AI assistant
ageas SA/NV — Annual Report 2015
Mar 18, 2016
3905_10-k_2016-03-18_10fc765a-9b84-4b54-8b3b-5e51b1315ba2.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Jaarverslag
Brussel, 18 maart 2016
Verslag van de Raad van Bestuur Geconsolideerde jaarrekening Verkorte jaarrekening ageas SA/NV
001
| Inleiding 5 | ||
|---|---|---|
| Verslag van de Raad van Bestuur 7 | ||
| 1 | Algemene beschrijving en strategie van Ageas 7 | |
| 2 | Resultaten en ontwikkelingen 12 | |
| 3 | Corporate Governance Statement 15 | |
| Geconsolideerde jaarrekening AGEAS 2015 32 | ||
| Geconsolideerde balans33 | ||
| Geconsolideerde resultatenrekening 34 | ||
| Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income 35 | ||
| Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 36 | ||
| Geconsolideerd kasstroom overzicht 37 | ||
| Algemene Informatie 38 | ||
| 1 | Juridische structuur 39 | |
| 2 | Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 41 | |
| 3 | Overnames en desinvesteringen 52 | |
| 4 | Winst per aandeel 56 | |
| 5 | Risicomanagement 57 | |
| 6 | Toezicht en solvabiliteit 97 | |
| 7 | Beloningen en vergoeding102 | |
| 8 | Verbonden partijen 120 | |
| 9 | Informatie operationele segmenten 122 | |
| Toelichting op de geconsolideerde balans 134 | ||
| 10 | Geldmiddelen en kasequivalenten 135 | |
| 11 | Financiële beleggingen136 | |
| 12 | Vastgoedbeleggingen 144 | |
| 13 | Leningen 146 | |
| 14 | Beleggingen in deelnemingen 148 | |
| 15 | Herverzekering en overige vorderingen 151 | |
| 16 | Overlopende rente en overige activa 152 | |
| 17 | Materiële vaste activa 153 | |
| 18 | Goodwill en overige immateriële activa155 | |
| 19 | Eigen vermogen 160 | |
| 20 | Verzekeringsverplichtingen 166 | |
| 21 | Schuldbewijzen 171 | |
| 22 | Achtergestelde schulden 172 | |
| 23 | Leningen 174 | |
| 24 | Actuele en uitgestelde belastingen 176 | |
| 25 | RPN(I) 178 | |
| 26 | Overlopende rente en overige verplichtingen 180 | |
| 27 | Voorzieningen 181 | |
| 28 | Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties 182 | |
| 29 | Minderheidsbelangen 184 | |
| 30 | Derivaten 185 | |
| 31 | Toezeggingen 187 | |
| 32 | Reële waarde van financiële activa en verplichtingen188 |
| Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 191 | ||
|---|---|---|
| 33 | Verzekeringspremies 192 | |
| 34 | Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 194 | |
| 35 | Resultaat op verkoop en herwaarderingen 195 | |
| 36 | Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 196 | |
| 37 | Aandeel in het resultaat van deelnemingen 197 | |
| 38 | Commissiebaten 198 | |
| 39 | Overige baten 199 | |
| 40 | Schadelasten en uitkeringen 200 | |
| 41 | Financieringslasten 201 | |
| 42 | Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 202 | |
| 43 | Commissielasten 203 | |
| 44 | Personeelskosten204 | |
| 45 | Overige lasten 205 | |
| 46 | Belastingen op de winst 207 | |
| Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans 208 | ||
| 47 | Voorwaardelijke verplichtingen 209 | |
| 48 | Lease-overeenkomsten 214 | |
| 49 | Gebeurtenissen na balansdatum 215 | |
| Bericht van de Raad van Bestuur 216 | ||
| Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 217 | ||
| Verkorte jaarrekening ageas SA/NV 2015 219 | ||
| Algemene informatie 220 | ||
| Balans na winstdeling 221 | ||
| Resultatenrekening222 | ||
| Aanvullende toelichting op onderdelen in de balans en de resultatenrekening en reglementaire voorschriften 223 | ||
| Overige informatie 232 | ||
| Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst 233 | ||
| Plaatsen waar de documenten kunnen worden geraadpleegd 234 | ||
| Registratie van gedematerialiseerde aandelen 235 | ||
| Begrippenlijst en Afkortingen 236 |
Inleiding
Het Ageas Jaarverslag 2015 bevat het Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas, opgesteld op basis van de in België toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften (op grond van artikel 96 en artikel 119 van de Belgische Wet op het Vennootschapsrecht), de Geconsolideerde Jaarrekening Ageas 2015 (met vergelijkende cijfers voor 2014), opgesteld conform de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard door de Europese Unie en de Verkorte Jaarrekening van ageas SA/NV.
005
Verslag van de Raad van Bestuur
Ageas Een internationale verzekeraar met een lokale identiteit
1 Algemene beschrijving en strategie van Ageas
Er zijn voor onze klanten
Ageas is een internationale verzekeraar met 190 jaar ervaring. We bieden klanten bescherming tegen onvoorziene risico's die hun welvaart en welzijn bedreigen en we helpen hen vooruit te plannen om hun toekomst veilig te stellen. Waar ook ter wereld, onze focus richt zich altijd op de klant. Het is onze doelstelling om onze klanten gemoedsrust te bezorgen wanneer ze die het meest nodig hebben. Dit doen we door een breed palet van producten aan te bieden in Leven en Niet-leven en die te distribueren via uiteenlopende kanalen.
Verzekeren is een lokale business
Hoewel Ageas actief is op dertien markten verspreid over Europa en Azië weten we dat elk van die markten uniek is. Verzekeren is in de eerste plaats een lokale aangelegenheid. De manier waarop we georganiseerd zijn, is de weerspiegeling daarvan.
Door onze activiteiten in vier afzonderlijke segmenten te verdelen − België, het Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië − ondersteunen we onze lokale operaties en dagelijkse besluitvorming met lokale kennis van de markt en de klant.
Als internationale verzekeraar hechten we ook veel belang aan kennisoverdracht. Daarom beschikken we over competentiecentra op regionaal, en bedrijfsniveau, die ervoor zorgen dat verworven ervaring gemakkelijker uitgewisseld en toegepast kan worden.
Gebruik maken van sterke lokale merken
Ageas dient zijn klanten via een combinatie van dochterondernemingen en langetermijnpartnerships met financiële instellingen en belangrijke distributeurs. Hierdoor is Ageas, naargelang de markt, gekend onder verschillende merknamen. Lokale merken die allemaal bekend zijn, en allemaal uitermate betrouwbaar.
Samenwerken met onze partners zit in onze GENEN
Partners van Ageas zijn lokale marktleiders en geven Ageas toegang tot belangrijke lokale kennis en
Onze visie
We zetten onze reis verder om...
- Een topverzekeraar in Europa en Azië te zijn, die blijft groeien op de bestaande markten en nieuwe kansen verkent.
- Een verzekeringsexpert te zijn, die aan Retail- en bedrijfsklanten gepersonaliseerde oplossingen aanbiedt in Leven- en Niet-levenverzekeringen.
- Te evolueren als verzekeraar door te investeren in relevante vaardigheden en nieuwe bekwaamheden mingscultuur weerspiegelen.
- Een Partner in verzekering te zijn met een bewezen deskundigheid in het ontwikkelen van sterke en dynamische partnerships met leidinggevende bedrijven in de lokale markt.
- Ons zo te organiseren dat we verder de vruchten kunnen plukken van een lokale autonomie, en meerwaarde kunnen genereren door beste praktijken op groepsniveau te delen.
- Een gevarieerde en evenwichtige portefeuille te blijven aanbieden in zowel mature markten als de groeimarkten van Europa en Azië.
Onze strategie in actie: VISION 2015… het einde van het begin
bekleden, en van wat nodig is om daartoe te komen. We kennen de rol sen van hun verwachtingen, de ware inzet is. Wanneer we terugkijken op Vision 2015, en vooruitkijken naar Ambition 2018, zien we dat de sterke
VISION 2015 – HET JUISTE PLAN OP HET JUISTE MOMENT
Vision 2015 bood ons de gelegenheid om ons als Groep te scharen ach-Die strategie bracht een belangrijke focus. Ze maakte het mogelijk om op
De voorbije drie jaar hebben we constante vorderingen geboekt in over-Bovendien zit onze combined ratio boven de vooropgestelde doelstelling.
| Financiële doelstellingen vision 2015 Ageas | Doel eind 2015 | Positie eind 2015 | Positie eind 2014 |
|---|---|---|---|
| % Premie-inkomen Leven / Niet-leven (Ageas' deel) | 60/40 | 68/32 | 67/33 |
| Combined Ratio | < 100 % | 96,8 % | 99,6 % |
| Rendement op eigen vermogen (verzekeraars) | 11 % | 7,9 % | 8,8 % |
| % kapitaal in groeimarkten | 25 % | 21,1 % | 17,5 % |
We voegden nieuwe distributiekanalen toe en deden belangrijke waarde verhogende acquisities in Europa. We sloten partnerships af in nieuwe groeimarkten in Azië, waaruit blijkt dat we succesvol kunnen samenwerken.
Het is belangrijk om te weten waar je vandaan komt, om te begrijpen waar je naartoe wil. Het einde van Vision 2015 was een belangrijke mijlpaal op onze reis maar het is niet het einde van de weg, eerder het einde van het begin. Terwijl we de volgende fase in de evolutie van onze strategie aanvangen, zijn we ervan overtuigd dat de keuzes die we gemaakt hebben en de doelstellingen die we voor onszelf gesteld hebben de juiste waren.
We laten Vision 2015 achter ons om verder te kunnen groeien tijdens onze reis naar Ambition 2018.
Een lange termijn belanghebbenden focus als sleutel tot duurzame groei
We bouwen verder op de verwezenlijkingen van Vision 2015 en ontvouwen Ambition 2018 als ons strategisch plan voor de komende drie jaren. Het focust op zeven strategische keuzes en vijf financiële doelstellingen, en herbevestigt de zes waarden die we in Vision 2015 vooropstelden. We benutten de volgende fase op onze reis aan in de overtuiging dat we de juiste keuzes maken om onze toekomst als verzekeraar veilig te stellen.
Continuïteit is belangrijk. Ons Ambition 2018 plan bouwt op de bewezen sterke punten van Ageas en op de dingen die ons van anderen onderscheiden: een engagement via partnerships, een diepgeworteld lokaal businessmodel en een cultuur die de voordelen van kennisoverdracht erkent en promoot.
Bij het uitstippelen van Ambition 2018 hebben we rekening gehouden met wat we door Vision 2015 geleerd hebben, met wat er veranderd is, en met wat een impact zou kunnen hebben op Ageas in de toekomst. We stellen vast dat de wereld aan het veranderen is, en dat onze rol als verzekeraar ook aan het evolueren is. Die verandering wordt gedreven door verschillende factoren, zoals technologische ontwikkelingen, de economie, regelgeving, en sociale of demografische trends. Bij het ontwikkelen van ons strategische plan hebben we dan ook elk van die factoren en de mogelijke impact daarvan in overweging genomen.
Uitdagingen voor verzekeraars
Technologie en digitalisering behoren tot de grote 'game changers' en uitdagingen die ons te wachten staan. Nieuwe trends rond geconnecteerde woningen, draagbare technologische sensoren en zelfrijdende wagens zullen een impact hebben op het leven van onze klanten en dus ook op onze rol van verzekeraar. Om een beter inzicht te verwerven in die ontwikkelingen, zal Ageas op verschillende manieren investeren in nieuwe vaardigheden, zoals het uitbreiden van ons partnershipmodel met het oog op een ruimere samenwerking met specialisten. We zullen kennis ook op een meer gestructureerde manier binnen de Groep delen via de Ageas Academy, Expertisecentra en Platformen voor samenwerking.
Ook het consumentengedrag verandert. De klanten zijn kritischer, streven naar meer controle en vragen de beste dienstverlening. Ze verwachten ook meer maatwerk en een gepersonaliseerde benadering. Om aan die behoeften te voldoen, investeren we in dataanalyse, wat ons in staat moet stellen om de klantenervaring aan te passen en dichter bij onze klanten te komen. We zullen die data ook gebruiken om onze klanten in een vroeger stadium aan te spreken, waarbij de nadruk meer naar risicopreventie wordt verlegd.
Partnership zit in onze genen
We zullen blijven focussen op het ontplooien van sterke partnerships. En op nieuwe partnerships met lokale distributeurs en gespecialiseerde partnerschappen buiten onze sector als dit in het voordeel is van onze klanten.
Met Ambition 2018 hebben we gekozen om de focus op Europa en Azië te handhaven. We zullen onze kernmarkten versterken en focussen op nieuwe opportuniteiten in sterke groeimarkten in Azië. We zullen ook verder groeien in Niet-leven en in de voornaamste beschermingsproducten in Leven. We zullen nieuwe technologieën aanwenden om ons productaanbod te verbeteren en uit te breiden, en we hebben ons geëngageerd om te investeren in innovatieve technologische projecten.
Ambition 2018 is van start gegaan, de volgende etappe op onze reis is begonnen. Aangezien het consumentengedrag steeds evolueert, zullen we verder manieren blijven onderzoeken om dichter bij onze klanten te komen, onze distributie aan te passen aan hun vragen en een positieve klantenervaring via alle kanalen te creeren.
2 Resultaten en ontwikkelingen
2.1 Resultaten en solvabiliteit van Ageas
De verzekeringsresultaten van Ageas ontwikkelden zich in 2015 positief, zowel wat betreft premie-inkomen als nettoresultaat. Het nettoresultaat Verzekeringen bedroeg EUR 755 miljoen (+2%) en werd bepaald door uitstekende prestaties in Azië, en solide resultaten in België die deels werden tenietgedaan door de negatieve gevolgen van de overstromingen in december in het VK. De positieve wisselkoers-effecten op het resultaat bedroegen EUR 21 miljoen. Het sterke resultaat in Niet-leven kwam tot uiting in een combined ratio van 96,8%, vergeleken met 99,6% vorig jaar. Dit werd echter ruimschoots tenietgedaan door de lagere resultaten in Overige activiteiten in het VK die in 2014 nog verschillende positieve éénmalige posten omvatte. Hierdoor daalde de bijdrage van Nietleven en Overige aan het nettoresultaat met 10% naar EUR 182 miljoen.
Het nettoresultaat van de Algemene Rekening bedroeg EUR 15 miljoen, inclusief de positieve impact van de lagere RPN(I)-verplichting.
Leven, Niet-leven en andere verzekeringen
De Levenactiviteiten boekten een 7% hogere winst van EUR 573 miljoen dankzij sterke financiële resultaten in Azië, gedeeltelijk tenietgedaan door lagere resultaten in België en Continentaal Europa. Door lagere financiële opbrengsten van de eigen fondsen en een hoger effectief belastingtarief in België kwam het nettoresultaat van de geconsolideerde entiteiten lager uit dan vorig jaar. Bovendien was in het resultaat van het voorgaande jaar de vrijval van een latente belastingverplichting verwerkt. De sterke nettoresultaten in de niet-geconsolideerde entiteiten hadden vooral betrekking op China.
Het nettoresultaat Niet-leven steeg met 21% naar EUR 187 miljoen (tegenover EUR 154 miljoen) met in beide jaren een vergelijkbare impact door het slechte weer (EUR 64 miljoen tegenover ongeveer EUR 60 miljoen). De belangrijkste factoren voor deze stijging zijn de betere operationele resultaten in België en Continentaal Europa en in mindere mate de wijzigingen in de consolidatiekring naar aanleiding van de overnames in 2014 in Italië en Portugal. Het nettoresultaat in België en het VK bedroeg respectievelijk EUR 103 miljoen (tegenover EUR 56 miljoen) en EUR 34 miljoen (tegenover EUR 71 miljoen). In continentaal Europa steeg het nettoresultaat naar EUR 37 miljoen (tegenover EUR 11 miljoen). Het nettoresultaat in Turkije verbeterde, maar bleef negatief vanwege ongunstige weersomstandigheden en lage resultaten en toenemende voorzieningen in Aansprakelijkheidsverzekeringen voor auto's naar aanleiding van nieuwe wetgeving. In Azië daalde de nettowinst naar EUR 13 miljoen (tegenover EUR 16 miljoen) door hogere claims in Maleisië.
Overige verzekeringen in het VK, waaronder ook de Retail-activiteiten vallen, boekte in totaal vergoedingen-, commissie- en overige opbrengsten van EUR 264 miljoen, een daling van 11%. Het nettoresultaat van Ageas Retail bedroeg EUR 9 miljoen, inclusief EUR 4 miljoen aan projectkosten. De kosten voor het regionale hoofdkantoor bedroegen EUR 14 miljoen. In het resultaat over 2014 waren verschillende positieve eenmalige baten verwerkt. Hiervoor gecorrigeerd bleef het nettoresultaat over 2015 in lijn met dat over vorig jaar.
Algemene rekening
Het nettoresultaat van de Algemene Rekening bedroeg EUR 15 miljoen. De RPN(I)-verplichting daalde eind 2015 naar EUR 402 miljoen, met een positieve impact van EUR 65 miljoen over het hele jaar. De personeelskosten en overige bedrijfskosten stegen vooral vanwege hogere juridische en advieskosten van EUR 52 miljoen naar EUR 71 miljoen. Het deel van Ageas in de nettowinst van RPI, verwerkt onder 'Aandeel in het resultaat van deelnemingen' bedroeg 18 miljoen en was voornamelijk te danken aan de afwikkeling van een aantal lopende kwesties in de VS.
Solvabiliteit
De Solvency I-ratio van Verzekeringen bedroeg 226%. Het beschikbare kapitaal van de Groep lag EUR 5,6 miljard boven het wettelijk vereiste minimum.
Vanaf nu rapporteert Ageas elk kwartaal de Solvency II-ratio. Aan het eind van 2015 bedroeg de Solvency II-ratio SCRageas 182%. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is te wijten aan een aantal onzekere factoren die nog bestonden ten tijde van de aankondiging tijdens 'Investor Day' in september 2015.
2.2 Gebeurtenissen na balansdatum
Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van de geconsolideerde jaarrekening van Ageas per 31 december 2015.
Algemeen schikkingsvoorstel gerelateerd aan de gebeurtenissen rond Fortis in 2007 en 2008
Op 14 maart 2016 kondigen Ageas en de claimantenorganisaties, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en De Vereniging van Effectenbezitters VEB ("De Partijen"), een voorstel aan voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor de gebeurtenissen van 2007 en 2008 ("de Gebeurtenissen").
De partijen zullen het Gerechtshof Amsterdam vragen de voorgestelde schikking bindend te verklaren voor alle Fortis aandeelhouders die in aanmerking komen volgens de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM).
Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook een overeenkomst sloot met de D&O verzekeraars (Directors & Officers), de bestuurders en functionarissen betrokken in de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis.
De financiële impact van de op 14 maart 2016 aangekondigde schikkingen met enerzijds de claimantenorganisaties, en anderzijds de D&O's en de Verzekeraars, zal zichtbaar zijn in de financiële IFRS rekeningen over het 1ste kwartaal van 2016. Samengevat zal de impact de volgende zijn:
De netto-impact van de voorgestelde schikkingen op het netto Groepsresultaat zal EUR 889 miljoen bedragen. Dit is het resultaat van:
- de kosten van EUR 1.204 miljoen voor het akkoord omtrent de WCAM schikking,
- plus EUR 45 miljoen voor de kosten en uitgaven van de organisaties voor de vertegenwoordiging van de belangen van de particuliere investeerders en/of hun toekomstige rol in het schikkingproces,
- plus een bijkomende provisie van EUR 62 miljoen voor het restrisico. Dit restrisico wordt geschat op 5% van het bedrag van de globale schikking,
- min de schikking van EUR 290 miljoen bij te dragen door de Verzekeraars en het terugdraaien van de provisie voor rechtszaken uit het verleden aangelegd in 2014 (EUR 132,6 miljoen).
2.3 Dividend
De Raad van Bestuur heeft besloten de goedkeuring van de aandeelhouders te vragen voor de uitkering van een bruto cash dividenduitkering over 2015 van EUR 1,65 per aandeel.
2.4 Uitstaande aandelen per jaareinde 2015
Eind 2015 bedroeg het aantal uitgegeven aandelen Ageas 223.778.433. Dit is inclusief 4.643.602 aandelen met betrekking tot de CASHES en 3.968.254 aandelen met betrekking tot de FRESH, die niet stem- of dividendgerechtigd zijn zolang deze aandelen aan deze instrumenten zijn gekoppeld (zie ook noot 47 Voorwaardelijke verplichtingen).
Inkoopprogramma eigen aandelen 2015
Ageas maakte op 5 augustus 2015 bekend dat een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 250 miljoen zal lopen van 17 augustus 2015 tot 5 augustus 2016.
Op 31 december 2015 had Ageas 2.226.350 eigen aandelen ingekocht, wat overeenkomt met 0,99% van de totale uitstaande aandelen en een totaalbedrag van EUR 85,6 miljoen vertegenwoordigt en op 5 februari 2016 3.340.090 eigen aandelen voor een totaalbedrag van EUR 129,2 miljoen. Dit komt overeen met 1,49% van het totaal aantal uitstaande aandelen.
Ageas meldde aan de Nationale Bank dat deze operatie als nietstrategisch kan worden beschouwd, volgens artikel 36/3 §2 van de wet van 22 februari 1998 ter bepaling van het statuut van de Nationale Bank.
Inkoopprogramma eigen aandelen 2014
Ageas maakte op 6 augustus 2014 bekend dat een inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 250 miljoen zal lopen van 11 augustus 2014 tot 31 juli 2015.
Op vrijdag 31 juli 2015 voltooide Ageas het inkoopprogramma aangekondigd op 6 augustus 2014. Tussen 11 augustus 2014 en 31 juli 2015 heeft Ageas 8.176.085 aandelen ingekocht voor een totaalbedrag van EUR 250 miljoen. Dit komt overeen met 3,65% van het totaalaantal uitstaande aandelen.
Op 29 april 2015 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de intrekking van 3.194.473 eigen aandelen, welke zijn teruggekocht tot 31 december 2014, goedgekeurd.
Nadere informatie over de uitstaande aandelen van Ageas, de dividendrechten en de kapitaalstructuur is te vinden in noot 19 Eigen vermogen.
2.5 Raad van Bestuur van Ageas; Remuneration Committee en Audit Committee
De Raad van Bestuur bestond per 31 december 2015 uit dertien leden, het Remuneration Committee, en het Audit Committee uit vier leden.
Naast deze van rechtswege vereiste commissies beschikt ageas SA/NV over een Corporate Governance Committee en een Risk & Capital Committee.
Voor een nadere toelichting bij de samenstelling van de Raad van Bestuur en de Committees, alsook bij wijzigingen in de samenstelling ervan gedurende 2015 wordt verwezen naar het Corporate Governance Statement (zie deel 3).
2.6 Geconsolideerde informatie in verband met de implementatie van de Europese overnamerichtlijn in het jaarverslag Ageas
De Raad van Bestuur verklaart om wettelijke redenen dat het Jaarverslag Ageas 2015 is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke regels ter implementatie van de Europese overnamerichtlijn. Die regels traden in België per 1 januari 2008 in werking. De Raad van Bestuur geeft hierbij de volgende verklaring voor de diverse elementen die onder de nieuwe regels vallen:
- een volledig overzicht van de huidige kapitaalstructuur wordt gegeven in noot 19 Eigen Vermogen en noot 22 Achtergestelde schulden van de Geconsolideerde Jaarrekening 2015 van Ageas;
- beperkingen op de overdracht van aandelen zijn alleen van toepassing op preferente aandelen (indien uitgegeven) en de effecten zoals die zijn beschreven in noot 22 Achtergestelde schulden van de toelichting op de Geconsolideerde Jaarrekening 2015 van Ageas;
- onder noot 1 Juridische structuur van de Geconsolideerde Jaarrekening 2015 van Ageas en onder 'Staat van het kapitaal en de aandeelhoudersstructuur' in de Jaarrekening van ageas SA/NV wordt een overzicht gegeven van belangrijke aandelenbelangen die (door derden) worden aangehouden en die de wettelijke drempel in België overschrijden, dan wel de drempels zoals die in de statuten van ageas SA/NV zijn vastgelegd;
-
er zijn, buiten de in noot 19 Eigen Vermogen en noot 22 Achtergestelde schulden van de toelichting op de Geconsolideerde Jaarrekening 2015 van Ageas beschreven rechten, geen speciale rechten verbonden aan de uitgegeven aandelen;
-
aandelen(optie)regelingen worden, voor zover van toepassing, beschreven in noot 7 sectie 7.2 Aandelen en aandelenoptieregelingen van de toelichting op de Geconsolideerde Jaarrekening 2015 van Ageas. Het besluit tot uitgifte van aandelen en opties ligt bij de Raad van Bestuur en is onderhevig aan lokale wettelijke beperkingen, indien van toepassing;
- behoudens de informatie in noot 19 Eigen Vermogen, noot 8 Verbonden partijen en noot 22 Achtergestelde schulden van de toelichting op de Geconsolideerde Jaarrekening 2015 van Ageas, is Ageas zich niet bewust van eventuele afspraken tussen aandeelhouders die de overdracht van aandelen of de uitoefening van stemrecht zouden kunnen beperken;
- leden van de Raad van Bestuur worden benoemd of ontslagen door een meerderheid van stemmen uitgebracht bij de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV. Statutenwijzigingen kunnen alleen worden doorgevoerd nadat de Algemene Vergadering van Aandeelhouders daartoe een motie heeft goedgekeurd. Indien minder dan 50% van de aandeelhouders vertegenwoordigd is, wordt een tweede vergadering belegd die met 75% van de stemmen de motie kan aannemen, ongeacht of het quorum wordt gehaald;
- de Raad van Bestuur van Ageas heeft het recht om aandelen uit te geven en in te kopen, in overeenstemming met de daartoe verleende goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV. De huidige toelating loopt af op 29 april 2017;
- ageas SA/NV is geen contractpartij in een belangrijke overeenkomst die in werking treedt, wordt gewijzigd en/of beëindigd bij een eventuele wijziging van de zeggenschap als gevolg van een openbare overname;
- ageas SA/NV heeft geen afspraken met bestuursleden of medewerkers gemaakt die voorzien in de betaling van een speciale vertrekpremie indien het dienstverband als gevolg van een openbare overname wordt beëindigd;
- Aandeelhouders van Ageas zijn verplicht te voldoen aan bepaalde meldingseisen indien hun deelneming in Ageas boven of onder bepaalde drempels komt, zoals voorgeschreven door de Belgische wet en door de statuten van ageas SA/NV. De aandeelhouder moet de onderneming en de FSMA inlichten als zijn deelneming boven of onder de 3% of 5% (en bij elk meervoud van 5%) van de stemrechten komt. Ageas publiceert die informatie op haar website.
3 Corporate Governance Statement
Net als in voorgaande jaren, blijft Ageas sterk gefocust op haar toekomst als internationale verzekeringsgroep. Grote waarde wordt daarbij gehecht aan doeltreffend bestuur en transparante informatie aan het publiek en andere belanghebbenden.
3.1 Juridische structuur en aandelen van Ageas
3.1.1 Structuur
Ageas is opgericht in 1990. De algemene juridische structuur werd de volgende jaren regelmatig aangepast en de naam werd voor het laatst gewijzigd in ageas SA/NV op 28 april 2010.
Ageas bestaat momenteel uit verzekeringsactiviteiten in:
- België via een belang van 75% in AG Insurance;
- het Verenigd Koninkrijk;
- Continentaal Europa;
- Azië.
Behalve de verzekeringsactiviteiten bezit Ageas financiële activa en passiva die verbonden zijn aan diverse financieringsinstrumenten en interne herverzekeringsactiviteiten in het segment algemene rekening.
De juridische structuur van Ageas is als volgt.
3.1.2 Aandelen
3.1.2.1 Uitgegeven aandelen en eigen aandelen
De Buitengewone Aandeelhoudersvergadering keurde op 29 april 2015 de intrekking goed van 7.217.759 aandelen (3.194.473 aandelen gerelateerd aan het inkoopprogramma eigen aandelen van 2014 en 4.023.286 aandelen gerelateerd aan het inkoopprogramma eigen aandelen van 2013). De statuten werden dienovereenkomstig goedgekeurd.
Met ingang van 29 april 2015 bedraagt het totaal aantal uitstaande aandelen 223.778.433. Er werden noch verschillende aandelenklassen noch voorkeursaandelen uitgegeven. Bijkomende informatie over de Ageas aandelen wordt uiteengezet in noot 19 Eigen Vermogen.
Ageas heeft een uitstaande achtergestelde verplichting (FRESH) die kan worden ingeruild tegen Ageas aandelen. Bijkomende informatie over de achtergestelde verplichtingen van Ageas wordt uiteengezet in noot 22 Achtergestelde schulden
In het kader van het inkoopprogramma eigen aandelen aangekondigd op 6 augustus 2014 en voltooid op 31 juli 2015 kocht Ageas 8.176.085 aandelen terug, overeenstemmend met 3,65% van het totaal aan uitstaande aandelen en met een waarde van EUR 250 miljoen.
Op 5 augustus kondigde Ageas de beslissing aan om een nieuw inkoopprogramma te starten voor zijn uitstaande gewone aandelen voor een bedrag van EUR 250 miljoen. Het inkoopprogramma eigen aandelen begon op 17 augustus 2015 en zal lopen tot 5 augustus 2016. Op 31 december 2015 bezat Ageas 2.226.350 eigen aandelen die werden teruggekocht in het kader van het inkoopprogramma eigen aandelen.
Samen met andere eigen aandelen in bezit van Ageas vertegenwoordigde het totale aantal eigen aandelen op 31 december 2015 5%.
Tijdens de Aandeelhoudersvergadering van 27 april 2016 zal de Raad van Bestuur van Ageas aan de aandeelhouders de intrekking voorstellen van 7.207.962 aandelen.
3.1.2.2 Dematerialisatieproces van fysieke aandelen aan toonder
Op 11 augustus 2015 verkocht Ageas 54.875 fysieke aandelen aan toonder, waarvan de houders op 6 juli 2015 onbekend waren, op Euronext Brussel via de financiële intermediatie van BNP Paribas Fortis.
De verkoop, die werd aangekondigd op 3 juni 2015, valt binnen het kader van de wet van 14 december 2005 die stipuleert dat aandelen aan toonder stelselmatig moeten worden afgeschaft en worden omgezet in aandelen op naam of gedematerialiseerde aandelen.
De gemiddelde verkoopprijs bedroeg EUR 38,97. De netto-opbrengst van de verkoop werd gestort aan de Deposito- en Consignatiekas in overeenstemming met de wettelijke vereisten.
Sinds 1 januari 2016 kunnen de houders van aandelen aan toonder de terugbetaling vragen van de verkoopopbrengst van de Deposito- en Consignatiekas op voorwaarde dat zij hun statuut als houder kunnen bewijzen.
3.2 Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur functioneert binnen het kader van de wetgeving, de statuten en normale bedrijfsvoering in België. De rol en verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur evenals zijn samenstelling, structuur en organisatie worden in detail beschreven in het Ageas Corporate Governance Charter.
3.2.1 Samenstelling
De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit dertien leden, namelijk Jozef De Mey (Voorzitter), Guy de Selliers de Moranville (Vicevoorzitter), Lionel Perl, Jan Zegering Hadders, Roel Nieuwdorp, Steve Broughton, Jane Murphy, Richard Jackson, Lucrezia Reichlin, Davina Bruckner, Bart De Smet (CEO), Filip Coremans (CRO) en Christophe Boizard (CFO).
Vier bestuurders werden in 2015 herverkozen: Jozef De Mey (Voorzitter), Guy de Selliers de Moranville (Vicevoorzitter), Lionel Perl en Jan Zegering Hadders.
In 2015 zette Ageas een Executive Committee op dat uitsluitend bestaat uit leden die eveneens lid zijn van de Raad van Bestuur. In dat verband keurde de Algemene Vergadering van april 2015 de benoeming goed van twee nieuwe uitvoerende leden van de Raad van Bestuur, Filip Coremans (CRO) en Christophe Boizard (CFO), beide lid van het Executive Committee.
De meerderheid van de Raad van Bestuur wordt gevormd door niet-uitvoerende en onafhankelijke bestuurders zoals beschreven in bijlage 3 van het Ageas Corporate Governance Charter.
Drie van de dertien bestuursleden zijn vrouw. Ageas ondersteunt de doelstelling om meer vrouwen op bestuursniveau te hebben. De Raad van Bestuur zal de verplichtingen zoals opgelegd door de wet in overweging nemen als nieuwe bestuursleden voor benoeming worden voorgesteld of als de verlenging van de mandaten van bestaande bestuursleden ter goedkeuring worden voorgelegd, zonder hierbij afbreuk te doen aan de normen voor expertise en vaardigheden zoals door Ageas bepaald voor de leden van de Raad van Bestuur. Tegen die achtergrond zal de Raad van Bestuur de benoeming van een vrouwelijke kandidaat voorstellen op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 27 april 2016
3.2.2 Vergaderingen
De Raad van Bestuur kwam in 2015 tien keer in vergadering bijeen. Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 3.6 Raad van Bestuur.
In de vergaderingen van 2015 zijn onder andere de volgende onderwerpen aan de orde gekomen:
- de voorbereiding van de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders;
- de strategie van Ageas als geheel en van elk van de bedrijfsonderdelen;
- de lopende ontwikkelingen bij elk van de bedrijfsonderdelen van Ageas;
- de geconsolideerde kwartaal-, halfjaar- en jaarlijkse financiele verslagen;
- het Jaarverslag over 2014;
- het Embedded Value rapport over 2014;
- persberichten;
- het budget voor 2016;
- de solvabiliteit van de onderneming, met inbegrip van de goedkeuring van nieuwe Solvency II maatregelen;
- het asset management en investeringsbeleid van de onderneming;
- het risicoraamwerk van Ageas, met inbegrip van een nieuw risk appetite kader;
- Investor Relations en Corporate Communicatie;
- de verslagen van vergaderingen van de bestuurscommissies;
- de opvolgingsplanning van de Raad van Bestuur en het Executive Management;
- het implementeren van de Ageas Corporate Governance Charter in het algemeen en van de bestuurscommissies in het bijzonder;
- het deugdelijk bestuur en het functioneren van het Executive Committee en het Management Committee;
- het bezoldigingsbeleid in het algemeen en de bezoldiging van de CEO en de leden van het Executive Committee in het bijzonder;
- de status van gerechtelijke procedures en lopende zaken uit het verleden;
- diverse dossiers met betrekking tot overnames.
De leden van het Executive Committee brachten tijdens de vergaderingen van de Raad van Bestuur verslag uit over de resultaatontwikkeling en de algemene prestaties van de verschillende activiteiten.
Daarnaast voerde de Raad van Bestuur een self-assessment met de ondersteuning van een externe consultant.
3.2.3 Bestuurscommissies
In 2015 hebben er geen wijzigingen plaatsgevonden in de taakopdracht van Advisory Board Committees.
De taakopdracht van iedere Advisory Board Committee, de functies en verantwoordelijkheid is nader omschreven in het Ageas Corporate Governance Charter.
In overeenstemming met het Ageas Corporate Governance Charter bestaat elke Advisory Board Committee uit niet-uitvoerende bestuursleden, met minimaal drie en maximaal vijf leden.
Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 3.6 Raad van Bestuur.
3.2.4 Corporate Governance Committee (CGC)
De samenstelling van het CGC bleef ongewijzigd in 2015. De commissie bestond uit de volgende leden: Jozef De Mey (voorzitter), Guy de Selliers de Moranville, Roel Nieuwdorp en Jan Zegering Hadders. De CEO en CRO hebben de vergaderingen eveneens bijgewoond, met uitzondering van discussies over onderwerpen die met hun eigen situatie te maken hebben.
Het CGC is in 2015 vijf keer bijeengekomen waarvan drie keer gezamenlijke bijeenkomsten met het Remuneration Committee betrof.
De volgende zaken zijn aan de orde geweest:
- het Corporate Governance Charter van Ageas;
- de opvolgingsplanning van het Executive Management;
- de doelstellingen van de CEO en de overige leden van het Executive Management;
- de prestaties van de CEO en de overige leden van het Executive Management;
- de verslaggeving inzake deugdelijk bestuur en de activiteiten van het CGC in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas;
- juridische zaken met betrekking tot de voorwaardelijke verplichtingen.
De voorzitter van het CGC heeft na elke vergadering over deze onderwerpen verslag uitgebracht aan de Raad van Bestuur en heeft ten behoeve van de definitieve besluitvorming de aanbevelingen van de commissie aan de Raad van Bestuur voorgelegd.
3.2.5 Het Audit Committee
De samenstelling van het Audit Committee veranderde in 2015: Davina Bruckner verving Lionel Perl, die toetrad tot het Remuneration Committee. Per 31 december 2015 bestond het Audit Committee uit de volgende leden: Jan Zegering Hadders (voorzitter), Jane Murphy, Richard Jackson en Davina Bruckner. De leden van het Audit Committee beschikken over voldoende gezamenlijke ervaring en bekwaamheid met betrekking tot audit en boekhouding op basis van hun huidige en voorgaande functies. Het Audit Committee wordt bijgestaan door Ageas Audit, Compliance en financiele functies en de externe accountant.
Het committee is in 2015, naast twee gezamenlijke vergaderingen met het Risk & Capital Committee, zeven keer bijeengekomen. De vergaderingen werden bijgewoond door leden van het Executive Committee en de interne en externe accountants. De volgende zaken zijn aan de orde geweest:
- het bewaken van de integriteit van de kwartaal-, halfjaar- en jaarlijkse geconsolideerde financiële verslaglegging, inclusief de toelichtingen, de consistente toepassing van wijzigingen aan de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling, de consolidatiescope, de kwaliteit van het afsluitingsproces en belangrijke punten die door de CFO of de externe accountants werden aangedragen;
- het reviewen van het calculatieproces voor de embedded value en het valideren van het rapport van 2014;
- het bewaken van de bevindingen en aanbevelingen van de interne en externe accountant over de kwaliteit van de interne audit en het boekhoudproces;
- het beoordelen van de planning en rapportages van de interne en externe auditplannen;
- het beoordelen van het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van het interne beheersingssysteem in het algemeen, en van het risicobeheersysteem in het bijzonder;
- het beoordelen van de algehele performance van de externe accountant;
- het reviewen van het rapport over de toereikendheidstoets met betrekking tot de Verzekeringsverplichtingen.
De voorzitter van het Audit Committee had elk kwartaal een-opeen besprekingen met de interne en externe accountants. De voorzitter van het Audit Committee heeft over deze beraadslagingen van het comittee verslag uitgebracht aan de Raad van Bestuur en heeft ten behoeve van de besluitvorming de aanbevelingen van de commissie aan de Raad van Bestuur voorgelegd. Het Audit Committee ontvangt een geschreven rapport van het Risk & Capital Comité vergadering waarop tijdens de vergadering commentaar wordt gegeven.
Tijdens de gezamenlijke vergaderingen met het Risk & Capital Committee hebben de leden de nieuwe rapportagevereisten onder Solvency II, de interne beoordeling (INCA of interne beheerssysteem) besproken en het functioneren van Risk management geëvalueerd.
3.2.6 Remuneration Committee (RC)
De samenstelling van het Remuneration Committee omvatte in 2015 de volgende leden: Roel Nieuwdorp (Voorzitter), Jane Murphy en Steve Broughton. Vanaf september 2015 vervoegde Lionel Perl zich eveneens bij het Remuneration Committee.
Het RC wordt bijgestaan door Towers Watson, een extern gespecialiseerd consultantsbureau dat marktgerelateerde informatie en advies verstrekt over algemeen gehanteerde beloningselementen, best practices en verwachte ontwikkelingen. Towers Watson verstrekt geen materiële compensatie of beloningsgerelateerde diensten aan het Executive Committee van Ageas of enig ander onderdeel van de Ageas-organisatie.
De CEO, de CRO en de directeur Group Human Resources woonden de vergaderingen bij, behalve wanneer zaken werden besproken die betrekking hadden op hun zelf. Hierbij verlieten zij de vergadering om een belangenverstrengeling te vermijden.
De commissie kwam zes keer bijeen, waarvan drie keer samen met het Corporate Governance Committee in het verslagjaar. Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 3.6 Raad van Bestuur.
De volgende zaken zijn in 2015 in het Remuneration Committee aan de orde geweest:
- de vergelijking van de bezoldiging van de bestuursleden en het Executive Management met die van vergelijkbare ondernemingen, inclusief de belangrijkste prestatie-indicatoren zoals door vergelijkbare ondernemingen gehanteerd;
- Corporate Governance en het in lijn brengen van het bezoldigingsbeleid met de regelgeving en de huidige markt;
- de verslaggeving inzake bezoldiging en de activiteiten van het Remuneration Committee in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas;
- het aandelenplan ten behoeve van het senior management van Ageas.
Het gezamenlijke Remuneration and Corporate Governance Committee heeft over de volgende zaken gesproken en advies gegeven:
- bedrijfs en individuele doelstellingen van het Executive Management;
- de kortetermijnbonus (STI) van het Executive Management;
- de langetermijnbonus (LTI) van het Executive Management;
- het herzien van de belangrijkste prestatie-indicatoren (KPI's) van het Executive Management.
De voorzitter van het Remuneration Committee rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde de Raad van Bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming. Nadere informatie over het Remuneration Committee is te vinden in het Verslag van de Remuneration Committee (zie ook sectie 3.7 van dit hoofdstuk).
3.2.7 Risk & Capital Committee (RCC)
De samenstelling van het Risk & Capital Committee veranderde niet in 2015. Het bestond uit de volgende leden: Guy de Selliers de Moranville (voorzitter), Lionel Perl, Steve Broughton en Lucrezia Reichlin.
De commissie kwam, inclusief twee gezamenlijke vergaderingen met het Audit Committee in 2015, acht keer bijeen. De vergaderingen werden bijgewoond door de leden van het Executive Committee en de Group Risk Officer.
De volgende zaken zijn in 2015 in het RCC aan de orde geweest:
- het monitoren van het risicobeheer op basis van managementrapporten;
- het monitoren op kwartaalbasis van de performance van asset management, per segment en per beleggingscategorie;
- het evalueren van het risicobeleid opgesteld door het management, met inbegrip van het nieuwe risk appetite kader;
- het bewaken van de allocatie van kapitaal en de solvabiliteit van Ageas Groep.
De voorzitter van het RCC rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde het bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming.
Gedurende de gezamenlijke bijeenkomsten van het Risk & Capital Committee en het Audit Committee, bespraken de leden de nieuwe rapportagevereisten onder Solvency II, toereikendheid van de interne controle (INCA) en evalueerden zij het functioneren van Risicomanagement.
3.3 Executive management
Het Executive management van Ageas bestaat uit de leden van het Executive Committee zoals vermeld in de statuten en de leden van het Management Committee zoals vermeld in het Corporate Governance Charter. De rol van het Executive Committee is leiding geven aan Ageas in overeenstemming met de waarden, strategieën, beleidslijnen, plannen en budgetten die de Raad van Bestuur heeft opgesteld.
Executive Committee
Krachtens nieuwe wetgeving heeft de Raad van Bestuur een Executive Committee in het leven geroepen in overeenstemming met artikel 524bis van het Belgische Wetboek van Vennootschappen. Alle managementbevoegdheden en competenties worden hieraan gedelegeerd, met uitzondering van (i) de bepaling van het algemene beleid van het Bedrijf en van de Ageas Groep en van (ii) alle aangelegenheden die krachtens de wet uitsluitend toekomen aan de Raad van Bestuur.
Het Executive Committee bestaat uitsluitend uit leden van de Raad van Bestuur. De Voorzitter van het Executive Committee is de CEO en vergadert één keer per week volgens een voorafbepaalde agenda. Bijkomende vergaderingen worden gehouden indien dat nodig blijkt.
Het Executive Committee van Ageas bestond eind 2015 uit Bart De Smet (Chief Executive Officer), Christophe Boizard (Chief Financial Officer) en Filip Coremans (Chief Risk Officer).
- Bart De Smet, CEO, is verantwoordelijk voor Business, Strategy & Business Development, Audit en Communications;
- Christophe Boizard, CFO, is verantwoordelijk voor Finance, Beleggingen, Investor Relations en Corporate Performance Management;
- Filip Coremans, CRO, is verantwoordelijk voor Risk, Compliance, Legal en Support Functions (Human Resources, IT en Facility).
Het Management Committee bestond eind 2015 uit:
- de drie leden van het Group Executive Committee;
- Antonio Cano (Chief Operating Officer);
- de hoofden van de vier operationele segmenten: Steven Braekeveldt, CEO Continentaal Europa; Hans De Cuyper, CEO AG Insurance (België); Andy Watson, CEO Verenigd Koninkrijk, en Gary Crist, CEO Azië;
- Emmanuel Van Grimbergen, Group Risk Officer.
3.4 Interne risicobeheer- en controlesystemen
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de goedkeuring van toereikende systemen voor intern risicomanagement en interne risicobeheersing en voor de evaluatie van de implementatie van deze systemen. De interne risicomanagement- en beheersingssystemen van Ageas zijn zodanig ingericht dat de Raad van Bestuur en het management met een redelijke mate van zekerheid erop kunnen vertrouwen dat:
- ze tijdig op de hoogte worden gebracht van de mate waarin de onderneming de strategische, financiële en operationele doelstellingen realiseert tijdens de uitvoering van de strategie;
- de activiteiten efficiënt en effectief worden uitgevoerd;
- de financiële en niet-financiële rapportage betrouwbaar is;
- de onderneming in overeenstemming met de wet- en regelgeving handelt, evenals met het interne beleid met betrekking tot de bedrijfsvoering;
- de activa veilig zijn gesteld en de verplichtingen in kaart zijn gebracht en worden beheerst;
- de entiteiten binnen hun risicolimieten blijven.
3.4.1 Financiële rapportagecyclus
Ageas heeft het financiële rapporteringsproces ingericht op basis van de volgende interne controlemaatregelen:
- de controlecyclus voor de budgetten;
- duidelijke instructies en planning van het rapporteringsproces;
- duidelijke procedures, grondslagen en handleiding voor verslaggeving;
- validatieproces voor het gerapporteerde budget en actuele cijfers per operationele entiteit;
- goedkeuring van de cijfers door het lokale management;
- beoordeling van de cijfers door het Executive Committee, het Management Committee, het Audit Committee en de Raad van Bestuur;
- kwartaalreview en jaarlijkse audit van de cijfers door de externe accountant.
3.4.2 Budgetproces
Het budget is de basis van de financiële rapporteringscyclus. Het budgetproces wordt gecoördineerd door Corporate Performance Management (CPM) en gaat in juni van start met een budgetinstructie en formulering van de doelstellingen. Deze instructie wordt goedgekeurd door het Executive Committee op voordracht van de Group CFO. Na goedkeuring gaat de budgetinstructie naar de lokale CEO's.
Het budget wordt opgesteld op een driejarige voortschrijdende basis. Tijdens de voorbereiding van de budgetten vindt voorlopig overleg plaats tussen CPM, Strategie, de CFO en het management van de lokale entiteiten over de toekomstige strategie en de economische omstandigheden waarmee rekening gehouden moet worden bij het opstellen van het specifieke budget.
Nadat de budgetten zijn ingediend, voert Group Finance een validatiecontrole uit. Het resultaat van die controle wordt, inclusief alle mogelijke bevindingen, besproken met het lokale Finance team.
Nadat de validatiecontroles zijn uitgevoerd, worden budgetdiscussies gehouden tussen het Executive Commitee en het lokale management om de belangrijkste onderwerpen van elk segment te bespreken.
Nadat het budgetproces is afgerond door CPM, worden de budgetten per segment (België, Verenigd Koninkrijk, Azië, Continentaal Europa en de Algemene Rekening) en het geconsolideerde budget, met inbegrip van een verklaring van de gebruikte assumpties, voor advies naar het Management Committee gestuurd. Nadat het Executive Committee op basis van het advies van het Management Committee het budget heeft goedgekeurd, gaat dat ter uiteindelijke goedkeuring naar de Raad van Bestuur van Ageas.
3.4.3 Afsluitingen van actuele cijfers
De rapportering door Ageas van de actuele cijfers gebeurt in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) grondslagen voor verslaggeving. De interne rapportering gebeurt maandelijks, extern wordt aan het einde van elk kwartaal en aan het einde van het boekjaar gerapporteerd. Voor elke af te sluiten periode wordt het consolidatiesysteem geactualiseerd door Group Finance (Afdeling Consolidatie). Naast de lokale entiteiten, neemt Group Finance tevens contact op met de niet-financiële afdelingen (Risk, Legal, Tax, Accounting Policies, Company Secretary, Pension Office en Human Resources) om hen in te lichten over de aard van de informatie of over de bijdrage die van hen wordt verwacht (en op welk tijdstip) voor de afsluiting.
Nadat de cijfers zijn ingediend, vinden validatiebesprekingen plaats tussen Group Finance, de CFO, CPM en het lokale management waarin het lokale management de resultaten toelicht vanuit een businessperspectief en de verwachtingen voor het volledige boekjaar weergeeft. Elke CFO van een rapporterende entiteit dient aan de Group CFO schriftelijk te verklaren dat de gerapporteerde cijfers correct zijn.
Group Finance is verantwoordelijk voor de voorbereiding van het tussentijds en jaarlijks financieel verslag en voor het interne managementverslag over de cijfers. Group Finance voegt de informatie die ontvangen is van de niet-financiële afdelingen toe aan het verslag, gaat na of in alle hoofdstukken in het verslag de correcte cijfers zijn opgenomen en zorgt via validatiecontroles dat de cijfers over hetzelfde onderwerp in de verschillende noten hetzelfde zijn. Bovendien analyseert en verklaart Group Finance de veranderingen in de cijfers in de rapportering. De verklaringen worden vastgelegd in een issue log.
Het tussentijds financieel verslag en het jaarverslag worden beoordeeld en gecontroleerd door externe accountants. Bevindingen worden met de accountants besproken. Na beëindiging van het afsluitproces door Group Finance worden de geconsolideerde rapporteringen voorgelegd aan het Management Committee. Het Management Committee bespreekt deze rapporteringen en geeft zijn advies aan het Executive Committee dat goedkeuring verleent. Op basis van de definitieve documenten geven de accountants een schriftelijke verklaring af die in hun opinie in deze documenten mag worden opgenomen.
Na goedkeuring worden alle documenten die gepubliceerd dienen te worden samen met de presentatie en het afsluitingsmemorandum aan de Raad van Bestuur van Ageas ter goedkeuring voorgelegd. De externe accountant bereidt voor de Raad van Bestuur bovendien een presentatie voor en de 'Brief aan de Raad van Bestuur'. Deze brief omvat elementen die naar de mening van de accountant dienen te worden gerapporteerd vanuit diens rol van externe accountant aan de Raad van Bestuur. Al deze informatie wordt eerst besproken met het Audit Committee (als onderdeel van de Raad van Bestuur). Het Audit Committee brengt daarna verslag uit tijdens de bijeenkomst van de Raad van Bestuur.
Op dezelfde dag als de publicatie wordt het tussentijds financieel verslag of jaarverslag en het persbericht door Group Finance verstuurd aan de toezichthoudende instanties (FSMA en NBB) om te voldoen aan de regelgevingverplichtingen inzake publicatie.
Naast de financiële rapportages voert Ageas elk kwartaal een rapportage uit op het gebied van risico en solvabiliteit. Op jaarbasis voert Ageas een eigen beoordeling van de risico's uit, de zogenaamde ORSA (Own Risk and Solvency Assessment), evenals een interne beoordeling (Internal Control Assessment). De voorbereiding en goedkeuring van deze rapportages geschiedt aan de hand van dezelfde belangrijke principes die gelden voor interne maatregelen als de financiële verslaggeving en de beoordeling en goedkeuring door het Audit & Risk Committee en de Raad van Bestuur.
3.4.4 Zekerheid
Zelfs een solide systeem van intern risicomanagement en interne risicobeheersing kan verkeerde oordeelvorming bij het nemen van beslissingen niet volledig uitsluiten of voorkomen dat de beheersingsprocessen opzettelijk door medewerkers en/of anderen worden omzeild, dat het management de beheersingsmaatregelen omzeilt of dat er onvoorziene omstandigheden optreden. De interne risicomanagement- en beheersingssystemen hebben tot doel redelijke, maar geen absolute, zekerheid te bieden dat de onderneming niet wordt gehinderd door omstandigheden die redelijkerwijze kunnen worden voorzien bij het realiseren van de bedrijfsdoelstellingen in de ordelijke en legitieme bedrijfsvoering, en dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
De Raad van Bestuur heeft het risicoprofiel van Ageas geëvalueerd, evenals het ontwerp en de operationele effectiviteit van de interne Ageas-systemen voor risicomanagement en beheersing. Verder heeft de Raad van Bestuur zich gebogen over de effectiviteit van de genomen corrigerende maatregelen. In noot 5 Risicomanagement, noot 25 RPN(I), noot 47 Voorwaardelijke verplichtingen en noot 49 Gebeurtenissen na balansdatum is meer informatie te vinden over respectievelijk (i) de belangrijkste risico's die van toepassing zijn op Ageas, (ii) RPN(I) en (iii) de voorwaardelijke verplichtingen.
De Raad van Bestuur is van mening dat, naar zijn beste weten, het interne risicomanagement- en beheersingssysteem in verband met de financiële risicorapportage gedurende het verslagjaar toereikend heeft gewerkt en een redelijke mate van zekerheid biedt dat de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Deze verklaring dient niet te worden opgevat als een verklaring in overeenstemming met de vereisten van artikel 404 van de Amerikaanse Sarbanes-Oxley Act, die niet op Ageas van toepassing zijn.
De Raad van Bestuur van Ageas blijft zich inzetten voor de verdere verbetering van de interne risicomanagement- en beheersingssystemen.
3.5 Corporate Governance referentiecodes en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
3.5.1 Corporate Governance referentiecodes
De Belgische Corporate Governance Code, gepubliceerd op 12 maart 2009 (de Code 2009), is van toepassing op Ageas en is beschikbaar op de website van Ageas:
https://www.Ageas.com/nl/over-Ageas/corporate-governance.
De Code is gebaseerd op het 'pas toe of leg uit'-principe. Dit betekent dat bedrijven de Code moeten naleven of in de 'Corporate Governance-verklaring' moeten uitleggen waarom ze afwijken van haar principes. Bij Ageas zijn er geen aspecten van corporate governance die bijkomende toelichting vereisen met het oog op Code 2009.
In 2014 werd een nieuwe wetgeving uitgevaardigd in België in overeenstemming waarmee verzekeringsholdings een Executive Committee hebben moeten oprichten dat uitsluitend is samengesteld uit bestuursleden. Deze nieuwe wetgeving impliceerde een revisie van zowel Corporate Governance Charter als statuten van Ageas. Ageas voldoet aan deze nieuwe wetgeving vanaf de Algemene Aandeelhoudersvergadering van april 2015.
Er zijn geen andere wijzigingen nodig om het Governance Charter verder in overeenstemming te brengen met van toepassing zijnde regels en regelgevingen, en zelfs ook niet om te anticiperen op (internationale) trends die Ageas relevant acht.
Het Corporate Governance Charter dat van toepassing is tot de algemene aandeelhoudersvergadering van april 2016, is beschikbaar op de website van Ageas (www.ageas.com).
3.5.2 Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, of MVO zoals het gewoonlijk wordt genoemd, gaat om iets teruggeven aan de maatschappij en zakendoen op een maatschappelijk verantwoorde manier, rekening houdend met alle belanghebbenden. Tegenwoordig maakt het onlosmakelijk deel uit van zakendoen en in veel opzichten is het een 'licence to operate' en, steeds meer, een principe om bedrijven te toetsen. In de Ageas Groep noemen wij dat echter anders. Voor Ageas is het begrip 'Verantwoord Ondernemerschap' een accuratere omschrijving van wat we proberen te bereiken en het weerspiegelt de specifieke kenmerken van Ageas en de waarden die gedragen worden door de bedrijfsstrategie.
De principes van Verantwoord Ondernemerschap behoren integraal tot de bedrijfscultuur van Ageas en worden weerspiegeld in een groot aantal specifieke initiatieven verspreid over de verschillende regio's. Die initiatieven hebben alle tot doelstelling om "goed te doen" en bij te dragen tot de gemeenschappen waar Ageas actief is. Dit past perfect bij een verzekeraar. 'Mensen helpen' is tenslotte de essentie van verzekeren en zit als dusdanig ook in onze genen. In lijn met het sterke lokale empowerment bij Ageas, ontstaan de meeste van die initiatieven uit de nauwe betrokkenheid van onze lokale operationele entiteiten in de ruimere gemeenschap. Het gaat erom deel uit te maken van de lokale gemeenschap.
Ageas zag een mogelijkheid om door best practice een meer gemeenschappelijke visie op Verantwoord Ondernemerschap te ontwikkelen, en lanceerde daarom een project om best practices samen te brengen en een beter inzicht te verwerven in wat de belanghebbenden in dit verband van Ageas verwachten. Voor ons is Verantwoord Ondernemerschap niet zomaar een strategisch hulpmiddel, maar maakt onlosmakelijk deel uit van wie we zijn. Het is een bijkomende strategische hefboom om waarde te creëren, eerder dan om alleen maar risico te beperken. Rekening houdend met de specifieke kenmerken van de verzekeringssector en Ageas' profiel, identificeerde het bedrijf vijf centrale focusdomeinen: werknemers, klanten, financiële activa, milieu en de gemeenschap.
In de recentste fase van het project onderzoekt Ageas hoe Verantwoord Ondernemerschap het efficiëntst in praktijk kan worden gebracht in de geïdentificeerde domeinen, en hoe op groepsniveau extra invloed aangewend kan worden om initiatieven in de hele groep te stimuleren. In de geest van het ondernemerschap willen wij kansen creëren voor mensen en bedrijven om te groeien en innovatief te zijn. Het uiteindelijke doel is om te onderzoeken hoe Ageas maatschappelijke kwesties kan opnemen in zijn centrale bedrijfsstrategie, zodat zowel het bedrijf als de maatschappij in zijn geheel er voordeel uit halen, met andere woorden, 'creating shared value'. Door dit op groepsniveau aan te pakken, kan er meer vooruitgang geboekt worden. In de toekomst wil Ageas Verantwoord Ondernemerschap in het leven roepen, in de levens van de belanghebbenden brengen.
Voorzitter
Jozef De Mey
(1943 - Belgische nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man)
Op 31 december 2015 Voorzitter van de Raad van Bestuur en Voorzitter van het Corporate Governance Committee.
Eerste benoeming : 2009.
- Zittingstermijn loopt tot : de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019.
- Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2015 : Voorzitter van de Raad van Bestuur van Ageas Insurance International N.V. (NL), van Ageas UK Ltd. (UK), Ageas Asia Holdings Ltd. (HK), Ageas Insurance Company (Asia) Ltd. (HK), Credimo Holding N.V. (BE) en Credimo N.V. (BE). Vicevoorzitter van Muang Thai Group Holding Company Ltd. (Thailand) en Muang Thai Life Assurance Public Company Ltd. (Thailand). Zie noot 1 Juridische structuur, noot 29 Minderheidsbelangen en noot 14 Beleggingen in deelnemingen voor meer informatie over deze entiteiten.
Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Geen.
Andere functies : Details beschikbaar op de website.
Niet-uitvoerende bestuursleden
Guy de Selliers de Moranville
(1952 – Belgische nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man) Op 31 december 2015 Vicevoorzitter van de Raad van Bestuur, lid van het Corporate Governance Committee en Voorzitter van het Risk & Capital Committee.
| Eerste benoeming Zittingstermijn loopt tot Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2015 |
: : : |
2009. de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019. Voorzitter van de Raad van Bestuur van Ageas Insurance SA/NV (BE) en niet-uitvoerend bestuurslid van Ageas Insurance International N.V. (NL). Zie noot 1 Juridische structuur, noot 29 Minderheidsbelangen en noot 14 Beleggingen in deelnemingen voor meer informa tie over deze entiteiten. |
|---|---|---|
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : | Lid van de Raad van Bestuur Solvac Adres : Rue des Champs Elysées 1050 Brussel, België Sector : Holding |
|
| Lid van de Raad van Commissarissen en Voorzitter van het Risk Committee van Advanced Metal Group Adres : Toren C, 13e verdieping, Strawinskylaan 1343, 1077 XX Amsterdam, Nederland Sector : Speciaalmetalen en techniek |
||
| Lid van de Raad van Bestuur en het Duurzaamheidscomité van Ivanhoe Adres : 654 – 999 Canada Place, Vancouver, Canada Sector : Mijnbouw |
||
| Andere functies | : | Details beschikbaar op de website. |
Roel Nieuwdorp
(1943 – Nederlandse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man)
Op 31 december 2015 Lid van de Raad van Bestuur, Voorzitter van het Remuneration Committee en lid van het Corporate Governance Committee.
| Eerste benoeming Zittingstermijn loopt tot Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2015 |
: : : |
2009. de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2017. Niet-uitvoerend bestuurder van Ageas Insurance International N.V. (NL) en Ageas France S.A. (FR). Zie noot 1 Juridische structuur, noot 29 Minderheidsbelangen, en noot 14 Beleg gingen in deelnemingen voor meer informatie over deze entiteiten. |
|---|---|---|
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : | Geen. | |
| Andere functies | : | Details beschikbaar op de website. |
| Lionel Perl (1948 – Belgische nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man) |
Op 31 december 2015 Lid van de Raad van Bestuur, van het Remuneration Committee en van het Risk & Capital Committee. | |
| Eerste benoeming Zittingstermijn loopt tot Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2015 |
: : : |
2009. de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019. Niet-uitvoerend bestuurslid Ageas Insurance International N.V. (NL) en, Ageas UK Ltd. (UK). Zie noot 1 Juridische structuur, noot 29 Minderheidsbelangen en noot 14 Beleggingen |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : | Geen. | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| -- | ----------------------------------------------------- | -- | -- | -- | ------- |
Andere functies : Details beschikbaar op de website.
in deelnemingen voor meer informatie over deze entiteiten
Jan Zegering Hadders
(1946 – Nederlandse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man) Op 31 december 2015 Lid van de Raad van Bestuur, Voorzitter van het Audit Committee en lid van het Corporate Governance Committee.
| Eerste benoeming Zittingstermijn loopt tot Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2015 |
: : : |
2009. de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019. Niet-uitvoerend bestuurslid van Ageas Insurance International N.V. (NL) en van AG Insu rance SA/NV (BE). Zie noot 1 Juridische structuur, noot 29 Minderheidsbelangen en noot 14 Beleggingen in deelnemingen voor meer informatie over deze entiteiten. |
|---|---|---|
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : | Geen. | |
| Andere functies | : | Details beschikbaar op de website. |
| Steve Broughton (1947 – Britse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man) |
Op 31 december 2015 Lid van de Raad van Bestuur, van het Risk & Capital Committee en van het Remuneration Committee. | |
| Eerste benoeming Zittingstermijn loopt tot Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2015 |
: : : |
2013. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2016. Niet-uitvoerend bestuurslid van Ageas Insurance International N.V. (NL) en Ageas UK Ltd.(VK) Zie noot 1 Juridische structuur, noot 29 Minderheidsbelangen en noot 14 Beleg gingen in deelnemingen voor meer informatie over deze entiteiten. |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : ` |
Lid Strategy and Integration Advisory Board Quindell Plc. Adres : Quindell Court 1, Barnes Wallis Road, Segensworth East, PO15 5UA, Fareham, Verenigd Koninkrijk Sector : Software consultancy en technologie |
|
| Andere functies | : | Details beschikbaar op de website. |
| Jane Murphy (1967 – Belgische nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder – Vrouw) Op 31 december 2015 Lid Raad van Bestuur, van het Audit Committee en het Remuneration Committee. |
||
| Eerste benoeming Zittingstermijn loopt tot Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2015 |
: : : |
2013. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2016. Niet-uitvoerend bestuurslid van Ageas Insurance International N.V. (NL) en van Ageas UK Ltd. (UK). Zie noot 1 Juridische structuur, noot 29 Minderheidsbelangen en noot 14 Beleg gingen in deelnemingen voor meer informatie over de deelnemingsbelangen in deze enti teiten. |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : | Niet-uitvoerend bestuurslid van Elia System Operator SA/NV en Elia Assets SA/NV, en Lid van het Corporate Governance Committee van Elia System Operators SA/NV. Adres : Keizerslaan 20, 1000 Brussel, België Sector : Beheerder van het Belgische transmissienet voor elektriciteit / Beheerder van het Belgisch hoogspanningsnet |
|
| Andere functies | : | Details beschikbaar op de website. |
| Lucrezia Reichlin (1954 – Italiaanse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder – Vrouw) Op 31 december 2015 Lid van de Raad van Bestuur en van het Risk & Capital Committee. |
||
| Eerste benoeming Zittingstermijn loopt tot Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2015 |
: : : |
2013. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2016. Niet-uitvoerend bestuurslid van Ageas Insurance International N.V. (NL) |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : | Geen. | |
| Andere functies | : | Details beschikbaar op de website. |
Richard Jackson
(1956 – Britse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man) Op 31 december 2015 Lid van de Raad van Bestuur en van het Audit Committee.
| Eerste benoeming | : | 2013. |
|---|---|---|
| Zittingstermijn loopt tot | : | De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2016. |
| Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2015 | : | Niet-uitvoerend bestuurder van Ageas Insurance International N.V. (NL) en van Ageas Por tugal Holdings SG SP (PT), niet-uitvoerende bestuurslid van Médis (Companhia Portuguesa de Seguros de Saude S.A.) en Ocidental (Companhia Portuguesa de Seguros S.A.). Zie noot 1 Juridische structuur, noot 29 Minderheidsbelangen en noot 14 Beleggingen in deel nemingen voor meer informatie over de deelnemingsbelangen in deze entiteiten. |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : | Niet-uitvoerend bestuurder en Voorzitter van het Auditcomité en voorzitter van het Compen satie en Benoemingscomité van van Oracle Financial Services Software, genoteerd aan de Mumbai Stock Exchange Adres : Oracle Park, Goregaon, Mumbai 400063, India Sector : Software financiële dienstverlening |
|
| Senior Adviseur Ping An Insurance Group Company of China Ltd. Adres : Galaxy Center, Fuhua Road, Shenzhen, 518048, China Sector : Verzekeringen |
||
| Andere functies | : | Details beschikbaar op de website. |
| Davina Bruckner (1983 – Belgische nationaliteit – Niet-uitvoerend - Vrouw) Op 31 december 2015 Lid van de Raad van Bestuur en van het Audit Committee |
||
| Eerste benoeming | : | 2014. |
| Zittingstermijn loopt tot | : | De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2017. |
| Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2015 | : | Niet–uitvoerend bestuurder van Ageas Insurance International N.V. (NL) |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : | Geen. |
Andere functies : Details beschikbaar op de website.
Leden van het Executive Committee
14 Beleggingen in deelnemingen voor meer informatie over deze entiteiten.
Bart De Smet Christophe Boizard Filip Coremans
Uitvoerende bestuursleden
Bart De Smet
(1957 – Belgische nationaliteit – Uitvoerend bestuurder - Man) Chief Executive Officer.
| Eerste benoeming | : | 2009. |
|---|---|---|
| Zittingstermijn loopt tot | : | de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2017. |
| Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2015 | : | Uitvoerend bestuurslid van Ageas Insurance International N.V. (NL), vicevoorzitter van AG Insurance SA/NV (BE), Ageas UK Ltd. (VK), Taiping Life Insurance Company Ltd. (China) en Maybank Ageas Holdings Berhad (Maleisië) en Niet-uitvoerend bestuurder van Credimo N.V. (BE). Zie noot 1 Juridische structuur, noot 29 Minderheidsbelangen en noot 14 Beleggingen in deelnemingen voor meer informatie over deze entiteiten. |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : | Geen. | |
| Andere functies | : | Details beschikbaar op de website. |
| Christophe Boizard | ||
| (1959 – Franse nationaliteit - Uitvoerend bestuurder – Man) | ||
| Chief Financial Officer, verantwoordelijk voor Finance, Treasury en ALM, Investor Relations en Performance Management. | ||
| Eerste benoeming | 2015. |
| Zittingstermijn loopt tot | de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019 |
|---|---|
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : | Geen. |
| Andere functies binnen Ageas per jaareinde 2015 : |
Vicevoorzitter van Ageas Asia Holdings Ltd. en Ageas Insurance Company (Asia) Ltd., lid |
| Raad van Comissarissen van Royal Park Investments SA/NV (BE), AG Real Estate SA/NV | |
| (BE), Ageas France (FR,) Cardiff Lux Vie SA (LU) en lid van de Raad van Commissarissen | |
| van Intreas N.V. (NL). Zie noot 1 Juridische structuur, noot 29 Minderheidsbelangen en noot | |
Filip Coremans
(1964 – Belgische nationaliteit – Uitvoerend bestuurder - Man) Chief Risk Officer, verantwoordelijk voor Risk, Compliance, Legal en Support Functions (Human Resources, IT en Facility). Eerste benoeming 2015. Zittingstermijn loopt tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2019 Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Geen. Andere functies binnen Ageas per jaareinde 2015 : Als lid zetelt hij in de Raden van Commissarissen van AG Real Estate (BE), Ageas B.V. (Nederland), Mbcp Ageas Grupo Segurador SGPS S.A. (PT), Ocidental Vida S.A. (PT), Ocidental Pensões (PT), Ageas Portugal Holdings SG SP (PT), Médis Companhia de Saude S.A. (PT), Ocidential Companhia de Seguros S.A. (PT), en van IDBI Federal Life Insurance Co. Ltd. (India). Lid van het toezichtsorgaan van Taiping Life Insurance Company Ltd. (China). Zie noot 1 Juridische structuur, noot 29 Minderheidsbelangen en noot 14 Beleggingen in deelnemingen voor meer informatie over deze entiteiten.
Secretaris van de onderneming
Valérie van Zeveren.
Aanwezigheid bestuurs- en commissievergaderingen
De aanwezigheid tijdens de vergaderingen van de Raad van Bestuur, het Audit Committee, het Risk & Capital Committee, het Remuneration Committee en het Corporate Governance Committee was als volgt (nieuwe leden van de Raad van Bestuur woonden de vergaderingen pas na hun benoeming voor het eerst bij):
| Bestuursvergaderingen | Vergaderingen Audit Committee |
Vergaderingen Corporate Governance Committee |
Vergaderingen Remuneration Committee |
Vergaderingen Risk and Capital Committee |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam | Gehouden | Bijgewoond | Gehouden ** |
Bijgewoond | Gehouden *** |
Bijgewoond | Gehouden *** |
Bijgewoond | Gehouden ** |
Bijgewoond |
| Jozef De Mey | 10 | 10 | 5 | 5 | 1 * | |||||
| Guy de Selliers de Moranville | 10 | 10 | 5 | 5 | 8 | 8 | ||||
| Lionel Perl 1) | 10 | 10 | 7 | 5 | 6 | 2 | 8 | 8 | ||
| Jan Zegering Hadders | 10 | 10 | 7 | 7 | 5 | 5 | ||||
| Roel Nieuwdorp | 10 | 9 | 5 | 4 | 6 | 6 | ||||
| Bart de Smet | 10 | 10 | 5 | 5 | ||||||
| Jane Murphy | 10 | 10 | 7 | 7 | 6 | 6 | ||||
| Steve Broughton | 10 | 10 | 6 | 6 | 8 | 8 | ||||
| Lucrezia Reichlin | 10 | 7 | 8 | 6 | ||||||
| Richard Jackson | 10 | 10 | 7 | 7 | ||||||
| Davina Bruckner 2) | 10 | 10 | 7 | 3 | ||||||
| Christophe Boizard 3) | 10 | 6 | ||||||||
| Filip Coremans 3) | 10 | 6 |
* Jozef De Mey was op uitnodiging bij deze vergaderingen aanwezig.
** inclusief de gezamenlijke vergadering van het RCC en het AC.
*** inclusief de gezamenlijke vergaderingen van het RC en het CGC.
-
Lionel Perl trad toe tot het Remuneration Committee in mei 2015.
-
Davina Bruckner trad toe tot het Audit Committee in mei 2015.
-
Christophe Boizard en Filip Coremans traden toe tot de Raad van Bestuur in mei 2015.
3.7 Verslag van het Remuneration Committee
In overeenstemming met de Belgische wet van 6 april 2010 heeft Ageas een Remuneratierapport van het Remuneration Committee opgesteld. Ageas zal dit verslag aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 27 april 2016 ter goedkeuring voorleggen. Het verslag wordt toegelicht door de Voorzitter van het Remuneration Committee. Op 29 april 2015 werd het verslag over 2014 met 98% van de stemmen van de aandeelhouders goedgekeurd.
3.7.1 Lidmaatschap van het Comittee, aanwezigheid en externe adviseurs
Het Remuneration Committee bestond uit de volgende drie leden: Roel Nieuwdorp (Voorzitter), Jane Murphy en Steve Broughton. Vanaf september 2015 vervoegde Lionel Perl het Remuneration Committee. De CEO en de CRO, in zijn hoedanigheid van eindverantwoordelijke voor personeelszaken, alsmede de groepsdirecteur Human Resources woonden de vergaderingen van het Remuneration Committee bij, met uitzondering van de discussies over zaken die henzelf betreffen. De details omtrent de aanwezigheid kunnen worden teruggevonden in sectie 3.6 Raad van Bestuur.
Zoals reeds vermeld, wordt het Remuneration Committee bijgestaan door Towers Watson. Towers Watson verstrekt geen materiele compensatie of diensten die verband houden met voordelen aan het Executive Committee van Ageas, of een ander onderdeel van de Ageas organisatie.
3.7.2 Belangrijkste doelstellingen van het Remuneration Committee
De drie belangrijkste doelstellingen van het Remuneration Committee zijn ongewijzigd: volledige transparantie verzorgen, de overeenstemming met bestaande en toekomstige Belgische wetgeving alsook Europese regelgeving garanderen en marktconform zijn.
Transparantie
In 2010 en 2011 heeft de Raad van Bestuur zowel het bezoldigingsbeleid (voor de Raad van Bestuur en het Executive Committee zoals aanbevolen door het Remuneration Committee) als de bezoldigingsniveaus van de Raad van Bestuur aan de aandeelhouders voorgelegd. Ook in de toekomst zal de Raad van Bestuur wijzigingen of aanpassingen hiervan ter goedkeuring aan de aandeelhouders voorleggen. Sindsdien geeft het jaarverslag van het Remuneration Committee inzicht in het werk van dit committee en van de voorgestelde veranderingen indien van toepassing.
Overeenstemming met nieuwe wetgeving
Ageas bestudeert de toekomstige wetgeving nauwkeurig en probeert zo veel als mogelijk op veranderingen hierop vooruit te lopen indien wenselijk.
Marktconformiteit
Het doel van de vergoeding van zowel de Raad van Bestuur als van het Executive Committee is:
- het verzekeren van het vermogen van de organisatie om leidinggevend talent aan te trekken, te motiveren en te behouden in een internationale marktomgeving;
- het bevorderen van het bereiken van hoge prestatiedoelstellingen en het aanmoedigen van duurzame langetermijn groei, dit om de belangen van management en aandeelhouders op korte, middellange en lange termijn op elkaar af te stemmen;
- het aanmoedigen, erkennen en belonen van zowel sterke individuele bijdragen als goede teamprestaties.
3.7.3 Activiteitenrapport van het Remuneration Committee
Het Remuneration Committee vergaderde in 2015 zes keer inclusief drie gezamenlijke vergaderingen met het Corporate Governance Committee.
Het Remuneration Committee besprak en diende aanbevelingen in aan de Raad van Bestuur over:
- de afstemming van het bezoldigingsbeleid met bestaande en toekomstige wetgeving en regelgeving (Belgische Corporate Governance wetgeving, Capital Requirements Directive (CRD III en IV) en Solvency II). Een specifieke analyse over de hiervoor vermelde regelgeving bevestigde de compliance van het Ageas bezoldigingsbeleid;
- de benchmarking van de bezoldiging van de leden van het Management Committee ten opzichte van de geldende marktpraktijken. In 2015 besprak en voerde het Remuneration Committee meer bepaald een update in van de methodologie die wordt gebruikt voor de benchmarking;
- de herziening van de bezoldiging van de leden van het Management Committee op basis van de analyse hiervoor;
- de bezoldiging van nieuw aangestelde leden van het Management Committee;
- het onvoorwaardelijk worden van de langetermijnbonus (LTI) 2011 voor de leden van het Management Committee;
- de rapportage over de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening;
- het verslag van het Remuneration Committee zoals beschreven in het Corporate Governance Statement;
- het aandelenplan ten behoeve van het senior management van Ageas, exclusief de leden van het Ageas Management Committee.
Tijdens de gezamenlijke vergaderingen met het Corporate Governance Committee werden de volgende onderwerpen besproken en voorgelegd aan de Raad van Bestuur ter goedkeuring.
- De individuele doelstellingen (kwantitative en kwalitatieve) voor de leden van het Management Committee;
- De targets voor de business KPI's. De volgende KPI's werden in rekening gebracht om de STI te bepalen voor het Executive Management voor het boekjaar 2015:
- Jaarlijkse nettowinst van de verzekeringsactiviteiten;
- Rendement op eigen vermogen (ROE) van de verzekeringsactiviteiten;
- Kostenratio van de Levensverzekeringsactiviteit;
- Combined ratio van de Niet-levensverzekeringsactiviteit, en embedded value.
- De specifieke KPI's van de Group Risk Officer;
- De beoordeling van de resultaten van de individuele doelstellingen en de business KPI's;
- De individuele STI en LTI van de leden van het Management Committee op basis van bovenstaande beoordeling.
3.7.4 Bezoldigingsbeleid
Het volledige bezoldigingsbeleid voor de leden van de Raad van Bestuur en van het Group Executive Committee van Ageas, zoals goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders in april 2010 en nogmaals bevestigd door de aandeelhouders in 2015, maakt deel uit van het Corporate Governance Charter (zie bijlage 4 van het Corporate Governance Charter). Het bezoldigingsbeleid is te vinden op:
https://www.ageas.com/nl/over-ageas/bezoldiging.
Dit beleidsdocument beschrijft de principes die aan de grondslag liggen van de bezoldiging, het relatieve belang van de diverse onderdelen van de bezoldiging en de kenmerken van de aan aandelen gerelateerde bezoldiging en het toepasselijke terugvorderingsbeleid van variabel inkomen in het geval van fraude of afwijking van materieel belang.
Het Remuneration Committee blijft de mening toegedaan dat het beleid nogmaals werd bevestigd, is opgesteld in de geest van de nieuwe wetgeving met een spreiding van de langetermijnbonus (LTI) en gedeelten van de kortetermijnbonus (STI) en de evaluatie van de prestatie gedurende de periode van spreiding en dat deze overeenkomt met de huidige situatie van de onderneming.
3.7.5 Tenuitvoerlegging van het bezoldigingsbeleid in 2015
Raad van Bestuur
De bezoldigingsniveaus van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur werden door een ruime meerderheid van de aandeelhouders goedgekeurd in 2010. Op basis van een periodieke herziening werd een aanpassing voorgesteld en goedgekeurd door de Algemene Aandeelhoudersvergadering van 2013.
In 2015 werden geen wijzigingen voorgesteld met betrekking tot de vergoedingsniveaus van de niet-uitvoerende bestuursleden.
De vergoedingsniveaus zoals goedgekeurd door de Algemene Aandeelhoudersvergadering in april 2013 blijven van toepassing.
Deze bezoldigingsniveaus bestaan enerzijds uit een jaarlijkse vaste vergoeding en een aanwezigheidspremie anderzijds. De jaarlijkse vaste vergoeding bedraagt EUR 90.000 voor de Voorzitter en EUR 45.000 voor de overige niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. De niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen een aanwezigheidspremie van EUR 2.000 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 1.500 per vergadering van een bestuurscommissie. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de bestuurscommissies is de aanwezigheidspremie vastgesteld op respectievelijk EUR 2.500 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 2.000 per vergadering van een bestuurscommissie. Meer gedetailleerde informatie over de vergoeding van de niet-uitvoerende bestuurders in 2015 bevindt zich in noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee in de Geconsolideerde jaarrekening 2015 van Ageas.
Niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen geen jaarlijkse variabele vergoeding of aandelenopties en hebben geen pensioenrechten. Niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur hebben geen recht op een vergoeding voor het beëindigen van hun mandaat.
De bezoldiging van de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur is enkel gerelateerd aan hun positie als lid van het Executive Committee en is daarom bepaald in lijn met het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Executive Committee.
In het kader van deugdelijk bestuur en om de getrapte beslissingsprocedure te vermijden en de kennis en het bewustzijn over dit onderwerp bij de belangrijkste dochtermaatschappijen te bevorderen, heeft de Raad van Bestuur besloten om de meeste nietuitvoerende leden af te vaardigen naar de Raden van Bestuur van sommige dochterondernemingen van Ageas. Voor zover deze posities bezoldigd zijn, worden de betaalde bedragen vermeld in noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee van de Geconsolideerde jaarrekening 2015 van Ageas.
Overeenkomstig het bezoldigingsbeleid en de bezoldigingsniveaus zoals hierboven beschreven, bedroeg de totale bezoldiging van alle niet-uitvoerende leden EUR 1,34 miljoen in 2015, tegenover EUR 1,26 miljoen in 2014. Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen wij naar noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee van de Geconsolideerde jaarrekening 2015 van Ageas.
Executive Committee
Zowel het niveau als de structuur van de bezoldiging voor de Ageas Executive Committee leden worden elk jaar geanalyseerd. Op initiatief van het Remuneration Committee wordt de competitieve positie van Ageas regelmatig vergeleken door, en besproken met, Towers Watson en vergeleken met die van andere grote Europese internationale verzekeringsmaatschappijen en andere organisaties die internationaal actief zijn. In 2015 werd een update van de methodologie besproken en voorgelegd aan de Raad van Bestuur ter goedkeuring, deze update die werd aanvaard omvat de volgende principes:
- Met betrekking tot het referentiekader: er werden geen veranderingen voorgesteld tegenover de Europese sectorgenoten, BEL-20 referentiegegevens zijn exclusief AB Inbev data;
- Met betrekking tot de benchmarkpositie: de gekozen positie is gebaseerd op vergelijkbare functieposities;
- Met betrekking tot mid-market: alle posities worden vergeleken met de mediaan van de markt.
Op basis van de beoordeling van de competitieve positie van het Executive Management management in de tweede jaarhelft van 2015, gaf het Remuneration Committee de volgende aanbevelingen en aanvaardde de Raad van Bestuur de volgende aanbevelingen, die van toepassing is vanaf 1 januari 2016:
- Om de basisbezoldiging van de CEO te verhogen van EUR 575.000 per jaar tot EUR 650.000 per jaar, wat ruim ligt binnen de bandbreedte van EUR 550.000 tot EUR 750.000 zoals goedgekeurd door de Algemene Aandeelhoudersvergadering in 2013. De aanbeveling houdt rekening met de doelstelling om de basisverloning te positioneren volgens de mediaan positie van de gekozen sectorgenotengroep, de tijdsspanne die verlopen is sinds de laatste aanpassing en de evolutie van het bedrijf over die periode;
- Om de basisbezoldiging van de CRO te verhogen van EUR 425.000 per jaar tot EUR 450.000, in overeenstemming met de beslissing die in 2014 werd genomen om de basisbezoldiging van ExCo-leden naar dit niveau te verhogen op de eerste dag van januari volgend op de datum waarop er één jaar anciënniteit bestaat in de aangeduide ExCo-functie binnen Ageas. Deze beslissing is genomen toen de CRO nog geen lid van de Raad van Bestuur was;
- Om geen verdere aanpassingen voor te stellen voor andere leden van het Executive Committee.
Het Executive Committee bestaat uit CEO Bart De Smet, CFO Christophe Boizard, en CRO Filip Coremans, allen uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. Het bezoldigingsbeleid zoals het wordt beschreven hierboven is van toepassing op de leden van het Executive Committee, en omvat, maar is niet beperkt tot, de regels over variabele verloning, ontslagvergoeding en claw-back. In 2015 bedroeg de totale bezoldiging van het Executive Committee EUR 4,2 miljoen in vergelijking met EUR 3,0 miljoen in 2014.
Zoals in het bezoldigingsbeleid voorzien, hebben de leden van het Executive Committee recht op een kortetermijnbonus (STI) en een langetermijnbonus (LTI) voor hun prestaties in boekjaar 2015:
- langetermijnbonus: het totale aandeelhoudersrendement (TSR) van het aandeel Ageas bedroeg in 2015 52,1%, en komt daarmee op de 1ste plaats in de groep vergelijkbare ondernemingen. Het Remuneration Committee heeft derhalve in samenspraak met het Corporate Governance Committee geadviseerd om een LTI toe te kennen voor 2015 die overeenstemt met 200% van de doelstelling voor het jaar 2015 (doelstelling 45% van de basisbezoldiging, bandbreedte 0- 90% van de basisbezoldiging);
- kortetermijnbonus: twee componenten, waarbij de Ageascomponent voor 70% meetelt en de individuele prestaties voor 30% tellen bij de berekening van de STI. Het Remuneration Committee heeft in samenspraak met het Corporate Governance Committee geadviseerd dat de Raad van Bestuur rekening houdt met de resultaten op de volgende KPI's:
- Nettowinst van de verzekeringsactiviteiten;
- Rendement op eigen vermogen (ROE) van de verzekeringsactiviteiten;
- Kostenratio Levensverzekering;
- Combined Ratio Niet-leven;
- Embedded Value.
- rekening houdend met de individuele prestaties levert dit de volgende STI-percentages op (doelstelling 50% van de basisvergoeding, bandbreedte 0-100% van de basisvergoeding):
- CEO Bart De Smet: 120% van de doelstelling;
- CFO Christophe Boizard: 110 % van de doelstelling;
- CRO Filip Coremans: 117% van de doelstelling.
Voor elk lid van het Executive Committee bedraagt de verbrekingsvergoeding 12 maandlonen, wat in bepaalde omstandigheden kan worden opgetrokken naar 18 maanden, (met inbegrip van het nietconcurrentiebeding).
Meer gedetailleerde informatie over het bezoldigingsbeleid van toepassing op het Executive Committee is beschikbaar in bijlage 4 van het Corporate Governance Charter: Bezoldigingsbeleid voor de Leden van de Raad van Bestuur en de Leden van het Group Executive Committee van Ageas.
Voor meer gedetailleerde informatie over de individuele bezoldiging en het aantal toegekende, uitgeoefende en vervallen aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen te verwerven, gelieve te verwijzen naar noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van leden van de Raad van Bestuur en leden van het Executive Committee in de Ageas Geconsolideerd financieel verslag 2015.
3.7.6 Procedure gevolg om het Bezoldigingsbeleid te ontwikkelen en te beoordelen/herzien
Bij de aanstelling in 2009 heeft het Remuneration Committee een volledig nieuw Bezoldigingsbeleid opgesteld. Het Remuneration Committee bekijkt de verschillende elementen van het Bezoldigingsbeleid en zijn overeenstemming met bestaande wetgeving en regelgeving op regelmatige basis, bijgestaan door de externe adviseur Towers Watson.
Het Remuneration Committee blijft van mening dat het beleid, met onder andere een uitstel van de LTI en delen van de STI, en de beoordeling van de prestaties tijdens de uitstelperiode overeenstemt met de huidige normen en als dusdanig aansluit bij de strategie van het bedrijf.
3.7.7 Vooruitzichten voor het bezoldigingsbeleid in 2016
Ageas blijft de structuur van het bezoldigingsbeleid vergelijken met het concurrentie- en toezichtklimaat zoals zij dit in het verleden gedaan heeft en zal waar nodig aanpassingen of updates voorstellen. Elke wijziging van het bezoldigingsbeleid zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Brussel, 15 maart 2016
Raad van Bestuur
Geconsolideerde jaarrekening AGEAS 2015
Geconsolideerde balans
(voor winstbestemming)
| 31 december | 31 december | ||
|---|---|---|---|
| Noot | 2015 | 2014 | |
| Activa | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 10 | 2.394,3 | 2.516,3 |
| Financiële beleggingen | 11 | 66.547,2 | 68.174,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 12 | 2.847,1 | 2.641,3 |
| Leningen | 13 | 7.286,3 | 6.068,3 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 15.126,0 | 14.758,9 | |
| Beleggingen in deelnemingen | 14 | 2.841,4 | 2.221,3 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 15 | 2.013,9 | 1.991,7 |
| Actuele belastingvorderingen | 24 | 39,1 | 11,8 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 24 | 131,2 | 106,4 |
| Overlopende rente en overige activa | 16 | 2.568,0 | 2.460,2 |
| Materiële vaste activa | 17 | 1.152,1 | 1.119,4 |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 18 | 1.539,2 | 1.488,6 |
| Totaal activa | 104.485,8 | 103.559,0 | |
| Verplichtingen | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 20.1 | 29.073,7 | 29.419,7 |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 20.2 | 29.902,9 | 30.569,7 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 20.3 | 15.141,8 | 14.829,0 |
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 20.4 | 7.463,5 | 7.147,6 |
| Schuldbewijzen | 21 | 2,2 | |
| Achtergestelde schulden | 22 | 2.380,4 | 2.086,3 |
| Leningen | 23 | 2.787,5 | 2.483,5 |
| Actuele belastingschulden | 24 | 82,8 | 84,8 |
| Uitgestelde belastingschulden | 24 | 1.565,0 | 1.463,6 |
| RPN(I) | 25 | 402,0 | 467,0 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 26 | 2.373,1 | 2.436,9 |
| Voorzieningen | 27 | 175,0 | 171,4 |
| Verplichtingen inzake geschreven putopties op minderheidsbelang | 28 | 1.163,1 | 1.485,8 |
| Totaal verplichtingen | 92.510,8 | 92.647,5 | |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 19 | 11.376,1 | 10.223,3 |
| Minderheidsbelangen | 29 | 598,9 | 688,2 |
| Totaal eigen vermogen | 11.975,0 | 10.911,5 | |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 104.485,8 | 103.559,0 |
Geconsolideerde resultatenrekening
| Noot | 2015 | 2014 | |
|---|---|---|---|
| Baten | |||
| - Bruto premies |
9.358,6 | 9.258,3 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies |
- 31,0 | - 12,0 | |
| - Uitgaande herverzekeringspremies |
- 291,7 | - 354,4 | |
| Netto verdiende premies | 33 | 9.035,9 | 8.891,9 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 34 | 3.008,5 | 2.994,1 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 25 | 65,0 | - 96,9 |
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 35 | 192,0 | 349,0 |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 36 | 464,7 | 1.272,7 |
| Aandeel in het resultaat van deelnemingen | 37 | 286,1 | 163,5 |
| Commissiebaten | 38 | 435,2 | 420,3 |
| Overige baten | 39 | 229,8 | 223,9 |
| Totale baten | 13.717,2 | 14.218,5 | |
| Lasten | |||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto |
- 8.610,0 | - 8.834,7 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars |
102,5 | 251,2 | |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | 40 | - 8.507,5 | - 8.583,5 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 562,2 | - 1.337,1 | |
| Financieringslasten | 41 | - 167,0 | - 167,8 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 42 | - 79,6 | - 61,8 |
| Wijzigingen in voorzieningen | 27 | 0,4 | - 137,5 |
| Commissielasten | 43 | - 1.273,4 | - 1.300,3 |
| Personeelskosten | 44 | - 846,7 | - 830,8 |
| Overige lasten | 45 | - 1.115,6 | - 1.006,7 |
| Totale lasten | - 12.551,6 | - 13.425,5 | |
| Resultaat voor belastingen | 1.165,6 | 793,0 | |
| Belastingbaten (lasten) | 46 | - 226,0 | - 137,2 |
| Nettoresultaat over de periode | 939,6 | 655,8 | |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 169,4 | 180,2 | |
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 770,2 | 475,6 | |
| Gegevens per aandeel (EUR) | |||
| Gewoon resultaat per aandeel | 4 | 3,57 | 2,13 |
| Verwaterd resultaat per aandeel | 4 | 3,57 | 2,13 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder 'Discretionaire winstdelingscomponent') kan als volgt worden berekend.
| Noot | 2015 | 2014 | |
|---|---|---|---|
| Bruto premies | 9.358,6 | 9.258,3 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 33 | 1.307,9 | 1.140,8 |
| (direct verantwoord als verplichting) | |||
| Bruto premie-inkomen | 10.666,5 | 10.399,1 |
Geconsolideerd overzicht van het comprehensive income
| Noo | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| t | 2015 | 2014 | |||
| COMPREHENSIVE INCOME | |||||
| Onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd: | |||||
| De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling | 24,2 | - 107,4 | |||
| Gerelateerde belasting De herberekening van de verplichting inzake de toegezegdpensioenregeling |
7 | - 8,5 15,7 |
29,8 - 77,6 |
||
| Totaal van de onderdelen die niet naar de resultatenrekening zullen worden geclassificeerd: | 15,7 | - 77,6 | |||
| Onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: | |||||
| Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden | 23,9 | 25,9 | |||
| Gerelateerde belasting Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden |
11 | - 6,0 17,9 |
- 6,5 19,4 |
||
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop 1) Gerelateerde belasting |
155,9 - 48,1 |
1.629,8 - 504,8 |
|||
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop | 11 | 107,8 | 1.125,0 | ||
| Aandeel in Overig comprehensive income van deelnemingen | 14 | 274,2 | 432,9 | ||
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen | 192,4 | 329,7 | |||
| Totaal van onderdelen die (kunnen) worden geherclassificeerd naar de resultatenrekening: | 592,3 | 1.907,0 | |||
| Overig comprehensive income over de periode, na belastingen | 608,0 | 1.829,4 | |||
| Nettoresultaat over de periode | 939,6 | 655,8 | |||
| Totaal comprehensive income over de periode | 1.547,6 | 2.485,2 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 169,4 | 180,2 | |||
| Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 49,9 | 265,2 | |||
| Totaal comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen | 219,3 | 445,4 | |||
| Totaal comprehensive income over de periode, toewijsbaar | |||||
| aan de aandeelhouders | 1.328,3 | 2.039,8 |
1) De Wijzigingen in herwaardering van Investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto, zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.
Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen
| Aandelen- kapitaal |
Agio reserve |
Overige reserves |
Koers verschillen reserve |
Netto resultaat toewijsbaar aan aandeel- houders |
On- gerea- liseerde winsten en verliezen |
Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeel- houders |
Minder- heids- belangen |
Totaal eigen vermogen |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2014 | 1.727,8 | 2.854,1 | 2.080,4 | - 2,7 | 569,5 | 1.296,0 | 8.525,1 | 804,9 | 9.330,0 |
| Netto resultaat over de periode Herwaardering van investeringen Herwaardering IAS 19 Omrekeningsverschillen |
- 64,4 | 328,6 | 475,6 | 1.300,0 | 475,6 1.300,0 - 64,4 328,6 |
180,2 277,3 - 13,2 1,1 |
655,8 1.577,3 - 77,6 329,7 |
||
| Totaal | - 64,4 | 328,6 | 475,6 | 1.300,0 | 2.039,8 | 445,4 | 2.485,2 | ||
| Overdracht Dividend Eigen aandelen Intrekking van aandelen Op aandelen gebaseerde beloning |
- 18,4 | - 61,0 3,0 |
569,5 - 310,6 - 208,1 79,4 |
- 569,5 | - 310,6 - 208,1 3,0 |
- 366,9 | - 677,5 - 208,1 3,0 |
||
| Impact geschreven putoptie op minderheidsbelang 1) |
201,4 | 201,4 | - 337,4 | - 136,0 | |||||
| Acquisitie Médis en Ocidental Seguros 2) Acquisitie UBI Assicurazioni 3) Verkoop deel van AG Real Estate 4) |
- 75,4 - 40,1 118,0 |
3,0 | - 72,4 - 40,1 118,0 |
- 53,6 22,8 165,9 |
- 126,0 - 17,3 283,9 |
||||
| Overige veranderingen in het eigen vermogen 5) Stand per 31 december 2014 |
1.709,4 | 2.796,1 | - 30,1 2.320,0 |
325,9 | 475,6 | - 2,7 2.596,3 |
- 32,8 10.223,3 |
7,1 688,2 |
- 25,7 10.911,5 |
| Netto resultaat over de periode Herwaardering van investeringen Herwaardering IAS 19 Omrekeningsverschillen |
13,3 | 190,1 | 770,2 | 354,7 | 770,2 354,7 13,3 190,1 |
169,4 45,2 2,4 2,3 |
939,6 399,9 15,7 192,4 |
||
| Totaal | 13,3 | 190,1 | 770,2 | 354,7 | 1.328,3 | 219,3 | 1.547,6 | ||
| Overdracht Dividend Eigen aandelen Intrekking van aandelen |
- 53,4 | - 154,7 | 475,6 - 328,9 - 251,5 208,1 |
- 475,6 | - 328,9 - 251,5 |
- 156,1 | - 485,0 - 251,5 |
||
| Op aandelen gebaseerde beloning | 3,4 | 3,4 | 3,4 | ||||||
| Impact geschreven putopties op minderheidsbelang 1) Herstructurering Italië |
411,2 | 411,2 | - 84,9 - 67,6 |
326,3 - 67,6 |
|||||
| Overige veranderingen in het eigen vermogen 5) Stand per 31 december 2015 |
1.656,0 | 2.644,8 | - 9,7 2.838,1 |
- 4,1 511,9 |
770,2 | 4,1 2.955,1 |
- 9,7 11.376,1 |
598,9 | - 9,7 11.975,0 |
-
- Heeft betrekking op de putoptie op AG Insurance aandelen en de putoptie op Interparking aandelen (enkel in 2015) (zie noot 28 Verplichtingen i.v.m. aan geschreven NCI putopties).
-
- Heeft betrekking op de aankoop van de minderheidsbelangen in Médis en Ocidental Seguros per 30 juni 2014. Meer informatie kan worden teruggevonden in noot 3 Overnames en desinvesteringen.
-
- Heeft betrekking op de aankoop van een bijkomend aandeel van 25% in UBI Assicurazioni. Nadere toelichting is opgenomen in noot 3 Overnames en desinvesteringen.
-
- Omvat de verkoop van Interparking. Nadere informatie is opgenomen in noot 3 Overnames en desinvesteringen.
-
- Overige wijzigingen in het eigen vermogen omvat een schadevergoeding betaald aan BNP Paribas voor de aangehouden Ageas aandelen met betrekking tot de CASHES-obligaties en de betaling aan houders van FRESH-obligaties.
Geconsolideerd kasstroom overzicht
| Noot | 2014 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 10 | 2.516,3 | 2.156,6 | ||
| Resultaat voor belastingen | 1.165,6 | 793,0 | |||
| Aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten: Herberekening RPN(I) Gerealiseerde winsten (verliezen) Baten van deelnemingen Afschrijvingen en oprenting Bijzondere waardeverminderingen Voorzieningen Op aandelen gebaseerde beloningen |
25 35 37 45 42 27 44 |
- 65,0 - 192,0 - 286,1 749,4 79,6 2,4 3,4 |
96,9 - 349,0 - 163,5 951,4 61,8 137,5 3,0 |
||
| Totaal aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten |
291,7 | 738,1 | |||
| Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen: Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden Vorderingen Herverzekering en overige vorderingen Beleggingen inzake unit-linked contracten Schulden Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten Verplichtingen inzake unit-linked contracten Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen Dividend ontvangen van deelnemingen Betaalde winstbelastingen |
11 13 15 23 20.1 & 20.2 & 20.4 20.3 |
- 64,9 - 1.199,0 12,4 - 266,7 157,5 624,4 133,2 - 999,5 82,0 - 249,5 |
39,6 - 93,2 - 258,3 - 561,6 51,1 5.160,0 553,0 - 4.355,1 98,8 - 248,9 |
||
| Totaal aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten |
- 1.770,1 | 385,4 | |||
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | - 312,8 | 1.916,5 | |||
| Aankoop van beleggingen Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen Aankoop van vastgoedbeleggingen Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen Aankopen van materiële vaste activa Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa Aankoop van dochterondernemingen en deelnemingen (inclusief kapitaalverhogingen van deelnemingen) |
11 11 12 12 17 17 3 |
- 12.188,9 13.277,2 - 71,9 95,4 - 74,5 0,6 - 318,6 |
- 11.563,0 10.843,1 - 107,6 33,0 - 116,5 26,6 - 275,5 |
||
| Desinvestering van dochterondernemingen en deelnemingen (inclusief kapitaalterugbetalingen van deelnemingen) |
3 | 19,9 | 622,4 | ||
| Aankoop van immateriële vaste activa Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa Kasstroom uit investeringsactiviteiten |
18 18 |
- 34,2 1,4 |
706,4 | - 37,8 16,9 |
- 558,4 |
| Aflossing van schuldbewijzen Opbrengsten uit uitgifte van achtergestelde schulden Terugbetaling van achtergestelde schulden Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen Terugbetaling van overige financieringen Aankoop van eigen aandelen Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen Kasstroom uit financieringsactiviteiten |
21 22 22 23 23 19 6 6 |
- 2,2 393,9 - 154,9 11,2 - 50,9 - 251,5 - 328,9 - 156,1 |
- 539,4 | - 65,9 58,8 5,9 - 138,4 - 208,1 - 310,6 - 366,9 |
- 1.025,2 |
| Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten | 23,8 | 26,8 | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december | 10 | 2.394,3 | 2.516,3 | ||
| Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten Ontvangen rente Ontvangen dividenden van beleggingen Betaalde rente |
34 34 41 |
2.470,4 112,2 - 161,8 |
2.492,4 104,9 - 171,1 |
Algemene Informatie
1 Juridische structuur
ageas SA/NV, statutair gevestigd te Rue du Marquis 1/ Markiesstraat 1, Brussel, België is de moedermaatschappij van de Ageas Groep. In de Geconsolideerde Jaarrekening is de jaarrekening van ageas SA/NV (de 'moedermaatschappij') en haar dochterondernemingen begrepen.
Bij de Nationale Bank van België in Brussel is een lijst met de namen van alle groepsmaatschappijen en andere deelnemingen gedeponeerd. Deze lijst is op verzoek kosteloos verkrijgbaar bij Ageas in Brussel.
Ageas aandelen zijn genoteerd op de gereguleerde markt van Euronext in Brussel. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADRprogramma in de Verenigde Staten.
De belangrijkste aandeelhouders van Ageas op 31 december 2015 zijn (gebaseerd op basis van officiële kennisgevingen):
- Ping An 5,17%,
- BlackRock, Inc 4,98%,
- Schroders Plc 4,98%.
Naast deze derden-aandeelhouders heeft Ageas zelf 5,01% van zijn aandelen in handen. Dit belang heeft betrekking op de FRESH (zie noot 19 Eigen vermogen en noot 22 Achtergestelde schulden) en de inkoopprogramma's van eigen aandelen (zie noot 19 Eigen vermogen).
Ageas heeft 46.715 aandelen AG Insurance ( 7,4 %) in onderpand gegeven aan BNP Paribas Fortis SA/NV als zekerheid voor de volledige en tijdige prestatie van de door Relative Performance Note verzekerde verplichtingen (RPN(I), zie noot 25 RPN(I)).
De juridische structuur van Ageas is als volgt.
De voornaamste dochterondernemingen van Ageas in Continentaal Europa zijn in Portugal: Millenniumbcp Ageas (51%), Ocidental Seguros (100%) en Médis (100%); in Italië: Cargeas Assicurazioni (50%) en in Frankrijk: Ageas France (100%). Gelieve op te merken dat (i) op 30 augustus 2015 Ageas aankondigde dat het een overeenkomst had bereikt met Beijing Tongchuangjiuding Investment Management Co (momenteel van naam gewijzigd in Tongchuangqiuding Investment Management Group Co. Ltd.) inzake de verkoop van zijn volledige dochteronderneming in levensverzekeringen in Hongkong, (ii) op 10 augustus 2015 kondigde Ageas aan dat het een overeenkomst had bereikt met Muang Thai Life Assurance en Military Bank inzake de oprichting van een levensverzekering joint venture in Vietnam (nog niet opgenomen), (iii) op 28 mei 2015 kondigde Ageas aan dat het een overeenkomst had bereikt met EastWest Bank inzake de oprichting van een levensverzekering joint venture op de Filippijnen, en (iv) op 7 augustus 2015 kondigde Ageas aan dat het de intentie heeft om de verzekeringsactiviteiten van AXA in Portugal over te nemen.
Intreas N.V. is de interne Niet-leven herverzekeraar van Ageas binnen de Algemene Rekening.
2 Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie
De Geconsolideerde Jaarrekening 2015 van Ageas is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) geldend per 1 januari 2015, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU) per die datum.
2.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving
De grondslagen zijn ongewijzigd ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2014. Wijzigingen in IFRS die op 1 januari 2015 in werking zijn getreden en die van belang zijn voor Ageas (en zijn goedgekeurd door de EU) staan vermeld in paragraaf 2.2. De grondslagen zoals hier beschreven, zijn een samenvatting van de volledige grondslagen voor de verslaggeving die op https://www.ageas.com/nl/over-ageas/toezicht-audit-en-boekhoudregels worden weergegeven.
De Geconsolideerde Jaarrekening Ageas is opgemaakt op basis van het going concern-beginsel. De Geconsolideerde Jaarrekening Ageas luidt in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas.
Activa en passiva die zijn opgenomen in de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van Geldmiddelen en kasequivalenten, Herverzekering en overige vorderingen, Overlopende rente en overige activa, Overlopende rente en overige verplichtingen en Actuele belastingvorderingen en -schulden.
De belangrijkste door Ageas toegepaste IFRS voor de bepaling van de activa en verplichtingen zijn:
- IAS 1 voor presentatie van de jaarrekening;
- IAS 16 voor materiële vaste activa;
- IAS 19 voor personeelsvoordelen;
- IAS 23 voor leningen;
- IAS 28 voor investeringen in deelnemingen;
- IAS 32 voor geschreven putopties op minderheidsbelangen;
- IAS 36 voor bijzondere waardeverminderingen van activa;
- IAS 38 voor immateriële activa;
- IAS 39 voor financiële instrumenten;
- IAS 40 voor vastgoedbeleggingen;
- IFRS 3 voor bedrijfscombinaties;
- IFRS 4 voor waardering van verzekeringscontracten;
-
IFRS 7 voor informatieverschaffing over financiële instrumenten;
-
IFRS 8 voor operationele segmenten;
- IFRS 10 voor geconsolideerde jaarrekeningen;
- IFRS 12 voor rapportering van belangen in andere entiteiten;
- IFRS 13 voor waardering tegen reële waarde.
2.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving
De volgende nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties zijn met ingang van 1 januari 2015 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU).
Wijzigingen van IAS 19 Toegezegdepensioenregelingen: werknemersbijdragen
De wijzigingen hebben betrekking op bijdragen van werknemers of derde partijen aan toegezegdepensioenregelingen. Het doel van de wijzigingen is om de verwerkingswijze van deze bijdragen te vereenvoudigen, voor zover deze onafhankelijk zijn van het aantal jaar dat de werknemer werkzaam is bij de entiteit, bijvoorbeeld bijdragen die zijn berekend op basis van een vast percentage van het salaris.
Verbeteringen in IFRSs (2010-2012 cyclus) uitgevaardigd op 12 december 2013
De onderwerpen waarop het verbeteringsproject 2010-2012 betrekking heeft en welke met ingang van 1 januari 2015 van kracht zijn, zijn als volgt:
- IFRS 2 Op aandelen gebaseerde beloningen: de definitie van voorwaarden voor onvoorwaardelijke toezeggingen;
- IFRS 3 Bedrijfscombinaties: verwerking van voorwaardelijke vergoedingen in bedrijfscombinaties;
- IFRS 8 Operationele segmenten: aggregatie van operationele segmenten en de aansluiting van het totaal van de gerapporteerde activa per segment en de totale activa van de entiteit;
- IFRS 13 Waardering tegen reële waarde: kortetermijnvorderingen en -schulden;
- IAS 16 Materiële vaste activa: methode van herwaardering: proportionele aanpassing van cumulatieve afschrijvingen;
- IAS 24 Verbonden partijen: key management personeel;
- IAS 38 Immateriële vaste activa: methode van herwaardering: proportionele aanpassing van cumulatieve afschrijvingen.
De impact van bovenstaande wijzigingen op onze financiële verslaggeving is beperkt.
Verbeteringen in IFRSs (2011-2013 cyclus) uitggevaardigd op 12 december 2013
De onderwerpen waarop het verbeteringsproject 2011-2013 betrekking heeft en welke met ingang van 1 januari 2015 van kracht zijn, zijn als volgt:
- IFRS 1 Eerste toepassing IFRS: betekenis van 'effectieve IFRS';
- IFRS 3 Bedrijfscombinaties: scope-uitzondering voor joint ventures;
- IFRS 13: Waardering tegen reële waarde: scope met betrekking tot de portfolio-uitzondering;
- IAS 40 Vastgoedbeleggingen: nadere toelichting op de relatie tussen IFRS 3 en IAS 40 bij de classificatie van vastgoed als belegging of als vastgoed voor eigen gebruik.
De impact van bovenstaande wijzigingen op onze financiële verslaggeving is beperkt.
Verwachte wijzigingen in IFRS EU
Er zijn geen nieuwe standaarden die per 1 januari 2016 voor Ageas van kracht worden met een grote materiële impact op het eigen vermogen, het nettoresultaat en/of overig comprehensive income.
IFRS 9 'Financiële instrumenten'
IFRS 9 'Financiële instrumenten' werd uitgevaardigd door de IASB in juli 2014. De nieuwe vereisten worden van kracht vanaf 2018, onderhevig aan goedkeuring door de EU. IFRS 9 vervangt het merendeel van de huidige IAS 39 'Financiële instrumenten: Opname en waardering', en omvat vereisten voor de classificatie en waardering van financiële activa en passiva, bijzondere waardevermindering van financiële activa en hedge accounting.
De classificatie en waardering van financiële activa onder IFRS 9 zal afhangen van zowel het businessmodel van de entiteit als de contractuele cashfloweigenschappen van het instrument. De classificatie van financiële verplichtingen blijft ongewijzigd. De opname en waardering van bijzondere waardevermindering onder IFRS 9 zal naar verwachting meer vooruitkijkend zijn dan onder IAS 39. De vereisten inzake hedge accounting van IFRS 9 zijn erop gericht om de algemene hedge accounting te vereenvoudigen.
Op zijn bijeenkomst van september 2015 ging de International Accounting Standards Board ermee akkoord om een mogelijk uitstel van de datum waarop IFRS 9 van kracht wordt voor te stellen op het niveau van de rapportage-entiteit voor bedrijven waarvan de voornaamste activiteit erin bestaat om contracten uit te vaardigen binnen de perimeter van IFRS 4 Verzekeringscontracten. Zulke bedrijven zouden in staat kunnen zijn om de toepassing van IFRS 9 uit te stellen ten hoogste tot de verslagperiodes die beginnen op of na 1 januari 2021. Op die manier zullen de implementatie van IFRS 9 en de nieuwe verzekeringsnorm (IFRS 4 fase II, die nog moet worden uitgevaardigd) op elkaar worden afgestemd.
De implementatie van IFRS 9, indien en wanneer zij wordt goedgekeurd door de EU, kan een aanzienlijke impact hebben op het eigen vermogen, het nettoresultaat en/of overig comprehensive income; de vergelijkende informatie dient eveneens te worden aangepast.
2.3 Schattingen
De opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening op basis van IFRS vereist een aantal schattingen aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.
De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de onderstaande tabel weergegeven.
31 december 2015
| Activa Voor verkoop beschikbare activa Gestructureerde kredietinstrumenten |
Onzekerheid schatting |
|---|---|
| - Niveau 2 | - Het waarderingsmodel - Inactieve markten |
| - Niveau 3 | - Het waarderingsmodel - Gebruik niet-marktwaarneembare input - Inactieve markten |
| Vastgoedbeleggingen | - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Leningen | - Het waarderingsmodel - Parameters als creditspread, looptijd en de rente |
| Deelnemingen | - Van de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen afhankelijke combinatie van onzekerheden |
| Goodwill | - Het gehanteerde waarderingsmodel - Financiële en economische variabelen - Disconteringsvoet - De aan de entiteit inherente risicopremie |
| Overige immateriële vaste activa | - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Uitgestelde belastingvorderingen | - Interpretatie van complexe belastingwetgeving - Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen |
| Verplichtingen Verplichtingen verzekeringscontacten - Leven |
- Actuariële aannames - Gehanteerde rentecurve bij toereikendheidstoets - Herbeleggingsprofiel van de beleggingsportefeuille, kredietrisicospread en looptijd, bij het bepalen van de shadow LAT aanpassing |
| - Niet-leven | - Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims - Schadebehandelingskosten - Finale afhandeling van uitstaande schade claims |
| Pensioenverplichtingen | - Actuariële aannames - Disconteringsvoet - Inflatie/salarissen |
| Voorzieningen | - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden - De berekening van het best geschatte bedrag |
| Uitgestelde belastingschulden | - Interpretatie van complexe belastingwetgeving |
| Geschreven putoptie op minderheidsbelang | - Geschatte toekomstige reële waarde - Disconteringsvoet |
Zie de betreffende noten van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas voor uitgebreidere informatie over de toepassing van deze schattingen. In noot 5 Risicomanagement wordt beschreven hoe Ageas de diverse risico's van verzekeringsactiviteiten vermindert.
2.4 Gebeurtenissen na de verslagperiode
Gebeurtenissen na balansdatum hebben betrekking op gebeurtenissen die zich voordoen tussen de balansdatum en de datum waarop de Geconsolideerde jaarrekening is goedgekeurd door de Raad van Bestuur voor publicatie. Er zijn twee soorten gebeurtenissen:
- gebeurtenissen die leiden tot een aanpassing van de Geconsolideerde jaarrekening als deze gebeurtenissen nadere informatie geven over omstandigheden die op de balansdatum bestonden;
- gebeurtenissen die leiden tot aanvullende informatie indien ze nadere informatie geven over omstandigheden die na de balansdatum zijn ontstaan en indien deze gebeurtenissen relevant en belangrijk zijn.
Zie noot 49 Gebeurtenissen na balansdatum.
2.5 Segmentrapportering
Operationele segmenten
De te rapporteren segmenten van Ageas zijn voornamelijk gebaseerd op geografische regio's, de resultaten zijn gebaseerd op IFRS. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.
De operationele segmenten zijn:
- België;
- Verenigd Koninkrijk (VK);
- Continentaal Europa;
- Azië;
- Algemene Rekening.
Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het vijfde operationele segment: Algemene Rekening. De Algemene Rekening omvat activiteiten die niet gerelateerd zijn aan de kernverzekeringsactiviteiten, zoals groepsfinanciering en andere holding activiteiten. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de interne Nietleven herverzekeraar van Ageas, Intreas, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES / RPN(I) en de geschreven putoptie op AG Insurance.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook beschikbaar zijn voor niet-gerelateerde derden. Eliminaties worden afzonderlijk gerapporteerd.
2.6 Consolidatiegrondslagen
Dochterondernemingen
De Geconsolideerde Jaarrekening omvat de jaarrekeningen van ageas SA/NV (de 'Moedermaatschappij') en haar dochterondernemingen. Dochterondernemingen zijn die ondernemingen waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('zeggenschap'). Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum waarop de effectieve zeggenschap aan Ageas wordt overgedragen en worden van consolidatie uitgesloten vanaf de datum waarop een einde komt aan die zeggenschap. Dochterondernemingen die uitsluitend zijn overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht, worden verantwoord als 'vaste activa aangehouden voor verkoop'. Het resultaat op een deel van een belang in een dochteronderneming zonder verlies van zeggenschap wordt verantwoord in het eigen vermogen.
Ageas treedt op als sponsor bij het opzetten van Special Purpose Vehicles ('SPV's'), voornamelijk voor securitisatietransacties van activa, emissies van schuldpapier of om een andere goed gedefinieerde doelstelling te realiseren. Sommige SPV's zijn bedrijven waarbij de kans op faillissement gering is en waarvan de activa niet beschikbaar zijn om de vorderingen van Ageas af te wikkelen. SPV's worden geconsolideerd als zij in hoofdzaak worden gecontroleerd door Ageas.
'Intercompany' transacties (saldi, winsten en verliezen uit transacties tussen ondernemingen van Ageas) worden geëlimineerd. Minderheidsbelangen in de netto-activa en nettoresultaten van geconsolideerde dochterondernemingen worden in de balans en de resultatenrekening afzonderlijk weergegeven. Na de datum van vestiging omvatten minderheidsbelangen het op de datum van vestiging berekende bedrag en het minderheidsaandeel in de eigenvermogensmutaties sinds de datum van vestiging.
Bij het beoordelen of Ageas zeggenschap heeft over een andere onderneming worden het bestaan en effect van potentiële stemrechten die thans uitoefenbaar of converteerbaar zijn in aanmerking genomen.
Deelnemingen
Beleggingen in deelnemingen worden verantwoord op basis van de equitymethode. Dit zijn beleggingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap. De belegging wordt verantwoord op basis van het aandeel van Ageas in de netto activa van de geassocieerde deelneming. Het aandeel van Ageas in het netto-inkomen van het jaar wordt verantwoord als beleggingsbate en het aandeel van Ageas in de rechtstreekse eigenvermogensmutaties na acquisitie worden verantwoord in het eigen vermogen.
Winsten op transacties tussen Ageas en beleggingen gewaardeerd volgens de equitymethode worden geëlimineerd naar rato van het aandeel van Ageas. Verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie blijkt dat het overgedragen actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Verliezen worden verantwoord totdat de boekwaarde van de belegging nihil bedraagt. Verdere verliezen worden alleen verantwoord als Ageas een in rechte afdwingbare of een feitelijke verplichting heeft of betalingen heeft verricht namens deze geassocieerde deelneming.
Verkoop van dochterondernemingen, bedrijfsonderdelen en nietvlottende activa
Een niet-vlottend actief (of groep activa die wordt afgestoten, zoals dochtermaatschappijen) wordt aangehouden voor verkoop indien het beschikbaar is voor onmiddellijke verkoop in zijn huidige staat en indien de verkoop ervan bijzonder waarschijnlijk is. Een verkoop is bijzonder waarschijnlijk wanneer:
- er duidelijke aanwijzingen zijn van een engagement door het management;
- er een actief programma bestaat om een koper te vinden en het plan af te ronden;
- het actief in de markt wordt gezet voor verkoop aan een redelijke prijs ten opzichte van zijn reële waarde;
- de verkoop naar verwachting zal worden afgerond binnen de 12 maanden na de datum van aanmerking tot verkoop; en
- de maatregelen die vereist zijn om het plan af te ronden aangeven dat het onwaarschijnlijk is dat er aanzienlijke wijzigingen zullen zijn aan het plan, of dat het ingetrokken zal worden.
De waarschijnlijkheid dat de verkoop zal worden goedgekeurd door de aandeelhouders maakt deel uit van de beoordeling of de verkoop al dan niet bijzonder waarschijnlijk is. Indien een goedkeuring door de regelgever is vereist, wordt een verkoop enkel beschouwd als zijnde bijzonder waarschijnlijk na deze goedkeuring. Niet-vlottende activa (of groep activa die wordt afgestoten) aangehouden voor verkoop worden:
- gewaardeerd aan de laagste boekwaarde en de reële waarde minus verkoopkosten (met uitzondering van de activa die vrijgesteld zijn van deze regel, zoals IFRS 4 verzekeringsrechten, financiële activa, uitgestelde belastingen en pensioenplannen);
- vlottende activa en alle verplichtingen worden gewaardeerd in overeenstemming met de IFRS'en die van toepassing zijn;
- niet onderhevig aan afschrijving of waardevermindering; en
- afzonderlijk voorgesteld in de balans (activa en verplichtingen worden niet gesaldeerd).
De datum van verkoop van een dochtermaatschappij of groep van activa die wordt afgestoten is de datum waarop de controle gebeurt. De geconsolideerde resultatenrekening omvat de resultaten van een dochtermaatschappij of groep van activa die wordt afgestoten tot de datum van verkoop. De winst of het verlies bij verkoop is het verschil tussen (a) de opbrengst van de verkoop en (b) de boekwaarde van de netto activa plus alle overeenstemmende goodwill en bedragen die worden geaccumuleerd in het overig comprehensive income (bijvoorbeeld, aanpassingen voor wisselkoersverschillen en de reserve activa voor verkoop).
2.7 Vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta door individuele maatschappijen van Ageas worden verantwoord tegen de valutakoers op de datum van de transactie. Op de balansdatum worden uitstaande saldi luidend in vreemde valuta verantwoord tegen de slotkoers voor monetaire posten.
Niet-monetaire posten die tegen historische kostprijs worden verantwoord, worden omgerekend op basis van de historische wisselkoers op transactiedatum. Niet-monetaire posten die tegen reele waarde worden verantwoord, worden omgerekend op basis van de wisselkoers op de datum waarop de reële waarde wordt bepaald. Koersverschillen worden in de resultatenrekening als winst of verlies verantwoord onder de post valutakoersverschillen behalve bij wijziging van de reële waarde van niet-monetaire posten die als bestanddeel van het eigen vermogen worden verantwoord.
Het onderscheid tussen valutakoersverschillen (die worden verantwoord in de resultatenrekening) en ongerealiseerde herwaarderingen van reële waarden (verantwoord in het eigen vermogen) op voor verkoop beschikbaar zijnde financiële activa wordt bepaald volgens de volgende regels:
- de valutakoersverschillen worden bepaald op basis van de ontwikkeling van de wisselkoers ten opzichte van de voorgaande verslaggevingsperiode;
- de ongerealiseerde resultaten (reële waarde) worden bepaald op basis van het verschil tussen de in euro uitgedrukte saldi van de voorgaande en de nieuwe verslagperiode op basis van de nieuwe wisselkoers.
Omrekening van vreemde valuta
Bij consolidatie worden de resultatenrekening en het kasstroomoverzicht van entiteiten die niet de euro als functionele munt hebben, omgerekend in euro's, tegen gemiddelde dagwisselkoersen voor het lopende jaar (of, bij uitzondering, tegen de wisselkoers op de dag van de transactie indien de wisselkoersen significant schommelen) en wordt de balans omgerekend tegen de slotkoers per balansdatum.
Wisselkoersverschillen uit omrekening worden verantwoord in het eigen vermogen. Bij de desinvestering van een buitenlandse entiteit worden die koersverschillen in de resultatenrekening verantwoord als onderdeel van de winst of het verlies op de verkoop.
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van monetaire posten, geleende bedragen en andere valuta-instrumenten, aangemerkt als afdekking van een netto investering in een buitenlandse entiteit, worden in de Geconsolideerde Jaarrekening verantwoord in het eigen vermogen. Uitzondering is de eventuele afdekkingsineffectiviteit, die onmiddellijk in de resultatenrekening wordt verantwoord.
Goodwill en aanpassingen van de reële waarde die voortvloeien uit de acquisitie van die buitenlandse entiteit, worden behandeld als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers op balansdatum omgerekend. Alle verschillen die hieruit voortvloeien worden in het eigen vermogen verantwoord. Bij verkoop van de buitenlandse entiteit vindt er een overdracht naar de resultatenrekening plaats.
In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven.
| Koers per jaareinde | Gemiddelde koers | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 1 euro = | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | |
| Britse pond | 0,73 | 0,78 | 0,73 | 0,81 | |
| Amerikaanse dollar | 1,09 | 1,21 | 1,11 | 1,33 | |
| Hongkong dollar | 8,44 | 9,42 | 8,60 | 10,30 | |
| Turkse lira | 3,18 | 2,83 | 3,03 | 2,91 | |
| Chinese yuan renminbi | 7,06 | 7,54 | 6,97 | 8,19 | |
| Maleisische ringgit | 4,70 | 4,25 | 4,34 | 4,34 | |
| Filipijnse peso | 51,00 | 54,44 | 50,52 | 58,98 | |
| Thaise baht | 39,25 | 39,91 | 38,03 | 43,15 |
2.8 Verantwoording en waardering bij het opstellen van de jaarrekening
Ageas bepaalt de classificatie en waardering van activa en verplichtingen op basis van de aard van de onderliggende transacties.
2.8.1 Financiële activa
Het management bepaalt de geschikte classificatie van de beleggingswaarden op het tijdstip van de aankoop. Beleggingswaarden met een vaste looptijd, waarbij het management voornemens is en in de mogelijkheid verkeert om deze waarden tot einde looptijd aan te houden, worden verantwoord als Beleggingen aan te houden tot einde looptijd. Beleggingswaarden met vaste of bepaalbare betalingen, die niet marktgenoteerd zijn in een actieve markt en die bij de eerste opname niet worden aangemerkt als Voor handelsdoeleinden aangehouden, noch als Voor verkoop beschikbare beleggingen, worden geclassificeerd als Leningen en vorderingen. Voor onbepaalde duur aan te houden beleggingswaarden die kunnen worden verkocht om te voorzien in liquiditeitsbehoeften of bij wijzigingen van rentevoeten, wisselkoersen of aandelenprijzen, worden verantwoord als Voor verkoop beschikbare financiële activa. Beleggingswaarden die worden verworven om kortetermijn winsten te genereren worden beschouwd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden.
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen. Elk verschil tussen de waarde van de eerste opname dat voortvloeit uit transactiekosten, eerste premies of kortingen, wordt geamortiseerd over de looptijd van de belegging met behulp van de effectieve-rentemethode. Indien wordt vastgesteld dat een tot einde looptijd aangehouden belegging een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt de bijzondere waardevermindering verantwoord in de resultatenrekening.
Leningen en vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode minus bijzondere waardevermindering. De geamortiseerde kostprijs wordt berekend door rekening te houden met kortingen of premies en vergoedingen en kosten die integraal deel uitmaken van de effectieve-rentemethode. De effectieve-rentemethode is opgenomen in de financiële baten in de resultatenrekening. Winsten en verliezen worden verantwoord in de resultatenrekening als de investeringen niet langer worden verantwoord of als de investeringen een bijzondere waardevermindering of afschrijving hebben ondergaan. Voor instrumenten met een variabele rente worden de kasstromen regelmatig opnieuw geschat om de rentebewegingen in de markt weer te geven. Als de waardering van het instrument bij eerste opname met een variabele rente (bijna) gelijk is aan de hoofdsom, heeft de schatting geen significant effect op de boekwaarde van het instrument en worden geen aanpassingen gedaan op de rentebaten, die op basis van het toerekeningsbeginsel worden opgenomen. Indien echter een instrument met variabele rente wordt verkregen tegen een significante premie of korting, wordt deze premie of korting afgeschreven over de verwachte looptijd van het instrument en opgenomen in de berekening van de effectieve-rentemethode. De boekwaarde zal elke periode opnieuw worden berekend door de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen tegen de actuele effectieve rentevoet te berekenen. Alle aanpassingen worden verantwoord in de resultatenrekening.
Voor handelsdoeleinden aangehouden activa en activa die zijn aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met waardeverandering in de resultatenrekening, worden verantwoord tegen reele waarde. Veranderingen in de reële waarde worden verantwoord in de resultatenrekening. De (gerealiseerde en ongerealiseerde) resultaten worden verantwoord als 'Resultaat op verkopen en herwaarderingen'. Rente ontvangen (betaald) op activa (verplichtingen) aangehouden voor handelsdoeleinden wordt verantwoord als rentebaten (rentelasten). Ontvangen dividenden worden verantwoord als 'Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten'.
De meerderheid van de financiële activa van Ageas (zijnde obligatieleningen en aandelenbelangen) behoort tot de categorie 'Voor verkoop beschikbaar' en wordt opgenomen tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden rechtstreeks verantwoord in het eigen vermogen totdat het actief wordt verkocht, tenzij het actief door een derivaat is afgedekt. Deze beleggingswaarden worden verantwoord tegen reële waarde met verantwoording van de waardeveranderingen in de resultatenrekening voor het deel dat toe te kennen is aan het afgedekte risico en in het eigen vermogen voor het resterende deel.
Voor de verzekeringsportefeuilles waar de niet-gerealiseerde winsten of verliezen op obligaties een rechtstreeks effect hebben op de waardering van de verzekeringsverplichtingen past Ageas in overeenstemming met IFRS 4 'shadow accounting' toe. Dat heeft tot gevolg dat de wijzigingen in de niet-gerealiseerde winsten en verliezen van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen en daarom geen deel uitmaken van het eigen vermogen.
2.8.2 Vastgoedbeleggingen en vastgoed voor eigen gebruik
Vanwege de vergelijkbaarheid van de resultaatontwikkeling in de jaarrekening heeft Ageas in 2005 voor de verwerking van vastgoedbeleggingen niet gekozen voor het reële-waardemodel (met verwerking in de resultatenrekening van winsten of verliezen als gevolg van een wijziging in de reële waarde), maar voor het kostprijsmodel in lijn met de waardering van vastgoed voor eigen gebruik. Vastgoedbeleggingen worden, gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Wijzigingen in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen worden dan ook niet verantwoord in de resultatenrekening of het eigen vermogen, tenzij een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden.
2.8.3 Deelnemingen
Investeringen in deelnemingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft op het financiële en operationele beleid (maar geen zeggenschap) worden verantwoord op basis van de equitymethode. Het aandeel van Ageas in het resultaat wordt verantwoord in de resultatenrekening en eventuele herwaarderingen worden verantwoord in het eigen vermogen. Eventuele uitkeringen van de geassocieerde deelneming worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de investering.
2.8.4 Goodwill en overige immateriële activa
Goodwill uit hoofde van bedrijfscombinaties na 1 januari 2010
Goodwill wordt in eerste instantie gewaardeerd tegen kostprijs, zijnde het positieve verschil tussen de reële waarde van de verkrijgingsprijs en:
- het deel van Ageas in de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen, en
- de reële waarde van enig eerder aangehouden belang in de overgenomen partij.
Overnamekosten worden direct in het resultaat verantwoord; kosten voor het uitgeven van schuldbewijzen of aandelen worden echter verantwoord in overeenstemming met IAS 32 en IAS 39.
Bedrijfscombinaties worden verantwoord op basis van de zogenaamde 'acquisition method'. De verkrijgingsprijs van de overgenomen partij wordt bepaald op de reële waarde van de opgeofferde waarde op het overnamemoment (gecorrigeerd voor een eventueel minderheidsbelang).
De goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs minus eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen.
In geval van een stapsgewijze overname wordt op moment van uitbreiding van het belang het eerder gehouden belang geherwaardeerd tegen reële waarde en via het resultaat verantwoord.
Goodwill uit hoofde van bedrijfscombinaties vóór 1 januari 2010
Ten opzichte van het hierboven gemelde, was sprake van de volgende verschillen:
Bedrijfscombinaties werden verantwoord op basis van de zogenaamde 'purchase method'. Direct aan de overname toerekenbare transactiekosten maakten onderdeel uit van de verkrijgingsprijs. Een eventueel minderheidsbelang werd gewaardeerd tegen het proportionele aandeel in de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de overgenomen partij.
In geval van een stapsgewijze overname werd elke 'stap' afzonderlijk verwerkt; eerder verwerkte goodwill werd niet aangepast.
Voorwaardelijke vergoedingen werden uitsluitend en alleen verantwoord als Ageas een verplichting had en er waarschijnlijk economische uitstroom ging plaatsvinden, waarvan een betrouwbare schatting kon worden gemaakt. Latere aanpassingen aan de voorwaardelijke vergoeding hadden effect op de goodwill.
Value of business acquired (VOBA)
Value of business acquired (VOBA) vertegenwoordigt het verschil tussen de reële waarde bij acquisitie gewaardeerd op basis van Ageas' waarderingsgrondslagen en de boekwaarde van een portefeuille van verzekerings- en beleggingscontracten, verworven in het kader van een acquisitie van een business of een portefeuille.
VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de verwachte periode van de opbrengsten van de verworven portefeuille.
Overige immateriële activa met bepaalde gebruiksduur
Tot de overige immateriële activa horen immateriële activa met een bepaalde gebruiksduur, zoals parkeerconcessies, intern ontwikkelde software die geen integraal onderdeel vormt van de hardware en licenties die in het algemeen volgens de lineaire methode op basis van de gebruiksduur worden geamortiseerd.
2.8.5 Financiële verplichtingen
De waardering en verantwoording van financiële verplichtingen in de resultatenrekening hangen af van de IFRS-indeling: (a) financiele verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening, en (b) overige financiële verplichtingen, die tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd.
2.8.6 Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten
Levensverzekeringen
Deze verplichtingen betreffen levensverzekeringsovereenkomsten, beleggingscontracten met discretionaire winstdeling (DPF) en beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling.
De DPF-component inzake beleggingscontracten betreft een voorwaardelijke toezegging met betrekking tot ongerealiseerde winsten en verliezen. Deze toezegging blijft hierdoor onderdeel van de ongerealiseerde winsten en verliezen zoals begrepen in het eigen vermogen. Indien de toezegging onvoorwaardelijk wordt, vindt overboeking naar de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven plaats.
Voor levensverzekeringscontracten worden toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen berekend met behulp van een netto premiemethode (de contante waarde van toekomstige nettokasstromen), waarbij wordt uitgegaan van actuariële veronderstellingen op basis van historische ervaring en standaarden binnen de verzekeringssector. Winstdelende polissen omvatten eventuele verplichtingen met betrekking tot contractuele dividenden of winstdelingen. Voor bepaalde contracten zijn de toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen geherwaardeerd om de huidige marktrente te reflecteren.
Unit-linked overeenkomsten
De beleggingsovereenkomsten van Ageas zonder winstdeling zijn voornamelijk unit-linked overeenkomsten waarbij de beleggingen namens de polishouder worden aangehouden en tegen reële waarde worden gewaardeerd. Eigen aandelen en investeringen in eigen schuldinstrumenten ten bate van de polishouders worden buiten beschouwing gelaten. De verplichtingen voor dergelijke overeenkomsten worden gewaardeerd tegen waarde per eenheid (= de reële waarde van het fonds waarin de unit-linked overeenkomst is belegd, gedeeld door het aantal van de units van het fonds).
Bepaalde producten bevatten garanties die ook worden gewaardeerd tegen reële waarde en worden verantwoord in verplichtingen met betrekking tot polishouders, waarbij de reële-waardeverandering wordt verantwoord in de resultatenrekening. Er wordt rekening gehouden met verzekeringstechnische risico's op basis van actuariële veronderstellingen.
Shadow accounting
In sommige departementen van Ageas hebben gerealiseerde winsten en verliezen op de activa directe gevolgen voor de waardering van (een deel van) de verzekeringsverplichtingen en de daaraan gerelateerde acquisitiekosten. Ageas past shadow accounting toe op de veranderingen in de reële waarde van de voor verkoop beschikbare beleggingen en van de voor handelsdoeleinden aangehouden activa en verplichtingen die verbonden zijn met en derhalve van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen.
Shadow accounting betekent dat ongerealiseerde winsten of verliezen op activa, die in het eigen vermogen worden opgenomen zonder winst of verlies te beïnvloeden, in de waardering van verzekeringsverplichtingen (of overgedragen acquisitiekosten of immateriële vaste activa) worden weerspiegeld op dezelfde manier als gerealiseerde winsten of verliezen.
Deze correctie is ook van toepassing in de situatie waarin de marktrente lager is dan de gegarandeerde rente. In dat geval wordt een additionele shadow accounting correctie gemaakt. Naar deze aanpassing wordt ook verwezen als de shadow-LAT (Liability Adequacy Test). Deze aanpassing wordt berekend in de veronderstelling dat de huidige portefeuille verkocht wordt op verslagdatum en herbelegd wordt volgens de huidige marktcondities.
Ageas heeft zijn beoordeling van de huidige marktomstandigheden veranderd om deze in lijn te brengen met degene die worden gebruikt voor de LAT-berekeningen. Voordien nam Ageas aan dat de herbeleggingen evenveel zouden opbrengen als de Ageas Reference Rate (die bestaat uit de risicovrije rente en de aanpassing voor volatiliteit). Vanaf het derde kwartaal van 2015 wordt verondersteld dat het rendement gelijk is aan de afloopdatums en kredietspreads in de bestaande portefeuille. Die verandering wordt gecatalogeerd als een verandering in de boekhoudkundige schattingen en wordt prospectief toegepast. Op het moment van de wijziging had de impact op de wijziging in assumpties een onbeduidende impact op het eigen vermogen van Ageas aangezien de (gemiddelde) kredietspread die was ingebouwd in de huidige beleggingsportefeuille en (gemiddelde) looptijd van de veronderstelde herbeleggingsportefeuille ongeveer in lijn lagen met de aanpassing voor volatiliteit van 22 bp bij het bepalen van de risicovrije rente en duration van de huidige beleggingsportefeuille.
De overblijvende ongerealiseerde veranderingen in fair value van de portefeuille aangehouden voor verkoop (na toepassing van shadow accounting) die onderhevig zijn aan discretionaire deelnamekenmerken worden aangemerkt als een afzonderlijk onderdeel van het eigen vermogen.
Een latente winstdelingsverplichting wordt verder opgebouwd voor de feitelijke verplichting dan wel het bedrag dat wettelijk of contractueel vereist is ter voldoening van eventuele verschillen tussen statutaire en IFRS inkomsten en niet-gerealiseerde winsten of verliezen verwerkt in het eigen vermogen.
Niet-levensverzekeringen
Claims en schadebehandelingskosten worden in de resultatenrekening verantwoord op het moment dat de uitgaven worden gedaan. Niet-betaalde claims en schadebehandelingskosten omvatten schattingen voor gerapporteerde claims en voorzieningen voor claims die zijn voorgevallen maar niet gerapporteerd. Schadeverplichtingen inzake arbeidsongevallen worden verantwoord tegen de netto contante waarde. Ageas verdisconteert de verplichtingen voor schade enkel voor claims met bepaalbare en vaste betalingstermijnen.
Toereikendheidstoets voor de verplichtingen
De toereikendheid van verzekeringsverplichtingen ("Toereikendheidstoets voor verplichtingen") wordt op elke rapporteringsdatum getest door elke volledig geconsolideerde onderneming. De testen worden meestal uitgevoerd op wettelijk fungibel niveau voor Leven en op het niveau van de business voor Niet-leven. Ageas neemt de beste actuele ramingen in beschouwing van alle contractuele cashflows, met inbegrip van gerelateerde cashflows zoals inkomsten en uitgaven betreffende (her-) investeringen. De hypothesen zijn intern consistent met degene die worden gebruikt voor andere modelleringsdoeleinden, zoals embedded value. Voor levensverzekeringscontracten omvatten de testen kasstromen resulterend uit embedded opties en waarborgen. De contante waarde van deze kasstromen wordt verder gebepaald door (a) gebruik te maken van het huidige boekhoudkundig rendement van de bestaande portefeuille, gebaseerd op de veronderstelling dat herbeleggingen na afloopdatum van de financiële instrumenten zullen plaatsvinden aan de hand van een risicovrije rente plus aanpassing voor volatiliteit en (b) een risicovrije disconteringsvoet verhoogd met een bedrijfsspecifieke volatiliteitsaanpassing zoals gedefinieerd door EIOPA (na het laatste liquide punt wordt de zogenaamde Ultimate Forward Rate extrapolation gebruikt).
De netto contante waarde van alle contractuele kasstromen wordt vergeleken met de desbetreffende technische voorzieningen. Elk tekort wordt meteen in de resultatenrekening opgenomen, als een bijzondere waardevermindering van het DAC- of VOBA-type of als een verlies. Als het tekort in een volgende periode vermindert, wordt de daling via de resultatenrekening teruggedraaid.
2.9 Waardering van activa met bijzondere waardeverminderingen
Een actief heeft een bijzondere waardevermindering ondergaan wanneer de boekwaarde van dat actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Ageas onderzoekt per elke balansdatum alle activa op objectieve aanwijzingen die aanleiding kunnen geven tot een bijzondere waardevermindering. De boekwaarde van activa met een bijzondere waardevermindering wordt verlaagd tot de geschatte realiseerbare waarde.
Indien in een volgende periode het bedrag van de bijzondere waardeverminderingen op activa, anders dan goodwill of voor verkoop beschikbare eigenvermogeninstrumenten, als gevolg van een gebeurtenis die zich voordoet na de waardevermindering daalt, dan wordt het bedrag teruggeboekt via de resultatenrekening. Deze verhoogde waarde mag niet hoger zijn dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na afschrijvingen, als in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief was opgenomen.
Financiële activa
Een voor verkoop beschikbaar financieel actief (of een groep financiele activa), leningen of vorderingen of aangehouden tot einde looptijd heeft een bijzondere waardevermindering ondergaan als er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen als gevolg van een of meer gebeurtenissen na de eerste opname van het actief (verliesgebeurtenissen zoals ernstige financiële moeilijkheden bij de uitgevende instelling). Deze tot verlies leidende gebeurtenis(sen) heeft (hebben) een effect op de geschatte toekomstige kasstromen uit het financiële actief (of de groep financiële activa) dat betrouwbaar kan worden geschat.
Voor aandelen omvatten de eventuele objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen onder meer het feit of de reële waarde per de balansdatum significant (25%) beneden de kostprijs is of per de balansdatum gedurende een langere periode beneden de kostprijs is geweest (vier opeenvolgende kwartalen).
Vastgoedbeleggingen en vastgoed voor eigen gebruik
Vastgoed wordt met behulp van het kostprijsmodel gewaardeerd en ondergaat een bijzondere waardevermindering wanneer de boekwaarde hoger is dan de realiseerbare waarde, dat wil zeggen, afhankelijk van welke van deze twee waarden de hogere is: de reële waarde verminderd met de verkoopkosten dan wel de waarde in gebruik (de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen zonder aftrek van overdrachtsbelasting). Aan het einde van iedere verslagperiode beoordeelt Ageas of er aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Hierbij wordt rekening gehouden met diverse bronnen van informatie, zowel extern (bijvoorbeeld belangrijke wijzigingen in het economische klimaat) als intern (bijvoorbeeld desinvesteringsplannen). Indien er dergelijke aanwijzingen bestaan (en alleen dan), maakt Ageas een inschatting van de realiseerbare waarde van het actief. Gesignaleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening verantwoord. Na opname van een bijzondere waardevermindering wordt de afschrijving voor toekomstige perioden gecorrigeerd voor de herziene boekwaarde onder vermindering van de restwaarde over de resterende levensduur van het actief.
Goodwill en overige immateriële activa
Goodwill is een immaterieel actief met een onbepaalde levensduur en wordt net als alle andere immateriële activa met een onbepaalde levensduur niet afgeschreven. In plaats daarvan wordt dit actief ten minste jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Een immaterieel actief met een bepaalde levensduur wordt daarentegen afgeschreven over de geschatte gebruiksduur en per elke verslagdatum opnieuw beoordeeld. Gesignaleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening verantwoord.
Overige activa
Voor niet-financiële activa wordt de realiseerbare waarde bepaald als de hoogste van enerzijds de reële waarde verminderd met verkoopkosten en anderzijds de waarde in gebruik. De reële waarde verminderd met verkoopkosten is het bedrag dat zou kunnen worden verkregen door de verkoop van een actief in een ordelijke transactie tussen marktpartijen, na aftrek van verkoopkosten. De waarde in gebruik is de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen waarvan verwacht wordt dat ze zullen voortvloeien uit het voortgezette gebruik van een actief en uit de vervreemding van dat actief aan het einde van de gebruiksduur.
2.10 Erkenning van de opbrengsten
2.10.1 Bruto premie-inkomen
Ontvangen premie-inkomen
Premies uit levensverzekeringspolissen en beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling die als langlopend worden aangemerkt, worden verwerkt als baten zodra deze door de polishouder verschuldigd zijn. De geschatte toekomstige opbrengsten en kosten wordt verrekend met deze baten met als doel de winst te verantwoorden gedurende de geschatte duur van de verzekeringen. Dit 'matching'-proces wordt uitgevoerd aan de hand van een bepaling van de verplichtingen uit hoofde van de verzekeringen en de beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling alsmede aan de hand van de uitgestelde en vervolgens geamortiseerde overlopende acquisitiekosten.
Verdiend premie-inkomen
Voor verzekeringsovereenkomsten met een korte looptijd (hoofdzakelijk Niet-leven) worden de premies direct bij ingang van de overeenkomst verwerkt. Die premies worden in de resultatenrekening pro-rata gedurende de termijn van de verzekeringsdekking verantwoord als Verdiend. De voorziening voor niet-verdiende premies bevat het gedeelte van de geboekte premies voor de nog niet afgelopen termijn van de dekking.
2.10.2 Rentebaten en –lasten
De rentebaten en -lasten worden bij alle rentedragende instrumenten op basis van het toerekeningsbeginsel in de resultatenrekening opgenomen. Er wordt gebruik gemaakt van de effectieve-rentemethode op basis van de feitelijke aankoopprijs inclusief de directe transactiekosten. In die rentebaten zijn onder andere begrepen de verdiende coupons op instrumenten met een vaste of variabele rente en de waardevermeerdering of amortisatie van de korting of premie.
Is een financieel actief eenmaal afgewaardeerd tot de geschatte realiseerbare waarde, dan worden de rentebaten daarna gebaseerd op de effectieve rente die ook is gebruikt voor de contantmaking van de toekomstige kasstromen voor de bepaling van de realiseerbare waarde.
2.10.3 Gerealiseerde en niet-gerealiseerde winsten en verliezen
Bij financiële instrumenten die worden aangemerkt als voor verkoop aangehouden, vertegenwoordigen de gerealiseerde winsten of verliezen op verkopen en desinvesteringen het verschil tussen de ontvangen opbrengsten en de oorspronkelijke boekwaarde van het verkochte actief, verminderd met eventuele in de resultatenrekening verantwoorde bijzondere waardeverminderingen, gecorrigeerd voor het effect van eventuele reële waarde aanpassingen uit hoofde van hedge accounting.
Bij financiële instrumenten die tegen de reële waarde in de winst- en verliesrekening worden verwerkt, wordt het verschil tussen de boekwaarde aan het einde van de huidige verslagperiode en de voorgaande verslagperiode opgenomen onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
Bij derivaten wordt het verschil tussen de 'schone' reële waarde (dat wil zeggen, zonder het niet-gerealiseerde gedeelte van de rentebijboekingen) aan het einde van de huidige verslagperiode en de voorgaande verslagperiode verantwoord onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
Eerder opgenomen direct in het eigen vermogen verwerkte niet-gerealiseerde winsten en verliezen gaan over naar de resultatenrekening als ze niet langer worden opgenomen of in het geval van een bijzondere waardevermindering.
2.10.4 Commissiebaten
Commissies als integraal onderdeel van effectieve rente
Commissies die een integraal onderdeel vormen van de effectieve rente van een financieel instrument worden in het algemeen behandeld als een aanpassing op de effectieve rente. Wordt een financieel instrument echter tegen de reële waarde in de winst- en verliesrekening verwerkt, dan worden de commissies bij eerste opname van het instrument als baten verantwoord.
Commissies verwerkt wanneer de diensten worden geleverd
Commissies worden in het algemeen als baten verwerkt per de datum dat de diensten worden geleverd. Indien het onwaarschijnlijk is dat een specifieke leenovereenkomst wordt aangegaan en de lening wordt niet als derivaat aangemerkt, dan wordt de bereidstellingsprovisie op basis van tijdsevenredigheid gedurende de bereidstellingstermijn als bate verantwoord.
Commissies verwerkt na afronding van de onderliggende transactie
Commissies uit hoofde van het voeren van onderhandelingen ten behoeve van een transactie van een derde partij worden in het resultaat verantwoord als de transactie tot stand is gekomen. Commissieopbrengsten worden verantwoord wanneer de prestatieverplichting uitgevoerd is. Consortiumcommissie wordt verantwoord in het resultaat wanneer de syndicaatvorming is voltooid.
Commissiebaten uit beleggingsovereenkomsten
Dit houdt verband met door verzekeringsmaatschappijen afgegeven overeenkomsten zonder discretionaire winstdeling die als beleggingscontracten worden aangemerkt omdat het gedekte verzekeringsrisico niet significant is. De baten uit deze overeenkomsten betreffen de vergoeding voor de verzekeringsdekking, administratiekosten en afkoopkosten. Commissies worden als baten verwerkt per de datum dat de diensten worden geleverd. Aan de lastenkant staan sterfteclaims en bijgeschreven rente.
3 Overnames en desinvesteringen
De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2015 en 2014. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in noot 49 Gebeurtenissen na balansdatum.
3.1 Overnames in 2015
Exclusieve onderhandelingen voor de overname van de verzekeringsactiviteiten van AXA in Portugal
Op 7 augustus 2015 heeft Ageas de exclusieve onderhandelingen en zijn intentie voor de overname van het aandeel van AXA in diens Portugese activiteiten bevestigd, voor een totale vergoeding van EUR 190,8 miljoen.
De activiteiten van AXA Portugal omvatten een Niet-levenactiviteit (aandeel van 99,7%), Directe/internetverkoopplatform Niet-leven (aandeel van 100%) en een activiteit Leven (aandeel van 95,1%).
Dankzij de gecombineerde activiteiten zal Ageas naast zijn bestaande leiderspositie op het gebied van Leven in Portugal, voor Niet-leven stijgen van de 6de naar de 2de plaats (op basis van het brutopremie-inkomen), en een gecombineerd marktaandeel hebben van 14,4%.
Deze overname zal een belangrijke mijlpaal zijn in de ontwikkeling van de activiteiten van Ageas in Portugal, die momenteel worden beheerd door Ocidental Group. Door deze transactie zal de activiteitenmix sneller verschuiven naar meer niet-levenactiviteiten, wat in de lijn ligt van de strategie van Ageas om de groei in Nietleven te bevorderen. Tegelijkertijd zal de transactie ook toegang verschaffen tot een Directe/ internetverkoopplatform.
Deze transactie zal naar verwachting worden afgerond in de eerste helft van 2016 en is onderworpen aan de goedkeuringen van de toezichthouders en de gebruikelijke sluitingsvoorwaarden.
Joint venture voor Levensverzekeringen in Vietnam
Ageas en Muang Thai Life Assurance hebben een overeenkomst ondertekend met Military Commercial Joint Stock Bank ('Military Bank') om een joint venture op te richten in Vietnam, onder de naam MB Ageas Life.
In het kader van de overeenkomst neemt Ageas een aandelenparticipatie van 29% in het nieuwe bedrijf, Muang Thai Life Assurance 10%, en Military Bank 61%. Daarnaast gaan Military Bank en MB Ageas Life een exclusieve bankverzekeringsovereenkomst aan voor vijftien jaar. De totale kapitaalinvestering voor de drie partners bedraagt zo'n EUR 46 miljoen.
Joint venture voor levensverzekeringen in de Filipijnen
De joint venture met de naam 'EastWest Ageas Life' is een volledig nieuwe entiteit waarin Ageas en EastWest Bank elk een belang van 50% zullen aanhouden. Daarnaast sloten EastWest Bank en East-West Ageas Life een exclusieve distributieovereenkomst van twintig jaar af.
Volgens de overeenkomst zal Ageas de eerste 12 maanden kapitaal en werkingsmiddelen inbrengen voor ongeveer USD 65 miljoen of EUR 60 miljoen (PHP 2.910 miljoen). De initiële kapitaalinjectie bedraagt USD 45 miljoen of EUR 41 miljoen (PHP 2.010 miljoen); twee keer de wettelijke verplichting. Op 31 december 2015 bracht Ageas een bedrag in van EUR 29 miljoen (PHP 1,510 miljoen). Verdere financiering zal afhangen van de prestaties van de business.
Andere overnames
In het eerste kwartaal van 2015 nam AG Insurance tegen een bedrag van EUR 86,7 miljoen een belang van 36% in een geassocieerde deelneming genaamd Spitfire, die 23 retailparken omvat in Duitsland.
In de tweede helft van 2015 verwierf AG Real Estate drie vastgoeddochterondernemingen: Pleyel (verworven door aflossing van een schuld van EUR 80 miljoen), Galeries Saint Lambert (EUR 78 miljoen) en Immo 3 Jean Monnet (EUR 64 miljoen). Bovendien deed AG Insurance enkele overnames voor een totaalbedrag van ongeveer EUR 60 miljoen.
3.2 Desinvesteringen in 2015
Levensverzekeringsactiviteiten in Hongkong
Ageas heeft een overeenkomst gesloten over de verkoop van zijn Levensverzekeringsactiviteiten in Hongkong aan JD Capital (Beijing Tongchuangjiuding Investment Management Co.) voor een bedrag in contanten van HKD 10.688 miljoen (EUR 1.267 miljoen per 31 december 2015). Onder voorbehoud van goedkeuring door de toezichthouder en de gebruikelijke sluitingsvoorwaarden, zal de transactie naar verwachting in de eerste helft van 2016 worden afgerond.
De boekwaarde van de activiteiten in Hongkong bedroegen per 31 december 2015 EUR 1.021 miljoen. Op basis van deze cijfers over het volledige jaar 2015, en nog steeds onderworpen aan afsluitingscorrecties, zal de transactie een verwachte impact hebben op de nettowinst van ongeveer EUR 450 miljoen op het moment van sluiting.
Op 31 december 2015 dragen de Levensverzekeringsactiviteiten in Hongkong bij voor EUR 4.940 miljoen aan activa en voor EUR 3.919 miljoen aan verplichtingen binnen het segment Azië. De totale nettowinst over de verslagperiode bedraagt EUR 54 miljoen (zie noot 9 Informatie operationele segmenten).
Om een deel van het vreemde valuta risico op de Hongkong dollar naar aanleiding van deze overeenkomst te kunnen beheersen, heeft Ageas een kasstroomafdekking gekocht. Deze afdekking beperkt het risico op een depreciatie van de Hongkong dollar en heeft een nominale waarde van EUR 612 miljoen, een looptijd van negen maanden en een uitoefenprijs van 1 EUR = 8,82 HKD. Per 31 december 2015 bedroeg de marktwaarde van deze afdekking EUR 7 miljoen.
Er werden in de loop van 2015 geen significante desinvesteringen gedaan.
3.3 Overnames in 2014
UBI Assicurazioni
Op 5 augustus 2014 bereikten Ageas en BNP Paribas Cardif een akkoord met UBI Banca tot overname van de resterende 50% – 1 aandeel in het aandelenkapitaal van UBI Assicurazioni (UBIA), voor een totaalbedrag van EUR 75 miljoen en extra commissies onderworpen aan een afsluitingscorrectie.
UBIA is een van de toonaangevende bankverzekeraars in het nietlevensegment op de Italiaanse markt. Deze transactie vervolledigt de gezamenlijke aankoop van het meerderheidsbelang in UBIA in 2009.
Deze transactie werd eind 2014 afgerond. Ageas betaalde EUR 46 miljoen om het additioneel belang van 25% te verwerven. Aangezien Ageas reeds zeggenschap had over UBIA, resulteerde de aankoop niet in de boeking van een aankoop, echter, de aankoop resulteerde in een afname van het eigen vermogen van Ageas met EUR 40 miljoen, als gevolg van het feit dat de aankoopprijs, inclusief de reële waarde van de extra commissies, hoger was dan de nettowaarde van de activa.
BNP Paribas Cardif en Ageas bezitten samen 100% van UBIA, waarbij Ageas 50% + 1 aandeel heeft en BNP Paribas Cardif 50% - 1 aandeel. Beide aandeelhouders kwamen overeen om de activiteiten van UBIA in Italië uit te breiden, om de ontwikkeling van verzekeringsproducten en –diensten in het segment Niet-leven, met inbegrip van auto- en woningverzekeringen, te vervolgen. Tegelijkertijd stemde UBI Banca in met een hernieuwing en uitbreiding van zijn overeenkomst tot langetermijndistributie met UBIA. UBI Assicurazioni kreeg de nieuwe naam Cargeas Assicurazioni.
Médis en Ocidental Seguros
MBCP Ageas, de joint venture met Banco Comercial Português (BCP) die voor 51% eigendom is van Ageas, heeft zijn aandelen in de niet-levenondernemingen als dividend uitgekeerd aan zijn twee aandeelhouders, samen met een kapitaalverdeling van EUR 225 miljoen. Ageas verwierf de volledige eigendom van deze Portugese niet-levenactiviteiten door de acquisitie van MBCP's 49%-belang op 30 juni 2014 voor een bedrag van EUR 126 miljoen. De transactie omvat een eenmalige prijsaanpassing na vier jaar om feitelijke versus verwachte commerciële prestatie in het MBCP-netwerk te weerspiegelen.
Conform IFRS registreerde Ageas geen goodwill op deze transactie, aangezien het reeds zeggenschap had over deze bedrijven. Het verschil van EUR 72,4 miljoen tussen acquisitieprijs en boekwaarde van de activa en passiva werd in mindering gebracht op het eigen vermogen.
Andere acquisities
Op 2 april 2014 verwierf Ageas Frankrijk een additioneel belang van 16% in de deelneming Sicavonline. Als gevolg van deze acquisitie bereikte het Ageas aandeel in Sicavonline 65% en verwierf Ageas zeggenschap over Sicavonline. Sinds deze datum wordt Sicavonline volledig geconsolideerd binnen het consolidatiescope van Ageas. De bedragen betreffende deze transactie waren relatief klein. De totale geregistreerde goodwill bedroeg EUR 9,9 miljoen. Er werd een winst van EUR 1,1 miljoen geboekt op het niet langer opnemen van de deelneming toen de zeggenschap tot stand kwam en de entiteit volledig werd geconsolideerd.
Op 15 april 2014 verwierf AG Insurance Kievit, een groep van vastgoed maatschappijen, voor een totaalbedrag van EUR 145,1 miljoen. In december 2014 verwierf AG Insurance Sofa Invest., een vastgoedmaatschappij, voor een totaalbedrag van EUR 48,7 miljoen.
3.4 Desinvesteringen in 2014
Interparking
Op 18 juli 2014 ondertekende AG Real Estate, de meerderheidsaandeelhouder (90%) van Interparking, een akkoord met CPP Investment Board European Holdings S.àr.l (CPPIBEH), een 100% dochtermaatschappij van Canada Pension Plan Investment Board (CPPIB), om aan CPPIBEH een 39%-belang in Interparking te verkopen.
De partijen kwamen een aankoopprijs van EUR 380 miljoen overeen voor het 39%-belang, gebaseerd op een EBITDA-waarderingsveelvoud 2013 van ongeveer 13.
De transactie werd afgerond in november 2014. AG Insurance behield zeggenschap over Interparking. Vanwege deze zeggenschap werd de nettokapitaalwinst van EUR 138 miljoen, gerealiseerd op deze transactie, rechtstreeks in het eigen vermogen geboekt.
Tegelijkertijd verleende AG Real Estate een onvoorwaardelijke putoptie op zijn aandeel van 10,05% aan Parkimo, de huidige minderheidsaandeelhouder van Interparking. De putoptie werd gewaardeerd tegen de reële waarde van het verwachte vereffeningsbedrag (EUR 88 miljoen) en de resulterende verplichting werd geclassificeerd onder 'Verplichtingen verbonden aan geschreven putopties op NCI' in de balans. Als gevolg van deze herclassificering daalden de minderheidsbelangen met EUR 69 miljoen en verminderde het eigen vermogen met EUR 19 miljoen.
Ageas Protect
Op 31 december 2014 voltooide Ageas de verkoop van zijn 100% aandeel in Ageas Protect Limited (zijn levensverzekerings-onderneming in het VK) aan AIG voor een totaalprijs van GBP 197 miljoen (EUR 253 miljoen). De verkoop van de activiteiten leven in het VK genereert een nettowinst van EUR 33 miljoen, inclusief rente. Deze kapitaalwinst is in de resultatenrekening opgenomen op de regel Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
De impact van de verkoop van Ageas Protect op de Geconsolideerde balans van Ageas op de verkoopdatum was als volgt.
| Activa | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 38 | Verplichtingen uit hoofde van Leven verzekeringscontracten | 394 |
| Financiële investeringen en leningen | 114 | Actuele en uitgestelde belastingschulden | 11 |
| Herverzekerings- en overige vorderingen | 436 | Overlopende rente en overige verplichtingen | 166 |
| Overlopende rente en overige activa | 154 | ||
| Totaal verplichtingen | 571 | ||
| Eigen vermogen | 171 | ||
| Totaal activa | 742 | Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 742 |
Louvresse development
Op 23 juli 2014 voltooide AG Real Estate de verkoop van zijn belang van 80% in Campus Cristal (Louvresse development) resulterend in een kapitaalwinst van EUR 77 miljoen (zie noot 35 Resultaat op verkoop en herwaarderingen). Het overige belang van 20% is verantwoord als deelneming.
3.5 Activa en verplichtingen van overnames en desinvesteringen
In de onderstaande tabel zijn de activa en verplichtingen als gevolg van overnames en desinvesteringen van dochterondernemingen en deelnemingen per de datum van de overname of desinvestering weergegeven.
| 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|
| Overnames Desinvesteringen | Overnames Desinvesteringen | |||
| Activa en verplichtingen van overnames en desinvesteringen | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 3,1 | 24,6 | - 38,4 | |
| Financiële beleggingen | 1,3 | - 113,9 | ||
| Vastgoedbeleggingen | 313,0 | 341,2 | - 202,1 | |
| Leningen | 12,4 | 186,5 | ||
| Beleggingen in deelnemingen, | ||||
| inclusief kapitaal verhogingen / (verlagingen) | 147,5 | - 19,8 | 45,1 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 9,5 | 10,6 | - 438,6 | |
| Actuele en uitgestelde belastingvorderingen | 0,8 | 0,2 | ||
| Overlopende rente en overige activa | 1,3 | 2,8 | - 154,0 | |
| Materiële vaste activa | 10,7 | 3,5 | - 0,6 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 23,0 | 46,6 | - 0,2 | |
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | - 393,8 | |||
| Leningen | 135,6 | 153,9 | ||
| Actuele en uitgestelde belastingen | 37,7 | 40,8 | - 15,1 | |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 15,5 | 20,8 | - 117,6 | |
| Voorzieningen | 2,7 | 0,4 | ||
| Minderheidsbelangen | 8,1 | 232,0 | ||
| Wijzigingen eigen vermogen samenhangend | ||||
| met overnames en desinvesteringen | - 40,1 | 137,8 | ||
| Netto verworven activa / Netto vervreemde activa | 321,7 | - 19,8 | 300,1 | - 552,0 |
| Resultaat bij beëindiging bedrijfsactiviteiten, bruto | 0,1 | 108,8 | ||
| Resultaat op beëindigde bedrijfsactiviteiten, na belasting | 0,1 | 108,8 | ||
| Geldmiddelen aangewend voor acquisities/ ontvangen bij verkopen: | ||||
| Totaal aankoopprijs /verkoopopbrengst | - 321,7 | 19,9 | - 300,1 | 660,8 |
| Min: verworven/vervreemde geldmiddelen en kasequivalenten | 3,1 | 24,6 | - 38,4 | |
| Geldmiddelen aangewend voor acquisities/ ontvangen bij verkopen | - 318,6 | 19,9 | - 275,5 | 622,4 |
Het positieve bedrag onder Leningen in de kolom Desinvesteringen in 2014 heeft betrekking op leningen aan voormalige 100% dochterondernemingen.
In 2014 heeft Ageas zijn belangen in Campus Cristal (Louvresse development) verlaagd naar 20% (zie ook sectie 3.4 Desinvesteringen in 2014 van deze noot).
De totale aankoopprijs voor dochterbedrijven en deelnemingen bestond in 2015 uit EUR 321,7 miljoen (2014: EUR 300,1 miljoen). Er waren in 2015 en 2014 geen kapitaalverhogingen door minderheidsbelangen.
De toename van minderheidsbelangen onder Desinvesteringen in 2014 heeft betrekking op de verkoop van een deel van Interparking (zie sectie 3.4 Desinvesteringen in 2014 van deze noot).
4 Winst per aandeel
In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 770,2 | 475,6 |
| Verkrijgingsprijs 'restricted shares' | 3,4 | 3,0 |
| Netto resultaat gebruikt om het verwaterd resultaat per aandeel te bepalen | 773,6 | 478,6 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewoon resultaat per aandeel (in duizenden) | 215.537 | 223.064 |
| Aanpassingen voor: | ||
| - aandelen onder voorwaarden (in duizenden) verwacht te worden toegekend Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen |
595 | 563 |
| voor verwaterd resultaat per aandeel (in duizenden) | 216.132 | 223.627 |
| Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 3,57 | 2,13 |
| Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 3,57 | 2,13 |
In 2015 zijn opties op een gewogen gemiddelde van 1.401.536 aandelen (2014: 1.738.337) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 226,59 per aandeel (2014: EUR 218,94 per aandeel) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen.
Tijdens 2015 en 2014 waren 4,0 miljoen Ageas aandelen afkomstig van de FRESH uitgesloten van de berekening van de verwaterde winst per aandeel aangezien de rente per aandeel bespaard op deze effecten hoger lag dan de gewone winst per aandeel.
De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, totaal 4,64 miljoen (31 december 2014 totaal 4,64 miljoen), behoren tot de gewone aandelen (zie ook noot 47 Voorwaardelijke verplichtingen). Deze aandelen hebben geen recht op dividend en hebben ook geen stemrechten.
5 Risicomanagement
Als multinationale aanbieder van verzekeringen, creëert Ageas waarde via het onderschrijven, bewaren en transformeren van risico's die behoorlijk kunnen worden beheerd, zowel op individueel als op algemeen portefeuille niveau. Ageas Insurance operaties biedt zowel Leven als Niet-leven verzekeringen aan. Hierdoor ziet Ageas zich geconfronteerd met een aantal interne en externe risico's die van invloed kunnen zijn op de activiteiten, de bedrijfswinst, de koers van het aandeel, de waarde van de beleggingen en de afzet van bepaalde producten en diensten. Naast de verzekeringsactiviteiten omvat Ageas ook de Algemene Rekening, een segment waaronder activiteiten vallen die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsrisico- en financieringen en andere activiteiten van de holding.
Het fundamentele principe waarop de risicostrategie van Ageas steunt, is maximalisatie van aandeelhouderswaarde binnen de beperkingen van het risk appetite-kader, rekening houdend met bescherming van de polishouder. Daartoe worden de risicoblootstellingen van Ageas gecontroleerd en gericht op activiteiten die aantrekkelijke risico gecorrigeerde rendementen opleveren.
Dit hoofdstuk geeft als volgt weer hoe risico's worden beheerd. Ten eerste zal het Ageas risicomanagementkader worden uitgelegd aan de hand van de risicoclassificatie en via een uitleg over het risk appetite kader. Ten tweede zullen de risicomanagementorganisatie en –beleid worden toegelicht. Ten slotte worden de voornaamste risicoblootstellingen en de specifieke risicomanagementkaders voorgesteld die van toepassing zijn op de financiële risico's, verzekeringsverplichtingen, operationele risico's en andere risico's.
Het inbedden van de risicostrategie vindt plaats in de prestatiemanagementcyclus, ontwikkeld rond het jaarlijkse proces van strategische planning en ORSA (Own Risk and Solvency Assessment), ondersteund door relevante modelleringsbenaderingen. Die vormen een intrinsiek deel van de verzameling van inlichtingen die cruciale bijdragen leveren tot de adequate opstelling van voorspellingen en projecties gebaseerd op specifieke gebeurtenissen en parameters (die op hun beurt onder andere worden ingebed in 'Key Performance Indicators' en prijszettingsvoorstellen).
5.1 Risicomanagementkader
Ageas definieert risico als de afwijking van verwachte resultaten. Deze afwijking kan een effect hebben op de solvabiliteit, de inkomsten of de liquiditeit van Ageas, evenals op de bedrijfsdoelstellingen of toekomstige kansen. De risico's van Ageas vloeien derhalve voort uit de blootstelling aan externe en interne risicofactoren bij de uitvoering van de verzekeringsactiviteiten. Ageas wil enkel risico's nemen die:
- het goed kan doorgronden;
- het adequaat kan beheersen, hetzij op het niveau van de dochtermaatschappijen, hetzij op groepsniveau;
- het zich kan veroorloven (dat wil zeggen die binnen de risk appetite van Ageas blijven);
- een aanvaardbaar risico/rendementsprofiel hebben.
Om ervoor te zorgen dat alle materiële risico's begrepen worden en doeltreffend worden beheerd, heeft Ageas een ERM kaderwerk opgesteld dat:
- ervoor zorgt dat de risico's die een effect hebben op het realiseren van doelstellingen in kaart worden gebracht, onderzocht, gevolgd en beheerst;
- een risk appetite kader definieert dat ervoor zorgt dat het risico op insolvabiliteit te allen tijde op redelijke niveaus behouden blijft en ervoor zorgt dat het risicoprofiel binnen de risk appetite blijft;
- het besluitvormingsproces ondersteunt door erop toe te zien dat informatie over risico's tijdig beschikbaar is voor beslissers en consistent en betrouwbaar is;
- een cultuur van risicobewustzijn creëert waarin iedere manager zijn taken uitvoert met inzicht in de risico's van zijn activiteiten, deze risico's adequaat beheerst en hierover transparant rapporteert.
Schematisch kan het verder worden voorgesteld zoals hieronder:
De risicoclassificatie van Ageas zal vervolgens worden beschreven, gevolgd door een beschrijving van het risk appetite kader van Ageas.
5.1.1 Risicoclassificatie
De risicoclassificatie van Ageas is ontworpen om een consistente en samenhangende benadering te verzekeren voor de identificatie, het beoordelen, beheren en opvolgen van risico's door alle geidentificeerde risico's binnen de Groep te identificeren. Het geldt als de basis voor alle inspanningen inzake risicobeheersing. Het is opgedeeld in vier brede categorieën: Financiële risico's, Verzekeringsverplichtingsrisico's, Operationele risico's en Andere risico's.
Ageas heeft een Key Risk Report op groepsniveau om belangrijke risico's te kunnen identificeren die een invloed zouden kunnen hebben op de uitoefening van de doelstellingen. Het beoordeelt eveneens het controlekader dat op punt staat om ervoor te zorgen dat deze risico's worden beheerd op continue basis. Elke business volgt de voor hen belangrijkste risico's op ten minste een keer per kwartaal en de belangrijkste risico's worden ook opgevolgd op groepsniveau. Een brede waaier aan interne en externe bronnen wordt gebruikt voor de identificatie van belangrijke risico's.
Geïdentificeerde risico's, die worden opgedeeld volgens de Ageas risicoclassificatie worden beoordeeld en gerapporteerd aan de Ageas Groep door de verschillende entiteiten via een standaard raster voor waarschijnlijkheid en impact dat een overzicht geeft van het algemene risico dat elk risico vertegenwoordigt (bijv. hun materialiteit). De risico's worden kwalitatief beoordeeld in functie van de doelstellingen waarmee ze worden geassocieerd.
Group Risk consolideert alle rapporten. Het geconsolideerde overzicht wordt besproken op het niveau van het Ageas Risk Committee, het Executive Committee, het Management Committee, het Risk & Capital Committee en de Raad van Bestuur. Deze organen worden beschreven in sectie 5.2.
| Totaal risico | |||
|---|---|---|---|
| Financieel risico | Verzekeringstechnisch risico |
Operationeel risico | Overige risico's |
| Marktrisico Renterisico (reëel en nominaal) Aandelenrisico Spreadrisico Valutarisico Vastgoedrisico Markt concentratie risico Faillisementsrisico Tegenpartij risico Investeringsrisico Liquiditeitsrisico |
Verzekeringsrisico Leven Sterfte Langleven Arbeidsongeschiktheid/ ziekte met dodelijke afloop Verval/behoud Kosten Herziening Verzekeringstechnisch risico Niet-Leven Premies Reserves Verval Verzekeringstechnisch risico Gezondheid Vergelijkbaar met leven Sterfte Langleven Arbeidsongeschiktheid/ ziekte met dodelijke afloop Verval/behoud Kosten Herziening Niet vergelijkbaar met leven Premies Reserves Verval Catastroferisico |
Klanten, producten en bedrijfsvoering Uitvoering, levering en procesmanagement Verstoring van de bedrijfsvoering en systeemuitval Werknemers en veiligheid op het werk Interne fraude Externe fraude Schade aan activa |
Regelgevingsrisico Concurrentierisico Distributierisico Reputatierisico Landenrisico Conjuctuurrisico Inflatierisico Overige Omgevingsrisico's Concentratierisico Risico's immateriële vaste activa Strategisch risico |
5.1.2 Risk appetite
Het risk appetite kader van Ageas – gevalideerd door de Raad van Bestuur – bepaalt de formele grenzen voor het nemen van risico's. De doelstellingen van de risk appetite moeten ervoor zorgen dat:
- de blootstelling aan een aantal belangrijke risico's van elke dochteronderneming en de Groep als geheel blijven binnen bekende, aanvaardbare en gecontroleerde niveaus;
- de risk appetite criteria worden duidelijk gedefinieerd zodat de huidige blootstellingen en activiteiten kunnen worden vergeleken met de criteria die op het niveau van de Raad van Bestuur werden goedgekeurd, waardoor er een opvolging kan bestaan en positieve bevestiging dat risico's worden gecontroleerd en dat de Raad van Bestuur in staat is en bereid om deze blootstellingen te aanvaarden;
- de risicolimieten worden verbonden aan de feitelijke risicocapaciteit van een dochteronderneming en Groep op een transparante en duidelijke manier.
Het risk appetite kader van Ageas is van toepassing op alle dochtermaatschappijen van Ageas, gedefinieerd als entiteiten waarin Ageas, rechtstreeks of niet rechtstreeks, operationele controle over heeft. De Groep zal gelijkaardige risicobeheersingsprincipes adviseren, indien mogelijk, aan nieuwe en bestaande deelnemingen, gedefinieerd als entiteiten waarin Ageas rechtstreeks of niet rechtstreeks geen operationele controle over heeft.
Het risk appetite kader bestaat uit criteria die worden gebruikt om de bereidwilligheid van het management te formuleren om risico te nemen op een specifiek domein. De criteria kunnen worden uitgedrukt in kwantitatieve en kwalitatieve termen, afhankelijk van hun aard. De Groep en elke dochteronderneming moeten daardoor een Risk Appetite Statement formuleren, dat het volgende bevat:
- de criteria die hun risk appetite definiëren;
- de maatregelen die moeten worden gebruikt voor elk criterium;
- de kwantitatieve or kwalitatieve limieten die moeten worden nageleefd voor elk criterium.
Op groepsniveau zullen de volgende criteria worden onderworpen aan beperkingen:
- Solvabiliteit;
- Inkomsten;
- Liquiditeit.
De Risk Appetite Statements van Ageas aangaande solvabiliteit:
De risicoblootstellingen van Ageas moeten worden beperkt om ervoor te zorgen dat te allen tijde zijn:
- Risk Consumption (RC) blijft onder het Risk Appetite (RA) budget van Ageas, bepaald op 40% van het Eigen Vermogen (EV);
- Capital Consumption (CC) blijft onder het Target Capital (TC);
- het eigen vermogen blijft hoger dan zijn Minimum Acceptable Capital (MAC).
In deze statements:
- is RC het niveau van economisch kapitaal dat vereist is door het huidige risicoprofiel van Ageas, overeenkomend met een verlies in 1 jaar op 30;
- is RA het niveau van kapitaal dat ligt boven het Minimum Acceptable Capital dat beschikbaar is voor de Groep of zijn dochterondernemingen om risico's te kunnen nemen;
- is CC het totale niveau van economisch kapitaal dat wordt gebruikt door Ageas of zijn dochterondernemingen op basis van het huidige risicoprofiel, gedefinieerd als de som van het Minimum Available Capital en de Risk Consumption;
- is TC het totale niveau van kapitaal dat ter beschikking wordt gesteld aan de Groep of haar dochterondernemingen voor het nemen van risico's. Het wordt gedefinieerd als de som van het Minimum Acceptable Capital en het Risk Appetite budget;
- is MAC het kapitaalniveau waaronder de Groep of dochteronderneming als onder stress wordt beschouwd. Het wordt gedefinieerd als 100% van SCRageas onder Solvency II (was voorheen 125% van de Required Minimum Margin onder Solvency I). Voor de definitie van de SCRageas zie de volgende paragraaf.
Wanneer de RC de RA overschrijdt op het niveau van de Groep of dochteronderneming, dan is het de verantwoordelijkheid van het management om oplossingen voor te stellen aan de Raad van Bestuur van de Groep of van de dochteronderneming om acties te ondernemen:
Dit kader ondersteunt zowel de kapitaal- als de risicomanagementactiviteiten van Ageas:
Onder dit risk appetite kader, beoogt Ageas een solvabiliteitsratio, op basis van zijn SCRageas, van 175%
Het meten van kapitaalvereisten
Onder Solvency II gebruikt Ageas het Partieel Intern Model (PIM) (voor Niet-leven op het niveau van bepaalde entiteiten) om zijn Solvency kapitaalvereisten te meten onder Pijler 1. Ageas vult de PIM Niet-leven aan met eigen interne analyse om zijn Solvency kapitaalvereisten te meten (genoemd SCRageas) onder Pijler 2. Naast het Niet-leven Intern Model verfijnt de SCRageas de standaardformule met de volgende elementen:
- Herziening van de behandeling van spreadrisico:
- Niet-fundamenteel spreadrisico uitsluiten voor bedrijfsobligaties op basis van EIOPA input in lijn met de calibratie volatiliteits correctie;
- Fundamenteel spreadrisico indekken voor overheidsobligaties, op basis van de standaardformule kapitaalkosten voor bedrijfsobligaties (in lijn met de EIOPA voorschriften met uitzondering van niet-fundamentele spread en op dezelfde manier gedaan als voor bedrijfsobligaties).
De SCRageas is een éénjarige Value at Risk (VaR) graadmeter voor het Solvency II eigen vermogenl. In principe kan elke gewenste waarschijnlijkheid worden gebruikt om de VaR limieten te bepalen. Ageas heeft echter geen volledig Intern Model. Als gevolg worden twee waarschijnlijkheden momenteel gerapporteerd:
- een éénjarige VaR die overeenkomt met een waarschijnlijkheid van 99,5% solvabiliteit (de "1 op 200");
- een éénjarige VaR die overeenkomt met een waarschijnlijkheid van 96,67% solvabiliteit (de "1 op 30").
Deze SCRageas wordt daarna vergeleken met het in aanmerking komende eigen vermogen om de algehele kapitaalvereisten van de Groep te bepalen.
De algehele kapitaalvereisten worden nagekeken op Groepsniveau elk kwartaal en jaar:
- via een Risicorapport op kwartaalbasis, zorgt de Raad van Bestuur van Ageas ervoor dat de kapitaaltoereikendheid op nettobasis wordt bereikt;
- de Raad van Bestuur van Ageas beoordeelt en stuurt eveneens proactief de kapitaaltoereikendheid van de Groep aan op een meerjarenbasis, waarbij rekening wordt gehouden met de strategie en voorspelde zakelijke en risicoveronderstellingen. Dit wordt gedaan aan de hand van een proces genoemd, Own Risk & Solvency Assessment dat wordt ingebed in de meerjarige Begrotings- en planningprocessen van Ageas.
De voornaamste risico's die worden gemeten voor de kapitaalvereisten onder Solvency II zijn:
- Financiële risico's
- Verzekeringsverplichtingsrisico's
- Operationele risico's
- Andere risico's
Deze risico's worden verder in detail besproken in sectie 5.3.
5.2 Risicomanagement organisatie en bestuur
Het Ageas risicomanagementkader houdt rekening met de managementstructuur van Ageas, die in detail wordt uitgewerkt rond de Ageas Groep, regio's (een set van entiteiten met gemeenschappelijke regionale controle) en lokale entiteiten. Een bedrijf op lokaal niveau wordt ofwel beschouwd als een operating company (ook dochtermaatschappij genoemd) of een minderheidsparticipatie (ook geassocieerde deelneming genoemd).
Het Management wordt verder georganiseerd rond het concept van bestuursstructuur gedefinieerd door de Raad van Bestuur van Ageas als een juridische entiteit of een set juridische entiteiten die identieke Raden delen onafhankelijk van de toezichthouders. bestuursstructuren kunnen zowel op regionaal en/of lokaal niveau aanwezig zijn.
De Raad van Bestuur is uiteindelijk verantwoordelijk voor voor het algemene Risicobeheer. Het wordt in de decharge van zijn taken bijgestaan door verschillende belangrijke bestuursorganen zoals hieronder wordt weergegeven en verder in deze sectie wordt toegelicht:
Om de opzet van het algemene risico- en beheersingskader te bewaken, tekortkomingen op te sporen en de aanpak te optimaliseren, werkt Ageas volgens het 'three lines of defence' model:
- Eerste 'line of defence': de lokale dochtermaatschappijen dragen de hoofdverantwoordelijkheid dat Ageas geen schade lijdt door onverwachte gebeurtenissen. Zij dienen de volledige classificatie van risico's die zich binnen hun werkterreinen voordoen te beheersen. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de bedrijfsstrategie; dit geldt voor zowel de CEO, de lijn- en businessmanagers als de medewerkers in de bedrijfsonderdelen. Deze eerste verdedigingslinie bestaat uit een robuuste risicocultuur en een sterk risicobewustzijn tot op het diepste niveau van de organisatie. Zij zijn verantwoordelijk voor het beheersen van risico's in lijn met de lokale interne vereisten, die consistent dienen te zijn met de vereisten op groepsniveau. Zij zijn ervoor verantwoordelijk dat de juiste processen en controles plaatsvinden en op correcte wijze worden uitgevoerd.
- Tweede 'line of defence':
- het risicobeheer van Ageas geeft richting aan het management, maar is niet verantwoordelijk voor de beslissingen van het management noch de uitvoering ervan. Zijn rol bestaat er met name in om het senior management te adviseren en het bepalen van strategieën en algemene risk appetite, en om te coördineren, op te volgen, uit te dagen en ondersteuning te bieden aan het
management. Group Risk en lokale risicofuncties zorgen voor hoogstaande normen van risicomanagement via de ontwikkeling van een risicokader meer specifiek via specifieke richtlijnen per risicotypes en beleid. Zij coördineren de implementatie van risico-initiatieven en maken het senior management bewust van risico's op geconsolideerd niveau. Verder ondersteunt deze tweede verdedigingslinie de Groep Executive Committee (ExCo) of het lokale Management Committee en de Raad van Bestuur bij in het optimaliseren van de algemene risk appetite van Ageas, risicolimieten, risico/rendementsprofiel en gebruik van risicocapaciteit. Bovendien zijn ze verantwoordelijk voor het communiceren en embedden van risicostrategie, risicobewustheid en risicomanagement doorheen de volledige organisatie;
- Compliance zorgt ervoor dat de organisatie en zijn werknemers voldoen aan de wetgeving, regelgeving, interne regels en ethische normen. Compliance zorgt ervoor dat het beleid (zowel risico als compliance gerelateerd) beschikbaar zijn en dat ze voldoen aan interne en externe regels en vereisten.
- Derde 'line of defence': de afdeling interne Audit borgt het juiste ontwerp en de juiste implementatie van het risico en governance kader en de naleving van richtlijnen, beleid en processen.
A. ORGANISATIE RISICOMANAGEMENT OP GROEPSNIVEAU
De risicomanagementstructuur is opgebouwd rond een aantal Besturen, Commissies en functies, elk met hun eigen verantwoordelijkheid voor de beheersing van het Enterprise Risk Management (ERM) kader. Op groepsniveau beheersen de volgende besturen, commissies en functies risico's:
*Executive Committee / Management committee
- de Raad van Bestuur is het ultieme beslissingsorgaan binnen Ageas zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Algemene Vergadering. De Raad van Bestuur bepaalt de strategie van Ageas en de risk appetite. Onder andere keurt het de geschikte kaders goed voor het risicomanagement en beheersing, kijkt het toe op de prestatie van externe en interne audits en volgt het de prestatie op van Ageas inzake zijn strategische doelstellingen, plannen, risicoprofielen en budgetten;
- het Risk & Capital Committee (RCC) adviseert de Raad van Bestuur via aanbevelingen over risico- en kapitaalaangelegenheden, en in het bijzonder over (i) de definitie van, het toezicht op en de bewaking van het risicoprofiel van Ageas
ten opzichte van het beoogde niveau van risk appetite zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur; (ii) over kapitaaltoereikendheid en kapitaalallocatie met betrekking tot de strategie en strategische initiatieven met inbegrip van de Own Risk & Solvency Assessment (ORSA); (iii) strategische asset allocation en (iv) het risk governance raamwerk van Ageas en zijn processen;
het Audit Committee assisteert de Raad van Bestuur bij het toezicht op en bewaken van verantwoordelijkheden met betrekking tot de interne controle in de breedste zin van het woord. Dit omvat ook de interne controle van de financiëleen risico rapportage;
- de Raad van Bestuur heeft de ExCo aangesteld om voorstellen te ontwikkelen gerelateerd aan de strategie van de organisatie die rekening houden met de managementvereisten inzake risico en financieel beheer die werden bepaald. Onder andere volgt de ExCo de prestatie van Ageas op als geheel, met inbegrip van belangrijke vaststellingen die worden gerapporteerd via de risicomanagement functie en commissies. Het implementeert afdoende systemen van interne controles met inbegrip van het bestuur en rapportage van risico's en financiële rapporten. Het zorgt ervoor dat de geschikte doeltreffende interne audit, risicomanagement en compliancefuncties en processen op punt staan. Het adviseert daarna het Risk & Capital Committee, de Raad van Bestuur en de markten/aandeelhouders over het bovenstaande. De ExCo bestaat uit de CEO, CFO, CRO en COO;
- de Raad van Bestuur van Ageas heeft een Management Committee in het leven geroepen om het Executive Committee met adviezen bij te staan. Het Management Committee geeft advies over zaken die gerelateerd zijn aan de strategie en ontwikkelingen, beleid van Ageas op groepsniveau met inbegrip van financieel beheer (zoals financieringsstrategie, solvabiliteitsaangelegenheden, maar met uitzondering van dividendbeleid) en risicomanagement (zoals risk appetite). Het Management Committee bestaat uit Ageas ExCo leden alsook de CEO's van de regio's, de Chief Operating Officer alsook de Group Risk Officer. De Exco wordt in de uitvoering van haar rol bijgestaan door het Management Committee en het Ageas Risk Committee voor risicogerelateerde topics.
De volgende organen geven advies – uiteindelijk aan de ExCo en/of de Raad van Bestuur, tenzij ze expliciet werden gemandateerd voor specifieke taken om beslissingen te nemen door de ExCo en/of de Raad van Bestuur:
het Ageas Investment Committee adviseert het ExCo, bewaakt de totale marktrisico's en zorgt ervoor dat die risico's in overeenstemming zijn met het risicokader en binnen de vastgestelde limieten worden beheerst. Het adviseert het management bij investeringsbeslissingen. Het behoort tevens tot de rol van de commissie om op het gebied van strategische activa-allocatie en Asset & Liability Management aanbevelingen te doen op het niveau van de holding. Het doel van het Ageas Investment Committee is het algehele investeringsbeleid van de groep te optimaliseren. Het zorgt ervoor dat, indien noodzakelijk, maatregelen worden getroffen (onder meer risicovermindering). Deze commissie is gesplitst in een Aziatisch deel en Europees deel. Dit zorgt voor relevante regiofocus;
- Ageas Risk Committee (ARC) adviseert het ExCo van Ageas over alle risico gerelateerde onderwerpen. Die commissie ziet erop toe dat alle risico´s die van invloed zijn op de realisatie van strategische, operationele en financiële doelstellingen direct worden gesignaleerd, gemeten, beheerst, gemeld en bewaakt (aan de hand van toereikende risk appetite-limieten). Ook zorgt de commissie ervoor dat het risicobouwwerk en de risicoorganisatie toereikend zijn en dat men zich daaraan houdt (zoals voorgeschreven door het ERM-kader). De Chief Risk Officers en Chief Financial Officers van de regio's zijn lid van de ARC, die ervoor zorgt dat de beslissingen of aanbevelingen gemaakt door de ARC rekening houden met de visies en expertise van de operaties. De belangrijkste risicoaangelegenheden en methodologieën worden herzien en bepaald door de Executive Committee en door de Raad van Bestuur. De ARC wordt zelf geadviseerd door het Ageas Risk Forum1 (ARF). Over Over onderwerpen in verband met het risicomanagementkader en door de Model Control Board2 (MCB) van Ageas, die ervoor zorgt dat er relevante modellen worden gehanteerd die geschikt zijn voor de taak waarvoor ze worden gebruikt;
- risicospecifieke technische commissies, zoals Ageas Financial Risk Technical Committee, Ageas Life Technical Committee, Ageas Non life Technical Committee en Ageas Operational Risk Technical Committee fungeren als technisch deskundige organen. Zij zien toe op de consistentie van de methoden en modellen die bij de lokale dochtermaatschappijen van Ageas worden toegepast. Zij verzamelen de bedrijfsvereisten en stemmen de platforms van de Ageas Groep op elkaar af. Dat wil zeggen dat zij de risicobeoordelingen ondersteunen en de bedrijfsvereisten afstemmen op die van de toezichthouder. De commissies fungeren verder als adviesorganen voor het ARF en de MCB;
- de Group Risk functie, die valt onder de verantwoordelijkheid van de Group Risk Officer, is verantwoordelijk is voor het bewaken van, en verslag uitbrengen over het algehele risicoprofiel van de groep, inclusief het totale risicoprofiel van de verzekeringsmaatschappijen. Die functie ontwikkelt, formuleert en implementeert het totale risicobeheerskader en coördineert de ontwikkeling en verbetering van dit kader. De risicofunctie documenteert dit aan de hand van regelmatig bijgewerkt risicobeleid. De risicofunctie zorgt dat de totale modelgovernance klopt en houdt daarbij rekening met de opmerkingen van het onafhankelijke Model Validation team. De functie coördineert ook grote risico gerelateerde projecten.
- 1 De regionale Risk Officers zijn leden van de ARF, die regelmatig samenkomen om kennis en best practices uit te wisselen en om het risicokader van de Groep op bedrijfsniveau gezamenlijk te ontwikkelen en te verbeteren.
2 De MCB bestaat uit Group Risk Model Managers en vertegenwoordigers van alle regio's, wat goede interacties met de lokale Model Control Boards mogelijk maakt.
Bovengenoemde structuren bevorderen consistentie, transparantie en uitwisseling van kennis en zorgen ervoor dat de ontwikkelingen op groepsniveau profiteren van de praktische ervaring en deskundigheid van de lokale dohtermaatschappijen. De regionale Risk Officers zijn lid van het Ageas Group Risk Forum, dat regelmatig bijeenkomt voor de uitwisseling van kennis en best practices en gezamenlijk het risicokader van de groep ontwikkelt en verbetert.
B. ORGANISATIE RISICOMANAGEMENT OP HET NIVEAU VAN DE LOKALE DOCHTERMAATSCHAPPIJEN
Elk verzekeringsonderdeel:
- is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een allesomvattend risicomanagementkader;
- is verantwoordelijk voor het beheer van de risico's binnen de gestelde limieten, beleids- en richtlijnen die door de Ageas Groep, de toezichthouder en het lokaal bestuur worden bepaald.
Elke lokale dochtermaatschappij van Ageas heeft verplicht:
- een Risk Committee en een Audit Committee die de Raad van Bestuur bijstaan in het toezicht;
- een Management Risk Committee, dat ondersteuning biedt aan het eigen managementteam door ervoor te zorgen dat de belangrijkste risico's goed doorgrond worden en dat de juiste risicomanagementprocedures van kracht zijn;
- een ALM Committee dat marktrisico's volgt zodat deze risico's worden beheerst in overeenstemming met het risicoraamwerk en binnen de afgesproken limieten. Het ALM Committee neemt tevens beslissingen en doet aanbevelingen die specifiek betrekking hebben op ALM;
- een lokale MCB, die afstemt met de MCB van Ageas;
- een Risicofunctie (of Risk Officer) die de werkzaamheden van het Risk Committee ondersteunt en risicoverslaggeving en opinies verzorgt voor de lokale CEO, het lokale bestuur en het management van de Ageas Groep;
- een actuariële functie in overeenstemming met Solvency II regelgevende vereisten;
- een compliancefunctie die het bestuurs- of leidinggevend orgaan adviseert over de naleving van wettelijke en administratieve bepalingen en daar waar deze aanvullende eisen stellen, over beleid op groepsniveau en op lokaal niveau. Compliance onderzoekt de mogelijke impact van veranderingen in de wettelijke omgeving op de activiteiten van de betrokken onderneming en signaleert compliance risico's;
- een interne audit functie die de adequaatheid en doeltreffendheid van het interne beheersingssysteem en overige elementen van het risicobeheerssysteem evalueert.
5.3 Risicomanagementprocessen
Ageas voert een groepsbreed Key Risk Report proces uit om de belangrijkste risico's in kaart te brengen, die een impact kunnen hebben op onze doelstellingen. Dit onderzoek evalueert ook het risicoraamwerk om er zeker van te zijn dat deze risico's voortdurend worden beheerst. Elke dochtermaatschappij voert ten minste eenmaal per kwartaal een follow-up evaluatie van de belangrijkste risico's uit, terwijl deze risico's ook op groepsniveau worden gemonitord. Een groot aantal interne en externe bronnen wordt met het oog hierop geraadpleegd. De belangrijkste gebruikte bronnen zijn:
- Interne controle beoordelingen (INCA)
- ERM review, inclusief Model Assessments
- Actuariële meningen
- Model Validatie Rapporten
- Interne / Externe Auditrapporten
- Compliance Rapporten
- Juridische Rapporten
- Performance notities / Performance targets (MYB)
- Key Risk Rapporten
- Risicoclassificatie
Processen
Tenminste één keer per jaar wordt een volledige bottom-up zelfbeoordeling op het gebied van risico en beheersing uitgevoerd, waarbij alle belangrijke risico's waaraan de organisatie is blootgesteld worden geïnventariseerd.
De geïnventariseerde risico's worden aan de hand van de Ageas risicoclassificatie ingedeeld. De risico's worden door de verschillende entiteiten met behulp van een standaard 'likelihood & impact' overzicht geëvalueerd en gerapporteerd aan Ageas Group Risk. Hiermee wordt het belang van deze risico's (d.w.z. de materialiteit) weergegeven. De risico's worden op een kwalitatieve wijze beschreven en de impact ervan op de ermee samenhangende doelstellingen wordt uitgelegd. Elk kwartaal wordt de lijst met de allerbelangrijkste risico's bekeken door het Risk & Capital Committee en door de Raad van Bestuur van Ageas.
Risk Officers van elke lokale dochtermaatschappij en Regio's (met inbegrip van de Corporate Function) geven elk kwartaal updates van deze risico-overzichten aan Ageas Group Risk. Group Risk verzamelt vervolgens alle gegevens waarna het totale risico wordt besproken op het niveau van de ARC en ExCo.
Elke maand wordt de ontwikkeling van de belangrijkste risico's besproken op het Ageas Group Risk Committee.
5.4 Details inzake verschillende risicoposities
De volgende secties geven meer details van de verschillende risicoblootstellingen van Ageas.
5.4.1 Financieel risico
Financieel risico betreft alle risico's die samenhangen met de waarde en resultaatontwikkeling van activa en verplichtingen die van invloed kunnen zijn op de solvabiliteit, winst en liquiditeit als gevolg van veranderingen in financiële omstandigheden. Hieronder vallen:
- marktrisico;
- risico dat optreedt wanneer een tegenpartij in gebreke blijft;
- liquiditeitsrisico.
Het financieel risico is voor veel van de activiteiten van Ageas het belangrijkste risico. In het risicokader voor alle activiteiten worden investeringsbeleid, limieten, stresstesten en regelmatige bewaking gecombineerd om de aard en omvang van de financiële risico's te beheersen en ervoor te zorgen dat de genomen risico's aanvaardbaar zijn voor de klant en de aandeelhouder en dat daar een overeenkomstig rendement tegenover staat.
De lokale dochtermaatschappijen van Ageas bepalen de totale beleggingsmix op basis van onderzoek naar de juiste strategische mix en de adequaatheid ervan vanuit ALM oogpunt. Over de tactische allocatie beslissen ze naar aanleiding van de ontwikkelingen van de marktsituatie en –vooruitzichten. In het besluitvormingsproces gaat het bij de juiste streefmix om het vinden van een evenwicht tussen risk appetite, kapitaalvereisten, risico en rendement op de lange termijn, de verwachtingen van de polishouders, afspraken over winstdeling, belastingen en liquiditeit. De missie van de Group Risk functie bevat het monitoren van de totale risk appetite voor financieel risico. In nauwe samenwerking met de lokale dochtermaatschappijen ontwikkelt de groep een beleid en 'best practices' die door het lokale bestuur moeten worden overgenomen zodat ze deel gaan uitmaken van de reguliere activiteiten op lokaal niveau.
5.4.1.1 Marktrisico
Marktrisico komt voort uit ongunstige veranderingen in de financiele situatie als gevolg, direct of indirect, van fluctuaties van het niveau en de volatiliteit van marktprijzen van activa en verplichtingen.
Het omvat de volgende subrisico's:
- a. renterisico;
- b. aandelenrisico;
- c. spreadrisico;
- d. valutarisico;
- e. vastgoedrisico;
- f. marktconcentratierisico.
A. RENTERISICO
Renterisico bestaat voor alle activa en verplichtingen die gevoelig zijn voor veranderingen in de rentestructuur of rentevolatiliteit. Dit is zowel van toepassing op reële als nominale rentetermijnstructuren. Veranderingen in het renterisico kunnen ook een invloed uitoefenen op de producten die de verzekeringsmaatschappijen verkopen, bijvoorbeeld via garanties, winstdelingen en de waarde van de beleggingen van Ageas. Dit risico ontstaat door een onevenwicht tussen de rentegevoeligheid van activa en verplichtingen voor veranderingen in rentevoeten.
Ageas meet, bewaakt en beheerst het renterisico aan de hand van een aantal indicatoren zoals kasstroom verschillenanalyse en stresstesten. Het beleggingsbeleid vereist gewoonlijk een duidelijke match tenzij afwijking geaccordeerd is.
Langer lopende zaken kunnen lastiger zijn om af te stemmen aangezien geschikte activa ontbreken. In de matchingstrategie wordt rekening gehouden met de risk appetite, de beschikbaarheid van de (lange termijn) activa, de huidige en verwachte marktrente en garantieniveaus. In voorkomende gevallen wordt gebruik gemaakt van derivaten om renterisico af te dekken. Laag renterisico was een aandachtspunt in het ORSA-proces. Het is nu ook een strategisch risico geworden, met focus op de structuur van vaste/variabele kosten.
De typische langetermijnverzekeringsverplichtingen en het tekort aan lange termijn activa zorgen voor een negatief tekort voor de langetermijnlooptijdcategorieën en een positieve voor de kortetermijnlooptijdcategorieën.
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een afname of toename van de rentevoet met 100 basispunten, nooit lager dan nul, op de obligatieportefeuille (inclusief de risicovrije obligaties en obligaties met variabele rente tot de renteherzieningsdatum).
| Effect op resultatenrekening |
2015 Effect op IFRS eigen vermogen |
Effect op resultatenrekening |
2014 Effect op IFRS eigen vermogen |
|
|---|---|---|---|---|
| Rentevoet -100bp | - 1,0 | 230,2 | - 25,1 | 204,9 |
| Rentevoet +100bp | 2,2 | - 1.223,4 | 8,1 | - 396,8 |
B. AANDELENRISICO
Aandelenrisico treedt op als gevolg van de gevoeligheid van activa en verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of volatiliteit van marktprijzen of het rendement.
Deze risico's worden beheerst door limietbepaling op basis van de risk appetite en door beleggingsbeleid waarin bepaalde eisen worden gesteld, onder andere wat er moet gebeuren bij aanzienlijke waardedalingen. Door het proactief beheersen van dit risico door middel van verkoop en hedging is het aandelenrisico snel verminderd. Hiermee worden verliezen beperkt en kunnen verzekeringsmaatschappijen solvabel blijven tijdens een financiële crisis.
Voor risicobeheerdoeleinden baseert Ageas de definitie van de aandelenposities op de economische realiteit van onderliggende activa en risico's. De totale economische positie in aandelen tegen reële waarde wordt in de volgende tabel geïllustreerd, inclusief aansluiting op de gepubliceerde cijfers onder IFRS.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Type van actief | ||
| Directe aandelen beleggingen | 2.439,3 | 2.105,9 |
| Aandelen fondsen | 308,1 | 246,6 |
| Private equity | 85,8 | 64,3 |
| Alternatieve beleggingen | 66,0 | 4,6 |
| Activa-allocatie fondsen | 81,8 | 54,6 |
| Commodityfondsen | 0,6 | 0,8 |
| Totaal economische blootstelling aandelen en overige effecten | 2.981,6 | 2.476,8 |
| Obligatiefondsen | 415,2 | 704,4 |
| Geldmarktfondsen | 0,7 | 0,6 |
| Vastgoedfondsen(SICAFI/REITS) | 578,7 | 597,9 |
| Totaal aandelen en overige effecten volgens IFRS definitie | 3.976,2 | 3.779,7 |
| waarvan: | ||
| Beschikbaar voor verkoop (zie noot 11) | 3.881,0 | 3.721,1 |
| Aangehouden tegen reële waarde (zie noot 11) | 95,2 | 58,6 |
Gevoeligheden
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van een gevoeligheidschok waarbij de aandelenmarkten 30% dalen.
| 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|
| Effect op | Effect op IFRS | Effect op | Effect op IFRS | |
| resultatenrekening | eigen vermogen | resultatenrekening | eigen vermogen | |
| Aandelenrisico | - 173,0 | - 606,8 | - 226,4 | - 620,3 |
C. SPREADRISICO
Spreadrisico ontstaat door de gevoeligheid van de waarden van activa en verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de creditspreads van de risicovrije rentetermijnstructuur.
Een aanzienlijk deel van de verplichtingen van Ageas is in bepaalde mate niet liquide. Ageas streeft ernaar kredietbeleggingen bij voorkeur tot einde looptijd aan te houden. De impact van het spreadrisico op lange termijn wordt hierdoor aanzienlijk beperkt, omdat de verplichtingen die in bepaalde mate niet liquide zijn, maken dat Ageas deze beleggingen tot einde looptijd kan aanhouden. Hoewel de volatiliteit op korte termijn zeer groot kan zijn, is het zeer onwaarschijnlijk dat Ageas wordt gedwongen tegen bodemprijzen te verkopen, Ageas kan daarvoor zelf het beste moment kiezen. Dit is ook de reden waarom Ageas gebruik maakt van een interne maatstaf voor fundamenteel spreadrisico die enkel rekening houdt met het deel van dit risico dat verband houdt met het ontbreken en dalen van kredietscores met een eventueel feitelijk verlies tot gevolg. Deze evolutie is afgestemd op het solvency IIconcept van volatiliteitscorrectie, waarbij geen rekening wordt gehouden met spreadvolatiliteit die niet resulteert in gerealiseerde verliezen.
Dit verklaart ook waarom Ageas de behandeling van het spreadrisico van de standaardformule in de SCRageas als volgt heeft herzien:
- Opname van fundamentele spread voor EU blootstellingen aan overheidsobligaties en equivalenten;
- Uitsluiting van niet-fundamentele spread op andere schuld
Gevoeligheden
Het effect van spreadrisico wordt gemeten op basis van factor keer looptijd. De tabel hieronder geeft de factoren weer voor leningen met rating AAA en BBB-bedrijfsobligaties met een gewijzigde looptijd van (korter dan) 5 jaar en gelijk aan 10 jaar die worden toegepast op de kredietblootstelling om de impact te meten op de IFRS resultatenrekening en IFRS eigen vermogen.
| Effect op | Effect op IFRS | |
|---|---|---|
| resultatenrekening | eigen vermogen | |
| Stress - AAA (5 jaar / 10 jaar) | + 54 bps / + 42 bps | + 68 bps / + 53 bps |
| Stress - AA (5 jaar / 10 jaar) | + 66 bps / + 51 bps | + 83 bps / + 64 bps |
| Stress - A (5 jaar / 10 jaar) | + 84 bps / + 63 bps | + 105 bps / + 79 bps |
| Stress - BBB (5 jaar / 10 jaar) | + 150 bps / + 120 bps | + 188 bps / + 150 bps |
| Stress - BB (5 jaar / 10 jaar) | + 270 bps / + 210 bps | + 338 bps / + 263 bps |
| Stress - B (5 jaar / 10 jaar) | + 450 bps / + 351 bps | + 563 bps / + 439 bps |
| Spreadrisico | - 4,2 | - 1.013,5 |
D. VALUTARISICO
Het valutarisico vloeit voort uit de gevoeligheid van activa en verplichtingen voor veranderingen van de hoogte van valutakoersen als er een 'mismatch' is tussen de relevante valuta's van activa en verplichtingen. Op groepsniveau omvat dit risico situaties waarin Ageas activa (van dochtermaatschappijen en deelnemingen) of verplichtingen (van financiering) heeft in andere valuta dan euro.
In het beleggingsbeleid van Ageas wordt dit risico beperkt door de eis dat de valuta 'mismatch' tussen activa en verplichtingen bij dochterondernemingen tot een minimum wordt beperkt; in veel gevallen wordt dat risico volledig geëlimineerd.
Het is beleid bij Ageas om de aandeleninvesteringen en permanente financiering in buitenlandse valuta's voor dochterondernemingen en deelnemingen niet af te dekken. Ageas accepteert de 'mismatch' die voortvloeit uit het eigendom van lokale dochtermaatschappijen in niet-euro valuta's als normaal voor een internationale groep.
In de volgende tabel zijn de belangrijkste valutarisicoposities per 31 december weergegeven. Het betreft hier nettoposities (activa minus verplichtingen), na afdekking genoteerd in euro's.
| Per 31 december 2015 | HKD | GBP | THB | MYR | CNY | TRY | USD | JPY | PHP | RON | INR | Overige |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal activa | 1.360,2 | 4.242,5 | 474,8 | 292,1 | 1.173,1 | 166,0 | 5.657,6 | 20,1 | 29,2 | 21,8 | 34,0 | 12,3 |
| Totaal verplichtingen | 1.503,1 | 3.295,4 | 31,0 | 2.632,7 | 7,0 | 16,6 | 8,7 | |||||
| Totaal activa minus | ||||||||||||
| verplichtingen | - 142,9 | 947,1 | 474,8 | 292,1 | 1.142,1 | 166,0 | 3.024,9 | 13,1 | 29,2 | 5,2 | 34,0 | 3,6 |
| Buiten balans | - 120,9 | 121,3 | 2,3 | - 1.869,2 | ||||||||
| Netto positie | - 263,8 | 1.068,4 | 474,8 | 292,1 | 1.144,4 | 166,0 | 1.155,7 | 13,1 | 29,2 | 5,2 | 34,0 | 3,6 |
| Waarvan geïnvesteerd in | ||||||||||||
| dochterondernemingen | ||||||||||||
| en deelnemingen | 1.046,7 | 1.128,6 | 474,8 | 292,1 | 1.173,1 | 126,2 | 79,0 | 28,8 | 21,8 | 22,7 | ||
| Per 31 december 2014 | HKD | GBP | THB | MYR | CNY | TRY | USD | JPY | PHP | RON | INR | Overige |
| Totaal activa | 1.192,2 | 4.231,7 | 394,8 | 315,1 | 729,8 | 166,0 | 4.922,6 | 16,5 | 23,6 | 34,0 | 15,8 | |
| Totaal verplichtingen | 1.203,8 | 3.129,7 | 23,1 | 2.451,3 | 5,6 | 1,8 | 4,2 | |||||
| Totaal activa minus | ||||||||||||
| verplichtingen | - 11,6 | 1.102,0 | 394,8 | 315,1 | 706,7 | 166,0 | 2.471,3 | 10,9 | 21,8 | 34,0 | 11,6 | |
| Buiten balans | 392,5 | 1,6 | - 1.614,3 | |||||||||
| Netto positie | 380,9 | 1.102,0 | 394,8 | 315,1 | 708,3 | 166,0 | 857,0 | 10,9 | 21,8 | 34,0 | 11,6 | |
| Waarvan geïnvesteerd in | ||||||||||||
| dochterondernemingen | ||||||||||||
| en deelnemingen | 866,9 | 1.126,9 | 394,8 | 315,1 | 729,8 | 145,7 | 75,9 | 23,6 | 18,8 |
E. VASTGOEDRISICO
Vastgoedrisico ontstaat als het resultaat van de gevoeligheid van activa en verplichtingen tot het niveau of de volatiliteit van marktprijzen van vastgoed of hun rendement.
Met het oog op risicomanagement definieert Ageas de blootstelling aan vastgoed op basis van de marktwaarde van deze activa met inbegrip van activa die worden aangehouden voor eigen gebruik. Dit verschilt van de blootstelling gerapporteerd onder de IFRS definities, die niet-gerealiseerde winsten uitsluiten. De tabel hieronder definieert wat Ageas beschouwt als economische blootstelling aan vastgoed en hoe dit wordt aangesloten bij de cijfers gerapporteerd onder IFRS.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Type van actief | ||
| Boekwaarde | ||
| Vastgoed (zie noot 12) | 2.847,1 | 2.641,3 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik (zie noot 18) | 1.010,5 | 971,7 |
| Vastgoed voor verkoop (zie noot 17) | 82,6 | 60,0 |
| Totaal (tegen geamortiseerde kostprijs) | 3.940,2 | 3.673,0 |
| Vastgoed fondsen (tegen reële waarde) | 578,7 | 597,9 |
| Totaal vastgoed blootstelling volgens IFRS definitie | 4.518,9 | 4.270,9 |
| Ongerealiseerde herwaarderingen (Economische blootstelling) | ||
| Vastgoed | 1.114,2 | 976,9 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 430,8 | 383,4 |
| Totaal economische blootstelling op vastgoed | 6.063,9 | 5.631,2 |
Gevoeligheden
Onderstaande tabel geeft het effect weer op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS van een neerwaartse schok op de vastgoedmarkt van 20%.
| 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|
| Effect op | Effect op IFRS | Effect op | Effect op IFRS | |
| resultatenrekening | eigen vermogen | resultatenrekening | eigen vermogen | |
| Vastgoedrisico | - 232,4 | - 312,5 | - 314,8 | - 324,0 |
F. MARKTCONCENTRATIERISICO
Marktconcentratierisico heeft betrekking op risico's die ontstaan door het gebrek aan diversificatie van de activaportefeuille vergeleken met een representatieve benchmark ofwel als gevolg van een grote totale positie bij individuele tegenpartijen, of een aantal gecorreleerde tegenpartijen.
Concentratierisico kan ontstaan als gevolg van een grote totale positie bij individuele tegenpartijen dan wel een totale positie bij een aantal positief gecorreleerde tegenpartijen (dat wil zeggen, partijen die onder vergelijkbare omstandigheden in gebreke blijven) die potentieel tot aanzienlijke bijzondere waardeverminderingen zouden kunnen leiden in het geval van faillissement of nietbetaling.
Het vermijden van concentraties is een fundamentele factor in de kredietrisicostrategie van Ageas om liquide en gediversifieerde portefeuilles aan te houden. Elke dochtermaatschappij is verantwoordelijk voor haar eigen tegenpartijlimieten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de bewuste dochtermaatschappij en vereisten op het niveau van de groep. Het voortdurend monitoren valt eveneens onder de verantwoordelijkheid van de individuele dochtermaatschappijen. De groep volgt deze limieten aan de hand van periodieke rapportages en bewaakt de totale positie.
Met het oog op het beheersen van de concentratie van kredietrisico is het risicobeleid van Ageas gericht op het spreiden van kredietrisico over verschillende sectoren en landen. Ageas houdt de grootste posities in individuele entiteiten, bedrijfsgroepen (total one obligor) en andere potentiële concentraties (sectoren en regio's) nauwlettend in de gaten. Dit om een goede spreiding te bevorderen en eventueel significant concentratierisico op tijd te signaleren.
Onderstaande tabel geeft informatie over de concentratie van het kredietrisico per type en locatie van de Ageas entiteit per 31 december.
| Overheid en | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2015 | publieke sector | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 33.836,9 | 10.033,2 | 12.413,0 | 1.545,6 | 110,0 | 57.938,7 |
| VK | 314,2 | 961,1 | 2.208,6 | 210,4 | 3.694,3 | |
| Continentaal Europa | 4.744,6 | 1.879,3 | 1.485,6 | 26,9 | 35,7 | 8.172,1 |
| - Frankrijk | 1.475,6 | 656,7 | 408,2 | 26,9 | 31,1 | 2.598,5 |
| - Italië | 442,4 | 44,6 | 140,2 | 1,7 | 628,9 | |
| - Portugal | 2.826,6 | 1.178,0 | 937,2 | 2,9 | 4.944,7 | |
| Azië | 472,4 | 974,0 | 1.452,1 | 64,7 | 5,6 | 2.968,8 |
| Algemene Rekening | 45,2 | 1.667,7 | - 158,9 | 2,8 | 1.556,8 | |
| Totaal | 39.413,3 | 15.515,3 | 17.400,4 | 1.637,2 | 364,5 | 74.330,7 |
| Overheid en | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2014 | publieke sector | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 34.654,1 | 10.995,2 | 11.385,1 | 1.666,6 | 92,4 | 58.793,4 |
| VK | 537,9 | 962,9 | 1.981,0 | 142,5 | 3.624,3 | |
| Continentaal Europa | 4.376,6 | 2.205,2 | 1.621,8 | 26,3 | 121,9 | 8.351,8 |
| - Frankrijk | 1.319,0 | 694,3 | 491,6 | 26,3 | 92,3 | 2.623,5 |
| - Italië | 432,5 | 207,0 | 145,5 | 1,5 | 786,5 | |
| - Portugal | 2.625,1 | 1.303,9 | 984,7 | 28,1 | 4.941,8 | |
| Azië | 440,9 | 829,9 | 1.164,5 | 56,6 | 3,5 | 2.495,4 |
| Algemene Rekening | 89,1 | 1.800,5 | - 142,5 | 21,70 | 1.768,8 | |
| Totaal | 40.098,6 | 16.793,7 | 16.009,9 | 1.749,5 | 382,0 | 75.033,7 |
De grafiek hieronder geeft een overzicht van het kredietrisico van Ageas, opgesplitst per operationeel segment (zoals beschreven in sectie 5.2) per 31 december.
Buitenste cirkel = 2015 Binnenste cirkel = 2014 De tabel hieronder geeft een overzicht van de concentratie van het kredietrisico per type en locatie van de tegenpartij per 31 december
| Overheid en | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2015 | publieke sector | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 20.564,2 | 1.276,3 | 1.884,6 | 1.545,6 | 67,1 | 25.337,8 |
| VK | 311,9 | 861,0 | 2.425,3 | 130,8 | 3.729,0 | |
| Continentaal Europa | 18.015,0 | 11.059,4 | 9.435,6 | 26,9 | 159,0 | 38.695,9 |
| - Frankrijk | 5.995,1 | 2.782,2 | 3.086,1 | 26,9 | 49,3 | 11.939,6 |
| - Italië | 1.662,2 | 233,4 | 822,0 | 3,0 | 2.720,6 | |
| - Portugal | 2.107,6 | 344,1 | 281,3 | 6,0 | 2.739,0 | |
| - Overige | 8.250,1 | 7.699,7 | 5.246,2 | 100,7 | 21.296,7 | |
| Azië | 38,3 | 511,8 | 573,8 | 64,7 | 5,6 | 1.194,2 |
| Overige landen | 483,9 | 1.806,8 | 3.081,1 | 2,0 | 5.373,8 | |
| Totaal | 39.413,3 | 15.515,3 | 17.400,4 | 1.637,2 | 364,5 | 74.330,7 |
| Overheid en | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2014 | publieke sector | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 21.065,5 | 428,5 | 1.495,7 | 1.666,6 | 68,6 | 24.724,9 |
| VK | 535,9 | 860,4 | 2.266,6 | 141,8 | 3.804,7 | |
| Continentaal Europa | 18.034,0 | 12.727,8 | 8.860,6 | 26,3 | 165,4 | 39.814,1 |
| - Frankrijk | 6.195,6 | 3.061,4 | 2.686,6 | 26,3 | 87,3 | 12.057,2 |
| - Italië | 1.599,9 | 267,4 | 843,2 | 3,5 | 2.714,0 | |
| - Portugal | 2.039,2 | 385,2 | 318,3 | 30,0 | 2.772,7 | |
| - Overige | 8.199,3 | 9.013,8 | 5.012,5 | 44,6 | 22.270,2 | |
| Azië | 34,6 | 386,6 | 495,4 | 56,6 | 3,5 | 976,7 |
| Overige landen | 428,6 | 2.390,4 | 2.891,6 | 2,7 | 5.713,3 | |
| Totaal | 40.098,6 | 16.793,7 | 16.009,9 | 1.749,5 | 382,0 | 75.033,7 |
De grafiek hieronder geeft een overzicht van de concentratie van het kredietrisico per locatie van de tegenpartij per 31 december. Elke regio investeert hoofdzakelijk in de eigen regionale omgeving. Aangezien AG Insurance in grote mate gediversifieerd is over heel Europa, zijn de belangrijkste tegenpartijen gelegen in Continentaal Europa (buiten België).
Buitenste cirkel = 2015 Binnenste cirkel = 2014
De grafiek hieronder geeft een overzicht van de concentratie van het kredietrisico per type tegenpartij op 31 december.
De tabel hieronder toont de hoogste blootstellingen op de uiteindelijke moedermaatschappij gemeten aan reële waarde en nominale waarde met hun ratings.
| Hoogste Exposure Top 10 | Groep Rating | Reële waarde | Nominale waarde |
|---|---|---|---|
| Koninkrijk België | AA | 18.020,5 | 15.170,3 |
| Franse republiek | AA | 8.028,2 | 6.340,7 |
| Oostenrijkse republiek | AA+ | 3.233,8 | 2.524,9 |
| Bondsrepubliek Duitsland | AAA | 2.814,6 | 2.280,8 |
| Portugese republiek | BB+ | 2.222,8 | 2.071,4 |
| Europese Investeringsbank | AAA | 1.904,5 | 1.600,4 |
| Italiaanse republiek | BBB | 1.663,9 | 1.828,3 |
| BNP Paribas | A+ | 1.103,3 | 1.063,7 |
| Koninkrijk der Nederlanden | AAA | 1.037,7 | 908,9 |
| Koninkrijk Spanje | BBB+ | 849,7 | 639,3 |
| Totaal | 40.879,1 | 34.428,7 |
De top 10 blootstelling geeft dezelfde belangrijke tegenpartijen weer als vorig jaar. Het Koninkrijk België blijft de belangrijkste tegenpartij, in overeenstemming met de strategie van de voorgaande jaren om zich 'op de thuismarkt terug te plooien' waardoor het nadeel ontstaat dat het risico van het thuisland toeneemt. BNP Paribas, de enige niet-soevereine tegenpartij in de lijst, stijgt één plaats in de lijst.
5.4.1.2 Risico dat optreedt als een tegenpartij in gebreke blijft
Het risico dat optreedt wanneer een tegenpartij in gebreke blijft, omvat twee subrisico's:
- a. wanbetalingsrisico voor investeringen;
- b. tegenpartijrisico.
De volgende tabel geeft een overzicht van het kredietrisico waaraan Ageas is blootgesteld.
| Continentaal | Algemene | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2015 | België | VK | Europa | Azië | Rekening Eliminaties | Ageas | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten (zie noot 10) | 934,6 | 209,6 | 219,4 | 194,5 | 836,2 | 2.394,3 | |
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) (zie noot 11) | 25,7 | 2,8 | 28,5 | ||||
| Leningen | 6.574,3 | 78,0 | 31,4 | 258,8 | 1.534,9 | - 1.167,1 | 7.310,3 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 12,7 | - 1,1 | - 10,2 | - 24,0 | |||
| Totaal leningen, netto (zie noot 13) | 6.561,6 | 78,0 | 30,3 | 248,6 | 1.534,9 | - 1.167,1 | 7.286,3 |
| Rentedragende investeringen | 49.632,4 | 2.536,8 | 7.659,7 | 2.388,5 | 349,6 | 62.567,0 | |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 3,5 | - 21,0 | - 24,5 | ||||
| Totaal rentedragende investeringen, netto (zie noot 11) | 49.628,9 | 2.536,8 | 7.638,7 | 2.388,5 | 349,6 | 62.542,5 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 771,7 | 869,9 | 258,8 | 127,0 | 8,6 | - 5,4 | 2.030,6 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 5,4 | - 8,7 | - 2,6 | - 16,7 | |||
| Totaal Herverzekering en overige vorderingen, netto (zie noot 15) | 766,3 | 869,9 | 250,1 | 124,4 | 8,6 | - 5,4 | 2.013,9 |
| Totaal kredietrisico, bruto | 57.938,7 | 3.694,3 | 8.172,1 | 2.968,8 | 2.729,3 | - 1.172,5 74.330,7 | |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 21,6 | - 30,8 | - 12,8 | - 65,2 | |||
| Totaal kredietrisico, netto zoals op de balans verantwoord | 57.917,1 | 3.694,3 | 8.141,3 | 2.956,0 | 2.729,3 | - 1.172,5 74.265,5 | |
| Verbintenissen die niet uit de balans blijken (zie noot 31) | 3.597,5 | 61,1 | 4,7 | 3.663,3 | |||
| Totaal kredietrisico, die niet uit de balans blijken | 3.597,5 | 61,1 | 4,7 | 3.663,3 | |||
| Totaal kredietrisico, netto | 61.514,6 | 3.694,3 | 8.141,3 | 3.017,1 | 2.734,0 | - 1.172,5 77.928,8 |
| Continentaal | Algemene | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2014 | België | VK | Europa | Azië | Rekening Eliminaties | Ageas | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten (zie noot 10) | 798,7 | 215,7 | 397,8 | 134,5 | 969,6 | 2.516,3 | |
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) (zie noot 11) | 2,4 | 15,7 | 18,1 | ||||
| Leningen | 5.284,9 | 52,5 | 37,8 | 231,1 | 1.814,9 | - 1.327,6 | 6.093,6 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 15,6 | - 0,3 | - 9,4 | - 25,3 | |||
| Totaal leningen, netto (zie noot 13) | 5.269,3 | 52,5 | 37,5 | 221,7 | 1.814,9 | - 1.327,6 | 6.068,3 |
| Rentedragende investeringen | 51.913,1 | 2.507,0 | 7.622,3 | 2.041,7 | 315,1 | 64.399,2 | |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 1,9 | - 20,3 | - 22,2 | ||||
| Totaal rentedragende investeringen, netto (zie noot 11) | 51.911,2 | 2.507,0 | 7.602,0 | 2.041,7 | 315,1 | 64.377,0 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 794,3 | 849,1 | 278,2 | 88,1 | 3,8 | - 7,0 | 2.006,5 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 5,2 | - 7,1 | - 2,4 | - 0,1 | - 14,8 | ||
| Totaal Herverzekering en overige vorderingen, netto (zie noot 15) | 789,1 | 849,1 | 271,1 | 85,7 | 3,7 | - 7,0 | 1.991,7 |
| Totaal kredietrisico, bruto | 58.793,4 | 3.624,3 | 8.351,8 | 2.495,4 | 3.103,4 | - 1.334,6 75.033,7 | |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 22,7 | - 27,7 | - 11,8 | - 0,1 | - 62,3 | ||
| Totaal kredietrisico, netto zoals op de balans verantwoord | 58.770,7 | 3.624,3 | 8.324,1 | 2.483,6 | 3.103,3 | - 1.334,6 74.971,4 | |
| Verbintenissen die niet uit de balans blijken (zie noot 31) | 4.380,3 | 65,1 | 4,6 | 4.450,0 | |||
| Totaal kredietrisico, die niet uit de balans blijken | 4.380,3 | 65,1 | 4,6 | 4.450,0 | |||
| Totaal kredietrisico, netto | 63.151,0 | 3.624,3 | 8.324,1 | 2.548,7 | 3.107,9 | - 1.334,6 79.421,4 |
De tabel hieronder geeft informatie over de bijzondere waardevermindering voor kredietrisico op 31 december.
| 2015 | 2014 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bijzondere | Bijzondere | |||||
| Uitstaand met | waarde- | Uitstaand met | waarde- | |||
| bijzondere | verminderingen | bijzondere | verminderingen | |||
| waarde- | voor specifiek | waarde- | voor specifiek | |||
| verminderingen | kredietrisico | Dekkingsratio | verminderingen | kredietrisico | Dekkingsratio | |
| Rentedragende investeringen (zie noot 11) | 27,1 | - 24,5 | 90,4% | 27,0 | - 10,4 | 38,5% |
| Totaal leningen (zie noot 13) | 72,7 | - 23,2 | 31,9% | 97,3 | - 24,4 | 25,1% |
| Overige vorderingen (zie noot 15) | 22,5 | - 16,7 | 74,2% | 29,3 | - 14,8 | 50,5% |
| Totaal uitstaand bedrag onderhevig | ||||||
| aan bijzondere waardeverminderingen | 122,3 | - 64,4 | 52,6% | 153,6 | - 49,6 | 32,3% |
A. WANBETALINGSRISICO VOOR INVESTERINGEN
Het wanbetalingsrisico voor investeringen omvat het risico dat investeringen van het daadwerkelijk in gebreke blijven van investeringen van Ageas alsook het potentieel van onrechtstreekse verliezen die kunnen ontstaan door een ingebrekeblijving op investeringsactiva. Dit risico staat ook bekend als fundamenteel spreadrisico. Waardeschommelingen als gevolg van kortetermijnvolatiliteit op de markten zijn gedekt onder marktrisico; dit omvat geen contracten gedekt onder tegenpartijwanbetalingsrisico (zie sectie B).
Dit risico wordt beheerst aan de hand van limieten waarbij rekening wordt gehouden met het soort kredietpositie, de kredietkwaliteit en waar nodig, de looptijden. Regelmatige bewaking en waarschuwingssystemen helpen eveneens bij de beheersing van kredietrisico.
De posities worden intern bewaakt aan de hand van een limietoverschrijdingsrapportage per kwartaal. Limieten worden bewaakt op basis van reële waarde binnen de beleggingenclassificatie. De limieten per categorie zijn als volgt gedefinieerd.
Voor overheidsobligaties geldt een limiet per land op diverse manieren:
- 'macrolimieten' gedefinieerd als percentage van het bruto binnenlands product (bbp), staatsschulden en investeringen;
- 'total one obligor' (TOO)-limieten als de maximale positie in één tegenpartij op basis van kredietratings;
- beleggingsrestricties: zonder de goedkeuring van het ARC geen nieuwe beleggingen in staatsleningen met een BBB rating of lager. Grotere blootstelling aan Euro landen met BBB rating zijn alleen toegestaan onder de voorwaarde van een stabiel vooruitzicht.
Voor bedrijfsobligaties gelden eveneens meerdere criteria:
- totale positie bedrijfsobligaties als percentage van de portefeuille;
- limieten afhankelijk van het solvabiliteitskapitaal vereist voor spreadrisico;
- limieten per sector op basis van de kredietrating;
- bewaking van blootstelling aan financiële instellingen op basis van kredietscores;
- 'total one obligor'.
Ageas heeft ook een risk appetite stress scenario in geval van een ingebrekeblijving van één partij, waarbij zowel het grootste risico bij een belegging in schuldpapier van één land als het grootste risico bij een positie in bedrijfsobligaties van één partij binnen de solvabiliteit risk appetite limieten moeten blijven.
Aandelenbeleggingen zijn toegestaan wanneer de dochteronderneming ervoor zorgt dat de indicatoren binnen de risk appetite limieten blijven.
De creditrating die Ageas toepast is gebaseerd op de op één na best beschikbare kwalificaties van Moody's, Fitch en Standard & Poors. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de kredietkwaliteit van:
- leningen;
- rentedragende beleggingen:
- overheidsobligaties;
- bedrijfsobligaties;
- banken en andere financiële instellingen.
1 Leningen
In de onderstaande tabel wordt de kredietkwaliteit van Leningen weergegeven.
| 2014 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Percentage | Boekwaarde | Percentage | |
| Beleggingsclassificatie | ||||
| AAA | 438,5 | 6,0% | 502,8 | 8,3% |
| AA | 2.379,5 | 32,5% | 1.686,4 | 27,7% |
| A | 1.093,4 | 15,0% | 1.116,8 | 18,3% |
| BBB | 790,1 | 10,8% | 398,2 | 6,5% |
| Beleggingsclassificatie | 4.701,5 | 64,3% | 3.704,2 | 60,8% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 2,1 | 0,0% | ||
| Zonder kredietbeoordeling | 2.606,7 | 35,7% | 2.389,4 | 39,2% |
| Totaal bruto investeringen in leningen | 7.310,3 | 100,0% | 6.093,6 | 100,0% |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 24,0 | - 25,3 | ||
| Totaal netto investeringen in leningen (zie noot 13) | 7.286,3 | 6.068,3 |
De kredietkwaliteit van Leningen kan grafisch als volgt worden weergegeven.
Buitenste cirkel = 2015 Binnenste cirkel = 2014
De stijging van het aandeel investment grade leningen komt voornamelijk door de staatsleningen. Het aandeel van leningen zonder kredietbeoordeling, met vooral hypothecaire leningen voor klanten, is afgenomen in 2015.
2 Rentedragende beleggingen
Onderstaande tabel zet de kredietkwaliteit van Rentedragende beleggingen uiteen waarbij een constant aandeel van investment grade beleggingen wordt getoond.
| 2014 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Percentage | Boekwaarde | Percentage | |
| Beleggingsclassificatie | ||||
| AAA | 7.327,9 | 11,7% | 10.915,1 | 17,0% |
| AA | 32.259,5 | 51,6% | 31.273,7 | 48,6% |
| A | 9.167,7 | 14,7% | 9.330,1 | 14,5% |
| BBB | 10.352,2 | 16,5% | 9.343,2 | 14,5% |
| Beleggingsclassificatie | 59.107,3 | 94,5% | 60.862,1 | 94,6% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 2.658,8 | 4,3% | 2.954,8 | 4,5% |
| Zonder kredietbeoordeling | 776,4 | 1,2% | 560,1 | 0,9% |
| Totaal netto investeringen in rentedragende effecten | 62.542,5 | 100,0% | 64.377,0 | 100,0% |
| Bijzondere waardeverminderingen | 24,5 | 22,2 | ||
| Totaal investeringen in rentedragende effecten, bruto (zie noot 11) | 62.567,0 | 64.399,2 |
De grafische weergave van de kredietkwaliteit van de rentedragende investeringen is als volgt:
Buitenste cirkel = 2015 Binnenste cirkel = 2014
De obligatieportefeuille is sterk gericht op overheids- en andere obligaties met een hoge investment grade rating. Van de obligaties is 94,5% investment grade (2014: 94,6%), waarvan 78,0% een rating A of hoger heeft (2014: 80,1%) en meer dan 50% belegd is in obligaties met een AA-rating. Het percentage bij 'Minder dan beleggingsclassificatie' bevat voornamelijk Portugese blootstellingen, terwijl de grootste bloodstelling aan rating AA obligaties Belgisch is.
A OVERHEIDSOBLIGATIES
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van overheidsobligaties.
| 31 december 2015 | Percentage 31 december 2014 | Percentage | ||
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 31.705,3 | 87,0% | 32.748,9 | 87,2% |
| Tot einde looptijd aangehouden | 4.725,0 | 13,0% | 4.801,3 | 12,8% |
| Totaal overheidsobligaties (zie noot 11) | 36.430,3 | 100,0% | 37.550,2 | 100,0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 2.822,1 | 7,7% | 5.683,5 | 15,1% |
| AA | 27.390,2 | 75,2% | 26.040,6 | 69,4% |
| A | 1.638,2 | 4,5% | 1.553,4 | 4,1% |
| BBB | 2.483,2 | 6,8% | 2.213,6 | 5,9% |
| Totaal beleggingsclassificatie | 34.333,7 | 94,2% | 35.491,1 | 94,5% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 2.047,6 | 5,7% | 2.048,0 | 5,5% |
| Zonder kredietbeoordeling | 49,0 | 0,1% | 11,1 | 0,0% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 2.096,6 | 5,8% | 2.059,1 | 5,5% |
| Totaal overheidsobligaties | 36.430,3 | 100,0% | 37.550,2 | 100,0% |
De tabel toont een belangrijke verschuiving van AAA naar AA kredietkwaliteitblootstelling die met name wordt verklaard door de verlaging van de kredietkwaliteit van Oostenrijk van AAA naar AA.
De kredietkwaliteit van overheidsobligaties kan grafisch als volgt worden weergegeven.
Buitenste cirkel = 2015 Binnenste cirkel = 2014
De tot einde looptijd aangehouden blootstelling wordt volledig vertegenwoordigd door Belgische en Portugese overheidsobligaties. Het grootste deel van de portfolio overheidsobligaties is belegd in AA-obligaties, grotendeels verklaard door de blootstelling van Belgische overheidsobligaties. Meer dan 99% van de 'Minder dan beleggingsclassificatie' blootstelling betreft Portugese obligaties.
B BEDRIJFSOBLIGATIES
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van bedrijfsobligaties.
| 31 december 2015 | Percentage 31 december 2014 | Percentage | ||
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 13.562,9 | 99,6% | 13.000,1 | 99,5% |
| Tot einde looptijd aangehouden | 59,8 | 0,4% | 69,1 | 0,5% |
| Totaal bedrijfsobligaties (zie noot 11) | 13.622,7 | 100,0% | 13.069,2 | 100,0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 28,9 | 0,2% | 31,4 | 0,2% |
| AA | 1.646,9 | 12,1% | 1.610,7 | 12,3% |
| A | 4.637,7 | 34,0% | 4.572,6 | 35,0% |
| BBB | 6.172,1 | 45,3% | 5.737,5 | 43,9% |
| Totaal beleggingsclassificatie | 12.485,6 | 91,6% | 11.952,2 | 91,4% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 526,3 | 3,9% | 688,5 | 5,3% |
| Zonder kredietbeoordeling | 610,8 | 4,5% | 428,5 | 3,3% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 1.137,1 | 8,4% | 1.117,0 | 8,6% |
| Totaal bedrijfsobligaties | 13.622,7 | 100,0% | 13.069,2 | 100,0% |
De kredietkwaliteit van bedrijfsobligaties kan grafisch als volgt worden weergegeven.
Buitenste cirkel = 2015 Binnenste cirkel = 2014
De bedrijfsobligatieportefeuille is sterk gericht op obligaties met een hoge investment grade rating. Van die obligaties is 91,6% investment grade (2014: 91,4%), waarvan 46,3% een rating A of hoger heeft (2014: 47,5%).
C BANKEN EN ANDERE FINANCIËLE INSTELLINGEN
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van banken en andere financiële instellingen.
| 31 december 2015 | Percentage 31 december 2014 | Percentage | ||
|---|---|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||||
| Voor verkoop beschikbaar | 12.205,1 | 99,3% | 13.308,6 | 99,3% |
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 75,7 | 0,6% | 81,2 | 0,6% |
| Tot einde looptijd aangehouden | 17,3 | 0,1% | 16,6 | 0,1% |
| Totaal banken en andere financiële instellingen (zie noot 11) | 12.298,1 | 100,0% | 13.406,4 | 100,0% |
| Naar rating | ||||
| AAA | 4.391,8 | 35,7% | 5.027,8 | 37,5% |
| AA | 3.190,4 | 25,9% | 3.602,9 | 26,9% |
| A | 2.859,5 | 23,3% | 3.150,6 | 23,5% |
| BBB | 1.669,4 | 13,6% | 1.368,9 | 10,2% |
| Totaal beleggingsclassificatie | 12.111,1 | 98,5% | 13.150,2 | 98,1% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 83,3 | 0,7% | 197,3 | 1,5% |
| Zonder kredietbeoordeling | 103,7 | 0,8% | 58,9 | 0,4% |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 187,0 | 1,5% | 256,2 | 1,9% |
| Totaal banken en andere financiële instellingen | 12.298,1 | 100,0% | 13.406,4 | 100,0% |
De kredietkwaliteit van banken en andere financiële instellingen kan grafisch als volgt worden weergegeven.
Buitenste cirkel = 2015 Binnenste cirkel = 2014
De blootstelling aan banken en andere financiële instellingen is in het bijzonder afgestemd op investment grade (98,5%) met 84,9% A-rating of hoger.
B. RISICO DAT OPTREEDT ALS EEN TEGENPARTIJ IN GE-BREKE BLIJFT
Het risico dat optreedt als een tegenpartij in gebreke blijft geeft mogelijke verliezen weer als gevolg van onverwachte ingebrekeblijving, of een verslechtering in de kredietpositie, van tegenpartijen en schuldenaren. De reikwijdte van het wanbetalingsrisico voor tegenpartijen omvat risicobeperkende contracten (zoals herverzekeringsovereenkomsten, effectiseringen en afgeleide producten), geldmiddelen, te ontvangen sommen van tussenpersonen en andere kredietblootstelling die elders niet gedekt is (garanties, polishouders, etcetera).
Het risico dat een tegenpartij in gebreke blijft kan ontstaan door de inkoop van herverzekeringen, andere risico verminderende maatregelen en 'andere activa'. Ageas beperkt deze vorm van risico door strikt beleid bij de keuze van tegenpartijen, eisen die worden gesteld aan zekerheden en door diversificatie.
Binnen Ageas wordt dit risico verminderd door de toepassing van het tegenpartijen risicobeleid en het nauwlettend volgen van de kredietpositie van tegenpartijen. Diversificatie en het vermijden van blootstelling aan tegenpartijen met een lage kredietrating zijn sleutelelementen om dit risico te ondervangen.
Een bijzondere waardevermindering voor specifiek kredietrisico wordt vastgesteld als er objectieve aanwijzingen zijn dat Ageas niet alle verschuldigde bedragen in overeenstemming met de contractuele voorwaarden zal kunnen innen. De omvang van de bijzondere waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. In het geval van op de markt verhandelde effecten is de realiseerbare waarde gelijk aan de reele waarde.
Bijzondere waardeverminderingen zijn gebaseerd op de laatste inschatting van Ageas op de nog mogelijke inning en vertegenwoordigen het verlies dat Ageas denkt te zullen lijden. Voorwaarden voor afschrijving kunnen zijn dat de faillissementsprocedure van de debiteur is afgerond en alle zekerheden zijn benut, dat de debiteur en/of garantiegever in staat van insolventie verkeren/verkeert, dat alle terugwininspanningen zijn geleverd of dat het punt van economisch verlies (dat wil zeggen, het moment waarop alle kosten samen hoger zijn dan het bedrag dat nog kan worden geind) is bereikt.
5.4.1.3 Liquiditeitsrisico
Liquiditeitsrisico treedt op als Ageas onvoldoende liquide middelen heeft en niet in staat is om beleggingen en overige activa liquide te maken en te voldoen aan haar financiële verplichtingen wanneer die verschuldigd zijn. Daarbij kan worden gedacht aan het risico dat optreedt door een verwachte en onverwachte vraag naar contanten van polishouders en andere contractuele partijen waaraan niet kan worden voldaan zonder verliezen te lijden of de bedrijfsvoering te schaden als gevolg van beperkingen op de te liquideren activa. Deze beperkingen kunnen structureel of het gevolg van marktontwrichtingen zijn. Liquiditeitsrisico omvat ook het risico dat een veronderstelde liquiditeitspremie (aanpassing voor volatiliteit), die wordt gebruikt voor het waarderen van illiquide verplichtingen, niet wordt gerealiseerd.
De financiële verplichtingen van Ageas en de lokale dochtermaatschappijen van Ageas betreffen vaak lange termijn verplichtingen en in het algemeen zijn activa die worden aangehouden om aan deze verplichtingen te voldoen lange termijn activa en illiquide activa. Vorderingen en andere uitstroom van gelden kunnen onvoorspelbaar zijn en aanzienlijk verschillen van verwachte bedragen. Als liquide middelen niet beschikbaar zijn om een financiële verplichting na te komen als deze opeisbaar is, zullen liquide middelen moeten worden geleend of illiquide activa worden verkocht (met mogelijk een aanzienlijk verlies tot gevolg) om aan de verplichting te voldoen. Verliezen zouden ontstaan door de korting die moet worden verleend om de activa te liquideren.
Als verzekeringsmaatschappij genereert Ageas normaal gesproken contante middelen en blijft dit risico daardoor relatief laag. De afgelopen jaren werden gedomineerd door de effecten van de (Europese) schuldencrisis. De Europese Centrale Bank heeft een liquiditeitsverhogend monetair beleid gevoerd om deze crisis te overwinnen. Ageas houdt een aanzienlijke kaspositie aan om bestand te zijn tegen het voordoend van (relatief) slechte omstandigheden.
De oorzaken van liquiditeitsrisico kunnen worden gesplitst in factoren die een plotselinge toename van de behoefte aan contanten veroorzaken en factoren die leiden tot een onverwachte daling van de beschikbare middelen om aan de behoefte aan contanten te voldoen. Er zijn de volgende liquiditeitsrisico's:
- financierings-liquiditeitsrisico: het risico dat Ageas of een dochtermaatschappij niet in staat is voldoende middelen van buitenaf aan te trekken, omdat de activa illiquide zijn op het moment dat het nodig is (bijvoorbeeld om aan een onverwachte grote vordering te voldoen);
- markt-liquiditeitsrisico: het risico dat het verkoopproces zelf resulteert in verliezen door marktomstandigheden of hoge concentraties;
- verzekeringstechnische liquiditeitsrisico's: het risico dat Ageas of een lokale dochtermaatschappij een belangrijke som moet betalen om onvoorziene veranderingen te dekken in consumentengedrag (afkooprisico) of plotse grote schadevorderingen die ontstaan door grote of rampzalige gebeurtenissen zoals orkanen, aswolken, griepepidemies, etc.
Ieder bedrijf van Ageas zorgt ervoor dat wordt voldaan aan alle liquiditeitsvereisten. Het liquiditeitsrisico wordt gesignaleerd en bewaakt zodat men bekend is met de omstandigheden waarin liquiditeitsproblemen mogelijk kunnen zijn (bijv. het verwachte uitloopprofiel van de verplichtingen, massaal verval, vertraging in nieuwe productie, wijziging in de rating, et cetera) en men weet hoe hierop kan worden ingespeeld (bijv. de liquiditeit van activa in een crisis).Op het niveau van de Algemene Rekening wordt de liquiditeit van de Group bewaakt, inclusief de betalingen met betrekking tot de instrumenten uit het verleden die worden aangehouden, de overdracht van en naar de dochtermaatschappijen, en de dividenduitkeringen aan de aandeelhouders, zowel onder de huidige omstandigheden als in stress situaties.
In de volgende tabel zijn de activa en verplichtingen van Ageas onderverdeeld in relevante clusters van looptijden op basis van de resterende contractuele looptijd. Het overzicht omvat alle activa en verplichtingen van Ageas, zowel van de verzekeringsmaatschappijen als van de holding.
| Meer | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Per 31 december 2015 | Tot 1 maand | 1-3 maanden | 3-12 maanden | 1-5 jaar | dan 5 jaar | Totaal |
| Activa | ||||||
| Vastrentende financiële instrumenten | 217,3 | 1.339,2 | 2.508,8 | 16.590,1 | 42.773,2 | 63.428,6 |
| Variabel rentende financiële instrumenten | 669,2 | 313,9 | 397,5 | 813,4 | 5.822,7 | 8.016,7 |
| Niet rente-dragende financiële instrumenten | 628,5 | 373,2 | 734,2 | 558,3 | 7.477,5 | 9.771,7 |
| Niet-financiële activa | 101,9 | 386,8 | 2.008,3 | 2.412,1 | 18.359,7 | 23.268,8 |
| Totaal activa | 1.616,9 | 2.413,1 | 5.648,8 | 20.373,9 | 74.433,1 | 104.485,8 |
| Verplichtingen | ||||||
| Vastrentende financiële instrumenten | 211,2 | 390,8 | 644,6 | 57,3 | 1.695,1 | 2.999,0 |
| Variabel rentende financiële instrumenten | 14,9 | 8,2 | 17,4 | 1.107,0 | 1.505,6 | 2.653,1 |
| Niet rente-dragende financiële instrumenten | 483,4 | 510,8 | 1.897,7 | 17.204,1 | 45.911,9 | 66.007,9 |
| Niet-financiële verplichtingen | 193,6 | 616,0 | 1.207,0 | 3.211,9 | 15.622,3 | 20.850,8 |
| Totaal verplichtingen | 903,1 | 1.525,8 | 3.766,7 | 21.580,3 | 64.734,9 | 92.510,8 |
| Netto liquiditeitsoverschot (tekort) | 713,8 | 887,3 | 1.882,1 | - 1.206,4 | 9.698,2 | 11.975,0 |
| Verplichtingen inclusief toekomstige interest | ||||||
| Vastrentende financiële instrumenten | 211,3 | 395,9 | 651,4 | 98,7 | 1.681,9 | 3.039,2 |
| Variabel rentende financiële instrumenten | 16,4 | 8,4 | 18,1 | 1.112,0 | 255,7 | 1.410,6 |
| Niet rente-dragende financiële instrumenten | 483,4 | 510,8 | 1.897,7 | 17.204,1 | 45.911,9 | 66.007,9 |
| Niet-financiële verplichtingen | 193,6 | 616,0 | 1.207,0 | 3.211,9 | 15.622,3 | 20.850,8 |
| Totaal verplichtingen inclusief toekomstige interest | 904,7 | 1.531,1 | 3.774,2 | 21.626,7 | 63.471,8 | 91.308,5 |
| Meer | ||||||
| Per 31 december 2014 | Tot 1 maand | 1-3 maanden | 3-12 maanden | 1-5 jaar | dan 5 jaar | Totaal |
| Totaal activa | 2.322,2 | 1.978,6 | 6.315,5 | 19.264,4 | 73.678,3 | 103.559,0 |
| Totaal verplichtingen | 1.053,9 | 1.981,3 | 6.531,4 | 21.868,2 | 61.212,7 | 92.647,5 |
| Netto liquiditeitsoverschot (tekort) | 1.268,3 | - 2,7 | - 215,9 | - 2.603,8 | 12.465,6 | 10.911,5 |
Hierbij is belangrijk dat vanuit IFRS oogpunt de netto liquiditeit aanleiding kan geven tot een verkeerde interpretatie van een netto liquiditeitsgap tussen een en vijf jaar. Deze voorstelling geeft echter geen afdoende kijk op de liquiditeitspositie aangezien ze gebaseerd is op de vervaldata van de activa en verplichtingen op de Resultatenrekening van de financiële positie aan hun IFRS waarde (die niet gelijk is aan de marktwaarde voor vastgoed, hypotheken of voorzieningen). Bijkomend wordt de liquiditeit verder onderschat aangezien de tabel geen dividenden omvat op aandelen, huur van vastgoed en verwachte premies of passiva die geen uitstromen van geldmiddelen voorstellen (bijv. low interest rate reserve, longevity reserve) uitgesloten.
Tevens worden onder IFRS de liquiditeiten voor bepaalde specifieke activa mogelijk overgewaardeerd, omdat die activa met hun IFRS-waarde beschouwd worden, terwijl die activa in realiteit geen reële uitstromen van geldmiddelen voorstellen (bijv. goodwill, DAC en een deel van de immateriële activa).
De FRESH wordt in overeenstemming met IFRS buiten de Verplichtingen gehouden (inclusief rente), aangezien de hoofdsom van EUR 1.250 miljoen alleen kan worden afgelost door conversie naar Ageas-aandelen.
5.4.2 Verzekeringstechnisch risico
Verzekeringstechnische risico's betreffen alle risico's van verzekeringsverplichtingen als gevolg van afwijkingen in claims door de onzekerheid en timing van die claims, alsmede afwijkingen in uitgaven en verval, in vergelijking met de onderliggende hypothesen gemaakt bij de aanvang van de polis.
Levenrisico omvat sterfterisico, langlevenrisico, arbeidsongeschiktheidsrisico, ziekterisico (dat wil zeggen ziekte met mogelijk dodelijk afloop), verval en behoudrisico, kostenrisico en herzieningsrisico.
Tot de Niet-levenrisico's behoren het reserverisico, het premierisico en catastroferisico's. Reserverisico hangt samen met de uitstaande schadeclaims terwijl het premierisico betrekking heeft op toekomstige claims (met uitzondering van catastrofeclaims). Catastroferisico betreft schades die door rampgebeurtenissen worden veroorzaakt, zowel natuurrampen als door mensen veroorzaakte rampen.
Elke maatschappij beheert verzekeringsrisico's door middel van acceptatiebeleid, prijsbeleid, reserveringsbeleid en herverzekeringensbeleid. Er wordt vooral op gelet dat de klantengroep die een product koopt inderdaad overeenkomt met de onderliggende aannames over klanten bij de ontwikkeling en prijsstelling van het product.
Het acceptatiebeleid wordt zelfstandig vastgesteld door elk verzekeringsbedrijf, als onderdeel van de algehele beheersing van het verzekeringsrisico en wordt beoordeeld door actuariële medewerkers die de feitelijke schadehistorie evalueren. Er wordt gebruik gemaakt van een reeks indicatoren en hulpmiddelen voor het maken van statistische analyses om de acceptatienormen te verfijnen, met als doel het schadeverloop te verbeteren en/of te waarborgen dat de prijsstelling op de juiste wijze wordt bijgesteld.
De verzekeringsmaatschappijen streven ernaar om de premies op een niveau vast te stellen waarbij het bedrag van de premies samen met de beleggingsinkomsten die daarmee worden gegenereerd groter is dan het totale bedrag van verwachte schades, schadeafhandelingskosten en beheerskosten. De juistheid van de prijsstelling wordt getoetst met behulp van diverse technieken en belangrijke prestatie-indicatoren die passen bij de betreffende portefeuille. Dit gebeurt zowel a priori (bijvoorbeeld beoordeling van de winstgevendheid) als a posteriori (bijvoorbeeld embedded value, combined ratio's).
De factoren waarmee rekening wordt gehouden bij de prijsstelling voor verzekeringen verschillen per product en zijn afhankelijk van de geboden dekking en uitkeringen. De volgende factoren worden in het algemeen in overweging genomen:
- verwachte claims van verzekeringnemers en daarmee verband houdende verwachte uitkeringen en de timing daarvan;
- de mate en aard van de onzekerheid aangaande de verwachte uitkeringen. In dit verband worden onder meer analyses gemaakt van schadestatistieken en de ontwikkeling van jurisprudentie, economische omstandigheden en demografische ontwikkelingen;
- overige productiekosten voor het betreffende product, zoals distributie-, marketing-, polisadministratie- en schadeadministratiekosten;
- financiële omstandigheden die de tijdswaarde van geld weerspiegelen;
- eisen ten aanzien van de solvabiliteit;
- beoogde niveaus van de winstgevendheid;
- omstandigheden in de verzekeringsmarkt, met name de prijsstelling van concurrenten voor vergelijkbare producten.
Van de posities in de hierboven genoemde risico's profiteert Ageas van diversificatie voor wat betreft geografische regio's, productgroepen en zelfs verschillende verzekeringsrisicofactoren zodat Ageas niet blootgesteld wordt aan grote concentraties verzekeringsrisico's. Daarnaast hebben de verzekeringsmaatschappijen van Ageas specifieke maatregelen getroffen om de blootstelling aan de concentratie van verzekeringsrisico's te verkleinen. Bijvoorbeeld producten die afkoopkosten in rekening brengen, producten waarvan de uitbetaling aan polishouders wordt aangepast aan de marktwaarde en herverzekeringscontracten leidend tot een beperkte blootstelling aan grote verliezen.
5.4.2.1 Verzekeringsrisico's Leven
Het levensverzekeringsrisico ontstaat uit de levensverzekeringsverplichtingen in relatie tot de gevaren die verzekerd zijn en de processen die bij de bedrijfsvoering worden gebruikt.
Verzekeringsrisico's Leven bestaan hoofdzakelijk uit sterfte-/langlevenrisico, arbeidsongeschiktheidsrisico/invaliditeitsrisico, verval- en behoudrisico, leven-kostenrisico, herzienings- en catastroferisico. Deze paragraaf beschrijft eerst deze risico's (onder A t/m F). Daarna wordt beschreven hoe de dochtermaatschappijen van Ageas deze risico's beheersen (onder G); en in subparagraaf H de risicogevoeligheden.
A. STERFTE-/LANGLEVENRISICO
Sterfterisico is het risico van verlies of van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waar een toename van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. De sterftetabellen die gebruikt worden ten behoeve van de prijsstelling bevatten voorzichtige marges. Zoals gebruikelijk in de sector maken de dochtermaatschappijen van Ageas gebruik van ervaringstabellen met adequate zekerheidstoeslagen. Elk jaar moeten de veronderstellingen worden herzien om de verwachte sterftecijfers te vergelijken met de ervaringsgegevens. Deze analyse vindt plaats op basis van een aantal criteria, zoals leeftijd, polisjaar, verzekerde som en andere onderschrijvingscriteria.
Langlevenrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waar een daling van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. Dit risico wordt beheerst door middel van het jaarlijks evalueren van het aantal vastgestelde sterftegevallen binnen de portefeuille. Wanneer blijkt dat de levensverwachting sneller toeneemt dan de sterftetabellen aangeven, worden extra voorzieningen aangelegd en worden de prijzen van nieuwe producten dienovereenkomstig aangepast.
B. ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSRISICO/ INVALIDITEITSRI-SICO
Arbeidsongeschiktheidsrisico/invaliditeitsrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van arbeidsongeschiktheids-, ziekte- of invaliditeitspercentages. Dit risico kan zich bijvoorbeeld voordoen in portefeuilles met arbeidsongeschiktheids- en ziektekostenpolissen en ongevallenverzekeringen voor werknemers. De verzekeringsmaatschappijen van Ageas beperken het arbeidsongeschiktheidsrisico tevens door medische selectiecriteria en een passende herverzekering.
C. VERVAL- EN BEHOUDRISICO
Vervalrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het percentage polisverval en -behoud, onder andere in de vorm van polisverlenging, -afkoop, premieverlagingen en andere factoren die tot lagere premies leiden. Behoudrisico is vaak een andere naam voor de volatiliteit van het premieverval en vervangingen van verlopen polissen, 'free look' royementen of afkopen.
De ontwikkeling en prijsstelling van verzekeringspolissen is mede gebaseerd op aannames over de kosten van het verkopen en administreren van de polissen totdat deze vervallen of uitkeren en over het verwachte behoud. Het risico van een andere feitelijke ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan worden in het stadium van de productontwikkeling in kaart gebracht. Dat risico kan worden verminderd via het productontwerp, bijvoorbeeld met een boeteclausule voor vervroegde aflossing of retentiebonussen, aanloopkosten of het spreiden van de provisie aan verzekeringsagenten om de belangen op elkaar af te stemmen of door een aanpassing van de marktwaarde voor bepaalde groepscontracten waarbij de risico's in geval van verval volledig door de polishouders worden gedragen.
D. LEVEN KOSTENRISICO
Leven kostenrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de kosten die worden gemaakt bij de uitvoering van (her)verzekeringsovereenkomsten. Kostenrisico ontstaat als de voorziene kosten bij de prijsstelling van een garantie ontoereikend zijn om in het volgende jaar de werkelijke kosten op te vangen.
E. HERZIENINGSRISICO
Herzieningsrisico is het risico van verlies of nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het herzieningspercentages dat op lijfrentes is toegepast als gevolg van veranderingen in het juridische klimaat of in de gezondheidstoestand van de verzekerde.
F. CATASTROFERISICO
Levenscatastroferisico komt voort uit extreme of ongeregelde gebeurtenissen die levensbedreigend zijn, bijvoorbeeld nucleaire explosie, pandemie van een nieuwe infectieziekte, terrorisme of natuurrampen.
G. HET BEHEERSEN VAN VERZEKERINGSRISICO'S LEVEN BINNEN DE VERZEKERINGSBEDRIJVEN VAN AGEAS
Via interne risicorapportering per kwartaal worden verzekeringsrisico's Leven bewaakt om beter inzicht te hebben in hun blootstelling aan bepaalde gebeurtenissen. De meeste levensverzekeringsbedrijven staan blootgesteld aan gelijksoortige gebeurtenissen zoals (massaal) verval, kosten en sterfte/langleven.
H. RISICOGEVOELIGHEDEN LEVEN
Risicogevoeligheden Leven zijn als volgt.
| Effect op | Effect op |
|---|---|
| de waarde per | de waarde per |
| 31 december 2015 | 31 december 2014 |
| 20,3 | 11,4 |
| 185,5 | 182,1 |
| 81,4 | 79,7 |
De cijfers hierboven zijn gebaseerd op jaarlijks intrinsieke waardebepalingen waarvan het bereik steunt op uitgebreide contractlimieten.
5.4.2.2 Verzekeringsrisico's Niet-leven
De verzekeringsrisico's Niet-leven bestaan voornamelijk uit reserverisico, premierisico, catastroferisico en vervalrisico. Deze paragraaf beschrijft eerst deze risico's (onder A t/m D). Daarna wordt beschreven hoe de dochtermaatschappijen van Ageas deze risico's beheersen (onder E), in subparagraaf F worden de schaderatio's weergegeven, onder G de risicogevoeligheden Niet-leven en onder H zijn de schadereservetabellen te vinden.
A. RESERVERISICO
Reserverisico houdt verband met de uitstaande schades en is het risico van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van schommelingen in het tijdstip en het bedrag van de afhandeling en kosten van schades.
B. PREMIERISICO
Premierisico Niet-leven is het risico dat de premie ontoereikend is om alle verplichtingen te dekken, inclusief schade en kosten als gevolg van schommelingen in de schadefrequentie, de zwaarte van de schadeclaims, het tijdstip van de afhandeling of nadelige veranderingen in de kosten.
Het schaderisico bij Niet-leven kan om diverse redenen afwijken van de verwachte uitkomst. In een analyse wordt doorgaans anders omgegaan met claims met een lange of met een korte looptijd. Zo worden claims met een korte looptijd (zoals autoschade en schade aan goederen) over het algemeen binnen enkele dagen of weken gemeld en kort daarna afgewikkeld. De afwikkeling van claims met een lange looptijd (zoals bij lichamelijk letsel of aansprakelijkheid) kan daarentegen jaren in beslag nemen. Bij claims met een lange looptijd is, als gevolg van de aard van de schade, informatie over de gebeurtenis (bijvoorbeeld over de vereiste medische behandeling) niet altijd direct beschikbaar. Daarnaast is schade met een lange looptijd moeilijker te analyseren, hiervoor zijn meer gedetailleerde werkzaamheden vereist en is de mate van onzekerheid groter dan bij schade met een korte looptijd.
De verzekeringsmaatschappijen van Ageas houden rekening met de ervaringen met vergelijkbare gevallen en historische trends, zoals het voorzieningenpatroon, de groei van de blootstelling, schade-uitkeringen, de omvang van lopende en nog niet uitgekeerde schadegevallen, evenals gerechtelijke uitspraken en economische omstandigheden.
Om het claimrisico te verminderen passen de verzekeringsmaatschappijen van Ageas een selectie- en acceptatiebeleid toe dat is gebaseerd op schadehistorie en modellen. Dit gebeurt per klantensegment en per soort activiteit, waarbij tevens gebruik wordt gemaakt van de kennis of verwachtingen ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van de frequentie en omvang van claims. Daarnaast profiteren de verzekeringsmaatschappijen van Ageas van spreidingseffecten omdat de Niet-levenbedrijven actief zijn op een groot aantal verschillende terreinen en in een groot aantal verschillende regio's. Aan het gemiddeld aantal claims verandert dit niets, maar de variatie in de totale claimportefeuille neemt hierdoor wel af, en daarmee tevens het risico. Het risico van onverwacht grote schadeclaims wordt door polisbeperkingen, concentratierisicobeheer en herverzekeringen ingeperkt.
C. CATASTROFERISICO
Catastroferisico betreft claims in verband met rampen, namelijk natuurrampen zoals storm, overstromingen, aardbevingen, ernstige vorst, tsunami's en door mensen veroorzaakte rampen zoals terrorisme, explosies of treinongelukken.
D. VERVALRISICO
Vervalrisico heeft betrekking op de toekomstige premies in een premievoorziening waarbij een verwachte winst is voorzien. Vervalrisico is het risico van meer verval dan verwacht, waardoor de winst minder is dan verwacht.
E. HET BEHEERSEN VAN NIET-LEVEN RISICO'S DOOR DE VERZEKERINGSDOCHTERMAATSCHAPPIJEN
Het beheersen van Niet-leven risico's binnen Ageas is in overeenstemming met de voor elke Niet-leven entiteit geldende instructies en richtlijnen op het gebied van verzekeren en risico's nemen. Hieronder vallen regels voor risico-acceptatie, richtlijnen op het gebied van schadebeheer met het oog op kostenevaluatie en schadevergoedingen, herverzekeringsactiviteiten en management in het algemeen.
Op Groepsniveau is in verband met het bovenstaande een aantal rapportageschema's, zoals KPI rapporten en toereikendheidstoetsen ingevoerd, zowel voor schade- en premiereserves tot op heden als voor schadeverplichtingen in het verleden.
F. SCHADERATIO'S
Schaderatio is een maatstaf die wordt gebruikt om de geschiktheid te beoordelen van het gedeelte van de premies dat wordt gehanteerd om schadeclaims te dekken. Schaderatio wordt gedefinieerd als de totale (geschatte) kosten van schade als percentage van de verdiende premies. De andere bestanddelen van de premie, zoals managementkosten en winst, worden hier buiten beschouwing gelaten. Combined ratio is de som van schade- en lastenratio (inclusief commissies).
Over het algemeen genomen mag een combined ratio onder de 100 procent worden verwacht. Vanwege de intrinsieke veranderlijkheid van het schadeclaimproces en/of ondoelmatige premies, kan de combined ratio soms boven de 100 procent bedragen. Deze situatie wordt aangepakt door middel van het beheersen van Niet-leven risico's (zie punt E hierboven).
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de Combined ratio's en Schaderatio's van de laatste vijf jaar.
G. GEVOELIGHEDEN OP TECHNISCHE VOORZIENINGEN
Getoonde Niet-leven risicogevoeligheden gaan uit van het effect op resultaat voor belasting, rekening houdend met een afname van de kosten zoals inbegrepen in de Geconsolideerde resultatenrekening met 10% en een toename van Voorgevallen schadeclaims zoals inbegrepen in de Geconsolideerde resultatenrekening met 5%.
| Effect op | Effect op | |
|---|---|---|
| Niet-leven | resultaat voor belasting per | resultaat voor belasting per |
| Sensitiviteiten | 31 december 2015 | 31 december 2014 |
| Lasten -10% | 139,9 | 135,2 |
| Opgelopen schaden +5% | - 125,5 | - 124,6 |
H. SCHADERESERVETABELLEN
De reserves die in de balans zijn verantwoord voor schadeclaims en de kosten van schadeclaims worden naar schadejaar door de actuarissen en de afdeling schadebeheer geanalyseerd. Uitkeringen en reserves worden derhalve in een tabel met twee tijdsperiodes weergegeven: schadejaar (jaar van de schade, in de kolommen) en kalenderjaar (ontwikkelingsjaar, op de regels). Deze zogenoemde uitfaserende driehoek laat zien hoe de schadereserve zich in de tijd ontwikkelt als gevolg van gedane betalingen en nieuwe schattingen van de verwachte uiteindelijke schade per de betreffende balansdatum.
Bij alle overeenkomsten gaat het om verzekeringsovereenkomsten zoals gedefinieerd onder IFRS, inclusief alle schadeovereenkomsten waarvan de reserves in driehoeksformaat kunnen worden verantwoord. De genoemde belangrijkste cijfers zijn niet contant gemaakt. De contant gemaakte schadereserve en een aantal andere verplichtingen (bijv. permanente arbeidsongeschiktheid of lijfrentes uit zorg- of ongevallenverzekeringen of andere overeenkomsten) zijn opgenomen in de reconciliatieregels.
Alle bedragen in de tabel worden berekend tegen de van toepassing zijnde wisselkoers per jaareinde 2015.
De schadereserve ontwikkelingstabel per schadejaar is als volgt.
| Schadejaar | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | |
| Betalingen op: | ||||||||||
| N | 871,8 1.113,4 1.099,4 1.170,7 1.243,6 1.163,1 1.161,3 1.108,9 1.177,8 1.197,6 | |||||||||
| N + 1 | 427,9 | 533,5 | 502,3 | 568,4 | 692,1 | 591,5 | 570,4 | 582,6 | 585,0 | |
| N + 2 | 108,0 | 136,0 | 132,9 | 156,1 | 152,8 | 164,6 | 145,2 | 141,5 | ||
| N + 3 | 69,0 | 74,4 | 92,0 | 95,8 | 102,6 | 85,4 | 106,4 | |||
| N + 4 | 51,4 | 54,8 | 64,9 | 68,3 | 64,2 | 60,2 | ||||
| N + 5 | 36,0 | 36,6 | 38,7 | 36,2 | 54,0 | |||||
| N + 6 | 23,0 | 18,2 | 20,8 | 24,2 | ||||||
| N + 7 | 13,0 | 10,3 | 12,7 | |||||||
| N + 8 | 8,6 | 6,3 | ||||||||
| N + 9 | 10,5 | |||||||||
| Schadekosten: | ||||||||||
| (Cumulatieve betalingen + uitstaande claims reserve) | ||||||||||
| N | 1.755,2 2.129,1 2.117,3 2.286,8 2.497,8 2.419,7 2.417,7 2.390,4 2.417,6 2.470,6 | |||||||||
| N + 1 | 1.733,1 2.119,1 2.075,7 2.234,8 2.458,8 2.324,2 2.372,2 2.325,6 2.422,5 | |||||||||
| N + 2 | 1.724,5 2.113,2 2.096,4 2.257,7 2.463,3 2.303,8 2.366,9 2.255,6 | |||||||||
| N + 3 | 1.710,1 2.105,5 2.088,0 2.276,4 2.459,4 2.272,6 2.334,5 | |||||||||
| N + 4 | 1.696,8 2.078,6 2.079,1 2.255,0 2.455,5 2.241,1 | |||||||||
| N + 5 | 1.683,0 2.078,6 2.060,6 2.263,8 2.455,6 | |||||||||
| N + 6 | 1.673,6 2.062,3 2.077,1 2.245,1 | |||||||||
| N + 7 | 1.677,9 2.062,0 2.066,6 | |||||||||
| N + 8 | 1.681,4 2.056,8 | |||||||||
| N + 9 | 1.676,7 | |||||||||
| Uiteindelijk verlies, geschat op de initiële datum | 1.755,2 2.129,1 2.117,3 2.286,8 2.497,8 2.419,7 2.417,7 2.390,4 2.417,6 2.470,6 | |||||||||
| Uiteindelijk verlies, geschat in voorgaand jaar | 1.681,4 2.062,0 2.077,1 2.263,8 2.455,5 2.272,6 2.366,9 2.325,6 2.417,6 | |||||||||
| Uiteindelijk verlies, geschat in huidig jaar | 1.676,7 2.056,8 2.066,6 2.245,1 2.455,6 2.241,1 2.334,5 2.255,6 2.422,5 2.470,6 | |||||||||
| Surplus (tekort) huidig jaar ten opzicht van initieel schadejaar | 78,5 | 72,3 | 50,8 | 41,7 | 42,2 | 178,6 | 83,2 | 134,8 | - 4,9 | |
| Surplus (tekort) huidig jaar ten opzicht van vorig schadejaar | 4,7 | 5,2 | 10,5 | 18,7 | - 0,1 | 31,5 | 32,4 | 70,0 | - 4,9 | |
| Uitstaande claims reserve voor 2006 | 404,0 | |||||||||
| Uitstaande claims reserve van 2006 tot 2015 | 3.388,2 | |||||||||
| Overige verplichtingen (niet in tabel) | 863,5 | |||||||||
| Claims ongevallenverzekeringen en zorg | 1.181,9 | |||||||||
| Totaal claims in de balans | 5.837,6 |
De schadereserve ontwikkelingstabel per schadejaar (zie hierboven) laat de ontwikkeling zien van de uiteindelijke totale schade (in gedane betalingen en uitstaande schadereserves) voor elk schadejaar (zoals aangegeven in de kolom), per ontwikkelingsjaar (zoals aangegeven in de regel) vanaf het jaar van het optreden van de schade tot en met boekjaar 2015.
In de driehoek 'Betalingen' is het totale bedrag aan schadebetalingen weergegeven, verminderd met terugvorderingen.
De tweede driehoek, 'Uitstaande schadereserves', geeft de uitstaande schadereserve weer inclusief IBN(E)R voor elk schadejaar, op basis van de nieuwe inschatting van de uiteindelijke schadelast en de al gedane betalingen.
De regels 'Uiteindelijk verlies', geschat per de datum dat de schade voor het eerst optrad, per het vorige boekjaar en het huidige boekjaar weerspiegelt het feit dat de schatting fluctueert met de kennis en informatie die over de schadeclaim is vergaard. Hoe langer de ontwikkelingsperiode van de claims, hoe nauwkeuriger de inschatting van het uiteindelijke verlies.
Het bedrag bij 'Totaal claims in de balans' wordt verder toegelicht in sectie 20.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Nietleven.
5.4.2.3 Gezondheidsrisico
Gezondheid verzekeringstechnisch risico geeft het risico weer dat ontstaat uit de verplichtingen van de gezondheidsverzekeringen. Of dat nu gebeurt op een gelijkaardige technische basis als die van de levensverzekering of niet, voortvloeiend uit zowel de gedekte gevaren en de processen die worden gebruikt in de bedrijfsvoering.
De onderdelen van gezondheidsverzekeringsrisico moeten worden opgesplitst afhankelijk van het type verplichtingen: indien gelijkaardig aan levensrisico of gemodelleerd op basis van gelijkaardige technieken als die voor levensverplichtingen – we verwijzen naar sectie 5.4.2.1 Levensverzekeringsrisico's. Leven. Voor verplichtingen gelijkaardig aan Niet-leven verplichtingen of gemodelleerd op een gelijkaardige manier, verwijzen we naar sectie 5.4.2.2 Verzekeringsrisico's Niet-leven.
5.4.2.4 Herverzekeringen
Indien noodzakelijk sluiten de verzekeringsbedrijven van Ageas herverzekeringscontracten af om de verzekeringstechnische risico's te verminderen. Herverzekering kan plaatsvinden per afzonderlijke polis (per risico), of op portefeuillebasis (per gebeurtenis) wanneer het risico met betrekking tot individuele verzekeringnemers zich binnen de lokale limieten bevindt maar er sprake is van een onaanvaardbaar risico van accumulatie van claims op het niveau van de Groep (catastroferisico). Laatstgenoemde gebeurtenissen hangen over het algemeen samen met extreme weersomstandigheden of zijn door menselijk toedoen veroorzaakt. Voor de selectie van herverzekeringsmaatschappijen zijn voornamelijk de prijsstelling en de beheersing van het risico dat de tegenpartij in gebreke blijft bepalend. De beheersing van het tegenpartij-wanbetalingsrisico is geïntegreerd in het totale kredietrisicobeheer.
Herverzekering wordt vooral gebruikt voor het verminderen van de invloed van natuurrampen (zoals orkanen, aardbevingen en overstromingen), grote enkelvoudige schade uit hoofde van polissen met een hoge limiet en meervoudige schade die voortvloeit uit één en dezelfde gebeurtenis door menselijk toedoen.
In het tweede kwartaal van 2015 richtte Ageas een interne herverzekeringsmaatschappij op, genaamd Intreas N.V.. Intreas werd opgericht in mei 2015 en verkreeg in juni 2015 een licentie in Nederland. Intreas heeft een kapitaal van EUR 100 miljoen. De reden voor het opzetten van deze interne herverzekeringsmaatschappij is het optimaliseren van het herverzekeringsprogramma van Ageas door het harmoniseren van risicoprofielen doorheen gecontroleerde limieten/entiteiten en om het kapitaalbeheer te verbeteren. Intreas is een Niet-leven herverzekeringsmaatschappij en mag enkel risico's accepteren van Ageas Group vennootschappen.
Per 1 juli 2015 nam Intreas een klein aandeel in bepaalde herverzekeringsprogramma's van verschillende verzekeringsmaatschappijen binnen de Ageas Groep. Deze participaties zijn erg klein aangezien ze in het midden van het jaar van start gingen. In de toekomst zullen herverzekeringsprogramma's nog steeds lokaal worden beslist door de verzekeringsmaatschappijen, terwijl het doel van Intreas is om tot 50% aandelen in deze programma's te accepteren, van de afgestane risico's (en premies). Op groepsniveau wordt verwacht dat Intreas 10 tot 12% zal inhouden van de huidige afgestane premies binnen de Groep.
In 2015 vertoont Intreas een Solvency I ratio van 4.550% en een Solvency II ratio berekend onder de standaardformule van meer dan 400%. Deze solvabiliteitsratio zal dalen in lijn met de risicoparticipatie, en de doelstelling wordt bepaald op 200%. De interne verzekeringsmaatschappijen in scope voor de opstartfase zijn:
- AG Insurance, België
- Ageas Insurance Limited, VK
- Ageas Ocidental, Portugal
- Cargeas, Italië
Teneinde in overeenstemming te zijn met zijn risk appetite, vermindert Intreas een gedeelte van het risico op de aangegane contracten door de aankoop van groep retrocessie dekkingen en/of dekkingen die zijn eigen balans beschermen. De toename van het netto eigen behoud risico voor Ageas Groep zal naar verwachting EUR 45 miljoen vertegenwoordigen op een 1/200 ongunstige ontwikkeling voor 2016. Intreas respecteert en opereert binnen het risicomanagementkader van Ageas en heeft zijn eigen bestuursorganen en beheersingsprocessen opgezet in overeenstemming met groepsnormen.
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van het behoud van het risico per product (in nominale bedragen) van Ageas.
| 2015 | Hoogste behoud per risico |
Hoogste behoud per evenement |
|---|---|---|
| Productsegmenten | ||
| Auto, wettelijke aansprakelijkheid | 4.100.000 | |
| Auto overige | 42.500.000 | |
| Verzekeringen schade aan eigendommen | 2.500.000 | 61.300.000 |
| Wettelijke aansprakelijkheid algemeen | 4.100.000 | |
| Bedrijfsongevallenverzekering | 2.700.000 | |
| Persoonlijke ongevallen | 300.000 |
De tabel geeft het hoogste bedrag weer voor alle entiteiten van de groep voor soortgelijke dekking waarvoor Ageas de maximale neemt om risico's te beperken. Bedragen die hoger zijn dan in de tabel weergegeven, worden overgedragen naar derden herverzekeraars. De hoogte hangt af van het type gebeurtenis dat door deze herverzekeringsovereenkomsten wordt gedekt: per individueel risico of per gebeurtenis3 . Aangezien de catastrofedekking voor Auto overige onder de reguliere herverzekeringsovereenkomsten valt, wordt het genoemde behoud beschouwd als het maximale bedrag waarvoor Ageas aansprakelijk is.
De onderstaande tabel biedt een overzicht van de premies die per product aan herverzekeraars zijn betaald per jaareinde (bedragen in miljoenen).
| Bruto | Uitgaande | Netto | |
|---|---|---|---|
| 2015 | geboekte premies | premies | premies |
| Productsegmenten | |||
| Leven | 5.061,3 | - 66,0 | 4.995,3 |
| Ongevallen en ziekte | 843,7 | - 28,8 | 814,9 |
| Brand, schade, andere schade aan eigendommen en overige | 3.453,8 | - 200,1 | 3.253,7 |
| Eliminaties | - 0,2 | 3,2 | 3,0 |
| Totaal verzekeringen | 9.358,6 | - 291,7 | 9.066,9 |
| XXX | |||
| Bruto | Uitgaande | Netto | |
| 2014 | geboekte premies | premies | premies |
| Productsegmenten | |||
| Leven | 5.155,3 | - 106,3 | 5.049,0 |
| Ongevallen en ziekte | 854,1 | - 29,3 | 824,8 |
| Brand, schade, andere schade aan eigendommen en overige | 3.249,2 | - 218,8 | 3.030,4 |
| Eliminaties | - 0,3 | - 0,3 | |
| Totaal verzekeringen | 9.258,3 | - 354,4 | 8.903,9 |
5.4.3 Operationele risico's
Ageas is – net zoals elke andere financiële instelling - blootgesteld aan operationele risico's. Onder operationeel risico wordt verstaan de risico's van verlies als gevolg van ontoereikende of falende interne processen, systemen, medewerkers of externe gebeurtenissen.
Zowel op lokaal als groepsniveau heeft Ageas processen ingericht om operationele risico te beheersen. Deze processen zijn een integraal onderdeel van het risicomanagementraamwerk. Het operationele risicoraamwerk bestaat uit bedrijfsbrede beleidskaders en processen die worden toegepast op groepsniveau en in alle dochtermaatschappijen met als doel het signaleren, onderzoeken, beheersen, monitoren en rapporteren van operationele risico's. Bepaalde van deze groepsprocessen omvatten:
- bedrijfscontinuïteitsbeheer;
- frauderisicobeheer;
- outsourcing;
- behandel uw klant eerlijk;
- verlies van een verzameling gegevens;
- beoordeling adequaatheid interne controle;
- identificatieproces van de belangrijkste risico's.
Ageas heeft door middel van een risicoclassificatie een indeling gemaakt van potentiële bronnen van operationele risico's.
Klanten, producten en bedrijfsactiviteiten
Tekortkoming, onbedoeld of door onachtzaamheid, om aan een zakelijke verplichting te voldoen jegens specifieke klanten (met inbegrip van fiducaire en geschiktheidsvereisten) en belanghebbenden zoals toezichthouders, of als gevolg van de eigenschappen van een product.
Uitvoering, levering en procesmanagement
Het risico dat ontstaat wanneer een transactieproces mislukt of een tekortkoming in procesmanagement van zakelijke relaties met tegenpartijen of leveranciers.
Bedrijfsonderbreking en systeemfouten
Risico verbonden aan de onderbreking van zakelijke activiteit te wijten aan interne of externe systemen en/of communicatiesystemen die dalen, de ontoegankelijkheid tot informatie en/of de onbeschikbaarheid van nutsvoorzieningen en andere extern gedreven bedrijfsonderbrekingen die ook personeel kunnen schaden.
3 De term 'gebeurtenis' wordt duidelijk omschreven in de desbetreffende herverzekeringsovereenkomst.
094 Ageas - Jaarverslag 2015
Handelingen van werknemers en veiligheid op de werkvloer
Risico dat ontstaat door daden/nalatigheid, bedoeld of onbedoeld, die niet overeenstemmen met toepasselijke wetgeving inzake werknemersrelaties, gezondheid, veiligheid en diversiteit/discriminatie daden waarvoor de organisatie verantwoordelijk is.
Interne fraude
Intern frauderisico is het risk dat ontstaat door opzettelijk misbruik van procedures, systemen, activa, producten en/of diensten van een bedrijf waarbij ten minste één intern personeelslid is betrokken (die op de loonlijst staat van de organisatie) die zichzelf of anderen op een bedrieglijke of onwettelijke manier wil bevoordelen.
Externe fraude
Gebeurtenissen die ontstaan door daden van fraude en diefstallen, of opzettelijke omzeiling van de wet, uitgevoerd door derde partijen, met inbegrip van klanten, verkopers en uitbestedings organisaties (met inbegrip van subleveranciers en onderaannemers), met als bedoeling een persoonlijk voordeel te behalen, waarbij het bedrijf of haar tegenpartijen worden benadeeld (waarvoor het bedrijf betaald), of de activa van het bedrijf beschadigt. Omvat alle vormen van cyberrisico, en fraude door cliënten en externe partijen (dit zijn partijen die doorgaans niet samenwerken met het bedrijf en die geen toegang hebben tot de systemen van het bedrijf, zoals niet-mechanische brokers).
Schade aan materiële activa
Verliezen die ontstaan als gevolg van verlies of schade aan materiële activa door natuurrampen of andere gebeurtenissen.
Ageas streeft ernaar de voormelde operationele risico's op een gepast niveau te houden door in een solide en beheerste omgeving te opereren in het licht van de kenmerken van haar bedrijf, de markten en het toezichtklimaat waarin zij werkzaam is. Hoewel deze controlemechanismen de operationele risico's verminderen, kan Ageas deze risico's nooit volledig uitbannen.
Er wordt elk jaar een toereikendheid van de interne controle (INCA) uitgevoerd die resulteert in de jaarlijkse 'Management Control Statement', opgesteld door alle (lokale en Groep) CEO's die daarmee hun vertrouwen uitspreken in hun lokaal risico beheersingskader.
5.4.4 Andere risico's
Andere risico's omvatten de andere externe en interne factoren die een invloed kunnen hebben op de mogelijkheid van Ageas om te voldoen aan zijn huidige plannen en doelstellingen.
Binnen de classificatie van Ageas worden deze als de volgende beschouwd:
Risico inzake regelgevende wijzigingen
Regelgevingen met betrekking tot toegelaten productkenmerken, bedrijfsvoering, verzekeringspraktijken (zoals genetische testen), garanties, winstdelingen, personeelsregels, reserves, solvabiliteit die een invloed kunnen uitoefenen op het volume of de kwaliteit van nieuwe verkopen of de winstgevendheid van zaken.
Concurrentierisico
Concurrentierisico's ontstaan door het concurrerende landschap of de marktpositie.
Distributierisico
Dit is het risico dat er een verlies ontstaat te wijten aan distributieplannen die ongunstig afwijken van de verwachtingen. Dit type strategisch risico krijgt bijzondere aandacht als gevolg van de distributie in het businessmodel van de Groep en onze afhankelijkheid van externe partijen en partners voor de distributie. Distributierisico kan ontstaan als gevolg van een aantal oorzaken, met inbegrip van een gebrekkige afstemming van incentives, een slecht relatiebeheer, een gebrek aan onderhandelingskracht in de relatie.
Reputatierisico
Het risico dat er verlies ontstaat door een ongustig beeld van de organisatie door klanten, tegenpartijen, aandeelhouders, beleggers of toezichthouder. Het verlies kan ontstaan door een daling van het aantal klanten, transacties en financieringskansen.
Landenrisico
Landenrisico is het risico dat het investeringsklimaat in een land verandert en een ongunstig effect heeft op operationele winsten of de waarde van activa in dat land. Bijvoorbeeld:
- financiële factoren: valutacontroles, devaluaties of veranderingen in regelgeving;
- stabiliteitsfactoren: volksopstanden, burgeroorlog en andere potentiële gebeurtenissen die bijdragen tot de strategische risico's van bedrijven (een opsplitsing van de euro).
Economisch klimaat risico
Economisch klimaat risico is het risico dat het economische klimaat wijzigingen ondergaat en de impact die dit kan hebben op het algemene producenten en consumenten vertrouwen, klantengedrag, etcetera. Hierbinnen vertegenwoordigt inflatierisico de gevoeligheid van de waarde van activa en verplichtingen voor wijzigingen in inflatieverwachtingen.
Andere omgevingsrisico's
Omgevingsrisico's omvatten een aantal veranderingen aan de externe omgeving die nog niet worden gedekt door de categorieën hierboven, met inbegrip van:
- geopolitieke omgeving die een invloed kan hebben op de capaciteit van Ageas om zaken te doen in de verschillende landen waar het actief is;
- technologische veranderingen zoals de toepassing van het internet en de impact die dit kan hebben op het consumptiepatroon en de noodzaak om geschikte IT-strategieën te ontwikkelen;
- andere opkomende risico's zijn de gebeurtenissen of omstandigheden die mensen op grote schaal niet kunnen beheersen, die vandaag een invloed uitoefenen op manieren die moeilijk te begrijpen zijn zoals potentiële claims van nanotechnologie of veranderende weerspatronen;
- besmettingsrisico's een extreme vorm van concentratierisico die ontstaat wanneer doorgaans onsamenhangende risicofactoren elkaar kunnen beïnvloeden en bijzonder gecorreleerd worden – verbonden aan de hogere niveaus van connectiviteit over de wereld en daardoor onze markten en risicotypes.
Concentratierisico
Concentratierisico verwijst verder naar alle risicoblootstellingen met een verliespotentieel dat groot genoeg is om de solvabiliteit of de financiële positie van Ageas te bedreigen.
Immaterieel activa risico
Immaterieel activa risico is het risico op verlies, of een ongunstige waardeontwikkeling van immateriële activa door een wijziging in de verwachte toekomstige voordelen die kunnen worden gehaald uit de immateriële activa.
Strategisch risico
Het strategisch risico wordt gedefinieerd als het risico van de huidige en toekomstige impact op winsten or kapitaal die ontstaat door ongunstige beslissingen, onjuiste toepassing van beslissingen, of het niet actief opvolgen van veranderingen in de sector. Strategisch risico is een functie van de compatibiliteit van de strategische doelstellingen van een onderneming, de strategie ontwikkeld om deze doelstellingen te behalen, de hulpbronnen die worden ingezet voor deze doeleinden, en de kwaliteit van de implementatie.
Kort samengevat is strategisch risico een risico dat 'intern ontstaat': verliezen doen zich voor als resultaat van acties of beslissingen die worden genomen door de Raad van Bestuur.
6 Toezicht en solvabiliteit
De Nationale Bank van België (NBB) heeft ageas SA/NV aangemerkt als een Verzekeringsholding en voert aldus het toezicht uit op Ageas op geconsolideerde basis. Tot jaareinde 2015 is het toezicht gebaseerd op de Solvency I vereisten. Vanaf 1 januari 2016 zal het toezicht op Ageas gebeuren op geconsolideerd niveau op basis van het Solvency II raamwerk. Beide raamwerken worden meer in detail uitgelegd in deze noot.
6.1 Vereisten en beschikbaar kapitaal onder Solvency I
Op het geconsolideerd niveau van Ageas houdt de Nationale Bank van België (NBB) toezicht op Ageas. De regelgevers in de landen waarin de dochtermaatschappijen zijn gevestigd houden toezicht op de dochtermaatschappijen van Ageas in die landen, waarbij deze gebruik maken van hun eigen solvabiliteitscriteria en de plaatselijke boekhoudprincipes.
Op basis van de regels en wetgeving die van toepassing is op Verzekeringsgroepen in België, rapporteert Ageas op kwartaalbasis aan de NBB over het beschikbare toetsingsvermogen en de vereiste solvabiliteit. Dit prudentiële toezicht bestaat erin dat elk kwartaal nagekeken wordt of Ageas op geconsolideerde basis voldoet aan de solvabiliteitsvereisten.
De aansluiting van het eigen vermogen en het beschikbaar wettelijk vereist kapitaal en de Solvency I ratio is als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Aandelenkapitaal en reserves | 7.650,8 | 7.151,4 |
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 770,2 | 475,6 |
| Ongerealiseerde winsten en verliezen | 2.955,1 | 2.596,3 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 11.376,1 | 10.223,3 |
| Minderheidsbelangen | 598,9 | 688,2 |
| Totaal eigen vermogen | 11.975,0 | 10.911,5 |
| Achtergestelde instrumenten | 2.380,4 | 2.086,3 |
| Prudentiële filters | ||
| Lokaal vereiste egalisatiereserve voor catastrofen | - 300,6 | - 240,7 |
| Pensioen aanpassing | - 15,8 | |
| Herwaardering van vastgoedbeleggingen, na belastingen (tegen 90%) | 902,2 | 792,5 |
| Aanpassing waardering van voor verkoop beschikbare beleggingen | - 2.999,4 | - 2.869,3 |
| Kasstroomafdekking | 17,1 | - 20,9 |
| Goodwill | - 965,1 | - 911,0 |
| Overige immateriële vaste activa | - 403,9 | - 381,6 |
| Voorgesteld dividend | - 449,0 | - 518,8 |
| Vermindering achtergestelde schuld naar 50% van vereiste solvabiliteit | - 199,7 | |
| Toetsingsvermogen toezichthouder | 9.941,2 | 8.848,0 |
| Solvabiliteitsratio's | ||
| Solvabiliteitsvereisten | 4.361,5 | 4.218,3 |
| Solvabiliteitsoverschot | 5.579,7 | 4.629,7 |
| Solvabiliteitsratio | 227,9% | 209,8% |
6.2 Kapitaalbeheer van Ageas onder Solvency I
Ageas beschouwt een sterke kapitaalbasis in de afzonderlijke verzekeringsactiviteiten als noodzakelijk, enerzijds als concurrentievoordeel en anderzijds om de geplande groei te financieren.
Ageas streeft naar een minimum totale solvabiliteitsratio I van 200% van de minimale solvabiliteitsvereisten op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf.
De Algemene Rekening omvat de groepsfuncties, financieringstransacties (on-lending niet inbegrepen) en nog lopende zaken uit het verleden.
Vermogenspositie Verzekeringen
Op 31 december 2015 bedroeg het totaal vermogen van het Verzekeringsbedrijf EUR 9,9 miljard (31 december 2014: EUR 8,7 miljard): 226,4% van het wettelijk vereist minimum (31 december 2014: 205,5%).
| Continentaal | Consolidatie | Totaal Algemeen | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2015 | België | VK | Europa | Azië | correcties Verzekeringen (incl. elim) | Ageas | ||
| Totaal beschikbaar vermogen | 5.139,4 | 844,3 | 1.021,2 | 2.621,5 | 249,5 | 9.875,9 | 65,3 | 9.941,2 |
| Minimale solvabiliteitsvereisten | 2.544,3 | 395,5 | 619,2 | 802,6 | 4.361,6 | 4.361,6 | ||
| Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten | 2.595,1 | 448,8 | 402,0 | 1.818,9 | 249,5 | 5.514,3 | 65,3 | 5.579,6 |
| Totaal vermogen solvabiliteitsratio | 202,0% | 213,5% | 164,9% | 326,6% | 226,4% | 227,9% | ||
| XXX | ||||||||
| Continentaal | Consolidatie | Totaal Algemeen | Totaal | |||||
| 31 december 2014 | België | VK | Europa | Azië | correcties Verzekeringen (incl. elim) | Ageas | ||
| Totaal beschikbaar vermogen | 4.755,7 | 845,2 | 1.060,9 | 2.004,5 | 2,7 | 8.669,0 | 179,0 8.848,0 | |
| Minimale solvabiliteitsvereisten | 2.515,8 | 365,4 | 603,9 | 733,2 | 4.218,3 | 4.218,3 | ||
| Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten | 2.239,9 | 479,8 | 457,0 | 1.271,3 | 2,7 | 4.450,7 | 179,0 4.629,7 | |
| Totaal vermogen solvabiliteitsratio | 189,0% | 231,3% | 175,7% | 273,4% | 205,5% | 209,8% |
De grafische weergave van de solvency I positie per verzekeringssegment en voor totaal verzekeringen als geheel is als volgt.
098 Ageas - Jaarverslag 2015
6.3 Vereist en beschikbaar kapitaal onder Solvency II (niet geaudit)
Vanaf 1 januari 2016 zal het toezicht op Ageas op geconsolideerd niveau gebeuren onder het Solvency II kader. In plaats van de Standaardformule toe te passen gebruikt Ageas het Partieel Intern Model waarbij schadeverzekeringsrisico's worden gemodelleerd aan de hand van Ageas specifieke formules.
De consolidatiescope voor Solvency II is vergelijkbaar met de IFRS consolidatiescope. De Europese beleggingen in deelnemingen werden pro-rata opgenomen, zonder enige diversificatievoordelen. Alle niet-Europese deelnemingen (inclusief Turkije) werden uitgesloten van beschikbaar kapitaal en vereist kapitaal.
De verwachte uitbetaling van dividenden werd afgetrokken van het eigen vermogen . Bovendien benadert Ageas zijn eigen vermogen op een conservatieve manier aangezien naast de vrije middelen die toebehoren aan aandeelhouders van derde partijen alle diversificatievoordelen tussen de gecontroleerde ondernemingen worden behandeld als niet eigen vermogen.
Ageas past enkel de overgangsmaatregelen toe inzake de vrijstelling van uitgegeven schuld en de verlenging van rapportagedeadlines.
De Solvency II cijfers werden niet geauditeerd voor het jaar 2015 omdat het nieuwe kader pas officieel van toepassing is vanaf 1 januari 2016.
De aansluiting van het IFRS eigen vermogen en eigen vermogen onder Solvency II en de resulterende solvabiliteitsratio onder het Partieel Intern Model is de volgende:
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| IFRS eigen vermogen | 11.975,0 | 10.911,5 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 11.376,1 | 10.223,3 |
| Minderheidsbelangen | 598,9 | 688,2 |
| Achtergestelde verplichtingen die in aanmerking komen | 2.380,0 | 2.068,0 |
| Perimeter wijzigingen aan IFRS waarde | - 2.575,6 | - 2.288,0 |
| Uitsluiting van verwachte dividenden | - 330,0 | - 323,0 |
| Uitsluiting van minderheidsbelang van ondersteunende diensten | - 204,7 | - 360,0 |
| Verwijdering uit de balans van beleggingen in deelnemingen | - 2.040,9 | - 1.605,0 |
| Waarderingsverschillen | - 1.864,3 | - 942,5 |
| Herwaardering van vastgoedinvesteringen | 1.551,0 | 1.440,0 |
| Verwijdering uit de balans van goodwill | - 822,7 | - 780,0 |
| Herwaardering van balansonderdelen gerelateerd aan de verzekeringsactiviteiten | - 5.167,1 | - 4.438,0 |
| (Technische voorzieningen, bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten kunnen worden verhaald, de waarde van verworven ondernemingen en uitgestelde overnamekosten) |
||
| Herwaardering van activa die onder IFRS niet aan reëele waarde kunnen worden geboekt | 2.521,0 | 2.842,0 |
| (Obligaties aangehouden tot einde looptijd, leningen, hypotheken) | ||
| Belastingimpact op waarderingsverschillen | 403,5 | 180,0 |
| Overige | - 350,0 | - 186,5 |
| Totaal Solvency II eigen vermogen | 9.915,1 | 9.749,0 |
| Niet in aanmerking komende beschikbaar kapitaal | - 491,4 | - 490,0 |
| Totaal eigen vermogen die in aanmerking komen onder Solvency II | 9.423,7 | 9.259,0 |
| Vereist Kapitaal voor de Groep onder het Partieel Intern Model (SCR) | 4.565,7 | 4.240,0 |
| Kapitaalratio | 206,4% | 218,0% |
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Totaal eigen vermogen die in aanmerking komen onder Solvency II, waarvan: | 9.423,7 | 9.259,0 |
| Tier 1 | 6.939,0 | 7.103,0 |
| Tier 1 restricted | 1.823,7 | 1.924,9 |
| Tier 2 | 494,9 | 99,6 |
| Tier 3 | 166,1 | 131,5 |
De samenstelling van de solvabiliteitskapitaalvereiste kan als volgt worden samengevat:
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Marktrisico | 4.792,6 | 4.294,0 |
| Tegenpartij kredietrisico | 327,4 | 348,0 |
| Levensverzekeringstechnisch risico | 791,1 | 843,0 |
| Gezondheid verzekeringtechnisch risico | 357,7 | 387,0 |
| Niet-leven verzekeringstechnisch risico | 805,6 | 736,0 |
| Diversificatie tussen de hierboven vermelde risico's | - 1.564,4 | - 1.552,0 |
| Niet-diversifieerbare risico's | 671,0 | 829,0 |
| Absorberend vermogen van technische voorzieningen om verliezen te compenseren | - 487,1 | - 543,0 |
| Absorberend vermogen van uitgestelde belastingen om verliezen te compenseren | - 1.128,2 | - 1.102,0 |
| Vereist Kapitaal voor de Groep onder het Partieel Intern Model (SCR) | 4.565,7 | 4.240,0 |
| Impact van Schade Intern Model op Niet-Leven Verzekeringstechnisch Risico | 363,2 | 373,0 |
| Impact van Schade Intern Model op Diversificatie tussen risico's | - 194,6 | - 208,0 |
| Impact van Schade intern Model op correctie voor het vermogen via Uitgestelde Belastingen | 19,4 | - 15,0 |
| Solvabiliteitskapitaalvereiste (SCR) onder de Standaardformule | 4.753,7 | 4.390,0 |
6.4 Vereist en beschikbaar kapitaal onder Solvency II
Ageas is van mening dat een sterke kapitaalbasis in de individuele verzekeringsactiviteiten een noodzaak is, enerzijds als een competitief voordeel en anderzijds omdat het nodig is om de geplande groei te financieren.
Voor zijn kapitaalbeheer hanteert Ageas een interne benadering gebaseerd op het Partieel Intern Model met een aangepast spreadrisico. Onder deze aanpassing wordt het spreadrisico berekend op het fundamenteel gedeelte van het spreadrisico voor alle obligaties. Dit verhoogt de SCR voor EU overheidsobligaties en verlaagt het spreadrisico voor alle andere obligaties. Deze SCR wordt SCRageas genoemd.
Ageas streeft naar een minimum totale Solvency II kapitaalratio van 175% van de solvabiliteitskapitaalvereisten op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf.
De aansluiting van de SCRageas met het Partieel Intern Model SCR is de volgende:
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| In aanmerking komend groepsvermogen gebaseerd op Partieel Intern Model | 9.423,7 | 9.259,0 |
| Uitsluiting van Algemene Rekening | - 1.358,0 | - 1.278,0 |
| Herberekening van niet-beschikbaar | - 57,7 | - 174,0 |
| In aanmerking komend groepsvermogen van verzekeringsactiviteiten onder SCRageas | 8.008,0 | 7.807,0 |
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Partieel Intern Model SCR Groep | 4.565,7 | 4.240,0 |
| Uitsluiting van Algemene Rekening | - 32,0 | - 38,0 |
| Partieel Intern Model SCR Verzekeringsactiviteiten | 4.533,7 | 4.202,0 |
| Bijkomend Spreadrisico | - 31,0 | 76,0 |
| Min diversificatie | - 123,7 | |
| Min Beperking correctie voor het vermogen van uitgesteld belastingverlies | 13,0 | - 70,0 |
| SCRageas | 4.392,0 | 4.208,0 |
De verlaging van de SCR heeft een negatieve impact van EUR 57 miljoen (2014: EUR 105 miljoen positief) op het niet-overdraagbaar groepsvermogen aangezien de buffer die is toegewezen aan de minderheidsaandeelhouders kleiner is als gevolg van de hogere SCR in de specifieke entiteiten.
Kapitaalpositie Ageas per segment, gebaseerd op de SCRageas.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Solvabiliteits- | Solvabiliteits- | |||||
| Eigen vermogen | SCR | ratio | Eigen vermogen | SCR | ratio | |
| België | 6.911,8 | 2.852,0 | 242,3% | 6.988,0 | 2.893,0 | 241,5% |
| VK | 1.099,1 | 843,0 | 130,4% | 1.014,0 | 732,0 | 138,5% |
| Continentaal Europa | 943,0 | 722,0 | 130,6% | 1.036,0 | 751,0 | 137,9% |
| Azië | 574,8 | 321,0 | 179,1% | 492,0 | 358,0 | 137,4% |
| Niet-Overdraagbare eigen vermogen/Diversificatie | - 1.520,7 | - 346,0 | - 1.723,0 | - 526,0 | ||
| Totaal Verzekering | 8.008,0 | 4.392,0 | 182,3% | 7.807,0 | 4.208,0 | 185,5% |
| Impact van de opname van de Algemene Rekening | 1.359,0 | 34,0 | 1.333,0 | 26,0 | ||
| Totaal Ageas | 9.367,0 | 4.426,0 | 211,6% | 9.140,0 | 4.234,0 | 215,9% |
7.1 (Personeels)vergoedingen
Dit hoofdstuk heeft betrekking op vergoedingen na uitdiensttreding, andere langetermijnpersoneelsbeloningen en Beëindigingsvergoedingen. Vergoedingen na uitdiensttreding zijn personeelsbeloningen, zoals pensioenen en ziektekostenvergoedingen, die worden uitgekeerd na beëindiging van de arbeidsrelatie. Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zijn personeelsbeloningen die niet volledig betaalbaar zijn binnen twaalf maanden na de periode waarin de medewerkers de betreffende dienst hebben verleend, zoals jubileumuitkeringen en langdurige arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Beëindigingsvergoedingen zijn personeelsvergoedingen die betaalbaar zijn ten gevolge van het voortijdig beëindigen van de arbeidsrelatie met een werknemer.
De volgende tabel geeft een overzicht van alle personeelsvergoedingen binnen Ageas.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 432,6 | 455,7 |
| Overige vergoedingen na uitdiensttreding | 111,9 | 116,3 |
| Overige langetermijnpersoneelsbeloningen | 13,0 | 13,2 |
| Beëindigingsvergoedingen | 10,4 | 8,5 |
| Totaal verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen (activa) | 567,9 | 593,7 |
Verplichtingen en gerelateerde prestatiekosten worden volgens de 'projected unit credit' methode berekend. Het doel van deze methode is de beloningen toe te rekenen naar rato van het aantal dienstjaren waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige salarisverhogingen en de toewijzingsbeginselen van de pensioenregeling.
De verplichting voor toegezegdpensioenregelingen vertegenwoordigt de netto contante waarde van de toegekende beloningen per verslagdatum. De aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten vertegenwoordigen de contante waarde van de beloningen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer gedurende de periode.
De pensioenkosten omvatten nettorentelasten, berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettopensioenschuld. De disconteringsvoet is een voet van toepassing op hoogwaardige bedrijfsobligaties als er sprake is van diepe markten voor zulke obligaties, en een voet van toepassing op overheidsobligaties op andere markten.
Bepaalde activa kunnen worden beperkt tot hun recupereerbare bedrag in de vorm van een reductie in toekomstige contributies of een cash terugbetaling (actiefplafond). Bovendien kan er een verplichting omwille van een minimumvereiste inzake financiering worden geregistreerd.
Actuariële winsten en verliezen voor vergoedingen na uitdiensttreding worden geregistreerd in Overig comprehensive income, terwijl die voor Andere personeelsbeloningen op lange termijn en uitdiensttredingsvergoedingen in de resultatenrekening worden geboekt.
7.1.1 Vergoedingen na uitdiensttreding
7.1.1.1 Pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen en andere vergoedingen na uitdiensttreding
Ageas heeft pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen voor het merendeel van haar medewerkers. Het heeft voor Ageas de voorkeur om de pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen te vervangen door pensioenregelingen op basis van beschikbare premies om zodoende de werkgeverskosten beter te kunnen beheersen, mobiliteit van medewerkers tussen de landen te bevorderen en voor een beter begrip van de regeling te zorgen. Ageas financiert echter, conform eerdere afspraken, nog altijd pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen die voor het merendeel van de huidige medewerkers gelden.
Toegezegdpensioenregelingen worden berekend op basis van het aantal dienstjaren en het salarisniveau. De pensioenverplichtingen worden bepaald aan de hand van sterftecijfers, het personeelsverloop, de loonstijging en economische aannames met betrekking tot bijvoorbeeld de inflatie en het disconteringspercentage. De disconteringsvoet wordt per land of per regio vastgesteld op basis van het rendement (per de einddatum) van bedrijfsobligaties met een AA-rating. Door deze pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen is de groep blootgesteld aan actuariële risico's, zoals langleven-, valuta-, rente- en marktrisico.
Naast pensioenuitkeringen omvatten de kosten van regelingen op basis van vaste toezeggingen ook andere kosten, zoals de vergoeding van een deel van de premies van ziektekostenverzekeringen, die in stand blijven na pensionering van medewerkers.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de bedragen die per 31 december zijn opgenomen in de balans in verband met pensioenregelingen en overige vergoedingen na uitdiensttreding.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | |||||
| 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | ||
| Contante waarde van verplichtingen met kwalificerende beleggingen | 300,9 | 281,7 | |||
| Contante waarde van verplichtingen zonder kwalificerende beleggingen | 432,8 | 429,8 | 111,9 | 116,3 | |
| Verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen | 733,7 | 711,5 | 111,9 | 116,3 | |
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen | - 300,9 | - 271,1 | |||
| 432,8 | 440,4 | 111,9 | 116,3 | ||
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten | 15,3 | ||||
| Overige bedragen verantwoord in de balans | - 0,2 | ||||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 432,6 | 455,7 | 111,9 | 116,3 | |
| Bedragen in de balans: | |||||
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen | 448,4 | 455,7 | 111,9 | 116,3 | |
| Activa voor regelingen met vaste toezeggingen | - 15,8 | ||||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 432,6 | 455,7 | 111,9 | 116,3 |
De verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen zijn opgenomen onder 'Overlopende rente en overige verplichtingen' (zie noot 26) en de activa uit hoofde van pensioenregelingen met vaste toezeggingen vallen onder 'Overlopende rente en overige activa' (zie noot 16).
Omdat Ageas als financiële instelling gespecialiseerd is in het beheer van regelingen voor personeelsvergoedingenzijn een aantal pensioenregelingen voor medewerkers verzekerd via verzekeringsbedrijven die deel uitmaken van de Groep. Derhalve, en in overeenstemming met IFRS, worden deze activa niet tot het toetsingsvermogen gerekend en mogen deze niet worden gerekend tot de fondsbeleggingen. Om die reden worden deze regelingen aangemerkt als 'niet gefinancierd'.
Vanuit economisch oogpunt wordt de nettoverplichting inzake toegezegdpensioenregelingen gecompenseerd door de niet tot het toetsingsvermogen gerekende fondsbeleggingen die binnen Ageas worden aangehouden (2015: EUR 312,6 miljoen; 2014: EUR 300,4 miljoen). Economisch gezien resulteert dit voor 2015 in een netto pensioenverplichting van EUR 120,2 miljoen (2014: EUR 155,5 miljoen) voor verplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de nettoverplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen in de balans.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
|||
|---|---|---|---|---|
| 2015 2014 |
2015 | 2014 | ||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen per 1 januari | 455,7 | 358,2 | 116,3 | 91,6 |
| Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen | 22,9 | 38,4 | 5,8 | 5,8 |
| Bijdragen werkgevers | - 7,0 | - 11,4 | ||
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 22,0 | - 15,9 | - 2,2 | - 2,3 |
| Omrekeningsverschillen | 0,3 | - 1,3 | ||
| Overige | - 0,3 | 1,3 | - 0,8 | - 0,8 |
| Herberekening | - 17,0 | 86,4 | - 7,2 | 22,0 |
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen per 31 decem | ||||
| ber | 432,6 | 455,7 | 111,9 | 116,3 |
Uitkeringen direct betaald door de werkgever hebben betrekking op pensioenregelingen met vaste toezeggingen die direct binnen een Ageas-entiteit worden gehouden. De regel Overige in 2014 omvat hoofdzakelijk de overdracht van verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen en hun overeenstemmende kwalificerende beleggingen vanuit een ander pensioenplan. De lijn herzieningen wordt verder uitgelegd in deze noot.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | ||||
| 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | ||
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen per 1 januari | 711,5 | 578,6 | 116,3 | 91,6 | |
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 31,8 | 26,8 | 3,8 | 3,0 | |
| Rentelasten | 12,6 | 18,4 | 2,0 | 2,9 | |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven rechten | - 13,3 | - 0,7 | |||
| Planinperkingen | 1,8 | ||||
| Afwikkelingen | - 0,3 | - 0,1 | |||
| Herberekening | 8,8 | 88,5 | - 7,2 | 22,0 | |
| Bijdragen deelnemers | 0,3 | 0,3 | |||
| Uitkeringen | - 7,7 | - 8,4 | |||
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 22,0 | - 15,9 | - 2,2 | - 2,3 | |
| Omrekeningsverschillen | 12,0 | 10,9 | |||
| Overige | - 0,3 | 11,5 | - 0,8 | - 0,8 | |
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen per 31 december | 733,7 | 711,5 | 111,9 | 116,3 |
De volgende tabel toont de mutaties in de reële waarde van de kwalificerende beleggingen.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | |||
|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | ||
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 1 januari | 271,1 | 220,4 | |
| Rente-inkomsten | 8,6 | 9,3 | |
| Herberekening (rendement op de kwalificerende beleggingen, exclusief rente-effect) | 9,0 | 16,2 | |
| Bijdragen werkgevers | 7,0 | 11,4 | |
| Bijdragen deelnemers | 0,3 | 0,3 | |
| Uitkeringen | - 7,7 | - 8,4 | |
| Omrekeningsverschillen | 12,6 | 12,2 | |
| Overige | 9,7 | ||
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 31 december | 300,9 | 271,1 |
De lijn Herberekening in 2015 weerspiegelt het feit dat in het huidige klimaat van lage rentevoeten artikel 115 van IAS 19 van toepassing is op bepaalde kwalificerende verzekeringspolissen.
De volgende tabel toont de veranderingen in het actiefplafond en/of minimale financieringsvereisten.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | |||
|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | ||
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten per 1 januari | 15,3 | ||
| Rentekosten | 0,6 | 1,2 | |
| Herberekening | - 16,8 | 14,1 | |
| Omrekeningsverschillen | 0,9 | ||
| Actiefplafond / minimale financieringsvereisten per 31 december | 15,3 |
In de loop van 2015 werden er enkele aanpassingen gemaakt aan het pensioenplan in het Verenigd Koninkrijk, om meer duidelijkheid te verschaffen dat de werkgever het recht heeft op elk surplus dat ontstaat in hoofde van de plannen in één van de omstandigheden die worden aangekaart in IFRIC 14. Als gevolg daarvan is het actiefplafond nihil en heeft de werkgever het surplus geboekt in zijn pensioenactief.
De volgende tabel geeft een overzicht van de componenten die betrekking hebben op de toegezegdpensioenregelingen en overige uitkeringen na uitdiensttreding voor het jaar eindigend per 31 december en die van invloed zijn op de resultatenrekening.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | |||||
| 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | |||
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 31,8 | 26,8 | 3,8 | 3,0 | ||
| Netto rentekosten | 4,6 | 10,3 | 2,0 | 2,9 | ||
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven rechten | - 13,3 | - 0,7 | ||||
| Planinperkingen | 1,8 | |||||
| Afwikkelingen | - 0,3 | - 0,1 | ||||
| Overige | - 0,2 | 0,5 | ||||
| Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen | 22,9 | 38,4 | 5,8 | 5,8 |
De netto rentekosten en andere zijn verantwoord als Financieringslasten (zie noot 41). Alle overige kosten worden verantwoord als Personeelskosten (zie noot 44).
De lijn Pensioenkosten van verstreken diensttijd – verworven rechten in 2015 weerspiegelt enkele veranderingen in de pensioenplannen in het Verenigd Koninkrijk.
De samenstelling van herberekeningen per 31 december is als volgt.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2015 2014 |
2015 | 2014 | |||
| Rendement op kwalificerende beleggingen, exclusief effect op de rente | - 9,0 | - 16,2 | |||
| Herberekening van actiefplafond / minimale financieringsvereisten | - 16,8 | ||||
| Actuariële (winsten) verliezen m.b.t.: | |||||
| Wijziging in demografische veronderstellingen | 6,4 | 1,1 | |||
| Wijziging in financiële veronderstellingen | - 1,9 | 101,5 | - 7,3 | 18,9 | |
| Ervaringsaanpassingen | 4,3 | - 13,0 | 0,1 | 2,0 | |
| Herberekening van de verplichting inzake de | |||||
| toegezegdpensioenregeling, netto (actief) | - 17,0 | 86,4 | - 7,2 | 22,0 |
De herberekening van de nettoverplichting inzake de toegezegdpensioenregeling wordt onder overig comprehensive income verantwoord. Herberekeningen van kwalificerende beleggingen zijn met name het verschil tussen de eigenlijke return van kwalificerende beleggingen en verwachte disconteringsvoet.
Herberekeningen van de toegezegdpensioenverplichtingen geven de verandering in actuariële veronderstellingen (demografische en financiële veronderstellingen) en de ervaringsaanpassingen weer.
Ervaringsaanpassingen zijn de actuariële winsten en verliezen die ontstaan door verschillen tussen de actuariële veronderstellingen aan het begin van het jaar en de werkelijke uitkomsten gedurende het jaar.
De volgende tabel is een weergave van de gewogen gemiddelde looptijd van de toegezegdpensioenregeling.
| Pensioenregelingen | Overige vergoedingen | |
|---|---|---|
| 2015 | met vaste toezeggingen | na uitdiensttreding |
| Gewogen gemiddelde looptijd van de toegezegdpensioenregeling | 17,0 | 18,6 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de voornaamste actuariële veronderstellingen die zijn toegepast voor de landen in de eurozone.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | |||||
| Laag | Hoog | Laag | Hoog | Laag | Hoog | Laag | Hoog | |
| Disconteringsvoet | 1,2% | 2,0% | 0,8% | 1,7% | 1,6% | 2,2% | 1,3% | 1,8% |
| Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 1,5% | 4,5% | 1,5% | 4,5% | ||||
| Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 0,0% | 1,8% | 0,0% | 1,5% | ||||
| Evolutie medische kosten | 3,8% | 3,8% | 3,8% | 3,8% |
De disconteringsvoet voor Pensioenregelingen is gewogen voor de nettoverplichting inzake de toegezegdpensioenregeling (activa). De meest uitgebreide pensioenplannen situeren zich in België, met disconteringsvoeten variërend van 1,20% tot 2,10%. De disconteringsvoet voor Overige vergoedingen na uitdiensttreding varieert in 2015 van 1,60% in Nederland tot 1,45% in België. De toekomstige salarisverhogingen variëren in 2015 van 1,50% voor oudere personeelsleden tot 4,50% voor jongere personeelsleden.
De volgende tabel bevat de voornaamste actuariële veronderstellingen die zijn toegepast voor de overige landen.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 3,5% | 3,5% |
| Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 3,5% | 3,5% |
| Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 0,0% | 2,0 % - 3,0% |
De eurozone vertegenwoordigt 71% van de totale verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen van Ageas. Onder overige landen valt uitsluitend het Verenigd Koninkrijk. De overige uitkeringen na uitdiensttreding in landen buiten de eurozone worden aangemerkt als niet van materieel belang.
Een toe- of afname van 1% in de veronderstelde actuariële veronderstellingen zou het volgende effect hebben op de toegezegdpensioenverplichting voor toegezegdpensioenregelingen en overige vergoedingen na uitdiensttreding.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | |||
| Toegezegdpensioenverplichting | 733,7 | 711,5 | 111,9 | 116,3 | ||
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde disconteringsvoet: | ||||||
| 1% toename | -14,2% | -15,8% | -17,0% | -17,5% | ||
| 1% afname | 18,2% | 15,6% | 22,9% | 23,7% | ||
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde toekomstige salarisverhogingen: | ||||||
| 1% toename | 14,5% | 14,3% | ||||
| 1% afname | -8,2% | -11,1% | ||||
| Effect van wijzigingen in de veronderstelde pensioenverhogingen: | ||||||
| 1% toename | 10,7% | 7,0% | ||||
| 1% afname | -9,2% | -8,9% |
Een toe- of afname van de veronderstelde trendmatige groei met 1% van de medische kosten zou het volgende effect hebben op de uitkeringsverplichting voor medische kosten.
| 2015 | Medische kosten 2014 |
|
|---|---|---|
| Toegezegdpensioenverplichting | 109,4 | 113,8 |
| Effect van de veronderstelde trendmatige veranderingen van de medische kosten: |
||
| Toename met 1% | 23,9% | 24,3% |
| Afname met 1% | -18,1% | -18,3% |
De kwalificerende beleggingen bestaan voornamelijk uit aandelen, vastrentende waarden en beleggingscontracten die zijn afgesloten bij verzekeringsmaatschappijen. Volgens het interne beleggingsbeleid van Ageas dienen voor de financiering van pensioenregelingen beleggingen in derivaten en opkomende markten te worden vermeden. Ageas past het beleid voor asset-allocatie geleidelijk aan om zo de looptijd van de beleggingen beter af te stemmen op de looptijd van de pensioenverplichtingen.
De samenstelling van de kwalificerende beleggingen is als volgt.
| 31 december 2015 | % | 31 december 2014 | % | |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 149,2 | 49,6% | 137,3 | 50,6% |
| Obligaties | 113,6 | 37,8% | 102,6 | 37,9% |
| Verzekeringscontracten | 33,8 | 11,2% | 26,5 | 9,8% |
| Vastgoed | 0,3 | 0,1% | 0,7 | 0,2% |
| Geldmiddelen | 3,3 | 1,1% | 4,0 | 1,5% |
| Overige | 0,7 | 0,2% | ||
| Totaal | 300,9 | 100,0% | 271,1 | 100,0% |
De grafische weergave van de samenstelling van de kwalificerende beleggingen is als volgt.
Buitenste cirkel = 2015 Binnenste cirkel = 2014 De samenstelling van de pensioenplanbeleggingen voor de niet-kwalificerende beleggingen voor pensioenregelingen is als volgt.
| 31 december 2015 | % | 31 december 2014 | % | |
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 17,5 | 5,6% | 16,8 | 5,6% |
| Obligaties | 258,1 | 82,5% | 250,5 | 83,4% |
| Vastgoed | 34,9 | 11,2% | 29,0 | 9,6% |
| Converteerbare obligaties | 1,5 | 0,5% | 1,1 | 0,4% |
| Geldmiddelen | 0,7 | 0,2% | 3,0 | 1,0% |
| Totaal | 312,7 | 100,0% | 300,4 | 100,0% |
De grafische weergave van de samenstelling van de pensioenplanbeleggingen voor de niet-kwalificerende beleggingen voor pensioenregelingen is als volgt.
Buitenste cirkel = 2015 Binnenste cirkel = 2014
Naar verwachting zal Ageas als werkgever in het boekjaar eindigend op 31 december 2015 de volgende bijdragen betalen aan regelingen ten behoeve van uitkeringen na uitdiensttreding.
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | |
|---|---|
| Verwachte bijdragen voor volgend jaar | 6,4 |
| Verwachte bijdragen voor volgend jaar voor ongekwalificeerde pensioenplanbeleggingen | 23,8 |
7.1.1.2 Pensioenregelingen op basis van beschikbare premies
Ageas financiert wereldwijd een aantal regelingen op basis van beschikbare premies. Bij dit type regelingen blijft de verplichting van de werkgever beperkt tot de uitkering van de vergoedingen die zijn berekend in overeenstemming met het reglement. In 2015 bedroegen de werkgeversbijdragen voor regelingen op basis van beschikbare premies EUR 26,8 miljoen (2014: EUR 24,2 miljoen). Deze bijdragen worden verantwoord onder Personeelskosten (zie noot 44).
In België, heeft Ageas regelingen met toegezegde bijdragen, opgezet in overeenstemming met de Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen (WAP plannen). Deze plannen verbinden de werkgever tot de betaling van een toelage berekend volgens het pensioenreglement, en het toekennen van een gewaarborgd minimum rendement gelinkt aan de rentes op Belgische overheidsobligaties, met een ondergrens van 1,75% en een bovengrens van 3,75%.
De wet van 18 december 2015 om de houdbaarheid en maatschappelijke doelstelling van werknemerspensioenen te verzekeren en om het aanvullend karakter verder te verstevigen in vergelijking met de wettelijke pensioenen verandert het engagement van de werkgever ten aanzien van deze plannen.
Per 1 januari 2016 is de gegarandeerde rentevoet door de werkgever gelijk aan een percentage (gelijk aan 65% in 2016) van de gemiddelde return op 1 juni over de afgelopen 24 maanden van de Belgische OLO's met een looptijd van 10 jaar, afgerond op de eerste 25 basispunten. Dit rendement zal worden toegepast op 1 januari van het volgende jaar. Om de rentevoet te bepalen op 1 januari 2016 wordt het gemiddelde berekend op 1 juni 2015. Deze berekening resulteert in een gegarandeerde rentevoet van 1,75% op 1 januari 2016.
De gerelateerde totale toegezegdpensioenverplichting is gelijk aan 122,2 miljoen EUR op het einde van het jaar (EUR 111,6 miljoen vorig jaar).
Door deze minimale rendementsgaranties voldoen WAP plannen strikt genomen niet aan de definitie van toegezegdpensioenplannen van IAS 19.
Dat neemt niet weg dat IAS 19 geen rekening houdt met de boekhoudkundige verwerking van hybride plannen en het toepassen van boekhoudregels inzake toegezegdpensioenplannen kan niet relevant zijn. Aangezien Ageas tezelfdertijd werkgever en verzekeraar is, heeft Ageas ervoor gekozen om IAS 8.10 toe te passen. Daardoor worden deze plannen boekhoudkundig verrekend in overeenstemming met IFRS 4, aangezien de risico's die samenhangen met deze contracten niet fundamenteel verschillen van onze gebruikelijke Levensverzekeringsovereenkomsten van de Groep.
Overeenkomstig zijn de verplichtingen gerelateerd aan deze plannen opgenomen binnen de 'Verplichtingen die ontstaan uit Levensverzekeringscontracten' (noot 20.1). De werkgeversbijdragen aan dergelijke plannen zijn opgenomen in personeelskosten, zoals hierboven vermeld.
7.1.2 Andere langetermijnpersoneelsbeloningen
De Andere langetermijnpersoneelsbeloningen bestaan uit verplichtingen van de werkgever tot het uitkeren van bijvoorbeeld jubileumpremies. De tabel hieronder geeft de netto verplichtingen weer. De verplichtingen met betrekking tot Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zijn opgenomen in de balans onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie noot 26).
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichting | 13,0 | 13,2 |
| Netto verplichting | 13,0 | 13,2 |
De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake Andere langetermijnpersoneelsbeloningen.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Netto verplichting per 1 januari | 13,2 | 12,4 |
| Totale lasten | 0,7 | 2,2 |
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 0,9 | - 1,3 |
| Overige | - 0,1 | |
| Netto verplichting per 31 december | 13,0 | 13,2 |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de actuariële veronderstellingen die zijn gehanteerd voor het berekenen van de verplichtingen met betrekking tot andere langetermijnpersoneelsbeloningen.
| 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|
| Laag | Hoog | Laag | Hoog | |
| Disconteringsvoet | 1,45% | 1,50% | 0,9% | 1,2% |
| Salarisverhoging | 1,50% | 4,50% | 1,5% | 4,5% |
De kosten van de Andere langetermijnpersoneelsbeloningen worden hierna getoond. De rentekosten zijn verantwoord als Financieringslasten (zie noot 41) en de overige kosten zijn verantwoord als Personeelskosten (zie noot 44).
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 0,6 | 0,6 |
| Rentelasten | 0,1 | 0,3 |
| Onmiddellijk verantwoorde netto actuariële verliezen (winsten) | 1,3 | |
| Totale lasten | 0,7 | 2,2 |
Actuariële verliezen in 2014 zijn voornamelijk gerelateerd aan een lagere disconteringsvoet.
7.1.3 Beëindigingsvergoedingen
Beëindigingsvergoedingen zijn personeelsbeloningen die betaalbaar zijn in verband met het beëindigen van de arbeidsrelatie met een werknemer vóór de normale pensioendatum of het besluit van een werknemer om vrijwillig ontslag te accepteren in ruil voor deze vergoeding.
De onderstaande tabel toont verplichtingen die samenhangen met Beëindigingsvergoedingen die in de balans begrepen zijn onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie noot 26).
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichting | 10,4 | 8,5 |
| Netto verplichting | 10,4 | 8,5 |
De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake Beëindigingsvergoedingen.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Netto verplichting per 1 januari | 8,5 | 10,7 |
| Totale lasten | 4,8 | 1,0 |
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 2,9 | - 3,2 |
| Netto verplichting per 31 december | 10,4 | 8,5 |
Kosten die gerelateerd zijn aan Beëindigingsvergoedingen worden hieronder getoond. De rentekosten zijn begrepen in de Financieringslasten (zie noot 41), alle overige kosten zijn begrepen in de Personeelskosten (zie noot 44).
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 5,0 | 1,1 |
| Rentelasten | 0,1 | |
| Onmiddellijk verantwoorde netto actuariële verliezen (winsten) | - 0,2 | - 0,2 |
| Totale lasten | 4,8 | 1,0 |
De lijn aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten weerspiegelt enkele vervroegde vertrekregelingen in België in 2015.
7.2 Aandelen- en aandelenoptieregelingen
Ageas maakt gebruik van de mogelijkheid om haar werknemers en leden van het Executive Committee in aandelen en aan aandelen gerelateerde instrumenten te belonen.
Het kan hierbij gaan om de volgende instrumenten:
- personeelsopties;
- toekennen van aandelen onder voorwaarden ('restricted-shares').
7.2.1 Personeelsopties
Sinds 2009 zijn geen nieuwe opties aan het personeel toegekend.
Ageas zet zich ervoor in de bestaande optieverplichtingen jegens werknemers van beëindigde bedrijfsactiviteiten na te komen. Het aantal opties dat dientengevolge in deze noot wordt toegelicht, heeft betrekking op huidige en voormalige werknemers van Ageas die werkzaam waren bij de beëindigde bedrijfsactiviteiten Fortis Bank, Fortis Insurance Netherlands en Fortis Corporate Insurance.
Per 31 december 2015 lopen de volgende optieregelingen (de uitoefenprijzen in de onderstaande tabellen zijn in euro's).
| Uitstaande | Gewogen gemiddelde | Hoogste | Laagste | |
|---|---|---|---|---|
| 2015 | opties | uitoefenprijs | uitoefenprijs | uitoefenprijs |
| Vervaljaar | ||||
| 2016 | 431.659 | 246,01 | 246,80 | 244,90 |
| 2017 | 490.187 | 280,20 | 286,20 | 272,30 |
| 2018 | 479.690 | 154,32 | 164,60 | 150,60 |
| Totaal | 1.401.536 | 226,59 |
| Uitstaande | Gewogen gemiddelde | Hoogste | Laagste | |
|---|---|---|---|---|
| 2014 | opties | uitoefenprijs | uitoefenprijs | uitoefenprijs |
| Vervaljaar | ||||
| 2015 | 326.502 | 185,48 | 186,50 | 184,10 |
| 2016 | 434.729 | 246,02 | 246,80 | 244,90 |
| 2017 | 494.376 | 280,25 | 286,20 | 272,30 |
| 2018 | 482.730 | 154,40 | 164,60 | 150,60 |
| Totaal | 1.738.337 | 218,94 |
De gemiddelde looptijd van de per jaareinde 2015 uitstaande opties is 1,3 jaar (2014: 2,0 jaar). Het verloop van de uitstaande opties is als volgt.
| 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|
| Aantal | Gemiddelde | Aantal | Gemiddelde | |
| opties | uitoefenprijs | opties | uitoefenprijs | |
| Stand per 1 januari | 1.738.337 | 218,94 | 2.064.018 | 207,88 |
| Vervallen opties | - 336.801 | - 325.681 | ||
| Stand per 31 december | 1.401.536 | 226,59 | 1.738.337 | 218,94 |
| Op bestaande Ageas aandelen | 7.048 | 8.720 | ||
| Op nieuw uit te geven Ageas aandelen | 1.394.488 | 1.729.617 | ||
| Waarvan voorwaardelijk | ||||
| Waarvan onvoorwaardelijk | 1.401.536 | 1.738.337 | ||
| Uitoefenbaar 'out of the money' | 1.401.536 | 1.738.337 |
In 2015 en 2014 zijn geen kosten verantwoord in verband met de optieregelingen, omdat ze allemaal gevestigd zijn. Zolang opties niet worden uitgeoefend, hebben deze geen invloed op het Eigen vermogen van Ageas aangezien de kosten zoals verantwoord in de resultatenrekening gecompenseerd worden door een overeenkomstige toename van het eigen vermogen. Op het moment van uitoefening van de opties wordt binnen het eigen vermogen een bedrag gelijk aan de uitoefenprijs verschoven van overige reserves naar aandelenkapitaal en agioreserve. In 2015 en 2014 zijn geen opties uitgeoefend.
De door Ageas toegekende opties betreffen 10-jarige Amerikaanse 'at-the-money' callopties met een 5-jarige wachtperiode die worden gewaardeerd op basis van het Simple Cox model. De volatiliteit is gebaseerd op marktinformatie van externe partijen.
Alle optieregelingen en regelingen voor voorwaardelijke aandelen (zie hierna) worden afgewikkeld door het leveren van aandelen Ageas. Voor een aantal optieregelingen en regelingen voor voorwaardelijke aandelen is specifiek aangegeven dat bij uitoefening bestaande aandelen moeten worden geleverd.
Voor de overige regelingen kunnen nieuwe aandelen worden uitgegeven.
7.2.2 Toekenning van aandelen onder voorwaarden ('restricted shares')
In 2014, 2013, 2012 en 2011 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de komende drie jaar en een aantal andere voorwaarden worden de senior managers beloond met in totaal:
- tussen nul en 119.600 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2015 (plan 2012);
- tussen nul en 167.000 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen op 1 april 2016 (plan 2013);
- tussen nul en 139.600 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2017 (plan 2014);
- Tussen nul en 154.440 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2018 (plan 2015).
In verband met deze regeling is in 2015 een bedrag van EUR 3,4 miljoen aan Salariskosten verantwoord (2014: EUR 3,0 miljoen).
De toekenning van de aandelen onder voorwaarden voor 2011 werd begin 2014 bevestigd en bedroeg 200% van de onder voorwaarden toegekende aandelen, in totaal 146.000 aandelen Ageas. Deze aandelen werden in april 2014 verstrekt.
De verstrekking van de aandelen onder voorwaarden voor 2012 werd begin 2015 bevestigd en bedraagt 200% van de voorwaardelijk verstrekte aandelen, in totaal 111.600 Ageas-aandelen. Deze aandelen werden in april 2015 worden verstrekt.
In aanvulling op deze plannen zijn de leden van het Management Committee 100.997 aandelen toegezegd als langetermijn-incentive.
De voorwaarden voor de toekenning en verkoop van deze voorwaardelijke aandelen staan beschreven in noot 7 sectie 7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee.
De volgende tabel toont het verloop van de toezeggingen van aandelen onder voorwaarden gedurende het jaar aan het senior management.
| (aantal aandelen in '000) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 1 januari | 409 | 411 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - toe te kennen | 155 | 140 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - toegekend | - 110 | - 112 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - vervallen | - 13 | - 30 |
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 31 december | 441 | 409 |
De volgende tabel toont het verloop van de toezeggingen van restricted shares gedurende het jaar aan leden van het Executive Committee en het Management Committee.
| (aantal aandelen in '000) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 1 januari | 154 | 101 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen toe te kennen en toegekend | 53 | |
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 31 december | 154 | 154 |
7.3 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee
In deze noot wordt het bezoldigingsbeleid van Ageas beschreven zoals dat in 2015 is toegepast. Dit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatie over de bezoldiging van de individuele bestuursleden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee die gedurende 2015 in functie waren.
De bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Group Executive Committee is vastgesteld in overeenstemming met het bezoldigingsbeleid dat in 2010 is goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. op respectievelijk 28 en 29 april 2010. Het bezoldigingsbeleid is aangehect aan het Ageas Corporate Governance Charter en kan worden geraadpleegd op:
https://www.ageas.com/nl/over-ageas/corporate-governance.
7.3.1 Bezoldiging van de Raad van Bestuur
Wijzigingen in de Raad van Bestuur in 2015 – Bezoldiging 2015
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van april 2015 keurde de aanstelling goed van twee nieuwe leden van de Executive board, met name Filip Coremans (CRO) en Christophe Boizard (CFO), allebei lid van het Executive Committee.
De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit dertien leden, met name Jozef De Mey (Voorzitter), Bart De Smet (CEO), Guy de Selliers de Moranville (Vice-voorzitter), Lionel Perl, Jan Zegering Hadders, Roel Nieuwdorp, Steve Broughton, Jane Murphy, Richard Jackson, Lucrezia Reichlin, Davina Bruckner, Filip Coremans en Christophe Boizard.
Inzake het lidmaatschap van de Raad van Bestuur van niet-uitvoerende bestuurders in dochtermaatschappijen van Ageas, is Guy de Selliers de Moranville Voorzitter van de Raad van Bestuur van AG Insurance SA/NV en Jan Zegering Hadders is een lid van deze Raad. Lionel Perl, Steve Broughton en Jane Murphy zijn lid van de Raad van Bestuur van Ageas UK, Ltd. Jozef De Mey is voorzitter van deze Raad. Jozef De Mey is ook voorzitter van de Raad van Bestuur van Ageas Asia Holdings, Ltd (HK), van Ageas Insurance Company (Asia) Ltd. (HK), van Credimo Holding N.V. (BE) en van Credimo N.V. (BE). Hij is Vice-voorzitter van Muang Thai Group Holding Company Ltd. (Thailand) en van Muang Thai Life Assurance Public Company Ltd. (Thailand) en Credimo NV. Roel Nieuwdorp is lid van de Raad van Bestuur van Ageas France S.A. Richard Jackson is lid van de Raad van Bestuur van Ageas Portugal Holdings SGSP (PT), van Médis (Companhia Portuguesa de Seguros de Saude S.A.) en Ocidental (Companhia Portuguesa de Seguros S.A.). Voor zover deze posities worden vergoed, staan de betaalde bedragen in de tabellen hieronder.
De totale bezoldiging van niet-uitvoerende bestuurders bedroeg in het boekjaar 2015 EUR 1,34 miljoen (2014: EUR 1,26 miljoen). De vergoeding is inclusief de basisvergoeding voor het bestuurslidmaatschap en een vergoeding voor de aanwezigheid op bestuursvergaderingen en vergaderingen van bestuurscommissies, op het niveau van AgeasGroep en de dochterondernemingen van Ageas.
Implementatie van het bezoldigingsbeleid
In april 2010 hebben de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. hun goedkeuring gegeven aan het bezoldigingsbeleid voor de niet-uitvoerende bestuursleden van Ageas van toepassing vanaf 1 januari 2010.
Het bezoldigingsbeleid van Ageas stemt overeen met de Corporate Governance-wet van 6 april 2010.
De bezoldigingsniveaus voor de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur werden in april 2013 goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en veranderden niet in 2015. Die bezoldigingsniveaus bestaan uit een vaste jaarlijkse bezoldiging en een aanwezigheidspremie. De jaarlijkse vaste vergoeding bedraagt EUR 90.000 voor de Voorzitter en EUR 45.000 voor de andere niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. De niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen een aanwezigheidspremie van EUR 2.000 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 1.500 per vergadering van een bestuurscommissie. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de bestuurscommissies is de aanwezigheidspremie vastgesteld op respectievelijk EUR 2.500 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 2.000 per vergadering van een bestuurscommissie.
In overeenstemming met het beleid ontvangen niet-uitvoerende bestuursleden geen jaarlijkse bonussen of aandelenopties en bouwen ze geen pensioenrechten op. De bezoldiging van de uitvoerende bestuursleden (de leden van het Executive Committee) betreft uitsluitend hun functie als lid van het Executive Committee en wordt derhalve vastgesteld volgens de bepalingen van het bezoldigingsbeleid voor leden van het Executive Committee (zie paragraaf 7.3.2).
Bezoldiging van de Raad van Bestuur
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de bezoldiging die in 2015 door de leden van de Raad van Bestuur is ontvangen. Ook opgenomen is het aandelenbezit van de bestuursleden per jaareinde 2015.
| Bezoldiging In 2015 (in EUR) als bestuurslid |
Bezit Ageas aandelen op 31 december 2015 van huidige leden van de |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Functie | Vanaf | Tot | van Ageas 1) 3) | Raad van Bestuur | |||
| Jozef De Mey | Voorzitter | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 125.000 | 9.427 | ||
| Guy de Selliers de Moranville | Vice-voorzitter | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 88.500 | |||
| Roel Nieuwdorp | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 76.500 | 260 | ||
| Lionel Perl | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 86.000 | |||
| Jan Zegering Hadders | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 86.500 | |||
| Steve Broughton | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 86.000 | |||
| Jane Murphy | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 84.500 | |||
| Richard Jackson | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 75.500 | |||
| Lucrezia Reichlin | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 68.000 | |||
| Davina Bruckner | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 69.500 | 853.011 | ||
| Bart De Smet | Chief Executive Officer (CEO) | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | Zie infra | 2) | 6.590 4) | |
| Christophe Boizard | Chief Financial Officer (CFO) | 29 april 2015 | 31 december 2015 | Zie infra | 2) | 1.689 4) | |
| Filip Coremans | Chief Risk Officer (CRO) | 29 april 2015 | 31 december 2015 | Zie infra | 2) | 3.610 4) | |
| Totaal | 846.000 | 874.587 |
1) Bestuursleden ontvangen tevens een vergoeding voor het bijwonen van een commissievergadering op uitnodiging.
2) De leden van de Executive Board worden niet bezoldigd als bestuursleden maar als leden van het Executive Committee (zie noot 7.3.2 voor details over hun bezoldiging).
3) Exclusief onkostenvergoeding.
4) Exclusief de aandelen verplicht tot toekenning in het kader van de langetermijnbonus.
De bezoldiging ontvangen door de leden van de Raad van Bestuur voor hun mandaat in 2015 in dochterondernemingen van Ageas is als volgt.
| Totaal bezoldiging in 2015 (in EUR) als lid van het bestuur |
||||
|---|---|---|---|---|
| Vanaf | Tot | van dochters van Ageas | 2) | |
| Jozef De Mey | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 184.388 | |
| Guy de Selliers de Moranville | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 55.416 | |
| Roel Nieuwdorp | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 60.000 | |
| Lionel Perl | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 46.268 | |
| Jan Zegering Hadders | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 53.648 | |
| Steve Broughton | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 50.847 | |
| Jane Murphy | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 23.935 | |
| Richard Jackson | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | 16.667 | |
| Lucrezia Reichlin | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | ||
| Davina Bruckner | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | ||
| Bart De Smet | 1 januari 2015 | 31 december 2015 | Zie infra | 1) |
| Christophe Boizard | 29 april 2015 | 31 december 2015 | Zie infra | 1) |
| Filip Coremans | 29 april 2015 | 31 december 2015 | Zie infra | 1) |
Totaal 491.169
1) De leden van de Executive Board worden niet bezoldigd als bestuursleden maar als leden van het Executive Committee (zie noot 7.3.2 voor details over hun bezoldiging).
2) Exclusief onkostenvergoeding.
7.3.2 Bezoldiging van leden van het Executive Committee van Ageas
Per 31 december 2015 bestaat het Executive Committee van Ageas uit Bart De Smet (CEO), Christophe Boizard (CFO) en Filip Coremans (CRO). Alle leden van het Executive Committee zijn Uitvoerende leden van de Raad van Bestuur.
In 2015 bedroeg de totale bezoldiging van het Executive Committee EUR 4.237.912 in vergelijking met EUR 2.997.708 in 2014. Dit bestond uit:
- een basissalaris van EUR 1.450.000 (in vergelijking met EUR 1.425.000 in 2014);
- een kortetermijnbonus van EUR 732.759 in 2015 in vergelijking met EUR 801.151 in 2014. Conform het goedgekeurde bezoldigingsbeleid, is slechts 50% van de kortetermijnbonus voor 2013 in 2014 uitgekeerd, 25% van het resterende bedrag werd in 2015 aangepast en uitbetaald en het restant wordt in 2016 aangepast en uitbetaald. Tevens werd alleen 50% van de kortetermijnbonus voor 2014 in 2015 uitgekeerd, het resterende bedrag wordt in 2016 en 2017 aangepast en uitbetaald. De kortetermijnbonus over het boekjaar 2015 wordt gedeeltelijk uitbetaald in 2016, 2017 en 2018;
- Een langetermijnbonus (LTI) van 38.038 aandelen voor een bedrag van EUR 1.305.000, rekening houdend met de totale return voor de aandeelhouder (TSR) van het Ageas aandelen in het jaar 2015 (in vergelijking met 2014 toen er geen toekenning van een LTI was);
- pensioenkosten van EUR 518.365 (exclusief belastingen) (in vergelijking met EUR 551.351 in 2014);
- een bedrag van EUR 231.788 (vergeleken met EUR 220.206 in 2014) voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering en een bedrijfswagen;
- er zijn in 2015 geen beëindigingsvergoedingen betaald.
De bezoldiging van de afzonderlijke leden van het Executive Committee wordt hieronder weergegeven.
Bezoldigingsbeleid
De bezoldiging van bestuursleden van Ageas wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur op basis van de voorstellen van het Remuneration Committee en is goedgekeurd in april 2010 en gewijzigd in april 2011 door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van respectievelijk ageas SA/NV en ageas N.V. In het Verslag van het Remuneration Committee is nadere informatie te vinden over de bezoldiging die van toepassing is op de leden van het Executive Committee van Ageas.
Het bezoldigingspakket is onderdeel van een contract waarin de volgende clausules en voorwaarden gespecificeerd worden: een beschrijving van de componenten van het pakket, beëindigingsclausules en diverse andere clausules zoals vertrouwelijkheid en exclusiviteit. Met ingang van 1 december 2009 bevatten de contracten een ontslagvergoeding bij beëindiging zonder reden in overeenstemming met de regelgeving zoals opgesteld door de Belgische overheid. De leden van het Executive Committee zijn zelfstandigen.
Bezoldiging van de leden van het Executive Committee in 2015
CEO
De bezoldiging van de CEO, die tevens lid is van de Raad van Bestuur, houdt enkel en alleen verband met diens functie als CEO.
De bezoldiging van Bart De Smet is behalve in overeenstemming met het bezoldigingsbeleid en op aanbeveling van het Remuneration Committee mede bepaald na raadpleging van externe deskundigen die gespecialiseerd zijn in de bezoldiging van bestuurders.
De bezoldiging van Bart De Smet bestond in 2015 uit:
- een basissalaris van EUR 575.000, welke binnen de door de aandeelhouders in 2013 goedgekeurde bandbreedte ligt. Op basis van de beoordeling van de marktconformiteit van de bezoldiging van het Executive Management in de tweede jaarhelft van 2015, raadde het Remuneration Committee de volgende aanbeveling aan die door de Raad werd aanvaard, met ingang van 1 januari 2016: om de basisbezoldiging van de CEO te verhogen van EUR 575.000 per jaar naar EUR 650.000, wat ruim binnen de bandbreedte ligt van EUR 550.000 tot EUR 750.000 die werd goedgekeurd door de algemene Vergadering van Aandeelhouders in 2013. Deze aanbeveling houdt rekening met de doelstelling om de basisbezoldiging te positioneren in functie van de mediaanpositie van de gekozen groep concurrenten, de tijd die verstreken is sinds de laatste aanpassing en de evolutie van het bedrijf in die periode:
- een kortetermijnbonus van EUR 345.000. In overeenstemming met het Bezoldigingsbeleid, zal hij gedurende 2016 EUR 340.664 betaald krijgen waarvan:
- EUR 172.500 over het boekjaar 2015. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid zal slechts 50% van EUR 345.000 van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2015 in 2016 worden uitgekeerd. Het resterende deel van de kortetermijnbonus over 2015 wordt over de komende twee jaar uitgekeerd, met inachtneming van de eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling waarin is voorzien in het bezoldigingsbeleid;
-
het oorspronkelijke bedrag overeenstemde met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2014 bedroeg EUR 81.938 bedroeg. Dit bedrag is naar boven bijgesteld tot EUR 83.446 op grond van de resultaten over 2015. Het resterende deel van de kortetermijnbonus over 2014 wordt volgend jaar uitgekeerd, met inachtneming van een eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling en;
-
het oorspronkelijke bedrag overeenstemde met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2013, bedroeg EUR 86.394. Dit bedrag is naar beneden bijgesteld naar EUR 84.718, op grond van de resultaten over 2014 en 2015.
- Een langetermijnbonus van 15.084 aandelen (wat overeenstemt met een bedrag van EUR 517.500 over het jaar 2015 op basis van de VWAP (volume weighted average price) van februari 2016. Er werd geen langetermijnbonus toegekend voor het boekjaar 2014. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid, en met uitzondering voor degene die zouden worden verkocht bij het onvoorwaardelijk worden in 2019 (tot 50%), om de betaling van de gerelateerde inkomstenbelasting te kunnen betalen, worden deze aandelen geblokkeerd tot eind 2020, en worden zij verder aangepast rekening houdende met de ontwikkeling over de jaren 2016, 2017 en 2018;
- een bedrag van EUR 226.443 (exclusief belastingen) voor de kosten van de toegezegdpensioenregeling;
- een bedrag van EUR 80.448 voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering en een bedrijfswagen.
Overige leden van het Executive Committee
In de loop van 2015 bleef de samenstelling van het Executive Committee ongewijzigd.
De bezoldiging van Christophe Boizard, CFO, bestond in 2015 uit:
- een basissalaris van EUR 450.000;. De basisbezoldiging werd verhoog van EUR 425.000 per jaar naar EUR 450.000 per jaar met ingang van 1 januari 2015 rekening houdend met het feit dat de basisbezoldiging ongewijzigd was gebleven sinds zijn aanstelling in 2011, de marktpositionering en het uitoefenen van de rol van CFO;
- een kortetermijnbonus van EUR 248.400. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid, zal hij gedurende 2016 EUR 238.775 betaald krijgen, waarvan:
- EUR 124.200 over het boekjaar 2015. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid, zal slechts 50% van EUR 248.400 van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2015 in 2016 worden uitgekeerd. Het resterende deel van de kortetermijnbonus over 2015 wordt over de komende twee jaar uitgekeerd, met inachtneming van de eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling waarin het bezoldigingsbeleid voorziet;
- het oorspronkelijke bedrag kwam overeen met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2014 en bedroeg EUR 55.622. Dit bedrag is naar boven bijgesteld naar EUR 56.740 op grond van de resultaten over 2015. Het resterende deel 25% van de kortetermijnbonus over 2014 wordt volgend jaar uitgekeerd, met inachtneming
van een eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling en;
- het oorspronkelijke bedrag kwam overeen met 25% van de kortetermijnbonus over het boekjaar 2013 en bedroeg EUR 59.075. Dit bedrag is naar beneden bijgesteld naar EUR 57.835, op grond van de resultaten van 2014 en 2015.
- Een langetemijnbonus van 11.805 aandelen (wat overeenstemt met een bedrag van EUR 405.000 over het jaar 2015 op basis van de VWAP (volume weighted average price) van februari 2016. Er werd geen langetermijnbonus toegekend voor het boekjaar 2014. In lijn met het bezoldigingsbeleid, en met uitzondering van de aandelen die verkocht worden op het moment dat ze onvoorwaardelijk worden in 2019 (max. 50%) om de gerelateerde inkomstenbelasting te financieren, worden deze aandelen tot eind 2020 geblokkeerd, en worden verder bijgesteld met inachtneming van de ontwikkeling over de jaren 2016, 2017 en 2018;
- een bedrag van EUR 171.288 (exclusief belastingen) voor de kosten van de toegezegdpensioenregeling;
- een bedrag van EUR 91.434 voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering en een bedrijfswagen.
De bezoldiging van Filip Coremans, CRO bestond in 2015 uit:
- een basissalaris van EUR 425.000. Op basis van de beslissing om de basisbezoldiging van de ExCo-leden te verhogen van een jaarloon van EUR 450.000 op 1 januari volgend op de datum dat er één jaar anciënniteit bestaat in de aangeduide ExCo-functie binnen Ageas, raadde het Remuneration Committee aan om de basisbezoldiging te verhogen naar EUR 450.000 met ingang van 1 januari 2016 dat werd aanvaard door de Raad van Bestuur;
- een kortetermijnbonus van EUR 247.988. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid, zal hij gedurende 2016 EUR 153.320 betaald krijgen, waarvan:
- EUR 123.994 over het boekjaar 2015. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid zal slechts 50% van EUR 247.988 van de kortetermijnbonus over boekjaar 2015 in 2016 uitgekeerd worden. Het resterende deel van de kortetermijnbonus over 2015 wordt over de komende twee jaar uitgekeerd, met inachtneming van de eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling waarin het bezoldigingsbeleid voorziet;
-
het oorspronkelijke bedrag kwam overeen met 25% van de kortetermijnbonus over boekjaar 2014 en bedroeg EUR 28.768 Dit bedrag is opwaarts herzien tot EUR 29.326, op grond van de resultaten over 2015. Het resterende deel 25% van de kortetermijnbonus over 2014 wordt volgend jaar uitgekeerd, met inachtneming van een eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling.
-
Een langetermijnbonus van 11.149 aandelen (wat overeenstemt met een bedrag van EUR 382.500 over het jaar 2015 op basis van de VWAP (volume weighted average price) van februari 2016. Er werd geen langetermijnbonus toegekend voor het boekjaar 2014. In lijn met het bezoldigingsbeleid, en met uitzondering van degene die zouden worden verkocht bij het onvoorwaardelijk worden in 2019 (tot 50%) om de gerelateerde inkomstenbelasting te kunnen betalen, worden deze aandelen geblokkeerd tot eind 2020, en worden zij verder aangepast rekening houdend met de ontwikkeling over de jaren 2016, 2017 en 2018;
- een bedrag van EUR 120.634 (exclusief belastingen) voor de kosten van de toegezegdpensioenregeling;
een bedrag van EUR 59.906 voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering en een bedrijfswagen.
Langetermijnbonus
Zoals eerder vermeld, werd er in 2015 toegezegd om 38.038 aandelen toe te kennen aan het ExCo. Met uitzondering van degene die zouden worden verkocht bij het onvoorwaardelijk worden in 2019 (tot 50%) om de gerelateerde inkomstenbelasting te betalen, zijn deze aandelen geblokkeerd tot eind 2020, en worden zij verder aangepast rekening houdend met de ontwikkeling over de jaren 2016, 2017 en 2018. Er werd geen langetermijnbonus toegekend over het jaar 2014.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal aandelen dat in voorgaande jaren is uitgereikt. Die aandelen zullen pas op 30 juni van N+4 definitief worden gevestigd en worden bijgesteld met inachtneming van de tussentijdse prestatie.
| Aantal aandelen verplicht tot toekenning in 2012 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning in 2013 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning in 2014 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning in 2015 |
|
|---|---|---|---|---|
| Bart De Smet Christophe Boizard Filip Coremans |
16.576 14.090 |
10.101 7.466 |
15.084 11.805 11.149 |
|
| Totaal | 30.666 | 17.567 | 38.038 |
De aandelen die werden toegezegd om te worden uitgereikt voor het langetermijnbonusplan 2011 zijn onvoorwaardelijk geworden op 30 juni 2015. Het aantal aandelen werd aangepast, rekening houdend met de ontwikkeling over de jaren 2012, 2013 en 2014. De onderstaande tabel geeft een overzicht van het langetermijnbonusplan 2011.
| Aantal aandelen verplicht tot toekenning in 2011 |
Aangepast aantal onvoorwaardelijk geworden op 30 juni 2015 |
Aantal aandelen verkocht voor financiering van inkomstenbelasting |
Aantal aandelen geblokkeerd tot 1 januari 2017 |
|---|---|---|---|
| 3.365 | 5.740 | 2.810 | 2.930 |
| 1.689 4.619 |
|||
| 932 | 1.689 4.297 7.429 |
2.810 |
Er staan geen 'restricted shares' uit van voorgaande jaren.
Vóór benoeming
Details over de aandelenopties (toegekend) die de ExCo-leden in het verleden met betrekking tot hun voorgaande functies in de Groep hebben ontvangen, zijn als volgt.
| Jaar | Totaal aantal toegekende opties |
Uitoefenprijs | Expiratiedatum | Opties uitgeoefend voor 2015 |
Opties uitgeoefend |
Opties uitstaand per in 2015 31 december 2015 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Filip Coremans | 2006 2007 2008 |
5.973 4.778 4.000 |
24,68 28,62 16,46 |
03-04-2016 02-04-2017 05-03-2018 |
5.973 4.778 4.000 |
Een aantal van de toegekende opties evenals de uitoefenprijs in de bovenstaande tabel hebben betrekking op de aandelen vóór de reverse stock split van augustus 2012. Om deze in huidige aantallen en koersen uit te drukken, moet het aantal opties worden gedeeld door tien en de uitoefenprijs vermenigvuldigd met tien.
Details van de aandelen onder voorwaarden (toegekend) gerelateerd aan de Restricted Stock Unit-plannen die de ExCo-leden in het verleden met betrekking tot hun voorgaande functies in de Groep hebben ontvangen, zijn als volgt.
| Totaal aantal toegekende aandelen |
Vesting | Gevest | Verkocht | Aandelen toegekend op |
||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Jaar | onder voorwaarden | datum | in 2015 | in 2015 | 31 december 2015 | |
| Filip Coremans | 2012 | 800 | 1-04-2015 | 1.600 | 1.600 | |
| 2013 | 1.000 | 1-04-2016 | 1.000 | |||
| 2014 | 800 | 1-04-2017 | 800 |
8 Verbonden partijen
Met Ageas verbonden partijen zijn deelnemingen, pensioenfondsen, bestuursleden (bestaande uit de niet-uitvoerende en de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van Ageas), uitvoerende managers, naaste familieleden van de hiervoor genoemde personen, entiteiten waarover de hiervoor genoemde personen zeggenschap hebben of die substantieel door hen worden beïnvloed en eventuele overige verbonden entiteiten. Ageas gaat bij de bedrijfsvoering regelmatig transacties aan met verbonden partijen. De transacties hebben met name betrekking op leningen, deposito's en herverzekeringscontracten en vinden plaats onder dezelfde commerciële voorwaarden als transacties met niet-verbonden partijen. .
Dochtermaatschappijen van Ageas kunnen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening kredieten, leningen of garanties verstrekken aan bestuursleden, uitvoerende managers, naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van de uitvoerende managers.
Per 31 december 2015 waren er geen uitstaande leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan bestuursleden en uitvoerende managers, aan naaste familieleden van bestuursleden dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers.
Transacties die zijn aangegaan gedurende het jaar eindigend op 31 december 2015 met onderstaande verbonden partijen zijn hieronder samengevat:
- deelnemingen;
- overige verbonden partijen zoals pensioenfondsen;
- bestuursleden.
In april 2013 sloot Ageas een transactie inzake de verkrijging van een deelneming van 33% in DTH Partners LLC. DTH Partners LLC is een onderneming waarbij Davina Bruckner betrokken is. Ze heeft haar vader, Ronny Bruckner, opgevolgd en werd in april 2014 bestuurslid van ageas SA/NV. De Board van DTH partners LLC wordt voorgezeten door de heer Jozef De Mey (tevens voorzitter van de Board van Ageas). Volgens IFRS richtlijnen worden transacties en verbintenissen als deze beschouwd als een transactie met verbonden partijen en dienen om die reden als zodanig hier te worden genoemd.
Details van de transactie
In december 2011 verschafte AG Insurance DTH Partners LLC en NB 70 Pine LLC (gezamenlijke en verscheidene kredietnemers), twee Amerikaanse vastgoedbeleggingsmaatschappijen, een converteerbare overbruggingslening van USD 70 miljoen (EUR 53 miljoen) voor de financiering van de aankoop van een historisch gebouw in Manhattan, New York (70, Pine Street). De lening liep af op 26 april 2013 en als gevolg hiervan zijn de volgende overeenkomsten bereikt:
- een DTH exploitatieovereenkomst (dat wil zeggeneen jointventure overeenkomst) tussen Westbridge SARL en AG Real Estate Westinvest SA inzake een kapitaalinjectie van USD 103 miljoen (EUR 84,8 miljoen) in DTH Partners LLC, wat een deelneming van 33% vertegenwoordigt. Deze deelneming is in de balans verantwoord onder Beleggingen in geassocieerde deelnemingen. De overname is per jaareinde 2013 boekhoudkundig verwerkt, er is noch goodwill noch badwill verantwoord;
- een mezzanine-lening van AG Insurance aan DTH Partners LLC voor een nominaal bedrag van USD 117,5 miljoen (EUR 96,8 miljoen) tegen een aanvangsrente tussen 10,5% en 12%;
- een overbruggingslening van USD 23 miljoen (EUR 18,9 miljoen) van AG Real Estate (North Star NV) aan EBNB 70 Pine Development. Dit bedrag maakt deel uit van een totale overbruggingsfaciliteit van USD 46 miljoen vanwege de aandeelhouders van DTH ter prefinanciering van een uit te voeren belastingkredietstructuur, die vertraging opliep door het Internal Revenue Service-goedkeuringsproces in de VS.
De mezzanine-lening is gedekt door een pakket van zekerheden dat bestaat uit (i) verpanding van alle uitgegeven aandelen van DTH Partners LLC en (ii) verschillende gewone garantieovereenkomsten.
In 2015 is de overbruggingslening van AG Real Estate Westloan SA aan EBNB 70 Pine Development enerzijds gedeeltelijk terugbetaald voor een bedrag van USD 23,2 miljoen (EUR 19,7 miljoen), anderzijds zijn er twee additionele delen onder dezelfde overbruggingslening toegekend:
- één deel in mei 2015 met een bedrag van USD 11 miljoen (EUR 9,8 miljoen), en
- een ander deel in november 2015 met een bedrag van USD 50 miljoen (EUR 46 miljoen), waarvan USD 21,5 miljoen (EUR 20,4 miljoen) werd gebruikt op 31 december 2015.
Ten slotte werden aan het eind van 2015 verschillende aandeelhoudersnotities gemaakt aan DTH Partners LLC door Westbridge SARL en AG Real Estate Westloan SA in de aandelenverdeling (67%-33%), als gevolg van het uitstaande bedrag van AG Real Estate Westloan SA van USD 1 miljoen (EUR 0,9 miljoen).
In 2013 vond een transactie plaats tussen ageas SA/NV en een van zijn onafhankelijke bestuursleden, de heer Guy de Selliers de Moranville. De transactie heeft betrekking op de huur door ageas SA/NV van vastgoed dat eigendom is van de heer Guy de Selliers de Moranville. Dit vastgoed wordt beschouwd als een geschikte ontmoetingsplaats om belangrijke gasten van de Raad van Bestuur en het Executive Management te ontvangen en wordt gehuurd tegen een jaarlijkse huur van EUR 50.000 (zie het verslag van de Raad van Bestuur). Hoewel dit unieke transacties zijn, beschouwt het management deze transacties met DTH Partners en de heer Guy de Selliers de Moranville als marktconform.
Ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2014 zijn er verder geen wijzigingen in de transacties met verbonden partijen.
De onderstaande tabellen tonen de regels van de resultatenrekening en de balans waarin bedragen met betrekking tot verbonden partijen zijn begrepen.
| Deelnemingen | Overige | 2015 Totaal |
Deelnemingen | Overige | 2014 Totaal |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Resultatenrekening - verbonden partijen | ||||||
| Rentebaten | 9,5 | 16,0 | 25,5 | 7,2 | 15,9 | 23,1 |
| Commissiebaten | 15,1 | 15,1 | 11,3 | 11,3 | ||
| Overige baten | 0,5 | 0,5 | 0,7 | 0,7 | ||
| Commissielasten | - 19,3 | - 19,3 | - 18,2 | - 18,2 | ||
| Operationele, administratieve en overige kosten | - 0,1 | - 0,1 | - 0,2 | - 0,2 |
| 2015 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Deelnemingen | Overige | Totaal | Deelnemingen | Overige | Totaal | |||
| Balans - verbonden partijen | ||||||||
| Financiële beleggingen | 87,0 | 87,0 | 220,3 | 220,3 | ||||
| Vorderingen op klanten | 247,2 | 177,7 | 424,9 | 133,6 | 120,8 | 254,4 | ||
| Overige activa | 5,9 | 3,5 | 9,4 | 9,0 | 18,9 | 27,9 | ||
| Schuldbewijzen, achtergestelde schulden | ||||||||
| en overige financieringen | 8,4 | 8,4 | 7,2 | 7,2 | ||||
| Overige verplichtingen | 5,0 | 5,0 | 5,1 | 5,1 |
De wijzigingen gedurende het jaar eindigend op 31 december in de vorderingen op verbonden partijen zijn als volgt.
| Leningen | ||
|---|---|---|
| 2015 | 2014 | |
| Verbonden partijen leningen per 1 januari | 254,4 | 239,8 |
| Toevoegingen of voorschotten | 169,5 | 17,1 |
| Terugbetalingen | - 2,5 | |
| Overige | 1,0 | |
| Verbonden partijen leningen per 31 december | 424,9 | 254,4 |
9 Informatie operationele segmenten
9.1 Algemene informatie
Ageas heeft de organisatiestructuur gebaseerd op een Executive Committee (ExCo) en een Management Committee dat bestaat uit het ExCo, de Chief Operating Officer, de Chief Executive Officers van de vier geografische regio's en de Group Risk Officer.
Operationele segmenten
Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):
- België;
- Verenigd Koninkrijk (VK);
- Continentaal Europa;
- Azië;
- Algemene Rekening.
Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met de kernactiviteiten verzekeringen zoals groepsfinanciering en andere holdingactiviteiten in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.
De segmentrapportage van Ageas op basis van IFRS geeft de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas weer. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.
Allocatieregels
In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de dochtermaatschappij.
Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-up aanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten.
Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.
9.2 België
De Belgische verzekeringsactiviteiten, onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft ongeveer 3,5 miljoen klanten met een premie-inkomen van EUR 5,2 miljard in 2015. 67% van het premie-inkomen komt uit Leven, de rest uit Niet-leven. AG Insurance is ook 100% eigenaar van AG Real Estate, dat is uitgegroeid tot de grootste vastgoedmaatschappij in België.
AG Insurance richt zich op particulieren en kleine, middelgrote en grote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven en Niet-leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht zoals onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis SA/NV en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis SA/NV 25% eigenaar van AG Insurance.
9.3 Verenigd Koninkrijk (VK)
In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-leven. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van bedrijfsverzekeringen. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multichannel-distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinity-partners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich Ageas 50 (voorheen RIAS en Castle Cover), die meer dan een miljoen klanten heeft in het groeiende marktsegment van 50-plussers, en Ageas Insurance Solutions, die 'white label'-oplossingen biedt aan affinity-partners, outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van eigen merken.
Om inzicht te bieden in de bijdrage van de diverse segmenten, heeft Ageas besloten de resultaten van het Verenigd Koninkrijk op te splitsen in drie deelsegmenten: Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen. Onder Overige verzekeringen vallen de resultaten uit de retailactiviteiten en kosten van de hoofdkantoren in het Verenigd Koninkrijk.
Als gevolg van de verkoop van de Leven activiteiten in het VK (Ageas Protect) per jaareinde 2014 (zie ook noot 3 Overnames en desinvesteringen), rapporteert het VK vanaf 2015 niet meer in het Leven segment.
9.4 Continentaal Europa
Continentaal Europa bestaat uit de verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in vijf landen: Portugal, Frankrijk, Italië, Luxemburg en sinds 2011 Turkije en biedt producten aan in Leven (in Portugal, Frankrijk en Luxemburg) en Nietleven (Portugal, Italië en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerschappen met bedrijven met een aanzienlijke marktpositie zijn deze markten toegankelijker geworden.
In 2015 had circa 80% van het totale premie inkomen betrekking op Leven en de rest op Niet-leven.
9.5 Azië
Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor en de 100% dochteronderneming bevinden zich in Hongkong. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (20-24,9% eigendom Ageas), Maleisië (30,95% eigendom Ageas), Thailand (15-31% eigendom Ageas), India (26% eigendom Ageas) en de Filipijnen (25% eigendom van Ageas). Ageas rapporteert de dochteronderneming in Hongkong op geconsolideerde basis , terwijl de andere ondernemingen als deelnemingen worden geboekt.
9.6 Algemene Rekening
De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de holding. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de interne Niet-leven herverzekeraar van Ageas, Intreas, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES/RPN(I) en de geschreven putoptie op AG Insurance.
9.7 Balans per operationeel segment
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2015 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 934,6 | 209,6 | 219,4 | 194,5 | 836,2 | 2.394,3 | |
| Financiële beleggingen | 52.600,3 | 2.582,9 | 8.567,4 | 2.436,4 | 370,9 | - 10,7 | 66.547,2 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.781,2 | 46,9 | 19,0 | 2.847,1 | |||
| Leningen | 6.561,6 | 78,0 | 30,3 | 248,6 | 1.534,9 | - 1.167,1 | 7.286,3 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 6.991,2 | 7.225,5 | 931,4 | - 22,1 | 15.126,0 | ||
| Beleggingen in deelnemingen | 434,1 | 96,8 | 262,8 | 1.991,6 | 48,9 | 7,2 | 2.841,4 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 766,3 | 869,9 | 250,1 | 124,4 | 8,6 | - 5,4 | 2.013,9 |
| Actuele belastingvorderingen | 2,7 | 9,4 | 27,0 | 39,1 | |||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 40,4 | 37,4 | 53,4 | 131,2 | |||
| Overlopende rente en overige activa | 1.418,6 | 314,6 | 226,5 | 571,8 | 165,8 | - 129,3 | 2.568,0 |
| Materiële vaste activa | 1.079,6 | 58,7 | 7,1 | 5,9 | 0,8 | 1.152,1 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 394,9 | 294,3 | 415,0 | 435,0 | 1.539,2 | ||
| Totaal activa | 74.005,5 | 4.598,5 | 17.303,5 | 6.939,6 | 2.966,1 | - 1.327,4 | 104.485,8 |
| Verplichtingen | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 23.673,8 | 3.161,4 | 2.243,3 | - 4,8 | 29.073,7 | ||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 25.671,1 | 4.231,1 | 0,7 | 29.902,9 | |||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 6.991,2 | 7.219,2 | 931,4 | 15.141,8 | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 3.779,1 | 2.908,9 | 771,8 | 3,7 | 7.463,5 | ||
| Schuldbewijzen | |||||||
| Achtergestelde schulden | 1.440,6 | 183,4 | 178,0 | 1.345,1 | - 766,7 | 2.380,4 | |
| Leningen | 2.255,3 | 141,9 | 26,8 | 584,1 | 201,9 | - 422,5 | 2.787,5 |
| Actuele belastingschulden | 61,0 | 2,6 | 17,3 | 1,9 | 82,8 | ||
| Uitgestelde belastingschulden | 1.517,2 | 0,4 | 44,4 | 3,0 | 1.565,0 | ||
| RPN(I) | 402,0 | 402,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.683,4 | 226,9 | 320,8 | 168,8 | 96,3 | - 123,1 | 2.373,1 |
| Voorzieningen | 23,5 | 5,8 | 7,7 | 138,0 | 175,0 | ||
| Verplichtingen inzake geschreven putopties | |||||||
| op minderheidsbelang | 99,1 | 1.064,0 | 1.163,1 | ||||
| Totaal verplichtingen | 67.195,3 | 3.469,9 | 15.978,5 | 3.930,2 | 3.254,0 | - 1.317,1 | 92.510,8 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 4.932,0 | 1.128,6 | 976,5 | 3.009,4 | 1.339,9 | - 10,3 | 11.376,1 |
| Minderheidsbelangen | 1.878,2 | 348,5 | - 1.627,8 | 598,9 | |||
| Totaal eigen vermogen | 6.810,2 | 1.128,6 | 1.325,0 | 3.009,4 | - 287,9 | - 10,3 | 11.975,0 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 74.005,5 | 4.598,5 | 17.303,5 | 6.939,6 | 2.966,1 | - 1.327,4 | 104.485,8 |
| Aantal werknemers | 6.163 | 4.289 | 879 | 462 | 126 | 11.919 |
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2014 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 798,7 | 215,7 | 397,8 | 134,5 | 969,6 | 2.516,3 | |
| Financiële beleggingen | 54.840,3 | 2.507,3 | 8.404,6 | 2.089,9 | 343,8 | - 11,1 | 68.174,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.607,6 | 14,2 | 19,5 | 2.641,3 | |||
| Leningen | 5.269,3 | 52,5 | 37,5 | 221,7 | 1.814,9 | - 1.327,6 | 6.068,3 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 6.713,3 | 7.246,0 | 871,9 | - 72,3 | 14.758,9 | ||
| Beleggingen in deelnemingen | 342,2 | 98,4 | 266,8 | 1.458,6 | 48,3 | 7,0 | 2.221,3 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 789,1 | 849,1 | 271,1 | 85,7 | 3,7 | - 7,0 | 1.991,7 |
| Actuele belastingvorderingen | 8,9 | 1,4 | 1,5 | 11,8 | |||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 24,6 | 37,7 | 44,1 | 106,4 | |||
| Overlopende rente en overige activa | 1.445,2 | 287,3 | 229,2 | 483,9 | 150,8 | - 136,2 | 2.460,2 |
| Materiële vaste activa | 1.040,4 | 65,9 | 6,3 | 6,0 | 0,8 | 1.119,4 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 382,3 | 270,0 | 431,5 | 404,8 | 1.488,6 | ||
| Totaal activa | 74.261,9 | 4.399,5 | 17.355,9 | 5.757,0 | 3.331,9 | - 1.547,2 | 103.559,0 |
| Verplichtingen | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 24.422,7 | 3.114,7 | 1.887,1 | - 4,8 | 29.419,7 | ||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 26.448,9 | 4.120,0 | 0,8 | 30.569,7 | |||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 6.713,3 | 7.243,7 | 872,0 | 14.829,0 | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 3.710,1 | 2.691,4 | 746,1 | 7.147,6 | |||
| Schuldbewijzen | 2,2 | 2,2 | |||||
| Achtergestelde schulden | 1.233,1 | 127,8 | 178,0 | 1.549,1 | - 1.001,7 | 2.086,3 | |
| Leningen | 1.978,1 | 201,4 | 23,1 | 506,1 | 172,9 | - 398,1 | 2.483,5 |
| Actuele belastingschulden | 37,3 | 7,7 | 28,8 | 10,7 | 0,3 | 84,8 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 1.418,0 | 0,4 | 43,5 | 1,7 | 1.463,6 | ||
| RPN(I) | 467,0 | 467,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.697,2 | 242,5 | 366,5 | 154,9 | 107,4 | - 131,6 | 2.436,9 |
| Voorzieningen | 20,2 | 1,4 | 10,3 | 139,5 | 171,4 | ||
| Verplichtingen inzake geschreven putopties | |||||||
| op minderheidsbelang | 94,8 | 1.391,0 | 1.485,8 | ||||
| Totaal verplichtingen | 67.773,7 | 3.272,6 | 15.874,7 | 3.431,6 | 3.831,1 | - 1.536,2 | 92.647,5 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 4.688,1 | 1.126,9 | 1.046,6 | 2.325,4 | 1.047,3 | - 11,0 | 10.223,3 |
| Minderheidsbelangen | 1.800,1 | 434,6 | - 1.546,5 | 688,2 | |||
| Totaal eigen vermogen | 6.488,2 | 1.126,9 | 1.481,2 | 2.325,4 | - 499,2 | - 11,0 | 10.911,5 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 74.261,9 | 4.399,5 | 17.355,9 | 5.757,0 | 3.331,9 | - 1.547,2 | 103.559,0 |
| Aantal werknemers | 6.117 | 4.626 | 905 | 437 | 119 | 12.204 |
9.8 Resultatenrekening per operationeel segment
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Baten | |||||||
| Bruto premies - |
5.186,5 | 1.904,8 | 1.851,7 | 415,8 | 3,4 | - 3,6 | 9.358,6 |
| Wijziging in niet-verdiende premies - |
8,0 | - 29,0 | - 10,0 | - 31,0 | |||
| Uitgaande herverzekeringspremies - |
- 60,6 | - 124,8 | - 75,1 | - 34,4 | - 0,2 | 3,4 | - 291,7 |
| Netto verdiende premies | 5.133,9 | 1.751,0 | 1.766,6 | 381,4 | 3,2 | - 0,2 | 9.035,9 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 2.557,7 | 74,4 | 243,0 | 136,8 | 51,4 | - 54,8 | 3.008,5 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 65,0 | 65,0 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 167,7 | 7,2 | 15,2 | 2,5 | - 0,6 | 192,0 | |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 250,2 | 276,1 | - 61,6 | 464,7 | |||
| Aandeel in het resultaat van deelnemingen | 3,3 | - 0,2 | 13,1 | 248,1 | 21,8 | 286,1 | |
| Commissiebaten | 150,7 | 92,1 | 101,9 | 90,5 | 435,2 | ||
| Overige baten | 135,2 | 101,8 | 2,2 | 0,9 | 8,4 | - 18,7 | 229,8 |
| Totale baten | 8.398,7 | 2.026,3 | 2.418,1 | 798,6 | 149,2 | - 73,7 | 13.717,2 |
| Lasten | |||||||
| Schadelasten en uitkeringen, bruto - |
- 5.402,4 | - 1.255,0 | - 1.610,2 | - 338,9 | - 3,7 | 0,2 | - 8.610,0 |
| Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars - |
22,1 | 40,8 | 24,2 | 15,4 | 102,5 | ||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 5.380,3 | - 1.214,2 | - 1.586,0 | - 323,5 | - 3,7 | 0,2 | - 8.507,5 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 284,6 | - 330,9 | 53,3 | - 562,2 | |||
| Financieringslasten | - 110,0 | - 8,7 | - 10,8 | - 46,8 | - 45,5 | 54,8 | - 167,0 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 41,7 | - 28,0 | - 1,6 | - 8,3 | - 79,6 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | 0,9 | - 1,9 | 1,3 | 0,1 | 0,4 | ||
| Commissielasten | - 648,7 | - 364,2 | - 149,5 | - 110,7 | - 0,3 | - 1.273,4 | |
| Personeelskosten | - 498,8 | - 214,0 | - 62,4 | - 51,7 | - 22,8 | 3,0 | - 846,7 |
| Overige lasten | - 724,2 | - 188,0 | - 128,8 | - 41,3 | - 49,0 | 15,7 | - 1.115,6 |
| Totale lasten | - 7.687,4 | - 1.991,0 | - 2.295,1 | - 522,3 | - 129,5 | 73,7 | - 12.551,6 |
| Resultaat voor belastingen | 711,3 | 35,3 | 123,0 | 276,3 | 19,7 | 1.165,6 | |
| Winstbelastingen | - 181,8 | - 5,8 | - 29,4 | - 4,4 | - 4,6 | - 226,0 | |
| Netto resultaat over de periode | 529,5 | 29,5 | 93,6 | 271,9 | 15,1 | 939,6 | |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 145,8 | 23,6 | 169,4 | ||||
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 383,7 | 29,5 | 70,0 | 271,9 | 15,1 | 770,2 | |
| Totale baten van externe klanten | 8.387,2 | 1.978,2 | 2.418,6 | 790,5 | 142,7 | 13.717,2 | |
| Totale baten intern | 11,5 | 48,1 | - 0,5 | 8,1 | 6,5 | - 73,7 | |
| Totale baten | 8.398,7 | 2.026,3 | 2.418,1 | 798,6 | 149,2 | - 73,7 | 13.717,2 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 98,3 | - 11,5 | - 62,8 | - 172,6 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Bruto premies | 5.186,5 | 1.904,8 | 1.851,7 | 415,8 | 3,4 | - 3,6 | 9.358,6 |
| Premies inzake beleggingscontracten | 492,6 | 673,9 | 141,4 | 1.307,9 | |||
| Bruto premie-inkomen | 5.679,1 | 1.904,8 | 2.525,6 | 557,2 | 3,4 | - 3,6 | 10.666,5 |
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Baten | |||||||
| Bruto premies - |
5.444,1 | 1.865,8 | 1.630,8 | 317,9 | - 0,3 | 9.258,3 | |
| Wijziging in niet-verdiende premies - |
- 5,7 | 3,3 | - 9,6 | - 12,0 | |||
| Uitgaande herverzekeringspremies - |
- 77,1 | - 167,6 | - 81,1 | - 28,6 | - 354,4 | ||
| Netto verdiende premies | 5.361,3 | 1.701,5 | 1.540,1 | 289,3 | - 0,3 | 8.891,9 | |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 2.550,8 | 69,9 | 265,5 | 108,3 | 59,7 | - 60,1 | 2.994,1 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | - 96,9 | - 96,9 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 264,1 | 23,5 | 47,4 | 10,8 | 12,5 | - 9,3 | 349,0 |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 541,8 | 710,7 | 20,2 | 1.272,7 | |||
| Aandeel in het resultaat van deelnemingen | - 1,0 | - 2,3 | 6,1 | 153,1 | 7,6 | 163,5 | |
| Commissiebaten | 134,3 | 108,2 | 105,9 | 71,9 | 420,3 | ||
| Overige baten | 112,2 | 115,8 | 3,3 | 4,3 | 6,8 | - 18,5 | 223,9 |
| Totale baten | 8.963,5 | 2.016,6 | 2.679,0 | 657,9 | - 10,3 | - 88,2 | 14.218,5 |
| Lasten | |||||||
| Schadelasten en uitkeringen, bruto - |
- 5.955,3 | - 1.147,6 | - 1.461,8 | - 270,9 | 0,9 | - 8.834,7 | |
| Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars - |
127,9 | 73,8 | 35,8 | 13,7 | 251,2 | ||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 5.827,4 | - 1.073,8 | - 1.426,0 | - 257,2 | 0,9 | - 8.583,5 | |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 577,1 | - 731,9 | - 28,1 | - 1.337,1 | |||
| Financieringslasten | - 120,3 | - 13,4 | - 1,8 | - 41,1 | - 50,6 | 59,4 | - 167,8 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 20,9 | - 0,2 | - 37,4 | - 3,3 | - 61,8 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | - 3,3 | - 2,1 | - 1,1 | - 131,0 | - 137,5 | ||
| Commissielasten | - 630,3 | - 414,8 | - 154,4 | - 100,8 | - 1.300,3 | ||
| Personeelskosten | - 491,2 | - 219,0 | - 65,7 | - 37,2 | - 19,3 | 1,6 | - 830,8 |
| Overige lasten | - 662,4 | - 179,3 | - 128,5 | - 14,6 | - 38,8 | 16,9 | - 1.006,7 |
| Totale lasten | - 8.332,9 | - 1.902,6 | - 2.546,8 | - 482,3 | - 239,7 | 78,8 | - 13.425,5 |
| Resultaat voor belastingen | 630,6 | 114,0 | 132,2 | 175,6 | - 250,0 | - 9,4 | 793,0 |
| Winstbelastingen | - 101,0 | 3,4 | - 34,1 | - 3,7 | - 1,8 | - 137,2 | |
| Netto resultaat over de periode | 529,6 | 117,4 | 98,1 | 171,9 | - 251,8 | - 9,4 | 655,8 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 138,1 | 42,1 | 180,2 | ||||
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 391,5 | 117,4 | 56,0 | 171,9 | - 251,8 | - 9,4 | 475,6 |
| Totale baten van externe klanten | 8.950,9 | 1.954,1 | 2.679,0 | 649,9 | - 15,4 | 14.218,5 | |
| Totale baten intern | 12,6 | 62,5 | 8,0 | 5,1 | - 88,2 | ||
| Totale baten | 8.963,5 | 2.016,6 | 2.679,0 | 657,9 | - 10,3 | - 88,2 | 14.218,5 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 27,1 | - 109,2 | - 2,5 | - 138,8 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Bruto premies | 5.444,1 | 1.865,8 | 1.630,8 | 317,9 | - 0,3 | 9.258,3 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 412,0 | 565,7 | 163,1 | 1.140,8 | |||
| Bruto premie-inkomen | 5.856,1 | 1.865,8 | 2.196,5 | 481,0 | - 0,3 | 10.399,1 |
9.9 Balans gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2015 | Leven | Niet-Leven verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Activa | ||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.173,5 | 331,2 | 53,4 | 836,2 | 2.394,3 | |
| Financiële beleggingen | 58.887,4 | 7.299,4 | 0,2 | 370,9 | - 10,7 | 66.547,2 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.562,8 | 284,3 | 2.847,1 | |||
| Leningen | 6.136,3 | 734,2 | 48,0 | 1.534,9 | - 1.167,1 | 7.286,3 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 15.148,1 | - 22,1 | 15.126,0 | |||
| Beleggingen in deelnemingen | 2.400,5 | 384,8 | 48,9 | 7,2 | 2.841,4 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 576,7 | 1.245,9 | 209,5 | 9,1 | - 27,3 | 2.013,9 |
| Actuele belastingvorderingen | 28,9 | 7,7 | 2,5 | 39,1 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 61,9 | 63,1 | 6,2 | 131,2 | ||
| Overlopende rente en overige activa | 2.101,4 | 424,3 | 25,2 | 165,8 | - 148,7 | 2.568,0 |
| Materiële vaste activa | 964,0 | 175,3 | 12,0 | 0,8 | 1.152,1 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.080,5 | 164,4 | 294,3 | 1.539,2 | ||
| Totaal activa | 91.122,0 | 11.114,6 | 651,3 | 2.966,6 | - 1.368,7 | 104.485,8 |
| Verplichtingen | ||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 29.078,5 | - 4,8 | 29.073,7 | |||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 29.902,9 | 29.902,9 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 15.141,8 | 15.141,8 | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 7.459,8 | 3,7 | 7.463,5 | |||
| Schuldbewijzen | ||||||
| Achtergestelde schulden | 1.363,1 | 391,8 | 47,1 | 1.345,1 | - 766,7 | 2.380,4 |
| Leningen | 2.651,3 | 216,4 | 140,4 | 201,9 | - 422,5 | 2.787,5 |
| Actuele belastingschulden | 48,1 | 32,2 | 2,5 | 82,8 | ||
| Uitgestelde belastingschulden | 1.315,2 | 246,8 | 3,0 | 1.565,0 | ||
| RPN(I) | 402,0 | 402,0 | ||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.630,0 | 708,5 | 102,2 | 96,8 | - 164,4 | 2.373,1 |
| Voorzieningen | 21,7 | 15,3 | 138,0 | 175,0 | ||
| Verplichtingen inzake geschreven putopties | ||||||
| op minderheidsbelang | 81,7 | 17,4 | 1.064,0 | 1.163,1 | ||
| Totaal verplichtingen | 81.234,3 | 9.088,2 | 292,2 | 3.254,5 | - 1.358,4 | 92.510,8 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 8.040,1 | 1.647,3 | 359,1 | 1.339,9 | - 10,3 | 11.376,1 |
| Minderheidsbelangen | 1.847,6 | 379,1 | - 1.627,8 | 598,9 | ||
| Totaal eigen vermogen | 9.887,7 | 2.026,4 | 359,1 | - 287,9 | - 10,3 | 11.975,0 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 91.122,0 | 11.114,6 | 651,3 | 2.966,6 | - 1.368,7 | 104.485,8 |
| Aantal werknemers | 4.184 | 5.437 | 2.172 | 126 | 11.919 |
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2014 | Leven | Niet-Leven verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Activa | ||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.024,5 | 393,2 | 129,0 | 969,6 | 2.516,3 | |
| Financiële beleggingen | 60.724,9 | 7.116,9 | 0,3 | 343,8 | - 11,1 | 68.174,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.395,7 | 245,6 | 2.641,3 | |||
| Leningen | 5.057,3 | 479,8 | 95,3 | 1.814,9 | - 1.379,0 | 6.068,3 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 14.831,2 | - 72,3 | 14.758,9 | |||
| Beleggingen in deelnemingen | 1.771,6 | 394,4 | 48,3 | 7,0 | 2.221,3 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 532,1 | 1.235,6 | 248,6 | 3,7 | - 28,3 | 1.991,7 |
| Actuele belastingvorderingen | 8,3 | 2,2 | 1,3 | 11,8 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 37,6 | 63,2 | 5,6 | 106,4 | ||
| Overlopende rente en overige activa | 1.959,4 | 482,8 | 112,7 | 150,8 | - 245,5 | 2.460,2 |
| Materiële vaste activa | 963,5 | 138,3 | 16,8 | 0,8 | 1.119,4 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.070,2 | 148,4 | 270,0 | 1.488,6 | ||
| Totaal activa | 90.376,3 | 10.700,4 | 879,6 | 3.331,9 | - 1.729,2 | 103.559,0 |
| Verplichtingen | ||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 29.424,5 | - 4,8 | 29.419,7 | |||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 30.569,7 | 30.569,7 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 14.829,0 | 14.829,0 | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 7.147,6 | 7.147,6 | ||||
| Schuldbewijzen | 2,2 | 2,2 | ||||
| Achtergestelde schulden | 1.249,4 | 213,1 | 127,8 | 1.549,1 | - 1.053,1 | 2.086,3 |
| Leningen | 2.348,9 | 159,1 | 200,7 | 172,9 | - 398,1 | 2.483,5 |
| Actuele belastingschulden | 59,2 | 23,4 | 1,9 | 0,3 | 84,8 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 1.206,8 | 255,1 | 1,7 | 1.463,6 | ||
| RPN(I) | 467,0 | 467,0 | ||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.661,9 | 704,1 | 225,7 | 107,4 | - 262,2 | 2.436,9 |
| Voorzieningen | 19,4 | 12,5 | 139,5 | 171,4 | ||
| Verplichtingen inzake geschreven putopties | ||||||
| op minderheidsbelang | 82,6 | 12,2 | 1.391,0 | 1.485,8 | ||
| Totaal verplichtingen | 81.451,4 | 8.527,1 | 556,1 | 3.831,1 | - 1.718,2 | 92.647,5 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 7.135,1 | 1.728,4 | 323,5 | 1.047,3 | - 11,0 | 10.223,3 |
| Minderheidsbelangen | 1.789,8 | 444,9 | - 1.546,5 | 688,2 | ||
| Totaal eigen vermogen | 8.924,9 | 2.173,3 | 323,5 | - 499,2 | - 11,0 | 10.911,5 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 90.376,3 | 10.700,4 | 879,6 | 3.331,9 | - 1.729,2 | 103.559,0 |
| Aantal werknemers | 4.192 | 5.431 | 2.462 | 119 | 12.204 |
9.10 Resultatenrekening gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | Leven | Niet-Leven verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Baten | ||||||
| Bruto premies - |
5.061,3 | 4.297,5 | 3,4 | - 3,6 | 9.358,6 | |
| Wijziging in niet-verdiende premies - |
- 31,0 | - 31,0 | ||||
| Uitgaande herverzekeringspremies - |
- 66,0 | - 228,9 | - 0,2 | 3,4 | - 291,7 | |
| Netto verdiende premies | 4.995,3 | 4.037,6 | 3,2 | - 0,2 | 9.035,9 | |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 2.711,2 | 313,0 | - 10,5 | 51,4 | - 56,6 | 3.008,5 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 65,0 | 65,0 | ||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 184,1 | 8,7 | - 0,2 | - 0,6 | 192,0 | |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 464,7 | 464,7 | ||||
| Aandeel in het resultaat van deelnemingen | 253,4 | 10,9 | 21,8 | 286,1 | ||
| Commissiebaten | 325,9 | 21,8 | 154,5 | - 67,0 | 435,2 | |
| Overige baten | 94,8 | 59,6 | 105,0 | 8,9 | - 38,5 | 229,8 |
| Totale baten | 9.029,4 | 4.451,6 | 248,8 | 149,7 | - 162,3 | 13.717,2 |
| Lasten | ||||||
| Schadelasten en uitkeringen, bruto - |
- 5.985,7 | - 2.620,8 | - 3,7 | 0,2 | - 8.610,0 | |
| Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars - |
33,2 | 69,3 | 102,5 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 5.952,5 | - 2.551,5 | - 3,7 | 0,2 | - 8.507,5 | |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 562,2 | - 562,2 | ||||
| Financieringslasten | - 153,1 | - 17,5 | - 7,6 | - 45,5 | 56,7 | - 167,0 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 69,1 | - 2,2 | - 8,3 | - 79,6 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | 0,7 | - 0,4 | 0,1 | 0,4 | ||
| Commissielasten | - 476,2 | - 829,0 | - 34,9 | - 0,3 | 67,0 | - 1.273,4 |
| Personeelskosten | - 394,7 | - 323,2 | - 109,0 | - 22,8 | 3,0 | - 846,7 |
| Overige lasten | - 607,8 | - 390,4 | - 103,3 | - 49,5 | 35,4 | - 1.115,6 |
| Totale lasten | - 8.214,9 | - 4.114,2 | - 254,8 | - 130,0 | 162,3 | - 12.551,6 |
| Resultaat voor belastingen | 814,5 | 337,4 | - 6,0 | 19,7 | 1.165,6 | |
| Winstbelastingen | - 124,2 | - 98,4 | 1,2 | - 4,6 | - 226,0 | |
| Netto resultaat over de periode | 690,3 | 239,0 | - 4,8 | 15,1 | 939,6 | |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 117,6 | 51,8 | 169,4 | |||
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 572,7 | 187,2 | - 4,8 | 15,1 | 770,2 | |
| Totale baten van externe klanten | 8.994,5 | 4.449,0 | 180,2 | 93,5 | 13.717,2 | |
| Totale baten intern | 34,9 | 2,6 | 68,6 | 56,2 | - 162,3 | |
| Totale baten | 9.029,4 | 4.451,6 | 248,8 | 149,7 | - 162,3 | 13.717,2 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 170,6 | - 2,0 | - 172,6 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | Leven | Niet-Leven verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Bruto premies | 5.061,3 | 4.297,5 | 3,4 | - 3,6 | 9.358,6 | |
| Premies inzake beleggingscontracten | 1.307,9 | 1.307,9 | ||||
| Bruto premie-inkomen | 6.369,2 | 4.297,5 | 3,4 | - 3,6 | 10.666,5 |
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | Leven | Niet-Leven verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Baten | ||||||
| Bruto premies - |
5.155,3 | 4.103,3 | - 0,3 | 9.258,3 | ||
| Wijziging in niet-verdiende premies - |
- 12,0 | - 12,0 | ||||
| Uitgaande herverzekeringspremies - |
- 106,3 | - 248,1 | - 354,4 | |||
| Netto verdiende premies | 5.049,0 | 3.843,2 | - 0,3 | 8.891,9 | ||
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 2.722,3 | 286,3 | - 10,4 | 59,7 | - 63,8 | 2.994,1 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | - 96,9 | - 96,9 | ||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 300,6 | 25,9 | 19,3 | 12,5 | - 9,3 | 349,0 |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 1.272,7 | 1.272,7 | ||||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 148,2 | 7,7 | 7,6 | 163,5 | ||
| Commissiebaten | 293,6 | 22,9 | 145,9 | - 42,1 | 420,3 | |
| Overige baten | 78,1 | 64,3 | 125,6 | 6,8 | - 50,9 | 223,9 |
| Totale baten | 9.864,5 | 4.250,3 | 280,4 | - 10,3 | - 166,4 | 14.218,5 |
| Lasten | ||||||
| Schadelasten en uitkeringen, bruto - |
- 6.144,6 | - 2.691,0 | 0,9 | - 8.834,7 | ||
| Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars - |
75,1 | 176,1 | 251,2 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 6.069,5 | - 2.514,9 | 0,9 | - 8.583,5 | ||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 1.337,1 | - 1.337,1 | ||||
| Financieringslasten | - 155,5 | - 14,2 | - 10,6 | - 50,6 | 63,1 | - 167,8 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 61,6 | - 0,2 | - 61,8 | |||
| Wijzigingen in voorzieningen | - 3,2 | - 3,3 | - 131,0 | - 137,5 | ||
| Commissielasten | - 517,6 | - 807,7 | - 17,1 | 42,1 | - 1.300,3 | |
| Personeelskosten | - 396,1 | - 314,7 | - 102,3 | - 19,3 | 1,6 | - 830,8 |
| Overige lasten | - 558,1 | - 359,1 | - 100,0 | - 38,8 | 49,3 | - 1.006,7 |
| Totale lasten | - 9.098,7 | - 4.013,9 | - 230,2 | - 239,7 | 157,0 | - 13.425,5 |
| Resultaat voor belastingen | 765,8 | 236,4 | 50,2 | - 250,0 | - 9,4 | 793,0 |
| Winstbelastingen | - 90,3 | - 44,3 | - 0,8 | - 1,8 | - 137,2 | |
| Netto resultaat over de periode | 675,5 | 192,1 | 49,4 | - 251,8 | - 9,4 | 655,8 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 142,4 | 37,8 | 180,2 | |||
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 533,1 | 154,3 | 49,4 | - 251,8 | - 9,4 | 475,6 |
| Totale baten van externe klanten | 9.827,8 | 4.246,2 | 222,3 | - 77,8 | 14.218,5 | |
| Totale baten intern | 36,7 | 4,1 | 58,1 | 67,5 | - 166,4 | |
| Totale baten | 9.864,5 | 4.250,3 | 280,4 | - 10,3 | - 166,4 | 14.218,5 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 135,1 | - 3,7 | - 138,8 |
Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend.
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | Leven | Niet-Leven verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal | |
| Bruto premies | 5.155,3 | 4.103,3 | - 0,3 | 9.258,3 | ||
| Premies inzake beleggingscontracten | 1.140,8 | 1.140,8 | ||||
| Bruto premie-inkomen | 6.296,1 | 4.103,3 | - 0,3 | 10.399,1 |
9.11 Operationeel resultaat Verzekeringen
Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.
Het operationeel resultaat omvat de premies, commissies en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.
De afstemming van het operationele resultaat naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat.
Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Leven-activiteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het segment leven omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). Het segment Niet-leven bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en Overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.
Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.
| Continentaal | Algemene | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | België | VK | Europa | Azië | Rekening | Eliminaties | Ageas |
| Bruto premie-inkomen Leven | 3.798,6 | 2.013,4 | 557,2 | 6.369,2 | |||
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.880,5 | 1.904,8 | 512,2 | 3,4 | - 3,6 | 4.297,3 | |
| Operationele kosten | - 525,5 | - 177,7 | - 141,7 | - 64,1 | - 909,0 | ||
| Gegarandeerde producten - |
413,1 | 70,1 | 35,5 | 518,7 | |||
| Unit linked producten - |
18,8 | 4,2 | 24,0 | 47,0 | |||
| Operationeel resultaat Leven | 431,9 | 74,3 | 59,5 | 565,7 | |||
| Ongevallen en ziekte - |
34,6 | 1,4 | 47,6 | 83,6 | |||
| Auto - |
76,4 | 41,2 | 1,7 | 119,3 | |||
| Brand en overige schade aan eigendommen - |
79,2 | - 14,0 | 21,0 | 86,2 | |||
| Overig - |
- 0,6 | 3,9 | 12,9 | 16,2 | |||
| Operationeel resultaat Niet-leven | 189,6 | 32,5 | 83,2 | 305,3 | |||
| Operationeel resultaat | 621,5 | 32,5 | 157,5 | 59,5 | 871,0 | ||
| Aandeel in het resultaat van deelnemingen, niet gealloceerd | - 0,2 | 13,1 | 248,1 | 21,8 | 282,8 | ||
| Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage | 89,8 | 3,0 | - 47,6 | - 31,3 | - 2,1 | 11,8 | |
| Resultaat voor belastingen | 711,3 | 35,3 | 123,0 | 276,3 | 19,7 | 1.165,6 | |
| Key performance indicators Leven | |||||||
| Netto onderschrijvingsmarge | 0,02% | 0,19% | 2,28% | 0,14% | |||
| Beleggingsmarge | 0,78% | 0,34% | -0,16% | 0,66% | |||
| Operationele marge | 0,80% | 0,53% | 2,12% | 0,80% | |||
| - Operationele marge Gegarandeerde producten | 0,86% | 0,88% | 1,89% | 0,90% | |||
| - Operationele marge Unit - linked producten | 0,32% | 0,07% | 2,57% | 0,36% | |||
| Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld | |||||||
| beheerd vermogen Leven | 0,37% | 0,40% | 2,28% | 0,45% | |||
| Key performance indicators Niet-leven | |||||||
| Lasten ratio | 37,8% | 32,7% | 29,5% | 34,6% | |||
| Schade ratio | 56,9% | 69,3% | 55,9% | 62,2% | |||
| Combined ratio | 94,7% | 102,0% | 85,4% | 96,8% | |||
| Operationele marge | 10,3% | 1,9% | 18,3% | 7,6% | |||
| Technische voorzieningen | 60.115,2 | 2.908,9 | 15.383,5 | 3.175,4 | 3,7 | - 4,8 | 81.581,9 |
| Continentaal | Algemene | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | België | VK | Europa | Azië | Rekening | Eliminaties | Ageas |
| Bruto premie-inkomen Leven | 3.962,7 | 137,6 | 1.714,8 | 481,0 | - 0,3 | 6.295,8 | |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 1.893,4 | 1.728,2 | 481,7 | 4.103,3 | |||
| Operationele kosten | - 520,6 | - 196,3 | - 148,6 | - 50,9 | - 916,4 | ||
| Gegarandeerde producten - |
414,6 | - 4,1 | 53,8 | 39,6 | 503,9 | ||
| Unit linked producten - |
16,7 | 6,4 | 1,6 | 24,7 | |||
| Operationeel resultaat Leven | 431,3 | - 4,1 | 60,2 | 41,2 | 528,6 | ||
| Ongevallen en ziekte - |
58,2 | - 2,4 | 34,0 | 89,8 | |||
| Auto - |
38,7 | 47,2 | 13,5 | 99,4 | |||
| Brand en overige schade aan eigendommen - |
31,5 | 30,0 | 4,0 | 65,5 | |||
| Overig - |
- 39,8 | - 8,3 | - 2,2 | - 50,3 | |||
| Operationeel resultaat Niet-leven | 88,6 | 66,5 | 49,3 | 204,4 | |||
| Operationeel resultaat | 519,9 | 62,4 | 109,5 | 41,2 | 733,0 | ||
| Aandeel in het resultaat van deelnemingen, niet gealloceerd | - 2,2 | 6,1 | 153,0 | 7,6 | 0,1 | 164,6 | |
| Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage | 110,7 | 53,8 | 16,6 | - 18,6 | - 257,6 | - 9,5 | - 104,6 |
| Resultaat voor belastingen | 630,6 | 114,0 | 132,2 | 175,6 | - 250,0 | - 9,4 | 793,0 |
| Key performance indicators Leven | |||||||
| Netto onderschrijvingsmarge | -0,04% | -1,52% | 1,75% | 0,02% | |||
| Beleggingsmarge | 0,85% | 0,43% | 0,15% | 0,74% | |||
| Operationele marge | 0,81% | -1,52% | 0,43% | 1,90% | 0,76% | ||
| - Operationele marge Gegarandeerde producten | 0,87% | -1,52% | 0,70% | 2,77% | 0,89% | ||
| - Operationele marge Unit - linked producten | 0,30% | 0,10% | 0,21% | 0,20% | |||
| Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld | |||||||
| beheerd vermogen Leven | 0,38% | 11,44% | 0,46% | 2,35% | 0,50% | ||
| Key performance indicators Niet-leven | |||||||
| Lasten ratio | 37,7% | 33,5% | 30,8% | 35,2% | |||
| Schade ratio | 63,5% | 66,3% | 61,3% | 64,4% | |||
| Combined ratio | 101,2% | 99,8% | 92,1% | 99,6% | |||
| Operationele marge | 4,9% | 4,1% | 11,9% | 5,3% | |||
| Technische voorzieningen | 61.295,0 | 2.691,4 | 15.224,5 | 2.759,9 | - 4,8 | 81.966,0 |
Schaderatio : de kosten van schade, na herverzekering, exclusief interne schadeafhandelingskosten, als percentage van de netto verdiende premies.
Lastenratio : de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne schadeafhandelingskosten vermeerderd met nettocommissies ten laste van het boekjaar, minus interne beleggingskosten.
Combined ratio : de som van schade- en lastenratio.
Toelichting op de geconsolideerde balans
Geldmiddelen en kasequivalenten zijn direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden, na de datum van verkrijging.
De geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december bestaan uit.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen | 2,7 | 2,4 |
| Vorderingen op banken | 2.167,1 | 2.295,2 |
| Overige | 224,5 | 218,7 |
| Totaal geldmiddelen en kasequivalenten | 2.394,3 | 2.516,3 |
11 Financiële beleggingen
De samenstelling van de financiële beleggingen is als volgt.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Financiële beleggingen | ||
| - Tot einde looptijd aangehouden |
4.802,1 | 4.887,0 |
| - Voor verkoop beschikbaar |
61.745,8 | 63.294,2 |
| - Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening |
170,9 | 139,8 |
| - Afgeleide financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) |
28,5 | 18,1 |
| Totaal bruto | 66.747,3 | 68.339,1 |
| Bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - op voor verkoop beschikbare beleggingen |
- 200,1 | - 164,3 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen | - 200,1 | - 164,3 |
| Totaal | 66.547,2 | 68.174,8 |
11.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden
| Overheids- | Bedrijfs- | ||
|---|---|---|---|
| obligaties | obligaties | Totaal | |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 1 januari 2014 | 4.836,9 | 137,5 | 4.974,4 |
| Einde looptijd | - 52,6 | - 40,0 | - 92,6 |
| Verkopen | - 26,6 | - 26,6 | |
| Amortisatie | 17,0 | 3,0 | 20,0 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | 11,8 | 11,8 | |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2014 | 4.801,3 | 85,7 | 4.887,0 |
| Einde looptijd | - 91,5 | - 9,9 | - 101,4 |
| Verkopen | - 1,2 | - 1,2 | |
| Amortisatie | 15,2 | 2,5 | 17,7 |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden op 31 december 2015 | 4.725,0 | 77,1 | 4.802,1 |
| Reële waarde op 31 december 2014 | 7.028,6 | 92,7 | 7.121,3 |
| Reële waarde op 31 december 2015 | 6.747,1 | 81,0 | 6.828,1 |
De reële waarde van overheidsobligaties geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd is gebaseerd op genoteerde prijzenin actieve markten (niveau 1) en de reële waarde van schuldeffecten van bedrijven geclassificeerd als beleggingen aangehouden tot einde looptijd op niet-observeerbare inputs (tegenpartij quotes, niveau 3).
De overheidsobligaties aangemerkt als beleggingen tot einde looptijd aangehouden naar land van uitgifte per 31 december zijn als volgt.
| 31 december 2015 | Historische/geamortiseerde kostprijs |
Reële waarden |
|---|---|---|
| Belgische overheid | 4.349,3 | 6.257,9 |
| Portugese overheid | 375,7 | 489,2 |
| Totaal | 4.725,0 | 6.747,1 |
| xxx | Historische/geamortiseerde | Reële |
| 31 december 2014 | kostprijs | waarden |
| Belgische overheid | 4.355,7 | 6.443,5 |
| Portugese overheid | 445,6 | 585,1 |
| Totaal | 4.801,3 | 7.028,6 |
11.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen
De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.
| Historische/ | Bruto | Bruto | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| geamortiseerde | ongerealiseerde | ongerealiseerde | Totaal | Aanpassingen door hedge |
Bijzondere waarde- |
Reële | |
| 31 december 2015 | kostprijs | winsten | verliezen | bruto | accounting | vermindeingen | waarden |
| Kortlopend overheidspapier | |||||||
| Overheidsobligaties | 26.244,6 | 5.489,5 | - 28,8 | 31.705,3 | 31.705,3 | ||
| Bedrijfsobligaties | 24.196,7 | 1.740,4 | - 144,7 | 25.792,4 | - 24,4 | 25.768,0 | |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 182,4 | 11,8 | - 2,7 | 191,5 | - 0,1 | 191,4 | |
| Voor verkoop beschikbare | |||||||
| beleggingen in obligaties | 50.623,7 | 7.241,7 | - 176,2 | 57.689,2 | - 24,5 | 57.664,7 | |
| Private equity en durfkapitaal | 79,0 | 7,5 | - 0,6 | 85,9 | - 0,1 | 85,8 | |
| Aandelen | 3.445,6 | 574,3 | - 51,0 | 3.968,9 | - 175,5 | 3.793,4 | |
| Overige beleggingen | 1,8 | 1,8 | 1,8 | ||||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen | |||||||
| in aandelen en overige beleggingen | 3.526,4 | 581,8 | - 51,6 | 4.056,6 | - 175,6 | 3.881,0 | |
| Totaal voor verkoop | |||||||
| beschikbare beleggingen | 54.150,1 | 7.823,5 | - 227,8 | 61.745,8 | - 200,1 | 61.545,7 |
| 31 december 2014 | Historische/ geamortiseerde kostprijs |
Bruto ongerealiseerde winsten |
Bruto ongerealiseerde verliezen |
Totaal bruto |
Aanpassingen door hedge |
Bijzondere waarde- accounting verminderingen waarden |
Reële |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kortlopend overheidspapier | 50,0 | 50,0 | 50,0 | ||||
| Overheidsobligaties | 26.595,9 | 6.137,3 | - 0,2 | 32.733,0 | 15,9 | 32.748,9 | |
| Bedrijfsobligaties | 23.966,7 | 2.403,8 | - 39,7 | 26.330,8 | - 22,1 26.308,7 | ||
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 288,1 | 14,9 | - 1,7 | 301,3 | - 0,1 | 301,2 | |
| Voor verkoop beschikbare | |||||||
| beleggingen in obligaties | 50.900,7 | 8.556,0 | - 41,6 | 59.415,1 | 15,9 | - 22,2 59.408,8 | |
| Private equity en durfkapitaal | 62,0 | 3,0 | - 0,5 | 64,5 | - 0,2 | 64,3 | |
| Aandelen | 3.292,0 | 538,5 | - 34,5 | 3.796,0 | - 141,9 | 3.654,1 | |
| Overige beleggingen | 2,7 | 2,7 | 2,7 | ||||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen | |||||||
| in aandelen en overige beleggingen | 3.356,7 | 541,5 | - 35,0 | 3.863,2 | - 142,1 | 3.721,1 | |
| Totaal voor verkoop | |||||||
| beschikbare beleggingen | 54.257,4 | 9.097,5 | - 76,6 | 63.278,3 | 15,9 | - 164,3 63.129,9 |
Een bedrag van EUR 1.189,6 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is aangehouden als onderpand (2014: EUR 1.082,3 miljoen) (zie ook noot 23 Leningen).
De portefeuille inzake de Voor verkoop beschikbare beleggingen per jaareinde kan als volgt grafisch weergegeven worden.
De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:
- niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
- niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
- niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).
De waarderingen per jaareinde zijn als volgt.
| 2015 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Kortlopend overheidspapier | ||||
| Overheidsobligaties | 31.678,8 | 26,5 | 31.705,3 | |
| Bedrijfsobligaties | 24.831,7 | 936,3 | 25.768,0 | |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 85,7 | 66,9 | 38,8 | 191,4 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 2.891,5 | 808,4 | 181,1 | 3.881,0 |
| Totaal beleggingen | 59.487,7 | 1.838,1 | 219,9 | 61.545,7 |
| 2014 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Kortlopend overheidspapier | 50,0 | 50,0 | ||
| Overheidsobligaties | 32.748,9 | 32.748,9 | ||
| Bedrijfsobligaties | 25.049,0 | 1.257,2 | 2,5 | 26.308,7 |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 125,3 | 101,7 | 74,2 | 301,2 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 2.688,6 | 883,8 | 148,7 | 3.721,1 |
| Totaal beleggingen | 60.661,8 | 2.242,7 | 225,4 | 63.129,9 |
De veranderingen in niveau 3 waarderingen zijn als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 225,4 | 237,2 |
| Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode | - 13,6 | - 22,6 |
| Aankoop | 24,4 | 15,5 |
| Opbrengst van verkopen | - 53,5 | - 6,4 |
| Gerealiseerde winsten (verliezen) | - 1,5 | - 0,8 |
| Terugname van bijzondere waardeverminderingen | 2,3 | |
| Bijzondere waardevermindering | - 0,9 | - 0,3 |
| Ongerealiseerde winsten (verliezen) | 5,1 | 0,5 |
| Overdracht tussen categorieën | 34,5 | |
| Stand per 31 december | 219,9 | 225,4 |
Niveau 3 waarderingen voor private equity en durfkapitaal gebruiken reële waarden vermeld in de geauditeerde financiële rekeningen van de relevante deelnemingen. Niveau 3 waarderingen van aandelen en asset-backed securities komen tot stand aan de hand van de contantewaardemethode. Bij de bepaling van de verwachte kasstromen wordt onder meer rekening gehouden met originele onderschrijvingscriteria, kenmerken van de leningnemer (leeftijd en kredietkwaliteit), lening-/waarderatio's, verwachte schommelingen van huizenprijzen en de verwachte percentages vooruitbetalingen. Verwachte kasstromen zijn verdisconteerd op basis van disconteringsvoeten die op risico zijn aangepast. Marktspelers hanteren vaak zulke verdisconteerde kasstroomtechnieken om de prijs van effecten op onderpand van activa te bepalen. Ook wij baseren ons tot op zekere hoogte op deze prijzen voor de waardering van deze instrumenten. Inherent aan deze technieken zijn bepaalde beperkingen, zoals het bepalen van de geschikte op risico aangepaste disconteringsvoet. Daarnaast kunnen verschillende veronderstellingen en inputs tot verschillende resultaten leiden.
De niveau 3 posities zijn met name gevoelig voor veranderingen van het niveau van verwachte toekomstige kasstromen en daardoor variëren hun reële waardes in functie van veranderingen in deze kasstromen. De wijzigingen van de waarde van niveau 3 instrumenten worden opgenomen in overig comprehensive income.
Overheidsobligaties naar land van uitgifte
De overheidsobligaties naar land van uitgifte per 31 december zijn als volgt.
| Historische/ | Bruto | Aanpassingen | ||
|---|---|---|---|---|
| geamortiseerde | ongerealiseerde | door hedge | Reële | |
| 31 december 2015 | kostprijs | winsten (verliezen) | accounting | waarden |
| Belgische overheid | 11.367,0 | 2.435,8 | 13.802,8 | |
| Franse overheid | 4.879,3 | 1.111,6 | 5.990,9 | |
| Oostenrijkse overheid | 2.307,6 | 467,3 | 2.774,9 | |
| Portugese overheid | 1.520,5 | 186,7 | 1.707,2 | |
| Italiaanse overheid | 1.268,9 | 375,7 | 1.644,6 | |
| Duitse overheid | 950,5 | 306,7 | 1.257,2 | |
| Spaanse overheid | 703,7 | 88,6 | 792,3 | |
| Ierse overheid | 659,9 | 83,1 | 743,0 | |
| Nederlandse overheid | 581,6 | 73,0 | 654,6 | |
| Verenigde Staten van Amerika: overheid | 341,5 | 83,3 | 424,8 | |
| Slowaakse overheid | 304,1 | 49,3 | 353,4 | |
| Poolse overheid | 247,1 | 67,3 | 314,4 | |
| Britse overheid | 297,7 | 14,2 | 311,9 | |
| Tsjechische overheid | 197,9 | 29,5 | 227,4 | |
| Finse overheid | 133,0 | 29,2 | 162,2 | |
| Overige overheden | 484,3 | 59,4 | 543,7 | |
| Totaal | 26.244,6 | 5.460,7 | 31.705,3 |
| Historische/ | Bruto | Aanpassingen | ||
|---|---|---|---|---|
| geamortiseerde | ongerealiseerde | door hedge | Reële | |
| 31 december 2014 | kostprijs | winsten (verliezen) | accounting | waarden |
| Belgische overheid | 12.011,7 | 2.810,9 | 15,9 | 14.838,5 |
| Franse overheid | 4.900,4 | 1.250,5 | 6.150,9 | |
| Oostenrijkse overheid | 2.253,1 | 569,3 | 2.822,4 | |
| Portugese overheid | 1.371,6 | 187,4 | 1.559,0 | |
| Italiaanse overheid | 1.263,0 | 318,3 | 1.581,3 | |
| Duitse overheid | 936,3 | 339,9 | 1.276,2 | |
| Spaanse overheid | 566,7 | 91,1 | 657,8 | |
| Ierse overheid | 553,1 | 94,1 | 647,2 | |
| Nederlandse overheid | 465,7 | 96,5 | 562,2 | |
| Verenigde Staten van Amerika: overheid | 306,7 | 91,3 | 398,0 | |
| Slowaakse overheid | 300,2 | 51,6 | 351,8 | |
| Poolse overheid | 247,5 | 72,3 | 319,8 | |
| Britse overheid | 513,8 | 22,1 | 535,9 | |
| Tsjechische overheid | 198,1 | 36,5 | 234,6 | |
| Finse overheid | 202,9 | 35,3 | 238,2 | |
| Overige overheden | 505,1 | 70,0 | 575,1 | |
| Totaal | 26.595,9 | 6.137,1 | 15,9 | 32.748,9 |
In 2015 en 2014 waren er geen bijzondere waardeverminderingen op overheidsobligaties.
Het aandeel per land in de beleggingsportefeuille overheidsobligaties op basis van reële waarde kan per jaareinde als volgt worden weergegeven.
Onderstaande tabel geeft de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen) weer. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties: | ||
| Boekwaarde | 57.664,7 | 59.408,8 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 7.065,5 | 8.514,4 |
| - Belasting |
- 2.337,3 | - 2.695,7 |
| Shadow accounting | - 2.573,3 | - 4.144,3 |
| - Belasting |
823,3 | 1.222,0 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 2.978,2 | 2.896,4 |
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen: | ||
| Boekwaarde | 3.881,0 | 3.721,1 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 530,2 | 506,5 |
| - Belasting |
- 50,4 | - 54,9 |
| Shadow accounting | - 183,9 | - 237,4 |
| - Belasting |
64,1 | 78,3 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 360,0 | 292,5 |
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen
De samenstelling van de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen: | ||
| - op obligaties |
- 24,5 | - 22,2 |
| - op aandelen en overige beleggingen |
- 175,6 | - 142,1 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen | - 200,1 | - 164,3 |
De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | - 164,3 | - 182,3 |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | - 69,9 | - 40,1 |
| Terugname bij de verkoop/desinvestering | 33,7 | 58,0 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 0,4 | 0,1 |
| Stand per 31 december | - 200,1 | - 164,3 |
11.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening
De volgende tabel geeft toelichting op beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening per 31 december.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Bedrijfsobligaties | 75,7 | 81,2 |
| Obligaties | 75,7 | 81,2 |
| Aandelen | 49,3 | 58,6 |
| Overige beleggingen | 45,9 | |
| Aandelen en overige beleggingen | 95,2 | 58,6 |
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met | ||
| waardeveranderingen in de resultatenrekening | 170,9 | 139,8 |
Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de meting daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.
De nominale waarde van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 31 december 2015 EUR 76,3 miljoen (31 december 2014: EUR 81,3 miljoen).
De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:
- niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
- niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
- niveau 3: niet-waarneembare gegevens (prijzen van tegenpartijen).
De waarderingen per jaareinde zijn als volgt.
| 2015 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsobligaties | 50,9 | 24,8 | 75,7 | |
| Aandelen | 49,3 | 49,3 | ||
| Other investments | 45,9 | 45,9 | ||
| Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde | ||||
| met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 50,9 | 120,0 | 170,9 | |
| XXX | ||||
| 2014 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Bedrijfsobligaties | 5,0 | 76,2 | 81,2 | |
| Aandelen | 58,6 | 58,6 | ||
| Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde | ||||
| met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 5,0 | 134,8 | 139,8 |
De veranderingen in niveau 3 waarderingen zijn als volgt.
| 2015 2014 |
|
|---|---|
| Stand per 1 januari | 50,3 |
| Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode | - 50,0 |
| Gerealiseerde winsten (verliezen) | - 0,3 |
| Ongerealiseerde winsten (verliezen) | |
| Stand per 31 december |
11.4 Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa)
De samenstelling van de voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) is als volgt.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Niet op een beurs verhandeld (OTC) | 28,4 | 17,6 |
| Op een beurs verhandeld | 0,1 | 0,5 |
| Totaal voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) | 28,5 | 18,1 |
De voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten hebben voornamelijk betrekking op rente- en aandelenopties en renteswaps en zijn in 2015 en 2014 gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare inputs in actieve markten, zie noot 30 Derivaten voor nadere informatie).
Beleggingen in vastgoed hebben met name betrekking op kantoren en winkelpanden.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 2.897,9 | 2.688,4 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 50,8 | - 47,1 |
| Totaal vastgoedbeleggingen | 2.847,1 | 2.641,3 |
De volgende tabel geeft de wijzigingen in vastgoedbeleggingen weer gedurende het jaar eindigend op 31 december.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Kostprijs per 1 januari | 3.476,1 | 3.137,0 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 312,9 | 122,3 |
| Toevoegingen/aankopen | 56,3 | 87,9 |
| Verbeteringen | 15,6 | 19,7 |
| Verkopen | - 90,4 | - 35,8 |
| Overboeking van (naar) materiële vaste activa | 3,6 | 15,4 |
| Omrekeningsverschillen | 0,6 | 0,5 |
| Overige | - 61,1 | 129,1 |
| Kostprijs per 31 december | 3.713,6 | 3.476,1 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 787,7 | - 733,8 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 16,8 | |
| Afschrijvingen | - 88,0 | - 82,8 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 31,1 | 11,2 |
| Overboeking van (naar) materiële vaste activa | - 0,3 | - 1,5 |
| Omrekeningsverschillen | - 0,1 | |
| Overige | 29,3 | 2,4 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 815,7 | - 787,7 |
| Bijzondere waarderverminderingen per 1 januari | - 47,1 | - 48,7 |
| Toename bijzondere waardeverminderingen verantwoord in de resultatenrekening | - 9,6 | - 3,2 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen verantwoord in de resultatenrekening | 5,7 | 3,4 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen door desinvesteringen | 0,2 | 1,4 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 50,8 | - 47,1 |
| Netto vastgoedbeleggingen per 31 december | 2.847,1 | 2.641,3 |
| Kostprijs van vastgoedbeleggingen in aanbouw | 25,1 | 15,9 |
De bedragen onder de lijn 'overige' bij kostprijs en cumulatieve afschrijvingen in 2015 houden verband met de herclassificatie van vastgoedbeleggingen naar vastgoed voor eigen gebruik in België.
Voor 2014 houdt een bedrag van EUR 129,1 miljoen gerapporteerd onder 'overige' bij kostprijs verband met de herclassificatie van voor verkoop aangehouden vastgoed naar vastgoedbeleggingen (zie ook noot 16 Overlopende rente en overige activa).
Een bedrag van EUR 229,3 miljoen van de vastgoedbeleggingen werd aangehouden als onderpand per 31 december 2015 (31 december 2014: EUR 248,8 miljoen)(zie ook noot 23 leningen).
Jaarlijkse waarderingsbepalingen, waarbij de onafhankelijke taxateelke drie jaar veranderen, behelzen bijna alle vastgoedbeleggingen. Reële waarden (niveau 3) zijn gebaseerd op niet-observeerbare marktgegevens en/of verdisconteerde kasstromen. Verwachte kasstromen uit vastgoed houden rekening met verwachte groeipercentages van huurinkomsten, periodes van leegstand, bezettingsgraad en kosten huurbevordering, zoals huurvrije perioden en andere kosten die niet worden betaald door huurders. De verwachte netto kasstromen worden verdisconteerd aan de hand van op risico aangepaste discontovoet. Om de disconteringsvoet te bepalen, wordt met een aantal factoren rekening gehouden, zoals de kwaliteit van het gebouw en zijn locatie (toplocatie vs. secundaire locatie, kredietkwaliteit van de huurder en huurvoorwaarden). Voor ontwikkelingsvastgoed (dus in opbouw) wordt de reële waarde bepaald op de kostprijs tot het vastgoed in gebruik is genomen.
De onderstaande tabel toont de reële waarde van het vastgoed.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Reële waarden gebaseerd op marktinformatie | 354,3 | 2.075,7 |
| Reële waarden gebaseerd op onafhankelijke waardering | 3.607,0 | 1.542,5 |
| Totaal reële waarde van vastgoedbeleggingen | 3.961,3 | 3.618,2 |
| Totale boekwaarde | 2.847,1 | 2.641,3 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 1.114,2 | 976,9 |
| Belasting | - 368,8 | - 322,1 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) | 745,4 | 654,8 |
De afschrijvingen op gebouwen worden berekend volgens de lineaire methode teneinde de kosten van die activa af te schrijven gedurende de geschatte levensduur tot de restwaarde. Vastgoed wordt gesplitst in de volgende componenten: ruwbouw, ramen en deuren, technische uitrusting, ruwe afwerking en detailafwerking.
De maximale levensduur van de componenten is als volgt:
- Ruwbouw ...................................................... 50 jaar voor kantoren en winkels; 70 jaar voor woningen;
- Ramen en deuren .......................................... 30 jaar voor kantoren en winkels; 40 jaar voor woningen;
- Technische uitrusting .................................... 20 jaar voor kantoren; 25 jaar voor winkels en 40 jaar voor woningen;
- Ruwe afwerking ............................................. 20 jaar voor kantoren; 25 jaar voor winkels en 40 jaar voor woningen;
- Detail afwerking............................................. 10 jaar voor kantoren, winkels en woningen.
Terreinen hebben een ongelimiteerde levensduur en worden derhalve niet afgeschreven. IT, kantoor- en andere apparatuur en motorrijtuigen worden afgeschreven over de respectievelijke levensduur, die individueel wordt vastgesteld. Als algemene regel wordt uitgegaan van een restwaarde van nihil.
Vastgoed verhuurd op basis van operationele lease
Ageas verhuurt bepaalde activa (voornamelijk vastgoed voor beleggingsdoeleinden) aan externe partijen op basis van operationele leaseovereenkomsten. De toekomstige minimale leasetermijnen inzake niet-opzegbare overeenkomsten bedragen per 31 december.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Tot 3 maanden | 58,5 | 62,0 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 173,2 | 176,9 |
| 1 jaar tot 5 jaar | 722,1 | 720,0 |
| 5 jaar en langer | 777,4 | 867,8 |
| Totaal | 1.731,2 | 1.826,7 |
Een bedrag van EUR 33,1 miljoen in 2015 van de totale minimumbetalingen te ontvangen via niet-opzegbare leaseovereenkomsten houdt verband met terreinen, gebouwen en uitrusting (2014: EUR 56,9 miljoen). De rest heeft betrekking op vastgoedbeleggingen.
De leningen zijn als volgt samengesteld.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Overheid en officiële instellingen | 2.922,4 | 2.443,4 |
| Hypothecaire leningen | 1.336,6 | 1.485,4 |
| Commerciële leningen | 1.604,9 | 757,5 |
| Rentedragende deposito's | 542,2 | 647,1 |
| Leningen aan banken | 536,3 | 471,1 |
| Polisbeleningen | 284,1 | 249,2 |
| Bedrijfsleningen | 83,8 | 39,9 |
| Totaal | 7.310,3 | 6.093,6 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen | - 24,0 | - 25,3 |
| Totaal leningen | 7.286,3 | 6.068,3 |
13.1 Commerciële leningen
De commerciële leningen zijn als volgt samengesteld.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Leningen aan particulieren | 16,6 | 14,9 |
| Vastgoed | 359,2 | 234,8 |
| Infrastructuur | 305,6 | 173,5 |
| Overige | 923,5 | 334,3 |
| Leningen aan ondernemingen | 1.604,9 | 757,5 |
De regel 'vastgoed onder commerciële leningen' heeft betrekking op de mezzanine-lening van USD 117,5 miljoen aan DTH Partners LLC (zie ook noot 8 Verbonden partijen en noot 14 Beleggingen in deelnemingen). De overbruggingsleningen (USD 41 miljoen, overlopende rente inbegrepen) van AG Real Estate (AG Westloan) aan EBNB 70 Pine Development is opgenomen op de regel 'overige' onder commerciële leningen.
Ageas heeft kredietlijnen verstrekt voor een totaalbedrag van EUR 709 miljoen (31 december 2014: EUR 412 miljoen).
13.2 Leningen aan banken
De leningen aan banken zijn als volgt.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Leningen en voorschotten | 504,6 | 467,9 |
| Overige | 31,7 | 3,2 |
| Totaal | 536,3 | 471,1 |
13.3 Onderpand op leningen
De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor leningen.
| Totaal kredietrisico op leningen | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Boekwaarde | 7.286,3 | 6.068,3 |
| Ontvangen onderpanden | ||
| Financiële instrumenten | 680,7 | 451,6 |
| Materiële vast active | 2.223,6 | 2.380,6 |
| Overige onderpand en garanties | 53,4 | 43,7 |
| Meerwaarde onderpand t.o.v. kredietrisico 1) | 1.438,5 | 1.142,8 |
| Niet gegarandeerd uitstaand bedrag | 5.767,1 | 4.335,2 |
1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening. Doordat deze additionele onderpanden niet kunnen worden gecompenseerd met leningen waarvoor de zekerheden lager zijn dan de onderliggende individuele lening, wordt het overschot toegevoegd aan het niet gegarandeerde uitstaande bedrag.
13.4 Bijzondere waardevermindering op leningen
De wijzigingen in de bijzondere waardevermindering op leningen zijn.
| 2015 | 2014 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Specifiek Specifiek |
|||||
| kredietrisico | IBNR | kredietrisico | IBNR | ||
| Stand per 1 januari | 24,4 | 0,9 | 18,9 | 0,8 | |
| Toename bijzondere waardeveranderingen | 3,0 | 6,7 | 0,1 | ||
| Vrijval bijzondere waardeverminderingen | - 0,6 | - 0,4 | - 2,2 | ||
| Afschrijvingen van oninbare leningen | - 4,8 | ||||
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 1,1 | 0,3 | 1,0 | ||
| Stand per 31 december | 23,1 | 0,8 | 24,4 | 0,9 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor leningen die onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen.
| Totaal uitstaand bedrag aan leningen onderhevig | ||
|---|---|---|
| aan bijzondere waardeverminderingen | 2015 | 2014 |
| Uitstaand met bijzondere waardeverminderingen | 72,7 | 97,3 |
| Ontvangen onderpanden | ||
| Financiële instrumenten | 0,1 | 0,8 |
| Materiële vast activa | 108,1 | 132,6 |
| Meerwaarde onderpand en garanties | ||
| t.o.v. bijzondere waardeverminderingen 1) | 46,9 | 48,3 |
| Niet gegarandeerd uitstaand bedrag | 11,4 | 12,2 |
1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening. Doordat deze additionele onderpanden niet kunnen worden gecompenseerd met leningen waarvoor de zekerheden lager zijn dan de onderliggende individuele lening, wordt het overschot toegevoegd aan het niet gegarandeerde uitstaande bedrag.
14 Beleggingen in deelnemingen
De volgende tabel geeft overzicht van de belangrijkste beleggingen in deelnemingen per 31 december. Het percentage belang kan betrekking hebben op meer dan één entiteit indien binnen een deelneming meerdere belangen in entiteiten worden gehouden en de omvang van de belangen niet gelijk is.
| % | 2015 | 2014 | ||
|---|---|---|---|---|
| belang | Boekwaarde | Boekwaarde | ||
| Deelnemingen | ||||
| Mayban Ageas Holding Berhad | Maleisië | 31,0% | 292,1 | 315,1 |
| Muang Thai Group Holding | Thailand | 7,8% - 30,9% | 474,8 | 394,8 |
| Taiping Holdings | China | 20,0% - 24,9% | 1.173,1 | 729,8 |
| Royal Park Investments | België | 44,7% | 41,1 | 38,1 |
| IDBI Federal Life Insurance | India | 26,0% | 22,7 | 18,8 |
| East West Ageas Life | Filipijnen | 25,0% | 28,8 | |
| Tesco Insurance Ltd | VK | 50,1% | 96,9 | 98,4 |
| Aksigorta | Turkije | 36,0% | 126,2 | 145,7 |
| Cardif Lux Vie | Luxemburg | 33,3% | 136,6 | 121,2 |
| DTHP | België | 33,0% | 79,0 | 75,9 |
| Evergreen | België | 35,7% | 56,8 | |
| Predirec | België | 29,5% | 55,7 | 56,8 |
| Aviabel | België | 24,7% | 27,3 | 26,5 |
| Frey SA | België | 20,0% | 26,3 | 17,4 |
| Sapphire | België | 35,7% | 25,5 | |
| North Light | België | 40,0% | 22,6 | 22,6 |
| Pole Star | België | 40,0% | 22,5 | 22,3 |
| Louvresse Development I | België | 20,0% | 22,5 | 23,9 |
| Credimo | België | 34,5% | 20,2 | 20,2 |
| BITM | België | 50,0% | 19,9 | 20,4 |
| Overige | 70,8 | 73,4 | ||
| Totaal | 2.841,4 | 2.221,3 |
Nieuwe deelnemingen ten opzichte van vorig jaar zijn EastWest Ageas Life, Evergreen en Sapphire.
De realiseerbare waarde van Taiping Holdings steeg fors in 2015 als gevolg van een uitzonderlijk positieve investeringswinst van ongeveer EUR 100 miljoen, hogere niet-gerealiseerde winsten en een gunstige wisselkoersevolutie.
Louvresse development I is een voormalige 100% dochteronderneming. Ageas heeft haar belang in deze entiteit in 2014 verlaagd naar 20%, daarom wordt ze vanaf jaareinde 2014 als deelneming verantwoord (zie noot 3 Overnames en desinvesteringen).
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste deelnemingen.
| Totaal | Totaal | Eigen | Ageas | Totale | Totale | Netto | Ageas | Ontvangen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | activa | passiva | vermogen | deel | baten | lasten | resultaat | deel | dividend |
| Mayban Ageas Holding Ber | |||||||||
| had | 5.762,1 | 4.818,2 | 943,9 | 292,1 | 1.182,8 | - 1.110,3 | 72,5 | 22,4 | 17,8 |
| Muang Thai Group Holding | 8.506,8 | 6.976,5 | 1.530,3 | 442,6 | 2.721,3 | - 2.520,5 | 200,8 | 58,9 | 13,0 |
| Taiping Holdings | 44.666,0 | 39.952,4 | 4.713,6 | 1.169,3 | 14.143,6 | - 13.479,4 | 664,2 | 165,3 | 13,0 |
| Royal Park Investments | 92,1 | 0,2 | 91,9 | 41,1 | 56,7 | - 16,1 | 40,6 | 18,2 | 14,7 |
| IDBI Federal Life Insurance | 683,6 | 593,5 | 90,1 | 23,4 | 221,3 | - 212,7 | 8,6 | 2,2 | |
| East West Ageas Life | 41,9 | 5,6 | 36,3 | 9,1 | - 3,1 | - 3,1 | - 0,8 | ||
| Tesco Insurance Ltd | 1.230,2 | 1.036,9 | 193,3 | 96,8 | 573,4 | - 573,7 | - 0,3 | - 0,2 | |
| Aksigorta | 548,2 | 437,9 | 110,3 | 39,7 | 387,9 | - 394,1 | - 6,2 | - 2,2 | 2,7 |
| Cardif Lux Vie | 19.289,7 | 18.880,0 | 409,7 | 136,6 | 3.038,5 | - 2.992,5 | 46,0 | 15,3 | |
| DTHP | 1.284,4 | 1.044,9 | 239,5 | 79,0 | 60,7 | - 80,9 | - 20,2 | - 6,7 | |
| Evergreen | 262,1 | 111,6 | 150,5 | 53,7 | 17,3 | - 11,4 | 5,9 | 2,1 | |
| Predirec | 190,1 | 1,1 | 189,0 | 55,7 | 3,1 | - 0,9 | 2,2 | 0,6 | |
| Aviabel | 239,2 | 128,6 | 110,6 | 27,3 | 41,6 | - 40,5 | 1,1 | 0,3 | |
| Frey SA | 406,8 | 275,2 | 131,6 | 26,3 | 5,8 | 5,8 | 1,2 | ||
| Sapphire | 114,5 | 46,9 | 67,6 | 24,1 | 6,9 | - 4,3 | 2,6 | 0,9 | |
| North Light | 151,2 | 94,7 | 56,5 | 22,6 | 7,1 | - 7,0 | 0,1 | ||
| Pole Star | 168,6 | 112,4 | 56,2 | 22,5 | 8,1 | - 7,7 | 0,4 | 0,2 | |
| Louvresse Development I | 317,9 | 205,6 | 112,3 | 22,5 | 24,4 | - 20,9 | 3,5 | 0,7 | |
| Credimo | 1.129,5 | 1.070,8 | 58,7 | 20,2 | 91,8 | - 90,4 | 1,4 | 0,5 | |
| BITM | 86,2 | 46,3 | 39,9 | 19,9 | 12,9 | - 11,8 | 1,1 | 0,6 | |
| Bijbehorende goodwill | 148,0 | ||||||||
| Overige | 68,9 | 6,5 | 20,8 | ||||||
| Totaal | 2.841,4 | 286,1 | 82,0 | ||||||
| Totaal | Totaal | Eigen | Ageas | Totale | Totale | Netto | Ageas | Ontvangen | |
| 2014 | activa | passiva | vermogen | deel | baten | lasten | resultaat | deel | dividend |
| Mayban Ageas Holding Ber had |
6.792,7 | 5.774,8 | 1.017,9 | 315,0 | 1.296,7 | - 1.171,9 | 124,8 | 38,6 | 40,7 |
| Muang Thai Group Holding | 6.807,3 | 5.552,8 | 1.254,5 | 363,2 | 2.043,3 | - 1.869,0 | 174,3 | 50,7 | 11,2 |
| Taiping Holdings | 38.294,2 | 35.361,0 | 2.933,2 | 726,3 | 9.142,8 | - 8.906,8 | 236,0 | 59,1 | 3,3 |
| Royal Park Investments | 85,3 | 0,1 | 85,2 | 38,1 | 31,2 | - 9,8 | 21,4 | 9,6 | 8,9 |
| IDBI Federal Life Insurance | 515,4 | 443,2 | 72,2 | 18,8 | 150,5 | - 132,9 | 17,6 | 4,6 | |
| Tesco Insurance Ltd | 1.179,0 | 982,5 | 196,5 | 98,4 | 548,2 | - 552,6 | - 4,4 | - 2,2 | 8,8 |
| Aksigorta | 585,0 | 446,9 | 138,1 | 49,7 | 435,1 | - 452,7 | - 17,6 | - 6,3 | 7,8 |
| Cardif Lux Vie | 17.934,4 | 17.570,9 | 363,5 | 121,2 | 5.513,3 | - 5.475,8 | 37,5 | 12,5 | 4,0 |
| DTHP | 1.056,4 | 739,7 | 316,7 | 104,5 | 39,4 | - 73,5 | - 34,1 | - 11,3 | |
| Predirec | 56,7 | 3,3 | - 0,2 | 3,1 | 0,9 | ||||
| Aviabel | 192,9 | 0,2 | 192,7 | ||||||
| Frey SA | 229,3 | 116,3 | 113,0 | 27,9 | 44,8 | - 35,7 | 9,1 | 2,2 | |
| 320,4 | 222,3 | 98,1 | 19,6 | 18,3 | - 23,7 | - 5,4 | - 1,1 | ||
| North Light | 149,2 | 92,8 | 56,4 | 22,6 | 7,1 | - 7,0 | 0,1 | ||
| Pole Star | 167,7 | 111,8 | 55,9 | 22,4 | 7,8 | - 7,7 | 0,1 | ||
| Louvresse Development I | 329,8 | 210,0 | 119,8 | 24,0 | 11,0 | - 9,5 | 1,5 | 0,3 | |
| Credimo | 1.089,2 | 1.025,8 | 63,4 | 21,8 | 131,4 | - 129,4 | 2,0 | 0,7 | |
| BITM | 87,1 | 46,4 | 40,7 | 20,4 | 16,7 | - 16,7 | |||
| Bijbehorende goodwill | 131,2 | ||||||||
| Overige | 39,7 | 5,1 | 14,1 |
Deelnemingen zijn onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar deze deelnemingen opereren. Dividendbetalingen van deelnemingen worden soms onderworpen aan afspraken met aandeelhouders met de partners in de onderneming. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.
Daarnaast kunnen afspraken met aandeelhouders (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) onder andere zijn:
- specifieke bepalingen over stemrechten of dividenduitkering;
- gesloten periodes waarin alle partijen in het bezit van aandelen vóór een bepaalde periode geen aandelen mogen verkopen tenzij met toestemming van de andere betrokken partijen;
-
optie tot (door)verkoop aan de andere bij de overeenkomst betrokken partij(en), inclusief de onderliggende methode die voor de waardering van de aandelen wordt gehanteerd;
-
'earn out'-mechanisme waarbij de oorspronkelijke verkoper van de aandelen additionele opbrengsten ontvangt indien bepaalde doelstellingen worden gerealiseerd;
- exclusiviteitsbepalingen of niet-concurrentiebedingen in verband met de verkoop van verzekeringsproducten.
Azië
De verbetering van het resultaat in deelnemingen komt voornamelijk door TaiPing Life in Azië. Deze verbetering is gedreven door een uitzonderlijk resultaat van EUR 100 miljoen in het tweede kwartaal deels teniet gedaan door bijzondere waardeverminderingen in het derde kwartaal.
Gunstige ontwikkelingen van de wisselkoersen hadden ook een impact op het resultaat van de deelnemingen in Azië.
Royal Park Investments
Na de verkoop van de activa en de afwikkeling van de verplichtingen, blijft de overblijvende activiteit van RPI voornamelijk beperkt tot de afwikkeling van rechtszaken inzake een aantal Amerikaanse activa.
Herverzekering en overige vorderingen zijn per 31 december als volgt.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Aandeel herverzekeraars in verplichtingen | ||
| voor verzekerings- en beleggingscontracten | 596,6 | 604,2 |
| Vorderingen op polishouders | 579,9 | 503,1 |
| Vorderingen inzake commissiebaten | 66,4 | 57,8 |
| Vorderingen op tussenpersonen | 483,1 | 408,5 |
| Vorderingen op herverzekeraars | 19,1 | 60,1 |
| Vorderingen uit hoofde van factoring | 88,6 | |
| Overige | 285,5 | 284,2 |
| Totaal bruto | 2.030,6 | 2.006,5 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 16,7 | - 14,8 |
| Totaal netto | 2.013,9 | 1.991,7 |
Onder de lijn 'overige' vallen vorderingen in verband met btw en andere indirecte belastingen.
Verloop van de bijzondere waardeverminderingen op herverzekering en overige vorderingen
Het verloop van de bijzondere waardeverminderingen op herverzekering en overige vorderingen is als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 14,8 | 18,1 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | - 3,8 | |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | 1,9 | 2,8 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | - 1,9 | - 2,1 |
| Afschrijvingen van niet-inbare bedragen | - 0,9 | - 1,0 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 2,8 | 0,8 |
| Stand per 31 december | 16,7 | 14,8 |
Verloop in het aandeel herverzekeraars in verplichtingen voor verzekerings- en beleggingscontracten
Veranderingen in het aandeel herverzekeraars in verplichtingen voor verzekerings- en beleggingscontracten worden hieronder weergegeven.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 604,2 | 713,2 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 423,8 | |
| Wijzigingen verplichtingen huidig jaar | 46,8 | 141,9 |
| Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren | - 100,6 | - 54,8 |
| Betaalde schaden huidig jaar | 8,6 | - 57,6 |
| Betaalde schaden voorgaande jaren | 18,0 | 14,9 |
| Overige netto-toevoegingen via de resultatenrekening | 1,4 | 230,9 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 18,2 | 39,5 |
| Stand per 31 december | 596,6 | 604,2 |
De overlopende rente en overige activa per 31 december zijn als volgt samengesteld.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Overlopende acquisitiekosten | 872,2 | 787,0 |
| Overlopende overige kosten | 121,9 | 116,8 |
| Overlopende baten | 1.307,1 | 1.356,1 |
| Derivaten aangehouden voor afdekkingsdoeleinden | 133,9 | 82,7 |
| Vastgoed aangehouden voor verkoop | 82,6 | 60,0 |
| Activa voor plannen met vaste toezeggingen | 15,8 | |
| Overige | 37,8 | 62,5 |
| Totaal bruto | 2.571,3 | 2.465,1 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 3,3 | - 4,9 |
| Overlopende rente en overige activa | 2.568,0 | 2.460,2 |
Overlopende baten betreffen met name overlopende renteopbrengsten op overheidsobligaties (2015: EUR 739 miljoen; 2014: EUR 759 miljoen), bedrijfsobligaties (2015: EUR 436 miljoen; 2014: EUR 468 miljoen), en gestructureerde schuldinstrumenten (2015: EUR 2 miljoen; 2014: EUR 2 miljoen)
Overlopende acquisitiekosten
Het verloop van de overlopende acquisitiekosten in verband met verzekerings- en beleggingscontracten over het jaar is als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 787,0 | 836,7 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | - 152,3 | |
| Geactiveerde overlopende acquisitiekosten | 410,5 | 565,9 |
| Afschrijvingen | - 389,0 | - 527,5 |
| Overige aanpassingen inclusief omrekeningsverschillen | 63,7 | 64,2 |
| Stand per 31 december | 872,2 | 787,0 |
De lijn 'Aan- en verkoop van dochterondernemingen' in 2014 bestaat uit de overlopende acquisitiekosten van Ageas Protect (nadere informatie is gepresenteerd in noot 3 Overnames en desinvesteringen).
17 Materiële vaste activa
Tot materiële vaste activa behoren kantoren voor eigen gebruik en in eigendom beheerde openbare parkeergarages.
De boekwaarde van de verschillende categorieën materiële vaste activa per 31 december is als volgt.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.010,5 | 971,7 |
| Verbeteringen aan gehuurde gebouwen | 37,1 | 31,9 |
| Bedrijfsmiddelen | 104,5 | 115,8 |
| Totaal | 1.152,1 | 1.119,4 |
Wijzigingen in de materiële vaste activa
De wijzigingen in de materiële vaste activa zijn als volgt.
| Terreinen en | Verbeteringen | |||
|---|---|---|---|---|
| gebouwen voor | gehuurde | Bedrijfs | ||
| 2014 | eigen gebruik | gebouwen | middelen | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 1.438,9 | 61,3 | 292,4 | 1.792,6 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | - 0,6 | 2,3 | 1,7 | |
| Toevoegingen | 51,1 | 13,5 | 51,9 | 116,5 |
| Terugname door desinvesteringen | - 2,6 | - 4,4 | - 24,3 | - 31,3 |
| Overdracht van/naar vastgoedbeleggingen | - 15,4 | - 15,4 | ||
| Omrekeningsverschillen | 2,6 | 1,7 | 9,4 | 13,7 |
| Overige | - 6,3 | - 3,7 | 22,1 | 12,1 |
| Kostprijs per 31 december | 1.468,3 | 67,8 | 353,8 | 1.889,9 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 463,4 | - 37,4 | - 194,8 | - 695,6 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 0,5 | 0,7 | 1,2 | |
| Afschrijvingen | - 33,0 | - 5,6 | - 37,8 | - 76,4 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 3,9 | 20,1 | 24,0 | |
| Overdracht van/naar vastgoedbeleggingen | 1,5 | 1,5 | ||
| Omrekeningsverschillen | - 1,1 | - 7,0 | - 8,1 | |
| Overige | 5,9 | 3,8 | - 19,2 | - 9,5 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 489,0 | - 35,9 | - 238,0 | - 762,9 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 8,1 | - 8,1 | ||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | ||||
| verantwoord in de resultatenrekening | 0,5 | 0,5 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 7,6 | - 7,6 | ||
| Materiële vaste activa per 31 december | 971,7 | 31,9 | 115,8 | 1.119,4 |
| Terreinen en | Verbeteringen | |||
|---|---|---|---|---|
| gebouwen voor | gehuurde | Bedrijfs | ||
| 2015 | eigen gebruik | gebouwen | middelen | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 1.468,3 | 67,8 | 353,8 | 1.889,9 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 10,7 | 10,7 | ||
| Toevoegingen | 33,1 | 10,2 | 31,2 | 74,5 |
| Terugname door desinvesteringen | - 0,2 | - 71,4 | - 71,6 | |
| Overdracht van/naar vastgoedbeleggingen | - 3,6 | - 3,6 | ||
| Omrekeningsverschillen | 2,0 | 1,5 | 10,3 | 13,8 |
| Overige | 61,4 | - 13,8 | 47,6 | |
| Kostprijs per 31 december | 1.571,9 | 79,3 | 310,1 | 1.961,3 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 489,0 | - 35,9 | - 238,0 | - 762,9 |
| Afschrijvingen | - 34,5 | - 6,0 | - 38,9 | - 79,4 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 0,2 | 70,7 | 70,9 | |
| Overdracht van/naar vastgoedbeleggingen | 0,3 | 0,3 | ||
| Omrekeningsverschillen | - 1,0 | - 7,9 | - 8,9 | |
| Overige | - 29,6 | 0,5 | 8,5 | - 20,6 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 552,8 | - 42,2 | - 205,6 | - 800,6 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 7,6 | - 7,6 | ||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ||||
| verantwoord in de resultatenrekening | - 0,5 | - 0,5 | ||
| Overige | - 0,5 | - 0,5 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 8,6 | - 8,6 | ||
| Materiële vaste activa per 31 december | 1.010,5 | 37,1 | 104,5 | 1.152,1 |
Een bedrag van EUR 202,7 miljoen van de materiële vaste activa werd aangehouden als onderpand (31 december 2014: 208,6 miljoen).
Vastgoed, met uitzondering van parkeergarages, worden elk jaar extern gewaardeerd, waarbij de onafhankelijke taxateurs elke drie jaar gewijzigd worden. De reële waardes weerspiegelen niveau 3.
Ageas bepaalt de reële waarde van parkeergarages aan de hand van in-housemodellen die ook niet-waarneembare marktgegevens gebruiken (niveau 3). De reële waarden die hieruit voortvloeien worden aangepast aan de hand van de beschikbare marktgegevens en/of transacties.
Niveau 3 waarderingstechnieken worden gebruikt voor de waardering van parkeergarages, voornamelijk met verdisconteerde kasstromen. Bij de bepaling van de verwachte kasstromen van parkeergarages wordt met een aantal factoren rekening gehouden zoals verwachte inflatie en economische groei van afzonderlijke parkeerterreinen. De verwachte netto kasstromen worden verdisconteerd aan de hand van voor risico gecorrigeerde disconteringsvoeten. Om de disconteringsvoet te bepalen wordt met een aantal factoren rekening gehouden zoals de kwaliteit van de parkeergarage en de locatie ervan.
Reële waarde van terreinen en gebouwen voor eigen gebruik
De reële waarde van vastgoed in eigen gebruik is als volgt.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Totaal reële waarde van terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.441,3 | 1.355,1 |
| Totale boekwaarde | 1.010,5 | 971,7 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 430,8 | 383,4 |
| Belasting | - 146,4 | - 130,3 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) | 284,4 | 253,1 |
De afschrijvingen op materiële vaste activa zijn dezelfde als beschreven in noot 12 Vastgoedbeleggingen.
18 Goodwill en overige immateriële activa
Per 31 december is de samenstelling van goodwill en overige immateriële activa als volgt.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Goodwill | 822,7 | 779,8 |
| VOBA | 312,6 | 327,1 |
| Gekochte software | 28,7 | 17,8 |
| Zelf ontwikkelde software | 6,4 | 5,8 |
| Overige immateriële vaste activa | 368,8 | 358,1 |
| Totaal | 1.539,2 | 1.488,6 |
De waarde van verworven activiteiten, of VOBA, is het verschil tussen de reële waarde per de acquisitiedatum en de op dat moment geldende boekwaarde van een portefeuille van contracten die separaat is verkregen dan wel als onderdeel van een bedrijfscombinatie. VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de opnameperiode van de opbrengsten van de portefeuille. De belangrijkste bijdrage aan VOBA wordt geleverd door Ageas Insurance Company Asia (AICA) en Millenniumbcp Ageas. De daling van VOBA is toe te schrijven aan afschrijvingen en wordt voor een groot deel gecompenseerd door wisselkoersverschillen.
Overige immateriële vaste activa omvatten immateriële vaste activa met een bepaalde economische levensduur, zoals concessies, octrooien, licenties, handelsmerken en vergelijkbare rechten. Deze hebben met name betrekking op AG Real Estate. Over het algemeen wordt software afgeschreven over maximaal vijf jaar en hebben overige immateriële vaste activa een verwachte economische levensduur van maximaal 10 jaar. De overige immateriële vaste activa worden afgeschreven in overeenstemming met de verwachte levensduur van de activa.
Afgezien van goodwill heeft Ageas geen immateriële vaste activa met een onbepaalde economische levensduur.
Wijzigingen in goodwill en overige immateriële activa
De wijzigingen in goodwill en overige immateriële vaste activa kunnen voor 2014 en 2015 als volgt worden weergegeven.
| Zelf | Overige | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gekochte | ontwikkelde | immateriële | ||||
| 2014 | Goodwill | VOBA | software | software | vaste activa | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 856,9 | 790,2 | 41,0 | 62,9 | 578,8 | 2.329,8 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 9,9 | - 1,5 | - 13,8 | 36,3 | 30,9 | |
| Toevoegingen | 1,1 | 9,3 | 3,1 | 24,3 | 37,8 | |
| Aanpassingen die voortvloeien uit latere | ||||||
| waardeveranderingen van activa en passiva | - 6,5 | - 6,5 | ||||
| Terugname door desinvesteringen | - 0,1 | - 4,0 | - 37,1 | - 11,1 | - 52,3 | |
| Omrekeningsverschillen | 59,2 | 35,5 | 2,2 | 0,9 | 1,1 | 98,9 |
| Overige | 0,3 | - 38,8 | - 38,5 | |||
| Kostprijs per 31 december | 925,9 | 826,8 | 47,3 | 16,0 | 584,1 | 2.400,1 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 451,7 | - 26,8 | - 56,7 | - 235,8 | - 771,0 | |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 1,6 | 13,6 | 0,4 | 15,6 | ||
| Afschrijvingslasten | - 34,9 | - 6,7 | - 2,2 | - 22,6 | - 66,4 | |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 2,0 | 22,5 | 10,3 | 34,8 | ||
| Omrekeningsverschillen | - 13,1 | - 1,6 | - 0,9 | - 1,1 | - 16,7 | |
| Overige | 2,0 | 13,5 | 38,9 | 54,4 | ||
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 499,7 | - 29,5 | - 10,2 | - 209,9 | - 749,3 | |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 130,4 | - 15,8 | - 146,2 | |||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resulatenrekening | - 0,2 | - 0,7 | - 0,9 | |||
| Omrekeningsverschillen | - 15,7 | - 15,7 | ||||
| Overige | 0,2 | 0,4 | 0,6 | |||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 146,1 | - 16,1 | - 162,2 | |||
| Goodwill en overige immateriële vaste activa per 31 december | 779,8 | 327,1 | 17,8 | 5,8 | 358,1 | 1.488,6 |
| Zelf | Overige | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gekochte | ontwikkelde | immateriële | ||||
| 2015 | Goodwill | VOBA | software | software | vaste activa | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 925,9 | 826,8 | 47,3 | 16,0 | 584,1 | 2.400,1 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 4,2 | 18,8 | 23,0 | |||
| Toevoegingen | 16,1 | 2,4 | 15,8 | 34,3 | ||
| Terugname door desinvesteringen | - 1,7 | - 23,7 | - 25,4 | |||
| Omrekeningsverschillen | 56,7 | 34,6 | 1,9 | 0,2 | 93,4 | |
| Overige | - 0,1 | 15,0 | 1,7 | 16,6 | ||
| Kostprijs per 31 december | 986,8 | 861,3 | 78,6 | 18,4 | 596,9 | 2.542,0 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 499,7 | - 29,5 | - 10,2 | - 209,9 | - 749,3 | |
| Afschrijvingslasten | - 35,5 | - 12,1 | - 1,8 | - 23,4 | - 72,8 | |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 1,7 | 22,3 | 24,0 | |||
| Omrekeningsverschillen | - 13,5 | - 1,4 | - 0,2 | - 15,1 | ||
| Overige | - 8,6 | - 1,3 | - 9,9 | |||
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 548,7 | - 49,9 | - 12,0 | - 212,5 | - 823,1 | |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 146,1 | - 16,1 | - 162,2 | |||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resultatenrekening | - 2,8 | - 0,7 | - 3,5 | |||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resultatenrekening | 0,7 | 0,7 | ||||
| Omrekeningsverschillen | - 15,2 | - 15,2 | ||||
| Overige | 0,5 | 0,5 | ||||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 164,1 | - 15,6 | - 179,7 | |||
| Goodwill en overige immateriële vaste activa per 31 december | 822,7 | 312,6 | 28,7 | 6,4 | 368,8 | 1.539,2 |
De lijnen 'overige' voor gekochte software houdt verband met een overdracht vanuit bedrijfsmiddelenden (zie noot 17).
Bijzondere waardevermindering van goodwill
Goodwill wordt jaarlijks aan het eind van het jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen door vergelijking van de opbrengstwaarde van kasstroomgenererende eenheden (CGU) met hun boekwaarde. De opbrengstwaarde is de reële waarde verminderd met verkoopkosten of de waarde in gebruik als deze hoger is. Het type van de overgenomen onderneming is bepalend voor de definiëring van een CGU. Binnen Ageas zijn thans alle CGU's gedefinieerd als een (juridische) entiteit, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk. De entiteiten in het Verenigd Koninkrijk die in de makelaarsactiviteiten actief zijn in het subsegment Overige verzekeringen worden op basis van het niveau van operationele integratie en algemeen management beschouwd als een CGU.
De realiseerbare waarde van een CGU wordt bepaald door berekening van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen van die CGU. De belangrijkste aannames die zijn gebruikt in het kasstroommodel zijn afhankelijk van de inputgegevens die verschillende financiële en economische variabelen weerspiegelen, zoals de risicovrije rente in een land en een premie die het inherente risico van de betreffende entiteit weergeeft.
Deze variabelen worden bepaald op basis van een beoordeling door het management. Indien een onderneming een beursnotering kent, wordt de marktwaarde eveneens als element in de evaluatie betrokken.
De volgende tabel toont de samenstelling van de goodwill en de bijzondere waardeverminderingen van de belangrijkste kasstroomgenererende eenheden per 31 december 2015.
| Goodwill | Bijzondere - waarde verminderingen |
Netto bedrag |
Segment | Gebruikte methode voor waardebepaling |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom genererende eenheid (CGU) | |||||
| Ageas (VK) | 320,7 | 34,2 | 286,5 | Verenigd Koninkrijk (VK) | Waarde in gebruik |
| Portugal Leven (Millenniumbcp Ageas) | 146,5 | 146,5 | Continentaal Europa | Waarde in gebruik | |
| Portugal Niet-leven (Ocidental Seguros & Médis) |
21,9 | 21,9 | Continentaal Europa | Waarde in gebruik | |
| Ageas France (Sicavonline) | 9,9 | 9,9 | Continentaal Europa | Waarde in gebruik | |
| Ageas Insurance Company Asia | 368,0 | 127,1 | 240,9 | Azië | Reële waarde minus de verkoopkost |
| Cargeas Assicurazioni | 92,2 | 92,2 | Continentaal Europa | Waarde in gebruik | |
| Overige | 27,6 | 2,8 | 24,8 Continentaal Europa / België | Waarde in gebruik | |
| Totaal | 986,8 | 164,1 | 822,7 |
Ageas Insurance Company Asia
De goodwill voor Ageas Insurance Company Asia bedraagt EUR 368,0 miljoen (2014: EUR 329,7 miljoen). Netto, na bijzondere waardeverminderingen, bedraagt de goodwill EUR 240,9 miljoen (2014: EUR 215,9 miljoen). Het verschil in bedrag tussen 2015 en 2014 wordt veroorzaakt door wisselkoersverschillen tussen de euro en de Hongkong dollar.
Ageas is tot een akkoord gekomen om zijn Levensverzekeringsactiviteit in Hongkong te verkopen aan JD Capital (Beijing Tongchuangjiuding Investment Management Co.) voor een cashvergoeding van HKD 10.688 miljoen (EUR 1.267 miljoen per 31 december 2015). De transactie zal naar verwachting worden afgerond binnen de eerste jaarhelft van 2016 en is onderhevig aan de goedkeuring van de toezichthouder, en de gebruikelijke closingvoorwaarden (zie noot 3.1).
De realiseerbare waarde is de hoogste van de waarde in gebruik (ViU) van de reële waarde minus de verkoopkosten (FVLCS). Dit stemt overeen met de boekhoudkundige principes van Ageas.
De reële waarde minus de verkoopkosten van AICA is gelijk aan de overeengekomen verkoopprijs van HKD 10.688 miljoen. Deze realiseerbare waarde is veel hoger dan de boekwaarde op rapportagedatum. Op basis van deze toets wordt er geen bijzondere waardevermindering verantwoord op de goodwill.
Millenniumbcp Ageas
Voor Millenniumbcp Ageas (51% in handen van Ageas) bedraagt de goodwill EUR 146,5 miljoen (2014: EUR 146,5 miljoen). Tot 2013 werden de Portugese activiteiten Leven en Niet-leven beschouwd als één kasstroomgenererende eenheid (CGU). Nadat Ageas in juni 2014 de volle eigendom van de activiteiten Niet-leven verwierf (zie noot 3.3) worden de activiteiten als afzonderlijke CGU's behandeld.
Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruik gemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. De businessplannen houden rekening met de moeilijke economische situatie in Portugal, dit heeft geleid tot minder nadruk op Leven producten en meer nadruk op Nietleven producten.
De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0 procent, een inschatting van de verwachte inflatie in Portugal. De gehanteerde disconteringsvoet is gebaseerd op de risicovrije rente, het landenrisico, de marktrisicopremie en de bètacoëfficiënt van 1,05 en bedraagt 10,9 procent. De uitkomst van de toets op bijzondere waardeverminderingen was dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof. Er was derhalve geen aanleiding voor een bijzondere waardevermindering van de goodwill voor Millenniumbcp Ageas.
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen hoeft er geen bijzondere waardevermindering van de goodwill voor Millenniumbcp Ageas te worden verantwoord als het groeitempo met 0,3 procentpunten daalt of de disconteringsvoet met 0,2 procentpunten stijgt.
Ocidental Seguros en Médis
In juni 2014 verwierf Ageas de volle eigendom van de activiteiten Niet-leven (zie noot 3.3). Sinds 2014 worden de activiteiten Nietleven in Portugal behandeld als aparte CGU's. De geboekte goodwill voor Ocidental Seguros en Médis bedraagt EUR 21,9 miljoen (2014: EUR 21,9 miljoen).
Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruik gemaakt van verwachte dividenden op basis van bedrijfsplannen voor vijf jaar zoals die door het lokale management en het management van Ageas zijn goedgekeurd.
De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0 procent, een inschatting van de verwachte inflatie in Portugal. De gehanteerde disconteringsvoet is gebaseerd op de risicovrije rente, het landenrisico, de marktrisicopremie en de bètacoëfficiënt van 1,05 en bedraagt 10,9 procent. De uitkomst van de toets op bijzondere waardeverminderingen was dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof. Er was derhalve geen aanleiding voor een bijzondere waardevermindering van de goodwill voor de Portugese activiteiten Niet-leven.
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen hoeft er zelfs geen bijzondere waardevermindering van de goodwill voor de Portugese activiteiten Niet-leven te worden verantwoord als het groeitempo negatief zou zijn of de disconteringsvoet zou stijgen naar een niveau hoger dan 45 procentpunten.
Cargeas Assicurazioni
Voor Cargeas Assicurazioni bedraagt de goodwill van EUR 92,2 miljoen (2014: EUR 92,2 miljoen). Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruik gemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. Omdat de bedrijfsplannen zijn gebaseerd op een hogere penetratiegraad in het distributiekanaal van UBI Banca en nieuwe producten, wordt de planningshorizon van vijf jaar als correct beschouwd.
De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,5 procent, een inschatting van de verwachte inflatie en lokale marktontwikkelingen voor het bankkanaal. De disconteringsvoet is gebaseerd op de risicovrije rente, het landenrisico, de marktrisicopremie en de bètacoëfficiënt van 1,1 en bedraagt 9,7 procent. De uitkomst van de toets op bijzondere waardeverminderingen was dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof. Er is geen bijzondere waardevermindering van de goodwill voor Cargeas Assicurazioni verantwoord.
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen hoeft er geen bijzondere waardevermindering van de goodwill voor Cargeas Assicurazioni te worden verantwoord als het langetermijngroeitempo met 2,6 procentpunt daalt en de disconteringsvoet met 1,8 procentpunt stijgt.
Makelaarsactiviteiten Verenigd Koninkrijk
De goodwill voor makelaarsactiviteiten in het Verenigd Koninkrijk (inclusief Kwik Fit Insurance Services en Castle Cover Limited) bedraagt in 2015 EUR 320,7 miljoen (2014: EUR 302,2 miljoen). Netto, na bijzondere waardeverminderingen, bedroeg de goodwill EUR 286,5 miljoen (2014: EUR 270,0 miljoen). Het verschil in bedrag tussen 2015 en 2014 wordt veroorzaakt door wisselkoersverschillen tussen de euro en het Britse pond.
Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruik gemaakt van verwachte dividenden op basis van businessplannen voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0 procent, een inschatting van de verwachte inflatie.
De gehanteerde disconteringsvoet, inclusief een bètacoëfficiënt van 1,0 bedraagt 8,3 procent. De uitkomst van de toets op bijzondere waardeverminderingen was dat de realiseerbare waarde de
Afschrijvingsschema VOBA
VOBA zal met ingang van 2016 naar verwachting als volgt worden afgeschreven.
boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof. Vanwege deze positieve uitkomst was er geen aanleiding voor een bijzondere waardevermindering op de goodwill.
Op basis van de gevoeligheidsanalyse betreffende de assumpties, hoeft er geen bijzondere waardevermindering van de goodwill voor de makelaarsactiviteiten Verenigd Koninkrijk te worden verantwoord als het groeitempo op lange termijn zou dalen met 0,5 procentpunten en de disconteringsvoet zou stijgen met 0,5 procentpunten.
Overige
Naar aanleiding van het verlies van een vastgoed management contract van een Belgische dochteronderneming is een bijzondere waardevermindering op de goodwill van EUR 2,6 miljoen gerealiseerd.
| Geschatte afschrijving VOBA | |
|---|---|
| 2016 | 34,8 |
| 2017 | 33,8 |
| 2018 | 32,6 |
| 2019 | 31,3 |
| 2020 | 29,7 |
| Later | 150,4 |
De samenstelling van het eigen vermogen per 31 december is als volgt.
Aandelenkapitaal
| Gewone aandelen: 223.778.320 uitgegeven en betaalde aandelen Ageas met een fractiewaarde van EUR 7,40 | 1.656,0 |
|---|---|
| Agio-reserve | 2.644,8 |
| Overige reserves | 2.838,1 |
| Koersverschillenreserve | 511,9 |
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 770,2 |
| Ongerealiseerde winsten en verliezen | 2.955,1 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 11.376,1 |
19.1 Gewone aandelen
Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen
Met inachtneming van de bepalingen die met betrekking tot ageas SA/NV zijn vastgelegd, voor zover de wet daarin voorziet, en in het belang van de Vennootschap, heeft de Raad van Bestuur van Ageas de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 29 april 2015 ontvangen om gedurende een periode van drie jaar (2015-2017) het aandelenkapitaal voor algemene doeleinden met maximaal EUR 162.800.000 uit te breiden.
Uitgaande van een fractiewaarde van EUR 7,40 kan Ageas hiermee maximaal 22.000.000 aandelen uitgeven, wat neerkomt op circa 10% van het totale uitstaande aandelenkapitaal van de Vennootschap. Deze goedkeuring stelt de Vennootschap bovendien in staat om te voldoen aan de verplichtingen die zijn aangegaan in verband met de uitgifte van de financiële instrumenten. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffeningsmethode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor noot 47 Voorwaardelijke verplichtingen).
Ageas heeft opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen.
Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (4,0 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux SA. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 4,0 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux SA heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux SA en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux SA een onderdeel van de Ageas Groep is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen (zie hieronder) en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie noot 4 Winst per aandeel en noot 22 Achtergestelde schulden).
Eigen aandelen
Eigen aandelen, zijnde gewone aandelen die zijn teruggekocht door Ageas, worden in mindering gebracht op het eigen vermogen en verantwoord onder overige reserves.
Het totaal aantal eigen aandelen (11,5 miljoen) bestaat uit de FRESH (4,0 miljoen), het restricted share programma (0,3 miljoen) en de resterende aandelen afkomstig uit het inkoopprogramma eigen aandelen (7,2 miljoen, zie hieronder). Nadere informatie over de FRESH is te vinden in noot 22 Achtergestelde schulden.
Inkoopprogramma eigen aandelen 2015
Ageas kondigde op 5 augustus 2015 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen aan van 17 augustus 2015 tot 5 augustus 2016 voor EUR 250 miljoen.
Tussen 17 augustus 2015 en 31 december 2015 heeft Ageas 2.226.350 eigen aandelen ingekocht, overeenstemmend met 0,99% van het totaal aantal uitstaande aandelen en met een totale waarde van EUR 85,6 miljoen.
Inkoopprogramma eigen aandelen 2014
Ageas presenteerde op 6 augustus 2014 een nieuw inkoopprogramma van eigen aandelen voor EUR 250 miljoen van 11 augustus 2014 tot 31 juli 2015.
Ageas rondde op vrijdag 31 juli 2015 het inkoopprogramma voor eigen aandelen af dat werd aangekondigd op 6 augustus 2014. Tussen 11 augustus 2014 en 31 juli 2015 kocht Ageas 8.176.085 eigen aandelen in, overeenstemmend met 3,65% van het totaal aantal uitstaande aandelen en met een totale waarde van EUR 250 miljoen.
De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 29 april 2015 keurde de intrekking goed van 3.194.473 eigen aandelen, die werden ingekocht tot 31 december 2014.
Inkoopprogramma eigen aandelen 2013
Ageas maakte op 2 augustus 2013 bekend dat, op basis van de goedkeuring verleend door de aandeelhouders eind april 2013, de Raad van Bestuur besloten heeft een inkoopprogramma van zijn uitstaande gewone aandelen te starten voor EUR 200 miljoen. Op vrijdag 1 augustus 2014 voltooide Ageas het inkoopprogramma aangekondigd op 2 augustus 2013. Tussen 12 augustus 2013 en 1 augustus 2014 heeft Ageas 6.513.207 aandelen ingekocht voor een totaalbedrag van EUR 200 miljoen. Dit komt overeen met 2,82% van het totaal aantal uitstaande aandelen.
Op 30 april 2014 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de intrekking van 2.489.921 eigen aandelen goedgekeurd. Op 29 april 2015 keurde de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de intrekking goed van de overige 4.023.286 eigen aandelen.
'Restricted share' programma
In 2011, 2012, 2013, 2014 en 2015 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet (zie ook noot 7 sectie 7.2 Aandelen- en aandelenoptieregelingen).
19.2 Dividend- en stemgerechtigde aandelen
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dividend- en stemgerechtigde aandelen per 31 december 2015.
in duizenden
| Aantal aandelen uitgegeven per 31 december 2015 | 223.778 |
|---|---|
| Aandelen niet gerechtigd tot dividend en stemrecht: | |
| Aandelen aangehouden door ageas SA/NV | 7.474 |
| Aandelen gerelateerd aan de FRESH (zie Noot 22) | 3.968 |
| Aandelen gerelateerd aan CASHES (zie Noot 47) | 4.644 |
| Aandelen gerechtigd tot dividend en stemrecht | 207.692 |
CASHES en de afwikkeling met BNP Paribas Fortis SA/NV en BNP Paribas
BNP Paribas Fortis SA/NV (voorheen Fortis Bank) heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 12,5 miljoen aandelen Ageas.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). De aandelen met betrekking tot de CASHES die BNP Paribas Fortis SA/NV heeft zijn niet stem- of dividendgerechtigd (zie noot 22 Achtergestelde schulden en noot 47.2 Voorwaardelijke verplichtingen).
In 2012 deed BNP een (deels succesvol) bod in contanten op de CASHES. Op 6 februari 2012 converteerde BNP Paribas Fortis SA/NV 7.553 ingekochte CASHES van de 12.000 uitstaande CAS-HES (62,9%) in 7,9 miljoen aandelen Ageas. Op dit moment heeft BNP Paribas Fortis SA/NV nog 4,6 miljoen Ageas aandelen verbonden aan de CASHES in bezit.
Uitstaande aandelen
De onderstaande tabel toont het aantal uitstaande aandelen.
| Uitgegeven | Eigen | Uitstaande | |
|---|---|---|---|
| in duizenden | aandelen | aandelen | aandelen |
| Stand per 1 januari 2014 | 233.486 | - 7.052 | 226.434 |
| Intrekking van aandelen | - 2.490 | 2.490 | |
| Netto gekocht/verkocht | - 7.071 | - 7.071 | |
| Stand per 31 december 2014 | 230.996 | - 11.633 | 219.363 |
| Intrekking van aandelen | - 7.218 | 7.218 | |
| Netto gekocht/verkocht | - 7.075 | - 7.075 | |
| Stand per 31 december 2015 | 223.778 | - 11.490 | 212.288 |
De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 31 december.
in duizenden
| Aantal aandelen uitgegeven per 31 december 2015 | 223.778 |
|---|---|
| Aantal aandelen dat uitgegeven kan worden per Aandeelhoudersvergadering van 29 april 2015 | 22.000 |
| in verband met optieplannen (zie noot 7) | 1.394 |
| Totaal potentieel aantal aandelen per 31 december 2015 | 247.173 |
19.3 Overige reserves
Eigen aandelen, zijnde gewone aandelen die zijn teruggekocht door Ageas, worden in mindering gebracht op het eigen vermogen en verantwoord onder overige reserves. De overige reserves bevatten ook de aanpassing van de geschreven putoptie op minderheidsbelangen. De jaarlijkse saldi van de winsten van het jaar en de dividenden verbonden aan dat jaar worden opgeteld bij of afgetrokken van de overige reserves.
19.4 Koersverschillenreserve
De koersverschillenreserve vormt een afzonderlijke component van het eigen vermogen waarin koersverschillen worden verantwoord die voortkomen uit de omrekening van de resultaten en financiële posities van buitenlandse activiteiten die zijn opgenomen in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.
De nettoinvesteringen in activiteiten, die de euro niet als functionele valuta hebben, worden door Ageas niet afgedekt, tenzij het effect van eventuele wisselkoersbewegingen naar de inschatting van Ageas de risk appetite overschrijdt. Leningen voor financieringsdoeleinden en al bekende betalingen of dividenduitkeringen in vreemde valuta worden echter wel afgedekt. Koersverschillen op leningen en overige valuta-instrumenten die fungeren als afdekkingsinstrument voor dergelijke investeringen worden tot de verkoop van de netto investering verantwoord in het eigen vermogen (onder koersverschillenreserve), met uitzondering van het eventuele niet-effectieve deel van de afdekking, dat direct in de resultatenrekening wordt verantwoord. Bij de desinvestering van een entiteit worden die koersverschillen in de resultatenrekening verantwoord als onderdeel van de winst of het verlies op de verkoop.
19.5 Ongerealiseerde winsten en verliezen begrepen in het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders
De ongerealiseerde winsten en verliezen, zoals begrepen in het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders, zijn als volgt.
| 31 december 2015 | Voor verkoop beschikbare beleggingen |
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen |
Herwaardering van deelnemingen |
Afdekkingen | DPF component |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bruto | 7.540,7 | - 88,2 | 501,3 | 81,5 | 8.035,3 | |
| Gerelateerde belasting | - 2.386,7 | 23,5 | 1,6 | - 2.361,6 | ||
| Shadow accounting | - 2.715,9 | - 100,1 | - 2.816,0 | |||
| Gerelateerde belasting | 887,4 | 887,4 | ||||
| Minderheidsbelang | - 829,3 | 29,2 | 2,3 | 7,8 | - 790,0 | |
| Discretionaire winstdeling (DPF) | 12,9 | - 12,9 | ||||
| Totaal | 2.509,1 | - 35,5 | 503,6 | - 9,2 | - 12,9 | 2.955,1 |
| 31 december 2014 | Voor verkoop beschikbare beleggingen |
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen |
Herwaardering van deelnemingen |
Afdekkingen | DPF component |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bruto | 9.020,9 | - 112,2 | 263,1 | 56,5 | 9.228,3 | |
| Gerelateerde belasting | - 2.750,6 | 29,5 | 1,1 | - 2.720,0 | ||
| Shadow accounting | - 4.381,7 | - 36,7 | - 4.418,4 | |||
| Gerelateerde belasting | 1.300,3 | 1.300,3 | ||||
| Minderheidsbelang | - 796,8 | 37,9 | 3,0 | 10,8 | - 745,1 | |
| Discretionaire winstdeling (DPF) | 12,3 | - 12,3 | ||||
| Totaal (inclusief omrekeningsverschillen) | 2.404,4 | - 44,8 | 266,1 | 31,7 | - 12,3 | 2.645,1 |
| Transfer naar koersverschillen reserve (cumulatief) | - 10,0 | - 35,5 | - 3,3 | - 48,8 | ||
| Totaal | 2.394,4 | - 44,8 | 230,6 | 28,4 | - 12,3 | 2.596,3 |
De ongerealiseerde winsten en verliezen op voor verkoop beschikbare beleggingen worden nader toegelicht in noot 11 Financiële beleggingen.
Reële waardeveranderingen van derivaten die zijn aangewezen en in aanmerking komen als kasstroomafdekkingen, worden in het eigen vermogen verantwoord als een ongerealiseerde winst of verlies. Niet-effectieve afdekkingen worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening. Koersverschillen die ontstaan door instrumenten die zijn aangewezen als afdekking van een investering in een buitenlandse entiteit worden, tot het moment van desinvestering, in het eigen vermogen verantwoord, met uitzondering van niet-effectieve afdekkingen die onmiddellijk in de resultatenrekening worden verantwoord.
Ageas sluit verzekeringscontracten af met gegarandeerde winstdelingen en winstdelingscomponenten waarvan de omvang en het moment van toekenning volledig tot de discretie van Ageas behoren. Afhankelijk van de contractuele en wettelijke voorwaarden en condities worden ongerealiseerde waardeveranderingen in de reële waarde van de beleggingsmix verband houdende met dergelijke contracten, na de toepassing van shadow accounting, verantwoord in een afzonderlijke discretionaire winstdelingscomponent (DPF) als onderdeel van de niet-gerealiseerde winsten en verliezen in het eigen vermogen en als niet-gerealiseerde winsten en verliezen met betrekking tot voor verkoop beschikbare beleggingen.
De mutaties in de bruto ongerealiseerde winsten en verliezen zoals begrepen in het eigen vermogen over 2014 en 2015 zijn als volgt.
| Tot einde | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Voor verkoop | looptijd Herwaardering | ||||
| beschikbare | aangehouden | van | |||
| beleggingen | beleggingen | deelnemingen Afdekkingen | Totaal | ||
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 1 januari 2014 | 3.967,6 | - 138,1 | - 185,4 | - 37,1 | 3.607,0 |
| Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen tijdens de verslagperiode | 5.170,3 | 432,9 | 87,2 | 5.690,4 | |
| Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop | - 136,5 | - 136,5 | |||
| Terugname ongerealiseerde verliezen door bijzondere waardeverminderingen | 0,6 | 0,6 | |||
| Omrekeningsverschillen | 23,6 | 15,6 | 5,9 | 45,1 | |
| Overname en desinvestering van deelnemingen | - 3,2 | - 3,2 | |||
| Amortisatie | 25,5 | 0,1 | 25,6 | ||
| Overige | - 1,5 | 0,4 | 0,4 | - 0,7 | |
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2014 | 9.020,9 | - 112,2 | 263,1 | 56,5 | 9.228,3 |
| Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen tijdens de verslagperiode | - 1.206,8 | 279,5 | 30,9 | - 896,4 | |
| Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop | - 254,4 | - 3,6 | - 258,0 | ||
| Terugname ongerealiseerde verliezen door bijzondere waardeverminderingen | - 2,7 | - 2,7 | |||
| Amortisatie | 23,6 | - 0,1 | 23,5 | ||
| Overige | - 16,3 | 0,4 | - 37,7 | - 5,8 | - 59,4 |
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2015 | 7.540,7 | - 88,2 | 501,3 | 81,5 | 8.035,3 |
19.6 Dividendcapaciteit
De dochterondernemingen van Ageas zijn onderhevig aan juridische beperkingen ten aanzien van de hoogte van het dividend dat zij mogen uitkeren aan hun aandeelhouders. Het Nederlands Burgerlijk Wetboek bepaalt dat dividenden alleen mogen worden uitgekeerd door Nederlandse ondernemingen voor zover het eigen vermogen van de onderneming het totaal van het gestorte en opgevraagde kapitaal en de wettelijk of statutair vereiste reserves overtreft.
Volgens het Belgische Wetboek van Vennootschappen moet een onderneming 5% van de nettowinst over het boekjaar toevoegen aan een wettelijke reserve tot deze reserve gelijk is aan 10% van het aandelenkapitaal. Een onderneming mag geen dividend uitkeren indien het nettovermogen van de onderneming lager is dan het totaal van het gestorte kapitaal en de niet-uitkeerbare reserves of na uitkering van dividend zou dalen tot onder dat niveau.
Dochterondernemingen en deelnemingen zijn tevens onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar zij opereren en aan aandeelhouderscontracten met de partners in het organisatie. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.
Daarnaast kunnen aandeelhoudersovereenkomsten (gerelateerd aan partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) het volgende bevatten:
- specifieke bepalingen over stemrechten of de uitkering van dividend;
- gesloten periods waarin alle partijen in het bezit van aandelen vóór een bepaalde periode geen aandelen mogen verkopen tenzij met toestemming van de andere betrokken partijen;
- optie tot (door)verkoop aan de andere, bij de overeenkomst betrokken partij(en), inclusief de onderliggende methode die voor de waardering van de aandelen wordt gehanteerd;
- earn-out mechanismen waarbij de oorspronkelijke verkoper van de aandelen additionele opbrengsten ontvangt indien bepaalde doelstellingen zijn gerealiseerd;
- exclusiviteitsbepalingen of concurrentiebedingen in verband met de verkoop van verzekeringsproducten.
Dividendvoorstel voor het jaar 2015
De Raad van Bestuur heeft besloten goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders te vragen voor de uitkering van een bruto contante dividenduitkering over 2015 van EUR 1,65 per aandeel.
19.7 Rendement op eigen vermogen
Ageas berekent het rendement op het eigen vermogen op basis van het resultaat over de laatste 12 maanden en het gemiddeld netto vermogen aan het begin en het eind van het jaar.
Het rendement op het eigen vermogen voor 2015 en 2014 is als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Rendement op eigen vermogen Ageas Groep | 7,1% | 5,1% |
| Rendement op eigen vermogen Verzekeringen | 7,9% | 8,8% |
20 Verzekeringsverplichtingen
Levenverplichtingen
Zodra een polis is verkocht, worden verplichtingen getroffen die ervoor moeten zorgen dat er voldoende middelen aanwezig zijn om te voldoen aan toekomstige claims uit hoofde van die polis. De Levenverplichtingen kunnen worden onderverdeeld naar:
- verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven (zie 20.1);
- verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven (zie 20.2);
- verplichtingen inzake unit-linked contracten (zie 20.3).
Niet-levenverplichtingen
verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven (zie 20.4).
Nadere informatie over deze verzekeringsverplichtingen wordt hierna weergegeven. Voor meer gedetailleerde informatie over gevoeligheden en risicoposities voor de verzekeringsverplichtingen verwijzen wij naar noot 5.4 Details inzake verschillende risicoposities.
20.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven per 31 december.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 27.047,1 | 26.449,5 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 385,9 | 328,7 |
| Shadow accounting | 1.645,5 | 2.646,3 |
| Voor eliminaties | 29.078,5 | 29.424,5 |
| Eliminaties | - 4,8 | - 4,8 |
| Bruto | 29.073,7 | 29.419,7 |
| Herverzekering | - 51,8 | - 41,5 |
| Netto | 29.021,9 | 29.378,2 |
De wijzigingen in de verplichtingen inzake levensverzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) zijn als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 29.424,5 | 26.266,6 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 393,8 | |
| Bruto premies | 2.343,8 | 2.337,4 |
| Tijdswaarde | 949,7 | 973,8 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 2.116,2 | - 2.043,2 |
| Transfer tussen verplichtingen | - 34,2 | 335,9 |
| Omrekeningsverschillen | 220,2 | 230,9 |
| Aanpassing shadow accounting | - 1.029,3 | 2.182,8 |
| Nettowijzing in groep contracten | 12,6 | 29,0 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 692,6 | - 494,9 |
| Stand per 31 december | 29.078,5 | 29.424,5 |
De verkoop van Ageas Protect in 2014 (zie noot 3 Overnames en desinvesteringen) beïnvloedt de balans van verplichtingen en gerelateerde herverzekering. De shadow accountingaanpassing heeft te maken met de niet-gerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille als gevolg van de evolutie van de marktrente en spreads. De overdracht van verplichtingen houdt met name verband in 2015 met interne bewegingen naar unit-linked contracten en de overdracht in 2014 geeft de overname weer van de Fidea-portefeuille in België. Omrekeningsverschillen hebben met name betrekking op een hogere Hongkong dollar-wisselkoers. De regel 'nettowijziging in groepscontracten' compenseert diezelfde regel voor unit-linked contracten (zie 20.3). De lijn 'overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer en varieert daarom in het volume. In 2014 weerspiegelt de regel 'overige wijzigingen, inclusief risicodekking' ook in VK de daling van de rendementscurve, die de huidige waarde van toekomstige claimbetalingen verhoogt.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen, die voortvloeien uit verzekeringscontracten Leven, was in 2015 en 2014 niet materieel.
20.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven per 31 december.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 28.513,2 | 28.638,1 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 169,0 | 159,4 |
| Shadow accounting | 1.220,7 | 1.772,2 |
| Bruto | 29.902,9 | 30.569,7 |
| Herverzekering | ||
| Netto | 29.902,9 | 30.569,7 |
De wijzigingen in de verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven zijn als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 30.569,7 | 28.792,8 |
| Bruto premies | 2.485,1 | 2.630,2 |
| Tijdswaarde | 612,3 | 637,9 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 2.941,1 | - 3.036,9 |
| Transfer tussen verplichtingen | - 153,7 | 210,5 |
| Aanpassing shadow accounting | - 551,5 | 1.368,4 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 117,9 | - 33,2 |
| Stand per 31 december | 29.902,9 | 30.569,7 |
De shadow accountingaanpassing heeft te maken met de niet-gerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille als gevolg van de evolutie van de marktrente en spreads. In 2015 weerspiegelt de overdracht van verplichtingen met name interne bewegingen naar unit-linked en andere typen contracten en in 2014 betreft het vooral de overname van de Fidea-portefeuille in België. De lijn 'overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer en varieert daarom in het volume.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen, die voortvloeien uit beleggingscontracten Leven, was in 2015 en 2014 niet materieel.
20.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten
De verplichtingen inzake unit-linked contracten (voor rekening en risico van polishouders) gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Verzekeringscontracten | 2.155,0 | 1.969,1 |
| Beleggingscontracten | 12.986,8 | 12.859,9 |
| Totaal | 15.141,8 | 14.829,0 |
Het verloop van de verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van verzekeringscontracten is als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.969,1 | 1.795,4 |
| Bruto premies | 234,8 | 190,6 |
| Wijzigingen in reële waarde / tijdswaarde | 27,1 | 35,2 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 85,5 | - 70,3 |
| Transfer tussen verplichtingen | 14,8 | 38,7 |
| Omrekeningsverschillen | 5,2 | 5,5 |
| Nettowijzing in groepscontracten | - 12,6 | - 29,0 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | 2,1 | 3,0 |
| Stand per 31 december | 2.155,0 | 1.969,1 |
Het verloop van de verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van beleggingscontracten is als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 12.859,9 | 12.374,6 |
| Bruto premies | 1.305,6 | 1.138,0 |
| Wijzigingen in reële waarde / tijdswaarde | 358,8 | 1.110,2 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 1.731,8 | - 1.814,4 |
| Transfer tussen verplichtingen | 166,4 | 33,8 |
| Omrekeningsverschillen | 94,5 | 86,3 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 66,6 | - 68,6 |
| Stand per 31 december | 12.986,8 | 12.859,9 |
De overdracht van verplichtingen betreft vooral interne bewegingen tussen verschillende productcontracten. Omrekeningsverschillen hebben met name betrekking op een hogere Hongkong dollar-wisselkoers. De regel 'nettowijziging in groepscontracten' compenseert diezelfde regel voor niet unit-linked contracten (zie 20.1). 'Overige wijzigingen, inclusief risicodekking' geeft hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten weer.
20.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten per 31 december.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Schadeverplichting | 5.837,6 | 5.619,8 |
| Niet-verdiende premies | 1.609,6 | 1.512,2 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 16,3 | 15,6 |
| Bruto | 7.463,5 | 7.147,6 |
| Herverzekering | - 544,8 | - 562,7 |
| Netto | 6.918,7 | 6.584,9 |
Niet-levenverplichtingen worden getroffen voor schadegebeurtenissen die wel al hebben plaatsgevonden, maar die nog niet zijn afgewikkeld en kwantificeren de uitstaande schadeverplichting. Over het algemeen bepalen de dochterondernemingen van Ageas de verplichtingen voor schade per productcategorie, dekking en jaar en houden daarbij rekening met voorzichtige uitkeringsramingen inzake gemelde schade en schattingen van (nog) niet gemelde schadegevallen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de schade-afwikkelingskosten en inflatie. De uitbetalingen worden gewoonlijk niet verdisconteerd. Sommige ongevallenclaims (met name de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) betreffen echter langetermijncontracten en de gerelateerde verplichtingen worden berekend op basis van technieken die vergelijkbaar zijn met die van Leven, zoals die van verdisconteerde kasstromen.
Niet-verdiende premies hebben betrekking op het niet vervallen deel van het risico waarvoor de premie is ontvangen maar dat nog niet is verdiend door de verzekeraar.
Het verloop van de verplichtingen inzake Niet-leven verzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) is als volgt.
| 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 7.147,6 | 6.797,2 | ||
| Toevoeging verplichtingen huidig jaar | 2.843,1 | 2.824,7 | ||
| Betaalde schaden huidig jaar | - 1.376,0 | - 1.403,3 | ||
| Wijziging verplichtingen huidig jaar | 1.467,1 | 1.421,4 | ||
| Toevoeging verplichtingen voorgaande jaren | - 222,3 | - 133,6 | ||
| Betaalde schaden voorgaande jaren | - 1.152,7 | - 1.065,7 | ||
| Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren | - 1.375,0 | - 1.199,3 | ||
| 92,1 | 222,1 | |||
| Aanpassing niet-verdiende premies | 31,0 | 12,0 | ||
| Transfer tussen verplichtingen | - 2,2 | 4,8 | ||
| Valutaverschillen | 168,0 | 182,2 | ||
| Shadow accounting | - 63,7 | |||
| Overige wijzigingen | 27,0 | - 7,0 | ||
| Stand per 31 december | 7.463,5 | 7.147,6 |
De valutaverschillen weerspiegelen een stijgende koers van het Britse pond. De verbeterde combined ratio verklaart ook de wijziging in verplichtingen.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen, die voortvloeien uit verzekeringscontracten Niet-leven, was in 2015 en 2014 niet materieel.
20.5 Verzekeringsverplichtingen en toereikendheidstoetsen
Elke dochteronderneming binnen Ageas treft voorzieningen voor toekomstige claims uit hoofde van polissen en bestemt activa ten behoeve van deze verplichtingen. Hiertoe worden onder meer schattingen gemaakt en aannames gedaan die van invloed kunnen zijn op de bedragen die in het komende jaar worden verantwoord voor activa, verplichtingen, eigen vermogen en winst. Deze schattingen worden per elke verslagdatum geëvalueerd op basis van statistische analyses, die zijn gebaseerd op interne en externe historische gegevens.
De toereikendheid van de verzekeringsverplichtingen wordt op elke verslagdatum geëvalueerd en eventueel noodzakelijke verhogingen van de verplichtingen of waardeverminderingen op overlopende acquisitikosten (DAC) of VOBA worden direct ten laste van de resultatenrekening gebracht. Het toetsingsbeleid ('Liability Adequacy Testing', LAT Policy) en -proces voor de toereikendheid van de verplichtingen voldoen aan de eisen die IFRS stelt.
Deze toereikendheidstoets wordt door elke onderneming en op elke rapportagedatum toegepast.
Leven
De toetsen worden uitgevoerd op juridisch fungibel niveau (op asset pool niveau) voor Leven. Ageas kijkt naar de huidige beste schattingen van alle contractuele kasstromen, inclusief verwante kasstromen zoals (her)beleggingsrendementen en kosten. De veronderstellingen zijn intern consistent met de veronderstellingen die worden gebruikt voor het maken van beste schattingen van kasstromen. De toetsen houden rekening met kasstromen uit deterministische schattingen. De contante waarde van die kasstromen wordt bepaald met gebruik van een risicovrije disconteringsvoet met volatiliteitscorrectie. Tekorten worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening.
Niet-leven
De toetsen worden uitgevoerd op een niveau van homogene productgroepen voor Niet-leven. Tekorten worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening.
De toereikendheidstoetsen per jaareinde 2015 hebben de toereikendheid van de verplichtingen bevestigd.
In verband met potentiële onjuistheden die inherent zijn aan de technieken, aannames en gegevens die worden gebruikt bij het maken van statistische analyses, kan het risico dat de uiteindelijke claims hoger zullen uitvallen dan de gevormde verplichtingen uit hoofde van de verzekerings- en beleggingscontracten niet volledig worden geëlimineerd. Ageas houdt extra solvabiliteit aan om het risico dat niet aan de (polishouder) verplichtingen kan worden voldaan tot een zeer laag niveau te verminderen.
De relatieve variabiliteit van de verwachte uitkomsten is geringer naarmate de portefeuilles groter zijn en sterker zijn gespreid. Factoren die zouden leiden tot een toename van het verzekeringsrisico zijn onder meer een gebrek aan risicospreiding qua type risico, risicobedrag, geografische locatie en sector, negatieve veranderingen in de omgeving (zoals wetswijzigingen) en extreme gebeurtenissen, zoals orkanen.
Het verzekeringsrisico kan worden gerduceerd door risicobeperkende factoren zoals herverzekering. Dat geldt bijvoorbeeld (niet alleen) voor met het weer samenhangende omstandigheden in Europa.
Overzicht verzekeringsverplichtingen per bedrijfssegment
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verplichtingen per bedrijfssegment.
| Niet-leven bruto split in verplichtingen: | Leven bruto split in verplichtingen: | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Niet-verdiende | Leven | |||||
| 31 december 2015 | Totaal Niet-leven | premies | Uitstaande claims | Totaal Leven | Unit-linked | Gegarandeerd |
| België | 3.779,1 | 356,8 | 3.422,3 | 56.336,1 | 6.991,2 | 49.344,9 |
| VK | 2.908,9 | 970,3 | 1.938,6 | |||
| Continentaal Europa | 771,8 | 282,5 | 489,3 | 14.611,7 | 7.219,2 | 7.392,5 |
| Azië | 3.175,4 | 931,4 | 2.244,0 | |||
| Algemene rekening | 3,7 | 3,7 | ||||
| Eliminaties | - 4,8 | - 4,8 | ||||
| Totaal verzekeraars | 7.463,5 | 1.609,6 | 5.853,9 | 74.118,4 | 15.141,8 | 58.976,6 |
| Niet-leven bruto split in verplichtingen: | Leven bruto split in verplichtingen: | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Niet-verdiende | Leven | |||||
| 31 december 2014 | Totaal Niet-leven | premies | Uitstaande claims | Totaal Leven | Unit-linked | Gegarandeerd |
| België | 3.710,1 | 364,8 | 3.345,3 | 57.584,9 | 6.713,3 | 50.871,6 |
| VK | 2.691,4 | 887,3 | 1.804,1 | |||
| Continentaal Europa | 746,1 | 260,1 | 486,0 | 14.478,4 | 7.243,7 | 7.234,7 |
| Azië | 2.759,9 | 872,0 | 1.887,9 | |||
| Eliminaties | - 4,8 | - 4,8 | ||||
| Totaal verzekeraars | 7.147,6 | 1.512,2 | 5.635,4 | 74.818,4 | 14.829,0 | 59.989,4 |
De volgende tabel toont de verschillende schuldbewijzen (EMTN) die Ageas heeft uitgegeven en de bedragen die per 31 december uitstaan.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 2,2 | |
| Totaal schuldbewijzen | 2,2 |
Als gevolg van de veranderingen in de samenstelling van de voormalige Fortis-groep in oktober 2008, is er een onherstelbare inbreuk op de leningsvoorwaarden ontstaan waardoor alle schuldbewijzen in gebreke en direct opvraagbaar zijn tegen de nominale waarde (van overige inbreuken op de leningsvoorwaarden is geen sprake). Schuldbewijzen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden derhalve gewaardeerd op minimaal de nominale waarde. De nominale waarde van tegen reele waarde aangehouden schuldbewijzen met waardeveranderingen in de resultatenrekening per 31 december 2015 was nihil. De waardering van schuldbewijzen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op niveau 2. Ageas heeft geen activa tot zekerheid gesteld voor uitstaande schuldbewijzen.
De contractuele looptijdverdeling van de schuldbewijzen die per 31 december uitstonden, is weergegeven in de tabel hieronder.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| 2015 Totaal schuldbewijzen |
2,2 2,2 |
Aangezien alle schuldbewijzen zijn terugbetaald, waren er op 31 december 2015 geen schuldbewijzen meer.
De achtergestelde schulden zijn per 31 december als volgt.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| FRESH | 1.250,0 | 1.250,0 |
| Hybrone | 73,0 | 226,8 |
| Fixed Rate Reset Perpetual Subortdinated Notes | 500,7 | 448,1 |
| Fixed to Floating Rate Callable Subordinated Notes | 99,6 | 99,6 |
| Fixed to floating Rate Callable Subordinated Loan BCP Investments | 58,8 | 58,8 |
| Dated Fixed Rate Subordinated Notes | 395,3 | |
| Overige achtergestelde schulden | 3,0 | 3,0 |
| Totaal achtergestelde schulden | 2.380,4 | 2.086,3 |
22.1 FRESH
Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equitylinked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen met een nominale waarde van EUR 250.000 per obligatie. De coupons zijn per kwartaal achteraf betaalbaar tegen een variabele rentevoet gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met 135 basispunten.
De FRESH is uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV als mededebiteur. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 4,0 miljoen Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend- of stemrecht (het per 31 december 2015 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is inclusief de 4,0 miljoen Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).
In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is. Vanwege deze kenmerken wordt de FRESH behandeld als onderdeel van het voor de toezichthouder kwalificerend kapitaal.
De FRESH kennen geen vervaldatum, maar kunnen naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 315 per aandeel. De FRESH worden automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende handelsdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 472,50. De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
22.2 Hybrone
In 2006 heeft Ageas een special purpose vehicle opgericht onder de naam Ageas Hybrid Financing SA (hierna 'AHF'), dat eeuwigdurende sterk achtergestelde en onder gelijke condities uitgegeven effecten uitgaf en de opbrengsten daarvan investeerde in instrumenten van (voormalige) dochtermaatschappijen van Ageas. Deze instrumenten worden meegenomen in de berekening van de solvabiliteit voor deze entiteiten. De door AHF uitgegeven effecten vallen onder een zogenoemde 'support agreement' en een achtergestelde garantie afgegeven door ageas SA/NV.
Uit hoofde van de 'support agreement' is ageas SA/NV verplicht om zodanige middelen aan AHF te verstrekken als nodig om de couponverplichtingen te voldoen in ieder jaar dat Ageas een dividenduitkering vaststelt, ofwel om de coupon te betalen via de ACSM indien de entiteiten die de opbrengsten hebben ontvangen de coupons op de doorgeleende leningen niet in contanten voldoen ten gevolge van schending van de toepasselijke wettelijke minimale solvabiliteitseisen. In het geval dat Ageas beneden het wettelijk vereiste minimum solvabiliteitsniveau komt of de geconsolideerde activa kleiner zijn dan de verplichtingen exclusief schulden die niet beschouwd worden als 'Senior Debt' of in het geval dat AHF die keuze maakt, dan wordt de couponbetaling vervangen door een afrekening via de ACSM.
Op 31 december 2014 waren er voor een bedrag van EUR 226,8 miljoen Hybrone-obligaties uitgegeven tegen een coupon van 5,125%. Als gevolg van een succesvolle tender, gelanceerd in maart 2015, daalde de waarde van de uitstaande obligaties tot EUR 73 miljoen per 31 december 2015. De obligaties hebben een eerste calldatum op 20 juni 2016. Indien geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot vervroegd aflossen van de obligaties, zal de rentevoet daarna wijzigen in 3-maands Euribor + 200 basispunten. De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
22.3 Fixed Rate Reset Perpetual Subordinated Notes
AG Insurance heeft op 21 maart 2013 eeuwigdurende achtergestelde obligaties uitgegeven ('fixed rate reset perpetual subordinated notes') voor een bedrag van USD 550 miljoen en tegen een rente van 6,75%. De obligaties betreffen directe, ongedekte en achtergestelde verplichtingen van AG Insurance. De obligaties zijn genoteerd aan de beurs van Luxemburg. De obligaties kunnen in hun geheel, maar niet gedeeltelijk op de eerste calldatum (maart 2019) worden afgelost of op willekeurig welke andere rentevervaldag daarna. De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder de Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
22.4 Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes
Op 18 december 2013 plaatste AG Insurance voor een bedrag van EUR 450 miljoen Fixed-to-Floating Callable Subordinated Notes (achtergestelde obligaties met vaste naar variabele rente), met vervaldatum 2044.
De obligaties geven een coupon van 5,25%, jaarlijks betaalbaar, tot de eerste calldatum in juni 2024 en vanaf die eerste calldatum zullen ze rente opbrengen tegen een variabele voet van de 3 maands Euribor + 4,136% per jaar, per kwartaal betaalbaar.
De obligaties voorzien in een optionele call door AG Insurance per kwartaal vanaf juni 2024 en in een optioneel of verplicht uitstel van rente onder bepaalde omstandigheden. De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als Tier 2 kapitaal onder Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
De obligaties zijn onderschreven door ageas SA/NV (EUR 350 miljoen) en BNP Paribas Fortis SA/NV (EUR 100 miljoen) en zijn genoteerd aan de beurs van Luxemburg.
22.5 Fixed-to-Floating Callable Subordinated Loan BCP Investments
Op 5 december 2014 hebben Ageas Insurance International N.V. (51%) (all) en BCP Investments B.V. (49%) een achtergestelde lening van EUR 120 miljoen verstrekt aan Millenniumbcp Ageas tegen 4,75% per jaar tot de calldatum in december 2019 en 6 maands Euribor + 475 basispunten per jaar daarna. Het deel verstrekt door (all) wordt geëlimineerd omdat het een intra Groep transactie betreft.
De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als 'Grandfathered' Tier 1 kapitaal onder Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
22.6 Dated Fixed Rate Subordinated Notes
Op 31 maart 2015 heeft AG Insurance voor een bedrag van EUR 400 miljoen Fixed Rate Subordinated Notes (achtergestelde obligaties tegen vaste rente) uitgegeven met een interestvoet van 3,5% en een looptijd van 32 jaar. De obligaties betreffen directe, ongedekte en achtergestelde verplichtingen van AG Insurance. De obligaties zijn genoteerd aan de beurs van Luxemburg. De obligaties mogen worden afgelost naar eigen keuze van AG Insurance, gedeeltelijk dan wel volledig, op de eerste calldatum op 30 juni 2027 of bij elke rentedatum hierna.
Indien geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot vervroegd aflossen van de obligaties op de eerste calldatum en op ieder vijfde jubileum van de eerste calldatum, zal de interestvoet gelijk worden gesteld aan de vijfjaars euro mid-swap rentevoet verhoogd met 3,875%.
De obligaties kwalificeren als beschikbare solvabiliteitsmarge onder het huidige Europese reglementair kapitaalregime voor verzekeraars (Solvency I) en als Tier 2 kapitaal onder Europese regelgeving voor verzekeraars (Solvency II).
De volgende tabel toont de samenstelling van de leningen per 31 december.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Terugkoopovereenkomsten | 1.200,7 | 1.069,8 |
| Leningen | 1.204,0 | 1.043,9 |
| Schulden aan banken | 2.404,7 | 2.113,7 |
| Depots van herverzekeraars | 83,8 | 82,0 |
| Financiële leaseverplichtingen | 20,9 | 21,3 |
| Overige schulden | 278,1 | 266,5 |
| Totaal schulden | 2.787,5 | 2.483,5 |
Ageas heeft obligaties met een boekwaarde van EUR 1.189,6 miljoen (31 december 2014: EUR 1.082,3 miljoen) in onderpand gesteld voor terugkoopovereenkomsten. Daarnaast is vastgoed met een boekwaarde van EUR 391,5 miljoen (31 december 2014: EUR 391,5 miljoen) in onderpand gesteld voor leningen en overige.
De boekwaarde van de leningen is een redelijke benadering van de reële waarde doordat de looptijden van contracten minder dan een jaar bedragen (terugkoopovereenkomsten) en/of doordat contracten een variabele rente dragen (leningen van banken). De reele waarde is derhalve gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niveau 2).
Contractuele looptijd van deposito's van banken
De contractuele looptijd van door banken aangehouden deposito's is per 31 december als volgt verdeeld.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| 2015 | 78,3 | |
| 2016 | 111,3 | |
| 2019 | 29,8 | |
| Totaal deposito's | 111,3 | 108,1 |
Financiële leaseverplichtingen
De verplichtingen van Ageas inzake financiële leaseovereenkomsten kunnen als volgt worden weergegeven.
| 2015 Contante waarde |
2014 Contante waarde |
|||
|---|---|---|---|---|
| Minimum | van minimum | Minimum | van minimum | |
| leasebetalingen | leasebetalingen | leasebetalingen | leasebetalingen | |
| Tot 3 maanden | 0,5 | 0,3 | 0,5 | 0,3 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 1,7 | 1,0 | 1,6 | 0,9 |
| 1 jaar tot 5 jaar | 8,8 | 5,3 | 8,3 | 4,9 |
| Langer dan 5 jaar | 55,5 | 14,3 | 55,6 | 15,2 |
| Totaal | 66,5 | 20,9 | 66,0 | 21,3 |
| Toekomstige financieringslasten | 45,6 | 44,8 |
Overige
De looptijdverdeling van de overige financieringen, exclusief andere leningen aan klanten, is als volgt weergegeven in onderstaande tabel.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Tot 3 maanden | 13,5 | 5,5 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 12,1 | 16,9 |
| 1 jaar tot 5 jaar | 11,2 | 30,7 |
| Langer dan 5 jaar | 232,8 | 203,6 |
| Totaal | 269,6 | 256,7 |
24 Actuele en uitgestelde belastingen
Uitgestelde belastingen worden geboekt voor tijdelijke verschillen tussen de IFRS-boekwaarde en de belastingboekwaarden, alsook voor overgedragen belastingverliezen voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winst zal zijn tegenover welke het uitgestelde belastingactief kan worden gebruikt.
Een nadere detaillering van de uitgestelde winstbelastingen per 31 december is als volgt.
| Balans | Resultatenrekening | |||
|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen op: | ||||
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | 6,2 | - | ||
| Vastgoedbeleggingen | 33,0 | 20,3 | 12,8 | 0,8 |
| Materiële vaste activa | 39,5 | 36,8 | 2,6 | 0,3 |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 10,2 | 4,7 | - 1,3 | - 0,7 |
| Verzekeringspolis en claim reserves | 919,4 | 1.440,8 | - 5,0 | 21,5 |
| Voorzieningen voor pensioenen en uitkeringen na uitdiensttreding | 170,4 | 171,9 | 3,2 | 5,0 |
| Overige voorzieningen | 7,9 | 12,3 | - 4,7 | - 0,5 |
| Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten | 1,5 | 0,2 | 1,3 | |
| Niet-aangewende compensabele verliezen | 153,3 | 131,8 | 11,5 | 15,4 |
| Overige | 69,3 | 65,7 | 0,5 | - 0,1 |
| Bruto uitgestelde belastingvorderingen | 1.404,5 | 1.884,5 | 27,1 | 41,7 |
| Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen | - 59,1 | - 57,9 | 8,4 | 5,9 |
| Netto uitgestelde belastingvorderingen | 1.345,4 | 1.826,6 | 35,5 | 47,6 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen op: | ||||
| Afgeleide financiële instrumenten (activa) | 2,3 | 0,1 | - 0,8 | - 0,1 |
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | 2.185,2 | 2.623,5 | 15,7 | - 3,6 |
| Unit-linked beleggingen | - 3,7 | - 3,4 | 0,3 | 5,3 |
| Vastgoedbeleggingen | 152,9 | 123,4 | 5,4 | - 1,8 |
| Leningen aan klanten | 2,9 | 1,2 | - 0,3 | 0,3 |
| Materiële vaste activa | 184,9 | 179,8 | - 5,2 | 4,4 |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 103,1 | 109,4 | 6,3 | 9,6 |
| Overige voorzieningen | 14,4 | 13,4 | - 0,7 | - 4,8 |
| Overlopende acquisitiekosten | 34,7 | 31,3 | - 0,2 | 9,8 |
| Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten | 1,3 | 1,4 | 0,1 | 0,1 |
| Belastingvrij gerealiseerde reserves | 51,3 | 61,2 | 10,0 | 3,0 |
| Overige | 49,9 | 42,5 | - 3,7 | 41,2 |
| Totaal uitgestelde belastingverplichtingen | 2.779,2 | 3.183,8 | 26,9 | 63,4 |
| Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) | 62,4 | 111,0 | ||
| Netto uitgestelde belastingen | - 1.433,8 | - 1.357,2 |
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om actuele belastingvorderingen te salderen met actuele belastingverplichtingen en wanneer de uitgestelde belastingen betrekking hebben op dezelfde belastingautoriteit. Na saldering zijn de bedragen als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen | 131,2 | 106,4 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 1.565,0 | 1.463,6 |
| Netto uitgestelde belastingen | - 1.433,8 | - 1.357,2 |
Op 31 december 2015 was EUR 1.417,6 miljoen ten laste van het eigen vermogen geboekt in verband met uitgestelde belastingen en was EUR 56,7 miljoen ten laste van het eigen vermogen geboekt in verband met actuele belastingen (2014: respectievelijk EUR 1.329,2 miljoen en EUR 90,4 miljoen ten laste van het eigen vermogen).
Uitgestelde belastingvorderingen worden verantwoord voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstig belastbaar resultaat zal zijn waarmee de uitgestelde belastingvordering verrekend kan worden. Er zijn uitgestelde belastingvorderingen verantwoord met betrekking tot niet benutte (gevorderde) belastingverliezen alsmede belastingverminderingen tegen een geschatte belastingwaarde van EUR 94,2 miljoen (2014: EUR 73,8 miljoen) terwijl een bedrag van EUR 4.468 miljoen (2014: EUR 4.616 miljoen) als zodanig niet is verantwoord. Van de totale belastingverliezen is een geschatte belastingwaarde van EUR 4.045 miljoen oneindig overdraagbaar en een geschatte EUR 414 miljoen vervalt verspreid over acht jaar, het bedrag dat jaarlijks vervalt, hangt af van het jaar van oorsprong. Het merendeel van de voortgewentelde (gevorderde) belastingverliezen is afkomstig uit de liquidatie van Brussels Liquidation Holding (het voormalige Fortis Brussels, waartoe de bankactiviteiten van Fortis voorheen behoorden). Voor belastingdoeleinden was het verlies op de verkoop van de Fortis Bank pas een feit toen de holding was geliquideerd.
Uitgestelde belastingvorderingen die afhangen van toekomstige belastbare winsten, die de winsten voortvloeiende uit het terugboeken van bestaande tijdelijke belastingverschillen overtreffen, bedragen EUR 94,2 miljoen (2014: EUR 71,2 miljoen). De uitgestelde belastingvorderingen zijn verantwoord op basis van de verwachting dat in de toekomst voldoende belastbare winsten zullen worden gegenereerd om deze belastingvorderingen te innen.
De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2007, met ageas SA/NV als mededebiteur, CASHES effecten uitgegeven. CASHES zijn converteerbare effecten die in aandelen Ageas kunnen worden omgezet tegen een vooraf vastgestelde prijs van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV en ageas SA/NV, die op dat moment beide deel uitmaakten van de Fortis Groep, introduceerden een financieel instrument, de 'Relative Performance Note' (RPN), ter voorkoming van boekhoudkundige volatiliteit van de aandelen Ageas en van de in de boeken van BNP Paribas Fortis SA/NV tegen reële waarde geboekte CASHES. Bij de opsplitsing van Fortis in 2009 zijn BNP Paribas Fortis SA/NV en Ageas overeengekomen rente te betalen over een in deze RPN vermeld referentiebedrag. Deze rentebetaling per kwartaal wordt gewaardeerd als een financieel instrument en aangeduid als RPN(I).
De RPN(I) bestaat zolang er uitstaande CASHES in de markt zijn. In 2007 zijn aanvankelijk 12.000 CASHES uitgegeven. Ageas en BNP Paribas hebben in februari 2012 een overeenkomst bereikt waarbij Ageas aan BNP Paribas een schadevergoeding heeft betaald van EUR 287 miljoen, nadat BNP Paribas een bod op de CASHES tegen een prijs van 47,5% had gelanceerd en de 7.553 aangeboden CAS-HES inwisselde tegen onderliggende aandelen Ageas, wat leidde tot de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting. Na deze conversie resteren 4.447 uitstaande CASHES.
Ageas en BNP Paribas zijn overeengekomen dat BNP Paribas CAS-HES kan aankopen op voorwaarde dat deze worden geconverteerd in Ageas aandelen. Na deze conversie zal de pro-rata vrijval van de RPN(I) verplichting aan BNP Paribas worden betaald, terwijl Ageas een break-up fee ontvangt welke gekoppeld is aan de prijs waartegen BNP Paribas de CASHES kan kopen. De overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas loopt eind 2016 af.
Referentiebedrag en rentebetalingen
Het referentiebedrag wordt als volgt berekend:
- het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 12,53 miljoen aandelen Ageas waarin het instrument wordt geconverteerd, minus
- het verschil tussen EUR 3.000 miljoen bij de uitgifte en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd op de beurs van Luxemburg, vermenigvuldigd met
- het aantal CASHES dat blijft uitstaan (4.447/12.000=37,06%).
Ageas betaalt rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV over het gemiddelde referentiebedrag in het kwartaal (als het resultaat hierboven negatief wordt, betaald BNP Paribas Fortis SA/NV aan Ageas); de rente bedroeg 3-maands Euribor plus 20 basispunten tot 31 maart 2014 en 3-maands Euribor plus 90 basispunten daarna (zie volgende paragraaf).
Staatsgarantie en annulatie ervan
Tot 31 maart 2014 garandeerde de Belgische Staat de door Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV betaalde rente. Ageas betaalt de Belgische Staat een vergoeding voor deze garantie ter hoogte van 70 basispunten per jaar over het referentiebedrag en gaf aan de Belgische Staat 14% van de aandelen AG Insurance in onderpand voor het geval dat Ageas zijn rentebetalingen niet zou nakomen.
Om de staatsgarantie te annuleren, wijzigden de betrokken partijen de overeenkomst op 1 april 2014. Het onderpand ten gunste van de Belgische Staat werd vervangen door een onderpand van AG Insurance aandelen rechtstreeks ten gunste van BNP Paribas Fortis SA/NV, waarbij het aantal in onderpand gegeven aandelen werd gereduceerd van 14% tot 7,4% van het totale aantal uitstaande AG Insurance-aandelen; om het hogere kredietrisico te weerspiegelen, wijzigde de op het referentiebedrag toegepaste rentevoet van Euribor 3 maanden plus 20 basispunten in Euribor 3 maanden plus 90 basispunten; tegelijkertijd hield de vergoedingsverplichting van Ageas ten opzichte van de Belgische Staat op te bestaan.
In 2015 betaalde Ageas EUR 4,0 miljoen aan rente verbonden aan de RPN(I), versus EUR 4,5 miljoen rente en vergoedingen in 2014.
Waardering
Ageas past een transferbegrip toe om de RPN(I)-verplichting tegen reële waarde te registreren. IFRS 13 definieert reële waarde als de prijs die ontvangen zou worden bij de verkoop van een actief of betaald zou moeten worden bij het overdragen van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum. De definitie van reële waarde gaat expliciet uit van een 'eindprijs', gelinkt aan de prijs 'die betaald moet worden bij het overdragen van een verplichting'. Als zulke prijzen niet beschikbaar zijn en de verplichting wordt door een andere entiteit als een actief gehouden, dan moet de verplichting worden gewaardeerd vanuit het perspectief van een marktpartij die het actief aanhoudt. Ageas waardeert zijn verplichting tegen het referentiebedrag.
Het RPN referentiebedrag is gevoelig voor waardeveranderingen van de CASHES en de koers van het Ageas aandeel: als de waarde van de CASHES, uitgedrukt in een percentage van de fractiewaarde, met 1% stijgt, stijgt het referentiebedrag met EUR 11 miljoen, terwijl een stijging van EUR 1,00 van het Ageas aandeel, het referentiebedrag met EUR 5 miljoen zal doen dalen.
De daling van het referentiebedrag van EUR 467 miljoen eind 2014 tot EUR 402 miljoen op 31 december 2015 is met name het gevolg van de stijging van het Ageas aandeel van EUR 29,51 naar EUR 42,80 over dezelfde periode. De prijs van de CASHES bleef relatief stabiel, en bedroeg 75,70% tegenover de 76,04% aan het einde van 2014.
26 Overlopende rente en overige verplichtingen
De samenstelling van de overlopende rente en overige verplichtingen is per 31 december als volgt.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Uitgestelde baten | 110,1 | 90,4 |
| Overlopende rente | 44,2 | 41,6 |
| Overlopende lasten | 164,8 | 150,9 |
| Derivaten gehouden voor afdekkingsdoeleinden | 22,2 | 43,4 |
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen | 448,4 | 455,7 |
| Overige vergoedingen na uitdiensttreding | 111,9 | 116,3 |
| Verplichtingen voor ontslagvergoedingen | 10,4 | 8,5 |
| Verplichtingen voor overige lange termijn personeelsbeloningen | 13,0 | 13,2 |
| Verplichtingen voor korte termijn personeelsbeloningen | 88,7 | 96,4 |
| Handelsschulden | 160,9 | 205,3 |
| Schulden aan agenten, polishouders en tussenpersonen | 545,5 | 501,4 |
| Btw en overige te betalen belastingen | 145,7 | 133,9 |
| Te betalen dividenden | 21,6 | 24,3 |
| Schulden aan herverzekeraars | 53,7 | 52,3 |
| Derivaten gehouden voor handelsdoeleinden | 32,0 | 61,4 |
| Overige verplichtingen | 400,0 | 441,9 |
| Totaal | 2.373,1 | 2.436,9 |
Details over personeelsvergoedingen zijn te vinden in noot 7 sectie 7.1 Personeelsvergoedingen.
Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten). Alle aan- en verkopen van financiële activa met verplichte levering binnen een tijdsbestek dat is voorgeschreven door regelgeving of marktconventie worden opgenomen op de transactiedatum, zijnde de datum waarop Ageas toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.
De regel 'overige verplichtingen' heeft betrekking op verplichtingen in verband met de vereffening van aandelentransacties, ontvangen geldmiddelen die moeten worden gealloceerd aan beleggingen en kleine uitgaven die moeten worden betaald.
27 Voorzieningen
De voorzieningen hebben hoofdzakelijk betrekking op juridische geschillen en reorganisaties en zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op jaareinde op basis van het oordeel van het management waarbij in de meeste gevallen rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van processen/geschillen. De lopende gerechtelijke procedures worden beschreven in noot 47 Voorwaardelijke verplichtingen.
Op 29 juli 2014 besliste het Amsterdamse Hof van Beroep om de verkoop van de Nederlandse Fortis-entiteiten in 2008 ongemoeid te laten in antwoord op de aantekening van beroep door Stichting FortisEffect tegen het vonnis van het Amsterdamse Districtshof. Het Hof oordeelde echter ook dat Fortis misleidende en onvolledige informatie verschafte inzake de verkoop van zijn Nederlandse entiteiten tussen 29 september en 1 oktober 2008, en besliste dat Ageas de betrokken aandeelhouders moest vergoeden voor de schade die ze als gevolg daarvan hadden geleden.
Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt.
Ageas besliste om tegen deze beslissing beroep aan te tekenen bij het Nederlandse Hooggerechtshof, maar concludeerde dat op basis van de vereisten van IAS 37 een provisie moet worden geboekt.
Hoewel er tot nu toe nog geen schadevergoedingen nodig waren, boekte Ageas een provisie van EUR 130 miljoen, gebaseerd op zijn evaluatie van de termen van de beslissing van het Hof alsook op methoden en veronderstellingen die gewoonlijk op de markt worden gehanteerd. Het definitieve bedrag en de timing van de betalingen zijn onzeker en hangen vooral af van (a) het feitelijke aantal eisers, (b) de methoden die het Hof zal gebruiken ter bepaling van de geldigheid van deze claims en het bedrag van de schadevergoedingen voor de vermeende overtreding, en (c) de einddatum van het verdere juridische verloop.
De bedragen worden weergegeven op de regel 'provisies' in de balans en op de regel 'wijzigingen in provisies' in de resultatenrekening.
| 2015 | 2014 |
|---|---|
| Stand per 1 januari 171,4 |
45,0 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen 2,7 |
0,4 |
| Toename (Afname) voorziening - 0,2 |
137,5 |
| Aanwendingen in de loop van het jaar - 1,5 |
- 11,7 |
| Aangroei van rente 2,6 |
|
| Omrekeningsverschillen | 0,2 |
| Stand per 31 december 175,0 |
171,4 |
28 Verplichtingen i.v.m. geschreven NCI-putopties
28.1 Verplichting i.v.m. geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden AG Insurance aandelen
Op 12 maart 2009 sloot Ageas een overeenkomst over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in april 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst verleende Ageas aan Fortis Bank een putoptie tot herverkoop van het verworven belang in AG Insurance aan Ageas binnen de zes maanden na 1 januari 2018.
Ageas concludeerde dat het uitoefenen van de putoptie onvoorwaardelijk is. In overeenstemming met IAS 32 is Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018. Deze financiële verplichting wordt in een separate regel ('verplichting met betrekking tot geschreven putoptie') in de Balans verantwoord. De verplichting wordt ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance). Ageas waardeert de verplichting tegen het verwachte te betalen bedrag geactualiseerd tot op de rapporteringsdatum.
De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen.
Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie worden verantwoord in 'overige reserves'.
Als de optie in 2018 wordt uitgeoefend, zal de verplichting als een contante betaling van Ageas aan BNP Paribas Fortis SA/NV worden afgewikkeld en zal Ageas weer 25% + 1 aandeel AG Insurance verwerven. Als de optie echter afloopt zonder te zijn uitgeoefend, wordt de verplichting verantwoord ten laste van Minderheidsbelangen en Overige reserves.
Waardebepaling
Ageas hanteert embedded value van de Leven activiteiten van AG Insurance en een verdisconteerd kasstroommodel voor de Nietleven activiteiten voor de waardebepaling van de verplichting. Voor de bepaling van het verwachte bedrag bij afwikkeling wordt een waarderingsmethode gebruikt die is gebaseerd op:
- huidige embedded value multiples voor levensverzekeringsmaatschappijen. Met ingang van 2015 wordt de peer group (sectorgenoten) verder verfijnd door uitsluitend zuivere Leven maatschappijen te selecteren en gecombineerde entiteiten uit te sluiten;
- een waardestijging op basis van een verwacht rendement van 9% (2014: 11%) op de embedded value en 75% dividend pay-out ratio voor 2014, 2015 en 2016 en een pay-out ratio van 100% voor 2017 en 2018;
- een disconteringsvoet van 7,6% (2014: 10%).
Verwerking van de optie in de resultatenrekening
Zolang de optie niet is uitgeoefend, wordt het resultaat in de geconsolideerde resultatenrekening gelinkt aan minderheidsbelang (25% + 1 aandeel BNP), geboekt als minderheidsbelang.
Op basis van deze parameters is de netto contante waarde van de verplichting per 31 december 2015 EUR 1.064 miljoen (31 december 2014: EUR 1.391 miljoen). De volgende gevoeligheden zijn berekend.
| Disconteringsvoet | +1% punt | -1% punt |
|---|---|---|
| Waarde verplichting | 1.045 | 1.084 |
| Relatieve impact | -1,8% | 1,9% |
| 'Price to Embedded Value' | +10% | -10% |
|---|---|---|
| Waarde verplichting | 1.139 | 989 |
| Relatieve impact | 7,0% | -7,0% |
| Groei percentage | +1% punt | -1% punt |
|---|---|---|
| Waarde verplichting | 1.079 | 1.049 |
| Relatieve impact | 1,4% | -1,4% |
De impact van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie op het eigen vermogen is de volgende.
| Waarde geschreven putoptie | 31 december 2015 | 31 december 2014 | Wijziging |
|---|---|---|---|
| Waarde verplichting inzake geschreven putoptie | 1.064,0 | 1.391,0 | - 327,0 |
| Gerelateerde minderheidsbelangen Effect op eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders |
- 1.644,2 580,2 |
- 1.562,9 171,9 |
- 81,3 408,3 |
28.2 Putoptie AG Insurance verleend aan Parkimo
AG Insurance verleende een onvoorwaardelijke putoptie op haar aandeel van 10,05% aan Parkimo, de huidige minderheidsaandeelhouder van Interparking. De putoptie werd gewaardeerd tegen de reële waarde van het verwachte schikkingsbedrag voor EUR 91,2 miljoen (2014: 88,1 miljoen). AG Insurance verleende andere putopties voor een bedrag van EUR 7,9 miljoen (2014: EUR 6,7 miljoen).
29 Minderheidsbelangen
In de navolgende tabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste minderheidsbelangen (NCI) in de entiteiten van Ageas.
| Resultaat | Eigen | Resultaat | Eigen | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| % | per | vermogen per | % | per | vermogen per | |
| Minderheids- | 31 december | 31 december | Minderheids- | 31 december | 31 december | |
| belang | 2015 | 2015 | belang | 2014 | 2014 | |
| Groepsmaatschappij | ||||||
| AG Insurance (België) | 25,0% | 127,9 | 1.644,2 | 25,0% | 130,6 | 1.562,9 |
| Interparking SA (onderdeel van AG Insurance) | 49,0% | 16,6 | 201,8 | 49,1% | 6,0 | 202,8 |
| Venti M (onderdeel van AG Insurance) | 40,0% | 1,1 | 27,0 | 40,0% | 1,3 | 29,2 |
| Cortenbergh le Corrège | ||||||
| (onderdeel van AG Insurance) | 38,8% | 0,3 | 3,4 | 38,8% | 0,2 | 3,5 |
| Sicavonline (onderdeel van CEU) | 35,0% | 0,3 | 1,8 | |||
| Millenniumbcp Ageas (onderdeel van CEU) | 49,0% | 8,9 | 268,0 | 49,0% | 27,3 | 289,5 |
| Cargeas Assicurazioni (onderdeel van CEU) | 50,0% | 14,4 | 95,0 | 50,0% | 14,3 | 159,8 |
| Overig | - 0,1 | 1,9 | 1,7 | |||
| Totaal | 169,4 | 2.243,1 | 180,2 | 2.251,1 | ||
| Aanpassing minderheidsbelangen | ||||||
| AG Insurance m.b.t. geschreven | ||||||
| putoptie (zie Noot 28) | - 1.644,2 | - 1.562,9 | ||||
| Total Minderheidsbelangen | 169,4 | 598,9 | 180,2 | 688,2 |
Het minderheidsbelang vertegenwoordigt het relatieve aandeel van een derde partij in het eigen vermogen van een Ageas dochtermaatschappij zoals bepaald door Ageas, in overeenstemming met international financial reporting standards (IFRS).
Dochterondernemingen
Nadere informatie met betrekking tot de balans van AG Insurance is opgenomen in noot 9 informatie operationele segmenten. Details van de dochterondernemingen waarin Ageas een minderheidsbelang heeft, zijn opgenomen in de volgende tabel.
Nadere details over de aanpassing minderheidsbelangen AG Insurance met betrekking tot de geschreven putoptie worden gegeven in noot 28 verplichting i.v.m. de geschreven NCI putopties sectie 28.1.
| Activa | Verplichtingen | Eigen vermogen | Activa | Verplichtingen | Eigen vermogen | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| per | per | per | per | per | per | |
| 31 december 2015 31 december 2015 31 december 2015 31 december 2014 31 december 2014 31 december 2014 | ||||||
| Dochteronderneming | ||||||
| Sicavonline | 9,0 | 7,0 | 2,0 | 9,7 | 7,8 | 1,8 |
| Cargeas Assicurazioni | 890,9 | 743,2 | 147,8 | 1.019,6 | 742,4 | 277,2 |
| Mbcp Ageas | 10.648,5 | 9.955,1 | 693,4 | 10.836,8 | 10,099.6 | 737,3 |
30 Derivaten
Door dochterondernemingen van Ageas gebruikte derivaten voldoen aan de relevante wet- en regelgeving en de interne richtlijnen van Ageas. Derivaten worden gebruikt om markt- en beleggingsrisico's te beheersen. De dochterondernemingen van Ageas beheersen de risicopositie in de beleggingsportefeuille aan de hand van algemene drempels en doelstellingen. Het belangrijkste doel van deze afgeleide instrumenten is om ongunstige marktbewegingen van geselecteerde effecten of delen van een portefeuille af te dekken. Ageas maakt selectief gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals swaps, opties en termijncontracten ter afdekking voor veranderingen in valutakoersen of de rente in de beleggingsportefeuille. Renteovereenkomsten maken het grootste deel van de totale derivatenportefeuille uit: 46% per 31 december 2015 (2014: 56%).
Belangrijke afdekkingsinstrumenten zijn aandelentermijncontracten, aandelenopties, total return swaps, renteswaps, rentetermijncontracten, valutaswaps en valutatermijncontracten. Ageas kan afdekkingsinstrumenten inzetten voor afzonderlijke transacties (microhedge) of voor een portefeuille van vergelijkbare activa of verplichtingen (portefeuillehedge). Ageas is verplicht te beoordelen of aan de criteria voor hedge accounting is voldaan, in het bijzonder of de afdekkingsrelaties zeer effectief zijn als compensatie voor veranderingen in de reële waarde of de kasstromen tussen het afdekkingsinstrument en wat afgedekt wordt. Ook moet de vereiste afdekkingsdocumentatie worden opgesteld. Bij aanvang is voor alle afdekkingsrelaties akkoord nodig: Ageas moet zekerstellen dat aan alle afdekkingsvoorwaarden is voldaan en dat de documentatie compleet is. Als er geen formele afdekkingsrelatie kan worden vastgesteld of als dat te lastig is, worden de derivaten verwerkt als voor handelsdoeleinden aangehouden.
Valutacontracten
Futures zijn overeenkomsten die tegen een specifieke prijs en op een specifieke datum in de toekomst moeten worden afgewikkeld en die op diezelfde markten kunnen worden verhandeld. Termijncontracten zijn maatovereenkomsten tussen twee entiteiten die tegen een vandaag overeengekomen prijs op een specifieke datum in de toekomst worden afgewikkeld. Op geconsolideerd niveau waren valutafutures en valutatermijnovereenkomsten eind 2015 goed voor 59% van de valutaderivaten (op basis van referentiebedragen per 31 december 2015) in vergelijking met 76% eind 2014. De valutatermijncontracten en -futures betreffen hoofdzakelijk overeenkomsten die het valutarisico op activa die in buitenlandse valuta's luiden af te dekken. De waarde van deze overeenkomsten is gestegen van EUR 1.263 miljoen in 2014 tot EUR 1.680 miljoen in 2015 als gevolg van de grotere positie in bedrijfsleningen die in Amerikaanse dollars luiden.
Ageas is valutaswaps overeengekomen, met een totale waarde van EUR 1.161 miljoen (2014: EUR 406 miljoen), die zijn bedoeld om het valutarisico af te dekken van de kasstromen uit obligatieleningen in Amerikaanse dollars.
Rentecontracten
De nominale waarde van de rentecontracten steeg van EUR 2.112 miljoen in 2014 naar EUR 2.699 miljoen in 2015, met een marktwaarde van respectievelijk EUR 119 miljoen (netto-activa) en EUR 40 miljoen (nettoverplichtingen).
Swapcontracten zijn overeenkomsten tussen twee partijen waarin één verzameling kasstromen wordt geruild voor een andere verzameling kasstromen. Betalingen zijn gebaseerd op de nominale waarde van de swap. Ageas gebruikt hoofdzakelijk renteswaps om de kasstromen van ontvangen of betaalde rente te beheersen en (cross) valutaswapcontracten om kasstromen die in buitenlandse valuta's luiden te beheersen (zie 'valutacontracten').
De renteswaps vertegenwoordigen op 31 december 2015 het grootste gedeelte van de rentecontracten (69%) met een nominale waarde van EUR 1.864 miljoen. Op het einde van 2014 bedroeg nominale waarde 896 miljoen (42%).
De optieportefeuille bedraagt EUR 182 miljoen (marktwaarde EUR 0 miljoen) in 2015 en vertegenwoordigt 7% van de rentecontracten. In 2014 bedroeg de optieportefeuille EUR 560 miljoen (27%). De waardedaling is te wijten aan het aflopen van een deel van de optieportefeuille in 2015.
Handelsderivaten
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Reële waarde | ||||||
| Nominale | Nominale | ||||||
| Activa | Passiva | waarde | Activa | Passiva | waarde | ||
| Vreemde valuta contracten | |||||||
| Forwards en futures | 20,5 | 9,5 | 1.680,2 | 41,3 | 1.262,9 | ||
| Swaps | 11,7 | 11,7 | |||||
| Totaal | 20,5 | 9,5 | 1.680,2 | 11,7 | 41,3 | 1.274,6 | |
| Rentecontracten | |||||||
| Swaps | 2,9 | 21,0 | 413,6 | 1,9 | 20,1 | 453,5 | |
| Opties | 100,0 | 478,0 | |||||
| Totaal | 2,9 | 21,0 | 513,6 | 1,9 | 20,1 | 931,5 | |
| Effecten/Index contracten | |||||||
| Opties en warrants | 2,3 | 1,5 | 189,5 | ||||
| Totaal | 2,3 | 1,5 | 189,5 | ||||
| Overige | 2,8 | 24,8 | 4,5 | ||||
| Totaal | 28,5 | 32,0 | 2.408,1 | 18,1 | 61,4 | 2.206,1 | |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens | 10,3 | 12,1 | 61,4 | ||||
| Reële waarden verkregen door gebruik van een waarderingsmodel | 28,5 | 21,7 | 6,0 | ||||
| Totaal | 28,5 | 32,0 | 18,1 | 61,4 | |||
| Over the counter (OTC) | 28,4 | 32,0 | 2.408,1 | 17,6 | 61,4 | 2.206,1 | |
| Op een beurs verhandeld | 0,1 | 0,5 | |||||
| Totaal | 28,5 | 32,0 | 2.408,1 | 18,1 | 61,4 | 2.206,1 |
Hedging derivaten
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Reële waarde | Reële waarde | |||||
| Nominale | Nominale | |||||
| Activa | Passiva | waarde | Activa | Passiva | waarde | |
| Vreemde valuta contracten | ||||||
| Swaps | 11,1 | 1,7 | 1.160,9 | 5,1 | 394,1 | |
| Totaal | 11,1 | 1,7 | 1.160,9 | 5,1 | 394,1 | |
| Rentecontracten | ||||||
| Forwards en futures | 106,8 | 652,2 | 82,5 | 16,9 | 656,2 | |
| Swaps | 9,5 | 18,6 | 1.450,9 | 21,4 | 442,5 | |
| Opties | 0,1 | 82,2 | 0,2 | 82,2 | ||
| Totaal | 116,4 | 18,6 | 2.185,3 | 82,7 | 38,3 | 1.180,9 |
| Effecten/Index contracten | ||||||
| Forwards en futures | 6,4 | 1,9 | 129,5 | |||
| Totaal | 6,4 | 1,9 | 129,5 | |||
| Totaal | 133,9 | 22,2 | 3.475,7 | 82,7 | 43,4 | 1.575,0 |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens | 22,7 | 1,9 | 16,9 | |||
| Reële waarden op basis van een waarderingmodel | 111,2 | 20,3 | 82,7 | 26,5 | ||
| Totaal | 133,9 | 22,2 | 82,7 | 43,4 | ||
| Over the counter (OTC) | 133,9 | 22,2 | 3.475,7 | 82,7 | 43,4 | 1.575,0 |
| Totaal | 133,9 | 22,2 | 3.475,7 | 82,7 | 43,4 | 1.575,0 |
Derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten).
31 Toezeggingen
Ontvangen en gedane toezeggingen waren per 31 december als volgt.
| Verplichtingen | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Ontvangen verplichtingen | ||
| Kredietlijnen | 520,2 | 431,5 |
| Onderpand & garanties ontvangen | 4.287,6 | 4.592,5 |
| Overige niet in de balans gewaardeerde rechten | 2,4 | 2,6 |
| Totaal ontvangen | 4.810,2 | 5.026,6 |
| Verstrekte verplichtingen | ||
| Garanties, Financiëel en Prestatie Gerelateerde Kredietbrieven | 39,6 | 78,5 |
| Totaal kredietlijnen | 1.178,6 | 612,7 |
| Gebruikt | -469,3 | -200,5 |
| Beschikbaar | 709,3 | 412,2 |
| Onderpand & garanties verstrekt | 1.597,8 | 1.562,6 |
| In bewaring gegeven activa en vorderingen | 100,0 | 1.442,9 |
| Kapitaal rechten en verplichtingen | 69,9 | 121,5 |
| Overige niet in de balans gewaardeerde verplichtingen | 1.146,7 | 832,3 |
| Totaal verstrekt | 3.663,3 | 4.450,0 |
Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen onderpand en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.
Gedane toezeggingen bestaan voor het overgrote deel uit gegeven onderpand en garanties (EUR 1.598 miljoen), in verband met terugkoopovereenkomsten, toevertrouwde middelen en vorderingen (EUR 100 miljoen) en verstrekte kredietlijnen.
Andere niet in de balans gewaardeerde toezeggingen op 31 december 2015 omvatten voor EUR 298 miljoen uitstaande kredietaanbiedingen (31 december 2014: EUR 332 miljoen) en voor EUR 788 miljoen aan vastgoedtoezeggingen (31 december 2014: EUR 437 miljoen).
32 Reële waarde van financiële activa en verplichtingen
In de volgende tabel zijn de boekwaarde en de reële waarde weergegeven van de financiële activa en verplichtingen die in de geconsolideerde balans van Ageas niet tegen reële waarde zijn gewaardeerd. De verplichtingen worden met uitzondering van een aantal schuldbewijzen (zie noot 21 Schuldbewijzen) tegen geamortiseerde kosten aangehouden.
De tabel beschrijft de gebruikte methodes voor de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten.
| 2015 | 2014 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Niveau | Boekwaarde | Reële waarde | Boekwaarde | Reële waarde | |
| Activa | |||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 2 | 2.394,3 | 2.394,3 | 2.516,3 | 2.516,3 |
| Tot einde looptijd gehouden financiële beleggingen | 1 / 3 | 4.802,1 | 6.828,1 | 4.887,0 | 7.121,3 |
| Vorderingen | 2 | 7.286,3 | 7.811,3 | 6.068,3 | 6.740,7 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 2 | 2.013,9 | 2.013,9 | 1.991,7 | 1.991,7 |
| Totaal financiële activa | 16.496,6 | 19.047,6 | 15.463,3 | 18.370,0 | |
| Verplichtingen | |||||
| Schuldbewijzen | 2 | 2,2 | 2,2 | ||
| Achtergestelde schulden | 2 | 2.380,4 | 2.387,2 | 2.086,3 | 2.138,0 |
| Schulden | 2 | 2.497,0 | 2.495,9 | 2.205,5 | 2.205,2 |
| Overige financieringen | 2 | 290,5 | 289,2 | 278,0 | 274,7 |
| Totaal financiële verplichtingen | 5.167,9 | 5.172,3 | 4.572,0 | 4.620,1 |
De reële waarde is de waarde waartegen een actief kan worden verhandeld, een verplichting kan worden afgewikkeld of een eigen-vermogeninstrument kan worden toegekend tussen terzake goed geïnformeerde, tot markttransactie bereidwillige partijen.
Ageas hanteert de volgende methoden voor de bepaling van de reële waarde van financiële instrumenten:
- genoteerde prijzen in een actieve markt;
- waarderingsmethoden;
- kostprijs.
Indien een financieel instrument wordt verhandeld in een actieve en liquide markt is de genoteerde prijs of waarde de beste indicator voor de reële waarde. Die reële waarde wordt niet gecorrigeerd voor een groot pakket aandelen, tenzij er een bindende afspraak is gemaakt om de aandelen te verkopen tegen een andere prijs dan de marktprijs. De meest geschikte marktprijs voor een actief in bezit of een uit te geven passief is de huidige biedprijs, en voor een aan te kopen actief of een passief in bezit, de laatprijs. Middenkoersen worden gebruikt als basis voor het bepalen van de reële waarde van activa en verplichtingen met tegengestelde marktrisico's.
Als er geen marktprijs op een actieve markt beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van de contante waarde-methode of andere waarderingsmethoden gebaseerd op de marktcondities per verslagdatum. Als er een waarderingsmethode gebruikelijk is in de markt om de prijs van een instrument te bepalen en van deze methode is aangetoond dat de bepaalde waardering een betrouwbare schatting oplevert van de prijs bij een daadwerkelijke markttransactie, dan gebruikt Ageas deze methode.
Algemeen aanvaarde methoden voor waardering in de financiële markt zijn recente markttransacties, het contante waardemodel en optiewaarderingsmodellen. Een geaccepteerde waarderingsmethode houdt rekening met alle factoren die marktpartijen voor de prijsvorming belangrijk achten. Deze methode dient tevens consistent te zijn met algemeen aanvaarde economische modellen voor de waardering van financiële instrumenten.
De basisprincipes voor het bepalen van de reële waarde zijn:
- het maximaliseren van marktinvloeden en het minimaliseren van interne schattingen en ramingen;
- aanpassing van de schattingsmethode (waarderingsmethode) alleen als er een verbetering van de waardering kan worden aangetoond of als de verandering noodzakelijk is vanwege de beschikbaarheid van informatie.
De reële waarde die getoond wordt, is de 'clean fair value' (de totale reële waarde ('dirty' fair value) exclusief opgelopen rente). Opgelopen rente wordt apart verantwoord.
De gebruikte methoden en hypothesen om de reële waarde te bepalen, zijn grotendeels afhankelijk van het feit of het instrument verhandeld wordt op een financiële markt en welke informatie gebruikt kan worden in de waarderingsmodellen. Hierna wordt een samenvatting gegeven van de verschillende financiële instrumenten met de gehanteerde reële waarderingsmethode.
Genoteerde prijzen worden gebruikt voor financiële instrumenten die op een markt worden verhandeld met notering van prijzen.
Niet-beursgenoteerde financiële instrumenten worden vaak verhandeld op over-the-counter (OTC) markten waar de marktprijzen verkrijgbaar zijn via handelaren of andere bemiddelaars.
Vanuit verschillende bronnen zijn beursnoteringen verkrijgbaar voor een aantal financiële instrumenten die geregeld worden verhandeld op een OTC-markt. De financiële pers, verschillende beurspublicaties en informatie van individuele marketmakers zijn voorbeelden van deze bronnen.
Genoteerde marktprijzen zijn de meest betrouwbare reële waarden voor op de beurs verhandelbare derivaten. Voor niet-beursgenoteerde derivaten is de reële waarde die waarde die gerealiseerd kan worden door beëindiging of afwikkeling van het derivaat.
Gangbare methoden voor de waardering van een renteswap hanteren een vergelijking van het rendement (de rentecurve) van de swap met het huidige marktrendement. De rentecurve van de swap wordt afgeleid van de genoteerde swaprendementen. Voor gangbare renteswaps zijn over het algemeen aan- en verkoopkoersen beschikbaar voor partijen waarvan de effecten 'investment grade' zijn.
Factoren die van invloed zijn op de waardering van de individuele derivaten zijn onder andere het kredietrisico van de tegenpartij en de complexiteit van het derivaat. Wanneer deze factoren afwijken van de basisfactoren zal overwogen worden of een aanpassing van de genoteerde prijs noodzakelijk is.
Aangezien de FRESH niet vervroegd kunnen worden terugbetaald en enkel kunnen worden terugbetaald door middel van een uitwisseling van aandelen, is de reële waarde van de FRESH gelijk aan het nominale bedrag.
De berekening van de reële waarde van financiële instrumenten die niet actief worden verhandeld op financiële markten, kan als volgt worden samengevat.
| Type instrument | Producten Ageas | Reële waarde berekening |
|---|---|---|
| Instrumenten zonder vaste looptijd |
Zichtrekeningen (rekeningen-courant) spaarrekeningen, etc. |
Nominale waarde. |
| Instrumenten zonder derivaatachtige elementen |
Lineaire kredieten, deposito's, etc. |
Contante waardeberekening; het disconteringspercentage is de rentecurve van de swap plus een marge (activa) of swap rente curve min een marge (passiva); de marge is gebaseerd op de gerealiseerde commerciële marge berekend op basis van het gemiddelde aan nieuwe productie van de laatste drie maanden. |
| Instrumenten met derivaatachtige elementen |
Hypotheken en andere instrumenten met derivaatachtige elementen |
Het product wordt gesplitst in enerzijds een lineair (zonder derivaat) deel dat gewaardeerd wordt middels de contante waardeberekening, anderzijds wordt het derivaat gewaardeerd middels een optie-waarderingsmethode. |
| Achtergestelde schulden en gerelateerde vorderingen |
Achtergestelde schulden |
Waardering is gebaseerd op noteringen van handelaren in een inactieve markt (niveau 3). |
| Private equity | Private equity en niet-beursgenoteerde deelnemingen |
In het algemeen gebaseerd op de richtlijnen van de European Venture Capital Association, gebruik makend van onder meer de ratio's bedrijfswaarde/EBITDA, koers/cashflow en koers/winst. |
| Preferente aandelen (niet-genoteerd) |
Preferente aandelen | Als het aandeel wordt geclassificeerd als vreemd vermogen wordt de contantewaardemethode gebruikt. |
Ageas heeft een beleid geformuleerd om de onzekerheden met betrekking tot de berekening van reële waarde door middel van waarderingsmethoden en interne modellen te kunnen kwantificeren en bewaken. Gerelateerde onzekerheden worden benoemd in het modelrisicoconcept.
Modelrisico ontstaat wanneer de productwaarderingsmethode die gehanteerd wordt nog niet is gestandaardiseerd, of wanneer gebruik wordt gemaakt van inputgegevens die niet rechtstreeks in de markt zichtbaar zijn, maar op aannames zijn gebaseerd.
De ontwikkeling van nieuwe, geavanceerde producten in de markt heeft geleid tot de ontwikkeling van wiskundige modellen waarmee deze producten kunnen worden gewaardeerd. Deze modellen repliceren het complexe patroon van de functie van een optie op basis van aannames over het stochastische gedrag van de onderliggende variabelen, numerieke algoritmen en andere theoretische benaderingen die nodig zijn om de complexiteit van het financiële instrument na te bootsen.
Voorts zijn de onderliggende hypothesen van een model afhankelijk van de algemene marktomstandigheden (specifieke rentestanden, volatiliteit etc.) op het moment van ontwikkeling van het model. Er bestaat geen garantie dat het model nog steeds de juiste resultaten weergeeft wanneer marktcondities radicaal veranderen.
Eventuele modelonzekerheden worden zo precies mogelijk gekwantificeerd. Dit vormt de basis voor de aanpassing van de reëlewaardeberekening door de waarderingsmethoden en interne modellen.
Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening
191
Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf voor het jaar eindigend op 31 december.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Bruto premie-inkomen Leven | 6.369,2 | 6.296,1 |
| Bruto premie-inkomen Niet-leven | 4.297,5 | 4.103,3 |
| Algemeen en eliminaties | - 0,2 | - 0,3 |
| Totaal bruto premie-inkomen | 10.666,5 | 10.399,1 |
| XX |
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Netto premies Leven | 4.995,3 | 5.049,0 |
| Netto premies Niet-leven | 4.037,6 | 3.843,2 |
| Algemeen en eliminaties | 3,0 | - 0,3 |
| Totaal netto premies | 9.035,9 | 8.891,9 |
Leven
In de onderstaande tabel worden de bruto premie-inkomsten Leven weergegeven per 31 december.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 139,7 | 90,3 |
| Geboekte periodieke premies | 95,1 | 100,3 |
| Totaal unit-linked contracten | 234,8 | 190,6 |
| Niet unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 310,3 | 314,8 |
| Geboekte periodieke premies | 800,0 | 762,4 |
| Totaal collectief | 1.110,3 | 1.077,2 |
| Geboekte eenmalige premies | 426,3 | 406,4 |
| Geboekte periodieke premies | 807,2 | 853,7 |
| Totaal individueel | 1.233,5 | 1.260,1 |
| Totaal niet unit-linked contracten | 2.343,8 | 2.337,3 |
| Beleggingscontracten met DPF | ||
| Geboekte eenmalige premies | 2.059,5 | 2.214,1 |
| Geboekte periodieke premies | 423,2 | 413,3 |
| Totaal beleggingscontracten met DPF | 2.482,7 | 2.627,4 |
| Geboekte premies Leven | 5.061,3 | 5.155,3 |
| Geboekte eenmalige premies | 1.160,1 | 1.008,9 |
| Geboekte periodieke premies | 147,8 | 131,9 |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 1.307,9 | 1.140,8 |
| Bruto premie-inkomen Leven | 6.369,2 | 6.296,1 |
Het bruto premie-inkomen Leven bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekeringsen beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies - direct verantwoord als verplichting (deposit accounting). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Bruto premies Leven | 5.061,3 | 5.155,3 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 66,0 | - 106,3 |
| Netto premies Leven | 4.995,3 | 5.049,0 |
Niet-leven
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de nettopremies Niet-leven per 31 december. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige zijn samengevoegd onder overige Niet-leven.
| Ongevallen en | Overige | ||
|---|---|---|---|
| 2015 | Ziekte | Niet-leven | Totaal |
| Bruto geboekte premies | 843,7 | 3.453,8 | 4.297,5 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | - 3,7 | - 27,3 | - 31,0 |
| Bruto verdiende premies | 840,0 | 3.426,5 | 4.266,5 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 31,7 | - 198,6 | - 230,3 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | 2,9 | - 1,5 | 1,4 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 811,2 | 3.226,4 | 4.037,6 |
| XXX | |||
| Ongevallen en | Overige | ||
| 2014 | Ziekte | Niet-leven | Totaal |
| Bruto geboekte premies | 854,1 | 3.249,2 | 4.103,3 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | - 11,3 | - 0,7 | - 12,0 |
| Bruto verdiende premies | 842,8 | 3.248,5 | 4.091,3 |
| Uitgaande herverzekeringspremies | - 32,8 | - 222,2 | - 255,0 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | 3,5 | 3,4 | 6,9 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 813,5 | 3.029,7 | 3.843,2 |
De verdeling van de ontvangen nettopremies Niet-leven per verzekeringssegment is als volgt.
| 2015 | Ongevallen en Ziekte |
Overige Niet-leven |
Totaal |
|---|---|---|---|
| België | 484,2 | 1.348,2 | 1.832,4 |
| VK | 71,8 | 1.679,3 | 1.751,1 |
| Continentaal Europa | 255,2 | 198,9 | 454,1 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 811,2 | 3.226,4 | 4.037,6 |
| 2014 | Ongevallen en Ziekte |
Overige Niet-leven |
Totaal |
|---|---|---|---|
| België | 504,0 | 1.311,1 | 1.815,1 |
| VK | 71,4 | 1.541,4 | 1.612,8 |
| Continentaal Europa | 238,1 | 177,2 | 415,3 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 813,5 | 3.029,7 | 3.843,2 |
34 Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten
De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten per 31 december.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Rentebaten | ||
| Rentebaten op kas en kasequivalenten | 3,3 | 5,5 |
| Rentebaten uit vorderingen op banken | 16,5 | 17,2 |
| Rentebaten op beleggingen | 2.036,6 | 2.075,6 |
| Rentebaten uit vorderingen op klanten | 193,1 | 176,8 |
| Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 0,6 | 1,5 |
| Overige rentebaten | 31,8 | 24,8 |
| Totaal rentebaten | 2.281,9 | 2.301,4 |
| Dividenden op aandelen | 112,2 | 104,8 |
| Huurbaten uit vastgoedbelegging | 227,1 | 221,5 |
| Opbrengsten parkeergarage | 340,1 | 320,1 |
| Overige baten op beleggingen | 47,2 | 46,3 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 3.008,5 | 2.994,1 |
35 Resultaat op verkoop en herwaarderingen
De onderstaande tabel geeft een specificatie van het resultaat op verkoop en herwaarderingen voor het jaar eindigend op 31 december.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Obligaties aangehouden voor verkoop | 56,9 | 136,0 |
| Aandelen aangehouden voor verkoop | 131,7 | 93,6 |
| Financiële instrumenten aangehouden voor tradingdoeleinden | - 24,2 | - 12,5 |
| Vastgoedbeleggingen | 36,3 | 9,9 |
| Gerealiseerde winst (verlies) op de verkoop van aandelen | ||
| van dochtermaatschappijen en deelnemingen | 0,3 | 107,5 |
| Beleggingen in deelnemingen | - 0,3 | 1,3 |
| Materiële vaste activa | - 0,1 | 10,1 |
| Activa en verplichtingen tegen reële waarde | ||
| met waardeveranderingen in de resultatenrekening | - 0,5 | 0,7 |
| Afdekkingsresultaten | - 10,7 | - 1,9 |
| Overige | 2,6 | 4,3 |
| Totaal resultaat op verkoop en herwaarderingen | 192,0 | 349,0 |
De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.
Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.
De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.
De kapitaalwinst van EUR 107,5 miljoen op de verkoop van aandelen van dochtermaatschappijen en deelnemingen in 2014 heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van Ageas Protect Ltd. en Louvresse development I en wordt in meer detail toegelicht in noot 3 Overnames en desinvesteringen.
36 Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten
De baten inzake unit-linked contracten zijn als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - verzekeringscontracten | 84,1 | 124,7 |
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - beleggingscontracten | 132,4 | 848,1 |
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) | 216,5 | 972,8 |
| Beleggingsbaten - verzekeringscontracten | 3,8 | 4,6 |
| Beleggingsbaten - beleggingscontracten | 244,4 | 295,3 |
| Beleggingsbaten | 248,2 | 299,9 |
| Totaal baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 464,7 | 1.272,7 |
37 Aandeel in het resultaat van deelnemingen
Het aandeel in het resultaat van deelnemingen per 31 december wordt hieronder voor de belangrijkste deelnemingen toegelicht.
| Aandeel in het | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Totale | Totale | Netto | % | resultaat van | |
| baten | lasten | baten | Ageas | deelnemingen | |
| 2015 | (100% belang) | (100% belang) | (100% belang) | belang | (Ageas deel) |
| Mayban Ageas Holding Berhad | 1.182,8 | - 1.110,3 | 72,5 | 31,0% | 22,4 |
| Muang Thai Group Holding | 2.721,3 | - 2.520,5 | 200,8 | 7,8% - 30,9% | 58,9 |
| Taiping Holdings | 14.143,6 | - 13.479,4 | 664,2 | 20,0% - 24,9% | 165,3 |
| Royal Park Investments | 56,7 | - 16,1 | 40,6 | 44,7% | 18,2 |
| IDBI Federal Life Insurance | 221,3 | - 212,7 | 8,6 | 26,0% | 2,2 |
| East West Ageas Life | - 3,1 | - 3,1 | 25,0% | - 0,8 | |
| Tesco Insurance Ltd | 573,4 | - 573,7 | - 0,3 | 50,1% | - 0,2 |
| Aksigorta | 387,9 | - 394,1 | - 6,2 | 36,0% | - 2,2 |
| Cardif Lux Vie | 3.038,5 | - 2.992,5 | 46,0 | 33,3% | 15,3 |
| DTHP | 60,7 | - 80,9 | - 20,2 | 33,0% | - 6,7 |
| Evergreen | 17,3 | - 11,4 | 5,9 | 35,7% | 2,1 |
| Predirec | 3,1 | - 0,9 | 2,2 | 29,5% | 0,6 |
| Aviabel | 41,6 | - 40,5 | 1,1 | 24,7% | 0,3 |
| Frey SA | 5,8 | 5,8 | 20,0% | 1,2 | |
| Sapphire | 6,9 | - 4,3 | 2,6 | 35,7% | 0,9 |
| North Light | 7,1 | - 7,0 | 0,1 | 40,0% | |
| Pole Star | 8,1 | - 7,7 | 0,4 | 40,0% | 0,2 |
| Louvresse Development I | 24,4 | - 20,9 | 3,5 | 20,0% | 0,7 |
| Credimo | 91,8 | - 90,4 | 1,4 | 34,5% | 0,5 |
| BITM | 12,9 | - 11,8 | 1,1 | 50,0% | 0,6 |
| Overige | 6,6 | ||||
| Totaal aandeel in het resultaat van deelnemingen | 286,1 |
| Aandeel in het | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Totale | Totale | Netto | % | resultaat van | |
| baten | lasten | baten | Ageas | deelnemingen | |
| 2014 | (100% belang) | (100% belang) | (100% belang) | belang | (Ageas deel) |
| Mayban Ageas Holding Berhad | 1.296,7 | - 1.171,9 | 124,8 | 31,0% | 38,6 |
| Muang Thai Group Holding | 2.043,3 | - 1.869,0 | 174,3 | 7,8% - 30,9% | 50,7 |
| Taiping Holdings | 9.142,8 | - 8.906,8 | 236,0 | 20,0% - 24,9% | 59,1 |
| Royal Park Investments | 31,2 | - 9,8 | 21,4 | 44,7% | 9,6 |
| IDBI Federal Life Insurance | 150,5 | - 132,9 | 17,6 | 26,0% | 4,6 |
| Tesco Insurance Ltd | 548,2 | - 552,6 | - 4,4 | 50,1% | - 2,2 |
| Aksigorta | 435,1 | - 452,7 | - 17,6 | 36,0% | - 6,3 |
| Cardif Lux Vie | 5.513,3 | - 5.475,8 | 37,5 | 33,3% | 12,5 |
| DTHP | 39,4 | - 73,5 | - 34,1 | 33,0% | - 11,3 |
| Predirec | 3,3 | - 0,2 | 3,1 | 29,4% | 0,9 |
| Aviabel | 44,8 | - 35,7 | 9,1 | 24,7% | 2,2 |
| Frey SA | 18,3 | - 23,7 | - 5,4 | 20,0% | - 1,1 |
| North Light | 7,1 | - 7,0 | 0,1 | 40,0% | |
| Pole Star | 7,8 | - 7,7 | 0,1 | 40,0% | |
| Credimo | 131,4 | - 129,4 | 2,0 | 34,4% | 0,7 |
| Louvresse Development I | 11,0 | - 9,5 | 1,5 | 20,0% | 0,3 |
| BITM | 16,7 | - 16,7 | 50,0% | ||
| Overige | 5,2 | ||||
| Totaal aandeel in het resultaat van deelnemingen | 163,5 |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de commissiebaten per 31 december.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Commissiebaten | ||
| Herverzekering | 41,2 | 42,7 |
| Verzekeringen en beleggingen | 205,2 | 186,5 |
| Vermogensbeheer | 31,8 | 31,9 |
| Garantie- en bereidstellingcommissies | 3,7 | 2,2 |
| Overige servicevergoedingen | 153,3 | 157,0 |
| Totaal commissiebaten | 435,2 | 420,3 |
De regel 'overige servicevergoedingen' heeft voornamelijk betrekking op vergoedingen ontvangen van Ageas makelaars voor de verkoop van verzekeringspolissen van derde partijen.
De overige baten per 31 december bestaan uit de volgende componenten.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Overige baten | ||
| Opbrengsten uit verkoop van voor verkoop aangehouden vastgoed | 24,9 | 3,1 |
| Teruggave van personeels- en overige kosten van derde partijen | 54,8 | 50,7 |
| Overige | 150,1 | 170,1 |
| Totaal overige baten | 229,8 | 223,9 |
40 Schadelasten en uitkeringen
De opbouw van de schadelasten en uitkeringen, na herverzekering, zoals per 31 december verantwoord in de resultatenrekening is als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Levensverzekeringen | 5.952,5 | 6.069,5 |
| Niet-levensverzekeringen | 2.551,5 | 2.514,9 |
| Algemene rekening en eliminaties | 3,5 | - 0,9 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen, netto | 8.507,5 | 8.583,5 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Uitkeringen en afkopen, bruto | 5.477,5 | 5.437,2 |
| Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto | 508,2 | 707,4 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto | 5.985,7 | 6.144,6 |
| Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen | - 33,2 | - 75,1 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto | 5.952,5 | 6.069,5 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-leven, na herverzekering.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Schaden, bruto | 2.528,7 | 2.469,0 |
| Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto | 92,1 | 222,1 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, bruto | 2.620,8 | 2.691,1 |
| Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden | - 103,7 | - 141,5 |
| Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen | ||
| inzake verzekeringscontracten | 34,4 | - 34,6 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-leven, netto | 2.551,5 | 2.514,9 |
De onderstaande tabel toont de financieringslasten naar product per 31 december.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Financieringslasten | ||
| Schuldbewijzen | 0,1 | 0,7 |
| Achtergestelde schulden | 80,9 | 71,3 |
| Leningen | 22,6 | 24,8 |
| Overige financieringen | 13,5 | 18,0 |
| Derivaten | 6,5 | 11,1 |
| Overige schulden | 43,4 | 41,8 |
| Totaal financieringslasten | 167,0 | 167,8 |
42 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen
De wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen per 31 december kunnen als volgt worden gespecificeerd.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op: | ||
| Beleggingen in obligaties | 4,5 | 36,4 |
| Beleggingen in aandelen en overige beleggingen | 65,4 | 18,0 |
| Vastgoedbeleggingen | 3,9 | - 0,2 |
| Leningen | 2,0 | 4,5 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 0,7 | |
| Materiële vaste activa | 0,5 | - 0,5 |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 2,8 | 0,9 |
| Beleggingen in deelnemingen | 2,0 | |
| Overlopende rente en overige activa | 0,5 | |
| Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 79,6 | 61,8 |
De samenstelling van de commissielasten per 31 december is als volgt.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Commissielasten | ||
| Effecten | 1,1 | - 1,3 |
| Tussenpersonen | 1.196,6 | 1.233,6 |
| Vermogensbeheer | 16,2 | 15,3 |
| Bewaarneming | 6,3 | 7,1 |
| Overige commissielasten | 53,2 | 45,6 |
| Totaal commissielasten | 1.273,4 | 1.300,3 |
De personeelskosten zijn per 31 december als volgt te specificeren.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Personeelskosten | ||
| Salarissen | 623,5 | 596,0 |
| Sociale zekerheidslasten | 128,1 | 128,3 |
| Lasten pensioenregelingen op basis van pensioenregelingen | ||
| met vaste toezeggingen | 18,5 | 27,6 |
| Lasten pensioenregelingen op basis van beschikbare premies | 26,8 | 24,2 |
| Op aandelen gebaseerde beloning | 3,4 | 3,0 |
| Overige | 46,4 | 51,7 |
| Totaal personeelskosten | 846,7 | 830,8 |
Overige is inclusief de kosten van de vertrekregelingen, herstructureringskosten en niet-monetaire voordelen voor personeel zoals leaseauto's, onkosten en verzekeringspremies.
In noot 7 sectie 7.1 Personeelsvergoedingen is nadere informatie te vinden over de personele vergoedingen na dienstverband en andere langetermijnpersoneelsbeloningen, waaronder pensioenkosten uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen en toegezegde-bijdrageregelingen.
45 Overige lasten
De overige lasten kunnen per 31 december als volgt worden gespecificeerd.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Afschrijving van materiële vaste activa | ||
| Gebouwen voor eigen gebruik | 34,5 | 33,0 |
| Verbeteringen aan gehuurde objecten | 6,0 | 5,6 |
| Vastgoedbeleggingen | 88,0 | 82,8 |
| Bedrijfsmiddelen | 38,9 | 37,8 |
| Afschrijving van immateriële vaste activa | ||
| Gekochte software | 12,1 | 6,7 |
| Zelf ontwikkelde software | 1,8 | 2,2 |
| VOBA | 35,5 | 34,9 |
| Overige immateriële vaste activa | 23,4 | 22,6 |
| Overige | ||
| Lasten op operationele lease en gerelateerde lasten | 42,3 | 40,6 |
| Operationele en overige directe kosten verbandhoudend | ||
| met vastgoedbeleggingen | 53,4 | 53,9 |
| Operationele en overige directe kosten verbandhoudend | ||
| met vastgoed voor eigen gebruik | 186,6 | 170,5 |
| Advieskosten | 131,2 | 108,1 |
| Geactiveerde overlopende acquisitiekosten | - 410,5 | - 565,9 |
| Afschrijving overlopende acquisitiekosten | 389,0 | 527,5 |
| Marketing en public relations | 78,1 | 73,5 |
| IT-kosten | 140,2 | 129,8 |
| Onderhouds- en reparatiekosten | 17,2 | 14,0 |
| Kostprijs van vastgoed aangehouden voor verkoop | 25,0 | 3,0 |
| Overige | 222,9 | 226,1 |
| Totaal overige lasten | 1.115,6 | 1.006,7 |
De regel 'operationele en overige directe kosten verbandhoudend met vastgoedbeleggingen' wordt deels gecompenseerd door inkomsten zoals verwerkt in noot 39 overige baten.
Onder de post 'overige' valt in 2015 en 2014 reis- en verblijfkosten, porto en telefonie, uitzendkrachten en opleidingskosten van personeel.
45.1 Accountantskosten
Onder de post 'advieskosten' vallen de aan de accountants van Ageas betaalde vergoedingen in 2015 en 2014, deze zijn als volgt samengesteld:
- vergoedingen voor controleopdrachten: hierbij zijn inbegrepen de vergoedingen voor het controleren van de statutaire en geconsolideerde jaarrekening(en), de beoordeling van het tussentijds financieel verslag en de beoordeling van het Embedded value rapport;
- vergoedingen voor controle gerelateerde opdrachten: hierbij zijn inbegrepen vergoedingen voor werkzaamheden verricht in het kader van prospectussen, vergoedingen voor bijzondere controles en advisering die geen verband houdt met statutaire controles;
- vergoedingen voor belastingadviezen;
- overige niet-controle gerelateerde vergoedingen: dit betreft onder meer kosten van ondersteuning en advisering.
De accountantsvergoedingen zijn als volgt te specificeren per 31 december.
| 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|
| Ageas | Overige | Ageas | Overige | |
| statutaire | Ageas | statutaire | Ageas | |
| accountants | accountants | accountants | accountants | |
| Accountantskosten | 5,6 | 0,9 | 5,2 | 0,6 |
| Controle-gerelateerde kosten | 0,4 | 0,3 | ||
| Belastingadvieskosten | 0,1 | 0,1 | 0,1 | |
| Overige niet-controlegerelateerde kosten | 0,3 | 0,4 | 0,8 | |
| Totaal | 6,4 | 1,3 | 6,4 | 0,7 |
46 Belastingen op de winst
De details van de winstbelastingen per 31 december zijn hieronder weergegeven.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Belasting over het boekjaar | 294,1 | 246,1 |
| Aanpassing belastingen voorgaande jaren | - 5,5 | 1,4 |
| Voorheen niet erkende belastingverliezen, belastingfaciliteiten | ||
| en overige tijdelijke verschillen die uitgestelde winstbelastingen verhogen (verminderen) | - 0,2 | |
| Belastinglast(opbrengst) door veranderingen in beleid en fouten in de resultatenrekening | 0,7 | |
| Totaal actuele belastinglast | 288,4 | 248,2 |
| Uitgestelde belastingen van het boekjaar | - 40,5 | - 93,7 |
| Invloed belastingtariefwijzigingen op uitgestelde belastingen | - 1,6 | |
| Uitgestelde belastingen voortvloeiend uit de afschrijving of de afboeking van | ||
| een afschrijving van een uitgestelde belastingvordering | - 8,4 | - 5,9 |
| Voorheen niet erkende belastingverliezen, belastingverminderingen | ||
| en overige tijdelijke verschillen die uitgestelde winstbelastingen verminderen | - 13,5 | - 9,8 |
| Totaal uitgestelde belastinglasten | - 62,4 | - 111,0 |
| Totaal belastingen | 226,0 | 137,2 |
Hieronder volgt een afstemming van de verwachte winstbelastingen op de feitelijke winstbelastingen. Vanwege de consolidatie van de financiële verslaggeving door de Belgische topholding ageas SA/NV, wordt als belastingpercentage voor de groep het geldend belastingpercentage voor vennootschapsbelasting in België gehanteerd. Lokale afwijkingen tussen de verwachte winstbelastingen en de feitelijke winstbelastingen binnen Ageas Groep in de verschillende rechtsgebieden als gevolg van lokale belastingwetten en –regels worden opgenomen tegen de van toepassing zijnde lokale belastingpercentages en kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Resultaat voor belastingen | 1.165,6 | 793,0 |
| Toepasselijk belastingpercentage voor de groep | 33,99% | 33,99% |
| Verwachte winstbelastingen | 396,2 | 269,5 |
| Stijging (daling) tegen lokale belastingen als gevolg van: | ||
| Fiscaal vrijgestelde inkomsten (inclusief dividend en vermogenswinsten) | - 37,5 | - 69,0 |
| Bijzondere waardevermindering van goodwill | 0,9 | |
| Aandeel in nettoresultaat van deelnemingen en joint ventures | - 71,8 | - 53,1 |
| Niet-aftrekbare posten | 19,9 | 21,6 |
| Wijziging in voorziening voor bijzondere waardevermindering | ||
| Voorheen niet opgenomen belastingverliezen en tijdelijke verschillen | - 25,3 | - 30,2 |
| Waardevermindering en terugname van waardevermindering van uitgestelde | ||
| belastingvorderingen, inclusief niet-verrekenbaar geachte | ||
| belastingverliezen van het huidig jaar | - 1,0 | 91,2 |
| Invloed van wijziging belastingtarief op tijdelijke verschillen | 1,1 | - 1,7 |
| Invloed van afwijkende buitenlandse belastingtarieven | - 48,2 | - 31,6 |
| Aanpassingen van actuele belasting van voorgaande jaren | - 5,5 | 1,5 |
| Uitgestelde belastingen op investeringen in dochterondernemingen, | ||
| deelnemingen en Joint Ventures | 18,7 | - 30,8 |
| Notionele interest aftrek | - 16,8 | - 23,0 |
| Lokale winstbelasting (staat/stad/regio/gemeente) | 1,6 | 2,2 |
| Overige | - 6,3 | - 9,4 |
| Werkelijke winstbelastingen | 226,0 | 137,2 |
Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans
208
47 Voorwaardelijke verplichtingen
47.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures
De Ageas Groep is, zoals vele andere financiële groepen, gedaagde in een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering.
Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (zoals acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in september/oktober 2007, aankondiging van het solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan het worden betrokken bij een aantal gerechtelijke procedures en een strafrechtelijke procedure in België.
Ageas ontkent dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Als deze juridische acties succesvol zouden blijken, zouden zij een grote impact kunnen hebben op de financiële situatie van Ageas. Op dit moment zijn die gevolgen evenwel niet kwantificeerbaar.
In deze sectie worden enkele juridische procedures beschreven (i) die op zichzelf rechtstreeks geen voorwaardelijke verbintenis inhouden (cf. beëindigde procedures) of (ii) waarvoor een voorziening is genomen (cf. FortisEffect), maar die onrechtstreeks een impact kunnen hebben op bestaande gerechtelijke procedures die in deze sectie worden vermeld.
I Beëindigde procedures
In Nederland zijn definitieve uitspraken gedaan (i) op 6 december 2013 met betrekking tot wanbeleid door Fortis N.V. op diverse tijdstippen in de periode 2007 – 2008 en (ii) op 4 maart 2014 met betrekking tot het handhaven van de door de AFM opgelegde boetes inzake misleidende communicatie over solvabiliteit gerelateerde zaken in juni 2008. Geen van deze rechtszaken leidde echter tot een beslissing over mogelijk financiële compensatie die het onderwerp van debat is in lopende procedures. Bijkomende AFM boetes inzake de communicatie over de subprime blootstelling van Fortis in september 2007 werden definitief op 14 februari 2014 vernietigd.
II Lopende procedures
1. Administratieve procedure in België
De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie in het tweede kwartaal van 2008. Op 17 juni 2013 besliste de sanctiecommissie dat Fortis in de periode mei-juni 2008 te laat of onjuist gecommuniceerd heeft over de voorwaarden die haar door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO, over haar in het vooruitzicht gestelde solvabiliteit na de volledige integratie van ABN AMRO en over het succes van de NITSH II uitgifte. Daarom legde de sanctiecommissie Ageas een boete op van EUR 500.000. Op 24 september 2015 oordeelde het Hof van beroep in Brussel over de beslissing van de sanctiecommissie en besliste Ageas een lagere boete van EUR 250.000 op te leggen voor het verspreiden van misleidende informatie op 12 juni 2008. Ageas heeft de intentie om tegen deze uitspraak beroep aan te tekenen bij het Hof van Cassatie.
2. Strafprocedure in België
In België loopt sinds oktober 2008 een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In februari 2013 heeft de procureur des Konings de beschuldigde schriftelijk volgende strafbare feiten ten laste gelegd: (i) foutieve jaarrekening 2007 door de overschatting van subprimegerelateerde activa, (ii) verkeerde informatie om mensen te overtuigen, in te tekenen op de kapitaalverhoging in 2007 en (iii) publicatie van in meerdere gevallen verkeerde of onvolledige informatie over de subprime blootstelling tussen augustus 2007 en april 2008, waarvoor hij de Raadkamer heeft verzocht, een aantal personen te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Daar verschillende betrokken partijen om aanvullend onderzoek hebben gevraagd en dit verzoek is gehonoreerd, is de hoorzitting voor de Raadkamer uitgesteld naar een nog niet bepaalde datum. In de huidige stand van het onderzoek vordert de procureur des Konings de verwijzing van Ageas naar de correctionele rechtbank niet.
Negatieve bevindingen in de administratieve procedure en/of de strafprocedure kunnen een impact hebben op bestaande gerechtelijke procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding.
3. Burgerlijke procedures ingesteld door aandeelhouders of aandeelhoudersverenigingen
Deze procedures in België en Nederland (i) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008 en/of (ii) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008. We verwijzen naar noot 49.
3.1 In Nederland
3.1.1 VEB
Op 19 januari 2011 heeft de VEB ("Vereniging van Effectenbezitters") een collectieve actie ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormden door Fortis, door financiële instellingen die betrokken waren bij de kapitaalverhoging in september/oktober 2007 en/of door sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of van sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de eerder genoemde financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was. Partijen hebben geschreven argumentatie uitgewisseld en hoorzittingen zijn gepland in maart 2016.
3.1.2 Stichting FortisEffect
Stichting FortisEffect en een aantal personen, vertegenwoordigd door mr. De Gier, hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de collectieve actie van de Stichting tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, dan wel de betaling van schadevergoeding als alternatief. Op 29 juli 2014, heeft het Gerechtshof Amsterdam beslist dat de verkoop van de Nederlandse Fortisonderdelen in 2008 onaangetast blijft. Het Hof oordeelde echter ook dat Fortis in de periode van 29 september tot en met 1 oktober 2008 misleidende en onvolledige informatie verstrekt heeft aan de markt. Het Hof concludeerde dat Ageas de schade die de betrokken aandeelhouders daardoor geleden hebben, moet vergoeden. De omvang van eventuele vergoedingen zal in aparte procedures worden bepaald. Hoewel tot op heden in de huidige procedures geen vaststelling van schade heeft plaatsgevonden, vindt Ageas het passend om een voorziening van EUR 130 miljoen (zie noot 16 voorzieningen) aan te leggen. Ageas heeft in oktober 2014 bij de Hoge Raad een cassatieberoep ingediend tegen het arrest van het Gerechtshof. Stichting FortisEffect heeft eveneens cassatieberoep aangetekend bij de Hoge Raad.
3.1.3 Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF)
Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van beweerde misleidende communicatie door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.
Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde Stichting, namens en samen met een aantal geïdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid. Momenteel is het onduidelijk of beide procedures zullen worden samengevoegd.
3.1.4 Vorderingen namens individuele aandeelhouders
In een procedure die werd ingeleid door een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Bos, oordeelde de rechtbank van Utrecht op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en in voorkomend geval, de hoogte ervan moet worden bepaald. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit, of verband zou houden met, de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis Groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht. In de beroepsprocedure vordert mr. Bos schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie over (i) Fortis' subprime blootstelling in 2007/2008, (ii) de solvabiliteit van Fortis in de periode januari – juni 2008, (iii) de voorwaarden die door de Europese Commissie waren opgelegd in het kader van de overname van ABN AMRO en (iv) de liquiditeitsen solvabiliteitspositie van Fortis op 26 september 2008.
Sinds 1 augustus 2014 stelde mr. Meijer vijf afzonderlijke procedures in, elk namens een individuele eiser, bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd om het verlies te compenseren als gevolg van de vermeende miscommunicatie door Fortis in de periode september 2007 tot september 2008. Voor twee van deze procedures zijn pleidooien gepland in maart 2016.
Op 23 september 2014 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas bij de rechtbank van Utrecht, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege de misleidende communicatie door Fortis tussen 29 september 2008 en 1 oktober 2008 zoals vastgesteld in de uitspraak van 29 juli 2014 in de zaak FortisEffect. Op 1 april 2015 heeft de rechtbank besloten dat deze procedure zal worden samengevoegd met de eerste twee Meijer procedures. Pleidooien zijn gepland in maart 2016.
Op 11 mei 2015 stelde een voormalige Fortis-aandeelhouder een gerechtelijke procedure in tegen Ageas en een voormalig topmanager van Fortis bij de rechtbank van Amsterdam, waarbij schadevergoeding werd gevorderd vanwege misleidende communicatie over de financiële positie van Fortis.
3.2 In België
3.2.1 Modrikamen
Een aantal aandeelhouders, vertegenwoordigd door mr. Modrikamen, heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd gevraagd. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. In juli 2014 tekende mr. Modrikamen hiertegen cassatieberoep aan. Op 23 oktober 2015 verwierp het Hof van Cassatie dit beroep. Tot op heden wordt de procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank waarbij de betaling van een schadevergoeding door BNP Paribas aan Ageas alsmede door Ageas aan de eisers wordt nagestreefd. In een tussenvonnis op 4 november 2014 verklaarde de rechtbank de vordering van ongeveer 50% van de eisers onontvankelijk. De hoorzittingen ten gronde vonden plaats in oktober - december 2015. Een bijkomende zitting is gepland in april 2016.
3.2.2. Deminor
Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 (momenteel onder de naam DRS Belgium) een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode maart 2007 tot oktober 2008. Op 28 april 2014 verklaarde de rechtbank in een tussenvonnis de vordering van ongeveer 25 % van de eisers onontvankelijk. Partijen wisselen momenteel geschreven argumentatie uit. De hoorzittingen zijn gepland voor september en oktober 2016.
3.2.3 Overige vorderingen namens individuele aandeelhouders
Op 12 september 2012 hebben Patripart, een (voormalige) Fortis aandeelhouder, en haar moedermaatschappij Patrinvest ervan een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007. De hoorzittingen vonden plaats in oktober 2015. Op 1 februari 2016 verwierp de rechtbank de vordering over de hele lijn.
Op 29 april 2013 hebben een aantal personen vertegenwoordigd door mr. Arnauts een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatie-verstrekking door Fortis in 2007 en 2008. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.
Op 25 juni 2013 werd een gelijkaardige procedure gestart voor dezelfde rechtbank door twee aandeelhouders. Deze eisers verzoeken hun zaak met de zaak Deminor samen te voegen. Ondertussen hebben de eisers ingestemd met een opschorting van hun zaak naar een nog niet bepaalde datum.
Op 19 september 2013 werd een gelijkaardige burgerlijke procedure gestart voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel door een aantal (voormalige) aandeelhouders van Fortis, vertegenwoordigd door mr. Lenssens. Deze procedure is opgeschort in afwachting van de afloop van de strafprocedure.
4 Overige juridische procedures
4.1 Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)
De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met Fortis Bank SA/NV (nu BNP Paribas Fortis SA/NV), Fortis SA/NV en Fortis N.V. (beide nu ageas SA/NV), werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Voor 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie, dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCS-houders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd. Er liggen nog geen datums vast voor de hoorzittingen.
4.2 Procedures ingeleid door RBS
Op 1 april 2014 heeft Royal Bank of Scotland (RBS) twee procedures tegen Ageas en andere partijen ingeleid: (i) een procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel waar RBS aanspraak maakt op een bedrag van EUR 75 miljoen op basis van een vermeende garantie die door Fortis zou zijn verstrekt in 2007 in het kader van een aandelentransactie tussen ABN AMRO Bank (nu RBS) en Mellon en (ii) een arbitrageprocedure voor het ICC in Parijs waar RBS aanspraak maakt op een totaalbedrag van EUR 135 miljoen, te weten de vermeende garantie van EUR 75 miljoen vermeerderd met EUR 60 miljoen op basis van een "escrow" arrangement.
5 Vrijwaringsbedingen
In 2008 heeft Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.
Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken bij de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.
6. Algemene opmerkingen
Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun gevolgen in te schatten en te bepalen, of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Om die reden worden er, met uitzondering van een voorziening betreffende het geschil met Stichting FortisEffect, geen voorzieningen geboekt. Ageas zal andere voorzieningen boeken indien, en op het ogenblik dat, het naar de mening van het management en de Raad van Bestuur, in overleg met de juridische adviseurs, meer waarschijnlijk is dan niet dat Ageas in deze zaken een betaling zal moeten doen en er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de hoogte van het bedrag.
Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Die gevolgen zijn op dit moment niet kwantificeerbaar.
Op basis van de conclusies uit bepaalde in deze noot beschreven gerechtelijke uitspraken hebben de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaansprakelijkheidsverzekering, die de potentiële risico's verzekeren van Ageas en haar bestuurders en functionarissen uit hoofde van de aansprakelijkheidsclaims in de verschillende lopende procedures, laten weten dat deze conclusies zouden kunnen leiden tot een verlies aan verzekeringsdekking uit hoofde van deze polissen. Ageas is het oneens met deze mening die op dit moment onderwerp is van discussie met de verzekeraars.
47.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) uitgegeven die 4.447 obligaties vertegenwoordigen voor een totaal nominaal bedrag van EUR 1.112 miljoen. BNP Paribas Fortis SA/NV is een voormalige dochteronderneming van ageas SA/NV, wat verklaart waarom ageas SA/NV als medeschuldenaar van deze obligaties fungeerde.
De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas aan een koers van EUR 239,40 per aandeel. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 4.643.904 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.
De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de Ageas aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.
BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon voor de CASHES per kwartaal tegen een variabele rente van 3-maands Euribor plus 90 basispunten, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas plaatsvindt. In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons door ageas SA/NV verplicht plaatsvinden via de uitgifte van nieuwe aandelen in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
In een akkoord gesloten in 2012, dat onder andere heeft geleid tot een tender en tevens conversie van de CASHES, heeft Ageas ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het brutodividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.
47.3 Overige voorwaardelijke verplichtingen
Samen met BGL BNP Paribas heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 fuseerde met Cardif Lux International S.A.
Voorts hebben een aantal particuliere klanten van Ageas Frankrijk, een 100% dochteronderneming van Ageas Insurance International, vorderingen tegen Ageas Frankrijk ingediend in verband met de vermeende eenzijdige wijziging van de voorwaarden van het product "Corbeille Sélection" door het opleggen van bovenmatige transactiekosten. Eisers vroegen niet alleen de terugbetaling van deze kosten, maar beweerden ook benadeeld te zijn wegens verloren kansen, in het verleden en in de toekomst, om arbitrageverrichtingen uit te voeren tussen unit-linked fondsen en een gewaarborgd fonds door gebruik te maken van de laatst bekende valutadata. In november 2014 erkende het Parijse Hof van Beroep de beslissing in eerste aanleg om de vorderingen als gegrond te verklaren en stelde het experts aan om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen. Op 26 januari 2015 tekende Ageas beroep aan bij het Hof van Cassatie.
Ageas is lease-overeenkomsten aangegaan voor het verkrijgen van kantoorruimte, kantoorapparatuur, voertuigen en parkeerfaciliteiten. Hierna volgen gegevens over de toekomstige verplichtingen uit hoofde van niet-opzegbare operationele lease-overeenkomsten per 31 december.
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Tot 3 maanden | 17,2 | 18,0 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 56,7 | 55,2 |
| 1 jaar tot 5 jaar | 274,5 | 258,7 |
| Meer dan 5 jaar | 402,5 | 257,5 |
| Totaal | 750,9 | 589,4 |
| Jaarlijkse huurlasten: | ||
| Leasebetalingen | 24,5 | 24,2 |
Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van de geconsolideerde jaarrekening van Ageas per 31 december 2015.
Algemeen schikkingsvoorstel gerelateerd aan de gebeurtenissen rond Fortis in 2007 en 2008
Op 14 maart 2016 kondigen Ageas en de claimantenorganisaties, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en De Vereniging van Effectenbezitters VEB ("De Partijen"), een voorstel aan voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor de gebeurtenissen van 2007 en 2008 ("de Gebeurtenissen").
De partijen zullen het Gerechtshof Amsterdam vragen de voorgestelde schikking bindend te verklaren voor alle Fortis aandeelhouders die in aanmerking komen volgens de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM).
Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook een overeenkomst sloot met de D&O verzekeraars (Directors & Officers), de bestuurders en functionarissen betrokken in de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis.
De financiële impact van de op 14 maart 2016 aangekondigde schikkingen met enerzijds de claimantenorganisaties, en anderzijds de D&O's en de Verzekeraars, zal zichtbaar zijn in de financiële IFRS rekeningen over het 1ste kwartaal van 2016. Samengevat zal de impact de volgende zijn:
De netto-impact van de voorgestelde schikkingen op het netto Groepsresultaat zal EUR 889 miljoen bedragen. Dit is het resultaat van:
- de kosten van EUR 1.204 miljoen voor het akkoord omtrent de WCAM schikking,
- plus EUR 45 miljoen voor de kosten en uitgaven van de organisaties voor de vertegenwoordiging van de belangen van de particuliere investeerders en/of hun toekomstige rol in het schikkingsproces,
- plus een bijkomende provisie van EUR 62 miljoen voor het restrisico. Dit restrisico wordt geschat op 5% van het bedrag van de globale schikking,
- min de schikking van EUR 290 miljoen bij te dragen door de Verzekeraars en het terugdraaien van de voorziening voor rechtszaken uit het verleden aangelegd in 2014 (EUR 132,6 miljoen).
Bericht van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas per 31 december 2015, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC) en het Verslag van de Raad van Bestuur in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en toezichtvereisten in België.
De Raad van Bestuur heeft op 15 maart 2016 de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas en het Verslag van de Raad van Bestuur beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.
De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en van onzekerheden waarmee Ageas geconfronteerd wordt en dat de informatie die in deze jaarrekening is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.
De Raad van Bestuur van Ageas verklaart tevens dat het Verslag van de Raad van Bestuur een juist beeld geeft van de ontwikkelingen en resultaten van de dochtermaatschappijen van de groep.
Het jaarverslag van Ageas bestaande uit de Geconsolideerde Jaarrekening en het Verslag van de Raad van Bestuur zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 27 april 2016.
Brussel, 15 maart 2016
Raad van Bestuur Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Chief Financial Officer Christophe Boizard Chief Risk Officer Filip Coremans
Vicevoorzitter Guy de Selliers de Moranville Bestuurders Roel Nieuwdorp Lionel Perl Jan Zegering Hadders Jane Murphy Steve Broughton Lucrezia Reichlin Richard Jackson Davina Bruckner
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van ageas SA/NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2015 Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2015, zoals hieronder gedefinieerd, en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen.
Verslag over de geconsolideerde jaarrekening - oordeel zonder voorbehoud met toelichtende paragraaf
Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van ageas SA/NV ("de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2015, de geconsolideerde resultatentekening, het geconsolideerde overzicht van het comprehensive income, het geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar afgesloten op die datum, evenals een toelichting die een overzicht van de voornaamste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing bevat. Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt EUR 104.485,8 miljoen, de geconsolideerde resultatenrekening sluit af met een nettoresultaat over de periode van EUR 939,6 miljoen, en het geconsolideerd overzicht van het comprehensive income sluit af met een totaal overig comprehensive income over de periode van EUR 1.547,1 miljoen.
Verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die geen afwijkingen van materieel belang bevat, die het gevolg zijn van fraude of van fouten.
Verantwoordelijkheid van de commissaris
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controleinformatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten.
Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne beheersing van de Groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen door de Vennootschap van de geconsolideerde jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet geicht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van door het bestuursorgaan gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel.
Wij hebben van de verantwoordelijken en van het bestuursorgaan van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel zonder voorbehoud te baseren.
Oordeel zonder voorbehoud
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening, een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep op 31 december 2014 evenals van haar geconsolideerde resultaten en geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar eindigend op die datum, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Benadrukking van een bepaalde aangelegenheid
Wij vestigen uw aandacht op toelichting 27 van de geconsolideerde financiële informatie afgesloten op 31 december 2015, waarin de onzekerheden worden beschreven over het bedrag en tijdstip van de uitstroom van de economische voordelen gerelateerd aan de voorziening opgenomen in het kader van het beroep van de "Stichting Fortiseffect". Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.
Wij vestigen eveneens de aandacht op toelichting 47 met betrekking tot de voorwaardelijke verplichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2015 waarin is beschreven dat Ageas als gedaagde is betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor de vennootschap. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.
Verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften na te gaan. Op grond hiervan doen wij de volgende bijkomende verklaringen die niet van aard zijn om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:
- Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, welke bestaat uit het document genaamd "Verslag van de Raad van Bestuur", behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt in alle van materieel belang zijnde opzichten overeen met de geconsolideerde jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.
- Zoals vermeld in het deel van ons verslag met betrekking tot onze verantwoordelijkheid hebben we rekening gehouden met de bestaande interne beheersing van de groep met betrekking tot het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de groep. Als gevolg geven we geen opinie over het feit of de interne beheersing al dan niet effectief was tijdens het boekjaar afgesloten op 31 december 2015.
Brussel, 16 maart 2016
KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door
Karel Tanghe Bedrijfsrevisor
Verkorte jaarrekening ageas SA/NV 2015
Algemene informatie
1. Voorwoord
Het merendeel van de 'algemene informatie' wordt verantwoord in het verslag van de Raad van Bestuur van ageas SA/NV In deze algemene informatie treft u alleen informatie aan over ageas SA/NV, die niet elders is verstrekt.
2. Identificatie
ageas SA/NV is een naamloze vennootschap, statutair gevestigd te Markiesstraat 1, 1000 Brussel. Zij kan bij beslissing van de Raad van Bestuur naar eender waar in Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden overgebracht. De vennootschap is ingeschreven in het rechtspersonenregister van Brussel onder nr. 0451.406.524.
3. Oprichting en publicatie
De vennootschap is opgericht op 6 november 1993 onder de naam 'Fortis Capital Holding'.
4. Plaatsen waar de documenten door het publiek kunnen worden geraadpleegd
De statuten van de vennootschap kunnen geraadpleegd worden op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel te Brussel, op de zetel van de vennootschap en op de website van Ageas.
De beslissingen betreffende de benoeming en afzetting van de leden van de organen van de vennootschap worden onder meer gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad. De financiële berichten over de vennootschap evenals de oproepingen tot de Algemene Vergaderingen worden gepubliceerd in de financiele pers, de kranten en de informatieperiodieken. De jaarrekeningen van de vennootschap zijn verkrijgbaar op de zetel en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Zij worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en naar de personen die er om gevraagd hebben.
5. Bedragen
De bedragen in deze jaarrekening zijn in miljoenen euro's, tenzij anders is vermeld.
6. Controleverklaring
De jaarrekening is nog niet gepubliceerd. KPMG zal een oordeel zonder voorbehoud afgeven, met benadrukking van een bepaalde aangelegenheid over de jaarrekening van ageas SA/NV.
Balans na winstdeling
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| Vaste activa | 1 | 1 |
| Materiële vaste activa | 1 | 1 |
| Financiële vaste activa | 6.809 | 6.809 |
| Deelnemingen | 6.459 | 6.459 |
| Leningen | 350 | 350 |
| Vlottende activa | 1.322 | 1.183 |
| Handelsvorderingen | 1 | 16 |
| Eigen aandelen | 259 | 218 |
| Overige kortetermijnbeleggingen | 813 | 751 |
| Liquide middelen | 236 | 184 |
| Overlopende rekeningen | 13 | 14 |
| TOTAAL DER ACTIVA | 8.132 | 7.993 |
| PASSIVA | ||
| Vermogen | ||
| Eigen vermogen | 6.326 | 7.007 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders | 1.656 | 1.709 |
| Uitgiftepremies | 2.636 | 2.791 |
| Wettelijke reserves | ||
| Onbeschikbare reserves | 259 | 218 |
| Beschikbare reserves | 2.556 | 2.935 |
| Overgedragen winst/verlies | -781 | -646 |
| Voorzieningen | 1.423 | 597 |
| Schulden | 383 | 389 |
| Handelsschulden | 9 | 20 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 3 | 4 |
| Overige schulden | 360 | 355 |
| Overlopende rekeningen | 11 | 10 |
| TOTAAL DER PASSIVA | 8.132 | 7.993 |
Resultatenrekening
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 11 | 6 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 11 | 6 |
| Financiële opbrengsten | 760 | 183 |
| Opbrengsten uit financiële vaste activa | 740 | 159 |
| Opbrengsten uit vlottende activa | 20 | 24 |
| Andere financiële opbrengsten | 0 | 0 |
| Uitzonderlijke opbrengsten | 2 | |
| Meerwaarde op realisatie van vaste activa | 2 | |
| Totaal opbrengsten | 773 | 189 |
| Bedrijfskosten | 893 | 281 |
| Diensten en diverse goederen | 53 | 41 |
| Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | 14 | 13 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen op | 0 | 0 |
| oprichtingskosten, op immateriële en materiële | ||
| vaste activa | ||
| Voorzieningen voor risico's en kosten | -826 | 227 |
| Andere bedrijfskosten | 0 | 0 |
| Financiële kosten | 15 | 21 |
| Kosten van schulden | 15 | 21 |
| Andere financiële kosten | ||
| Totaal kosten | 908 | 302 |
| Winst van het boekjaar vóór belasting | -135 | - 113 |
| Belastingen op resultaat | ||
| Winst van het boekjaar | -135 | -113 |
| 2015 | 2014 | |
| Resultaatverwerking | ||
| Te bestemmen winstsaldo | -781 | -646 |
| Te bestemmen winst van het boekjaar Overgedragen winst van het vorige boekjaar |
-135 -646 |
-113 -533 |
| Onttrekking aan het eigen vermogen | 338 | 330 |
| Aan het kapitaal en de uitgiftepremies | ||
| Aan de reserves | 338 | 330 |
| Over te dragen resultaat | -781 | -646 |
| Uit te keren winst | 338 | 330 |
| Dividenden | 338 | 330 |
Aanvullende toelichting op onderdelen in de balans en de resultatenrekening en reglementaire voorschriften
1.1 Statutair resultaat results van ageas SA/NV onder Belgische waarderingsregels
ageas SA/NV heeft over 2015 op basis van Belgische waarderingsgrondslagen een nettoverlies van EUR 135 miljoen gerapporteerd (2014: 113 miljoen negatief) en een eigen vermogen van EUR 6.326 miljoen (2014: EUR 7.007 miljoen).
Continuïteitsverklaring ageas SA/NV in overeenstemming met de Belgische wetgeving
De onderneming boekte een nettoverlies van EUR 135 miljoen. Ondanks het verlies is de Raad van Bestuur van oordeel dat de vennootschap met een eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders van EUR 6.3 miljard over voldoende middelen en kapitaal beschikt om haar activiteiten voort te zetten.
1.2 Uitleg bij de balans en de winst- en verliesrekening
De balans en winst- en verliesrekening kunnen als volgt worden verklaard.
1.2.1 ACTIVA
1.2.2.1 Financiële vaste activa
(2015: EUR 6.809 miljoen; 2014: EUR 6.809 miljoen) De Financiële vaste activa omvatten de volgende posten.
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Financiële Vaste Activa | 6.809 | 6.809 |
| Deelnemingen | 6.459 | 6.459 |
| Ageas Insurance International | 6.436 | 6.436 |
| Ageas Hybrid Financing | 1 | 1 |
| Royal Park Investments | 22 | 22 |
| Lening aan AG Insurance | 350 | 350 |
Deelnemingen
(2015: EUR 6.459 miljoen; 2014: EUR 6.459 miljoen) In 2015 hebben er geen wijzigingen in de deelnemingswaarde plaatsgevonden.
Lening aan AG Insurance
(2015: EUR 350 miljoen; 2014: EUR 350 miljoen) In 2015 vonden er geen wijzigingen plaats in de lening aan AG Insurance.
1.2.1.2 Vlottende activa
(2015: EUR 1.322 miljoen; 2014: EUR 1.183 miljoen)
Eigen aandelen
(2015: EUR 259 miljoen; 2014: EUR 218 miljoen)
In het kader van verschillende inkoopprogramma's eigen aandelen kocht ageas SA/NV in de loop van het boekjaar 2014, 7.207.962 eigen aandelen in voor een bedrag van EUR 251 miljoen. In 2015 werden 7.217.759 eigen aandelen ingetrokken.
Verder werden bijkomend 266.231 Ageas aandelen aangehouden met een waarde van EUR 7 miljoen om de 'restricted shares' programma's voor sommige personeelsleden en bestuurders van de vennootschap af te dekken.
1.2.1.3 Overige korte termijnbeleggingen
(2015: EUR 813 miljoen; 2014: EUR 751 miljoen) De overige kortetermijnbeleggingen bevatten:
| 31 december 2015 | 31 december 2014 | |
|---|---|---|
| Overige kortetermijnbeleggingen | 813 | 751 |
| Overheidsobligaties | 45 | 49 |
| Bedrijfsobligaties | 233 | 226 |
| Hybrone | 0 | 36 |
| Zero coupon obligaties | 35 | 25 |
| Deposito's | 500 | 415 |
1.2.1.4 Liquide middelen
(2015: EUR 236 miljoen; 2014: EUR 184 miljoen)
De liquide middelen hebben betrekking op direct beschikbare kasgelden bij banken.
1.2.1.5 Overlopende rekeningen
(2015: EUR 13 miljoen; 2014: EUR 14 miljoen)
Dit betreft nog te ontvangen rente op de EUR 350 miljoen lening aan AG Insurance en uitgestelde bedrijfskosten.
1.2.2 PASSIVA
1.2.2.1 Eigen Vermogen (2015: EUR 6.326 miljoen; 2014: EUR 7.007 miljoen)
Kapitaal
(2015: EUR 1.656 miljoen; 2014: EUR 1.709 miljoen) De afname van het kapitaal is het gevolg van de vernietiging van eigen aandelen.
Uitgiftepremies
(2015: EUR 2.636 miljoen; 2014: EUR 2.791 miljoen) De afname van de uitgiftepremies is het gevolg van de vernietiging
Onbeschikbare reserves
van eigen aandelen.
(2015: EUR 259 miljoen; 2014: EUR 218 miljoen)
Onbeschikbare reserves hebben betrekking op eigen aandelen, die gehouden worden door ageas SA/NV.
Beschikbare reserves
(2015: EUR 2.556 miljoen; 2014: EUR 2.935 miljoen)
De afname van de beschikbare reserves heeft betrekking op de verschuiving naar de onbeschikbare reserves in verband met de inkoop van eigen aandelen (EUR 251 miljoen), een verschuiving van EUR 2 miljoen van onbeschikbare reserves met betrekking tot de afhandeling van een regeling voor aandelen, vernietiging van eigen aandelen voor EUR 208 miljoen en met het voorgesteld te betalen dividend over het financiële jaar 2015 (EUR 338 miljoen).
Overgedragen winst/verlies
Het boekjaar 2015 sloot af met een verlies van EUR 135 miljoen. Dit betekent dat met inachtneming van het overgedragen verlies van voorgaande jaren, het overgedragen verlies EUR 781 miljoen bedraagt.
1.2.2.2 Voorzieningen
(2015: EUR 1.423 miljoen; 2014: EUR 597 miljoen)
De toename van de voorzieningen wordt verklaard door het naar verwachting lagere bedrag voor de afwikkeling van de RPN(I).
De mutatie in de voorzieningen kan worden uitgelegd aan de ene kant door het verwachte lagere vereffeningsbedrag voor RPN(I) en aan de andere kant door:
Op 14 maart 2016 kondigen Ageas en de claimantenorganisaties, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en De Vereniging van Effectenbezitters VEB ("De Partijen"), een voorstel aan voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor de gebeurtenissen van 2007 en 2008 ("de Gebeurtenissen").
De partijen zullen het Gerechtshof Amsterdam vragen de voorgestelde schikking bindend te verklaren voor alle Fortis aandeelhouders die in aanmerking komen volgens de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM).
Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook een overeenkomst sloot met de D&O verzekeraars (Directors & Officers), de bestuurders en functionarissen betrokken in de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis.
Hoewel overeengekomen in 2016, is dit in de statutaire jaarrekening van ageas SA/NV verwerkt in het boekjaar 2015.
De financiële impact van de aangekondigde schikkingen over het resultaat van 2015 van ageas SA/NV bedraagt EUR 889 miljoen. Dit is het resultaat van:
- de kosten van EUR 1.204 miljoen voor het akkoord omtrent de WCAM schikking,
- plus EUR 45 miljoen voor de kosten en uitgaven van de organisaties voor de vertegenwoordiging van de belangen van de particuliere investeerders en/of hun toekomstige rol in het schikkingproces,
- plus een bijkomende provisie van EUR 62 miljoen voor het restrisico. Dit restrisico wordt geschat op 5% van het bedrag van de globale schikking,
- min de schikking van EUR 290 miljoen bij te dragen door de Verzekeraars en het terugdraaien van de provisie voor rechtszaken uit het verleden aangelegd in 2014 (EUR 132,6 miljoen).
1.2.2.3 Schulden met een maximale looptijd van een jaar
(2015: EUR 372 miljoen; 2014: EUR 379 miljoen)
De toename van de schulden wordt met name verklaard door het aan aandeelhouders uit te betalen dividend over het boekjaar (2015: EUR 338 miljoen; 2014: EUR 330 miljoen).
Daarnaast is onder Schulden inbegrepen nog niet uitbetaalt dividend met betrekking tot voorgaande jaren (2015: EUR 17 miljoen; 2014: EUR 25 miljoen).
1.2.2.4 Overlopende rekeningen
(2015: EUR 11 miljoen; 2014: EUR 10 miljoen)
De overlopende rekeningen hebben met name betrekking op 'restricted share' programma's voor bepaalde personeelsleden en bestuurders van de onderneming.
1.2.3 Resultatenrekening
1.2.3.1 Financiële opbrengsten
(2015: EUR 760 miljoen; 2014: EUR 183 miljoen)
Onder Financiële opbrengsten vallen dividenden die ontvangen zijn van dochterondernemingen en deelnemingen (2015: EUR 740 miljoen; 2014: EUR 159 miljoen).
1.2.3.2 Bedrijfskosten
(2015: EUR 893 miljoen; 2014: EUR 281 miljoen)
- De samenstelling van Bedrijfskosten is als volgt:
- Diensten en diverse goederen .................... EUR 53 miljoen
- Personeelskosten ........................................ EUR 14 miljoen
- Terugname van afgewaardeerde bedragen .. EUR 0 miljoen
- Voorziening Settlement.............................. EUR 891 miljoen
- Voorziening RPN(I) .................................. -/-EUR 65 miljoen
- Overige bedrijfskosten .................................. EUR 0 miljoen
1.3 Reglementaire vereisten (art. 96 en 119, Belgisch Wetboek van Vennootschappen)
1.3.1 Vergadering Raad van bestuur op 17 december 2015
Op aanbeveling van het remuneration Committee heeft de Raad van Bestuur er tijdens zijn Bestuursvergadering van 17 december 2015 mee ingestemd om de basisverloning van de CEO aan te passen naar EUR 650.000 bruto/jaar met ingang van 1 januari 2016, ruim binnen de bandbreedte die werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in 2013.
In die context kondigde de CEO aan dat hij zich in een conflict bevond en dat de procedure inzake belangenconflicten was toegepast.
Hierbij een uittreksel van de notulen van de bestuursvergadering van 17 december over dit onderwerp.
"Het Remuneration Committee bevestigde zijn doelstelling om de basisbezoldiging van de CEO te positioneren in overeenstemming met de mediaanverloning van een bepaalde groep gelijkaardige bedrijven. Rekening houdend met de gegevens van de benchmark, de tijd die verstreken is sinds de laatste aanpassing en de evolutie van het bedrijf in die periode, beveelt het Remuneration Committee aan om de basisbezoldiging van de CEO aan te passen naar EUR 650.000 bruto/jaar met ingang van 1 januari 2016, ruim binnen de bandbreedte die werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in 2013. Na goedkeuring door de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in 2016, zal de aanpassing retroactief worden toegepast vanaf 1 januari 2016." De aanbeveling werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
1.3.2 Bestuursvergadering van 15 januari 2016 en 11 maart 2016
Op 15 januari 2016 en 11 maart 2016 organiseerde de Raad van Bestuur van ageas SA/NV vergaderingen om de onderwerpen in 1.2.2.2 te bespreken en besluiten.
De vergaderingen zijn niet bijgewoond door de volgende bestuursleden: Jozef De Mey, Guy de Selliers en Richard Jackson. Dit vanwege belangenverstrengeling, of om de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan. Verdere details zijn beschikbaar in de notulen van de bestuursvergaderingen waarvan hieronder een volledig verslag staat.
Vergadering Raad van Bestuur op 15 januari 2016
"De heer De Mey opende de vergadering om 9.00u en verwelkomde alle aanwezigen.
De heer De Mey verklaarde aan de aanwezige bestuursleden dat hij, als verweerder betrokken in de VEB procedure, geconflicteerd is ten opzichte van de agenda van deze speciale bestuursvergadering, die betrekking heeft op de nalatenschapsmaterie en de gesprekken met verschillende claimantenorganisaties, waaronder VEB over de mogelijkheid om tot een onderhandelde schikking te komen van de hangende nalatenschapsgeschillen.
Hij informeerde de bestuursleden verder dat hij een verklaring ontving van de heer Jackson, waarin de heer Jackson hem informeerde dat hij niet zal deelnemen aan de vergadering om te voorkomen dat er enige schijn van een mogelijk belangenconflict zou ontstaan, gezien het feit dat hij ook optreedt als raadgever van de Ping An Group, een voormalig en actueel aandeelhouder van Ageas.
De heer De Mey informeerde de aanwezige bestuursleden verder dat hij eveneens een afwezigheidsverklaring ontving van de heer G. de Selliers. In zijn verklaring bevestigde de heer de Selliers het mogelijke bestaan van een conflict tussen de belangen van de vennootschap en de belangen van aan hem gerelateerde partijen in zoverre dat deze gerelateerde partijen potentieel baat zouden kunnen hebben bij een onderhandelde oplossing van de hangende geschillen tussen Ageas en alle of een deel van de claimanten.
Vanwege de relatie van de heer de Selliers met deze partijen, zou hij geconflicteerd kunnen zijn en heeft hij daarom besloten om niet deel te nemen in de besprekingen en het besluitvormingsproces gepland tijdens de vergadering.
Geconflicteerd zijnde, stelde de heer De Mey voor om de heer R. Nieuwdorp aan te stellen als Voorzitter van de vergadering, wat aanvaard werd door alle aanwezige leden. De heer De Mey verliet hierop de zaal voorafgaand aan de verdere besprekingen.
Op grond van artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen, dient de vennootschap de revisor op de hoogte te brengen en een kopie van de huidige notulen zal opgenomen worden in het desbetreffende jaarverslag.
Er werd verder bevestigd aan alle aanwezige bestuursleden dat elk aanwezig bestuurslid een document had ondertekend waarin de ondertekenaar bevestigt dat:
- hij/zij als bestuurder van Ageas geïnformeerd werd dat Ageas de mogelijkheid overweegt voor het aangaan van een onderhandelde schikking van de aanspraken geïnitieerd voor schade beweerdelijk geleden door bepaalde Fortis aandeelhouders ten gevolge van beweerdelijke miscommunicatie en/of wanbeleid in 2007 en 2008 en/of de ontmanteling van Fortis in september en oktober 2008 ("de Gebeurtenissen");
- hij bevestigt dat de ontvangen en de nog te ontvangen informatie in dit verband strikt vertrouwelijk (en potentieel prijsgevoelig) is en dat hij/zij deze met niemand mag delen, behalve met zijn/haar echtgenoot/echtgenote ten behoeve van zijn/haar eigen ontheffingsrechten;
- hij/zij onherroepelijk afstand doet van enig recht tot het genieten van enige onderhandelde schikking voor de aanspraken zoals hierboven beschreven en voortvloeiend uit de Gebeurtenissen die Ageas zou kunnen aangaan gedurende zijn/haar ambtstermijn als Ageas bestuurder.
Het document werd, in voorkomend geval, eveneens ondertekend door de echtgenoot/echtgenote van de betrokken bestuurder, teneinde te bevestigen dat de informatie die deze echtgenoot/echtgenote heeft of zal ontvangen strikt vertrouwelijk (en potentieel prijsgevoelig) is en teneinde dezelfde ontheffing te verlenen met betrekking tot zijn/haar aandeelhoudersrechten evenals het bevestigen van de ontheffing die de desbetreffende bestuurder zijn/haar echtgenoot/echtgenote verleende.
De bestuursleden niet aanwezig tijdens de Raad van Bestuur werden eveneens verzocht het zelfde document te ondertekenen en zij hebben dat gedaan.
Een presentatie werd uitgedeeld aan de aanwezige bestuursleden. De heer Coremans opende de besprekingen en verduidelijkte dat het doel van de vergadering was om mandaten te vragen aan de Raad van Bestuur om de volgende redenen:
- Het management heeft een gedetailleerd actieplan voorbereid dat, in der minne en zonder enige schuldbekentenis, zou kunnen leiden tot het regelen van de overgrote meerderheid van de voorwaardelijke wettelijke aansprakelijkheden met betrekking tot de Fortis nalatenschap;
- De voornaamste redenen waarom een minnelijke schikking in het belang is van Ageas en haar actuele belanghebbenden werden besproken en kunnen als volgt samengevat worden:
- De maximum netto kost van de schikking waarvoor mandaat gevraagd wordt aan de Raad van Bestuur is een aanvaardbaar resultaat voor Ageas gelet op de potentieel negatieve en uiterst onvoorspelbare en onmeetbare uitkomst van hangende geschillen; bovendien zou het de kosten van procesvoering en schadeloosstellingsakkoorden, die anders voor ongeveer nog eens 10 jaar zouden kunnen doorgaan, aanzienlijk kunnen verminderen;
- Het stelt de vennootschap in staat om volledige vrijheid terug te winnen over haar kapitaalbeheer (dividend, overdraagbaarheid van kapitaal tussen de entiteiten, wederinkoopbeleid, enz.) zonder onevenredige hoeveelheden beschikbaar kasgeld te moeten reserveren voor de potentieel negatieve en uiterst onvoorspelbare en onmeetbare uitkomst van hangende geschillen;
- Het stelt de investeerders in staat om de huidige veiligheidsmarges in de koers van het aandeel als gevolg van de onzekerheid omtrent deze geschillen te laten vallen en zal het mogelijk maken om Ageas op transparante wijze naar waarde te schatten;
- Het zal Ageas strategisch gezien bevrijden en de vennootschap toestaan om onderzoek te doen naar deals en/of strategische partnerschappen die vandaag de dag niet te overwegen zijn en, in voorkomend geval, Ageas SA/NV toestaan om terug direct toegang te krijgen tot de kapitaalmarkten in het kader van deze deals.
Gelet op het bovenstaande, is het management ervan overtuigd dat deze piste in het belang is van de vennootschap en al haar actuele belanghebbenden en vraagt daarom volgende mandaten aan de Raad van Bestuur.
- Een eerste mandaat heeft betrekking op besprekingen met bepaalde actieve claimantenorganisaties (VEB, Sicav, Deminor) over de mogelijkheid om tot een alternatieve onderhandelde schikking te komen van de aanspraken die voortvloeien uit de Gebeurtenissen;
- Een tweede mandaat heeft betrekking op besprekingen met Directors & Officers/Public Offerings of Securities Insurance verzekeraars over de D&O en POSI polissen voor de periodes 2007-2008 en 2008-2009 en de september 2007 uitgifte van rechten evenals met de desbetreffende voormalige D&O's; er werd aan herinnerd dat sinds 2012 de verzekeraars weigeren betalingen te verrichten beroep doende op diverse carveouts krachtens de polissen; na verdere besprekingen aangaande de weigering hebben Ageas en de verzekeraars ingestemd om een bemiddelingsproces op te starten, wat aanvang nam in 2015.
De heer Coremans nam de gedistribueerde presentatie door en becommentarieerde die in detail.
Na deze presentatie, verdere besprekingen en zorgvuldige afweging, kwamen alle aanwezige leden overeen dat het in het belang is van de vennootschap om de volgende mandaten te verlenen aan het ExCo en aan alle leden van het onderhandelingsteam die het ExCo hiervoor aanwijst:
- Het voortzetten van de besprekingen met de betrokken claimantenorganisaties met het oog op het vaststellen van de bepalingen en voorwaarden die aanvaardbaar zijn voor de bemiddelende partijen om tot een algehele minnelijke schikking te komen voor het regelen van een (groot) stuk van de Fortis nalatenschap geschillen, zulke bepalingen en voorwaarden dienen te omvatten:
- een maximum netto kost van de schikking lager dan EUR 1 miljard voor Ageas, aangevuld met mogelijke bijdragen van derden zoals, bijvoorbeeld, de verzekeraars;
- een schikkingsakkoord voor te leggen aan de Nederlandse WCAM-procedure goedkeuring;
- een opt-out/blow up clausule die mogelijks aanzet tot een geraamde eindkost van maximaal 10% van het schikkingsbedrag.
En voorts, het uitwerken van alle details en het nemen van alle nodige of nuttige stappen en maatregelen om, indien mogelijk, tot een schikking te komen met de betrokken claimantenorganisaties binnen de grenzen zoals hierboven beschreven, indien en wanneer overeengekomen.
De Raad van Bestuur concludeert verder dat het beoogde schikkingsakkoord:
- strategisch geacht wordt en dat daarom goedkeuring door de NBB vereist zal zijn;
- een impact heeft op winst en verlies van de vennootschap die beperkt is tot de algemene boekhouding en geen effect heeft op het vermogen van de groep om dividend uit te keren;
- een geraamde impact van 20% heeft op de Solvency II ratio's van de groep, echter zonder enige impact op de verzekering solventie ratio, wat betekent dat volgens de ORSA bevindingen, het niet aanzet tot solvabiliteitsproblemen;
- naar verwachting geen liquiditeitsproblemen zal onstaan.
Vandaar, het beoogde schikkingsakkoord is financieel gezien haalbaar.
- Het voortzetten van de besprekingen met D&O en POSI verzekeraars en de voormalige D&O's met het oog op het vaststellen van de bepalingen en voorwaarden die aanvaardbaar zijn voor de bemiddelende partijen om tot een algehele minnelijke schikking te komen voor het regelen van het geschil over de betrokken D&O/POSI verzekeringspolissen, zulke bepalingen en voorwaarden dienen te omvatten:
- een volledig en definitief buy-out scenario met een minimale globale uitbetaling door de verzekeraars van circa EUR 300 miljoen (hierna "verzekering uitbetalingsbedrag");
-
kwijtingen te ondertekenen door en voor deze verzekerden nog overeen te komen;
-
schadeloosstellingstoezeggingen toe te kennen door Ageas aan de D&O's, selectieve andere verzekerden en verzekeraars, waar nodig, het toekennen van zulke toezeggingen zo veel mogelijk beperken om de actuele rechten en prerogatieven van verzekerden en verzekeraars te beschermen, met inbegrip van:
- een schadeloosstellingstoezegging ten gunste van de D&O's, ten belope van een bedrag gelijk aan het verschil tussen de maximale totale dekking krachtens de betrokken verzekeringspolissen en het verzekering uitbetalingsbedrag, met dien verstande dat Ageas:
- fungeert als extern front in geval van hoofdelijke aansprakelijkheid van de betrokken D&O, met extra flexibiliteit toegestaan voor het tot overeenstemming komen van frontvorming voor uitsluitende D&O aansprakelijkheid;
- erkent dat het verzekering uitbetalingsbedrag wordt geacht te zijn betaald aan Ageas namens de D&O's, als verzekerden.
- een schadeloosstellingstoezegging ten gunste van de verzekeraars voor het totaalbedrag van de dekking krachtens de betrokken verzekeringspolissen.
En voorts het uitwerken van alle details en het nemen van alle nodige of nuttige stappen en maatregelen om, indien mogelijk, tot een alternatieve schikking te komen met de verzekeraars en andere betrokken partijen binnen de grenzen zoals hierboven beschreven, indien en wanneer overeengekomen.
De Raad van Bestuur vraagt het management terug te komen met een definitief voorstel ter goedkeuring vóór de ondertekening van een schikkingsovereenkomst.
Aangezien de agenda afgehandeld is, wordt de vergadering gesloten om 12.30u."
Vergadering Raad van Bestuur op 11 maart 2016
"De heer De Mey opende de vergadering om 18.15u en verwelkomde alle aanwezigen.
De heer De Mey verwees naar de Raad van Bestuur van 15 januari 2016 en verklaarde dat hij geconflicteerd is ten opzichte van de agenda van deze speciale bestuursvergadering, die betrekking heeft op de materie van de nalatenschapsgeschillen en de gesprekken met verschillende claimantenorganisaties, bepaalde voormalige directeuren en functionarissen betrokken in deze geschillen, BNP Paribas Fortis en de betrokken D&O en POSI verzekeraars over de mogelijkheid om tot een onderhandelde schikking te komen van de hangende nalatenschapsgeschillen.
Hij bevestigde verder dat, ook in lijn met de vorige Raad van Bestuur van 15 januari 2016, de heer Jackson en de heer de Selliers niet deel zullen nemen aan deze vergadering omwille van dezelfde redenen als uiteengezet tijdens de Raad van Bestuur van 15 januari 2016.
Geconflicteerd zijnde, stelde de heer De Mey voor om de heer R. Nieuwdorp aan te stellen als Voorzitter van de vergadering, wat aanvaard werd door alle aanwezige leden. De heer De Mey verliet hierop de zaal voorafgaand aan de verdere besprekingen.
Op grond van artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen, dient de vennootschap de revisor op de hoogte te brengen en een kopie van de huidige notulen zal opgenomen worden in het desbetreffende jaarverslag.
Een presentatie werd uitgedeeld aan de aanwezige bestuursleden. De heer Coremans opende de besprekingen en verduidelijkte dat het doel van de vergadering was om finale goedkeuring te vragen aan de Raad van Bestuur met betrekking tot een voorstel tot regeling van de hangende nalatenschapsgeschillen en disputen met:
- Claimantenorganisaties: VEB, SICAF, Deminor en eventueel andere verenigingen;
- Directors&Officers liability/Public Offering of Securities Insurance (POSI) verzekeraars betreffende de D&O en POSI polissen die, respectievelijk, de periodes 2007-2008 en 2008- 2009 en de September 2007 uitgifte van rechten dekken;
- Fortis D&O's betrokken in nalatenschapsgeschillen, als verzekerden onder de polissen waarnaar verwezen wordt onder punt (2) hierboven;
- BNP Paribas Fortis.
Na de presentatie, verdere besprekingen en zorgvuldige afweging, bevestigden alle aanwezige leden dat de minnelijke schikkingen van de verschillende hangende nalatenschapsgeschillen en disputen zoals voorgelegd in het belang zijn van Ageas en haar actuele belanghebbenden, om dezelfde redenen als uiteengezet tijdens de Raad van Bestuur van 15 januari 2016.
Alle leden stemden in met de voorgestelde bepalingen en voorwaarden voor een algehele minnelijke schikking die globaal gezien in lijn zijn met het mandaat dat werd gegeven tijdens de Raad van Bestuur van 15 januari 2016, maar met de precisering als volgt.
De verzekeraars zijn bereid een schikkingsbedrag van EUR 290 miljoen uit te keren. Dit bedrag zal aangewend worden als gedeeltelijke financiering van de globale schikking overeengekomen met de claimantenorganisaties met betrekking tot de Fortis gebeurtenissen in 2007 en 2008.
Rekening houdende met het feit dat de voormalige D&O's, als verzekerden, erin toestemden om de verzekeraars vrij te stellen van alle verantwoordelijkheid krachtens de betreffende verzekeringspolissen, en derhalve elke voorziene dekking verliezen geboden door de desbetreffende polissen, kwamen de bestuursleden overeen om hen de volgende toezeggingen te doen:
- In geval van schikking met de claimanten, garanderen dat de begunstigden de D&O's vrijstellen;
- Toezegging tot het vooruitbetalen aan claimanten van civielrechtelijke schadevergoeding verschuldigd krachtens alle eventuele vonnissen en het schadeloos stellen van de D&O's tot EUR 25 miljoen ingevolge alle eventuele toekomstige kosten van verdediging; het niet opstarten van interne schadevorderingen tegen D&O's als gevolg van eender welke schikking aangegaan door Ageas;
- In geval van interne schadevorderingen van Ageas tegen D&O's, wordt het verzekering schikkingsbedrag geacht te zijn betaald aan Ageas namens de D&O's, waardoor de D&O's voldoen aan hun betalingsverplichting ten aanzien van Ageas tot het schikkingsbedrag;
- De bestaande schadeloosstellingsakkoorden blijven ongewijzigd (inclusief Ageas' tegenstelling in dit verband).
Rekening houdende met het feit dat BNP Paribas Fortis, als verzekerde, erin toestemde om de verzekeraars vrij te stellen van alle verantwoordelijkheid krachtens de betreffende verzekeringspolissen, en derhalve elke voorziene dekking verliest geboden door de desbetreffende polissen, kwamen de bestuursleden overeen om haar de volgende toezeggingen te doen:
- In geval van schikking met de claimanten, garanderen dat de begunstigden BNP Paribas Fortis en alle andere garant staande banken gedekt door de POSI vrijstellen;
- Schadeloosstelling en vrijwaring van BNPPF tot EUR 20 miljoen ingevolge alle eventuele toekomstige kosten van verdediging;
- Bestaande schadeloosstellingsakkoorden krachtens de 2007 underwriting-overeenkomst blijven ongewijzigd;
- Afstand van enig recht tot het verkrijgen van schadevergoeding van de garant staande banken teneinde bedragen betaald door Ageas terug te winnen;
- Reservering van een bedrag van EUR 150 miljoen van het verzekering schikkingsbedrag voor toekomstige vorderingen zoals gedekt door de POSI verzekering in geval de beoogde schikking niet doorgaat;
De bestuursleden stemden verder in met het verlenen van een mandaat aan de heer Bart De Smet en de heer Filip Coremans, individueel optredend en met de bevoegdheid tot indeplaatstreding voor het uitwerken van alle details en het nemen van alle nodige of nuttige stappen en maatregelen om tot de afronding van een algehele minnelijke schikking te komen met de betrokken partijen binnen de grenzen zoals uiteengezet in het mandaat verleend op 15 januari 2016 en zoals hierboven nader uiteengezet.
Om de markt de kans te geven om de schikking met de claimanten en de schikking met de verzekeraars ten volle te begrijpen, heeft de Raad van Bestuur er verder mee ingestemd om over te gaan tot het schorsen van de Ageas beursnotering op de datum van mededeling, 14 maart 2016 (of, in voorkomend geval, op een latere datum), tot 13.00 uur, d.w.z. een redelijke termijn na de uitgifte van het persbericht, de call voor analisten en de persconferentie.
De Raad van Bestuur nam ook kennis van de concept persberichten en het concept communicatieplan.
De Raad van Bestuur werd geïnformeerd over de gevolgen van een mogelijke schikking op de jaarrekening, welke zijn besproken met de externe auditors:
IFRS: gebaseerd op het feit dat er geen mandaat was voor de finale onderhandelingen voorafgaand aan de vergadering van de Raad van Bestuur van 15 januari 2016, kan deze gebeurtenis worden beschouwd als een feitelijke verplichting die van invloed is op de cijfers over het eerste kwartaal van 2016 en dus niet van invloed zijn op de cijfers van het boekjaar 2015.
Belgische GAAP: de financiële gevolgen zijn opgenomen in de cijfers over 2015.
De vergadering werd gesloten om 19.15 uur."
Overige
Er zijn geen te rapporteren transacties of andere contractuele relaties tussen ageas SA/NV en zijn bestuursleden die aanleiding gaven tot een belangenconflict zoals gedefinieerd in het Belgische Wetboek van Vennootschappen.
1.3.3 Gebeurtenissen na balansdatum
Op 14 maart 2016 kondigen Ageas en de claimantenorganisaties, Deminor, Stichting FortisEffect, Stichting Investor Claims Against Fortis (SICAF) en De Vereniging van Effectenbezitters VEB ("De Partijen"), een voorstel aan voor schikking van alle burgerlijke rechtszaken over het voormalige Fortis voor de gebeurtenissen van 2007 en 2008 ("de Gebeurtenissen").
De partijen zullen het Gerechtshof Amsterdam vragen de voorgestelde schikking bindend te verklaren voor alle Fortis aandeelhouders die in aanmerking komen volgens de Nederlandse Wet voor Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM).
Daarnaast maakte Ageas op 14 maart 2016 bekend dat het ook een overeenkomst sloot met de D&O verzekeraars (Directors & Officers), de bestuurders en functionarissen betrokken in de lopende geschillen en BNP Paribas Fortis.
Hoewel overeengekomen in 2016, is dit in de statutaire jaarrekening van ageas SA/NV verwerkt in het boekjaar 2015.
De financiële impact van de aangekondigde schikkingen over het resultaat van 2015 van ageas SA/NV bedraagt EUR 889 miljoen. Dit is het resultaat van:
- de kosten van EUR 1.204 miljoen voor het akkoord omtrent de WCAM schikking,
- plus EUR 45 miljoen voor de kosten en uitgaven van de organisaties voor de vertegenwoordiging van de belangen van de particuliere investeerders en/of hun toekomstige rol in het schikkingsproces,
- plus een bijkomende provisie van EUR 62 miljoen voor het restrisico. Dit restrisico wordt geschat op 5% van het bedrag van de globale schikking,
- min de schikking van EUR 290 miljoen bij te dragen door de Verzekeraars en het terugdraaien van de voorziening voor rechtszaken uit het verleden aangelegd in 2014 (EUR 132,6 miljoen).
1.3.4 Informatie over de omstandigheden die de ontwikkeling van de vennootschap aanmerkelijk kunnen beïnvloeden
Zie noot Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst.
1.3.5 Informatie omtrent de werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling
De vennootschap heeft geen werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling uitgevoerd.
1.3.6 Bijkantoren van de vennootschap
Als gevolg van de fusie tussen ageas SA/NV en ageas NV in 2012, is in Nederland een bijkantoor geopend (Nederlandse vaste inrichting).
1.3.7 Going concern
Naar onze mening zijn er geen objectieve redenen waarom waarderingsregels op basis van het going concern-beginsel niet zouden kunnen worden toegepast.
1.3.8 Overige informatie die volgens het Belgisch Wetboek van Vennootschappen in dit verslag moeten worden opgenomen
Ontlasting van de bestuurders en de externe accountant
Zoals voorgeschreven in de wet en de statuten van de vennootschap, verzoeken wij u de Raad van Bestuur en de externe accountant te willen ontlasten van hun mandaat.
Kapitaalverhoging en uitgifte van warrants
In 2015 heeft geen kapitaalverhoging, noch een uitgifte van warrants plaats gevonden.
Artikel 11, dematerialisatie van fysieke effecten
KPMG heeft op 22 februari 2016 bevestigd dat ageas SA/NV in het kader van het dematerialisatieproces van fysieke effecten de bepalingen van artikel 11 van de wet van 14 december 2005 heeft nageleefd.
Niet-controle gerelateerde opdrachten uitgevoerd door de externe accountant in 2015
De externe accountant heeft in 2015 een aanvullende opdracht uitgevoerd in het kader van de Embedded Value Review.
Gebruik van financiële instrumenten
Zie noot 5 Risicomanagement van de Geconsolideerde Jaarrekening.
Verklaring inzake deugdelijk bestuur
Zie Verslag van de Raad van Bestuur, punt 3 Corporate Governance Statement in het Jaarverslag.
Bezoldigingsverslag
Zie Verslag van de Raad van Bestuur, punt 3.7 Verslag van het Remuneration Committee in het Jaarverslag.
Overige informatie
Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst
Bepaalde mededelingen die zijn opgenomen in dit Jaarverslag, waaronder de mededelingen die worden gedaan in de hiervan deel uitmakende hoofdstukken Bericht aan de aandeelhouders, Overzicht activiteiten, Verslag van het Executive Committee en noot 5 Risicomanagement, betreffen toekomstverwachtingen en andere uitspraken over de toekomst die zijn gebaseerd op de huidige visie, ramingen en aannames van het management met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen. Deze mededelingen worden gedaan onder voorbehoud van bepaalde risico's en onzekerheden die tot gevolg kunnen hebben dat de werkelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen wezenlijk afwijken van die welke expliciet of impliciet in deze mededelingen zijn weergegeven, waaronder het niveau van de voorzieningen met betrekking tot de krediet- en beleggingsportefeuilles.
Andere, meer algemene factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden, zijn onder meer:
- de algemene economische omstandigheden;
- veranderingen in de rente en de ontwikkelingen op de financiële markten;
- frequentie en omvang van verzekerde schadegevallen;
- het niveau en de ontwikkeling van de sterfte, morbiditeit en van de bestendigheid van de verzekeringsportefeuille;
- valutakoersen, met inbegrip van de koers van de euro ten opzichte van de US dollar;
- veranderingen in het prijs- en concurrentieklimaat, met inbegrip van een toename van de concurrentie in België;
- veranderingen in de binnen- en buitenlandse wetgeving, voorschriften en belastingen;
- regionale of algemene veranderingen in de waardering van activa;
- grote (natuur)rampen;
- het niet in staat zijn om bepaalde risico's op economisch verantwoorde wijze te herverzekeren;
- de toereikendheid van verliesreserves;
- veranderingen in de wet- en regelgeving betreffende de bancaire, verzekerings-, beleggings- en/of effectensector;
- veranderingen in het beleid van centrale banken en/of buitenlandse overheden; en
- algemene concurrentiefactoren op wereldwijde, regionale en/of nationale schaal.
Plaatsen waar de documenten kunnen worden geraadpleegd
De statuten van de vennootschappen ageas SA/NV kunnen geraadpleegd worden op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel in Brussel (ageas SA/NV) en op het hoofdkantoor van de vennootschap.
Het Jaarverslag wordt gedeponeerd bij de Nationale Bank van België (ageas SA/NV). De beslissingen inzake (her)benoeming en vertrek van bestuurders worden onder andere gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad (ageas SA/NV).
De financiële berichten over de vennootschappen alsmede de oproepingen tot de algemene vergaderingen worden gepubliceerd in de financiële pers, de kranten en de informatieperiodieken. Het Jaarverslag van de vennootschappen, evenals een lijst met alle deelnemingen van Ageas, zijn verkrijgbaar op het hoofdkantoor en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Deze worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en op verzoek naar de personen die daarom vragen.
Informatieverstrekking aan aandeelhouders en beleggers
Genoteerde aandelen
De aandelen Ageas zijn op dit moment genoteerd aan NYSE Euronext Brussels en de beurs van Luxemburg. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADR-programma in de Verenigde Staten. De ageas SA/NV VVPR-strips waren uitsluitend genoteerd aan NYSE Euronext Brussels tot 1 januari 2013.
Type aandelen
De aandelen kunnen op naam of aan toonder worden gehouden.
Registratie van gedematerialiseerde aandelen
De vennootschap biedt de aandeelhouders de mogelijkheid om hun gedematerialiseerde aandelen kosteloos te laten registreren. Ageas heeft een snelle omzettingsprocedure ontwikkeld zodat de aandelen op korte tijd als gedematerialiseerde aandelen geleverd kunnen worden.
ageas SA/NV, Corporate Administration
Markiesstraat 1, 1000 Brussel, België E-mail: [email protected]
Informatie en communicatie
De vennootschap stuurt haar berichten, zoals het jaarverslag, kosteloos aan de houders van geregistreerde gedematerialiseerde aandelen. De vennootschap nodigt elke houder van gedematerialiseerde aandelen die bij de vennootschap geregistreerd werden persoonlijk uit om deel te nemen aan de Algemene Vergaderingen en bezorgt hen de agenda, de voorstellen voor besluiten en de volmachten voor hun vertegenwoordiging en voor hun deelname aan de stemming. Op de datum waarop het dividend wordt uitgekeerd, crediteert de vennootschap automatisch de bankrekeningen die haar werden opgegeven door de houders van gedematerialiseerde aandelen die bij de vennootschap geregistreerd werden, met het bedrag van de hen toekomende dividenden.
Begrippenlijst en Afkortingen
Achtergestelde schuld (lening)
Een lening (of effect) dat lager staat in de rangorde van schulden die aanspraak kunnen maken op activa en inkomsten.
Basispunt (bps)
Eén honderdste van een procent (0.01%).
Beleggingscontract
Een levensverzekeringscontract dat het financiële risico, maar geen significant verzekeringsrisico overdraagt.
Besloten derivaat (in een contract)
Een afgeleid instrument dat in een ander contract is besloten, namelijk het basiscontract. Het basiscontract kan een obligatie of aandeel zijn, een leaseovereenkomst, een verzekeringscontract of een aan- of verkoopovereenkomst.
Bijzondere waardevermindering
Het bedrag waarmee de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft. In dergelijke gevallen zal de boekwaarde via de resultatenrekening teruggebracht worden tot de reële waarde.
Borgstelling
Een verbintenis gesteld ten gunste van een tegenpartij die aan een derde de waarborg biedt dat de tegenpartij aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen. Indien de tegenpartij in gebreke blijft, kan de derde beroep doen op deze verbintenis om zijn verliezen te vergoeden.
Bruto geboekte premies
Totale premies (al dan niet verdiend) voor in een bepaalde periode aangegane verzekeringscontracten, zonder aftrek van in herverzekering gegeven premies.
Cash flow hedge
Een afdekking van het risico op schommelingen in de kasstromen van een actief of een verplichting of van een verwachte toekomstige transactie en die voortkomen uit variabele koersen of prijzen.
Clean fair value
De reële waarde, exclusief het ongerealiseerde deel van de opgelopen rente.
Clearing
De administratieve vereffening van effecten, futures en opties via een verrekeningsagentschap en de eraan verbonden financiële instellingen (clearing members).
Contantewaardeberekening
Een waarderingsmethode waarbij de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd worden tegen een rentevoet die de tijdswaarde van het geld uitdrukt alsook een risicopremie die een weerspiegeling vormt van de extra opbrengst die beleggers verlangen om het risico te compenseren dat de verwachte kasstroom niet wordt gerealiseerd.
Credit spread
Het renteverschil tussen overheidsobligaties en bedrijfsobligaties (ook wel 'credits' genoemd).
Custody (bewaarneming)
Overeenkomst, meestal tussen een belegger en een bank (maar eventueel ook een agent of een trustbedrijf), waarbij de belegger effecten, goud of andere kostbaarheden tegen betaling in bewaring geeft bij de bank, die daarvoor een vergoeding in rekening brengt.
Deelneming
Een entiteit waarin Ageas invloed van betekenis heeft en die geen dochteronderneming of belang in een joint venture is.
Derivaat
Een financieel instrument zoals een swap, future, termijncontract of optie (geschreven of gekocht). Dat financiële instrument heeft een waarde die verandert naar gelang de veranderingen in de onderliggende waarde. Het instrument vergt weinig tot geen aanvangsinvestering en wordt op een tijdstip in de toekomst afgewikkeld.
Discretionaire winstdeling
Een contractueel recht om, in aanvulling op gegarandeerde voordelen, aanvullende voordelen te ontvangen:
(a) die waarschijnlijk een belangrijk gedeelte van de contractuele voordelen uitmaken; (b) waarvan de hoogte of het tijdstip contractueel door de emittent wordt bepaald; en (c) die contractueel gebaseerd zijn op: (i) de prestaties van een bepaalde pool van contracten of een bepaald type contract; (ii) gerealiseerde en/of ongerealiseerde beleggingsresultaten van een bepaalde pool van door de emittent gehouden activa; of (iii) de winst of het verlies van de vennootschap, het fonds of een andere entiteit die het contract uitgeeft.
Dochteronderneming
Dochterondernemingen zijn die ondernemingen waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid bepaalt teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('zeggenschap')
Effectenleentransacties
Een lening van een effect van de ene partij aan de andere, die op zijn beurt het effect dient terug te bezorgen op de eindvervaldag van de transactie. Tegenover een dergelijke lening staat veelal een onderpand. Dit type transactie geeft aan de eigenaar van het effect de mogelijkheid om extra rendement te behalen.
Employee benefits
Het geheel van niet-verplichte verzekeringen en andere voorzieningen die werknemers, naast hun salaris, ontvangen in ruil voor door hen verrichte diensten.
Financiële lease
Een leaseovereenkomst die vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en beloningen overdraagt. Het eigendom kan uiteindelijk wel of niet worden overgedragen.
Geamortiseerde kostprijs
Bedrag waarvoor het financieel actief of de financiële verplichting bij de eerste opname in de balans wordt opgenomen, verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde geaccumuleerde afschrijving van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag, en verminderd met eventuele afboekingen wegens bijzondere waardeverminderingen.
Gestructureerde kredietinstrumenten
Gestructureerde kredietinstrumenten zijn waardepapieren, die gecreëerd worden door het herverpakken van kasstromen uit financiële contracten en bevatten obligaties gedekt door overige activa (ABS), obligaties gedekt door hypotheken (MBS) en schuldpapieren met onderpand (CDO's).
Goodwill
Goodwill vertegenwoordigt het positieve verschil tussen enerzijds de reële waarde van de activa, passiva en uitgegeven eigenvermogeninstrumenten plus eventuele direct aan de bedrijfscombinatie toe te schrijven kosten, en anderzijds het belang van Ageas in de reële waarde van de activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen.
Hedge accounting
Verantwoording van de compenserende effecten van veranderingen in de reële waarde van het afdekkingsinstrument en de reële waarde van het afgedekte instrument in de resultatenrekening van dezelfde periode.
IFRS
Afkorting voor International Financial Reporting Standards. De standaard internationale boekhoudregels voor het opstellen van jaarrekeningen per 1 januari 2005 voor alle beursgenoteerde ondernemingen binnen de Europese Unie, die de jaarcijfers beter vergelijkbaar maken en beter inzicht in de financiële positie en resultaten verschaffen.
Immaterieel vast actief
Een identificeerbaar, niet-monetair actief. Het immaterieel vast actief wordt verantwoord tegen kostprijs als het toekomstige economische voordelen zal opleveren en de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald.
Invaliditeitsverzekering
Verzekering tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.
ISO-valutalijst
AUD Australië, dollars CAD Canada, dollars CHF Zwitserland, francs CNY China, yuan/renminbi DKK Denemarken, kroner GBP Verenigd Koninkrijk, ponden HKD Hongkong, dollar HUF Hongarije, Forint INR India, Rupees MAD Marokko, Dirham MYR Maleisië, ringgit PHP Filipijnse peso PLN Polen, Zloty RON Roemenie, Leu SEK Zweden, kronor THB Thailand, baht TRY Turkije, nieuwe lira TWD Taiwan, nieuwe dollars USD Verenigde Staten, dollars ZAR Zuid-Afrika, rand
Macro hedge
Een afdekking van een specifiek risico voor een portefeuille van tegoeden of activa.
Marktkapitalisatie
De waarde die door de beurs aan de vennootschap wordt toegekend. Marktkapitalisatie is gelijk aan het aantal uitstaande aandelen vermenigvuldigd met de geldende koers van het aandeel.
Netto-investeringshedge
Een afdekking van het financiële risico van een netto investering in een buitenlandse entiteit door een transactie met een compenserend risicoprofiel af te sluiten.
Omgekeerde terugkoopovereenkomst
De aankoop van een effect waaraan een overeenkomst gekoppeld wordt om het op een toekomstige datum tegen een hogere prijs terug te verkopen.
Operationele lease
Een overeenkomst die het gebruik van een goed toelaat tegen periodieke betalingen, maar geen overdracht inhoudt van een eigendomstitel. Het financiële risico blijft bij de schuldeiser of leasinggever.
Operationele marge
Het bedrijfsresultaat gedeeld door de nettopremies. Het bedrijfsresultaat is de winst of het verlies uit alle activiteiten, inclusief het technisch en beleggingsresultaat.
Optie
Het recht, maar niet de verplichting, om een effect gedurende een bepaalde periode of op een bepaalde datum tegen een bepaalde prijs te kopen (calloptie) of verkopen (putoptie).
Oprenting
Het toevoegen van rente aan verplichtingen om op de contractuele afloopdatum van de verplichting deze volledig te kunnen voldoen.
Overlopende acquisitiekosten
De kosten van het verwerven van nieuwe en hernieuwde verzekeringen, hoofdzakelijk commissies en uitgaven met betrekking tot underwriting, tussenpersonen en de uitgifte van nieuwe polissen. Deze kosten variëren en houden hoofdzakelijk verband met het aangaan van nieuwe contracten.
Private equity
Effecten van bedrijven die niet aan een beurs zijn genoteerd. Omdat een markt ontbreekt, moet een belegger zelf een koper vinden als hij zijn aandeel in een dergelijk bedrijf wil verkopen.
Reële waarde
Het bedrag waarvoor een actief (verplichting) kan worden verkregen (aangegaan) of verkocht (vereffend) in een marktconforme transactie tussen bewuste en bereidwillige partijen.
Reële waarde afdekking
Een afdekking om de blootstelling te beperken aan schommelingen in de reële waarde van een actief of een verplichting (dan wel een deel daarvan), of een vaststaande verbintenis. De schommeling van de reële waarde is verbonden aan een specifiek risico en is van invloed op de gerapporteerde netto winst.
Referentiebedrag
Een uitdrukking van een aantal eenheden van een valuta, een financieel instrument, een bepaald volume of gewicht dat gespecificeerd wordt in een derivatenovereenkomst.
Schuldbewijs gedekt door activa
Een obligatie of een effect dat gewaarborgd wordt door leningen of andere vorderingen.
Shadow accounting
Onder IFRS 4 is het verzekeraars toegestaan, maar ze zijn daartoe niet verplicht, om hun grondslagen voor financiële verslaggeving zodanig te wijzigen dat de invloed van een opgenomen maar ongerealiseerde winst of ongerealiseerd verlies op deze waarderingen dezelfde is als die van een gerealiseerde winst of een gerealiseerd verlies. De hiermee verband houdende aanpassing van de verzekeringsverplichting (of geactiveerde acquisitiekosten of immateriële activa) wordt alleen in het eigen vermogen opgenomen als de ongerealiseerde winsten of verliezen direct in het eigen vermogen worden verwerkt.
Toetsingsvermogen
De financieringsbronnen die, conform de solvabiliteitsregelgeving van de bancaire toezichthoudende overheid, in aanmerking komen voor de berekening van het Tier 1 kapitaal.
Transactiedatum
De datum waarop Ageas toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.
Value of Business acquired (VOBA)
De contante waarde van toekomstige winsten (ook gedefinieerd als 'value of business acquired' of 'VOBA') uit overgenomen verzekeringscontracten wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de opnameperiode van de premie of bruto winst van de overgenomen polissen.
VaR
Afkorting van Value at Risk: een techniek op basis van de statistische analyse van historische marktontwikkelingen en fluctuaties. De VaR bepaalt de kans dat het verlies op een portefeuille een bepaald bedrag zal overschrijden.
Vastgoedbelegging
Vastgoed dat wordt aangehouden omwille van huuropbrengsten of een stijging van de kapitaalwaarde
Verzekeringscontract
Contracten die aan de ene partij (Ageas) een aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen van de andere partij (de verzekeringsnemer) door overeen te komen om de verzekeringsnemer te vergoeden voor een onvoorziene gebeurtenis die schade berokkent aan de verzekerde.
Voorziening
.
Een verplichting van een onzekere omvang of met een onzeker tijdstip. Voorzieningen worden opgenomen als verplichtingen wanneer het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen, vereist zal zijn om deze verplichtingen af te wikkelen en in de veronderstelling er dat een betrouwbare schatting kan worden gemaakt.
Afkortingen
| ALM | Asset and liability management |
|---|---|
| CASHES | Convertible and Subordinated Hybrid Equity-linked Securities |
| CDS | Credit default swap |
| CGU | Cash generating unit (Kasstroomgenererende eenheid) |
| DPF | Discretionary participation features (Discretionaire winstdelingscomponent) |
| Euribor | Euro inter bank offered rate |
| EV | Embedded value |
| FRESH | Floating rate equity linked subordinated hybrid bond |
| IBNR | Incurred but not reported |
| IFRIC | International Financial Reporting Interpretations Committee |
| IFRS | International Financial Reporting Standards |
| LAT | Liability adequacy test |
| MCS | Mandatory Convertible Securities |
| OTC | Over the counter |
| SPE | Special purpose entity |
| VK | Verenigd Koninkrijk |
Ageas en ageas SA/NV Markiesstraat 1 1000 Brussel, België Telefoon: +32 (0) 2 557 57 11 Fax: +32 (0) 2 557 57 50 Internet adres: www.ageas.com E-mail adres: [email protected]
ageas SA / NV Markiesstraat 1 1000 Brussel België
reporting2015.ageas.com