Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

ageas SA/NV Interim / Quarterly Report 2011

May 24, 2011

3905_ir_2011-05-24-154700_9eff0830-7643-43f0-a24d-da2d17200f9e.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste drie maanden van 2011

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas5
Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas 6
Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste drie maanden van 2011 9
Geconsolideerde balans 10
Geconsolideerde resultatenrekening 11
Geconsolideerd overzicht van Overig Comprehensive income 12
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 13
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 14
Algemeen15
1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 16
2 Overnames en desinvesteringen 21
3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel 24
4 Toezicht en solvabiliteit 26
Toelichting op de geconsolideerde balans 31
5 Geldmiddelen en kasequivalenten 32
6 Beleggingen 33
7 Leningen 37
8 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 38
9 Herverzekering en overige vorderingen 39
10 Call optie aandelen BNP Paribas 40
11 Verplichtingen inzake levensverzekeringscontracten 42
12 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 42
13 Verplichtingen inzake unit-linked contracten 42
14 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven 43
15 Schuldbewijzen 43
16 Achtergestelde schulden 44
17 Leningen 46
18 Uitgestelde belastingen 47
19 RPN(I) 48
20 Voorzieningen 51
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening53
21 Verzekeringspremies 54
22 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 56
23 Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 56
24 Schadelasten en uitkeringen 57
25 Financieringslasten 58
26 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 58
Toelichting op de segmentrapportage59
27 Segment informatie 60
28 Voorwaardelijke verplichtingen 73
29 Gebeurtenissen na balansdatum 79
Bericht van de Raad van Bestuur80
Beoordelingsverklaring 81

Alle bedragen in de cijferopstellingen van dit Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag luiden in miljoenen euro's tenzij anders vermeld.

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas

Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas

Resultaat

De resultaten van Ageas over het eerste kwartaal van 2011 tonen een verbetering van de financiële resultaten in alle verzekeringssegmenten en een enigszins lager premie-inkomen, in lijn met de verwachtingen. Het premie-inkomen vertoonde zoals verwacht een lichte daling tot EUR 4,8 miljard (-3%). Een positieve factor was de sterke groei in het Verenigd Koninkrijk dankzij de verdere uitbouw van Tesco Underwriting. Deze kon de lagere volumes, voornamelijk van koopsompolissen in Portugal, Luxemburg en China echter niet volledig compenseren. Het netto groepsresultaat over het eerste kwartaal bedraagt EUR 154 miljoen negatief, bestaande uit een nettowinst van EUR 134 miljoen in het verzekeringsbedrijf en een nettoverlies van EUR 288 miljoen in de Algemene Rekening.

In het verzekeringsbedrijf zijn de financiële resultaten van zowel Leven als Niet-Leven verbeterd ten opzichte van vorig jaar, vooral dankzij de verbetering van het operationele resultaat in Niet-Leven, in het bijzonder Auto. Brandverzekeringen kregen af te rekenen met de uitlopers van het strenge winterweer aan het eind van 2010. Het Levenbedrijf toonde een degelijk resultaat in alle segmenten, met name in Portugal en de Aziatische landen. Het resultaat van de Algemene Rekening werd gekenmerkt door een forse toename van de reële waarde van de RPN(I) verplichting, die hoofdzakelijk voortvloeide uit de gestegen marktwaarde van de CASHES en de lagere spreads op schuldinstrumenten zonder vaste einddatum.

De nettowinst na minderheidsbelangen van het verzekeringsbedrijf van Ageas bedroeg EUR 134 miljoen, vergeleken met EUR 94 miljoen vorig jaar. Dit laatste bedrag omvat een positief effect van EUR 8 miljoen in Azië door de invoering van nieuwe boekhoudkundige principes in China. De resultaatverbetering wordt gedragen door een goed Levenresultaat en een aanzienlijk beter Niet-Leven resultaat in België en het Verenigd Koninkrijk ondanks de hoge kosten van schades van voorgaande jaren in Brandverzekeringen.

Het nettoresultaat kan worden uitgesplitst in een nettowinst van EUR 82 miljoen in België, EUR 5 miljoen in het Verenigd Koninkrijk, EUR 18 miljoen in Continentaal Europa en EUR 30 miljoen in Azië.

Het nettoresultaat van de Algemene Rekening bedroeg in het eerste kwartaal EUR 288 miljoen negatief, als gevolg van een stijging van EUR 257 miljoen van de reële waarde van de RPN(I)-verplichting ten opzichte van eind 2010. De voornaamste reden is een stijging van de marktwaarde van de CASHES van 50% eind 2010 tot 63% eind maart. De reële waarde van de RPN(I)-verplichting bedroeg eind maart 2011 EUR 722 miljoen.

De periodieke herwaardering van de calloptie op aandelen BNP Paribas leverde een waarde op van EUR 611 miljoen, vrijwel stabiel ten opzichte van eind 2010. Een hogere koers van het aandeel BNP Paribas werd gecompenseerd door een lagere volatiliteit en een hogere marktconsensus met betrekking tot het dividendrendement van BNP Paribas.

Het nettoresultaat onder IFRS van Royal Park Investments (RPI) bedroeg in het eerste kwartaal EUR 12 miljoen negatief. De waarde van de deelneming, met inbegrip van de wijzigingen in de reële waarde van de renteswaps, vertoonde een lichte daling van EUR 933 miljoen tot EUR 913 miljoen. 0verige posten van de Algemene Rekening betreffen een meerwaarde van EUR 5 miljoen die deels werd tenietgedaan door een netto rentelast van EUR 2 miljoen. De totale lasten bedroegen EUR 12 miljoen, een daling van 12% vergeleken met vorig jaar.

Voorwaardelijke verplichtingen

Voor het volledige overzicht van de 'Voorwaardelijke verplichtingen' wordt verwezen naar noot 28. Sinds de publicatie van het Jaarverslag van Ageas op 17 maart 2011 zijn er geen nieuwe materiële elementen te vermelden.

Dividend

Op 27 en 28 april 2011 heeft respectievelijk de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. , voor het boekjaar 2010, de goedkeuring gegeven voor de vaststelling van een bruto-dividend van 8 eurocent per Ageas Unit (in totaal ongeveer EUR 197 miljoen). Het dividend wordt betaalbaar gesteld vanaf 31 mei 2011.

Ageas Raad van Bestuur en Executive Committee

Op 27 en 28 april 2011 heeft respectievelijk de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. ,de benoeming goedgekeurd van de heer Ronny Bruckner als niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur van de vennootschappen tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2014 alsmede de herbenoeming als onafhankelijke niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van de vennootschappen van:

  • de heer Frank Arts, voor een periode van twee jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2013;
  • de heer Shaoliang Jin, voor een periode van twee jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2013;
  • de heer Roel Nieuwdorp, voor een periode van drie jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2014;
  • de heer Guy de Selliers de Moranville, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Lionel Perl, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Jan Zegering Hadders, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Jozef De Mey als niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur van de vennootschap, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015.

Vooruitzichten

Op basis van de eerste kwartaal resultaten kan Ageas zijn verwachtingen voor het volledige jaar herbevestigen met een premie-inkomen dat ten minste gelijk moet zijn aan dat van 2010. Ageas verwacht een verbeterd financieel resultaat van zijn verzekeringsactiviteiten, onder voorbehoud van belangrijke gebeurtenissen buiten zijn controle. Het resultaat van de Algemene Rekening blijft naar verwachting volatiel, zoals in het afgelopen kwartaal opnieuw is gebleken.

Samenvattend zou Ageas dit eerste kwartaal willen bestempelen als een bemoedigend begin van het jaar, met nog veel werk voor de boeg en het engagement van het management om het nog beter te doen in de komende kwartalen.

Brussel/Utrecht, 17 mei 2011

Raad van Bestuur

Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste drie maanden van 2011

Geconsolideerde balans

31 maart 31 december
Noot 2011 2010
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 5 2.410,3 3.258,3
Financiële beleggingen 6 55.128,9 56.232,5
Vastgoedbeleggingen 1.924,4 1.900,3
Leningen 7 5.580,0 4.528,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten 21.610,2 21.747,3
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 1.739,6 1.732,5
Herverzekering en overige vorderingen 9 4.209,6 3.828,5
Actuele belastingvorderingen 74,4 71,5
Uitgestelde belastingvorderingen 18 774,6 465,1
Call optie op BNP Paribas aandelen 10 611,0 609,0
Overlopende rente en overige activa 2.022,9 2.042,5
Materiële vaste activa 1.088,9 1.065,0
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.701,4 1.686,0
Activa aangehouden voor verkoop 310,1
Totaal activa 99.186,3 99.166,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 11 24.028,4 23.938,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 12 27.194,1 26.913,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 13 21.694,0 21.830,9
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 14 5.602,2 5.448,6
Schuldbewijzen 15 483,5 548,9
Achtergestelde schulden 16 2.888,9 2.926,9
Leningen 17 2.085,2 2.141,7
Actuele belastingschulden 73,4 46,4
Uitgestelde belastingschulden 18 673,5 682,3
RPN(I) 19 722,0 465,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 2.252,4 1.947,0
Voorzieningen 20 2.407,2 2.407,6
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 169,7
Totaal verplichtingen 90.274,5 89.297,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 3 7.446,2 8.247,1
Minderheidsbelangen 1.465,6 1.622,1
Totaal eigen vermogen 8.911,8 9.869,2
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 99.186,3 99.166,7

Geconsolideerde resultatenrekening

Eerste Eerste 1)
Noot kwartaal 2011 kwartaal 2010
Baten
- Bruto premies 2) 2.617,0 2.561,3
- Wijziging in niet-verdiende premies - 267,1 - 142,1
- Afgegeven herverzekeringspremies - 80,2 - 68,1
Netto verdiende premies 21 2.269,7 2.351,1
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 22 750,6 736,9
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen 2,0 - 220,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 257,0 - 126,0
Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 23 60,6 74,6
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 118,6 562,7
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 16,0 19,1
Commissiebaten 113,6 99,2
Overige baten 50,3 41,3
Totale baten 3.124,4 3.538,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 2.355,0 - 2.529,9
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 50,1 33,9
Schadelasten en uitkeringen, netto 24 - 2.304,9 - 2.496,0
Lasten inzake unit-linked contracten - 117,2 - 545,4
Financieringslasten 25 - 78,8 - 70,1
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 26 - 6,2 - 3,3
Wijzigingen in voorzieningen 0,4 1,9
Commissielasten - 302,7 - 264,0
Personeelskosten - 180,0 - 168,0
Overige lasten - 192,3 - 181,7
Totale lasten - 3.181,7 - 3.726,6
Winst voor belastingen - 57,3 - 187,7
Winstbelastingen - 51,6 21,3
Nettowinst over de periode - 108,9 - 166,4
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 44,7 34,7
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 153,6 - 201,1
Gegevens per aandeel (EUR)
Gewone winst per aandeel - 0,06 - 0,08
Verwaterde winst per aandeel - 0,06 - 0,08

1) Aangepast voor vergelijkingsdoeleinden.

2) Het Bruto premie inkomen (som van bruto-premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste Eerste
kwartaal 2011 kwartaal 2010
Bruto premies 2.617,0 2.561,3
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 549,0 699,3
Bruto premie-inkomen 3.166,0 3.260,6

Geconsolideerd overzicht van Overig Comprehensive income

Eerste Eerste 1)
kwartaal 2011 kwartaal 2010
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 153,6 - 201,1
Overig 'comprehensive income'
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto - 1.051,7 541,6
Gerelateerde belasting 340,2 - 175,4
Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, netto - 711,5 366,2
Wijzigingen in omrekeningsverschillen, bruto - 109,3 98,3
Gerelateerde belasting 0,1
Wijzigingen in omrekeningsverschillen, netto - 109,2 98,3
Aandeel in overig 'comprehensive income' van geassocieerde deelnemingen, bruto - 29,6 23,4
Gerelateerde belasting
Aandeel in overig 'comprehensive income' van geassocieerde deelnemingen, netto - 29,6 23,4
Overige wijzigingen
Overig 'comprehensive income' over de periode, na belastingen - 850,3 487,9
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen - 200,0 89,4
Toewijsbaar aan de aandeelhouders - 650,3 398,5
Totaal 'comprehensive income' over de periode, toewijsbaar
aan de aandeelhouders - 803,9 197,4
1)
Aangepast voor vergelijkingsdoeleinden.

Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen

On- Eigen
Koers- Nettowinst gerealiseerde vermogen Minder- Totaal
Aandelen- Agio Overige verschillen toewijsbaar aan winsten en toewijsbaar aan heids- eigen
kapitaal reserve reserves reserve aandeelhouders verliezen aandeelhouders belangen vermogen 1)
Stand per 1 januari 2010 2.114,0 14.280,0 - 9.872,5 - 71,2 1.209,8 770,9 8.431,0 1.654,0 10.085,0
Nettowinst over de periode - 201,1 - 201,1 34,7 - 166,4
Herwaardering van investeringen 300,2 300,2 89,4 389,6
Omrekeningsverschillen 98,3 98,3 98,3
Totaal 98,3 - 201,1 300,2 197,4 124,1 321,5
Overdracht 1.209,8 - 1.209,8
Dividend - 0,4 - 0,4
Toename kapitaal 0,4 0,4 0,4
Eigen aandelen 0,3 0,3 0,3
Overige veranderingen in het eigen vermogen 11,5 11,5 0,2 11,7
Stand per 31 maart 2010 2.114,0 14.280,4 - 8.650,9 27,1 - 201,1 1.071,1 8.640,6 1.777,9 10.418,5
Stand per 1 januari 2011 2.203,6 14.394,7 - 8.877,4 81,9 223,1 221,2 8.247,1 1.622,1 9.869,2
Nettowinst over de periode - 153,6 - 153,6 44,7 - 108,9
Herwaardering van investeringen - 542,8 - 542,8 - 198,3 - 741,1
Omrekeningsverschillen - 107,5 - 107,5 - 1,7 - 109,2
Totaal - 107,5 - 153,6 - 542,8 - 803,9 - 155,3 - 959,2
Overdracht 223,1 - 223,1
Dividend - 0,6 - 0,6
Toename kapitaal
Eigen aandelen
Overige veranderingen in het eigen vermogen 3,0 3,0 - 0,6 2,4
Stand per 31 maart 2011 2.203,6 14.394,7 - 8.651,3 - 25,6 - 153,6 - 321,6 7.446,2 1.465,6 8.911,8

1) Aangepast voor vergelijkingsdoeleinden.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010 1)
Winst voor belastingen - 57,3 - 187,7
Aanpassingen om winst te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten:
Call optie op BNP Paribas aandelen - 2,0 220,0
RPN(I) 257,0 126,0
(On)gerealiseerde winsten (verliezen) - 60,7 - 75,4
Baten van geassocieerde deelnemingen - 16,0 - 19,1
Afschrijvingen en oprenting 144,9 130,1
Bijzondere waardeverminderingen 6,3 3,3
Voorzieningen - 0,5 - 1,9
Op aandelen gebaseerde beloningen 0,6 1,8
Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen:
Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden - 29,0 29,7
Vorderingen - 1.054,6 - 168,8
Herverzekering en overige vorderingen - 314,6 - 53,4
Beleggingen inzake unit-linked contracten 112,8 - 837,2
Schulden - 58,8 - 357,3
Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten 695,9 1.484,6
Verplichtingen inzake unit-linked contracten - 98,7 839,6
Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen 189,4 - 337,3
Betaalde winstbelastingen - 7,4 - 0,5
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten - 292,7 796,5
Aankoop van beleggingen - 2.569,3 - 3.914,3
Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen 2.284,7 2.685,3
Aankoop van vastgoedbeleggingen - 39,1 - 20,4
Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen 0,9
Aankopen van materiële vaste activa - 23,9 - 10,5
Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa 0,5 0,5
Aankoop van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen - 108,6 - 105,2
Verkoop van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen 2,3 23,0
Aankoop van immateriële vaste activa - 14,8 - 2,9
Kasstroom uit investeringsactiviteiten - 468,2 - 1.343,6
Terugbetaling van schuldbewijzen - 62,9 - 19,1
Opbrengsten uit de uitgifte van overige financieringen 2,0 15,7
Terugbetaling van overige financieringen - 9,0 - 18,0
Verkoop van eigen aandelen 0,3
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders - 2,8
Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen - 0,6 - 0,4
Terugbetaling kapitaal (inclusief minderheidsbelangen)
Kasstroom uit financieringsactiviteiten - 70,5 - 24,3
Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten - 16,6 6,7
Netto toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten - 848,0 - 564,7
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 3.258,3 5.635,7
Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 maart 2.410,3 5.071,0
Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten
Ontvangen rente 847,0 753,4
Ontvangen dividenden van beleggingen 6,1 4,6
Betaalde rente - 71,3 - 119,7
1)
Aangepast voor vergelijkingsdoeleinden.

Algemeen

1 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie

1.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor de eerste drie maanden van 2011, inclusief de vergelijkende cijfers voor 2010, is opgesteld op basis van IAS 34, Tussentijdse Financiële Verslaggeving en bevat een verkort financieel overzicht (balans, resultatenrekening, overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen, kasstroomoverzicht), geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten en geselecteerde toelichtingen. Ageas past International Financial Reporting Standards ('IFRS') toe zoals aanvaard door de Europese Unie ('EU'). Het Ageas Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste drie maanden van 2011 dient te worden gelezen in samenhang met de gecontroleerde Ageas Geconsolideerde Jaarrekening 2010 (inclusief de grondslagen voor financiële verslaggeving), welke beschikbaar is op http://www.ar.ageas.com/.

1.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving

De grondslagen voor financiële verslaggeving die gehanteerd zijn voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste drie maanden van 2011 zijn niet gewijzigd ten opzichte van de grondslagen die zijn gehanteerd voor het opstellen van de Ageas Geconsolideerde Jaarrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2010.

De volgende relevante nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties zijn met ingang van 1 januari 2011 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU):

IAS 1 Presentatie van de jaarrekening (wijziging)

Deze aanpassing licht toe dat, voor elk onderdeel van het eigen vermogen, een onderneming de keus heeft de specificatie van Other Comprehensive Income toe te lichten in het overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen of in de toelichtende noten.

IAS 24 Verbonden partijen: Toelichting (wijziging)

De definitie van een verbonden partij is aangepast om inconsistenties te verwijderen en de toepassing eenvoudiger te maken. Voor bepaalde entiteiten is het op grond van deze nieuwe definitie vereist om additionele toelichtingen op te nemen. De ondernemingen die hierdoor naar verwachting het meest geraakt worden, zijn ondernemingen die onderdeel zijn van een groep die zowel dochterondernemingen als geassocieerde deelnemingen omvat en ondernemingen met aandeelhouders die betrokken zijn bij andere ondernemingen. Voor een dochteronderneming wordt het dan bijvoorbeeld vereist om transacties met een geassocieerde deelneming van de moedermaatschappij toe te lichten. Tegelijkertijd is toelichting vereist op transacties tussen twee ondernemingen die beide joint ventures zijn (of de één is een geassocieerde deelneming en de andere is een joint venture) van een derde onderneming. Bovendien is nu een onderneming, die wordt beheerst door een individu die onderdeel is van het key management van een andere onderneming, verplicht om transacties toe te lichten met deze onderneming.

IAS 27 De Geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening (wijziging)

Deze wijziging stelt dat het verlies van overheersende zeggenschap over een dochteronderneming, het verlies van significante invloed op een geassocieerde deelneming en het verlies van gezamenlijke zeggenschap over een gezamenlijk beheerste onderneming soortgelijke gebeurtenissen zijn en daarom op dezelfde wijze verwerkt dienen te worden. Een dergelijke gebeurtenis dient te worden verwerkt tegen reële waarde; een winst of verlies wordt verantwoord in de resultatenrekening.

IAS 32 Financiele Instrumenten: Presentatie (wijziging)

De IASB heeft onderkend dat het classificeren van in vreemde valuta genoteerde claimrechten, die aan alle bestaande aandeelhouders op een pro rata basis zijn toegekend, als derivaten (onder de verplichtingen) niet consistent is met de strekking van de transactie, die een transactie representeert met eigenaren in hun zodanige capaciteit. De wijziging heeft daarom een uitzondering gecreëerd voor de 'vast-voor-vast' regel in IAS 32 en vereist dat toegekende claimrechten binnen de scope van de wijziging geclassificeerd worden als eigen vermogen. Voor claimrechten is het thans vereist om als eigen vermogen geclassificeerd te worden als zij worden uitgegeven voor een vast contant bedrag ongeacht de valuta waarin de uitoefenprijs is genoteerd, ervan uitgaande dat ze zijn aangeboden op een pro rata basis aan alle eigenaren van dezelfde klasse van eigen vermogen. In tegenstelling tot derivaten (onder de verplichtingen) worden eigen vermogensinstrument na ontstaan niet geherwaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. De verwerking is hierdoor minder complex en dientengevolge is er minder volatiliteit in het resultaat.

IAS 34 Tussentijdse Financiële Verslaggeving (wijziging)

Er is meer nadruk gelegd op de toelichtingsvereisten voor significante gebeurtenissen en transacties. Additionele vereisten zijn onder andere de toelichting op reële waarde waarderingen (indien significante) en de noodzaak tot het updaten van relevante informatie ten opzichte van de meest recente jaarrekening. In het eerste kwartaal van 2011 hebben er geen significante gebeurtenissen of transacties plaatsgevonden die een additionele toelichting vereisen.

IFRS 3 Bedrijfscombinaties (wijziging)

Overeenkomsten inzake voorwaardelijke afspraken tengevolge van bedrijfscombinaties met overnamedata voor de toepassing van IFRS 3 (2008) worden verantwoord in overeenstemming met de richtlijnen in de vorige versie van IFRS 3 (zoals uitgegeven in 2004). Deze wijziging licht toe dat de richtlijnen in IAS 39, IAS 32 en IFRS 7 niet van toepassing zijn op voorwaardelijke afspraken die voortvloeien uit bedrijfscombinaties met een effectieve datum voor de toepassing van de herziene versie van IFRS 3.

De keuze om minderheidsbelangen te waarderen tegen reële waarde of tegen het proportionele deel van de verkregen netto activa is alleen van toepassing op instrumenten die de huidige eigendomsbelangen representeren en die hun eigenaren het recht geeft tot een proportioneel deel van de netto activa bij liquidatie. Alle overige minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen reële waarde tenzij IFRS een andere waarderingsgrondslag vereist. Deze wijziging zal in de praktijk de diversiteit beperken en geeft duidelijkere richtlijnen voor het waarderen van minderheidsbelangen.

De toepassingsrichtlijnen in IFRS 3 zijn van toepassing op alle op aandelen gebaseerde beloningstransacties die onderdeel zijn van een bedrijfscombinatie met inbegrip van niet herziene en vrijwillig herziene toekenningen van op aandelen gebaseerde beloningen. IFRS 3 gaf tot op heden geen richtlijnen voor situaties waarin een verkrijger geen verplichting heeft om een dergelijke toekenning te vervangen maar toch besluit deze te vervangen. Deze wijziging speelt in op de tekortkoming in de voorgaande regelgeving. De wijziging in IFRS 3 heeft tot gevolg dat de verwerking van deze toekenningen hetzelfde is als voor toekenningen die de verkrijger verplicht is om te vervangen.

IFRS 7 Financiele Instrumenten: Toelichting (wijziging)

De wijzigingen in IFRS 7 betreffen `Achtergrond en reikwijdte van risico's van financiële instrumenten'. Het betreft wijzigingen in de toelichting op financiële activa, inclusief het financiële effect van waarborgen gehouden als zekerheid.

IFRIC 14 De limiet van een toegezegd pensioen actief, minimum financieringsvereisten en hun interactie (IAS 19) (wijziging)

Deze wijziging is alleen van toepassing op ondernemingen waarvoor het noodzakelijk is dat zij minimum financieringsbijdragen doen aan een toegezegd pensioenplan en ervoor kiezen om deze bijdragen vooruit te betalen. De ondernemingen die hierdoor geraakt worden zijn ondernemingen met een toegezegd pensioenplan dat onderhevig is aan een minimum financieringsvereiste en die vooruitbetaalde (of naar verwachting vooruitbetaalde) financieringsvereisten hebben met betrekking tot toekomstige diensten van werknemers, leidend tot een pensioensurplus. Dergelijke ondernemingen dienen zich op hun boekhoudkundige verwerking te herbezinnen met het oog op de herziene regelgeving om te bepalen of een actief voor de vooruitbetaalde contributies dient te worden verantwoord.

IFRIC 19 Onderkennen van financiële verplichtingen met eigenvermogensinstrumenten

IFRIC 19 stelt dat eigenvermogensinstrumenten uitgegeven om een verplichting te voldoen de opgeofferde waarde representeren. Op grond hiervan wordt vereist dat een winst of verlies afzonderlijk in het resultaat wordt verantwoord wanneer de verplichting is voldaan door de uitgifte van eigen vermogensinstrumenten van de onderneming. Dit is consistent met de algemene aanpak ten aanzien van het 'derecognisen' van financiële verplichtingen, waarop IAS 39 van toepassing is. Het te verantwoorden bedrag van de winst of het verlies in het resultaat wordt bepaald door het verschil tussen de boekwaarde van de verplichting en de reële waarde van de uitgegeven eigenvermogensinstrumenten. Indien de reële waarde van de eigenvermogensinstrumenten niet betrouwbaar kan worden vastgesteld dan wordt de reële waarde van de bestaande verplichting gebruikt om de winst of het verlies te bepalen en voor het waarderen van de eigenvermogensinstrumenten.

1.3 Schattingen

Bij het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag in overeenstemming met IFRS wordt een aantal schattingen gemaakt aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.

De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de tabel weergegeven.

31 maart 2011
Activa Onzekerheid schatting
Voor verkoop beschikbare activa
- Bedrijfsobligaties
- Gestructureerde kredietinstrumenten
Niveau 2 - Het waarderingsmodel
- Inactieve markten
Niveau 3 - Het waarderingsmodel
- Gebruik niet-marktwaarneembare input
- Inactieve markten
Vastgoedbeleggingen Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Geassocieerde deelnemingen Van de beleggingsmix afhankelijke combinatie van onzekerheden
Goodwill - Het waarderingsmodel
- Financiële en economische variabelen
- Disconteringsvoet
Overige immateriële vaste activa - De aan de entiteit inherente risicopremie
- Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde
Uitgestelde belastingvorderingen - Interpretatie van complexe belastingwetgeving
- Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen
Verplichtingen
Verplichtingen verzekeringscontacten
Leven - Actuariële aannames
- Gehanteerde rente bij toereikendheidstoets
Niet-leven - Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims
- Schadebehandelingskosten
Pensioenverplichtingen - Actuariële aannames
- Disconteringsvoet
Voorzieningen - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden
- De berekening van het best geschatte bedrag
Uitgestelde belastingschulden - Interpretatie van complexe belastingwetgeving

Voor uitgebreidere informatie over de toepassing van deze schattingen zie de Geconsolideerde Jaarrekening 2010.

1.4 Segment rapportering

De primaire informatie voor het rapporteren van segmenten is gebaseerd op operationele segmenten. De door Ageas gerapporteerde operationele segmenten representeren groepen van activa en operaties die zich bezig houden met het leveren van financiële producten of diensten, welke onderhevig zijn aan verschillende risico's en opbrengsten en wiens operationele resultaten regelmatig beoordeeld worden door de CEO.

Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (UK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Om de rapporteringsstructuur in overeenstemming te brengen met de managementstructuur heeft Ageas de rapporteringsstructuur aangepast. Vanaf 1 januari 2010 zijn de rapporteringssegmenten gewijzigd conform IFRS 8 Operating Segments.

Ageas heeft besloten dat de regio's waarin Ageas opereert de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS is. Dit betekent België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in Algemene Rekening als separaat operationeel segment.

De segmentrapportage van Ageas reflecteert de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.

De segmentinformatie is gebaseerd op dezelfde waarderingsgrondslagen als die gebruikt zijn voor het opstellen en presenteren van het Geconsolideerde Tussentijdse Financiele Verslag voor de eerste drie maanden van 2011 en door het toepassen van de toepasselijke allocatieregels.

Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

1.5 Consolidatiekring

Het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste drie maanden omvat ageas SA/NV en ageas N.V. (de moedermaatschappijen) en hun dochterondernemingen. Door de samenvoeging van de jaarrekeningen van ageas SA/NV en ageas N.V. past Ageas 'consortium accounting' toe om op de meest duidelijke wijze haar activiteiten weer te geven, zoals voorgeschreven door de 7de EU-richtlijn van 13 juni 1983 (83/349/EEG).

Investeringen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap – deelnemingen – worden verantwoord volgens de 'equity'-methode.

2 Overnames en desinvesteringen

Op grond van de aangekondigde strategie zijn de volgende significante overnames en desinvesteringen gedaan in 2011 en 2010. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in de noot Gebeurtenissen na balansdatum.

2.1 Overnames in 2011

2.1.1 Castle Cover Limited

Ageas heeft Castle Cover Limited overgenomen voor een bedrag van GBP 54,6 miljoen (EUR 62,5 miljoen). Castle Cover is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde tussenpersoon, gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers. De goodwill bij eerste opname bedraagt EUR 52,2 miljoen terwijl de immateriële vaste activa EUR 8.8 miljoen bedragen.

Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en kasequivalenten 7 Leningen 1
Vorderingen 11 Overlopende rente en overige verplichtingen 17
Materiële vaste activa 1
Overlopende rente en overige activa 1
Immateriële vaste activa 61
Totaal verplichtingen 18
Kostprijs 63
Totaal activa 81 Totaal verplichtingen en kostprijs 81

Castle Cover Limited is opgericht in 2006 en is gevestigd in Poole Dorset, dicht bij het Ageas UK operationele centrum in Bournemouth. Het is de op twee na grootste tussenpersoon gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers en biedt woning-, auto- en andere particuliere verzekeringen aan onder de merken Castle Cover en Regal Insurance. Castle Cover, dat meer dan 280.000 polishouders telt en aan 300 mensen werk biedt, kent hetzelfde business model als RIAS, een Ageas UK dochter, die momenteel de op één na grootste tussenpersoon is voor verzekeringen voor 50-plussers. Samen met RIAS, zal Ageas 1.3 miljoen klanten bereiken in dit aantrekkelijke marktsegment dat goed is voor 38% van de Britse bevolking en dat een meer dan gemiddelde groei vertoont evenals een relatief hoge klantentrouw.

De overname van Castle Cover bevestigt de positie van Ageas als de vierde grootste tussenpersoon in particuliere verzekeringen in het Verenigd Koninkrijk.

2.1.2. Overnames AG Real Estate

AG Real Estate, het onderdeel van de Belgische activiteiten dat zich richt op onroerend goed en het parkeerbedrijf heeft in 2011 enige overnames gedaan. De grootste zijn Westland (hierin is een belang van 46% verkregen voor een bedrag van EUR 29,9 miljoen) en Regatta (hierin is een belang van 50% verkregen voor een bedrag van EUR 8,4 miljoen).

2.2 Desinvesteringen in 2011

Ageas heeft besloten om Intreinco N.V. (voorheen genaamd Ageas Reinsurance N.V.) te verkopen. Het is verwacht dat de verkoop plaats zal vinden binnen een jaar. De activa en passiva van Intreinco N.V. zijn in overeenstemming met IFRS geclassificeerd als aangehouden voor verkoop vanaf het eerste kwartaal 2011.

2.3 Overnames in 2010

2.3.1 Kwik-Fit Insurance Services

Op 2 juli 2010 kondigde Ageas aan dat een overeenkomst met PAI partners was bereikt over de overname van Kwik-Fit Insurance Services (KFIS), een Britse verzekeringstussenpersoon met meer dan 600.000 klanten. Ageas heeft voor deze acquisitie EUR 260 miljoen betaald op basis van de koers op de transactiedatum (GBP 215 miljoen). De goodwill bij eerste opname bedraagt EUR 207 miljoen, de immateriële vaste activa EUR 20 miljoen.

Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:

Activa Verplichtingen
Geldmiddelen en kasequivalenten
19
Actuele en uitgestelde belastingschulden 9
Vorderingen
55
Overlopende rente en overige verplichtingen 45
Materiële vaste activa
9
Overlopende rente en overige activa
4
Goodwill en overige immateriële vaste activa
227
Totaal verplichtingen 54
Kostprijs 260
Totaal activa
314
Totaal verplichtingen en kostprijs 314

De overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services (KFIS) dragen sinds augustus 2010 bij aan het nettoresultaat. In het totaal is in 2010 een nettowinst gerealiseerd van EUR 3,5 miljoen, inclusief de amortisatie van immateriële activa van EUR 2,9 miljoen. Met de eenmalige overnamekosten was een negatief effect gemoeid van EUR 5,0 miljoen.

KFIS is een verzekeringstussenpersoon die voornamelijk particuliere niet-leven verzekeringsproducten verkoopt via het 'direct' kanaal. Dit gebeurt vooral via het internet onder de naam Kwik-Fit Insurance alsook onder de twee andere merknamen van KFIS: 'The Green Insurance Company' en 'Express Insurance'.

Met deze overname consolideert Ageas haar positie van vierde grootste makelaar voor particuliere verzekeringsproducten in het Verenigd Koninkrijk. Ze versterkt verder de retailactiviteiten en creëert een speler met een gezamenlijk particulier klantenbestand van 1,6 miljoen klanten en een gecombineerde pro forma omzet van GBP 187 miljoen, op basis van de 2009 cijfers. Met de afronding van de transactie komt naar verwachting een bedrag in contanten vrij, wat de netto cash investering terugbrengt tot ongeveer GBP 185 miljoen. Verwacht wordt dat het rendement op deze investering de minimum rendementscriteria van Ageas zal overstijgen. Deze transactie zal daarenboven het aandeel van omzet komende uit distributie doen toenemen. Tegelijk vormt die een relatief stabiele bron van inkomsten voor succesvolle tussenpersonen in een Britse markt, gekenmerkt door haar dynamisch karakter.

2.3.2 Overnames AG Real Estate

AG Real Estate, onderdeel van de Belgische activiteiten en gericht op vastgoed en het beheer van openbare parkeergarages, heeft in 2010 enkele overnames afgerond. De grootste betreffen Venti M (een vastgoedfonds dat voor 60% werd overgenomen in het vierde kwartaal van 2010) en Metropark (parkeergarages) dat in het eerste kwartaal van 2010 werd overgenomen.

2.4 Desinvesteringen in 2010

2.4.1 Fortis Luxembourg Niet-leven

Ageas heeft op 6 oktober 2009 de verkoop aangekondigd van de Luxemburgse Niet-leven activiteiten aan La Bâloise, voor een totaalbedrag van EUR 23,0 miljoen. De verkoop heeft in januari 2010 effectief zijn beslag gekregen. De gerealiseerde winst bedraagt EUR 12,4 miljoen.

2.4.2 Fortis Emeklilik ve Hayat (Pension and Life activities in Turkey)

Ageas heeft het laatste kwartaal van 2010 de pensioen- en levenactiviteiten in Turkije aan BNP Paribas Assurance verkocht. De transactie is op 12 oktober 2010 afgerond en leverde een meerwaarde van EUR 8,5 miljoen op.

2.4.3 Fortis Life Insurance Ukraine

Ageas Insurance International heeft Fortis Life Insurance Oekraïne verkocht aan de Amerikaanse investeringsmaatschappij Horizon Capital. De transactie is op 17 november 2010 afgerond en leverde een verlies op van EUR 13,9 miljoen.

3 Uitstaande aandelen en winst per aandeel

Hieronder is het verloop weergegeven van het aantal uitstaande aandelen.

Uitgegeven
aandelen
Eigen
aandelen
Uitstaande
aandelen
Stand per 31 december 2010 2.623.380.817 - 40.508.465 2.582.872.352
Netto gekocht/verkocht
Stand per 31 maart 2011 2.623.380.817 - 40.508.465 2.582.872.352

Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen

Naast de reeds uitstaande aandelen heeft Ageas opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde Alternatieve Coupon Vereffenings Methode, geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor de noot Voorwaardelijke verplichtingen). De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentieel aantal nieuwe aandelen per 31 maart 2011.

Aantal aandelen per 31 maart 2011 2.623.380.817
Potentieel nog uit te geven aandelen:
- in verband met optieplannen 24.687.630
Totaal potentieel aantal aandelen per 31 maart 2011 2.648.068.447

De Raad van Bestuur van Ageas is door de jaarlijkse aandeelhouders vergadering gemachtigd het kapitaal te verhogen door de uitgifte van 200 miljoen Ageas aandelen. Daarnaast zijn de Raden van Bestuur van Ageas en de directe dochterondernemingen gemachtigd om Ageas eenheden aan te werven, met een maximum vertegenwoordiging van 10% van het uitgegeven aandelen kapitaal, voor een overweging die equivalent is aan de eind koers van het Ageas aandeel op de Euronext op de dag ogenblikkelijk voorafgaand aan de aankoop, plus of min een maximum van 15%.

Fortis Bank heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 125.313.283 aandelen Ageas. Fortis Bank heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Fortis Bank en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de CASHES gekoppeld zijn (zie Winst per aandeel en noot 28 Voorwaardelijke verplichtingen).

Tot het aantal uitstaande aandelen behoren tevens de aandelen die zijn uitgegeven in verband met het converteerbare instrument FRESH (39.682.540 aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 39.682.540 aandelen Ageas. Ageasfinlux heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux een dochteronderneming van Ageas is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie Winst per aandeel en noot 16 Achtergestelde schulden).

Winst per aandeel

In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel.

Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 153,6 - 201,1
Netto winst gebruikt om de verwaterde winst per aandeel te bepalen - 153,6 - 201,1
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel 2.582.872.352 2.475.081.668
Aanpassingen voor:
- aandelen onder voorwaarden 109.605 469.740
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel 2.582.981.957 2.475.551.408
Gewone winst per aandeel (in euro's per aandeel) - 0,06 - 0,08
Verwaterde winst per aandeel (in euro's per aandeel) - 0,06 - 0,08

In de eerste drie maanden van 2011 werden opties op een gewogen gemiddelde van 26.491.907 aandelen (eerste drie maanden van 2010: 32.220.563) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 20,06 per aandeel (eerste drie maanden van 2010: EUR 21,57) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen. Gedurende 2011 werden 39.682.540 aandelen Ageas (2010: 39.682.540) uit converteerbare effecten met betrekking tot de FRESH buiten beschouwing gelaten omdat de bespaarde rente hoger lag dan de gewone winst per aandeel.

De aandelen die uit hoofde van de CASHES (totaal 125.313.283, ongewijzigd ten opzichte van 2010) zijn uitgegeven, zijn begrepen in de gewone aandelen, ook al zijn deze aandelen tot het moment van conversie van de CASHES niet dividend- en stemgerechtigd (zie tevens noot 28 Voorwaardelijke verplichtingen).

4 Toezicht en solvabiliteit

Ageas wordt door haar belangrijkste toezichthouder aangemerkt als verzekeringsmaatschappij en is als zodanig op geconsolideerd niveau onderworpen aan toezicht. Op de werkmaatschappijen wordt op lokaal niveau toezicht uitgeoefend.

4.1 Geconsolideerd toezicht Ageas

Op geconsolideerd niveau wordt het toezicht op Ageas uitgeoefend door de Nationale Bank van België. Uit hoofde van het prudentieel toezicht wordt op kwartaalbasis geverifieerd of Ageas op geconsolideerde basis nog aan de solvabiliteitseisen voldoet. Op dochterondernemingen wordt toezicht uitgeoefend door de toezichthouder in het land van vestiging, op basis van de eigen solvabiliteitsmaatstaven en de lokale grondslagen voor de financiële verslaggeving.

Op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving voor verzekeringsmaatschappijen in België rapporteert Ageas op kwartaalbasis aan de Nationale Bank van België over het beschikbaar wettelijk kapitaal en de vereiste solvabiliteit.

De aansluiting van het eigen vermogen met het beschikbaar wettelijk vereist kapitaal en de daarmee samenhangende solvabiliteitsratio's is als volgt:

31 maart 2011 31 december 2010
Aandelenkapitaal en reserves 7.921,4 7.802,8
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders - 153,6 223,1
Ongerealiseerde winsten en verliezen - 321,6 221,2
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 7.446,2 8.247,1
Minderheidsbelangen 1.465,6 1.622,1
Totaal eigen vermogen 8.911,8 9.869,2
Achtergestelde instrumenten 2.888,9 2.926,9
Prudentiële filters
Lokaal vereiste egalisatiereserve voor catastrofen - 130,8 - 113,6
Pensioen aanpassing - 18,7 - 14,1
Herwaardering van vastgoedbeleggingen, na belastingen (tegen 90%) 611,7 562,0
Aanpassing waardering van voor verkoop beschikbare beleggingen - 19,6 - 26,1
Kasstroomafdekking - 2,1 1,3
Goodwill - 845,5 - 819,9
Overige immateriële vaste activa - 419,9 - 406,4
Verwacht dividend - 197,0 - 197,0
Verwacht dividend, gerelateerd aan de call optie BNP Paribas aandelen - 611,0 - 609,0
Toetsingsvermogen toezichthouder 10.167,8 11.173,3
Solvabiliteitsratio's
Solvabiliteitsvereisten 3.346,2 3.253,3
Solvabiliteitsoverschot 6.821,6 7.920,0
Solvabiliteitsratio 303,9% 343,4%

4.2 Kapitaalbeheer Ageas

Ten bate van het kapitaalbeheer heeft Ageas een eigen visie op het beschikbaar kapitaal en de daarmee samenhangende vereiste solvabiliteit ontwikkeld. De belangrijkste verschillen met de regels van de Nationale Bank van België voor verzekeringsholdings zijn:

  • investeringen in gereguleerde deelnemingen en RPI worden in de benadering van Ageas van het totaalvermogen afgetrokken;
  • het 'back-to-back' doorlenen van hybride leningen wordt in de benadering van Ageas van het totaalvermogen afgetrokken;
  • niet-gerealiseerde verliezen op schuldpapier blijft in de benadering van Ageas van het totaalvermogen afgetrokken (dit wordt op segmentniveau bepaald). De Nationale Bank van België gaat daarentegen uit van een geconsolideerde benadering. In beide benaderingen worden niet-gerealiseerde winsten op schuldpapier van het beschikbaar kapitaal afgetrokken.

Ageas beschouwt een sterke kapitaalbasis in de afzonderlijke verzekeringsactiviteiten als noodzakelijk, om enerzijds een voorsprong op de concurrentie te verwerven en te behouden en anderzijds om de geplande groei mee te financieren.

Ageas is van mening dat het kapitalisatieniveau een goede afspiegeling moet zijn van de specifieke kenmerken van de activiteiten, inclusief eventuele aangegane verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten met partners. Ageas streeft naar een minimum totale solvabiliteitsratio van 200% van het wettelijk vereiste minimum op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf. Ageas zal die doelstelling ten laatste bij de introductie van Solvency II opnieuw evalueren.

De Algemene Rekening omvat de groepsfuncties, de financieringstransacties, het interne herverzekeringsapparaat (dat wordt afgebouwd) en de nog lopende zaken uit het verleden. Voor de rest van de Algemene Rekening heeft Ageas het concept discretionair kapitaal geïntroduceerd aan de hand waarvan het vrij beschikbare kapitaal in de Algemene Rekening wordt bepaald. Het discretionaire kapitaal is het saldo van het beschikbare kapitaal na aftrek van de investeringen in vaste activa, minus verbintenissen en latente verplichtingen. Dit kapitaal moet contant beschikbaar zijn.

4.2.1 Aansluiting wettelijk vereist kapitaal en totaalkapitaal Ageas

De aansluiting tussen het wettelijk vereiste kapitaal en het totaalkapitaal van Ageas wordt hierna weergegeven.

31 maart 2011 31 december 2010
Toetsingsvermogen toezichthouder (zie 4.1) 10.167,8 11.173,3
Reconciliërende onderdelen
Herwaardering van obligaties - 34,9 - 151,5
Netto vermogenswaarde van verzekeringsdeelnemingen en RPI - 1.572,5 - 1.644,5
Doorlening van achtergestelde schulden aan Fortis Bank SA/NV - 826,9 - 864,2
Overig 41,8 37,4
Totaal vermogen 7.775,3 8.550,5

4.2.2 Aansluiting wettelijk vereiste solvabiliteit en door Ageas vereiste solvabiliteit

De door Ageas vereiste solvabiliteit van de verzekeringsactiviteiten is gelijk aan de vereisten zoals die door de Nationale Bank van België zijn geformuleerd, met uitzondering van de eisen die aan gereguleerde deelnemingen worden gesteld. In de benadering van Ageas wordt de investering in deze laatste groep in mindering gebracht op het beschikbare kapitaal in plaats van een evenredige opname van de solvabiliteitsvereisten. In de door de toezichthouder voorgeschreven procedure wordt het pro-rata deel van de lokale solvabiliteitsvereisten van de gereguleerde deelnemingen meegenomen in de totale solvabiliteitsvereisten.

31 maart 2011 31 december 2010
Reconciliatie van vereiste solvabiliteit
Wettelijk vereist 3.346,2 3.253,3
Aanpassing voor geassocieerde deelnemingen in verzekeraars - 273,7 - 276,6
Ageas solvabiliteitsvereisten 3.072,5 2.976,7

4.2.3 Kapitaalratio's

Het beschikbare kapitaal van de verzekeringsactiviteiten bedroeg ultimo maart 2011 EUR 6,2 miljard (31 december 2010: EUR 6,8 miljard), 201,1% van het vereiste minimum (31 december 2010: 227,3%). De solvabiliteitsratio van België bedroeg 177,3% (31 december 2010: 197,7%). Op basis van de lokale verslagleggingsregels en het lokale toezicht kwam de solvabiliteitsratio van België uit op 195,1% (31 december 2010: 222,8%).

Continentaal Totaal Algemeen Totaal
31 maart 2011 België UK Europa Azië Insurance (incl. elim) Ageas
Totaal vermogen 3.880,3 666,7 1.111,3 520,7 6.179,0 1.596,3 7.775,3
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.188,3 269,8 561,5 52,9 3.072,5 3.072,5
Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten 1.692,0 396,9 549,8 467,8 3.106,5
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 177,3% 247,1% 197,9% 984,3% 201,1%
31 december 2010
Totaal vermogen 4.276,0 744,7 1.188,9 546,7 6.756,3 1.794,2 8.550,5
Minimale solvabiliteitsvereisten 2.162,7 191,7 562,4 55,9 2.972,7 4,0 2.976,7
Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten 2.113,3 553,0 626,5 490,8 3.783,6
Totaal vermogen solvabiliteitsratio 197,7% 388,5% 211,4% 978,0% 227,3%

4.2.4 Discretionair kapitaal

Het discretionair kapitaal is als volgt bepaald:

Activa 31 maart 2011 31 december 2010 Verplichtingen 31 maart 2011 31 december 2010
Geldmiddelen & Deposito's bij banken 2.599,0 2.759,4 Korte termijn (EMTN & Bank) 483,5 548,9
Leningen aan FBB en AG Insurance 1.651,6 1.685,1 NITSH I, II & Hybrone 1.651,6 1.685,1
Overig 687,5 691,0 RPN(I) 722,0 465,0
Vordering op ABN AMRO 2.362,5 2.362,5 Overig 694,5 720,7
Voorziening geschil
Royal Park Investments 913,1 933,2 Nederlandse Staat 2.362,5 2.362,5
Call optie BNP (2009 na belastingen) 611,0 609,0 FRESH 1.250,0 1.250,0
Leningen aan werkmaatschappijen 507,9 485,1 Netto eigen vermogen 2.168,5 2.493,0
Totaal 9.332,6 9.525,3 Totaal 9.332,6 9.525,3
Netto eigen vermogen & FRESH 3.418,5 3.743,0
Geïnvesteerd in niet liquide activa op de balans - 2.032,0 - 2.027,3
Totaal kapitaal 1.386,5 1.715,7
Voorwaardelijke activa buiten de balans
(Fortis Bank Tier 1 lening,
betaalbaar september 2011) - 1.000,0 - 1.000,0
Verschil tussen op te stromen dividend en uitstroom - 65,4 - 65,4
Aangegane verplichtingen met betrekking tot M&A - 150,0 - 172,0
Discretionair kapitaal (beschikbare geldmiddelen) 171,1 478,3

Toelichting op de geconsolideerde balans

5 Geldmiddelen en kasequivalenten

Onder Geldmiddelen en kasequivalenten zijn begrepen direct beschikbare kasgelden, vrij beschikbare tegoeden bij Centrale Banken alsmede andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden, na de datum van verkrijging. De Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit:

31 maart 2011 31 december 2010
Geldmiddelen 1,8 1,7
Vorderingen op banken 2.380,2 3.213,1
Overige 28,3 43,5
Totaal geldmiddelen en kasequivalenten 2.410,3 3.258,3

De daling van de Vorderingen op banken wordt voornamelijk verklaard doordat een bedrag van EUR 1,1 miljard op een interest dragend termijndeposito met een looptijd van meer dan drie maanden is geplaatst (zie ook noot 7.1 Leningen aan banken). Onder de post Overige is EUR 13,0 miljoen (31 December 2010: EUR 11,1 miljoen) verantwoord met betrekking tot geldmarktpapier.

6 Beleggingen

De samenstelling van de Financiële beleggingen is als volgt:

31 maart 2011 31 december 2010
Financiële beleggingen
- Voor verkoop beschikbaar 54.970,3 56.133,7
- Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 217,4 210,3
- Afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) 90,3 56,1
Totaal bruto 55.278,0 56.400,1
Bijzondere waardeverminderingen:
- op voor verkoop beschikbare beleggingen - 149,1 - 167,6
Totaal bijzondere waardeverminderingen - 149,1 - 167,6
Totaal 55.128,9 56.232,5

6.1 Voor verkoop beschikbare beleggingen

De reële waarde en geamortiseerde kostprijs, alsmede de hieraan gerelateerde positieve en negatieve bruto herwaarderingen van de voor verkoop beschikbare beleggingen zijn als volgt:

Historische/ Bruto Bruto Bijzondere
geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde Totaal waarde- Reële
kostprijs winsten verliezen bruto verminderingen waarden
31 maart 2011
Overheidsobligaties 33.083,1 509,9 - 1.823,7 31.769,3 31.769,3
Bedrijfsobligaties 20.074,0 510,5 - 396,8 20.187,7 20.187,7
Gestructureerde kredietinstrumenten 427,0 13,7 - 11,9 428,8 - 0,1 428,7
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 53.584,1 1.034,1 - 2.232,4 52.385,8 - 0,1 52.385,7
Private equity en durfkapitaal 8,7 0,6 - 0,1 9,2 - 1,2 8,0
Aandelen 2.420,0 192,8 - 44,0 2.568,8 - 147,8 2.421,0
Overige beleggingen 6,5 6,5 6,5
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen
en overige beleggingen 2.435,2 193,4 - 44,1 2.584,5 - 149,0 2.435,5
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 56.019,3 1.227,5 - 2.276,5 54.970,3 - 149,1 54.821,2
31 december 2010
Overheidsobligaties 32.841,9 824,1 - 1.363,9 32.302,1 32.302,1
Bedrijfsobligaties 20.415,2 821,9 - 334,8 20.902,3 - 2,5 20.899,8
Gestructureerde kredietinstrumenten 426,3 16,8 - 12,6 430,5 - 6,3 424,2
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties 53.683,4 1.662,8 - 1.711,3 53.634,9 - 8,8 53.626,1
Private equity en durfkapitaal 7,6 0,7 8,3 - 1,3 7,0
Aandelen 2.344,9 184,9 - 45,8 2.484,0 - 157,5 2.326,5
Overige beleggingen 6,5 6,5 6,5
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen
en overige beleggingen 2.359,0 185,6 - 45,8 2.498,8 - 158,8 2.340,0
Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen 56.042,4 1.848,4 - 1.757,1 56.133,7 - 167,6 55.966,1

Overheidsobligaties naar land van uitgifte

De overheidsobligaties naar land van uitgifte zijn als volgt:

Historische/ Bruto
geamortiseerde ongerealiseerde Reële
kostprijs winsten (verliezen) waarden
31 maart 2011
Belgische overheid 10.410,0 - 33,0 10.377,0
Nederlandse overheid 1.212,9 7,3 1.220,2
Duitse overheid 2.567,6 43,7 2.611,3
Italiaanse overheid 3.701,3 - 148,2 3.553,1
Franse overheid 4.271,6 - 35,3 4.236,3
Britse overheid 538,4 4,9 543,3
Griekse overheid 1.830,0 - 626,0 1.204,0
Spaanse overheid 1.712,0 - 115,8 1.596,2
Portugese overheid 1.477,8 - 266,6 1.211,2
Oostenrijkse overheid 2.593,4 2,3 2.595,7
Finse overheid 665,9 - 10,0 655,9
Ierse overheid 599,3 - 154,4 444,9
Sloveense overheid 227,6 4,1 231,7
Tsjechische overheid 346,3 7,8 354,1
Slowaakse overheid 211,8 5,9 217,7
Verenigde Staten van Amerika: overheid 286,8 5,2 292,0
Overige overheden 430,4 - 5,7 424,7
Totaal 33.083,1 - 1.313,8 31.769,3
31 december 2010
Belgische overheid 9.948,1 128,0 10.076,1
Nederlandse overheid 1.288,2 48,0 1.336,2
Duitse overheid 2.628,8 149,9 2.778,7
Italiaanse overheid 3.683,4 - 110,3 3.573,1
Franse overheid 4.069,6 92,4 4.162,0
Britse overheid 600,4 12,8 613,2
Griekse overheid 1.832,0 - 624,1 1.207,9
Spaanse overheid 1.730,0 - 129,0 1.601,0
Portugese overheid 1.654,2 - 142,4 1.511,8
Oostenrijkse overheid 2.543,2 81,4 2.624,6
Finse overheid 740,5 14,8 755,3
Ierse overheid 599,1 - 109,7 489,4
Sloveense overheid 227,4 7,5 234,9
Tsjechische overheid 346,3 12,5 358,8
Slowaakse overheid 211,6 9,5 221,1
Verenigde Staten van Amerika: overheid 308,8 12,7 321,5
Overige overheden 430,3 6,2 436,5
Totaal 32.841,9 - 539,8 32.302,1

Er zijn geen bijzondere waardeverminderingen op overheidsobligaties in de eerste drie maanden van 2011 en 2010.

Netto ongerealiseerde winsten en verliezen op voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen

31 maart 2011 31 december 2010
Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties:
Boekwaarde 52.385,7 53.626,1
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen - 1.198,3 - 48,5
- Belasting 367,6 4,5
Shadow accounting 10,7 - 76,1
- Belasting 1,9 22,0
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen - 818,1 - 98,1
Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen:
Boekwaarde 2.435,5 2.340,0
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 149,3 139,8
- Belasting - 22,2 - 18,9
Shadow accounting - 23,2 - 19,1
- Belasting 8,2 6,8
Netto ongerealiseerde winsten en verliezen 112,1 108,6

Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen hebben ook betrekking op private equity en durfkapitaal en alle overige beleggingen, met uitzondering van obligaties.

6.2 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening

Een nadere toelichting op de Beleggingen welke tegen reële waarde worden gehouden met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening is als volgt:

31 maart 2011 31 december 2010
Bedrijfsobligaties 105,1 103,7
Gestructureerde kredietinstrumenten 101,3 96,3
Obligaties 206,4 200,0
Aandelen 11,0 10,3
Aandelen en overige beleggingen 11,0 10,3
Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 217,4 210,3

6.3 Vastgoed

De reële waarde van het vastgoed, zowel aangehouden als belegging als voor eigen gebruik, is als volgt:

31 maart 2011 31 december 2010
Reële waarde:
Vastgoedbeleggingen 2.549,1 2.455,4
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.425,3 1.385,2
Totaal reële waarde 3.974,4 3.840,6
Boekwaarde:
Vastgoedbeleggingen 1.924,4 1.900,3
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik 1.000,3 974,4
Totale boekwaarde 2.924,7 2.874,7
Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen 1.049,7 965,9
Belastingen - 342,3 - 314,0
Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) 707,4 651,9

7 Leningen

De leningen zijn als volgt samengesteld:

31 maart 2011 31 december 2010
Vorderingen op banken 3.194,2 2.068,8
Vorderingen op klanten 2.395,6 2.469,3
Totaal 5.589,8 4.538,1
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 8,9 - 9,0
- bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) - 0,9 - 0,9
Totaal vorderingen 5.580,0 4.528,2

7.1 Leningen aan banken

De Leningen aan banken zijn als volgt samengesteld:

31 maart 2011 31 december 2010
Rentedragende deposito's 2.172,3 946,4
Achtergestelde leningen 908,5 942,3
Overige 113,4 180,1
Totaal 3.194,2 2.068,8
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 1,1 - 1,2
Vorderingen op banken 3.193,1 2.067,6

7.2 Leningen aan klanten

De Leningen aan klanten zijn als volgt samengesteld:

31 maart 2011 31 december 2010
Overheid en officiele instellingen 0,2 0,2
Hypothecaire leningen 1.602,5 1.625,7
Leningen aan particulieren 4,7 5,4
Leningen aan ondernemingen 76,6 116,9
Polisbeleningen 158,0 158,5
Overige leningen 553,6 562,6
Totaal 2.395,6 2.469,3
Verminderd met bijzondere waardeverminderingen:
- specifiek kredietrisico - 7,8 - 7,8
- bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) - 0,9 - 0,9
Vorderingen op klanten 2.386,9 2.460,6

Overige leningen hebben hoofdzakelijk betrekking op leningen aan regionale instellingen en governementele organisaties.

8 Beleggingen in geassocieerde deelnemingen

Ten gevolge van de op 12 mei 2009 gesloten transacties verwierf Ageas voor een totaalbedrag van EUR 760,0 miljoen een belang van 44,7% in Royal Park Investments (RPI), een special purpose vehicle (SPV) dat een deel van de gestructureerde kredietportefeuille verwierf van Fortis Bank. Het belang wordt gewaardeerd volgens de 'equity methode'.

RPI verwierf van Fortis Bank op de sluitingsdatum een portefeuille gestructureerde kredieten voor een overeengekomen aankoopprijs van EUR 11,7 miljard. De overeenstemmende nominale waarde van de portefeuille kwam per 12 mei 2009 uit op EUR 20,5 miljard. De aankoop is gefinancierd met eigen vermogen ten bedrage van EUR 1,7 miljard, super senior schuld ten bedrage van EUR 5 miljard en senior schuld voor EUR 5 miljard; de senior schuld kent een verliesabsorptiemechanisme. De senior schuld is verstrekt door BNP Paribas en Fortis Bank. Het deel dat gefinancierd is door Fortis Bank is gegarandeerd door de Belgische overheid. Contanten gegenereerd door RPI zullen eerst worden gebruikt om de super senior schuld terug te betalen.

De initiële opname van de investering volgens de 'equity'-methode geschiedt tegen kostprijs, gevolgd door een test op bijzondere waardevermindering van de boekwaarde. Ageas heeft RPI verzocht om de financiële informatie op te stellen in overeenstemming met de Ageas IFRS grondslagen. RPI heeft de verwerving van de portefeuille, de daarmee samenhangende financiering en mensen en processen verantwoord als bedrijfscombinatie onder IFRS. Bij de aankoop is de activaportefeuille tegen marktwaarde opgenomen (EUR 8,2 miljard) en het verschil tussen de aankoopprijs (EUR 11,7 miljard) en de marktwaarde van EUR 3,5 miljard is verantwoord in de IFRS balans van RPI als uitgestelde belastingvordering (EUR 1,2 miljard: 33,9% van EUR 3,5 miljard) en goodwill (EUR 2,3 miljard).

Uitgangspunt bij het beheer van de portefeuille is dat RPI voor de aandeelhouders de maximaal haalbare waarde realiseert, in overeenstemming met de richtlijnen voor het beheer zoals die zijn opgesteld door het bestuur van RPI. Onder de huidige omstandigheden betekent dit een afbouwscenario. In dat geval schrijft IFRS het gebruik van de geamortiseerde kostprijs voor als berekeningsmaatstaf voor de activaportefeuille. Conform IFRS moet voor instrumenten met een variabele rente voor elk instrument de geamortiseerde kostprijs worden herberekend op basis van geactualiseerde kasstroominformatie per actief. RPI beschikt echter niet over dergelijke informatie en het produceren van die informatie zou bovenmatige kosten en inspanningen vergen. Omdat deze informatie ontbreekt en rekening houdend met het feit dat het management toch al gebruik maakt van reële waarde-informatie bij het periodieke monitoren van de activaportefeuille, heeft Ageas besloten de waardering na eerste opname van de activaportefeuille tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening te verwerken.

Voor de bepaling van de kasstromen van de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering zijn diverse aannames gedaan, zoals het verlies bij wanbetaling, de kans op wanbetaling, de ontwikkeling van vervroegde aflossingen, de ontwikkeling van de huizenprijzen, plus aanvullende sector- en geografische gegevens waar relevant. Gezien het feit dat rekening is gehouden met de onzekerheden bij de bepaling van de kasstromen, en het feit dat de financiering van RPI gegarandeerd is, zijn de verwachte kasstromen gedisconteerd tegen 7,8% (31 december 2010: 7,8%), zijnde de risicovrije rentevoet voor België plus de gebruikelijke normale vermogensopslag.

Omdat de portefeuille van RPI wordt afgebouwd, zullen de winsten in de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering in de loop van de tijd worden gerealiseerd en komt er geen winst uit nieuwe transacties voor in de plaats. De goodwill zal daarom een bijzondere waardevermindering ondergaan in de periode dat de portfolio wordt afgebouwd. De door RPI verantwoorde goodwill vertegenwoordigt een belangrijk deel van de toekomstige winsten van deze business.

Op basis van de hiervoor genoemde Ageas waarderingsgrondslagen voert RPI bij het einde van elk kwartaal een test uit op bijzondere waardevermindering van de door RPI, bij de acquisitie van de leningenportefeuille en de hiermee samenhangende financiering, opgenomen goodwill. De uitkomst hiervan was dat in 2011 een bijzondere afwaardering van EUR 520 miljoen van de goodwill nodig was. RPI heeft een IFRS nettoresultaat voor bijzondere waardevermindering van goodwill gerapporteerd van EUR 494 miljoen. Als gevolg hiervan heeft Ageas een negatieve bijdrage aan het nettoresultaat verantwoordt van EUR 12 miljoen (31 december 2010: EUR 131 miljoen voor bijzondere afwaardering van goodwill en nihil na bijzondere afwaardering), in overeenstemming met ons aandeel in RPI. Dit resultaat is verantwoord in de lijn Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen. RPI heeft bovendien begin 2010 een aantal netto renteswaps gesloten waardoor variabele rente-inkomsten zijn omgezet naar vaste rente-inkomsten. Ageas heeft besloten deze swaps boekhoudkundig te verwerken als kasstroomhedge. Mutaties in de reële waarde worden direct in het eigen vermogen opgenomen (EUR 18 miljoen voor per Q1 2011, waarvan het aandeel van Ageas EUR 8 miljoen bedroeg). Als gevolg van deze twee factoren is de investering van Ageas in RPI gedaald van EUR 933 miljoen eind 2010 naar EUR 913 miljoen.

Aan het eind van het eerste kwartaal van 2011 bedroeg de reële waarde van de investeringsportefeuille onder IFRS EUR 7,0 miljard (31 december 2010: EUR 7,0 miljard), bedroeg de goodwill EUR 0,85 miljard (31 december 2010: EUR 1,4 miljard) en bedroegen de uitgestelde belastingvorderingen EUR 0,45 miljard (31 december 2010: EUR 0,7 miljard). De financiering op basis van geamortiseerde kostprijs bedroeg EUR 6,5 miljard (31 december 2010: EUR 7,1 miljard) en het eigen vermogen EUR 2,0 miljard (31 december 2010: EUR 2,1 miljard).

9 Herverzekering en overige vorderingen

Onder 'Herverzekering en overige vorderingen' vallen de uitstaande vorderingen van Ageas op Fortis Capital Company Limited, ABN AMRO en de Nederlandse Staat in verband met de FCC-transactie en de MCS-conversie. De eerste vordering betreft de volledige compensatie voor de betaling (EUR 362,5 miljoen) die Ageas aan Fortis Capital Company Limited (een dochteronderneming van ABN AMRO N.V.) heeft gedaan, waardoor FCC het hierboven vermelde bedrag aan de houders van preferente aandelen kon uitkeren. Ageas heeft besloten deze vordering te verwerken in de beoordeling van de voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie noot 20 Voorzieningen).

De tweede vordering betreft de conversie van de MCS. Op 7 december 2010 heeft Ageas 106,7 miljoen aandelen uitgegeven in verband met de conversie van de MCS. Aangezien de opbrengsten van de MCS-uitgifte naar ABN AMRO zijn gegaan en de overeenkomst tussen de vier partijen Ageas bij conversie een vordering op ABN AMRO gaf, heeft Ageas voor een bedrag van EUR 2 miljard een vordering opgenomen met ABN AMRO als debiteur vanaf het moment van de conversie. De Nederlandse Staat heeft verklaard dat volgens de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance, de Nederlandse staat recht heeft op deze vordering. Ageas heeft hiermee rekening gehouden bij de vorming van een voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie noot 20 Voorzieningen).

10 Call optie aandelen BNP Paribas

Beschrijving van de rechten

Op basis van de op 12 mei 2009 getekende overeenkomst kreeg Ageas een in contanten af te wikkelen calloptie toegekend door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) waardoor Ageas de mogelijkheid heeft te profiteren van een waardestijging van de waarde van 121.218.054 aandelen van BNP Paribas gehouden door de FPIM. Deze aandelen werden verkregen door de FPIM in ruil voor de verkoop van 75% + 1 aandeel van Fortis Bank. De optie geeft Ageas het recht op het verschil tussen de uitoefenprijs van EUR 68 en de marktprijs van de aandelen van BNP Paribas op het moment van de uitoefening of de verkoopprijs van de onderliggende aandelen van BNP Paribas, naar discretie van de FPIM. Deze rechten vervangen 'coupon 42'. Na de claimemissie van BNP Paribas van 29 september 2009 is de uitoefenprijs verlaagd tot EUR 66,672.

De toegekende rechten omvatten bepaalde niet-standaardkenmerken die afwijken van de op de ISDA-norm gebaseerde optie-protocollen, zoals beperking van de overdraagbaarheid, beperkingen van de vrijheid van uitoefening, gedwongen uitoefening in bepaalde omstandigheden en specifieke aanpassingsmechanismen zoals verwatering en claim-emissies.

Na afloop van een lock-up periode op 10 oktober 2010 kan Ageas haar rechten uitoefenen gedurende een periode van zes jaar eindigend op 10 oktober 2016. Ageas heeft verschillende mogelijkheden onderzocht voor monetisatie, maar heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan naar een geleidelijke uitoefening van de opties wanneer deze opties 'in de money' zijn.

Deze optie wordt verantwoordt op basis van de reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening onder Ongerealiseerde winst (verlies) op Calloptie BNP Paribas aandelen.

Waardeberekening

Een theoretische waarde van een individuele optie kan worden berekend op basis van Black-Scholes optiewaarderingstechnieken. Naast waarneembare cijfers in de markt per de verslagdatum zoals de renteopbrengst, de werkelijke en uitoefenprijs van het aandeel en de resterende looptijd van de optie, dient de berekening ook te zijn gebaseerd op veronderstellingen met betrekking tot toekomstig dividend en volatiliteit. Bovendien dient met de nietstandaardkenmerken ook rekening gehouden te worden.

De volgende gegevens zijn gebruikt voor de waardering:

31 maart 2011 31 december 2010
Koers BNP Paribas EUR 51,61 EUR 47,685
Uitoefenprijs EUR 66,672 EUR 66,672
Volatiliteit 30% 33%
Dividendrendement 5,53% 5,29%
Koers per optie tot en met 10 oktober 2016 EUR 7,199 EUR 7,180
Theoretische waarde 121,2 miljoen opties EUR 873 miljoen EUR 870 miljoen
Geschatte waarde, gecorrigeerd voor niet-standaardkenmerken (30%) EUR 611 miljoen EUR 609 miljoen

Volatiliteit

Gezien het groot aantal opties op de BNP Paribas aandelen die door Ageas worden gehouden (het vertegenwoordigd 10,12% van de uitstaande aandelen van BNP Paribas) kan worden verwacht dat monetisatie van de opties effect heeft op de waarde van de verhandelde opties en vandaar dus op de volatiliteit. Ageas heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan tot een geleidelijke uitoefenings strategie om de impact op de impliciete volatiliteit op de aandelen en de waarde van de call optie te minimaliseren. Als gevolg van de verandering naar een geleidelijke uitoefenings strategie heeft Ageas, voor de waardering van de calloptie, besloten de volatiliteit te gebruiken die is gebaseerd op de door de markt geobserveerde geëxtrapoleerde impliciete volatiliteit. De waarde van de calloptie bedraagt eind maart 2011 EUR 611 miljoen, na aanpassing voor de niet gestandaardiseerde kenmerken.

Gevoeligheidswaardering bij veranderingen in de veronderstellingen

Zowel toegepaste volatiliteit als de veronderstellingen ten aanzien van de dividendopbrengst hebben een significant effect op de waarde van de opties. Een wijziging in de volatiliteit van 5% op 31 maart 2011 resulteert in een wijziging van 28% van de theoretische waarde van de optie. Een verlaging van de dividendopbrengst tot 5%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 7% van de theoretische waarde. Terwijl een verhoging van het dividendopbrengst naar 6%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verlaging van 7% van de theoretische waarde van de opties.

Aanpassing voor niet-standaard-kenmerken

Gezien de ongewone kenmerken van de rechten zullen professionele marktpartijen een aanzienlijk disconto toepassen op de theoretische waardering. Ageas heeft besloten de theoretische waardering te verlagen met 30% voor deze nietstandaard-kenmerken, op basis van aanwijzingen van professionele marktpartijen die varieerden van 10% tot 50%.

Uitkering van de opbrengsten

Ageas heeft toegezegd het voordeel van de uitoefening, monetisatie of andere beoogde structuren uit te keren in de vorm van een dividend, voor zover dit door de wet is toegestaan en rekening houdend met eventuele praktische beperkingen.

De Belgische Dienst Voorafgaande Beslissingen heeft bevestigd dat de toewijzing van de BNP Paribas optie niet belastbaar is voor ageas SA/NV. Ageas heeft voldoende compensabele verliezen om geen winstbelasting te hoeven betalen als de meerwaarden op de optie worden gerealiseerd en dat zij dus in staat zal zijn om, voor zover bij de wet toegestaan, de bruto-opbrengsten uit te keren in de vorm van een dividend.

11 Verplichtingen inzake levensverzekeringscontracten

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Levensverzekeringscontracten.

31 maart 2011 31 december 2010
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 23.713,4 23.556,9
Verplichting voor winstdeling polishouders 333,2 323,0
Aanpassing shadow accounting - 15,5 61,1
Voor eliminaties 24.031,1 23.941,0
Eliminaties - 2,7 - 2,6
Bruto 24.028,4 23.938,4
Herverzekering - 38,7 - 25,2
Netto 23.989,7 23.913,2

12 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven.

31 maart 2011 31 december 2010
Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders 27.028,3 26.667,6
Verplichting voor winstdeling polishouders 137,7 212,0
Aanpassing shadow accounting 28,1 34,2
Bruto 27.194,1 26.913,8
Herverzekering
Netto 27.194,1 26.913,8

13 Verplichtingen inzake unit-linked contracten

De Verplichtingen inzake unit-linked contracten voor rekening en risico van polishouders gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven:

31 maart 2011 31 december 2010
Verzekeringscontracten 1.701,2 1.711,6
Beleggingscontracten 19.992,8 20.119,3
Totaal 21.694,0 21.830,9

14 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven

De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten.

31 maart 2011 31 december 2010
Schadeverplichting 4.194,3 4.377,4
Niet-verdiende premies 1.401,5 1.155,4
Verplichting voor winstdeling polishouders 6,4 6,2
Voor eliminaties 5.602,2 5.539,0
Eliminaties - 90,4
Bruto 5.602,2 5.448,6
Herverzekering - 392,1 - 334,7
Netto 5.210,1 5.113,9

15 Schuldbewijzen

De volgende tabel toont de verschillende Schuldbewijzen (EMTN) die Ageas heeft uitgegeven en de bedragen die uitstaan:

31 maart 2011 31 december 2010
Tegen geamortiseerde kostprijs 333,5 365,7
Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 150,0 183,2
Totaal schuldbewijzen 483,5 548,9

16 Achtergestelde schulden

De volgende tabel toont de specificatie van de achtergestelde schulden.

31 maart 2011 31 december 2010
FRESH 1.250,0 1.250,0
- Hybrone 495,6 495,4
- Nitsh I 537,1 571,3
- Nitsh II 537,4 540,3
Ageas Hybrid Financing 1.570,1 1.607,0
Overige achtergestelde schulden 68,8 69,9
Totaal achtergestelde schulden 2.888,9 2.926,9

FRESH

Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum ('FRESH') uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen met een nominale waarde van EUR 250.000 per obligatie. De coupons zijn per kwartaal achteraf betaalbaar tegen een variabele rentevoet gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met 135 basispunten.

De FRESH is uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV en ageas N.V. als mededebiteuren. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 39.682.540 Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend of stemrecht (het per 31 maart 2011 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is inclusief de 39.682.540 Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).

In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is. Vanwege deze kenmerken wordt de FRESH behandeld als onderdeel van het voor de toezichthouder kwalificerend vermogen.

De FRESH-obligaties kennen geen vervaldatum, maar kunnen naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 31,50 per aandeel. De obligaties worden automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende handelsdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 47,25.

Ageas Hybrid Financing

In 2006 heeft Ageas een special purpose vehicle opgericht onder de naam Ageas Hybrid Financing S.A., die eeuwigdurende sterk achtergestelde en onder gelijke condities uitgegeven effecten uitgaf en de opbrengsten daarvan investeerde in instrumenten van (voormalige) werkmaatschappijen van Ageas. Deze instrumenten kwalificeerden als solvabiliteit voor deze entiteiten. De door Ageas Hybrid Financing uitgegeven effecten vallen onder een zogenoemde 'support agreement' en een achtergestelde garantie afgegeven door ageas SA/NV en ageas N.V.

Ageas Hybrid Financing heeft in 2006 een obligatie van EUR 500 miljoen uitgegeven onder de naam 'Hybrone', tegen een coupon van 5,125% tot 20 juni 2016 en driemaands Euribor plus 200 basispunten daarna. In 2008 is een obligatielening genaamd 'Nitsh I' ter waarde van USD 750 miljoen uitgegeven, met een coupon van 8,25%, naast een obligatielening 'Nitsh II' van EUR 625 miljoen met een coupon van 8,0%. De beide Nitsh-instrumenten kunnen voor het eerst opgevraagd worden in 2013.

De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan AG Insurance (EUR 750 miljoen) en aan Fortis Bank SA/NV voor respectievelijk EUR 375 miljoen en USD 750 miljoen. Uit hoofde van de 'Support Agreement' zijn ageas SA/NV en ageas N.V. verplicht om zodanige middelen aan Ageas Hybrid Financing te verstrekken als nodig om de couponverplichtingen te voldoen in ieder jaar dat Ageas een dividenduitkering vaststelt, ofwel om de coupon te betalen via de ACSM indien de entiteiten die de opbrengsten hebben ontvangen de coupons op de doorgeleende leningen niet in contanten voldoen tengevolge van schending van de toepasselijke wettelijke minimale solvabiliteitseisen.

In het geval dat Ageas beneden het wettelijk vereiste minimum solvabiliteitsniveau komt of de geconsolideerde activa kleiner zijn dan de verplichtingen exclusief schulden die niet beschouwd worden als 'Senior Debt' of in het geval dat Ageas Hybrid Financing die keuze maakt, dan wordt de couponbetaling vervangen door een afrekening via de ACSM.

Overige achtergestelde schulden

In de EUR 68,8 miljoen die onder achtergestelde schulden is verantwoord (31 december 2010: EUR 69,9 miljoen) is een bedrag van EUR 29,1 miljoen begrepen in achtergestelde onderhandse leningen met een looptijd tot 2012. De rest van het bedrag betreft een eeuwigdurende achtergestelde lening van EUR 39,7 miljoen aan Tesco Bank.

17 Leningen

De volgende tabel toont de samenstelling van de Leningen.

31 maart 2011 31 december 2010
Schulden aan banken 1.846,1 1.898,5
Schulden aan klanten 95,8 91,5
Overige schulden 143,3 151,7
Totaal schulden 2.085,2 2.141,7

17.1 Schulden aan banken

De schulden aan banken zijn als volgt samengesteld:

31 maart 2011 31 december 2010
Bank deposito's:
Direct opeisbaar 27,1 54,2
Overige 47,9 37,1
Totaal deposito's 75,0 91,3
Terugkoopovereenkomsten 1.215,7 1.262,8
Overige 555,4 544,4
Totaal schulden aan banken 1.846,1 1.898,5

17.2 Schulden aan klanten

De schulden aan klanten zijn als volgt samengesteld:

31 maart 2011 31 december 2010
Deposito's 0,6 0,6
Overige financieringen 5,2 5,1
Depots van herverzekeraars 90,0 85,8
Totaal schulden aan klanten 95,8 91,5

18 Uitgestelde belastingen

Een nadere detaillering van de uitgestelde winstbelastingen is als volgt:

Balans Resultatenrekening
31 maart 2011 31 december 2010 Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010
Uitgestelde belastingvorderingen op:
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 51,7 131,1
Vastgoedbeleggingen 8,2 7,4 0,8 - 0,6
Materiële vaste activa 41,3 41,7 - 0,3 - 0,6
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 29,9 29,8
Verzekeringspolis en claim reserves 265,0 288,1 - 0,9 6,8
Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding 43,9 44,0 - 0,1 - 0,4
Overige voorzieningen 6,8 6,7 0,1 0,3
Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten 4,6 4,3 0,3 1,0
Niet-aangewende compensabele verliezen 148,3 174,6 - 14,8 - 1,1
RPN(I) 245,4 158,1
Overige 46,9 85,1 4,0 - 0,1
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 892,0 970,9 - 10,9 5,3
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen - 114,6 - 114,1 0,5
Netto uitgestelde belastingvorderingen 777,4 856,8 - 10,4 5,3
Uitgestelde belastingverplichtingen op:
Afgeleide financiële instrumenten (activa) 4,7 1,2 - 3,4 3,3
Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) - 187,8 130,4 - 0,8 2,7
Vastgoedbeleggingen 117,2 113,6 - 3,6 - 0,7
Leningen aan klanten 3,0 3,0 -
Materiële vaste activa 210,4 208,7 0,2 - 0,7
Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 143,6 145,7 2,0 2,0
Overige voorzieningen - 0,8 - 0,8 - 0,4
Overlopende acquisitiekosten 46,8 46,3 - 1,3 - 2,4
Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten 1,6 1,6
Belastingvrij gerealiseerde reserves 44,9 45,4 0,6 0,5
BNP Paribas call optie 207,7 207,0
Overige 85,0 171,8 4,5 78,9
Totaal uitgestelde belastingverplichtingen 676,3 1.073,9 - 1,8 83,2
Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) - 12,2 88,5
Netto uitgestelde belastingen 101,1 - 217,1

Uitgestelde belastingvorderingen en belastingverplichtingen worden gesaldeerd wanneer er sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om acute belastingvorderingen te salderen met acute belastingverplichtingen en de uitgestelde belastingen dezelfde belastingautoriteit betreffen. De volgende salderingen zijn toegepast:

31 maart 2011 31 december 2010
Uitgestelde belastingvorderingen 774,6 465,2
Uitgestelde belastingverplichtingen 673,5 682,3
Netto uitgestelde belastingen 101,1 - 217,1

19 RPN(I)

De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van Fortis Bank SA/NV.

Mechanisme

De betaling per kwartaal wordt vastgesteld als het gemiddelde van de rentebetalingen tegen een rente op jaarbasis van 3-maands EURIBOR plus 20 basispunten op basis van een referentiebedrag zoals dat op iedere handelsdag wordt berekend.

Het referentiebedrag wordt gedefinieerd als:

  • het verschil tussen EUR 3.000 miljoen en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd op de beurs van Luxemburg, minus
  • het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 125.313.283 aandelen Ageas.

Als het referentiebedrag positief is, betaalt Fortis Bank SA/NV over het referentiebedrag rente aan Ageas. Is dat referentiebedrag negatief, dan betaalt Ageas over het referentiebedrag rente aan Fortis Bank SA/NV.

Staatsgarantie

In het voordeel van Fortis Bank SA/NV heeft de Belgische staat een staatsgarantie uitgegeven op de door Ageas betaalde RPN(I) rente. De jaarlijkse garantie vergoeding bedraagt 70 basispunten over het referentiebedrag. Om de betaling van de vergoeding en de middelen van de Belgische staat in geval van wanbetaling te garanderen, garandeert Ageas de Belgische staat een maximum van 20% aandelen AG Insurance.

Reële waarde van RPN(I)

Voor de berekening van de marktwaarde van de RPN(I) heeft Ageas het level 3-waarderingsmodel gehanteerd gebaseerd op de waarderingstechnieken van financiële derivaten welke eind 2009 zijn geïntroduceerd. Eind maart 2011 bedragen de totale kosten voor RPN(I) EUR 722 miljoen (waarvan EUR 621 miljoen is gerelateerd aan de RPN(I) verplichting zelf en EUR 101 miljoen aan de garantieovereenkomst tussen Ageas, de Belgische staat en Fortis bank) vergeleken met EUR 465 miljoen eind december 2010 of wel een negatieve impact op het resultaat van EUR 257 miljoen. Dit bedrag kan gesplitst worden in (i) EUR 222 miljoen reflecterend de toename van de nettocontante waarde van de drie maandelijkse rentebetalingen onder het RPN(I) mechanisme en (ii) EUR 35 miljoen extra verplichting verbandhoudend met de garantieovereenkomst tussen de Belgische Staat en Ageas. Ageas betaalt 70 basispunten (jaartarief) garantie-fee over het gemiddelde referentiebedrag van de RPN(I). Ageas heeft besloten om de waarde van de toekomstige garantiebetalingen toe te voegen aan de reële waarde van de RPN(I).

De stijging in reële waarde vanaf het begin van het jaar is het resultaat van (i) een substantiële stijging van het referentiebedrag tussen ultimo 2010 en 31 maart 2011 (+ EUR 207 miljoen), (ii) lagere spreads (-55 basispunten) op eeuwigdurende schuldbewijzen (+ EUR 48 miljoen) en (iii) andere mark omstandigheden, inclusief een hogere rentevoet (+ EUR 2 miljoen)

Referentiewaarden

Per 31 maart 2011 sloot de CASHES op 62.8% en sloot de koers van Ageas op EUR 2.01. Dit heeft geleid tot een stijging van de referentiewaarde (de "Relative Performance Note" of wel de RPN verantwoord bij Fortis Bank) naar een absolute waarde (negatief) van EUR 983 miljoen, van (negatief) EUR 642 miljoen op 31 december 2010 (+53%).

Op 31 maart 2011 was de 3-maands EURIBOR 1,24%. De totale rentebetaling aan Fortis Bank over het eerste kwartaal bedraagt hiermee EUR 2,5 miljoen. Het totale bedrag dat aan de Belgische Staat voldaan is over dezelfde periode uit hoofde van de garantieovereenkomst tussen beide partijen bedroeg EUR 1,4 miljoen.

Veronderstellingen

Ageas heeft de volgende veronderstellingen aangenomen om de marktwaarde van de RPN(I) te bepalen en voor de garantiebetalingen per 31 maart 2011:

  • De koers van het aandeel Ageas is geschat met behulp van een standaard geometrisch Brownian bewegingsmodel, waarbij is uitgegaan van een oorspronkelijke koers van EUR 2,01, de slotkoers per 31 maart 2011, en een gemiddeld dividendrendement van 4% over de verwachte looptijd van het instrument en consistent met het waargenomen dividendrendement van 2010 gebaseerd op de slotkoers van de aandelen op 31 maart 2011. De volatiliteit van de aandelenkoers die gebruikt is bedraagt 41% en is gebaseerd op de impliciete volatiliteit van de 3-maands opties per einde maart 2011.
  • De prijs van de CASHES is geschat op basis van de op de CASHES van toepassing zijnde termijnspread curve met een extra stochastische afwijking, met een risicovrij rentemodel afgestemd op de markt, en spread curves afgestemd op de marktwaarde van de CASHES van 62,8% op 31 maart 2011. Voor modelleringsdoeleinden is verondersteld dat de CASHES een contstante looptijd van 50 jaar hebben op ieder moment in de toekomst, voorbij welke de bijdrage van de gedisconteerde vrije kasstromen te verwaarlozen zal zijn.
  • De huidige en toekomstige risicovrije rentevoet zijn afgeleid van marktgegevens per 31 maart 2011 en zijn geschat aan de hand van een standaard arbitragevrij rentemodel.
  • In het waarderingsmodel wordt tevens rekening gehouden met de mogelijkheid van conversie die in de CASHES is ingebouwd, tegen een koers van EUR 23,94 (naar keuze) en EUR 35,91 (automatisch). De betaling van buitengewoon dividend ter waarde van de BNP Paribas optie heeft een verwaarloosbaar effect op de waarde en is genegeerd.
  • De geschatte toekomstige rentebetalingen en de geschatte kosten van de garantie worden gedisconteerd tegen een disconteringsvoet waarbij rekening is gehouden met de risico's in verband met de verplichtingen van Ageas zoals de RPN(I), gebaseerd op de algemene BBB-spread curve per eind maart 2011 en een extra marge van 315 basispunten gecalibreerd om een disconteringsvoet van andere eeuwigdurende senior marktinstrumenten van Ageas te reflecteren.

Gevoeligheidsanalyse

De gevoeligheid van de reële waarde van de RPN(I) voor de veranderingen in de factoren kan als volgt worden samengevat, ervan uitgaande dat de andere factoren constant blijven:

  • een toename ten opzichte van de oorspronkelijke koers van het aandeel Ageas naar EUR 2,41 verlaagt de reële waarde met EUR 27 miljoen naar EUR 695 miljoen; een daling van de startwaarde naar EUR 1,61 verhoogt de reële waarde met EUR 29 miljoen naar EUR 751 miljoen;
  • een toename in de marktwaarde van de CASHES tot 73% verhoogt de reële waarde van de RPN(I) met EUR 182 miljoen naar EUR 904 miljoen; een daling tot 53% vermindert de waarde met EUR 181 miljoen naar EUR 541 miljoen.
  • een toename van de risico vrije rentevoet met 50 basispunten langs de rentevoet curve verhoogt de reële waarde met EUR 17 miljoen naar EUR 739 miljoen; een afname met 50 basispunten verlaagt de reële waarde met EUR 22 miljoen naar EUR 700 miljoen;
  • een daling van de disconteringsvoet van 100 basispunten verhoogt de reële waarde met EUR 103 miljoen naar EUR 825 miljoen;
  • een toename met 100 basispunten verlaagt de reële waarde met EUR 83 miljoen naar EUR 639 miljoen.

Indien uitgegaan wordt van de meest gunstige voorwaarden voor de vier belangrijkste factoren in het model, oftewel een koers van het aandeel Ageas van EUR 2,41 een marktwaarde voor de CASHES van 53%, een afvlakkende risicovrije rentevoet curve van 50 basispunten en een 100 basispunten hogere rentevoet, dan zou de reële waarde van de RPN(I) afnemen tot EUR 443 miljoen.

Indien uitgegaan wordt van de minst gunstige voorwaarden voor de vier factoren, namelijk een koers van het aandeel Ageas van EUR 1,61, een marktwaarde voor de CASHES van 73%, een opwaartse risicovrije rentevoet curve met 50 basispunten en een 100 basispunten lagere rentevoet, dan zou de reële waarde van de RPN(I) toenemen tot EUR 1.089 miljoen.

De reële waarde van de RPN(I) vertoont geen gevoeligheid voor de verwachte koersvolatiliteit en het dividendrendement van het Ageas aandeel.

20 Voorzieningen

De Voorzieningen bestaan uit voorzieningen voor fiscale zaken en juridische zaken. De voorzieningen zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op jaareinde waarbij rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische en fiscale adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van geschillen.

Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt:

31 maart 2011 31 december 2010
Stand per 1 januari 2.407,6 34,2
Aan- en verkoop dochterondernemingen 3,0
Toename voorziening 0,5 2.381,6
Terugname niet-gebruikte voorzieningen - 0,9 - 3,0
Aanwendingen in de loop van het jaar - 0,1 - 8,6
Omrekeningsverschillen - 0,1 0,4
Overige 0,2
Stand per einde periode 2.407,2 2.407,6

Ageas heeft in 2010 een voorziening voor een bedrag van EUR 2.362 miljoen getroffen voor de uitstaande geschillen met de Nederlandse Staat. Deze geschillen vloeien voort uit de uiteenlopende interpretatie van de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance door Ageas aan de Nederlandse Staat in oktober 2008. De Nederlandse Staat is van mening dat zij op basis van het akkoord (het 'Term Sheet') dat aan de verkoop ten grondslag ligt:

  • eigenaar is van de vordering van EUR 2 miljard op ABN AMRO uit hoofde van de conversie van de MCS (zie ook noot 9);
  • eigenaar is van de vordering van EUR 362 miljoen op FCC/ABN AMRO in verband met de FCC-transactie (zie ook noot 9);
  • recht heeft op zo'n EUR 885 miljoen in verband met een kapitaalgarantie in de verkoopdocumentatie (zie noot 28).

Zoals door beide partijen is gemeld, streven de Nederlandse Staat en Ageas naar een minnelijke schikking. In die schikking zou een oplossing moeten worden gevonden voor het geschil over het eigendom van de vorderingen op ABN AMRO in verband met de FCC- en MCS-transacties alsmede de kapitaalgarantie. Ageas is van mening dat een voorziening van EUR 2.362 miljoen voldoende is om een potentiële uitstroom van gelden in verband met de schikking te dekken.

Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening

21 Verzekeringspremies

Hieronder volgt een overzicht van de bruto verdiende premies.

Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010
Bruto premie-inkomen Leven 2.065,0 2.398,4
Bruto premie-inkomen Niet-leven 1.101,7 862,2
Eliminaties - 0,7
Totaal bruto premie-inkomen 3.166,0 3.260,6

In het eerste kwartaal 2011 heeft EUR 549,0 miljoen betrekking op premies inzake beleggingscontracten zonder DPF waarop deposit accounting van toepassing is (eerste kwartaal 2010: EUR 699,3 miljoen). De premies verantwoord in de Geconsolideerde resultatenrekening bedragen voor het eerste kwartaal van 2011: EUR 2.617,0 miljoen (eerste kwartaal 2010 EUR: 2.561,3 miljoen).

Leven

In de onderstaande tabel worden de Levensverzekeringspremies weergegeven.

Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010
Unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies 1,6 0,8
Geboekte periodieke premies 23,0 27,8
Totaal collectief 24,6 28,6
Geboekte eenmalige premies 24,9 10,9
Geboekte periodieke premies 8,9 9,6
Totaal individueel 33,8 20,5
Totaal unit-linked contracten 58,4 49,1
Niet unit-linked contracten
Geboekte eenmalige premies 70,1 62,8
Geboekte periodieke premies 217,7 234,7
Totaal collectief 287,8 297,5
Geboekte eenmalige premies 150,6 225,7
Geboekte periodieke premies 178,6 172,5
Totaal individueel 329,2 398,2
Totaal niet unit-linked contracten 617,0 695,7
Beleggingscontracten met DPF
Geboekte eenmalige premies 723,8 848,9
Geboekte periodieke premies 116,8 105,4
Totaal beleggingscontracten met DPF 840,6 954,3
Totaal geboekte premies Leven 1.516,0 1.699,1
Geboekte eenmalige premies 509,9 641,9
Geboekte periodieke premies 39,1 57,4
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 549,0 699,3
Totaal bruto premie-inkomen Leven 2.065,0 2.398,4

Het totale premie inkomen bij Levensverzekeringen bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. Het premieinkomen van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.

Niet-leven

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de verzekeringspremies Niet-leven gedurende de periode. De verzekeringspremies voor Auto, Brand en Overige zijn samengevoegd onder Overige Niet-leven.

Ongevallen en Overige
Ziekte Niet-leven Totaal
Eerste kwartaal 2011
Bruto geboekte premies 245,9 855,8 1.101,7
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 53,8 - 213,3 - 267,1
Bruto verdiende premies 192,1 642,5 834,6
Afgegeven herverzekeringspremies - 8,1 - 44,6 - 52,7
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 0,6 1,3 1,9
Netto verdiende premies Niet-leven 184,6 599,2 783,8
Eerste kwartaal 2010
Bruto geboekte premies 238,3 623,9 862,2
Wijziging in niet-verdiende premies, bruto - 58,7 - 83,4 - 142,1
Bruto verdiende premies 179,6 540,5 720,1
Afgegeven herverzekeringspremies - 8,4 - 35,3 - 43,7
Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies 1,2 1,2 2,4
Netto verdiende premies Niet-leven 172,4 506,4 678,8

De verdeling van de netto verdiende premies uit Niet-levensverzekeringen per segment is als volgt:

Ongevallen en Overige
Ziekte Niet-leven Totaal
Eerste kwartaal 2011
België 116,0 278,5 394,5
UK 13,4 281,5 294,9
Continentaal Europa 55,2 39,2 94,4
Netto verdiende premies Niet-leven 184,6 599,2 783,8
Eerste kwartaal 2010
België 111,9 264,5 376,4
UK 12,0 201,0 213,0
Continentaal Europa 48,5 40,9 89,4
Netto verdiende premies Niet-leven 172,4 506,4 678,8

22 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten

De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten.

Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010
Rentebaten
Rentebaten op kasequivalenten 7,1 3,6
Rentebaten uit vorderingen op banken 26,2 25,0
Rentebaten op beleggingen 542,9 548,8
Rentebaten uit vorderingen op klanten 32,1 29,3
Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 14,5 16,6
Overige rentebaten 2,2 2,1
Totaal rentebaten 625,0 625,4
Dividenden op aandelen 5,8 4,7
Huurbaten uit vastgoedbelegging 41,0 34,9
Opbrengsten parkeergarage 64,2 59,5
Overige baten op beleggingen 14,6 12,4
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 750,6 736,9

23 Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen

De onderstaande tabel geeft een specificatie van de gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen.

Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010
Obligaties aangehouden voor verkoop 18,3 51,1
Aandelen aangehouden voor verkoop 29,3 14,1
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 8,9 - 17,0
Vastgoedbeleggingen 0,2
Gerealiseerde winst op de verkoop van aandelen van dochtermaatschappijen 12,4
Materiële vaste activa 0,1
Activa en verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening 7,4 14,7
Afdekkingsresultaten - 0,1
Overige - 3,3 - 0,9
Totaal gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 60,6 74,6

De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waarde veranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.

De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.

24 Schadelasten en uitkeringen

De opbouw van de Schadelasten en uitkeringen is als volgt.

Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010
Levensverzekeringen 1.755,8 1.974,2
Niet-levensverzekeringen 550,6 521,8
Algemeen en eliminaties - 1,5
Totaal schadelasten en uitkeringen, netto 2.304,9 2.496,0

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herververzekering.

Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010
Uitkeringen en afkopen, bruto 1.264,3 901,6
Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto 508,9 1.089,8
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto 1.773,2 1.991,4
Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen - 17,4 - 17,2
Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto 1.755,8 1.974,2

De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herververzekering.

Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010
Schaden, bruto 548,7 483,8
Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto 27,2 55,3
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto 575,9 539,1
Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen inzake verzekeringscontracten - 4,9 - 4,1
Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden - 20,4 - 13,2
Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto 550,6 521,8

25 Financieringslasten

De onderstaande tabel toont de Financieringslasten per product.

Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010
Financieringslasten
Schuldbewijzen 6,8 12,5
Achtergestelde schulden 39,0 36,4
Leningen - verschuldigd aan banken 13,3 6,5
Leningen - verschuldigd aan klanten 2,5 0,1
Overige financieringen 2,5 5,0
Derivaten 3,9 3,0
Overige schulden 10,8 6,6
Totaal financieringslasten 78,8 70,1

26 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen

De wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Eerste kwartaal 2011 Eerste kwartaal 2010
Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op:
Beleggingen in obligaties 0,4 0,1
Beleggingen in aandelen en overige beleggingen 5,7 0,5
Leningen aan klanten 0,1 0,2
Herverzekering en overige vorderingen 0,4 2,5
Goodwill en overige immateriële vaste activa - 0,4
Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen 6,2 3,3

Toelichting op de segmentrapportage

27 Segment informatie

27.1 Algemene informatie

In september 2009 kondigde Ageas een nieuwe organisatiestructuur aan gebaseerd op een beperkte Executive Committee en een Management Committee bestaande uit het Executive Committee, de CEO's van vier geografische regio's en de CFO. Deze structuur is vanaf 1 januari 2010 operationeel.

Ageas is nu georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):

  • België;
  • Verenigd Koninkrijk (UK);
  • Continentaal Europa;
  • Azië;
  • Algemene Rekening.

Om de rapporteringsstructuur in overeenstemming te brengen met de managementstructuur heeft Ageas de rapporteringsstructuur aangepast. Vanaf 1 januari 2010 zijn de rapporteringssegmenten gewijzigd conform IFRS 8 Operating Segments.

Ageas heeft besloten dat de regio's waarin Ageas opereert de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS is. Dit betekent België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in Algemene Rekening als separaat operationeel segment. Als gevolg van de verandering in de samenstelling van te rapporteren segmenten heeft Ageas de vergelijkende items ten aanzien van segmentinformatie van eerdere periodes aangepast.

De segmentrapportage van Ageas reflecteert de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen. Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.

Allocatieregels

In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de business.

Bij het alloceren van balansposten aan operationele segmenten wordt een bottom-up aanpak gehanteerd, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.

Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.

27.2 België

De Belgische verzekeringsactiviteiten, sinds juni 2009 onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. Het totale bruto premie-inkomen in 2010 kwam uit op EUR 6,7 miljard en de onderneming heeft meer dan 2,5 miljoen klanten. 75 tot 80% van het totale premie-inkomen komt uit Leven en 20 tot 25% uit Niet-leven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven- en Niet-leven, die zowel verkocht worden aan particulieren als aan kleine en middelgrote bedrijven. Zij voert een multi-channel-strategie met distributie via meer dan 3.000 onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis Bank en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis Bank 25% eigenaar van AG insurance.

27.3 Verenigd Koninkrijk (UK)

In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-leven en in 2008 werden verwante nieuwe levensverzekeringsactiviteiten gelanceerd. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van de bedrijfsverzekeringen. De onderverdeling is circa 82% particuliere verzekeringen, 16% bedrijfsverzekeringenen en 2% Leven. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multi-channel-distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinitypartners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich RIAS en Castle Cover, die meer dan een miljoen klanten hebben in het groeiende marktsegment van 50-plussers en Ageas Insurance Solutions, dat 'white label'-oplossingen biedt aan affinity-partners, alsook outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van het eigen merk en van Kwik-Fit Insurance Services. De succesvolle start van Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband met Tesco Bank (49%) en de integratie van de overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services versterken de diverse marktposities van Ageas in het Verenigd Koninkrijk.

Om de contributie van de verschillende business segmenten transparanter te maken heeft Ageas de resultaten van het Verenigd Koninkrijk gesplitst in drie deelsegmenten: Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen. Tot die laatste categorie behoren de resultaten uit de retailactiviteiten.

27.4 Continentaal Europa

Continentaal Europa bestaat uit de Europese verzekeringsactiviteiten van Ageas, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Het segment omvat vijf landen en is een mengeling van leidinggevende posities in volgroeide markten zoals Portugal (51% eigendom) en Luxemburg (50% eigendom) en kleinere posities in Frankrijk en Duitsland (beiden 100% eigendom) of het nieuwe samenwerkingsverband in Niet-leven in Italië (25% eigendom). In 2010 had ongeveer 89% van het totale inkomen betrekking op Leven, aangevuld met activiteiten Niet-leven in Portugal en Italië. Als onderdeel van de strategische evaluatie in 2009 werden in het segment Continentaal Europa een aantal initiatieven genomen om de portefeuille te stroomlijnen. Dit heeft geleid tot de verkoop van de activiteiten Niet-leven in Luxemburg, de Turkse en de Oekraïense leven-activiteiten. Verder zijn de Russische activiteiten stopgezet.

27.5 Azië

Ageas is actief in vijf landen in Azië. Het regionale kantoor bevindt zich in Hongkong en de dochteronderneming in Hongkong is in volledig eigendom. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (8-24,9% eigendom), Maleisië (30,95% eigendom), Thailand (8- 31% eigendom) en India (26% eigendom). Ageas rapporteert op geconsolideerde basis met betrekking tot Hongkong, terwijl de andere ondernemingen als beleggingen worden verantwoord.

27.6 Algemene Rekening

De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de houdstermaatschappij(en). Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES (RPN(I)), Intreinco N.V. (het voormalige Ageas Reinsurance N.V. ) en de vordering op ABN AMRO.

27.7 Balans per operationeel segment

31 maart 2011
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 749,7 253,9 261,3 146,4 999,0 2.410,3
Financiële beleggingen 43.664,0 1.759,0 8.717,8 971,1 29,3 - 12,3 55.128,9
Vastgoedbeleggingen 1.898,6 25,4 0,4 1.924,4
Leningen 2.428,0 601,3 114,0 3.759,5 - 1.322,8 5.580,0
Beleggingen inzake unit-linked contracten 6.535,1 14.775,0 381,7 - 81,6 21.610,2
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 150,3 5,4 640,0 932,4 11,5 1.739,6
Herverzekering en overige vorderingen 844,0 685,9 256,7 48,0 2.379,0 - 4,0 4.209,6
Actuele belastingvorderingen 36,6 3,3 34,5 74,4
Uitgestelde belastingvorderingen 433,6 12,5 120,9 207,6 774,6
Call optie op BNP Paribas aandelen 611,0 611,0
Overlopende rente en overige activa 1.225,2 266,1 323,0 152,2 102,9 - 46,5 2.022,9
Materiële vaste activa 1.026,5 51,7 6,7 2,3 1,7 1.088,9
Goodwill en overige immateriële vaste activa 390,9 296,0 527,8 486,6 0,1 1.701,4
Activa aangehouden voor verkoop 310,1 310,1
Totaal activa 59.382,5 3.328,4 25.655,8 2.942,7 9.332,6 - 1.455,7 99.186,3
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 20.210,9 2.834,8 985,4 - 2,7 24.028,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 21.794,0 5.398,9 1,2 27.194,1
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 6.535,1 14.777,2 381,7 21.694,0
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 3.220,9 1.748,9 632,4 5.602,2
Schuldbewijzen 483,5 483,5
Achtergestelde schulden 893,2 152,4 28,0 71,7 2.927,7 - 1.184,1 2.888,9
Leningen 1.700,3 196,7 243,4 70,0 95,1 - 220,3 2.085,2
Actuele belastingschulden 61,5 0,8 6,2 4,9 73,4
Uitgestelde belastingschulden 365,5 29,8 70,5 207,7 673,5
RPN(I) 722,0 722,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.409,5 375,3 280,4 50,1 190,6 - 53,5 2.252,4
Voorzieningen 17,0 5,4 17,0 2.367,8 2.407,2
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 169,7 169,7
Totaal verplichtingen 56.207,9 2.509,3 24.288,8 1.565,0 7.164,1 - 1.460,6 90.274,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 2.281,7 751,2 852,0 1.377,7 2.178,7 4,9 7.446,2
Minderheidsbelangen 892,9 67,9 515,0 - 10,2 1.465,6
Totaal eigen vermogen 3.174,6 819,1 1.367,0 1.377,7 2.168,5 4,9 8.911,8
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 59.382,5 3.328,4 25.655,8 2.942,7 9.332,6 - 1.455,7 99.186,3
Aantal werknemers 5.638 4.662 1.280 333 87 12.000

GECONSOLIDEERD TUSSENTIJDS FINANCIEEL VERSLAG Eerste drie maanden van 2011 | 63

Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 389,3 184,8 270,8 154,0 2.259,4 3.258,3
Financiële beleggingen 44.191,0 1.741,1 9.010,2 1.014,6 307,0 - 31,4 56.232,5
Vastgoedbeleggingen 1.874,2 25,7 0,4 1.900,3
Leningen 2.563,0 447,9 121,5 2.670,1 - 1.274,3 4.528,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten 6.687,2 14.747,9 390,3 - 78,1 21.747,3
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 104,6 5,4 660,2 954,0 8,3 1.732,5
Herverzekering en overige vorderingen 712,4 477,9 275,5 52,2 2.405,8 - 95,3 3.828,5
Actuele belastingvorderingen 34,5 2,6 34,4 71,5
Uitgestelde belastingvorderingen 145,5 11,3 95,0 213,3 465,1
Call optie op BNP Paribas aandelen 609,0 609,0
Overlopende rente en overige activa 1.269,6 244,3 301,5 155,3 105,9 - 34,1 2.042,5
Materiële vaste activa 1.019,5 35,4 6,8 2,6 0,7 1.065,0
Goodwill en overige immateriële vaste activa 388,0 241,2 535,1 521,6 0,1 1.686,0
Activa aangehouden voor verkoop
Totaal activa 59.378,8 2.938,6 25.756,2 3.072,7 9.525,3 - 1.504,9 99.166,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 20.077,8 2.835,7 1.027,5 - 2,6 23.938,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 21.433,9 5.478,6 1,3 26.913,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 6.687,2 14.753,4 390,3 21.830,9
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 3.141,4 1.602,2 617,9 177,5 - 90,4 5.448,6
Schuldbewijzen 548,9 548,9
Achtergestelde schulden 892,8 156,5 28,0 76,3 2.961,1 - 1.187,8 2.926,9
Leningen 1.766,3 125,5 240,5 74,4 99,6 - 164,6 2.141,7
Actuele belastingschulden 34,2 3,1 4,5 4,6 46,4
Uitgestelde belastingschulden 359,7 32,9 73,0 216,7 682,3
RPN(I) 465,0 465,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.328,2 164,2 263,2 58,0 195,8 - 62,4 1.947,0
Voorzieningen 16,8 6,3 16,8 2.367,7 2.407,6
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop
Totaal verplichtingen 55.738,3 2.090,7 24.311,6 1.632,4 7.032,3 - 1.507,8 89.297,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 2.632,0 776,1 893,1 1.440,3 2.502,7 2,9 8.247,1
Minderheidsbelangen 1.008,5 71,8 551,5 - 9,7 1.622,1
Totaal eigen vermogen 3.640,5 847,9 1.444,6 1.440,3 2.493,0 2,9 9.869,2
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 59.378,8 2.938,6 25.756,2 3.072,7 9.525,3 - 1.504,9 99.166,7
Aantal werknemers 5.705 4.327 1.270 320 85 11.707

31 december 2010

België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal

Continentaal

27.8 Resultatenrekening per operationeel segment

Eerste kwartaal 2011
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 1.733,2 481,4 351,9 51,2 - 0,6 - 0,1 2.617,0
- Wijziging in niet-verdiende premies - 101,2 - 154,9 - 11,0 - 267,1
- Afgegeven herverzekeringspremies - 16,9 - 23,8 - 34,5 - 5,0 - 80,2
Netto verdiende premies 1.615,1 302,7 306,4 46,2 - 0,6 - 0,1 2.269,7
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 584,7 14,9 95,0 14,8 58,1 - 16,9 750,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen 2,0 2,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 257,0 - 257,0
Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 62,3 1,1 0,9 0,6 - 4,3 60,6
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten - 14,8 129,7 3,7 118,6
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 2,8 25,1 - 11,9 16,0
Commissiebaten 25,2 28,4 50,4 9,6 113,6
Overige baten 25,7 25,6 1,4 0,6 0,1 - 3,1 50,3
Totale baten 2.301,0 372,7 583,8 100,6 - 213,6 - 20,1 3.124,4
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 1.738,5 - 252,6 - 319,3 - 38,7 - 6,0 0,1 - 2.355,0
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 3,1 21,3 16,9 1,4 7,4 50,1
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.735,4 - 231,3 - 302,4 - 37,3 1,4 0,1 - 2.304,9
Lasten inzake unit-linked contracten 14,4 - 127,6 - 4,0 - 117,2
Financieringslasten - 26,3 - 4,8 - 1,0 - 3,5 - 60,1 16,9 - 78,8
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 4,4 - 1,4 - 0,4 - 6,2
Wijzigingen in voorzieningen - 0,2 0,7 - 0,1 0,4
Commissielasten - 170,0 - 69,3 - 47,3 - 15,7 - 0,4 - 302,7
Personeelskosten - 107,6 - 40,4 - 22,0 - 6,0 - 3,4 - 0,6 - 180,0
Overige lasten - 124,0 - 23,1 - 33,6 - 3,4 - 11,3 3,1 - 192,3
Totale lasten - 2.153,5 - 368,2 - 535,4 - 69,9 - 74,2 19,5 - 3.181,7
Winst voor belastingen 147,5 4,5 48,4 30,7 - 287,8 - 0,6 - 57,3
Winstbelastingen - 37,0 - 1,3 - 12,7 - 0,5 - 0,1 - 51,6
Nettowinst over de periode 110,5 3,2 35,7 30,2 - 287,9 - 0,6 - 108,9
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 28,9 - 1,7 17,9 - 0,4 44,7
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders 81,6 4,9 17,8 30,2 - 287,5 - 0,6 - 153,6
Totale baten van externe klanten 2.297,9 372,7 583,8 99,6 - 229,6 3.124,4
Totale baten intern 3,1 1,0 16,0 - 20,1
Totale baten 2.301,0 372,7 583,8 100,6 - 213,6 - 20,1 3.124,4
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 57,3 - 47,2 - 0,1 - 104,6

1) Het Bruto premie inkomen (som van bruto-premies en premies inzake belegginscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste kwartaal 2011
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.733,2 481,4 351,9 51,2 - 0,6 - 0,1 2.617,0
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 88,4 436,9 23,7 549,0
Bruto premie-inkomen 1.821,6 481,4 788,8 74,9 - 0,6 - 0,1 3.166,0
Eerste kwartaal 2010
Continentaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 1.592,2 264,7 656,9 47,5 2.561,3
- Wijziging in niet-verdiende premies - 94,5 - 31,8 - 15,8 - 142,1
- Afgegeven herverzekeringspremies - 14,2 - 15,7 - 33,1 - 5,1 - 68,1
Netto verdiende premies 1.483,5 217,2 608,0 42,4 2.351,1
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 584,2 12,9 87,1 14,1 54,4 - 15,8 736,9
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 220,0 - 220,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 126,0 - 126,0
Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 56,7 0,9 3,0 14,0 74,6
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 216,5 342,8 3,4 562,7
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 1,0 18,2 - 0,1 19,1
Commissiebaten 21,5 17,4 50,6 9,7 99,2
Overige baten 41,7 2,6 1,6 0,8 2,0 - 7,4 41,3
Totale baten 2.405,1 251,0 1.093,1 88,6 - 275,7 - 23,2 3.538,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 1.673,3 - 177,9 - 644,1 - 35,2 0,5 0,1 - 2.529,9
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 6,9 7,3 18,9 1,4 - 0,6 33,9
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.666,4 - 170,6 - 625,2 - 33,8 - 0,1 0,1 - 2.496,0
Lasten inzake unit-linked contracten - 221,2 - 320,4 - 3,8 - 545,4
Financieringslasten - 22,8 - 0,9 - 1,6 - 2,7 - 57,8 15,7 - 70,1
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 1,4 - 1,1 - 0,9 0,1 - 3,3
Wijzigingen in voorzieningen - 0,2 0,4 1,7 1,9
Commissielasten - 158,8 - 45,0 - 48,5 - 11,7 - 264,0
Personeelskosten - 109,3 - 24,7 - 26,0 - 3,2 - 3,0 - 1,8 - 168,0
Overige lasten - 112,8 - 13,8 - 34,6 - 11,5 - 16,4 7,4 - 181,7
Totale lasten - 2.292,9 - 254,6 - 1.055,7 - 67,6 - 77,3 21,5 - 3.726,6
Winst voor belastingen 112,2 - 3,6 37,4 21,0 - 353,0 - 1,7 - 187,7
Winstbelastingen - 26,5 1,0 - 11,6 - 0,5 58,9 21,3
Nettowinst over de periode 85,7 - 2,6 25,8 20,5 - 294,1 - 1,7 - 166,4
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 21,9 - 0,6 14,5 - 1,1 34,7
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders 63,8 - 2,0 11,3 20,5 - 293,0 - 1,7 - 201,1
Totale baten van externe klanten 2.397,7 251,0 1.093,1 87,6 - 290,5 3.538,9
Totale baten intern 7,4 1,0 14,8 - 23,2
Totale baten 2.405,1 251,0 1.093,1 88,6 - 275,7 - 23,2 3.538,9
Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 18,6 - 21,2 - 0,9 - 40,7

1) Het Bruto premie inkomen (som van bruto-premies en premies inzake belegginscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste kwartaal 2010
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.592,2 264,7 656,9 47,5 2.561,3
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 206,3 472,3 20,7 699,3
Bruto premie-inkomen 1.798,5 264,7 1.129,2 68,2 3.260,6

27.9 Balans gesplitst in Leven en Niet-leven

31 maart 2011
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.020,5 325,6 65,2 999,0 2.410,3
Financiële beleggingen 49.827,3 5.284,6 29,3 - 12,3 55.128,9
Vastgoedbeleggingen 1.713,1 211,3 1.924,4
Leningen 3.004,3 139,0 39,1 3.759,5 - 1.361,9 5.580,0
Beleggingen inzake unit-linked contracten 21.691,8 - 81,6 21.610,2
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 679,7 116,0 932,4 11,5 1.739,6
Herverzekering en overige vorderingen 658,0 966,9 308,5 2.379,0 - 102,8 4.209,6
Actuele belastingvorderingen 70,8 6,9 4,1 - 7,4 74,4
Uitgestelde belastingvorderingen 480,0 84,2 2,8 207,6 774,6
Call optie op BNP Paribas aandelen 611,0 611,0
Overlopende rente en overige activa 1.598,7 359,0 10,2 102,9 - 47,9 2.022,9
Materiële vaste activa 930,2 140,7 16,3 1,7 1.088,9
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.231,2 186,5 283,6 0,1 1.701,4
Activa aangehouden voor verkoop 310,1 310,1
Totaal activa 82.905,6 7.820,7 729,8 9.332,6 - 1.602,4 99.186,3
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 24.031,1 - 2,7 24.028,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 27.194,1 27.194,1
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 21.694,0 21.694,0
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 5.602,2 5.602,2
Schuldbewijzen 483,5 483,5
Achtergestelde schulden 890,6 181,1 112,7 2.927,7 - 1.223,2 2.888,9
Leningen 1.871,4 186,6 152,4 95,1 - 220,3 2.085,2
Actuele belastingschulden 65,0 7,6 8,2 - 7,4 73,4
Uitgestelde belastingschulden 410,1 50,7 5,0 207,7 673,5
RPN(I) 722,0 722,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.463,0 461,3 291,2 190,6 - 153,7 2.252,4
Voorzieningen 21,2 18,0 0,2 2.367,8 2.407,2
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop 169,7 169,7
Totaal verplichtingen 77.640,5 6.507,5 569,7 7.164,1 - 1.607,3 90.274,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 4.166,3 936,2 160,1 2.178,7 4,9 7.446,2
Minderheidsbelangen 1.098,8 377,0 - 10,2 1.465,6
Totaal eigen vermogen 5.265,1 1.313,2 160,1 2.168,5 4,9 8.911,8
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 82.905,6 7.820,7 729,8 9.332,6 - 1.602,4 99.186,3
Aantal werknemers 4.836 4.233 2.844 87 12.000
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Activa
Geldmiddelen en kasequivalenten 680,0 282,8 36,1 2.259,4 3.258,3
Financiële beleggingen 50.659,0 5.297,9 307,0 - 31,4 56.232,5
Vastgoedbeleggingen 1.657,1 243,2 1.900,3
Leningen 2.966,8 165,5 40,2 2.670,1 - 1.314,4 4.528,2
Beleggingen inzake unit-linked contracten 21.825,4 - 78,1 21.747,3
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 655,1 115,1 954,0 8,3 1.732,5
Herverzekering en overige vorderingen 501,1 938,3 181,4 2.405,8 - 198,1 3.828,5
Actuele belastingvorderingen 67,7 10,1 2,3 - 8,6 71,5
Uitgestelde belastingvorderingen 199,3 49,6 2,9 213,3 465,1
Call optie op BNP Paribas aandelen 609,0 609,0
Overlopende rente en overige activa 1.572,7 393,4 6,3 105,9 - 35,8 2.042,5
Materiële vaste activa 906,5 142,1 15,7 0,7 1.065,0
Goodwill en overige immateriële vaste activa 1.264,0 190,1 231,8 0,1 1.686,0
Activa aangehouden voor verkoop
Totaal activa 82.954,7 7.828,1 516,7 9.525,3 - 1.658,1 99.166,7
Verplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven 23.941,0 - 2,6 23.938,4
Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven 26.913,8 26.913,8
Verplichtingen inzake unit-linked contracten 21.830,9 21.830,9
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven 5.361,5 177,5 - 90,4 5.448,6
Schuldbewijzen 548,9 548,9
Achtergestelde schulden 897,0 181,0 115,7 2.961,1 - 1.227,9 2.926,9
Leningen 1.870,0 245,0 91,7 99,6 - 164,6 2.141,7
Actuele belastingschulden 39,3 4,0 11,7 - 8,6 46,4
Uitgestelde belastingschulden 408,8 51,6 5,2 216,7 682,3
RPN(I) 465,0 465,0
Overlopende rente en overige verplichtingen 1.176,4 610,8 130,9 195,8 - 166,9 1.947,0
Voorzieningen 21,5 18,2 0,2 2.367,7 2.407,6
Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop
Totaal verplichtingen 77.098,7 6.472,1 355,4 7.032,3 - 1.661,0 89.297,5
Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders 4.616,5 963,7 161,3 2.502,7 2,9 8.247,1
Minderheidsbelangen 1.239,5 392,3 - 9,7 1.622,1
Totaal eigen vermogen 5.856,0 1.356,0 161,3 2.493,0 2,9 9.869,2
Totaal verplichtingen en eigen vermogen 82.954,7 7.828,1 516,7 9.525,3 - 1.658,1 99.166,7
Aantal werknemers 4.838 4.145 2.639 85 11.707

31 december 2010

27.10 Resultatenrekening gesplitst in Leven en Niet-leven

Eerste kwartaal 2011
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 1.516,0 1.101,7 - 0,6 - 0,1 2.617,0
- Wijziging in niet-verdiende premies - 267,1 - 267,1
- Afgegeven herverzekeringspremies - 29,4 - 50,8 - 80,2
Netto verdiende premies 1.486,6 783,8 - 0,6 - 0,1 2.269,7
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 652,8 60,9 - 4,3 58,1 - 16,9 750,6
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen 2,0 2,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 257,0 - 257,0
Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 57,9 7,0 - 4,3 60,6
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 118,6 118,6
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 20,2 7,7 - 11,9 16,0
Commissiebaten 80,5 5,1 39,8 - 11,8 113,6
Overige baten 17,7 14,3 22,6 0,1 - 4,4 50,3
Totale baten 2.434,3 878,8 58,1 - 213,6 - 33,2 3.124,4
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 1.773,2 - 575,9 - 6,0 0,1 - 2.355,0
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 17,4 25,3 7,4 50,1
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.755,8 - 550,6 1,4 0,1 - 2.304,9
Lasten inzake unit-linked contracten - 117,2 - 117,2
Financieringslasten - 28,3 - 3,4 - 3,9 - 60,1 16,9 - 78,8
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 4,7 - 1,1 - 0,4 - 6,2
Wijzigingen in voorzieningen 0,7 - 0,3 0,4
Commissielasten - 133,1 - 181,0 - 0,4 11,8 - 302,7
Personeelskosten - 89,6 - 63,9 - 22,5 - 3,4 - 0,6 - 180,0
Overige lasten - 120,2 - 39,0 - 26,2 - 11,3 4,4 - 192,3
Totale lasten - 2.248,2 - 839,3 - 52,6 - 74,2 32,6 - 3.181,7
Winst voor belastingen 186,1 39,5 5,5 - 287,8 - 0,6 - 57,3
Winstbelastingen - 39,9 - 10,1 - 1,5 - 0,1 - 51,6
Nettowinst over de periode 146,2 29,4 4,0 - 287,9 - 0,6 - 108,9
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 40,5 4,6 - 0,4 44,7
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders 105,7 24,8 4,0 - 287,5 - 0,6 - 153,6
Totale baten van externe klanten 2.426,3 878,0 49,6 - 229,5 3.124,4
Totale baten intern 8,0 0,8 8,5 15,9 - 33,2
Totale baten 2.434,3 878,8 58,1 - 213,6 - 33,2 3.124,4

Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 101,9 - 2,7 - 104,6

1) Het Bruto premie inkomen (som van bruto-premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste kwartaal 2011
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.516,0 1.101,7 - 0,6 - 0,1 2.617,0
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 549,0 549,0
Bruto premie-inkomen 2.065,0 1.101,7 - 0,6 - 0,1 3.166,0
Overige
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Baten
- Bruto premies 1) 1.699,1 862,2 2.561,3
- Wijziging in niet-verdiende premies - 142,1 - 142,1
- Afgegeven herverzekeringspremies - 26,8 - 41,3 - 68,1
Netto verdiende premies 1.672,3 678,8 2.351,1
Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten 636,8 65,8 - 4,3 54,4 - 15,8 736,9
Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen - 220,0 - 220,0
Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) - 126,0 - 126,0
Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen 59,8 0,8 14,0 74,6
Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 562,7 562,7
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 16,5 2,7 - 0,1 19,1
Commissiebaten 76,3 6,8 28,9 - 12,8 99,2
Overige baten 29,7 17,0 0,4 2,0 - 7,8 41,3
Totale baten 3.054,1 771,9 25,0 - 275,7 - 36,4 3.538,9
Lasten
- Schadelasten en uitkeringen, bruto - 1.991,4 - 539,1 0,5 0,1 - 2.529,9
- Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars 17,2 17,3 - 0,6 33,9
Schadelasten en uitkeringen, netto - 1.974,2 - 521,8 - 0,1 0,1 - 2.496,0
Lasten inzake unit-linked contracten - 545,4 - 545,4
Financieringslasten - 24,2 - 3,3 - 0,5 - 57,8 15,7 - 70,1
Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen - 2,3 - 1,1 0,1 - 3,3
Wijzigingen in voorzieningen 1,5 0,4 1,9
Commissielasten - 124,6 - 152,2 12,8 - 264,0
Personeelskosten - 90,6 - 60,9 - 11,7 - 3,0 - 1,8 - 168,0
Overige lasten - 113,3 - 51,9 - 7,9 - 16,4 7,8 - 181,7
Totale lasten - 2.873,1 - 790,8 - 20,1 - 77,3 34,7 - 3.726,6
Winst voor belastingen 181,0 - 18,9 4,9 - 353,0 - 1,7 - 187,7
Winstbelastingen - 43,8 7,5 - 1,3 58,9 21,3
Nettowinst over de periode 137,2 - 11,4 3,6 - 294,1 - 1,7 - 166,4
Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen 37,3 - 1,5 - 1,1 34,7
Nettowinst toewijsbaar aan de aandeelhouders 99,9 - 9,9 3,6 - 293,0 - 1,7 - 201,1
Totale baten van externe klanten 3.043,8 769,3 16,3 - 290,5 3.538,9
Totale baten intern 10,3 2,6 8,7 14,8 - 36,4
Totale baten 3.054,1 771,9 25,0 - 275,7 - 36,4 3.538,9

Eerste kwartaal 2010

Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen - 28,8 - 11,9 - 40,7

1) Het Bruto premie inkomen (som van bruto-premies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:

Eerste kwartaal 2010
Leven Niet-leven verzekeringen Algemeen Eliminaties Totaal
Bruto premies 1.699,1 862,2 2.561,3
Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF 699,3 699,3
Bruto premie-inkomen 2.398,4 862,2 3.260,6

27.11 Technisch resultaat Verzekeringen

Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van de concepten technisch resultaat en operationele marge.

Het technisch resultaat omvat de premies, commissie en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat en dus van het technisch resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.

De gerealiseerde en ongerealiseerde meerwaarden op de beleggingen, die verantwoord worden in de resultatenrekening en die de verzekeringsverplichting afdekken voor de verschillende activiteiten en die niet worden toegewezen aan het technisch resultaat, worden opgenomen in de operationele marge.

De afstemming van de operationele marge naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in de operationele marge.

Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken welke gerelateerd zijn aan het leven en overlijden van personen. Het levenbedrijf omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). De Niet-levenactiviteiten bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen en Ziekte, Autoverzekeringen, Brand en overige schade aan eigendommen en Overig, welke het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims.

Het technisch resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.

Eerste kwartaal 2011
Continentaal Totaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 1.310,5 10,3 669,3 74,9 - 0,1 2.064,9
Bruto premie-inkomen Niet-leven 511,1 471,1 119,5 - 0,6 1.101,1
Operationele kosten - 114,3 - 37,8 - 45,8 - 8,2 - 206,1
Technisch resultaat Leven 65,0 - 1,4 42,1 8,3 114,0
- Ongevallen en ziekte 17,0 - 0,5 4,0 20,5
- Auto 13,2 9,1 - 0,3 22,0
- Brand en overige schade aan eigendommen - 16,0 - 14,0 - 1,1 - 31,1
- Overig 9,0 1,9 0,4 11,3
Technisch resultaat Niet-leven 23,2 - 3,5 3,0 22,7
Totaal technisch resultaat 88,2 - 4,9 45,1 8,3 136,7
Gealloceerde meerwaarden 17,2 0,9 0,4 18,5
Operationele marge 105,4 - 4,0 45,1 8,7 155,2
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 2,8 25,1 - 11,9 16,0
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 39,3 8,5 3,3 - 3,1 - 275,9 - 0,6 - 228,5
Winst voor belastingen 147,5 4,5 48,4 30,7 - 287,8 - 0,6 - 57,3
Key performance indicators
Lasten ratio 36,7% 27,6% 29,1% 32,4%
Schade ratio 64,2% 78,4% 70,3% 70,2%
Gecombineerde ratio 100,9% 106,0% 99,4% 102,6%
Operationele kosten Leven in % van het beheerd vermogen Leven 0,38% #DIV/0! 0,47% 2,35% 0,48%
Beheerd vermogen 51.760,9 1.748,9 23.643,3 1.368,3 - 2,7 78.518,7
Eerste kwartaal 2010
Continentaal Totaal
België UK Europa Azië Algemeen Eliminaties Ageas
Bruto premie-inkomen Leven 1.315,5 4,9 1.009,8 68,2 2.398,4
Bruto premie-inkomen Niet-leven 483,0 259,8 119,4 862,2
Operationele kosten - 109,9 - 26,1 - 48,5 - 7,7 - 192,2
Technisch resultaat Leven 91,7 - 1,3 29,8 4,8 125,0
- Ongevallen en ziekte 4,1 - 1,5 2,8 5,4
- Auto - 8,2 - 5,6 - 2,0 - 15,8
- Brand en overige schade aan eigendommen - 22,7 - 4,0 5,0 - 21,7
- Overig 4,0 1,4 - 4,6 0,8
Technisch resultaat Niet-leven - 22,8 - 9,7 1,2 - 31,3
Totaal technisch resultaat 68,9 - 11,0 31,0 4,8 93,7
Gealloceerde meerwaarden 15,4 0,7 1,9 0,7 18,7
Operationele marge 84,3 - 10,3 32,9 5,5 112,4
Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 1,0 18,2 - 0,1 19,1
Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage 26,9 6,7 4,5 - 2,7 - 352,9 - 1,7 - 319,2
Winst voor belastingen 112,2 - 3,6 37,4 21,0 - 353,0 - 1,7 - 187,7
Key performance indicators
Lasten ratio 37,0% 30,2% 27,1% 33,6%
Schade ratio 76,6% 80,0% 70,5% 76,9%
Gecombineerde ratio 113,6% 110,2% 97,6% 110,5%
Operationele kosten Leven in % van het beheerd vermogen Leven 0,38% #DIV/0! 0,56% 2,61% 0,51%
Beheerd vermogen 49.618,8 1.320,9 23.096,6 1.237,9 180,2 - 87,1 75.367,3

Schaderatio: de kosten van schade, zijnde schaden voor eigen rekening, exclusief interne schadeafhandelingskosten, als percentage van de netto verdiende premies.

Lastenratio: de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne schadeafhandelingskosten vermeerderd met netto commissies ten laste van het boekjaar, minus interne beleggingskosten.

Gecombineerde ratio: de som van schade- en lastenratio.

28 Voorwaardelijke verplichtingen

28.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

Ageas is, zoals vele andere financiële instellingen, gedaagde met betrekking tot een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering. Die bedrijfsvoering is sinds de desinvestering van de bankactiviteiten in oktober 2008 beperkt tot verzekeringsactiviteiten.

Als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (o.a. kapitaalverhoging en acquisitie van delen van ABN AMRO in oktober 2007, aankondiging van het versnelde solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan Ageas worden betrokken bij een aantal juridische procedures evenals administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in België en Nederland, waarvan sommige kunnen leiden tot een aanzienlijke maar onder de huidige omstandigheden niet kwantificeerbare toekomstige verplichting voor Ageas.

De lopende onderzoeken leiden niet tot een onmiddellijk (materieel) financieel risico voor Ageas, maar op termijn kan dergelijk risico niet worden uitgesloten. Dit is het geval voor (i) het onderzoek van de door de rechter benoemde experts in België, die zich buigen over de transacties van september/oktober 2008, (ii) het onderzoek ingesteld door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) en (iii) het strafonderzoek in België. Negatieve bevindingen in deze onderzoeken kunnen een impact hebben op bestaande juridische procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding.

Op 5 februari 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een boete opgelegd van EUR 288.000 voor overtredingen van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM zijn er op 5 juni 2008 bepaalde onjuiste of misleidende verklaringen afgelegd over de solvabiliteitspositie van Fortis en had Fortis op 14 juni 2008 bekend moeten maken dat de door de Europese Commissie opgelegde voorwaarden (de 'EC Remedies') met zich meebrachten dat de financiële doelstellingen voor 2008 en daarna niet zonder extra maatregelen konden worden gerealiseerd. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode tussen 5 en 25 juni 2008 te hebben gehandeld zonder over volledig correcte informatie te beschikken. Ageas betwist de beweerde overtredingen en nadat het administratief beroep werd verworpen tekende Ageas beroep aan bij de rechtbank te Rotterdam. Op 4 Mei 2011heeft deze rechtbank de beslissing van de AFM bevestigd. Ageas zal tegen dit vonnis beroep aantekenen bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.

Op 16 juni 2010 is het onderzoeksverslag, opgedragen door de Ondernemingskamer in Amsterdam, voor het publiek ter inzage gelegd. Een kopie van het rapport kan gedownload worden van de Ageas website. Onder meer laten de onderzoekers zich kritisch uit ten aanzien van de manier waarop Fortis haar beleggers indertijd heeft geïnformeerd en concluderen zij dat de informatie die door Fortis is verstrekt aan de beleggers op een aantal gebieden niet juist was of op zijn minst niet volledig. Zij verwijzen in het bijzonder naar (i) de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in de trading update van 21 september 2007 en in het prospectus voor de kapitaalverhoging (waarin die trading update was opgenomen) die plaats vond op 9 oktober 2007 (maar de experts tekenen daarbij wel aan dat de informatie niet is gemanipuleerd of moedwillig verkeerd is gepresenteerd), (ii) informatie over de verkoop van bepaalde onderdelen van ABN AMRO die vereist was door de Europese mededingingsautoriteiten en over de solvabiliteitspositie van Fortis in de periode 21 mei 2008 to 26 juni 2008, en (iii) de communicatie over bepaalde feiten aan beleggers in de periode daarna en specifiek op 26 september 2008.

Op 16 augustus 2010 hebben de VEB en bepaalde andere partijen een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer (i) om een juridische procedure te starten met als doel te laten vaststellen dat bepaalde feiten die vermeld worden in het onderzoeksverslag als wanbeleid van Fortis moeten worden beschouwd en (ii) om de kwijting verleend aan Fortis bestuurders op 29 april 2008 te laten nietigverklaren. De bevindingen van de onderzoekers hebben geleid en kunnen nog leiden tot nieuwe vorderingen en procedures tegen Ageas, inclusief vorderingen tot schadevergoeding. De bevindingen van de onderzoekers kunnen ook invloed hebben op bestaande juridische procedures. Hoewel Ageas alle beweerde overtredingen zal betwisten, kunnen zulke acties, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact hebben op Ageas. Op dit moment is het echter niet mogelijk om te beoordelen of en hoeveel van deze acties zullen worden gestart of om te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze succesvol zouden zijn.

Op 19 augustus 2010 heeft de AFM een additionele boete opgelegd aan ageas SA/NV en ageas N.V. van EUR 144.000 elk voor inbreuken op de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM heeft Fortis de beleggers niet op tijd geïnformeerd over haar 'subprime'-positie en had zij informatie moeten publiceren over haar 'subprime'-positie en blootstelling (zowel algemeen als in de Verenigde Staten, alsook een uitsplitsing) in de trading update die op 21 september 2007 werd gepubliceerd in verband met de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode vanaf 21 september 2007 te hebben gehandeld op basis van onvolledige informatie. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Na afwijzing van het administratief beroep, heeft Ageas beroep aangetekend tegen het besluit van de AFM bij de rechtbank van Rotterdam.

Zoals eerder aangegeven, kan dit leiden tot nieuwe vorderingen en procedures tegen Ageas, inclusief vorderingen tot schadevergoeding. Hoewel dergelijke acties, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact op Ageas kunnen hebben, is het op dit moment niet mogelijk te beoordelen of en hoeveel van zulke acties zullen worden gestart. Ook is het niet mogelijk om te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als ze succesvol zouden zijn.

Ageas is eveneens betrokken, of kan nog betrokken worden, bij rechtszaken die al dan niet rechtstreeks voortvloeien uit gebeurtenissen en ontwikkelingen met betrekking tot de vroegere Fortis-groep die zich voordeden tussen mei 2007 en oktober 2008:

  • een aantal juridische procedures werden ingeleid door individuele aandeelhouders en belangenverenigingen van aandeelhouders in België en Nederland met als (in)directe eis (i) de nietigverklaring van besluiten van de raad van bestuur van Fortis in september/oktober 2008 of vervangende schadevergoeding en/of (ii) de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of het marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008. Dit betreft:
  • a) de procedures voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel:

    • ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Modrikamen, die initieel de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en van Fortis Bank aan de FPIM (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding eisten; het verzoek tot voorlopige maatregelen tegen Ageas werd op 8 december 2009 afgewezen; op 26 april 2011 heeft Mr. Modrikamen (i) beroep aangetekend tegen dit vonnis in de mate dat de rechtbank zich niet bevoegd acht inzake de Nederlandse staat en de Nederlandsche Bank, en (ii) conclusies neergelegd ten gronde inzake de verkoop van de Belgische bank De vordering is nu vooral gericht op schadevergoeding die wordt gevraagd van de Nederlandse staat, de Nederlandsche Bank, de Belgische staat en BNP Paribas.
    • ingeleid door een aantal personen rond Deminor International, die schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode mei 2007 tot oktober 2008;
  • b) de procedures voor de rechtbank van Amsterdam:

  • ingeleid door de VEB en Deminor die schadevergoeding van de Nederlandse Staat nastreven op grond van beweerd onrechtmatig handelen bij de nationalisatie van de Nederlandse activiteiten, of in ondergeschikte orde verzoeken aan de rechtbank om Ageas te bevelen om juridische stappen te nemen tegen de Nederlandse Staat;
  • ingeleid door de Stichting FortisEffect en een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. De Gier, die de ongeldigheid van de besluiten van de Raad van Bestuur van oktober 2008 en de terugdraaiing van de transacties nastreven of, bij wijze van alternatief, schadevergoeding nastreven
  • ingeleid door de VEB die verzoekt om vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormen in hoofde van Fortis en sommige vroegere bestuurders en topmanagers, dat elk van deze inbreuken kwalificeert als een onrechtmatige daad in hoofde van alle of sommige verweerders en dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de financiële instellingen die tijdens de kapitaalverhoging zijn opgetreden als zgn. global coördinators en lead managers) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007 onjuist en onvolledig was;
  • c) de procedure voor de rechtbank van Utrecht:
  • ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Bos, die schadevergoeding eisen op grond van beweerde communicatiefouten. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit of verband zou houden met de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis groep uitoefenden, op grond van in 2008 aangegane beëindigingovereenkomsten en/of het Nederlandse burgerlijk recht. Ageas betwist de rechtsgeldigheid van deze wettelijke en contractuele vrijwaringverplichtingen.

Zoals reeds vermeld ontkent Ageas dat het foutief gehandeld zou hebben en zal het elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Nochtans kunnen dergelijke acties, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze succesvol zouden zijn.

In het geval dat één van de juridische procedures zou leiden tot de nietigverklaring (of gedeeltelijke nietigverklaring) van de beslissingen van de Raad van Bestuur van Fortis en de daaruit voortvloeiende overeenkomsten (wat op dit ogenblik zeer onwaarschijnlijk is, onder meer omdat noch de door het Brusselse hof van beroep op 12 december 2008 aangewezen Belgische experts, noch de door de Nederlandse Ondernemingskamer aangewezen onderzoekers deze transacties hebben bekritiseerd), dan zou dat gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas die op dit moment niet kwantificeerbaar zijn. Als een rechter Ageas zou veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding, dan kan dat een ernstig negatief effect hebben op de financiële positie van Ageas.

Ook met betrekking tot een hybride instrument genaamd Mandatory Convertible Securities (MCS), waarvoor ageas SA/NV en ageas N.V. de hoedanigheid van mededebiteur hadden, werden juridische procedures ingeleid.

De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV, ageas SA/NV en ageas N.V., werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106 723 569 aandelen Ageas. Vóór 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene MCS houdersvergadering om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisen voor de rechtbank de vernietiging van de conversie of, bij wijze van alternatief, schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Ageas is er, na overleg met haar juridische raadgevers, van overtuigd dat deze vordering ongegrond is.

Na de conversie van de MCS heeft Ageas een verhaal ingesteld tegen ABN AMRO Bank en ABN AMRO Group op grond van het feit dat ABN AMRO bank geen aandelen heeft uitgegeven ten behoeve van Ageas voor een bedrag van EUR 2 miljard, zoals was bepaald in een overeenkomst tussen de vier MCS emittenten. Een partij die een aantal MCS houders vertegenwoordigt legde bewarend beslag op de vorderingen die Ageas heeft op ABN AMRO Bank, ABN AMRO Group en de Nederlandse Staat, om de betaling van hun eventuele schadevergoeding te waarborgen.

Tenslotte heeft de Nederlandse Staat besloten deel te nemen aan deze procedure. De Nederlandse Staat beweert dat Ageas door het instellen van een vordering tegen ABN AMRO Bank de bepalingen schendt van de 'Term Sheet' die op 3 oktober 2008 werd ondertekend bij de verkoop van Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. aan de Nederlandse Staat. De Nederlandse Staat stelt dat Ageas afstand heeft gedaan van haar recht op verhaal en dat in de mate dat Ageas gelijk zou halen in haar vordering op ABN AMRO Bank, deze vordering dan zou moeten worden overgedragen aan de Nederlandse staat als schadevergoeding of op grond van de bepalingen van de 'Term Sheet'.

Vooraleer de juridische procedure te starten, heeft de Nederlandse Staat bewarend beslag gelegd op de vordering van Ageas tegen ABN AMRO Bank.

Voor alle juridische procedures en onderzoeken waarvan het management kennis heeft, zal Ageas voorzieningen boeken op het ogenblik dat het naar de mening van het management, in overleg met de juridische adviseurs, waarschijnlijk is dat Ageas een betaling zal moeten doen en het bedrag ervan redelijkerwijze kan worden geschat.

Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven, is het management op het moment niet in staat, gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures en onderzoeken, om te bepalen of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Om die reden worden er geen voorzieningen aangehouden, behalve een voorziening van EUR 2,4 miljard in verband met de betwistingen met de Nederlandse Staat, zoals vermeld in noot 20 Voorzieningen.

In 2008 hebben de moedermaatschappijen van Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. In het geval van sommige van deze personen vecht Ageas de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen aan voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

Dreigende rechtszaken

Op 23 december 2010 heeft de Nederlandse Staat schriftelijk het bestaan van twee aanspraken jegens Ageas geformuleerd, respectievelijk voor een bedrag van EUR 675 miljoen en EUR 210 miljoen. De Nederlandse Staat steunt deze beweerde aanspraken op de toepassing van een aantal bepalingen overeengekomen door Fortis Insurance N.V., Fortis Insurance International N.V. en FBN(H) Preferred Investments B.V. in de context van de verkoop van de Nederlandse bank- en verzekeringsactiviteiten op 3 oktober 2008. Ageas zal de gegrondheid van deze aanspraken indien nodig voor de rechter aanvechten.

Op 10 januari 2011 heeft de Stichting Investor Claims Against Fortis een persbericht uitgebracht waarin werd aangekondigd dat Ageas voor de rechtbank te Utrecht gedaagd zou worden op grond van beweerde communicatiefouten door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en van een financiële instelling die tijdens de kapitaalverhoging is opgetreden als zgn. global coördinator ) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was. Zoals reeds vermeld ontkent Ageas dat het foutief gehandeld zou hebben en zal het deze aantijgingen voor de rechtbank betwisten. Nochtans kan dergelijke actie, indien succesvol, uiteindelijk een grote materiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen kan zijn van deze aangekondigde actie, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als ze succesvol zou zijn.

28.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

De voormalige werkmaatschappijen van Ageas hebben een aantal hybride instrumenten uitgegeven die leiden tot voorwaardelijke verbintenissen voor ageas N.V. en ageas SA/NV, omdat deze voormalige moedermaatschappijen optraden als garant, mededebiteur of een andere ondersteunende overeenkomst tekenden. In de volgende paragrafen worden de voorwaardelijke verplichtingen beschreven die aan deze instrumenten zijn verbonden.

1. CASHES

CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) is de naam van de obligatielening ter waarde van EUR 3 miljard die is uitgegeven door Fortis Bank SA/NV, met ageas SA/NV en ageas N.V. als mededebiteuren. In overeenstemming met de bepalingen zal dit instrument alleen worden terugbetaald door Fortis Bank door middel van een ruil met al eerder uitgegeven Ageas-aandelen, die in het bezit zijn van Fortis Bank (in het gerapporteerde aantal uitstaande aandelen eind maart 2011 zijn de voor deze ruil uitgegeven 125.313.283 aandelen al inbegrepen). In afwachting van de ruil van de CASHES tegen aandelen Ageas, zijn deze aandelen niet dividend- of stemgerechtigd.

De hoofdsom van de CASHES zal niet in contanten worden terugbetaald. De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de 125.313.283 Ageas aandelen die Fortis Bank ten gunste van die houders heeft verpand.

De CASHES hebben geen vervaldag maar kunnen naar keuze van de obligatiehouders worden omgeruild voor aandelen Ageas tegen een koers van EUR 23,94 per aandeel. Vanaf 19 december 2014 worden de obligaties automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 35,91. De coupons zijn per einde kwartaal betaalbaar (in principe door Fortis Bank) tegen een variabele rente van driemaands Euribor, verhoogd met 200 basispunten.

In het geval dat er geen dividend over aandelen Ageas wordt uitgekeerd of dat het vastgestelde dividend in enig boekjaar beneden de drempel valt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons verplicht plaatsvinden door ageas SA/NV en ageas N.V. in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl Fortis Bank dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride kernkapitaalinstrumenten kunnen worden aangemerkt (Tier 1) als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV en ageas N.V. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV en ageas N.V. in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

2. Fortis Bank Tier 1-obligatielening 2001

Fortis Bank SA/NV heeft in 2001 een aflosbare eeuwigdurende cumulatieve lening met een waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, met een Support Agreement aangegaan door de vroegere Fortis moedermaatschappijen, nu ageas SA/NV en ageas N.V., tegen een coupon van 6,5% tot 26 september 2011 en 3-maands Euribor + 2,37% daarna.

De Support Agreement van de moedermaatschappijen houdt in dat, indien de solvabiliteit van Fortis Bank beneden een bepaalde drempelwaarde komt of indien Fortis Bank daarvoor kiest, de coupon wordt voldaan via de uitgifte van gewone aandelen door ageas SA/NV en ageas N.V. volgens de Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). Fortis Bank zou in dat geval ageas SA/NV en ageas N.V. moeten compenseren door een uitgifte van gewone aandelen of winstbewijzen.

De Support Agreement geeft de houders van de obligatielening eveneens de mogelijkheid om, indien Fortis Bank het instrument niet in 2011 aflost, ageas SA/NV en ageas N.V. te verzoeken het instrument te ruilen tegen nieuw uitgegeven Ageas aandelen. In geval het toegestaan kapitaal ontoereikend zou zijn, zullen ageas SA/NV en ageas N.V. de hoofdsom van het instrument moeten aflossen in contanten, op voorwaarde dat de toezichthouder hiermee instemt. Indien de toezichthouder geen toestemming verleent, dan blijft het instrument uitstaan.

3. Fortis Bank Tier 1-obligatielening 2004

Fortis Bank SA/NV heeft in 2004 een eeuwigdurende lening ter waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, met een Support Agreement aangegaan door de vroegere Fortis moedermaatschappijen, nu ageas SA/NV en ageas N.V , tegen een coupon van 4,625% tot 27 oktober 2014 en 3-maands Euribor + 1,70% daarna.

De Support Agreement van de moedermaatschappijen houdt in dat, indien de solvabiliteit van Fortis Bank beneden een bepaalde drempelwaarde komt of indien Fortis Bank daarvoor kiest, de coupon wordt voldaan volgens de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM) Fortis Bank zou in dat geval ageas SA/NV en ageas N.V. moeten compenseren door uitgifte van nieuwe aandelen.

4. FRESH geschil

Op 11 februari 2011 heeft de rechtbank van koophandel te Brussel de eis afgewezen van twee Luxemburgse beleggingsinstellingen tot nietigverklaring van hun FRESH effecten en terugbetaling van hun nominale waarde. Dit vonnis is niet meer vatbaar voor hoger beroep.

29 Gebeurtenissen na balansdatum

Op 27 en 28 april 2011 heeft respectievelijk de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. , voor het boekjaar 2010, de goedkeuring gegeven voor de vaststelling van een bruto-dividend van 8 eurocent per Ageas Unit (in totaal ongeveer EUR 197 miljoen). Het dividend wordt betaalbaar gesteld vanaf 31 mei 2011.

Op 27 en 28 april 2011 heeft respectievelijk de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. , de benoeming goedgekeurd van de heer Ronny Bruckner als niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur van de vennootschappen tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2014 alsmede de herbenoeming als onafhankelijke niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van de vennootschappen van:

  • de heer Frank Arts, voor een periode van twee jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2013;
  • de heer Shaoliang Jin, voor een periode van twee jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2013;
  • de heer Roel Nieuwdorp, voor een periode van drie jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2014;
  • de heer Guy de Selliers de Moranville, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Lionel Perl, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Jan Zegering Hadders, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015;
  • de heer Jozef De Mey als niet-uitvoerend lid van de Raad van Bestuur van de vennootschap, voor een periode van vier jaar, tot na afloop van de Gewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 2015.

Bericht van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag van Ageas voor de eerste drie maanden van 2011, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC).

De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste drie maanden een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en dat de informatie die in dit Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om significant de reikwijdte van enige berichtgeving aan te passen. Verder bevat het Verslag van de Raad van Bestuur voor de eerste drie maanden van 2011 de vereiste informatie op grond van sectie 5:25d subsecties 8 en 9 van de Nederlandse Wet op het financieel toezicht.

De Raad van Bestuur heeft op 17 mei 2011 het Geconsolideerd Tussentijds Financieel Verslag voor de eerste drie maanden van 2011 beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.

Brussel/Utrecht, 17 mei 2011

Raad van Bestuur

Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Bestuurders Frank Arts

Vice-voorzitter Guy de Selliers de Moranville Ronny Bruckner Bridget McIntyre Roel Nieuwdorp Lionel Perl Belén Romana Jin Shaoliang Jan Zegering Hadders

Beoordelingsverklaring

Aan de Raad van bestuur van ageas SA/NV en ageas N.V.

Opdracht

We hebben de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie over de driemaands periode eindigend op 31 maart 2011 van ageas SA/NV en ageas N.V. en hun dochtervennootschappen ('Ageas') bestaande uit de balans per 31 maart 2011, winst-en- verliesrekening, overzicht van gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten, mutatieoverzicht eigen vermogen, kasstroomoverzicht over de driemaands periode eindigend op 31 maart 2011, en de toelichtingen, bestaande uit een overzicht van belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen, beoordeeld. De leiding is verantwoordelijk voor het opmaken en het weergeven van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie in overeenstemming met IAS 34 'Tussentijdse Financiële Verslaggeving' zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Het is onze verantwoordelijkheid een conclusie te formuleren bij de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie op basis van onze beoordeling.

Werkzaamheden

Wij hebben onze beoordeling verricht in overeenstemming met de Internationale Standaard met betrekking tot beoordelingsopdrachten 2410, "Het beoordelen van tussentijdse financiële informatie door de onafhankelijke accountant van de entiteit".Een beoordeling van verkorte tussentijdse financiële informatie bestaat uit het inwinnen van inlichtingen, met name bij personen die verantwoordelijk zijn voor financiën en verslaggeving, en het uitvoeren van cijferanalyses en andere beoordelingswerkzaamheden.

De reikwijdte van een beoordeling is aanzienlijk geringer dan die van een controle die is uitgevoerd in overeenstemming met Internationale Controlestandaarden en stelt ons niet in staat zekerheid te verkrijgen dat wij kennis hebben van alle aangelegenheden van materieel belang die bij een controle onderkend zouden worden. Om die reden geven wij geen controleverklaring af.

Conclusie

Op grond van onze beoordeling is ons niets gebleken op basis waarvan wij zouden moeten concluderen dat de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie per 31 maart 2011 niet, in alle materieel belang zijnde opzichten, is opgesteld in overeenstemming met IAS 34 "Tussentijdse Financiële Verslaggeving", zoals aanvaard binnen de Europese Unie.

Toelichting

Wij vestigen de aandacht op hoofdstuk 28 van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële informatie over de driemaands periode eindigend op 31 maart 2011 waarin is beschreven dat Ageas als gedaagde is betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en die kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor de vennootschap. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.

Amstelveen, 17 mei 2011 Brussel, 17 mei 2011 KPMG ACCOUNTANTS N.V. KPMG Bedrijfsrevisoren

Vertegenwoordigd door Vertegenwoordigd door W.G.Bakker RA M. Lange

Bedrijfsrevisor