Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

ageas SA/NV Interim / Quarterly Report 2012

Aug 14, 2012

3905_ir_2012-08-14-111400_f05b0a76-1364-4f0b-99d4-05fbac595ff3.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Your partner in Insurance

Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2012

Brussel | Utrecht 6 augustus 2012

AGEAS in een oogopslag Q2 2012 7
Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas 9
Ontwikkelingen 10
Resultaten voor het eerste halfjaar van 201211
Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2012 13
Geconsolideerde balans 14
Geconsolideerde resultatenrekening 15
Geconsolideerd overzicht van het Overig comprehensive income 16
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 17
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 18
Algemeen 19
1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 20
2 Overnames en desinvesteringen 23
3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel 25
4 Toezicht en solvabiliteit 27
Toelichting op de geconsolideerde balans 31
5 Geldmiddelen en kasequivalenten 32
6 Financiële beleggingen 33
7 Leningen 38
8 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 40
9 Herverzekering en overige vorderingen 41
10 Call optie op BNP Paribas aandelen 42
11 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 44
12 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 44
13 Verplichtingen inzake unit-linked contracten 45
14 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 45
15 Schuldbewijzen 45
16 Achtergestelde schulden 46
17 Leningen 48
18 Acute en Uitgestelde belastingen 49
19 RPN(I) 50
20 Voorzieningen 51
21 Verplichting met betrekking tot geschreven put optie op minderheidsbelang 52
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 53
22 Verzekeringspremies 54
23 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 55
24 Resultaat op verkoop en herwaarderingen 56
25 Schadelasten en uitkeringen 57
26 Financieringslasten 58
27 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 58
Toelichting op de segment rapportage 59
28 Segmentinformatie 60
29 Voorwaardelijke verplichtingen 73
30 Gebeurtenissen na balansdatum78
Bericht van de Raad van Bestuur 79
Beoordelingsverklaring 80
AGEAS
in een
oogopslag
Q2 2012
Eigen vermogen
toewijsbaar aan
aandeelhouders
€ 8.807 miljoen
Totaal Activa
€ 91.576 miljoen
Bruto Premie
Inkomen ¹)
10.815 miljard
Nettoresultaat
toewijsbaar aan
aandeelhouders
€ 304,7 miljoen
Beheerd Vermogen
€ 72.491 miljoen
Dividend per
aandeel
€ 0,08
Netto resultaat
Verzekeringen
€ 302,4 miljoen
Netto resultaat
Algemene Rekening
€ 2,3 miljoen
Solvabiliteitsratio
Verzekeringsbedrijf
210,6%
Combined ratio
98,3%
Werknemers
12.830

1) Het Bruto premie inkomen is inclusief het premie inkomen van geassocieerde deelnemingen van Ageas. Exclusief de geassocieerde deelnemingen, zoals verantwoord onder IFRS, bedroeg het Bruto premie inkomen EUR 5.704 miljard.

Variantie van eerste halfjaar
Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011 2011 2011 naar 2012
Resultatenrekening
Bruto premie-inkomen 5.704,2 5.913,1 11.237,1 -3,5%
Totale baten 7.405,9 6.302,0 12.004,8 17,5%
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 304,7 - 58,8 - 578,2 *
- waarvan Verzekeringen 302,4 110,9 - 313,1 *
- waarvan Algemene Rekening (inclusief eliminaties) 2,3 - 169,7 - 265,1 *
Balans
Totaal activa 91.575,7 99.475,8 90.602,2 -7,9%
Beheerd vermogen 72.490,9 70.814,5 70.599,6 2,4%
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 8.806,9 7.616,7 7.760,3 15,6%
Minderheidsbelangen 759,2 684,2 607,4 11,0%
Totaal eigen vermogen 9.566,1 8.300,9 8.367,7 15,2%
Aandeel-gerelateerde informatie (in EUR)
Gewoon resultaat per aandeel 0,13 - 0,02 - 0,23 *
Rendement eigen vermogen 1) - 2,6% - 3,4% - 7,2% -21,4%
Overige gegevens
Combined ratio 98,3% 100,1% 101,1% -1,8%
Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld beheerd vermogen Leven 0,51% 0,50% 0,51% 0,8%
Solvabiliteitsratio totaal Verzekeringen 210,6% 207,4% 207,0% 1,5%
Solvabiliteitsratio totaal groep 248,5% 273,0% 236,9% -9,0%
Aantal werknemers 12.830 12.411 12.557 3,4%

1) Gebaseerd op het voortschrijdend gemiddelde over vier kwartalen

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas

Ontwikkelingen

Schikking juridische procedures

Op 28 juni hebben ageas SA/NV en ageas N.V. ("Ageas") en ABN AMRO Group N.V. en ABN AMRO Bank N.V. ("ABN AMRO") een schikking getroffen over de gerechtelijke procedures inzake ABN AMRO Capital Finance Ltd. (voorheen Fortis Capital Company Ltd. ("FCC")) en de Mandatory Convertible Securities ("MCS").

Deze schikking maakt tevens een einde aan alle nog uitstaande geschillen tussen de Nederlandse staat en Ageas over de aandelentransacties die uitmondden in de overname van de Nederlandse activiteiten van de voormalige Fortis-groep door de Nederlandse staat op 3 oktober 2008. NL Financial Investments, grootaandeelhouder van ABN AMRO, heeft deze overeenkomst mede ondertekend namens de Nederlandse staat. De schikking heft geresulteerd in een eenmalige betaling in contanten van EUR 400 miljoen door ABN AMRO aan Ageas op 29 juni 2012.

De oorspronkelijke claims, ten bedrage van EUR 2.362 miljoen, zijn, na aftrek van het schikkingsbedrag van EUR 400 miljoen, als bijzondere waardevermindering verantwoord in de resultatenrekening. Deze bijzondere waardevermindering wordt gecompenseerd door de vrijval van de voorzieningen gerelateerd aan de de geschillen met de Nederlandse Staat van EUR 2.362 miljoen (zie Noot 20), resulterend in een winst in het halfjaar resulraat van EUR 400 miljoen.

Schikking RPN(I)

Op 7 februari 2012 hebben Ageas en BNP Paribas een akkoord aangekondigd over de transactie van de RPN(I) en de Tier 1 obligatielening. De overeenkomst voorziet in de inkoop van de Tier 1-obligatielening (door Fortis Bank uitgegeven en voor 95% aangehouden door Ageas) en een (gedeeltelijke) afwikkeling van de RPN(I) verplichting. De afwikkeling van de RPN/RPN(I) is gerealiseerd in de vorm van een bod in contanten op de CASHES door BNP Paribas en de daarop volgende conversie van de CASHES in aandelen Ageas. Ageas heeft toegezegd BNP Paribas in verband met de CASHES-transacties een schadevergoeding te zullen betalen op voorwaarde van een acceptatiegraad van tenminste 50% voor het bod in contanten van BNP Paribas.

De acceptatiegraad was uiteindelijk 63%, waardoor het bod doorgang kon vinden en beide partijen de overeenkomst effectueerden. Het totale negatieve effect op het resultaat van Ageas bedroeg het eerste kwartaal EUR 132 miljoen. Dit bedrag kan worden onderverdeeld in de volgende elementen:

  • BNP Paribas heeft de Tier 1-obligatielening ingekocht. Als gevolg hiervan heeft Ageas op 26 maart 2012 een bedrag van EUR 953 miljoen ontvangen. Aangezien het ontvangen bedrag hoger is dan de boekwaarde op diezelfde datum is op de transactie een eenmalige meerwaarde van EUR 129 miljoen geboekt (inclusief rente van EUR 9 miljoen, afschrijving van een disagio van EUR 30 miljoen en na belastingen). Het nettoeffect kwam voor de eerste drie maanden uit op EUR 140 miljoen.
  • Ageas heeft verder BNP Paribas schadeloos gesteld voor de gedeeltelijke afwikkeling van de RPN/RPN(I). Hiermee was op de conversiedatum 26 maart 2012 een bedrag gemoeid van EUR 287 miljoen. Daarnaast betaalde Ageas EUR 12 miljoen voor kosten verbonden aan de transactie, inclusief de beste schatting van de reële waarde van de jaarlijkse vergoeding (op basis van de veronderstelling dat de resterende CASHES binnen een periode van 2 jaar worden gewisseld). Hierdoor bedroeg het totale bedrag van de vergoeding EUR 299 miljoen.

Dat de acceptatiegraad van het bod in contanten op de CASHES op 63% uitkwam, betekent dat circa 37% van de CASHES nog altijd uitstaan. De RPN(I)-verplichting is hierdoor weliswaar verlaagd, maar blijft nog altijd op de balans. De overeenkomst met BNP Paribas over de afwikkeling van de CASHES loopt af in 2014. Ageas heeft het 'niveau 3' waarderingsmodel van de RPN(I) herzien en besloten een ondergrens in de waardering van de resterende RPN(I) op te nemen, aansluitend op de overeengekomen vergoeding. De RPN(I) zal gewaardeerd worden tegen de hoogste waarde van de netto contante waarde van de verwachtte toekomstige rentebetalingen en deze ondergrens. Het bedrag van deze ondergrens is afhankelijk van de verwachte aankoopprijs van de CASHES en het Ageas aandeel op dat moment. Op 30 juni 2012 bedroeg de verplichting uit hoofde van de RPN(I) EUR 174 miljoen wat een meerwaarde oplevert van EUR 16 miljoen (dat wil zeggen, het verschil tussen de ondergrens van EUR 174 miljoen en de waarde van de RPN(I) eind 2011 van EUR 190 miljoen).

Goedkeuring van de vereenvoudiging van de juridische structuur Op respectievelijk 28 en 29 juni 2012 hebben de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van het Nederlandse ageas N.V. en het Belgische ageas SA/NV de fusie tussen beide vennootschappen goedgekeurd met een overweldigende meerderheid. Op 3 augustus stelde de Raad van Bestuur van ageas SA/NV formeel vast dat de twee opschortende voorwaarden van de fusie van ageas N.V. en ageas SA/NV vervuld zijn. Hiermee is de laatste stap gezet van de implementatie van de fusie, de

reverse stock split en de reverse VVPR strip split. De Raad van Bestuur heeft aan de notaris gevraagd om de fusie van beide maatschappijen alsook de reverse splits vast te stellen op 6 augustus, na beurstijd. De transactie wordt effectief diezelfde dag vanaf middernacht.

Resultaten voor het eerste halfjaar van 2012

De netto groepswinst bedroeg het eerste halfjaar EUR 304,7 miljoen tegen een nettoverlies van EUR 58,8 miljoen. De nettowinst van de Algemene Rekening was EUR 2,3 miljoen: het positieve effect van EUR 400 miljoen in het tweede kwartaal ingevolge de overeenkomst met ABN AMRO en de Nederlandse staat over de lopende juridische procedures en het positieve resultaat van EUR 75 miljoen van Royal Park Investments werden vrijwel tenietgedaan door een last in verband met de afwikkeling van de transactie met BNP Paribas in het eerste kwartaal en de lagere waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas.

Het totale eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders nam met 14% toe ten opzichte van eind 2011 en bedroeg EUR 8,8 miljard of EUR 3,69 per aandeel, hoofdzakelijk dankzij hogere ongerealiseerde meerwaarden op de vastrentende portefeuille en de nettowinst over de eerste 6 maanden maar werd ten dele tenietgedaan door de uitkering van dividend over 2011 van EUR 0,2 miljard. De solvabiliteitsratio's van Verzekeringen en Groep stegen naar respectievelijk 210,6% en 248,5%. Het beschikbare kapitaal lag EUR 5,6 miljard boven het wettelijk vereiste minimum.

Verzekeringen

De nettowinst Verzekeringen kwam uit op EUR 302,5 miljoen tegen EUR 110,9 miljoen een jaar geleden, een verbetering in alle segmenten. Zowel Leven als Niet-Leven presteerde beter met een nettowinst van respectievelijk EUR 205,4 miljoen en EUR 89,5 miljoen, dankzij vrijval van reserves op voorgaande jaren en een betere onderschrijving bij Niet-Leven, met name in het Verenigd Koninkrijk, en dankzij goede resultaten Leven in Azië.

De Leven activiteiten droegen EUR 205,4 miljoen bij aan de nettowinst, in vergelijking met EUR 51,5 miljoen vorig jaar. In dat laatste cijfer zat een netto bijzondere waardevermindering van EUR 143 miljoen in verband met Griekse staatsobligaties. De verbetering was in het bijzonder te danken aan de sterke resultaten in alle landen van Azië en weerspiegelde een solide groei van de onderliggende activiteiten, ten dele gedrukt door licht lagere resultaten in België. Gecorrigeerd voor de Griekse bijzondere waardeverminderingen bleef de nettowinst in Continentaal Europa stabiel. Dit was mede te danken aan de sterke resultaten in Portugal, zeker in het huidige moeilijke marktklimaat.

De Niet-Leven activiteiten realiseerden een nettowinst van EUR 89,5 miljoen, tegen EUR 48,1 miljoen (+86%). In dat laatste cijfer was een netto bijzondere waardeverminderingslast begrepen van EUR 7 miljoen in verband met de Griekse staatsobligaties. De prestatie verbeterde in alle segmenten door vrijval van reserves op voorgaande jaren en een betere onderschrijving. De gestegen nettowinst werd hoofdzakelijk gerealiseerd in het Verenigd Koninkrijk waar de nettowinst steeg van EUR 20 miljoen naar EUR 43 miljoen. De verdere verbetering bij Autoverzekeringen in combinatie met netto gerealiseerde meerwaarden bood meer dan voldoende compensatie voor de hogere weergerelateerde schadeclaims bij Brandverzekeringen. In België liet de divisie Autoverzekeringen eveneens een goede operationele ontwikkeling optekenen terwijl ook Brandverzekeringen en Arbeidsongevallen beter presteerden dan vorig jaar. De Niet-Leven activiteiten in Continentaal Europa en Azië verhoogden de totale bijdrage aan de nettowinst met circa EUR 14 miljoen (10% stijging), hieraan lagen sterke operationele resultaten in alle activiteiten ten grondslag.

De combined ratio van de Groep verbeterde en sloot het halfjaar af onder de 100% op 98,3% in vergelijking met 100,1% vorig jaar, vooral als gevolg van betere risicoprijsstelling en betere schaderatio's, bij Autoverzekeringen in het bijzonder. In België verbeterde de combined ratio naar 99,8% (versus 100,0%). In het Verenigd Koninkrijk bereikte de combined ratio een niveau van 98,8% (versus 101,2%). In Continentaal Europa bleef de combined ratio uitstekend en verbeterde deze verder naar 88,5% op geconsolideerde basis. De vrijval van reserves op voorgaande jaren steeg licht naar 4,8% (versus 4,2%) en de huidige schaderatio situeert zich op een sterke 72,5%.

Ageas heeft met ingang van het eerste kwartaal 2012 de berekening van de combined ratio meer in lijn gebracht met wat gebruikelijk is in de markt voor Niet-Leven producten met geactualiseerde verplichtingen bij Arbeidsongevallen en Arbeidsongeschiktheid. Deze wijziging heeft vooral een invloed op het segment België.

Het segment Overige Verzekeringen in het Verenigd Koninkrijk, inclusief de retaildistributieactiviteiten – RIAS, Kwik Fit Financial Services (KFFS), Ageas Insurance Solutions (UKAIS) en Castle Cover – realiseerde totale inkomsten uit commissies en vergoedingen van EUR 139 miljoen, in lijn met vorig jaar. De nettowinst daalde van EUR 11,3 miljoen naar EUR 7,5 miljoen. Vorig jaar profiteerde het resultaat van een financiële incentive van een commerciële partner. De retailactiviteiten worden bovendien ontplooid in een zeer concurrerend klimaat verbonden aan de huidige lastige economische omstandigheden.

Algemene Rekening

De Algemene Rekening boekte het eerste halfjaar een nettowinst van EUR 2,3 miljoen. De bepalende factoren voor het netto halfjaarresultaat waren een positief effect van EUR 400 miljoen in verband met de afwikkeling van de juridische geschillen met ABN AMRO en de Nederlandse staat en het positieve resultaat van EUR 75 miljoen van Royal Park Investments, ten dele tenietgedaan door het negatieve effect van EUR 132 miljoen uit hoofde van de transactie met BNP Paribas en Fortis Bank inzake de RPN(I) en Tier 1-obligatielening, alsmede een last van EUR 278 miljoen in verband met de lagere waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas.

Na de gedeeltelijke afwikkeling met BNP Paribas van de RPN(I) verplichting en de Tier 1-obligatielening is de resterende RPN(I) verplichting opgenomen tegen een boekwaarde van EUR 174 miljoen, een toename met EUR 11 miljoen ten opzichte van eind eerste kwartaal en te wijten aan de ontwikkeling van de koers van het aandeel Ageas. De waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas was per 30 juni gedaald naar EUR 117 miljoen, als gevolg van de daling van de volatiliteit van 49% eind 2011 naar 33% eind juni 2012.

De bijdrage van Royal Park Investments (RPI) aan het resultaat van Ageas, inclusief de waardevermindering van goodwill, bedroeg EUR 75 miljoen in vergelijking met EUR 57 miljoen vorig jaar. Dit was voornamelijk te danken aan de lagere waardevermindering van de goodwill. De waarde van de deelneming van Ageas in RPI, inclusief de reële waarde-ontwikkeling van de hedgereserve, steeg van EUR 779 miljoen eind 2011 naar EUR 856 miljoen eind juni 2012.

De nettorentebaten bedroegen EUR 29 miljoen tegen EUR 6 miljoen negatief vorig jaar en omvatten onder meer de afschrijving van de discount en de ontvangen rente op de Tier 1-obligatielening voor een bedrag van EUR 39 miljoen. De totale personeels- en overige kosten daalden tot EUR 23 miljoen.

Solvabiliteit

Het totale beschikbare kapitaal van Ageas bedroeg EUR 9,4 miljard eind juni tegen EUR 8,6 miljard eind 2011. Dit was EUR 5,6 miljard meer dan het totale geconsolideerde wettelijk vereiste minimum van de verzekeringsactiviteiten, inclusief het beschikbare kapitaal binnen de Algemene Rekening (EUR 1,4 miljard). De toename van het surplus met EUR 0,7 miljard was vooral te danken aan de

nettowinst en het positieve valuta-effect. Het totale beschikbare kapitaal van de verzekeringsactiviteiten bedroeg EUR 7,9 miljard, bij een licht hogere wettelijk vereiste minimale solvabiliteit van EUR 3,8 miljard. De solvabiliteitsratio van de verzekeringsactiviteiten steeg hierdoor naar 211%. De solvabiliteitsratio per segment bleef sterk en bedroeg 177% in België, 243% in het Verenigd Koninkrijk, 212% in Continentaal Europa en 283% in Azië.

Nettokaspositie Algemene Rekening

De nettokaspositie in de Algemene Rekening, uitgaande van een volledige aflossing van het European Medium Term Notes (EMTN) programma inclusief kortlopende deposito's bij banken, bedroeg op 30 juni 2012 EUR 1,5 miljard in vergelijking met EUR 0,7 miljard eind 2011. Die stijging was te danken aan het netto positieve effect van de transactie met BNP Paribas inzake de RPN(I) en de Tier 1 obligatielening (EUR 0,7 miljard) begin maart 2012 en de overeenkomst met ABN AMRO en de Nederlandse staat (EUR 0,4 miljard) eind juni 2012. Hiertegenover stond een bedrag van EUR 0,2 miljard voor de uitkering van het dividend over 2011.

Voorwaardelijke verplichtingen

Voor het volledige overzicht van de Voorwaardelijke verplichtingen wordt verwezen naar Noot 29.

Dividend

De Raad van Bestuur heeft de goedkeuring van de aandeelhouders gevraagd voor de uitkering van een bruto cash dividenduitkering over 2011 van 8 eurocent per aandeel. Dit voorstel is goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders op 25 en 26 april 2012. Het dividend wordt betaalbaar gesteld vanaf 31 mei 2012.

Vooruitzichten

Op basis van onze prestaties in het eerste halfjaar herhalen wij onze verwachtingen dat het premie-inkomen in 2012 dat van 2011 zal overtreffen.

Brussel/Utrecht, 3 augustus 2012

Raad van Bestuur

Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2012

Geconsolideerde balans

(voor winstbestemming)

Noot 30 juni 2012 31 december 2011
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 5 2.699,0 2.701,5
Financiële beleggingen 6 59.046,0 55.231,4
Vastgoedbeleggingen 6 2.194,1 2.045,7
Leningen 7 5.231,5 5.683,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 12.860,6 12.771,4
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 2.120,8 1.959,5
Herverzekering en overige vorderingen 9 1.940,4 4.111,1
Acute belastingvorderingen 125,9 127,1
Uitgestelde belastingvorderingen 18 159,1 358,8
Call optie op BNP Paribas aandelen 10 117,0 395,0
Overlopende rente en overige activa 2.381,1 2.386,2
Materiële vaste activa 1.109,4 1.098,3
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.590,8 1.594,3
Activa aangehouden voor verkoop 2 138,5
Totaal activa 91.575,7 90.602,2
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 11 25.028,5 24.370,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 12 27.900,1 27.201,5
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 13 12.917,5 12.823,8
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 14 6.644,8 6.203,9
Schuldbewijzen 15 213,8 256,7
Achtergestelde schulden 16 2.972,2 2.973,6
Leningen 17 2.009,6 2.277,0
Acute belastingschulden 143,7 59,2
Uitgestelde belastingschulden 18 940,3 614,6
RPN(I) 19 174,0 190,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.289,4 2.094,1
Voorzieningen 20 39,7 2.403,4
Verplichting inzake geschreven putoptie op minderheidsbelang 21 736,0 655,8
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 2 110,5
Totaal verplichtingen 82.009,6 82.234,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3 8.806,9 7.760,3
Minderheidsbelangen 759,2 607,4
Totaal eigen vermogen 9.566,1 8.367,7
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 91.575,7 90.602,2

Geconsolideerde resultatenrekening

Eerste halfjaar Eerste halfjaar Tweede kwartaal Tweede kwartaal Eerste kwartaal
Noot 2012 2011 2012 2011 2012
Baten
- Bruto premies 1) 5.231,4 4.850,4 2.587,7 2.233,4 2.643,7
- Wijziging in niet-verdiende premies - 140,5 - 395,1 - 1,4 - 128,0 - 139,1
- Afgegeven herverzekeringspremies - 161,8 - 141,7 - 72,7 - 61,5 - 89,1
Netto verdiende premies 22 4.929,1 4.313,6 2.513,6 2.043,9 2.415,5
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 23 1.538,1 1.536,6 758,7 786,0 779,4
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 278,0 85,0 - 87,0 83,0 - 191,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) (incl. schikking op RPN(I)/CASHES) - 282,1 - 118,0 - 11,4 139,0 - 270,7
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 24 271,4 88,3 48,4 27,7 223,0
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 769,7 72,1 - 11,0 - 46,5 780,7
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 140,8 - 8,1 - 6,5 - 24,1 147,3
Commissiebaten 197,7 220,9 93,8 107,3 103,9
Overige baten 119,2 111,6 64,5 61,3 54,7
Totale baten 7.405,9 6.302,0 3.363,1 3.177,6 4.042,8
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 4.840,0 - 4.359,4 - 2.397,2 - 2.004,4 - 2.442,8
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 64,5 72,7 29,3 22,6 35,2
Schadelasten en uitkeringen, netto 25 - 4.775,5 - 4.286,7 - 2.367,9 - 1.981,8 - 2.407,6
Lasten inzake unit-linked contracten - 756,9 - 66,7 14,8 50,5 - 771,7
Financieringslasten 26 - 130,6 - 156,4 - 62,1 - 77,6 - 68,5
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 27 - 80,0 - 362,9 - 60,4 - 356,7 - 19,6
Wijzigingen in voorzieningen 20 0,9 - 40,2 1,8 - 40,6 - 0,9
- Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO - 1.962,5 - 1.962,5
- Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat 2.362,5 2.362,5
Totale impact schikking ABN AMRO 9 400,0 400,0
Commissielasten - 627,8 - 592,8 - 319,7 - 290,1 - 308,1
Personeelskosten - 393,1 - 366,1 - 198,0 - 186,1 - 195,1
Overige lasten - 437,9 - 414,6 - 237,0 - 222,3 - 200,9
Totale lasten - 6.800,9 - 6.286,4 - 2.828,5 - 3.104,7 - 3.972,4
Resultaat voor belastingen 605,0 15,6 534,6 72,9 70,4
Winstbelastingen - 206,4 - 48,1 - 99,9 3,5 - 106,5
Nettoresultaat over de periode 398,6 - 32,5 434,7 76,4 - 36,1
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 93,9 26,3 46,2 - 18,4 47,7
Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 304,7 - 58,8 388,5 94,8 - 83,8
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewoon resultaat per aandeel 3 0,13 -0,02
Verwaterd resultaat per aandeel 3 0,13 -0,02

1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste halfjaar Eerste halfjaa Tweede kwartaal Tweede kwartaal Eerste kwartaal
Noot 2012 r 2011 2012 2011 2012
Bruto premies 5.231,4 4.850,4 2.587,7 2.233,4 2.643,7
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 472,8 1.062,7 295,8 513,7 177,0
(direct verantwoord als verplichting)
Bruto premie-inkomen 22 5.704,2 5.913,1 2.883,5 2.747,1 2.820,7

Geconsolideerd overzicht van het Overig comprehensive income

Eerste halfjaar
2012
Eerste halfjaar
2011
Tweede
kwartaal 2012
Tweede
kwartaal 2011
Eerste
kwartaal 2012
Nettoresultaat over de periode 398,6 - 32,5 434,7 76,4 - 36,1
Overig comprehensive income
Wijzigingen in herwaardering van investeringen
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar
Tot einde looptijd aangehouden, bruto 175,0 175,0
Gerelateerde belasting - 43,8 - 43,8
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar
Tot einde looptijd aangehouden, netto 131,2 131,2
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden, bruto 14,0 1,7 7,2 1,7 6,8
Gerelateerde belasting - 3,5 - 0,4 - 1,8 - 0,4 - 1,7
Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden, netto 10,5 132,5 5,4 132,5 5,1
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto 1) 1.390,5 - 720,2 278,0 331,5 1.112,5
Gerelateerde belasting - 445,1 189,6 - 84,3 - 150,6 - 360,8
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar
Tot einde looptijd aangehouden, bruto - 175,0 - 175,0
Gerelateerde belasting 43,8 43,8
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar
Tot einde looptijd aangehouden, netto - 131,2 - 131,2
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, netto 945,4 - 661,8 193,7 49,7 751,7
Aandeel in Overig comprehensive income van geassocieerde deelnemingen, bruto 9,1 - 0,6 36,5 29,0 - 27,4
Gerelateerde belasting
Aandeel in Overig comprehensive income van geassocieerde deelnemingen, netto 9,1 - 0,6 36,5 29,0 - 27,4
Wijzigingen in herwaardering van investeringen, bruto 1.413,6 - 719,1 321,7 362,2 1.091,9
Gerelateerde belasting - 448,6 189,2 - 86,1 - 151,0 - 362,5
Wijzigingen in herwaardering van investeringen, netto 965,0 - 529,9 235,6 211,2 729,4
Wijzigingen in omrekeningsverschillen, bruto 105,4 - 157,7 133,6 - 48,4 - 28,2
Gerelateerde belasting - 0,8 0,5 - 0,8 0,4
Wijzigingen in omrekeningsverschillen, netto 104,6 - 157,2 132,8 - 48,0 - 28,2
Overig comprehensive income over de periode 1.069,6 - 687,1 368,4 163,2 701,2
Totaal Overig comprehensive income over de periode 1.468,2 - 719,6 803,1 239,6 665,1
Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen 93,9 26,3 46,2 - 18,4 47,7
Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen 273,2 - 175,3 43,6 24,7 229,6
Totaal Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen 367,1 - 149,0 89,8 6,3 277,3
Totaal Overig comprehensive income, toewijsbaar aan de aandeelhouders 1.101,1 - 570,6 713,3 233,3 387,8

1) De Wijzigingen in herwaardering van Investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

Aandelen-
kapitaal
Agio
reserve
Overige
reserves
Koers-
verschillen
reserve
Netto resultaat
toewijsbaar aan
aandeelhouders
On-
gerealiseerde
winsten en
verliezen
Eigen
vermogen
toewijsbaar aan
aandeelhouders
Minder-
heids-
belangen
Totaal
eigen
vermogen
Stand per 1 januari 2011 2.203,6 14.394,7 - 8.702,8 81,9 223,1 221,2 8.421,7 744,3 9.166,0
Netto resultaat over de periode - 58,8 - 58,8 26,3 - 32,5
Herwaardering van investeringen - 358,0 - 358,0 - 171,9 - 529,9
Omrekeningsverschillen - 153,8 - 153,8 - 3,4 - 157,2
Totaal - 153,8 - 58,8 - 358,0 - 570,6 - 149,0 - 719,6
Overdracht 223,1 - 223,1
Dividend - 196,5 - 196,5 - 45,3 - 241,8
Op aandelen gebaseerde beloning 2,2 2,2 2,2
Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang - 35,1 - 35,1 134,8 99,7
Overige veranderingen in het eigen vermogen - 5,0 - 5,0 - 0,6 - 5,6
Stand per 30 juni 2011 2.203,6 14.396,9 - 8.716,3 - 71,9 - 58,8 - 136,8 7.616,7 684,2 8.300,9
Stand per 1 januari 2012 2.203,6 2.105,0 3.354,3 163,4 - 578,2 512,2 7.760,3 607,4 8.367,7
Netto resultaat over de periode 304,7 304,7 93,9 398,6
Herwaardering van investeringen 696,2 696,2 268,8 965,0
Omrekeningsverschillen 100,2 100,2 4,4 104,6
Totaal 100,2 304,7 696,2 1.101,1 367,1 1.468,2
Overdracht - 578,2 578,2
Dividend - 187,6 - 187,6 - 4,5 - 192,1
Eigen aandelen - 23,0 - 23,0 - 23,0
Intrekking van aandelen - 161,4 - 44,5 205,9
Op aandelen gebaseerde beloning 0,9 0,9 0,9
Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang 150,5 150,5 - 230,7 - 80,2
Overige veranderingen in het eigen vermogen 4,7 4,7 19,9 1) 24,6
Stand per 30 juni 2012 2.042,2 2.061,4 2.926,6 263,6 304,7 1.208,4 8.806,9 759,2 9.566,1

1) Het bedrag van EUR 19,9 miljoen op de lijn 'Overige veranderingen in het eigen vermogen' (kolom Minderheidsbelang) houdt verband met kapitaalinjecties in deelnemingen.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Noot Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Resultaat voor belastingen 605,0 15,6
Aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten:
Call optie op BNP Paribas aandelen 10 278,0 - 85,0
RPN(I) 19 16,0 118,0
(On)gerealiseerde winsten (verliezen) - 271,4 - 87,0
Baten van geassocieerde deelnemingen - 140,8 8,1
Afschrijvingen en oprenting 391,2 321,9
Bijzondere waardeverminderingen 27 80,1 363,0
Voorzieningen 20 - 1,0 40,2
Op aandelen gebaseerde beloningen 1,0 2,2
Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen:
Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 6 - 25,7 - 35,2
Leningen 7 452,2 - 1.446,0
Herverzekering en overige vorderingen 9 1.809,4 - 423,8
Beleggingen inzake unit-linked contracten - 75,5 142,5
Schulden 17 - 319,8 178,3
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 1.552,1 1.034,4
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 13 178,9 - 130,8
Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen - 2.243,9 24,4
Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen 11,2 7,6
Betaalde winstbelastingen - 54,3 - 59,9
Kasstroom uit operationele activiteiten 2.242,7 - 11,5
Aankoop van beleggingen 6 - 9.468,7 - 5.898,4
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 7.644,7 5.346,2
Aankoop van vastgoedbeleggingen 6 - 169,9 - 89,6
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 27,8
Aankopen van materiële vaste activa 6 - 42,9 - 45,1
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 0,2 0,7
Aankoop van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen 2 - 28,4 - 112,4
Desinvestering van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen
(inclusief geldmiddelen begrepen in activa aangehouden voor verkoop) 2 46,7 - 135,8
Aankoop van immateriële vaste activa - 8,5 - 16,4
Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa 0,2
Kasstroom uit investeringsactiviteiten - 1.998,8 - 950,8
Aflossing van schuldbewijzen 15 - 44,2 - 207,1
Opbrengsten uit uitgifte van achtergestelde schulden 16 7,9
Aflossing van achtergestelde schulden - 26,1
Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen 17 33,9 2,2
Terugbetaling van overige financieringen - 4,1 - 20,7
Aankoop van eigen aandelen 3 - 23,0
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders - 196,7 - 196,5
Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen - 4,5 - 45,3
Kasstroom uit financieringsactiviteiten - 256,8 - 467,4
Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten 10,4 - 23,6
Netto toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten - 2,5 - 1.453,3
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 5 2.701,5 3.258,3
Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni 5 2.699,0 1.805,0
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 23 1.515,2 1.345,6
Ontvangen dividenden van beleggingen 23 45,7 48,9
Betaalde rente 26 - 180,6 - 207,2

1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste half jaar van 2012 is opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) geldend per 1 januari 2012, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU).

1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste half jaar van 2012, inclusief de vergelijkende cijfers voor 2011, is opgesteld op basis van IAS 34, Tussentijdse Financiële Verslaggeving, en bevat een verkort geconsolideerd financieel overzicht (balans, resultatenrekening, overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen, kasstroomoverzicht), geconsolideerd overzicht van Overig comprehensive income en geselecteerde toelichtingen. Ageas past International Financial Reporting Standards ('IFRS') toe zoals aanvaard door de Europese Unie ('EU'). Het Ageas Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste half jaar van 2012 dient te worden gelezen in samenhang met de gecontroleerde Ageas Geconsolideerde Jaarrekening 2011 (inclusief de grondslagen voor financiële verslaggeving), die beschikbaar is op http: //www.ageas.com/.

1.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving

De grondslagen voor financiële verslaggeving die gehanteerd zijn voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste half jaar van 2012 zijn consistent ten opzichte van de grondslagen die zijn gehanteerd voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2011.

Voor 2012 is de enige relevante verandering ten opzichte van 2011 de goedgekeurde wijziging van IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing – ' Overdrachten van financiële activa'. Dit amendement werd op 7 oktober 2010 uitgegeven en is van kracht met ingang van boekjaren die beginnen op/na 1 juli 2011.

De wijzigingen bepalen dat een entiteit informatie dient te verschaffen die gebruikers van haar jaarrekening in staat stelt om:

a) het verband te begrijpen tussen overgedragen financiële activa die niet geheel zijn verwijderd van de balans en de daarmee verbonden verplichtingen; en

  • b) de aard van en de risico's verbonden aan de aanhoudende betrokkenheid van de entiteit bij van de balans verwijderde financiële activa te beoordelen.
  • Overgedragen financiële activa die niet (volledig) zijn verwijderd van de balans.

In de toelichting dienen onder andere te worden opgenomen een beschrijving van de aard van de overgedragen activa, de aard van de risico's en voordelen, alsmede een beschrijving van de aard van de relatie tussen de overgedragen activa en de bijbehorende verplichtingen (inclusief kwantitatieve informatie).

Overgedragen financiële activa die geheel zijn verwijderd van de balans, maar met aanhoudende betrokkenheid.

In de toelichting dient onder andere te worden opgenomen de boekwaarde van de activa en verplichtingen, de reële waarde van de activa en verplichtingen waarvoor de aanhoudende betrokkenheid geldt, de maximale blootstelling aan het verlies uit de aanhoudende betrokkenheid en een looptijdenanalyse voor de niet-verdisconteerde kasstromen om de niet langer opgenomen financiële activa terug te kopen. Aanvullende toelichtingen dienen te worden verschaft over verantwoorde winsten of verliezen ten tijde van de overdracht van de activa, verantwoorde baten en lasten uit hoofde van de aanhoudende betrokkenheid van de entiteit bij de verwijderde financiële activa alsook details over eventuele niet gelijkmatige verdeling van de bate uit hoofde van de overdrachtsactiviteit gedurende de verslagperiode.

1.3 Schattingen

De opstelling van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag op basis van IFRS vereist een aantal schattingen in de waardering aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.

De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de volgende tabel weergegeven:

30 juni 2012
Activa
Onzekerheid schatting
Voor verkoop beschikbare activa
- Bedrijfsobligaties
- Gestructureerde kredietinstrumenten
- Niveau 2
- Het waarderingsmodel
- Inactieve markten
- Niveau 3 - Het waarderingsmodel
- Gebruik niet-marktwaarneembare input
- Inactieve markten
Vastgoedbeleggingen Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Leningen - Het waarderingsmodel
- De looptijd
Geassocieerde deelnemingen Van de beleggingsmix afhankelijke combinatie van onzekerheden
Goodwill - Het waarderingsmodel
- Financiële en economische variabelen
- Disconteringsvoet
Overige immateriële vaste activa - De aan de entiteit inherente risicopremie
- Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Uitgestelde belastingvorderingen - Interpretatie van complexe belastingwetgeving
- Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen
Verplichtingen
Verplichtingen verzekeringscontacten
- Leven
- Actuariële aannames
- Gehanteerde rente bij toereikendheidstoets
- Niet-leven - Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims
- Schadebehandelingskosten
Pensioenverplichtingen - Actuariële aannames
- Disconteringsvoet
Voorzieningen - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden
- De berekening van het best geschatte bedrag
Uitgestelde belastingschulden - Interpretatie van complexe belastingwetgeving
Geschreven put optie op minderheidsbelang - Geschatte toekomstige reële waarde
- Disconteringsvoet

1.4 Segmentrapportering

De indeling van de segmenten waarover gerapporteerd wordt, is ontleend aan operationele segmenten. De te rapporteren segmenten van Ageas zijn gebaseerd op geografische regio's. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.

Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten:

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Ageas heeft besloten dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië.

Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het vijfde operationele segment: Algemene Rekening. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES (RPN(I)), de geschreven putoptie op minderheidsbelang, Intreinco N.V., evenals de vorderingen en juridische procedures met betrekking tot de gebeurtenissen uit het verleden.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook beschikbaar zijn voor niet-gerelateerde derden.

1.5 Consolidatiegrondslagen

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste half jaar van 2012 omvat ageas SA/NV en ageas N.V. (de moedermaatschappijen) en hun dochterondernemingen. Door de samenvoeging van de jaarrekeningen van ageas SA/NV en ageas N.V. past Ageas 'consortium accounting' toe om op de meest duidelijke wijze haar activiteiten weer te geven, zoals voorgeschreven door de 7de EU-richtlijn van 13 juni 1983 (83/349/EEG).

Investeringen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap – geassocieerde deelnemingen – worden verantwoord volgens de 'equity'-methode.

2 Overnames en desinvesteringen

De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2012 en 2011. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in de Noot Gebeurtenissen na balansdatum.

2.1 Overnames in 2012

Op 21 november 2011 kwamen Ageas en Sabanci overeen om gezamenlijk hun belang in AKSigorta te vergroten tot een maximum van 36% en zo hun partnerschap te verstevigen (zie ook onder 2.3.1). Beide entiteiten hebben per 30 juni hun belang in Aksigorta vergroot tot 35,9%. Ageas betaalde in 2012 EUR 6,0 miljoen (in totaal vanaf het vierde kwartaal 2011 EUR 10,2 miljoen) voor deze bijkomende acquisitie.

Voorts heeft AG Insurance een aantal vastgoedondernemingen verkregen voor een bedrag van EUR 24 miljoen. Er was geen sprake van goodwill bij deze transacties.

2.2 Desinvesteringen in 2012

Ageas heeft een overeenkomst getekend in 2011 met Augur Capital voor de verkoop van haar Leven activiteiten in Duitsland. Deze transactie is afgerond in het eerste kwartaal van 2012 en heeft geleid tot een verlies van EUR 14,5 miljoen. Dit verlies is al verantwoord in de Algemene Rekening per eind 2011 (onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen).

2.3 Overnames in 2011

2.3.1 Aksigorta A.Ş.

Ageas tekende in juli 2011 een overeenkomst met het toonaangevende Turkse industriële en financiële conglomeraat Haci Ömer Sabanci Holding A.Ş. ('Sabanci'), om een aandeel van 31% te verwerven in Aksigorta A.Ş. ('AKSigorta'), een Niet-leven verzekeraar, via de verkoop door Sabanci van de helft van zijn belang in de onderneming. Als gevolg van de transactie hebben Sabanci en Ageas een gelijkwaardig belang in Aksigorta. De overige aandelen (38%) blijven verhandelbaar op de Istanbul Stock Exchange. Als onderdeel van deze transactie betaalde Ageas Sabanci een vergoeding van in totaal USD 220 miljoen (EUR 154 miljoen) in contanten.

De transactie is op 27 juli 2011 afgerond en Aksigorta is derhalve per deze datum opgenomen als geassocieerde deelneming in de consolidatiescope.

2.3.2 Castle Cover Limited

Ageas heeft in maart 2011 Castle Cover Limited overgenomen voor een bedrag van GBP 52,4 miljoen (EUR 59,9 miljoen). Castle Cover is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde tussenpersoon, gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers. De goodwill bedraagt EUR 54,5 miljoen en de immateriële activa EUR 8,7 miljoen. Castle Cover is met ingang van het eerste drie maanden van 2011 opgenomen in de consolidatiescope.

Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en kasequivalenten 7 Leningen 1
Vorderingen 11 Actuele en uitgestelde belastingschulden 3
Materiële vaste activa 1 Overlopende rente en overige verplichtingen 19
Overlopende rente en overige activa 1
Immateriële vaste activa 63
Totaal verplichtingen 23
Kostprijs 60
Totaal activa 83 Totaal verplichtingen en kostprijs 83

Castle Cover Limited is opgericht in 2006 en is gevestigd in Poole Dorset, dicht bij het Ageas VK operationele centrum in Bournemouth. Het is de op twee na grootste tussenpersoon gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers en biedt woning-, auto- en andere particuliere verzekeringen aan onder de merken Castle Cover en Regal Insurance. Het bedrijf biedt dekking aan meer dan 280.000 polishouders en telt 300 medewerkers in het Verenigd Koninkrijk. Castle Cover kent hetzelfde businessmodel als RIAS, een dochter van Ageas VK, die momenteel de op één na grootste tussenpersoon is voor verzekeringen voor 50-plussers. Samen met RIAS, bereikt Ageas 1,3 miljoen klanten in dit aantrekkelijke marktsegment dat goed is voor 38% van de Britse bevolking en dat een meer dan gemiddelde groei vertoont, evenals een relatief hoge klantentrouw.

De overname van Castle Cover bevestigt de positie van Ageas als de op drie na grootste tussenpersoon in particuliere verzekeringen in het Verenigd Koninkrijk. Castle Cover boekte in het eerste half jaar van 2012 een nettoverlies van EUR 1,3 miljoen (2011: EUR - 0,2 miljoen), inclusief de amortisatie van immateriële activa van EUR 1,5 miljoen (2011: EUR 1,6 miljoen).

2.3.3 Overnames AG Real Estate

AG Real Estate, onderdeel van de Belgische activiteiten, gericht op vastgoed en het beheer van openbare parkeergarages, heeft in 2011 enkele overnames afgerond. De grootste zijn Westland (hierin is een belang van 46% verkregen voor een bedrag van EUR 31,5 miljoen) en Regatta (hierin is een belang van 50% verkregen voor een bedrag van EUR 8,4 miljoen).

2.3.4 Fusie tussen Fortis Lux Vie en Cardif Lux International

Ageas Insurance International en BGL BNP Paribas (BGL BNPP), die beide voor 50% aandeelhouder waren van Fortis Luxembourg Vie, tekenden een fusieovereenkomst met BNP Paribas Cardif, de moedermaatschappij van Cardif Lux International. De nieuwe gefuseerde entiteit die door deze overeenkomst ontstaat, zal protectie- en levensverzekeringsproducten op de markt brengen binnen Luxemburg en aan zeer vermogende cliënten buiten Luxemburg onder het Freedom of Services (FOS) regime. De aandelen van de nieuwe entiteit komen voor 33,33% in handen van Ageas, 33,33% van BGL BNP Paribas en 33,34% van BNP Paribas Cardif. De nieuwe, gefuseerde organisatie zal onder de naam Cardif Lux Vie opereren.

De fusie is verantwoord als verkoop van Fortis Lux Vie als gevolg van het verlies van zeggenschap. Tegelijkertijd is de gefuseerde entiteit voor EUR 70 miljoen opgenomen als geassocieerde deelneming, waarin Ageas een belang van 33,33% heeft (zie ook 2.4.1).

2.4 Desinvesteringen in 2011

2.4.1 Fortis Luxembourg Vie

Ageas Insurance International en BGL BNP Paribas (BGL BNPP), beide voor 50% aandeelhouder van Fortis Luxembourg Vie, tekenden in 2011 een fusieovereenkomst met BNP Paribas Cardif, de moedermaatschappij van Cardif Lux International.

De fusie is op 30 december 2011 afgerond en leidde tot een meerwaarde van EUR 29,3 miljoen, die in de Algemene Rekening is verantwoord in 2011 (onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen).

3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel

Hieronder is het verloop weergegeven van het aantal uitstaande aandelen.

Uitgegeven Eigen Uitstaande in duizenden aandelen aandelen aandelen Stand per 1 januari 2011 2.623.381 - 40.508 2.582.872 Netto gekocht/verkocht - 176.582 - 176.582 Stand per 31 december 2011 2.623.381 - 217.091 2.406.290 Netto gekocht/verkocht - 17.561 - 17.561 Ingetrokken aandelen - 192.168 192.168 Stand per 30 juni 2012 2.431.213 - 42.484 2.388.729

Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Naast de reeds uitstaande aandelen heeft Ageas opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde Alternatieve Coupon Vereffenings Methode (ASCM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor Noot 29 Voorwaardelijke verplichtingen). De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 30 juni 2012.

in duizenden
Aantal aandelen per 30 juni 2012 2.431.213
Potentieel nog uit te geven aandelen:
- in verband met optieplannen 23.646
Totaal potentieel aantal aandelen per 30 juni 2012 2.454.859

Daarnaast zijn de Raden van Bestuur van Ageas en die van de directe dochterondernemingen gemachtigd om Ageas units te verkrijgen, die maximaal 10% van het uitgegeven aandelenkapitaal vertegenwoordigen, voor een vergoeding die gelijk is aan de slotkoers van de Ageas unit op Euronext, op de dag direct voorafgaand aan de aankoop, vermeerderd met maximaal 15% of verminderd met maximaal 15%.

Eigen aandelen

Het totaal aantal eigen aandelen (42,5 miljoen) bestaat voornamelijk uit de FRESH (39,7 miljoen) en het restricted share programma (2,2 miljoen).

Ageas kondigde in augustus 2011, na de goedkeuring door de aandeelhouders, de lancering aan van een inkoopprogramma van eigen uitstaande gewone aandelen tegen een maximumbedrag van EUR 250 miljoen. Het inkoopprogramma werd op 24 augustus 2011 gelanceerd voor een periode die eindigt op 23 februari 2012. Het programma wordt uitgevoerd in overeenstemming met gangbare praktijken in de verzekeringsbranche en conform de van toepassing zijnde regelgeving. Ageas heeft met dit doel een onafhankelijke broker gemandateerd het programma namens Ageas uit te voeren door middel van open markt inkoop op NYSE Euronext. Ageas heeft het inkoopprogramma op 25 januari 2012 afgerond. Ageas heeft in totaal 192.168.091 aandelen gekocht voor een bedrag van EUR 250 miljoen, ofwel 7,3% van het totaal aantal uitstaande aandelen. De Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van April 2012 hebben hun goedkeuring gegeven voor het intrekken van de teruggekochte aandelen. De daadwerkelijke intrekking heeft plaatsgevonden op 29 juni 2012.

Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die zijn uitgegeven in verband met het converteerbare instrument FRESH (39.682.540 aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux SA. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 39.682.540 aandelen Ageas. Ageasfinlux SA heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux SA en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux SA een dochteronderneming van Ageas is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie Noot 16 Achtergestelde verplichtingen).

In 2011 en 2012 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de komende drie jaar en een aantal andere voorwaarden, zullen de senior managers beloond worden met in totaal tussen nul en 1,6 miljoen (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2014 (plan 2011). En tussen nul en 0,6 miljoen bestaande Ageas aandelen om-niet op 1 april 2015. In aanvulling op deze plannen zijn de leden van het management committee gecommitteerd 87.000 aandelen toe te kennen als Lange-termijnincentive. Ageas heeft besloten deze toezegging in te dekken door het maximaal aantal aandelen, waarvan verwacht wordt dat deze binnen deze plannen toegekend worden, in te kopen.

CASHES en de afwikkeling met Fortis Bank SA/NV en BNP Paribas

Fortis Bank heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 125.313.283 aandelen Ageas.

Fortis Bank heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas).

Op 7 februari 2012 hebben Ageas en BNP Paribas een overeenkomst bereikt over de gedeeltelijke afwikkeling van de RPN/RPN(I) (zie Noot 19) en de volledige inkoop van de Tier 1 Obligatielening die door Fortis Bank SA/NV is uitgegeven en voor 95% in handen is van Ageas (zie Noot 7). De afwikkeling en aflossing vonden plaats onder voorwaarde dat het door BNP Paribas gelanceerde bod in contanten op de CASHES succesvol zou zijn. Op 6 februari 2012 wisselde BNP Paribas 7.553 van de 12.000 uitstaande CASHES (62,94%) in tegen 78.874.241 bestaande aandelen Ageas. BNP Paribas heeft zich verbonden deze aandelen niet te verkopen gedurende een periode van 6 maanden. Het aantal uitstaande aandelen Ageas blijft ongewijzigd. Het aantal dividend- en stemgerechtigde aandelen steeg met 3,5%.

Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel.

Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 304,7 - 58,8
Verkrijgingsprijs 'restricted shares' 0,5
Netto resultaat gebruikt om het verwaterd resultaat per aandeel te bepalen 305,2 - 58,8
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) 2.390.327 2.582.872
Aanpassingen voor:
- 'restricted shares' (in duizenden) 2.182 107
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) 2.392.509 2.582.980
Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 0,13 - 0,02
Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) 0,13 - 0,02

In het eerste halfjaar van 2012 zijn opties op een gewogen gemiddelde van 24.330.670 aandelen (eerste half jaar van 2011: 24.547.266) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 19,97 per aandeel (eerste half jaar van 2011: EUR 20,09) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen.

Gedurende 2012 en 2011 zijn 39.682.540 aandelen Ageas uit converteerbare effecten met betrekking tot de FRESH buiten beschouwing gelaten omdat de bespaarde rente hoger lag dan de gewone winst per aandeel.

De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, eerste half jaar van 2012: 46.439.042 (eerste half jaar van 2011: 125.313.283), behoren tot de gewone aandelen, ook al zijn deze aandelen tot het moment van conversie van de CASHES niet dividend- en stemgerechtigd (zie ook hiervoor).

4 Toezicht en solvabiliteit

Ageas wordt door haar belangrijkste toezichthouder, de Nationale Bank van België, aangemerkt als verzekeringsmaatschappij. Ageas wordt als zodanig op geconsolideerd niveau onderworpen aan toezicht. Op de werkmaatschappijen wordt op lokaal niveau toezicht uitgeoefend.

4.1 Geconsolideerd toezicht Ageas

Op geconsolideerd niveau wordt het toezicht op Ageas uitgeoefend door de Nationale Bank van België (NBB). Op dochterondernemingen wordt toezicht uitgeoefend door de toezichthouders in de landen waar de dochterondernemingen zijn gevestigd, op basis van de eigen solvabiliteitsmaatstaven en de lokale grondslagen voor de financiële verslaggeving.

Op basis van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving voor verzekeringsmaatschappijen in België rapporteert Ageas op kwartaalbasis aan de NBB over het beschikbaar wettelijk kapitaal en de vereiste solvabiliteit. Uit hoofde van het prudentieel toezicht wordt op kwartaalbasis geverifieerd of Ageas op geconsolideerde basis nog aan de solvabiliteitseisen voldoet. In juni 2011 is op verzoek van de NBB de berekening aangepast en het bedrag van de achtergestelde schulden en hybride kapitaal teruggebracht tot 50% van de minimum solvabiliteitseisen. Met ingang van 2012 is de berekening van het Wettelijk kapitaal, waarbij de netto impact van de gecombineerde ongerealiseerde winsten en verliezen op obligaties, effecten en vastgoed niet langer kan resulteren in een vermindering van het Wettelijk kapitaal. Deze verandering heeft geen impact op het Wettelijk kapitaal in 2012 en ultimo 2011, aangezien de ongerealiseerde winsten en verliezen per saldo positief zijn op beide data.

De aansluiting van het eigen vermogen en het beschikbaar wettelijk vereist kapitaal en de daarmee samenhangende solvabiliteitsratio's is als volgt:

30 juni
2012
31 december
2011
Aandelenkapitaal en reserves 7.293,8 7.826,3
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 304,7 - 578,2
Ongerealiseerde winsten en verliezen 1.208,4 512,2
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 8.806,9 7.760,3
Minderheidsbelangen 759,2 607,4
Totaal eigen vermogen 9.566,1 8.367,7
Achtergestelde instrumenten 2.972,2 2.973,6
Prudentiële filters
Lokaal vereiste egalisatiereserve voor catastrofen - 154,4 - 135,5
Pensioen aanpassing - 26,5 - 22,9
Herwaardering van vastgoedbeleggingen,
na belastingen (tegen 90%) 750,0 715,2
Aanpassing waardering van beleggingen - 1.185,6 - 252,5
Kasstroomafdekking 27,9 20,3
Goodwill - 952,5 - 923,4
Overige immateriële vaste activa - 375,8 - 382,1
Verwacht dividend - 187,4
Verwacht dividend, gerelateerd aan de call optie BNP Paribas
aandelen
- 117,0 - 395,0
Vermindering achtergestelde schuld naar 50% van vereiste
solvabiliteit - 1.074,6 - 1.153,5
Toetsingsvermogen toezichthouder 9.429,8 8.624,6
Solvabiliteitsratio's
Solvabiliteitsvereisten 3.795,2 3.640,3
Solvabiliteitsoverschot 5.634,6 4.984,3
Solvabiliteitsratio 248,5% 236,9%

4.2 Kapitaalbeheer Ageas

Ageas beschouwt een sterke kapitaalbasis in de afzonderlijke verzekeringsactiviteiten als noodzakelijk, enerzijds als concurrentievoordeel en anderzijds om de geplande groei te financieren.

In 2011 heeft Ageas besloten haar visie op beschikbaar wettelijk kapitaal voor de verzekeringsindustrie in lijn te brengen met de regels die de NBB verzekeringsondernemingen oplegt, wat geleid heeft tot een beperkte aanpassing.

De Algemene Rekening omvat de groepsfuncties, de financieringstransacties, het interne herverzekeringsapparaat (dat wordt afgebouwd) en de nog lopende zaken uit het verleden. Voor de Algemene Rekening gebruikt Ageas niet meer het concept discretionair kapitaal, maar in plaats daarvan het begrip nettokaspositie. Aangezien het begrip nettokaspositie een algemeen aanvaard begrip is, heeft Ageas besloten de nettokaspositie als indicator van het vrij beschikbare kapitaal op groepsniveau te hanteren.

Ageas streeft naar een minimum totale solvabiliteitsratio van 200% van het wettelijk vereiste minimum op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf. Ageas zal deze doelstelling ten laatste bij de introductie van Solvency II opnieuw evalueren.

Vermogenspositie Verzekeringen

Op 30 juni 2012 bedroeg het totaal vermogen van het Verzekeringsbedrijf EUR 8,0 miljard (31 december 2011: EUR 7,5 miljard), 210,6% van het wettelijk vereist minimum (31 december 2011: 207,0%).

Continentaal Consolidatie Totaal Algemeen Totaal
30 juni 2012 België VK Europa Azië correcties Verzekeringen (incl. elim) Ageas
Totaal vermogen 4.109,5 960,8 1.208,7 1.407,9 297,6 7.984,5 1.445,3 9.429,8
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.328,1 395,6 570,4 497,9 3.792,0 3,2 3.795,2
Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten 1.781,4 565,2 638,3 910,0 297,6 4.192,5 1.442,1 5.634,6
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 176,5% 242,9% 211,9% 282,8% 210,6% 248,5%
xx
31 december 2011 1)
Totaal vermogen 3.940,3 857,9 973,3 1.291,0 467,1 7.529,6 1.095,0 8.624,6
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.262,5 367,4 565,4 441,8 3.637,1 3,2 3.640,3
Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten 1.677,8 490,5 407,9 849,2 467,1 3.892,5 1.091,8 4.984,3
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 174,2% 233,5% 172,1% 292,2% 207,0% 236,9%

De grafische weergave van de solvabiliteitspositie per Verzekeringssegment en voor Verzekeringen als geheel is als volgt:

Nettokaspositie Algemene Rekening

Op basis van de wet- en regelgeving van de NBB, bedroeg het beschikbaar wettelijk kapitaal van de Algemene Rekening (inclusief eliminaties) EUR 1,4 miljard (31 december 2011 EUR 1,1 miljard). Aangezien het grootste deel van het kapitaal niet direct beschikbaar is, hanteert Ageas de nettokaspositie om het direct beschikbare kapitaal van de Algemene Rekening te bepalen en als indicator voor de strategische flexibiliteit.

De nettokaspositie bedroeg op 30 juni 2012 EUR 1,5 miljard. De nettokaspositie is in het eerste halfjaar met name positief beїnvloed door:

  • Ageas heeft EUR 953 miljoen ontvangen voor de aflossing van de Tier 1 obligatielening (zie Noot 7);
  • Ageas heeft EUR 400 miljoen ontvangen in verband met de schikking met ABN AMRO en de Nederlandse Staat (zie Noot 9);
  • Ageas heeft een schadevergoeding betaald van EUR 299 miljoen (zie Noot 19);
  • Ageas heeft dividend betaald van EUR 190 miljoen.
30 juni 2012 31 december 2011
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.114,1 344,7
Vorderingen op banken (kortlopend) 600,0 600,0
Schuldbewijzen - 213,8 - 256,7
Netto kaspositie 1.500,3 688,0

Toelichting op de geconsolideerde balans

5 Geldmiddelen en kasequivalenten

In Geldmiddelen en kasequivalenten zijn direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden begrepen, na de datum van verkrijging.

De Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni bestaan uit:

30 juni 2012 31 december 2011
Geldmiddelen 2,1 2,1
Vorderingen op banken 2.356,0 2.426,9
Overige 340,9 272,5
Totaal geldmiddelen en kasequivalenten 2.699,0 2.701,5

De mutatie in de post Vorderingen op banken bestaat enerzijds uit het financieren van investeringen bij de Belgische verzekeringen in de eerste zes maanden van 2012 (met een impact van ongeveer EUR 975 miljoen). Dit wordt gedeeltelijk gecompenseerd door het akkoord met BNP Paribas voor de volledige inkoop van de Tier 1 Obligatielening en de afwikkeling van de RPN(I)/CASHES (EUR 666 miljoen) en de schikking van de geschillen met ABN AMRO / De Nederlandse Staat (EUR 400 miljoen).

6 Financiële beleggingen

De samenstelling van de Financiële beleggingen is als volgt:

30 juni 2012 31 december 2011
Financiële beleggingen
- Tot einde looptijd aangehouden 5.043,1 5.032,4
- Voor verkoop beschikbaar 54.014,6 51.399,3
- Tegen reële waarde met waardeveranderingen
in de resultatenrekening 178,5 194,1
- Afgeleide financiële instrumenten aangehouden
voor handelsdoeleinden 45,3 42,4
Totaal bruto 59.281,5 56.668,2
Bijzondere waardeverminderingen:
- op voor verkoop beschikbare beleggingen - 235,5 - 1.436,8
Totaal bijzondere waardeverminderingen - 235,5 - 1.436,8
Totaal 59.046,0 55.231,4

6.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden

Overheids- Bedrijfs-
obligaties obligaties Totaal
Historische kostprijs bij opname 4.729,4 163,9 4.893,3
Overname 125,7 125,7
Historische / geamortiseerde kostprijs 4.855,1 163,9 5.019,0
Amortisatie 12,0 1,4 13,4
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden
op 31 december 2011 4.867,1 165,3 5.032,4
Amortisatie 8,3 2,4 10,7
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden
op 30 juni 2012 4.875,4 167,7 5.043,1
Reële waarde op 30 juni 2012 5.362,2 160,7 5.522,9

In 2011 heeft Ageas, conform IFRS, Voor verkoop beschikbare beleggingen voor een bedrag van EUR 4,9 miljard aangemerkt als Beleggingen tot einde looptijd aangehouden. De reclassificering vond plaats tegen de reële waarde van de beleggingen op het moment van reclassificering. Het verschil tussen de reële waarde en de geamortiseerde kostprijs, ter hoogte van EUR 210 miljoen, blijft opgenomen onder Ongerealiseerde winsten en verliezen in het Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders en zal worden geamortiseerd over de resterende looptijd van de beleggingen. De amortisatie wordt in de resultatenrekening gecompenseerd door de amortisatie van het verschil tussen de boekwaarde en de nominale waarden van de obligaties waardoor de impact in de resultatenrekening beperkt is.

De als Tot einde looptijd aangehouden aangemerkte overheidsobligaties naar land van uitgifte per 30 juni zijn als volgt:

30 juni 2012 Historische/
geamortiseerde
kostprijs
Reële
waarden
Belgische overheid 4.370,6 4.856,0
Portugese overheid 504,8 506,2
Totaal 4.875,4 5.362,2
31 december 2011
Belgische overheid 4.373,5 4.553,4
Portugese overheid 493,6 403,6
Totaal 4.867,1 4.957,0

6.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen

De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde Ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de Voor verkoop beschikbare beleggingen zijn als volgt:

Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal waarde- Reële
30 juni 2012 kostprijs winsten verliezen bruto verminderingen waarden
Overheidsobligaties 27.570,7 1.707,1 - 453,4 28.824,4 28.824,4
Bedrijfsobligaties 21.476,5 1.324,7 - 306,3 22.494,9 22.494,9
Gestructureerde kredietinstrumenten 325,5 14,5 - 11,1 328,9 - 0,1 328,8
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 49.372,7 3.046,3 - 770,8 51.648,2 - 0,1 51.648,1
Private equity en durfkapitaal 29,2 0,5 29,7 29,7
Aandelen 2.263,8 118,2 - 49,8 2.332,2 - 235,4 2.096,8
Overige beleggingen 4,5 4,5 4,5
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen 2.297,5 118,7 - 49,8 2.366,4 - 235,4 2.131,0
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 51.670,2 3.165,0 - 820,6 54.014,6 - 235,5 53.779,1
xxx
31 december 2011
Overheidsobligaties 27.693,5 1.027,0 - 868,3 27.852,2 - 1.209,1 26.643,1
Bedrijfsobligaties 20.705,7 917,1 - 485,0 21.137,8 - 6,4 21.131,4
Gestructureerde kredietinstrumenten 384,3 13,4 - 13,1 384,6 - 0,1 384,5
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 48.783,5 1.957,5 - 1.366,4 49.374,6 - 1.215,6 48.159,0
Private equity en durfkapitaal 14,6 - 0,4 14,2 14,2
Aandelen 2.010,9 97,6 - 100,2 2.008,3 - 221,2 1.787,1
Overige beleggingen 2,2 2,2 2,2
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen 2.027,7 97,6 - 100,6 2.024,7 - 221,2 1.803,5
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 50.811,2 2.055,1 - 1.467,0 51.399,3 - 1.436,8 49.962,5

Overheidsobligaties naar land van uitgifte

De overheidsobligaties naar land van uitgifte per 30 juni zijn als volgt:

Historische/ Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde waarde- Reële
30 juni 2012 kostprijs winsten (verliezen) vermindering waarden
Belgische overheid 12.111,7 662,5 12.774,2
Nederlandse overheid 1.219,7 50,2 1.269,9
Duitse overheid 1.327,4 235,9 1.563,3
Italiaanse overheid 1.767,9 - 200,5 1.567,4
Franse overheid 4.224,4 302,7 4.527,1
Britse overheid 715,3 39,6 754,9
Griekse overheid 26,5 - 11,4 15,1
Spaanse overheid 678,0 - 112,4 565,6
Portugese overheid 677,4 - 107,7 569,7
Oostenrijkse overheid 2.429,5 222,5 2.652,0
Finse overheid 246,3 28,1 274,4
Ierse overheid 414,1 - 19,4 394,7
Sloveense overheid 157,7 - 5,5 152,2
Tsjechische overheid 244,0 22,8 266,8
Slowaakse overheid 223,3 17,1 240,4
Verenigde Staten van Amerika: overheid 318,6 97,2 415,8
Overige overheden 788,9 32,0 820,9
Totaal 27.570,7 1.253,7 28.824,4
xxxx
31 december 2011
Belgische overheid 9.680,4 111,4 9.791,8
Nederlandse overheid 1.692,1 116,5 1.808,6
Duitse overheid 1.402,8 216,3 1.619,1
Italiaanse overheid 1.989,9 - 369,8 1.620,1
Franse overheid 4.365,7 186,6 4.552,3
Britse overheid 660,9 43,6 704,5
Griekse overheid 1.562,9 - 1.209,1 353,8
Spaanse overheid 1.015,7 - 90,2 925,5
Portugese overheid 681,0 - 208,3 472,7
Oostenrijkse overheid 2.308,1 136,7 2.444,8
Finse overheid 282,9 24,7 307,6
Ierse overheid 443,1 - 62,0 381,1
Sloveense overheid 229,4 - 18,7 210,7
Tsjechische overheid 244,2 5,0 249,2
Slowaakse overheid 223,0 - 2,5 220,5
Verenigde Staten van Amerika: overheid 302,7 85,0 387,7
Overige overheden 608,7 - 15,6 593,1
Totaal 27.693,5 158,7 - 1.209,1 26.643,1

Ageas heeft in 2011 op de blootstelling aan Griekse overheidsobligaties een bijzondere waardevermindering verantwoord als gevolg van de economische crisis in Griekenland. In de loop van de eerste drie maanden van 2012 heeft Ageas de Griekse portefeuille omgewisseld in nieuwe Griekse overheidsobligaties met een nominale waarde van 31,5% in overeenstemming met het voorstel van de Griekse overheid. Na deze conversie is bijna de gehele Griekse portefeuille verkocht.

De grafische weergave van de portefeuille overheidsobligaties per land, gebaseerd op de reële waarde is als volgt:

De volgende tabel geeft de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen) weer. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.

30 juni 2012 31 december 2011
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties:
Boekwaarde 51.648,1 48.159,0
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 2.275,5 591,1
- Belasting - 738,6 - 209,0
Shadow accounting - 378,0 - 49,7
- Belasting 137,8 46,1
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.296,7 378,5
30 juni 2012 31 december 2011
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 2.131,0 1.803,5
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 68,9 - 3,0
- Belasting - 20,1 - 5,6
Shadow accounting - 28,9 - 8,0
- Belasting 10,3 4,2
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 30,2 - 12,4

De belasting op ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen is beïnvloed als gevolg van het feit dat de belasting op ongerealiseerde winsten van de dochteronderneming van Ageas in Frankrijk gecompenseerd is met belastingverliezen uit het verleden. Deze impact is duidelijk zichtbaar in de lijn Belasting onder 'Shadow accounting' per 31 december 2011.

Bijzondere waardeverminderingen op Voor verkoop beschikbare beleggingen

De volgende tabel toont de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen.

30 juni 2012 31 december 2011
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen:
- op obligaties - 0,1 - 1.215,6
- op aandelen en overige beleggingen - 235,4 - 221,2
Totaal bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen - 235,5 - 1.436,8

De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op Voor verkoop beschikbare beleggingen zijn:

30 juni 2012 31 december 2011
Stand per 1 januari 1.436,8 167,6
Aan- en verkoop van dochterondernemingen - 17,5
Toename bijzondere waardeverminderingen 77,8 1.527,1
Terugname bij de verkoop/desinvestering - 1.278,9 - 221,5
Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen - 0,2 - 18,9
Stand per einde periode 235,5 1.436,8

De terugname bij de verkoop/desinvestering van EUR 1.278,9 miljoen is gerelateerd aan de conversie van de Griekse obligatie portefeuille gedurende de eerste drie maanden van 2012.

6.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

De volgende tabel geeft een nadere toelichting op de Beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden per 30 juni, waarbij de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening plaatsvindt.

30 juni 2012 31 december 2011
Overheidsobligaties 0,6
Bedrijfsobligaties 116,8 95,3
Gestructureerde kredietinstrumenten 43,5 85,7
Obligaties 160,9 181,0
Aandelen 17,6 13,1
Aandelen en overige beleggingen 17,6 13,1
Totaal beleggingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 178,5 194,1

Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de waardering daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Deze waardering verkleint de kans aanzienlijk dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.

6.4 Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa)

De samenstelling van de voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) is als volgt:

30 juni 2012 31 december 2011
Niet op een beurs verhandeld (OTC) 45,3 42,4
Totaal afgeleide financiële instrumenten 45,3 42,4

De Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten hebben voornamelijk betrekking op rente- en aandelenopties en renteswaps.

6.5 Vastgoed

De reële waarde van het vastgoed, zowel aangehouden als belegging als voor eigen gebruik, is als volgt:

Reële waarde: 30 juni 2012 31 december 2011
Vastgoedbeleggingen 2.998,0 2.799,1
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.493,9 1.472,4
Totaal reële waarde 4.491,9 4.271,5
Boekwaarde:
Vastgoedbeleggingen 2.194,1 2.045,7
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.013,3 1.000,7
Totale boekwaarde 3.207,4 3.046,4
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.284,5 1.225,1
Belastingen - 422,5 - 402,4
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies
(niet opgenomen in eigen vermogen) 862,0 822,7

7 Leningen

De Leningen zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2012 31 december 2011
Leningen aan banken 1.995,1 2.934,5
Leningen aan klanten 3.251,2 2.762,9
Totaal 5.246,3 5.697,4
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 14,1 - 13,3
- bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) - 0,7 - 0,7
Totaal leningen 5.231,5 5.683,4

7.1 Leningen aan banken

De Leningen aan banken zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2012 31 december 2011
Rentedragende deposito's 875,0 974,3
Achtergestelde leningen 976,7 1.753,9
Omgekeerde terugkoopovereenkomsten 66,6
Overige 143,4 139,7
Totaal 1.995,1 2.934,5
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 1,2 - 1,2
Leningen aan banken 1.993,9 2.933,3

De Achtergestelde leningen kunnen worden uitgesplitst in:

30 juni 2012 31 december 2011
Nitsh I (USD 750 miljoen) 603,3 588,8
Nitsh II 373,4 371,0
Fortis Bank Tier 1 794,1
Totaal Achtergestelde leningen 976,7 1.753,9

Nitsh I en II

Nitsh I en II zijn achtergestelde leningen (zie ook Noot 16 Achtergestelde leningen) die (ten dele) worden doorgeleend aan Fortis Bank.

De Fortis Bank Tier 1 obligatielening bestaat uit in 2001 uitgegeven obligaties die Ageas conform de 'support agreement', aangegaan door de voormalige moedermaatschappijen van Fortis, tegenwoordig ageas SA/NV en ageas N.V., in het derde kwartaal van 2011 verplicht moest overnemen.

Afwikkeling achtergestelde lening Fortis Bank SA/NV (Tier 1 Obligatielening)

Op 26 september 2011 was Ageas verplicht de aflosbare eeuwigdurende cumulatieve obligatielening met een waarde van EUR 952,9 miljoen uitgegeven door Fortis Bank tegen pari over te nemen als gevolg van het niet-aflossen door Fortis Bank en de toestemming die de NBB voor deze ruil heeft verleend.

Ageas heeft besloten de reële waarde van de obligaties te bepalen aan de hand van waarderingstechnieken gebaseerd op een nettocontantewaardeberekening. Met EUR 952,9 miljoen nominale waarde aan obligaties omgewisseld, is de reële waarde van deze obligaties bepaald op EUR 762,3 miljoen.

Het verschil tussen de overnameprijs en het bedrag van de eerste opname is in 2011 opgenomen als een verlies in de resultatenrekening onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen. Het verschil is in de resultatenrekening teruggenomen tot het moment van afwikkeling via de effectieverentemethode. In 2012 is een bedrag van EUR 30,4 miljoen teruggenomen volgens deze methode (2011: EUR 31,8 miljoen).

Afwikkeling met Fortis Bank SA/NV en BNP Paribas

Op 7 februari 2012 hebben Ageas en BNP Paribas een overeenkomst bereikt over de gedeeltelijke afwikkeling van de RPN/RPN(I) (zie Noot 19) en de volledige inkoop van de Tier 1 Obligatielening die door Fortis Bank is uitgegeven en voor 95% in handen is van Ageas. Fortis Bank SA/NV heeft de Tier 1 vervroegd afgelost voor een bedrag van EUR 952,9 miljoen in het eerste halfjaar van 2012. Deze inkoop heeft geleid tot een gerealiseerde opbrengst van EUR 128,5 miljoen (zie Noot 24).

7.2 Leningen aan klanten

De Leningen aan klanten zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2012 31 december 2011
Overheid en officiële instellingen 0,4 0,3
Hypothecaire leningen 1.549,1 1.588,1
Leningen aan particulieren 7,5 7,9
Leningen aan ondernemingen 108,4 97,3
Polisbeleningen 182,3 173,5
Overige leningen 1.403,5 895,8
Totaal 3.251,2 2.762,9
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 12,8 - 12,1
- bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) - 0,7 - 0,7
Leningen aan klanten 3.237,7 2.750,1

Overige leningen hebben hoofdzakelijk betrekking op:

  • leningen aan regionale instellingen en overheidsorganisaties;
  • Gedurende 2012 zijn voor EUR 480 miljoen aan gestructureerde leningen gerelateerd aan 'mortgage backed securities' verkregen.

8 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen

Ten gevolge van de op 12 mei 2009 gesloten transacties verwierf Ageas voor een totaalbedrag van EUR 760,0 miljoen een belang van 44,7% in Royal Park Investments (RPI), een special purpose vehicle dat een deel van de gestructureerde kredietportefeuille verwierf van Fortis Bank. Het belang wordt gewaardeerd volgens de 'equity methode'.

RPI verwierf van Fortis Bank op de sluitingsdatum een portefeuille gestructureerde kredieten voor een overeengekomen aankoopprijs van EUR 11,7 miljard. De overeenstemmende nominale waarde van de portefeuille kwam per 12 mei 2009 uit op EUR 20,5 miljard. De aankoop is gefinancierd met eigen vermogen ten bedrage van EUR 1,7 miljard, super senior schuld ten bedrage van EUR 5 miljard en senior schuld voor EUR 5 miljard; de senior schuld kent een verliesabsorptiemechanisme. De senior schuld is verstrekt door BNP Paribas en Fortis Bank. Het deel dat gefinancierd is door Fortis Bank is gegarandeerd door de Belgische overheid. Contanten gegenereerd door RPI zullen eerst worden gebruikt om de super senior schuld terug te betalen.

De initiële opname van de investering volgens de 'equity'-methode geschiedt tegen kostprijs, gevolgd door een test op bijzondere waardevermindering van de boekwaarde. Ageas verzocht RPI om de financiële informatie op te stellen in overeenstemming met de Ageas IFRS grondslagen. RPI verantwoordde de verwerving van de portefeuille, de daarmee samenhangende financiering en mensen en processen als bedrijfscombinatie onder IFRS. Bij de aankoop werd de activaportefeuille tegen marktwaarde opgenomen (EUR 8,2 miljard) en het verschil tussen de aankoopprijs (EUR 11,7 miljard) en de marktwaarde van EUR 3,5 miljard is verantwoord in de IFRS balans van RPI als uitgestelde belastingvordering (EUR 1,2 miljard: 33,9% van EUR 3,5 miljard) en goodwill (EUR 2,3 miljard).

Uitgangspunt bij het beheer van de portefeuille is dat RPI voor de aandeelhouders de maximaal haalbare waarde realiseert, in overeenstemming met de richtlijnen voor het beheer zoals die zijn opgesteld door het bestuur van RPI. Onder de huidige omstandigheden betekent dit een afbouwscenario. In dat geval schrijft IFRS het gebruik van de geamortiseerde kostprijs voor als berekeningsmaatstaf voor de activaportefeuille. Conform IFRS moet voor instrumenten met een variabele rente voor elk instrument de geamortiseerde kostprijs worden herberekend op basis van geactualiseerde kasstroominformatie per actief. RPI beschikt echter niet over dergelijke informatie en het produceren van die informatie zou bovenmatige kosten en inspanningen vergen.

Omdat deze informatie ontbreekt en rekening houdend met het feit dat het management toch al gebruik maakt van reële waardeinformatie bij het periodiek monitoren van de activaportefeuille, heeft Ageas besloten de waardering na eerste opname van de activaportefeuille tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening te verwerken.

Voor de bepaling van de kasstromen van de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering zijn diverse aannames gedaan, zoals het verlies bij wanbetaling, de kans op wanbetaling, de ontwikkeling van vervroegde aflossingen, de ontwikkeling van de huizenprijzen, plus aanvullende sector- en geografische gegevens waar relevant. Gezien het feit dat rekening is gehouden met de onzekerheden bij de bepaling van de kasstromen, en het feit dat de financiering van RPI gegarandeerd is, zijn de verwachte kasstromen verdisconteerd tegen 7,8% (31 december 2011: 7,8%), zijnde de risicovrije rentevoet voor de Belgische Staat plus de gebruikelijke normale vermogensopslag.

Omdat de portefeuille van RPI wordt afgebouwd, zullen de winsten in de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering in de loop van de tijd worden gerealiseerd en komt er geen winst uit nieuwe transacties voor in de plaats. De goodwill zal daarom een bijzondere waardevermindering ondergaan in de periode dat de portfolio wordt afgebouwd. De door RPI verantwoorde goodwill vertegenwoordigt voor een belangrijk deel de toekomstige winsten van deze business.

De nettowinst van Royal Park Investments (RPI) tegen 100% en vóór de toetsing op bijzondere waardevermindering van de goodwill bedroeg in het eerste half jaar EUR 326 miljoen (eerste half jaar van 2011: EUR 458 miljoen). Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan de daling van de marktwaarde van de beleggingsportefeuille ten opzichte van het eerste half jaar van 2011, en door dalende rentebaten als gevolg van hogere financieringskosten met betrekking tot de moeilijke US dollar Commercial Paper markt. Aan het einde van ieder kwartaal toetst RPI de waarde van de onder IFRS verantwoorde goodwill. Aangezien alle opbrengsten worden gebruikt voor de aflossing van de financiering en er geen nieuwe business wordt gegenereerd, dient een bijzondere waardevermindering op de goodwill te worden verantwoord over de verwachte looptijd van de portefeuille.

De waardebepaling van de totale business op basis van de verwachte business aan het eind van het eerste half jaar heeft geresulteerd in een bijzondere waardevermindering op goodwill van EUR 159 miljoen. Het nettoresultaat van RPI onder IFRS tegen

100%, inclusief de bijzondere waardevermindering van de goodwill, kwam uit op EUR 167 miljoen positief, waarvan EUR 75 miljoen voor Ageas.

Verder heeft RPI een aantal netto renteswaps gesloten waardoor variabele rente-inkomsten zijn omgezet naar vaste renteinkomsten. Ageas heeft besloten deze swaps boekhoudkundig te verwerken als kasstroomhedge. In 2011 en 2012 is een aantal swaps verkocht, waarbij een winst is gerealiseerd. Alle wijzigingen in de reële waarde van de resterende swaps worden direct in het eigen vermogen opgenomen. Aangezien hedge accounting werd toegepast, is deze meerwaarde niet opgenomen in de resultatenrekening maar direct in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders en zal over de komende jaren worden afgeschreven. Per 30 juni 2012 bedroeg de afdekkingreserve

inclusief de gerealiseerde meerwaarden EUR 102 miljoen na belastingen. Als gevolg van beide factoren is de deelneming van Ageas in RPI gestegen van EUR 779 miljoen eind 2011 tot EUR 856 miljoen.

Op 30 juni bedroeg de reële waarde van de investeringsportefeuille onder IFRS EUR 6,0 miljard (31 december 2011: EUR 6,0 miljard), bedroeg de goodwill EUR 0,6 miljard (31 december 2011: EUR 0,8 miljard) en bedroegen de uitgestelde belastingvorderingen EUR 0,6 miljard (31 december 2011: EUR 0,7 miljard). De financiering op basis van de geamortiseerde kostprijs bedroeg EUR 5,5 miljard (31 december 2011: EUR 6,0 miljard) en het eigen vermogen EUR 1,9 miljard (31 december 2011: EUR 1,7 miljard).

9 Herverzekering en overige vorderingen

Onder Herverzekering en overige vorderingen vallen de uitstaande vorderingen van Ageas op Fortis Capital Company Limited, ABN AMRO en de Nederlandse Staat in verband met de FCC-transactie en de MCS-conversie. De eerste vordering betreft de volledige compensatie voor de betaling (EUR 362,5 miljoen) die Ageas aan Fortis Capital Company Limited (een dochteronderneming van ABN AMRO N.V.) heeft gedaan, waardoor FCC het hierboven vermelde bedrag aan de houders van preferente aandelen kon uitkeren. In 2009 is voor deze vordering een bijzondere waardevermindering opgenomen omdat ABN AMRO de vordering aanvecht. Op basis van de onderhandelingen met de Nederlandse Staat heeft Ageas in 2010 besloten de bijzondere waardevermindering terug te nemen en deze vorderingen te verwerken in de beoordeling van de voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie Noot 20 Voorzieningen).

De tweede vordering betreft de conversie van de MCS. Op 7 december 2010 gaf Ageas 106,7 miljoen nieuwe aandelen uit met betrekking tot de MCS-conversie. Aangezien de opbrengsten van de MCS-uitgifte naar ABN AMRO zijn gegaan en de overeenkomst tussen de vier partijen Ageas bij conversie een vordering op ABN AMRO gaf, heeft Ageas voor een bedrag van EUR 2 miljard een vordering opgenomen met ABN AMRO als debiteur vanaf het moment van de conversie. De Nederlandse Staat heeft verklaard dat volgens de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance, de Nederlandse staat recht heeft op deze vordering. Ageas heeft hiermee in 2010 rekening gehouden bij de vorming van een voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie ook Noot 20 Voorzieningen).

Schikking

Op 28 juni 2012 hebben ageas SA/NV en ageas N.V. ("Ageas") en ABN AMRO Group N.V. en ABN AMRO Bank N.V. ("ABN AMRO") een schikking getroffen over de gerechtelijke procedures inzake ABN AMRO Capital Finance Ltd. (voorheen Fortis Capital Company Ltd. ("FCC")) en de Mandatory Convertible Securities ("MCS").

Deze schikking maakt tevens een einde aan alle nog uitstaande geschillen tussen de Nederlandse staat en Ageas over de aandelentransacties die uitmondden in de overname van de Nederlandse activiteiten van de voormalige Fortis-groep door de Nederlandse staat op 3 oktober 2008. NL Financial Investments, grootaandeelhouder van ABN AMRO, heeft deze overeenkomst mede ondertekend namens de Nederlandse staat. De schikking heft geresulteerd in een eenmalige betaling in contanten van EUR 400 miljoen door ABN AMRO aan Ageas op 29 juni 2012.

De oorspronkelijke claims, ten bedrage van EUR 2.362 miljoen, zijn, na aftrek van het schikkingsbedrag van EUR 400 miljoen, als bijzondere waardevermindering verantwoord in de resultatenrekening. Deze bijzondere waardevermindering wordt gecompenseerd door de vrijval van de voorzieningen gerelateerd aan de de geschillen met de Nederlandse Staat van EUR 2.362 miljoen (zie Noot 20), resulterend in een winst van EUR 400 miljoen.

10 Call optie op BNP Paribas aandelen

Op basis van de op 12 mei 2009 getekende overeenkomst kreeg Ageas een in contanten af te wikkelen calloptie toegekend door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) waardoor Ageas de mogelijkheid heeft te profiteren van een waardestijging van de waarde van 121.218.054 aandelen van BNP Paribas gehouden door de FPIM. Deze aandelen werden verkregen door de FPIM in ruil voor de verkoop van 75% + 1 aandeel van Fortis Bank. De optie geeft Ageas het recht op het verschil tussen de uitoefenprijs van EUR 68 en de marktprijs van de aandelen van BNP Paribas op het moment van de uitoefening of de verkoopprijs van de onderliggende aandelen van BNP Paribas, naar discretie van de FPIM. Deze rechten hebben 'coupon 42' vervangen. Na de claimemissie van BNP Paribas van 29 september 2009 is de uitoefenprijs verlaagd tot EUR 66,672.

De toegekende rechten omvatten bepaalde nietstandaardkenmerken die afwijken van de op de ISDA-norm gebaseerde optieprotocollen, zoals beperking van de overdraagbaarheid, beperkingen van de vrijheid van uitoefening, gedwongen uitoefening in bepaalde omstandigheden en specifieke aanpassingsmechanismen zoals verwatering en claimemissies.

Ageas kan haar rechten uitoefenen tot 10 oktober 2016. Ageas heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan naar een geleidelijke uitoefening van de opties wanneer deze opties 'in the money' zijn, maar bestudeert ook voortdurend de mogelijkheid voor monetisatie.

Deze optie wordt verantwoord op basis van de reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening onder Ongerealiseerde winst (verlies) op Calloptie BNP Paribas aandelen.

Waardeberekening

Een theoretische waarde van een individuele optie kan worden berekend op basis van Black-Scholes optiewaarderingstechnieken. Naast waarneembare cijfers in de markt per de verslagdatum zoals de renteopbrengst, de werkelijke en uitoefenprijs van het aandeel en de resterende looptijd van de optie, dient de berekening ook te zijn gebaseerd op veronderstellingen met betrekking tot toekomstig dividend en volatiliteit. Bovendien dient met de nietstandaardkenmerken rekening gehouden te worden.

De volgende gegevens zijn gebruikt voor de waardering:

30 juni 2012 31 december 2011
Koers BNP Paribas EUR 30,34 EUR 30,35
Uitoefenprijs EUR 66,672 EUR 66,672
Volatiliteit 33% 49%
Dividendrendement 5,40% 5,98%
Koers per optie tot en met 10 oktober 2016 EUR 1,380 EUR 4,660
Theoretische waarde 121,2 miljoen opties EUR 167 miljoen EUR 565 miljoen
Geschatte waarde, gecorrigeerd
Voor niet-standaardkenmerken (30%) EUR 117 miljoen EUR 395 miljoen

Volatiliteit

Gezien het grote aantal opties op de BNP Paribas aandelen dat door Ageas wordt gehouden (het vertegenwoordigt 10,12% van de uitstaande aandelen van BNP Paribas) kan worden verwacht dat monetisatie van de opties effect heeft op de waarde van de verhandelde opties en vandaar dus op de volatiliteit. Ageas heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan tot een geleidelijke uitoefeningsstrategie om de impact op de impliciete volatiliteit op de aandelen en de waarde van de calloptie te minimaliseren. Als gevolg van de verandering naar een geleidelijke uitoefeningsstrategie heeft Ageas, voor de waardering van de calloptie, besloten de volatiliteit te gebruiken die is gebaseerd op de door de markt geobserveerde geëxtrapoleerde impliciete volatiliteit. De waarde van de call optie bedroeg op 30 juni EUR 117 miljoen, na aanpassing voor niet-standaardkenmerken.

Gevoeligheidswaardering bij veranderingen in de veronderstellingen

Zowel de toegepaste volatiliteit als de veronderstellingen ten aanzien van de dividendopbrengst hebben een significant effect op de waarde van de opties. Een vermindering van de volatiliteit van 10% punt op 30 juni resulteert in een vermindering van 80,4% van de theoretische waarde van de optie; een toename van de volatiliteit van 10% punt, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 127,5% van de theoretische waarde. Een vermindering van de volatiliteit van 5% punt op 30 juni resulteert in een vermindering van 47,8% van de theoretische waarde van de optie; een toename van de volatiliteit van 5% punt, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 60,2% van de theoretische waarde. Een verlaging van de dividendopbrengst van 1% punt, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 3,6% van de theoretische waarde, terwijl een verhoging van de dividendopbrengst van 1% punt, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verlaging van 2,9% van de theoretische waarde van de opties.

Aanpassing voor niet-standaardkenmerken

Gezien de ongewone kenmerken van de rechten zullen professionele marktpartijen een aanzienlijk disconto toepassen op de theoretische waardering. Ageas heeft besloten de theoretische waardering te verlagen met 30% voor deze nietstandaardkenmerken, op basis van aanwijzingen van professionele marktpartijen die varieerden van 10% tot 50%.

Uitkering van de opbrengsten

Ageas heeft de algemene Vergaderingen van Aandeelhouders toegezegd het voordeel van de uitoefening, monetisatie of andere beoogde structuren uit te keren in de vorm van een dividend, voor zover dit door de wet is toegestaan en rekening houdend met eventuele praktische beperkingen.

De Belgische Dienst Voorafgaande Beslissingen heeft bevestigd dat de toewijzing van de BNP Paribas optie niet belastbaar is voor ageas SA/NV. Ageas heeft voldoende compensabele verliezen om geen winstbelasting te hoeven betalen als de meerwaarden op de optie worden gerealiseerd en dat zij dus in staat zal zijn om, voor zover bij de wet toegestaan, de bruto-opbrengsten uit te keren in de vorm van een dividend.

11 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven per 30 juni:

30 juni 2012 31 december 2011
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 24.510,6 24.055,4
Verplichting voor winstdeling polishouders 321,3 298,4
Shadow accounting 199,6 19,5
Voor eliminaties 25.031,5 24.373,3
Eliminaties - 3,0 - 2,9
Bruto 25.028,5 24.370,4
Herverzekering - 55,5 - 39,6
Netto 24.973,0 24.330,8

12 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven per 30 juni:

30 juni 2012 31 december 2011
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 27.631,2 27.049,2
Verplichting voor winstdeling polishouders 95,3 114,1
Shadow accounting 173,6 38,2
Bruto 27.900,1 27.201,5
Herverzekering
Netto 27.900,1 27.201,5

13 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

De Verplichtingen inzake unit-linked contracten voor rekening en risico van polishouders gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven:

30 juni 2012 31 december 2011
Verzekeringscontracten 1.491,7 1.486,1
Beleggingscontracten 11.425,8 11.337,7
Totaal 12.917,5 12.823,8

14 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten per 30 juni:

30 juni 2012 31 december 2011
Schadeverplichting 4.835,8 4.606,9
Niet-verdiende premies 1.764,7 1.587,3
Verplichting voor winstdeling polishouders 10,5 9,7
Shadow accounting 33,8
Voor eliminaties 6.644,8 6.203,9
Eliminaties
Bruto 6.644,8 6.203,9
Herverzekering - 439,1 - 428,8
Netto 6.205,7 5.775,1

Door het lange termijn karakter van de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheids verzekeringen, wordt de gerelateerde verplichting verdisconteerd. Door de dalende rentes, is in 2012 een bedrag voor shadow accounting gerapporteerd.

15 Schuldbewijzen

De volgende tabel toont de verschillende Schuldbewijzen (EMTN) die Ageas heeft uitgegeven en de bedragen die per 30 juni uitstaan:

30 juni 2012 31 december 2011
Tegen geamortiseerde kostprijs 110,2 152,5
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 103,6 104,2
Totaal schuldbewijzen 213,8 256,7

16 Achtergestelde schulden

De achtergestelde schulden zijn per 30 juni als volgt:

30 juni 2012 31 december 2011
FRESH 1.250,0 1.250,0
- Hybrone 497,3 496,1
- Nitsh I 603,3 588,8
- Nitsh II 567,1 567,5
Ageas Hybrid Financing 1.667,7 1.652,4
Overige achtergestelde schulden 54,5 71,2
Totaal achtergestelde schulden 2.972,2 2.973,6

16.1 FRESH

Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equitylinked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen met een nominale waarde van EUR 250.000 per obligatie. De coupons zijn per kwartaal achteraf betaalbaar tegen een variabele rentevoet gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met 135 basispunten.

De FRESH is uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV en ageas N.V. als mededebiteuren. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 39.682.540 Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend- of stemrecht (het per 30 juni 2012 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is inclusief de 39.682.540 Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).

In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is. Vanwege deze kenmerken wordt de FRESH behandeld als onderdeel van het voor de toezichthouder kwalificerend vermogen.

De FRESH-obligaties kennen geen vervaldatum, maar kunnen naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 31,50 per aandeel. De obligaties worden automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende handelsdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 47,25.

16.2 Ageas Hybrid Financing

In 2006 heeft Ageas een special purpose vehicle opgericht onder de naam Ageas Hybrid Financing S.A., dat eeuwigdurende sterk achtergestelde en onder gelijke condities uitgegeven effecten uitgaf en de opbrengsten daarvan investeerde in instrumenten van (voormalige) werkmaatschappijen van Ageas. Deze instrumenten worden meegenomen in de berekening van de solvabiliteit voor deze entiteiten. De door Ageas Hybrid Financing S.A. uitgegeven effecten vallen onder een zogenoemde 'support agreement' en een achtergestelde garantie afgegeven door ageas SA/NV en ageas N.V.

Ageas Hybrid Financing S.A. heeft in 2006 een obligatie van EUR 500 miljoen uitgegeven onder de naam 'Hybrone', tegen een coupon van 5,125% tot 20 juni 2016 en driemaands Euribor plus 200 basispunten daarna. In 2008 is een obligatielening genaamd 'Nitsh I' ter waarde van USD 750 miljoen uitgegeven, met een coupon van 8,25%, naast een obligatielening 'Nitsh II' van EUR 625 miljoen met een coupon van 8,0%. De beide Nitshinstrumenten kunnen voor het eerst worden opgevraagd in 2013.

De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan AG Insurance (EUR 750 miljoen) en aan Fortis Bank SA/NV voor respectievelijk EUR 375 miljoen en USD 750 miljoen. Uit hoofde van de 'Support Agreement' zijn ageas SA/NV en ageas N.V. verplicht om zodanige middelen aan Ageas Hybrid Financing S.A. te verstrekken als nodig om de couponverplichtingen te voldoen in ieder jaar dat Ageas een dividenduitkering vaststelt, ofwel om de coupon te betalen via de ACSM indien de entiteiten die de opbrengsten hebben ontvangen de coupons op de doorgeleende leningen niet in contanten voldoen tengevolge van schending van de toepasselijke wettelijke minimale solvabiliteitseisen.

In het geval dat Ageas beneden het wettelijk vereiste minimum solvabiliteitsniveau komt of de geconsolideerde activa kleiner zijn dan de verplichtingen exclusief schulden die niet beschouwd worden als 'Senior Debt' of in het geval dat Ageas Hybrid Financing S.A. die keuze maakt, dan wordt de couponbetaling vervangen door een afrekening via de ACSM.

16.3 Overige achtergestelde schulden

De EUR 54,5 miljoen die per 30 juni onder Achtergestelde schulden is verantwoord (eind 2011: EUR 71,2 miljoen), is inclusief een eeuwigdurende achtergestelde lening van EUR 51,5 miljoen uitgegeven door Tesco Underwriting en gewaarborgd door Tesco Bank.

17 Leningen

De volgende tabel toont de samenstelling van de Leningen per 30 juni:

17.2 Schulden aan klanten

De samenstelling van Schulden aan klanten is als volgt:

30 juni 2012 31 december 2011
Schulden aan banken 1.728,9 2.043,5
Schulden aan klanten 111,2 97,2
Overige schulden 169,5 136,3
Totaal schulden 2.009,6 2.277,0

30 juni 2012 31 december 2011 Deposito's 0,5 0,5 Overige financieringen 6,0 5,4 Depots van herverzekeraars 104,7 91,3 Totaal schulden aan klanten 111,2 97,2

17.1 Schulden aan banken

De schulden aan banken zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2012 31 december 2011
Bankdeposito's:
Direct opeisbaar 6,2 2,3
Overige 47,4 32,6
Totaal deposito's 53,6 34,9
Terugkoopovereenkomsten 971,9 1.279,6
Overige 703,4 729,0
Totaal schulden aan banken 1.728,9 2.043,5

18 Acute en Uitgestelde belastingen

Een nadere detaillering van de Uitgestelde winstbelastingen per 30 juni is als volgt:

Balans Resultatenrekening
30 juni 2012 31 december 2011 Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Uitgestelde belastingvorderingen op:
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 109,4 130,2 2,6 31,9
Vastgoedbeleggingen 11,6 19,5 - 7,8 - 1,0
Materiële vaste activa 44,0 44,6 - 0,4 - 0,6
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 6,1 6,6 - 0,4 0,2
Verzekeringspolis en claim reserves 387,8 299,6 - 8,8 - 2,6
Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding 42,6 43,4 - 0,7 0,1
Overige voorzieningen 7,3 7,1 0,1 1,1
Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten 2,4 2,6 - 0,2 0,3
Niet-aangewende compensabele verliezen 152,7 296,1 - 112,1 - 7,9
RPN(I) 59,0 56,1 - 2,9
Overige 22,1 115,9 - 87,9 2,3
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 845,0 1.021,7 - 218,5 23,8
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen - 95,5 - 94,7 0,3 - 2,2
Netto uitgestelde belastingvorderingen 749,5 927,0 - 218,2 21,6
Uitgestelde belastingverplichtingen op:
Afgeleide financiële instrumenten (activa) 1,9 1,9 - 0,7
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 853,4 409,1 - 1,0 - 22,7
Unit-linked beleggingen 0,6 2,7 2,1
Vastgoedbeleggingen 110,7 113,1 12,9 - 5,3
Leningen aan klanten 3,0 3,0
Materiële vaste activa 188,3 190,0 1,3 1,0
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 137,6 142,4 4,0 4,1
Overige voorzieningen 2,1 1,5 - 0,6 - 0,8
Overlopende acquisitiekosten 62,1 58,1 - 3,5 - 3,2
Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten 1,5 1,5
Belastingvrij gerealiseerde reserves 41,3 42,4 1,1 1,1
Call optie op BNP Paribas aandelen 39,8 116,5 76,8
Overige 90,3 100,6 9,4 - 11,7
Totaal uitgestelde belastingverplichtingen 1.530,7 1.182,8 104,4 - 38,2
Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) - 113,8 - 16,6
Netto uitgestelde belastingen - 781,2 - 255,8

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om acute belastingvorderingen te salderen met acute belastingverplichtingen en de uitgestelde belastingen dezelfde belastingautoriteit betreffen. De volgende salderingen zijn toegepast:

30 juni 2012 31 december 2011
Uitgestelde belastingvorderingen 159,1 358,8
Uitgestelde belastingverplichtingen 940,3 614,6
Netto uitgestelde belastingen - 781,2 - 255,8

19 RPN(I)

Op 7 februari 2012 hebben Ageas en BNP Paribas een overeenkomst bereikt over de gedeeltelijke afwikkeling van de RPN(I) en de volledige inkoop van de Tier 1 Obligatielening die door Fortis Bank SA/NV is uitgegeven en voor 95% in handen is van Ageas (zie Noot 7). De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van Fortis Bank SA/NV.

De afwikkeling en aflossing vonden plaats onder voorwaarde dat het door BNP Paribas gelanceerde bod in contanten op de CASHES succesvol zou zijn. Op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas 7.553 van de 12.000 uitstaande CASHES (62,94%) in 78.874.241 aandelen Ageas. BNP Paribas heeft zich verbonden deze aandelen niet te verkopen gedurende een periode van 6 maanden. Als gevolg van de conversie, bestaat de RPN(I) niet langer op een pro-rata basis.

De overeengekomen schadevergoeding voor een 100% conversie was EUR 456 miljoen. Ingevolge de hierboven vermelde conversie zal Ageas aan BNP Paribas derhalve een schadevergoeding van EUR 287 miljoen betalen (62,94% van EUR 456 miljoen). Bovendien is een nettoverlies van EUR 12 miljoen opgenomen in de resultatenrekening voor kosten verbonden aan de transactie, inclusief de beste schatting van de reële waarde van de jaarlijkse vergoeding gebaseerd op de assumptie dat de overgebleven CASHES ingewisseld zullen worden in de komende jaren. De totale impact in de resultatenrekening van de overeengekomen schadevergoeding is derhalve EUR 299 miljoen.

Ageas heeft het 'niveau 3' waarderingsmodel van de RPN(I) herzien en besloten een ondergrens in de waardering van de resterende RPN(I) op te nemen, aansluitend op de overeengekomen vergoeding. De RPN(I) zal gewaardeerd worden tegen de hoogste waarde van de netto contante waarde van de verwachtte toekomstige rentebetalingen en deze ondergrens. Het bedrag van deze ondergrens is afhankelijk van de verwachte aankoopprijs van de CASHES en het Ageas aandeel op dat moment. Op 30 juni 2012 bedroeg de verplichting uit hoofde van de RPN(I) EUR 174 miljoen (31 december 2011: EUR 190 miljoen). Als gevolg hiervan bedroeg de vrijval EUR 16 miljoen.

20 Voorzieningen

De post Voorzieningen bestaat uit voorzieningen voor fiscale zaken en juridische zaken. De voorzieningen zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op jaareinde op basis van het oordeel van het management waarbij rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische en fiscale adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van geschillen.

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt:

30 juni 2012 31 december 2011
Stand per 1 januari 2.403,4 2.407,6
Aan- en verkoop dochterondernemingen 1,7 - 15,8
Toename voorziening 0,8 26,4
Terugname niet-gebruikte voorzieningen - 2.364,3 - 3,2
Aanwendingen in de loop van het jaar - 1,9 - 11,6
Stand per einde periode 39,7 2.403,4

Ageas heeft in 2010 een voorziening voor een bedrag van EUR 2.362 miljoen getroffen voor de uitstaande geschillen met de Nederlandse Staat. Deze geschillen vloeien voort uit de uiteenlopende interpretatie van de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance door Ageas aan de Nederlandse Staat in oktober 2008. De Nederlandse Staat is van mening dat zij op basis van het akkoord (het 'Term Sheet') dat aan de verkoop ten grondslag ligt:

  • eigenaar is van de vordering van EUR 2 miljard op ABN AMRO uit hoofde van de conversie van de MCS (zie Noot 9 Herverzekering en overige vorderingen);
  • eigenaar is van de vordering van EUR 362 miljoen op FCC/ABN AMRO in verband met de FCC-transactie (zie Noot 9 Herverzekering en overige vorderingen);
  • recht heeft op circa EUR 885 miljoen in verband met een kapitaalgarantie in de verkoopdocumentatie (zie Noot 29 Voorwaardelijke verplichtingen).

Op 28 juni 2012 hebben ageas SA/NV en ageas N.V. ("Ageas") en ABN AMRO Group N.V. en ABN AMRO Bank N.V. ("ABN AMRO") een schikking getroffen over de gerechtelijke procedures inzake ABN AMRO Capital Finance Ltd. (voorheen Fortis Capital Company Ltd. ("FCC")) en de Mandatory Convertible Securities ("MCS").

Deze schikking maakt tevens een einde aan alle nog uitstaande geschillen tussen de Nederlandse staat en Ageas over de aandelentransacties die uitmondden in de overname van de Nederlandse activiteiten van de voormalige Fortis-groep door de Nederlandse staat op 3 oktober 2008. NL Financial Investments, grootaandeelhouder van ABN AMRO, heeft deze overeenkomst mede ondertekend namens de Nederlandse staat. De schikking heft geresulteerd in een eenmalige betaling in contanten van EUR 400 miljoen door ABN AMRO aan Ageas op 29 juni 2012.

De oorspronkelijke claims, ten bedrage van EUR 2.362 miljoen, zijn, na aftrek van het schikkingsbedrag van EUR 400 miljoen, als bijzondere waardevermindering verantwoord in de resultatenrekening. Deze bijzondere waardevermindering wordt gecompenseerd door de vrijval van de voorzieningen gerelateerd aan de de geschillen met de Nederlandse Staat van EUR 2.362 miljoen (zie Noot 20), resulterend in een winst van EUR 400 miljoen.

21 Verplichting met betrekking tot geschreven put optie op minderheidsbelang

In de Geconsolideerde Jaarrekening van 2008, maakte Ageas bekend dat op 12 maart 2009 een overeenkomst is gesloten over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis Bank) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in mei 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst stemde Ageas erin toe dat Fortis Bank het recht heeft om het verworven belang in AG Insurance aan Ageas te verkopen gedurende een periode van zes maanden na 1 januari 2018.

Ageas heeft geconcludeerd dat het uitoefenen van de put optie onvoorwaardelijk is. In overeenstemming met IAS 32 is Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de put optie in 2018. Deze financiële verplichting wordt in een separate regel (Verplichting met betrekking tot geschreven put optie) in de Balans verantwoord. De verplichting wordt ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance).

De IFRS richtlijnen schrijven verder voor dat Ageas een verplichting moet opnemen zelfs als:

  • de putoptie niet is uitgeoefend;
  • er geen aanwijzing is dat Fortis Bank voornemens is de optie uit te oefenen op basis van de huidige strategische samenwerking;
  • de uitoefenprijs tegen reële waarde lager is dan de nettovermogenswaarde.

De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen.

Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven put optie worden verantwoord in Overige reserves.

Als de optie in 2018 wordt uitgeoefend, zal de verplichting als een contante betaling van Ageas aan Fortis Bank worden afgewikkeld en zal Ageas weer 25% + 1 aandeel AG Insurance verwerven. Als de optie echter afloopt zonder te zijn uitgeoefend wordt de verplichting verantwoord ten laste van Minderheidsbelangen en Overige reserves.

Zolang de optie niet is uitgeoefend wordt het resultaat van het Minderheidsbelang (25% + 1 aandeel Fortis bank) in de Geconsolideerde resultatenrekening verantwoord als Minderheidsbelang.

Waardebepaling

De verplichting wordt gewaardeerd tegen de verdisconteerde waarde van het bedrag dat bij de afwikkeling moet worden betaald. Er zijn hiervoor geen marktindicatoren beschikbaar, om die reden heeft Ageas een 'niveau 3' waarderingsmodel gebruikt op basis van:

  • huidige maatstaven voor verzekeringsbedrijven;
  • een waardegroei van 5,5% op basis van het verwachte rendement van 11%, en een dividenduitkering van 50%;
  • een disconteringsvoet van 10%.

Op basis van deze parameters is de netto contante waarde van de verplichting per 30 juni EUR 736 miljoen (31 december 2011: EUR 655,8 miljoen). De volgende gevoeligheden zijn berekend:

Disconteringsvoet +1% punt - 1% punt
Waarde verplichting 697 777
Relatieve impact -5,3% 5,6%
'Price to book' +10% -10%
Waarde verplichting 810 662
Relatieve impact 10,0% -10,0%
Groei percentage +1% punt - 1% punt
Waarde verplichting 779 695
Relatieve impact 5,8% -5,6%

Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening

22 Verzekeringspremies

Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf.

Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Bruto premie-inkomen Leven 3.427,8 3.790,7
Bruto premie-inkomen Niet-leven 2.276,6 2.123,3
Algemeen en eliminaties - 0,2 - 0,9
Totaal bruto premie-inkomen 5.704,2 5.913,1
XXXX
Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Netto premies Leven 2.906,5 2.682,7
Netto premies Niet-leven 2.022,8 1.631,7
Algemeen en eliminaties - 0,2 - 0,8
Totaal netto premies 4.929,1 4.313,6

Leven

In de onderstaande tabel worden de levensverzekeringspremies weergegeven.

Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Unit-linked verzekeringscontracten
Geboekte eenmalige premies 1,9 3,1
Geboekte periodieke premies 42,9 43,1
Totaal collectief 44,8 46,2
Geboekte eenmalige premies 18,2 41,0
Geboekte periodieke premies 12,4 17,6
Totaal individueel 30,6 58,6
Totaal unit-linked verzekeringscontracten 75,4 104,8
Niet unit-linked verzekeringscontracten
Geboekte eenmalige premies 163,4 152,0
Geboekte periodieke premies 390,3 385,5
Totaal collectief 553,7 537,5
Geboekte eenmalige premies 398,4 314,8
Geboekte periodieke premies 376,1 365,3
Totaal individueel 774,5 680,1
Totaal niet unit-linked
verzekeringscontracten 1.328,2 1.217,6
Beleggingscontracten met DPF
Geboekte eenmalige premies 1.335,1 1.190,8
Geboekte periodieke premies 216,3 214,8
Totaal beleggingscontracten met DPF 1.551,4 1.405,6
Totaal geboekte premies Leven 2.955,0 2.728,0
Geboekte eenmalige premies 401,0 987,0
Geboekte periodieke premies 71,8 75,7
Premies inzake beleggingscontracten
zonder DPF 472,8 1.062,7
Totaal bruto premie-inkomen Leven 3.427,8 3.790,7

Het totale premie inkomen bij Levensverzekeringen bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premieinkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten

met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premieinstroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unitlinked contracten, wordt - na aftrek van commissies - direct verantwoord als verplichting ('deposit accounting'). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.

Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Bruto premies Leven 2.955,0 2.728,0
Afgegeven herverzekeringspremies - 48,5 - 45,3
Netto premies Leven 2.906,5 2.682,7

Niet-leven

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de verzekeringspremies Niet-leven. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige zijn samengevoegd onder overige Nietleven.

Ongevallen en Overige
Eerste halfjaar 2012 Ziekte Niet-leven Totaal
Bruto geboekte premies 422,5 1.854,1 2.276,6
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 30,5 - 110,0 - 140,5
Bruto verdiende premies 392,0 1.744,1 2.136,1
Afgegeven herverzekeringspremies - 9,2 - 106,0 - 115,2
Aandeel herverzekeraars in
niet -verdiende premies - 0,9 2,8 1,9
Netto verdiende premies Niet-leven 381,9 1.640,9 2.022,8
XXX
Eerste halfjaar 2011
Bruto geboekte premies 423,6 1.699,7 2.123,3
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 35,9 - 359,2 - 395,1
Bruto verdiende premies 387,7 1.340,5 1.728,2
Afgegeven herverzekeringspremies - 14,0 - 87,1 - 101,1
Aandeel herverzekeraars in
niet-verdiende premies - 0,1 4,7 4,6
Netto verdiende premies Niet-leven 373,6 1.258,1 1.631,7

De verdeling van de netto verdiende premies per segment is als volgt:

Ongevallen en Overige
Totaal
241,7 598,6 840,3
28,4 960,3 988,7
111,8 82,0 193,8
381,9 1.640,9 2.022,8
Ziekte Niet-leven
Eerste halfjaar 2011
België 231,0 564,0 795,0
VK 29,7 612,6 642,3
Continentaal Europa 112,9 81,5 194,4
Netto verdiende premies Niet-leven 373,6 1.258,1 1.631,7

23 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten

De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten.

Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Rentebaten
Rentebaten op kasequivalenten 7,1 15,2
Rentebaten uit vorderingen op banken 84,8 53,1
Rentebaten op beleggingen 1.055,1 1.082,7
Rentebaten uit vorderingen op klanten 69,6 63,5
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 7,0 23,4
Overige rentebaten 10,3 4,8
Totaal rentebaten 1.233,9 1.242,7
Dividenden op aandelen 45,7 48,5
Huurbaten uit vastgoedbelegging 90,6 83,6
Opbrengsten parkeergarage 132,8 131,2
Overige baten op beleggingen 35,1 30,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.538,1 1.536,6

De stijging van de rentebaten uit vorderingen op banken is voornamelijk toe te schrijven aan de amortisatie en de ontvangen rente op de in 2011 verworven Fortis Bank Tier 1 lening die in 2012 vervroegd is afgelost (zie ook Noot 7).

24 Resultaat op verkoop en herwaarderingen

De onderstaande tabel geeft een specificatie van het Resultaat op verkoop en herwaarderingen:

Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Obligaties aangehouden voor verkoop 134,4 35,2
Aandelen aangehouden voor verkoop 3,2 37,9
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden - 28,9 - 6,0
Vastgoedbeleggingen 14,1
Gerealiseerde winst op de verkoop van aandelen van dochtermaatschappijen - 2,3
Materiële vaste activa 0,2 0,2
Activa en verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 18,5 20,6
Afdekkingsresultaten 0,1 - 0,2
Overige 132,1 0,6
Totaal Resultaat op verkoop en herwaarderingen 271,4 88,3

Met het oog op de aanhoudende onzekerheid op de financiële markten heeft Ageas de concentratie van overheidsobligaties uit Zuid-Europese landen verminderd en ook in andere activacategorieën een herschikking doorgevoerd. Deze herschikking van de portefeuille heeft vermogenswinsten en – verliezen opgeleverd in de categorie Voor verkoop beschikbare schuldbewijzen, Voor verkoop beschikbare aandelen en Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten.

De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.

De resultaten van 'hedging' bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.

De post Overig betreft in 2012 voornamelijk de gerealiseerde winst op de Fortis Bank Tier 1 lening voor een bedrag van EUR 128,5 miljoen (zie Noot 7), veroorzaakt door de terugbetaling van de Tier 1 lening.

25 Schadelasten en uitkeringen

De opbouw van de Schadelasten en uitkeringen verantwoord in de resultatenrekening is als volgt:

Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Levensverzekeringen 3.387,5 3.159,4
Niet-levensverzekeringen 1.388,3 1.129,5
Algemeen en eliminaties - 0,3 - 2,2
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 4.775,5 4.286,7

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering:

Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Uitkeringen en afkopen, bruto 2.523,2 2.541,0
Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto 893,7 642,8
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 3.416,9 3.183,8
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen - 29,4 - 24,4
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 3.387,5 3.159,4

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering:

Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Schaden, bruto 1.236,9 1.088,3
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto 186,6 83,1
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 1.423,5 1.171,4
Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten - 2,0 - 5,6
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden - 33,1 - 36,3
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 1.388,3 1.129,5

26 Financieringslasten

De onderstaande tabel toont de Financieringslasten naar product.

Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Financieringslasten
Schuldbewijzen 5,3 11,7
Achtergestelde schulden 77,1 77,9
Leningen - verschuldigd aan banken 20,0 27,4
Leningen - verschuldigd aan klanten 3,7
Overige leningen 3,9 4,6
Derivaten 5,8 8,3
Overige schulden 18,5 22,8
Totaal financieringslasten 130,6 156,4

27 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen

De Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Eerste halfjaar 2012 Eerste halfjaar 2011
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op:
Beleggingen in obligaties 328,8
Beleggingen in aandelen en overige beleggingen 77,8 46,1
Vastgoedbeleggingen - 0,6 - 12,4
Leningen aan klanten 1,8 0,5
Herverzekering en overige vorderingen 1,0 - 0,4
Materiële vaste activa - 1,4
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1,7
Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 80,0 362,9

Toelichting op de segment rapportage

28 Segmentinformatie

28.1 Algemene informatie

Ageas heeft de organisatiestructuur gebaseerd op een slagvaardig Executive Committee en een Management Committee dat bestaat uit het Executive Commitee, de CEO's van de vier geografische regio's en de CRO.

Operationele segmenten

Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (VK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.

De segmentrapportage van Ageas geeft de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas weer. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

Allocatieregels

In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de werkmaatschappij.

Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-up aanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.

Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.

28.2 België

De Belgische verzekeringsactiviteiten, sinds juni 2009 onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft ongeveer 2,5 miljoen klanten en heeft een premie-inkomen tot en met 30 juni van EUR 3,3 miljard. 70% van het premie-inkomen komt uit Leven, de rest uit Niet-leven. AG Insurance is ook 100% eigenaar van AG Real Estate die is uitgegroeid tot de grootste vastgoedonderneming in België.

AG Insurance richt zich op particulieren en kleine en middelgrote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven- en Niet-leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht: via meer dan 3.000 onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis Bank en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis Bank 25% eigenaar van AG Insurance.

28.3 Verenigd Koninkrijk (VK)

In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-leven; in 2008 werden verwante nieuwe levensverzekeringsactiviteiten gelanceerd. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van bedrijfsverzekeringen. De onderverdeling is circa 82% particuliere verzekeringen, 16% bedrijfsverzekeringen en 2% Leven. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multichannel-distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinity-partners en eigen distributie. Onder haar 100% dochterondernemingen bevinden zich RIAS en Castle Cover, die meer dan een miljoen klanten hebben in het groeiende marktsegment van 50-plussers, en Ageas Insurance Solutions, die 'white label'-oplossingen biedt aan affinity-partners, outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van het eigen merk en van Kwik-Fit Insurance Services. De succesvolle start van Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband met Tesco Bank (49%) en de integratie van de overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services versterken de diverse marktposities van Ageas in het Verenigd Koninkrijk.

Om duidelijkheid te geven over de bijdrage van de diverse segmenten, heeft Ageas besloten de resultaten van het Verenigd Koninkrijk op te splitsen in drie deelsegmenten: Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen. Tot die laatste categorie behoren de resultaten uit de retailactiviteiten.

28.4 Continentaal Europa

Continentaal Europa bestaat momenteel uit de

verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in vijf landen: Portugal, Frankrijk, Italië, Luxemburg en sinds 2011 Turkije en biedt producten aan in Leven (in Portugal, Frankrijk en Luxemburg) en Niet-leven (Portugal, Italië en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerships met bedrijven met een aanzienlijke marktpositie zijn deze markten toegankelijker geworden.

Op 30 juni had 70% van het premie-inkomen betrekking op Leven en 30% op Niet-leven.

In Luxemburg fuseerden Ageas en BNP Paribas eind 2011 hun Leven-activiteiten in Cardif Luxembourg Vie, de tweede Levensverzekeraar in Luxemburg. Voorts heeft Ageas sinds augustus 2011 een samenwerkingsverband Niet-leven met Sabanci in Turkije door het nemen van een belang van 31% in Aksigorta. Daarna hebben Sabanci en Ageas ieder hun belang in de onderneming vergroot tot 35,9% per 30 juni.

28.5 Azië

Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor en de 100% dochteronderneming bevinden zich in Hong Kong. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (20-24,9% eigendom), Maleisië (30,95% eigendom), Thailand (15- 31% eigendom) en India (26% eigendom). Ageas rapporteert op geconsolideerde basis over de dochteronderneming in Hong Kong, terwijl de andere ondernemingen als geassocieerde deelnemingen worden verantwoord.

28.6 Algemene Rekening

De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de houdstermaatschappij(en). Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES (RPN(I)), de geschreven putoptie op minderheidsbelang, Intreinco N.V.

28.7 Balans per operationeel segment

Continentaal
30 juni 2012 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 928,8 337,7 249,6 68,8 1.114,1 2.699,0
Financiële beleggingen 47.072,1 2.622,4 7.677,2 1.586,5 100,1 - 12,3 59.046,0
Vastgoedbeleggingen 2.169,9 23,8 0,4 2.194,1
Leningen 3.301,3 37,2 260,3 134,5 2.703,3 - 1.205,1 5.231,5
Beleggingen inzake unit-linked contracten 5.724,3 6.713,8 478,9 - 56,4 12.860,6
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 119,6 282,1 834,3 875,8 9,0 2.120,8
Herverzekering en overige vorderingen 902,0 768,8 206,2 64,3 4,7 - 5,6 1.940,4
Acute belastingvorderingen 118,8 7,1 125,9
Uitgestelde belastingvorderingen 18,5 3,1 97,7 39,8 159,1
Call optie op BNP Paribas aandelen 117,0 117,0
Overlopende rente en overige activa 1.396,4 436,4 271,7 247,0 43,6 - 14,0 2.381,1
Materiële vaste activa 1.034,3 64,5 5,7 3,4 1,5 1.109,4
Goodwill en overige immateriële vaste activa 356,2 317,6 492,6 424,4 1.590,8
Activa aangehouden voor verkoop
Totaal activa 63.142,2 4.594,8 16.280,7 3.842,5 4.999,9 - 1.284,4 91.575,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 21.219,1 2.545,3 1.267,1 - 3,0 25.028,5
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 23.473,6 4.425,5 1,0 27.900,1
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 5.724,3 6.714,4 478,8 12.917,5
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 3.333,0 2.651,9 659,9 6.644,8
Schuldbewijzen 213,8 213,8
Achtergestelde schulden 895,5 175,0 28,0 2.974,0 - 1.100,3 2.972,2
Leningen 1.696,1 207,9 26,5 159,6 80,7 - 161,2 2.009,6
Acute belastingschulden 53,4 39,0 43,4 7,6 0,3 143,7
Uitgestelde belastingschulden 798,8 40,7 61,0 39,8 940,3
RPN(I) 174,0 174,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.707,4 261,6 165,5 77,9 96,5 - 19,5 2.289,4
Voorzieningen 15,8 1,1 10,9 11,9 39,7
Verplichting inzake geschreven putoptie op minderheidsbelang 736,0 736,0
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop
Totaal verplichtingen 58.917,0 3.377,2 14.680,4 1.992,0 4.327,0 - 1.284,0 82.009,6
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3.074,0 1.103,4 1.081,8 1.850,5 1.697,6 - 0,4 8.806,9
Minderheidsbelangen 1.151,2 114,2 518,5 - 1.024,7 759,2
Totaal eigen vermogen 4.225,2 1.217,6 1.600,3 1.850,5 672,9 - 0,4 9.566,1
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 63.142,2 4.594,8 16.280,7 3.842,5 4.999,9 - 1.284,4 91.575,7
Aantal werknemers 5.880 5.375 1.085 386 104 12.830
Continentaal
31 december 2011 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.871,2 184,5 191,5 109,6 344,7 2.701,5
Financiële beleggingen 43.595,6 2.461,9 7.647,3 1.416,8 122,7 - 12,9 55.231,4
Vastgoedbeleggingen 2.020,9 24,4 0,4 2.045,7
Leningen 2.879,0 392,4 136,5 3.490,1 - 1.214,6 5.683,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 5.894,3 6.528,0 401,0 - 51,9 12.771,4
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 150,8 241,7 752,6 804,6 9,8 1.959,5
Herverzekering en overige vorderingen 680,2 761,3 246,8 59,6 2.368,4 - 5,2 4.111,1
Acute belastingvorderingen 118,7 6,7 1,7 127,1
Uitgestelde belastingvorderingen 27,7 3,6 165,4 162,1 358,8
Call optie op BNP Paribas aandelen 395,0 395,0
Overlopende rente en overige activa 1.481,5 366,9 273,8 208,7 88,8 - 33,5 2.386,2
Materiële vaste activa 1.034,6 53,3 5,6 3,2 1,6 1.098,3
Goodwill en overige immateriële vaste activa 357,5 312,7 504,9 419,2 1.594,3
Activa aangehouden voor verkoop 138,5 138,5
Totaal activa 60.112,0 4.150,9 16.223,5 3.507,6 7.916,5 - 1.308,3 90.602,2
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 20.720,5 2.471,5 1.181,3 - 2,9 24.370,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 22.478,2 4.722,2 1,1 27.201,5
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 5.894,3 6.528,5 401,0 12.823,8
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 3.195,9 2.347,6 660,4 6.203,9
Schuldbewijzen 256,7 256,7
Achtergestelde schulden 894,6 161,2 28,0 2.980,5 - 1.090,7 2.973,6
Leningen 1.787,9 197,3 233,6 155,4 78,7 - 175,9 2.277,0
Acute belastingschulden 34,4 15,4 3,6 5,8 59,2
Uitgestelde belastingschulden 361,6 53,1 65,7 134,2 614,6
RPN(I) 190,0 190,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.426,6 284,2 159,1 75,9 186,8 - 38,5 2.094,1
Voorzieningen 15,6 1,6 11,7 2.374,5 2.403,4
Verplichting inzake geschreven putoptie op minderheidsbelang 655,8 655,8
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 110,5 110,5
Totaal verplichtingen 56.809,6 3.060,4 14.884,3 1.820,5 6.967,7 - 1.308,0 82.234,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 2.380,8 1.007,5 929,3 1.687,1 1.755,9 - 0,3 7.760,3
Minderheidsbelangen 921,6 83,0 409,9 - 807,1 607,4
Totaal eigen vermogen 3.302,4 1.090,5 1.339,2 1.687,1 948,8 - 0,3 8.367,7
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 60.112,0 4.150,9 16.223,5 3.507,6 7.916,5 - 1.308,3 90.602,2
Aantal werknemers 5.806 5.238 1.062 352 99 12.557

28.8 Resultatenrekening per operationeel segment

Continentaal
Eerste halfjaar 2012 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 3.433,3 1.140,2 530,4 127,7 - 0,2 5.231,4
- Wijziging in niet-verdiende premies - 75,7 - 53,4 - 11,4 - 140,5
- Afgegeven herverzekeringspremies - 27,0 - 70,9 - 49,9 - 14,0 - 161,8
Netto verdiende premies 3.330,6 1.015,9 469,1 113,7 - 0,2 4.929,1
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.225,2 35,7 150,0 38,7 123,3 - 34,8 1.538,1
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 278,0 - 278,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) (incl. schikking op RPN(I)/CASHES) - 282,1 - 282,1
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 131,2 12,6 8,1 - 3,7 123,2 271,4
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 190,6 572,2 6,9 769,7
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen - 3,3 4,8 69,2 70,3 - 0,2 140,8
Commissiebaten 50,9 65,2 62,5 19,1 197,7
Overige baten 65,8 53,0 4,0 2,3 1,8 - 7,7 119,2
Totale baten 4.991,0 1.182,4 1.270,7 246,2 - 241,5 - 42,9 7.405,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.509,4 - 752,4 - 479,3 - 99,2 0,3 - 4.840,0
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 7,4 29,6 22,6 4,9 64,5
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.502,0 - 722,8 - 456,7 - 94,3 0,3 - 4.775,5
Lasten inzake unit-linked contracten - 198,0 - 549,0 - 9,9 - 756,9
Financieringslasten - 52,6 - 6,8 - 2,3 - 9,6 - 93,9 34,6 - 130,6
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 77,9 - 2,4 0,1 0,2 - 80,0
Wijzigingen in voorzieningen 0,5 0,3 0,1 0,9
- Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO - 1.962,5 - 1.962,5
- Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat 2.362,5 2.362,5
Totale impact schikking ABN AMRO 400,0 400,0
Commissielasten - 321,4 - 197,1 - 68,5 - 40,4 - 0,4 - 627,8
Personeelskosten - 225,1 - 111,2 - 34,1 - 15,3 - 7,3 - 0,1 - 393,1
Overige lasten - 296,3 - 67,1 - 55,4 - 0,9 - 25,9 7,7 - 437,9
Totale lasten - 4.673,3 - 1.104,5 - 1.168,1 - 170,3 272,6 42,7 - 6.800,9
Resultaat voor belastingen 317,7 77,9 102,6 75,9 31,1 - 0,2 605,0
Winstbelastingen - 123,3 - 19,2 - 33,8 - 1,5 - 28,6 - 206,4
Netto resultaat over de periode 194,4 58,7 68,8 74,4 2,5 - 0,2 398,6
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 50,8 7,8 35,3 93,9
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 143,6 50,9 33,5 74,4 2,5 - 0,2 304,7
Totale baten van externe klanten 4.984,5 1.182,4 1.270,7 244,2 - 275,9 7.405,9
Totale baten intern 6,5 2,0 34,4 - 42,9
Totale baten 4.991,0 1.182,4 1.270,7 246,2 - 241,5 - 42,9 7.405,9
Niet-contante lasten (exclusief afschrijvingen) - 142,7 - 72,7 - 0,1 - 215,5

1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Continentaal
Eerste halfjaar 2012 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 3.433,3 1.140,2 530,4 127,7 - 0,2 5.231,4
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 149,0 249,9 73,9 472,8
Bruto premie-inkomen 3.582,3 1.140,2 780,3 201,6 - 0,2 5.704,2
Continentaal
Eerste halfjaar 2011 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 3.070,4 1.015,9 658,0 107,0 - 0,7 - 0,2 4.850,4
- Wijziging in niet-verdiende premies - 73,8 - 310,3 - 11,0 - 395,1
- Afgegeven herverzekeringspremies - 32,5 - 46,8 - 51,7 - 10,8 0,1 - 141,7
Netto verdiende premies 2.964,1 658,8 595,3 96,2 - 0,6 - 0,2 4.313,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.212,2 29,7 186,8 29,1 114,1 - 35,3 1.536,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen 85,0 85,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 118,0 - 118,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 85,7 1,5 - 1,6 3,0 - 0,3 88,3
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten - 20,8 93,3 - 0,4 72,1
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 4,1 43,2 - 55,6 0,2 - 8,1
Commissiebaten 48,4 60,4 92,9 19,2 220,9
Overige baten 63,5 48,8 2,6 2,2 0,8 - 6,3 111,6
Totale baten 4.357,2 799,2 969,3 192,5 25,4 - 41,6 6.302,0
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.155,2 - 516,0 - 601,4 - 82,6 - 4,4 0,2 - 4.359,4
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 0,6 39,0 24,2 2,5 6,4 72,7
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.154,6 - 477,0 - 577,2 - 80,1 2,0 0,2 - 4.286,7
Lasten inzake unit-linked contracten 20,4 - 86,6 - 0,5 - 66,7
Financieringslasten - 53,8 - 8,9 - 2,1 - 6,9 - 119,7 35,0 - 156,4
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 297,8 - 64,6 - 0,3 - 0,2 - 362,9
Wijzigingen in voorzieningen - 1,1 1,3 - 0,4 - 40,0 - 40,2
- Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO
- Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat
Totale impact schikking ABN AMRO
Commissielasten - 314,4 - 150,8 - 94,1 - 32,7 - 0,8 - 592,8
Personeelskosten - 213,2 - 84,6 - 43,8 - 12,4 - 10,7 - 1,4 - 366,1
Overige lasten - 284,9 - 38,4 - 68,1 - 4,7 - 24,8 6,3 - 414,6
Totale lasten - 4.299,4 - 758,4 - 936,9 - 137,6 - 194,2 40,1 - 6.286,4
Resultaat voor belastingen 57,8 40,8 32,4 54,9 - 168,8 - 1,5 15,6
Winstbelastingen - 24,0 - 10,6 - 12,3 - 1,2 - 48,1
Netto resultaat over de periode 33,8 30,2 20,1 53,7 - 168,8 - 1,5 - 32,5
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 10,7 - 0,2 16,4 - 0,6 26,3
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 23,1 30,4 3,7 53,7 - 168,2 - 1,5 - 58,8
Totale baten van externe klanten 4.351,0 799,2 969,3 190,6 - 8,1 6.302,0
Totale baten intern 6,2 1,9 33,5 - 41,6
Totale baten 4.357,2 799,2 969,3 192,5 25,4 - 41,6 6.302,0
Niet-contante lasten (exclusief afschrijvingen) - 298,2 - 103,0 - 0,8 - 40,0 - 442,0

1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Continentaal
België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
3.070,4 1.015,9 658,0 107,0 - 0,7 - 0,2 4.850,4
188,9 823,4 50,4 1.062,7
3.259,3 1.015,9 1.481,4 157,4 - 0,7 - 0,2 5.913,1

28.9 Balans gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen

Overige
30 juni 2012 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.207,8 328,4 48,7 1.114,1 2.699,0
Financiële beleggingen 52.408,8 6.549,4 100,1 - 12,3 59.046,0
Vastgoedbeleggingen 1.982,7 211,4 2.194,1
Leningen 3.551,9 181,4 119,9 2.703,3 - 1.325,0 5.231,5
Beleggingen inzake unit-linked contracten 12.917,0 - 56,4 12.860,6
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 926,3 309,7 875,8 9,0 2.120,8
Herverzekering en overige vorderingen 700,2 1.032,7 319,2 4,7 - 116,4 1.940,4
Acute belastingvorderingen 96,4 26,9 2,6 125,9
Uitgestelde belastingvorderingen 86,7 29,4 3,2 39,8 159,1
Call optie op BNP Paribas aandelen 117,0 117,0
Overlopende rente en overige activa 1.846,2 496,6 12,3 43,6 - 17,6 2.381,1
Materiële vaste activa 941,9 148,5 17,5 1,5 1.109,4
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.109,2 175,1 306,5 1.590,8
Activa aangehouden voor verkoop
Totaal activa 77.775,1 9.489,5 829,9 4.999,9 - 1.518,7 91.575,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 25.031,5 - 3,0 25.028,5
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 27.900,1 27.900,1
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 12.917,5 12.917,5
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 6.644,8 6.644,8
Schuldbewijzen 213,8 213,8
Achtergestelde schulden 838,5 256,6 123,4 2.974,0 - 1.220,3 2.972,2
Leningen 1.725,9 203,6 160,6 80,7 - 161,2 2.009,6
Acute belastingschulden 82,9 54,2 6,3 0,3 143,7
Uitgestelde belastingschulden 798,2 98,6 3,7 39,8 940,3
RPN(I) 174,0 174,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.599,3 561,9 165,6 96,5 - 133,9 2.289,4
Voorzieningen 16,2 11,6 0,1 11,9 39,7
Verplichting inzake geschreven putoptie op minderheidsbelang 736,0 736,0
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop
Totaal verplichtingen 70.910,1 7.831,3 459,6 4.327,0 - 1.518,4 82.009,6
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 5.530,6 1.208,7 370,3 1.697,6 - 0,3 8.806,9
Minderheidsbelangen 1.334,4 449,5 - 1.024,7 759,2
Totaal eigen vermogen 6.865,0 1.658,2 370,3 672,9 - 0,3 9.566,1
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 77.775,1 9.489,5 829,9 4.999,9 - 1.518,7 91.575,7
Aantal werknemers 4.879 4.883 2.964 104 12.830
Overige
31 december 2011 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 2.121,3 199,3 36,2 344,7 2.701,5
Financiële beleggingen 48.964,3 6.157,4 122,7 - 13,0 55.231,4
Vastgoedbeleggingen 1.844,2 201,5 2.045,7
Leningen 3.266,2 141,8 41,3 3.490,1 - 1.256,0 5.683,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 12.823,3 - 51,9 12.771,4
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 855,2 289,9 804,6 9,8 1.959,5
Herverzekering en overige vorderingen 541,1 928,7 385,3 2.368,4 - 112,4 4.111,1
Acute belastingvorderingen 113,7 13,3 0,1 127,1
Uitgestelde belastingvorderingen 153,5 39,7 3,5 162,1 358,8
Call optie op BNP Paribas aandelen 395,0 395,0
Overlopende rente en overige activa 1.835,8 485,5 13,5 88,8 - 37,4 2.386,2
Materiële vaste activa 938,1 143,1 15,5 1,6 1.098,3
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.115,3 179,3 299,7 1.594,3
Activa aangehouden voor verkoop 138,5 138,5
Totaal activa 74.572,0 8.779,5 795,1 7.916,5 - 1.460,9 90.602,2
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 24.373,3 - 2,9 24.370,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 27.201,5 27.201,5
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 12.823,8 12.823,8
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 6.203,9 6.203,9
Schuldbewijzen 256,7 256,7
Achtergestelde schulden 821,2 184,8 119,2 2.980,5 - 1.132,1 2.973,6
Leningen 2.025,5 183,7 165,0 78,7 - 175,9 2.277,0
Acute belastingschulden 37,1 15,1 7,0 59,2
Uitgestelde belastingschulden 410,2 65,7 4,5 134,2 614,6
RPN(I) 190,0 190,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.334,4 509,9 212,7 186,8 - 149,7 2.094,1
Voorzieningen 16,3 12,5 0,1 2.374,5 2.403,4
Verplichting inzake geschreven putoptie op minderheidsbelang 655,8 655,8
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 110,5 110,5
Totaal verplichtingen 69.043,3 7.175,6 508,5 6.967,7 - 1.460,6 82.234,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 4.506,6 1.211,5 286,6 1.755,9 - 0,3 7.760,3
Minderheidsbelangen 1.022,1 392,4 - 807,1 607,4
Totaal eigen vermogen 5.528,7 1.603,9 286,6 948,8 - 0,3 8.367,7
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 74.572,0 8.779,5 795,1 7.916,5 - 1.460,9 90.602,2
Aantal werknemers 4.764 4.664 3.030 99 12.557

28.10 Resultatenrekening gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen

Overige
Eerste halfjaar 2012 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 2.955,0 2.276,6 - 0,2 5.231,4
- Wijziging in niet-verdiende premies - 140,5 - 140,5
- Afgegeven herverzekeringspremies - 48,5 - 113,3 - 161,8
Netto verdiende premies 2.906,5 2.022,8 - 0,2 4.929,1
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.322,6 135,8 - 6,9 123,3 - 36,7 1.538,1
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 278,0 - 278,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) (incl. schikking op RPN(I)/CASHES) - 282,1 - 282,1
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 107,5 40,7 123,2 271,4
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 769,7 769,7
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 63,8 6,9 70,3 - 0,2 140,8
Commissiebaten 121,5 14,2 89,0 - 27,0 197,7
Overige baten 45,1 41,9 47,9 1,8 - 17,5 119,2
Totale baten 5.336,7 2.262,3 130,0 - 241,5 - 81,6 7.405,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.416,9 - 1.423,4 0,3 - 4.840,0
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 29,4 35,1 64,5
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.387,5 - 1.388,3 0,3 - 4.775,5
Lasten inzake unit-linked contracten - 756,9 - 756,9
Financieringslasten - 58,3 - 9,3 - 5,7 - 93,9 36,6 - 130,6
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 73,6 - 6,6 0,2 - 80,0
Wijzigingen in voorzieningen 1,0 - 0,2 0,1 0,9
- Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO - 1.962,5 - 1.962,5
- Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat 2.362,5 2.362,5
Totale impact schikking ABN AMRO 400,0 400,0
Commissielasten - 251,4 - 402,9 - 0,4 26,9 - 627,8
Personeelskosten - 181,3 - 150,3 - 54,1 - 7,3 - 0,1 - 393,1
Overige lasten - 239,3 - 130,1 - 60,1 - 25,9 17,5 - 437,9
Totale lasten - 4.947,3 - 2.087,7 - 119,9 272,6 81,4 - 6.800,9
Resultaat voor belastingen 389,4 174,6 10,1 31,1 - 0,2 605,0
Winstbelastingen - 122,7 - 52,5 - 2,6 - 28,6 - 206,4
Netto resultaat over de periode 266,7 122,1 7,5 2,5 - 0,2 398,6
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 61,3 32,6 93,9
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 205,4 89,5 7,5 2,5 - 0,2 304,7
Totale baten van externe klanten 5.320,2 2.260,2 56,4 - 230,9 7.405,9
Totale baten intern 16,5 2,1 73,6 - 10,6 - 81,6
Totale baten 5.336,7 2.262,3 130,0 - 241,5 - 81,6 7.405,9
Niet-contante lasten (exclusief afschrijvingen) - 186,1 - 29,4 - 215,5

1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Overige
Eerste halfjaar 2012 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 2.955,0 2.276,6 - 0,2 5.231,4
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 472,8 472,8
Bruto premie-inkomen 3.427,8 2.276,6 - 0,2 5.704,2
Overige
Eerste halfjaar 2011 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 2.728,0 2.123,3 - 0,7 - 0,2 4.850,4
- Wijziging in niet-verdiende premies - 395,1 - 395,1
- Afgegeven herverzekeringspremies - 45,3 - 96,5 0,1 - 141,7
Netto verdiende premies 2.682,7 1.631,7 - 0,6 - 0,2 4.313,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.337,9 128,7 - 7,7 114,1 - 36,4 1.536,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen 85,0 85,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 118,0 - 118,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 79,2 9,4 - 0,3 88,3
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 72,1 72,1
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 38,4 9,0 - 55,6 0,1 - 8,1
Commissiebaten 151,6 10,5 84,2 - 25,4 220,9
Overige baten 45,1 31,6 46,5 0,8 - 12,4 111,6
Totale baten 4.407,0 1.820,9 123,0 25,4 - 74,3 6.302,0
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.183,8 - 1.171,4 - 4,4 0,2 - 4.359,4
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 24,4 41,9 6,4 72,7
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.159,4 - 1.129,5 2,0 0,2 - 4.286,7
Lasten inzake unit-linked contracten - 66,7 - 66,7
Financieringslasten - 57,0 - 8,0 - 7,9 - 119,7 36,2 - 156,4
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen - 346,3 - 16,4 - 0,2 - 362,9
Wijzigingen in voorzieningen 1,0 - 1,2 - 40,0 - 40,2
- Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO
- Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat
Totale impact schikking ABN AMRO
Commissielasten - 264,5 - 352,9 - 0,8 25,4 - 592,8
Personeelskosten - 178,8 - 127,6 - 47,6 - 10,7 - 1,4 - 366,1
Overige lasten - 246,3 - 103,6 - 52,3 - 24,8 12,4 - 414,6
Totale lasten - 4.318,0 - 1.739,2 - 107,8 - 194,2 72,8 - 6.286,4
Resultaat voor belastingen 89,0 81,7 15,2 - 168,8 - 1,5 15,6
Winstbelastingen - 20,9 - 23,3 - 3,9 - 48,1
Netto resultaat over de periode 68,1 58,4 11,3 - 168,8 - 1,5 - 32,5
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 16,6 10,3 - 0,6 26,3
Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders 51,5 48,1 11,3 - 168,2 - 1,5 - 58,8
Totale baten van externe klanten 4.391,1 1.819,2 100,0 - 8,3 6.302,0
Totale baten intern 15,9 1,7 23,0 33,7 - 74,3
Totale baten 4.407,0 1.820,9 123,0 25,4 - 74,3 6.302,0
Niet-contante lasten (exclusief afschrijvingen) - 384,9 - 17,1 - 40,0 - 442,0

1) Het bruto premie-inkomen (som van bruto premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Overige
Eerste halfjaar 2011 Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 2.728,0 2.123,3 - 0,7 - 0,2 4.850,4
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 1.062,7 1.062,7
Bruto premie-inkomen 3.790,7 2.123,3 - 0,7 - 0,2 5.913,1

28.11 Technisch resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van de concepten technisch resultaat en operationele marge.

Het technisch resultaat omvat de premies, commissies en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat en dus van het technisch resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.

De gerealiseerde en ongerealiseerde meerwaarden op de beleggingen, die verantwoord worden in de resultatenrekening en die de verzekeringsverplichting afdekken voor de verschillende activiteiten en die niet worden toegewezen aan het technisch resultaat, worden opgenomen in de operationele marge. De afstemming van de operationele marge naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in de operationele marge.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het levenbedrijf omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). De Niet-levenactiviteiten bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.

Het technisch resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de aansluiting met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Continentaal Totaal
Eerste halfjaar 2012 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 2.642,2 38,4 545,6 201,6 - 0,2 3.427,6
Bruto premie-inkomen Niet-leven 940,1 1.101,8 234,7 2.276,6
Operationele kosten - 237,9 - 106,2 - 72,6 - 21,0 - 437,7
Technisch resultaat Leven 170,8 - 1,1 60,1 15,5 245,3
- Ongevallen en ziekte 25,5 0,2 16,9 42,6
- Auto 21,2 55,9 6,5 83,6
- Brand en overige schade aan eigendommen - 1,7 - 5,2 4,5 - 2,4
- Overig - 0,5 3,7 3,2
Technisch resultaat Niet-leven 44,5 50,9 31,6 127,0
Totaal technisch resultaat 215,3 49,8 91,7 15,5 372,3
Gealloceerde meerwaarden 47,7 9,2 0,3 1,0 58,2
Operationele marge 263,0 59,0 92,0 16,5 430,5
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen - 3,3 4,8 69,2 70,3 - 0,2 140,8
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 58,0 18,9 5,8 - 9,8 - 39,2 33,7
Resultaat voor belastingen 317,7 77,9 102,6 75,9 31,1 - 0,2 605,0
Key performance indicators
Lasten ratio 36,7% 25,8% 27,5% 0,0% 0,0% 0,0% 30,6%
Schade ratio 63,1% 73,0% 61,0% 0,0% 0,0% 0,0% 67,7%
Combined ratio 99,8% 98,8% 88,5% 0,0% 0,0% 0,0% 98,3%
Operationele kosten Leven in % van het beheerd vermogen Leven 0,38% 0,00% 0,51% 2,55% 0,00% 0,00% 0,51%
Beheerd vermogen 1) 53.750,0 2.651,9 14.345,1 1.746,9 - 3,0 72.490,9

1) Vermogen onder beheer vertegenwoordigt de totale Verzekeringsverplichtingen voor verzekerings- en beleggingscontracten Leven en Niet-leven.

Continentaal Totaal
Eerste halfjaar 2011 België VK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 2.361,2 22,1 1.250,0 157,4 - 0,2 3.790,5
Bruto premie-inkomen Niet-leven 898,1 993,8 231,4 - 0,7 2.122,6
Operationele kosten - 228,5 - 76,1 - 92,4 - 16,7 - 413,7
Technisch resultaat Leven 109,3 - 2,1 16,5 14,3 138,0
- Ongevallen en ziekte 17,1 - 0,5 13,1 29,7
- Auto 21,2 22,9 0,6 44,7
- Brand en overige schade aan eigendommen - 10,4 - 2,9 2,0 - 11,3
- Overig 9,3 0,7 - 2,1 7,9
Technisch resultaat Niet-leven 37,2 20,2 13,6 71,0
Totaal technisch resultaat 146,5 18,1 30,1 14,3 209,0
Gealloceerde meerwaarden - 64,7 1,1 - 0,9 2,5 - 62,0
Operationele marge 81,8 19,2 29,2 16,8 147,0
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 4,1 43,2 - 55,6 0,2 - 8,1
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage - 28,1 21,6 3,2 - 5,1 - 113,2 - 1,7 - 123,3
Resultaat voor belastingen 57,8 40,8 32,4 54,9 - 168,8 - 1,5 15,6
Key performance indicators
Lasten ratio 36,6% 27,0% 29,3% 0,0% 0,0% 0,0% 32,0%
Schade ratio 63,4% 74,2% 67,3% 0,0% 0,0% 0,0% 68,1%
Combined ratio 100,0% 101,2% 96,6% 0,0% 0,0% 0,0% 100,1%
Operationele kosten Leven in % van het beheerd vermogen Leven 0,38% 0,00% 0,57% 2,42% 0,00% 0,00% 0,50%
Beheerd vermogen 1) 51.835,4 1.930,7 15.670,1 1.381,0 - 2,7 70.814,5

1) Vermogen onder beheer vertegenwoordigt de totale Verzekeringsverplichtingen voor verzekerings- en beleggingscontracten Leven en Niet-leven.

Schaderatio : de kosten van schade, na herverzekering, exclusief interne schadeafhandelingskosten, als percentage van de
netto verdiende premies.
Lastenratio : de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne
schadeafhandelingskosten vermeerderd met nettocommissies ten laste van het boekjaar, minus interne
beleggingskosten.
Combined ratio : de som van schade- en lastenratio.

Ageas heeft besloten de berekeningsmethodologie van de combined ratio voor producten met verdisconteerde verplichtingen, Arbeidsongevallen en -ongeschiktheid, meer in lijn te brengen met hetgeen gebruikelijk is in de markt. Vanaf dit jaar zal het oprenten van de verdiscontering geen onderdeel zijn van de schaderatio. Deze wijziging heeft vooral impact op de combined ratio van België. De vergelijkende cijfers werden herberekend: voor het afgelopen kwartaal leverde dit een positief effect op van 0,9%.

29 Voorwaardelijke verplichtingen

29.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan juridische procedures

Ageas is, zoals vele andere financiële instellingen, gedaagde met betrekking tot een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsuitoefening.

Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortisgroep tussen mei 2007 en oktober 2008 (o.a. acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in oktober 2007, aankondiging van het versnelde solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan Ageas worden betrokken bij een aantal juridische procedures, evenals administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in België en Nederland.

Ageas ontkent dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Dergelijke juridische acties tegen Ageas kunnen echter, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.

Administratieve procedures ingesteld door de markttoezichthouders in België en Nederland

In Nederland:

Op 5 februari 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een boete opgelegd van EUR 288.000 voor overtredingen van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM zijn er op 5 juni 2008 bepaalde onjuiste of misleidende verklaringen afgelegd over de solvabiliteitspositie van Fortis en had Fortis op 14 juni 2008 bekend moeten maken dat de door de Europese Commissie opgelegde voorwaarden (de 'EC Remedies') met zich meebrachten dat de financiële doelstellingen voor 2008 en daarna niet zonder extra maatregelen konden worden gerealiseerd. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode tussen 5 en 25 juni 2008 te hebben gehandeld zonder over volledig correcte informatie te beschikken. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Nadat het administratief beroep werd verworpen, tekende Ageas beroep aan tegen de beslissing van de AFM bij de rechtbank te Rotterdam. Op 4 mei 2011 heeft deze rechtbank de beslissing van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis

beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.

Op 19 augustus 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een additionele boete opgelegd van EUR 144.000 voor elke partij voor overtreding van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM heeft Fortis de beleggers niet tijdig geïnformeerd over haar 'subprime'-positie en had zij informatie moeten publiceren over haar 'subprime'-positie en blootstelling (zowel in algemene zin als in de Verenigde Staten, alsmede een uitsplitsing) in de trading update die op 21 september 2007 werd gepubliceerd in verband met de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode vanaf 21 september 2007 te hebben gehandeld op basis van onvolledige informatie. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Na afwijzing van het administratief beroep heeft Ageas beroep aangetekend tegen het besluit van de AFM bij de rechtbank van Rotterdam. Op 9 februari 2012 heeft deze rechtbank het besluit van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.

In België:

De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie omtrent de implementatie van het solvabiliteitsplan en de solvabiliteitsvooruitzichten in het tweede kwartaal van 2008. Op 12 april 2012 heeft het directiecomité van de FSMA het door de auditeur opgestelde onderzoeksrapport doorgestuurd naar de sanctiecommissie die uiteindelijk zal oordelen of er een boete opgelegd moet worden.

Strafonderzoek in België

In België loopt een strafonderzoek naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk.

Negatieve bevindingen in deze administratieve procedures en/of het strafonderzoek kunnen een impact hebben op bestaande juridische procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding.

Juridische procedures ingesteld door aandeelhouders of aandeelhoudersverenigingen

Deze procedures in België en Nederland (i) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008 of (ii) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of het marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008.

In Nederland

Op 16 augustus 2010 hebben de VEB (Vereniging van Effectenbezitters) en bepaalde andere partijen een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer in Amsterdam (i) om een juridische procedure te starten met als doel te laten vaststellen dat bepaalde feiten die vermeld worden in het onderzoeksverslag1 als wanbeleid van Fortis moeten worden beschouwd en (ii) om de kwijting verleend aan Fortis N.V. bestuurders op 29 april 2008 te laten nietig verklaren.

Op 5 april 2012 heeft de Ondernemingskamer de verzoeken van de VEB ten dele afgewezen, maar ook ten dele ingewilligd, en bepaalde onderdelen van het beleid als wanbeleid aangemerkt. Aansluitend heeft de Ondernemingskamer het besluit van de algemene vergadering van Fortis N.V. tot kwijting van de raad van bestuur voor het in 2007 gevoerde beleid vernietigd, voor zover het betrekking heeft op de communicatie omtrent de 'subprime' portefeuille in het prospectus en de trading update. Ageas heeft tegen deze beschikking bij de Hoge Raad hoger beroep aangetekend.

Op 19 januari 2011 heeft de VEB een procedure ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormen door Fortis en door sommige voormalige bestuurders en topmanagers. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de financiële instellingen die tijdens de kapitaalverhoging zijn opgetreden als zgn. global coördinators en lead managers) dat de informatie over

1 Onderzoeksverslag opgedragen door de Ondernemingskamer en publiek gemaakt op 16 juni 2010. Het verslag kan worden geraadpleegd op Ageas' website:

http://www.ageas.com/Documents/NL_final_report_dutch_investigatio n_20100616.pdf

de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Stichting FortisEffect en een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. De Gier hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de vordering van de Stiching tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, of de betaling van schadevergoeding als alternatief.

Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Bos eisen schadevergoeding op grond van beweerde communicatiefouten in 2008. De rechtbank van Utrecht oordeelde op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en, in voorkomend geval, de hoogte ervan. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit of verband zou houden met de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht.

Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse stichting "Stichting Investor Claims Against Fortis" een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van beweerde communicatiefouten door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële adviseurs van Fortis) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

In België

Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Modrikamen heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de FPIM (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd geëist; op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders; op 26 april 2011 heeft Mr. Modrikamen (i) beroep aangetekend tegen het eerdergenoemde

vonnis inzake de bevoegdheid, en (ii) conclusies neergelegd ten gronde inzake de verkoop van Fortis Bank. De vordering is nu vooral gericht op schadevergoeding die wordt gevraagd van de Nederlandse staat, De Nederlandsche Bank, FPIM en BNP Paribas.

Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode mei 2007 tot oktober 2008; deze procedure is hangende.

Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)

De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV, ageas SA/NV en ageas N.V., werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Vóór 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten voor de rechtbank de vernietiging van de conversie dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCS-houders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis.

Vrijwaringsbedingingen

In 2008 hebben de moedermaatschappijen van Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

Algemene opmerkingen

Gezien het feit dat geen van de door de gerechtshoven benoemde experts argumenten heeft aangedragen die een nietigverklaring (of gedeeltelijke nietigverklaring) zou kunnen onderbouwen of rechtvaardigen van de beslissingen van de Raad van Bestuur van Fortis in september/oktober 2008 en de daaruit voortvloeiende overeenkomsten en transacties en dat het de rechtbank van Amsterdam in twee vonnissen van 18 mei 2011 de eisen van VEB/Deminor en Stichting FortisEffect met betrekking tot deze transacties afwees, acht het management van Ageas het onwaarschijnlijk dat de in dit hoofdstuk beschreven procedures zullen leiden tot een nietigverklaring van deze transacties.

Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures en onderzoeken, is het management op dit ogenblik niet in staat om hun merites en gevolgen in te schatten en te bepalen , of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Om die reden worden er geen voorzieningen aangehouden

Ageas zal voorzieningen boeken indien en op het ogenblik dat het naar de mening van het management, in overleg met de juridische adviseurs, waarschijnlijk is dat Ageas een betaling zal moeten doen en het bedrag ervan redelijkerwijze kan worden geschat.

Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan zou dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Die gevolgen zijn op dit moment niet kwantificeerbaar.

Op basis van de conclusies uit bepaalde hierin beschreven gerechtelijke uitspraken hebben de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaanprakelijkheidsverzekering, die de potentiële risico's verzekeren van Ageas en haar bestuurders en functionarissen uit hoofde van de aansprakelijkheidsclaims die onderwerp zijn van de verschillende lopende procedures en onderzoeken, laten weten dat deze conclusies zouden kunnen leiden tot een verlies aan verzekeringsdekking uit hoofde van deze polissen. Ageas is het oneens met deze mening die op dit moment onderwerp is van discussie met de verzekeraars.

29.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

De voormalige werkmaatschappijen van Ageas hebben een aantal hybride instrumenten uitgegeven die leiden tot voorwaardelijke verbintenissen voor ageas N.V. en ageas SA/NV, omdat deze voormalige moedermaatschappijen optraden als garant, codebiteur of een andere ondersteunende overeenkomst tekenden. In de volgende paragrafen worden de voorwaardelijke verplichtingen beschreven die aan deze instrumenten zijn verbonden.

1. CASHES

De CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) vertegenwoordigden 12.000 obligaties voor een totaal nominaalbedrag van EUR 3 miljard, uitgegeven door Fortis Bank SA/NV, met ageas SA/NV en ageas N.V. als medeschuldenaren Fortis Bank SA/NV betaalt de coupon per kwartaal tegen een variabele rente van driemaands Euribor + 2,0% tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas.

De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 35,91 (de slotkoers van het aandeel bedroeg eind 2011 EUR 1,20). De obligaties kunnen ook naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 23,94 per aandeel. Op 31 december 2011 had Fortis Bank SA/NV 125.313.283 aandelen Ageas zonder dividend- of stemrecht in bezit met het oog op een mogelijke wissel.

In januari 2012 bracht BNP Paribas een bod uit op de CASHES tegen een prijs van 47,5% en wisselde vervolgens 7.553 aangeboden CASHES in tegen 78.874.241 onderliggende aandelen Ageas. Dit bod en de wissel maakten deel uit van een bredere overeenkomst tussen Ageas en Fortis Bank SA/NV en BNP Paribas (zie gebeurtenissen na balansdatum in Noot 56 van de Ageas Geconsolideerde Jaarrekening 2011). Ageas betaalde EUR 287 miljoen schadevergoeding aan BNP Paribas voor de 63% wissel. De gewisselde aandelen zijn dividend- en stemgerechtigd.

Als gevolg van deze transactie is het nominale bedrag van de uitstaande CASHES verlaagd naar EUR 1.112 miljoen waarvoor Fortis Bank SA/NV 46.439.042 aandelen aanhoudt.

Ageas zal BNP Paribas binnen twee jaar een vergoeding betalen tegen dezelfde voorwaarden zoals bepaald in de overeenkomst als BNP Paribas van de 37% uitstaande CASHES additionele CASHES verkrijgt en inwisselt. Ageas heeft tevens ingestemd Fortis Bank SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het bruto-dividend van de aandelen die Fortis Bank SA/NV nog aanhoudt.

De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de Ageas aandelen die Fortis Bank SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.

In het geval dat er geen dividend over aandelen Ageas wordt uitgekeerd of dat het vastgestelde dividend in enig boekjaar beneden de drempel valt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons verplicht plaatsvinden door ageas SA/NV en ageas N.V. in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl Fortis Bank SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV en ageas N.V. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV en ageas N.V. in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

2. Fortis Bank Tier 1-obligatielening 2004

Fortis Bank SA/NV heeft in 2004 een eeuwigdurende lening ter waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, met een Support Agreement aangegaan door de vroegere Fortis moedermaatschappijen, nu ageas SA/NV en ageas N.V , tegen een coupon van 4,625% tot 27 oktober 2014 en 3-maands Euribor + 1,70% daarna.

De Support Agreement van de moedermaatschappijen houdt in dat, indien de solvabiliteit van Fortis Bank beneden een bepaalde drempelwaarde komt of indien Fortis Bank daarvoor kiest, de coupon wordt voldaan volgens de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). Fortis Bank zou in dat geval ageas SA/NV en ageas N.V. moeten compenseren door uitgifte van nieuwe aandelen.

29.3 Overige Voorwaardelijke verplichtingen

Samen met BGL BNP Paribas, heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 is gefuseerd met Cardif Lux International S.A. (zie ook Noot 2 Overnames en desinvesteringen).

77

30 Gebeurtenissen na balansdatum

Ageas heeft op 6 augustus een inkoopprogramma van eigen aandelen aangekondigd voor maximum EUR 200 miljoen, waarvoor aandeelhouders eind april 2012 goedkeuring verleenden1.

Ageas en ABN AMRO zijn onlangs tot een overeenstemming gekomen, onder andere ter compensatie van de 106,7 miljoen aandelen die Ageas uitgaf in december 2010 voor de conversie van de Mandatory Convertible Securities, die als een verplichting geboekt stonden op de balans van ABN AMRO. Op dat ogenblik betaalde ABN AMRO geen compensatie aan Ageas voor de aandelenuitgifte en daardoor ondervonden de aandeelhouders van Ageas een verwatering van hun aandelenwaarde. Nu een vergoeding betaald werd, heeft Ageas besloten een inkoopprogramma van maximum EUR 200 miljoen te lanceren om de verwatering te compenseren.

Ageas zal het inkoopprogramma op 13 augustus 2012 starten voor een periode ten laatste eindigend op 19 februari 2013.

1 Ageas bezit momenteel ongeveer 1,7% van de eigen aandelen (hoofdzakelijk aandelen gerelateerd tot de Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrids - FRESH). De maximaal door aandeelhouders toegestane inkoop van 10% van het uitgegeven aandelenkapitaal zal niet overschreden worden.

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste half jaar van 2012, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie, met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC).

De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste half jaar van 2012 een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en dat de informatie die in deze jaarrekening is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen. Verder bevat het Verslag van de Raad van Bestuur voor het eerste half jaar van 2012 de vereiste informatie op grond van sectie 5:25d subsecties 8 en 9 van de Nederlandse Wet op het financieel toezicht.

De Raad van Bestuur heeft op 3 augustus 2012 het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste half jaar van 2012 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

Brussel/Utrecht, 3 augustus 2012

Raad van Bestuur

Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Bestuurders Frank Arts

Vice-voorzitter Guy de Selliers de Moranville Ronny Brückner Shaoliang Jin Bridget McIntyre Roel Nieuwdorp Lionel Perl Belén Romana Jan Zegering Hadders

Beoordelingsverklaring

Aan de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V.

Opdracht

Wij hebben een beoordeling uitgevoerd van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie van Ageas, bestaande uit de geconsolideerde balans per 30 juni 2012, de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerde overzicht van Overig Comprehensive income over de periode van drie en zes maanden die op die datum is beëindigd, het geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor de periode van zes maanden die op die datum is beëindigd, evenals van de toelichting. De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en het weergeven van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 'Tussentijdse Financiële Verslaggeving' zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op basis van onze beoordeling.

Reikwijdte van een beoordeling

We hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het vragen van inlichtingen, hoofdzakelijk aan financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingsprocedures. De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden. Om die reden stelt een beoordeling ons niet in staat de zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die naar aanleiding van een controle mogelijk worden geïdentificeerd. Om die reden brengen wij dan ook geen controleverslag uit.

Conclusie

Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 juni 2012 niet in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie Toelichtende paragraaf

Toelichtende paragraaf

Wij vestigen de aandacht op hoofdstuk 29 van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie over de zesmaands periode eindigend op 30 juni 2012 waarin is beschreven dat Ageas als gedaagde is betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en die kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor de vennootschap. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.

Amstelveen, 3 augustus 2012 KPMG ACCOUNTANTS N.V.

Vertegenwoordigd door W.G. Bakker RA

Brussel, 3 augustus 2012 KPMG Bedrijfsrevisoren

Vertegenwoordigd door M. Lange Bedrijfsrevisor