor Claims Against Fortis" (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van beweerde communicatiefouten door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde SICAF, namens en samen met een aantal geїdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid. Momenteel is het onduidelijk of beide procedures zullen worden samengevoegd.

1 Onderzoeksverslag opgedragen door de Ondernemingskamer en publiek gemaakt op 16 juni 2010. Het verslag kan worden geraadpleegd op Ageas' website:

In België:

Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Modrikamen heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de FPIM (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd geëist. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. De procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel wordt voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank.

Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode mei 2007 tot oktober 2008.

Op 12 september 2012 hebben een (voormalige) Fortis aandeelhouder en de moedermaatschappij ervan een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007.

Op 29 april 2013 heeft een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Op 25 juni 2013 werd een gelijkaardige procedure gestart voor dezelfde rechtbank door twee aandeelhouders.

Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)

De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met BNP Paribas Fortis SA/NV, ageas SA/NV en ageas N.V., werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Vóór 7 december 2010 besliste een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten voor de rechtbank de vernietiging van de conversie dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCS-houders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd.

Vrijwaringsbedingen

In 2008 hebben de moedermaatschappijen van Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken in de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.

Algemene opmerkingen

Gezien het feit dat geen van de door de rechtbanken benoemde experts argumenten heeft aangedragen die een nietigverklaring (of gedeeltelijke nietigverklaring) van de beslissingen van de Raad van Bestuur van Fortis in september/oktober 2008 en de daaruit voortvloeiende overeenkomsten en transacties zou kunnen onderbouwen of rechtvaardigen en gezien het feit dat de rechtbank van Amsterdam in twee vonnissen van 18 mei 2011 de eisen van VEB/Deminor en Stichting FortisEffect met betrekking tot deze transacties afwees, acht het management van Ageas het onwaarschijnlijk dat de in dit hoofdstuk beschreven procedures zullen leiden tot een nietigverklaring van deze transacties.

Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun merites en gevolgen in te schatten en te bepalen, of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Om die reden worden er geen voorzieningen aangehouden. Ageas zal echter voorzieningen boeken indien en op het ogenblik dat het naar de mening van het management, in overleg met de juridische adviseurs, waarschijnlijk is dat Ageas een betaling zal moeten doen en het bedrag ervan redelijkerwijze kan worden geschat.

Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Die gevolgen zijn op dit moment niet kwantificeerbaar.

Op basis van de conclusies uit bepaalde in dit hoofdstuk beschreven gerechtelijke uitspraken hebben de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaanprakelijkheidsverzekering, die de potentiële risico's verzekeren van Ageas en haar bestuurders en functionarissen uit hoofde van de aansprakelijkheidsclaims in de verschillende lopende procedures, laten weten dat deze conclusies zouden kunnen leiden tot een verlies aan verzekeringsdekking uit hoofde van deze polissen. Ageas is het oneens met deze mening die op dit moment onderwerp is van discussie met de verzekeraars.

26.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

De voormalige werkmaatschappijen van Ageas hebben een aantal hybride instrumenten uitgegeven die leiden tot voorwaardelijke verbintenissen voor ageas SA/NV, omdat deze voormalige moedermaatschappij optrad als garant, codebiteur of een andere ondersteunende overeenkomst tekenden. In de volgende paragrafen worden de voorwaardelijke verplichtingen beschreven die aan deze instrumenten zijn verbonden.

1. CASHES

De CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) vertegenwoordigen 4.447 obligaties voor een totaal nominaalbedrag van EUR 1.112 miljard, uitgegeven door BNP Paribas Fortis SA/NV, met ageas SA/NV als medeschuldenaar.

De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10 (de slotkoers van het aandeel bedroeg per 30 juni 2013, EUR 26,98). De obligaties kunnen ook naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 4.634.904 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.

De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de aandelen Ageas die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.

BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon per kwartaal tegen een variabele rente van driemaands Euribor + 2,0%, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas. In het geval dat Ageas geen dividend over haar aandelen uitkeert of dat het vastgestelde dividend in enig boekjaar beneden de drempel valt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons verplicht plaatsvinden door ageas SA/NV in overeenstemming met de zogenaamde Alternatieve Coupon Vereffenings Methode (ACVM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACVM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACVM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

2. Schadevergoeding samenhangend met de CASHES

Oorspronkelijk zijn 12.000 CASHES uitgegeven. In januari 2012 bracht BNP Paribas een bod uit op de CASHES tegen een prijs van 47,5% en wisselde vervolgens 7.553 aangeboden CASHES in tegen de onderliggende aandelen Ageas.

Dit bod en de wissel maakten deel uit van een bredere overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas Fortis SA/NV en BNP Paribas. Ageas betaalde EUR 287 miljoen schadevergoeding aan BNP Paribas voor de 63% wissel.

Ageas zal BNP Paribas binnen twee jaar een vergoeding betalen tegen dezelfde voorwaarden zoals bepaald in de overeenkomst als BNP Paribas van de 37% uitstaande CASHES additionele CASHES verkrijgt en inwisselt. Ageas heeft tevens ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het bruto-dividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.

3. Fortis Bank Tier 1-obligatielening 2004

BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2004 een eeuwigdurende lening ter waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, met een Support Agreement aangegaan door de vroegere Fortis moedermaatschappij, nu ageas SA/NV, tegen een coupon van 4,625% tot 27 oktober 2014 en 3-maands Euribor + 1,70% daarna.

De Support Agreement van de moedermaatschappij houdt in dat, indien de solvabiliteit van BNP Paribas Fortis SA/NV beneden een bepaalde drempelwaarde komt of indien BNP Paribas Fortis SA/NV daarvoor kiest, de coupon wordt voldaan volgens de zogenaamde Alternatieve Coupon Vereffenings Methode (ACVM). BNP Paribas Fortis SA/NV zou in dat geval ageas SA/NV moeten compenseren door uitgifte van nieuwe aandelen.

26.3 Overige Voorwaardelijke verplichtingen

Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 is gefuseerd met Cardif Lux International S.A. (zie ook Noot 2 Overnames en desinvesteringen).

27 TOEZEGGINGEN

Ontvangen en gedane toezeggingen waren per 30 juni als volgt:

Verplichtingen 30 juni 2013 31 december 2012
Ontvangen verplichtingen
Kredietlijnen 580,6 271,5
Overig kredietlijnen 1,7 1,7
Onderpand & garanties ontvangen 4.009,4 3.990,8
Verzekeringsgerelateerde rechten en verplichtingen 14,7 14,5
Totaal ontvangen 4.606,4 4.278,5
Verstrekte verplichtingen
Garanties, financieel- en prestatiegerelateerde kredietbrieven 45,8 45,8
Totaal kredietlijnen 538,5 375,7
Beschikbaar -156,7 -102,3
Gebruikt 381,8 273,4
Onderpand & garanties verstrekt 2.084,3 1.397,6
In bewaring gegeven activa en vorderingen 633,7 651,8
Kapitaal rechten en verplichtingen 108,6 244,4
Overige niet in de balans gewaardeerde verplichtingen 785,7 472,2
Totaal verstrekt 4.039,9 3.085,2

Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen zekerheden en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.

Gedane toezeggingen bestaan voor het overgrote deel uit gegeven zekerheden en garanties hoofdzakelijk in verband met repo-overeenkomsten, toevertrouwde middelen en vorderingen (EUR 634 miljoen) en verstrekte kredietlijnen.

.

28 GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van het Geconsolideerde tussentijds Financieel Verslag van Ageas per 30 juni 2013.

Ageas zal op 16 september een Algemene Vergadering van Aandeelhouders organiseren en aan deze vergadering een kapitaalsvermindering voorstellen die zal resulteren in een cash betaling van EUR 1,00 per aandeel. Daarnaast zal de aandeelhouders de goedkeuring worden gevraagd voor de intrekking van de resterende 469.705 aandelen van het inkoopprogramma van eigen aandelen in 2012.

Ageas kondigt een nieuw inkoopprogramma eigen aandelen aan, dat zal worden gelanceerd op 12 augustus 2013 en loopt tot 5 augustus 2014 (totaalbedrag EUR 200 miljoen)

BERICHT VAN DE RAAD VAN BESTUUR

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste halfjaar van 2013, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie, met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC).

De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste halfjaar van 2013 een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en dat de informatie die hierin is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.

De Raad van Bestuur heeft op 1 augustus 2013 het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2013 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

Brussel, 1 augustus 2013

Raad van Bestuur Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet

Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Bestuurders Steve Broughton Ronny Brückner Jane Murphy Roel Nieuwdorp Lionel Perl Jan Zegering Hadders

BEOORDELINGS VERKLARING

Aan de Raad van Bestuur van ageas SA/NV

Opdracht

Wij hebben de beoordeling uitgevoerd van de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie van Ageas, bestaande uit de geconsolideerde balans per 30 juni 2013, de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerde overzicht van Overig Comprehensive Income over de periode van zes maanden die op die datum is beëindigd, het geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden die op die datum is beëindigd, evenals van de toelichting. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en het weergeven van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op basis van onze beoordeling.

Reikwijdte van een beoordeling

We hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het vragen van inlichtingen, hoofdzakelijk aan financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingsprocedures. De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden (ISA). Om die reden stelt de beoordeling ons niet in staat de zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die naar aanleiding van een controle mogelijk worden geïdentificeerd. Bijgevolg brengen wij dan ook geen controleverslag uit.

Conclusie

Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2013 niet in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Toelichtende paragraaf

Wij vestigen de aandacht op hoofdstuk 26 van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie over de zesmaands periode eindigend op 30 juni 2013 waarin is beschreven dat Ageas als gedaagde is betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en die kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor de vennootschap. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.

Brussel, 1 augustus 2013

KPMG Bedrijfsrevisoren

Vertegenwoordigd door M. Lange Bedrijfsrevisor