AI assistant
ageas SA/NV — Interim / Quarterly Report 2013
Aug 2, 2013
3905_ir_2013-08-02_ceaccb7d-8a2c-4c4a-9e05-20d3880046f0.pdf
Interim / Quarterly Report
Open in viewerOpens in your device viewer
GECONSOLIDEERD TUSSENTIJDS FINANCIEEL VERSLAG
VOOR HET EERSTE HALFJAAR VAN 2013
Brussel, 2 augustus 2013
| Ageas in een oogopslag 6M 2013 4 Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas 6 |
|---|
| Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste zes maanden van 20139 Geconsolideerde balans 10 Geconsolideerde resultatenrekening 11 Geconsolideerd overzicht van het Overig comprehensive income12 Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 13 Geconsolideerd kasstroomoverzicht14 |
| Algemene Informatie 15 |
| 1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie16 |
| 2 Overnames en desinvesteringen18 |
| 3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel20 |
| 4 Toezicht en solvabiliteit 23 |
| 5. Verbonden partijen 26 |
| Toelichting op de geconsolideerde balans27 |
| 6 Geldmiddelen en kasequivalenten 28 7 Financiële beleggingen 29 |
| 8 Leningen34 |
| 9 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 36 |
| 10 Calloptie op BNP Paribas aandelen37 |
| 11 Verzekerings verplichtingen 38 |
| 12 Schuldbewijzen39 |
| 13 Achtergestelde schulden 40 |
| 14 Leningen42 |
| 15 Acute en Uitgestelde belastingen43 16 RPN(I)44 |
| 17 Voorzieningen46 |
| 18 Verplichtingen ivm geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden AG Insurance aandelen 47 |
| Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 49 |
| 19 Verzekeringspremies50 |
| 20 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten52 |
| 21 Resultaat op verkoop en herwaarderingen 53 |
| 22 Schadelasten en uitkeringen54 |
| 23 Financieringslasten 55 |
| 24 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen56 |
| Toelichting op de segment rapportage 57 |
| 25 Segmentinformatie 58 26 Voorwaardelijke verplichtingen70 |
| 27 Toezeggingen74 |
| 28 Gebeurtenissen na balansdatum 75 |
| Bericht van de Raad van Bestuur 76 |
| Beoordelingsverklaring77 |
Ageas in een oogopslag 6M 2013
1) Het bruto premie/inkomen is inclusief het premie-inkomen van geassocieerde deelnemingen van Ageas. Exclusief de geassocieerde deelnemingen, zoals verantwoord onder IFRS, bedroeg het bruto premie-inkomen EUR 5,524 miljoen.
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | Eerste halfjaar 2011 | |
|---|---|---|---|
| Resultatenrekening | |||
| Bruto premie-inkomen | 5.524,1 | 5.704,2 | 5.913,1 |
| Totale baten | 6.794,6 | 7.405,9 | 6.302,0 |
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 471,6 | 304,7 | - 58,8 |
| - waarvan Verzekeringen | 329,1 | 302,4 | 110,9 |
| - waarvan Algemene Rekening (inclusief eliminaties) | 142,5 | 2,3 | - 169,7 |
| Aandeelgerelateerde informatie (in EUR) Gewoon resultaat per aandeel 2) |
2,05 | 1,28 | - 0,23 |
| Overige gegevens | |||
| Gecombineerde ratio | 97,8% | 98,3% | 100,1% |
| Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld beheerd vermogen Leven | 0,50% | 0,51% | 0,50% |
| Rendement eigen vermogen 3) | 10,1% | 7,4% | - 1,5% |
| Rendement eigen vermogen (Verzekeringsbedrijf) 3) | 8,4% | 9,3% | 4,1% |
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|---|
| Balans 1) | |||
| Totaal activa | 95.867,7 | 97.085,7 | 90.579,3 |
| Technische voorzieningen | 76.199,4 | 76.318,3 | 70.599,6 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 8.840,3 | 9.799,4 | 7.682,8 |
| Minderheidsbelangen | 865,2 | 871,5 | 604,3 |
| Totaal eigen vermogen | 9.705,5 | 10.670,9 | 8.287,1 |
| Overige gegevens | |||
| Solvabiliteitsratio totaal verzekeringen | 205,8% | 203,8% | 205,5% |
| Solvabiliteitsratio totaal groep | 226,2% | 228,6% | 235,3% |
| Aantal werknemers (FTE) | 13.241 | 13.335 | 12.577 |
| Aantal aandelen (in miljoenen) 2) | 228,9 | 231,8 | 240,6 |
1) Per 1 januari 2013 is de herziene standaard IAS 19 'Personeelsbeloningen' in werking getreden. De belangrijkste wijziging in de herziene standaard is de directe opname in het eigen vermogen van 'niet opgenomen actuariële winsten en verliezen' per de ingangsdatum, in plaats van de zogenaamde 'corridor'-benadering. De vergelijkende cijfers over 2011 en 2012 zijn hiervoor aangepast.
2) De cijfers over 2011 en 2012 zijn aangepast voor vergelijkingsdoeleinden, rekening houdend met de 10/1 reverse stock split van 2012 (zie Noot 3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel).
3) Gebaseerd op het nettoresultaat op jaarbasis gedeeld door het gemiddelde eigen vermogen in het eerste halfjaar.
VERSLAG VAN DE RAAD van BESTUUR VANAgeas
Ontwikkelingen
Ageas boekte opnieuw vooruitgang bij de afwikkeling van een aantal zaken uit het verleden. We herstructureerden onze schulden met de succesvolle uitgifte van nieuwe schuldinstrumenten door onze bedrijfsonderdelen in België en Hong Kong, de gedeeltelijke terugkoop van een hybride instrument en de call van het NITSH II-instrument. Royal Park Investments droeg onlangs zijn activa over en wij kwamen tot een overeenkomst met de Belgische staat over de verkoop van de calloptie op aandelen BNP Paribas. Dit verminderde de complexiteit en de onzekerheid en versterkte onze nettokaspositie.
Resultaten voor de eerste zes maanden van 2013
De nettowinst voor de Groep bedroeg voor de eerste zes maanden van 2013 EUR 472 miljoen vergeleken met een nettowinst van EUR 305 miljoen voor de eerste zes maanden van 2012.
Het totale eigen vermogen per eind juni bedroeg EUR 8,8 miljard, of EUR 38,62 per aandeel vergeleken met EUR 9,8 miljard eind vorig jaar.
De geschatte boekwaarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie op de 25%+1 aandeel van AG Insurance aan BNP Paribas Fortis SA/NV bedroeg EUR 1.065 miljoen (EUR 997 miljoen per jaareinde 2012).
De solvabiliteitsratio's van Verzekeringen en de Groep bedroegen respectievelijk 206% en 226%. Het totale beschikbare kapitaal lag EUR 5,2 miljard boven het wettelijk vereiste minimum.
Verzekeringen
De nettowinst van Verzekeringen bedroeg voor de eerste zes maanden van 2013 EUR 329 miljoen (EUR 302 miljoen in de eerste zes maanden van 2012). Het nettoresultaat van Leven bleef vrijwel in lijn met dat van vorig jaar en bedroeg EUR 201 miljoen (EUR 205 miljoen in de eerste zes maanden van 2012). Deze lichte stijging kwam voort uit de betere prestaties tijdens het tweede kwartaal in België, die de mindere resultaten in Azië, met name in China, enigszins compenseerden. De nettowinst van Niet-Leven & Overige steeg aanzienlijk van EUR 97 miljoen naar EUR 128 miljoen en was inclusief een eenmalige nettokapitaalwinst van EUR 9 miljoen op vastgoed in Turkije.
De goede operationele resultaten, vooral in het tweede kwartaal, verbeterde de combined ratio naar 97,8% (tegenover 98,3%). De combined ratio bedroeg in het tweede kwartaal 96,1%. Deze verbetering is voornamelijk toe te schrijven aan de uitstekende resultaten van Woningverzekeringen in België en in het VK en in mindere mate aan de resultaten van Ongevallen- en Ziekteverzekeringen in België. De combined ratio van Autoverzekeringen bedroeg 102,2% over de eerste zes maanden van 2013 (tegenover 96,5%). Dit is vooral te wijten aan de resultaten in België, waar een aantal eenmalige posten werd opgenomen, waaronder extra voorzieningen voor een aantal grote schadeclaims. De betere resultaten in België werden positief beïnvloed door lagere belastingen dankzij een andere mix van kapitaalwinsten. Hierdoor daalde het gemiddelde nettobelastingtarief op de geconsolideerde resultaten van 31% naar 24%.
Het nettoresultaat Leven bedroeg EUR 201 miljoen, in vergelijking met EUR 205 miljoen in het voorgaande jaar. Het nettoresultaat bedroeg in het tweede kwartaal EUR 93 miljoen. Een goed tweede kwartaal in België droeg bij aan een beter resultaat over het eerste halfjaar, maar dit compenseerde niet volledig de lagere resultaten in een aantal Aziatische entiteiten waarin wij een minderheidsbelang hebben. In België bedroeg het nettoresultaat EUR 121 miljoen (tegenover EUR 111 miljoen). Een solide operationeel resultaat, met een operationele marge op beleggingsverzekeringen met gewaarborgde rente van 84 basispunten versus 85 basispunten, en een lager effectief belastingtarief werden deels tenietgedaan door lagere financiële opbrengsten op beleggingen in eigen fondsen. In Continentaal Europa bleef het nettoresultaat vrijwel ongewijzigd met EUR 25 miljoen.
Lagere verzekeringsresultaten in beleggingsverzekeringen met gewaarborgde rente (in het bijzonder in Portugal) werden gecompenseerd door lagere belastingen en een hogere bijdrage van het niet-geconsolideerde partnership in Luxemburg. Het nettoresultaat in Azië daalde van EUR 69,5 miljoen tot EUR 56,0 miljoen. De belangrijkste oorzaak was een positieve boekhoudkundige correctie van EUR 4 miljoen in het resultaat van Hongkong van vorig jaar. Op vergelijkbare basis (exclusief deze eenmalige post) steeg de nettowinst in Hongkong met 9%.
Niet-Leven toonde een solide verbetering en realiseerde een nettoresultaat van EUR 119 miljoen (tegenover EUR 90 miljoen), met in het tweede kwartaal een nettoresultaat van EUR 74 miljoen. Het goede totale resultaat was te danken aan goede verzekeringsprestaties en sterke resultaten van de niet-geconsolideerde entiteiten in Azië en Turkije. Turkije boekte een eenmalige kapitaalwinst, voortvloeiend uit de verkoop van het hoofdkantoor. Zowel in België als in het VK, de belangrijkste Niet-Leven markten van Ageas, boekte het segment Woningverzekeringen een uitstekend resultaat dankzij eerdere corrigerende maatregelen en gunstige weersomstandigheden. Voor Autoverzekeringen bleven de marktomstandigheden ongunstig.
In België bedroeg de bijdrage aan het nettoresultaat EUR 38 miljoen (tegenover EUR 33 miljoen), met name dankzij de goede resultaten in het segment Woningverzekeringen en duurzame financiële inkomsten. Ook in het VK steeg het nettoresultaat naar EUR 50 miljoen (tegenover EUR 44 miljoen), dankzij het strikte acceptatiebeleid, vooral in het segment Woningverzekeringen, en dankzij de opname van het resultaat van Groupama Insurance Company Ltd (GICL), dat EUR 8 miljoen bijdroeg. In Continentaal Europa steeg de nettowinst naar EUR 20 miljoen (tegenover EUR 9 miljoen), inclusief de eerder genoemde eenmalige kapitaalwinst in Turkije. In Azië verdubbelde de nettowinst tot EUR 10 miljoen. In de resultaten van vorig jaar is EUR 2 miljoen aan bijkomende verliezen opgenomen, ten gevolge van de overstromingen in Thailand in 2011.
De combined ratio voor de Groep bedroeg 97.8% tegenover 98,3% in de eerste zes maanden van 2012.
De retailactiviteiten in het VK rapporteerden een totaal inkomen uit vergoedingen en commissies van EUR 122 miljoen. Het nettoresultaat over de eerste zes maanden steeg naar EUR 9 miljoen (tegenover EUR 8 miljoen), inclusief EUR 8 miljoen aan regionale kosten en eenmalige uitgestelde belastingbaten van EUR 3 miljoen.
Algemene Rekening
De nettowinst van de Algemene Rekening bedroeg EUR 143 miljoen en omvat het positieve nettoresultaat van EUR 275 miljoen voortvloeiend uit de transacties betreffende Royal Park Investments, een negatieve impact van EUR 90 miljoen in verband met de verkoop van de calloptie op de aandelen BNP Paribas, alsook een toename van EUR 6 miljoen in de waarde van de RPN(I).
RPN(I)
De reële waarde van de RPN(I) steeg van EUR 165 miljoen per eind 2012 tot EUR 171 miljoen op 30 juni 2013, een toename van EUR 6 miljoen. De reële waarde weerspiegelt de netto contante waarde van de verwachte toekomstige rentebetalingen, waarvan EUR 137 miljoen betrekking heeft op een verplichting jegens BNP Paribas Fortis SA/NV en EUR 33 miljoen jegens de Belgische staat voor de verstrekte garanties. De prijs van de CASHES steeg van 54,30% naar 56,17% en de koers van het aandeel Ageas steeg van EUR 26,39 in het eerste kwartaal tot EUR 26,98 in het tweede. Tijdens deze periode werd de gebruikte creditspread voor de discontering van de verwachte cashflows verlaagd van 487 basispunten tot 444 basispunten. De toegenomen waarde van de RPN(I)-verplichting kwam deels voort uit de prijsverhoging van de CASHES en deels uit de lagere creditspread die voor de verwachte kasstromen werd gebruikt. De invloed van de gestegen aandelenkoers van Ageas bleef beperkt.
Voor nadere details over de waardering van de RPN(I) verwijzen wij naar Noot 16 van het Tussentijds Financieel Verslag van 30 juni 2013.
Royal Park Investments (RPI)
Op 27 april 2013 kondigde RPI de verkoop aan van zijn activaportefeuille via één enkele transactie aan een institutionele belegger. Op basis van het aanvaarde aanbod werd de portefeuille gewaardeerd op EUR 6,7 miljard. De transactie werd afgerond in de loop van mei, met uitzondering van een beperkt aantal effecten in de portefeuille dat voor het eind van het jaar zal worden afgewikkeld.
De totale IFRS-winst, tegen 100% en op IFRS-basis, bedroeg EUR 615 miljoen per eind juni 2013 (EUR 275 miljoen aandeel Ageas). In vergelijking met eind maart boekte RPI een bijkomende winst van EUR 94 miljoen, (EUR 42 miljoen aandeel Ageas), die voortvloeit uit de afwikkeling van de transactie, valuta-effecten en de herziening van de fiscale positie.
De boekwaarde van het belang van Ageas in RPI bedroeg EUR 240 miljoen in vergelijking met EUR 1.027 miljoen per eind maart 2013, een daling van EUR 787 miljoen met inbegrip van het eerder vermelde nettoresultaat van EUR 42 miljoen, aangepast voor de vrijval van de hedgingreserve van EUR 2 miljoen (voor Ageas) die voorheen was opgenomen in het eigen vermogen, alsook het ontvangen dividend en de terugbetaling van kapitaal van EUR 827 miljoen.
Na de verkoop van de activa blijft de activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken met betrekking tot een aantal Amerikaanse activa.
Overige posten
De nettorenteopbrengsten bedroegen minus EUR 3 miljoen tegenover EUR 29 miljoen. In dit laatste bedrag is een eenmalige opbrengst opgenomen van EUR 30 miljoen voortvloeiend uit de amortisatie van de discount op de BNP Paribas Fortis Tier 1-obligatielening, en EUR 9 miljoen aan ontvangen rente uit de Tier 1.
Personeels- en overige operationele kosten daalden het eerste halfjaar van EUR 23 miljoen tot EUR 20 miljoen.
Solvabiliteit
Het totaal beschikbare kapitaal van Ageas bedroeg per eind juni 2013 EUR 9,3 miljard in vergelijking met EUR 9,1 miljard eind 2012. Dit bedrag lag EUR 5,2 miljard hoger dan het totale wettelijk vereiste minimum voor de verzekeringsactiviteiten, inclusief het beschikbare kapitaal binnen de Algemene Rekening (EUR 0,8 miljard). Het totale beschikbare kapitaal van het verzekeringsbedrijf bedroeg EUR 8,4 miljard; het wettelijk vereiste minimum bleef stabiel op EUR 4,1 miljard. Het solvabiliteitsratio voor de wereldwijde verzekeringsactiviteiten bedroeg 206%. De solvabiliteitsratio's per segment bleven sterk en bedroegen 180% voor België, 213% voor het Verenigd Koninkrijk, 253% voor Continentaal Europa en 243% voor Azië.
Nettokaspositie Algemene Rekening
De nettokaspositie van de Algemene Rekening bedroeg eind juni EUR 2,1 miljard en bestond uit geldmiddelen en kasequivalenten van EUR 1,2 miljard en kortlopende deposito's bij banken van EUR 1 miljard. Dit bedrag is gecorrigeerd voor het resterende uitstaande bedrag van EUR 0,1 miljard op het European Medium Term Notes (EMTN) programma.
De nettokaspositie steeg in het tweede kwartaal met EUR 970 miljoen. Deze stijging vloeide voornamelijk voort uit de recente transacties in verband met Royal Park Investments (een eerste tranche in cash voor een totaalbedrag van EUR 827 miljoen is reeds van RPI ontvangen), de afwikkeling van de calloptie op aandelen BNP Paribas voor een bedrag van EUR 144 miljoen en de dividenduitkering van EUR 279 miljoen in juni. Dit laatste bedrag werd ruimschoots gecompenseerd door de dividenduitkeringen van de operationele entiteiten (EUR 340 miljoen). De pay-out van de geplande kapitaalreductie van EUR 1,00 per aandeel (EUR 0,2 miljard), onder voorbehoud van de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 16 september, wordt naar verwachting begin december uitgevoerd. Op 12 augustus 2013 wordt een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor een bedrag van EUR 200 miljoen gelanceerd. Dit inkoopprogramma eindigt op 5 augustus 2014.
Voorwaardelijke verplichtingen
Voor het volledige overzicht van de 'Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures' wordt verwezen naar noot 26 van het Geconsolideerd Financieel Verslag per 30 juni 2013.
In juni 2013 heeft de sanctiecommissie van de FSMA Ageas een boete van EUR 0,5 miljoen opgelegd voor vermeende inbreuken door Fortis op de Belgische Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. Ageas ging tegen deze uitspraak in beroep voor het Brusselse Hof van Beroep.
Brussel, 1 augustus 2013
Raad van Bestuur
GECONSOLIDEERD TUSSENTIJDS FINANCIEEL VERSLAG
VOOR HET EERSTE HALFJAAR VAN 2013
GECONSOLIDEERDE BALANS
(voor winstbestemming)
| Noot | 30 juni 2013 | 31 december 2012 1) | 31 december 2011 1) | |
|---|---|---|---|---|
| Activa | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 6 | 2.321,8 | 2.449,9 | 2.701,5 |
| Financiële beleggingen | 7 | 62.299,8 | 62.571,8 | 55.231,4 |
| Vastgoedbeleggingen | 7 | 2.289,7 | 2.415,5 | 2.045,7 |
| Leningen | 8 | 6.303,0 | 6.288,4 | 5.683,4 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 13.552,1 | 13.683,9 | 12.771,4 | |
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 9 | 1.718,6 | 2.123,6 | 1.959,5 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 2.068,3 | 1.968,0 | 4.111,1 | |
| Actuele belastingvorderingen | 29,0 | 9,4 | 127,1 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 15 | 92,9 | 171,7 | 358,8 |
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 10 | 234,0 | 395,0 | |
| Overlopende rente en overige activa | 2.337,2 | 2.556,4 | 2.363,3 | |
| Materiële vaste activa | 1.071,6 | 1.115,0 | 1.098,3 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.455,4 | 1.498,1 | 1.594,3 | |
| Activa aangehouden voor verkoop | 2 | 328,3 | 138,5 | |
| Totaal activa | 95.867,7 | 97.085,7 | 90.579,3 | |
| Verplichtingen | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 11.1 | 26.002,8 | 25.914,3 | 24.370,4 |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 11.2 | 29.027,7 | 29.100,7 | 27.201,5 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 11.3 | 13.653,4 | 13.767,0 | 12.823,8 |
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 11.4 | 7.515,5 | 7.536,3 | 6.203,9 |
| Schuldbewijzen | 12 | 123,7 | 186,8 | 256,7 |
| Achtergestelde schulden | 13 | 2.525,4 | 2.915,5 | 2.973,6 |
| Leningen | 14 | 2.752,9 | 1.968,0 | 2.277,0 |
| Actuele belastingschulden | 75,7 | 129,1 | 59,2 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 15 | 1.006,2 | 1.410,9 | 585,0 |
| RPN(I) | 16 | 171,0 | 165,0 | 190,0 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.155,8 | 2.255,1 | 2.181,4 | |
| Voorzieningen | 17 | 58,4 | 69,1 | 2.403,4 |
| Verplichting inzake geschreven putoptie | 18 | 1.065,0 | 997,0 | 655,8 |
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | 2 | 28,7 | 110,5 | |
| Totaal verplichtingen | 86.162,2 | 86.414,8 | 82.292,2 | |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 3 | 8.840,3 | 9.799,4 | 7.682,8 |
| Minderheidsbelangen | 865,2 | 871,5 | 604,3 | |
| Totaal eigen vermogen | 9.705,5 | 10.670,9 | 8.287,1 | |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 95.867,7 | 97.085,7 | 90.579,3 |
1) Per 1 januari 2013 is de herziene standaard IAS 19 'Personeelsbeloningen' in werking getreden. De belangrijkste wijziging in de herziene standaard is de directe opname in het eigen vermogen van 'niet opgenomen actuariële winsten en verliezen' per de ingangsdatum, in plaats van de zogenaamde 'corridor'-benadering. De vergelijkende cijfers over 2011 en 2012 zijn hiervoor aangepast.
GECONSOLIDEERDE RESULTATEN REKENING
| Eerste halfjaar | Eerste halfjaar Tweede kwartaal Tweede kwartaal | Eerste kwartaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Noot | 2013 | 2012 | 2013 | 2012 | 2013 | |
| Baten | ||||||
| - Bruto premies 1) | 4.648,7 | 5.231,4 | 2.291,0 | 2.587,7 | 2.357,7 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 38,2 | - 140,5 | 18,8 | - 1,4 | - 57,0 | |
| - Afgegeven herverzekeringspremies | - 180,4 | - 161,8 | - 85,1 | - 72,7 | - 95,3 | |
| Netto verdiende premies | 19 | 4.430,1 | 4.929,1 | 2.224,7 | 2.513,6 | 2.205,4 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 20 | 1.511,9 | 1.538,1 | 768,1 | 758,7 | 743,8 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 90,0 | - 278,0 | - 87,0 | - 90,0 | ||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | - 6,0 | - 282,1 | - 16,0 | - 11,4 | 10,0 | |
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 21 | 103,9 | 271,4 | 36,7 | 48,4 | 67,2 |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 206,7 | 769,7 | - 102,1 | - 11,0 | 308,8 | |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 351,0 | 140,8 | 80,5 | - 6,5 | 270,5 | |
| Commissiebaten | 197,3 | 197,7 | 93,8 | 93,8 | 103,5 | |
| Overige baten | 89,7 | 119,2 | 42,9 | 64,5 | 46,8 | |
| Totale baten | 6.794,6 | 7.405,9 | 3.128,6 | 3.363,1 | 3.666,0 | |
| Lasten | ||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 4.264,3 | - 4.840,0 | - 2.116,7 | - 2.397,2 | - 2.147,6 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 77,8 | 64,5 | 34,6 | 29,3 | 43,2 | |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | 22 | - 4.186,5 | - 4.775,5 | - 2.082,1 | - 2.367,9 | - 2.104,4 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 214,7 | - 756,9 | 96,3 | 14,8 | - 311,0 | |
| Financieringslasten | 23 | - 122,7 | - 130,6 | - 53,6 | - 62,1 | - 69,1 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 24 | - 33,5 | - 80,0 | - 22,6 | - 60,4 | - 10,9 |
| Wijzigingen in voorzieningen | 17 | - 3,0 | 0,9 | 0,6 | 1,8 | - 3,6 |
| - Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO | - 1.962,5 | - 1.962,5 | ||||
| - Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat | 2.362,5 | 2.362,5 | ||||
| Totale impact schikking ABN AMRO | 10 | 400,0 | 400,0 | |||
| Commissielasten | - 657,5 | - 627,8 | - 329,5 | - 319,7 | - 328,0 | |
| Personeelskosten | - 416,5 | - 393,1 | - 209,6 | - 198,0 | - 206,9 | |
| Overige lasten | - 474,3 | - 437,9 | - 242,6 | - 237,0 | - 231,7 | |
| Totale lasten | - 6.108,7 | - 6.800,9 | - 2.843,1 | - 2.828,5 | - 3.265,6 | |
| Resultaat voor belastingen | 685,9 | 605,0 | 285,5 | 534,6 | 400,4 | |
| Belastingbaten (lasten) | - 128,9 | - 206,4 | - 63,9 | - 99,9 | - 65,0 | |
| Nettoresultaat over de periode | 557,0 | 398,6 | 221,6 | 434,7 | 335,4 | |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 85,4 | 93,9 | 43,0 | 46,2 | 42,4 | |
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 471,6 | 304,7 | 178,6 | 388,5 | 293,0 | |
| Gegevens per aandeel (EUR) | ||||||
| Gewoon resultaat per aandeel 2) | 3 | 2,05 | 1,28 | |||
| Verwaterd resultaat per aandeel 2) | 3 | 2,05 | 1,28 |
1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) wordt hieronder als volgt berekend.
2) De vergelijkende cijfers zijn aangepast voor vergelijkingsdoeleinden, rekening houdend met de reverse stock split (zie Noot 3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel).
| Noot | Eerste halfjaar 2013 |
Eerste halfjaar 2012 |
Tweede kwartaal 2013 |
Tweede kwartaal 2012 |
Eerste kwartaal 2013 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bruto premies Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF |
4.648,7 875,4 |
5.231,4 472,8 |
2.291,0 487,9 |
2.587,7 295,8 |
2.357,7 387,5 |
|
| (direct verantwoord als verplichting) Bruto premie-inkomen |
19 | 5.524,1 | 5.704,2 | 2.778,9 | 2.883,5 | 2.745,2 |
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET OVERIG COMPREHENSIVE INCOME
| Geconsolideerd overzicht van het Overig comprehensive income Overig comprehensive income |
Eerste | Eerste | Tweede | Tweede | Eerste |
|---|---|---|---|---|---|
| halfjaar | halfjaar | kwartaal | kwartaal | kwartaal | |
| 2013 | 2012 | 2013 | 2012 | 2013 | |
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen | |||||
| Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden, bruto | 15,1 | 14,0 | 7,6 | 7,2 | 7,5 |
| Gerelateerde belasting | - 3,7 | - 3,5 | - 1,9 | - 1,8 | - 1,8 |
| Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden, netto | 11,4 | 10,5 | 5,7 | 5,4 | 5,7 |
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto 1) | - 1.157,6 | 1.390,5 | - 953,1 | 278,0 | - 204,5 |
| Gerelateerde belasting | 340,0 | - 445,1 | 269,2 | - 84,3 | 70,8 |
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, netto | - 817,6 | 945,4 | - 683,9 | 193,7 | - 133,7 |
| Aandeel in Overig comprehensive income van geassocieerde deelnemingen, bruto Gerelateerde belasting |
- 110,9 | 9,1 | - 38,0 | 36,5 | - 72,9 |
| Aandeel in Overig comprehensive income van geassocieerde deelnemingen, netto | - 110,9 | 9,1 | - 38,0 | 36,5 | - 72,9 |
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen, bruto | - 1.253,4 | 1.413,6 | - 983,5 | 321,7 | - 269,9 |
| Gerelateerde belasting | 336,3 | - 448,6 | 267,3 | - 86,1 | 69,0 |
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen, netto | - 917,1 | 965,0 | - 716,2 | 235,6 | - 200,9 |
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen, bruto Gerelateerde belasting |
- 74,6 | 104,6 | - 94,1 | 132,8 | 19,5 |
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen, netto | - 74,6 | 104,6 | - 94,1 | 132,8 | 19,5 |
| Overig comprehensive income over de periode, na belastingen | - 991,7 | 1.069,6 | - 810,3 | 368,4 | - 181,4 |
| Nettoresultaat over de periode | 557,0 | 398,6 | 221,6 | 434,7 | 335,4 |
| Totaal Overig comprehensive income over de periode | - 434,7 | 1.468,2 | - 588,7 | 803,1 | 154,0 |
| Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 85,4 | 93,9 | 43,0 | 46,2 | 42,4 |
| Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 163,2 | 273,2 | - 139,3 | 43,6 | - 23,9 |
| Totaal Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen | - 77,8 | 367,1 | - 96,3 | 89,8 | 18,5 |
| Totaal Overig comprehensive income, toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 356,9 | 1.101,1 | - 492,4 | 713,3 | 135,5 |
1) De Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN WIJZIGINGEN IN HET EIGEN VERMOGEN
| Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| On- | Eigen | ||||||||
| Koers- | Netto resultaat gerealiseerde | vermogen | Minder- | Totaal | |||||
| Aandelen- kapitaal |
Agio | reserve reserves | Overige verschillen | toewijsbaar aan reserve aandeelhouders |
winsten en | toewijsbaar aan verliezen aandeelhouders belangen vermogen |
heids- | eigen | |
| Stand per 1 januari 2012 | 2.203,6 2.105,0 | 3.354,3 | 163,4 | - 578,2 | 512,2 | 7.760,3 | 607,4 | 8.367,7 | |
| Wijziging in grondslagen financiële verslaggeving IAS 19 | - 9,7 | - 67,8 | - 77,5 | - 3,1 | - 80,6 | ||||
| Gewijzigde stand per 1 januari 2012 | 2.203,6 2.105,0 | 3.344,6 | 163,4 | - 578,2 | 444,4 | 7.682,8 | 604,3 | 8.287,1 | |
| Nettoresultaat over de periode | 304,7 | 304,7 | 93,9 | 398,6 | |||||
| Herwaardering van investeringen | 696,2 | 696,2 | 268,8 | 965,0 | |||||
| Omrekeningsverschillen | 100,2 | 100,2 | 4,4 | 104,6 | |||||
| Totaal | 100,2 | 304,7 | 696,2 | 1.101,1 | 367,1 | 1.468,2 | |||
| Overdracht | - 578,2 | 578,2 | |||||||
| Dividend | - 187,6 | - 187,6 | - 4,5 | - 192,1 | |||||
| Eigen aandelen | - 23,0 | - 23,0 | - 23,0 | ||||||
| Intrekking van aandelen | - 161,4 | - 44,5 | 205,9 | ||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | 0,9 | 0,9 | 0,9 | ||||||
| Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang | 150,9 | 150,5 | - 231,1 | - 80,2 | |||||
| Overige veranderingen in het eigen vermogen | 7,7 | 7,7 | 19,9 | 27,6 | |||||
| Stand per 30 juni 2012 | 2.042,2 2.061,4 | 2.920,3 | 263,6 | 304,7 | 1.140,6 | 8.732,4 | 755,7 | 9.488,5 | |
| Stand per 1 januari 2013 | 2.042,2 2.968,1 | 1.968,2 | 173,6 | 743,0 | 2.015,5 | 9.910,6 | 875,5 | 10.786,1 | |
| Wijziging in grondslagen financiële verslaggeving IAS 19 | - 18,0 | - 93,3 | - 111,3 | - 4,0 | - 115,3 | ||||
| Gewijzigde stand per 1 januari 2013 | 2.042,2 2.968,1 | 1.950,2 | 173,6 | 743,0 | 1.922,2 | 9.799,3 | 871,5 | 10.670,8 | |
| Nettoresultaat over de periode | 471,6 | 471,6 | 85,4 | 557,0 | |||||
| Herwaardering van investeringen | - 759,3 | - 759,3 | - 157,8 | - 917,1 | |||||
| Omrekeningsverschillen | - 69,2 | - 69,2 | - 5,4 | - 74,6 | |||||
| Totaal | - 69,2 | 471,6 | - 759,3 | - 356,9 | - 77,8 | - 434,7 | |||
| Overdracht | 743,0 | - 743,0 | |||||||
| Dividend | - 269,8 | - 269,8 | - 114,0 | - 383,8 | |||||
| Eigen aandelen | - 72,2 | - 72,2 | - 72,2 | ||||||
| Intrekking van aandelen | - 77,0 - 110,7 | 187,7 | |||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | 0,6 | 0,6 | 0,6 | ||||||
| Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang | - 253,8 | - 253,8 | 185,8 | - 68,0 | |||||
| Overige veranderingen in het eigen vermogen | - 6,9 | - 6,9 | - 0,3 | - 7,2 | |||||
| Stand per 30 juni 2013 | 1.965,2 2.858,0 | 2.278,2 | 104,4 | 471,6 | 1.162,9 | 8.840,3 | 865,2 | 9.705,5 |
Per 1 januari 2013 is de herziene standaard IAS 19 'Personeelsbeloningen' in werking getreden. De belangrijkste wijziging in de herziene standaard is de directe opname in het eigen vermogen van 'niet opgenomen actuariële winsten en verliezen' per de ingangsdatum, in plaats van de zogenaamde 'corridor'-benadering. De vergelijkende cijfers over 2012 zijn hiervoor aangepast, wat een negatief effect op het totale eigen vermogen heeft opgeleverd van EUR 80,6 miljoen per 1 januari 2012 en van EUR 115,3 miljoen per 1 januari 2013.
GECONSOLIDEERD KASSTROOM-OVERZICHT
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| Noot | Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|---|
| Resultaat voor belastingen | 685,9 | 605,0 | |
| Aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten: | |||
| Call optie op BNP Paribas aandelen RPN(I) |
10 | 90,0 6,0 |
278,0 16,0 |
| (On)gerealiseerde winsten (verliezen) | 16 21 |
- 103,9 | - 271,4 |
| Baten van geassocieerde deelnemingen | - 351,0 | - 140,8 | |
| Afschrijvingen en oprenting | 389,1 | 391,2 | |
| Bijzondere waardeverminderingen | 24 | 33,5 | 80,1 |
| Voorzieningen | 17 | 3,0 | - 1,0 |
| Op aandelen gebaseerde beloningen | 0,6 | 0,9 | |
| Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen: | |||
| Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden | 7 | 30,1 | - 25,7 |
| Vorderingen | 8 | - 3,7 | 452,2 |
| Herverzekering en overige vorderingen | - 136,8 | 1.809,4 | |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 136,2 | - 75,5 | |
| Schulden | 14 | 600,2 | - 319,8 |
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | 11.1 & 11.2 | 174,5 | 1.552,1 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 11.3 | - 140,9 | 178,9 |
| Nettowijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen | 88,8 | - 2.243,8 | |
| Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen | 109,6 | 11,2 | |
| Betaalde winstbelastingen | - 188,8 | - 54,3 | |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 1.422,4 | 2.242,7 | |
| Aankoop van beleggingen | 7 | - 7.236,9 | - 9.468,7 |
| Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen | 6.105,8 | 7.644,7 | |
| Aankoop van vastgoedbeleggingen | 7 | - 160,4 | - 169,9 |
| Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen | 9,6 | 27,8 | |
| Aankopen van materiële vaste activa | 7 | - 46,5 | - 42,9 |
| Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa | 3,7 | 0,2 | |
| Aankoop (kapitaalinjectie) van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen | 2 | - 218,4 | - 28,4 |
| Desinvestering van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen | |||
| (inclusief geldmiddelen begrepen in activa aangehouden voor verkoop) | 2 | 738,5 | 46,7 |
| Aankoop van immateriële vaste activa | - 5,9 | - 8,5 | |
| Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa | 0,1 | 0,2 | |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | - 810,4 | - 1.998,8 | |
| Aflossing van schuldbewijzen | 12 | - 62,0 | - 44,2 |
| Opbrengsten uit uitgifte van achtergestelde schulden | 13 | 420,2 | 7,9 |
| Terugbetaling van achtergestelde schulden | - 788,6 | - 26,1 | |
| Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen | 14 | 187,2 | 33,9 |
| Terugbetaling van overige financieringen | - 10,2 | - 4,1 | |
| Aankoop van eigen aandelen | 3 | - 72,2 | - 23,0 |
| Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders | - 271,7 | - 196,7 | |
| Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen | - 114,0 | - 4,5 | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | - 711,3 | - 256,8 | |
| Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten | - 28,8 | 10,4 | |
| Netto toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten | - 128,1 | - 2,5 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 6 | 2.449,9 | 2.701,5 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni | 6 | 2.321,8 | 2.699,0 |
| Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | |||
| Ontvangen rente | 20 | 1.501,7 | 1.515,2 |
| Ontvangen dividenden van beleggingen | 20 | 52,2 | 45,7 |
| Betaalde rente | 23 | - 158,5 | - 180,6 |
ALGEMENE INFORMATIE
1 SAMENVATTING GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING EN CONSOLIDATIE
Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste halfjaar van 2013 is opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) geldend per 1 januari 2013, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU).
1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving
Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste halfjaar van 2013, inclusief de vergelijkende cijfers voor 2012, is opgesteld op basis van IAS 34, Tussentijdse Financiële Verslaggeving, en bevat een verkort geconsolideerd financieel overzicht (balans, resultatenrekening, overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen, kasstroomoverzicht), geconsolideerd overzicht van Overig comprehensive income en geselecteerde toelichtingen. Ageas past International Financial Reporting Standards ('IFRS') toe, zoals aanvaard door de Europese Unie ('EU'). Het Ageas Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2013 dient te worden gelezen in samenhang met de gecontroleerde Ageas Geconsolideerde Jaarrekening 2012 (inclusief de grondslagen voor financiële verslaggeving), die beschikbaar is op http: //www.ageas.com/.
1.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving
De grondslagen voor financiële verslaggeving die gehanteerd zijn voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2013 komen behalve de invoering van de herziene standaard IAS 19 'Personeelsbeloningen', overeen met de grondslagen die zijn gehanteerd voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2012.
De belangrijkste wijziging in de herziene standaard is de directe opname in het eigen vermogen van 'niet opgenomen actuariële winsten en verliezen' per de ingangsdatum, in plaats van de zogenaamde 'corridor'-benadering. De pensioenkosten van verstreken diensttijd worden daarentegen niet langer binnen de corridor maar direct in de resultatenrekening verantwoord; de rentelasten/baten zijn gebaseerd op het nettoactief/de nettoverplichting en niet langer het verschil tussen het verwachte rendement op fondsbeleggingen en de lagere rentekosten voor de brutoverplichting.
De vergelijkende cijfers over 2012 zijn hiervoor aangepast, wat een negatief effect op het totale eigen vermogen heeft opgeleverd van EUR 81 miljoen per 1 januari 2012 en van EUR 115 miljoen per 31 december 2012. Het effect op het nettoresultaat 2012 was niet van materieel belang (< EUR 1 miljoen); het cijfer is derhalve niet aangepast.
1.3 Schattingen
De opstelling van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag op basis van IFRS vereist een aantal schattingen in de waardering aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.
De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de volgende tabel weergegeven:
| 30 juni 2013 | |
|---|---|
| Activa | Onzekerheid schatting |
| Voor verkoop beschikbare activa | |
| - Gestructureerde kredietinstrumenten |
|
| - Niveau 2 |
- Het waarderingsmodel |
| - Inactieve markten |
|
| - Niveau 3 |
- Het waarderingsmodel |
| - Gebruik niet-marktwaarneembare input |
|
| - Inactieve markten |
|
| Vastgoedbeleggingen | Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Leningen | - Het waarderingsmodel |
| - De looptijd |
|
| - Parameters als creditspread, looptijd en de rente |
|
| Geassocieerde deelnemingen | Van de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen afhankelijke combinatie van |
| onzekerheden | |
| Goodwill | - Het gehanteerde waarderingsmodel |
| - Financiële en economische variabelen |
|
| - Disconteringsvoet |
|
| - De aan de entiteit inherente risicopremie |
|
| Overige immateriële vaste activa | - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Uitgestelde belastingvorderingen | - Interpretatie van complexe belastingwetgeving |
| - Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen |
|
| Verplichtingen | |
| Verplichtingen verzekeringscontacten | |
| - Leven |
- Actuariële aannames |
| - Gehanteerde rentecurve bij toereikendheidstoets |
|
| - Niet-Leven |
- Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims |
| - Schadebehandelingskosten |
|
| - Finale afhandeling van uitstaande claims |
|
| Pensioenverplichtingen | - Actuariële aannames |
| - Disconteringsvoet |
|
| - Inflatie/salarissen |
|
| Voorzieningen | - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden |
| - De berekening van het best geschatte bedrag |
|
| Uitgestelde belastingschulden | - Interpretatie van complexe belastingwetgeving |
| Geschreven putoptie op minderheidsbelang | - Geschatte toekomstige reële waarde - Disconteringsvoet |
1.4 Segmentrapportering
Operationele segmenten
De indeling van de segmenten waarover gerapporteerd wordt, is ontleend aan operationele segmenten. De te rapporteren segmenten van Ageas zijn gebaseerd op geografische regio's, de resultaten zijn gebaseerd op IFRS. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.
De operationele segmenten zijn:
- België;
- Verenigd Koninkrijk (VK);
- Continentaal Europa;
- Azië;
- Algemene Rekening.
Ageas heeft besloten dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië.
Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het vijfde operationele segment: Algemene Rekening. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas en de verplichtingen uit hoofde van de CASHES / (RPN(I)) en de geschreven putoptie op het minderheidsbelang, Intreinco N.V. (herverzekeraar, in liquidatie), evenals de vorderingen en juridische procedures met betrekking tot de gebeurtenissen uit het verleden.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook van toepassing zouden zijn voor niet-gerelateerde derden.
1.5 Consolidatiegrondslagen
Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2013 omvat ageas SA/NV (de moedermaatschappij) en haar dochterondernemingen.
Investeringen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap – geassocieerde deelnemingen – worden verantwoord volgens de 'equity'-methode.
2 OVERNAMES
DESINVESTERINGEN
EN
De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2013 en 2012. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in Noot 28 Gebeurtenissen na balansdatum.
2.1 Overnames in 2013
2.1.1 DTH Partners LCC
Op 26 april 2013 verkreeg AG Real Estate door middel van een vermogensbijdrage van USD 103 miljoen (EUR 79 miljoen) een deelneming van 33% in DTH Partners LCC. Dit belang is verantwoord in Beleggingen in geassocieerde deelnemingen
De volgende overeenkomsten hebben betrekking op deze overname:
- Een mezzanine-lening van AG Insurance aan DTH Partners LLC voor een bedrag van USD 117,5 miljoen;
- Een overbruggingslening van USD 23 miljoen van AG Real Estate (North Star NV) aan EBNB 70 Pine Development. Dit bedrag is onderdeel van een door de aandeelhouders van DTH verstrekte totale brugfinancieringsfaciliteit van USD 50 mln om met Chevron een belastingteruggavestructuur voor te financieren, die vertraagd is door het goedkeuringsproces van de Amerikaanse belastingdienst.
Voor verdere details zie Noot 5 Verbonden partijen.
2.1.2 Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop
Onder activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop vallen de vastgoeddochterondernemingen North Light en Pole Star (totaal activa: EUR 247 miljoen, totaal verplichtingen: EUR 29 miljoen) en het gebouw Louvresse Développement (activa: EUR 81 miljoen). In overeenstemming met IFRS 5 zijn deze activa en verplichtingen aangemerkt als Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop; de afronding van de verkooptransacties vindt naar verwachting in december 2013 plaats.
2.1.3 Overige overnames
Naast de hierboven genoemde transacties heeft Ageas een aantal andere overnames in het kader van de normale bedrijfsuitoefening in het eerste halfjaar van 2013 gedaan, zoals een deelname van 20% in FREY ter hoogte van EUR 21 miljoen.
2.2 Overnames in 2012
2.2.1 Aksigorta A.Ş.
Op 21 november 2011 kwamen Ageas en Sabanci overeen om beide hun belang in Aksigorta te vergroten tot een maximum van 36% en zo hun partnerschap te verstevigen. Beide entiteiten hebben per 31 december 2012 een belang in Aksigorta van 36%. Ageas heeft EUR 10,5 miljoen betaald; EUR 6,3 miljoen in 2012 en EUR 4,2 miljoen in het laatste kwartaal van 2011.
2.2.2 Overnames AG Real Estate
AG Real Estate heeft vastgoedmaatschappijen verkregen voor een bedrag van EUR 84 miljoen. Er is voor deze transacties geen goodwill verantwoord.
2.2.3 Groupama Insurance Company Limited
Ageas heeft op 21 september 2012 een overeenkomst getekend inzake het verkrijgen van Groupama Insurance Company Limited (GICL) voor een totale som in contanten van GBP 116 miljoen (EUR 145 miljoen). Met deze acquisitie, die is gedaan om de marktpositie van Ageas te versterken, groeit Ageas uit tot de vijfde grootste Niet-Levenverzekeraar in het Verenigd Koninkrijk (met een marktaandeel van 5,2%), de vierde grootste in particuliere autoverzekeringen (met een marktaandeel van 11,7%) en de vierde grootste in particuliere verzekeringen (met een marktaandeel van 7,1%). De transactie was op 14 november 2012 een feit. Na afronding is GICL een dochteronderneming in volledig eigendom van Ageas UK geworden.
Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:
| Activa | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
49 | Verplichtingen uit hoofde van Niet-Leven verzekeringscontracten |
797 |
| Financiële investeringen | Actuele en | ||
| en leningen | 731 | uitgestelde belastingschulden | 11 |
| Herverzekerings- en | Overlopende rente en | ||
| overige vorderingen | 162 | overige verplichtingen | 49 |
| Materiële vaste activa | 6 | ||
| Overlopende rente | |||
| en overige activa | 117 | ||
| Totaal verplichtingen | 857 | ||
| Negatieve goodwill | 63 | ||
| Kostprijs | 145 | ||
| Totaal verplichtingen | |||
| Totaal activa | 1.065 | en kostprijs | 1.065 |
Groupama realiseerde in 2012 een nettoresultaat van EUR 3,4 miljoen (in het eerste halfjaar van 2013 is een nettoresultaat van EUR 8,4 miljoen geboekt). Op de transactie zijn geen goodwill of immateriële activa verantwoord. De negatieve goodwill van EUR 63 miljoen is direct in de resultatenrekening verwerkt als Overige Baten. De negatieve goodwill ontstond doordat de aankoopprijs voor Groupama lager was dan de boekwaarde.
2.3 Desinvesteringen in 2012
2.3.1 Ageas Deutschland Lebensversicherung AG
Ageas heeft in 2011 een overeenkomst getekend met Augur Capital voor de verkoop van haar Leven activiteiten in Duitsland. Deze transactie is afgerond in het eerste kwartaal van 2012 en heeft geleid tot een verlies van EUR 14,5 miljoen voor Ageas. Dit verlies was al verantwoord in de Algemene Rekening per eind 2011.
3 UITSTAANDE AANDELEN EN WINST PER AANDEEL
Hieronder is het verloop weergegeven van het aantal uitstaande aandelen (herzien voor het effect van de reverse stock split van augustus 2012):
| in duizenden | Uitgegeven aandelen |
Eigen aandelen |
Uitstaande aandelen |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2012 | 262.338 | - 21.709 | 240.629 |
| Intrekking van aandelen | - 19.217 | 19.217 | |
| Netto gekocht/verkocht | - 8.798 | - 8.798 | |
| Stand per 31 december 2012 | 243.121 | - 11.290 | 231.831 |
| Intrekking van aandelen | - 9.165 | 9.165 | |
| Netto gekocht/verkocht | - 2.907 | - 2.907 | |
| Stand per 30 juni 2013 | 233.956 | - 5.032 | 228.924 |
Fusie van Ageas SA/NV en Ageas NV en reverse stock split
Op respectievelijk 28 en 29 juni 2012 hebben de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van het Nederlandse ageas N.V. en het Belgische ageas SA/NV met een overweldigende meerderheid de fusie tussen beide vennootschappen goedgekeurd. Daarnaast werden ook de Reverse Stock Split en Reverse VVPR Strip Split goedgekeurd.
Op 3 augustus 2012 stelde de Raad van Bestuur van ageas SA/NV formeel vast dat de fusie van ageas N.V. en ageas SA/NV een feit was. Vanaf deze dag is het Belgische ageas SA/NV, met een permanente vestiging in Nederland, de enige moedermaatschappij van de Ageas groep.
Tegelijk met de fusie is Ageas overgegaan tot een samenvoeging van haar aandelen en VVPR Strips. Voor elke tien Ageas Units werd op 3 augustus 2012 één nieuw aandeel ageas SA/NV uitgegeven. Elk veelvoud van twintig Ageas VVPR Strips is samengevoegd tot telkens 1 Ageas VVPR Strip. Rekening houdend met de reverse stock split zijn de vergelijkende cijfers aangepast voor vergelijkingsdoeleinden.
Inkoopprogramma eigen aandelen 2012
Ageas heeft een inkoopprogramma voor haar eigen uitstaande, gewone aandelen gelanceerd voor een bedrag van maximaal EUR 200 miljoen, ingaand op 13 augustus 2012 voor een periode ten laatste eindigend op 19 februari 2013. Op 19 februari 2013 besloot de Raad van Bestuur van Ageas om het programma te verlengen tot het volledige bedrag van EUR 200 miljoen was bereikt. Dat was op 26 februari 2013 het geval.
Tussen 13 augustus 2012 en 26 februari 2013 heeft Ageas 9.635.159 aandelen ingekocht voor een totaalbedrag van EUR 200 miljoen. Dit kwam overeen met 3,96% van de totale uitstaande aandelen.
Op 24 april 2013 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de intrekking van 9.165.454 aandelen goedgekeurd. Tijdens de aandeelhoudersvergadering in september 2013 zal de aandeelhouders de goedkeuring voor de intrekking van de resterende 469.705 aandelen van het inkoopprogramma van eigen aandelen 2012 gevraagd worden.
Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen
Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 24 april 2013 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2013-2016) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 193.200.000 uit te breiden. Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 8,40 kan Ageas hiermee maximaal 23.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten.
Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor Noot 26 Voorwaardelijke verplichtingen).
De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 30 juni.
| in duizenden | |
|---|---|
| Aantal aandelen uitgegeven per 30 juni 2013 | 233.956 |
| Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden | |
| per Aandeelhoudersvergadering van 24 april 2013 | 23.000 |
| Totaal potentieel aantal aandelen per 30 juni 2013 | 256.956 |
Eigen aandelen Ageas
Het totaal aantal eigen aandelen (5,0 miljoen) bestaat voornamelijk uit de FRESH (4,0 miljoen), het restricted share programma (0,5 miljoen) en de resterende aandelen afkomstig uit het inkoopprogramma eigen aandelen (0,5 miljoen). Nadere informatie over de FRESH is te vinden in Noot 13.1.
Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (4,0 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux S.A.. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 4,0 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux S.A. heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux S.A. en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux S.A. een dochteronderneming van Ageas is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie Winst per aandeel en Noot 13 Achtergestelde verplichtingen).
In 2011, 2012 en 2013 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de komende drie jaar en een aantal andere voorwaarden worden de senior managers beloond met in totaal:
- tussen nul en 158.500 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2014 (plan 2011).
- tussen nul en 119.600 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2015.
- tussen nul en 167.000 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen op 1 april 2016.
In aanvulling op deze plannen zijn de leden van het Management Committee 100.997 aandelen toegezegd als langetermijnincentive. Ageas heeft besloten deze toezegging af te dekken door het maximaal aantal aandelen waarvan verwacht wordt dat deze binnen deze plannen toegekend worden, in te kopen.
CASHES en de afwikkeling met BNP Paribas Fortis SA/NV en BNP Paribas
BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de Cashes die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd.
In 2012 deed BNP een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES. Op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas 7.553 ingekochte aandelen van de 12.000 uitstaande CASHES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas.
Op 7 februari 2012 hebben Ageas en BNP Paribas een overeenkomst bereikt over de gedeeltelijke afwikkeling van de RPN/RPN(I) (zie Noot 16 RPN(I)) en de volledige inkoop van de Tier 1 Obligatielening die door BNP Paribas Fortis SA/NV is uitgegeven en voor 95% in handen is van Ageas (zie Noot 8 Leningen).
Winst per aandeel
In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel (de vergelijkende cijfers zijn aangepast voor de reverse stock split).
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 471,6 | 304,7 |
| Verkrijgingsprijs 'restricted shares' | 0,6 | 0,5 |
| Netto resultaat gebruikt om het verwaterd resultaat per aandeel te bepalen | 472,2 | 305,2 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) | 229.571 | 239.033 |
| Aanpassingen voor: | ||
| - aandelen onder voorwaarden (in duizenden) | 288 | 218 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) | 229.859 | 239.251 |
| Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 2,05 | 1,28 |
| Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 2,05 | 1,28 |
In het eerste halfjaar van 2013 zijn opties op een gewogen gemiddelde van 2.064.018 aandelen (eerste halfjaar van 2012: 2.433.067) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 20,83 per aandeel (eerste halfjaar van 2012: EUR 19,97) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen, rekening houdend met het feit dat na de reverse stock split 10 opties uitgeoefend dienen te worden om één aandeel te verkrijgen.
Gedurende 2013 en 2012 zijn 4,0 miljoen aandelen Ageas uit converteerbare effecten met betrekking tot de FRESH buiten beschouwing gelaten omdat de bespaarde rente hoger lag dan de gewone winst per aandeel.
Aandelen Ageas die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven (totaal 4,6 miljoen; 31 december 2012: 4,6 miljoen) behoren tot het gewogen gemiddelde van de gewone aandelen (zie Noot 26 Voorwaardelijke verplichtingen).
4 TOEZICHT EN SOLVABILITEIT
Ageas wordt door haar belangrijkste toezichthouder, de Nationale Bank van België, aangemerkt als verzekeringsmaatschappij. Ageas wordt als zodanig op geconsolideerd niveau onderworpen aan toezicht. Op de werkmaatschappijen wordt op lokaal niveau toezicht uitgeoefend.
4.1 Geconsolideerd toezicht Ageas
Op geconsolideerd niveau wordt het toezicht op Ageas uitgeoefend door de Nationale Bank van België (NBB). Op dochterondernemingen wordt toezicht uitgeoefend door de toezichthouders in de landen waar de dochterondernemingen zijn gevestigd, op basis van de eigen solvabiliteitsmaatstaven en de lokale grondslagen voor de financiële verslaggeving.
Op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving voor verzekeringsmaatschappijen in België rapporteert Ageas op kwartaalbasis aan de NBB over het beschikbaar wettelijk kapitaal en de vereiste solvabiliteit. Uit hoofde van het prudentieel toezicht wordt op kwartaalbasis geverifieerd of Ageas op geconsolideerde basis nog aan de solvabiliteitseisen voldoet.
De aansluiting van het eigen vermogen en het beschikbaar wettelijk vereist kapitaal en de daarmee samenhangende solvabiliteitsratio's is als volgt:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Aandelenkapitaal en reserves | 7.205,8 | 7.134,1 |
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 471,6 | 743,0 |
| Ongerealiseerde winsten en verliezen | 1.162,9 | 1.922,3 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 8.840,3 | 9.799,4 |
| Minderheidsbelangen | 865,2 | 871,5 |
| Totaal eigen vermogen | 9.705,5 | 10.670,9 |
| Achtergestelde instrumenten | 1.944,8 | 2.915,5 |
| Prudentiële filters | ||
| Lokaal vereiste egalisatiereserve voor catastrofen | - 205,0 | - 174,3 |
| Herwaardering van vastgoed, na belastingen (tegen 90%) | 765,7 | 761,2 |
| Aanpassing waardering van voor verkoop beschikbare beleggingen | - 1.518,8 | - 2.341,5 |
| Kasstroomafdekking | 25,2 | 29,0 |
| Goodwill | - 880,7 | - 892,8 |
| Overige immateriële vaste activa | - 355,8 | - 371,0 |
| Verwacht dividend | - 362,2 | |
| Verwacht dividend, gerelateerd aan de call optie BNP Paribas aandelen | - 224,3 | - 234,0 |
| Vermindering achtergestelde schuld naar 50% van vereiste solvabiliteit | - 932,3 | |
| Toetsingsvermogen toezichthouder | 9.256,6 | 9.068,5 |
| Solvabiliteitsratio's | ||
| Solvabiliteitsvereisten | 4.091,7 | 3.966,4 |
| Solvabiliteitsoverschot | 5.164,9 | 5.102,1 |
| Solvabiliteitsratio | 226,2% | 228,6% |
4.2 Kapitaalbeheer Ageas
Ageas beschouwt een sterke kapitaalbasis in de afzonderlijke verzekeringsactiviteiten als noodzakelijk, enerzijds als concurrentievoordeel en anderzijds om de geplande groei te financieren.
De Algemene Rekening omvat de groepsfuncties, de financieringstransacties en de nog lopende zaken uit het verleden. Voor de Algemene Rekening gebruikt Ageas het begrip nettokaspositie als indicator van het vrij beschikbare kapitaal zolang dat minder is dan het beschikbare kapitaal op groepsniveau.
Ageas streeft naar een minimum totaal solvabiliteitsratio van 200% van het wettelijk vereiste minimum op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf. Ageas zal deze doelstelling ten laatste bij de introductie van Solvency II opnieuw evalueren.
Vermogenspositie Verzekeringen
Op 30 juni 2013 bedroeg het totaal beschikbaar vermogen van het Verzekeringsbedrijf EUR 8,4 miljard (31 december 2012: EUR 8,1 miljard), 206 % van het wettelijk vereist minimum (31 december 2012: 204%).
| Continentaal | Consolidatie | Totaal | Algemeen | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 30 juni 2013 | België | VK | Europa | Azië | correcties | Verzekeringen | (incl. elim) | Ageas |
| Totaal beschikbaar vermogen | 4.334,0 | 1.000,9 | 1.462,6 | 1.526,6 | 90,4 | 8.414,5 | 842,1 | 9.256,6 |
| Minimale solvabiliteitsvereisten | 2.412,1 | 469,1 | 578,6 | 628,7 | 4.088,5 | 3,2 | 4.091,7 | |
| Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten | 1.921,9 | 531,8 | 884,0 | 897,9 | 90,4 | 4.326,0 | 838,9 | 5.164,9 |
| Totaal vermogen solvabiliteitsratio | 179,7% | 213,4% | 252,8% | 242,8% | 205,8% | 226,2% | ||
| Xx | ||||||||
| 31 december 2012 | ||||||||
| Totaal beschikbaar vermogen | 4.118,1 | 1.079,0 | 1.393,0 | 1.396,7 | 90,8 | 8.077,6 | 990,9 | 9.068,5 |
| Minimale solvabiliteitsvereisten | 2.379,6 | 489,9 | 572,6 | 521,1 | 3.963,2 | 3,2 | 3.966,4 | |
| Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten | 1.738,5 | 589,1 | 820,4 | 875,6 | 90,8 | 4.114,4 | 987,7 | 5.102,1 |
| Totaal vermogen solvabiliteitsratio | 173,1% | 220,2% | 243,3% | 268,0% | 203,8% | 228,6% |
Het door België (AG Insurance) naar verwachting uit te keren dividend zal vanaf 2013 uitsluitend in de solvabiliteitsberekening worden opgenomen op het moment dat de Raad van Bestuur van België het dividendvoorstel heeft goedgekeurd. Deze werkwijze komt overeen met de richtlijnen voor verslaggeving van de Nationale Bank van België en de solvabiliteitsberekening van de andere segmenten.
De grafische weergave van de solvabiliteitspositie per Verzekeringssegment en voor Verzekeringen als geheel is als volgt:
Nettokaspositie Algemene Rekening
Op basis van de wet- en regelgeving van de NBB bedroeg het beschikbaar wettelijk kapitaal van de Algemene Rekening (inclusief eliminaties) EUR 0,8 miljard per 30 juni 2013 (31 december 2012: EUR 1,0 miljard).
Voor een holding is niet alleen het beschikbaar wettelijk kapitaal relevant maar ook de financiële flexibiliteit om dit kapitaal te gebruiken. Om die reden bewaakt Ageas ook de nettokaspositie.
De nettokaspositie bestaat uit de beschikbare Geldmiddelen en kasequivalenten en kortetermijninvesteringen die binnen afzienbare tijd en tegen beperkte kosten kunnen worden geliquideerd, op dit moment voornamelijk bankdeposito's onder aftrek van schuldpapier dat komt te vervallen.
De nettokaspositie bedroeg op 30 juni 2013 EUR 2,1 miljard en is in vergelijking met eind 2012 vooral positief beїnvloed door de volgende gebeurtenissen:
- Ageas heeft EUR 827 miljoen aan contanten ontvangen van RPI;
- Ageas heeft EUR 144 miljoen ontvangen uit de verkoop van de calloptie op BNP Paribas aandelen;
- Ageas heeft EUR 339 miljoen aan dividend ontvangen van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen.
- Ageas heeft EUR 66 miljoen betaald in het kader van de inkoopprogramma's van eigen aandelen;
- Ageas heeft EUR 100 miljoen betaald voor een kapitaalinjectie en financiering van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen;
- Ageas heeft EUR 26 miljoen betaald voor de aflossing van schuldbewijzen;
- Ageas heeft EUR 270 miljoen aan dividend uitgekeerd aan haar aandeelhouders.
RPI zal naar verwachting in de loop van 2013 additioneel dividend uitkeren. Ageas verwacht EUR 200 miljoen te ontvangen. Ageas heeft bekend gemaakt dat zij in verband met de verkoop van de calloptie op BNP Paribas een terugbetaling van kapitaal zal voorstellen. De terugbetaling, ter hoogte van EUR 224 miljoen aan contanten, zal in december worden uitgevoerd.
Ageas heeft ook een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor een bedrag van EUR 200 miljoen aangekondigd.
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.178,7 | 402,4 |
| Vorderingen op banken | 1.000,0 | 1.000,0 |
| Schuldbewijzen | - 123,7 | - 186,8 |
| Netto kaspositie | 2.055,0 | 1.215,6 |
5 VERBONDEN PARTIJEN
In april 2013 sloot Ageas een transactie inzake de verkrijging van een deelneming van 33% in DTH Partner LLC. DTH Partners LLC staat in relatie tot de heer Ronny Brückner, een lid van de Raad van Bestuur van Ageas. Volgens IFRS richtlijnen worden transacties en verbintenissen als deze beschouwd als een transactie met verbonden partijen en dienen om die reden als zodanig hier te worden genoemd.
Details van de transactie
In december 2011 verschafte AG Insurance DTH Partners LLC en NB 70 Pine LLC (gezamenlijke en verscheidene kredietnemers), twee Amerikaanse vastgoedbeleggingsmaatschappijen, een converteerbare overbruggingslening van USD 70 miljoen (EUR 53,0 miljoen) voor de financiering van de aankoop van een historisch gebouw in Manhattan, New York (70, Pine Street). De lening had een oorspronkelijke looptijd van een jaar, maar werd eind 2012 verlengd. De rente op de lening bedroeg 12% en werd beschermd door (i) onderpand voor de aandelen van de SPV die het gebouw in bezit heeft, (ii) garantieovereenkomsten, (iii) onderpand voor vorderingen en (iv) opties voor AG Insurance die kunnen worden geconverteerd in entiteiten die huurwoningen in downtown Manhattan bezitten.
Op 26 april 2013 zijn de volgende overeenkomsten bereikt:
- een overeenkomst tussen Westbridge Sarl en AG Real Estate Westinvest SA inzake een kapitaalinjectie van USD 103 miljoen (EUR 79 miljoen) in DTH Partners LCC, wat een deelneming van 33% vertegenwoordigt. Deze deelneming is in de balans verantwoord onder Beleggingen in geassocieerde deelnemingen,
- Een mezzanine-lening van AG Insurance aan DTH Partners LLC voor een bedrag van USD 117,5 miljoen;
- Een overbruggingslening van USD 23 miljoen van AG Real Estate (North Star NV) aan EBNB 70 Pine Development. Dit bedrag is onderdeel van een door de aandeelhouders van DTH verstrekte totale brugfinancieringsfaciliteit van USD 50 mln om met Chevron een belastingteruggavestructuur voor te financieren, die vertraagd is door het goedkeuringsproces van de Amerikaanse belastingdienst.
Hoewel de omstandigheden uitzonderlijk zijn, beschouwt het management de transactie als marktconform ('arm's lenght').
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE BALANS
6 GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
Onder Geldmiddelen en kasequivalenten vallen direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden na de datum van verkrijging.
De Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni bestaan uit:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen | 2,1 | 2,1 |
| Vorderingen op banken | 2.147,4 | 1.706,5 |
| Overige | 172,3 | 741,3 |
| Totaal geldmiddelen en kasequivalenten | 2.321,8 | 2.449,9 |
De samenstelling van de Financiële beleggingen is als volgt:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Financiële beleggingen | ||
| - Tot einde looptijd aangehouden | 5.036,3 | 5.054,1 |
| - Voor verkoop beschikbaar | 57.136,4 | 57.409,9 |
| - Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 297,4 | 262,5 |
| - Afgeleide financiële instrumenten aangehouden | ||
| voor handelsdoeleinden (activa) | 16,9 | 35,8 |
| Totaal bruto | 62.487,0 | 62.762,3 |
| Bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - op voor verkoop beschikbare beleggingen | - 187,2 | - 190,5 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen | - 187,2 | - 190,5 |
| Totaal | 62.299,8 | 62.571,8 |
7.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden
| Overheids- | Bedrijfs | ||
|---|---|---|---|
| obligaties | obligaties | Totaal | |
| Historische kostprijs bij opname | 4.729,4 | 163,9 | 4.893,3 |
| Overname | 125,7 | 125,7 | |
| Historische / geamortiseerde kostprijs | 4.855,1 | 163,9 | 5.019,0 |
| Amortisatie | 29,3 | 5,8 | 35,1 |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op | |||
| 31 december 2012 | 4.884,4 | 169,7 | 5.054,1 |
| Einde looptijd | - 29,5 | - 29,5 | |
| Amortisatie | 9,3 | 2,4 | 11,7 |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 30 juni 2013 | 4.893,7 | 142,6 | 5.036,3 |
| Reële waarde op 30 juni 2013 | 5.753,6 | 147,5 | 5.901,1 |
De als Tot einde looptijd aangehouden aangemerkte overheidsobligaties naar land van uitgifte per 30 juni zijn als volgt:
| 30 juni 2013 | Historische/ geamortiseerde kostprijs |
Reële waarden |
|---|---|---|
| Belgische overheid | 4.364,9 | 5.138,3 |
| Portugese overheid | 528,8 | 615,3 |
| Totaal | 4.893,7 | 5.753,6 |
| 31 december 2012 | ||
| Belgische overheid | 4.367,8 | 5.510,6 |
| Portugese overheid | 516,6 | 606,7 |
| Totaal | 4.884,4 | 6.117,3 |
7.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen
De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde Ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de Voor verkoop beschikbare beleggingen zijn als volgt:
| Reële |
|---|
| waarden |
| 29.284,6 |
| 24.484,8 |
| 344,2 |
| 54.113,6 |
| 39,3 |
| 2.790,8 |
| 5,5 |
| 2.835,6 |
| 56.949,2 |
| 31 december 2012 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 26.530,9 | 3.412,0 | - 99,0 | 29.843,9 | 29.843,9 | |
| Bedrijfsobligaties | 22.911,6 | 1.911,8 | - 72,1 | 24.751,3 | 24.751,3 | |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 259,0 | 15,7 | - 6,4 | 268,3 | - 2,3 | 266,0 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 49.701,5 | 5.339,5 | - 177,5 | 54.863,5 | - 2,3 | 54.861,2 |
| Private equity en durfkapitaal | 34,3 | 0,6 | 34,9 | 34,9 | ||
| Aandelen | 2.301,4 | 229,6 | - 23,6 | 2.507,4 | - 188,2 | 2.319,2 |
| Overige beleggingen | 4,1 | 4,1 | 4,1 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen | 2.339,8 | 230,2 | - 23,6 | 2.546,4 | - 188,2 | 2.358,2 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 52.041,3 | 5.569,7 | - 201,1 | 57.409,9 | - 190,5 | 57.219,4 |
Een bedrag van EUR 1.597,7 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is in onderpand gegeven als zekerheid (2012: EUR 965,5 miljoen).
De portefeuille inzake de Investeringen aangehouden voor verkoop per 30 juni kan als volgt grafisch worden weergegeven:
Overheidsobligaties naar land van uitgifte
De overheidsobligaties naar land van uitgifte per 30 juni zijn als volgt:
| Historische/ | Bruto | ||
|---|---|---|---|
| geamortiseerde | ongerealiseerde | Reële | |
| 30 juni 2013 | kostprijs | winsten (verliezen) | waarden |
| Belgische overheid | 12.658,1 | 1.129,4 | 13.787,5 |
| Nederlandse overheid | 443,3 | 46,0 | 489,3 |
| Duitse overheid | 1.015,9 | 213,4 | 1.229,3 |
| Italiaanse overheid | 1.636,1 | 23,9 | 1.660,0 |
| Franse overheid | 4.600,0 | 405,1 | 5.005,1 |
| Britse overheid | 642,8 | 10,9 | 653,7 |
| Spaanse overheid | 357,6 | - 2,8 | 354,8 |
| Portugese overheid | 922,6 | - 19,5 | 903,1 |
| Oostenrijkse overheid | 2.461,8 | 278,8 | 2.740,6 |
| Finse overheid | 224,0 | 22,5 | 246,5 |
| Ierse overheid | 514,8 | 32,6 | 547,4 |
| Sloveense overheid | 49,1 | - 3,0 | 46,1 |
| Tsjechische overheid | 243,6 | 29,4 | 273,0 |
| Slowaakse overheid | 333,2 | 32,2 | 365,4 |
| Verenigde Staten van Amerika overheid | 299,4 | 51,4 | 350,8 |
| Overige overheden | 562,9 | 69,1 | 632,0 |
| Totaal | 26.965,2 | 2.319,4 | 29.284,6 |
| xxxx | |||
| 31 december 2012 | |||
| Belgische overheid | 12.274,3 | 1.773,4 | 14.047,7 |
| Nederlandse overheid | 642,8 | 60,0 | 702,8 |
| Duitse overheid | 1.133,7 | 264,6 | 1.398,3 |
| Italiaanse overheid | 1.686,5 | 2,0 | 1.688,5 |
| Franse overheid | 4.228,5 | 600,6 | 4.829,1 |
| Britse overheid | 794,7 | 28,3 | 823,0 |
| Spaanse overheid | 366,6 | - 22,9 | 343,7 |
| Portugese overheid | 753,0 | - 28,1 | 724,9 |
| Oostenrijkse overheid | 2.541,6 | 366,7 | 2.908,3 |
| Finse overheid | 224,9 | 33,4 | 258,3 |
| Ierse overheid | 408,8 | 22,4 | 431,2 |
| Sloveense overheid | 69,8 | 69,8 | |
| Tsjechische overheid | 243,8 | 34,5 | 278,3 |
| Slowaakse overheid | 231,0 | 32,9 | 263,9 |
| Verenigde Staten van Amerika overheid | 297,1 | 83,0 | 380,1 |
| Overige overheden | 633,8 | 62,2 | 696,0 |
| Totaal | 26.530,9 | 3.313,0 | 29.843,9 |
Het aandeel per land in de beleggingsportefeuille overheidsobligaties op basis van reële waarde kan per 30 juni als volgt worden weergegeven:
De volgende tabel geeft de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen) weer. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties: | ||
| Boekwaarde | 54.113,6 | 54.861,2 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 3.604,6 | 5.162,0 |
| - Belasting | - 1.183,5 | - 1.635,5 |
| Shadow accounting | - 1.181,1 | - 1.594,0 |
| - Belasting | 380,5 | 510,9 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 1.620,5 | 2.443,4 |
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen: | ||
| Boekwaarde | 2.835,6 | 2.358,2 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 206,1 | 206,6 |
| - Belasting | - 55,3 | - 67,8 |
| Shadow accounting | - 82,1 | - 62,1 |
| - Belasting | 28,0 | 20,2 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 96,7 | 96,9 |
Bijzondere waardeverminderingen op Voor verkoop beschikbare beleggingen
De volgende tabel toont de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen.
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen: | ||
| - op obligaties | - 2,3 | - 2,3 |
| - op aandelen en overige beleggingen | - 184,9 | - 188,2 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen | - 187,2 | - 190,5 |
De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op Voor verkoop beschikbare beleggingen zijn:
| 30 juni | 31 december | |
|---|---|---|
| 2013 | 2012 | |
| Stand per 1 januari | 190,5 | 1.436,8 |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | 14,2 | 97,6 |
| Terugname bij de verkoop/desinvestering | - 15,3 | - 1.343,6 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | - 2,2 | - 0,3 |
| Stand per einde periode | 187,2 | 190,5 |
De terugname bij de verkoop/desinvestering in 2012 van EUR 1.278,9 miljoen is gerelateerd aan de conversie van de Griekse obligatieportefeuille.
7.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening
De volgende tabel geeft een nadere toelichting op de Beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden per 30 juni, waarbij de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening plaatsvindt.
| 30 juni | 31 december | |
|---|---|---|
| 2013 | 2012 | |
| Bedrijfsobligaties | 220,7 | 191,7 |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 49,9 | 49,0 |
| Obligaties | 270,6 | 240,7 |
| Aandelen | 26,8 | 21,8 |
| Aandelen en overige beleggingen | 26,8 | 21,8 |
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met | ||
| waardeveranderingen in de resultatenrekening | 297,4 | 262,5 |
Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen gekoppeld zijn aan de prestaties van deze activa, ofwel contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling en waar in de waardering daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Deze waardering verkleint de kans aanzienlijk dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.
7.4 Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa)
De samenstelling van de voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) is als volgt:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Niet op een beurs verhandeld (OTC) | 16,6 | 35,8 |
| Op een beurs verhandeld | 0,3 | |
| Totaal afgeleide financiële instrumenten | 16,9 | 35,8 |
De Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten hebben voornamelijk betrekking op rente- en aandelenopties, renteswaps en valutatermijncontracten. De Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten zijn in 2013 gewaardeerd op niveau 1 (genoteerde prijzen in actieve markten) en op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten). In 2012 zijn deze derivaten gewaardeerd op niveau 2. Het nominaal bedrag van Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten in 2013 is EUR 3.084,2 miljoen (2012: EUR 3.074,7 miljoen).
7.5 Vastgoed
De reële waarde van het vastgoed, zowel aangehouden als belegging als voor eigen gebruik, is als volgt:
| Reële waarde: | 30 juni 2013 | 31 december 2012 |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 3.236,5 | 3.307,2 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.341,4 | 1.431,4 |
| Totaal reële waarde | 4.577,9 | 4.738,6 |
| Boekwaarde: | ||
| Vastgoedbeleggingen | 2.289,7 | 2.415,5 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 967,0 | 1.010,0 |
| Totale boekwaarde | 3.256,7 | 3.425,5 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 1.321,2 | 1.313,1 |
| Belastingen | - 431,1 | - 428,4 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies | ||
| (niet opgenomen in eigen vermogen) | 890,1 | 884,7 |
8 LENINGEN
De Leningen zijn als volgt samengesteld:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Leningen aan banken | 2.306,2 | 2.637,5 |
| Leningen aan klanten | 4.014,0 | 3.667,5 |
| Totaal | 6.320,2 | 6.305,0 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - specifiek kredietrisico | - 16,3 | - 15,6 |
| - bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) | - 0,9 | - 1,0 |
| Totaal leningen | 6.303,0 | 6.288,4 |
8.1 Leningen aan banken
De Leningen aan banken zijn als volgt samengesteld:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Rentedragende deposito's | 1.579,0 | 1.513,0 |
| Achtergestelde leningen | 580,6 | 949,3 |
| Overige | 146,6 | 175,2 |
| Totaal | 2.306,2 | 2.637,5 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - specifiek kredietrisico | - 0,6 | - 1,1 |
| Leningen aan banken | 2.305,6 | 2.636,4 |
De Achtergestelde leningen kunnen worden uitgesplitst in:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Nitsh I (USD 750 miljoen) | 580,6 | 575,9 |
| Nitsh II | 373,4 | |
| Totaal Achtergestelde leningen | 580,6 | 949,3 |
Nitsh I en II
In 2008 heeft Ageas Hybrid Financing SA/NV (AHF) een obligatielening genaamd 'Nitsh I' ter waarde van USD 750 miljoen uitgegeven, met een coupon van 8,25%.De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan BNP Paribas Fortis SA/NV. BNP Paribas Fortis SA/NV heeft AHF laten weten de lening op de eerste calldatum af te lossen (27 augustus 2013); AHF op haar beurt informeerde de obligatiehouders dat zij de Nitsh I obligatielening ook op de eerste calldatum 27 augustus 2013 zal aflossen.
De Nitsh II obligatielening ter waarde van EUR 625 miljoen, met een coupon van 8%, werd ook in 2008 uitgegeven. De opbrengsten van deze leningen werden deels doorgeleend aan AG Insurance en deels aan BNP Paribas Fortis SA/NV. Beide partijen hebben laten weten dat zij deze leningen op de eerste calldatum, te weten 3 juni 2013, zouden aflossen; AHF op haar beurt informeerde de obligatiehouders op 21 maart 2013 dat zij de obligatielening ook op 3 juni 2013 zou aflossen. Deze obligatieleningen zijn daarom per 30 juni 2013 beëindigd (zie ook Noot 13 Achtergestelde schulden).
8.2 Leningen aan klanten
De Leningen aan klanten zijn als volgt samengesteld:
| 30 juni 2013 |
31 december 2012 |
|
|---|---|---|
| Overheid en officiële instellingen | 0,3 | 0,3 |
| Hypothecaire leningen | 1.539,3 | 1.528,6 |
| Leningen aan particulieren | 9,6 | 7,7 |
| Leningen aan ondernemingen | ||
| Vastgoed | 117,9 | 76,7 |
| Infrastructuur | 64,4 | 63,9 |
| Overige | 159,0 | 129,5 |
| Polisbeleningen | 199,7 | 189,3 |
| Overige leningen | 1.923,8 | 1.671,5 |
| Totaal | 4.014,0 | 3.667,5 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - specifiek kredietrisico | - 15,7 | - 14,5 |
| - bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) | - 0,9 | - 1,0 |
| Leningen aan klanten | 3.997,4 | 3.652,0 |
De regel Vastgoed onder Leningen aan ondernemingen heeft ook betrekking op de Mezzanine-lening van USD 117,5 miljoen aan DTH Partners (zie ook Noot 2 en 5).
Overige leningen hebben hoofdzakelijk betrekking op:
- leningen aan bankgerelateerde instellingen (EUR 229 miljoen; december 2012: EUR 197 miljoen);
- leningen aan financiële dienstverleners (EUR 325 miljoen; 31 december 2012: EUR 345 miljoen);
- leningen aan de Europese Unie (EUR 124 miljoen; 31 december 2012: EUR 126 miljoen);
- leningen aan regionale overheden in België (EUR 1.190 miljoen; 31 december 2012: 990 miljoen).
Ageas heeft kredietlijnen verstrekt voor een totaalbedrag van EUR 382 miljoen (31 december 2012: EUR 273 miljoen).
Ageas heeft in het derde kwartaal van 2012 een programma aangekondigd ter verbetering van de diversificatie van haar portefeuille door middel van beleggingen in bedrijfsleningen. Ageas zal maximaal 5% van het totale belegde vermogen in deze beleggingscategorie steken. Ageas ziet in de bedrijfsleningen een interessant alternatief in het huidige lagerenteklimaat. De grotere diversificatie en het aantrekkelijke risico-rendementsprofiel zijn bijkomende voordelen.
Het grootste deel van deze investering wordt gerealiseerd via een samenwerkingsverband voor infrastructuurleningen met Natixis. Het doel is om te profiteren van:
- een interessant, voor risico gecorrigeerd rendement: infrastructuurleningen versterken het rendement en zorgen voor diversificatievoordelen vergeleken met staatspapier (een belangrijk deel van de beleggingsportefeuille van Ageas);
- waarborgen op basis van onderpand gekoppeld aan de onderliggende projecten (bijv. gebouwen, wegen);
- betere afstemming looptijden: infrastructuurleningen hebben door de aard van de projecten lange looptijden, wat goed past bij de financiering van langetermijnverplichtingen waarmee verzekeraars traditioneel te maken hebben.
Belangrijkste kenmerken van de overeenkomst met Natixis:
- Natixis is verantwoordelijk voor de toekenning van leningen en houdt een vooraf overeengekomen substantieel deel van iedere transactie op de balans. Ageas neemt het resterende deel voor haar rekening;
- alleen nieuwe of zeer recent overeengekomen transacties in geselecteerde sectoren en landen komen in aanmerking;
- het samenwerkingsverband sluit activiteiten in de Benelux uit gezien het feit dat Ageas hier direct toegang tot infrastructuurprojecten heeft;
- het streefbedrag van de leningenportefeuille bedraagt EUR 2 miljard voor Ageas;
- de verwachting is dat het beoogde geïnvesteerde bedrag in een periode van twee tot drie jaar wordt bereikt;
- Natixis verzorgt de administratie verbonden aan alle leningen in deze portefeuille.
9 BELEGGINGEN IN GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN
De belangrijkste investeringen in geassocieerde deelnemingen bestaan uit ons aandeel in onze participaties in Tai Ping Holdings, Mayban Ageas Holding, Muang Thai Group Holding, Cardiff Lux Vie, Aksigorta en DTH Partners LCC (zie Noot 2 en 5).
Ten gevolge van de op 12 mei 2009 gesloten transacties verwierf Ageas voor een totaalbedrag van EUR 760,0 miljoen een belang van 44,7% in Royal Park Investments (RPI), een 'special purpose vehicle' dat een deel van de gestructureerde kredietportefeuille verwierf van BNP Paribas Fortis SA/NV. Het belang wordt gewaardeerd volgens de 'equity' methode.
RPI verwierf van BNP Paribas Fortis SA/NV op de sluitingsdatum een portefeuille gestructureerde kredieten voor een overeengekomen aankoopprijs van EUR 11,7 miljard. De overeenstemmende nominale waarde van de portefeuille kwam per 12 mei 2009 uit op EUR 20,5 miljard. De aankoop is gefinancierd met eigen vermogen ten bedrage van EUR 1,7 miljard, super senior schuld ten bedrage van EUR 5 miljard en senior schuld voor EUR 5 miljard; de senior schuld kent een verliesabsorptiemechanisme. De senior schuld is verstrekt door BNP Paribas en BNP Paribas Fortis SA/NV. Het deel dat gefinancierd is door BNP Paribas Fortis SA/NV is gegarandeerd door de Belgische overheid. Contanten gegenereerd door RPI zullen eerst worden gebruikt om de super senior schuld terug te betalen.
In april 2013 verkocht RPI de gehele portefeuille gestructureerde kredietinstrumenten en boekte op deze transactie een winst van EUR 615 miljoen (EUR 275 miljoen aandeel Ageas). In het tweede kwartaal was de transactie vrijwel helemaal afgewikkeld, de aandeelhouders hebben van hun aanvangsinvestering ter hoogte van EUR 1.700 miljoen EUR 1.650 miljoen terugbetaald gekregen en een dividend van EUR 200 miljoen. Ageas heeft in totaal EUR 827 miljoen ontvangen.
De nettovermogenswaarde van RPI bedraagt per 30 juni 2013 EUR 538 miljoen (EUR 240 miljoen aandeel Ageas). De belangrijkste activa betreffen EUR 289 miljoen af te wikkelen effecten, EUR 803 miljoen aan contanten, EUR 358 miljoen overige min of meer liquide activa en EUR 912 miljoen aan verplichtingen die bijna allemaal betrekking hebben op uitstaand Commercial Paper.
Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken inzake een aantal Amerikaanse activa.
10 CALLOPTIE OP BNP PARIBAS AANDELEN
Op basis van de op 12 mei 2009 getekende overeenkomst kreeg Ageas een in contanten af te wikkelen calloptie toegekend door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) waardoor Ageas de mogelijkheid heeft te profiteren van een waardestijging van de waarde van 121.218.054 aandelen van BNP Paribas gehouden door de FPIM. Deze aandelen werden verkregen door de FPIM in ruil voor de verkoop van 75% + 1 aandeel van BNP Paribas Fortis SA/NV. De optie geeft Ageas het recht op het verschil tussen de uitoefenprijs van EUR 66,672 en de marktprijs van de aandelen van BNP Paribas op het moment van de uitoefening of de verkoopprijs van de onderliggende aandelen van BNP Paribas, naar discretie van de FPIM.
Deze optie wordt verantwoord op basis van de reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening onder Ongerealiseerde winst (verlies) op Calloptie BNP Paribas aandelen.
Op 27 april 2013 heeft Ageas de calloptie weer verkocht aan FPIM voor EUR 144 miljoen (wat neerkomt op EUR 0,64 per aandeel). De transactie is in het tweede kwartaal afgerond.
11 VERZEKERINGS-VERPLICHTINGEN
11.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven per 30 juni:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 25.144,2 | 24.866,7 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 321,8 | 312,0 |
| Shadow accounting | 540,2 | 738,3 |
| Voor eliminaties | 26.006,2 | 25.917,0 |
| Eliminaties | - 3,4 | - 2,7 |
| Bruto | 26.002,8 | 25.914,3 |
| Herverzekering | - 146,3 | - 145,4 |
| Netto | 25.856,5 | 25.768,9 |
11.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven per 30 juni:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 28.280,3 | 28.106,7 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 122,5 | 176,9 |
| Shadow accounting | 624,9 | 817,1 |
| Bruto | 29.027,7 | 29.100,7 |
| Herverzekering | ||
| Netto | 29.027,7 | 29.100,7 |
11.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten
De Verplichtingen inzake unit-linked contracten voor rekening en risico van polishouders gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Verzekeringscontracten | 1.662,5 | 1.625,7 |
| Beleggingscontracten | 11.990,9 | 12.141,3 |
| Totaal | 13.653,4 | 13.767,0 |
11.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten per 30 juni:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Schadeverplichting | 5.596,8 | 5.595,5 |
| Niet-verdiende premies | 1.811,5 | 1.832,1 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 9,0 | 7,9 |
| Shadow accounting | 98,2 | 100,8 |
| Bruto na eliminaties | 7.515,5 | 7.536,3 |
| Herverzekering | - 521,3 | - 522,6 |
| Netto | 6.994,2 | 7.013,7 |
Sommige ongevallenverzekeringen (met name de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) betreffen langetermijncontracten en de gerelateerde verplichtingen worden berekend op basis van technieken die vergelijkbaar zijn met die van Leven. Als gevolg van de dalende rentes is in 2012 een bedrag met betrekking tot shadow accounting geboekt.
12 SCHULDBEWIJZEN
De volgende tabel toont de verschillende Schuldbewijzen (EMTN) die Ageas heeft uitgegeven en de bedragen die per 30 juni uitstaan:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Tegen geamortiseerde kostprijs | 62,1 | 97,3 |
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 61,6 | 89,5 |
| Totaal schuldbewijzen | 123,7 | 186,8 |
Als gevolg van de veranderingen in de samenstelling van de voormalige Fortis-groep in oktober 2008 is er een onherstelbare inbreuk op de leningvoorwaarden ontstaan waardoor alle schuldbewijzen in gebreke en direct opvraagbaar zijn tegen de nominale waarde. Schuldbewijzen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden derhalve gewaardeerd op minimaal de nominale waarde. De nominale waarde van tegen reële waarde aangehouden schuldbewijzen met waardeveranderingen in de resultatenrekening per 30 juni 2013 was vrijwel gelijk aan de reële waarde omdat de schuldbewijzen direct opvraagbaar zijn. De waardering van schuldbewijzen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op niveau 2. Ageas heeft geen activa tot zekerheid gesteld voor uitstaande schuldbewijzen.
De daling van het eerste halfjaar van 2013 valt toe te schrijven aan aflossingen.
13 ACHTERGESTELDE SCHULDEN
De achtergestelde schulden zijn per 30 juni als volgt:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| FRESH | 1.250,0 | 1.250,0 |
| - Hybrone | 229,2 | 412,5 |
| - Nitsh I | 580,6 | 575,9 |
| - Nitsh II | 623,1 | |
| Ageas Hybrid Financing | 809,8 | 1.611,5 |
| Eeuwigdurende achtergestelde leningen | 414,1 | |
| Overige achtergestelde schulden | 51,5 | 54,0 |
| Totaal achtergestelde schulden | 2.525,4 | 2.915,5 |
13.1 FRESH
Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen met een nominale waarde van EUR 250.000 per obligatie. De coupons zijn per kwartaal achteraf betaalbaar tegen een variabele rentevoet gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met 135 basispunten.
De FRESH is uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV als mededebiteur. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 4,0 miljoen Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend- of stemrecht (het per 30 juni 2013 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is inclusief de 4,0 miljoen Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).
In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternatieve Coupon Vereffenings Methode (ACVM). De ACVM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas tot het bedrag van de verschuldigde rente worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACVM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACVM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is. Vanwege deze kenmerken wordt de FRESH behandeld als onderdeel van het voor de toezichthouder kwalificerend vermogen.
De FRESH-obligaties kennen geen vervaldatum, maar kunnen naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 315 per aandeel. De obligaties worden automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende handelsdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 472,50.
13.2 Ageas Hybrid Financing
In 2006 heeft Ageas een special purpose vehicle opgericht onder de naam Ageas Hybrid Financing SA (hierna 'AHF'), dat eeuwigdurende sterk achtergestelde en onder gelijke condities uitgegeven effecten uitgaf en de opbrengsten daarvan investeerde in instrumenten van (voormalige) werkmaatschappijen van Ageas. Deze instrumenten worden meegenomen in de berekening van de solvabiliteit voor deze entiteiten. De door AHF uitgegeven effecten vallen onder een zogenoemde 'support agreement' en een achtergestelde garantie afgegeven door ageas SA/NV.
Uit hoofde van de 'Support Agreement' is ageas SA/NV verplicht om zodanige middelen aan AHF te verstrekken als nodig om de couponverplichtingen te voldoen in ieder jaar dat Ageas een dividenduitkering vaststelt, ofwel om de coupon te betalen via de ACVM indien de entiteiten die de opbrengsten hebben ontvangen de coupons op de doorgeleende leningen niet in contanten voldoen tengevolge van schending van de toepasselijke wettelijke minimale solvabiliteitseisen. In het geval dat Ageas beneden het wettelijk vereiste minimum solvabiliteitsniveau komt of de geconsolideerde activa kleiner zijn dan de verplichtingen exclusief schulden die niet beschouwd worden als 'Senior Debt' of in het geval dat AHF die keuze maakt, dan wordt de couponbetaling vervangen door een afrekening via de ACVM.
AHF heeft in 2006 een obligatie van EUR 500 miljoen uitgegeven onder de naam 'Hybrone', tegen een coupon van 5,125% tot 20 juni 2016 en driemaands Euribor plus 200 basispunten daarna. De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan AG Insurance. In maart 2013 lanceerde AHF een bod op de uitstaande effecten tegen een aankoopprijs van 91%, dit bod is uiteindelijk aanvaard voor een bedrag van EUR 163,6 miljoen. De doorlening aan AG Insurance werd met hetzelfde bedrag verminderd. Een aantal gelieerde ondernemingen van Ageas investeerde in Hybrone effecten, waardoor per 30 juni 2013 EUR 229,2 miljoen aan Hybrone effecten blijft uitstaan. De eerste calldatum van de resterende Hybrone effecten is op 20 juni 2016.
In 2008 heeft AHF een obligatielening genaamd 'Nitsh I' ter waarde van USD 750 miljoen uitgegeven, met een coupon van 8,25%. De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan BNP Paribas Fortis SA/NV. BNP Paribas Fortis SA/NV heeft AHF laten weten de lening op de eerste calldatum af te lossen (27 augustus 2013); AHF op haar beurt informeerde de obligatiehouders dat zij de Nitsh I obligatielening ook op de eerste calldatum 27 augustus 2013 zal aflossen.
De Nitsh II obligatielening ter waarde van EUR 625 miljoen, met een coupon van 8%, werd ook in 2008 uitgegeven. De opbrengsten van deze leningen werden deels doorgeleend aan AG Insurance en deels aan BNP Paribas Fortis SA/NV. Beide partijen hebben laten weten dat zij deze leningen op de eerste calldatum, te weten 3 juni 2013, zouden aflossen; AHF op haar beurt informeerde de obligatiehouders op 21 maart 2013 dat zij de obligatielening ook op 3 juni 2013 zou aflossen. Deze obligatieleningen zijn daarom per 30 juni 2013 opgeheven.
13.3 Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes ('notes')
AG Insurance heeft op 21 maart 2013 eeuwigdurende achtergestelde effecten uitgegeven ('notes') voor een bedrag van USD 550 miljoen en tegen een rente van 6,75%. De notes betreffen directe, ongedekte en achtergestelde verplichtingen van AG Insurance, en zijn in alle opzichten gelijk aan de andere achtergestelde verplichtingen binnen AG Insurance. De notes zijn genoteerd aan de beurs van Luxemburg en kunnen in hun geheel, maar niet gedeeltelijk op de eerste calldatum (maart 2019) worden afgelost of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna.
13.4 Overige achtergestelde schulden
De EUR 51,5 miljoen die per 30 juni 2013 onder Achtergestelde schulden is verantwoord (31 december 2012: EUR 54,0 miljoen), is inclusief een eeuwigdurende achtergestelde lening van EUR 49 miljoen uitgegeven door Tesco Underwriting en gewaarborgd door Tesco Bank.
14 LENINGEN
De volgende tabel toont de samenstelling van de Leningen per 30 juni:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Schulden aan banken | 2.312,0 | 1.691,1 |
| Schulden aan klanten | 88,8 | 103,8 |
| Overige schulden | 352,1 | 173,1 |
| Totaal schulden | 2.752,9 | 1.968,0 |
14.1 Schulden aan banken
De schulden aan banken zijn als volgt samengesteld:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Bankdeposito's: | ||
| Direct opeisbaar | 6,3 | 2,2 |
| Overige | 38,3 | 42,2 |
| Totaal deposito's | 44,6 | 44,4 |
| Terugkoopovereenkomsten | 1.552,8 | 908,2 |
| Overige | 714,6 | 738,5 |
| Totaal schulden aan banken | 2.312,0 | 1.691,1 |
Ageas heeft bepaalde activa als zekerheid gesteld (bijvoorbeeld beleggingen, materiële vaste activa en deposito's aan banken) met een boekwaarde van EUR 1.397,6 miljoen (2012: EUR 1.397,6 miljoen) ten opzichte van schulden aan banken.
14.2 Schulden aan klanten
De samenstelling van Schulden aan klanten is als volgt:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Deposito's | 0,6 | 0,6 |
| Overige financieringen | 9,0 | 7,1 |
| Depots van herverzekeraars | 79,2 | 96,1 |
| Totaal schulden aan klanten | 88,8 | 103,8 |
15 ACUTE EN UITGESTELDE BELASTINGEN
Een nadere detaillering van de Uitgestelde winstbelastingen per 30 juni is als volgt:
| Balans | Resultatenrekening | |||
|---|---|---|---|---|
| 30 juni | 31 december | Eerste | Eerste | |
| 2013 | 2012 | halfjaar 2013 | halfjaar 2012 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen op: | ||||
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | - 7,9 | 85,9 | - 92,1 | 2,6 |
| Vastgoedbeleggingen | 15,4 | 11,6 | 3,8 | - 7,8 |
| Materiële vaste activa | 36,5 | 47,1 | - 10,4 | - 0,4 |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 5,9 | 6,2 | - 0,3 | - 0,4 |
| Verzekeringspolis en claim reserves | 569,2 | 784,8 | - 93,0 | - 8,8 |
| Voorzieningen voor pensioenen en | ||||
| uitkeringen na uitdiensttreding | 44,5 | 90,1 | - 0,9 | - 0,7 |
| Overige voorzieningen | 8,6 | 8,4 | 0,3 | 0,1 |
| Overlopende kosten en vooruit | ||||
| ontvangen opbrengsten | 0,3 | 1,5 | - 1,2 | - 0,2 |
| Niet-aangewende compensabele verliezen | 135,5 | 140,2 | - 4,2 | - 112,1 |
| RPN(I) | 58,1 | 56,1 | - 2,0 | - 2,9 |
| Overige | 95,6 | 71,2 | - 6,3 | - 87,9 |
| Bruto uitgestelde belastingvorderingen | 961,7 | 1.303,1 | - 206,3 | - 218,5 |
| Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen | - 91,8 | - 91,1 | 0,5 | 0,3 |
| Netto uitgestelde belastingvorderingen | 869,9 | 1.212,0 | - 205,8 | - 218,2 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen op: | ||||
| Afgeleide financiële instrumenten (activa) | 0,5 | 0,6 | 1,9 | |
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | 1.180,6 | 1.726,3 | 92,0 | - 1,0 |
| Unit-linked beleggingen | 2,4 | 3,4 | 1,0 | 2,1 |
| Vastgoedbeleggingen | 75,7 | 122,2 | 29,8 | 12,9 |
| Leningen aan klanten | 1,4 | 1,4 | ||
| Materiële vaste activa | 191,5 | 178,9 | - 12,6 | 1,3 |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 127,1 | 130,4 | 3,3 | 4,0 |
| Overige voorzieningen | 2,7 | 2,8 | - 0,6 | |
| Overlopende acquisitiekosten | 53,9 | 61,6 | 6,3 | - 3,5 |
| Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten | 1,5 | 1,5 | ||
| Belastingvrij gerealiseerde reserves | 62,4 | 39,9 | - 22,6 | 1,1 |
| BNP Paribas call optie | 79,5 | 79,5 | 76,8 | |
| Overige | 84,0 | 102,8 | 19,2 | 9,4 |
| Totaal uitgestelde belastingverplichtingen | 1.783,2 | 2.451,2 | 196,5 | 104,4 |
| Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) | - 9,3 | - 113,8 | ||
| Netto uitgestelde belastingen | - 913,3 | - 1.239,2 |
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om acute belastingvorderingen te salderen met acute belastingverplichtingen en de uitgestelde belastingen dezelfde belastingautoriteit betreffen en beoogd zijn op hetzelfde moment te dematerialiseren. De volgende salderingen zijn toegepast:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen | 92,9 | 171,7 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 1.006,2 | 1.410,9 |
| Netto uitgestelde belastingen | - 913,3 | - 1.239,2 |
16 RPN(I)
De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met Ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES effecten uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een voorafgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis groep, introduceerden een financieel instrument, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).
De RPN(I) bestaat zolang er uitstaande CASHES in de markt zijn. In 2007 zijn aanvankelijk 12.000 CASHES uitgegeven. Ageas en BNP Paribas hebben in februari 2012 een overeenkomst bereikt waarbij Ageas aan BNP Paribas een schadevergoeding heeft betaald van EUR 287 miljoen, nadat BNP Paribas een bod op de CASHES tegen een prijs van 47,5% had gelanceerd en de 7.553 getenderde CASHES inwisselde tegen onderliggende aandelen Ageas, wat leidde tot de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting. Na deze conversie resteren 4.447 uitstaande CASHES.
Mechanisme
De betaling per kwartaal wordt vastgesteld als het gemiddelde van de rentebetalingen tegen een rente op jaarbasis van 3-maands EURIBOR plus 20 basispunten op basis van een referentiebedrag zoals dat op iedere handelsdag wordt berekend en wordt gedefinieerd als:
- het verschil tussen EUR 3.000 miljoen en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd op de beurs van Luxemburg, minus
- het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 12,53 miljoen aandelen Ageas.
Als het referentiebedrag positief is, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV over het referentiebedrag rente aan Ageas. Is dat referentiebedrag negatief, dan betaalt Ageas over het referentiebedrag rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV. Sinds februari 2012 wordt het referentiebedrag bepaald aan de hand het pro-rata deel van de uitstaande CASHES (37,06%).
Staatsgarantie
In het voordeel van BNP Paribas Fortis SA/NV heeft de Belgische staat een staatsgarantie uitgegeven op de door Ageas betaalde RPN(I) rente. Ageas betaalt de Belgische staat een vergoeding voor deze garantie ter hoogte van 70 basispunten per jaar over het referentiebedrag zoals dat op iedere handelsdag wordt berekend. Ageas heeft daarnaast de Belgische staat 14% van de aandelen AG Insurance in onderpand gegeven in geval dat Ageas haar rentebetalingen niet zou nakomen.
Reële waarde
Voor de berekening van de reële waarde van de RPN(I) heeft Ageas het level 3 waarderingsmodel gehanteerd, gebaseerd op de waarderingstechnieken van financiële derivaten die eind 2009 zijn geïntroduceerd. Ageas heeft in februari 2012 een minimum voor dit waarderingsmodel geïntroduceerd op basis van de overeenkomst die met BNP Paribas op dat moment werd bereikt.
Dit waarderingsmodel resulteert in de volgende verplichtingen (stochastisch gemodelleerd, 37,06%):
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| RPN(I) Minimum 1) | 121 | 143 |
| Reële waarde RPN(I) rentebetaling | 138 | 134 |
| Reële waarde RPN(I) | ||
| rentebetaling voor staatsgarantie | 33 | 31 |
| Totaal RPN(I) | 171 | 165 |
1) Het minimum fluctueert alleen op basis van de ontwikkeling van het aandeel Ageas: een stijging van 1% van de aandelenprijs leidt tot een daling van het minimum van EUR 1 miljoen en vice versa.
Referentiewaarden
Ageas is bij de bepaling van de reële waarde van de RPN(I) uitgegaan van de volgende veronderstellingen en referentiewaarden:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Koers aandeel Ageas | EUR 26,98 | EUR 22,22 |
| Waarde CASHES | 56,17% | 53,07% |
| Referentiebedrag gebaseerd op | ||
| 37% van de uitstaande CASHES | EUR 258 miljoen | EUR 246 miljoen |
| Marktconsensus m.b.t. dividend | 4,4% | 3,6% |
| Volatiliteit aandelenkoers | 27% | 26% |
| 3-maands Euribor | 0,22% | 0,19% |
| Eeuwigdurende senior credit spread Ageas | 444 bps | 430 bps |
| Langetermijn credit spread BNP Paribas | 86 bps | 85 bps |
Veronderstellingen
Ageas heeft de volgende veronderstellingen aangenomen om de marktwaarde van de RPN(I) te bepalen en voor de garantiebetalingen per 30 juni 2013:
- de koers van het aandeel Ageas is geschat met behulp van een standaard geometrisch Brownian bewegingsmodel, waarbij is uitgegaan van een oorspronkelijke koers per de verslagdatum;
- de prijs van de CASHES is geschat op basis van de op de CASHES van toepassing zijnde termijnspread curve met een extra stochastische afwijking, met een risicovrij rentemodel afgestemd op de markt, en met spreadcurves afgestemd op de marktwaarde van de CASHES per de verslagdatum. Voor modelleringsdoeleinden is verondersteld dat de CASHES een constante looptijd van 50 jaar hebben op ieder moment in de toekomst, voorbij welke de bijdrage van de gedisconteerde vrije kasstromen te verwaarlozen zal zijn;
-
de huidige en toekomstige risicovrije rentevoet is afgeleid van marktgegevens per de verslagdatum en zijn geschat aan de hand van een standaard arbitragevrij rentemodel;
-
in het waarderingsmodel wordt tevens rekening gehouden met de mogelijkheid van conversie die in de CASHES is ingebouwd, tegen een koers van EUR 239,4 (naar keuze) en EUR 359,1 (automatisch);
- de geschatte toekomstige rentebetalingen en de geschatte kosten van de garantie worden gedisconteerd tegen een disconteringsvoet waarbij rekening is gehouden met de risico's in verband met de verplichtingen van Ageas , afgestemd op een disconteringsvoet van andere eeuwigdurende senior marktinstrumenten van Ageas die als relevant wordt beschouwd. De geschatte toekomstige rentebetalingen door BNP Paribas zijn op basis van dezelfde benadering contant gemaakt om een relevante disconteringsvoet van langlopende seniorverplichtingen van BNP Paribas te reflecteren.
Gevoeligheden
De gevoeligheid van de reële waarde van de RPN(I) voor de veranderingen in de factoren kan als volgt worden samengevat, ervan uitgaande dat de andere factoren constant blijven:
- een toename van de koers van het aandeel Ageas, een toename van de risicovrije rentevoet en de disconteringsvoet zouden in combinatie met een lagere marktwaarde voor de CASHES tot een lagere RPN(I)-verplichting leiden, maar deze kan niet lager zijn dan het minimum;
- een daling van de oorspronkelijke koers van het aandeel Ageas naar EUR 18 verhoogt de reële waarde met EUR 14 miljoen naar EUR 185 miljoen;
- een toename in de marktwaarde van de CASHES tot 66% verhoogt de reële waarde met EUR 45 miljoen naar EUR 216 miljoen;
- een toename van 50 basispunten verhoogt de reële waarde met EUR 2 miljoen naar EUR 173 miljoen;
- een daling van de disconteringsvoet (de veronderstelde Ageas credit spread op eeuwigdurende senior leningen) van 100 basispunten verhoogt de reële waarde met EUR 27 miljoen naar EUR 198 miljoen.
Uitgaande van minder gunstige voorwaarden voor de vier belangrijkste factoren in het model (koers Ageas EUR 18, CASHES 66 %, rentevoet 50 basispunten omhoog en een disconteringsvoet van 100 basispunten minder) zou de reële waarde van de RPN(I) toenemen tot EUR 278 miljoen.
De reële waarde van de RPN(I) vertoont geen materiële sensitiviteit ten opzichte van de veronderstelde volatiliteit van de koers en het dividendrendement van het Ageas aandeel. De betaling van buitengewoon dividend ter waarde van de BNP Paribas optie heeft een verwaarloosbaar effect op de waarde en is genegeerd.
17 VOORZIENINGEN
De voorzieningen zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op jaareinde op basis van het oordeel van het management, waarbij rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische en fiscale adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van geschillen.
Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt:
| 30 juni 2013 | 31 december 2012 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 69,1 | 2.403,4 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 5,0 | |
| Toename voorziening | 3,9 | 26,7 |
| Terugname niet-gebruikte voorzieningen | - 2.362,5 | |
| Aanwendingen in de loop van het jaar | - 14,0 | - 3,5 |
| Omrekeningsverschillen | - 0,6 | |
| Stand per einde periode | 58,4 | 69,1 |
Ageas heeft in 2010 een voorziening voor een bedrag van EUR 2.362 miljoen getroffen voor de uitstaande geschillen met de Nederlandse staat. Deze geschillen vloeien voort uit de uiteenlopende interpretatie van de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance door Ageas aan de Nederlandse staat in oktober 2008. De Nederlandse staat is van mening dat zij op basis van het akkoord (het 'Term Sheet') dat aan de verkoop ten grondslag ligt:
- eigenaar is van de vordering van EUR 2 miljard op ABN AMRO uit hoofde van de conversie van de MCS;
- eigenaar is van de vordering van EUR 362 miljoen op FCC/ABN AMRO in verband met de FCC-transactie;
- recht heeft op circa EUR 885 miljoen in verband met een kapitaalgarantie in de verkoopdocumentatie (zie Noot 26 Voorwaardelijke verplichtingen).
Op 28 juni 2012 hebben ageas SA/NV en ageas N.V. ("Ageas") en ABN AMRO Group N.V. en ABN AMRO Bank N.V. ("ABN AMRO") een schikking getroffen over de gerechtelijke procedures inzake ABN AMRO Capital Finance Ltd. (voorheen Fortis Capital Company Ltd. ("FCC")) en de Mandatory Convertible Securities ("MCS").
Deze schikking maakt tevens een einde aan alle nog uitstaande geschillen tussen de Nederlandse staat en Ageas over de aandelentransacties die uitmondden in de overname van de Nederlandse activiteiten van de voormalige Fortis-groep door de Nederlandse staat op 3 oktober 2008. NL Financial Investments, grootaandeelhouder van ABN AMRO, heeft deze overeenkomst mede ondertekend namens de Nederlandse staat. De schikking heeft geresulteerd in een eenmalige betaling in contanten van EUR 400 miljoen door ABN AMRO aan Ageas op 29 juni 2012. Als gevolg van deze transacties was er sprake van een vrijval van de getroffen voorzieningen voor geschillen met de Nederlandse staat, van EUR 2.362 miljoen.
18 VERPLICHTINGEN IVM GESCHREVEN PUTOPTIE OP DOOR BNP PARIBAS FORTIS SA/NV GEHOUDEN AANDELEN AG INSURANCE
In de Geconsolideerde Jaarrekening van 2008 maakte Ageas bekend dat op 12 maart 2009 een overeenkomst was gesloten over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in mei 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst stemde Ageas erin toe dat BNP Paribas Fortis SA/NV het recht heeft om het verworven belang in AG Insurance aan Ageas te verkopen gedurende een periode van zes maanden na 1 januari 2018.
Op basis van deze herziening concludeerde Ageas dat het uitoefenen van de putoptie onvoorwaardelijk is. In overeenstemming met IAS 32 is Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018. Deze financiële verplichting wordt in een separate regel (Verplichting met betrekking tot geschreven putoptie) in de Balans verantwoord. De verplichting wordt ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance).
De IFRS richtlijnen schrijven verder voor dat Ageas een verplichting moet opnemen zelfs als:
- de putoptie niet is uitgeoefend;
- er geen aanwijzing is dat BNP Paribas Fortis SA/NV voornemens is de optie uit te oefenen op basis van de huidige strategische samenwerking;
- de uitoefenprijs tegen reële waarde lager is dan de nettovermogenswaarde.
De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen.
Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie worden verantwoord in Overige reserves.
Als de optie in 2018 wordt uitgeoefend, zal de verplichting als een contante betaling van Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV worden afgewikkeld en zal Ageas weer 25% + 1 aandeel AG Insurance verwerven. Als de optie echter afloopt zonder te zijn uitgeoefend wordt de verplichting verantwoord ten laste van Minderheidsbelangen en Overige reserves.
Zolang de optie niet is uitgeoefend wordt het resultaat van het Minderheidsbelang (25% + 1 aandeel BNP) in de Geconsolideerde resultatenrekening verantwoord als Minderheidsbelang.
Waardebepaling
Ageas heeft tot en met het eerste halfjaar van 2012 de verplichting gewaardeerd tegen de verdisconteerde waarde van het bedrag dat bij de afwikkeling moet worden betaald. Het verdisconteerde bedrag was gebaseerd op een 'niveau 3' waarderingsmodel op basis van:
- huidige maatstaven voor verzekeringsbedrijven;
- een waardegroei van 5,5% op basis van het verwachte rendement van 11%, en een dividenduitkering van 50%;
- een disconteringsvoet van 10%.
In het derde kwartaal van 2012 heeft Ageas de waarderingsmethode van de verplichting echter herzien, waarbij een investeringsbank is geconsulteerd omdat de 'market multiples' zich niet in overeenstemming met de boekwaarde ontwikkelden.
Ageas heeft geconcludeerd dat het naar de toekomst toe geschikter is de 'embedded value' van de Leven activiteiten van AG Insurance en een verdisconteerd kasstroommodel voor de Niet-Leven activiteiten te hanteren. De toegepaste waarderingsmethode is gebaseerd op de langetermijn embedded value, rekening houdend met:
- huidige embedded value multiples voor levensverzekeringsmaatschappijen;
- een groei van de waarde op basis van verwacht rendement van 11% op de embedded value en een dividend payout van 75%;
- een disconteringsvoet van 10%.
Op basis van deze parameters is de netto contante waarde van de verplichting per 30 juni 2013 EUR 1.065 miljoen (31 december 2012: EUR 997 miljoen). De volgende gevoeligheden zijn berekend:
| Disconteringsvoet | +1% punt | - 1% punt |
|---|---|---|
| Waarde verplichting | 1.018 | 1.115 |
| Relatieve impact | -4,4% | 4,7% |
| "Price to Embedded Value" | +10% | -10% |
| Waarde verplichting | 1.147 | 990 |
| Relatieve impact | 7,7% | -7,0% |
| Groei percentage | +1% punt | - 1% punt |
| Waarde verplichting | 1.105 | 1.027 |
| Relatieve impact | 3,8% | -3,6% |
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING
19 VERZEKERINGS-PREMIES
Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf.
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|
| Bruto premie-inkomen Leven | 3.207,4 | 3.427,8 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 2.317,5 | 2.276,6 |
| Algemeen en eliminaties | - 0,8 | - 0,2 |
| Totaal bruto premie-inkomen | 5.524,1 | 5.704,2 |
| XXXX | ||
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
| Netto premies Leven | 2.284,7 | 2.906,5 |
| Netto premies Niet-leven | 2.146,2 | 2.022,8 |
| Algemeen en eliminaties | - 0,8 | - 0,2 |
Totaal netto premies 4.430,1 4.929,1
Leven
In de onderstaande tabel worden de levensverzekeringspremies weergegeven.
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|
| Unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 2,0 | 1,9 |
| Geboekte periodieke premies | 42,8 | 42,9 |
| Totaal collectief | 44,8 | 44,8 |
| Geboekte eenmalige premies | 33,4 | 18,2 |
| Geboekte periodieke premies | 14,4 | 12,4 |
| Totaal individueel | 47,8 | 30,6 |
| Totaal unit-linked contracten | 92,6 | 75,4 |
| Niet unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 199,9 | 163,4 |
| Geboekte periodieke premies | 381,9 | 390,3 |
| Totaal collectief | 581,8 | 553,7 |
| Geboekte eenmalige premies | 209,3 | 398,4 |
| Geboekte periodieke premies | 383,7 | 376,1 |
| Totaal individueel | 593,0 | 774,5 |
| Totaal niet unit-linked contracten | 1.174,8 | 1.328,2 |
| Beleggingscontracten met DPF | ||
| Geboekte eenmalige premies | 873,0 | 1.335,1 |
| Geboekte periodieke premies | 191,6 | 216,3 |
| Totaal beleggingscontracten met DPF | 1.064,6 | 1.551,4 |
| Totaal geboekte premies Leven | 2.332,0 | 2.955,0 |
| Geboekte eenmalige premies | 806,4 | 401,0 |
| Geboekte periodieke premies | 69,0 | 71,8 |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 875,4 | 472,8 |
| Totaal bruto premie-inkomen Leven | 3.207,4 | 3.427,8 |
Het totale premie-inkomen bij Levensverzekeringen bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies - direct verantwoord als verplichting ('deposit accounting'). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|
| Bruto premies Leven | 2.332,0 | 2.955,0 |
| Afgegeven herverzekeringspremies | - 47,3 | - 48,5 |
| Netto premies Leven | 2.284,7 | 2.906,5 |
Niet-leven
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de verzekeringspremies Niet-leven. De verzekeringspremies voor auto-, brand- en overige verzekeringen zijn samengevoegd onder Overige Niet-leven.
| Eerste halfjaar 2013 | Ongevallen en Ziekte |
Overige Niet-leven |
Totaal |
|---|---|---|---|
| Bruto geboekte premies | 444,4 | 1.873,1 | 2.317,5 |
| Wijziging in niet-verdiende | |||
| premies, bruto | - 38,3 | 0,1 | - 38,2 |
| Bruto verdiende premies | 406,1 | 1.873,2 | 2.279,3 |
| Afgegeven herverzekeringspremies | - 16,4 | - 117,4 | - 133,8 |
| Aandeel herverzekeraars in | |||
| niet-verdiende premies | 2,4 | - 1,7 | 0,7 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 392,1 | 1.754,1 | 2.146,2 |
| Eerste halfjaar 2012 | |||
|---|---|---|---|
| Bruto geboekte premies | 422,5 | 1.854,1 | 2.276,6 |
| Wijziging in niet-verdiende | |||
| premies, bruto | - 30,5 | - 110,0 | - 140,5 |
| Bruto verdiende premies | 392,0 | 1.744,1 | 2.136,1 |
| Afgegeven herverzekeringspremies | - 9,2 | - 106,0 | - 115,2 |
| Aandeel herverzekeraars in | |||
| niet-verdiende premies | - 0,9 | 2,8 | 1,9 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 381,9 | 1.640,9 | 2.022,8 |
De verdeling van de netto verdiende premies per segment is als volgt:
| Ongevallen | Overige | ||
|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2013 | en Ziekte | Niet-leven | Totaal |
| België | 244,4 | 627,8 | 872,2 |
| VK | 35,7 | 1.039,5 | 1.075,2 |
| Continentaal Europa | 112,0 | 86,8 | 198,8 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 392,1 | 1.754,1 | 2.146,2 |
| Eerste halfjaar 2012 | |||
|---|---|---|---|
| België | 241,7 | 598,6 | 840,3 |
| VK | 28,4 | 960,3 | 988,7 |
| Continentaal Europa | 111,8 | 82,0 | 193,8 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 381,9 | 1.640,9 | 2.022,8 |
De premie-inkomsten Niet-Leven zijn beïnvloed door de groei in België en het Verenigd Koninkrijk, inclusief het onlangs overgenomen Groupama Insurance Company Limited.
20 RENTEBATEN, DIVIDEND EN OVERIGE BELEGGINGSBATEN
De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten.
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|
| Rentebaten | ||
| Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten | 3,0 | 7,1 |
| Rentebaten uit vorderingen op banken | 47,6 | 84,8 |
| Rentebaten op beleggingen | 1.040,2 | 1.055,1 |
| Rentebaten uit vorderingen op klanten | 77,3 | 69,6 |
| Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 3,6 | 7,0 |
| Overige rentebaten | 13,2 | 10,3 |
| Totaal rentebaten | 1.184,9 | 1.233,9 |
| Dividenden op aandelen | 52,2 | 45,7 |
| Huurbaten uit vastgoedbelegging | 113,2 | 90,6 |
| Opbrengsten parkeergarage | 139,2 | 132,8 |
| Overige baten op beleggingen | 22,4 | 35,1 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 1.511,9 | 1.538,1 |
21 RESULTAAT OP VERKOOP en HERWAARDERING-
EN
De onderstaande tabel geeft een specificatie van het Resultaat op verkoop en herwaarderingen:
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|
| Obligaties aangehouden voor verkoop | 38,7 | 134,4 |
| Aandelen aangehouden voor verkoop | 46,8 | 3,2 |
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | - 6,9 | - 28,9 |
| Vastgoedbeleggingen | 7,6 | 14,1 |
| Gerealiseerde winst op de verkoop van | ||
| aandelen van dochtermaatschappijen | - 2,3 | |
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | - 0,1 | |
| Materiële vaste activa | 0,2 | |
| Activa en verplichtingen tegen reële waarde met | ||
| waardeveranderingen in de resultatenrekening | 3,9 | 18,5 |
| Afdekkingsresultaten | 0,3 | 0,1 |
| Overige | 13,6 | 132,1 |
| Totaal Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 103,9 | 271,4 |
De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.
Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.
De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.
De regel Overig betreft voornamelijk de Tier 1 obligatielening in 2012 aan BNP Paribas Fortis SA/NV. Ageas moest in 2011 de obligatiehouders tegen nominale waarde terugbetalen terwijl de reële waarde op dat moment lager lag (verlies EUR 189 miljoen). In 2012 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV de lening nominaal opgevraagd en is een winst van EUR 128,5 miljoen gerealiseerd.
22 SCHADELASTEN EN UITKERINGEN
De opbouw van de Schadelasten en uitkeringen verantwoord in de resultatenrekening is als volgt:
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|
| Levensverzekeringen | 2.783,1 | 3.387,5 |
| Niet-levensverzekeringen | 1.404,3 | 1.388,3 |
| Algemeen en eliminaties | - 0,9 | - 0,3 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen, netto | 4.186,5 | 4.775,5 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering:
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|
| Uitkeringen en afkopen, bruto | 2.393,7 | 2.523,2 |
| Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto | 415,5 | 893,7 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto | 2.809,2 | 3.416,9 |
| Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen | - 26,1 | - 29,4 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto | 2.783,1 | 3.387,5 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering:
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|
| Schaden, bruto | 1.371,1 | 1.236,9 |
| Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto | 84,9 | 186,5 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto | 1.456,0 | 1.423,4 |
| Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen | ||
| inzake verzekeringscontracten | - 11,1 | - 2,0 |
| Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden | - 40,6 | - 33,1 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto | 1.404,3 | 1.388,3 |
23 FINANCIERINGS-LASTEN
De onderstaande tabel toont de Financieringslasten naar product.
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|
| Financieringslasten | ||
| Schuldbewijzen | 4,3 | 5,3 |
| Achtergestelde schulden | 76,2 | 77,1 |
| Leningen - verschuldigd aan banken | 13,5 | 20,0 |
| Overige leningen | 6,7 | 3,9 |
| Derivaten | 1,6 | 5,8 |
| Overige schulden | 20,4 | 18,5 |
| Totaal financieringslasten | 122,7 | 130,6 |
24 WIJZIGINGEN IN DE BIJZONDERE WAARDE-VERMINDERINGEN De Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
| Eerste halfjaar 2013 | Eerste halfjaar 2012 | |
|---|---|---|
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op: | ||
| Beleggingen in aandelen en overige beleggingen | 14,2 | 77,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 10,6 | - 0,6 |
| Leningen aan banken | - 0,5 | |
| Leningen aan klanten | 0,8 | 1,8 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 1,0 | 1,0 |
| Materiële vaste activa | 1,1 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 0,4 | |
| Overlopende rente en overige activa | 5,9 | |
| Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 33,5 | 80,0 |
TOELICHTING OP DE SEGMENT - RAPPORTAGE
25 SEGMENT-INFORMATIE
25.1 Algemene informatie
Ageas heeft de organisatiestructuur gebaseerd op een slagvaardig Executive Committee en een Management Committee dat bestaat uit het Executive Committee, de Chief Operating Officer, de Chief Executive Officers van de vier geografische regio's en de Group Risk Officer.
Operationele segmenten
Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):
- België;
- Verenigd Koninkrijk (VK);
- Continentaal Europa;
- Azië;
- Algemene Rekening.
Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.
De segmentrapportage van Ageas op basis van IFRS geeft de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas weer. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.
Allocatieregels
In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de werkmaatschappij.
Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-up aanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten. Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.
25.2 België
De Belgische verzekeringsactiviteiten, sinds juni 2009 onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft ongeveer 3,5 miljoen klanten en genereert een premie-inkomen van EUR 3,1 miljard. 68% van het premieinkomen komt uit Leven, de rest uit Niet-Leven. AG Insurance is ook 100% eigenaar van AG Real Estate dat is uitgegroeid tot de grootste vastgoedmaatschappij in België.
AG Insurance richt zich op particulieren en kleine, middelgrote en grote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven- en Niet-Leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht: via meer dan 3.000 onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis SA/NV en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis SA/NV 25% eigenaar van AG Insurance.
25.3 Verenigd Koninkrijk (VK)
In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-Leven; in 2008 werden verwante nieuwe levensverzekeringsactiviteiten gelanceerd. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van bedrijfsverzekeringen. De onderverdeling is circa 82% particuliere verzekeringen, 16% bedrijfsverzekeringen en 2% Leven. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multichannel-distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinity-partners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich Ageas 50 (voormalig RIAS) en Castle Cover, die meer dan een miljoen klanten hebben in het groeiende marktsegment van 50-plussers, en Ageas Insurance Solutions, die 'white label'-oplossingen biedt aan affinity-partners, outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van het eigen merk.
Acquisities in de afgelopen paar jaar (de succesvolle start van Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband met Tesco Bank (49%), en de integratie van de overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services) hebben de diverse marktposities van Ageas in het Verenigd Koninkrijk verder versterkt. Ageas heeft in november 2012 daarnaast Groupama Insurance Company Limited (GICL) overgenomen. De overname heeft de marktpositie van Ageas UK versterkt en Ageas is hiermee de vijfde grootste schadeverzekeraar in het Verenigd Koninkrijk (marktaandeel 5,2%) geworden; de vierde grootste in particuliere autoverzekeringen (marktaandeel 11,7%) en de nummer vier in particuliere verzekeringen (marktaandeel 7,1%).
Om inzicht te bieden in de bijdrage van de diverse segmenten, heeft Ageas besloten de resultaten van het Verenigd Koninkrijk op te splitsen in drie deelsegmenten: Leven, Niet-Leven en Overige verzekeringen. Onder Overige verzekeringen vallen de resultaten uit de retailactiviteiten en de kosten van het hoofdkantoor in het Verenigd Koninkrijk.
25.4 Continentaal Europa
Continentaal Europa bestaat momenteel uit de verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in vijf landen: Portugal, Frankrijk, Italië, Luxemburg en sinds 2011 Turkije en biedt producten aan in Leven (in Portugal, Frankrijk en Luxemburg) en Niet-Leven (Portugal, Italië en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerships met bedrijven die een sterke marktpositie hebben zijn deze markten toegankelijker geworden.
In het eerste halfjaar van 2013 had circa 78 % van het premie-inkomen betrekking op Leven en 22 % op Niet-Leven.
In Luxemburg fuseerden Ageas en BNP Paribas eind 2011 hun Levenactiviteiten in Cardif Luxembourg Vie, de tweede Levensverzekeraar in Luxemburg. Voorts heeft Ageas sinds augustus 2011 een samenwerkingsverband Niet-Leven met Sabanci in Turkije door het nemen van een belang van 31% in Aksigorta. Daarna hebben Sabanci en Ageas in 2012, ieder hun belang in de onderneming vergroot tot 36%.
25.5 Azië
Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor en de 100% dochteronderneming bevinden zich in Hongkong. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met lokale marktleiders en financiële instellingen in China (20-24,9% eigendom), Maleisië (30,95% eigendom), Thailand (15-31% eigendom) en India (26% eigendom). Ageas rapporteert op geconsolideerde basis over de dochteronderneming in Hongkong, terwijl de andere ondernemingen als geassocieerde deelnemingen worden verantwoord.
25.6 Algemene Rekening
De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de houdstermaatschappij(en). Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES (RPN(I) en de geschreven putoptie.
25.7 Balans per operationeel segment
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 30 juni 2013 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 413,0 | 254,2 | 315,3 | 160,6 | 1.178,7 | 2.321,8 | |
| Financiële beleggingen | 49.702,3 | 3.224,8 | 7.645,8 | 1.648,5 | 90,1 | - 11,7 | 62.299,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.266,2 | 23,1 | 0,4 | 2.289,7 | |||
| Leningen | 4.063,0 | 18,9 | 588,0 | 243,3 | 2.456,1 | - 1.066,3 | 6.303,0 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 6.164,8 | 6.901,6 | 591,1 | - 105,4 | 13.552,1 | ||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 247,8 | 271,2 | 934,2 | 257,6 | 7,8 | 1.718,6 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 829,6 | 962,4 | 210,5 | 66,8 | 3,7 | - 4,7 | 2.068,3 |
| Actuele belastingvorderingen | 4,8 | 24,1 | 0,1 | 29,0 | |||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 19,3 | 40,8 | 32,8 | 92,9 | |||
| Call optie op BNP Paribas aandelen | |||||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.280,3 | 474,5 | 244,8 | 308,6 | 43,7 | - 14,7 | 2.337,2 |
| Materiële vaste activa | 986,8 | 73,8 | 5,6 | 4,3 | 1,1 | 1.071,6 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 352,4 | 253,6 | 453,2 | 396,1 | 0,1 | 1.455,4 | |
| Activa aangehouden voor verkoop | 328,3 | 328,3 | |||||
| Totaal activa | 66.658,6 | 5.327,1 | 16.692,0 | 4.353,9 | 4.031,1 | - 1.195,0 | 95.867,7 |
| Verplichtingen | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 21.901,0 | 96,0 | 2.673,3 | 1.335,9 | - 3,4 | 26.002,8 | |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 24.742,1 | 4.284,7 | 0,9 | 29.027,7 | |||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 6.164,8 | 6.897,4 | 591,2 | 13.653,4 | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 3.531,3 | 3.270,6 | 713,6 | 7.515,5 | |||
| Schuldbewijzen | 123,7 | 123,7 | |||||
| Achtergestelde schulden | 898,7 | 164,6 | 28,0 | 2.165,2 | - 731,1 | 2.525,4 | |
| Leningen | 2.237,6 | 248,4 | 23,9 | 492,5 | 191,1 | - 440,6 | 2.752,9 |
| Actuele belastingschulden | 22,4 | 10,8 | 33,3 | 8,8 | 0,4 | 75,7 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 924,9 | 29,1 | 52,2 | 1.006,2 | |||
| RPN(I) | 171,0 | 171,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.502,3 | 335,5 | 148,4 | 98,6 | 89,5 | - 18,5 | 2.155,8 |
| Voorzieningen | 19,2 | 14,2 | 12,3 | 12,7 | 58,4 | ||
| Verplichting inzake geschreven putoptie | 1.065,0 | 1.065,0 | |||||
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | 28,7 | 28,7 | |||||
| Totaal verplichtingen | 61.973,0 | 4.169,2 | 14.867,1 | 2.527,9 | 3.818,6 | - 1.193,6 | 86.162,2 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 3.416,3 | 1.055,3 | 1.192,7 | 1.826,0 | 1.351,4 | - 1,4 | 8.840,3 |
| Minderheidsbelangen | 1.269,3 | 102,6 | 632,2 | - 1.138,9 | 865,2 | ||
| Totaal eigen vermogen | 4.685,6 | 1.157,9 | 1.824,9 | 1.826,0 | 212,5 | - 1,4 | 9.705,5 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 66.658,6 | 5.327,1 | 16.692,0 | 4.353,9 | 4.031,1 | - 1.195,0 | 95.867,7 |
| Aantal werknemers (FTE) | 6.044 | 5.600 | 1.084 | 401 | 112 | 13.241 |
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2012 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 889,0 | 776,9 | 284,7 | 96,9 | 402,4 | 2.449,9 | |
| Financiële beleggingen | 50.118,8 | 2.966,5 | 7.772,8 | 1.613,0 | 112,3 | - 11,6 | 62.571,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.391,6 | 23,5 | 0,4 | 2.415,5 | |||
| Leningen | 3.748,3 | 56,8 | 485,4 | 125,1 | 3.130,9 | - 1.258,1 | 6.288,4 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 6.035,2 | 7.166,2 | 566,7 | - 84,2 | 13.683,9 | ||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 127,5 | 272,9 | 825,1 | 890,1 | 8,0 | 2.123,6 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 736,6 | 937,1 | 226,7 | 68,3 | 4,0 | - 4,7 | 1.968,0 |
| Actuele belastingvorderingen | 1,0 | 8,4 | 9,4 | ||||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 18,1 | 39,8 | 34,2 | 79,6 | 171,7 | ||
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 234,0 | 234,0 | |||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.489,1 | 495,5 | 243,9 | 279,6 | 81,3 | - 33,0 | 2.556,4 |
| Materiële vaste activa | 1.035,8 | 68,1 | 5,7 | 4,0 | 1,4 | 1.115,0 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 364,9 | 268,1 | 465,0 | 400,0 | 0,1 | 1.498,1 | |
| Totaal activa | 66.955,9 | 5.617,2 | 16.981,0 | 3.979,1 | 4.936,1 | - 1.383,6 | 97.085,7 |
| Verplichtingen | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 21.886,3 | 93,7 | 2.654,1 | 1.282,9 | - 2,7 | 25.914,3 | |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 24.781,0 | 4.318,8 | 0,9 | 29.100,7 | |||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 6.035,2 | 7.165,1 | 566,7 | 13.767,0 | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 3.405,7 | 3.435,5 | 695,1 | 7.536,3 | |||
| Schuldbewijzen | 186,8 | 186,8 | |||||
| Achtergestelde schulden | 896,4 | 173,0 | 28,0 | 2.945,8 | - 1.127,7 | 2.915,5 | |
| Leningen | 1.657,7 | 242,7 | 18,2 | 187,2 | 76,8 | - 214,6 | 1.968,0 |
| Actuele belastingschulden | 20,0 | 18,0 | 83,5 | 7,2 | 0,4 | 129,1 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 1.249,4 | 26,5 | 55,5 | 79,5 | 1.410,9 | ||
| RPN(I) | 165,0 | 165,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.572,1 | 349,4 | 137,4 | 97,5 | 135,9 | - 37,2 | 2.255,1 |
| Voorzieningen | 23,5 | 15,6 | 12,6 | 17,4 | 69,1 | ||
| Verplichting inzake geschreven putoptie | 997,0 | 997,0 | |||||
| Totaal verplichtingen | 61.527,3 | 4.354,4 | 15.168,3 | 2.142,4 | 4.604,6 | - 1.382,2 | 86.414,8 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 3.974,0 | 1.148,5 | 1.185,3 | 1.836,7 | 1.656,3 | - 1,4 | 9.799,4 |
| Minderheidsbelangen | 1.454,6 | 114,3 | 627,4 | - 1.324,8 | 871,5 | ||
| Totaal eigen vermogen | 5.428,6 | 1.262,8 | 1.812,7 | 1.836,7 | 331,5 | - 1,4 | 10.670,9 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 66.955,9 | 5.617,2 | 16.981,0 | 3.979,1 | 4.936,1 | - 1.383,6 | 97.085,7 |
| Aantal werknemers (FTE) | 5.970 | 5.782 | 1.085 | 389 | 109 | 13.335 |
25.8 Resultatenrekening per operationeel segment
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2013 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Baten | |||||||
| - Bruto premies 1) | 2.758,8 | 1.152,1 | 599,2 | 139,4 | - 0,8 | 4.648,7 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 81,1 | 50,4 | - 7,5 | - 38,2 | |||
| - Afgegeven herverzekeringspremies | - 35,0 | - 91,9 | - 40,3 | - 13,2 | - 180,4 | ||
| Netto verdiende premies | 2.642,7 | 1.110,6 | 551,4 | 126,2 | - 0,8 | 4.430,1 | |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 1.242,5 | 41,8 | 137,5 | 46,7 | 75,3 | - 31,9 | 1.511,9 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 90,0 | - 90,0 | |||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | - 6,0 | - 6,0 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 71,5 | 10,2 | 23,5 | 1,8 | - 3,1 | 103,9 | |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 43,6 | 199,1 | - 36,0 | 206,7 | |||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | - 0,3 | 21,8 | 59,1 | 270,8 | - 0,4 | 351,0 | |
| Commissiebaten | 51,1 | 53,4 | 62,4 | 30,4 | 197,3 | ||
| Overige baten | 53,0 | 40,7 | 1,1 | 1,5 | 1,5 | - 8,1 | 89,7 |
| Totale baten | 4.104,1 | 1.256,7 | 996,8 | 229,7 | 248,5 | - 41,2 | 6.794,6 |
| Lasten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 2.826,0 | - 773,6 | - 552,3 | - 113,3 | 0,9 | - 4.264,3 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 13,7 | 44,7 | 15,8 | 3,6 | 77,8 | ||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 2.812,3 | - 728,9 | - 536,5 | - 109,7 | 0,9 | - 4.186,5 | |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 46,6 | - 199,6 | 31,5 | - 214,7 | |||
| Financieringslasten | - 50,7 | - 7,8 | - 1,1 | - 17,0 | - 77,9 | 31,8 | - 122,7 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 33,5 | - 0,4 | 0,1 | - 0,1 | 0,4 | - 33,5 | |
| Wijzigingen in voorzieningen | - 3,6 | 0,2 | 0,4 | - 3,0 | |||
| Commissielasten | - 321,8 | - 213,0 | - 67,9 | - 54,7 | - 0,1 | - 657,5 | |
| Personeelskosten | - 236,9 | - 121,0 | - 35,4 | - 15,4 | - 8,4 | 0,6 | - 416,5 |
| Overige lasten | - 293,3 | - 115,1 | - 57,3 | 3,3 | - 19,9 | 8,0 | - 474,3 |
| Totale lasten | - 3.798,7 | - 1.185,6 | - 897,8 | - 161,9 | - 106,4 | 41,7 | - 6.108,7 |
| Resultaat voor belastingen | 305,4 | 71,1 | 99,0 | 67,8 | 142,1 | 0,5 | 685,9 |
| Belastingbaten (lasten) | - 90,1 | - 11,4 | - 25,6 | - 1,7 | - 0,1 | - 128,9 | |
| Nettoresultaat over de periode | 215,3 | 59,7 | 73,4 | 66,1 | 142,0 | 0,5 | 557,0 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 55,7 | 2,0 | 27,7 | 85,4 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 159,6 | 57,7 | 45,7 | 66,1 | 142,0 | 0,5 | 471,6 |
| Totale baten van externe klanten | 4.096,7 | 1.254,2 | 996,8 | 227,4 | 219,5 | 6.794,6 | |
| Totale baten intern | 7,4 | 2,5 | 2,3 | 29,0 | - 41,2 | ||
| Totale baten | 4.104,1 | 1.256,7 | 996,8 | 229,7 | 248,5 | - 41,2 | 6.794,6 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 129,1 | - 91,1 | - 35,9 | - 256,1 |
1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2013 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Bruto premies | 2.758,8 | 1.152,1 | 599,2 | 139,4 | - 0,8 | 4.648,7 | |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 352,3 | 437,8 | 85,3 | 875,4 | |||
| Bruto premie-inkomen | 3.111,1 | 1.152,1 | 1.037,0 | 224,7 | - 0,8 | 5.524,1 |
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2012 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Baten | |||||||
| - Bruto premies 1) | 3.433,3 | 1.140,2 | 530,4 | 127,7 | - 0,2 | 5.231,4 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 75,7 | - 53,4 | - 11,4 | - 140,5 | |||
| - Afgegeven herverzekeringspremies | - 27,0 | - 70,9 | - 49,9 | - 14,0 | - 161,8 | ||
| Netto verdiende premies | 3.330,6 | 1.015,9 | 469,1 | 113,7 | - 0,2 | 4.929,1 | |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 1.225,2 | 35,7 | 150,0 | 38,7 | 123,3 | - 34,8 | 1.538,1 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 278,0 | - 278,0 | |||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | - 282,1 | - 282,1 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 131,2 | 12,6 | 8,1 | - 3,7 | 123,2 | 271,4 | |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 190,6 | 572,2 | 6,9 | 769,7 | |||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | - 3,3 | 4,8 | 69,2 | 70,3 | - 0,2 | 140,8 | |
| Commissiebaten | 50,9 | 65,2 | 62,5 | 19,1 | 197,7 | ||
| Overige baten | 65,8 | 53,0 | 4,0 | 2,3 | 1,8 | - 7,7 | 119,2 |
| Totale baten | 4.991,0 | 1.182,4 | 1.270,7 | 246,2 | - 241,5 | - 42,9 | 7.405,9 |
| Lasten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 3.509,4 | - 752,4 | - 479,3 | - 99,2 | 0,3 | - 4.840,0 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 7,4 | 29,6 | 22,6 | 4,9 | 64,5 | ||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 3.502,0 | - 722,8 | - 456,7 | - 94,3 | 0,3 | - 4.775,5 | |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 198,0 | - 549,0 | - 9,9 | - 756,9 | |||
| Financieringslasten | - 52,6 | - 6,8 | - 2,3 | - 9,6 | - 93,9 | 34,6 | - 130,6 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 77,9 | - 2,4 | 0,1 | 0,2 | - 80,0 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | 0,5 | 0,3 | 0,1 | 0,9 | |||
| - Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO | - 1.962,5 | - 1.962,5 | |||||
| - Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat | 2.362,5 | 2.362,5 | |||||
| Totale impact schikking ABN AMRO | 400,0 | 400,0 | |||||
| Commissielasten | - 321,4 | - 197,1 | - 68,5 | - 40,4 | - 0,4 | - 627,8 | |
| Personeelskosten | - 225,1 | - 111,2 | - 34,1 | - 15,3 | - 7,3 | - 0,1 | - 393,1 |
| Overige lasten | - 296,3 | - 67,1 | - 55,4 | - 0,9 | - 25,9 | 7,7 | - 437,9 |
| Totale lasten | - 4.673,3 | - 1.104,5 | - 1.168,1 | - 170,3 | 272,6 | 42,7 | - 6.800,9 |
| Resultaat voor belastingen | 317,7 | 77,9 | 102,6 | 75,9 | 31,1 | - 0,2 | 605,0 |
| Belastingbaten (lasten) | - 123,3 | - 19,2 | - 33,8 | - 1,5 | - 28,6 | - 206,4 | |
| Nettoresultaat over de periode | 194,4 | 58,7 | 68,8 | 74,4 | 2,5 | - 0,2 | 398,6 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 50,8 | 7,8 | 35,3 | 93,9 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 143,6 | 50,9 | 33,5 | 74,4 | 2,5 | - 0,2 | 304,7 |
| Totale baten van externe klanten | 4.984,5 | 1.182,4 | 1.270,7 | 244,2 | - 275,9 | 7.405,9 | |
| Totale baten intern | 6,5 | 2,0 | 34,4 | - 42,9 | |||
| Totale baten | 4.991,0 | 1.182,4 | 1.270,7 | 246,2 | - 241,5 | - 42,9 | 7.405,9 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 142,7 | - 72,7 | - 0,1 | - 215,5 |
1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2012 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Bruto premies | 3.433,3 | 1.140,2 | 530,4 | 127,7 | - 0,2 | 5.231,4 | |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 149,0 | 249,9 | 73,9 | 472,8 | |||
| Bruto premie-inkomen | 3.582,3 | 1.140,2 | 780,3 | 201,6 | - 0,2 | 5.704,2 |
25.9 Balans gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 30 juni 2013 | Leven | Niet-leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Activa | ||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 835,5 | 270,1 | 37,5 | 1.178,7 | 2.321,8 | |
| Financiële beleggingen | 54.970,9 | 7.249,8 | 0,7 | 90,1 | - 11,7 | 62.299,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.083,0 | 206,7 | 2.289,7 | |||
| Leningen | 4.583,4 | 329,8 | 125,7 | 2.456,1 | - 1.192,0 | 6.303,0 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 13.657,5 | - 105,4 | 13.552,1 | |||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 1.148,7 | 304,5 | 257,6 | 7,8 | 1.718,6 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 724,1 | 1.169,5 | 248,8 | 3,7 | - 77,8 | 2.068,3 |
| Actuele belastingvorderingen | 3,8 | 22,8 | 2,4 | 29,0 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 31,4 | 55,5 | 6,0 | 92,9 | ||
| Call optie op BNP Paribas aandelen | ||||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.654,7 | 640,1 | 19,7 | 43,7 | - 21,0 | 2.337,2 |
| Materiële vaste activa | 902,3 | 152,3 | 15,9 | 1,1 | 1.071,6 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.048,9 | 161,1 | 245,3 | 0,1 | 1.455,4 | |
| Activa aangehouden voor verkoop | 293,0 | 35,3 | 328,3 | |||
| Totaal activa | 81.937,2 | 10.597,5 | 702,0 | 4.031,1 | - 1.400,1 | 95.867,7 |
| Verplichtingen | ||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 26.006,2 | - 3,4 | 26.002,8 | |||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 29.027,7 | 29.027,7 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 13.653,4 | 13.653,4 | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 7.515,5 | 7.515,5 | ||||
| Schuldbewijzen | 123,7 | 123,7 | ||||
| Achtergestelde schulden | 848,0 | 252,9 | 116,1 | 2.165,2 | - 856,8 | 2.525,4 |
| Leningen | 2.623,7 | 167,8 | 210,9 | 191,1 | - 440,6 | 2.752,9 |
| Actuele belastingschulden | 58,4 | 13,6 | 3,3 | 0,4 | 75,7 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 892,7 | 113,5 | 1.006,2 | |||
| RPN(I) | 171,0 | 171,0 | ||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.414,5 | 604,0 | 145,7 | 89,5 | - 97,9 | 2.155,8 |
| Voorzieningen | 19,0 | 26,6 | 0,1 | 12,7 | 58,4 | |
| Verplichting inzake geschreven putoptie | 1.065,0 | 1.065,0 | ||||
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | 26,3 | 2,4 | 28,7 | |||
| Totaal verplichtingen | 74.569,9 | 8.696,3 | 476,1 | 3.818,6 | - 1.398,7 | 86.162,2 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 6.318,7 | 945,7 | 225,9 | 1.351,4 | - 1,4 | 8.840,3 |
| Minderheidsbelangen | 1.048,6 | 955,5 | - 1.138,9 | 865,2 | ||
| Totaal eigen vermogen | 7.367,3 | 1.901,2 | 225,9 | 212,5 | - 1,4 | 9.705,5 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 81.937,2 | 10.597,5 | 702,0 | 4.031,1 | - 1.400,1 | 95.867,7 |
| Aantal werknemers (FTE) | 5.035 | 5.447 | 2.647 | 112 | 13.241 |
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2012 | Leven | Niet-leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Activa | ||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.170,8 | 832,5 | 44,2 | 402,4 | 2.449,9 | |
| Financiële beleggingen | 55.466,9 | 7.003,4 | 0,8 | 112,3 | - 11,6 | 62.571,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.197,6 | 217,9 | 2.415,5 | |||
| Leningen | 4.101,2 | 314,4 | 132,0 | 3.130,9 | - 1.390,1 | 6.288,4 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 13.768,1 | - 84,2 | 13.683,9 | |||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 938,9 | 286,6 | 890,1 | 8,0 | 2.123,6 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 630,8 | 1.149,8 | 281,3 | 4,0 | - 97,9 | 1.968,0 |
| Actuele belastingvorderingen | 5,5 | 1,6 | 2,3 | 9,4 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 33,2 | 55,6 | 3,3 | 79,6 | 171,7 | |
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 234,0 | 234,0 | ||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.996,9 | 479,2 | 34,8 | 81,3 | - 35,8 | 2.556,4 |
| Materiële vaste activa | 953,0 | 143,8 | 16,8 | 1,4 | 1.115,0 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.084,4 | 155,9 | 257,7 | 0,1 | 1.498,1 | |
| Totaal activa | 82.347,3 | 10.640,7 | 773,2 | 4.936,1 | - 1.611,6 | 97.085,7 |
| Verplichtingen | ||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 25.917,0 | - 2,7 | 25.914,3 | |||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 29.100,7 | 29.100,7 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 13.767,0 | 13.767,0 | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 7.536,3 | 7.536,3 | ||||
| Schuldbewijzen | 186,8 | 186,8 | ||||
| Achtergestelde schulden | 854,3 | 253,1 | 122,0 | 2.945,8 | - 1.259,7 | 2.915,5 |
| Leningen | 1.710,2 | 163,4 | 232,2 | 76,8 | - 214,6 | 1.968,0 |
| Actuele belastingschulden | 90,7 | 32,3 | 5,7 | 0,4 | 129,1 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 1.235,0 | 96,4 | 79,5 | 1.410,9 | ||
| RPN(I) | 165,0 | 165,0 | ||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.356,4 | 733,1 | 162,9 | 135,9 | - 133,2 | 2.255,1 |
| Voorzieningen | 21,8 | 29,7 | 0,2 | 17,4 | 69,1 | |
| Verplichting inzake geschreven putoptie | 997,0 | 997,0 | ||||
| Totaal verplichtingen | 74.053,1 | 8.844,3 | 523,0 | 4.604,6 | - 1.610,2 | 86.414,8 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 6.492,5 | 1.401,8 | 250,2 | 1.656,3 | - 1,4 | 9.799,4 |
| Minderheidsbelangen | 1.801,7 | 394,6 | - 1.324,8 | 871,5 | ||
| Totaal eigen vermogen | 8.294,2 | 1.796,4 | 250,2 | 331,5 | - 1,4 | 10.670,9 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 82.347,3 | 10.640,7 | 773,2 | 4.936,1 | - 1.611,6 | 97.085,7 |
| Aantal werknemers (FTE) | 4.964 | 5.516 | 2.746 | 109 | 13.335 |
25.10 Resultatenrekening gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2013 | Leven | Niet-leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Baten | ||||||
| - Bruto premies 1) | 2.332,0 | 2.317,5 | - 0,8 | 4.648,7 | ||
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 38,2 | - 38,2 | ||||
| - Afgegeven herverzekeringspremies | - 47,3 | - 133,1 | - 180,4 | |||
| Netto verdiende premies | 2.284,7 | 2.146,2 | - 0,8 | 4.430,1 | ||
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 1.331,8 | 145,8 | - 6,2 | 75,3 | - 34,8 | 1.511,9 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 90,0 | - 90,0 | ||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | - 6,0 | - 6,0 | ||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 86,3 | 20,7 | - 3,1 | 103,9 | ||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 206,7 | 206,7 | ||||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 53,5 | 27,1 | 270,8 | - 0,4 | 351,0 | |
| Commissiebaten | 134,3 | 11,3 | 77,2 | - 25,5 | 197,3 | |
| Overige baten | 35,7 | 29,2 | 41,7 | 1,5 | - 18,4 | 89,7 |
| Totale baten | 4.133,0 | 2.380,3 | 112,7 | 248,5 | - 79,9 | 6.794,6 |
| Lasten | ||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 2.809,2 | - 1.456,0 | 0,9 | - 4.264,3 | ||
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 26,1 | 51,7 | 77,8 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 2.783,1 | - 1.404,3 | 0,9 | - 4.186,5 | ||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 214,7 | - 214,7 | ||||
| Financieringslasten | - 63,4 | - 9,8 | - 6,2 | - 77,9 | 34,6 | - 122,7 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 29,7 | - 4,1 | - 0,1 | 0,4 | - 33,5 | |
| Wijzigingen in voorzieningen | - 2,1 | - 0,9 | - 3,0 | |||
| Commissielasten | - 253,7 | - 427,3 | - 1,9 | - 0,1 | 25,5 | - 657,5 |
| Personeelskosten | - 191,4 | - 168,9 | - 48,4 | - 8,4 | 0,6 | - 416,5 |
| Overige lasten | - 245,7 | - 178,2 | - 48,9 | - 19,9 | 18,4 | - 474,3 |
| Totale lasten | - 3.783,8 | - 2.193,5 | - 105,4 | - 106,4 | 80,4 | - 6.108,7 |
| Resultaat voor belastingen | 349,2 | 186,8 | 7,3 | 142,1 | 0,5 | 685,9 |
| Belastingbaten (lasten) | - 85,5 | - 44,8 | 1,5 | - 0,1 | - 128,9 | |
| Nettoresultaat over de periode | 263,7 | 142,0 | 8,8 | 142,0 | 0,5 | 557,0 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 62,4 | 23,0 | 85,4 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 201,3 | 119,0 | 8,8 | 142,0 | 0,5 | 471,6 |
| Totale baten van externe klanten | 4.115,3 | 2.378,0 | 50,7 | 250,6 | 6.794,6 | |
| Totale baten intern | 17,7 | 2,3 | 62,0 | - 2,1 | - 79,9 | |
| Totale baten | 4.133,0 | 2.380,3 | 112,7 | 248,5 | - 79,9 | 6.794,6 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 246,4 | - 9,7 | - 256,1 |
1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2013 | Leven | Niet-leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Bruto premies | 2.332,0 | 2.317,5 | - 0,8 | 4.648,7 | ||
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 875,4 | 875,4 | ||||
| Bruto premie-inkomen | 3.207,4 | 2.317,5 | - 0,8 | 5.524,1 |
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2012 | Leven | Niet-leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Baten | ||||||
| - Bruto premies 1) | 2.955,0 | 2.276,6 | - 0,2 | 5.231,4 | ||
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 140,5 | - 140,5 | ||||
| - Afgegeven herverzekeringspremies | - 48,5 | - 113,3 | - 161,8 | |||
| Netto verdiende premies | 2.906,5 | 2.022,8 | - 0,2 | 4.929,1 | ||
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 1.322,6 | 135,8 | - 6,9 | 123,3 | - 36,7 | 1.538,1 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 278,0 | - 278,0 | ||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | - 282,1 | - 282,1 | ||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 107,5 | 40,7 | 123,2 | 271,4 | ||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 769,7 | 769,7 | ||||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 63,8 | 6,9 | 70,3 | - 0,2 | 140,8 | |
| Commissiebaten | 121,5 | 14,2 | 89,0 | - 27,0 | 197,7 | |
| Overige baten | 45,1 | 41,9 | 47,9 | 1,8 | - 17,5 | 119,2 |
| Totale baten | 5.336,7 | 2.262,3 | 130,0 | - 241,5 | - 81,6 | 7.405,9 |
| Lasten | ||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 3.416,9 | - 1.423,4 | 0,3 | - 4.840,0 | ||
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars Schadelasten en uitkeringen, netto |
29,4 - 3.387,5 |
35,1 - 1.388,3 |
0,3 | 64,5 - 4.775,5 |
||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 756,9 | - 756,9 | ||||
| Financieringslasten | - 58,3 | - 9,3 | - 5,7 | - 93,9 | 36,6 | - 130,6 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 73,6 | - 6,6 | 0,2 | - 80,0 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | 1,0 | - 0,2 | 0,1 | 0,9 | ||
| - Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO | - 1.962,5 | - 1.962,5 | ||||
| - Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat | 2.362,5 | 2.362,5 | ||||
| Totale impact schikking ABN AMRO | 400,0 | 400,0 | ||||
| Commissielasten | - 251,4 | - 402,9 | - 0,4 | 26,9 | - 627,8 | |
| Personeelskosten | - 181,3 | - 150,3 | - 54,1 | - 7,3 | - 0,1 | - 393,1 |
| Overige lasten | - 239,3 | - 130,1 | - 60,1 | - 25,9 | 17,5 | - 437,9 |
| Totale lasten | - 4.947,3 | - 2.087,7 | - 119,9 | 272,6 | 81,4 | - 6.800,9 |
| Resultaat voor belastingen | 389,4 | 174,6 | 10,1 | 31,1 | - 0,2 | 605,0 |
| Belastingbaten (lasten) | - 122,7 | - 52,5 | - 2,6 | - 28,6 | - 206,4 | |
| Nettoresultaat over de periode | 266,7 | 122,1 | 7,5 | 2,5 | - 0,2 | 398,6 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 61,3 | 32,6 | 93,9 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 205,4 | 89,5 | 7,5 | 2,5 | - 0,2 | 304,7 |
| Totale baten van externe klanten | 5.320,2 | 2.260,2 | 56,4 | - 230,9 | 7.405,9 | |
| Totale baten intern | 16,5 | 2,1 | 73,6 | - 10,6 | - 81,6 | |
| Totale baten | 5.336,7 | 2.262,3 | 130,0 | - 241,5 | - 81,6 | 7.405,9 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 186,1 | - 29,4 | - 215,5 |
1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2012 | Leven | Niet-leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Bruto premies | 2.955,0 | 2.276,6 | - 0,2 | 5.231,4 | ||
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 472,8 | 472,8 | ||||
| Bruto premie-inkomen | 3.427,8 | 2.276,6 | - 0,2 | 5.704,2 |
25.11 Operationeel resultaat Verzekeringen
Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.
Het operationeel resultaat omvat de premies, commissies en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-Leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.
De gerealiseerde en ongerealiseerde meerwaarden op de beleggingen, die verantwoord worden in de resultatenrekening en die de verzekeringsverplichting afdekken voor de verschillende activiteiten, worden opgenomen in het operationele resultaat.
De afstemming van het operationele resultaat naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat.
Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het levenbedrijf omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). De Niet-Levenactiviteiten bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.
Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.
| Continentaal | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste halfjaar 2013 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Ageas |
| Bruto premie-inkomen Leven | 2.126,2 | 51,4 | 805,1 | 224,7 | - 0,8 | 3.206,6 | |
| Bruto premie-inkomen Niet-Leven | 984,9 | 1.100,7 | 231,9 | 2.317,5 | |||
| Operationele kosten | - 247,9 | - 132,6 | - 73,5 | - 21,9 | - 475,9 | ||
| Operationeel resultaat Leven | 204,4 | - 1,9 | 52,6 | 14,5 | 269,6 | ||
| - Ongevallen en ziekte | 32,4 | - 1,5 | 15,9 | 46,8 | |||
| - Auto | 4,9 | 34,6 | - 2,2 | 37,3 | |||
| - Brand en overige schade aan eigendommen | 27,1 | 32,9 | - 1,0 | 59,0 | |||
| - Overig | 8,7 | 1,3 | 3,6 | 13,6 | |||
| Operationeel resultaat Niet-Leven | 73,1 | 67,3 | 16,3 | 156,7 | |||
| Operationeel resultaat | 277,5 | 65,4 | 68,9 | 14,5 | 426,3 | ||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen, niet gealloceerd | 21,8 | 60,3 | 270,8 | 352,9 | |||
| Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage | 27,9 | 5,7 | 8,3 | - 7,0 | - 128,7 | 0,5 | - 93,3 |
| Resultaat voor belastingen | 305,4 | 71,1 | 99,0 | 67,8 | 142,1 | 0,5 | 685,9 |
| Key performance indicators | |||||||
| Lasten ratio | 37,1% | 30,9% | 29,3% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 33,2% |
| Schade ratio | 60,4% | 67,6% | 66,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 64,6% |
| Combined ratio | 97,5% | 98,5% | 95,5% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 97,8% |
| Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld beheerd vermogen Leven | 0,37% | 33,52% | 0,52% | 2,31% | 0,00% | 0,00% | 0,50% |
| Technische voorzieningen | 56.339,2 | 3.366,6 | 14.569,0 | 1.928,0 | - 3,4 | 76.199,4 |
| Continentaal | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Ageas |
| 2.642,2 | 38,4 | 545,6 | 201,6 | - 0,2 | 3.427,6 | |
| 940,1 | 1.101,8 | 234,7 | 2.276,6 | |||
| - 237,9 | - 106,2 | - 72,6 | - 21,0 | - 437,7 | ||
| 201,2 | - 1,1 | 59,7 | 16,5 | 276,3 | ||
| 34,3 | 0,3 | 17,0 | 51,6 | |||
| 25,2 | 63,1 | 6,9 | 95,2 | |||
| 0,4 | - 4,0 | 4,6 | 1,0 | |||
| 1,9 | 0,6 | 3,9 | 6,4 | |||
| 154,2 | ||||||
| 430,5 | ||||||
| 140,8 | ||||||
| 33,7 | ||||||
| 605,0 | ||||||
| 30,6% | ||||||
| 67,7% | ||||||
| 98,3% | ||||||
| 0,51% | ||||||
| 72.490,9 | ||||||
| 61,8 263,0 - 3,3 58,0 317,7 36,7% 63,1% 99,8% 0,38% 53.750,0 |
60,1 59,0 18,9 77,9 25,8% 73,0% 98,8% 2.651,9 |
32,3 92,0 4,8 5,8 102,6 27,5% 61,0% 88,5% 0,51% 14.345,1 |
16,5 69,2 - 9,8 75,9 2,55% 1.746,9 |
70,3 - 39,2 31,1 |
- 0,2 - 0,2 - 3,0 |
Schaderatio : de kosten van schade, na herverzekering, als percentage van de netto verdiende premies, exclusief interne afhandelingskosten en het oprenten van de verdiscontering van met Leven vergelijkbare producten zoals arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
Lastenratio : de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne schadeafhandelingskosten vermeerderd met nettocommissies ten laste van het boekjaar, minus interne beleggingskosten.
Combined ratio : de som van schade- en lastenratio.
26 VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN
26.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan juridische procedures
Ageas is, zoals vele andere financiële instellingen, gedaagde met betrekking tot een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsuitoefening.
Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (o.a. acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in oktober 2007, de aankondiging van het versnelde solvabiliteitsplan in juni 2008, de desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan Ageas worden betrokken bij een aantal juridische procedures, evenals administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in België en Nederland.
Ageas ontkent in al deze juridische procedures en onderzoeken dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank blijven betwisten. Dergelijke juridische acties tegen Ageas kunnen echter, indien succesvol, uiteindelijk een grote financiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.
Administratieve procedures ingesteld door de markttoezichthouders in België en Nederland
In Nederland:
Op 5 februari 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een boete opgelegd van EUR 288.000 voor overtredingen van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM zijn er op 5 juni 2008 bepaalde onjuiste of misleidende verklaringen afgelegd over de solvabiliteitspositie van Fortis en had Fortis op 14 juni 2008 bekend moeten maken dat de door de Europese Commissie opgelegde voorwaarden (de 'EC Remedies') met zich meebrachten dat de financiële doelstellingen voor 2008 en daarna niet zonder extra maatregelen konden worden gerealiseerd. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode tussen 5 en 25 juni 2008 te hebben gehandeld zonder over volledig correcte informatie te beschikken. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Nadat het administratief beroep werd verworpen, tekende Ageas beroep aan tegen de beslissing van de AFM bij de rechtbank te Rotterdam. Op 4 mei 2011 heeft deze rechtbank de beslissing van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.
Op 19 augustus 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een additionele boete opgelegd van EUR 144.000 wegens overtreding van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM heeft Fortis de beleggers niet tijdig geïnformeerd over haar 'subprime' positie en had zij informatie moeten publiceren over haar 'subprime'-positie en blootstelling (zowel in algemene zin als in de Verenigde Staten, alsmede een uitsplitsing) in de trading update die op 21 september 2007 werd gepubliceerd in verband met de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode vanaf 21 september 2007 te hebben gehandeld op basis van onvolledige informatie. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Na afwijzing van het administratief beroep heeft Ageas beroep aangetekend tegen het besluit van de AFM bij de rechtbank van Rotterdam. Op 9 februari 2012 heeft deze rechtbank het besluit van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.
In België:
De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 12 april 2012 heeft het directiecomité van de FSMA het door de auditeur opgestelde onderzoeksrapport doorgestuurd naar de sanctiecommissie. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de ABN AMRO overname, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van 500.000 euro. Ageas tekende beroep aan tegen deze beslissing bij het Hof van Beroep in Brussel.
Strafprocedure in België
In België loopt een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In november 2012 werd een aantal personen in verdenking gesteld door de onderzoeksrechter. In februari 2013 heeft de procureur des Konings de Raadkamer verzocht een aantal personen te verwijzen naar de correctionele rechtbank.
Negatieve bevindingen in deze administratieve procedures en/of de strafprocedure kunnen een impact hebben op bestaande juridische procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding.
Juridische procedures ingesteld door aandeelhouders of aandeelhoudersverenigingen
Deze procedures in België en Nederland (i) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008 of (ii) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008.
In Nederland:
Op 16 augustus 2010 hebben de VEB (Vereniging van Effectenbezitters) en bepaalde andere partijen een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer in Amsterdam (i) om een juridische procedure te starten met als doel te laten vaststellen dat bepaalde feiten die vermeld worden in het onderzoeksverslag1 als wanbeleid van Fortis moeten worden beschouwd en (ii) om de kwijting verleend aan Fortis N.V. bestuurders op 29 april 2008 te laten nietig verklaren.
Op 5 april 2012 heeft de Ondernemingskamer de verzoeken van de VEB ten dele afgewezen, maar ook ten dele ingewilligd, en bepaalde onderdelen van het beleid als wanbeleid aangemerkt. Aansluitend heeft de Ondernemingskamer het besluit van de algemene vergadering van Fortis N.V. tot kwijting van de raad van bestuur voor het in 2007 gevoerde beleid vernietigd, voor zover het betrekking heeft op de communicatie omtrent de 'subprime' portefeuille in het prospectus en de trading update. Ageas heeft tegen deze beschikking bij de Hoge Raad hoger beroep aangetekend.
http://www.ageas.com/Documents/NL\_final\_report\_dutch\_investigation\_201006 16.pdf
Op 19 januari 2011 heeft de VEB een procedure ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormen door Fortis en door sommige voormalige bestuurders en topmanagers. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de financiële instellingen die tijdens de kapitaalverhoging zijn opgetreden als zgn. global coördinators en lead managers) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.
Stichting FortisEffect en een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. De Gier hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de vordering van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, of de betaling van schadevergoeding als alternatief.
Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Bos eisen schadevergoeding op grond van beweerde communicatiefouten in 2008. De rechtbank van Utrecht oordeelde op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en, in voorkomend geval, de hoogte ervan. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit of verband zou houden met de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht.
Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse stichting "Stichting Investor Claims Against Fortis" (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van beweerde communicatiefouten door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.
Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde SICAF, namens en samen met een aantal geїdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid. Momenteel is het onduidelijk of beide procedures zullen worden samengevoegd.
1 Onderzoeksverslag opgedragen door de Ondernemingskamer en publiek gemaakt op 16 juni 2010. Het verslag kan worden geraadpleegd op Ageas' website:
In België:
Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Modrikamen heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de FPIM (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd geëist. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. De procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel wordt voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank.
Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode mei 2007 tot oktober 2008.
Op 12 september 2012 hebben een (voormalige) Fortis aandeelhouder en de moedermaatschappij ervan een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007.
Op 29 april 2013 heeft een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Op 25 juni 2013 werd een gelijkaardige procedure gestart voor dezelfde rechtbank door twee aandeelhouders.
Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)
De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met BNP Paribas Fortis SA/NV, ageas SA/NV en ageas N.V., werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Vóór 7 december 2010 besliste een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten voor de rechtbank de vernietiging van de conversie dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCS-houders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd.
Vrijwaringsbedingen
In 2008 hebben de moedermaatschappijen van Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.
Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken in de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.
Algemene opmerkingen
Gezien het feit dat geen van de door de rechtbanken benoemde experts argumenten heeft aangedragen die een nietigverklaring (of gedeeltelijke nietigverklaring) van de beslissingen van de Raad van Bestuur van Fortis in september/oktober 2008 en de daaruit voortvloeiende overeenkomsten en transacties zou kunnen onderbouwen of rechtvaardigen en gezien het feit dat de rechtbank van Amsterdam in twee vonnissen van 18 mei 2011 de eisen van VEB/Deminor en Stichting FortisEffect met betrekking tot deze transacties afwees, acht het management van Ageas het onwaarschijnlijk dat de in dit hoofdstuk beschreven procedures zullen leiden tot een nietigverklaring van deze transacties.
Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun merites en gevolgen in te schatten en te bepalen, of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Om die reden worden er geen voorzieningen aangehouden. Ageas zal echter voorzieningen boeken indien en op het ogenblik dat het naar de mening van het management, in overleg met de juridische adviseurs, waarschijnlijk is dat Ageas een betaling zal moeten doen en het bedrag ervan redelijkerwijze kan worden geschat.
Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Die gevolgen zijn op dit moment niet kwantificeerbaar.
Op basis van de conclusies uit bepaalde in dit hoofdstuk beschreven gerechtelijke uitspraken hebben de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaanprakelijkheidsverzekering, die de potentiële risico's verzekeren van Ageas en haar bestuurders en functionarissen uit hoofde van de aansprakelijkheidsclaims in de verschillende lopende procedures, laten weten dat deze conclusies zouden kunnen leiden tot een verlies aan verzekeringsdekking uit hoofde van deze polissen. Ageas is het oneens met deze mening die op dit moment onderwerp is van discussie met de verzekeraars.
26.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen
De voormalige werkmaatschappijen van Ageas hebben een aantal hybride instrumenten uitgegeven die leiden tot voorwaardelijke verbintenissen voor ageas SA/NV, omdat deze voormalige moedermaatschappij optrad als garant, codebiteur of een andere ondersteunende overeenkomst tekenden. In de volgende paragrafen worden de voorwaardelijke verplichtingen beschreven die aan deze instrumenten zijn verbonden.
1. CASHES
De CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) vertegenwoordigen 4.447 obligaties voor een totaal nominaalbedrag van EUR 1.112 miljard, uitgegeven door BNP Paribas Fortis SA/NV, met ageas SA/NV als medeschuldenaar.
De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10 (de slotkoers van het aandeel bedroeg per 30 juni 2013, EUR 26,98). De obligaties kunnen ook naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 4.634.904 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.
De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de aandelen Ageas die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.
BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon per kwartaal tegen een variabele rente van driemaands Euribor + 2,0%, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas. In het geval dat Ageas geen dividend over haar aandelen uitkeert of dat het vastgestelde dividend in enig boekjaar beneden de drempel valt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons verplicht plaatsvinden door ageas SA/NV in overeenstemming met de zogenaamde Alternatieve Coupon Vereffenings Methode (ACVM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACVM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACVM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
2. Schadevergoeding samenhangend met de CASHES
Oorspronkelijk zijn 12.000 CASHES uitgegeven. In januari 2012 bracht BNP Paribas een bod uit op de CASHES tegen een prijs van 47,5% en wisselde vervolgens 7.553 aangeboden CASHES in tegen de onderliggende aandelen Ageas.
Dit bod en de wissel maakten deel uit van een bredere overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas Fortis SA/NV en BNP Paribas. Ageas betaalde EUR 287 miljoen schadevergoeding aan BNP Paribas voor de 63% wissel.
Ageas zal BNP Paribas binnen twee jaar een vergoeding betalen tegen dezelfde voorwaarden zoals bepaald in de overeenkomst als BNP Paribas van de 37% uitstaande CASHES additionele CASHES verkrijgt en inwisselt. Ageas heeft tevens ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het bruto-dividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.
3. Fortis Bank Tier 1-obligatielening 2004
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2004 een eeuwigdurende lening ter waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, met een Support Agreement aangegaan door de vroegere Fortis moedermaatschappij, nu ageas SA/NV, tegen een coupon van 4,625% tot 27 oktober 2014 en 3-maands Euribor + 1,70% daarna.
De Support Agreement van de moedermaatschappij houdt in dat, indien de solvabiliteit van BNP Paribas Fortis SA/NV beneden een bepaalde drempelwaarde komt of indien BNP Paribas Fortis SA/NV daarvoor kiest, de coupon wordt voldaan volgens de zogenaamde Alternatieve Coupon Vereffenings Methode (ACVM). BNP Paribas Fortis SA/NV zou in dat geval ageas SA/NV moeten compenseren door uitgifte van nieuwe aandelen.
26.3 Overige Voorwaardelijke verplichtingen
Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 is gefuseerd met Cardif Lux International S.A. (zie ook Noot 2 Overnames en desinvesteringen).
27 TOEZEGGINGEN
Ontvangen en gedane toezeggingen waren per 30 juni als volgt:
| Verplichtingen | 30 juni 2013 | 31 december 2012 |
|---|---|---|
| Ontvangen verplichtingen | ||
| Kredietlijnen | 580,6 | 271,5 |
| Overig kredietlijnen | 1,7 | 1,7 |
| Onderpand & garanties ontvangen | 4.009,4 | 3.990,8 |
| Verzekeringsgerelateerde rechten en verplichtingen | 14,7 | 14,5 |
| Totaal ontvangen | 4.606,4 | 4.278,5 |
| Verstrekte verplichtingen | ||
| Garanties, financieel- en prestatiegerelateerde kredietbrieven | 45,8 | 45,8 |
| Totaal kredietlijnen | 538,5 | 375,7 |
| Beschikbaar | -156,7 | -102,3 |
| Gebruikt | 381,8 | 273,4 |
| Onderpand & garanties verstrekt | 2.084,3 | 1.397,6 |
| In bewaring gegeven activa en vorderingen | 633,7 | 651,8 |
| Kapitaal rechten en verplichtingen | 108,6 | 244,4 |
| Overige niet in de balans gewaardeerde verplichtingen | 785,7 | 472,2 |
| Totaal verstrekt | 4.039,9 | 3.085,2 |
Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen zekerheden en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.
Gedane toezeggingen bestaan voor het overgrote deel uit gegeven zekerheden en garanties hoofdzakelijk in verband met repo-overeenkomsten, toevertrouwde middelen en vorderingen (EUR 634 miljoen) en verstrekte kredietlijnen.
.
28 GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van het Geconsolideerde tussentijds Financieel Verslag van Ageas per 30 juni 2013.
Ageas zal op 16 september een Algemene Vergadering van Aandeelhouders organiseren en aan deze vergadering een kapitaalsvermindering voorstellen die zal resulteren in een cash betaling van EUR 1,00 per aandeel. Daarnaast zal de aandeelhouders de goedkeuring worden gevraagd voor de intrekking van de resterende 469.705 aandelen van het inkoopprogramma van eigen aandelen in 2012.
Ageas kondigt een nieuw inkoopprogramma eigen aandelen aan, dat zal worden gelanceerd op 12 augustus 2013 en loopt tot 5 augustus 2014 (totaalbedrag EUR 200 miljoen)
BERICHT VAN DE RAAD VAN BESTUUR
De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste halfjaar van 2013, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie, met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC).
De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste halfjaar van 2013 een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en dat de informatie die hierin is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.
De Raad van Bestuur heeft op 1 augustus 2013 het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2013 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.
Brussel, 1 augustus 2013
Raad van Bestuur Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet
Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Bestuurders Steve Broughton Ronny Brückner Jane Murphy Roel Nieuwdorp Lionel Perl Jan Zegering Hadders
BEOORDELINGS VERKLARING
Aan de Raad van Bestuur van ageas SA/NV
Opdracht
Wij hebben de beoordeling uitgevoerd van de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie van Ageas, bestaande uit de geconsolideerde balans per 30 juni 2013, de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerde overzicht van Overig Comprehensive Income over de periode van zes maanden die op die datum is beëindigd, het geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden die op die datum is beëindigd, evenals van de toelichting. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en het weergeven van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op basis van onze beoordeling.
Reikwijdte van een beoordeling
We hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het vragen van inlichtingen, hoofdzakelijk aan financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingsprocedures. De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden (ISA). Om die reden stelt de beoordeling ons niet in staat de zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die naar aanleiding van een controle mogelijk worden geïdentificeerd. Bijgevolg brengen wij dan ook geen controleverslag uit.
Conclusie
Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2013 niet in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Toelichtende paragraaf
Wij vestigen de aandacht op hoofdstuk 26 van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie over de zesmaands periode eindigend op 30 juni 2013 waarin is beschreven dat Ageas als gedaagde is betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en die kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor de vennootschap. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.
Brussel, 1 augustus 2013
KPMG Bedrijfsrevisoren
Vertegenwoordigd door M. Lange Bedrijfsrevisor