Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

ageas SA/NV Interim / Quarterly Report 2011

Nov 11, 2011

3905_ir_2011-11-11-143100_b497a96d-df87-4ff1-b375-93ac47d73f6e.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas5
Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011 8
Geconsolideerde balans 9
Geconsolideerde resultatenrekening 10
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten 11
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 12
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 13
Algemeen14
1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 15
2 Overnames en desinvesteringen 20
3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel 24
4 Toezicht en solvabiliteit 26
Toelichting op de geconsolideerde balans 30
5 Geldmiddelen en kasequivalenten 31
6 Beleggingen 32
7 Leningen 37
8 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 39
9 Herverzekering en overige vorderingen 40
10 Call optie op BNP Paribas aandelen 41
11 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 43
12 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 43
13 Verplichtingen inzake unit-linked contracten 43
14 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 44
15 Schuldbewijzen 44
16 Achtergestelde schulden 45
17 Leningen 47
18 Uitgestelde belastingen 48
19 RPN(I) 49
20 Voorzieningen 52
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening54
21 Verzekeringspremies 55
22 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 57
23 Resultaat op verkoop en herwaarderingen 58
24 Schadelasten en uitkeringen 59
25 Financieringslasten 60
26 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 60
Toelichting op de segmentrapportage62
Segmentinformatie 63
Voorwaardelijke verplichtingen 76
Gebeurtenissen na balansdatum 82
Bericht van de Raad van Bestuur83
Beoordelingsverklaring 84

Alle bedragen opgenomen in de cijferopstellingen van dit Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag luiden in miljoenen euro's tenzij anders vermeld.

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas

Resultaat en ontwikkelingen

Ageas boekte over de eerste negen maanden een nettoverlies van EUR 534 miljoen, met een nettoverlies van EUR 209 miljoen in het verzekeringsbedrijf en een nettoverlies van EUR 325 miljoen binnen de Algemene Rekening. De kapitaalbuffer bleef sterk en in lijn met vorige kwartalen. Het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders nam ten opzichte van het eerste halfjaar van 2011 verder toe.

Ageas boekte een nettoresultaat Verzekeringen na minderheidsbelangen van EUR 209 miljoen negatief ten opzichte van een nettowinst van EUR 334 miljoen vorig jaar. Rekening houdend met de huidige financiële markten, heeft Ageas besloten een verdere bijzondere waardevermindering op de portefeuille Griekse overheidsobligaties te boeken om de reële waarde van eind september weer te geven. De netto bijzondere waardevermindering over de eerste negen maanden bedraagt EUR 503 miljoen. Door de bijkomende bijzondere waardevermindering worden de Griekse overheidsobligaties geboekt tegen gemiddeld 38% van de geamortiseerde kostprijs.

Niet-Leven presteert goed en doet het met name in het Verenigd Koninkrijk beter. In België werden de goede resultaten in Autoverzekeringen enigszins overschaduwd door het effect van de slechte weersomstandigheden, terwijl de Combined ratio's verbeterden ten opzichte van vorig jaar en in lijn zijn met het eerste halfjaar van 2011.

Het nettoresultaat van de Algemene Rekening over de eerste negen maanden bedroeg EUR 325 miljoen negatief. De belangrijkste oorzaak is de aanpassing van de reële waarde van de RPN(I) en de daling van de waarde van de call optie op BNP Paribas aandelen, inclusief de impact met betrekking tot de waardebepaling van de overgenomen Fortis Tier 1 Obligatielening. Over de eerste negen maanden bedroeg het totale netto-effect van deze aanpassingen op het resultaat EUR 258 miljoen. De totale operationele kosten bleven stabiel in vergelijking met vorig jaar, deze bedroegen EUR 38 miljoen over de eerste negen maanden.

Voortzetting stroomlijning verzekeringsactiviteiten

Begin oktober kondigde Ageas een overeenkomst aan met Augur Capital met betrekking tot de verkoop van de Duitse Leven activiteiten. De transactie zal naar verwachting eind 2011 worden afgerond met een beperkt verlies van EUR 13 miljoen, dat in de Algemene Rekening in het derde kwartaal wordt verwerkt.

Voorwaardelijke verplichtingen

Voor het volledige overzicht van de Voorwaardelijke verplichtingen wordt verwezen naar noot 28. Sinds de publicatie van het Jaarverslag van Ageas op 17 maart 2011 zijn er geen nieuwe materiële elementen te vermelden.

Dividend

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders keurde de vaststelling van een bruto-dividend van 8 eurocent per Ageas Unit (in totaal ongeveer EUR 197 miljoen) goed. Dit komt neer op een uitkeringspercentage van 50% van de winst van het verzekeringsbedrijf over 2010. Het dividend wordt betaalbaar gesteld vanaf 31 mei 2011.

Raad van Bestuur en Executive Committee van Ageas

Op 27 en 28 april 2011 heeft respectievelijk de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. de benoeming goedgekeurd van de heer Ronny Bruckner als niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur van de vennootschappen tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2014, alsmede de herbenoeming als onafhankelijke niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van de vennootschappen van:

  • de heer Frank Arts, voor een periode van twee jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2013;
  • de heer Shaoliang Jin, voor een periode van twee jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2013;
  • de heer Roel Nieuwdorp, voor een periode van drie jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2014;
  • de heer Guy de Selliers de Moranville, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Lionel Perl, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Jan Zegering Hadders, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Jozef De Mey als niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur van de vennootschap, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015.

Vooruitzichten

Voor het financiële jaar 2011 verwachten we een totaal premie-inkomen dat in de buurt komt met het premie-inkomen van 2010 doordat Niet-Leven in hoge mate de lagere inkomsten van Leven compenseert. Gezien de impact van de bijzondere waardeverminderingen in combinatie met de huidige situatie op de financiële markten, kunnen we de eerder gegeven vooruitzichten ten aanzien van de financiële prestaties niet handhaven. Het blijft ook moeilijk een actuele schatting te maken van het nettoresultaat over 2011. Desondanks verwachten we dat Ageas, op basis van de sterke balans en netto kaspositie, en rekening houdend met de winstgevendheid van de verzekeringsactiviteiten - exclusief bijzondere waardeverminderingen -, de aandeelhouders een dividend over het financiële jaar 2011 zal kunnen uitkeren.

Brussel/Utrecht, 8 november 2011

Raad van Bestuur

Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011

Geconsolideerde balans

30 september 31 december
Noot 2011 2010
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 5 2.533,2 3.258,3
Financiële beleggingen 6 55.437,4 56.232,5
Vastgoedbeleggingen 6 1.991,1 1.900,3
Leningen 7 5.645,5 4.528,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten 12.964,4 21.747,3
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 1.795,1 1.732,5
Herverzekering en overige vorderingen 9 4.351,6 3.828,5
Actuele belastingvorderingen 43,7 71,5
Uitgestelde belastingvorderingen 18 331,6 465,1
Call optie op BNP Paribas aandelen 10 361,2 609,0
Overlopende rente en overige activa 2.190,5 2.042,5
Materiële vaste activa 1.094,5 1.065,0
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.689,8 1.686,0
Activa aangehouden voor verkoop 8.223,8
Totaal activa 98.653,4 99.166,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 11 24.142,2 23.938,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 12 27.015,2 26.913,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 13 12.994,3 21.830,9
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 14 6.029,3 5.448,6
Schuldbewijzen 15 260,0 548,9
Achtergestelde schulden 16 2.948,4 2.926,9
Leningen 17 2.189,7 2.141,7
Actuele belastingschulden 103,7 46,4
Uitgestelde belastingschulden 18 782,0 682,3
RPN(I) 19 145,0 465,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.178,6 1.947,0
Voorzieningen 20 2.405,4 2.407,6
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 7.960,5
Totaal verplichtingen 89.154,3 89.297,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3 7.927,5 8.247,1
Minderheidsbelangen 1.571,6 1.622,1
Totaal eigen vermogen 9.499,1 9.869,2
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 98.653,4 99.166,7

Geconsolideerde resultatenrekening

Eerste Eerste Derde Derde
Noot negen maanden 2011 negen maanden 2010 kwartaal 2011 kwartaal 2010
Baten
- Bruto premies 1) 7.020,4 7.329,1 2.170,0 2.215,2
- Wijziging in niet-verdiende premies - 453,8 - 132,5 - 58,7 11,8
- Afgegeven herverzekeringspremies - 212,0 - 183,0 - 70,3 - 60,1
Netto verdiende premies 21 6.354,6 7.013,6 2.041,0 2.166,9
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 22 2.291,4 2.246,2 754,8 733,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 247,8 - 44,0 - 332,8 77,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 320,0 - 180,0 438,0 - 156,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 23 - 67,0 45,6 - 155,3 97,2
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten - 1.059,1 820,1 - 1.131,2 617,9
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen - 70,7 226,3 - 62,6 178,0
Commissiebaten 326,0 313,6 105,1 108,2
Overige baten 199,5 166,0 87,9 69,2
Totale baten 8.046,9 10.607,4 1.744,9 3.892,0
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 6.307,6 - 7.221,3 - 1.948,2 - 2.198,7
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 95,4 104,3 22,7 49,3
Schadelasten en uitkeringen, netto 24 - 6.212,2 - 7.117,0 - 1.925,5 - 2.149,4
Lasten inzake unit-linked contracten 1.081,4 - 805,9 1.148,1 - 634,1
Financieringslasten 25 - 235,7 - 223,0 - 79,3 - 79,4
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 26 - 1.255,6 - 59,8 - 892,7 - 35,8
Wijzigingen in voorzieningen 20 0,4 2,3 40,6 - 0,2
Commissielasten - 875,6 - 779,1 - 282,8 - 256,2
Personeelskosten - 548,8 - 513,8 - 182,7 - 178,9
Overige lasten - 666,4 - 625,4 - 251,8 - 231,6
Totale lasten - 8.712,5 - 10.121,7 - 2.426,1 - 3.565,6
Winst voor belastingen - 665,6 485,7 - 681,2 326,4
Winstbelastingen 31,8 259,8 79,9 - 85,7
Nettowinst over de periode - 633,8 745,5 - 601,3 240,7
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen - 100,1 99,9 - 126,4 50,1
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 533,7 645,6 - 474,9 190,6
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewone winst per aandeel - 0,21 0,26
Verwaterde winst per aandeel - 0,21 0,26

1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste Eerste Derde Derde
negen maanden 2011 negen maanden 2010 kwartaal 2011 kwartaal 2010
Bruto premies 7.020,4 7.329,1 2.170,0 2.215,2
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 1.403,0 1.919,4 340,3 621,4
Bruto premie-inkomen 8.423,4 9.248,5 2.510,3 2.836,6

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten

Eerste Eerste
negen maanden negen maanden Derde Derde
2011 2010 kwartaal 2011 kwartaal 2010
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 533,7 645,6 - 474,9 190,6
Wijzigingen in herwaardering van investeringen
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar
Tot einde looptijd aangehouden, bruto - 178,4
Gerelateerde belasting 44,6
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar
Tot einde looptijd aangehouden, netto - 133,8
Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden, bruto 7,4 5,7
Gerelateerde belasting - 1,8 - 1,4
Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden, netto - 128,2 4,3
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto 1.051,9 949,9 1.772,1 823,0
Gerelateerde belasting - 389,5 - 316,7 - 579,1 - 249,6
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar
Tot einde looptijd aangehouden, bruto 178,4
Gerelateerde belasting - 44,6
Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar
Tot einde looptijd aangehouden, netto 133,8
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, netto 796,2 633,2 1.193,0 573,4
Aandeel in overig 'comprehensive income' van geassocieerde deelnemingen, bruto - 39,2 133,1 - 38,6 48,0
Gerelateerde belasting
Aandeel in overig 'comprehensive income' van geassocieerde deelnemingen, netto - 39,2 133,1 - 38,6 48,0
Wijzigingen in herwaardering van investeringen, bruto 1.020,1 1.083,0 1.739,2 871,0
Gerelateerde belasting - 391,3 - 316,7 - 580,5 - 249,6
Wijzigingen in herwaardering van investeringen, netto 628,8 766,3 1.158,7 621,4
Wijzigingen in omrekeningsverschillen, bruto - 37,1 113,7 120,6 - 173,8
Gerelateerde belasting - 0,2 - 0,5 0,7
Wijzigingen in omrekeningsverschillen, netto - 37,1 113,5 120,1 - 173,1
Overig 'comprehensive income' over de periode, na belastingen 591,7 879,8 1.278,8 448,3
Wijzigingen in herwaardering van investeringen toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 96,0 107,8 267,9 134,6
Wijzigingen in omrekeningsverschillen toewijsbaar aan de minderheidsbelangen - 0,4 3,0
Toewijsbaar aan de aandeelhouders 496,1 772,0 1.007,9 313,7
Totaal 'comprehensive income' over de periode, toewijsbaar
aan de aandeelhouders - 37,6 1.417,6 533,0 504,3

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

Nettowinst On- Eigen
Koers- toewijsbaar gerealiseerde vermogen Minder- Totaal
Aandelen- Agio Overige verschillen aan winsten en toewijsbaar aan heids- eigen
kapitaal reserve reserves reserve aandeelhouders verliezen aandeelhouders belangen vermogen
Stand per 1 januari 2010 2.114,0 14.278,4 - 9.871,0 - 71,1 1.209,8 770,9 8.431,0 1.654,0 10.085,0
Nettowinst over de periode 645,6 645,6 99,9 745,5
Herwaardering van investeringen 658,5 658,5 107,8 766,3
Omrekeningsverschillen 113,5 113,5 113,5
Totaal 113,5 645,6 658,5 1.417,6 207,7 1.625,3
Overdracht 1.209,8 - 1.209,8
Dividend - 188,1 - 188,1 - 1,4 - 189,5
Toename kapitaal
Eigen aandelen 0,3 0,3 0,3
Overige veranderingen in het eigen vermogen - 11,3 - 11,3 6,2 - 5,1
Stand per 30 september 2010 2.114,0 14.278,4 - 8.860,3 42,4 645,6 1.429,4 9.649,5 1.866,5 11.516,0
Stand per 1 januari 2011 2.203,6 14.394,7 - 8.877,4 81,9 223,1 221,2 8.247,1 1.622,1 9.869,2
Nettowinst over de periode - 533,7 - 533,7 - 100,1 - 633,8
Herwaardering van investeringen 532,8 532,8 96,0 628,8
Omrekeningsverschillen - 36,7 - 36,7 - 0,4 - 37,1
Totaal - 36,7 - 533,7 532,8 - 37,6 - 4,5 - 42,1
Overdracht 223,1 - 223,1
Dividend - 196,6 - 196,6 - 49,5 - 246,1
Toename kapitaal
Eigen aandelen - 91,5 - 91,5 - 91,5
Op aandelen gebaseerde beloning 2,6 2,6 2,6
Overige veranderingen in het eigen vermogen 3,5 3,5 3,5 7,0
Stand per 30 september 2011 2.203,6 14.397,3 - 8.938,9 45,2 - 533,7 754,0 7.927,5 1.571,6 9.499,1

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Eerste negen maanden 2011 Eerste negen maanden 2010
Winst voor belastingen - 665,6 485,7
Aanpassingen om winst te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten:
Call optie op BNP Paribas aandelen 247,8 44,0
RPN(I) - 320,0 180,0
(On)gerealiseerde winsten (verliezen) 66,9 12,1
Baten van geassocieerde deelnemingen 70,7 - 226,3
Afschrijvingen en oprenting 500,3 433,5
Bijzondere waardeverminderingen 1.255,7 59,8
Voorzieningen
Op aandelen gebaseerde beloningen
- 0,4
2,6
- 2,3
3,3
Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen:
Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden - 37,0 35,6
Vorderingen - 1.120,9 - 1.455,5
Herverzekering en overige vorderingen - 500,3 30,8
Beleggingen inzake unit-linked contracten 1.606,6 - 1.314,5
Schulden 55,2 - 941,0
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 1.489,2 3.322,6
Verplichtingen inzake unit-linked contracten - 1.637,4 1.333,2
Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen - 421,6 - 946,0
Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen 7,7 5,0
Betaalde winstbelastingen - 89,9 - 89,5
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 509,6 970,5
Aankoop van beleggingen - 14.342,3 - 19.891,5
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 14.452,9 17.680,1
Aankoop van vastgoedbeleggingen - 124,3 - 77,1
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 140,6
Aankopen van materiële vaste activa - 59,7 - 27,2
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 0,6 40,0
Aankoop van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen - 260,4 - 311,7
Desinvestering van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen
(inclusief geldmiddelen begrepen in activa aangehouden voor verkoop) - 243,1 57,3
Aankoop van immateriële vaste activa - 14,1 - 6,3
Kasstroom uit investeringsactiviteiten - 590,4 - 2.395,8
Terugbetaling van schuldbewijzen - 287,1 - 257,7
Opbrengsten uit de uitgifte van overige financieringen 1,2 14,4
Terugbetaling van overige financieringen - 18,6 - 44,4
Aankoop van eigen aandelen - 91,5
Verkoop van eigen aandelen 0,3
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders - 196,6 - 195,7
Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen - 49,5 - 1,4
Terugbetaling kapitaal (inclusief minderheidsbelangen) 0,3
Kasstroom uit financieringsactiviteiten - 642,1 - 484,2
Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten - 2,2 8,5
Netto toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten - 725,1 - 1.901,0
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 3.258,3 5.635,7
Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 september 2.533,2 3.734,7
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 2.026,0 1.864,5
Ontvangen dividenden van beleggingen 59,7 36,9
Betaalde rente - 273,5 - 328,5

Algemeen

1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie

1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor de eerste negen maanden van 2011, inclusief de vergelijkende cijfers voor 2010, is opgesteld op basis van IAS 34, Tussentijdse Financiële Verslaggeving, en bevat een verkort geconsolideerd financieel overzicht (balans, resultatenrekening, overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen, kasstroomoverzicht), geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten en geselecteerde toelichtingen. Ageas past International Financial Reporting Standards ('IFRS') toe zoals aanvaard door de Europese Unie ('EU'). Het Ageas Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011 dient te worden gelezen in samenhang met de gecontroleerde Ageas Geconsolideerde Jaarrekening 2010 (inclusief de grondslagen voor financiële verslaggeving), die beschikbaar is op http: //www.ar.ageas.com/.

1.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving

De grondslagen voor financiële verslaggeving die gehanteerd zijn voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011 zijn niet gewijzigd ten opzichte van de grondslagen die zijn gehanteerd voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2010.

De volgende relevante nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties zijn met ingang van 1 januari 2011 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU):

IAS 1 Presentatie van de jaarrekening (wijziging)

Deze aanpassing licht toe dat, voor elk onderdeel van het eigen vermogen, een onderneming de keuze heeft de specificatie van Other Comprehensive Income toe te lichten in het overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen of in de toelichtende noten.

IAS 24 Verbonden partijen: Toelichting (wijziging)

De definitie van een verbonden partij is aangepast om inconsistenties te verwijderen en de toepassing eenvoudiger te maken. Voor bepaalde entiteiten is het op grond van deze nieuwe definitie vereist om additionele toelichtingen op te nemen. De ondernemingen die hierdoor naar verwachting het meest geraakt worden, zijn ondernemingen die onderdeel zijn van een groep die zowel dochterondernemingen als geassocieerde deelnemingen omvat en ondernemingen met aandeelhouders die betrokken zijn bij andere ondernemingen. Voor een dochteronderneming wordt het dan bijvoorbeeld vereist om transacties met een geassocieerde deelneming van de moedermaatschappij toe te lichten. Tegelijkertijd is toelichting vereist op transacties tussen twee ondernemingen die beiden joint ventures zijn (of de één is een geassocieerde deelneming en de andere is een joint venture) van een derde onderneming. Bovendien is nu een onderneming, waarover een persoon die deel uitmaakt van het topmanagement van een andere onderneming zeggenschap heeft, verplicht om transacties toe te lichten met deze onderneming.

IAS 27 De Geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening (wijziging)

Deze wijziging stelt dat het verlies van overheersende zeggenschap over een dochteronderneming, het verlies van significante invloed op een geassocieerde deelneming en het verlies van gezamenlijke zeggenschap over een gezamenlijk beheerste onderneming soortgelijke gebeurtenissen zijn en daarom op dezelfde wijze verwerkt dienen te worden. Een dergelijke gebeurtenis dient te worden verwerkt tegen reële waarde; een winst of verlies wordt verantwoord in de resultatenrekening.

IAS 32 Financiële instrumenten: Presentatie (wijziging)

De IASB heeft onderkend dat het classificeren van in vreemde valuta genoteerde claimrechten, die aan alle bestaande aandeelhouders op een pro rata basis zijn toegekend als derivaten (onder de verplichtingen), niet consistent is met de strekking van de transactie, die een transactie representeert met eigenaren in deze hoedanigheid. De wijziging heeft daarom een uitzondering gecreëerd voor de 'vast-voor-vast' regel in IAS 32 en vereist dat toegekende claimrechten binnen de scope van de wijziging geclassificeerd worden als eigen vermogen. Claimrechten moeten nu als eigen vermogen worden geclassificeerd als zij worden uitgegeven voor een vast contant bedrag ongeacht de valuta waarin de uitoefenprijs is genoteerd, ervan uitgaande dat ze zijn aangeboden op een pro rata basis aan alle eigenaren van dezelfde klasse van eigen vermogen. In tegenstelling tot derivaten (onder de verplichtingen) worden eigen vermogensinstrument na ontstaan niet geherwaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. De verwerking is hierdoor minder complex en dientengevolge is er minder volatiliteit in het resultaat.

IAS 34 Tussentijdse Financiële Verslaggeving (wijziging)

Er is meer nadruk gelegd op de toelichtingsvereisten voor significante gebeurtenissen en transacties. Additionele vereisten zijn onder andere de toelichting op reële waarde waarderingen (indien significant) en de noodzaak tot het updaten van relevante informatie ten opzichte van de meest recente jaarrekening.

IFRS 3 Bedrijfscombinaties (wijziging)

Overeenkomsten inzake voorwaardelijke afspraken tengevolge van bedrijfscombinaties met overnamedata voor de toepassing van IFRS 3 (2008) worden verantwoord in overeenstemming met de richtlijnen in de vorige versie van IFRS 3 (zoals uitgegeven in 2004). Deze wijziging licht toe dat de richtlijnen in IAS 39, IAS 32 en IFRS 7 niet van toepassing zijn op voorwaardelijke afspraken die voortvloeien uit bedrijfscombinaties met een effectieve datum voor de toepassing van de herziene versie van IFRS 3.

De keuze om minderheidsbelangen te waarderen tegen reële waarde of tegen het proportionele deel van de verkregen netto activa is alleen van toepassing op instrumenten die de huidige eigendomsbelangen representeren en die hun eigenaren het recht geven tot een proportioneel deel van de netto activa bij liquidatie. Alle overige minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen reële waarde tenzij IFRS een andere waarderingsgrondslag vereist. Deze wijziging zal in de praktijk de diversiteit beperken en geeft duidelijkere richtlijnen voor het waarderen van minderheidsbelangen.

De toepassingsrichtlijnen in IFRS 3 zijn van toepassing op alle op aandelen gebaseerde beloningstransacties die onderdeel zijn van een bedrijfscombinatie met inbegrip van niet herziene en vrijwillig herziene toekenningen van op aandelen gebaseerde beloningen. IFRS 3 gaf tot op heden geen richtlijnen voor situaties waarin een verkrijger geen verplichting heeft om een dergelijke toekenning te vervangen maar toch besluit deze te vervangen. Deze wijziging speelt in op de tekortkoming in de voorgaande regelgeving. De wijziging in IFRS 3 heeft tot gevolg dat de verwerking van deze toekenningen hetzelfde is als voor toekenningen die de verkrijger verplicht is om te vervangen.

IAS 7 Financiële instrumenten: Toelichting (wijziging)

De wijzigingen in IFRS 7 betreffen `Achtergrond en reikwijdte van risico's van financiële instrumenten'. Het betreft wijzigingen in de toelichting op financiële activa, inclusief het financiële effect van waarborgen gehouden als zekerheid.

IFRIC 14 De limiet van een toegezegd pensioen actief, minimum financieringsvereisten en hun interactie (IAS 19) (wijziging)

Deze wijziging is alleen van toepassing op ondernemingen die genoodzaakt zijn minimum financieringsbijdragen te doen aan een toegezegd pensioenplan en ervoor kiezen om deze bijdragen vooruit te betalen. De ondernemingen die hierdoor geraakt worden zijn ondernemingen met een toegezegd pensioenplan dat onderhevig is aan een minimum financieringsvereiste en die vooruitbetaalde (of naar verwachting vooruitbetaalde) financieringsvereisten hebben met betrekking tot toekomstige diensten van werknemers, leidend tot een pensioensurplus. Dergelijke ondernemingen dienen zich op hun boekhoudkundige verwerking te herbezinnen met het oog op de herziene regelgeving om te bepalen of een actief voor de vooruitbetaalde contributies dient te worden verantwoord.

IFRIC 19 Onderkennen van financiële verplichtingen met eigenvermogensinstrumenten

IFRIC 19 stelt dat eigenvermogensinstrumenten uitgegeven om een verplichting te voldoen de opgeofferde waarde representeren. Op grond hiervan wordt vereist dat een winst of verlies afzonderlijk in het resultaat wordt verantwoord wanneer de verplichting is voldaan door de uitgifte van eigen vermogensinstrumenten van de onderneming. Dit is consistent met de algemene aanpak ten aanzien van het niet langer opnemen van financiële verplichtingen, waarop IAS 39 van toepassing is. Het te verantwoorden bedrag van de winst of het verlies in het resultaat wordt bepaald door het verschil tussen de boekwaarde van de verplichting en de reële waarde van de uitgegeven eigenvermogensinstrumenten. Indien de reële waarde van de eigenvermogensinstrumenten niet betrouwbaar kan worden vastgesteld dan wordt de reële waarde van de bestaande verplichting gebruikt om de winst of het verlies te bepalen en voor het waarderen van de eigenvermogensinstrumenten.

1.3 Schattingen

Bij het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag in overeenstemming met IFRS wordt een aantal schattingen gemaakt aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.

De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de tabel weergegeven.

30 september 2011
Activa Onzekerheid schatting
Voor verkoop beschikbare activa
- Bedrijfsobligaties
- Gestructureerde kredietinstrumenten
Niveau 2
- Het waarderingsmodel
- Inactieve markten
Niveau 3 - Het waarderingsmodel
- Gebruik niet-marktwaarneembare input
- Inactieve markten
Vastgoedbeleggingen Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Leningen - Het waarderingsmodel
- De looptijd
Geassocieerde deelnemingen Van de beleggingsmix afhankelijke combinatie van onzekerheden
Goodwill - Het waarderingsmodel
- Financiële en economische variabelen
- Disconteringsvoet
Overige immateriële vaste activa - De aan de entiteit inherente risicopremie
- Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Uitgestelde belastingvorderingen - Interpretatie van complexe belastingwetgeving
- Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen
Verplichtingen
Verplichtingen verzekeringscontacten
Leven
- Actuariële aannames
- Gehanteerde rente bij toereikendheidstoets
Niet-leven - Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims
- Schadebehandelingskosten
Pensioenverplichtingen - Actuariële aannames
- Disconteringsvoet
Voorzieningen - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden
- De berekening van het best geschatte bedrag
Uitgestelde belastingschulden - Interpretatie van complexe belastingwetgeving

Voor uitgebreidere informatie over de toepassing van deze schattingen wordt verwezen naar de relevante noten in de Geconsolideerde Jaarrekening 2010.

1.4 Segmentrapportering

De primaire informatie voor het rapporteren van segmenten is gebaseerd op operationele segmenten. De door Ageas gerapporteerde operationele segmenten vertegenwoordigen groepen van activa en operaties die zich bezig houden met het leveren van financiële producten of diensten en die onderhevig zijn aan verschillende risico's en opbrengsten. De operationele resultaten worden regelmatig beoordeeld door de CEO.

Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):

  • België
  • Verenigd Koninkrijk
  • Continentaal Europa
  • Azië
  • Algemene Rekening

Ageas heeft besloten dat de regio's waarin Ageas opereert de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS is. Dit betekent België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in Algemene Rekening als separaat operationeel segment.

De segmentrapportage van Ageas reflecteert de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.

De segmentinformatie is gebaseerd op dezelfde waarderingsgrondslagen als die gebruikt zijn voor het opstellen en presenteren van het Geconsolideerde Tussentijdse Financiële Verslag voor de eerste negen maanden van 2011 en door het toepassen van de toepasselijke allocatieregels.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

1.5 Consolidatiekring

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het derde kwartaal omvat ageas SA/NV en ageas N.V. (de moedermaatschappijen) en hun dochterondernemingen. Door de samenvoeging van de jaarrekeningen van ageas SA/NV en ageas N.V. past Ageas 'consortium accounting' toe om op de meest duidelijke wijze haar activiteiten weer te geven, zoals voorgeschreven door de 7de EU-richtlijn van 13 juni 1983 (83/349/EEG).

Investeringen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap – geassocieerde deelnemingen – worden verantwoord volgens de 'equity'-methode.

2 Overnames en desinvesteringen

De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2011 en 2010. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in de noot Gebeurtenissen na balansdatum.

2.1 Overnames in 2011

2.1.1 Aksigorta A.Ş

Ageas heeft een overeenkomst gesloten met het toonaangevende Turkse industriële en financiële conglomeraat Haci Ömer Sabanci Holding A.S. ('Sabanci'), om een aandeel van 31% te verwerven in Aksigorta A.S. ('Aksigorta'), een nietleven verzekeraar, via de verkoop door Sabanci van de helft van zijn belang in de onderneming. Als gevolg van de transactie hebben Sabanci en Ageas een gelijkwaardig belang in Aksigorta. De overige aandelen (38%) blijven verhandeld op de Istanbul Stock Exchange. Als onderdeel van de transactie heeft Ageas Sabanci een vergoeding van in totaal USD 220 miljoen (EUR 154 miljoen) in contanten betaald.

De transactie is op 27 juli 2011 afgerond en Aksigorta is derhalve per deze datum opgenomen als geassocieerde deelneming in de consolidatiescope. Het totale premie-inkomen in augustus en september bedroeg EUR 65,8 miljoen (aandeel Ageas EUR 20,4 miljoen) met een nettowinst van EUR 3,8 miljoen (aandeel Ageas EUR 1,2 miljoen).

2.1.2 Castle Cover Limited

Ageas heeft Castle Cover Limited overgenomen voor een bedrag van GBP 54,6 miljoen (EUR 62,5 miljoen). Castle Cover is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde tussenpersoon, gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers. De goodwill bij eerste opname bedroeg EUR 52,2 miljoen en de immateriële activa EUR 8,8 miljoen. Castle Cover is met ingang van het eerste kwartaal 2011 opgenomen in de consolidatiekring.

Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en kasequivalenten 7 Leningen 1
Vorderingen 11 Overlopende rente en overige verplichtingen 17
Materiële vaste activa 1
Overlopende rente en overige activa 1
Immateriële vaste activa 61
Totaal verplichtingen 18
Kostprijs 63
Totaal activa 81 Totaal verplichtingen en kostprijs 81

Castle Cover Limited is opgericht in 2006 en is gevestigd in Poole Dorset, dicht bij het Ageas UK operationele centrum in Bournemouth.

Het is de derde grootste tussenpersoon gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers en biedt woning-, auto- en andere particuliere verzekeringen aan onder de merken Castle Cover en Regal Insurance. Het bedrijf biedt dekking aan meer dan 280.000 polishouders en telt 300 medewerkers in het Verenigd Koninkrijk. Castle Cover kent hetzelfde businessmodel als RIAS, een Ageas UK dochter, die momenteel de op één na grootste tussenpersoon is voor verzekeringen voor 50-plussers.

Samen met RIAS, zal Ageas 1,3 miljoen klanten bereiken in dit aantrekkelijke marktsegment dat goed is voor 38% van de Britse bevolking en dat een meer dan gemiddelde groei vertoont, evenals een relatief hoge klantentrouw.

De overname van Castle Cover bevestigt de positie van Ageas als de vierde grootste tussenpersoon in particuliere verzekeringen in het Verenigd Koninkrijk. Castle Cover boekte een nettoverlies van EUR 0,2 miljoen, inclusief de amortisatie van immateriële activa van EUR 1,1 miljoen.

2.1.3 Overnames AG Real Estate

AG Real Estate, onderdeel van de Belgische activiteiten en gericht op vastgoed en het beheer van openbare parkeergarages, heeft in 2011 enkele overnames afgerond. De grootste zijn Westland (hierin is een belang van 46% verkregen voor een bedrag van EUR 31,5 miljoen) en Regatta (hierin is een belang van 50% verkregen voor een bedrag van EUR 8,4 miljoen).

2.2 Desinvesteringen in 2011

2.2.1 Intreinco N.V.

Ageas maakte op 23 juni 2011 bekend een overeenkomst te hebben getekend om de run-off business van Intreinco N.V. (Intreinco), de vroegere herverzekeringscaptive van de Fortis Groep over te dragen aan Swiss Re. Tussen 2000 en 2008 heeft Intreinco herverzekeringsverplichtingen van huidige en voormalige dochterondernemingen van Ageas Insurance, namelijk AG Insurance SA/NV, Ageas Insurance Ltd., Amlin Corporate Insurance N.V. en ASR Schadeverzekering N.V. overgenomen. Sinds 2009 heeft Intreinco geen nieuwe productie meer gegenereerd. De transactie moet formeel worden goedgekeurd en zal naar verwachting vóór eind 2011 worden afgerond.

De activa en verplichtingen van Intreinco N.V. worden conform IFRS aangemerkt als Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop.

2.2.2 Ageas Deutschland Lebensversicherung AG

Ageas heeft een overeenkomst getekend met Augur Capital, inzake de verkoop van haar Leven activiteiten in Duitsland. Deze transactie moet formeel worden goedgekeurd en zal naar verwachting eind 2011 worden afgerond. De transactie zal naar verwachting leiden tot een verlies van EUR 13,0 miljoen voor Ageas, dat in de Algemene Rekening onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen wordt verantwoord.

2.2.3 Fortis Luxembourg Vie

Ageas Insurance International (Ageas) en BGL BNP Paribas (BGL BNPP), beiden voor 50% aandeelhouder van Fortis Luxembourg Vie, hebben een fusieovereenkomst getekend met BNP Paribas Cardif, de moedermaatschappij van Cardif Lux International. De nieuwe gefuseerde entiteit die door deze overeenkomst ontstaat, zal in Luxemburg levensverzekeringsproducten op de markt brengen. De aandelen van de nieuwe entiteit komen voor 33,33% in handen van Ageas, 33,33 % van BGL BNP Paribas en 33,34% van BNP Paribas Cardif. De activa en verplichtingen van Fortis Luxembourg Vie worden conform IFRS vanaf het tweede kwartaal 2011 aangemerkt als Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop. De transactie moet formeel worden goedgekeurd en zal naar verwachting vóór eind 2011 worden afgerond.

2.2.4 Overzicht van Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop

De volgende tabel geeft gedetailleerde informatie over de activa en verplichtingen aangemerkt als voor verkoop aangehouden van Intreinco N.V., Ageas Deutschland Lebensversicherung AG en Luxembourg Vie:

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en kasequivalenten 253 Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten Leven 643
Financiële beleggingen 673 Verplichtingen inzake unit-linked contracten 7.170
Beleggingen inzake unit-linked contracten 7.170 Overlopende rente en overige verplichtingen 148
Overlopende rente en overige activa 128
Totaal verplichtingen 7.961
Eigen vermogen 263
Totaal activa 8.224 Totaal verplichtingen en eigen vermogen 8.224

2.3 Overnames in 2010

2.3.1 Kwik-Fit Insurance Services

Op 2 juli 2010 kondigde Ageas aan dat een overeenkomst met PAI partners was bereikt over de overname van Kwik-Fit Insurance Services (KFIS), een Britse verzekeringstussenpersoon met meer dan 600.000 klanten. Ageas heeft voor deze acquisitie in totaal EUR 260 miljoen betaald op basis van de koers op de transactiedatum (GBP 215 miljoen). De goodwill bij eerste opname bedraagt EUR 207 miljoen, de immateriële vaste activa EUR 20 miljoen.

Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en kasequivalenten 19 Actuele en uitgestelde belastingschulden 9
Vorderingen 55 Overlopende rente en overige verplichtingen 45
Materiële vaste activa 9
Overlopende rente en overige activa 4
Goodwill en overige immateriële vaste activa
227
Totaal verplichtingen 54
Kostprijs 260
Totaal activa 314 Totaal verplichtingen en kostprijs 314

De overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services (KFIS) hebben een nettowinst gerealiseerd van EUR 6,8 miljoen, inclusief de amortisatie van immateriële activa van EUR 4,9 miljoen in 2011.

KFIS is een verzekeringstussenpersoon die voornamelijk particuliere verzekeringsproducten verkoopt via het 'direct' kanaal. Dit gebeurt vooral via het internet onder de naam Kwik-Fit Insurance alsmede onder de twee andere merknamen van KFIS: 'The Green Insurance Company' and 'Express Insurance'.

2.3.2 Overnames AG Real Estate

AG Real Estate, onderdeel van de Belgische activiteiten en gericht op vastgoed en het beheer van openbare parkeergarages, heeft in 2010 enkele overnames afgerond. De grootste betreffen Venti M (een vastgoedfonds dat voor 60% werd overgenomen in het vierde kwartaal van 2010) en Metropark (parkeergarages) dat in het eerste kwartaal van 2010 werd overgenomen.

2.4 Desinvesteringen in 2010

2.4.1 Fortis Luxembourg Niet-leven

Ageas heeft op 6 oktober 2009 de verkoop aangekondigd van de Luxemburgse Niet-leven activiteiten aan La Bâloise, voor een totaalbedrag van EUR 23,0 miljoen. De verkoop heeft in januari 2010 effectief zijn beslag gekregen. De gerealiseerde winst bedraagt EUR 12,4 miljoen.

2.4.2 Fortis Emeklilik ve Hayat (Pensioen- en Levensverzekeringen in Turkije)

Ageas heeft het laatste kwartaal van 2010 de pensioen- en levenactiviteiten in Turkije aan BNP Paribas Assurance verkocht. De transactie is op 12 oktober 2010 afgerond en leverde een meerwaarde van EUR 8,5 miljoen op.

2.4.3 Fortis Life Insurance Oekraïne

Ageas Insurance International heeft Fortis Life Insurance Oekraïne verkocht aan de Amerikaanse investeringsmaatschappij Horizon Capital. De transactie is op 17 november 2010 afgerond en leverde een verlies op van EUR 13,9 miljoen.

3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel

Hieronder is het verloop weergegeven van het aantal uitstaande aandelen.

Uitgegeven Eigen Uitstaande
aandelen aandelen aandelen
Stand per 31 december 2010 2.623.380.817 - 40.508.465 2.582.872.352
Netto gekocht/verkocht - 70.812.008 - 70.812.008
Stand per 30 juni 2011 2.512.060.344

Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Naast de reeds uitstaande aandelen heeft Ageas opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde Alternatieve Coupon Vereffenings Methode, geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor de noot Voorwaardelijke verplichtingen). De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentieel aantal nieuwe aandelen per 30 september 2011.

Aantal aandelen per 30 september 2011 2.623.380.817
Potentieel nog uit te geven aandelen:
- in verband met optieplannen 24.547.266
Totaal potentieel aantal aandelen per 30 september 2011 2.647.928.083

De Raad van Bestuur van Ageas is door de jaarlijkse aandeelhouders vergadering gemachtigd het kapitaal te verhogen door de uitgifte van 200 miljoen Ageas aandelen. Daarnaast zijn de Raden van Bestuur van Ageas en die van de directe dochterondernemingen gemachtigd om Ageas units te verkrijgen, die maximaal 10% van het uitgegeven aandelenkapitaal vertegenwoordigen, voor een vergoeding die gelijk is aan de slotkoers van de Ageas unit op Euronext, op de dag direct voorafgaand aan de aankoop, vermeerderd met maximaal 15% of verminderd met maximaal 15%.

Ageas kondigde in augustus 2011 aan dat het bedrijf, na de goedkeuring door de aandeelhouders, besloten heeft een inkoopprogramma van eigen uitstaande gewone aandelen tegen een maximum prijs van EUR 250 miljoen te lanceren. Het inkoopprogramma werd op 24 augustus 2011 gelanceerd voor een periode die eindigt op 23 februari 2012. Het programma zal worden uitgevoerd in overeenstemming met gangbare praktijken in de verzekeringsbranche en conform de van toepassing zijnde regelgeving. Ageas heeft met dit doel een onafhankelijke broker gemandateerd het programma namens Ageas uit te voeren door middel van open markt inkoop op NYSE Euronext Brussel en Amsterdam. De teruggekochte aandelen zullen worden aangehouden als eigen aandelen tot het moment dat de beslissing om deze aandelen in te trekken formeel is goedgekeurd door de aandeelhouders. Ageas had per 30 september 2011 69.211.708 miljoen aandelen ingekocht voor een totaalbedrag van EUR 89.212.420. Dit komt overeen met 2,6383% van het totaal aantal uitstaande aandelen.

Fortis Bank heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 125.313.283 aandelen Ageas. Fortis Bank heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Fortis Bank en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de CASHES gekoppeld zijn (zie Winst per aandeel en noot 28 Voorwaardelijke verplichtingen).

Tot het aantal uitstaande aandelen behoren tevens de aandelen die zijn uitgegeven in verband met het converteerbare instrument FRESH (39.682.540 aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 39.682.540 aandelen Ageas. Ageasfinlux heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux een dochteronderneming van Ageas is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie Winst per aandeel en noot 16 Achtergestelde schulden).

In het tweede kwartaal van 2011 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de komende drie jaar en een aantal andere voorwaarden, zullen de senior managers beloond worden met in totaal tussen nul en 1,6 miljoen bestaande aandelen Ageas op 1 april 2014. Ageas heeft besloten deze toezegging in te dekken door het maximaal aantal toe te kennen aandelen in het derde kwartaal van 2011 in te kopen. Ageas heeft in het derde kwartaal 1.615.000 aandelen voor het 'restricted share' programma ingekocht.

Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel.

Eerste negen maanden 2011 Eerste negen maanden 2010
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 533,7 645,6
Eliminatie van rentelasten op converteerbare obligatieleningen (na belastingen)
Netto winst gebruikt om de verwaterde winst per aandeel te bepalen - 533,7 645,6
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel 2.578.007.155 2.475.118.033
Aanpassingen voor:
- aandelen onder voorwaarden 107.475
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel 2.578.007.155 2.475.225.508
Gewone winst per aandeel (in euro's per aandeel) - 0,21 0,26
Verwaterde winst per aandeel (in euro's per aandeel) - 0,21 0,26

In het derde kwartaal van 2011 werden opties op een gewogen gemiddelde van 24.547.266 aandelen (derde kwartaal 2010: 30.232.000) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 20,09 per aandeel (derde kwartaal 2010: EUR 21,61) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen. Gedurende 2011 werden 39.682.540 aandelen Ageas (derde kwartaal 2010: 39.682.540) uit converteerbare effecten met betrekking tot de FRESH buiten beschouwing gelaten omdat de bespaarde rente hoger lag dan de gewone winst per aandeel.

De aandelen die uit hoofde van de CASHES (totaal 125.313.283, ongewijzigd ten opzichte van derde kwartaal 2010) zijn uitgegeven, zijn inbegrepen in de gewone aandelen, ook al zijn deze aandelen tot het moment van conversie van de CASHES niet dividend- en stemgerechtigd (zie tevens noot 28 Voorwaardelijke verplichtingen).

4 Toezicht en solvabiliteit

Ageas wordt door haar belangrijkste toezichthouder, de Nationale Bank van België, aangemerkt als verzekeringsmaatschappij.

Ageas wordt als zodanig op geconsolideerd niveau onderworpen aan toezicht. Op de werkmaatschappijen wordt op lokaal niveau toezicht uitgeoefend.

4.1 Geconsolideerd toezicht Ageas

Op geconsolideerd niveau wordt het toezicht op Ageas uitgeoefend door de Nationale Bank van België (NBB). Op dochterondernemingen wordt toezicht uitgeoefend door de toezichthouders in de landen waar de dochterondernemingen zijn gevestigd, op basis van de eigen solvabiliteitsmaatstaven en de lokale grondslagen voor de financiële verslaggeving.

Op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving voor verzekeringsmaatschappijen in België rapporteert Ageas op kwartaalbasis aan de NBB over het beschikbaar wettelijk kapitaal en de vereiste solvabiliteit. Uit hoofde van het prudentieel toezicht wordt op kwartaalbasis geverifieerd of Ageas op geconsolideerde basis nog aan de solvabiliteitseisen voldoet. In juni 2011 is op verzoek van de NBB de berekening aangepast en het bedrag van de achtergestelde schulden en hybride kapitaal teruggebracht tot 50% van de minimum solvabiliteitseisen. Ageas heeft de vergelijkende cijfers van 2010 in verband hiermee aangepast.

De aansluiting van het eigen vermogen en het beschikbaar wettelijk vereist kapitaal en de daarmee samenhangende solvabiliteitsratio's is als volgt:

30 september 2011 31 december 2010
Aandelenkapitaal en reserves 7.707,2 7.802,8
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 533,7 223,1
Ongerealiseerde winsten en verliezen 754,0 221,2
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 7.927,5 8.247,1
Minderheidsbelangen 1.571,6 1.622,1
Totaal eigen vermogen 9.499,1 9.869,2
Achtergestelde instrumenten 2.948,4 2.926,9
Prudentiële filters
Lokaal vereiste egalisatiereserve voor catastrofen - 130,9 - 113,6
Pensioen aanpassing - 23,4 - 14,1
Herwaardering van vastgoedbeleggingen, na belastingen (tegen 90%) 729,7 562,0
Aanpassing waardering van voor verkoop beschikbare beleggingen - 864,8 - 26,1
Kasstroomafdekking 15,4 1,3
Goodwill - 866,1 - 819,9
Overige immateriële vaste activa - 398,5 - 406,4
Verwacht dividend - 197,0
Verwacht dividend, gerelateerd aan de call optie BNP Paribas aandelen - 361,2 - 609,0
Vermindering achtergestelde schuld naar 50% van vereiste solvabiliteit - 1.222,7 - 1.300,1
Toetsingsvermogen toezichthouder 9.325,0 9.873,0
Solvabiliteitsratio's
Solvabiliteitsvereisten 3.451,4 3.253,3
Solvabiliteitsoverschot 5.873,6 6.619,7
Solvabiliteitsratio 270,2% 303,5%

4.2 Kapitaalbeheer Ageas

Ageas beschouwt een sterke kapitaalbasis in de afzonderlijke verzekeringsactiviteiten als noodzakelijk, enerzijds als concurrentievoordeel en anderzijds om de geplande groei te financieren.

In het derde kwartaal heeft Ageas besloten haar visie op beschikbaar wettelijk kapitaal voor de verzekeringsindustrie in lijn te brengen met de regels die de NBB verzekeringsondernemingen oplegt, hetgeen geleid heeft tot een beperkte aanpassing. De cijfers van december 2010 zijn aangepast, wat een lichte stijging van de solvabiliteitsratio tot gevolg had: van 227% naar 232%. Deze lichte stijging is voornamelijk toe te schrijven aan het op evenredige basis opnemen van geassocieerde deelnemingen in plaats van de investeringen volledig in mindering te brengen op het beschikbare vereiste kapitaal.

De Algemene Rekening omvat de groepsfuncties, de financieringstransacties, het interne herverzekeringsapparaat (dat wordt afgebouwd) en de nog lopende zaken uit het verleden. Voor de Algemene Rekening gebruikt Ageas niet meer het concept discretionair kapitaal, maar in plaats daarvan het begrip nettokaspositie. Na de gedwongen overname van de Fortis Bank 2001-2011 Tier Obligatielening 2001-2011 in de Algemene Rekening (zie noot 7) was het discretionair kapitaal nagenoeg gelijk aan de nettokaspositie. Aangezien het begrip nettokaspositie een algemeen aanvaard begrip is heeft Ageas besloten de nettokaspositie als indicator van het vrij beschikbare kapitaal op groepsniveau te hanteren.

Ageas streeft naar een minimum totale solvabiliteitsratio van 200% van het wettelijk vereiste minimum op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf. Ageas zal deze doelstelling ten laatste bij de introductie van Solvency II opnieuw evalueren.

Vermogenspositie Verzekeringen

Op 30 september 2011 bedroeg het totaal vermogen van het Verzekeringsbedrijf EUR 7,2 miljard (31 december 2010: EUR 7,5 miljard): 209,6% van het wettelijk vereist minimum (31 december 2010: 232,0%). De solvabiliteitsratio van België bedroeg 176,1% (31 december 2010:199,4%).

Continentaal Consolidatie Totaal Algemeen Totaal
30 september 2011 België UK Europa Azië correcties Verzekeringen (incl. elim) Ageas
Totaal vermogen 3.911,1 803,7 1.022,7 1.155,9 342,2 7.235,6 2.089,4 9.325,0
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.221,0 349,2 508,1 373,1 3.451,4 3.451,4
Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten 1.690,1 454,5 514,6 782,8 342,2 3.784,2 2.089,4 5.873,6
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 176,1% 230,2% 201,3% 309,8% 209,6% 270,2%
31 december 2010
Totaal vermogen 4.312,6 658,1 1.183,0 1.130,9 254,9 7.539,5 2.333,5 9.873,0
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.162,7 191,7 562,4 332,5 3.249,3 4,0 3.253,3
Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten 2.149,9 466,4 620,6 798,4 254,9 4.290,2 2.329,5 6.619,7
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 199,4% 343,3% 210,3% 340,1% 232,0% 303,5%

Vermogenspositie Algemene Rekening

Op basis van de wet- en regelgeving van de NBB, bedroeg het beschikbaar wettelijk kapitaal van de Algemene Rekening (inclusief eliminaties) EUR 2,1 miljard (31 december 2010 EUR 2,3 miljard). Aangezien het grootste deel van het kapitaal niet direct beschikbaar is, hanteert Ageas de nettokaspositie om het direct beschikbare kapitaal van de Algemene Rekening te bepalen en als indicator voor de strategische flexibiliteit. De nettokaspositie bedroeg op 30 september 2011 EUR 0,8 miljard.

30 september 2011
Geldmiddelen en kasequivalenten 337
Vorderingen op banken (kortlopend) 750
Schulden aan banken (kortlopend) -
Schuldbewijzen ( 260 )
Netto kaspositie 827

Toelichting op de geconsolideerde balans

5 Geldmiddelen en kasequivalenten

Onder Geldmiddelen en kasequivalenten zijn begrepen direct beschikbare kasgelden, vrij beschikbare tegoeden bij Centrale Banken alsmede andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden, na de datum van verkrijging. De Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit:

30 september 2011 31 december 2010
Geldmiddelen 1,8 1,7
Vorderingen op banken 2.319,8 3.213,1
Overige 211,6 43,5
Totaal geldmiddelen en kasequivalenten 2.533,2 3.258,3

De daling van de Vorderingen op banken wordt voornamelijk verklaard door het verkrijgen van de Tier 1 lening van BNP Fortis Bank (EUR 953 miljoen, zie noot 7) en de overname van Aksigorta A.Ş. (EUR 154 miljoen). Onder de post Overige is EUR 100 miljoen (31 december 2010: EUR 11,1 miljoen) verantwoord met betrekking tot geldmarktpapier.

6 Beleggingen

De samenstelling van de Financiële beleggingen is als volgt:

30 september 2011 31 december 2010
Financiële beleggingen
- Tot einde looptijd aangehouden 506,5
- Voor verkoop beschikbaar 56.046,3 56.133,7
- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 190,6 210,3
- Afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) 38,0 56,1
Totaal bruto 56.781,4 56.400,1
Bijzondere waardeverminderingen:
- op voor verkoop beschikbare beleggingen - 1.344,0 - 167,6
Totaal bijzondere waardeverminderingen - 1.344,0 - 167,6
Totaal 55.437,4 56.232,5

In 2011 hebben zich geen materiële veranderingen voorgedaan in de waarderingsmethoden ('niveau classificatie') van de beleggingen.

6.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden

30 september 2011 31 december 2010
Overheids- Bedrijfs- Overheids- Bedrijfs
obligaties obligaties Totaal obligaties obligaties Totaal
Historische/geamortiseerde kostprijs bij opname 481,4 18,0 499,4
Amortisatie 6,9 0,2 7,1
Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden 488,3 18,2 506,5
Reële waarde 430,0 15,6 445,6

Op 1 juni 2011 heeft Ageas, conform IFRS, bepaalde Voor verkoop beschikbare beleggingen aangemerkt als Beleggingen tot einde looptijd aangehouden. De reclassificering vond plaats tegen de reële waarde van de beleggingen op 1 juni. Het verschil tussen de reële waarde en de geamortiseerde kostprijs, ter hoogte van EUR 178 miljoen, blijft opgenomen onder Ongerealiseerde winsten en verliezen in het Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders en zal worden geamortiseerd over de resterende looptijd van de beleggingen. De amortisatie wordt in de resultatenrekening gecompenseerd door de amortisatie van het verschil tussen de boekwaarde en de nominale waarden van de obligaties waardoor de impact in de resultatenrekening beperkt is.

De als Tot einde looptijd aangehouden aangemerkte overheidsobligaties betreffen Portugese overheidsobligaties.

6.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen

De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde Ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de Voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt:

Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal waarde- Reële
kostprijs winsten verliezen bruto vermindering waarden
30 september 2011
Overheidsobligaties 32.647,0 1.786,3 - 893,9 33.539,4 - 1.046,2 32.493,2
Bedrijfsobligaties 19.599,6 964,8 - 455,4 20.109,0 - 5,2 20.103,8
Gestructureerde kredietinstrumenten 420,2 16,1 - 11,4 424,9 - 0,1 424,8
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 52.666,8 2.767,2 - 1.360,7 54.073,3 - 1.051,5 53.021,8
Private equity en durfkapitaal 7,5 - 0,3 7,2 - 0,6 6,6
Aandelen 1.984,4 69,8 - 93,7 1.960,5 - 291,9 1.668,6
Overige beleggingen 5,3 5,3 5,3
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 1.997,2 69,8 - 94,0 1.973,0 - 292,5 1.680,5
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 54.664,0 2.837,0 - 1.454,7 56.046,3 - 1.344,0 54.702,3
31 december 2010
Overheidsobligaties 32.841,9 824,1 - 1.363,9 32.302,1 32.302,1
Bedrijfsobligaties 20.415,2 821,9 - 334,8 20.902,3 - 2,5 20.899,8
Gestructureerde kredietinstrumenten 426,3 16,8 - 12,6 430,5 - 6,3 424,2
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 53.683,4 1.662,8 - 1.711,3 53.634,9 - 8,8 53.626,1
Private equity en durfkapitaal 7,6 0,7 8,3 - 1,3 7,0
Aandelen 2.344,9 184,9 - 45,8 2.484,0 - 157,5 2.326,5
Overige beleggingen 6,5 6,5 6,5
Voor verkoop beschikbare beleggingen
in aandelen en overige beleggingen 2.359,0 185,6 - 45,8 2.498,8 - 158,8 2.340,0
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 56.042,4 1.848,4 - 1.757,1 56.133,7 - 167,6 55.966,1

Overheidsobligaties naar land van uitgifte

De overheidsobligaties naar land van uitgifte zijn als volgt:

Historische/ Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde waarde- Reële
kostprijs winsten (verliezen) vermindering waarden
30 september 2011
Belgische overheid 13.540,1 461,6 14.001,7
Nederlandse overheid 1.493,5 108,2 1.601,7
Duitse overheid 2.307,6 365,6 2.673,2
Italiaanse overheid 2.380,7 - 337,2 2.043,5
Franse overheid 3.971,1 294,6 4.265,7
Britse overheid 663,6 34,5 698,1
Griekse overheid 1.684,6 - 1.046,2 638,4
Spaanse overheid 1.180,0 - 107,4 1.072,6
Portugese overheid 719,4 - 184,2 535,2
Oostenrijkse overheid 2.284,9 193,8 2.478,7
Finse overheid 267,8 22,2 290,0
Ierse overheid 560,4 - 55,1 505,3
Sloveense overheid 229,3 1,4 230,7
Tsjechische overheid 244,3 11,9 256,2
Slowaakse overheid 222,9 10,0 232,9
Verenigde Staten van Amerika: overheid 289,8 79,0 368,8
Overige overheden 607,0 - 6,5 600,5
Totaal 32.647,0 892,4 - 1.046,2 32.493,2
Belgische overheid 9.948,1 128,0 10.076,1
Nederlandse overheid 1.288,2 48,0 1.336,2
Duitse overheid 2.628,8 149,9 2.778,7
Italiaanse overheid 3.683,4 - 110,3 3.573,1
Franse overheid 4.069,6 92,4 4.162,0
Britse overheid 600,4 12,8 613,2
Griekse overheid 1.832,0 - 624,1 1.207,9
Spaanse overheid 1.730,0 - 129,0 1.601,0
Portugese overheid 1.654,2 - 142,4 1.511,8
Oostenrijkse overheid 2.543,2 81,4 2.624,6
Finse overheid 740,5 14,8 755,3
Ierse overheid 599,1 - 109,7 489,4
Sloveense overheid 227,4 7,5 234,9
Tsjechische overheid 346,3 12,5 358,8
Slowaakse overheid 211,6 9,5 221,1
Verenigde Staten van Amerika: overheid 308,8 12,7 321,5
Overige overheden 430,3 6,2 436,5
Totaal 32.841,9 - 539,8 32.302,1

Netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen

30 september 2011 31 december 2010
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties:
Boekwaarde 53.021,8 53.626,1
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.406,5 - 48,5
- Belasting - 472,0 4,5
Shadow accounting - 123,7 - 76,1
- Belasting 53,7 22,0
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 864,5 - 98,1
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 1.680,5 2.340,0
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen - 24,2 139,8
- Belasting - 7,2 - 18,9
Shadow accounting - 8,5 - 19,1
- Belasting 4,5 6,8
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen - 35,4 108,6

Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen hebben ook betrekking op private equity en durfkapitaal en alle overige beleggingen, met uitzondering van obligaties.

6.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

Een nadere toelichting op de Beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening is als volgt:

30 september 2011 31 december 2010
Bedrijfsobligaties 97,1 103,7
Gestructureerde kredietinstrumenten 81,8 96,3
Obligaties 178,9 200,0
Aandelen 11,7 10,3
Aandelen en overige beleggingen 11,7 10,3
Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 190,6 210,3

6.4 Vastgoed

De reële waarde van het vastgoed, zowel aangehouden als belegging als voor eigen gebruik, is als volgt:

30 september 2011 31 december 2010
Reële waarde:
Vastgoedbeleggingen 2.754,6 2.455,4
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.493,2 1.385,2
Totaal reële waarde 4.247,8 3.840,6
Boekwaarde:
Vastgoedbeleggingen 1.991,1 1.900,3
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.012,1 974,4
Totale boekwaarde 3.003,2 2.874,7
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.244,6 965,9
Belastingen - 405,9 - 314,0
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) 838,7 651,9

De stijging van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen komt voort uit de lagere verwachte overdrachtsbelasting op vastgoed.

7 Leningen

De Leningen zijn als volgt samengesteld:

30 september 2011 31 december 2010
Vorderingen op banken 2.962,2 2.068,8
Vorderingen op klanten 2.696,0 2.469,3
Totaal 5.658,2 4.538,1
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 12,0 - 9,0
- bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) - 0,7 - 0,9
Totaal vorderingen 5.645,5 4.528,2

7.1 Vorderingen op banken

De Leningen aan banken zijn als volgt samengesteld:

30 september 2011 31 december 2010
Rentedragende deposito's 1.087,7 946,4
Achtergestelde leningen 1.699,0 942,3
Omgekeerde terugkoopovereenkomsten 66,6
Overige 108,9 180,1
Totaal 2.962,2 2.068,8
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 1,1 - 1,2
Vorderingen op banken 2.961,1 2.067,6

De Achtergestelde leningen zijn als volgt samengesteld:

30 september 2011 31 december 2010
Nitsh I (USD 750 miljoen) 564,5 571,2
Nitsh II 372,2 371,1
Fortis Bank 2011 Tier 1 762,3
Totaal Achtergestelde leningen 1.699,0 942,3

Nitsh I en II zijn achtergestelde leningen die worden doorgeleend aan BNP Paribas Fortis Bank. De Fortis Bank Tier 1 obligatielening bestaat uit in 2001 uitgegeven obligaties die Ageas conform de 'support agreement' aangegaan door de voormalige moedermaatschappijen van Fortis, tegenwoordig ageas SA/NV en ageas N.V., in het derde kwartaal van 2011 verplicht moest overnemen.

Ageas was verplicht de aflosbare eeuwigdurende cumulatieve obligatielening met een waarde van EUR 952,9 miljoen uitgegeven door BNP Paribas Fortis op 26 september 2011 tegen pari over te nemen als gevolg van het niet-aflossen door BNP Paribas Fortis Bank en de toestemming die de NBB voor deze ruil heeft verleend. De achtergestelde obligaties zijn in 2001 uitgegeven en hebben na de non call een coupon van 3-maands Euribor +2.37%; de obligaties zijn na de eerste calldatum op kwartaalbasis af te lossen.

Door de Europese schuldencrisis bestaat de vrees voor 'bail in' van achtergestelde leningen van banken met het oog op herkapitalisatie van banken. Hierdoor wordt de markt voor deze instrumenten volledig illiquide. Hoewel de BNP Paribas Fortis Bank 2001 Tier 1 obligaties een beursnotering hebben leidde deze notering niet tot een betrouwbare waardering bij de eerste opname van de obligaties op 26 september 2011.

Ageas heeft besloten zelf de reële waarde van de obligaties te bepalen aan de hand van waarderingstechnieken gebaseerd op een nettocontantewaardeberekening, waarbij als belangrijkste inputvariabelen worden gehanteerd: de 237 basispunten spread die op deze effecten wordt betaald, de forward rate curve en waargenomen spreads voor soortgelijke Fortis Bank/BNP Paribas Tier 1 instrumenten per 26 september 2011 en de verwachte calldatum van de obligaties.

Ageas schat dat het rendement op de calldatum per 26 september 2011 13% bedroeg en dat de obligaties begin 2013 zullen worden afgelost aangezien volgens de Basel III 'grandfathering' richtlijnen de effecten per 1 januari 2013 niet langer erkend zullen worden als kapitaal. Daarna vormen de obligaties een relatief dure funding voor BNP Paribas Fortis Bank wat de verwachting dat de obligaties op dat moment worden afgelost, rechtvaardigt. Op basis van deze parameters veronderstelt Ageas dat de reële waarde van de obligaties 88% van de nominale waarde zal bedragen. Ageas paste echter een additionele afwaardering toe van 8% tot 80% omwille van de illiquiditeit en andere waardeverlagingen die op de markt voor achtergestelde bankleningen worden waargenomen. Met een nominale waarde van EUR 952,9 miljoen voor de geruilde obligaties is de reële waarde vastgesteld op EUR 762,3 miljoen.

Het verschil tussen de overnameprijs en het bedrag van de eerste opname is opgenomen als een verlies in de resultatenrekening onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen (zie noot 23). Het verschil wordt naar verwachting de komende kwartalen in de resultatenrekening teruggenomen via de effectieve rentemethode.

Gevoeligheid van de waardering met betrekking tot de gebruikte parameters

Deze waardering is gevoelig voor de hierboven genoemde factoren. De tabel hieronder geeft de impact op de waarde weer van de verschillende combinaties van looptijden en disconteringspercentages rekening houdend met de illiquiditeit op de markt.

Discontering / Einde looptijd maart 2013 1) maart 2014 1) maart 2015 1) maart 2016 1)
15% 86 78 72 67
14% 87 80 74 69
13% 88 82 76 72
12% 89 83 79 75
11% 90 85 81 77

1) % van de nominale waarde.

7.2 Vorderingen op klanten

De Leningen aan klanten zijn als volgt samengesteld:

30 september 2011 31 december 2010
Overheid en officiele instellingen 0,3 0,2
Hypothecaire leningen 1.592,2 1.625,7
Leningen aan particulieren 7,7 5,4
Leningen aan ondernemingen 84,4 116,9
Polisbeleningen 169,7 158,5
Overige leningen 841,7 562,6
Totaal 2.696,0 2.469,3
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 10,9 - 7,8
- bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) - 0,7 - 0,9
Vorderingen op klanten 2.684,4 2.460,6

Overige leningen hebben hoofdzakelijk betrekking op leningen aan regionale instellingen en overheidsorganisaties.

8 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen

Ten gevolge van de op 12 mei 2009 gesloten transacties verwierf Ageas voor een totaalbedrag van EUR 760,0 miljoen een belang van 44,7% in Royal Park Investments (RPI), een special purpose vehicle dat een deel van de gestructureerde kredietportefeuille verwierf van Fortis Bank. Het belang wordt gewaardeerd volgens de 'equity methode'.

RPI verwierf van Fortis Bank op de sluitingsdatum een portefeuille gestructureerde kredieten voor een overeengekomen aankoopprijs van EUR 11,7 miljard. De overeenstemmende nominale waarde van de portefeuille kwam per 12 mei 2009 uit op EUR 20,5 miljard. De aankoop is gefinancierd met eigen vermogen ten bedrage van EUR 1,7 miljard, super senior schuld ten bedrage van EUR 5 miljard en senior schuld voor EUR 5 miljard; de senior schuld kent een verliesabsorptiemechanisme. De senior schuld is verstrekt door BNP Paribas en Fortis Bank. Het deel dat gefinancierd is door Fortis Bank is gegarandeerd door de Belgische overheid. Contanten gegenereerd door RPI zullen eerst worden gebruikt om de super senior schuld terug te betalen.

De initiële opname van de investering volgens de 'equity'-methode geschiedt tegen kostprijs, gevolgd door een test op bijzondere waardevermindering van de boekwaarde. Ageas heeft RPI verzocht om de financiële informatie op te stellen in overeenstemming met de Ageas IFRS grondslagen. RPI heeft de verwerving van de portefeuille, de daarmee samenhangende financiering en mensen en processen verantwoord als bedrijfscombinatie onder IFRS. Bij de aankoop is de activaportefeuille tegen marktwaarde opgenomen (EUR 8,2 miljard) en het verschil tussen de aankoopprijs (EUR 11,7 miljard) en de marktwaarde van EUR 3,5 miljard is verantwoord in de IFRS balans van RPI als uitgestelde belastingvordering (EUR 1,2 miljard: 33,9% van EUR 3,5 miljard) en goodwill (EUR 2,3 miljard).

Uitgangspunt bij het beheer van de portefeuille is dat RPI voor de aandeelhouders de maximaal haalbare waarde realiseert, in overeenstemming met de richtlijnen voor het beheer zoals die zijn opgesteld door het bestuur van RPI. Onder de huidige omstandigheden betekent dit een afbouwscenario. In dat geval schrijft IFRS het gebruik van de geamortiseerde kostprijs voor als berekeningsmaatstaf voor de activaportefeuille. Conform IFRS moet voor instrumenten met een variabele rente voor elk instrument de geamortiseerde kostprijs worden herberekend op basis van geactualiseerde kasstroominformatie per actief. RPI beschikt echter niet over dergelijke informatie en het produceren van die informatie zou bovenmatige kosten en inspanningen vergen. Omdat deze informatie ontbreekt en rekening houdend met het feit dat het management toch al gebruik maakt van reële waarde-informatie bij het periodieke monitoren van de activaportefeuille, heeft Ageas besloten de waardering na eerste opname van de activaportefeuille tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening te verwerken.

Voor de bepaling van de kasstromen van de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering zijn diverse aannames gedaan, zoals het verlies bij wanbetaling, de kans op wanbetaling, de ontwikkeling van vervroegde aflossingen, de ontwikkeling van de huizenprijzen, plus aanvullende sector- en geografische gegevens waar relevant. Gezien het feit dat rekening is gehouden met de onzekerheden bij de bepaling van de kasstromen, en het feit dat de financiering van RPI gegarandeerd is, zijn de verwachte kasstromen gedisconteerd tegen 7,8% (31 december 2010: 7,8%), zijnde de risicovrije rentevoet voor de Belgische Staat plus de gebruikelijke normale vermogensopslag.

Omdat de portefeuille van RPI wordt afgebouwd, zullen de winsten in de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering in de loop van de tijd worden gerealiseerd en komt er geen winst uit nieuwe transacties voor in de plaats. De goodwill zal daarom een bijzondere waardevermindering ondergaan in de periode dat de portfolio wordt afgebouwd. De door RPI verantwoorde goodwill vertegenwoordigt voor een belangrijk deel de toekomstige winsten van deze business.

Op basis van de hiervoor genoemde Ageas waarderingsgrondslagen voerde RPI bij het einde van elk kwartaal een test uit op bijzondere waardevermindering van de door RPI opgenomen, bij de acquisitie van de leningenportefeuille en de hiermee samenhangende financiering, goodwill. De uitkomst hiervan was dat in 2011 een bijzondere afwaardering van EUR 586 miljoen van de goodwill nodig was. RPI heeft een IFRS nettoresultaat voor bijzondere waardevermindering van goodwill gerapporteerd van EUR 271 miljoen. Als gevolg hiervan heeft Ageas een negatieve bijdrage aan het nettoresultaat verantwoord van EUR 141 miljoen (31 december 2010: EUR 131 miljoen winst), in overeenstemming met ons aandeel in RPI. Dit resultaat is verantwoord in de lijn Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen. Verder heeft RPI begin 2010 een aantal netto renteswaps gesloten waardoor variabele rente-inkomsten zijn omgezet naar vaste rente-inkomsten. Ageas heeft besloten deze swaps boekhoudkundig te verwerken als kasstroomhedge. Mutaties in de reële waarde worden direct in het eigen vermogen opgenomen (EUR 129 miljoen voor de eerste negen maanden van 2011, waarvan het aandeel van Ageas EUR 58 miljoen bedroeg). Als gevolg van deze twee factoren is de investering van Ageas in RPI gedaald van EUR 933 miljoen eind 2010 naar EUR 850 miljoen.

Aan het eind van het derde kwartaal van 2011 bedroeg de reële waarde van de investeringsportefeuille onder IFRS EUR 6,3 miljard (31 december 2010: EUR 7,0 miljard), bedroeg de goodwill EUR 0,8 miljard (31 december 2010: EUR 1,4 miljard) en bedroegen de uitgestelde belastingvorderingen EUR 0,6 miljard (31 december 2010: EUR 0,7 miljard). De financiering op basis van geamortiseerde kostprijs bedroeg EUR 6,4 miljard (31 december 2010: EUR 7,1 miljard) en het eigen vermogen EUR 1,9 miljard (31 december 2010: EUR 2,1 miljard).

9 Herverzekering en overige vorderingen

Onder Herverzekering en overige vorderingen vallen de uitstaande vorderingen van Ageas op Fortis Capital Company Limited, ABN AMRO en de Nederlandse Staat in verband met de FCC-transactie en de MCS-conversie. De eerste vordering betreft de volledige compensatie voor de betaling (EUR 362,5 miljoen) die Ageas aan Fortis Capital Company Limited (een dochteronderneming van ABN AMRO N.V.) heeft gedaan, waardoor FCC het hierboven vermelde bedrag aan de houders van preferente aandelen kon uitkeren. Ageas heeft besloten deze vordering te verwerken in de beoordeling van de voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie noot 20 Voorzieningen).

De tweede vordering betreft de conversie van de MCS. Op 7 december 2010 heeft Ageas 106,7 miljoen aandelen uitgegeven in verband met de conversie van de MCS. Aangezien de opbrengsten van de MCS-uitgifte naar ABN AMRO zijn gegaan en de overeenkomst tussen de vier partijen Ageas bij conversie een vordering op ABN AMRO gaf, heeft Ageas voor een bedrag van EUR 2 miljard een vordering opgenomen met ABN AMRO als debiteur vanaf het moment van de conversie. De Nederlandse Staat heeft verklaard dat volgens de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance, de Nederlandse staat recht heeft op deze vordering. Ageas heeft hiermee rekening gehouden bij de vorming van een voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie noot 20 Voorzieningen).

10 Call optie op BNP Paribas aandelen

Beschrijving van de rechten

Op basis van de op 12 mei 2009 getekende overeenkomst kreeg Ageas een in contanten af te wikkelen calloptie toegekend door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) waardoor Ageas de mogelijkheid heeft te profiteren van een waardestijging van de waarde van 121.218.054 aandelen van BNP Paribas gehouden door de FPIM. Deze aandelen werden verkregen door de FPIM in ruil voor de verkoop van 75% + 1 aandeel van Fortis Bank. De optie geeft Ageas het recht op het verschil tussen de uitoefenprijs van EUR 68 en de marktprijs van de aandelen van BNP Paribas op het moment van de uitoefening of de verkoopprijs van de onderliggende aandelen van BNP Paribas, naar discretie van de FPIM. Deze rechten hebben 'coupon 42' vervangen. Na de claimemissie van BNP Paribas van 29 september 2009 is de uitoefenprijs verlaagd tot EUR 66,672.

De toegekende rechten omvatten bepaalde niet-standaardkenmerken die afwijken van de op de ISDA-norm gebaseerde optieprotocollen, zoals beperking van de overdraagbaarheid, beperkingen van de vrijheid van uitoefening, gedwongen uitoefening in bepaalde omstandigheden en specifieke aanpassingsmechanismen zoals verwatering en claimemissies.

Na afloop van een lock-up periode op 10 oktober 2010 kan Ageas haar rechten uitoefenen gedurende een periode van zes jaar eindigend op 10 oktober 2016. Ageas heeft verschillende mogelijkheden onderzocht voor monetisatie, maar heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan naar een geleidelijke uitoefening van de opties wanneer deze opties 'in de money' zijn.

Deze optie wordt verantwoordt op basis van de reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening onder Ongerealiseerde winst (verlies) op Calloptie BNP Paribas aandelen.

Waardeberekening

Een theoretische waarde van een individuele optie kan worden berekend op basis van Black-Scholes optiewaarderingstechnieken. Naast waarneembare cijfers in de markt per de verslagdatum zoals de renteopbrengst, de werkelijke en uitoefenprijs van het aandeel en de resterende looptijd van de optie, dient de berekening ook te zijn gebaseerd op veronderstellingen met betrekking tot toekomstig dividend en volatiliteit. Bovendien dient met de nietstandaardkenmerken ook rekening gehouden te worden.

De volgende gegevens zijn gebruikt voor de waardering:

30 september 2011 31 december 2010
Koers BNP Paribas EUR 30,05 EUR 47,685
Uitoefenprijs EUR 66,672 EUR 66,672
Volatiliteit 49% 33%
Dividendrendement 8,76% 5,29%
Koers per optie tot en met 10 oktober 2016 EUR 4,260 EUR 7,180
Theoretische waarde 121,2 miljoen opties EUR 516 miljoen EUR 870 miljoen
Geschatte waarde, gecorrigeerd voor niet-standaardkenmerken (30%) EUR 361 miljoen EUR 609 miljoen

Volatiliteit

Gezien het grote aantal opties op de BNP Paribas aandelen dat door Ageas wordt gehouden (het vertegenwoordigdt 10,12% van de uitstaande aandelen van BNP Paribas) kan worden verwacht dat monetisatie van de opties effect heeft op de waarde van de verhandelde opties en vandaar dus op de volatiliteit. Ageas heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan tot een geleidelijke uitoefeningsstrategie om de impact op de impliciete volatiliteit op de aandelen en de waarde van de calloptie te minimaliseren. Als gevolg van de verandering naar een geleidelijke uitoefeningsstrategie heeft Ageas, voor de waardering van de calloptie, besloten de volatiliteit te gebruiken die is gebaseerd op de door de markt geobserveerde geëxtrapoleerde impliciete volatiliteit. De waarde van de calloptie bedraagt eind september 2011 EUR 361 miljoen, na aanpassing voor de niet gestandaardiseerde kenmerken.

Gevoeligheidswaardering bij veranderingen in de veronderstellingen

Zowel toegepaste volatiliteit als de veronderstellingen ten aanzien van de dividendopbrengst hebben een significant effect op de waarde van de opties. Een vermindering van de volatiliteit van 10% op 30 september 2011 resulteert in een vermindering van 47,20% van de theoretische waarde van de optie; een toename van de volatiliteit van 10%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 52,35% van de theoretische waarde. Een vermindering van de volatiliteit van 5% op 30 september 2011 resulteert in een vermindering van 24,65% van de theoretische waarde van de optie; een toename van de volatiliteit van 5%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 25,82% van de theoretische waarde. Een verlaging van de dividendopbrengst van 1%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 3,75% van de theoretische waarde, terwijl een verhoging van de dividendopbrengst van 1%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verlaging van 6,8% van de theoretische waarde van de opties.

Aanpassing voor niet-standaard-kenmerken

Gezien de ongewone kenmerken van de rechten zullen professionele marktpartijen een aanzienlijk disconto toepassen op de theoretische waardering. Ageas heeft besloten de theoretische waardering te verlagen met 30% voor deze nietstandaard-kenmerken, op basis van aanwijzingen van professionele marktpartijen die varieerden van 10% tot 50%.

Uitkering van de opbrengsten

Ageas heeft de algemene vergadering van aandeelhouders toegezegd het voordeel van de uitoefening, monetisatie of andere beoogde structuren uit te keren in de vorm van een dividend, voor zover dit door de wet is toegestaan en rekening houdend met eventuele praktische beperkingen.

De Belgische Dienst Voorafgaande Beslissingen heeft bevestigd dat de toewijzing van de BNP Paribas optie niet belastbaar is voor ageas SA/NV. Ageas heeft voldoende compensabele verliezen om geen winstbelasting te hoeven betalen als de meerwaarden op de optie worden gerealiseerd en dat zij dus in staat zal zijn om, voor zover bij de wet toegestaan, de bruto-opbrengsten uit te keren in de vorm van een dividend.

11 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven.

30 september 2011 31 december 2010
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 23.799,3 23.556,9
Verplichting voor winstdeling polishouders 268,2 323,0
Aanpassing shadow accounting 77,5 61,1
Voor eliminaties 24.145,0 23.941,0
Eliminaties - 2,8 - 2,6
Bruto 24.142,2 23.938,4
Herverzekering - 36,3 - 25,2
Netto 24.105,9 23.913,2

12 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Levensverzekeringscontracten.

30 september 2011 31 december 2010
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 26.860,0 26.667,6
Verplichting voor winstdeling polishouders 100,5 212,0
Aanpassing shadow accounting 54,7 34,2
Bruto 27.015,2 26.913,8
Herverzekering
Netto 27.015,2 26.913,8

13 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

De Verplichtingen inzake unit-linked contracten voor rekening en risico van polishouders gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven:

30 september 2011 31 december 2010
Verzekeringscontracten 1.501,0 1.711,6
Beleggingscontracten 11.493,3 20.119,3
Totaal 12.994,3 21.830,9

De afname van de verplichting inzake unit-linked contracten wordt verklaard door het classificeren van Fortis Luxembourg Vie als Gehouden voor verkoop (EUR 7,2 miljard).

14 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten.

30 september 2011 31 december 2010
Schadeverplichting 4.419,3 4.377,4
Niet-verdiende premies 1.607,3 1.155,4
Verplichting voor winstdeling polishouders 2,7 6,2
Voor eliminaties 6.029,3 5.539,0
Eliminaties - 90,4
Bruto 6.029,3 5.448,6
Herverzekering - 396,8 - 334,7
Netto 5.632,5 5.113,9

De stijging van Niet-verdiende premies houdt verband met de lancering van Tesco Insurance.

15 Schuldbewijzen

De volgende tabel toont de verschillende Schuldbewijzen (EMTN) die Ageas heeft uitgegeven en de bedragen die uitstaan:

30 september 2011 31 december 2010
Tegen geamortiseerde kostprijs 154,4 365,7
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 105,6 183,2
Totaal schuldbewijzen 260,0 548,9

16 Achtergestelde schulden

De volgende tabel toont de specificatie van de Achtergestelde schulden.

30 september 2011 31 december 2010
FRESH 1.250,0 1.250,0
- Hybrone 495,9 495,4
- Nitsh I 564,5 571,3
- Nitsh II 568,4 540,3
Ageas Hybrid Financing 1.628,8 1.607,0
Overige achtergestelde schulden 69,6 69,9
Totaal achtergestelde schulden 2.948,4 2.926,9

FRESH

Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen met een nominale waarde van EUR 250.000 per obligatie. De coupons zijn per kwartaal achteraf betaalbaar tegen een variabele rentevoet gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met 135 basispunten.

De FRESH is uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV en ageas N.V. als mededebiteuren. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 39.682.540 Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend of stemrecht (het per 30 september 2011 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is inclusief de 39.682.540 Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).

In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is. Vanwege deze kenmerken wordt de FRESH behandeld als onderdeel van het voor de toezichthouder kwalificerend vermogen.

De FRESH-obligaties kennen geen vervaldatum, maar kunnen naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 31,50 per aandeel. De obligaties worden automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende handelsdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 47,25.

Ageas Hybrid Financing

In 2006 heeft Ageas een special purpose vehicle opgericht onder de naam Ageas Hybrid Financing S.A., dat eeuwigdurende sterk achtergestelde en onder gelijke condities uitgegeven effecten uitgaf en de opbrengsten daarvan investeerde in instrumenten van (voormalige) werkmaatschappijen van Ageas. Deze instrumenten worden meegenomen in de berekening van de solvabiliteit voor deze entiteiten. De door Ageas Hybrid Financing uitgegeven effecten vallen onder een zogenoemde 'support agreement' en een achtergestelde garantie afgegeven door ageas SA/NV en ageas N.V.

Ageas Hybrid Financing heeft in 2006 een obligatie van EUR 500 miljoen uitgegeven onder de naam 'Hybrone', tegen een coupon van 5,125% tot 20 juni 2016 en driemaands Euribor plus 200 basispunten daarna. In 2008 is een obligatielening genaamd 'Nitsh I' ter waarde van USD 750 miljoen uitgegeven, met een coupon van 8,25%, naast een obligatielening 'Nitsh II' van EUR 625 miljoen met een coupon van 8,0%. De beide Nitsh-instrumenten kunnen voor het eerst opgevraagd worden in 2013.

De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan AG Insurance (EUR 750 miljoen) en aan Fortis Bank SA/NV voor respectievelijk EUR 375 miljoen en USD 750 miljoen. Uit hoofde van de 'Support Agreement' zijn ageas SA/NV en ageas N.V. verplicht om zodanige middelen aan Ageas Hybrid Financing te verstrekken als nodig om de couponverplichtingen te voldoen in ieder jaar dat Ageas een dividenduitkering vaststelt, ofwel om de coupon te betalen via de ACSM indien de entiteiten die de opbrengsten hebben ontvangen de coupons op de doorgeleende leningen niet in contanten voldoen tengevolge van schending van de toepasselijke wettelijke minimale solvabiliteitseisen.

In het geval dat Ageas beneden het wettelijk vereiste minimum solvabiliteitsniveau komt of de geconsolideerde activa kleiner zijn dan de verplichtingen exclusief schulden die niet beschouwd worden als 'Senior Debt' of in het geval dat Ageas Hybrid Financing die keuze maakt, dan wordt de couponbetaling vervangen door een afrekening via de ACSM.

Overige achtergestelde schulden

In de EUR 69,6 miljoen die onder Achtergestelde schulden is verantwoord (31 december 2010: EUR 69,9 miljoen) is een bedrag van EUR 26,1 miljoen begrepen in achtergestelde onderhandse leningen met een looptijd tot 2012. De rest van het bedrag betreft een eeuwigdurende achtergestelde lening van EUR 40,5 miljoen aan Tesco Bank.

17 Leningen

De volgende tabel toont de samenstelling van de Leningen.

30 september 2011 31 december 2010
Schulden aan banken 1.942,3 1.898,5
Schulden aan klanten 111,0 91,5
Overige schulden 136,4 151,7
Totaal schulden 2.189,7 2.141,7

17.1 Schulden aan banken

De schulden aan banken zijn als volgt samengesteld:

30 september 2011 31 december 2010
Bank deposito's:
- Direct opeisbaar 13,0 54,2
- Overige 68,7 37,1
Totaal deposito's 81,7 91,3
Terugkoopovereenkomsten 1.306,4 1.262,8
Overige 554,2 544,4
Totaal schulden aan banken 1.942,3 1.898,5

17.2 Schulden aan klanten

De schulden aan klanten zijn als volgt samengesteld:

30 september 2011 31 december 2010
Deposito's 0,6 0,6
Overige financieringen 5,5 5,1
Depots van herverzekeraars 104,9 85,8
Totaal schulden aan klanten 111,0 91,5

18 Uitgestelde belastingen

Een nadere detaillering van de Uitgestelde winstbelastingen is als volgt:

Balans Resultatenrekening
Eerste negen Eerste negen
30 september 2011 31 december 2010 maanden 2011 maanden 2010
Uitgestelde belastingvorderingen op:
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 124,8 131,1 135,6 13,5
Vastgoedbeleggingen 6,5 7,4 - 1,0 1,7
Materiële vaste activa 43,6 41,7 - 0,6 7,5
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 30,0 29,8
Verzekeringspolis en claim reserves 316,4 288,1 2,4 - 10,2
Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding 43,9 44,0 - 0,1 - 0,2
Overige voorzieningen 8,3 6,7 1,3 0,4
Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten 4,6 4,3 0,3 2,9
Niet-aangewende compensabele verliezen 223,7 174,6 - 8,0 - 26,8
RPN(I) 42,8 158,1
Overige 116,5 85,1 - 80,6 388,8
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 961,1 970,9 49,3 377,6
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen - 117,8 - 114,1 - 2,1 15,5
Netto uitgestelde belastingvorderingen 843,3 856,8 47,2 393,1
Uitgestelde belastingverplichtingen op:
Afgeleide financiële instrumenten (activa) 1,0 1,2 0,3 3,6
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 508,9 130,4 44,5 - 24,0
Vastgoedbeleggingen - 3,1 3,1 8,4
Vastgoedbeleggingen 119,5 113,6 - 5,9 - 4,6
Leningen aan klanten 3,0 3,0 -
Materiële vaste activa 211,1 208,7 1,5 - 6,2
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 144,9 145,7 8,2 9,8
Overige voorzieningen 3,5 - 0,8 - 0,4
Overlopende acquisitiekosten 52,2 46,3 - 5,8 - 6,0
Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten 1,6 1,6 0,1 0,1
Belastingvrij gerealiseerde reserves 43,8 45,4 1,7 2,1
BNP Paribas call optie 106,6 207,0
Overige 100,7 171,8 76,8 15,0
Totaal uitgestelde belastingverplichtingen 1.293,7 1.073,9 124,5 - 2,2
Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) 171,7 390,9
Netto uitgestelde belastingen - 450,4 - 217,1

Uitgestelde belastingvorderingen en belastingverplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om acute belastingvorderingen te salderen met acute belastingverplichtingen en de uitgestelde belastingen dezelfde belastingautoriteit betreffen. De volgende salderingen zijn toegepast:

30 september 2011 31 december 2010
Uitgestelde belastingvorderingen 331,6 465,2
Uitgestelde belastingverplichtingen 782,0 682,3
Netto uitgestelde belastingen - 450,4 - 217,1

19 RPN(I)

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van Fortis Bank SA/NV.

Mechanisme

De betaling per kwartaal wordt vastgesteld als het gemiddelde van de rentebetalingen tegen een rente op jaarbasis van 3-maands EURIBOR plus 20 basispunten op basis van een referentiebedrag zoals dat op iedere handelsdag wordt berekend.

Het referentiebedrag wordt gedefinieerd als:

  • het verschil tussen EUR 3.000 miljoen en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd op de beurs van Luxemburg, minus
  • het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 125.313.283 aandelen Ageas.

Als het referentiebedrag positief is, betaalt Fortis Bank SA/NV over het referentiebedrag rente aan Ageas. Is dat referentiebedrag negatief, dan betaalt Ageas over het referentiebedrag rente aan Fortis Bank SA/NV.

Staatsgarantie

In het voordeel van Fortis Bank SA/NV heeft de Belgische staat een staatsgarantie uitgegeven op de door Ageas betaalde RPN(I) rente. De jaarlijkse garantievergoeding bedraagt 70 basispunten over het referentiebedrag. Om de betaling van de vergoeding en de middelen van de Belgische staat in geval van wanbetaling te garanderen, garandeert Ageas de Belgische staat een maximum van 20% aandelen AG Insurance.

Reële waarde van RPN(I)

Voor de berekening van de marktwaarde van de RPN(I) heeft Ageas het level 3-waarderingsmodel gehanteerd gebaseerd op de waarderingstechnieken van financiële derivaten die eind 2009 zijn geïntroduceerd. Op 30 september 2011 bedroeg de totale verplichting inzake RPN(I) EUR 145 miljoen (waarvan EUR 127 miljoen is gerelateerd aan de RPN(I)-verplichting zelf en EUR 18 miljoen aan de garantieovereenkomst tussen Ageas, de Belgische Staat en Fortis Bank). Vergeleken met EUR 465 miljoen eind 2010 heeft dit een positieve impact op het resultaat van EUR 320 miljoen. Dit bedrag kan gesplitst worden in (i) EUR 273 miljoen voor de daling van de nettocontante waarde van de geschatte driemaandelijkse interest betalingen onder het RPN(I) mechanisme en (ii) EUR 47 miljoen minder verplichting verbandhoudend met de garantieovereenkomst tussen de Belgische staat en Ageas.

De daling van de reële waarde sinds het begin van het jaar is het gevolg van (i) een daling van het referentiebedrag, (ii) een toename van de veronderstelde Ageas spreads en (iii) andere marktomstandigheden, inclusief een lagere langetermijnrente.

Referentiewaarden

Per 30 september 2011 sloten de CASHES op 33% en sloot de koers van het Ageas aandeel op EUR 1,31. Dit heeft geleid tot een daling van de referentiewaarde (de 'Relative Performance Note' ofwel de RPN verantwoord bij Fortis Bank) van (negatief) EUR 642 miljoen op 31 december 2010 naar (negatief) EUR 185 miljoen.

Op 30 september 2011 stond de 3-maands EURIBOR op 1,56%. De totale rentebetaling aan Fortis Bank over de eerste negen maanden bedroeg EUR 8,9 miljoen. Het totale bedrag dat aan de Belgische Staat betaald is over dezelfde periode uit hoofde van de garantieovereenkomst tussen beide partijen bedroeg EUR 4,1 miljoen.

Veronderstellingen

Ageas heeft de volgende veronderstellingen aangenomen om de marktwaarde van de RPN(I) te bepalen en voor de garantiebetalingen per 30 september 2011:

  • De koers van het aandeel Ageas is geschat met behulp van een standaard geometrisch Brownian bewegingsmodel, waarbij is uitgegaan van een oorspronkelijke koers van EUR 1,31, de slotkoers per 30 september 2011, en een gemiddeld dividendrendement van 6,1% over de verwachte looptijd van het instrument en consistent met het waargenomen dividendrendement van 2010 gebaseerd op de slotkoers van de aandelen op 30 september 2011. De volatiliteit van de aandelenkoers die gebruikt is, bedraagt 69% en is gebaseerd op de impliciete volatiliteit van de 3-maands opties per einde september 2011.
  • De prijs van de CASHES is geschat op basis van de op de CASHES van toepassing zijnde termijnspread curve met een extra stochastische afwijking, een risicovrij rentemodel afgestemd op de markt en spread curves afgestemd op de marktwaarde van de CASHES van 33% eind september 2011. Voor modelleringsdoeleinden is verondersteld dat de CASHES een constante looptijd van 50 jaar hebben op ieder moment in de toekomst, waarna de bijdrage van de verdisconteerde vrije kasstromen te verwaarlozen zal zijn.
  • De huidige en toekomstige risicovrije rentevoet zijn afgeleid van marktgegevens per 30 september 2011 en zijn geschat aan de hand van een standaard arbitragevrij rentemodel.
  • In het waarderingsmodel wordt tevens rekening gehouden met de mogelijkheid van conversie die in de CASHES is ingebouwd, tegen een koers van EUR 23,94 (naar keuze) en EUR 35,91 (automatisch). De betaling van buitengewoon dividend ter waarde van de BNP Paribas optie heeft een verwaarloosbaar effect op de waarde en is genegeerd.
  • De geschatte toekomstige rentebetalingen en de geschatte kosten van de garantie worden verdisconteerd tegen een disconteringsvoet waarbij rekening is gehouden met de risico's in verband met de verplichtingen van Ageas zoals de RPN(I), gebaseerd op een constante spread van 685 basispunten gekalibreerd om een disconteringsvoet van andere eeuwigdurende senior marktinstrumenten van Ageas te reflecteren.

Gevoeligheden

De gevoeligheid van de reële waarde van de RPN(I) voor de veranderingen in de factoren kan als volgt worden samengevat, ervan uitgaande dat de andere factoren constant blijven:

  • een toename ten opzichte van de oorspronkelijke koers van het aandeel Ageas naar EUR 1,77 verlaagt de reële waarde met EUR 12 miljoen naar EUR 133 miljoen; een daling van de startwaarde naar EUR 0,85 verhoogt de reële waarde met EUR 10 miljoen naar EUR 155 miljoen;
  • een toename in de marktwaarde van de CASHES tot 43% verhoogt de reële waarde met EUR 88 miljoen naar EUR 233 miljoen; een daling tot 23% vermindert de waarde met EUR 97 miljoen naar EUR 48 miljoen.
  • een toename van de risicovrije rentevoet met 50 basispunten langs de rentevoet curve verhoogt de reële waarde met EUR 2 miljoen naar EUR 147 miljoen; een afname met 50 basispunten verlaagt de reële waarde met EUR 1 miljoen naar EUR 146 miljoen;
  • een daling van de risicovrije rentevoet met 100 basispunten langs de rentevoet curve verhoogt de reële waarde met EUR 19 miljoen naar EUR 164 miljoen; een stijging met 100 basispunten verlaagt de reële waarde met EUR 6 miljoen naar EUR 139 miljoen;

Indien uitgegaan wordt van gunstiger voorwaarden voor de vier belangrijkste factoren in het model (een koers van het aandeel Ageas van EUR 1,77, een marktwaarde van de CASHES van 23%, een afvlakkende risicovrije rentevoet curve van 50 basispunten en een 100 basispunten hogere rentevoet), dan daalt de reële waarde van de RPN(I) tot EUR 41 miljoen.

Indien uitgegaan wordt van de minder gunstige voorwaarden voor de vier factoren (een koers van het aandeel Ageas van EUR 0,85, een marktwaarde voor de CASHES van 43%, een opwaartse risicovrije rentevoet curve met 50 basispunten en een 100 basispunten lagere rentevoet), dan neemt de reële waarde van de RPN(I) toe tot EUR 293 miljoen.

De reële waarde van de RPN(I) vertoont geen gevoeligheid voor de verwachte koersvolatiliteit en het dividendrendement van het Ageas aandeel.

20 Voorzieningen

De post Voorzieningen bestaan uit voorzieningen voor fiscale zaken en juridische zaken. De voorzieningen zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op jaareinde waarbij rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische en fiscale adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van geschillen.

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt:

30 september 2011 31 december 2010
Stand per 1 januari 2.407,6 34,2
Aan- en verkoop dochterondernemingen - 2,9 3,0
Toename voorziening 41,7 2.381,6
Terugname niet-gebruikte voorzieningen - 2,1 - 3,0
Aanwendingen in de loop van het jaar - 40,3 - 8,6
Omrekeningsverschillen 0,4
Overige 1,4
Stand per einde periode 2.405,4 2.407,6

Ageas heeft in 2010 een voorziening voor een bedrag van EUR 2.362 miljoen getroffen voor de uitstaande geschillen met de Nederlandse Staat. Deze geschillen vloeien voort uit de uiteenlopende interpretatie van de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance door Ageas aan de Nederlandse Staat in oktober 2008. De Nederlandse Staat is van mening dat zij op basis van het akkoord (het 'Term Sheet') dat aan de verkoop ten grondslag ligt:

  • eigenaar is van de vordering van EUR 2 miljard op ABN AMRO uit hoofde van de conversie van de MCS (zie ook noot 9);
  • eigenaar is van de vordering van EUR 362 miljoen op FCC/ABN AMRO in verband met de FCC-transactie (zie ook noot 9);
  • recht heeft op circa EUR 885 miljoen in verband met een kapitaalgarantie in de verkoopdocumentatie (zie noot 28).

Zoals door beide partijen is gemeld, streven de Nederlandse Staat en Ageas naar een minnelijke schikking. In die schikking zou een oplossing moeten worden gevonden voor het geschil over het eigendom van de vorderingen op ABN AMRO in verband met de FCC- en MCS-transacties alsmede de kapitaalgarantie. Ageas is van mening dat een voorziening van EUR 2.362 miljoen voldoende is om een potentiële uitstroom van gelden in verband met de schikking te dekken.

Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening

21 Verzekeringspremies

Hieronder volgt een overzicht van de bruto verdiende premies.

Eerste Eerste
negen maanden 2011 negen maanden 2010
Bruto premie-inkomen Leven 5.280,2 6.870,5
Bruto premie-inkomen Niet-leven 3.144,5 2.377,8
Eliminaties - 1,3 0,2
Totaal bruto premie-inkomen 8.423,4 9.248,5

In de eerste negen maanden van 2011 heeft EUR 1.403,0 miljoen betrekking op premies inzake beleggingscontracten zonder DPF waarop deposit accounting van toepassing is (in de eerste negen maanden van 2010: EUR 1.919,4 miljoen). De premies verantwoord in de Geconsolideerde resultatenrekening bedragen voor de eerste negen maanden van 2011: EUR 7.020,4 miljoen (eerste negen maanden 2010 EUR: 7.329,1 miljoen).

Leven

In de onderstaande tabel worden de Levensverzekeringspremies weergegeven.

Eerste Eerste
negen maanden 2011 negen maanden 2010
Unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies 10,6 6,8
Geboekte periodieke premies 64,0 68,5
Totaal collectief 74,6 75,3
Geboekte eenmalige premies 49,7 40,7
Geboekte periodieke premies 25,2 29,3
Totaal individueel 74,9 70,0
Totaal unit-linked contracten 149,5 145,3
Niet unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies 215,1 228,3
Geboekte periodieke premies 555,9 559,7
Totaal collectief 771,0 788,0
Geboekte eenmalige premies 453,1 566,6
Geboekte periodieke premies 554,9 554,8
Totaal individueel 1.008,0 1.121,4
Totaal niet unit-linked contracten 1.779,0 1.909,4
Beleggingscontracten met DPF
Geboekte eenmalige premies 1.643,5 2.595,0
Geboekte periodieke premies 305,2 301,4
Totaal beleggingscontracten met DPF 1.948,7 2.896,4
Totaal geboekte premies Leven 3.877,2 4.951,1
Geboekte eenmalige premies 1.294,7 1.751,8
Geboekte periodieke premies 108,3 167,6
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 1.403,0 1.919,4
Totaal bruto premie-inkomen Leven 5.280,2 6.870,5

Het totale premie-inkomen bij Levensverzekeringen bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. Het premieinkomen van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.

Niet-leven

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de verzekeringspremies Niet-leven gedurende de periode. De verzekeringspremies voor Auto, Brand en Overige zijn samengevoegd onder Overige Niet-leven.

Ongevallen en Overige
Ziekte Niet-leven Totaal
Eerste negen maanden 2011
Bruto geboekte premies 597,5 2.547,0 3.144,5
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 20,2 - 433,7 - 453,9
Bruto verdiende premies 577,3 2.113,3 2.690,6
Afgegeven herverzekeringspremies - 21,2 - 134,0 - 155,2
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies - 0,7 7,2 6,5
Netto verdiende premies Niet-leven 555,4 1.986,5 2.541,9
Eerste negen maanden 2010
Bruto geboekte premies 585,4 1.792,4 2.377,8
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 26,8 - 105,8 - 132,6
Bruto verdiende premies 558,6 1.686,6 2.245,2
Afgegeven herverzekeringspremies - 22,0 - 105,2 - 127,2
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies - 0,8 0,4 - 0,4

De verdeling van de netto verdiende premies uit Niet-levensverzekeringen per segment is als volgt:

Ongevallen en Overige
Ziekte Niet-leven Totaal
Eerste negen maanden 2011
België 343,0 853,9 1.196,9
UK 47,9 1.011,3 1.059,2
Continentaal Europa 164,5 121,3 285,8
Netto verdiende premies Niet-leven 555,4 1.986,5 2.541,9

Netto verdiende premies Niet-leven 535,8 1.581,8 2.117,6

Netto verdiende premies Niet-leven 535,8 1.581,8 2.117,6
Continentaal Europa 150,2 122,4 272,6
UK 43,8 648,9 692,7
België 341,8 810,5 1.152,3
Eerste negen maanden 2010

22 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten

De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividenden en de overige beleggingsbaten.

Eerste Eerste
negen maanden 2011 negen maanden 2010
Rentebaten
Rentebaten op kasequivalenten 24,7 26,1
Rentebaten uit vorderingen op banken 82,9 68,8
Rentebaten op beleggingen 1.623,2 1.636,5
Rentebaten uit vorderingen op klanten 90,7 91,0
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 29,8 36,1
Overige rentebaten 8,1 8,5
Totaal rentebaten 1.859,4 1.867,0
Dividenden op aandelen 59,2 36,9
Huurbaten uit vastgoedbelegging 125,1 103,1
Opbrengsten parkeergarage 200,6 192,8
Overige baten op beleggingen 47,1 46,4
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 2.291,4 2.246,2

23 Resultaat op verkoop en herwaarderingen

De onderstaande tabel geeft een specificatie van het Resultaat op verkoop en herwaarderingen.

Eerste Eerste
negen maanden 2011 negen maanden 2010
Obligaties aangehouden voor verkoop 261,5 - 18,5
Aandelen aangehouden voor verkoop - 68,6 24,6
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden - 64,2 - 74,9
Vastgoedbeleggingen 27,8
Gerealiseerde winst op de verkoop van aandelen van dochtermaatschappijen - 15,0 - 1,8
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 6,6 8,3
Materiële vaste activa 0,4 7,8
Activa en verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 2,0 15,0
Afdekkingsresultaten 0,2 0,1
Overige - 189,9 57,2
Totaal Resultaat op verkoop en herwaarderingen - 67,0 45,6

De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.

De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.

De post Overig heeft in 2011 voornamelijk betrekking op het ongerealiseerde verlies op de Tier 1 lening, bestaande uit het verschil tussen de nominale waarde van de uitgeruilde obligaties (EUR 952,9 miljoen) en de reële waarde van deze effecten (EUR 762,3 miljoen) (zie noot 7). Het verschil wordt naar verwachting de komende kwartalen in de resultatenrekening teruggenomen via de effectieve rentemethode.

24 Schadelasten en uitkeringen

De opbouw van de Schadelasten en uitkeringen is als volgt.

Eerste Eerste
negen maanden 2011 negen maanden 2010
Levensverzekeringen 4.447,4 5.604,6
Niet-levensverzekeringen 1.766,9 1.514,5
Algemeen en eliminaties - 2,1 - 2,1
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 6.212,2 7.117,0

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.

Eerste Eerste
negen maanden 2011 negen maanden 2010
Uitkeringen en afkopen, bruto 3.673,2 2.765,2
Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto 805,9 2.863,0
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 4.479,1 5.628,2
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen - 31,7 - 23,6
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 4.447,4 5.604,6

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering.

Eerste Eerste
negen maanden 2011 negen maanden 2010
Schaden, bruto 1.616,0 1.457,1
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto 207,7 136,4
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 1.823,7 1.593,5
Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten - 1,9 - 33,0
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden - 54,9 - 46,0
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 1.766,9 1.514,5

25 Financieringslasten

De onderstaande tabel toont de Financieringslasten per product.

Eerste Eerste
negen maanden 2011 negen maanden 2010
Financieringslasten
Schuldbewijzen 16,1 36,8
Achtergestelde schulden 118,2 116,6
Leningen - verschuldigd aan banken 43,7 19,9
Leningen - verschuldigd aan klanten 4,5 5,0
Overige financieringen 6,6 10,1
Derivaten 13,9 7,6
Overige schulden 32,7 27,0
Totaal financieringslasten 235,7 223,0

26 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen

De wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Eerste Eerste
negen maanden 2011 negen maanden 2010
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op:
Beleggingen in obligaties 1.083,7 - 4,6
Beleggingen in aandelen en overige beleggingen 183,7 25,1
Vastgoedbeleggingen - 12,4 2,2
Leningen aan klanten 1,3 - 0,4
Herverzekering en overige vorderingen - 1,1 2,4
Materiële vaste activa - 1,3 0,5
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1,7 34,6
Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 1.255,6 59,8

De lijn Beleggingen in obligaties heeft primair betrekking op de bijzondere waardevermindering van Griekse obligaties op alle vervaldata.

Toelichting op de segmentrapportage

27 Segmentinformatie

27.1 Algemene informatie

In september 2009 kondigde Ageas een nieuwe organisatiestructuur aan gebaseerd op een beperkte Executive Committee en een Management Committee bestaande uit het Executive Committee, de CEO's van vier geografische regio's en de CFO. Deze structuur is vanaf 1 januari 2010 operationeel.

Ageas is nu georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk;
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Ageas heeft besloten dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in Algemene Rekening als separaat operationeel segment. Als gevolg van de verandering in de samenstelling van te rapporteren segmenten heeft Ageas de vergelijkende items ten aanzien van segmentinformatie van eerdere periodes aangepast.

De segmentrapportage van Ageas reflecteert de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

Allocatieregels

In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de business.

Bij het alloceren van balansposten aan operationele segmenten wordt een bottom-up aanpak gehanteerd, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.

Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.

27.2 België

De Belgische verzekeringsactiviteiten, sinds juni 2009 onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft meer dan 2,5 miljoen klanten. 75 tot 80% van het totale premie-inkomen komt uit Leven en 20 tot 25% uit Niet-leven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven- en Niet-leven, die zowel verkocht worden aan particulieren als aan kleine en middelgrote bedrijven. Zij voert een multichannel strategie met distributie via meer dan 3.000 onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis Bank en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis Bank 25% eigenaar van AG Insurance.

27.3 Verenigd Koninkrijk

In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-leven; in 2008 werden verwante nieuwe levensverzekeringsactiviteiten gelanceerd. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van bedrijfsverzekeringen. De onderverdeling is circa 82% particuliere verzekeringen, 16% bedrijfsverzekeringen en 2% Leven. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multichannel distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinity-partners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich RIAS en Castle Cover, die meer dan een miljoen klanten hebben in het groeiende marktsegment van 50-plussers, en Ageas Insurance Solutions, die 'white label' oplossingen biedt aan affinity-partners, alsook outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van het eigen merk en van Kwik-Fit Insurance Services. De succesvolle start van Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband met Tesco Bank (49%) en de integratie van de overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services versterken de diverse marktposities van Ageas in het Verenigd Koninkrijk.

Ageas splitst de resultaten van het Verenigd Koninkrijk op in drie deelsegmenten: Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen. Tot die laatste categorie behoren de resultaten uit de retailactiviteiten.

27.4 Continentaal Europa

Continentaal Europa bestaat uit de Europese verzekeringsactiviteiten van Ageas, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Het segment omvat zes landen met leidinggevende posities in volgroeide markten als Portugal (51% eigendom) en Luxemburg (50% eigendom), kleinere posities in Frankrijk en Duitsland (beiden 100% eigendom), het samenwerkingsverband in Niet-leven in Italië (25% eigendom) en het onlangs verworven belang in Turkije (31%). In 2010 had ongeveer 89% van het totale inkomen betrekking op Leven, aangevuld met activiteiten Niet-leven in Portugal en Italië. Als onderdeel van de strategische evaluatie in 2009 werden in het segment Continentaal Europa een aantal initiatieven genomen om de portefeuille te stroomlijnen. Dit heeft geleid tot de verkoop van de activiteiten Niet-leven in Luxemburg en van de Leven-activiteiten in Turkije, Duitsland en Oekraïne. De Russische activiteiten zijn stopgezet.

27.5 Azië

Ageas is actief in vijf landen in Azië. Het regionale kantoor bevindt zich in Hongkong en de dochteronderneming in Hongkong is in volledig eigendom. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (8-24,9% eigendom), Maleisië (30,95% eigendom), Thailand (8- 31% eigendom) en India (26% eigendom). Ageas rapporteert op geconsolideerde basis over de activiteiten in Hong Kong, terwijl de andere ondernemingen als geassocieerde deelnemingen worden verantwoord.

27.6 Algemene Rekening

De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de houdstermaatschappij(en). Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas en de verplichtingen uit hoofde van de CASHES (RPN(I)), Intreinco N.V. (voorheen Ageas Reinsurance N.V.) en de vorderingen op ABN AMRO.

27.7 Balans per operationeel segment

30 september 2011
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.570,8 250,5 221,6 152,8 337,5 2.533,2
Financiële beleggingen 43.995,6 2.234,3 7.972,5 1.234,2 13,5 - 12,7 55.437,4
Vastgoedbeleggingen 1.965,6 25,1 0,4 1.991,1
Leningen 2.785,8 357,3 128,7 3.587,9 - 1.214,2 5.645,5
Beleggingen inzake unit-linked contracten 5.988,3 6.683,3 344,6 - 51,8 12.964,4
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 149,3 155,0 605,3 875,9 9,6 1.795,1
Herverzekering en overige vorderingen 1.018,4 723,6 195,9 50,5 2.370,7 - 7,5 4.351,6
Actuele belastingvorderingen 36,5 7,2 43,7
Uitgestelde belastingvorderingen 46,5 4,7 157,6 122,8 331,6
Call optie op BNP Paribas aandelen 361,2 361,2
Overlopende rente en overige activa 1.331,6 360,7 284,8 183,2 49,4 - 19,2 2.190,5
Materiële vaste activa 1.034,9 49,1 5,6 3,4 1,5 1.094,5
Goodwill en overige immateriële vaste activa 376,0 301,6 507,3 504,9 1.689,8
Activa aangehouden voor verkoop 8.223,8 8.223,8
Totaal activa 60.299,3 3.931,7 16.566,0 3.208,0 15.944,2 - 1.295,8 98.653,4
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 20.535,8 2.513,2 1.096,0 - 2,8 24.142,2
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 22.080,1 4.934,0 1,1 27.015,2
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 5.988,4 6.661,3 344,6 12.994,3
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 3.223,4 2.169,5 636,4 6.029,3
Schuldbewijzen 260,0 260,0
Achtergestelde schulden 894,1 155,4 28,0 75,2 2.956,8 - 1.161,1 2.948,4
Leningen 1.789,5 98,6 245,8 73,7 87,2 - 105,1 2.189,7
Actuele belastingschulden 87,3 6,0 3,9 6,5 103,7
Uitgestelde belastingschulden 542,4 50,2 66,6 122,8 782,0
RPN(I) 145,0 145,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.371,4 427,8 181,5 61,8 162,6 - 26,5 2.178,6
Voorzieningen 18,0 4,2 15,5 2.367,7 2.405,4
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 7.960,5 7.960,5
Totaal verplichtingen 56.530,4 2.911,7 15.286,2 1.658,9 14.062,6 - 1.295,5 89.154,3
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 2.729,7 940,6 862,5 1.549,1 1.845,9 - 0,3 7.927,5
Minderheidsbelangen 1.039,2 79,4 417,3 35,7 1.571,6
Totaal eigen vermogen 3.768,9 1.020,0 1.279,8 1.549,1 1.881,6 - 0,3 9.499,1
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 60.299,3 3.931,7 16.566,0 3.208,0 15.944,2 - 1.295,8 98.653,4
Aantal werknemers 5.757 5.110 1.062 345 107 12.381
31 december 2010
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 389,3 184,8 270,8 154,0 2.259,4 3.258,3
Financiële beleggingen 44.191,0 1.741,1 9.010,2 1.014,6 307,0 - 31,4 56.232,5
Vastgoedbeleggingen 1.874,2 25,7 0,4 1.900,3
Leningen 2.563,0 447,9 121,5 2.670,1 - 1.274,3 4.528,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten 6.687,2 14.747,9 390,3 - 78,1 21.747,3
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 104,6 5,4 660,2 954,0 8,3 1.732,5
Herverzekering en overige vorderingen 712,4 477,9 275,5 52,2 2.405,8 - 95,3 3.828,5
Actuele belastingvorderingen 34,5 2,6 34,4 71,5
Uitgestelde belastingvorderingen 145,5 11,3 95,0 213,3 465,1
Call optie op BNP Paribas aandelen 609,0 609,0
Overlopende rente en overige activa 1.269,6 244,3 301,5 155,3 105,9 - 34,1 2.042,5
Materiële vaste activa 1.019,5 35,4 6,8 2,6 0,7 1.065,0
Goodwill en overige immateriële vaste activa 388,0 241,2 535,1 521,6 0,1 1.686,0
Activa aangehouden voor verkoop
Totaal activa 59.378,8 2.938,6 25.756,2 3.072,7 9.525,3 - 1.504,9 99.166,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 20.077,8 2.835,7 1.027,5 - 2,6 23.938,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 21.433,9 5.478,6 1,3 26.913,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 6.687,2 14.753,4 390,3 21.830,9
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 3.141,4 1.602,2 617,9 177,5 - 90,4 5.448,6
Schuldbewijzen 548,9 548,9
Achtergestelde schulden 892,8 156,5 28,0 76,3 2.961,1 - 1.187,8 2.926,9
Leningen 1.766,3 125,5 240,5 74,4 99,6 - 164,6 2.141,7
Actuele belastingschulden 34,2 3,1 4,5 4,6 46,4
Uitgestelde belastingschulden 359,7 32,9 73,0 216,7 682,3
RPN(I) 465,0 465,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.328,2 164,2 263,2 58,0 195,8 - 62,4 1.947,0
Voorzieningen 16,8 6,3 16,8 2.367,7 2.407,6
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop
Totaal verplichtingen 55.738,3 2.090,7 24.311,6 1.632,4 7.032,3 - 1.507,8 89.297,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 2.632,0 776,1 893,1 1.440,3 2.502,7 2,9 8.247,1
Minderheidsbelangen 1.008,5 71,8 551,5 - 9,7 1.622,1
Totaal eigen vermogen 3.640,5 847,9 1.444,6 1.440,3 2.493,0 2,9 9.869,2
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 59.378,8 2.938,6 25.756,2 3.072,7 9.525,3 - 1.504,9 99.166,7
Aantal werknemers 5.705 4.327 1.270 320 85 11.707

27.8 Resultatenrekening per operationeel segment

Eerste negen maanden 2011
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 4.373,6 1.558,6 919,3 170,2 - 1,0 - 0,3 7.020,4
- Wijziging in niet-verdiende premies - 51,2 - 400,8 - 1,8 - 453,8
- Afgegeven herverzekeringspremies - 48,9 - 71,8 - 71,8 - 19,6 0,1 - 212,0
Netto verdiende premies 4.273,5 1.086,0 845,7 150,6 - 0,9 - 0,3 6.354,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.810,5 46,0 272,2 44,5 170,9 - 52,7 2.291,4
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 247,8 - 247,8
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 320,0 320,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 138,0 6,8 - 12,8 3,0 - 202,0 - 67,0
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten - 300,6 - 674,9 - 83,6 - 1.059,1
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 6,1 1,3 61,2 - 140,0 0,7 - 70,7
Commissiebaten 69,2 92,6 136,0 28,2 326,0
Overige baten 121,2 80,9 3,5 2,0 2,9 - 11,0 199,5
Totale baten 6.117,9 1.312,3 571,0 205,9 - 96,9 - 63,3 8.046,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 4.484,7 - 815,2 - 869,2 - 133,7 - 5,1 0,3 - 6.307,6
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 16,8 36,0 29,6 6,1 6,9 95,4
Schadelasten en uitkeringen, netto - 4.467,9 - 779,2 - 839,6 - 127,6 1,8 0,3 - 6.212,2
Lasten inzake unit-linked contracten 293,3 705,8 82,3 1.081,4
Financieringslasten - 82,0 - 12,6 - 3,4 - 10,7 - 179,7 52,7 - 235,7
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 1.118,9 - 136,2 - 0,3 - 0,2 - 1.255,6
Wijzigingen in voorzieningen - 1,3 2,0 - 0,3 0,4
Commissielasten - 452,9 - 234,1 - 136,9 - 51,1 - 0,6 - 875,6
Personeelskosten - 319,4 - 129,9 - 65,3 - 18,8 - 13,9 - 1,5 - 548,8
Overige lasten - 463,3 - 68,7 - 104,5 - 5,7 - 35,2 11,0 - 666,4
Totale lasten - 6.612,4 - 1.222,5 - 580,4 - 131,9 - 227,8 62,5 - 8.712,5
Winst voor belastingen - 494,5 89,8 - 9,4 74,0 - 324,7 - 0,8 - 665,6
Winstbelastingen 58,1 - 23,4 - 0,8 - 1,9 - 0,2 31,8
Nettowinst over de periode - 436,4 66,4 - 10,2 72,1 - 324,9 - 0,8 - 633,8
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen - 105,4 4,7 1,3 - 0,7 - 100,1
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 331,0 61,7 - 11,5 72,1 - 324,2 - 0,8 - 533,7
Totale baten van externe klanten 6.109,3 1.312,3 571,0 202,9 - 148,4 8.047,1
Totale baten intern 8,6 3,0 51,5 - 63,3 - 0,2
Totale baten 6.117,9 1.312,3 571,0 205,9 - 96,9 - 63,3 8.046,9
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 1.234,8 - 258,4 - 84,2 - 20,0 - 1.597,4

1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste negen maanden 2011
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 4.373,6 1.558,6 919,3 170,2 - 1,0 - 0,3 7.020,4
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 224,6 1.100,6 77,8 1.403,0
Bruto premie-inkomen 4.598,2 1.558,6 2.019,9 248,0 - 1,0 - 0,3 8.423,4
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 4.566,1 839,8 1.753,6 169,4 0,3 - 0,1 7.329,1
- Wijziging in niet-verdiende premies - 41,3 - 78,5 - 12,7 - 132,5
- Afgegeven herverzekeringspremies - 41,9 - 53,2 - 70,0 - 17,9 - 183,0
Netto verdiende premies 4.482,9 708,1 1.670,9 151,5 0,3 - 0,1 7.013,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.761,1 42,5 272,1 45,6 175,4 - 50,5 2.246,2
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 44,0 - 44,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 180,0 - 180,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen - 17,4 3,7 19,1 40,2 - 45,6
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 337,9 456,6 25,6 820,1
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 4,3 38,6 184,1 - 0,7 226,3
Commissiebaten 68,0 72,9 141,9 30,8 313,6
Overige baten 144,0 22,5 5,0 1,7 7,5 - 14,7 166,0
Totale baten 6.780,8 849,7 2.565,6 334,0 143,3 - 66,0 10.607,4
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 4.832,6 - 554,8 - 1.703,5 - 130,8 0,2 0,2 - 7.221,3
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 36,2 31,9 30,6 3,9 1,7 104,3
Schadelasten en uitkeringen, netto - 4.796,4 - 522,9 - 1.672,9 - 126,9 1,9 0,2 - 7.117,0
Lasten inzake unit-linked contracten - 343,9 - 435,1 - 26,9 - 805,9
Financieringslasten - 67,5 - 6,3 - 4,1 - 10,0 - 185,5 50,4 - 223,0
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 24,0 - 35,0 - 1,3 0,5 - 59,8
Wijzigingen in voorzieningen - 0,9 0,5 2,7 2,3
Commissielasten - 441,2 - 148,6 - 145,4 - 43,8 - 0,1 - 779,1
Personeelskosten - 318,3 - 90,4 - 74,5 - 17,0 - 10,3 - 3,3 - 513,8
Overige lasten - 410,8 - 62,7 - 102,5 - 21,1 - 43,0 14,7 - 625,4
Totale lasten - 6.403,0 - 830,4 - 2.466,8 - 247,0 - 237,0 62,5 - 10.121,7
Winst voor belastingen 377,8 19,3 98,8 87,0 - 93,7 - 3,5 485,7
Winstbelastingen - 101,2 - 7,1 - 38,1 - 0,9 407,1 259,8
Nettowinst over de periode 276,6 12,2 60,7 86,1 313,4 - 3,5 745,5
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 71,3 - 3,3 33,9 - 2,0 99,9
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders 205,3 15,5 26,8 86,1 315,4 - 3,5 645,6
Totale baten van externe klanten 6.765,7 849,7 2.565,5 330,9 10.511,8
Totale baten intern 15,1 0,1 3,1 143,3 - 66,0 95,6
Totale baten 6.780,8 849,7 2.565,6 334,0 143,3 - 66,0 10.607,4
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 66,4 - 119,6 - 0,6 - 186,6

Eerste negen maanden 2010

1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste negen maanden 2010
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 4.566,1 839,8 1.753,6 169,4 0,3 - 0,1 7.329,1
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 489,3 1.362,3 67,8 1.919,4
Bruto premie-inkomen 5.055,4 839,8 3.115,9 237,2 0,3 - 0,1 9.248,5

27.9 Balans gesplitst in Leven en Niet-Leven

30 september 2011
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.804,0 338,3 53,4 337,5 2.533,2
Financiële beleggingen 49.544,2 5.892,4 13,5 - 12,7 55.437,4
Vastgoedbeleggingen 1.779,4 211,7 1.991,1
Leningen 3.154,1 117,7 39,9 3.587,9 - 1.254,1 5.645,5
Beleggingen inzake unit-linked contracten 13.016,2 - 51,8 12.964,4
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 634,0 275,6 875,9 9,6 1.795,1
Herverzekering en overige vorderingen 826,9 932,7 357,5 2.370,7 - 136,2 4.351,6
Actuele belastingvorderingen 36,4 4,1 3,2 43,7
Uitgestelde belastingvorderingen 168,6 38,0 2,2 122,8 331,6
Call optie op BNP Paribas aandelen 361,2 361,2
Overlopende rente en overige activa 1.660,0 480,0 22,1 49,4 - 21,0 2.190,5
Materiële vaste activa 939,4 138,7 14,9 1,5 1.094,5
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.217,7 181,6 290,5 1.689,8
Activa aangehouden voor verkoop 8.223,8 8.223,8
Totaal activa 74.780,9 8.610,8 783,7 15.944,2 - 1.466,2 98.653,4
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 24.145,0 - 2,8 24.142,2
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 27.015,2 27.015,2
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 12.994,3 12.994,3
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 6.029,3 6.029,3
Schuldbewijzen 260,0 260,0
Achtergestelde schulden 894,8 182,9 114,9 2.956,8 - 1.201,0 2.948,4
Leningen 1.948,3 225,2 34,1 87,2 - 105,1 2.189,7
Actuele belastingschulden 86,8 11,4 5,5 103,7
Uitgestelde belastingschulden 566,8 86,5 5,9 122,8 782,0
RPN(I) 145,0 145,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.298,6 520,1 354,3 162,6 - 157,0 2.178,6
Voorzieningen 19,4 18,1 0,2 2.367,7 2.405,4
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 7.960,5 7.960,5
Totaal verplichtingen 68.969,2 7.073,5 514,9 14.062,6 - 1.465,9 89.154,3
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 4.673,8 1.139,3 268,8 1.845,9 - 0,3 7.927,5
Minderheidsbelangen 1.137,9 398,0 35,7 1.571,6
Totaal eigen vermogen 5.811,7 1.537,3 268,8 1.881,6 - 0,3 9.499,1
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 74.780,9 8.610,8 783,7 15.944,2 - 1.466,2 98.653,4
Aantal werknemers 4.720 4.515 3.039 107 12.381
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 680,0 282,8 36,1 2.259,4 3.258,3
Financiële beleggingen 50.659,0 5.297,9 307,0 - 31,4 56.232,5
Vastgoedbeleggingen 1.657,1 243,2 1.900,3
Leningen 2.966,8 165,5 40,2 2.670,1 - 1.314,4 4.528,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten 21.825,4 - 78,1 21.747,3
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 655,1 115,1 954,0 8,3 1.732,5
Herverzekering en overige vorderingen 501,1 938,3 181,4 2.405,8 - 198,1 3.828,5
Actuele belastingvorderingen 67,7 10,1 2,3 - 8,6 71,5
Uitgestelde belastingvorderingen 199,3 49,6 2,9 213,3 465,1
Call optie op BNP Paribas aandelen 609,0 609,0
Overlopende rente en overige activa 1.572,7 393,4 6,3 105,9 - 35,8 2.042,5
Materiële vaste activa 906,5 142,1 15,7 0,7 1.065,0
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.264,0 190,1 231,8 0,1 1.686,0
Activa aangehouden voor verkoop
Totaal activa 82.954,7 7.828,1 516,7 9.525,3 - 1.658,1 99.166,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 23.941,0 - 2,6 23.938,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 26.913,8 26.913,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 21.830,9 21.830,9
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 5.361,5 177,5 - 90,4 5.448,6
Schuldbewijzen 548,9 548,9
Achtergestelde schulden 897,0 181,0 115,7 2.961,1 - 1.227,9 2.926,9
Leningen 1.870,0 245,0 91,7 99,6 - 164,6 2.141,7
Actuele belastingschulden 39,3 4,0 11,7 - 8,6 46,4
Uitgestelde belastingschulden 408,8 51,6 5,2 216,7 682,3
RPN(I) 465,0 465,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.176,4 610,8 130,9 195,8 - 166,9 1.947,0
Voorzieningen 21,5 18,2 0,2 2.367,7 2.407,6
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop
Totaal verplichtingen 77.098,7 6.472,1 355,4 7.032,3 - 1.661,0 89.297,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 4.616,5 963,7 161,3 2.502,7 2,9 8.247,1
Minderheidsbelangen 1.239,5 392,3 - 9,7 1.622,1
Totaal eigen vermogen 5.856,0 1.356,0 161,3 2.493,0 2,9 9.869,2
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 82.954,7 7.828,1 516,7 9.525,3 - 1.658,1 99.166,7
Aantal werknemers 4.838 4.145 2.639 85 11.707

31 december 2010

27.10 Resultatenrekening gesplitst in Leven en Niet-Leven

Eerste negen maanden 2011
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 3.877,2 3.144,5 - 1,0 - 0,3 7.020,4
- Wijziging in niet-verdiende premies 0,1 - 453,9 - 453,8
- Afgegeven herverzekeringspremies - 63,4 - 148,7 0,1 - 212,0
Netto verdiende premies 3.813,9 2.541,9 - 0,9 - 0,3 6.354,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.988,2 198,4 - 11,6 170,9 - 54,5 2.291,4
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 247,8 - 247,8
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) 320,0 320,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 77,6 57,4 - 202,0 - 67,0
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten - 1.059,1 - 1.059,1
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 54,1 14,5 - 140,0 0,7 - 70,7
Commissiebaten 220,1 16,1 128,7 - 38,9 326,0
Overige baten 84,2 56,7 75,8 2,9 - 20,1 199,5
Totale baten 5.179,0 2.885,0 192,9 - 96,9 - 113,1 8.046,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 4.479,1 - 1.823,7 - 5,1 0,3 - 6.307,6
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 31,7 56,8 6,9 95,4
Schadelasten en uitkeringen, netto - 4.447,4 - 1.766,9 1,8 0,3 - 6.212,2
Lasten inzake unit-linked contracten 1.081,4 1.081,4
Financieringslasten - 87,2 - 12,0 - 11,3 - 179,7 54,5 - 235,7
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 1.162,6 - 92,8 - 0,2 - 1.255,6
Wijzigingen in voorzieningen 1,6 - 1,2 0,4
Commissielasten - 388,1 - 525,8 - 0,6 38,9 - 875,6
Personeelskosten - 268,1 - 192,6 - 72,7 - 13,9 - 1,5 - 548,8
Overige lasten - 383,2 - 190,1 - 78,0 - 35,2 20,1 - 666,4
Totale lasten - 5.653,6 - 2.781,4 - 162,0 - 227,8 112,3 - 8.712,5
Winst voor belastingen - 474,6 103,6 30,9 - 324,7 - 0,8 - 665,6
Winstbelastingen 75,1 - 34,9 - 8,2 - 0,2 31,8
Nettowinst over de periode - 399,5 68,7 22,7 - 324,9 - 0,8 - 633,8
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen - 111,0 11,6 - 0,7 - 100,1
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 288,5 57,1 22,7 - 324,2 - 0,8 - 533,7
Totale baten van externe klanten 5.155,4 2.882,6 157,5 - 148,6 8.046,9
Totale baten intern 23,6 2,4 35,4 51,7 - 113,1
Totale baten 5.179,0 2.885,0 192,9 - 96,9 - 113,1 8.046,9

Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 1.500,2 - 77,2 - 20,0 - 1.597,4

1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste negen maanden 2011
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 3.877,2 3.144,5 - 1,0 - 0,3 7.020,4
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 1.403,0 1.403,0
Bruto premie-inkomen 5.280,2 3.144,5 - 1,0 - 0,3 8.423,4
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 4.951,1 2.377,8 0,3 - 0,1 7.329,1
- Wijziging in niet-verdiende premies 0,1 - 132,6 - 132,5
- Afgegeven herverzekeringspremies - 55,4 - 127,6 - 183,0
Netto verdiende premies 4.895,8 2.117,6 0,3 - 0,1 7.013,6
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 1.943,1 190,5 - 12,3 175,4 - 50,5 2.246,2
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 44,0 - 44,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 180,0 - 180,0
Resultaat op verkoop en herwaarderingen 31,6 14,0 45,6
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 820,1 820,1
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 34,1 8,8 184,1 - 0,7 226,3
Commissiebaten 223,7 21,8 99,5 - 31,4 313,6
Overige baten 105,9 51,0 20,2 7,5 - 18,6 166,0
Totale baten 8.054,3 2.403,7 107,4 143,3 - 101,3 10.607,4
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 5.628,2 - 1.593,5 0,2 0,2 - 7.221,3
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 23,6 79,0 1,7 104,3
Schadelasten en uitkeringen, netto - 5.604,6 - 1.514,5 1,9 0,2 - 7.117,0
Lasten inzake unit-linked contracten - 805,9 - 805,9
Financieringslasten - 73,3 - 9,7 - 4,9 - 185,5 50,4 - 223,0
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 56,9 - 3,4 0,5 - 59,8
Wijzigingen in voorzieningen 3,9 - 1,6 2,3
Commissielasten - 377,2 - 433,2 - 0,1 31,4 - 779,1
Personeelskosten - 273,2 - 183,9 - 43,1 - 10,3 - 3,3 - 513,8
Overige lasten - 364,0 - 192,7 - 44,3 - 43,0 18,6 - 625,4
Totale lasten - 7.551,2 - 2.339,0 - 92,3 - 237,0 97,8 - 10.121,7
Winst voor belastingen 503,1 64,7 15,1 - 93,7 - 3,5 485,7
Winstbelastingen - 125,5 - 15,9 - 5,9 407,1 259,8
Nettowinst over de periode 377,6 48,8 9,2 313,4 - 3,5 745,5
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 94,5 7,4 - 2,0 99,9
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders 283,1 41,4 9,2 315,4 - 3,5 645,6
Totale baten van externe klanten 8.027,1 2.399,3 62,0 10.488,4
Totale baten intern 27,2 4,4 45,4 143,3 - 101,3 119,0
Totale baten 8.054,3 2.403,7 107,4 143,3 - 101,3 10.607,4
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 175,4 - 11,2 - 186,6

Eerste negen maanden 2010

1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste negen maanden 2010
Overige
Leven Niet-leven
verzekeringen
Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 4.951,1 2.377,8 0,3 - 0,1 7.329,1
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 1.919,4 1.919,4
Bruto premie-inkomen 6.870,5 2.377,8 0,3 - 0,1 9.248,5

27.11 Technisch resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van de concepten technisch resultaat en operationele marge.

Het technisch resultaat omvat de premies, commissies en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat en dus van het technisch resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.

De gerealiseerde en ongerealiseerde meerwaarden op de beleggingen, die verantwoord worden in de resultatenrekening en die de verzekeringsverplichting afdekken voor de verschillende activiteiten en die niet worden toegewezen aan het technisch resultaat, worden opgenomen in de operationele marge.

De afstemming van de operationele marge naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in de operationele marge.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-leven activiteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het levenbedrijf omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). De Niet-levenactiviteiten bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.

Het technisch resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Eerste negen maanden 2011
Totaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 3.305,1 35,8 1.691,3 248,0 - 0,3 5.279,9
Bruto premie-inkomen Niet-leven 1.293,1 1.522,8 328,6 - 1,0 3.143,5
Operationele kosten - 342,7 - 118,8 - 140,0 - 26,8 - 628,3
Technisch resultaat Leven 154,7 - 3,2 - 22,3 19,3 148,5
- Ongevallen en ziekte 26,0 - 2,0 17,0 41,0
- Auto 39,7 44,6 1,2 85,5
- Brand en overige schade aan eigendommen - 30,7 5,4 2,9 - 22,4
- Overig 8,7 - 2,0 - 2,6 4,1
Technisch resultaat Niet-leven 43,7 46,0 18,5 108,2
Totaal technisch resultaat 198,4 42,8 - 3,8 19,3 256,7
Gealloceerde meerwaarden - 562,3 4,7 - 18,0 2,5 - 573,1
Operationele marge - 363,9 47,5 - 21,8 21,8 - 316,4
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 6,1 1,3 61,2 - 140,0 0,7 - 70,7
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage - 136,7 42,3 11,1 - 9,0 - 184,7 - 1,5 - 278,5
Winst voor belastingen - 494,5 89,8 - 9,4 74,0 - 324,7 - 0,8 - 665,6
Key performance indicators
Lasten ratio 36,8% 26,4% 30,2% 31,7%
Schade ratio 66,5% 73,5% 67,3% 69,5%
Gecombineerde ratio 103,3% 99,9% 97,5% 101,2%
Operationele kosten Leven in % van het beheerd vermogen Leven 0,37% #DIV/0! 0,38% 2,58% 0,45%
Beheerd vermogen 51.827,7 2.169,5 14.744,9 1.441,7 - 2,8 70.181,0
Continentaal Totaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 3.824,2 18,7 2.790,5 237,1 - 0,1 6.870,4
Bruto premie-inkomen Niet-leven 1.231,2 821,1 325,5 0,3 2.378,1
Operationele kosten - 329,1 - 85,2 - 146,1 - 27,5 - 587,9
Technisch resultaat Leven 261,4 - 5,5 66,6 16,4 338,9
- Ongevallen en ziekte 28,5 - 8,7 8,3 28,1
- Auto 3,6 - 0,1 - 6,5 - 3,0
- Brand en overige schade aan eigendommen - 45,6 7,9 5,5 - 32,2
- Overig 35,6 5,2 1,8 42,6
Technisch resultaat Niet-leven 22,1 4,3 9,1 35,5
Totaal technisch resultaat 283,5 - 1,2 75,7 16,4 374,4
Gealloceerde meerwaarden - 60,5 2,8 5,7 37,7 - 14,3
Operationele marge 223,0 1,6 81,4 54,1 360,1
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 4,3 38,6 184,1 - 0,7 226,3
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 150,5 17,7 17,4 - 5,7 - 277,8 - 2,8 - 100,7
Winst voor belastingen 377,8 19,3 98,8 87,0 - 93,7 - 3,5 485,7
Key performance indicators
Lasten ratio 36,3% 29,5% 27,8% 33,0%
Schade ratio 69,3% 75,4% 71,2% 71,5%
Gecombineerde ratio 105,6% 104,9% 99,0% 104,5%
Operationele kosten Leven in % van het beheerd vermogen Leven 0,38% #DIV/0! 0,55% 3,00% 0,52%
Beheerd vermogen 50.977,1 1.433,0 23.781,9 1.316,3 177,4 - 95,0 77.590,7

Eerste negen maanden 2010

Schaderatio de kosten van schade, na herverzekering, exclusief interne schadeafhandelingskosten, als percentage van de netto verdiende premies.

Lastenratio: de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne schadeafhandelingskosten vermeerderd met netto commissies ten laste van het boekjaar, minus interne beleggingskosten.

Gecombineerde ratio: de som van schade- en lastenratio.

28 Voorwaardelijke verplichtingen

28.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

Ageas is, zoals vele andere financiële instellingen, gedaagde met betrekking tot een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.

Als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (o.a. kapitaalverhoging en acquisitie van delen van ABN AMRO in oktober 2007, aankondiging van het versnelde solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan Ageas worden betrokken bij een aantal juridische procedures, evenals administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in België en Nederland, waarvan sommige kunnen leiden tot een aanzienlijke, maar onder de huidige omstandigheden niet kwantificeerbare toekomstige verplichting voor Ageas.

De lopende onderzoeken leiden niet tot een onmiddellijk (materieel) financieel risico voor Ageas, maar op termijn kan dergelijk risico niet worden uitgesloten. Dit is het geval voor (i) het onderzoek van de door de rechter benoemde experts in België, die zich buigen over de transacties van september/oktober 2008, (ii) het onderzoek ingesteld door de Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) en (iii) het strafonderzoek in België. Negatieve bevindingen in deze onderzoeken kunnen een impact hebben op bestaande juridische procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding op termijn.

Op 5 februari 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een boete opgelegd van EUR 288.000 voor overtredingen van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM zijn er op 5 juni 2008 bepaalde onjuiste of misleidende verklaringen afgelegd over de solvabiliteitspositie van Fortis en had Fortis op 14 juni 2008 bekend moeten maken dat de door de Europese Commissie opgelegde voorwaarden (de 'EC Remedies') met zich meebrachten dat de financiële doelstellingen voor 2008 en daarna niet zonder extra maatregelen konden worden gerealiseerd. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode tussen 5 en 25 juni 2008 te hebben gehandeld zonder over volledig correcte informatie te beschikken. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Nadat het administratief beroep werd verworpen, tekende Ageas beroep aan tegen de beslissing van de AFM bij de rechtbank te Rotterdam. Op 4 mei 2011heeft deze rechtbank de beslissing van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.

Op 16 juni 2010 is het onderzoeksverslag, opgedragen door de Ondernemingskamer in Amsterdam, voor het publiek ter inzage gelegd. Een kopie van het rapport kan gedownload worden van de Ageas website. De onderzoekers laten zich ondermeer kritisch uit ten aanzien van de manier waarop Fortis haar beleggers indertijd heeft geïnformeerd en concluderen dat de informatie die door Fortis is verstrekt aan de beleggers op een aantal gebieden niet juist was of op zijn minst niet volledig. Zij verwijzen in het bijzonder naar (i) de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in de trading update van 21 september 2007 en in het prospectus voor de kapitaalverhoging (waarin die trading update was opgenomen) die plaats vond op 9 oktober 2007 (maar de experts tekenen daarbij wel aan dat de informatie niet is gemanipuleerd of moedwillig verkeerd is gepresenteerd), (ii) informatie over de verkoop van bepaalde onderdelen van ABN AMRO die vereist was door de Europese mededingingsautoriteiten en over de solvabiliteitspositie van Fortis in de periode 21 mei 2008 tot 26 juni 2008, en (iii) de communicatie over bepaalde feiten aan beleggers in de periode daarna en specifiek op 26 september 2008.

Op 16 augustus 2010 hebben de VEB en bepaalde andere partijen een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer (i) om een juridische procedure te starten met als doel te laten vaststellen dat bepaalde feiten die vermeld worden in het onderzoeksverslag als wanbeleid van Fortis moeten worden beschouwd en (ii) om de kwijting verleend aan Fortis bestuurders op 29 april 2008 te laten nietigverklaren. De bevindingen van de Nederlandse onderzoekers hebben geleid en kunnen nog leiden tot nieuwe vorderingen en procedures tegen Ageas, inclusief vorderingen tot schadevergoeding.

De bevindingen van de onderzoekers kunnen ook invloed hebben op bestaande juridische procedures. Hoewel Ageas alle beweerde overtredingen zal betwisten, kunnen zulke acties, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact hebben op Ageas. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.

Op 19 augustus 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een additionele boete opgelegd van EUR 144.000 voor elke partij voor inbreuk op de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM heeft Fortis de beleggers niet op tijd geïnformeerd over haar 'subprime'-positie en had zij informatie moeten publiceren over haar 'subprime'-positie en blootstelling (zowel in algemene zin als in de Verenigde Staten, alsmede een uitsplitsing) in de trading update die op 21 september 2007 werd gepubliceerd in verband met de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode vanaf 21 september 2007 te hebben gehandeld op basis van onvolledige informatie. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Na afwijzing van het administratief beroep, heeft Ageas beroep aangetekend tegen het besluit van de AFM bij de rechtbank van Rotterdam. Zoals eerder aangegeven, kan dit leiden tot nieuwe vorderingen en procedures tegen Ageas, inclusief vorderingen tot schadevergoeding. Hoewel dergelijke acties, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact op Ageas kunnen hebben, is het op dit moment niet mogelijk te beoordelen of en hoeveel van zulke acties zullen worden gestart. Ook is het niet mogelijk om te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.

Ageas is eveneens betrokken, of kan nog betrokken worden, bij rechtszaken die al dan niet rechtstreeks voortvloeien uit gebeurtenissen en ontwikkelingen met betrekking tot de vroegere Fortis-groep die zich voordeden tussen mei 2007 en oktober 2008:

  • een aantal juridische procedures werden ingeleid in België en Nederland die (in)direct verband houden met (i) de transacties in september/oktober 2008 of (ii) de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of het marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008. Dit betreft:
  • a) de procedures voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel:

    • ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Modrikamen, die initieel de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de FPIM (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding eisten; op 8 december 2009 besliste de rechtbank ondermeer dat zij zich niet bevoegd acht een vonnis uit te spreken over acties tegen de Nederlandse verweerders; op 26 april 2011 heeft Mr. Modrikamen (i) beroep aangetekend tegen het eerdergenoemde vonnis inzake de bevoegdheid, en (ii) conclusies neergelegd ten gronde inzake de verkoop van de Belgische bank. De vordering is nu vooral gericht op schadevergoeding die wordt gevraagd van de Nederlandse staat, de Nederlandsche Bank, FPIM en BNP Paribas.
    • ingeleid door een aantal personen rond Deminor International, die schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode mei 2007 tot oktober 2008; deze procedures zijn hangende;
  • b) de procedures voor de rechtbank van Amsterdam:

  • ingeleid door de VEB die verzoekt om vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormen in hoofde van Fortis en sommige vroegere bestuurders en topmanagers, dat elk van deze inbreuken kwalificeert als een onrechtmatige daad in hoofde van alle of sommige verweerders en dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de financiële instellingen die tijdens de kapitaalverhoging zijn opgetreden als zgn. global coördinators en lead managers) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007 onjuist en onvolledig was;
  • Door de Nederlandse overheid die een bedrag van EUR 210 miljoen eist van de moedermaatschappijen van Ageas en EUR 647 miljoen van Ageas Insurance International N.V. De Nederlandse Staat steunt deze beweerde aanspraken op de toepassing van een aantal bepalingen overeengekomen door Fortis Insurance N.V., Fortis Insurance International N.V. en Fortis FBN(H) Preferred Investments B.V. tegen de achtergrond van de verkoop van de Nederlandse bank- en verzekeringsactiviteiten op 3 oktober 2008.
  • c) de procedures voor de rechtbank van Amsterdam:
  • ingeleid door de Stichting FortisEffect en een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. De Gier, die beroep aantekenden tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011 ten gunste van Ageas. Dit vonnis wees de eis tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur in oktober 2008 en de terugdraaiing van de transacties of de betaling van schadevergoeding als alternatief af.
  • d) de procedure voor de rechtbank van Utrecht
  • ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Bos, die schadevergoeding eisen op grond van beweerde communicatiefouten. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit of verband zou houden met de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis groep uitoefenden, op grond van in 2008 aangegane beëindigingovereenkomsten en/of het Nederlandse burgerlijk recht. Ageas betwist de rechtsgeldigheid van deze wettelijke en contractuele vrijwaringverplichtingen.
  • Door een Nederlandse Stichting, 'Investor Claims Against Fortis,' op grond van beweerde communicatiefouten door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële adviseurs van Fortis) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Zoals reeds vermeld ontkent Ageas dat het foutief gehandeld zou hebben en zal het elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Dergelijke acties kunnen echter, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.

In het geval dat één van de juridische procedures zou leiden tot de nietigverklaring (of gedeeltelijke nietigverklaring) van de beslissingen van de Raad van Bestuur van Fortis in september/oktober 2008 en de daaruit voortvloeiende overeenkomsten en transacties (wat op dit ogenblik zeer onwaarschijnlijk is, ondermeer omdat noch de door het Brusselse hof van beroep op 12 december 2008 aangewezen Belgische experts, noch de door de Nederlandse Ondernemingskamer aangewezen onderzoekers deze transacties hebben bekritiseerd en omdat de rechtbank van Amsterdam de eisen van VEB/Deminor en Stichting FortisEffect met betrekking tot deze transacties in twee vonnissen d.d. 18 mei 2011 afwees), dan zou dat gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas die op dit moment niet kwantificeerbaar zijn. Als een rechter Ageas zou veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding, dan kan dat een ernstig negatief effect hebben op de financiële positie van Ageas.

Ook met betrekking tot een hybride instrument genaamd Mandatory Convertible Securities (MCS), waarvoor ageas SA/NV en ageas N.V. de hoedanigheid van mededebiteur hadden, werden juridische procedures ingeleid.

De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV, ageas SA/NV en ageas N.V., werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Vóór 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene MCS houdersvergadering om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisen voor de rechtbank de vernietiging van de conversie dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Ageas is er, na overleg met haar juridische raadgevers, van overtuigd dat deze vordering ongegrond is.

Na de conversie van de MCS heeft Ageas een verhaal ingesteld tegen ABN AMRO Bank en ABN AMRO Group op grond van het feit dat ABN AMRO bank geen aandelen heeft uitgegeven ten behoeve van Ageas voor een bedrag van EUR 2 miljard, zoals was bepaald in een overeenkomst tussen de vier MCS emittenten. Een partij die een aantal MCS houders vertegenwoordigt legde bewarend beslag op de vorderingen die Ageas heeft op ABN AMRO Bank, ABN AMRO Group en de Nederlandse Staat, om de betaling van hun eventuele schadevergoeding te waarborgen. Op verzoek van Ageas besliste de rechtbank van Utrecht op 8 juni 2011 tot de opheffing van dit beslag.

Ten slotte heeft de Nederlandse Staat besloten deel te nemen aan deze procedure. De Nederlandse Staat beweert dat Ageas door het instellen van een vordering tegen ABN AMRO Bank de bepalingen schendt van de 'Term Sheet' die op 3 oktober 2008 werd ondertekend bij de verkoop van Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. aan de Nederlandse Staat. De Nederlandse Staat stelt dat Ageas afstand heeft gedaan van haar recht op verhaal en dat in de mate dat Ageas gelijk zou halen in haar vordering op ABN AMRO Bank, deze vordering dan zou moeten worden overgedragen aan de Nederlandse staat als schadevergoeding of op grond van de bepalingen van de 'Term Sheet'. Vooraleer de juridische procedure te starten, heeft de Nederlandse Staat bewarend beslag gelegd op de vordering van Ageas tegen ABN AMRO Bank.

Voor alle juridische procedures en onderzoeken waarvan het management kennis heeft, zal Ageas voorzieningen boeken op het ogenblik dat het naar de mening van het management, in overleg met de juridische adviseurs, waarschijnlijk is dat Ageas een betaling zal moeten doen en het bedrag ervan redelijkerwijze kan worden geschat.

Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven, is het management op het moment niet in staat, gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures en onderzoeken, om te bepalen of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Om die reden worden er geen voorzieningen aangehouden, behalve een

voorziening van EUR 2,4 miljard in verband met de betwistingen met de Nederlandse Staat, zoals vermeld in noot 20 Voorzieningen.

In 2008 hebben de moedermaatschappijen van Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. In het geval van sommige van deze personen vecht Ageas de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen aan voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

28.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

De voormalige werkmaatschappijen van Ageas hebben een aantal hybride instrumenten uitgegeven die leiden tot voorwaardelijke verbintenissen voor ageas N.V. en ageas SA/NV, omdat deze voormalige moedermaatschappijen optraden als garant, mededebiteur of een andere ondersteunende overeenkomst tekenden. In de volgende paragrafen worden de voorwaardelijke verplichtingen beschreven die aan deze instrumenten zijn verbonden.

1. CASHES

CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) is de naam van de obligatielening ter waarde van EUR 3 miljard die is uitgegeven door Fortis Bank SA/NV, met ageas SA/NV en ageas N.V. als mededebiteuren. In overeenstemming met de bepalingen zal dit instrument alleen worden terugbetaald door Fortis Bank door middel van een ruil met al eerder uitgegeven Ageas aandelen, die in het bezit zijn van Fortis Bank (in het gerapporteerde aantal uitstaande aandelen per eind september 2011 zijn de voor deze ruil uitgegeven 125.313.283 aandelen al inbegrepen). In afwachting van de ruil van de CASHES tegen aandelen Ageas, zijn deze aandelen niet dividend- of stemgerechtigd.

De hoofdsom van de CASHES zal niet in contanten worden terugbetaald. De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de 125.313.283 Ageas aandelen die Fortis Bank ten gunste van die houders heeft verpand.

De CASHES hebben geen vervaldag maar kunnen naar keuze van de obligatiehouders worden omgeruild voor aandelen Ageas tegen een koers van EUR 23,94 per aandeel. Vanaf 19 december 2014 worden de obligaties automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 35,91. De coupons zijn per einde kwartaal betaalbaar (in principe door Fortis Bank) tegen een variabele rente van driemaands Euribor + 2,0%.

In het geval dat er geen dividend over aandelen Ageas wordt uitgekeerd of dat het vastgestelde dividend in enig boekjaar beneden de drempel valt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons verplicht plaatsvinden door ageas SA/NV en ageas N.V. in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl Fortis Bank dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV en ageas N.V. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV en ageas N.V. in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

2. Fortis Bank Tier 1-obligatielening 2004

Fortis Bank SA/NV heeft in 2004 een eeuwigdurende lening ter waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, met een Support Agreement aangegaan door de vroegere Fortis moedermaatschappijen, nu ageas SA/NV en ageas N.V , tegen een coupon van 4,625% tot 27 oktober 2014 en 3-maands Euribor + 1,70% daarna.

De Support Agreement van de moedermaatschappijen houdt in dat, indien de solvabiliteit van Fortis Bank beneden een bepaalde drempelwaarde komt of indien Fortis Bank daarvoor kiest, de coupon wordt voldaan volgens de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). Fortis Bank zou in dat geval ageas SA/NV en ageas N.V. moeten compenseren door uitgifte van nieuwe aandelen.

3. FRESH geschil

Op 11 februari 2011 heeft de rechtbank van koophandel te Brussel de eis afgewezen van twee Luxemburgse beleggingsinstellingen tot nietigverklaring van hun FRESH effecten en terugbetaling van hun nominale waarde. Dit vonnis is niet meer vatbaar voor hoger beroep.

29 Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van het Geconsolideerde tussentijds Financieel Verslag van Ageas per 30 september 2011.

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor de eerste negen maanden van 2011, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC).

De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en dat de informatie die in dit Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om significant de reikwijdte van enige berichtgeving aan te passen. Verder bevat het Verslag van de Raad van Bestuur voor de eerste negen maanden van 2011 de vereiste informatie op grond van sectie 5:25d subsecties 8 en 9 van de Nederlandse Wet op het financieel toezicht.

De Raad van Bestuur heeft op 8 november 2011 het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

Brussel/Utrecht, 8 november 2011

Raad van Bestuur

Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Bestuurders Frank Arts

Vice-voorzitter Guy de Selliers de Moranville Ronny Bruckner Bridget McIntyre Roel Nieuwdorp Lionel Perl Belén Romana Jin Shaoliang Jan Zegering Hadders

Beoordelingsverklaring

Aan de Raad van bestuur van ageas SA/NV en ageas N.V.

Opdracht

Wij hebben een beoordeling uitgevoerd van de bijgevoegde geconsolideerde balans van Ageas per 30 september 2011, alsmede van de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerde overzicht van Overig Comprehensive income over de periode van negen en drie maanden die op die datum is beëindigd, het geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van negen maanden die op die datum is beëindigd, evenals van de toelichtingen, bestaande uit een overzicht van belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen ("de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie"). De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en het weergeven van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 'Tussentijdse Financiële Verslaggeving' zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op basis van onze beoordeling.

Reikwijdte van een beoordeling

We hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het vragen van inlichtingen, hoofdzakelijk aan financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingsprocedures. De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden. Om die reden stelt een beoordeling ons niet in staat de zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die naar aanleiding van een controle mogelijk worden geïdentificeerd. Om die reden brengen wij dan ook geen controleverslag uit.

Conclusie

Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van negen maanden afgesloten op 30 september 2011 niet in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

Toelichtende paragraaf

Wij vestigen de aandacht op hoofdstuk 28 van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie over de negenmaands periode eindigend op 30 september 2011 waarin is beschreven dat Ageas als gedaagde is betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en die kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor de vennootschap. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.

KPMG ACCOUNTANTS N.V. KPMG Bedrijfsrevisoren

Vertegenwoordigd door Vertegenwoordigd door W.G. Bakker RA M. Lange

Amstelveen, 8 november 2011 Brussel/Utrecht, 8 november 2011 Bedrijfsrevisoren

Bedrijfsrevisor