AI assistant
ageas SA/NV — Annual Report 2017
Apr 27, 2018
3905_10-k_2018-04-27_9fa3003b-30e7-4679-b929-618c579bc356.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Jaarverslag 2017
De klant als leidraad
Jaarverslag 2017
Brussel, 6 april 2018
Verslag van de Raad van Bestuur Geconsolideerde jaarrekening Verkorte jaarrekening ageas SA/NV
Jaarverslag 2017
Brussel, 6 april 2018
| Inleiding 7 | ||
|---|---|---|
| Verslag van de Raad van Bestuur 8 | ||
| 1 | Algemene beschrijving en strategie van Ageas 8 | |
| 2 | Resultaten en ontwikkelingen 11 | |
| 3 | Het scheppen van waarde in en voor de maatschappij 13 | |
| 4 | Corporate Governance Statement 21 | |
| AGEAS Geconsolideerde jaarrekening 2017 33 | ||
| Geconsolideerde balans 34 | ||
| Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income 36 | ||
| Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 37 | ||
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht 38 | ||
| Algemene informatie 39 | ||
| 1 | Juridische structuur 40 | |
| 2 | Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 41 | |
| 3 | Overnames en desinvesteringen 52 | |
| 4 | Winst per aandeel 56 | |
| 5 | Risicomanagement 57 | |
| 6 | Toezicht en solvabiliteit 91 | |
| 7 | Beloningen en vergoeding 95 | |
| 8 | Verbonden partijen 111 | |
| 9 | Informatie operationele segmenten 113 | |
| Toelichting op de geconsolideerde balans 126 | ||
| 10 | Geldmiddelen en kasequivalenten 127 | |
| 11 | Financiële beleggingen 128 | |
| 12 | Vastgoedbeleggingen 135 | |
| 13 | Leningen 137 | |
| 14 | Beleggingen in deelnemingen 139 | |
| 15 | Herverzekering en overige vorderingen 141 | |
| 16 | Overlopende rente en overige activa 142 | |
| 17 | Materiële vaste activa 143 | |
| 18 | Goodwill en overige immateriële activa 145 | |
| 19 | Eigen vermogen 149 | |
| 20 | Verzekeringsverplichtingen 154 | |
| 21 | Achtergestelde schulden 159 | |
| 22 | Leningen 161 | |
| 23 | Uitgestelde belastingen 163 | |
| 24 | RPN(I) 165 | |
| 25 | Overlopende rente en overige verplichtingen 166 | |
| 26 | Voorzieningen 168 | |
| 27 | Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties 170 | |
| 28 | Minderheidsbelangen 172 | |
| 29 | Derivaten 173 | |
| 30 | Toezeggingen 175 | |
| 31 | Reële waarde van financiële activa en financiële passiva 176 | |
| Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 179 | ||
|---|---|---|
| 32 | Verzekeringspremies 180 | |
| 33 | Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 182 | |
| 34 | Resultaat op verkoop en herwaarderingen 183 | |
| 35 | Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 184 | |
| 36 | Aandeel in het resultaat van deelnemingen 185 | |
| 37 | Commissiebaten 186 | |
| 38 | Overige baten 187 | |
| 39 | Schadelasten en uitkeringen 188 | |
| 40 | Financieringslasten 189 | |
| 41 | Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 190 | |
| 42 | Commissielasten 191 | |
| 43 | Personeelskosten 192 | |
| 44 | Overige lasten 193 | |
| 45 | Belastingen op de winst 195 | |
| Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans 197 | ||
| 46 | Voorwaardelijke verplichtingen 198 | |
| 47 | Lease-overeenkomsten 203 | |
| 48 | Gebeurtenissen na balansdatum 204 | |
| Bericht van de Raad van Bestuur 205 | ||
| Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 206 | ||
| Verkorte jaarrekening ageas SA/NV 2017 213 | ||
| Algemene informatie 214 | ||
| Balans na winstdeling 215 | ||
| Resultatenrekening 216 | ||
| Aanvullende toelichting op onderdelen in de balans en de resultatenrekening en reglementaire voorschriften 217 | ||
| Overige informatie 220 | ||
| Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst 221 | ||
| Beschikbaarheid van bedrijfsdocumenten voor openbare inzage 222 | ||
| Registratie van gedematerialiseerde aandelen 223 | ||
| Begrippenlijst en Afkortingen 224 |
Inleiding
Het Ageas Jaarverslag 2017 bevat het Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas, opgesteld op basis van de in België toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften (op grond van artikel 96 en artikel 119 van de Belgische Wet op het Vennootschapsrecht), de Geconsolideerde Jaarrekening Ageas 2017 (met vergelijkende cijfers voor 2016), opgesteld conform de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard door de Europese Unie en de Verkorte Jaarrekening van ageas SA/NV.
Alle bedragen in de cijferopstellingen van dit Jaarverslag luiden in miljoenen euro's, tenzij anders vermeld
Verslag van de Raad van Bestuur
Ageas
Een internationale onderneming met een lokale identiteit en één focus: Er zijn voor onze klanten
1 Algemene beschrijving en strategie van Ageas
Er zijn voor onze klanten
Ageas is actief in 15 landen in heel Europa en in Azië. Met 190 jaar ervaring in verzekeringen biedt Ageas miljoenen particuliere en zakelijke klanten Leven- en Niet-Levenproducten. Zij kunnen gebruik maken van een brede waaier aan kanalen, van traditionele tot de nieuwe digitale wereld.
Bij Ageas helpen we klanten bij hun planning voor de lange termijn en beschermt hen tegen onvoorziene risico's. Met andere woorden, wij zijn er als het goed gaat, maar ook als het leven eens wat moeilijker is.
We hebben een expertise op het gebied van partnerships. Ageas heeft langetermijnovereenkomsten gesloten met toonaangevende financiële instellingen en distributeurs over de hele wereld. In veel markten ontwikkelen we ook rechtstreekse relaties met de klant.
Waar we ook werken, we hebben altijd één doelstelling: onze 38 miljoen klanten gemoedsrust bezorgen wanneer ze die het meest nodig hebben.
Ambition 2018 in actie
Als verzekeraar willen wij in de eerste plaats mensen in elke levensfase helpen om de risico's te beperken die verbonden zijn aan eigendom, ongevallen, leven, gezondheid of pensioen en bij het beheren van hun bezittingen door middel van beleggingsalternatieven.
In 2017 vertrouwden meer dan 38 miljoen klanten op Ageas en verwachtten precies dat van ons. Wij hielpen velen van hen om hun persoonlijke ambities te realiseren. Anderen konden we in moeilijke tijden van hun leven gemoedsrust schenken. Om de juiste oplossingen voor onze klanten te creëren, luisterden wij naar wat zij ons te zeggen hadden. Wij verbeterden de dialoog en gingen aan de slag met wat zij ons vertelden dat belangrijk voor hen was.
Terugkijkend op 2017 bereikten we meer klanten dan ooit tevoren. In de Filipijnen startten we officieel met Troo en recenter gaf onze nieuwe joint venture in Vietnam ons de kans om Ageas aan een nieuwe groep klanten voor te stellen. Na slechts een jaar heeft Ageas Seguros zich in Portugal gevestigd als een bekend en gerespecteerd verzekeringsmerk.
Innovatie was een belangrijke factor in onze prestaties gedurende 2017. Wij kwamen met een aantal creatieve en belangrijke oplossingen, met producten op maat zoals Elastic in het VK en nieuwe mobiele applicaties in Azië die onder meer polishernieuwingen voor autoverzekeringen en reisverzekeringen omvatten. In België introduceerden we nieuwe app-gebaseerde diensten ter ondersteuning van woningverzekeringen. Zoals wij verwachtten, is digitalisatie een grote katalysator voor veranderingen. Ons besluit om in nieuwe technologieën en vaardigheden te investeren bleek de juiste keuze.
2017 was ook het jaar van kunstmatige intelligentie en robotica en activeringen in vele markten zorgden voor een verbeterde klantenservice en efficiency. In nieuwe technologieën voor de langere termijn is Ageas actief betrokken bij het internationale B3i Blockchaininitiatief en bij de 'FinTech incubator' B-Hive in België, teneinde aan de toekomstige behoeften van klanten te voldoen.
Met ons strategische plan Ambition 2018, versterkten wij onze inzet om dicht bij de klant te zijn. Daarom startten we voor het eerst in de hele groep met metingen van klantgerichtheid, gebruikmakend van een aantal belangrijke klantmaatstaven. Op elk contactpunt met de klant proberen wij waarde toe te voegen, het beter te doen en te anticiperen op toekomstige klantbehoeften terwijl kennis wordt uitgewisseld over wat wij leren binnen de hele Groep.
In 2017 gingen medewerkers de innovatie-uitdaging aan. We nodigden medewerkers uit om 'out of the box' te denken en om met nieuwe manieren te komen om de bestaande situatie te verbeteren of een unieke oplossing te bedenken. Een groepsbrede competitie leverde meer dan 370 afzonderlijke ideeën op, van gloednieuwe innovaties tot ideeën om processen en de communicatie te verbeteren.
Nu Ambition 2018 in zijn laatste jaar is, zijn we al begonnen ons met de ontwikkeling na 2018 bezig te houden. Later dit jaar presenteren wij onze plannen voor de komende drie jaar. Connect 21 wordt de natuurlijke opvolger van Vision 2015 en Ambition 2018, maar met een nieuwe blik op de keuzes en doelen, die weerspiegelt waar we zijn, waar we naar toe willen, wat we hebben geleerd en wat we de komende drie jaar, en daarna, aan alle belanghebbenden moeten leveren.
Waarom Connect 21? Het was de logische keuze omdat wij streven naar een sterkere verbinding met onze verschillende belanghebbenden. Wij verbinden verschillende landen, regio's, functies en kanalen. Wij verbinden ons met de digitale wereld om onze klanten innovatieve oplossingen te bieden. En we verbinden ons ook aan de wereld buiten onze eigen sector. Zo kunnen we inspelen op opkomende innovaties die de verzekeringswereld ingrijpend kunnen veranderen.
Ons voornaamste doel is om relevant en aantrekkelijk te blijven voor alle belanghebbenden. De klantbehoeften zullen zich verder ontwikkelen, en vele factoren zullen hier invloed op hebben. Ook zullen de verwachtingen van klanten zeker toenemen. Zo hoort dat ook en dat is de aanhoudende uitdaging waarop we voorbereid zijn. Ons voornaamste doel is om relevant en aantrekkelijk te blijven voor alle belanghebbenden en om nooit te vergeten dat zij al dan niet voor ons kunnen kiezen.
| Financiële doelstellingen Ageas Ambitie 2018 | Doelstelling tegen eind 2018 | Positie eind 2017 | Positie eind 2016 |
|---|---|---|---|
| Rendement op eigen vermogen van verzekeringsactiviteiten | |||
| (exclusief ongerealiseerde winsten en verliezen) | 11 - 13 % | 14,6% | 10,6% |
| Operationele marge producten met gegarandeerde rente | 85 - 90 basispunten | 93 basispunten | 93 basispunten |
| Operationele marge Unit-Linked | 40 - 45 basispunten | 27 basispunten | 25 basispunten |
| Combined Ratio | < 97 % | 95,2% | 101,1% |
| Solvency II Verzekeringen | 175 % | 196% | 179% |
| Dividend uitbetalingspercentage | 40 - 50 % | 42% | 59% |
2 Resultaten en ontwikkelingen
2.1 Resultaten en solvabiliteit van Ageas
De nettowinst Verzekeringen bedroeg EUR 960 miljoen, vergeleken met EUR 721 miljoen in het voorgaande jaar. Deze was te danken aan recordprestaties in zowel Leven als Niet-leven en werd ondersteund door een gerealiseerde meerwaarde op de verkoop van de Italiaanse activiteiten. Het resultaat van het voorgaande jaar weerspiegelde een gerealiseerde meerwaarde op de verkoop van de Hongkongse activiteiten en de negatieve impact van terrorisme, weersomstandigheden en de wijziging in de Ogden-disconteringsvoet in het VK, met name in het vierde kwartaal van 2016. Uitstekende resultaten in België, Continentaal Europa en Azië waren mede te danken aan hogere nettomeerwaarden. Het resultaat in het VK begon in de post-Ogden-markt aan een bemoedigend herstel.
Leven en Niet-leven
Het nettoresultaat Leven steeg aanzienlijk van EUR 505 miljoen naar EUR 623 miljoen, exclusief de vorig jaar gerealiseerde meerwaarde van EUR 199 miljoen uit de verkoop van de entiteit in Hongkong. De stijging was vooral te danken aan de fors verbeterde beleggingsresultaten binnen de niet-geconsolideerde partnerships en de positieve impact van een aantal wijzigingen in de regelgeving.
Het nettoresultaat in België steeg naar EUR 292 miljoen (tegenover EUR 288 miljoen). In Continentaal Europa steeg het nettoresultaat met 30% van EUR 49 miljoen naar EUR 62 miljoen vooral dankzij betere onderschrijvingsresultaten in Portugal en gunstige ontwikkelingen op de aandelenmarkten. In Azië steeg het nettoresultaat aanzienlijk naar EUR 269 miljoen (tegenover EUR 167 miljoen exclusief de winst op de verkoop van de activiteiten in Hongkong) dankzij de toenemende bijdrage van de periodieke premies en een sterk beleggingsresultaat.
Het uitstekende nettoresultaat van de Niet-leven-activiteiten kwam mede tot stand dankzij de uitzonderlijke prestaties in België (EUR 146 miljoen) en Continentaal Europa (EUR 130 miljoen). Het omvatte ook de meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van de Italiaanse Niet-leven-activiteiten (EUR 77 miljoen). Het nettoresultaat in het VK beliep EUR 29 miljoen, inclusief een negatieve impact van EUR 46 miljoen vanwege de herziening van de Ogdendisconteringsvoet. De Aziatische partnerships in Niet-leven droegen EUR 24 miljoen bij. Afgezien van de voortgezette goede operationele prestaties was de aanzienlijke verbetering vergeleken met vorig jaar ook te danken aan de gecombineerde negatieve impact in 2016 van de terroristische aanslagen en bovengemiddelde weergerelateerde kosten in België en het VK (EUR 60 miljoen) en uitzonderlijke gebeurtenissen in het VK voor een totaal van EUR 213 miljoen.
Het totale bedrag aan herverzekerde premies bij de interne Niet-levenherverzekeraar Intreas steeg naar EUR 58 miljoen. De bijdrage aan het nettoresultaat van Niet-leven beliep EUR 8 miljoen, hetgeen overeenkomt met een combined ratio van 75,7%.
Algemene Rekening
De Algemene Rekening toonde een negatief resultaat van EUR 337 miljoen. Hiervan is EUR 173 miljoen gerelateerd aan de mutatie van de RPN(I)-verplichting en wordt EUR 100 miljoen verklaard door het besluit van Ageas om de voorziening voor de mogelijke Fortisschikking te verhogen. Het nettoresultaat van de Algemene Rekening werd positief beïnvloed door een winst van EUR 10 miljoen op de verkoop van de Italiaanse Niet-leven-activiteiten. Personeelskosten en andere operationele kosten, na doorberekeningen, daalden naar EUR 76 miljoen (tegenover EUR 95 miljoen), waarbij het cijfer voor 2016 werd opgestuwd door uitzonderlijk hoge juridische kosten in verband met de mogelijke Fortis-schikking.
Solvabiliteit
Het eigen vermogen van de verzekeringsactiviteiten bedroeg EUR 7,9 miljard, EUR 4,0 miljard boven de SCR. Dat leidde tot een sterke totale Insurance Solvency IIageas-ratio Verzekeringen van 196%, ruim boven de doelstelling van 175%. De Solvency IIageas-ratio Verzekeringen naar segment lag op 237% voor België, 147% voor het Verenigd Koninkrijk, 207% voor Continentaal Europa en 243% voor Herverzekering.
De Groep Solvency IIageas-ratio steeg van 191% aan het einde van 2016 naar 196% per eind 2017. De ondernemingen binnen de reikwijdte van Solvency II genereerden in 2017 een operationeel vrij kapitaal van EUR 702 miljoen. Dit bedrag omvat EUR 114 miljoen gerelateerd aan specifieke maatregelen van het management om de kapitaalpositie in het VK te herstellen en EUR 77 miljoen aan dividenduitkeringen van de Aziatische partnerships waarin Ageas een minderheidsbelang heeft.
2.2 Statutaire resultaten van ageas SA/NV volgens Belgische boekhoudregels
ageas SA/NV rapporteerde voor het boekjaar 2017 op basis van de Belgische boekhoudregels een positief nettoresultaat van EUR 289 miljoen (2016: EUR 696 miljoen) en een eigen vermogen van EUR 5.993 miljoen (2016: EUR 6.351 miljoen).
Een meer gedetailleerde toelichting bij het niet-geconsolideerde nettoresultaat van ageas SA/NV en andere Belgische wettelijke verplichtingen in overeenstemming met artikel 96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen, bevindt zich in de verkorte jaarrekening van ageas SA/NV. KPMG bracht een goedkeurende accountantsverklaring uit met een toelichtende paragraaf omtrent de jaarrekening van ageas SA/NV.
2.3 Gebeurtenissen na balansdatum
Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van de geconsolideerde jaarrekening van Ageas per 31 december 2017.
2.4 Dividend
De Raad van Bestuur van Ageas zal de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 16 mei 2018 voorstellen om een bruto cash dividend van EUR 2,10 per aandeel over 2017 uit te keren.
Inkoopprogramma eigen aandelen
Op 4 augustus 2017 rondde Ageas het inkoopprogramma voor eigen aandelen af dat werd aangekondigd op 5 augustus 2016 en kondigde op 9 augustus 2017 een nieuw inkoopprogramma voor eigen aandelen aan voor een bedrag van EUR 200 miljoen.
Nadere informatie over deze aandeleninkoopprogramma's, de uitstaande aandelen van Ageas, de dividendrechten en de kapitaalstructuur is te vinden in de Corporate Governance Statement en in noot 19 Eigen vermogen.
2.5 Fusies en overnames / Structuur van de Groep
Cargeas
Ageas sloot een overeenkomst met BNP Paribas Cardif voor de verkoop van zijn 50%+1 aandeel in het aandelenkapitaal van de Italiaanse Niet-leven-activiteiten Cargeas Assicurazioni. De transactie werd op 28 december 2017 afgerond voor een totale verkoopprijs in contanten van EUR 178 miljoen.
De verkoop van Cargeas leverde een netto meerwaarde van EUR 77 miljoen op het niveau van Verzekeringen in het segment Continentaal Europa op, evenals EUR 10 miljoen in de Algemene Rekening op Groepsniveau.
Zowel de meerwaarde als de cashimplicatie zijn in het vierde kwartaal van 2017 verantwoord.
Nederlandse kantoren
In 2017 beoordeelde het management de organisatie van het hoofdkantoor, teneinde efficiency te verbeteren en te kunnen inspelen op de veranderende behoeften van de onderneming. Als gevolg hiervan besloot ageas SA/NV om het kantoor in Nederland te sluiten en om de medewerkers hiervan op te nemen in het Brusselse hoofdkantoor. De feitelijke sluiting zal in 2018 plaatsvinden.
3 Het scheppen van waarde in en voor de maatschappij
3.1 Wat telt voor Ageas en zijn stakeholders
Ageas streeft ernaar om altijd waarde te creëren in de landen waar wij actief zijn. Deze 'waarde' geldt voor al onze belanghebbenden: klanten, investeerders, partners, medewerkers en de lokale gemeenschap. Dit past perfect bij een verzekeraar. Wij creëren waarde door de verwachtingen van onze stakeholders te leren kennen en door ernaar te handelen. Als deze verwachtingen belangrijk voor ons zijn, dan worden zij beschouwd als materiële financiële of niet-financiële aspecten.
Om te voldoen aan de vereisten van de nieuwe Belgische wetgeving over de bekendmaking van niet-financiële informatie, pasten we relevante componenten en verwachtingen toe die in diverse internationale kaders1 zijn vastgelegd om een conclusie te formuleren over de materiële aspecten voor Ageas als Groep.
Het proces dat we hebben gebruikt om te bepalen wat het belangrijkste is voor Ageas en zijn stakeholders, wordt omschreven in dit overzicht.
Identificatieproces belangrijke aspecten
We raadpleegden verschillende bronnen om tot een lange lijst van mogelijke aspecten te komen:
- Internationale kaders en normen
- Geldende en verwachte wet- en regelgeving
- Peer group-benchmarking
- (Inter)nationale CSR-enquêtes
> 60 potentiële aspecten
Elk aspect kreeg een relevantiescore van het Executive Committee (ExCo) en werd diepgaand besproken tijdens ExCovergaderingen
Selectie van belangrijke aspecten voor Ageas en bundeling in vijf domeinen
Validatie van de materiële domeinen door eerder gehouden stakeholder-engagement met aandeelhouders, medewerkers, klanten en analisten
Wij zijn verantwoordelijk ten opzichte van:
1 ISO 26000, GRI normen, UNEP FI Principes voor duurzaam verzekeren (PSI), de door de VNs ondersteunde Principes voor verantwoord beleggen (PRI), OECD richtlijnen voor multinationale ondernemingen, Financieel Initiatief van het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP FI)
Om onze stakeholders te begrijpen, en er een engagement mee aan te gaan, houden wij voortdurend een open dialoog over een brede waaier aan onderwerpen op alle niveaus van onze organisatie. Als onderdeel van onze strategische oefening in 2018 zullen wij deze gesprekken over bekende en nieuwe uitdagingen verder uitdiepen.
De scope van de cijfers is vastgelegd op het geconsolideerde niveau, waarbij dus onze geassocieerde deelnemingen niet zijn opgenomen. Informatie die betrekking heeft op de hele Groep betreft, inclusief geassocieerde deelnemingen, is aangegeven met *.
3.2 Onze verantwoordelijkheid naar onze klanten
Onze Ambition 2018-strategie zet duidelijk de toon voor onze verantwoordelijkheid naar onze klanten: wij zijn er voor en dankzij hen. Als verzekeraar is het onze rol om mensen in elke fase van hun leven te helpen om risico's te beperken inzake eigendom, ongelukken, leven of pensioenen, of met andere woorden, ervoor te zorgen dat ze gerust kunnen leven. Bovendien willen wij de best mogelijke klantervaring bieden door te bouwen opverworven inzichten en te investeren in de juiste vaardigheden.
Gemoedsrust voor onze klanten
In 2017 beheerde Ageas meer dan 43 miljoen* polissen voor haar klanten in de 15 landen* in Europa en Azië waarin het actief is. Dankzij meer dan 190 jaar ervaring in verzekeringen biedt Ageas Leven- en Niet-leven-verzekeringsoplossingen voor individuele klanten en kleine en middelgrote bedrijven via een brede waaier aan kanalen, van de traditionele kanalen tot de nieuwe digitale wereld, aangepast aan de lokale markt. In elk van onze markten gaan we partnerships aan met gevestigde merken die klanten duidelijk herkennen en die een sterke positie hebben. We bouwen verder op onze uitgebreide verzekeringservaring naarmate we groeien en uitbreiden; zo heeft Ageas Seguros in Portugal zich al gevestigd als een bekend en gerespecteerd verzekeringsmerk op amper één jaar tijd. In 2016 startten we een nieuwe joint venture in Vietnam en in de Filipijnen introduceerden we, samen met EastWest Bank, Troo. In 2017 gingen beide entiteiten boekten er mooie vooruitgang en overtroffen ze de oorspronkelijke verwachtingen.
Zorgen voor de beste klantervaring
Ons huidig strategische plan heeft ons engagement om dicht bij de klant te staan, versterkt. Dit komt duidelijk terug in de initiatieven die we in 2017 uitvoerden. Ze lieten ons toe om aanwezig te zijn waar de klanten dat willen, met flexibele en gemakkelijk toegankelijke producten en diensten.
Dit engagement werd op de proef gesteld tijdens de verwoestende bosbranden in Portugal. Wij stuurden medewerkers naar de getroffen regio's en organiseerden een snelle en menselijke respons op het terrein. Ook in Portugal, werkt Médis nauw samen met de Portugese apothekersvereniging op het gebied van gezondheidszorg en dienstverlening voor ouderen, met een toegespitst en gedigitaliseerd aanbod dat zich onder meer richt op obesitas.
In België integreerden wij deze aanpak in onze normale activiteiten. Ons nieuwe partnership met SightCall zorgde voor een primeur op de Belgische markt: een app-gebaseerde oplossing voor woningverzekeringen waarmee klanten rechtstreeks of via hun makelaar per smartphone of tablet contact kunnen opnemen met AG Insurance en bij kleine schadegevallen foto's en video's kunnen uploaden. AG Insurance kan deze snel op afstand beoordelen, een offerte opmaken, de zaak afhandelen en zonder vertraging uitbetalen.
De lancering van Elastic, een nieuw online B2C huishoudproduct, door Ageas UK, werd ontworpen samen met de klant. Deze innovatieve benadering van woningverzekeringen zorgt ervoor dat de klant de controle heeft. Het product biedt een volledige personalisering, wat betekent dat klanten niet betalen voor een dekking die zij niet willen of niet nodig hebben.
We gaan zelfs verder dan verzekeringen, van behandeling naar preventie, met een lokale aanpak. In Thailand werken we samen met "Health at Home", dat klanten medische ondersteuning thuis biedt na een ziekenhuisopname en zo bijdraagt aan het herstelproces voor zowel patiënt als familie. Daarnaast bieden we in Thailand myTHAIDNA aan, een op welzijn gerichte dna-analyse.
Als onderdeel van onze Ambition 2018, zijn we van start gegaan met het meten van de klantgerichtheid binnen de volledige Groep, door enkele belangrijke klantenparameters te gebruiken: net promotor score (NPS), en net engagement score (NES). NPS meet hoe waarschijnlijk het is dat klanten onze producten of diensten zullen aanbevelen; NES volgt hoe veel inspanning onze klanten persoonlijk doen om hun product te kopen, hun schadegeval af te handelen en het gepast advies te krijgen. Momenteel werd NPS geïntroduceerd in 10 van de 15 landen* en andere zullen volgen. Voor NES hebben 2 landen* deze graadmeter volledig opgenomen en 2* hebben de eerste initiatieven gelanceerd. Er is dus nog werk. Op elk moment waarop we in contact komen met een klant, willen we meer waarde creëren, het beter doen, en anticiperen op toekomstige klantenbehoeften. We delen ook wat we leren binnen de Groep.
De toekomst voorspellen en ons erop voorbereiden
De wereld rondom ons verandert sneller dan ooit tevoren. Dit beïnvloedt onze sector en ook onze klanten. Wij maken gebruik van horizon scanning om de nieuwe dynamieken en nieuwe trends te identificeren. Zodra dit is gebeurd, worden deze zowel lokaal als op groepsniveau verder geanalyseerd en onderzocht. Wij investeerden de afgelopen jaren intensief in data-analyse, digitalisering en technologie. Tussen 2016 en 2018 werd een jaarlijks bijkomend budget van EUR 25 miljoen uitgetrokken, bovenop het reguliere jaarbudget voor innovatie en technologische investeringen van bijna EUR 50 miljoen. Start-up ecosystemen, FinTech, gerobotiseerde procesautomatisering, artificiële intelligentie en stembesturing staan op onze radar als fundamentele trends voor de toekomst. Onze rol bestaat erin om de link te maken tussen deze technologische kansen en de behoeften van onze klanten. We hebben geluisterd naar wat ze ons vertellen, we hebben de dialoog verbeterd, en we zijn een actief engagement aangegaan. Bovendien hebben we ook ons personeel uitgedaagd om met voorstellen te komen, via een interne wedstrijd die ons toelaat om in te spelen op wat we horen. Deze focus, gekoppeld aan onze investeringen, is onze klanten ten goede gekomen, omdat er een aantal nieuwe oplossingen werd gelanceerd.
- met verzekeringsoplossingen die de dekking van bestaande producten zoals auto- en woningverzekeringen uitbreiden, kunnen onze klanten deelnemen aan de "deeleconomie". Met bijvoorbeeld woningverzekeringen die ook Airbnb dekken, en autoverzekeringen die dekking bieden bij autodelen;
- Vivay werd samen met klantdoelgroepen ontwikkeld en biedt een innovatieve oplossing voor een belangrijk lacune in gezinsbescherming. Dit nieuwe flexibele product vergoedt de kosten van terugkerende facturen, studiekosten, huur en kinderopvang in geval van moeilijk te verzekeren risico's zoals kanker, invaliditeit of werkloosheid. Via "My Global Benefits" hebben werknemers van bedrijfsklanten online 24/7 toegang tot hun pensioenstatus en tot uitgebreide informatie over hun zorgverzekering;
- ons onderscheiden product Yongo benut de kracht en invloed van sociale media om een leren-sparen-groeien-benadering te promoten, met een flexibele digitaal spaarplan voor kinderen;
- artificiële intelligentie wordt toegepast in onze autoverzekeringsactiviteiten om de nauwkeurigheid en responssnelheid te verbeteren. Door onze partnership met een start-upbedrijf kunnen we nu binnen drie minuten na het uploaden van een foto aanbevelingen voor autoreparaties controleren.
Partnerships maken onlosmakelijk deel uit van onze Groep. Bij de versterking of uitbreiding ervan zoeken we actief naar partners die onze horizon kunnen verruimen en ons kunnen helpen nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. Recente successen omvatten onze samenwerking met B-Hive en B3i:
- B-Hive is een innovatief samenwerkingsplatform in België waarin een aantal belangrijke banken, verzekeraars en specialisten inzake marktinfrastructuur hun krachten hebben gebundeld om in samenwerking met start-ups kansen te onderzoeken en te benutten om technologie toe te passen op financiële diensten ;
- B3i is een gezamenlijk initiatief van een groep van 15 grote internationale partijen in de (her-)verzekeringswereld en onderzoekt het potentieel van hoe blockchaintechnologie de efficiency en transparantie kan verbeteren van de gegevensuitwisseling tussen herverzekerings- en verzekeringsmaatschappijen.
3.3 Onze verantwoordelijkheid naar onze werknemers
Bij Ageas werken 50.000* collega's samen om de beloften aan onze klanten waar te maken. De sterkte van onze lokale merken en het succes waarmee we de bedrijfsstrategie en de doelstellingen van de Groep behalen, zijn rechtstreeks afhankelijk van de inzet van onze mensen. Wij vinden onze mensen belangrijk en handelen volgens de waarden van Ageas.
Onze HR-aanpak is gebaseerd op een voortdurende dialoog met onze werknemers. Wij luisteren actief naar hen en maken gebruik van hun input en feedback.
Onze werknemers in aantallen
Ageas Groep stelt 50.000 mensen* tewerk. Binnen de geconsolideerde entiteiten hebben wij 12.183 personeelsleden met een totale 46% / 54% verdeling wat betreft mannen en vrouwen (exclusief Interparking). Voor meer details over diversiteit verwijzen we naar het onderdeel 4 'Corporate Governance Statement'.
Ons personeelsbestand daalde in de afgelopen drie jaar van 13.258 naar 12.183 medewerkers (ofwel - 8%) als gevolg van de verkoop van de activiteiten in Hongkong en Italië en de sluiting van ons kantoor in Glasgow in het VK. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door de acquisitie van Ageas Seguros in Portugal. Het gemiddelde aantal
Op vier van de zes gemeten terreinen boekten wij vooruitgang. Net als vorig jaar was 'Ik kan goed samenwerken met mijn team' de uitspraak die algemeen het vaakst terugkomt. Het belangrijkste gebied waarop we dit jaar vooruitgang boekten was 'Ik ben bereid om een tandje bij te steken om goede resultaten te boeken'. 80% van de medewerkers onderschrijft deze stelling, 10% meer dan vorig jaar. Dit wijst erop dat de zelfmotivatie toeneemt en dat energievrijkomt om het bedrijf te laten slagen – een van de belangrijkste conclusies van elk programma om de betrokkenheid van de medewerkers te bevorderen. De mensen blijven over het algemeen trots om voor onze organisatie te werken. Dit komt terug in de scores van 'Ik heb vertrouwen in mijn leidinggevende' en 'Ik kan mijn organisatie aanbevelen als werkgever'. Het is duidelijk dat veel van de activiteiten en initiatieven die lokaal worden geïmplementeerd, een positieve invloed hebben, na de enquêteresultaten van vorig jaar (zie "We handelen naar hun input en feedback"). Dit kwam sterk tot uiting in het domein 'Ik houd van de uitdagingen die het werk mij biedt'; dit was vorig jaar het slechtst presterende segment. Deze score is met 7% verbeterd en weerspiegelt de sterkere focus op loopbaanontwikkeling en digitalisatie.
Wij organiseerden voor de derde keer een Denison-enquête over de bedrijfscultuur. Deze enquête geeft weer hoe onze top 800-managers aankijken tegen de Groep en de Ambition 2018-strategie. De positionering van Ageas vergeleken met een internationale benchmark van bedrijven vertoonde de afgelopen drie jaar een positieve ontwikkeling.
Wij handelen naar hun input en feedback
Wij willen onze organisatie voortdurende verbeteren en hebben verschillende initiatieven uitgerold om de ervaring en het engagement van onze medewerkers verder te verbeteren.
- Verwelkomen van nieuwe collega's: wij lanceerden een proefproject om de 'on-boarding' van onze nieuwe collega's te verbeteren. Een app overbrugt de periode tussen het moment dat iemand wordt aangenomen en de eerste dag op kantoor. Zo waarborgen wij een onmiddellijke sterke band met onze toekomstige medewerkers. Na een eerste testfase zal dit proefproject worden uitgerold naar diverse entiteiten binnen de groep;
- Flexibele verloning: verschillende entiteiten hebben flexibele verloningspakketten ingevoerd. Hiermee kunnen medewerkers bijvoorbeeld vakantiedagen of een 13e maand inruilen voor een elektrische fiets, een treinabonnement of extra vakantiedagen;
- Ageas Academy: we investeren in leiderschap. De afgelopen twee jaar verwelkomden we bijna 300 topmanagers in onze Ageas Academy voor opleidingsprogramma's over verschillende e thema's waaronder klant- en bedrijfskennis, leiderschap, nieuwe vaardigheden en gedrag en financieel en risicobeheer;
- Closer to the customer (C2C)-week: er werd een speciale week gehouden om medewerkers bewuster te maken van het belang van een klantgerichte benadering en houding. Een combinatie van 'live' webcasts en geposte video's van interne experts en inspirerende leiders van buitenaf bracht goede praktijken binnen onze Groep onder de aandacht van onze medewerkers;
- C2C-wedstrijd: als onderdeel van de C2C-week werd een interne wedstrijd gehouden. 372 ideeën van teams en individuele medewerkers waaruit een top 10 werd gekozen, werden verzameld. Elk van de ideeën wordt momenteel opgevolgd om over de volgende stappen te beslissen. Dit initiatief had een tweeledig doel. Het had een positieve impact op de betrokkenheid van onze medewerkers, maar leverde ons ook een relevante antwoorden op de behoeften van (potentiële toekomstige) klanten;
In miljarden EUR
Digitale boost: Om de digitale transformatie versnellen en onze organisatie en distributiepartners voor te bereiden op een digitale toekomst, organiseerden we een digitale week, die medewerkers de kans gaf om inspirerende lezingen bij te wonen, aan specifieke workshops deel te nemen en geavanceerde digitale ervaringen op te doen. In de loop van de week konden werknemers ervaren hoe belangrijk het is om op één lijn te zitten met de klant. Dat zorgt ervoor dat ze goed geplaatst zijn om in de toekomst in te spelen op veranderende klantenverwachtingen in een nieuwe digitale wereld.
3.4 Onze verantwoordelijkheid naar investeerders
In het strategische driejarenplan Ambition 2018 formuleerde Ageas duidelijk vijf financiële doelstellingen die moeten worden beschouwd als het engagement van de Groep naar investeerders. Om te meer te weten te komen over de vooruitgang die werd geboekt rond deze doelstellingen, verwijzen we naar deel 1 'Algemene beschrijving en strategie van Ageas'.
3.5 Onze maatschappelijke verantwoordelijkheid
Ageas is zich bewust van de rol die de onderneming op maatschappelijk vlak speelt en streeft ernaar een positieve bijdrage aan de maatschappij als geheel te leveren. Wij willen groeikansen creëren voor mensen en bedrijven; door hun levens makkelijker of beter te maken, door onze aanwezigheid, de producten en diensten die we leveren, onze investeringen in de echte economie en onze inzet in lokale gemeenschappen.
De economie en de maatschappij versterken via onze investeringen
Ageas investeert in de reële economie door leningen te verstrekken aan (lokale) overheden, door staatsobligaties te kopen, bedrijven van kapitaal te voorzien of leningen aan particuliere klanten te verstrekken. Wij investeren ook in infrastructuurprojecten, waarvan EUR 250 miljoen is gerelateerd aan alternatieve energie. Als Groep houden wij voor EUR 80,6 miljard beleggingen aan in een breed gespreide portefeuille, waarmee we de maatschappij in de bovengenoemde categorieën financieren.
- Overheidsobligaties : 37,5
- Bedrijfsobligaties : 20,8
- Gestructureerde kredietinstrumenten : 0,1
- Leningen aan banken : 1,3
- Leningen aan klanten : 8,1
- Aandelen : 4,9
- Vastgoed : 5,3
- Geldmiddelen en kasequivalenten : 2,6
Duurzame beleggingsoplossingen – meer dan beleid
Het beleggingsbeleid van Ageas bevat duidelijke en strikte criteria die beleggingen in fiscale paradijzen uitsluiten, net als bedrijven die verboden wapens produceren of hierbij betrokken zijn, of landen die internationale sancties ondergaan.
Wij bieden onze levensverzekeringsklanten duurzame beleggingsmogelijkheden. Bijvoorbeeld:
- Voor groepsverzekeringspolissen kunnen we bijvoorbeeld een beleggingsportefeuille aanbieden die voldoet aan strikte duurzaamheidscriteria;
- Aan onze retail- en particulieren klanten in België bieden we een groeiend programma van duurzame beleggingsmogelijkheden. Wij selecteren bedrijven op basis van hun ecologische en maatschappelijke prestaties en hun deugdelijk bestuur. Ons aanbod omvat ook een serie beleggingsproducten gebaseerd op het thema 'vrouwelijk leiderschap', Hiervoor selecteren wij bedrijven met een bovengemiddelde genderdiversiteit in hun raad van bestuur. Ageas France biedt binnen zijn unit-linked programma ook diverse duurzame fondsen aan.
Per eind 2017 bedroeg het totale bedrag dat in duurzame oplossingen volgens de duidelijk gedefinieerde ESG-criteria was belegd EUR 4,1 miljard (of 5% van de portefeuille).
Vastgoedbeleggingen
Onze vastgoedbeleggingen zijn goed voor EUR 5,3 miljard ofwel 7% van onze beleggingsportefeuille. Via onze dochtermaatschappij AG Real Estate (AGRE) zijn wij de toonaangevende private vastgoedbelegger in België. De onderstaande informatie heeft voornamelijk betrekking op onze Belgische activiteiten.
Onze vastgoedportefeuille omvat verschillende soorten vastgoed: kantoren, magazijnen, winkelcentra, woningen, parkings, infrastructuur en gemeenschapsgebouwen zoals scholen.
Wanneer we beslissingen nemen over investeringen en desinvesteringen, passen we strikte criteria toe: financieel rendement op lange termijn, (ecologische) efficiency van het gebouw, locatie en toegankelijkheid. Door ons actieve portefeuillebeheer kunnen we een bijkomend rendement op onze investeringen realiseren, waarmee we onze verplichtingen ten opzichte van onze polishouders kunnen nakomen.
In 2017 investeerden we EUR 725 miljoen in vastgoed, aankopen en renovaties, en desinvesteerden wij EUR 738 miljoen. Nog in 2017 zetten we ons engagement voor het initiatief "Scholen van Morgen" waar wij ontwikkelaar, investeerder en vastgoedbeheerder zijn, verder.
Vastgoedbeheer
Op basis van het algemene beleid van de Groep levert ons AGREduurzaamheidsbeleid specifiekere richtlijnen voor onze vastgoedactiviteiten. AGRE is in België BREEAM-gecertificeerd voor vastgoedbeheer met als kwalificatie 'goed'.
Met interne onderhouds- en ondersteuningsteams, ondersteund door een 24/7-helpdesk en door in België alle vereiste competenties voor vastgoedbeheer in eigen huis te hebben, staan wij dicht bij onze huurders. Op die manier kunnen we een verschil maken. Daarnaast onderhouden wij via regelmatige bijeenkomsten in elk gebouw een open dialoog met onze huurders, die verder wordt ondersteund door een formelere tevredenheidsenquête.
Streven naar een lagere ecologische-impact
Wij zijn ervan overtuigd dat maatschappelijke en milieubehoeften nauw aansluiten bij commerciële groeikansen. Dit wordt aangetoond door onze ondersteuning voor het scholenbouwprogramma "Scholen van Morgen" en de opening dit jaar van ons eerste passieve gebouw, Genesis.
Wij beheren ons vastgoed al jaren lang actief, met bewaking van het energie- en waterverbruik en de afvalhoeveelheid.
In 2017 implementeerden we een real-time opvolgsysteem voor alle kantoorgebouwen. Hiermee kunnen we ongebruikelijke consumptie rechtstreeks opsporen en onmiddellijk corrigerende maatregelen nemen. Het is onze ambitie om deze informatie real-time met onze huurders te delen om zo de bewustwording te versterken. Wij werken proactief voor en met onze huurders en zijn begonnen met energiescans om te zoeken naar kansen om energieverbruik en direct hieraan gerelateerde CO2-uitstoot te optimaliseren. De resultaten van onze tests zijn zeer veelbelovend en bieden rechtstreekse voordelen voor onze huurders: als de totale energiekosten dalen, daalt de rekening voor de huurders in verhouding tot hun aandeel in de algemene kosten van het gebouw. De tests werden uitgevoerd voor vier kantoorgebouwen die door meerdere huurders worden gebruikt. Hierop realiseerden we in 2017 besparingen van EUR 132.000 en een milieu-impact van -414 ton CO2.
We hebben ook studies over zonnepanelen lopen voor onze opslagruimtes, shoppingcentra en kantoorgebouwen. In 2018 plannen we zonnepanelen te installeren op drie van onze winkelcentra, een magazijn en twee kantoorgebouwen, die samen 35.600 vierkante meter vertegenwoordigen.
Al onze nieuwbouw en renovatieprojecten worden uitgevoerd volgens de strengste milieunormen, BREAAM 'uitstekend of excellent'. In 2017 startten we een BREEAM-certificeringsproject voor alle kantoorgebouwen die we in gebruik hebben. De eerste gebouwen worden momenteel beoordeeld en voldoen aan het niveau zeer goed of excellent. Wij zetten dit in 2018 voort met het resterende kantorenbestand zodat alle kantoren voor het eind van 2018 gecertificeerd zijn.
Versterking van lokale gemeenschappen en hun
bewoners via lokale initiatieven
Wij geloven sterk in lokale empowerment en vertrouwen op onze lokale teams om de juiste projecten te identificeren waarmee we kunnen helpen om de behoeften van de lokale gemeenschap in te vullen en dus het verschil kunnen maken. In 2017 zetten wij een aantal bestaande initiatieven voort en startten ook diverse nieuwe projecten. Hier volgt een kort overzicht:
- "Scholen voor Morgen": na minder dan vier jaar opende AG Real Estate zijn 150e nieuwe school als onderdeel van het grootste Europese project voor gemeenschapsinfrastructuur. De scholen bieden inmiddels plaats aan 104.538 leerlingen;
- Yongo: uit diverse onderzoeken blijkt dat de financiële geletterdheid van Belgische kinderen relatief zwak is. AG Insurance ontwikkelde een online platform waarmee kinderen leren om te sparen en te beleggen. Ook ouders en grootouders worden hierbij betrokken. Financiële geletterdheid helpt te kinderen om in de toekomst doeltreffend en met kennis van zaken beslissingen te nemen;
- Streven naar nul ongevallen: als verzekeraar worden we (te) vaak geconfronteerd met de gevolgen van een geliefd familielid of vriend die omkomt bij een verkeersongeval. Onze ambitie is om dit aantal terug te brengen naar nul. Daarom werkt Ageas UK sinds 2012 samen met de Road Safety Foundation om te ijveren voor een verbetering van de veiligheid van het Britse wegennet;
- In België introduceerde AG Insurance een beleggingsproduct gebaseerd op genderdiversiteit in het topmanagement;
- Kleur brengen in de wereld van verzekeringen: als onderdeel van zijn ambitie om sociale integratie en welzijn te verbeteren, voegde Ageas Seguros in Portugal een ColorAdd-code toe aan zijn communicatie. Deze code faciliteert de identificatie van kleuren voor mensen die kleurenblind zijn, en waarborgt tegelijkertijd dat de communicatie van Ageas efficiënter en meer inclusief is;
- Micro-verzekeringen: door de micro-verzekeringsinitiatieven van Muang Thai Life krijgen alle Thaise burgers gelijke toegang tot verzekeringen, ongeacht hun inkomen, status of persoonlijke situatie. Dit draagt bij aan een stabiele maatschappij, waarin alle consumenten hun levenskwaliteit en welzijn kunnen verbeteren;
- Gratis mammogramprogramma: door samenwerking met de National Cancer Society of Malaysia streeft Etiqa ernaar om in slechts een jaar ongeveer 5.000 kansarme vrouwen ouder dan 40 jaar op het Maleisische schiereiland te bereiken en hen een gratis borstkankeronderzoek aan te bieden.
3.6 Wij handelen als een verantwoordelijke zakelijke partner
Wij willen onze verantwoordelijkheid ten aanzien van onze belangrijkste stakeholders (klanten, medewerkers, partners en investeerders) en de lokale gemeenschap nakomen, door vertrouwen op te bouwen en te behouden. We zetten de toon aan de top, en verwachten van al onze medewerkers dat zij elke dag opnieuw, bij elke transactie en in elk contact een verantwoordelijke partner zijn voor al onze stakeholders. Dat zij op ethische wijze te werk gaan, integriteit, transparantie en vertrouwelijkheid combineren en ernaar streven om alle regels na te leven. Het is onze overtuiging dat wij onze stakeholders moeten behandelen zoals wij zelf graag behandeld willen worden en wij waarborgen dit door:
- een beleidskader, en
- een risicomanagementkader
Voor dit laatste verwijzen wij naar noot 5 Risicomanagement in de Ageas Geconsolideerde jaarrekening 2017.
Ons consistente, op principes gebaseerde, uitgebreide beleid omvat alle aspecten van onze activiteiten, en vertrekt vanuit ons Integriteitsbeleid, met name:
- Anti-witwassen;
- Anti-omkoping en anti-corruptie;
- Belangenverstrengeling;
- Beheer van het frauderisico;
- Incidentenverslag;
- Eerlijke behandeling van klanten.
Integriteitsbeleid en gedragscode
Ons integriteitsbeleid en onze gedragscode vormen de hoekstenen voor ons beleid; ze integreren onze zes waarden en stimuleren een ethische cultuur. De principes vinden hun weerslag in al onze activiteiten, processen en producten, en in het gedrag van mensen op alle niveaus. Net als al onze beleidsprogramma's zijn ze bindend voor alle medewerkers. Integriteit is een persoonlijke eigenschap. Van elke medewerker van Ageas wordt verwacht dat deze optreedt met respect voor de menselijke waardigheid, mensenrechten en culturele verschillen en elke vorm van discriminatie afwijst. Door dit te doen, vervullen onze medewerkers hun rol in de zorg voor onze wereldwijde maatschappij terwijl zij hun werk doen. Dat is een gezonde basis en houding in de omgang met onze klanten en andere stakeholders.
Eerlijke behandeling van klanten (EBK)
Ons EBK-beleid is gebaseerd op onze klantgerichtheid en biedt duidelijke richtlijnen over hoe we ons ten opzichte van onze klanten gedragen. Dit omvat de volledige product- en klantlevenscyclus, met name:
- producten en diensten verstrekken die beantwoorden aan de geïdentificeerde behoeften van klanten;
- eerlijke communicatie met klanten;
- een betrouwbaar programma voor informatiebeveiliging en gegevensbescherming, en
- vertrouwelijkheid van klantengegevens.
In 2017 introduceerden we in de meest landen waarin wij actief zijn een NPS-meting (zie het onderdeel "onze verantwoordelijkheid naar onze klanten".
Naleving van ons beleid
Wij tolereren geen non-compliance van ons beleid. Wij strijden in het bijzonder actief tegen corruptie en omkoping. Door opleidingen versterken wij onze competenties om potentiële non-compliancesituaties te herkennen, vermijden en melden. Ethische problemen en misstanden moeten worden gemeld via het Internal Alert System van Ageas en worden op efficiënte en transparante manier behandeld. Wij garanderen onze medewerkers hiermee dat het veilig is om zich uit te spreken.
Onze compliance-afdeling volgt een duidelijk plan, overeengekomen met het Audit Committee, om de naleving van beleid te bewaken en de bevindingen te delen.
Hoe ons beleid in praktijk wordt gebracht
De verwachtingen van onze verschillende belanghebbenden zijn vastgelegd in een uitgebreid beleidsprogramma en hieraan gerelateerde documenten. Het beleid wordt regelmatig herzien en bijgewerkt wijzigingen in wet- en regelgeving te integreren. De Raad van Bestuur en het Executive Committee van Ageas nemen de beleidsbesluiten en volgen hierbij het kader voor corporate governance. Het beleid is van toepassing op al onze dochterondernemingen, rekening houdend met specifieke lokale eisen. Voor onze gelieerde ondernemingen (die onder IFRS deelnemingen worden genoemd) oefenen wij onze invloed uit om dit beleid in deze organisaties te introduceren. Wij trainen onze medewerkers op de toepassing van het beleid en op de verschillende aspecten van hun rol binnen de organisatie, inclusief de versterking van hun inzicht en bewustwording van betreft passend ethisch gedrag.
4 Corporate Governance Statement
4.1 Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur functioneert binnen het kader van de Belgische wetgeving, de vereisten van de Nationale Bank van België (NBB), de Belgische Corporate Governance Code, de normale bedrijfsvoering in België en de statuten. De rol en verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur evenals zijn samenstelling, structuur en organisatie worden in detail beschreven in het Ageas Corporate Governance Charter.
4.1.1 Samenstelling
De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit dertien leden, namelijk: Jozef De Mey (Voorzitter), Guy de Selliers de Moranville (Vicevoorzitter), Lionel Perl, Jan Zegering Hadders, Jane Murphy, Richard Jackson, Lucrezia Reichlin, Yvonne Lang Ketterer, Katleen Vandeweyer, Bart De Smet (CEO), Christophe Boizard (CFO), Filip Coremans (CRO) en Antonio Cano (COO).
In mei 2017 benoemden de aandeelhouders een nieuw onafhankelijk lid van de Raad van Bestuur, Katleen Vandeweyer, en herbenoemden zij Bart De Smet, beide voor vier jaar.
Het grootste deel van de Raad van Bestuur bestaat uit onafhankelijke niet-uitvoerende leden en vier van de dertien leden van de Raad van Bestuur van Ageas zijn vrouw.
4.1.2 Vergaderingen
De Raad van Bestuur kwam in 2017 twaalf keer in vergadering bijeen. De details omtrent de aanwezigheid kunnen worden teruggevonden in sectie 4.5 Raad van Bestuur.
In 2017 werden onder meer de volgende zaken behandelt in vergaderingen van de Raad van Bestuur:
- de strategie van Ageas als geheel en van elk van de bedrijfsonderdelen afzonderlijk;
- de lopende ontwikkelingen bij elk van de bedrijfsonderdelen van Ageas;
- de voorbereiding van de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders;
- de geconsolideerde kwartaal-, halfjaar- en jaarlijkse financiële verslagen;
- het Jaarverslag over 2016;
- het Embedded Value rapport over 2016;
- persberichten;
- het budget voor 2018;
- de solvabiliteit van de onderneming;
- het asset management en investeringsbeleid van de onderneming;
-
het risicoraamwerk van Ageas;
-
Investor Relations en Corporate Communicatie;
- de verslagen van vergaderingen van de bestuurscommissies;
- de opvolgingsplanning van de Raad van Bestuur en het Executive Management;
- het implementeren van de Ageas Corporate Governance Charter in het algemeen en van de bestuurscommissies in het bijzonder;
- het deugdelijk bestuur en het functioneren van het Executive Committee en het Management Committee;
- het bezoldigingsbeleid in het algemeen en de bezoldiging van de CEO en de leden van het Executive Committee in het bijzonder;
- de status van gerechtelijke procedures en lopende zaken uit het verleden;
- diverse fusie- en overnamedossiers.
De leden van het Executive Committee brachten tijdens de vergaderingen van de Raad van Bestuur verslag uit over de resultaatontwikkeling en de algemene prestaties van de verschillende activiteiten.
De Raad van Bestuur voerde een self-assessment uit met over het algemeen zeer bevredigende resultaten. De self-assessment werd georganiseerd via een-op-een interviews die de voorzitter met elk lid van de Raad van bestuur hield. De resultaten werden op 20 december 2017 gedeeld met het Corporate Governance Committee en door de Raad van Bestuur op 20 februari 2018 besproken.
Uit de self-assessment blijkt dat er een volledige consensus is over het solide en juist functioneren van de Raad van Bestuur en dat er sprake is van een sterke teamgeest. De onafhankelijke bestuurders vormen een goed klankbord voor het management. De inhoud, voorbereiding en kwaliteit van de vergaderingen van de Raad van Bestuur zijn solide en de discussies constructief.
De evaluatietechnieken voor de Raad van Bestuur worden jaarlijks herbeoordeeld.
4.1.3 Bestuurscommissies
De taakopdracht van iedere Advisory Board Committee, de functies en verantwoordelijkheid is nader omschreven in het Ageas Corporate Governance Charter. In 2017 hebben er geen wijzigingen plaatsgevonden in de taakopdracht van Advisory Board Committees.
In overeenstemming met het Ageas Corporate Governance Charter bestaat elke Advisory Board Committee uit niet-uitvoerende bestuursleden, met minimaal drie en maximaal vijf leden.
Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 4.5 Raad van Bestuur.
4.1.4 Corporate Governance Committee (CGC)
In de loop van 2017 veranderde de samenstelling van het Corporate Governance Committee. Na het vertrek van Roel Nieuwdorp werd Lionel Perl lid van het Corporate Governance Committee. Op 31 december 2017 bestond het Corporate Governance Committee uit de volgende leden: Jozef De Mey (voorzitter), Guy de Selliers de Moranville, Jan Zegering Hadders en Lionel Perl. De CEO en CRO hebben de vergaderingen eveneens bijgewoond, met uitzondering van discussies die met hun eigen situatie te maken hadden.
Het Corporate Governance Committee is in 2017 zes keer bijeengekomen waarvan twee gezamenlijke bijeenkomsten met het Remuneration Committee betrof.
De volgende zaken zijn aan de orde geweest:
- beoordeling van kandidaat-leden voor de Raad van Bestuur;
- de opvolgingsplanning van het Executive Management;
- de doelstellingen van de CEO en de overige leden van het Executive Management;
- de prestaties van de CEO en de overige leden van het Executive Management;
- de verslaggeving inzake deugdelijk bestuur en de activiteiten van het comité in de Geconsolideerde jaarrekening van Ageas;
- juridische zaken met betrekking tot de voorwaardelijke verplichtingen.
De voorzitter van het Corporate Governance Committee heeft na elke vergadering over deze onderwerpen verslag uitgebracht aan de Raad van Bestuur en heeft ten behoeve van de definitieve besluitvorming de aanbevelingen van de commissie aan de Raad van Bestuur voorgelegd.
4.1.5 Het Audit Committee
In de loop van 2017 bleef de samenstelling van het Audit Committee ongewijzigd. Per 31 december 2017 bestond het Audit Committee uit de volgende leden: Jan Zegering Hadders (voorzitter), Jane Murphy en Richard Jackson. Het Audit Committee wordt bijgestaan door de afdelingen Audit, Compliance en Finance van Ageas en de externe accountant.
Het Audit Committee is in 2017, naast één gezamenlijke vergadering met het Risk & Capital Committee, zeven keer bijeengekomen. De vergaderingen werden bijgewoond door leden van het Executive Committee en de interne en externe accountants. De volgende zaken zijn aan de orde geweest:
- het bewaken van de integriteit van de kwartaal-, halfjaar- en jaarlijkse geconsolideerde financiële verslaglegging, inclusief de toelichtingen, de consistente toepassing van wijzigingen aan de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling, de consolidatiescope, de kwaliteit van het afsluitingsproces en belangrijke punten die door de CFO of de externe accountants werden aangedragen;
- het reviewen van het calculatieproces voor de embedded value en het valideren van het rapport van 2016;
-
het bewaken van de bevindingen en aanbevelingen van de interne en externe accountant over de kwaliteit van de interne audit en het boekhoudproces;
-
het beoordelen van de compliance, de interne en externe auditplannen en de rapportage;
- het beoordelen van het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van het interne beheersingssysteem in het algemeen, en van het risicobeheersysteem in het bijzonder;
- het beoordelen van de algehele performance van de externe accountant;
- het reviewen van het rapport over de toereikendheidstoets met betrekking tot de Verzekeringsverplichtingen.
Daarnaast werd een beoordeling van het aanbestedings- en selectieproces uitgevoerd, overeenkomstig richtlijn (EU) nr. 534/2014 om de Raad van Bestuur te adviseren over de benoeming van PWC als commissaris van de vennootschap voor een periode van drie jaar voor de boekjaren 2018 (met ingang van het tweede kwartaal), 2019 en 2020. De benoeming van PWC zal tijdens de jaarlijkse Algemene Vergadering aan de aandeelhouders worden voorgesteld.
Tijdens gezamenlijke vergaderingen met het Risk & Capital Committee bespraken de leden het SOGA (System of Governance Assessment) rapport, de Liability Adequacy Test Reporting, het rapport van de actuariële functies, het informatiebeveiligingskader, de nieuwe organisatie van ageas SA/NV en het Actuarial Function Charter.
De voorzitter van het Audit Committee had elk kwartaal een-op-een besprekingen met de interne en externe accountants. Hij heeft over deze beraadslagingen van het Committee verslag uitgebracht aan de Raad van Bestuur en heeft ten behoeve van de besluitvorming de aanbevelingen van het Audit Committee aan de Raad van Bestuur voorgelegd. Het Audit Committee ontvangt een geschreven rapport van de Risk & Capital Committee-vergaderingen waarop tijdens de vergaderingen commentaar wordt gegeven.
4.1.6 Remuneration Committee (Remco)
In de loop van 2017 veranderde de samenstelling van het Remuneration Committee. Na het vertrek van Roel Nieuwdorp werd Katleen Vandeweyer lid van het Remuneration Committee en werd Lionel Perl voorzitter. Per 31 december 2017 bestond het Remuneration Committee uit de volgende leden: Lionel Perl (voorzitter), Jane Murphy en Katleen Vandeweyer.
Het Remuneration Committee wordt bijgestaan door Willis Towers Watson, een extern gespecialiseerd consultantsbureau dat marktinformatie en advies verstrekt over algemeen gehanteerde beloningselementen, best practices en verwachte ontwikkelingen. Willis Towers Watson verstrekt geen materiële diensten die verband houden met beloningen of bijkomende voordelen aan het Executive Committee van Ageas, of een ander onderdeel van de Ageas organisatie.
De CEO, de CRO en de directeur Group Human Resources woonden de vergaderingen bij, behalve wanneer kwesties werden besproken die betrekking hadden op hun eigen situatie.
Het comité kwam vier keer bijeen waarvan twee keer samen met het Corporate Governance Committee.
De volgende zaken zijn in 2017 in het Remuneration Committee aan de orde geweest:
- de afstemming van het bezoldigingsbeleid met bestaande en toekomstige wetgeving en regelgeving, meer in het bijzonder de EU-richtlijn aangaande de rechten van aandeelhouders;
- de benchmarking van de bezoldiging van de leden van het Management Committee ten opzichte van de geldende marktpraktijken. Op basis van deze herziening werd voorgesteld om in 2018 geen wijzigingen aan te brengen in de bezoldiging van het Executive management;
- de benchmarking van de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur ten opzichte van de geldende marktpraktijken. Op basis van deze herziening werd voorgesteld om de vaste vergoeding in 2018 te verhogen;
- het onvoorwaardelijk worden van de langetermijnbonus (LTI) 2013 voor de leden van het Management Committee;
- de rapportage over de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee in de toelichting bij de Geconsolideerde jaarrekening;
- het verslag van het Remuneration Committee zoals beschreven in het Corporate Governance Statement;
- het aandelenplan ten behoeve van het senior management van Ageas, exclusief de leden van het Ageas Management Committee;
- de herziening van de LTI-regeling.
Het gezamenlijke Remuneration & Corporate Governance Committee heeft over de volgende zaken gesproken en advies gegeven:
- de individuele doelstellingen (kwantitatieve en kwalitatieve) voor de leden van het Management Committee;
- de targets voor de business KPI's. De KPI's die in aanmerking werden genomen om de kortetermijnbonus (STI) te bepalen voor het Executive management voor het boekjaar 2017 staan vermeld in 4.7.3;
- de individuele STI en LTI van de leden van het Management Committee op basis van bovenstaande beoordeling.
De voorzitter van het Remuneration Committee rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde de Raad van Bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming. Nadere informatie over het Remuneration Committee is te vinden in het Verslag van het Remuneration Committee (zie ook sectie 4.7 van dit hoofdstuk).
4.1.7 Risk & Capital Committee (RCC)
De samenstelling van het Risk & Capital Committee wijzigde in 2017 omdat Lionel Perl niet langer lid is van het Risk & Capital Committee. Per 31 december 2017 bestond het Risk & Capital Committee uit de volgende leden: Guy de Selliers de Moranville (voorzitter), Lucrezia Reichlin en Yvonne Lang Ketterer.
Het RCC kwam inclusief twee gezamenlijke vergaderingen met het Audit Committee acht maal bijeen. De vergaderingen werden bijgewoond door de leden van het Executive Committee en de Group Risk Officer.
De volgende zaken zijn in 2017 in het RCC aan de orde geweest:
- het monitoren van het risicobeheer op basis van managementrapporten;
- het monitoren op kwartaalbasis van de performance van asset management, per segment en per beleggingscategorie;
- het evalueren van het risicobeleid opgesteld door het management, met inbegrip van het nieuwe risk appetite-kader;
- het bewaken van de allocatie van kapitaal en de solvabiliteit van Ageas Groep.
De voorzitter van het RCC rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde het bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming.
Tijdens gezamenlijke vergaderingen met het Risk & Capital Committee bespraken de leden het SOGA (System of Governance Assessment) rapport, de Liability Adequacy Test Reporting, het rapport van de actuariële functies, het informatiebeveiligingskader, de nieuwe organisatie van ageas SA/NV en het Actuarial Function Charter.
4.2 Executive Management
Het Executive Management van Ageas bestaat uit de leden van het Executive Committee en de leden van het Management Committee. De rol van het Executive Management is leiding geven aan Ageas in overeenstemming met de waarden, strategieën, beleidslijnen, plannen en budgetten die de Raad van Bestuur heeft opgesteld.
Het Executive Committee bestaat uitsluitend uit leden van de Raad van Bestuur. De CEO is de voorzitter van het Executive Committee en dit vergadert één keer per week volgens een voorafbepaald vergaderschema. Bijkomende vergaderingen worden gehouden indien dat nodig blijkt.
Het Executive Committee van Ageas bestond eind 2017 uit:
- Bart De Smet, CEO, is verantwoordelijk voor Business, Strategy & Business Development, Audit en Communications;
- Christophe Boizard, CFO, is verantwoordelijk voor Finance, Beleggingen, Investor Relations en Corporate Performance Management;
- Filip Coremans, CRO, is verantwoordelijk voor Risk, Compliance en Support Functions (Legal, Human Resources, IT en Facility);
- Antonio Cano, COO, is verantwoordelijk voor de uitvoering van de strategie van de Groep en voor de uitwisseling van kennis, innovaties en best practices binnen de Groep.
Het Management Committee bestond eind 2017 uit:
- de vier leden van het Group Executive Committee;
- de hoofden van de vier operationele segmenten: Hans De Cuyper, CEO AG Insurance (België); Steven Braekeveldt, CEO Continentaal Europa; Andy Watson, CEO Verenigd Koninkrijk; en Gary Crist, CEO Azië;
- Emmanuel Van Grimbergen, Group Risk Officer.
4.3 Intern risicomanagement en niet-financiële rapportage
Met betrekking tot risicomanagement en interne controlesystemen is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor de goedkeuring van toereikende kaders voor risicomanagement en -beheersing. In dit verband voert Ageas een groepsbreed key risk reporting-proces uit om de belangrijkste (bestaande en dreigende) risico's in kaart te brengen die een impact kunnen hebben op onze doelstellingen. Het beoordeelt eveneens het controlekader dat op punt staat om te waarborgen dat deze risico's continu worden beheerd. De Raad van Bestuur, het management en alle medewerkers voeren deze risico- en beheersingsactiviteiten voortdurend uit, teneinde de volgende zaken in redelijkheid te kunnen waarborgen:
- De doeltreffendheid en efficiency van de activiteiten;
- Kwalitatief hoogwaardige informatie;
- Naleving van wet- en regelgeving, evenals van intern beleid en procedures met betrekking tot de bedrijfsvoering;
- Bescherming van activa en identificatie en beheer van verplichtingen;
- Realisatie van de bedrijfsdoelstellingen en tegelijkertijd implementatie van de bedrijfsstrategie.
Raadpleeg voor gedetailleerde informatie over het interne controlekader noot 5 Risicomanagement in de Ageas Geconsolideerde jaarrekening 2017.
4.4 Corporate Governance referentiecodes en diversiteit
4.4.1 Corporate Governance referentiecodes
De Belgische Corporate Governance Code, gepubliceerd op 12 maart 2009 (de Code 2009), is van toepassing op Ageas en is beschikbaar op de website van Ageas:
https://www.ageas.com/nl/about/governance.
De Code is gebaseerd op het 'pas toe of leg uit'-principe. Dit betekent dat bedrijven de Code moeten naleven of in de 'Corporate Governance-verklaring' moeten uitleggen waarom ze afwijken van haar principes. Bij Ageas zijn er geen aspecten van corporate governance die bijkomende toelichting vereisen met het oog op Code 2009.
Het actuele Corporate Governance Charter is beschikbaar op de website van Ageas: https://www.ageas.com/nl/about/governance.
4.4.2 Diversiteit
Er is op het niveau van de Ageas Groep geen formeel goedgekeurd diversiteitsbeleid. In lijn met de waarden van de onderneming wordt het diversiteitsbeleid ontwikkeld en uitgevoerd op het niveau van de werkmaatschappijen. Diversiteit is echter wel een duidelijk leidend principe in de bestuursorganen van Ageas.
De Raad van Bestuur van Ageas bestaat uit vijf mannelijke nietuitvoerende bestuurders en vier vrouwelijke niet-uitvoerende bestuurders, naast vier mannelijke uitvoerende bestuursleden. Wat betreft nationaliteiten bestaat de Raad van Bestuur uit zes bestuurders met de Belgische nationaliteit, twee bestuurders met de Nederlandse nationaliteit, een bestuurder met de Italiaanse nationaliteit, een bestuurder met de Franse nationaliteit, een bestuurder met de Zwitserse nationaliteit, een bestuurder met de Canadese nationaliteit en een bestuurder met de Britse nationaliteit. De samenstelling van de Raad van Bestuur waarborgt diversiteit wat betreft competenties en expertise, teneinde een evenwichtig en solide besluitvormingsproces te verkrijgen.
Het Executive Committee van Ageas bestaat uit vier leden, waarvan twee de Belgische, een de Franse en een de Nederlandse nationaliteit heeft. Tijdens de jaarlijkse herbeoordeling aan de Raad van Bestuur wordt speciale aandacht gegeven aan diversiteit wat betreft de opvolgingsplanning. Het totale senior-management van de Ageas Groep bestaat uit 75% mannelijke senior-managers en 25% vrouwelijke senior-managers.
4.5 Raad van Bestuur
COO
Christophe Boizard CFO
Yvonne Lang Ketterer Lid
Katleen Vandeweyer Lid
Voorzitter
Jozef De Mey
(1943 – Belgische nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man)
Per 31 december 2017 Voorzitter van de Raad van Bestuur en Voorzitter van het Corporate Governance Committee. Eerste benoeming in 2009. Zittingstermijn loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019.
Niet-uitvoerende bestuursleden
Guy de Selliers de Moranville
(1952 – Belgische nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man)
Per 31 december 2017 Vicevoorzitter van de Raad van Bestuur, voorzitter van het Risk & Capital Committee en lid van het Corporate Governance Committee.
Eerste benoeming in 2009. Zittingstermijn loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019.
Jan Zegering Hadders
(1946 – Nederlandse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man) Per 31 december 2017 Lid van de Raad van Bestuur, voorzitter van het Audit Committee en lid van het Corporate Governance Committee. Eerste benoeming in 2009. Zittingstermijn loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019.
Lionel Perl
(1948 – Belgische nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man) Per 31 december 2017 Lid van de Raad van Bestuur, voorzitter van het Remuneration Committee en lid van het Corporate Governance Committee. Eerste benoeming in 2009. Zittingstermijn loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019.
Richard Jackson
(1956 – Britse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder -Man) Per 31 december 2017 Lid van de Raad van Bestuur en van het Audit Committee. Eerste benoeming in 2013. Zittingstermijn loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2020.
Jane Murphy
(1967 – Canadese nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder – Vrouw) Per 31 december 2017 Lid Raad van Bestuur, van het Audit Committee en het Remuneration Committee. Eerste benoeming in 2013. Zittingstermijn loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2020.
Lucrezia Reichlin
(1954 – Italiaanse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder – Vrouw) Per 31 december 2017 Lid van de Raad van Bestuur en van het Risk & Capital Committee. Eerste benoeming in 2013. Zittingstermijn loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2020.
Yvonne Lang Ketterer
(1965 – Zwitserse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Vrouw) Per 31 december 2017 Lid van de Raad van Bestuur en van het Risk & Capital Committee. Eerste benoeming in 2016. Zittingstermijn loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2020.
Katleen Vandeweyer
(1969 – Belgische nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder – Vrouw) Per 31 december 2017 Lid van de Raad van Bestuur en van het Audit Committee. Eerste benoeming in 2017. Zittingstermijn loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2021.
Leden van het Executive Committee
Leden van de Executive Board
CEO
Christophe Boizard
CFO
Filip Coremans CRO
Antonio Cano COO
Bart De Smet
(1957 – Belgische nationaliteit – Uitvoerend bestuurder - Man) Chief Executive Officer Eerste benoeming in 2009. Zittingstermijn als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2021.
Christophe Boizard
(1959 – Franse nationaliteit - Uitvoerend bestuurder – Man) Chief Financial Officer Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2015. Zittingstermijn als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019.
Filip Coremans
(1964 – Belgische nationaliteit – Uitvoerend bestuurder - Man) Chief Risk Officer Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2015. Zittingstermijn als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019.
Antonio Cano
(1963 – Nederlandse nationaliteit – Uitvoerend bestuurder – Man) Chief Operating Officer Eerste benoeming als lid van de Raad van Bestuur in 2016. Zittingstermijn als lid van de Raad van Bestuur loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2020.
Details over de andere posities van leden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee zijn te raadplegen op de website.
Secretaris van de onderneming Valérie van Zeveren
Aanwezigheid bestuurs- en commissievergaderingen
De aanwezigheid bij de vergaderingen van de Raad van Bestuur, het Audit Committee, Risk & Capital Committee, Remuneration Committee en Corporate Governance Committee was als volgt:
| Vergaderingen Audit | Vergaderingen Corporate | Vergaderingen | Vergaderingen Risk & | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Raad van Bestuur | Committee | Governance Committee | Remuneration Committee | Capital Committee | |||||||
| Naam | Gehouden Bijgewoond Gehouden * Bijgewoond Gehouden ** Bijgewoond Gehouden ** Bijgewoond Gehouden * Bijgewoond | ||||||||||
| Jozef De Mey*** | 12 11 | ( 92% ) | 6 | 6 | |||||||
| Guy de Selliers de Moranville*** | 12 10 | ( 83% ) | 6 | 6 | 8 8 |
||||||
| Lionel Perl**** | 12 10 | ( 83% ) | 6 | 2 | 4 | 4 | 8 5 |
||||
| Jan Zegering Hadders | 12 12 ( 100% ) | 7 | 7 | 6 | 6 | ||||||
| Bart De Smet | 12 12 ( 100% ) | 7 | 7 | 6 | 5 | 8 7 |
|||||
| Jane Murphy | 12 12 ( 100% ) | 7 | 7 | 4 | 3 | ||||||
| Lucrezia Reichlin | 12 10 | ( 83% ) | 8 7 |
||||||||
| Richard Jackson*** | 12 | 9 | ( 75% ) | 7 | 7 | ||||||
| Yvonne Lang Ketterer | 12 12 ( 100% ) | 8 8 |
|||||||||
| Christophe Boizard | 12 12 ( 100% ) | 7 | 7 | 8 7 |
|||||||
| Filip Coremans | 12 12 ( 100% ) | 7 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 8 7 |
|||
| Antonio Cano | 12 12 ( 100% ) | 7 | 5 | 8 6 |
|||||||
Lid van de Raad van Bestuur vertrokken per mei 2017 (gehouden vergaderingen zijn tot de Algemene Vergadering)
| Roel Nieuwdorp | 6 | 5 | ( 83% ) | 2 | 2 | 3 | 3 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Nieuw lid van de Raad van Bestuur per mei 2017 (gehouden vergaderingen zijn sinds de Algemene Vergadering)
| Katleen Vandeweyer | 6 5 |
( 83% ) | 1 1 |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
| -- | -------------------- | -------- | --------- | -- | -------- | -- |
* inclusief de gezamenlijke vergadering van het RCC en het AC.
** inclusief de gezamenlijke vergaderingen van het RC en het CGC.
*** vergaderingen Raad van Bestuur niet bijgewoond in verband met belangenverstrengeling (zie in dit verband verkorte jaarrekening ageas SA/NV, aanvullende toelichting, 1.3).
**** Dhr. Perl kwam in juni 2017 bij het CGC en vertrok op dezelfde datum bij het R&CC
4.6 Geconsolideerde informatie in verband met de implementatie van de Europese overnamerichtlijn en het Ageas jaarverslag
De Raad van Bestuur verklaart om wettelijke redenen dat het Jaarverslag Ageas 2017 is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke regels ter implementatie van de Europese overnamerichtlijn. Die regels traden in België per 1 januari 2008 in werking. De Raad van Bestuur geeft hierbij de volgende verklaring voor de diverse elementen die onder de nieuwe regels vallen:
- een volledig overzicht van de huidige kapitaalstructuur wordt gegeven in noot 19 Eigen Vermogen en noot 21 Achtergestelde schulden van de Geconsolideerde jaarrekening 2017 van Ageas;
- beperkingen op de overdracht van aandelen zijn alleen van toepassing op preferente aandelen (indien uitgegeven) en de effecten zoals die zijn beschreven in noot 21 Achtergestelde schulden van de toelichting op de Geconsolideerde jaarrekening 2017 van Ageas;
- onder noot 1 Juridische structuur van de Geconsolideerde jaarrekening van Ageas en onder 'Staat van het kapitaal en de aandeelhoudersstructuur' in de Jaarrekening van ageas SA/NV wordt een overzicht gegeven van belangrijke aandelenbelangen die (door derden) worden aangehouden en die de wettelijke drempel in België overschrijden, dan wel de drempels zoals die in de statuten van ageas SA/NV zijn vastgelegd;
- er zijn, buiten de in noot 19 Eigen Vermogen en noot 21 Achtergestelde schulden van de toelichting op de Geconsolideerde jaarrekening 2017 van Ageas beschreven rechten, geen speciale rechten verbonden aan de uitgegeven aandelen;
- aandelen(optie)regelingen worden, voor zover van toepassing, beschreven in noot 7 sectie 7.2 Aandelen en aandelenoptieregelingen van de toelichting op de Geconsolideerde jaarrekening 2017 van Ageas. Het besluit tot uitgifte van aandelen en opties ligt bij de Raad van Bestuur en is onderhevig aan lokale wettelijke beperkingen, indien van toepassing;
- met uitzondering van de informatie verstrekt in noot 19 Eigen vermogen, noot 8 Verbonden partijen en noot 21 Achtergestelde schulden in de Geconsolideerde jaarrekening 2017 van Ageas;
-
Ageas is zich niet bewust van enige overeenkomst tussen aandeelhouders die hetzij de overdracht van aandelen of de uitoefening van stemrechten beperkt;
-
leden van de Raad van Bestuur worden benoemd of ontslagen door een meerderheid van stemmen uitgebracht bij de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV. Statutenwijzigingen kunnen alleen worden doorgevoerd nadat de Algemene Vergadering van Aandeelhouders daartoe een motie heeft goedgekeurd. Indien minder dan 50% van de aandeelhouders vertegenwoordigd is, wordt een tweede vergadering belegd die met 75% van de stemmen de motie kan aannemen, ongeacht of er een aanwezigheidsquorum wordt gehaald;
- de Raad van Bestuur van Ageas heeft het recht om aandelen uit te geven en in te kopen, in overeenstemming met de daartoe verleende goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV. De huidige toelating loopt af op 17 mei 2019;
- ageas SA/NV is geen rechtstreekse contractpartij in een belangrijke overeenkomst die in werking treedt, wordt gewijzigd en/of beëindigd bij een eventuele wijziging van de zeggenschap als gevolg van een openbare overname. Voor een aantal van de deelnemingen geldt echter wel een dergelijke clausule in het geval van een directe of indirecte wijziging van de zeggenschap;
- ageas SA/NV heeft geen afspraken met bestuursleden of medewerkers gemaakt die voorzien in de betaling van een speciale vertrekpremie indien het dienstverband als gevolg van een openbare overname wordt beëindigd;
- Er werden noch verschillende aandelenklassen noch voorkeursaandelen uitgegeven. Bijkomende informatie over de Ageas aandelen wordt uiteengezet in noot 19 Eigen Vermogen;
- Aandeelhouders van Ageas zijn verplicht te voldoen aan bepaalde meldingseisen indien hun deelneming in Ageas boven of onder bepaalde drempels komt, zoals voorgeschreven door de Belgische wet en door de statuten van ageas SA/NV. De aandeelhouder moet de onderneming en de FSMA inlichten als zijn deelneming boven of onder de 3% of 5% (en bij elk meervoud van 5%) van de stemrechten komt. Ageas publiceert die informatie op haar website.
4.7 Verslag van het Remuneration Committee
In overeenstemming met de Belgische Corporate Governance-wet van 6 april 2010 heeft Ageas een Remuneratierapport van het Remuneration Committee opgesteld. Ageas zal dit verslag aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 16 mei 2018 ter goedkeuring voorleggen. Het verslag wordt toegelicht door de Voorzitter van het Remuneration Committee. Op 17 mei 2017 werd het verslag over 2016 met 99,61% van de stemmen van de aandeelhouders goedgekeurd.
4.7.1 Lidmaatschap van het Committee, aanwezigheid en externe adviseurs
Het Remuneration Committee bestond uit Lionel Perl (voorzitter), Jane Murphy en Katleen Vandeweyer. Roel Nieuwdorp was tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 17 mei 2017 voorzitter van het Remuneration Committee. De CEO en de CRO, in zijn hoedanigheid van eindverantwoordelijke voor personeelszaken, alsmede de groepsdirecteur Human Resources woonden de vergaderingen van het Remuneration Committee bij, met uitzondering van de discussies over zaken die henzelf betreffen. De details omtrent de aanwezigheid kunnen worden teruggevonden in sectie 4.5 Raad van Bestuur.
Zoals reeds vermeld, wordt het Remuneration Committee bijgestaan door Willis Towers Watson. Willis Towers Watson verstrekt geen materiële diensten die verband houden met beloningen of bijkomende voordelen aan het Executive Committee van Ageas, of een ander onderdeel van de Ageas organisatie.
4.7.2 Belangrijkste doelstellingen van het Remuneration Committee
De drie belangrijkste doelstellingen van het Remuneration Committee zijn ongewijzigd: volledige transparantie verzorgen, de overeenstemming met bestaande en toekomstige Belgische wetgeving alsook Europese regelgeving garanderen en marktconform zijn.
Transparantie
In 2010 en 2011 heeft de Raad van Bestuur zowel het bezoldigingsbeleid (voor de Raad van Bestuur en het Executive Committee zoals aanbevolen door het Remuneration Committee) als de bezoldigingsniveaus van de Raad van Bestuur aan de aandeelhouders voorgelegd. Ook in de toekomst zal de Raad van Bestuur wijzigingen of aanpassingen hiervan ter goedkeuring aan de aandeelhouders voorleggen. Sindsdien geeft het jaarverslag van het Remuneration Committee inzicht in het werk van dit committee en van de voorgestelde veranderingen indien van toepassing.
Overeenstemming met nieuwe wetgeving
Ageas bestudeert de toekomstige wetgeving nauwkeurig en probeert zo veel als mogelijk op veranderingen hierop vooruit te lopen indien wenselijk.
Marktconformiteit
Het doel van de beloning van zowel de Raad van Bestuur als van het Executive Committee is:
- het verzekeren van het vermogen van de organisatie om leidinggevend talent aan te trekken, te motiveren en te behouden in een internationale marktomgeving;
- het bevorderen van het bereiken van hoge prestatiedoelstellingen en het aanmoedigen van duurzame langetermijngroei, dit om de belangen van management en aandeelhouders op korte, middellange en lange termijn op elkaar af te stemmen;
- het aanmoedigen, erkennen en belonen van zowel sterke individuele bijdragen als goede teamprestaties.
4.7.3 Activiteitenrapport van het Remuneration Committee
Het Remuneration Committee vergaderde in 2017 vier keer inclusief twee gezamenlijke vergaderingen met het Corporate Governance Committee.
Het Remuneration Committee besprak en diende aanbevelingen in aan de Raad van Bestuur over:
- de afstemming van het bezoldigingsbeleid met bestaande en toekomstige wetgeving en regelgeving, meer in het bijzonder de EU-richtlijn aangaande de rechten van aandeelhouders;
- de benchmarking van de bezoldiging van de leden van het Management Committee ten opzichte van de geldende marktpraktijken. Op basis van deze herziening werd voorgesteld om in 2018 geen wijzigingen aan te brengen in de bezoldiging van het Executive management;
- het onvoorwaardelijk worden van de langetermijnbonus (LTI) 2013 voor de leden van het Management Committee;
- de rapportage over de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee in de toelichting bij de Geconsolideerde jaarrekening;
- het verslag van het Remuneration Committee zoals beschreven in het Corporate Governance Statement;
- het aandelengekoppelde bonusplan ten behoeve van het senior management van Ageas, exclusief de leden van het Ageas Management Committee;
- de herziening van de LTI-regeling. In de vergadering van 24 januari 2017 besprak het Committee de voorwaarden van de LTI-regeling. Op basis van de analyse van verschillende opties, de marktanalyse en feedback van Willis Towers Watson en backtesting van de gekozen opties, werd door het Remuneration Committee aanbevolen om de toekenning van de LTI-regeling vanaf het werkjaar 2017 te baseren op de bedrijfsscore van Ageas van het werkjaar. Dit werd door de Raad goedgekeurd. (De bedrijfsscore van Ageas is het resultaat van de verwezenlijking van de targets voor de business KPI's). De aanpassing bij de onvoorwaardelijke toezegging op 30 juni van N+4 wordt gebaseerd op de score wat betreft totaal aandeelhoudersrendement van Ageas in een groep van 17 vergelijkbare ondernemingen over de verstreken prestatieperiode. Door de geactualiseerde voorwaarden zullen de toegekende aandelen gelijkmatiger worden gespreid over de verschillende jaren, zonder een invloed te hebben op het totale aantal toegekende aandelen over een vergelijkbare periode. De prestatieperiode en de aanpassingscriteria bij de onvoorwaardelijke toezegging zorgen er ook voor dat de belangen van de aandeelhouders en het Executive management beter op elkaar worden afgestemd om aandeelhouderswaarde op lange termijn te creëren.
Tijdens de gezamenlijke vergaderingen met het Corporate Governance Committee werden de volgende onderwerpen besproken en voorgelegd aan de Raad van Bestuur ter goedkeuring:
- de individuele doelstellingen (kwantitatieve en kwalitatieve) voor de leden van het Management Committee;
- de targets voor de business KPI's. De volgende KPI's werden in rekening gebracht om de STI te bepalen voor het Executive management voor het boekjaar 2017:
-
Jaarlijkse nettowinst van de verzekeringsactiviteiten;
-
rendement op eigen vermogen (ROE) van de verzekeringsactiviteiten;
- operationele marge van producten met Gegarandeerde rente en Unit-linked producten;
- combined ratio van de Niet-levensverzekeringsactiviteit;
- door nieuwe activiteiten toegevoegde waarde;
- de specifieke KPI's van de Group Risk Officer;
- de beoordeling van de resultaten van de individuele doelstellingen en de business KPI's;
- de individuele STI en LTI van de leden van het Management Committee op basis van bovenstaande beoordeling.
4.7.4 Bezoldigingsbeleid
Het volledige bezoldigingsbeleid voor de leden van de Raad van Bestuur en van het Group Executive Committee van Ageas, zoals goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders in april 2010 en nogmaals bevestigd door de aandeelhouders in 2017, maakt deel uit van het Corporate Governance Charter (zie bijlage 4 van het Corporate Governance Charter). Het bezoldigingsbeleid is te vinden op: https://www.ageas.com/nl/about/bezoldiging.
Dit beleidsdocument beschrijft de principes die aan de grondslag liggen van de bezoldiging, het relatieve belang van de diverse onderdelen van de bezoldiging en de kenmerken van de aan aandelen gerelateerde bezoldiging en het toepasselijke terugvorderingsbeleid van variabel inkomen in het geval van fraude of afwijking van materieel belang.
Het Remuneration Committee blijft de mening toegedaan dat het beleid is afgestemd op de geest van de nieuwe wetgeving met een spreiding van de langetermijnbonus (LTI) en gedeelten van de kortetermijnbonus (STI) en de evaluatie van de prestatie gedurende de periode van spreiding en dat deze overeenkomt met de strategie van de onderneming.
4.7.5 Tenuitvoerlegging van het bezoldigingsbeleid in 2017
Raad van Bestuur
De bezoldigingsniveaus van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur werden door een ruime meerderheid van de aandeelhouders goedgekeurd in 2010. Op basis van een periodieke herziening werd een aanpassing van de vaste beloning voor de voorzitter voorgesteld en goedgekeurd door de Algemene Aandeelhoudersvergadering van 2013.
In 2017 werden geen wijzigingen voorgesteld met betrekking tot de vergoedingsniveaus van de niet-uitvoerende bestuursleden.
Het Remuneration Committee deed op 29 januari 2018 een aanbeveling en de Raad van Bestuur valideerde dit voorstel om aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor te stellen om de vaste vergoeding voor de voorzitter van de Raad van Bestuur met ingang van 1 januari 2018 te verhogen van EUR 90.000 naar EUR 120.000 en om de vaste vergoeding voor niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur met ingang van 1 januari 2018 te verhogen van EUR 45.000 naar EUR 60.000. De aanwezigheidspremies voor de Raad van Bestuur en de bestuurscommissies blijven ongewijzigd.
Deze aanbeveling neemt in aanmerking dat de vergoedingen voor de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur en van de voorzitter sinds respectievelijk 2010 en 2013 niet zijn herzien. De aanbeveling houdt ook rekening met de ontwikkeling die de Ageas Groep gedurende deze periode doormaakte, in het bijzonder wat betreft totaal aandeelhoudersrendement en aandelenkoers. De benchmarkingbeoordeling op tweejaarlijkse basis uitgevoerd door Willis Towers Watson en de gekozen marktreferentie van 80 tot 120% rond de mediaan van de 'peer group' (BEL en Europese 'peers') bevestigen de argumenten voor dit voorstel.
De niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen een aanwezigheidspremie van EUR 2.000 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 1.500 per vergadering van een bestuurscommissie. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en van de bestuurscommissies is de aanwezigheidspremie vastgesteld op respectievelijk EUR 2.500 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 2.000 per vergadering van een bestuurscommissie. Meer gedetailleerde informatie over de vergoeding van de niet-uitvoerende bestuurders in 2017 bevindt zich in noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee in de Geconsolideerde jaarrekening 2017 van Ageas.
Niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen geen jaarlijkse variabele vergoeding of aandelenopties en hebben geen pensioenrechten. Niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur hebben geen recht op een vergoeding voor het beëindigen van hun mandaat.
De bezoldiging van de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur is enkel gerelateerd aan hun positie als lid van het Executive Committee en is daarom bepaald in lijn met het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Executive Committee.
In het kader van deugdelijk bestuur en om de getrapte beslissingsprocedure te vermijden en de kennis en het bewustzijn over dit onderwerp bij de belangrijkste dochtermaatschappijen te bevorderen, heeft de Raad van Bestuur besloten om de meeste nietuitvoerende leden af te vaardigen naar de Raden van Bestuur van dochterondernemingen van Ageas. Voor zover deze posities bezoldigd zijn, worden de betaalde bedragen vermeld in noot 7 sectie 7.3 -
Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee van de Geconsolideerde jaarrekening 2017 van Ageas.
Overeenkomstig het bezoldigingsbeleid en de bezoldigingsniveaus zoals hierboven beschreven, bedroeg de totale bezoldiging van alle niet-uitvoerende leden in 2017 EUR 1,26 miljoen, tegenover EUR 1,25 miljoen in 2016. Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen wij naar noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee van de Geconsolideerde jaarrekening 2017 van Ageas.
Executive Committee
Zowel het niveau als de structuur van de bezoldiging voor de Ageas Executive Committee leden worden elk jaar geanalyseerd. Op initiatief van het Remuneration Committee wordt de competitieve positie van Ageas regelmatig vergeleken door, en besproken met, Willis Towers Watson en vergeleken met die van andere grote Europese internationale verzekeringsmaatschappijen en andere organisaties die internationaal actief zijn.
Op basis van de beoordeling van de competitieve positie van het Executive management in de tweede jaarhelft van 2017, gaf het Remuneration Committee de aanbeveling en aanvaardde de Raad van Bestuur de aanbeveling om voor 2018 geen aanpassingen aan te brengen in de bezoldiging van het Executive management.
Het Executive Committee bestaat uit CEO Bart De Smet, CFO Christophe Boizard, CRO Filip Coremans, en COO Antonio Cano, allen uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. Het bezoldigingsbeleid zoals het wordt beschreven hierboven is van toepassing op de leden van het Executive Committee, en omvat, maar is niet beperkt tot, de regels over variabele verloning, ontslagvergoeding en claw-back. In 2017 bedroeg de totale bezoldiging in geld, inclusief pensioenbijdragen en secundaire arbeidsvoorwaarden van het Executive Committee EUR 4.400.710 tegenover EUR 3,8 miljoen in 2016. Op basis van de resultaten over het werkjaar 2017 werden er voorwaardelijk 43.178 aandelen toegekend voor een totaalbedrag van of EUR 1.800.000 (vergeleken met 2016 toen er geen toekenning op grond van de LTI-regeling was).
Zoals in het bezoldigingsbeleid voorzien, hebben de leden van het Executive Committee recht op een kortetermijnbonus (STI) en een langetermijnbonus (LTI) voor hun prestaties in boekjaar 2017:
- langetermijnbonus: de toekenningen binnen de LTI-regeling is vanaf het werkjaar 2017 gebaseerd op de Ageas-bedrijfsscore over dit werkjaar. (De bedrijfsscore van Ageas is het resultaat van de verwezenlijking van de targets voor de business KPI's). Met een bedrijfsscore van Ageas van 7 voor het werkjaar 2017 beval het Remuneration Committee, samen met het Corporate Governance Committee aan om 200% van de doelstelling toe te kennen. (Doelstelling 45% van de basisbeloning, bandbreedte 0- 90% van de basisbeloning);
- kortetermijnbonus: twee componenten, waarbij de Ageascomponent voor 70% meetelt en de individuele prestaties voor 30% tellen bij de berekening van de STI. Het Remuneration Committee heeft in samenspraak met het Corporate Governance Committee geadviseerd dat de Raad van Bestuur rekening houdt met de resultaten op de volgende KPI's:
- Nettowinst van de verzekeringsactiviteiten;
- Rendement op eigen vermogen (ROE) van de verzekeringsactiviteiten;
- Operationele marge voor producten met gegarandeerde rente en Unit-linked producten;
- Combined ratio van de Niet-levensverzekeringsactiviteit;
- Door nieuwe activiteiten toegevoegde waarde;
- rekening houdend met de individuele prestaties levert dit de volgende STI-percentages op (doelstelling 50% van de basisvergoeding, bandbreedte 0-100% van de basisvergoeding):
- CEO Bart De Smet: 174,2% van de doelstelling;
- CFO Christophe Boizard: 160,1% van de doelstelling;
- CRO Filip Coremans: 167,3% van de doelstelling;
- COO Antonio Cano: 162,5% van de doelstelling.
Voor elk lid van het Executive Committee bedraagt de verbrekingsvergoeding 12 maandlonen, wat in bepaalde omstandigheden kan worden opgetrokken naar 18 maanden, (met inbegrip van het niet-concurrentiebeding).
Meer gedetailleerde informatie over het bezoldigingsbeleid van toepassing op het Executive Committee is beschikbaar in bijlage 4 van het Corporate Governance Charter: Bezoldigingsbeleid voor de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Group Executive Committee van Ageas.
Voor meer gedetailleerde informatie over de individuele bezoldiging en het aantal toegekende, uitgeoefende en vervallen aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen te verwerven, gelieve te verwijzen naar noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van leden van de Raad van Bestuur en leden van het Executive Committee in de Ageas Geconsolideerd jaarverslag 2017.
4.7.6 Procedure gevolg om het Bezoldigingsbeleid te ontwikkelen en te beoordelen/herzien
Bij de aanstelling in 2009 heeft het Remuneration Committee een volledig nieuw Bezoldigingsbeleid opgesteld. Het Remuneration Committee bekijkt de verschillende elementen van het Bezoldigingsbeleid en zijn overeenstemming met bestaande wetgeving en regelgeving op regelmatige basis, bijgestaan door de externe adviseur Willis Towers Watson.
Het Remuneration Committee blijft van mening dat het beleid, met onder andere een uitstel van de LTI en delen van de STI, en de beoordeling van de prestaties tijdens de uitstelperiode overeenstemt met de huidige normen en als dusdanig aansluit bij de strategie van het bedrijf.
4.7.7 Vooruitzichten voor het bezoldigingsbeleid in 2018
Ageas blijft de structuur van het bezoldigingsbeleid vergelijken met het concurrentie- en toezichtklimaat zoals zij dit in het verleden gedaan heeft en zal waar nodig aanpassingen of updates voorstellen. Elke wijziging van het bezoldigingsbeleid zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Brussel, 27 maart 2018
Raad van Bestuur
AGEAS Geconsolideerde jaarrekening
Geconsolideerde balans
(voor winstbestemming)
| 31 december | 31 december | ||
|---|---|---|---|
| Noot | 2017 | 2016 | |
| Activa | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 10 | 2.552,3 | 2.180,9 |
| Financiële beleggingen | 11 | 63.372,8 | 66.571,4 |
| Vastgoedbeleggingen | 12 | 2.649,1 | 2.772,5 |
| Leningen | 13 | 9.416,0 | 8.685,0 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 15.827,3 | 14.355,7 | |
| Beleggingen in deelnemingen | 14 | 2.941,6 | 2.855,7 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 15 | 2.185,9 | 2.192,3 |
| Actuele belastingvorderingen | 40,0 | 67,1 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 23 | 149,7 | 171,5 |
| Overlopende rente en overige activa | 16 | 1.857,8 | 1.906,1 |
| Materiële vaste activa | 17 | 1.183,9 | 1.172,3 |
| Goodwill en overige immateriële activa | 18 | 1.122,6 | 1.217,7 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 41,8 | 145,3 | |
| Totaal activa | 103.340,8 | 104.293,5 | |
| Passiva | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 20.1 | 27.480,8 | 28.218,1 |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 20.2 | 31.350,6 | 31.902,2 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 20.3 | 15.816,2 | 14.353,3 |
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 20.4 | 7.575,0 | 7.975,2 |
| Achtergestelde schulden | 21 | 2.261,3 | 2.322,7 |
| Leningen | 22 | 1.969,3 | 2.495,8 |
| Actuele belastingschulden | 72,6 | 94,2 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 23 | 1.054,9 | 1.350,6 |
| RPN(I) | 24 | 448,0 | 275,0 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 25 | 2.412,1 | 2.659,3 |
| Voorzieningen | 26 | 1.178,1 | 1.067,2 |
| Verplichtingen inzake geschreven putopties op minderheidsbelang | 27 | 1.559,7 | 1.374,9 |
| Totaal verplichtingen | 93.178,6 | 94.088,5 | |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 19 | 9.610,9 | 9.560,6 |
| Minderheidsbelangen | 28 | 551,3 | 644,4 |
| Totaal eigen vermogen | 10.162,2 | 10.205,0 | |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 103.340,8 | 104.293,5 |
Geconsolideerde resultatenrekening
| Noot | 2017 | 2016 | |
|---|---|---|---|
| Baten | |||
| - Bruto premies | 8.445,0 | 9.276,7 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | 47,0 | - 9,7 | |
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 237,5 | - 265,7 | |
| Netto verdiende premies | 32 | 8.254,5 | 9.001,3 |
| Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 33 | 2.754,0 | 2.938,7 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 24 | - 173,0 | 82,7 |
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 34 | 278,5 | 645,7 |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 35 | 785,9 | 425,7 |
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 36 | 409,8 | 249,8 |
| Commissiebaten | 37 | 279,8 | 370,8 |
| Overige baten | 38 | 159,7 | 199,4 |
| Totale baten | 12.749,2 | 13.914,1 | |
| Kosten | |||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 7.762,0 | - 8.834,1 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 299,7 | 174,4 | |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | 39 | - 7.462,3 | - 8.659,7 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 887,3 | - 488,7 | |
| Financieringslasten | 40 | - 116,8 | - 167,2 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 41 | - 21,8 | - 64,7 |
| Wijzigingen in voorzieningen | 26 | - 99,3 | - 892,7 |
| Commissielasten | 42 | - 1.110,7 | - 1.177,3 |
| Personeelskosten | 43 | - 825,4 | - 846,0 |
| Overige lasten | 44 | - 1.117,4 | - 1.183,1 |
| Totale lasten | - 11.641,0 | - 13.479,4 | |
| Resultaat voor belastingen | 1.108,2 | 434,7 | |
| Belastingbaten (lasten) | 45 | - 258,2 | - 211,9 |
| Nettoresultaat over de periode | 850,0 | 222,8 | |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 28 | 226,8 | 195,7 |
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 623,2 | 27,1 | |
| Gegevens per aandeel (EUR) | |||
| Gewoon resultaat per aandeel | 4 | 3,09 | 0,13 |
| Verwaterd resultaat per aandeel | 4 | 3,09 | 0,13 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'Discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt worden gepresenteerd.
| Noot | 2017 | 2016 | |
|---|---|---|---|
| Bruto premies | 8.445,0 | 9.276,7 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 32 | 1.614,6 | 1.333,7 |
| Bruto premie-inkomen | 10.059,6 | 10.610,4 |
Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income
| Noot | 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| COMPREHENSIVE INCOME | |||||
| Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd: | |||||
| De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling | - 1,3 | - 100,9 | |||
| Gerelateerde belasting | - 16,2 | 31,0 | |||
| De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling | 7 | - 17,5 | - 69,9 | ||
| Totaal van de onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd: |
- 17,5 | - 69,9 | |||
| Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: | |||||
| Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden | 15,0 | 20,3 | |||
| Gerelateerde belasting | - 5,1 | - 5,1 | |||
| Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden | 11 | 9,9 | 15,2 | ||
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop 1) | 262,1 | - 562,6 | |||
| Gerelateerde belasting | 295,1 | 186,5 | |||
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop | 11 | 557,2 | - 376,1 | ||
| Aandeel in Overig comprehensive income van deelnemingen | 14 | - 99,0 | - 217,7 | ||
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen | - 173,1 | - 425,1 | |||
| Totaal van onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd | |||||
| naar de resultatenrekening: | 295,0 | - 1.003,7 | |||
| Overig comprehensive income over de periode, na belastingen | 277,5 | - 1.073,6 | |||
| Nettoresultaat over de periode | 850,0 | 222,8 | |||
| Totaal comprehensive income over de periode | 1.127,5 | - 850,8 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 226,8 | 195,7 | |||
| Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 140,9 | - 106,6 | |||
| Totaal comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 367,7 | 89,1 | |||
| Totaal comprehensive income over de periode, | |||||
| toewijsbaar aan de aandeelhouders | 759,8 | - 939,9 |
1) De Wijzigingen in herwaardering van Investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen
| Koers- | Nettoresultaat Ongerealiseerde | Eigen | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen- | Uitgifte | Overige verschillen | toewijsbaar aan | winsten en | vermogen Minderheids- | Eigen- | |||
| kapitaal premies reserves | reserve aandeelhouders | verliezen aandeelhouders | belangen vermogen | ||||||
| Stand per 1 januari 2016 | 1.656,0 2.644,8 | 2.838,1 | 511,9 | 770,2 | 2.955,1 | 11.376,1 | 598,9 | 11.975,0 | |
| Nettoresultaat over de periode | 27,1 | 27,1 | 195,7 | 222,8 | |||||
| Herwaardering van investeringen | - 484,2 | - 484,2 | - 94,4 | - 578,6 | |||||
| Herwaardering IAS 19 | - 57,0 | - 57,0 | - 12,9 | - 69,9 | |||||
| Omrekeningsverschillen | - 425,8 | - 425,8 | 0,7 | - 425,1 | |||||
| Totaal | - 57,0 | - 425,8 | 27,1 | - 484,2 | - 939,9 | 89,1 | - 850,8 | ||
| Overdracht | 770,2 | - 770,2 | |||||||
| Dividend | - 338,3 | - 338,3 | - 134,5 | - 472,8 | |||||
| Toename kapitaal | 12,2 | 12,2 | |||||||
| Eigen aandelen | - 244,3 | - 244,3 | - 244,3 | ||||||
| Intrekking van aandelen | - 53,4 | - 198,1 | 251,5 | ||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | 3,5 | 3,5 | 3,5 | ||||||
| Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang 1) |
- 289,0 | - 289,0 | 77,2 | - 211,8 | |||||
| Overige veranderingen | |||||||||
| in het eigen vermogen 2) | - 7,5 | - 7,5 | 1,5 | - 6,0 | |||||
| Stand per 31 december 2016 | 1.602,6 2.450,2 | 2.923,7 | 86,1 | 27,1 | 2.470,9 | 9.560,6 | 644,4 | 10.205,0 | |
| Nettoresultaat over de periode | 623,2 | 623,2 | 226,8 | 850,0 | |||||
| Herwaardering van investeringen | 318,7 | 318,7 | 149,4 | 468,1 | |||||
| Herwaardering IAS 19 | - 11,8 | - 11,8 | - 5,7 | - 17,5 | |||||
| Omrekeningsverschillen | - 170,3 | - 170,3 | - 2,8 | - 173,1 | |||||
| Totaal | - 11,8 | - 170,3 | 623,2 | 318,7 | 759,8 | 367,7 | 1.127,5 | ||
| Overdracht | 27,1 | - 27,1 | |||||||
| Dividend | - 419,4 | - 419,4 | - 206,2 | - 625,6 | |||||
| Toename kapitaal | 16,6 | 16,6 | |||||||
| Eigen aandelen | - 247,8 | - 247,8 | - 247,8 | ||||||
| Intrekking van aandelen | - 53,0 | - 191,2 | 244,2 | ||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | - 7,5 | - 7,5 | - 7,5 | ||||||
| Impact geschreven putopties | |||||||||
| op minderheidsbelang 1) | - 41,8 | - 41,8 | - 143,0 | - 184,8 | |||||
| Verkoop van Cargeas | - 100,2 | - 100,2 | |||||||
| Overige veranderingen | |||||||||
| in het eigen vermogen 2) | 7,0 | 7,0 | - 28,0 | - 21,0 | |||||
| Stand per 31 december 2017 | 1.549,6 2.251,5 | 2.481,2 | - 84,2 | 623,2 | 2.789,6 | 9.610,9 | 551,3 | 10.162,2 |
-
Heeft betrekking op de putoptie op AG Insurance aandelen en de putoptie op Interparking aandelen (zie noot 27 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI putopties).
-
Overige wijzigingen in het eigen vermogen omvat een schadevergoeding betaald aan BNP Paribas voor de aangehouden Ageas aandelen met betrekking tot de CASHESobligaties en de betaling aan houders van FRESH-obligaties.
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| Noot | 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 10 | 2.180,9 | 2.394,3 | ||
| Resultaat voor belastingen | 1.108,2 | 434,7 | |||
| Aanpassingen om het resultaat te laten | |||||
| aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten: | |||||
| Herberekening RPN(I) | 24 | 173,0 | - 82,7 | ||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 34 | - 278,5 | - 645,7 | ||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 36 | - 409,8 | - 249,8 | ||
| Afschrijvingen en oprenting | 44 | 742,9 | 748,8 | ||
| Bijzondere waardevermindering | 41 | 21,8 | 64,7 | ||
| Voorzieningen | 26 | 106,3 | 892,7 | ||
| Op aandelen gebaseerde beloningen | 43 | 5,4 | 5,5 | ||
| Totaal aanpassingen om het resultaat te laten | |||||
| aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 361,1 | 733,5 | |||
| Wijzigingen in operationele activa en passiva: | |||||
| Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa en passiva) | 11 | - 90,5 | 49,3 | ||
| Vorderingen | 13 | - 619,4 | - 1.469,8 | ||
| Herverzekering en overige vorderingen | 15 | 29,8 | - 294,4 | ||
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | - 1.471,6 | - 41,5 | |||
| Schulden | 22 | - 481,3 | 53,9 | ||
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | 20.1 & 20.2 & 20.4 | 118,3 | 1.601,0 | ||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 20.3 | 1.163,7 | - 38,2 | ||
| Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en passiva | - 764,6 | - 509,1 | |||
| Dividend ontvangen van deelnemingen | |||||
| Betaalde winstbelastingen | 162,8 | 151,2 | |||
| - 242,0 | - 265,8 | ||||
| Totaal wijzigingen in operationele activa en passiva | - 2.194,8 | - 763,4 | |||
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | - 725,5 | 404,8 | |||
| Aankoop van beleggingen | 11 | - 6.970,8 | - 8.834,1 | ||
| Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen | 11 | 8.902,3 | 8.518,7 | ||
| Aankoop van vastgoedbeleggingen | 12 | - 189,3 | - 98,8 | ||
| Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen | 12 | 50,5 | 117,6 | ||
| Aankopen van materiële vaste activa | 17 | - 63,4 | - 89,7 | ||
| Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa | 17 | 10,2 | 5,6 | ||
| Aankoop van dochterondernemingen en deelnemingen | |||||
| (inclusief kapitaalverhogingen van deelnemingen) | 3 | - 183,7 | - 372,8 | ||
| Desinvestering van dochterondernemingen en deelnemingen | |||||
| (inclusief kapitaalterugbetalingen van deelnemingen) | 3 | 438,7 | 1.026,4 | ||
| Aankoop van immateriële vaste activa | 18 | - 37,4 | - 24,5 | ||
| Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa | 18 | 11,0 | 8,9 | ||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | 1.968,1 | 257,3 | |||
| Terugbetaling van achtergestelde schulden | 21 | - 76,0 | |||
| Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen | 22 | 22,1 | 4,4 | ||
| Terugbetaling van overige financieringen | 22 | - 13,9 | - 56,2 | ||
| Aankoop van eigen aandelen | 19 | - 247,8 | - 244,3 | ||
| Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders | - 419,4 | - 338,3 | |||
| Dividenden uitgekeerd aan minderheidsbelangen | - 206,2 | - 134,5 | |||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | - 865,2 | - 844,9 | |||
| Effect van omrekeningsverschillen op geldmiddelen en kasequivalenten | - 6,0 | - 30,6 | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december | 10 | 2.552,3 | 2.180,9 | ||
| Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | |||||
| Ontvangen rente | 33 | 2.147,7 | 2.321,1 | ||
| Ontvangen dividenden van beleggingen | 33 | 144,4 | 136,2 | ||
| Betaalde rente | 40 | - 115,5 | - 175,2 |
Algemene informatie
1 Juridische structuur
ageas SA/NV, statutair gevestigd te Rue du Marquis 1/ Markiesstraat 1, Brussel, België is de moedermaatschappij van de Ageas Groep. In de Geconsolideerde jaarrekening is de jaarrekening van ageas SA/NV en haar dochterondernemingen begrepen.
Bij de Nationale Bank van België in Brussel is een lijst met de namen van alle groepsmaatschappijen en andere deelnemingen gedeponeerd. Deze lijst is op verzoek kosteloos verkrijgbaar bij Ageas in Brussel.
Ageas aandelen zijn genoteerd op de gereguleerde markt van Euronext in Brussel. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADRprogramma in de Verenigde Staten.
De belangrijkste externe aandeelhouders van Ageas per 31 december 2017 zijn (gebaseerd op basis van officiële kennisgevingen):
- Ping An 5,17%;
- BlackRock, Inc 4,98%;
- Schroders Plc* 5,01%;
- Fosun 3,01%.
Naast deze externe aandeelhouders hebben ageas SA/NV en zijn dochtermaatschappijen zelf 3,35%* van de eigen aandelen in eigendom. Dit belang heeft betrekking op de FRESH (zie noot 19 Eigen vermogen en noot 21 Achtergestelde schulden), de 'restricted share' programma's en de inkoopprogramma's van eigen aandelen (zie noot 19 Eigen vermogen).
* Begin 2018 werden officiële meldingen gedaan door zowel Schroders Plc als Ageas betreffende wijzigingen in hun aandelenpositie; raadpleeg voor meer informatie hierover en over de aandeelhoudersstructuur de Ageas-website
(https://www.ageas.com/nl/investors/aandeelhouders).
Ageas heeft 46.715 aandelen AG Insurance (6,3%) in onderpand gegeven aan BNP Paribas Fortis SA/NV als zekerheid voor de volledige en tijdige prestatie van de door Relative Performance Note verzekerde verplichtingen (RPN(I), zie noot 24 RPN(I)).
De juridische structuur van Ageas is als volgt.
Volledig geconsolideerde entiteiten van Ageas in Continentaal Europa zijn in Portugal: Millenniumbcp Ageas (51%), Ocidental Seguros (100%), Médis (100%), Ageas Portugal Vida (100%) en Ageas Portugal Seguros (100%) en in Frankrijk: Ageas France (100%).
2 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie
De Geconsolideerde Jaarrekening 2017 van Ageas is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) geldend per 1 januari 2017, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU) per die datum.
2.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving
De grondslagen zijn ongewijzigd ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2016. Wijzigingen in IFRS-richtlijnen die op 1 januari 2017 in werking zijn getreden en die van belang zijn voor Ageas (en zijn goedgekeurd door de EU) staan vermeld in paragraaf 2.2. De grondslagen zoals hier beschreven, zijn een samenvatting van de volledige grondslagen voor de verslaggeving die op https://www.ageas.com/nl/about/toezicht-audit-en-boekhoudregels zijn te vinden.
De Geconsolideerde Jaarrekening Ageas is opgemaakt op basis van het going concern-beginsel. De Geconsolideerde Jaarrekening Ageas luidt in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas.
Activa en passiva die zijn opgenomen in de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van Geldmiddelen en kasequivalenten, Herverzekering en overige vorderingen, Overlopende rente en overige activa, Overlopende rente en overige verplichtingen en Actuele belastingvorderingen en schulden.
De belangrijkste door Ageas toegepaste IFRS-normen voor de bepaling van de activa en verplichtingen zijn:
- IAS 1 voor presentatie van de jaarrekening;
- IAS 16 voor materiële vaste activa;
- IAS 19 voor personeelsvoordelen;
- IAS 23 voor leningen;
- IAS 28 voor investeringen in deelnemingen;
- IAS 32 voor geschreven putopties op minderheidsbelangen;
- IAS 36 voor bijzondere waardeverminderingen van activa;
- IAS 38 voor immateriële activa;
- IAS 39 voor financiële instrumenten;
- IAS 40 voor vastgoedbeleggingen;
- IFRS 3 voor bedrijfscombinaties;
- IFRS 4 voor waardering van verzekeringscontracten;
- IFRS 7 voor informatieverschaffing over financiële instrumenten;
- IFRS 8 voor operationele segmenten;
- IFRS 10 voor geconsolideerde jaarrekeningen;
- IFRS 12 voor rapportering van belangen in andere entiteiten;
- IFRS 13 voor waardering tegen reële waarde.
2.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving
De volgende nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties zijn met ingang van 1 januari 2017 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU), maar zijn niet relevant of hebben geen significante impact op de financiële positie of de jaarrekening:
- Wijzigingen aan to IAS 7 Initiatief op het gebied van de informatieverschaffing met betrekking tot kasstroomoverzicht leidden tot aanvullende informatie over financiële verplichtingen;
- Wijzigingen aan IAS 12 Verantwoording uitgestelde belastingvorderingen voor niet-gerealiseerde verliezen;
- Verbeteringen aan IFRS-standaarden (cyclus van 2014-2016): IFRS 12 Melding van belangen in Overige Entiteiten is ingegaan op 1 januari 2017.
Verwachte wijzigingen in IFRS EU
IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten
IFRS 15 'Opbrengsten van contracten met klanten' is goedgekeurd door de EU en treedt voor Ageas in werking op 1 januari 2018. IFRS 15 vervangt alle bestaande eisen voor opbrengst in de IFRS (IAS 11 Onderhanden projecten in opdracht van derden, IAS 18 Opbrengsten en verschillende IFRIC- en SIC-interpretaties) en is van toepassing op alle opbrengsten die ontstaan uit contracten met klanten, tenzij de contracten behoren tot het toepassingsgebied van andere standaarden, zoals verzekeringscontracten, leaseovereenkomsten of financiële instrumenten.
In de standaard worden de grondslagen beschreven voor de waardering en opname van opbrengsten en de gerelateerde kasstromen. Het kernprincipe houdt in dat een entiteit opbrengsten moet opnemen tegen een bedrag dat de vergoeding weerspiegelt waarop de entiteit verwacht recht te hebben in ruil voor de overdracht van goederen of diensten aan een klant. IFRS 15 biedt twee methoden voor de eerste toepassing: een volledige retroactieve benadering met bepaalde praktische middelen of een gewijzigde retroactieve benadering waarbij het cumulatieve effect van de eerste toepassing wordt opgenomen op de datum van de eerste toepassing, met bepaalde aanvullende informatie.
De norm heeft geen materiële invloed op het eigen vermogen, netto resultaat en/of overig comprehensive income.
De volgende nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties zijn met ingang van 1 januari 2018 van kracht en zijn nog niet goedgekeurd door de EU. Deze wijzigingen zijn niet relevant of hebben geen significante invloed op de balans of de resultatenrekening:
- Wijzigingen in IAS 40: Overdracht van vastgoedbeleggingen;
- Wijzigingen van IFRS 2: Classificatie en meting van op aandelen gebaseerde betalingstransacties;
- IFRIC 22: Valutatransacties en vooruitbetalingen;
- Verbeteringen aan IFRS-standaarden (cyclus van 2014-2016): IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards en IAS 28 Investeringen in Deelnemingen en Joint Ventures.
IFRS 9 Financiële instrumenten
IFRS 9 'Financiële instrumenten' werd uitgevaardigd door de IASB in juli 2014 en goedgekeurd door de EU in november 2016. De nieuwe vereisten worden van kracht vanaf 2018, behalve voor verzekeringsmaatschappijen die gebruik maken van een van de opties in de wijzigingen van IFRS 4 (zie onder).
IFRS 9 vervangt het merendeel van de huidige IAS 39 'Financiële instrumenten: Opname en waardering', en omvat vereisten voor de classificatie en waardering van financiële activa en passiva, bijzondere waardevermindering van financiële activa en hedge accounting.
De classificatie en waardering van financiële activa onder IFRS 9 zal afhangen van zowel het businessmodel van de entiteit als de contractuele cashfloweigenschappen van het instrument. De classificatie van financiële verplichtingen blijft ongewijzigd. De opname en waardering van bijzondere waardevermindering onder IFRS 9 vindt plaats op basis van het verwachte verlies. Aangezien verliezen volgens IAS 39 worden opgenomen wanneer ze worden geleden, worden verliezen volgens de nieuwe standaard eerder opgenomen. De vereisten inzake hedge accounting van IFRS 9 zijn erop gericht om de algemene hedge accounting te vereenvoudigen.
De IASB besprak in december 2017 het voorgestelde projectplan om een dynamisch model voor de administratie van risicomanagement te ontwikkelen.
De IASB besloot in het bijzonder:
- om eerst te focussen op de ontwikkeling van een kernmodel voor de belangrijkste kwesties;
- om feedback na te streven over de haalbaarheid van het kernmodel. De wijze waarop de feedback wordt verkregen, wordt op een latere datum bepaald;
- om de niet-kernvraagstukken in een definitieve stap te behandelen.
Om te voorkomen dat verzekeringsondernemingen problemen ondervinden om IFRS 9 toe te passen voor de ingangsdatum van IFRS 17 'Verzekeringscontracten' (1 januari 2021), heeft de IASB in september 2016 Wijzigingen in IFRS 4: De 'toepassing van IFRS 9: Financiële instrumenten bij Verzekeringscontracten volgens IFRS 4' uitgegeven. De EU keurde deze wijzigingen in november 2017 goed. De gewijzigde standaard biedt twee opties om het effect van verschillende ingangsdatums tot een minimum te beperken. Deze opties zijn:
- de overlay-benadering een optie voor alle entiteiten die verzekeringscontracten uitgeven om de winst of het verlies aan te passen om enige additionele boekhoudkundige volatiliteit te verwijderen die door in aanmerking komende financiële activa kan ontstaan door de toepassing van IFRS 9, en
- de uitstelbenadering een optionele tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9 uiterlijk voor verslagperioden die beginnen op of na 1 januari 2021 voor entiteiten die als belangrijkste activiteit verzekeringscontracten uitgeven.
Ageas past de uitstelbenadering van IFRS 9 toe aangezien de activiteiten van Ageas voornamelijk betrekking hebben op de uitgifte van contracten die voldoen aan het toepassingsgebied van IFRS 4 Verzekeringscontracten. Zo worden de toepassing van IFRS 9 en de nieuwe verzekeringsstandaard IFRS 17 op elkaar afgestemd.
De implementatie van IFRS 17 tesamen met IFRS 9, zal leiden tot een significante wijziging voor de rapportage van de IFRS jaarrekening voor verzekeringsmaatschappijen. De impact op het eigen vermogen, het nettoresultaat en/of overig comprehensive income zal naar verwachting significant zijn.
IFRS 16 Leaseovereenkomsten
IFRS 16 'Leaseovereenkomsten' is uitgegeven op 13 januari 2016 en wordt van kracht per 1 januari 2019. De EU keurde deze wijzigingen in oktober 2017 goed.
IFRS 16 vervangt IAS 17 en stelt grondslagen vast voor de opname, waardering, presentatie en informatieverschaffing over leaseovereenkomsten. Bij de aanvang van een leaseovereenkomst neemt een lessee een actief op voor het recht om een actief te gebruiken, en een verplichting om leasebetalingen te doen, aanvankelijk gewaardeerd tegen de contante waarde van de verplichting uit hoofde van de leaseovereenkomst, plus enige initiële directe kosten die door de lessee worden gemaakt. Mogelijk zijn er aanpassingen vereist voor lease-incentives, betalingen bij of voor de aanvang en herstelverplichtingen of vergelijkbaar. Na de aanvang van de leaseovereenkomst dient een lessee het actief waarvoor hij recht heeft op het gebruik, te waarderen met behulp van een kostprijsmodel (er gelden enkele uitzonderingen).
De rentelasten op de verplichting uit hoofde van de leaseovereenkomst wordt gescheiden van de afschrijvingskosten van het actief waarvoor hij recht heeft op het gebruik en gerapporteerd als financieringsactiviteiten. De standaard omvat twee vrijstellingen voor opname voor lessees van activa van 'lage waarde' en kortlopende leaseovereenkomsten.
De standaard heeft geen materieel effect op het eigen vermogen, het nettoresultaat en/of overig comprehensive income. Aangezien de meeste langlopende leaseovereenkomsten moeten worden opgenomen in de balans zal er enkel een effect zijn op de ratio's op basis van de totale activa of de totale verplichtingen.
IFRS 17 Verzekeringscontracten
IFRS 17 'Leaseovereenkomsten' is uitgegeven op 18 mei 2017 en wordt van kracht per 1 januari 2021. De Raad van Bestuur neemt momenteel een aantal maatregelen om de implementatie van de standaard te ondersteunen en heeft een Transition Resource Group in het leven geroepen.
IFRS 17 is een uitgebreide nieuwe boekhoudkundige norm voor verzekeringscontracten die verwerking, meting, presentatie en melding omvat. Zodra deze is ingevoerd, zal IFRS 17 IFRS 4 Verzekeringscontracten vervangen, die in 2005 werd uitgegeven.
IFRS 17 introduceert een boekhoudkundig model voor verzekeringen dat nuttiger en consistenter is voor verzekeraars, in tegenstelling tot de vereisten van IFRS 4 die grotendeels zijn gebaseerd op de grandfathering van eerdere lokale boekhoudregels. Het IFRS 17-model is een op de actuele waarde gebaseerd model.
De belangrijkste kenmerken van het nieuwe boekhoudkundige model voor verzekeringscontracten zijn als volgt:
- de meting van de contante waarde van toekomstige kasstromen, met een expliciete risicocorrectie, die elke rapportageperiode opnieuw wordt gemeten (de fulfilment-kasstroom);
- een Contractuele Service Marge (CSM) die elke dagwinst uitstelt in de fulfilment-kasstroom van een groep contacten, die de nog niet verdiende winstgevendheid vertegenwoordigen van de verzekeringscontracten die in de resultatenrekening over de looptijden (d.w.z. dekkingperiode) moet worden verantwoord;
-
bepaalde wijzigingen in de verwachte contante waarde van toekomstige kasstromen worden aangepast ten opzichte van de CSM en zodoende in de resultatenrekening verwerkt gedurende de resterende contractuele looptijd;
-
het effect van veranderingen in de disconteringsvoet wordt opgenomen in hetzij de verlies- en winstrekening of in overig comprehensive income, te bepalen naar aanleiding van een keuze voor een boekhoudregel;
- de presentatie van verzekeringsopbrengsten en verzekeringslasten in het overzicht van comprehensive income gebaseerd op het concept van de in de periode geleverde diensten;
- bedragen die de polishouder altijd ontvangt, ongeacht of er zich een verzekerde gebeurtenis voordoet (niet onderscheiden beleggingscomponenten) worden niet opgenomen in de resultatenrekening maar worden rechtstreeks in de balans verwerkt;
- de resultaten op verzekeringsdiensten (verdiende opbrengsten minus geleden schadeverliezen) worden afzonderlijk getoond van de financiële verzekeringsopbrengsten of –lasten;
- uitgebreide verklaringen om informatie te verstrekken over de verwerkte bedragen vanuit verzekeringscontracten en de aard en omvang van de uit deze contracten voortvloeiende risico's.
2.3 Schattingen
De opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening op basis van IFRS vereist een aantal schattingen aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.
De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de onderstaande tabel weergegeven.
| 31 december 2017 | |
|---|---|
| Activa | Onzekerheid schatting |
| Voor verkoop beschikbare activa Financiële instrumenten |
|
| - Niveau 2 | - Het waarderingsmodel |
| - Inactieve markten |
|
| - Niveau 3 | - Het waarderingsmodel |
| - Gebruik niet-marktwaarneembare input |
|
| - Inactieve markten |
|
| Vastgoedbeleggingen | - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Vorderingen | - Het waarderingsmodel |
| - Parameters als creditspread, looptijd en de rente |
|
| Deelnemingen | - Van de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen afhankelijke combinatie van onzekerheden |
| Goodwill | - Het gehanteerde waarderingsmodel |
| - Financiële en economische variabelen |
|
| - Disconteringsvoet |
|
| - De aan de entiteit inherente risicopremie |
|
| Overige immateriële vaste activa | - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Uitgestelde belastingvorderingen | - Interpretatie van complexe belastingwetgeving |
| - Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen |
|
| Passiva | |
| Verplichtingen verzekeringscontacten - Leven |
- Actuariële aannames |
| - Gehanteerde rentecurve bij toereikendheidstoets |
|
| - Herbeleggingsprofiel van de beleggingsportefeuille, kredietrisicospread en looptijd, |
|
| bij het bepalen van de shadow LAT aanpassing | |
| - Niet-leven | - Voorzieningen voor voorgevallen maar niet-gerapporteerde schadeclaims |
| - Schadebehandelingskosten |
|
| - Finale afhandeling van uitstaande schade claims |
|
| Pensioenverplichtingen | - Actuariële aannames |
| - Disconteringsvoet |
|
| - Inflatie/salarissen |
|
| - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden |
|
| Voorzieningen | - De berekening van het best geschatte bedrag |
| Uitgestelde belastingschulden | - Interpretatie van complexe belastingwetgeving |
| Geschreven putoptie op minderheidsbelang | - Geschatte toekomstige reële waarde |
| - Disconteringsvoet |
|
Zie de betreffende noten van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas voor uitgebreidere informatie over de toepassing van deze schattingen. In noot 5 Risicomanagement wordt beschreven hoe Ageas de diverse risico's van verzekeringsactiviteiten vermindert.
2.4 Gebeurtenissen na de verslagperiode
Gebeurtenissen na balansdatum hebben betrekking op gebeurtenissen die zich voordoen tussen de balansdatum en de datum waarop de Geconsolideerde jaarrekening is goedgekeurd door de Raad van Bestuur voor publicatie. Er zijn twee soorten gebeurtenissen:
- gebeurtenissen die leiden tot een aanpassing van de Geconsolideerde jaarrekening als deze gebeurtenissen nadere informatie geven over omstandigheden die op de balansdatum bestonden;
- gebeurtenissen die leiden tot aanvullende informatie indien ze nadere informatie geven over omstandigheden die na de balansdatum zijn ontstaan en indien deze gebeurtenissen relevant en belangrijk zijn.
Zie noot 48 Gebeurtenissen na balansdatum.
2.5 Segmentrapportering
Operationele segmenten
De te rapporteren segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.
De operationele segmenten zijn:
- België;
- Verenigd Koninkrijk (VK);
- Continentaal Europa;
- Azië;
- Herverzekering;
- Algemene Rekening.
Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen binnen de Groep worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het operationele segment: Algemene Rekening. De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de holding. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de verplichtingen uit hoofde van de RPN(I) en de geschreven putoptie op aandelen van AG Insurance.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook beschikbaar zijn voor niet-gerelateerde derden. Eliminaties worden afzonderlijk gerapporteerd.
2.6 Consolidatiegrondslagen
Dochterondernemingen
De Geconsolideerde Jaarrekening omvat de jaarrekeningen van ageas SA/NV (de 'Moedermaatschappij') en haar dochterondernemingen. Dochterondernemingen zijn die ondernemingen waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('zeggenschap'). Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum waarop de effectieve zeggenschap aan Ageas wordt overgedragen en worden van consolidatie uitgesloten vanaf de datum waarop een einde komt aan die zeggenschap. Dochterondernemingen die uitsluitend zijn overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht, worden verantwoord als 'vaste activa aangehouden voor verkoop'. Het resultaat op een deel van een belang in een dochteronderneming zonder verlies van zeggenschap wordt verantwoord in het eigen vermogen.
'Intercompany' transacties (saldi, winsten en verliezen uit transacties tussen ondernemingen van Ageas) worden geëlimineerd.
Bij het beoordelen of Ageas zeggenschap heeft over een andere onderneming worden het bestaan en effect van potentiële stemrechten die thans uitoefenbaar of converteerbaar zijn in aanmerking genomen.
Deelnemingen
Beleggingen in deelnemingen worden verantwoord op basis van de equitymethode. Dit zijn beleggingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap. De belegging wordt verantwoord op basis van het aandeel van Ageas in de netto activa van de geassocieerde deelneming. De initiële verwerving wordt gewaardeerd tegen de kostprijs. Het aandeel van in het netto-inkomen van het jaar wordt verantwoord als beleggingsbate en het aandeel van Ageas in de rechtstreekse eigenvermogensmutaties na acquisitie worden verantwoord in het eigen vermogen.
Winsten op transacties tussen Ageas en beleggingen gewaardeerd volgens de equitymethode worden geëlimineerd naar rato van het aandeel van Ageas. Verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie blijkt dat het overgedragen actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Verliezen worden verantwoord totdat de boekwaarde van de belegging nihil bedraagt. Verdere verliezen worden alleen verantwoord als Ageas een in rechte afdwingbare of een feitelijke verplichting heeft of betalingen heeft verricht namens deze geassocieerde deelneming.
Verkoop van dochterondernemingen, bedrijfsonderdelen en nietvlottende activa
Een niet-vlottend actief (of groep activa die wordt afgestoten, zoals dochtermaatschappijen) wordt aangehouden voor verkoop indien het beschikbaar is voor onmiddellijke verkoop in zijn huidige staat en indien de verkoop ervan bijzonder waarschijnlijk is. Een verkoop is bijzonder waarschijnlijk wanneer:
- er duidelijke aanwijzingen zijn van een engagement door het management;
- er een actief programma bestaat om een koper te vinden en het plan af te ronden;
- het actief in de markt wordt gezet voor verkoop aan een redelijke prijs ten opzichte van zijn reële waarde;
- de verkoop naar verwachting zal worden afgerond binnen de 12 maanden na de datum van aanmerking tot verkoop; en
- de maatregelen die vereist zijn om het plan af te ronden aangeven dat het onwaarschijnlijk is dat er aanzienlijke wijzigingen zullen zijn aan het plan, of dat het ingetrokken zal worden.
De waarschijnlijkheid dat de verkoop zal worden goedgekeurd door de aandeelhouders maakt deel uit van de beoordeling of de verkoop al dan niet bijzonder waarschijnlijk is. Indien een goedkeuring door de regelgever is vereist, wordt een verkoop enkel beschouwd als zijnde bijzonder waarschijnlijk na deze goedkeuring.
Niet-vlottende activa (of groep activa die wordt afgestoten) aangehouden voor verkoop worden:
- gewaardeerd aan de laagste boekwaarde en de reële waarde minus verkoopkosten (met uitzondering van de activa die vrijgesteld zijn van deze regel, zoals IFRS 4 verzekeringsrechten, financiële activa, uitgestelde belastingen en pensioenplannen);
- vlottende activa en alle verplichtingen worden gewaardeerd in overeenstemming met de IFRS'en die van toepassing zijn;
- niet onderhevig aan afschrijving of waardevermindering; en
- afzonderlijk voorgesteld in de balans (activa en verplichtingen worden niet gesaldeerd).
De datum van verkoop van een dochtermaatschappij of groep van activa die wordt afgestoten is de datum waarop de controle gebeurt. De geconsolideerde resultatenrekening omvat de resultaten van een dochtermaatschappij of groep van activa die wordt afgestoten tot de datum van verkoop. De winst of het verlies bij verkoop is het verschil tussen (a) de opbrengst van de verkoop en (b) de boekwaarde van de netto activa plus alle overeenstemmende goodwill en bedragen die worden geaccumuleerd in het overig comprehensive income (bijvoorbeeld, aanpassingen voor wisselkoersverschillen en de reserve activa voor verkoop).
2.7 Vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta door individuele maatschappijen van Ageas worden verantwoord tegen de valutakoers op de datum van de transactie. Op de balansdatum worden uitstaande saldi luidend in vreemde valuta verantwoord tegen de slotkoers voor monetaire posten.
Niet-monetaire posten die tegen historische kostprijs worden verantwoord, worden omgerekend op basis van de historische wisselkoers op transactiedatum. Niet-monetaire posten die tegen reële waarde worden verantwoord, worden omgerekend op basis van de wisselkoers op de datum waarop de reële waarde wordt bepaald. Koersverschillen worden in de resultatenrekening als winst of verlies verantwoord onder de post valutakoersverschillen behalve bij wijziging van de reële waarde van niet-monetaire posten die als bestanddeel van het eigen vermogen worden verantwoord.
Het onderscheid tussen valutakoersverschillen (die worden verantwoord in de resultatenrekening) en ongerealiseerde herwaarderingen van reële waarden (verantwoord in het eigen vermogen) op voor verkoop beschikbaar zijnde financiële activa wordt bepaald volgens de volgende regels:
- de valutakoersverschillen worden bepaald op basis van de ontwikkeling van de wisselkoers ten opzichte van de voorgaande verslaggevingsperiode;
- de ongerealiseerde resultaten (reële waarde) worden bepaald op basis van het verschil tussen de in euro uitgedrukte saldi van de voorgaande en de nieuwe verslagperiode op basis van de nieuwe wisselkoers.
Omrekening van vreemde valuta
Bij consolidatie worden de resultatenrekening en het kasstroomoverzicht van entiteiten die niet de euro als functionele munt hebben, omgerekend in euro's, tegen gemiddelde dagwisselkoersen voor het lopende jaar (of, bij uitzondering, tegen de wisselkoers op de dag van de transactie indien de wisselkoersen significant schommelen) en wordt de balans omgerekend tegen de slotkoers per balansdatum.
Wisselkoersverschillen uit omrekening worden verantwoord in het eigen vermogen. Bij de desinvestering van een buitenlandse entiteit worden die koersverschillen in de resultatenrekening verantwoord als onderdeel van de winst of het verlies op de verkoop.
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van monetaire posten, geleende bedragen en andere valuta-instrumenten, aangemerkt als afdekking van een netto investering in een buitenlandse entiteit, worden in de Geconsolideerde Jaarrekening verantwoord in het eigen vermogen. Uitzondering is de eventuele afdekkingsineffectiviteit, die onmiddellijk in de resultatenrekening wordt verantwoord.
Goodwill en aanpassingen van de reële waarde die voortvloeien uit de acquisitie van die buitenlandse entiteit, worden behandeld als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers op balansdatum omgerekend. Alle verschillen die hieruit voortvloeien worden in het eigen vermogen verantwoord. Bij verkoop van de buitenlandse entiteit vindt er een overdracht naar de resultatenrekening plaats.
In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.
| Koers per jaareinde | Gemiddelde koers | |||
|---|---|---|---|---|
| 1 euro = | 2017 | 2016 | 2017 | 2016 |
| Britse pond | 0,89 | 0,86 | 0,88 | 0,82 |
| Amerikaanse dollar | 1,20 | 1,05 | 1,13 | 1,11 |
| Hongkong dollar | 9,37 | 8,18 | 8,80 | 8,59 |
| Turkse lira | 4,55 | 3,71 | 4,12 | 3,34 |
| Chinese yuan renminbi | 7,80 | 7,32 | 7,63 | 7,35 |
| Maleisische ringgit | 4,85 | 4,73 | 4,85 | 4,58 |
| Filipijnse peso | 59,79 | 52,27 | 56,97 | 52,56 |
| Thaise baht | 39,12 | 37,73 | 38,30 | 39,04 |
| Vietnamese dong | 27.027 | 23.810 | 25.641 | 25.000 |
2.8 Verantwoording en waardering bij het opstellen van de jaarrekening
Ageas bepaalt de classificatie en waardering van activa en verplichtingen op basis van de aard van de onderliggende transacties.
2.8.1 Financiële activa
Het management bepaalt de geschikte classificatie van de beleggingswaarden op het tijdstip van de aankoop. Beleggingswaarden met een vaste looptijd, waarbij het management voornemens is en in de mogelijkheid verkeert om deze waarden tot einde looptijd aan te houden, worden verantwoord als Beleggingen aan te houden tot einde looptijd. Beleggingswaarden met vaste of bepaalbare betalingen, die niet marktgenoteerd zijn in een actieve markt en die bij de eerste opname niet worden aangemerkt als Voor handelsdoeleinden aangehouden, noch als Voor verkoop beschikbare beleggingen, worden geclassificeerd als Leningen en vorderingen. Voor onbepaalde duur aan te houden beleggingswaarden die kunnen worden verkocht om te voorzien in liquiditeitsbehoeften of bij wijzigingen van rentevoeten, wisselkoersen of aandelenprijzen, worden verantwoord als Voor verkoop beschikbare financiële activa. Beleggingswaarden die worden verworven om kortetermijnwinsten te genereren worden beschouwd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden.
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen. Elk verschil tussen de waarde van de eerste opname dat voortvloeit uit transactiekosten, eerste premies of kortingen, wordt geamortiseerd over de looptijd van de belegging met behulp van de effectieve-rentemethode. Indien wordt vastgesteld dat een tot einde looptijd aangehouden belegging een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt de bijzondere waardevermindering verantwoord in de resultatenrekening.
Leningen en vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode minus bijzondere waardevermindering. De geamortiseerde kostprijs wordt berekend door rekening te houden met kortingen of premies en vergoedingen en kosten die integraal deel uitmaken van de effectieve-rentemethode. De effectieve-rentemethode is opgenomen in de resultatenrekening. Winsten en verliezen worden verantwoord in de resultatenrekening als de investeringen niet langer worden verantwoord of als de investeringen een bijzondere waardevermindering of afschrijving hebben ondergaan. Voor instrumenten met een variabele rente worden de kasstromen regelmatig opnieuw geschat om de rentebewegingen in de markt weer te geven. Als de waardering van het instrument bij eerste opname met een variabele rente (bijna) gelijk is aan de hoofdsom, heeft de schatting geen significant effect op de boekwaarde van het instrument en worden geen aanpassingen gedaan op de rentebaten, die op basis van het toerekeningsbeginsel worden opgenomen. Indien echter een instrument met variabele rente wordt verkregen tegen een significante premie of korting, wordt deze premie of korting afgeschreven over de verwachte looptijd van het instrument en opgenomen in de berekening van de effectieve-rentemethode. De boekwaarde zal elke periode opnieuw worden berekend door de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen tegen de actuele effectieve rentevoet te berekenen. Alle aanpassingen worden verantwoord in de resultatenrekening.
Voor handelsdoeleinden aangehouden activa, derivaten en activa die zijn aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met waardeverandering in de resultatenrekening, worden verantwoord tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden verantwoord in de resultatenrekening. De (gerealiseerde en ongerealiseerde) resultaten worden verantwoord als 'Resultaat op verkopen en herwaarderingen'. Rente ontvangen (betaald) op activa (verplichtingen) aangehouden voor handelsdoeleinden wordt verantwoord als rentebaten (rentelasten). Ontvangen dividenden worden verantwoord als 'Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten'.
De meerderheid van de financiële activa van Ageas (zijnde obligatieleningen en aandelenbelangen) behoort tot de categorie 'Voor verkoop beschikbaar' en wordt opgenomen tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden rechtstreeks verantwoord in het eigen vermogen totdat het actief wordt verkocht, tenzij het actief door een derivaat is afgedekt. Deze beleggingswaarden worden verantwoord tegen reële waarde met verantwoording van de waardeveranderingen in de resultatenrekening voor het deel dat toe te kennen is aan het afgedekte risico en in het eigen vermogen voor het resterende deel.
Voor de verzekeringsportefeuilles waar de niet-gerealiseerde winsten of verliezen op obligaties een rechtstreeks effect hebben op de waardering van de verzekeringsverplichtingen past Ageas in overeenstemming met IFRS 4 'shadow accounting' toe. Dat heeft tot gevolg dat de wijzigingen in de niet-gerealiseerde winsten en verliezen van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen en daarom geen deel uitmaken van het eigen vermogen.
Transactiekosten van financiële instrumenten worden opgenomen in de eerste waardering van financiële activa en verplichtingen, met uitzondering van die financiële activa en verplichtingen die worden gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening. In dat geval worden transactiekosten direct opgenomen als last. Transactiekosten verwijzen naar extra kosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving of vervreemding van een financieel actief of een financiële verplichting. Daarin zijn inbegrepen commissies die worden betaald aan agenten, adviseurs, brokers en effectenhandelaren, evenals heffingen door toezichthoudende instanties en beurzen, overdrachtsbelasting en andere heffingen.
Alle aan- en verkopen van financiële activa en verplichtingen die moeten worden afgewikkeld binnen het door regelgeving of marktconventie vastgestelde tijdsbestek, worden opgenomen op de transactiedatum, namelijk de datum waarop Ageas als partij betrokken wordt bij de contractuele bepalingen van de financiële activa. Andere termijnaankopen en -verkopen dan degene die moeten worden afgewikkeld binnen het tijdsbestek dat door regelgeving of marktconventie is vastgesteld, worden tot het moment van afwikkeling opgenomen als afgeleide termijntransacties.
2.8.2 Vastgoedbeleggingen en vastgoed voor eigen gebruik
Vanwege de vergelijkbaarheid van de resultaatontwikkeling in de jaarrekening hanteert Ageas een kostprijsmodel, zowel voor vastgoedbeleggingen als voor vastgoed voor eigen gebruik. Vastgoedbeleggingen worden, gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Wijzigingen in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen worden dan ook niet verantwoord in de resultatenrekening of het eigen vermogen, tenzij een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden.
2.8.3 Deelnemingen
Investeringen in deelnemingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft op het financiële en operationele beleid (maar geen zeggenschap) worden verantwoord op basis van de equitymethode. Het aandeel van Ageas in het resultaat wordt verantwoord in de resultatenrekening en eventuele herwaarderingen worden verantwoord in het eigen vermogen. Eventuele uitkeringen van de geassocieerde deelneming worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de investering.
2.8.4 Goodwill en overige immateriële activa
Goodwill uit hoofde van bedrijfscombinaties na 1 januari 2010
Goodwill wordt in eerste instantie gewaardeerd tegen kostprijs, zijnde het positieve verschil tussen de reële waarde van de verkrijgingsprijs en:
- het deel van Ageas in de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen, en
- de reële waarde van enig eerder aangehouden belang in de overgenomen partij.
Overnamekosten worden direct in het resultaat verantwoord; kosten voor het uitgeven van schuldbewijzen of aandelen worden echter verantwoord in overeenstemming met IAS 32 en IAS 39.
Bedrijfscombinaties worden verantwoord op basis van de zogenaamde 'acquisition method'. De verkrijgingsprijs van de overgenomen partij wordt bepaald op de reële waarde van de opgeofferde waarde op het overnamemoment (gecorrigeerd voor een eventueel minderheidsbelang).
De goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs minus eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen.
In geval van een stapsgewijze overname wordt op moment van uitbreiding van het belang het eerder gehouden belang geherwaardeerd tegen reële waarde en via het resultaat verantwoord.
Goodwill uit hoofde van bedrijfscombinaties vóór 1 januari 2010
Ten opzichte van het hierboven gemelde, was sprake van de volgende verschillen:
Bedrijfscombinaties werden verantwoord op basis van de zogenaamde 'purchase method'. Direct aan de overname toerekenbare transactiekosten maakten onderdeel uit van de verkrijgingsprijs. Een eventueel minderheidsbelang werd gewaardeerd tegen het proportionele aandeel in de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de overgenomen partij.
In geval van een stapsgewijze overname werd elke 'stap' afzonderlijk verwerkt. Elk nieuw verkregen belang had geen effect op eerder verwerkte goodwill.
Voorwaardelijke vergoedingen werden uitsluitend en alleen verantwoord als Ageas een verplichting had en er waarschijnlijk economische uitstroom ging plaatsvinden, waarvan een betrouwbare schatting kon worden gemaakt. Latere aanpassingen aan de voorwaardelijke vergoeding hadden effect op de goodwill.
Value of Business acquired (VOBA)
Value of business acquired (VOBA) vertegenwoordigt het verschil tussen de reële waarde bij acquisitie gewaardeerd op basis van Ageas' waarderingsgrondslagen en de boekwaarde van een portefeuille van verzekerings- en beleggingscontracten, verworven in het kader van een acquisitie van een business of een portefeuille.
VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de verwachte periode van de opbrengsten van de verworven portefeuille. Op elke verslagdatum maakt VOBA deel uit van de Toereikendheidstoets voor verplichtingen om te beoordelen of de verplichtingen die voortvloeien uit verzekerings- en beleggingscontracten toereikend zijn.
Overige immateriële activa met bepaalde gebruiksduur
Tot de overige immateriële activa horen immateriële activa met een bepaalde gebruiksduur, zoals parkeerconcessies, intern ontwikkelde software die geen integraal onderdeel vormt van de hardware en licenties die in het algemeen volgens de lineaire methode op basis van de gebruiksduur worden geamortiseerd.
2.8.5 Overlopende acquisitiekosten
De kosten van nieuwe en hernieuwde verzekeringen, hoofdzakelijk commissies en uitgaven met betrekking tot tussenpersonen en uitgifte van nieuwe polissen, die alle variëren en hoofdzakelijk verband houden met de productie van nieuwe verzekeringen, worden uitgesteld en afgeschreven. De afschrijvingsmethode is gebaseerd op de verwachte verdiende premie of de geschatte brutowinstmarges. Overlopende acquisitiekosten (deferred acquisition costs of 'DAC') worden periodiek getoetst op realiseerbaarheid op basis van schattingen van toekomstige winsten van de onderliggende contracten met behulp van de Toereikendheidstoets voor verplichtingen.
2.8.6 Financiële verplichtingen
Achtergestelde verplichtingen en leningen worden bij eerste opname tegen reële waarde gewaardeerd (inclusief transactiekosten) en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve-rentemethode, waarbij de periodieke afschrijving wordt opgenomen in de resultatenrekening.
2.8.7 Verplichtingen inzake (her)verzekerings- en beleggingscontracten
Totaal
Deze verplichtingen betreffen (her)verzekeringsovereenkomsten, beleggingscontracten met discretionaire winstdeling (DPF) en beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling.
De DPF-component inzake beleggingscontracten betreft een voorwaardelijke toezegging met betrekking tot ongerealiseerde winsten en verliezen. Deze toezegging blijft hierdoor onderdeel van de ongerealiseerde winsten en verliezen zoals begrepen in het eigen vermogen. Indien de toezegging onvoorwaardelijk wordt, vindt overboeking naar de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven plaats.
Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs en verantwoord als een depositoverplichting.
Levensverzekeringen
Voor levensverzekeringscontracten worden toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen berekend met behulp van een netto premiemethode (de contante waarde van toekomstige nettokasstromen), waarbij wordt uitgegaan van actuariële veronderstellingen op basis van historische ervaring en standaarden binnen de verzekeringssector. Winstdelende polissen omvatten eventuele verplichtingen met betrekking tot contractuele dividenden of winstdelingen. Voor bepaalde contracten zijn de toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen geherwaardeerd om de huidige marktrente te reflecteren.
Gewaarborgde minimumrendementen
Voor levensverzekeringscontracten met gewaarborgde minimumrendementen zijn bijkomende verplichtingen opgesteld om de verwachte lange rente weer te geven.
Unit-linked overeenkomsten
De beleggingsovereenkomsten van Ageas zonder winstdeling zijn voornamelijk unit-linked overeenkomsten waarbij de beleggingen namens de polishouder worden aangehouden en tegen reële waarde worden gewaardeerd. De verplichtingen worden gewaardeerd tegen waarde per eenheid (= de reële waarde van het fonds waarin de unitlinked overeenkomst is belegd, gedeeld door het aantal van de units van het fonds).
Bepaalde producten bevatten garanties die ook worden gewaardeerd tegen reële waarde en worden verantwoord in verplichtingen met betrekking tot unit-linked overeenkomsten, waarbij de reëlewaardeverandering wordt verantwoord in de resultatenrekening. Er wordt rekening gehouden met verzekeringstechnische risico's op basis van actuariële veronderstellingen.
Shadow accounting
In sommige departementen van Ageas hebben gerealiseerde winsten en verliezen op de activa directe gevolgen voor de waardering van (een deel van) de verzekeringsverplichtingen en de daaraan gerelateerde acquisitiekosten. Ageas past shadow accounting toe op de veranderingen in de reële waarde van de voor verkoop beschikbare beleggingen en van de voor handelsdoeleinden aangehouden activa en verplichtingen die verbonden zijn met en derhalve van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen.
Shadow accounting betekent dat ongerealiseerde winsten of verliezen op activa, die in het eigen vermogen worden opgenomen zonder winst of verlies te beïnvloeden, in de waardering van verzekeringsverplichtingen (of overgedragen acquisitiekosten of value of business acquired) worden weerspiegeld op dezelfde manier als gerealiseerde winsten of verliezen. Deze correctie is ook van toepassing in de situatie waarin de marktrente lager is dan de gegarandeerde rente. In dat geval wordt een additionele shadow accounting correctie gemaakt. Naar deze aanpassing wordt ook verwezen als de shadow-LAT (Liability Adequacy Test). Deze aanpassing wordt berekend op basis van het verwachte beleggingsrendement van de huidige portefeuille tot aan de vervaldatum en een risicovrij herbeleggingstarief na de vervaldatum.
De overblijvende ongerealiseerde veranderingen in fair value van de portefeuille aangehouden voor verkoop (na toepassing van shadow accounting) die onderhevig zijn aan discretionaire deelnamekenmerken worden aangemerkt als een afzonderlijk onderdeel van het eigen vermogen.
Een latente winstdelingsverplichting wordt verder opgebouwd voor de feitelijke verplichting dan wel het bedrag dat wettelijk of contractueel vereist is ter voldoening van eventuele verschillen tussen statutaire en IFRS inkomsten en niet-gerealiseerde winsten of verliezen verwerkt in het eigen vermogen.
Niet-levensverzekeringen
Claims en schadebehandelingskosten worden in de resultatenrekening verantwoord op het moment dat de uitgaven worden gedaan. Nietbetaalde claims en schadebehandelingskosten omvatten schattingen voor gerapporteerde claims en voorzieningen voor claims die zijn voorgevallen maar niet gerapporteerd. Schadeverplichtingen inzake arbeidsongevallen worden verantwoord tegen de netto contante waarde. Ageas verdisconteert de verplichtingen voor schade enkel voor claims met bepaalbare en vaste betalingstermijnen.
Toereikendheidstoets voor de verplichtingen
De toereikendheid van verzekeringsverplichtingen ("Toereikendheidstoets voor verplichtingen") wordt op elke rapporteringsdatum getest door elke volledig geconsolideerde onderneming. De toetsen worden meestal uitgevoerd op wettelijk fungibel niveau voor Leven en op het niveau van de bedrijfstak voor Niet-leven. Ageas kijkt naar de huidige beste schattingen van alle contractuele kasstromen, inclusief verwante kasstromen zoals commissies, herverzekering en kosten. Voor levensverzekeringscontracten omvatten de toetsen kasstromen resulterend uit embedded opties en waarborgen en beleggingsbaten. De contante waarde van deze kasstromen wordt bepaald door (a) gebruik te maken van het huidige boekhoudkundig rendement van de bestaande portefeuille, gebaseerd op de veronderstelling dat herbeleggingen na afloopdatum van de financiële instrumenten zullen plaatsvinden aan de hand van een risicovrije rente plus aanpassing voor volatiliteit en (b) een risicovrije disconteringsvoet verhoogd met een bedrijfsspecifieke volatiliteitsaanpassing zoals gedefinieerd door EIOPA (na het laatste liquide punt wordt de zogenaamde Ultimate Forward Rate extrapolation gebruikt). De contractlimieten van Solvency II worden toegepast. Lokale verzekeringsdochters mogen strengere lokale regels toepassen voor de toereikendheidstoets.
De netto contante waarde van de kasstromen wordt vergeleken met de overeenstemmende technische verplichtingen. Elk tekort wordt meteen in de resultatenrekening opgenomen, als een bijzondere waardevermindering van het DAC- of VOBA-type of als een verlies. Als het tekort in een volgende periode vermindert, wordt de daling via de resultatenrekening teruggedraaid.
2.9 Waardering van activa met bijzondere waardeverminderingen
Een actief heeft een bijzondere waardevermindering ondergaan wanneer de boekwaarde van dat actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Ageas onderzoekt per elke balansdatum alle activa op objectieve aanwijzingen die aanleiding kunnen geven tot een bijzondere waardevermindering. De boekwaarde van activa met een bijzondere waardevermindering wordt verlaagd tot de geschatte realiseerbare waarde en de bijzondere waardevermindering wordt opgenomen in de resultatenrekening.
De realiseerbare waarde wordt bepaald als het hoogste bedrag van twee mogelijkheden: de reële waarde verminderd met verkoopkosten of de bedrijfswaarde. De reële waarde verminderd met verkoopkosten is het bedrag dat zou kunnen worden verkregen door de verkoop van een actief in een ordelijke transactie tussen marktpartijen, na aftrek van verkoopkosten. De bedrijfswaarde is de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen waarvan verwacht wordt dat ze zullen voortvloeien uit het voortgezette gebruik van een actief en uit de vervreemding van dat actief aan het einde van de gebruiksduur.
Indien in een volgende periode het bedrag van de bijzondere waardeverminderingen op activa, anders dan goodwill of voor verkoop beschikbare eigenvermogeninstrumenten, als gevolg van een gebeurtenis die zich voordoet na de waardevermindering daalt, dan wordt het bedrag teruggeboekt via de resultatenrekening. Deze verhoogde waarde mag niet hoger zijn dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na afschrijvingen, als in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief was opgenomen.
Financiële activa
Een voor verkoop beschikbaar financieel actief (of een groep financiële activa), leningen of vorderingen of aangehouden tot einde looptijd heeft een bijzondere waardevermindering ondergaan als er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen als gevolg van een of meer gebeurtenissen na de eerste opname van het actief (verliesgebeurtenissen zoals ernstige financiële moeilijkheden bij de uitgevende instelling). Deze tot verlies leidende gebeurtenis(sen) heeft (hebben) een effect op de geschatte toekomstige kasstromen uit het financiële actief (of de groep financiële activa) dat betrouwbaar kan worden geschat.
Voor aandelen omvatten de eventuele objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen onder meer het feit of de reële waarde per de balansdatum significant (25%) beneden de kostprijs is of per de balansdatum gedurende een langere periode beneden de kostprijs is geweest (vier opeenvolgende kwartalen).
Indien wordt vastgesteld dat een voor verkoop beschikbare belegging een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt de bijzondere waardevermindering opgenomen in de resultatenrekening. Niet-gerealiseerde en voorheen in het eigen vermogen opgenomen verliezen van voor verkoop beschikbare beleggingen die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, worden overgedragen naar de resultatenrekening op het moment dat de bijzondere waardevermindering zich voordoet.
Indien in een volgende periode de reële waarde van een schuldinstrument dat is geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop, stijgt en de stijging objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van de bijzondere waardevermindering in de resultatenrekening, wordt de bijzondere waardevermindering teruggenomen, waarbij het bedrag van de terugname wordt opgenomen in de resultatenrekening. Bijzondere waardeverminderingen van beleggingen in eigen-vermogensinstrumenten die zijn geclassificeerd als beschikbaar voor verkoop, worden niet teruggenomen via de resultatenrekening maar via het eigen vermogen.
Vastgoedbeleggingen en vastgoed voor eigen gebruik
Vastgoed wordt met behulp van het kostprijsmodel gewaardeerd en ondergaat een bijzondere waardevermindering wanneer de boekwaarde hoger is dan de realiseerbare waarde, dat wil zeggen, afhankelijk van welke van deze twee waarden de hogere is: de reële waarde verminderd met de verkoopkosten dan wel de waarde in gebruik (de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen zonder aftrek van overdrachtsbelasting). Aan het einde van iedere verslagperiode beoordeelt Ageas of er aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Hierbij wordt rekening gehouden met diverse bronnen van informatie, zowel extern (bijvoorbeeld belangrijke wijzigingen in het economische klimaat) als intern (bijvoorbeeld desinvesteringsplannen). Indien er dergelijke aanwijzingen bestaan (en alleen dan), maakt Ageas een inschatting van de realiseerbare waarde van het actief. Gesignaleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening verantwoord. Na opname van een bijzondere waardevermindering wordt de afschrijving voor toekomstige perioden gecorrigeerd voor de herziene boekwaarde onder vermindering van de restwaarde over de resterende levensduur van het actief.
Goodwill en overige immateriële activa
Goodwill is een immaterieel actief met een onbepaalde levensduur en wordt net als alle andere immateriële activa met een onbepaalde levensduur niet afgeschreven. In plaats daarvan wordt dit actief ten minste jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Met het oog op de toets op bijzondere waardeverminderingen wordt de overgenomen goodwill in een bedrijfscombinatie toegerekend aan kasstroomgenererende eenheden. Een immaterieel actief met een bepaalde levensduur wordt daarentegen afgeschreven over de geschatte gebruiksduur en per elke verslagdatum opnieuw beoordeeld. Gesignaleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening verantwoord.
2.10 Opname van de opbrengsten
2.10.1 Bruto premie-inkomen
Ontvangen premie-inkomen
Premies uit levensverzekeringspolissen en beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling die als langlopend worden aangemerkt, worden verwerkt als baten zodra deze door de polishouder verschuldigd zijn. De geschatte toekomstige opbrengsten en kosten wordt verrekend met deze baten met als doel de winst te verantwoorden gedurende de geschatte duur van de verzekeringen. Dit 'matching'-proces wordt uitgevoerd aan de hand van een bepaling van de verplichtingen uit hoofde van de verzekeringen en de beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling alsmede aan de hand van de uitgestelde en vervolgens geamortiseerde overlopende acquisitiekosten.
Verdiend premie-inkomen
Voor verzekeringsovereenkomsten met een korte looptijd (hoofdzakelijk Niet-leven) worden de premies direct bij ingang van de overeenkomst verwerkt. Die premies worden in de resultatenrekening pro-rata gedurende de termijn van de verzekeringsdekking verantwoord als Verdiend. De voorziening voor niet-verdiende premies bevat het gedeelte van de geboekte premies voor de nog niet afgelopen termijn van de dekking.
2.10.2 Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten
De rentebaten en -lasten worden bij alle rentedragende instrumenten op basis van het toerekeningsbeginsel in de resultatenrekening opgenomen. Er wordt gebruik gemaakt van de effectieverentemethode op basis van de feitelijke aankoopprijs inclusief de directe transactiekosten. In die rentebaten zijn onder andere begrepen de verdiende coupons op instrumenten met een vaste of variabele rente en de waardevermeerdering of amortisatie van de korting of premie.
Is een financieel actief eenmaal afgewaardeerd tot de geschatte realiseerbare waarde, dan worden de rentebaten daarna gebaseerd op de effectieve rente die ook is gebruikt voor de contantmaking van de toekomstige kasstromen voor de bepaling van de realiseerbare waarde.
Dividenden worden opgenomen in de resultatenrekening wanneer het dividend is gedeclareerd.
Huurinkomsten en andere inkomsten worden opgenomen volgens het toerekeningsbeginsel, en worden lineair opgenomen tenzij er overtuigende aanwijzingen zijn dat de voordelen over de periode van de leaseovereenkomst niet gelijkmatig aangroeien.
2.10.3 Gerealiseerde en niet-gerealiseerde winsten en verliezen
Bij financiële instrumenten die worden aangemerkt als voor verkoop aangehouden, vertegenwoordigen de gerealiseerde winsten of verliezen op verkopen en desinvesteringen het verschil tussen de ontvangen opbrengsten en de oorspronkelijke boekwaarde van het verkochte actief, verminderd met eventuele in de resultatenrekening verantwoorde bijzondere waardeverminderingen, gecorrigeerd voor het effect van eventuele hedge accounting.
Bij financiële instrumenten die tegen de reële waarde in de winst- en verliesrekening worden verwerkt, wordt het verschil tussen de boekwaarde aan het einde van de huidige verslagperiode en de voorgaande verslagperiode opgenomen onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
Bij derivaten wordt het verschil tussen de 'schone' reële waarde (dat wil zeggen, zonder het niet-gerealiseerde gedeelte van de rentebijboekingen) aan het einde van de huidige verslagperiode en de voorgaande verslagperiode verantwoord onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
Eerder opgenomen direct in het eigen vermogen verwerkte nietgerealiseerde winsten en verliezen gaan over naar de resultatenrekening als ze niet langer worden opgenomen of in het geval van een bijzondere waardevermindering.
2.10.4 Commissiebaten
Commissies als integraal onderdeel van effectieve rente
Commissies die een integraal onderdeel vormen van de effectieve rente van een financieel instrument worden in het algemeen behandeld als een aanpassing op de effectieve rente. Wordt een financieel instrument echter tegen de reële waarde in de winst- en verliesrekening verwerkt, dan worden de commissies bij eerste opname van het instrument als baten verantwoord.
Commissies verwerkt wanneer de diensten worden geleverd
Commissies worden in het algemeen als baten verwerkt per de datum dat de diensten worden geleverd. Indien het onwaarschijnlijk is dat een specifieke leenovereenkomst wordt aangegaan en de lening wordt niet als derivaat aangemerkt, dan wordt de bereidstellingsprovisie op basis van tijdsevenredigheid gedurende de bereidstellingstermijn als bate verantwoord.
Commissies verwerkt na afronding van de onderliggende transactie
Commissies uit hoofde van het voeren van onderhandelingen ten behoeve van een transactie van een derde partij worden in het resultaat verantwoord als de transactie tot stand is gekomen. Commissieopbrengsten worden verantwoord wanneer de prestatieverplichting uitgevoerd is. Consortiumcommissie wordt verantwoord in het resultaat wanneer de syndicaatvorming is voltooid.
Commissiebaten uit beleggingsovereenkomsten
Dit houdt verband met door verzekeringsmaatschappijen afgegeven overeenkomsten zonder discretionaire winstdeling die als beleggingscontracten worden aangemerkt omdat het gedekte verzekeringsrisico niet significant is. De baten uit deze overeenkomsten betreffen de vergoeding voor de verzekeringsdekking, administratiekosten en afkoopkosten. Commissies worden als baten verwerkt per de datum dat de diensten worden geleverd. Aan de lastenkant staan sterfteclaims en bijgeschreven rente.
3 Overnames en desinvesteringen
De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2017 en 2016. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in noot 48 Gebeurtenissen na balansdatum.
3.1 Overnames in 2017
AG Insurance
In 2017 namen AG Insurance en AG Real Estate diverse kleine ondernemingen over voor een totaalbedrag van ongeveer EUR 50 miljoen. Daarnaast heeft AG Insurance enkele andere overnames en kapitaalverhogingen in geassocieerde deelnemingen uitgevoerd voor een totaalbedrag van circa EUR 20 miljoen.
3.2 Desinvesteringen in 2017
Cargeas Assicurazioni
Ageas bevestigde op 28 december 2017 de verkoop van zijn 50% + 1 aandeel in het aandelenkapitaal van zijn Italiaanse Niet-Levenactiviteiten Cargeas Assicurazioni (Cargeas) aan BNP Paribas Cardif te hebben afgerond. De totale verkoopprijs in contanten bedroeg EUR 178 miljoen.
De verkoop van Cargeas leverde een netto meerwaarde van EUR 77 miljoen op het niveau van Verzekeringen in het segment Continentaal Europa op, evenals EUR 10 miljoen in de Algemene Rekening op Groepsniveau.
De totale nettowinst van Cargeas over de verslagperiode tot de verkoop bedraagt EUR 16,4 miljoen (zie noot 9 Informatie operationele segmenten).
De impact van de verkoop van Cargeas op de Geconsolideerde balans van Ageas op de datum van verkoop was de volgende.
Desinvestering van Cargeas Assicurazioni
| Activa | Passiva | ||
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 36 | Verplichtingen inzake verzekeringscontracten | 551 |
| Financiële beleggingen | 515 | Schulden | 13 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 132 | Actuele en uitgestelde belastingen | 13 |
| Actuele en uitgestelde belastingvorderingen | 17 | Overlopende rente en overige verplichtingen | 68 |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 96 | ||
| Overige activa | 49 | Totaal verplichtingen | 645 |
| Eigen vermogen | 100 | ||
| Minderheidsbelangen | 100 | ||
| Totaal activa | 845 | Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 845 |
Overige desinvesteringen
In januari 2017 verkocht AG Real Estate 50% van de aandelen in BG1 (eigenaar van het PWC Lux-gebouw in Luxemburg) aan Sogecap voor EUR 71,5 miljoen. Omdat Ageas niet langer de zeggenschap heeft, wordt BG1 niet langer geconsolideerd en is een meerwaarde tegen 100% van EUR 73 miljoen verwerkt. Het overige belang van 50% is nu verantwoord als geassocieerde deelneming.
In januari 2017 verkocht Immo Nation, een dochtermaatschappij van AG Real Estate, 100% van zijn aandelen in Fontenay SAS, een magazijn in Frankrijk. De totale verkoopprijs bedroeg EUR 38,4 miljoen waarvan EUR 15,8 miljoen voor de aandelen en EUR 22,6 miljoen voor de herfinanciering van intragroepslening (verstrekt door Immo Nation) door de koper. Deze transactie leverde een meerwaarde van EUR 7,8 miljoen op.
3.3 Overnames in 2016
Ageas Seguros
Op 1 april 2016 rondde Ageas de overname af van AXA's Portugese verzekeringsactiviteiten. Deze bestonden uit een Niet-Leven-activiteit (belang 99,7%), een Direct/internet Niet-Leven-activiteit (belang 100%) en een Leven-activiteit (belang 95,1%), voor een totale waarde in contanten van EUR 172,4 miljoen. In deze transactie was ook de overname van het minderheidsbelang van 4,9% van de Leven-activiteit van een derde partij inbegrepen. In het derde kwartaal van 2016 verwierf Ageas het resterende minderheidsbelang van 0,3% in de Niet-Leven-activiteit. De naam van AXA Portugal werd gewijzigd in Ageas Seguros.
Dankzij de gecombineerde activiteiten steeg Ageas van de 6de naar de 2de plaats voor Niet-leven in Portugal (op basis van het bruto premie-inkomen) met een gecombineerd marktaandeel van 14,4% in 2015. Ageas had al een bestaande leiderspositie op het gebied van Leven in Portugal.
Ageas Seguros realiseerde in 2017 een nettoverlies van EUR 2 miljoen (2016: nettoverlies van EUR 11 miljoen).
De impact van Ageas Seguros op de Geconsolideerde balans van Ageas op de datum van de overname was de volgende.
Aankoop van Ageas Seguros
| Activa | Passiva | ||
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 15 | Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | 1.494 |
| Financiële investeringen en leningen | 1.379 | Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 93 |
| Vastgoedbeleggingen | 47 | Actuele en uitgestelde belastingen | 25 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 96 | Overlopende rente en overige verplichtingen | 87 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 56 | ||
| Actuele en uitgestelde belastingvorderingen | 82 | ||
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 164 | Totaal verplichtingen | 1.699 |
| Overige activa | 32 | Kostprijs | 172 |
| Totaal activa | 1.871 | Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 1.871 |
Joint venture voor Levensverzekeringen in Vietnam
In augustus 2015 ondertekenden Ageas en Muang Thai Life Assurance een overeenkomst met Military Commercial Joint Stock Bank (Military Bank) om in Vietnam een joint venture op te richten onder de naam MB Ageas Life.
In het kader van de overeenkomst heeft Ageas een aandelenparticipatie van 29% in het nieuwe bedrijf, Muang Thai Life Assurance 10%, en Military Bank bezit 61%. Voorts is overeengekomen dat Military Bank en MB Ageas Life een exclusieve bankverzekeringsovereenkomst met een duur van 15 jaar aangaan. De totale kapitaalinvestering voor de drie partners bedraagt ongeveer EUR 46 miljoen.
Andere acquisities
In het eerste kwartaal van 2016 kocht AG Real Estate voor een bedrag van EUR 28 miljoen 80% van de aandelen van Seniorenzentren Deutschland Holding. Seniorenzentren Deutschland Holding is voor 100% eigenaar van TSC Holding S.à.r.l., die eigenaar is van 12 verpleeginstellingen in Duitsland. Daarnaast heeft AG Insurance enkele andere overnames en kapitaalverhogingen in geassocieerde deelnemingen uitgevoerd voor een totaalbedrag van circa EUR 75 miljoen.
3.4 Desinvesteringen in 2016
Levensverzekeringsactiviteiten in Hongkong
Op 12 mei 2016 bevestigde Ageas de voltooiing van de verkoop van zijn Leven-activiteiten in Hongkong (AICA) aan JD Capital (Beijing Tongchuangjiuding Investment Management Co.) voor een totaal bedrag van EUR 1,22 miljard.
Na een aantal aanpassingen in de afrondingsfase leverde de transactie een totale nettomeerwaarde van EUR 403 miljoen op waarvan EUR 199 miljoen werd opgenomen in de Aziatische Verzekeringsresultaten en EUR 204 miljoen in de Algemene Rekening. Inclusief schuldvernieuwing bedroeg de positieve impact op de nettokaspositie EUR 1,26 miljard.
Het totale nettoresultaat van de Leven-activiteiten in Hongkong voor de periode tot de desinvestering beliep EUR 12,6 miljoen (zie noot 9 Informatie over operationele segmenten).
De impact van de verkoop van AICA op de geconsolideerde jaarrekening van Ageas op de verkoopdatum was als volgt.
Desinvestering van AICA
| Activa | Passiva | ||
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 339 | Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | 2.334 |
| Financiële investeringen en leningen | 2.529 | Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 977 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 977 | Schulden | 595 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 121 | Actuele en uitgestelde belastingen | 3 |
| Actuele en uitgestelde belastingvorderingen | 155 | Overlopende rente en overige verplichtingen | 50 |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 426 | ||
| Overige activa | 427 | Totaal verplichtingen | 3.959 |
| Eigen vermogen | 1.015 | ||
| Totaal activa | 4.974 | Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 4.974 |
Overige desinvesteringen
Op 24 juni 2016 verkocht AG Real Estate de holdingmaatschappij met een meerderheidsbelang in het Wiltcher's Complex aan AXA Investment Managers-Real Assets, waarbij deze namens een van zijn cliënten optrad. De transactie werd geschat op ongeveer EUR 120 miljoen.
3.5 Activa en verplichtingen van overnames en desinvesteringen
In de onderstaande tabel zijn de activa en verplichtingen als gevolg van overnames en desinvesteringen van dochterondernemingen en deelnemingen per de datum van de overname of desinvestering weergegeven.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Overnames | Verkopen | Overnames | Verkopen | |
| Activa en verplichtingen van overnames en desinvesteringen | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 6,7 | - 43,7 | 17,6 | - 347,2 |
| Financiële beleggingen | - 515,6 | 1.343,8 | - 2.399,6 | |
| Vastgoedbeleggingen | 147,6 | - 305,4 | 205,8 | - 77,5 |
| Vorderingen | 35,5 | - 182,2 | ||
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 95,5 | - 977,1 | ||
| Beleggingen in deelnemingen inclusief kapitaal verhogingen / (verlagingen) | 152,8 | 32,6 | 187,1 | - 22,1 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 26,6 | - 121,6 | 66,6 | - 126,2 |
| Actuele en uitgestelde belastingvorderingen | 4,8 | - 19,4 | 82,2 | - 8,8 |
| Overlopende rente en overige activa | 4,9 | - 66,1 | 25,8 | - 586,6 |
| Materiële vaste activa | 23,9 | - 0,4 | 3,9 | - 4,8 |
| Goodwill en overige immateriële activa | 43,9 | - 97,5 | 187,3 | - 437,5 |
| Activa aangehouden voor verkoop | - 145,3 | |||
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | - 551,2 | 1.493,4 | - 2.334,9 | |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 92,9 | - 977,1 | ||
| Schulden | 105,5 | - 162,6 | 119,4 | - 595,8 |
| Actuele en uitgestelde belastingen | 5,8 | - 20,2 | 40,1 | - 4,1 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 95,8 | - 96,2 | 89,6 | - 169,9 |
| Voorzieningen | - 0,5 | 4,7 | - 0,2 | |
| Minderheidsbelangen | 13,7 | - 167,1 | 20,6 | - 6,5 |
| Wijzigingen eigen vermogen samenhangend met overnames en desinvesteringen | - 9,8 | - 203,5 | ||
| Netto verworven activa / Netto vervreemde activa | 190,4 | - 274,8 | 390,4 | - 877,6 |
| Resultaat bij beëindiging bedrijfsactiviteiten, bruto | 207,6 | 496,0 | ||
| Resultaat op beëindigde bedrijfsactiviteiten, na belasting | 207,6 | 496,0 | ||
| Geldmiddelen aangewend voor acquisities / ontvangen bij verkopen: | ||||
| Totaal aankoopprijs / verkoopopbrengst | - 190,4 | 482,4 | - 390,4 | 1.373,6 |
| Min: Verworven/vervreemde geldmiddelen en kasequivalenten | 6,7 | - 43,7 | 17,6 | - 347,2 |
| Geldmiddelen aangewend voor acquisities / ontvangen bij verkopen | - 183,7 | 438,7 | - 372,8 | 1.026,4 |
De totale aankoopprijs voor overnames van dochterbedrijven en deelnemingen bedroeg in 2017 EUR 190,4 miljoen (2016: EUR 390,4 miljoen). Er was in 2017 geen kapitaalverhoging verstrekt door minderheidsbelangen (2016: EUR 12,2 miljoen).
4 Winst per aandeel
In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 623,2 | 27,1 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen | ||
| voor gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) | 201.765 | 208.521 |
| Aanpassingen voor: | ||
| - aandelen onder voorwaarden (in duizenden) verwacht te worden toegekend | 226 | 410 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen | ||
| voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) | 201.991 | 208.931 |
| Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 3,09 | 0,13 |
| Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 3,09 | 0,13 |
In 2017 zijn opties op een gewogen gemiddelde van 479.690 aandelen (2016: 969.877) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 154,32 per aandeel (2016: EUR 217,94 per aandeel) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties aanzienlijk hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen.
Tijdens 2017 en 2016 waren 3,97 miljoen Ageas aandelen afkomstig van de FRESH uitgesloten van de berekening van de verwaterde winst per aandeel aangezien de rente per aandeel bespaard op deze effecten hoger lag dan de gewone winst per aandeel.
De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, totaal 3,96 miljoen (31 december 2016: 3,96 miljoen), behoren tot de gewone aandelen (zie ook noot 46 Voorwaardelijke verplichtingen). Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.
5 Risicomanagement
Als multinationale aanbieder van verzekeringen, creëert Ageas waarde via het accepteren, opslaan en transformeren van risico's die behoorlijk kunnen worden beheerd, zowel op afzonderlijk als op algemeen portefeuilleniveau. Ageas Insurance operaties biedt zowel Leven als Niet-leven verzekeringen aan. Hierdoor ziet Ageas zich geconfronteerd met een aantal interne en externe risico's die van invloed kunnen zijn op de activiteiten, de bedrijfswinst, de koers van het aandeel, de waarde van de beleggingen en de afzet van bepaalde producten en diensten. Naast de verzekeringsactiviteiten omvat Ageas ook de Algemene Rekening, een segment waaronder activiteiten vallen die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals het beheer van het Fortisverleden, groepsrisico- en financieringen en andere activiteiten van de holding.
De algehele risicostrategie van Ageas bestaat uit:
- maximaliseren van aandeelhouderswaarde binnen de beperkingen van het risk appetite-kader, rekening houdend met de bescherming van de polishouders. De risicoacceptatie van Ageas is beheerst en gericht op activiteiten die aantrekkelijke voor risico gecorrigeerde rendementen bieden;
- mijden van ongewenste concentraties van blootstelling aan hetzij afzonderlijke of collectieve risico's. Wij realiseren dit door het gebruik van consistente limietsystemen, evenals beleid voor alle risicocategorieën, zowel op bedrijfs- als op groepsniveau;
- nemen van risico's die wij begrijpen, aan die wij kunnen waarderen en juist kunnen beheren (hetzij op afzonderlijk niveau of op het niveau van de totale portefeuille. Wij nemen geen risico's waarvan de gevolgen en potentiële verliezen onduidelijk of onbeperkt zijn;
- integratie van risicomanagement in strategische (d.w.z. jaarlijkse strategische planning) en besluitvormingsprocessen;
- gebruik van modellen als een intrinsiek instrument bij het verzamelen van informatie, bepalen van prognoses en vooruitzichten gebaseerd op specifieke gebeurtenissen en parameters. De modellen worden aangevuld door deskundige beoordelingen; beide elementen samen zijn fundamenteel voor de bedrijfs- en risicostrategieën;
- creëren van een open klimaat dat doeltreffende communicatie over risico en risicomanagement in de hele Groep bevordert.
Het inbedden van de risicostrategie vindt plaats in de prestatiemanagementcyclus, ontwikkeld rond het jaarlijkse proces van strategische planning en ORSA (Own Risk and Solvency Assessment), ondersteund door relevante modelleringsbenaderingen.
5.1 Risicomanagementkader
Ageas definieert risico als de afwijking van verwachte resultaten. Deze afwijking kan een effect hebben op de solvabiliteit, de inkomsten of de liquiditeit van Ageas, evenals op de bedrijfsdoelstellingen of toekomstige kansen. De risico's van Ageas vloeien derhalve voort uit de blootstelling aan externe en interne risicofactoren bij de uitvoering van de verzekeringsactiviteiten.
Om ervoor te zorgen dat alle materiële risico's begrepen worden en doeltreffend worden beheerd, heeft Ageas een Enterprise Risk Management (ERM)-kader opgesteld dat:
- waarborgt dat de risico's die een effect hebben op het realiseren van strategische en bedrijfsdoelstellingen in kaart worden gebracht, onderzocht, gevolgd en beheerst;
- een risk appetite-kader definieert dat ervoor zorgt dat het risico op insolvabiliteit te allen tijde op redelijke niveaus behouden blijft en ervoor zorgt dat het risicoprofiel binnen de risk appetite blijft;
- het besluitvormingsproces ondersteunt door erop toe te zien dat informatie over risico's tijdig beschikbaar is voor beslissers en consistent en betrouwbaar is;
- een cultuur van risicobewustzijn tot stand brengt waarin iedere manager zijn taken uitvoert met inzicht in de risico's van zijn activiteiten, deze risico's adequaat beheert en hierover transparant rapporteert.
Schematisch kan het Risicomanagementkader verder worden voorgesteld zoals hieronder:
De risicoclassificatie van Ageas zal vervolgens worden beschreven, gevolgd door een beschrijving van het risk appetite kader van Ageas.
5.1.1 Risicoclassificatie
De risicoclassificatie van Ageas is ontwikkeld om een consistente en samenhangende benadering te verzekeren voor de identificatie, de beoordeling, het beheer en de follow-up van risico's door alle binnen de Groep geïdentificeerde risico's te signaleren en te definiëren. Deze geldt als basis voor alle inspanningen inzake risicomanagement. Het is opgedeeld in vier brede categorieën: Financiële risico's, Verzekeringsverplichtingsrisico's, Operationele risico's en Strategische en Bedrijfsrisico's.
Ageas heeft een Key Risk Report proces op groepsniveau om belangrijke risico's te kunnen identificeren die een invloed zouden kunnen hebben op de uitoefening van de doelstellingen. Het beoordeelt eveneens het controlekader dat op punt staat om ervoor te zorgen dat deze risico's worden beheerd op continue basis. Elke business volgt de voor hen belangrijkste risico's ten minste een keer per kwartaal en de belangrijkste risico's worden ook op groepsniveau bewaakt. Een brede waaier aan interne en externe bronnen wordt gebruikt voor de identificatie van belangrijke risico's.
Geïdentificeerde risico's, die worden ingedeeld volgens de risicoclassificatie van Ageas, worden door de verschillende entiteiten beoordeeld en gerapporteerd aan de Ageas-groep via een standaardraster voor kans en impact dat een overzicht geeft van het algemene risico dat elk risico vertegenwoordigt (bijv. hun materialiteit). De risico's worden kwalitatief beoordeeld in verhouding tot de doelstellingen waarmee ze worden geassocieerd.
Group Risk consolideert alle rapporten. Het geconsolideerde overzicht wordt besproken op het niveau van het Ageas Risk Committee, het Management Committee, het Executive Committee, het Risk & Capital Committee en de Raad van Bestuur. Deze organen worden beschreven in sectie 5.2.
| Totaal risico | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financieel risico | Verzekeringstechnisch risico | Operationeel risico | Strategisch & bedrijfsrisico | ||||
| Marktrisico Renterisico (reëel en nominaal) Eigen vermogen Spreadrisico Valutarisico Vastgoed Marktrisicoconcentratie Wanbetalingsrisico Tegenpartijrisico Investeringsrisico Liquiditeitsrisico |
Levensverzekeringstechnisch risico Sterfte Langleven Invaliditeit/morbiditeit Verval/behoud Kosten Herziening Verzekeringstechnisch risico Niet-leven Premies Reserves Verval Gezondheid verzekeringtechnisch risico Vergelijkbaar met leven Sterfte Langleven Invaliditeit/morbiditeit Verval/behoud Kosten Herziening Niet vergelijkbaar met leven Premies Reserves Verval Catastroferisico |
Klanten, producten en bedrijfsactiviteiten Uitvoering, levering en procesmanagement Verstoring van de bedrijfsvoering en systeemuitval Werknemers en veiligheid op het werk Interne fraude Externe fraude Schade aan activa |
Regelgevingsrisico Concurrentierisico Distributierisico Reputatierisico Landenrisico Overige Omgevingsrisico's Concentratierisico Risico's immateriële vaste activa Strategisch risico |
5.1.2 Het meten van kapitaalvereisten
Onder Solvency II gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) (voor Niet-leven op het niveau van bepaalde entiteiten) om zijn Solvency kapitaalvereisten te meten onder Pijler 1. Ageas vult het PIM voor Nietleven aan met eigen interne analyse om zijn Solvency-kapitaalvereisten te meten (genoemd SCRageas) onder Pijler 2. Naast het Partieel Intern Model voor Niet-leven verfijnt de SCRageas de standaardformule met de volgende elementen:
- Herziene behandeling van spreadrisico:
- opname van de fundamentele spread voor blootstellingen aan EU-overheden (en gelijkwaardig);
- uitsluiting van niet-fundamentele spread op andere schulden;
- Intern model Real Estate (incl. parkeerconcessies);
- Uitsluiting van overgangsmaatregelen.
De SCRageas is een éénjarige Value at Risk (VaR) graadmeter voor het Solvency II eigen vermogen die overeenkomt met een waarschijnlijkheid van 99,5% solvabiliteit (de "1 op 200").
Deze SCRageas wordt daarna vergeleken met het in aanmerking komende eigen vermogen om de algehele kapitaalvereisten van de Groep te bepalen en de Solvency IIageas ratio vast te stellen.
Raadpleeg voor meer informatie over Solvency II, noot 6 Toezicht en solvabiliteit.
De algehele kapitaalvereisten worden elk kwartaal en elk jaar op Groepsniveau gecontroleerd:
- via een Solvabiliteits- en Kapitaalrapport op kwartaalbasis, zorgt de Raad van Bestuur van Ageas ervoor dat de kapitaaltoereikendheid op actuele basis wordt bereikt;
- de Raad van Bestuur van Ageas beoordeelt en stuurt eveneens proactief de kapitaaltoereikendheid van de Groep aan op een meerjarenbasis, waarbij rekening wordt gehouden met de strategie en voorspelde zakelijke en risicoveronderstellingen. Dit wordt gedaan aan de hand van een proces dat 'Own Risk & Solvency Assessment' (beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit) wordt genoemd en dat wordt ingebed in het meerjarige begrotings- en planningproces van Ageas.
5.1.3 Risk appetite
Het risk appetite-kader van Ageas is van toepassing op alle dochtermaatschappijen van Ageas, (gedefinieerd als entiteiten waarin Ageas, rechtstreeks of niet rechtstreeks aandeelhouder is en de operationele zeggenschap heeft) en op basis van een inspanningsverplichting, op gelieerde ondernemingen (gedefinieerd als entiteiten waarin Ageas, rechtstreeks of niet rechtstreeks aandeelhouder is maar niet de operationele zeggenschap heeft.
Het risk appetite-kader van Ageas – gevalideerd door de Raad van Bestuur – bepaalt de formele grenzen voor het nemen van risico's. Het risk appetite-kader moet ervoor zorgen dat:
- de blootstelling aan een aantal belangrijke risico's van elke dochtermaatschappij en de Groep als geheel binnen bekende, aanvaardbare en gecontroleerde niveaus blijven;
- de risk appetite-criteria worden duidelijk gedefinieerd zodat de huidige blootstellingen en activiteiten kunnen worden vergeleken met de criteria die op het niveau van de Raad van Bestuur werden goedgekeurd, waardoor er een opvolging kan bestaan en positieve bevestiging dat risico's worden beheerst en dat de Raad van Bestuur in staat is en bereid om deze blootstellingen te aanvaarden;
- de risicolimieten op een transparante en duidelijke manier worden verbonden aan de feitelijke risicocapaciteit van een dochtermaatschappij en de Groep.
Het risk appetite-kader bestaat uit criteria die worden gebruikt om de bereidwilligheid van het management te formuleren om risico te nemen op een specifiek domein. De criteria kunnen worden uitgedrukt in kwantitatieve en kwalitatieve termen, afhankelijk van hun aard. De Groep en elke dochtermaatschappij moeten daardoor een Risk Appetite Statement formuleren, dat het volgende bevat:
- de criteria die hun risk appetite definiëren;
- de maatregelen die voor elk criterium moeten worden gebruikt;
- de kwantitatieve of kwalitatieve limieten die voor elk criterium moeten worden nageleefd.
Op groepsniveau worden de volgende criteria onderworpen aan beperkingen:
- solvabiliteit;
- inkomsten;
- liquiditeit.
De Risk Appetite Statements van Ageas aangaande solvabiliteit
De risicoblootstellingen van Ageas moeten worden beperkt om ervoor te zorgen dat te allen tijde zijn:
- Risk Consumption (RC) blijft onder het Risk Appetite (RA) budget van Ageas, bepaald op 40% van het Eigen Vermogen (EV), na aftrek van verwachte dividenden;
- Capital Consumption (CC) blijft onder het target capital (TC), vastgesteld op 175% van de SCRageas op het niveau van totaal Verzekeringen;
- het eigen vermogen blijft hoger dan zijn Minimum Acceptable Capital (MAC).
In deze statements:
- is RC het niveau van bufferkapitaal dat gebruikt wordt door het huidige risicoprofiel van Ageas, overeenkomend met een verlies in 1 jaar op 30;
- is RA het niveau van kapitaal dat ligt boven het Minimum Acceptable Capital dat beschikbaar is voor de Groep of zijn dochterondernemingen om risico's te kunnen nemen. Het wordt uitgedrukt als een percentage van het eigen vermogen, na aftrek van verwachte dividenden;
- is CC het totale niveau van kapitaal dat wordt gebruikt door Ageas of zijn dochterondernemingen op basis van het huidige risicoprofiel, gedefinieerd als de som van het Minimum Available Capital en de Risk Consumption;
- is TC het totale niveau van kapitaal dat de Groep of haar dochtermaatschappijen verwacht wordt aan te houden voor het nemen van risico's. Het wordt gedefinieerd als een veelvoud van de SCRageas;
- is MAC het kapitaalniveau waaronder de Groep of dochteronderneming als onder stress wordt beschouwd. Het wordt gedefinieerd als 100% van SCRageas onder Solvency II. Zie voor de definitie van SCRageas noot 6 Toezicht en solvabiliteit.
Wanneer de RC de RA overschrijdt op het niveau van de Groep of dochteronderneming, dan is het de verantwoordelijkheid van het Executive Committee om oplossingen voor te stellen aan de Raad van Bestuur van de Groep of van de dochteronderneming om acties te ondernemen.
| Risk Appetite |
RA : Risk Appetite Budget goedgekeurd in de Raad van Bestuur om risico te nemen om strategische doelstellingen na te streven RA beperkt tot 40% eigen vermogen van de verzekeraars Bepaald op een verliesgebeurtenis van 1 op 30 Driemaandelijkse stresstest op feitelijke Risk Consumption Lokaal risicoprofiel en lokale risk appetite |
|---|---|
| MAC | Minimum Acceptable Capital MAC : Kapitalisatieniveau dat we willen beschermen Doelstelling van de Groep: MAC = 100% van de SCRageas |
5.2 Risicomanagement organisatie en bestuur
Het Ageas risicomanagementkader houdt rekening met de managementstructuur van Ageas, die in detail wordt uitgewerkt rond de Ageas Groep, regio's (een set van entiteiten met gemeenschappelijke regionale controle) en lokale entiteiten. Een bedrijf op lokaal niveau wordt ofwel beschouwd als een operating company (ook OpCo of dochtermaatschappij genoemd) of een minderheidsparticipatie (ook geassocieerde deelneming genoemd of gelieerde onderneming).
Het Management wordt verder georganiseerd rond het concept van bestuursstructuur gedefinieerd door de Raad van Bestuur van Ageas als een juridische entiteit of een set juridische entiteiten die identieke Raden delen onafhankelijk van de toezichthouders. Bestuursstructuren kunnen zowel op regionaal en/of lokaal niveau aanwezig zijn.
De Raad van Bestuur is uiteindelijk verantwoordelijk voor het algemene Risicobeheer. Het wordt in de decharge van zijn taken bijgestaan door verschillende belangrijke bestuursorganen zoals hieronder wordt weergegeven en verder in deze sectie wordt toegelicht.
Om de opzet van het algemene risico- en beheerkader te bewaken, tekortkomingen op te sporen en de aanpak te optimaliseren, werkt Ageas volgens een 'three lines of defence' model:
Eerste 'line of defence': De lokale dochtermaatschappijen dragen de hoofdverantwoordelijkheid dat Ageas geen schade lijdt door onverwachte gebeurtenissen. Zij dienen de volledige classificatie van risico's die zich binnen hun werkterreinen voordoen te beheersen. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de bedrijfsstrategie; dit geldt voor zowel de CEO, de lijn- en businessmanagers als de medewerkers in de bedrijfsonderdelen. Deze eerste verdedigingslinie bestaat uit een robuuste risicocultuur en een sterk risicobewustzijn tot op het diepste niveau van de organisatie. Zij zijn verantwoordelijk voor het beheersen van risico's in lijn met de lokale interne vereisten, die consistent dienen te zijn met de vereisten op groepsniveau. Zij zijn ervoor verantwoordelijk dat de juiste processen en controles plaatsvinden en op correcte wijze worden uitgevoerd.
- Tweede 'line of defence':
- Risk Management geeft de richting aan voor het management, maar is niet verantwoordelijk voor de besluiten van het management of de uitvoering ervan. De rol ervan bestaat voornamelijk uit het adviseren van het seniormanagement bij het bepalen van de strategie op groepsniveau en de totale risk appetite en het zorg dragen voor de coördinatie, bewaking, toetsing en ondersteuning van het beheersen ervan. Group Risk en lokale risicofuncties zorgen voor hoogstaande normen van risicomanagement via de ontwikkeling van een enterprise risk management (ERM)-kader meer in het bijzonder via risicospecifieke beleid, limieten en minimumnormen. Zij coördineren de implementatie van risico-initiatieven en maken vooral ook het senior management bewust van risico's op geconsolideerd niveau. Verder ondersteunt deze tweede verdedigingslinie ExCo of het lokale management committee alsmede de Raad van Bestuur, met als doel de totale risk appetite, de risicolimieten, het risicorendementsprofiel en het gebruik van de risicodragende capaciteiten te optimaliseren. De risicofuncties van de tweede verdedigingslinie zijn bovendien verantwoordelijk voor de communicatie over en verankering van de risicostrategie, het risicobewustzijn en de risicobeheersing binnen de hele organisatie.
- De rol van de Actuariële Functie is gebaseerd op specifieke technische expertise en ervaring die in de functie werd opgedaan. Ze coördineert de berekening van de technische voorzieningen en handelt onafhankelijk van modelmanagers, implementatiemanagers en modelgebruikers om een oordeel te verstrekken over de betrouwbaarheid en toereikendheid van de technische voorzieningen. Ook verstrekt ze een oordeel over het gepaste karakter van de verzekeringstechnische praktijken en de herverzekeringsregelingen.
- Compliance fungeert hierin als 'borgingsorgaan' dat een redelijke mate aan zekerheid waarborgt. Dat wil zeggen dat deze afdeling ervoor zorgt dat de organisatie en haar medewerkers voldoen aan wetten, regelgeving, interne regels en ethische normen. Vanuit die hoedanigheid controleert Compliance of er sprake is van een beleid (voor zowel risico als compliance) en of dit beleid voldoet aan alle interne en externe regels en vereisten.
- Derde verdedigingslinie: De afdeling Interne Audit zorgt voor het juiste ontwerp en de juiste implementatie van het riskgovernancekader en de naleving van richtlijnen, beleidslijnen en processen.
A. ORGANISATIE RISICOMANAGEMENT OP GROEPSNIVEAU
De Raad van Bestuur is uiteindelijk verantwoordelijk voor het algemene Risicobeheer. Het wordt in de decharge van zijn taken bijgestaan door verschillende belangrijke bestuursorganen zoals hieronder wordt weergegeven en verder in deze sectie wordt toegelicht.
De besturen en commissies hebben de volgende verantwoordelijkheden met betrekking tot risico:
Raad van bestuur
De Raad van Bestuur is het ultieme beslissingsorgaan binnen Ageas zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Algemene Vergadering. De Raad van Bestuur bepaalt de strategie van Ageas, de risk appetite en de algemene limieten voor risicotolerantie. Onder andere keurt het de geschikte kaders goed voor het risicomanagement en beheersing, kijkt het toe op de prestatie van externe en interne audits en volgt het de prestatie op van Ageas inzake zijn strategische doelstellingen, plannen, risicoprofielen en budgetten.
Risk & Capital Committee
Het Risk & Capital Committee (RCC) adviseert de Raad van Bestuur via aanbevelingen over risico- en kapitaalaangelegenheden, en in het bijzonder over (i) de definitie van, het toezicht op en de bewaking van het risicoprofiel van Ageas ten opzichte van het beoogde niveau van risk appetite zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur; (ii) kapitaaltoereikendheid en kapitaalallocatie met betrekking tot de strategie en strategische initiatieven met inbegrip van de Own Risk & Solvency Assessment (ORSA); (iii) strategische asset allocation; (iv) het risk governance raamwerk van Ageas en zijn processen en v) alle financiële aspecten van de zaken uit het verleden van het vroegere Fortis.
Audit Committee
Het Audit Committee assisteert de Raad van Bestuur bij het toezicht op en bewaken van verantwoordelijkheden met betrekking tot de interne controle in de breedste zin van het woord. Dit omvat ook de interne controle van de financiële- en risico rapportage.
Executive Committee
de Raad van Bestuur heeft de ExCo aangesteld om voorstellen te ontwikkelen gerelateerd aan de strategie van de organisatie die rekening houden met de managementvereisten inzake risico en financieel beheer die werden bepaald. Onder andere volgt het Executive Committee de prestatie van Ageas op als geheel, met inbegrip van belangrijke vaststellingen die worden gerapporteerd via de risicomanagement functie en commissies. Het implementeert afdoende systemen van interne controles met inbegrip van het bestuur en rapportage van risico's en financiële rapporten. Het zorgt ervoor dat er gepaste en doeltreffende functies en processen voor interne audit, risicomanagement en compliance bestaan. Het adviseert het Risk & Capital Committee, de Raad van Bestuur en de markten/aandeelhouders over het bovenstaande.
Management Committee
Het Management Committee adviseert het Executive Committee met betrekking tot de strategie en bedrijfsontwikkeling, beleid van Ageas op groepsniveau met inbegrip van financieel beheer (zoals financieringsstrategie, solvabiliteitsaangelegenheden, maar met uitzondering van dividendbeleid) en risicomanagement (zoals risk appetite).
De volgende organen geven advies – uiteindelijk aan het Executive Committee en/of de Raad van Bestuur, tenzij ze expliciet werden gemandateerd voor specifieke taken om beslissingen te nemen door het Executive Committee en/of de Raad van Bestuur.
Ageas Investment Committee
Het Ageas Investment Committee (AGICO) adviseert het Executive Committee, bewaakt de totale marktrisico's en zorgt ervoor dat die risico's in overeenstemming zijn met het risicokader en binnen de vastgestelde limieten worden beheerst. Het adviseert het management bij investeringsbeslissingen. Het behoort tevens tot de rol van de commissie om op het gebied van strategische activa-allocatie en Asset & Liability Management aanbevelingen te doen op het niveau van de holding. Het doel van het Ageas Investment Committee is het algehele investeringsbeleid van de groep te optimaliseren. Het zorgt ervoor dat, indien noodzakelijk, maatregelen worden getroffen (onder meer risicovermindering). Het zorgt ervoor dat, indien noodzakelijk, maatregelen worden getroffen (onder meer risicovermindering). Deze commissie is gesplitst in een Aziatisch deel en Europees deel. Dit zorgt voor relevante regiofocus.
Ageas Risk Committee (ARC)
Ageas Risk Committee (ARC) adviseert het Executive Committee over alle risico gerelateerde onderwerpen. Die commissie ziet erop toe dat alle risico´s die van invloed zijn op de realisatie van strategische, operationele en financiële doelstellingen direct worden gesignaleerd, gemeten, beheerst, gemeld en bewaakt (aan de hand van toereikende risk appetite-limieten). Ook zorgt de commissie ervoor dat het risicobouwwerk en de risico-organisatie toereikend zijn en dat men zich daaraan houdt (zoals voorgeschreven door het ERM-kader). De Chief Risk Officers en Chief Financial Officers van de regio's zijn lid van de ARC, die ervoor zorgt dat de beslissingen of aanbevelingen gemaakt door de ARC rekening houden met de visies en expertise van de operaties. De belangrijkste risicoaangelegenheden en methodologieën worden herzien en bepaald door het Executive Committee en door de Raad van Bestuur. Het ARC wordt zelf geadviseerd door het Ageas Risk Forum over onderwerpen in verband met het risicomanagementkader en door de Model Control Board van Ageas, die ervoor zorgt dat er relevante modellen worden gehanteerd die geschikt zijn voor de taak waarvoor ze worden gebruikt.
Ageas Risk Forum (ARF)
Het Ageas Risk Forum (ARF) adviseert het Ageas Risk Committee over vraagstukken verbonden met het enterprise risk management-kader. De regionale Risk Officers zijn leden van het ARF en waarborgen het uitwisselen van kennis en best practices teneinde het enterprise risk management-kader van de Groep verder te ontwikkelen en voortdurend te verbeteren. Waar gepast wordt het ARF zelf geadviseerd door risicotechnische commissies.
Ageas Model Control Board (MCB)
De Ageas Model Control Board (MCB) adviseert het Ageas Risk Committee over vraagstukken verbonden met de modellen en methodieken. De MCB bestaat uit Group Risk Model Managers en vertegenwoordigers van alle regio's, wat goede interacties met de lokale Model Control Boards mogelijk maakt. Het MCB waarborgt dat de gebruikte modellen geschikt zijn en passen bij de taken waarvoor deze worden ingezet. Waar gepast wordt de MCB zelf geadviseerd door risicotechnische commissies.
Risicotechnische commissies
Risicotechnische commissies, zoals Ageas Financial Risk Technical Committee, Ageas Life Technical Committee, Ageas Non-life Technical Committee en Ageas Operational Risk Technical Committee fungeren als technisch deskundige organen. Zij zien toe op de consistentie van de methoden en modellen die bij de lokale dochtermaatschappijen van Ageas worden toegepast. Zij verzamelen de bedrijfsvereisten en stemmen de platforms van de Ageas groep op elkaar af. Dat wil zeggen dat zij de risicobeoordelingen ondersteunen en de bedrijfsvereisten afstemmen op die van de toezichthouder. De commissies fungeren verder als adviesorganen voor het ARF en de MCB.
Group Risk Function
De Group Risk Function, die valt onder de verantwoordelijkheid van de Group Risk Officer, is verantwoordelijk is voor het bewaken van, en verslag uitbrengen over het algehele risicoprofiel van de groep, inclusief het totale risicoprofiel van de verzekeringsmaatschappijen. Die functie ontwikkelt, formuleert en implementeert het ERM-kader dat via regelmatige geactualiseerde risicobeleidslijnen wordt gedocumenteerd. De risicofunctie zorgt dat de totale modelgovernance klopt en houdt daarbij rekening met de opmerkingen van het onafhankelijke Model Validation-team van Ageas. De functie coördineert ook grote risicogerelateerde projecten.
Bovengenoemde structuren bevorderen consistentie, transparantie en uitwisseling van kennis en zorgen ervoor dat de ontwikkelingen op groepsniveau profiteren van de praktische ervaring en deskundigheid van de lokale dochtermaatschappijen.
B. ORGANISATIE RISICOMANAGEMENT OP HET NIVEAU VAN DE LOKALE DOCHTERMAATSCHAPPIJEN
Elke lokale dochtermaatschappij:
- is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een allesomvattend risicomanagementkader;
- is verantwoordelijk voor het beheer van de risico's binnen de gestelde limieten, beleids- en richtlijnen die door de Ageas Groep, de toezichthouder en het lokaal bestuur worden bepaald.
Elke lokale dochtermaatschappij van Ageas heeft verplicht:
- een Risk Committee en een Audit Committee die de Raad van Bestuur bijstaan in het toezicht;
- een Management Risk Committee, dat ondersteuning biedt aan het eigen managementteam door ervoor te zorgen dat de belangrijkste risico's goed doorgrond worden en dat de juiste risicomanagementprocedures van kracht zijn;
- een ALM Committee dat marktrisico's volgt zodat deze risico's worden beheerst in overeenstemming met het risicoraamwerk en binnen de afgesproken limieten;
-
een lokale Model Control Board die afstemt met de MCB van Ageas;
-
een risicofunctie (of Risk Officer) die de werkzaamheden van het Risk Committee ondersteunt en risicoverslaggeving en -opinies verzorgt voor de lokale CEO, het lokale bestuur en het management van de Ageas Groep;
- een actuariële functie in overeenstemming met Solvency II regelgevingsvereisten;
- een compliancefunctie die het bestuurs- of leidinggevend orgaan adviseert over de naleving van wettelijke en administratieve bepalingen en daar waar deze aanvullende eisen stellen, over beleid op groepsniveau en op lokaal niveau. Compliance onderzoekt de mogelijke impact van veranderingen in de wettelijke omgeving op de activiteiten van de betrokken onderneming en signaleert compliance risico's;
- een interne audit functie die de adequaatheid en doeltreffendheid van het interne beheersingssysteem en overige elementen van het risicobeheerssysteem evalueert.
5.3 Risicomanagementprocessen
Ageas voert een groepsbreed Key Risk Report proces uit om de belangrijkste (bestaande en dreigende) risico's in kaart te brengen, die een impact kunnen hebben op onze doelstellingen. Het beoordeelt eveneens het controlekader dat op punt staat om ervoor te zorgen dat deze risico's worden beheerd op continue basis. Elke business volgt de voor hen belangrijkste risico's ten minste een keer per kwartaal en de belangrijkste risico's worden ook op groepsniveau bewaakt. Een brede waaier aan interne en externe bronnen wordt gebruikt voor de identificatie van belangrijke risico's. De belangrijkste gebruikte bronnen zijn:
- Beoordeling van de toereikendheid van interne controle (INCA);
- ERM review, inclusief Model (Self) Assessments;
- Actuariële beoordelingen;
- Onafhankelijke Model Validatie Rapporten;
- Interne / Externe Auditrapporten;
- Compliance Rapporten;
- Juridische Rapporten;
- Performance notities / Performance targets (MYB);
- Key Risk Rapporten.
Processen
Tenminste één keer per jaar wordt een volledige bottom-up zelfbeoordeling op het gebied van risico en beheersing uitgevoerd, waarbij alle belangrijke risico's waaraan de organisatie is blootgesteld worden geïnventariseerd.
De geïnventariseerde risico's worden aan de hand van de Ageas risicoclassificatie ingedeeld. De risico's worden door de verschillende entiteiten met behulp van een standaard 'likelihood & impact' overzicht geëvalueerd en gerapporteerd aan Ageas Group Risk. Hiermee wordt het belang van deze risico's (d.w.z. de materialiteit in termen van hun potentiële financiële en/of niet-financiële impact) weergegeven. De risico's worden op een kwalitatieve wijze beschreven en de impact ervan op de ermee samenhangende doelstellingen wordt uitgelegd.
Elk kwartaal wordt de lijst met de allerbelangrijkste risico's bekeken door het Risk & Capital Committee en door de Raad van Bestuur van Ageas.
Risk Officers van elke lokale dochtermaatschappij en regio (en de Corporate Function) geven elk kwartaal updates van deze risicooverzichten aan Ageas Group Risk. Group Risk verzamelt vervolgens alle gegevens waarna het totale risico wordt besproken op het niveau van de ARC en Executive Committee.
Lokale, regionale en groeps-CRO's geven maandelijks rapportages aan het ARC, waarin zij ingaan op belangrijke evoluties in gerapporteerde risico's en eventuele identificatie van nieuwe en/of opkomende risico's.
5.4 Details inzake verschillende risicoposities
De volgende secties geven meer details van de verschillende risicoblootstellingen van Ageas.
5.4.1 Financieel risico
Financieel risico betreft alle risico's die samenhangen met de waarde en resultaatontwikkeling van activa en verplichtingen die van invloed kunnen zijn op de solvabiliteit, winst en liquiditeit als gevolg van veranderingen in financiële omstandigheden. Hieronder vallen:
- marktrisico;
- risico dat optreedt wanneer een tegenpartij in gebreke blijft;
- liquiditeitsrisico.
Het financieel risico is voor veel van de activiteiten van Ageas het belangrijkste risico. In het risicokader voor alle activiteiten worden beleggingsbeleid, limieten, stresstests en regelmatige bewaking gecombineerd om de aard en omvang van de financiële risico's te beheersen en ervoor te zorgen dat de genomen risico's aanvaardbaar zijn voor de klant en de aandeelhouder en dat daar een overeenkomstig rendement tegenover staat.
De lokale dochtermaatschappijen van Ageas bepalen de totale beleggingsmix op basis van onderzoek naar de juiste strategische mix en de adequaatheid ervan vanuit ALM oogpunt. Over de tactische allocatie beslissen ze naar aanleiding van de ontwikkelingen van de marktsituatie en –vooruitzichten. In het besluitvormingsproces gaat het bij de juiste streefmix om het vinden van een evenwicht tussen risk appetite, kapitaalvereisten, risico en rendement op de lange termijn, de verwachtingen van de polishouders, afspraken over winstdeling, belastingen en liquiditeit. De missie van de Group Risk-functie is onder meer de bewaking van de totale risk appetite voor financieel risico en de nauwe samenwerking met de lokale dochtermaatschappijen om het beleid en de 'best practices' tot stand te brengen die door het lokale bestuur moeten worden goedgekeurd zodat ze een onderdeel vormen van de reguliere activiteiten op lokaal niveau.
5.4.1.1 Marktrisico
Marktrisico komt voort uit ongunstige veranderingen in de financiële situatie als gevolg, direct of indirect, van fluctuaties van het niveau en de volatiliteit van marktprijzen van activa en verplichtingen.
Het omvat de volgende subrisico's:
- a. renterisico;
- b. aandelenrisico;
- c. spreadrisico;
- d. valutarisico;
- e. vastgoedrisico;
- f. marktrisicoconcentratie.
A. RENTERISICO
Renterisico bestaat voor alle activa en verplichtingen die gevoelig zijn voor veranderingen in de rentetermijnstructuur of in de volatiliteit van de rente. Dit geldt zowel voor reële als voor nominale termijnstructuren. Veranderingen in het renterisico kunnen ook een invloed uitoefenen op de producten die de verzekeringsmaatschappijen verkopen, bijvoorbeeld via garanties, winstdelingen en de waarde van de beleggingen van Ageas. Dit risico ontstaat door een 'mismatch' tussen de rentegevoeligheid van activa en verplichtingen voor veranderingen in rentevoeten en de daarmee gepaard gaande volatiliteit.
Ageas meet, bewaakt en beheerst het renterisico aan de hand van een aantal indicatoren zoals kasstroomverschillenanalyse en stresstests. Het beleggingsbeleid en het ALM-beleid vereisen gewoonlijk een duidelijke afstemming tenzij afwijking geaccordeerd is. Langer lopende zaken kunnen lastiger zijn om af te stemmen aangezien geschikte activa ontbreken. In de matchingstrategie wordt rekening gehouden met de risk appetite, de beschikbaarheid van de (langetermijn)activa, de huidige en verwachte marktrente en de garantieniveaus. In voorkomende gevallen wordt gebruik gemaakt van derivaten om het renterisico af te dekken. Wij wijzen erop dat lage rentetarieven worden gedefinieerd als een strategisch risico, met focus op de structuur van vaste/variabele kosten.
De typische langetermijnverzekeringsverplichtingen en het tekort aan langetermijnactiva zorgen voor een negatief verschil voor de categorieën van lange looptijden en een positief verschil aan het kortere uiteinde van de rentecurve.
Onderstaande tabel geeft het bruto effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een afname of toename van de rentevoet met 100 basispunten, nooit lager dan nul, op de obligatieportefeuille (inclusief de risicovrije obligaties en obligaties met variabele rente tot de renteherzieningsdatum).
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Effect op | Effect op | Effect op | Effect op | |
| resultaten- | eigen vermogen | Resultaten- | eigen vermogen | |
| rekening | vlgs. IFRS | rekening | vlgs. IFRS | |
| Rentevoet - daling -100 bp | - 0,8 | 104,9 | - 1,4 | 31,5 |
| Rentevoet - stijging +100 bp | 0,8 | - 932,7 | 1,4 | - 532,2 |
B. AANDELENRISICO
Aandelenrisico treedt op als gevolg van de gevoeligheid van activa en verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of volatiliteit van marktprijzen voor aandelen of hun rendement.
Deze risico's worden beheerst door op basis van de risk appetite limieten vast te stellen en door een beleggingsbeleid dat een aantal controlemaatregelen vereist, zoals welke maatregelen er moeten worden getroffen bij aanzienlijke waardedalingen. Door dit risico in een eerder stadium proactief te beheren, is de blootstelling aan het aandelenrisico door middel van verkoop en afdekking snel gedaald. Hiermee worden verliezen beperkt en kunnen verzekeringsmaatschappijen solvabel blijven tijdens een financiële crisis.
Voor risicomanagementdoeleinden definieert Ageas zijn aandelenposities op basis van de economische realiteit van onderliggende activa en risico's. De totale economische positie in aandelen tegen reële waarde wordt in de volgende tabel geïllustreerd, inclusief aansluiting op de gepubliceerde cijfers onder IFRS.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Type van actief | ||
| Directe aandelen beleggingen | 3.570,3 | 2.700,8 |
| Aandelen fondsen | 253,1 | 268,8 |
| Private equity | 73,4 | 67,2 |
| Activa-allocatie fondsen | 59,1 | 67,5 |
| Totaal economische blootstelling aandelen | 3.955,9 | 3.104,3 |
| Obligatiefondsen | 441,6 | 772,8 |
| Geldmarktfondsen | 70,4 | 0,5 |
| Vastgoedfondsen (SICAFI/REITS) | 494,7 | 603,9 |
| Totaal aandelen volgens IFRS definitie | 4.962,6 | 4.481,5 |
| waarvan: | ||
| Beschikbaar voor verkoop (zie noot 11) | 4.857,5 | 4.299,7 |
| Aangehouden tegen reële waarde (zie noot 11) | 105,1 | 181,8 |
Gevoeligheden
Onderstaande tabel geeft het bruto effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een gevoeligheidsschok waarbij de aandelenmarkten 30% dalen.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Effect op | Effect op | Effect op | Effect op | |
| Resultaten- | eigen vermogen | Resultaten- | eigen vermogen | |
| rekening | vlgs. IFRS | rekening | vlgs. IFRS | |
| Aandelen - marktrisico | - 130,8 | - 580,4 | - 79,3 | - 560,8 |
C. SPREADRISICO
Spreadrisico ontstaat door de gevoeligheid van de waarde van activa en verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de creditspreads van de risicovrije rentetermijnstructuur.
Een aanzienlijk deel van de verplichtingen van Ageas is in bepaalde mate niet liquide. Ageas streeft ernaar kredietbeleggingen bij voorkeur tot einde looptijd aan te houden. De impact van het spreadrisico op lange termijn wordt hierdoor aanzienlijk beperkt, omdat de verplichtingen die in bepaalde mate niet liquide zijn, maken dat Ageas deze beleggingen tot einde looptijd kan aanhouden. Hoewel de volatiliteit op korte termijn zeer groot kan zijn, is het onwaarschijnlijk dat Ageas wordt gedwongen tegen bodemprijzen te verkopen, Ageas kan daarvoor zelf het beste moment kiezen. Dit is ook de reden waarom Ageas gebruikmaakt van een interne maatstaf voor fundamenteel spreadrisico die alleen rekening houdt met het deel van het spreadrisico dat verband houdt met verlies of neerwaartse herziening van kredietratings, wat tot een feitelijk verlies zou kunnen leiden. Deze ontwikkeling is afgestemd op het Solvency II-concept van volatiliteitsaanpassing, waarbij geen rekening wordt gehouden met spreadvolatiliteit op korte termijn die niet resulteert in gerealiseerde verliezen.
De behandeling van het spreadrisico van de standaardformule in de SCRageas is als volgt:
- Opname van fundamentele spread voor EU blootstellingen aan overheidsobligaties en equivalenten;
- Uitsluiting van niet-fundamentele spread op andere schulden.
Gevoeligheden
Het effect van spreadrisico wordt gemeten op basis van factor keer looptijd. De tabel hieronder geeft de factoren weer voor bedrijfsobligaties met rating AAA t/m B met een gewijzigde looptijd van (tot en met) 5 jaar en gelijk aan 10 jaar die worden toegepast op de kredietblootstelling om de impact te meten op de IFRS resultatenrekening en IFRS eigen vermogen.
| Effect op resultatenrekening | Effect op IFRS eigen vermogen | |
|---|---|---|
| Stress - AAA (5 jaar / 10 jaar) | + 54 / + 42 basispunten | + 68 / + 53 basispunten |
| Stress - AA (5 jaar / 10 jaar) | + 66 / + 51 basispunten | + 83 / + 64 basispunten |
| Stress - A (5 jaar / 10 jaar) | + 84 / + 63 basispunten | + 105 / + 79 basispunten |
| Stress - BBB (5 jaar / 10 jaar) | + 150 / + 120 basispunten | + 188 / + 150 basispunten |
| Stress - BB (5 jaar / 10 jaar) | + 270 / + 210 basispunten | + 338 / + 263 basispunten |
| Stress - B (5 jaar / 10 jaar) | + 450 / + 351 basispunten | + 563 / + 439 basispunten |
| Spreadrisico | - 3,8 | - 915,5 |
D. VALUTARISICO
Het valutarisico vloeit voort uit de gevoeligheid van activa en verplichtingen voor veranderingen in het niveau van valutakoersen als er een 'mismatch' is tussen de relevante valuta's van activa en verplichtingen. Op groepsniveau omvat dit risico situaties waarin Ageas activa (in dochtermaatschappijen en geassocieerde deelnemingen) of verplichtingen (van financiering) heeft in andere valuta's dan de euro.
In het beleggingsbeleid van Ageas wordt dit risico beperkt door de eis dat de 'valutamismatch' tussen activa en verplichtingen tot een minimum wordt beperkt; in veel gevallen wordt dat risico volledig geëlimineerd.
Het is beleid bij Ageas om de aandelenbeleggingen en permanente financiering in buitenlandse valuta's voor dochtermaatschappijen en geassocieerde deelnemingen niet af te dekken. Ageas accepteert de 'mismatch' die voortvloeit uit het eigendom van lokale dochtermaatschappijen in niet-euro valuta's als normaal voor een internationale groep.
In de volgende tabel zijn de belangrijkste valutarisicoposities weergegeven. Het betreft hier nettoposities (activa minus verplichtingen), na afdekking genoteerd in euro's.
| Per 31 december 2017 | HKD | GBP | USD | CNY | INR | MYR | PHP | THB | VND | RON | TRY | Overige |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal activa | 67,7 | 3.688,4 | 2.342,0 | 845,1 | 34,0 | 387,0 | 80,3 | 710,5 | 12,8 | 24,4 | 105,8 | 34,0 |
| Totaal verplichtingen | 6,6 | 2.985,0 | 675,4 | 1,4 | 34,9 | |||||||
| Totaal activa minus | ||||||||||||
| verplichtingen | 61,1 | 703,4 | 1.666,6 | 845,1 | 34,0 | 387,0 | 80,3 | 710,5 | 12,8 | 23,0 | 105,8 | - 0,9 |
| Buiten balans | - 29,9 | - 1.415,3 | ||||||||||
| Netto positie | 61,1 | 673,5 | 251,3 | 845,1 | 34,0 | 387,0 | 80,3 | 710,5 | 12,8 | 23,0 | 105,8 | - 0,9 |
| Waarvan geïnvesteerd in | ||||||||||||
| dochterbedrijven en | ||||||||||||
| deelnemingen | 67,7 | 851,5 | 83,3 | 845,1 | 26,1 | 387,0 | 56,8 | 710,5 | 10,0 | 24,4 | 105,8 | |
| Per 31 december 2016 | HKD | GBP | USD | CNY | INR | MYR | PHP | THB | VND | RON | TRY | Overige |
| Totaal activa | 83,6 | 3.627,2 | 2.968,5 | 968,9 | 34,0 | 365,5 | 80,6 | 562,5 | 13,2 | 21,1 | 167,8 | 24,6 |
| Totaal verplichtingen | 7,3 | 2.982,2 | 574,6 | 34,1 | 24,2 | 1,2 | 2,2 | |||||
| Totaal activa minus | ||||||||||||
| verplichtingen | 76,3 | 645,0 | 2.393,9 | 968,9 | 34,0 | 331,4 | 56,4 | 562,5 | 13,2 | 19,9 | 167,8 | 22,4 |
| Buiten balans | 98,6 | - 1.547,4 | ||||||||||
| Netto positie | 76,3 | 743,6 | 846,5 | 968,9 | 34,0 | 331,4 | 56,4 | 562,5 | 13,2 | 19,9 | 167,8 | 22,4 |
| Waarvan geïnvesteerd in | ||||||||||||
| dochterbedrijven en | ||||||||||||
| deelnemingen | 83,6 | 815,1 | 99,7 | 968,9 | 23,6 | 365,5 | 71,8 | 562,5 | 13,2 | 21,1 | 115,7 |
E. VASTGOEDRISICO
Vastgoedrisico ontstaat als het resultaat van de gevoeligheid van activa en verplichtingen voor het niveau of de volatiliteit van marktprijzen van vastgoed of hun rendement.
Met het oog op risicomanagement definieert Ageas de blootstelling aan vastgoed op basis van de marktwaarde van deze activa met inbegrip van activa die worden aangehouden voor eigen gebruik. Dit verschilt van de blootstelling gerapporteerd onder de IFRS definities, die nietgerealiseerde winsten of verliezen uitsluiten. De volgende tabel definieert wat Ageas beschouwt als economische blootstelling aan vastgoed en hoe dit wordt aangesloten bij de cijfers gerapporteerd onder IFRS.
In 2016 is Ageas voor risicobeheerdoeleinden overgeschakeld naar een intern model voor vastgoed. Bijgevolg worden de parkeerconcessies niet langer niet opgenomen, zijn er in verband daarmee een uitgestelde belastingverplichting en niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal opgenomen, en zijn de toegepaste schokken op vastgoed in overeenstemming met een interne ijking afhankelijk van het specifieke type vastgoed.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Type van actief | ||
| Boekwaarde | ||
| Vastgoed (zie noot 12) | 2.649,1 | 2.772,5 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik (zie noot 17) | 1.055,7 | 1.036,0 |
| Vastgoed voor verkoop (zie noot 16) | 144,1 | 82,4 |
| Totaal (tegen geamortiseerde kostprijs) | 3.848,9 | 3.890,9 |
| Vastgoed fondsen (tegen reële waarde) | 494,7 | 603,9 |
| Totaal vastgoed blootstelling volgens IFRS definitie | 4.343,6 | 4.494,8 |
| Ongerealiseerde herwaarderingen (Economische blootstelling) | ||
| Vastgoed (zie noot 12) | 1.149,5 | 1.073,0 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik (zie noot 17) | 450,0 | 416,5 |
| Totaal economische blootstelling op vastgoed | 5.943,1 | 5.984,3 |
Gevoeligheden
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS van een neerwaartse schok op de vastgoedmarkt van 20%.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Effect op | Effect op | Effect op | Effect op | |
| resultaten- | eigen vermogen | resultaten- | eigen vermogen | |
| rekening | vlgs. IFRS | rekening | vlgs. IFRS | |
| Vastgoedrisico | - 189,5 | - 317,2 | - 226,1 | - 286,2 |
F. MARKTCONCENTRATIERISICO
Marktconcentratierisico heeft betrekking op risico's die ontstaan door een gebrek aan diversificatie van de activaportefeuille door een grote totale positie bij individuele tegenpartijen, of een aantal gecorreleerde tegenpartijen.
Concentratierisico kan ontstaan als gevolg van een grote totale positie bij individuele tegenpartijen dan wel een totale positie bij een aantal positief gecorreleerde tegenpartijen (dat wil zeggen, partijen die onder vergelijkbare omstandigheden in gebreke blijven) die potentieel tot aanzienlijke bijzondere waardeverminderingen zouden kunnen leiden in het geval van faillissement of niet-betaling.
Het vermijden van concentraties is een fundamentele factor in de kredietrisicostrategie van Ageas om granulaire, liquide en gediversifieerde portefeuilles aan te houden. Elke dochtermaatschappij is verantwoordelijk voor haar eigen tegenpartijlimieten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de bewuste dochtermaatschappij en vereisten op het niveau van de Groep. Het voortdurend monitoren valt eveneens onder de verantwoordelijkheid van de individuele werkmaatschappijen. De Groep volgt deze limieten aan de hand van periodieke rapportages en bewaakt de totale positie.
Met het oog op het beheer van de concentratie van kredietrisico is het risicobeleid van Ageas gericht op het spreiden van kredietrisico over verschillende sectoren en landen. Ageas houdt de grootste posities in individuele entiteiten, bedrijfsgroepen (total one obligor) en andere potentiële concentraties (sectoren en regio's) nauwlettend in de gaten. Dit om een goede spreiding te bevorderen en eventueel significant concentratierisico op tijd te signaleren.
| Overheid en | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| officiële | Krediet | Zakelijke | Retail | |||
| 31 december 2017 | instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 35.185,8 | 8.193,8 | 12.784,8 | 1.503,1 | 158,4 | 57.825,9 |
| VK | 703,4 | 841,4 | 1.583,9 | 77,7 | 3.206,4 | |
| Continentaal Europa | 6.092,8 | 1.588,1 | 1.437,6 | 22,5 | 305,6 | 9.446,6 |
| - Frankrijk | 1.748,3 | 366,1 | 318,5 | 22,2 | 251,0 | 2.706,1 |
| - Italië | ||||||
| - Portugal | 4.344,5 | 1.222,0 | 1.119,1 | 0,3 | 54,6 | 6.740,5 |
| Azië | 4,4 | 0,7 | 5,1 | |||
| Herverzekering | 53,1 | 79,3 | 6,5 | 138,9 | ||
| Algemene Rekening | 0,4 | 1.766,5 | 8,3 | 245,3 | 2.020,5 | |
| Totaal | 41.982,4 | 12.447,3 | 15.893,9 | 1.525,6 | 794,2 | 72.643,4 |
Onderstaande tabel geeft informatie over de concentratie van het kredietrisico per type en locatie van de Ageas entiteit.
| Overheid en | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| officiële | Krediet | Zakelijke | Retail | |||
| 31 december 2016 | instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 35.277,6 | 9.208,1 | 13.741,5 | 1.529,2 | 90,0 | 59.846,4 |
| VK | 401,3 | 866,7 | 1.873,4 | 70,5 | 3.211,9 | |
| Continentaal Europa | 5.972,6 | 1.863,8 | 1.829,5 | 25,0 | 141,6 | 9.832,5 |
| - Frankrijk | 1.582,4 | 640,0 | 392,0 | 24,7 | 99,2 | 2.738,3 |
| - Italië | 415,8 | 54,8 | 205,1 | 1,2 | 676,9 | |
| - Portugal | 3.974,4 | 1.169,0 | 1.232,4 | 0,3 | 41,2 | 6.417,3 |
| Azië | 5,0 | 0,8 | 5,8 | |||
| Herverzekering | 42,1 | 91,2 | 3,6 | 136,9 | ||
| Algemene Rekening | 35,2 | 1.695,6 | 204,6 | 245,0 | 2.180,4 | |
| Totaal | 41.686,7 | 13.681,3 | 17.740,2 | 1.554,2 | 551,5 | 75.213,9 |
De grafiek hieronder geeft een overzicht van het kredietrisico van Ageas, opgesplitst per operationeel segment (zoals beschreven in sectie 5.2) per 31 december.
Buitenste cirkel = 2017 Binnenste cirkel = 2016
| Overheid en | Krediet | Zakelijke | Retail | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2017 | officiële instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 21.635,8 | 1.295,3 | 1.805,8 | 1.503,0 | 345,2 | 26.585,1 |
| VK | 369,4 | 718,9 | 2.222,3 | 96,8 | 3.407,4 | |
| Continentaal Europa | 19.916,4 | 8.741,7 | 9.508,0 | 22,6 | 348,4 | 38.537,1 |
| - Frankrijk | 6.454,1 | 2.276,5 | 3.211,0 | 22,2 | 272,8 | 12.236,6 |
| - Italië | 1.227,4 | 141,4 | 774,3 | 1,6 | 2.144,7 | |
| - Portugal | 2.709,3 | 279,4 | 297,1 | 0,3 | 54,8 | 3.340,9 |
| - Overige | 9.525,6 | 6.044,4 | 5.225,6 | 0,1 | 19,2 | 20.814,9 |
| Azië | 120,2 | 263,5 | 3,0 | 386,7 | ||
| Overige landen | 60,8 | 1.571,2 | 2.094,3 | 0,3 | 0,8 | 3.727,1 |
| Totaal | 41.982,4 | 12.447,3 | 15.893,9 | 1.525,6 | 794,2 | 72.643,4 |
| Overheid en | Krediet | Zakelijke | Retail | |||
| 31 december 2016 | officiële instellingen | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 21.827,9 | 1.083,9 | 2.088,9 | 1.529,1 | 304,6 | 26.834,4 |
| VK | 221,1 | 666,3 | 2.306,4 | 73,5 | 3.267,3 | |
| Continentaal Europa | 19.580,1 | 10.086,9 | 10.539,3 | 24,8 | 170,4 | 40.401,5 |
| - Frankrijk | 6.318,2 | 2.673,3 | 3.349,1 | 24,7 | 102,6 | 12.467,9 |
| - Italië | 1.504,4 | 128,9 | 933,4 | 2,9 | 2.569,6 | |
| - Portugal | 2.369,9 | 238,1 | 332,2 | 44,4 | 2.984,6 | |
| - Overige | 9.387,6 | 7.046,6 | 5.924,6 | 0,1 | 20,5 | 22.379,4 |
| Azië | 121,5 | 282,5 | 2,4 | 406,4 | ||
| Overige landen | 57,6 | 1.722,7 | 2.523,1 | 0,3 | 0,6 | 4.304,3 |
| Totaal | 41.686,7 | 13.681,3 | 17.740,2 | 1.554,2 | 551,5 | 75.213,9 |
De tabel hieronder geeft een overzicht van de concentratie van het kredietrisico per type en locatie van de tegenpartij.
De grafiek hieronder geeft een overzicht van de concentratie van het kredietrisico per locatie van de tegenpartij per 31 december. Elke regio belegt hoofdzakelijk in de eigen regionale omgeving. Aangezien AG Insurance in grote mate gediversifieerd is over heel Europa, zijn de belangrijkste tegenpartijen gelegen in Continentaal Europa.
Buitenste cirkel = 2017 Binnenste cirkel = 2016
De grafiek hieronder geeft een overzicht van de concentratie van het kredietrisico per type tegenpartij per 31 december.
De tabel hieronder toont de hoogste blootstellingen op de uiteindelijke moedermaatschappij gemeten aan reële waarde en nominale waarde met hun ratings.
| Hoogste blootstelling top 10 | Groepsrating | Reële waarde | Nominale waarde |
|---|---|---|---|
| Koninkrijk België | AA- | 18.467,1 | 15.619,6 |
| Franse republiek | AA | 7.532,7 | 5.795,1 |
| Oostenrijkse republiek | AA+ | 2.976,2 | 2.302,1 |
| Portugese republiek | BBB- | 2.732,8 | 2.462,2 |
| Bondsrepubliek Duitsland | AAA | 2.032,6 | 1.540,7 |
| Koninkrijk Spanje | BBB+ | 1.454,8 | 1.163,2 |
| Europese Investeringsbank | AAA | 1.320,1 | 1.049,8 |
| BNP Paribas | A | 1.314,8 | 1.611,9 |
| Italiaanse republiek | BBB | 1.245,3 | 1.452,9 |
| Koninkrijk der Nederlanden | AAA | 1.104,5 | 984,0 |
| Totaal | 40.180,8 | 33.981,5 |
De top 10 blootstelling geeft dezelfde belangrijke tegenpartijen weer als vorig jaar. Het Koninkrijk België blijft de belangrijkste tegenpartij, in overeenstemming met de strategie om zich 'op de thuismarkt terug te plooien' waardoor het nadeel ontstaat dat het risico van het thuisland toeneemt. BNP Paribas, de enige niet-soevereine tegenpartij in de lijst, daalt één plaats in de lijst.
5.4.1.2 Risico dat optreedt als een tegenpartij in gebreke blijft
Het risico dat optreedt wanneer een tegenpartij in gebreke blijft, omvat twee subrisico's:
- a. wanbetalingsrisico voor beleggingen;
- b. wanbetalingsrisico voor tegenpartijen.
De volgende tabel geeft een overzicht van het kredietrisico waaraan Ageas is blootgesteld.
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2017 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen | verzekeringen | rekening | groep | Ageas | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten (zie noot 10) |
1.022,6 | 232,0 | 425,1 | 4,4 | 22,5 | 1.706,6 | 845,7 | 2.552,3 | ||
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) (zie noot 11) |
26,3 | 9,5 | 35,8 | 35,8 | ||||||
| Vorderingen Bijzondere waardevermindering |
8.616,8 - 10,4 |
60,5 | 22,8 - 0,4 |
8.700,1 - 10,8 |
1.388,4 | - 661,7 | 9.426,8 - 10,8 |
|||
| Totaal leningen, netto (zie noot 13) | 8.606,4 | 60,5 | 22,4 | 8.689,3 | 1.388,4 | - 661,7 9.416,0 | ||||
| Rentedragende investeringen Bijzondere waardevermindering |
47.384,1 - 0,1 |
2.006,9 | 8.670,9 - 20,3 |
106,6 | 58.168,5 - 20,4 |
226,3 | 58.394,8 - 20,4 |
|||
| Totaal rentedragende beleggingen, netto (zie noot 11) |
47.384,0 | 2.006,9 | 8.650,6 | 106,6 | 58.148,1 | 226,3 | 58.374,4 | |||
| Herverzekering en overige vorderingen Bijzondere waardevermindering |
776,1 - 6,7 |
907,0 - 2,7 |
318,3 - 38,4 |
0,7 | 9,8 | - 24,4 | 1.987,5 - 47,8 |
251,0 | - 4,8 | 2.233,7 - 47,8 |
| Totaal herverzekering en overige vorderingen, netto (zie noot 15) |
769,4 | 904,3 | 279,9 | 0,7 | 9,8 | - 24,4 | 1.939,7 | 251,0 | - 4,8 2.185,9 | |
| Totaal kredietrisico, bruto | 57.825,9 | 3.206,4 | 9.446,6 | 5,1 | 138,9 | - 24,4 | 70.598,5 | 2.711,4 | - 666,5 72.643,4 | |
| Bijzondere waardevermindering Totaal kredietrisico, |
- 17,2 | - 2,7 | - 59,1 | - 79,0 | - 79,0 | |||||
| netto op balans verantwoord | 57.808,7 | 3.203,7 | 9.387,5 | 5,1 | 138,9 | - 24,4 | 70.519,5 | 2.711,4 | - 666,5 72.564,4 | |
| Verplichtingen buiten balans (zie noot 30) |
3.753,5 | 3.753,5 | 1,1 | 3.754,6 | ||||||
| Totaal kredietrisico, buiten balans |
3.753,5 | 3.753,5 | 1,1 | 3.754,6 | ||||||
| Totaal kredietrisico, netto | 61.562,2 | 3.203,7 | 9.387,5 | 5,1 | 138,9 | - 24,4 | 74.273,0 | 2.712,5 | - 666,5 76.319,0 | |
| 31 december 2016 | België | VK | Continentaal Europa |
Her- | Eliminaties Azië verzekering verzekeringen |
verzekeringen | Totaal Algemene Eliminaties rekening |
groep | Totaal Ageas |
|
| Geldmiddelen en kasequivalenten (zie noot 10) |
869,2 | 157,0 | 335,8 | 5,0 | 13,3 | 1.380,3 | 800,6 | 2.180,9 | ||
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) |
||||||||||
| (zie noot 11) | 5,0 | 3,0 | 8,0 | 8,0 | ||||||
| Vorderingen | 7.818,1 | 63,6 | 25,2 | 7.906,9 | 1.458,0 | - 668,6 | 8.696,3 | |||
| Bijzondere waardevermindering Totaal leningen, netto (zie noot 13) |
- 10,3 7.807,8 |
63,6 | - 1,0 24,2 |
- 11,3 7.895,6 |
1.458,0 | - 11,3 - 668,6 8.685,0 |
||||
| Rentedragende investeringen Bijzondere waardevermindering Totaal rentedragende beleggingen, |
50.313,8 - 1,1 |
2.209,5 | 9.111,1 - 21,6 |
99,2 | 61.733,6 - 22,7 |
371,0 | 62.104,6 - 22,7 |
|||
| netto (zie noot 11) | 50.312,7 | 2.209,5 | 9.089,5 | 99,2 | 61.710,9 | 371,0 | 62.081,9 | |||
| Herverzekering en overige vorderingen | 840,3 | 781,8 | 357,4 | 0,8 | 24,4 | - 27,1 | 1.977,6 | 252,8 | - 6,3 | 2.224,1 |
| Bijzondere waardevermindering | - 6,4 | - 1,2 | - 24,2 | - 31,8 | - 31,8 | |||||
| Totaal herverzekering en overige vorderingen, netto (zie noot 15) |
833,9 | 780,6 | 333,2 | 0,8 | 24,4 | - 27,1 | 1.945,8 | 252,8 | - 6,3 2.192,3 | |
| Totaal kredietrisico, bruto | 59.846,4 | 3.211,9 | 9.832,5 | 5,8 | 136,9 | - 27,1 | 73.006,4 | 2.882,4 | - 674,9 75.213,9 | |
| Bijzondere waardevermindering | - 17,8 | - 1,2 | - 46,8 | - 65,8 | - 65,8 | |||||
| Totaal kredietrisico, netto op balans verantwoord |
59.828,6 | 3.210,7 | 9.785,7 | 5,8 | 136,9 | - 27,1 | 72.940,6 | 2.882,4 | - 674,9 75.148,1 | |
| Verplichtingen buiten balans (zie noot 30) Totaal kredietrisico, |
4.486,4 | 4.486,4 | 2,1 | 4.488,5 | ||||||
| buiten balans | 4.486,4 | 4.486,4 | 2,1 | 4.488,5 | ||||||
| Totaal kredietrisico, netto | 64.315,0 | 3.210,7 | 9.785,7 | 5,8 | 136,9 | - 27,1 | 77.427,0 | 2.884,5 | - 674,9 79.636,6 |
De tabel hieronder geeft informatie over de bijzondere waardevermindering voor kredietrisico op 31 december.
| 2016 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitstaand met | Waarde- | Uitstaand met | Waarde- | |||
| bijzondere | verminderingen | bijzondere | verminderingen | |||
| waarde- | voor specifiek | Dekkings- | waarde- | voor specifiek | Dekkings- | |
| verminderingen | kredietrisico | ratio | verminderingen | kredietrisico | ratio | |
| Rentedragende investeringen (zie noot 11) | 6,4 | - 20,4 | 318,8% | 23,4 | - 22,7 | 97,0% |
| Totaal leningen (zie noot 13) | 57,4 | - 9,9 | 17,2% | 57,5 | - 10,5 | 18,3% |
| Overige vorderingen (zie noot 15) | 20,4 | - 47,8 | 234,3% | 39,7 | - 31,8 | 80,1% |
| Totaal uitstaand bedrag onderhevig aan | ||||||
| bijzondere waardeverminderingen | 84,2 | - 78,1 | 92,8% | 120,6 | - 65,0 | 53,9% |
A. WANBETALINGSRISICO VOOR BELEGGINGEN
Het wanbetalingsrisico voor beleggingen vertegenwoordigt het risico dat beleggingen van Ageas daadwerkelijk in gebreke blijven. Waardeschommelingen als gevolg van marktvolatiliteit op korte termijn vallen onder het marktrisico. Dit omvat geen contracten die vallen onder het tegenpartijrisico (zie B).
Dit risico wordt beheerd aan de hand van limieten waarbij rekening wordt gehouden met het soort kredietpositie, de kredietkwaliteit en, waar nodig, de looptijden. Regelmatige bewaking en waarschuwingssystemen helpen eveneens bij het beheer van kredietrisico.
Beleggingsposities worden bewaakt aan de hand van een driemaandelijkse limietoverschrijdingsrapportage. Limieten worden bewaakt op basis van de reële waarde binnen de activaclassificatie. De limieten per categorie zijn als volgt gedefinieerd.
Voor overheidsobligaties geldt een limiet per land op diverse manieren:
- 'macrolimieten' gedefinieerd als percentages van het bruto binnenlands product (bbp), de staatsschuld en investeringen;
- 'Total One Obligor' (TOO)-limieten als de maximale positie in één tegenpartij op basis van kredietratings;
- (her)beleggingsbeperkingen: een grotere blootstelling aan eurolanden met BBB-rating is alleen toegestaan onder de voorwaarde van een stabiel vooruitzicht. Zonder de goedkeuring van het ARC geen nieuwe beleggingen in staatsleningen met rating BBB of lager.
Voor bedrijfsobligaties gelden eveneens meerdere criteria:
- totale blootstelling aan bedrijfsobligaties als percentage van de portefeuille;
- limieten afhankelijk van het solvabiliteitskapitaal vereist voor spreadrisico;
- limieten per sector op basis van de kredietrating;
- bewaking van de geconcentreerde blootstelling;
- Total One Obligor.
Ageas heeft ook een stressscenario voor de risk appetite in geval van wanbetaling van één belegging, waarbij zowel het grootste risico bij een belegging in schuldpapier van één land als het grootste risico bij een positie in bedrijfsobligaties van één partij binnen de solvabiliteitslimieten voor de risk appetite moeten blijven.
Aandelenbeleggingen zijn toegestaan wanneer de dochtermaatschappij ervoor zorgt dat de indicatoren binnen de limieten voor de risk appetite blijven.
De creditrating die Ageas toepast is gebaseerd op de op één na beste van de beschikbare ratings van Moody's, Fitch en Standard & Poor's. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de kredietkwaliteit van:
- leningen;
- rentedragende beleggingen:
- overheidsobligaties;
- bedrijfsobligaties;
- banken en andere financiële instellingen.
1 Leningen
In de onderstaande tabel wordt de kredietkwaliteit van leningen per 31 december weergegeven.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Percentage | Boekwaarde | Percentage | |
| Beleggingsclassificatie | ||||
| AAA | 1.141,1 | 12,1% | 880,9 | 10,1% |
| AA | 2.514,0 | 26,7% | 2.500,9 | 28,8% |
| A | 2.121,9 | 22,5% | 1.712,1 | 19,7% |
| BBB | 1.062,9 | 11,3% | 1.064,0 | 12,2% |
| Beleggingsclassificatie | 6.839,9 | 72,6% | 6.157,9 | 70,8% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 68,6 | 0,7% | ||
| Zonder kredietbeoordeling | 1.296,6 | 13,7% | 1.249,8 | 14,4% |
| Hypothecaire leningen voor klanten | 1.221,7 | 13,0% | 1.288,6 | 14,8% |
| Totaal bruto investeringen in leningen | 9.426,8 | 100,0% | 8.696,3 | 100,0% |
| Bijzondere waardevermindering | - 10,8 | - 11,3 | ||
| Totaal netto investeringen in leningen (zie noot 13) | 9.416,0 | 8.685,0 |
De kredietkwaliteit van leningen kan grafisch als volgt worden weergegeven.
Buitenste cirkel = 2017 Binnenste cirkel = 2016
Het aandeel van investment grade leningen vertoont voornamelijk een toename van staatsleningen.
2 Rentedragende beleggingen
Onderstaande tabel zet de kredietkwaliteit van rentedragende beleggingen uiteen waarbij een constant aandeel van investment grade beleggingen wordt getoond.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Percentage | Boekwaarde | Percentage | |
| Beleggingsclassificatie | ||||
| AAA | 4.984,2 | 8,5% | 6.008,6 | 9,7% |
| AA | 31.317,8 | 53,7% | 32.798,2 | 52,8% |
| A | 7.204,5 | 12,3% | 7.824,2 | 12,6% |
| BBB | 13.264,9 | 22,7% | 11.437,4 | 18,4% |
| Beleggingsclassificatie | 56.771,4 | 97,2% | 58.068,4 | 93,5% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 327,6 | 0,6% | 2.942,1 | 4,8% |
| Zonder kredietbeoordeling | 1.275,4 | 2,2% | 1.071,4 | 1,7% |
| Totaal netto investeringen in rentedragende effecten | 58.374,4 | 100,0% | 62.081,9 | 100,0% |
| Bijzondere waardevermindering | 20,4 | 22,7 | ||
| Totaal investeringen in rentedragende effecten, bruto (zie noot 11) | 58.394,8 | 62.104,6 |
De grafische weergave van de kredietkwaliteit van de rentedragende beleggingen is als volgt.
Buitenste cirkel = 2017 Binnenste cirkel = 2016
De obligatieportefeuille is sterk gericht op overheids- en andere obligaties met een hoge investment grade rating. Van de obligaties is 97,2% investment grade (2016: 93,5%), waarvan 74,5% een rating A of hoger heeft (2016: 75,1%) en meer dan 50% belegd in AA. Het percentage van lager dan investment grade is aanzienlijk lager dankzij de ratingverhoging van Portugal naar BBB per eind 2017. De belangrijkste posities van obligaties met rating AA bestaan uit Belgische obligaties.
OVERHEIDSOBLIGATIES
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van overheidsobligaties.
| 31 december 2017 | Percentage 31 december 2016 | Percentage | ||
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 32.941,7 | 87,8% | 33.197,4 | 87,7% |
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 1,1 | 0,0% | ||
| Held to maturity (tot einde looptijd aangehouden) | 4.559,5 | 12,2% | 4.641,4 | 12,3% |
| Totaal overheidsobligaties (zie noot 11) | 37.502,3 | 100,0% | 37.838,8 | 100,0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 2.291,2 | 6,1% | 2.216,1 | 5,9% |
| AA | 28.258,6 | 75,3% | 28.636,0 | 75,7% |
| A | 1.610,4 | 4,3% | 1.621,0 | 4,3% |
| BBB | 5.278,8 | 14,1% | 2.993,6 | 7,9% |
| Totaal beleggingsclassificatie | 37.439,0 | 99,8% | 35.466,7 | 93,7% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 25,2 | 0,1% | 2.321,4 | 6,1% |
| Zonder kredietbeoordeling | 38,1 | 0,1% | 50,7 | 0,1% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 63,3 | 0,2% | 2.372,1 | 6,3% |
| Totaal overheidsobligaties | 37.502,3 | 100,0% | 37.838,8 | 100,0% |
De onderstaande tabel toont de stijging voor obligaties met een rating BBB in lijn met de ratingverhoging van Portugal.
Buitenste cirkel = 2017 Binnenste cirkel = 2016
De tot einde looptijd aangehouden blootstelling wordt volledig vertegenwoordigd door Belgische en Portugese overheidsobligaties. Het grootste deel van de portfolio overheidsobligaties is belegd in AA-obligaties, grotendeels verklaard door de blootstelling van Belgische overheidsobligaties. De verschuiving van 'minder dan beleggingsclassificatie' naar BBB is voornamelijk te verklaren door de ratingverhoging van Portugal.
BEDRIJFSOBLIGATIES
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van bedrijfsobligaties.
| 31 december 2017 | Percentage 31 december 2016 | Percentage | ||
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 12.378,3 | 100,0% | 13.688,3 | 99,6% |
| Held to maturity (tot einde looptijd aangehouden) | 60,3 | 0,4% | ||
| Totaal bedrijfsobligaties (zie noot 11) | 12.378,3 | 100,0% | 13.748,6 | 100,0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 20,8 | 0,2% | 38,4 | 0,3% |
| AA | 1.125,7 | 9,1% | 1.177,8 | 8,6% |
| A | 3.542,5 | 28,6% | 4.153,7 | 30,2% |
| BBB | 6.612,8 | 53,4% | 6.899,2 | 50,2% |
| Totaal beleggingsclassificatie | 11.301,8 | 91,3% | 12.269,1 | 89,2% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 268,4 | 2,2% | 549,3 | 4,0% |
| Zonder kredietbeoordeling | 808,1 | 6,5% | 930,2 | 6,8% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 1.076,5 | 8,7% | 1.479,5 | 10,8% |
| Totaal bedrijfsobligaties | 12.378,3 | 100,0% | 13.748,6 | 100,0% |
De kredietkwaliteit van bedrijfsobligaties kan grafisch als volgt worden weergegeven.
Buitenste cirkel = 2017 Binnenste cirkel = 2016
De bedrijfsobligatieportefeuille blijft sterk gericht op investment grade-obligaties. Van de bedrijfsobligaties is 91,3% investment grade (2016: 89,2%), waarvan 37,9% een rating A of hoger heeft (2016: 39,0%).
BANKEN EN ANDERE FINANCIËLE INSTELLINGEN
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van banken en andere financiële instellingen.
| 31 december 2017 | Percentage 31 december 2016 | Percentage | ||
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 8.307,6 | 98,7% | 10.293,6 | 99,2% |
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 107,8 | 1,3% | 69,3 | 0,7% |
| Held to maturity (tot einde looptijd aangehouden) | 13,6 | 0,1% | ||
| Totaal banken en andere financiële instellingen (zie noot 11) | 8.415,4 | 100,0% | 10.376,5 | 100,0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 2.663,3 | 31,6% | 3.719,4 | 35,9% |
| AA | 1.920,5 | 22,8% | 2.960,3 | 28,5% |
| A | 2.015,7 | 24,0% | 2.019,8 | 19,5% |
| BBB | 1.369,7 | 16,3% | 1.529,6 | 14,7% |
| Totaal beleggingsclassificatie | 7.969,2 | 94,7% | 10.229,1 | 98,6% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 32,5 | 0,4% | 70,1 | 0,7% |
| Zonder kredietbeoordeling | 413,7 | 4,9% | 77,3 | 0,7% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 446,2 | 5,3% | 147,4 | 1,4% |
| Totaal banken en andere financiële instellingen | 8.415,4 | 100,0% | 10.376,5 | 100,0% |
De kredietkwaliteit van banken en andere financiële instellingen kan grafisch als volgt worden weergegeven.
Buitenste cirkel = 2017 Binnenste cirkel = 2016
De blootstelling aan banken en andere financiële instellingen is in het bijzonder afgestemd op investment grade (94,7%) waarvan met 78,4% een rating A of hoger heeft.
B. RISICO DAT OPTREEDT ALS EEN TEGENPARTIJ IN GEBREKE BLIJFT
Het tegenpartijrisico houdt rekening met potentiële verliezen als gevolg van onverwachte wanbetaling of een verslechtering van de kredietwaardigheid van tegenpartijen en debiteuren. De reikwijdte van het wanbetalingsrisico voor tegenpartijen omvat risicobeperkende contracten (zoals herverzekeringsovereenkomsten, effectiseringen en afgeleide producten), geldmiddelen, te ontvangen sommen van tussenpersonen en andere kredietblootstelling die elders niet gedekt is (garanties, polishouders enz.).
Het risico dat een tegenpartij in gebreke blijft kan ontstaan door de inkoop van herverzekeringen, andere risico verminderende maatregelen en 'andere activa'. Ageas beperkt deze vorm van risico door strikt beleid bij de keuze van tegenpartijen, eisen die worden gesteld aan zekerheden en door diversificatie.
Binnen Ageas wordt dit risico verminderd door de toepassing van het tegenpartijen risicobeleid en het nauwlettend volgen van de uitstaande posities van tegenpartijen. Diversificatie en het vermijden van blootstelling aan tegenpartijen met een lage kredietrating zijn sleutelelementen om dit risico te ondervangen.
Een bijzondere waardevermindering voor een specifieke kredietblootstelling wordt vastgesteld als er objectieve aanwijzingen zijn dat Ageas niet alle verschuldigde bedragen in overeenstemming met de contractuele voorwaarden zal kunnen innen. De omvang van de bijzondere waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. In het geval van aan de markt verhandelde effecten is de realiseerbare waarde gelijk aan de reële waarde.
Bijzondere waardeverminderingen zijn gebaseerd op de laatste schatting door Ageas van de nog mogelijke inning en vertegenwoordigen het verlies dat Ageas denkt te zullen lijden. Voorwaarden voor afschrijving kunnen zijn dat de faillissementsprocedure van de debiteur is afgerond en alle zekerheden zijn benut, dat de debiteur en/of garantiegever in staat van insolventie verkeren/verkeert, dat alle normale inspanningen voor de inning zijn geleverd of dat het punt van economisch verlies (dat wil zeggen, het moment waarop alle kosten samen hoger zijn dan het bedrag dat nog kan worden geïnd) is bereikt.
5.4.1.3 Liquiditeitsrisico
Liquiditeitsrisico treedt op als Ageas onvoldoende liquide middelen heeft en niet in staat is om beleggingen en overige activa liquide te maken en te voldoen aan haar financiële verplichtingen wanneer die verschuldigd zijn. Daarbij kan worden gedacht aan het risico dat optreedt door een verwachte en onverwachte vraag naar contanten van polishouders en andere contractuele partijen waaraan niet kan worden voldaan zonder verliezen te lijden of de bedrijfsvoering te schaden als gevolg van beperkingen op de te liquideren activa. Deze beperkingen kunnen structureel zijn of kunnen te wijten zijn aan marktontwrichtingen.
De financiële verplichtingen van Ageas en de lokale dochtermaatschappijen van Ageas betreffen vaak lange termijn verplichtingen en in het algemeen zijn activa die worden aangehouden om aan deze verplichtingen te voldoen lange termijn activa en illiquide activa. Vorderingen en andere uitstromen van kasmiddelen kunnen onvoorspelbaar zijn en aanzienlijk verschillen van verwachte bedragen. Als er geen liquide middelen beschikbaar zijn om een financiële verplichting na te komen als deze opeisbaar is, zullen er liquide middelen moeten worden geleend en/of zullen illiquide activa moeten worden verkocht (met mogelijk een aanzienlijk verlies tot gevolg) om aan de verplichting te voldoen. Verliezen zouden ontstaan door de korting die moet worden verleend om de activa te liquideren.
Als verzekeringsmaatschappij genereert Ageas normaal gesproken contante middelen en blijft dit risico daardoor relatief laag. In de afgelopen jaren waren de gevolgen van de (Europese) schuldencrisis een sterk bepalende factor. De Europese Centrale Bank voert een liquiditeitsversterkend monetair beleid om deze crisis te boven te komen. Ageas houdt een aanzienlijke kaspositie aan om bestand te zijn tegen (relatief) slechte liquiditeitsomstandigheden als deze zicht voordoen. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de verklaringen van de ECB over potentiële veranderingen in het monetaire beleid.
De beleggingshorizon voor activa van de Algemene Rekening is vastgesteld overeenkomstig de verwachte betaaldata voor de bedragen voorzien in het WCAM-schikkingsvoorstel. Wat betreft het beheer van de overige kaspositie speelt de mogelijke uitoefening van de AG-putoptie in de eerste helft van 2018 een belangrijke rol: de activa worden aangehouden in de vorm van (near-) cash om ervoor te zorgen dat de kasreserves plus de opbrengsten van de voorgenomen uitgifte van schuldeffecten de mogelijke verplichting dekken. Dividenduitkeringen aan aandeelhouders, evenals de kosten van de holding worden gefinancierd door dividenduitkeringen van de operationele verzekeringsentiteiten van Ageas.
De oorzaken van liquiditeitsrisico in de operationele bedrijven kunnen worden gesplitst in factoren die een plotselinge toename van de behoefte aan contanten veroorzaken en factoren die leiden tot een onverwachte daling van de beschikbare middelen om aan de behoefte aan contanten te voldoen. Er zijn de volgende liquiditeitsrisico's:
- verzekeringstechnische liquiditeitsrisico's: het risico dat Ageas of een lokale dochtermaatschappij een belangrijke som moet betalen om onvoorziene veranderingen te dekken in consumentengedrag (afkooprisico), plotselinge stijgingen van de frequentie van schadevorderingen of plotselinge grote schadevorderingen die ontstaan door grote of rampzalige gebeurtenissen zoals stormen, aswolken, grieppandemieën enz.;
- marktliquiditeitsrisico: het risico dat het verkoopproces zelf resulteert in verliezen door marktomstandigheden of hoge concentraties;
- financierings-liquiditeitsrisico: het risico dat Ageas of een dochtermaatschappij niet in staat is voldoende middelen van buitenaf aan te trekken, omdat de activa illiquide zijn op het moment dat het nodig is (bijvoorbeeld om aan een onverwachte grote schadevordering te voldoen).
Ieder bedrijf van Ageas moet ervoor zorgen dat wordt voldaan aan alle liquiditeitsvereisten. Liquiditeitsrisico's worden geïdentificeerd en bewaakt zodat de omstandigheden waarin liquiditeitsproblemen mogelijk kunnen zijn, bekend zijn en worden begrepen (bijv. onverwachte ongunstige wijzigingen in het uitloopprofiel van de verplichtingen, massaal verval, vertraging in nieuwe polissen, wijziging in de rating enz.) en men weet hoe hierop kan worden ingespeeld (bijv. de liquiditeit van activa in een crisis).
Het bij Ageas toegepaste principe van liquiditeitsmanagement beoogt te waarborgen dat er zowel onder normale omstandigheden als in gespannen situaties zowel op korte als middellange termijn voldoende liquiditeit voorhanden is om te kunnen voldoen aan verplichtingen tegenover polishouders en andere crediteuren. De implementatie van het liquiditeitsrisicobeleid stelt de volgende benadering van liquiditeitsrisico vast:
- Zicht op het liquiditeitsprofiel in een basisscenario: kasstroomprognoses moeten waarborgen dat aan verplichtingen wordt voldaan als deze vervallen;
- De liquiditeit van activa en passiva wordt beoordeeld en de algehele liquiditeitspositie wordt bewaakt met kengetallen en limieten;
- Base Case Liquidity Ratio
De Base Case (BC) Liquidity Ratio is een maatstaf waarmee kan worden beoordeeld of de instromende kasmiddelen van Ageas voldoende zijn voor een liquiditeitspositie waarmee een efficiënte bedrijfsvoering mogelijk is, de reputatie van Ageas in de markt kan worden gehandhaafd en de uitstroom van kasmiddelen in normale marktsituaties kan worden gedekt;
- Stress Liquidity Ratio
De Stress Liquidity Ratio is een serie maatstaven waarmee kan worden beoordeeld of de instromende kasmiddelen van Ageas voldoende zijn voor een liquiditeitspositie waarmee een efficiënte bedrijfsvoering mogelijk is, de reputatie van Ageas kan worden gehandhaafd en verliezen uit posten in de verplichtingen gedurende perioden met liquiditeitsspanningen te vermijden;
- Maatregelen
Als de liquiditeitsratio's onder bepaalde vooraf gedefinieerde bodemwaarden dalen, moeten maatregelen worden overwogen. De operationele dochterbedrijven hebben de mogelijkheid om aanvullende liquiditeitsmaatregelen te activeren teneinde te waarborgen dat zij kunnen voldoen aan hun verplichtingen op korte en middellange termijn tegenover polishouders, aandeelhouders en crediteuren.
De volgende componenten vormen de basis voor deze belangrijke kengetallen.
Basisscenario:
Wat zijn de verwachte kasstroomprognoses voor het komende jaar?
- Basisscenario geldmiddelen & kasinstroom:
- Beschikbare geldmiddelen en kasequivalenten;
- Hoofdsommen, rente, huuropbrengsten en dividenden op beleggingen;
- Overige verwachte kasinstroom zoals binnenkomende premies of andere financiële waarden.
- Basisscenario uitstroom verplichtingen: Betaling van:
- Voor Leven-activiteiten en Ziektekostenverzekeringen SLT ('Similar to Life Techniques') dekt de vastgestelde basiskasstroom de bestaande activiteiten in run off-modus;
-
Voor Niet-leven-activiteiten en Ziektekostenverzekeringen niet-SLT dekt de basiskasstroom de jaarlijkse hernieuwing van de bestaande activiteiten en de gebudgetteerde nieuwe contracten;
-
Hoofdsommen, rente, huuropbrengsten en dividenden op financiële verplichtingen;
- Overige verplichtingen zoals derivaten. Ageas houdt derivatenposities aan met banken als tegenpartijen; op alle derivaten is specifieke ISDA-documentatie (ISDA = International Swaps and Derivatives Assiation) met onderliggende Credit Support Annexes (CSA's) van toepassing. Deze CSA's beschrijven de vereiste dagelijks uitwisseling van onderpand, meestal in de vorm van cash. Als derivatenwaarderingen veranderen in een verplichting vanuit het gezichtspunt van Ageas, dan ontvangt Ageas een margin call van zijn tegenpartij en moet Ageas cash verschaffen. Deze margin calls kunnen aanzienlijke kasbehoeften veroorzaken; bij de bewaking van liquiditeitsrisico's wordt rekening gehouden met margin calls.
Stressgebeurtenis:
Hoe ontwikkelt de liquiditeitspositie van de onderneming zich in stress-situaties? Optimale benutting van bestaande stress-scenario's en toepassing van Solvency II-stress.
- Activa: Hoe snel kunnen activa worden verkocht in tijden van marktspanningen?
- De aanvullende bronnen van liquiditeiten vloeien voornamelijk voort uit de verkoop van activa zodat Ageas kan voldoen aan zijn verplichtingen. Deze verkopen zouden plaatsvinden gedurende de volledige in ogenschouw genomen tijdsperiode en zou tot een realisatie van de blootstelling tegen een lagere marktprijs leiden. Deze lagere marktprijs wordt geraamd via de 1/200 stressgebeurtenissen met betrekking tot het Solvency IIkader. Een maximaal dagelijks transactievolume per belegginscategorie wordt bepaald door variërende stressfactoren per categorie in aanmerking te nemen.
- Passiva: Beoordeling van de kasstroomimpact van bepaalde 1/200 gebeurtenissen op een 1-jaars tijdshorizon.
- Streven naar beoordeling van de impact van liquiditeitsstressgebeurtenissen op de kasuitstroom (ongunstigste geval bijv. lapse-up tegenover lapse-down) op 1 jaar en op 3 maanden. Optimale benutting van SCRgebeurtenissen om de gebeurtenissen te definiëren die een impact hebben op de kasstroom op 1 jaar en op 3 maanden vanaf nu vanuit perspectief van verzekeringstechnisch risico. De stressgebeurtenissen die van invloed zijn op de huidige en toekomstige kasuitstroom worden ook afgestemd op de Solvency II-norm.
5.4.2 Verzekeringstechnisch risico
Verzekeringstechnische risico's betreffen alle risico's van verzekeringsverplichtingen als gevolg van afwijkingen in claims door de onzekerheid en timing van die claims, alsmede afwijkingen in uitgaven en verval, in vergelijking met de onderliggende hypothesen gemaakt bij de acceptatie van de polis.
Het levenrisico omvat het sterfterisico, het langlevenrisico, het invaliditeitsrisico, het morbiditeitsrisico (d.w.z. ziekte met mogelijk dodelijk afloop), het verval- en behoudrisico, het kostenrisico, het catastroferisico en het herzieningsrisico.
Tot de Niet-levenrisico's behoren het reserverisico, het premierisico en catastroferisico's. Het reserverisico hangt samen met de te betalen schaden terwijl het premierisico betrekking heeft op toekomstige schadevorderingen (met uitzondering van catastrofeschaden). Het catastroferisico betreft schaden die door rampgebeurtenissen worden veroorzaakt, zowel natuurrampen als door mensen veroorzaakte rampen.
Elke maatschappij beheert verzekeringstechnische risico's door middel van acceptatiebeleid, productgoedkeuringsbeleid, reserveringsbeleid, beleid voor schadebeheer en herverzekeringsbeleid. Er wordt vooral op gelet dat de klantengroep die een product koopt inderdaad overeenkomt met de onderliggende aannames over klanten bij de ontwikkeling en prijsstelling van het product.
Het acceptatiebeleid wordt lokaal vastgesteld als onderdeel van het algehele kader voor risicobeheersing van de onderneming en wordt beoordeeld door actuariële medewerkers die de feitelijke schadehistorie evalueren. Er wordt gebruikgemaakt van een reeks indicatoren en hulpmiddelen voor het maken van statistische analyses om de acceptatienormen te verfijnen, met als doel het schadeverloop te verbeteren en/of te waarborgen dat de prijsstelling op de juiste wijze wordt bijgesteld.
De verzekeringsmaatschappijen streven ernaar om de premies op een niveau vast te stellen waarbij het bedrag van de premies samen met de beleggingsinkomsten die daarmee worden gegenereerd groter is dan het totale bedrag van verwachte schaden, schadeafhandelingskosten en beheerskosten. De juistheid van de prijsstelling wordt getoetst met behulp van diverse technieken en belangrijke prestatieindicatoren die passen bij de betreffende portefeuille. Dit gebeurt zowel a priori (bijvoorbeeld beoordeling van de winstgevendheid) als a posteriori (bijvoorbeeld embedded value, combined ratio's).
De factoren waarmee rekening wordt gehouden bij de prijsstelling voor verzekeringen verschillen per product en zijn afhankelijk van de geboden dekking en uitkeringen. De volgende factoren worden in het algemeen in overweging genomen:
- verwachte claims van verzekeringnemers en daarmee verband houdende verwachte uitkeringen en de timing daarvan;
- de mate en aard van de onzekerheid aangaande de verwachte uitkeringen. In dit verband worden onder meer analyses gemaakt van schadestatistieken en de ontwikkeling van jurisprudentie, economische omstandigheden en demografische ontwikkelingen;
- overige productiekosten voor het betreffende product, zoals distributie-, marketing-, polisadministratie- en schadeadministratiekosten;
- financiële omstandigheden die de tijdswaarde van geld weerspiegelen;
- eisen ten aanzien van de solvabiliteit;
- beoogde niveaus van de winstgevendheid;
- omstandigheden in de verzekeringsmarkt, met name de prijsstelling van concurrenten voor vergelijkbare producten.
In zijn blootstelling aan de hierboven genoemde risico's profiteert Ageas van diversificatie over geografische regio's, productgroepen en zelfs verschillende verzekeringsrisicofactoren, zodat Ageas niet blootgesteld wordt aan grote concentraties verzekeringsrisico's. Daarnaast hebben de verzekeringsmaatschappijen van Ageas specifieke maatregelen getroffen om de blootstelling aan de concentratie van verzekeringsrisico's te verkleinen. Bijvoorbeeld producten die afkoopkosten in rekening brengen en/of producten die worden aangepast aan de marktwaarde beperken het verlies voor de verzekeringsmaatschappij en herverzekeringscontracten leiden tot een beperkte blootstelling aan grote verliezen.
5.4.2.1 Verzekeringsrisico's Leven
Het levensverzekeringsrisico ontstaat uit de levensverzekeringsverplichtingen in relatie tot de gevaren die verzekerd zijn en de processen die bij de bedrijfsvoering worden gebruikt.
Verzekeringstechnische risico's Leven bestaan hoofdzakelijk uit sterfte-/langlevenrisico, invaliditeitsrisico/morbiditeitsrisico, verval- en behoudrisico, leven-kostenrisico, herzienings- en catastroferisico. Deze paragraaf beschrijft eerst deze risico's (onder A t/m F). Ook wordt beschreven hoe de dochtermaatschappijen van Ageas deze risico's beheersen (onder G).
A. STERFTE-/LANGLEVENRISICO
Sterfterisico is het risico van verlies of van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waarbij een toename van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. De sterftetabellen die gebruikt worden ten behoeve van de prijsstelling bevatten voorzichtige marges. Zoals gebruikelijk in de sector maken de dochtermaatschappijen van Ageas gebruik van ervaringstabellen met adequate zekerheidstoeslagen. Elk jaar moeten de veronderstellingen worden herzien om de verwachte sterftecijfers te vergelijken met de ervaringsgegevens. Deze analyse vindt plaats op basis van een aantal criteria, zoals leeftijd, polisjaar, verzekerde som en andere verzekeringstechnische criteria.
Langlevenrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waarbij een daling van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. Dit risico wordt beheerd door het aantal vastgestelde sterftegevallen binnen de portefeuille jaarlijks te evalueren. Wanneer blijkt dat de levensverwachting sneller toeneemt dan de sterftetabellen aangeven, worden extra voorzieningen aangelegd en worden de prijzen van nieuwe producten dienovereenkomstig aangepast.
B. INVALIDITEITSRISICO/ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSRISICO
Invaliditeitsrisico/arbeidsongeschiktheidsrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van invaliditeits-, ziekte- of morbiditeitspercentages. Dit risico kan zich bijvoorbeeld voordoen in portefeuilles met invaliditeits- en ziektekostenpolissen en ongevallenverzekeringen voor werknemers. De verzekeringsmaatschappijen van Ageas beperken het invaliditeitsrisico tevens door medische selectiecriteria en een passende herverzekering.
C. VERVAL- EN BEHOUDRISICO
Vervalrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het percentage polisverval en -behoud, onder andere in de vorm van polisverlenging, -afkoop, premieverlagingen en andere factoren die tot lagere premies leiden. Behoudrisico is vaak een andere naam voor de volatiliteit van het premieverval en vervangingen van verlopen polissen, annuleringen binnen de wettelijke bedenktijd of afkopen.
De ontwikkeling en prijsstelling van verzekeringspolissen is mede gebaseerd op aannames over de kosten van het verkopen en administreren van de polissen totdat deze vervallen of uitkeren en over het verwachte behoud. Het risico van een andere feitelijke ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan worden in het stadium van de productontwikkeling in kaart gebracht. Dat risico kan worden verminderd via het productontwerp, bijvoorbeeld met een boeteclausule voor vervroegde aflossing of retentiebonussen, aanloopkosten of het spreiden van de provisie aan verzekeringsagenten om de belangen op elkaar af te stemmen of door een aanpassing van de marktwaarde voor bepaalde individuele of groepscontracten waarbij de risico's in geval van verval volledig door de polishouders worden gedragen.
D. LEVEN KOSTENRISICO
Leven-kostenrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de kosten die worden gemaakt bij de uitvoering van (her)verzekeringsovereenkomsten. Het kostenrisico ontstaat als de voorziene kosten bij de prijsstelling van een garantie ontoereikend zijn om in het volgende jaar de werkelijke kosten op te vangen.
E. HERZIENINGSRISICO
Herzieningsrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het herzieningspercentage dat op lijfrentes wordt toegepast als gevolg van veranderingen in het juridische klimaat of in de gezondheidstoestand van de verzekerde.
F. CATASTROFERISICO
Levenscatastroferisico komt voort uit extreme of ongeregelde gebeurtenissen die levensbedreigend zijn, bijvoorbeeld nucleaire explosie, pandemie van een nieuwe infectieziekte, terrorisme of natuurrampen.
G. HET BEHEERSEN VAN VERZEKERINGSRISICO'S LEVEN BINNEN DE VERZEKERINGSBEDRIJVEN VAN AGEAS
Via interne risicorapportering per kwartaal worden verzekeringsrisico's Leven bewaakt om beter inzicht te hebben in hun blootstelling aan bepaalde gebeurtenissen en hun ontwikkeling. De meeste levensverzekeringsdochtermaatschappijen staan blootgesteld aan gelijksoortige gebeurtenissen zoals (massaal) verval, kosten en sterfte/langleven.
5.4.2.2 Verzekeringsrisico's Niet-leven
De verzekeringstechnische risico's Niet-leven bestaan voornamelijk uit het reserverisico, premierisico, catastroferisico en vervalrisico. Deze paragraaf beschrijft eerst deze risico's (onder A t/m D). Daarna wordt beschreven hoe de dochtermaatschappijen van Ageas deze risico's beheersen (onder E), in subparagraaf F worden de schaderatio's weergegeven, onder G de risicogevoeligheden Niet-leven en onder H zijn de schadereservetabellen te vinden.
A. RESERVERISICO
Reserverisico houdt verband met de uitstaande schaden en is het risico van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van schommelingen in het tijdstip en het bedrag van de afhandeling en kosten van schaden.
B. PREMIERISICO
Premierisico Niet-leven is het risico dat de premie ontoereikend is om alle verplichtingen te dekken, inclusief schade en kosten als gevolg van schommelingen in de schadefrequentie, de ernst van de schadeclaims, het tijdstip van de afhandeling of nadelige veranderingen in de kosten.
Het schaderisico bij Niet-leven kan om diverse redenen afwijken van de verwachte uitkomst. In een analyse wordt doorgaans anders omgegaan met claims met een lange of met een korte looptijd. Zo worden claims met een korte looptijd (zoals autoschade en schade aan goederen) over het algemeen binnen enkele dagen of weken gemeld en kort daarna afgewikkeld. De afwikkeling van claims met een lange looptijd (zoals bij lichamelijk letsel of aansprakelijkheid) kan daarentegen jaren in beslag nemen. Bij claims met een lange looptijd is, als gevolg van de aard van de schade, informatie over de gebeurtenis (bijvoorbeeld over de vereiste medische behandeling) niet altijd direct beschikbaar. Daarnaast is schade met een lange looptijd moeilijker te analyseren, zijn hiervoor meer gedetailleerde werkzaamheden vereist en is de mate van onzekerheid groter dan bij schade met een korte looptijd.
De verzekeringsmaatschappijen van Ageas houden rekening met de ervaringen met vergelijkbare gevallen en historische trends, zoals het voorzieningenpatroon, de groei van de blootstelling, schadeuitkeringen, de omvang van lopende en nog niet uitgekeerde schadegevallen, evenals gerechtelijke uitspraken en economische omstandigheden.
Om het claimrisico te verminderen passen de verzekeringsmaatschappijen van Ageas een selectie- en acceptatiebeleid toe dat is gebaseerd op schadehistorie en modellen. Dit gebeurt per klantensegment en per soort activiteit, waarbij tevens gebruik wordt gemaakt van de kennis of verwachtingen ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van de frequentie en omvang van claims. Daarnaast profiteren de verzekeringsmaatschappijen van Ageas van spreidingseffecten omdat de Niet-levenbedrijven actief zijn op een groot aantal verschillende terreinen en in een groot aantal verschillende regio's. Aan het gemiddeld aantal claims verandert dit niets, maar de variatie in de totale claimportefeuille neemt hierdoor wel af, en daarmee tevens het risico. Het risico van onverwacht grote schadeclaims wordt door polisbeperkingen, beheer van het concentratierisico en herverzekeringen ingeperkt.
C. CATASTROFERISICO
Catastroferisico betreft claims in verband met rampen, namelijk natuurrampen zoals storm, overstromingen, aardbevingen, ernstige vorst, tsunami's en door mensen veroorzaakte rampen zoals terrorisme, explosies of schadegevallen met doden waarbij tal van slachtoffers betrokken zijn of die neveneffecten hebben zoals vervuiling, storing in bedrijfsactiviteiten.
D. VERVALRISICO
Vervalrisico heeft betrekking op de toekomstige premies in een premievoorziening waarbij een verwachte winst is voorzien. Vervalrisico is het risico van meer verval dan verwacht, waardoor de winst minder is dan verwacht.
E. HET BEHEERSEN VAN NIET-LEVEN RISICO'S DOOR DE VERZEKERINGSDOCHTERMAATSCHAPPIJEN
Het beheersen van Niet-leven risico's binnen Ageas is in overeenstemming met de voor elke Niet-leven entiteit geldende instructies en richtlijnen op het gebied van verzekeren en risico's nemen. Hieronder vallen regels voor risicoacceptatie, richtlijnen op het gebied van schadebeheer met het oog op kostenevaluatie en schadevergoedingen, herverzekeringsactiviteiten en management in het algemeen.
Op Groepsniveau is in verband met het bovenstaande een aantal rapportageschema's ingevoerd, zoals KPI rapporten en toereikendheidstoetsen, zowel voor schade- en premiereserves tot op heden als voor schadeverplichtingen in het verleden.
F. SCHADERATIO'S
Schaderatio is een maatstaf die wordt gebruikt om de geschiktheid te beoordelen van het gedeelte van de premies dat wordt gehanteerd om schadeclaims te dekken. Schaderatio wordt gedefinieerd als de totale (geschatte) kosten van schade als percentage van de verdiende premies. De andere bestanddelen van de premie, zoals niet terugkerende managementkosten en winst, worden hier buiten beschouwing gelaten. Combined ratio is de som van schade- en lastenratio (inclusief commissies).
Over het algemeen genomen mag een combined ratio onder de 100 procent worden verwacht met een doelstelling van minder dan 97%. Vanwege de intrinsieke veranderlijkheid van het schadeclaimproces en/of ondoelmatige premies, kan de combined ratio soms boven de 100 procent bedragen. Deze situatie wordt aangepakt door middel van het beheersen van Niet-leven risico's (zie punt E hierboven).
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de Combined ratio's en Schade ratio's van de laatste vijf jaar.
G. GEVOELIGHEDEN OP TECHNISCHE VOORZIENINGEN
De in de onderstaande tabel getoonde Niet-leven risicogevoeligheden gaan uit van het effect op het resultaat voor belasting, rekening houdend met een afname van de kosten zoals inbegrepen in de Geconsolideerde resultatenrekening met 10% en een toename van schadelasten zoals inbegrepen in de Geconsolideerde resultatenrekening met 5%.
| Effect op resultaat | Effect op resultaat | |
|---|---|---|
| voor belasting per | voor belasting per | |
| Gevoeligheden - Niet-leven | 31 december 2017 | 31 december 2016 |
| Lasten -10% | 147,3 | 140,2 |
| Schadelasten +5% | - 123,8 | - 137,8 |
H. SCHADERESERVETABELLEN
Schadejaar
De reserves die in de balans zijn verantwoord voor schadeclaims en de kosten van schadeclaims worden naar schadejaar door de actuarissen en de afdeling schadebeheer geanalyseerd. Uitkeringen en reserves worden derhalve in een tabel met twee tijdsperiodes weergegeven: schadejaar (jaar van de schade, in de kolommen) en kalenderjaar (ontwikkelingsjaar, op de regels). Deze zogenoemde uitfaserende driehoek laat zien hoe de schadereserve zich in de tijd ontwikkelt als gevolg van gedane betalingen en nieuwe schattingen van de verwachte uiteindelijke schade per de betreffende balansdatum.
Alle schadeclaims zijn het gevolg van verrzekeringsovereenkomsten zoals gedefinieerd onder IFRS, inclusief alle schadeovereenkomsten waarvan de reserves in driehoeksformaat kunnen worden verantwoord. De genoemde belangrijkste cijfers zijn niet contant gemaakt. De contant gemaakte schadereserve en een aantal andere verplichtingen (bijv. permanente arbeidsongeschiktheid of lijfrentes uit zorg- of ongevallenverzekeringen of andere overeenkomsten) zijn opgenomen in de reconciliatieregels.
Alle bedragen in de tabel worden berekend tegen de van toepassing zijnde wisselkoers per jaareinde 2017.
De schadereserve ontwikkelingstabel per schadejaar is als volgt.
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Betalingen op: | ||||||||||
| N | 928,7 | 1.009,1 | 1.085,0 | 1.017,9 | 1.015,2 | 969,0 | 1.078,8 | 1.055,7 | 1.294,9 | 1.207,6 |
| N + 1 | 399,7 | 469,7 | 588,9 | 500,6 | 477,7 | 487,6 | 496,8 | 506,9 | 508,2 | |
| N + 2 | 97,8 | 122,6 | 118,5 | 130,0 | 115,7 | 111,0 | 126,4 | 130,0 | ||
| N + 3 | 72,6 | 76,4 | 84,7 | 69,0 | 86,5 | 72,8 | 79,4 | |||
| N + 4 | 51,6 | 56,2 | 54,1 | 48,8 | 64,4 | 57,4 | ||||
| N + 5 | 32,4 | 30,6 | 44,9 | 27,1 | 48,8 | |||||
| N + 6 | 16,6 | 19,5 | 25,5 | 17,7 | ||||||
| N + 7 | 10,2 | 18,0 | 14,2 | |||||||
| N + 8 | 8,3 | 7,1 | ||||||||
| N + 9 | 6,9 | |||||||||
| Schadekosten: (Cumulatieve betalingen + | ||||||||||
| Uitstaande schadeverplichtingen) | ||||||||||
| N | 1.728,2 | 1.905,0 | 2.105,4 | 2.036,5 | 2.037,0 | 2.019,6 | 2.123,6 | 2.118,4 | 2.574,6 | 2.334,2 |
| N + 1 | 1.694,9 | 1.869,4 | 2.094,5 | 1.963,9 | 2.002,8 | 1.965,4 | 2.105,5 | 2.101,4 | 2.566,7 | |
| N + 2 | 1.711,3 | 1.889,4 | 2.099,5 | 1.953,4 | 2.007,9 | 1.909,6 | 2.108,6 | 2.154,4 | ||
| N + 3 | 1.703,1 | 1.906,9 | 2.098,5 | 1.927,9 | 1.984,5 | 1.894,6 | 2.122,1 | |||
| N + 4 | 1.693,9 | 1.887,4 | 2.097,1 | 1.903,1 | 2.007,4 | 1.926,2 | ||||
| N + 5 | 1.679,2 | 1.895,4 | 2.097,4 | 1.926,6 | 2.011,1 | |||||
| N + 6 | 1.693,8 | 1.882,1 | 2.119,4 | 1.931,4 | ||||||
| N + 7 | 1.686,5 | 1.904,8 | 2.117,2 | |||||||
| N + 8 | 1.697,8 | 1.913,0 | ||||||||
| N + 9 | 1.701,4 | |||||||||
| Uiteindelijk verlies, geschat op de initiële datum | 1.728,2 | 1.905,0 | 2.105,4 | 2.036,5 | 2.037,0 | 2.019,6 | 2.123,6 | 2.118,4 | 2.574,6 | 2.334,2 |
| Uiteindelijk verlies, geschat in voorgaand jaar | 1.697,8 | 1.904,8 | 2.119,4 | 1.926,6 | 2.007,4 | 1.894,6 | 2.108,6 | 2.101,4 | 2.574,6 | |
| Uiteindelijk verlies, geschat in huidig jaar | 1.701,4 | 1.913,0 | 2.117,2 | 1.931,4 | 2.011,1 | 1.926,2 | 2.122,1 | 2.154,4 | 2.566,7 | 2.334,2 |
| Surplus (tekort) lopend jaar ten opzichte van | ||||||||||
| initieel schadejaar | 26,8 | - 8,0 | - 11,8 | 105,1 | 25,9 | 93,4 | 1,5 | - 36,0 | 7,9 | |
| Surplus (tekort) huidig jaar ten opzichte van vorig schadejaar |
- 3,6 | - 8,2 | 2,2 | - 4,8 | - 3,7 | - 31,6 | - 13,5 | - 53,0 | 7,9 | |
| Uitstaande claims reserve voor 2008 | 372,8 | |||||||||
| Uitstaande claims reserve van 2008 tot 2017 | 3.526,0 | |||||||||
| Overige verplichtingen (niet in tabel) | 943,6 | |||||||||
| Claims arbeidsongeschiktheids- | ||||||||||
| en zorgverzekeringen | 1.450,6 | |||||||||
| Totaal schadeverplichting in de | ||||||||||
| balans | 6.293,0 |
Ageas Seguros, de Portugese Niet-leven verzekeraar, die is overgenomen in april 2016 is voor twee jaar opgenomen in de schadereserve ontwikkelingstabel. De Italiaanse Niet-leven verzekeraar Cargeas, die is verkocht in december 2017, is niet meer opgenomen.
De schadereserve ontwikkelingstabel per schadejaar (zie hierboven) laat de ontwikkeling zien van de uiteindelijke totale schade (in gedane betalingen en uitstaande schadereserves) voor elk schadejaar (zoals aangegeven in de kolom), per ontwikkelingsjaar (zoals aangegeven in de regel) vanaf het jaar van het optreden van de schade tot en met boekjaar 2017.
In de driehoek 'Betalingen' is het totale bedrag aan schadebetalingen weergegeven, verminderd met terugvorderingen, exclusief herverzekering.
De tweede driehoek, 'Schadekosten', geeft de uitstaande claimsreserve weer inclusief IBN(E)R voor elk schadejaar, op basis van de nieuwe inschatting van de uiteindelijke schadelast en de al gedane betalingen.
De regels 'Uiteindelijk verlies', geschat per de datum dat de schade voor het eerst optrad, per het vorige boekjaar en het huidige boekjaar weerspiegelt het feit dat de schatting fluctueert met de kennis en informatie die over de schadeclaim is vergaard. Hoe langer de ontwikkelingsperiode van de claims, hoe nauwkeuriger de inschatting van het uiteindelijke verlies.
Het bedrag bij 'Totaal schadeverplichting in de balans' wordt verder toegelicht in sectie 20.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven.
5.4.2.3 Gezondheidsrisico
Gezondheid verzekeringstechnisch risico geeft het risico weer dat ontstaat uit de verplichtingen van de gezondheidsverzekeringen. Of dat nu gebeurt op een gelijkaardige technische basis als die van de levensverzekering of niet, voortvloeiend uit zowel de gedekte gevaren en de processen die worden gebruikt in de bedrijfsvoering.
De onderdelen van gezondheidsverzekeringsrisico moeten worden opgesplitst afhankelijk van het type verplichtingen: indien gelijkaardig aan levensrisico of gemodelleerd op basis van gelijkaardige technieken als die voor levensverplichtingen – we verwijzen naar sectie 5.4.2.1 Levensverzekeringsrisico's. Voor verplichtingen gelijkaardig aan Niet-leven verplichtingen of gemodelleerd op een gelijkaardige manier, verwijzen we naar sectie 5.4.2.2 Verzekeringsrisico's Nietleven.
5.4.2.4 Herverzekeringen
Indien noodzakelijk sluiten de verzekeringsbedrijven van Ageas herverzekeringscontracten af om de verzekeringstechnische risico's te verminderen. Herverzekering kan plaatsvinden per afzonderlijke polis (per risico), of op portefeuillebasis (per gebeurtenis) wanneer het risico met betrekking tot individuele verzekeringnemers zich binnen de lokale limieten bevindt maar er sprake is van een onaanvaardbaar risico van accumulatie van claims op het niveau van de Groep (catastroferisico). Laatstgenoemde gebeurtenissen hangen over het algemeen samen met extreme weersomstandigheden of zijn door menselijk toedoen veroorzaakt. Voor de selectie van herverzekeringsmaatschappijen zijn voornamelijk de prijsstelling en de beheersing van het tegenpartijrisico bepalend. Het beheer van het tegenpartijrisico is geïntegreerd in het totale beheer van het kredietrisico.
Herverzekering wordt vooral gebruikt voor het verminderen van de invloed van natuurrampen (zoals orkanen, aardbevingen en overstromingen), grote enkelvoudige schade uit hoofde van polissen met een hoge limiet en meervoudige schade die voortvloeit uit één en dezelfde gebeurtenis door menselijk toedoen.
Ageas richtte een interne herverzekeringsmaatschappij op, genaamd Intreas N.V., die in juni 2015 een licentie in Nederland verkreeg. Intreas heeft een kapitaal van EUR 100 miljoen. De reden voor het opzetten van deze interne herverzekeringsmaatschappij is het optimaliseren van het herverzekeringsprogramma van Ageas door het harmoniseren van risicoprofielen doorheen gecontroleerde limieten/entiteiten en om het kapitaalbeheer te verbeteren. Intreas is een Niet-leven herverzekeringsmaatschappij en mag enkel risico's accepteren van Ageas Groep vennootschappen.
In 2017 had Intreas een Solvency II ratio van 230% berekend onder de standaardformule (2016: 259%). De doelstelling bedraag 200%. De interne verzekeringsmaatschappijen in scope voor Intreas zijn:
- AG Insurance, België;
- Ageas Insurance Limited, VK;
- Ageas Ocidental, Portugal.
Teneinde in overeenstemming te zijn met zijn risk appetite, vermindert Intreas een gedeelte van het risico op de aangegane contracten door de aankoop van groep retrocessie dekkingen en/of dekkingen die zijn eigen balans beschermen.
Intreas respecteert en opereert binnen het risicomanagementkader van Ageas en heeft zijn eigen bestuursorganen en beheersingsprocessen opgezet in overeenstemming met groepsnormen.
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van het behoud van het risico per product (in nominale bedragen) van Ageas.
| 2017 | Hoogste behoud per risico | Hoogste behoud per gebeurtenis |
|---|---|---|
| Productsegmenten | ||
| Auto, wettelijke aansprakelijkheid | 4.000.000 | |
| Auto overige | 42.500.000 | |
| Vastgoed | 3.750.000 | 55.000.000 |
| Wettelijke aansprakelijkheid algemeen | 4.000.000 | |
| Bedrijfsongevallenverzekering | 2.700.000 | 19.800.000 |
| Persoonlijke ongevallen | 300.000 | 19.875.000 |
De tabel geeft het hoogste bedrag weer voor alle entiteiten van de groep voor soortgelijke dekking waarvoor Ageas de maximale neemt om risico's te beperken. Bedragen die hoger zijn dan in de tabel weergegeven, worden overgedragen naar derden herverzekeraars. De hoogte hangt af van het type gebeurtenis dat door deze herverzekeringsovereenkomsten wordt gedekt: per individueel risico of per gebeurtenis. Aangezien de catastrofedekking voor Auto overige onder de reguliere herverzekeringsovereenkomsten valt, wordt het genoemde behoud beschouwd als het maximale bedrag waarvoor Ageas aansprakelijk is.
De onderstaande tabel biedt een overzicht van de premies die per product aan herverzekeraars zijn betaald per jaareinde (bedragen in miljoenen).
| Bruto geboekte | Uitgaande | Netto geboekte | |
|---|---|---|---|
| 2017 | premies | premies | premies |
| Productsegmenten | |||
| Leven | 4.141,3 | - 33,8 | 4.107,5 |
| Ongevallen en ziekte | 911,7 | - 31,0 | 880,7 |
| Brand, schade, andere schade aan eigendommen en overige | 3.393,0 | - 164,7 | 3.228,3 |
| Bruto geboekte | Uitgaande | Netto geboekte | |
| 2016 | premies | premies | premies |
| Productsegmenten | |||
| Leven | 4.934,8 | - 45,5 | 4.889,3 |
| Ongevallen en ziekte | 867,3 | - 32,0 | 835,3 |
| Brand, schade, andere schade aan eigendommen en overige | 3.474,9 | - 183,7 | 3.291,2 |
5.4.3 Operationele risico's
Ageas is – net zoals elke andere financiële instelling - blootgesteld aan operationele risico's. Operationeel risico wordt gedefinieerd als de risico's van verlies als gevolg van ontoereikende of falende interne processen, systemen, medewerkers of externe gebeurtenissen.
Zowel op lokaal als groepsniveau heeft Ageas processen ingericht om operationele risico te beheren. Deze processen zijn een integraal onderdeel van het risicomanagementkader van de onderneming. Het operationele risicokader bestaat uit bedrijfsbrede beleidskaders en processen die worden toegepast op groepsniveau en in alle dochtermaatschappijen met het oog op de identificatie, de beoordeling, het beheer, de bewaking en de rapportage van operationele risico's. Bepaalde van deze groepsprocessen omvatten:
- beheer van de continuïteit van de onderneming;
- beheer van het frauderisico;
- uitbesteding;
- behandel uw klant eerlijk;
- verzameling van verliesgegevens;
- beoordeling toereikendheid interne controle;
- identificatieproces van de belangrijkste risico's.
Ageas heeft door middel van een risicoclassificatie zeven belangrijke bronnen van operationele risico's vastgesteld.
Klanten, producten en bedrijfsactiviteiten
Tekortkoming, onbedoeld of door onachtzaamheid, om aan een zakelijke verplichting te voldoen jegens specifieke klanten (met inbegrip van fiduciaire en geschiktheidsvereisten) en belanghebbenden zoals toezichthouders, of als gevolg van de eigenschappen van een product.
Uitvoering, levering en procesmanagement
Het risico dat ontstaat wanneer een transactieproces mislukt of een tekortkoming in procesmanagement van zakelijke relaties met tegenpartijen of leveranciers.
Bedrijfsonderbreking en systeemfouten
Risico verbonden aan de onderbreking van zakelijke activiteit te wijten aan interne of externe systemen en/of communicatiesystemen die dalen, de ontoegankelijkheid tot informatie en/of de onbeschikbaarheid van nutsvoorzieningen en andere extern gedreven bedrijfsonderbrekingen die ook personeel kunnen schaden.
Handelingen van werknemers en veiligheid op de werkvloer
Risico dat ontstaat door daden/nalatigheid, bedoeld of onbedoeld, die niet overeenstemmen met toepasselijke wetgeving inzake werknemersrelaties, gezondheid, veiligheid en diversiteit/discriminatie daden waarvoor de organisatie verantwoordelijk is.
Interne fraude
Intern frauderisico is het risico dat ontstaat door opzettelijk misbruik (of een poging daartoe) van procedures, systemen, activa, producten en/of diensten van een bedrijf waarbij ten minste één intern personeelslid is betrokken (die op de loonlijst staat van de organisatie) die zichzelf of anderen (inclusief het bedrijf) op een bedrieglijke of onwettelijke manier wil bevoordelen. Interne fraude kan met of zonder de hulp van een derde partij worden gepleegd.
Externe fraude
Risico's die ontstaan door (pogingen tot) daden van fraude en diefstallen, of opzettelijke omzeiling van de wet, uitgevoerd door derde partijen, met inbegrip van klanten, tussenpersonen en inkopende organisaties (met inbegrip van subleveranciers en onderaannemers), met als bedoeling een voordeel te behalen, waarbij het bedrijf of haar tegenpartijen worden benadeeld (waarvoor het bedrijf betaalt), of de activa van het bedrijf beschadigt. Omvat alle vormen van cyberrisico, en fraude door cliënten en externe partijen (dit zijn partijen die doorgaans niet samenwerken met het bedrijf en die geen toegang hebben tot de systemen van het bedrijf.
Schade aan materiële activa
Verliezen die ontstaan als gevolg van verlies of schade aan materiële activa door natuurrampen of andere gebeurtenissen.
Ageas streeft ernaar de voormelde operationele risico's op een gepast niveau te houden door in een solide en beheerste omgeving te opereren in het licht van de kenmerken van haar bedrijf, de markten en het toezichtklimaat waarin zij werkzaam is. Hoewel deze controlemechanismen de operationele risico's verminderen, kan Ageas deze risico's nooit volledig uitbannen.
Er wordt elk jaar een toereikendheid van de interne controle (INCA) uitgevoerd die resulteert in de jaarlijkse 'Management Control Statement', opgesteld door alle (lokale en Groep) CEO's die daarmee hun vertrouwen uitspreken in hun lokaal risico beheersingskader.
5.4.4 Strategisch & bedrijfsrisico
Deze risicocategorie omvat externe en interne factoren die een invloed kunnen hebben op de mogelijkheid van Ageas om te voldoen aan zijn huidige plannen en doelstellingen, en om zich te positioneren met het oog op de verwezenlijking van aanhoudende groei en waardecreatie.
Risico inzake regelgevende wijzigingen
Regelgevingen met betrekking tot toegelaten productkenmerken, bedrijfsvoering, verzekeringspraktijken (zoals genetische testen), garanties, winstdelingen, personeelsregels, reserves, solvabiliteit die een invloed kunnen uitoefenen op het volume of de kwaliteit van nieuwe verkopen of de winstgevendheid van zaken.
Concurrentierisico
Concurrentierisico's ontstaan door veranderingen in het concurrentielandschap of de marktpositie.
Distributierisico
Dit is het risico dat er een verlies ontstaat te wijten aan distributieplannen die ongunstig afwijken van de verwachtingen. Dit type strategisch risico krijgt bijzondere aandacht als gevolg van de belangrijke rol die distributie inneemt in het businessmodel van de Groep en onze afhankelijkheid van externe partijen en partners voor de distributie. Distributierisico kan ontstaan als gevolg van een aantal oorzaken, met inbegrip van een gebrekkige afstemming van incentives, een slecht relatiebeheer, een gebrek aan onderhandelingskracht in de relatie.
Reputatierisico
Het risico dat er verlies ontstaat door een ongunstig beeld van de organisatie door klanten, tegenpartijen, aandeelhouders, beleggers of toezichthouders. Het verlies kan ontstaan door een daling van het aantal klanten, transacties en financieringskansen.
Landenrisico
Landenrisico is het risico dat het investeringsklimaat in een land verandert en een ongunstig effect heeft op operationele winsten of de waarde van activa in dat land. Bijvoorbeeld financiële factoren zoals valutacontroles, devaluaties of veranderingen in de regelgeving, stabiliteitsfactoren zoals volksopstanden, burgeroorlog en andere potentiële gebeurtenissen die bijdragen aan de strategische risico's van bedrijven (bijv. het uiteenvallen van de eurozone). Het landenrisico heeft alleen betrekking op risico's die een invloed hebben op alle bedrijven die in een bepaald land actief zijn.
Overige Omgevingsrisico's
Omgevingsrisico's omvatten een aantal veranderingen in de externe omgeving die nog niet worden gedekt door de categorieën hierboven, met inbegrip van:
- Het economische klimaat, voortvloeiend uit economische factoren (bijv. Inflatie, deflatie, werkloosheid, veranderend consumentenvertrouwen /-gedrag enz.) dat van invloed kan zijn op de activiteiten. Rente / inflatie / deflatie kan ook optreden via financieel en/of verzekeringsrisico's;
- Omgevingsrisico's geopolitieke situatie die een invloed kan hebben op de capaciteit van Ageas om zaken te doen in de verschillende landen waar het actief is;
- Technologische veranderingen en de impact die dit kan hebben op het consumptiepatroon en de noodzaak om geschikte ITstrategieën te ontwikkelen;
- Andere nieuwe risico's zijn de gebeurtenissen of omstandigheden die mensen op grote schaal niet kunnen beheersen, die vandaag een invloed uitoefenen op manieren die moeilijk te begrijpen zijn zoals potentiële claims van nanotechnologie of veranderende weerspatronen;
- Besmettingsrisico's een extreme vorm van concentratierisico die ontstaat wanneer doorgaans onsamenhangende risicofactoren elkaar kunnen beïnvloeden en bijzonder gecorreleerd worden – verbonden aan de hogere niveaus van connectiviteit over de wereld en daardoor onze markten en risicotypes.
Concentratierisico
Concentratierisico verwijst verder naar alle risicoblootstellingen met een verliespotentieel dat groot genoeg is om de solvabiliteit of de financiële positie van Ageas te bedreigen.
Risico van immateriële activa
Het risico van immateriële activa is het risico van verlies, of een ongunstige waardeontwikkeling van immateriële activa door een wijziging in de verwachte toekomstige voordelen die uit de immateriële activa kunnen worden gehaald.
Strategisch risico
Het strategisch risico wordt gedefinieerd als het risico van de huidige en toekomstige impact op waarde, winsten of kapitaal dat ontstaat door ongunstige beslissingen, onjuiste toepassing van beslissingen, of het niet actief opvolgen van veranderingen in de sector. Het strategisch risico is een functie van de compatibiliteit van de strategische doelstellingen van een onderneming, de strategie ontwikkeld om deze doelstellingen te behalen, de hulpbronnen die worden ingezet voor deze doeleinden en de kwaliteit van de implementatie.
6 Toezicht en solvabiliteit
De Nationale Bank van België (NBB) heeft ageas SA/NV aangemerkt als een Verzekeringsholding. Sinds 2016 is het toezicht gebaseerd op het Solvency II-kader. De NBB is de toezichthoudende instantie en ontvangt in die hoedanigheid specifieke rapporten die de basis vormen voor het prudentieel toezicht op het niveau van de groep. In zijn rol van toezichthoudende instantie voor de groep faciliteert de NBB groepstoezicht via een college van toezichthouders. Toezichthouders in de EER-lidstaten waarin Ageas actief is, zijn in dit college vertegenwoordigd. Het college werkt op basis van Europese richtlijnen, waarborgt dat de samenwerking, uitwisseling van informatie en gezamenlijk overleg tussen de toezichthoudende instanties plaatsvindt en bevordert de convergentie van toezichthoudende activiteiten.
6.1 Vereist en beschikbaar kapitaal onder Solvency II - Partieel Intern Model (Pijler 1)
Sinds 1 januari 2016 is het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau onder het Solvency II-raamwerk. In plaats van de Standaardformule toe te passen gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) voor de Pijler 1-rapportage waarbij het grootste deel van de schadeverzekeringsrisico's worden gemodelleerd aan de hand van Ageas-specifieke formules.
Voor volledig geconsolideerde entiteiten is de consolidatiescope voor Solvency II is vergelijkbaar met de IFRS consolidatiescope. De Europese beleggingen in geassocieerde deelnemingen werden prorata opgenomen, zonder enige diversificatievoordelen. Alle niet-Europese geassocieerde deelnemingen (inclusief Turkije) werden uitgesloten van beschikbaar kapitaal en vereist kapitaal, aangezien de toepasselijke solvabiliteitsstelsels niet als gelijkwaardig aan Solvency II worden beschouwd.
Ageas hanteert een conservatieve benadering van zijn in aanmerking komende beschikbaar kapitaal omdat, naast het vrije vermogen dat aan externe aandeelhouders toebehoort, Ageas een bedrag van niet in aanmerking komende beschikbaar kapitaal aanhoudt dat gelijk is aan de SCR-diversificatievoordelen die tussen de werkmaatschappijen worden gerealiseerd.
In het Partieel Intern Model (PIM) past Ageas overgangsmaatregelen toe inzake de technische voorzieningen in Portugal en Frankrijk, de grandfathering van uitgegeven hybride schuld en de verlenging van rapportagedeadlines op het niveau van de Groep.
De aansluiting van het IFRS eigen vermogen en eigen vermogen onder Solvency II en de resulterende solvabiliteitsratio onder het Partieel Intern Model is de volgende.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| IFRS eigen vermogen | 10.162,2 | 10.205,0 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 9.610,9 | 9.560,6 |
| Minderheidsbelangen | 551,3 | 644,4 |
| Achtergestelde verplichtingen die in aanmerking komen | 2.261,3 | 2.263,9 |
| Perimeter wijzigingen aan IFRS waarde | - 2.781,2 | - 2.777,4 |
| Uitsluiting van verwachte dividenden | - 407,4 | - 418,4 |
| Proportionele consolidatie | - 232,4 | - 237,9 |
| Verwijdering uit de balans van beleggingen in deelnemingen | - 2.141,4 | - 2.121,1 |
| Waarderingsverschillen | - 1.239,5 | - 835,9 |
| Herwaardering van vastgoedinvesteringen | 1.629,0 | 1.558,0 |
| Verwijdering uit de balans van parking concessies | - 429,9 | - 414,3 |
| Verwijdering uit de balans van goodwill | - 604,0 | - 697,4 |
| Herwaardering van balansonderdelen gerelateerd aan de verzekeringsactiviteiten | - 5.048,2 | - 4.544,8 |
| (Technische voorzieningen, bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten kunnen | ||
| worden verhaald, de waarde van verworven ondernemingen en uitgestelde overnamekosten) | ||
| Herwaardering van activa die onder IFRS | 2.947,1 | 3.046,8 |
| niet aan reëele waarde kunnen worden geboekt | ||
| (Obligaties aangehouden tot einde looptijd, leningen, hypotheken) | ||
| Belastingimpact op waarderingsverschillen | 256,7 | 169,8 |
| Overige | 9,8 | 46,0 |
| Totaal Solvency II eigen vermogen | 8.402,8 | 8.855,6 |
| Niet in aanmerking komend beschikbaar kapitaal | - 658,7 | - 744,1 |
| Totaal eigen vermogen die in aanmerking komen onder Solvency II | 7.744,1 | 8.111,5 |
| Vereist Kapitaal voor de Groep onder het Partieel Intern Model (SCR) – (niet geaudit) | 4.062,4 | 4.653,4 |
| Kapitaalratio | 190,6% | 174,3% |
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
| Totaal eigen vermogen die in aanmerking komen onder Solvency II, waarvan: | 7.744,1 | 8.111,5 |
| Tier 1 | 5.315,0 | 5.653,9 |
| Tier 1 restricted | 1.328,8 | 1.413,5 |
| Tier 2 | 999,9 | 918,4 |
Tier 3 100,4 125,7
De samenstelling van de solvabiliteitskapitaalvereiste kan als volgt worden samengevat:
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Marktrisico | 4.835,0 | 4.813,2 |
| Tegenpartij kredietrisico | 333,8 | 356,0 |
| Levensverzekeringstechnisch risico | 669,7 | 647,9 |
| Gezondheid verzekeringtechnisch risico | 382,3 | 439,5 |
| Niet-leven verzekeringstechnisch risico | 697,3 | 834,9 |
| Diversificatie tussen de hierboven vermelde risico's | - 1.428,1 | - 1.548,9 |
| Niet-diversifieerbare risico's | 658,8 | 684,4 |
| Absorberend vermogen van technische voorzieningen om verliezen te compenseren | - 1.188,7 | - 513,2 |
| Absorberend vermogen van uitgestelde belastingen om verliezen te compenseren | - 897,7 | - 1.060,4 |
| Vereist Kapitaal voor de Groep onder het Partieel Intern Model (SCR) – (niet geaudit) | 4.062,4 | 4.653,4 |
| Impact van Schade Intern Model op Niet-Leven Verzekeringstechnisch Risico | 359,3 | 285,5 |
| Impact van Schade Intern Model op Diversificatie tussen risico's | - 209,3 | - 165,3 |
| Impact van Schade intern Model op correctie | ||
| voor het vermogen via Uitgestelde Belastingen | 8,3 | 19,4 |
| Vereist Kapitaal voor de Groep onder de Standaardformule | 4.220,7 | 4.793,0 |
6.2 Kapitaalbeheer Ageas onder Solvency II – SCRageas (Pijler 2 – niet geaudit)
Ageas is van mening dat een sterke kapitaalbasis in de individuele verzekeringsactiviteiten een noodzaak is, enerzijds als een competitief voordeel en anderzijds omdat het nodig is om de geplande groei te financieren.
Voor zijn kapitaalbeheer hanteert Ageas een interne benadering gebaseerd op het Partieel Intern Model met een aangepast spreadrisico, waarbij een Intern Model wordt toegepast voor Vastgoed (vanaf 2016) en overgangsmaatregelen worden verwijderd (met uitzondering van de grandfathering van uitgegeven hybride schuld en de verlenging van rapportagedeadlines). Onder deze aanpassing wordt het spreadrisico berekend op het fundamenteel gedeelte van het spreadrisico voor alle obligaties.
Dit betekent een SCR-last voor EU-overheidsobligaties en verlaagt het spreadrisico voor alle andere obligaties. De technische voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde met gebruik van een rentecurve zoals voorgeschreven door EIOPA. In plaats van de standaard volatiliteitsaanpassing passen de ondernemingen een bedrijfsspecifieke volatiliteitsaanpassing toe, of gebruiken een model voor verwachtverlies-model gebaseerd op de samenstelling van hun specifieke activaportefeuille. Deze SCR wordt SCRageas genoemd.
De aansluiting van de SCRageas met het Partieel Intern Model SCR is de volgende:
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Partieel Intern Model SCR Groep | 4.062,4 | 4.653,4 |
| Uitsluiting van Algemene Rekening | - 74,3 | - 64,4 |
| Partieel Intern Model SCR Verzekeringsactiviteiten | 3.988,1 | 4.589,0 |
| Impact van Intern Model Vastgoed | - 303,4 | - 367,0 |
| Bijkomend Spreadrisico | 273,9 | - 118,6 |
| Min diversificatie | 23,9 | 15,0 |
| Min correctie technische voorziening | - 104,6 | 35,3 |
| Min beperking correctie voor het vermogen van uitgesteld belastingverlies | 56,2 | 27,9 |
| SCR ageas | 3.934,1 | 4.181,6 |
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
| In aanmerking komend groepsvermogen gebaseerd op Partieel Intern Model | 7.744,1 | 8.111,5 |
| Uitsluiting van Algemene Rekening | - 90,6 | - 495,8 |
| Herwaardering technische voorziening | - 161,1 | - 323,7 |
| Terugboeking van parking concessies | 212,4 | 166,1 |
| Herberekening van niet-beschikbaar | 8,4 | 20,1 |
| In aanmerking komend groepsvermogen van | ||
| verzekeringsactiviteiten onder Solvency II ageas | 7.713,2 | 7.478,2 |
De verschillen in eigen vermogen en SCR tussen het Partieel Intern Model en de SCRageas die in de bovenste tabellen worden gepresenteerd, leiden tot een daling van het Niet-overdraagbare eigen vermogen van EUR 8 miljoen (31 december 2016: daling van EUR 20 miljoen).
Kapitaalpositie Ageas per segment, gebaseerd op de SCRageas.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Solvabiliteits | Solvabiliteits | |||||
| Eigen Vermogen | SCR | ratio | Eigen Vermogen | SCR | ratio | |
| België | 6.858,7 | 2.890,3 | 237,3% | 6.943,6 | 2.849,6 | 243,7% |
| VK | 761,7 | 517,5 | 147,2% | 708,9 | 707,3 | 100,2% |
| Continentaal Europa | 1.393,2 | 673,7 | 206,8% | 1.184,7 | 934,2 | 126,8% |
| Herverzekering | 116,6 | 48,0 | 242,9% | 106,4 | 38,2 | 278,1% |
| Niet-Overdraagbare | ||||||
| eigen vermogen/Diversificatie | - 1.417,0 | - 195,4 | - 1.465,4 | - 347,7 | ||
| Totaal Verzekering | 7.713,2 | 3.934,1 | 196,1% | 7.478,2 | 4.181,6 | 178,8% |
| Impact van de opname | ||||||
| van de Algemene Rekening | 160,7 | 76,1 | 662,9 | 76,5 | ||
| Totaal Ageas | 7.873,9 | 4.010,2 | 196,3% | 8.141,1 | 4.258,1 | 191,2% |
7 Beloningen en vergoeding
7.1 (Personeels)vergoedingen
Dit hoofdstuk heeft betrekking op vergoedingen na uitdiensttreding, andere langetermijnpersoneelsbeloningen en Beëindigingsvergoedingen. Vergoedingen na uitdiensttreding zijn personeelsbeloningen, zoals pensioenen en ziektekostenvergoedingen, die worden uitgekeerd na beëindiging van de arbeidsrelatie. Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zijn personeelsbeloningen die niet (volledig) betaalbaar zijn binnen twaalf maanden na de periode waarin de medewerkers de betreffende dienst hebben verleend, zoals jubileumuitkeringen en langdurige arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Beëindigingsvergoedingen zijn personeelsvergoedingen die betaalbaar zijn ten gevolge van het voortijdig beëindigen van de arbeidsrelatie met een werknemer.
De volgende tabel geeft een overzicht van alle personeelsvergoedingen binnen Ageas.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 678,6 | 654,2 |
| Overige vergoedingen na uitdiensttreding | 130,0 | 122,1 |
| Overige lange-termijn-personeelsbeloningen | 16,2 | 15,1 |
| Verplichtingen voor ontslagvergoedingen | 7,8 | 8,7 |
| Totaal verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen (activa) | 832,6 | 800,1 |
Verplichtingen en gerelateerde prestatiekosten worden volgens de 'projected unit credit' methode berekend. Het doel van deze methode is de beloningen toe te rekenen naar rato van het aantal dienstjaren waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige salarisverhogingen en de toewijzingsbeginselen van de pensioenregeling.
De verplichting voor toegezegdpensioenregelingen vertegenwoordigt de netto contante waarde van de toegekende beloningen per verslagdatum. De aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten vertegenwoordigen de contante waarde van de beloningen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer gedurende de periode.
De pensioenkosten omvatten nettorentelasten, berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettopensioenschuld. De disconteringsvoet is een voet van toepassing op hoogwaardige bedrijfsobligaties als er sprake is van een actieve markt voor zulke obligaties, en een voet van toepassing op overheidsobligaties op andere markten.
Bepaalde activa kunnen worden beperkt tot hun recupereerbare bedrag in de vorm van een reductie in toekomstige contributies of een cash terugbetaling (actiefplafond). Bovendien kan er een verplichting omwille van een minimumvereiste inzake financiering worden geregistreerd.
Actuariële winsten en verliezen voor vergoedingen na uitdiensttreding worden geregistreerd in Overig comprehensive income, terwijl die voor Andere personeelsbeloningen op lange termijn en uitdiensttredingsvergoedingen in de resultatenrekening worden geboekt.
7.1.1 Vergoedingen na uitdiensttreding
7.1.1.1 Pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen en andere vergoedingen na uitdiensttreding
Ageas heeft pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen voor het merendeel van haar medewerkers. Het heeft voor Ageas de voorkeur om de pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen te vervangen door pensioenregelingen op basis van beschikbare premies om zodoende de werkgeverskosten beter te kunnen beheersen, mobiliteit van medewerkers tussen de landen te bevorderen en voor een beter begrip van de regeling te zorgen. Ageas financiert echter, conform eerdere afspraken, nog altijd pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen die voor het merendeel van de huidige medewerkers gelden.
Toegezegdpensioenregelingen worden berekend op basis van het aantal dienstjaren en het salarisniveau. De pensioenverplichtingen worden bepaald aan de hand van sterftecijfers, het personeelsverloop, de loonstijging en economische aannames met betrekking tot bijvoorbeeld de inflatie en het disconteringspercentage. De disconteringsvoet wordt per land of per regio vastgesteld op basis van het rendement (per de einddatum) van bedrijfsobligaties met een AArating. Door deze pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen is de groep blootgesteld aan actuariële risico's, zoals langleven-, valuta-, rente- en marktrisico.
Naast pensioenuitkeringen omvatten de kosten van regelingen op basis van vaste toezeggingen ook andere kosten, zoals de vergoeding van een deel van de premies van ziektekostenverzekeringen, die in stand blijven na pensionering van medewerkers.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de bedragen die per 31 december zijn opgenomen in de balans in verband met pensioenregelingen en overige vergoedingen na uitdiensttreding.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | ||||
| 2017 | 2016 | 2017 | 2016 | ||
| Contante waarde van verplichtingen met kwalificerende beleggingen | 351,0 | 335,2 | |||
| Contante waarde van verplichtingen zonder kwalificerende beleggingen | 645,8 | 623,2 | 130,0 | 122,1 | |
| Contante waarde van de verplichting | 996,8 | 958,4 | 130,0 | 122,1 | |
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen | - 334,9 | - 318,3 | |||
| 661,9 | 640,1 | 130,0 | 122,1 | ||
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten | 16,7 | 14,1 | |||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 678,6 | 654,2 | 130,0 | 122,1 | |
| Bedragen in de balans: | |||||
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen | 678,6 | 654,4 | 130,0 | 122,1 | |
| Activa voor plannen met vaste toezeggingen | - 0,2 | ||||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 678,6 | 654,2 | 130,0 | 122,1 |
De verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen zijn opgenomen onder 'Overlopende rente en overige verplichtingen' (zie noot 25) en de activa uit hoofde van pensioenregelingen met vaste toezeggingen vallen onder 'Overlopende rente en overige activa' (zie noot 16).
Omdat Ageas als financiële instelling gespecialiseerd is in het beheer van regelingen voor personeelsvergoedingen zijn een aantal pensioenregelingen voor medewerkers verzekerd via verzekeringsbedrijven die deel uitmaken van de Groep. Derhalve, en in overeenstemming met IFRS, worden deze activa niet tot het toetsingsvermogen gerekend en mogen deze niet worden gerekend tot de fondsbeleggingen. Om die reden worden deze regelingen aangemerkt als 'niet gefinancierd'.
Vanuit economisch oogpunt wordt de nettoverplichting inzake toegezegdpensioenregelingen gecompenseerd door de niet tot het toetsingsvermogen gerekende fondsbeleggingen die binnen Ageas worden aangehouden (2017: EUR 468,7 miljoen; 2016: EUR 440,2 miljoen). Dit resulteert voor 2017 in een netto pensioenverplichting van EUR 209,9 miljoen (2016: EUR 214,1 miljoen) voor verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de nettoverplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen in de balans.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | ||||
| 2017 | 2016 | 2017 | 2016 | ||
| Netto verplichtingen (activa) | |||||
| voor regelingen met vaste toezeggingen per 1 januari | 654,2 | 432,6 | 122,1 | 111,9 | |
| Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen | 48,3 | 53,5 | 6,8 | 5,8 | |
| Bijdragen werkgevers | - 3,8 | - 7,4 | |||
| Bijdragen werknemers betaald aan de werkgever | 1,8 | 1,4 | |||
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 33,0 | - 37,8 | - 2,6 | - 2,3 | |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | - 0,1 | - 2,9 | |||
| Overdracht | 12,7 | 119,4 | |||
| Wisselkoersverschillen | 2,3 | ||||
| Overige | 3,0 | - 0,3 | - 0,7 | - 0,9 | |
| Herberekening | - 4,5 | 90,5 | 7,3 | 7,6 | |
| Netto verplichtingen (activa) | |||||
| voor regelingen met vaste toezeggingen per 31 december | 678,6 | 654,2 | 130,0 | 122,1 |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | |||
|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | |||
| 2017 | 2016 | 2017 | 2016 | |
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen per 1 januari | 958,4 | 733,7 | 122,1 | 111,9 |
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 41,1 | 38,1 | 3,8 | 3,6 |
| Rentelasten | 16,2 | 17,2 | 2,2 | 2,2 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven rechten | 1,0 | 5,7 | 0,8 | |
| Planinperkingen | - 0,6 | 1,0 | ||
| Herberekening | 13,0 | 94,1 | 7,3 | 7,6 |
| Bijdragen deelnemers | 0,3 | 0,3 | ||
| Bijdragen werknemers betaalde aan de werkgever | 1,8 | 1,4 | ||
| Uitkeringen | - 10,9 | - 10,0 | ||
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 33,0 | - 37,8 | - 2,6 | - 2,3 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | - 0,1 | 24,6 | - 2,9 | |
| Overdracht | 14,5 | 120,5 | ||
| Wisselkoersverschillen | - 7,3 | - 30,4 | ||
| Overige | 2,4 | - 0,7 | - 0,9 | |
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen per 31 december | 996,8 | 958,4 | 130,0 | 122,1 |
Uitkeringen direct betaald door de werkgever en door deelnemers aan de werkgever betaalde bijdragen hebben betrekking op pensioenregelingen met vaste toezeggingen die direct binnen een Ageas-entiteit worden gehouden.
De regel Overdracht weerspiegelt het effect van de Belgische pensioenregelingen op basis van beschikbare premies met gewaarborgd rendement, die vanaf 1 januari 2016 worden gewaardeerd als Verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen. Raadpleeg sectie 7.1.1.2. voor nadere details.
De regel Aan- en verkoop van dochterondernemingen heeft betrekking op de verkoop van Cargeas in december 2017. Zie noot 3.
De volgende tabel toont de mutaties in de reële waarde van de kwalificerende beleggingen.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 1 januari | 318,3 | 300,9 |
| Rentebaten | 7,9 | 9,0 |
| Herberekening (rendement op de | ||
| kwalificerende beleggingen,exclusief rente-effect) | 20,1 | 8,3 |
| Bijdragen werkgevers | 3,8 | 7,4 |
| Bijdragen deelnemers | 0,3 | 0,3 |
| Uitkeringen | - 10,9 | - 10,0 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 34,0 | |
| Overdracht | 1,8 | 1,1 |
| Wisselkoersverschillen | - 7,3 | - 32,7 |
| Overige | 0,9 | |
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 31 december | 334,9 | 318,3 |
De volgende tabel toont de veranderingen in het actiefplafond en/of minimale financieringsvereisten.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten per 1 januari | 14,1 | |
| Herberekening | 2,6 | 4,7 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 9,4 | |
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten per 31 december | 16,7 | 14,1 |
Het actiefplafond houdt verband met Ageas Seguros in Portugal, met een pensioenfonds in een overfinancieringspositie.
De volgende tabel geeft een overzicht van de componenten die betrekking hebben op de toegezegdpensioenregelingen en overige uitkeringen na uitdiensttreding voor het jaar eindigend per 31 december en die van invloed zijn op de resultatenrekening.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2016 | 2017 | 2016 | ||
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten Netto rentekosten |
41,1 8,3 |
38,1 8,2 |
3,8 2,2 |
3,6 2,2 |
|
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven rechten | 1,0 | 5,7 | 0,8 | ||
| Planinperkingen | - 0,6 | 1,0 | |||
| Overige | - 1,5 | 0,5 | |||
| Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen | 48,3 | 53,5 | 6,8 | 5,8 |
De netto rentekosten en andere zijn verantwoord als Financieringslasten (zie noot 40). Alle overige kosten worden verantwoord als Personeelskosten (zie noot 43).
De volgende tabel geeft de samenstelling van herberekeningen per 31 december weer.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | ||||
| 2017 | 2016 | 2017 | 2016 | ||
| Rendement op kwalificerende beleggingen, exclusief effect op de rente | - 20,1 | - 8,3 | |||
| Herberekening van actiefplafond / minimale financieringsvereisten | 2,6 | 4,7 | |||
| Actuariële (winsten) verliezen m.b.t.: | |||||
| - wijziging in demografische veronderstellingen | 1,9 | 1,3 | |||
| - wijziging in financiële veronderstellingen | 35,4 | 101,6 | 5,2 | 5,9 | |
| - ervaringsaanpassingen | - 24,3 | - 8,8 | 2,1 | 1,7 | |
| Herberekening van de verplichting inzake | |||||
| de toegezegdpensioenregeling, netto (actief) | - 4,5 | 90,5 | 7,3 | 7,6 |
De herberekening van de nettoverplichting inzake de toegezegdpensioenregeling wordt onder overig comprehensive income verantwoord. Herberekeningen van kwalificerende beleggingen zijn met name het verschil tussen de eigenlijke return van kwalificerende beleggingen en verwachte disconteringsvoet. Herberekeningen van de toegezegdpensioenverplichtingen geven de verandering in actuariële veronderstellingen (demografische en financiële veronderstellingen) en de ervaringsaanpassingen weer.
Ervaringsaanpassingen zijn de actuariële winsten en verliezen die ontstaan door verschillen tussen de actuariële veronderstellingen aan het begin van het jaar en de werkelijke uitkomsten gedurende het jaar.
De volgende tabel is een weergave van de gewogen gemiddelde looptijd van de toegezegdpensioenregeling in jaren.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | |
|---|---|---|
| 2017 | met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding |
| Gewogen gemiddelde looptijd van de toegezegdpensioenregeling | 15,7 | 19,9 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de voornaamste actuariële veronderstellingen die zijn toegepast voor de landen in de eurozone.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2016 | 2017 | 2016 | |||||
| Laag | Hoog | Laag | Hoog | Laag | Hoog | Laag | Hoog | |
| Disconteringsvoet | 0,5% | 1,4% | 0,6% | 1,7% | 0,8% | 1,7% | 1,0% | 1,9% |
| Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 0,5% | 4,8% | 0,5% | 4,8% | ||||
| Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 0,0% | 1,7% | 0,0% | 1,8% | ||||
| Evolutie medische kosten | 3,8% | 3,8% | 3,8% | 3,8% |
De disconteringsvoet voor Pensioenregelingen is gewogen voor de nettoverplichting inzake de toegezegdpensioenregeling (activa). De meest uitgebreide pensioenplannen situeren zich in België, met disconteringsvoeten variërend van 0,50% tot 1,70%. De disconteringsvoet voor Overige vergoedingen na uitdiensttreding varieert in 2017 van 0,80% tot 1,65%. De toekomstige salarisverhogingen variëren in 2017 van 0,51% voor oudere personeelsleden tot 4,80% voor jongere personeelsleden.
De volgende tabel bevat de voornaamste actuariële veronderstellingen die zijn toegepast voor de overige landen.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 2,5% | 3,1% |
| Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 3,6% | 3,8% |
| Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 0,0% | 0,0% |
De eurozone vertegenwoordigt 77% van de totale verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen van Ageas. Onder overige landen valt uitsluitend het Verenigd Koninkrijk. Uitkeringen na uitdiensttreding in landen buiten de eurozone en het Verenigd Koninkrijk worden aangemerkt als niet van materieel belang.
Een toe- of afname van 1% in de veronderstelde actuariële veronderstellingen zou het volgende effect hebben op de toegezegdpensioenverplichting voor toegezegdpensioenregelingen en overige vergoedingen na uitdiensttreding.
| Pensioenregelingen met | Overige vergoedingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | |||||
| 2017 | 2016 | 2017 | 2016 | |||
| Contante waarde van de verplichting | 996,8 | 958,4 | 130,0 | 122,1 | ||
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde disconteringsvoet: | ||||||
| 1% toename | -13,8% | -13,8% | -17,7% | -17,1% | ||
| 1% afname | 17,7% | 17,6% | 24,1% | 23,3% | ||
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde toekomstige salarisverhogingen: | ||||||
| 1% toename | 12,3% | 12,6% | ||||
| 1% afname | -7,1% | -7,3% | ||||
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde pensioenverhogingen: | ||||||
| 1% toename | 9,3% | 10,1% | ||||
| 1% afname | -8,0% | -8,6% |
Een toe- of afname van de veronderstelde trendmatige groei met 1% van de medische kosten zou het volgende effect hebben op de uitkeringsverplichting voor medische kosten.
| Medische kosten | ||
|---|---|---|
| 2017 | 2016 | |
| Contante waarde van de verplichting | 129,2 | 119,9 |
| Effect van de veronderstelde trendmatige veranderingen van de medische kosten: | ||
| 1% toename | 24,5% | 24,1% |
| 1% afname | -18,5% | -18,2% |
De samenstelling van de kwalificerende beleggingen is als volgt.
| 31 december 2017 | % | 31 december 2016 | % | |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 64,4 | 19,2% | 59,5 | 18,7% |
| Obligaties | 113,7 | 33,9% | 135,9 | 42,7% |
| Verzekeringscontracten | 43,2 | 12,9% | 36,8 | 11,5% |
| Vastgoedportefeuille | 41,8 | 12,5% | 37,7 | 11,9% |
| Geldmiddelen | 5,3 | 1,6% | 7,7 | 2,4% |
| Overige | 66,5 | 19,9% | 40,7 | 12,8% |
| Totaal | 334,9 | 100,0% | 318,3 | 100,0% |
De kwalificerende beleggingen bestaan voornamelijk uit vastrentende waarden, gevolgd door aandelen, vastgoed (fondsen) en beleggingscontracten die zijn afgesloten bij verzekeringsmaatschappijen. Volgens het interne beleggingsbeleid van Ageas dienen voor de financiering van pensioenregelingen beleggingen in derivaten en opkomende markten te worden vermeden. Ageas past het beleid voor asset-allocatie geleidelijk aan om zo de looptijd van de beleggingen beter af te stemmen op de looptijd van de pensioenverplichtingen. Het bedrag in 'Overige' houdt verband met twee gediversifieerde fondsen in het Verenigd Koninkrijk.
De grafische weergave van de samenstelling van de kwalificerende beleggingen is als volgt.
Buitenste cirkel = 2017 Binnenste cirkel = 2016 De samenstelling van de pensioenplanbeleggingen voor de niet-kwalificerende beleggingen voor pensioenregelingen is als volgt.
| 31 december 2017 | % | 31 december 2016 | % | |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 24,2 | 5,2% | 22,7 | 5,2% |
| Obligaties | 380,8 | 81,2% | 357,9 | 81,3% |
| Vastgoedportefeuille | 61,1 | 13,0% | 57,5 | 13,1% |
| Converteerbare obligaties | 2,8 | 0,6% | 2,3 | 0,5% |
| Geldmiddelen | - 0,2 | - 0,0% | - 0,2 | -0,1% |
| Totaal | 468,7 | 100,0% | 440,2 | 100,0% |
De grafische weergave van de samenstelling van de pensioenplanbeleggingen voor de niet-kwalificerende beleggingen voor pensioenregelingen is als volgt.
Buitenste cirkel = 2017 Binnenste cirkel = 2016
Naar verwachting zal Ageas als werkgever in het boekjaar geëindigd op 31 december 2017 de volgende bijdragen betalen aan regelingen ten behoeve van uitkeringen na uitdiensttreding.
| Pensioenregelingen | |
|---|---|
| met vaste toezeggingen | |
| Verwachte bijdragen voor volgend jaar | 6,2 |
| Verwachte bijdragen voor volgend jaar voor ongekwalificeerde pensioenplanbeleggingen | 30,3 |
7.1.1.2 Pensioenregelingen op basis van beschikbare premies
Ageas financiert wereldwijd een aantal regelingen op basis van beschikbare premies. Bij dit type regelingen blijft de verplichting van de werkgever beperkt tot de uitkering van de vergoedingen die zijn berekend in overeenstemming met het reglement. In 2017 bedroegen de werkgeversbijdragen voor regelingen op basis van beschikbare premies EUR 13,1 miljoen (2016: EUR 14,5 miljoen). Deze bijdragen worden verantwoord onder Personeelskosten (zie noot 43).
In België, heeft Ageas regelingen met toegezegde bijdragen, opgezet in overeenstemming met de Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen (WAP plannen). Deze plannen verbinden de werkgever tot de betaling van een toelage berekend volgens het pensioenreglement, en het toekennen van een gewaarborgd minimum rendement gelinkt aan de rentes op Belgische overheidsobligaties, met een ondergrens van 1,75% en een bovengrens van 3,75%.
De wet van 18 december 2015 om de houdbaarheid en maatschappelijke doelstelling van werknemerspensioenen te verzekeren en om het aanvullend karakter verder te verstevigen in vergelijking met de wettelijke pensioenen verandert het engagement van de werkgever ten aanzien van deze plannen. Per 1 januari 2016 is de gegarandeerde rentevoet door de werkgever gelijk aan een percentage (65% in 2016 en 2017) van het gemiddelde rendement op de 24 maanden tot 1 juni van de Belgische OLO's met een looptijd van 10 jaar. Dit rendement zal worden toegepast op 1 januari van het volgende jaar. Deze berekening resulteert in een gegarandeerde rentevoet van 1,75% op 1 januari 2018 (1,75% op 1 januari 2017).
Door deze minimale rendementsgaranties voldoen WAP plannen strikt genomen niet aan de definitie van toegezegdebijdragenregelingen van IAS 19. Hoewel IAS 19 geen rekening houdt met de boekhoudkundige verwerking van hybride plannen, kunnen dergelijke plannen dankzij de wetswijziging per 1 januari 2016 boekhoudkundig worden verwerkt met behulp van de 'projected unit credit'-methode. Bijgevolg heeft Ageas de verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen vanaf 1 januari 2016 geschat volgens IAS 19.
7.1.2 Andere langetermijnpersoneelsbeloningen
De Andere langetermijnpersoneelsbeloningen bestaan uit verplichtingen van de werkgever tot het uitkeren van bijvoorbeeld jubileumpremies. De tabel hieronder geeft de netto verplichtingen weer. De verplichtingen met betrekking tot Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zijn opgenomen in de balans onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie noot 25).
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichting | 16,2 | 15,1 |
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 16,2 | 15,1 |
De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake Andere langetermijnpersoneelsbeloningen.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Netto verplichting per 1 januari | 15,1 | 13,0 |
| Totale lasten | 1,7 | 2,7 |
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 0,6 | - 0,6 |
| Netto verplichting per 31 december | 16,2 | 15,1 |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de actuariële veronderstellingen die zijn gehanteerd voor het berekenen van de verplichtingen met betrekking tot andere langetermijnpersoneelsbeloningen.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Laag | Hoog | Laag | Hoog | |
| Disconteringsvoet | 0,80% | 0,95% | 1,00% | 1,25% |
| Toekomstige salarisverhogingen | 1,80% | 4,80% | 1,80% | 4,80% |
De kosten van de Andere langetermijnpersoneelsbeloningen worden hierna getoond. De rentekosten zijn verantwoord als Financieringslasten (zie noot 40) en de overige kosten zijn verantwoord als Personeelskosten (zie noot 43).
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 1,0 | 0,7 |
| Rentelasten | 0,2 | 0,2 |
| Onmiddellijk verantwoorde netto actuariële verliezen (winsten) | 0,5 | 1,8 |
| Totale lasten | 1,7 | 2,7 |
7.1.3 Beëindigingsvergoedingen
Beëindigingsvergoedingen zijn personeelsbeloningen die betaalbaar zijn in verband met het beëindigen van de arbeidsrelatie met een werknemer vóór de normale pensioendatum of het besluit van een werknemer om vrijwillig ontslag te accepteren in ruil voor deze vergoeding.
De onderstaande tabel toont verplichtingen die samenhangen met Beëindigingsvergoedingen die in de balans begrepen zijn onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie noot 25).
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichting | 7,8 | 8,7 |
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 7,8 | 8,7 |
De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake Beëindigingsvergoedingen.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Netto verplichting per 1 januari | 8,7 | 10,4 |
| Totale lasten | 3,8 | 1,3 |
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 4,7 | - 3,0 |
| Netto verplichting per 31 december | 7,8 | 8,7 |
Kosten die gerelateerd zijn aan Beëindigingsvergoedingen worden hieronder getoond. De netto rentekosten zijn verantwoord als Financieringslasten (zie noot 40). Alle overige kosten worden verantwoord als Personeelskosten (zie noot 43).
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 3,9 | 1,4 |
| Onmiddellijk verantwoorde netto actuariële verliezen (winsten) | - 0,1 | - 0,1 |
| Totale lasten | 3,8 | 1,3 |
7.2 Aandelen- en aandelenoptieregelingen
Ageas maakt gebruik van de mogelijkheid om haar werknemers en leden van het Executive Committee in aandelen en aan aandelen gerelateerde instrumenten te belonen.
Het kan hierbij gaan om de volgende instrumenten:
- personeelsopties; regelingen in verband met fictieve aandelen
- toekennen van aandelen onder voorwaarden ('restricted-shares').
7.2.1 Personeelsopties
Sinds 2009 zijn geen nieuwe opties aan het personeel toegekend. Ageas zet zich ervoor in de bestaande optieverplichtingen jegens werknemers van beëindigde bedrijfsactiviteiten na te komen. Het aantal opties dat dientengevolge in deze noot wordt toegelicht, heeft betrekking op huidige en voormalige werknemers van Ageas die werkzaam waren bij de beëindigde bedrijfsactiviteiten Fortis Bank, Fortis Insurance Netherlands en Fortis Corporate Insurance.
Per 31 december lopen de volgende optieregelingen (de uitoefenprijzen in de onderstaande tabellen zijn in euro's).
| Gewogen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Uitstaande | gemiddelde | Hoogste | Laagste | |
| 2017 | opties | uitoefenprijs | uitoefenprijs | uitoefenprijs |
| Vervaljaar | ||||
| 2018 | 479.690 | 154,32 | 164,60 | 150,60 |
| Totaal | 479.690 | 154,32 | ||
| Gewogen | ||||
| Uitstaande | gemiddelde | Hoogste | Laagste | |
| 2016 | opties | uitoefenprijs | uitoefenprijs | uitoefenprijs |
| Vervaljaar | ||||
| 2017 | 490.187 | 280,20 | 286,20 | 272,30 |
| 2018 | 479.690 | 154,32 | 164,60 | 150,60 |
| Totaal | 969.877 | 217,94 |
De gemiddelde looptijd van de per jaareinde 2017 uitstaande opties is 0,2 jaar (2016: 0,7 jaar). Het verloop van de uitstaande opties is als volgt.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Gewogen | Gewogen | |||
| Aantal | gemiddelde | Aantal | gemiddelde | |
| opties | uitoefenprijs | opties | uitoefenprijs | |
| Stand per 1 januari | 969.877 | 217,94 | 1.401.536 | 226,59 |
| Vervallen opties | - 490.187 | - 431.659 | ||
| Stand per 31 december | 479.690 | 154,32 | 969.877 | 217,94 |
| Op nieuw uit te geven Ageas aandelen | 479.690 | 969.877 |
Alle uitstaande opties in de bovenstaande tabel zijn onvoorwaardelijk en uitoefenbaar, maar 'out of the money'.
In 2017 en 2016 zijn geen kosten verantwoord in verband met de optieregelingen, omdat ze allemaal gevestigd zijn. Zolang opties niet worden uitgeoefend, hebben deze geen invloed op het Eigen vermogen van Ageas aangezien de kosten zoals verantwoord in de resultatenrekening gecompenseerd worden door een overeenkomstige toename van het eigen vermogen. Op het moment van uitoefening van de opties wordt binnen het eigen vermogen een bedrag gelijk aan de uitoefenprijs verschoven van overige reserves naar aandelenkapitaal en agioreserve. In 2017 en 2016 zijn geen opties uitgeoefend.
De door Ageas toegekende opties betreffen 10-jarige Amerikaanse 'atthe-money' callopties met een 5-jarige wachtperiode die worden gewaardeerd op basis van het Simple Cox model. De volatiliteit is gebaseerd op marktinformatie van externe partijen.
Alle optieregelingen en regelingen voor voorwaardelijke aandelen (zie hierna) worden afgewikkeld door het leveren van aandelen Ageas. Voor een aantal optieregelingen en regelingen voor voorwaardelijke aandelen is specifiek aangegeven dat bij uitoefening bestaande aandelen moeten worden geleverd. Voor de overige regelingen kunnen nieuwe aandelen worden uitgegeven.
7.2.2 Toekenning van aandelen onder voorwaarden ('restricted shares')
In 2015, 2014 en 2013 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de komende drie jaar en een aantal andere voorwaarden worden de senior managers beloond met in totaal:
- tussen nul en 167.000 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2016 (plan 2013);
- tussen nul en 139.600 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2017 (plan 2014);
- tussen nul en 154.440 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2018 (plan 2015).
In verband met deze regeling is in 2017 een bedrag van EUR 5,4 miljoen aan Salariskosten verantwoord (2016: EUR 5,5 miljoen).
De verstrekking van aandelen onder voorwaarden voor 2014 werd begin 2017 bevestigd en bedraagt 200% van de voorwaardelijk verstrekte aandelen, in totaal 126.400 Ageas-aandelen. Deze aandelen werden in april 2017 onvoorwaardelijk toegekend.
In aanvulling op deze plannen zijn aan de leden van het Management Committee 82.775 aandelen toegezegd als langetermijn-incentive.
De voorwaarden voor de toekenning en verkoop van deze voorwaardelijke aandelen staan beschreven in noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee.
De volgende tabel toont het verloop van de toezeggingen van aandelen onder voorwaarden gedurende het jaar aan het senior management.
| (aantal aandelen in '000) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 1 januari | 274 | 441 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - gevestigd | - 126 | - 149 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - vervallen | - 4 | - 18 |
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 31 december | 144 | 274 |
De volgende tabel toont het verloop van de toezeggingen van restricted shares gedurende het jaar aan leden van het Executive Committee en het Management Committee.
| (aantal aandelen in '000) | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 1 januari | 136 | 154 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen toe te kennen en toegekend | 82 | |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - gevestigd | - 54 | - 100 |
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 31 december | 82 | 136 |
7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee
In deze noot wordt het bezoldigingsbeleid van Ageas beschreven zoals dat in 2017 is toegepast. Dit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatie over de bezoldiging van de individuele bestuursleden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee die gedurende 2017 in functie waren.
De bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Group Executive Committee is vastgesteld in overeenstemming met het bezoldigingsbeleid dat in 2010 is goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. op respectievelijk 28 en 29 april 2010. Het bezoldigingsbeleid is aangehecht aan het Ageas Corporate Governance Charter en kan worden geraadpleegd op:
https://www.ageas.com/nl/about/bezoldiging.
7.3.1 Bezoldiging van de Raad van Bestuur
Wijzigingen in de Raad van Bestuur in 2017 – Bezoldiging 2017
De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit dertien leden: Jozef De Mey (Voorzitter), Guy de Selliers de Moranville (Vicevoorzitter), Lionel Perl, Jan Zegering Hadders, Katleen Vandeweyer, Jane Murphy, Richard Jackson, Lucrezia Reichlin, Yvonne Lang Ketterer, Bart De Smet (CEO), Christophe Boizard (CFO), Filip Coremans (CRO) en Antonio Cano (COO).
Katleen Vandeweyer werd in mei 2017 benoemd als nieuw onafhankelijk lid van de Raad van Bestuur.
Bart De Smet werd in mei 2017 herbenoemd als Uitvoerend lid van de Raad van Bestuur.
Roel Nieuwdorp besloot om per 17 mei 2017 ontslag te nemen als lid van de Raad van Bestuur.
Inzake het lidmaatschap van de Raad van Bestuur van niet-uitvoerende bestuurders in dochtermaatschappijen van Ageas, is Guy de Selliers de Moranville Voorzitter van de Raad van Bestuur van AG Insurance SA/NV en Jan Zegering Hadders is een lid van deze Raad. Lionel Perl en Jozef de Mey zijn lid van de Raad van Bestuur van Ageas UK Ltd. Jozef De Mey is ook voorzitter van de Raad van Bestuur van Credimo N.V. (BE) en lid van de Raad van Bestuur van Credimo Holding N.V. (BE). Hij is lid van de Raad van Bestuur van Muang Thai Group Holding Company Ltd. (Thailand) en van Muang Thai Life Assurance Public Company Ltd. (Thailand).
Jane Murphy verving Roel Nieuwdorp als lid van de Raad van Bestuur van Ageas France S.A. Richard Jackson is lid van de Raad van Bestuur van Ageas Portugal Holdings SGSP (PT), van Médis (Companhia Portuguesa de Seguros de Saude S.A.) en Ocidental (Companhia Portuguesa de Seguros S.A.). Voor zover deze posities worden vergoed, staan de betaalde bedragen in de volgende tabellen.
De totale bezoldiging van Niet-uitvoerende Bestuurders bedroeg in het boekjaar 2017 EUR 1,26 miljoen (2016: EUR 1,25 miljoen). De vergoeding is inclusief de basisvergoeding voor het bestuurslidmaatschap en een vergoeding voor de aanwezigheid op bestuursvergaderingen en vergaderingen van bestuurscommissies, op het niveau van Ageas Groep en de dochterondernemingen van Ageas.
Implementatie van het bezoldigingsbeleid
In april 2010 hebben de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. hun goedkeuring gegeven aan het bezoldigingsbeleid voor de niet-uitvoerende bestuursleden van Ageas van toepassing vanaf 1 januari 2010.
Het bezoldigingsbeleid van Ageas stemt overeen met de Corporate Governance-wet van 6 april 2010 en Circulaire 2016-31 van de Nationale Bank van België.
De bezoldigingsniveaus voor de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur werden in april 2013 goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en veranderden niet in 2017. Die bezoldigingsniveaus bestaan uit een vaste jaarlijkse bezoldiging en een aanwezigheidspremie. De jaarlijkse vaste vergoeding bedraagt EUR 90.000 voor de Voorzitter en EUR 45.000 voor de overige nietuitvoerende leden van de Raad van Bestuur. De niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen een aanwezigheidspremie van EUR 2.000 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 1.500 per vergadering van een bestuurscommissie. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de bestuurscommissies is de aanwezigheidspremie vastgesteld op respectievelijk EUR 2.500 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 2.000 per vergadering van een bestuurscommissie.
Het Remuneration Committee deed op 29 januari 2018 een aanbeveling en de Raad van Bestuur valideerde dit voorstel om aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor te stellen om de vaste vergoeding voor de voorzitter van de Raad van Bestuur met ingang van 1 januari 2018 te verhogen van EUR 90.000 naar EUR 120.000 en om de vaste vergoeding voor niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur met ingang van 1 januari 2018 te verhogen van EUR 45.000 naar EUR 60.000. De aanwezigheidspremies voor de Raad van Bestuur en de bestuurscommissies blijven ongewijzigd.
Deze aanbeveling neemt in aanmerking dat de vergoedingen voor de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur en van de voorzitter sinds respectievelijk 2010 en 2013 niet zijn herzien. De aanbeveling houdt ook rekening met de ontwikkeling die de Ageas Groep gedurende deze periode doormaakte, in het bijzonder wat betreft totaal aandeelhoudersrendement en aandelenkoers. De benchmarkingbeoordeling op tweejaarlijkse basis uitgevoerd door Willis Towers Watson en de gekozen marktreferentie van 80 tot 120% rond de mediaan van de 'peer group' (BEL20 en Europese 'peers') bevestigen de argumenten voor dit voorstel.
In overeenstemming met het Beleid ontvangen niet-uitvoerende bestuursleden geen jaarlijkse bonussen of aandelenopties en bouwen ze geen pensioenrechten op. De bezoldiging van de Uitvoerende bestuursleden (de leden van het Executive Committee) betreft uitsluitend hun functie als lid van het Executive Committee en wordt derhalve vastgesteld volgens de bepalingen van het bezoldigingsbeleid voor leden van het Executive Committee (zie paragraaf 7.3.2).
Bezoldiging van de Raad van Bestuur
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de bezoldiging die in 2017 door de leden van de Raad van Bestuur is ontvangen. Ook opgenomen is het aandelenbezit van de bestuursleden per 31 december 2017.
| leden van de Raad van Bestuur aangehouden aandelen Ageas per 31 december 2017 |
|
|---|---|
| 20.000 | |
| 264.333 5) | |
| 20.457 4) | |
| 16.366 4) | |
| 3.610 4) | |
| 7.476 4) | |
1) Bestuursleden ontvangen tevens een vergoeding voor het bijwonen van een commissievergadering op uitnodiging.
2) De leden van de Executive Board worden niet bezoldigd als bestuursleden maar als leden van het Executive Committee (zie noot 7.3.2 voor details over hun bezoldiging).
Totaal 784.250 332.242
3) Exclusief onkostenvergoeding.
4) Exclusief de aandelen verplicht tot toekenning in het kader van de langetermijnbonus.
5) Indirect gehouden aandelen via trusts.
De bezoldiging ontvangen door de leden van de Raad van Bestuur voor hun mandaat in 2017 in dochterondernemingen van Ageas is als volgt.
| Totale bezoldiging | ||||
|---|---|---|---|---|
| in 2017 (in EUR) | ||||
| als lid van de | ||||
| Raad van Bestuur van | ||||
| Vanaf | Tot | dochterondernemingen van Ageas | 2) | |
| Jozef De Mey | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | 162.710 | |
| Guy de Selliers de Moranville | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | 57.000 | |
| Roel Nieuwdorp | 1 januari 2017 | 30 april 2017 | 60.000 | |
| Lionel Perl | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | 59.256 | |
| Jan Zegering Hadders | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | 57.500 | |
| Jane Murphy | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | 50.630 | |
| Richard Jackson | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | 25.000 | |
| Lucrezia Reichlin | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | ||
| Katleen Vandeweyer | 1 juni 2017 | 31 december 2017 | ||
| Yvonne Lang Ketterer | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | ||
| Bart De Smet | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | Zie infra | 1) |
| Christophe Boizard | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | Zie infra | 1) |
| Filip Coremans | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | Zie infra | 1) |
| Antonio Cano | 1 januari 2017 | 31 december 2017 | Zie infra | 1) |
Totaal 472.096
1) De leden van de Executive Board worden niet bezoldigd als bestuursleden maar als leden van het Executive Committee (zie noot 7.3.2 voor details over hun bezoldiging).
2) Exclusief onkostenvergoeding.
7.3.2 Bezoldiging van leden van het Executive Committee van Ageas
Per 31 december 2017 bestaat het Executive Committee van Ageas uit Bart De Smet (CEO), Christophe Boizard (CFO), Filip Coremans (CRO) en Antonio Cano (COO). Alle leden van het Executive Committee zijn Uitvoerende leden van de Raad van Bestuur.
In 2017 bedroeg de totale bezoldiging in geld, inclusief pensioenbijdragen en secundaire arbeidsvoorwaarden van het Executive Committee EUR 4.400.710 tegenover EUR 3.803.583 in 2016. Dit bestond uit:
- een basissalaris van EUR 2.000.000 (in vergelijking met EUR 2.000.000 in 2016);
- een kortetermijnbonus van EUR 1.394.776 in 2017 (in vergelijking met EUR 805.949 in 2016). Conform het goedgekeurde bezoldigingsbeleid, is slechts 50% van de kortetermijnbonus voor 2015 in 2016 uitgekeerd, 25% van het resterende bedrag werd in 2017 aangepast en uitbetaald en het restant wordt in 2018 aangepast en uitbetaald. Tevens werd alleen 50% van de kortetermijnbonus voor 2016 in 2017 uitgekeerd, het resterende bedrag wordt in 2018 en 2019 aangepast en uitbetaald. De kortetermijnbonus over het boekjaar 2017 wordt gedeeltelijk uitbetaald in 2018, 2019 en 2020;
- pensioenkosten van EUR 701.487 (exclusief belastingen) (in vergelijking met EUR 690.641 in 2016);
- een bedrag van EUR 304.447 (vergeleken met EUR 306.993 in 2016) voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering en een bedrijfswagen;
- er zijn in 2017 geen beëindigingsvergoedingen betaald.
Rekening houdend met de bedrijfsscore van Ageas over 2017 werd de langetermijnbonus (LTI) toegekend op 200% van de doelstelling. Dit resulteerde in een voorwaardelijke toekenning van 43.178 aandelen (gebaseerd op een VWAP van EUR 41,6875 in de maand februari 2018) voor een totaal bedrag van EUR 1.800.000 (vergeleken met 2016 toen er geen toekenning op grond van de LTI-regeling was). Deze aandelen worden tot 2023 geblokkeerd en het aantal aandelen kan worden gecorrigeerd, rekening houdend met de relatieve TSR-score van het aandeel Ageas over de prestatieperiode.
De bezoldiging van de afzonderlijke leden van het Executive Committee wordt hieronder weergegeven.
Bezoldigingsbeleid
De bezoldiging van bestuursleden van Ageas wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur op basis van de voorstellen van het Remuneration Committee en is goedgekeurd in april 2010 en gewijzigd in april 2011 door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van respectievelijk ageas SA/NV en ageas N.V. In het Verslag van het Remuneration Committee is nadere informatie te vinden over de bezoldiging die van toepassing is op de leden van het Executive Committee van Ageas.
Het bezoldigingspakket is onderdeel van een contract waarin de volgende clausules en voorwaarden gespecificeerd worden: een beschrijving van de componenten van het pakket, beëindigingsclausules en diverse andere clausules zoals vertrouwelijkheid en exclusiviteit. Met ingang van 1 december 2009 bevatten de contracten een ontslagvergoeding bij beëindiging zonder reden in overeenstemming met de regelgeving zoals opgesteld door de Belgische overheid.
De leden van het Executive Committee zijn zelfstandigen.
Bezoldiging van de leden van het Executive Committee in 2017
De bezoldiging van de leden van het Executive Committee, die allen lid zijn van de Raad van Bestuur, houdt enkel en alleen verband met hun functie als lid van het Executive Committee.
CEO
De bezoldiging van Bart De Smet is behalve in overeenstemming met het bezoldigingsbeleid en op aanbeveling van het Remuneration Committee mede bepaald na raadpleging van externe deskundigen die gespecialiseerd zijn in de bezoldiging van bestuurders.
De bezoldiging van Bart De Smet bestond in 2017 uit:
- een basissalaris van EUR 650.000, ongewijzigd tegenover 2016;
- een kortetermijnbonus van EUR 566.150. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid, zal hij gedurende 2018 EUR 483.938 betaald krijgen, waarvan:
- EUR 283.075 overeenkomend met 50% van de kortetermijnbonus van EUR 566.150, welke betrekking heeft op het boekjaar 2017. Het resterende deel wordt over de komende twee jaar uitgekeerd, met inachtneming van de eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling waarin is voorzien in het bezoldigingsbeleid;
- EUR 107.902 wat overeenstemt met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2016, nadat het oorspronkelijke bedrag van EUR 77.188 naar boven werd bijgesteld op grond van de resultaten over 2017. Het resterende deel wordt volgend jaar uitgekeerd, met inachtneming van een eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling en;
- EUR 92.961 wat overeenstemt met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2015, nadat het oorspronkelijke bedrag van EUR 86.250 naar boven werd bijgesteld op grond van de resultaten over 2016 en 2017;
- een bedrag van EUR 240.080 (exclusief belastingen) voor de kosten van de toegezegdpensioenregeling;
- een bedrag van EUR 82.931 voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering en een bedrijfswagen;
- De LTI-regeling werd toegekend tegen 200% van de doelstelling hetgeen resulteerde in de toewijzing van 14.033 aandelen voor een bedrag van EUR 585.000. Dit vergeleken met 2016 toen er geen toekenning op grond van de LTI-regeling was.
Overige leden van het Executive Committee
De bezoldiging van Christophe Boizard, CFO, bestond in 2017 uit:
- een basissalaris van EUR 450.000, ongewijzigd tegenover 2016;
- een kortetermijnbonus van EUR 360.225. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid, zal hij gedurende 2018 EUR 316.086 betaald krijgen, waarvan:
- EUR 180.113, overeenkomend met 50% van de kortetermijnbonus van EUR 360.225, welke betrekking heeft op het boekjaar 2017. Het resterende deel wordt over de komende twee jaar uitgekeerd, met inachtneming van de eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling waarin is voorzien in het bezoldigingsbeleid;
- EUR 68.625, wat overeenstemt met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2016, nadat het oorspronkelijke bedrag van EUR 47.363 naar boven werd bijgesteld op grond van de resultaten over 2017. Het resterende deel wordt volgend jaar uitgekeerd, met inachtneming van een eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling;
- EUR 67.348, wat overeenstemt met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2015, nadat het oorspronkelijke bedrag van EUR 62.100 naar boven werd bijgesteld op grond van de resultaten over 2016 en 2017;
- een bedrag van EUR 163.257 (exclusief belastingen) voor de kosten van de toegezegdpensioenregeling;
- een bedrag van EUR 88.999 voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering en een bedrijfswagen;
- De LTI-regeling werd toegekend tegen 200% van de doelstelling hetgeen resulteerde in de toewijzing van 9.715 aandelen voor een bedrag van EUR 405.000. Dit vergeleken met 2016 toen er geen toekenning op grond van de LTI-regeling was.
De bezoldiging van Filip Coremans, CRO bestond in 2017 uit:
- een basissalaris van EUR 450.000, ongewijzigd tegenover 2016;
- een kortetermijnbonus van EUR 376.425. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid, zal hij gedurende 2018 EUR 327.004 betaald krijgen, waarvan:
- EUR 188.213, overeenkomend met 50% van de kortetermijnbonus van EUR 376.425, welke betrekking heeft op het boekjaar 2017. Het resterende deel wordt over de komende twee jaar uitgekeerd, met inachtneming van de eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling waarin is voorzien in het bezoldigingsbeleid;
- EUR 71.834, wat overeenstemt met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2016, nadat het oorspronkelijke bedrag van EUR 50.569 naar boven werd bijgesteld op grond van de resultaten over 2017. Het resterende deel wordt volgend jaar uitgekeerd, met
inachtneming van een eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling;
- EUR 66.957, wat overeenstemt met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2015, nadat het oorspronkelijke bedrag van EUR 61.997 naar boven werd bijgesteld op grond van de resultaten over 2016 en 2017;
- een bedrag van EUR 158.554 (exclusief belastingen) voor de kosten van de toegezegdpensioenregeling;
- een bedrag van EUR 62.130 voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering en een bedrijfswagen;
- De LTI-regeling werd toegekend tegen 200% van de doelstelling hetgeen resulteerde in de toewijzing van 9.715 aandelen voor een bedrag van EUR 405.000. Dit vergeleken met 2016 toen er geen toekenning op grond van de LTI-regeling was.
De bezoldiging van Antonio Cano, COO, bestond in 2017 uit:
- een basissalaris van EUR 450.000, ongewijzigd tegenover 2016;
- een kortetermijnbonus van EUR 365.625. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid, zal hij gedurende 2018 EUR 267.748 betaald krijgen, waarvan:
- EUR 182.813, overeenkomend met 50% van de kortetermijnbonus van EUR 365.625, welke betrekking heeft op het boekjaar 2017. Het resterende deel wordt over de komende twee jaar uitgekeerd, met inachtneming van de eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling waarin is voorzien in het bezoldigingsbeleid;
- EUR 68.793, wat overeenstemt met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2016, nadat het oorspronkelijke bedrag van EUR 47.532 naar boven werd bijgesteld op grond van de resultaten over 2017. Het resterende deel wordt volgend jaar uitgekeerd, met inachtneming van een eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling;
- EUR 16.142, wat overeenstemt met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2015, nadat het oorspronkelijke bedrag van EUR 14.902 naar boven werd bijgesteld op grond van de resultaten over 2017;
- een bedrag van EUR 139.596 (exclusief belastingen) voor de kosten van de toegezegdpensioenregeling;
- een bedrag van EUR 70.387 voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering en een bedrijfswagen;
- De LTI-regeling werd toegekend tegen 200% van de doelstelling hetgeen resulteerde in de toewijzing van 9.715 aandelen voor een bedrag van EUR 405.000. Dit vergeleken met 2016 toen er geen toekenning op grond van de LTI-regeling was.
Langetermijnbonus
Zoals bovenstaand vermeld, werd de LTI-regeling toegekend tegen 200% van de doelstelling hetgeen resulteerde in de toewijzing van 43.178 aandelen voor een bedrag van EUR 1.800.000. Dit vergeleken met 2016 toen er geen toekenning op grond van de LTI-regeling was. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal aandelen dat in voorgaande jaren werd toegekend. Die aandelen zullen pas op 30 juni van N+4 definitief onvoorwaardelijk worden en worden bijgesteld met inachtneming van de tussentijdse prestatie.
| Aantal aandelen verplicht tot toekenning over 2013 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning over 2014 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning over 2015 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning over 2016 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning over 2017 |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Bart De Smet | 10.101 | 15.084 | 14.033 | ||
| Christophe Boizard | 7.466 | 11.805 | 9.715 | ||
| Filip Coremans | 11.149 | 9.715 | |||
| Antonio Cano | 4.684 | 8.230 | 9.715 | ||
| Totaal | 22.251 | 46.268 | 43.178 |
De aandelen die werden toegezegd om te worden uitgereikt voor het langetermijnbonusplan 2013 zijn onvoorwaardelijk geworden op 30 juni 2017. Het aantal aandelen werd aangepast, rekening houdend met de ontwikkeling over de jaren 2014, 2015 en 2016. De onderstaande tabel geeft een overzicht van het langetermijnbonusplan 2013.
| Aantal aandelen verplicht tot toekenning over 2013 |
Aangepast aantal onvoorwaardelijk toegekend per 30 juni 2017 |
Aantal ter financiering van inkomstenbelasting verkochte aandelen |
Aantal tot 1 januari 2019 geblokkeerde aandelen |
|
|---|---|---|---|---|
| Bart De Smet | 10.101 | 9.437 | 2.437 | 7.000 |
| Christophe Boizard | 7.466 | 6.890 | 3.373 | 3.517 |
| Filip Coremans | ||||
| Antonio Cano | 4.684 | 4.372 | 2.140 | 2.232 |
| Totaal | 22.251 | 20.699 | 7.950 | 12.749 |
De aandelen van Antonio Cano over 2013 houden uitsluitend verband met zijn mandaat als CEO van AG Insurance.
Vóór benoeming
Details over de aandelenopties (toegekend) die de ExCo-leden in het verleden met betrekking tot hun voorgaande functies in de Groep hebben ontvangen, zijn als volgt.
| Jaar | Aantal toegekende opties |
Uitoefen prijs |
Verval datum |
voor 2017 | Uitgeoefend Opties uitgeoefend | Uitstaand per in 2017 31 december 2017 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Filip Coremans | 2008 | 4.000 | 16,46 | 05-03-2018 | 4.000 |
Een aantal van de toegekende opties evenals de uitoefenprijs in de bovenstaande tabel hebben betrekking op de aandelen vóór de reverse stock split van augustus 2012. Om deze in huidige aantallen en koersen uit te drukken, moet het aantal opties worden gedeeld door tien en de uitoefenprijs vermenigvuldigd met tien.
Details van de aandelen onder voorwaarden (toegekend) gerelateerd aan de Restricted Stock Unit-plannen die de ExCo-leden in het verleden met betrekking tot hun voorgaande functies in de Groep hebben ontvangen, zijn als volgt.
| Aantal toegekende |
Datum onvoorwaardelijke |
Onvoorwaardelijk toegekend |
Verkocht | RSU's voorzien voor toekenning per |
||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Jaar | RSU's | toekenning | in 2017 | in 2017 | 31 december 2017 | |
| Filip Coremans | 2014 | 800 | 1-04-2017 | 1.600 | 1.600 |
8 Verbonden partijen
Met Ageas verbonden partijen zijn deelnemingen, pensioenfondsen, bestuursleden (bestaande uit de niet-uitvoerende en de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van Ageas), uitvoerende managers, naaste familieleden van de hiervoor genoemde personen, entiteiten waarover de hiervoor genoemde personen zeggenschap hebben of die substantieel door hen worden beïnvloed en eventuele overige verbonden entiteiten. Ageas gaat bij de bedrijfsvoering regelmatig transacties aan met verbonden partijen. Dergelijke transacties hebben met name betrekking op leningen, deposito's en herverzekeringscontracten en vinden plaats onder dezelfde commerciële voorwaarden als transacties met niet-verbonden partijen.
Dochtermaatschappijen van Ageas kunnen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening kredieten, leningen of garanties verstrekken aan bestuursleden, uitvoerende managers, naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van de uitvoerende managers.
Per 31 december 2017 waren er geen uitstaande leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan bestuursleden en uitvoerende managers, aan naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers.
Transacties die gedurende het jaar eindigend op 31 december zijn aangegaan met de onderstaande verbonden partijen, worden hieronder samengevat:
- geassocieerde deelnemingen;
- overige verbonden partijen zoals pensioenfondsen;
- bestuursleden.
In 2013 vond een transactie plaats tussen ageas SA/NV en een van zijn onafhankelijke bestuursleden, de heer Guy de Selliers de Moranville. De transactie heeft betrekking op de huur door ageas SA/NV van een van zijn vastgoedpanden. Dit vastgoed wordt beschouwd als een geschikte ontmoetingsplaats om belangrijke gasten van de Raad van Bestuur en het Executive Management te ontvangen en wordt gehuurd tegen een jaarlijkse huur van EUR 50.000.
Het management beschouwt de transactie met de heer Guy de Selliers de Moranville als marktconform.
Ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2016 zijn er geen wijzigingen in de transacties met verbonden partijen.
De onderstaande tabellen tonen de regels van de resultatenrekening en de balans waarin bedragen met betrekking tot verbonden partijen zijn begrepen.
| 2017 | 2016 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Deelnemingen | Overige | Totaal Deelnemingen | Overige | Totaal | |
| Resultatenrekening - verbonden partijen | |||||
| Rentebaten | 14,6 | 14,6 | 23,8 | 2,3 | 26,1 |
| Commissiebaten | 12,7 | 12,7 | 14,7 | 14,7 | |
| Overige baten | 1,9 | 1,9 | 0,6 | 0,6 | |
| Commissielasten | - 28,5 | - 28,5 | - 26,8 | - 26,8 | |
| 2017 | 2016 | ||||
| Deelnemingen | Overige | Totaal Deelnemingen | Overige | Totaal | |
| Balans - verbonden partijen | |||||
| Financiële beleggingen | 86,0 | 86,0 | 105,2 | 105,2 | |
| Vorderingen op klanten | 249,0 | 249,0 | 339,9 | 12,4 | 352,3 |
| Overige activa | 9,2 | 9,2 | 6,9 | 6,9 | |
| Schuldbewijzen, achtergestelde schulden en overige financieringen | 2,9 | 2,9 | 1,7 | 1,7 | |
| Overige verplichtingen | 3,9 | 3,9 | 3,7 | 3,7 |
De wijzigingen gedurende het jaar eindigend op 31 december in de vorderingen op verbonden partijen zijn als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Verbonden partijen leningen per 1 januari | 352,3 | 424,9 |
| Toevoegingen of voorschotten | 105,7 | 59,3 |
| Terugbetalingen | - 209,0 | - 125,2 |
| Wisselkoersverschillen | - 6,7 | |
| Verbonden partijen leningen per 31 december | 249,0 | 352,3 |
9 Informatie operationele segmenten
9.1 Algemene informatie
Operationele segmenten
Ageas is georganiseerd in zes operationele segmenten:
- België;
- Verenigd Koninkrijk (VK);
- Continentaal Europa;
- Azië;
- Herverzekering;
- Algemene Rekening.
Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa, Azië en Herverzekering. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met de kernactiviteit verzekeringen, zoals groepsfinanciering en andere holdingactiviteiten, in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.
Deze segmentbenadering komt overeen met de reikwijdte van de managementverantwoordelijkheden.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.
Allocatieregels
In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de operationele segmenten.
Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-up aanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.
Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.
9.2 België
De Belgische verzekeringsactiviteiten, onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft ongeveer 3,5 miljoen klanten met een brutopremie-inkomen van EUR 5,7 miljard in 2017. Zo'n 66% van dit premie-inkomen komt uit Leven, de rest uit Niet-leven. AG Insurance is ook voor 100% eigenaar van AG Real Estate dat de vastgoedactiviteiten van AG beheert.
AG Insurance richt zich op particulieren en kleine, middelgrote en grote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven en Niet-leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht zoals onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis SA/NV en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis SA/NV 25% eigenaar van AG Insurance.
9.3 Verenigd Koninkrijk (VK)
Ageas is in het Verenigd Koninkrijk een van de gevestigde algemene verzekeraars en hanteert een multichannel-distributiestrategie met makelaars, affinity-partners en directe distributie. De visie bestaat erin om op de algemene verzekeringsmarkt in het VK een winstgevende groei te realiseren door een breed scala van verzekeringsoplossingen aan te bieden, toegespitst op particuliere verzekeringen en verzekeringen voor kleine bedrijven.
9.4 Continentaal Europa
Continentaal Europa bestaat uit de verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in vijf landen: Portugal, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Turkije. Het productprogramma omvat Leven (in Portugal, Frankrijk en Luxemburg) en Niet-leven (in Portugal, Italië en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerschappen met bedrijven met een aanzienlijke marktpositie zijn deze markten toegankelijk geworden.
In 2017 had circa 70% van het totale premie-inkomen betrekking op Leven en de rest op Niet-leven.
In het vierde kwartaal van 2017 verkocht Ageas zijn volledig geconsolideerde Niet-levensverzekeringsactiviteiten in Italië.
9.5 Azië
Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor bevindt zich in Hongkong. De activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (20-24,9% eigendom Ageas), Maleisië (30,95% eigendom Ageas), Thailand (15-31% eigendom Ageas), India (26% eigendom Ageas), de Filipijnen (50% eigendom van Ageas) en Vietnam (29% eigendom van Ageas en 3% via Muang Thai Life). Deze activiteiten worden onder IFRS verantwoord als deelnemingen.
In het tweede kwartaal 2016 heeft Ageas zijn volledig geconsolideerde Levensverzekeringsactiviteiten in Hongkong verkocht.
9.6 Herverzekering
Intreas is de interne herverzekeraar voor Niet-leven van Ageas, die in 2015 werd opgezet met als doel de optimalisatie van de herverzekeringsprogramma's van Niet-leven binnen Ageas. Omdat het hier een interne herverzekeraar betreft, worden transacties binnen de groep geëlimineerd door het consolidatieproces op niveau van de Ageas Groep (Totaal Verzekeringen).
Intreas begon de activiteiten in de tweede helft van 2015 en bouwt geleidelijk een grotere portefeuille op.
9.7 Algemene Rekening
De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de holding. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de verplichtingen uit hoofde van de RPN(I) en de geschreven putoptie op AG Insurance.
9.8 Balans per operationeel segment
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2017 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | |||
| Activa | ||||||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.022,6 | 232,0 | 425,1 | 4,4 | 22,5 | 1.706,6 | 845,7 | 2.552,3 | ||
| Financiële beleggingen | 51.111,3 2.112,0 | 9.819,3 | 106,6 | 63.149,2 | 232,6 | - 9,0 | 63.372,8 | |||
| Vastgoedbeleggingen | 2.579,7 | 23,1 | 46,3 | 2.649,1 | 2.649,1 | |||||
| Leningen | 8.606,4 | 60,5 | 22,4 | 8.689,3 | 1.388,4 | - 661,7 | 9.416,0 | |||
| Beleggingen inzake | ||||||||||
| unit-linked contracten | 7.979,1 | 7.848,2 | 15.827,3 | 15.827,3 | ||||||
| Beleggingen in deelnemingen | 526,7 | 102,8 | 249,5 2.037,7 | 2.916,7 | 21,4 | 3,5 | 2.941,6 | |||
| Herverzekering en | ||||||||||
| overige vorderingen | 769,4 | 904,3 | 279,9 | 0,7 | 9,8 | - 24,4 | 1.939,7 | 251,0 | - 4,8 | 2.185,9 |
| Actuele belastingvorderingen | 14,0 | 0,9 | 25,1 | 40,0 | 40,0 | |||||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 24,3 | 53,9 | 71,5 | 149,7 | 149,7 | |||||
| Overlopende rente | ||||||||||
| en overige activa | 1.406,7 | 248,9 | 193,8 | 0,3 | 3,2 | 1.852,9 | 99,7 | - 94,8 | 1.857,8 | |
| Materiële vaste activa | 1.112,6 | 51,3 | 19,2 | 1.183,1 | 0,8 | 1.183,9 | ||||
| Goodwill en overige | ||||||||||
| immateriële activa | 430,1 | 243,5 | 448,1 | 1.121,7 | 0,9 | 1.122,6 | ||||
| Activa aangehouden voor verkoop | 41,8 | 41,8 | 41,8 | |||||||
| Totaal activa | 75.624,7 4.033,2 | 19.448,4 2.043,1 | 142,1 | - 24,4 | 101.267,1 | 2.840,5 | - 766,8 103.340,8 | |||
| Passiva | ||||||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| levensverzekeringscontracten | 23.994,4 | 3.494,0 | 27.488,4 | - 7,6 | 27.480,8 | |||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| beleggingscontracten | 26.374,0 | 4.976,6 | 31.350,6 | 31.350,6 | ||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| unit-linked contracten | 7.979,1 | 7.837,1 | 15.816,2 | 15.816,2 | ||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| niet-levensverzekeringscontracten | 3.937,4 2.797,3 | 841,1 | 20,1 | - 20,9 | 7.575,0 | 7.575,0 | ||||
| Achtergestelde schulden | 1.302,5 | 195,5 | 175,0 | 1.673,0 | 1.250,0 | - 661,7 | 2.261,3 | |||
| Leningen | 1.934,6 | 0,4 | 34,3 | 1.969,3 | 1.969,3 | |||||
| Actuele belastingschulden | 36,6 | 1,7 | 34,3 | 72,6 | 72,6 | |||||
| Uitgestelde belastingschulden | 982,5 | 65,5 | 1.048,0 | 6,9 | 1.054,9 | |||||
| RPN(I) | 448,0 | 448,0 | ||||||||
| Overlopende rente | ||||||||||
| overige verplichtingen | 1.883,7 | 164,8 | 313,5 | 6,7 | 9,5 | - 3,5 | 2.374,7 | 121,2 | - 83,8 | 2.412,1 |
| Voorzieningen | 28,9 | 22,0 | 6,3 | 57,2 | 1.120,9 | 1.178,1 | ||||
| Verplichtingen inzake geschreven | ||||||||||
| putopties op minderheidsbelang | 110,7 | 110,7 | 1.449,0 | 1.559,7 | ||||||
| Totaal verplichtingen | 68.564,4 3.181,7 | 17.777,7 | 6,7 | 29,6 | - 24,4 | 89.535,7 | 4.396,0 | - 753,1 | 93.178,6 | |
| Eigen vermogen toewijsbaar | ||||||||||
| aan de aandeelhouders | 5.095,8 | 851,5 | 1.385,2 2.036,4 | 112,5 | 0,4 | 9.481,8 | 143,1 | - 14,0 | 9.610,9 | |
| Minderheidsbelangen | 1.964,5 | 285,5 | - 0,4 | 2.249,6 | - 1.698,6 | 0,3 | 551,3 | |||
| Totaal eigen vermogen | 7.060,3 | 851,5 | 1.670,7 2.036,4 | 112,5 | 11.731,4 - 1.555,5 | - 13,7 | 10.162,2 | |||
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 75.624,7 4.033,2 | 19.448,4 2.043,1 | 142,1 | - 24,4 | 101.267,1 | 2.840,5 | - 766,8 103.340,8 | |||
| Aantal werknemers | 6.229 | 3.324 | 1.495 | 69 | 4 | 11.121 | 139 | 11.260 |
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2016 | België | VK | Europa | Azië | verzekering verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Activa | ||||||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 869,2 | 157,0 | 335,8 | 5,0 | 13,3 | 1.380,3 | 800,6 | 2.180,9 | ||
| Financiële beleggingen | 53.694,5 | 2.273,9 | 10.136,9 | 99,2 | 66.204,5 | 377,2 | - 10,3 | 66.571,4 | ||
| Vastgoedbeleggingen | 2.684,0 | 24,3 | 64,2 | 2.772,5 | 2.772,5 | |||||
| Leningen | 7.807,8 | 63,6 | 24,2 | 7.895,6 | 1.458,0 | - 668,6 | 8.685,0 | |||
| Beleggingen inzake | ||||||||||
| inzake unit-linked contracten | 7.164,4 | 7.191,3 | 14.355,7 | 14.355,7 | ||||||
| Beleggingen in deelnemingen | 469,2 | 76,4 | 251,3 | 2.005,4 | 2.802,3 | 46,9 | 6,5 | 2.855,7 | ||
| Herverzekering en | ||||||||||
| overige vorderingen | 833,9 | 780,6 | 333,2 | 0,8 | 24,4 | - 27,1 | 1.945,8 | 252,8 | - 6,3 | 2.192,3 |
| Actuele belastingvorderingen | 38,5 | 28,6 | 67,1 | 67,1 | ||||||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 41,1 | 25,7 | 104,7 | 171,5 | 171,5 | |||||
| Overlopende rente | ||||||||||
| en overige activa | 1.387,0 | 264,9 | 249,4 | 0,3 | 1,6 | 1.903,2 | 129,0 | - 126,1 | 1.906,1 | |
| Materiële vaste activa | 1.105,8 | 57,0 | 8,9 | 1.171,7 | 0,6 | 1.172,3 | ||||
| Goodwill en overige | ||||||||||
| immateriële activa | 404,6 | 253,8 | 559,3 | 1.217,7 | 1.217,7 | |||||
| Activa aangehouden voor | ||||||||||
| verkoop | 145,3 | 145,3 | 145,3 | |||||||
| Totaal activa | 76.606,8 | 4.015,7 | 19.287,8 | 2.011,5 | 138,5 | - 27,1 | 102.033,2 | 3.065,1 | - 804,8 104.293,5 | |
| Passiva | ||||||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| levensverzekeringscontracten | 24.670,3 | 3.555,9 | 28.226,2 | - 8,1 | 28.218,1 | |||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| beleggingscontracten | 27.162,0 | 4.740,2 | 31.902,2 | 31.902,2 | ||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| unit-linked contracten | 7.164,4 | 7.188,9 | 14.353,3 | 14.353,3 | ||||||
| Verplichtingen inzake | ||||||||||
| niet-levensverzekerings- | ||||||||||
| contracten | 3.886,7 | 2.694,6 | 1.388,8 | 29,9 | - 24,8 | 7.975,2 | 7.975,2 | |||
| Achtergestelde schulden | 1.363,9 | 202,4 | 175,0 | 1.741,3 | 1.250,0 | - 668,6 | 2.322,7 | |||
| Leningen | 2.355,7 | 102,8 | 37,3 | 2.495,8 | 2.495,8 | |||||
| Actuele belastingschulden | 56,7 | 1,4 | 36,1 | 94,2 | 94,2 | |||||
| Uitgestelde | ||||||||||
| belastingschulden | 1.285,4 | 63,0 | 1.348,4 | 2,2 | 1.350,6 | |||||
| RPN(I) | 275,0 | 275,0 | ||||||||
| Overlopende rente | ||||||||||
| overige verplichtingen | 2.028,3 | 193,4 | 372,5 | 7,4 | 4,4 | - 2,5 | 2.603,5 | 173,4 | - 117,6 | 2.659,3 |
| Voorzieningen | 23,7 | 6,0 | 8,9 | 38,6 | 1.028,6 | 1.067,2 | ||||
| Verplichtingen inzake geschreven | ||||||||||
| putopties op | ||||||||||
| minderheidsbelang | 108,9 | 108,9 | 1.266,0 | 1.374,9 | ||||||
| Totaal verplichtingen | 70.106,0 | 3.200,6 | 17.566,6 | 7,4 | 34,3 | - 27,3 | 90.887,6 | 3.995,2 | - 794,3 | 94.088,5 |
| Eigen vermogen toewijsbaar | ||||||||||
| aan de aandeelhouders | 4.682,8 | 815,1 | 1.350,0 | 2.004,1 | 104,2 | 0,7 | 8.956,9 | 614,8 | - 11,1 | 9.560,6 |
| Minderheidsbelangen | 1.818,0 | 371,2 | - 0,5 | 2.188,7 | - 1.544,9 | 0,6 | 644,4 | |||
| Totaal eigen vermogen | 6.500,8 | 815,1 | 1.721,2 | 2.004,1 | 104,2 | 0,2 | 11.145,6 | - 930,1 | - 10,5 | 10.205,0 |
| Totaal verplichtingen en | ||||||||||
| eigen vermogen | 76.606,8 | 4.015,7 | 19.287,8 | 2.011,5 | 138,5 | - 27,1 | 102.033,2 | 3.065,1 | - 804,8 104.293,5 | |
| Aantal werknemers | 6.208 | 3.953 | 1.714 | 67 | 4 | 11.946 | 134 | 12.080 |
9.9 Resultatenrekening per operationeel segment
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | |||
| Baten | ||||||||||
| Bruto premies - |
4.992,6 | 1.546,2 | 1.907,2 | 52,0 | - 52,0 | 8.446,0 | - 1,0 | 8.445,0 | ||
| Wijziging in niet-verdiende premies - |
1,5 | 46,2 | - 0,7 | 47,0 | 47,0 | |||||
| Uitgaande herverzekeringspremies - |
- 61,0 | - 99,2 | - 103,2 | - 26,1 | 52,0 | - 237,5 | - 237,5 | |||
| Netto verdiende premies | 4.933,1 | 1.493,2 | 1.803,3 | 25,9 | 8.255,5 | - 1,0 | 8.254,5 | |||
| Rentebaten, dividend en | ||||||||||
| overige beleggingsbaten | 2.462,4 | 55,6 | 239,1 | 1,5 | 2.758,6 | 26,9 | - 31,5 | 2.754,0 | ||
| Ongerealiseerde winst | ||||||||||
| (verlies) op RPN(I) | - 173,0 | - 173,0 | ||||||||
| Resultaat op verkoop en | ||||||||||
| herwaarderingen | 146,6 | 26,3 | 88,7 | 261,6 | 16,9 | 278,5 | ||||
| Baten uit beleggingen | ||||||||||
| inzake unit-linked contracten | 317,5 | 468,4 | 785,9 | 785,9 | ||||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 49,1 | 13,3 | 25,8 | 319,5 | 407,7 | 2,1 | 409,8 | |||
| Commissiebaten | 135,5 | 18,2 | 126,2 | 2,0 | - 2,1 | 279,8 | 279,8 | |||
| Overige baten | 111,7 | 47,3 | 6,3 | 5,7 | - 2,4 | 168,6 | 7,2 | - 16,1 | 159,7 | |
| Totale baten | 8.155,9 | 1.653,9 | 2.757,8 | 325,2 | 29,4 | - 4,5 | 12.917,7 | - 119,9 | - 48,6 12.749,2 | |
| Kosten | ||||||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 5.010,2 - 1.257,0 | - 1.477,9 | - 25,9 | 9,3 | - 7.761,7 | - 0,3 | - 7.762,0 | |||
| - Schadelasten en uitkeringen, | ||||||||||
| aandeel herverzekeraars | 17,9 | 236,6 | 41,8 | 12,7 | - 9,3 | 299,7 | 299,7 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 4.992,3 - 1.020,4 | - 1.436,1 | - 13,2 | - 7.462,0 | - 0,3 | - 7.462,3 | ||||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 362,8 | - 524,5 | - 887,3 | - 887,3 | ||||||
| Financieringslasten | - 103,4 | - 10,2 | - 14,3 | - 127,9 | - 21,6 | 32,7 | - 116,8 | |||
| Wijzigingen in bijzondere | ||||||||||
| waardeverminderingen | - 18,1 | - 3,7 | - 21,8 | - 21,8 | ||||||
| Wijzigingen in voorzieningen | 0,7 | 0,6 | 1,3 | - 100,6 | - 99,3 | |||||
| Commissielasten | - 620,3 | - 288,3 | - 198,5 | - 5,7 | 2,1 | - 1.110,7 | - 1.110,7 | |||
| Personeelskosten | - 520,7 | - 156,7 | - 94,6 | - 20,4 | - 792,4 | - 33,0 | - 825,4 | |||
| Overige lasten | - 743,0 | - 143,6 | - 184,7 | - 12,1 | - 2,7 | 2,4 | - 1.083,7 | - 49,9 | 16,2 | - 1.117,4 |
| Totale lasten | - 7.359,9 - 1.619,2 | - 2.455,8 | - 32,5 | - 21,6 | 4,5 | - 11.484,5 | - 205,1 | 48,6 - 11.641,0 | ||
| Resultaat voor belastingen | 796,0 | 34,7 | 302,0 | 292,7 | 7,8 | 1.433,2 | - 325,0 | 1.108,2 | ||
| Belastingbaten (lasten) | - 177,5 | - 5,7 | - 63,3 | - 246,5 | - 11,7 | - 258,2 | ||||
| Nettoresultaat over de periode | 618,5 | 29,0 | 238,7 | 292,7 | 7,8 | 1.186,7 | - 336,7 | 850,0 | ||
| Toewijsbaar aan de | ||||||||||
| minderheidsbelangen | 180,7 | 46,1 | 226,8 | 226,8 | ||||||
| Nettoresultaat toewijsbaar | ||||||||||
| aan de aandeelhouders | 437,8 | 29,0 | 192,6 | 292,7 | 7,8 | 959,9 | - 336,7 | 623,2 | ||
| Totale baten van externe klanten | 8.165,0 | 1.670,2 | 2.765,5 | 325,0 | 12.925,7 | - 176,5 | 12.749,2 | |||
| Totale baten intern | - 9,1 | - 16,3 | - 7,7 | 0,2 | 29,4 | - 4,5 | - 8,0 | 56,6 | - 48,6 | |
| Totale baten | 8.155,9 | 1.653,9 | 2.757,8 | 325,2 | 29,4 | - 4,5 | 12.917,7 | - 119,9 | - 48,6 12.749,2 | |
| Overige niet-geldelijke lasten | ||||||||||
| (anders dan afschrijvingen) | - 111,6 | - 0,1 | - 111,7 | - 100,6 | - 212,3 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | België | VK | Europa | Azië | verzekering verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Bruto premies | 4.992,6 | 1.546,2 | 1.907,2 | 52,0 | - 52,0 | 8.446,0 | - 1,0 | 8.445,0 | ||
| Premies inzake beleggingscontracten | 704,0 | 910,6 | 1.614,6 | 1.614,6 | ||||||
| Bruto premie-inkomen | 5.696,6 | 1.546,2 | 2.817,8 | 52,0 | - 52,0 | 10.060,6 | - 1,0 | 10.059,6 |
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen rekening | groep | Totaal | ||||
| Baten | ||||||||||
| - Bruto premies | 5.659,2 | 1.719,8 | 1.754,1 | 143,9 | 41,1 | - 41,1 | 9.277,0 | - 0,3 | 9.276,7 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies | 4,9 | - 10,8 | - 3,8 | - 9,7 | - 9,7 | |||||
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 56,2 | - 110,6 | - 100,9 | - 12,1 | - 27,0 | 41,1 | - 265,7 | - 265,7 | ||
| Netto verdiende premies | 5.607,9 | 1.598,4 | 1.649,4 | 131,8 | 14,1 | 9.001,6 | - 0,3 | 9.001,3 | ||
| Rentebaten, dividend en | ||||||||||
| overige beleggingsbaten | 2.544,4 | 68,2 | 270,9 | 50,6 | 1,2 | 2.935,3 | 36,4 | - 33,0 | 2.938,7 | |
| Ongerealiseerde winst | ||||||||||
| (verlies) op RPN(I) | 82,7 | 82,7 | ||||||||
| Resultaat op verkoop | ||||||||||
| en herwaarderingen | 209,5 | 11,8 | 25,6 | 203,2 | - 0,5 | 449,6 | 196,1 | 645,7 | ||
| Baten uit beleggingen | ||||||||||
| inzake unit-linked contracten | 231,5 | 224,8 | - 30,6 | 425,7 | 425,7 | |||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 17,5 | - 20,7 | 17,1 | 210,0 | 223,9 | 25,9 | 249,8 | |||
| Commissiebaten | 126,3 | 106,0 | 109,5 | 28,3 | 1,9 | - 1,2 | 370,8 | 370,8 | ||
| Overige baten | 150,7 | 36,2 | 17,0 | 8,9 | - 4,3 | 208,5 | 7,9 | - 17,0 | 199,4 | |
| Totale baten | 8.887,8 | 1.799,9 | 2.314,3 | 602,2 | 16,7 | - 5,5 | 13.615,4 | 349,0 | - 50,3 | 13.914,1 |
| Kosten | ||||||||||
| Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 5.929,9 | - 1.372,0 | - 1.413,6 | - 113,2 | - 28,3 | 22,1 | - 8.834,9 | 0,8 | - 8.834,1 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, | ||||||||||
| aandeel herverzekeraars | 58,4 | 82,7 | 30,2 | 4,5 | 20,7 | - 22,1 | 174,4 | 174,4 | ||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 5.871,5 | - 1.289,3 | - 1.383,4 | - 108,7 | - 7,6 | - 8.660,5 | 0,8 | - 8.659,7 | ||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 260,9 | - 255,7 | 27,9 | - 488,7 | - 488,7 | |||||
| Financieringslasten | - 112,5 | - 9,0 | - 32,3 | - 17,9 | - 171,7 | - 28,0 | 32,5 | - 167,2 | ||
| Wijzigingen in bijzondere | ||||||||||
| waardeverminderingen | - 28,7 | - 18,0 | - 5,2 | - 51,9 | - 12,8 | - 64,7 | ||||
| Wijzigingen in voorzieningen | - 0,2 | 0,1 | - 0,1 | - 892,6 | - 892,7 | |||||
| Commissielasten | - 632,2 | - 321,7 | - 185,1 | - 35,0 | - 4,5 | 1,2 | - 1.177,3 | - 1.177,3 | ||
| Personeelskosten | - 502,6 | - 190,0 | - 86,8 | - 36,3 | - 815,7 | - 39,2 | 8,9 | - 846,0 | ||
| Overige lasten | - 763,7 | - 174,5 | - 160,9 | - 31,5 | - 2,0 | 4,3 | - 1.128,3 | - 62,9 | 8,1 | - 1.183,1 |
| Totale lasten | - 8.172,3 - 1.984,5 | - 2.122,1 | - 206,7 | - 14,1 | 5,5 | - 12.494,2 - 1.035,5 | 50,3 - 13.479,4 | |||
| Resultaat voor belastingen | 715,5 | - 184,6 | 192,2 | 395,5 | 2,6 | 1.121,2 | - 686,5 | 434,7 | ||
| Belastingbaten (lasten) | - 170,7 | 28,6 | - 61,1 | - 1,3 | - 204,5 | - 7,4 | - 211,9 | |||
| Nettoresultaat over de periode | 544,8 | - 156,0 | 131,1 | 394,2 | 2,6 | 916,7 | - 693,9 | 222,8 | ||
| Toewijsbaar aan de | ||||||||||
| minderheidsbelangen | 154,2 | 41,3 | 195,5 | 0,2 | 195,7 | |||||
| Nettoresultaat toewijsbaar | ||||||||||
| aan de aandeelhouders | 390,6 | - 156,0 | 89,8 | 394,2 | 2,6 | 721,2 | - 693,9 | - 0,2 | 27,1 | |
| Totale baten van externe klanten | 8.893,2 | 1.808,5 | 2.319,8 | 602,2 | 13.623,7 | 279,2 | 13.902,9 | |||
| Totale baten intern | - 5,4 | - 8,6 | - 5,5 | 16,7 | - 5,5 | - 8,3 | 69,8 | - 50,3 | 11,2 | |
| Totale baten | 8.887,8 | 1.799,9 | 2.314,3 | 602,2 | 16,7 | - 5,5 | 13.615,4 | 349,0 | - 50,3 | 13.914,1 |
| Overige niet-geldelijke lasten | ||||||||||
| (anders dan afschrijvingen) | - 83,6 | - 9,2 | - 36,3 | - 129,1 | - 893,3 | - 1.022,4 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'discretionaire winstdelingscomponent' kan als volgt worden gepresenteerd.
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene Eliminaties | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | |||
| Bruto premies | 5.659,2 | 1.719,8 | 1.754,1 | 143,9 | 41,1 | - 41,1 | 9.277,0 | - 0,3 | 9.276,7 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 405,7 | 888,6 | 39,4 | 1.333,7 | 1.333,7 | |||||
| Bruto premie-inkomen | 6.064,9 | 1.719,8 | 2.642,7 | 183,3 | 41,1 | - 41,1 | 10.610,7 | - 0,3 | 10.610,4 | |
9.10 Balans gesplitst in Leven en Niet-leven
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2017 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.249,1 | 457,5 | 1.706,6 | 845,7 | 2.552,3 | ||
| Financiële beleggingen | 56.111,2 | 7.038,0 | 63.149,2 | 232,6 | - 9,0 | 63.372,8 | |
| Vastgoedbeleggingen | 2.411,6 | 237,5 | 2.649,1 | 2.649,1 | |||
| Leningen | 7.676,6 | 1.049,6 | - 36,9 | 8.689,3 | 1.388,4 | - 661,7 | 9.416,0 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 15.827,3 | 15.827,3 | 15.827,3 | ||||
| Beleggingen in deelnemingen | 2.378,1 | 538,6 | 2.916,7 | 21,4 | 3,5 | 2.941,6 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 453,9 | 1.950,9 | - 465,1 | 1.939,7 | 251,0 | - 4,8 | 2.185,9 |
| Actuele belastingvorderingen | 11,4 | 28,6 | 40,0 | 40,0 | |||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 49,8 | 99,9 | 149,7 | 149,7 | |||
| Overlopende rente en overige activa | 1.401,3 | 451,6 | 1.852,9 | 99,7 | - 94,8 | 1.857,8 | |
| Materiële vaste activa | 985,7 | 197,4 | 1.183,1 | 0,8 | 1.183,9 | ||
| Goodwill en overige immateriële activa | 845,0 | 276,7 | 1.121,7 | 0,9 | 1.122,6 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | 37,9 | 3,9 | 41,8 | 41,8 | |||
| Totaal activa | 89.438,9 | 12.330,2 | - 502,0 | 101.267,1 | 2.840,5 | - 766,8 | 103.340,8 |
| Passiva | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 27.488,4 | 27.488,4 | - 7,6 | 27.480,8 | |||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 31.350,6 | 31.350,6 | 31.350,6 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 15.816,2 | 15.816,2 | 15.816,2 | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten | |||||||
| Niet-leven | 7.595,9 | - 20,9 | 7.575,0 | 7.575,0 | |||
| Achtergestelde schulden | 1.224,5 | 485,2 | - 36,7 | 1.673,0 | 1.250,0 | - 661,7 | 2.261,3 |
| Leningen | 1.745,7 | 223,6 | 1.969,3 | 1.969,3 | |||
| Actuele belastingschulden | 52,6 | 20,0 | 72,6 | 72,6 | |||
| Uitgestelde belastingschulden | 855,2 | 192,8 | 1.048,0 | 6,9 | 1.054,9 | ||
| RPN(I) | 448,0 | 448,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.045,1 | 773,2 | - 443,6 | 2.374,7 | 121,2 | - 83,8 | 2.412,1 |
| Voorzieningen | 23,5 | 33,7 | 57,2 | 1.120,9 | 1.178,1 | ||
| Verplichtingen inzake geschreven | |||||||
| putopties op minderheidsbelang | 89,2 | 21,5 | 110,7 | 1.449,0 | 1.559,7 | ||
| Totaal verplichtingen | 80.691,0 | 9.345,9 | - 501,2 | 89.535,7 | 4.396,0 | - 753,1 | 93.178,6 |
| Eigen vermogen toewijsbaar | |||||||
| aan de aandeelhouders | 6.737,2 | 2.745,4 | - 0,8 | 9.481,8 | 143,1 | - 14,0 | 9.610,9 |
| Minderheidsbelangen | 2.010,7 | 238,9 | 2.249,6 | - 1.698,6 | 0,3 | 551,3 | |
| Totaal eigen vermogen | 8.747,9 | 2.984,3 | - 0,8 | 11.731,4 | - 1.555,5 | - 13,7 | 10.162,2 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 89.438,9 | 12.330,2 | - 502,0 | 101.267,1 | 2.840,5 | - 766,8 | 103.340,8 |
| Aantal werknemers | 4.024 | 7.097 | 11.121 | 139 | 11.260 |
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2016 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 993,3 | 387,0 | 1.380,3 | 800,6 | 2.180,9 | ||
| Financiële beleggingen | 58.353,2 | 7.851,3 | 66.204,5 | 377,2 | - 10,3 | 66.571,4 | |
| Vastgoedbeleggingen | 2.506,6 | 265,9 | 2.772,5 | 2.772,5 | |||
| Leningen | 6.972,3 | 959,2 | - 35,9 | 7.895,6 | 1.458,0 | - 668,6 | 8.685,0 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 14.355,7 | 14.355,7 | 14.355,7 | ||||
| Beleggingen in deelnemingen | 2.416,0 | 386,3 | 2.802,3 | 46,9 | 6,5 | 2.855,7 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 474,1 | 1.939,4 | - 467,7 | 1.945,8 | 252,8 | - 6,3 | 2.192,3 |
| Actuele belastingvorderingen | 5,7 | 61,4 | 67,1 | 67,1 | |||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 80,5 | 91,0 | 171,5 | 171,5 | |||
| Overlopende rente en overige activa | 1.399,0 | 504,2 | 1.903,2 | 129,0 | - 126,1 | 1.906,1 | |
| Materiële vaste activa | 979,8 | 191,9 | 1.171,7 | 0,6 | 1.172,3 | ||
| Goodwill en overige immateriële activa | 838,4 | 379,3 | 1.217,7 | 1.217,7 | |||
| Activa aangehouden voor verkoop | 129,7 | 15,6 | 145,3 | 145,3 | |||
| Totaal activa | 89.504,3 | 13.032,5 | - 503,6 | 102.033,2 | 3.065,1 | - 804,8 | 104.293,5 |
| Passiva | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 28.226,2 | 28.226,2 | - 8,1 | 28.218,1 | |||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 31.902,2 | 31.902,2 | 31.902,2 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 14.353,3 | 14.353,3 | 14.353,3 | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten | |||||||
| Niet-leven | 8.000,0 | - 24,8 | 7.975,2 | 7.975,2 | |||
| Achtergestelde schulden | 1.266,6 | 510,6 | - 35,9 | 1.741,3 | 1.250,0 | - 668,6 | 2.322,7 |
| Leningen | 2.159,7 | 336,1 | 2.495,8 | 2.495,8 | |||
| Actuele belastingschulden | 58,8 | 35,4 | 94,2 | 94,2 | |||
| Uitgestelde belastingschulden | 1.046,7 | 301,7 | 1.348,4 | 2,2 | 1.350,6 | ||
| RPN(I) | 275,0 | 275,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 2.146,2 | 900,7 | - 443,4 | 2.603,5 | 173,4 | - 117,6 | 2.659,3 |
| Voorzieningen | 21,1 | 17,5 | 38,6 | 1.028,6 | 1.067,2 | ||
| Verplichtingen inzake geschreven | |||||||
| putopties op minderheidsbelang | 87,2 | 21,7 | 108,9 | 1.266,0 | 1.374,9 | ||
| Totaal verplichtingen | 81.268,0 | 10.123,7 | - 504,1 | 90.887,6 | 3.995,2 | - 794,3 | 94.088,5 |
| Eigen vermogen toewijsbaar | |||||||
| aan de aandeelhouders | 6.371,4 | 2.585,0 | 0,5 | 8.956,9 | 614,8 | - 11,1 | 9.560,6 |
| Minderheidsbelangen | 1.864,9 | 323,8 | 2.188,7 | - 1.544,9 | 0,6 | 644,4 | |
| Totaal eigen vermogen | 8.236,3 | 2.908,8 | 0,5 | 11.145,6 | - 930,1 | - 10,5 | 10.205,0 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 89.504,3 | 13.032,5 | - 503,6 | 102.033,2 | 3.065,1 | - 804,8 | 104.293,5 |
| Aantal werknemers | 3.994 | 7.952 | 11.946 | 134 | 12.080 |
9.11 Resultatenrekening gesplitst in Leven en Niet-leven
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Baten | |||||||
| - Bruto premies | 4.141,3 | 4.304,7 | 8.446,0 | - 1,0 | 8.445,0 | ||
| - Wijziging in niet-verdiende premies | 47,0 | 47,0 | 47,0 | ||||
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 33,8 | - 203,7 | - 237,5 | - 237,5 | |||
| Netto verdiende premies | 4.107,5 | 4.148,0 | 8.255,5 | - 1,0 | 8.254,5 | ||
| Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 2.450,7 | 325,5 | - 17,6 | 2.758,6 | 26,9 | - 31,5 | 2.754,0 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | - 173,0 | - 173,0 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 146,9 | 114,7 | 261,6 | 16,9 | 278,5 | ||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 785,9 | 785,9 | 785,9 | ||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 354,4 | 53,4 | - 0,1 | 407,7 | 2,1 | 409,8 | |
| Commissiebaten | 242,3 | 37,5 | 279,8 | 279,8 | |||
| Overige baten | 82,1 | 87,8 | - 1,3 | 168,6 | 7,2 | - 16,1 | 159,7 |
| Totale baten | 8.169,8 | 4.766,9 | - 19,0 | 12.917,7 | - 119,9 | - 48,6 | 12.749,2 |
| Kosten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 4.959,5 | - 2.802,2 | - 7.761,7 | - 0,3 | - 7.762,0 | ||
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 16,4 | 283,3 | 299,7 | 299,7 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 4.943,1 | - 2.518,9 | - 7.462,0 | - 0,3 | - 7.462,3 | ||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 887,3 | - 887,3 | - 887,3 | ||||
| Financieringslasten | - 91,6 | - 38,1 | 1,8 | - 127,9 | - 21,6 | 32,7 | - 116,8 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 21,0 | - 0,8 | - 21,8 | - 21,8 | |||
| Wijzigingen in voorzieningen | 1,1 | 0,2 | 1,3 | - 100,6 | - 99,3 | ||
| Commissielasten | - 342,0 | - 768,7 | - 1.110,7 | - 1.110,7 | |||
| Personeelskosten | - 382,7 | - 409,7 | - 792,4 | - 33,0 | - 825,4 | ||
| Overige lasten | - 593,5 | - 507,4 | 17,2 | - 1.083,7 | - 49,9 | 16,2 | - 1.117,4 |
| Totale lasten | - 7.260,1 | - 4.243,4 | 19,0 | - 11.484,5 | - 205,1 | 48,6 | - 11.641,0 |
| Resultaat voor belastingen | 909,7 | 523,5 | 1.433,2 | - 325,0 | 1.108,2 | ||
| Belastingbaten (lasten) | - 132,7 | - 113,8 | - 246,5 | - 11,7 | - 258,2 | ||
| Nettoresultaat over de periode | 777,0 | 409,7 | 1.186,7 | - 336,7 | 850,0 | ||
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 154,0 | 72,8 | 226,8 | 226,8 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 623,0 | 336,9 | 959,9 | - 336,7 | 623,2 | ||
| Totale baten van externe klanten | 8.142,8 | 4.765,6 | 17,3 | 12.925,7 | - 176,5 | 12.749,2 | |
| Totale baten intern | 27,0 | 1,3 | - 36,3 | - 8,0 | 56,6 | - 48,6 | |
| Totale baten | 8.169,8 | 4.766,9 | - 19,0 | 12.917,7 | - 119,9 | - 48,6 | 12.749,2 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 84,3 | - 27,4 | - 111,7 | - 100,6 | - 212,3 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling) kan als volgt worden gepresenteerd.
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Bruto premies | 4.141,3 | 4.304,7 | 8.446,0 | - 1,0 | 8.445,0 | ||
| Premies inzake beleggingscontracten | 1.614,6 | 1.614,6 | 1.614,6 | ||||
| Bruto premie-inkomen | 5.755,9 | 4.304,7 | 10.060,6 | - 1,0 | 10.059,6 |
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Baten | |||||||
| - Bruto premies | 4.934,8 | 4.342,2 | 9.277,0 | - 0,3 | 9.276,7 | ||
| - Wijziging in niet-verdiende premies | - 9,7 | - 9,7 | - 9,7 | ||||
| - Uitgaande herverzekeringspremies | - 45,5 | - 220,2 | - 265,7 | - 265,7 | |||
| Netto verdiende premies | 4.889,3 | 4.112,3 | 9.001,6 | - 0,3 | 9.001,3 | ||
| Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 2.612,8 | 338,4 | - 15,9 | 2.935,3 | 36,4 | - 33,0 | 2.938,7 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 82,7 | 82,7 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 422,4 | 27,2 | 449,6 | 196,1 | 645,7 | ||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 425,7 | 425,7 | 425,7 | ||||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen | 208,0 | 15,9 | 223,9 | 25,9 | 249,8 | ||
| Commissiebaten | 245,0 | 125,8 | 370,8 | 370,8 | |||
| Overige baten | 119,8 | 91,2 | - 2,5 | 208,5 | 7,9 | - 17,0 | 199,4 |
| Totale baten | 8.923,0 | 4.710,8 | - 18,4 | 13.615,4 | 349,0 | - 50,3 | 13.914,1 |
| Kosten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto | - 5.870,6 | - 2.964,3 | - 8.834,9 | 0,8 | - 8.834,1 | ||
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars | 18,1 | 156,3 | 174,4 | 174,4 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 5.852,5 | - 2.808,0 | - 8.660,5 | 0,8 | - 8.659,7 | ||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 488,7 | - 488,7 | - 488,7 | ||||
| Financieringslasten | - 133,9 | - 37,8 | - 171,7 | - 28,0 | 32,5 | - 167,2 | |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 51,8 | - 0,1 | - 51,9 | - 12,8 | - 64,7 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | - 0,2 | 0,1 | - 0,1 | - 892,6 | - 892,7 | ||
| Commissielasten | - 390,7 | - 786,6 | - 1.177,3 | - 1.177,3 | |||
| Personeelskosten | - 389,4 | - 426,3 | - 815,7 | - 39,2 | 8,9 | - 846,0 | |
| Overige lasten | - 632,4 | - 514,3 | 18,4 | - 1.128,3 | - 62,9 | 8,1 | - 1.183,1 |
| Totale lasten | - 7.939,6 | - 4.573,0 | 18,4 | - 12.494,2 | - 1.035,5 | 50,3 | - 13.479,4 |
| Resultaat voor belastingen | 983,4 | 137,8 | 1.121,2 | - 686,5 | 434,7 | ||
| Belastingbaten (lasten) | - 145,1 | - 59,4 | - 204,5 | - 7,4 | - 211,9 | ||
| Nettoresultaat over de periode | 838,3 | 78,4 | 916,7 | - 693,9 | 222,8 | ||
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 134,7 | 60,8 | 195,5 | 0,2 | 195,7 | ||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 703,6 | 17,6 | 721,2 | - 693,9 | - 0,2 | 27,1 | |
| Totale baten van externe klanten | 8.895,7 | 4.709,9 | 18,1 | 13.623,7 | 290,4 | 13.914,1 | |
| Totale baten intern | 27,3 | 0,9 | - 36,5 | - 8,3 | 58,6 | - 50,3 | |
| Totale baten | 8.923,0 | 4.710,8 | - 18,4 | 13.615,4 | 349,0 | - 50,3 | 13.914,1 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 123,9 | - 5,2 | - 129,1 | - 893,3 | - 1.022,4 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling) kan als volgt worden gepresenteerd.
| Eliminaties | Totaal | Algemene | Eliminaties | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | Leven | Niet-leven verzekeringen verzekeringen | rekening | groep | Totaal | ||
| Bruto premies | 4.934,8 | 4.342,2 | 9.277,0 | - 0,3 | 9.276,7 | ||
| Premies inzake beleggingscontracten | 1.333,7 | 1.333,7 | 1.333,7 | ||||
| Bruto premie-inkomen | 6.268,5 | 4.342,2 | 10.610,7 | - 0,3 | 10.610,4 |
9.12 Operationeel resultaat Verzekeringen
Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.
Het operationeel resultaat omvat de netto verdiende premies, commissies en gealloceerde beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden, na aftrek van nettoschadelasten, uitkeringen en alle operationele lasten, inclusief de kosten voor schadeafhandeling, beleggingskosten, commissies en andere lasten, gealloceerd aan verzekerings- en/of beleggingscontracten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resultaat van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt. De definities van de alternatieve prestatiemaatstaven worden onder de tabellen toegelicht.
Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het segment Leven omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). Het segment Niet-leven bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.
Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | België | VK | Europa | Azië verzekering verzekeringen verzekeringen | Rekening Eliminaties | Ageas | ||||
| Bruto premie-inkomen Leven | 3.781,4 | 1.974,5 | 5.755,9 | 5.755,9 | ||||||
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.915,2 1.546,2 | 843,3 | 52,0 | - 52,0 | 4.304,7 | - 1,0 | 4.303,7 | |||
| Operationele kosten | - 555,4 - 235,0 | - 224,0 | - 2,8 | - 1.017,2 | - 1.017,2 | |||||
| - Gegarandeerde producten | 409,3 | 110,0 | 519,3 | 519,3 | ||||||
| - Unit-linked producten | 25,5 | 15,8 | 41,3 | 41,3 | ||||||
| Operationeel resultaat Leven | 434,8 | 125,8 | 560,6 | 560,6 | ||||||
| - Ongevallen en ziekte | 50,1 | - 0,3 | 52,9 | 0,1 | 102,8 | 102,8 | ||||
| - Auto | 67,3 | 26,4 | - 10,0 | 3,3 | 87,0 | 87,0 | ||||
| - Brand en overige schade aan | 109,9 | 10,4 | 20,2 | 2,1 | 142,6 | 142,6 | ||||
| eigendommen | ||||||||||
| - Overige | 38,0 | - 13,4 | 26,5 | 0,8 | 51,9 | 51,9 | ||||
| Operationeel resultaat Niet-leven | 265,3 | 23,1 | 89,6 | 6,3 | 384,3 | 384,3 | ||||
| Operationeel resultaat | 700,1 | 23,1 | 215,4 | 6,3 | 944,9 | 944,9 | ||||
| Aandeel in het resultaat van | ||||||||||
| deelnemingen, niet gealloceerd | 13,2 | 25,8 | 319,6 | 358,6 | 2,1 | 360,7 | ||||
| Overig niet-technisch resultaat, | ||||||||||
| inclusief brokerage | 95,9 | - 1,6 | 60,8 | - 26,9 | 1,5 | 129,7 | - 327,1 | - 197,4 | ||
| Resultaat voor belastingen | 796,0 | 34,7 | 302,0 | 292,7 | 7,8 | 1.433,2 | - 325,0 | 1.108,2 | ||
| Key performance indicators Leven | ||||||||||
| Netto-onderschrijvingsmarge | -0,03% | 0,27% | 0,03% | 0,03% | ||||||
| Beleggingsmarge | 0,81% | 0,54% | 0,76% | 0,76% | ||||||
| Operationele marge | 0,78% | 0,81% | 0,79% | 0,79% | ||||||
| - Operationele marge | ||||||||||
| Gegarandeerde producten | 0,85% | 1,39% | 0,93% | 0,93% | ||||||
| - Operationele marge | ||||||||||
| Unit-linked producten | 0,34% | 0,21% | 0,27% | 0,27% | ||||||
| Operationele kosten Leven in % van | ||||||||||
| Technische verplichtingen Leven | ||||||||||
| (op jaarbasis) | 0,39% | 0,41% | 0,40% | 0,40% | ||||||
| Key performance indicators Niet-leven | ||||||||||
| Kostenratio | 37,9% | 34,9% | 31,2% | 24,8% | 35,5% | 35,5% | ||||
| Schaderatio | 53,1% | 68,3% | 59,2% | 50,9% | 59,7% | 59,7% | ||||
| Combined ratio | 91,0% 103,2% | 90,4% | 75,7% | 95,2% | 95,2% | |||||
| Operationele marge | 14,3% | 1,5% | 11,7% | 24,3% | 9,3% | 9,3% | ||||
| Technische voorzieningen | 62.284,9 2.797,3 | 17.148,8 | 20,1 | - 20,9 | 82.230,2 | - 7,6 82.222,6 |
| Continentaal | Her- | Eliminaties | Totaal Algemene | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | België | VK | Europa | Azië | verzekering verzekeringen verzekeringen Rekening Eliminaties | Ageas | ||||
| Bruto premie-inkomen Leven | 4.182,3 | 1.902,9 | 183,3 | 6.268,5 | 6.268,5 | |||||
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.882,6 | 1.719,8 | 739,8 | 41,1 | - 41,1 | 4.342,2 | - 0,3 | 4.341,9 | ||
| Operationele kosten | - 534,3 | - 197,0 | - 201,8 | - 22,2 | - 2,0 | - 957,3 | - 957,3 | |||
| - Gegarandeerde producten | 417,1 | 104,8 | 10,0 | 531,9 | 531,9 | |||||
| Unit-linked producten - |
18,6 | 4,0 | 7,1 | 29,7 | 29,7 | |||||
| Operationeel resultaat Leven | 435,7 | 108,8 | 17,1 | 561,6 | 561,6 | |||||
| - Ongevallen en ziekte | 38,4 | 1,0 | 37,5 | - 0,1 | 76,8 | 76,8 | ||||
| - Auto | 59,8 | - 121,6 | 4,3 | - 1,0 | - 58,5 | - 58,5 | ||||
| Brand en overige - |
||||||||||
| schade aan eigendommen | 60,3 | 14,7 | 19,2 | 3,1 | 97,3 | 97,3 | ||||
| - Overige | ||||||||||
| 16,6 | - 23,9 | 23,5 | 16,2 | 16,2 | ||||||
| Operationeel resultaat Niet-leven | 175,1 | - 129,8 | 84,5 | 2,0 | 131,8 | 131,8 | ||||
| Operationeel resultaat | 610,8 | - 129,8 | 193,3 | 17,1 | 2,0 | 693,4 | 693,4 | |||
| Aandeel in resultaat van deelnemingen (niet gealloceerd) |
- 20,7 | 17,1 | 209,9 | 206,3 | 26,0 | 232,3 | ||||
| Overig niet-technisch resultaat, | ||||||||||
| inclusief brokerage | 104,7 | - 34,1 | - 18,2 | 168,5 | 0,6 | 221,5 | - 712,5 | - 491,0 | ||
| Resultaat voor belastingen | 715,5 | - 184,6 | 192,2 | 395,5 | 2,6 | 1.121,2 | - 686,5 | 434,7 | ||
| Key performance indicators Leven | ||||||||||
| Netto-onderschrijvingsmarge | -0,01% | 0,29% | 0,08% | 0,08% | ||||||
| Beleggingsmarge | 0,81% | 0,45% | 0,73% | 0,73% | ||||||
| Operationele marge | 0,80% | 0,74% | 0,81% | 0,81% | ||||||
| - Operationele marge | ||||||||||
| Garantieproducten | 0,86% | 1,21% | 0,93% | 0,93% | ||||||
| - Operationele marge | ||||||||||
| Unit-linked producten | 0,31% | 0,07% | 0,25% | 0,25% | ||||||
| Operationele kosten Leven in % van | ||||||||||
| Technische verplichtingen | ||||||||||
| Leven (op jaarbasis) | 0,38% | 0,42% | 0,42% | 0,42% | ||||||
| Key performance indicators Niet-leven |
||||||||||
| Kostenratio | 37,7% | 31,5% | 30,1% | 32,4% | 34,1% | 34,1% | ||||
| Schaderatio | 58,3% | 80,7% | 58,6% | 53,7% | 67,0% | 67,0% | ||||
| Combined ratio | 96,0% | 112,2% | 88,7% | 86,1% | 101,1% | 101,1% | ||||
| Operationele marge | 9,5% | -8,1% | 12,7% | 13,9% | 3,2% | 3,2% | ||||
| Technische voorzieningen | 62.883,4 | 2.694,6 | 16.873,8 | 29,9 | - 24,8 | 82.456,9 | - 8,1 | 82.448,8 |
Definities van alternatieve resultaatmaatstaven in de tabellen:
| Netto-onderschrijvingsresultaat : Het verschil tussen de netto verdiende premies en de som van de werkelijke schade-uitkeringen en de mutatie van de | |
|---|---|
| verzekeringsverplichtingen, beide gecorrigeerd voor herverzekering. Het resultaat wordt weergegeven onder aftrek van | |
| schadeafhandelingskosten, algemene kosten, provisies en herverzekering. | |
| Netto-onderschrijvingsmarge | : Voor Leven het netto-onderschrijvingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen Leven tijdens |
| de verslagperiode. Voor Niet-Leven het netto-onderschrijvingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | |
| Nettobeleggingsresultaat | : De som van beleggingsopbrengsten en gerealiseerde meer- of minderwaarden op activa die verzekeringsverplichtingen dekken, na aftrek |
| van de hieraan verbonden beleggingskosten. De beleggingsresultaten voor Leven worden daarnaast gecorrigeerd voor het aan de | |
| polishouders als technische rente en winstdeling toegewezen bedrag. Het beleggingsresultaat voor Ongevallen & Leven (onderdeel van | |
| niet-Leven) wordt ook gecorrigeerd voor de opgelopen technische rente van de verzekeringsverplichtingen. | |
| Nettobeleggingsmarge | : Voor Leven het beleggingsresultaat op jaarbasis, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen Leven tijdens de |
| verslagperiode. Voor Niet-Leven het nettobeleggingsresultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | |
| Netto operationeel resultaat | : De som van het netto-onderschrijvingsresultaat, beleggingsresultaat en overige aan de verzekerings- en/of beleggingscontracten |
| toegewezen resultaten. Het verschil tussen het operationele resultaat en de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die | |
| niet onder de verzekerings- en/of beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat of resultaat | |
| van niet-geconsolideerde partnerships is verwerkt. | |
| Netto operationele marge | : Voor leven het operationele resultaat op jaarbasis voor de periode, gedeeld door de gemiddelde nettoverzekeringsverplichtingen Leven. |
| Voor Niet-Leven het operationele resultaat gedeeld door de netto verdiende premie. | |
| Netto verdiende premies | : De premies Niet-Leven die de risico's voor de huidige periode dekken, verrekend met de premies betaald aan herverzekeraars en mutatie |
| in reserves voor niet verdiende premies. | |
| Lastenratio | : De lasten als percentage van de netto verdiende premies. De lasten omvatten de interne kosten van schadeafhandelingscommissies, |
| onder aftrek van herverzekering. | |
| Schaderatio | : De kosten van claims, onder aftrek van herverzekering, als percentage van de netto verdiende premies. |
| Combined ratio | : Een maatstaf voor de winstgevendheid in Niet-Leven, de verhouding tussen de totale kosten van de verzekeraar en de netto verdiende |
| premies. Dit zijn de totale lasten van de verzekeraar als percentage van de netto verdiende premies. Dit is de som van de schade- en de | |
| lastenratio. | |
Toelichting op de
geconsolideerde balans
10 Geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten zijn direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden, na de datum van verkrijging.
De geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen | 4,3 | 2,8 |
| Vorderingen op banken | 2.069,9 | 2.076,1 |
| Overige | 478,1 | 102,0 |
| Totaal geldmiddelen en kasequivalenten | 2.552,3 | 2.180,9 |
11 Financiële beleggingen
De samenstelling van de financiële beleggingen is als volgt.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Financiële beleggingen | ||
| - Tot einde looptijd aangehouden | 4.559,5 | 4.715,3 |
| - Voor verkoop beschikbaar | 58.761,6 | 61.816,9 |
| - Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 220,2 | 251,1 |
| - Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 35,8 | 8,0 |
| Totaal bruto | 63.577,1 | 66.791,3 |
| Bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - op voor verkoop beschikbare beleggingen |
- 204,3 | - 219,9 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen | - 204,3 | - 219,9 |
| Totaal | 63.372,8 | 66.571,4 |
11.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden
| Overheids | Bedrijfs | ||
|---|---|---|---|
| obligaties | schuldeffecten | Totaal | |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2016 | 4.725,0 | 77,1 | 4.802,1 |
| Einde looptijd | - 94,5 | - 5,7 | - 100,2 |
| Amortisatie | 10,9 | 2,5 | 13,4 |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2016 | 4.641,4 | 73,9 | 4.715,3 |
| Einde looptijd | - 88,4 | - 75,0 | - 163,4 |
| Amortisatie | 6,5 | 1,1 | 7,6 |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2017 | 4.559,5 | 4.559,5 | |
| Reële waarde op 31 december 2016 | 7.046,1 | 74,8 | 7.120,9 |
| Reële waarde op 31 december 2017 | 6.780,0 | 6.780,0 |
De reële waarde van overheidsobligaties geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd is gebaseerd op genoteerde prijzen in actieve markten (niveau 1) en de reële waarde van schuldeffecten van bedrijven geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd op niet-observeerbare inputs (tegenpartij quotes, niveau 3).
De overheidsobligaties aangemerkt als beleggingen tot einde looptijd aangehouden naar land van uitgifte zijn als volgt.
| Historische/ | ||
|---|---|---|
| geamortiseerde | Reële | |
| 31 december 2017 | kostprijs | waarde |
| Belgische overheid | 4.335,5 | 6.486,9 |
| Portugese overheid | 224,0 | 293,1 |
| Totaal | 4.559,5 | 6.780,0 |
| 31 december 2016 | ||
| Belgische overheid | 4.342,6 | 6.674,9 |
| Portugese overheid | 298,8 | 371,2 |
| Totaal | 4.641,4 | 7.046,1 |
11.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen
De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.
| Historische/ | Bruto | Bruto | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| geamortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde | Totaal | Bijzondere | Reële | |||
| 31 december 2017 | kostprijs | winsten | verliezen | bruto waardevermindering | waarde | |
| Overheidsobligaties | 27.647,1 | 5.355,2 | - 60,6 | 32.941,7 | 32.941,7 | |
| Bedrijfsobligaties | 19.177,9 | 1.547,0 | - 18,7 | 20.706,2 | - 20,3 | 20.685,9 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 58,5 | 13,9 | - 0,1 | 72,3 | - 0,1 | 72,2 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 46.883,5 | 6.916,1 | - 79,4 | 53.720,2 | - 20,4 | 53.699,8 |
| Private equity en durfkapitaal | 67,7 | 5,7 | 73,4 | 73,4 | ||
| Aandelen | 4.168,1 | 814,0 | - 21,0 | 4.961,1 | - 183,9 | 4.777,2 |
| Overige beleggingen | 6,9 | 6,9 | 6,9 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in | ||||||
| aandelen en overige beleggingen | 4.242,7 | 819,7 | - 21,0 | 5.041,4 | - 183,9 | 4.857,5 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 51.126,2 | 7.735,8 | - 100,4 | 58.761,6 | - 204,3 | 58.557,3 |
| Historische/ | Bruto | Bruto | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| gemortiseerde ongerealiseerde ongerealiseerde | Totaal | Bijzondere | Reële | |||
| 31 december 2016 | kostprijs | winsten | verliezen | bruto waardevermindering | waarde | |
| Overheidsobligaties | 27.358,5 | 5.941,2 | - 102,3 | 33.197,4 | 33.197,4 | |
| Bedrijfsobligaties | 22.168,4 | 1.878,2 | - 42,1 | 24.004,5 | - 22,6 | 23.981,9 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 108,2 | 11,3 | - 1,4 | 118,1 | - 0,1 | 118,0 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 49.635,1 | 7.830,7 | - 145,8 | 57.320,0 | - 22,7 | 57.297,3 |
| Private equity en durfkapitaal | 62,6 | 5,9 | - 1,3 | 67,2 | 67,2 | |
| Aandelen | 3.842,9 | 609,2 | - 31,6 | 4.420,5 | - 197,2 | 4.223,3 |
| Overige beleggingen | 9,2 | 9,2 | 9,2 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in | ||||||
| aandelen en overige beleggingen | 3.914,7 | 615,1 | - 32,9 | 4.496,9 | - 197,2 | 4.299,7 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 53.549,8 | 8.445,8 | - 178,7 | 61.816,9 | - 219,9 | 61.597,0 |
Een bedrag van EUR 1.044,8 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is aangehouden als onderpand (2016: EUR 1.288,4 miljoen) (zie ook noot 22 Leningen).
De portefeuille inzake de Voor verkoop beschikbare beleggingen per jaareinde kan als volgt weergegeven worden.
De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:
- Niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
- Niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
- Niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).
De waarderingen per jaareinde zijn als volgt.
| 2017 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 32.893,7 | 48,0 | 32.941,7 | |
| Bedrijfsobligaties | 19.784,1 | 826,4 | 75,4 | 20.685,9 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 57,7 | 1,4 | 13,1 | 72,2 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 2.977,6 | 1.233,6 | 646,3 | 4.857,5 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 55.713,1 | 2.109,4 | 734,8 | 58.557,3 |
| 2016 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Overheidsobligaties | 33.149,6 | 47,8 | 33.197,4 | |
| Bedrijfsobligaties | 23.342,0 | 639,9 | 23.981,9 | |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 37,3 | 49,3 | 31,4 | 118,0 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 2.839,9 | 1.313,0 | 146,8 | 4.299,7 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 59.368,8 | 2.050,0 | 178,2 | 61.597,0 |
De veranderingen in niveau 3 waarderingen zijn als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 178,2 | 219,9 |
| Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode | - 14,0 | - 25,1 |
| Aankoop | 136,0 | 13,2 |
| Opbrengst van verkopen | - 6,3 | - 26,7 |
| Gerealiseerde winsten (verliezen) | 0,4 | 2,6 |
| Bijzondere waardevermindering | - 1,2 | - 4,7 |
| Ongerealiseerde winsten (verliezen) | 3,3 | - 1,0 |
| Overdracht tussen categorieën | 438,4 | |
| Stand per 31 december | 734,8 | 178,2 |
De overdrachten tussen categorieën naar niveau 3 opgenomen in de tabel hebben hoofdzakelijk betrekking tot private equity funds welke nu als niveau 3 worden beschouwd (niveau 2 in 2016).
Niveau 3-waarderingen voor private equity en durfkapitaal maken gebruik van reële waarden die worden bekendgemaakt in het geauditeerde financieel verslag van de relevante deelnemingen. Niveau 3-waarderingen voor aandelen en asset-backed securities maken gebruik van de methode van de gedisconteerde kasstromen. Verwachte kasstromen houden rekening met de oorspronkelijke verzekeringstechnische criteria, de kenmerken van de leningnemer (zoals leeftijd en kredietscores), loan-to-value-ratio's, verwachte schommelingen in de huizenprijzen en verwachte vooruitbetalingsniveaus, enz. De verwachte kasstromen worden gedisconteerd tegen voor risico gecorrigeerde rentes. Marktdeelnemers maken vaak gebruik van dergelijke gedisconteerde kasstroomtechnieken om private equity en durfkapitaal te waarderen. Voor de waardering van deze instrumenten maken wij eveneens tot op zekere hoogte gebruik van quotes als deze bestaan. Deze technieken zijn onderhevig aan inherente beperkingen, zoals een schatting van de gepaste voor risico gecorrigeerde disconteringsvoet, en verschillende gegevens en veronderstellingen zouden verschillende resultaten opleveren.
De niveau 3-posities zijn met name gevoelig voor een verandering in het niveau van de verwachte toekomstige kasstromen, en dienovereenkomstig varieert hun reële waarde in verhouding tot de veranderingen in deze kasstromen. De veranderingen in de waarde van de niveau 3-instrumenten worden verantwoord in het overige comprehensive income.
Overheidsobligaties naar land van uitgifte
De overheidsobligaties naar land van uitgifte zijn als volgt.
| geamortiseerde ongerealiseerde Reële 31 december 2017 kostprijs winsten (verliezen) waarde Belgische overheid 11.885,3 2.367,6 14.252,9 Franse overheid 5.130,7 1.203,6 6.334,3 Oostenrijkse overheid 2.299,4 471,0 2.770,4 Portugese overheid 2.167,1 295,4 2.462,5 Spaanse overheid 1.304,9 91,4 1.396,3 Italiaanse overheid 986,4 241,0 1.227,4 Duitse overheid 840,1 288,1 1.128,2 Ierse overheid 609,0 54,1 663,1 Nederlandse overheid 532,1 73,1 605,2 Poolse overheid 310,7 64,1 374,8 Britse overheid 362,6 6,8 369,4 Slowaakse overheid 208,3 38,3 246,6 Tsjechische overheid 197,6 17,2 214,8 Finse overheid 117,9 26,4 144,3 Verenigde Staten van Amerika: overheid 19,1 19,1 Overige overheden 675,9 56,5 732,4 Totaal 27.647,1 5.294,6 32.941,7 Historische/ (Bruto) geamortiseerde ongerealiseerde Reële 31 december 2016 kostprijs winsten (verliezen waarde Belgische overheid 11.881,9 2.777,4 14.659,3 Franse overheid 5.001,0 1.305,3 6.306,3 Oostenrijkse overheid 2.351,0 555,9 2.906,9 Portugese overheid 2.018,8 52,2 2.071,0 Spaanse overheid 1.366,7 114,8 1.481,5 Italiaanse overheid 1.186,3 299,3 1.485,6 Duitse overheid 859,2 337,7 1.196,9 Ierse overheid 608,8 71,2 680,0 Nederlandse overheid 527,3 90,9 618,2 Poolse overheid 259,2 62,7 321,9 Britse overheid 209,2 11,9 221,1 Slowaakse overheid 299,5 44,0 343,5 Tsjechische overheid 197,7 24,2 221,9 Finse overheid 132,4 32,2 164,6 Verenigde Staten van Amerika: overheid 23,3 - 0,1 23,2 Overige overheden 436,2 59,3 495,5 |
Historische/ | (Bruto) | ||
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 27.358,5 | 5.838,9 | 33.197,4 |
In 2017 en 2016 waren er geen bijzondere waardeverminderingen op overheidsobligaties.
Het aandeel per land in de beleggingsportefeuille overheidsobligaties op basis van reële waarde kan per jaareinde als volgt worden weergegeven.
De volgende tabel toont de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen). Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | ||
| Boekwaarde | 53.699,8 | 57.297,3 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 6.836,7 | 7.684,9 |
| - Gerelateerde belasting |
- 1.760,9 | - 2.597,2 |
| Shadow accounting | - 2.797,4 | - 3.701,3 |
| - Gerelateerde belasting |
730,8 | 1.256,7 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 3.009,2 | 2.643,1 |
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen: | ||
| Boekwaarde | 4.857,5 | 4.299,7 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 798,7 | 582,2 |
| - Gerelateerde belasting |
- 63,7 | - 67,8 |
| Shadow accounting | - 304,8 | - 282,4 |
| - Gerelateerde belasting |
78,1 | 96,1 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 508,3 | 328,1 |
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen
De samenstelling van de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen: | ||
| - obligaties | - 20,4 | - 22,7 |
| - aandelen en overige beleggingen | - 183,9 | - 197,2 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen op | ||
| voor verkoop beschikbare beleggingen | - 204,3 | - 219,9 |
De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | - 219,9 | - 200,1 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 0,1 | |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | - 14,3 | - 58,0 |
| Terugname bij de verkoop/desinvestering | 27,5 | 36,7 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 2,3 | 1,5 |
| Stand per 31 december | - 204,3 | - 219,9 |
11.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening
De volgende tabel geeft toelichting op beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 1,1 | |
| Bedrijfsobligaties | 107,8 | 69,3 |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 6,2 | |
| Obligaties | 115,1 | 69,3 |
| Aandelen | 117,5 | |
| Overige beleggingen | 105,1 | 64,3 |
| Aandelen en overige beleggingen | 105,1 | 181,8 |
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening |
220,2 | 251,1 |
Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de waardering daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.
De nominale waarde van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 31 december 2017 EUR 115,1 miljoen (31 december 2016: EUR 69,4 miljoen).
De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:
- Niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
- Niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
- Niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).
De waarderingen per jaareinde zijn als volgt.
| 2017 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 1,1 | 1,1 | ||
| Bedrijfsobligaties | 107,5 | 0,3 | 107,8 | |
| Gestructureerde schuldinstrumenten | 6,2 | 6,2 | ||
| Overige beleggingen | 105,1 | 105,1 | ||
| Totaal beleggingen tegen reële waarde | ||||
| met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 108,6 | 111,6 | 220,2 | |
| 2016 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Bedrijfsobligaties | 69,3 | 69,3 | ||
| Aandelen | 76,5 | 41,0 | 117,5 | |
| Overige beleggingen | 64,3 | 64,3 | ||
| Totaal beleggingen tegen reële waarde | ||||
| met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 145,8 | 105,3 | 251,1 |
11.4 Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa)
De samenstelling van de voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) is als volgt.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Over the counter (OTC) | 35,8 | 8,0 |
| Op een beurs verhandeld | ||
| Totaal voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) | 35,8 | 8,0 |
Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten hebben voornamelijk betrekking op rente- en aandelenopties en renteswaps. Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten in 2017 en 2016 zijn gebaseerd op een niveau 2-waardering (waarneembare marktgegevens in actieve markten) (zie ook noot 29 Derivaten voor nadere details).
12 Vastgoedbeleggingen
Beleggingen in vastgoed hebben met name betrekking op kantoren en winkelpanden.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 2.691,3 | 2.821,3 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 42,2 | - 48,8 |
| Totaal vastgoedbeleggingen | 2.649,1 | 2.772,5 |
De volgende tabel geeft de wijzigingen in vastgoedbeleggingen weer gedurende het jaar eindigend op 31 december.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Kostprijs per 1 januari | 3.581,3 | 3.713,6 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 225,6 | 20,2 |
| Toevoegingen/aankopen | 151,2 | 56,8 |
| Verbeteringen | 38,1 | 42,0 |
| Verkopen | - 88,0 | - 116,7 |
| Overboeking van (naar) materiële vaste activa | - 12,7 | |
| Wisselkoersverschillen | - 0,9 | - 6,2 |
| Overige | 3,9 | - 128,4 |
| Kostprijs per 31 december | 3.447,3 | 3.581,3 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 760,0 | - 815,7 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 66,4 | 108,0 |
| Afschrijvingen | - 91,3 | - 95,1 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 32,2 | 33,9 |
| Overboeking van (naar) materiële vaste activa | 0,3 | |
| Wisselkoersverschillen | 0,2 | |
| Overige | - 3,6 | 8,7 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 756,0 | - 760,0 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 48,8 | - 50,8 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 1,5 | |
| Toename bijzondere waardeverminderingen verantwoord in de resultatenrekening | - 3,5 | - 3,1 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen verantwoord in de resultatenrekening | 1,1 | 2,0 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen door desinvesteringen | 7,5 | 3,1 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 42,2 | - 48,8 |
| Netto vastgoedbeleggingen per 31 december | 2.649,1 | 2.772,5 |
| Kostprijs van vastgoedbeleggingen in aanbouw | 158,4 | 123,9 |
Het bedrag op de regel 'Overige' in 2016 houdt voornamelijk verband met een herclassificatie van het PwC-gebouw in Luxemburg in voor verkoop aangehouden activa vanwege de verkoop van de geconsolideerde Luxemburgse dochteronderneming BG1 die Ageas had besloten. De transactie werd in het eerste kwartaal van 2017 afgerond.
Per 31 december 2017 was er geen vastgoed in onderpand afgegeven (31 december 2016: EUR 223,6 miljoen) (zie ook noot 22 Leningen).
Jaarlijkse waarderingsbepalingen, waarbij de onafhankelijke taxaties elke drie jaar veranderen, behelzen bijna alle vastgoedbeleggingen. Reële waarden (niveau 3) zijn gebaseerd op niet-observeerbare marktgegevens en/of verdisconteerde kasstromen. Verwachte kasstromen uit vastgoed houden rekening met verwachte groeipercentages van huurinkomsten, periodes van leegstand, bezettingsgraad en kosten huurbevordering, zoals huurvrije perioden en andere kosten die niet worden betaald door huurders. De verwachte netto kasstromen worden verdisconteerd aan de hand van op risico aangepaste discontovoet. Om de disconteringsvoet te bepalen, wordt met een aantal factoren rekening gehouden, zoals de kwaliteit van het gebouw en zijn locatie (toplocatie vs. secundaire locatie), kredietkwaliteit van de huurder en huurvoorwaarden. Voor ontwikkelingsvastgoed (dus in opbouw) wordt de reële waarde bepaald op de kostprijs tot het vastgoed in gebruik is genomen.
De onderstaande tabel toont de reële waarde van het vastgoed.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Reële waarden gebaseerd op marktinformatie | 228,0 | 160,2 |
| Reële waarden gebaseerd op onafhankelijke waardering | 3.570,6 | 3.685,3 |
| Totaal reële waarde van vastgoedbeleggingen | 3.798,6 | 3.845,5 |
| Totale boekwaarde | 2.649,1 | 2.772,5 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 1.149,5 | 1.073,0 |
| Belasting | - 284,8 | - 353,1 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) | 864,7 | 719,9 |
De afschrijvingen op gebouwen worden berekend volgens de lineaire methode teneinde de kosten van die activa af te schrijven gedurende de geschatte levensduur tot de restwaarde. Vastgoed wordt gesplitst in de volgende componenten: ruwbouw, ramen en deuren, technische uitrusting, ruwe afwerking en detailafwerking.
De maximale levensduur van de componenten is als volgt:
- Ruwbouw ......................................................... 50 jaar voor kantoren en winkels; 70 jaar voor woningen;
- Ramen en deuren ............................................ 30 jaar voor kantoren en winkels; 40 jaar voor woningen;
- Technische uitrusting ...................................... 20 jaar voor kantoren; 25 jaar voor winkels en 40 jaar voor woningen;
- Ruwe afwerking ............................................... 20 jaar voor kantoren; 25 jaar voor winkels en 40 jaar voor woningen;
- Detailafwerking ............................................... 10 jaar voor kantoren, winkels en woningen.
Terreinen hebben een ongelimiteerde levensduur en worden derhalve niet afgeschreven. IT, kantoor- en andere apparatuur worden afgeschreven over de respectievelijke levensduur, die individueel wordt vastgesteld. Als algemene regel wordt uitgegaan van een restwaarde van nihil.
Vastgoed verhuurd op basis van operationele lease
Ageas verhuurt bepaalde activa (voornamelijk vastgoed voor beleggingsdoeleinden) aan externe partijen op basis van operationele leaseovereenkomsten. De toekomstige minimale leasetermijnen inzake niet-opzegbare overeenkomsten bedragen per 31 december:
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Tot 3 maanden | 48,0 | 56,0 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 163,5 | 162,6 |
| 1 jaar tot 5 jaar | 592,2 | 690,1 |
| Langer dan 5 jaar | 644,2 | 892,0 |
| Totaal | 1.447,9 | 1.800,7 |
Een bedrag van EUR 65,7 miljoen in 2017 van de totale minimumbetalingen te ontvangen via niet-opzegbare leaseovereenkomsten houdt verband met terreinen, gebouwen en uitrusting (2016: EUR 65,2 miljoen). De rest heeft betrekking op vastgoedbeleggingen.
13 Leningen
De leningen zijn als volgt samengesteld.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Overheid en officiële instellingen | 4.417,1 | 3.803,1 |
| Commerciële leningen | 2.172,8 | 2.089,6 |
| Hypothecaire leningen | 1.221,7 | 1.288,6 |
| Polisbeleningen | 303,9 | 265,5 |
| Rentedragende deposito's | 735,7 | 737,4 |
| Leningen aan banken | 575,6 | 512,1 |
| Totaal | 9.426,8 | 8.696,3 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen | - 10,8 | - 11,3 |
| Totaal leningen | 9.416,0 | 8.685,0 |
13.1 Commerciële leningen
De commerciële leningen zijn als volgt samengesteld.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Vastgoed | 130,9 | 243,0 |
| Infrastructuur | 669,0 | 520,4 |
| Overige | 1.372,9 | 1.326,2 |
| Totaal commerciële leningen | 2.172,8 | 2.089,6 |
Ageas heeft kredietlijnen verstrekt voor een totaalbedrag van EUR 923 miljoen (31 december 2016: EUR 850 miljoen).
13.2 Leningen aan banken
De leningen aan banken zijn als volgt.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Leningen en voorschotten | 541,9 | 432,6 |
| Overige | 33,7 | 79,5 |
| Totaal leningen aan banken | 575,6 | 512,1 |
13.3 Onderpand op leningen
De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor leningen.
| Totaal kredietrisico op leningen | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Boekwaarde | 9.416,0 | 8.685,0 |
| Ontvangen onderpanden | ||
| Financiële instrumenten | 333,6 | 348,4 |
| Materiële vast activa | 2.079,8 | 2.171,4 |
| Overige garanties | 50,2 | |
| Overige onderpand en garanties | 115,6 | 62,6 |
| Meerwaarde onderpand t.o.v. kredietrisico 1) | 1.095,9 | 1.091,8 |
| Niet gegarandeerd uitstaand bedrag | 7.982,9 | 7.194,4 |
1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening. Doordat deze additionele onderpanden niet kunnen worden gecompenseerd met leningen waarvoor de zekerheden lager zijn dan de onderliggende individuele lening, wordt het overschot toegevoegd aan het niet gegarandeerde uitstaande bedrag.
13.4 Bijzondere waardevermindering op leningen
De wijzigingen in de bijzondere waardevermindering op leningen zijn.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Specifiek | Specifiek | |||
| kredietrisico | IBNR | kredietrisico | IBNR | |
| Stand per 1 januari | 10,5 | 0,8 | 23,1 | 0,8 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 10,2 | |||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | 1,1 | 2,0 | ||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | - 0,6 | - 0,7 | ||
| Afschrijvingen van oninbare leningen | - 1,1 | - 3,7 | ||
| Stand per 31 december | 9,9 | 0,8 | 10,5 | 0,8 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor leningen die onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen.
| Totaal uitstaand bedrag aan leningen onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen |
2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Uitstaand met bijzondere waardeverminderingen | 57,4 | 57,5 |
| Ontvangen onderpanden | ||
| Financiële instrumenten | 0,8 | |
| Materiële vast activa | 94,2 | 79,3 |
| Meerwaarde onderpand en garanties t.o.v. bijzondere waardeverminderingen 1) | 39,8 | 23,7 |
| Niet gegarandeerd uitstaand bedrag | 3,0 | 1,1 |
1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening. Doordat deze additionele onderpanden niet kunnen worden gecompenseerd met leningen waarvoor de zekerheden lager zijn dan de onderliggende individuele lening, wordt het overschot toegevoegd aan het niet gegarandeerde uitstaande bedrag.
14 Beleggingen in deelnemingen
De volgende tabel geeft overzicht van de belangrijkste beleggingen in deelnemingen per 31 december. Het percentage belang kan betrekking hebben op meer dan één entiteit indien binnen een deelneming meerdere belangen in entiteiten worden gehouden en de omvang van de belangen niet gelijk is.
Een nieuwe deelneming vergeleken met vorig jaar is BG1 die niet langer wordt geconsolideerd na de gedeeltelijke verkoop door AG Real Estate. We verwijzen ook naar noot 3 Overnames en desinvesteringen.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| % | Boek | Boek | ||
| belang | waarde | waarde | ||
| Deelnemingen | ||||
| Taiping Holdings | China | 20,0% - 24,9% | 845,1 | 968,9 |
| Muang Thai Group Holding | Thailand | 7,8% - 30,9% | 710,5 | 562,5 |
| Mayban Ageas Holding Berhad | Maleisië | 31,0% | 387,0 | 365,5 |
| Cardif Lux Vie | Luxemburg | 33,3% | 143,7 | 135,6 |
| Aksigorta | Turkije | 36,0% | 105,8 | 115,7 |
| Tesco Insurance Ltd | VK | 50,1% | 102,8 | 76,4 |
| BG1 | België | 50,0% | 99,4 | |
| DTHP | België | 33,0% | 83,3 | 99,7 |
| East West Ageas Life | Filipijnen | 50,0% | 56,8 | 71,8 |
| Evergreen | België | 35,7% | 48,5 | 54,7 |
| Predirec | België | 29,5% | 38,6 | 49,0 |
| IDBI Federal Life Insurance | India | 26,0% | 26,1 | 23,6 |
| Royal Park Investments | België | 44,7% | 17,7 | 41,9 |
| MB Ageas Life JSC | Vietnam | 32,0% | 10,0 | 13,2 |
| Overige | 266,3 | 277,2 | ||
| Totaal | 2.941,6 | 2.855,7 |
De boekwaarde van Muang Thai Group Holding steeg in 2017 voornamelijk door ongerealiseerde winsten. De boekwaarde van Taiping Holdings daalde voornamelijk door ongerealiseerde verliezen.
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de deelnemingen.
| Totaal | Totaal | Eigen | Totale | Totale | Ontvangen | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | activa verplichtingen | vermogen | Ageas deel | baten | lasten Nettoresultaat | Ageas deel | dividend | ||
| Taiping Holdings | 50.454,4 | 47.028,4 | 3.426,0 | 841,5 | 16.835,4 | - 16.002,6 | 832,8 | 205,1 | 54,3 |
| Muang Thai Group Holding | 12.232,0 | 9.902,4 | 2.329,6 | 677,9 | 3.287,6 | - 3.047,7 | 239,9 | 72,0 | 19,9 |
| Mayban Ageas Holding Berhad | 6.305,2 | 5.119,9 | 1.185,3 | 366,9 | 1.538,4 | - 1.379,4 | 159,0 | 49,2 | 16,9 |
| Cardif Lux Vie | 23.481,1 | 23.050,0 | 431,1 | 143,7 | 4.558,0 | - 4.516,8 | 41,2 | 13,7 | 8,2 |
| Aksigorta | 609,9 | 484,0 | 125,9 | 45,3 | 406,3 | - 372,9 | 33,4 | 12,0 | |
| Tesco Insurance Ltd | 1.194,6 | 989,6 | 205,0 | 102,7 | 446,3 | - 419,8 | 26,5 | 13,3 | |
| BG1 | 228,3 | 29,5 | 198,8 | 99,4 | 10,7 | - 5,5 | 5,2 | 2,6 | |
| DTHP | 890,9 | 638,4 | 252,5 | 83,3 | 50,9 | - 71,0 | - 20,1 | - 6,6 | |
| East West Ageas Life | 131,3 | 17,9 | 113,4 | 56,7 | 15,5 | - 31,5 | - 16,0 | - 8,0 | |
| Evergreen | 266,9 | 124,2 | 142,7 | 50,9 | 18,8 | - 10,0 | 8,8 | 3,1 | |
| Predirec | 130,9 | 130,9 | 38,6 | 1,9 | - 1,3 | 0,6 | 0,2 | ||
| IDBI Federal Life Insurance | 948,8 | 848,5 | 100,3 | 26,1 | 310,2 | - 293,4 | 16,8 | 4,4 | |
| Royal Park Investments | 40,0 | 0,4 | 39,6 | 17,7 | 16,3 | - 9,5 | 6,8 | 3,0 | 17,9 |
| MB Ageas Life JSC | 41,4 | 10,1 | 31,3 | 10,0 | 7,7 | - 17,1 | - 9,4 | - 3,0 | |
| Bijbehorende goodwill | 116,3 | ||||||||
| Overige | 264,6 | 48,8 | 45,6 | ||||||
| Totaal | 2.941,6 | 409,8 | 162,8 |
| Totaal | Totaal | Eigen | Totale | Totale | Ontvangen | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | activa verplichtingen | vermogen | Ageas deel | baten | lasten Nettoresultaat | Ageas deel | dividend | ||
| Taiping Holdings | 44.332,6 | 40.417,9 | 3.914,7 | 965,3 | 14.378,5 | - 13.953,0 | 425,5 | 105,5 | 71,5 |
| Muang Thai Group Holding | 10.664,7 | 8.832,0 | 1.832,7 | 528,9 | 3.024,1 | - 2.784,4 | 239,7 | 70,2 | 15,9 |
| Mayban Ageas Holding Berhad | 6.771,9 | 5.658,0 | 1.113,9 | 344,8 | 1.339,2 | - 1.209,5 | 129,7 | 40,1 | 17,9 |
| Cardif Lux Vie | 21.291,4 | 20.884,7 | 406,7 | 135,6 | 3.618,5 | - 3.589,9 | 28,6 | 9,6 | 7,2 |
| Aksigorta | 545,2 | 429,6 | 115,6 | 41,6 | 362,8 | - 341,7 | 21,1 | 7,6 | |
| Tesco Insurance Ltd | 1.127,0 | 974,6 | 152,4 | 76,4 | 487,1 | - 528,5 | - 41,4 | - 20,7 | |
| DTHP | 1.011,5 | 709,4 | 302,1 | 99,7 | 112,6 | - 101,4 | 11,2 | 3,7 | |
| East West Ageas Life | 154,9 | 11,7 | 143,2 | 71,6 | 5,6 | - 17,4 | - 11,8 | - 5,8 | |
| Evergreen | 270,0 | 118,1 | 151,9 | 54,2 | 21,9 | - 5,8 | 16,1 | 5,7 | |
| Predirec | 167,5 | 1,3 | 166,2 | 49,0 | 3,8 | - 0,2 | 3,6 | 1,1 | |
| IDBI Federal Life Insurance | 832,1 | 741,4 | 90,7 | 23,6 | 231,0 | - 230,8 | 0,2 | 0,1 | |
| Royal Park Investments | 93,9 | 0,3 | 93,6 | 41,8 | 83,7 | - 21,4 | 62,3 | 27,9 | 17,2 |
| MB Ageas Life JSC | 46,5 | 0,8 | 45,7 | 14,6 | 0,7 | - 1,3 | - 0,6 | - 0,2 | |
| Bijbehorende goodwill | 132,0 | ||||||||
| Overige | 276,6 | 5,0 | 21,5 | ||||||
| Totaal | 2.855,7 | 249,8 | 151,2 |
Deelnemingen zijn onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar deze deelnemingen opereren. Dividendbetalingen van deelnemingen worden soms onderworpen aan afspraken met aandeelhouders met de partners in de onderneming. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.
Daarnaast kunnen afspraken met aandeelhouders (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) onder andere zijn:
- specifieke bepalingen over stemrechten of de uitkering van dividend;
-
gesloten periodes waarin alle partijen in het bezit van aandelen vóór een bepaalde periode geen aandelen mogen verkopen tenzij met toestemming van de andere betrokken partijen;
-
optie tot (door)verkoop aan de andere bij de overeenkomst betrokken partij(en), inclusief de onderliggende methode die voor de waardering van de aandelen wordt gehanteerd;
- 'earn out'-mechanisme waarbij de oorspronkelijke verkoper van de aandelen additionele opbrengsten ontvangt indien bepaalde doelstellingen worden gerealiseerd;
- exclusiviteitsbepalingen of niet-concurrentiebedingen in verband met de verkoop van verzekeringsproducten.
Royal Park Investments
Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de overblijvende activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken inzake een aantal Amerikaanse financiële instellingen.
15 Herverzekering en overige vorderingen
Herverzekering en overige vorderingen zijn als volgt.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Aandeel herverzekeraars in verplichtingen | ||
| voor verzekerings- en beleggingscontracten | 713,9 | 639,4 |
| Vorderingen op polishouders | 425,0 | 577,0 |
| Vorderingen inzake commissiebaten | 59,4 | 62,7 |
| Vorderingen op tussenpersonen | 354,5 | 337,1 |
| Vorderingen uit hoofde van herverzekering | 61,2 | 23,4 |
| Overige | 619,7 | 584,5 |
| Totaal bruto | 2.233,7 | 2.224,1 |
| Bijzondere waardevermindering | - 47,8 | - 31,8 |
| Totaal netto | 2.185,9 | 2.192,3 |
Onder 'Overige' vallen BTW en andere indirecte belastingen. Dit omvat ook de vooruitbetaling van EUR 241 miljoen aan de Stichting FORsettlement (zie noot 26 Voorzieningen).
Verloop van de bijzondere waardeverminderingen op herverzekering en overige vorderingen Het verloop van de bijzondere waardeverminderingen op herverzekering en overige vorderingen is als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 31,8 | 16,7 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 1,3 | 16,9 |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | 1,7 | 1,6 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | - 1,8 | - 4,2 |
| Afschrijvingen van niet-inbare bedragen | 0,6 | - 0,1 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 16,8 | 0,9 |
| Stand per 31 december | 47,8 | 31,8 |
Verloop in het aandeel herverzekeraars in verplichtingen voor verzekerings- en beleggingscontracten
Veranderingen in het aandeel herverzekeraars in verplichtingen voor verzekerings- en beleggingscontracten worden hieronder weergegeven.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 639,4 | 596,6 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 58,9 | - 3,3 |
| Wijziging verplichtingen huidig jaar | 84,9 | 61,9 |
| Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren | 152,4 | - 17,2 |
| Betaalde schaden huidig jaar | - 16,5 | 12,5 |
| Betaalde schaden voorgaande jaren | - 53,3 | 17,7 |
| Overige netto-toevoegingen via de resultatenrekening | - 23,5 | 8,4 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | - 10,6 | - 37,2 |
| Stand per 31 december | 713,9 | 639,4 |
16 Overlopende rente en overige activa
De overlopende rente en overige activa zijn als volgt samengesteld.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Overlopende acquisitiekosten | 412,1 | 450,1 |
| Overlopende overige kosten | 81,1 | 88,6 |
| Overlopende baten | 1.174,9 | 1.243,4 |
| Derivaten gehouden voor afdekkingsdoeleinden | 10,5 | 4,4 |
| Vastgoed aangehouden voor verkoop | 144,1 | 82,4 |
| Activa voor plannen met vaste toezeggingen | 0,2 | |
| Overige | 36,3 | 37,7 |
| Totaal bruto | 1.859,0 | 1.906,8 |
| Bijzondere waardevermindering | - 1,2 | - 0,7 |
| Totaal netto | 1.857,8 | 1.906,1 |
Overlopende baten betreffen met name overlopende renteopbrengsten op overheidsobligaties (2017: EUR 745 miljoen; 2016: EUR 746 miljoen), bedrijfsobligaties (2017: EUR 306 miljoen; 2016: EUR 387 miljoen).
Overlopende acquisitiekosten
Het verloop van de overlopende acquisitiekosten in verband met verzekerings- en beleggingscontracten over het jaar is als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 450,1 | 872,2 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 42,1 | - 395,8 |
| Geactiveerde overlopende acquisitiekosten | 407,6 | 427,6 |
| Afschrijvingen | - 394,3 | - 397,2 |
| Overige aanpassingen inclusief omrekeningsverschillen | - 9,2 | - 56,7 |
| Stand per 31 december | 412,1 | 450,1 |
De regel 'Aan- en verkoop van dochterondernemingen' bestaat voor uit de overlopende acquisitiekosten met betrekking tot Cargeas (2017) en AICA (2016) (zie ook noot 3 Overnames en desinvesteringen).
17 Materiële vaste activa
Tot materiële vaste activa behoren kantoren voor eigen gebruik en in eigendom beheerde openbare parkeergarages.
De boekwaarde van de verschillende categorieën materiële vaste activa is als volgt.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.055,7 | 1.036,0 |
| Verbeteringen aan gehuurde objecten | 26,4 | 27,8 |
| Bedrijfsmiddelen | 101,8 | 108,5 |
| Totaal | 1.183,9 | 1.172,3 |
Wijzigingen in de materiële vaste activa
Wijzigingen in de materiële vaste activa worden onderstaand weergegeven.
| Terreinen en | ||||
|---|---|---|---|---|
| gebouwen | Verbeteringen aan | |||
| 2016 | voor eigen gebruik gehuurde objecten | Bedrijfsmiddelen | Totaal | |
| Kostprijs per 1 januari | 1.571,9 | 79,3 | 310,1 | 1.961,3 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 11,3 | 8,1 | - 3,2 | |
| Toevoegingen | 69,0 | - 1,5 | 22,2 | 89,7 |
| Terugname door desinvesteringen | - 4,7 | - 0,1 | - 16,1 | - 20,9 |
| Wisselkoersverschillen | - 5,1 | - 1,6 | - 11,9 | - 18,6 |
| Overige | - 3,7 | - 0,5 | 1,3 | - 2,9 |
| Kostprijs per 31 december | 1.627,4 | 64,3 | 313,7 | 2.005,4 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 552,8 | - 42,2 | - 205,6 | - 800,6 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 7,7 | - 5,4 | 2,3 | |
| Afschrijvingen | - 37,0 | - 6,0 | - 36,2 | - 79,2 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 4,0 | 0,1 | 13,3 | 17,4 |
| Wisselkoersverschillen | 0,2 | 0,9 | 8,5 | 9,6 |
| Overige | 1,4 | 3,0 | 20,2 | 24,6 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 584,2 | - 36,5 | - 205,2 | - 825,9 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 8,6 | - 8,6 | ||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen verantwoord in de resultatenrekening | 1,4 | 1,4 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 7,2 | - 7,2 | ||
| Materiële vaste activa per 31 december | 1.036,0 | 27,8 | 108,5 | 1.172,3 |
| Terreinen en | ||||
|---|---|---|---|---|
| gebouwen | Verbeteringen aan | |||
| 2017 | voor eigen gebruik gehuurde objecten | Bedrijfsmiddelen | Totaal | |
| Kostprijs per 1 januari | 1.627,4 | 64,3 | 313,7 | 2.005,4 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 23,1 | - 1,3 | - 6,0 | 15,8 |
| Toevoegingen | 33,8 | 2,8 | 26,8 | 63,4 |
| Terugname door desinvesteringen | - 10,6 | - 1,9 | - 11,1 | - 23,6 |
| Overdracht van/naar vastgoedbeleggingen | 12,7 | - 2,8 | 9,9 | |
| Wisselkoersverschillen | - 1,5 | - 0,2 | - 2,2 | - 3,9 |
| Overige | 0,5 | 2,2 | 11,2 | 13,9 |
| Kostprijs per 31 december | 1.685,4 | 65,9 | 329,6 | 2.080,9 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 584,2 | - 36,5 | - 205,2 | - 825,9 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 1,4 | 6,3 | 7,7 | |
| Afschrijvingen | - 36,9 | - 5,3 | - 33,6 | - 75,8 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 2,7 | 1,9 | 10,8 | 15,4 |
| Overdracht van/naar vastgoedbeleggingen | - 0,3 | 3,1 | 2,8 | |
| Wisselkoersverschillen | 0,1 | 0,2 | 1,7 | 2,0 |
| Overige | - 1,3 | - 1,2 | - 10,9 | - 13,4 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 619,9 | - 39,5 | - 227,8 | - 887,2 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 7,2 | - 7,2 | ||
| Toename bijzondere waardeverminderingen verantwoord in de resultatenrekening | - 2,6 | - 2,6 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 9,8 | - 9,8 | ||
| Materiële vaste activa per 31 december | 1.055,7 | 26,4 | 101,8 | 1.183,9 |
Een bedrag van EUR 190,5 miljoen van de materiële vaste activa is verpand als zekerheid (31 december 2016: EUR 202,9 miljoen). De regel 'Aan- en verkoop van dochterondernemingen' bestaat voor 2017 uit materiële vaste activa van Cargeas (desinvestering) en voor 2016 uit de verbeteringen gehuurde gebouwen van AICA (desinvestering) en de bedrijfsmiddelen van zowel AICA (desinvestering) als Ageas Seguros (overname).
Vastgoed, met uitzondering van parkeergarages, worden elk jaar extern gewaardeerd, waarbij de onafhankelijke taxateurs elke drie jaar gewijzigd worden. De reële waarde is gebaseerd op niveau 3 waarderingen.
Ageas bepaalt de reële waarde van parkeergarages aan de hand van in-housemodellen die ook niet-waarneembare marktgegevens gebruiken (niveau 3). De reële waarden die hieruit voortvloeien worden aangepast aan de hand van de beschikbare marktgegevens en/of transacties. Niveau 3 waarderingstechnieken worden gebruikt voor de waardering van parkeergarages, voornamelijk met verdisconteerde kasstromen. Bij de bepaling van de verwachte kasstromen van parkeergarages wordt met een aantal factoren rekening gehouden, zoals de verwachte inflatie en economische groei van afzonderlijke parkeerterreinen. De verwachte netto kasstromen worden verdisconteerd aan de hand van voor risico gecorrigeerde disconteringsvoeten. Om de disconteringsvoet te bepalen wordt met een aantal factoren rekening gehouden zoals de kwaliteit van de parkeergarage en de locatie ervan.
Reële waarde van terreinen en gebouwen voor eigen gebruik De reële waarde van vastgoed in eigen gebruik is als volgt.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Totaal reële waarde van terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.505,7 | 1.452,5 |
| Totale boekwaarde | 1.055,7 | 1.036,0 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 450,0 | 416,5 |
| Belasting | - 124,6 | - 141,6 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) | 325,4 | 274,9 |
18 Goodwill en overige immateriële activa
De samenstelling van goodwill en overige immateriële activa als volgt.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Goodwill | 604,0 | 697,4 |
| VOBA | 88,7 | 106,0 |
| Gekochte software | 16,3 | 21,2 |
| Zelf ontwikkelde software | 10,5 | 8,2 |
| Overige immateriële vaste activa | 403,1 | 384,9 |
| Totaal | 1.122,6 | 1.217,7 |
De waarde van verworven activiteiten, of VOBA, is het verschil tussen de reële waarde per de acquisitiedatum en de op dat moment geldende boekwaarde van een portefeuille van contracten die separaat is verkregen dan wel als onderdeel van een bedrijfscombinatie. VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de opnameperiode van de opbrengsten van de portefeuille. De belangrijkste bijdrage aan VOBA wordt geleverd door Millenniumbcp Ageas. De daling van VOBA is toe te schrijven aan afschrijvingen.
Overige immateriële vaste activa omvatten immateriële vaste activa met een bepaalde economische levensduur, zoals concessies, octrooien, licenties, handelsmerken en vergelijkbare rechten. Deze hebben met name betrekking op AG Real Estate. Over het algemeen wordt software afgeschreven over maximaal vijf jaar en hebben overige immateriële vaste activa een verwachte economische levensduur van maximaal 10 jaar. De overige immateriële vaste activa worden afgeschreven in overeenstemming met de verwachte levensduur van de activa.
Afgezien van goodwill heeft Ageas geen immateriële vaste activa met een onbepaalde economische levensduur.
Wijzigingen in goodwill en overige immateriële activa
De wijzigingen in goodwill en overige immateriële vaste activa kunnen voor 2016 en 2017 als volgt worden weergegeven.
| Zelf | Overige | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gekochte | ontwikkelde | immateriële | ||||
| 2016 | Goodwill | VOBA | software | software | vaste activa | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 986,8 | 861,3 | 78,6 | 18,4 | 596,9 | 2.542,0 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 216,8 | - 317,2 | - 21,6 | 24,0 | 20,2 | - 511,4 |
| Toevoegingen | 10,4 | 3,9 | 10,2 | 24,5 | ||
| Aanpassingen die voortvloeien uit latere | ||||||
| waardeveranderingen van activa en passiva | - 0,2 | - 1,5 | - 1,7 | |||
| Terugname door desinvesteringen | - 7,4 | - 3,2 | - 5,8 | - 16,4 | ||
| Wisselkoersverschillen | - 34,0 | - 15,1 | - 3,4 | - 52,5 | ||
| Overige | - 1,6 | 0,1 | 10,6 | 9,1 | ||
| Kostprijs per 31 december | 734,2 | 529,0 | 56,7 | 43,1 | 630,6 | 1.993,6 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 548,7 | - 49,9 | - 12,0 | - 212,5 | - 823,1 | |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 143,3 | 16,5 | - 19,9 | 139,9 | ||
| Afschrijvingslasten | - 24,2 | - 12,6 | - 3,6 | - 18,9 | - 59,3 | |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 0,1 | 0,1 | ||||
| Wisselkoersverschillen | 6,6 | 2,0 | 8,6 | |||
| Overige | 8,4 | 0,6 | - 1,3 | 7,7 | ||
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 423,0 | - 35,5 | - 34,9 | - 232,7 | - 726,1 | |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 164,1 | - 15,6 | - 179,7 | |||
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 121,3 | 121,3 | ||||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resultatenrekening | - 4,7 | - 4,7 | ||||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resultatenrekening | 2,6 | 2,6 | ||||
| Wisselkoersverschillen | 10,7 | 10,7 | ||||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 36,8 | - 13,0 | - 49,8 | |||
| Goodwill en overige immateriële | ||||||
| vaste activa per 31 december | 697,4 | 106,0 | 21,2 | 8,2 | 384,9 | 1.217,7 |
| Zelf | Overige | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gekochte | ontwikkelde | immateriële | ||||
| 2017 | Goodwill | VOBA | software | software | vaste activa | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 734,2 | 529,0 | 56,7 | 43,1 | 630,6 | 1.993,6 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 95,3 | - 25,1 | 1,2 | 33,8 | - 85,4 | |
| Toevoegingen | 7,2 | 4,7 | 14,8 | 26,7 | ||
| Aanpassingen die voortvloeien uit latere | ||||||
| waardeveranderingen van activa en passiva | 3,1 | 3,1 | ||||
| Terugname door desinvesteringen | - 1,0 | - 0,3 | - 1,3 | |||
| Wisselkoersverschillen | - 9,6 | - 0,6 | - 10,2 | |||
| Overige | 7,0 | 0,1 | - 8,6 | - 1,5 | ||
| Kostprijs per 31 december | 632,4 | 529,0 | 44,2 | 48,8 | 670,6 | 1.925,0 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 423,0 | - 35,5 | - 34,9 | - 232,7 | - 726,1 | |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 22,6 | 1,9 | 24,5 | |||
| Afschrijvingslasten | - 17,3 | - 9,5 | - 3,7 | - 21,5 | - 52,0 | |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 0,9 | 0,9 | ||||
| Wisselkoersverschillen | 0,3 | 0,3 | ||||
| Overige | - 6,7 | 0,3 | - 0,9 | - 7,3 | ||
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 440,3 | - 27,9 | - 38,3 | - 253,2 | - 759,7 | |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 36,8 | - 13,0 | - 49,8 | |||
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 7,3 | 7,3 | ||||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resultatenrekening | - 2,8 | - 2,8 | ||||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resultatenrekening | 1,5 | 1,5 | ||||
| Wisselkoersverschillen | 1,1 | 1,1 | ||||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 28,4 | - 14,3 | - 42,7 | |||
| Goodwill en overige immateriële | ||||||
| vaste activa per 31 december | 604,0 | 88,7 | 16,3 | 10,5 | 403,1 | 1.122,6 |
De regel 'Overige' in de kolom 'Overige immateriële vaste activa' in 2016 houdt verband met een overdracht vanuit bedrijfsmiddelen (zie noot 17 Materiële vaste activa). Zie voor meer informatie over de aan- en verkopen van dochterondernemingen noot 3 Overnames en desinvesteringen.
Bijzondere waardevermindering van goodwill
Goodwill wordt jaarlijks aan het eind van het jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen door vergelijking van de opbrengstwaarde van kasstroomgenererende eenheden (CGU) met hun boekwaarde. De opbrengstwaarde is de reële waarde verminderd met verkoopkosten of de waarde in gebruik als deze hoger is. Het type van de overgenomen onderneming, het niveau van de operationele integratie en gezamenlijk management zijn bepalend voor de definiëring van een CGU. Op basis van deze criteria heeft Ageas CGU's op landniveau aangemerkt.
De realiseerbare waarde van een CGU wordt bepaald door berekening van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen van die CGU. De belangrijkste aannames die zijn gebruikt in het kasstroommodel zijn afhankelijk van de inputgegevens die verschillende financiële en economische variabelen weerspiegelen, zoals de risicovrije rente in een land en een premie die het inherente risico van de betreffende entiteit weergeeft.
Deze variabelen worden bepaald op basis van een beoordeling door het management. Indien een onderneming een beursnotering kent, wordt de marktwaarde eveneens als element in de evaluatie betrokken.
| Kasstroom genererende eenheid (CGU) | Bedrag goodwill |
Bijzondere waardevermindering |
Netto bedrag |
Bedrijfsonderdeel | Methode gebruikt voor realiseerbare waarde |
|---|---|---|---|---|---|
| Ageas Portugal | 335,9 | 335,9 | Continentaal Europa | Waarde in gebruik | |
| Ageas (VK) | 265,2 | 28,2 | 237,0 | Verenigd Koninkrijk (VK) | Waarde in gebruik |
| Overige | 31,3 | 0,2 | 31,1 | Waarde in gebruik | |
| Totaal | 632,4 | 28,4 | 604,0 |
De volgende tabel toont de samenstelling van de goodwill en de bijzondere waardeverminderingen van de belangrijkste kasstroomgenererende eenheden per 31 december 2017.
Ageas Portugal
Voor Ageas Portugal bedraagt de goodwill EUR 335,9 miljoen (2016: EUR 332,8 miljoen). In 2016 is de juridische structuur in Portugal vereenvoudigd en alle Portugese entiteiten zijn nu eigendom van Ageas Portugal Holding en worden door Ageas Portugal Holding gecontroleerd, waarbij een centraal Executive Committee op landniveau beslist over alle strategische aspecten. Vanaf 2016 wordt Ageas Portugal daarom beschouwd als één CGU.
Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruik gemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. De businessplannen houden rekening met de verdere integratie van de verschillende entiteiten in Portugal.
De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0 procent, een inschatting van de verwachte inflatie in Portugal. De gehanteerde disconteringsvoet is gebaseerd op de risicovrije rente, het landenrisico, de marktrisicopremie en een bètacoëfficiënt van 1,05 en bedraagt 8,5 procent. Uit de toets op bijzondere waardeverminderingen bleek dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof. Er was derhalve geen aanleiding voor een bijzondere waardevermindering van de goodwill voor Ageas Portugal.
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen zou de goodwill voor Ageas Portugal nog steeds geen bijzondere waardevermindering hebben ondergaan als de groei negatief was of de disconteringsvoet met 7,5 procentpunten steeg.
Ageas UK
De goodwill voor Ageas UK bedraagt EUR 265,2 miljoen (2016: EUR 274,9 miljoen). Netto, na bijzondere waardeverminderingen, bedraagt de goodwill EUR 237,0 miljoen (2016: EUR 245,6 miljoen). Het verschil in bedrag tussen 2017 en 2016 wordt veroorzaakt door wisselkoersverschillen tussen de euro en het Britse pond. In het Verenigd Koninkrijk zijn alle entiteiten eigendom en onder controle van Ageas UK Holding met een eigen Executive Committee dat beslist over alle strategische aspecten. Vanaf 2016 wordt Ageas UK daarom beschouwd als één CGU.
Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruikgemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0 procent, een inschatting van de verwachte inflatie.
De gehanteerde disconteringsvoet, inclusief een bètacoëfficiënt van 1,0 bedraagt 7,8 procent. Uit de toets op bijzondere waardeverminderingen bleek dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof en zodoende vond geen bijzondere waardevermindering op de goodwill plaats.
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen hoeft er zelfs geen bijzondere waardevermindering van de goodwill voor de activiteiten in het VK te worden opgenomen als het groeitempo op lange termijn met 3,3 procentpunten zou dalen en de disconteringsvoet met 2,8 procentpunten zou stijgen.
Overige
Overige omvat goodwill in CGU's in Frankrijk en België.
Afschrijvingsschema VOBA
VOBA zal met ingang van 2018 naar verwachting als volgt worden afgeschreven.
Geschatte afschrijving VOBA
| 2018 | 16,1 |
|---|---|
| 2019 | 14,8 |
| 2020 | 13,2 |
| 2021 | 11,5 |
| 2022 | 9,7 |
| Later | 23,4 |
19 Eigen vermogen
De samenstelling van het eigen vermogen per 31 december 2017 is als volgt.
| Aandelenkapitaal | |
|---|---|
| ------------------ | -- |
| Gewone aandelen: 209.399.949 uitgegeven en betaalde aandelen Ageas met een fractiewaarde van EUR 7,40 | 1.549,6 |
|---|---|
| Uitgiftepremies | 2.251,5 |
| Overige reserves | 2.481,2 |
| Koersverschillenreserve | - 84,2 |
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 623,2 |
| Ongerealiseerde winsten en verliezen | 2.789,6 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 9.610,9 |
19.1 Gewone aandelen
Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen
Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 17 mei 2017 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2017-2019) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 155.400.000 uit te breiden.
Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,40 kan Ageas hiermee maximaal 21.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor noot 46 Voorwaardelijke verplichtingen).
Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen.
Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (4,0 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux SA. Een van de kenmerken van dit instrument is dat het alleen kan worden afgelost door conversie naar 4,0 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux SA heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux SA en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux SA een onderdeel van de Ageas Groep is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen (zie hieronder) en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie noot 21 Achtergestelde schulden).
Eigen aandelen
Eigen aandelen zijn uitgegeven gewone aandelen die door Ageas zijn teruggekocht. Deze aandelen worden afgetrokken van het eigen vermogen en worden verantwoord onder overige reserves.
Het totaal aantal eigen aandelen (10,4 miljoen) bestaat uit voor de FRESH aangehouden aandelen (4,0 miljoen) en de overblijvende aandelen die resteren uit het aandeleninkoopprogramma (6,5 miljoen, zie onder), waarvan 0,1 miljoen worden gebruikt voor definitieve toekenningen binnen het 'restricted share programme'. Nadere informatie over de FRESH is te vinden in noot 21 Achtergestelde schulden.
Inkoopprogramma eigen aandelen 2017
Ageas presenteerde op 9 augustus 2017 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 200 miljoen van 21 augustus 2017 tot 3 augustus 2018.
Tussen 21 augustus 2017 en 31 december 2017 heeft Ageas 1.924.024 aandelen ingekocht, overeenstemmend met 0,92% van het totaal aantal uitstaande aandelen en met een totale waarde van EUR 77,2 miljoen.
Inkoopprogramma eigen aandelen 2016
Ageas presenteerde op 10 augustus 2016 een inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 250 miljoen van 15 augustus 2016 tot 4 augustus 2017.
Ageas rondde op 4 augustus 2017 het inkoopprogramma voor eigen aandelen af dat werd aangekondigd op 10 augustus 2016. Tussen 15 augustus 2016 en 4 augustus 2017 heeft Ageas 7.002.631 aandelen ingekocht, wat overeenkomt met 3,34% van de totale uitstaande aandelen en een totaalbedrag van EUR 250 miljoen.
Inkoopprogramma eigen aandelen 2015
Ageas kondigde op 5 augustus 2015 een inkoopprogramma van eigen aandelen aan van 17 augustus 2015 tot 5 augustus 2016 voor EUR 250 miljoen.
Ageas rondde op 5 augustus 2016 het inkoopprogramma voor eigen aandelen af dat werd aangekondigd op 5 augustus 2015. Tussen 17 augustus 2015 en 5 augustus 2016 heeft Ageas 6.977.544 aandelen ingekocht, wat overeenkomt met 3,22% van de totale uitstaande aandelen en een totaalbedrag van EUR 250 miljoen.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 27 april 2016 keurde de intrekking goed van 2.226.350 eigen aandelen die tot 31 december 2015 waren ingekocht.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 17 mei 2017 keurde de intrekking goed van de resterende 4.751.194 eigen aandelen van het aandeleninkoopprogramma 2015 en de 2.419.328 eigen aandelen die tot 31 december 2016 waren ingekocht in het kader van het aandeleninkoopprogramma 2016.
'Restricted share' programma
In 2014, 2015 en 2016 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet (zie ook noot 7 sectie 7.2 Aandelen- en aandelenoptieregelingen).
19.2 Dividend- en stemgerechtigde aandelen
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dividend- en stemgerechtigde aandelen per 31 december.
| in duizenden | |
|---|---|
| Aantal aandelen uitgegeven per 31 december 2017 | 209.400 |
| Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht: | |
| Aandelen aangehouden door ageas SA/NV | 6.378 |
| Aandelen gerelateerd aan de FRESH (zie Noot 21) | 3.968 |
| Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie Noot 46) | 3.959 |
| Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht | 195.095 |
CASHES en afwikkeling met BNP Paribas Fortis SA/NV en BNP Paribas
BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument was dat de CASHES alleen konden worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaakten van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de CASHES die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd (zie noot 21 Achtergestelde schulden en noot 46 Voorwaardelijke verplichtingen).
In 2012 deed BNP Paribas een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES en op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas Fortis SA/NV 7.553 ingekochte CASHES van de 12.000 uitstaande CASHES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas.
Ageas en BNP Paribas hadden een overeenkomst gesloten over de inkoop van de nog uitstaande CASHES door BNP Paribas op voorwaarde dat deze werden geconverteerd in Ageas aandelen. In 2016 zijn 656 CASHES ingekocht en geconverteerd. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas liep eind 2016 af. Op dit moment heeft BNP Paribas Fortis SA/NV nog 4,0 miljoen Ageas aandelen verbonden aan de CASHES in bezit.
Uitstaande aandelen
De onderstaande tabel toont het aantal uitstaande aandelen.
| Uitgegeven | Eigen | Uitstaande | |
|---|---|---|---|
| in duizenden | aandelen | aandelen | aandelen |
| Stand per 1 januari 2016 | 223.778 | - 11.490 | 212.288 |
| Intrekking van aandelen | - 7.208 | 7.208 | |
| Netto gekocht/verkocht | - 7.171 | - 7.171 | |
| Gebruikt voor aandelenplannen management | 221 | 221 | |
| Stand per 31 december 2016 | 216.570 | - 11.232 | 205.338 |
| Intrekking van aandelen | - 7.171 | 7.171 | |
| Netto gekocht/verkocht | - 6.507 | - 6.507 | |
| Gebruikt voor aandelenplannen management | 175 | 175 | |
| Stand per 31 december 2017 | 209.400 | - 10.394 | 199.006 |
De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 31 december.
| in duizenden | |
|---|---|
| Stand per 31 december 2017 | 209.400 |
| Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden per Aandeelhoudersvergadering van 17 mei 2017 | 21.000 |
| in verband met optieplannen (zie noot 7) | 480 |
| Totaal potentieel aantal aandelen per 31 december 2017 | 230.880 |
19.3 Overige reserves
Eigen aandelen, zijnde gewone aandelen die zijn teruggekocht door Ageas, worden in mindering gebracht op het eigen vermogen en verantwoord onder overige reserves. De overige reserves bevatten ook de aanpassing van de geschreven putoptie op minderheidsbelangen. De jaarlijkse saldi van de winsten van het jaar en de dividenden verbonden aan dat jaar worden opgeteld bij of afgetrokken van de overige reserves.
19.4 Koersverschillenreserve
De koersverschillenreserve vormt een afzonderlijke component van het eigen vermogen waar koersverschillen worden verantwoord die voortkomen uit de omrekening van de resultaten en financiële posities van buitenlandse activiteiten die zijn opgenomen in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.
De netto-investeringen in activiteiten, die de euro niet als functionele valuta hebben, worden door Ageas niet afgedekt, tenzij het effect van eventuele wisselkoersbewegingen naar de inschatting van Ageas de risk appetite overschrijdt. Leningen niet verstrekt voor permanente financieringsdoeleinden en al bekende betalingen of dividenduitkeringen in vreemde valuta worden echter wel afgedekt. Koersverschillen op leningen en overige valuta-instrumenten die fungeren als afdekkingsinstrument voor dergelijke investeringen worden tot de verkoop van de netto investering verantwoord in het eigen vermogen (onder koersverschillenreserve), met uitzondering van het eventuele niet-effectieve deel van de afdekking, dat direct in de resultatenrekening wordt verantwoord. Bij de desinvestering van een entiteit worden die koersverschillen in de resultatenrekening verantwoord als onderdeel van de winst of het verlies op de verkoop.
19.5 Ongerealiseerde winsten en verliezen begrepen in het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders De ongerealiseerde winsten en verliezen, zoals begrepen in het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders, zijn als volgt.
| Voor verkoop | Tot einde loop | Herwaardering | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| beschikbare | tijd aangehouden | van | Cash flow | DPF | ||
| 31 december 2017 | beleggingen | beleggingen | deelnemingen | hedges | component | Totaal |
| Bruto | 7.643,8 | - 52,9 | 184,6 | - 35,7 | 7.739,8 | |
| Gerelateerde belasting | - 1.826,0 | 13,2 | 1,6 | - 1.811,2 | ||
| Shadow accounting | - 3.102,2 | - 3.102,2 | ||||
| Gerelateerde belasting | 808,9 | 808,9 | ||||
| Minderheidsbelangen | - 873,7 | 16,8 | 5,6 | 5,6 | - 845,7 | |
| Discretionaire winstdeling (DPF) | 8,2 | - 8,2 | ||||
| Totaal | 2.659,0 | - 22,9 | 190,2 | - 28,5 | - 8,2 | 2.789,6 |
| Voor verkoop | Tot einde loop | Herwaardering | ||||
| beschikbare | tijd aangehouden | van | Cash flow | DPF | ||
| 31 december 2016 | beleggingen | beleggingen | deelnemingen | hedges | component | Totaal |
| Bruto | 8.272,8 | - 67,9 | 283,6 | - 45,4 | 8.443,1 | |
| Gerelateerde belasting | - 2.665,9 | 18,3 | 2,7 | - 2.644,9 | ||
| Shadow accounting | - 3.983,7 | - 3.983,7 | ||||
| Gerelateerde belasting | 1.352,8 | 1.352,8 | ||||
| Minderheidsbelangen | - 732,7 | 21,8 | 7,7 | 6,8 | - 696,4 | |
| Discretionaire winstdeling (DPF) | 9,2 | - 9,2 | ||||
| Totaal | 2.252,5 | - 27,8 | 291,3 | - 35,9 | - 9,2 | 2.470,9 |
De ongerealiseerde winsten en verliezen op voor verkoop beschikbare beleggingen worden nader toegelicht in noot 11 Financiële beleggingen. Ongerealiseerde winsten en verliezen op tot einde looptijd aangehouden beleggen vertegenwoordigen ongerealiseerde winsten en verliezen die moeten worden geamortiseerd.
Reële waardeveranderingen van derivaten die zijn aangewezen en in aanmerking komen als kasstroomafdekkingen, worden in het eigen vermogen verantwoord als een ongerealiseerde winst of verlies. Nieteffectieve afdekkingen worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening.
Ageas sluit verzekeringscontracten af met gegarandeerde winstdelingen en winstdelingscomponenten waarvan de omvang en het moment van toekenning volledig tot de discretie van Ageas behoren. Afhankelijk van de contractuele en wettelijke voorwaarden en condities worden ongerealiseerde waardeveranderingen in de reële waarde van de beleggingsmix verband houdende met dergelijke contracten, na de toepassing van shadow accounting, verantwoord in een afzonderlijke discretionaire winstdelingscomponent (DPF) als onderdeel van de niet-gerealiseerde winsten en verliezen in het eigen vermogen en als niet-gerealiseerde winsten en verliezen met betrekking tot voor verkoop beschikbare beleggingen.
De mutaties in de bruto ongerealiseerde winsten en verliezen zoals begrepen in het eigen vermogen over 2016 en 2017 zijn als volgt.
| Tot einde | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Voor verkoop | looptijd Herwaardering | ||||
| beschikbare | aangehouden | van | Cash flow | ||
| beleggingen | beleggingen | deelnemingen | hedges | Totaal | |
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 1 januari 2016 | 7.540,7 | - 88,2 | 501,3 | 81,5 | 8.035,3 |
| Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen tijdens de verslagperiode | 1.184,8 | - 217,7 | - 2,5 | 964,6 | |
| Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop | - 218,7 | - 218,7 | |||
| Terugname ongerealiseerde verliezen door bijzondere waardeverminderingen | 4,1 | 4,1 | |||
| Overname en desinvestering van deelnemingen | - 236,8 | - 133,6 | - 370,4 | ||
| Amortisatie | 19,9 | 9,2 | 29,1 | ||
| Overige | - 1,3 | 0,4 | - 0,9 | ||
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2016 | 8.272,8 | - 67,9 | 283,6 | - 45,4 | 8.443,1 |
| Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen tijdens de verslagperiode | - 473,4 | - 98,2 | 3,3 | - 568,3 | |
| Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop | - 124,9 | - 124,9 | |||
| Terugname ongerealiseerde verliezen door bijzondere waardeverminderingen | - 1,6 | - 1,6 | |||
| Overname en desinvestering van deelnemingen | - 28,0 | 6,8 | - 21,2 | ||
| Amortisatie | 14,6 | 14,6 | |||
| Overige | - 1,1 | 0,4 | - 0,8 | - 0,4 | - 1,9 |
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2017 | 7.643,8 | - 52,9 | 184,6 | - 35,7 | 7.739,8 |
19.6 Dividendcapaciteit
De dochterondernemingen van Ageas zijn onderhevig aan juridische beperkingen ten aanzien van de hoogte van het dividend dat zij mogen uitkeren aan hun aandeelhouders.
Het Nederlands Burgerlijk Wetboek bepaalt dat dividenden alleen mogen worden uitgekeerd door Nederlandse ondernemingen voor zover het eigen vermogen van de onderneming het totaal van het gestorte en opgevraagde kapitaal en de wettelijk of statutair vereiste reserves overtreft.
Volgens het Belgische Wetboek van Vennootschappen moet een onderneming 5% van de nettowinst over het boekjaar toevoegen aan een wettelijke reserve tot deze reserve gelijk is aan 10% van het aandelenkapitaal. Een onderneming mag geen dividend uitkeren indien het nettovermogen van de onderneming lager is dan het totaal van het gestorte kapitaal en de nietuitkeerbare reserves of na uitkering van dividend zou dalen tot onder dat niveau.
Dochterondernemingen en deelnemingen zijn tevens onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar zij opereren en aan aandeelhouderscontracten met de partners in de organisatie. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.
Daarnaast kunnen aandeelhoudersovereenkomsten (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) het volgende bevatten:
- specifieke bepalingen over stemrechten of de uitkering van dividend;
- gesloten perioden waarin alle partijen in het bezit van aandelen vóór een bepaalde periode geen aandelen mogen verkopen tenzij met toestemming van de andere betrokken partijen;
- optie tot (door)verkoop aan de andere, bij de overeenkomst betrokken partij(en), inclusief de onderliggende methode die voor de waardering van de aandelen wordt gehanteerd;
- earn-out mechanismen waarbij de oorspronkelijke verkoper van de aandelen additionele opbrengsten ontvangt indien bepaalde doelstellingen zijn gerealiseerd;
- exclusiviteitsbepalingen of concurrentiebedingen in verband met de verkoop van verzekeringsproducten.
Dividendvoorstel voor het jaar 2017
De Raad van Bestuur van Ageas heeft besloten de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders te vragen voor de uitkering van een bruto contante dividenduitkering over 2017 van EUR 2,10 per aandeel.
19.7 Rendement op eigen vermogen
Ageas berekent het rendement op het eigen vermogen door het resultaat op jaarbasis voor de periode te delen door het gemiddeld netto vermogen (exclusief ongerealiseerde meer- en minderwaarden) aan het begin en het eind van de periode.
Het rendement op het eigen vermogen voor 2017 en 2016 is als volgt:
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Rendement eigen vermogen - Verzekeringen | ||
| (exclusief ongerealiseerde meer- en minderwaarden) | 14,6% | 10,6% |
20 Verzekeringsverplichtingen
Levenverplichtingen
Zodra een polis is verkocht, worden verplichtingen getroffen die ervoor moeten zorgen dat er voldoende middelen aanwezig zijn om te voldoen aan toekomstige claims uit hoofde van die polis. De Levenverplichtingen kunnen worden onderverdeeld naar:
- Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven (zie 20.1);
- Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven (zie 20.2);
- Verplichtingen inzake unit-linked contracten (zie 20.3).
Niet-levenverplichtingen
Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven (zie 20.4).
Nadere informatie over deze verzekeringsverplichtingen wordt hierna weergegeven. Voor meer gedetailleerde informatie over gevoeligheden en risicoposities voor de verzekeringsverplichtingen verwijzen wij naar noot 5.4 Details inzake verschillende risicoposities.
20.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 25.602,5 | 25.722,8 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 162,3 | 176,5 |
| Shadow accounting | 1.723,6 | 2.326,9 |
| Voor eliminaties | 27.488,4 | 28.226,2 |
| Eliminaties | - 7,6 | - 8,1 |
| Bruto | 27.480,8 | 28.218,1 |
| Herverzekering | - 10,1 | - 22,9 |
| Netto | 27.470,7 | 28.195,2 |
De wijzigingen in de verplichtingen inzake levensverzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) zijn als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 28.226,2 | 29.078,5 |
| Aankoop dochterondernemingen | 372,4 | |
| Verkoop dochterondernemingen | - 2.380,8 | |
| Bruto premies | 1.848,3 | 2.034,1 |
| Tijdswaarde | 753,3 | 844,8 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 2.157,7 | - 1.971,1 |
| Transfer tussen verplichtingen | - 54,8 | - 158,6 |
| Aanpassing shadow accounting | - 603,2 | 925,4 |
| Netto-wijziging in groep contracten | 16,1 | |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 523,7 | - 534,6 |
| Stand per 31 december | 27.488,4 | 28.226,2 |
In 2016 houden overnames van dochterondernemingen verband met Ageas Seguros in Portugal en desinvesteringen met AICA in Azië (zie noot 3).
De shadow accountingaanpassing houdt verband met de nietgerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille als gevolg van de evolutie van de marktrente. Daarnaast is de toevoeging in 2016 van EUR 483 miljoen veroorzaakt door een wijziging in raming. De geraamde toekomstige kasstromen van de beleggingsportefeuille bevatten nu mogelijke gevallen van wanbetaling en de disconteringsvoet om de huidige waarde te bepalen bevat niet langer een liquiditeitsopslag.
De overdracht van verplichtingen houdt in 2016 met name verband met de pensioenregelingen op basis van beschikbare premies met gewaarborgd rendement in België (zie noot 7.1.1.2) en met interne bewegingen tussen productportefeuilles. In 2016 compenseert de regel 'Nettowijziging in groepscontracten' diezelfde regel voor unitlinked contracten (zie 20.3). De regel 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer en varieert daarom in het volume.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen die voortvloeien uit verzekeringscontracten Leven, was in 2017 en 2016 niet materieel.
20.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 29.801,5 | 30.097,9 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 170,4 | 147,4 |
| Shadow accounting | 1.378,7 | 1.656,9 |
| Bruto | 31.350,6 | 31.902,2 |
| Herverzekering | ||
| Netto | 31.350,6 | 31.902,2 |
De wijzigingen in de verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven zijn als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 31.902,2 | 29.902,9 |
| Aankoop dochterondernemingen | 478,9 | |
| Verkoop dochterondernemingen | - 0,8 | |
| Bruto premies | 2.036,8 | 2.703,5 |
| Tijdswaarde | 517,9 | 570,3 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 2.411,5 | - 2.070,5 |
| Transfer tussen verplichtingen | - 277,6 | - 52,4 |
| Aanpassing shadow accounting | - 278,2 | 436,1 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 139,0 | - 65,8 |
| Stand per 31 december | 31.350,6 | 31.902,2 |
De shadow accountingaanpassing heeft te maken met de nietgerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille als gevolg van de evolutie van de marktrente. De overdracht van verplichtingen houdt voornamelijk verband met interne bewegingen tussen productportefeuilles. De regel 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer en varieert daarom in het volume.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen die voortvloeien uit beleggingscontracten Leven, was in 2017 en 2016 niet materieel.
20.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten
De verplichtingen inzake unit-linked contracten (voor rekening en risico van polishouders) gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Verzekeringscontracten | 2.538,0 | 2.296,9 |
| Beleggingscontracten | 13.278,2 | 12.056,4 |
| Totaal | 15.816,2 | 14.353,3 |
Het verloop van de verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van verzekeringscontracten is als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.296,9 | 2.155,0 |
| Aankoop dochterondernemingen | 92,9 | |
| Verkoop dochterondernemingen | - 64,5 | |
| Bruto premies | 258,5 | 199,8 |
| Wijzigingen in reële waarde / tijdswaarde | 133,6 | 20,0 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 148,1 | - 85,1 |
| Transfer tussen verplichtingen | - 1,7 | - 3,6 |
| Netto-wijziging in groep contracten | - 16,1 | |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 1,2 | - 1,5 |
| Stand per 31 december | 2.538,0 | 2.296,9 |
Het verloop van de verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van beleggingscontracten is als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 12.056,4 | 12.986,8 |
| Verkoop dochterondernemingen | - 912,6 | |
| Bruto premies | 1.612,4 | 1.331,2 |
| Wijzigingen in reële waarde / tijdswaarde | 663,7 | 379,4 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 1.379,0 | - 1.773,9 |
| Transfer tussen verplichtingen | 366,3 | 110,7 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 41,6 | - 65,2 |
| Stand per 31 december | 13.278,2 | 12.056,4 |
De overdracht van verplichtingen betreft vooral interne bewegingen tussen verschillende productcontracten. In 2016 compenseert de regel 'Nettowijziging in groepscontracten' compenseert diezelfde regel voor non unit-linked contracten (zie noot 20.1). 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer.
20.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Schadeverplichting | 6.293,0 | 6.403,4 |
| Niet-verdiende premies | 1.280,0 | 1.571,7 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 22,9 | 24,9 |
| Voor eliminaties | 7.595,9 | 8.000,0 |
| Eliminaties | - 20,9 | - 24,8 |
| Bruto | 7.575,0 | 7.975,2 |
| Herverzekering | - 703,8 | - 616,6 |
| Netto | 6.871,2 | 7.358,6 |
Niet-levenverplichtingen worden getroffen voor schadegebeurtenissen die wel al hebben plaatsgevonden, maar die nog niet zijn afgewikkeld en kwantificeren de uitstaande schadeverplichting. Over het algemeen bepaalt Ageas verplichtingen voor schade per productcategorie, dekking en jaar en houdt daarbij rekening met voorzichtige uitkeringsramingen inzake gemelde schade en schattingen van (nog) niet gemelde schadegevallen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de schade-afwikkelingskosten en inflatie. De uitbetalingen worden gewoonlijk niet verdisconteerd. Sommige ongevallenclaims (met name de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) betreffen echter langetermijncontracten en de gerelateerde verplichtingen worden berekend op basis van technieken die vergelijkbaar zijn met die van Leven, zoals die van verdisconteerde kasstromen.
Niet-verdiende premies hebben betrekking op het niet vervallen deel van het risico waarvoor de premie is ontvangen maar dat nog niet is verdiend door de verzekeraar.
Het verloop van de verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) is als volgt.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 8.000,0 | 7.463,5 | ||
| Aankoop dochterondernemingen | 638,5 | |||
| Verkoop dochterondernemingen | - 551,2 | |||
| Toevoeging verplichtingen huidig jaar | 2.815,7 | 3.012,3 | ||
| Betaalde schaden huidig jaar | - 1.394,2 | - 1.519,3 | ||
| Wijziging verplichtingen huidig jaar | 1.421,5 | 1.493,0 | ||
| Toevoeging verplichtingen voorgaande jaren | - 13,5 | - 48,0 | ||
| Betaalde schaden voorgaande jaren | - 1.069,6 | - 1.130,1 | ||
| Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren | - 1.083,1 | - 1.178,1 | ||
| 338,4 | 314,9 | |||
| Wijziging in niet-verdiende premies | - 47,0 | 9,7 | ||
| Transfer tussen verplichtingen | 1,1 | - 2,0 | ||
| Wisselkoersverschillen | - 100,6 | - 419,9 | ||
| Overige wijzigingen | - 44,8 | - 4,7 | ||
| Stand per 31 december | 7.595,9 | 8.000,0 |
Desinvestering van dochterondernemingen in 2017 heeft betrekking op de verkoop van Cargeas in Italië. De aankoop van dochterondernemingen in 2016 houdt verband met Ageas Seguros in Portugal. De valutaverschillen houden verband met de koers van het Britse pond. Zie noot 3 Overnames en desinvesteringen. De wisselkoersverschillen houden verband met de wisselkoers van het Britse pond.
De toevoeging aan de verplichtingen in 2016 omvat de impact van het besluit van 27 februari 2017 van de Britse minister van Financiën betreffende de Ogden-disconteringsvoet. Deze disconteringsvoet wordt door de Britse rechtbanken gebruikt om financiële verliezen bij schadevorderingen voor persoonlijk letsel te berekenen als een forfaitair bedrag en werd verlaagd van een positieve 2,5% naar een negatieve 0,75%. Het nieuwe tarief is toegepast om de verzekeringsverplichtingen per 31 december 2016 te herzien en had een impact van EUR 146 miljoen.
De negatieve wijziging in niet-verdiende premies in 2017 houdt voornamelijk verband met de tijdsperiode die verstrijkt voor de prijsherziening van nieuwe polissen en vervolgpremies in het VK als een naijlend gevolg van de wijziging van de Ogden-disconteringsvoet.
20.5 Verzekeringsverplichtingen en toereikendheidstoetsen
De toereikendheid van verzekeringsverplichtingen ('toereikendheidstoets voor verplichtingen') wordt op elke rapporteringsdatum door elke onderneming getoetst. De toetsen worden meestal uitgevoerd op wettelijk fungibel niveau voor Leven en op productniveau voor Nietleven. Ageas kijkt naar de huidige beste schattingen van alle contractuele kasstromen, inclusief verwante kasstromen zoals commissies, herverzekering en kosten. Voor levensverzekeringscontracten omvatten de toetsen kasstromen resulterend uit embedded opties en waarborgen en beleggingsbaten.
De contante waarde van deze kasstromen wordt bepaald door (a) gebruik te maken van het huidige boekhoudkundig rendement van de bestaande portefeuille, gebaseerd op de veronderstelling dat herbeleggingen na afloopdatum van de financiële instrumenten zullen plaatsvinden aan de hand van een risicovrije rente plus aanpassing voor volatiliteit en (b) een risicovrije disconteringsvoet die rekening houdt met een volatiliteitsaanpassing zoals gedefinieerd door EIOPA (na het laatste liquide punt wordt de zogenaamde Ultimate Forward Rate extrapolation gebruikt). De contractlimieten van Solvency II worden toegepast. Lokale verzekeringsdochters mogen strengere lokale regels toepassen voor de toereikendheidstoets.
De netto contante waarde van de kasstromen wordt vergeleken met de overeenstemmende technische verplichtingen. Elk tekort wordt meteen in de resultatenrekening opgenomen, als een bijzondere waardevermindering van het DAC- of VOBA-type of als een verlies. Als het tekort in een volgende periode vermindert, wordt de daling via de resultatenrekening teruggenomen.
De toereikendheidstoetsen per jaareinde 2017 hebben de toereikendheid van de verplichtingen bevestigd.
Overzicht verzekeringsverplichtingen per bedrijfssegment
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verplichtingen per bedrijfssegment.
| Niet-leven bruto split in verplichtingen: | Leven bruto split in verplichtingen: | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | Niet-verdiende | Uitstaande | Totaal | Leven | ||
| 31 december 2017 | Niet-leven | premies | claims | Leven | Unit-linked | Gegarandeerd |
| België | 3.937,4 | 350,4 | 3.587,0 | 58.347,5 | 7.979,1 | 50.368,4 |
| VK | 2.797,3 | 767,0 | 2.030,3 | |||
| Continentaal Europa | 841,1 | 162,6 | 678,5 | 16.307,7 | 7.837,1 | 8.470,6 |
| Herverzekering | 20,1 | 20,1 | ||||
| Eliminaties | - 20,9 | - 20,9 | - 7,6 | - 7,6 | ||
| Totaal verzekeraars | 7.575,0 | 1.280,0 | 6.295,0 | 74.647,6 | 15.816,2 | 58.831,4 |
| Niet-leven bruto split in verplichtingen: | Leven bruto split in verplichtingen: | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | Niet-verdiende | Uitstaande | Totaal | Leven | ||
| 31 december 2016 | Niet-leven | premies | claims | Leven | Unit-linked | Gegarandeerd |
| België | 3.886,7 | 351,9 | 3.534,8 | 58.996,7 | 7.164,4 | 51.832,3 |
| VK | 2.694,6 | 842,1 | 1.852,5 | |||
| Continentaal Europa | 1.388,8 | 377,7 | 1.011,1 | 15.485,0 | 7.188,9 | 8.296,1 |
| Herverzekering | 29,9 | 29,9 | ||||
| Eliminaties | - 24,8 | - 24,8 | - 8,1 | - 8,1 | ||
| Totaal verzekeraars | 7.975,2 | 1.571,7 | 6.403,5 | 74.473,6 | 14.353,3 | 60.120,3 |
21 Achtergestelde schulden
De achtergestelde schulden zijn als volgt.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| FRESH | 1.250,0 | 1.250,0 |
| Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes | 456,8 | 518,6 |
| Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Notes | 99,7 | 99,6 |
| Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Loan BCP Investments | 58,8 | 58,8 |
| Dated Fixed Rate Subordinated Notes | 396,0 | 395,7 |
| Totaal achtergestelde schulden | 2.261,3 | 2.322,7 |
De onderstaande tabel toont de wijzigingen in achtergestelde schulden.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.322,7 | 2.380,4 |
| Aflossing | - 76,0 | |
| Wisselkoersverschillen | - 63,2 | 16,6 |
| Afschrijvingen premies en kortingen | 1,8 | 1,7 |
| Eindstand | 2.261,3 | 2.322,7 |
21.1 FRESH
Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen tegen een variabele rentevoet van de 3-maands Euribor verhoogd met 135 basispunten. De effecten hebben geen einddatum, maar kunnen worden ingeruild tegen Ageas-aandelen tegen een prijs van EUR 315 per aandeel naar eigen inzicht van de houder. De effecten zullen automatisch worden omgezet naar Ageas-aandelen indien de prijs van het Ageas-aandeel hoger is dan of gelijk aan EUR 472,50 tijdens twintig opeenvolgende beurshandelsdagen. De effecten kwalificeren als Grandfathered Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
De effecten werden uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV als mededebiteur. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 4,0 miljoen Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend- of stemrecht (het per 31 december 2017 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is reeds inclusief de 4,0 miljoen Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).
In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
21.2 Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes
AG Insurance heeft op 21 maart 2013 eeuwigdurende achtergestelde obligaties uitgegeven ('fixed rate reset perpetual subordonated notes') voor een bedrag van USD 550 miljoen en tegen een rente van 6,75%, halfjaarlijks betaalbaar. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum (maart 2019) of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op de eerste calldatum en elke zesde verjaardag van de eerste calldatum zal de rentevoet opnieuw bepaald worden, gebaseerd op de zesjarige US dollar Mid Swap rente plus een marge van 5,433%. De Notes zijn genoteerd aan de beurs van Luxemburg en kwalificeren als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
21.3 Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes
Op 18 december 2013 plaatste AG Insurance voor een bedrag van EUR 450 miljoen Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes (achtergestelde obligaties met vaste naar variabele rente), met een looptijd van 31 jaar en een rentevoet van 5,25%. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum op 18 juni 2024 of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op hun eerste calldatum zullen de obligaties rente dragen aan een variabele rentevoet van 3-maands Euribor verhoogd met 4,136% per jaar, betaalbaar per kwartaal. De obligaties kwalificeren als Tier 2 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II). De obligaties zijn onderschreven door ageas SA/NV (EUR 350 miljoen) en BNP Paribas Fortis SA/NV (EUR 100 miljoen) en zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg. Het gedeelte verstrekt door ageas SA/NV wordt geëlimineerd omdat het een intragroepstransactie betreft.
21.4 Fixed-to-Floating Callable Subordinated Loan BCP Investments
Op 5 december 2014 hebben Ageas Insurance International N.V. (51%) (AII) en BCP Investments B.V. (49%) een achtergestelde lening van EUR 120 miljoen verstrekt aan Millenniumbcp Ageas tegen 4,75% per jaar tot de eerste calldatum in december 2019 en 6-maands Euribor + 475 basispunten per jaar daarna. Het deel verstrekt door AII wordt geëlimineerd omdat het een intragroepstransactie betreft. De obligaties kwalificeren als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
21.5 Dated Fixed Rate Subordinated Notes
Op 31 maart 2015 heeft AG Insurance voor een bedrag van EUR 400 miljoen Fixed Rate Subordinated Notes (achtergestelde obligaties tegen vaste rente) uitgegeven met een rentevoet van 3,5% en een looptijd van 32 jaar. De obligaties kunnen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, in hun geheel maar niet gedeeltelijk, op de eerste calldatum op 30 juni 2027 of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. Op de eerste calldatum en op elke vijfde verjaardag van de eerste calldatum zal de rentevoet opnieuw bepaald worden, als de som van de vijfjarige euro mid swap rente verhoogd met 3,875%. De obligaties zijn genoteerd aan de Beurs van Luxemburg en kwalificeren als Tier 2 kapitaal onder de geldende Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
22 Leningen
De volgende tabel toont de samenstelling van de leningen.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Terugkoopovereenkomsten | 1.028,6 | 1.300,0 |
| Vorderingen | 794,1 | 1.061,8 |
| Schulden aan banken | 1.822,7 | 2.361,8 |
| Depots van herverzekeraars | 99,3 | 92,0 |
| Financiële leaseverplichtingen | 18,0 | 19,8 |
| Overige financieringen | 29,3 | 22,2 |
| Totaal schulden | 1.969,3 | 2.495,8 |
Terugkoopovereenkomsten zijn voornamelijk zekergestelde kortlopende leningen die worden gebruikt voor de afdekking van specifieke beleggingen met rentevoeten die opnieuw kunnen worden ingesteld en met het oog op kasbeheer.
Ageas heeft obligaties met een boekwaarde van EUR 1.044,8 miljoen (2016: EUR 1.288,4 miljoen) als zekerheid gesteld voor terugkoopovereenkomsten.
Daarnaast is vastgoed met een boekwaarde van EUR 190,5 miljoen als zekerheid gesteld voor leningen en overige (2016: EUR 426,5 miljoen).
De boekwaarde van de leningen is een redelijke benadering van de reële waarde doordat de looptijden van contracten minder dan een jaar bedragen (terugkoopovereenkomsten) en/of doordat contracten een variabele rente dragen (leningen van banken). De reële waarde is derhalve gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niveau 2).
De onderstaande tabel toont de wijzigingen in leningen.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.495,8 | 2.787,5 |
| Aankoop dochterondernemingen | 105,5 | 119,4 |
| Verkoop dochterondernemingen | - 162,6 | - 595,8 |
| Opbrengsten van uitgifte | 22,1 | 88,1 |
| Betalingen | - 495,1 | - 85,9 |
| Wisselkoersverschillen | - 2,4 | - 40,0 |
| Afschrijvingen premies en kortingen | 0,1 | |
| Gerealiseerde winsten & verliezen | - 3,4 | - 1,6 |
| Overige wijzigingen | 9,4 | 224,0 |
| Eindstand | 1.969,3 | 2.495,8 |
De volgende tabel toont de niet gedisconteerde cashflow van de leningen gerangschikt naar het relevante looptijdsegment per 31 december.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Minder dan 1 jaar | 1.121,7 | 1.501,0 |
| 1 tot 3 jaar | 146,6 | 295,7 |
| 3 tot 5 jaar | 307,3 | 233,1 |
| Meer dan 5 jaar | 170,3 | 201,8 |
| Totaal | 1.745.9 | 2.231,6 |
Financiële leaseverplichtingen
De verplichtingen van Ageas inzake financiële leaseovereenkomsten kunnen als volgt worden weergegeven.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Contante waarde van de | Contante waarde van de | |||
| Minimum lease | minimum te | Minimum lease | minimum te | |
| betalingen | ontvangen leasebetalingen | betalingen | ontvangen leasebetalingen | |
| Tot 3 maanden | 0,6 | 0,5 | 0,6 | 0,5 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 1,7 | 1,5 | 1,9 | 1,3 |
| 1 jaar tot 5 jaar | 13,3 | 10,4 | 9,0 | 4,4 |
| Langer dan 5 jaar | 46,4 | 5,6 | 53,7 | 13,6 |
| Totaal | 62,0 | 18,0 | 65,2 | 19,8 |
| Toekomstige financieringslasten | 44,0 | 45,4 |
23 Uitgestelde belastingen
Uitgestelde belastingen worden geboekt voor tijdelijke verschillen tussen de IFRS-boekwaarde en de belastingboekwaarden, alsook voor overgedragen belastingverliezen voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winst zal zijn tegenover welke het uitgestelde belastingactief kan worden gebruikt.
Een nadere detaillering van de uitgestelde winstbelastingen per 31 december is als volgt.
| 2017 2016 2017 2016 Uitgestelde belastingvorderingen op: Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 8,9 3,4 1,4 8,3 Vastgoedbeleggingen 21,0 34,5 - 11,6 0,1 Leningen aan klanten 1,9 2,1 - 0,2 - 0,2 Materiële vaste activa 42,3 38,3 2,2 - 1,0 Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 8,1 3,9 4,5 - 0,6 Verzekeringspolis en claim reserves 765,4 1.416,3 - 57,1 - 2,6 Schuldbewijzen en achtergestelde schulden - 1,9 - 2,1 0,2 0,2 Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding 176,1 202,5 - 9,6 5,8 Overige voorzieningen 9,1 13,4 - 3,0 - 3,4 Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten 1,0 1,5 - 0,4 Niet-aangewende compensabele verliezen 132,1 132,7 - 19,9 2,7 Overige 10,4 63,0 - 32,8 - 15,6 Bruto uitgestelde belastingvorderingen 1.174,4 1.909,5 - 126,3 - 6,3 Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen - 29,6 - 44,6 - 1,2 - 3,3 Netto uitgestelde belastingvorderingen 1.144,8 1.864,9 - 127,5 - 9,6 Uitgestelde belastingverplichtingen op: Afgeleide financiële instrumenten (activa) 0,7 1,0 0,3 1,3 Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) 1.603,9 2.480,2 - 9,0 26,6 Unit-linked beleggingen 1,4 - 1,0 - 2,4 - 2,8 Vastgoedbeleggingen 115,1 153,3 37,0 11,6 Leningen aan klanten 2,5 3,0 0,6 - 0,1 Materiële vaste activa 138,1 177,0 38,9 8,0 Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 93,1 98,4 5,1 4,7 Overige voorzieningen 2,2 - 2,2 12,5 Overlopende acquisitiekosten 30,9 36,9 6,0 - 2,2 Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten 0,8 1,2 0,3 0,1 Belastingvrij gerealiseerde reserves 24,3 38,0 13,7 13,3 Overige 37,0 56,0 30,9 - 10,6 Totaal uitgestelde belastingverplichtingen 2.050,0 3.044,0 119,2 62,4 Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) - 8,3 52,8 |
Balans | Resultatenrekening | |
|---|---|---|---|
| Netto uitgestelde belastingen - 905,2 - 1.179,1 |
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om actuele belastingvorderingen te salderen met actuele belastingverplichtingen en wanneer de uitgestelde belastingen betrekking hebben op dezelfde belastingautoriteit. Na deze saldering zijn deze bedragen in de balans als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen | 149,7 | 171,5 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 1.054,9 | 1.350,6 |
| Netto uitgestelde belastingen | - 905,2 | - 1.179,1 |
Per 31 december 2017 was EUR 965,3 miljoen ten laste van het eigen vermogen geboekt in verband met uitgestelde belastingen en was EUR 37,8 miljoen ten laste van het eigen vermogen geboekt in verband met actuele belastingen (2016: respectievelijk EUR 1.244,8 miljoen en EUR 48,8 miljoen beide ten laste van het eigen vermogen).
In december 2017 is in België een belastinghervorming door het parlement aangenomen waarbij vanaf 1 januari 2018 de vennootschapsbelasting is verlaagd van 33,99% naar 29,58%. Vanaf 1 januari 2020, zal deze verder worden verlaagd naar 25%. Deze belastingverlagingen hebben geresulteerd in een significante verlaging van de netto uitgestelde belastingen.
Uitgestelde belastingvorderingen worden verantwoord voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstig belastbaar resultaat zal zijn waarmee de uitgestelde belastingvordering verrekend kan worden. Er zijn uitgestelde belastingvorderingen verantwoord met betrekking tot niet benutte (gevorderde) belastingverliezen alsmede belastingverminderingen tegen een geschatte belastingwaarde van EUR 102,5 miljoen (2016: EUR 88,0 miljoen) terwijl een bedrag van EUR 4.999,2 miljoen (2016: EUR 4.890 miljoen). Van de totale belastingverliezen is een geschatte belastingwaarde van EUR 4.499,2 miljoen oneindig overdraagbaar en een geschatte EUR 602,5 miljoen vervalt verspreid over negen jaar, het bedrag dat jaarlijks vervalt, hangt af van het jaar van oorsprong. Het grootste deel van de (gevorderde) overgedragen fiscale verliezen zijn ontstaan door de vereffening van Brussels Liquidation Holding (het voormalige Fortis Brussels, waartoe de bankactiviteiten van Fortis voorheen behoorden). Voor belastingdoeleinden ontstond het verlies op de verkoop van Fortis Bank pas op het moment van de vereffening.
Uitgestelde belastingvorderingen die afhangen van toekomstige belastbare winsten, die de winsten voortvloeiende uit het terugboeken van bestaande tijdelijke belastingverschillen overtreffen, bedragen EUR 102,5 miljoen (2016: EUR 88,0 miljoen). De uitgestelde belastingvorderingen zijn verantwoord op basis van de verwachting dat in de toekomst voldoende belastbare winsten zullen worden gegenereerd om deze belastingvorderingen te innen.
24 RPN(I)
De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een vooraf vastgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis Groep, hebben een financieel instrument geïntroduceerd, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).
De RPN(I) bestaat zolang er uitstaande CASHES in de markt zijn. In 2007 zijn aanvankelijk 12.000 CASHES uitgegeven. In februari 2012 lanceerde BNP Paribas een openbaar bod op CASHES aan een prijs van 47,5% en werden 7.553 aangeboden CASHES effecten omgezet in Ageas aandelen; Ageas betaalde een schadevergoeding van EUR 287 miljoen aan BNP Paribas aangezien de conversie aanleiding gaf tot een pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting.
In mei 2015 kwamen Ageas en BNP Paribas overeen dat BNP Paribas te allen tijde CASHES kan aankopen van individuele beleggers, op voorwaarde dat de aangekochte effecten worden omgezet in Ageas aandelen; bij een dergelijke conversie wordt de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting betaald aan BNP Paribas, terwijl Ageas de breakup fee ontvangt die gekoppeld is aan de prijs waartegen BNP Paribas de CASHES kan kopen.
BNP Paribas kocht en converteerde in de eerste negen maanden van 2016 656 CASHES onder deze overeenkomst; Ageas betaalde EUR 44,3 miljoen voor de pro-rata schikking van de RPN(I), na aftrek van de ontvangen break-up fee. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas liep eind 2016 af en werd niet verlengd.
Per 31 december 2017 resteren 3.791 uitstaande CASHES.
Referentiebedrag en rentebetalingen
Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:
- het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 12,53 miljoen aandelen Ageas waarin het instrument wordt geconverteerd, minus
- het verschil tussen EUR 3.000 miljoen bij de uitgifte en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd aan de beurs van Luxemburg, vermenigvuldigd met
- het aantal uitstaande CASHES gedeeld door het aantal CASHES effecten dat oorspronkelijk werd uitgegeven.
Ageas betaalt rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal (als het resultaat hierboven negatief wordt, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV aan Ageas); de rente bedraagt 3-maands Euribor plus 90 basispunten. Ageas gaf 6,3% van de totaal uitstaande aandelen van AG Insurance in onderpand ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV.
Waardering
Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.
Het RPN-referentiebedrag is gebaseerd op de prijs van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel. Het referentiebedrag steeg van EUR 275,0 miljoen per einde 2016 naar EUR 448,0 miljoen op 31 december 2017, voornamelijk als gevolg van een stijging van de prijs van CASHES van 66,40% naar 85,94% over 2017, gedeeltelijk gecompenseerd door een koersstijging van het Ageas aandeel van EUR 37,61 naar EUR 40,72 over dezelfde periode.
Gevoeligheid van de waarde van RPN(I)
Per 31 december 2017 leidt een toename van de prijs van de CASHES met 1%, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, tot een stijging van het referentiebedrag met EUR 9,5 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 4,0 miljoen zal doen dalen.
25 Overlopende rente en overige verplichtingen
De samenstelling van de overlopende rente en overige verplichtingen is als volgt.
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| Uitgestelde baten | 123,5 | 127,3 |
| Overlopende financieringslasten | 29,3 | 29,1 |
| Overlopende lasten | 86,9 | 125,1 |
| Derivaten gehouden voor afdekkingsdoeleinden | 46,4 | 50,6 |
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen | 678,6 | 654,4 |
| Verplichtingen voor overige vergoedingen na uitdiensttreding | 130,0 | 122,1 |
| Verplichtingen voor ontslagvergoedingen | 7,8 | 8,7 |
| Verplichtingen voor overige personeelsbeloningen op lange termijn | 16,2 | 15,1 |
| Verplichtingen voor personeelsbeloningen op korte termijn | 89,7 | 85,8 |
| Handelsschulden | 217,7 | 196,4 |
| Schulden aan agenten, polishouders en tussenpersonen | 448,2 | 477,9 |
| BTW en overige te betalen belastingen | 140,4 | 142,5 |
| Te betalen dividenden | 18,6 | 20,6 |
| Schulden aan herverzekeraars | 23,2 | 37,9 |
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 9,1 | 74,1 |
| Overige verplichtingen | 346,5 | 491,7 |
| Totaal | 2.412,1 | 2.659,3 |
Details over personeelsvergoedingen zijn te vinden in noot 7 sectie 7.1 Personeelsvergoedingen.
Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten). Zie ook noot 29 Derivaten voor nadere details. Alle aan- en verkopen van financiële activa met verplichte levering binnen een tijdsbestek dat is voorgeschreven door regelgeving of marktconventie worden opgenomen op de transactiedatum, zijnde de datum waarop Ageas toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.
De regel 'overige verplichtingen' heeft betrekking op verplichtingen in verband met de vereffening van aandelentransacties, ontvangen geldmiddelen die moeten worden gealloceerd aan beleggingen en kleine uitgaven die moeten worden betaald.
Uitgestelde baten en overlopende lasten worden beschouwd als kortlopende verplichtingen met een looptijd van minder dan een jaar. De volgende tabellen tonen de niet gedisconteerde cashflows van de schulden en overige verplichtingen gerangschikt naar het relevante looptijdsegment.
| Per 31 december 2017 | Minder dan 1 jaar | 1 tot 3 jaar | 3 tot 5 jaar | Meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|---|
| BTW en overige te betalen belastingen | 77,8 | 9,4 | 51.5 | |
| Te betalen dividend | 18,6 | |||
| Handelsschulden | 210,1 | 6,1 | 0,3 | 0,3 |
| Verschuldigd aan agenten, polishouders en tussenpersonen | 124,7 | 53,3 | 3,0 | 261,2 |
| Verschuldigd aan herverzekeraars | 23,2 | |||
| Overige verplichtingen | 295,4 | 7,2 | 8,1 | |
| Totaal | 749,8 | 76,0 | 11,4 | 313,0 |
| Per 31 december 2016 | Minder dan 1 jaar | 1 tot 3 jaar | 3 tot 5 jaar | Meer dan 5 jaar |
| BTW en overige te betalen belastingen | 86,2 | 8,6 | 46,7 | |
| Te betalen dividend | 20,6 | |||
| Handelsschulden | 184,7 | 0,3 | 0,3 | 0,4 |
| Verschuldigd aan agenten, polishouders en tussenpersonen | 115,3 | 58,3 | 2,7 | 294,9 |
| Verschuldigd aan herverzekeraars | 37,9 | |||
| Overige verplichtingen | 329,7 | 1,4 | 51,5 | |
| Totaal | 774,4 | 68,6 | 54,5 | 342,0 |
26 Voorzieningen
De voorzieningen hebben hoofdzakelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar aan het einde van de periode op basis van het oordeel van het management waarbij in de meeste gevallen rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van processen/geschillen. De lopende gerechtelijke procedures worden beschreven in noot 46 Voorwaardelijke verplichtingen.
Globale schikking gerelateerd aan de Fortis-gebeurtenissen van 2007 en 2008
Op 14 maart 2016 kondigden Ageas en de claimantenorganisaties, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en de Nederlandse Vereniging van Effectenbezitters (VEB) ("de Partijen"), een voorstel aan voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor gebeurtenissen van 2007 en 2008 voor een bedrag van EUR 1,2 miljard.
Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook een overeenkomst sloot met de D&O verzekeraars (de "Verzekeraars"), de bestuurders en functionarissen betrokken bij de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis.
Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om het schikkingsakkoord bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de huidige vorm niet bindend te verklaren. Op 12 december 2017 dienden de aanvragers een gewijzigde en bijgewerkte schikking in bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze schikking houdt rekening met de voornaamste bezwaren van het Gerechtshof en het totale budget werd opgetrokken met EUR 100 miljoen naar EUR 1,3 miljard.
In een tussentijdse beslissing van 5 februari 2018 verzocht het Gerechtshof in Amsterdam een gedetailleerdere toelichting van de kosten en compensaties voor de claimantenorganisaties:, die uiterlijk op 6 maart 2018 moet worden ingediend. Op 16 maart 2018 staat een openbare zitting gepland over dit onderwerp. Op 27 maart 2018 wordt een aanvullende openbare zitting gehouden teneinde het gewijzigde en bijgewerkte schikkingsakkoord van 12 december 2017 te bespreken.
De partijen streven ernaar om van het Gerechtshof Amsterdam een besluit te verkrijgen om de voorgestelde schikking bindend te verklaren voor alle Fortis aandeelhouders die in aanmerking komen volgens de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM).
De Schikking wordt pas definitief (i) als het Amsterdams Gerechtshof de Schikking bindend heeft verklaard en (ii) als op het einde van de opt-out periode de overeengekomen opt-out drempel niet is overschreden of als Ageas afstand heeft gedaan van haar recht de Schikking te beëindigen.
De financiële impact van de op 12 december 2017 bekendgemaakte schikking is verwerkt in de IFRS-jaarrekeningen over de boekjaren 2014-2017. De totale impact kan als volgt worden samengevat:
De totale impact van de voorgestelde schikking op het netto IFRSresultaat bedraagt EUR 1.126,4 miljoen, waarvan EUR 1.026,4 miljoen in aanmerking is genomen in de periode 2014-2016. De aanvullende impact in 2017 blijft zodoende beperkt tot EUR 100 miljoen.
De belangrijkste componenten van de voorziening per 31 december 2017 van EUR 1.109,5 miljoen zijn:
- EUR 1.308,5 miljoen voor het akkoord omtrent de WCAMschikking;
- EUR 58,6 miljoen voor de kosten en uitgaven van de organisaties voor de vertegenwoordiging van de belangen van de particuliere investeerders en/of hun toekomstige rol in het schikkingsproces, minus de reeds betaalde EUR 21,3 miljoen;
- EUR 53,7 miljoen voor het restrisico. Dit restrisico wordt geschat op 4% van het bedrag van de totale schikking;
- minus het schikkingsbedrag van EUR 290 miljoen bij te dragen door de stichting FORclaims, die tijdelijk dit tussen Ageas en D&O-verzekeraars geschikte bedrag beheert.
In verband met de schikkingsovereenkomst werd een bedrag van EUR 241 miljoen betaald aan de Stichting FORsettlement ('Stichting') als voorschotsbetaling om de claims te schikken. Aangezien de schikking echter nog niet als bindend werd verklaard, werd deze betaling niet afgetrokken van de Schikkingsvoorziening, maar geboekt als vordering op de Stichting. Zodra de schikking als bindend wordt beschouwd, zal deze betaling worden afgetrokken van de voorziening voor de schikking.
De bedragen worden weergegeven op de regel 'voorzieningen' in de balans en op de regel 'wijzigingen in voorzieningen' in de resultatenrekening.
Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.067,2 | 175,0 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 0,5 | 4,5 |
| Toename (Afname) voorziening | 106,3 | 892,7 |
| Aanwendingen in de loop van het jaar | 5,5 | - 4,1 |
| Wisselkoersverschillen | - 0,4 | - 0,9 |
| Stand per 31 december | 1.178,1 | 1.067,2 |
EUR 1.109,5 miljoen van het totale bedrag aan voorzieningen per 31 december 2017 is gerelateerd aan de schikkingsovereenkomst (2016: EUR 1.024,4 miljoen).
27 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties
27.1 Verplichting i.v.m. geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden AG Insurance aandelen
Op 12 maart 2009 sloot Ageas een overeenkomst over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in april 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst verleende Ageas aan Fortis Bank een putoptie tot herverkoop van het verworven belang in AG Insurance aan Ageas binnen de zes maanden na 1 januari 2018.
Ageas concludeerde dat het uitoefenen van de putoptie onvoorwaardelijk is. In overeenstemming met IAS 32 is Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018. Deze financiële verplichting wordt in een separate regel ('verplichting met betrekking tot geschreven putoptie') in de Balans verantwoord. De verplichting wordt ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance). Ageas waardeert de verplichting tegen het verwachte te betalen bedrag geactualiseerd tot op de rapporteringsdatum.
De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen. Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie worden verantwoord in 'overige reserves'.
Als de optie in 2018 wordt uitgeoefend, zal de verplichting als een contante betaling van Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV worden afgewikkeld en zal Ageas weer 25% + 1 aandeel AG Insurance verwerven. Als de optie echter afloopt zonder te zijn uitgeoefend, wordt de verplichting verantwoord ten laste van minderheidsbelangen en overige reserves.
Waardebepaling van de verplichting
Vanaf de jaarafsluiting 2017 hanteert Ageas de koers-winstverhouding van een relevante groep van vergelijkbare bedrijven voor de waardering van de Leven-activiteiten en een gedisconteerd kasstroommodel voor de Niet-leven-activiteiten van AG Insurance voor de waardebepaling van de verplichting. Tot 2016 was de waarderingsmethode voor de Leven-activiteiten gebaseerd op de embedded value multiples van levensverzekeringsmaatschappijen.
Voor de bepaling van het verwachte bedrag bij afwikkeling wordt een waarderingsmethode gebruikt die is gebaseerd op:
- gewogen gemiddelde koers-winstverhoudingen voor levensverzekeringsmaatschappijen. De groep van vergelijkbare bedrijven bestaat uitsluitend uit in levensverzekeringen actieve bedrijven op het Europese vasteland;
- een groeipercentage voor Niet-Leven van 1,2% (2016: 1,2%) en een pay-out ratio van 100% voor 2017, 2018 en 2019;
- een discontovoet voor Niet-Leven van 7,0% (2016: 7,0%).
Verwerking van de optie in de resultatenrekening
Zolang de optie niet is uitgeoefend, wordt het resultaat in de geconsolideerde resultatenrekening gelinkt aan minderheidsbelang (25% + 1 aandeel van BNP Paribas Fortis SA/NV), geboekt als minderheidsbelang.
Op basis van deze parameters is de netto contante waarde van de verplichting per 31 december 2017 EUR 1.449 miljoen (31 december 2016: EUR 1.266 miljoen). De volgende gevoeligheden zijn berekend.
| Disconteringsvoet | +1% punt | -1% punt |
|---|---|---|
| Waarde verplichting | 1.383 | 1.542 |
| Relatieve impact | -4,6% | 6,4% |
| Koers-winstverhouding | +1% punt | -1% punt |
| Waarde verplichting | 1.543 | 1.355 |
| Relatieve impact | 6,5% | -6,5% |
| Groei percentage | +1% punt | -1% punt |
| Waarde verplichting | 1.532 | 1.390 |
| Relatieve impact | 5,7% | -4,1% |
De impact van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie op het eigen vermogen is de volgende.
| Waarde geschreven putoptie | 31 december 2017 | 31 december 2016 | Wijziging |
|---|---|---|---|
| Waarde verplichting inzake geschreven putoptie | 1.449,0 | 1.266,0 | 183,0 |
| Gerelateerde minderheidsbelangen | - 1.698,6 | - 1.561,2 | - 137,4 |
| Effect op eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 249,6 | 295,2 | - 45,6 |
27.2 Putoptie AG Insurance verleend aan Parkimo
AG Insurance verleende een onvoorwaardelijke putoptie op haar aandeel van 10,05% aan Parkimo, de huidige minderheidsaandeelhouder van Interparking. De putoptie werd gewaardeerd tegen reële waarde van het verwachte schikkingsbedrag van EUR 102,7 miljoen (2016: 101,0 miljoen). AG Insurance verleende andere putopties voor een bedrag van EUR 7,9 miljoen (2016: EUR 7,9 miljoen).
28 Minderheidsbelangen
In de navolgende tabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste minderheidsbelangen (NCI) in de entiteiten van Ageas.
| Resultaat | Eigen vermogen | Resultaat | Eigen vermogen | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| % van | per | per | % van | per | per | |
| minderheids- | 31 december | 31 december | minderheids- | 31 december | 31 december | |
| belangen | 2017 | 2017 | belangen | 2016 | 2016 | |
| Groepsmaatschappij | ||||||
| AG Insurance (België) | 25,0% | 145,8 | 1.698,6 | 25,0% | 130,2 | 1.561,2 |
| Interparking SA (onderdeel van AG Insurance) | 49,0% | 33,8 | 229,9 | 49,0% | 21,7 | 208,8 |
| Sicavonline (onderdeel van CEU) 1) | - 0,4 | |||||
| Millenniumbcp Ageas (onderdeel van CEU) | 49,0% | 29,6 | 285,5 | 49,0% | 19,8 | 283,3 |
| Cargeas Assicurazioni (onderdeel van CEU) | 50,0% | 16,5 | 50,0% | 21,9 | 104,6 | |
| Overige | 1,1 | 35,9 | 2,5 | 47,7 | ||
| Totaal | 226,8 | 2.249,9 | 195,7 | 2.205,6 | ||
| Aanpassing NCI AG Insurance met betrekking tot | ||||||
| Verplichting i.v.m. geschreven putoptie (zie noot 27) | - 1.698,6 | - 1.561,2 | ||||
| Total Minderheidsbelangen | 226,8 | 551,3 | 195,7 | 644,4 |
1) In het vierde kwartaal van 2016 verwierf Ageas de resterende 35% van Sicavonline.
Het minderheidsbelang vertegenwoordigt het relatieve aandeel van een derde partij in het eigen vermogen van een Ageas dochtermaatschappij zoals bepaald door Ageas, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS).
Nadere details over de aanpassing minderheidsbelangen AG Insurance met betrekking tot de geschreven putoptie worden gegeven in noot 27 verplichting i.v.m. de geschreven NCI putopties sectie 27.1.
Dochterondernemingen
Nadere informatie met betrekking tot de balans van AG Insurance is opgenomen in noot 9 informatie operationele segmenten. Details van de dochterondernemingen waarin Ageas een minderheidsbelang heeft, zijn opgenomen in de volgende tabel.
| Activa | Passiva | Eigen vermogen | Activa | Passiva | Eigen vermogen | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| per | per | per | per | per | per | |
| 31 december | 31 december | 31 december | 31 december | 31 december | 31 december | |
| 2017 | 2017 | 2017 | 2016 | 2016 | 2016 | |
| Dochteronderneming | ||||||
| Cargeas Assicurazioni | 872,3 | 705,3 | 167,0 | |||
| Millenniumbcp Ageas | 10.639,6 | 10.351,5 | 288,1 | 9.941,3 | 9.657,6 | 283,7 |
29 Derivaten
Door dochterondernemingen van Ageas gebruikte derivaten voldoen aan de relevante wet- en regelgeving en de interne richtlijnen van Ageas. Derivaten worden gebruikt om markt- en beleggingsrisico's te beheersen, zowel voor handelsdoeleinden als voor afdekkingsdoeleinden. De dochterondernemingen van Ageas beheersen de risicopositie in de beleggingsportefeuille aan de hand van algemene drempels en doelstellingen. Het belangrijkste doel van deze afgeleide instrumenten is om ongunstige marktbewegingen van geselecteerde effecten of delen van een portefeuille af te dekken. Ageas maakt selectief gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals swaps, opties en termijncontracten ter afdekking voor veranderingen in valutakoersen of de rente in de beleggingsportefeuille. Renteovereenkomsten maken het grootste deel van de totale derivatenportefeuille uit: 57% per 31 december 2017 (2016: 49%).
Belangrijke afdekkingsinstrumenten zijn aandelentermijncontracten, aandelenopties, total return swaps, renteswaps, rentetermijncontracten, valutaswaps en valutatermijncontracten. Ageas kan afdekkingsinstrumenten inzetten voor afzonderlijke transacties (microhedge) of voor een portefeuille van vergelijkbare activa of verplichtingen (portefeuillehedge). Wanneer Ageas hedge accounting toepast om boekhoudkundige mismatches te beperken, is aan de criteria voor hedge accounting voldaan. In het bijzonder wordt beoordeeld of de afdekkingsrelaties effectief zijn als compensatie voor veranderingen in de reële waarde of de kasstromen tussen het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie. Ook wordt de vereiste afdekkingsdocumentatie opgesteld. Bij aanvang worden alle afdekkingsrelaties goedgekeurd: Ageas moet zekerstellen dat aan alle afdekkingsvoorwaarden is voldaan en dat de documentatie compleet is. Als er geen formele afdekkingsrelatie kan worden vastgesteld of als dat te lastig is, worden de derivaten verwerkt als voor handelsdoeleinden aangehouden.
Valutacontracten
Futures zijn overeenkomsten die tegen een specifieke prijs en op een specifieke datum in de toekomst moeten worden afgewikkeld en die op diezelfde markten kunnen worden verhandeld. Termijncontracten zijn maatovereenkomsten tussen twee entiteiten die tegen een vandaag overeengekomen prijs op een specifieke datum in de toekomst worden afgewikkeld. Op geconsolideerd niveau waren valutafutures en valutatermijnovereenkomsten eind 2017 goed voor 99% van de valutaderivaten (op basis van referentiebedragen) in vergelijking met 100% eind 2016. De valutatermijncontracten en futures betreffen hoofdzakelijk overeenkomsten die het valutarisico op activa die in buitenlandse valuta's luiden af te dekken. De waarde van deze overeenkomsten is gedaald van EUR 1.927 miljoen in 2016 tot EUR 1.286 miljoen in 2017 als gevolg van de lagere positie in bedrijfsleningen die in Amerikaanse dollars luiden. Aan het einde van het jaar 2017 had Ageas voor een bedrag van EUR 18 miljoen aan uitstaande valutaswaps (2016: nihil).
Rentecontracten
De nominale waarde van de rentecontracten daalde van EUR 1.991 miljoen in 2016 naar EUR 1.940 miljoen in 2017, met een marktwaarde van respectievelijk EUR 56 miljoen (nettoverplichting) en EUR 29 miljoen (nettoverplichting).
Swapcontracten zijn overeenkomsten tussen twee partijen waarin één verzameling kasstromen wordt geruild voor een andere verzameling kasstromen. Betalingen zijn gebaseerd op de nominale waarde van de swap. Ageas gebruikt hoofdzakelijk renteswaps om de kasstromen van ontvangen of betaalde rente te beheersen en (cross) valutaswapcontracten om kasstromen die in buitenlandse valuta's luiden te beheersen (zie 'valutacontracten').
De renteswaps vertegenwoordigen op 31 december 2017 het grootste gedeelte van de rentecontracten (97%) met een nominale waarde van EUR 1.881 miljoen. Op het einde van 2016 bedroeg de nominale waarde 1.818 miljoen (91%).
De optieportefeuille bedroeg EUR 59 miljoen (marktwaarde EUR 0 miljoen) in 2017 en vertegenwoordigt 3% van de rentecontracten. In 2016 bedroeg de optieportefeuille EUR 173 miljoen (9%). De waardedaling is te wijten aan het aflopen van een deel van de optieportefeuille in 2017.
Handelsderivaten
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Reële waarde | |||||
| Nominaal | Nominaal | |||||
| Activa | Passiva | bedrag | Activa | Passiva | bedrag | |
| Valutacontracten | ||||||
| Forwards en futures | 27,6 | 0,5 | 1.286,2 | 2,0 | 60,8 | 1.926,7 |
| Swaps | 0,2 | 18,4 | ||||
| Totaal | 27,8 | 0,5 | 1.304,6 | 2,0 | 60,8 | 1.926,7 |
| Rentecontracten | ||||||
| Swaps | 5,9 | 8,1 | 353,2 | 2,9 | 12,8 | 376,1 |
| Opties | 0,1 | 59,0 | 0,2 | 91,0 | ||
| Totaal | 6,0 | 8,1 | 412,2 | 3,2 | 12,8 | 467,1 |
| Effecten/Index contracten | ||||||
| Opties en warrants | 0,5 | 0,5 | ||||
| Totaal | 0,5 | 0,5 | ||||
| Overige | 2,0 | 2,8 | 35,2 | |||
| Totaal | 35,8 | 9,1 | 1.716,8 | 8,0 | 74,1 | 2.429,0 |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare | ||||||
| marktgegevens | 9,7 | 0,5 | 0,2 | 10,9 | ||
| Reële waarden op basis van een waarderingsmodel | 26,1 | 8,6 | 7,8 | 63,2 | ||
| Totaal | 35,8 | 9,1 | 8,0 | 74,1 | ||
| Over the counter (OTC) | 35,8 | 9,1 | 1.716,8 | 8,0 | 74.1 | 2.429,0 |
| Totaal | 35,8 | 9,1 | 1.716,8 | 8,0 | 74.1 | 2.429,0 |
Hedging derivaten
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Reële waarde | |||||
| Nominaal | Nominaal | |||||
| Activa | Passiva | bedrag | Activa | Passiva | bedrag | |
| Rentecontracten | ||||||
| Swaps | 2,8 | 21,2 | 1.527,8 | 43,4 | 1.441,9 | |
| Opties | 0,1 | 82,2 | ||||
| Totaal | 2,8 | 21,2 | 1.527,8 | 0,1 | 43,4 | 1.524,1 |
| Effecten/Index contracten | ||||||
| Forwards en futures | 7,7 | 25,1 | 170,6 | 4,3 | 7,2 | 97,4 |
| Totaal | 7,7 | 25,1 | 170,6 | 4,3 | 7,2 | 97,4 |
| Totaal | 10,5 | 46,3 | 1.698,4 | 4,4 | 50,6 | 1.621,5 |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens | 7,7 | 39,8 | 4,3 | 36,6 | ||
| Reële waarden op basis van een waarderingsmodel | 2,8 | 6,5 | 0,1 | 14,0 | ||
| Totaal | 10,5 | 46,3 | 4,4 | 50,6 | ||
| Over the counter (OTC) | 10,5 | 46,3 | 1.698,4 | 4,4 | 50,6 | 1.621,5 |
| Totaal | 10,5 | 46,3 | 1.698,4 | 4,4 | 50,6 | 1.621,5 |
Derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten).
30 Toezeggingen
Ontvangen en gedane toezeggingen waren per 31 december als volgt.
| Verplichtingen | 2017 | 2016 |
|---|---|---|
| Ontvangen verplichtingen | ||
| Kredietlijnen | 646,7 | 526,6 |
| Onderpand en garanties ontvangen | 4.864,0 | 4.919,5 |
| Totaal ontvangen | 5.510,7 | 5.446,1 |
| Verstrekte verplichtingen | ||
| Garanties, Financieel en Prestatie Gerelateerde Kredietbrieven | 126,9 | 91,4 |
| Kredietlijnen | 1.610,0 | 1.468,5 |
| Gebruikt | - 686,5 | - 618,3 |
| Beschikbaar | 923,5 | 850,2 |
| Onderpand en garanties verstrekt | 1.059,6 | 1.695,4 |
| In bewaring gegeven activa en vorderingen | 726,3 | 724,2 |
| Kapitaal rechten en verplichtingen | 125,9 | 243,1 |
| Overige niet in de balans gewaardeerde verplichtingen | 792,4 | 884,2 |
| Totaal verstrekt | 3.754,6 | 4.488,5 |
Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen onderpand en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.
Gedane toezeggingen bestaan voor het overgrote deel uit gegeven onderpand en garanties (EUR 1.060 miljoen), in verband met terugkoopovereenkomsten, toevertrouwde middelen en vorderingen (EUR 726 miljoen) en verstrekte kredietlijnen.
Andere niet in de balans gewaardeerde toezeggingen op 31 december 2017 omvatten voor EUR 99 miljoen uitstaande kredietaanbiedingen (31 december 2016: EUR 58 miljoen) en voor EUR 535 miljoen aan vastgoedtoezeggingen (31 december 2016: EUR 749 miljoen).
31 Reële waarde van financiële activa en financiële passiva
In de volgende tabel zijn de boekwaarde en de reële waarde weergegeven van de financiële activa en verplichtingen die in de geconsolideerde balans van Ageas niet tegen reële waarde zijn gewaardeerd. De verplichtingen worden tegen geamortiseerde kosten aangehouden.
De tabel beschrijft de gebruikte methodes voor de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten.
| 2017 | 2016 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Niveau | Boekwaarde | Reële waarde | Boekwaarde | Reële waarde | |
| Activa | |||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 2 | 2.552,3 | 2.552,3 | 2.180,9 | 2.180,9 |
| Tot einde looptijd gehouden financiële beleggingen | 1 / 3 | 4.559,5 | 6.780,0 | 4.715,3 | 7.120,9 |
| Vorderingen | 2 | 9.416,0 | 10.223,7 | 8.685,0 | 9.357,6 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 2 | 2.185,9 | 2.185,9 | 2.192,3 | 2.192,3 |
| Totaal financiële activa | 18.713,7 | 21.741,9 | 17.773,5 | 20.851,7 | |
| Passiva | |||||
| Achtergestelde verplichtingen | 2 | 2.261,3 | 2.364,3 | 2.322,7 | 2.360,0 |
| Schulden | 2 | 1.969,3 | 1.968,9 | 2.495,8 | 2.495,0 |
| Totaal financiële verplichtingen | 4.230,6 | 4.333,2 | 4.818,5 | 4.855,0 |
De reële waarde is de waarde waartegen een actief kan worden verhandeld, een verplichting kan worden afgewikkeld of een eigenvermogeninstrument kan worden toegekend tussen ter zake goed geïnformeerde, tot markttransactie bereidwillige partijen.
Ageas hanteert de volgende methoden voor de bepaling van de reële waarde:
- genoteerde prijzen (niet gecorrigeerd) in een actieve markt;
- waarderingstechnieken op basis van op de markt waarneembare gegevens;
- waarderingstechnieken niet op basis van op de markt waarneembare gegevens;
- kostprijs.
Indien een financieel instrument wordt verhandeld in een actieve en liquide markt is de genoteerde prijs of waarde de beste indicator voor de reële waarde. Die reële waarde wordt niet gecorrigeerd voor een groot pakket aandelen, tenzij er een bindende afspraak is gemaakt om de aandelen te verkopen tegen een andere prijs dan de marktprijs. De meest geschikte marktprijs voor een actief in bezit of een uit te geven passief is de huidige biedprijs, en voor een aan te kopen actief of een passief in bezit, de laatprijs. Middenkoersen worden gebruikt als basis voor het bepalen van de reële waarde van activa en verplichtingen met tegengestelde marktrisico's.
Als er geen marktprijs op een actieve markt beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van de contante waarde-methode of andere waarderingsmethoden gebaseerd op waarneembare marktgegevens op de verslagdatum. Als er een waarderingsmethode gebruikelijk is in de markt om de prijs van een instrument te bepalen en van deze methode is aangetoond dat de bepaalde waardering een betrouwbare schatting oplevert van de prijs bij een daadwerkelijke markttransactie, dan gebruikt Ageas deze methode.
Algemeen aanvaarde methoden voor waardering in de financiële markt zijn recente markttransacties, het contante waardemodel en optiewaarderingsmodellen. Een geaccepteerde waarderingsmethode houdt rekening met alle factoren die marktpartijen voor de prijsvorming belangrijk achten. Deze methode dient tevens consistent te zijn met algemeen aanvaarde economische modellen voor de waardering van financiële instrumenten.
De basisprincipes voor het bepalen van de reële waarde zijn:
- het maximaliseren van marktinvloeden en het minimaliseren van interne schattingen en ramingen;
- aanpassing van de schattingsmethode (waarderingsmethode) alleen als er een verbetering van de waardering kan worden aangetoond of als de verandering noodzakelijk is vanwege de beschikbaarheid van informatie.
De reële waarde die getoond wordt, is de 'clean fair value' (de totale reële waarde ('dirty' fair value) exclusief opgelopen rente). Opgelopen rente wordt apart verantwoord.
De gebruikte methoden en hypothesen om de reële waarde te bepalen, zijn grotendeels afhankelijk van het feit of het instrument verhandeld wordt op een financiële markt en welke informatie gebruikt kan worden in de waarderingsmodellen. Hierna wordt een samenvatting gegeven van de verschillende financiële instrumenten met de gehanteerde reële waarderingsmethode.
- (I) De reële waarde van voor verkoop beschikbare effecten en van effecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening wordt bepaald aan de hand van marktprijzen van actieve markten. Indien geen genoteerde prijzen in een actieve markt beschikbaar zijn, wordt de reële waarde bepaald aan de hand van contante-waardeberekeningen. Disconteringsfactoren worden hierbij gebaseerd op een swapcurve, plus een spread die de risicokenmerken van het instrument uitdrukt. De reële waarde van tot de vervaldag aangehouden effecten (alleen nodig voor informatieverschaffing) worden op dezelfde wijze bepaald.
- (II) De reële waarde van derivaten wordt verkregen uit actieve markten of wordt, indien van toepassing, bepaald met behulp van contante-waardeberekeningen en optie-waarderingsmodellen.
- (III) De reële waarde voor niet-beursgenoteerde private equitybeleggingen wordt geschat aan de hand van de toepasselijke marktvergelijkingsfactoren (bijvoorbeeld koers/winstverhouding of koers/kasstroomverhouding) om de specifieke omstandigheden van de emittent uit te drukken.
- (IV) De reële waarde van leningen wordt bepaald met behulp van modellen voor contante-waardeberekeningen, op basis van de huidige marginale rentevoet die Ageas hanteert voor leningen van hetzelfde type. Voor leningen met een variabele rente die frequent wijzigen en geen aanwijsbare wijziging van het kredietrisico vertonen, benadert de reële waarde de boekwaarde. Voor het waarderen van in leningen opgenomen rentevoetplafonds en vooruitbetalingsopties en die in overeenstemming met IFRS separaat worden verantwoord, worden optie-waarderings-modellen gebruikt.
- (V) Verbintenissen en garanties die niet uit de balans blijken, worden verantwoord tegen reële waarde op basis van vergoedingen die worden berekend bij soortgelijke overeenkomsten, waarbij rekening wordt gehouden met de overige voorwaarden van de overeenkomsten en de kredietwaardigheid van de tegenpartijen.
We verwijzen naar noot 11, 12 en 17 voor meer informatie over niveau 3-waardering in de balans.
Niet-beursgenoteerde financiële instrumenten worden vaak verhandeld op over-the-counter (OTC) markten waar de marktprijzen verkrijgbaar zijn via handelaren of andere bemiddelaars.
Vanuit verschillende bronnen zijn beursnoteringen verkrijgbaar voor een aantal financiële instrumenten die geregeld worden verhandeld op een OTC-markt. De financiële pers, verschillende beurspublicaties en informatie van individuele marketmakers zijn voorbeelden van deze bronnen.
Genoteerde marktprijzen zijn de meest betrouwbare reële waarde voor op een erkende beurs verhandelde derivaten. Voor derivaten die niet op een erkende beurs worden verhandeld, is de reële waarde die waarde die gerealiseerd kan worden door beëindiging of afwikkeling van het derivaat.
Gangbare methoden voor de waardering van een renteswap hanteren een vergelijking van het rendement (de yield) van de swap met de huidige swaprentecurve. De swaprentecurve wordt afgeleid van de genoteerde swaprendementen. Over het algemeen zijn er aan- en verkoopkoersen van handelaars beschikbaar voor gangbare renteswaps met tegenpartijen waarvan de effecten 'investment grade' zijn.
Factoren die van invloed zijn op de waardering van de individuele derivaten zijn onder andere de kredietrating van de tegenpartij en de complexiteit van het derivaat. Wanneer deze factoren afwijken van de basisfactoren die ten grondslag liggen aan de notering, kan een aanpassing van de genoteerde prijs worden overwogen.
Achtergestelde verplichtingen worden opgenomen tegen de geamortiseerde kostprijs. Ageas wil vermijden dat door wijzigingen in zijn eigen kredietwaardigheid veroorzaakte spreadontwikkelingen van invloed zouden zijn op de vermelde waarde van de verplichting: daarbij zou namelijk het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders verbeteren bij een verslechtering van de kredietwaardigheid van Ageas. De aan de FRESH-effecten gekoppelde achtergestelde schulden dragen een variabele rente. Dit impliceert dat de reële waarde van de uitstaande hoofdsom niet gevoelig is voor rentetariefschommelingen.
De berekening van de reële waarde van financiële instrumenten die niet actief worden verhandeld op financiële markten, kan als volgt worden samengevat.
| Type instrument | Producten Ageas | Reële waarde berekening |
|---|---|---|
| Instrumenten zonder vaste | Zichtrekeningen | Nominale waarde. |
| einde looptijd | spaarrekeningen | |
| enz. | ||
| Instrumenten zonder optionele | Gewone leningen, | Methode van de gedisconteerde kasstromen, de gebruikte rentecurve voor de discontering is de swapcurve plus spread |
| kenmerken | deposito's | (activa) |
| enz. | of de swapcurve minus spread (passiva); de spread | |
| is afgeleid van de commerciële marge berekend op basis | ||
| van het gemiddelde aan nieuwe polissen tijdens de laatste drie | ||
| maanden. | ||
| Instrumenten met optionele | Hyptoheekleningen en overige | Het product is gesplitst en lineaire (non-optionele) |
| kenmerken | Instrumenten met optie- | Component wordt gewaardeerd met methode van gedisconteerde kasstromen en optiecomponent wordt gewaardeerd |
| kenmerken | op | |
| basis van een optie-waarderingsmodel. | ||
| Achtergestelde obligaties of vorderingen | Achtergestelde activa | Waardering is gebaseerd op prijzen verkregen van brokers |
| in een inactieve markt (niveau 3). | ||
| Private equity | Private equity en | Over het algemeen gebaseerd op de waarderingsrichtlijnen |
| Niet-beursgenoteerde deelnemingen van de European Venture Capital Association, met gebruik van | ||
| beleggingen | enterprise value/EBITDA, koers/kasstroom, | |
| koers/winst enz. | ||
| Preferente aandelen (niet beursgenoteerd) | Preferente aandelen | Als het aandeel wordt geclassificeerd als vreemd vermogen, |
| wordt een model voor gedisconteerde kasstromen gebruikt. |
Ageas heeft een beleid geformuleerd om de onzekerheden met betrekking tot de berekening van reële waarde door middel van waarderingsmethoden en interne modellen te kunnen kwantificeren en bewaken. Gerelateerde onzekerheden worden benoemd in het modelrisicoconcept.
Modelrisico ontstaat wanneer de productwaarderingsmethode die gehanteerd wordt nog niet is gestandaardiseerd, of wanneer gebruik wordt gemaakt van inputgegevens die niet rechtstreeks in de markt zichtbaar zijn, maar op aannames zijn gebaseerd.
De ontwikkeling van nieuwe, geavanceerde producten in de markt heeft geleid tot de ontwikkeling van wiskundige modellen waarmee deze producten kunnen worden gewaardeerd. Deze modellen repliceren het complexe patroon van de functie van een optie op basis van aannames over het stochastische gedrag van de onderliggende variabelen, numerieke algoritmen en andere theoretische benaderingen die nodig zijn om de complexiteit van het financiële instrument na te bootsen.
Voorts zijn de onderliggende hypothesen van een model afhankelijk van de algemene marktomstandigheden (specifieke rentestanden, volatiliteit etc.) op het moment van ontwikkeling van het model. Er bestaat geen garantie dat het model nog steeds de juiste resultaten weergeeft wanneer marktcondities radicaal veranderen.
Eventuele modelonzekerheden worden zo precies mogelijk gekwantificeerd. Dit vormt de basis voor de aanpassing van de reëlewaardeberekening door de waarderingsmethoden en interne modellen.
32 Verzekeringspremies
Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf voor het jaar eindigend op 31 december.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Bruto premie-inkomen Leven | 5.755,9 | 6.268,5 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 4.304,7 | 4.342,2 |
| Algemeen en eliminaties | - 1,0 | - 0,3 |
| Totaal bruto premie-inkomen | 10.059,6 | 10.610,4 |
| 2017 | 2016 | |
| Netto premies Leven | 4.107,5 | 4.889,3 |
| Netto premies Niet-leven | 4.148,0 | 4.112,3 |
| Algemeen en eliminaties | - 1,0 | - 0,3 |
| Totaal netto premies | 8.254,5 | 9.001,3 |
Leven
In de onderstaande tabel worden de bruto premie-inkomsten Leven weergegeven per 31 december.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 171,3 | 116,6 |
| Geboekte periodieke premies | 87,1 | 83,2 |
| Totaal unit-linked contracten | 258,4 | 199,8 |
| Niet unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 279,4 | 269,3 |
| Geboekte periodieke premies | 829,2 | 833,8 |
| Totaal collectief | 1.108,6 | 1.103,1 |
| Geboekte eenmalige premies | 308,1 | 352,1 |
| Geboekte periodieke premies | 431,6 | 578,8 |
| Totaal individueel | 739,7 | 930,9 |
| Totaal niet unit-linked contracten | 1.848,3 | 2.034,0 |
| Beleggingscontracten met DPF | ||
| Geboekte eenmalige premies | 1.581,5 | 2.249,4 |
| Geboekte periodieke premies | 453,1 | 451,6 |
| Totaal beleggingscontracten met DPF | 2.034,6 | 2.701,0 |
| Geboekte premies Leven | 4.141,3 | 4.934,8 |
| Geboekte eenmalige premies | 1.578,4 | 1.270,6 |
| Geboekte periodieke premies | 36,2 | 63,1 |
| Premies inzake beleggingscontracten | 1.614,6 | 1.333,7 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 5.755,9 | 6.268,5 |
Het bruto premie-inkomen Leven bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Bruto premies Leven | 4.141,3 | 4.934,8 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 33,8 | - 45,5 |
| Netto premies Leven | 4.107,5 | 4.889,3 |
Niet-leven
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de nettopremies Niet-leven per 31 december. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige zijn samengevoegd onder overige Niet-leven.
| Ongevallen | Brand & schade | ||
|---|---|---|---|
| 2017 | & ziekte | en overige | Totaal |
| Bruto geboekte premies | 911,7 | 3.393,0 | 4.304,7 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | 47,0 | 47,0 | |
| Bruto verdiende premies | 911,7 | 3.440,0 | 4.351,7 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 31,0 | - 164,7 | - 195,7 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | 2,9 | - 10,9 | - 8,0 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 883,6 | 3.264,4 | 4.148,0 |
| Ongevallen | Brand & schade | ||
| 2016 | & ziekte | en overige | Totaal |
| Bruto geboekte premies | 867,3 | 3.474,9 | 4.342,2 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | - 2,0 | - 7,7 | - 9,7 |
| Bruto verdiende premies | 865,3 | 3.467,2 | 4.332,5 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 32,0 | - 183,7 | - 215,7 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | 4,7 | - 9,2 | - 4,5 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 838,0 | 3.274,3 | 4.112,3 |
De verdeling van de ontvangen nettopremies Niet-leven per verzekeringssegment is als volgt.
| Ongevallen | Brand & schade | ||
|---|---|---|---|
| 2017 | & ziekte | en overige | Totaal |
| België | 480,5 | 1.380,3 | 1.860,8 |
| VK | 30,1 | 1.463,1 | 1.493,2 |
| Continentaal Europa | 372,8 | 395,2 | 768,0 |
| Herverzekering | 0,2 | 25,8 | 26,0 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 883,6 | 3.264,4 | 4.148,0 |
| Ongevallen | Brand & schade | ||
| 2016 | & ziekte | en overige | Totaal |
| België | 471,5 | 1.364,6 | 1.836,1 |
| VK | 38,5 | 1.559,9 | 1.598,4 |
| Continentaal Europa | 327,7 | 336,0 | 663,7 |
| Herverzekering | 0,3 | 13,8 | 14,1 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 838,0 | 3.274,3 | 4.112,3 |
33 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten
De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten per 31 december.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Rentebaten | ||
| Rentebaten op geldmiddelen en kasequivalenten | 1,0 | 3,5 |
| Rentebaten op leningen aan banken | 18,0 | 17,3 |
| Rentebaten op beleggingen | 1.734,0 | 1.921,2 |
| Rentebaten op leningen aan klanten | 202,7 | 210,8 |
| Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | - 2,5 | - 1,7 |
| Overige rentebaten | 2,3 | 13,3 |
| Totaal rentebaten | 1.955,5 | 2.164,4 |
| Dividenden op aandelen | 144,4 | 136,2 |
| Huurbaten uit vastgoedbeleggingen | 221,8 | 237,9 |
| Opbrengsten parkeergarage | 412,5 | 349,0 |
| Overige beleggingsbaten | 19,8 | 51,2 |
| Totaal rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten | 2.754,0 | 2.938,7 |
34 Resultaat op verkoop en herwaarderingen
De onderstaande tabel geeft een specificatie van het resultaat op verkoop en herwaarderingen voor het jaar eindigend op 31 december.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Obligaties aangehouden voor verkoop | 26,7 | 98,8 |
| Aandelen aangehouden voor verkoop | 52,8 | 22,2 |
| Financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden | 2,2 | - 15,3 |
| Vastgoedbeleggingen | 2,2 | 38,1 |
| Gerealiseerde winst (verlies) | ||
| op de verkoop van aandelen van dochtermaatschappijen en deelnemingen | 204,7 | 495,7 |
| Beleggingen in deelnemingen | 2,9 | 0,3 |
| Materiële vaste activa | 2,1 | 2,1 |
| Activa en verplichtingen tegen reële waarde | ||
| met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 7,6 | 1,5 |
| Afdekkingsresultaten | - 2,6 | 3,8 |
| Overige | - 20,1 | - 1,5 |
| Totaal resultaat op verkoop en herwaarderingen | 278,5 | 645,7 |
De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.
Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.
De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.
De meerwaarde op de verkoop van aandelen van dochterondernemingen en deelnemingen van EUR 0,2 miljard in 2017 heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van Cargeas en de verkoop van 50% van BG1. De EUR 0,5 miljard in 2016 heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van de levensverzekeringsactiviteiten in Hongkong. Deze desinvesteringen worden gedetailleerder toegelicht in noot 3 Overnames en desinvesteringen.
35 Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten
De baten inzake unit-linked contracten zijn als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - verzekeringscontracten | 131,3 | 69,2 |
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - beleggingscontracten | 448,2 | 127,3 |
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) | 579,5 | 196,5 |
| Beleggingsbaten - verzekeringscontracten | 7,1 | 6,4 |
| Beleggingsbaten - beleggingscontracten | 199,3 | 222,8 |
| Gerealiseerde beleggingsbaten | 206,4 | 229,2 |
| Totaal baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 785,9 | 425,7 |
36 Aandeel in het resultaat van deelnemingen
Het aandeel in het resultaat van deelnemingen per 31 december wordt hieronder voor de belangrijkste deelnemingen toegelicht.
| Aandeel in | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Totale | Totale | Netto | % | resultaat van | |
| baten | lasten | resultaat | belang | deelnemingen | |
| 2017 | (100% belang) | (100% belang) | (100% belang) | Ageas | (Ageas deel) |
| Taiping Holdings | 16.835,4 | - 16.002,6 | 832,8 | 20,0% - 24,9% | 205,1 |
| Muang Thai Group Holding | 3.287,6 | - 3.047,7 | 239,9 | 7,8% - 30,9% | 71,9 |
| Mayban Ageas Holding Berhad | 1.538,4 | - 1.379,4 | 159,0 | 31,0% | 49,2 |
| Cardif Lux Vie | 4.558,0 | - 4.516,8 | 41,2 | 33,3% | 13,7 |
| Aksigorta | 406,3 | - 372,9 | 33,4 | 36,0% | 12,0 |
| Tesco Insurance Ltd | 446,3 | - 419,8 | 26,5 | 50,1% | 13,3 |
| BG1 | 10,7 | - 5,5 | 5,2 | 50,0% | 2,6 |
| DTHP | 50,9 | - 71,0 | - 20,1 | 33,0% | - 6,6 |
| East West Ageas Life | 15,5 | - 31,5 | - 16,0 | 50,0% | - 8,0 |
| Evergreen | 18,8 | - 10,0 | 8,8 | 35,7% | 3,1 |
| Predirec | 1,9 | - 1,3 | 0,6 | 29,5% | 0,2 |
| IDBI Federal Life Insurance | 310,2 | - 293,4 | 16,8 | 26,0% | 4,4 |
| Royal Park Investments | 16,3 | - 9,5 | 6,8 | 44,7% | 3,0 |
| MB Ageas Life JSC | 7,7 | - 17,1 | - 9,4 | 32,0% | - 3,0 |
| Overige | 48,9 | ||||
| Totaal aandeel in het resultaat van deelnemingen | 409,8 | ||||
| Aandeel in | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Totale | Totale | Netto | % | resultaat van | |
| baten | lasten | resultaat | belang | deelnemingen | |
| 2016 | (100% belang) | (100% belang) | (100% belang) | Ageas | (Ageas deel) |
| Taiping Holdings | 14.378,5 | - 13.953,0 | 425,5 | 20,0% - 24,9% | 105,5 |
| Muang Thai Group Holding | 3.024,1 | - 2.784,4 | 239,7 | 7,8% - 30,9% | 70,2 |
| Mayban Ageas Holding Berhad | 1.339,2 | - 1.209,5 | 129,7 | 31,0% | 40,1 |
| Cardif Lux Vie | 3.618,5 | - 3.589,9 | 28,6 | 33,3% | 9,6 |
| Aksigorta | 362,8 | - 341,7 | 21,1 | 36,0% | 7,6 |
| Tesco Insurance Ltd | 487,1 | - 528,5 | - 41,4 | 50,1% | - 20,7 |
| DTHP | 112,6 | - 101,4 | 11,2 | 33,0% | 3,7 |
| East West Ageas Life | 5,6 | - 17,4 | - 11,8 | 50,0% | - 5,8 |
| Evergreen | 21,9 | - 5,8 | 16,1 | 35,7% | 5,7 |
| Predirec | 3,8 | - 0,2 | 3,6 | 29,4% | 1,1 |
| IDBI Federal Life Insurance | 231,0 | - 230,8 | 0,2 | 26,0% | 0,1 |
| Royal Park Investments | 83,7 | - 21,4 | 62,3 | 44,7% | 27,9 |
| MB Ageas Life JSC | 0,7 | - 1,3 | - 0,6 | 32,0% | - 0,2 |
| Overige | 5,0 | ||||
| Totaal aandeel in het resultaat van deelnemingen | 249,8 |
37 Commissiebaten
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de commissiebaten per 31 december.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Commissiebaten | ||
| Herverzekering | 29,2 | 29,9 |
| Verzekeringen en beleggingen | 145,3 | 142,6 |
| Vermogensbeheer | 29,2 | 31,0 |
| Garantie- en bereidstellingcommissies | 1,5 | 1,3 |
| Overige servicevergoedingen | 74,6 | 166,0 |
| Totaal commissiebaten | 279,8 | 370,8 |
De regel 'Overige servicevergoedingen' heeft voornamelijk betrekking op vergoedingen ontvangen van Ageas makelaars voor de verkoop van verzekeringspolissen aan derde partijen.
38 Overige baten
De overige baten per 31 december bestaan uit de volgende componenten.
| 2017 | 2016 |
|---|---|
| 6,2 | 41,6 |
| 47,6 | 48,3 |
| 105,9 | 109,5 |
| 159,7 | 199,4 |
De regel 'Overige' bevat met name de doorfacturering van servicekosten in verband met huuractiviteiten.
39 Schadelasten en uitkeringen
De opbouw van de schadelasten en uitkeringen, na herverzekering, zoals per 31 december verantwoord in de resultatenrekening is als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Levensverzekeringen | 4.943,1 | 5.852,5 |
| Niet-levensverzekeringen | 2.518,9 | 2.808,0 |
| Algemene rekening en eliminaties | 0,3 | - 0,8 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen, netto | 7.462,3 | 8.659,7 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Uitkeringen en afkopen, bruto | 5.007,9 | 4.448,3 |
| Wijzigingen in verplichtingen levensverzekering, bruto | - 48,4 | 1.422,3 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto | 4.959,5 | 5.870,6 |
| Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen | - 16,4 | - 18,1 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto | 4.943,1 | 5.852,5 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Schaden, bruto | 2.463,8 | 2.649,4 |
| Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto | 338,4 | 314,9 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto | 2.802,2 | 2.964,3 |
| Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden | - 91,0 | - 83,0 |
| Aandeel herverzekeraars in wijziging | ||
| in verplichtingen inzake verzekeringscontracten | - 192,3 | - 73,3 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto | 2.518,9 | 2.808,0 |
40 Financieringslasten
De onderstaande tabel toont de financieringslasten naar product per 31 december.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Financieringslasten | ||
| Achtergestelde verplichtingen | 68,4 | 75,0 |
| Schulden | 21,0 | 24,7 |
| Overige financieringen | 1,1 | 11,6 |
| Derivaten | 7,5 | 8,1 |
| Overige verplichtingen | 18,8 | 47,8 |
| Totaal financieringslasten | 116,8 | 167,2 |
41 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen
De wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen per 31 december kunnen als volgt worden gespecificeerd.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op: | ||
| Beleggingen in obligaties | 0,2 | 1,2 |
| Beleggingen in aandelen en overige beleggingen | 14,1 | 56,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 2,4 | 1,1 |
| Vorderingen | 0,6 | 1,3 |
| Herverzekering en overige vorderingen | - 0,1 | - 2,6 |
| Materiële vaste activa | 2,6 | - 1,4 |
| Goodwill en overige immateriële activa | 1,3 | 2,1 |
| Beleggingen in deelnemingen | 6,1 | |
| Overlopende rente en overige activa | 0,7 | 0,1 |
| Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 21,8 | 64,7 |
42 Commissielasten
De samenstelling van de commissielasten per 31 december is als volgt.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Commissielasten | ||
| Effecten | 0,4 | 1,1 |
| Tussenpersonen | 1.075,6 | 1.138,4 |
| Vermogensbeheer | 15,0 | 16,0 |
| Bewaarneming | 5,4 | 4,3 |
| Overige commissielasten | 14,3 | 17,5 |
| Totaal commissielasten | 1.110,7 | 1.177,3 |
43 Personeelskosten
De personeelskosten zijn per 31 december als volgt te specificeren.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Personeelslasten | ||
| Salarissen | 578,2 | 603,1 |
| Sociale zekerheidslasten | 129,5 | 127,4 |
| Lasten pensioenregelingen op basis van | ||
| pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 41,5 | 44,8 |
| Lasten pensioenregelingen op basis van beschikbare premies | 13,1 | 14,5 |
| Op aandelen gebaseerde beloning | 5,4 | 5,5 |
| Overige | 57,7 | 50,7 |
| Totaal personeelskosten | 825,4 | 846,0 |
Overige is inclusief de kosten van de vertrekregelingen, herstructureringskosten en niet-monetaire voordelen voor personeel zoals leaseauto's, onkosten en verzekeringspremies.
In noot 7 sectie 7.1 Personeelsvergoedingen is nadere informatie te vinden over de personele vergoedingen na dienstverband en andere langetermijnpersoneelsbeloningen, waaronder pensioenkosten uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen en toegezegde-bijdrageregelingen.
44 Overige lasten
De overige lasten kunnen per 31 december als volgt worden gespecificeerd.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Afschrijving van materiële vaste activa | ||
| Gebouwen voor eigen gebruik | 36,9 | 37,0 |
| Verbeteringen aan gehuurde objecten | 5,3 | 6,0 |
| Vastgoedbeleggingen | 91,3 | 95,1 |
| Bedrijfsmiddelen | 33,6 | 36,2 |
| Afschrijving van immateriële vaste activa | ||
| Gekochte software | 9,5 | 12,6 |
| Zelf ontwikkelde software | 3,7 | 3,6 |
| Value of Business acquired (VOBA) | 17,3 | 24,2 |
| Overige immateriële vaste activa | 21,5 | 18,9 |
| Overige | ||
| Lasten op operationele lease en gerelateerde lasten | 22,2 | 54,3 |
| Operationele en overige directe kosten verband houdend | ||
| met vastgoedbeleggingen | 55,1 | 55,3 |
| Operationele en overige directe kosten verband houdend | ||
| met vastgoed voor eigen gebruik | 195,9 | 191,9 |
| Advieskosten | 137,7 | 146,1 |
| Geactiveerde overlopende acquisitiekosten | - 409,3 | - 427,6 |
| Afschrijving overlopende acquisitiekosten | 394,5 | 397,3 |
| Marketing en public relations | 58,0 | 69,3 |
| IT-kosten | 158,5 | 138,0 |
| Onderhouds- en reparatiekosten | 21,5 | 21,9 |
| Kostprijs van vastgoed aangehouden voor verkoop | 5,7 | 40,4 |
| Overige | 258,5 | 262,6 |
| Totaal overige lasten | 1.117,4 | 1.183,1 |
De regel 'operationele en overige directe kosten verbandhoudend met vastgoedbeleggingen' wordt deels gecompenseerd door inkomsten zoals verwerkt in noot 38 overige baten.
Onder de post 'overige' valt in 2017 en 2016 reis- en verblijfkosten, porto en telefonie, uitzendkrachten en opleidingskosten van personeel.
44.1 Accountantskosten
Onder de post 'Advieskosten' vallen de aan de accountants van Ageas betaalde vergoedingen.
Voor 2017 en 2016 zijn deze als volgt samengesteld:
- vergoedingen voor controleopdrachten: hierbij zijn inbegrepen de vergoedingen voor het controleren van de statutaire en geconsolideerde jaarrekening(en), de beoordeling van het tussentijds financieel verslag en de beoordeling van het Embedded value rapport;
- vergoedingen voor controle gerelateerde opdrachten: hierbij zijn inbegrepen vergoedingen voor werkzaamheden verricht in het kader van prospectussen, vergoedingen voor bijzondere controles en advisering die geen verband houdt met statutaire controles;
- vergoedingen voor belastingadviezen;
- overige niet-controle gerelateerde vergoedingen: dit betreft onder meer kosten van ondersteuning en advisering.
De accountantsvergoedingen zijn als volgt te specificeren per 31 december.
| 2017 | 2016 | |||
|---|---|---|---|---|
| Statutaire | Overige | Statutaire | Overige | |
| accountants | accountants | accountants | accountants | |
| Ageas | Ageas | Ageas | Ageas | |
| Accountantskosten | 4,8 | 1,9 | 4,6 | 1,3 |
| Controle-gerelateerde kosten | 0,2 | 0,8 | 0,1 | |
| Belastingadvieskosten | 0,3 | 0,2 | ||
| Overige niet-controlegerelateerde kosten | 0,1 | 0,2 | 0,2 | 0,2 |
| Totaal | 5,4 | 2,1 | 5,8 | 1,6 |
45 Belastingen op de winst
De details van de winstbelastingen per 31 december zijn hieronder weergegeven.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Belasting over het boekjaar | 257,0 | 263,2 |
| In de periode verwerkte aanpassingen | ||
| voor actuele belastingen voorgaande jaren | - 7,1 | 0,8 |
| Voorheen niet erkende belastingverliezen, belastingfaciliteiten en overige | ||
| tijdelijke verschillen die uitgestelde winstbelastingen verhogen (verminderen) | 0,7 | |
| Totaal actuele belastinglast | 249,9 | 264,7 |
| Uitgestelde belastingen van het boekjaar | 25,0 | - 15,8 |
| Invloed belastingtariefwijzigingen op uitgestelde belastingen | - 6,3 | 1,3 |
| Uitgestelde belastingen voortvloeiend uit de afschrijving of de | ||
| (afboeking) van een afschrijving van een uitgestelde belastingvordering | 1,2 | 3,3 |
| Voorheen niet verwerkte belastingverliezen, belastingfaciliteiten | ||
| en overige tijdelijke verschillen die uitgestelde winstbelastingen verminderen | - 11,6 | - 41,6 |
| Totaal uitgestelde belastinglasten | 8,3 | - 52,8 |
| Totaal belastingen | 258,2 | 211,9 |
Hieronder volgt een afstemming van de verwachte winstbelastingen op de feitelijke winstbelastingen. Vanwege de consolidatie van de financiële verslaggeving door de Belgische topholding ageas SA/NV, wordt als belastingpercentage voor de groep het geldend belastingpercentage voor vennootschapsbelasting in België gehanteerd. Afwijkingen tussen de verwachte winstbelastingen en de feitelijke winstbelastingen in de verschillende rechtsgebieden waar de Ageas Groep actief is en die het gevolg zijn van lokale belastingwetten en –regels, worden opgenomen tegen de van toepassing zijnde lokale belastingpercentages en kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Resultaat voor belastingen | 1.108,2 | 434,7 |
| Toepasselijk belastingpercentage voor de groep | 33.99% | 33.99% |
| Verwachte winstbelastingen | 376,7 | 147,7 |
| Stijging (daling) tegen lokale belastingen als gevolg van: | ||
| Fiscaal vrijgestelde inkomsten (inclusief dividend en vermogenswinsten) | - 93,0 | - 146,1 |
| Aandeel in nettoresultaat van deelnemingen en joint ventures | - 105,6 | - 65,5 |
| Niet-aftrekbare posten | 25,9 | 20,9 |
| Voorheen niet opgenomen belastingverliezen en tijdelijke verschillen | - 15,2 | - 44,9 |
| Waardevermindering en terugname van | ||
| waardevermindering van uitgestelde belastingvorderingen, | ||
| inclusief niet-verrekenbaar geachte belastingverliezen van het huidig jaar | 111,9 | 313,0 |
| Invloed van wijziging belastingtarief op tijdelijke verschillen | - 6,9 | 1,3 |
| Invloed van afwijkende buitenlandse belastingtarieven | - 56,4 | - 30,1 |
| Aanpassingen voor actuele en uitgestelde belastingen van voorgaande jaren | - 13,2 | 4,5 |
| Uitgestelde belastingen op investeringen in dochterondernemingen, | ||
| deelnemingen en Joint Ventures | 15,0 | 16,6 |
| Notionele interest aftrek | - 2,4 | - 12,4 |
| Lokale winstbelasting (staat/stad/regio/gemeente) | 0,7 | - 0,3 |
| Overige | 20,7 | 7,2 |
| Werkelijke winstbelastingen | 258,2 | 211,9 |
Het groeps-belastingpercentage voor 2017 is terug naar het normale niveau nadat het jaar 2016 zwaar was beïnvloed door de opname in de Algemene Rekening, zonder enige belastingverlichting, van de kosten voor de voorgestelde schikking voor het Fortis verleden.
Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans
46 Voorwaardelijke verplichtingen
46.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures
De Ageas Groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde in een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.
Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (zoals acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in september/oktober 2007, aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan het worden betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures en een strafrechtelijke procedure in België.
Ageas ontkent dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Als deze juridische acties succesvol zouden blijken, zouden zij een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie van Ageas. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.
Op 14 maart 2016 kondigde Ageas een schikking aan met verscheidene claimantenorganisaties die aandeelhouders vertegenwoordigen in collectieve procedures voor de Belgische en Nederlandse rechtbanken (de "Schikking"). Op 23 mei 2016 hebben de partijen bij de Schikking, Ageas, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis, VEB en Stichting FORsettlement, het Gerechtshof Amsterdam verzocht de Schikking bindend te verklaren voor alle in aanmerking komende Fortis aandeelhouders die niet binnen een bepaalde periode opteren voor een opt-out, overeenkomstig de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade. Ageas heeft ondertussen tevens een overeenkomst bereikt met mr. Arnauts en mr. Lenssens, twee Brusselse advocaten die namens een aantal eisers juridische stappen hebben genomen tegen Ageas, en in 2017 met de in Luxemburg gevestigde onderneming Archand s.à.r.l. en hieraan verbonden personen, om de Schikking te steunen.
De Schikking wordt pas definitief (i) als het Amsterdams Gerechtshof de Schikking bindend verklaart en (ii) als op het einde van de opt-out periode de overeengekomen opt-out drempel niet is overschreden behalve als Ageas afstand heeft gedaan van haar recht de Schikking te beëindigen. Op 24 maart 2017 hield het Gerechtshof te Amsterdam een openbare hoorzitting. Tijdens deze zitting hoorde het Hof het verzoek om het schikkingsakkoord bindend te verklaren, alsook de argumenten die ertegen werden ingebracht. Op 16 juni 2017 nam het Hof de tussentijdse beslissing om de schikking in de huidige vorm niet bindend te verklaren. De verzoekers kregen de gelegenheid om voor uiterlijk 17 oktober 2017 een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel bij het Hof in te dienen. Per 16 oktober 2017 heeft Ageas besloten een ultieme bijkomende inspanning van EUR 100 miljoen te doen (en bevestigde dit voornemen in een persbericht).
Bij het Gerechtshof te Amsterdam werd op 16 oktober 2017 een verlenging van de indieningsperiode met 8 weken aangevraagd. Het Gerechtshof te Amsterdam willigde dit verzoek in. Op 12 december 2017 dienden de partijen een aangevuld en gewijzigd schikkingsvoorstel in. Op 16 maart 2018 staat een openbare zitting gepland, uitsluitend over de vergoedingen en de winstmodellen van de claimantenorganisaties. Op 27 maart 2018 wordt een tweede openbare zitting gehouden die zich richt op de effecten van het schikkingsakkoord.
I. Procedures gedekt door de Schikking
1. CIVIELE PROCEDURES INGESTELD DOOR AANDEELHOUDERS OF AANDEELHOUDERSVERENIGINGEN
Een voorziening van EUR 1,1 miljard werd geboekt voor de Schikking, met inbegrip van een voorziening van EUR 54 miljoen voor het restrisico, geschat op 4% van het totale schikkingsbedrag (zie noot 26 Voorzieningen).
De partijen bij de Schikking hebben zich ertoe verbonden hun procedures tegen Ageas te schorsen en hebben hun advocaten in die zin geïnstrueerd. Bovendien zijn vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bij het Amsterdams Gerechtshof alle procedures in Nederland hieronder vermeld in sectie 1.1 van rechtswege geschorst.
Voormelde partijen hebben zich er tevens toe verbonden hun procedures definitief te beëindigen als de schikking definitief is. Deminor zal zich inspannen om de procedure te beëindigen door de claimanten die zij vertegenwoordigt te verzoeken instructies in die zin te geven overeenkomstig art. 821 Gerechtelijk Wetboek.
Deze procedures in België en Nederland (i) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008 en/of (ii) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008.
1.1 In Nederland
1.1.1 VEB
Op 19 januari 2011 heeft de VEB ("Vereniging van Effectenbezitters") een collectieve actie ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormden door Fortis, door financiële instellingen die betrokken waren bij de kapitaalverhoging in september/oktober 2007 en/of door sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of van sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de eerder genoemde financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.
1.1.2 Stichting FortisEffect
Stichting FortisEffect en een aantal personen, vertegenwoordigd door mr. De Gier, hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de collectieve actie van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, dan wel de betaling van schadevergoeding als alternatief. Op 29 juli 2014, heeft het Gerechtshof Amsterdam beslist dat de verkoop van de Nederlandse Fortisonderdelen in 2008 onaangetast blijft. Het Hof oordeelde echter ook dat Fortis in de periode van 29 september tot en met 1 oktober 2008 misleidende en onvolledige informatie verstrekt heeft aan de markt. Het Hof concludeerde dat Ageas de schade die de betrokken aandeelhouders daardoor geleden hebben, moet vergoeden. De omvang van eventuele vergoedingen moet in aparte procedures worden bepaald. Ageas heeft in oktober 2014 bij de Hoge Raad een cassatieberoep ingediend tegen het arrest van het Gerechtshof. Stichting FortisEffect heeft eveneens cassatieberoep aangetekend bij de Hoge Raad, onder meer omdat het Gerechtshof oordeelde dat de communicatie van de Nederlandse Staat niet misleidend was. Vermits de procedure van FortisEffect tegen de Nederlandse Staat niet gedekt is door de Schikking, werd het cassatieberoep tegen de Nederlandse Staat niet geschorst. Op 30 september 2016 verwierp de Hoge Raad het beroep met betrekking tot de communicatie van de Nederlandse Staat.
1.1.3 Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF)
Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van vermeende misleidende communicatie door Fortis gedurende de periode 2007-2008. SICAF beweert onder meer (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.
Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde Stichting, namens en samen met een aantal geïdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid.
1.1.4 Vorderingen namens individuele aandeelhouders
In een procedure die werd ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Bos, oordeelde de rechtbank van Utrecht op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en in voorkomend geval, de hoogte ervan moet worden bepaald. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit, of verband zou houden met, de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis Groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert mr. Bos schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie over (i) Fortis' subprime blootstelling in 2007/2008, (ii) de solvabiliteit van Fortis in de periode januari – juni 2008, (iii) de voorwaarden die door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO en (iv) de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van Fortis op 26 september 2008.
Sinds 1 augustus 2014 stelde mr. Meijer vijf afzonderlijke procedures in, elk namens een individuele eiser, bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd om het verlies te compenseren als gevolg van de vermeende miscommunicatie door Fortis in de periode september 2007 tot september 2008.
Op 23 september 2014 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege de misleidende communicatie door Fortis tussen 29 september 2008 en 1 oktober 2008 zoals vastgesteld in de uitspraak van 29 juli 2014 in de zaak FortisEffect. Op 1 april 2015 heeft de rechtbank besloten dat deze procedure zal worden samengevoegd met de eerste twee Meijer procedures.
Op 11 mei 2015 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas en een voormalig topmanager van Fortis bij de rechtbank van Amsterdam, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege misleidende communicatie over de financiële positie van Fortis.
1.1.5 Stichting Fortisclaim
Op 10 juni 2016 heeft de Stichting Fortisclaim tegen Ageas een collectieve procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht met betrekking tot (i) Fortis' beleid inzake solvabiliteit na de overname van ABN Amro en (ii) diverse mededelingen gedaan door Fortis tussen 24 mei 2007 en 3 oktober 2008 inzake haar subprime blootstelling, solvabiliteit, liquiditeit en haar positie na het eerste reddingsweekend in september 2008.
1.2 In België
1.2.1 Modrikamen
Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Op 23 oktober 2015 verwierp het Hof van Cassatie dit beroep. Tot op heden wordt de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers wordt nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50 % van de eisers onontvankelijk. Op 29 april 2016 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel beslist de zaak te schorsen in afwachting van het resultaat van de strafprocedure.
1.2.2 Deminor
Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25 % van de eisers onontvankelijk.
1.2.3 Overige vorderingen namens individuele aandeelhouders
Op 12 september 2012 hebben Patripart, een (voormalige) Fortis aandeelhouder, en haar moedermaatschappij Patrinvest een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. Op 1 februari 2016 verwierp de rechtbank de vordering over de hele lijn. Op 16 maart 2016 heeft Patrinvest beroep aangetekend bij het Brusselse Hof van Beroep.
Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.
Op 25 juni 2013 werd een gelijkaardige procedure gestart voor dezelfde rechtbank door twee aandeelhouders. Deze eisers verzoeken hun zaak met de zaak Deminor samen te voegen. Ondertussen hebben de eisers ingestemd met een opschorting van hun zaak naar een nog niet bepaalde datum.
Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.
II Procedures niet gedekt door de Schikking
2. ADMINISTRATIEVE PROCEDURE IN BELGIË
De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van EUR 500.000. Op 24 september 2015 oordeelde het Hof van beroep in Brussel over de beslissing van de sanctiecommissie en besliste Ageas een lagere boete van EUR 250.000 op te leggen voor het verspreiden van misleidende informatie op 12 juni 2008. Om procedurele redenen was er een Franstalige en een Nederlandstalige procedure. In elke procedure werd er op 24 september 2015 een besluit genomen door het Hof van beroep in Brussel. Ageas heeft op 24 augustus 2016 tegen de Franstalige uitspraak beroep aangetekend bij het Hof van Cassatie. Ageas heeft op 14 juni 2017 tegen de Nederlandstalige uitspraak beroep aangetekend bij het Hof van Cassatie.
3. STRAFPROCEDURE IN BELGIË
In België loopt sinds oktober 2008 een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In februari 2013 heeft de procureur des Konings zijn vordering ingediend met volgende ten lasteleggingen: (i) foutieve jaarrekening 2007 door de overschatting van subprime-gerelateerde activa, (ii) aanzetting om in te tekenen op de kapitaalverhoging in 2007 op basis van verkeerde informatie en (iii) publicatie van in meerdere gevallen verkeerde of onvolledige informatie over de subprime blootstelling tussen augustus 2007 en april 2008. Daar verschillende betrokken partijen om aanvullend onderzoek hebben gevraagd en dit verzoek is gehonoreerd, is de hoorzitting voor de Raadkamer uitgesteld naar een nog niet bepaalde datum. In de huidige stand van het onderzoek vordert de procureur des Konings de verwijzing van Ageas naar de correctionele rechtbank niet.
4. OVERIGE JURIDISCHE PROCEDURES
4.1 Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)
De Mandatory Convertible Securities uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV (nu BNP Paribas Fortis SA/NV), Fortis SA/NV en Fortis N.V. (beide nu ageas SA/NV), werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Voor 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie, dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCShouders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd. Op 29 maart 2018 zal een procedurele zitting plaatsvinden.
4.2 Procedures ingeleid door RBS
Op 1 april 2014 startte Royal Bank of Scotland (RBS) twee juridische procedures tegen Ageas en andere partijen: (i) een procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel waar RBS aanspraak maakt op een bedrag van EUR 75 miljoen op basis van een vermeende garantie die door Fortis zou zijn verstrekt in 2007 in het kader van een aandelentransactie tussen ABN AMRO Bank (nu RBS) en Mellon en (ii) een arbitrageprocedure voor het ICC in Parijs waar RBS aanvankelijk aanspraak maakte op een totaalbedrag van EUR 135 miljoen, te weten de vermeende garantie van EUR 75 miljoen vermeerderd met EUR 60 miljoen op basis van een "escrow" arrangement. In maart 2016 heeft RBS deze laatste vordering van EUR 60 miljoen laten vallen. Na de hoorzittingen in januari 2017 voor het ICC-arbitragehof heeft RBS ingestemd om de procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel in te trekken. Op 29 januari 2018 informeerde het ICCarbitragehof Ageas ten gunste van Ageas te hebben beslist. Alle claims van RBS zijn afgewezen.
5. VRIJWARINGSBEDINGEN
In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.
Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken bij de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.
In het kader van een schikking met de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, met betrekking tot de gebeurtenissen en ontwikkelingen rond de voormalige Fortis groep in 2007 en 2008, heeft Ageas een vrijwaring verleend aan de verzekeraars voor het totale dekkingsbedrag van de betrokken polissen. Daarnaast ging Ageas ook vrijwaringsverbintenissen aan ten gunste van enkele voormalige Fortis bestuurders en functionarissen en ten gunste van BNP Paribas Fortis met betrekking tot toekomstige verdedigingskosten, en ten gunste van de bestuurders van de twee Nederlandse stichtingen die in het kader van de Schikking zijn opgericht.
6. ALGEMENE OPMERKINGEN
Als een aangevulde en gewijzigde Schikking definitief wordt, zullen de civiele procedures vermeld in sectie 1 geschikt worden, behalve voor de eisers die tijdig hebben meegedeeld dat ze niet wensen gebonden te zijn door de Schikking. Deze eisers kunnen de procedures tegen Ageas voortzetten of nieuwe starten. Zoals hierboven meegedeeld, werd voor de Schikking een voorziening geboekt van EUR 1,1 miljard, met inbegrip van EUR 52 miljoen voor het restrisico.
Als een aangevulde en gewijzigde Schikking niet wordt uitgevoerd, kunnen de civiele procedures vermeld in sectie 1 worden voortgezet. In die hypothese, en zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun gevolgen in te schatten en te bepalen of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Ageas zal voorzieningen boeken indien, en op het ogenblik dat, het naar de mening van het management en de Raad van Bestuur, in overleg met de juridische adviseurs, meer waarschijnlijk is dan niet dat Ageas in deze zaken een betaling zal moeten doen en er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de hoogte van het bedrag.
Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.
46.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen
In 2007 heeft BNP Paribas Fortis SA/NV CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven, waarbij ageas SA/NV als medeschuldenaar optrad (BNP Paribas Fortis SA/NV was op dat moment een dochteronderneming). Van de oorspronkelijk uitgegeven 12.000 effecten, blijven er 3.791 effecten uitstaan, die een totaal bedrag vertegenwoordigen van EUR 948 miljoen.
De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 3.958.859 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.
De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de Ageas aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.
BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van 3-maands Euribor plus 200 basispunten, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSMverplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
In een akkoord gesloten in 2012, dat onder andere heeft geleid tot een tender en tevens conversie van de CASHES, heeft Ageas ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het brutodividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.
46.3 Overige voorwaardelijke verplichtingen
Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 fuseerde met Cardif Lux International S.A.
Voorts hebben een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van een unitlinked product door het doorrekenen van bepaalde transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata, en eisten tevens een verbod op de doorrekening van de kosten. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Nadat Ageas France hiertegen cassatieberoep had ingesteld bij het Franse Hof van Cassatie, heeft dit Hof van Cassatie op 8 september 2016 het arrest van het Hof van Beroep in Parijs grotendeels vernietigd in het voordeel van Ageas France en de zaak verwezen naar het Hof van Beroep in Versailles.
47 Lease-overeenkomsten
Ageas is lease-overeenkomsten aangegaan voor het verkrijgen van kantoorruimte, kantoorapparatuur, voertuigen en parkeerfaciliteiten. Hierna volgen gegevens over de toekomstige verplichtingen uit hoofde van niet-opzegbare operationele lease-overeenkomsten per 31 december.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Tot 3 maanden | 18,1 | 15,5 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 54,3 | 46,1 |
| 1 jaar tot 5 jaar | 242,1 | 208,1 |
| Langer dan 5 jaar | 381,0 | 386,8 |
| Totaal | 695,5 | 656,5 |
| Jaarlijkse huurlasten: | ||
| Leasebetalingen | 11,9 | 44,0 |
48 Gebeurtenissen na balansdatum
Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van de geconsolideerde jaarrekening van Ageas per 31 december 2017.
Bericht van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas per 31 december 2017, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC) en het Verslag van de Raad van Bestuur in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en toezichtvereisten in België.
De Raad van Bestuur heeft op 27 maart 2018 de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas en het Verslag van de Raad van Bestuur beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.
De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en van onzekerheden waarmee Ageas geconfronteerd wordt en dat de informatie die in deze jaarrekening is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.
De Raad van Bestuur van Ageas verklaart tevens dat het Verslag van de Raad van Bestuur een juist beeld geeft van de ontwikkelingen en resultaten van de dochtermaatschappijen van de groep.
Het jaarverslag van Ageas bestaande uit de Geconsolideerde Jaarrekening en het Verslag van de Raad van Bestuur zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 16 mei 2018.
Brussel, 27 maart 2018
Raad van Bestuur Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Chief Financial Officer Christophe Boizard Chief Risk Officer Filip Coremans Chief Operating Officer Antonio Cano Bestuurders Richard Jackson
Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Yvonne Lang Ketterer Jane Murphy Lionel Perl Lucrezia Reichlin Katleen Vandeweyer Jan Zegering Hadders
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van ageas SA/NV over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2017
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van ageas SA/NV (de "Vennootschap") en zijn dochterondernemingen (samen de "Groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de controle van de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2017, alsook het verslag betreffende de overige door wet-, regelgeving en normen gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 29 april 2015, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2017. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van ageas SA/NV uitgevoerd gedurende 9 opeenvolgende boekjaren.
Verslag over de controle van de geconsolideerde jaarrekening
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening de Groep over het boekjaar afgesloten op 31 december 2017 opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2017, alsook de geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd overzicht van het comprehensive income, het geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum evenals de toelichting bestaande uit een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing. Het totaal van de geconsolideerde balans bedraagt EUR 103.340,8 miljoen, de geconsolideerde resultatenrekening sluit af met een winst van het boekjaar van EUR 850,0 miljoen en het geconsolideerd overzicht van het comprehensive income sluit af met een totaal comprehensive income van het boekjaar van EUR 1.127,5 miljoen.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Groep op 31 december 2017, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Basis voor het oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's). Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Benadrukking van een bepaalde aangelegenheid
Wij vestigen de aandacht op toelichting 26 Voorzieningen bij de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2017, waarin beschreven wordt dat de Groep een voorziening heeft aangelegd van EUR 1,1 miljard met betrekking tot het gewijzigde en bijgewerkte voorstel voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor de gebeurtenissen van 2007 en 2008. De impact van de voorgestelde gewijzigde en bijgewerkte schikking op het netto Groepsresultaat voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2017 bedraagt EUR 100 miljoen. De toelichting beschrijft dat de schikking pas definitief wordt (i) als het Amsterdams Gerechtshof de schikking bindend heeft verklaard en (ii) als op het einde van de opt-out periode de overeengekomen opt-out drempel niet is overschreden of als ageas afstand heeft gedaan van haar recht de schikking te beëindigen. Ons oordeel is niet aangepast met betrekking tot deze aangelegenheid.
Wij vestigen eveneens de aandacht op toelichting 46 Voorwaardelijke verplichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2017, waarin is beschreven dat de Vennootschap is betrokken of kan betrokken worden bij een aantal gerechtelijke procedures en een hangende strafrechtelijke procedure in België als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008. Als deze juridische procedures succesvol zouden blijken, zouden zij een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie van de Groep. Op dit moment zijn deze gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar. Ons oordeel is niet aangepast met betrekking tot deze aangelegenheid.
Kernpunten van de controle
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Waardering van verplichtingen met betrekking tot levensverzekeringscontracten en beleggingscontracten leven
Wij verwijzen naar de rubrieken "Verplichtingen met betrekking tot verzekeringscontracten leven" en "Verplichtingen met betrekking tot beleggingscontracten leven" en naar de toelichtingen nr. 20.1 "Verplichtingen met betrekking tot verzekeringscontracten leven" en nr. 20.2 "Verplichtingen met betrekking tot beleggingscontracten leven" van de geconsolideerde jaarrekening.
Omschrijving
Op 31 december 2017, heeft de Groep EUR 27,5 miljard verplichtingen met betrekking tot levensverzekeringscontracten en EUR 31,4 miljard verplichtingen met betrekking tot beleggingscontracten leven. Deze verplichtingen worden berekend op basis van wettelijk bepaalde actuariële methodes die gebaseerd zijn op vooraf vastgestelde sterftetafels en andere parameters afgeleid uit het contract. Deze verplichtingen vertegenwoordigen een belangrijk bestanddeel in de geconsolideerde balans van de Groep.
Op iedere verslaggevingsdatum wordt de adequaatheid van de verplichtingen met betrekking tot de levensverzekeringscontracten en beleggingscontracten leven nagegaan op basis van een toereikendheidstoets in overeenstemming met IFRS 4 "Verzekeringscontracten". Deze verplichtingen worden verhoogd ten belope van een eventuele ontoereikendheid die zou ontstaan ingevolge de uitvoering van de toereikendheidstoets. De actuariële modellen gebruikt in de berekening van de toereikendheidstoets zijn complex en de bepaling van de assumpties in deze modellen bevat een hoge mate van beoordeling rekening houdend met het feit dat de assumpties op het niveau van de beste schatting worden gehanteerd (en niet langer de parameters die bepaald zijn in de wet en de contractuele voorwaarden). De beoordeling die gepaard gaat met het bepalen van de assumpties kunnen een significante impact hebben op het resultaat van de toereikendheidstoets.
Bovendien omvatten de waarderingsgrondslagen van de Groep de toepassing van "shadow accounting" (een optie onder IFRS 4), en bijgevolg de erkenning van een bijkomende verplichting resulterend uit de toepassing van "shadow accounting", indien vereist.
Onze controlewerkzaamheden
Met de ondersteuning van onze actuarissen en IT specialisten hebben wij de volgende procedures uitgevoerd:
Beoordeling van de opzet en toetsing van de doeltreffendheid van de interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot de actuariële processen voor de bepaling van de verplichtingen met betrekking tot levensverzekeringscontracten en beleggingscontracten leven en de toereikendheidstoets.
- Beoordeling van de geschiktheid van de actuariële methodes die gehanteerd zijn voor de berekening van de verplichtingen met betrekking tot levensverzekeringscontracten en beleggingscontracten leven en van de gehanteerde assumpties (welke gebaseerd zijn op wettelijke en contractuele bepalingen).
- Beoordeling van de door het management voorbereide analyse van de bewegingen van de verplichtingen met betrekking tot levensverzekeringscontracten en beleggingscontracten leven, inclusief de inspectie van mogelijke reconciliatie verschillen.
- Herberekening van de verplichtingen met betrekking tot levensverzekeringscontracten en beleggingscontracten leven voor een steekproef van levensverzekerings- en beleggingscontracten.
- Beoordeling van de consistentie van de actuariële methodes toegepast voor de toereikendheidstoets ten opzichte van voorgaande jaren en of de wijzigingen in de actuariële modellen (inclusief de onderliggende assumpties) in lijn zijn met onze inzichten in de bedrijfsontwikkelingen en onze verwachtingen op basis van marktervaring.
- Herberekening van de kasstromen gebruikt in de toereikendheidstoets voor een steekproef van levensverzekerings- en beleggingscontracten.
- Toetsen van de assumpties die gehanteerd zijn in de toereikendheidstoets met waarnemingen uit voorgaande jaren en waarneembare marktgegevens.
- Beoordeling van de resultaten van de toereikendheidstoets, inclusief een vergelijking van de resultaten van de ene verslaggevingsperiode met de andere.
- Inspectie van de rapporten van de actuariële functie en de motivering van de hierin opgenomen conclusies die als basis dienen voor onze risicoanalyse.
- Testen van de volledigheid en juistheid van de gegevens die gebruikt zijn in de berekeningsprocessen en output van de centrale IT-systemen gebruikt in de berekening van de verplichtingen met betrekking tot levensverzekeringscontracten en beleggingscontracten leven.
- Herberekening van de verplichting voortkomend uit de toepassing van "shadow accounting" op basis van de gegevens (netto niet gerealiseerde meerwaarden) komende uit het ITsysteem met betrekking tot het beleggingsbeheer.
- Beoordeling van de toereikendheid van de relevante toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening.
Waardering van de verplichtingen met betrekking tot verzekeringscontracten niet-leven
Wij verwijzen naar de rubriek "Verplichtingen met betrekking tot verzekeringscontracten niet-leven" van de geconsolideerde balans en naar de toelichting nr. 20.4 "Verplichtingen met betrekking tot verzekeringscontracten niet-leven" van de geconsolideerde jaarrekening.
Omschrijving
Op 31 december 2017 heeft de Groep EUR 7,6 miljard verplichtingen met betrekking tot verzekeringscontracten niet-leven. De inschatting van deze verplichtingen omvat actuariële methodes en vereist een belangrijke mate van beoordeling aangezien deze gebaseerd zijn op schadelasten uit voorgaande jaren, bestaande kennis van gebeurtenissen, verwachtingen met betrekking tot toekomstige ontwikkelingen en algemene voorwaarden van de relevante verzekeringscontracten.
Er dienen schattingen gemaakt te worden voor zowel de verwachte schadelast van de gerapporteerde schadegevallen op balansdatum als van de verwachte schadelast voor de schadegevallen die zijn voorgevallen maar nog niet gerapporteerd werden op balansdatum ("IBNR"). Deze schattingen zijn gevoelig aan verschillende factoren en onzekerheden en vereisen een beoordeling in het bepalen van de onderliggende assumpties.
Onze controlewerkzaamheden
Met de ondersteuning van onze actuarissen en IT specialisten hebben wij de volgende procedures uitgevoerd:
- Beoordeling van de opzet en toetsing van de doeltreffendheid van de interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot de actuariële processen voor de bepaling van de verplichtingen met betrekking tot verzekeringscontracten niet-leven.
- Beoordeling van de consistentie en geschiktheid van de toegepaste actuariële methodes voor alle verzekeringstakken (inclusief de onderliggende assumpties) ten opzichte van voorgaande jaren en of de wijzigingen in de actuariële modellen in lijn zijn met onze inzichten in de bedrijfsontwikkelingen en onze verwachtingen op basis van marktervaring.
- Onafhankelijke berekening van de schadevoorzieningen voor de belangrijkste verzekeringstakken (motor, brand, algemene aansprakelijkheid, rechtsbijstand, arbeidsongevallen en ziekteverzekering) op basis van algemeen gehanteerde actuariële methodes voor deze takken. Wij hebben de resultaten van onze onafhankelijke berekening vergeleken met de bedragen bepaald door de Groep, en we hebben onderliggende documentatie bekomen indien betekenisvolle verschillen werden vastgesteld.
-
Beoordeling of de schadevoorzieningen werden bepaald in overeenstemming met het opgelegde reserveringsbeleid van de Groep.
-
Herberekening van de annuïteitsvoorzieningen voor een steekproef van schadegevallen binnen de verzekeringstakken arbeidsongevallen en invaliditeit.
- Beoordeling van de analyse van de bewegingen van de annuïteitsvoorzieningen binnen de verzekeringstakken arbeidsongevallen en invaliditeit voorbereid door het Management, inclusief de inspectie van mogelijke reconciliatieverschillen.
- Beoordeling van de adequaatheid van de verplichtingen met betrekking tot verzekeringscontracten niet-leven op basis van een analyse van de afloopcontrole van de schade- en annuïteitsvoorzieningen.
- Beoordeling van de resultaten van de toereikendheidstoets, inclusief een vergelijking van de resultaten van de ene verslaggevingsperiode met de andere. Wij hebben ook de resultaten van de toereikendsheidstoets vergeleken met de resultaten van onze onafhankelijke berekening van de schadeverplichtingen en annuïteiten (cf. supra).
- Inspectie van de rapporten van de actuariële functie en de motivering van de hierin opgenomen conclusies die als basis dienen voor onze risicoanalyse.
- Testen van de volledigheid en juistheid van de gegevens gebruikt zijn in de berekeningsprocessen en output van de centrale IT systemen gebruikt in de berekening van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten niet-leven.
- Beoordeling van de toereikendheid van de relevante toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening.
Waardering van financiële beleggingen, beleggingen met betrekking tot unit-linked contracten en leningen
We verwijzen naar de rubrieken "Financiële beleggingen", "Beleggingen met betrekking tot unit-linked contracten" en "Vorderingen" van de geconsolideerde balans in de geconsolideerde jaarrekening en naar de toelichtingen nr. 11 "Financiële beleggingen", nr. 13 "Leningen" en nr. 31 "Reële waarde van financiële activa en financiële passiva" waar de reële waarde van de financiële activa en financiële passiva welke in de geconsolideerde balans niet gerapporteerd werden aan reële waarde wordt toegelicht.
Omschrijving
Op 31 december 2017, heeft de Groep EUR 88,6 miljard aan financiële beleggingen, beleggingen met betrekking tot unit-linked contracten en leningen, die 86% van de totale activa vertegenwoordigen. De waardering van financiële beleggingen, beleggingen met betrekking tot unit-linked contracten en leningen aan marktwaarde, alsook de hierop betrekking hebbende toelichtingen zijn gebaseerd op een hele reeks van gegevens. Veel van deze vereiste gegevens kunnen worden verkregen uit direct waarneembare prijzen van liquide markten. Indien er geen waarneembare marktgegevens beschikbaar zijn, worden er ramingen ontwikkeld die onderhevig zijn aan een hoger beoordelingsniveau.
Onze controlewerkzaamheden
Met de hulp van onze waarderingsspecialisten hebben wij de volgende procedures uitgevoerd:
- Beoordeling van de opzet en toetsing van de doeltreffendheid van de interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot het waarderingsproces van de financiële beleggingen, beleggingen met betrekking tot unit-linked contracten en leningen.
- Beoordeling van de waardering van individuele beleggingen door de Groep. Indien waarneembare marktgegevens beschikbaar zijn, hebben wij de gegevens die worden gebruikt in de waardering die door de Groep is opgesteld, vergeleken met onafhankelijke externe bronnen. Indien geen waarneembare marktgegevens beschikbaar zijn, hebben wij steekproefsgewijs de geschiktheid geëvalueerd van de waarderingsmodellen en de gegevens die als input dienen voor de modellen en, indien beschikbaar, hebben we die gegevens getoetst aan marktgegevens.
- Analyse van belangrijke evoluties in de marktwaarden en nietgerealiseerde meer- en minderwaarden van vorig jaar tegenover het huidige jaar.
- Inspectie van de notulen van het investeringscomité, het kredietrisicocomité en het waarderingscomité en analyse van de daarin gemaakte conclusies als input voor onze risicobeoordeling.
- Analyse van de bijzondere waardeverminderingen op basis van het evalueren van de niet-gerealiseerde minderwaarden met een permanent karakter voor de posities met belangrijke niet gerealiseerde minderwaarden en de beoordeling van de juiste toepassing van de waarderingsregels met betrekking tot bijzondere waardeverminderingen.
- Beoordeling van de toereikendheid van de relevante toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening.
Marktwaarde van vastgoedbeleggingen en vastgoed voor eigen gebruik
We verwijzen naar de toelichtingen nr. 12 "Vastgoedbeleggingen" en 17 "Materiële vaste activa" waarin de reële waarde van de vastgoedbeleggingen en vastgoed voor eigen gebruik, welke niet tegen reële waarde worden gerapporteerd in de geconsolideerde balans, wordt toegelicht.
Omschrijving
Op 31 december 2017 bedraagt de reële waarde van de portefeuille van vastgoedbeleggingen en vastgoed voor eigen gebruik respectievelijk EUR 3,8 miljard en EUR 1,5 miljard en reflecteert de toelichting belangrijke niet-gerealiseerde netto meerwaarden van EUR 1,2 miljard. De reële waarde is gebaseerd op waarderingstechnieken die een hoge graad van beoordelingsvermogen vereisen met betrekking tot niet observeerbare marktgegevens welke gehanteerd worden in de waarderingsmodellen op basis van de verdisconteerde kasstromen. Bovendien is het resultaat van dergelijke verdisconteerde kasstroomwaarderingsmodellen afhankelijk van diverse factoren en onzekerheden. De Groep heeft externe vastgoeddeskundigen aangesteld die het management assisteren bij het waarderingsproces. De toelichtingen nr 12 "Vastgoedbeleggingen" en nr 17 "Materiële vaste activa" verschaffen de gebruiker van de geconsolideerde jaarrekening betekenisvolle informatie. Bovendien dient de reële waarde van vastgoedbeleggingen als input voor de toereikendheidstoets zoals hierboven omschreven.
Onze controlewerkzaamheden
Bijgestaan door onze waarderingsspecialisten, hebben we de volgende procedures uitgevoerd:
- Beoordeling van de opzet van de interne beheersmaatregelen omtrent het waarderingsproces.
- Reconciliatie van de reële waarde opgenomen in de waarderingsrapporten van de experten met de boekhouding.
- Reconciliatie voor een steekproef van de verhuurgegevens en andere informatie over het vastgoed uit de boekhouding met de gegevens gebruikt door de externe vastgoeddeskundigen aangesteld door het management.
- Reconciliatie van een steekproef van huurcontracten met de verhuurgegevens uit de boekhouding.
- Toetsen van de gepastheid van de belangrijkste assumpties en waarderingsmodellen die gehanteerd zijn in de waardering zoals onder andere de huurprijzen op de huidige markt, toekomstige leegstand, de yield factor, de actualisatievoet, de onderhoudskosten en de transactiekosten door deze te vergelijken met deze die in het verleden door de Groep zijn gebruikt alsook met huidige marktgegevens.
- Inspectie van de waarderingsverslagen voor een steekproef van eigendommen, reconciliatie van de marktwaardes met de boekhouding en bespreking van onze bevindingen en observaties met het management en de externe deskundigen aangesteld door het management.
- Evaluatie van de competenties, vaardigheden en objectiviteit van de externe deskundigen aangesteld door het management.
IT systemen en interne beheersmaatregelen op de financiële verslaggeving
Omschrijving
We hebben IT systemen en interne beheersmaatregelen voor de totstandkoming van de financiële rapportering voor de Groep als kernpunt van de controle geïdentificeerd omdat de financiële boekhouding en rapporteringssystemen fundamenteel afhankelijk zijn van de IT systemen en de IT interne beheersmaatregelen om significante volumes aan transacties te verwerken. De opzet van geautomatiseerde boekhoudsystemen en IT omgevingscontroles, waaronder ook het beheer van de IT, algemene IT controles met betrekking tot ontwikkeling van programma's en wijzigingen ervan, toegang tot programma's en gegevens en IT verrichtingen, dienen doeltreffend te zijn ontworpen en te werken om de accuraatheid van de financiële verslaggeving te waarborgen. Van bijzonder belang zijn systeemberekeningen, andere IT applicatiecontroles en interfaces tussen IT systemen.
Onze controlewerkzaamheden
Met de ondersteuning van onze IT specialisten hebben wij de volgende procedures uitgevoerd:
- Onderzoek van het beheerskader van de IT organisatie van de Groep.
- Beoordeling van de opzet en toetsing van de doeltreffendheid van de algemene IT controles met betrekking tot de ontwikkeling van programma's en wijzigingen ervan, toegang tot programma's en gegevens en IT transacties.
- Beoordeling van de opzet en toetsing van de effectieve werking van IT applicatiecontroles in de kernprocessen die een impact hebben die van belang is voor de financiële verslaggeving van de Groep, waaronder compenserende beheersingsmaatregelen die niet door algemene IT controles beïnvloedt worden en dit in combinatie met bijkomende gegevensgerichte controlewerkzaamheden waar dit nodig werd geacht.
- Beoordeling van de betrouwbaarheid van de gegevensoverdracht door de verschillende IT systemen naar de systemen die instaan voor de financiële verslaggeving.
Waardering van de verplichting inzake de geschreven putoptie op AG Insurance aandelen aangehouden door BNP Paribas Fortis
We verwijzen naar rubriek "Verplichtingen inzake geschreven putopties op minderheidsbelang" van de geconsolideerde balans van de geconsolideerde jaarrekening en toelichting nr 27.1 "Verplichting i.v.m. geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden AG Insurance aandelen".
Omschrijving
Op 31 december 2017 omvat de geconsolideerde balans van de Groep een verplichting inzake de geschreven putoptie op AG Insurance aandelen aangehouden door BNP Paribas Fortis van EUR 1,6 miljard.
De uitoefening van de putoptie is onvoorwaardelijk. In overeenstemming met IAS 32, moet een financiële verplichting worden opgenomen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018.
De bepaling van de reële waarde van de financiële verplichting hierboven omschreven vereist een zekere mate van beoordeling door management omtrent de inschatting van de uitoefenprijs welke gebaseerd is op de geschatte reële waarde van AG Insurance. De Groep hanteert de gewogen gemiddelde koers-winstverhouding van een relevante groep van vergelijkbare bedrijven voor de waardering van de Leven-activiteiten en een gedisconteerd kasstroommodel van de Niet-leven activiteiten van AG Insurance voor de waardebepaling van de verplichting. De belangrijke beoordelingen door het management hebben voornamelijk betrekking op de selectie van de relevante groep van vergelijkbare bedrijven, de discontovoet en de hypothesen gebruikt in winstprognoses en kasstromen.
Onze controlewerkzaamheden
Met de ondersteuning van onze waarderingsspecialisten hebben wij de volgende procedures uitgevoerd:
Beoordeling van de geschiktheid van de selectie door het management van de relevante groep van vergelijkbare bedrijven met betrekking tot koers-winstverhoudingen voor de waardering van de Leven-activiteiten en de discontovoet voor de Niet-levenactiviteiten.
- Beoordeling van het proces gehanteerd door het management inzake het voorspellen van winsten en kasstromen, inclusief de beoordeling van de geschiktheid van onderliggende assumpties en het testen van de mathematische nauwkeurigheid van de prognoses.
- Beoordeling of het budget gebruikt in de prognoses goedgekeurd werd door de raad van bestuur.
- Uitvoering van sensitiviteitsanalyses van de betekenisvolle assumpties, meer bepaald de gemiddelde koerswinstverhoudingen, de discontovoet, de groeiprognose, de dividend pay-out ratio, de restwaardeberekening en de inflatievoet.
- Herberekening van de reële waarde op basis van bovenstaande assumpties en inputgegevens.
- Beoordeling van de geschiktheid van de toelichting met betrekking tot de verplichting inzake de geschreven putoptie op AG Insurance aandelen aangehouden door BNP Paribas Fortis zoals opgenomen in toelichting nr. 27.1 van de geconsolideerde jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor de geconsolideerde jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
- het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
- het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
- het concluderen dat de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
- het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Verslag betreffende de overige door wet-, regelgeving en normen gestelde eisen
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheid uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opgesteld overeenkomstig het artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden. Wij drukken geen enkele mate van zekerheid uit over het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 119 §2 van het Wetboek van vennootschappen, werd opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op diverse internationale referentiekaders1. Wij spreken ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met deze diverse internationale referentiekaders. Verder drukken wij geen enkele mate van zekerheid uit over individuele elementen opgenomen in deze niet-financiële informatie.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
- Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening verricht en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
- De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle bedoeld in artikel 134 van het Wetboek van vennootschappen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
Andere vermelding
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Zaventem, 30 maart 2018
KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door
Olivier Macq Bedrijfsrevisor
Frans Simonetti Bedrijfsrevisor
1 ISO 26000, GRI normen, UNEP FI Principes voor duurzaam verzekeren (PSI), de door de VNs ondersteunde Principes voor verantwoord beleggen (PRI), OECD richtlijnen voor multinationale ondernemingen, Financieel Initiatief van het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP FI)
Verkorte jaarrekening
ageas SA/NV
Algemene informatie
1. Voorwoord
Het merendeel van de 'algemene informatie' wordt verantwoord in het verslag van de Raad van Bestuur van Ageas. In deze algemene informatie treft u alleen informatie aan over ageas SA/NV, die niet elders is verstrekt.
2. Identificatie
Ageas SA/NV is een naamloze vennootschap. De onderneming is statutair gevestigd in de Markiesstraat 1 te 1000 Brussel. Zij kan bij beslissing van de Raad van Bestuur naar eender waar in Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden overgebracht. De vennootschap is ingeschreven in het rechtspersonenregister van Brussel onder nr. 0451.406.524.
3. Oprichting en publicatie
De vennootschap is opgericht op 6 november 1993 onder de naam 'Fortis Capital Holding'.
4. Plaatsen waar de documenten door het publiek kunnen worden geraadpleegd
De statuten van de vennootschap kunnen geraadpleegd worden op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel te Brussel, op de zetel van de vennootschap en op de website van Ageas.
De beslissingen betreffende de benoeming en afzetting van de leden van de organen van de vennootschap worden onder meer gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad. De financiële berichten over de vennootschap evenals de oproepingen tot de Algemene Vergaderingen worden gepubliceerd in de financiële pers, de kranten en de informatieperiodieken. De jaarrekeningen van de vennootschap zijn verkrijgbaar op de zetel en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Zij worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en naar de personen die er om gevraagd hebben.
5. Bedragen
De bedragen in deze jaarrekening zijn in miljoenen euro's, tenzij anders is vermeld.
6. Controleverklaring
De jaarrekening is nog niet gepubliceerd. KPMG zal een oordeel zonder voorbehoud afgeven, met benadrukking van een bepaalde aangelegenheid over de jaarrekening van ageas SA/NV.
Balans na winstdeling
| 31 december 2017 | 31 december 2016 | |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| Vaste activa | 1 | 1 |
| Vaste activa | 1 | 1 |
| Financiële vaste activa | 6.791 | 6.799 |
| Deelnemingen | 6.441 | 6.449 |
| Vorderingen | 350 | 350 |
| Vlottende activa | 1.213 | 1.322 |
| Handelsvorderingen | 248 | 245 |
| Eigen aandelen | 243 | 246 |
| Overige kortetermijnbeleggingen | 476 | 571 |
| Liquide middelen | 233 | 247 |
| Overlopende rekeningen | 13 | 13 |
| TOTAAL DER ACTIVA | 8.005 | 8.122 |
| PASSIVA | ||
| Vermogen | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 5.993 | 6.351 |
| Kapitaal | 1.550 | 1.603 |
| Uitgiftepremies | 2.247 | 2.438 |
| Wettelijke reserve | 14 | |
| Niet-beschikbare reserves | 243 | 246 |
| Beschikbare reserves | 1.735 | 2.149 |
| Overgedragen winst/verlies | 204 | - 85 |
| Voorzieningen | 1.558 | 1.299 |
| Schulden | 454 | 472 |
| Handelsschulden | 10 | 9 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 4 | 3 |
| Overige schulden | 423 | 442 |
| Overlopende rekeningen | 17 | 18 |
| TOTAAL DER PASSIVA | 8.005 | 8.122 |
Resultatenrekening
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 10 | 7 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 5 | 7 |
| Niet terugkerende bedrijfsopbrengsten | 5 | |
| Financiële opbrengsten | 635 | 715 |
| Opbrengsten uit financiële vaste activa | 618 | 692 |
| Opbrengsten uit vlottende activa | 17 | 23 |
| Totale baten | 645 | 722 |
| Bedrijfskosten | 340 | - 35 |
| Diensten en diverse goederen | 48 | 72 |
| Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | 17 | 15 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 258 | - 124 |
| Overige bedrijfskosten | 17 | 2 |
| Financiële kosten | 16 | 61 |
| Kosten van schulden | 2 | 2 |
| Andere financiële kosten | 14 | 59 |
| Totale lasten | 356 | 26 |
| Winst van het boekjaar vóór belasting | 289 | 696 |
| Belastingen op resultaat | ||
| Nettoresultaat over de periode | 289 | 696 |
| 2017 | 2016 | |
| Resultaatverwerking | ||
| Te bestemmen winstsaldo | 204 | - 85 |
| Te bestemmen winst van het boekjaar | 289 | 696 |
| Overgedragen winst van het vorige boekjaar | - 85 | - 781 |
| Onttrekking aan het eigen vermogen | 424 | 419 |
| Aan het kapitaal en de uitgiftepremies | ||
| Aan reserves | 424 | 419 |
| Toevoeging aan het eigen vermogen | 14 | |
| Aan wettelijke reserve | 14 | |
| Over te dragen resultaat | 192 | - 85 |
| Uit te keren winst | 410 | 419 |
| Dividenden | 410 | 419 |
Aanvullende toelichting op onderdelen in de balans en de resultatenrekening en reglementaire voorschriften
1.1 Statutaire resultaten van ageas SA/NV volgens Belgische boekhoudregels
ageas SA/NV rapporteerde voor het boekjaar 2017 op basis van de Belgische boekhoudregels een nettowinst van EUR 289 miljoen (2016: EUR 696 miljoen) en een eigen vermogen van EUR 5.993 miljoen (2016: EUR 6.351 miljoen).
1.2 Toelichting bij de balans en de resultatenrekening
De balans en resultatenrekening kunnen als volgt worden verklaard.
1.2.1 Activa
1.2.1.1 Financiële vaste activa
(2017: EUR 6.791 miljoen; 2016: EUR 6.799 miljoen) De Financiële vaste activa omvatten de volgende posten.
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Financiële vaste activa | 6.791 | 6.799 |
| Deelnemingen | 6.441 | 6.449 |
| Ageas Insurance International | 6.436 | 6.436 |
| Royal Park Investments | 5 | 13 |
| Lening aan AG Insurance | 350 | 350 |
Deelnemingen
(2017: EUR 6.441 miljoen; 2016: EUR 6.449 miljoen) Tijdens het jaar betaalde Royal Park Investments een deel van zijn kapitaal terug (EUR 8,9 miljoen).
Lening aan AG Insurance
(2017: EUR 350 miljoen; 2016: EUR 350 miljoen) In 2017 vonden er geen wijzigingen plaats in de lening aan AG Insurance.
1.2.1.2 Vlottende activa
(2017: EUR 1.213 miljoen; 2016: EUR 1.322 miljoen)
Eigen aandelen
(2017: EUR 243 miljoen; 2016: EUR 246 miljoen)
In het kader van verschillende inkoopprogramma's eigen aandelen kocht ageas SA/NV 6.507.327 eigen aandelen in voor een bedrag van EUR 248 miljoen. In 2017 werden 7.170.522 eigen aandelen ingetrokken.
129.577 van de eigen aandelen met een waarde van EUR 5 miljoen werden gebruikt om de 'restricted shares' programma's voor sommige personeelsleden en bestuurders van de vennootschap af te dekken.
1.2.1.3 Overige korte termijnbeleggingen
(2017: EUR 476 miljoen; 2016: EUR 571 miljoen) De overige korte termijnbeleggingen bevatten:
| 2017 | 2016 | |
|---|---|---|
| Overige korte termijnbeleggingen | 476 | 571 |
| Overheidsobligaties | 26 | 35 |
| Bedrijfsobligaties | 136 | |
| Deposito's | 450 | 400 |
1.2.1.4 Liquide middelen
(2017: EUR 233 miljoen; 2016: EUR 247 miljoen) De liquide middelen hebben betrekking op direct beschikbare kasgelden bij banken.
1.2.1.5 Overlopende rekeningen
(2017: EUR 13 miljoen; 2016: EUR 13 miljoen) Dit betreft voornamelijk nog te ontvangen rente op de EUR 350 miljoen lening aan AG Insurance en uitgestelde bedrijfskosten.
1.2.2 Passiva
1.2.2.1 Eigen Vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders (2017: EUR 5.993 miljoen; 2016: EUR 6.351 miljoen)
Kapitaal
(2017: EUR 1.550 miljoen; 2016: EUR 1.603 miljoen) De afname van het kapitaal is het gevolg van de vernietiging van eigen aandelen.
Uitgiftepremies
(2017: EUR 2.247 miljoen; 2016: EUR 2.438 miljoen) De afname van de uitgiftepremies is het gevolg van de vernietiging van eigen aandelen.
Wettelijke reserve
(2017: EUR 14 miljoen; 2016: nihil) Van de voor winstbestemming beschikbare winst wordt jaarlijks 5% toegevoegd aan de wettelijke reserve.
Niet-beschikbare reserves
(2017: EUR 243 miljoen; 2016: EUR 246 miljoen) Niet-beschikbare reserves hebben betrekking op eigen aandelen, die gehouden worden door ageas SA/NV.
Beschikbare reserves
(2017: EUR 1.735 miljoen; 2016: EUR 2.149 miljoen)
De afname van de beschikbare reserves heeft betrekking op de verschuiving naar de niet-beschikbare reserves in verband met de inkoop van eigen aandelen (EUR 248 miljoen), een verschuiving van EUR 6 miljoen van niet-beschikbare reserves met betrekking tot de afhandeling van een regeling voor aandelen, vernietiging van eigen aandelen voor EUR 244 miljoen, het voorgesteld te betalen dividend over het boekjaar 2017 (EUR 410 miljoen).
Overgedragen winst / verlies
Het boekjaar 2017 sloot af met een winst van EUR 289 miljoen. Dit betekent dat met inachtneming van het overgedragen verlies van voorgaande jaren, de overgedragen winst EUR 204 miljoen bedraagt.
1.2.2.2 Voorzieningen
(2017: EUR 1.558 miljoen; 2016: EUR 1.299 miljoen)
De mutatie in de voorzieningen wordt verklaard door het naar verwachting hogere bedrag voor de afwikkeling van de RPN(I) (EUR 173 miljoen), een extra voorziening aangelegd voor de schikking voor de rechtszaken in verband met de voormalige Fortisgroep (EUR 100 miljoen) en een betaling van deze schikkingsvoorziening (minus 15 miljoen).
1.2.2.3 Schulden met een maximale looptijd van een jaar
(2017: EUR 437 miljoen; 2016: EUR 454 miljoen)
De afname van de schulden wordt met name verklaard door het lagere aan aandeelhouders uit te betalen dividend over het boekjaar (2017: EUR 410 miljoen; 2016: EUR 419 miljoen). Daarnaast is onder Schulden inbegrepen nog niet uitbetaalt dividend met betrekking tot voorgaande jaren (2017: EUR 11 miljoen; 2016: EUR 17 miljoen).
1.2.2.4 Overlopende rekeningen
(2017: EUR 17 miljoen; 2016: EUR 18 miljoen)
De overlopende rekeningen hebben met name betrekking op voorzieningen voor de 'restricted share' programma's voor bepaalde personeelsleden en bestuurders van de onderneming en op een aantal voorzieningen voor de kosten van de Nederlandse stichtingen die zich bezighouden met de schikking ten aanzien van de aan de voormalige Fortis-groep gerelateerde rechtszaken.
1.2.3 Resultatenrekening
1.2.3.1 Financiële opbrengsten
(2017: EUR 635 miljoen; 2016: EUR 715 miljoen)
Onder Financiële opbrengsten vallen dividenden die ontvangen zijn van dochterondernemingen en deelnemingen (2017: EUR 618 miljoen; 2016: EUR 692 miljoen).
1.2.3.2 Bedrijfskosten
(2017: EUR 340 miljoen; 2016: minus EUR 35 miljoen)
De samenstelling van Bedrijfskosten is als volgt:
| Diensten en diverse goederen EUR | 48 miljoen |
|---|---|
| Personeelskosten EUR | 17 miljoen |
| Terugname van afgewaardeerde bedragen EUR | 0 miljoen |
| Mutatie voorziening schikking EUR | 85 miljoen |
| Voorziening RPN(I) EUR 173 miljoen | |
| Overige bedrijfskosten EUR | 17 miljoen |
1.3 Reglementaire vereisten (art. 96 en 119, Belgisch Wetboek van Vennootschappen)
Belangenconflict
Vanwege een belangenconflict en zoals voorzien in artikel 523 van de Vennootschapswetgeving, zijn de notulen van de vergaderingen van de Raad van bestuur van 16 oktober 2017 en van 8 december 2017 opgenomen in het Verslag van de Raad van Bestuur behorende bij de statutaire jaarrekening van ageas SA/NV.
1.3.1 Informatie over de omstandigheden die de ontwikkeling van de vennootschap aanmerkelijk kunnen beïnvloeden
Zie noot Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst.
1.3.2 Informatie omtrent de werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling
De vennootschap heeft geen werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling uitgevoerd.
1.3.3 Bijkantoren van de vennootschap
Als gevolg van de fusie tussen ageas SA/NV en ageas N.V. in 2012, is in Nederland een bijkantoor geopend (Nederlandse vaste inrichting).
1.3.4 'Going concern'
Naar onze mening zijn er geen objectieve redenen waarom waarderingsregels op basis van het 'going concern'-beginsel niet zouden kunnen worden toegepast. De verwachting is dat de nog overgedragen verliezen op de balans de komende jaren zullen worden weggewerkt.
1.3.5 Gebeurtenissen na balansdatum
Er hebben geen belangrijke gebeurtenissen plaatsgevonden sinds de balansdatum van de vennootschap waardoor de jaarrekening van ageas SA/NV per 31 december 2017 zou moeten worden aangepast.
1.3.6 Overige informatie die volgens het Belgisch Wetboek van Vennootschappen in dit verslag moeten worden opgenomen
Ontlasting van de bestuurders en de externe accountant
Zoals voorgeschreven in de wet en de statuten van de vennootschap, verzoeken wij de Algemene Vergadering van Aandeelhouders om de Raad van Bestuur en de externe accountant te willen ontlasten van hun mandaat.
Kapitaalverhoging en uitgifte van warrants
In 2017 heeft geen kapitaalverhoging, noch een uitgifte van warrants plaatsgevonden.
Niet-controle gerelateerde opdrachten uitgevoerd door de externe accountant in 2017
De externe accountant heeft in 2017 een aanvullende opdracht uitgevoerd in het kader van de Embedded Value Review voor het jaar 2016.
Gebruik van financiële instrumenten
Zie noot 5 Risicomanagement van de Geconsolideerde Jaarrekening.
Corporate Governance Statement
Zie Verslag van de Raad van Bestuur, punt 4 Corporate Governance Statement in het Jaarverslag.
Bezoldigingsverslag
Zie Verslag van de Raad van Bestuur, punt 4.7 Verslag van het Remuneration Committee in het Jaarverslag.
Overige informatie
Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst
Bepaalde mededelingen die zijn opgenomen in dit Jaarverslag, waaronder de mededelingen die worden gedaan in de hiervan deel uitmakende hoofdstukken Bericht aan de aandeelhouders, Overzicht activiteiten, Verslag van het Executive Committee en noot 5 Risicomanagement, betreffen toekomstverwachtingen en andere uitspraken over de toekomst die zijn gebaseerd op de huidige visie, ramingen en aannames van het management met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen. Deze mededelingen worden gedaan onder voorbehoud van bepaalde risico's en onzekerheden die tot gevolg kunnen hebben dat de werkelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen wezenlijk afwijken van die welke expliciet of impliciet in deze mededelingen zijn weergegeven, waaronder het niveau van de voorzieningen met betrekking tot de krediet- en beleggingsportefeuilles.
Andere, meer algemene factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden, zijn onder meer:
- de algemene economische omstandigheden;
- veranderingen in de rente en de ontwikkelingen op de financiële markten;
- frequentie en omvang van verzekerde schadegevallen;
- het niveau en de ontwikkeling van de sterfte, morbiditeit en van de bestendigheid van de verzekeringsportefeuille;
- valutakoersen, met inbegrip van de koers van de euro ten opzichte van de US dollar;
- veranderingen in het prijs- en concurrentieklimaat, met inbegrip van een toename van de concurrentie in België;
- veranderingen in de binnen- en buitenlandse wetgeving, voorschriften en belastingen;
- regionale of algemene veranderingen in de waardering van activa;
- grote (natuur)rampen;
- het niet in staat zijn om bepaalde risico's op economisch verantwoorde wijze te herverzekeren;
- de toereikendheid van verliesreserves;
- veranderingen in de wet- en regelgeving betreffende de bancaire, verzekerings-, beleggings- en/of effectensector;
- veranderingen in het beleid van centrale banken en/of buitenlandse overheden; en
- algemene concurrentiefactoren op wereldwijde, regionale en/of nationale schaal.
Beschikbaarheid van bedrijfsdocumenten voor openbare inzage
De statuten van de vennootschappen ageas SA/NV kunnen geraadpleegd worden op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel in Brussel en op het hoofdkantoor van de vennootschap.
Het Jaarverslag wordt gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. De beslissingen inzake (her)benoeming en vertrek van bestuurders worden onder andere gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad.
De financiële berichten over de vennootschappen alsmede de oproepingen tot de algemene vergaderingen worden gepubliceerd in de financiële pers, de kranten en de informatieperiodieken. Het Jaarverslag van de vennootschappen, evenals een lijst met alle deelnemingen van Ageas, zijn verkrijgbaar op het hoofdkantoor in Brussel en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Deze worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en op verzoek naar de personen die daarom vragen.
Informatieverstrekking aan aandeelhouders en beleggers
Genoteerde aandelen
Het aandeel Ageas is genoteerd aan de NYSE Euronext Brussel. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADR-programma in de Verenigde Staten.
Type aandelen
De aandelen kunnen op naam of gedematerialiseerd worden gehouden.
Registratie van gedematerialiseerde aandelen
De vennootschap biedt de aandeelhouders de mogelijkheid om hun gedematerialiseerde aandelen kosteloos te laten registreren. Ageas heeft een snelle omzettingsprocedure ontwikkeld zodat de aandelen op korte tijd als gedematerialiseerde aandelen geleverd kunnen worden.
ageas SA/NV, Corporate Administration Markiesstraat 1, 1000 Brussel, België E-mail: [email protected]
Informatie en communicatie
De vennootschap stuurt haar berichten, zoals het jaarverslag, kosteloos aan de houders van geregistreerde gedematerialiseerde aandelen. De vennootschap nodigt elke houder van gedematerialiseerde aandelen die bij de vennootschap geregistreerd werden persoonlijk uit om deel te nemen aan de Algemene Vergaderingen en bezorgt hen de agenda, de voorstellen voor besluiten en de volmachten voor hun vertegenwoordiging en voor hun deelname aan de stemming. Op de datum waarop het dividend wordt uitgekeerd, crediteert de vennootschap automatisch de bankrekeningen die haar werden opgegeven door de houders van gedematerialiseerde aandelen die bij de vennootschap geregistreerd werden, met het bedrag van de hen toekomende dividenden.
Begrippenlijst en Afkortingen
Achtergestelde obligatie (lening)
Een lening (of effect) dat lager staat in de rangorde van schulden die aanspraak kunnen maken op activa en inkomsten.
Basispunt (bp)
Een honderste procentpunt (0,01%).
Beleggingscontract
Een levensverzekeringscontract dat het financiële risico, maar geen significant verzekeringsrisico overdraagt.
Bijzondere waardevermindering
Het bedrag waarmee de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft. In dergelijke gevallen zal de boekwaarde via de resultatenrekening teruggebracht worden tot de reële waarde.
Bruto geboekte premies
Totale premies (al dan niet verdiend) voor in een bepaalde periode aangegane verzekeringscontracten, zonder aftrek van in herverzekering gegeven premies.
Cash flow hedge
Een afdekking van het risico op schommelingen in de kasstromen van een actief of een verplichting of van een verwachte toekomstige transactie en die voortkomen uit variabele koersen of prijzen.
Clean fair value
De reële waarde, exclusief het ongerealiseerde deel van de opgelopen rente.
Clearing
De administratieve vereffening van effecten, futures en opties via een verrekeningsagentschap en de eraan verbonden financiële instellingen (clearing members).
Contantewaardeberekening
Een waarderingsmethode waarbij de waarde gelijk is aan de som van de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd worden tegen een rentevoet die de tijdswaarde van het geld uitdrukt alsook een risicopremie die een weerspiegeling vormt van de extra opbrengst die beleggers verlangen om het risico te compenseren dat de verwachte kasstroom niet wordt gerealiseerd.
Contractgrenzen
Onder Solvency II maken in principe alle met de overeenkomst verband houdende verplichtingen, met inbegrip van verplichtingen die verband houden met unilaterale rechten van de verzekeringsonderneming om de reikwijdte van de overeenkomst en de met betaalde premies verband houdende verplichtingen te vernieuwen of te verlengen, deel uit van de overeenkomst. Echter, die verplichtingen die verband houden met de verzekeringsdekking die door de onderneming wordt geboden na de toekomstige datum waarop de verzekeringsonderneming een unilateraal recht heeft om (a) de overeenkomst te beëindigen, (b) uit hoofde van de overeenkomst te betalen premies af te wijzen of (c) de uit hoofde van de overeenkomst te bepalen premies of uitkeringen zodanig te wijzigen dat de premies de risico's volledig weerspiegelen die niet tot de overeenkomst behoren, tenzij de onderneming de verzekeringnemer ertoe kan verplichten de toekomstige premies van dat deel te betalen.
Credit spread
Het renteverschil tussen overheidsobligaties en bedrijfsobligaties (ook wel 'credits' genoemd).
Custody (bewaarneming)
Overeenkomst, meestal tussen een belegger en een bank (maar eventueel ook een agent of een trustbedrijf), waarbij de belegger effecten, goud of andere kostbaarheden tegen betaling in bewaring geeft bij de bank, die daarvoor een vergoeding in rekening brengt.
Deelneming
Een entiteit waarin Ageas invloed van betekenis heeft en die geen dochteronderneming of belang in een joint venture is.
Derivaat
Een financieel instrument zoals een swap, een future- of termijncontract of een optie (geschreven of gekocht). Dat financiële instrument heeft een waarde die verandert naar gelang de veranderingen in de onderliggende waarde. Het instrument vergt weinig tot geen aanvangsinvestering en wordt op een tijdstip in de toekomst afgewikkeld.
Discretionaire winstdeling
Een contractueel recht om, in aanvulling op gegarandeerde voordelen, aanvullende voordelen te ontvangen:
(a) die waarschijnlijk een belangrijk gedeelte van de contractuele voordelen uitmaken; (b) waarvan de hoogte of het tijdstip contractueel door de emittent wordt bepaald; en (c) die contractueel gebaseerd zijn op: (i) de prestaties van een bepaalde pool van contracten of een bepaald type contract; (ii) gerealiseerde en/of ongerealiseerde beleggingsresultaten van een bepaalde pool van door de emittent gehouden activa; of (iii) de winst of het verlies van de vennootschap, het fonds of een andere entiteit die het contract uitgeeft.
Dochteronderneming
Ondernemingen waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('beleidsbepalende invloed').
Door activa gedekte effecten
Obligaties of andere schuldeffecten, gedekt door schuldinstrumenten (anders dan hypotheken) of schuldvorderingen.
Effectenleentransacties
Een lening van een effect van de ene partij aan de andere, die op zijn beurt het effect dient terug te bezorgen op de eindvervaldag van de transactie. Tegenover een dergelijke lening staat veelal een onderpand. Dit type transactie geeft aan de eigenaar van het effect de mogelijkheid om extra rendement te behalen.
Employee benefits
Het geheel van niet-verplichte verzekeringen en andere voorzieningen die werknemers, naast hun salaris, ontvangen in ruil voor door hen verrichte diensten.
Financiële lease
Een leaseovereenkomst die vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en beloningen overdraagt. Het eigendom kan uiteindelijk wel of niet worden overgedragen.
Geamortiseerde kostprijs
Bedrag waarvoor het financieel actief of de financiële verplichting bij de eerste opname in de balans wordt opgenomen, verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde geaccumuleerde afschrijving van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag, en verminderd met eventuele afboekingen wegens bijzondere waardeverminderingen.
Geassocieerde deelneming
Een onderneming waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap.
Gestructureerde schuldinstrumenten
Gestructureerde kredietinstrumenten zijn waardepapieren, die gecreëerd worden door het herverpakken van kasstromen uit financiële contracten en bevatten obligaties gedekt door overige activa (ABS), obligaties gedekt door hypotheken (MBS) en schuldpapieren met onderpand (CDO's).
Goodwill
Dit vertegenwoordigt het positieve verschil tussen enerzijds de reële waarde van de activa, passiva en uitgegeven eigenvermogeninstrumenten plus eventuele direct aan de bedrijfscombinatie toe te schrijven kosten, en anderzijds het belang van Ageas in de reële waarde van de activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen.
Hedge accounting
Verantwoording van de compenserende effecten van veranderingen in de reële waarde van het afdekkingsinstrument en de reële waarde van het afgedekte instrument in de resultatenrekening van dezelfde periode.
IFRS
De standaard internationale boekhoudregels voor het opstellen van jaarrekeningen per 1 januari 2005 voor alle beursgenoteerde ondernemingen binnen de Europese Unie, die de jaarcijfers beter vergelijkbaar maken en beter inzicht in de financiële positie en resultaten verschaffen.
Immateriële vast actief
Een identificeerbaar, niet-monetair actief. Het immaterieel vast actief wordt verantwoord tegen kostprijs als het toekomstige economische voordelen zal opleveren en de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald.
In een contract besloten derivaten
Een afgeleid instrument dat in een ander contract, het basiscontract, ligt besloten. Het basiscontract kan een schuld- of aandeleninstrument zijn, een lease, een verzekeringscontract of een verkoop- of aankoopcontract.
Invaliditeitsverzekering
Verzekering tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.
ISO-valutalijst
| AUD | Australië, dollars |
|---|---|
| CAD | Canada, dollars |
| CHF | Zwitserland, francs |
| CNY | China, yuan/renminbi |
| DKK | Denemarken, kroner |
| GBP | Verenigd Koninkrijk, ponden |
| HKD | Hongkong, dollar |
| HUF | Hongarije, Forint |
| INR | India, Rupees |
| MAD | Marokko, Dirham |
| MYR | Maleisië, ringgit |
| PHP | Filipijnse, peso |
| PLN | Polen, Zloty |
| RON | Roemenie, Leu |
| SEK | Zweden, kronor |
| THB | Thailand, baht |
| TRY | Turkije, nieuwe lira |
| TWD | Taiwan, nieuwe dollars |
| USD | Verenigde Staten, dollars |
| VND | Vietnam, dong |
| ZAR | Zuid-Afrika, rand |
Marktkapitalisatie
De waarde die door de beurs aan de vennootschap wordt toegekend. Marktkapitalisatie is gelijk aan het aantal uitstaande aandelen vermenigvuldigd met de geldende koers van het aandeel.
NCI
Non-controlling interest (minderheidsbelang).
Netto-investeringshedge
Een afdekking van het financiële risico van een netto investering in een buitenlandse entiteit door een transactie met een compenserend risicoprofiel af te sluiten.
Omgekeerde terugkoopovereenkomst
De aankoop van een effect waaraan een overeenkomst gekoppeld wordt om het op een toekomstige datum tegen een hogere prijs terug te verkopen.
Operationele lease
Een overeenkomst die het gebruik van een goed toelaat tegen periodieke betalingen, maar geen overdracht inhoudt van een eigendomstitel. Het financiële risico blijft bij de schuldeiser of leasinggever.
Operationele marge
Het bedrijfsresultaat gedeeld door de nettopremies. Het bedrijfsresultaat is de winst of het verlies uit alle activiteiten, inclusief het technisch en beleggingsresultaat.
Optie
Het recht, maar niet de verplichting, om een effect gedurende een bepaalde periode of op een bepaalde datum tegen een bepaalde prijs te kopen (calloptie) of verkopen (putoptie).
Private equity
Effecten van bedrijven die niet aan een beurs zijn genoteerd. Omdat een markt ontbreekt, moet een belegger zelf een koper vinden als hij zijn aandeel in een dergelijk bedrijf wil verkopen.
Reële waarde
Een leaseovereenkomst die vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en beloningen overdraagt. Het eigendom kan uiteindelijk wel of niet worden overgedragen.
Reële waarde afdekking
Een afdekking om de blootstelling te beperken aan schommelingen in de reële waarde van een actief of een verplichting (dan wel een deel daarvan), of een vaststaande verbintenis. De schommeling van de reële waarde is verbonden aan een specifiek risico en is van invloed op de gerapporteerde netto winst.
Shadow accounting
Onder IFRS 4 kunnen niet gerealiseerde resultaten op activa die gelden als dekking voor de verzekeringsverplichtingen in de waardering van verzekeringsverplichtingen worden opgenomen op eenzelfde wijze als gerealiseerde resultaten. De hieraan gerelateerde aanpassing van de verzekeringsverplichtingen (of overlopende acquisitiekosten of immateriële activa) worden uitsluitend verantwoord in het eigen vermogen indien de niet-gerealiseerde meerwaarden rechtstreeks is het eigen vermogen worden verantwoord.
Transactiedatum
De datum waarop Ageas toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.
Value of Business acquired (VOBA)
De contante waarde van toekomstige winsten (ook gedefinieerd als 'value of business acquired' of 'VOBA') uit verworven verzekeringscontracten. De VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de opnameperiode van de premie of bruto winst van de polissen.
VaR
Afkorting van Value at Risk. Een techniek op basis van de statistische analyse van historische marktontwikkelingen en fluctuaties. De VaR bepaalt de kans dat het verlies op een portefeuille een bepaald bedrag zal overschrijden.
Vastgoedbeleggingen
Vastgoed dat wordt aangehouden omwille van huuropbrengsten of een stijging van de kapitaalwaarde.
Verzekeringscontract
Contracten die aan de ene partij (Ageas) een aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen van de andere Partij (de verzekeringsnemer) door overeen te komen om de verzekeringsnemer te vergoeden voor een onvoorziene gebeurtenis die schade berokkent aan de verzekerde.
Voorzieningen
Voorzieningen zijn verplichtingen die onzekerheden met zich meebrengen in hoogte of tijdstip van betaling. Voorzieningen worden verantwoord op de balans indien er een bestaande (wettelijke of constructieve) verplichting is tot overdracht van economische voordelen, zoals kasstromen, als gevolg van gebeurtenissen in het verleden en indien op de balansdatum een betrouwbare schatting mogelijk is.
Afkortingen
| AFS | Voor verkoop beschikbaar |
|---|---|
| ALM | Asset and liability management |
| CASHES | Convertible and Subordinated Hybrid Equity-linked Securities |
| CDS | Credit default swap |
| CEU | Continentaal Europa |
| CGU | Cash generating unit (kasstroomgenererende eenheid) |
| DPF | Discretionary participation features (discretionaire winstdelingscomponent) |
| EPS | Earnings per share (winst per aandeel) |
| Euribor | Euro inter bank offered rate |
| EV | Embedded value |
| FRESH | Floating rate equity linked subordinated hybrid bond |
| HTM | Held to maturity (tot einde looptijd aangehouden) |
| IBNR | Incurred but not reported |
| IFRIC | International Financial Reporting Interpretations Committee |
| IFRS | International Financial Reporting Standards |
| LAT | Liability adequacy test |
| MCS | Mandatory Convertible Securities |
| OTC | Over the counter |
| SPE | Special purpose entity |
| VK | Verenigd Koninkrijk |
Ageas en ageas SA/NV Markiesstraat 1 1000 Brussel, België Telefoon: +32 (0) 2 557 57 11 Fax: +32 (0) 2 557 57 50 Internet adres: www.ageas.com E-mail adres: [email protected]
ageas SA / NV Markiesstraat 1 bus 7 1000 Brussel België
reporting2017.ageas.com