AI assistant
ageas SA/NV — Interim / Quarterly Report 2011
Nov 11, 2011
3905_ir_2011-11-11-143100_b497a96d-df87-4ff1-b375-93ac47d73f6e.pdf
Interim / Quarterly Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011
| Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas5 | ||
|---|---|---|
| Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011 8 | ||
| Geconsolideerde balans 9 | ||
| Geconsolideerde resultatenrekening 10 | ||
| Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten 11 | ||
| Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 12 | ||
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht 13 | ||
| Algemeen14 | ||
| 1 | Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 15 | |
| 2 | Overnames en desinvesteringen 20 | |
| 3 | Uitstaande aandelen en winst per aandeel 24 | |
| 4 | Toezicht en solvabiliteit 26 | |
| Toelichting op de geconsolideerde balans 30 | ||
| 5 | Geldmiddelen en kasequivalenten 31 | |
| 6 | Beleggingen 32 | |
| 7 | Leningen 37 | |
| 8 | Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 39 | |
| 9 | Herverzekering en overige vorderingen 40 | |
| 10 | Call optie op BNP Paribas aandelen 41 | |
| 11 | Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 43 | |
| 12 | Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 43 | |
| 13 | Verplichtingen inzake unit-linked contracten 43 | |
| 14 | Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 44 | |
| 15 | Schuldbewijzen 44 | |
| 16 | Achtergestelde schulden 45 | |
| 17 | Leningen 47 | |
| 18 | Uitgestelde belastingen 48 | |
| 19 | RPN(I) 49 | |
| 20 | Voorzieningen 52 | |
| Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening54 | ||
| 21 | Verzekeringspremies 55 | |
| 22 | Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 57 | |
| 23 | Resultaat op verkoop en herwaarderingen 58 | |
| 24 | Schadelasten en uitkeringen 59 | |
| 25 | Financieringslasten 60 | |
| 26 | Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 60 |
| Toelichting op de segmentrapportage62 |
|---|
| Segmentinformatie 63 |
| Voorwaardelijke verplichtingen 76 |
| Gebeurtenissen na balansdatum 82 |
| Bericht van de Raad van Bestuur83 |
| Beoordelingsverklaring 84 |
Alle bedragen opgenomen in de cijferopstellingen van dit Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag luiden in miljoenen euro's tenzij anders vermeld.
Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas
Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas
Resultaat en ontwikkelingen
Ageas boekte over de eerste negen maanden een nettoverlies van EUR 534 miljoen, met een nettoverlies van EUR 209 miljoen in het verzekeringsbedrijf en een nettoverlies van EUR 325 miljoen binnen de Algemene Rekening. De kapitaalbuffer bleef sterk en in lijn met vorige kwartalen. Het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders nam ten opzichte van het eerste halfjaar van 2011 verder toe.
Ageas boekte een nettoresultaat Verzekeringen na minderheidsbelangen van EUR 209 miljoen negatief ten opzichte van een nettowinst van EUR 334 miljoen vorig jaar. Rekening houdend met de huidige financiële markten, heeft Ageas besloten een verdere bijzondere waardevermindering op de portefeuille Griekse overheidsobligaties te boeken om de reële waarde van eind september weer te geven. De netto bijzondere waardevermindering over de eerste negen maanden bedraagt EUR 503 miljoen. Door de bijkomende bijzondere waardevermindering worden de Griekse overheidsobligaties geboekt tegen gemiddeld 38% van de geamortiseerde kostprijs.
Niet-Leven presteert goed en doet het met name in het Verenigd Koninkrijk beter. In België werden de goede resultaten in Autoverzekeringen enigszins overschaduwd door het effect van de slechte weersomstandigheden, terwijl de Combined ratio's verbeterden ten opzichte van vorig jaar en in lijn zijn met het eerste halfjaar van 2011.
Het nettoresultaat van de Algemene Rekening over de eerste negen maanden bedroeg EUR 325 miljoen negatief. De belangrijkste oorzaak is de aanpassing van de reële waarde van de RPN(I) en de daling van de waarde van de call optie op BNP Paribas aandelen, inclusief de impact met betrekking tot de waardebepaling van de overgenomen Fortis Tier 1 Obligatielening. Over de eerste negen maanden bedroeg het totale netto-effect van deze aanpassingen op het resultaat EUR 258 miljoen. De totale operationele kosten bleven stabiel in vergelijking met vorig jaar, deze bedroegen EUR 38 miljoen over de eerste negen maanden.
Voortzetting stroomlijning verzekeringsactiviteiten
Begin oktober kondigde Ageas een overeenkomst aan met Augur Capital met betrekking tot de verkoop van de Duitse Leven activiteiten. De transactie zal naar verwachting eind 2011 worden afgerond met een beperkt verlies van EUR 13 miljoen, dat in de Algemene Rekening in het derde kwartaal wordt verwerkt.
Voorwaardelijke verplichtingen
Voor het volledige overzicht van de Voorwaardelijke verplichtingen wordt verwezen naar noot 28. Sinds de publicatie van het Jaarverslag van Ageas op 17 maart 2011 zijn er geen nieuwe materiële elementen te vermelden.
Dividend
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders keurde de vaststelling van een bruto-dividend van 8 eurocent per Ageas Unit (in totaal ongeveer EUR 197 miljoen) goed. Dit komt neer op een uitkeringspercentage van 50% van de winst van het verzekeringsbedrijf over 2010. Het dividend wordt betaalbaar gesteld vanaf 31 mei 2011.
Raad van Bestuur en Executive Committee van Ageas
Op 27 en 28 april 2011 heeft respectievelijk de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. de benoeming goedgekeurd van de heer Ronny Bruckner als niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur van de vennootschappen tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2014, alsmede de herbenoeming als onafhankelijke niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van de vennootschappen van:
- de heer Frank Arts, voor een periode van twee jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2013;
- de heer Shaoliang Jin, voor een periode van twee jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2013;
- de heer Roel Nieuwdorp, voor een periode van drie jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2014;
- de heer Guy de Selliers de Moranville, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
- de heer Lionel Perl, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
- de heer Jan Zegering Hadders, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
- de heer Jozef De Mey als niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur van de vennootschap, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015.
Vooruitzichten
Voor het financiële jaar 2011 verwachten we een totaal premie-inkomen dat in de buurt komt met het premie-inkomen van 2010 doordat Niet-Leven in hoge mate de lagere inkomsten van Leven compenseert. Gezien de impact van de bijzondere waardeverminderingen in combinatie met de huidige situatie op de financiële markten, kunnen we de eerder gegeven vooruitzichten ten aanzien van de financiële prestaties niet handhaven. Het blijft ook moeilijk een actuele schatting te maken van het nettoresultaat over 2011. Desondanks verwachten we dat Ageas, op basis van de sterke balans en netto kaspositie, en rekening houdend met de winstgevendheid van de verzekeringsactiviteiten - exclusief bijzondere waardeverminderingen -, de aandeelhouders een dividend over het financiële jaar 2011 zal kunnen uitkeren.
Brussel/Utrecht, 8 november 2011
Raad van Bestuur
Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011
Geconsolideerde balans
| 30 september | 31 december | ||
|---|---|---|---|
| Noot | 2011 | 2010 | |
| Activa | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 5 | 2.533,2 | 3.258,3 |
| Financiële beleggingen | 6 | 55.437,4 | 56.232,5 |
| Vastgoedbeleggingen | 6 | 1.991,1 | 1.900,3 |
| Leningen | 7 | 5.645,5 | 4.528,2 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 12.964,4 | 21.747,3 | |
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 1.795,1 | 1.732,5 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 9 | 4.351,6 | 3.828,5 |
| Actuele belastingvorderingen | 43,7 | 71,5 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 18 | 331,6 | 465,1 |
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 10 | 361,2 | 609,0 |
| Overlopende rente en overige activa | 2.190,5 | 2.042,5 | |
| Materiële vaste activa | 1.094,5 | 1.065,0 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.689,8 | 1.686,0 | |
| Activa aangehouden voor verkoop | 8.223,8 | ||
| Totaal activa | 98.653,4 | 99.166,7 | |
| Verplichtingen | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 11 | 24.142,2 | 23.938,4 |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 12 | 27.015,2 | 26.913,8 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 13 | 12.994,3 | 21.830,9 |
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven | 14 | 6.029,3 | 5.448,6 |
| Schuldbewijzen | 15 | 260,0 | 548,9 |
| Achtergestelde schulden | 16 | 2.948,4 | 2.926,9 |
| Leningen | 17 | 2.189,7 | 2.141,7 |
| Actuele belastingschulden | 103,7 | 46,4 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 18 | 782,0 | 682,3 |
| RPN(I) | 19 | 145,0 | 465,0 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.178,6 | 1.947,0 | |
| Voorzieningen | 20 | 2.405,4 | 2.407,6 |
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | 7.960,5 | ||
| Totaal verplichtingen | 89.154,3 | 89.297,5 | |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 3 | 7.927,5 | 8.247,1 |
| Minderheidsbelangen | 1.571,6 | 1.622,1 | |
| Totaal eigen vermogen | 9.499,1 | 9.869,2 | |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 98.653,4 | 99.166,7 |
Geconsolideerde resultatenrekening
| Eerste | Eerste | Derde | Derde | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Noot negen maanden 2011 | negen maanden 2010 | kwartaal 2011 | kwartaal 2010 | ||
| Baten | |||||
| - Bruto premies 1) | 7.020,4 | 7.329,1 | 2.170,0 | 2.215,2 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 453,8 | - 132,5 | - 58,7 | 11,8 | |
| - Afgegeven herverzekeringspremies | - 212,0 | - 183,0 | - 70,3 | - 60,1 | |
| Netto verdiende premies | 21 | 6.354,6 | 7.013,6 | 2.041,0 | 2.166,9 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 22 | 2.291,4 | 2.246,2 | 754,8 | 733,6 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 247,8 | - 44,0 | - 332,8 | 77,0 | |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 320,0 | - 180,0 | 438,0 | - 156,0 | |
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 23 | - 67,0 | 45,6 | - 155,3 | 97,2 |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | - 1.059,1 | 820,1 | - 1.131,2 | 617,9 | |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | - 70,7 | 226,3 | - 62,6 | 178,0 | |
| Commissiebaten | 326,0 | 313,6 | 105,1 | 108,2 | |
| Overige baten | 199,5 | 166,0 | 87,9 | 69,2 | |
| Totale baten | 8.046,9 | 10.607,4 | 1.744,9 | 3.892,0 | |
| Lasten | |||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 6.307,6 | - 7.221,3 | - 1.948,2 | - 2.198,7 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 95,4 | 104,3 | 22,7 | 49,3 | |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | 24 | - 6.212,2 | - 7.117,0 | - 1.925,5 | - 2.149,4 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | 1.081,4 | - 805,9 | 1.148,1 | - 634,1 | |
| Financieringslasten | 25 | - 235,7 | - 223,0 | - 79,3 | - 79,4 |
| Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen | 26 | - 1.255,6 | - 59,8 | - 892,7 | - 35,8 |
| Wijzigingen in voorzieningen | 20 | 0,4 | 2,3 | 40,6 | - 0,2 |
| Commissielasten | - 875,6 | - 779,1 | - 282,8 | - 256,2 | |
| Personeelskosten | - 548,8 | - 513,8 | - 182,7 | - 178,9 | |
| Overige lasten | - 666,4 | - 625,4 | - 251,8 | - 231,6 | |
| Totale lasten | - 8.712,5 | - 10.121,7 | - 2.426,1 | - 3.565,6 | |
| Winst voor belastingen | - 665,6 | 485,7 | - 681,2 | 326,4 | |
| Winstbelastingen | 31,8 | 259,8 | 79,9 | - 85,7 | |
| Nettowinst over de periode | - 633,8 | 745,5 | - 601,3 | 240,7 | |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | - 100,1 | 99,9 | - 126,4 | 50,1 | |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 533,7 | 645,6 | - 474,9 | 190,6 | |
| Gegevens per aandeel (EUR) | |||||
| Gewone winst per aandeel | - 0,21 | 0,26 | |||
| Verwaterde winst per aandeel | - 0,21 | 0,26 |
1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:
| Eerste | Eerste | Derde | Derde | |
|---|---|---|---|---|
| negen maanden 2011 | negen maanden 2010 | kwartaal 2011 | kwartaal 2010 | |
| Bruto premies | 7.020,4 | 7.329,1 | 2.170,0 | 2.215,2 |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 1.403,0 | 1.919,4 | 340,3 | 621,4 |
| Bruto premie-inkomen | 8.423,4 | 9.248,5 | 2.510,3 | 2.836,6 |
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten
| Eerste | Eerste | |||
|---|---|---|---|---|
| negen maanden | negen maanden | Derde | Derde | |
| 2011 | 2010 | kwartaal 2011 | kwartaal 2010 | |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 533,7 | 645,6 | - 474,9 | 190,6 |
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen | ||||
| Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar | ||||
| Tot einde looptijd aangehouden, bruto | - 178,4 | |||
| Gerelateerde belasting | 44,6 | |||
| Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar | ||||
| Tot einde looptijd aangehouden, netto | - 133,8 | |||
| Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden, bruto | 7,4 | 5,7 | ||
| Gerelateerde belasting | - 1,8 | - 1,4 | ||
| Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden, netto | - 128,2 | 4,3 | ||
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto | 1.051,9 | 949,9 | 1.772,1 | 823,0 |
| Gerelateerde belasting | - 389,5 | - 316,7 | - 579,1 | - 249,6 |
| Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar | ||||
| Tot einde looptijd aangehouden, bruto | 178,4 | |||
| Gerelateerde belasting | - 44,6 | |||
| Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar | ||||
| Tot einde looptijd aangehouden, netto | 133,8 | |||
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, netto | 796,2 | 633,2 | 1.193,0 | 573,4 |
| Aandeel in overig 'comprehensive income' van geassocieerde deelnemingen, bruto | - 39,2 | 133,1 | - 38,6 | 48,0 |
| Gerelateerde belasting | ||||
| Aandeel in overig 'comprehensive income' van geassocieerde deelnemingen, netto | - 39,2 | 133,1 | - 38,6 | 48,0 |
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen, bruto | 1.020,1 | 1.083,0 | 1.739,2 | 871,0 |
| Gerelateerde belasting | - 391,3 | - 316,7 | - 580,5 | - 249,6 |
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen, netto | 628,8 | 766,3 | 1.158,7 | 621,4 |
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen, bruto | - 37,1 | 113,7 | 120,6 | - 173,8 |
| Gerelateerde belasting | - 0,2 | - 0,5 | 0,7 | |
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen, netto | - 37,1 | 113,5 | 120,1 | - 173,1 |
| Overig 'comprehensive income' over de periode, na belastingen | 591,7 | 879,8 | 1.278,8 | 448,3 |
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 96,0 | 107,8 | 267,9 | 134,6 |
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | - 0,4 | 3,0 | ||
| Toewijsbaar aan de aandeelhouders | 496,1 | 772,0 | 1.007,9 | 313,7 |
| Totaal 'comprehensive income' over de periode, toewijsbaar | ||||
| aan de aandeelhouders | - 37,6 | 1.417,6 | 533,0 | 504,3 |
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen
| Nettowinst | On- | Eigen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Koers- | toewijsbaar gerealiseerde | vermogen | Minder- | Totaal | |||||
| Aandelen- | Agio | Overige verschillen | aan | winsten en toewijsbaar aan | heids- | eigen | |||
| kapitaal | reserve reserves | reserve aandeelhouders | verliezen aandeelhouders belangen vermogen | ||||||
| Stand per 1 januari 2010 | 2.114,0 14.278,4 - 9.871,0 | - 71,1 | 1.209,8 | 770,9 | 8.431,0 | 1.654,0 | 10.085,0 | ||
| Nettowinst over de periode | 645,6 | 645,6 | 99,9 | 745,5 | |||||
| Herwaardering van investeringen | 658,5 | 658,5 | 107,8 | 766,3 | |||||
| Omrekeningsverschillen | 113,5 | 113,5 | 113,5 | ||||||
| Totaal | 113,5 | 645,6 | 658,5 | 1.417,6 | 207,7 | 1.625,3 | |||
| Overdracht | 1.209,8 | - 1.209,8 | |||||||
| Dividend | - 188,1 | - 188,1 | - 1,4 | - 189,5 | |||||
| Toename kapitaal | |||||||||
| Eigen aandelen | 0,3 | 0,3 | 0,3 | ||||||
| Overige veranderingen in het eigen vermogen | - 11,3 | - 11,3 | 6,2 | - 5,1 | |||||
| Stand per 30 september 2010 | 2.114,0 14.278,4 - 8.860,3 | 42,4 | 645,6 | 1.429,4 | 9.649,5 | 1.866,5 | 11.516,0 | ||
| Stand per 1 januari 2011 | 2.203,6 14.394,7 - 8.877,4 | 81,9 | 223,1 | 221,2 | 8.247,1 | 1.622,1 | 9.869,2 | ||
| Nettowinst over de periode | - 533,7 | - 533,7 | - 100,1 | - 633,8 | |||||
| Herwaardering van investeringen | 532,8 | 532,8 | 96,0 | 628,8 | |||||
| Omrekeningsverschillen | - 36,7 | - 36,7 | - 0,4 | - 37,1 | |||||
| Totaal | - 36,7 | - 533,7 | 532,8 | - 37,6 | - 4,5 | - 42,1 | |||
| Overdracht | 223,1 | - 223,1 | |||||||
| Dividend | - 196,6 | - 196,6 | - 49,5 | - 246,1 | |||||
| Toename kapitaal | |||||||||
| Eigen aandelen | - 91,5 | - 91,5 | - 91,5 | ||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | 2,6 | 2,6 | 2,6 | ||||||
| Overige veranderingen in het eigen vermogen | 3,5 | 3,5 | 3,5 | 7,0 | |||||
| Stand per 30 september 2011 | 2.203,6 14.397,3 - 8.938,9 | 45,2 | - 533,7 | 754,0 | 7.927,5 | 1.571,6 | 9.499,1 |
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| Eerste negen maanden 2011 | Eerste negen maanden 2010 | |
|---|---|---|
| Winst voor belastingen | - 665,6 | 485,7 |
| Aanpassingen om winst te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten: | ||
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 247,8 | 44,0 |
| RPN(I) | - 320,0 | 180,0 |
| (On)gerealiseerde winsten (verliezen) | 66,9 | 12,1 |
| Baten van geassocieerde deelnemingen | 70,7 | - 226,3 |
| Afschrijvingen en oprenting | 500,3 | 433,5 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 1.255,7 | 59,8 |
| Voorzieningen Op aandelen gebaseerde beloningen |
- 0,4 2,6 |
- 2,3 3,3 |
| Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen: | ||
| Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden | - 37,0 | 35,6 |
| Vorderingen | - 1.120,9 | - 1.455,5 |
| Herverzekering en overige vorderingen | - 500,3 | 30,8 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 1.606,6 | - 1.314,5 |
| Schulden | 55,2 | - 941,0 |
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | 1.489,2 | 3.322,6 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | - 1.637,4 | 1.333,2 |
| Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen | - 421,6 | - 946,0 |
| Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen | 7,7 | 5,0 |
| Betaalde winstbelastingen | - 89,9 | - 89,5 |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 509,6 | 970,5 |
| Aankoop van beleggingen | - 14.342,3 | - 19.891,5 |
| Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen | 14.452,9 | 17.680,1 |
| Aankoop van vastgoedbeleggingen | - 124,3 | - 77,1 |
| Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen | 140,6 | |
| Aankopen van materiële vaste activa | - 59,7 | - 27,2 |
| Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa | 0,6 | 40,0 |
| Aankoop van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen | - 260,4 | - 311,7 |
| Desinvestering van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen | ||
| (inclusief geldmiddelen begrepen in activa aangehouden voor verkoop) | - 243,1 | 57,3 |
| Aankoop van immateriële vaste activa | - 14,1 | - 6,3 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | - 590,4 | - 2.395,8 |
| Terugbetaling van schuldbewijzen | - 287,1 | - 257,7 |
| Opbrengsten uit de uitgifte van overige financieringen | 1,2 | 14,4 |
| Terugbetaling van overige financieringen | - 18,6 | - 44,4 |
| Aankoop van eigen aandelen | - 91,5 | |
| Verkoop van eigen aandelen | 0,3 | |
| Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders | - 196,6 | - 195,7 |
| Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen | - 49,5 | - 1,4 |
| Terugbetaling kapitaal (inclusief minderheidsbelangen) | 0,3 | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | - 642,1 | - 484,2 |
| Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten | - 2,2 | 8,5 |
| Netto toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten | - 725,1 | - 1.901,0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 3.258,3 | 5.635,7 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 september | 2.533,2 | 3.734,7 |
| Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | ||
| Ontvangen rente | 2.026,0 | 1.864,5 |
| Ontvangen dividenden van beleggingen | 59,7 | 36,9 |
| Betaalde rente | - 273,5 | - 328,5 |
Algemeen
1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie
1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving
Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor de eerste negen maanden van 2011, inclusief de vergelijkende cijfers voor 2010, is opgesteld op basis van IAS 34, Tussentijdse Financiële Verslaggeving, en bevat een verkort geconsolideerd financieel overzicht (balans, resultatenrekening, overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen, kasstroomoverzicht), geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten en geselecteerde toelichtingen. Ageas past International Financial Reporting Standards ('IFRS') toe zoals aanvaard door de Europese Unie ('EU'). Het Ageas Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011 dient te worden gelezen in samenhang met de gecontroleerde Ageas Geconsolideerde Jaarrekening 2010 (inclusief de grondslagen voor financiële verslaggeving), die beschikbaar is op http: //www.ar.ageas.com/.
1.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving
De grondslagen voor financiële verslaggeving die gehanteerd zijn voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011 zijn niet gewijzigd ten opzichte van de grondslagen die zijn gehanteerd voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2010.
De volgende relevante nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties zijn met ingang van 1 januari 2011 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU):
IAS 1 Presentatie van de jaarrekening (wijziging)
Deze aanpassing licht toe dat, voor elk onderdeel van het eigen vermogen, een onderneming de keuze heeft de specificatie van Other Comprehensive Income toe te lichten in het overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen of in de toelichtende noten.
IAS 24 Verbonden partijen: Toelichting (wijziging)
De definitie van een verbonden partij is aangepast om inconsistenties te verwijderen en de toepassing eenvoudiger te maken. Voor bepaalde entiteiten is het op grond van deze nieuwe definitie vereist om additionele toelichtingen op te nemen. De ondernemingen die hierdoor naar verwachting het meest geraakt worden, zijn ondernemingen die onderdeel zijn van een groep die zowel dochterondernemingen als geassocieerde deelnemingen omvat en ondernemingen met aandeelhouders die betrokken zijn bij andere ondernemingen. Voor een dochteronderneming wordt het dan bijvoorbeeld vereist om transacties met een geassocieerde deelneming van de moedermaatschappij toe te lichten. Tegelijkertijd is toelichting vereist op transacties tussen twee ondernemingen die beiden joint ventures zijn (of de één is een geassocieerde deelneming en de andere is een joint venture) van een derde onderneming. Bovendien is nu een onderneming, waarover een persoon die deel uitmaakt van het topmanagement van een andere onderneming zeggenschap heeft, verplicht om transacties toe te lichten met deze onderneming.
IAS 27 De Geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening (wijziging)
Deze wijziging stelt dat het verlies van overheersende zeggenschap over een dochteronderneming, het verlies van significante invloed op een geassocieerde deelneming en het verlies van gezamenlijke zeggenschap over een gezamenlijk beheerste onderneming soortgelijke gebeurtenissen zijn en daarom op dezelfde wijze verwerkt dienen te worden. Een dergelijke gebeurtenis dient te worden verwerkt tegen reële waarde; een winst of verlies wordt verantwoord in de resultatenrekening.
IAS 32 Financiële instrumenten: Presentatie (wijziging)
De IASB heeft onderkend dat het classificeren van in vreemde valuta genoteerde claimrechten, die aan alle bestaande aandeelhouders op een pro rata basis zijn toegekend als derivaten (onder de verplichtingen), niet consistent is met de strekking van de transactie, die een transactie representeert met eigenaren in deze hoedanigheid. De wijziging heeft daarom een uitzondering gecreëerd voor de 'vast-voor-vast' regel in IAS 32 en vereist dat toegekende claimrechten binnen de scope van de wijziging geclassificeerd worden als eigen vermogen. Claimrechten moeten nu als eigen vermogen worden geclassificeerd als zij worden uitgegeven voor een vast contant bedrag ongeacht de valuta waarin de uitoefenprijs is genoteerd, ervan uitgaande dat ze zijn aangeboden op een pro rata basis aan alle eigenaren van dezelfde klasse van eigen vermogen. In tegenstelling tot derivaten (onder de verplichtingen) worden eigen vermogensinstrument na ontstaan niet geherwaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. De verwerking is hierdoor minder complex en dientengevolge is er minder volatiliteit in het resultaat.
IAS 34 Tussentijdse Financiële Verslaggeving (wijziging)
Er is meer nadruk gelegd op de toelichtingsvereisten voor significante gebeurtenissen en transacties. Additionele vereisten zijn onder andere de toelichting op reële waarde waarderingen (indien significant) en de noodzaak tot het updaten van relevante informatie ten opzichte van de meest recente jaarrekening.
IFRS 3 Bedrijfscombinaties (wijziging)
Overeenkomsten inzake voorwaardelijke afspraken tengevolge van bedrijfscombinaties met overnamedata voor de toepassing van IFRS 3 (2008) worden verantwoord in overeenstemming met de richtlijnen in de vorige versie van IFRS 3 (zoals uitgegeven in 2004). Deze wijziging licht toe dat de richtlijnen in IAS 39, IAS 32 en IFRS 7 niet van toepassing zijn op voorwaardelijke afspraken die voortvloeien uit bedrijfscombinaties met een effectieve datum voor de toepassing van de herziene versie van IFRS 3.
De keuze om minderheidsbelangen te waarderen tegen reële waarde of tegen het proportionele deel van de verkregen netto activa is alleen van toepassing op instrumenten die de huidige eigendomsbelangen representeren en die hun eigenaren het recht geven tot een proportioneel deel van de netto activa bij liquidatie. Alle overige minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen reële waarde tenzij IFRS een andere waarderingsgrondslag vereist. Deze wijziging zal in de praktijk de diversiteit beperken en geeft duidelijkere richtlijnen voor het waarderen van minderheidsbelangen.
De toepassingsrichtlijnen in IFRS 3 zijn van toepassing op alle op aandelen gebaseerde beloningstransacties die onderdeel zijn van een bedrijfscombinatie met inbegrip van niet herziene en vrijwillig herziene toekenningen van op aandelen gebaseerde beloningen. IFRS 3 gaf tot op heden geen richtlijnen voor situaties waarin een verkrijger geen verplichting heeft om een dergelijke toekenning te vervangen maar toch besluit deze te vervangen. Deze wijziging speelt in op de tekortkoming in de voorgaande regelgeving. De wijziging in IFRS 3 heeft tot gevolg dat de verwerking van deze toekenningen hetzelfde is als voor toekenningen die de verkrijger verplicht is om te vervangen.
IAS 7 Financiële instrumenten: Toelichting (wijziging)
De wijzigingen in IFRS 7 betreffen `Achtergrond en reikwijdte van risico's van financiële instrumenten'. Het betreft wijzigingen in de toelichting op financiële activa, inclusief het financiële effect van waarborgen gehouden als zekerheid.
IFRIC 14 De limiet van een toegezegd pensioen actief, minimum financieringsvereisten en hun interactie (IAS 19) (wijziging)
Deze wijziging is alleen van toepassing op ondernemingen die genoodzaakt zijn minimum financieringsbijdragen te doen aan een toegezegd pensioenplan en ervoor kiezen om deze bijdragen vooruit te betalen. De ondernemingen die hierdoor geraakt worden zijn ondernemingen met een toegezegd pensioenplan dat onderhevig is aan een minimum financieringsvereiste en die vooruitbetaalde (of naar verwachting vooruitbetaalde) financieringsvereisten hebben met betrekking tot toekomstige diensten van werknemers, leidend tot een pensioensurplus. Dergelijke ondernemingen dienen zich op hun boekhoudkundige verwerking te herbezinnen met het oog op de herziene regelgeving om te bepalen of een actief voor de vooruitbetaalde contributies dient te worden verantwoord.
IFRIC 19 Onderkennen van financiële verplichtingen met eigenvermogensinstrumenten
IFRIC 19 stelt dat eigenvermogensinstrumenten uitgegeven om een verplichting te voldoen de opgeofferde waarde representeren. Op grond hiervan wordt vereist dat een winst of verlies afzonderlijk in het resultaat wordt verantwoord wanneer de verplichting is voldaan door de uitgifte van eigen vermogensinstrumenten van de onderneming. Dit is consistent met de algemene aanpak ten aanzien van het niet langer opnemen van financiële verplichtingen, waarop IAS 39 van toepassing is. Het te verantwoorden bedrag van de winst of het verlies in het resultaat wordt bepaald door het verschil tussen de boekwaarde van de verplichting en de reële waarde van de uitgegeven eigenvermogensinstrumenten. Indien de reële waarde van de eigenvermogensinstrumenten niet betrouwbaar kan worden vastgesteld dan wordt de reële waarde van de bestaande verplichting gebruikt om de winst of het verlies te bepalen en voor het waarderen van de eigenvermogensinstrumenten.
1.3 Schattingen
Bij het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag in overeenstemming met IFRS wordt een aantal schattingen gemaakt aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.
De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de tabel weergegeven.
| 30 september 2011 | |
|---|---|
| Activa | Onzekerheid schatting |
| Voor verkoop beschikbare activa - Bedrijfsobligaties |
|
| - Gestructureerde kredietinstrumenten Niveau 2 |
- Het waarderingsmodel |
| - Inactieve markten | |
| Niveau 3 | - Het waarderingsmodel |
| - Gebruik niet-marktwaarneembare input | |
| - Inactieve markten | |
| Vastgoedbeleggingen | Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Leningen | - Het waarderingsmodel |
| - De looptijd | |
| Geassocieerde deelnemingen | Van de beleggingsmix afhankelijke combinatie van onzekerheden |
| Goodwill | - Het waarderingsmodel |
| - Financiële en economische variabelen | |
| - Disconteringsvoet | |
| Overige immateriële vaste activa | - De aan de entiteit inherente risicopremie |
| - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | - Interpretatie van complexe belastingwetgeving |
| - Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen | |
| Verplichtingen | |
| Verplichtingen verzekeringscontacten Leven |
- Actuariële aannames |
| - Gehanteerde rente bij toereikendheidstoets | |
| Niet-leven | - Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims |
| - Schadebehandelingskosten | |
| Pensioenverplichtingen | - Actuariële aannames |
| - Disconteringsvoet | |
| Voorzieningen | - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden |
| - De berekening van het best geschatte bedrag | |
| Uitgestelde belastingschulden | - Interpretatie van complexe belastingwetgeving |
Voor uitgebreidere informatie over de toepassing van deze schattingen wordt verwezen naar de relevante noten in de Geconsolideerde Jaarrekening 2010.
1.4 Segmentrapportering
De primaire informatie voor het rapporteren van segmenten is gebaseerd op operationele segmenten. De door Ageas gerapporteerde operationele segmenten vertegenwoordigen groepen van activa en operaties die zich bezig houden met het leveren van financiële producten of diensten en die onderhevig zijn aan verschillende risico's en opbrengsten. De operationele resultaten worden regelmatig beoordeeld door de CEO.
Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):
- België
- Verenigd Koninkrijk
- Continentaal Europa
- Azië
- Algemene Rekening
Ageas heeft besloten dat de regio's waarin Ageas opereert de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS is. Dit betekent België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in Algemene Rekening als separaat operationeel segment.
De segmentrapportage van Ageas reflecteert de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.
De segmentinformatie is gebaseerd op dezelfde waarderingsgrondslagen als die gebruikt zijn voor het opstellen en presenteren van het Geconsolideerde Tussentijdse Financiële Verslag voor de eerste negen maanden van 2011 en door het toepassen van de toepasselijke allocatieregels.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.
1.5 Consolidatiekring
Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor het derde kwartaal omvat ageas SA/NV en ageas N.V. (de moedermaatschappijen) en hun dochterondernemingen. Door de samenvoeging van de jaarrekeningen van ageas SA/NV en ageas N.V. past Ageas 'consortium accounting' toe om op de meest duidelijke wijze haar activiteiten weer te geven, zoals voorgeschreven door de 7de EU-richtlijn van 13 juni 1983 (83/349/EEG).
Investeringen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap – geassocieerde deelnemingen – worden verantwoord volgens de 'equity'-methode.
2 Overnames en desinvesteringen
De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2011 en 2010. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in de noot Gebeurtenissen na balansdatum.
2.1 Overnames in 2011
2.1.1 Aksigorta A.Ş
Ageas heeft een overeenkomst gesloten met het toonaangevende Turkse industriële en financiële conglomeraat Haci Ömer Sabanci Holding A.S. ('Sabanci'), om een aandeel van 31% te verwerven in Aksigorta A.S. ('Aksigorta'), een nietleven verzekeraar, via de verkoop door Sabanci van de helft van zijn belang in de onderneming. Als gevolg van de transactie hebben Sabanci en Ageas een gelijkwaardig belang in Aksigorta. De overige aandelen (38%) blijven verhandeld op de Istanbul Stock Exchange. Als onderdeel van de transactie heeft Ageas Sabanci een vergoeding van in totaal USD 220 miljoen (EUR 154 miljoen) in contanten betaald.
De transactie is op 27 juli 2011 afgerond en Aksigorta is derhalve per deze datum opgenomen als geassocieerde deelneming in de consolidatiescope. Het totale premie-inkomen in augustus en september bedroeg EUR 65,8 miljoen (aandeel Ageas EUR 20,4 miljoen) met een nettowinst van EUR 3,8 miljoen (aandeel Ageas EUR 1,2 miljoen).
2.1.2 Castle Cover Limited
Ageas heeft Castle Cover Limited overgenomen voor een bedrag van GBP 54,6 miljoen (EUR 62,5 miljoen). Castle Cover is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde tussenpersoon, gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers. De goodwill bij eerste opname bedroeg EUR 52,2 miljoen en de immateriële activa EUR 8,8 miljoen. Castle Cover is met ingang van het eerste kwartaal 2011 opgenomen in de consolidatiekring.
Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:
| Activa | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 7 | Leningen | 1 |
| Vorderingen | 11 | Overlopende rente en overige verplichtingen | 17 |
| Materiële vaste activa | 1 | ||
| Overlopende rente en overige activa | 1 | ||
| Immateriële vaste activa | 61 | ||
| Totaal verplichtingen | 18 | ||
| Kostprijs | 63 | ||
| Totaal activa | 81 | Totaal verplichtingen en kostprijs | 81 |
Castle Cover Limited is opgericht in 2006 en is gevestigd in Poole Dorset, dicht bij het Ageas UK operationele centrum in Bournemouth.
Het is de derde grootste tussenpersoon gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers en biedt woning-, auto- en andere particuliere verzekeringen aan onder de merken Castle Cover en Regal Insurance. Het bedrijf biedt dekking aan meer dan 280.000 polishouders en telt 300 medewerkers in het Verenigd Koninkrijk. Castle Cover kent hetzelfde businessmodel als RIAS, een Ageas UK dochter, die momenteel de op één na grootste tussenpersoon is voor verzekeringen voor 50-plussers.
Samen met RIAS, zal Ageas 1,3 miljoen klanten bereiken in dit aantrekkelijke marktsegment dat goed is voor 38% van de Britse bevolking en dat een meer dan gemiddelde groei vertoont, evenals een relatief hoge klantentrouw.
De overname van Castle Cover bevestigt de positie van Ageas als de vierde grootste tussenpersoon in particuliere verzekeringen in het Verenigd Koninkrijk. Castle Cover boekte een nettoverlies van EUR 0,2 miljoen, inclusief de amortisatie van immateriële activa van EUR 1,1 miljoen.
2.1.3 Overnames AG Real Estate
AG Real Estate, onderdeel van de Belgische activiteiten en gericht op vastgoed en het beheer van openbare parkeergarages, heeft in 2011 enkele overnames afgerond. De grootste zijn Westland (hierin is een belang van 46% verkregen voor een bedrag van EUR 31,5 miljoen) en Regatta (hierin is een belang van 50% verkregen voor een bedrag van EUR 8,4 miljoen).
2.2 Desinvesteringen in 2011
2.2.1 Intreinco N.V.
Ageas maakte op 23 juni 2011 bekend een overeenkomst te hebben getekend om de run-off business van Intreinco N.V. (Intreinco), de vroegere herverzekeringscaptive van de Fortis Groep over te dragen aan Swiss Re. Tussen 2000 en 2008 heeft Intreinco herverzekeringsverplichtingen van huidige en voormalige dochterondernemingen van Ageas Insurance, namelijk AG Insurance SA/NV, Ageas Insurance Ltd., Amlin Corporate Insurance N.V. en ASR Schadeverzekering N.V. overgenomen. Sinds 2009 heeft Intreinco geen nieuwe productie meer gegenereerd. De transactie moet formeel worden goedgekeurd en zal naar verwachting vóór eind 2011 worden afgerond.
De activa en verplichtingen van Intreinco N.V. worden conform IFRS aangemerkt als Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop.
2.2.2 Ageas Deutschland Lebensversicherung AG
Ageas heeft een overeenkomst getekend met Augur Capital, inzake de verkoop van haar Leven activiteiten in Duitsland. Deze transactie moet formeel worden goedgekeurd en zal naar verwachting eind 2011 worden afgerond. De transactie zal naar verwachting leiden tot een verlies van EUR 13,0 miljoen voor Ageas, dat in de Algemene Rekening onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen wordt verantwoord.
2.2.3 Fortis Luxembourg Vie
Ageas Insurance International (Ageas) en BGL BNP Paribas (BGL BNPP), beiden voor 50% aandeelhouder van Fortis Luxembourg Vie, hebben een fusieovereenkomst getekend met BNP Paribas Cardif, de moedermaatschappij van Cardif Lux International. De nieuwe gefuseerde entiteit die door deze overeenkomst ontstaat, zal in Luxemburg levensverzekeringsproducten op de markt brengen. De aandelen van de nieuwe entiteit komen voor 33,33% in handen van Ageas, 33,33 % van BGL BNP Paribas en 33,34% van BNP Paribas Cardif. De activa en verplichtingen van Fortis Luxembourg Vie worden conform IFRS vanaf het tweede kwartaal 2011 aangemerkt als Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop. De transactie moet formeel worden goedgekeurd en zal naar verwachting vóór eind 2011 worden afgerond.
2.2.4 Overzicht van Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop
De volgende tabel geeft gedetailleerde informatie over de activa en verplichtingen aangemerkt als voor verkoop aangehouden van Intreinco N.V., Ageas Deutschland Lebensversicherung AG en Luxembourg Vie:
| Activa | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 253 Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten Leven | 643 | |
| Financiële beleggingen | 673 Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 7.170 | |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 7.170 Overlopende rente en overige verplichtingen | 148 | |
| Overlopende rente en overige activa | 128 | ||
| Totaal verplichtingen | 7.961 | ||
| Eigen vermogen | 263 | ||
| Totaal activa | 8.224 Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 8.224 |
2.3 Overnames in 2010
2.3.1 Kwik-Fit Insurance Services
Op 2 juli 2010 kondigde Ageas aan dat een overeenkomst met PAI partners was bereikt over de overname van Kwik-Fit Insurance Services (KFIS), een Britse verzekeringstussenpersoon met meer dan 600.000 klanten. Ageas heeft voor deze acquisitie in totaal EUR 260 miljoen betaald op basis van de koers op de transactiedatum (GBP 215 miljoen). De goodwill bij eerste opname bedraagt EUR 207 miljoen, de immateriële vaste activa EUR 20 miljoen.
Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:
| Activa | Verplichtingen | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 19 Actuele en uitgestelde belastingschulden | 9 |
| Vorderingen | 55 Overlopende rente en overige verplichtingen | 45 |
| Materiële vaste activa | 9 | |
| Overlopende rente en overige activa | 4 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa 227 |
||
| Totaal verplichtingen | 54 | |
| Kostprijs | 260 | |
| Totaal activa | 314 Totaal verplichtingen en kostprijs | 314 |
De overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services (KFIS) hebben een nettowinst gerealiseerd van EUR 6,8 miljoen, inclusief de amortisatie van immateriële activa van EUR 4,9 miljoen in 2011.
KFIS is een verzekeringstussenpersoon die voornamelijk particuliere verzekeringsproducten verkoopt via het 'direct' kanaal. Dit gebeurt vooral via het internet onder de naam Kwik-Fit Insurance alsmede onder de twee andere merknamen van KFIS: 'The Green Insurance Company' and 'Express Insurance'.
2.3.2 Overnames AG Real Estate
AG Real Estate, onderdeel van de Belgische activiteiten en gericht op vastgoed en het beheer van openbare parkeergarages, heeft in 2010 enkele overnames afgerond. De grootste betreffen Venti M (een vastgoedfonds dat voor 60% werd overgenomen in het vierde kwartaal van 2010) en Metropark (parkeergarages) dat in het eerste kwartaal van 2010 werd overgenomen.
2.4 Desinvesteringen in 2010
2.4.1 Fortis Luxembourg Niet-leven
Ageas heeft op 6 oktober 2009 de verkoop aangekondigd van de Luxemburgse Niet-leven activiteiten aan La Bâloise, voor een totaalbedrag van EUR 23,0 miljoen. De verkoop heeft in januari 2010 effectief zijn beslag gekregen. De gerealiseerde winst bedraagt EUR 12,4 miljoen.
2.4.2 Fortis Emeklilik ve Hayat (Pensioen- en Levensverzekeringen in Turkije)
Ageas heeft het laatste kwartaal van 2010 de pensioen- en levenactiviteiten in Turkije aan BNP Paribas Assurance verkocht. De transactie is op 12 oktober 2010 afgerond en leverde een meerwaarde van EUR 8,5 miljoen op.
2.4.3 Fortis Life Insurance Oekraïne
Ageas Insurance International heeft Fortis Life Insurance Oekraïne verkocht aan de Amerikaanse investeringsmaatschappij Horizon Capital. De transactie is op 17 november 2010 afgerond en leverde een verlies op van EUR 13,9 miljoen.
3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel
Hieronder is het verloop weergegeven van het aantal uitstaande aandelen.
| Uitgegeven | Eigen | Uitstaande | |
|---|---|---|---|
| aandelen | aandelen | aandelen | |
| Stand per 31 december 2010 | 2.623.380.817 | - 40.508.465 | 2.582.872.352 |
| Netto gekocht/verkocht | - 70.812.008 | - 70.812.008 | |
| Stand per 30 juni 2011 | 2.512.060.344 |
Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen
Naast de reeds uitstaande aandelen heeft Ageas opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde Alternatieve Coupon Vereffenings Methode, geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor de noot Voorwaardelijke verplichtingen). De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentieel aantal nieuwe aandelen per 30 september 2011.
| Aantal aandelen per 30 september 2011 | 2.623.380.817 |
|---|---|
| Potentieel nog uit te geven aandelen: | |
| - in verband met optieplannen | 24.547.266 |
| Totaal potentieel aantal aandelen per 30 september 2011 | 2.647.928.083 |
De Raad van Bestuur van Ageas is door de jaarlijkse aandeelhouders vergadering gemachtigd het kapitaal te verhogen door de uitgifte van 200 miljoen Ageas aandelen. Daarnaast zijn de Raden van Bestuur van Ageas en die van de directe dochterondernemingen gemachtigd om Ageas units te verkrijgen, die maximaal 10% van het uitgegeven aandelenkapitaal vertegenwoordigen, voor een vergoeding die gelijk is aan de slotkoers van de Ageas unit op Euronext, op de dag direct voorafgaand aan de aankoop, vermeerderd met maximaal 15% of verminderd met maximaal 15%.
Ageas kondigde in augustus 2011 aan dat het bedrijf, na de goedkeuring door de aandeelhouders, besloten heeft een inkoopprogramma van eigen uitstaande gewone aandelen tegen een maximum prijs van EUR 250 miljoen te lanceren. Het inkoopprogramma werd op 24 augustus 2011 gelanceerd voor een periode die eindigt op 23 februari 2012. Het programma zal worden uitgevoerd in overeenstemming met gangbare praktijken in de verzekeringsbranche en conform de van toepassing zijnde regelgeving. Ageas heeft met dit doel een onafhankelijke broker gemandateerd het programma namens Ageas uit te voeren door middel van open markt inkoop op NYSE Euronext Brussel en Amsterdam. De teruggekochte aandelen zullen worden aangehouden als eigen aandelen tot het moment dat de beslissing om deze aandelen in te trekken formeel is goedgekeurd door de aandeelhouders. Ageas had per 30 september 2011 69.211.708 miljoen aandelen ingekocht voor een totaalbedrag van EUR 89.212.420. Dit komt overeen met 2,6383% van het totaal aantal uitstaande aandelen.
Fortis Bank heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 125.313.283 aandelen Ageas. Fortis Bank heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Fortis Bank en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de CASHES gekoppeld zijn (zie Winst per aandeel en noot 28 Voorwaardelijke verplichtingen).
Tot het aantal uitstaande aandelen behoren tevens de aandelen die zijn uitgegeven in verband met het converteerbare instrument FRESH (39.682.540 aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 39.682.540 aandelen Ageas. Ageasfinlux heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux een dochteronderneming van Ageas is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie Winst per aandeel en noot 16 Achtergestelde schulden).
In het tweede kwartaal van 2011 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de komende drie jaar en een aantal andere voorwaarden, zullen de senior managers beloond worden met in totaal tussen nul en 1,6 miljoen bestaande aandelen Ageas op 1 april 2014. Ageas heeft besloten deze toezegging in te dekken door het maximaal aantal toe te kennen aandelen in het derde kwartaal van 2011 in te kopen. Ageas heeft in het derde kwartaal 1.615.000 aandelen voor het 'restricted share' programma ingekocht.
Winst per aandeel
In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel.
| Eerste negen maanden 2011 | Eerste negen maanden 2010 | |
|---|---|---|
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 533,7 | 645,6 |
| Eliminatie van rentelasten op converteerbare obligatieleningen (na belastingen) | ||
| Netto winst gebruikt om de verwaterde winst per aandeel te bepalen | - 533,7 | 645,6 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel | 2.578.007.155 | 2.475.118.033 |
| Aanpassingen voor: | ||
| - aandelen onder voorwaarden | 107.475 | |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel | 2.578.007.155 | 2.475.225.508 |
| Gewone winst per aandeel (in euro's per aandeel) | - 0,21 | 0,26 |
| Verwaterde winst per aandeel (in euro's per aandeel) | - 0,21 | 0,26 |
In het derde kwartaal van 2011 werden opties op een gewogen gemiddelde van 24.547.266 aandelen (derde kwartaal 2010: 30.232.000) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 20,09 per aandeel (derde kwartaal 2010: EUR 21,61) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen. Gedurende 2011 werden 39.682.540 aandelen Ageas (derde kwartaal 2010: 39.682.540) uit converteerbare effecten met betrekking tot de FRESH buiten beschouwing gelaten omdat de bespaarde rente hoger lag dan de gewone winst per aandeel.
De aandelen die uit hoofde van de CASHES (totaal 125.313.283, ongewijzigd ten opzichte van derde kwartaal 2010) zijn uitgegeven, zijn inbegrepen in de gewone aandelen, ook al zijn deze aandelen tot het moment van conversie van de CASHES niet dividend- en stemgerechtigd (zie tevens noot 28 Voorwaardelijke verplichtingen).
4 Toezicht en solvabiliteit
Ageas wordt door haar belangrijkste toezichthouder, de Nationale Bank van België, aangemerkt als verzekeringsmaatschappij.
Ageas wordt als zodanig op geconsolideerd niveau onderworpen aan toezicht. Op de werkmaatschappijen wordt op lokaal niveau toezicht uitgeoefend.
4.1 Geconsolideerd toezicht Ageas
Op geconsolideerd niveau wordt het toezicht op Ageas uitgeoefend door de Nationale Bank van België (NBB). Op dochterondernemingen wordt toezicht uitgeoefend door de toezichthouders in de landen waar de dochterondernemingen zijn gevestigd, op basis van de eigen solvabiliteitsmaatstaven en de lokale grondslagen voor de financiële verslaggeving.
Op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving voor verzekeringsmaatschappijen in België rapporteert Ageas op kwartaalbasis aan de NBB over het beschikbaar wettelijk kapitaal en de vereiste solvabiliteit. Uit hoofde van het prudentieel toezicht wordt op kwartaalbasis geverifieerd of Ageas op geconsolideerde basis nog aan de solvabiliteitseisen voldoet. In juni 2011 is op verzoek van de NBB de berekening aangepast en het bedrag van de achtergestelde schulden en hybride kapitaal teruggebracht tot 50% van de minimum solvabiliteitseisen. Ageas heeft de vergelijkende cijfers van 2010 in verband hiermee aangepast.
De aansluiting van het eigen vermogen en het beschikbaar wettelijk vereist kapitaal en de daarmee samenhangende solvabiliteitsratio's is als volgt:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Aandelenkapitaal en reserves | 7.707,2 | 7.802,8 |
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 533,7 | 223,1 |
| Ongerealiseerde winsten en verliezen | 754,0 | 221,2 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 7.927,5 | 8.247,1 |
| Minderheidsbelangen | 1.571,6 | 1.622,1 |
| Totaal eigen vermogen | 9.499,1 | 9.869,2 |
| Achtergestelde instrumenten | 2.948,4 | 2.926,9 |
| Prudentiële filters | ||
| Lokaal vereiste egalisatiereserve voor catastrofen | - 130,9 | - 113,6 |
| Pensioen aanpassing | - 23,4 | - 14,1 |
| Herwaardering van vastgoedbeleggingen, na belastingen (tegen 90%) | 729,7 | 562,0 |
| Aanpassing waardering van voor verkoop beschikbare beleggingen | - 864,8 | - 26,1 |
| Kasstroomafdekking | 15,4 | 1,3 |
| Goodwill | - 866,1 | - 819,9 |
| Overige immateriële vaste activa | - 398,5 | - 406,4 |
| Verwacht dividend | - 197,0 | |
| Verwacht dividend, gerelateerd aan de call optie BNP Paribas aandelen | - 361,2 | - 609,0 |
| Vermindering achtergestelde schuld naar 50% van vereiste solvabiliteit | - 1.222,7 | - 1.300,1 |
| Toetsingsvermogen toezichthouder | 9.325,0 | 9.873,0 |
| Solvabiliteitsratio's | ||
| Solvabiliteitsvereisten | 3.451,4 | 3.253,3 |
| Solvabiliteitsoverschot | 5.873,6 | 6.619,7 |
| Solvabiliteitsratio | 270,2% | 303,5% |
4.2 Kapitaalbeheer Ageas
Ageas beschouwt een sterke kapitaalbasis in de afzonderlijke verzekeringsactiviteiten als noodzakelijk, enerzijds als concurrentievoordeel en anderzijds om de geplande groei te financieren.
In het derde kwartaal heeft Ageas besloten haar visie op beschikbaar wettelijk kapitaal voor de verzekeringsindustrie in lijn te brengen met de regels die de NBB verzekeringsondernemingen oplegt, hetgeen geleid heeft tot een beperkte aanpassing. De cijfers van december 2010 zijn aangepast, wat een lichte stijging van de solvabiliteitsratio tot gevolg had: van 227% naar 232%. Deze lichte stijging is voornamelijk toe te schrijven aan het op evenredige basis opnemen van geassocieerde deelnemingen in plaats van de investeringen volledig in mindering te brengen op het beschikbare vereiste kapitaal.
De Algemene Rekening omvat de groepsfuncties, de financieringstransacties, het interne herverzekeringsapparaat (dat wordt afgebouwd) en de nog lopende zaken uit het verleden. Voor de Algemene Rekening gebruikt Ageas niet meer het concept discretionair kapitaal, maar in plaats daarvan het begrip nettokaspositie. Na de gedwongen overname van de Fortis Bank 2001-2011 Tier Obligatielening 2001-2011 in de Algemene Rekening (zie noot 7) was het discretionair kapitaal nagenoeg gelijk aan de nettokaspositie. Aangezien het begrip nettokaspositie een algemeen aanvaard begrip is heeft Ageas besloten de nettokaspositie als indicator van het vrij beschikbare kapitaal op groepsniveau te hanteren.
Ageas streeft naar een minimum totale solvabiliteitsratio van 200% van het wettelijk vereiste minimum op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf. Ageas zal deze doelstelling ten laatste bij de introductie van Solvency II opnieuw evalueren.
Vermogenspositie Verzekeringen
Op 30 september 2011 bedroeg het totaal vermogen van het Verzekeringsbedrijf EUR 7,2 miljard (31 december 2010: EUR 7,5 miljard): 209,6% van het wettelijk vereist minimum (31 december 2010: 232,0%). De solvabiliteitsratio van België bedroeg 176,1% (31 december 2010:199,4%).
| Continentaal | Consolidatie | Totaal | Algemeen | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 30 september 2011 | België | UK | Europa | Azië | correcties Verzekeringen | (incl. elim) | Ageas | |
| Totaal vermogen | 3.911,1 | 803,7 | 1.022,7 | 1.155,9 | 342,2 | 7.235,6 | 2.089,4 | 9.325,0 |
| Minimale solvabiliteitsvereisten | 2.221,0 | 349,2 | 508,1 | 373,1 | 3.451,4 | 3.451,4 | ||
| Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten | 1.690,1 | 454,5 | 514,6 | 782,8 | 342,2 | 3.784,2 | 2.089,4 | 5.873,6 |
| Totaal vermogen solvabiliteitsratio | 176,1% | 230,2% | 201,3% | 309,8% | 209,6% | 270,2% | ||
| 31 december 2010 | ||||||||
| Totaal vermogen | 4.312,6 | 658,1 | 1.183,0 | 1.130,9 | 254,9 | 7.539,5 | 2.333,5 | 9.873,0 |
| Minimale solvabiliteitsvereisten | 2.162,7 | 191,7 | 562,4 | 332,5 | 3.249,3 | 4,0 | 3.253,3 | |
| Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten | 2.149,9 | 466,4 | 620,6 | 798,4 | 254,9 | 4.290,2 | 2.329,5 | 6.619,7 |
| Totaal vermogen solvabiliteitsratio | 199,4% | 343,3% | 210,3% | 340,1% | 232,0% | 303,5% |
Vermogenspositie Algemene Rekening
Op basis van de wet- en regelgeving van de NBB, bedroeg het beschikbaar wettelijk kapitaal van de Algemene Rekening (inclusief eliminaties) EUR 2,1 miljard (31 december 2010 EUR 2,3 miljard). Aangezien het grootste deel van het kapitaal niet direct beschikbaar is, hanteert Ageas de nettokaspositie om het direct beschikbare kapitaal van de Algemene Rekening te bepalen en als indicator voor de strategische flexibiliteit. De nettokaspositie bedroeg op 30 september 2011 EUR 0,8 miljard.
| 30 september 2011 | |
|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 337 |
| Vorderingen op banken (kortlopend) | 750 |
| Schulden aan banken (kortlopend) | - |
| Schuldbewijzen | ( 260 ) |
| Netto kaspositie | 827 |
Toelichting op de geconsolideerde balans
5 Geldmiddelen en kasequivalenten
Onder Geldmiddelen en kasequivalenten zijn begrepen direct beschikbare kasgelden, vrij beschikbare tegoeden bij Centrale Banken alsmede andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden, na de datum van verkrijging. De Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen | 1,8 | 1,7 |
| Vorderingen op banken | 2.319,8 | 3.213,1 |
| Overige | 211,6 | 43,5 |
| Totaal geldmiddelen en kasequivalenten | 2.533,2 | 3.258,3 |
De daling van de Vorderingen op banken wordt voornamelijk verklaard door het verkrijgen van de Tier 1 lening van BNP Fortis Bank (EUR 953 miljoen, zie noot 7) en de overname van Aksigorta A.Ş. (EUR 154 miljoen). Onder de post Overige is EUR 100 miljoen (31 december 2010: EUR 11,1 miljoen) verantwoord met betrekking tot geldmarktpapier.
6 Beleggingen
De samenstelling van de Financiële beleggingen is als volgt:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Financiële beleggingen | ||
| - Tot einde looptijd aangehouden | 506,5 | |
| - Voor verkoop beschikbaar | 56.046,3 | 56.133,7 |
| - Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 190,6 | 210,3 |
| - Afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) | 38,0 | 56,1 |
| Totaal bruto | 56.781,4 | 56.400,1 |
| Bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - op voor verkoop beschikbare beleggingen | - 1.344,0 | - 167,6 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen | - 1.344,0 | - 167,6 |
| Totaal | 55.437,4 | 56.232,5 |
In 2011 hebben zich geen materiële veranderingen voorgedaan in de waarderingsmethoden ('niveau classificatie') van de beleggingen.
6.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overheids- | Bedrijfs- | Overheids- | Bedrijfs | |||
| obligaties | obligaties | Totaal | obligaties | obligaties | Totaal | |
| Historische/geamortiseerde kostprijs bij opname | 481,4 | 18,0 | 499,4 | |||
| Amortisatie | 6,9 | 0,2 | 7,1 | |||
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden | 488,3 | 18,2 | 506,5 | |||
| Reële waarde | 430,0 | 15,6 | 445,6 |
Op 1 juni 2011 heeft Ageas, conform IFRS, bepaalde Voor verkoop beschikbare beleggingen aangemerkt als Beleggingen tot einde looptijd aangehouden. De reclassificering vond plaats tegen de reële waarde van de beleggingen op 1 juni. Het verschil tussen de reële waarde en de geamortiseerde kostprijs, ter hoogte van EUR 178 miljoen, blijft opgenomen onder Ongerealiseerde winsten en verliezen in het Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders en zal worden geamortiseerd over de resterende looptijd van de beleggingen. De amortisatie wordt in de resultatenrekening gecompenseerd door de amortisatie van het verschil tussen de boekwaarde en de nominale waarden van de obligaties waardoor de impact in de resultatenrekening beperkt is.
De als Tot einde looptijd aangehouden aangemerkte overheidsobligaties betreffen Portugese overheidsobligaties.
6.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen
De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde Ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de Voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt:
| Historische/ | Bruto | Bruto | Bijzondere | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| geamortiseerde | ongerealiseerde | ongerealiseerde | Totaal | waarde- | Reële | |
| kostprijs | winsten | verliezen | bruto | vermindering | waarden | |
| 30 september 2011 | ||||||
| Overheidsobligaties | 32.647,0 | 1.786,3 | - 893,9 | 33.539,4 | - 1.046,2 | 32.493,2 |
| Bedrijfsobligaties | 19.599,6 | 964,8 | - 455,4 | 20.109,0 | - 5,2 | 20.103,8 |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 420,2 | 16,1 | - 11,4 | 424,9 | - 0,1 | 424,8 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 52.666,8 | 2.767,2 | - 1.360,7 | 54.073,3 | - 1.051,5 | 53.021,8 |
| Private equity en durfkapitaal | 7,5 | - 0,3 | 7,2 | - 0,6 | 6,6 | |
| Aandelen | 1.984,4 | 69,8 | - 93,7 | 1.960,5 | - 291,9 | 1.668,6 |
| Overige beleggingen | 5,3 | 5,3 | 5,3 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen | ||||||
| in aandelen en overige beleggingen | 1.997,2 | 69,8 | - 94,0 | 1.973,0 | - 292,5 | 1.680,5 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 54.664,0 | 2.837,0 | - 1.454,7 | 56.046,3 | - 1.344,0 | 54.702,3 |
| 31 december 2010 | ||||||
| Overheidsobligaties | 32.841,9 | 824,1 | - 1.363,9 | 32.302,1 | 32.302,1 | |
| Bedrijfsobligaties | 20.415,2 | 821,9 | - 334,8 | 20.902,3 | - 2,5 | 20.899,8 |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 426,3 | 16,8 | - 12,6 | 430,5 | - 6,3 | 424,2 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 53.683,4 | 1.662,8 | - 1.711,3 | 53.634,9 | - 8,8 | 53.626,1 |
| Private equity en durfkapitaal | 7,6 | 0,7 | 8,3 | - 1,3 | 7,0 | |
| Aandelen | 2.344,9 | 184,9 | - 45,8 | 2.484,0 | - 157,5 | 2.326,5 |
| Overige beleggingen | 6,5 | 6,5 | 6,5 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen | ||||||
| in aandelen en overige beleggingen | 2.359,0 | 185,6 | - 45,8 | 2.498,8 | - 158,8 | 2.340,0 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 56.042,4 | 1.848,4 | - 1.757,1 | 56.133,7 | - 167,6 | 55.966,1 |
Overheidsobligaties naar land van uitgifte
De overheidsobligaties naar land van uitgifte zijn als volgt:
| Historische/ | Bruto | Bijzondere | ||
|---|---|---|---|---|
| geamortiseerde | ongerealiseerde | waarde- | Reële | |
| kostprijs | winsten (verliezen) | vermindering | waarden | |
| 30 september 2011 | ||||
| Belgische overheid | 13.540,1 | 461,6 | 14.001,7 | |
| Nederlandse overheid | 1.493,5 | 108,2 | 1.601,7 | |
| Duitse overheid | 2.307,6 | 365,6 | 2.673,2 | |
| Italiaanse overheid | 2.380,7 | - 337,2 | 2.043,5 | |
| Franse overheid | 3.971,1 | 294,6 | 4.265,7 | |
| Britse overheid | 663,6 | 34,5 | 698,1 | |
| Griekse overheid | 1.684,6 | - 1.046,2 | 638,4 | |
| Spaanse overheid | 1.180,0 | - 107,4 | 1.072,6 | |
| Portugese overheid | 719,4 | - 184,2 | 535,2 | |
| Oostenrijkse overheid | 2.284,9 | 193,8 | 2.478,7 | |
| Finse overheid | 267,8 | 22,2 | 290,0 | |
| Ierse overheid | 560,4 | - 55,1 | 505,3 | |
| Sloveense overheid | 229,3 | 1,4 | 230,7 | |
| Tsjechische overheid | 244,3 | 11,9 | 256,2 | |
| Slowaakse overheid | 222,9 | 10,0 | 232,9 | |
| Verenigde Staten van Amerika: overheid | 289,8 | 79,0 | 368,8 | |
| Overige overheden | 607,0 | - 6,5 | 600,5 | |
| Totaal | 32.647,0 | 892,4 | - 1.046,2 | 32.493,2 |
| Belgische overheid | 9.948,1 | 128,0 | 10.076,1 |
|---|---|---|---|
| Nederlandse overheid | 1.288,2 | 48,0 | 1.336,2 |
| Duitse overheid | 2.628,8 | 149,9 | 2.778,7 |
| Italiaanse overheid | 3.683,4 | - 110,3 | 3.573,1 |
| Franse overheid | 4.069,6 | 92,4 | 4.162,0 |
| Britse overheid | 600,4 | 12,8 | 613,2 |
| Griekse overheid | 1.832,0 | - 624,1 | 1.207,9 |
| Spaanse overheid | 1.730,0 | - 129,0 | 1.601,0 |
| Portugese overheid | 1.654,2 | - 142,4 | 1.511,8 |
| Oostenrijkse overheid | 2.543,2 | 81,4 | 2.624,6 |
| Finse overheid | 740,5 | 14,8 | 755,3 |
| Ierse overheid | 599,1 | - 109,7 | 489,4 |
| Sloveense overheid | 227,4 | 7,5 | 234,9 |
| Tsjechische overheid | 346,3 | 12,5 | 358,8 |
| Slowaakse overheid | 211,6 | 9,5 | 221,1 |
| Verenigde Staten van Amerika: overheid | 308,8 | 12,7 | 321,5 |
| Overige overheden | 430,3 | 6,2 | 436,5 |
| Totaal | 32.841,9 | - 539,8 | 32.302,1 |
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties: | ||
| Boekwaarde | 53.021,8 | 53.626,1 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 1.406,5 | - 48,5 |
| - Belasting | - 472,0 | 4,5 |
| Shadow accounting | - 123,7 | - 76,1 |
| - Belasting | 53,7 | 22,0 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 864,5 | - 98,1 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen: | ||
| Boekwaarde | 1.680,5 | 2.340,0 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | - 24,2 | 139,8 |
| - Belasting | - 7,2 | - 18,9 |
| Shadow accounting | - 8,5 | - 19,1 |
| - Belasting | 4,5 | 6,8 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | - 35,4 | 108,6 |
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen hebben ook betrekking op private equity en durfkapitaal en alle overige beleggingen, met uitzondering van obligaties.
6.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening
Een nadere toelichting op de Beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening is als volgt:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Bedrijfsobligaties | 97,1 | 103,7 |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 81,8 | 96,3 |
| Obligaties | 178,9 | 200,0 |
| Aandelen | 11,7 | 10,3 |
| Aandelen en overige beleggingen | 11,7 | 10,3 |
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 190,6 | 210,3 |
6.4 Vastgoed
De reële waarde van het vastgoed, zowel aangehouden als belegging als voor eigen gebruik, is als volgt:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Reële waarde: | ||
| Vastgoedbeleggingen | 2.754,6 | 2.455,4 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.493,2 | 1.385,2 |
| Totaal reële waarde | 4.247,8 | 3.840,6 |
| Boekwaarde: | ||
| Vastgoedbeleggingen | 1.991,1 | 1.900,3 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.012,1 | 974,4 |
| Totale boekwaarde | 3.003,2 | 2.874,7 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 1.244,6 | 965,9 |
| Belastingen | - 405,9 | - 314,0 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) | 838,7 | 651,9 |
De stijging van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen komt voort uit de lagere verwachte overdrachtsbelasting op vastgoed.
7 Leningen
De Leningen zijn als volgt samengesteld:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Vorderingen op banken | 2.962,2 | 2.068,8 |
| Vorderingen op klanten | 2.696,0 | 2.469,3 |
| Totaal | 5.658,2 | 4.538,1 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - specifiek kredietrisico | - 12,0 | - 9,0 |
| - bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) | - 0,7 | - 0,9 |
| Totaal vorderingen | 5.645,5 | 4.528,2 |
7.1 Vorderingen op banken
De Leningen aan banken zijn als volgt samengesteld:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Rentedragende deposito's | 1.087,7 | 946,4 |
| Achtergestelde leningen | 1.699,0 | 942,3 |
| Omgekeerde terugkoopovereenkomsten | 66,6 | |
| Overige | 108,9 | 180,1 |
| Totaal | 2.962,2 | 2.068,8 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - specifiek kredietrisico | - 1,1 | - 1,2 |
| Vorderingen op banken | 2.961,1 | 2.067,6 |
De Achtergestelde leningen zijn als volgt samengesteld:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Nitsh I (USD 750 miljoen) | 564,5 | 571,2 |
| Nitsh II | 372,2 | 371,1 |
| Fortis Bank 2011 Tier 1 | 762,3 | |
| Totaal Achtergestelde leningen | 1.699,0 | 942,3 |
Nitsh I en II zijn achtergestelde leningen die worden doorgeleend aan BNP Paribas Fortis Bank. De Fortis Bank Tier 1 obligatielening bestaat uit in 2001 uitgegeven obligaties die Ageas conform de 'support agreement' aangegaan door de voormalige moedermaatschappijen van Fortis, tegenwoordig ageas SA/NV en ageas N.V., in het derde kwartaal van 2011 verplicht moest overnemen.
Ageas was verplicht de aflosbare eeuwigdurende cumulatieve obligatielening met een waarde van EUR 952,9 miljoen uitgegeven door BNP Paribas Fortis op 26 september 2011 tegen pari over te nemen als gevolg van het niet-aflossen door BNP Paribas Fortis Bank en de toestemming die de NBB voor deze ruil heeft verleend. De achtergestelde obligaties zijn in 2001 uitgegeven en hebben na de non call een coupon van 3-maands Euribor +2.37%; de obligaties zijn na de eerste calldatum op kwartaalbasis af te lossen.
Door de Europese schuldencrisis bestaat de vrees voor 'bail in' van achtergestelde leningen van banken met het oog op herkapitalisatie van banken. Hierdoor wordt de markt voor deze instrumenten volledig illiquide. Hoewel de BNP Paribas Fortis Bank 2001 Tier 1 obligaties een beursnotering hebben leidde deze notering niet tot een betrouwbare waardering bij de eerste opname van de obligaties op 26 september 2011.
Ageas heeft besloten zelf de reële waarde van de obligaties te bepalen aan de hand van waarderingstechnieken gebaseerd op een nettocontantewaardeberekening, waarbij als belangrijkste inputvariabelen worden gehanteerd: de 237 basispunten spread die op deze effecten wordt betaald, de forward rate curve en waargenomen spreads voor soortgelijke Fortis Bank/BNP Paribas Tier 1 instrumenten per 26 september 2011 en de verwachte calldatum van de obligaties.
Ageas schat dat het rendement op de calldatum per 26 september 2011 13% bedroeg en dat de obligaties begin 2013 zullen worden afgelost aangezien volgens de Basel III 'grandfathering' richtlijnen de effecten per 1 januari 2013 niet langer erkend zullen worden als kapitaal. Daarna vormen de obligaties een relatief dure funding voor BNP Paribas Fortis Bank wat de verwachting dat de obligaties op dat moment worden afgelost, rechtvaardigt. Op basis van deze parameters veronderstelt Ageas dat de reële waarde van de obligaties 88% van de nominale waarde zal bedragen. Ageas paste echter een additionele afwaardering toe van 8% tot 80% omwille van de illiquiditeit en andere waardeverlagingen die op de markt voor achtergestelde bankleningen worden waargenomen. Met een nominale waarde van EUR 952,9 miljoen voor de geruilde obligaties is de reële waarde vastgesteld op EUR 762,3 miljoen.
Het verschil tussen de overnameprijs en het bedrag van de eerste opname is opgenomen als een verlies in de resultatenrekening onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen (zie noot 23). Het verschil wordt naar verwachting de komende kwartalen in de resultatenrekening teruggenomen via de effectieve rentemethode.
Gevoeligheid van de waardering met betrekking tot de gebruikte parameters
Deze waardering is gevoelig voor de hierboven genoemde factoren. De tabel hieronder geeft de impact op de waarde weer van de verschillende combinaties van looptijden en disconteringspercentages rekening houdend met de illiquiditeit op de markt.
| Discontering / Einde looptijd | maart 2013 1) | maart 2014 1) | maart 2015 1) | maart 2016 1) |
|---|---|---|---|---|
| 15% | 86 | 78 | 72 | 67 |
| 14% | 87 | 80 | 74 | 69 |
| 13% | 88 | 82 | 76 | 72 |
| 12% | 89 | 83 | 79 | 75 |
| 11% | 90 | 85 | 81 | 77 |
1) % van de nominale waarde.
7.2 Vorderingen op klanten
De Leningen aan klanten zijn als volgt samengesteld:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Overheid en officiele instellingen | 0,3 | 0,2 |
| Hypothecaire leningen | 1.592,2 | 1.625,7 |
| Leningen aan particulieren | 7,7 | 5,4 |
| Leningen aan ondernemingen | 84,4 | 116,9 |
| Polisbeleningen | 169,7 | 158,5 |
| Overige leningen | 841,7 | 562,6 |
| Totaal | 2.696,0 | 2.469,3 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - specifiek kredietrisico | - 10,9 | - 7,8 |
| - bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) | - 0,7 | - 0,9 |
| Vorderingen op klanten | 2.684,4 | 2.460,6 |
Overige leningen hebben hoofdzakelijk betrekking op leningen aan regionale instellingen en overheidsorganisaties.
8 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen
Ten gevolge van de op 12 mei 2009 gesloten transacties verwierf Ageas voor een totaalbedrag van EUR 760,0 miljoen een belang van 44,7% in Royal Park Investments (RPI), een special purpose vehicle dat een deel van de gestructureerde kredietportefeuille verwierf van Fortis Bank. Het belang wordt gewaardeerd volgens de 'equity methode'.
RPI verwierf van Fortis Bank op de sluitingsdatum een portefeuille gestructureerde kredieten voor een overeengekomen aankoopprijs van EUR 11,7 miljard. De overeenstemmende nominale waarde van de portefeuille kwam per 12 mei 2009 uit op EUR 20,5 miljard. De aankoop is gefinancierd met eigen vermogen ten bedrage van EUR 1,7 miljard, super senior schuld ten bedrage van EUR 5 miljard en senior schuld voor EUR 5 miljard; de senior schuld kent een verliesabsorptiemechanisme. De senior schuld is verstrekt door BNP Paribas en Fortis Bank. Het deel dat gefinancierd is door Fortis Bank is gegarandeerd door de Belgische overheid. Contanten gegenereerd door RPI zullen eerst worden gebruikt om de super senior schuld terug te betalen.
De initiële opname van de investering volgens de 'equity'-methode geschiedt tegen kostprijs, gevolgd door een test op bijzondere waardevermindering van de boekwaarde. Ageas heeft RPI verzocht om de financiële informatie op te stellen in overeenstemming met de Ageas IFRS grondslagen. RPI heeft de verwerving van de portefeuille, de daarmee samenhangende financiering en mensen en processen verantwoord als bedrijfscombinatie onder IFRS. Bij de aankoop is de activaportefeuille tegen marktwaarde opgenomen (EUR 8,2 miljard) en het verschil tussen de aankoopprijs (EUR 11,7 miljard) en de marktwaarde van EUR 3,5 miljard is verantwoord in de IFRS balans van RPI als uitgestelde belastingvordering (EUR 1,2 miljard: 33,9% van EUR 3,5 miljard) en goodwill (EUR 2,3 miljard).
Uitgangspunt bij het beheer van de portefeuille is dat RPI voor de aandeelhouders de maximaal haalbare waarde realiseert, in overeenstemming met de richtlijnen voor het beheer zoals die zijn opgesteld door het bestuur van RPI. Onder de huidige omstandigheden betekent dit een afbouwscenario. In dat geval schrijft IFRS het gebruik van de geamortiseerde kostprijs voor als berekeningsmaatstaf voor de activaportefeuille. Conform IFRS moet voor instrumenten met een variabele rente voor elk instrument de geamortiseerde kostprijs worden herberekend op basis van geactualiseerde kasstroominformatie per actief. RPI beschikt echter niet over dergelijke informatie en het produceren van die informatie zou bovenmatige kosten en inspanningen vergen. Omdat deze informatie ontbreekt en rekening houdend met het feit dat het management toch al gebruik maakt van reële waarde-informatie bij het periodieke monitoren van de activaportefeuille, heeft Ageas besloten de waardering na eerste opname van de activaportefeuille tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening te verwerken.
Voor de bepaling van de kasstromen van de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering zijn diverse aannames gedaan, zoals het verlies bij wanbetaling, de kans op wanbetaling, de ontwikkeling van vervroegde aflossingen, de ontwikkeling van de huizenprijzen, plus aanvullende sector- en geografische gegevens waar relevant. Gezien het feit dat rekening is gehouden met de onzekerheden bij de bepaling van de kasstromen, en het feit dat de financiering van RPI gegarandeerd is, zijn de verwachte kasstromen gedisconteerd tegen 7,8% (31 december 2010: 7,8%), zijnde de risicovrije rentevoet voor de Belgische Staat plus de gebruikelijke normale vermogensopslag.
Omdat de portefeuille van RPI wordt afgebouwd, zullen de winsten in de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering in de loop van de tijd worden gerealiseerd en komt er geen winst uit nieuwe transacties voor in de plaats. De goodwill zal daarom een bijzondere waardevermindering ondergaan in de periode dat de portfolio wordt afgebouwd. De door RPI verantwoorde goodwill vertegenwoordigt voor een belangrijk deel de toekomstige winsten van deze business.
Op basis van de hiervoor genoemde Ageas waarderingsgrondslagen voerde RPI bij het einde van elk kwartaal een test uit op bijzondere waardevermindering van de door RPI opgenomen, bij de acquisitie van de leningenportefeuille en de hiermee samenhangende financiering, goodwill. De uitkomst hiervan was dat in 2011 een bijzondere afwaardering van EUR 586 miljoen van de goodwill nodig was. RPI heeft een IFRS nettoresultaat voor bijzondere waardevermindering van goodwill gerapporteerd van EUR 271 miljoen. Als gevolg hiervan heeft Ageas een negatieve bijdrage aan het nettoresultaat verantwoord van EUR 141 miljoen (31 december 2010: EUR 131 miljoen winst), in overeenstemming met ons aandeel in RPI. Dit resultaat is verantwoord in de lijn Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen. Verder heeft RPI begin 2010 een aantal netto renteswaps gesloten waardoor variabele rente-inkomsten zijn omgezet naar vaste rente-inkomsten. Ageas heeft besloten deze swaps boekhoudkundig te verwerken als kasstroomhedge. Mutaties in de reële waarde worden direct in het eigen vermogen opgenomen (EUR 129 miljoen voor de eerste negen maanden van 2011, waarvan het aandeel van Ageas EUR 58 miljoen bedroeg). Als gevolg van deze twee factoren is de investering van Ageas in RPI gedaald van EUR 933 miljoen eind 2010 naar EUR 850 miljoen.
Aan het eind van het derde kwartaal van 2011 bedroeg de reële waarde van de investeringsportefeuille onder IFRS EUR 6,3 miljard (31 december 2010: EUR 7,0 miljard), bedroeg de goodwill EUR 0,8 miljard (31 december 2010: EUR 1,4 miljard) en bedroegen de uitgestelde belastingvorderingen EUR 0,6 miljard (31 december 2010: EUR 0,7 miljard). De financiering op basis van geamortiseerde kostprijs bedroeg EUR 6,4 miljard (31 december 2010: EUR 7,1 miljard) en het eigen vermogen EUR 1,9 miljard (31 december 2010: EUR 2,1 miljard).
9 Herverzekering en overige vorderingen
Onder Herverzekering en overige vorderingen vallen de uitstaande vorderingen van Ageas op Fortis Capital Company Limited, ABN AMRO en de Nederlandse Staat in verband met de FCC-transactie en de MCS-conversie. De eerste vordering betreft de volledige compensatie voor de betaling (EUR 362,5 miljoen) die Ageas aan Fortis Capital Company Limited (een dochteronderneming van ABN AMRO N.V.) heeft gedaan, waardoor FCC het hierboven vermelde bedrag aan de houders van preferente aandelen kon uitkeren. Ageas heeft besloten deze vordering te verwerken in de beoordeling van de voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie noot 20 Voorzieningen).
De tweede vordering betreft de conversie van de MCS. Op 7 december 2010 heeft Ageas 106,7 miljoen aandelen uitgegeven in verband met de conversie van de MCS. Aangezien de opbrengsten van de MCS-uitgifte naar ABN AMRO zijn gegaan en de overeenkomst tussen de vier partijen Ageas bij conversie een vordering op ABN AMRO gaf, heeft Ageas voor een bedrag van EUR 2 miljard een vordering opgenomen met ABN AMRO als debiteur vanaf het moment van de conversie. De Nederlandse Staat heeft verklaard dat volgens de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance, de Nederlandse staat recht heeft op deze vordering. Ageas heeft hiermee rekening gehouden bij de vorming van een voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie noot 20 Voorzieningen).
10 Call optie op BNP Paribas aandelen
Beschrijving van de rechten
Op basis van de op 12 mei 2009 getekende overeenkomst kreeg Ageas een in contanten af te wikkelen calloptie toegekend door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) waardoor Ageas de mogelijkheid heeft te profiteren van een waardestijging van de waarde van 121.218.054 aandelen van BNP Paribas gehouden door de FPIM. Deze aandelen werden verkregen door de FPIM in ruil voor de verkoop van 75% + 1 aandeel van Fortis Bank. De optie geeft Ageas het recht op het verschil tussen de uitoefenprijs van EUR 68 en de marktprijs van de aandelen van BNP Paribas op het moment van de uitoefening of de verkoopprijs van de onderliggende aandelen van BNP Paribas, naar discretie van de FPIM. Deze rechten hebben 'coupon 42' vervangen. Na de claimemissie van BNP Paribas van 29 september 2009 is de uitoefenprijs verlaagd tot EUR 66,672.
De toegekende rechten omvatten bepaalde niet-standaardkenmerken die afwijken van de op de ISDA-norm gebaseerde optieprotocollen, zoals beperking van de overdraagbaarheid, beperkingen van de vrijheid van uitoefening, gedwongen uitoefening in bepaalde omstandigheden en specifieke aanpassingsmechanismen zoals verwatering en claimemissies.
Na afloop van een lock-up periode op 10 oktober 2010 kan Ageas haar rechten uitoefenen gedurende een periode van zes jaar eindigend op 10 oktober 2016. Ageas heeft verschillende mogelijkheden onderzocht voor monetisatie, maar heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan naar een geleidelijke uitoefening van de opties wanneer deze opties 'in de money' zijn.
Deze optie wordt verantwoordt op basis van de reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening onder Ongerealiseerde winst (verlies) op Calloptie BNP Paribas aandelen.
Waardeberekening
Een theoretische waarde van een individuele optie kan worden berekend op basis van Black-Scholes optiewaarderingstechnieken. Naast waarneembare cijfers in de markt per de verslagdatum zoals de renteopbrengst, de werkelijke en uitoefenprijs van het aandeel en de resterende looptijd van de optie, dient de berekening ook te zijn gebaseerd op veronderstellingen met betrekking tot toekomstig dividend en volatiliteit. Bovendien dient met de nietstandaardkenmerken ook rekening gehouden te worden.
De volgende gegevens zijn gebruikt voor de waardering:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Koers BNP Paribas | EUR 30,05 | EUR 47,685 |
| Uitoefenprijs | EUR 66,672 | EUR 66,672 |
| Volatiliteit | 49% | 33% |
| Dividendrendement | 8,76% | 5,29% |
| Koers per optie tot en met 10 oktober 2016 | EUR 4,260 | EUR 7,180 |
| Theoretische waarde 121,2 miljoen opties | EUR 516 miljoen | EUR 870 miljoen |
| Geschatte waarde, gecorrigeerd voor niet-standaardkenmerken (30%) | EUR 361 miljoen | EUR 609 miljoen |
Volatiliteit
Gezien het grote aantal opties op de BNP Paribas aandelen dat door Ageas wordt gehouden (het vertegenwoordigdt 10,12% van de uitstaande aandelen van BNP Paribas) kan worden verwacht dat monetisatie van de opties effect heeft op de waarde van de verhandelde opties en vandaar dus op de volatiliteit. Ageas heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan tot een geleidelijke uitoefeningsstrategie om de impact op de impliciete volatiliteit op de aandelen en de waarde van de calloptie te minimaliseren. Als gevolg van de verandering naar een geleidelijke uitoefeningsstrategie heeft Ageas, voor de waardering van de calloptie, besloten de volatiliteit te gebruiken die is gebaseerd op de door de markt geobserveerde geëxtrapoleerde impliciete volatiliteit. De waarde van de calloptie bedraagt eind september 2011 EUR 361 miljoen, na aanpassing voor de niet gestandaardiseerde kenmerken.
Gevoeligheidswaardering bij veranderingen in de veronderstellingen
Zowel toegepaste volatiliteit als de veronderstellingen ten aanzien van de dividendopbrengst hebben een significant effect op de waarde van de opties. Een vermindering van de volatiliteit van 10% op 30 september 2011 resulteert in een vermindering van 47,20% van de theoretische waarde van de optie; een toename van de volatiliteit van 10%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 52,35% van de theoretische waarde. Een vermindering van de volatiliteit van 5% op 30 september 2011 resulteert in een vermindering van 24,65% van de theoretische waarde van de optie; een toename van de volatiliteit van 5%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 25,82% van de theoretische waarde. Een verlaging van de dividendopbrengst van 1%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 3,75% van de theoretische waarde, terwijl een verhoging van de dividendopbrengst van 1%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verlaging van 6,8% van de theoretische waarde van de opties.
Aanpassing voor niet-standaard-kenmerken
Gezien de ongewone kenmerken van de rechten zullen professionele marktpartijen een aanzienlijk disconto toepassen op de theoretische waardering. Ageas heeft besloten de theoretische waardering te verlagen met 30% voor deze nietstandaard-kenmerken, op basis van aanwijzingen van professionele marktpartijen die varieerden van 10% tot 50%.
Uitkering van de opbrengsten
Ageas heeft de algemene vergadering van aandeelhouders toegezegd het voordeel van de uitoefening, monetisatie of andere beoogde structuren uit te keren in de vorm van een dividend, voor zover dit door de wet is toegestaan en rekening houdend met eventuele praktische beperkingen.
De Belgische Dienst Voorafgaande Beslissingen heeft bevestigd dat de toewijzing van de BNP Paribas optie niet belastbaar is voor ageas SA/NV. Ageas heeft voldoende compensabele verliezen om geen winstbelasting te hoeven betalen als de meerwaarden op de optie worden gerealiseerd en dat zij dus in staat zal zijn om, voor zover bij de wet toegestaan, de bruto-opbrengsten uit te keren in de vorm van een dividend.
11 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven.
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 23.799,3 | 23.556,9 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 268,2 | 323,0 |
| Aanpassing shadow accounting | 77,5 | 61,1 |
| Voor eliminaties | 24.145,0 | 23.941,0 |
| Eliminaties | - 2,8 | - 2,6 |
| Bruto | 24.142,2 | 23.938,4 |
| Herverzekering | - 36,3 | - 25,2 |
| Netto | 24.105,9 | 23.913,2 |
12 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Levensverzekeringscontracten.
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 26.860,0 | 26.667,6 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 100,5 | 212,0 |
| Aanpassing shadow accounting | 54,7 | 34,2 |
| Bruto | 27.015,2 | 26.913,8 |
| Herverzekering | ||
| Netto | 27.015,2 | 26.913,8 |
13 Verplichtingen inzake unit-linked contracten
De Verplichtingen inzake unit-linked contracten voor rekening en risico van polishouders gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Verzekeringscontracten | 1.501,0 | 1.711,6 |
| Beleggingscontracten | 11.493,3 | 20.119,3 |
| Totaal | 12.994,3 | 21.830,9 |
De afname van de verplichting inzake unit-linked contracten wordt verklaard door het classificeren van Fortis Luxembourg Vie als Gehouden voor verkoop (EUR 7,2 miljard).
14 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten.
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Schadeverplichting | 4.419,3 | 4.377,4 |
| Niet-verdiende premies | 1.607,3 | 1.155,4 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 2,7 | 6,2 |
| Voor eliminaties | 6.029,3 | 5.539,0 |
| Eliminaties | - 90,4 | |
| Bruto | 6.029,3 | 5.448,6 |
| Herverzekering | - 396,8 | - 334,7 |
| Netto | 5.632,5 | 5.113,9 |
De stijging van Niet-verdiende premies houdt verband met de lancering van Tesco Insurance.
15 Schuldbewijzen
De volgende tabel toont de verschillende Schuldbewijzen (EMTN) die Ageas heeft uitgegeven en de bedragen die uitstaan:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Tegen geamortiseerde kostprijs | 154,4 | 365,7 |
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 105,6 | 183,2 |
| Totaal schuldbewijzen | 260,0 | 548,9 |
16 Achtergestelde schulden
De volgende tabel toont de specificatie van de Achtergestelde schulden.
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| FRESH | 1.250,0 | 1.250,0 |
| - Hybrone | 495,9 | 495,4 |
| - Nitsh I | 564,5 | 571,3 |
| - Nitsh II | 568,4 | 540,3 |
| Ageas Hybrid Financing | 1.628,8 | 1.607,0 |
| Overige achtergestelde schulden | 69,6 | 69,9 |
| Totaal achtergestelde schulden | 2.948,4 | 2.926,9 |
FRESH
Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen met een nominale waarde van EUR 250.000 per obligatie. De coupons zijn per kwartaal achteraf betaalbaar tegen een variabele rentevoet gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met 135 basispunten.
De FRESH is uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV en ageas N.V. als mededebiteuren. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 39.682.540 Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend of stemrecht (het per 30 september 2011 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is inclusief de 39.682.540 Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).
In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is. Vanwege deze kenmerken wordt de FRESH behandeld als onderdeel van het voor de toezichthouder kwalificerend vermogen.
De FRESH-obligaties kennen geen vervaldatum, maar kunnen naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 31,50 per aandeel. De obligaties worden automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende handelsdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 47,25.
Ageas Hybrid Financing
In 2006 heeft Ageas een special purpose vehicle opgericht onder de naam Ageas Hybrid Financing S.A., dat eeuwigdurende sterk achtergestelde en onder gelijke condities uitgegeven effecten uitgaf en de opbrengsten daarvan investeerde in instrumenten van (voormalige) werkmaatschappijen van Ageas. Deze instrumenten worden meegenomen in de berekening van de solvabiliteit voor deze entiteiten. De door Ageas Hybrid Financing uitgegeven effecten vallen onder een zogenoemde 'support agreement' en een achtergestelde garantie afgegeven door ageas SA/NV en ageas N.V.
Ageas Hybrid Financing heeft in 2006 een obligatie van EUR 500 miljoen uitgegeven onder de naam 'Hybrone', tegen een coupon van 5,125% tot 20 juni 2016 en driemaands Euribor plus 200 basispunten daarna. In 2008 is een obligatielening genaamd 'Nitsh I' ter waarde van USD 750 miljoen uitgegeven, met een coupon van 8,25%, naast een obligatielening 'Nitsh II' van EUR 625 miljoen met een coupon van 8,0%. De beide Nitsh-instrumenten kunnen voor het eerst opgevraagd worden in 2013.
De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan AG Insurance (EUR 750 miljoen) en aan Fortis Bank SA/NV voor respectievelijk EUR 375 miljoen en USD 750 miljoen. Uit hoofde van de 'Support Agreement' zijn ageas SA/NV en ageas N.V. verplicht om zodanige middelen aan Ageas Hybrid Financing te verstrekken als nodig om de couponverplichtingen te voldoen in ieder jaar dat Ageas een dividenduitkering vaststelt, ofwel om de coupon te betalen via de ACSM indien de entiteiten die de opbrengsten hebben ontvangen de coupons op de doorgeleende leningen niet in contanten voldoen tengevolge van schending van de toepasselijke wettelijke minimale solvabiliteitseisen.
In het geval dat Ageas beneden het wettelijk vereiste minimum solvabiliteitsniveau komt of de geconsolideerde activa kleiner zijn dan de verplichtingen exclusief schulden die niet beschouwd worden als 'Senior Debt' of in het geval dat Ageas Hybrid Financing die keuze maakt, dan wordt de couponbetaling vervangen door een afrekening via de ACSM.
Overige achtergestelde schulden
In de EUR 69,6 miljoen die onder Achtergestelde schulden is verantwoord (31 december 2010: EUR 69,9 miljoen) is een bedrag van EUR 26,1 miljoen begrepen in achtergestelde onderhandse leningen met een looptijd tot 2012. De rest van het bedrag betreft een eeuwigdurende achtergestelde lening van EUR 40,5 miljoen aan Tesco Bank.
17 Leningen
De volgende tabel toont de samenstelling van de Leningen.
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Schulden aan banken | 1.942,3 | 1.898,5 |
| Schulden aan klanten | 111,0 | 91,5 |
| Overige schulden | 136,4 | 151,7 |
| Totaal schulden | 2.189,7 | 2.141,7 |
17.1 Schulden aan banken
De schulden aan banken zijn als volgt samengesteld:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Bank deposito's: | ||
| - Direct opeisbaar | 13,0 | 54,2 |
| - Overige | 68,7 | 37,1 |
| Totaal deposito's | 81,7 | 91,3 |
| Terugkoopovereenkomsten | 1.306,4 | 1.262,8 |
| Overige | 554,2 | 544,4 |
| Totaal schulden aan banken | 1.942,3 | 1.898,5 |
17.2 Schulden aan klanten
De schulden aan klanten zijn als volgt samengesteld:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Deposito's | 0,6 | 0,6 |
| Overige financieringen | 5,5 | 5,1 |
| Depots van herverzekeraars | 104,9 | 85,8 |
| Totaal schulden aan klanten | 111,0 | 91,5 |
18 Uitgestelde belastingen
Een nadere detaillering van de Uitgestelde winstbelastingen is als volgt:
| Balans | Resultatenrekening | |||
|---|---|---|---|---|
| Eerste negen | Eerste negen | |||
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | maanden 2011 | maanden 2010 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen op: | ||||
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | 124,8 | 131,1 | 135,6 | 13,5 |
| Vastgoedbeleggingen | 6,5 | 7,4 | - 1,0 | 1,7 |
| Materiële vaste activa | 43,6 | 41,7 | - 0,6 | 7,5 |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 30,0 | 29,8 | ||
| Verzekeringspolis en claim reserves | 316,4 | 288,1 | 2,4 | - 10,2 |
| Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding | 43,9 | 44,0 | - 0,1 | - 0,2 |
| Overige voorzieningen | 8,3 | 6,7 | 1,3 | 0,4 |
| Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten | 4,6 | 4,3 | 0,3 | 2,9 |
| Niet-aangewende compensabele verliezen | 223,7 | 174,6 | - 8,0 | - 26,8 |
| RPN(I) | 42,8 | 158,1 | ||
| Overige | 116,5 | 85,1 | - 80,6 | 388,8 |
| Bruto uitgestelde belastingvorderingen | 961,1 | 970,9 | 49,3 | 377,6 |
| Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen | - 117,8 | - 114,1 | - 2,1 | 15,5 |
| Netto uitgestelde belastingvorderingen | 843,3 | 856,8 | 47,2 | 393,1 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen op: | ||||
| Afgeleide financiële instrumenten (activa) | 1,0 | 1,2 | 0,3 | 3,6 |
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | 508,9 | 130,4 | 44,5 | - 24,0 |
| Vastgoedbeleggingen | - 3,1 | 3,1 | 8,4 | |
| Vastgoedbeleggingen | 119,5 | 113,6 | - 5,9 | - 4,6 |
| Leningen aan klanten | 3,0 | 3,0 | - | |
| Materiële vaste activa | 211,1 | 208,7 | 1,5 | - 6,2 |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 144,9 | 145,7 | 8,2 | 9,8 |
| Overige voorzieningen | 3,5 | - 0,8 | - 0,4 | |
| Overlopende acquisitiekosten | 52,2 | 46,3 | - 5,8 | - 6,0 |
| Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten | 1,6 | 1,6 | 0,1 | 0,1 |
| Belastingvrij gerealiseerde reserves | 43,8 | 45,4 | 1,7 | 2,1 |
| BNP Paribas call optie | 106,6 | 207,0 | ||
| Overige | 100,7 | 171,8 | 76,8 | 15,0 |
| Totaal uitgestelde belastingverplichtingen | 1.293,7 | 1.073,9 | 124,5 | - 2,2 |
| Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) | 171,7 | 390,9 | ||
| Netto uitgestelde belastingen | - 450,4 | - 217,1 |
Uitgestelde belastingvorderingen en belastingverplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om acute belastingvorderingen te salderen met acute belastingverplichtingen en de uitgestelde belastingen dezelfde belastingautoriteit betreffen. De volgende salderingen zijn toegepast:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen | 331,6 | 465,2 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 782,0 | 682,3 |
| Netto uitgestelde belastingen | - 450,4 | - 217,1 |
19 RPN(I)
De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van Fortis Bank SA/NV.
Mechanisme
De betaling per kwartaal wordt vastgesteld als het gemiddelde van de rentebetalingen tegen een rente op jaarbasis van 3-maands EURIBOR plus 20 basispunten op basis van een referentiebedrag zoals dat op iedere handelsdag wordt berekend.
Het referentiebedrag wordt gedefinieerd als:
- het verschil tussen EUR 3.000 miljoen en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd op de beurs van Luxemburg, minus
- het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 125.313.283 aandelen Ageas.
Als het referentiebedrag positief is, betaalt Fortis Bank SA/NV over het referentiebedrag rente aan Ageas. Is dat referentiebedrag negatief, dan betaalt Ageas over het referentiebedrag rente aan Fortis Bank SA/NV.
Staatsgarantie
In het voordeel van Fortis Bank SA/NV heeft de Belgische staat een staatsgarantie uitgegeven op de door Ageas betaalde RPN(I) rente. De jaarlijkse garantievergoeding bedraagt 70 basispunten over het referentiebedrag. Om de betaling van de vergoeding en de middelen van de Belgische staat in geval van wanbetaling te garanderen, garandeert Ageas de Belgische staat een maximum van 20% aandelen AG Insurance.
Reële waarde van RPN(I)
Voor de berekening van de marktwaarde van de RPN(I) heeft Ageas het level 3-waarderingsmodel gehanteerd gebaseerd op de waarderingstechnieken van financiële derivaten die eind 2009 zijn geïntroduceerd. Op 30 september 2011 bedroeg de totale verplichting inzake RPN(I) EUR 145 miljoen (waarvan EUR 127 miljoen is gerelateerd aan de RPN(I)-verplichting zelf en EUR 18 miljoen aan de garantieovereenkomst tussen Ageas, de Belgische Staat en Fortis Bank). Vergeleken met EUR 465 miljoen eind 2010 heeft dit een positieve impact op het resultaat van EUR 320 miljoen. Dit bedrag kan gesplitst worden in (i) EUR 273 miljoen voor de daling van de nettocontante waarde van de geschatte driemaandelijkse interest betalingen onder het RPN(I) mechanisme en (ii) EUR 47 miljoen minder verplichting verbandhoudend met de garantieovereenkomst tussen de Belgische staat en Ageas.
De daling van de reële waarde sinds het begin van het jaar is het gevolg van (i) een daling van het referentiebedrag, (ii) een toename van de veronderstelde Ageas spreads en (iii) andere marktomstandigheden, inclusief een lagere langetermijnrente.
Referentiewaarden
Per 30 september 2011 sloten de CASHES op 33% en sloot de koers van het Ageas aandeel op EUR 1,31. Dit heeft geleid tot een daling van de referentiewaarde (de 'Relative Performance Note' ofwel de RPN verantwoord bij Fortis Bank) van (negatief) EUR 642 miljoen op 31 december 2010 naar (negatief) EUR 185 miljoen.
Op 30 september 2011 stond de 3-maands EURIBOR op 1,56%. De totale rentebetaling aan Fortis Bank over de eerste negen maanden bedroeg EUR 8,9 miljoen. Het totale bedrag dat aan de Belgische Staat betaald is over dezelfde periode uit hoofde van de garantieovereenkomst tussen beide partijen bedroeg EUR 4,1 miljoen.
Veronderstellingen
Ageas heeft de volgende veronderstellingen aangenomen om de marktwaarde van de RPN(I) te bepalen en voor de garantiebetalingen per 30 september 2011:
- De koers van het aandeel Ageas is geschat met behulp van een standaard geometrisch Brownian bewegingsmodel, waarbij is uitgegaan van een oorspronkelijke koers van EUR 1,31, de slotkoers per 30 september 2011, en een gemiddeld dividendrendement van 6,1% over de verwachte looptijd van het instrument en consistent met het waargenomen dividendrendement van 2010 gebaseerd op de slotkoers van de aandelen op 30 september 2011. De volatiliteit van de aandelenkoers die gebruikt is, bedraagt 69% en is gebaseerd op de impliciete volatiliteit van de 3-maands opties per einde september 2011.
- De prijs van de CASHES is geschat op basis van de op de CASHES van toepassing zijnde termijnspread curve met een extra stochastische afwijking, een risicovrij rentemodel afgestemd op de markt en spread curves afgestemd op de marktwaarde van de CASHES van 33% eind september 2011. Voor modelleringsdoeleinden is verondersteld dat de CASHES een constante looptijd van 50 jaar hebben op ieder moment in de toekomst, waarna de bijdrage van de verdisconteerde vrije kasstromen te verwaarlozen zal zijn.
- De huidige en toekomstige risicovrije rentevoet zijn afgeleid van marktgegevens per 30 september 2011 en zijn geschat aan de hand van een standaard arbitragevrij rentemodel.
- In het waarderingsmodel wordt tevens rekening gehouden met de mogelijkheid van conversie die in de CASHES is ingebouwd, tegen een koers van EUR 23,94 (naar keuze) en EUR 35,91 (automatisch). De betaling van buitengewoon dividend ter waarde van de BNP Paribas optie heeft een verwaarloosbaar effect op de waarde en is genegeerd.
- De geschatte toekomstige rentebetalingen en de geschatte kosten van de garantie worden verdisconteerd tegen een disconteringsvoet waarbij rekening is gehouden met de risico's in verband met de verplichtingen van Ageas zoals de RPN(I), gebaseerd op een constante spread van 685 basispunten gekalibreerd om een disconteringsvoet van andere eeuwigdurende senior marktinstrumenten van Ageas te reflecteren.
Gevoeligheden
De gevoeligheid van de reële waarde van de RPN(I) voor de veranderingen in de factoren kan als volgt worden samengevat, ervan uitgaande dat de andere factoren constant blijven:
- een toename ten opzichte van de oorspronkelijke koers van het aandeel Ageas naar EUR 1,77 verlaagt de reële waarde met EUR 12 miljoen naar EUR 133 miljoen; een daling van de startwaarde naar EUR 0,85 verhoogt de reële waarde met EUR 10 miljoen naar EUR 155 miljoen;
- een toename in de marktwaarde van de CASHES tot 43% verhoogt de reële waarde met EUR 88 miljoen naar EUR 233 miljoen; een daling tot 23% vermindert de waarde met EUR 97 miljoen naar EUR 48 miljoen.
- een toename van de risicovrije rentevoet met 50 basispunten langs de rentevoet curve verhoogt de reële waarde met EUR 2 miljoen naar EUR 147 miljoen; een afname met 50 basispunten verlaagt de reële waarde met EUR 1 miljoen naar EUR 146 miljoen;
- een daling van de risicovrije rentevoet met 100 basispunten langs de rentevoet curve verhoogt de reële waarde met EUR 19 miljoen naar EUR 164 miljoen; een stijging met 100 basispunten verlaagt de reële waarde met EUR 6 miljoen naar EUR 139 miljoen;
Indien uitgegaan wordt van gunstiger voorwaarden voor de vier belangrijkste factoren in het model (een koers van het aandeel Ageas van EUR 1,77, een marktwaarde van de CASHES van 23%, een afvlakkende risicovrije rentevoet curve van 50 basispunten en een 100 basispunten hogere rentevoet), dan daalt de reële waarde van de RPN(I) tot EUR 41 miljoen.
Indien uitgegaan wordt van de minder gunstige voorwaarden voor de vier factoren (een koers van het aandeel Ageas van EUR 0,85, een marktwaarde voor de CASHES van 43%, een opwaartse risicovrije rentevoet curve met 50 basispunten en een 100 basispunten lagere rentevoet), dan neemt de reële waarde van de RPN(I) toe tot EUR 293 miljoen.
De reële waarde van de RPN(I) vertoont geen gevoeligheid voor de verwachte koersvolatiliteit en het dividendrendement van het Ageas aandeel.
20 Voorzieningen
De post Voorzieningen bestaan uit voorzieningen voor fiscale zaken en juridische zaken. De voorzieningen zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op jaareinde waarbij rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische en fiscale adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van geschillen.
Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt:
| 30 september 2011 | 31 december 2010 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.407,6 | 34,2 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 2,9 | 3,0 |
| Toename voorziening | 41,7 | 2.381,6 |
| Terugname niet-gebruikte voorzieningen | - 2,1 | - 3,0 |
| Aanwendingen in de loop van het jaar | - 40,3 | - 8,6 |
| Omrekeningsverschillen | 0,4 | |
| Overige | 1,4 | |
| Stand per einde periode | 2.405,4 | 2.407,6 |
Ageas heeft in 2010 een voorziening voor een bedrag van EUR 2.362 miljoen getroffen voor de uitstaande geschillen met de Nederlandse Staat. Deze geschillen vloeien voort uit de uiteenlopende interpretatie van de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance door Ageas aan de Nederlandse Staat in oktober 2008. De Nederlandse Staat is van mening dat zij op basis van het akkoord (het 'Term Sheet') dat aan de verkoop ten grondslag ligt:
- eigenaar is van de vordering van EUR 2 miljard op ABN AMRO uit hoofde van de conversie van de MCS (zie ook noot 9);
- eigenaar is van de vordering van EUR 362 miljoen op FCC/ABN AMRO in verband met de FCC-transactie (zie ook noot 9);
- recht heeft op circa EUR 885 miljoen in verband met een kapitaalgarantie in de verkoopdocumentatie (zie noot 28).
Zoals door beide partijen is gemeld, streven de Nederlandse Staat en Ageas naar een minnelijke schikking. In die schikking zou een oplossing moeten worden gevonden voor het geschil over het eigendom van de vorderingen op ABN AMRO in verband met de FCC- en MCS-transacties alsmede de kapitaalgarantie. Ageas is van mening dat een voorziening van EUR 2.362 miljoen voldoende is om een potentiële uitstroom van gelden in verband met de schikking te dekken.
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening
21 Verzekeringspremies
Hieronder volgt een overzicht van de bruto verdiende premies.
| Eerste | Eerste | |
|---|---|---|
| negen maanden 2011 | negen maanden 2010 | |
| Bruto premie-inkomen Leven | 5.280,2 | 6.870,5 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 3.144,5 | 2.377,8 |
| Eliminaties | - 1,3 | 0,2 |
| Totaal bruto premie-inkomen | 8.423,4 | 9.248,5 |
In de eerste negen maanden van 2011 heeft EUR 1.403,0 miljoen betrekking op premies inzake beleggingscontracten zonder DPF waarop deposit accounting van toepassing is (in de eerste negen maanden van 2010: EUR 1.919,4 miljoen). De premies verantwoord in de Geconsolideerde resultatenrekening bedragen voor de eerste negen maanden van 2011: EUR 7.020,4 miljoen (eerste negen maanden 2010 EUR: 7.329,1 miljoen).
Leven
In de onderstaande tabel worden de Levensverzekeringspremies weergegeven.
| Eerste | Eerste | |
|---|---|---|
| negen maanden 2011 | negen maanden 2010 | |
| Unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 10,6 | 6,8 |
| Geboekte periodieke premies | 64,0 | 68,5 |
| Totaal collectief | 74,6 | 75,3 |
| Geboekte eenmalige premies | 49,7 | 40,7 |
| Geboekte periodieke premies | 25,2 | 29,3 |
| Totaal individueel | 74,9 | 70,0 |
| Totaal unit-linked contracten | 149,5 | 145,3 |
| Niet unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 215,1 | 228,3 |
| Geboekte periodieke premies | 555,9 | 559,7 |
| Totaal collectief | 771,0 | 788,0 |
| Geboekte eenmalige premies | 453,1 | 566,6 |
| Geboekte periodieke premies | 554,9 | 554,8 |
| Totaal individueel | 1.008,0 | 1.121,4 |
| Totaal niet unit-linked contracten | 1.779,0 | 1.909,4 |
| Beleggingscontracten met DPF | ||
| Geboekte eenmalige premies | 1.643,5 | 2.595,0 |
| Geboekte periodieke premies | 305,2 | 301,4 |
| Totaal beleggingscontracten met DPF | 1.948,7 | 2.896,4 |
| Totaal geboekte premies Leven | 3.877,2 | 4.951,1 |
| Geboekte eenmalige premies | 1.294,7 | 1.751,8 |
| Geboekte periodieke premies | 108,3 | 167,6 |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 1.403,0 | 1.919,4 |
| Totaal bruto premie-inkomen Leven | 5.280,2 | 6.870,5 |
Het totale premie-inkomen bij Levensverzekeringen bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. Het premieinkomen van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.
Niet-leven
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de verzekeringspremies Niet-leven gedurende de periode. De verzekeringspremies voor Auto, Brand en Overige zijn samengevoegd onder Overige Niet-leven.
| Ongevallen en | Overige | ||
|---|---|---|---|
| Ziekte | Niet-leven | Totaal | |
| Eerste negen maanden 2011 | |||
| Bruto geboekte premies | 597,5 | 2.547,0 | 3.144,5 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | - 20,2 | - 433,7 | - 453,9 |
| Bruto verdiende premies | 577,3 | 2.113,3 | 2.690,6 |
| Afgegeven herverzekeringspremies | - 21,2 | - 134,0 | - 155,2 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | - 0,7 | 7,2 | 6,5 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 555,4 | 1.986,5 | 2.541,9 |
| Eerste negen maanden 2010 | |||
| Bruto geboekte premies | 585,4 | 1.792,4 | 2.377,8 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | - 26,8 | - 105,8 | - 132,6 |
| Bruto verdiende premies | 558,6 | 1.686,6 | 2.245,2 |
| Afgegeven herverzekeringspremies | - 22,0 | - 105,2 | - 127,2 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | - 0,8 | 0,4 | - 0,4 |
De verdeling van de netto verdiende premies uit Niet-levensverzekeringen per segment is als volgt:
| Ongevallen en | Overige | ||
|---|---|---|---|
| Ziekte | Niet-leven | Totaal | |
| Eerste negen maanden 2011 | |||
| België | 343,0 | 853,9 | 1.196,9 |
| UK | 47,9 | 1.011,3 | 1.059,2 |
| Continentaal Europa | 164,5 | 121,3 | 285,8 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 555,4 | 1.986,5 | 2.541,9 |
Netto verdiende premies Niet-leven 535,8 1.581,8 2.117,6
| Netto verdiende premies Niet-leven | 535,8 | 1.581,8 | 2.117,6 |
|---|---|---|---|
| Continentaal Europa | 150,2 | 122,4 | 272,6 |
| UK | 43,8 | 648,9 | 692,7 |
| België | 341,8 | 810,5 | 1.152,3 |
| Eerste negen maanden 2010 |
22 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten
De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividenden en de overige beleggingsbaten.
| Eerste | Eerste | |
|---|---|---|
| negen maanden 2011 | negen maanden 2010 | |
| Rentebaten | ||
| Rentebaten op kasequivalenten | 24,7 | 26,1 |
| Rentebaten uit vorderingen op banken | 82,9 | 68,8 |
| Rentebaten op beleggingen | 1.623,2 | 1.636,5 |
| Rentebaten uit vorderingen op klanten | 90,7 | 91,0 |
| Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 29,8 | 36,1 |
| Overige rentebaten | 8,1 | 8,5 |
| Totaal rentebaten | 1.859,4 | 1.867,0 |
| Dividenden op aandelen | 59,2 | 36,9 |
| Huurbaten uit vastgoedbelegging | 125,1 | 103,1 |
| Opbrengsten parkeergarage | 200,6 | 192,8 |
| Overige baten op beleggingen | 47,1 | 46,4 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 2.291,4 | 2.246,2 |
23 Resultaat op verkoop en herwaarderingen
De onderstaande tabel geeft een specificatie van het Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
| Eerste | Eerste | |
|---|---|---|
| negen maanden 2011 | negen maanden 2010 | |
| Obligaties aangehouden voor verkoop | 261,5 | - 18,5 |
| Aandelen aangehouden voor verkoop | - 68,6 | 24,6 |
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | - 64,2 | - 74,9 |
| Vastgoedbeleggingen | 27,8 | |
| Gerealiseerde winst op de verkoop van aandelen van dochtermaatschappijen | - 15,0 | - 1,8 |
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 6,6 | 8,3 |
| Materiële vaste activa | 0,4 | 7,8 |
| Activa en verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 2,0 | 15,0 |
| Afdekkingsresultaten | 0,2 | 0,1 |
| Overige | - 189,9 | 57,2 |
| Totaal Resultaat op verkoop en herwaarderingen | - 67,0 | 45,6 |
De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.
Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.
De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.
De post Overig heeft in 2011 voornamelijk betrekking op het ongerealiseerde verlies op de Tier 1 lening, bestaande uit het verschil tussen de nominale waarde van de uitgeruilde obligaties (EUR 952,9 miljoen) en de reële waarde van deze effecten (EUR 762,3 miljoen) (zie noot 7). Het verschil wordt naar verwachting de komende kwartalen in de resultatenrekening teruggenomen via de effectieve rentemethode.
24 Schadelasten en uitkeringen
De opbouw van de Schadelasten en uitkeringen is als volgt.
| Eerste | Eerste | |
|---|---|---|
| negen maanden 2011 | negen maanden 2010 | |
| Levensverzekeringen | 4.447,4 | 5.604,6 |
| Niet-levensverzekeringen | 1.766,9 | 1.514,5 |
| Algemeen en eliminaties | - 2,1 | - 2,1 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen, netto | 6.212,2 | 7.117,0 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.
| Eerste | Eerste | |
|---|---|---|
| negen maanden 2011 | negen maanden 2010 | |
| Uitkeringen en afkopen, bruto | 3.673,2 | 2.765,2 |
| Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto | 805,9 | 2.863,0 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto | 4.479,1 | 5.628,2 |
| Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen | - 31,7 | - 23,6 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto | 4.447,4 | 5.604,6 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering.
| Eerste | Eerste | |
|---|---|---|
| negen maanden 2011 | negen maanden 2010 | |
| Schaden, bruto | 1.616,0 | 1.457,1 |
| Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto | 207,7 | 136,4 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto | 1.823,7 | 1.593,5 |
| Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten | - 1,9 | - 33,0 |
| Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden | - 54,9 | - 46,0 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto | 1.766,9 | 1.514,5 |
25 Financieringslasten
De onderstaande tabel toont de Financieringslasten per product.
| Eerste | Eerste | |
|---|---|---|
| negen maanden 2011 | negen maanden 2010 | |
| Financieringslasten | ||
| Schuldbewijzen | 16,1 | 36,8 |
| Achtergestelde schulden | 118,2 | 116,6 |
| Leningen - verschuldigd aan banken | 43,7 | 19,9 |
| Leningen - verschuldigd aan klanten | 4,5 | 5,0 |
| Overige financieringen | 6,6 | 10,1 |
| Derivaten | 13,9 | 7,6 |
| Overige schulden | 32,7 | 27,0 |
| Totaal financieringslasten | 235,7 | 223,0 |
26 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen
De wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
| Eerste | Eerste | |
|---|---|---|
| negen maanden 2011 | negen maanden 2010 | |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op: | ||
| Beleggingen in obligaties | 1.083,7 | - 4,6 |
| Beleggingen in aandelen en overige beleggingen | 183,7 | 25,1 |
| Vastgoedbeleggingen | - 12,4 | 2,2 |
| Leningen aan klanten | 1,3 | - 0,4 |
| Herverzekering en overige vorderingen | - 1,1 | 2,4 |
| Materiële vaste activa | - 1,3 | 0,5 |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1,7 | 34,6 |
| Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 1.255,6 | 59,8 |
De lijn Beleggingen in obligaties heeft primair betrekking op de bijzondere waardevermindering van Griekse obligaties op alle vervaldata.
Toelichting op de segmentrapportage
27 Segmentinformatie
27.1 Algemene informatie
In september 2009 kondigde Ageas een nieuwe organisatiestructuur aan gebaseerd op een beperkte Executive Committee en een Management Committee bestaande uit het Executive Committee, de CEO's van vier geografische regio's en de CFO. Deze structuur is vanaf 1 januari 2010 operationeel.
Ageas is nu georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):
- België;
- Verenigd Koninkrijk;
- Continentaal Europa;
- Azië;
- Algemene Rekening.
Ageas heeft besloten dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in Algemene Rekening als separaat operationeel segment. Als gevolg van de verandering in de samenstelling van te rapporteren segmenten heeft Ageas de vergelijkende items ten aanzien van segmentinformatie van eerdere periodes aangepast.
De segmentrapportage van Ageas reflecteert de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.
Allocatieregels
In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de business.
Bij het alloceren van balansposten aan operationele segmenten wordt een bottom-up aanpak gehanteerd, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.
Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.
27.2 België
De Belgische verzekeringsactiviteiten, sinds juni 2009 onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft meer dan 2,5 miljoen klanten. 75 tot 80% van het totale premie-inkomen komt uit Leven en 20 tot 25% uit Niet-leven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven- en Niet-leven, die zowel verkocht worden aan particulieren als aan kleine en middelgrote bedrijven. Zij voert een multichannel strategie met distributie via meer dan 3.000 onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis Bank en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis Bank 25% eigenaar van AG Insurance.
27.3 Verenigd Koninkrijk
In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-leven; in 2008 werden verwante nieuwe levensverzekeringsactiviteiten gelanceerd. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van bedrijfsverzekeringen. De onderverdeling is circa 82% particuliere verzekeringen, 16% bedrijfsverzekeringen en 2% Leven. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multichannel distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinity-partners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich RIAS en Castle Cover, die meer dan een miljoen klanten hebben in het groeiende marktsegment van 50-plussers, en Ageas Insurance Solutions, die 'white label' oplossingen biedt aan affinity-partners, alsook outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van het eigen merk en van Kwik-Fit Insurance Services. De succesvolle start van Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband met Tesco Bank (49%) en de integratie van de overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services versterken de diverse marktposities van Ageas in het Verenigd Koninkrijk.
Ageas splitst de resultaten van het Verenigd Koninkrijk op in drie deelsegmenten: Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen. Tot die laatste categorie behoren de resultaten uit de retailactiviteiten.
27.4 Continentaal Europa
Continentaal Europa bestaat uit de Europese verzekeringsactiviteiten van Ageas, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Het segment omvat zes landen met leidinggevende posities in volgroeide markten als Portugal (51% eigendom) en Luxemburg (50% eigendom), kleinere posities in Frankrijk en Duitsland (beiden 100% eigendom), het samenwerkingsverband in Niet-leven in Italië (25% eigendom) en het onlangs verworven belang in Turkije (31%). In 2010 had ongeveer 89% van het totale inkomen betrekking op Leven, aangevuld met activiteiten Niet-leven in Portugal en Italië. Als onderdeel van de strategische evaluatie in 2009 werden in het segment Continentaal Europa een aantal initiatieven genomen om de portefeuille te stroomlijnen. Dit heeft geleid tot de verkoop van de activiteiten Niet-leven in Luxemburg en van de Leven-activiteiten in Turkije, Duitsland en Oekraïne. De Russische activiteiten zijn stopgezet.
27.5 Azië
Ageas is actief in vijf landen in Azië. Het regionale kantoor bevindt zich in Hongkong en de dochteronderneming in Hongkong is in volledig eigendom. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (8-24,9% eigendom), Maleisië (30,95% eigendom), Thailand (8- 31% eigendom) en India (26% eigendom). Ageas rapporteert op geconsolideerde basis over de activiteiten in Hong Kong, terwijl de andere ondernemingen als geassocieerde deelnemingen worden verantwoord.
27.6 Algemene Rekening
De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de houdstermaatschappij(en). Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas en de verplichtingen uit hoofde van de CASHES (RPN(I)), Intreinco N.V. (voorheen Ageas Reinsurance N.V.) en de vorderingen op ABN AMRO.
27.7 Balans per operationeel segment
| 30 september 2011 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal | |||||||
| België | UK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.570,8 | 250,5 | 221,6 | 152,8 | 337,5 | 2.533,2 | |
| Financiële beleggingen | 43.995,6 | 2.234,3 | 7.972,5 | 1.234,2 | 13,5 | - 12,7 | 55.437,4 |
| Vastgoedbeleggingen | 1.965,6 | 25,1 | 0,4 | 1.991,1 | |||
| Leningen | 2.785,8 | 357,3 | 128,7 | 3.587,9 | - 1.214,2 | 5.645,5 | |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 5.988,3 | 6.683,3 | 344,6 | - 51,8 | 12.964,4 | ||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 149,3 | 155,0 | 605,3 | 875,9 | 9,6 | 1.795,1 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 1.018,4 | 723,6 | 195,9 | 50,5 | 2.370,7 | - 7,5 | 4.351,6 |
| Actuele belastingvorderingen | 36,5 | 7,2 | 43,7 | ||||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 46,5 | 4,7 | 157,6 | 122,8 | 331,6 | ||
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 361,2 | 361,2 | |||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.331,6 | 360,7 | 284,8 | 183,2 | 49,4 | - 19,2 | 2.190,5 |
| Materiële vaste activa | 1.034,9 | 49,1 | 5,6 | 3,4 | 1,5 | 1.094,5 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 376,0 | 301,6 | 507,3 | 504,9 | 1.689,8 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | 8.223,8 | 8.223,8 | |||||
| Totaal activa | 60.299,3 | 3.931,7 | 16.566,0 | 3.208,0 | 15.944,2 | - 1.295,8 | 98.653,4 |
| Verplichtingen | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 20.535,8 | 2.513,2 | 1.096,0 | - 2,8 | 24.142,2 | ||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 22.080,1 | 4.934,0 | 1,1 | 27.015,2 | |||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 5.988,4 | 6.661,3 | 344,6 | 12.994,3 | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven | 3.223,4 | 2.169,5 | 636,4 | 6.029,3 | |||
| Schuldbewijzen | 260,0 | 260,0 | |||||
| Achtergestelde schulden | 894,1 | 155,4 | 28,0 | 75,2 | 2.956,8 | - 1.161,1 | 2.948,4 |
| Leningen | 1.789,5 | 98,6 | 245,8 | 73,7 | 87,2 | - 105,1 | 2.189,7 |
| Actuele belastingschulden | 87,3 | 6,0 | 3,9 | 6,5 | 103,7 | ||
| Uitgestelde belastingschulden | 542,4 | 50,2 | 66,6 | 122,8 | 782,0 | ||
| RPN(I) | 145,0 | 145,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.371,4 | 427,8 | 181,5 | 61,8 | 162,6 | - 26,5 | 2.178,6 |
| Voorzieningen | 18,0 | 4,2 | 15,5 | 2.367,7 | 2.405,4 | ||
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | 7.960,5 | 7.960,5 | |||||
| Totaal verplichtingen | 56.530,4 | 2.911,7 | 15.286,2 | 1.658,9 | 14.062,6 | - 1.295,5 | 89.154,3 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 2.729,7 | 940,6 | 862,5 | 1.549,1 | 1.845,9 | - 0,3 | 7.927,5 |
| Minderheidsbelangen | 1.039,2 | 79,4 | 417,3 | 35,7 | 1.571,6 | ||
| Totaal eigen vermogen | 3.768,9 | 1.020,0 | 1.279,8 | 1.549,1 | 1.881,6 | - 0,3 | 9.499,1 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 60.299,3 | 3.931,7 | 16.566,0 | 3.208,0 | 15.944,2 | - 1.295,8 | 98.653,4 |
| Aantal werknemers | 5.757 | 5.110 | 1.062 | 345 | 107 | 12.381 |
| 31 december 2010 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal | |||||||
| België | UK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 389,3 | 184,8 | 270,8 | 154,0 | 2.259,4 | 3.258,3 | |
| Financiële beleggingen | 44.191,0 | 1.741,1 | 9.010,2 | 1.014,6 | 307,0 | - 31,4 | 56.232,5 |
| Vastgoedbeleggingen | 1.874,2 | 25,7 | 0,4 | 1.900,3 | |||
| Leningen | 2.563,0 | 447,9 | 121,5 | 2.670,1 | - 1.274,3 | 4.528,2 | |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 6.687,2 | 14.747,9 | 390,3 | - 78,1 | 21.747,3 | ||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 104,6 | 5,4 | 660,2 | 954,0 | 8,3 | 1.732,5 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 712,4 | 477,9 | 275,5 | 52,2 | 2.405,8 | - 95,3 | 3.828,5 |
| Actuele belastingvorderingen | 34,5 | 2,6 | 34,4 | 71,5 | |||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 145,5 | 11,3 | 95,0 | 213,3 | 465,1 | ||
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 609,0 | 609,0 | |||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.269,6 | 244,3 | 301,5 | 155,3 | 105,9 | - 34,1 | 2.042,5 |
| Materiële vaste activa | 1.019,5 | 35,4 | 6,8 | 2,6 | 0,7 | 1.065,0 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 388,0 | 241,2 | 535,1 | 521,6 | 0,1 | 1.686,0 | |
| Activa aangehouden voor verkoop | |||||||
| Totaal activa | 59.378,8 | 2.938,6 | 25.756,2 | 3.072,7 | 9.525,3 | - 1.504,9 | 99.166,7 |
| Verplichtingen | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 20.077,8 | 2.835,7 | 1.027,5 | - 2,6 | 23.938,4 | ||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 21.433,9 | 5.478,6 | 1,3 | 26.913,8 | |||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 6.687,2 | 14.753,4 | 390,3 | 21.830,9 | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven | 3.141,4 | 1.602,2 | 617,9 | 177,5 | - 90,4 | 5.448,6 | |
| Schuldbewijzen | 548,9 | 548,9 | |||||
| Achtergestelde schulden | 892,8 | 156,5 | 28,0 | 76,3 | 2.961,1 | - 1.187,8 | 2.926,9 |
| Leningen | 1.766,3 | 125,5 | 240,5 | 74,4 | 99,6 | - 164,6 | 2.141,7 |
| Actuele belastingschulden | 34,2 | 3,1 | 4,5 | 4,6 | 46,4 | ||
| Uitgestelde belastingschulden | 359,7 | 32,9 | 73,0 | 216,7 | 682,3 | ||
| RPN(I) | 465,0 | 465,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.328,2 | 164,2 | 263,2 | 58,0 | 195,8 | - 62,4 | 1.947,0 |
| Voorzieningen | 16,8 | 6,3 | 16,8 | 2.367,7 | 2.407,6 | ||
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | |||||||
| Totaal verplichtingen | 55.738,3 | 2.090,7 | 24.311,6 | 1.632,4 | 7.032,3 | - 1.507,8 | 89.297,5 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 2.632,0 | 776,1 | 893,1 | 1.440,3 | 2.502,7 | 2,9 | 8.247,1 |
| Minderheidsbelangen | 1.008,5 | 71,8 | 551,5 | - 9,7 | 1.622,1 | ||
| Totaal eigen vermogen | 3.640,5 | 847,9 | 1.444,6 | 1.440,3 | 2.493,0 | 2,9 | 9.869,2 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 59.378,8 | 2.938,6 | 25.756,2 | 3.072,7 | 9.525,3 | - 1.504,9 | 99.166,7 |
| Aantal werknemers | 5.705 | 4.327 | 1.270 | 320 | 85 | 11.707 |
27.8 Resultatenrekening per operationeel segment
| Eerste negen maanden 2011 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal | |||||||
| België | UK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Baten | |||||||
| - Bruto premies 1) | 4.373,6 | 1.558,6 | 919,3 | 170,2 | - 1,0 | - 0,3 | 7.020,4 |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 51,2 | - 400,8 | - 1,8 | - 453,8 | |||
| - Afgegeven herverzekeringspremies | - 48,9 | - 71,8 | - 71,8 | - 19,6 | 0,1 | - 212,0 | |
| Netto verdiende premies | 4.273,5 | 1.086,0 | 845,7 | 150,6 | - 0,9 | - 0,3 | 6.354,6 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 1.810,5 | 46,0 | 272,2 | 44,5 | 170,9 | - 52,7 | 2.291,4 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 247,8 | - 247,8 | |||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 320,0 | 320,0 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 138,0 | 6,8 | - 12,8 | 3,0 | - 202,0 | - 67,0 | |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | - 300,6 | - 674,9 | - 83,6 | - 1.059,1 | |||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 6,1 | 1,3 | 61,2 | - 140,0 | 0,7 | - 70,7 | |
| Commissiebaten | 69,2 | 92,6 | 136,0 | 28,2 | 326,0 | ||
| Overige baten | 121,2 | 80,9 | 3,5 | 2,0 | 2,9 | - 11,0 | 199,5 |
| Totale baten | 6.117,9 | 1.312,3 | 571,0 | 205,9 | - 96,9 | - 63,3 | 8.046,9 |
| Lasten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 4.484,7 | - 815,2 | - 869,2 | - 133,7 | - 5,1 | 0,3 | - 6.307,6 |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 16,8 | 36,0 | 29,6 | 6,1 | 6,9 | 95,4 | |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 4.467,9 | - 779,2 | - 839,6 | - 127,6 | 1,8 | 0,3 | - 6.212,2 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | 293,3 | 705,8 | 82,3 | 1.081,4 | |||
| Financieringslasten | - 82,0 | - 12,6 | - 3,4 | - 10,7 | - 179,7 | 52,7 | - 235,7 |
| Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen | - 1.118,9 | - 136,2 | - 0,3 | - 0,2 | - 1.255,6 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | - 1,3 | 2,0 | - 0,3 | 0,4 | |||
| Commissielasten | - 452,9 | - 234,1 | - 136,9 | - 51,1 | - 0,6 | - 875,6 | |
| Personeelskosten | - 319,4 | - 129,9 | - 65,3 | - 18,8 | - 13,9 | - 1,5 | - 548,8 |
| Overige lasten | - 463,3 | - 68,7 | - 104,5 | - 5,7 | - 35,2 | 11,0 | - 666,4 |
| Totale lasten | - 6.612,4 | - 1.222,5 | - 580,4 | - 131,9 | - 227,8 | 62,5 | - 8.712,5 |
| Winst voor belastingen | - 494,5 | 89,8 | - 9,4 | 74,0 | - 324,7 | - 0,8 | - 665,6 |
| Winstbelastingen | 58,1 | - 23,4 | - 0,8 | - 1,9 | - 0,2 | 31,8 | |
| Nettowinst over de periode | - 436,4 | 66,4 | - 10,2 | 72,1 | - 324,9 | - 0,8 | - 633,8 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | - 105,4 | 4,7 | 1,3 | - 0,7 | - 100,1 | ||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 331,0 | 61,7 | - 11,5 | 72,1 | - 324,2 | - 0,8 | - 533,7 |
| Totale baten van externe klanten | 6.109,3 | 1.312,3 | 571,0 | 202,9 | - 148,4 | 8.047,1 | |
| Totale baten intern | 8,6 | 3,0 | 51,5 | - 63,3 | - 0,2 | ||
| Totale baten | 6.117,9 | 1.312,3 | 571,0 | 205,9 | - 96,9 | - 63,3 | 8.046,9 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 1.234,8 | - 258,4 | - 84,2 | - 20,0 | - 1.597,4 |
1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:
| Eerste negen maanden 2011 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal | |||||||
| België | UK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Bruto premies | 4.373,6 | 1.558,6 | 919,3 | 170,2 | - 1,0 | - 0,3 | 7.020,4 |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 224,6 | 1.100,6 | 77,8 | 1.403,0 | |||
| Bruto premie-inkomen | 4.598,2 | 1.558,6 | 2.019,9 | 248,0 | - 1,0 | - 0,3 | 8.423,4 |
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België | UK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Baten | |||||||
| - Bruto premies 1) | 4.566,1 | 839,8 | 1.753,6 | 169,4 | 0,3 | - 0,1 | 7.329,1 |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 41,3 | - 78,5 | - 12,7 | - 132,5 | |||
| - Afgegeven herverzekeringspremies | - 41,9 | - 53,2 | - 70,0 | - 17,9 | - 183,0 | ||
| Netto verdiende premies | 4.482,9 | 708,1 | 1.670,9 | 151,5 | 0,3 | - 0,1 | 7.013,6 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 1.761,1 | 42,5 | 272,1 | 45,6 | 175,4 | - 50,5 | 2.246,2 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 44,0 | - 44,0 | |||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | - 180,0 | - 180,0 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | - 17,4 | 3,7 | 19,1 | 40,2 | - | 45,6 | |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 337,9 | 456,6 | 25,6 | 820,1 | |||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 4,3 | 38,6 | 184,1 | - 0,7 | 226,3 | ||
| Commissiebaten | 68,0 | 72,9 | 141,9 | 30,8 | 313,6 | ||
| Overige baten | 144,0 | 22,5 | 5,0 | 1,7 | 7,5 | - 14,7 | 166,0 |
| Totale baten | 6.780,8 | 849,7 | 2.565,6 | 334,0 | 143,3 | - 66,0 | 10.607,4 |
| Lasten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 4.832,6 | - 554,8 | - 1.703,5 | - 130,8 | 0,2 | 0,2 | - 7.221,3 |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 36,2 | 31,9 | 30,6 | 3,9 | 1,7 | 104,3 | |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 4.796,4 | - 522,9 | - 1.672,9 | - 126,9 | 1,9 | 0,2 | - 7.117,0 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 343,9 | - 435,1 | - 26,9 | - 805,9 | |||
| Financieringslasten | - 67,5 | - 6,3 | - 4,1 | - 10,0 | - 185,5 | 50,4 | - 223,0 |
| Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen | - 24,0 | - 35,0 | - 1,3 | 0,5 | - 59,8 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | - 0,9 | 0,5 | 2,7 | 2,3 | |||
| Commissielasten | - 441,2 | - 148,6 | - 145,4 | - 43,8 | - 0,1 | - 779,1 | |
| Personeelskosten | - 318,3 | - 90,4 | - 74,5 | - 17,0 | - 10,3 | - 3,3 | - 513,8 |
| Overige lasten | - 410,8 | - 62,7 | - 102,5 | - 21,1 | - 43,0 | 14,7 | - 625,4 |
| Totale lasten | - 6.403,0 | - 830,4 | - 2.466,8 | - 247,0 | - 237,0 | 62,5 | - 10.121,7 |
| Winst voor belastingen | 377,8 | 19,3 | 98,8 | 87,0 | - 93,7 | - 3,5 | 485,7 |
| Winstbelastingen | - 101,2 | - 7,1 | - 38,1 | - 0,9 | 407,1 | 259,8 | |
| Nettowinst over de periode | 276,6 | 12,2 | 60,7 | 86,1 | 313,4 | - 3,5 | 745,5 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 71,3 | - 3,3 | 33,9 | - 2,0 | 99,9 | ||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 205,3 | 15,5 | 26,8 | 86,1 | 315,4 | - 3,5 | 645,6 |
| Totale baten van externe klanten | 6.765,7 | 849,7 | 2.565,5 | 330,9 | 10.511,8 | ||
| Totale baten intern | 15,1 | 0,1 | 3,1 | 143,3 | - 66,0 | 95,6 | |
| Totale baten | 6.780,8 | 849,7 | 2.565,6 | 334,0 | 143,3 | - 66,0 | 10.607,4 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 66,4 | - 119,6 | - 0,6 | - 186,6 |
Eerste negen maanden 2010
1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:
| Eerste negen maanden 2010 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Continentaal | |||||||
| België | UK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Bruto premies | 4.566,1 | 839,8 | 1.753,6 | 169,4 | 0,3 | - 0,1 | 7.329,1 |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 489,3 | 1.362,3 | 67,8 | 1.919,4 | |||
| Bruto premie-inkomen | 5.055,4 | 839,8 | 3.115,9 | 237,2 | 0,3 | - 0,1 | 9.248,5 |
27.9 Balans gesplitst in Leven en Niet-Leven
| 30 september 2011 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige | ||||||
| Leven | Niet-leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Activa | ||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.804,0 | 338,3 | 53,4 | 337,5 | 2.533,2 | |
| Financiële beleggingen | 49.544,2 | 5.892,4 | 13,5 | - 12,7 | 55.437,4 | |
| Vastgoedbeleggingen | 1.779,4 | 211,7 | 1.991,1 | |||
| Leningen | 3.154,1 | 117,7 | 39,9 | 3.587,9 | - 1.254,1 | 5.645,5 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 13.016,2 | - 51,8 | 12.964,4 | |||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 634,0 | 275,6 | 875,9 | 9,6 | 1.795,1 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 826,9 | 932,7 | 357,5 | 2.370,7 | - 136,2 | 4.351,6 |
| Actuele belastingvorderingen | 36,4 | 4,1 | 3,2 | 43,7 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 168,6 | 38,0 | 2,2 | 122,8 | 331,6 | |
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 361,2 | 361,2 | ||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.660,0 | 480,0 | 22,1 | 49,4 | - 21,0 | 2.190,5 |
| Materiële vaste activa | 939,4 | 138,7 | 14,9 | 1,5 | 1.094,5 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.217,7 | 181,6 | 290,5 | 1.689,8 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | 8.223,8 | 8.223,8 | ||||
| Totaal activa | 74.780,9 | 8.610,8 | 783,7 | 15.944,2 | - 1.466,2 | 98.653,4 |
| Verplichtingen | ||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 24.145,0 | - 2,8 | 24.142,2 | |||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 27.015,2 | 27.015,2 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 12.994,3 | 12.994,3 | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven | 6.029,3 | 6.029,3 | ||||
| Schuldbewijzen | 260,0 | 260,0 | ||||
| Achtergestelde schulden | 894,8 | 182,9 | 114,9 | 2.956,8 | - 1.201,0 | 2.948,4 |
| Leningen | 1.948,3 | 225,2 | 34,1 | 87,2 | - 105,1 | 2.189,7 |
| Actuele belastingschulden | 86,8 | 11,4 | 5,5 | 103,7 | ||
| Uitgestelde belastingschulden | 566,8 | 86,5 | 5,9 | 122,8 | 782,0 | |
| RPN(I) | 145,0 | 145,0 | ||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.298,6 | 520,1 | 354,3 | 162,6 | - 157,0 | 2.178,6 |
| Voorzieningen | 19,4 | 18,1 | 0,2 | 2.367,7 | 2.405,4 | |
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | 7.960,5 | 7.960,5 | ||||
| Totaal verplichtingen | 68.969,2 | 7.073,5 | 514,9 | 14.062,6 | - 1.465,9 | 89.154,3 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 4.673,8 | 1.139,3 | 268,8 | 1.845,9 | - 0,3 | 7.927,5 |
| Minderheidsbelangen | 1.137,9 | 398,0 | 35,7 | 1.571,6 | ||
| Totaal eigen vermogen | 5.811,7 | 1.537,3 | 268,8 | 1.881,6 | - 0,3 | 9.499,1 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 74.780,9 | 8.610,8 | 783,7 | 15.944,2 | - 1.466,2 | 98.653,4 |
| Aantal werknemers | 4.720 | 4.515 | 3.039 | 107 | 12.381 |
| Overige | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Leven | Niet-leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal | ||
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 680,0 | 282,8 | 36,1 | 2.259,4 | 3.258,3 | ||
| Financiële beleggingen | 50.659,0 | 5.297,9 | 307,0 | - 31,4 | 56.232,5 | ||
| Vastgoedbeleggingen | 1.657,1 | 243,2 | 1.900,3 | ||||
| Leningen | 2.966,8 | 165,5 | 40,2 | 2.670,1 | - 1.314,4 | 4.528,2 | |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 21.825,4 | - 78,1 | 21.747,3 | ||||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 655,1 | 115,1 | 954,0 | 8,3 | 1.732,5 | ||
| Herverzekering en overige vorderingen | 501,1 | 938,3 | 181,4 | 2.405,8 | - 198,1 | 3.828,5 | |
| Actuele belastingvorderingen | 67,7 | 10,1 | 2,3 | - 8,6 | 71,5 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 199,3 | 49,6 | 2,9 | 213,3 | 465,1 | ||
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 609,0 | 609,0 | |||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.572,7 | 393,4 | 6,3 | 105,9 | - 35,8 | 2.042,5 | |
| Materiële vaste activa | 906,5 | 142,1 | 15,7 | 0,7 | 1.065,0 | ||
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.264,0 | 190,1 | 231,8 | 0,1 | 1.686,0 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | |||||||
| Totaal activa | 82.954,7 | 7.828,1 | 516,7 | 9.525,3 | - 1.658,1 | 99.166,7 | |
| Verplichtingen | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 23.941,0 | - 2,6 | 23.938,4 | ||||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 26.913,8 | 26.913,8 | |||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 21.830,9 | 21.830,9 | |||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven | 5.361,5 | 177,5 | - 90,4 | 5.448,6 | |||
| Schuldbewijzen | 548,9 | 548,9 | |||||
| Achtergestelde schulden | 897,0 | 181,0 | 115,7 | 2.961,1 | - 1.227,9 | 2.926,9 | |
| Leningen | 1.870,0 | 245,0 | 91,7 | 99,6 | - 164,6 | 2.141,7 | |
| Actuele belastingschulden | 39,3 | 4,0 | 11,7 | - 8,6 | 46,4 | ||
| Uitgestelde belastingschulden | 408,8 | 51,6 | 5,2 | 216,7 | 682,3 | ||
| RPN(I) | 465,0 | 465,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.176,4 | 610,8 | 130,9 | 195,8 | - 166,9 | 1.947,0 | |
| Voorzieningen | 21,5 | 18,2 | 0,2 | 2.367,7 | 2.407,6 | ||
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | |||||||
| Totaal verplichtingen | 77.098,7 | 6.472,1 | 355,4 | 7.032,3 | - 1.661,0 | 89.297,5 | |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 4.616,5 | 963,7 | 161,3 | 2.502,7 | 2,9 | 8.247,1 | |
| Minderheidsbelangen | 1.239,5 | 392,3 | - 9,7 | 1.622,1 | |||
| Totaal eigen vermogen | 5.856,0 | 1.356,0 | 161,3 | 2.493,0 | 2,9 | 9.869,2 | |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 82.954,7 | 7.828,1 | 516,7 | 9.525,3 | - 1.658,1 | 99.166,7 | |
| Aantal werknemers | 4.838 | 4.145 | 2.639 | 85 | 11.707 |
31 december 2010
27.10 Resultatenrekening gesplitst in Leven en Niet-Leven
| Eerste negen maanden 2011 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige | ||||||
| Leven | Niet-leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Baten | ||||||
| - Bruto premies 1) | 3.877,2 | 3.144,5 | - 1,0 | - 0,3 | 7.020,4 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | 0,1 | - 453,9 | - 453,8 | |||
| - Afgegeven herverzekeringspremies | - 63,4 | - 148,7 | 0,1 | - 212,0 | ||
| Netto verdiende premies | 3.813,9 | 2.541,9 | - 0,9 | - 0,3 | 6.354,6 | |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 1.988,2 | 198,4 | - 11,6 | 170,9 | - 54,5 | 2.291,4 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 247,8 | - 247,8 | ||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 320,0 | 320,0 | ||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 77,6 | 57,4 | - 202,0 | - 67,0 | ||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | - 1.059,1 | - 1.059,1 | ||||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 54,1 | 14,5 | - 140,0 | 0,7 | - 70,7 | |
| Commissiebaten | 220,1 | 16,1 | 128,7 | - 38,9 | 326,0 | |
| Overige baten | 84,2 | 56,7 | 75,8 | 2,9 | - 20,1 | 199,5 |
| Totale baten | 5.179,0 | 2.885,0 | 192,9 | - 96,9 | - 113,1 | 8.046,9 |
| Lasten | ||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 4.479,1 | - 1.823,7 | - 5,1 | 0,3 | - 6.307,6 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 31,7 | 56,8 | 6,9 | 95,4 | ||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 4.447,4 | - 1.766,9 | 1,8 | 0,3 | - 6.212,2 | |
| Lasten inzake unit-linked contracten | 1.081,4 | 1.081,4 | ||||
| Financieringslasten | - 87,2 | - 12,0 | - 11,3 | - 179,7 | 54,5 | - 235,7 |
| Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen | - 1.162,6 | - 92,8 | - 0,2 | - 1.255,6 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | 1,6 | - 1,2 | 0,4 | |||
| Commissielasten | - 388,1 | - 525,8 | - 0,6 | 38,9 | - 875,6 | |
| Personeelskosten | - 268,1 | - 192,6 | - 72,7 | - 13,9 | - 1,5 | - 548,8 |
| Overige lasten | - 383,2 | - 190,1 | - 78,0 | - 35,2 | 20,1 | - 666,4 |
| Totale lasten | - 5.653,6 | - 2.781,4 | - 162,0 | - 227,8 | 112,3 | - 8.712,5 |
| Winst voor belastingen | - 474,6 | 103,6 | 30,9 | - 324,7 | - 0,8 | - 665,6 |
| Winstbelastingen | 75,1 | - 34,9 | - 8,2 | - 0,2 | 31,8 | |
| Nettowinst over de periode | - 399,5 | 68,7 | 22,7 | - 324,9 | - 0,8 | - 633,8 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | - 111,0 | 11,6 | - 0,7 | - 100,1 | ||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 288,5 | 57,1 | 22,7 | - 324,2 | - 0,8 | - 533,7 |
| Totale baten van externe klanten | 5.155,4 | 2.882,6 | 157,5 | - 148,6 | 8.046,9 | |
| Totale baten intern | 23,6 | 2,4 | 35,4 | 51,7 | - 113,1 | |
| Totale baten | 5.179,0 | 2.885,0 | 192,9 | - 96,9 | - 113,1 | 8.046,9 |
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 1.500,2 - 77,2 - 20,0 - 1.597,4
1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:
| Eerste negen maanden 2011 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige | ||||||||
| Leven | Niet-leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |||
| Bruto premies | 3.877,2 | 3.144,5 | - 1,0 | - 0,3 | 7.020,4 | |||
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 1.403,0 | 1.403,0 | ||||||
| Bruto premie-inkomen | 5.280,2 | 3.144,5 | - 1,0 | - 0,3 | 8.423,4 |
| Overige | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Leven | Niet-leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |||
| Baten | ||||||||
| - Bruto premies 1) | 4.951,1 | 2.377,8 | 0,3 | - 0,1 | 7.329,1 | |||
| - Wijziging in niet-verdiende premies | 0,1 | - 132,6 | - 132,5 | |||||
| - Afgegeven herverzekeringspremies | - 55,4 | - 127,6 | - 183,0 | |||||
| Netto verdiende premies | 4.895,8 | 2.117,6 | 0,3 | - 0,1 | 7.013,6 | |||
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 1.943,1 | 190,5 | - 12,3 | 175,4 | - 50,5 | 2.246,2 | ||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 44,0 | - 44,0 | ||||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | - 180,0 | - 180,0 | ||||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 31,6 | 14,0 | 45,6 | |||||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 820,1 | 820,1 | ||||||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 34,1 | 8,8 | 184,1 | - 0,7 | 226,3 | |||
| Commissiebaten | 223,7 | 21,8 | 99,5 | - 31,4 | 313,6 | |||
| Overige baten | 105,9 | 51,0 | 20,2 | 7,5 | - 18,6 | 166,0 | ||
| Totale baten | 8.054,3 | 2.403,7 | 107,4 | 143,3 | - 101,3 | 10.607,4 | ||
| Lasten | ||||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 5.628,2 | - 1.593,5 | 0,2 | 0,2 | - 7.221,3 | |||
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 23,6 | 79,0 | 1,7 | 104,3 | ||||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 5.604,6 | - 1.514,5 | 1,9 | 0,2 | - 7.117,0 | |||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 805,9 | - 805,9 | ||||||
| Financieringslasten | - 73,3 | - 9,7 | - 4,9 | - 185,5 | 50,4 | - 223,0 | ||
| Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen | - 56,9 | - 3,4 | 0,5 | - 59,8 | ||||
| Wijzigingen in voorzieningen | 3,9 | - 1,6 | 2,3 | |||||
| Commissielasten | - 377,2 | - 433,2 | - 0,1 | 31,4 | - 779,1 | |||
| Personeelskosten | - 273,2 | - 183,9 | - 43,1 | - 10,3 | - 3,3 | - 513,8 | ||
| Overige lasten | - 364,0 | - 192,7 | - 44,3 | - 43,0 | 18,6 | - 625,4 | ||
| Totale lasten | - 7.551,2 | - 2.339,0 | - 92,3 | - 237,0 | 97,8 | - 10.121,7 | ||
| Winst voor belastingen | 503,1 | 64,7 | 15,1 | - 93,7 | - 3,5 | 485,7 | ||
| Winstbelastingen | - 125,5 | - 15,9 | - 5,9 | 407,1 | 259,8 | |||
| Nettowinst over de periode | 377,6 | 48,8 | 9,2 | 313,4 | - 3,5 | 745,5 | ||
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 94,5 | 7,4 | - 2,0 | 99,9 | ||||
| Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders | 283,1 | 41,4 | 9,2 | 315,4 | - 3,5 | 645,6 | ||
| Totale baten van externe klanten | 8.027,1 | 2.399,3 | 62,0 | 10.488,4 | ||||
| Totale baten intern | 27,2 | 4,4 | 45,4 | 143,3 | - 101,3 | 119,0 | ||
| Totale baten | 8.054,3 | 2.403,7 | 107,4 | 143,3 | - 101,3 | 10.607,4 | ||
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 175,4 | - 11,2 | - 186,6 |
Eerste negen maanden 2010
1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:
| Eerste negen maanden 2010 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige | ||||||||
| Leven | Niet-leven verzekeringen |
Algemeen | Eliminaties | Totaal | ||||
| Bruto premies | 4.951,1 | 2.377,8 | 0,3 | - 0,1 | 7.329,1 | |||
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 1.919,4 | 1.919,4 | ||||||
| Bruto premie-inkomen | 6.870,5 | 2.377,8 | 0,3 | - 0,1 | 9.248,5 |
27.11 Technisch resultaat Verzekeringen
Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van de concepten technisch resultaat en operationele marge.
Het technisch resultaat omvat de premies, commissies en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat en dus van het technisch resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.
De gerealiseerde en ongerealiseerde meerwaarden op de beleggingen, die verantwoord worden in de resultatenrekening en die de verzekeringsverplichting afdekken voor de verschillende activiteiten en die niet worden toegewezen aan het technisch resultaat, worden opgenomen in de operationele marge.
De afstemming van de operationele marge naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in de operationele marge.
Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-leven activiteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het levenbedrijf omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). De Niet-levenactiviteiten bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.
Het technisch resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.
| Eerste negen maanden 2011 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | ||||||||||
| België | UK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Ageas | ||||
| Bruto premie-inkomen Leven | 3.305,1 | 35,8 | 1.691,3 | 248,0 | - 0,3 | 5.279,9 | ||||
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.293,1 | 1.522,8 | 328,6 | - 1,0 | 3.143,5 | |||||
| Operationele kosten | - 342,7 | - 118,8 | - 140,0 | - 26,8 | - 628,3 | |||||
| Technisch resultaat Leven | 154,7 | - 3,2 | - 22,3 | 19,3 | 148,5 | |||||
| - Ongevallen en ziekte | 26,0 | - 2,0 | 17,0 | 41,0 | ||||||
| - Auto | 39,7 | 44,6 | 1,2 | 85,5 | ||||||
| - Brand en overige schade aan eigendommen | - 30,7 | 5,4 | 2,9 | - 22,4 | ||||||
| - Overig | 8,7 | - 2,0 | - 2,6 | 4,1 | ||||||
| Technisch resultaat Niet-leven | 43,7 | 46,0 | 18,5 | 108,2 | ||||||
| Totaal technisch resultaat | 198,4 | 42,8 | - 3,8 | 19,3 | 256,7 | |||||
| Gealloceerde meerwaarden | - 562,3 | 4,7 | - 18,0 | 2,5 | - 573,1 | |||||
| Operationele marge | - 363,9 | 47,5 | - 21,8 | 21,8 | - 316,4 | |||||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 6,1 | 1,3 | 61,2 | - 140,0 | 0,7 | - 70,7 | ||||
| Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage | - 136,7 | 42,3 | 11,1 | - 9,0 | - 184,7 | - 1,5 | - 278,5 | |||
| Winst voor belastingen | - 494,5 | 89,8 | - 9,4 | 74,0 | - 324,7 | - 0,8 | - 665,6 | |||
| Key performance indicators | ||||||||||
| Lasten ratio | 36,8% | 26,4% | 30,2% | 31,7% | ||||||
| Schade ratio | 66,5% | 73,5% | 67,3% | 69,5% | ||||||
| Gecombineerde ratio | 103,3% | 99,9% | 97,5% | 101,2% | ||||||
| Operationele kosten Leven in % van het beheerd vermogen Leven | 0,37% | #DIV/0! | 0,38% | 2,58% | 0,45% | |||||
| Beheerd vermogen | 51.827,7 | 2.169,5 | 14.744,9 | 1.441,7 | - 2,8 | 70.181,0 |
| Continentaal | Totaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België | UK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Ageas | ||
| Bruto premie-inkomen Leven | 3.824,2 | 18,7 | 2.790,5 | 237,1 | - 0,1 | 6.870,4 | ||
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.231,2 | 821,1 | 325,5 | 0,3 | 2.378,1 | |||
| Operationele kosten | - 329,1 | - 85,2 | - 146,1 | - 27,5 | - 587,9 | |||
| Technisch resultaat Leven | 261,4 | - 5,5 | 66,6 | 16,4 | 338,9 | |||
| - Ongevallen en ziekte | 28,5 | - 8,7 | 8,3 | 28,1 | ||||
| - Auto | 3,6 | - 0,1 | - 6,5 | - 3,0 | ||||
| - Brand en overige schade aan eigendommen | - 45,6 | 7,9 | 5,5 | - 32,2 | ||||
| - Overig | 35,6 | 5,2 | 1,8 | 42,6 | ||||
| Technisch resultaat Niet-leven | 22,1 | 4,3 | 9,1 | 35,5 | ||||
| Totaal technisch resultaat | 283,5 | - 1,2 | 75,7 | 16,4 | 374,4 | |||
| Gealloceerde meerwaarden | - 60,5 | 2,8 | 5,7 | 37,7 | - 14,3 | |||
| Operationele marge | 223,0 | 1,6 | 81,4 | 54,1 | 360,1 | |||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 4,3 | 38,6 | 184,1 | - 0,7 | 226,3 | |||
| Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage | 150,5 | 17,7 | 17,4 | - 5,7 | - 277,8 | - 2,8 | - 100,7 | |
| Winst voor belastingen | 377,8 | 19,3 | 98,8 | 87,0 | - 93,7 | - 3,5 | 485,7 | |
| Key performance indicators | ||||||||
| Lasten ratio | 36,3% | 29,5% | 27,8% | 33,0% | ||||
| Schade ratio | 69,3% | 75,4% | 71,2% | 71,5% | ||||
| Gecombineerde ratio | 105,6% | 104,9% | 99,0% | 104,5% | ||||
| Operationele kosten Leven in % van het beheerd vermogen Leven | 0,38% | #DIV/0! | 0,55% | 3,00% | 0,52% | |||
| Beheerd vermogen | 50.977,1 | 1.433,0 | 23.781,9 | 1.316,3 | 177,4 | - 95,0 | 77.590,7 |
Eerste negen maanden 2010
Schaderatio de kosten van schade, na herverzekering, exclusief interne schadeafhandelingskosten, als percentage van de netto verdiende premies.
Lastenratio: de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne schadeafhandelingskosten vermeerderd met netto commissies ten laste van het boekjaar, minus interne beleggingskosten.
Gecombineerde ratio: de som van schade- en lastenratio.
28 Voorwaardelijke verplichtingen
28.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures
Ageas is, zoals vele andere financiële instellingen, gedaagde met betrekking tot een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.
Als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (o.a. kapitaalverhoging en acquisitie van delen van ABN AMRO in oktober 2007, aankondiging van het versnelde solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan Ageas worden betrokken bij een aantal juridische procedures, evenals administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in België en Nederland, waarvan sommige kunnen leiden tot een aanzienlijke, maar onder de huidige omstandigheden niet kwantificeerbare toekomstige verplichting voor Ageas.
De lopende onderzoeken leiden niet tot een onmiddellijk (materieel) financieel risico voor Ageas, maar op termijn kan dergelijk risico niet worden uitgesloten. Dit is het geval voor (i) het onderzoek van de door de rechter benoemde experts in België, die zich buigen over de transacties van september/oktober 2008, (ii) het onderzoek ingesteld door de Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) en (iii) het strafonderzoek in België. Negatieve bevindingen in deze onderzoeken kunnen een impact hebben op bestaande juridische procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding op termijn.
Op 5 februari 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een boete opgelegd van EUR 288.000 voor overtredingen van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM zijn er op 5 juni 2008 bepaalde onjuiste of misleidende verklaringen afgelegd over de solvabiliteitspositie van Fortis en had Fortis op 14 juni 2008 bekend moeten maken dat de door de Europese Commissie opgelegde voorwaarden (de 'EC Remedies') met zich meebrachten dat de financiële doelstellingen voor 2008 en daarna niet zonder extra maatregelen konden worden gerealiseerd. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode tussen 5 en 25 juni 2008 te hebben gehandeld zonder over volledig correcte informatie te beschikken. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Nadat het administratief beroep werd verworpen, tekende Ageas beroep aan tegen de beslissing van de AFM bij de rechtbank te Rotterdam. Op 4 mei 2011heeft deze rechtbank de beslissing van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.
Op 16 juni 2010 is het onderzoeksverslag, opgedragen door de Ondernemingskamer in Amsterdam, voor het publiek ter inzage gelegd. Een kopie van het rapport kan gedownload worden van de Ageas website. De onderzoekers laten zich ondermeer kritisch uit ten aanzien van de manier waarop Fortis haar beleggers indertijd heeft geïnformeerd en concluderen dat de informatie die door Fortis is verstrekt aan de beleggers op een aantal gebieden niet juist was of op zijn minst niet volledig. Zij verwijzen in het bijzonder naar (i) de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in de trading update van 21 september 2007 en in het prospectus voor de kapitaalverhoging (waarin die trading update was opgenomen) die plaats vond op 9 oktober 2007 (maar de experts tekenen daarbij wel aan dat de informatie niet is gemanipuleerd of moedwillig verkeerd is gepresenteerd), (ii) informatie over de verkoop van bepaalde onderdelen van ABN AMRO die vereist was door de Europese mededingingsautoriteiten en over de solvabiliteitspositie van Fortis in de periode 21 mei 2008 tot 26 juni 2008, en (iii) de communicatie over bepaalde feiten aan beleggers in de periode daarna en specifiek op 26 september 2008.
Op 16 augustus 2010 hebben de VEB en bepaalde andere partijen een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer (i) om een juridische procedure te starten met als doel te laten vaststellen dat bepaalde feiten die vermeld worden in het onderzoeksverslag als wanbeleid van Fortis moeten worden beschouwd en (ii) om de kwijting verleend aan Fortis bestuurders op 29 april 2008 te laten nietigverklaren. De bevindingen van de Nederlandse onderzoekers hebben geleid en kunnen nog leiden tot nieuwe vorderingen en procedures tegen Ageas, inclusief vorderingen tot schadevergoeding.
De bevindingen van de onderzoekers kunnen ook invloed hebben op bestaande juridische procedures. Hoewel Ageas alle beweerde overtredingen zal betwisten, kunnen zulke acties, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact hebben op Ageas. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.
Op 19 augustus 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een additionele boete opgelegd van EUR 144.000 voor elke partij voor inbreuk op de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM heeft Fortis de beleggers niet op tijd geïnformeerd over haar 'subprime'-positie en had zij informatie moeten publiceren over haar 'subprime'-positie en blootstelling (zowel in algemene zin als in de Verenigde Staten, alsmede een uitsplitsing) in de trading update die op 21 september 2007 werd gepubliceerd in verband met de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode vanaf 21 september 2007 te hebben gehandeld op basis van onvolledige informatie. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Na afwijzing van het administratief beroep, heeft Ageas beroep aangetekend tegen het besluit van de AFM bij de rechtbank van Rotterdam. Zoals eerder aangegeven, kan dit leiden tot nieuwe vorderingen en procedures tegen Ageas, inclusief vorderingen tot schadevergoeding. Hoewel dergelijke acties, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact op Ageas kunnen hebben, is het op dit moment niet mogelijk te beoordelen of en hoeveel van zulke acties zullen worden gestart. Ook is het niet mogelijk om te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.
Ageas is eveneens betrokken, of kan nog betrokken worden, bij rechtszaken die al dan niet rechtstreeks voortvloeien uit gebeurtenissen en ontwikkelingen met betrekking tot de vroegere Fortis-groep die zich voordeden tussen mei 2007 en oktober 2008:
- een aantal juridische procedures werden ingeleid in België en Nederland die (in)direct verband houden met (i) de transacties in september/oktober 2008 of (ii) de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of het marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008. Dit betreft:
-
a) de procedures voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel:
- ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Modrikamen, die initieel de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de FPIM (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding eisten; op 8 december 2009 besliste de rechtbank ondermeer dat zij zich niet bevoegd acht een vonnis uit te spreken over acties tegen de Nederlandse verweerders; op 26 april 2011 heeft Mr. Modrikamen (i) beroep aangetekend tegen het eerdergenoemde vonnis inzake de bevoegdheid, en (ii) conclusies neergelegd ten gronde inzake de verkoop van de Belgische bank. De vordering is nu vooral gericht op schadevergoeding die wordt gevraagd van de Nederlandse staat, de Nederlandsche Bank, FPIM en BNP Paribas.
- ingeleid door een aantal personen rond Deminor International, die schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode mei 2007 tot oktober 2008; deze procedures zijn hangende;
-
b) de procedures voor de rechtbank van Amsterdam:
- ingeleid door de VEB die verzoekt om vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormen in hoofde van Fortis en sommige vroegere bestuurders en topmanagers, dat elk van deze inbreuken kwalificeert als een onrechtmatige daad in hoofde van alle of sommige verweerders en dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de financiële instellingen die tijdens de kapitaalverhoging zijn opgetreden als zgn. global coördinators en lead managers) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007 onjuist en onvolledig was;
- Door de Nederlandse overheid die een bedrag van EUR 210 miljoen eist van de moedermaatschappijen van Ageas en EUR 647 miljoen van Ageas Insurance International N.V. De Nederlandse Staat steunt deze beweerde aanspraken op de toepassing van een aantal bepalingen overeengekomen door Fortis Insurance N.V., Fortis Insurance International N.V. en Fortis FBN(H) Preferred Investments B.V. tegen de achtergrond van de verkoop van de Nederlandse bank- en verzekeringsactiviteiten op 3 oktober 2008.
- c) de procedures voor de rechtbank van Amsterdam:
- ingeleid door de Stichting FortisEffect en een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. De Gier, die beroep aantekenden tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011 ten gunste van Ageas. Dit vonnis wees de eis tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur in oktober 2008 en de terugdraaiing van de transacties of de betaling van schadevergoeding als alternatief af.
- d) de procedure voor de rechtbank van Utrecht
- ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Bos, die schadevergoeding eisen op grond van beweerde communicatiefouten. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit of verband zou houden met de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis groep uitoefenden, op grond van in 2008 aangegane beëindigingovereenkomsten en/of het Nederlandse burgerlijk recht. Ageas betwist de rechtsgeldigheid van deze wettelijke en contractuele vrijwaringverplichtingen.
- Door een Nederlandse Stichting, 'Investor Claims Against Fortis,' op grond van beweerde communicatiefouten door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële adviseurs van Fortis) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.
Zoals reeds vermeld ontkent Ageas dat het foutief gehandeld zou hebben en zal het elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Dergelijke acties kunnen echter, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.
In het geval dat één van de juridische procedures zou leiden tot de nietigverklaring (of gedeeltelijke nietigverklaring) van de beslissingen van de Raad van Bestuur van Fortis in september/oktober 2008 en de daaruit voortvloeiende overeenkomsten en transacties (wat op dit ogenblik zeer onwaarschijnlijk is, ondermeer omdat noch de door het Brusselse hof van beroep op 12 december 2008 aangewezen Belgische experts, noch de door de Nederlandse Ondernemingskamer aangewezen onderzoekers deze transacties hebben bekritiseerd en omdat de rechtbank van Amsterdam de eisen van VEB/Deminor en Stichting FortisEffect met betrekking tot deze transacties in twee vonnissen d.d. 18 mei 2011 afwees), dan zou dat gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas die op dit moment niet kwantificeerbaar zijn. Als een rechter Ageas zou veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding, dan kan dat een ernstig negatief effect hebben op de financiële positie van Ageas.
Ook met betrekking tot een hybride instrument genaamd Mandatory Convertible Securities (MCS), waarvoor ageas SA/NV en ageas N.V. de hoedanigheid van mededebiteur hadden, werden juridische procedures ingeleid.
De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV, ageas SA/NV en ageas N.V., werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Vóór 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene MCS houdersvergadering om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisen voor de rechtbank de vernietiging van de conversie dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Ageas is er, na overleg met haar juridische raadgevers, van overtuigd dat deze vordering ongegrond is.
Na de conversie van de MCS heeft Ageas een verhaal ingesteld tegen ABN AMRO Bank en ABN AMRO Group op grond van het feit dat ABN AMRO bank geen aandelen heeft uitgegeven ten behoeve van Ageas voor een bedrag van EUR 2 miljard, zoals was bepaald in een overeenkomst tussen de vier MCS emittenten. Een partij die een aantal MCS houders vertegenwoordigt legde bewarend beslag op de vorderingen die Ageas heeft op ABN AMRO Bank, ABN AMRO Group en de Nederlandse Staat, om de betaling van hun eventuele schadevergoeding te waarborgen. Op verzoek van Ageas besliste de rechtbank van Utrecht op 8 juni 2011 tot de opheffing van dit beslag.
Ten slotte heeft de Nederlandse Staat besloten deel te nemen aan deze procedure. De Nederlandse Staat beweert dat Ageas door het instellen van een vordering tegen ABN AMRO Bank de bepalingen schendt van de 'Term Sheet' die op 3 oktober 2008 werd ondertekend bij de verkoop van Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. aan de Nederlandse Staat. De Nederlandse Staat stelt dat Ageas afstand heeft gedaan van haar recht op verhaal en dat in de mate dat Ageas gelijk zou halen in haar vordering op ABN AMRO Bank, deze vordering dan zou moeten worden overgedragen aan de Nederlandse staat als schadevergoeding of op grond van de bepalingen van de 'Term Sheet'. Vooraleer de juridische procedure te starten, heeft de Nederlandse Staat bewarend beslag gelegd op de vordering van Ageas tegen ABN AMRO Bank.
Voor alle juridische procedures en onderzoeken waarvan het management kennis heeft, zal Ageas voorzieningen boeken op het ogenblik dat het naar de mening van het management, in overleg met de juridische adviseurs, waarschijnlijk is dat Ageas een betaling zal moeten doen en het bedrag ervan redelijkerwijze kan worden geschat.
Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven, is het management op het moment niet in staat, gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures en onderzoeken, om te bepalen of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Om die reden worden er geen voorzieningen aangehouden, behalve een
voorziening van EUR 2,4 miljard in verband met de betwistingen met de Nederlandse Staat, zoals vermeld in noot 20 Voorzieningen.
In 2008 hebben de moedermaatschappijen van Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. In het geval van sommige van deze personen vecht Ageas de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen aan voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.
28.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen
De voormalige werkmaatschappijen van Ageas hebben een aantal hybride instrumenten uitgegeven die leiden tot voorwaardelijke verbintenissen voor ageas N.V. en ageas SA/NV, omdat deze voormalige moedermaatschappijen optraden als garant, mededebiteur of een andere ondersteunende overeenkomst tekenden. In de volgende paragrafen worden de voorwaardelijke verplichtingen beschreven die aan deze instrumenten zijn verbonden.
1. CASHES
CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) is de naam van de obligatielening ter waarde van EUR 3 miljard die is uitgegeven door Fortis Bank SA/NV, met ageas SA/NV en ageas N.V. als mededebiteuren. In overeenstemming met de bepalingen zal dit instrument alleen worden terugbetaald door Fortis Bank door middel van een ruil met al eerder uitgegeven Ageas aandelen, die in het bezit zijn van Fortis Bank (in het gerapporteerde aantal uitstaande aandelen per eind september 2011 zijn de voor deze ruil uitgegeven 125.313.283 aandelen al inbegrepen). In afwachting van de ruil van de CASHES tegen aandelen Ageas, zijn deze aandelen niet dividend- of stemgerechtigd.
De hoofdsom van de CASHES zal niet in contanten worden terugbetaald. De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de 125.313.283 Ageas aandelen die Fortis Bank ten gunste van die houders heeft verpand.
De CASHES hebben geen vervaldag maar kunnen naar keuze van de obligatiehouders worden omgeruild voor aandelen Ageas tegen een koers van EUR 23,94 per aandeel. Vanaf 19 december 2014 worden de obligaties automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 35,91. De coupons zijn per einde kwartaal betaalbaar (in principe door Fortis Bank) tegen een variabele rente van driemaands Euribor + 2,0%.
In het geval dat er geen dividend over aandelen Ageas wordt uitgekeerd of dat het vastgestelde dividend in enig boekjaar beneden de drempel valt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons verplicht plaatsvinden door ageas SA/NV en ageas N.V. in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl Fortis Bank dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV en ageas N.V. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV en ageas N.V. in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
2. Fortis Bank Tier 1-obligatielening 2004
Fortis Bank SA/NV heeft in 2004 een eeuwigdurende lening ter waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, met een Support Agreement aangegaan door de vroegere Fortis moedermaatschappijen, nu ageas SA/NV en ageas N.V , tegen een coupon van 4,625% tot 27 oktober 2014 en 3-maands Euribor + 1,70% daarna.
De Support Agreement van de moedermaatschappijen houdt in dat, indien de solvabiliteit van Fortis Bank beneden een bepaalde drempelwaarde komt of indien Fortis Bank daarvoor kiest, de coupon wordt voldaan volgens de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). Fortis Bank zou in dat geval ageas SA/NV en ageas N.V. moeten compenseren door uitgifte van nieuwe aandelen.
3. FRESH geschil
Op 11 februari 2011 heeft de rechtbank van koophandel te Brussel de eis afgewezen van twee Luxemburgse beleggingsinstellingen tot nietigverklaring van hun FRESH effecten en terugbetaling van hun nominale waarde. Dit vonnis is niet meer vatbaar voor hoger beroep.
29 Gebeurtenissen na balansdatum
Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van het Geconsolideerde tussentijds Financieel Verslag van Ageas per 30 september 2011.
Bericht van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor de eerste negen maanden van 2011, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC).
De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en dat de informatie die in dit Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om significant de reikwijdte van enige berichtgeving aan te passen. Verder bevat het Verslag van de Raad van Bestuur voor de eerste negen maanden van 2011 de vereiste informatie op grond van sectie 5:25d subsecties 8 en 9 van de Nederlandse Wet op het financieel toezicht.
De Raad van Bestuur heeft op 8 november 2011 het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste negen maanden van 2011 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.
Brussel/Utrecht, 8 november 2011
Raad van Bestuur
Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Bestuurders Frank Arts
Vice-voorzitter Guy de Selliers de Moranville Ronny Bruckner Bridget McIntyre Roel Nieuwdorp Lionel Perl Belén Romana Jin Shaoliang Jan Zegering Hadders
Beoordelingsverklaring
Aan de Raad van bestuur van ageas SA/NV en ageas N.V.
Opdracht
Wij hebben een beoordeling uitgevoerd van de bijgevoegde geconsolideerde balans van Ageas per 30 september 2011, alsmede van de geconsolideerde resultatenrekening en het geconsolideerde overzicht van Overig Comprehensive income over de periode van negen en drie maanden die op die datum is beëindigd, het geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht over de periode van negen maanden die op die datum is beëindigd, evenals van de toelichtingen, bestaande uit een overzicht van belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen ("de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie"). De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en het weergeven van de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 'Tussentijdse Financiële Verslaggeving' zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie op basis van onze beoordeling.
Reikwijdte van een beoordeling
We hebben onze beoordeling uitgevoerd overeenkomstig ISRE 2410, "Beoordeling van tussentijdse financiële informatie, uitgevoerd door de onafhankelijke auditor van de entiteit". Een beoordeling van tussentijdse financiële informatie bestaat uit het vragen van inlichtingen, hoofdzakelijk aan financiële en boekhoudkundige verantwoordelijken, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingsprocedures. De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Controlestandaarden. Om die reden stelt een beoordeling ons niet in staat de zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die naar aanleiding van een controle mogelijk worden geïdentificeerd. Om die reden brengen wij dan ook geen controleverslag uit.
Conclusie
Op basis van onze beoordeling is niets onder onze aandacht gekomen dat ons doet aannemen dat de bijgevoegde tussentijdse verkorte geconsolideerde financiële informatie over de periode van negen maanden afgesloten op 30 september 2011 niet in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving" zoals goedgekeurd door de Europese Unie.
Toelichtende paragraaf
Wij vestigen de aandacht op hoofdstuk 28 van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie over de negenmaands periode eindigend op 30 september 2011 waarin is beschreven dat Ageas als gedaagde is betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en die kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor de vennootschap. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.
KPMG ACCOUNTANTS N.V. KPMG Bedrijfsrevisoren
Vertegenwoordigd door Vertegenwoordigd door W.G. Bakker RA M. Lange
Amstelveen, 8 november 2011 Brussel/Utrecht, 8 november 2011 Bedrijfsrevisoren
Bedrijfsrevisor