Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

ageas SA/NV Annual Report 2018

Mar 19, 2018

3905_rns_2018-03-19_51506d0d-2595-4663-81cf-43bb5952db49.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

40
NAT.
Datum neerlegging Nr.
0451.406.524
Blz. 1
E.
EUR
D.
VOL 1
JAARREKENING EN ANDERE OVEREENKOMSTIG HET WETBOEK
VAN VENNOOTSCHAPPEN NEER TE LEGGEN DOCUMENTEN
IDENTIFICATIEGEGEVENS
NAAM: Ageas SA/NV
Rechtsvorm: NV
Adres: Markiesstraat Nr.:
1
Postnummer: 1000 Gemeente:
Brussel 1
Land: België Rechtspersonenregister (RPR) - Rechtbank van Koophandel van Brussel, nederlandstalige
1
Internetadres :
Ondernemingsnummer 0451.406.524
DATUM JAARREKENING 24/05/2016 van de neerlegging van de oprichtingsakte OF van het recentste stuk dat de datum van
bekendmaking van de oprichtingsakte en van de akte tot statutenwijziging vermeldt.
IN EURO (2 decimalen)
2
met betrekking tot het boekjaar dat de periode dekt van goedgekeurd door de algemene vergadering van 01/01/2018 tot 16/05/2018
28/02/2018
Vorig boekjaar van 01/01/2017 tot 31/12/2017
3
De bedragen van het vorige boekjaar zijn
zijn niet
/
identiek met die welke eerder openbaar werden gemaakt.
Totaal aantal neergelegde bladen:
omdat ze niet dienstig zijn:
10 Nummers van de secties van het standaardmodel die niet werden neergelegd
Handtekening
(naam en hoedanigheid)
Jozef De Mey
Handtekening
(naam en hoedanigheid)
Bart De Smet

Voorzitter van de Raad van Bestuur

Bart De Smet CEO

Facultatieve vermelding. 1

Indien nodig, aanpassen van de eenheid en munt waarin de bedragen zijn uitgedrukt. 2

3 Schrappen wat niet van toepassing is.

JAARREKENING

BALANS NA WINSTVERDELING

Toel. Codes Boekjaar Vorig boekjaar
ACTIVA
OPRICHTINGSKOSTEN
20

VASTE ACTIVA
21/28 6.791.846.550,00


Immateriële vaste activa
6.2 21 811.154,00

Materiële vaste activa
22/27 380.368,00
Terreinen en gebouwen 22
Installaties, machines en uitrusting 23 45.724,00
Meubilair en rollend materieel 24 22.892,00
Leasing en soortgelijke rechten 25
Overige materiële vaste activa 26 311.752,00
Activa in aanbouw en vooruitbetalingen 27
6.4 /
Financiële vaste activa
28 6.790.655.028,00

Verbonden ondernemingen
6.15 280/1 6.786.159.584,00

Deelnemingen
280 6.436.159.584,00
Vorderingen 281 350.000.000,00
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding
bestaat
6.15 282/3 4.482.941,00
Deelnemingen 282 4.482.941,00
Vorderingen 283
Andere financiële vaste activa 284/8 12.503,00
Aandelen 284
Vorderingen en borgtochten in contanten 285/8 12.503,00
Toel. Codes Boekjaar Vorig boekjaar
VLOTTENDE ACTIVA
29/58 1.205.868.363,00

Vorderingen op meer dan één jaar
29

Handelsvorderingen
290
Overige vorderingen 291
Voorraden en bestellingen in uitvoering
3

Voorraden
30/36
Grond- en hulpstoffen 30/31
Goederen in bewerking 32
Gereed product 33
Handelsgoederen 34
Onroerende goederen bestemd voor verkoop 35
Vooruitbetalingen 36
Bestellingen in uitvoering 37
Vorderingen op ten hoogste één jaar
40/41 248.270.741,00

Handelsvorderingen
40 1.935.029,00
Overige vorderingen 41 246.335.712,00
Geldbeleggingen
6.5.1 /
6.6
50/53 712.308.382,00

Eigen aandelen
50 271.674.513,00
Overige beleggingen 51/53 440.633.869,00
Liquide middelen
54/58 229.686.973,00

Overlopende rekeningen

6.6 490/1 15.602.267,00
TOTAAL DER ACTIVA
20/58 7.997.714.913,00
Toel. Codes Boekjaar Vorig boekjaar
PASSIVA
EIGEN VERMOGEN
10/15 5.945.568.446,00

Kapitaal
6.7.1 10 1.549.559.623,00

Geplaatst kapitaal
100 1.549.559.623,00
4
Niet-opgevraagd kapitaal
101
Uitgiftepremies
11 2.246.659.341,00

Herwaarderingsmeerwaarden
12

Reserves
13 1.992.388.764,00

Wettelijke reserve
130 14.485.375,00
Onbeschikbare reserves 131 271.674.513,00
Voor eigen aandelen 1310 271.674.513,00
Andere 1311
Belastingvrije reserves 132
Beschikbare reserves 133 1.706.228.876,00

Overgedragen winst (verlies)
(+)/(-)
14 156.960.718,00
Kapitaalsubsidies
15

Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het
5

netto-actief
19
VOORZIENINGEN EN UITGESTELDE BELASTINGEN 16 1.601.127.000,00


Voorzieningen voor risico's en kosten
160/5 1.601.127.000,00


Pensioenen en soortgelijke verplichtingen

160



Fiscale lasten
161

Grote herstellings- en onderhoudswerken
162


Milieuverplichtingen
163


Overige risico's en kosten
6.8 164/5 1.601.127.000,00


Uitgestelde belastingen


168

.. .. Bedrag in mindering te brengen van het geplaatst kapitaal. 4

.. Bedrag in mindering te brengen van de andere bestanddelen van het eigen vermogen. 5

Toel. Codes Boekjaar Vorig boekjaar
SCHULDEN
17/49 451.019.467,00

Schulden op meer dan één jaar
6.9 17

Financiële schulden
170/4
Achtergestelde leningen 170
Niet-achtergestelde obligatieleningen 171
Leasingschulden en soortgelijke schulden 172
Kredietinstellingen 173
Overige leningen 174
Handelsschulden 175
Leveranciers 1750
Te betalen wissels 1751
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 176
Overige schulden 178/9
Schulden op ten hoogste één jaar 42/48 433.577.681,00

Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar
vervallen
42
Financiële schulden 43
Kredietinstellingen 430/8
Overige leningen 439
Handelsschulden 44 7.520.920,00
Leveranciers 440/4 7.520.920,00
Te betalen wissels 441
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 46
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen
en sociale lasten
6.9 45 4.630.252,00
Belastingen 450/3 174.595,00
Bezoldigingen en sociale lasten 454/9 4.455.657,00
Overige schulden 47/48 421.426.509,00
Overlopende rekeningen

6.9 492/3 17.441.786,00
TOTAAL VAN DE PASSIVA
10/49 7.997.714.913,00

Oprichtingskosten

De kosten van een kapitaalsverhoging of een uitgifte van aandelen of obligaties, al dan niet converteerbaar, worden over maximaal vijf jaar afgeschreven.

Financiële vaste activa

De financiële vaste activa bestaan uitsluitend uit deelnemingen in en vorderingen op Ageas maatschappijen. Zij worden geactiveerd tegen aanschaffingsprijs, exclusief aanschaffingskosten.

Voor de deelnemingen en de aandelen die in de rubriek "Financiële Vaste Activa" zijn opgenomen wordt tot een waardevermindering overgegaan in geval van een duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de vennootschap waarin de deelneming of de aandelen worden aangehouden.

Op de vorderingen, inclusief de vastrentende effecten, die in de financiële vaste activa zijn opgenomen, worden waardeverminderingen toegepast, zo er voo het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag

Voorzieningen

De voorzieningen voor risico's en kosten beogen naar hun aard duidelijk omschreven verliezen of kosten te dekken die op de balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn, doch waarvan het bedrag niet vaststaat. De voorzieningen voor risico's en kosten moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

De voorzieningen voor risico's en kosten worden geïndividualiseerd naar gelang van de risico's en kosten met dezelfde aard die ze moeten dekken.

Vorderingen

De vorderingen worden tegen hun nominale waarde of aanschaffingsprijs geboekt, al naar gelang.

Waardeverminderingen worden geboekt wanneer op de balansdatum, en rekening houdend met de waarde van de eventuele waarborgen die aan elk type vordering zijn verbonden, de inning ervan onzeker is of in het gedrang komt.

Geldbeleggingen en liquide middelen

Effecten worden geboekt tegen aanschaffingsprijs.

Op geldbeleggingen en liquide middelen worden waardeverminderingen toegepast wanneer de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde.

Omzetting van activa en passiva in vreemde valuta

Activa en passiva uitgedrukt in vreemde valuta worden omgezet in euro tegen de wisselkoersen op het einde van het boekjaar. De winsten of verliezen voortvloeiend uit deze omzetting, evenals de wisselkoersverschillen op de verrichtingen tijdens het boekjaar, worden in de resultatenrekening opgenomen.

RPN(I)

Waardering

Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag. Het RPN-referentiebedrag is gebaseerd op de prijs van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel. Het referentiebedrag steeg met EUR 43,6 miljoen van EUR 448,0 miljoen op het einde van 2017 naar EUR 491,6 miljoen op 28 februari 2018, voornamelijk als gevolg van een stijging van de prijs van CASHES van 85,94% naar 91,56% op 28 februari 2018, gedeeltelijk gecompenseerd door een koersstijging van het Ageas aandeel van EUR 40,72 naar EUR 43,15 over dezelfde periode.

Pensioenplannen

De vennootschap heeft een pensioenplan voor haar werknemers van het "toegezegde bijdrage" - type, met een wettelijk gegarandeerd minimumrendement. De vennootschap verwerkt dit pensioenplan volgens de intrinsieke-waardemethode. Volgens deze methode wordt de op te nemen pensioenverplichting gebaseerd op de som van de positieve verschillen tussen de wettelijk gewaarborgde minimumreserve op de berekeningsdatum (berekend door de bijdragen uit het verleden op te renten tegen het gegarandeerde minimumrendement tot de berekeningsdatum ) en de werkelijk opgebouwde reserve (reserve berekend door de bijdragen uit het verleden op te renten tegen de technische rentevoet, rekening houdend met winstdelingen, tot de berekeningsdatum)."

I. Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures

De Ageas Groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde in een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.

Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (zoals acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in september/oktober 2007, aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan het worden betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures en een strafrechtelijke procedure in België.

Ageas ontkent dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Als deze juridische acties succesvol zouden blijken, zouden zij een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie van Ageas. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.

Op 14 maart 2016 kondigde Ageas een schikking aan met verscheidene claimantenorganisaties die aandeelhouders vertegenwoordigen in collectieve procedures voor de Belgische en Nederlandse rechtbanken (de "Schikking"). Op 23 mei 2016 hebben de partijen bij de Schikking, Ageas, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis, VEB en Stichting FORsettlement, het Gerechtshof Amsterdam verzocht de Schikking bindend te verklaren voor alle in aanmerking komende Fortis aandeelhouders die niet binnen een bepaalde periode opteren voor een opt-out, overeenkomstig de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade. Ageas heeft ondertussen tevens een overeenkomst bereikt met mr. Arnauts en mr. Lenssens, twee Brusselse advocaten die namens een aantal eisers juridische stappen hebben genomen tegen Ageas, en in 2017 met de in Luxemburg gevestigde onderneming Archand s.à.r.l. en hieraan verbonden personen, om de Schikking te steunen.

De Schikking wordt pas definitief (i) als het Amsterdams Gerechtshof de Schikking bindend heeft verklaard en (ii) als op het einde van de opt-out periode de overeengekomen opt-out drempel niet is overschreden of als Ageas afstand heeft gedaan van haar recht de Schikking te beëindigen. Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om het schikkingsakkoord bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de huidige vorm niet bindend te verklaren. De verzoekers kregen de gelegenheid om voor uiterlijk 17 oktober 2017 een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel bij het Hof in te dienen. Per 16 oktober had Ageas besloten een ultieme bijkomende inspanning van EUR 100 miljoen te doen en bevestigde dit voornemen in een persbericht.

Bij het Gerechtshof werd op 16 oktober 2017 een verlenging van de indieningsperiode met 8 weken aangevraagd. Het Gerechtshof willigde dit verzoek in. Op 12 december 2017 dienden de partijen een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel in. Op 16 maart 2018 wordt een openbare zitting gehouden, uitsluitend over de vergoedingen voor en de winstmodellen van de claimantenorganisaties. Op 27 maart 2018 wordt een tweede openbare zitting gehouden die zich richt op de effecten van het schikkingsakkoord.

A. Procedures gedekt door de Schikking

  1. Civiele procedures ingesteld door aandeelhouders of aandeelhoudersverenigingen

Een voorziening van EUR 1,1 miljard werd geboekt voor de Schikking, met inbegrip van een voorziening van EUR 52 miljoen voor het restrisico, geschat op 4% van het totale schikkingsbedrag (zie noot 26 Voorzieningen).

De partijen bij de Schikking hebben zich ertoe verbonden hun procedures tegen Ageas te schorsen en hebben hun advocaten in die zin geïnstrueerd. Bovendien zijn vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bij het Amsterdams Gerechtshof alle procedures in Nederland hieronder vermeld in sectie 1.1 van rechtswege geschorst.

Voormelde partijen hebben zich er tevens toe verbonden hun procedures definitief te beëindigen als de schikking definitief geworden is. Deminor zal zich inspannen om de procedure te beëindigen door de claimanten die zij vertegenwoordigt te verzoeken instructies in die zin te geven overeenkomstig art. 821 Gerechtelijk Wetboek.

Deze procedures in België en Nederland (i) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008 en/of (ii) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008.

1.1 In Nederland

1.1.1 VEB

Op 19 januari 2011 heeft de VEB ("Vereniging van Effectenbezitters") een collectieve actie ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormden door Fortis, door financiële instellingen die betrokken waren bij de kapitaalverhoging in september/oktober 2007 en/of door sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of van sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de eerder genoemde financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

1.1.2 Stichting FortisEffect

Stichting FortisEffect en een aantal personen, vertegenwoordigd door mr. De Gier, hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de collectieve actie van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, dan wel de betaling van schadevergoeding als alternatief. Op 29 juli 2014, heeft het Gerechtshof Amsterdam beslist dat de verkoop van de Nederlandse Fortisonderdelen in 2008 onaangetast blijft. Het Hof oordeelde echter ook dat Fortis in de periode van 29

september tot en met 1 oktober 2008 misleidende en onvolledige informatie verstrekt heeft aan de markt. Het Hof concludeerde dat Ageas de schade die de betrokken aandeelhouders daardoor geleden hebben, moet vergoeden. De omvang van eventuele vergoedingen moet in aparte procedures worden bepaald. Ageas heeft in oktober 2014 bij de Hoge Raad een cassatieberoep ingediend tegen het arrest van het Gerechtshof. Stichting FortisEffect heeft eveneens cassatieberoep aangetekend bij de Hoge Raad, onder meer omdat het Gerechtshof oordeelde dat de communicatie van de Nederlandse Staat niet misleidend was. Vermits de procedure van FortisEffect tegen de Nederlandse Staat niet gedekt is door de Schikking, werd het cassatieberoep tegen de Nederlandse Staat niet geschorst. Op 30 september 2016 verwierp de Hoge Raad het beroep met betrekking tot de communicatie van de Nederlandse Staat.

1.1.3 Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF)

Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van vermeende misleidende communicatie door Fortis gedurende de periode 2007-2008. SICAF beweert onder meer (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.

Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde Stichting, namens en samen met een aantal geïdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid.

1.1.4 Vorderingen namens individuele aandeelhouders

In een procedure die werd ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Bos, oordeelde de rechtbank van Utrecht op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en in voorkomend geval, de hoogte ervan moet worden bepaald. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit, of verband zou houden met, de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis Groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert mr. Bos schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie over (i) Fortis' subprime blootstelling in 2007/2008, (ii) de solvabiliteit van Fortis in de periode januari - juni 2008, (iii) de voorwaarden die door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO en (iv) de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van Fortis op 26 september 2008.

Sinds 1 augustus 2014 stelde mr. Meijer vijf afzonderlijke procedures in, elk namens een individuele eiser, bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd om het verlies te compenseren als gevolg van de vermeende miscommunicatie door Fortis in de periode september 2007 tot september 2008.

Op 23 september 2014 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege de misleidende communicatie door Fortis tussen 29 september 2008 en 1 oktober 2008 zoals vastgesteld in de uitspraak van 29 juli 2014 in de zaak FortisEffect. Op 1 april 2015 heeft de rechtbank besloten dat deze procedure zal worden samengevoegd met de eerste twee Meijer procedures.

Op 11 mei 2015 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas en een voormalig topmanager van Fortis bij de rechtbank van Amsterdam, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege misleidende communicatie over de financiële positie van Fortis.

1.1.5 Stichting Fortisclaim

Op 10 juni 2016 heeft de Stichting Fortisclaim tegen Ageas een collectieve procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht met betrekking tot (i) Fortis' beleid inzake solvabiliteit na de overname van ABN Amro en (ii) diverse mededelingen gedaan door Fortis tussen 24 mei 2007 en 3 oktober 2008 inzake haar subprime blootstelling, solvabiliteit, liquiditeit en haar positie na het eerste reddingsweekend in september 2008.

1.2 In België

1.2.1 Modrikamen

Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Op 23 oktober 2015 verwierp het Hof van Cassatie dit beroep. Tot op heden wordt de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers wordt nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50 % van de eisers onontvankelijk. Op 29 april 2016 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel beslist de zaak te schorsen in afwachting van het resultaat van de strafprocedure.

1.2.2 Deminor

Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25 % van de eisers onontvankelijk.

1.2.3 Overige vorderingen namens individuele aandeelhouders

Op 12 september 2012 hebben Patripart, een (voormalige) Fortis aandeelhouder, en haar moedermaatschappij Patrinvest een procedure

aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. Op 1 februari 2016 verwierp de rechtbank de vordering over de hele lijn. Op 16 maart 2016 heeft Patrinvest beroep aangetekend bij het Brusselse Hof van Beroep.

Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatie-verstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.

Op 25 juni 2013 werd een gelijkaardige procedure gestart voor dezelfde rechtbank door twee aandeelhouders. Deze eisers verzoeken hun zaak met de zaak Deminor samen te voegen. Ondertussen hebben de eisers ingestemd met een opschorting van hun zaak naar een nog niet bepaalde datum.

Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.

B. Procedures niet gedekt door de Schikking

2. Administratieve procedure in België

De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van EUR 500.000. Op 24 september 2015 oordeelde het Hof van beroep in Brussel over de beslissing van de sanctiecommissie en besliste Ageas een lagere boete van EUR 250.000 op te leggen voor het verspreiden van misleidende informatie op 12 juni 2008. Om procedurele redenen was er een Franstalige en een Nederlandstalige procedure. In elke procedure werd er op 24 september 2015 een besluit genomen door het Hof van beroep in Brussel. Ageas heeft op 24 augustus 2016 tegen de Franse uitspraak beroep aangetekend bij het Hof van Cassatie. Ageas heeft op 14 juni 2017 tegen de Nederlandse uitspraak beroep aangetekend bij het Hof van Cassatie.

3. Strafprocedure in België

In België loopt sinds oktober 2008 een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In februari 2013 heeft de procureur des Konings zijn vordering ingediend met volgende ten lasteleggingen: (i) foutieve jaarrekening 2007 door de overschatting van subprime-gerelateerde activa, (ii) aanzetting om in te tekenen op de kapitaalverhoging in 2007 op basis van verkeerde informatie en (iii) publicatie van in meerdere gevallen verkeerde of onvolledige informatie over de subprime blootstelling tussen augustus 2007 en april 2008. Daar verschillende betrokken partijen om aanvullend onderzoek hebben gevraagd en dit verzoek is gehonoreerd, is de hoorzitting voor de Raadkamer uitgesteld naar een nog niet bepaalde datum. In de huidige stand van het onderzoek vordert de procureur des Konings de verwijzing van Ageas naar de correctionele rechtbank niet.

4. Overige juridische procedures

4.1 Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)

De Mandatory Convertible Securities uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV (nu BNP Paribas Fortis SA/NV), Fortis SA/NV en Fortis N.V. (beide nu ageas SA/NV), werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Voor 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie, dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCS-houders afgewezen.

De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd. Op 29 maart 2018 zal een procedurele zitting plaatsvinden (de juiste datum moet nog worden bevestigd).

4.2 Procedures ingeleid door RBS

Op 1 April 2014 startte Royal Bank of Scotland (RBS) twee juridische procedures tegen Ageas en andere partijen: (i) een procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel waar RBS aanspraak maakt op een bedrag van EUR 75 miljoen op basis van een vermeende garantie die door Fortis zou zijn verstrekt in 2007 in het kader van een aandelentransactie tussen ABN AMRO Bank (nu RBS) en Mellon en (ii) een arbitrageprocedure voor het ICC in Parijs waar RBS aanvankelijk aanspraak maakte op een totaalbedrag van EUR 135 miljoen, te weten de vermeende garantie van EUR 75 miljoen vermeerderd met EUR 60 miljoen op basis van een "escrow" arrangement. In maart 2016 heeft RBS deze laatste vordering van EUR 60 miljoen laten vallen. Na de hoorzittingen in januari 2017 voor het ICC-arbitragehof heeft RBS ingestemd om de procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel in te trekken. Op 29 januari 2018 informeerde het ICC-tribunaal Ageas ten gunste van Ageas te hebben beslist. Alle claims van RBS zijn afgewezen.

5. Vrijwaringsbedingen

In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.

Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken bij de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.

In het kader van een schikking met de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, met betrekking tot de gebeurtenissen en ontwikkelingen rond de voormalige Fortis groep in 2007 en 2008, heeft Ageas een vrijwaring verleend aan de verzekeraars voor het totale dekkingsbedrag van de betrokken polissen. Daarnaast ging Ageas ook vrijwaringsverbintenissen aan ten gunste van enkele voormalige Fortis bestuurders en functionarissen en ten gunste van BNP Paribas Fortis met betrekking tot toekomstige verdedigingskosten, en ten gunste van de bestuurders van de twee Nederlandse stichtingen die in het kader van de Schikking zijn opgericht.

6. Algemene opmerkingen

Als een aangevulde en gewijzigde Schikking definitief wordt, zullen de civiele procedures vermeld in sectie 1 geschikt worden, behalve voor de eisers die tijdig hebben meegedeeld dat ze niet wensen gebonden te zijn door de Schikking. Deze eisers kunnen de procedures tegen Ageas voortzetten of nieuwe starten. Zoals hierboven meegedeeld, werd voor de Schikking een voorziening geboekt van EUR 1,1 miljard, met inbegrip van EUR 52 miljoen voor het restrisico.

Als een aangevulde en gewijzigde Schikking niet wordt uitgevoerd, kunnen de civiele procedures vermeld in sectie 1 worden voortgezet. In die hypothese, en zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun gevolgen in te schatten en te bepalen, of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Ageas zal voorzieningen boeken indien, en op het ogenblik dat, het naar de mening van het management en de Raad van Bestuur, in overleg met de juridische adviseurs, meer waarschijnlijk is dan niet dat Ageas in deze zaken een betaling zal moeten doen en er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de hoogte van het bedrag.

Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.

II. Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen

In 2007 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven, waarbij ageas SA/NV als medeschuldenaar optrad (BNP Paribas Fortis SA/NV was op dat moment een dochteronderneming). Van de oorspronkelijk uitgegeven 12.000 effecten, blijven er 3.791 effecten uitstaan, die een totaal bedrag vertegenwoordigen van EUR 948 miljoen.

De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 3.958.859 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.

De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de Ageas aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand. BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van 3-maands Euribor plus 200 basispunten, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.

In een akkoord gesloten in 2012, dat onder andere heeft geleid tot een tender en tevens conversie van de CASHES, heeft Ageas ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het brutodividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.

III. Overige voorwaardelijke verplichtingen

Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 fuseerde met Cardif Lux International S.A.

Voorts hebben een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van een unit-linked product door het doorrekenen van bepaalde transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata, en eisten tevens een verbod op de doorrekening van de kosten. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Nadat Ageas France hiertegen cassatieberoep had ingesteld bij het Franse Hof van Cassatie, heeft dit Hof van Cassatie op 8 september 2016 het arrest van het Hof van Beroep in Parijs grotendeels vernietigd in het voordeel van Ageas France en de zaak verwezen naar het Hof van Beroep in Versailles.