Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

ageas SA/NV Interim / Quarterly Report 2011

Aug 24, 2011

3905_ir_2011-08-24_df418c8e-b6d0-42d2-bcd2-6f3cd5192eb1.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2011

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas5
Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas 6
Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2011 9
Geconsolideerde balans 10
Geconsolideerde resultatenrekening 11
Geconsolideerd overzicht van Overig comprehensive income 12
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 13
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 14
Algemeen15
1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 16
2 Overnames en desinvesteringen 21
3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel 25
4 Toezicht en solvabiliteit 27
Toelichting op de geconsolideerde balans 31
5 Geldmiddelen en kasequivalenten 32
6 Beleggingen 33
7 Leningen 38
8 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 39
9 Herverzekering en overige vorderingen 40
10 Call optie aandelen BNP Paribas 41
11 Verplichtingen inzake levensverzekeringscontracten 43
12 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 43
13 Verplichtingen inzake unit-linked contracten 43
14 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 44
15 Schuldbewijzen 44
16 Achtergestelde schulden 45
17 Leningen 47
18 Uitgestelde belastingen 48
19 RPN(I) 49
20 Voorzieningen 52
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening55
21 Verzekeringspremies 56
22 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 58
23 Resultaat op verkoop en herwaarderingen 58
24 Schadelasten en uitkeringen 59
25 Financieringslasten 60
26 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 60
Toelichting op de segmentrapportage61
27 Segmentinformatie 62
28 Voorwaardelijke verplichtingen 75
29 Gebeurtenissen na balansdatum 81
Bericht van de Raad van Bestuur82
Beoordelingsverklaring 83

Alle bedragen in de cijferopstellingen van dit Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag luiden in miljoenen euro's tenzij anders vermeld.

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas

Resultaat en ontwikkelingen

Ageas boekte over het eerste halfjaar een nettoverlies van EUR 59 miljoen met een nettowinst van EUR 111 miljoen in het verzekeringsbedrijf, gecompenseerd door een nettoverlies van EUR 170 miljoen van de Algemene Rekening

Ageas's nettoresultaat Verzekeringen na minderheidsbelangen over het eerste half jaar bedroeg EUR 111 miljoen ten opzichte van EUR 181 miljoen vorig jaar, verdeeld over België (EUR 23 miljoen), het Verenigd Koninkrijk (30 miljoen), Continentaal Europa (4 miljoen) en Azië (54 miljoen). Dit resultaat omvat een bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties van bruto EUR 328 miljoen en netto EUR 150 miljoen na winstdeling, belastingen en minderheidsbelangen. Deze bijzondere waardevermindering kan worden opgesplitst in EUR 143 miljoen op het resultaat Leven en EUR 7 miljoen op het resultaat Niet-Leven en impacteert vooral België en Continentaal Europa. Exclusief deze bijzondere waardevermindering zou het nettoresultaat Verzekeringen met EUR 261 miljoen 44% hoger zijn dan over dezelfde periode vorig jaar.

Het netto resultaat van de Algemene Rekening voor het eerste half jaar bedroeg EUR 170 miljoen negatief door een negatief effect van EUR 130 miljoen voor zaken uit het verleden. Deze laatste omvat een voorziening van EUR 40 miljoen met betrekking tot de Fortis Tier 1 Obligatielening. Als gevolg van het niet aflossen door Fortis Bank SA/NV en de toestemming die de Nationale Bank van België heeft verleend op 18 augustus 2011 is Ageas verplicht de Obligatielening over te nemen tegen pari. De voorziening representeert het verschil tussen de reële waarde en de geamortiseerde kostprijs van de Fortis Tier 1 obligatielening.

De waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas steeg EUR 85 miljoen in waarde naar EUR 694 miljoen, voornamelijk dankzij de stijging van het aandeel BNP Paribas en de lagere verwachtingen met betrekking tot het dividendrendement.

De reële waarde van de RPN(I) verplichting steeg met EUR 118 miljoen naar EUR 583 miljoen in het eerste halfjaar van 2011, voornamelijk door de stijgende marktwaarde van de CASHES.

Het aandeel van Ageas in het nettoresultaat onder IFRS van Royal Park Investments (RPI) bedroeg EUR 57 miljoen negatief, veroorzaakt door lagere USD wisselkoersen en rentetarieven. De waarde van het aandeel in Royal Park Investments, met inbegrip van de wijzigingen in de reële waarde van de renteswaps, daalde van EUR 933 miljoen eind 2010 tot EUR 899 miljoen eind juni 2011.

Voortzetting stroomlijning, selectieve expansie verzekeringsactiviteiten

In de eerste zes maanden van dit jaar heeft Ageas de verzekeringsactiviteiten verder selectief uitgebreid. In februari maakte Ageas de overeenkomst met Haci Omer Sabanci Holding bekend om een aandeel van 31% in Aksigorta A.S, de vierde Niet-Leven verzekeraar in Turkije, te verwerven. De transactie werd eind juli afgerond. Ageas betaalde een totaalbedrag van EUR 1531 miljoen in contanten. Eind maart maakte Ageas de overname bekend van Castle Cover, een Britse tussenpersoon die zich heeft gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers, waarmee de tweede plaats van Ageas in dit snelgroeiende marktsegment wordt geconsolideerd. Ageas betaalde een totaalbedrag van EUR 63 miljoen.

1 Gebaseerd op de wisselkoers waartegen de transactie was afgedekt

Met het oog op het stroomlijnen en vereenvoudigen van de verzekeringsportfolio maakte Ageas in de loop van juni twee transacties bekend. In Luxemburg hebben Ageas Insurance International (Ageas) en BGL BNP Paribas (BGL BNPP), beiden voor 50% aandeelhouder van Fortis Luxembourg Vie, een fusieovereenkomst getekend met BNP Paribas Cardif, de moedermaatschappij van Cardif Lux International. Ageas, BGL BNP Paribas en BNP Paribas Cardif zullen een aandeel van respectievelijk 33.33%, 33.33% en 33.4% in de nieuwe entiteit hebben. Deze transactie moet worden goedgekeurd door de toezichthoudende instantie en zal naar verwachting eind 2011 worden afgerond. Ageas heeft ook een overeenkomst met Swiss Re getekend om de run-off business van Intreinco N.V., de vroegere herverzekeringscaptive van de Fortis Groep over te dragen. Het doel van deze transactie is de organisatiestructuur verder te vereenvoudigen. De afronding ervan wordt voor het einde van 2011 verwacht.

Voorwaardelijke verplichtingen

Voor het volledige overzicht van de 'Voorwaardelijke verplichtingen' wordt verwezen naar noot 28. Sinds de publicatie van het Jaarverslag van Ageas op 17 maart 2011 zijn er geen nieuwe materiële elementen te vermelden.

Dividend

Op 27 en 28 april 2011 heeft respectievelijk de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. , de goedkeuring gegeven voor de vaststelling van een bruto-dividend van 8 eurocent per Ageas Unit (in totaal ongeveer EUR 197 miljoen). Het dividend wordt betaalbaar gesteld vanaf 31 mei 2011.

Ageas Raad van Bestuur en Executive Committee

Op 27 en 28 april 2011 heeft respectievelijk de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. ,de benoeming goedgekeurd van de heer Ronny Bruckner als niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur van de vennootschappen tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2014 alsmede de herbenoeming als onafhankelijke niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van de vennootschappen van:

  • de heer Frank Arts, voor een periode van twee jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2013;
  • de heer Shaoliang Jin, voor een periode van twee jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2013;
  • de heer Roel Nieuwdorp, voor een periode van drie jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2014;
  • de heer Guy de Selliers de Moranville, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Lionel Perl, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Jan Zegering Hadders, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Jozef De Mey als niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur van de vennootschap, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015.

Vooruitzichten

Op basis van onze ervaringen gedurende het eerste halfjaar verwachten we voor 2011 het premie-inkomen van vorig jaar dicht te benaderen. De bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties en andere belangrijke gebeurtenissen buiten onze invloed daargelaten, verwachten we dat de financiële prestaties van de verzekeringsactiviteiten dit jaar in lijn zullen zijn met 2010. Het resultaat van de Algemene Rekening blijft naar verwachting volatiel.

Brussel/Utrecht, 23 augustus 2011

Raad van Bestuur

Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2011

Geconsolideerde balans

30 juni 31 december
Noot 2011 2010
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 5 1.805,0 3.258,3
Financiële beleggingen 6 54.881,5 56.232,5
Vastgoedbeleggingen 1.972,2 1.900,3
Leningen 7 5.969,6 4.528,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten 14.091,7 21.747,3
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 1.731,5 1.732,5
Herverzekering en overige vorderingen 9 4.265,9 3.828,5
Actuele belastingvorderingen 85,1 71,5
Uitgestelde belastingvorderingen 18 631,2 465,1
Call optie op BNP Paribas aandelen 10 694,0 609,0
Overlopende rente en overige activa 2.176,7 2.042,5
Materiële vaste activa 1.093,6 1.065,0
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.664,0 1.686,0
Activa aangehouden voor verkoop 8.413,8
Totaal activa 99.475,8 99.166,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 11 23.957,7 23.938,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 12 26.925,3 26.913,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 13 14.170,3 21.830,9
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 14 5.761,2 5.448,6
Schuldbewijzen 15 340,7 548,9
Achtergestelde schulden 16 2.880,2 2.926,9
Leningen 17 2.307,9 2.141,7
Actuele belastingschulden 66,5 46,4
Uitgestelde belastingschulden 18 681,9 682,3
RPN(I) 19 583,0 465,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.263,8 1.947,0
Voorzieningen 20 2.448,2 2.407,6
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 8.184,7
Totaal verplichtingen 90.571,4 89.297,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3 7.477,2 8.247,1
Minderheidsbelangen 1.427,2 1.622,1
Totaal eigen vermogen 8.904,4 9.869,2
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 99.475,8 99.166,7

Geconsolideerde resultatenrekening

Eerste Eerste Tweede Tweede Eerste
Noot halfjaar 2011 halfjaar 2010 kwartaal 2011 kwartaal 2010 kwartaal 2011
Baten
- Bruto premies 1) 4.850,4 5.113,9 2.233,4 2.552,6 2.617,0
- Wijziging in niet-verdiende premies - 395,1 - 144,3 - 128,0 - 2,2 - 267,1
- Afgegeven herverzekeringspremies - 141,7 - 122,9 - 61,5 - 54,8 - 80,2
Netto verdiende premies 21 4.313,6 4.846,7 2.043,9 2.495,6 2.269,7
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 22 1.536,6 1.512,6 786,0 775,7 750,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen 85,0 - 121,0 83,0 99,0 2,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 118,0 - 24,0 139,0 102,0 - 257,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 23 88,3 - 51,6 27,7 - 126,2 60,6
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 72,1 202,2 - 46,5 - 360,5 118,6
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen - 8,1 48,3 - 24,1 29,2 16,0
Commissiebaten 220,9 205,4 107,3 106,2 113,6
Overige baten 111,6 96,8 61,3 55,5 50,3
Totale baten 6.302,0 6.715,4 3.177,6 3.176,5 3.124,4
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 4.359,4 - 5.022,6 - 2.004,4 - 2.492,7 - 2.355,0
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 72,7 55,0 22,6 21,1 50,1
Schadelasten en uitkeringen, netto 24 - 4.286,7 - 4.967,6 - 1.981,8 - 2.471,6 - 2.304,9
Lasten inzake unit-linked contracten - 66,7 - 171,8 50,5 373,6 - 117,2
Financieringslasten 25 - 156,4 - 143,6 - 77,6 - 73,5 - 78,8
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 26 - 362,9 - 24,0 - 356,7 - 20,7 - 6,2
Wijzigingen in voorzieningen 20 - 40,2 2,5 - 40,6 0,6 0,4
Commissielasten - 592,8 - 522,9 - 290,1 - 258,9 - 302,7
Personeelskosten - 366,1 - 334,9 - 186,1 - 166,9 - 180,0
Overige lasten - 414,6 - 393,8 - 222,3 - 212,1 - 192,3
Totale lasten - 6.286,4 - 6.556,1 - 3.104,7 - 2.829,5 - 3.181,7
Winst voor belastingen 15,6 159,3 72,9 347,0 - 57,3
Winstbelastingen - 48,1 345,5 3,5 324,2 - 51,6
Nettowinst over de periode - 32,5 504,8 76,4 671,2 - 108,9
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 26,3 49,8 - 18,4 15,1 44,7
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 58,8 455,0 94,8 656,1 - 153,6
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewone winst per aandeel - 0,02 0,18
Verwaterde winst per aandeel - 0,02 0,18

1) Het Bruto premie inkomen (som van bruto-premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste Eerste Tweede Tweede Eerste
halfjaar 2011 halfjaar 2010 kwartaal 2011 kwartaal 2010 kwartaal 2011
Bruto premies 4.850,4 5.113,9 2.233,4 2.552,6 2.617,0
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 1.062,7 1.298,0 513,7 598,7 549,0
Bruto premie-inkomen 5.913,1 6.411,9 2.747,1 3.151,3 3.166,0

Geconsolideerd overzicht van Overig comprehensive income

Eerste Eerste Tweede Tweede Eerste
halfjaar 2011 halfjaar 2010 kwartaal 2011 kwartaal 2010 kwartaal 2011
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 58,8 455,0 94,8 656,1 - 153,6
Wijzigingen in herwaardering van investeringen
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar
naar Tot einde looptijd aangehouden, bruto 175,0 175,0
Gerelateerde belasting - 43,8 - 43,8
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar
naar Tot einde looptijd aangehouden, netto
131,2 131,2
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden, bruto 1,7 1,7
Gerelateerde belasting - 0,4 - 0,4
Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden, netto 132,5 132,5
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto - 720,2 126,9 331,5 - 414,7 - 1.051,7
Gerelateerde belasting 189,6 - 67,1 - 150,6 108,3 340,2
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar
naar Tot einde looptijd aangehouden, bruto - 175,0 - 175,0
Gerelateerde belasting 43,8 43,8
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar
naar Tot einde looptijd aangehouden, netto - 131,2 - 131,2
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, netto - 661,8 59,8 49,7 - 306,4 - 711,5
Aandeel in overig 'comprehensive income' van geassocieerde deelnemingen, bruto - 0,6 85,1 29,0 61,7 - 29,6
Gerelateerde belasting
Aandeel in overig 'comprehensive income' van geassocieerde deelnemingen, netto - 0,6 85,1 29,0 61,7 - 29,6
Wijzigingen in herwaardering van investeringen, bruto - 719,1 212,0 362,2 - 353,0 - 1.081,3
Gerelateerde belasting 189,2 - 67,1 - 151,0 108,3 340,2
Wijzigingen in herwaardering van investeringen, netto - 529,9 144,9 211,2 - 244,7 - 741,1
Wijzigingen in omrekeningsverschillen, bruto - 157,7 287,5 - 48,4 189,2 - 109,3
Gerelateerde belasting 0,5 - 0,9 0,4 - 0,9 0,1
Wijzigingen in omrekeningsverschillen, netto - 157,2 286,6 - 48,0 188,3 - 109,2
Overig 'comprehensive income' over de periode, na belastingen - 687,1 431,5 163,2 - 56,4 - 850,3
Wijzigingen in herwaardering van investeringen toewijsbaar aan de minderheidsbelangen - 171,9 - 26,8 26,4 - 116,2 - 198,3
Wijzigingen in omrekeningsverschillen toewijsbaar aan de minderheidsbelangen - 3,4 - 1,7 - 1,7
Toewijsbaar aan de aandeelhouders - 511,8 458,3 138,5 59,8 - 650,3
Totaal 'comprehensive income' over de periode, toewijsbaar
aan de aandeelhouders - 570,6 913,3 233,3 715,9 - 803,9

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

On- Eigen
Koers- Nettowinst gerealiseerde vermogen Minder- Totaal
Aandelen- Agio Overige verschillen toewijsbaar aan winsten en toewijsbaar aan heids- eigen
kapitaal reserve reserves reserve aandeelhouders verliezen aandeelhouders belangen vermogen
Stand per 1 januari 2010 2.114,0 14.278,4 - 9.871,0 - 71,1 1.209,8 770,9 8.431,0 1.654,0 10.085,0
Nettowinst over de periode 455,0 455,0 49,8 504,8
Herwaardering van investeringen 171,7 171,7 - 26,8 144,9
Omrekeningsverschillen 286,6 286,6 286,6
Totaal 286,6 455,0 171,7 913,3 23,0 936,3
Overdracht 1.209,8 - 1.209,8
Dividend - 188,1 - 188,1 - 0,4 - 188,5
Toename kapitaal
Eigen aandelen 0,3 0,3 0,3
Overige veranderingen in het eigen vermogen - 3,4 - 3,4 5,9 2,5
Stand per 30 juni 2010 2.114,0 14.278,4 - 8.852,4 215,5 455,0 942,6 9.153,1 1.682,5 10.835,6
Stand per 1 januari 2011 2.203,6 14.394,7 - 8.877,4 81,9 223,1 221,2 8.247,1 1.622,1 9.869,2
Nettowinst over de periode - 58,8 - 58,8 26,3 - 32,5
Herwaardering van investeringen - 358,0 - 358,0 - 171,9 - 529,9
Omrekeningsverschillen - 153,8 - 153,8 - 3,4 - 157,2
Totaal - 153,8 - 58,8 - 358,0 - 570,6 - 149,0 - 719,6
Overdracht 223,1 - 223,1
Dividend - 196,5 - 196,5 - 45,3 - 241,8
Toename kapitaal
Eigen aandelen
Op aandelen gebaseerde beloning 2,2 2,2 2,2
Overige veranderingen in het eigen vermogen - 5,0 - 5,0 - 0,6 - 5,6
Stand per 30 juni 2011 2.203,6 14.396,9 - 8.855,8 - 71,9 - 58,8 - 136,8 7.477,2 1.427,2 8.904,4

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Eerste halfjaar 2011 Eerste halfjaar 2010
Winst voor belastingen 15,6 159,3
Aanpassingen om winst te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten:
Call optie op BNP Paribas aandelen - 85,0 121,0
RPN(I) 118,0 24,0
(On)gerealiseerde winsten (verliezen) - 87,0 109,3
Baten van geassocieerde deelnemingen 8,1 - 48,3
Afschrijvingen en oprenting 321,9 268,8
Bijzondere waardeverminderingen 363,0 24,0
Voorzieningen 40,2 - 2,5
Op aandelen gebaseerde beloningen 2,2 2,7
Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen:
Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden - 35,2 33,7
Vorderingen - 1.446,0 - 513,8
Herverzekering en overige vorderingen - 423,8 - 731,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 142,5 - 508,6
Schulden 178,3 - 794,4
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 1.034,4 2.374,7
Verplichtingen inzake unit-linked contracten - 130,8 487,6
Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen 24,4 180,4
Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen 7,6 4,6
Betaalde winstbelastingen - 59,9 - 81,3
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten - 11,5 1.109,8
Aankoop van beleggingen - 5.898,4 - 15.992,3
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen
Aankoop van vastgoedbeleggingen
5.346,2
- 89,6
14.006,2
- 53,3
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 139,3
Aankopen van materiële vaste activa - 45,1 - 19,1
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 0,7 39,5
Aankoop van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen
Desinvestering van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen
- 112,4 - 129,4
(inclusief geldmiddelen begrepen in activa aangehouden voor verkoop) - 135,8 58,0
Aankoop van immateriële vaste activa - 16,4 - 5,0
Kasstroom uit investeringsactiviteiten - 950,8 - 1.956,1
Terugbetaling van schuldbewijzen - 207,1 - 26,5
Opbrengsten uit de uitgifte van overige financieringen 2,2 14,6
Terugbetaling van overige financieringen - 20,7 - 29,1
Verkoop van eigen aandelen 0,3
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders - 196,5 - 193,3
Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen - 45,3 - 0,4
Terugbetaling kapitaal (inclusief minderheidsbelangen)
Kasstroom uit financieringsactiviteiten - 467,4 - 234,4
Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten - 23,6 33,0
Netto toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten - 1.453,3 - 1.047,7
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 3.258,3 5.635,7
Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni 1.805,0 4.588,0
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 1.345,6 1.207,3
Ontvangen dividenden van beleggingen 48,9 30,7
Betaalde rente - 207,2 - 244,4

Algemeen

1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie

1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste halfjaar van 2011, inclusief de vergelijkende cijfers voor 2010, is opgesteld op basis van IAS 34, Tussentijdse Financiële Verslaggeving en bevat een verkort geconsolideerd financieel overzicht (balans, resultatenrekening, overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen, kasstroomoverzicht), geconsolideerd overzicht van overig comprehensive income en geselecteerde toelichtingen. Ageas past International Financial Reporting Standards ('IFRS') toe zoals aanvaard door de Europese Unie ('EU'). Het Ageas Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2011 dient te worden gelezen in samenhang met de gecontroleerde Ageas Geconsolideerde Jaarrekening 2010 (inclusief de grondslagen voor financiële verslaggeving), welke beschikbaar is op http://www.ar.ageas.com/.

1.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving

De grondslagen voor financiële verslaggeving die gehanteerd zijn voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2011 zijn niet gewijzigd ten opzichte van de grondslagen die zijn gehanteerd voor het opstellen van de Ageas Geconsolideerde Jaarrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2010.

De volgende relevante nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties zijn met ingang van 1 januari 2011 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU):

IAS 1 Presentatie van de jaarrekening (wijziging)

Deze aanpassing licht toe dat, voor elk onderdeel van het eigen vermogen, een onderneming de keus heeft de specificatie van Other Comprehensive Income toe te lichten in het overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen of in de toelichtende noten.

IAS 24 Verbonden partijen: Toelichting (wijziging)

De definitie van een verbonden partij is aangepast om inconsistenties te verwijderen en de toepassing eenvoudiger te maken. Voor bepaalde entiteiten is het op grond van deze nieuwe definitie vereist om additionele toelichtingen op te nemen. De ondernemingen die hierdoor naar verwachting het meest geraakt worden, zijn ondernemingen die onderdeel zijn van een groep die zowel dochterondernemingen als geassocieerde deelnemingen omvat en ondernemingen met aandeelhouders die betrokken zijn bij andere ondernemingen. Voor een dochteronderneming wordt het dan bijvoorbeeld vereist om transacties met een geassocieerde deelneming van de moedermaatschappij toe te lichten. Tegelijkertijd is toelichting vereist op transacties tussen twee ondernemingen die beide joint ventures zijn (of de één is een geassocieerde deelneming en de andere is een joint venture) van een derde onderneming. Bovendien is nu een onderneming, die wordt beheerst door een individu die onderdeel is van het key management van een andere onderneming, verplicht om transacties toe te lichten met deze onderneming.

IAS 27 De Geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening (wijziging)

Deze wijziging stelt dat het verlies van overheersende zeggenschap over een dochteronderneming, het verlies van significante invloed op een geassocieerde deelneming en het verlies van gezamenlijke zeggenschap over een gezamenlijk beheerste onderneming soortgelijke gebeurtenissen zijn en daarom op dezelfde wijze verwerkt dienen te worden. Een dergelijke gebeurtenis dient te worden verwerkt tegen reële waarde; een winst of verlies wordt verantwoord in de resultatenrekening.

IAS 32 Financiële Instrumenten: Presentatie (wijziging)

De IASB heeft onderkend dat het classificeren van in vreemde valuta genoteerde claimrechten, die aan alle bestaande aandeelhouders op een pro rata basis zijn toegekend, als derivaten (onder de verplichtingen) niet consistent is met de strekking van de transactie, die een transactie representeert met eigenaren in hun zodanige capaciteit. De wijziging heeft daarom een uitzondering gecreëerd voor de 'vast-voor-vast' regel in IAS 32 en vereist dat toegekende claimrechten binnen de scope van de wijziging geclassificeerd worden als eigen vermogen. Voor claimrechten is het thans vereist om als eigen vermogen geclassificeerd te worden als zij worden uitgegeven voor een vast contant bedrag ongeacht de valuta waarin de uitoefenprijs is genoteerd, ervan uitgaande dat ze zijn aangeboden op een pro rata basis aan alle eigenaren van dezelfde klasse van eigen vermogen. In tegenstelling tot derivaten (onder de verplichtingen) worden eigen vermogensinstrument na ontstaan niet geherwaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. De verwerking is hierdoor minder complex en dientengevolge is er minder volatiliteit in het resultaat.

IAS 34 Tussentijdse Financiële Verslaggeving (wijziging)

Er is meer nadruk gelegd op de toelichtingsvereisten voor significante gebeurtenissen en transacties. Additionele vereisten zijn onder andere de toelichting op reële waarde waarderingen (indien significante) en de noodzaak tot het updaten van relevante informatie ten opzichte van de meest recente jaarrekening.

IFRS 3 Bedrijfscombinaties (wijziging)

Overeenkomsten inzake voorwaardelijke afspraken tengevolge van bedrijfscombinaties met overnamedata voor de toepassing van IFRS 3 (2008) worden verantwoord in overeenstemming met de richtlijnen in de vorige versie van IFRS 3 (zoals uitgegeven in 2004). Deze wijziging licht toe dat de richtlijnen in IAS 39, IAS 32 en IFRS 7 niet van toepassing zijn op voorwaardelijke afspraken die voortvloeien uit bedrijfscombinaties met een effectieve datum voor de toepassing van de herziene versie van IFRS 3.

De keuze om minderheidsbelangen te waarderen tegen reële waarde of tegen het proportionele deel van de verkregen netto activa is alleen van toepassing op instrumenten die de huidige eigendomsbelangen representeren en die hun eigenaren het recht geeft tot een proportioneel deel van de netto activa bij liquidatie. Alle overige minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen reële waarde tenzij IFRS een andere waarderingsgrondslag vereist. Deze wijziging zal in de praktijk de diversiteit beperken en geeft duidelijkere richtlijnen voor het waarderen van minderheidsbelangen.

De toepassingsrichtlijnen in IFRS 3 zijn van toepassing op alle op aandelen gebaseerde beloningstransacties die onderdeel zijn van een bedrijfscombinatie met inbegrip van niet herziene en vrijwillig herziene toekenningen van op aandelen gebaseerde beloningen. IFRS 3 gaf tot op heden geen richtlijnen voor situaties waarin een verkrijger geen verplichting heeft om een dergelijke toekenning te vervangen maar toch besluit deze te vervangen. Deze wijziging speelt in op de tekortkoming in de voorgaande regelgeving. De wijziging in IFRS 3 heeft tot gevolg dat de verwerking van deze toekenningen hetzelfde is als voor toekenningen die de verkrijger verplicht is om te vervangen.

IFRS 7 Financiële Instrumenten: Toelichting (wijziging)

De wijzigingen in IFRS 7 betreffen `Achtergrond en reikwijdte van risico's van financiële instrumenten'. Het betreft wijzigingen in de toelichting op financiële activa, inclusief het financiële effect van waarborgen gehouden als zekerheid.

IFRIC 14 De limiet van een toegezegd pensioen actief, minimum financieringsvereisten en hun interactie (IAS 19) (wijziging)

Deze wijziging is alleen van toepassing op ondernemingen waarvoor het noodzakelijk is dat zij minimum financieringsbijdragen doen aan een toegezegd pensioenplan en ervoor kiezen om deze bijdragen vooruit te betalen. De ondernemingen die hierdoor geraakt worden zijn ondernemingen met een toegezegd pensioenplan dat onderhevig is aan een minimum financieringsvereiste en die vooruitbetaalde (of naar verwachting vooruitbetaalde) financieringsvereisten hebben met betrekking tot toekomstige diensten van werknemers, leidend tot een pensioensurplus. Dergelijke ondernemingen dienen zich op hun boekhoudkundige verwerking te herbezinnen met het oog op de herziene regelgeving om te bepalen of een actief voor de vooruitbetaalde contributies dient te worden verantwoord.

IFRIC 19 Onderkennen van financiële verplichtingen met eigenvermogensinstrumenten

IFRIC 19 stelt dat eigenvermogensinstrumenten uitgegeven om een verplichting te voldoen de opgeofferde waarde representeren. Op grond hiervan wordt vereist dat een winst of verlies afzonderlijk in het resultaat wordt verantwoord wanneer de verplichting is voldaan door de uitgifte van eigen vermogensinstrumenten van de onderneming. Dit is consistent met de algemene aanpak ten aanzien van het 'derecognisen' van financiële verplichtingen, waarop IAS 39 van toepassing is. Het te verantwoorden bedrag van de winst of het verlies in het resultaat wordt bepaald door het verschil tussen de boekwaarde van de verplichting en de reële waarde van de uitgegeven eigenvermogensinstrumenten. Indien de reële waarde van de eigenvermogensinstrumenten niet betrouwbaar kan worden vastgesteld dan wordt de reële waarde van de bestaande verplichting gebruikt om de winst of het verlies te bepalen en voor het waarderen van de eigenvermogensinstrumenten.

1.3 Schattingen

Bij het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag in overeenstemming met IFRS wordt een aantal schattingen gemaakt aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.

De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de tabel weergegeven.

30 juni 2011
Activa Onzekerheid schatting
Voor verkoop beschikbare activa
- Bedrijfsobligaties
- Gestructureerde kredietinstrumenten
Niveau 2
Niveau 3
- Het waarderingsmodel
- Inactieve markten
- Het waarderingsmodel
- Gebruik niet-marktwaarneembare input
Vastgoedbeleggingen - Inactieve markten
Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Geassocieerde deelnemingen Van de beleggingsmix afhankelijke combinatie van onzekerheden
Goodwill - Het waarderingsmodel
- Financiële en economische variabelen
- Disconteringsvoet
Overige immateriële vaste activa - De aan de entiteit inherente risicopremie
- Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Uitgestelde belastingvorderingen
Verplichtingen
- Interpretatie van complexe belastingwetgeving
- Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen
Verplichtingen verzekeringscontacten
Leven
- Actuariële aannames
- Gehanteerde rente bij toereikendheidstoets
Niet-leven - Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims
- Schadebehandelingskosten
Pensioenverplichtingen - Actuariële aannames
- Disconteringsvoet
Voorzieningen - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden
- De berekening van het best geschatte bedrag
Uitgestelde belastingschulden - Interpretatie van complexe belastingwetgeving

Voor uitgebreidere informatie over de toepassing van deze schattingen wordt verwezen naar de relevante noten in de Geconsolideerde Jaarrekening 2010.

1.4 Segmentrapportering

De primaire informatie voor het rapporteren van segmenten is gebaseerd op operationele segmenten. De door Ageas gerapporteerde operationele segmenten representeren groepen van activa en operaties die zich bezig houden met het leveren van financiële producten of diensten, welke onderhevig zijn aan verschillende risico's en opbrengsten en wiens operationele resultaten regelmatig beoordeeld worden door de CEO.

Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):

  • België
  • Verenigd Koninkrijk
  • Continentaal Europa
  • Azië
  • Algemene Rekening

Om de rapporteringsstructuur in overeenstemming te brengen met de managementstructuur heeft Ageas de rapporteringsstructuur aangepast. Vanaf 1 januari 2010 zijn de rapporteringssegmenten gewijzigd conform IFRS 8 Operating Segments.

Ageas heeft besloten dat de regio's waarin Ageas opereert de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS is. Dit betekent België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in Algemene Rekening als separaat operationeel segment.

De segmentrapportage van Ageas reflecteert de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.

De segmentinformatie is gebaseerd op dezelfde waarderingsgrondslagen als die gebruikt zijn voor het opstellen en presenteren van het Geconsolideerde Tussentijdse Financiële Verslag voor het eerste halfjaar van 2011 en door het toepassen van de toepasselijke allocatieregels.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

1.5 Consolidatiekring

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar omvat ageas SA/NV en ageas N.V. (de moedermaatschappijen) en hun dochterondernemingen. Door de samenvoeging van de jaarrekeningen van ageas SA/NV en ageas N.V. past Ageas 'consortium accounting' toe om op de meest duidelijke wijze haar activiteiten weer te geven, zoals voorgeschreven door de 7de EU-richtlijn van 13 juni 1983 (83/349/EEG).

Investeringen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap – geassocieerde deelnemingen – worden verantwoord volgens de 'equity'-methode.

2 Overnames en desinvesteringen

De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2011 en 2010. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in de noot Gebeurtenissen na balansdatum.

2.1 Overnames in 2011

2.1.1 Castle Cover Limited

Ageas heeft Castle Cover Limited overgenomen voor een bedrag van GBP 54,6 miljoen (EUR 62,5 miljoen). Castle Cover is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde tussenpersoon, gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers. De goodwill bij eerste opname bedraagt EUR 52,2 miljoen terwijl de immateriële vaste activa EUR 8,8 miljoen bedragen. Castle Cover is met ingang van het eerste kwartaal 2011 opgenomen in de consolidatiescope.

Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en kasequivalenten 7 Leningen 1
Vorderingen 11 Overlopende rente en overige verplichtingen 17
Materiële vaste activa 1
Overlopende rente en overige activa 1
Immateriële vaste activa 61
Totaal verplichtingen 18
Kostprijs 63
Totaal activa 81 Totaal verplichtingen en kostprijs 81

Castle Cover Limited is opgericht in 2006 en is gevestigd in Poole Dorset, dicht bij het Ageas UK operationele centrum in Bournemouth. Het is de op twee na grootste tussenpersoon gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers en biedt woning-, auto- en andere particuliere verzekeringen aan onder de merken Castle Cover en Regal Insurance. Castle Cover, dat meer dan 280.000 polishouders telt en aan 300 mensen werk biedt, kent hetzelfde business model als RIAS, een Ageas UK dochter, die momenteel de op één na grootste tussenpersoon is voor verzekeringen voor 50-plussers. Samen met RIAS, zal Ageas 1,3 miljoen klanten bereiken in dit aantrekkelijke marktsegment dat goed is voor 38% van de Britse bevolking en dat een meer dan gemiddelde groei vertoont evenals een relatief hoge klantentrouw.

De overname van Castle Cover bevestigt de positie van Ageas als de vierde grootste tussenpersoon in particuliere verzekeringen in het Verenigd Koninkrijk. Castle Cover boekte een nettoverlies van EUR 0,1 miljoen, inclusief de amortisatie van immateriële activa van EUR 0,4 miljoen.

2.1.2 Overnames AG Real Estate

AG Real Estate, het onderdeel van de Belgische activiteiten dat zich richt op onroerend goed en het parkeerbedrijf heeft in 2011 enige overnames gedaan. De grootste zijn Westland (hierin is een belang van 46% verkregen voor een bedrag van EUR 31,5 miljoen) en Regatta (hierin is een belang van 50% verkregen voor een bedrag van EUR 8,4 miljoen).

2.2 Desinvesteringen in 2011

2.2.1 Intreinco N.V.

Ageas maakte op 23 juni 2011 bekend een overeenkomst te hebben getekend om de run-off business van Intreinco N.V. (Intreinco), de vroegere herverzekeringscaptive van de Fortis Groep, over te dragen aan Swiss Re. Tussen 2000 en 2008 heeft Intreinco herverzekeringsverplichtingen van huidige en voormalige dochterondernemingen van Ageas Insurance, namelijk AG Insurance SA/NV, Ageas Insurance Ltd., Amlin Corporate Insurance N.V. en ASR Schadeverzekering N.V. overgenomen. Sinds 2009 heeft Intreinco geen nieuwe productie meer gegenereerd. De afronding van de transactie moet formeel worden goedgekeurd en zal naar verwachting vóór het einde van 2011 worden afgerond.

De activa en verplichtingen van Intreinco N.V. worden conform IFRS aangemerkt als Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop.

2.2.2 Fortis Luxembourg Vie

Ageas Insurance International (Ageas) en BGL BNP Paribas (BGL BNPP), beiden voor 50% aandeelhouder van Fortis Luxembourg Vie, hebben een fusieovereenkomst getekend met BNP Paribas Cardif, de moedermaatschappij van Cardif Lux International. De nieuwe gefuseerde entiteit die door deze overeenkomst ontstaat, zal in Luxemburg levensverzekeringsproducten op de markt brengen. De aandelen van de nieuwe entiteit komen voor 33,33% in handen van Ageas, 33,33% van BGL BNP Paribas en 33,34% van BNP Paribas Cardif. De activa en verplichtingen van Fortis Luxembourg Vie worden conform IFRS vanaf het tweede kwartaal 2011 aangemerkt als Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop. De transactie moet formeel worden goedgekeurd en zal naar verwachting vóór eind 2011 worden afgerond.

2.2.3 Overzicht van Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop

Activa Verplichtingen

De volgende tabel geeft gedetailleerde informatie over de activa en verplichtingen aangemerkt als voor verkoop aangehouden van Intreinco N.V. en Luxemburg Vie

Geldmiddelen en kasequivalenten 138 Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten Leven 621
Financiële beleggingen 703 Verplichtingen inzake unit-linked contracten 7.499
Beleggingen inzake unit-linked contracten 7.482 Overlopende rente en overige verplichtingen 65
Overlopende rente en overige activa 91
Totaal verplichtingen 8.185
Eigen vermogen 229
Totaal activa 8.414 Totaal verplichtingen en eigen vermogen 8.414

2.3 Overnames in 2010

2.3.1 Kwik-Fit Insurance Services

Op 2 juli 2010 kondigde Ageas aan dat een overeenkomst met PAI partners was bereikt over de overname van Kwik-Fit Insurance Services (KFIS), een Britse verzekeringstussenpersoon met meer dan 600.000 klanten. Ageas heeft voor deze acquisitie EUR 260 miljoen betaald op basis van de koers op de transactiedatum (GBP 215 miljoen). De goodwill bij eerste opname bedraagt EUR 207 miljoen, de immateriële vaste activa EUR 20 miljoen.

Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en kasequivalenten 19 Actuele en uitgestelde belastingschulden
9
Vorderingen 55 Overlopende rente en overige verplichtingen
45
Materiële vaste activa
9
Overlopende rente en overige activa
4
Goodwill en overige immateriële vaste activa
227
Totaal verplichtingen
54
Kostprijs
260
Totaal activa 314 Totaal verplichtingen en kostprijs
314

De overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services (KFIS) hebben in 2011 een nettowinst gerealiseerd van EUR 3,2 miljoen, inclusief de amortisatie van immateriële activa van EUR 3,4 miljoen.

KFIS is een verzekeringstussenpersoon die voornamelijk particuliere niet-leven verzekeringsproducten verkoopt via het 'direct' kanaal. Dit gebeurt vooral via het internet onder de naam Kwik-Fit Insurance alsook onder de twee andere merknamen van KFIS: 'The Green Insurance Company' en 'Express Insurance'.

2.3.2 Overnames AG Real Estate

AG Real Estate, onderdeel van de Belgische activiteiten en gericht op vastgoed en het beheer van openbare parkeergarages, heeft in 2010 enkele overnames afgerond. De grootste betreffen Venti M (een vastgoedfonds dat voor 60% werd overgenomen in het vierde kwartaal van 2010) en Metropark (parkeergarages) dat in het eerste kwartaal van 2010 werd overgenomen.

2.4 Desinvesteringen in 2010

2.4.1 Fortis Luxembourg Niet-leven

Ageas heeft op 6 oktober 2009 de verkoop aangekondigd van de Luxemburgse Niet-leven activiteiten aan La Bâloise, voor een totaalbedrag van EUR 23,0 miljoen. De verkoop heeft in januari 2010 effectief zijn beslag gekregen. De gerealiseerde winst bedraagt EUR 12,4 miljoen.

2.4.2 Fortis Emeklilik ve Hayat (Pension and Life activities in Turkey)

Ageas heeft het laatste kwartaal van 2010 de pensioen- en levenactiviteiten in Turkije aan BNP Paribas Assurance verkocht. De transactie is op 12 oktober 2010 afgerond en leverde een meerwaarde van EUR 8,5 miljoen op.

2.4.3 Fortis Life Insurance Ukraine

Ageas Insurance International heeft Fortis Life Insurance Oekraïne verkocht aan de Amerikaanse investeringsmaatschappij Horizon Capital. De transactie is op 17 november 2010 afgerond en leverde een verlies op van EUR 13,9 miljoen.

3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel

Hieronder is het verloop weergegeven van het aantal uitstaande aandelen.

Uitgegeven Eigen Uitstaande
aandelen aandelen aandelen
Stand per 31 december 2010 2.623.380.817 - 40.508.465 2.582.872.352
Netto gekocht/verkocht
Stand per 30 juni 2011 2.623.380.817 - 40.508.465 2.582.872.352

Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Naast de reeds uitstaande aandelen heeft Ageas opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde Alternatieve Coupon Vereffenings Methode, geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor de noot Voorwaardelijke verplichtingen). De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentieel aantal nieuwe aandelen per 30 juni 2011.

Aantal aandelen per 30 juni 2011 2.623.380.817
Potentieel nog uit te geven aandelen:
- in verband met optieplannen 24.547.266
Totaal potentieel aantal aandelen per 30 juni 2011 2.647.928.083

De Raad van Bestuur van Ageas is door de jaarlijkse aandeelhouders vergadering gemachtigd het kapitaal te verhogen door de uitgifte van 200 miljoen Ageas aandelen. Daarnaast zijn de Raden van Bestuur van Ageas en de directe dochterondernemingen gemachtigd om Ageas eenheden aan te werven, met een maximum vertegenwoordiging van 10% van het uitgegeven aandelen kapitaal, voor een overweging die equivalent is aan de eind koers van het Ageas aandeel op de Euronext op de dag ogenblikkelijk voorafgaand aan de aankoop, plus of min een maximum van 15%.

Fortis Bank heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 125.313.283 aandelen Ageas. Fortis Bank heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Fortis Bank en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de CASHES gekoppeld zijn (zie Winst per aandeel en noot 28 Voorwaardelijke verplichtingen).

Tot het aantal uitstaande aandelen behoren tevens de aandelen die zijn uitgegeven in verband met het converteerbare instrument FRESH (39.682.540 aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 39.682.540 aandelen Ageas. Ageasfinlux heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux een dochteronderneming van Ageas is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie Winst per aandeel en noot 16 Achtergestelde schulden).

In het tweede kwartaal van 2011 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de komende drie jaar en een aantal andere voorwaarden, zullen de senior managers beloond worden met in totaal tussen nul en 1,6 miljoen bestaande aandelen Ageas op 1 april 2014. Ageas heeft besloten deze toezegging in te dekken door het maximaal aantal toe te kennen aandelen in het derde kwartaal van 2011 in te kopen.

Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel.

Eerste halfjaar 2011 Eerste halfjaar 2010
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 58,8 455,0
Eliminatie van rentelasten op converteerbare obligatieleningen (na belastingen)
Netto winst gebruikt om de verwaterde winst per aandeel te bepalen - 58,8 455,0
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel 2.582.872.352 2.475.108.943
Aanpassingen voor:
- aandelen onder voorwaarden 107.475 457.401
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel 2.582.979.827 2.475.566.344
Gewone winst per aandeel (in euro's per aandeel) - 0,02 0,18
Verwaterde winst per aandeel (in euro's per aandeel) - 0,02 0,18

In het eerste halfjaar van 2011 werden opties op een gewogen gemiddelde van 24.547.266 aandelen (eerste halfjaar van 2010: 32.036.277) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 20,09 per aandeel (eerste halfjaar van 2010: EUR 21,61) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen. Gedurende 2011 werden 39.682.540 aandelen Ageas (eerste half jaar 2010: 39.682.540) uit converteerbare effecten met betrekking tot de FRESH buiten beschouwing gelaten omdat de bespaarde rente hoger lag dan de gewone winst per aandeel.

De aandelen die uit hoofde van de CASHES (totaal 125.313.283, ongewijzigd ten opzichte van 2010) zijn uitgegeven, zijn begrepen in de gewone aandelen, ook al zijn deze aandelen tot het moment van conversie van de CASHES niet dividend- en stemgerechtigd (zie tevens noot 28 Voorwaardelijke verplichtingen).

4 Toezicht en solvabiliteit

Ageas wordt door haar belangrijkste toezichthouder aangemerkt als verzekeringsmaatschappij en is als zodanig op geconsolideerd niveau onderworpen aan toezicht. Op de werkmaatschappijen wordt op lokaal niveau toezicht uitgeoefend.

4.1 Geconsolideerd toezicht Ageas

Op geconsolideerd niveau wordt het toezicht op Ageas uitgeoefend door de Nationale Bank van België. Op dochterondernemingen wordt toezicht uitgeoefend door de toezichthouders in de landen waar de dochterondernemingen zijn gevestigd, op basis van de eigen solvabiliteitsmaatstaven en de lokale grondslagen voor de financiële verslaggeving.

Op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving voor verzekeringsmaatschappijen in België rapporteert Ageas op kwartaalbasis aan de Nationale Bank van België (NBB) over het beschikbaar wettelijk kapitaal en de vereiste solvabiliteit. Uit hoofde van het prudentieel toezicht wordt op kwartaalbasis geverifieerd of Ageas op geconsolideerde basis nog aan de solvabiliteitseisen voldoet. In juni 2011 is op verzoek van de NBB de berekening aangepast en het bedrag van de achtergestelde schulden en hybride kapitaal teruggebracht tot 50% van de minimum solvabiliteitseisen. De vergelijkende cijfers van 2010 zijn in verband hiermee aangepast.

De aansluiting van het eigen vermogen met het beschikbaar wettelijk vereist kapitaal en de daarmee samenhangende solvabiliteitsratio's is als volgt:

30 juni 2011 31 december 2010
Aandelenkapitaal en reserves 7.672,8 7.802,8
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 58,8 223,1
Ongerealiseerde winsten en verliezen - 136,8 221,2
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 7.477,2 8.247,1
Minderheidsbelangen 1.427,2 1.622,1
Totaal eigen vermogen 8.904,4 9.869,2
Achtergestelde instrumenten 2.880,2 2.926,9
Prudentiële filters
Lokaal vereiste egalisatiereserve voor catastrofen - 130,9 - 113,6
Pensioen aanpassing - 18,2 - 14,1
Herwaardering van vastgoedbeleggingen, na belastingen (tegen 90%) 698,2 562,0
Aanpassing waardering van voor verkoop beschikbare beleggingen - 15,5 - 26,1
Kasstroomafdekking 2,7 1,3
Goodwill - 835,1 - 819,9
Overige immateriële vaste activa - 406,5 - 406,4
Verwacht dividend - 197,0
Verwacht dividend, gerelateerd aan de call optie BNP Paribas aandelen - 694,0 - 609,0
Vermindering achtergestelde schuld naar 50% van vereiste solvabiliteit - 1.197,6 - 1.300,2
Toetsingsvermogen toezichthouder 9.187,7 9.873,1
Solvabiliteitsratio's
Solvabiliteitsvereisten 3.365,0 3.253,3
Solvabiliteitsoverschot 5.822,7 6.619,8
Solvabiliteitsratio 273,0% 303,5%

4.2 Kapitaalbeheer Ageas

Ageas beschouwt een sterke kapitaalbasis in de afzonderlijke verzekeringsactiviteiten als noodzakelijk, enerzijds als concurrentieel voordeel en anderzijds om de geplande groei te financieren.

Ten behoeve van het kapitaalbeheer heeft Ageas om die reden een eigen visie op het beschikbaar kapitaal en de daarmee samenhangende vereiste solvabiliteit voor zijn verzekeringsondernemingen ontwikkeld. De belangrijkste verschillen met de regels van de Nationale Bank van België voor verzekeringsholdings zijn:

  • investeringen in gereguleerde geassocieerde deelnemingen en RPI worden in de benadering van Ageas van het Totaal vermogen afgetrokken. Ageas is van mening dat het kapitalisatieniveau een goede afspiegeling moet zijn van de specifieke kenmerken van de activiteiten, inclusief eventuele aangegane verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten met partners.
  • niet-gerealiseerde verliezen op schuldpapier blijvend in de benadering van Ageas van het Totaal vermogen op segmentniveau afgetrokken. De Nationale Bank van België gaat daarentegen uit van een geconsolideerde benadering. In beide benaderingen worden niet-gerealiseerde winsten op schuldpapier van het Beschikbaar kapitaal afgetrokken.

De vereiste solvabiliteit van de verzekeringsactiviteiten is gelijk aan de vereisten zoals die door de Nationale Bank van België zijn geformuleerd, met uitzondering van de eisen die aan gereguleerde geassocieerde deelnemingen worden gesteld. In de benadering van Ageas wordt de investering in deze laatste groep in mindering gebracht op het beschikbare kapitaal in plaats van een evenredige opname van de solvabiliteitsvereisten. In de door de toezichthouder voorgeschreven procedure wordt het pro-rata deel van de lokale solvabiliteitsvereisten van de gereguleerde deelnemingen meegenomen in de totale solvabiliteitsvereisten.

Ageas streeft naar een minimum totale solvabiliteitsratio van 200% van het wettelijk vereiste minimum op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf. Ageas zal deze doelstelling ten laatste bij de introductie van Solvency II opnieuw evalueren.

De Algemene Rekening omvat de groepsfuncties, de financieringstransacties, het interne herverzekeringsapparaat (dat wordt afgebouwd) en de nog lopende zaken uit het verleden. Voor de Algemene Rekening heeft Ageas het concept discretionair kapitaal geïntroduceerd aan de hand waarvan het vrij beschikbare kapitaal in de Algemene Rekening wordt bepaald. Het discretionaire kapitaal is het saldo van het beschikbare kapitaal na aftrek van de investeringen in vaste activa, minus verbintenissen en latente verplichtingen. Dit kapitaal moet contant beschikbaar zijn.

Vermogenspositie Verzekeringen

Op 30 juni 2011 bedroeg het totaal vermogen van het Verzekeringsbedrijf EUR 6,4 miljard (31 december 2010: EUR 6,8 miljard): 207,4% van het wettelijk vereist minimum (31 december 2010: 227,3%). De solvabiliteitsratio van België bedroeg 187,1% (31 december 2010: 197,7%).

Continentaal Consolidatie Totaal
30 juni 2011 België UK Europa Azië correcties Verzekeringen
Totaal vermogen 4.134,1 766,3 967,1 477,5 42,9 6.387,9
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.210,0 316,2 499,0 55,0 3.080,2
Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten 1.924,1 450,1 468,1 422,5 3.307,7
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 187,1% 242,3% 193,8% 868,2% 207,4%
31 december 2010
Totaal vermogen 4.276,0 684,1 1.188,9 498,3 109,0 6.756,3
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.162,7 191,7 562,4 55,9 2.972,7
Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten 2.113,3 492,4 626,5 442,4 3.783,6
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 197,7% 356,9% 211,4% 891,4% 227,3%

Vermogenspositie Algemene Rekening

De vermogenspositie van de Algemene Rekening op basis van het discretionair kapitaal is als volgt bepaald:

Activa 30 juni 2011 31 december 2010 Verplichtingen 30 juni 2011 31 december 2010
Geldmiddelen & Deposito's bij banken 2.376,4 2.759,4 Korte termijn (EMTN & Bank) 340,7 548,9
Leningen aan FBB en AG Insurance 1.643,0 1.685,1 NITSH I, II & Hybrone 1.643,0 1.685,1
Overig 8.753,2 691,0 Overig 8.720,6 720,7
Vordering op ABN AMRO 2.362,5 2.362,5 Voorziening geschil Nederlandse Staat 2.362,5 2.362,5
Royal Park Investments 899,0 933,2 RPN(I) 583,0 465,0
Call optie BNP 694,0 609,0 FRESH 1.250,0 1.250,0
Leningen aan werkmaatschappijen 417,5 485,1 Netto eigen vermogen 2.245,8 2.493,0
Totaal 17.145,6 9.525,3 Totaal 17.145,6 9.525,3
Netto eigen vermogen, FRESH & RPN(I) 4.078,8 4.208,0
Geïnvesteerd in niet liquide activa op de balans - 2.010,5 - 2.027,3
Totaal kapitaal 2.068,3 2.180,7
Voorwaardelijke activa buiten de balans
(Fortis Bank Tier 1 lening betaalbaar september 2011) - 960,0 - 1.000,0
Verschil tussen op te stromen dividend en uitstroom - 65,4
Aangegane verplichtingen met betrekking tot M&A - 153,0 - 172,0
Discretionair kapitaal (beschikbare geldmiddelen) 955,3 943,3

Toelichting op de geconsolideerde balans

5 Geldmiddelen en kasequivalenten

Onder Geldmiddelen en kasequivalenten zijn begrepen direct beschikbare kasgelden, vrij beschikbare tegoeden bij Centrale Banken alsmede andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden, na de datum van verkrijging. De Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit:

30 juni 2011 31 december 2010
Geldmiddelen 1,9 1,7
Vorderingen op banken 1.708,8 3.213,1
Overige 94,3 43,5
Totaal geldmiddelen en kasequivalenten 1.805,0 3.258,3

De daling van de Vorderingen op banken wordt voornamelijk verklaard doordat een bedrag van EUR 1,1 miljard op een rente dragend termijndeposito met een looptijd van meer dan drie maanden is geplaatst (zie ook noot 7.1 Leningen aan banken). Onder de post Overige is EUR 57,7 miljoen (31 december 2010: EUR 11,1 miljoen) verantwoord met betrekking tot geldmarktpapier.

6 Beleggingen

De samenstelling van de Financiële beleggingen is als volgt:

30 juni 2011 31 december 2010
Financiële beleggingen
- Tot einde looptijd aangehouden 501,0
- Voor verkoop beschikbaar 54.593,6 56.133,7
- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 207,6 210,3
- Afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) 78,8 56,1
Totaal bruto 55.381,0 56.400,1
Bijzondere waardeverminderingen:
- op voor verkoop beschikbare beleggingen - 499,5 - 167,6
Totaal bijzondere waardeverminderingen - 499,5 - 167,6
Totaal 54.881,5 56.232,5

In 2011 hebben zich geen materiële veranderingen voorgedaan in de waarderingsmethoden ('niveau classificatie') van de beleggingen.

6.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden

30 juni 2011 31 december 2010
Overheids- Bedrijfs- Overheids- Bedrijfs
obligaties obligaties Totaal obligaties obligaties Totaal
Historische/geamortiseerde kostprijs bij opname 481,3 18,0 499,3
Amortisatie 1,6 0,1 1,7
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden 482,9 18,1 501,0
Reële waarde 442,1 17,2 459,3

Op 1 juni 2011 heeft Ageas, conform IFRS, bepaalde Voor verkoop beschikbare beleggingen aangemerkt als beleggingen Tot einde looptijd aangehouden. De reclassificering vond plaats tegen de reële waarde van de beleggingen op 1 juni. Het verschil tussen de reële waarde en de geamortiseerde kostprijs, ter hoogte van EUR 179 miljoen, blijft opgenomen in Ongerealiseerde winsten en verliezen in het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders en zal worden geamortiseerd over de resterende looptijd van de beleggingen. De amortisatie wordt in de resultatenrekening gecompenseerd met de amortisatie van het verschil tussen de boekwaarde en de nominale waarden van de obligaties waardoor de impact in de resultatenrekening beperkt is.

De als Tot einde looptijd aangehouden aangemerkte overheidsobligaties betreffen Portugese overheidsobligaties.

6.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen

De reële waarde en geamortiseerde kostprijs, alsmede de hieraan gerelateerde positieve en negatieve bruto herwaarderingen van de voor verkoop beschikbare beleggingen zijn als volgt:

Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal waarde- Reële
kostprijs winsten verliezen bruto vermindering waarden
30 juni 2011
Overheidsobligaties 32.499,9 750,7 - 1.642,0 31.608,6 - 322,2 31.286,4
Bedrijfsobligaties 19.549,6 631,8 - 361,7 19.819,7 19.819,7
Gestructureerde kredietinstrumenten 415,6 14,8 - 10,2 420,2 420,2
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 52.465,1 1.397,3 - 2.013,9 51.848,5 - 322,2 51.526,3
Private equity en durfkapitaal 9,7 0,8 - 0,2 10,3 - 1,3 9,0
Aandelen 2.621,1 175,0 - 67,1 2.729,0 - 176,0 2.553,0
Overige beleggingen 5,8 5,8 5,8
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen 2.636,6 175,8 - 67,3 2.745,1 - 177,3 2.567,8
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 55.101,7 1.573,1 - 2.081,2 54.593,6 - 499,5 54.094,1
31 december 2010
Overheidsobligaties 32.841,9 824,1 - 1.363,9 32.302,1 32.302,1
Bedrijfsobligaties 20.415,2 821,9 - 334,8 20.902,3 - 2,5 20.899,8
Gestructureerde kredietinstrumenten 426,3 16,8 - 12,6 430,5 - 6,3 424,2
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 53.683,4 1.662,8 - 1.711,3 53.634,9 - 8,8 53.626,1
Private equity en durfkapitaal 7,6 0,7 8,3 - 1,3 7,0
Aandelen 2.344,9 184,9 - 45,8 2.484,0 - 157,5 2.326,5
Overige beleggingen 6,5 6,5 6,5
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen 2.359,0 185,6 - 45,8 2.498,8 - 158,8 2.340,0
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 56.042,4 1.848,4 - 1.757,1 56.133,7 - 167,6 55.966,1

Overheidsobligaties naar land van uitgifte

De overheidsobligaties naar land van uitgifte zijn als volgt:

Historische/ Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde waarde- Reële
kostprijs winsten (verliezen) vermindering waarden
30 juni 2011
Belgische overheid 11.134,4 3,6 11.138,0
Nederlandse overheid 1.182,5 24,7 1.207,2
Duitse overheid 2.565,0 97,7 2.662,7
Italiaanse overheid 3.571,6 - 149,6 3.422,0
Franse overheid 4.296,4 18,5 4.314,9
Britse overheid 615,3 14,1 629,4
Griekse overheid 1.741,8 - 491,6 - 322,2 928,0
Spaanse overheid 1.721,7 - 126,4 1.595,3
Portugese overheid 758,3 - 175,4 582,9
Oostenrijkse overheid 2.232,5 42,4 2.274,9
Finse overheid 614,8 2,0 616,8
Ierse overheid 570,2 - 178,6 391,6
Sloveense overheid 227,8 4,1 231,9
Tsjechische overheid 346,2 11,2 357,4
Slowaakse overheid 212,4 7,1 219,5
Verenigde Staten van Amerika: overheid 271,4 10,3 281,7
Overige overheden 437,6 - 5,4 432,2
Totaal 32.499,9 - 891,3 - 322,2 31.286,4

31 december 2010

Belgische overheid 9.948,1 128,0 10.076,1
Nederlandse overheid 1.288,2 48,0 1.336,2
Duitse overheid 2.628,8 149,9 2.778,7
Italiaanse overheid 3.683,4 - 110,3 3.573,1
Franse overheid 4.069,6 92,4 4.162,0
Britse overheid 600,4 12,8 613,2
Griekse overheid 1.832,0 - 624,1 1.207,9
Spaanse overheid 1.730,0 - 129,0 1.601,0
Portugese overheid 1.654,2 - 142,4 1.511,8
Oostenrijkse overheid 2.543,2 81,4 2.624,6
Finse overheid 740,5 14,8 755,3
Ierse overheid 599,1 - 109,7 489,4
Sloveense overheid 227,4 7,5 234,9
Tsjechische overheid 346,3 12,5 358,8
Slowaakse overheid 211,6 9,5 221,1
Verenigde Staten van Amerika: overheid 308,8 12,7 321,5
Overige overheden 430,3 6,2 436,5
Totaal 32.841,9 - 539,8 32.302,1

Netto ongerealiseerde winsten en verliezen op voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen

30 juni 2011 31 december 2010
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties:
Boekwaarde 51.526,3 53.626,1
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen - 616,6 - 48,5
- Belasting 163,3 4,5
Shadow accounting - 6,3 - 76,1
- Belasting 5,1 22,0
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen - 454,5 - 98,1
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 2.567,8 2.340,0
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 108,5 139,8
- Belasting - 18,7 - 18,9
Shadow accounting - 21,4 - 19,1
- Belasting 7,6 6,8
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 76,0 108,6

Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen hebben ook betrekking op private equity en durfkapitaal en alle overige beleggingen, met uitzondering van obligaties.

6.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

Een nadere toelichting op de Beleggingen welke tegen reële waarde worden gehouden met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening is als volgt:

30 juni 2011 31 december 2010
Bedrijfsobligaties 102,4 103,7
Gestructureerde kredietinstrumenten 94,5 96,3
Obligaties 196,9 200,0
Aandelen 10,7 10,3
Aandelen en overige beleggingen 10,7 10,3
Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 207,6 210,3

6.4 Vastgoed

De reële waarde van het vastgoed, zowel aangehouden als belegging als voor eigen gebruik, is als volgt:

30 juni 2011 31 december 2010
Reële waarde:
Vastgoedbeleggingen 2.725,7 2.455,4
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.448,7 1.385,2
Totaal reële waarde 4.174,4 3.840,6
Boekwaarde:
Vastgoedbeleggingen 1.972,2 1.900,3
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.006,9 974,4
Totale boekwaarde 2.979,1 2.874,7
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.195,3 965,9
Belastingen - 391,7 - 314,0
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) 803,6 651,9

7 Leningen

De leningen zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2011 31 december 2010
Vorderingen op banken 3.336,0 2.068,8
Vorderingen op klanten 2.643,8 2.469,3
Totaal 5.979,8 4.538,1
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 9,3 - 9,0
- bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) - 0,9 - 0,9
Totaal vorderingen 5.969,6 4.528,2

7.1 Leningen aan banken

De Leningen aan banken zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2011 31 december 2010
Rentedragende deposito's 2.255,6 946,4
Achtergestelde leningen 899,4 942,3
Omgekeerde terugkoopovereenkomsten 66,6
Overige 114,4 180,1
Totaal 3.336,0 2.068,8
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 1,1 - 1,2
Vorderingen op banken 3.334,9 2.067,6

7.2 Leningen aan klanten

De Leningen aan klanten zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2011 31 december 2010
Overheid en officiele instellingen 0,2 0,2
Hypothecaire leningen 1.601,8 1.625,7
Leningen aan particulieren 4,4 5,4
Leningen aan ondernemingen 82,9 116,9
Polisbeleningen 162,3 158,5
Overige leningen 792,2 562,6
Totaal 2.643,8 2.469,3
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 8,2 - 7,8
- bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) - 0,9 - 0,9
Vorderingen op klanten 2.634,7 2.460,6

Overige leningen hebben hoofdzakelijk betrekking op leningen aan regionale instellingen en overheidsorganisaties.

8 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen

Ten gevolge van de op 12 mei 2009 gesloten transacties verwierf Ageas voor een totaalbedrag van EUR 760,0 miljoen een belang van 44,7% in Royal Park Investments (RPI), een special purpose vehicle dat een deel van de gestructureerde kredietportefeuille verwierf van Fortis Bank. Het belang wordt gewaardeerd volgens de 'equity methode'.

RPI verwierf van Fortis Bank op de sluitingsdatum een portefeuille gestructureerde kredieten voor een overeengekomen aankoopprijs van EUR 11,7 miljard. De overeenstemmende nominale waarde van de portefeuille kwam per 12 mei 2009 uit op EUR 20,5 miljard. De aankoop is gefinancierd met eigen vermogen ten bedrage van EUR 1,7 miljard, super senior schuld ten bedrage van EUR 5 miljard en senior schuld voor EUR 5 miljard; de senior schuld kent een verliesabsorptiemechanisme. De senior schuld is verstrekt door BNP Paribas en Fortis Bank. Het deel dat gefinancierd is door Fortis Bank is gegarandeerd door de Belgische overheid. Contanten gegenereerd door RPI zullen eerst worden gebruikt om de super senior schuld terug te betalen.

De initiële opname van de investering volgens de 'equity'-methode geschiedt tegen kostprijs, gevolgd door een test op bijzondere waardevermindering van de boekwaarde. Ageas heeft RPI verzocht om de financiële informatie op te stellen in overeenstemming met de Ageas IFRS grondslagen. RPI heeft de verwerving van de portefeuille, de daarmee samenhangende financiering en mensen en processen verantwoord als bedrijfscombinatie onder IFRS. Bij de aankoop is de activaportefeuille tegen marktwaarde opgenomen (EUR 8,2 miljard) en het verschil tussen de aankoopprijs (EUR 11,7 miljard) en de marktwaarde van EUR 3,5 miljard is verantwoord in de IFRS balans van RPI als uitgestelde belastingvordering (EUR 1,2 miljard: 33,9% van EUR 3,5 miljard) en goodwill (EUR 2,3 miljard).

Uitgangspunt bij het beheer van de portefeuille is dat RPI voor de aandeelhouders de maximaal haalbare waarde realiseert, in overeenstemming met de richtlijnen voor het beheer zoals die zijn opgesteld door het bestuur van RPI. Onder de huidige omstandigheden betekent dit een afbouwscenario. In dat geval schrijft IFRS het gebruik van de geamortiseerde kostprijs voor als berekeningsmaatstaf voor de activaportefeuille. Conform IFRS moet voor instrumenten met een variabele rente voor elk instrument de geamortiseerde kostprijs worden herberekend op basis van geactualiseerde kasstroominformatie per actief. RPI beschikt echter niet over dergelijke informatie en het produceren van die informatie zou bovenmatige kosten en inspanningen vergen. Omdat deze informatie ontbreekt en rekening houdend met het feit dat het management toch al gebruik maakt van reële waarde-informatie bij het periodieke monitoren van de activaportefeuille, heeft Ageas besloten de waardering na eerste opname van de activaportefeuille tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening te verwerken.

Voor de bepaling van de kasstromen van de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering zijn diverse aannames gedaan, zoals het verlies bij wanbetaling, de kans op wanbetaling, de ontwikkeling van vervroegde aflossingen, de ontwikkeling van de huizenprijzen, plus aanvullende sector- en geografische gegevens waar relevant. Gezien het feit dat rekening is gehouden met de onzekerheden bij de bepaling van de kasstromen, en het feit dat de financiering van RPI gegarandeerd is, zijn de verwachte kasstromen gedisconteerd tegen 7,8% (31 december 2010: 7,8%), zijnde de risicovrije rentevoet voor België plus de gebruikelijke normale vermogensopslag.

Omdat de portefeuille van RPI wordt afgebouwd, zullen de winsten in de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering in de loop van de tijd worden gerealiseerd en komt er geen winst uit nieuwe transacties voor in de plaats. De goodwill zal daarom een bijzondere waardevermindering ondergaan in de periode dat de portfolio wordt afgebouwd. De door RPI verantwoorde goodwill vertegenwoordigt voor een belangrijk deel de toekomstige winsten van deze business.

Op basis van de hiervoor genoemde Ageas waarderingsgrondslagen voert RPI bij het einde van elk kwartaal een test uit op bijzondere waardevermindering van de door RPI, bij de acquisitie van de leningenportefeuille en de hiermee samenhangende financiering, opgenomen goodwill. De uitkomst hiervan was dat in 2011 een bijzondere afwaardering van EUR 585,8 miljoen van de goodwill nodig was. RPI heeft een IFRS nettoresultaat voor bijzondere waardevermindering van goodwill gerapporteerd van EUR 458,2 miljoen. Als gevolg hiervan heeft Ageas een negatieve bijdrage aan het nettoresultaat verantwoordt van EUR 57,0 miljoen (31 december 2010: EUR 131 miljoen), in overeenstemming met ons aandeel in RPI. Dit resultaat is verantwoord in de lijn Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen. RPI heeft bovendien begin 2010 een aantal netto renteswaps gesloten waardoor variabele rente-inkomsten zijn omgezet naar vaste rente-inkomsten. Ageas heeft besloten deze swaps boekhoudkundig te verwerken als kasstroomhedge. Mutaties in de reële waarde worden direct in het eigen vermogen opgenomen (EUR 51,6 miljoen voor het eerste halfjaar van 2011, waarvan het aandeel van Ageas EUR 23,1 miljoen bedroeg). Als gevolg van deze twee factoren is de investering van Ageas in RPI gedaald van EUR 933 miljoen eind 2010 naar EUR 898,9 miljoen.

Aan het eind van het eerste halfjaar van 2011 bedroeg de reële waarde van de investeringsportefeuille onder IFRS EUR 6,6 miljard (31 december 2010: EUR 7,0 miljard), bedroeg de goodwill EUR 0,8 miljard (31 december 2010: EUR 1,4 miljard) en bedroegen de uitgestelde belastingvorderingen EUR 0,4 miljard (31 december 2010: EUR 0,7 miljard). De financiering op basis van geamortiseerde kostprijs bedroeg EUR 6,1 miljard (31 december 2010: EUR 7,1 miljard) en het eigen vermogen EUR 2,0 miljard (31 december 2010: EUR 2,1 miljard).

9 Herverzekering en overige vorderingen

Onder 'Herverzekering en overige vorderingen' vallen de uitstaande vorderingen van Ageas op Fortis Capital Company Limited, ABN AMRO en de Nederlandse Staat in verband met de FCC-transactie en de MCS-conversie. De eerste vordering betreft de volledige compensatie voor de betaling (EUR 362,5 miljoen) die Ageas aan Fortis Capital Company Limited (een dochteronderneming van ABN AMRO N.V.) heeft gedaan, waardoor FCC het hierboven vermelde bedrag aan de houders van preferente aandelen kon uitkeren. Ageas heeft besloten deze vordering te verwerken in de beoordeling van de voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie noot 20 Voorzieningen).

De tweede vordering betreft de conversie van de MCS. Op 7 december 2010 heeft Ageas 106,7 miljoen aandelen uitgegeven in verband met de conversie van de MCS. Aangezien de opbrengsten van de MCS-uitgifte naar ABN AMRO zijn gegaan en de overeenkomst tussen de vier partijen Ageas bij conversie een vordering op ABN AMRO gaf, heeft Ageas voor een bedrag van EUR 2 miljard een vordering opgenomen met ABN AMRO als debiteur vanaf het moment van de conversie. De Nederlandse Staat heeft verklaard dat volgens de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance, de Nederlandse staat recht heeft op deze vordering. Ageas heeft hiermee rekening gehouden bij de vorming van een voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie noot 20 Voorzieningen).

10 Call optie aandelen BNP Paribas

Beschrijving van de rechten

Op basis van de op 12 mei 2009 getekende overeenkomst kreeg Ageas een in contanten af te wikkelen calloptie toegekend door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) waardoor Ageas de mogelijkheid heeft te profiteren van een waardestijging van de waarde van 121.218.054 aandelen van BNP Paribas gehouden door de FPIM. Deze aandelen werden verkregen door de FPIM in ruil voor de verkoop van 75% + 1 aandeel van Fortis Bank. De optie geeft Ageas het recht op het verschil tussen de uitoefenprijs van EUR 68 en de marktprijs van de aandelen van BNP Paribas op het moment van de uitoefening of de verkoopprijs van de onderliggende aandelen van BNP Paribas, naar discretie van de FPIM. Deze rechten vervangen 'coupon 42'. Na de claimemissie van BNP Paribas van 29 september 2009 is de uitoefenprijs verlaagd tot EUR 66,672.

De toegekende rechten omvatten bepaalde niet-standaardkenmerken die afwijken van de op de ISDA-norm gebaseerde optie-protocollen, zoals beperking van de overdraagbaarheid, beperkingen van de vrijheid van uitoefening, gedwongen uitoefening in bepaalde omstandigheden en specifieke aanpassingsmechanismen zoals verwatering en claimemissies.

Na afloop van een lock-up periode op 10 oktober 2010 kan Ageas haar rechten uitoefenen gedurende een periode van zes jaar eindigend op 10 oktober 2016. Ageas heeft verschillende mogelijkheden onderzocht voor monetisatie, maar heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan naar een geleidelijke uitoefening van de opties wanneer deze opties 'in de money' zijn.

Deze optie wordt verantwoordt op basis van de reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening onder Ongerealiseerde winst (verlies) op Calloptie BNP Paribas aandelen.

Waardeberekening

Een theoretische waarde van een individuele optie kan worden berekend op basis van Black-Scholes optiewaarderingstechnieken. Naast waarneembare cijfers in de markt per de verslagdatum zoals de renteopbrengst, de werkelijke en uitoefenprijs van het aandeel en de resterende looptijd van de optie, dient de berekening ook te zijn gebaseerd op veronderstellingen met betrekking tot toekomstig dividend en volatiliteit. Bovendien dient met de nietstandaardkenmerken ook rekening gehouden te worden.

De volgende gegevens zijn gebruikt voor de waardering:

30 juni 2011 31 december 2010
Koers BNP Paribas EUR 53,23 EUR 47,685
Uitoefenprijs EUR 66,672 EUR 66,672
Volatiliteit 30% 33%
Dividendrendement 4,95% 5,29%
Koers per optie tot en met 10 oktober 2016 EUR 8,177 EUR 7,180
Theoretische waarde 121,2 miljoen opties EUR 991 miljoen EUR 870 miljoen
Geschatte waarde, gecorrigeerd voor niet-standaardkenmerken (30%) EUR 694 miljoen EUR 609 miljoen

Volatiliteit

Gezien het groot aantal opties op de BNP Paribas aandelen die door Ageas worden gehouden (het vertegenwoordigd 10,12% van de uitstaande aandelen van BNP Paribas) kan worden verwacht dat monetisatie van de opties effect heeft op de waarde van de verhandelde opties en vandaar dus op de volatiliteit. Ageas heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan tot een geleidelijke uitoefeningsstrategie om de impact op de impliciete volatiliteit op de aandelen en de waarde van de calloptie te minimaliseren. Als gevolg van de verandering naar een geleidelijke uitoefenings strategie heeft Ageas, voor de waardering van de calloptie, besloten de volatiliteit te gebruiken die is gebaseerd op de door de markt geobserveerde geëxtrapoleerde impliciete volatiliteit. De waarde van de calloptie bedraagt eind juni 2011 EUR 694 miljoen, na aanpassing voor de niet gestandaardiseerde kenmerken.

Gevoeligheidswaardering bij veranderingen in de veronderstellingen

Zowel toegepaste volatiliteit als de veronderstellingen ten aanzien van de dividendopbrengst hebben een significant effect op de waarde van de opties. Een vermindering van de volatiliteit van 5% op 30 juni 2011 resulteert in een vermindering van 26,3% van de theoretische waarde van de optie; een toename van de volatiliteit van 5%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 26,7% van de theoretische waarde. Een verlaging van de dividendopbrengst van 1%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 11,9% van de theoretische waarde. Terwijl een verhoging van de dividendopbrengst van 1%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verlaging van 10,4% van de theoretische waarde van de opties.

Aanpassing voor niet-standaard-kenmerken

Gezien de ongewone kenmerken van de rechten zullen professionele marktpartijen een aanzienlijk disconto toepassen op de theoretische waardering. Ageas heeft besloten de theoretische waardering te verlagen met 30% voor deze nietstandaard-kenmerken, op basis van aanwijzingen van professionele marktpartijen die varieerden van 10% tot 50%.

Uitkering van de opbrengsten

Ageas heeft toegezegd het voordeel van de uitoefening, monetisatie of andere beoogde structuren uit te keren in de vorm van een dividend, voor zover dit door de wet is toegestaan en rekening houdend met eventuele praktische beperkingen.

De Belgische Dienst Voorafgaande Beslissingen heeft bevestigd dat de toewijzing van de BNP Paribas optie niet belastbaar is voor ageas SA/NV. Ageas heeft voldoende compensabele verliezen om geen winstbelasting te hoeven betalen als de meerwaarden op de optie worden gerealiseerd en dat zij dus in staat zal zijn om, voor zover bij de wet toegestaan, de bruto-opbrengsten uit te keren in de vorm van een dividend.

11 Verplichtingen inzake levensverzekeringscontracten

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Levensverzekeringscontracten.

30 juni 2011 31 december 2010
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 23.624,9 23.556,9
Verplichting voor winstdeling polishouders 338,0 323,0
Aanpassing shadow accounting - 2,5 61,1
Voor eliminaties 23.960,4 23.941,0
Eliminaties - 2,7 - 2,6
Bruto 23.957,7 23.938,4
Herverzekering - 30,9 - 25,2
Netto 23.926,8 23.913,2

12 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven.

30 juni 2011 31 december 2010
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 26.809,2 26.667,6
Verplichting voor winstdeling polishouders 85,8 212,0
Aanpassing shadow accounting 30,3 34,2
Bruto 26.925,3 26.913,8
Herverzekering
Netto 26.925,3 26.913,8

13 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

De Verplichtingen inzake unit-linked contracten voor rekening en risico van polishouders gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven:

30 juni 2011 31 december 2010
Verzekeringscontracten 1.675,6 1.711,6
Beleggingscontracten 12.494,7 20.119,3
Totaal 14.170,3 21.830,9

De afname van de verplichting inzake unit-linked contracten wordt verklaard door het classificeren van Fortis Luxembourg Vie als gehouden voor verkoop (EUR 7,5 miljard).

14 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten.

30 juni 2011 31 december 2010
Schadeverplichting 4.246,7 4.377,4
Niet-verdiende premies 1.510,4 1.155,4
Verplichting voor winstdeling polishouders 4,1 6,2
Voor eliminaties 5.761,2 5.539,0
Eliminaties - 90,4
Bruto 5.761,2 5.448,6
Herverzekering - 392,3 - 334,7
Netto 5.368,9 5.113,9

15 Schuldbewijzen

De volgende tabel toont de verschillende Schuldbewijzen (EMTN) die Ageas heeft uitgegeven en de bedragen die uitstaan:

30 juni 2011 31 december 2010
Tegen geamortiseerde kostprijs 233,1 365,7
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 107,6 183,2
Totaal schuldbewijzen 340,7 548,9

16 Achtergestelde schulden

De volgende tabel toont de specificatie van de Achtergestelde schulden.

30 juni 2011 31 december 2010
FRESH 1.250,0 1.250,0
- Hybrone 495,8 495,4
- Nitsh I 527,7 571,3
- Nitsh II 538,7 540,3
Ageas Hybrid Financing 1.562,2 1.607,0
Overige achtergestelde schulden 68,0 69,9
Totaal achtergestelde schulden 2.880,2 2.926,9

FRESH

Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum ('FRESH') uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen met een nominale waarde van EUR 250.000 per obligatie. De coupons zijn per kwartaal achteraf betaalbaar tegen een variabele rentevoet gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met 135 basispunten.

De FRESH is uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV en ageas N.V. als mededebiteuren. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 39.682.540 Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend of stemrecht (het per 30 juni 2011 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is inclusief de 39.682.540 Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).

In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is. Vanwege deze kenmerken wordt de FRESH behandeld als onderdeel van het voor de toezichthouder kwalificerend vermogen.

De FRESH-obligaties kennen geen vervaldatum, maar kunnen naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 31,50 per aandeel. De obligaties worden automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende handelsdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 47,25.

Ageas Hybrid Financing

In 2006 heeft Ageas een special purpose vehicle opgericht onder de naam Ageas Hybrid Financing S.A., die eeuwigdurende sterk achtergestelde en onder gelijke condities uitgegeven effecten uitgaf en de opbrengsten daarvan investeerde in instrumenten van (voormalige) werkmaatschappijen van Ageas. Deze instrumenten kwalificeerden als solvabiliteit voor deze entiteiten. De door Ageas Hybrid Financing uitgegeven effecten vallen onder een zogenoemde 'support agreement' en een achtergestelde garantie afgegeven door ageas SA/NV en ageas N.V.

Ageas Hybrid Financing heeft in 2006 een obligatie van EUR 500 miljoen uitgegeven onder de naam 'Hybrone', tegen een coupon van 5,125% tot 20 juni 2016 en driemaands Euribor plus 200 basispunten daarna. In 2008 is een obligatielening genaamd 'Nitsh I' ter waarde van USD 750 miljoen uitgegeven, met een coupon van 8,25%, naast een obligatielening 'Nitsh II' van EUR 625 miljoen met een coupon van 8,0%. De beide Nitsh-instrumenten kunnen voor het eerst opgevraagd worden in 2013.

De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan AG Insurance (EUR 750 miljoen) en aan Fortis Bank SA/NV voor respectievelijk EUR 375 miljoen en USD 750 miljoen. Uit hoofde van de 'Support Agreement' zijn ageas SA/NV en ageas N.V. verplicht om zodanige middelen aan Ageas Hybrid Financing te verstrekken als nodig om de couponverplichtingen te voldoen in ieder jaar dat Ageas een dividenduitkering vaststelt, ofwel om de coupon te betalen via de ACSM indien de entiteiten die de opbrengsten hebben ontvangen de coupons op de doorgeleende leningen niet in contanten voldoen tengevolge van schending van de toepasselijke wettelijke minimale solvabiliteitseisen.

In het geval dat Ageas beneden het wettelijk vereiste minimum solvabiliteitsniveau komt of de geconsolideerde activa kleiner zijn dan de verplichtingen exclusief schulden die niet beschouwd worden als 'Senior Debt' of in het geval dat Ageas Hybrid Financing die keuze maakt, dan wordt de couponbetaling vervangen door een afrekening via de ACSM.

Overige achtergestelde schulden

In de EUR 68,0 miljoen die onder Achtergestelde schulden is verantwoord (31 december 2010: EUR 69,9 miljoen) is een bedrag van EUR 26,1 miljoen begrepen in achtergestelde onderhandse leningen met een looptijd tot 2012. De rest van het bedrag betreft een eeuwigdurende achtergestelde lening van EUR 38,9 miljoen aan Tesco Bank.

17 Leningen

De volgende tabel toont de samenstelling van de Leningen.

30 juni 2011 31 december 2010
Schulden aan banken 2.063,3 1.898,5
Schulden aan klanten 114,2 91,5
Overige schulden 130,4 151,7
Totaal schulden 2.307,9 2.141,7

17.1 Schulden aan banken

De schulden aan banken zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2011 31 december 2010
Bank deposito's:
- Direct opeisbaar 15,4 54,2
- Overige 62,4 37,1
Totaal deposito's 77,8 91,3
Terugkoopovereenkomsten 1.438,7 1.262,8
Overige 546,8 544,4
Totaal schulden aan banken 2.063,3 1.898,5

17.2 Schulden aan klanten

De schulden aan klanten zijn als volgt samengesteld:

30 juni 2011 31 december 2010
Deposito's 0,6 0,6
Overige financieringen 5,9 5,1
Depots van herverzekeraars 107,7 85,8
Totaal schulden aan klanten 114,2 91,5

18 Uitgestelde belastingen

Een nadere detaillering van de Uitgestelde winstbelastingen is als volgt:

Balans Resultatenrekening
30 juni 2011 31 december 2010 Eerste halfjaar 2011 Eerste halfjaar 2010
Uitgestelde belastingvorderingen op:
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 95,5 131,1 31,9 13,5
Vastgoedbeleggingen 6,4 7,4 - 1,0 1,4
Materiële vaste activa 43,5 41,7 - 0,6 7,8
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 30,1 29,8 0,2
Verzekeringspolis en claim reserves 266,0 288,1 - 2,6 - 5,8
Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding 44,1 44,0 0,1 - 0,3
Overige voorzieningen 7,9 6,7 1,1 0,5
Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten 4,6 4,3 0,3 2,9
Niet-aangewende compensabele verliezen 166,8 174,6 - 7,9 - 9,7
RPN(I) 198,0 158,1
Overige 89,6 85,1 2,3 396,0
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 952,5 970,9 23,8 406,3
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen - 117,2 - 114,1 - 2,2 10,9
Netto uitgestelde belastingvorderingen 835,3 856,8 21,6 417,2
Uitgestelde belastingverplichtingen op:
Afgeleide financiële instrumenten (activa) 2,0 1,2 - 0,7 8,6
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 13,5 130,4 - 22,7 - 23,3
Vastgoedbeleggingen 118,9 113,6 - 5,3 - 4,3
Leningen aan klanten 3,0 3,0 -
Materiële vaste activa 211,7 208,7 1,0 - 7,6
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 141,6 145,7 4,1 - 2,4
Overige voorzieningen - 0,8 - 0,8
Overlopende acquisitiekosten 48,6 46,3 - 3,2 - 4,3
Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten 1,6 1,6
Belastingvrij gerealiseerde reserves 44,3 45,4 1,1 0,9
BNP Paribas call optie 236,0 207,0
Overige 64,8 171,8 - 11,7 - 2,1
Totaal uitgestelde belastingverplichtingen 886,0 1.073,9 - 38,2 - 34,5
Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) - 16,6 382,7
Netto uitgestelde belastingen - 50,7 - 217,1

Uitgestelde belastingvorderingen en belastingverplichtingen worden gesaldeerd wanneer er sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om acute belastingvorderingen te salderen met acute belastingverplichtingen en de uitgestelde belastingen dezelfde belastingautoriteit betreffen. De volgende salderingen zijn toegepast:

30 juni 2011 31 december 2010
Uitgestelde belastingvorderingen 631,2 465,2
Uitgestelde belastingverplichtingen 681,9 682,3
Netto uitgestelde belastingen - 50,7 - 217,1

19 RPN(I)

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van Fortis Bank SA/NV.

Mechanisme

De betaling per kwartaal wordt vastgesteld als het gemiddelde van de rentebetalingen tegen een rente op jaarbasis van 3-maands EURIBOR plus 20 basispunten op basis van een referentiebedrag zoals dat op iedere handelsdag wordt berekend.

Het referentiebedrag wordt gedefinieerd als:

  • het verschil tussen EUR 3.000 miljoen en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd op de beurs van Luxemburg, minus
  • het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 125.313.283 aandelen Ageas.

Als het referentiebedrag positief is, betaalt Fortis Bank SA/NV over het referentiebedrag rente aan Ageas. Is dat referentiebedrag negatief, dan betaalt Ageas over het referentiebedrag rente aan Fortis Bank SA/NV.

Staatsgarantie

In het voordeel van Fortis Bank SA/NV heeft de Belgische staat een staatsgarantie uitgegeven op de door Ageas betaalde RPN(I) rente. De jaarlijkse garantievergoeding bedraagt 70 basispunten over het referentiebedrag. Om de betaling van de vergoeding en de middelen van de Belgische staat in geval van wanbetaling te garanderen, garandeert Ageas de Belgische staat een maximum van 20% aandelen AG Insurance.

Reële waarde van RPN(I)

Voor de berekening van de marktwaarde van de RPN(I) heeft Ageas het level 3-waarderingsmodel gehanteerd gebaseerd op de waarderingstechnieken van financiële derivaten die eind 2009 zijn geïntroduceerd. Eind juni 2011 bedragen de totale kosten voor RPN(I) EUR 583 miljoen (waarvan EUR 501 miljoen is gerelateerd aan de RPN(I) verplichting zelf en EUR 82 miljoen aan de garantieovereenkomst tussen Ageas, de Belgische staat en Fortis bank) vergeleken met EUR 465 miljoen eind december 2010 of wel een negatieve impact op het resultaat van EUR 118 miljoen. Dit bedrag kan gesplitst worden in (i) EUR 102 miljoen reflecterend de toename van de nettocontante waarde van de drie maandelijkse rentebetalingen onder het RPN(I) mechanisme en (ii) EUR 16 miljoen extra verplichting verbandhoudend met de garantieovereenkomst tussen de Belgische Staat en Ageas. Ageas betaalt 70 basispunten (jaartarief) garantie-fee over het gemiddelde referentiebedrag van de RPN(I). Ageas heeft besloten om de waarde van de toekomstige garantiebetalingen toe te voegen aan de reële waarde van de RPN(I).

De stijging in reële waarde vanaf het begin van het jaar is het resultaat van (i) een substantiële stijging van het referentiebedrag tussen ultimo 2010 en 30 juni 2011 (+ EUR 91 miljoen), (ii) hogere spreads (+ 15 basispunten en inclusief een wijziging in de verdisconteringsmethode, die gebruik maakt van een constante spread in plaats van een forward spread over BBB) op eeuwigdurende schuldbewijzen (+ EUR 34 miljoen) en (iii) andere markt omstandigheden, inclusief een hogere rente (daling van EUR 7 miljoen).

Referentiewaarden

Per 30 juni 2011 sloot de CASHES op 57,8% en sloot de koers van Ageas op EUR 1,87. Dit heeft geleid tot een daling van de referentiewaarde (de 'Relative Performance Note' of wel de RPN verantwoord bij Fortis Bank) naar een absolute waarde (negatief) van EUR 849 miljoen, van (negatief) EUR 642 miljoen op 31 december 2010 (+32,24%).

Op 30 juni 2011 was de 3-maands EURIBOR 1,55%. De totale rentebetaling aan Fortis Bank over het eerste halfjaar bedraagt hiermee EUR 6,5 miljoen. Het totale bedrag dat aan de Belgische Staat betaald is over dezelfde periode uit hoofde van de garantieovereenkomst tussen beide partijen bedroeg EUR 3,1 miljoen.

Veronderstellingen

Ageas heeft de volgende veronderstellingen aangenomen om de marktwaarde van de RPN(I) te bepalen en voor de garantiebetalingen per 30 juni 2011:

  • De koers van het aandeel Ageas is geschat met behulp van een standaard geometrisch Brownian bewegingsmodel, waarbij is uitgegaan van een oorspronkelijke koers van EUR 1,87, de slotkoers per 30 juni 2011, en een gemiddeld dividendrendement van 4,3% over de verwachte looptijd van het instrument en consistent met het waargenomen dividendrendement van 2010 gebaseerd op de slotkoers van de aandelen op 30 juni 2011. De volatiliteit van de aandelenkoers die gebruikt is bedraagt 41% en is gebaseerd op de impliciete volatiliteit van de 3-maands opties per einde juni 2011.
  • De prijs van de CASHES is geschat op basis van de op de CASHES van toepassing zijnde termijnspread curve met een extra stochastische afwijking, met een risicovrij rentemodel afgestemd op de markt, en spread curves afgestemd op de marktwaarde van de CASHES van 57,8% op 30 juni 2011. Voor modelleringsdoeleinden is verondersteld dat de CASHES een contstante looptijd van 50 jaar hebben op ieder moment in de toekomst, voorbij welke de bijdrage van de gedisconteerde vrije kasstromen te verwaarlozen zal zijn.
  • De huidige en toekomstige risicovrije rentevoet zijn afgeleid van marktgegevens per 30 juni 2011 en zijn geschat aan de hand van een standaard arbitragevrij rentemodel.
  • In het waarderingsmodel wordt tevens rekening gehouden met de mogelijkheid van conversie die in de CASHES is ingebouwd, tegen een koers van EUR 23,94 (naar keuze) en EUR 35,91 (automatisch). De betaling van buitengewoon dividend ter waarde van de BNP Paribas optie heeft een verwaarloosbaar effect op de waarde en is genegeerd.
  • De geschatte toekomstige rentebetalingen en de geschatte kosten van de garantie worden gedisconteerd tegen een disconteringsvoet waarbij rekening is gehouden met de risico's in verband met de verplichtingen van Ageas zoals de RPN(I), gebaseerd op een constante spread van 410 basispunten gekalibreerd om een disconteringsvoet van andere eeuwigdurende senior marktinstrumenten van Ageas te reflecteren.

Gevoeligheidsanalyse

De gevoeligheid van de reële waarde van de RPN(I) voor de veranderingen in de factoren kan als volgt worden samengevat, ervan uitgaande dat de andere factoren constant blijven:

  • een toename ten opzichte van de oorspronkelijke koers van het aandeel Ageas naar EUR 2,25 verlaagt de reële waarde met EUR 23 miljoen naar EUR 560 miljoen; een daling van de startwaarde naar EUR 1,50 verhoogt de reële waarde met EUR 22 miljoen naar EUR 605 miljoen;
  • een toename in de marktwaarde van de CASHES tot 66% verhoogt de reële waarde van de RPN(I) met EUR 131 miljoen naar EUR 714 miljoen; een daling tot 50% vermindert de waarde met EUR 124 miljoen naar EUR 459 miljoen.
  • een toename van de risico vrije rentevoet met 50 basispunten langs de rentevoet curve verhoogt de reële waarde met EUR 16 miljoen naar EUR 599 miljoen; een afname met 50 basispunten verlaagt de reële waarde met EUR 20 miljoen naar EUR 563 miljoen;
  • een daling van de disconteringsvoet van 100 basispunten verhoogt de reële waarde met EUR 78 miljoen naar EUR 661 miljoen;
  • een toename met 100 basispunten verlaagt de reële waarde met EUR 66 miljoen naar EUR 517 miljoen.

Indien uitgegaan wordt van de meest gunstige voorwaarden voor de vier belangrijkste factoren in het model, oftewel een koers van het aandeel Ageas van EUR 2,25 een marktwaarde voor de CASHES van 50%, een afvlakkende risicovrije rentevoet curve van 50 basispunten en een 100 basispunten hogere rentevoet, dan zou de reële waarde van de RPN(I) afnemen tot EUR 377 miljoen.

Indien uitgegaan wordt van de minst gunstige voorwaarden voor de vier factoren, namelijk een koers van het aandeel Ageas van EUR 1,50, een marktwaarde voor de CASHES van 66%, een opwaartse risicovrije rentevoet curve met 50 basispunten en een 100 basispunten lagere rentevoet, dan zou de reële waarde van de RPN(I) toenemen tot EUR 859 miljoen.

De reële waarde van de RPN(I) vertoont geen gevoeligheid voor de verwachte koersvolatiliteit en het dividendrendement van het Ageas aandeel.

20 Voorzieningen

De Voorzieningen bestaan uit voorzieningen voor fiscale zaken en juridische zaken. De voorzieningen zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op jaareinde waarbij rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische en fiscale adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van geschillen.

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt:

30 juni 2011 31 december 2010
Stand per 1 januari 2.407,6 34,2
Aan- en verkoop dochterondernemingen 3,0
Toename voorziening 41,9 2.381,6
Terugname niet-gebruikte voorzieningen - 1,6 - 3,0
Aanwendingen in de loop van het jaar - 0,3 - 8,6
Omrekeningsverschillen - 0,2 0,4
Overige 0,8
Stand per einde periode 2.448,2 2.407,6

Ageas heeft in 2010 een voorziening voor een bedrag van EUR 2.362 miljoen getroffen voor de uitstaande geschillen met de Nederlandse Staat. Deze geschillen vloeien voort uit de uiteenlopende interpretatie van de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance door Ageas aan de Nederlandse Staat in oktober 2008. De Nederlandse Staat is van mening dat zij op basis van het akkoord (het 'Term Sheet') dat aan de verkoop ten grondslag ligt:

  • eigenaar is van de vordering van EUR 2 miljard op ABN AMRO uit hoofde van de conversie van de MCS (zie ook noot 9);
  • eigenaar is van de vordering van EUR 362 miljoen op FCC/ABN AMRO in verband met de FCC-transactie (zie ook noot 9);
  • recht heeft op zo'n EUR 885 miljoen in verband met een kapitaalgarantie in de verkoopdocumentatie (zie noot 28).

Zoals door beide partijen is gemeld, streven de Nederlandse Staat en Ageas naar een minnelijke schikking. In die schikking zou een oplossing moeten worden gevonden voor het geschil over het eigendom van de vorderingen op ABN AMRO in verband met de FCC- en MCS-transacties alsmede de kapitaalgarantie. Ageas is van mening dat een voorziening van EUR 2.362 miljoen voldoende is om een potentiële uitstroom van gelden in verband met de schikking te dekken.

Obligatielening

Fortis Bank SA/NV heeft in 2001 een aflosbare eeuwigdurende cumulatieve obligatielening met een waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, tegen een coupon van 6,5% tot 26 september 2011 en 3-maands Euribor +2,37% daarna. Deze obligatielening wordt ondersteund door een 'support agreement' aangegaan door de voormalige moedermaatschappijen van Fortis, tegenwoordig ageas SA/NV en ageas N.V.

Fortis Bank heeft besloten de obligaties op 26 september 2011 niet af te lossen; het instrument blijft na de eerste calldatum op kwartaalbasis af te lossen. Volgens de 'support agreement' hadden de houders tot 15 augustus 2011 de mogelijkheid ageas SA/NV en ageas N.V. te verzoeken het instrument te ruilen tegen nieuw uitgegeven Ageas aandelen. Ageas op haart beurt had de mogelijkheid het instrument te ruilen voor contanten, op voorwaarde dat de toezichthouder (NBB) zou instemmen met een dergelijke ruil in contanten. Gezien het aantal houders dat heeft gekozen voor de ruil, de afwezigheid van geautoriseerd aandelenkapitaal en de verleende toestemming door de NBB, zijn ageas SA/NV en ageas N.V. gedwongen 95 % van de effecten a pari te kopen voor contanten op 26 september 2011.

Daar de financiële markten rekening hielden met de ruil van de obligaties tegen contanten door Ageas op 26 september 2011, is de huidige marktprijs geen goede weergave van de reële waarde voor Ageas als Ageas deze obligaties in bezit krijgt door de ruil. Ageas bepaalt om die reden de reële waarde van de effecten aan de hand van waarderingstechnieken gebaseerd op een nettocontantewaardeberekening, waarbij als belangrijkste inputvariabelen worden gehanteerd: de 237 basispunten spread die op deze effecten wordt betaald na de eerste calldatum, de forward rate curve en een schatting van het rendement op de calldatum gebaseerd op waargenomen spreads voor soortgelijke Fortis Bank/BNP Paribas Tier 1 instrumenten per 30 juni en de verwachte calldatum van de obligaties. Ageas schatte dat het rendement op de calldatum per 30 juni 7% bedroeg en dat de obligaties begin 2013 zullen worden afgelost aangezien volgens de Basel III 'grandfathering' richtlijnen de effecten per 1 januari 2013 niet langer erkend zullen worden als kapitaal. Daarna vormen de obligaties een relatief dure funding voor Fortis Bank wat de verwachting dat de obligaties op dat moment worden afgelost rechtvaardigt. Op basis van deze parameters veronderstelt Ageas dat de reële waarde van de obligaties 96% van de nominale waarde zal bedragen; Ageas heeft derhalve een voorziening getroffen van EUR 40 miljoen voor het verschil tussen de nominale ruilwaarde en de reële waarde van de te verkrijgen effecten.

Gevoeligheid van de waardering met betrekking tot de gebruikte parameters

Deze waardering is gevoelig voor de hierboven genoemde factoren. Een toename van 1% van het rendement op de calldatum verlaagt de waardering met 1,3% en omgekeerd. Een wijziging van de veronderstelde vervaldag tot 2018 (halverwege de 'grandfathering' periode van CRD IV), met verder ongewijzigde inputvariabelen, zou leiden tot een waardering van 88% van de nominale waarde terwijl een vervaldag in 2022 (volledige CRD IV 'grandfathering' periode) zou leiden tot een waardering van 86% van de nominale waarde. Ervan uitgaande dat er helemaal geen aflossing plaats vindt, zouden de eeuwigdurende obligaties, met verder ongewijzigde variabelen, een waarde van ongeveer 75% hebben.

Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening

21 Verzekeringspremies

Hieronder volgt een overzicht van de bruto verdiende premies.

Eerste Eerste
halfjaar 2011 halfjaar 2010
Bruto premie-inkomen Leven 3.790,7 4.793,1
Bruto premie-inkomen Niet-leven 2.123,3 1.618,9
Eliminaties - 0,9 - 0,1
Totaal bruto premie-inkomen 5.913,1 6.411,9

In het eerste halfjaar van 2011 heeft EUR 1.062,7 miljoen betrekking op premies inzake beleggingscontracten zonder DPF waarop deposit accounting van toepassing is (eerste halfjaar 2010: EUR 1.298,0 miljoen). De premies verantwoord in de Geconsolideerde resultatenrekening bedragen voor het eerste halfjaar van 2011: EUR 4.850,4 miljoen (eerste halfjaar 2010 EUR: 5.113,9 miljoen).

Leven

In de onderstaande tabel worden de Levensverzekeringspremies weergegeven.

halfjaar 2011
Unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies
3,1
Geboekte periodieke premies
43,1
Totaal collectief
46,2
Geboekte eenmalige premies
41,0
Geboekte periodieke premies
17,6
Totaal individueel
58,6
Totaal unit-linked contracten
104,8
Niet unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies
152,0
Geboekte periodieke premies
385,5
Totaal collectief
537,5
Geboekte eenmalige premies
314,8
Geboekte periodieke premies
365,3
Totaal individueel
680,1
Totaal niet unit-linked contracten
1.217,6
Beleggingscontracten met DPF
Geboekte eenmalige premies
1.190,8
Geboekte periodieke premies
214,8
Totaal beleggingscontracten met DPF
1.405,6
Totaal geboekte premies Leven
2.728,0
Geboekte eenmalige premies
987,0
Geboekte periodieke premies
75,7
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF
1.062,7
Totaal bruto premie-inkomen Leven
3.790,7
Eerste Eerste
halfjaar 2010
2,3
45,6
47,9
27,4
19,8
47,2
95,1
156,7
379,6
536,3
423,7
361,2
784,9
1.321,2
1.870,9
207,9
2.078,8
3.495,1
1.183,9
114,1
1.298,0
4.793,1

Het totale premie inkomen bij Levensverzekeringen bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. Het premieinkomen van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.

Niet-leven

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de verzekeringspremies Niet-leven gedurende de periode. De verzekeringspremies voor Auto, Brand en Overige zijn samengevoegd onder Overige Niet-leven.

Ongevallen en Overige
Ziekte Niet-leven Totaal
Eerste halfjaar 2011
Bruto geboekte premies 423,6 1.699,7 2.123,3
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 35,9 - 359,2 - 395,1
Bruto verdiende premies 387,7 1.340,5 1.728,2
Afgegeven herverzekeringspremies - 14,0 - 87,1 - 101,1
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies - 0,1 4,7 4,6
Netto verdiende premies Niet-leven 373,6 1.258,1 1.631,7
Eerste halfjaar 2010
Bruto geboekte premies 412,9 1.206,0 1.618,9
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 42,5 - 101,9 - 144,4
Bruto verdiende premies 370,4 1.104,1 1.474,5
Afgegeven herverzekeringspremies - 15,8 - 68,5 - 84,3
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 0,4 1,9 2,3
Netto verdiende premies Niet-leven 355,0 1.037,5 1.392,5

De verdeling van de netto verdiende premies uit Niet-levensverzekeringen per segment is als volgt:

Ongevallen en Overige
Ziekte Niet-leven Totaal
Eerste halfjaar 2011
België 231,0 564,0 795,0
UK 29,7 612,6 642,3
Continentaal Europa 112,9 81,5 194,4
Netto verdiende premies Niet-leven 373,6 1.258,1 1.631,7
Netto verdiende premies Niet-leven 355,0 1.037,5 1.392,5
Continentaal Europa 100,1 81,8 181,9
UK 26,5 420,3 446,8
België 228,4 535,4 763,8
Eerste halfjaar 2010

22 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten

De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividenden en de overige beleggingsbaten.

Eerste Eerste
halfjaar 2011 halfjaar 2010
Rentebaten
Rentebaten op kasequivalenten 15,2 21,8
Rentebaten uit vorderingen op banken 53,1 45,5
Rentebaten op beleggingen 1.082,7 1.091,2
Rentebaten uit vorderingen op klanten 63,5 63,4
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 23,4 28,4
Overige rentebaten 4,8 4,8
Totaal rentebaten 1.242,7 1.255,1
Dividenden op aandelen 48,5 30,7
Huurbaten uit vastgoedbelegging 83,6 70,5
Opbrengsten parkeergarage 131,2 124,8
Overige baten op beleggingen 30,6 31,5
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.536,6 1.512,6

23 Resultaat op verkoop en herwaarderingen

De onderstaande tabel geeft een specificatie van het Resultaat op verkoop en herwaarderingen.

Eerste Eerste
halfjaar 2011 halfjaar 2010
Obligaties aangehouden voor verkoop 35,2 - 142,7
Aandelen aangehouden voor verkoop 37,9 24,9
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden - 6,0 - 53,4
Vastgoedbeleggingen 27,6
Gerealiseerde winst op de verkoop van aandelen van dochtermaatschappijen 21,2
Materiële vaste activa 0,2 7,6
Activa en verplichtingen tegen reële waarde met
waardeveranderingen in de resultatenrekening 20,6 3,5
Afdekkingsresultaten - 0,2 - 0,2
Overige 0,6 59,9
Totaal Resultaat op verkoop en herwaarderingen 88,3 - 51,6

De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waarde veranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.

De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.

24 Schadelasten en uitkeringen

De opbouw van de Schadelasten en uitkeringen is als volgt.

Eerste Eerste
halfjaar 2011 halfjaar 2010
Levensverzekeringen 3.159,4 3.958,4
Niet-levensverzekeringen 1.129,5 1.009,8
Algemeen en eliminaties - 2,2 - 0,6
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 4.286,7 4.967,6

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herververzekering.

Eerste Eerste
halfjaar 2011 halfjaar 2010
Uitkeringen en afkopen, bruto 2.541,0 1.818,3
Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto 642,8 2.157,7
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 3.183,8 3.976,0
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen - 24,4 - 17,6
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 3.159,4 3.958,4

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herververzekering.

Eerste Eerste
halfjaar 2011 halfjaar 2010
Schaden, bruto 1.088,3 979,0
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto 83,1 68,4
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 1.171,4 1.047,4
Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten - 5,6 - 6,2
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden - 36,3 - 31,4
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 1.129,5 1.009,8

25 Financieringslasten

De onderstaande tabel toont de Financieringslasten per product.

Eerste Eerste
halfjaar 2011 halfjaar 2010
Financieringslasten
Schuldbewijzen 11,7 24,9
Achtergestelde schulden 77,9 78,0
Leningen - verschuldigd aan banken 27,4 12,2
Leningen - verschuldigd aan klanten 3,7 0,1
Overige financieringen 4,6 10,4
Derivaten 8,3 5,1
Overige schulden 22,8 12,9
Totaal financieringslasten 156,4 143,6

26 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen

De wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Eerste Eerste
halfjaar 2011 halfjaar 2010
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op:
Beleggingen in obligaties 328,8 - 2,0
Beleggingen in aandelen en overige beleggingen 46,1 22,7
Vastgoedbeleggingen - 12,4 1,6
Leningen aan klanten 0,5 - 0,4
Herverzekering en overige vorderingen - 0,4 1,2
Materiële vaste activa - 1,4 0,9
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1,7
Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 362,9 24,0

De lijn Beleggingen in obligaties heeft primair betrekking op de bijzondere waardevermindering van Griekse obligaties tot en met 31 december 2020. Griekse obligaties die aflopen na 31 december 2020 hebben geen bijzondere waardevermindering ondergaan.

Toelichting op de segmentrapportage

27 Segmentinformatie

27.1 Algemene informatie

In september 2009 kondigde Ageas een nieuwe organisatiestructuur aan gebaseerd op een beperkte Executive Committee en een Management Committee bestaande uit het Executive Committee, de CEO's van vier geografische regio's en de CFO. Deze structuur is vanaf 1 januari 2010 operationeel.

Ageas is nu georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (UK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Om de rapporteringsstructuur in overeenstemming te brengen met de managementstructuur heeft Ageas de rapporteringsstructuur aangepast. Vanaf 1 januari 2010 zijn de rapporteringssegmenten gewijzigd conform IFRS 8 Operating Segments.

Ageas heeft besloten dat de regio's waarin Ageas opereert de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS is. Dit betekent België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in Algemene Rekening als separaat operationeel segment. Als gevolg van de verandering in de samenstelling van te rapporteren segmenten heeft Ageas de vergelijkende items ten aanzien van segmentinformatie van eerdere periodes aangepast.

De segmentrapportage van Ageas reflecteert de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen. Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

Allocatieregels

In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de business.

Bij het alloceren van balansposten aan operationele segmenten wordt een bottom-up aanpak gehanteerd, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.

Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.

27.2 België

De Belgische verzekeringsactiviteiten, sinds juni 2009 onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. Het totale bruto premie-inkomen in 2010 kwam uit op EUR 6,7 miljard en de onderneming heeft meer dan 2,5 miljoen klanten. 75 tot 80% van het totale premie-inkomen komt uit Leven en 20 tot 25% uit Niet-leven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven- en Niet-leven, die zowel verkocht worden aan particulieren als aan kleine en middelgrote bedrijven. Zij voert een multi-channel-strategie met distributie via meer dan 3.000 onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis Bank en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis Bank 25% eigenaar van AG insurance.

27.3 Verenigd Koninkrijk (UK)

In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-leven en in 2008 werden verwante nieuwe levensverzekeringsactiviteiten gelanceerd. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van de bedrijfsverzekeringen. De onderverdeling is circa 82% particuliere verzekeringen, 16% bedrijfsverzekeringen en 2% Leven. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multi-channel-distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinitypartners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich RIAS en Castle Cover, die meer dan een miljoen klanten hebben in het groeiende marktsegment van 50-plussers en Ageas Insurance Solutions, dat 'white label'-oplossingen biedt aan affinity-partners, alsook outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van het eigen merk en van Kwik-Fit Insurance Services. De succesvolle start van Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband met Tesco Bank (49%) en de integratie van de overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services versterken de diverse marktposities van Ageas in het Verenigd Koninkrijk.

Om de contributie van de verschillende business segmenten transparanter te maken heeft Ageas de resultaten van het Verenigd Koninkrijk gesplitst in drie deelsegmenten: Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen. Tot die laatste categorie behoren de resultaten uit de retailactiviteiten.

27.4 Continentaal Europa

Continentaal Europa bestaat uit de Europese verzekeringsactiviteiten van Ageas, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Het segment omvat vijf landen en is een mengeling van leidinggevende posities in volgroeide markten zoals Portugal (51% eigendom) en Luxemburg (50% eigendom) en kleinere posities in Frankrijk en Duitsland (beiden 100% eigendom) of het nieuwe samenwerkingsverband in Niet-leven in Italië (25% eigendom). In 2010 had ongeveer 89% van het totale inkomen betrekking op Leven, aangevuld met activiteiten Niet-leven in Portugal en Italië. Als onderdeel van de strategische evaluatie in 2009 werden in het segment Continentaal Europa een aantal initiatieven genomen om de portefeuille te stroomlijnen. Dit heeft geleid tot de verkoop van de activiteiten Niet-leven in Luxemburg, de Turkse en de Oekraïense leven-activiteiten. Verder zijn de Russische activiteiten stopgezet.

27.5 Azië

Ageas is actief in vijf landen in Azië. Het regionale kantoor bevindt zich in Hongkong en de dochteronderneming in Hongkong is in volledig eigendom. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (8-24,9% eigendom), Maleisië (30,95% eigendom), Thailand (8- 31% eigendom) en India (26% eigendom). Ageas rapporteert op geconsolideerde basis met betrekking tot Hongkong, terwijl de andere ondernemingen als beleggingen worden verantwoord.

27.6 Algemene Rekening

De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de houdstermaatschappij(en). Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES (RPN(I)), Intreinco N.V. (het voormalige Ageas Reinsurance N.V. ) en de vordering op ABN AMRO.

27.7 Balans per operationeel segment

30 juni 2011
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 412,3 269,6 180,9 165,8 776,4 1.805,0
Financiële beleggingen 43.800,2 1.939,9 8.151,7 979,9 21,9 - 12,1 54.881,5
Vastgoedbeleggingen 1.946,6 25,2 0,4 1.972,2
Leningen 2.747,4 682,1 111,2 3.660,5 - 1.231,6 5.969,6
Beleggingen inzake unit-linked contracten 6.409,3 7.377,4 385,8 - 80,8 14.091,7
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 147,4 5,5 647,0 922,5 9,1 1.731,5
Herverzekering en overige vorderingen 940,6 687,8 229,0 45,1 2.368,2 - 4,8 4.265,9
Actuele belastingvorderingen 36,6 14,8 33,7 85,1
Uitgestelde belastingvorderingen 249,9 10,0 135,4 235,9 631,2
Call optie op BNP Paribas aandelen 694,0 694,0
Overlopende rente en overige activa 1.373,2 319,7 287,5 158,3 50,7 - 12,7 2.176,7
Materiële vaste activa 1.032,4 49,2 7,6 2,7 1,7 1.093,6
Goodwill en overige immateriële vaste activa 382,4 287,0 519,1 475,5 1.664,0
Activa aangehouden voor verkoop 8.413,8 8.413,8
Totaal activa 59.478,3 3.578,0 17.635,1 2.971,7 17.145,6 - 1.332,9 99.475,8
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 20.381,8 2.584,5 994,1 - 2,7 23.957,7
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 21.850,9 5.073,3 1,1 26.925,3
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 6.409,3 7.375,2 385,8 14.170,3
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 3.193,4 1.930,7 637,1 5.761,2
Schuldbewijzen 340,7 340,7
Achtergestelde schulden 893,7 149,2 28,0 70,4 2.919,1 - 1.180,2 2.880,2
Leningen 1.719,5 124,4 445,2 68,9 82,2 - 132,3 2.307,9
Actuele belastingschulden 38,6 18,7 3,8 5,4 66,5
Uitgestelde belastingschulden 341,4 35,8 68,8 235,9 681,9
RPN(I) 583,0 583,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.521,1 385,5 180,7 47,6 146,5 - 17,6 2.263,8
Voorzieningen 17,8 4,8 17,9 2.407,7 2.448,2
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 8.184,7 8.184,7
Totaal verplichtingen 56.367,5 2.649,1 16.414,5 1.573,3 14.899,8 - 1.332,8 90.571,4
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 2.233,6 858,6 773,5 1.398,4 2.213,2 - 0,1 7.477,2
Minderheidsbelangen 877,2 70,3 447,1 32,6 1.427,2
Totaal eigen vermogen 3.110,8 928,9 1.220,6 1.398,4 2.245,8 - 0,1 8.904,4
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 59.478,3 3.578,0 17.635,1 2.971,7 17.145,6 - 1.332,9 99.475,8
Aantal werknemers 5.700 5.147 1.133 343 88 12.411
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 389,3 184,8 270,8 154,0 2.259,4 3.258,3
Financiële beleggingen 44.191,0 1.741,1 9.010,2 1.014,6 307,0 - 31,4 56.232,5
Vastgoedbeleggingen 1.874,2 25,7 0,4 1.900,3
Leningen 2.563,0 447,9 121,5 2.670,1 - 1.274,3 4.528,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten 6.687,2 14.747,9 390,3 - 78,1 21.747,3
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 104,6 5,4 660,2 954,0 8,3 1.732,5
Herverzekering en overige vorderingen 712,4 477,9 275,5 52,2 2.405,8 - 95,3 3.828,5
Actuele belastingvorderingen 34,5 2,6 34,4 71,5
Uitgestelde belastingvorderingen 145,5 11,3 95,0 213,3 465,1
Call optie op BNP Paribas aandelen 609,0 609,0
Overlopende rente en overige activa 1.269,6 244,3 301,5 155,3 105,9 - 34,1 2.042,5
Materiële vaste activa 1.019,5 35,4 6,8 2,6 0,7 1.065,0
Goodwill en overige immateriële vaste activa 388,0 241,2 535,1 521,6 0,1 1.686,0
Activa aangehouden voor verkoop
Totaal activa 59.378,8 2.938,6 25.756,2 3.072,7 9.525,3 - 1.504,9 99.166,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 20.077,8 2.835,7 1.027,5 - 2,6 23.938,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 21.433,9 5.478,6 1,3 26.913,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 6.687,2 14.753,4 390,3 21.830,9
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 3.141,4 1.602,2 617,9 177,5 - 90,4 5.448,6
Schuldbewijzen 548,9 548,9
Achtergestelde schulden 892,8 156,5 28,0 76,3 2.961,1 - 1.187,8 2.926,9
Leningen 1.766,3 125,5 240,5 74,4 99,6 - 164,6 2.141,7
Actuele belastingschulden 34,2 3,1 4,5 4,6 46,4
Uitgestelde belastingschulden 359,7 32,9 73,0 216,7 682,3
RPN(I) 465,0 465,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.328,2 164,2 263,2 58,0 195,8 - 62,4 1.947,0
Voorzieningen 16,8 6,3 16,8 2.367,7 2.407,6
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop
Totaal verplichtingen 55.738,3 2.090,7 24.311,6 1.632,4 7.032,3 - 1.507,8 89.297,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 2.632,0 776,1 893,1 1.440,3 2.502,7 2,9 8.247,1
Minderheidsbelangen 1.008,5 71,8 551,5 - 9,7 1.622,1
Totaal eigen vermogen 3.640,5 847,9 1.444,6 1.440,3 2.493,0 2,9 9.869,2
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 59.378,8 2.938,6 25.756,2 3.072,7 9.525,3 - 1.504,9 99.166,7
Aantal werknemers 5.705 4.327 1.270 320 85 11.707

31 december 2010

Continentaal

27.8 Resultatenrekening per operationeel segment

Eerste halfjaar 2011
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 3.070,4 1.015,9 658,0 107,0 - 0,7 - 0,2 4.850,4
- Wijziging in niet-verdiende premies - 73,8 - 310,3 - 11,0 - 395,1
- Afgegeven herverzekeringspremies - 32,5 - 46,8 - 51,7 - 10,8 0,1 - 141,7
Netto verdiende premies 2.964,1 658,8 595,3 96,2 - 0,6 - 0,2 4.313,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.212,2 29,7 186,8 29,1 114,1 - 35,3 1.536,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen 85,0 85,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 118,0 - 118,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 85,7 1,5 - 1,6 3,0 - 0,3 88,3
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten - 20,8 93,3 - 0,4 72,1
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 4,1 43,2 - 55,6 0,2 - 8,1
Commissiebaten 48,4 60,4 92,9 19,2 220,9
Overige baten 63,5 48,8 2,6 2,2 0,8 - 6,3 111,6
Totale baten 4.357,2 799,2 969,3 192,5 25,4 - 41,6 6.302,0
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.155,2 - 516,0 - 601,4 - 82,6 - 4,4 0,2 - 4.359,4
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 0,6 39,0 24,2 2,5 6,4 72,7
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.154,6 - 477,0 - 577,2 - 80,1 2,0 0,2 - 4.286,7
Lasten inzake unit-linked contracten 20,4 - 86,6 - 0,5 - 66,7
Financieringslasten - 53,8 - 8,9 - 2,1 - 6,9 - 119,7 35,0 - 156,4
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 297,8 - 64,6 - 0,3 - 0,2 - 362,9
Wijzigingen in voorzieningen - 1,1 1,3 - 0,4 - 40,0 - 40,2
Commissielasten - 314,4 - 150,8 - 94,1 - 32,7 - 0,8 - 592,8
Personeelskosten - 213,2 - 84,6 - 43,8 - 12,4 - 10,7 - 1,4 - 366,1
Overige lasten - 284,9 - 38,4 - 68,1 - 4,7 - 24,8 6,3 - 414,6
Totale lasten - 4.299,4 - 758,4 - 936,9 - 137,6 - 194,2 40,1 - 6.286,4
Winst voor belastingen 57,8 40,8 32,4 54,9 - 168,8 - 1,5 15,6
Winstbelastingen - 24,0 - 10,6 - 12,3 - 1,2 - 48,1
Nettowinst over de periode 33,8 30,2 20,1 53,7 - 168,8 - 1,5 - 32,5
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 10,7 - 0,2 16,4 - 0,6 26,3
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders 23,1 30,4 3,7 53,7 - 168,2 - 1,5 - 58,8
Totale baten van externe klanten 4.351,0 799,2 969,3 190,6 - 8,1 6.302,0
Totale baten intern 6,2 1,9 33,5 - 41,6
Totale baten 4.357,2 799,2 969,3 192,5 25,4 - 41,6 6.302,0
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 298,2 - 103,0 - 0,8 - 40,0 - 442,0

1) Het Bruto premie inkomen (som van bruto-premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste halfjaar 2011
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 3.070,4 1.015,9 658,0 107,0 - 0,7 - 0,2 4.850,4
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 188,9 823,4 50,4 1.062,7
Bruto premie-inkomen 3.259,3 1.015,9 1.481,4 157,4 - 0,7 - 0,2 5.913,1

Eerste halfjaar 2010

Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 3.122,9 549,5 1.335,5 106,1 - 0,1 5.113,9
- Wijziging in niet-verdiende premies - 63,5 - 60,3 - 20,5 - 144,3
- Afgegeven herverzekeringspremies - 27,5 - 33,1 - 50,7 - 11,6 - 122,9
Netto verdiende premies 3.031,9 456,1 1.264,3 94,5 - 0,1 4.846,7
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.189,0 27,0 178,2 29,8 121,5 - 32,9 1.512,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 121,0 - 121,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 24,0 - 24,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen - 123,0 2,8 13,1 36,4 19,1 - 51,6
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 120,5 100,1 - 18,4 202,2
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 2,9 25,2 20,6 - 0,4 48,3
Commissiebaten 45,2 40,9 99,8 19,5 205,4
Overige baten 88,7 4,2 3,6 1,6 8,6 - 9,9 96,8
Totale baten 4.355,2 531,0 1.659,1 188,6 24,8 - 43,3 6.715,4
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.246,9 - 361,8 - 1.335,1 - 79,6 0,7 0,1 - 5.022,6
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 10,3 20,2 22,3 2,4 - 0,2 55,0
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.236,6 - 341,6 - 1.312,8 - 77,2 0,5 0,1 - 4.967,6
Lasten inzake unit-linked contracten - 121,1 - 68,1 17,4 - 171,8
Financieringslasten - 45,1 - 1,9 - 2,9 - 6,1 - 120,5 32,9 - 143,6
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 23,2 - 0,7 - 0,5 0,4 - 24,0
Wijzigingen in voorzieningen - 0,6 0,5 2,6 2,5
Commissielasten - 300,5 - 96,7 - 98,4 - 27,3 - 522,9
Personeelskosten - 209,2 - 53,4 - 50,9 - 11,3 - 7,3 - 2,8 - 334,9
Overige lasten - 263,5 - 28,3 - 66,7 - 16,3 - 28,9 9,9 - 393,8
Totale lasten - 4.199,8 - 521,4 - 1.597,9 - 121,3 - 156,2 40,5 - 6.556,1
Winst voor belastingen 155,4 9,6 61,2 67,3 - 131,4 - 2,8 159,3
Winstbelastingen - 36,6 - 2,7 - 22,2 - 0,2 407,2 345,5
Nettowinst over de periode 118,8 6,9 39,0 67,1 275,8 - 2,8 504,8
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 30,9 - 1,4 21,8 - 1,5 49,8
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders 87,9 8,3 17,2 67,1 277,3 - 2,8 455,0
Totale baten van externe klanten 4.345,0 531,0 1.659,0 186,6 - 6,2 6.715,4
Totale baten intern 10,2 0,1 2,0 31,0 - 43,3
Totale baten 4.355,2 531,0 1.659,1 188,6 24,8 - 43,3 6.715,4
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 80,8 - 96,5 - 23,4 - 200,7

1) Het Bruto premie inkomen (som van bruto-premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste halfjaar 2010
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 3.122,9 549,5 1.335,5 106,1 - 0,1 5.113,9
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 379,8 873,8 44,4 1.298,0
Bruto premie-inkomen 3.502,7 549,5 2.209,3 150,5 - 0,1 6.411,9

27.9 Balans gesplitst in Leven en Niet-leven

30 juni 2011
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 687,5 278,3 62,8 776,4 1.805,0
Financiële beleggingen 49.339,3 5.532,4 21,9 - 12,1 54.881,5
Vastgoedbeleggingen 1.760,1 212,1 1.972,2
Leningen 3.264,8 275,9 38,3 3.660,5 - 1.269,9 5.969,6
Beleggingen inzake unit-linked contracten 14.172,5 - 80,8 14.091,7
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 681,3 118,6 922,5 9,1 1.731,5
Herverzekering en overige vorderingen 712,5 976,1 323,7 2.368,2 - 114,6 4.265,9
Actuele belastingvorderingen 69,8 6,3 9,0 85,1
Uitgestelde belastingvorderingen 319,8 72,1 3,4 235,9 631,2
Call optie op BNP Paribas aandelen 694,0 694,0
Overlopende rente en overige activa 1.738,0 388,8 15,4 50,7 - 16,2 2.176,7
Materiële vaste activa 938,6 137,9 15,4 1,7 1.093,6
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.205,7 182,8 275,5 1.664,0
Activa aangehouden voor verkoop 8.413,8 8.413,8
Totaal activa 74.889,9 8.181,3 743,5 17.145,6 - 1.484,5 99.475,8
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 23.960,4 - 2,7 23.957,7
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 26.925,3 26.925,3
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 14.170,3 14.170,3
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 5.761,2 5.761,2
Schuldbewijzen 340,7 340,7
Achtergestelde schulden 890,4 178,9 110,3 2.919,1 - 1.218,5 2.880,2
Leningen 2.006,0 284,6 67,4 82,2 - 132,3 2.307,9
Actuele belastingschulden 34,3 13,4 18,8 66,5
Uitgestelde belastingschulden 389,4 56,8 - 0,2 235,9 681,9
RPN(I) 583,0 583,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.403,4 544,5 300,3 146,5 - 130,9 2.263,8
Voorzieningen 21,8 18,5 0,2 2.407,7 2.448,2
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 8.184,7 8.184,7
Totaal verplichtingen 69.801,3 6.857,9 496,8 14.899,8 - 1.484,4 90.571,4
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 4.072,9 944,5 246,7 2.213,2 - 0,1 7.477,2
Minderheidsbelangen 1.015,7 378,9 32,6 1.427,2
Totaal eigen vermogen 5.088,6 1.323,4 246,7 2.245,8 - 0,1 8.904,4
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 74.889,9 8.181,3 743,5 17.145,6 - 1.484,5 99.475,8
Aantal werknemers 4.728 4.520 3.075 88 12.411

Overige Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal Activa Geldmiddelen en kasequivalenten 680,0 282,8 36,1 2.259,4 3.258,3 Financiële beleggingen 50.659,0 5.297,9 307,0 - 31,4 56.232,5 Vastgoedbeleggingen 1.657,1 243,2 1.900,3 Leningen 2.966,8 165,5 40,2 2.670,1 - 1.314,4 4.528,2 Beleggingen inzake unit-linked contracten 21.825,4 - 78,1 21.747,3 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 655,1 115,1 954,0 8,3 1.732,5 Herverzekering en overige vorderingen 501,1 938,3 181,4 2.405,8 - 198,1 3.828,5 Actuele belastingvorderingen 67,7 10,1 2,3 - 8,6 71,5 Uitgestelde belastingvorderingen 199,3 49,6 2,9 213,3 465,1 Call optie op BNP Paribas aandelen 609,0 609,0 Overlopende rente en overige activa 1.572,7 393,4 6,3 105,9 - 35,8 2.042,5 Materiële vaste activa 906,5 142,1 15,7 0,7 1.065,0 Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.264,0 190,1 231,8 0,1 1.686,0 Activa aangehouden voor verkoop Totaal activa 82.954,7 7.828,1 516,7 9.525,3 - 1.658,1 99.166,7 Verplichtingen Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 23.941,0 - 2,6 23.938,4 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 26.913,8 26.913,8 Verplichtingen inzake unit-linked contracten 21.830,9 21.830,9 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 5.361,5 177,5 - 90,4 5.448,6 Schuldbewijzen 548,9 548,9 Achtergestelde schulden 897,0 181,0 115,7 2.961,1 - 1.227,9 2.926,9 Leningen 1.870,0 245,0 91,7 99,6 - 164,6 2.141,7 Actuele belastingschulden 39,3 4,0 11,7 - 8,6 46,4 Uitgestelde belastingschulden 408,8 51,6 5,2 216,7 682,3 RPN(I) 465,0 465,0 Overlopende rente en overige verplichtingen 1.176,4 610,8 130,9 195,8 - 166,9 1.947,0 Voorzieningen 21,5 18,2 0,2 2.367,7 2.407,6 Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop Totaal verplichtingen 77.098,7 6.472,1 355,4 7.032,3 - 1.661,0 89.297,5 Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 4.616,5 963,7 161,3 2.502,7 2,9 8.247,1 Minderheidsbelangen 1.239,5 392,3 - 9,7 1.622,1 Totaal eigen vermogen 5.856,0 1.356,0 161,3 2.493,0 2,9 9.869,2 Totaal verplichtingen en eigen vermogen 82.954,7 7.828,1 516,7 9.525,3 - 1.658,1 99.166,7 Aantal werknemers 4.838 4.145 2.639 85 11.707

31 december 2010

27.10 Resultatenrekening gesplitst in Leven en Niet-leven

Eerste halfjaar 2011
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 2.728,0 2.123,3 - 0,7 - 0,2 4.850,4
- Wijziging in niet-verdiende premies - 395,1 - 395,1
- Afgegeven herverzekeringspremies - 45,3 - 96,5 0,1 - 141,7
Netto verdiende premies 2.682,7 1.631,7 - 0,6 - 0,2 4.313,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.337,9 128,7 - 7,7 114,1 - 36,4 1.536,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen 85,0 85,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 118,0 - 118,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 79,2 9,4 - 0,3 88,3
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 72,1 72,1
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 38,4 9,0 - 55,6 0,1 - 8,1
Commissiebaten 151,6 10,5 84,2 - 25,4 220,9
Overige baten 45,1 31,6 46,5 0,8 - 12,4 111,6
Totale baten 4.407,0 1.820,9 123,0 25,4 - 74,3 6.302,0
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.183,8 - 1.171,4 - 4,4 0,2 - 4.359,4
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 24,4 41,9 6,4 72,7
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.159,4 - 1.129,5 2,0 0,2 - 4.286,7
Lasten inzake unit-linked contracten - 66,7 - 66,7
Financieringslasten - 57,0 - 8,0 - 7,9 - 119,7 36,2 - 156,4
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 346,3 - 16,4 - 0,2 - 362,9
Wijzigingen in voorzieningen 1,0 - 1,2 - 40,0 - 40,2
Commissielasten - 264,5 - 352,9 - 0,8 25,4 - 592,8
Personeelskosten - 178,8 - 127,6 - 47,6 - 10,7 - 1,4 - 366,1
Overige lasten - 246,3 - 103,6 - 52,3 - 24,8 12,4 - 414,6
Totale lasten - 4.318,0 - 1.739,2 - 107,8 - 194,2 72,8 - 6.286,4
Winst voor belastingen 89,0 81,7 15,2 - 168,8 - 1,5 15,6
Winstbelastingen - 20,9 - 23,3 - 3,9 - 48,1
Nettowinst over de periode 68,1 58,4 11,3 - 168,8 - 1,5 - 32,5
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 16,6 10,3 - 0,6 26,3
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders 51,5 48,1 11,3 - 168,2 - 1,5 - 58,8
Totale baten van externe klanten 4.391,1 1.819,2 100,0 - 8,3 6.302,0
Totale baten intern 15,9 1,7 23,0 33,7 - 74,3
Totale baten 4.407,0 1.820,9 123,0 25,4 - 74,3 6.302,0
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 384,9 - 17,1 - 40,0 - 442,0

1) Het Bruto premie inkomen (som van bruto-premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste halfjaar 2011 Overige Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal Bruto premies 2.728,0 2.123,3 - 0,7 - 0,2 4.850,4 Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 1.062,7 1.062,7 Bruto premie-inkomen 3.790,7 2.123,3 - 0,7 - 0,2 5.913,1

Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 3.495,1 1.618,9 - 0,1 5.113,9
- Wijziging in niet-verdiende premies 0,1 - 144,4 - 144,3
- Afgegeven herverzekeringspremies - 40,9 - 82,0 - 122,9
Netto verdiende premies 3.454,3 1.392,5 - 0,1 4.846,7
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.305,3 127,5 - 8,8 121,5 - 32,9 1.512,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 121,0 - 121,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 24,0 - 24,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen - 33,9 - 36,8 19,1 - 51,6
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 202,2 202,2
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 22,8 5,3 20,6 - 0,4 48,3
Commissiebaten 153,0 14,8 59,4 - 21,8 205,4
Overige baten 67,4 30,6 2,3 8,6 - 12,1 96,8
Totale baten 5.171,1 1.533,9 52,9 24,8 - 67,3 6.715,4
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 3.976,0 - 1.047,4 0,7 0,1 - 5.022,6
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 17,6 37,6 - 0,2 55,0
Schadelasten en uitkeringen, netto - 3.958,4 - 1.009,8 0,5 0,1 - 4.967,6
Lasten inzake unit-linked contracten - 171,8 - 171,8
Financieringslasten - 48,8 - 6,2 - 1,0 - 120,5 32,9 - 143,6
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 21,0 - 3,4 0,4 - 24,0
Wijzigingen in voorzieningen 2,9 - 0,4 2,5
Commissielasten - 251,8 - 292,9 21,8 - 522,9
Personeelskosten - 181,0 - 119,6 - 24,2 - 7,3 - 2,8 - 334,9
Overige lasten - 238,9 - 121,4 - 16,7 - 28,9 12,1 - 393,8
Totale lasten - 4.868,8 - 1.553,7 - 41,9 - 156,2 64,5 - 6.556,1
Winst voor belastingen 302,3 - 19,8 11,0 - 131,4 - 2,8 159,3
Winstbelastingen - 68,6 10,0 - 3,1 407,2 345,5
Nettowinst over de periode 233,7 - 9,8 7,9 275,8 - 2,8 504,8
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 55,3 - 4,0 - 1,5 49,8
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders 178,4 - 5,8 7,9 277,3 - 2,8 455,0
Totale baten van externe klanten 5.153,2 1.530,7 37,7 - 6,2 6.715,4
Totale baten intern 17,9 3,2 15,2 31,0 - 67,3
Totale baten 5.171,1 1.533,9 52,9 24,8 - 67,3 6.715,4

Eerste halfjaar 2010

Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 196,2 - 4,5 - 200,7

1) Het Bruto premie inkomen (som van bruto-premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste halfjaar 2010
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 3.495,1 1.618,9 - 0,1 5.113,9
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 1.298,0 1.298,0
Bruto premie-inkomen 4.793,1 1.618,9 - 0,1 6.411,9

27.11 Technisch resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van de concepten technisch resultaat en operationele marge.

Het technisch resultaat omvat de premies, commissie en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat en dus van het technisch resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.

De gerealiseerde en ongerealiseerde meerwaarden op de beleggingen, die verantwoord worden in de resultatenrekening en die de verzekeringsverplichting afdekken voor de verschillende activiteiten en die niet worden toegewezen aan het technisch resultaat, worden opgenomen in de operationele marge.

De afstemming van de operationele marge naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in de operationele marge.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-leven activiteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken welke gerelateerd zijn aan het leven en overlijden van personen. Het levenbedrijf omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). De Niet-levenactiviteiten bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen en Ziekte, Autoverzekeringen, Brand en overige schade aan eigendommen en Overig, welke het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims.

Het technisch resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Eerste halfjaar 2011
Continentaal Totaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 2.361,2 22,1 1.250,0 157,4 - 0,2 3.790,5
Bruto premie-inkomen Niet-leven 898,1 993,8 231,4 - 0,7 2.122,6
Operationele kosten - 228,5 - 76,1 - 92,4 - 16,7 - 413,7
Technisch resultaat Leven 109,3 - 2,1 16,5 14,3 138,0
- Ongevallen en ziekte 17,1 - 0,5 13,1 29,7
- Auto 21,2 22,9 0,6 44,7
- Brand en overige schade aan eigendommen - 10,4 - 2,9 2,0 - 11,3
- Overig 9,3 0,7 - 2,1 7,9
Technisch resultaat Niet-leven 37,2 20,2 13,6 71,0
Totaal technisch resultaat 146,5 18,1 30,1 14,3 209,0
Gealloceerde meerwaarden - 64,7 1,1 - 0,9 2,5 - 62,0
Operationele marge 81,8 19,2 29,2 16,8 147,0
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 4,1 43,2 - 55,6 0,2 - 8,1
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage - 28,1 21,6 3,2 - 5,1 - 113,2 - 1,7 - 123,3
Winst voor belastingen 57,8 40,8 32,4 54,9 - 168,8 - 1,5 15,6
Key performance indicators
Lasten ratio 36,6% 27,0% 29,3% 31,9%
Schade ratio 65,6% 74,2% 67,5% 69,3%
Gecombineerde ratio 102,2% 101,2% 96,8% 101,2%
Operationele kosten Leven in % van het beheerd vermogen Leven 0,38% 0,57% 2,42% 0,50%
Beheerd vermogen 51.835,4 1.930,7 15.670,1 1.381,0 - 2,7 70.814,5
Eerste halfjaar 2010
Continentaal Totaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 2.650,9 11,2 1.980,5 150,5 - 0,1 4.793,0
Bruto premie-inkomen Niet-leven 851,7 538,3 228,9 1.618,9
Operationele kosten - 220,2 - 56,8 - 98,0 - 18,4 - 393,4
Technisch resultaat Leven 186,9 - 3,2 39,2 11,1 234,0
- Ongevallen en ziekte 11,0 - 6,1 6,3 11,2
- Auto - 3,3 - 5,3 - 5,1 - 13,7
- Brand en overige schade aan eigendommen - 3,7 5,8 3,8 5,9
- Overig 0,8 2,1 2,0 4,9
Technisch resultaat Niet-leven 4,8 - 3,5 7,0 8,3
Totaal technisch resultaat 191,7 - 6,7 46,2 11,1 242,3
Gealloceerde meerwaarden - 104,5 2,1 4,4 34,0 - 64,0
Operationele marge 87,2 - 4,6 50,6 45,1 178,3
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 2,9 25,2 20,6 - 0,4 48,3
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 65,3 14,2 10,6 - 3,0 - 152,0 - 2,4 - 67,3
Winst voor belastingen 155,4 9,6 61,2 67,3 - 131,4 - 2,8 159,3
Key performance indicators
Lasten ratio 36,6% 30,1% 27,5% 33,3%
Schade ratio 70,5% 76,4% 71,6% 72,5%
Gecombineerde ratio 107,1% 106,5% 99,1% 105,8%
Operationele kosten Leven in % van het beheerd vermogen Leven 0,39% 0,56% 2,96% 0,52%
Beheerd vermogen 50.008,1 1.478,8 23.059,4 1.371,3 185,2 - 92,0 76.010,8

Schaderatio: de kosten van schade, zijnde schaden voor eigen rekening, exclusief interne schadeafhandelingskosten, als percentage van de netto verdiende premies.

Lastenratio: de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne schadeafhandelingskosten vermeerderd met netto commissies ten laste van het boekjaar, minus interne beleggingskosten.

Gecombineerde ratio: de som van schade- en lastenratio.

28 Voorwaardelijke verplichtingen

28.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

Ageas is, zoals vele andere financiële instellingen, gedaagde met betrekking tot een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering. Die bedrijfsvoering is sinds de desinvestering van de bankactiviteiten in oktober 2008 beperkt tot verzekeringsactiviteiten.

Als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (o.a. kapitaalverhoging en acquisitie van delen van ABN AMRO in oktober 2007, aankondiging van het versnelde solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan Ageas worden betrokken bij een aantal juridische procedures evenals administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in België en Nederland, waarvan sommige kunnen leiden tot een aanzienlijke maar onder de huidige omstandigheden niet kwantificeerbare toekomstige verplichting voor Ageas.

De lopende onderzoeken leiden niet tot een onmiddellijk (materieel) financieel risico voor Ageas, maar op termijn kan dergelijk risico niet worden uitgesloten. Dit is het geval voor (i) het onderzoek van de door de rechter benoemde experts in België, die zich buigen over de transacties van september/oktober 2008, (ii) het onderzoek ingesteld door de Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) en (iii) het strafonderzoek in België. Negatieve bevindingen in deze onderzoeken kunnen een impact hebben op bestaande juridische procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding.

Op 5 februari 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een boete opgelegd van EUR 288.000 voor overtredingen van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM zijn er op 5 juni 2008 bepaalde onjuiste of misleidende verklaringen afgelegd over de solvabiliteitspositie van Fortis en had Fortis op 14 juni 2008 bekend moeten maken dat de door de Europese Commissie opgelegde voorwaarden (de 'EC Remedies') met zich meebrachten dat de financiële doelstellingen voor 2008 en daarna niet zonder extra maatregelen konden worden gerealiseerd. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode tussen 5 en 25 juni 2008 te hebben gehandeld zonder over volledig correcte informatie te beschikken. Ageas betwist de beweerde overtredingen en nadat het administratief beroep werd verworpen tekende Ageas beroep aan bij de rechtbank te Rotterdam. Op 4 mei 2011heeft deze rechtbank de beslissing van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.

Op 16 juni 2010 is het onderzoeksverslag, opgedragen door de Ondernemingskamer in Amsterdam, voor het publiek ter inzage gelegd. Een kopie van het rapport kan gedownload worden van de Ageas website. Onder meer laten de onderzoekers zich kritisch uit ten aanzien van de manier waarop Fortis haar beleggers indertijd heeft geïnformeerd en concluderen zij dat de informatie die door Fortis is verstrekt aan de beleggers op een aantal gebieden niet juist was of op zijn minst niet volledig. Zij verwijzen in het bijzonder naar (i) de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in de trading update van 21 september 2007 en in het prospectus voor de kapitaalverhoging (waarin die trading update was opgenomen) die plaats vond op 9 oktober 2007 (maar de experts tekenen daarbij wel aan dat de informatie niet is gemanipuleerd of moedwillig verkeerd is gepresenteerd), (ii) informatie over de verkoop van bepaalde onderdelen van ABN AMRO die vereist was door de Europese mededingingsautoriteiten en over de solvabiliteitspositie van Fortis in de periode 21 mei 2008 tot 26 juni 2008, en (iii) de communicatie over bepaalde feiten aan beleggers in de periode daarna en specifiek op 26 september 2008.

Op 16 augustus 2010 hebben de VEB en bepaalde andere partijen een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer (i) om een juridische procedure te starten met als doel te laten vaststellen dat bepaalde feiten die vermeld worden in het onderzoeksverslag als wanbeleid van Fortis moeten worden beschouwd en (ii) om de kwijting verleend aan Fortis bestuurders op 29 april 2008 te laten nietigverklaren. De bevindingen van de onderzoekers hebben geleid en kunnen nog leiden tot nieuwe vorderingen en procedures tegen Ageas, inclusief vorderingen tot schadevergoeding.

De bevindingen van de onderzoekers kunnen ook invloed hebben op bestaande juridische procedures. Hoewel Ageas alle beweerde overtredingen zal betwisten, kunnen zulke acties, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact hebben op Ageas. Op dit moment is het echter niet mogelijk om te beoordelen of en hoeveel van deze acties zullen worden gestart of om te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze succesvol zouden zijn.

Op 19 augustus 2010 heeft de AFM een additionele boete opgelegd aan ageas SA/NV en ageas N.V. van EUR 144.000 elk voor inbreuken op de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM heeft Fortis de beleggers niet op tijd geïnformeerd over haar 'subprime'-positie en had zij informatie moeten publiceren over haar 'subprime'-positie en blootstelling (zowel algemeen als in de Verenigde Staten, alsook een uitsplitsing) in de trading update die op 21 september 2007 werd gepubliceerd in verband met de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode vanaf 21 september 2007 te hebben gehandeld op basis van onvolledige informatie. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Na afwijzing van het administratief beroep, heeft Ageas beroep aangetekend tegen het besluit van de AFM bij de rechtbank van Rotterdam. Zoals eerder aangegeven, kan dit leiden tot nieuwe vorderingen en procedures tegen Ageas, inclusief vorderingen tot schadevergoeding. Hoewel dergelijke acties, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact op Ageas kunnen hebben, is het op dit moment niet mogelijk te beoordelen of en hoeveel van zulke acties zullen worden gestart. Ook is het niet mogelijk om te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren

die betaald zou moeten worden als ze succesvol zouden zijn.

Ageas is eveneens betrokken, of kan nog betrokken worden, bij rechtszaken die al dan niet rechtstreeks voortvloeien uit gebeurtenissen en ontwikkelingen met betrekking tot de vroegere Fortis-groep die zich voordeden tussen mei 2007 en oktober 2008:

  • een aantal juridische procedures werden ingeleid door individuele aandeelhouders en belangenverenigingen van aandeelhouders in België en Nederland met als (in)directe eis (i) de nietigverklaring van besluiten van de raad van bestuur van Fortis in september/oktober 2008 of vervangende schadevergoeding en/of (ii) de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of het marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008. Dit betreft:
  • a) de procedures voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel:

    • ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Modrikamen, die initieel de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en van Fortis Bank aan de FPIM (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding eisten; het verzoek tot voorlopige maatregelen tegen Ageas werd op 8 december 2009 afgewezen; op 26 april 2011 heeft Mr. Modrikamen (i) beroep aangetekend tegen dit vonnis in de mate dat de rechtbank zich niet bevoegd acht inzake de Nederlandse staat en de Nederlandsche Bank, en (ii) conclusies neergelegd ten gronde inzake de verkoop van de Belgische bank. De vordering is nu vooral gericht op schadevergoeding die wordt gevraagd van de Nederlandse staat, de Nederlandsche Bank, de Belgische staat en BNP.
    • ingeleid door een aantal personen rond Deminor International, die schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode mei 2007 tot oktober 2008. Deze procedures zijn hangende.;
  • b) de procedures voor de rechtbank van Amsterdam:

  • ingeleid door de VEB en Deminor die schadevergoeding van de Nederlandse Staat nastreven op grond van beweerd onrechtmatig handelen bij de nationalisatie van de Nederlandse activiteiten, of in ondergeschikte orde verzoeken aan de rechtbank om Ageas te bevelen om juridische stappen te nemen tegen de Nederlandse Staat; op 18 mei 2011 heeft de rechtbank alle eisen afgewezen. De VEB heeft bekend gemaakt niet in hoger beroep te zullen gaan.
  • ingeleid door de Stichting FortisEffect en een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. De Gier, die de ongeldigheid van de besluiten van de Raad van Bestuur van oktober 2008 en de terugdraaiing van de transacties nastreven of, bij wijze van alternatief, schadevergoeding nastreven; op 18 mei 2011 heeft de rechtbank alle eisen afgewezen; Stichting FortisEffect heeft beroep aangetekend.
  • ingeleid door de VEB die verzoekt om vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormen in hoofde van Fortis en sommige vroegere bestuurders en topmanagers, dat elk van deze inbreuken kwalificeert als een onrechtmatige daad in hoofde van alle of sommige verweerders en dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de financiële instellingen die tijdens de kapitaalverhoging zijn opgetreden als zgn. global coördinators en lead managers) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007 onjuist en onvolledig was;
  • Door de Nederlandse staat die een bedrag van EUR 210 miljoen eist van de moedermaatschappijen van Ageas en EUR 674 miljoen van Ageas Insurance International N.V. De Nederlandse Staat steunt deze beweerde aanspraken op de toepassing van een aantal bepalingen overeengekomen door Fortis Insurance N.V., Fortis Insurance International N.V. en Fortis FBN(H) Preferred Investments B.V. tegen de achtergrond van de verkoop van de Nederlandse bank- en verzekeringsactiviteiten op 3 oktober 2008.
  • c) de procedure voor de rechtbank van Utrecht:
  • ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Bos, die schadevergoeding eisen op grond van beweerde communicatiefouten. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit of verband zou houden met de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis groep uitoefenden, op grond van in 2008 aangegane beëindigingovereenkomsten en/of het Nederlandse burgerlijk recht. Ageas betwist de rechtsgeldigheid van deze wettelijke en contractuele vrijwaringverplichtingen.
  • Door een Nederlandse Stichting, 'Investor Claims Against Fortis,' op grond van beweerde communicatiefouten door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële adviseurs van Fortis) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Zoals reeds vermeld ontkent Ageas dat het foutief gehandeld zou hebben en zal het elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Nochtans kunnen dergelijke acties, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze succesvol zouden zijn.

In het geval dat één van de juridische procedures zou leiden tot de nietigverklaring (of gedeeltelijke nietigverklaring) van de beslissingen van de Raad van Bestuur van Fortis en de daaruit voortvloeiende overeenkomsten (wat op dit ogenblik zeer onwaarschijnlijk is, onder meer omdat noch de door het Brusselse hof van beroep op 12 december 2008 aangewezen Belgische experts, noch de door de Nederlandse Ondernemingskamer aangewezen onderzoekers deze transacties hebben bekritiseerd), dan zou dat gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas die op dit moment niet kwantificeerbaar zijn. Als een rechter Ageas zou veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding, dan kan dat een ernstig negatief effect hebben op de financiële positie van Ageas.

Ook met betrekking tot een hybride instrument genaamd Mandatory Convertible Securities (MCS), waarvoor ageas SA/NV en ageas N.V. de hoedanigheid van mededebiteur hadden, werden juridische procedures ingeleid.

De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV, ageas SA/NV en ageas N.V., werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Vóór 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene MCS houdersvergadering om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisen voor de rechtbank de vernietiging van de conversie of, bij wijze van alternatief, schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Ageas is er, na overleg met haar juridische raadgevers, van overtuigd dat deze vordering ongegrond is.

Na de conversie van de MCS heeft Ageas een verhaal ingesteld tegen ABN AMRO Bank en ABN AMRO Group op grond van het feit dat ABN AMRO bank geen aandelen heeft uitgegeven ten behoeve van Ageas voor een bedrag van EUR 2 miljard, zoals was bepaald in een overeenkomst tussen de vier MCS emittenten. Een partij die een aantal MCS houders vertegenwoordigt legde bewarend beslag op de vorderingen die Ageas heeft op ABN AMRO Bank, ABN AMRO Group en de Nederlandse Staat, om de betaling van hun eventuele schadevergoeding te waarborgen. Op verzoek van Ageas besliste de rechtbank van Utrecht op 8 juni 2011 tot de opheffing van dit beslag.

Ten slotte heeft de Nederlandse Staat besloten deel te nemen aan deze procedure. De Nederlandse Staat beweert dat Ageas door het instellen van een vordering tegen ABN AMRO Bank de bepalingen schendt van de 'Term Sheet' die op 3 oktober 2008 werd ondertekend bij de verkoop van Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. aan de Nederlandse Staat. De Nederlandse Staat stelt dat Ageas afstand heeft gedaan van haar recht op verhaal en dat in de mate dat Ageas gelijk zou halen in haar vordering op ABN AMRO Bank, deze vordering dan zou moeten worden overgedragen aan de Nederlandse staat als schadevergoeding of op grond van de bepalingen van de 'Term Sheet'.

Vooraleer de juridische procedure te starten, heeft de Nederlandse Staat bewarend beslag gelegd op de vordering van Ageas tegen ABN AMRO Bank.

Voor alle juridische procedures en onderzoeken waarvan het management kennis heeft, zal Ageas voorzieningen boeken op het ogenblik dat het naar de mening van het management, in overleg met de juridische adviseurs, waarschijnlijk is dat Ageas een betaling zal moeten doen en het bedrag ervan redelijkerwijze kan worden geschat.

Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven, is het management op het moment niet in staat, gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures en onderzoeken, om te bepalen of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Om die reden worden er geen voorzieningen aangehouden, behalve een voorziening van EUR 2,4 miljard in verband met de betwistingen met de Nederlandse Staat, zoals vermeld in noot 20 Voorzieningen.

In 2008 hebben de moedermaatschappijen van Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. In het geval van sommige van deze personen vecht Ageas de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen aan voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

28.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

De voormalige werkmaatschappijen van Ageas hebben een aantal hybride instrumenten uitgegeven die leiden tot voorwaardelijke verbintenissen voor ageas N.V. en ageas SA/NV, omdat deze voormalige moedermaatschappijen optraden als garant, mededebiteur of een andere ondersteunende overeenkomst tekenden. In de volgende paragrafen worden de voorwaardelijke verplichtingen beschreven die aan deze instrumenten zijn verbonden.

1. CASHES

CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) is de naam van de obligatielening ter waarde van EUR 3 miljard die is uitgegeven door Fortis Bank SA/NV, met ageas SA/NV en ageas N.V. als mededebiteuren. In overeenstemming met de bepalingen zal dit instrument alleen worden terugbetaald door Fortis Bank door middel van een ruil met al eerder uitgegeven Ageas-aandelen, die in het bezit zijn van Fortis Bank (in het gerapporteerde aantal uitstaande aandelen eind juni 2011 zijn de voor deze ruil uitgegeven 125.313.283 aandelen al inbegrepen). In afwachting van de ruil van de CASHES tegen aandelen Ageas, zijn deze aandelen niet dividend- of stemgerechtigd.

De hoofdsom van de CASHES zal niet in contanten worden terugbetaald. De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de 125.313.283 Ageas aandelen die Fortis Bank ten gunste van die houders heeft verpand.

De CASHES hebben geen vervaldag maar kunnen naar keuze van de obligatiehouders worden omgeruild voor aandelen Ageas tegen een koers van EUR 23,94 per aandeel. Vanaf 19 december 2014 worden de obligaties automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 35,91. De coupons zijn per einde kwartaal betaalbaar (in principe door Fortis Bank) tegen een variabele rente van driemaands Euribor, verhoogd met 200 basispunten.

In het geval dat er geen dividend over aandelen Ageas wordt uitgekeerd of dat het vastgestelde dividend in enig boekjaar beneden de drempel valt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons verplicht plaatsvinden door ageas SA/NV en ageas N.V. in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl Fortis Bank dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride kernkapitaalinstrumenten kunnen worden aangemerkt (Tier 1) als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV en ageas N.V. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV en ageas N.V. in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

2. Fortis Bank Tier 1-obligatielening 2001

Fortis Bank SA/NV heeft in 2001 een aflosbare eeuwigdurende cumulatieve obligatielening met een waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, tegen een coupon van 6,5% tot 26 september 2011 en 3-maands Euribor +2,37% daarna. Deze obligatielening wordt ondersteund door een 'support agreement' aangegaan door de voormalige moedermaatschappijen van Fortis, tegenwoordig ageas SA/NV en ageas N.V.

Fortis Bank heeft besloten de obligaties op 26 september 2011 niet af te lossen; het instrument blijft na de eerste calldatum op kwartaalbasis af te lossen. Volgens de 'support agreement' hadden de houders tot 15 augustus 2011 de mogelijkheid ageas SA/NV en ageas N.V. te verzoeken het instrument te ruilen tegen nieuw uitgegeven Ageas aandelen. Ageas op haart beurt had de mogelijkheid het instrument te ruilen voor contanten, op voorwaarde dat de toezichthouder (NBB) zou instemmen met een dergelijke ruil in contanten. Gezien het aantal houders dat heeft gekozen voor de ruil, de afwezigheid van geautoriseerd aandelenkapitaal en de verleende toestemming door de NBB, zijn ageas SA/NV en ageas N.V. gedwongen 95 % van de effecten a pari te kopen voor contanten op 26 september 2011.

3. Fortis Bank Tier 1-obligatielening 2004

Fortis Bank SA/NV heeft in 2004 een eeuwigdurende lening ter waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, met een Support Agreement aangegaan door de vroegere Fortis moedermaatschappijen, nu ageas SA/NV en ageas N.V , tegen een coupon van 4,625% tot 27 oktober 2014 en 3-maands Euribor + 1,70% daarna.

De Support Agreement van de moedermaatschappijen houdt in dat, indien de solvabiliteit van Fortis Bank beneden een bepaalde drempelwaarde komt of indien Fortis Bank daarvoor kiest, de coupon wordt voldaan volgens de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM) Fortis Bank zou in dat geval ageas SA/NV en ageas N.V. moeten compenseren door uitgifte van nieuwe aandelen.

4. FRESH geschil

Op 11 februari 2011 heeft de rechtbank van koophandel te Brussel de eis afgewezen van twee Luxemburgse beleggingsinstellingen tot nietigverklaring van hun FRESH effecten en terugbetaling van hun nominale waarde. Dit vonnis is niet meer vatbaar voor hoger beroep.

29 Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van het Geconsolideerde tussentijds Financieel Verslag van Ageas per 30 juni 2011.

Aksigorta A.Ş

Op 18 februari 2011 maakte Ageas bekend dat het een overeenkomst heeft getekend met Hacı Ömer Sabancı Holding A.Ş. ("Sabanci"), een toonaangevend, Turks industrieel en financieel conglomeraat, om een aandeel van 31% te verwerven in Aksigorta A.Ş. via de verkoop door Sabanci van de helft van zijn belang in de onderneming. Als gevolg van de transactie zullen Sabanci en Ageas een gelijkwaardig belang hebben in Aksigorta. De overige aandelen (38%) blijven verhandeld op de Istanbul Stock Exchange. Met de transactie is een vergoeding gemoeid van in totaal USD 220 miljoen (EUR 162 miljoen) in contanten. Ageas zal dit bedrag bij de afronding van de transactie aan Sabanci voldoen. Dit houdt een premie van 53% in op de marktkapitalisatie van Aksigorta op 17 februari 2011.

De transactie is op 27 juli 2011 afgerond; de overname zal derhalve met ingang van het derde kwartaal 2011 worden geconsolideerd.

Griekse overheidsobligaties

Op 21 juli werd het initiatief bekend gemaakt van de private sector om Griekenland te steunen. De steun bestaat uit een vrijwillige ruil van bestaande Griekse overheidsobligaties tegen een combinatie van vier instrumenten met een buy back voor Griekenland.

Ageas onderzoekt momenteel de mogelijke consequenties van het bovenstaande.

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor het eerste halfjaar van 2011, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC).

De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en dat de informatie die in dit Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om significant de reikwijdte van enige berichtgeving aan te passen. Verder bevat het Verslag van de Raad van Bestuur voor het eerste halfjaar van 2011 de vereiste informatie op grond van sectie 5:25d subsecties 8 en 9 van de Nederlandse Wet op het financieel toezicht.

De Raad van Bestuur heeft op 23 augustus 2011 het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het eerste halfjaar van 2011 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

Brussel/Utrecht, 23 augustus 2011

Raad van Bestuur

Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Bestuurders Frank Arts

Vice-voorzitter Guy de Selliers de Moranville Ronny Bruckner Bridget McIntyre Roel Nieuwdorp Lionel Perl Belén Romana Jin Shaoliang Jan Zegering Hadders

Beoordelingsverklaring

Aan de Raad van bestuur van ageas SA/NV en ageas N.V.

Opdracht

Wij hebben een beoordeling uitgevoerd van de bijgevoegde geconsolideerde balans van Ageas per 30 juni 2011, alsmede van de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerde overzicht van Overig Comprehensive income over de periode van zes en drie maanden die op die datum is beëindigd, het geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van zes maanden die op die datum is beëindigd, evenals van de toelichtingen, bestaande uit een overzicht van belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen ("de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie"). De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en het weergeven van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 'Tussentijdse Financiële Verslaggeving' zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op basis van onze beoordeling.

Reikwijdte van een beoordeling

We hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het vragen van inlichtingen, hoofdzakelijk aan financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingsprocedures. De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden. Om die reden stelt een beoordeling ons niet in staat de zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die naar aanleiding van een controle mogelijk worden geïdentificeerd. Om die reden brengen wij dan ook geen controleverslag uit.

Conclusie

Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van zes maanden afgesloten op 30 Juni 2011 niet in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Toelichtende paragraaf

Wij vestigen de aandacht op hoofdstuk 28 van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie over de zesmaands periode eindigend op 30 juni 2011 waarin is beschreven dat Ageas als gedaagde is betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en die kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor de vennootschap. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.

Amstelveen, 23 augustus 2011 Brussel, 23 augustus 2011 KPMG ACCOUNTANTS N.V. KPMG Bedrijfsrevisoren

W.G.Bakker RA M. Lange

Vertegenwoordigd door Vertegenwoordigd door Bedrijfsrevisor