AI assistant
ageas SA/NV — Annual Report 2012
Mar 14, 2013
3905_10-k_2013-03-14_15520587-c07a-4e5b-9956-5b7d08893f95.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Bericht van de Voorzitter en CEO van Ageas Verslag JAAR2012
Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas Geconsolideerde jaarrekening Ageas Statutaire jaarrekening ageas SA/NV
Brussel 5 maart 2013
| Ageas in een oogopslag 2012 6 | ||
|---|---|---|
| Belangrijke gebeurtenissen in 2012 9 | ||
| Inleiding 10 | ||
| Bericht aan de aandeelhouders 11 | ||
| Bericht van de Voorzitter en CEO van Ageas 11 | ||
| Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas 14 | ||
| 1 | Algemene beschrijving en strategie van Ageas 15 | |
| 2 | Resultaten en ontwikkelingen 17 | |
| 3 | Corporate Governance Statement 21 | |
| Geconsolideerde jaarrekening 2012 39 | ||
| Geconsolideerde balans 40 | ||
| Geconsolideerde resultatenrekening 41 | ||
| Geconsolideerd overzicht van het Overig comprehensive income 42 | ||
| Geconsolideerd overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen 43 | ||
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht 44 | ||
| Algemeen 45 | ||
| 1 | Juridische structuur 46 | |
| 2 | Samenvatting grondslagen voor financiële verslaggeving en consolidatie 47 | |
| 3 | Overnames en desinvesteringen 56 | |
| 4 | Eigen vermogen 59 | |
| 5 | Minderheidsbelangen 64 | |
| 6 | Winst per aandeel 65 | |
| 7 | Risicomanagement 66 | |
| 8 | Toezicht en solvabiliteit 99 | |
| 9 | Vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijn-personeelsbeloningen 102 | |
| 10 | Aandelen(optie)regelingen 110 | |
| 11 | Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee 112 | |
| 12 | Accountantskosten 117 | |
| 13 | Verbonden partijen 118 | |
| 14 | Informatie operationele segmenten 120 | |
| Toelichting op de geconsolideerde balans 133 | ||
| 15 | Geldmiddelen en kasequivalenten 134 | |
| 16 | Financiële beleggingen 135 | |
| 17 | Vastgoedbeleggingen 142 | |
| 18 | Leningen 144 | |
| 19 | Beleggingen in geassocieerde deelnemingen 148 | |
| 20 | Herverzekering en overige vorderingen 151 | |
| 21 | Calloptie op BNP Paribas aandelen 153 | |
| 22 | Overlopende rente en overige activa 155 | |
| 23 | Materiële vaste activa 156 | |
| 24 | Goodwill en overige immateriële activa 158 | |
| 25 | Verzekerings verplichtingen 162 | |
| 26 | Schuldbewijzen 167 | |
| 27 | Achtergestelde schulden 168 | |
| 28 | Leningen 170 | |
| 29 | Acute en Uitgestelde belastingen 172 | |
| 30 | RPN(I) 174 | |
| 31 | Overlopende rente en overige verplichtingen 176 | |
| 32 | Voorzieningen 177 | |
| 33 | Verplichting ivm gschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden aandelen AG Insurance aandelen 178 | |
| 34 35 |
Derivaten 180 Toezeggingen 183 |
|
| 36 | Reële waarde van financiële activa en verplichtingen 184 | |
| Toelichting op de geconsolideerde resultatenrekening 187 | ||
|---|---|---|
| 37 | Verzekeringspremies 188 | |
| 38 | Rentebaten, dividend en overige beleggingsbaten 190 | |
| 39 | Resultaat op verkoop en herwaarderingen 191 | |
| 40 | Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten 192 | |
| 41 | Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen 193 | |
| 42 | Commissiebaten 194 | |
| 43 | Overige baten 195 | |
| 44 | Schadelasten en uitkeringen 196 | |
| 45 | Financieringslasten 197 | |
| 46 | Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen 198 | |
| 47 | Commissielasten 199 | |
| 48 | Personeelslasten 200 | |
| 49 | Overige lasten 201 | |
| 50 | Belastingen op de winst 202 | |
| Toelichting op de transacties niet opgenomen op de geconsolideerde balans 203 | ||
| 51 | Voorwaardelijke verplichtingen 204 | |
| 52 | Leaseovereenkomsten 208 | |
| 53 | Vermogen onder beheer 209 | |
| 54 | Gebeurtenissen na balansdatum 210 | |
| Bericht van de Raad van Bestuur 211 | ||
| Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 212 | ||
| Jaarrekening ageas SA/NV 2012 215 | ||
| Overige informatie 237 | ||
| Waarschuwing ten aanzien van mededelingen met betrekking tot de toekomst 238 | ||
| Plaatsen waar de documenten kunnen worden geraadpleegd 239 | ||
| Inschrijving en registratie van gedematerialiseerde aandelen 240 | ||
| Begrippenlijst en afkortingen 241 |
Ageas in een oogopslag 2012
| Nettoresultaat toewijsbaar aan aandeelhouders € 743 miljoen |
Eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders € 9.911 miljoen |
Rendement eigen vermogen groep 8,4% |
|---|---|---|
| Voorgesteld divi dend per aandeel € 1,20 |
Nettoresultaat Algemene Rekening € 119 miljoen |
Aantal werknemers (FTE's) 13.335 |
| Nettoresultaat Verzekeringen € 624 miljoen |
Rendement eigen vermogen Verzekeringen 8,7% |
Solvabiliteitsratio Verzekeringen 206,1% |
| Bruto premie Inkomen ¹) € 21.269 miljoen |
Verzekerings verplichtingen € 76.318 miljoen |
Combined ratio 99,1% |
1) Het bruto premie-inkomen is inclusief het premie-inkomen van geassocieerde deelnemingen van Ageas. Exclusief de geassocieerde deelnemingen, zoals verantwoord onder IFRS, bedroeg het bruto premie-inkomen EUR 11.054 miljoen.
| 2012 | 2011 | 2010 | 2009 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Resultatenrekening | ||||||
| Bruto premie-inkomen | 11.053,8 | 11.237,1 | 12.184,2 | 12.017,7 | ||
| Totale baten | 15.639,9 | 12.004,8 | 13.647,1 | 16.749,0 | ||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 743,0 | -578,2 | 223,1 | 1.209,8 | ||
| - waarvan Verzekeringen | 624,4 | -313,1 | 391,3 | 505,0 | ||
| - waarvan Algemene Rekening (inclusief eliminaties) | 118,6 | -265,1 | -168,2 | 704,8 | ||
| Balans | ||||||
| Totaal activa | 97.112,9 | 90.602,2 | 99.166,7 | 93.324,0 | ||
| Technische voorzieningen | 76.318,3 | 70.599,6 | 78.131,7 | 72.970,3 | ||
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 9.910,6 | 7.760,3 | 8.421,7 | 1) | 8.646,0 | 1) |
| Minderheidsbelangen | 875,5 | 607,4 | 744,3 | 1) | 700,5 | 1) |
| Totaal eigen vermogen | 10.786,1 | 8.367,7 | 9.166,0 | 1) | 9.346,5 | 1) |
| Aandeel-gerelateerde informatie (in EUR) | ||||||
| Gewoon resultaat per aandeel 2) | 3,13 | -2,27 | 0,90 | 4,90 | ||
| Dividend per aandeel 2) | 1,20 | 0,80 | 0,80 | 0,80 | ||
| Koers van het aandeel op 31 december 2) | 22,215 | 12,00 | 17,40 | 25,90 | ||
| Rendement eigen vermogen 3) | 8,4% | -7,2% | 2,5% | 18,7% | ||
| Aantal aandelen (in miljoenen) 2) | 231,8 | 240,6 | 258,3 | 247,5 | ||
| Overige gegevens | ||||||
| Gecombineerde ratio 4) | 99,1% | 100,1% | 106,0% | 102,5% | ||
| Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld beheerd vermogen Leven | 0,51% | 0,51% | 0,53% | 0,59% | ||
| Solvabiliteitsratio totaal verzekeringen | 206,1% | 207,0% | 232,0% | 233,9% | ||
| Solvabiliteitsratio totaal groep | 230,9% | 236,9% | 281,9% | 316,9% | ||
| Aantal werknemers (FTE) | 13.335 | 12.557 | 11.707 | 10.613 |
1) De cijfers zijn aangepast in verband met de verwerking van de geschreven putoptie op Minderheidsbelang (zie Noot 33 Verplichting ivm geschreven putoptie op door BNP Paribas Fortis SA/NV gehouden aandelen AG Insurance).
2) De cijfers over 2011, 2010 en 2009 zijn aangepast voor vergelijkingsdoeleinden, rekening houdend met de 10/1 reverse stock split van 2012 (zie Noot 4 Eigen vermogen).
3) Gebaseerd op het voortschrijdend gemiddelde over vier kwartalen
4) De afbouw van de disagio is met ingang van 2012 niet meer in de combined ratio begrepen. De vergelijkende cijfers zijn voor vergelijkingsdoeleinden aangepast.
BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN IN 2012
JANUARI
- Afronding inkoop eigen aandelen ter waarde van EUR 250 miljoen (start augustus 2011)
- Overeenstemming Ageas en BNP Paribas Fortis over afwikkeling Tier 1 en Cashes/RPN(I)
FEBRUARI
Publicatie resultaten 2011 Dividend gehandhaafd op EUR 0,08 significante bijzondere waardeverminderingsverlies op Griekse obligaties
MAART
Aankondiging laatste stap voor de vereenvoudiging van de juridische structuur door een fusie van Nederlandse en Belgische juridische entiteiten ageas N.V. en ageas SA/NV. Ageas kondigt ook een 10 voor 1 reverse stock split aan
JUNI Tweede editie Partnership Days vindt plaats in Istanboel; samenkomst 120 zakenpartners uit de 12 landen waarin Ageas actief is Ageas, deNederlandse Staat en ABN AMRO treffen schikking over gerechtelijke procedu-
Ageas krijgt toestemming van de aandeelhouders om de juridische structuur te vereenvoudigen en de reverse stock split uit te
SEPTEMBER
Ocidental Vida, onderdeel van Ageas' partnership in Portugal, viert 25-jarig
Jaarlijkse Investor Day in Londen; nadruk op Niet-Levenbedrijf
res
voeren
jubileum
APRIL
Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders in Brussel en Utrecht
MEI
Ageas publiceert resultaten eerste kwartaal 2012 gekenmerkt door goede prestaties verzekeringsbedrijf
JULI
Buitengewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders keuren fusie ageas NV en ageas SA/NV goed
AUGUSTUS
- Ageas publiceert sterke halfjaarresultaten in alle verzekeringssegmenten
- Ageas kondigt nieuw inkoopprogramma eigen aandelen aan (totaal EUR 200 miljoen)
- Ageas kondigt de intentie aan tot EUR 3 miljard te investeren in infractuur leningen als onderdeel van de diversificatie van de investeringsportefeuille
- Ageas rondt de juridische fusie en de 10 voor 1 reverse stock split af
OKTOBER
Ageas ontvangt onderscheiding voor 'beste financiële informatie' van de Belgische Vereniging van Financiële Analisten (BVFA)
NOVEMBER
- Ageas publiceert resultaten over de eerste negen maanden, gekenmerkt door sterke prestaties in overeenstemming met eerdere kwartalen
- Ageas rondt overname in het Verenigd Koninkrijk af van Groupama Insurance Company Limited
DECEMBER
Ageas koopt 7 miljoen aandelen in als onderdeel van het inkoopprogramma eigen aandelen; totale waarde EUR 137 miljoen
.
INLEIDING
Het Ageas JAARVERSLAG 2012
bevat het Verslag van de Raad van Bestuur van Ageas, de Geconsolideerde Jaarrekening Ageas 2012 (met vergelijkende cijfers voor 2011), opgesteld conform de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard door de Europese Unie en de Jaarrekening van ageas SA/NV, opgesteld op basis van de in België toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften.
Alle bedragen in de cijferopstellingen van dit Jaarverslag luiden in miljoenen euro's, tenzij anders vermeld.
Jozef De Mey, Voorzitter (rechts) Bart De Smet, CEO (links)
Geachte aandeelhouders,
2012 was een jaar waarin we voor onze onderneming een aantal keuzes moesten maken en we kunnen trots en tevreden terugkijken. We hebben in alle verzekeringsactiviteiten en -segmenten sterke resultaten behaald. We beschikken over een gezonde financiële positie en zijn een mooie vooruitgang blijven boeken in de verwezenlijking van onze strategische doelstellingen. Ageas is erin geslaagd een bijzonder solide kapitaalpositie te handhaven met voor onze verzekeringsactiviteiten solvabiliteitsratio's die consequent boven de 200% liggen. Waar het uiteindelijk op neerkomt, is dat we na een zorgvuldige overweging van onze opties op het juiste moment de juiste beslissing nemen, ongeacht of dit betrekking heeft op het verleden, het heden of de toekomst.
Een jaar van talrijke doorbraken
Onze beslissingen van vorig jaar weerspiegelen de keuzes die we als Groep hebben gemaakt. We overwogen wat de beste manier zou zijn om bij de belegging van onze liquiditeiten evenwicht te vinden tussen risico en rendement en onderzochten verschillende mogelijkheden. Sinds het ontstaan van de nieuwe Groep hebben we ervoor gekozen om EUR 900 miljoen in onze bestaande en nieuwe verzekeringsactiviteiten te investeren; we hebben EUR 800 miljoen schuld afgelost; we hebben een totaal aandeelhoudersdividend van EUR 870 miljoen uitbetaald en we hebben zo'n EUR 450 miljoen terugbezorgd aan onze aandeelhouders via de aandeleninkoopprogramma's die we in 2011 en 2012 introduceerden.
Onze focus op verzekeringen heeft geleid tot sterke verbeteringen in onze nettoresultaten voor zowel Leven als Niet-Leven, wat in 2012 resulteert in een nettowinst voor de Groep van EUR 743 miljoen. Dit staat in schril contrast tot 2011, een jaar dat we ons veeleer zullen herinneren wegens de forse bijzondere waardeverminderingen op Griekse obligaties en aandelen. Maar zelfs als we deze bijzondere factor buiten beschouwing laten, zijn onze resultaten binnen alle segmenten in de gebieden van Europa en Azië waar wij actief zijn verbeterd. Onze solide partnerships blijven het verschil maken. Onze premie-instroom is toegenomen dankzij onze joint ventures in Thailand, China, Turkije en Luxemburg, die in hun markten allemaal een dominante positie genieten.
BERICHT VAN DE VOORZITTER EN CEO VAN Ageas
Ondanks de moeilijke omstandigheden hebben ook de Portugese verzekeringsactiviteiten goed gepresteerd. Het recordniveau van ons premie-inkomen van EUR 21 miljard kan worden toegeschreven aan meerdere kanalen; en voor de allereerste keer hebben we de drempel van EUR 20 miljard overschreden. AG Insurance heeft aanzienlijke inspanningen geleverd op het vlak van operationele prestaties, kostenbeheersing en herschikking van de beleggingsportefeuille om het behoud van onze positie als marktleider in België te garanderen. Zoals u verderop zult lezen, willen we ook onze activiteit in het segment Niet-Leven vergroten, voor een nog groter evenwicht en een nog betere diversificatie van onze portfefeuille. We hebben onze intenties duidelijk aan de markt laten blijken door de recente overname van Groupama in het Vereningd Koninkrijk en onze beslissing van vorig jaar om onze participatie in Aksigorta in Turkije te vergroten.
Onze combined ratio voor 2012 als groep ligt onder de 100%, wat aanzienlijke verbeteringen in onze operationele efficiëntie weerspiegelt, vooral in Continentaal Europa. Met een rendement op het eigen vermogen van 8,4% aan het einde van het jaar moet er nog een kloof worden gedicht om ons streefdoel van 11% in 2015 te halen, maar we ontwikkelen plannen om de geformuleerde doelen te realiseren. Tegelijkertijd is het eigen vermogen met meer dan 25% toegenomen. Dit soort resultaten boezemt een enorm vertrouwen in onze onderneming in, alsook in de 13.300 werknemers en de nog eens 15.000 personeelsleden in niet-geconsolideerde entiteiten, onze 30 miljoen klanten in de hele wereld, onze producten en onze partners. Dat vertrouwen reflecteert zich ook in het beleggerssentiment ten aanzien van Ageas. Onze aandelenkoers is in 2012 met meer dan 85% gestegen, waardoor ons aandeel het best presterende aandeel was binnen de Europese verzekeringssector. Om ons vertrouwen in de toekomst te laten blijken en recht te doen aan onze sterke prestaties in 2012, willen we onze aandeelhouders belonen voor hun engagement ten aanzien van ons bedrijf, door aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in april een dividend van EUR 1,20 per aandeel voor te stellen, wat neerkomt op een verhoging van 50% ten opzichte van het voorgaande jaar.
Keuzes in verband met het verleden
Ook hebben we enkele belangrijke keuzes gemaakt over kwesties met betrekking tot het verleden. In plaats van vast te houden aan langdurige gerechtelijke procedures, hebben we besloten tot een proactieve benadering die in 2012 tot aanzienlijke vooruitgang heeft geleid. In het begin van 2012 zijn we met BNP Paribas tot een waardevolle schikking gekomen over de CASHES en Tier 1 instrumenten en in juni 2012 kwamen we buiten de rechtbank tot een belangrijke schikking die een einde maakte aan alle bestaande geschillen tussen ABN AMRO, de Nederlandse Staat en Ageas. Wij zijn van oordeel dat de onderhandelingen over deze schikkingen in het beste belang van de onderneming en haar belanghebbenden waren.
Ook hebben we verschillende manieren onderzocht om onze organisatie verder te vereenvoudigen. De vereenvoudiging van de juridische structuur en de omgekeerde splitsing van aandelen van ageas SA/NV begin augustus waren belangrijke mijlpalen. De beslissing om onze twee juridische entiteiten te fuseren tot één bedrijf was een logische en belangrijke stap in het vereenvoudigingsproces en heeft ons bedrijf voor beleggers aantrekkelijker gemaakt.
Kies uw toekomst
Om de beroemde levenscoach Dr. Shad Helmsetter te citeren: 'Als je tijd nodig hebt om een keuze te maken, neem dan de tijd. Maak vervolgens de keuze.' Dat is precies wat we hebben gedaan toen wij ons strategisch plan voor de volgende drie jaar hebben uitgewerkt. We tekenden een duidelijk pad uit naar 2015, in het volste vertrouwen dat onze keuzes van vandaag de juiste waren, op basis van ons succes in het verleden, onze inherente sterke punten als groep en de kansen die zich volgens ons zullen aandienen om in de toekomst te groeien.
Tijdens onze Investor Day in Londen hebben we onze strategie tot 2015 gedetailleerd aan beleggers beschreven: ervoor zorgen dat we minder afhankelijk zijn van beleggingsinkomsten, meer investeringen in markten met een hoge groei en profiteren van een gediversifieerde product- en distributiemix. Dit is geen radicale strategische ommekeer tegenover onze huidige positie, maar een evolutie op basis van wat we in de afgelopen drie jaar hebben gedaan en geleerd. Vijf duidelijke strategische keuzes, vier prestatiedoelstellingen ondersteund door zes waarden. Kortom: we vestigen onze aandacht in de eerste plaats op onze kernactiviteit, verzekeringen, werken in partnerships over heel Europa en Azië met een multi-channel distributiebenadering en streven naar een portefeuille die een goed evenwicht vormt tussen Leven- en Niet-Leven-activiteiten. Om deze vijf keuzes om te zetten in doelstellingen, streven we naar een herschikking van de verzekeringsportefeuille met een verdeling van 60/40 tussen Leven en Niet-Leven, waarbij 25% van het kapitaal wordt aangewend in opkomende markten en met een combined ratio die structureel onder de 100% ligt. Dit alles zou tegen eind 2015 moeten leiden tot een rendement op het eigen vermogen van minstens 11%. Elk onderdeel van dit strategische plan is al aan alle personeelsleden meegedeeld in een reeks interne roadshows om ervoor te zorgen dat iedereen in de hele wereld en op alle niveaus zich consequent bewust was van onze strategische vooruitzichten.
Dankzij dit strategische plan zullen we een solide winstgroei voor de onderneming kunnen verzekeren op basis van onze bewezen troeven. We hebben belangrijke stappen gezet om ons bedrijf de afgelopen jaren te transformeren, en nu willen we onze toewijding, onze expertise en onze klantgerichtheid naar een nog hoger niveau tillen om tot een nog beter Ageas te komen.
Onze reis
De afgelopen 12 maanden zijn een spannende, veelbewogen periode geweest. We hebben belangrijke keuzes gemaakt over het verleden, het heden en over de plaats die wij in de komende jaren voor Ageas voor ogen hebben. Maar als ons de vraag wordt gesteld of we volledig tevreden zijn, of van plan zijn om genoegen te nemen met het huidige status quo in plaats van de gelegenheid aan te grijpen om te groeien, is ons antwoord een volmondig 'nee'. Het werk is nog lang niet af en er is altijd meer te doen. Wat volgens ons belangrijk is, zijn de keuzes die we tijdens dat proces maken.
Ons bedrijf gaat de toekomst vol vertrouwen tegemoet. En namens de raad van bestuur willen wij graag onze dankbaarheid uiten aan onze klanten, onze partners, onze medewerkers, en natuurlijk onze aandeelhouders om deze reis samen met ons te maken. We hebben een goede reden om trots te zijn op 2012, maar dat ligt nu in het verleden. Wat klanten, partners en aandeelhouders vooral interesseert is 'wat gaat u vandaag en in de toekomst voor mij doen'. Wat de toekomst betreft, zijn wij van één ding overtuigd: je kan wachten tot iets je overkomt of zelf keuzes maken. Op basis van de afgelopen 12 maanden weet u al wat onze keuze is.
Dank u.
Jozef De Mey Voorzitter
Bart De Smet CEO
VERSLAG VAN DE RAAD van BESTUUR VAN Ageas
TOT 7 AUGUSTUS 2012 waren ageas SA/NV en ageas N.V. de twee moedermaatschappijen van Ageas. Zij stonden aan het hoofd van Ageas, dat op haar beurt weer bestaat uit een aantal dochtermaatschappijen en geassocieerde deelnemingen die actief zijn in verzekeren. In juni 2012 hebben de aandeelhouders in een Bijzondere Algemene Vergadering van Aandeelhouders besloten deze binationale structuur los te laten en werd ageas N.V. samengevoegd met ageas SA/NV. Dit verslag van de Raad van Bestuur omvat het Corporate Governance Statement (opgenomen in het derde deel) in overeenstemming met de Belgische Corporate Governance code (in overeenstemming met artikel 96 van de Belgische Wet op het Vennootschapsrecht).
1 ALGEMENE BESCHRIJVING EN STRATEGIE VAN
Ageas
Ageas is een beursgenoteerde, internationale verzekeringsgroep met ruim 180 jaar vakkennis en ervaring. De onderneming verzorgt een breed aanbod Leven- en Niet-Leven producten, dat via diverse kanalen bij de particuliere klant en kleine en middelgrote ondernemingen terechtkomt. Ageas is actief in twaalf landen in Europa en Azië. Ageas aandelen zijn genoteerd aan NYSE Euronext Brussels. De marktkapitalisatie van Ageas bedroeg eind 2012 EUR 5,4 miljard.
Producten
Ageas helpt haar klanten om risico's in elke fase van hun leven te beperken, door hen schadeverzekeringen, ongevallenverzekeringen, levensverzekeringen en pensioenverzekeringen aan te bieden.
In 2012 was 33% van het totale premie-inkomen van Ageas van EUR 21,3 miljard afkomstig uit Niet-Leven activiteiten. Ageas heeft, om de afhankelijkheid van beleggingsinkomsten te verminderen, de focus aangescherpt en richt zich in volwassen markten in Europa nu meer op de risicoactiviteiten (Leven en Niet-Leven) en op activiteiten tegen een vergoeding.
Geografische aanwezigheid
Ageas is actief in Europa en Azië. De groep is marktleider in de thuismarkt België. Ook in het Vereningd Koninkrijk, Portugal, Turkije en Luxemburg bekleedt de groep een vooraanstaande positie. In het Vereningd Koninkrijk is Ageas eveneens eigenaar van verschillende distributeurs van verzekeringsproducten. In Azië kan Ageas bogen op een sterke aanwezigheid in Hongkong, Maleisië, China, Thailand en India.
Ageas is aanwezig in volgroeide en opkomende markten in Europa en Azië, creëert daardoor een evenwicht tussen activiteiten die liquide middelen genereren en groei terwijl landenspecifieke risico's tegelijkertijd worden verminderd.
Ageas investeert continu in de activiteiten, zowel autonoom als via acquisities. Bij de juiste kansen zal Ageas nieuwe activiteiten verwerven in aantrekkelijke markten met potentieel voor langetermijngroei. Eventuele overnames voldoen aan bepaalde strategische en financiële criteria:
- Kritische omvang: effectief in een markt kunnen concurreren en op de middellange termijn bij de top vijf kunnen behoren.
- Belangrijke bijdrage: de activiteiten leveren een bijdrage van betekenis aan de totale verzekeringsopbrengsten van Ageas.
- Rendement overtreft kapitaalkosten, waarbij rekening wordt gehouden met waardecreatie en specifieke risico's.
- Mogelijkheid van dividenduitkering na verloop van tijd.
Ageas heeft in september 2012 de overname aangekondigd van het Britse Groupama Insurance Company Limited. Met die acquisitie heeft Ageas de positie in auto-, woning-, reis-, ongevallen- en commerciële verzekeringen in het Verenigd Koninkrijk versterkt.
AGEAS | JAARVERSLAG 2012 15
Distributie/partnerships
Ageas maakt, afhankelijk van de markt, gebruik van uiteenlopende en vaak ook meerdere distributiekanalen. Meerdere kanalen geeft klanten beter toegang tot de producten van Ageas. Tegelijkertijd krijgt Ageas door die meerdere kanalen beter inzicht in de behoeften van de klant en kan het klantbewustzijn over de producten van Ageas worden vergroot.
Ageas heeft een bewezen staat van dienst wat de ontwikkeling van partnerships betreft, waar Ageas ook opereert. Partnerships vormen dan ook de kern van de strategie van Ageas.
De partners van Ageas bekleden een leidende positie op hun markten en bieden klanten lokale knowhow en toegang. Zij profiteren van Ageas' expertise op het vlak van productontwikkeling en distributie. Partnerships zijn gebaseerd op langdurig onderling afgestemde belangen en duurzame bijdragen met toegevoegde waarde van elke partij.
Vaak zijn de operationele bedrijven van Ageas joint ventures met distributiepartners. Ageas geeft de voorkeur aan een meerderheidsbelang tenzij dat door wet- en regelgeving, marktomstandigheden of om strategische redenen niet mogelijk is.
Ageas investeert continu in de ontwikkeling en uitwisseling van kennis en expertise binnen de groep.
Onze ambities voor 2015
Ageas herziet de strategie met enige regelmaat. De aanhoudend lage rente, belangrijke wijzigingen in het toezichtsklimaat binnen korte tijd en de tragere groei in volwassen markten zorgen voor een aantal uitdagingen.
De onderneming heeft een aantal strategische keuzes gemaakt. Geen radicale verschuiving ten opzichte van het verleden, geleidelijke stappen om die uitdagingen het hoofd te bieden. Ageas' strategie schetst een beeld van de toekomst in 2015 zoals Ageas die voor zich ziet en stippelt uit hoe Ageas dat beeld wil realiseren.
Ageas wil de positie in opkomende markten verder versterken en streeft naar een herstel in het evenwicht tussen verzekerings-, commissie- en beleggingsbaten. Dat houdt tevens een geleidelijke verhoging in van de relatieve omvang van de Niet-Levenactiviteiten.
Ageas' strategie omvat vijf strategische keuzes, vier doelstellingen en zes waarden.
Vijf strategische keuzes:
- De nadruk leggen op de verzekeringscapaciteiten
- Gaan waar de klant ons wil
- Ons inzetten voor onze partners en hun klanten
- Zorgen voor een gediversifieerd productaanbod
- Inspelen op groei in volwassen en opkomende markten in Europa en Azië
Vier doelstellingen:
- Het premie-inkomen in de portefeuille naar een verhouding 60/40 brengen tussen Leven en Niet-Leven
- In Niet-Leven efficiënt opereren met een combined ratio structureel lager dan 100%
- Het rendement op eigen vermogen bij Verzekeringen verhogen naar minimaal 11%
- Ten minste 25% van ons kapitaal inzetten in de opkomende markten in Europa en Azië
Zes waarden:
- Gericht op klanten
- Passie voor prestatie
- Ondernemend
- Teamwork
- Vertrouwd
- Lokaal
Organisatie
Ageas kent vier geografische bedrijfseenheden: België, het Vereningd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Deze entiteiten beschikken over hun eigen organisatie ter ondersteuning van hun lokale activiteiten en zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse besluitvorming.
Ageas werkt met competentiecentra op groeps-, regio- en businessniveau en maakt op die manier optimaal gebruik van kennis en capaciteiten ten bate van zowel de onderneming als haar partners.
Ageas heeft in 2012 de twee houdstermaatschappijen samengevoegd en heeft uit de notering aan NYSE Euronext Amsterdam beeïndigd. De beursnotering in Brussel is gehandhaafd. De samenvoeging heeft geleid tot een eenvoudigere juridische structuur, die beter is afgestemd op de operationele activiteiten van Ageas.
Financiële slagkracht
Ageas is doordrongen van het belang van een sterke financiële positie. Ageas heeft een goede kapitaalbasis met eind 2012 een solvabiliteitsratio van de groep van 231% en een solide liquiditeitspositie van EUR 1,2 miljard.
Ten aanzien van risico's hanteert Ageas een conservatieve benadering, die wordt ondersteund door een gedegen risicobeheerproces. De groep bewaakt voortdurend de activiteitenportefeuille om zich ervan te verzekeren dat alle activiteiten aan de strenge criteria voldoen.
Ageas streeft naar een rendement op het eigen vermogen in verzekeringen van meer dan 11%. Het beleid van het bedrijf is gericht op een dividenduitkering van 40% tot 50% van de geconsolideerde nettowinst voor verzekeringen.
2 RESULTATEN EN ONTWIKKELINGEN
Ontwikkelingen
Op 7 februari 2012 hebben Ageas en BNP Paribas een akkoord aangekondigd over de transactie van de RPN(I) en de Tier 1-obligatielening. De overeenkomst voorzag in de inkoop van de Tier 1- obligatielening, een bod in contanten op de CASHES door BNP Paribas en een gedeeltelijke afwikkeling van de RPN(I) verplichting. Het bod in contanten op de CASHES heeft uiteindelijk een acceptatiegraad van 63% bereikt. Ageas heeft BNP Paribas schadeloosgesteld voor de pro-rata verlaging van de RPN(I) verplichting, in functie van de prijs van de CASHES en de koers van het aandeel Ageas op de afwikkelingsdatum. De geschatte waarde van de resterende RPN(I) is de netto contante waarde van de verwachte toekomstige rentebetalingen of een minimum gebaseerd op het bedrag van de schadeloosstelling aan BNP Paribas, afhankelijk van welke van de twee het hoogste is. De waarde van de RPN(I) bedroeg eind 2012 EUR 165 miljoen op basis van de netto contante waarde van de verwachte toekomstige rentebetalingen.
Op 28 juni hebben ageas SA/NV en ageas N.V. ('Ageas') en ABN AMRO Group N.V. en ABN AMRO Bank N.V. ('ABN AMRO') een schikking getroffen over de gerechtelijke procedures inzake ABN AMRO Capital Finance Ltd. (voorheen Fortis Capital Company Ltd. ('FCC')) en de Mandatory Convertible Securities ("MCS"). Fortis Bank België, betrokken als mede-debiteur van de MCS, heeft de schikking eveneens goedgekeurd.
Deze schikking maakt tevens een einde aan alle nog uitstaande geschillen tussen de Nederlandse staat en Ageas over de aandelentransacties die uitmondden in de overname van de Nederlandse activiteiten van de voormalige Fortis-groep door de Nederlandse staat op 3 oktober 2008. De schikking heft geresulteerd in een eenmalige betaling in contanten van EUR 400 miljoen door ABN AMRO aan Ageas op 29 juni 2012.
Inkoop eigen aandelen
Ageas heeft een inkoopprogramma voor eigen aandelen gelanceerd van haar uitstaande geplaatste aandelenkapitaal voor een bedrag van maximal EUR 200 miljoen, ingaand op 13 augustus 2012 voor een periode ten laatste eindigend op 19 februari 2013. Tussen de start van het inkoopprogramma op 13 augustus 2012 en 31 december 2012 heeft Ageas 7.056.442 aandelen voor een bedrag van EUR 137,0 miljoen ingekocht. Dit komt overeen met 2,90% van het totale aantal uitsaande aandelen.
In augustus 2011 heeft Ageas, op basis van de autorisatie van de aandeelhouders, aangekondigd een inkoopprogramma van haar eigen uitstaande aandelenkapitaal te initiëren voor maximaal EUR 250 miljoen. Het inkoopprogramma is gelanceerd op 24 augustus 2011 voor een periode die eindigde op 23 februari 2012.
Ageas rondde het inkoopprogramma af op 25 januari 2012, een total aantal van 19.216.809 aandelen was ingekocht voor een bedrag van EUR 250 miljoen, wat 7,3% van het aantal uitstaande aandelen vertegenwoordigde. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 12 april 2012 heeft de intrekking van de ingekochte aandelen goedkeurd. De intrekking is op 29 juni 2012 afgerond.
Vanuit een governance perspectief heeft Ageas het Corporate Governance Charter aangepast aan de nieuwe juridische structuur. In verband hiermee zijn alle verwijzingen naar de Nederlandse referentiecode en het principe van het verbonden aandeel verwijderd. De samenstelling van de Raad van Bestuur is ongewijzigd gebleven, met uitzondering van Belén Romana die aftrad als onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder eind November 2012.
2.1 Resultaten en solvabiliteit van Ageas
De nettowinst van de Groep bedroeg in 2012 EUR 743 miljoen, waarvan een bedrag van EUR 624 miljoen bij Verezkeringen en een positief nettoresultaat in de Algemene Rekening van EUR 119 miljoen.
Verzekeringen
De nettowinst Verzekeringen bedroeg in 2012 EUR 624 miljoen tegenover een nettoverlies van EUR 313 miljoen in 2011, inclusief de forse bijzondere waardevermindering op de beleggingsportefeuille en goodwill. Corrigeren we de cijfers van 2012 en 2011 voor het totale effect van de bijzondere waardevermindering op de beleggingsportefeuille en goodwill, verbeterde het nettoresultaat met 15%. De nettomeerwaarden waren licht hoger.
Er is in 2012 in alle bedrijfsonderdelen goede operationele voortgang geboekt. De gerapporteerde nettowinst bedroeg EUR 430 miljoen bij Leven en EUR 194 miljoen bij Niet-Leven & Overige activiteiten. Dat betere totaalresultaat viel hoofdzakelijk te herleiden naar een verbetering van de operationele resultaten bij Niet-Leven, zoals wel blijkt uit de combined ratio voor de Groep van 99,1% (t.o.v. 100,1% in 2011), een positief valuta-effect, een wijziging van de consolidatiescope en een aantal positieve éénmalige posten in Azië.
Leven, Niet-Leven en Overige Verzekeringen
De Levenactiviteiten droegen EUR 430 miljoen bij aan het nettoresultaat, in vergelijking met een nettoverlies van EUR 425 miljoen in 2011. Dat laatste cijfer werd beïnvloed door een significante bijzondere waardevermindering op Griekse obligaties, aandelen en goodwill.
In België was het nettoresultaat, gecorrigeerd voor bijzondere waardeverminderingen van Griekse obligaties, aandelen en meerwaarden, in 2012 beter dan in 2011. Een hoger operationeel resultaat lag daaraan ten grondslag, deels tenietgedaan door lagere inkomsten op de beleggingen in eigen fondsen en een hogere effectieve belastingdruk. Het nettoresultaat in het Verenigd Koninkrijk verbeterde en bereikte breakeven, terwijl hier toch ook sprake was van een extra last van EUR 4 miljoen na een herbeoordeling van overlopende acquisitiekosten. Die last werd in grote lijnen gecompenseerd door een éénmalige belastingbaten. In Continentaal Europa was sprake van solide resultaten in 2012, die beter uitvielen dan een gecorrigeerd nettoresultaat 2011 (zonder bijzondere waardeverminderingen en meerwaarden). Aan deze resultaten lag een sterk verzekeringsresultaat door voortgaande kostenbesparingen ten grondslag. De beleggingsmarges staan daarentegen door het huidige klimaat van lage rentes nog altijd onder druk. In Azië veerde het resultaat sterk op na de bijzondere waardeverminderingen van vorig jaar. Er was sprake van autonome groei en een sterk verbeterd beleggingsresultaat. De bijdrage aan het nettoresultaat Leven is goed verspreid over de belangrijkste landen Hongkong, China, Thailand en Maleisië.
De Niet-Levenactiviteiten realiseerden een nettoresultaat van EUR 223 miljoen tegenover EUR 82 miljoen vorig jaar. In dit laatste was een netto bijzondere waardevermindering van EUR 36 miljoen begrepen terwijl 2012 juist inclusief een positief resultaat was van EUR 56 miljoen in verband met de acquisitie van GICL in het VK.
De sterke intrinsieke resultaten vielen toe te schrijven aan goede operationele resultaten in alle belangrijke bedrijfssegmenten (België, Verenigd Koninkrijk en Continentaal Europa). Woningverzekeringen verbeterde sterk en boekte uitstekende resultaten in België, dankzij lage schaderatio's. Net als vorig jaar noteerden de Autoverzekerings-activiteiten uitstekende onderliggende operationele prestaties in zowel het VK als België, al kreeg laatstgenoemde het tweede halfjaar te maken met een éénmalige correctie op de voorzieningen voor lichamelijke schade. In Continentaal Europa steeg de bijdrage van Aksigorta,Turkije dankzij een scherpere focus op winstgevendheid naar EUR 8 miljoen. Het nettoresultaat en de operationele resultaten in Azië bleven sterk, al ondervonden ze nog wat hinder van het eind van de overstromingen in Thailand van 2011.
In november 2012 heeft Ageas UK de overname afgerond van Groupama Insurance Company Ltd (GICL) voor een bedrag van EUR 145 miljoen, waarmee Ageas in het VK in één klap de vijfde grootste Niet-Levenverzekeraar werd. Het GICL resultaat is vanaf medio november geconsolideerd (EUR 4 miljoen).
De Britse retail distributieactiviteiten realiseerden totale inkomsten uit commissies en vergoedingen van EUR 276 miljoen, in lijn met het niveau van vorig jaar. Het nettoresultaat bedroeg EUR 28 miljoen negatief. Dit is inclusief een negatieve nietterugkerende last van EUR 43 miljoen, waarvan EUR 39 miljoen betrekking heft op een afwaardering van Goodwill en Immateriële Vaste Activa ad EUR 4 miljoen inzake transactiekosten met betrekking tot Groupama Insurance Company Ltd.
Algemene Rekening
Het positieve nettoresultaat van EUR 119 miljoen van de Algemene Rekening in 2012 is inclusief een totaal positief nettoresultaat van EUR 209 miljoen in verband met zaken uit het verleden. Opgesplitst gaat het om EUR 400 miljoen in verband met de schikking van de juridische procedures met ABN AMRO en de Nederlandse staat, een positief resultaat van EUR 104 miljoen in verband met Royal Park Investments, een negatief effect van EUR 132 miljoen in verband met de overeenkomst met BNP Paribas en Fortis Bank over de RPN(I) en de Tier 1-obligatielening, de aanpassing van de RPN(I) bodemwaarde, een last van EUR 161 miljoen in verband met de lagere waarde van de calloptie op aandelen BNP Paribas en EUR 65 miljoen aan operationele kosten.
Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio's van Verzekeringen en Groep bedroegen respectievelijk 206% en 231%. Het totale beschikbare kapitaal lag EUR 5,2 miljard boven het wettelijk vereiste minimum.
2.2 Resultaten van ageas SA/NV
ageas SA/NV heeft in het boekjaar 2012 een nettoresultaat van EUR 81 miljoen (2011: EUR 294 miljoen) gerealiseerd, het eigen vermogen bedroeg EUR 7.972 miljoen (2011: EUR 3.626 miljoen). De toename van het eigen vermogen valt vooral te verklaren door de fusie van ageas SA/NV en ageas N.V. die op 1 juli 2012 effectief was. Zie de Jaarrekening van ageas SA/NV voor een nadere toelichting op het nettoresultaat van ageas SA/NV en de fusie met ageas N.V.
2.3 Statutenwijzigingen ageas SA/NV
Zie het Corporate Governance Statement 3.2 voor nadere informatie over de statutenwijzigingen van ageas SA/NV in 2012.
2.4 Transacties en andere contractuele relaties
Er zijn geen transacties of andere contractuele relaties tussen ageas SA/NV en haar bestuurders te vermelden die aanleiding geven tot tegenstrijdige belangen zoals bepaald in het Belgische Wetboek van Vennootschappen.
2.5 Gebeurtenissen na balansdatum
Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een aanpassing van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas per 31 december 2012.
Inkoopprogramma van eigen aandelen
Ageas heeft het op 6 augustus 2012 aangekondigde inkoopprogramma eigen aandelen afgerond. Tussen 13 augustus 2012 en 26 februari 2013 heeft Ageas 9.635.159 aandelen ingekocht voor een totaalbedrag van EUR 200 miljoen. Dit komt overeen met 3,96% van de totale uitstaande aandelen.
Ageas houdt de aandelen aan als eigen aandelen. Samen met de eerder gehouden aandelen bedraagt het percentage eigen aandelen in bezit van Ageas in totaal 5,7%. Op 19 februari 2013 besloot de Raad van Bestuur tijdens de volgende Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor te stellen de tot en met 15 februari 2013 ingekochte aandelen in te trekken.
2.6 Dividend
De Raad van Bestuur heeft besloten de goedkeuring van de aandeelhouders te vragen voor de uitkering van een bruto cash dividenduitkering over 2012 van EUR 1,20 per aandeel.
2.7 Uitstaande aandelen per jaareinde 2012
Eind 2012 bedroeg het aantal uitgegeven aandelen Ageas 243.121.272. Dit is inclusief 4.643.904 aandelen met betrekking tot de CASHES en 3.968.254 aandelen met betrekking tot de FRESH, die niet stem- of dividendgerechtigd zijn zolang deze aandelen aan deze instrumenten zijn gekoppeld (zie ook Noot 51 Voorwaardelijke Verplichtingen). Nadere informatie over de uitstaande aandelen van Ageas, de dividendrechten en de kapitaalstructuur is te vinden in Noot 4 Eigen vermogen.
2.8 Raad van Bestuur van Ageas; Remuneration Committee en Audit Committee
De Raad van Bestuur bestond per 31 december 2012 uit 10 leden. Voor een nadere toelichting op de samenstelling van en wijzigingen in de samenstelling van de Raad van Bestuur gedurende 2012 wordt verwezen naar 3.7 Raad van Bestuur.
Per 31 december 2012 bestond het Remuneration Committee als gevolg van het vertrek in november van Belén Romana uit slechts twee leden. Dat is één lid minder dan het vereiste minimum van drie leden. De Raad van Bestuur heeft in de loop van januari 2013 Bridget McIntyre benoemd als nieuw lid van het Remuneration Committee. Voor een nadere toelichting op de samenstelling en wijzigingen in de samenstelling ervan gedurende 2012 wordt verwezen naar 3.7 Raad van Bestuur.
Het Audit Committee bestaat uit drie leden. Voor een nadere toelichting op de samenstelling van en wijzigingen in de samenstelling ervan gedurende 2012 wordt verwezen naar 3.7 Raad van Bestuur.
Naast deze van rechtswege vereiste commissies beschikt Ageas over een Corporate Governance Committee en een Risk and Capital Committee.
2.9 Geconsolideerde informatie in verband met de implementatie van de Europese overnamerichtlijn in het jaarverslag Ageas
De Raad van Bestuur verklaart hierbij dat het Jaarverslag Ageas 2012 is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke regels ter implementatie van de Europese overnamerichtlijn. Die regels traden in België per 1 januari 2008 in werking. De Raad van Bestuur geeft hierbij de volgende verklaring voor de diverse elementen die onder de nieuwe regels vallen:
- een volledig overzicht van de kapitaalstructuur wordt gegeven in Noot 4 Eigen Vermogen en Noot 27 Achtergestelde schulden van de Geconsolideerde Jaarrekening 2012 van Ageas;
- beperkingen op de overdracht van aandelen zijn alleen van toepassing op preferente aandelen (indien uitgegeven) en de effecten zoals die zijn beschreven in Noot 27 Achtergestelde schulden van de toelichting op de Geconsolideerde Jaarrekening 2012 van Ageas;
- onder 'Staat van het kapitaal en de aandeelhoudersstructuur' in de Jaarrekening van ageas SA/NV wordt een overzicht gegeven van belangrijke aandelenbelangen die door derden worden aangehouden en die de wettelijke drempel in België overschrijden, dan wel de drempels zoals die in de statuten van ageas SA/NV zijn vastgelegd;
-
er zijn, buiten de in Noot 4 Eigen Vermogen en Noot 27 Achtergestelde schulden van de toelichting op de Geconsolideerde Jaarrekening 2012 van Ageas beschreven rechten, geen speciale rechten verbonden aan de uitgegeven aandelen;
-
aandelen(optie)regelingen worden, voor zover van toepassing, beschreven in Noot 10 Aandelen(optie)regelingen van de toelichting op de Geconsolideerde Jaarrekening 2012 van Ageas. Het besluit tot uitgifte van aandelen en opties ligt bij de Raad van Bestuur en is onderhevig aan lokale wettelijke beperkingen, indien van toepassing;
- behoudens de informatie in Noot 4 Eigen Vermogen, Noot 13 Verbonden partijen en Noot 27 Achtergestelde schulden van de toelichting op de Geconsolideerde Jaarrekening 2012 van Ageas is Ageas zich niet bewust van eventuele afspraken tussen aandeelhouders die de overdracht van aandelen of de uitoefening van stemrecht zouden kunnen beperken;
- leden van de Raad van Bestuur worden benoemd of ontslagen door een meerderheid van stemmen uitgebracht bij de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV. Statutenwijzigingen kunnen alleen worden doorgevoerd nadat de Algemene Vergadering van Aandeelhouders daartoe een motie heeft goedgekeurd. Indien minder dan 50% van de aandeelhouders vertegenwoordigd is, wordt een tweede vergadering belegd die met 75% van de stemmen de motie kan aannemen, ongeacht of het quorum wordt gehaald;
- de Raad van Bestuur van Ageas heeft het recht om aandelen uit te geven en in te kopen, in overeenstemming met de daartoe verleende goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV. De huidige autorisatie loopt af in oktober 2013;
- ageas SA/NV is geen contractpartij in een belangrijke overeenkomst die in werking treedt, wordt gewijzigd en/of beëindigd bij een eventuele wijziging van de zeggenschap als gevolg van een openbare overname;
- ageas SA/NV heeft geen afspraken met bestuursleden of medewerkers gemaakt die voorzien in de betaling van een speciale vertrekpremie indien het dienstverband als gevolg van een openbare overname wordt beëindigd;
- aandeelhouders van Ageas zijn verplicht te voldoen aan bepaalde meldingseisen indien hun deelneming in Ageas boven of onder bepaalde drempels komt, zoals voorgeschreven door de Belgische wet en door de statuten van ageas SA/NV. De aandeelhouder moet de onderneming en de FSMA inlichten als zijn deelneming boven of onder de 3% of 5% (en bij elke meervoud van 5%) van de stemrechten komt. Ageas publiceert die informatie op haar website.
3 CORPORATE GOVERNANCE STATEMENT
Net als in voorgaande jaren, blijft Ageas sterk gefocussed op haar toekomst als internationale verzekeringsgroep. Grote waarde wordt daarbij gehecht aan effectief bestuur en transparante informatie aan het publiek en andere stakeholders.
Ageas heeft in 2012 een aanzienlijke inspanning geleverd om de zeer complexe juridische structuur (geërfd van haar voorgangers) te vereenvoudigen. Ageas heeft in de loop van het jaar aan de aandeelhouders voorgesteld om de bestaande Belgisch-Nederlandse juridische structuur los te laten, waarin de houder van aandelen Ageas feitelijk units bezat die bestonden uit één aandeel in het Belgische ageas SA/NV en één in het Nederlandse ageas N.V. Deze structuur paste niet langer bij Ageas en was lastig aan onze stakeholders uit te leggen. De aandeelhouders hebben met een overweldigende meerderheid goedkeuring gegeven aan de fusie van ageas N.V. in ageas SA/NV. De aandeelhouders gingen eveneens akkoord met een zogenoemde reverse stock split, waarbij iedere aandeelhouder één nieuw aandeel in ageas SA/NV ontving voor tien bestaande aandelen.
Ageas heeft verder het Corporate Governance Charter herzien en aangepast aan de nieuwe situatie van één enkel Belgisch aandeel. We hebben daarnaast bezien of er veranderingen nodig waren om het Charter af te stemmen op toepasselijke wet- en regelgeving of alvast in te spelen op (internationale) trends die Ageas zinvol vindt. Een dergelijke aanpassing bleek niet nodig. Het Corporate Governance Charter is beschikbaar op de website van Ageas:
www.ageas.com/nl/Documents/Corp_Govern_Charter_NL.pdf.
Ageas blijft zich ervoor inzetten om de van toepassing zijnde codes na te leven.
3.1 Juridische structuur van Ageas en aandelen Ageas
Ageas, het voormalige Fortis, is in 1990 ontstaan uit de eerste grensoverschrijdende fusie in Europa tussen de Belgische verzekeraar AG Insurance company en de Nederlandse bankverzekeraar AMEV/VSB. De overkoepelende juridische structuur is in de tussenliggende jaren regelmatig aangepast.
In 2012 heeft Ageas Groupama Insurance Company Limited overgenomen. Daarnaast heeft Ageas het belang in Aksigorta verhoogd naar 36% (zie Noot 3 Overnames en desinvesteringen). Ageas bestaat momenteel uit:
- een belang van 75% in AG Insurance;
- verzekeringsactiviteiten in:
- het Verenigd Koninkrijk;
- Continentaal Europa;
- Azië;
- een belang van 44,7% in Royal Park Investments, een houdstermaatschappij van een portefeuille met gestructureerde kredieten;
- financiële activa en passiva die verbonden zijn aan diverse financieringsinstrumenten.
Ageas heeft in 2012 het principe van het verbonden aandeel losgelaten, waarbij één aandeel ageas SA/NV en één aandeel ageas N.V. is één unit waren verbonden. ageas SA/NV is op 7 augustus 2012 puur een Belgische beursgenoteerde onderneming geworden.
De juridische structuur van Ageas is als volgt:
De Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van april 2012 hebben de intrekking van 192.168.091 ingekochte aandelen goedgekeurd (voor de reverse stock split). Als gevolg van die intrekking en na de reverse stock split bedraagt het totale aantal uitstaande aandelen nu 243.121.272. Ageas kent geen verschillende aandelenklassen en er zijn geen preferente aandelen uitgegeven. Aanvullende informatie over de aandelen van Ageas is te vinden in het Corporate Governance Charter, in Noot 4 Eigen vermogen en in Noot 54 Gebeurtenissen na balansdatum. Ageas heeft daarnaast nog een achtergestelde verplichting ('FRESH') uitstaan. Dit instrument is converteerbaar in aandelen Ageas. Aanvullende informatie over de achtergestelde verplichtingen van Ageas is te vinden in Noot 27 Achtergestelde schulden.
3.2 Statutenwijzigingen ageas SA/NV
In april 2012 hebben de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders naast tekstuele en niet-materiële wijzigingen haar goedkeuring gegeven aan de volgende wijzigingen in de statuten van ageas SA/NV:
- intrekking van 192.168.091 eigen aandelen (vóór de reverse stock split) door een verlaging van het gestorte kapitaal met EUR 0,42 per aandeel en het resterende deel door de onbeschikbare reserves met EUR 0,88 per aandeel te verlagen;
- bevoegdheid om in het kader van het maatschappelijk kapitaal aandelen uit te geven waarmee kan worden voldaan aan de contractuele verplichtingen uit hoofde van bepaalde financiële hybride instrumenten om eventuele verschuldigde couponbedragen in aandelen te voldoen.
In juni 2012 hebben de Buitengewone Vergaderingen van Aandeelhouders ingestemd met de fusie van de twee moedermaatschappijen. De statuten van ageas SA/NV zijn herzien en afgestemd op de nieuwe structuur van één aandeel Ageas. In verband hiermee zijn onder andere alle verwijzingen naar het principe van het verbonden aandeel verwijderd.
Voor meer gedetailleerde informatie over de van toepassing zijnde procedure voor de wijziging van de statuten van ageas SA/NV wordt verwezen naar de website:
htttp://www.ageas.com/nl/Pages/statuten.aspx.
3.3 Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur functioneert binnen het kader van de wetgeving, de statuten en normale bedrijfsvoering in België. De rol en verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur evenals haar samenstelling, structuur en organisatie worden in detail beschreven in het Ageas Corporate Governance Charter.
3.3.1 Samenstelling
Er waren in 2012 geen benoemingen van nieuwe bestuurders, evenmin als herbenoemingen. Belén Romana heeft Ageas eind november 2012 laten weten dat zij haar functie als niet-uitvoerend bestuurder van Ageas en lid van het Remuneration Committee zou neerleggen in verband met haar benoeming als voorzitter van SAREB. De Raad van Bestuur bedankt Belén Romana voor haar toewijding en inzet voor Ageas.
De Raad van Bestuur bestaat momenteel uit tien leden: Jozef De Mey (voorzitter), Bart De Smet (CEO), Guy de Selliers de Moranville (vice-voorzitter), Ronny Brückner, Bridget McIntyre, Frank Arts, Lionel Perl, Jan Zegering Hadders, Roel Nieuwdorp en Shaoliang Jin. De meerderheid van de Raad van Bestuur wordt gevormd door niet-uitvoerende en onafhankelijke bestuurders zoals beschreven in bijlage 3 van het Ageas Corporate Governance Charter.
Op 14 september 2011 werd een wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad die beursgenoteerde bedrijven verplicht om het aantal vrouwen in hun raad van bestuur tot tenminste een derde uit te breiden. Dit quotum dient in 2017 gehaald te zijn. Na het vertrek van Belén Romana is slechts één van de tien bestuursleden vrouw. Ageas ondersteunt de doelstelling om meer vrouwen op bestuursniveau te hebben. De Raad van Bestuur zal de verplichtingen zoals opgelegd door deze wet in overweging nemen als nieuwe bestuursleden voor benoeming worden voorgesteld of als de verlenging van de mandaten van bestaande bestuursleden ter goedkeuring worden voorgelegd, zonder hierbij afbreuk te doen aan de normen voor expertise en vaardigheden zoals door Ageas bepaald voor de leden van de Raad van Bestuur.
3.3.2 Vergaderingen
De Raad van Bestuur kwam in 2012 elf keer in vergadering bijeen. In principe zijn per jaar acht vergaderingen van de Raad van Bestuur gepland. Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 3.7 Raad van Bestuur.
In de vergaderingen van 2012 zijn de volgende onderwerpen aan de orde gekomen:
- de voorbereiding van de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders;
- de strategie van Ageas als geheel en van elk van de bedrijfsonderdelen;
- de lopende ontwikkelingen bij elk van de bedrijfsonderdelen van Ageas;
- de kwartaal-, halfjaar- en jaarrekeningen;
- het Jaarverslag 2011;
- persberichten;
- het budget voor 2013;
- de solvabiliteit van de onderneming;
- het asset management en investeringsbeleid van de onderneming;
- het risicoraamwerk van Ageas;
- Investor Relations en Corporate Communicatie;
- de verslagen van vergaderingen van de bestuurscommissies;
- de juridische en organisatiestructuur van Ageas, inclusief de juridische vereenvoudiging;
- de herbenoeming van de externe accountants door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders;
- de opvolgingsplanning van de Raad van Bestuur;
- het actualiseren van de Corporate Governance Charter van Ageas in het algemeen en van de bestuurscommissies in het bijzonder;
-
het deugdelijk bestuur en het functioneren van het Group Executive Committee en het Group Management Committee;
-
het bezoldigingsbeleid in het algemeen en de bezoldiging van de CEO en de leden van het Executive Committee in het bijzonder;
- de status van gerechtelijke procedures en lopende zaken uit het verleden, waaronder de overeenkomst met BNP Paribas inzake de CASHES en Tier 1 en de schikking met ABN AM-RO en de Nederlandse Staat die een einde maakte aan alle nog uitstaande geschillen;
- diverse dossiers met betrekking tot overnames.
De CEO deed tijdens de vergaderingen van de Raad van Bestuur verslag over de resultaatontwikkeling en de algemene prestaties van de verschillende werkmaatschappijen.
Daarnaast voerde de Raad van Bestuur onder leiding van de Voorzitter en met ondersteuning van een derde partij een zelfbeoordeling ('self-assessment') uit. Deze zelfbeoordeling werd voor het tweede achtereenvolgende jaar uitgevoerd met behulp van een webgebaseerde toepassing, gevolgd door bilaterale gesprekken tussen de Voorzitter en de individuele bestuursleden en een briefing aan de Raad van Bestuur over de uitkomst van deze beoordeling. De nadruk lag daarbij op de effectiviteit van de Raad van Bestuur op onderdelen als complementariteit, de achtergrond van de bestuursleden, de prestaties van de individuele leden van de Raad van Bestuur, de prestaties van de Raad van Bestuur als geheel, de structuur en verantwoordelijkheden van de bestuurscommissies, de interactie tussen de bestuursleden onderling en de interactie met de Voorzitter van de Raad van Bestuur en met het Executive Management. De webgebaseerde toepassing beoordeelde ook de Voorzitter van de Raad van Bestuur en het Executive Management.
Er zijn geen transacties te melden die een belangenconflict voor bestuursleden teweeg hebben gebracht in overeenstemming met de Belgische vennootschapswetgeving.
3.3.3 Maatschappelijk verantwoord ondernemen
In het jaarverslag 2011 is de start van een project inzake Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) aangekondigd. In de eerste fase die in 2012 is uitgevoerd, was het de wens van Ageas allereerst te horen hoe haar stakeholders, zowel intern als extern, denken over MVO. Daarom heeft Ageas een enquête gehouden onder de medewerkers en haar retail aandeelhouders. Daarnaast zijn senior managers, institutionele beleggers en investeerdersverenigingen geïnterviewd.
Wanneer de uitkomsten van deze studie worden gecombineerd met de specifieke kenmerken en doelstellingen van Ageas, zien wij dat MVO voor Ageas Verantwoord Ondernemerschap betekent. Het is een onderliggend principe dat een onvermijdelijke consequentie vormt van de strategische keuzes die Ageas voor zichzelf heeft gesteld voor 2015: het is onderdeel van ons DNA. Ageas focust haar inspanningen op vijf essentiële gebieden: Onze werknemers, onze klanten, onze financiële activa, ons milieu en onze maatschappij.
Zaken doen op een maatschappelijk verantwoorde manier is belangrijk voor een ieder van ons. Hoewel het bestaande principe van sterke lokale vertegenwoordiging gehandhaafd blijft, is MVO geïntegreerd in onze hele organisatie.
Het MVO project gaat door en in de komende jaren zal Ageas Verantwoord Ondernemerschap tot leven brengen.
3.3.4 Bestuurscommissies
In 2012 hebben er geen wijzigingen plaatsgevonden in de taakopdracht van de bestuurscommissies. Belén Romana is in november 2012 afgetreden als lid van de Raad van Bestuur en lid van het Remuneration Committee. Begin 2013 is Bridget McIntyre benoemd als extra lid van het Remuneration Committee om het aantal commissieleden weer op het vereiste wettelijke minimum van drie personen te krijgen.
De taakopdracht van iedere commissie is nader omschreven in het Ageas Corporate Governance Charter.
In overeenstemming met het Ageas Corporate Governance Charter bestaat elke bestuurscommissie uit niet-uitvoerende bestuursleden, met minimaal drie en maximaal vijf leden.
Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 3.7 Raad van Bestuur.
3.3.5 Corporate Governance Committee (CGC)
De rol en verantwoordelijkheden van het CGC zijn in detail beschreven in het Ageas Corporate Governance Charter.
De samenstelling van het CGC was ongewijzigd in 2012. De commissie bestond uit de volgende leden: Jozef De Mey (voorzitter), Guy de Selliers de Moranville, Roel Nieuwdorp en Jan Zegering Hadders. De CEO heeft de vergaderingen eveneens bijgewoond, met uitzondering van discussies over onderwerpen die met zijn eigen situatie te maken hebben. Het CGC is in 2012 negen keer bijeengekomen. Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 3.7 Raad van Bestuur. De volgende zaken zijn aan de orde geweest:
- de organisatiestructuur van de onderneming, inclusief de juridische vereenvoudiging;
- het Corporate Governance Charter van Ageas;
- de opvolgingsplanning van het Executive Management;
- de doelstellingen van de CEO en de overige leden van het Executive Management;
- de prestaties van de CEO en de overige leden van het Executive Management;
- de verslaggeving inzake deugdelijk bestuur en de activiteiten van het CGC in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas;
- juridische zaken met betrekking tot lopende zaken uit het verleden van het vroegere Fortis, waaronder de overeenkomst met BNP Paribas inzake de CASHES en Tier 1 en de schikking met ABN AMRO en de Nederlandse Staat die een einde maakte aan alle nog uitstaande geschillen met deze partijen.
De voorzitter van het CGC heeft na elke vergadering over deze onderwerpen verslag uitgebracht aan de Raad van Bestuur en heeft ten behoeve van de definitieve besluitvorming de aanbevelingen van de commissie aan de Raad van Bestuur voorgelegd.
3.3.6 Audit Committee
De rol en verantwoordelijkheden van het Audit Committee zijn in detail beschreven in het Ageas Corporate Governance Charter. Het Audit Committee wordt bijgestaan door Ageas Audit Services, Compliance en Finance.
In 2012 zijn de taakopdracht en de samenstelling van het Audit Committee onveranderd gebleven. Het Audit Committee bestond in 2012 uit de volgende leden: Jan Zegering Hadders (voorzitter), Shaoliang Jin, Bridget McIntyre en Lionel Perl. De leden van het Audit Committee beschikken over voldoende ervaring en bekwaamheid met betrekking tot controle en boekhouding op basis van hun huidige en voorgaande functies. De commissie is in 2012 vijfmaal bijeengekomen. Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 3.7 Raad van Bestuur. De vergaderingen zijn bijgewoond door de CEO, de CFO, de CRO en de interne en externe accountant. De volgende zaken zijn aan de orde geweest:
- het bewaken van de integriteit van de tussentijdse en jaarlijkse financiële verslaglegging, inclusief de toelichtingen, de consistente toepassing van de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling, de consolidatiescope, de kwaliteit van het afsluitingsproces en belangrijke punten die door de CFO of de externe accountants werden aangedragen. De commissie boog zich daarnaast over de persberichten inzake de kwartaal-, halfjaar- en jaarresultaten;
- het bewaken van de bevindingen en aanbevelingen van de externe accountant. Hiertoe behoren de evaluatie van het externe controleplan en de rapportage door de accountant. Het Audit Committee bewaakt de onafhankelijkheid van de externe accountant op basis van diens onafhankelijkheidsverklaring en het overzicht van de ontvangen vergoedingen en volgt het volume en de aard van de niet-controlediensten in overeenstemming met het onafhankelijkheidsbeleid voor externe accountants van Ageas;
- het evalueren van de taakopdracht van de commissie en het uitvoeren van een jaarlijkse beoordeling van de eigen prestaties ('self-assessment');
- het beoordelen van de verslaggeving inzake bedrijfsrisico's, risicobeheer en interne controle en de activiteiten van het Audit Committee zoals beschreven in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.
De voorzitter van het Audit Committee heeft na elke vergadering over deze onderwerpen verslag uitgebracht aan de Raad van Bestuur en heeft ten behoeve van de besluitvorming de aanbevelingen van de commissie aan de Raad van Bestuur voorgelegd.
3.3.7 Remuneration Committee (RC)
De rol en de verantwoordelijkheden van het Remuneration Committee staan in detail beschreven in het Ageas Corporate Governance Charter. De commissie wordt bijgestaan door Towers Watson, een extern consultantsbureau dat marktgerelateerde informatie en advies verstrekt over algemeen gehanteerde beloningselementen, best practices en verwachte ontwikkelingen. Towers Watson verstrekt geen materiële compensatie of beloningsgerelateerde diensten aan het Executive Committee van Ageas of enig ander onderdeel van de Ageas-organisatie.
Het Remuneration Committee bestond in 2012 uit Roel Nieuwdorp (voorzitter), Frank Arts en Belén Romana. In november 2012 is Belén Romana afgetreden als lid van de Raad van Bestuur en van het Remuneration Committee. De CEO en CRO woonden de vergaderingen bij, behalve wanneer kwesties werden besproken die betrekking hadden op hun eigen situatie. Begin 2013 is Bridget McIntyre benoemd als extra lid van het Remuneration Committee om het aantal commissieleden weer op het vereiste wettelijke minimum van drie personen te krijgen.
De onlangs benoemde directeur Group Human Resources assisteerde eveneens bij de vergaderingen. De commissie kwam in 2012 zes keer bijeen. Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 3.7 Raad van Bestuur.
De volgende zaken zijn in 2012 in het Remuneration Committee aan de orde geweest:
- de vergelijking van de bezoldiging van de bestuursleden en het Executive Management met die van vergelijkbare ondernemingen, inclusief de belangrijkste prestatie-indicatoren zoals door vergelijkbare ondernemingen gehanteerd;
- het bezoldigingsbeleid in het algemeen ten opzichte van huidige praktijken in de markt;
- de kortetermijnbonus (STI) van het Executive Management;
- de langetermijnbonus (LTI) van het Executive Management;
- de belangrijkste prestatie-indicatoren (KPI's) van het Executive Management;
- de doelstellingen van het Executive Management;
- de verslaggeving inzake bezoldiging en de activiteiten van het Remuneration Committee in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas;
- het aandelenplan ten behoeve van het senior management van Ageas;
- het evalueren van de taakopdracht van de commissie en het uitvoeren van een jaarlijkse beoordeling van de eigen prestaties ('self-assessment').
De voorzitter van het Remuneration Committee rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde de Raad van Bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming. Nadere informatie over het Remuneration Committee is te vinden in het Verslag van de Remuneration Committee (zie ook sectie 3.9 van dit hoofdstuk).
3.3.8 Risk and Capital Committee (RCC)
De rol en verantwoordelijkheden van het RCC zijn in detail beschreven in het Ageas Corporate Governance Charter. In 2012 zijn de taakopdracht en de samenstelling van de commissie onveranderd gebleven. Het RCC bestond eind 2012 uit Guy de Selliers de Moranville (voorzitter), Lionel Perl en Ronny Brückner. Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 3.7 Raad van Bestuur. De commissie kwam in 2012 zeven keer bijeen. De vergaderingen werden bijgewoond door de CEO, de CFO en de CRO.
De volgende zaken zijn in 2012 in het RCC aan de orde geweest:
- het uitvoeren van een jaarlijkse beoordeling van de eigen prestaties;
- het bewaken van het risicobeheer op basis van managementrapporten;
- het evalueren van het risicobeleid opgesteld door het management;
- financiële zaken met betrekking tot lopende zaken uit het verleden van het vroegere Fortis;
- het bewaken van de allocatie van kapitaal en de solvabiliteit van Ageas.
De voorzitter van het RCC rapporteerde na elke vergadering over bovengenoemde zaken aan de Raad van Bestuur en adviseerde het bestuur zo nodig ten behoeve van de besluitvorming.
3.4 Executive management
Het Executive management van Ageas bestaat uit de CEO, het Group Executive Committee zoals gedefinieerd in de statuten en het Group Management Committee zoals vermeld in het Corporate Governance Charter. De rol van het Executive Committee is leiding geven aan Ageas in overeenstemming met waarden, strategieën, beleidslijnen, plannen en budgetten die de Raad van Bestuur heeft bekrachtigd.
In 2013 is de functie van Chief Operating Officer (COO) gecreeërd. DE COO rapporteert aan de CEO, geeft leiding aan de hoofden van de vier bedrijfssegmenten en is lid van het Group Management Committee.
3.4.1 Group Executive Committee
Het Group Executive Committee komt eens per week bijeen volgens een vooraf bepaald tijdschema. Indien nodig vinden extra bijeenkomsten plaats. De samenstelling van het Group Executive Committeeis in 2012 niet gewijzigd. Het Executive Committee van Ageas bestond op 31 december 2012 uit Bart De Smet (Chief Executive Officer), Christophe Boizard (Chief Financial Officer) en Kurt De Schepper (Chief Risk Officer). De CEO is het enige uitvoerende bestuurslid van de Raad van Bestuur.
- Bart De Smet, CEO, is verantwoordelijk voor de Business, Strategy & Business Development, Audit, Communications en het secretariaat van de onderneming;
- Christophe Boizard, CFO, is verantwoordelijk voor Finance, Investor Relations en financiële zaken met betrekking tot zaken uit het verleden van het vroegere Fortis;
- Kurt De Schepper, CRO, verantwoordelijk voor Risk, Compliance, Legal en juridische zaken met betrekking tot zaken uit het verleden van het vroegere Fortis alsmede voor Support Functions (Human Resources, IT en Facility).
Het Group Management Committee bestond eind 2012 uit:
- de drie leden van het Group Executive Committee;
- de hoofden van de vier operationele segmenten: Steven Braekeveldt, CEO Continentaal Europa; Antonio Cano, CEO AG Insurance (België); Barry Smith, CEO Verenigd Koninkrijk, en Garry Crist, CEO Azië;
- Emmanuel Van Grimbergen, Group Risk Officer.
3.5 Interne risicobeheer- en controlesystemen
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de goedkeuring van toereikende systemen voor intern risicomanagement en interne risicobeheersing en voor de evaluatie van de implementatie van deze systemen. De interne risicomanagement- en beheersingssystemen van Ageas zijn zodanig ingericht dat de Raad van Bestuur en het management met een redelijke mate van zekerheid erop kunnen vertrouwen dat:
- ze tijdig op de hoogte worden gebracht van de mate waarin de onderneming de strategische, financiële en operationele doelstellingen realiseert tijdens de uitvoering van de strategie;
- de activiteiten efficiënt en effectief worden uitgevoerd;
- de financiële en niet-financiële rapportage betrouwbaar is;
- de onderneming in overeenstemming met de wet- en regelgeving handelt, evenals met het interne beleid met betrekking tot de bedrijfsvoering;
- de activa veilig zijn gesteld en de verplichtingen in kaart zijn gebracht en worden beheerst;
- de ondernemingen binnen de risicolimieten blijven.
3.5.1 Financiële reportagecyclus
Ageas heeft de financiële rapporteringsprocedures ingericht op basis van de volgende maatregelen van interne beheersing:
- de controlecyclus voor de budgetten;
- duidelijke instructies en planning van de rapporteringsprocedures;
- duidelijke procedures, grondslagen en handleiding voor verslaggeving;
- validatieproces voor het gerapporteerde budget en actuele cijfers per operationele entiteit;
- goedkeuring van de cijfers door het lokale management;
- beoordeling van de cijfers door het Group Executive Committee, het Group Management Committee, het Audit Committee en de Raad van Bestuur;
- kwartaalreview en jaarlijkse controle van de cijfers door de externe accountant.
3.5.2 Budgetproces
Het budget is de basis van de financiële rapporteringscyclus. Het budgetproces wordt gecoördineerd door Corporate Performance Management en start in augustus met een budgetinstructie en formulering van de doelstellingen. Deze instructie wordt goedgekeurd door het Group Executive Committee op voordracht van de Group CFO. Na goedkeuring gaat de budgetinstructie naar de lokale CFO's.
Tijdens het voorbereiden van de budgetten vindt overleg plaats tussen Corporate Performance Management, de Group CFO en het management van de lokale entiteiten over de toekomstige strategie en de economische omstandigheden waarmee rekening gehouden moet worden bij het opstellen van het specifieke budget.
Nadat de budgetten zijn gerapporteerd, voert Group Finance een validatiecheck op de budgetten uit. Het resultaat van deze controle wordt, inclusief bevindingen, besproken met het lokale management.
Nadat het budgetproces is gefinaliseerd door Corporate Performance Management worden de budgetten per segment (België, Verenigd Koninkrijk, Azië, Continentaal Europa en de Algemene Rekening) en het geconsolideerde budget, met inbegrip van een verklaring van de gebruikte veronderstellingen, voor advies naar het Group Management Committee gestuurd. Nadat het Group Executive Committee op basis van het advies van het Group Management Committee het budget heeft goedgekeurd, gaat dat ter uiteindelijke goedkeuring naar de Raad van Bestuur.
3.5.3 Afsluitingen van actuele cijfers
De rapportering door Ageas van de actuele cijfers gebeurt net zoals de voorbereiding van het budget, in overeenstemming met de IFRS grondslagen voor verslaggeving. De interne rapportering gebeurt maandelijks, extern wordt aan het einde van elk kwartaal en aan het einde van het boekjaar gerapporteerd. Voor elke af te sluiten periode wordt het consolidatiesysteem geactualiseerd door Group Finance (Afdeling Consolidatie). Naast de lokale entiteiten, neemt Group Finance tevens contact op met de niet-financiële departementen (zoals Risk, Legal, Tax, Accounting Policies, Company Secretary, Pension Office en Human Resources) om hen in te lichten over de aard van de informatie of over de bijdrage voor de afsluiting die van hen wordt verwacht (en op welk tijdstip).
Nadat de cijfers zijn gerapporteerd, vinden besprekingen plaats tussen Group Finance, de Group CFO, Corporate Performance Management en het lokale management waarin het lokale management de resultaten toelicht vanuit een business perspectief en de verwachtingen voor het volledige boekjaar weergeeft. Elke CFO van een rapporterende entiteit dient aan de Group CFO schriftelijk te verklaren dat de gerapporteerde cijfers correct zijn.
Group Finance is verantwoordelijk voor de voorbereiding van het tussentijds en jaarlijks financieel verslag en voor het interne managementverslag over de cijfers. Group Finance voegt de informatie die ontvangen is van de niet-financiële afdelingen toe aan het verslag, gaat na of in alle hoofdstukken in het verslag de correcte cijfers zijn opgenomen en zorgt via cross checks dat de cijfers over hetzelfde onderwerp in de verschillende noten hetzelfde zijn. Bovendien analyseert en verklaart Group Finance de evolutie van de cijfers in de rapportering. De verklaringen worden vastgelegd in een issue log.
Het tussentijds financieel verslag en het jaarverslag worden respectievelijk beoordeeld en gecontroleerd door de externe accountant. Bevindingen worden met de accountants besproken. Na beëindiging van het afsluitproces door Group Finance worden de geconsolideerde rapporteringen voorgelegd aan het Group Management Committee. Het Group Management Committee bespreekt deze rapporteringen en geeft zijn advies aan het Group Executive Committee dat goedkeuring verleent. Op basis van de definitieve documenten geven de accountants een schriftelijke verklaring af die in hun opinie in deze documenten mag worden opgenomen.
Na goedkeuring worden alle documenten die gepubliceerd dienen te worden samen met de presentatie en het afsluitingsmemorandum aan de Raad van Bestuur ter goedkeuring voorgelegd. De externe accountant bereidt voor de Raad van Bestuur een presentatie voor, de 'Brief aan de Raad van Bestuur'. Deze brief omvat elementen die naar de mening van de accountant dienen te worden gerapporteerd vanuit diens rol van externe accountant aan de Raad van Bestuur. Al deze informatie wordt eerst besproken met het Audit Committee (als onderdeel van de Raad van Bestuur). Het Audit Committee brengt daarna verslag uit tijdens de bijeenkomst van de Raad van Bestuur.
Op dezelfde dag als de publicatie wordt het tussentijds financieel verslag of jaarverslag en het persbericht door Group Finance verstuurd aan de toezichthoudende instanties (FSMA en NBB) om te voldoen aan de regelgevingverplichtingen inzake publicatie.
3.5.4 'Assurance'
Zelfs een solide systeem van intern risicomanagement en interne risicobeheersing kan verkeerde oordeelvorming bij het nemen van beslissingen niet volledig uitsluiten of voorkomen dat de beheersingsprocessen opzettelijk door medewerkers en/of anderen worden omzeild, dat het management de beheersingsmaatregelen omzeilt of dat er onvoorziene omstandigheden optreden. De interne risicomanagement- en beheersingssystemen hebben tot doel redelijke, maar geen absolute, zekerheid te bieden dat de onderneming niet wordt gehinderd door omstandigheden die redelijkerwijze kunnen worden voorzien bij het realiseren van de bedrijfsdoelstellingen in de ordelijke en legitieme bedrijfsvoering, en dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
De Raad van Bestuur heeft het risicoprofiel van Ageas geëvalueerd, evenals het ontwerp en de operationele effectiviteit van de interne Ageas-systemen voor risicomanagement en beheersing. Verder heeft de Raad van Bestuur zich gebogen over de effectiviteit van de genomen corrigerende maatregelen. In Noot 7 Risicomanagement, Noot 21 Calloptie aandelen BNP Paribas, Noot 30 RPN(I), Noot 51 Voorwaardelijke verplichtingen en Noot 54 Gebeurtenissen na balansdatum van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas over 2012 is meer informatie te vinden over respectievelijk (i) de belangrijkste risico's die van toepassing zijn op Ageas, (ii) de calloptie op de BNP Paribas aandelen, (iii) RPN(I) en (iv) de voorwaardelijke verplichtingen.
De Raad van Bestuur is van mening dat, naar zijn beste weten, het interne risicomanagement- en beheersingssysteem in verband met de financiële risicorapportage gedurende het verslagjaar toereikend heeft gewerkt en een redelijke mate van zekerheid biedt dat de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas over 2012 geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Deze verklaring dient niet te worden opgevat als een verklaring in overeenstemming met de vereisten van artikel 404 van de Amerikaanse Sarbanes-Oxley Act, die niet op Ageas van toepassing zijn.
De Raad van Bestuur van Ageas blijft zich inzetten voor de verdere verbetering van de interne risicomanagement- en beheersingssystemen.
3.6 Corporate Governance referentiecodes
Door de herstructurering van de juridische structuur dient Ageas het corporate governance-systeem van België na te leven. Met ingang van 7 augustus is alleen de Belgische code nog van toepassing.
De referentiecode is beschikbaar via de website: http://www.ageas.com/en/Pages/governance.aspx.
De Belgische Corporate Governance Code werd op 12 maart 2009 (de Code 2009) gepubliceerd en is een actualisering van de Corporate Governance Code 2004. De Code is van toepassing op alle vennootschappen naar Belgisch recht waarvan de aandelen worden verhandeld op een gereglementeerde markt. De Code is gebaseerd op het 'pas toe of leg uit'-principe. Dit betekent dat bedrijven de Code moeten naleven of in het 'Corporate Governance' deel van hun jaarverslag moeten uitleggen waarom zij een onderdeel van de Code niet volgen. Op 23 april 2010 werd de wet van 6 april 2010 tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven van kracht. Deze wet legt de oprichting van een Remuneration Committee binnen de Raad van Bestuur op en voorziet in bindende bepalingen met betrekking tot de beloning van het topmanagement van beursgenoteerde bedrijven. Deze wet heeft twee belangrijke consequenties. Het voorziet in een juridische basis van het 'pas toe of leg uit' principe van de Corporate Governance Code en sommige bepalingen van de Code zijn door deze wet overgenomen.
Er zijn geen aspecten van corporate governance bij Ageas die in het licht van de Belgische Corporate Governance Code nadere uitleg behoeven.
3.7 7 Raad van n Bestuur
Joz zef De Mey
(19 943 - Belgische nation aliteit – Niet-uitvoeren nd bestuurder - Man)
Op 31 december 2012 V Voorzitter van de Raad d van Bestuur en Voo rzitter van het Corpor rate Governance Com mmittee.
Eer rste benoeming
Zitt ingstermijn loopt tot
And dere posities binnen A Ageas per jaareinde 2
: 2009. : de Algeme ne Vergadering van A Aandeelhouders van 2 2015.
2012 : Voorzitter v stuurslid va surance Pu (Brittish Vir van Credim Noot 1 Jur over deze e van de Raad van Be an Taiping Life (China ublic Company, Ltd. (T rgin Islands), Asia Ins mo Holding NV (Belgi ridische structuur en entiteiten. estuur van Ageas Ins a), Muang Thai Group Thailand), Ageas Asia surance Company (As ië) en van Credimo I Noot 19 Beleggingen surance International p Holding Company, a Holding, Ltd. (Bermu sia), Ltd. (Bermuda), Insurance NV (België n in geassocieerde d l, AG Insurance, niet Ltd. (Thailand), Muan uda), Bright Victory In Voorzitter van de Ra ë). Zie Noot 5 Minde deelnemingen voor m t-uitvoerend beng Thai Life Asnternationa,l Ltd. aad van Bestuur rheidsbelangen, meer informative
Pos sities bij andere beurs sgenoteerde ondernem mingen : Geen.
And dere functies : Voorzitter v Adres: Wev B- 1730 As Sector: leve Deelneming van Credimo NV versstraat 6-10 sse, België ensverzekeringen g Ageas in deze onde erneming: ja (24,10%) ).
Lid van de Adres: Vold B-9000 Ge Sector: bev Raad van Bestuur va dersstraat 5 nt, België vordering economisch n de Vlaams-Chinese he betrekkingen met C e Kamer van Koophan China ndel
Lid van de Adres: Eike B-1700 Dilb Sector: fam Raad van Bestuur va elenbergstraat 20 beek, België miliebedrijf n De Eik NV
Lid van de Adres: Klei B-9051 Ge Sector: cult Raad van Bestuur va ne Gentsstraat 46 nt, België tuur n het Festival van Vla aanderen Gent
Guy de Selliers de Moranville
(1952 – Belgische nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man)
Op 31 december 2012 vicevoorzitter van de Raad van Bestuur, lid van het Corporate Governance Committee en Voorzitter van het Risk and Capital Committee.
| Eerste benoeming Zittingstermijn loopt tot Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2012 |
: 2009. : de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2015. : Voorzitter van de Raad van Bestuur van Ageas UK, Ltd, niet-uitvoerend bestuurslid Ageas Insurance Internati onal. |
|---|---|
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : President & Co-Founder van HCF International Advisers Limited Adres : 9de verdieping, Portland House, Bressenden Place, London SW1E 5BH, Vereningd Koninkrijk Sector : Corporate Finance Adviseur |
|
| Lid van de Raad van Bestuur, van het Audit Committee en van het Finance Committee van Solvay Adres: Rue de Ransbeek 310 B-1120 Brussel, België Sector: Chemie |
|
| Lid van de Raad van Commissarissen en Voorzitter van het Audit Committee van Advanced Metal Group Adres: Toren C 13e verdieping Strawinskylaan 1343 1077 XX Amsterdam, Nederland Sector: speciaalmetalen en techniek |
|
| Lid van de Raad van Bestuur van Ivanplats Adres: Queens Gate Place Mews 11-15 SW7 5BG Londen, Vereningd Koninkrijk Sector: mijnbouw |
|
| Andere functies | : Lid van de Adviesraad van Pamplona LP Adres: Cavendish Square 17 W1G 0PH Londen, Vereningd Koninkrijk Sector: private equity |
| Voorzitter Board of Trustees of Renewable Energy Foundation. Adres: Russell Square 57-58 WC1B 4HS London Sector: denktank over duurzame energie |
|
| Lid van de Raad van Bestuur en Voorzitter van het Corporate Governance Committee van I-Pulse Inc. Adres: Beach Road 150 #25-003 The Gateway West Singapore, 189720 Sector: high technology |
|
| Lid van de Raad van Bestuur van Wessex Grain Limited Adres: Henstridge Trading Estate Templecombe Somerset, Vereningd Koninkrijk BA8 OTN |
|
| Voorzitter van de Board of Trustees van Drive Forward Adres: Ludgate Circus 4-8 Londen EC4M 7LF, Vereningd Koninkrijk Sector: liefdadigheid – achtergestelde kinderen |
Bart De Smet
| : 2009. |
|---|
| : de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2013. |
| : Uitvoerend bestuurslid Ageas Insurance International, voorzitter Millenium BCP (Portugal), Médis (Portugal), |
| Pensoesgere SA (Portugal), Ocidental Vida SA (Portugal), Ocidental Seguros SA (Portugal), Vicevoorzitter van |
| AG Insurance, F&B Insurance Holding, Ageas UK, Ltd. (UK), Aksigorta A.S (Turkey), Maybank Ageas Holdings |
| Berhad (Maleisië), Ageas Asia Holding, Ltd. (Bermuda) en Asia Insurance Company (Asia), Ltd (Bermuda), Lid |
| van de Raad van Bestuur van IDBI Federal Life Insurance Company, Ltd (India), Credimo NV, Partners In In |
| surance (België). Zie Noot 5 Minderheidsbelangen, Noot 1 Juridische structuur en Noot 19 Beleggingen in ge |
| associeerde deelnemingen voor meer informative over deze entiteiten. |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Geen. |
Andere functies : Bestuurder Credimo NV, voorzitter Assuralia.
Frank Arts
| (1943 – Belgische nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man) | |
|---|---|
| Op 31 december 2021 Lid Raad van Bestuur en van het Remuneration Committee. | |
| Eerste benoeming | : 2009. |
| Zittingstermijn loopt tot | : de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2013. |
| Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2012 | : Niet-uitvoerend bestuurslid AG Insurance en Ageas Insurance International. |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Geen. | |
| Andere functies | : Voorzitter Immoring Antwerpen NV |
| Address: Voshollei 36 | |
| B-2930 Brasschaat, België | |
| Sector: vastgoedmaatschappij |
Ronny Brückner
(1957 – Belgische nationaliteit – Niet-uitvoerend bestuurder - Man)
Op 31 december 2012 Lid Raad van Bestuur en van het Risk and Capital Committee. Eerste benoeming : 2011. Zittingstermijn loopt tot : de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2014. Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2012 : Niet-uitvoerend bestuurder Ageas Insurance International. Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Geen.
Andere functies : Lid van de beleggingscommissie van Eastbridge Sarl Adres: rue Heienhaff 1B L-1736 Senningerberg (Groot-Hertogdom Luxemburg) Sector: particuliere investeringsmaatschappij
Lid van de beleggingscommissie van Flime Investment Sarl Adres: rue Heienhaff 1B L-1736 Senningerberg (Groot-Hertogdom Luxemburg) Sector: particuliere investeringsmaatschappij
Lid van de beleggingscommissie van Westbridge Sarl Adres: rue Heienhaff 1B L-1736 Senningerberg (Groot-Hertogdom Luxemburg) Sector: particuliere investeringsmaatschappij
Lid van de beleggingscommissie van Centrum Development and Investment Sarl Adres: rue Heienhaff 1B L-1736 Senningerberg (Groot-Hertogdom Luxemburg) Sector: ontwikkeling en beheer van winkelobjecten
Lid van de beleggingscommissie van Celio International NV Adres : Rue Blanqui 21 F-93406 Saint-Ouen, Frankrijk Sector: mode en kleding voor mannen.
Lid van de beleggingscommissie van Association PlaNet Finance. Adres : Rue de Prony 44 F-75017 Parijs, Frankrijk Sector: internationale organisatie zonder winstoogmerk
Shaoliang Jin
(1960 – Chinese nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man)
Op 31 december 2012 Lid Raad van Bestuur en van het Audit Committee.
| Eerste benoeming | : 2009. |
|---|---|
| Zittingstermijn loopt tot | : de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2013. |
| Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2012 | : Niet-uitvoerend bestuurder Ageas Insurance International. |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Geen. | |
| Andere functies | : Hoofd van het secretariaat van de Raad van Bestuur van Ping An Groep |
| Adres: 16F, Galaxy Center, Fuhua Road | |
| Futian District, Shenzhen | |
| 518048, China |
Bridget McIntyre
(1961 – Britse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Vrouw) Op 31 december 2012 Lid Raad van Bestuur en van het Audit Committee. Eerste benoeming : 2010. Zittingstermijn loopt tot : de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2013. Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2012 : Niet-uitvoerend bestuurder Ageas UK, Ltd. en Ageas Insurance International. Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Geen. Andere functies : Bestuurder Health Foundation Niet-uitvoerend bestuurder NHBC (National House-Building Council) Adres: NHBC House Davy Avenue, Knowlhill, Milton Keynes MK5 8FP, Vereningd Koninkrijk Sector: verzorgt garanties en verzekeringen en formuleert normen voor Britse nieuwe en verbouwde woningen.
Roel Nieuwdorp
(1943 – Nederlandse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man) Op 31 december 2012 lid Raad van Bestuur, Voorzitter van het Remuneration Committee en lid van het Corporate Governance Committee.
| Eerste benoeming | : 2009. |
|---|---|
| Zittingstermijn loopt tot | : de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2014. |
| Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2012 | : Niet-uitvoerend bestuurder van Ageas France S.A. en Ageas Insurance International |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Geen. | |
| Andere functies | : Hoogleraar vennootschapsrecht Universiteit van Antwerpen |
| Bestuurslid Groep T (Internationale Hogeschool Leuven), | |
| Bestuurslid Koninklijke Hogeschool Leuven, | |
| Bestuurslid Katholieke Hogeschool Limburg | |
| Bestuurslid Uitgeverij Borgerhoff & Lamerigts | |
| Praktiserend advocaat | |
Lionel Perl
| (1948 – Belgische nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man) | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Op 31 december 2012 Lid Raad van Bestuur, van het Audit Committee en van het Risk and Capital Committee. | ||||||||
| Eerste benoeming | : 2009. | |||||||
| Zittingstermijn loopt tot | : de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2015. | |||||||
| Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2012 | : Niet-uitvoerend bestuurslid AG Insurance en Ageas Insurance International, lid van het Audit & Risk Committee | |||||||
| en van het Nomination & Remuneration Committee AG Insurance. | ||||||||
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Geen. | ||||||||
| Andere functies | : Algemeen directeur Fenway Group SA | |||||||
| Adres : Vallée du Hain 22 | ||||||||
| B-1440 Wauthier Braine, België | ||||||||
| Sector: houdster- en beheermaatschappij | ||||||||
| Bestuurder Urbina | ||||||||
| Adres: Avenue Louise 65 |
B-1050 Brussel, België Sector: vastgoedmaatschappij
Sector: vastgoedmaatschappijBelén Romana Garcia
| (1965 – Spaanse nationaliteit – Onafhankelijke bestuurder - Vrouw) | |
|---|---|
| Lid van de Raad van Bestuur en van het Remuneration Committee. | |
| Eerste benoeming | : 2010. |
| Zittingstermijn loopt tot | : 1 december 2012. |
| Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2011 | : Niet-uitvoerend bestuurder Ageas Insurance International. |
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen: | Niet-uitvoerend bestuurslid van Banco Español de Credito (Banesto) |
| Adres: Avenida Gran Via de Hortaleza 3 | |
| Madrid 28033 (Spanje) | |
| Sector: banken | |
| Niet-uitvoerend bestuurslid van Acerinox | |
| Adres: Santiago de Compostella 100 | |
| Madrid 28035, Spanje | |
| Sector: staal | |
| Andere functies | : Algemeen secretaries Círculo de Empresarios |
| Adres : Marqués de Villamagna, 3 - 10ª planta | |
| Madrid 28001, Spanje | |
| Sector: onderzoek, verspreiding en bevordering van vrij ondernemerschap in de context van markteconomie | |
| Jan Zegering Hadders | |
(1946 – Nederlandse nationaliteit – Onafhankelijk bestuurder - Man)
| Op 31 december 2012 lid Raad van Bestuur, Voorzitter van het Audit Committee en lid van het Corporate Governance Committee. | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste benoeming | : 2009. | |||||
| Zittingstermijn loopt tot | : de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2015. | |||||
| Andere posities binnen Ageas per jaareinde 2012 | : Niet-uitvoerend bestuurslid Ageas UK, Ltd. en Ageas Insurance International NV, lid Audit Committee Ageas UK, Ltd. |
|||||
| Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Lid Raad van Commissarissen Grontmij N.V. | ||||||
| Andere functies | : Lid Raad van Commissarissen, Voorzitter van de Audit Committee van GE Artesia Bank | |||||
| Adres: Herengracht 539-543, 1017 BW Amsterdam, Nederland | ||||||
| Sector: banken | ||||||
| Lid en Vicevoorzitter van de gemeenteraad Bussum | ||||||
| Adres: Brinklaan 35, 1404 EP Bussum, Nederland | ||||||
| Sector: overheid | ||||||
| Voorzitter Stichting New Holland | ||||||
| Adres: Piet Heinlaan 33, 2341 SH Oegstgeest, Nederland | ||||||
| Sector: verbetering kwaliteit kustgebied Scheveningen-Hoek van Holland | ||||||
| Voorzitter Stichting Beheer Derdengelden Ai2 | ||||||
| Adres: Postbus 101, 2420 AC Nieuwkoop, Nederland | ||||||
| Sector: geldtransfer groothandel bloemkwekerijen | ||||||
| Lid van het bestuur van het Ubbo Emmius Fonds, Rijksuniversiteit Groningen | ||||||
| Adres: Oude Boteringestraat 44, 9712 GL Groningen, Nederland | ||||||
| Sector: relaties alumni en fondsenwerving |
Secretaris van de onderneming
Dimitri Van Eenoo (tot 15 januari 2013) / Valerie van Zeveren (vanaf 15 januari 2013).
Aanwezigheid bestuurs- en commissievergaderingen
De aanwezigheid tijdens de vergaderingen van de Raad van Bestuur, het Audit Committee, het Risk and Capital Committee en het Corporate Governance Committee was als volgt:
| Vergaderingen | Vergaderingen | Vergaderingen Corporate | Vergaderingen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bestuursvergaderingen | Audit Committee | Risk and Capital Committee | Governance Committee | |||||||
| Naam | Gehouden Bijgewoond Gehouden Bijgewoond | Gehouden | Bijgewoond | Gehouden | Bijgewoond Gehouden Bijgewoond | |||||
| Jozef De Mey | 11 | 11 | 7 | 31) | 9 | 9 | 6 | 3 1) | ||
| Guy de Selliers de Moranville | 11 | 11 | 7 | 7 | 9 | 9 | ||||
| Bart De Smet | 11 | 11 | ||||||||
| Frank Arts | 11 | 10 | 6 | 6 | ||||||
| Ronny Brückner | 11 | 8 | 7 | 7 | ||||||
| Shaoliang Jin | 11 | 6 | 5 | 4 | ||||||
| Bridget McIntyre | 11 | 10 | 5 | 5 | ||||||
| Roel Nieuwdorp | 11 | 10 | 9 | 9 | 6 | 6 | ||||
| Lionel Perl | 11 | 10 | 5 | 5 | 7 | 7 | ||||
| Belén Romana Garcia 2) | 11 | 11 | 6 | 5 | ||||||
| Jan Zegering Hadders | 11 | 11 | 5 | 5 | 9 | 9 |
1) Jozef De Mey was op uitnodiging bij deze vergaderingen aanwezig.
2) Bélen Romana heeft in november 2012 haar functie als bestuurslid neergelegd.
3.8 Group Executive Committee
Op 31 december 2012 bestond het Group Executive Committee van Ageas uit: Bart De Smet, CEO, Christophe Boizard, CFO en Kurt De Schepper, CRO.
Bart De Smet
(1957 – Belgische nationaliteit - Man) Chief Executive Officer, verantwoordelijk voor de Business, Strategy and Business Development, Audit, Communications en het secretariaat van de vennootschap.
Lid Raad van Bestuur. Overige informatie: Zie Raad van Bestuur
Christophe Boizard (1959 – Franse nationaliteit – Man) CFO, verantwoordelijk voor Finance, Investor Relations and Performance Management.
Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Geen. Andere functies : Lid Raad van Bestuur Sopelec SA en SPEE SA.
Kurt De Schepper
(1956 – Belgische nationaliteit - Man) Chief Risk Officer, verantwoordelijk voor Risk, Compliance, Legal and Support Functions (Human Resources, IT en Facility).
Posities bij andere beursgenoteerde ondernemingen : Geen. Andere functies : Geen.
3.9 Verslag van het Remuneration Committee
In overeenstemming met de Belgische wet van 6 april 2010 tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen heeft Ageas een verslag van het Remuneration Committee opgesteld. Ageas zal dit verslag aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in april 2013 ter goedkeuring voorleggen. Het verslag wordt toegelicht door de Voorzitter van het Remuneration Committee.
3.9.1 Activiteitenverslag van het Remuneration Committee
De samenstelling van het Remuneration Committee is in 2012 onveranderd gebleven. De commissie bestond uit drie leden: Roel Nieuwdorp (Voorzitter), Frank Arts en Belén Romana. Belén Romana heeft in november 2012 al haar functies bij Ageas neergelegd, waaronder ook haar positie als lid van het Remuneration Committee. Zij is in januari 2013 vervangen in het Remuneration Committee door Bridget McIntyre. Zowel de CEO als de CRO, in diens hoedanigheid van verantwoordelijke voor personeelszaken, alsmede de nieuw benoemde directeur Human Resources woonden de vergaderingen bij, met uitzondering van de discussies over punten betreffende hun eigen situatie.
Het Remuneration Committee vergaderde in 2012 zesmaal. Informatie over aan- en afwezigheid bij de vergaderingen is te vinden in 3.7 Raad van Bestuur.
Het bezoldigingsbeleid werd eerder vastgelegd door de Raad van Bestuur en goedgekeurd tijdens de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders in 2010 en wordt regelmatig herzien om het marktconform te houden, in overeenstemming met wijzigingen qua toezicht en wetgeving (Belgische Corporate Governance wetgeving, Capital Requirements Directive III (CRD III) en Solvency II). Tijdens de bijeenkomsten heeft het Remuneration Committee verder systematisch elk onderdeel (basissalaris, korte- en langetermijn variabele remuneratie) geëvalueerd op basis van (nieuwe) voorschriften, de concurrentiepositie, de doelstellingen en het risicoprofiel van de onderneming.
Het Remuneration Committee heeft bijgevolg de hierna volgende aanbevelingen besproken en voorgelegd aan de Raad van Bestuur op het gebied van:
- het bezoldigingsbeleid in het algemeen ten opzichte van huidige praktijken in de markt;
- de rapportage over de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee in de toelichting bij het Jaarverslag;
- het verslag van het Remuneration Committee zoals beschreven in het Corporate Governance Statement;
- de kortetermijnbonus (STI) en de langetermijnbonus (LTI) van de leden van het Management Committee;
- de analyse, inclusief gevoeligheidsanalyse en vergelijking van de belangrijkste prestatie-indicatoren (KPI's);
- de individuele STI en LTI van de leden van het Management Committee;
- het aandelenplan ten behoeve van het senior management van Ageas, exclusief de leden van het Ageas Management Committee;
- de vergelijking van de bezoldiging van de leden van het Management Committee ten opzichte van huidige praktijken in de markt;
- de specifieke KPI's voor de Group Risk Officer;
- het bezoldigingsbeleid van Ageas toepasbaar voor alle medewerkers van Ageas of als richtlijn voor alle entiteiten van Ageas.
Het Remuneration Committee bevestigt dat het vaste salaris van de leden van het ExCo sinds hun benoeming ongewijzigd is gebleven.
Rekening houdend met een inflatiepercentage van 8,5% sinds medio 2009, met de salarisenquêtes van de afgelopen paar jaar en met de analyse van een eerlijke beloning, evenals de vooruitgang van de onderneming heeft het Remuneration Committee aan de Raad van Bestuur de volgende aanbevelingen, die zijn geaccepteerd en per 1 januari 2013 van toepassing zijn, gedaan:
- Met betrekking tot de CEO:
- om het salaris te verhogen van EUR 500.000 naar EUR 575.000, binnen de bandbreedte die in 2010 door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders is goedgekeurd;
- om de mogelijke bandbreedte voor het vaste salaris te verhogen naar EUR 550.000 tot EUR 750.000.
- Met betrekking tot de CRO:
- om het salaris te verhogen van EUR 400.000 naar EUR 425.000.
Nota bene: het Corporate Governance Charter van Ageas bepaalt dat het Remuneration Committee de bezoldiging en systemen van variabele remuneratie vastlegt. Zoals uitgelegd in het Corporate Governance Charter hebben het Corporate Governance Commitee en het Remuneration Commitee tijdens een gezamenlijke bijeenkomst aanbevelingen gedaan over doelstellingen en het uiteindelijke resultaat overeenkomstig voornoemde systemen.
Uiteindelijk heeft het Remuneration Committee aanbevolen – mede gezien de recente invoering van het nieuwe systeem - de KPI's vooralsnog niet te wijzigen:
- jaarlijkse (totale) nettowinst van Ageas;
- genormaliseerde netto-opbrengst van de verzekeringsactiviteiten in relatie tot het voor risico gecorrigeerde kapitaal;
- kostenratio van de Levensverzekeringsactiviteiten;
- combined ratio van de Niet-Leven activiteiten, en
- 'embedded value'.
Het concept 'genormaliseerde netto-opbrengst van verzekeringsactiviteiten ten opzichte van voor risico gecorrigeerd kapitaal' houdt rekening met de opbrengst op kapitaal, gecorrigeerd voor risico en solvabiliteitsoverschot (daarmee anticiperend op de nieuwe regelgeving omtrent kapitaalvereisten, Solvency II). Het niveau van het kapitaaloverschot wordt door de Raad van Bestuur bepaald.
3.9.2 Belangrijkste doelstellingen
De drie belangrijkste doelstellingen van het Remuneration Committee zijn ongewijzigd: volledige transparantie verzorgen, de overeenstemming met bestaande en toekomstige Belgische wetgeving garanderen en marktconform zijn.
Transparantie
In 2010 heeft de Raad van Bestuur zowel het bezoldigingsbeleid (voor de Raad van Bestuur en het Executive Committee zoals aanbevolen door het Remuneration Committee) als de bezoldigingsniveaus van de Raad van Bestuur aan de aandeelhouders voorgelegd. Ook in de toekomst zal de Raad van Bestuur wijzigingen of aanpassingen hiervan ter goedkeuring aan de aandeelhouders voorleggen.
Overeenstemming met nieuwe wetgeving
Ageas bestudeert de toekomstige wetgeving nauwkeurig en probeert zo veel als mogelijk hierop vooruit te lopen indien wenselijk.
Marktconformiteit
De vergoeding van zowel de Raad van Bestuur als van het Executive Committee heeft als intentie:
- het verzekeren van het vermogen van de organisatie om leidinggevend talent aan te trekken, te motiveren en te behouden in een internationale marktomgeving;
- het bevorderen van het bereiken van hoge prestatiedoelstellingen en het aanmoedigen van duurzame langetermijn groei om de belangen van management en aandeelhouders op korte, middellange en lange termijn op elkaar af te stemmen;
- het aanmoedigen, erkennen en belonen van zowel sterke individuele bijdragen als goede teamprestaties.
3.9.3 Procedure met het oog op ontwikkeling, beoordeling en herziening van het bezoldigingsbeleid
Vanaf de aanstelling in april 2009 heeft het Remuneration Committee gewerkt aan een volledig nieuw bezoldigingsbeleid. Het Remuneration Committee heeft besloten om zowel de bezoldiging van niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur als van het executive management opnieuw te bekijken. Bij deze oefening, die in 2010 is afgerond maar permanent nauwgezet (her)beoordeeld wordt, is het Remuneration Committee bijgestaan door Towers Watson. Het bezoldigingsbeleid werd tevens vanuit een juridisch standpunt getoetst door een gerenommeerd internationaal advocatenkantoor. Het Remuneration Committee evalueert regelmatig of het bezoldigingsbeleid nog overeenstemt met bestaande wet- en regelgeving, en laat zich hierin bijstaan door externe adviseurs.
Het Remuneration Committee heeft voor het huidige jaar geen wijzigingen in het bezoldigingsbeleid aanbevolen. Wel was het advies om de groep vergelijkbare ondernemingen aan te passen die als ijkpunt dient voor de Long Term Incentive (LTI). Herverzekeraars zouden uit die groep moeten verdwijnen en plaats maken voor ondernemingen die zijn opgenomen in de Eurostoxx Insurance Index. De groep vergelijkbare ondernemingen bestaat sinds 2012 uit Aegon, Allianz, Aviva, Axa, BNP Paribas, CNP Assurances, Delta Lloyd, Generali, ING, KBC, Mapfre, Prudential, Sampo, Swiss Life, Vienna Insurance en Zurich Financial Services.
De bezoldiging van niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur
Het bezoldigingsbeleid en -niveau van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur zijn in 2010 door een overgrote meerderheid van de aandeelhouders goedgekeurd. Die bezoldiging is ongewijzigd in 2012. De beloningsniveaus van niet-uitvoerende bestuurders worden op jaarbasis geanalyseerd. De conclusie van deze beoordeling is besproken in de eerste bijeenkokst van het Remuneration Committee in 2013 en zal ter goedkeuring aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voorgelegd worden.
De bezoldiging van het Executive Management
Het niveau en de structuur van de bezoldiging van het Ageas Executive Committee worden jaarlijks geanalyseerd. Op initiatief van het Remuneration Committee evalueert en bespreekt de commissie regelmatig de concurrentiepositie van Ageas met Towers Watson. Die positie wordt vergeleken met andere belangrijke in Europa gevestigde internationale verzekeringsmaatschappijen en andere organisaties die op internationale basis actief zijn.
Een evaluatie van het bezoldigingsbeleid, inclusief de naleving van de laatste toezichts- en marktpraktijken heeft in het tweede halfjaar van 2012 plaatsgevonden, naast ook duidelijke richtlijnen over de gehanteerde methodiek en een scenarioanalyse. De evaluatie heeft niet geleid tot verandering in het bezoldigingsbeleid. Het Remuneration Committee heeft de Raad van Bestuur echter wel geadviseerd de bezoldiging van de CEO te verhogen op basis van de goede prestaties en concurrentiepositie van Ageas. Het Remuneration Committee heeft verder geadviseerd de bezoldiging van de CRO te verhogen.
Het Remuneration Committee blijft de mening toegedaan dat het beleid, dat in 2010 werd goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders en in 2011 nogmaals werd bevestigd, is opgesteld in de geest van de nieuwe wetgeving met een spreiding van de langetermijn variabele remuneratie (LTI) en gedeelten van de kortetermijn variabele remuneratie (STI) en de evaluatie van de prestatie gedurende de periode van spreiding en dat deze overeenkomt met de huidige situatie van de onderneming.
3.9.4 Het bezoldigingsbeleid
Het volledige bezoldigingsbeleid voor de leden van de Raad van Bestuur en van het Group Executive Committee van Ageas, zoals goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders in april 2010, maakt deel uit van het Corporate Governance Charter (zie bijlage 4 van het Corporate Governance Charter). Het bezoldigingsbeleid is te vinden op:
www.ageas.com/nl/pages/bezoldiging.aspx.
Dit beleidsdocument beschrijft de principes die aan de grondslag liggen van de bezoldiging, het relatieve belang van de diverse onderdelen van de bezoldiging en de kenmerken van de aan aandelen gerelateerde bezoldiging en het toepasselijke terugvorderingsbeleid.
Het bezoldigingsbeleid werd ter goedkeuring voorgelegd tijdens de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders in 2010 en in 2011 na een toelichting op de ontslagvergoeding nogmaals door de aandeelhouders goedgekeurd.
3.9.5 Tenuitvoerlegging van het bezoldigingsbeleid in 2012
Raad van Bestuur
In april 2010 keurden de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders het bezoldigingsbeleid en de bezoldigingsniveaus voor de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur goed (met ingang van 1 januari 2010). In 2012 zijn het bezoldigingsbeleid en de bezoldigingsniveaus ongewijzigd gebleven. Deze bezoldigingsniveaus bestaan enerzijds uit een jaarlijkse vaste vergoeding en een aanwezigheidspremie anderzijds. De jaarlijkse vaste vergoeding bedraagt EUR 60.000 en EUR 45.000 voor respectievelijk de Voorzitter en de overige niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur. De niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen een aanwezigheidspremie van EUR 2.000 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 1.500 per vergadering van een bestuurscommissie. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de bestuurscommissies is de aanwezigheidspremie vastgesteld op respectievelijk EUR 2.500 per vergadering van de Raad van Bestuur en EUR 2.000 per vergadering van een bestuurscommissie. Gedetailleerde informatie betreffende de vergoeding van niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur kunnen teruggevonden worden in Noot 11 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee van de Geconsolideerde Jaarrekening over 2012.
Niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur ontvangen geen jaarlijkse variabele remuneratie of aandelenopties en hebben geen pensioenrechten. Niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur hebben geen recht op een vergoeding voor het beëindigen van hun mandaat.
De bezoldiging van het uitvoerende lid van de Raad van Bestuur (de CEO) is enkel gerelateerd aan zijn positie als CEO en is daarom bepaald in lijn met het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Executive Committee.
In het kader van deugdelijk bestuur en om een getrapte beslissingsprocedure te vermijden en de kennis en het bewustzijn over dit onderwerp bij de belangrijkste werkmaatschappijen te bevorderen, heeft de Raad van Bestuur besloten om de meeste nietuitvoerende leden af te vaardigen naar de Raden van Bestuur van sommige dochterondernemingen van Ageas. Voor zover deze posities bezoldigd zijn, worden de betaalde bedragen vermeld in Noot 11 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee.
Overeenkomstig het bezoldigingsbeleid en de bezoldigingsniveaus zoals hierboven beschreven, bedroeg de totale bezoldiging van alle niet-uitvoerende leden EUR 1,22 miljoen in 2012, tegenover EUR 1,19 miljoen in 2011. De totale bezoldiging bleef gelijk ten opzichte van het jaar ervoor. Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen wij naar Noot 11 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee van de Geconsolideerde Jaarrekening over 2012.
Executive Committee
In 2012 was de samenstelling van het Executive Committee ongewijzigd. Eind 2012 bestond het committee uit Bart De Smet, CEO en het enige uitvoerende lid van de Raad van Bestuur, Christophe Boizard, CFO, en Kurt De Schepper, CRO. Het bezoldigingsbeleid zoals hierboven uiteengezet is van toepassing op de leden van het Executive Committee, met inbegrip van, maar niet beperkt tot de regels betreffende variabele remuneratie, opzeggingsvergoedingen en terugvordering. In 2012 bedroeg de totale bezoldiging van het Executive Committee EUR 3.806.023 tegenover EUR 2.453.491 in 2011.
Voor elk lid van het Executive Committee is een opzeggingsvergoeding van 12 maanden voorzien die in sommige gevallen kan worden verhoogd tot 18 maanden. Met inbegrip van het nietconcurrentiebeding kan de opzeggingsvergoeding evenwel nooit meer zijn dan 18 maanden.
Voor meer gedetailleerde informatie betreffende individuele bezoldiging en het aantal toegekende, uitgeoefende en vervallen aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen te verwerven, verwijzen wij naar Noot 11 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee van de Geconsolideerde Jaarrekening.
Zoals in het bezoldigingsbeleid voorzien, hebben de leden van het Executive Committee recht op een kortetermijnbonus en een langetermijnbonus voor hun prestaties in boekjaar 2012:
- langetermijnbonus (LTI): het totale aandeelhoudersrendement (TSR) van het aandeel Ageas bedroeg in 2012 95,9%,de op één na beste prestatie in de groep vergelijkbare ondernemingen. Het Remuneration Committee heeft derhalve in samenspraak met het Corporate Governance Committee een LTI geadviseerd van 187,5% van de doelstelling (de doelstelling is 45% van het basissalaris, bandbreedte van 0- 90% van het basissalaris);
- kortertermijnbonus: twee componenten, waarbij de Ageascomponent voor 70% meetelt en de individuele prestaties voor 30% tellen bij de berekening van de STI. Het Remuneration Committee heeft in samenspraak met het Corporate Governance Committee geadviseerd dat de Raad van Bestuur rekening houdt met de volgende resultaten:
- Nettowinst;
- Netto-opbrengst op voor risico gecorrigeerd kapitaal;
- Kostenratio Levensverzekering;
- Combined Ratio Niet-Leven;
- Embedded Value.
- rekening houdend met de individuele prestaties levert dit de volgende STI-percentages op (doelstelling 50% van het basissalaris, bandbreedte 0-100% van het basissalaris):
- CEO Bart De Smet: 157,7% van de doelstelling;
- CFO Christophe Boizard: 150,5% van de doelstelling;
- CRO Kurt De Schepper: 150,8% van de doelstelling;
Meer gedetailleerde informatie over het bezoldigingsbeleid van toepassing op het Executive Committee is beschikbaar in bijlage 4 van het Corporate Governance Charter: Bezoldigingsbeleid voor de Leden van de Raad van Bestuur en de Leden van het Group Executive Committee van Ageas.
3.9.6 Vooruitzichten voor 2013 met betrekking tot het bezoldigingsbeleid in 2013
Ageas blijft de structuur van het bezoldigingsbeleid vergelijken met het concurrentie- en toezichtsklimaat zoals zij dit in het verleden gedaan heeft en zal waar nodig aanpassingen of updates voorstellen. Elke wijziging van het bezoldigingsbeleid zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Brussel, 5 maart 2013
Raad van Bestuur
GECONSOLIDEERDE Ageas jaarrekening 2012
GECONSOLIDEERDE BALANS
(voor winstbestemming)
| 31 december | 31 december | ||
|---|---|---|---|
| Noot | 2012 | 2011 | |
| Activa | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 15 | 2.449,9 | 2.701,5 |
| Financiële beleggingen | 16 | 62.571,8 | 55.231,4 |
| Vastgoedbeleggingen | 17 | 2.415,5 | 2.045,7 |
| Leningen | 18 | 6.288,4 | 5.683,4 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 13.683,9 | 12.771,4 | |
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 19 | 2.123,6 | 1.959,5 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 20 | 1.968,0 | 4.111,1 |
| Actuele belastingvorderingen | 29 | 9,4 | 127,1 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 29 | 171,7 | 358,8 |
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 21 | 234,0 | 395,0 |
| Overlopende rente en overige activa | 22 | 2.583,6 | 2.386,2 |
| Materiële vaste activa | 23 | 1.115,0 | 1.098,3 |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 24 | 1.498,1 | 1.594,3 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 3 | 138,5 | |
| Totaal activa | 97.112,9 | 90.602,2 | |
| Verplichtingen | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 25.1 | 25.914,3 | 24.370,4 |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 25.2 | 29.100,7 | 27.201,5 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 25.3 | 13.767,0 | 12.823,8 |
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 25.4 | 7.536,3 | 6.203,9 |
| Schuldbewijzen | 26 | 186,8 | 256,7 |
| Achtergestelde schulden | 27 | 2.915,5 | 2.973,6 |
| Leningen | 28 | 1.968,0 | 2.277,0 |
| Actuele belastingschulden | 29 | 129,1 | 59,2 |
| Uitgestelde belastingschulden | 29 | 1.458,4 | 614,6 |
| RPN(I) | 30 | 165,0 | 190,0 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 31 | 2.119,6 | 2.094,1 |
| Voorzieningen | 32 | 69,1 | 2.403,4 |
| Verplichting inzake geschreven putoptie | 33 | 997,0 | 655,8 |
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | 3 | 110,5 | |
| Totaal verplichtingen | 86.326,8 | 82.234,5 | |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 4 | 9.910,6 | 7.760,3 |
| Minderheidsbelangen | 5 | 875,5 | 607,4 |
| Totaal eigen vermogen | 10.786,1 | 8.367,7 | |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 97.112,9 | 90.602,2 |
GECONSOLIDEERDE RESULTATEN REKENING
| Noot | 2012 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Baten | |||||
| - Bruto premies 1) |
9.947,1 | 9.421,2 | |||
| - Wijziging in niet-verdiende premies |
47,9 | - 398,7 | |||
| - Afgegeven herverzekeringspremies |
- 318,4 | - 283,8 | |||
| Netto verdiende premies | 37 | 9.676,6 | 8.738,7 | ||
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 38 | 3.055,7 | 3.093,3 | ||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | 21 | - 161,0 | - 214,0 | ||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 30 | - 273,1 | 275,0 | ||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 39 | 434,3 | 135,6 | ||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 40 | 1.954,4 | - 581,5 | ||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 41 | 230,6 | - 146,5 | ||
| Commissiebaten | 42 | 398,5 | 427,1 | ||
| Overige baten | 43 | 323,9 | 277,1 | ||
| Totale baten | 15.639,9 | 12.004,8 | |||
| Lasten | |||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto |
- 9.605,8 | - 8.769,8 | |||
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars |
257,2 | 155,2 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | 44 | - 9.348,6 | - 8.614,6 | ||
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 1.946,8 | 642,8 | |||
| Financieringslasten | 45 | - 256,2 | - 310,0 | ||
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 46 | - 142,6 | - 1.615,9 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | 32 | - 16,6 | - 23,2 | ||
| - Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO |
- 1.962,5 | ||||
| - Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat |
2.362,5 | ||||
| Totale impact schikking ABN AMRO | 400,0 | ||||
| Commissielasten | 47 | - 1.266,9 | - 1.163,4 | ||
| Personeelskosten | 48 | - 794,0 | - 739,5 | ||
| Overige lasten | 49 | - 1.000,5 | - 937,8 | ||
| Totale lasten | - 14.372,2 | - 12.761,6 | |||
| Resultaat voor belastingen | 1.267,7 | - 756,8 | |||
| Belastingbaten (lasten) | 50 | - 338,9 | 83,3 | ||
| Nettoresultaat over de periode | 928,8 | - 673,5 | |||
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 185,8 | - 95,3 | |||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 743,0 | - 578,2 | |||
| Gegevens per aandeel (EUR) | 6 | ||||
| Gewoon resultaat per aandeel 2) | 3,13 | - 2,27 | |||
| Verwaterd resultaat per aandeel 2) | 3,13 | - 2,27 |
1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder Discretionay Participation Features) kan als volgt worden berekend:
2) De vergelijkende cijfers zijn aangepast voor vergelijkingsdoeleinden, rekening houdend met de reverse stock split (zie Noot 4 Eigen vermogen).
| Noot | 2012 | 2011 | |
|---|---|---|---|
| Bruto premies | 9.947,1 | 9.421,2 | |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 37 | 1.106,7 | 1.815,9 |
| (direct verantwoord als verplichting) | |||
| Bruto premie-inkomen | 11.053,8 | 11.237,1 |
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN HET OVERIG COMPREHENSIVE INCOME
| Overig comprehensive income | 2012 | 2011 | ||
|---|---|---|---|---|
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen | ||||
| Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar tot einde looptijd aangehouden, bruto Gerelateerde belasting Wijzigingen in amortisatie van investeringen tot einde looptijd aangehouden, bruto Gerelateerde belasting |
28,7 -7,1 |
- 214,9 55,3 14,0 - 3,5 |
||
| Wijziging in beleggingen Tot einde looptijd aangehouden, netto | 21,6 | - 149,1 | ||
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto 1) Gerelateerde belasting Reclassificicatie herwaardering Beleggingen voor verkoop beschikbaar naar tot einde looptijd aangehouden, bruto Gerelateerde belasting |
3.175,0 -1.006,7 |
279,4 - 120,3 214,9 - 55,3 |
||
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen beschikbaar voor verkoop, netto | 2.168,3 | 318,7 | ||
| Aandeel in Overig comprehensive income van geassocieerde deelnemingen, bruto Gerelateerde belasting |
- 39,9 | 78,7 | ||
| Aandeel in Overig comprehensive income van geassocieerde deelnemingen, netto | - 39,9 | 78,7 | ||
| Wijzigingen in herwaardering van investeringen, bruto Gerelateerde belasting Wijzigingen in herwaardering van investeringen, netto |
3.163,8 - 1.013,8 2.150,0 |
372,1 - 123,8 248,3 |
||
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen, bruto | 13,0 | 83,9 | ||
| Gerelateerde belasting | ||||
| Wijzigingen in omrekeningsverschillen, netto | 13,0 | 83,9 | ||
| Overig comprehensive income over de periode, na belastingen | 2.163,0 | 332,2 | ||
| Nettoresultaat over de periode | 928,8 | - 673,5 | ||
| Totaal Overig comprehensive income over de periode | 3.091,8 | - 341,3 | ||
| Nettoresultaat toewijsbaar aan minderheidsbelangen Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen Totaal Overig comprehensive income toewijsbaar aan minderheidsbelangen |
185,8 613,1 798,9 |
- 95,3 - 40,3 - 135,6 |
||
| Totaal Overig comprehensive income over de periode, toewijsbaar aan de aandeelhouders |
2.292,9 | - 205,7 |
1) De Wijzigingen in herwaardering van Investeringen beschikbaar voor verkoop, bruto zijn met inbegrip van kasstroomafdekkingen en na koersverschillen en shadow accounting.
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN WIJZIGINGEN IN HET EIGEN VERMOGEN
| On- | Eigen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Koers- | Netto resultaat gerealiseerde | vermogen | Minder- | Totaal | |||||
| Aandelen- | Agio | Overige verschillen | toewijsbaar aan | winsten en | toewijsbaar aan | heids- | eigen | ||
| kapitaal | reserve | reserves | reserve aandeelhouders | verliezen aandeelhouders belangen | vermogen | ||||
| Stand per 1 januari 2011 | 2.203,6 | 14.394,7 - 8.702,8 | 81,9 | 223,1 | 221,2 | 8.421,7 | 744,3 | 9.166,0 | |
| Netto resultaat over de periode | - 578,2 | - 578,2 | - 95,3 | - 673,5 | |||||
| Herwaardering van investeringen | 291,0 | 291,0 | - 42,7 | 248,3 | |||||
| Omrekeningsverschillen | 81,5 | 81,5 | 2,4 | 83,9 | |||||
| Totaal | 81,5 | - 578,2 | 291,0 | - 205,7 | - 135,6 | - 341,3 | |||
| Overdracht | - 12.292,8 12.515,9 | - 223,1 | |||||||
| Dividend | - 196,6 | - 196,6 | - 51,2 | - 247,8 | |||||
| Eigen aandelen | - 230,1 | - 230,1 | - 230,1 | ||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | 3,1 | 3,1 | 3,1 | ||||||
| Impact geschreven putoptie op | |||||||||
| minderheidsbelang | - 36,4 | - 36,4 | 83,8 | 47,4 | |||||
| Overige veranderingen in het eigen vermogen | 4,3 | 4,3 | - 33,9 | - 29,6 | |||||
| Stand per 31 december 2011 | 2.203,6 | 2.105,0 | 3.354,3 | 163,4 | - 578,2 | 512,2 | 7.760,3 | 607,4 | 8.367,7 |
| Netto resultaat over de periode | 743,0 | 743,0 | 185,8 | 928,8 | |||||
| Herwaardering van investeringen | 1.539,7 | 1.539,7 | 610,3 | 2.150,0 | |||||
| Omrekeningsverschillen | 10,2 | 10,2 | 2,8 | 13,0 | |||||
| Overige | |||||||||
| Totaal | 10,2 | 743,0 | 1.539,7 | 2.292,9 | 798,9 | 3.091,8 | |||
| Overdracht | - 578,2 | 578,2 | |||||||
| Dividend | - 188,1 | - 188,1 | - 7,5 | - 195,6 | |||||
| Eigen aandelen | - 160,1 | - 160,1 | - 160,1 | ||||||
| Intrekking van aandelen | - 161,4 | - 44,5 | 205,9 | ||||||
| Op aandelen gebaseerde beloning | 1,0 | 1,0 | 1,0 | ||||||
| Impact geschreven putoptie op | |||||||||
| minderheidsbelang | 207,5 | 207,5 | - 548,7 | - 341,2 | |||||
| Reclassificatie in het eigen vermogen | 906,6 | - 870,2 | - 36,4 | ||||||
| Overige veranderingen in het eigen vermogen | - 2,9 | - 2,9 | 25,4 1) | 22,5 | |||||
| Stand per 31 december 2012 | 2.042,2 | 2.968,1 | 1.968,2 | 173,6 | 743,0 | 2.015,5 | 9.910,6 | 875,5 | 10.786,1 |
1) Het bedrag van EUR 25,4 miljoen op de lijn 'Overige veranderingen in het eigen vermogen' (kolom Minderheidsbelangen) houdt verband met kapitaalinjecties betaald door Minderheidsbelangen.
Een nadere toelichting op de wijzigingen in het eigen vermogen is opgenomen in: Noot 4 Eigen vermogen, Noot 5 Minderheidsbelangen en Noot 33 Verplichting met betrekking tot geschreven putoptie op aandelen AG Insurance in handen van BNP Paribas Fortis SA/NV.
GECONSOLIDEERD KASSTROOM OVERZICHT
| Noot | 2012 | 2011 | |
|---|---|---|---|
| Resultaat voor belastingen | 1.267,7 | - 756,8 | |
| Aanpassingen om het resultaat te laten aansluiten op de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten: | |||
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 21 | 161,0 | 214,0 |
| RPN(I) | 30 | 273,1 | - 275,0 |
| (On)gerealiseerde winsten (verliezen) | 39 | - 434,3 | - 135,6 |
| Baten van geassocieerde deelnemingen | 41 | - 230,6 | 146,5 |
| Afschrijvingen en oprenting | 49 | 798,7 | 686,9 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 46 | 142,6 | 1.615,9 |
| Voorzieningen | 32 | 17,1 | 22,0 |
| Op aandelen gebaseerde beloningen | 48 | 1,0 | 2,5 |
| Wijzigingen in operationele activa en verplichtingen: | |||
| Activa en verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden | 16 | - 33,7 | - 24,5 |
| Vorderingen | 18 | - 894,5 | - 1.157,5 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 20 | 1.955,9 | - 219,5 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | - 923,8 | 1.653,7 | |
| Schulden | 28 | - 364,7 | 127,5 |
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | 25.1 & 25.2 | 3.795,3 | 1.893,4 |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 25.3 | 1.086,7 | - 1.679,3 |
| Netto wijzigingen in alle overige operationele activa en verplichtingen | - 4.415,5 | - 707,3 | |
| Dividend ontvangen van geassocieerde deelnemingen | 13,6 | 7,7 | |
| Betaalde winstbelastingen | - 91,6 | - 109,1 | |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 2.124,0 | 1.305,5 | |
| Aankoop van beleggingen | 16 | - 16.258,4 | - 19.832,6 |
| Opbrengsten uit verkoop en aflossingen beleggingen | 14.668,1 | 19.357,6 | |
| Aankoop van vastgoedbeleggingen | 17 | - 269,5 | - 215,2 |
| Opbrengsten uit verkoop van vastgoedbeleggingen | 123,6 | 83,3 | |
| Aankopen van materiële vaste activa | 23 | - 84,4 | - 74,2 |
| Opbrengsten uit verkoop van materiële vaste activa | 0,7 | 9,5 | |
| Aankoop van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen | 3 | - 166,8 | - 288,0 |
| Desinvestering van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen | |||
| (inclusief geldmiddelen begrepen in activa aangehouden voor verkoop) | 3 | 67,6 | - 119,7 |
| Aankoop van immateriële vaste activa | 24 | - 39,4 | - 16,7 |
| Opbrengsten uit verkoop van immateriële vaste activa | 0,2 | 0,4 | |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | - 1.958,3 | - 1.095,6 | |
| Aflossing van schuldbewijzen | 26 | - 71,0 | - 290,5 |
| Opbrengsten uit uitgifte van achtergestelde schulden | 27 | 8,0 | |
| Terugbetaling van achtergestelde schulden | 0 | - 26,1 | |
| Opbrengsten uit uitgifte van overige financieringen | 28 | 43,9 | 13,4 |
| Terugbetaling van overige financieringen | - 6,2 | - 18,1 | |
| Aankoop van eigen aandelen | 4 | - 160,1 | - 230,1 |
| Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders | - 194,6 | - 196,6 | |
| Uitgekeerd dividend aan minderheidsbelangen | - 7,5 | - 51,2 | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | - 413,6 | - 773,1 | |
| Effect van omrekeningsverschillen van geldmiddelen en kasequivalenten | - 3,7 | 6,4 | |
| Netto toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten | - 251,6 | 556,8 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 15 | 2.701,5 | 3.258,3 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december | 15 | 2.449,9 | 2.701,5 |
| Bijkomende toelichting inzake kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | |||
| Ontvangen rente | 38 | 2.527,8 | 2.556,4 |
| Ontvangen dividenden van beleggingen | 38 | 76,1 | 83,7 |
| Betaalde rente | 45 | - 267,7 | - 314,0 |
ALGEMENE INFORMATIE
AGEAS | JAARVERSLAG 2012 45
1 JURIDISCHE STRUCTUUR
ageas SA/NV, statutair gevestigd te Rue du Marquis 1 / Markiesstraat 1, Brussel, België is de moedermaatschappij van de Ageas groep. In de Geconsolideerde Jaarrekening is de jaarrekening van ageas SA/NV (de 'Moedermaatschappij') en haar dochterondernemingen begrepen.
Bij de Nationale Bank van België in Brussel is een lijst met de namen van alle groepsmaatschappijen en andere geassocieerde deelnemingen gedeponeerd. Deze lijst is op verzoek kosteloos verkrijgbaar bij Ageas in Brussel.
Ageas aandelen zijn genoteerd op de gereguleerde markt van NYSE Euronext in Brussel. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADR-programma in de Verenigde Staten.
In de loop van 2012 heeft Ageas haar juridische structuur verder vereenvoudigd: ageas N.V. is gefuseerd met ageas SA/NV. Die laatste is de holdingmaatschappij van alle activiteiten geworden. De juridische structuur van Ageas is als volgt:
Ageas heeft 88.380 aandelen AG Insurance (14%) in onderpand gegeven aan de Belgische Staat als zekerheid voor de volledige en tijdige performance van de door Relative Performance Note verzekerde verplichtingen (RPN(I), zie Noot 33 RPN(I)).
2 SAMENVATTING GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGGEVING EN CONSOLIDATIE
De Geconsolideerde Jaarrekening 2012 van Ageas is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) geldend per 1 januari 2012, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU) per die datum.
2.1 Grondslagen voor financiële verslaggeving
De grondslagen zijn ongewijzigd ten opzichte van het boekjaar eindigend op 31 december 2011. Wijzigingen in IFRS die op 1 januari 2012 in werking zijn getreden en die van belang zijn voor Ageas (en zijn goedgekeurd door de EU) staan vermeld in paragraaf 2.2. De grondslagen zoals hier beschreven, zijn een samenvatting van de volledige grondslagen voor de verslaggeving die op
www.ageas.com/nl/Pages/boekhoudregels.aspx worden weergegeven.
De jaarrekening van Ageas is opgemaakt op basis van het going concern-beginsel. Er wordt hiermee een getrouwe weergave van de financiële positie, resultaatontwikkeling en kasstromen van onze entiteit gegeven, met relevante, betrouwbare, vergelijkbare en begrijpelijke informatie. De Geconsolideerde Jaarrekening Ageas luidt in euro's, de functionele valuta van de moedermaatschappij van Ageas.
Activa en passiva die zijn opgenomen in de balans van Ageas hebben gewoonlijk een looptijd van meer dan 12 maanden, met uitzondering van Geldmiddelen en kasequivalenten, Herverzekering en overige vorderingen, Overlopende rente en overige activa, Overlopende rente en overige verplichtingen en Actuele belastingvorderingen en schulden.
De belangrijkste door Ageas toegepaste IFRS voor de bepaling van de activa en verplichtingen zijn:
- IAS 1 voor presentatie van de jaarrekening;
- IAS 16 voor materiële vaste activa;
- IAS 23 voor leningen;
- IAS 28 voor investeringen in geassocieerde deelnemingen;
- IAS 32 voor geschreven putopties op minderheidsbelangen;
- IAS 36 voor bijzondere waardeverminderingen van activa;
- IAS 38 voor immateriële activa;
- IAS 39 voor financiële instrumenten;
- IAS 40 voor vastgoedbeleggingen;
- IFRS 3 voor bedrijfscombinaties;
- IFRS 4 voor verzekeringscontracten;
- IFRS 7 voor informatieverschaffing over financiële instrumenten;
- IFRS 8 voor operationele segmenten.
2.2 Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving
De volgende nieuwe of herziene standaarden, interpretaties en wijzigingen op standaarden en interpretaties zijn met ingang van 1 januari 2012 van kracht (zoals goedgekeurd door de EU).
IFRS 7 Financiële Instrumenten: Informatieverschaffing – 'Overdrachten van financiële activa'.
De wijzigingen moeten gebruikers van jaarrekeningen in staat stellen:
- het verband te begrijpen tussen de overgedragen financiële activa die niet geheel uit de balans zijn verwijderd en de daarmee verbonden verplichtingen;
- te begrijpen wat de aard van de overgedragen activa, de aard van de risico's en voordelen, alsook een beschrijving van de aard en kwantitatieve componenten van het verband tussen de overgedragen activa en de daarmee verbonden verplichtingen is;
- de aard van en de risico's verbonden aan de aanhoudende betrokkenheid van de entiteit bij verwijderde financiële activa te beoordelen.
De voorgeschreven informatieverschaffing bestaat onder meer uit de boekwaarde van de activa en verplichtingen die zijn verantwoord, de reële waarde van de activa en verplichtingen die de aanhoudende betrokkenheid bij de verwijderde financiële activa weergeven, de maximale blootstelling aan verlies wegens aanhoudende betrokkenheid en een looptijdenanalyse van de nietgedisconteerde uitstromen van kasmiddelen die vereist zijn of kunnen zijn om verwijderde financiële activa terug te kopen. Verder moet worden gemeld: de winst of het verlies opgenomen op de datum van overdracht van de activa, opgenomen baten of lasten uit hoofde van de aanhoudende betrokkenheid bij de verwijderde financiële activa evenals gegevens over een eventuele niet gelijkmatige verdeling van de opbrengsten van de overdrachtactiviteit over de verslagperiode.
In juni 2011 is de herziene standaard IAS 19 'Personeelsbeloningen' gepubliceerd, die per 1 januari 2013 in werking treedt. De belangrijkste wijzigingen in de herziene standaard is de directe opname in het eigen vermogen van 'niet opgenomen actuariële winsten en verliezen' per de ingangsdatum, in plaats van de zogenaamde 'corridor'-benadering. In de geconsolideerde Jaarrekening 2013 wordt het eigen vermogen per jaarultimo 2012 als gevolg van deze wijzigingen herzien tot EUR 113,2 miljoen.
Volgens de herziene standaard moet het verwachte rendement op het vermogen van een pensioenregeling worden bepaald op basis van het marktrendement van hoogwaardige ondernemingsobligaties, gelijk aan de disconteringsvoet van de verplichting, in plaats van de beste schatting van het management.
2.3 Schattingen
De opstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening op basis van IFRS vereist een aantal schattingen aan het einde van de verslagperiode. De gehanteerde schattingen en modellen zijn in het algemeen consistent sinds de introductie van IFRS in 2005. Elke schatting brengt van nature een aanzienlijk risico op materiële aanpassingen (positief dan wel negatief) in de boekwaarde van activa en passiva in het komend boekjaar met zich mee.
De belangrijkste schattingen per de verslagdatum worden in de volgende tabel weergegeven:
| 31 december 2012 | |
|---|---|
| Activa | Onzekerheid schatting |
| Voor verkoop beschikbare activa | |
| - Gestructureerde kredietinstrumenten | |
| - Niveau 2 | - Het waarderingsmodel |
| - Inactieve markten | |
| - Niveau 3 | - Het waarderingsmodel |
| - Gebruik niet-marktwaarneembare input | |
| - Inactieve markten | |
| Vastgoedbeleggingen | Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Leningen | - Het waarderingsmodel |
| - De looptijd | |
| - Parameters als creditspread, looptijd en de rente | |
| Geassocieerde deelnemingen | Van de beleggingsmix, de activiteiten en de marktontwikkelingen afhankelijke combinatie van |
| onzekerheden | |
| Goodwill | - Het gehanteerde waarderingsmodel |
| - Financiële en economische variabelen | |
| - Disconteringsvoet | |
| - De aan de entiteit inherente risicopremie | |
| Overige immateriële vaste activa | - Bepaling van de gebruiksduur en restwaarde |
| Uitgestelde belastingvorderingen | - Interpretatie van complexe belastingwetgeving |
| - Hoogte en tijdstip van toekomstig, belastbaar inkomen | |
| Verplichtingen | |
| Verplichtingen verzekeringscontacten | |
| - Leven | - Actuariële aannames |
| - Gehanteerde rentecurve bij toereikendheidstoets | |
| - Niet-Leven | - Voorzieningen voor (voorgevallen maar niet-gerapporteerde) schadeclaims |
| - Schadebehandelingskosten - Finale afhandeling van uitstaande claims |
|
| Pensioenverplichtingen | - Actuariële aannames |
| - Disconteringsvoet | |
| - Inflatie/salarissen | |
| Voorzieningen | - De waarschijnlijkheid van een huidige verplichting als gevolg van gebeurtenissen in het verleden |
| - De berekening van het best geschatte bedrag | |
| Uitgestelde belastingschulden | - Interpretatie van complexe belastingwetgeving |
| Geschreven putoptie op minderheidsbelang | - Geschatte toekomstige reële waarde |
| - Disconteringsvoet |
Zie de betreffende onderdelen van de Geconsolideerde Jaarrekening voor uitgebreidere informatie over de toepassing van deze schattingen. In Noot 7 Risicomanagement wordt beschreven hoe Ageas de diverse risico's van verzekeringsactiviteiten vermindert.
Gebeurtenissen na de verslagperiode
Gebeurtenissen na balansdatum hebben betrekking op gebeurtenissen die zich voordoen tussen de balansdatum en de datum waarop de jaarrekening is goedgekeurd voor publicatie. Er zijn twee soorten gebeurtenissen:
- gebeurtenissen die leiden tot een aanpassing van de geconsolideerde jaarrekening als deze gebeurtenissen nadere informatie geven over omstandigheden die op de balansdatum bestonden;
- gebeurtenissen die leiden tot aanvullende informatie indien ze nadere informatie geven over omstandigheden die na de balansdatum zijn ontstaan en indien deze gebeurtenissen relevant en belangrijk zijn.
Voor de verslagperiode 2012 is geen sprake geweest van de gebeurtenissen zoals hierboven beschreven.
2.4 Segmentrapportering
Operationele segmenten
De indeling van de segmenten waarover gerapporteerd wordt, is ontleend aan operationele segmenten. De te rapporteren segmenten van Ageas zijn gebaseerd op geografische regio's, de resultaten zijn gebaseerd op IFRS. Die onderverdeling naar regio's is ingegeven door het feit dat de activiteiten in de bewuste regio's van vergelijkbare aard zijn en dezelfde economische kenmerken delen.
De operationele segmenten zijn:
- België;
- Verenigd Koninkrijk (VK);
- Continentaal Europa;
- Azië;
- Algemene Rekening.
Ageas heeft besloten dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië.
Activiteiten die geen verband houden met verzekeren en eliminatieverschillen worden los van de verzekeringsactiviteiten gerapporteerd in het vijfde operationele segment: Algemene Rekening. Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas en de verplichtingen uit hoofde van de CASHES / (RPN(I)) en de geschreven putoptie op het minderheidsbelang, Intreinco N.V. (herverzekeraar, in liquidatie), evenals de vorderingen en juridische procedures met betrekking tot de gebeurtenissen uit het verleden.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities die ook beschikbaar zijn voor niet-gerelateerde derden.
2.5 Consolidatiegrondslagen
Dochterondernemingen
De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekeningen van ageas SA/NV (de 'Moedermaatschappij') en haar dochterondernemingen. Dochterondernemingen zijn die ondernemingen waarin Ageas, direct of indirect, het financiële en operationele beleid kan sturen teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('zeggenschap'). Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum waarop de effectieve zeggenschap aan Ageas wordt overgedragen en worden van consolidatie uitgesloten vanaf de datum waarop een einde komt aan die zeggenschap. Dochterondernemingen die uitsluitend zijn overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht, worden verantwoord als 'vaste activa aangehouden voor verkoop'. Het resultaat op een deel van een belang in een dochteronderneming zonder verlies van zeggenschap wordt verantwoord in het eigen vermogen.
'Intercompany' transacties (saldi, winsten en verliezen uit transacties tussen ondernemingen van Ageas) worden geëlimineerd. Minderheidsbelangen in de netto-activa en nettoresultaten van geconsolideerde dochterondernemingen worden in de balans en de resultatenrekening afzonderlijk weergegeven. Na de datum van verwerving omvatten minderheidsbelangen het op de datum van verwerving berekende bedrag en het minderheidsaandeel in de eigenvermogensmutaties sinds de datum van verwerving.
Bij het beoordelen of Ageas zeggenschap heeft over een andere onderneming worden het bestaan en effect van potentiële stemrechten die thans uitoefenbaar of converteerbaar zijn in aanmerking genomen.
Geassocieerde deelnemingen
Beleggingen in geassocieerde deelnemingen worden verantwoord op basis van de 'equity'-methode. Dit zijn beleggingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft zonder overwegende zeggenschap. De belegging wordt verantwoord op basis van het aandeel van Ageas in de netto activa van de geassocieerde deelneming. Het aandeel van Ageas in het netto-inkomen van het jaar wordt verantwoord als beleggingsbate en het aandeel van Ageas in de rechtstreekse eigenvermogensschommelingen na acquisitie worden verantwoord in het eigen vermogen.
Winsten op transacties tussen Ageas en beleggingen gewaardeerd volgens de 'equity'-methode worden geëlimineerd naar rato van het aandeel van Ageas. Verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie blijkt dat het overgedragen actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Verliezen worden verantwoord totdat de boekwaarde van de belegging nihil bedraagt. Verdere verliezen worden alleen verantwoord als Ageas een in rechte afdwingbare of een feitelijke verplichting heeft of betalingen heeft verricht namens deze geassocieerde deelneming.
2.6 Vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta door individuele maatschappijen van Ageas worden verantwoord tegen de valutakoers op de datum van de transactie. Op de balansdatum worden uitstaande saldi luidend in vreemde valuta verantwoord tegen de slotkoers voor monetaire posten.
Niet-monetaire posten die tegen historische kostprijs worden verantwoord, worden omgerekend op basis van de historische wisselkoers op transactiedatum. Niet-monetaire posten die tegen reële waarde worden verantwoord, worden omgerekend op basis van de wisselkoers op de datum waarop de reële waarde wordt bepaald. Koersverschillen worden in de resultatenrekening als winst of verlies verantwoord onder de post valutakoersverschillen behalve bij wijziging van de reële waarde van niet-monetaire posten die als bestanddeel van het eigen vermogen worden verantwoord.
Het onderscheid tussen valutakoersverschillen (die worden verantwoord in de resultatenrekening) en ongerealiseerde herwaarderingen van reële waarden (verantwoord in het eigen vermogen) op voor verkoop beschikbaar zijnde financiële activa wordt bepaald volgens de volgende regels:
- de valutakoersverschillen worden bepaald op basis van de ontwikkeling van de wisselkoers ten opzichte van de voorgaande verslaggevingsperiode;
- de ongerealiseerde resultaten (reële waarde) worden bepaald op basis van het verschil tussen de in euro uitgedrukte saldi van de voorgaande en de nieuwe verslagperiode op basis van de nieuwe wisselkoers.
Omrekening van vreemde valuta
Bij consolidatie worden de resultatenrekening en het kasstroomoverzicht van entiteiten die niet de euro als functionele munt hebben, omgerekend in euro's, tegen gemiddelde dagwisselkoersen voor het lopende jaar (of, bij uitzondering, tegen de wisselkoers op de dag van de transactie indien de wisselkoersen significant schommelen) en wordt de balans omgerekend tegen de slotkoers per balansdatum.
Wisselkoersverschillen uit omrekening worden verantwoord in het eigen vermogen. Bij de desinvestering van een buitenlandse entiteit worden die koersverschillen in de resultatenrekening verantwoord als onderdeel van de winst of het verlies op de verkoop.
Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van monetaire posten, geleende bedragen en andere valuta-instrumenten, aangemerkt als afdekking van een netto investering in een buitenlandse entiteit, worden in de geconsolideerde jaarrekening verantwoord in het eigen vermogen. Uitzondering is de eventuele afdekkingsineffectiviteit, die onmiddellijk in de resultatenrekening wordt verantwoord.
Goodwill en aanpassingen van de reële waarde die voortvloeien uit de acquisitie van die buitenlandse activiteit, worden behandeld als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers op balansdatum omgerekend. Alle verschillen die hieruit voortvloeien worden in het eigen vermogen verantwoord. Bij verkoop van de buitenlandse entiteit vindt er een overdracht naar de resultatenrekening plaats.
In de volgende tabel worden de koersen van de belangrijkste valuta voor Ageas weergegeven:
| Koers per jaareinde | Gemiddelde koers | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 euro = | 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | ||
| Britse pond | 0,82 | 0,84 | 0,81 | 0,87 | ||
| Amerikaanse dollar | 1,32 | 1,29 | 1,28 | 1,39 | ||
| Hong Kong dollar | 10,23 | 10,05 | 9,97 | 10,84 |
2.7 Verantwoording en waardering bij het opstellen van de jaarrekening
Ageas verantwoordt activa en verplichtingen op basis van de aard van de onderliggende transacties.
2.7.1 Financiële activa
Het management bepaalt de geschikte classificatie van de beleggingswaarden op het tijdstip van de aankoop. Beleggingswaarden met een vaste looptijd, waarbij het management voornemens is en in de mogelijkheid verkeert om deze waarden tot einde looptijd aan te houden, worden verantwoord als Financiële activa aan te houden tot einde looptijd. Beleggingswaarden met vaste of bepaalbare betalingen, die niet marktgenoteerd zijn in een actieve markt en die bij de eerste opname niet worden aangemerkt als Voor handelsdoeleinden aangehouden, noch als Voor verkoop beschikbare activa, worden geclassificeerd als Leningen en vorderingen. Voor onbepaalde duur aan te houden beleggingswaarden die kunnen worden verkocht om te voorzien in liquiditeitsbehoeften of bij wijzigingen van rentevoeten, wisselkoersen of aandelenprijzen, worden verantwoord als Voor verkoop beschikbare financiële activa. Beleggingswaarden die worden verworven om kortetermijn winsten te genereren worden beschouwd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden.
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen. Elk verschil tussen de waarde van de eerste opname dat voortvloeit uit transactiekosten, eerste premies of kortingen, wordt geamortiseerd over de looptijd van de belegging met behulp van de effectieve-rentemethode. Indien wordt vastgesteld dat een tot einde looptijd aangehouden belegging een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt de bijzondere waardevermindering verantwoord in de resultatenrekening (zie Noot 16 Financiële beleggingen voor meer informatie over de herclassificering van de Voor verkoop beschikbare beleggingen in Tot einde looptijd aangehouden beleggingen).
Leningen en vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode minus bijzondere waardevermindering. De geamortiseerde kostprijs wordt berekend door rekening te houden met kortingen of premies en vergoedingen en kosten die integraal deel uitmaken van de effectieve-rentemethode. De effectieve-rentemethode is opgenomen in de financiële baten in de resultatenrekening. Winsten en verliezen worden verantwoord in de resultatenrekening als de investeringen niet langer worden verantwoord of als de investeringen een bijzondere waardevermindering of afschrijving hebben ondergaan. Voor instrumenten met een variabele rente worden de kasstromen regelmatig opnieuw geschat om de rentebewegingen in de markt weer te geven. Als de waardering van het instrument bij eerste opname met een variabele rente (bijna) gelijk is aan de hoofdsom, heeft de schatting geen significant effect op de boekwaarde van het instrument en worden geen aanpassingen gedaan op de rentebaten, die op basis van het toerekeningsbeginsel worden opgenomen. Indien echter een instrument met variabele rente wordt verkregen tegen een significante premie of korting, wordt deze premie of korting afgeschreven over de verwachte looptijd van het instrument en opgenomen in de berekening van de effectieve-rentemethode. De boekwaarde zal elke periode opnieuw worden berekend door de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen tegen de actuele effectieve rentevoet te berekenen. Alle aanpassingen worden verantwoord in de resultatenrekening.
Voor verkoop beschikbare beleggingswaarden worden tegen reële waarde gewaardeerd. Veranderingen in de reële waarde worden rechtstreeks verantwoord in het eigen vermogen totdat het actief wordt verkocht, tenzij het actief door een derivaat is afgedekt. Deze beleggingswaarden worden verantwoord tegen reële waarde met verantwoording van de waardeveranderingen in de resultatenrekening voor het deel dat toe te kennen is aan het afgedekte risico en in het eigen vermogen voor het resterende deel.
Voor handelsdoeleinden aangehouden activa en activa die zijn aangemerkt als aangehouden tegen reële waarde met waardeverandering in de resultatenrekening, worden verantwoord tegen reële waarde. Veranderingen in de reële waarde worden verantwoord in de resultatenrekening. De (gerealiseerde en ongerealiseerde) resultaten worden verantwoord als 'Resultaat op verkopen en herwaarderingen'. Rente ontvangen (betaald) op activa (verplichtingen) aangehouden voor handelsdoeleinden wordt verantwoord als rentebaten (rentelasten). Ontvangen dividenden worden verantwoord als Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten. De meerderheid van de financiële activa (zijnde obligatieleningen en aandelenbelangen) behoort tot de categorie 'Voor verkoop beschikbaar' en wordt opgenomen tegen reële waarde. De niet-gerealiseerde winsten of verliezen worden in het eigen vermogen verantwoord. Voor de verzekeringsportefeuilles waar de niet-gerealiseerde winsten of verliezen op obligaties een rechtstreeks effect hebben op de waardering van de verzekeringsverplichtingen past Ageas in overeenstemming met IFRS 4 'shadow accounting' toe. Dat heeft tot gevolg dat de wijzigingen in de nietgerealiseerde winsten en verliezen van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen en daarom geen deel uitmaken van het eigen vermogen.
2.7.2 Vastgoedbeleggingen en vastgoed voor eigen gebruik
Vanwege de vergelijkbaarheid van de resultaatontwikkeling in de jaarrekening heeft Ageas in 2005 voor de verwerking van vastgoedbeleggingen niet gekozen voor het reële-waardemodel (met verwerking in de resultatenrekening van winsten of verliezen als gevolg van een wijziging in de reële waarde), maar voor het kostprijsmodel in lijn met de waardering van vastgoed voor eigen gebruik. Vastgoedbeleggingen worden, gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Wijzigingen in de reële waarde van de vastgoedbeleggingen worden dan ook niet verantwoord in de resultatenrekening of het eigen vermogen, tenzij een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden.
2.7.3 Geassocieerde deelnemingen
Investeringen in geassocieerde deelnemingen waarin Ageas invloed van betekenis heeft op het financiële en operationele beleid (maar geen zeggenschap) worden verantwoord op basis van de nettovermogenswaardemethode. Het aandeel van Ageas in het resultaat wordt verantwoord in de resultatenrekening en eventuele herwaarderingen worden verantwoord in het eigen vermogen. Eventuele uitkeringen van de geassocieerde deelneming worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de investering.
2.7.4 Goodwill en overige immateriële activa
Goodwill uit hoofde van bedrijfscombinaties na 1 januari 2010
Goodwill wordt in eerste instantie gewaardeerd tegen kostprijs, zijnde het positieve verschil tussen de reële waarde van de verkrijgingsprijs en:
- het deel van Ageas in de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen, en
- de reële waarde van enig eerder aangehouden belang in de overgenomen partij.
Overnamekosten worden direct in het resultaat verantwoord; kosten voor het uitgeven van schuldbewijzen of aandelen worden echter verantwoord in overeenstemming met IAS 32 en IAS 39.
Bedrijfscombinaties worden verantwoord op basis van de zogenaamde 'acquisition method'. De verkrijgingsprijs van de overgenomen partij wordt bepaald op de reële waarde van de opgeofferde waarde op het overnamemoment (gecorrigeerd voor een eventueel minderheidsbelang). Voor elke bedrijfscombinatie heeft Ageas de optie om eventuele minderheidsbelangen te waarderen tegen de reële waarde, of tegen het proportionele aandeel in de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de overgenomen partij. De goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs minus eventuele geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen.
In geval van een stapsgewijze overname wordt op moment van uitbreiding van het belang het eerder gehouden belang geherwaardeerd tegen reële waarde en via het resultaat verantwoord.
Goodwill uit hoofde van bedrijfscombinaties vóór 1 januari 2010
Ten opzichte van het hierboven gemelde, was sprake van de volgende verschillen:
Bedrijfscombinaties werden verantwoord op basis van de zogenaamde 'purchase method'. Direct aan de overname toerekenbare transactiekosten maakten onderdeel uit van de verkrijgingsprijs. Een eventueel minderheidsbelang werd gewaardeerd tegen het proportionele aandeel in de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de overgenomen partij.
In geval van een stapsgewijze overname werd elke 'stap' afzonderlijk verwerkt; eerder verwerkte goodwill werd niet aangepast.
Voorwaardelijke vergoedingen werden uitsluitend en alleen verantwoord als Ageas een verplichting had en er waarschijnlijk economische uitstroom ging plaatsvinden, waarvan een betrouwbare schatting kon worden gemaakt. Latere aanpassingen aan de voorwaardelijke vergoeding hadden effect op de goodwill.
Value of business acquired (VOBA)
Value of business acquired (VOBA) vertegenwoordigt het verschil tussen de reële waarde bij acquisitie gewaardeerd op basis van Ageas' waarderingsgrondslagen en de boekwaarde van een portefeuille van contracten, verworven in het kader van een acquisitie van een business of een portefeuille. VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de verwachte periode van de opbrengsten van de verworven portefeuille.
Overige immateriële activa met bepaalde gebruiksduur
Tot de overige immateriële activa horen immateriële activa met een bepaalde gebruiksduur, zoals handelsmerken, intern ontwikkelde software die geen integraal onderdeel vormt van de hardware en licenties die in het algemeen volgens de lineaire methode op basis van de gebruiksduur worden geamortiseerd.
2.7.5 Financiële verplichtingen
De waardering en verantwoording van financiële verplichtingen in de resultatenrekening hangen af van de IFRS-indeling: (a) financiële verplichtingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening, en (b) overige financiële verplichtingen, die tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd.
2.7.6 Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten
Levensverzekeringen
Deze verplichtingen betreffen levensverzekeringsovereenkomsten, beleggingscontracten met discretionaire winstdeling (DPF) en beleggingscontracten die het verzekeringsrisico of financiële risico of beide overdragen. Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdelingscomponent worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
De DPF-component inzake beleggingscontracten betreft een voorwaardelijke toezegging met betrekking tot ongerealiseerde winsten en verliezen. Deze toezegging blijft hierdoor onderdeel van de ongerealiseerde winsten en verliezen zoals begrepen in het eigen vermogen. Indien de toezegging onvoorwaardelijk wordt, vindt overboeking naar de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven plaats.
Voor levensverzekeringscontracten worden toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen berekend met behulp van een netto premiemethode (de contante waarde van toekomstige nettokasstromen), waarbij wordt uitgegaan van actuariële veronderstellingen op basis van historische ervaring en standaarden binnen de verzekeringssector. Winstdelende polissen omvatten eventuele verplichtingen met betrekking tot contractuele dividenden of winstdelingen. Voor bepaalde contracten zijn de toekomstige verplichtingen voor polisuitkeringen geherwaardeerd om de huidige marktrente te reflecteren.
Niet-Levensverzekeringen
Claims en schadebehandelingskosten worden in de resultatenrekening verantwoord op het moment dat de uitgaven worden gedaan. Niet-betaalde claims en schadebehandelingskosten omvatten schattingen voor gerapporteerde claims en voorzieningen voor claims die zijn voorgevallen maar niet gerapporteerd. Schadeverplichtingen inzake arbeidsongevallen worden verantwoord tegen de netto contante waarde. Ageas verdisconteert de verplichtingen voor schade enkel voor claims met bepaalbare en vaste betalingstermijnen.
Shadow accounting
In sommige modellen voor de administratieve verwerking van Ageas hebben gerealiseerde winsten en verliezen op de activa directe gevolgen voor de waardering van (een deel van) de verzekeringsverplichtingen en de daaraan gerelateerde acquisitiekosten. Ageas past 'shadow accounting' toe op de veranderingen in de reële waarde van de voor verkoop beschikbare beleggingen en van de voor handelsdoeleinden aangehouden activa en verplichtingen die verbonden zijn met en derhalve van invloed zijn op de waardering van de verzekeringsverplichtingen. Deze veranderingen in de reële waarde maken derhalve geen deel uit van het eigen vermogen of de nettowinst.
Het totaal van de resterende niet-gerealiseerde veranderingen in de reële waarde van de voor verkoop beschikbare portefeuille (na toepassing van shadow accounting) waarin sprake is van een discretionaire-winstdelingselement worden geclassificeerd als aparte component van het eigen vermogen.
Een latente winstdelingsverplichting wordt verder opgebouwd voor de feitelijke verplichting dan wel het bedrag dat wettelijk of contractueel vereist is ter voldoening van eventuele verschillen tussen statutaire en IFRS inkomsten en niet-gerealiseerde winsten of verliezen verwerkt in het eigen vermogen.
Toereikendheidstoets voor de verplichtingen
De toereikendheid van verzekeringsverplichtingen wordt door iedere onderneming op elke rapportagedatum getoetst. De toetsen worden in het algemeen uitgevoerd op juridisch fungibel niveau (niveau van activapools) voor Leven en op het niveau van homogene productgroepen voor Niet-Leven. Ageas kijkt naar de huidige beste schattingen van alle contractuele kasstromen, inclusief verwante kasstromen zoals (her)beleggingsrendementen en kosten. Bij Levencontracten wordt onder andere rekening gehouden met de kasstromen uit in de contracten besloten opties en garanties. De huidige waarde van deze kasstromen is bepaald met gebruik van een risicovrije rentevoet1 , waardoor een illiquiditeitspremie is meegenomen. Tekorten worden direct in de resultatenrekening verantwoord, of als bijzondere waardevermindering op de DAC of VOBA of als een verlies.
2.7.7 Activa en verplichtingen in verband met unit-linked overeenkomsten
De beleggingsovereenkomsten van Ageas zonder winstdeling zijn voornamelijk unit-linked overeenkomsten waarbij de beleggingen namens de polishouder worden aangehouden en tegen reële waarde worden gewaardeerd. Eigen aandelen en investeringen in eigen schuldinstrumenten ten bate van de polishouders worden buiten beschouwing gelaten. De verplichtingen voor dergelijke overeenkomsten worden gewaardeerd tegen waarde per eenheid (= de reële waarde van het fonds waarin de unit-linked overeenkomst is belegd, gedeeld door het aantal van de units van het fonds).
Bepaalde producten bevatten garanties die ook worden gewaardeerd tegen reële waarde en worden verantwoord in verplichtingen met betrekking tot polishouders, waarbij de reële-waardeverandering wordt verantwoord in de resultatenrekening. Er wordt rekening gehouden met verzekeringstechnische risico's op basis van actuariële veronderstellingen.
2.8 Waardering van activa met bijzondere waardeverminderingen
Een actief heeft een bijzondere waardevermindering ondergaan wanneer de boekwaarde van dat actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Ageas onderzoekt per elke balansdatum alle activa op objectieve aanwijzingen die aanleiding kunnen geven tot een bijzon-
1) Na 20 jaar wordt de 'ultimate forward rate' gebruikt.
dere waardevermindering. De boekwaarde van activa met een bijzondere waardevermindering wordt verlaagd tot de geschatte realiseerbare waarde.
Indien in een volgende periode het bedrag van de bijzondere waardeverminderingen op activa, anders dan goodwill of voor verkoop beschikbare eigenvermogensinstrumenten, als gevolg van een gebeurtenis die zich voordoet na de waardevermindering daalt, dan wordt het bedrag teruggeboekt via de resultatenrekening. Deze verhoogde waarde mag niet hoger zijn dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na afschrijvingen, als in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief was opgenomen.
Financiële activa
Een voor verkoop beschikbaar financieel actief (of een groep financiële activa) heeft een bijzondere waardevermindering ondergaan als er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen als gevolg van een of meer gebeurtenissen na de eerste opname van het actief (verliesgebeurtenissen zoals ernstige financiële moeilijkheden bij de uitgevende instelling). Deze tot verlies leidende gebeurtenis(sen) heeft (hebben) een effect op de geschatte toekomstige kasstromen uit het financiële actief (of de groep financiële activa) dat betrouwbaar kan worden geschat.
Voor aandelen omvatten de eventuele objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen onder meer het feit of de reële waarde per de balansdatum significant (25%) beneden de kostprijs is of per de balansdatum gedurende een langere periode beneden de kostprijs is geweest (vier opeenvolgende kwartalen).
Indien in een volgende periode de reële waarde van een voor verkoop beschikbaar schuldinstrument stijgt en de stijging objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die na de verwerking in de resultatenrekening plaatsvond, wordt de bijzondere waardevermindering teruggenomen via de resultatenrekening. Positieve herwaarderingen na bijzondere waardevermindering van eigenvermogensinstrumenten worden verantwoord in het eigen vermogen.
Vastgoedbeleggingen en vastgoed voor eigen gebruik
Vastgoed wordt met behulp van het kostprijsmodel gewaardeerd en ondergaat een bijzondere waardevermindering wanneer de boekwaarde hoger is dan de realiseerbare waarde, dat wil zeggen, afhankelijk van welke van deze twee waarden de hogere is: de reële waarde verminderd met de verkoopkosten dan wel de waarde in gebruik (de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen zonder aftrek van overdrachtsbelasting). Aan het einde van iedere verslagperiode beoordeelt Ageas of er aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Rekening wordt gehouden met diverse bronnen van informatie, zowel extern (bijvoorbeeld belangrijke wijzigingen in het economische klimaat) als intern (bijvoorbeeld desinvesteringsplannen). Indien er dergelijke aanwijzingen bestaan (en alleen dan), maakt Ageas een inschatting van de realiseerbare waarde van het actief. Gesignaleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening verantwoord. Na opname van een bijzondere waardevermindering wordt de afschrijving voor toekomstige perioden gecorrigeerd voor de herziene boekwaarde onder vermindering van de restwaarde over de resterende levensduur van het actief.
Goodwill en overige immateriële activa
Goodwill is een immaterieel actief met een onbepaalde levensduur en wordt niet afgeschreven. In plaats daarvan wordt ten minste jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Een immaterieel actief met een bepaalde levensduur wordt daarentegen afgeschreven over de geschatte gebruiksduur en per elke verslagdatum opnieuw beoordeeld. Gesignaleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de resultatenrekening verantwoord.
Overige activa
Voor niet-financiële activa wordt de realiseerbare waarde bepaald als de hoogste van enerzijds de reële waarde verminderd met verkoopkosten en anderzijds de waarde in gebruik. De reële waarde verminderd met verkoopkosten is het bedrag dat kan worden verkregen door de verkoop van een actief in een marktconforme ('arm's length') transactie tussen bewuste, bereidwillige partijen, na aftrek van verkoopkosten. De waarde in gebruik is de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen waarvan verwacht wordt dat ze zullen voortvloeien uit het voortgezette gebruik van een actief in de huidige hoedanigheid en uit de vervreemding van dat actief aan het einde van de gebruiksduur.
2.9 Reële waarde van financiële instrumenten
Bij eerste opname is de reële waarde van een financieel instrument de transactieprijs, tenzij de reële waarde blijkt uit waarneembare recente markttransacties van hetzelfde instrument, of deze wordt gebaseerd op een waarderingsmethode waarvan de variabelen alleen uit gegevens bestaan die afkomstig zijn uit waarneembare markten.
De belangrijkste methoden en veronderstellingen die Ageas hanteert bij het bepalen van de reële waarde van financiële instrumenten zijn:
- De reële waarde van voor verkoop beschikbare effecten en van effecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening wordt bepaald met behulp van marktprijzen uit actieve markten. Indien geen genoteerde prijzen in een actieve markt beschikbaar zijn, wordt de reële waarde bepaald met behulp van contante-waardeberekeningen. Disconteringsfactoren worden hierbij gebaseerd op de 'swap curve' plus een spread voor de risicokenmerken van het instrument. De reële waarde van tot de vervaldag aangehouden effecten (enkel nodig voor de toelichting) wordt op dezelfde wijze bepaald;
- De reële waarde van derivaten wordt verkregen uit actieve markten of wordt, indien van toepassing, bepaald met behulp van contante-waardeberekeningen en optie-waarderingsmodellen;
- De reële waarde voor niet-beursgenoteerde private equitybeleggingen wordt geschat met behulp van de toepasselijke maatstaven (koers-winstverhouding, koers-kasstroomverhouding) die verfijnd worden om recht te doen aan de specifieke omstandigheden van de emittent;
- De reële waarde van leningen wordt bepaald met behulp van contante-waardeberekeningen op basis van de huidige incrementele rente die Ageas hanteert voor leningen van hetzelfde type. Voor leningen met een variabele rente, die frequent in prijs veranderen en geen aanwijsbare wijziging van het kredietrisico vertonen, wordt de reële waarde benaderd door de boekwaarde. Voor het waarderen van rentevoetpla-
fonds en vooruitbetalingsopties, die in leningen zijn opgenomen en die in overeenstemming met IFRS separaat worden verantwoord, worden optiewaarderingsmodellen gebruikt;
Verbintenissen en garanties buiten de balans worden verantwoord tegen reële waarde, gebaseerd op vergoedingen die op dat moment voor soortgelijke overeenkomsten berekend worden, rekening houdend met de overige voorwaarden van de overeenkomsten en de kredietwaardigheid van de tegenpartijen.
Voor nadere informatie over de toepassing van deze methoden en veronderstellingen wordt verwezen naar de betreffende toelichting in de Geconsolideerde Jaarrekening.
2.10 Verantwoording resultaten
2.10.1 Bruto premie-inkomen
Ontvangen premie-inkomen
Premies uit levensverzekeringspolissen en beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling die als langlopend worden aangemerkt, worden verwerkt als baten zodra deze door de polishouder verschuldigd zijn. De geschatte toekomstige opbrengsten en kosten wordt verrekend met deze baten met als doel de verantwoording van winst gedurende de geschatte duur van de verzekeringen. Dit 'matching'-proces wordt uitgevoerd aan de hand van een bepaling van de verplichtingen uit hoofde van de verzekeringen en de beleggingsovereenkomsten met discretionaire winstdeling alsmede aan de hand van de uitgestelde en vervolgens geamortiseerde overlopende acquisitiekosten.
Verdiend premie-inkomen
Voor verzekeringsovereenkomsten met een korte looptijd (hoofdzakelijk Niet-Leven) worden de premies direct bij ingang van de overeenkomst verwerkt. Die premies worden in de resultatenrekening pro-rata gedurende de termijn van de verzekeringsdekking verantwoord als Verdiend. De voorziening voor niet-verdiende premies bevat het gedeelte van de geboekte premies voor de nog niet afgelopen termijn van de dekking.
2.10.2 Rentebaten en –lasten
De rentebaten en -lasten worden bij alle rentedragende instrumenten op basis van het toerekeningsbeginsel in de resultatenrekening opgenomen. Gebruik wordt gemaakt van de effectieverentemethode op basis van de feitelijke aankoopprijs inclusief de directe transactiekosten. In die rentebaten zijn onder andere begrepen de verdiende coupons op instrumenten met een vaste of variabele rente en de waardevermeerdering of amortisatie van de korting of premie.
Is een financieel actief eenmaal afgewaardeerd tot de geschatte realiseerbare waarde, dan worden de rentebaten voor de bepaling van de realiseerbare waarde gebaseerd op de effectieve rente die voor de contantmaking van de toekomstige kasstromen is gebruikt.
2.10.3 Gerealiseerde en niet-gerealiseerde winsten en verliezen
Bij financiële instrumenten die worden aangemerkt als voor verkoop aangehouden, vertegenwoordigen de gerealiseerde winsten of verliezen op verkopen en desinvesteringen het verschil tussen de ontvangen opbrengsten en de oorspronkelijke boekwaarde van het verkochte actief, verminderd met eventuele in de resultatenrekening verantwoorde bijzondere waardeverminderingen, gecorrigeerd voor het effect van eventuele reële waarde-aanpassingen uit hoofde van hedge accounting.
Bij financiële instrumenten die tegen de reële waarde in de winst- en verliesrekening worden verwerkt, wordt het verschil tussen de boekwaarde aan het einde van de huidige verslagperiode en de voorgaande verslagperiode opgenomen onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
Bij derivaten wordt het verschil tussen de 'schone' reële waarde (dat wil zeggen, zonder het niet-gerealiseerde gedeelte van de rentebijboekingen) aan het einde van de huidige verslagperiode en de voorgaande verslagperiode verantwoord onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen.
Eerder opgenomen direct in het eigen vermogen verwerkte nietgerealiseerde winsten en verliezen gaan over naar de resultatenrekening als ze niet langer worden opgenomen of in het geval van een bijzondere waardevermindering.
2.10.4 Commissiebaten
Commissies als integraal onderdeel van effectieve rente
Commissies die een integraal onderdeel vormen van de effectieve rente van een financieel instrument worden in het algemeen behandeld als een aanpassing op de effectieve rente. Wordt een financieel instrument echter tegen de reële waarde in de winst- en verliesrekening verwerkt, dan worden de commissies bij eerste opname van het instrument als baten verantwoord.
Commissies verwerkt wanneer de diensten worden geleverd
Commissies worden in het algemeen als baten verwerkt per de datum dat de diensten worden geleverd. Indien het onwaarschijnlijk is dat een specifieke leenovereenkomst wordt aangegaan en de lening wordt niet als derivaat aangemerkt, dan wordt de bereidstellingsprovisie op basis van tijdsevenredigheid gedurende de bereidstellingstermijn als bate verantwoord.
Commissies verwerkt na afronding van de onderliggende transactie
Commissies uit hoofde van het voeren van onderhandelingen ten behoeve van een transactie van een derde partij worden in het resultaat verantwoord als de transactie tot stand is gekomen. Commissieopbrengsten worden verantwoord wanneer de prestatieverplichting uitgevoerd is. Consortiumcommissie wordt verantwoord in het resultaat wanneer de syndicaatvorming is voltooid.
Commissiebaten uit beleggingsovereenkomsten
Dit houdt verband met door verzekeringsmaatschappijen afgegeven overeenkomsten zonder discretionaire winstdeling die als beleggingscontracten worden aangemerkt omdat het gedekte verzekeringsrisico niet significant is. De baten uit deze overeenkomsten betreffen de vergoeding voor de verzekeringsdekking, administratiekosten en afkoopkosten. Aan de lastenkant staan sterfteclaims en bijgeschreven rente.
3 OVERNAMES EN DESINVESTERINGEN
De volgende significante overnames en desinvesteringen zijn gedaan in 2012 en 2011. Details over eventuele overnames en desinvesteringen na balansdatum zijn opgenomen in Noot 54 Gebeurtenissen na balansdatum.
3.1 Overnames in 2012
3.1.1 Aksigorta A.Ş.
Op 21 november 2011 kwamen Ageas en Sabanci overeen om beide hun belang in Aksigorta te vergroten tot een maximum van 36% en zo hun partnerschap te verstevigen (zie ook onder 2.3.1). Beide entiteiten hebben per 31 december 2012 een belang in Aksigorta van 36%. Ageas betaalde in 2012 EUR 6,3 miljoen (in totaal vanaf het vierde kwartaal 2011 EUR 10,5 miljoen) voor deze bijkomende acquisitie.
3.1.2 Overnames AG Real Estate
AG Real Estate heeft vastgoedmaatschappijen verkregen voor een bedrag van EUR 84 miljoen. Er is voor deze transacties geen goodwill verantwoord.
3.1.3 Groupama Insurance Company Limited
Ageas heeft op 21 september 2012 een overeenkomst getekend inzake het verkrijgen van Groupama Insurance Company Limited (GICL) voor een totale som in contanten van GBP 116 miljoen (EUR 145 miljoen). De acquisitie is gedaan om de marktpositie van Ageas te versterken en stuwt Ageas naar de positie van op vier na grootste Niet-Levenverzekeraar in het Verenigd Koninkrijk (met een marktaandeel van 5,2%), de op drie na grootste privé Motor verzekeraar (met een marktaandeel van 11,7%) en de op drie na grootste verzekeraar van Persoonlijke verzekeringen (met een marktaandeel van 7,1%). De transactie was op 14 november 2012 een feit. Na afronding is GICL een dochteronderneming in volledige eigendom van Ageas UK geworden.
Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:
| Activa | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|
| Verplichtingen uit hoofde van | |||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 49 | Niet-Leven verzekeringscontracten | 797 |
| Financiële investeringen en leningen | 731 | Actuele en uitgestelde belastingschulden | 11 |
| Herverzekerings- en overige vorderingen | 162 | Overlopende rente en overige verplichtingen | 49 |
| Materiële vaste activa | 6 | ||
| Overlopende rente en overige activa | 117 | ||
| Totaal verplichtingen | 857 | ||
| Negatieve goodwill | 63 | ||
| Kostprijs | 145 | ||
| Totaal activa | 1.065 | Totaal verplichtingen en kostprijs | 1.065 |
Groupama realiseerde in 2012 een nettoresultaat van EUR 3,4 miljoen. Op de transactie zijn geen goodwill of immateriële activa verantwoord. De negatieve goodwill van EUR 63 miljoen is direct in de resultatenrekening verwerkt als Overige Baten, zie Noot 43 Overige Baten. De negatieve goodwill ontstond doordat de aankoopprijs voor Groupama lager was dan de boekwaarde.
3.2 Desinvesteringen in 2012
3.2.1 Ageas Deutschland Lebensversicherung AG
Ageas heeft in 2011 een overeenkomst getekend met Augur Capital voor de verkoop van haar Leven activiteiten in Duitsland. Deze transactie is afgerond in het eerste kwartaal van 2012 en heeft geleid tot een verlies van EUR 14,5 miljoen voor Ageas. Dit verlies was al verantwoord in de Algemene Rekening per eind 2011 (onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen).
3.3 Overnames in 2011
3.3.1 Aksigorta A.Ş.
Ageas tekende in juli 2011 een overeenkomst met het toonaangevende Turkse industriële en financiële conglomeraat Haci Ömer Sabanci Holding A.Ş. ('Sabanci'), om een aandeel van 31% te verwerven in Aksigorta A.Ş. ('Aksigorta'), een Niet-Leven verzekeraar, via de verkoop door Sabanci van de helft van zijn belang in de onderneming. Als gevolg van de transactie hebben Sabanci en Ageas een gelijkwaardig belang in Aksigorta. De overige aandelen (38%) blijven verhandelbaar op de Istanbul Stock Exchange. Op grond van de voorwaarden van deze transactie betaalde Ageas Sabanci een vergoeding van in totaal USD 220 miljoen (EUR 154 miljoen) in contanten.
De transactie is op 27 juli 2011 afgerond en Aksigorta is derhalve per deze datum opgenomen als geassocieerde deelneming in de consolidatiescope.
3.3.2 Castle Cover Limited
Ageas heeft in maart 2011 Castle Cover Limited overgenomen voor een bedrag van GBP 52,4 miljoen (EUR 59,9 miljoen). Castle Cover is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde tussenpersoon, gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers. De goodwill bedraagt EUR 54,5 miljoen en de immateriële activa EUR 8,7 miljoen. Castle Cover is met ingang van het eerste kwartaal 2011 opgenomen in de consolidatiescope.
Het effect van de overname op de geconsolideerde balans van Ageas was per de overnamedatum als volgt:
| Activa | Verplichtingen | ||
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 7 | Leningen | 1 |
| Actuele en uitgestelde | |||
| Vorderingen | 11 | belastingschulden | 3 |
| Overlopende rente en | |||
| Materiële vaste activa | 1 | overige verplichtingen | 19 |
| Overlopende rente en overige activa | 1 | ||
| Immateriële vaste activa | 63 | ||
| Totaal verplichtingen | 23 | ||
| Kostprijs | 60 | ||
| Totaal verplichtingen | |||
| Totaal activa | 83 | en kostprijs | 83 |
Castle Cover Limited is opgericht in 2006 en is gevestigd in Poole Dorset, dicht bij het Ageas Vereningd Koninkrijk operationele centrum in Bournemouth. Het is de op twee na grootste tussenpersoon gespecialiseerd in verzekeringen voor 50-plussers en biedt woning-, auto- en andere particuliere verzekeringen aan onder de merken Castle Cover en Regal Insurance. Het bedrijf biedt dekking aan meer dan 280.000 polishouders en telt 300 medewerkers in het Verenigd Koninkrijk. Castle Cover kent hetzelfde businessmodel als RIAS, een dochter van Ageas Vereningd Koninkrijk, die momenteel de op één na grootste tussenpersoon is voor verzekeringen voor 50-plussers. Samen met RIAS bereikt Ageas 1,3 miljoen klanten in dit aantrekkelijke marktsegment dat momenteel goed is voor 38% van de Britse bevolking en dat een meer dan gemiddelde groei vertoont, evenals een relatief hoge klantentrouw.
De overname van Castle Cover bevestigt de positie van Ageas als de op drie na grootste tussenpersoon in particuliere verzekeringen in het Verenigd Koninkrijk. Castle Cover boekte in 2012 een nettoverlies van EUR 4,3 miljoen (2011: EUR (1,0) miljoen), inclusief de amortisatie van immateriële activa van EUR 7,6 miljoen (2011: EUR 2,3 miljoen).
3.3.3 Overnames AG Real Estate
AG Real Estate, onderdeel van de Belgische activiteiten en gericht op vastgoed en het beheer van openbare parkeergarages, heeft in 2011 enkele overnames gedaan. De grootste waren Westland (belang van 46% verkregen voor een bedrag van EUR 31,5 miljoen) en Regatta (belang van 50% verkregen voor een bedrag van EUR 8,4 miljoen).
3.3.4 Fusie tussen Fortis Lux Vie en Cardif Lux International
Ageas Insurance International en BGL BNP Paribas (BGL BNPP), die beide voor 50% aandeelhouder waren van Fortis Luxembourg Vie, tekenden een fusieovereenkomst met BNP Paribas Cardif, de moedermaatschappij van Cardif Lux International. De nieuwe gefuseerde entiteit brengt protectie- en levensverzekeringsproducten op de markt brengen binnen Luxemburg en aan zeer vermogende cliënten buiten Luxemburg onder het Freedom of Services (FOS) regime. De aandelen van de nieuwe entiteit zijn voor 33,33% in handen van Ageas, 33,33% van BGL BNP Paribas en 33,34% van BNP Paribas Cardif.
De nieuwe, gefuseerde organisatie opereert onder de naam Cardif Lux Vie.
De fusie is verantwoord als verkoop van Fortis Lux Vie vanwege het verlies van zeggenschap. Tegelijkertijd is de gefuseerde entiteit voor EUR 70 miljoen opgenomen als geassocieerde deelneming, waarin Ageas een belang van 33,33% bezit (zie ook 3.4.1).
3.4 Desinvesteringen in 2011
3.4.1 Fortis Luxembourg Vie
Ageas Insurance International en BGL BNP Paribas (BGL BNPP), beide voor 50% aandeelhouder van Fortis Luxembourg Vie, tekenden in 2011 een fusieovereenkomst met BNP Paribas Cardif, de moedermaatschappij van Cardif Lux International.
De fusie is op 30 december 2011 afgerond en leidde tot een meerwaarde van EUR 29,3 miljoen, die in de Algemene Rekening is verantwoord (onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen).
3.5 Activa en verplichtingen van overnames en desinvesteringen
In de onderstaande tabel zijn de activa en verplichtingen als gevolg van overnames en desinvesteringen van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen per de datum van de overname of desinvestering weergegeven.
| 2011 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Acquisities | 2012 Verkopen |
Acquisities | Verkopen | |
| Activa en verplichtingen van acquisities en verkopen | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 48,5 | 8,6 | - 129,7 | |
| Financiële beleggingen | 723,1 | - 582,9 | ||
| Vastgoedbeleggingen | 48,3 | 16,2 | ||
| Leningen | 7,9 | - 0,7 | ||
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | - 7.335,0 | |||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 14,4 | - 35,6 | 226,9 | - 0,7 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 162,8 | - 0,3 | 11,5 | - 27,6 |
| Actuele en uitgestelde belastingvorderingen | 36,9 | - 0,1 | - 2,5 | |
| Overlopende rente en overige activa | 141,0 | - 1,1 | 2,2 | - 26,6 |
| Materiële vaste activa | 5,8 | 31,3 | - 1,1 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 5,2 | - 3,7 | 67,3 | - 6,3 |
| Activa aangehouden voor verkoop | - 138,5 | 138,5 | ||
| Verplichtingen inzake verzekerings- en beleggingscontracten | 797,2 | 1,3 | - 591,1 | |
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | - 7.335,0 | |||
| Leningen | 16,1 | 28,0 | - 4,4 | |
| Actuele en uitgestelde belastingen | 10,4 | - 0,6 | 9,4 | - 0,3 |
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 61,4 | - 0,7 | 25,5 | - 54,8 |
| Voorzieningen | 5,1 | - 15,8 | ||
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | - 110,5 | 110,5 | ||
| Minderheidsbelangen | 25,6 | - 1,0 | 3,2 | - 37,5 |
| Wijzigingen eigen vermogen samenhangend met desinvesteringen | - 13,8 | |||
| Netto verworven activa / Netto vervreemde activa | 278,1 | - 52,7 | 296,6 | - 46,2 |
| Negatieve goodwill | 62,8 | |||
| Resultaat bij beëindiging bedrijfsactiviteiten, bruto | 14,9 | 33,8 | ||
| Belasting op resultaat beëindigde bedrijfsactiviteiten | ||||
| Resultaat op beëindigde bedrijfsactiviteiten, na belasting | 14,9 | 33,8 | ||
| Geldmiddelen aangewend voor acquisities/ ontvangen bij verkopen: | ||||
| Totaal aankoopprijs /verkoopopbrengst | - 215,3 | 67,6 | - 296,6 | 80,0 |
| Min: verworven/vervreemde geldmiddelen en kasequivalenten | 48,5 | 8,6 | - 129,7 | |
| Min: vergoeding in natura | - 70,0 | |||
| Geldmiddelen aangewend voor acquisities/ ontvangen bij verkopen | - 166,8 | 67,6 | - 288,0 | - 119,7 |
De totale aankoopprijs voor dochterbedrijven en geassocieerde deelnemingen bedroeg in 2012 EUR 236,0 miljoen (2011: EUR 296,6 miljoen). Hiertegenover stond een van minderheidsbelangen afkomstige kapitaalverhoging van EUR 20,7 miljoen (2011: nul).
4 EIGEN VERMOGEN
De samenstelling van het Eigen vermogen per 31 december is als volgt:
| Aandelenkapitaal | |
|---|---|
| Gewone aandelen: 243.121.272 uitgegeven | |
| en betaalde aandelen Ageas à EUR 8,40 nominaal | 2.042,2 |
| Agio-reserve | 2.968,1 |
| Overige reserves | 1.968,2 |
| Koersverschillenreserve | 173,6 |
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 743,0 |
| Ongerealiseerde winsten en verliezen | 2.015,5 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 9.910,6 |
Fusie van ageas SA/NV en ageas NV en reverse stock split
Op respectievelijk 28 en 29 juni 2012 hebben de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van het Nederlandse ageas N.V. en het Belgische ageas SA/NV met een overweldigende meerderheid de fusie tussen beide vennootschappen goedgekeurd. Daarnaast werden ook de Reverse Stock Split en Reverse VVPR Strip Split goedgekeurd.
Op 3 augustus 2012 stelde de Raad van Bestuur van ageas SA/NV formeel vast dat de fusie van ageas N.V. en ageas SA/NV een feit was. Vanaf deze dag is het Belgische ageas SA/NV, met een permanente vaste inrichting in Nederland, de enige moedermaatschappij van de Ageas groep.
Tegelijk met de fusie, is Ageas overgegaan tot een samenvoeging van haar aandelen en VVPR Strips. Voor elke tien Ageas Units, werd op 3 augustus 2012 één nieuw aandeel ageas SA/NV uitgegeven. Elk veelvoud van twintig Ageas VVPR Strips is samengevoegd tot telkens 1 Ageas VVPR Strip. Rekening houdend met de reverse stock split zijn de vergelijkende cijfers aangepast voor vergelijkingsdoeleinden.
Inkoopprogramma eigen aandelen 2011
In augustus 2011 heeft Ageas, op basis van de autorisatie van de aandeelhouders, aangekondigd een inkoopprogramma van haar eigen uitstaande, gewone aandelen te initiëren voor maximaal EUR 250 miljoen. Het inkoopprogramma is gelanceerd op 24 augustus 2011 voor een periode die eindigde op 23 februari 2012.
Ageas rondde het inkoopprogramma af op 25 januari 2012, een total aantal van 19.216.809 aandelen was ingekocht voor een bedrag van EUR 250 miljoen, wat 7,3% van het aantal uitstaande aandelen vertegenwoordigde. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van april 2012 heeft de intrekking van de ingekochte aandelen goedkeurd. De intrekking is op 29 juni 2012 afgerond.
Als gevolg van de reverse stock split en de intrekking van de aandelen gerelateerd aan het inkoopprogramma eigen aandelen uit 2011, zijn er 243.121.272 uitstaande ageas SA/NV aandelen. Deze aandelen zijn genoteerd aan NYSE Euronext Brussels.
Inkoopprogramma eigen aandelen 2012
Ageas heeft een inkoopprogramma voor haar eigen uitstaande, gewone aandelen gelanceerd voor een bedrag van maximal EUR 200 miljoen, ingaand op 13 augustus 2012 voor een periode ten laatste eindigend op 19 februari 2013.
Het programma zal worden uitgevoerd in overeenstemming met de hoogst gangbare standaard in de industrie en conform de van toepassing zijnde regelgeving. Ageas heeft met dit doel een onafhankelijke broker opdracht gegeven het programma uit te voeren door middel van open markt inkoop op NYSE Euronext Brussel.
Ageas heeft het op 6 augustus 2012 aangekondigde inkoopprogramma eigen aandelen afgerond. Tussen 13 augustus 2012 en 26 februari 2013 heeft Ageas 9.635.159 aandelen ingekocht voor een totaalbedrag van EUR 200 miljoen. Dit komt overeen met 3,96% van de totale uitstaande aandelen.
Ageas houdt de aandelen aan als eigen aandelen. Samen met de eerder gehouden aandelen bedraagt het percentage eigen aandelen in bezit van Ageas in het totaal 5,70%. Op 19 februari 2013 besloot de Raad van Bestuur tijdens de volgende Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor te stellen de tot en met 15 februari 2013 ingekochte aandelen in te trekken.
4.1 Gewone aandelen
Uitgegeven aandelen en potentieel aantal aandelen
Naast de uitstaande aandelen heeft Ageas opties of instrumenten met kenmerken van opties uitgegeven die bij uitoefening kunnen leiden tot een toename van het aantal uitstaande aandelen. Tevens kunnen aandelen worden uitgegeven ten gevolge van de zogenaamde alternatieve coupon vereffenings methode (ACVM), geïntegreerd in bepaalde hybride financiële instrumenten (zie hiervoor Noot 51 Voorwaardelijke verplichtingen). De onderstaande tabel toont het aantal uitgegeven aandelen en het potentiële aantal nieuwe aandelen per 31 december.
| in duizenden | |
|---|---|
| Aantal aandelen per 31 december 2012 | 243.121 |
| Potentieel nog uit te geven aandelen: | |
| - in verband met optieplannen (zie noot 10) |
2.342 |
| Totaal potentieel aantal aandelen per 31 december 2012 | 245.464 |
De Raad van Bestuur van Ageas werd door de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ageas SA/NV in 2011 gemachtigd het kapitaal te verhogen met maximaal EUR 84 miljoen om aan de verplichtingen van couponbetalingen van bepaalde financiële instrumenten, de alternatieve coupon vereffenings methode (ACSM), te voldoen. Een aparte machtiging was voor ageas N.V. in 2011 niet noodzakelijk aangezien ageas N.V. conform de statuten toestemming had het kapitaal te verhogen. Daarnaast waren de Raden van Bestuur van Ageas en van de directe dochterondernemingen gemachtigd om Ageas aandelen te verkrijgen, die maximaal 10% van het uitgegeven aandelenkapitaal vertegenwoordigen, voor een vergoeding die gelijk is aan de slotkoers van de Ageas unit op Euronext, op de dag direct voorafgaand aan de aankoop, vermeerderd met maximaal 15% of verminderd met maximaal 15%.
Eigen aandelen Ageas
Het totaal aantal eigen aandelen (11,29 miljoen) bestaat voornamelijk uit de FRESH (3,97 miljoen), het restricted share programma (0,22 miljoen) en de aandelen afkomstig uit het inkoopprogramma eigen aandelen (7,06 miljoen). Nadere informatie over de FRESH is te vinden in Noot 27.1.
Tot het aantal uitstaande aandelen behoren de aandelen die verband houden met het converteerbare instrument FRESH (3,97 miljoen aandelen). De FRESH is een financieel instrument dat in 2002 is uitgegeven door Ageasfinlux SA. Een van de kenmerken is dat het instrument alleen kan worden afgelost door conversie in 3,97 miljoen aandelen Ageas. Ageasfinlux SA heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de FRESH af te lossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas). Ageasfinlux SA en Ageas zijn echter overeengekomen dat deze aandelen niet stem- en dividendgerechtigd zijn zolang deze aan de FRESH gekoppeld zijn. Aangezien Ageasfinlux SA een dochteronderneming van Ageas is, worden de aandelen uit hoofde van de FRESH behandeld als ingekochte eigen aandelen en geëlimineerd tegen het eigen vermogen (zie Noot 6 Winst per aandeel en Noot 27 Achtergestelde verplichtingen).
In 2011 en 2012 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van het aandeel Ageas ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de komende drie jaar en een aantal andere voorwaarden, zullen de senior managers beloond worden met in totaal tussen nul en 160.000 (om-niet te verstrekken) bestaande aandelen Ageas op 1 april 2014 (plan 2011). En tussen nul en 60.000 bestaande Ageas aandelen om-niet op 1 april 2015. In aanvulling op deze plannen zijn de leden van het management committee gecommitteerd 8.700 aandelen toe te kennen als Langetermijnincentive. Ageas heeft besloten deze toezegging af te dekken door het maximaal aantal aandelen, waarvan verwacht wordt dat deze binnen deze plannen toegekend worden, in te kopen.
Uitstaande Ageas aandelen
Hieronder is het verloop weergegeven van het aantal uitstaande aandelen.
| in duizenden | Uitgegeven aandelen |
Eigen aandelen |
Uitstaande aandelen |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2011 | 262.338 | - 4.051 | 258.287 |
| Netto gekocht/verkocht | - 17.658 | - 17.658 | |
| Stand per 31 december 2011 | 262.338 | - 21.709 | 240.629 |
| Intrekking van aandelen | - 19.217 | 19.217 | |
| Netto gekocht/verkocht | - 8.798 | - 8.798 | |
| Stand per 31 december 2012 | 243.121 | - 11.290 | 231.831 |
CASHES en de afwikkeling met BNP Paribas Fortis SA/NV en BNP Paribas
Fortis Bank heeft in 2007 een financieel instrument met de naam CASHES uitgegeven. Een van de kenmerken van dit instrument is dat de CASHES alleen kunnen worden afgelost door conversie naar 12,53 miljoen aandelen Ageas.
Fortis Bank heeft alle noodzakelijke aandelen Ageas verworven om de CASHES te kunnen aflossen (waardoor die aandelen ook deel uitmaken van het aantal uitstaande aandelen Ageas).
Op 7 februari 2012 hebben Ageas en BNP Paribas een overeenkomst bereikt over de gedeeltelijke afwikkeling van de RPN/RPN(I) (zie Noot 30 RPN(I)) en de volledige inkoop van de Tier 1 Obligatielening die door BNP Paribas Fortis SA/NV is uitgegeven en voor 95% in handen is van Ageas (zie Noot 18 Leningen). De afwikkeling en aflossing vonden plaats onder voorwaarde dat het door BNP Paribas gelanceerde bod in contanten op de CASHES succesvol zou zijn. Op 6 februari 2012 wisselde BNP Paribas 7.553 van de 12.000 uitstaande CASHES (62,94%) in tegen 7,89 miljoen bestaande aandelen Ageas.
BNP Paribas heeft zich verbonden deze aandelen niet te verkopen gedurende 6 maanden. Het aantal uitstaande aandelen Ageas blijft ongewijzigd. Het aantal dividend- en stemgerechtigde aandelen steeg op dat moment met 3,5% (zie ook Noot 51 Voorwaardelijke verplichtingen).
4.2 Overige reserves
Eigen aandelen, zijnde gewone aandelen die zijn teruggekocht door Ageas, worden in mindering gebracht op het Eigen vermogen en verantwoord onder Overige reserves. De Overige reserves bevatten ook de aanpassing van de geschreven putoptie op minderheidsbelang.
4.3 Koersverschillenreserve
De Koersverschillenreserve vormt een afzonderlijke component van het Eigen vermogen waarin koersverschillen worden verantwoord die voortkomen uit de omrekening van de resultaten en financiële posities van buitenlandse activiteiten die zijn opgenomen in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas.
Ageas dekt de netto-investeringen in buitenlandse activiteiten niet af, tenzij het effect van eventuele wisselkoersbewegingen naar de inschatting van Ageas de risk appetite overschrijdt. Leningen voor financieringsdoeleinden en al bekende betalingen of dividenduitkeringen in vreemde valuta worden echter wel afgedekt. Koersverschillen op leningen en overige valuta-instrumenten die fungeren als afdekkingsinstrument voor dergelijke investeringen worden tot de verkoop van de netto investering verantwoord in het eigen vermogen (onder Reserve koersverschillen), met uitzondering van het eventuele niet-effectieve deel van de afdekking, dat direct in de resultatenrekening wordt verantwoord. Bij de desinvestering van een buitenlandse entiteit worden die koersverschillen in de resultatenrekening verantwoord als onderdeel van de winst of het verlies op de verkoop.
4.4 Ongerealiseerde winsten en verliezen begrepen in het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders
De Ongerealiseerde winsten en verliezen, zoals begrepen in het Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders, zijn als volgt:
| Voor verkoop beschikbare |
Tot einde looptijd aangehouden |
Herwaardering van geassocieerde |
DPF | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2012 | beleggingen | beleggingen | deelnemingen | Afdekkingen | component | Totaal |
| Bruto | 5.368,6 | - 172,2 | 159,5 | - 30,8 | 5.325,1 | |
| Gerelateerde belasting | - 1.703,2 | 44,7 | 1,7 | - 1.656,8 | ||
| Shadow accounting | - 1.656,3 | - 1.656,3 | ||||
| Gerelateerde belasting | 531,1 | 531,1 | ||||
| Minderheidsbelang | - 570,1 | 59,8 | - 0,7 | 13,5 | - 497,5 | |
| Discretionaire winstdeling (DPF) | 4,3 | - 4,3 | ||||
| Totaal (inclusief omrekeningsverschillen) | 1.974,4 | - 67,7 | 158,8 | - 15,6 | - 4,3 | 2.045,6 |
| Transfer naar koersverschillen reserve | - 10,3 | - 20,0 | 0,2 | - 30,1 | ||
| Totaal | 1.964,1 | - 67,7 | 138,8 | - 15,4 | - 4,3 | 2.015,5 |
| Voor verkoop beschikbare |
Tot einde looptijd aangehouden |
Herwaardering van geassocieerde |
DPF | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2011 | beleggingen | beleggingen | deelnemingen | Afdekkingen | component | Totaal |
| Bruto | 588,2 | - 200,9 | 231,7 | - 21,2 | 597,8 | |
| Gerelateerde belasting | - 214,6 | 51,8 | 0,9 | - 161,9 | ||
| Shadow accounting | - 57,8 | - 57,8 | ||||
| Gerelateerde belasting | 50,3 | 50,3 | ||||
| Minderheidsbelang | 34,1 | 70,3 | - 0,2 | 8,6 | 112,8 | |
| Discretionaire winstdeling (DPF) | - 6,1 | 6,1 | ||||
| Totaal (inclusief omrekeningsverschillen) | 394,1 | - 78,8 | 231,5 | - 11,7 | 6,1 | 541,2 |
| Transfer naar koersverschillen reserve | - 13,4 | - 15,8 | 0,2 | - 29,0 | ||
| Totaal | 380,7 | - 78,8 | 215,7 | - 11,5 | 6,1 | 512,2 |
De ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen worden nader toegelicht in Noot 16 Financiële beleggingen.
Reële waardeveranderingen van derivaten die zijn aangewezen en in aanmerking komen als kasstroomafdekkingen, worden in het eigen vermogen verantwoord als een ongerealiseerde winst of verlies. Niet-effectieve afdekkingen worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening. Koersverschillen die ontstaan door instrumenten die zijn aangewezen als afdekking van een investering in een buitenlandse entiteit worden, tot het moment van desinvestering, in het Eigen vermogen verantwoord, met uitzondering van Niet-effectieve afdekkingen die onmiddellijk in de resultatenrekening worden verantwoord.
Ageas sluit verzekeringscontracten af met, naast de gegarandeerde winstdelingen, winstdelingscomponenten waarvan de omvang en het moment van toekenning volledig tot de discretie van Ageas behoren. Afhankelijk van de contractuele en wettelijke voorwaarden en condities worden ongerealiseerde waardeveranderingen in de reële waarde van de beleggingsmix verband houdende met dergelijke contracten, na de toepassing van shadow accounting, verantwoord in een afzonderlijke discretionaire winstdelingscomponent (DPF) als onderdeel van de Niet-gerealiseerde winsten en verliezen in het Eigen vermogen en als Niet-gerealiseerde winsten en verliezen met betrekking tot Voor verkoop beschikbare beleggingen.
De mutaties in de bruto ongerealiseerde winsten en verliezen zoals begrepen in het Eigen vermogen over 2011 en 2012 zijn als volgt:
| Voor verkoop beschikbare beleggingen |
Tot einde looptijd aangehouden beleggingen |
Herwaardering van geassocieerde deelnemingen |
Afdekkingen | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 1 januari 2011 | 91,3 | 151,7 | - 1,6 | 241,4 | |
| Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen tijdens de verslagperiode | - 53,6 | 75,6 | - 19,4 | 2,6 | |
| Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop | - 262,7 | - 262,7 | |||
| Terugname ongerealiseerde verliezen door bijzondere waardeverminderingen | 577,5 | 577,5 | |||
| Omrekeningsverschillen | 12,3 | 0,8 | - 0,2 | 12,9 | |
| Overname en desinvestering van geassocieerde deelnemingen | 8,6 | 3,6 | 12,2 | ||
| Overdracht van Voor verkoop beschikbaar naar Aangehouden tot einde looptijd | 214,9 | - 214,9 | |||
| Amortisatie | 14,0 | 14,0 | |||
| Overige | - 0,1 | - 0,1 | |||
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2011 | 588,2 | - 200,9 | 231,7 | - 21,2 | 597,8 |
| Wijziging ongerealiseerde winsten en verliezen tijdens de verslagperiode | 4.691,3 | - 39,9 | - 9,0 | 4.642,4 | |
| Terugname ongerealiseerde (winsten) verliezen door verkoop | 52,3 | 52,3 | |||
| Terugname ongerealiseerde verliezen door bijzondere waardeverminderingen | 39,1 | 39,1 | |||
| Omrekeningsverschillen | - 2,3 | 4,1 | 1,8 | ||
| Amortisatie | 28,3 | - 0,6 | 27,7 | ||
| Overige | 0,4 | - 36,4 | - 36,0 | ||
| Bruto ongerealiseerde winsten (verliezen) per 31 december 2012 | 5.368,6 | - 172,2 | 159,5 | - 30,8 | 5.325,1 |
4.5 Dividend en aandeelhoudersovereenkomsten
De vennootschappen van Ageas zijn onderhevig aan juridische beperkingen ten aanzien van de hoogte van het dividend dat zij mogen uitkeren aan hun aandeelhouders. Het Nederlands Burgerlijk Wetboek bepaalt dat dividenden alleen mogen worden uitgekeerd door Nederlandse ondernemingen voor zover het eigen vermogen van de onderneming het totaal van het gestorte en opgevraagde kapitaal en de wettelijk of statutair vereiste reserves overtreft.
Volgens het Belgische Wetboek van Vennootschappen moet een onderneming 5% van de nettowinst over het boekjaar toevoegen aan een wettelijke reserve tot deze reserve gelijk is aan 10% van het aandelenkapitaal. Een onderneming mag geen dividend uitkeren indien het netto vermogen van de onderneming lager is dan het totaal van het gestorte kapitaal en de niet-uitkeerbare reserves of na uitkering van dividend zou dalen tot onder dat niveau.
Dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen zijn tevens onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar zij opereren en aan aandeelhouderscontracten met de partners in het bedrijf. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.
Daarnaast kunnen overeenkomsten met aandeelhouders (verbonden partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) het volgende bevatten:
- specifieke bepalingen over stemrechten of de uitkering van dividend;
- lock-up periods waarin alle partijen in het bezit van aandelen vóór een bepaalde periode geen aandelen mogen verkopen tenzij met toestemming van de andere betrokken partijen;
- een optie tot (door)verkoop aan de andere, bij de overeenkomst betrokken partij(en), inclusief de onderliggende method die voor de waardering van de aandelen wordt gehanteerd;
- earn-out mechanismen waaqrbij de oorspronkelijke verkoper van de aandelen additionele opbrengsten ontvangt indien bepaalde doelstellingen zijn gerealiseerd;
- exclusiviteitsbepalingen of concurrentiebedingen in verband met de verkoop van verzekeringsproducten.
Dividendvoorstel voor het jaar 2012
De Raad van Bestuur heeft besloten de goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders te vragen voor de uitkering van een bruto contante dividenduitkering over 2012 van EUR 1,20 per aandeel.
4.6 Rendement op eigen vermogen
Ageas berekent Rendement op het eigen vermogen op basis van het resultaat over de laatste 12 maanden en het voortschrijdend gemiddeld netto vermogen over de vier voorgaande kwartalen. Het Rendement op het eigen vermogen voor 2012 en 2011 is als volgt:
| 8,4% | -7,2% |
|---|---|
5 MINDER HEIDS BELANGEN
In de navolgende tabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste minderheidsbelangen in de entiteiten van Ageas.
| % | % | |||
|---|---|---|---|---|
| Minderheids | Bedrag per | Minderheids | Bedrag per | |
| belang | 31 december | belang | 31 december | |
| 2012 | 2011 | |||
| Groepsmaatschappij | ||||
| AG Insurance (België) | 25,0% | 1.342,7 | 25,0% | 794,0 |
| Interparking SA (onderdeel van | ||||
| AG Insurance) | 10,1% | 88,1 | 10,1% | 85,1 |
| Venti M (onderdeel van AG Insurance) | 40,0% | 32,4 | 40,0% | 38,7 |
| B.G. 1 (onderdeel van AG Insurance) | 10,0% | 5,9 | ||
| Cortenbergh le Corrège (onderdeel van | ||||
| AG Insurance) | 38,8% | 3,4 | 38,8% | 3,7 |
| Millenniumbcp Ageas | ||||
| (onderdeel van CEU) | 49,0% | 506,9 | 49,0% | 309,3 |
| F&B/UBI Assicurazioni | ||||
| (onderdeel van CEU) | 75,0% | 124,5 | 75,0% | 87,6 |
| Tesco Insurance Ltd (onderdeel van VK) | 49,9% | 114,3 | 49,9% | 83,0 |
| Totaal | 2.218,2 | 1.401,4 | ||
| Aanpassing minderheidsbelangen AG | ||||
| Insurance m.b.t. geschreven | ||||
| putoptie (zie Noot 33) | - 1.342,7 | - 794,0 | ||
| Total Minderheidsbelangen | 875,5 | 607,4 |
Het minderheidsbelang vertegenwoordigt het relatieve aandeel van een derde partij in het eigen vermogen van een Ageas dochtermaatschappij zoals bepaald op basis van Ageas international financial reporting standards(IFRS).
Nadere details over de aanpassing minderheidsbelangen AG Insurance met betrekking tot de geschreven putoptie worden gegeven in Noot 33 Verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie op AG Insurance in handen van BNP Paribas Fortis SA/NV.
6 WINST PER AANDEEL
In de volgende tabel worden de uitgangspunten weergegeven voor de bepaling van de winst per aandeel (de vergelijkende cijfers zijn gecorrigeerd voor de reverse stock split).
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 743,0 | - 578,2 |
| Verkrijgingsprijs 'restricted shares' | 1,0 | 0,5 |
| Netto resultaat gebruikt om het verwaterd resultaat per aandeel te bepalen | 744,0 | - 577,7 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewoon | ||
| resultaat per aandeel (in duizenden) | 237.449 | 254.612 |
| Aanpassingen voor: | ||
| - aandelen onder voorwaarden (in duizenden) | 218 | 62 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterd | ||
| resultaat per aandeel (in duizenden) | 237.667 | 254.673 |
| Gewoon resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 3,13 | - 2,27 |
| Verwaterd resultaat per aandeel (in euro's per aandeel) | 3,13 | - 2,27 |
In 2012 zijn opties op een gewogen gemiddelde van 2.410.735 aandelen (2011: 2.569.554) met een gewogen gemiddelde uitoefenprijs van EUR 19,85 per aandeel (2011: EUR 19,89) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel, omdat de uitoefenprijs van de opties hoger was dan de gemiddelde beurskoers van de aandelen, rekening houdend met het feit dat na de reverse stock split 10 opties uitgeoefend dienen te worden om één aandeel te verkrijgen.
Gedurende 2012 en 2011 zijn 3,97 miljoen aandelen Ageas uit converteerbare effecten met betrekking tot de FRESH buiten beschouwing gelaten omdat de bespaarde rente hoger lag dan de gewone winst per aandeel.
De aandelen die uit hoofde van de CASHES zijn uitgegeven, eerste half jaar van 2012: 4,64 miljoen (31 december 2011: 12,53 miljoen), behoren tot de gewone aandelen (zie ook Noot 51 Voorwaardelijke verplichtingen).
7 Risico management
Ageas is in veel markten actief als aanbieder van verzekeringen, zowel in Leven en in Niet-Leven. Ageas ziet zich daarbij geconfronteerd met een aantal interne en externe risico's die van invloed kunnen zijn op de activiteiten, de bedrijfswinst, de koers van het aandeel, de waarde van de beleggingen en de afzet van bepaalde producten en diensten. Naast de verzekeringsactiviteiten omvat Ageas ook de Algemene Rekening, een segment waaronder activiteiten vallen die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de houdstermaatschappij(en). Onder de Algemene Rekening vallen tevens diverse lopende zaken uit het verleden: de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas, de verplichtingen uit hoofde van verschillende hybride instrumenten gerelateerd aan BNP Paribas Fortis SA/NV en een aantal voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan juridische processen.
7.1 Introductie
Het verzekeringsklimaat bleef uitdagend in 2012:
- de economische groei in Europa viel stil of werd negatief, in de Verenigde Staten vertraagde deze en de opkomende markten vertoonden tekenen van lagere groei;
- de meeste Zuid-Europese rentespreads gingen na in de loop van het jaar een hoogtepunt te hebben bereikt weer omlaag. De ontwikkeling was echter wel indicatief voor de voortgaande crisis in de eurozone. De inspanningen van de diverse overheden om banken overeind te houden en de economie te stimuleren, resulteerde in een lage obligatierente. De toekomstige winstgevendheid van de verzekeringssector staat hierdoor onder druk;
- de aandelenmarkten herstelden in 2012 van de koersniveaus die eind 2011 werden genoteerd. De volatiliteit daalde. Klanten hielden vanwege de onzekerheden echter een voorkeur voor Leven garantieproducten in plaats van unit-linked producten.
Ageas heeft in 2012 de juridische structuur vereenvoudigd door de houdstermaatschappijen samen te voegen. Ageas heeft belangrijke overeenkomsten met ABN AMRO en de Nederlandse Staat over nog uitstaande juridische procedures bereikt, alsmede met BNP Paribas over een gedeeltelijke afwikkeling van de RPN(I). De onzekerheid over de toekomstige liquiditeitspositie is hierdoor verminderd.
Tegelijkertijd heeft Ageas ook haar Niet-Levenportefeuille versterkt en in november 2012 aangekondigd een overeenkomst te hebben getekend voor de verwerving van Groupama, een Niet-Levenmaatschappij in het Verenigd Koninkrijk.
Ageas heeft ook een nieuwe beleggingscategorie geïntroduceerd: bedrijfsleningen. De beoogde omvang van de nieuwe categorie bedraagt EUR 2 miljard, die Ageas binnen twee tot drie jaar wil bereiken. De bedoeling is om hiermee de yield te verhogen door uit staatsleningen te diversifiëren.
De nettopositie in overheidsobligaties van de Zuid-Europese landen (Voor verkoop beschikbaar en Tot einde looptijd aangehouden) is verder afgebouwd. De opbrengst is grotendeels herbelegd in Belgische overheidsschulden.
7.2 Risicomanagementkader
Als multinationale verzekeraar creëert Ageas waarde door het accepteren, beheren en transformeren van risico's die goed kunnen worden beheerst binnen een adequaat Enterprise Risk Management (ERM) raamwerk, hetzij op het niveau van de Ageas-bedrijven, hetzij op groepsniveau.
Ageas definieert risico als de afwijking van verwachte resultaten. Deze afwijking kan een effect hebben op de waarde, het vermogen of de inkomsten van Ageas, evenals op de bedrijfsdoelstellingen of toekomstige kansen. Het risico van Ageas vloeit derhalve voort uit de blootstelling aan externe en interne risicofactoren bij de uitvoering van de verzekeringsactiviteiten. Ageas wil risico's nemen die:
- het goed kan doorgronden;
- het adequaat kan beheersen, hetzij op het niveau van de werkmaatschappijen, hetzij op groepsniveau;
- het zich kan veroorloven (d.w.z. die binnen de risk appetite van Ageas blijven);
- een acceptabele verhouding risico-rendement vertonen.
Het doel van de benadering van risicomanagement van Ageas is er zeker van te zijn dat er kennis is van alle materiële risico's en dat deze risico's effectief worden gemanaged binnen een goed opgezet enterprise risk management (ERM) kader. Het doel van dit kader is de business toegevoegde waarde te bieden, maar ook adequate controle te garanderen door:
- ervoor te zorgen dat de risico's die een effect hebben op het realiseren van doelstellingen in kaart worden gebracht, onderzocht, gevolgd en beheerst (en indien nodig beperkt);
-
het definiëren en implementeren van een risk appetite-kader voor wat betreft solvabiliteit, inkomsten en waarde;
-
erop toezien dat het risico van insolventie te allen tijde laag en binnen de risk appetite blijft;
- het ondersteunen van het besluitvormingsproces door erop toe te zien dat risico-informatie tijdig beschikbaar is voor beslissers en consistent en betrouwbaar is;
- het creëren van een cultuur van risicobewustzijn waarin iedere manager zijn taken uitvoert met inzicht in de risico's van zijn activiteiten, deze risico's adequaat beheerst en hierover transparant rapporteert.
Het risicokader van Ageas omvat vier elementen:
- een gedocumenteerd risicobeleidskader;
- een vastomlijnde risico-organisatie;
- een formeel modelkader;
- verslaggeving.
Risicomanagement is binnen Ageas gebaseerd op een aantal leidende principes dat is vastgelegd in het enterprise risk management (ERM) Framework (zie illustratie). Ageas streeft ernaar erop toe te zien dat alle significante risico's in kaart worden gebracht, onderzocht, gevolgd en beheerst, in overeenstemming met de richtlijnen en normen van de groep, die (impliciet) als richtlijn gelden voor de gehele bedrijfsvoering binnen Ageas.
Dit ERM-kader wordt voortdurend herzien om zeker te stellen dat wordt voortgebouwd op de sterke punten van het verleden en op de lering die is getrokken uit de extreme marktomstandigheden van de afgelopen jaren. Dat kader zal ook regelmatig worden bijgesteld om aan de veranderende behoeften van Ageas te voldoen. Het doel is om ondersteuning te bieden aan de missie, doelstellingen en hoge risicobeheerstandaarden op groeps- en lokaal niveau en ervoor te zorgen dat aan bovenstaande doelstellingen wordt voldaan.
n Interne omgeving
- Ethiek, waarden en risicobewustzijn
• Verantwoordelijkheden o Doelstellingen en risicostrategie Bedrijfsdoelstellingen
q Kapitaalmanagement en planning
- Vereist kapitaal in relatie tot risiconiveau en risicotaxonomie;
- (Her)allocatie van kapitaal gebaseerd op financieringsplannen die in lijn zijn met strategische en operationele doelstellingen;
- Allocatie gebaseerd op optimalisatie van verwachte waardecreatie, risico en kapitaalgebruik.
r Informatie & Communicatie
- Signaleren, opslaan en tijdig communiceren van relevante informatie zodat mensen verantwoordelijkheid en operationele beslissingen kunnen nemen;
- Effectieve organisatiebrede, top-down en bottum-up communicatie.
s Data, IT, Infrastructuur
- Integratie van infrastructuur risico- en finance-systemen;
- Coherente, complete accurate en controleerbare gegevens.
t Controle en bewaking van het risicokader
- Richtlijnen en procedures: beschrijven risicokader en zorgen dat risicomaatregelen effectief worden uitgevoerd;
- Risicokader wordt bewaakt, geëvalueerd en waar nodig aangepast.
7.3 Risicomanagementorganisatie en beleid
De missie van de afdeling risicomanagement op groepsniveau en op lokaal niveau is ervoor te zorgen dat de risico's die van invloed zijn op het realiseren van onze doelstellingen (strategisch, operationeel, financieel, etc.) direct worden gesignaleerd, geëvalueerd, beheerst en bewaakt.
De risicomanagementorganisatie heeft als doel het waarborgen van:
- een duidelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid inzake risicobeheer en een cultuur van risicobewustzijn;
- risicobeheerfuncties die onafhankelijk zijn van de lokale werkmaatschappijen;
- een transparant en samenhangend risicogerelateerd beslissingsproces, waarin alle risico's van het risicoclassificatiemodel zijn opgenomen;
- uitwisseling van kennis en best practices en hoge standaarden voor risicobeheer;
- consistentie, die totaalrapportages en totaaloverzicht op groepsniveau mogelijk maakt.
Het risicobeleid en de risico-organisatie van Ageas kunnen grafisch als volgt worden weergegeven:
Het risicoraamwerk van Ageas benadrukt het belang van efficiënt risicobeheer dat zorgt voor duidelijke verantwoordelijkheden.
Om de opzet van het algemene risico- en controleraamwerk te bewaken, tekortkomingen op te sporen en de aanpak te optimaliseren, heeft Ageas het 'three lines of defence' model geïmplementeerd.
- eerste 'line of defence': de lokale werkmaatschappijen zijn eerst verantwoordelijke voor de beheersing van de volledige classificatie van risico's die zich binnen hun werkterrein voordoen. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de bedrijfsstrategie; dat geldt van de CEO, de lijn- en businessmanagers tot de medewerkers in de bedrijfsonderdelen. Deze eerste verdedigingslinie bestaat uit een robuuste risicocultuur en een sterk risicobewustzijn tot op het diepste niveau van de organisatie;
- tweede 'line of defence': de risicofuncties op het niveau van de groep en lokaal zien toe op hoge standaarden voor risicomanagement in de hele organisatie. Zij ontwikkelen hiertoe een risicokader en meer specifiek ook richtlijnen en beleid per risicotype. Zij coördineren de implementatie van risicoinitiatieven en maken vooral ook het senior management bewust van risico's en de economische prestaties op geconsolideerd niveau. Verder ondersteunt deze tweede verdedigingslinie het Executive Committee (ExCo) of het lokale Management Committee alsmede de Raad van Bestuur, met als doel de totale risk appetite, de risicolimieten, het risicorendementsprofiel en het gebruik van de risicodragende ca-
paciteiten te optimaliseren. De risicofuncties van de tweede verdedigingslinie zijn bovendien verantwoordelijk voor de communicatie over en verankering van de risicostrategie, het risicobewustzijn en de risicobeheersing binnen de hele organisatie. Compliance fungeert hierin als 'borgingsorgaan'. Dat wil zeggen dat deze afdeling ervoor zorgt dat beleid (voor zowel risico als compliance) is ingesteld en voldoet aan alle interne en externe regels en vereisten;
derde 'line of defence': de afdeling Internal Audit borgt het juiste ontwerp en de juiste implementatie van het risicobouwwerk en de naleving van richtlijnen, beleid en processen.
7.3.1 Governance Units
De Group Governance Policy beschrijft de eisen die worden gesteld aan de aard, taken en organisatie van de risk committees, de risicofunctie, de Risk Officer en aan de risico-interactie tussen de Ageas groep, de regio's en lokale werkmaatschappijen.
Dit is van toepassing op alle 'governance units' zoals deze door de Raad van Bestuur zijn gedefinieerd. De inrichting van het risicoraamwerk komt overeen met de vereisten op groepsniveau en maakt toezicht door de groep mogelijk, inclusief volledige rapportage en verantwoording voor de bijdrage aan de groepsresultaten (resultatenrekening, balans en waarde).
In de volgende tabel worden de Governance Units van Ageas weergegeven.
A. Organisatie risicomanagement op groepsniveau
De risicomanagementstructuur is opgebouwd rond een aantal besturen, commissies en functies, elk met hun eigen verantwoordelijkheid voor de beheersing van het Enterprise Risk Management (ERM) kader. Op groepsniveau is het risicobouwwerk ingericht met de volgende besturen, commissies en functies:
- de Raad van Bestuur is eindverantwoordelijk voor alle met risicomanagement samenhangende activiteiten. De Raad van Bestuur is het uiteindelijke besluitvormend orgaan van Ageas, met uitzondering van zaken die volgens het ondernemingsrecht of volgens de statuten voor de Algemene Vergadering van Aandeelhouders zijn gereserveerd. De Raad van Bestuur keurt de risk appetite voor de groep als geheel goed;
- het Risk & Capital Committee (RCC) assisteert de Raad van Bestuur en doet aanbevelingen over alle zaken op het gebied van risico en kapitaal en in het bijzonder over (i) de definitie van, het toezicht op en de bewaking van het risicoprofiel van Ageas ten opzichte van het beoorgde niveau van risk appetite zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur; (ii) over de toereikendheid van de kapitaalallocatie en (iii) over alle financiële aspecten van zaken uit het verleden met betrekking tot het voormalige Fortis;
- het Audit Committee assisteert de Raad van Bestuur bij het toezicht op en bewaken van verantwoordelijkheden met betrekking tot interne beheersing in de breedste zin van het woord inclusief interne beheersing met betrekking tot financiële verslaggeving;
- het is de verantwoordelijkheid van het Executive Committee en in het bijzonder de Chief Risk Officer (CRO) ten opzichte van het Risk & Capital Committee, de Raad van Bestuur en de markten/aandeelhouders om erop toe te zien dat de betreffende (juridische) organen van Ageas en van de lokale bedrijfsactiviteiten van Ageas toereikende besluiten nemen voor wat betreft structuren, risico's en uitvoering en om zeker te stellen dat Ageas toereikende structuren heeft en dat deze volledig operationeel zijn. De CRO wordt in zijn werkzaamheden bijgestaan door de Group Risk Officer, die aan het hoofd staan van de groepsrisicofunctie en die lid is van het Management Committee (MCO), inclusief interne beheersing van de verslaggeving;
-
de Raad van Bestuur heeft een Group Management Committee in het leven geroepen om onder meer het Executive Committee met adviezen bij te staan. Het Executive Committee van Ageas vraagt om en buigt zich aandachtig over het advies (vooraf) van het Management Committee over zaken die ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur worden voorgelegd, zoals financieel beheer (bijv. financieringsstrategie, zaken op het gebied van de solvabiliteit, maar met uitzondering van het dividendbeleid) en risicomanagement (bijv. risk appetite);
-
een Ageas Risk Committee adviseert het Executive Committee van Ageas over risicoaangelegenheden. Die commissie ziet erop toe dat alle risico´s die van invloed zijn op de realisatie van strategische, operationele en financiële doelstellingen direct worden gesignaleerd, gemeten, beheerst, gemeld en bewaakt (aan de hand van toereikende risk appetitelimieten). Ook zorgt de commissie ervoor dat het risicobouwwerk en de risico-organisatie toereikend zijn en dat men zich daaraan houdt (zoals voorgeschreven door het ERM-kader). De commissie verzorgt hiertoe een opinie over alle belangrijke risicoaangelegenheden op het niveau van de werkmaatschappijen en de regio's, waaronder over lokaal voorgestelde afwijkingen van het ERM-kader. De commissie wordt zelf met advies bijgestaan door het Ageas Risk Forum over onderwerpen in verband met het risicomanagementkader en het Model Control Board (MCB) van Ageas, die ervoor zorgt dat er relevante modellen worden gehanteerd geschikt zijn voor de taak waarvoor ze worden gebruikt;
- het Ageas Investment Committee (AGICO), dat de totale marktrisico's bewaakt en ervoor zorgt dat die risico's in overeenstemming zijn met het risicokader en binnen de vastgestelde limieten worden beheerst. Het adviseert het management bij investeringsbeslissingen. Het behoort tevens tot de rol van de commissie om op het gebied van strategische activa-allocatie en Asset & Liability Management specifieke beslissingen te nemen en/of aanbevelingen te doen op het niveau van de holding. Het doel van het AGICO is het algehele investeringsbeleid van de groep te optimaliseren. Het zorgt ervoor dat, indien noodzakelijk, maatregelen worden getroffen (onder meer risicovermindering). Deze commissie is gesplitst in een deel Azië en een deel Europa. Dit zorgt voor relevante regiofocus;
- de volgende technische commissies (Ageas Financial Risk Technical Committee; Ageas Life Technical Committee; Ageas Non Life Technical Committee) zien toe op de consistentie van de methoden en modellen die bij de lokale werkmaatschappijen van Ageas worden toegepast. Zij verzamelen de bedrijfsvereisten en stemmen de platforms van de Ageas groep op elkaar af. Dat wil zeggen dat zij de risicobeoordelingen ondersteunen en de bedrijfsvereisten afstemmen op de die van de toezichthouder. De commissies fungeren verder als adviesorgaan voor de Ageas Risk Committee en de Model Control Boards;
- De Group Risk Officer staat aan het hoofd van de Group Risk functie die verantwoordelijk is voor het bewaken van het algehele risicoprofiel van de groep, inclusief het totale risicoprofiel van de verzekeringsmaatschappijen en de activa en verplichtingen van de groep holding. Die functie ontwikkelt, formuleert en implementeert het totale risicobeheerskader en de coördinatie van de ontwikkeling en verbetering van dit risicobeheerskader. De risicofunctie documenteert dit aan de hand van regelmatig bijgewerkt risicobeleid en een actuele risicoclassificatie en verzorgt tevens alle relevante risicorapportages en opinies over risico in de hele groep (hiervoor wordt akkoord gevraagd van de Ageas Risk Committee.) De risicofunctie zorgt dat de totale modelgovernance klopt en houdt daarbij rekening met het onafhankelijke Model Validationoordeel. De functie coördineert verder grote risicoprojecten zoals Solvency II. De Group Risk Officer opereert als onaf-
hankelijke risk officer en heeft directe toegang tot de Raad van Bestuur.
Risk Management geeft richting aan het management, maar is niet verantwoordelijk voor besluiten van het management of de uitvoering ervan.
Ageas Group Management en Risk Management worden beschouwd als het tweede niveau van risicobeheersing. Hun rol bestaat voornamelijk uit het bepalen van de strategie en de totale risk appetite en daarnaast dragen zij zorg voor de coördinatie, bewaking, toetsing en ondersteuning ervan.
Interne audit vormt een belangrijk aanvullend (derde) niveau van risicobeheersing met systematische en ad hoc-beoordelingen van managementprocessen, waaronder risicobeheersing, de naleving van het beleid en de audit van de risicopraktijk.
Risicobeheer bij Ageas wordt gekenmerkt door een aantal mechanismen dat moet leiden tot consistentie, transparantie en uitwisseling van kennis. Die mechanismen moeten er tevens voor zorgen dat de ontwikkelingen op groepsniveau profiteren van de praktische ervaring en deskundigheid van de lokale werkmaatschappijen en dat veranderingen als gevolg van bepaalde ontwikkelingen worden overgenomen en geïmplementeerd. De Risk Officer van ieder lokaal bedrijf van Ageas is lid van het Ageas Group Risk Forum (ARF), dat regelmatig bijeenkomt voor de uitwisseling van kennis en best practices en gezamenlijk het risicoraamwerk van de groep ontwikkelt en verbetert.
De Chief Risk Officers van de grote lokale werkmaatschappijen zijn ook lid van het ARC, waardoor de visie en deskundigheid van de werkmaatschappijen meewegen bij beslissingen en aanbevelingen door het ARC. De belangrijkste risicovraagstukken en methoden worden tevens geëvalueerd op het niveau van het Management, het Executive Committee en de Raad van Bestuur. Is er op groepsniveau een akkoord voor een verandering in het risicoraamwerk van de groep, dan wordt dit vervolgens door het bestuur van het lokale bedrijf formeel overgenomen.
B. Organisatie risicomanagement op het niveau van de lokale werkmaatschappijen
Elk verzekeringsonderdeel:
- is verantwoordelijk voor het beheer van de bedrijfseigen risico's en de aanwezigheid van een allesomvattend raamwerk voor risicobeheer;
- is verantwoordelijk voor het beheer van de risico's binnen de gestelde limieten, beleids- en richtlijnen die door de Ageas groep, de toezichthouder en het lokaal bestuur worden bepaald.
Elk lokaal bedrijf van Ageas kent als eis het hebben van:
- een Risk Committee en een Audit Committee die de Raad van Bestuur bijstaan in het toezicht;
-
een Management Risk Committee, dat ondersteuning biedt aan het eigen managementteam door ervoor te zorgen dat de belangrijkste risico's goed begrepen worden en dat de juiste risicomanagementprocedures van kracht zijn;
-
een lokale Model Control Board, die afstemt met het Model Control Board van Ageas;
- een risicofunctie (of Risk Officer) die de werkzaamheden van het Risk Committee ondersteunt en risicoverslaggeving en opinies verzorgt voor de lokale CEO, het lokale bestuur en het management van de Ageas groep;
- een compliancefunctie die het bestuurs- of leidinggevend orgaan adviseert over de naleving van wettelijke en administratieve bepalingen en, daar waar deze aanvullende eisen stellen, over beleid op groepsniveau en op lokaal niveau. Compliance onderzoekt de mogelijke impact van veranderingen in de wettelijke omgeving op de activiteiten van de betrokken onderneming en signaleert compliancerisico's;
- een interne audit functie die de toereikendheid en effectiviteit van het interne controlesysteem en andere elementen van het risicobeheerssysteem evalueert.
Het lokale management wordt beschouwd als het eerste niveau in de risicobeheersing. Hier ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het signaleren en beheersen van risico binnen de lokale activiteiten.
Voor beslissingen die de goedkeuring nodig hebben van de lokale Raad van Bestuur moet de lokale Raad van Bestuur op de hoogte zijn van de mening van het ARC, als onderdeel van het lokale besluitvormingproces. Hierbij dient te worden opgemerkt dat deze mening bedoeld is om de lokale Raad van Bestuur te steunen bij zijn beslissing maar dat de verantwoordelijkheid voor de genomen beslissing uiteindelijk bij de lokale Raad van Bestuur ligt. De vertegenwoordigers van Ageas in de lokale Raad van Bestuur worden op de hoogte gebracht door middel van het ARC advies aan het Executive Committee (het Management Committee wordt gelijktijdig geïnformeerd).
Het Ageas Risk Committee is tevens verantwoordelijk voor de Algemene Rekening. De Algemene Rekening wordt separaat van de verzekeringen beheerd.
7.4 Risk taxonomy
Ageas is in veel landen actief met een breed spectrum verzekeringsproducten. Als gevolg hiervan is Ageas blootgesteld aan een groot aantal uiteenlopende risico's. De doelstelling van de risk taxonomy is te zorgen voor een consistente en brede benadering op het gebied van risicosignalering, evaluatie, bewaking en maatregelen. Alle gesignaleerde risico's voor de groep worden in kaart gebracht en benoemd. Deze classificatie dient derhalve als basis voor alle activiteiten op het gebied van risicobeheer.
De risk taxonomy kan niet als uitputtend worden beschouwd en het is de verantwoordelijkheid van het business management en risk management dat alle risico's worden gesignaleerd. Hoewel het doel is dat deze risk taxonomy een hoge mate van stabiliteit en consistentie behoudt, zal de indeling ervan minimaal eenmaal per jaar worden beoordeeld en, indien van toepassing, worden aangepast.
7.5 Risk appetite
Door middel van een formeel door de Raad van Bestuur en het Executive Committee goedgekeurd risk appetite-beleid van de onderneming heeft Ageas een duidelijk kader voor risk appetite opgesteld.
Het doel van het risk appetite-beleid is dat alle lokale werkmaatschappijen en de groep binnen duidelijk vastomlijnde kaders en strategieën risico's kunnen nemen. Misschien nog wel belangrijker is dat ze bereid zijn om die risico's te nemen en zich dat ook kunnen veroorloven. Risk appetite geeft een bovengrens aan. Risk appetite zegt nog niets over de optimale positie en bepaalt ook niet direct de invulling van preciezere grenzen. Risk appetite wil niet zeggen dat het nemen van risico tot het maximale toegestane niveau de juiste benadering is vanuit het perspectief van de risico-rendementsverhouding of vanuit bedrijfsoverwegingen; die bovengrens betekent alleen dat Ageas zich dat kan veroorloven. Risk appetite betekent verder ook niet dat er automatisch toestemming bestaat om de risico's tot het maximaal toegestane niveau te verhogen. Ook in ander beleid zijn controlemechanismen ingebouwd (binnen het beleid voor marktrisico, ALM, beleggings- en verzekeringsrisico bijvoorbeeld) en gelden aanvullende beperkingen op het nemen van risico. Vanuit het perspectief van waardecreatie zal met het kapitaal dat gemoeid is met het nemen van risico ook voldoende rendement moeten worden gerealiseerd.
Het Risk Appetite-kader van Ageas kent twee soorten criteria.
De kwantitatieve criteria betreffen vooral de bereidheid en mogelijkheid om af te wijken op de volgende belangrijke maatstaven:
- solvabiliteit;
- inkomsten;
- waarde.
Alle lokale werkmaatschappijen en de groep formuleren duidelijke grenzen aan de aanvaardbare afwijking van de solvabiliteit, winst en waarde in een serie duidelijk omlijnde stress-situaties. Bij de huidige implementatie van de risk appetite is rekening gehouden met de volgende risicofactoren:
- Financieel risico: aandelenrisico, spreadrisico, vastgoedrisico, renterisico, wanbetalingsrisico;
- Levensverzekeringsrisico: sterfterisico, langlevenrisico, catastroferisico, herzieningsrisico, vervalrisico, kostenrisico en arbeidsongeschiktheidsrisico.
Kwalitatieve criteria omvatten elementen die niet makkelijk kwantificeerbaar zijn maar waarvoor grenzen aan de aanvaardbare activiteit op een kwalitatieve manier kunnen worden omschreven.
Risk appetite-verklaringen betreffen:
- harde grenzen: lokale werkmaatschappijen en de groep hebben zich hieraan te houden. Governance Units kunnen niet instemmen met een positie die het wettelijk vereiste minimumvermogen in gevaar zou kunnen brengen;
- niet-harde of 'zachte' grenzen: het behoort tot de verantwoordelijkheid van het (lokale) bestuur om te bepalen of de risk appetite-verklaring klopt of dat een correctere grens geboden is. Voorbeeld winst of waarde: het lokale Bestuur kan een grotere afwijking voor wat betreft winst of waarde accepteren, maar niet nadat is overlegd met het Ageas Risk Committee.
Risk appetite-verklaring over solvabiliteit
De lokale werkmaatschappijen en de groep definiëren hun streefkapitaal en minimaal toegestane kapitaal in overeenstemming met het kapitaalbeheerbeleid en houden zich aan de volgende risk appetite-verklaring:
- de positie wordt begrensd door het uitgangspunt dat, uitgaande van het streefkapitaal, het beschikbare kapitaal boven het minimaal toegestane kapitaal blijft na de toepassing van bepaalde vooraf gedefinieerde stress-situaties. Bij de toepassing van die stress-situaties wordt het vrije deel van het eigen vermogen (het vrije vermogen) buiten beschouwing gelaten;
- bij stress-situaties wordt uitgegaan van een '1 in 30' gebeurtenis, dat wil zeggen dat de kans dat de business vanwege een risicopositie extern kapitaal moet aantrekken minder is dan 3,33%.
De bovenstaande verklaring betreft een harde grens.
Onder de huidige Solvency I-regels is het streefkapitaal op groepsniveau bepaald op 200% van het wettelijk vereiste minimum. Het minimaal aanvaardbare kapitaal bedraagt 125%.
Risk appetite-verklaring over winst
De lokale werkmaatschappijen en de groep definiëren een winstgebaseerde risk appetite-verklaring. De hieronder geformuleerde verklaring vormt een richtsnoer voor Ageas en de lokale werkmaatschappijen:
- de positie wordt beperkt door het uitgangspunt dat de afwijking ten opzichte van de begrote IFRS-winst per jaarultimo als gevolg van één specifieke stressituatie als volgt tot een vast percentage wordt beperkt;
- bij stress-situaties wordt uitgegaan van een '1 in 10' gebeurtenis, dat wil zeggen dat de kans dat de bedrijfsresultaten de voorgeschreven drempels overschrijden minder is dan 10%.
De bovenstaande verklaring betreft een zachte grens.
Risk appetite-verklaring over waarde
De lokale werkmaatschappijen en de groep definiëren een waardegebaseerde Risk appetite-verklaring. De hieronder geformuleerde verklaring vormt een richtsnoer voor Ageas en de lokale werkmaatschappijen.
- de positie wordt beperkt door het uitgangspunt dat de afwijking ten opzichte van marktovereenkomstige waarde als gevolg van één specifieke stress-situatie tot een vast percentage wordt beperkt;
- bij stress-situaties wordt uitgegaan van een '1 in 30' gebeurtenis, dat wil zeggen dat de kans dat de business vanwege een risicopositie een verlies in waarde incasseert dat hoger ligt dan de geformuleerde drempels kleiner is dan 3,33%.
De bovenstaande verklaring is een zachte grens.
Toelichting op stress-situaties
Het risk appetite-beleid van Ageas verdeelt stress-situaties in drie groepen:
- stress-situaties door de groep gedefinieerd: deze stresssituaties worden gedefinieerd aan de hand van minimumnormen van de groep voor risk appetite en moeten door alle bedrijven van Ageas worden bewaakt om te controleren of aan de risk appetite wordt voldaan. Onder stressituaties kunnen op zichzelf staande gebeurtenissen vallen (bijvoorbeeld stress-situaties die ontstaan door één risicofactor) zowel als gecombineerde stressituaties (bijvoorbeeld stress-situaties die ontstaan door verschillende risicofactoren);
- lokale stress-situaties: naast het groot aantal door de groep bepaalde stressituaties kan elk lokaal bedrijf additionele stresstests definiëren als andere risico's worden gesignaleerd. De lokale stressituaties worden door het lokale management (en door de regionale functie indien van toepassing) geformuleerd. Tegelijkertijd wordt een advies over de resultaten gevraagd aan de lokale onafhankelijke Risk Officer. Bovendien worden de resultaten aan de groep gecommuniceerd (aan de Group Risk Officer);
- aanvullende rapportage-eisen: dit betreffen additionele scenario's (op zichzelf staand of gecombineerd) die worden toegevoegd als gevolg van specifieke zorgen over recente gebeurtenissen of actuele marktomstandigheden. Deze scenario's maken geen deel uit van het standaard risk appetitekader en behoeven wellicht geen actie maar vormen een belangrijke aanvulling op het risicoprofiel van de groep en de bedrijven van Ageas. Ze kunnen door de groep of door een lokaal bedrijf van Ageas worden gedefinieerd (lokale stresssituaties).
7.6 Details inzake verschillende risicoposities
7.6.1 Financieel risico
Financieel risico betreft alle risico's die samenhangen met de waarde en resultaatontwikkeling van financiële activa en verplichtingen. Hieronder vallen:
- marktrisico dat optreedt door een ongunstige verandering in de financiële situatie als gevolg, direct of indirect, van fluctuaties van het niveau en de volatiliteit van marktprijzen van activa, verplichtingen en financiële instrumenten;
- kredietrisico waaronder spreadrisico, tegenpartijrisico en het concentratierisico.
Het financieel risico is voor veel van de activiteiten van Ageas het belangrijkste risico. In het risicoraamwerk voor alle activiteiten worden investeringsbeleid, limieten, stresstesten en regelmatige bewaking gecombineerd om de aard en omvang van de financiële risico's te beheersen en ervoor te zorgen dat de genomen risico's aanvaardbaar zijn voor de klant en de aandeelhouder en dat daar een overeenkomstig rendement tegenover staat.
De lokale werkmaatschappijen van Ageas bepalen de totale beleggingsmix op basis van onderzoek naar de juiste strategische mix. Over de tactische allocatie beslissen ze naar aanleiding van de marktsituatie en -vooruitzichten, die regelmatig worden gevolgd. In het besluitvormingsproces gaat het bij de juiste streefmix om het vinden van een evenwicht tussen risk appetite, kapitaalvereisten, risico en rendement op de lange termijn, de verwachtingen van de polishouders, afspraken over winstdeling, belastingen en liquiditeit. De missie van de Group Risk functie is inclusief het monitoren van de totale Risk appetite voor financieel risico. In nauwe samenwerking met de lokale werkmaatschappijen ontwikkelt de groep een beleid en 'best practices' die door het lokale bestuur moet worden overgenomen zodat ze deel gaan uitmaken van de reguliere activiteiten op lokaal niveau.
Marktrisico omvat de volgende risico's:
- renterisico;
- aandelenrisico;
- valutarisico;
- vastgoedrisico;
- liquiditeitstrisico;
- kredietrisico:
- spreadrisico;
- tegenpartijrisico;
- concentratierisico.
Deze risico's komen in de volgende paragrafen aan de orde.
7.6.1.1 Renterisico
Renterisico bestaat voor alle activa en verplichtingen waarvan de nettovermogenswaarde gevoelig is voor veranderingen in de rentestructuur of rentevolatiliteit. Dit geldt zowel voor reële als nominale rentestructuren.
Veranderingen in de rente kunnen tevens van invloed zijn op de door de verzekeringsmaatschappijen verkochte producten, bijvoorbeeld door garanties, winstdeling en de waarde van de investeringen. Renterisico ontstaat bij een 'mismatch' tussen de gevoeligheid van activa en verplichtingen enerzijds en rentewijzigingen anderzijds.
Ageas meet, bewaakt en beheert het renterisico aan de hand van een aantal indicatoren zoals verschillenanalyse en stresstesten. Het beleggingsbeleid vereist gewoonlijk een duidelijke match tenzij afwijking geakkordeerd is. Langer lopende zaken kunnen lastiger zijn om af te stemmen aangezien geschikte activa ontbreken. In de matching-strategie wordt rekening gehouden met de risk appetite, de beschikbaarheid van de activa, de huidige en verwachte marktrente en garantieniveaus. In voorkomende gevallen wordt gebruik gemaakt van derivaten om renterisico af te dekken.
De typische langetermijnverzekeringsverplichtingen zorgen voor een negatieve gap voor de langetermijnlooptijdcategorieën en een positieve voor de kortetermijnlooptijdcategorieën.
7.6.1.2 Aandelenrisico
Aandelenrisico treedt op als gevolg van de gevoeligheid van activa, verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of volatiliteit van marktprijzen of het rendement. Deze risico's worden beheerst door limietbepaling op basis van de risk appetite en door beleggingsbeleid waarin bepaalde eisen worden gesteld, onder andere wat er moet gebeuren bij aanzienlijke waardedalingen. Het proactief beheersen van dit risico door middel van verkoop en hedging de afgelopen jaren heeft geleid tot een snelle vermindering van het aandelenrisico. Hiermee worden verliezen beperkt en kunnen verzekeringsmaatschappijen solvabel blijven tijdens de financiële crisis. Eerder had Ageas aangekondigd dat zij haar aandelenpositie geleidelijk wilde vergroten. Ageas had met het oog op de marktcrisis in 2009 een verbod op nieuwe aandelenbeleggingen uitgevaardigd. Dat verbod was tot 2012 onverminderd gehandhaafd, waardoor dochters van de groep niet in aandelen konden beleggen. In de loop van 2012 heeft Ageas de regels versoepeld. Nieuwe aandelenbeleggingen zijn nu toegestaan op voorwaarde dat deze gepaard gaan met een beschermingsmechanisme. Dit om ervoor te zorgen dat men binnen de limieten van de risk appetite blijft.
Voor risicobeheerdoeleinden baseert Ageas de definitie van de aandelenposities op onderliggende activa en risico's. De totale economische positie in aandelen op basis van de risicobenadering wordt in de volgende tabel geïllustreerd, inclusief een aansluiting op de gepubliceerde cijfers onder IFRS:
| 2012 2011 Type van actief Directe aandelen beleggingen 1.190,8 750,0 Aandelen fondsen 102,2 142,0 Private equity 33,9 15,5 Alternatieve beleggingen 1,5 26,1 Activa-allocatie fondsen 30,3 7,4 Commodityfondsen 0,1 Totaal economische blootstelling aandelen en overige effecten 1.358,7 941,1 Obligatiefondsen 335,3 195,9 Vastgoedfondsen(SICAFI/REITS) 686,0 679,6 Totaal aandelen en overige effecten volgens IFRS definitie 2.380,0 1.816,6 |
||
|---|---|---|
7.6.1.3 Valutarisico
Het valutarisico vloeit voort uit de gevoeligheid van activa, verplichtingen en financiële instrumenten voor veranderingen van de hoogte of volatiliteit van relevante valutakoersen als er een 'mismatch' is tussen de relevante valuta's van activa en verplichtingen. Op groepsniveau omvat dit risico situaties waarin Ageas activa (van deelnemingen en investeringen) heeft in andere valuta dan de euro.
In het beleggingsbeleid van Ageas wordt dit risico beperkt door de eis dat de valuta 'mismatch' tussen activa en verplichtingen tot een minimum wordt beperkt; in veel gevallen wordt dat risico volledig geëlimineerd.
Het is beleid bij Ageas om de aandeleninvesteringen en permanente financiering in buitenlandse valuta's voor dochterondernemingen en deelnemingen niet af te dekken. Ageas accepteert de 'mismatch' die voortvloeit uit het eigendom van lokale werkmaatschappijen in niet-euro valuta's als normaal voor een internationale groep.
In de onderstaande tabel zijn de belangrijkste valutarisicoposities per 31 december weergegeven. Het betreft hier nettoposities (activa minus verplichtingen), na afdekking genoteerd in euro's.
| Per 31 december 2012 | HKD | GBP | THB | MYR | CNY | TRY | HUF | USD | JPY | CHF | AUD | PLN | INR |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal activa | 1.044,0 | 5.420,0 | 244,2 | 307,5 | 260,5 | 175,5 | 2,8 | 3.652,7 | 1,1 | 2,5 | 12,0 | 16,6 | 34,0 |
| Totaal verplichtingen | 814,0 | 4.137,6 | 13,0 | 1.868,7 | 0,5 | 1,4 | 8,4 | 1,4 | |||||
| Totaal activa minus | |||||||||||||
| verplichtingen | 230,0 | 1.282,4 | 244,2 | 307,5 | 247,5 | 175,5 | 2,8 | 1.784,0 | 0,6 | 1,1 | 3,6 | 15,2 | 34,0 |
| Buiten balans | 324,5 | 0,5 | - 1.374,9 | ||||||||||
| Netto positie | 554,5 | 1.282,4 | 244,2 | 307,5 | 248,0 | 175,5 | 2,8 | 409,1 | 0,6 | 1,1 | 3,6 | 15,2 | 34,0 |
| Waarvan geinvesteerd in | |||||||||||||
| geassocieerde deelnemingen | 1.011,7 | 1.183,1 | 244,2 | 307,5 | 260,5 | 175,5 | 12,8 | ||||||
| Per 31 december 2011 | HKD | GBP | THB | MYR | CNY | TRY | HUF | USD | JPY | CHF | AUD | PLN | INR |
| Totaal activa | 934,5 | 3.931,1 | 205,5 | 319,7 | 211,0 | 160,1 | 2,5 | 2.840,6 | 4,8 | 2,1 | 1,1 | 34,0 | |
| Totaal verplichtingen | 683,2 | 2.908,0 | 5,8 | 1.696,4 | 0,5 | 1,2 | |||||||
| Totaal activa minus | |||||||||||||
| verplichtingen | 251,3 | 1.023,1 | 205,5 | 319,7 | 205,2 | 160,1 | 2,5 | 1.144,2 | 4,3 | 2,1 | - 0,1 | 34,0 | |
| Buiten balans | 124,9 | - 647,8 | |||||||||||
| Netto positie | 376,2 | 1.023,1 | 205,5 | 319,7 | 205,2 | 160,1 | 2,5 | 496,4 | 4,3 | 2,1 | - 0,1 | 34,0 | |
| Waarvan geinvesteerd in | |||||||||||||
| geassocieerde deelnemingen | 934,5 | 1.007,5 | 205,5 | 319,7 | 211,0 | 160,1 | 16,4 |
7.6.1.4 Vastgoedrisico
Vastgoedrisico ontstaat als gevolg van de gevoeligheid van activa, verplichtingen en financiële beleggingen voor het niveau of de volatiliteit van de marktprijzen van vastgoed of het rendement daarop.
Voor risicodoeleinden baseert Ageas de positie in vastgoed op de marktwaarde van de activa. Daaronder wordt tevens voor eigen gebruik aangehouden vastgoed verstaan. Ageas wijkt hierin af van de IFRS-benadering, waarin niet-gerealiseerde winsten buiten beschouwing worden gelaten. In de onderstaande tabel wordt weergegeven wat Ageas als economische positie in vastgoed aanmerkt en hoe dit aansluit op de gerapporteerde cijfers onder IFRS.
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Type van actief | ||
| Boekwaarde | ||
| Vastgoed | 2.415,5 | 2.045,7 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.010,0 | 1.000,7 |
| Vastgoed voor verkoop | 107,5 | 146,0 |
| Totaal vastgoed blootstelling volgens IFRS definitie | 3.533,0 | 3.192,4 |
| Ongerealiseerde herwaarderingen (Economische blootstelling) | ||
| Vastgoed | 891,7 | 753,4 |
| Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 421,4 | 471,7 |
| Vastgoed fondsen | 686,0 | 679,6 |
| Totaal economische blootstelling op vastgoed | 5.532,1 | 5.097,1 |
7.6.1.5 Liquiditeitsrisico
Liquiditeitsrisico treedt op als Ageas niet in staat is om beleggingen en overige activa te realiseren en te voldoen aan haar financiële verplichtingen wanneer die verschuldigd zijn. Daarbij kan worden gedacht aan het risico dat optreedt door een verwachte en onverwachte vraag naar contanten van polishouders en andere contractuele partijen waaraan niet kan worden voldaan zonder verliezen te lijden of de bedrijfsvoering te schaden als gevolg van beperkingen op de te liquideren activa. Deze beperkingen kunnen structureel of het gevolg van marktontwrichtingen zijn. Liquiditeitsrisico omvat ook het risico dat een veronderstelde liquiditeitspremie, die wordt gebruikt voor het waarderen van illiquide verplichtingen, niet wordt gerealiseerd.
De financiële verplichtingen van Ageas en de lokale werkmaatschappijen van Ageas betreffen vaak langetermijnverplichtingen en in het algemeen zijn activa die worden aangehouden om aan deze verplichtingen te voldoen langetermijnactiva en niet-liquide activa. Vorderingen en andere uitstroom van gelden kunnen onvoorspelbaar zijn en aanzienlijk verschillen van verwachte bedragen. Als liquide middelen niet beschikbaar zijn om een financiële verplichting na te komen als deze opeisbaar is, zullen liquide middelen moeten worden geleend of illiquide activa worden verkocht (met mogelijk een aanzienlijk verlies tot gevolg) om aan de verplichting te voldoen. Verliezen zouden ontstaan door rente op leningen en door de discount die moet worden verleend om de activa te liquideren.
Als verzekeringsmaatschappij genereert Ageas normaal gesproken contante middelen en blijft dit risico daardoor relatief laag. De afgelopen jaren werden bepaald door de effecten van de (Europese) schuldencrises; centrale banken hebben een sterk liquiditeitsverhogend monetair beleid gevoerd om deze crises te overwinnen. Met het oog op de onzekerheden heeft Ageas het hele jaar een aanzienlijke kaspositie aangehouden om bestand te zijn tegen zich eventueel voordoende (relatief) slechte omstandigheden.
De oorzaken van liquiditeitrisico kunnen worden gesplitst in factoren die een plotselinge toename van de behoefte aan contanten veroorzaken en factoren die leiden tot een onverwachte daling van de beschikbare middelen om aan de behoefte aan contanten te voldoen. Er zijn de volgende liquiditeitsrisico's:
- financierings-liquiditeitsrisico: het risico dat Ageas of een werkmaatschappij niet in staat is voldoende middelen van buitenaf aan te trekken, omdat de activa illiquide zijn op het moment dat het nodig is (bijvoorbeeld om aan een onverwachte grote vordering te voldoen);
- markt-liquiditeitsrisico: het risico dat het verkoopproces zelf resulteert in verliezen door marktomstandigheden of hoge concentraties.
Iedere bedrijf van Ageas zorgt ervoor dat wordt voldaan aan alle liquiditeitsvereisten, zowel op lokaal niveau als op groepsniveau. Het liquiditeitsrisico wordt gesignaleerd en bewaakt zodat men bekend is met de omstandigheden waarin zich liquiditeitsproblemen kunnen voordoen (bijvoorbeeld het verwachte uitloopprofiel van de verplichtingen, massale royementen, vertraging in nieuwe productie, wijziging in de rating, et cetera) en men weet hoe hierop kan worden ingespeeld (bijv. de liquiditeit van activa in een crisis). De totale liquiditeit van het segment Algemene Rekening wordt op groepsniveau bewaakt, inclusief de betalingen met betrekking tot de instrumenten uit het verleden die worden aangehouden, de overdracht van en naar de werkmaatschappijen, en de dividenduitkeringen aan de aandeelhouders, zowel onder de huidige omstandigheden als in stress-situaties.
In de volgende tabel zijn de activa en verplichtingen onderverdeeld in relevante clusters van looptijden op basis van de resterende contractuele looptijd. Het overzicht omvat alle activa en verplichtingen van Ageas, zowel van de verzekeringsmaatschappijen als van de holding.
| Per 31 december 2012 | Tot 1 maand | 1-3 maand | 3-12 maand | 1-5 jaar | Meer dan 5 jaar | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Activa | ||||||
| Vastrentende financiële instrumenten | 1.728,3 | 1.066,4 | 3.188,8 | 18.356,6 | 40.339,4 | 64.679,5 |
| Variabel rentende financiële instrumenten | 1.152,9 | 146,7 | 389,6 | 813,4 | 1.192,5 | 3.695,1 |
| Niet rente-dragende financiële instrumenten | 469,4 | 548,2 | 558,0 | 464,6 | 5.222,5 | 7.262,7 |
| Niet-financiële activa | 219,7 | 529,2 | 2.321,7 | 3.162,0 | 15.243,0 | 21.475,6 |
| Totaal activa | 3.570,3 | 2.290,5 | 6.458,1 | 22.796,6 | 61.997,4 | 97.112,9 |
| Verplichtingen | ||||||
| Vastrentende financiële instrumenten | 188,8 | 128,1 | 594,9 | 347,9 | 1.640,1 | 2.899,8 |
| Variabel rentende financiële instrumenten | 59,1 | 17,4 | 34,0 | 172,9 | 1.519,4 | 1.802,8 |
| Niet rente-dragende financiële instrumenten | 477,5 | 608,3 | 4.509,8 | 16.887,0 | 40.468,4 | 62.951,0 |
| Niet-financiële verplichtingen | 171,4 | 830,3 | 1.689,7 | 3.280,0 | 12.701,8 | 18.673,2 |
| Totaal verplichtingen | 896,8 | 1.584,1 | 6.828,4 | 20.687,8 | 56.329,7 | 86.326,8 |
| Netto liquiditeitsverschil | 2.673,5 | 706,4 | - 370,3 | 2.108,8 | 5.667,7 | 10.786,1 |
| Verplichtingen inclusief toekomstige interest | ||||||
| Vastrentende financiële instrumenten | 199,5 | 150,1 | 696,0 | 854,8 | 1.744,7 | 3.645,1 |
| Variabel rentende financiële instrumenten | 59,1 | 17,7 | 35,0 | 176,4 | 270,8 | 559,0 |
| Niet rente-dragende financiële instrumenten | 477,5 | 608,3 | 4.509,8 | 16.887,0 | 40.468,4 | 62.951,0 |
| Niet-financiële verplichtingen | 171,4 | 830,3 | 1.689,7 | 3.280,0 | 12.701,8 | 18.673,2 |
| Totaal verplichtingen inclusief toekomstige interest | 907,5 | 1.606,4 | 6.930,5 | 21.198,2 | 55.185,7 | 85.828,3 |
| Per 31 december 2011 | Tot 1 maand | 1-3 maand | 3-12 maand | 1-5 jaar | Meer dan 5 jaar | Totaal |
| Totaal activa 1) | 2.720,3 | 3.561,4 | 4.597,4 | 21.477,9 | 58.245,2 | 90.602,2 |
| Totaal verplichtingen 1) | 982,1 | 2.976,7 | 6.954,4 | 20.694,6 | 50.626,7 | 82.234,5 |
| Netto liquiditeitsverschil | 1.738,2 | 584,7 | - 2.357,0 | 783,3 | 7.618,5 | 8.367,7 |
1) Inclusief activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop.
Ageas heeft een drietal hybride instrumenten uitgegeven (Hybrone, NITSH I & II; zie Noot 27 Achtergestelde schulden). De hoofdsom van deze laatste instrumenten valt onder verplichtingen, namelijk vastrentende financiële instrumenten gedurende een periode van 5 jaar. Deze instrumenten zijn eeuwigdurend van aard, zelfs al kennen ze de ingebouwde optie om door de emittent vanaf een bepaalde datum te worden afgelost. NITSH I en II kunnen in 2013 voor het eerst worden afgelost en vervolgens per iedere achtereenvolgende couponbetalingsdatum.
De opbrengsten van deze instrumenten zijn hoofdzakelijk op gelijke voorwaarden doorgeleend aan BNP Paribas Fortis SA/NV. Deze doorleningen zijn vervolgens aangemerkt als activa met een looptijd van meer dan 5 jaar. Ageas overweegt het gebruik van de calloptie op deze verplichtingen als het onderliggende actief, namelijk de doorleningen aan BNP Paribas Fortis SA/NV, eveneens wordt ingelost. Een dergelijke call is derhalve neutraal vanuit liquiditeitsperspectief aangezien een bedrag van EUR 750 miljoen van de hybride instrumenten binnen de Ageas groep is doorgeleend (waarvan EUR 250 miljoen aflosbaar in 2013, EUR 500 miljoen in 2016). Ageas mag zo'n aflossing van intern gebruikte middelen alleen doen als de toezichthouder daartoe toestemming geeft. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de toezichthouder een dergelijke call goedkeurt als de liquiditeitspositie van Ageas dat niet toelaat.
Deze instrumenten zijn in de bovenstaande tabel terug te vinden binnen de netto liquiditeitstekort op basis van de boekwaarde en inclusief de gedurende de periode opgebouwde rente. Onder Verplichtingen inclusief de toekomstige rente worden de instrumenten als volgt getoond: gebaseerd op de van toepassing zijnde rente ultimo 2011 en onderverdeeld naar 'tot één maand' tot '1 – 5 jaar'. De hoofdsom staat onder 'Meer dan 5 jaar'.
De FRESH wordt in overeenstemming met IFRS buiten de Verplichtingen gehouden (inclusief rente), aangezien de hoofdsom van EUR 1.250 miljoen alleen kan worden afgelost door conversie naar aandelen Ageas.
7.6.1.6 Kredietrisico
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van het kredietrisico waaraan Ageas blootstaat.
| Continentaal | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2012 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Ageas |
| Geldmiddelen en kasequivalenten (zie noot 15) | 889,0 | 776,9 | 284,7 | 96,9 | 402,4 | 2.449,9 | |
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) (zie noot 16) | 23,2 | 6,3 | 6,3 | 35,8 | |||
| Leningen | 3.759,2 | 56,8 | 486,0 | 130,2 | 3.130,9 | - 1.258,1 | 6.305,0 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 10,9 | - 0,6 | - 5,1 | - 16,6 | |||
| Totaal leningen, netto (zie noot 18) | 3.748,3 | 56,8 | 485,4 | 125,1 | 3.130,9 | - 1.258,1 | 6.288,4 |
| Rentedragende investeringen | 48.306,1 | 2.965,7 | 7.228,6 | 1.563,6 | 94,3 | 60.158,3 | |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 2,3 | - 2,3 | |||||
| Totaal rentedragende investeringen, netto (zie noot 16) | 48.303,8 | 2.965,7 | 7.228,6 | 1.563,6 | 94,3 | 60.156,0 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 741,3 | 940,7 | 235,6 | 69,8 | 6,3 | - 4,7 | 1.989,0 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 4,7 | - 3,6 | - 8,9 | - 1,5 | - 2,3 | - 21,0 | |
| Totaal Herverzekering en overige vorderingen, netto (zie noot 20) | 736,6 | 937,1 | 226,7 | 68,3 | 4,0 | - 4,7 | 1.968,0 |
| Totaal kredietrisico, bruto | 53.718,8 | 4.740,1 | 8.241,2 | 1.860,5 | 3.640,2 | - 1.262,8 | 70.938,0 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 17,9 | - 3,6 | - 9,5 | - 6,6 | - 2,3 | - 39,9 | |
| Totaal kredietrisico, netto | 53.700,9 | 4.736,5 | 8.231,7 | 1.853,9 | 3.637,9 | - 1.262,8 | 70.898,1 |
| Continentaal | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2011 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Ageas |
| Geldmiddelen en kasequivalenten (zie noot 15) | 1.871,2 | 184,5 | 191,5 | 109,6 | 344,7 | 2.701,5 | |
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden (activa) (zie noot 16) | 18,2 | 12,9 | 11,3 | 42,4 | |||
| Leningen | 2.886,9 | 393,2 | 141,8 | 3.490,1 | - 1.214,6 | 5.697,4 | |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 7,9 | - 0,8 | - 5,3 | - 14,0 | |||
| Totaal leningen, netto (zie noot 18) | 2.879,0 | 392,4 | 136,5 | 3.490,1 | - 1.214,6 | 5.683,4 | |
| Rentedragende investeringen | 43.545,3 | 2.461,9 | 7.099,8 | 1.369,5 | 111,5 | 54.588,0 | |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 1.215,6 | - 1.215,6 | |||||
| Totaal rentedragende investeringen, netto (zie noot 16) | 42.329,7 | 2.461,9 | 7.099,8 | 1.369,5 | 111,5 | 53.372,4 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 685,1 | 764,9 | 253,5 | 63,2 | 2.370,7 | - 5,2 | 4.132,2 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 4,9 | - 3,6 | - 6,7 | - 3,6 | - 2,3 | - 21,1 | |
| Totaal Herverzekering en overige vorderingen, netto (zie noot 20) | 680,2 | 761,3 | 246,8 | 59,6 | 2.368,4 | - 5,2 | 4.111,1 |
| Totaal kredietrisico, bruto | 49.006,7 | 3.411,3 | 7.950,9 | 1.684,1 | 6.328,3 | - 1.219,8 | 67.161,5 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 1.228,4 | - 3,6 | - 7,5 | - 8,9 | - 2,3 | - 1.250,7 | |
| Totaal kredietrisico, netto | 47.778,3 | 3.407,7 | 7.943,4 | 1.675,2 | 6.326,0 | - 1.219,8 | 65.910,8 |
In de volgende tabel wordt informatie verstrekt over bijzondere waardeverminderingen van het kredietrisco per 31 december:
| Uitstaand met bijzondere waarde- verminderingen |
Bijzondere waarde- verminderingen voor specifiek Dekkings kredietrisico |
2012 ratio |
Uitstaand met bijzondere waarde- verminderingen |
Bijzondere waarde- verminderingen voor specifiek Dekkings kredietrisico |
2011 ratio |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rentedragende investeringen | 3,7 | - 2,3 | 62,2% | 1.574,0 | - 1.215,6 | 77,2% |
| Vorderingen op banken | 1,1 | - 1,1 | 100,0% | 1,4 | - 1,2 | 85,7% |
| Vorderingen op klanten | 133,9 | - 14,5 | 10,8% | 127,8 | - 12,1 | 9,5% |
| Overige vorderingen | 30,9 | - 21,0 | 68,0% | 31,8 | - 21,1 | 66,4% |
| Totaal uitstaand bedrag | ||||||
| onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen | 169,6 | - 38,9 | 22,9% | 1.735,0 | - 1.250,0 | 72,0% |
7.6.1.6.1 Spreadrisico
Spreadrisico ontstaat door de gevoeligheid van de waarden van activa, verplichtingen en financiële instrumenten (in het bijzonder obligaties en leningen) voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de creditspreads van de risicovrije rentestructuur.
Spreadrisico is een aspect van kredietrisico. Kredietrisico betekent het risico van verlies of ongunstige veranderingen in de financiële situatie als gevolg van fluctuaties in de kredietsstatus van de emittenten van effecten, tegenpartijen en schuldeisers waaraan (her)verzekeringsmaatschappijen blootstaan. Kredietrisico wordt nader uitgesplitst naar tegenpartijrisico, spreadrisico of concentratierisico.
Spreadrisico wordt beheerst aan de hand van limieten waarbij rekening wordt gehouden met het soort kredietpositie, de kredietkwaliteit en, waar nodig, de looptijden. Regelmatige bewaking en waarschuwingssystemen helpen eveneens bij de beheersing van kredietrisico. Ageas houdt daarnaast ook de grootste posities in individuele entiteiten, groepen en andere potentiële concentraties (sectoren en regio's) nauwlettend in de gaten. Dit om een goede spreiding te bevorderen en eventueel significant concentratierisico op tijd te signaleren.
Een bijzondere waardevermindering voor specifieke kredietrisico's vindt plaats indien er objectieve aanwijzingen bestaan dat Ageas niet alle bedragen zal kunnen innen die in overeenstemming met de contractuele voorwaarden verschuldigd zijn. De omvang van de bijzondere waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien effecten op een markt worden verhandeld is de realiseerbare waarde gelijk aan de reële waarde.
Bijzondere waardeverminderingen zijn gebaseerd op de meest recente schattingen voor het door Ageas te recupereren bedrag en geven het verlies weer dat Ageas verwacht te zullen lijden. Voorwaarden om tot definitieve afschrijving over te gaan, kunnen onder meer zijn dat de faillissementsprocedure van de schuldenaar is afgelopen en alle zekerheden werden aangewend, dat de schuldenaar en/of diens garantiegever insolvabel is, dat alle normale verhaalinspanningen zijn uitgeput of dat het punt van economisch verlies (dit is het punt dat de kosten het te verhalen bedrag overschrijden) is bereikt.
Een aanzienlijk deel van de verplichtingen van Ageas is niet liquide. De kredietbeleggingen worden bij voorkeur dan ook tot einde looptijd aanhouden. Het risico van het rendementsverschil (de spread) wordt hierdoor belangrijk verminderd. Het is zeer onwaarschijnlijk dat Ageas wordt gedwongen tegen bodemprijzen te verkopen, maar kan daar zelf het beste moment voor kiezen..
Kredietkwaliteit
De creditrating die Ageas toepast is gebaseerd op de op één na best beschikbare kwalificaties van Moody's, Fitch en Standard & Poors per 31 december 2012. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de kredietkwaliteit van:
- Leningen:
- aan banken;
- aan klanten.
- Rentedragende beleggingen:
- overheidsobligaties;
- bedrijfsobligaties;
- banken en andere financiële instellingen.
Leningen aan banken
In de onderstaande tabel wordt de kredietkwaliteit van Leningen aan banken weergegeven.
| 2011 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Percentage | Boekwaarde | Percentage | ||
| Beleggingsclassificatie | |||||
| AAA | |||||
| AA | 431,0 | 16,3% | 9,8 | 0,3% | |
| A | 1.523,7 | 57,8% | 2.358,4 | 80,4% | |
| BBB | |||||
| Beleggingsclassificatie | 1.954,7 | 74,1% | 2.368,2 | 80,7% | |
| Zonder kredietbeoordeling | 682,8 | 25,9% | 566,3 | 19,3% | |
| Totaal netto investeringen in leningen aan banken | 2.637,5 | 100,0% | 2.934,5 | 100,0% | |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 1,1 | - 1,2 | |||
| Totaal investeringen in leningen aan banken, bruto | 2.636,4 | 2.933,3 |
De kredietkwaliteit naar investmentgrade van Leningen aan banken kan grafisch als volgt worden weergegeven:
Leningen aan klanten
Onderstaande tabel geeft informatie over de kredietkwaliteit van Leningen aan klanten.
| 2011 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Percentage | Boekwaarde | Percentage | ||
| Beleggingsclassificatie | |||||
| AAA | 238,0 | 6,5% | 294,4 | 10,7% | |
| AA | 814,9 | 22,2% | 265,9 | 9,6% | |
| A | 359,6 | 9,8% | 110,7 | 4,0% | |
| BBB | 25,0 | 0,7% | 41,3 | 1,5% | |
| Beleggingsclassificatie | 1.437,5 | 39,2% | 712,3 | 25,8% | |
| Zonder kredietbeoordeling | 2.230,0 | 60,8% | 2.050,6 | 74,2% | |
| Totaal netto investeringen in leningen aan klanten | 3.667,5 | 100,0% | 2.762,9 | 100,0% | |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 15,5 | - 12,8 | |||
| Totaal investeringen in leningen aan klanten, bruto | 3.652,0 | 2.750,1 |
De kredietkwaliteit van Leningen aan klanten kan als volgt grafisch weergegeven worden:
Rentedragende investeringen
Onderstaande tabel zet de kredietkwaliteit van Rentedragende investeringen uiteen.
| 2012 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Percentage | Boekwaarde | Percentage | |
| Beleggingsclassificatie | ||||
| AAA | 13.091,0 | 21,8% | 22.026,8 | 41,3% |
| AA | 29.550,1 | 49,1% | 18.325,1 | 34,3% |
| A | 7.751,8 | 12,9% | 7.455,0 | 14,0% |
| BBB | 6.293,9 | 10,5% | 3.102,5 | 5,8% |
| Beleggingsclassificatie | 56.686,8 | 94,3% | 50.909,4 | 95,4% |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 2.678,8 | 4,4% | 2.197,0 | 4,1% |
| Zonder kredietbeoordeling | 790,4 | 1,3% | 266,0 | 0,5% |
| Totaal netto investeringen in rentedragende effecten | 60.156,0 | 100,0% | 53.372,4 | 100,0% |
| Bijzondere waardeverminderingen | 2,3 | 1.215,6 | ||
| Totaal investeringen in rentedragende effecten, bruto | 60.158,3 | 54.588,0 |
De grafische weergave van de kredietkwaliteit van de rentedragende investeringen is als volgt:
De obligatieportefeuille is sterk toegesneden op obligaties met een hoge investment grade rating. Van de obligaties is 94,3% investment grade, waarvan 83,8% een rating A of hoger heeft. Het bedrag in 2012 bij 'Minder dan belegginsclassificatie' bevat voornamelijk overheidsobligaties van Portugal en financiële instellingen en bedrijven in Portugal.
Overheidsobligaties
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kwaliteit van overheidsobligaties.
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||
| Voor verkoop beschikbaar | 29.843,9 | 26.643,1 |
| Tot einde looptijd aangehouden | 4.884,4 | 4.867,1 |
| Totaal overheidsobligaties | 34.728,3 | 31.510,2 |
| Naar rating | ||
| AAA | 6.419,2 | 11.739,0 |
| AA | 23.695,5 | 15.740,7 |
| A | 875,9 | 2.275,0 |
| BBB | 2.003,1 | 421,8 |
| Totaal beleggingsclassificatie | 32.993,7 | 30.176,5 |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 1.323,1 | 1.333,2 |
| Zonder kredietbeoordeling | 411,5 | 0,5 |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 1.734,6 | 1.333,7 |
| Totaal staatsobligaties | 34.728,3 | 31.510,2 |
De kredietkwaliteit van overheidsobligaties kan grafisch als volgt worden weergegeven:
Lokale Ageas-bedrijven hebben de portefeuille met obligaties geherstructureerd in de richting van een positie in de thuismarkt. In de bovenstaande grafieken is de verschuiving naar Belgische overheidsobligaties zichtbaar. Dat verklaart ook de verschuiving in de rating van AAA naar AA, mede door het effect van de neerwaartse bijstelling van Frankrijk naar AA in de loop van 2012. De toename van beleggingen met rating BBB hangt hoofdzakelijk samen met de downgrade van Italië en Spanje in 2012. Als gevolg hiervan verschoof de rating die als 'op één na beste' staat aangemerkt naar BBB. Het deel 'Overige' valt hoofdzakelijk te verklaren door de positie in Portugese staatsobligaties.
Bedrijfsobligaties
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van bedrijfsobligaties.
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||
| Voor verkoop beschikbaar | 8.716,2 | 6.721,5 |
| Totaal bedrijfsobligaties | 8.716,2 | 6.721,5 |
| Naar rating | ||
| AAA | 121,7 | 1.014,7 |
| AA | 1.302,2 | 704,6 |
| A | 4.089,2 | 3.374,8 |
| BBB | 2.830,2 | 1.556,4 |
| Totaal beleggingsclassificatie | 8.343,3 | 6.650,5 |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 287,7 | 43,7 |
| Zonder kredietbeoordeling | 85,2 | 27,3 |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 372,9 | 71,0 |
| Totaal bedrijfsobligaties | 8.716,2 | 6.721,5 |
De kredietkwaliteit van bedrijfsobligaties kan grafisch als volgt worden weergegeven:
De obligatieportefeuille is sterk toegesneden op obligaties met een hoge investment grade rating. Van de obligaties is 96% investment grade, waarvan 63% een rating A of hoger heeft. De ratingontwikkeling laat een sterke toename van obligaties met rating BBB zien, al blijft de belangrijkste nadruk op beleggingen met een A-rating. Het bedrag in 2012 bij 'Minder dan belegginsclassificatie' bevat voornamelijk bedrijven in Portugal.
Banken en andere financiële instellingen
In de onderstaande tabel wordt informatie gegeven over de kredietkwaliteit van banken en andere financiële instellingen.
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Naar IFRS classificatie | ||
| Voor verkoop beschikbaar | 16.035,1 | 14.409,9 |
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 191,7 | 95,3 |
| Tot einde looptijd aangehouden | 169,7 | 165,3 |
| Totaal banken en andere financiële instellingen | 16.396,5 | 14.670,5 |
| Naar rating | ||
| AAA | 6.339,8 | 8.949,4 |
| AA | 4.517,3 | 1.842,6 |
| A | 2.784,9 | 1.804,2 |
| BBB | 1.460,5 | 1.113,1 |
| Totaal beleggingsclassificatie | 15.102,5 | 13.709,3 |
| Minder dan beleggingsclassificatie | 1.061,0 | 770,7 |
| Zonder kredietbeoordeling | 233,0 | 190,5 |
| Totaal minder dan beleggingsclassificatie en zonder kredietbeoordeling | 1.294,0 | 961,2 |
| Totaal banken en andere financiële instellingen | 16.396,5 | 14.670,5 |
De kredietkwaliteit van banken en andere financiële instellingen kan grafisch als volgt worden weergegeven:
7.6.1.6.2 Risico dat optreedt als een tegenpartij in gebreke blijft Het risico dat een tegenpartij in gebreke blijft kan ontstaan door de inkoop van herverzekeringen en andere risicoveminderende maatregelen. Ageas beperkt deze vorm van risico door strikt beleid bij de keuze van tegenpartijen, eisen die worden gesteld aan zekerheden en door diversificatie.
Binnen Ageas wordt dit risico verminderd door de toepassing van het investeringsbeleid van de onderneming en het nauwlettend volgen van de kredietpositie van tegenpartijen. Diversificatie en het vermijden van blootstelling aan tegenpartijen met een lage kredietrating zijn sleutelelementen om dit risico te ondervangen.
Een bijzondere waardevermindering voor specifiek kredietrisico wordt vastgesteld als er objectieve aanwijzingen zijn dat Ageas niet alle verschuldigde bedragen in overeenstemming met de contractuele voorwaarden zal kunnen innen. De omvang van de bijzondere waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. In het geval van aan de markt verhandelde effecten is de realiseerbare waarde gelijk aan de reële waarde.
Bijzondere waardeverminderingen zijn gebaseerd op de laatste inschatting van Ageas op de nog mogelijke inning en vertegenwoordigen het verlies dat Ageas denkt te zullen lijden. Voorwaarden voor afschrijving kunnen zijn dat de faillissementsprocedure van de debiteur is afgerond en alle zekerheden zijn benut, dat de debiteur en/of garantiegever in staat van insolventie verkeren, dat alle terugwininspanningen zijn geleverd of dat het punt van economisch verlies (dat wil zeggen, het moment waarop alle kosten samen hoger zijn dan het bedrag dat nog kan worden geïnd) is bereikt.
7.6.1.6.3 Concentratierisico
Concentratierisico kan ontstaan als gevolg van een grote totale positie bij individuele tegenpartijen, dan wel een totale positie bij een aantal positief gecorreleerde tegenpartijen (dat wil zeggen, partijen die onder vergelijkbare omstandigheden in gebreke blijven) die potentieel tot aanzienlijke bijzondere waardeverminderingen zouden kunnen leiden in het geval van faillissement of nietbetaling.
Het vermijden van concentraties is een fundamentele factor in de kredietrisicostrategie van Ageas om liquide en gediversifieerde portefeuilles aan te houden. Elke werkmaatschappij is verantwoordelijk voor haar eigen tegenpartij-limieten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de bewuste werkmaatschappij en vereisten op het niveau van de groep. Het voortdurend monitoren valt eveneens onder de verantwoordelijkheid van de individuele werkmaatschappijen. De groep volgt dit aan de hand van periodieke rapportages en bewaakt de totale positie.
Met het oog op het beheersen van de concentratie van kredietrisico is het risicobeleid van Ageas gericht op het spreiden van kredietrisico over verschillende sectoren en landen. De volgende tabel geeft informatie over de concentratie van kredietrisico naar vestigingsplaats van de Ageas bedrijven per 31 december:
| Overheid en | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 December 2012 | publieke sector | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 30.342,9 | 11.602,8 | 9.992,9 | 1.654,0 | 126,2 | 53.718,8 |
| VK | 825,0 | 1.649,5 | 1.664,0 | 601,6 | 4.740,1 | |
| Continentaal Europa | 3.150,0 | 4.171,2 | 707,1 | 24,7 | 188,2 | 8.241,2 |
| Azië | 383,9 | 755,9 | 671,5 | 46,9 | 2,3 | 1.860,5 |
| Overige | 76,7 | 2.371,5 | - 75,9 | 5,1 | 2.377,4 | |
| Totaal | 34.778,5 | 20.550,9 | 12.959,6 | 1.725,6 | 923,4 | 70.938,0 |
| XXX | ||||||
| Overheid en | Krediet- | Zakelijke | Retail | |||
| 31 December 2011 | publieke sector | instellingen | klanten | klanten | Overige | Totaal |
| België | 28.104,7 | 12.064,0 | 7.023,8 | 1.693,2 | 121,0 | 49.006,7 |
| VK | 713,6 | 1.058,9 | 1.456,2 | 182,6 | 3.411,3 | |
| Continentaal Europa | 3.482,3 | 3.625,9 | 641,4 | 29,1 | 172,2 | 7.950,9 |
| Azië | 377,8 | 590,1 | 667,5 | 47,2 | 1,5 | 1.684,1 |
| Overige | 91,0 | 2.719,7 | - 77,9 | 2.375,7 | 5.108,5 |
De grafische weergave van de blootstelling aan kredietrisico binnen de diverse operationele segmenten (zoals beschreven in 7.3.1) was per 31 december als volgt:
In de volgende tabel wordt de concentratie van het kredietrisico per 31 december weergegeven naar type en locatie van de tegenpartij:
| 31 december 2012 | Overheid en publieke sector |
Krediet- instellingen |
Zakelijke klanten |
Retail klanten |
Overige | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| België | 18.425,0 | 1.291,7 | 2.309,5 | 1.654,0 | 1.028,0 | 24.708,2 |
| VK | 823,0 | 950,1 | 2.122,2 | 419,2 | 4.314,5 | |
| Continentaal Europa | 15.080,8 | 15.235,3 | 6.543,0 | 24,7 | 393,2 | 37.277,0 |
| Azië | 16,9 | 494,9 | 628,5 | 46,9 | 2,3 | 1.189,5 |
| Overige | 432,8 | 2.578,9 | 1.356,4 | - 919,3 | 3.448,8 | |
| Totaal | 34.778,5 | 20.550,9 | 12.959,6 | 1.725,6 | 923,4 | 70.938,0 |
| 31 december 2011 | Overheid en publieke sector |
Krediet- instellingen |
Zakelijke klanten |
Retail klanten |
Overige | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| België | 14.171,0 | 4.110,0 | 1.070,2 | 1.693,2 | 1.118,8 | 22.163,2 |
| VK | 704,5 | 533,9 | 1.617,3 | 159,9 | 3.015,6 | |
| Continentaal Europa | 17.430,9 | 14.018,3 | 5.424,9 | 29,1 | 1.572,6 | 38.475,8 |
| Azië | 23,0 | 300,7 | 234,2 | 47,2 | 1,7 | 606,8 |
| Overige | 440,0 | 1.095,7 | 1.364,4 | 2.900,1 | ||
| Totaal | 32.769,4 | 20.058,6 | 9.711,0 | 1.769,5 | 2.853,0 | 67.161,5 |
De grafische weergave van de concentratie van het kredietrisico per 31 december naar vestigingsplaats van de tegenpartij is als volgt:
De veranderingen in de kolom Overheid en publieke sector hebben betrekking op een herschikking van de portefeuille in 2011 (voor meer details zie Noot 16 Financiele beleggingen).
De grafische weergave van de concentratie van het kredietrisico per 31 december weergegeven naar type tegenpartij is als volgt:
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de grootste blootstellingen op de uiteindelijke eigenaar, gemeten in reële waarden en nominale waarden en hun ratings.
| Hoogste Exposure Top 10 | Groep Rating | Reële waarde | Nominale waarde |
|---|---|---|---|
| Koninkrijk België | AA- | 18.304,1 | 16.080,6 |
| Franse republiek | AA+ | 7.439,9 | 6.330,9 |
| Oostenrijkse republiek | AAA | 3.695,3 | 3.049,8 |
| Bondsrepubliek Duitsland | AAA | 3.641,4 | 3.024,9 |
| BNP Paribas SA | A- | 3.138,6 | 3.135,4 |
| European Investment Bank | AAA | 2.236,4 | 1.908,1 |
| Italiaanse republiek | BBB+ | 1.704,0 | 2.651,0 |
| Portugese republiek | BB- | 1.558,4 | 1.770,5 |
| Verenigd Konikrijk | AAA | 1.191,8 | 1.057,3 |
| Koninkrijk der Nederlanden | AAA | 1.133,4 | 1.053,2 |
| Totaal | 44.043,3 | 40.061,7 |
De grafische weergave van de grootste blootstellingen op de uiteindelijke eigenaar, gemeten in reële waarden is als volgt:
7.6.1.7 Bewakingsraamwerk beleggingen
De hiervoor beschreven posities worden intern bewaakt aan de hand van een limietoverschrijdingsrapportage per kwartaal. Limieten worden bewaakt op basis van reële waarde binnen de beleggingenclassificatie in overeenstemming met de geconsolideerde financiële verslaglegging van Ageas. De limieten per categorie zijn als volgt gedefinieerd:
Voor staatsobligaties geldt een limiet per land op diverse manieren:
- Macrolimieten gedefinieerd als percentage van het bbp, staatsschulden en investeringen.
- 'Total one obligor' (TOO)-limieten als de maximale positie in één tegenpartij voor wat betreft de kredietrating.
- Beleggingsrestricties: zonder de goedkeuring van het Ageas Risk Committee geen nieuwe beleggingen in staatsleningen met een rating lager dan A- of in landen in de periferie van de eurozone.
Voor bedrijfsobligaties gelden eveneens meerdere criteria:
- Totale positie bedrijfsobligaties als percentage van de portefeuille
-
'Total one obligor'(TOO)-limieten als een maximale percentage van de vastrentende portefeuille
-
Actie bij een neerwaartse aanpassing onder BBB
- Limieten per sector op basis van de kredietrating
Voor aandelenbeleggingen dient een verliesmechanisme te worden overwogen dat ervoor moet zorgen dat de indicatoren binnen de risk appetite-limieten blijven.
7.6.1.8 Gevoeligheden
De tabel illustreert het bruto-effect op de resultatenrekening en het eigen vermogen onder IFRS als gevolg van de stresstesten op basis van een '1 in 30 jaar'-gebeurtenis.
- Aandelen : -30%; in niet-gereglementeerde markten -40%;
- Spread : factor maal duration.De factor varieert van 70 bp voor bedrijfsobligaties met rating AAA naar bijna 2% voor BBB;
- Rente : circa 50% omhoog en omlaag in het korte segment van de rentecurve tot ruim 20% in het lange segment;
- Vastgoed : -18%.
| Effect op | Effect op IFRS | |
|---|---|---|
| resultatenrekening | eigen vermogen | |
| Aandelenrisico | - 166,0 | - 308,6 |
| Spreadrisico | - 9,4 | - 515,8 |
| Rentevoetrisico -100bp | - 4,3 | 426,1 |
| Rentevoetrisico +100bp | - 0,3 | - 1.033,6 |
| Vastgoedrisico | - 161,8 | - 207,8 |
7.6.2 Verzekeringstechnisch risico
Het verzekeringstechnisch risico betreft alle risico's van verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in schaden door de onzekerheid en timing van de schaden, alsmede veranderingen in de onderliggende aannames aan het begin van de polis, inclusief kosten en royementen.
Levenrisico omvat sterfterisico, langlevenrisico, arbeidsongeschiktheidsrisico, ziekterisico (dat wil zeggen ziekte met mogelijk dodelijk afloop), verval en behoudrisico, kostenrisico en herzieningsrisico.
Tot de Niet-Levenrisico's behoren het reserverisico en het premierisico. Reserverisico hangt samen met de uitstaande schadeclaims terwijl het premierisico betrekking heeft op toekomstige claims (met uitzondering van catastrofeclaims). Catastroferisico betreft schades die door rampgebeurtenissen worden veroorzaakt, zowel natuurrampen als door mensen veroorzaakte rampen.
Iedere verzekeringsmaatschappij van Ageas beheerst het verzekeringstechnisch risico door middel van acceptatiebeleid, prijsbeleid, reserveringen en herverzekeringen. Er wordt vooral op gelet dat de klantengroep die een product koopt inderdaad overeenkomt met de onderliggende aannames over klanten bij de ontwikkeling en prijsstelling van het product.
Het acceptatiebeleid wordt zelfstandig vastgesteld door elk verzekeringsbedrijf, als onderdeel van de algehele beheersing van het verzekeringsrisico en wordt beoordeeld door actuariële medewerkers die de feitelijke schadehistorie evalueren. Er wordt gebruik gemaakt van een reeks indicatoren en hulpmiddelen voor het maken van statistische analyses om de acceptatienormen te verfijnen, met als doel het schadeverloop te verbeteren en/of te waarborgen dat de prijsstelling op de juiste wijze wordt bijgesteld.
De verzekeringsmaatschappijen streven ernaar om de premies op een niveau vast te stellen waarbij het bedrag van de premies samen met de beleggingsinkomsten die daarmee worden gegenereerd groter is dan het totale bedrag van verwachte schades, schadeafhandelingskosten en beheerskosten. De juistheid van de prijsstelling wordt getoetst met behulp van diverse technieken en belangrijke prestatie-indicatoren die passen bij de betreffende portefeuille. Dit gebeurt zowel a priori (bijvoorbeeld beoordeling van de winstgevendheid) als a posteriori (bijvoorbeeld embedded value, combined ratio's).
De factoren waarmee rekening wordt gehouden bij de prijsstelling voor verzekeringen verschillen per product en zijn afhankelijk van de geboden dekking en uitkeringen. De volgende factoren worden in het algemeen in overweging genomen:
- verwachte claims van verzekeringnemers en daarmee verband houdende verwachte uitkeringen en de timing daarvan;
- de mate en aard van de onzekerheid aangaande de verwachte uitkeringen. In dit verband worden ondermeer analyses gemaakt van schadestatistieken en de ontwikkeling van jurisprudentie, economische omstandigheden en demografische ontwikkelingen;
- overige productiekosten voor het betreffende product, zoals distributie-, marketing-, polisadministratie- en schadeadministratiekosten;
- financiële omstandigheden die de tijdswaarde van geld weerspiegelen;
- eisen ten aanzien van de solvabiliteit;
- beoogde niveaus van de winstgevendheid;
- omstandigheden in de verzekeringsmarkt, met name de prijsstelling van concurrenten voor vergelijkbare producten.
Van de posities in de hierboven genoemde risico's profiteert Ageas van diversificatie voor wat betreft geografische regio's, productgroepen en zelfs verschillende verzekeringsrisicofactoren zodat Ageas niet blootgesteld wordt aan grote concentraties verzekeringsrisico's. Daarnaast hebben de verzekeringsmaatschappijen van Ageas specifieke maatregelen getroffen om de blootstelling aan de concentratie van verzekeringsrisico's te verkleinen. Bijvoorbeeld producten die royementskosten in rekening brengen en/of producten waarvan de uitbetaling aan polishouders wordt aangepast aan de marktwaarde: Herverzekeringsbedragen met een beperkte blootstelling aan grote verliezen.
7.6.2.1 Verzekeringsrisico's Leven
Het levensverzekeringsrisico vloeit voor uit de levensverzekeringsverplichtingen in relatie tot de gevaren die verzekerd zijn en de processen die bij de bedrijfsvoering worden gebruikt.
7.6.2.1.1 Sterfte-/langlevenrisico
Sterfterisico is het risico van verlies of van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waar een toename van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. Dit soort sterfterisico wordt verminderd door grenzen aan het acceptatiebeleid te stellen en door diverse excedentverzekeringen en herverzekeringsverdragen voor calamiteiten.
Langlevenrisico is het risico van verlies of van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de sterftecijfers, waar een daling van het sterftecijfer leidt tot een toename van de waarde van de verzekeringsverplichtingen. Dit risico wordt beheerst door middel van het acceptatiebeleid, regelmatige evaluatie van de sterftetabellen ten behoeve van prijsstelling en voorzieningen, beperking van de contractperiode en het aanpassen van tarieven bij hernieuwing van de polis. Wanneer blijkt dat de levensverwachting sneller toeneemt dan de sterftetabellen aangeven, worden extra voorzieningen aangelegd en worden de prijzen van nieuwe producten dienovereenkomstig aangepast.
7.6.2.1.2 Arbeidsongeschiktheidsrisico/invaliditeitsrisico
Arbeidsongeschiktheidsrisico/invaliditeitsrisico is het risico van verlies of van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van arbeidsongeschiktheids-, ziekteof invaliditeitspercentages. Dit risico kan zich bijvoorbeeld voordoen in portefeuilles met arbeidsongeschiktheids- en ziektekostenpolissen en ongevallenverzekeringen voor werknemers in overeenstemming met reserveringen en het acceptatiebeleid. De verzekeringsmaatschappijen van Ageas beperken het arbeidsongeschiktheidsrisico tevens door medische selectiestrategieën en een passende herverzekering.
7.6.2.1.3 Verval- en behoudrisico
Vervalrisico is het risico van verlies of van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het percentage polisverval en -behoud, onder andere in de vorm van polisverlenging, -afkoop, premieverlagingen en andere factoren die tot lagere premies leiden. Behoudrisico is vaak een andere naam voor de volatiliteit van het premieverval en vervangingen van verlopen polissen, 'free look' royementen of afkopen.
De ontwikkeling en prijsstelling van verzekeringspolissen is mede gebaseerd op aannames over de kosten van het verkopen en administreren van de polissen totdat deze vervallen of uitkeren en over het verwachte behoud. Het risico van een andere feitelijke ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan worden in het stadium van de productontwikkeling in kaart gebracht. Dat risico kan worden verminderd via het productontwerp, bijvoorbeeld met een boeteclausule voor vervroegde aflossing of retentiebonussen, aanloopkosten of het spreiden van de provisie aan verzekeringsagenten om de belangen op elkaar af te stemmen.
7.6.2.1.4 Leven- Kostenrisico
Kostenrisico is het risico van verlies of van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van de kosten die worden gemaakt bij de uitvoering van (her)verzekeringsovereenkomsten. Kostenrisico ontstaat als de voorziene kosten bij de prijsstelling van een garantie ontoereikend zijn om in het volgende jaar de werkelijke kosten op te vangen.
7.6.2.1.5 Herzieningsrisico
Herzieningsrisico is het risico van verlies of van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van veranderingen in het niveau, de ontwikkeling of volatiliteit van het herzieningspercentages dat op lijfrentes is toegepast als gevolg van veranderingen in het juridische klimaat of in de gezondheidstoestand van de verzekerde.
7.6.2.2 Verzekeringsrisico's Niet-Leven
7.6.2.2.1 Reserverisico
Reserverisico houdt verband met de uitstaande schades en is het risico van nadelige veranderingen in de waarde van de verzekeringsverplichtingen als gevolg van schommelingen in het tijdstip en het bedrag van de afhandeling en kosten van schades.
7.6.2.2.2 Premierisico
Premierisico Niet-Leven is het risico dat de premie ontoereikend is om alle verplichtingen te dekken, inclusief schade en kosten als gevolg van schommelingen in de schadefrequentie, de zwaarte van de schadeclaims, het tijdstip van de afhandeling of nadelige veranderingen in de kosten.
Het schaderisico bij Niet-Leven kan om diverse redenen afwijken van de verwachte uitkomst. In een analyse wordt doorgaans anders omgegaan met claims met een lange of met een korte looptijd. Zo worden claims met een korte looptijd (zoals autoschade en schade aan goederen) over het algemeen binnen enkele dagen of weken gemeld en kort daarna afgewikkeld. De afwikkeling van claims met een lange looptijd (zoals bij lichamelijk letsel of aansprakelijkheid) kan daarentegen jaren in beslag nemen. Bij claims met een lange looptijd is, als gevolg van de aard van de schade, informatie over de gebeurtenis (bijvoorbeeld over de vereiste medische behandeling) niet altijd direct beschikbaar. Daarnaast is schade met een lange looptijd moeilijker te analyseren, zijn hiervoor meer gedetailleerde werkzaamheden vereist en is de mate van onzekerheid groter dan bij schade met een korte looptijd.
De verzekeringsmaatschappijen van Ageas houden rekening met de ervaringen met vergelijkbare gevallen en historische trends, zoals het voorzieningenpatroon, de groei van de blootstelling, schade-uitkeringen, de omvang van lopende en nog niet uitgekeerde schadegevallen, evenals gerechtelijke uitspraken en economische omstandigheden.
Om het claimrisico te verminderen passen de verzekeringsmaatschappijen van Ageas een selectie- en acceptatiebeleid toe dat is gebaseerd op schadehistorie en modellen. Dit gebeurt per klantensegment en per soort activiteit, waarbij tevens gebruik wordt gemaakt van de kennis of verwachtingen ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van de frequentie en omvang van claims. Daarnaast profiteert het verzekeringsbedrijf van Ageas van spreidingseffecten omdat de Niet-Levenbedrijven actief zijn op een groot aantal verschillende terreinen en in een groot aantal verschillende regio's. Aan het gemiddeld aantal claims verandert dit niets, maar de variatie in de totale claimportefeuille neemt hierdoor wel af, en daarmee tevens het risico. Het risico van onverwacht grote schadeclaims wordt door polisbeperkingen, concentratiebeheer en herverzekeringen ingeperkt.
7.6.2.2.3 Catastroferisico
Catastroferisico betreft claims in verband met rampen, namelijk natuurrampen zoals storm, overstromingen, aardbevingen, ernstige vorst, tsunami's en door mensen veroorzaakte rampen zoals terrorisme, explosies in een bedrijvenpark of treinongelukken.
7.6.2.2.4 Vervalrisico
Vervalrisico betreft de toekomstige premies in een premievoorziening waarbij een verwachte winst is voorzien. Vervalrisico is het risico van meer verval dan verwacht, waardoor de winst minder is dan verwacht.
7.6.2.3 Herverzekeringen
Indien noodzakelijk sluiten de verzekeringsbedrijven van Ageas herverzekeringscontracten af om de verzekeringstechnische risico's te verminderen. Herverzekering kan plaatsvinden per afzonderlijke polis (per risico), of op portefeuillebasis (per gebeurtenis) wanneer het risico met betrekking tot individuele verzekeringnemers zich binnen de lokale limieten bevindt maar er sprake is van een onaanvaardbaar risico van accumulatie van claims op het niveau van de groep (catastroferisico).
Laatstgenoemde gebeurtenissen hangen over het algemeen samen met extreme weersomstandigheden of zijn door menselijk toedoen veroorzaakt. Voor de selectie van herverzekeringsmaatschappijen zijn voornamelijk de prijsstelling en de beheersing van het risico dat de tegenpartij in gebreke blijft bepalend. De beheersing van het tegenpartij-wanbetalingsrisico is geïntegreerd in het totale kredietrisicobeheer.
Herverzekering wordt vooral gebruikt voor het verminderen van de invloed van natuurrampen (zoals orkanen, aardbevingen, overstromingen), grote enkelvoudige schade uit hoofde van polissen met een hoge limiet en meervoudige schade die voorvloeit uit één en dezelfde gebeurtenis door menselijk toedoen.
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de retentie van het risico per product (in nominale bedragen).
| Hoogste behoud | Hoogste behoud | |
|---|---|---|
| 2012 | per risico | per evenement |
| Product segmenten | ||
| Auto, wettelijke aansprakelijkheid | 12.530.540 | 12.530.540 |
| Auto overige | Niet toepasselijk | 3.500.000 |
| Verzekeringen schade aan eigendommen | 30.000.000 | 350.855.120 |
| Wettelijke aansprakelijkheid algemeen | 12.530.540 | 12.530.540 |
| Bedrijfsongevallenverzekering | 89.775.000 | 89.775.000 |
| Persoonlijke ongevallen | 2.500.000 | 2.500.000 |
De onderstaande tabel biedt een overzicht van de premies die per product aan herverzekeraars zijn betaald per jaareinde (bedragen in miljoenen).
| Bruto | |||
|---|---|---|---|
| geboekte | Afgegeven | Netto | |
| 2012 | premies | premies | premies |
| Product segmenten | |||
| Leven | 5.585,9 | - 86,6 | 5.499,3 |
| Ongevallen en ziekte | 789,8 | - 22,2 | 767,6 |
| Brand, schade, andere schade aan eigendommen en overige | 3.571,9 | - 209,6 | 3.362,3 |
| Eliminaties | - 0,5 | - 0,5 | |
| Totaal verzekeringen | 9.947,1 | - 318,4 | 9.628,7 |
| 2011 | Bruto geboekte premies |
Afgegeven premies |
Netto premies |
|---|---|---|---|
| Product segmenten | |||
| Leven | 5.315,3 | - 82,1 | 5.233,2 |
| Ongevallen en ziekte | 782,3 | - 32,9 | 749,4 |
| Brand, schade, andere schade aan eigendommen en overige | 3.325,1 | - 168,8 | 3.156,3 |
| Eliminaties | - 1,5 | - 1,5 | |
| Totaal verzekeringen | 9.421,2 | - 283,8 | 9.137,4 |
7.6.2.4 Gevoeligheden
De Leven en Niet-leven gevoeligheden kunnen als volgt weergegeven worden.
| Effect op | Effect op | |
|---|---|---|
| Leven | de waarde per | de waarde per |
| Sensitiviteiten | 31 december 2012 | 31 december 2011 1) |
| Mortaliteitsratio -5% | 30,5 | 24,6 |
| Lasten -10% | 176,1 | 209,3 |
| Afkoopratio -10% | 40,8 | 12,9 |
| Effect op | Effect op | |
| Niet-Leven | resultaat voor belasting per | resultaat voor belasting per |
| Sensitiviteiten | 31 december 2012 | 31 december 2011 |
| Lasten -10% | 129,3 | 109,1 |
| Opgelopen schaden +5% | - 143,0 | - 122,8 |
1) Waarde verwijst naar de niet gecontroleerde 'embedded value' die Ageas berekent voor haar grootste Levensverzekeringsmaatschappijen. Voor meer informatie over de berekening van de 'embedded value' wordt verwezen naar het '2012 Embedded Value Report' dat beschikbaar is op de Ageas website.
7.7 Ontwikkeling schadereserve
De reserves die in de balans zijn verantwoord voor schadeclaims en de kosten van schadeclaims worden naar schadejaar door de actuarissen en de afdeling schadebeheer geanalyseerd. Uitkeringen en reserves worden derhalve in een tabel met twee tijdsperiodes weergegeven: schadejaar (jaar van de schade, in de kolommen) en kalenderjaar (ontwikkelingsjaar, op de regels). Deze zogenoemde run-off driehoek laat zien hoe de schadereserve zich in de tijd ontwikkelt als gevolg van gedane betalingen en nieuwe schattingen van de verwachte uiteindelijke schade per de betreffende balansdatum.
komsten waarvan de reserves in driehoeksformaat kunnen worden verantwoord. De genoemde belangrijkste cijfers zijn niet contant gemaakt. De contant gemaakte schadereserve en een aantal andere verplichtingen (bijvoorbeeld permanente arbeidsongeschiktheid of lijfrentes uit zorg- of ongevallenverzekeringen of andere overeenkomsten) zijn opgenomen in de reconciliatieregels.
Alle bedragen in de tabel worden berekend tegen de van toepassing zijnde wisselkoers per jaarultimo 2012 (de valutapositie houdt voornamelijk verband met het Britse pond). In de tabel is tevens informatie opgenomen over de afgelopen tien jaar van het recent verworven Groupama Insurance Company Ltd.
Bij alle overeenkomsten gaat het om verzekeringsovereenkomsten zoals gedefinieerd onder IFRS, inclusief alle schadeovereenDe schadeontwikkelingstabel per schadejaar is als volgt:
| Schadejaar | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| Betalingen op: | ||||||||||
| N | 622,9 | 722,3 | 708,0 | 819,6 1.044,6 1.034,4 1.104,6 1.174,4 1.248,5 1.377,5 | ||||||
| N + 1 N + 2 |
336,1 97,0 |
329,7 87,2 |
349,3 86,2 |
404,6 101,9 |
501,4 127,8 |
473,4 125,0 |
534,6 145,2 |
658,0 144,4 |
673,0 | |
| N + 3 | 61,2 | 60,6 | 49,5 | 65,0 | 69,7 | 85,4 | 88,6 | |||
| N + 4 | 41,3 | 48,6 | 42,1 | 47,9 | 51,2 | 60,0 | ||||
| N + 5 | 29,4 | 29,2 | 29,3 | 33,6 | 34,1 | |||||
| N + 6 | 20,5 | 17,9 | 18,0 | 22,1 | ||||||
| N + 7 | 10,3 | 13,2 | 15,2 | |||||||
| N + 8 | 10,4 | 14,3 | ||||||||
| N + 9 | 7,9 | |||||||||
| Schadekosten: (Cumulatieve betalingen + | ||||||||||
| uitstaande claims reserve) | ||||||||||
| N | 1.437,4 1.530,4 1.494,4 1.653,2 1.999,0 1.992,1 2.153,4 2.364,9 2.676,3 2.925,2 | |||||||||
| N + 1 | 1.471,1 1.546,7 1.470,9 1.632,3 1.990,7 1.952,2 2.102,9 2.326,0 2.571,3 | |||||||||
| N + 2 | 1.326,9 1.448,1 1.440,6 1.625,1 1.985,7 1.972,0 2.124,4 2.330,9 | |||||||||
| N + 3 | 1.349,2 1.411,8 1.427,2 1.612,1 1.979,4 1.963,9 2.141,2 | |||||||||
| N + 4 | 1.329,7 1.393,6 1.411,2 1.599,9 1.954,6 1.956,6 | |||||||||
| N + 5 | 1.313,0 1.383,8 1.395,5 1.587,1 1.955,3 | |||||||||
| N + 6 | 1.304,1 1.383,1 1.395,1 1.578,8 | |||||||||
| N + 7 | 1.300,1 1.383,9 1.400,6 | |||||||||
| N + 8 | 1.289,2 1.390,3 | |||||||||
| N + 9 | 1.296,1 | |||||||||
| Uiteindelijk verlies, geschat | ||||||||||
| op de initiële datum | 1.437,4 1.530,4 1.494,4 1.653,2 1.999,0 1.992,1 2.153,3 2.364,9 2.676,3 2.925,2 | |||||||||
| Uiteindelijk verlies, geschat | ||||||||||
| in voorgaand jaar: | 1.289,2 1.383,9 1.395,1 1.587,1 1.954,6 1.963,9 2.124,4 2.326,0 2.676,3 | |||||||||
| Uiteindelijk verlies, geschat in huidig jaar: | 1.296,1 1.390,3 1.400,6 1.578,8 1.955,3 1.956,6 2.141,2 2.330,9 2.571,3 2.925,2 | |||||||||
| Surplus (tekort) huidig jaar ten opzichte | ||||||||||
| van initieel schadejaar | 141,3 | 140,1 | 93,8 | 74,4 | 43,7 | 35,5 | 12,1 | 34,0 | 105,0 | |
| Surplus (tekort) huidig jaar ten opzichte | ||||||||||
| van vorig schadejaar | ( 6,9 ) | ( 6,4 ) | ( 5,5 ) | 8,3 | ( 0,7 ) | 7,3 | ( 16,8 ) | ( 4,9 ) | 105,0 | |
| Uitstaande claims reserve voor 2003 | 230,6 | |||||||||
| Uitstaande claims reserve van 2003 tot 2012 | 3.438,2 | |||||||||
| Overige verplichtingen (niet in tabel) | 739,2 | |||||||||
| Claims ongevallenverzekeringen en zorg | 1.187,6 | |||||||||
| Totaal claims in de balans | 5.595,5 |
De schadereservetabel per schadejaar (zie hierboven) laat de ontwikkeling zien van de uiteindelijke totale schade (in gedane betalingen en uitstaande schadereserves) voor elk schadejaar (zoals aangegeven in de kolom), per ontwikkelingsjaar (zoals aangegeven in de regel) vanaf het jaar van het optreden van de schade tot en met boekjaar 2012.
In de driehoek 'Betalingen' is het totale bedrag aan schadebetalingen weergegeven, verminderd met terugvorderingen.
De tweede driehoek, 'Uitstaande schadereserves', geeft de uitstaande schadereserve weer inclusief IBN(E)R voor elk schadejaar, op basis van de nieuwe inschatting van de uiteindelijke schadelast en de al gedane betalingen.
De regels 'Uiteindelijk verlies', geschat per de datum dat de schade voor het eerst optrad, per het vorige boekjaar en het huidige boekjaar weerspiegelt het feit dat de schatting fluctueert met de kennis en informatie die over de schadeclaim is vergaard. Hoe langer de ontwikkelingsperiode van de claims, hoe accurater de inschatting van het uiteindelijke verlies.
De schadeontwikkelingstabel per boekjaar is als volgt:
| Verslagjaar | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Brutoreserves voor niet betaalde claims en schadekosten | ||||||||||
| per boekingsdatum | 2.036,4 | 2.191,5 | 2.265,6 | 2.378,0 | 2.532,6 | 2.638,7 | 2.738,9 | 2.983,4 | 3.280,2 | 3.668,7 |
| Cumulatieve betalingen voor: | ||||||||||
| 2004 | 608,9 | |||||||||
| 2005 | 892,9 | 613,7 | ||||||||
| 2006 | 1.085,4 | 893,4 | 629,0 | |||||||
| 2007 2008 |
1.195,3 1.283,4 |
1.064,0 1.200,5 |
885,8 1.071,9 |
661,4 949,4 |
789,4 | |||||
| 2009 | 1.357,5 | 1.303,9 | 1.217,4 | 1.159,9 | 1.127,7 | 811,8 | ||||
| 2010 | 1.405,0 | 1.367,6 | 1.310,8 | 1.300,9 | 1.338,4 | 1.147,6 | 870,4 | |||
| 2011 | 1.444,0 | 1.420,4 | 1.381,6 | 1.405,4 | 1.494,1 | 1.388,6 | 1.252,0 | 1.029,0 | ||
| 2012 | 1.479,7 | 1.470,5 | 1.446,8 | 1.492,8 | 1.615,5 | 1.570,1 | 1.522,1 | 1.443,4 | 1.087,4 | |
| Opnieuw geschatte reserve per: | ||||||||||
| 2004 | 1.992,3 | |||||||||
| 2005 | 1.877,3 | 2.092,8 | ||||||||
| 2006 | 1.907,3 | 2.024,1 | 2.173,4 | |||||||
| 2007 | 1.856,3 | 1.937,0 | 2.055,9 | 2.239,6 | ||||||
| 2008 | 1.841,2 | 1.903,5 | 2.009,1 | 2.185,6 | 2.470,3 | |||||
| 2009 | 1.788,0 | 1.840,6 | 1.930,2 | 2.093,7 | 2.373,4 | 2.501,9 | ||||
| 2010 | 1.772,2 | 1.829,5 | 1.903,8 | 2.054,9 | 2.328,3 | 2.476,6 | 2.663,1 | |||
| 2011 | 1.746,6 | 1.804,1 | 1.876,7 | 2.019,4 | 2.278,0 | 2.410,7 | 2.615,6 | 2.896,8 | ||
| 2012 | 1.769,4 | 1.827,5 | 1.906,8 | 2.036,9 | 2.286,1 | 2.419,0 | 2.639,2 | 2.914,6 | 3.208,4 | |
| Bruto uitstaande verplichtingen (inclusief IBNR) | 289,7 | 357,0 | 460,0 | 544,1 | 670,6 | 848,9 | 1.117,1 | 1.471,2 | 2.121,0 | 3.668,7 |
| Cumulatief overschot/tekort | ||||||||||
| van oorspronkelijke claim tot herschatting | ||||||||||
| - Nominaal |
267,0 | 364,1 | 358,8 | 341,1 | 246,5 | 219,6 | 99,7 | 68,8 | 71,8 | |
| - Percentage |
13,1% | 16,6% | 15,8% | 14,3% | 9,7% | 8,3% | 3,6% | 2,3% | 2,2% | |
| Overige verplichtingen (niet in tabel) | 739,2 | |||||||||
| Claims ongevallenverzekeringen en zorg | 1.187,6 | |||||||||
| Totaal claims in de balans (noot 28) | 5.595,5 |
De schadereserve-ontwikkelingstabel per boekjaar laat de mutaties zien in de boekhoudkundige reserves van 31 december 2003 tot en met 31 december 2012. Deze tabel geeft cumulatieve waarden weer. In de kolommen staan alle jaren waarin de claims zich hebben voorgedaan voorafgaand aan en tot en met het verslagjaar.
De regel 'Bruto reserves voor niet betaalde claims en schadekosten per boekingsdatum' betreft de verplichtingen zoals die in de balans zijn verantwoord per de verslagdatum van het jaar dat in de kolom staat aangegeven. De cijfers op deze regel betreffen de uitstaande verplichtingen voor alle jaren waarin de claims zich hebben voorgedaan voorafgaand aan en tot en met het aangegeven jaar.
Onder 'Cumulatieve betalingen' wordt het totale bedrag aan schade-uitkeringen per periode verantwoord (cumulatief) vanaf 1 januari van het aangegeven jaar (in de regels) en verband houdende met de jaren waarin de uitkeringen hebben plaatsgevonden, voorafgaand aan en tot en met het jaar waarin de reserve wordt verantwoord (in de kolom).
In het tweede deel wordt onder 'Opnieuw geschatte reserve' een schatting gegeven van de uiteindelijke kosten van de verplichtingen per 31 december van het aangegeven jaar (in de regels) in verband met de jaren voorafgaand aan en tot en met het lopende jaar, in elke toekomstige periode. Hoe verder de schaden zijn ontwikkeld, des te betrouwbaarder de waardering van de verplichtingen.
Onder 'Bruto uitstaande verplichtingen (inclusief IBNR)' vallen de bedragen die ultimo 2012 zijn verantwoord.
Het bedrag bij Totaal claims in de balans wordt verder toegelicht in Noot 25.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven.
7.8 Operationeel risico
Alle ondernemingen, inclusief financiële instellingen, hebben te maken met operationeel risico. Dit risico kan het gevolg zijn van ontoereikende beheersing van interne processen of systemen, menselijke fouten of niet-naleving, maar kan ook samenhangen met externe gebeurtenissen en hangt meer in het algemeen samen met de onzekerheid van iedere zakelijke activiteit.
Zowel de groep op centraal niveau als elke werkmaatschappij moet een proces ingericht hebben om het operationeel risico te beheersen. Dit proces is een integraal onderdeel van het risicomanagementraamwerk en moet op lokaal niveau worden goedgekeurd. Het operationele risicoraamwerk bestaat uit bedrijfsbrede processen die worden toegepast op groepsniveau en in alle werkmaatschappijen met als doel het signaleren, onderzoeken, beheersen, monitoren en rapporteren van operationele risico's. Deze groepsbrede processen zijn:
- rapportering operationele risicogebeurtenissen;
- verzameling verliesgegeven;
- analyse van de blootstelling aan grote verliezen;
- jaarlijkse rapportering over de belangrijkste risico's.
Hoewel Ageas en haar werkmaatschappijen het operationele risico beheersen, blijft dat risico een inherent onderdeel van de activiteiten vormen.
De operationele risico's waarvoor Ageas zich gesteld ziet, zijn onder andere de mogelijkheid dat interne of externe processen, mensen en/of systemen ontoereikend zijn en/of falen, dat wet- en regelgeving wordt overtreden, medewerkers zich misdragen of dat Ageas ten prooi valt aan externe gebeurtenissen als fraude. Behalve financiële verliezen kunnen dergelijke gebeurtenissen ook reputatieschade voor Ageas veroorzaken. Het verlies van sleutelmedewerkers vormt tevens een (alhoewel niet heel groot) operationeel risico dat de activiteiten en resultaten van Ageas nadelig kan beïnvloeden. De bedrijfsactiviteiten van Ageas zijn afhankelijk van de verwerking van een groot aantal complexe transacties in uiteenlopende en diverse producten, en hebben te maken met verschillende wets- en toezichtsystemen. Door de langlopende aard van veel van de bedrijfsactiviteiten van Ageas worden gedurende belangrijk lange perioden accurate archieven bijgehouden. Ageas streeft ernaar de operationele risico's op een gepast niveau te houden door in een solide en beheerste omgeving te opereren in het licht van de kenmerken van haar bedrijf, de markten en het toezichtklimaat waarin zij werkzaam is. Hoewel deze controlemechanismen de operationele risico's verminderen, kan Ageas deze risico's nooit volledig uitbannen.
7.9 Strategisch risico
Strategische risico's zijn de externe en interne factoren die van invloed kunnen zijn op het vermogen van Ageas om het huidige bedrijfsplan ten uitvoer te brengen en zich te positioneren voor voortgaande groei en waardecreatie. Tot die risico's behoren tevens wijzigingen in de wet- en regelgeving, het juridische en het concurrentielandschap alsmede reputatierisico's (zie ook Noot 51 Voorwaardelijke verplichtingen). In de bedrijfsstrategie dient rekening te worden gehouden met dergelijke risico's en Ageas streeft ernaar om die risico's actief op te sporen en daarop in te spelen.
In het reguliere proces van risicosignalering en -beoordeling komen ook strategische risico's aan de orde. Die risico's werden expliciet aan de orde gesteld tijdens het proces van strategische evaluatie en planning en opgevolgd als onderdeel van de reguliere prestatiegesprekken.
Zo zijn in 2012 de volgende risico's gesignaleerd:
- aanhoudend moeilijke marktomstandigheden en marktcycli kunnen nadelig zijn voor de activiteiten en winstgevendheid van Ageas;
- juridische procedures of andere acties kunnen de activiteiten, financiële positie en bedrijfsresultaten nadelig beïnvloeden;
- nieuwe ontwikkelingen in de wet- en regelgeving, waaronder veranderingen in de fiscale wetgeving, kunnen van invloed zijn op de activiteiten van Ageas. Ageas heeft te maken met uitgebreide regels en wetten. Ageas maakt zich op voor Solvency II, dat naar verwachting van invloed zal zijn op de gehanteerde methode voor kapitaalvereisten, waarderingstechnieken en werkwijzen op het gebied van risicomanagement;
- Ageas wordt in België aangemerkt als 'systemisch belangrijke financiële instelling' die te maken kan krijgen met het risico van economische ontwrichting dan wel die een dergelijke ontwrichting kan veroorzaken. De Belgische toezichthouder heeft in verband hiermee verdergaande rechten gekregen om zich tegen bepaalde strategische beslissingen van de Raad van Bestuur van Ageas te keren voordat deze worden uitgevoerd, als de toezichthouder van mening is dat een dergelijke beslissing in strijd is met goed en prudent management, of dat die beslissing een wezenlijk gevaar voor de stabiliteit van de financiële sector met zich mee brengt. Dit aanvullende toezicht zorgt weliswaar voor een nog robuuster risicomanagementkader op het niveau van de groep, maar kan de strategie wel extra beperken;
- de op samenwerking gebaseerde strategie van Ageas en de afhankelijkheid van de distributie en het merk van partners vergroot het distributierisico voor wat betreft de onderhandelingsruimte, de (on)mogelijkheid van volledige zeggenschap over productmix en volumes, de ´commoditisation´ van onze producten. Verlies van afzet kan optreden als een distributiepartner besluit de samenwerking te beëindigen;
- Ageas ziet zich als onderdeel van de sector financiële dienstverlening geconfronteerd met hevige concurrentiedruk, wat van invloed kan zijn op de resultaten van de activiteiten. Dit wordt ten dele ondervangen door de nadruk op sterke samenwerkingsverbanden met sterke lokale marktpartners.
7.10 Totaal risico
Elk jaar voert Ageas een groepsbreed onderzoek uit om de belangrijkste risico's in kaart te brengen, die een impact kunnen hebben op onze doelstellingen. Dit onderzoek evalueert ook het risicoraamwerk om er zeker van te zijn dat deze risico's voortdurend worden beheerst. Elke werkmaatschappij voert ten minste eenmaal per kwartaal een follow-up evaluatie van de belangrijkste risico's uit, terwijl deze risico's ook op groepsniveau worden bewaakt. Een groot aantal interne en externe bronnen wordt met het oog hierop geraadpleegd. Behalve dat dit proces een speerpunt vormt van het risicoraamwerk levert het ook interne beheersingsverklaringen (Management Control Statements) op van iedere afzonderlijke werkmaatschappij. Die verklaringen worden op groepsniveau afgetekend door de CEO van Ageas.
Proces
Elk jaar wordt een volledige bottum-up zelfbeoordeling op het gebied van controle en risico uitgevoerd, waarbij alle belangrijke risico's waaraan de onderneming is blootgesteld worden geïnventariseerd.
De op deze manier geïnventariseerde risico's, die aan de hand van de Ageas Risicotaxonomie worden ingedeeld, worden door de verschillende entiteiten met behulp van een standaard 'likelihood & impact' overzicht geëvalueerd en gerapporteerd aan Ageas Group Risk. Hiermee ontstaat een goed beeld van de mate van de bezorgdheid over deze risico's (d.w.z. de materialiteit). De risico's worden op kwalitatieve wijze beschreven en de impact ervan op de ermee samenhangende doelstellingen wordt uitgelegd. De risico's worden geclassificeerd volgens de Ageas Risk taxonomy.
Het jaarlijks Key Risk Report wordt aangevuld met de jaarlijkse Management Control Statement door alle CEO's die hun vertrouwen uitspreken in hun lokaal risicobeheerraamwerk. Eén keer per kwartaal wordt de lijst met grootste risico's aan het Risk and Capital Committee en de Raad van Bestuur gecommuniceerd.
Risk Officers van alle werkmaatschappijen en regio's (inclusief op groepsniveau) verschaffen elk kwartaal Group Risk een update van het risico-overzicht. Group Risk verzamelt alle gegevens waarna het totale risico op het niveau van het Ageas Risk Committee en het Executive Committee wordt besproken.
Elke maand worden de ontwikkelingen van de belangrijkste risico's besproken in het Group Risk Committee van Ageas.
8 TOEZICHT EN SOLVABILITEIT
Ageas wordt door haar belangrijkste toezichthouder, de Nationale Bank van België, aangemerkt als verzekeringsmaatschappij. Ageas wordt als zodanig op geconsolideerd niveau onderworpen aan toezicht. Op de werkmaatschappijen wordt op lokaal niveau toezicht uitgeoefend.
8.1 Geconsolideerd toezicht Ageas
Op geconsolideerd niveau wordt het toezicht op Ageas uitgeoefend door de Nationale Bank van België (NBB). Op dochterondernemingen wordt toezicht uitgeoefend door de toezichthouders in de landen waar de dochterondernemingen zijn gevestigd, op basis van de eigen solvabiliteitsmaatstaven en de lokale grondslagen voor de financiële verslaggeving.
Op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving voor verzekeringsmaatschappijen in België rapporteert Ageas op kwartaalbasis aan de NBB over het beschikbaar wettelijk kapitaal en de vereiste solvabiliteit. Uit hoofde van het prudentieel toezicht wordt op kwartaalbasis geverifieerd of Ageas op geconsolideerde basis nog aan de solvabiliteitseisen voldoet.
De aansluiting van het eigen vermogen en het beschikbaar wettelijk vereist kapitaal en de daarmee samenhangende solvabiliteitsratio's is als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Aandelenkapitaal en reserves | 7.152,1 | 7.826,3 |
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 743,0 | - 578,2 |
| Ongerealiseerde winsten en verliezen | 2.015,5 | 512,2 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 9.910,6 | 7.760,3 |
| Minderheidsbelangen | 875,5 | 607,4 |
| Totaal eigen vermogen | 10.786,1 | 8.367,7 |
| Achtergestelde instrumenten | 2.915,5 | 2.973,6 |
| Prudentiële filters | ||
| Lokaal vereiste egalisatiereserve voor catastrofen | - 174,3 | - 135,5 |
| Pensioen aanpassing | - 27,2 | - 22,9 |
| Herwaardering van vastgoedbeleggingen, na belastingen (tegen 90%) | 761,2 | 715,2 |
| Aanpassing waardering van voor verkoop beschikbare beleggingen | - 2.341,5 | - 252,5 |
| Kasstroomafdekking | 29,0 | 20,3 |
| Goodwill | - 892,8 | - 923,4 |
| Overige immateriële vaste activa | - 371,0 | - 382,1 |
| Verwacht dividend | - 362,2 | - 187,4 |
| Verwacht dividend, gerelateerd aan de call optie BNP Paribas aandelen | - 234,0 | - 395,0 |
| Vermindering achtergestelde schuld naar 50% van vereiste solvabiliteit | - 932,3 | - 1.153,5 |
| Toetsingsvermogen toezichthouder | 9.156,5 | 8.624,6 |
| Solvabiliteitsratio's | ||
| Solvabiliteitsvereisten | 3.966,4 | 3.640,3 |
| Solvabiliteitsoverschot | 5.190,1 | 4.984,3 |
| Solvabiliteitsratio | 230,9% | 236,9% |
8.2 Kapitaalbeheer Ageas
Ageas beschouwt een sterke kapitaalbasis in de afzonderlijke verzekeringsactiviteiten als noodzakelijk, enerzijds als concurrentievoordeel en anderzijds om de geplande groei te financieren.
De Algemene Rekening omvat de groepsfuncties, de financieringstransacties en de nog lopende zaken uit het verleden. Voor de Algemene Rekening gebruikt Ageas het begrip nettokaspositie als indicator van het vrij beschikbare kapitaal zolang dat minder is dan het beschikbare kapitaal op groepsniveau.
Ageas streeft naar een minimum totale solvabiliteitsratio van 200% van het wettelijk vereiste minimum op het niveau van het totale verzekeringsbedrijf. Ageas zal deze doelstelling ten laatste bij de introductie van Solvency II opnieuw evalueren.
Vermogenspositie Verzekeringen
Op 31 december 2012 bedroeg het totaal vermogen van het Verzekeringsbedrijf EUR 8,2 miljard (31 december 2011: EUR 7,5 miljard): 206,1% van het wettelijk vereist minimum (31 december 2011: 207,0%).
| Continentaal | Consolidatie | Totaal | Algemeen | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2012 | België | VK | Europa | Azië | correcties | Verzekeringen | (incl. elim) | Ageas |
| Totaal beschikbaar vermogen | 4.184,7 | 1.097,4 | 1.396,7 | 1.396,7 | 90,8 | 8.166,3 | 990,2 | 9.156,5 |
| Minimale solvabiliteitsvereisten | 2.379,6 | 489,9 | 572,6 | 521,1 | 3.963,2 | 3,2 | 3.966,4 | |
| Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten | 1.805,1 | 607,5 | 824,1 | 875,6 | 90,8 | 4.203,1 | 987,0 | 5.190,1 |
| Totaal vermogen solvabiliteitsratio | 175,9% | 224,0% | 243,9% | 268,0% | 206,1% | 230,9% | ||
| XXX | ||||||||
| Continentaal | Consolidatie | Totaal | Algemeen | Totaal | ||||
| 31 december 2011 | België | VK | Europa | Azië | correcties | Verzekeringen | (incl. elim) | Ageas |
| Totaal beschikbaar vermogen | 3.940,3 | 857,9 | 973,3 | 1.291,0 | 467,1 | 7.529,6 | 1.095,0 | 8.624,6 |
| Minimale solvabiliteitsvereisten | 2.262,5 | 367,4 | 565,4 | 441,8 | 3.637,1 | 3,2 | 3.640,3 | |
| Totaal kapitaal boven minimum solvabiliteitsvereisten | 1.677,8 | 490,5 | 407,9 | 849,2 | 467,1 | 3.892,5 | 1.091,8 | 4.984,3 |
De grafische weergave van de solvabiliteitspositie per Verzekeringssegment en voor Verzekeringen als geheel is als volgt:
Nettokaspositie Algemene Rekening
Op basis van de wet- en regelgeving van de NBB, bedroeg het beschikbaar wettelijk kapitaal van de Algemene Rekening (inclusief eliminaties) EUR 1,0 miljard (31 december 2011: EUR 1,1 miljard). Ultimo 2011 was het beschikbare kapitaal lager dan de nettokaspositie op groepsniveau. Dit vormde een beperkende factor.
De nettokaspositie bedroeg op 31 december 2012 EUR 1,2 miljard en is in vergelijking met eind 2011 vooral positief beїnvloed door:
- Ageas heeft EUR 953 miljoen ontvangen voor de aflossing van de Tier 1 obligatielening (zie Noot 18 Leningen);
- Ageas heeft EUR 400 miljoen ontvangen in verband met de schikking met ABN AMRO en de Nederlandse Staat (zie Noot 20 Herverzekering en overige vorderingen);
- Ageas heeft een schadevergoeding betaald van EUR 287 miljoen (zie Noot 30 RPN(I));
- Ageas heeft dividend betaald van EUR 195 miljoen;
- Ageas heeft EUR 160 miljoen betaald in het kader van het inkoopprogramma eigen aandelen.
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 402,4 | 344,7 |
| Vorderingen op banken | 1.000,0 | 600,0 |
| Schuldbewijzen | - 186,8 | - 256,7 |
| Netto kaspositie | 1.215,6 | 688,0 |
9 VERGOEDINGEN NA UITDIENST-TREDING, ANDERE LANGETERMIJN -PERSONEELS BELONINGEN EN BEËINDIGINGS VERGOEDINGEN
Vergoedingen na uitdiensttreding zijn personeelsbeloningen, zoals pensioenen en ziektekostenvergoedingen, die worden uitgekeerd na beëindiging van de arbeidsrelatie. Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zijn personeelsbeloningen die niet volledig betaalbaar zijn binnen twaalf maanden na de periode waarin de medewerkers de betreffende dienst hebben verleend, zoals jubileumuitkeringen en langdurige arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Beëindigingvergoedingen zijn personeelsvergoedingen die betaalbaar zijn tengevolge van het voortijdig beëindigen van de arbeidsrelatie met een werknemer.
9.1 Vergoedingen na uitdiensttreding
9.1.1 Pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen en andere vergoedingen na uitdiensttreding
Ageas financiert pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen die voor het merendeel van de huidige medewerkers gelden. Het heeft voor Ageas de voorkeur om de pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen te vervangen door pensioenregelingen op basis van beschikbare premies om zodoende de werkgeverskosten beter te kunnen beheersen en mobiliteit van medewerkers tussen de landen te bevorderen.
Pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen worden berekend op basis van het aantal dienstjaren en het salarisniveau. De pensioenverplichtingen worden bepaald aan de hand van sterftecijfers, het personeelsverloop, de loonstijging en economische aannames met betrekking tot bijvoorbeeld de inflatie en het disconteringspercentage. Het disconteringspercentage wordt per land of per regio vastgesteld op basis van het rendement (per de einddatum) van bedrijfsobligaties met een AA-rating.
Naast pensioenuitkeringen omvatten de kosten van regelingen op basis van vaste toezeggingen ook andere kosten, zoals de vergoeding van een deel van de ziektekostenpremie en personeelscondities voor financiële producten (bijvoorbeeld hypotheken), die in stand blijven na pensionering van medewerkers.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de bedragen die per 31 december zijn opgenomen in de balans in verband met pensioenregelingen en overige vergoedingen na uitdiensttreding.:
| 2012 | Pensioenregelingen met vaste toezeggingen 2011 |
2012 | Overige vergoedingen na uitdiensttreding 2011 |
|
|---|---|---|---|---|
| Contante waarde van verplichtingen met kwalificerende beleggingen | 250,8 | 222,2 | ||
| Contante waarde van verplichtingen zonder kwalificerende beleggingen | 367,1 | 323,0 | 81,2 | 63,4 |
| Verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen | 617,9 | 545,2 | 81,2 | 63,4 |
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen | - 211,8 | - 182,5 | ||
| 406,1 | 362,7 | 81,2 | 63,4 | |
| Niet-verantwoorde actuariële winsten (verliezen) | - 111,9 | - 81,2 | - 25,5 | - 9,8 |
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 294,2 | 281,5 | 55,7 | 53,6 |
| Bedragen in de balans: | ||||
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen | 321,4 | 304,4 | 55,7 | 53,6 |
| Activa voor regelingen met vaste toezeggingen | - 27,2 | - 22,9 | ||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen | 294,2 | 281,5 | 55,7 | 53,6 |
De verplichtingen uit hoofde van pensioenregelingen met vaste toezeggingen zijn opgenomen onder 'Overlopende rente en overige verplichtingen' (zie Noot 31) en de activa uit hoofde van pensioenregelingen met vaste toezeggingen vallen onder 'Overlopende rente en overige activa' (zie Noot 22).
Omdat Ageas als financiële instelling is gespecialiseerd in het beheer van regelingen voor personeelsbeloning is een aantal pensioenregelingen voor medewerkers verzekerd via verzekeringsbedrijven die deel uitmaken van de groep. Derhalve, en in overeenstemming met IFRS, worden deze activa niet tot het toetsingsvermogen gerekend en mogen deze niet worden gerekend tot de fondsbeleggingen. Om die reden worden deze regelingen aangemerkt als 'niet gefinancierd'.
Vanuit economisch oogpunt wordt de nettoverplichting inzake toegezegde pensioenrechten gecompenseerd door de niet tot het toetsingsvermogen gerekende fondsbeleggingen die binnen Ageas worden aangehouden (2012: EUR 274,2 miljoen; 2011: EUR 253,1 miljoen). Economisch gezien resulteert dit voor 2012 in een netto pensioenverplichting van EUR 20,0 miljoen (2011: EUR 28,4 miljoen).
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de nettoverplichtingen (activa) voor regelingen met vaste toezeggingen in de balans:
| Pensioenregelingen met | Overige vergoedingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | ||||
| 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | ||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met | |||||
| vaste toezeggingen per 1 januari | 281,5 | 275,2 | 53,6 | 53,1 | |
| Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen | 40,3 | 39,3 | 4,7 | 2,9 | |
| Bijdragen werkgevers | - 16,7 | - 18,4 | |||
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 10,3 | - 13,7 | - 1,9 | - 1,5 | |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | - 1,0 | ||||
| Overdracht | - 0,3 | 0,3 | |||
| Omrekeningsverschillen | - 0,3 | - 0,6 | |||
| Overige | 0,4 | - 0,7 | - 0,9 | ||
| Netto verplichtingen (activa) voor regelingen met vaste | |||||
| toezeggingen per 31 december | 294,2 | 281,5 | 55,7 | 53,6 |
Uitkeringen direct betaald door de werkgever hebben betrekking op pensioenregelingen met vaste toezeggingen die direct binnen een Ageas-entiteit worden gehouden.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties in de verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen:
| Pensioenregelingen met | Overige vergoedingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| vaste toezeggingen | na uitdiensttreding | ||||
| 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | ||
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen per 1 januari | 545,2 | 468,7 | 63,4 | 60,0 | |
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 23,6 | 23,6 | 2,0 | 2,0 | |
| Rentelasten | 21,0 | 19,8 | 2,4 | 2,4 | |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven rechten | - 1,5 | ||||
| Planinperkingen | 2,4 | 3,0 | |||
| Afwikkelingen | - 0,8 | ||||
| Actuariële verliezen (winsten) op de verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen | 38,2 | 45,9 | 16,0 | 2,9 | |
| Bijdragen deelnemers | 0,3 | 0,1 | |||
| Uitkeringen | - 5,3 | - 5,4 | |||
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 10,3 | - 13,7 | - 1,9 | - 1,5 | |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | - 1,3 | ||||
| Overdracht | - 0,3 | 0,2 | |||
| Omrekeningsverschillen | 3,7 | 3,8 | |||
| Overige | 0,2 | 0,5 | - 0,7 | - 0,9 | |
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen per 31 december | 617,9 | 545,2 | 81,2 | 63,4 |
Onder Actuariële verliezen (winsten) op de verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen worden hoofdzakelijk de wijziging in de disconteringsvoet, andere actuariële aannames en de ervaringsaanpassingen op de toegezegde pensioenrechten verwerkt. De actuariële verliezen op de verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen in 2012 weerspiegelt de per saldo lagere disconteringsvoet en een verandering in de levensverwachting in het Verenigd Koninkrijk. In het actuariële verlies op de verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen voor medische zorg na pensionering is deze lagere disconteringsvoet verwerkt.
De volgende tabel toont de mutaties in de reële waarde van de kwalificerende beleggingen:
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 1 januari | 182,5 | 159,7 |
| Afwikkelingen | 0,8 | |
| Verwacht rendement op kwalificerende beleggingen | 8,8 | 8,0 |
| Actuariële winsten (verliezen) op kwalificerende beleggingen | 5,8 | - 3,2 |
| Bijdragen werkgevers | 16,7 | 18,4 |
| Bijdragen deelnemers | 0,3 | 0,1 |
| Uitkeringen | - 5,3 | - 5,4 |
| Omrekeningsverschillen | 3,0 | 4,0 |
| Overige | 0,1 | |
| Reële waarde van kwalificerende beleggingen per 31 december | 211,8 | 182,5 |
De actuariële winsten (verliezen) bestaan voornamelijk uit het verschil tussen het werkelijke en het verwachte rendement. De volgende tabel toont het werkelijke rendement op de kwalificerende beleggingen voor pensioenregelingen met vaste toezeggingen:
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Werkelijk rendement op kwalificerende beleggingen | 14,7 | 4,9 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de wijzigingen in het totaal van de niet-verantwoorde actuariële winsten (verliezen) op activa en verplichtingen:
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | Overige vergoedingen na uitdiensttreding | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | ||
| Niet-verantwoorde actuariële winsten (verliezen) per 1 januari | - 81,2 | - 33,8 | - 9,8 | - 6,9 | |
| Planinperkingen | 0,3 | 0,3 | |||
| Afwikkelingen | 1,0 | ||||
| Afschrijving van niet-verantwoorde actuariële verliezen (winsten) op de verplichting | |||||
| voor regelingen met vaste toezeggingen | 2,0 | 0,3 | 0,3 | ||
| Afschrijving van niet-verantwoorde actuariële verliezen | |||||
| (winsten) op kwalificerende belegingen | 0,6 | 0,1 | |||
| Actuariële winsten (verliezen) op de verplichting voor regelingen | |||||
| met vaste toezeggingen | - 38,2 | - 45,9 | - 16,0 | - 2,9 | |
| Actuariële winsten (verliezen) op kwalificerende beleggingen | 5,8 | - 3,2 | |||
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 0,3 | ||||
| Overdracht | 0,1 | ||||
| Omrekeningsverschillen | - 1,0 | - 0,4 | |||
| Overige | - 0,2 | ||||
| Niet-verantwoorde actuariële winsten (verliezen) per 31 december | - 111,9 | - 81,2 | - 25,5 | - 9,8 |
De wijzigingen in niet-verantwoorde pensioenkosten van verstreken diensttijd waren nihil in 2012 en in 2011.
Ervaringsaanpassingen zijn de actuariële winsten en verliezen die ontstaan door verschillen tussen de actuariële veronderstellingen aan het begin van het jaar en de werkelijke uitkomsten gedurende het jaar.
De volgende tabel bevat informatie over de ervaringsaanpassingen met betrekking tot kwalificerende beleggingen en verplichtingen uit hoofde van de regelingen met vaste toezeggingen:
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | Overige vergoedingen na uitdiensttreding | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 2011 | 2010 | 2009 | 2008 | 2012 | 2011 | 2010 | 2009 | 2008 | |
| Ervaringsaanpassingen op kwalificerende beleggingen, winst (verlies) | 5,8 | - 3,2 | 0,7 | 8,3 | - 25,0 | |||||
| Als % van de kwalificerende beleggingen per 31 december | 2,7% | -1,8% | 0,4% | 4,6% | -15,7% | |||||
| Ervaringsaanpassingen op de verplichting voor regelingen met vaste | ||||||||||
| toezeggingen, verlies (winst) | - 2,0 | 0,4 | - 9,0 | 1,8 | 16,0 | 0,5 | 0,9 | - 2,5 | 2,9 | 5,0 |
| Als % van de verplichting voor regelingen met vaste | ||||||||||
| toezeggingen per 31 december | -0,3% | 0,1% | -1,9% | 0,4% | 3,7% | 0,6% | 1,4% | -4,2% | 6,5% | 13,2% |
De volgende tabel geeft een overzicht van de componenten van de kosten die betrekking hebben op de pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen en overige uitkeringen na uitdiensttreding voor het jaar eindigend per 31 december:
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen |
Overige vergoedingen na uitdiensttreding |
|||
|---|---|---|---|---|
| 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | |
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 23,6 | 23,6 | 2,0 | 2,0 |
| Rentelasten | 21,0 | 19,8 | 2,4 | 2,4 |
| Verwacht rendement op kwalificerende beleggingen | - 8,8 | - 8,0 | ||
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd - verworven rechten | - 1,5 | |||
| Afschrijving van niet-verantwoorde actuariële verliezen | ||||
| (winsten) op de verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen | 2,0 | 0,3 | 0,3 | |
| Afschrijving van niet-verantwoorde actuariële verliezen | ||||
| (winsten) op kwalificerende beleggingen | 0,6 | 0,1 | ||
| Planinperkingen | 2,7 | 3,3 | ||
| Afwikkelingen | - 0,8 | 0,2 | ||
| Totale lasten voor regelingen met vaste toezeggingen | 40,3 | 39,3 | 4,7 | 2,9 |
De aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd, afschrijving van niet-verantwoorde actuariële verliezen (winsten) op de verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen, en de verliezen (winsten) op planinperkingen en afwikkelingen die van invloed zijn op de verplichtingen worden verantwoord als Personeelskosten (zie Noot 48). Alle overige kosten in verband met toegezegde pensioenrechten worden verantwoord als Financieringslasten (zie Noot 45).
De onderstaande tabel toont het verwachte en het werkelijke rendement op de niet-kwalificerende beleggingen voor pensioenregelingen met vaste toezeggingen, dat volgens IFRS niet in mindering mag worden gebracht op de totale kosten inzake toegezegde pensioenregelingen:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Verwacht rendement op niet-kwalificerende beleggingen | 10,6 | 9,6 |
| Werkelijk rendement op niet-kwalificerende beleggingen | 10,5 | 7,5 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de voornaamste actuariële veronderstellingen die zijn toegepast voor de landen in de eurozone:
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen 2012 2011 |
2012 | Overige vergoedingen na uitdiensttreding 2011 |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Laag | Hoog | Laag | Hoog | Laag | Hoog | Laag | Hoog | |
| Disconteringsvoet | 2,3% | 2,9% | 3,4% | 4,1% | 2,4% | 2,8% | 3,9% | 4,4% |
| Verwacht rendement op kwalificerende beleggingen per 31 december | 3,5% | 4,0% | 3,5% | 5,3% | ||||
| Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 2,0% | 5,0% | 2,4% | 5,4% | ||||
| Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 0,0% | 2,0% | 1,8% | 2,4% | ||||
| Evolutie medische kosten | 3,8% | 3,8% | 3,8% | 3,8% |
De disconteringsvoet voor Pensioenregelingen is gewogen voor de Verplichtingen voor pensioenregelingen. De disconteringsvoet voor Overige vergoedingen na uitdiensttreding varieert in 2012 van 2,4% in Nederland tot 2,8% in België en is lager dan in 2011. Het verwachte rendement op kwalificerende beleggingen weerspiegelt een beleggingsmix geconcentreerd in groepsverzekeringscontracten en obligaties. De toekomstige pensioenverhogingen variëren in 2012 van 2,0% voor oudere personeelsleden tot 5,0% voor jongere personeelsleden.
De volgende tabel bevat de voornaamste actuariële veronderstellingen die zijn toegepast voor de overige landen:
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 3,6% | 4,3% |
| Verwacht rendement op kwalificerende beleggingen per 31 december | 3,9% | 4,8% |
| Toekomstige salarisverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 5,0% | 5,0% |
| Toekomstige pensioenverhogingen (prijsinflatie inbegrepen) | 2,3% - 5,0% | 2,3% - 3,0% |
De eurozone vertegenwoordigt 71% van de totale verplichting voor regelingen met vaste toezeggingen van Ageas. Onder overige landen viel uitsluitend het Verenigd Koninkrijk. De overige uitkeringen na uitdiensttreding in landen buiten de eurozone worden aangemerkt als niet van materieel belang.
Ageas gebruikt de overheidsobligatiecurve en AA-gewaardeerde obligaties uitgegeven door ondernemingen als referentie voor het verwachte obligatierendement en voegt aan dat rendement een risicopremie toe voor aandelen en onroerend goed.
Een toe- of afname van de veronderstelde trendmatige groei met 1% van de medische kosten zou het volgende effect hebben op de uitkeringsverplichting voor medische kosten en de netto periodieke medische kosten na uitdiensttreding:
| Medische kosten | Eén procent toename | Eén procent afname | |
|---|---|---|---|
| Effect op de verplichting voor regelingen met | |||
| vaste toezeggingen - medische kosten | 79,5 | 23,0% | -17,6% |
| Effect op de totale lasten voor regelingen met | |||
| vaste toezeggingen - medische kosten | 4,0 | 32,8% | -23,9% |
De pensioenbeleggingen bestaan voornamelijk uit aandelen en vergelijkbare instrumenten, vastrentende waarden en beleggingscontracten die zijn afgesloten bij verzekeringsmaatschappijen. Volgens het interne beleggingsbeleid van Ageas dienen voor de financiering van pensioenregelingen beleggingen in derivaten en opkomende markten te worden vermeden. Ageas past het beleid voor asset-allocatie geleidelijk aan om zo de looptijd van de beleggingen beter af te stemmen op de looptijd van de pensioenverplichtingen.
De samenstelling van de pensioenbeleggingen is als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Aandelen | 56,0% | 76,6% |
| Obligaties | 34,5% | 13,3% |
| Verzekeringscontracten | 6,8% | 7,1% |
| Vastgoed | 0,3% | 0,0% |
| Geldmiddelen | 1,7% | 2,2% |
| Overige | 0,7% | 0,8% |
De grafische weergave van de samenstelling van de pensioenbeleggingen is als volgt:
De samenstelling van de pensioenplanbeleggingen voor de niet-kwalificerende beleggingen voor pensioenregelingen is als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Aandelen | 3,2% | 2,7% |
| Obligaties | 88,3% | 85,0% |
| Verzekeringscontracten | 1,0% | 1,1% |
| Vastgoed | 7,2% | 7,2% |
| Converteerbare obligaties | 0,3% | 0,3% |
| Geldmiddelen | 3,7% |
De grafische weergave van de samenstelling van de pensioenplanbeleggingen voor de niet-kwalificerende beleggingen voor pensioenregelingen is als volgt:
Naar verwachting zal Ageas als werkgever in het boekjaar eindigend op 31 december 2013 de volgende bijdragen betalen aan regelingen ten behoeve van uitkeringen na uitdiensttreding:
| Pensioenregelingen met vaste toezeggingen | |
|---|---|
| Verwachte bijdragen voor volgend jaar | 4,4 |
| Verwachte bijdragen voor volgend jaar voor ongekwalificeerde pensioenplanbeleggingen | 18,6 |
9.1.2 Pensioenregelingen op basis van beschikbare premies
Ageas financiert wereldwijd een aantal regelingen op basis van beschikbare premies. Bij dit type regelingen blijft de verplichting van de werkgever beperkt tot de uitkering van de vergoedingen die zijn berekend in overeenstemming met het reglement. In 2012 bedroegen de werkgeversbijdragen voor regelingen op basis van beschikbare premies EUR 18,8 miljoen (2011: EUR 17,3 miljoen). Deze bijdragen worden verantwoord onder Personeelskosten (zie Noot 48).
9.2 Andere langetermijnpersoneelsbeloningen
De Andere langetermijnpersoneelsbeloningen bestaan uit verplichtingen van de werkgever tot het uitkeren van bijvoorbeeld jubileumpremies of het doen van uitkeringen bij langdurige arbeidsongeschiktheid. De tabel hieronder geeft de netto verplichtingen weer. De verplichtingen met betrekking tot Andere langetermijnpersoneelsbeloningen zijn opgenomen in de balans onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie Noot 31). De activa zijn in de balans verantwoord onder Overlopende rente en overige activa (zie Noot 22).
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichting Overige bedragen verantwoord in de balans |
13,1 | 12,3 |
| Netto verplichting | 13,1 | 12,3 |
| Bedragen in de balans: | ||
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen | 13,1 | 12,3 |
| Activa voor regelingen met vaste toezeggingen Netto verplichting |
13,1 | 12,3 |
De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake Andere langetermijnpersoneelsbeloningen:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Netto verplichting per 1 januari | 12,3 | 8,7 |
| Totale lasten | 2,0 | 2,9 |
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 1,2 | - 0,5 |
| Overdracht | 1,2 | |
| Netto verplichting per 31 december | 13,1 | 12,3 |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de actuariële veronderstellingen die zijn gehanteerd voor het berekenen van de verplichtingen met betrekking tot Andere langetermijnpersoneelsbeloningen:
| 2012 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| Laag | Hoog | Laag | Hoog | |
| Disconteringsvoet | 2,2% | 5,0% | 3,4% | 4,4% |
| Salarisverhoging | 2,0% | 5,0% | 2,9% | 5,2% |
De kosten van de Andere langetermijnpersoneelsbeloningen worden hierna getoond. De rentekosten zijn verantwoord als Financieringslasten (zie Noot 45) en de overige kosten zijn verantwoord als Personeelskosten (zie Noot 48).
| 2012 | 2011 |
|---|---|
| 0,5 | 0,4 |
| 0,4 | 0,3 |
| 1,1 | 0,5 |
| 1,7 | |
| 2,0 | 2,9 |
9.3 Beëindigingsvergoedingen
Beëindigingsvergoedingen zijn personeelsbeloningen die betaalbaar zijn in verband met het beëindigen van de arbeidsrelatie met een werknemer vóór de normale pensioendatum of het besluit van een werknemer om vrijwillig ontslag te accepteren in ruil voor deze vergoeding.
De onderstaande tabel toont verplichtingen die samenhangen met beëindigingsvergoedingen die in de balans begrepen zijn onder Overlopende rente en overige verplichtingen (zie Noot 31).
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Contante waarde van de verplichting | 14,7 | 20,3 |
| Netto verplichting | 14,7 | 20,3 |
De volgende tabel toont de mutaties gedurende het boekjaar in de verplichtingen inzake beëindigingsvergoedingen:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Netto verplichting per 1 januari | 20,3 | 26,2 |
| Totale lasten | - 0,5 | 2,7 |
| Uitkeringen direct betaald door de werkgever | - 5,1 | - 6,5 |
| Overdracht | - 2,1 | |
| Netto verplichting per 31 december | 14,7 | 20,3 |
Kosten die gerelateerd zijn aan beëindigingsvergoedingen worden hieronder getoond. De rentekosten zijn begrepen in de Financieringslasten (zie Noot 45), alle overige kosten zijn begrepen in de Personeelskosten (zie Noot 48). Het kostenniveau van 2012 weerspiegelt een beperkt aantal medewerkers waarvan op het vetrek voor de normale pensioendatum geanticipeerd wordt.
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Aan het boekjaar toegerekende pensioenkosten | 0,3 | 2,8 |
| Rentelasten | 0,2 | 0,4 |
| Onmiddellijk verantwoorde netto actuariële verliezen (winsten) | - 1,0 | - 0,5 |
| Totale lasten | - 0,5 | 2,7 |
10 AANDELEN (OPTIE) REGELINGEN
Ageas maakt gebruik van de mogelijkheid om haar werknemers en leden van het Executive Committee in aandelen en aan aandelen gerelateerde instrumenten te belonen. Het kan hierbij gaan om de volgende instrumenten:
- personeelsopties;
- aanbod van aandelen met korting;
- toekennen van aandelen onder voorwaarden ('restricted-shares').
10.1 Personeelsopties
Ageas beslist jaarlijks of zij het personeel opties aanbiedt. De kenmerken van de optieregelingen kunnen per land variëren en houden verband met de specifieke fiscale regelgeving per land. Onder meer wordt onderscheid gemaakt in voorwaardelijk en onvoorwaardelijk toegekende opties. Onvoorwaardelijke opties worden toegekend aan werknemers die werkzaam zijn in landen waar de toekenning van opties direct leidt tot een fiscale heffing. Voorwaardelijke opties worden toegekend aan werknemers in landen waar een fiscale heffing eerst na uitoefening van de opties plaatsvindt. Voorwaardelijke opties worden onvoorwaardelijk indien de werknemer na een periode van vijf jaar na de toekenning nog in dienst is van Ageas. In het algemeen geldt dat opties vijf jaar na de toekenningsdatum uitoefenbaar worden, ongeacht of ze voorwaardelijk of onvoorwaardelijk zijn toegekend. Net als in 2011 zijn in 2012 geen nieuwe opties aan het personeel toegekend.
Ageas zet zich ervoor in de bestaande optieverplichtingen jegens werknemers van beëindigde bedrijfsactiviteiten na te komen. Het aantal opties dat dientengevolge in deze Noot wordt toegelicht, heeft betrekking op huidige en voormalige werknemers van Ageas die werkzaam waren bij de beëindigde bedrijfsactiviteiten Fortis Bank, Fortis Insurance Netherlands en Fortis Corporate Insurance.
Per 31 december 2012 lopen de volgende optieregelingen (de uitoefenprijzen in de onderstaande tabellen zijn in EUR):
| 2012 | Uitstaande opties (in '000) |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
Hoogste uitoefenprijs |
Laagste uitoefenprijs |
|---|---|---|---|---|
| Vervaljaar | ||||
| 2013 | 3.467 | 14,24 | 27,23 | 12,17 |
| 2014 | 3.257 | 14,88 | 16,46 | 14,18 |
| 2015 | 3.265 | 18,55 | 18,65 | 18,41 |
| 2016 | 4.347 | 24,61 | 24,68 | 24,49 |
| 2017 | 4.944 | 28,03 | 28,62 | 27,23 |
| 2018 | 4.828 | 15,44 | 16,46 | 15,06 |
| Totaal | 24.108 | 19,85 |
| Uitstaande | Gewogen | |||
|---|---|---|---|---|
| opties | gemiddelde | Hoogste | Laagste | |
| 2011 | (in '000) | uitoefenprijs | uitoefenprijs | uitoefenprijs |
| Vervaljaar | ||||
| 2012 | 1.588 | 20,48 | 26,58 | 18,65 |
| 2013 | 3.467 | 14,24 | 27,23 | 12,17 |
| 2014 | 3.257 | 14,88 | 16,46 | 14,18 |
| 2015 | 3.265 | 18,55 | 18,65 | 18,41 |
| 2016 | 4.347 | 24,61 | 24,68 | 24,49 |
| 2017 | 4.944 | 28,03 | 28,62 | 27,23 |
| 2018 | 4.828 | 15,44 | 16,46 | 15,06 |
| Totaal | 25.696 | 19,89 |
De gemiddelde looptijd van de per jaareinde 2012 uitstaande opties is 3,8 jaar (2011: 4,5 jaar). Het verloop van de uitstaande opties is als volgt:
| Aantal opties (in '000) |
2012 Gemiddelde uitoefenprijs |
Aantal opties (in '000) |
2011 Gemiddelde uitoefenprijs |
|
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 25.696 | 19,89 | 26.492 | 19,95 |
| Vervallen opties | - 1.588 | - 796 | ||
| Stand per 31 december | 24.108 | 19,85 | 25.696 | 19,89 |
| Op bestaande ageas aandelen | 685 | 1.149 | ||
| Op nieuw uit te geven ageas aandelen | 23.423 | 24.547 | ||
| Waarvan voorwaardelijk | 2.084 | 2.748 | ||
| Waarvan onvoorwaardelijk | 22.024 | 22.948 | ||
| Uitoefenbaar 'out of the money' | 24.108 | 25.696 |
Het Aantal toegekende opties en de Uitoefenprijs in de bovenstaande tabel betreffend de eenheden vóór de reverse stock split van augustus 2012. Uitgedrukt in de huidige aandelen en de huidige koers moet het aantal opties worden gedeeld door 10 en moet de Uitoefenprijs worden vermenigvuldigd met 10.
In verband met de optieregelingen is in 2012 een bedrag van EUR 1,0 miljoen aan Salariskosten verantwoord (2011: EUR 2,5 miljoen). Zolang opties niet worden uitgeoefend, hebben deze geen invloed op het Eigen vermogen van Ageas aangezien de salariskosten zoals verantwoord in de resultatenrekening gecompenseerd worden door een overeenkomstige toename van het Eigen vermogen. Op het moment van uitoefening van de opties wordt het Eigen vermogen verhoogd met de uitoefenprijzen. In 2012 en 2011 zijn geen opties uitgeoefend.
De door Ageas toegekende opties betreffen 10-jarige Amerikaanse 'at-the-money' callopties met een 5-jarige wachtperiode die worden gewaardeerd op basis van het Simple Cox model. De volatiliteit is gebaseerd op marktinformatie van externe partijen.
Alle optieregelingen en regelingen voor voorwaardelijke aandelen (zie hierna) worden afgewikkeld door het leveren van aandelen Ageas. Voor een aantal optieregelingen en regelingen voor voorwaardelijke aandelen is specifiek aangegeven dat bij uitoefening bestaande aandelen moeten worden geleverd.
Voor de overige regelingen kunnen nieuwe aandelen worden uitgegeven.
10.2 Toekenning van aandelen onder voorwaarden ('restricted shares')
In 2012 en 2011 heeft Ageas een 'restricted share' programma voor het senior management opgezet. Afhankelijk van de prestatie van Ageas' aandeel ten opzichte van vergelijkbare ondernemingen over de komende drie jaar en een aantal andere voorwaarden, zullen de senior managers beloond worden met in totaal tussen nul en 160.000 bestaande aandelen Ageas op 1 april 2014. Ageas heeft besloten deze toezegging in te dekken door het maximaal aantal toe te kennen aandelen in 2011 in te kopen. Ageas heeft in 2011 en 2012 161.500 aandelen voor het 'restricted share' programma ingekocht. Daarnaast is in 2012 een restricted share programma opgezet voor leden van het Executive Committee en het Management Committee.
De voorwaarden voor de toekenning en verkoop van deze voorwaardelijke aandelen staan beschreven in Noot 11 Bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Committee.
De volgende tabel toont het verloop van de toezeggingen van aandelen onder voorwaarden gedurende het jaar aan het senior management.
| (aantal aandelen in '000) | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 1 januari | 162 | 11 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - toegekend | 126 | 162 |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - gevestigd | - 11 | |
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - vervallen | - 16 | |
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 31 december | 272 | 162 |
De volgende tabel toont het verloop van de toezeggingen van restricted shares gedurende het jaar aan leden van het Executive Committee en het Management Committee.
| (aantal aandelen in '000) | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 1 januari | ||
| Verstrekte voorwaardelijke aandelen - toegekend | 157 | |
| Aantal onder voorwaarden verstrekte aandelen per 31 december | 157 |
11 BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BE-STUUR EN DE LEDEN VAN HET EXECUTIVE COMMITTEE
In deze Noot wordt het bezoldigingsbeleid van Ageas beschreven zoals dat in 2012 is toegepast. Dit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatie over de bezoldiging van de individuele bestuursleden van de Raad van Bestuur en het Executive Committee die gedurende 2012 in functie waren.
De bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Group Executive Committee is vastgesteld in overeenstemming met het bezoldigingsbeleid dat in 2010 is goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. op respectievelijk 28 en 29 april 2010 en zoals dat wordt beschreven in de Ageas Corporate Governance Charter zoals van tijd tot tijd gewijzigd kan worden (zie www.ageas.com/en/Pages/governance.aspx).
In paragraaf 11.1 wordt de bezoldiging van de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur beschreven. De bezoldiging van het uitvoerend bestuurslid (de CEO) en de overige leden van het Group Executive Committee wordt toegelicht in paragraaf 11.2 Bezoldiging van leden van het Executive Committee van Ageas.
11.1 Bezoldiging van de Raad van Bestuur
Wijzigingen in de Raad van Bestuur in 2012 – Bezoldiging 2012
Belén Romana heeft in november 2012 haar functie als niet-uitvoerend bestuurder van Ageas neergelegd in verband met haar benoeming als voorzitter van het Spaanse Sareb, de vermogensbeheerbank voor activa uit de bankherstructurering. Er waren geen verdere wijzigingen in de samenstelling van de Raad van Bestuur. De Raad bestaat nu uit tien leden: Jozef De Mey (Voorzitter, niet-uitvoerend), Bart De Smet (CEO, uitvoerend), Guy de Selliers de Moranville (Vice-voorzitter, onafhankelijk), Frank Arts, Bridget McIntyre, Lionel Perl, Roel Nieuwdorp, Shaoliang Jin en Jan Zegering Hadders (niet-uitvoerende, onafhankelijke leden) en Ronny Brückner (niet-uitvoerend).
Met betrekking tot Ageas UK Ltd, Guy de Selliers de Moranville (voorzitter), Jan Zegering Hadders en Bridget McIntyre blijven lid van de Raad van Bestuur. Met betrekking tot AG Insurance SA/NV, Frank Arts en Lionel Perl blijven lid van de Raad van Bestuur en Jozef De Mey Voorzitter. Jozef De Mey is tevens lid van de Raad van Bestuur van AICA (Hongkong), Muang Thai Ageas Holding Co. Ltd., Muang Thai Life (Thailand) en Taiping Life (China). Roel Nieuwdorp is lid van de Raad van Bestuur van Ageas France en Belén Romana was een lid van de Raad van Bestuur van Millenniumbcp Ageas. Zij heeft die functie in november 2012 neergelegd. De bezoldiging voor deze posities, indien van toepassing, wordt vermeld in de hierop volgende overzichten.
De totale bezoldiging van niet-uitvoerende bestuurders bedroeg in het boekjaar 2012 EUR 1,22 miljoen (2011: EUR 1,19 miljoen). De vergoeding is inclusief de basisvergoeding voor het bestuurslidmaatschap en een vergoeding voor de aanwezigheid op bestuursvergaderingen en vergaderingen van bestuurscommissies, op het niveau van Ageas-groep en de dochterondernemingen van Ageas.
Implementatie bezoldigingsbeleid
In april 2010 hebben de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. hun goedkeuring gegeven aan het bezoldigingsbeleid voor de niet-uitvoerende bestuursleden van Ageas van toepassing vanaf 1 januari 2010. In april 2011 hebben de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van ageas SA/NV en ageas N.V. het bezoldigingsbeleid herbevestigd.
Het bezoldigingsbeleid van Ageas stemt overeen met de Corporate Governance-wet van 6 april 2010.
In het Verslag van de Remuneration Committee is nadere informatie te vinden over het bezoldigingsniveau dat van toepassing is op de niet-uitvoerende leden van de Raad van Bestuur.
In overeenstemming met het beleid hebben niet-uitvoerende bestuursleden geen jaarlijkse bonussen of aandelenopties ontvangen, noch pensioenrechten opgebouwd. De bezoldiging van het uitvoerende bestuurslid (de CEO) betreft uitsluitend diens functie als CEO en wordt derhalve vastgesteld volgens de bepalingen van het bezoldigingsbeleid voor leden van het Executive Committee (zie paragraaf 11.2).
Bezoldiging van de Raad van Bestuur
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de bezoldiging die in 2011 door de leden van de Raad van Bestuur is ontvangen. Ook opgenomen is het aandelenbezit van de bestuursleden per jaarultimo 2011. Voor specifieke posities zie paragraaf 3.7 Raad van Bestuur.
| Bezoldiging in 2012 (in EUR) | Bezit Ageas aandelen op 31 december 2012 van huidige leden |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| Functie | Vanaf | als bestuurslid van Ageas 1) 4) | van de Raad van Bestuur | 5) | |
| Jozef De Mey | Voorzitter | 1 januari 2012 | 114.500 | 9.427 | |
| Guy de Selliers de Moranville | Vice-voorzitter | 1 januari 2012 | 94.500 | ||
| Frank Arts | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2012 | 74.000 | 833 | |
| Shaoliang Jin | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2012 | 63.000 | ||
| Ronny Brückner | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2012 | 71.500 | 3.100.000 | |
| Bridget F. McIntyre | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2012 | 72.500 | ||
| Roel Nieuwdorp 3) | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2012 | 90.500 | 260 | |
| Lionel Perl | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2012 | 83.000 | 7.000 | |
| Belén Romana | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2012 | 76.000 | ||
| Jan Zegering Hadders | Niet-uitvoerend bestuurder | 1 januari 2012 | 90.500 | ||
| Bart De Smet | Chief Executive Officer (CEO) | 1 januari 2012 | Zie infra 2) | 3.660 | 6) |
| Totaal | 830.000 | 3.121.180 |
1) Bestuursleden ontvangen tevens een vergoeding voor het bijwonen van een commissievergadering op uitnodiging.
2) Bart De Smet wordt niet als bestuurslid beloond maar als CEO (zie Noot 11.2 voor zijn bezoldiging).
3) De totale bezoldiging wordt betaald aan een onderneming waarin het bestuurslid een positie bekleedt.
4) Exclusief onkostenvergoeding.
5) Alle cijfers na reverse stock split.
6) Exclusief de aandelen verplicht tot toekenning in het kader van de LTI.
De bezoldiging ontvangen door de leden van de Raad van Bestuur voor hun mandaat in 2012 in dochterondernemingen van Ageas is als volgt:
| Totaal bezoldiging in 2012 (in EUR) als lid van het bestuur van dochters van Ageas 3) |
||
|---|---|---|
| Jozef De Mey | 98.395 | |
| Guy de Selliers de Moranville | 50.420 | |
| Frank Arts | 49.000 | |
| Shaoliang Jin | ||
| Ronny Brückner | ||
| Bridget McIntyre | 50.184 | |
| Roel Nieuwdorp 2) | 29.500 | |
| Lionel Perl | 62.000 | |
| Belén Romana | ||
| Jan Zegering Hadders | 51.660 | |
| Bart De Smet | Zie infra 1) | |
| Totaal | 391.159 |
1) Bart De Smet wordt niet als bestuurslid beloond maar als CEO (zie Noot 11.2 voor zijn bezoldiging).
2) De totale bezoldiging wordt betaald aan de onderneming waarin het bestuurslid een positie bekleedt.
3) Exclusief onkostenvergoeding.
11.2 Bezoldiging van leden van het Executive Committee van Ageas
Het Executive Committee van Ageas bestaat uit Bart De Smet (CEO), Christophe Boizard (CFO) en Kurt De Schepper (CRO). De CEO is het enige uitvoerende bestuurslid van de Raad van Bestuur.
In 2012 hebben de leden van het Executive Committee van Ageas samen het volgende verdiend:
- een basissalaris van EUR 1.325.000 (in vergelijking met EUR 1.357.197 in 2011);
- een kortetermijnbonus (STI) van EUR 774.973 in vergelijking met EUR 335.257 in 2011. Conform het goedgekeurde bezoldigingsbeleid, is slechts 50% van de in 2010 verdiende kortetermijnbonus in 2011 uitgekeerd, 25% van het resterende bedrag werd in 2012 aangepast en uitbetaald en het restant wordt in 2013 aangepast en uitbetaald. Tevens werd alleen 50% van de in 2011 verdiende kortetermijnbonus in 2012 uitgekeerd, het resterende bedrag wordt in 2013 en 2014 aangepast en uitbetaald. De STI over het boekjaar 2012 wordt gedeeltelijk uitbetaald in 2013, 2014 en 2015;
- een langetermijnbonus (LTI) van 43.927 aandelen voor een bedrag van EUR 1.118.010 (in vergelijking met een LTI van 6.989 aandelen ter waarde van EUR 116.825 in 2011);
- pensioenkosten van EUR 397.417 (exclusief belastingen) (in vergelijking met EUR 491.893 in 2011);
- een bedrag van EUR 190.623 voor overige gebruikelijke vergoedingen (vergeleken met EUR 152.819 in 2011);
- er zijn in 2012 geen beëindigingsvergoedingen betaald.
De bezoldiging van de afzonderlijke leden van het Executive Committee wordt hieronder weergegeven.
Bezoldigingsbeleid
De bezoldiging van bestuursleden van Ageas wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur op basis van de voorstellen van het Remuneration Committee. Dit bezoldigingsbeleid is in april 2010 goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van respectievelijk ageas SA/NV en ageas N.V. In het Verslag van het Remuneration Committee is nadere informatie te vinden over de bezoldiging die van toepassing is op de leden van het Executive Committee van Ageas.
Het bezoldigingspakket is onderdeel van een contract waarin de volgende clausules en voorwaarden gespecificeerd worden: een beschrijving van de componenten van het pakket, beëindigingsclausules en diverse andere clausules zoals vertrouwelijkheid en exclusiviteit. Met ingang van 1 december 2009 bevatten de contracten in een ontslagvergoeding bij beëindiging zonder reden in overeenstemming met de regelgeving zoals opgesteld door de Belgische overheid. De leden van het Executive Committee zijn zelfstandigen.
Bezoldiging van de leden van het Executive Committee in 2012
CEO
De bezoldiging van de CEO, die tevens lid is van de Raad van Bestuur, houdt enkel en alleen verband met diens functie als CEO.
De bezoldiging van Bart De Smet is behalve in overeenstemming met het bezoldigingsbeleid en op aanbeveling van het Remuneration Committee mede bepaald na raadpleging van externe deskundigen die gespecialiseerd zijn in de bezoldiging van bestuurders.
De bezoldiging van Bart De Smet bestond in 2012 uit:
- een basissalaris van EUR 500.000, ongewijzigd sinds 2009;
- een kortetermijnbonus (STI) van EUR 340.751 waarvan:
- EUR 197.125 over het boekjaar 2012. In overeenstemming met het bezoldigingsbeleid zal slechts 50% van EUR 394.250 van de STI over het boekjaar 2012 in 2013 worden uitgekeerd. Het resterende deel van de STI over 2012 wordt over de komende twee jaar uitgekeerd, met inachtneming van de eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling waarin is voorzien in het bezoldigingsbeleid dat in 2010 door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders is goedgekeurd;
- het oorspronkelijke bedrag overeenstemde met 25% van de STI over het boekjaar 2011 en EUR 42.063 bedroeg. Dit bedrag is naar boven bijgesteld naar EUR 70.502 op grond van de resultaten over 2012. Het resterende deel van de STI over 2011 wordt volgend jaar uitgekeerd, met inachtneming van een eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling;
- het oorspronkelijke bedrag overeenstemde met 25% van de STI over het boekjaar 2010 en bedroeg EUR 71.737. Dit bedrag is naar boven bijgesteld naar EUR 73.124 op grond van de resultaten over 2011 en 2012.
- een langetermijnbonus (LTI) van 16.576 aandelen (met een tegenwaarde van EUR 421.875 op basis van de VWAP (volume weighted average price) van februari 2013). In lijn met het bezoldigingsbeleid zoals goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders in 2010, zullen de aandelen met betrekking tot deze langetermijnbonus tot 2017 worden geblokkeerd en verder worden bijgesteld met inachtneming van de ontwikkeling over de jaren 2013, 2014 en 2015; alle genoemde cijfers zijn na de reverse stock split;
- een bedrag van EUR 160.676 (exclusief belastingen) voor de kosten van de toegezegd-pensioenregeling;
- een bedrag van EUR 71.664 voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering en arbeidsongeschiktheidsverzekering, alsmede een bedrijfswagen.
Overige leden van het Executive Committee
De samenstelling van het Ageas Executive Committee bleef ongewijzigd in 2012.
De bezoldiging van Christophe Boizard, CFO, bestond in 2012 uit:
- een basissalaris van EUR 425.000, ongewijzigd sinds 2011;
- een kortetermijnbonus (STI) van EUR 177.923 waarvan:
- 50% van EUR 319.813 van de STI over het boekjaar 2012. Dit bedrag zal in 2013 worden uitgekeerd. Het resterende deel van de STI over 2012 wordt over de komende twee jaar uitgekeerd, met inachtneming van de eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling waarin is voorzien in het bezoldigingsbeleid;
- het oorspronkelijke bedrag overeenstemde met 25% van de STI over het boekjaar 2011 en EUR 10.141 bedroeg. Dit bedrag is naar boven bijgesteld naar EUR 18.016 op grond van de resultaten over 2012. Het resterende deel van de STI over 2011 wordt volgend jaar uitgekeerd, met inachtneming van een eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling;
- een langetermijnbonus (LTI) van 14.090 aandelen (met een tegenwaarde van EUR 358.615) op basis van de VWAP (volume weighted average price) van februari 2013). In lijn met het bezoldigingsbeleid zoals goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders in 2010 zullen de aandelen met betrekking tot deze langetermijnbonus tot 2017 worden geblokkeerd en verder worden bijgesteld met inachtneming van de ontwikkeling over de jaren 2013, 2014 en 2015.Voor 2011 zijn 932 aandelen voorwaardelijk toegekend en geblokkeerd tot 2016, verder te worden bijgesteld met inachtneming van de ontwikkeling over de jaren 2012, 2013 en 2014. Alle genoemde cijfers zijn na de reverse stock split.
- een bedrag van EUR 111.321 (exclusief belastingen) voor de kosten van de toegezegd-pensioenregeling;
- een bedrag van EUR 66.952 voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering en arbeidsongeschiktheidsverzekering, alsmede een bedrijfswagen.
De bezoldiging van Kurt De Schepper, CRO, bestond in 2012 uit:
- een basissalaris van EUR 400.000, dit is ongewijzigd sinds 2009;
- een kortetermijnbonus (STI) van EUR 256.299, waarvan:
- 50% van de EUR 301.600 STI over het boekjaar 2012. Dit bedrag zal in 2013 worden betaald. Het resterende deel van de STI over 2012 wordt over de komende twee jaar uitgekeerd, met inachtneming van de eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling waarin is voorzien in het bezoldigingsbeleid; en
- het oorspronkelijke bedrag overeenstemde met 25% van de STI over het boekjaar 2011 en EUR 30.500 bedroeg. Dit bedrag is naar boven bijgesteld naar EUR 53.250 op grond van de resultaten over 2012. Het resterende deel van de STI over 2011 wordt over de komende twee jaar uitgekeerd, met inachtneming van een eventuele opwaartse of neerwaartse bijstelling.
- het oorspronkelijke bedrag overeenstemde met 25% van de STI over het boekjaar 2010 en EUR 50.850 bedroeg. Dit bedrag is naar boven bijgesteld naar EUR 52.249 op grond van de resultaten over 2012.
- een langetermijnbonus (LTI) van 13.261 aandelen (met een tegenwaarde van EUR 337.520 op basis van de VWAP (volume weighted average price) van februari 2013. In lijn met het bezoldigingsbeleid zoals goedgekeurd door de Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders, zullen de aandelen met betrekking tot deze langetermijnbonus tot 2017 worden geblokkeerd en verder worden bijgesteld met inachtneming van de ontwikkeling over de jaren 2013, 2014 en 2015. Voor 2011 zijn 2.692 aandelen voorwaardelijk toegekend en geblokkeerd tot 2016, verder te worden bijgesteld met inachtneming van de ontwikkeling over de jaren 2012, 2013 en 2014. Alle genoemde cijfers zijn na de reverse stock split.
- een bedrag van EUR 125.420 (exclusief belastingen) voor de kosten van de toegezegd-pensioenregeling;
- een bedrag van EUR 52.007 voor overige gebruikelijke vergoedingen zoals ziektekostenverzekering, overlijdensrisicoverzekering en arbeidsongeschiktheidsverzekering, alsmede een bedrijfswagen.
Langetermijnbonus (LTI)
In 2011 zijn er 6.989 aandelen opzijgezet voor uitkeringen aan het Executive Committee. Deze aandelen zijn geblokkeerd tot 2016 en kunnen worden bijgesteld met inachtneming van de ontwikkeling over de jaren 2012, 2013 en 2014.
Zoals hierboven al aangegeven, zijn er in 2012 43.927 aandelen opzijgezet voor uitkeringen aan het Executive Committee. Deze aandelen zijn geblokkeerd tot 2017 en kunnen worden bijgesteld met inachtneming van de ontwikkeling over de jaren 2013, 2014 en 2015.
Er staan geen 'restricted shares' uit van voorgaande jaren.
| Aantal aandelen verplicht tot toekenning in 2011 |
Aantal aandelen verplicht tot toekenning in 2012 |
Aantal aandelen toegekend in 2012 |
|
|---|---|---|---|
| Bart De Smet | 3.365 | 16.576 | |
| Christophe Boizard | 932 | 14.090 | |
| Kurt De Schepper | 2.692 | 13.261 | |
| Totaal | 6.989 | 43.927 |
Vóór benoeming
Details over de aandelenopties (toegekend) die de CEO en CRO in het verleden met betrekking tot hun voorgaande functies in de Groep hebben ontvangen, zijn als volgt:
| Jaar | Totaal aantal toegekende opties |
Uitoefen- prijs |
Expiratie- datum |
Opties uitgeoefend voor 2012 |
Opties uitgeoefend in 2012 |
Opties uitstaand per 31 december 2012 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bart De Smet | 2007 | 12.339 | 28,62 | 1-04-2013 | 12.339 | ||
| 2008 | 2.530 | 16,46 | 2-04-2014 | 2.530 | |||
| Kurt De Schepper | 2003 | 8.959 | 12,17 | 27-04-2013 | 8.959 | ||
| 2004 | 8.959 | 14,78 | 13-04-2014 | 8.959 | |||
| 2005 | 8.959 | 18,41 | 11-04-2015 | 8.959 | |||
| 2007 | 9.771 | 28,62 | 1-04-2013 | 9.771 | |||
| 2008 | 2.040 | 16,46 | 2-04-2014 | 2.040 |
Een aantal van de toegekende opties evenals de uitoefenprijs in de bovenstaande tabel hebben betrekking op de aandelen vóór de reverse stock split van augustus 2012. Om deze in huidige aantallen en koersen uit te drukken, moet het aantal opties worden gedeeld door tien en de uitoefenprjs vermenigvuldigd met tien.
12 ACCOUNTANTS KOSTEN
De aan de accountants van Ageas betaalde vergoedingen in 2012 en 2011 zijn als volgt samengesteld:
- vergoedingen voor controleopdrachten: hierbij zijn inbegrepen de vergoedingen voor het controleren van de statutaire en Geconsolideerde Jaarrekening(en), de beoordeling van het Tussentijds Financieel Verslag en de beoordeling van het embedded value rapport;
- vergoedingen voor controlegerelateerde opdrachten: hierbij zijn inbegrepen vergoedingen voor werkzaamheden verricht in het kader van prospecti, vergoedingen voor bijzondere controles en advisering die geen verband houdt met statutaire controles;
- vergoedingen voor belastingadviezen;
- overige niet-controle gerelateerde vergoedingen: dit betreft onder meer kosten van ondersteuning en advisering.
De accountantsvergoedingen zijn als volgt te specificeren per 31 december:
| Ageas statutaire accountants |
2012 Overige Ageas accountants |
Ageas statutaire accountants |
2011 Overige Ageas accountants |
|
|---|---|---|---|---|
| Accountantskosten Controle-gerelateerde kosten Belastingadvieskosten |
4,7 0,7 0,2 |
5,2 1,0 |
0,2 | |
| Overige niet-controlegerelateerde kosten Totaal |
1,5 7,1 |
0,4 0,4 |
0,9 7,1 |
0,1 0,3 |
13 VERBONDEN PARTIJEN
Met Ageas verbonden partijen zijn geassocieerde deelnemingen, pensioenfondsen, bestuursleden, bestaande uit de niet-uitvoerende en de uitvoerende leden van de Raad van Bestuur van Ageas, leden van het Executive Committee, naaste familieleden van de hiervoor genoemde personen, entiteiten waarover de hiervoor genoemde personen zeggenschap hebben of die substantieel door hen worden beïnvloed en eventuele overige verbonden entiteiten. Ageas gaat bij de bedrijfsvoering regelmatig transacties aan met verbonden partijen. De transacties hebben met name betrekking op leningen, deposito's en herverzekeringscontracten en vinden plaats onder dezelfde commerciële voorwaarden als transacties met nietverbonden partijen. In principe zijn alle transacties met verbonden partijen marktconforme ('arm's length') transacties.
Groepsmaatschappijen van Ageas kunnen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening kredieten, leningen of garanties verstrekken aan executive managers, naaste familieleden van leden van de Raad van Bestuur dan wel aan naaste familieleden van de uitvoerende managers.
Per 31 december 2012 waren er geen uitstaande leningen, kredieten of bankgaranties verstrekt aan leden van de Raad van Bestuur en executive managers, aan naaste familieleden van leden van de Raad van Bestuur dan wel aan naaste familieleden van uitvoerende managers.
De volgende tabel geeft een overzicht van de transacties die gedurende het jaar eindigend per 31 december zijn aangegaan met onderstaande verbonden partijen:
- geassocieerde deelnemingen;
- overige verbonden partijen zoals pensioenfondsen;
- bestuursleden.
In december 2011 verschafte AG Insurance de Amerikaanse vastgoedbeleggingsmaatschappijen DTH Partners LLC en NB 70 Pine LLC (gezamenlijke en hoofdelijke lening), een converteerbare overbruggingslening van USD 70 miljoen (EUR 53,0 miljoen) voor de financiering van de aankoop van een historisch gebouw in Manhattan, New York (70, Pine Street). De lening had een oorspronkelijke looptijd van 1 jaar maar is eind 2012 verlengd. De lening heeft een rente van 12% en wordt beschermd door: (i) onderpand voor de aandelen van de SPV die het gebouw in bezit heeft, (ii) garantieovereenkomsten, (iii) onderpand voor vorderingen en (iv) daarnaast kent de lening AG Insurance opties toe die kunnen worden geconverteerd in entiteiten die huurwoningen in downtown Manhattan bezitten.
AG Insurance is in september 2012 met Westbridge SARL het volgende overeengekomen:
- een vermogensbijdrage van USD 97,5 miljoen aan DTH Partners LLC, wat een deelneming in DTH Partner LLC van 33% vertegenwoordigt; en
- een mezzanine-lening aan DTH Partners LLC van USD 97,5 miljoen tegen een aanvangsrente van 10,5%.
Deze toezeggingen zijn onder voorbehoud van diverse voorwaarden in verband met het ontwikkelingsproject 70 Pine Street.
Doordat DTH Partners LLC in relatie staat tot een lid van de Raad van Bestuur van Ageas, Ronny Brückner, wordt de hierboven genoemde transactie beschouwd als een transactie met verbonden partijen volgens IFRS richtlijnen en om die reden als zodanig hier genoemd. Het bedrag is opgenomen in de volgende tabel in de lijn Vorderingen op klanten in de kolom Overige. Hoewel dit een unieke transactie is, beschouwt het management deze transactie als marktconform.
De onderstaande tabellen tonen de lijnen van de resultatenrekening en de balans waarin bedragen met betrekking tot verbonden partijen zijn begrepen.
| 2012 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Geassocieerde | Geassocieerde | |||||
| deelnemingen | Overige | Totaal | deelnemingen | Overige | Totaal | |
| Baten en lasten - verbonden partijen | ||||||
| Rentebaten | 3,1 | 6,7 | 9,8 | 2,3 | 0,2 | 2,5 |
| Verzekeringspremies, netto na herverzekering (verdiend) | 0,1 | 0,1 | ||||
| Commissiebaten | 12,6 | 12,6 | 5,7 | 5,7 | ||
| Overige baten | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | ||
| Operationele, administratieve en overige kosten | - 18,0 | - 18,0 | - 18,5 | - 18,5 |
| 2011 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Geassocieerde | Geassocieerde | |||||
| deelnemingen | Overige | Totaal | deelnemingen | Overige | Totaal | |
| Balans - verbonden partijen | ||||||
| Financiële beleggingen | 8,0 | 8,0 | 8,0 | 8,0 | ||
| Leningen aan klanten | 47,4 | 53,0 | 100,4 | 33,4 | 54,1 | 87,5 |
| Overige activa | 57,8 | 3,7 | 61,5 | 7,9 | 0,1 | 8,0 |
| Schuldbewijzen, achtergestelde schulden en overige financieringen | 4,9 | 4,9 | 4,6 | 4,6 | ||
| Overige verplichtingen | 6,9 | 6,9 | 15,9 | 15,9 |
De wijzigingen gedurende het jaar eindigend op 31 december in de Vorderingen op klanten zijn als volgt:
| Vorderingen op klanten | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Verbonden partijen vorderingen op klanten per 1 januari | 87,5 | 24,0 |
| Toevoegingen of voorschotten | 12,9 | 63,5 |
| Verbonden partijen vorderingen op klanten per 31 december | 100,4 | 87,5 |
14 INFORMATIE OPERATIONELE SEGMENTEN
14.1 Algemene informatie
Ageas heeft de organisatiestructuur gebaseerd op een slagvaardig Executive Committee en een Management Committee dat bestaat uit het Executive Commitee, de Chief Operating Officer, de Chief Executive Officers van de vier geografische regio's en de Group Risk Officer.
Operationele segmenten
Ageas is georganiseerd in vijf operationele segmenten (zie verder voor meer details):
- België;
- Verenigd Koninkrijk (VK);
- Continentaal Europa;
- Azië;
- Algemene Rekening.
Ageas is van mening dat de meest gepaste wijze van rapportering van de operationele segmenten onder IFRS gebaseerd is op de regio's waarin Ageas opereert: België, Verenigd Koninkrijk, Continentaal Europa en Azië. Verder rapporteert Ageas activiteiten die niet verband houden met kernverzekeringsactiviteiten zoals groep finance en andere holdingactiviteiten in de Algemene Rekening als een separaat operationeel segment.
De segmentrapportage van Ageas op basis van IFRS geeft de volledige economische bijdrage van de operationele segmenten van Ageas weer. Het doel van deze rapportage is het direct alloceren van alle balans- en resultatenrekeningposten aan die operationele segmenten die hiervoor de volledige managementverantwoordelijkheid dragen.
Transacties tussen de verschillende operationele segmenten vinden plaats tegen marktconforme condities.
Allocatieregels
In overeenstemming met het businessmodel van Ageas verantwoorden de verzekeringsmaatschappijen de ondersteunende activiteiten direct in de werkmaatschappij.
Het alloceren van balansposten aan operationele segmenten geschiedt op basis van een bottom-up aanpak, gebaseerd op aan externe klanten verkochte producten. Voor de balansposten die niet gerelateerd zijn aan externe klanten verkochte producten wordt een op maat gemaakte methode gehanteerd, aangepast aan het specifieke businessmodel van elk gerapporteerd segment.
14.2 België
De Belgische verzekeringsactiviteiten, sinds juni 2009 onder de naam AG Insurance, hebben een lange bestaansgeschiedenis. De onderneming heeft ongeveer 2,5 miljoen klanten met een premie-inkomen van EUR 6,9 miljard. 70% van het premie-inkomen komt uit Leven, de rest uit Niet-Leven. AG Insurance is ook 100% eigenaar van AG Real Estate dat is uitgegroeid tot de grootste vastgoedmaatschappij in België.
AG Insurance richt zich op particulieren en kleine en middelgrote bedrijven. AG Insurance biedt een uitgebreid assortiment producten aan in Leven- en Niet-Leven, dat via verschillende kanalen wordt verkocht: via meer dan 3.000 onafhankelijke makelaars en via de bankkanalen van BNP Paribas Fortis SA/NV en dochterondernemingen. AG Employee Benefits is de entiteit die zich toespitst op de verkoop van collectieve en zorgverzekeringsproducten, voornamelijk aan grotere ondernemingen. Sinds mei 2009 is BNP Paribas Fortis SA/NV 25% eigenaar van AG Insurance.
14.3 Verenigd Koninkrijk (VK)
In het Verenigd Koninkrijk is Ageas marktleider in verzekeringsoplossingen Niet-Leven; in 2008 werden verwante nieuwe levensverzekeringsactiviteiten gelanceerd. Ageas is in het Verenigd Koninkrijk sterk vertegenwoordigd in particuliere verzekeringen en werkt aan de uitbreiding van bedrijfsverzekeringen. De onderverdeling is circa 82% particuliere verzekeringen, 16% bedrijfsverzekeringen en 2% Leven. De activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn affinity-partner van een aantal sterke merknamen zoals Tesco Bank, John Lewis Partnership, Age UK en Toyota (GB) Limited. In het Verenigd Koninkrijk wordt een multichannel-distributiestrategie gehanteerd met makelaars, affinity-partners en eigen distributie. Onder haar volledige dochterondernemingen bevinden zich RIAS en Castle Cover, die meer dan een miljoen klanten hebben in het groeiende marktsegment van 50-plussers, en Ageas Insurance Solutions, die 'white label'-oplossingen biedt aan affinity-partners, outsourcingdiensten en rechtstreeks via het internet producten promoot van het eigen merk.
De succesvolle start van Tesco Underwriting, het samenwerkingsverband met Tesco Bank (49%) en de integratie van de overgenomen activiteiten van Kwik-Fit Insurance Services versterken de diverse marktposities van Ageas in het Verenigd Koninkrijk. Ageas heeft in november 2012 daarnaast Groupama Insurance Company Limited (GICL) overgenomen. De overname was bedoeld om de marktpositie van Ageas UK te versterken, Ageas wordt hiermee de op vier na grootste schadeverzekeraar in het Verenigd Koninkrijk (marktaandeel 5,2%); de vierde grootste in particuliere autoverzekeringen (marktaandeel 11,7%) en de nummer vier in particuliere verzekeringen (marktaandeel 7,1%).
Om inzicht te bieden in de bijdrage van de diverse segmenten, heeft Ageas besloten de resultaten van het Verenigd Koninkrijk op te splitsen in drie deelsegmenten: Leven, Niet-Leven en Overige verzekeringen. Onder Overige verzekeringen vallen de resultaten uit de retailactiviteiten en de regiohoofdkantoren in het Vereningd Koninkrijk.
14.4 Continentaal Europa
Continentaal Europa bestaat momenteel uit de verzekeringsactiviteiten van Ageas in Europa, met uitzondering van België en het Verenigd Koninkrijk. Ageas is in dit segment actief in vijf landen: Portugal, Frankrijk, Italië, Luxemburg en sinds 2011 Turkije en biedt producten aan in Leven (in Portugal, Frankrijk en Luxemburg) en Niet-Leven (Portugal, Italië en Turkije). Dankzij een aantal belangrijke partnerships met bedrijven met een aanzienlijke marktpositie zijn deze markten toegankelijker geworden.
In 2012 had circa 67% van het premie-inkomen betrekking op Leven en 33% op Niet-Leven.
In Luxemburg fuseerden Ageas en BNP Paribas eind 2011 hun Leven-activiteiten in Cardif Luxembourg Vie, de tweede Levensverzekeraar in Luxemburg. Voorts heeft Ageas sinds augustus 2011 een samenwerkingsverband Niet-Leven met Sabanci in Turkije door het nemen van een belang van 31% in Aksigorta. Daarna hebben Sabanci en Ageas ieder hun belang in de onderneming vergroot tot 36% per jaareinde 2012.
14.5 Azië
Ageas is actief in een aantal landen in Azië. Het regionale kantoor en de 100% dochteronderneming bevinden zich in Hong Kong. De andere activiteiten zijn georganiseerd in de vorm van joint ventures met leidende plaatselijke partners en financiële instellingen in China (20-24,9% eigendom), Maleisië (30,95% eigendom), Thailand (15-31% eigendom) en India (26% eigendom). Ageas rapporteert op geconsolideerde basis over de dochteronderneming in Hong Kong, terwijl de andere ondernemingen als geassocieerde deelnemingen worden verantwoord.
14.6 Algemene Rekening
De Algemene Rekening omvat activiteiten die geen verband houden met de kernactiviteit verzekeren, zoals groepsfinancieringen en andere activiteiten van de houdstermaatschappij(en). Onder de Algemene Rekening vallen tevens de investering in Royal Park Investments, de calloptie op aandelen BNP Paribas, de verplichtingen uit hoofde van de CASHES (RPN(I) en de geschreven putoptie op NCI.
14.7 Balans per operationeel segment
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2012 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 889,0 | 776,9 | 284,7 | 96,9 | 402,4 | 2.449,9 | |
| Financiële beleggingen | 50.118,8 | 2.966,5 | 7.772,8 | 1.613,0 | 112,3 | - 11,6 | 62.571,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.391,6 | 23,5 | 0,4 | 2.415,5 | |||
| Leningen | 3.748,3 | 56,8 | 485,4 | 125,1 | 3.130,9 | - 1.258,1 | 6.288,4 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 6.035,2 | 7.166,2 | 566,7 | - 84,2 | 13.683,9 | ||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 127,5 | 272,9 | 825,1 | 890,1 | 8,0 | 2.123,6 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 736,6 | 937,1 | 226,7 | 68,3 | 4,0 | - 4,7 | 1.968,0 |
| Actuele belastingvorderingen | 1,0 | 8,4 | 9,4 | ||||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 18,1 | 39,8 | 34,2 | 79,6 | 171,7 | ||
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 234,0 | 234,0 | |||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.494,4 | 511,7 | 248,4 | 279,6 | 82,5 | - 33,0 | 2.583,6 |
| Materiële vaste activa | 1.035,8 | 68,1 | 5,7 | 4,0 | 1,4 | 1.115,0 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 364,9 | 268,1 | 465,0 | 400,0 | 0,1 | 1.498,1 | |
| Activa aangehouden voor verkoop | |||||||
| Totaal activa | 66.961,2 | 5.633,4 | 16.985,5 | 3.979,1 | 4.937,3 | - 1.383,6 | 97.112,9 |
| Verplichtingen | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 21.886,3 | 93,7 | 2.654,1 | 1.282,9 | - 2,7 | 25.914,3 | |
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 24.781,0 | 4.318,8 | 0,9 | 29.100,7 | |||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 6.035,2 | 7.165,1 | 566,7 | 13.767,0 | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 3.405,7 | 3.435,5 | 695,1 | 7.536,3 | |||
| Schuldbewijzen | 186,8 | 186,8 | |||||
| Achtergestelde schulden | 896,4 | 173,0 | 28,0 | 2.945,8 | - 1.127,7 | 2.915,5 | |
| Leningen | 1.657,7 | 242,7 | 18,2 | 187,2 | 76,8 | - 214,6 | 1.968,0 |
| Actuele belastingschulden | 20,0 | 18,0 | 83,5 | 7,2 | 0,4 | 129,1 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 1.286,4 | 37,0 | 55,5 | 79,5 | 1.458,4 | ||
| RPN(I) | 165,0 | 165,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.468,6 | 320,5 | 133,7 | 97,5 | 136,5 | - 37,2 | 2.119,6 |
| Voorzieningen | 23,5 | 15,6 | 12,6 | 17,4 | 69,1 | ||
| Verplichting inzake geschreven putoptie | 997,0 | 997,0 | |||||
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | |||||||
| Totaal verplichtingen | 61.460,8 | 4.336,0 | 15.164,6 | 2.142,4 | 4.605,2 | - 1.382,2 | 86.326,8 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 4.027,9 | 1.183,1 | 1.189,5 | 1.836,7 | 1.674,8 | - 1,4 | 9.910,6 |
| Minderheidsbelangen | 1.472,5 | 114,3 | 631,4 | - 1.342,7 | 875,5 | ||
| Totaal eigen vermogen | 5.500,4 | 1.297,4 | 1.820,9 | 1.836,7 | 332,1 | - 1,4 | 10.786,1 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 66.961,2 | 5.633,4 | 16.985,5 | 3.979,1 | 4.937,3 | - 1.383,6 | 97.112,9 |
| Aantal werknemers | 5.970 | 5.782 | 1.085 | 389 | 109 | 13.335 |
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2011 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.871,2 | 184,5 | 191,5 | 109,6 | 344,7 | 2.701,5 | |
| Financiële beleggingen | 43.595,6 | 2.461,9 | 7.647,3 | 1.416,8 | 122,7 | - 12,9 | 55.231,4 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.020,9 | 24,4 | 0,4 | 2.045,7 | |||
| Leningen | 2.879,0 | 392,4 | 136,5 | 3.490,1 | - 1.214,6 | 5.683,4 | |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 5.894,3 | 6.528,0 | 401,0 | - 51,9 | 12.771,4 | ||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 150,8 | 241,7 | 752,6 | 804,6 | 9,8 | 1.959,5 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 680,2 | 761,3 | 246,8 | 59,6 | 2.368,4 | - 5,2 | 4.111,1 |
| Actuele belastingvorderingen | 118,7 | 6,7 | 1,7 | 127,1 | |||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 27,7 | 3,6 | 165,4 | 162,1 | 358,8 | ||
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 395,0 | 395,0 | |||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.481,5 | 366,9 | 273,8 | 208,7 | 88,8 | - 33,5 | 2.386,2 |
| Materiële vaste activa | 1.034,6 | 53,3 | 5,6 | 3,2 | 1,6 | 1.098,3 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 357,5 | 312,7 | 504,9 | 419,2 | 1.594,3 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | 138,5 | 138,5 | |||||
| Totaal activa | 60.112,0 | 4.150,9 | 16.223,5 | 3.507,6 | 7.916,5 | - 1.308,3 | 90.602,2 |
| Verplichtingen | |||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 20.720,5 | 2.471,5 | 1.181,3 | - 2,9 | 24.370,4 | ||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 22.478,2 | 4.722,2 | 1,1 | 27.201,5 | |||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 5.894,3 | 6.528,5 | 401,0 | 12.823,8 | |||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 3.195,9 | 2.347,6 | 660,4 | 6.203,9 | |||
| Schuldbewijzen | 256,7 | 256,7 | |||||
| Achtergestelde schulden | 894,6 | 161,2 | 28,0 | 2.980,5 | - 1.090,7 | 2.973,6 | |
| Leningen | 1.787,9 | 197,3 | 233,6 | 155,4 | 78,7 | - 175,9 | 2.277,0 |
| Actuele belastingschulden | 34,4 | 15,4 | 3,6 | 5,8 | 59,2 | ||
| Uitgestelde belastingschulden | 361,6 | 53,1 | 65,7 | 134,2 | 614,6 | ||
| RPN(I) | 190,0 | 190,0 | |||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.426,6 | 284,2 | 159,1 | 75,9 | 186,8 | - 38,5 | 2.094,1 |
| Voorzieningen | 15,6 | 1,6 | 11,7 | 2.374,5 | 2.403,4 | ||
| Verplichting inzake geschreven putoptie | 655,8 | 655,8 | |||||
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | 110,5 | 110,5 | |||||
| Totaal verplichtingen | 56.809,6 | 3.060,4 | 14.884,3 | 1.820,5 | 6.967,7 | - 1.308,0 | 82.234,5 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 2.380,8 | 1.007,5 | 929,3 | 1.687,1 | 1.755,9 | - 0,3 | 7.760,3 |
| Minderheidsbelangen | 921,6 | 83,0 | 409,9 | - 807,1 | 607,4 | ||
| Totaal eigen vermogen | 3.302,4 | 1.090,5 | 1.339,2 | 1.687,1 | 948,8 | - 0,3 | 8.367,7 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 60.112,0 | 4.150,9 | 16.223,5 | 3.507,6 | 7.916,5 | - 1.308,3 | 90.602,2 |
| Aantal werknemers | 5.806 | 5.238 | 1.062 | 352 | 99 | 12.557 |
14.8 Resultatenrekening per operationeel segment
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Baten | |||||||
| - Bruto premies 1) |
6.403,2 | 2.229,0 | 1.026,1 | 289,3 | - 0,5 | 9.947,1 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies |
- 7,5 | 64,2 | - 8,8 | 47,9 | |||
| - Afgegeven herverzekeringspremies |
- 57,5 | - 150,3 | - 80,4 | - 30,2 | - 318,4 | ||
| Netto verdiende premies | 6.338,2 | 2.142,9 | 936,9 | 259,1 | - 0,5 | 9.676,6 | |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 2.465,2 | 75,6 | 290,3 | 83,4 | 211,1 | - 69,9 | 3.055,7 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 161,0 | - 161,0 | |||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) (incl. schikking op RPN(I)/CASHES) | - 273,1 | - 273,1 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 268,6 | 37,4 | 12,9 | - 6,1 | 121,5 | 434,3 | |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 608,5 | 1.287,2 | 58,7 | 1.954,4 | |||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | - 0,3 | 16,4 | 116,7 | 98,4 | - 0,6 | 230,6 | |
| Commissiebaten | 100,9 | 132,9 | 109,5 | 55,2 | 398,5 | ||
| Overige baten | 159,4 | 167,0 | 8,0 | 2,2 | 3,4 | - 16,1 | 323,9 |
| Totale baten | 9.940,5 | 2.555,8 | 2.661,2 | 569,2 | 0,3 | - 87,1 15.639,9 | |
| Lasten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto |
- 6.730,1 | - 1.700,7 | - 933,2 | - 242,3 | - 0,1 | 0,6 - 9.605,8 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars |
32,2 | 171,0 | 38,5 | 15,5 | 257,2 | ||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 6.697,9 | - 1.529,7 | - 894,7 | - 226,8 | - 0,1 | 0,6 - 9.348,6 | |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 628,6 | - 1.253,0 | - 65,2 | - 1.946,8 | |||
| Financieringslasten | - 100,3 | - 14,9 | - 3,8 | - 23,8 | - 183,2 | 69,8 | - 256,2 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 101,4 | - 37,6 | - 4,0 | - 0,2 | 0,6 | - 142,6 | |
| Wijzigingen in voorzieningen | - 6,8 | - 7,8 | - 1,3 | - 0,7 | - 16,6 | ||
| - Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO |
- 1.962,5 | - 1.962,5 | |||||
| - Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat |
2.362,5 | 2.362,5 | |||||
| Totale impact schikking ABN AMRO | 400,0 | 400,0 | |||||
| Commissielasten | - 633,8 | - 403,2 | - 125,2 | - 104,1 | - 0,6 | - 1.266,9 | |
| Personeelskosten | - 447,4 | - 227,9 | - 71,7 | - 30,1 | - 16,9 | - 794,0 | |
| Overige lasten | - 663,3 | - 188,2 | - 126,5 | 13,0 | - 51,5 | 16,0 - 1.000,5 | |
| - | |||||||
| Totale lasten | - 9.279,5 | - 2.409,3 | - 2.480,2 | - 437,2 | 147,0 | 87,0 | 14.372,2 |
| Resultaat voor belastingen | 661,0 | 146,5 | 181,0 | 132,0 | 147,3 | - 0,1 | 1.267,7 |
| Winstbelastingen | - 223,6 | - 25,3 | - 57,9 | - 3,5 | - 28,6 | - 338,9 | |
| Netto resultaat over de periode | 437,4 | 121,2 | 123,1 | 128,5 | 118,7 | - 0,1 | 928,8 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 113,0 | 13,2 | 59,6 | 185,8 | |||
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 324,4 | 108,0 | 63,5 | 128,5 | 118,7 | - 0,1 | 743,0 |
| Totale baten van externe klanten | 9.927,1 | 2.554,7 | 2.660,9 | 565,1 | - 67,9 | 15.639,9 | |
| Totale baten intern | 13,4 | 1,1 | 0,3 | 4,1 | 68,2 | - 87,1 | |
| Totale baten | 9.940,5 | 2.555,8 | 2.661,2 | 569,2 | 0,3 | - 87,1 15.639,9 | |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 161,4 | - 100,7 | - 0,4 | - 262,5 |
1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies inzake beleggingscontracten zonder DPF) kan als volgt worden berekend:
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Bruto premies | 6.403,2 | 2.229,0 | 1.026,1 | 289,3 | - 0,5 | 9.947,1 | |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 482,5 | 466,9 | 157,3 | 1.106,7 | |||
| Bruto premie-inkomen | 6.885,7 | 2.229,0 | 1.493,0 | 446,6 | - 0,5 11.053,8 |
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen Eliminaties | Totaal | |
| Baten | |||||||
| - Bruto premies 1) |
5.933,9 | 2.034,7 | 1.214,6 | 239,4 | - 1,0 | - 0,4 | 9.421,2 |
| - Wijziging in niet-verdiende premies |
- 9,0 | - 371,9 | - 17,8 | - 398,7 | |||
| - Afgegeven herverzekeringspremies |
- 65,1 | - 100,8 | - 89,9 | - 28,0 | - 283,8 | ||
| Netto verdiende premies | 5.859,8 | 1.562,0 | 1.106,9 | 211,4 | - 1,0 | - 0,4 | 8.738,7 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 2.415,5 | 63,6 | 362,8 | 58,5 | 263,3 | - 70,4 | 3.093,3 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 214,0 | - 214,0 | |||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 275,0 | 275,0 | |||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 284,1 | 11,7 | 13,4 | 2,4 | - 176,0 | 135,6 | |
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | - 177,3 | - 329,1 | - 75,1 | - 581,5 | |||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 7,6 | 10,2 | 31,9 | - 197,0 | 0,8 | - 146,5 | |
| Commissiebaten | 91,7 | 120,4 | 177,3 | 37,8 | - 0,1 | 427,1 | |
| Overige baten | 159,7 | 110,8 | 6,4 | 2,2 | 12,3 | - 14,3 | 277,1 |
| Totale baten | 8.641,1 | 1.868,5 | 1.347,9 | 269,1 | - 37,4 | - 84,4 | 12.004,8 |
| Lasten | |||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto |
- 6.154,5 | - 1.208,7 | - 1.212,1 | - 189,8 | - 5,1 | 0,4 | - 8.769,8 |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars |
26,7 | 70,6 | 40,9 | 10,1 | 6,9 | 155,2 | |
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 6.127,8 | - 1.138,1 | - 1.171,2 | - 179,7 | 1,8 | 0,4 | - 8.614,6 |
| Lasten inzake unit-linked contracten | 166,0 | 403,5 | 73,3 | 642,8 | |||
| Financieringslasten | - 108,7 | - 15,6 | - 4,8 | - 14,6 | - 236,6 | 70,3 | - 310,0 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 1.370,9 | - 145,3 | - 99,3 | - 0,4 | - 1.615,9 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | - 1,5 | 2,4 | - 15,1 | - 9,0 | - 23,2 | ||
| - Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO |
|||||||
| - Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat | |||||||
| Totale impact schikking ABN AMRO | |||||||
| Commissielasten | - 601,3 | - 303,3 | - 181,4 | - 76,8 | - 0,6 | - 1.163,4 | |
| Personeelskosten | - 425,2 | - 177,4 | - 91,3 | - 26,1 | - 18,2 | - 1,3 | - 739,5 |
| Overige lasten | - 641,9 | - 115,6 | - 134,9 | - 7,4 | - 52,1 | 14,1 | - 937,8 |
| Totale lasten | - 9.111,3 | - 1.747,6 | - 1.340,5 | - 330,6 | - 315,1 | 83,5 - 12.761,6 | |
| Resultaat voor belastingen | - 470,2 | 120,9 | 7,4 | - 61,5 | - 352,5 | - 0,9 | - 756,8 |
| Winstbelastingen | 40,4 | - 31,4 | - 10,0 | - 2,6 | 86,9 | 83,3 | |
| Netto resultaat over de periode | - 429,8 | 89,5 | - 2,6 | - 64,1 | - 265,6 | - 0,9 | - 673,5 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | - 102,8 | 3,5 | 5,4 | - 1,4 | - 95,3 | ||
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 327,0 | 86,0 | - 8,0 | - 64,1 | - 264,2 | - 0,9 | - 578,2 |
| Totale baten van externe klanten | 8.629,8 | 1.762,3 | 1.347,4 | 265,3 | 12.004,8 | ||
| Totale baten intern | 11,3 | 106,2 | 0,5 | 3,8 | - 37,4 | - 84,4 | |
| Totale baten | 8.641,1 | 1.868,5 | 1.347,9 | 269,1 | - 37,4 | - 84,4 | 12.004,8 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 1.327,0 | - 319,0 | - 75,5 | - 20,0 | - 1.741,5 | ||
1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder Discretionary Participation Features) kan als volgt worden berekend:
| Continentaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Bruto premies | 5.933,9 | 2.034,7 | 1.214,6 | 239,4 | - 1,0 | - 0,4 | 9.421,2 |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 244,8 | 1.457,5 | 113,6 | 1.815,9 | |||
| Bruto premie-inkomen | 6.178,7 | 2.034,7 | 2.672,1 | 353,0 | - 1,0 | - 0,4 11.237,1 |
14.9 Balans gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2012 | Leven | Niet-Leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Activa | ||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.170,8 | 832,5 | 44,2 | 402,4 | 2.449,9 | |
| Financiële beleggingen | 55.466,9 | 7.003,4 | 0,8 | 112,3 | - 11,6 | 62.571,8 |
| Vastgoedbeleggingen | 2.197,6 | 217,9 | 2.415,5 | |||
| Leningen | 4.101,2 | 314,4 | 132,0 | 3.130,9 | - 1.390,1 | 6.288,4 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 13.768,1 | - 84,2 | 13.683,9 | |||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 938,9 | 286,6 | 890,1 | 8,0 | 2.123,6 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 630,8 | 1.149,8 | 281,3 | 4,0 | - 97,9 | 1.968,0 |
| Actuele belastingvorderingen | 5,5 | 1,6 | 2,3 | 9,4 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 33,2 | 55,6 | 3,3 | 79,6 | 171,7 | |
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 234,0 | 234,0 | ||||
| Overlopende rente en overige activa | 2.002,1 | 500,0 | 34,8 | 82,5 | - 35,8 | 2.583,6 |
| Materiële vaste activa | 953,0 | 143,8 | 16,8 | 1,4 | 1.115,0 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.084,4 | 155,9 | 257,7 | 0,1 | 1.498,1 | |
| Activa aangehouden voor verkoop | ||||||
| Totaal activa | 82.352,5 | 10.661,5 | 773,2 | 4.937,3 | - 1.611,6 | 97.112,9 |
| Verplichtingen | ||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 25.917,0 | - 2,7 | 25.914,3 | |||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 29.100,7 | 29.100,7 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 13.767,0 | 13.767,0 | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 7.536,3 | 7.536,3 | ||||
| Schuldbewijzen | 186,8 | 186,8 | ||||
| Achtergestelde schulden | 854,3 | 253,1 | 122,0 | 2.945,8 | - 1.259,7 | 2.915,5 |
| Leningen | 1.710,2 | 163,4 | 232,2 | 76,8 | - 214,6 | 1.968,0 |
| Actuele belastingschulden | 90,7 | 32,3 | 5,7 | 0,4 | 129,1 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 1.258,7 | 120,2 | 79,5 | 1.458,4 | ||
| RPN(I) | 165,0 | 165,0 | ||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.288,6 | 664,8 | 162,9 | 136,5 | - 133,2 | 2.119,6 |
| Voorzieningen | 21,8 | 29,7 | 0,2 | 17,4 | 69,1 | |
| Verplichting inzake geschreven putoptie | 997,0 | 997,0 | ||||
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | ||||||
| Totaal verplichtingen | 74.009,0 | 8.799,8 | 523,0 | 4.605,2 | - 1.610,2 | 86.326,8 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 6.528,7 | 1.458,3 | 250,2 | 1.674,8 | - 1,4 | 9.910,6 |
| Minderheidsbelangen | 1.814,8 | 403,4 | - 1.342,7 | 875,5 | ||
| Totaal eigen vermogen | 8.343,5 | 1.861,7 | 250,2 | 332,1 | - 1,4 | 10.786,1 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 82.352,5 | 10.661,5 | 773,2 | 4.937,3 | - 1.611,6 | 97.112,9 |
| Aantal werknemers | 4.964 | 5.516 | 2.746 | 109 | 13.335 |
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2011 | Leven | Niet-Leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Activa | ||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 2.121,3 | 199,3 | 36,2 | 344,7 | 2.701,5 | |
| Financiële beleggingen | 48.964,3 | 6.157,4 | 122,7 | - 13,0 | 55.231,4 | |
| Vastgoedbeleggingen | 1.844,2 | 201,5 | 2.045,7 | |||
| Leningen | 3.266,2 | 141,8 | 41,3 | 3.490,1 | - 1.256,0 | 5.683,4 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 12.823,3 | - 51,9 | 12.771,4 | |||
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 855,2 | 289,9 | 804,6 | 9,8 | 1.959,5 | |
| Herverzekering en overige vorderingen | 541,1 | 928,7 | 385,3 | 2.368,4 | - 112,4 | 4.111,1 |
| Actuele belastingvorderingen | 113,7 | 13,3 | 0,1 | 127,1 | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 153,5 | 39,7 | 3,5 | 162,1 | 358,8 | |
| Call optie op BNP Paribas aandelen | 395,0 | 395,0 | ||||
| Overlopende rente en overige activa | 1.835,8 | 485,5 | 13,5 | 88,8 | - 37,4 | 2.386,2 |
| Materiële vaste activa | 938,1 | 143,1 | 15,5 | 1,6 | 1.098,3 | |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 1.115,3 | 179,3 | 299,7 | 1.594,3 | ||
| Activa aangehouden voor verkoop | 138,5 | 138,5 | ||||
| Totaal activa | 74.572,0 | 8.779,5 | 795,1 | 7.916,5 | - 1.460,9 | 90.602,2 |
| Verplichtingen | ||||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven | 24.373,3 | - 2,9 | 24.370,4 | |||
| Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven | 27.201,5 | 27.201,5 | ||||
| Verplichtingen inzake unit-linked contracten | 12.823,8 | 12.823,8 | ||||
| Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven | 6.203,9 | 6.203,9 | ||||
| Schuldbewijzen | 256,7 | 256,7 | ||||
| Achtergestelde schulden | 821,2 | 184,8 | 119,2 | 2.980,5 | - 1.132,1 | 2.973,6 |
| Leningen | 2.025,5 | 183,7 | 165,0 | 78,7 | - 175,9 | 2.277,0 |
| Actuele belastingschulden | 37,1 | 15,1 | 7,0 | 59,2 | ||
| Uitgestelde belastingschulden | 410,2 | 65,7 | 4,5 | 134,2 | 614,6 | |
| RPN(I) | 190,0 | 190,0 | ||||
| Overlopende rente en overige verplichtingen | 1.334,4 | 509,9 | 212,7 | 186,8 | - 149,7 | 2.094,1 |
| Voorzieningen | 16,3 | 12,5 | 0,1 | 2.374,5 | 2.403,4 | |
| Verplichting inzake geschreven putoptie | 655,8 | 655,8 | ||||
| Verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop | 110,5 | 110,5 | ||||
| Totaal verplichtingen | 69.043,3 | 7.175,6 | 508,5 | 6.967,7 | - 1.460,6 | 82.234,5 |
| Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders | 4.506,6 | 1.211,5 | 286,6 | 1.755,9 | - 0,3 | 7.760,3 |
| Minderheidsbelangen | 1.022,1 | 392,4 | - 807,1 | 607,4 | ||
| Totaal eigen vermogen | 5.528,7 | 1.603,9 | 286,6 | 948,8 | - 0,3 | 8.367,7 |
| Totaal verplichtingen en eigen vermogen | 74.572,0 | 8.779,5 | 795,1 | 7.916,5 | - 1.460,9 | 90.602,2 |
| Aantal werknemers | 4.764 | 4.664 | 3.030 | 99 | 12.557 |
14.10 Resultatenrekening gesplitst in Leven, Niet-leven en Overige verzekeringen
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | Leven | Niet-Leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Baten | ||||||
| - Bruto premies 1) |
5.585,9 | 4.361,7 | - 0,5 | 9.947,1 | ||
| - Wijziging in niet-verdiende premies |
47,9 | 47,9 | ||||
| - Afgegeven herverzekeringspremies |
- 86,6 | - 231,8 | - 318,4 | |||
| Netto verdiende premies | 5.499,3 | 4.177,8 | - 0,5 | 9.676,6 | ||
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 2.644,0 | 287,9 | - 12,3 | 211,1 | - 75,0 | 3.055,7 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 161,0 | - 161,0 | ||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) (incl. schikking op RPN(I)/CASHES) | - 273,1 | - 273,1 | ||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 239,0 | 73,8 | 121,5 | 434,3 | ||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | 1.954,4 | 1.954,4 | ||||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 116,5 | 16,3 | 98,4 | - 0,6 | 230,6 | |
| Commissiebaten | 245,1 | 27,5 | 176,6 | - 50,7 | 398,5 | |
| Overige baten | 107,1 | 155,9 | 94,5 | 3,4 | - 37,0 | 323,9 |
| Totale baten | 10.805,4 | 4.739,2 | 258,8 | 0,3 | - 163,8 | 15.639,9 |
| Lasten | ||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto |
- 6.616,8 | - 2.989,5 | - 0,1 | 0,6 | - 9.605,8 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars |
150,1 | 107,1 | 257,2 | |||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 6.466,7 | - 2.882,4 | - 0,1 | 0,6 | - 9.348,6 | |
| Lasten inzake unit-linked contracten | - 1.946,8 | - 1.946,8 | ||||
| Financieringslasten | - 116,1 | - 20,2 | - 11,5 | - 183,2 | 74,8 | - 256,2 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 95,9 | - 15,6 | - 31,7 | 0,6 | - 142,6 | |
| Wijzigingen in voorzieningen | - 3,9 | - 12,0 | - 0,7 | - 16,6 | ||
| - Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO |
- 1.962,5 | - 1.962,5 | ||||
| - Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat |
2.362,5 | 2.362,5 | ||||
| Totale impact schikking ABN AMRO | 400,0 | 400,0 | ||||
| Commissielasten | - 526,7 | - 790,1 | - 0,3 | - 0,6 | 50,8 | - 1.266,9 |
| Personeelskosten | - 365,4 | - 303,1 | - 108,6 | - 16,9 | - 794,0 | |
| Overige lasten | - 505,0 | - 348,3 | - 132,6 | - 51,5 | 36,9 | - 1.000,5 |
| Totale lasten | - 10.026,5 | - 4.371,7 | - 284,7 | 147,0 | 163,7 - 14.372,2 | |
| Resultaat voor belastingen | 778,9 | 367,5 | - 25,9 | 147,3 | - 0,1 | 1.267,7 |
| Winstbelastingen | - 217,1 | - 90,8 | - 2,4 | - 28,6 | - 338,9 | |
| Netto resultaat over de periode | 561,8 | 276,7 | - 28,3 | 118,7 | - 0,1 | 928,8 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | 131,7 | 54,1 | 185,8 | |||
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | 430,1 | 222,6 | - 28,3 | 118,7 | - 0,1 | 743,0 |
| Totale baten van externe klanten | 10.772,0 | 4.735,1 | 201,8 | - 69,0 | 15.639,9 | |
| Totale baten intern | 33,4 | 4,1 | 57,0 | 69,3 | - 163,8 | |
| Totale baten | 10.805,4 | 4.739,2 | 258,8 | 0,3 | - 163,8 | 15.639,9 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 236,8 | - 25,7 | - 262,5 |
1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder Discretionary Participation Features) kan als volgt worden berekend:
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | Leven | Niet-Leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Bruto premies | 5.585,9 | 4.361,7 | - 0,5 | 9.947,1 | ||
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 1.106,7 | 1.106,7 | ||||
| Bruto premie-inkomen | 6.692,6 | 4.361,7 | - 0,5 | 11.053,8 |
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | Leven | Niet-Leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Baten | ||||||
| - Bruto premies 1) |
5.315,3 | 4.107,4 | - 1,0 | - 0,5 | 9.421,2 | |
| - Wijziging in niet-verdiende premies |
- 398,7 | - 398,7 | ||||
| - Afgegeven herverzekeringspremies |
- 82,1 | - 201,7 | - 283,8 | |||
| Netto verdiende premies | 5.233,2 | 3.507,0 | - 1,0 | - 0,5 | 8.738,7 | |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 2.653,1 | 265,2 | - 15,4 | 263,3 | - 72,9 | 3.093,3 |
| Ongerealiseerde winst (verlies) op call optie BNP Paribas aandelen | - 214,0 | - 214,0 | ||||
| Ongerealiseerde winst (verlies) op RPN(I) | 275,0 | 275,0 | ||||
| Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 287,4 | 24,2 | - 176,0 | 135,6 | ||
| Baten uit beleggingen inzake unit-linked contracten | - 581,5 | - 581,5 | ||||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | 36,8 | 12,9 | - 197,0 | 0,8 | - 146,5 | |
| Commissiebaten | 287,1 | 24,0 | 166,6 | - 50,6 | 427,1 | |
| Overige baten | 111,8 | 77,9 | 102,3 | 12,3 | - 27,2 | 277,1 |
| Totale baten | 8.027,9 | 3.911,2 | 253,5 | - 37,4 | - 150,4 | 12.004,8 |
| Lasten | ||||||
| - Schadelasten en uitkeringen, bruto |
- 6.206,0 | - 2.559,2 | - 5,1 | 0,5 | - 8.769,8 | |
| - Schadelasten en uitkeringen, aandeel herverzekeraars |
44,7 | 103,6 | 6,9 | 155,2 | ||
| Schadelasten en uitkeringen, netto | - 6.161,3 | - 2.455,6 | 1,8 | 0,5 | - 8.614,6 | |
| Lasten inzake unit-linked contracten | 642,8 | 642,8 | ||||
| Financieringslasten | - 115,7 | - 16,0 | - 14,4 | - 236,6 | 72,7 | - 310,0 |
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | - 1.558,0 | - 57,5 | - 0,4 | - 1.615,9 | ||
| Wijzigingen in voorzieningen | - 13,1 | - 1,1 | - 9,0 | - 23,2 | ||
| - Bijzondere waardevermindering claims op ABN AMRO |
||||||
| - Vrijval voorziening MCS conversie en geschillen met de Nederlandse Staat |
||||||
| Totale impact schikking ABN AMRO | ||||||
| Commissielasten | - 530,4 | - 683,0 | - 0,6 | 50,6 | - 1.163,4 | |
| Personeelskosten | - 360,9 | - 261,5 | - 97,5 | - 18,2 | - 1,4 | - 739,5 |
| Overige lasten | - 522,0 | - 288,6 | - 102,1 | - 52,1 | 27,0 | - 937,8 |
| Totale lasten | - 8.618,6 | - 3.763,3 | - 214,0 | - 315,1 | 149,4 - 12.761,6 | |
| Resultaat voor belastingen | - 590,7 | 147,9 | 39,5 | - 352,5 | - 1,0 | - 756,8 |
| Winstbelastingen | 56,0 | - 50,0 | - 9,6 | 86,9 | 83,3 | |
| Netto resultaat over de periode | - 534,7 | 97,9 | 29,9 | - 265,6 | - 1,0 | - 673,5 |
| Toewijsbaar aan de minderheidsbelangen | - 109,6 | 15,7 | - 1,4 | - 95,3 | ||
| Netto resultaat toewijsbaar aan de aandeelhouders | - 425,1 | 82,2 | 29,9 | - 264,2 | - 1,0 | - 578,2 |
| Totale baten van externe klanten | 7.995,6 | 3.908,7 | 100,5 | - | 12.004,8 | |
| Totale baten intern | 32,3 | 2,5 | 153,0 | - 37,4 | - 150,4 | |
| Totale baten | 8.027,9 | 3.911,2 | 253,5 | - 37,4 | - 150,4 | 12.004,8 |
| Overige niet-geldelijke lasten anders dan afschrijvingen | - 1.670,1 | - 51,4 | - 20,0 | - 1.741,5 |
1) Het bruto premie-inkomen (som van brutopremies en premies uit beleggingscontracten zonder Discretionary Participation Features) kan als volgt worden berekend:
| Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | Leven | Niet-Leven | verzekeringen | Algemeen | Eliminaties | Totaal |
| Bruto premies | 5.315,3 | 4.107,4 | - 1,0 | - 0,5 | 9.421,2 | |
| Premies inzake beleggingscontracten zonder DPF | 1.815,9 | 1.815,9 | ||||
| Bruto premie-inkomen | 7.131,2 | 4.107,4 | - 1,0 | - 0,5 | 11.237,1 |
14.11 Operationeel resultaat Verzekeringen
Voor de analyse van de verzekeringsresultaten maakt Ageas gebruik van het concept operationeel resultaat.
Het operationeel resultaat omvat de premies, commissies en gealloceerde financiële opbrengsten, na aftrek van schadelasten, uitkeringen en operationele lasten. De gerealiseerde winsten en verliezen op beleggingen die bepaalde verzekeringsverplichtingen afdekken, zoals gesepareerde fondsen, maken deel uit van het gealloceerde financiële resultaat. Het beleggingsresultaat, na aftrek van de samenhangende beleggingskosten, wordt gealloceerd naar de diverse Leven en Niet-Leven branches gebaseerd op de beleggingsportefeuilles die de verplichtingen van deze branches afdekken.
De gerealiseerde en ongerealiseerde meerwaarden op de beleggingen, die verantwoord worden in de resultatenrekening en die de verzekeringsverplichting afdekken voor de verschillende activiteiten, worden opgenomen in het operationele resultaat.
De afstemming van het operationele resultaat naar de winst voor belastingen omvat alle opbrengsten en kosten die niet onder de verzekerings- en beleggingscontracten worden verantwoord en derhalve ook niet in het operationele resultaat.
Binnen de diverse verzekeringssegmenten worden de Leven- en Niet-Levenactiviteiten afzonderlijk beheerd. Tot de Levenactiviteiten behoren onder meer verzekeringscontracten die risico's dekken gerelateerd aan leven en overlijden van personen. Het levenbedrijf omvat daarnaast beleggingscontracten met en zonder discretionaire winstdeling (DPF). De Niet-Levenactiviteiten bestaan uit vier onderdelen: Ongevallen- en Ziekteverzekeringen, Autoverzekeringen, Brandverzekeringen en overige schade aan eigendommen (die het risico dekken van schade aan eigendommen dan wel verplichtingen inzake claims) en Overige verzekeringen.
Het operationele resultaat voor de verschillende segmenten en productlijnen en de reconciliatie met de winst voor belastingen wordt hieronder getoond.
| Continentaal | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Ageas |
| Bruto premie-inkomen Leven | 5.126,6 | 85,6 | 1.033,8 | 446,6 | - 0,5 | 6.692,1 | |
| Bruto premie-inkomen Niet-Leven | 1.759,1 | 2.143,4 | 459,2 | 4.361,7 | |||
| Operationele kosten | - 471,0 | - 214,7 | - 153,7 | - 47,3 | - 886,7 | ||
| Operationeel resultaat Leven | 456,3 | - 7,2 | 106,4 | 34,3 | 589,8 | ||
| - Ongevallen en ziekte |
55,5 | - 1,8 | 25,7 | 79,4 | |||
| - Auto |
33,0 | 108,8 | 8,2 | 150,0 | |||
| - Brand en overige schade aan eigendommen |
34,7 | 15,2 | 7,6 | 57,5 | |||
| - Overig |
- 1,4 | - 8,7 | 1,3 | - 8,8 | |||
| Operationeel resultaat Niet-Leven | 121,8 | 113,5 | 42,8 | 278,1 | |||
| Operationeel resultaat | 578,1 | 106,3 | 149,2 | 34,3 | 867,9 | ||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen, | |||||||
| niet gealloceerd | 16,0 | 116,7 | 98,4 | 231,1 | |||
| Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage | 82,9 | 40,2 | 15,8 | - 19,0 | 48,9 | - 0,1 | 168,7 |
| Resultaat voor belastingen | 661,0 | 146,5 | 181,0 | 132,0 | 147,3 | - 0,1 | 1.267,7 |
| Key performance indicators | |||||||
| Lasten ratio | 36,8% | 26,4% | 29,8% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 31,0% |
| Schade ratio | 62,7% | 73,3% | 63,6% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 68,1% |
| Combined ratio | 99,5% | 99,8% | 93,4% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 99,1% |
| Operationele kosten Leven in % van het gemiddeld | |||||||
| beheerd vermogen Leven | 0,36% | 0,00% | 0,54% | 2,72% | 0,00% | 0,00% | 0,51% |
| Beheerd vermogen | 56.108,2 | 3.529,2 | 14.833,1 | 1.850,5 | - 2,7 | 76.318,3 |
| Continentaal | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | België | VK | Europa | Azië | Algemeen | Eliminaties | Ageas |
| Bruto premie-inkomen Leven | 4.507,8 | 51,3 | 2.219,0 | 353,0 | - 0,4 | 7.130,7 | |
| Bruto premie-inkomen Niet-Leven | 1.670,9 | 1.983,4 | 453,1 | - 1,0 | 4.106,4 | ||
| Operationele kosten | - 457,1 | - 167,0 | - 186,3 | - 38,9 | - 849,3 | ||
| Operationeel resultaat Leven | - 308,5 | - 7,8 | - 32,9 | 18,5 | - 330,7 | ||
| - Ongevallen en ziekte |
23,1 | - 5,8 | 24,5 | 41,8 | |||
| - Auto |
53,1 | 66,6 | 4,2 | 123,9 | |||
| - Brand en overige schade aan eigendommen |
- 35,5 | 21,5 | 6,1 | - 7,9 | |||
| - Overig |
2,2 | - 8,2 | - 8,1 | - 14,1 | |||
| Operationeel resultaat Niet-Leven | 42,9 | 74,1 | 26,7 | 143,7 | |||
| Operationeel resultaat | - 265,6 | 66,3 | - 6,2 | 18,5 | - 187,0 | ||
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen, | |||||||
| niet gealloceerd | 10,2 | 31,9 | - 197,0 | 0,8 | - 154,1 | ||
| Overig niet-technisch resultaat, inclusief brokerage | - 204,6 | 54,6 | 3,4 | - 111,9 | - 155,5 | - 1,7 | - 415,7 |
| Resultaat voor belastingen | - 470,2 | 120,9 | 7,4 | - 61,5 | - 352,5 | - 0,9 | - 756,8 |
| Key performance indicators | |||||||
| Lasten ratio | 36,8% | 25,3% | 30,3% | 31,1% | |||
| Schade ratio | 64,3% | 74,6% | 66,4% | 69,0% | |||
| Combined ratio | 101,1% | 99,9% | 96,7% | 100,1% | |||
| Operationele kosten Leven in % van het | |||||||
| gemiddeld beheerd vermogen Leven | 0,37% | 0,00% | 0,58% | 2,76% | 0,00% | 0,00% | 0,51% |
| Beheerd vermogen | 52.288,9 | 2.347,6 | 14.382,6 | 1.583,4 | - 2,9 | 70.599,6 |
| Schaderatio | : de kosten van schade, na herverzekering, exclusief interne schadeafhandelingskosten, als percentage van de |
|---|---|
| netto verdiende premies. | |
| Lastenratio | : de lasten als percentage van de verdiende premies netto na herverzekering. De lasten zijn inclusief de interne schadeafhandelingskosten vermeerderd met nettocommissies ten laste van het boekjaar, minus interne be |
| leggingskosten. | |
| Combined ratio | : de som van schade- en lastenratio. |
Ageas heeft besloten de berekeningsmethodologie van de combined ratio voor producten met verdisconteerde verplichtingen, Arbeidsongevallen en -ongeschiktheid, meer in lijn te brengen met hetgeen gebruikelijk is in de markt. Vanaf dit jaar zal het oprenten van de verdiscontering geen onderdeel zijn van de schaderatio. De vergelijkende cijfers werden herberekend.
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE BALANS
AGEAS | JAARVERSLAG 2012 133
15 GELDMIDDELEN EN KAS-EQUIVALENTEN
In Geldmiddelen en kasequivalenten zijn direct beschikbare kasgelden en andere financiële instrumenten met een looptijd van minder dan drie maanden begrepen, na de datum van verkrijging.
De Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december bestaan uit:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Geldmiddelen | 2,1 | 2,1 |
| Vorderingen op banken | 1.706,5 | 2.426,9 |
| Overige | 741,3 | 272,5 |
| Totaal geldmiddelen en kasequivalenten | 2.449,9 | 2.701,5 |
De afname van de post Vorderingen op banken hangt samen met de herinvesteringsactiviteiten van de verzekeringsentiteiten.
De regel Overige betreft hoofdzakelijk investeringen in monetaire fondsen. De toename hangt samen met het feit dat de opbrengst uit de verkoop van investeringen tijdelijk is herbelegd in geldmarktpapier.
16 FINANCIËLE BELEGGINGEN
De samenstelling van de Financiële beleggingen is als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Financiële beleggingen | ||
| - Tot einde looptijd aangehouden |
5.054,1 | 5.032,4 |
| - Voor verkoop beschikbaar |
57.409,9 | 51.399,3 |
| - Tegen reële waarde met waardeveranderingen in |
||
| de resultatenrekening | 262,5 | 194,1 |
| - Afgeleide financiële instrumenten aangehouden |
||
| voor handelsdoeleinden (activa) | 35,8 | 42,4 |
| Totaal bruto | 62.762,3 | 56.668,2 |
| Bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - op voor verkoop beschikbare beleggingen |
- 190,5 | - 1.436,8 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen | - 190,5 | - 1.436,8 |
| Totaal | 62.571,8 | 55.231,4 |
16.1 Beleggingen tot einde looptijd aangehouden
| Overheids- obligaties |
Bedrijfs- obligaties |
Totaal | |
|---|---|---|---|
| Historische kostprijs bij opname | 4.729,4 | 163,9 | 4.893,3 |
| Overname | 125,7 | 125,7 | |
| Historische / geamortiseerde kostprijs | 4.855,1 | 163,9 | 5.019,0 |
| Amortisatie | 12,0 | 1,4 | 13,4 |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden | |||
| op 31 december 2011 | 4.867,1 | 165,3 | 5.032,4 |
| Amortisatie | 17,3 | 4,4 | 21,7 |
| Totaal beleggingen tot einde looptijd aangehouden | |||
| op 31 december 2012 | 4.884,4 | 169,7 | 5.054,1 |
| Reële waarde op 31 december 2012 | 6.117,3 | 172,9 | 6.290,2 |
In 2011 heeft Ageas, conform IFRS, Voor verkoop beschikbare beleggingen voor een bedrag van EUR 4,9 miljard aangemerkt als Beleggingen tot einde looptijd aangehouden. De reclassificering vond plaats tegen de reële waarde van de beleggingen op het moment van reclassificering. Het verschil tussen de reële waarde en de geamortiseerde kostprijs, ter hoogte van EUR 210 miljoen, blijft opgenomen onder Ongerealiseerde winsten en verliezen in het Eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders en zal worden geamortiseerd over de resterende looptijd van de beleggingen. De amortisatie wordt in de resultatenrekening gecompenseerd door de amortisatie van het verschil tussen de boekwaarde en de nominale waarden van de obligaties waardoor de impact in de resultatenrekening beperkt is.
De als Tot einde looptijd aangehouden aangemerkte obligaties naar land van uitgifte per 31 december zijn als volgt:
| Historische/ | Reële | |
|---|---|---|
| 31 december 2012 | geamortiseerde kostprijs | waarden |
| Belgische overheid | 4.367,8 | 5.510,6 |
| Portugese overheid | 516,6 | 606,7 |
| Totaal | 4.884,4 | 6.117,3 |
| xxx | ||
| Historische/ | Reële | |
| 31 december 2011 | geamortiseerde kostprijs | waarden |
| Belgische overheid | 4.373,5 | 4.553,4 |
| Portugese overheid | 493,6 | 403,6 |
| Totaal | 4.867,1 | 4.957,0 |
16.2 Voor verkoop beschikbare beleggingen
De reële waarde en geamortiseerde kostprijs alsmede de hieraan gerelateerde Ongerealiseerde winsten en verliezen en bijzondere waardeverminderingen op de Voor verkoop beschikbare beleggingen is als volgt:
| 31 december 2012 | Historische/ geamortiseerde kostprijs |
Bruto ongerealiseerde winsten |
Bruto ongerealiseerde verliezen |
Totaal bruto |
Bijzondere waarde- verminderingen |
Reële waarden |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties Bedrijfsobligaties Gestructureerde kredietinstrumenten Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties |
26.530,9 22.911,6 259,0 49.701,5 |
3.412,0 1.911,8 15,7 5.339,5 |
- 99,0 - 72,1 - 6,4 - 177,5 |
29.843,9 24.751,3 268,3 54.863,5 |
- 2,3 - 2,3 |
29.843,9 24.751,3 266,0 54.861,2 |
| Private equity en durfkapitaal Aandelen Overige beleggingen Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen |
34,3 2.301,4 4,1 2.339,8 |
0,6 229,6 230,2 |
- 23,6 - 23,6 |
34,9 2.507,4 4,1 2.546,4 |
- 188,2 - 188,2 |
34,9 2.319,2 4,1 2.358,2 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 52.041,3 | 5.569,7 | - 201,1 | 57.409,9 | - 190,5 | 57.219,4 |
| Historische/ geamortiseerde |
Bruto ongerealiseerde |
Bruto ongerealiseerde |
Totaal | Bijzondere waarde- |
Reële | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 31 december 2011 | kostprijs | winsten | verliezen | bruto | verminderingen | waarden |
| Overheidsobligaties | 27.693,5 | 1.027,0 | - 868,3 | 27.852,2 | - 1.209,1 | 26.643,1 |
| Bedrijfsobligaties | 20.705,7 | 917,1 | - 485,0 | 21.137,8 | - 6,4 | 21.131,4 |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 384,3 | 13,4 | - 13,1 | 384,6 | - 0,1 | 384,5 |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties | 48.783,5 | 1.957,5 | - 1.366,4 | 49.374,6 | - 1.215,6 | 48.159,0 |
| Private equity en durfkapitaal | 14,6 | - 0,4 | 14,2 | 14,2 | ||
| Aandelen | 2.010,9 | 97,6 | - 100,2 | 2.008,3 | - 221,2 | 1.787,1 |
| Overige beleggingen | 2,2 | 2,2 | 2,2 | |||
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen | ||||||
| en overige beleggingen | 2.027,7 | 97,6 | - 100,6 | 2.024,7 | - 221,2 | 1.803,5 |
| Totaal voor verkoop beschikbare beleggingen | 50.811,2 | 2.055,1 | - 1.467,0 | 51.399,3 | - 1.436,8 | 49.962,5 |
Een bedrag van EUR 965,5 miljoen van de voor verkoop beschikbare beleggingen is in onderpand gegeven als zekerheid (2011: EUR 1.075,5 miljoen).
De portefeuille inzake de Investeringen aangehouden voor verkoop per jaareinde kan als volgt grafisch weergegeven worden:
De waardering van Voor verkoop beschikbare beleggingen is gebaseerd op:
- Niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
- Niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
- Niveau 3: niet-waarneembare marktgegevens (prijzen van tegenpartijen).
De waarderingen per 31 december zijn als volgt:
| 2012 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 29.836,8 | 7,1 | 29.843,9 | |
| Bedrijfsobligaties | 23.994,9 | 756,4 | 24.751,3 | |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 152,3 | 45,9 | 67,8 | 266,0 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 1.853,6 | 463,9 | 40,7 | 2.358,2 |
| Totaal beleggingen | 55.837,6 | 1.273,3 | 108,5 | 57.219,4 |
| 2011 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Overheidsobligaties | 26.617,8 | 25,3 | 26.643,1 | |
| Bedrijfsobligaties | 20.523,8 | 607,6 | 21.131,4 | |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 267,1 | 43,8 | 73,6 | 384,5 |
| Aandelen, private equity en overige beleggingen | 1.551,2 | 231,8 | 20,5 | 1.803,5 |
| Totaal beleggingen | 48.959,9 | 908,5 | 94,1 | 49.962,5 |
De veranderingen in niveau 3 waarderingen zijn als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 94,1 | 54,3 |
| Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode | - 0,1 | |
| Aankoop | 23,2 | 10,2 |
| Opbrengst van verkopen | - 5,2 | - 20,5 |
| Gerealiseerde verliezen | 2,1 | |
| Ongerealiseerde winsten (verliezen) | - 3,0 | - 0,3 |
| Overdracht tussen categorieën | 48,4 | |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | - 0,6 | |
| Stand per 31 december | 108,5 | 94,1 |
De positie op niveau 3 is met name gevoelig voor een verandering in het niveau van de creditspreads. Als het niveau van de creditspreads met 1 basispunt stijgt, dan daalt de marktwaarde van deze posities naar schatting met 7 basispunten. Dit vertaalt zich in een waardeverlies van ongeveer EUR 126.000 voor elke basispunt dat de creditspread omhoog gaat. De wijzigingen van de waarde van niveau 3 instrumenten worden opgenomen als ongerealiseerde winsten en verliezen in het Eigen vermogen.
Overheidsobligaties naar land van uitgifte
De overheidsobligaties naar land van uitgifte per 31 december zijn als volgt:
| geamortiseerde | ongerealiseerde | waarde- | Reële |
|---|---|---|---|
| kostprijs | winsten (verliezen) | vermindering | waarden |
| 12.274,3 | 1.773,4 | 14.047,7 | |
| 642,8 | 60,0 | 702,8 | |
| 1.133,7 | 264,6 | 1.398,3 | |
| 1.686,5 | 2,0 | 1.688,5 | |
| 4.228,5 | 600,6 | 4.829,1 | |
| 794,7 | 28,3 | 823,0 | |
| 366,6 | - 22,9 | 343,7 | |
| 753,0 | - 28,1 | 724,9 | |
| 2.541,6 | 366,7 | 2.908,3 | |
| 224,9 | 33,4 | 258,3 | |
| 408,8 | 22,4 | 431,2 | |
| 69,8 | 69,8 | ||
| 243,8 | 34,5 | 278,3 | |
| 231,0 | 32,9 | 263,9 | |
| 297,1 | 83,0 | 380,1 | |
| 633,8 | 62,2 | 696,0 | |
| 26.530,9 | 3.313,0 | 29.843,9 | |
| Historische/ | Bruto | Bijzondere |
| Historische/ | Bruto | Bijzondere | ||
|---|---|---|---|---|
| geamortiseerde | ongerealiseerde | waarde- | Reële | |
| 31 december 2011 | kostprijs | winsten (verliezen) | vermindering | waarden |
| Belgische overheid | 9.680,4 | 111,4 | 9.791,8 | |
| Nederlandse overheid | 1.692,1 | 116,5 | 1.808,6 | |
| Duitse overheid | 1.402,8 | 216,3 | 1.619,1 | |
| Italiaanse overheid | 1.989,9 | - 369,8 | 1.620,1 | |
| Franse overheid | 4.365,7 | 186,6 | 4.552,3 | |
| Britse overheid | 660,9 | 43,6 | 704,5 | |
| Griekse overheid | 1.562,9 | - 1.209,1 | 353,8 | |
| Spaanse overheid | 1.015,7 | - 90,2 | 925,5 | |
| Portugese overheid | 681,0 | - 208,3 | 472,7 | |
| Oostenrijkse overheid | 2.308,1 | 136,7 | 2.444,8 | |
| Finse overheid | 282,9 | 24,7 | 307,6 | |
| Ierse overheid | 443,1 | - 62,0 | 381,1 | |
| Sloveense overheid | 229,4 | - 18,7 | 210,7 | |
| Tsjechische overheid | 244,2 | 5,0 | 249,2 | |
| Slowaakse overheid | 223,0 | - 2,5 | 220,5 | |
| Verenigde Staten van Amerika: overheid | 302,7 | 85,0 | 387,7 | |
| Overige overheden | 608,7 | - 15,6 | 593,1 | |
| Totaal | 27.693,5 | 158,7 | - 1.209,1 | 26.643,1 |
Ageas heeft in 2011 op de blootstelling aan Griekse overheidsobligaties een aanzienlijke bijzondere waardevermindering verantwoord als gevolg van de economische crisis in Griekenland. In de loop van de eerste drie maanden van 2012 heeft Ageas in overeenstemming met het aanbod van de Griekse overheid de Griekse obligatieportefeuille omgezet naar nieuwe Griekse obligaties met een nominale waarde van 31,5%. Na die conversie is de volledige Griekse obligatiepositie verkocht.
Het aandeel per land in de beleggingsportefeuille overheidsobligaties op basis van reële waarde kan per jaarultimo als volgt worden weergegeven:
De volgende tabel geeft de netto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen opgenomen in het eigen vermogen (inclusief obligaties, aandelen en overige beleggingen) weer. Beleggingen in aandelen en overige beleggingen zijn inclusief private equity en durfkapitaal.
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in obligaties: | ||
| Boekwaarde | 54.861,2 | 48.159,0 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 5.162,0 | 591,1 |
| - Belasting |
- 1.635,5 | - 209,0 |
| Shadow accounting | - 1.594,0 | - 49,7 |
| - Belasting |
510,9 | 46,1 |
| Netto ongerealiseerde winsten en verliezen | 2.443,4 | 378,5 |
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
| Voor verkoop beschikbare beleggingen in aandelen en overige beleggingen: | ||
| Boekwaarde | 2.358,2 | 1.803,5 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 206,6 | - 3,0 |
| - Belasting |
- 67,8 | - 5,6 |
| Shadow accounting | - 62,1 | - 8,0 |
| - Belasting |
20,2 | 4,2 |
De belasting op Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen op Voor verkoop beschikbare beleggingen werd beïnvloed doordat de belasting op ongerealiseerde winsten van de dochteronderneming van Ageas in Frankrijk gecompenseerd is met belastingverliezen in het verleden. Deze impact is duidelijk zichtbaar in de lijn Belasting onder 'Shadow accounting' per 31 December 2011.
Bijzondere waardeverminderingen op Voor verkoop beschikbare beleggingen
De volgende tabel toont de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen.
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen: | ||
| - op obligaties |
- 2,3 | - 1.215,6 |
| - op aandelen en overige beleggingen |
- 188,2 | - 221,2 |
| Totaal bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen | - 190,5 | - 1.436,8 |
De wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare beleggingen zijn:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.436,8 | 167,6 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | - 17,5 | |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | 97,6 | 1.527,1 |
| Terugname bij de verkoop/desinvestering | - 1.343,6 | - 221,5 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | - 0,3 | - 18,9 |
| Stand per 31 december | 190,5 | 1.436,8 |
De terugname bij de verkoop/desinvestering in 2012 hangt vooral samen met de conversie van de Griekse obligatieportefeuille (EUR 1.278,9 miljoen).
16.3 Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening
Een nadere toelichting op de Beleggingen die tegen reële waarde worden gehouden, met verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen in de resultatenrekening per 31 december is als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Bedrijfsobligaties | 191,7 | 95,3 |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 49,0 | 85,7 |
| Obligaties | 240,7 | 181,0 |
| Aandelen | 21,8 | 13,1 |
| Aandelen en overige beleggingen | 21,8 | 13,1 |
| Totaal beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 262,5 | 194,1 |
Beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening betreffen voornamelijk beleggingen in verband met de verzekeringsverplichtingen waarvan de kasstromen contractueel of uit hoofde van discretionaire winstdeling zijn gekoppeld aan de resultaatontwikkeling van deze activa en waar in de meting daarvan mede rekening wordt gehouden met actuele informatie. Hierdoor wordt de kans aanzienlijk verkleind dat er in de verslaglegging een 'mismatch' optreedt door het op verschillende grondslagen berekenen van activa en verplichtingen en de daarmee samenhangende winsten en verliezen.
De geamortiseerde kostprijs van schuldeffecten tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening bedroeg op 31 december 2012 EUR 301,9 miljoen (2011: EUR 239,8 miljoen).
De waardering van beleggingen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op:
- Niveau 1: genoteerde prijzen in actieve markten;
- Niveau 2: waarneembare marktgegevens in actieve markten;
- Niveau 3: niet-waarneembare marktgegevens (prijzen van tegenpartijen).
De waarderingen per 31 december zijn als volgt:
| 2012 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsobligaties | 21,0 | 170,7 | 191,7 | |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 49,0 | 49,0 | ||
| Aandelen | 21,8 | 21,8 | ||
| Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde | ||||
| met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 21,0 | 192,5 | 49,0 | 262,5 |
| XXX | ||||
| 2011 | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Bedrijfsobligaties | 6,1 | 89,2 | 95,3 | |
| Gestructureerde kredietinstrumenten | 85,7 | 85,7 | ||
| Aandelen | 13,1 | 13,1 | ||
| Totaal beleggingen aangehouden tegen reële waarde | ||||
| met waardeveranderingen in de resultatenrekening | 6,1 | 102,3 | 85,7 | 194,1 |
De veranderingen in niveau 3 waarderingen zijn als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 85,7 | 96,3 |
| Einde looptijd/aflossing of terugbetaling over de periode | - 50,0 | - 5,0 |
| Opbrengst van verkopen | - 18,3 | |
| Gerealiseerde winsten (verliezen) | 0,6 | |
| Ongerealiseerde winsten (verliezen) | 12,7 | 12,7 |
| Stand per 31 december | 49,0 | 85,7 |
De positie op niveau 3 is met name gevoelig voor veranderingen in het algehele niveau van de creditspreads. Als het niveau van de creditspreads met 1 basispunt stijgt, dan daalt de marktwaarde van deze posities naar schatting met 7 basispunten. Dit vertaalt zich naar een waardeverlies van circa EUR 33.000 voor ieder basispunt dat de 'creditspread' omhoog gaat.
16.4 Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa)
De samenstelling van de voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten (activa) is als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Niet op een beurs verhandeld (OTC) | 35,8 | 42,4 |
| Totaal afgeleide financiële instrumenten (activa) | 35,8 | 42,4 |
De Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten hebben voornamelijk betrekking op rente- en aandelenopties en renteswaps en zijn in 2012 en 2011 gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten, zie Noot 34 voor nadere informatie).
17 VASTGOED BELEGGINGEN
Beleggingen in vastgoed hebben met name betrekking op woningen, winkelpanden en vastgoed voor gemengd gebruik.
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 2.451,6 | 2.083,6 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 36,1 | - 37,9 |
| Totaal vastgoedbeleggingen | 2.415,5 | 2.045,7 |
De wijzigingen in de Vastgoedbeleggingen zijn per 31 december als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Kostprijs per 1 januari | 2.631,2 | 2.471,3 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 48,3 | 16,2 |
| Toevoegingen/aankopen | 269,5 | 215,2 |
| Verkopen | - 79,1 | - 68,0 |
| Overige | 178,4 | - 3,5 |
| Kostprijs per 31 december | 3.048,3 | 2.631,2 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 547,6 | - 521,2 |
| Afschrijvingen | - 73,1 | - 60,9 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 20,8 | 34,5 |
| Overige | 3,2 | |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 596,7 | - 547,6 |
| Bijzondere waarderverminderingen per 1 januari | - 37,9 | - 49,8 |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ||
| verantwoord in de resultatenrekening | - 0,5 | - 2,1 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | ||
| verantwoord in de resultatenrekening | 1,1 | 14,0 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | ||
| door desinvesteringen | 1,2 | |
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 36,1 | - 37,9 |
| Netto vastgoedbeleggingen per 31 december | 2.415,5 | 2.045,7 |
| Kostprijs van vastgoedbeleggingen in aanbouw | 106,9 | 88,7 |
Het bedrag van EUR 178,4 miljoen onder Overige bij acquisitiekosten in 2012 houdt verband met de herclassificatie van voor verkoop aangehouden gebouwen naar vastgoedbeleggingen.
Een bedrag van EUR 290,6 miljoen van de vastgoedbeleggingen werd aangehouden als onderpand per 31 december 2012 (31 december 2011: EUR 296,8 miljoen).
De onderstaande tabel toont de reële waarde van het vastgoed.
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Reële waarden gebaseerd op marktinformatie | 2.634,4 | 2.419,1 |
| Reële waarden gebaseerd op onafhankelijke waardering | 672,8 | 380,0 |
| Totaal reële waarde van vastgoedbeleggingen | 3.307,2 | 2.799,1 |
| Totale boekwaarde | 2.415,5 | 2.045,7 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 891,7 | 753,4 |
| Belasting | - 293,2 | - 248,7 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies | ||
| (niet opgenomen in eigen vermogen) | 598,5 | 504,7 |
De afschrijvingen op gebouwen worden berekend volgens de lineaire methode teneinde de kosten van die activa af te schrijven gedurende de geschatte levensduur tot de restwaarde. Vastgoed wordt gesplitst in de volgende componenten: ruwbouw, ramen en deuren, technische uitrusting, ruwe afwerking en detailafwerking.
De maximale levensduur van de componenten is als volgt:
| Ruwbouw | 50 jaar voor kantoren en winkels; 70 |
|---|---|
| jaar voor woningen. | |
| Ramen en deuren | 30 jaar voor kantoren en winkels; 40 |
| jaar voor woningen. | |
| Technische uitrusting | 20 jaar voor kantoren; 25 jaar voor |
| winkels en 40 jaar voor woningen. | |
| Ruwe afwerking | 20 jaar voor kantoren; 25 jaar voor |
| winkels en 40 jaar voor woningen. | |
| Detail afwerking | 10 jaar voor kantoren, winkels en |
| woningen. | |
Terreinen hebben een ongelimiteerde levensduur en worden derhalve niet afgeschreven. IT, kantoor- en andere apparatuur en motorrijtuigen worden afgeschreven over de respectievelijke levensduur, die individueel wordt vastgesteld. Als algemene regel wordt uitgegaan van een restwaarde van nihil.
Vastgoed verhuurd op basis van operationele lease
Ageas verhuurt bepaalde activa (voornamelijk vastgoed voor beleggingsdoeleinden) aan externe partijen op basis van operationele leaseovereenkomsten. De toekomstige minimale leasetermijnen inzake niet-opzegbare overeenkomsten bedragen per 31 december:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Tot 3 maanden | 52,5 | 45,8 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 148,7 | 141,1 |
| 1 jaar tot 5 jaar | 644,2 | 598,6 |
| 5 jaar en langer | 952,0 | 906,3 |
| Totaal | 1.797,4 | 1.691,8 |
18 LENINGEN
De Leningen zijn als volgt samengesteld:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Leningen aan banken | 2.637,5 | 2.934,5 |
| Leningen aan klanten | 3.667,5 | 2.762,9 |
| Totaal | 6.305,0 | 5.697,4 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - specifiek kredietrisico |
- 15,6 | - 13,3 |
| - bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) |
- 1,0 | - 0,7 |
| Totaal leningen | 6.288,4 | 5.683,4 |
18.1 Leningen aan banken
De Leningen aan banken zijn als volgt samengesteld:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Rentedragende deposito's | 1.513,0 | 974,3 |
| Achtergestelde leningen | 949,3 | 1.753,9 |
| Omgekeerde terugkoopovereenkomsten | 66,6 | |
| Overige | 175,2 | 139,7 |
| Totaal | 2.637,5 | 2.934,5 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - specifiek kredietrisico |
- 1,1 | - 1,2 |
| Leningen aan banken | 2.636,4 | 2.933,3 |
De Achtergestelde leningen kunnen worden uitgesplitst in:
| 2012 | 2011 |
|---|---|
| 575,9 | 588,8 |
| 373,4 | 371,0 |
| 794,1 | |
| 949,3 | 1.753,9 |
Nitsh I and II
Nitsh I en II zijn achtergestelde leningen (zie ook Noot 27 Achtergestelde leningen) die worden doorgeleend aan BNP Paribas FortisSA/NV.
Afwikkeling achtergestelde lening BNP Paribas Fortis SA/NV (Tier 1 Obligatielening)
De BNP Paribas Fortis SA/NV Tier 1-obligatielening bestaat uit in 2001 uitgegeven obligaties die Ageas conform de 'support agreement' aangegaan door de voormalige moedermaatschappijen van Fortis, tegenwoordig ageas SA/NV in het derde kwartaal van 2011 verplicht was om om te wisselen9
Op 26 september 2011 was Ageas verplicht de aflosbare eeuwigdurende cumulatieve obligatielening met een waarde van EUR 952,9 miljoen uitgegeven door Fortis Bank tegen pari over te nemen als gevolg van het niet-aflossen door BNP Paribas Fortis-SA/NV en de toestemming die de NBB voor deze ruil heeft verleend.
Ageas heeft besloten de reële waarde van de obligaties te bepalen aan de hand van waarderingstechnieken gebaseerd op een nettocontantewaardeberekening. Met EUR 952,9 miljoen nominale waarde aan obligaties omgewisseld, is de reële waarde van deze obligaties bepaald op EUR 762,3 miljoen.
Het verschil tussen de overnameprijs en het bedrag van de eerste opname is in 2011 opgenomen als een verlies in de resultatenrekening onder Resultaat op verkoop en herwaarderingen (zie Noot 39 Resultaat op verkoop en herwaarderingen). Het verschil is voor de betreffende kwartalen in de resultatenrekening teruggenomen tot het moment van afwikkeling via de effectieve-rentemethode (zie hieronder). In 2012 is een bedrag van EUR 30,4 miljoen teruggenomen volgens deze methode (2011: EUR 31,8 miljoen).
Afwikkeling met BNP Paribas Fortis SA/NV en BNP Paribas
Op 7 februari 2012 hebben Ageas en BNP Paribas een overeenkomst bereikt over de gedeeltelijke afwikkeling van de RPN/RPN(I) (zie Noot 30 RPN(I)) en de volledige inkoop van de Tier 1 Obligatielening die door BNP Paribas Fortis SA/NV is uitgegeven en voor 95% in handen is van Ageas. BNP Paribas Fortis SA/NV heeft de Tier 1 vervroegd afgelost voor een bedrag van EUR 952,9 miljoen in het eerste kwartaal van 2012. Deze inkoop heeft geleid tot een gerealiseerde opbrengst van EUR 128,5 miljoen (zie Noot 39 Resultaat op verkoop en herwaarderingen)
18.2 Leningen aan klanten
De Leningen aan klanten zijn als volgt samengesteld:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Overheid en officiële instellingen | 0,3 | 0,3 |
| Hypothecaire leningen | 1.528,6 | 1.588,1 |
| Leningen aan particulieren | 7,7 | 7,9 |
| Leningen aan ondernemingen | ||
| Vastgoed | 76,7 | |
| Infrastructuur | 63,9 | |
| Overige | 129,5 | 97,3 |
| Polisbeleningen | 189,3 | 173,5 |
| Overige leningen | 1.671,5 | 895,8 |
| Totaal | 3.667,5 | 2.762,9 |
| Verminderd met bijzondere waardeverminderingen: | ||
| - specifiek kredietrisico |
- 14,5 | - 12,1 |
| - bestaande maar niet gerapporteerde (IBNR) |
- 1,0 | - 0,7 |
| Leningen aan klanten | 3.652,0 | 2.750,1 |
Overige leningen hebben hoofdzakelijk betrekking op:
- leningen aan regionale instellingen en overheidsorganisaties;
- gedurende 2012 is voor EUR 710 miljoen aan bedrijfsleningen (quasi-overheid) toegekend aan regionale overheden in België.
Ageas heeft kredietlijnen verstrekt voor een totaal bedrag van EUR 273 miljoen (31 december 2011: EUR 151 miljoen).
Ageas heeft in het derde kwartaal van 2012 een programma aangekondigd ter verbetering van de diversificatie van haar portefeuille door beleggingen in bedrijfsleningen. Ageas zal maximaal 5% van het totale belegde vermogen in deze beleggingscategorie steken. Ageas ziet in de bedrijfsleningen een interessant alternatief in het huidige lage rente-klimaat. De grotere diversificatie en het aantrekkelijke risico-rendementsprofiel zijn bijkomende voordelen.
Het grootste deel van deze investering wordt gerealiseerd via een samenwerkingsverband voor infrastructuurleningen met Natixis. Het doel is om te profiteren van:
een interessant, voor risico gecorrigeerd rendement: infrastructuurleningen versterken het rendement en zorgen voor diversificatievoordelen vergeleken met staatspapier (een belangrijk deel van de beleggingsportefeuille van Ageas);
- waarborgen op basis van onderpand gekoppeld aan de onderliggende projecten (bijv. gebouwen, wegen);
- betere afstemming looptijden: infrastructuurleningen hebben door de aard van de projecten lange looptijden, wat goed past bij de financiering van langetermijnverplichtingen waarmee verzekeraars traditioneel te maken hebben.
Belangrijkste kenmerken van de overeenkomst met Natixis:
- Natixis is verantwoordelijk voor de toekenning van leningen en houdt een voorafovereengekomen substantieel deel van iedere transactie op de balans. Ageas neemt het resterende deel voor haar rekening;
- alleen nieuwe of zeer recent overeengekomen transacties in geselecteerde sectoren en landen komen in aanmerking;
- het samenwerkingsverband sluit activiteiten in de Benelux uit gezien het feit dat Ageas hier direct toegang tot infrastructuurprojecten heeft;
- het streefbedrag van de leningenportefeuille bedraagt EUR 2 miljard voor Ageas;
- de verwachting is dat het beoogde geïnvesteerde bedrag in een periode van twee tot drie jaar wordt bereikt;
- Natixis verzorgt de administratie verbonden aan alle leningen in deze portefeuille.
18.3 Onderpand op Leningen aan banken en Leningen aan klanten
De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor Leningen aan banken en Leningen aan klanten:
| Ontvangen onderpanden | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële | Materiële | Overige onderpand |
Meerwaarde onderpand t.o.v. |
Niet gegarandeerd |
||
| 2012 | Boekwaarde | instrumenten | vaste activa | en garanties | kredietrisico 1) | uitstaand bedrag |
| Leningen aan banken | 2.636,4 | 160,1 | 2.476,3 | |||
| Leningen aan klanten | 3.652,0 | 269,9 | 2.382,8 | 34,4 | 856,0 | 1.820,9 |
| Totaal kredietrisico op leningen | 6.288,4 | 430,0 | 2.382,8 | 34,4 | 856,0 | 4.297,2 |
| Ontvangen onderpanden | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Financiële | Materiële | Overige onderpand |
Meerwaarde onderpand t.o.v. |
Niet gegarandeerd |
||
| 2011 | Boekwaarde | instrumenten | vaste activa | en garanties | kredietrisico 1) | uitstaand bedrag |
| Leningen aan banken | 2.933,3 | 196,5 | 2.736,8 | |||
| Leningen aan klanten | 2.750,1 | 194,9 | 2.364,2 | 23,7 | 779,3 | 946,6 |
| Totaal kredietrisico op leningen | 5.683,4 | 391,4 | 2.364,2 | 23,7 | 779,3 | 3.683,4 |
1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening. Doordat deze additionele onderpanden niet kunnen worden gecompenseerd met leningen waarvoor de zekerheden lager zijn dan de onderliggende individuele vordering, wordt een overschot getoond.
18.4 Bijzondere waardevermindering op Leningen aan banken en op Leningen aan klanten
De wijzigingen in de bijzondere waardevermindering op Leningen aan banken zijn:
| Specifiek kredietrisico | 2012 | 2011 |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1,2 | 1,2 |
| Vrijval bijzondere waardeverminderingen | - 0,1 | |
| Stand per 31 december | 1,1 | 1,2 |
De wijzigingen in de bijzondere waardevermindering op Leningen aan klanten zijn:
| 2012 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| Specifiek | Specifiek | |||
| kredietrisico | IBNR | kredietrisico | IBNR | |
| Stand per 1 januari | 12,1 | 0,7 | 7,8 | 0,9 |
| Toename bijzondere waardeveranderingen | 6,1 | 0,3 | 3,6 | |
| Vrijval bijzondere waardeverminderingen | - 1,1 | - 1,7 | - 0,2 | |
| Afschrijvingen van oninbare leningen | - 2,6 | 0,7 | ||
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 1,7 | |||
| Stand per 31 december | 14,5 | 1,0 | 12,1 | 0,7 |
De volgende tabel geeft een overzicht van de ontvangen onderpanden en garanties als afdekking voor Leningen aan banken en Leningen aan klanten die onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen:
| Ontvangen onderpanden | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitstaand met bijzondere waarde- |
Financiële | Materiële | Meerwaarde onderpand en garanties t.o.v. bijzondere waarde- |
Niet gegarandeerd |
||
| 2012 | verminderingen | instrumenten | vaste activa | verminderingen 1) | uitstaand bedrag | |
| Leningen aan banken Leningen aan klanten |
1,1 133,9 |
1,5 | 157,0 | 33,8 | 1,1 9,2 |
|
| Totaal uitstaand bedrag aan leningen onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen |
135,0 | 1,5 | 157,0 | 33,8 | 10,3 |
| Ontvangen onderpanden | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Uitstaand met bijzondere |
Meerwaarde onderpand en garanties t.o.v. bijzondere |
Niet | |||
| 2011 | waarde- | Financiële | Materiële | waarde- | gegarandeerd |
| verminderingen | instrumenten | vaste activa | verminderingen 1) uitstaand bedrag | ||
| Leningen aan banken | 1,4 | 1,4 | |||
| Leningen aan klanten | 127,8 | 4,0 | 157,7 | 40,4 | 6,5 |
| Totaal uitstaand bedrag aan leningen onderhevig | |||||
| aan bijzondere waardeverminderingen | 129,2 | 4,0 | 157,7 | 40,4 | 7,9 |
1) Het bedrag aan ontvangen onderpanden en garanties dat hoger is dan het kredietrisico heeft betrekking op leningen waarvoor de zekerheden hoger zijn dan de onderliggende individuele lening. Doordat deze additionele onderpanden niet kunnen worden gecompenseerd met leningen waarvoor de zekerheden lager zijn dan de onderliggende individuele vordering, wordt een overschot getoond.
19 BELEGGINGEN in GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN
Een overzicht van de belangrijkste Beleggingen in geassocieerde deelnemingen per 31 december is als volgt: Het % belang kan betrekking op meer dan 1 entiteit indien binnen een geasssocieerde deelneming meerdere beangen in entiteiten worden gehouden en de omvang van de belangen niet gelijk is.
| 2012 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| % | Reële | Reële | ||
| belang | waarde | waarde | ||
| Deelnemingen | ||||
| Mayban Ageas Holding Berhad | Maleisië | 30,95% | 307,5 | 319,7 |
| Muang Thai Group Holding | Thailand | 15% - 31% | 244,2 | 205,5 |
| Taiping Holdings | China | 20% - 24,90% | 260,5 | 211,0 |
| Royal Park Investments | België | 44,71% | 872,0 | 779,2 |
| IDBI Federal Life Insurance | India | 26,00% | 12,8 | 16,4 |
| Aksigorta | Turkije | 36,00% | 175,5 | 160,1 |
| Cardif Lux Vie | Luxemburg | 33,33% | 91,6 | 76,0 |
| Association Westland Shopping center | België | 45,85% | 2,9 | 34,5 |
| BITM | België | 50,00% | 27,4 | 32,2 |
| Aviabel | België | 24,70% | 25,3 | 22,7 |
| Credimo | België | 34,20% | 18,9 | 16,1 |
| Overige | 85,0 | 86,1 | ||
| Totaal | 2.123,6 | 1.959,5 |
Ageas sloot in juli 2011 een overeenkomst met het toonaangevende Turkse industriële en financiële conglomeraat Haci Ömer Sabanci Holding A. Ş. ('Sabanci'), om een aandeel van 31% te verwerven in Aksigorta A. Ş. ('Aksigorta'), een Niet-Leven verzekeraar, via de verkoop door Sabanci van de helft van zijn belang in de onderneming. De transactie is op 27 juli 2011 afgerond en Aksigorta werd derhalve per deze datum opgenomen als geassocieerde deelneming in de consolidatiescope. Op 21 november 2011 kwamen Ageas en Sabanci overeen hun belangen in Aksigorta A.S. te vergroten tot een maximum van 36% om de samenwerking tussen beide groepen te versterken. Eind 2012 hebben beide entiteiten hun belang in Aksigorta vergroot tot 36% (zie ook Noot 3 Overnames en desinvesteringen).
Ageas Insurance International (Ageas) en BGL BNP Paribas (BGL BNPP), beiden voor 50% aandeelhouder van Fortis Luxembourg Vie, tekenden een fusieovereenkomst met BNP Paribas Cardif, de moedermaatschappij van Cardif Lux International. Ageas, BGL BNP Paribas en BNP Paribas Cardif hebben een belang van respectievelijk 33,33%, 33,33% en 33,34% in de nieuwe entiteit. De fusie is op 30 december 2011 afgerond. Door de fusie wordt de nieuwe entiteit als een geassocieerde deelneming beschouwd en niet als een dochteronderneming.
De wijziging in de boekwaarde van Association Westland Shopping Center Belgium geeft de verkoop van het onderliggende actief weer en de daarmee samenhangende uitkering aan certificaathouders.
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste geassocieerde deelnemingen:
| 2012 | Totaal activa | Totaal passiva | Totale baten | Totale lasten |
|---|---|---|---|---|
| Mayban Ageas Holding Berhad | 6.612,1 | 5.618,5 | 1.560,1 | - 1.443,7 |
| Muang Thai Group Holding | 4.165,1 | 3.429,8 | 1.475,6 | - 1.371,8 |
| Taiping Holdings | 20.341,4 | 19.307,3 | 5.103,9 | - 4.896,9 |
| Royal Park Investments | 6.670,9 | 4.720,4 | 1.556,8 | - 1.323,5 |
| IDBI Federal Life Insurance | 395,7 | 346,3 | 145,1 | - 157,5 |
| Aksigorta | 567,1 | 383,8 | 643,2 | - 619,8 |
| Cardif Lux Vie | 14.717,5 | 14.442,8 | 6.119,2 | - 6.096,2 |
| Association Westland Shopping center | 6,9 | 0,7 | 3,9 | - 6,2 |
| BITM | 111,0 | 33,1 | 16,8 | - 26,8 |
| Aviabel | 213,8 | 111,2 | 10,9 | |
| Credimo | 977,9 | 922,4 | 127,0 | - 126,0 |
| 2011 | Totaal activa | Totaal passiva | Totale baten | Totale lasten |
| Mayban Ageas Holding Berhad | 6.163,8 | 5.131,1 | 1.242,1 | - 1.143,6 |
| Muang Thai Group Holding | 3.243,2 | 2.628,6 | 1.097,0 | - 1.042,0 |
| Taiping Holdings | 16.221,6 | 15.383,6 | 3.940,5 | - 3.994,5 |
| Royal Park Investments | 7.738,2 | 5.995,3 | 224,4 | - 665,6 |
| IDBI Federal Life Insurance | 355,6 | 292,4 | 99,0 | - 112,0 |
| Aksigorta | 495,1 | 304,8 | 451,7 | - 438,3 |
| Cardif Lux Vie | 15.406,3 | 15.178,4 | 17,9 | |
| Association Westland Shopping center | 77,0 | 1,5 | 7,4 | - 5,2 |
| BITM | 124,3 | 59,9 | 17,2 | - 15,9 |
| Aviabel | 197,3 | 105,5 | 62,1 | - 51,7 |
| Credimo | 933,8 | 887,1 | 120,5 | - 119,2 |
Geassocieerde deelnemingen zijn onderworpen aan de dividendbeperkingen uit hoofde van vereisten ten aanzien van minimumvermogen en solvabiliteit die worden gesteld door de lokale toezichthouders in de landen waar deze geassocieerde deelnemingen opereren. Dividendbetalingen van geassocieerde deelnemingen worden soms onderworpen aan aandeelhoudersovereenkomsten met de partners in de onderneming. In sommige situaties is consensus tussen de aandeelhouders vereist voordat het dividend wordt aangekondigd.
Daarnaast kunnen afspraken met aandeelhouders (partijen die een belang hebben in een onderneming waarin Ageas een minderheidsbelang heeft) onder andere zijn:
- specifieke bepalingen over stemrechten of dividenduitkering;
- gesloten periodes waarin alle partijen in het bezit van aandelen vóór een bepaalde periode geen aandelen mogen verkopen tenzij met toestemming van de andere betrokken partijen;
- optie tot (door)verkoop aan de andere bij de overeenkomst betrokken partij(en), inclusief de onderliggende methode die voor de waardering van de aandelen wordt gehanteerd;
- een 'earn out'-mechanisme dat de originele verkoper van de aandelen bepaalde baten ontvangt als bepaalde doelstellingen worden gerealiseerd;
- exclusiviteitsbepalingen of niet-concurrentiebedingen in verband met de verkoop van verzekeringsproducten.
Royal Park Investments
Ten gevolge van de op 12 mei 2009 gesloten transacties verwierf Ageas voor een totaalbedrag van EUR 760,0 miljoen een belang van 44,7% in Royal Park Investments (RPI), een 'special purpose vehicle' dat een deel van de gestructureerde kredietportefeuille verwierf van Fortis Bank. Het belang wordt gewaardeerd volgens de 'equity methode'.
RPI verwierf van Fortis Bank op de sluitingsdatum een portefeuille gestructureerde kredieten voor een overeengekomen aankoopprijs van EUR 11,7 miljard. De overeenstemmende nominale waarde van de portefeuille kwam per 12 mei 2009 uit op EUR 20,5 miljard. De aankoop is gefinancierd met eigen vermogen ten bedrage van EUR 1,7 miljard, super senior schuld ten bedrage van EUR 5 miljard en senior schuld voor EUR 5 miljard; de senior schuld kent een verliesabsorptiemechanisme. De senior schuld is verstrekt door BNP Paribas en Fortis Bank. Het deel dat gefinancierd is door Fortis Bank is gegarandeerd door de Belgische overheid. Contanten gegenereerd door RPI zullen eerst worden gebruikt om de super senior schuld terug te betalen.
De initiële opname van de investering volgens de 'equity'-methode geschiedt tegen kostprijs, gevolgd door een test op bijzondere waardevermindering van de boekwaarde. Ageas heeft verzocht RPI om de financiële informatie op te stellen in overeenstemming met de Ageas IFRS grondslagen. RPI verantwoordde de verwerving van de portefeuille, de daarmee samenhangende financiering en mensen en processen als bedrijfscombinatie onder IFRS. Bij de aankoop werd de activaportefeuille tegen marktwaarde opgenomen (EUR 8,2 miljard) en het verschil tussen de aankoopprijs (EUR 11,7 miljard) en de marktwaarde van EUR 3,5 miljard is verantwoord in de IFRS balans van RPI als uitgestelde belastingvordering (EUR 1,2 miljard: 33,9% van EUR 3,5 miljard) en goodwill (EUR 2,3 miljard).
Uitgangspunt bij het beheer van de portefeuille is dat RPI voor de aandeelhouders de maximaal haalbare waarde realiseert, in overeenstemming met de richtlijnen voor het beheer zoals die zijn opgesteld door het bestuur van RPI. Onder de huidige omstandigheden betekent dit een afbouwscenario. In dat geval schrijft IFRS het gebruik van de geamortiseerde kostprijs voor als berekeningsmaatstaf voor de activaportefeuille. Conform IFRS moet voor instrumenten met een variabele rente voor elk instrument de geamortiseerde kostprijs worden herberekend op basis van geactualiseerde kasstroominformatie per actief. RPI beschikt echter niet over dergelijke informatie en het produceren van die informatie zou bovenmatige kosten en inspanningen vergen. Omdat deze informatie ontbreekt en rekening houdend met het feit dat het management toch al gebruik maakt van reële waardeinformatie bij het periodiek monitoren van de activaportefeuille, heeft Ageas besloten de waardering na eerste opname van de activaportefeuille tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening te verwerken.
Voor de bepaling van de kasstromen van de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering zijn diverse aannames gedaan, zoals het verlies bij wanbetaling, de kans op wanbetaling, de ontwikkeling van vervroegde aflossingen, de ontwikkeling van de huizenprijzen, plus aanvullende sector- en geografische gegevens waar relevant. Gezien het feit dat rekening is gehouden met de onzekerheden bij de bepaling van de kasstromen, en het feit dat de financiering van RPI gegarandeerd is, zijn de verwachte kasstromen verdisconteerd tegen 7,8% (31 december 2011: 7,8%), zijnde de risicovrije rentevoet voor de Belgische Staat plus de gebruikelijke normale vermogensopslag.
Omdat de portefeuille van RPI wordt afgebouwd, zullen de winsten in de portefeuille en de daarmee samenhangende financiering in de loop van de tijd worden gerealiseerd en komt er geen winst uit nieuwe transacties voor in de plaats. De goodwill zal daarom een bijzondere waardevermindering ondergaan in de periode dat de portfolio wordt afgebouwd. De door RPI verantwoorde goodwill vertegenwoordigt voor een belangrijk deel de toekomstige winsten van deze business.
De nettowinst van Royal Park Investments (RPI) tegen 100% voor belastingen en voor de toetsing op bijzondere waardevermindering van de goodwill bedroeg in 2012 EUR 1.509 miljoen (2011 EUR 183 miljoen). Het verschil kwam hoofdzakelijk voor rekening van de hogere 'marked-to-market' herwaarderingen van de beleggingsportefeuille in vergelijking met 2011. Aan het einde van ieder kwartaal toetst RPI de waarde van de onder IFRS verantwoorde goodwill. Aangezien alle opbrengsten worden gebruikt voor de aflossing van de financiering en er geen nieuwe business wordt gegenereerd, dient een bijzondere waardevermindering op de goodwill te worden verantwoord over de verwachte looptijd van de portefeuille. De waardebepaling van de totale business op basis van de verwachte ontwikkelingen leidde tot een bijzondere waardevermindering op goodwill van EUR 782 miljoen. Op het totale bedrag aan in eerste instantie verwerkte goodwill (EUR 2,3 miljard) is hiermee nu een bijzondere waardevermindering genomen.
Het nettoresultaat van RPI onder IFRS tegen 100%, inclusief de bijzondere waardevermindering van de goodwill, kwam uit op EUR 233 miljoen positief, waarvan EUR 104 miljoen positief voor Ageas (2011: EUR 441 miljoen negatief, EUR 197,3 miljoen negatief voor Ageas).
Verder heeft RPI een aantal renteswaps gesloten waardoor variabele rente-inkomsten zijn omgezet naar vaste renteinkomsten. Ageas heeft besloten deze swaps boekhoudkundig te verwerken als kasstroomhedge. In 2011 en 2012 zijn de meeste swaps verkocht, wat leidde tot een gerealiseerde meerwaarde. Alle wijzigingen in de reële waarde worden direct in het eigen vermogen opgenomen. Aangezien hedge accounting werd toegepast, is deze meerwaarde niet in de resultatenrekening opgenomen maar direct in het eigen vermogen. De meerwaarde zal over de komende jaren worden afgeschreven. Per 31 december 2012 bedroeg de afdekkingsreserve inclusief de gerealiseerde meerwaarden EUR 176 miljoen na belastingen (2011: EUR 190 miljoen). Als gevolg van beide factoren is de deelneming van Ageas in RPI gestegen van EUR 779 miljoen eind 2011 naar EUR 872 miljoen.
Op 31 december 2012 bedroeg de reële waarde van de beleggingsportefeuille onder IFRS EUR 6,2 miljard (31 december 2011: EUR 6,0 miljard), bedroeg de goodwill EUR 0 miljoen (31 december 2011: EUR 0,8 miljard) en bedroegen de uitgestelde belastingvorderingen EUR 0,3 miljard (31 december 2011: EUR 0,7 miljard). De financiering op basis van de geamortiseerde kostprijs bedroeg EUR 4,7 miljard (31 december 2011: EUR 6,0 miljard) en het eigen vermogen EUR 2,0 miljard (31 december 2011: EUR 1,7 miljard).
20 HERVERZEKERING EN OVERIGE VORDERINGEN
Herverzekering en overige vorderingen zijn per 31 december als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Aandeel herverzekeraars in verplichtingen voor verzekerings- | ||
| (en beleggings-) contracten | 668,0 | 468,4 |
| Vorderingen op polishouders | 477,2 | 428,0 |
| Vorderingen inzake commissiebaten | 63,7 | 47,8 |
| Vorderingen op tussenpersonen | 358,7 | 270,3 |
| Vorderingen op herverzekeraars | 48,9 | 35,1 |
| Vordering op ABN AMRO | 2.362,5 | |
| Vorderingen uit hoofde van factoring | 139,0 | 146,0 |
| Overige | 233,5 | 374,1 |
| Totaal bruto | 1.989,0 | 4.132,2 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - 21,0 | - 21,1 |
| Totaal netto | 1.968,0 | 4.111,1 |
Onder Herverzekering en overige vorderingen vielen eind 2011 de uitstaande vorderingen van Ageas op Fortis Capital Company Limited, ABN AMRO en de Nederlandse Staat in verband met de FCC-transactie en de MCS-conversie. De eerste vordering betreft de volledige compensatie voor de betaling (EUR 362,5 miljoen) die Ageas aan Fortis Capital Company Limited (een dochteronderneming van ABN AMRO N.V.) heeft gedaan, waardoor FCC het hierboven vermelde bedrag aan de houders van preferente aandelen kon uitkeren. In 2009 is voor deze vordering een bijzondere waardevermindering opgenomen omdat ABN AMRO de vordering aanvecht. Op basis van de onderhandelingen met de Nederlandse Staat heeft Ageas in 2010 besloten de bijzondere waardevermindering terug te nemen en deze vorderingen te verwerken in de beoordeling van de voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie Noot 32 Voorzieningen en Noot 46 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen).
De tweede vordering betreft de conversie van de MCS. Op 7 december 2010 gaf Ageas 106,7 miljoen nieuwe aandelen uit met betrekking tot de MCS-conversie (zie ook Noot 4 Eigen vermogen). Aangezien de opbrengsten van de MCS-uitgifte naar ABN AMRO zijn gegaan en de overeenkomst tussen de vier partijen Ageas bij conversie een vordering op ABN AMRO gaf, heeft Ageas voor een bedrag van EUR 2 miljard een vordering opgenomen met ABN AMRO als debiteur vanaf het moment van de conversie. De Nederlandse Staat heeft verklaard dat volgens de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance, de Nederlandse staat recht heeft op deze vordering. Ageas heeft hiermee in 2010 rekening gehouden bij de vorming van een voorziening voor geschillen met de Nederlandse Staat (zie ook Noot 32 Voorzieningen).
Onder 'Overige' vallen vorderingen in verband met BTW en andere indirecte belastingen.
Schikking
Op 28 juni 2012 hebben ageas SA/NV en ageas N.V. ('Ageas') en ABN AMRO Group N.V. en ABN AMRO Bank N.V. ('ABN AMRO') een schikking getroffen over de gerechtelijke procedures inzake ABN AMRO Capital Finance Ltd. (voorheen Fortis Capital Company Ltd. ('FCC')) en de Mandatory Convertible Securities ('MCS').
Deze schikking maakt tevens een einde aan alle nog uitstaande geschillen tussen de Nederlandse staat en Ageas over de aandelentransacties die uitmondden in de overname van de Nederlandse activiteiten van de voormalige Fortis-groep door de Nederlandse staat op 3 oktober 2008. NL Financial Investments, grootaandeelhouder van ABN AMRO, heeft deze overeenkomst mede ondertekend namens de Nederlandse staat. De schikking heeft geresulteerd in een eenmalige betaling in contanten van EUR 400 miljoen door ABN AMRO aan Ageas op 29 juni 2012. Dit bedrag wordt op een aparte regel in de resultatenrekening verantwoord.
De oorspronkelijke claims, ten bedrage van EUR 2.362 miljoen, zijn, na aftrek van het schikkingsbedrag van EUR 400 miljoen, op een aparte regel in de resultatenrekening verantwoord. Deze bijzondere waardevermindering wordt gecompenseerd door de vrijval van de voorzieningen gerelateerd aan de de geschillen met de Nederlandse Staat van EUR 2.362 miljoen (zie Noot 32 Voorzieningen), resulterend in een winst van EUR 400 miljoen.
Verloop van de bijzondere waardeverminderingen op Herverzekering en overige vorderingen
Het verloop van de bijzondere waardeverminderingen op herverzekering en overige vorderingen is als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 21,1 | 23,3 |
| Toename bijzondere waardeverminderingen | 3,0 | 1,5 |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | - 0,7 | - 2,1 |
| Afschrijvingen van niet-inbare bedragen | - 2,1 | - 0,4 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | - 0,3 | - 1,2 |
| Stand per 31 december | 21,0 | 21,1 |
Verloop in het aandeel herverzekeraars in verplichtingen voor verzekerings- en beleggingscontracten
Veranderingen in het aandeel herverzekeraars in verplichtingen voor verzekerings- en beleggingscontracten worden hieronder weergegeven:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 468,4 | 359,8 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen 1) | 70,1 | 85,4 |
| Wijzigingen verplichtingen huidig jaar | 86,5 | 3,9 |
| Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren | - 49,2 | - 40,4 |
| Betaalde schaden huidig jaar | 9,7 | 26,8 |
| Betaalde schaden voorgaande jaren | - 2,0 | 13,2 |
| Overige netto-toevoegingen via de resultatenrekening | 82,6 | 13,0 |
| Omrekeningsverschillen en overige aanpassingen | 1,9 | 6,7 |
| Stand per 31 december | 668,0 | 468,4 |
1) Het bedrag in 2011 betreft de verkoop van interne herverzekeringsovereenkomsten aan een derde partij.
21 CALLOPTIE OP BNP PARIBAS AANDELEN
Op basis van de op 12 mei 2009 getekende overeenkomst kreeg Ageas een in contanten af te wikkelen calloptie toegekend door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) waardoor Ageas de mogelijkheid heeft te profiteren van een waardestijging van de waarde van 121.218.054 aandelen van BNP Paribas gehouden door de FPIM. Deze aandelen werden verkregen door de FPIM in ruil voor de verkoop van 75% + 1 aandeel van Fortis Bank. De optie geeft Ageas het recht op het verschil tussen de uitoefenprijs van EUR 66,672 en de marktprijs van de aandelen van BNP Paribas op het moment van de uitoefening of de verkoopprijs van de onderliggende aandelen van BNP Paribas, naar discretie van de FPIM. Deze rechten hebben 'coupon 42' vervangen.
De toegekende rechten omvatten bepaalde niet-standaardkenmerken die afwijken van de op de ISDA-norm gebaseerde optieprotocollen, zoals beperking van de overdraagbaarheid, beperkingen van de vrijheid van uitoefening, gedwongen uitoefening in bepaalde omstandigheden en specifieke aanpassingsmechanismen zoals verwatering en claimemissies.
Ageas kan haar rechten uitoefenen tot 10 oktober 2016. Ageas heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan naar een geleidelijke uitoefening van de opties wanneer deze opties 'in the money' zijn, maar bestudeert ook voortdurend de mogelijkheid voor monetisatie.
Deze optie wordt verantwoord op basis van de reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening onder Ongerealiseerde winst (verlies) op Calloptie BNP Paribas aandelen.
Waardeberekening
Een theoretische waarde van een individuele optie kan worden berekend op basis van Black-Scholes optiewaarderingstechnieken. Naast waarneembare cijfers in de markt per de verslagdatum zoals de renteopbrengst, de werkelijke en uitoefenprijs van het aandeel en de resterende looptijd van de optie, dient de berekening ook te zijn gebaseerd op veronderstellingen met betrekking tot toekomstig dividend en volatiliteit. Bovendien dient met de niet-standaardkenmerken rekening gehouden te worden.
De volgende gegevens zijn gebruikt voor de waardering:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Koers BNP Paribas | EUR 42,54 | EUR 30,35 |
| Uitoefenprijs | EUR 66,672 | EUR 66,672 |
| Volatiliteit | 30% | 49% |
| Dividendrendement | 4,69% | 5,98% |
| Koers per optie tot en met 10 oktober 2016 | EUR 2,760 | EUR 4,660 |
| Theoretische waarde 121,2 miljoen opties | EUR 335 miljoen | EUR 565 miljoen |
| Geschatte waarde, gecorrigeerd | ||
| voor niet-standaardkenmerken (30%) | EUR 234 miljoen | EUR 395 miljoen |
Volatiliteit
Gezien het grote aantal opties op de BNP Paribas aandelen dat door Ageas wordt gehouden (het vertegenwoordigt 10,12% van de uitstaande aandelen van BNP Paribas) kan worden verwacht dat monetisatie van de opties effect heeft op de waarde van de verhandelde opties en vandaar dus op de volatiliteit. Ageas heeft besloten om, in overeenstemming met een gedisciplineerde methodologie, over te gaan tot een geleidelijke uitoefeningsstrategie om de impact op de impliciete volatiliteit op de aandelen en de waarde van de calloptie te minimaliseren. Als gevolg van de verandering naar een geleidelijke uitoefeningsstrategie heeft Ageas, voor de waardering van de calloptie, besloten de volatiliteit te gebruiken die is gebaseerd op de door de markt geobserveerde geëxtrapoleerde impliciete volatiliteit. De waarde van de calloptie bedroeg eind 2012 EUR 234 miljoen, na aanpassing voor nietstandaardkenmerken (30%).
Gevoeligheidswaardering bij veranderingen in de veronderstellingen
Zowel de toegepaste volatiliteit als de veronderstellingen ten aanzien van de dividendopbrengst hebben een significant effect op de waarde van de opties. Een vermindering van de volatiliteit van 10% op 31 december 2012 resulteert in een vermindering van 73,91% van de theoretische waarde van de optie; een toename van de volatiliteit van 10%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 98,55% van de theoretische waarde. Een vermindering van de volatiliteit van 5% op 31 december 2012 resulteert in een vermindering van 41,30% van de theoretische waarde van de optie; een toename van de volatiliteit van 5%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 47,46% van de theoretische waarde. Een verlaging van de dividendopbrengst van 1%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verhoging van 3,99% van de theoretische waarde, terwijl een verhoging van de dividendopbrengst van 1%, overige variabelen ongewijzigd, resulteert in een verlaging van 2,54% van de theoretische waarde van de opties.
Aanpassing voor niet-standaardkenmerken
Gezien de ongewone kenmerken van de rechten zullen professionele marktpartijen een aanzienlijk disconto toepassen op de theoretische waardering. Ageas heeft besloten de theoretische waardering te verlagen met 30% voor deze nietstandaardkenmerken, op basis van aanwijzingen van professionele marktpartijen die varieerden van 10% tot 50%.
Uitkering van de opbrengsten
Ageas heeft de algemene Vergaderingen van Aandeelhouders toegezegd het voordeel van de uitoefening, monetisatie of andere beoogde structuren uit te keren in de vorm van een dividend, voor zover dit door de wet is toegestaan en rekening houdend met eventuele praktische beperkingen.
De Belgische Dienst Voorafgaande Beslissingen heeft bevestigd dat de toewijzing van de BNP Paribas optie niet belastbaar is voor ageas SA/NV. Ageas heeft voldoende compensabele verliezen om geen winstbelasting te hoeven betalen als de meerwaarden op de optie worden gerealiseerd en dat zij dus in staat zal zijn om, voor zover bij de wet toegestaan, de bruto-opbrengsten uit te keren in de vorm van een dividend.
22 OVERLOPENDE RENTE EN OVERIGE ACTIVA
De Overlopende rente en overige activa per 31 december zijn als volgt samengesteld:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Overlopende acquisitiekosten | 872,4 | 703,3 |
| Overlopende overige kosten | 129,5 | 114,1 |
| Overlopende baten | 1.367,1 | 1.332,3 |
| Derivaten aangehouden voor afdekkingsdoeleinden | 1,6 | 1,3 |
| Vastgoed aangehouden voor verkoop | 107,5 | 146,0 |
| Activa voor plannen met vaste toezeggingen | 27,2 | 23,0 |
| Overige | 78,3 | 66,2 |
| Totaal bruto | 2.583,6 | 2.386,2 |
| Bijzondere waardeverminderingen | ||
| Overlopende rente en overige activa | 2.583,6 | 2.386,2 |
Overlopende baten betreffen met name overlopende rente-opbrengsten op overheidsobligaties (2012: EUR 674 miljoen; 2011: EUR 651 miljoen) en overige obligaties (2012: EUR 289 miljoen; 2011: EUR 312 miljoen), schuldbewijzen van (krediet en nietkrediet) financiële instellingen (2012: EUR 211 miljoen; 2011: EUR 210 miljoen) en overige schuldbewijzen (2012: EUR 145 miljoen; 2011: EUR 122 miljoen).
Voor meer informatie over toegezegde-pensioenregelingen en pensioengerelateerde activa wordt verwezen naar Noot 9 Vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijn personeelsbeloningen.
Overlopende acquisitiekosten
Het verloop van de Overlopende acquisitiekosten in verband met verzekerings- en beleggingscontracten over het jaar is als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 703,3 | 574,6 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 63,4 | - 3,5 |
| Geactiveerde overlopende acquisitiekosten | 544,9 | 495,5 |
| Afschrijvingen | - 446,1 | - 379,4 |
| Overige aanpassingen inclusief omrekeningsverschillen | 6,9 | 16,1 |
| Stand per 31 december | 872,4 | 703,3 |
23 MATERIËLE VASTE ACTIVA
De boekwaarde van de verschillende categorieën Materiële vaste activa per 31 december is als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 |
|---|---|
| 1.010,0 | 1.000,7 |
| 22,4 | 20,3 |
| 82,6 | 77,3 |
| 1.115,0 | 1.098,3 |
Wijzigingen in de materiële vaste activa
De wijzigingen in de materiële vaste activa zijn als volgt:
| Terreinen en Verbeteringen | ||||
|---|---|---|---|---|
| gebouwen voor | gehuurde | Bedrijfs | ||
| 2011 | eigen gebruik | gebouwen middelen | Totaal | |
| Kostprijs per 1 januari | 1.418,9 | 45,9 | 220,1 | 1.684,9 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 29,4 | 0,6 | - 3,3 | 26,7 |
| Toevoegingen | 35,2 | 5,0 | 34,0 | 74,2 |
| Terugname door desinvesteringen | - 8,7 | - 1,3 | - 10,9 | - 20,9 |
| Omrekeningsverschillen | 1,0 | 0,5 | 2,3 | 3,8 |
| Overige | - 2,2 | 0,8 | - 3,3 | - 4,7 |
| Kostprijs per 31 december | 1.473,6 | 51,5 | 238,9 | 1.764,0 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 436,4 | - 26,6 | - 148,0 | - 611,0 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 3,5 | 3,5 | ||
| Toevoegingen | 0,1 | 0,1 | ||
| Afschrijvingen | - 31,8 | - 4,3 | - 30,3 | - 66,4 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 1,2 | 10,4 | 11,6 | |
| Omrekeningsverschillen | - 0,1 | - 0,4 | - 1,5 | - 2,0 |
| Overige | 1,4 | - 0,7 | 4,3 | 5,0 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 466,9 | - 30,7 | - 161,6 | - 659,2 |
| Bijzondere waardeverminderingen | ||||
| per 1 januari | - 8,1 | - 0,8 | - 8,9 | |
| Terugname bijzondere waardeverminderingen | ||||
| verantwoord in de resultatenrekening | 2,1 | 0,3 | 2,4 | |
| Bijzondere waardeverminderingen | ||||
| per 31 december | - 6,0 | - 0,5 | - 6,5 | |
| Materiële vaste activa per 31 december | 1.000,7 | 20,3 | 77,3 | 1.098,3 |
| Terreinen en gebouwen voor |
Verbeteringen gehuurde |
Bedrijfs | ||
|---|---|---|---|---|
| 2012 | eigen gebruik | gebouwen | middelen | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 1.473,6 | 51,5 | 238,9 | 1.764,0 |
| Aan- en verkoop van dochterondernemingen | 5,8 | 5,8 | ||
| Toevoegingen | 48,2 | 6,1 | 30,1 | 84,4 |
| Terugname door desinvesteringen | - 0,1 | - 7,2 | - 7,3 | |
| Omrekeningsverschillen | 0,6 | - 0,1 | 1,3 | 1,8 |
| Overige | 0,1 | - 0,3 | - 0,2 | |
| Kostprijs per 31 december | 1.522,3 | 57,6 | 268,6 | 1.848,5 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 466,9 | - 30,7 | - 161,6 | - 659,2 |
| Afschrijvingen | - 34,1 | - 4,4 | - 32,2 | - 70,7 |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 0,1 | 6,8 | 6,9 | |
| Omrekeningsverschillen | - 0,8 | - 0,8 | ||
| Overige | 0,1 | 1,8 | 1,9 | |
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 500,8 | - 35,1 | - 186,0 | - 721,9 |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 6,0 | - 0,5 | - 6,5 | |
| Toename bijzondere waardeverminderingen verantwoord in de resultatenrekening | - 5,9 | - 5,9 | ||
| Terugname bijzondere waardeverminderingen verantwoord in de resultatenrekening | 0,4 | 0,4 | 0,8 | |
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 11,5 | - 0,1 | - 11,6 | |
| Materiële vaste activa per 31 december | 1.010,0 | 22,4 | 82,6 | 1.115,0 |
Een bedrag van EUR 220,5 miljoen van de Materiële vaste activa werd verpand als zekerheid (31 december 2011: 259,5 miljoen).
Reële waarde van terreinen en gebouwen voor eigen gebruik
De reële waarde van vastgoed in eigen gebruik is als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Totaal reële waarde van terreinen en gebouwen voor eigen gebruik | 1.431,4 | 1.472,4 |
| Totale boekwaarde | 1.010,0 | 1.000,7 |
| Bruto ongerealiseerde winsten en verliezen | 421,4 | 471,7 |
| Belasting | - 135,2 | - 153,7 |
| Netto ongerealiseerd(e) winst/verlies (niet opgenomen in eigen vermogen) | 286,2 | 318,0 |
De afschrijvingen op materiële vaste activa zijn dezelfde als beschreven in Noot 17 Vastgoedbeleggingen.
24 GOODWILL EN OVERIGE IMMATERIËLE ACTIVA
Per 31 december is de samenstelling van Goodwill en overige immateriële activa als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Goodwill | 744,5 | 787,9 |
| VOBA | 382,6 | 424,4 |
| Gekochte software | 12,5 | 10,5 |
| Zelf ontwikkelde software | 11,3 | 19,0 |
| Overige immateriële vaste activa | 347,2 | 352,5 |
| Totaal | 1.498,1 | 1.594,3 |
De waarde van verworven activiteiten, of VOBA, is het verschil tussen de reële waarde per de acquisitiedatum en de op dat moment geldende boekwaarde van een portefeuille van contracten die separaat is verkregen dan wel als onderdeel van een bedrijfscombinatie. VOBA wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de opnameperiode van de opbrengsten van de portefeuille. De belangrijkste bijdrage aan VOBA wordt geleverd door Ageas Insurance Company Asia (AICA) en Millenniumbcp Ageas.
Overige immateriële vaste activa omvatten immateriële vaste activa met een bepaalde economische levensduur, zoals concessies, octrooien, licenties, kennis, handelsmerken en vergelijkbare rechten. Deze hebben met name betrekking op AG Real Estate. Over het algemeen wordt software afgeschreven over maximaal vijf jaar en hebben Overige immateriële vaste activa een verwachte economische levensduur van maximaal 10 jaar. De Overige immateriële vaste activa worden geamortiseerd in overeenstemming met de verwachte levensduur van de activa.
Afgezien van goodwill heeft Ageas geen immateriële vaste activa met een onbepaalde economische levensduur
Wijzigingen in goodwill en overige immateriële activa
De wijzigingen in Goodwill en overige immateriële vaste activa kunnen voor 2011 en 2012 als volgt worden weergegeven:
| Gekochte | Zelf ontwikkelde |
Overige immateriële |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | Goodwill | VOBA | software | software | vaste activa | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 820,9 | 800,3 | 35,7 | 57,4 | 519,2 | 2.233,5 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 50,0 | - 2,3 | - 11,8 | 12,8 | 48,7 | |
| Toevoegingen | 5,6 | 3,2 | 7,9 | 16,7 | ||
| Aanpassingen die voortvloeien uit latere | ||||||
| waardeveranderingen van activa en passiva | 7,1 | 7,1 | ||||
| Terugname door desinvesteringen | - 0,1 | - 0,3 | - 0,4 | |||
| Omrekeningsverschillen | 19,2 | 9,0 | 0,4 | 0,4 | 1,4 | 30,4 |
| Overige | - 2,6 | 4,4 | 1,8 | |||
| Kostprijs per 31 december | 894,6 | 807,0 | 29,9 | 60,9 | 545,4 | 2.337,8 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 340,6 | - 25,0 | - 32,0 | - 147,3 | - 544,9 | |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 2,0 | 10,3 | 12,3 | |||
| Afschrijvingslasten | - 41,3 | - 4,4 | - 9,6 | - 34,6 | - 89,9 | |
| Omrekeningsverschillen | - 2,7 | - 0,3 | - 0,3 | - 0,6 | - 3,9 | |
| Overige | - 5,3 | - 5,3 | ||||
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 382,6 | - 19,4 | - 41,9 | - 187,8 | - 631,7 | |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 1,0 | - 1,6 | - 2,6 | |||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resulatenrekening | - 98,5 | - 3,5 | - 102,0 | |||
| Omrekeningsverschillen | -7,.7 | -7,7 | ||||
| Overige | 0,5 | 0,5 | ||||
| Bijzondere waardeverminderingen per 31 december | - 106,7 | - 5,1 | - 111,8 | |||
| Goodwill en overige immateriële vaste activa per 31 december | 787,9 | 424,4 | 10,5 | 19,0 | 352,5 | 1.594,3 |
| Gekochte | Zelf ontwikkelde |
Overige immateriële |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | Goodwill | VOBA | software | software | vaste activa | Totaal |
| Kostprijs per 1 januari | 894,6 | 807,0 | 29,9 | 60,9 | 545,4 | 2.337,8 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 1,5 | 1,5 | ||||
| Toevoegingen | 6,6 | 1,7 | 31,2 | 39,5 | ||
| Aanpassingen die voortvloeien uit latere | ||||||
| waardeveranderingen van activa en passiva | - 15,1 | - 15,1 | ||||
| Terugname door desinvesteringen | - 0,3 | - 0,1 | - 0,3 | - 0,7 | ||
| Omrekeningsverschillen | 1,3 | - 4,9 | - 0,2 | 0,3 | 1,0 | - 2,5 |
| Overige | 0,1 | 0,1 | 0,2 | |||
| Kostprijs per 31 december | 880,8 | 802,1 | 36,1 | 62,8 | 578,9 | 2.360,7 |
| Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari | - 382,6 | - 19,4 | - 41,9 | - 187,8 | - 631,7 | |
| Afschrijvingslasten | - 38,4 | - 4,6 | - 9,4 | - 37,4 | - 89,8 | |
| Terugname afschrijving door desinvesteringen | 0,3 | 0,3 | 0,6 | |||
| Omrekeningsverschillen | 1,5 | 0,1 | - 0,2 | - 0,3 | 1,1 | |
| Overige | - | 3,1 | 3,1 | |||
| Cumulatieve afschrijvingen per 31 december | - 419,5 | - 23,6 | - 51,5 | - 222,1 | - 716,7 | |
| Bijzondere waardeverminderingen per 1 januari | - 106,7 | - 5,1 | - 111,8 | |||
| Toename bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| verantwoord in de resultatenrekening | - 31,7 | - 1,3 | - 33,0 | |||
| Omrekeningsverschillen | 2,1 | 2,1 | ||||
| Overige | - 3,2 | - 3,2 | ||||
| Bijzondere waardevermindering per 31 december | - 136,3 | - 9,6 | - 145,9 | |||
| Goodwill en overige immateriële vaste activa per 31 december | 744,5 | 382,6 | 12,5 | 11,3 | 347,2 | 1.498,1 |
Bijzondere waardevermindering van goodwill
Goodwill wordt jaarlijks aan het eind van het jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen door vergelijking van de opbrengstwaarde van kasstroomgenererende eenheden (CGU) met hun boekwaarde. De hoogte van de waarde in gebruik enerzijds en de reële waarde verminderd met verkoopkosten anderzijds bepaalt de opbrengstwaarde. Het type van de overgenomen onderneming is bepalend voor de definiëring van een CGU. Binnen Ageas zijn thans alle CGU's gedefinieerd als een (juridische) entiteit, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk. De entiteiten in het Verenigd Koninkrijk die in de makelaarsactiviteiten actief zijn in het subsegment Overige verzekeringen worden op basis van het niveau van operationele integratie en gangbaar management beschouwd als een CGU.
De realiseerbare waarde van een kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald door berekening van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen van die CGU. De belangrijkste aannames die zijn gebruikt in het kasstroommodel zijn afhankelijk van de inputgegevens die verschillende financiële en economische variabelen weerspiegelen, zoals de risicovrije rente in een land en een premie die het inherente risico van de betreffende entiteit weergeeft.
Deze variabelen worden bepaald op basis van een beoordeling door het management. Indien een onderneming een beursnotering kent, wordt de marktkoers eveneens als element in de evaluatie betrokken.
De volgende tabel toont de goodwill en de bijzondere waardeverminderingen op de belangrijkste kasstroomgenererende eenheden per 31 december 2012:
| Goodwill | Bijzondere waardeverminderingen |
Netto bedrag |
Segment | Gebruikte methode voor waardebepaling |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom genererende eenheid (CGU) | |||||
| Ageas (VK) | 289,2 | 31,5 | 257,7 | Verenigd Koninkrijk (VK) | Waarde in gebruik |
| Millenniumbcp Ageas | 168,4 | 168,4 | Continentaal Europa | Waarde in gebruik | |
| Ageas Insurance Company Asia | 303,6 | 104,8 | 198,8 | Azië | Waarde in gebruik |
| UBI Assicurazioni | 95,9 | 95,9 | Continentaal Europa | Waarde in gebruik | |
| Overige | 23,7 | 23,7 | Continentaal Europa / België | Waarde in gebruik | |
| Totaal | 880,8 | 136,3 | 744,5 |
Ageas Insurance Company Asia
De goodwill voor Ageas Insurance Company Asia bedroeg in 2012 EUR 303,6 miljoen (2011: EUR 308,9 miljoen). Netto, na bijzondere waardeverminderingen, bedroeg de goodwill EUR 198,8 miljoen (2011: EUR 202.3 miljoen). Het verschil in bedrag tussen 2012 en 2011 wordt veroorzaakt door wisselkoersverschillen tussen de euro en de Hong Kong dollar. Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruik gemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. De belangrijkste drijfveer voor het businessplan zijn de verwachte groeipercentages op basis van onafhankelijke marktonderzoeken. De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 3%, dat eveneens op die onderzoeken is gebaseerd. Het gebruikte disconteringspercentage van 8,1% is ontleend aan de risicovrije rente, het landenrisico, de marktrisicopremie en de bètacoëfficiënt van 1,0 zoals die door professionele aanbieders van marktgegevens wordt verzorgd. De uitkomst van de toets op bijzondere waardeverminderingen was dat de realiseerbare waarde hoger was dan de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill. Op de goodwill van deze CGU is derhalve geen bijzondere waardevermindering verantwoord. De uitkomst van de toets op bijzondere waardeverminderingen hangt samen met de mate waarin Ageas Insurance Company Asia dividend kan uitkeren. In verband met de solvabiliteitsregels in Hongkong is de mogelijkheid voor dividenduitkeringen zeer gevoelig voor rentebewegingen. Een verdere daling van de lange rente kan dan ook aanleiding zijn voor een aanvullende significante bijzondere waardevermindering van goodwill. De positieve uitkomst van de toets op bijzondere waardeverminderingen wordt echter ondersteund door bewijzen in de markt (namelijk de verkoop van een vergelijkbare verzekeringsmaatschappij).
Op basis van de gevoeligheidsanalyse van de aannames zou er op de goodwill voor Ageas Insurance Company Asia nog steeds geen bijzondere waardevermindering hoeven te worden verantwoord indien het groeipercentage met 0,5 procentpunt daalt of het disconteringspercentage met 0,5 procentpunt stijgt.
Millenniumbcp Ageas
Voor Millenniumbcp Ageas is goodwill verantwoord ten bedrage van EUR 168,4 miljoen (2011: EUR 168,4 miljoen). Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruik gemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. De businessplannen houden rekening met de moeilijke economische situatie in Portugal, die geleid heeft tot minder nadruk op Leven producten en meer nadruk op Niet-Leven producten. De schattingen met betrekking tot de kasstromen worden verder beïnvloed door de reserves die genomen zijn in de begrotingperiode in verband met de voorziene daling in Leven en de verwachte daling van de solvabiliteitsratio tot het niveau van 175%.
De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,0%, een realistische inschatting van de verwachte inflatie in Portugal. De disconteringsvoet is gebaseerd op de risicovrije rente, het landenrisico, de marktrisicopremie en de bètacoëfficiënt van 1,05 en bedraagt 11,6%. De uitkomst van de toets op bijzondere waardeverminderingen was dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof. Er was derhalve geen aanleiding voor een bijzondere waardevermindering van de goodwill voor Millenniumbcp Ageas.
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen hoeft er zelfs geen bijzondere waardevermindering van de goodwill voor Millenniumbcp Ageas te worden verantwoord als het groeitempo met 2,6% daalt of de disconteringsvoet met 2,0% stijgt. De uitkomst van de toets is ook gevoelig voor de beoogde solvabiliteitsmarge. Bedraagt die marge in overeenstemming met de Portugese markt 125%, dan kan de disconteringsvoet toenemen naar 14,5% voor bijzondere waardevermindering van de goodwill.
UBI Assicurazioni
Voor UBI Assicurazioni is goodwill verantwoord ten bedrage van EUR 95,9 miljoen (2011: EUR 111,0 miljoen). Dit verschil tussen 2012 en 2011 is toe te schrijven aan een aanpassing in de verwachte uitkomst van de 'earn out' zoals overeengekomen bij overname. Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruik gemaakt van verwachte dividenden op basis van het bedrijfsplan voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. Omdat de bedrijfsplannen zijn gebaseerd op een hogere penetratiegraad in het distributiekanaal van UBI Banca en nieuwe producten, wordt de planningshorizon van vijf jaar als correct beschouwd.
De schattingen voor de periode daarna zijn geëxtrapoleerd op basis van een groeipercentage van 2,5%, een inschatting van de verwachte inflatie en lokale marktontwikkelingen voor het bankkanaal. De disconteringsvoet is gebaseerd op de risicovrije rente, het landenrisico, de marktrisicopremie en de bètacoëfficiënt van 1,1 en bedraagt 10,1%. De uitkomst van de toets op bijzondere waardeverminderingen was dat de realiseerbare waarde de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill overtrof. Er is geen bijzondere waardevermindering van de goodwill voor UBI Assicurazioni verantwoord.
Op basis van de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse van de veronderstellingen hoeft er zelfs geen bijzondere waardevermindering van de goodwill voor UBI Assicurazioni te worden verantwoord als het langetermijn groeitempo met 1,2% daalt, de disconteringsvoet met 0,9% stijgt.
Makelaarsactiviteiten Verenigd Koninkrijk
De goodwill voor makelaaractiviteiten in het Verenigd Koninkrijk (inclusief Kwik Fit Insurance Services en Castle Cover Limited) bedroeg in 2012 EUR 289,2 miljoen (2011: EUR 282,5 miljoen). Het verschil in bedrag tussen 2012 en 2011 wordt veroorzaakt door wisselkoersverschillen tussen de euro en het Britse pond.
Voor de berekening van de bedrijfswaarde wordt gebruik gemaakt van verwachte dividenden op basis van businessplannen voor vijf jaar zoals dat door het lokale management en het management van Ageas is goedgekeurd. Veranderingen in de markt, een sterk concurrerend klimaat en moeilijke economische omstandigheden zetten de verwachte resultaten van deze CGU onder druk. De gehanteerde disconteringsvoet -inclusief een bètacoëfficiënt van 1,0 bedraagt 9,3%. Met het oog op de ongunstige ontwikkelingen in de particuliere activiteiten wordt voorbij de prognoseperiode geen groei voorzien. De uitkomst van de toets op bijzondere waardeverminderingen was dat de realiseerbare waarde niet overeenkwam met de boekwaarde van de CGU inclusief goodwill. Vanwege de negatieve uitkomst van de toets op bijzondere waardeverminderingen voor makelaaractiviteiten UK is er op de goodwill een bijzondere waardevermindering opgenomen van EUR 30,9 miljoen, uitgaande van de gemiddelde wisselkoers. Eind 2012 bedroeg de bijzondere waardevermindering tegen de slotkoers EUR 31,5 miljoen.
Afschrijvingsschema VOBA
VOBA zal met ingang van 2013 naar verwachting als volgt worden afgeschreven:
| Geschatte afschrijving VOBA | |
|---|---|
| 2013 | 36,2 |
| 2014 | 35,0 |
| 2015 | 32,8 |
| 2016 | 31,8 |
| 2017 | 30,8 |
| Later | 216,0 |
25 VERZEKERINGS VERPLICHTINGEN
De verzekeringsverplichtingen kunnen worden onderverdeeld naar:
- Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven (zie 25.1)
- Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven (zie 25.2)
- Verplichtingen inzake unit-linked contracten (zie 25.3)
- Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven (zie 25.4)
Nadere informatie over deze verzekeringsverplichtingen wordt hierna weergegeven.
25.1 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven per 31 december:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Verplichting voor toekomstige uitkering aan polishouders | 24.866,7 | 24.055,4 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 312,0 | 298,4 |
| Shadow accounting | 738,3 | 19,5 |
| Voor eliminaties | 25.917,0 | 24.373,3 |
| Eliminaties | - 2,7 | - 2,9 |
| Bruto | 25.914,3 | 24.370,4 |
| Herverzekering | - 145,4 | - 39,6 |
| Netto | 25.768,9 | 24.330,8 |
De wijzigingen in de Verplichtingen inzake levensverzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) zijn als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 24.373,3 | 23.941,0 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 346,4 | |
| Bruto premies | 2.587,3 | 2.475,9 |
| Tijdswaarde | 957,5 | 787,1 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 2.023,6 | - 1.968,7 |
| Transfer tussen verplichtingen | 68,9 | 28,6 |
| Omrekeningsverschillen | - 25,0 | 42,6 |
| Aanpassing shadow accounting | 718,8 | - 41,6 |
| Nettowijzing in groep contracten | - 35,9 | 166,1 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 704,3 | - 711,3 |
| Stand per 31 december | 25.917,0 | 24.373,3 |
De toename van de verplichtingen uit hoofde van levensverzekeringscontracten wordt vooral veroorzaakt door het bruto premie-inkomen en door de tijdswaarde (dankzij een per saldo beter beleggingsresultaat), en wordt voor een deel tenietgedaan door verval en door de desinvestering van de levensverzekeringsactiviteiten in Luxemburg en Duitsland eind 2011. De 'shadow accounting'-aanpassing heeft te maken met de nietgerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille als gevolg van de gedaalde obligatierente en spread. De overdracht van verplichtingen betreft vooral interne bewegingen uit unit-linked contracten. Omrekeningsverschillen hebben met name betrekking op een lagere Hong Kong Dollar. De regel Nettowijziging in groepscontracten compenseert diezelfde regel voor unit-linked contracten (zie 25.3). Overige wijzigingen, inclusief risicodekking geldt hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten en varieert daarom met het volume van de instroom.
De toereikendheid van Verzekeringsverplichtingen wordt door iedere onderneming op elke rapportagedatum getoetst ('Liability Adequacy Test'). De toetsen worden uitgevoerd op juridisch uitwisselbaar niveau (niveau van activa pools) voor Leven.
Ageas kijkt naar de huidige beste schattingen van alle contractuele kasstromen, inclusief verwante kasstromen zoals (her)beleggingsrendementen en kosten. De veronderstellingen zijn intern consistent met de veronderstellingen die worden gebruikt voor het maken van beste schattingen van kasstromen. Bij Levencontracten wordt onder andere rekening gehouden met de kasstromen uit deterministische schattingen. De contante waarde van die kasstromen wordt bepaald met gebruik van een risicovrije disconteringsvoet. Tekorten worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening. De toereikendheidstoetsen per jaareinde 2012 hebben de toereikendheid van de verplichtingen bevestigd.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen, die voortvloeien uit verzekeringscontracten Leven, was in 2012 en 2011 niet materieel.
25.2 Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven per 31 december:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 |
|---|---|
| 28.106,7 | 27.049,2 |
| 176,9 | 114,1 |
| 817,1 | 38,2 |
| 29.100,7 | 27.201,5 |
| 29.100,7 | 27.201,5 |
De wijzigingen in de Verplichtingen inzake beleggingscontracten Leven zijn als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 27.201,5 | 26.913,8 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 244,7 | |
| Bruto premies | 2.840,2 | 2.655,6 |
| Tijdswaarde | 653,5 | 662,7 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 2.367,2 | - 2.698,2 |
| Transfer tussen verplichtingen | 102,7 | - 11,9 |
| Omrekeningsverschillen | - 0,5 | 0,8 |
| Aanpassing shadow accounting | 778,9 | 4,0 |
| Nettowijzing in groep contracten | - 1,5 | 1,4 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 106,9 | - 82,0 |
| Stand per 31 december | 29.100,7 | 27.201,5 |
De toename van de verplichtingen uit hoofde van levensverzekeringscontracten wordt vooral veroorzaakt door een stijgend bruto premie-inkomen (vooral in België) en door de tijdswaarde (dankzij een per saldo beter beleggingsresultaat), en wordt voor een deel tenietgedaan door de desinvestering van de levensverzekeringsactiviteiten in Luxemburg eind 2011. De 'shadow accounting' aanpassing heeft te maken met de niet-gerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingsportefeuille als gevolg van de gedaalde obligatierente en spread. De overdracht van verplichtingen betreft vooral interne bewegingen uit unit-linked contracten. De regel Nettowijziging in groepscontracten compenseert diezelfde regel voor unit-linked contracten (zie 25.3). Overige wijzigingen, inclusief risicodekking geldt hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten en varieert daarom met het volume van de instroom.
De toereikendheid van Verzekeringsverplichtingen wordt door iedere onderneming op elke rapportagedatum getoetst ('Liability Adequacy Test'). De toetsen worden uitgevoerd op juridisch fungibel niveau (niveau van activa pools) voor Leven.
Ageas kijkt naar de huidige beste schattingen van alle contractuele kasstromen, inclusief verwante kasstromen zoals (her)beleggingsrendementen en kosten. De veronderstellingen zijn intern consistent met de veronderstellingen die worden gebruikt voor het maken van beste schattingen van kasstromen. Bij beleggingscontracten Leven wordt onder andere rekening gehouden met de kasstromen uit deterministische schattingen. De contante waarde van die kasstromen wordt bepaald met gebruik van een risicovrije disconteringsvoet. Tekorten worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening. De toereikendheidstoetsen per jaareinde 2012 hebben de toereikendheid van de verplichtingen bevestigd.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen, die voortvloeien uit beleggingscontracten Leven, was in 2012 en 2011 niet materieel.
25.3 Verplichtingen inzake unit-linked contracten
De Verplichtingen inzake unit-linked contracten voor rekening en risico van polishouders gesplitst naar verzekerings- en beleggingscontracten kunnen als volgt worden weergegeven:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Verzekeringscontracten | 1.625,7 | 1.486,1 |
| Beleggingscontracten | 12.141,3 | 11.337,7 |
| Totaal | 13.767,0 | 12.823,8 |
Het verloop van de Verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van verzekeringscontracten is als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.486,1 | 1.711,6 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 30,8 | |
| Bruto premies | 161,8 | 186,7 |
| Wijzigingen in reële waarde / tijdswaarde | 55,0 | - 65,0 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 88,2 | - 124,7 |
| Transfer tussen verplichtingen | - 15,9 | - 29,6 |
| Omrekeningsverschillen | - 0,7 | 0,8 |
| Nettowijzing in groep contracten | 35,9 | - 166,1 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 8,3 | 3,2 |
| Stand per 31 december | 1.625,7 | 1.486,1 |
Het verloop van de Verplichtingen inzake unit-linked contracten op basis van beleggingscontracten is als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 11.337,7 | 20.119,3 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | - 7.304,2 | |
| Bruto premies | 1.103,4 | 1.813,0 |
| Tijdswaarde | 1.688,3 | - 568,6 |
| Betalingen voor afkopen, einde looptijd en overige | - 1.861,3 | - 2.706,7 |
| Transfer tussen verplichtingen | - 108,7 | 2,4 |
| Omrekeningsverschillen | - 10,8 | 11,2 |
| Nettowijzing in groep contracten | 1,5 | - 1,4 |
| Overige wijzigingen, inclusief risicodekking | - 8,8 | - 27,3 |
| Stand per 31 december | 12.141,3 | 11.337,7 |
De verandering van de verplichtingen bij beide typen contracten wordt veroorzaakt door de desinvestering van de activiteiten in Luxemburg (dat zeer actief was in unit-linked) eind 2011 en de geringere belangstelling voor unit-linked. De gestegen tijdswaarde valt te herleiden tot een hogere waarde per unit als gevolg van de verbeterde economische omstandigheden. De overdracht van verplichtingen betreft vooral interne bewegingen uit unit-linked contracten. Omrekeningsverschillen hebben met name betrekking op een lagere Hong Kong dollar. De regel Nettowijziging in groepscontracten compenseert diezelfde regel voor Niet unitlinked contracten (zie 25.1 en 25.2). Overige wijzigingen, inclusief risicodekking geldt hoofdzakelijk verzekerings- en actuariële risico's van garanties in de contracten.
25.4 Verplichtingen inzake verzekeringscontracten Niet-Leven
De volgende tabel geeft een overzicht van de Verplichtingen inzake Niet-Leven verzekeringscontracten per 31 december:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Schadeverplichting | 5.595,5 | 4.606,9 |
| Niet-verdiende premies | 1.832,1 | 1.587,3 |
| Verplichting voor winstdeling polishouders | 7,9 | 9,7 |
| Shadow accounting | 100,8 | |
| Bruto | 7.536,3 | 6.203,9 |
| Herverzekering | - 522,6 | - 428,8 |
| Netto | 7.013,7 | 5.775,1 |
Door het lange termijn karakter van met name de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wordt de gerelateerde verplichting verdisconteerd. Als gevolg van de dalende rentes is in 2012 een bedrag met betrekking tot shadow accounting gerapporteerd.
Het verloop van de verplichtingen inzake Niet-Leven verzekeringscontracten (voor herverzekering en eliminaties) is als volgt:
| 2012 | 2011 | ||
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 6.203,9 | 5.448,6 | |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 797,2 | - 90,4 | |
| Toevoeging verplichtingen huidig jaar | 3.085,1 | 2.644,7 | |
| Betaalde schaden huidig jaar | - 1.500,2 | - 1.280,6 | |
| Wijziging verplichtingen huidig jaar | 1.584,9 | 1.364,1 | |
| Toevoeging verplichtingen voorgaande jaren | - 95,7 | - 85,5 | |
| Betaalde schaden voorgaande jaren | - 1.044,4 | - 924,9 | |
| Wijzigingen in de verplichtingen voor voorgaande jaren | - 1.140,1 | - 1.010,4 | |
| 444,8 | 353,7 | ||
| Aanpassing niet-verdiende premies | - 47,9 | 398,7 | |
| Transfer tussen verplichtingen | 2,7 | 28,5 | |
| Omrekeningsverschillen | 38,6 | 74,3 | |
| Shadow accounting | 100,8 | ||
| Overige wijzigingen | - 3,8 | - 9,5 | |
| Stand per 31 december | 7.536,3 | 6.203,9 |
De verandering in de verplichtingen wordt beïnvloed door de overname van Groupama Insurance Company Ltd. in 2012 en de verkoop van de Niet-Levenverzekeringscontractverplichtingen van Intreinco N.V. in 2011. De verandering in de niet-verdiende premies reflecteert dat de bedrijfsactiviteit van Tesco Insurance Ltd. steeds verder volgroeid raakt. Hogere volumes, een betere combined ratio en shadow accounting vormen eveneens een verklaring voor de mutaties in de verplichtingen.
De toereikendheid van Verzekeringsverplichtingen wordt door iedere onderneming op elke rapportagedatum getoetst ('Liability Adequacy Test'). De toetsen worden uitgevoerd op een niveau van homogene productgroepen voor Niet-Leven. Tekorten worden onmiddellijk verantwoord in de resultatenrekening. De toereikendheidstoetsen per jaareinde 2012 hebben de toereikendheid van de verplichtingen bevestigd.
Het effect van wijzigingen in veronderstellingen die gebruikt worden voor het waarderen van de verplichtingen, die voortvloeien uit verzekeringscontracten Niet-leven, was in 2012 en 2011 niet materieel.
25.5 Verzekeringsverplichtingen en toereikendheidstoetsen
Elk verzekeringsbedrijf binnen Ageas treft voorzieningen voor toekomstige claims uit hoofde van polissen en bestemt activa ten behoeve van deze verplichtingen. Hiertoe worden onder meer schattingen gemaakt en aannames gedaan die van invloed kunnen zijn op de bedragen die in het komende jaar worden verantwoord voor activa, verplichtingen, eigen vermogen en winst. Deze schattingen worden per elke verslagdatum geëvalueerd op basis van statistische analyses, die zijn gebaseerd op interne en externe historische gegevens.
De toereikendheid van de verzekeringsverplichtingen wordt op elke verslagdatum geëvalueerd en eventueel noodzakelijke verhogingen van de verplichtingen worden direct ten laste van de resultatenrekening gebracht. Het toetsingsbeleid ('Liability Adequacy Testing', LAT Policy) en -proces voor de toereikendheid van de verplichtingen voldoen aan de eisen die IFRS stelt.
In verband met potentiële onjuistheden die inherent zijn aan de technieken, aannames en gegevens die worden gebruikt bij het maken van statistische analyses, kan het risico dat de uiteindelijke claims hoger zullen uitvallen dan de gevormde verplichtingen uit hoofde van de verzekerings- en beleggingscontracten niet volledig worden geëlimineerd. Ageas houdt extra solvabiliteit aan om het risico dat aan de verplichtingen aan de polishouder en andere verplichtingen niet kan worden voldaan tot een zeer laag niveau te verminderen.
De relatieve variabiliteit van de verwachte uitkomsten is geringer naarmate de portefeuilles groter zijn en sterker zijn gespreid. Factoren die zouden leiden tot een toename van het verzekeringsrisico zijn onder meer een gebrek aan risicospreiding qua type risico, risicobedrag, geografische locatie en sector, negatieve veranderingen in de omgeving (zoals wetswijzigingen, etc.) en extreme gebeurtenissen, zoals orkanen.
Het verzekeringsrisico kan worden beperkt door risicobeperkende factoren zoals herverzekering. Dat geldt bijvoorbeeld (niet alleen) voor met het weer samenhangende omstandigheden in Europa.
Overzicht verzekeringsverplichtingen
Levenverplichtingen
Zodra een polis is verkocht, worden verplichtingen getroffen die ervoor moeten zorgen dat er voldoende middelen aanwezig zijn om te voldoen aan toekomstige claims uit hoofde van die polis.
Niet-levenverplichtingen
Niet-Levenverplichtingen worden getroffen voor schadegebeurtenissen die wel al hebben plaatsgevonden maar die nog niet zijn afgewikkeld (vervallen risico's). Over het algemeen bepaalt Ageas verplichtingen voor schade per productcategorie, dekking en jaar en houdt daarbij rekening met voorzichtige uitkeringsramingen inzake gemelde schade (zonder contant maken) en schattingen van (nog) niet gemelde schadegevallen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de schade-afwikkelingskosten en inflatie.
Lopende risico's voor schadegevallen waarvoor premiebetalingen zijn ontvangen maar waarvan het risico nog niet is vervallen worden gedekt door de verplichting voor niet-verdiende premies binnen de verplichtingen die voortvloeien uit verzekerings- en beleggingscontracten.
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verplichtingen per bedrijfssegment:
| Niet-Leven bruto split in verplichtingen | Leven bruto split in verplichtingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | Niet-verdiende | Uitstaande | Totaal | Unit- | Traditioneel | |
| 31 december 2012 | Niet-Leven | premies | claims | Leven | linked | Leven |
| België | 3.405,7 | 355,4 | 2.949,5 | 52.702,5 | 6.035,2 | 46.667,3 |
| VK | 3.435,5 | 1.233,6 | 2.202,0 | 93,7 | 93,7 | |
| Continentaal Europa | 695,1 | 243,1 | 451,9 | 14.138,0 | 7.165,1 | 6.972,9 |
| Azië | 1.850,5 | 566,7 | 1.283,8 | |||
| Eliminaties | - 2,7 | - 2,7 | ||||
| Insurance totaal | 7.536,3 | 1.832,1 | 5.603,4 | 68.782,0 | 13.767,0 | 55.015,0 |
| Niet-Leven bruto split in verplichtingen | Leven bruto split in verplichtingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | Niet-verdiende | Uitstaande | Totaal | Unit- | Traditioneel | |
| 31 december 2011 | Niet-Leven | premies | claims | Leven | linked | Leven |
| België | 3.195,9 | 347,9 | 2.848,0 | 49.093,0 | 5.894,3 | 43.198,7 |
| VK | 2.347,6 | 1.016,9 | 1.330,7 | |||
| Continentaal Europa | 660,4 | 222,5 | 437,9 | 13.722,2 | 6.528,5 | 7.193,7 |
| Azië | 1.583,4 | 401,0 | 1.182,4 | |||
| Eliminaties | - 2,9 | - 2,9 | ||||
| Insurance totaal | 6.203,9 | 1.587,3 | 4.616,6 | 64.395,7 | 12.823,8 | 51.571,9 |
26 SCHULD BEWIJZEN
De volgende tabel toont de verschillende Schuldbewijzen (EMTN) die Ageas heeft uitgegeven en de bedragen die per 31 december uitstaan:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Tegen geamortiseerde kostprijs | 97,3 | 152,5 |
| Tegen reële waarde met waardeveranderingen | ||
| in de resultatenrekening | 89,5 | 104,2 |
| Totaal schuldbewijzen | 186,8 | 256,7 |
Als gevolg van de veranderingen in de samenstelling van de voormalige Fortis-groep in oktober 2008, is er een onherstelbare inbreuk op de leningvoorwaarden ontstaan waardoor alle schuldbewijzen in gebreke en direct opvraagbaar zijn tegen de nominale waarde (van overige inbreuken op de leningvoorwaarden is geen sprake). Schuldbewijzen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden derhalve gewaardeerd op minimaal de nominale waarde. De nominale waarde van tegen reële waarde aangehouden schuldbewijzen met waardeveranderingen in de resultatenrekening per 31 december 2012 was EUR 89,5 miljoen (2011: EUR 104,2 miljoen). De waardering van schuldbewijzen tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening is gebaseerd op niveau 2. Ageas heeft geen activa tot zekerheid gesteld voor uitstaande schuldbewijzen.
De contractuele looptijdverdeling van de schuldbewijzen die per 31 december uitstonden, is weergegeven in de tabel hieronder.
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| 2012 | 256,7 | |
| 2013 | 186,8 | |
| Totaal schuldbewijzen | 186,8 | 256,7 |
De afname van de schuldbewijzen gedurende 2012 wordt uitsluitend veroorzaakt door aflossing.
27 ACHTER GESTELDE SCHULDEN
De achtergestelde schulden zijn per 31 december als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| FRESH | 1.250,0 | 1.250,0 |
| - Hybrone |
412,5 | 444,2 |
| - Nitsh I - Nitsh II |
575,9 623,1 |
588,8 619,4 |
| Ageas Hybrid Financing | 1.611,5 | 1.652,4 |
| Overige achtergestelde schulden | 54,0 | 71,2 |
| Totaal achtergestelde schulden | 2.915,5 | 2.973,6 |
27.1 FRESH
Ageasfinlux S.A. heeft op 7 mei 2002 een Floating Rate Equity-linked Subordinated Hybrid obligatielening zonder afloopdatum (FRESH) uitgegeven ten bedrage van EUR 1.250 miljoen met een nominale waarde van EUR 250.000 per obligatie. De coupons zijn per kwartaal achteraf betaalbaar tegen een variabele rentevoet gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met 135 basispunten.
De FRESH is uitgegeven door Ageasfinlux S.A., met ageas SA/NV en als mededebiteur. Terugbetaling van de hoofdsom vindt niet in geld plaats. De houders van de FRESH kunnen ten opzichte van de mededebiteuren alleen recht doen gelden op 3,97 miljoen Ageas aandelen die Ageasfinlux S.A. ten gunste van de houders van de FRESH in onderpand heeft gegeven. In afwachting van het omruilen van de FRESH tegen Ageas aandelen hebben deze Ageas aandelen geen dividend- of stemrecht (het per 31 december 2012 gerapporteerde aantal uitstaande Ageas aandelen is inclusief de 3,97 miljoen Ageas aandelen die zijn uitgegeven voor deze omruil).
In het geval dat geen dividend wordt betaald op aandelen Ageas, of dat het vast te stellen dividend met betrekking tot een boekjaar onder de drempel ligt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere uitzonderlijke omstandigheden, zal de betaling van coupons plaatsvinden in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). De ACSM houdt in dat nieuwe aandelen Ageas worden uitgegeven en geleverd aan de houders van de FRESH. Tot op heden zijn alle coupons contant betaald. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare maatschappelijke kapitaal ontoereikend is voor ageas SA/NV om de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is. Vanwege deze kenmerken wordt de FRESH behandeld als onderdeel van het voor de toezichthouder kwalificerend vermogen.
De FRESH-obligaties kennen geen vervaldatum, maar kunnen naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 315 per aandeel. De obligaties worden automatisch omgezet in aandelen Ageas indien de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende handelsdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 472,50.
27.2 Ageas Hybrid Financing SA
In 2006 heeft Ageas een special purpose vehicle opgericht onder de naam Ageas Hybrid Financing SA, dat eeuwigdurende sterk achtergestelde en onder gelijke condities uitgegeven effecten uitgaf en de opbrengsten daarvan investeerde in instrumenten van (voormalige) werkmaatschappijen van Ageas. Deze instrumenten worden meegenomen in de berekening van de solvabiliteit voor deze entiteiten. De door Ageas Hybrid Financing SA uitgegeven effecten vallen onder een zogenoemde 'support agreement' en een achtergestelde garantie afgegeven door ageas SA/NV.
Ageas Hybrid Financing SA heeft in 2006 een obligatie van EUR 500 miljoen uitgegeven onder de naam 'Hybrone', tegen een coupon van 5,125% tot 20 juni 2016 en driemaands Euribor plus 200 basispunten daarna. In 2008 is een obligatielening genaamd 'Nitsh I' ter waarde van USD 750 miljoen uitgegeven, met een coupon van 8,25%, naast een obligatielening 'Nitsh II' van EUR 625 miljoen met een coupon van 8,0%. Nitsh I kan voor het eerst worden opgevraagd op 27 augustus 2013 en Nitsh II op 2 juni 2013. De Hybrone is opvraagbaar in 2016.
De opbrengsten van deze leningen werden doorgeleend aan AG Insurance (EUR 750 miljoen) en aan BNP Paribas Fortis SA/NV voor respectievelijk EUR 375 miljoen en USD 750 miljoen. Uit hoofde van de 'Support Agreement' is ageas SA/NV verplicht om zodanige middelen aan Ageas Hybrid Financing SA te verstrekken als nodig om de couponverplichtingen te voldoen in ieder jaar dat Ageas een dividenduitkering vaststelt, ofwel om de coupon te betalen via de ACSM indien de entiteiten die de opbrengsten hebben ontvangen de coupons op de doorgeleende leningen niet in contanten voldoen tengevolge van schending van de toepasselijke wettelijke minimale solvabiliteitseisen.
In het geval dat Ageas beneden het wettelijk vereiste minimum solvabiliteitsniveau komt of de geconsolideerde activa kleiner zijn dan de verplichtingen exclusief schulden die niet beschouwd worden als 'Senior Debt' of in het geval dat Ageas Hybrid Financing SA die keuze maakt, dan wordt de couponbetaling vervangen door een afrekening via de ACSM.
27.3 Overige achtergestelde schulden
De EUR 54 miljoen die per 31 december 2012 onder Achtergestelde schulden is verantwoord (eind 2011: EUR 71,2 miljoen), is inclusief een eeuwigdurende achtergestelde lening van EUR 51 miljoen uitgegeven door Tesco Underwriting en gewaarborgd door Tesco Bank.
28 LENINGEN
De volgende tabel toont de samenstelling van de Leningen per 31 december:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Schulden aan banken | 1.691,1 | 2.043,5 |
| Schulden aan klanten | 103,8 | 97,2 |
| Overige schulden | 173,1 | 136,3 |
| Totaal schulden | 1.968,0 | 2.277,0 |
28.1 Schulden aan banken
De schulden aan banken zijn als volgt samengesteld:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Bankdeposito's: | ||
| Direct opeisbaar | 2,2 | 2,3 |
| Overige | 42,2 | 32,6 |
| Totaal deposito's | 44,4 | 34,9 |
| Terugkoopovereenkomsten | 908,2 | 1.279,6 |
| Overige | 738,5 | 729,0 |
| Totaal schulden aan banken | 1.691,1 | 2.043,5 |
De afname van Terugkoopovereenkomsten wordt vooral veroorzaakt door het verlopen van overeenkomsten.
Ageas heeft bepaalde activa als zekerheid gesteld (bijvoorbeeld beleggingen, materiële vaste activa en deposito's aan banken) met een boekwaarde van EUR 1.397,6 miljoen (2011: EUR 1.631,8 miljoen) ten opzichte van schulden aan banken.
Contractuele looptijd van deposito's van banken
De contractuele looptijd van door banken aangehouden deposito's is per 31 december als volgt verdeeld:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| 2012 | 34,9 | |
| 2013 | 44,4 | |
| Totaal deposito's | 44,4 | 34,9 |
28.2 Schulden aan klanten
De samenstelling van Schulden aan klanten is als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Deposito's | 0,6 | 0,5 |
| Overige financieringen | 7,1 | 5,4 |
| Depots van herverzekeraars | 96,1 | 91,3 |
| Totaal schulden aan klanten | 103,8 | 97,2 |
28.3 Overige financieringen
De volgende tabel toont de samenstelling van de Overige financieringen per 31 december:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Financiële leaseverplichtingen | 27,6 | 32,5 |
| Overige | 145,5 | 103,8 |
| Totaal overige financieringen | 173,1 | 136,3 |
De lijn Overige heeft met name betrekking op de financiering van vastgoedinvesteringen.
Financiële leaseverplichtingen
De verplichtingen van Ageas inzake financiële leaseovereenkomsten kunnen als volgt worden weergegeven:
| 2012 Contante waarde |
2011 Contante waarde |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| Minimum | van minimum | Minimum | van minimum | ||
| leasebetalingen | leasebetalingen | leasebetalingen | leasebetalingen | ||
| Tot 3 maanden | 1,3 | 0,9 | 1,6 | 1,0 | |
| 3 maanden tot 1 jaar | 4,4 | 2,8 | 4,7 | 3,1 | |
| 1 jaar tot 5 jaar | 9,3 | 5,6 | 11,6 | 9,5 | |
| Langer dan 5 jaar | 60,0 | 18,3 | 62,3 | 18,9 | |
| Totaal | 75,0 | 27,6 | 80,2 | 32,5 | |
| Toekomstige financieringslasten | 47,4 | 47,7 |
Overige
De looptijdverdeling van de Overige financieringen, exclusief financiële leaseverplichtingen, is als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Tot 3 maanden | 0,9 | 5,3 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 14,3 | |
| 1 jaar tot 5 jaar | 89,9 | 90,1 |
| Langer dan 5 jaar | 40,4 | 8,4 |
| Totaal | 145,5 | 103,8 |
29 ACUTE EN UITGESTELDE BELASTINGEN
Een nadere detaillering van de Uitgestelde winstbelastingen per 31 december is als volgt:
| Balans Resultatenrekening |
||||
|---|---|---|---|---|
| 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen op: | ||||
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | 85,9 | 130,2 | 3,0 | 43,7 |
| Vastgoedbeleggingen | 11,6 | 19,5 | - 7,8 | 7,1 |
| Materiële vaste activa | 47,1 | 44,6 | 3,0 | 0,3 |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 6,2 | 6,6 | - 0,4 | - 23,4 |
| Verzekeringspolis en claim reserves | 784,8 | 299,6 | 4,4 | - 6,5 |
| Voorzieningen voor pensioenen en | ||||
| uitkeringen na uitdiensttreding | 42,6 | 43,4 | - 0,8 | - 0,6 |
| Overige voorzieningen | 8,4 | 7,1 | 1,2 | 0,2 |
| Overlopende kosten en vooruit ontvangen opbrengsten | 1,5 | 2,6 | - 1,1 | - 1,7 |
| Niet-aangewende compensabele verliezen | 140,2 | 296,1 | - 122,5 | 54,0 |
| RPN(I) | 56,1 | 56,1 | - 81,1 | |
| Overige | 71,2 | 115,9 | - 47,5 | 13,1 |
| Bruto uitgestelde belastingvorderingen | 1.255,6 | 1.021,7 | - 168,5 | 5,1 |
| Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen | - 91,1 | - 94,7 | 0,9 | 23,1 |
| Netto uitgestelde belastingvorderingen | 1.164,5 | 927,0 | - 167,6 | 28,2 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen op: | ||||
| Afgeleide financiële instrumenten (activa) | 0,5 | 1,9 | 1,4 | - 0,7 |
| Beleggingen (beschikbaar voor verkoop) | 1.726,3 | 409,1 | - 2,7 | - 111,4 |
| Unit-linked beleggingen | 3,4 | 2,7 | - 0,7 | - 2,7 |
| Vastgoedbeleggingen | 122,2 | 113,1 | 1,3 | 5,5 |
| Leningen aan klanten | 1,4 | 3,0 | 1,6 | |
| Materiële vaste activa | 178,9 | 190,0 | 10,4 | 28,1 |
| Immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 130,4 | 142,4 | 12,1 | 11,0 |
| Overige voorzieningen | 2,8 | 1,5 | - 1,3 | 1,8 |
| Overlopende acquisitiekosten | 61,6 | 58,1 | - 3,4 | - 10,7 |
| Vooruitbetaalde lasten en overlopende baten | 1,5 | 1,5 | 0,1 | 0,1 |
| Belastingvrij gerealiseerde reserves | 39,9 | 42,4 | 2,5 | 3,0 |
| BNP Paribas call optie | 79,5 | 116,5 | 37,0 | 73,0 |
| Overige | 102,8 | 100,6 | - 2,7 | 79,9 |
| Totaal uitgestelde belastingverplichtingen | 2.451,2 | 1.182,8 | 55,6 | 76,9 |
| Uitgestelde belastingopbrengsten (lasten) | - 112,0 | 105,1 | ||
| Netto uitgestelde belastingen | - 1.286,7 | - 255,8 |
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd wanneer sprake is van een wettelijk afdwingbaar recht om acute belastingvorderingen te salderen met acute belastingverplichtingen en de uitgestelde belastingen dezelfde belastingautoriteit betreffen en beoogd zijn op hetzelfde moment te dematerialiseren. De volgende salderingen zijn toegepast:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingvorderingen | 171,7 | 358,8 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 1.458,4 | 614,6 |
| Netto uitgestelde belastingen | - 1.286,7 | - 255,8 |
Per 31 december 2012 was EUR 1.075,5 miljoen ten laste van het eigen vermogen geboekt in verband met uitgestelde belastingen en was EUR 95,0 miljoen ten laste van het eigen vermogen geboekt in verband met acute belastingen (2011: respectievelijk EUR 138,5 miljoen en EUR 24,9 miljoen ten laste van het eigen vermogen).
Uitgestelde belastingvorderingen worden verantwoord voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstig resultaat zal zijn waarmee de uitgestelde belastingvordering verrekend kan worden. Er zijn geen uitgestelde belastingvorderingen verantwoord met betrekking tot niet benutte (gevorderde) belastingverliezen en belastingverminderingen tegen een geschatte belastingwaarde van EUR 4.723 miljoen (2011: EUR 7.362 miljoen). Het verschil met 2011 valt vooral te verklaren uit het herziene lagere bedrag aan belastingverliezen uiteindelijk gerapporteerd op het niveau van ageas N.V. voor 2010 als gevolg van de gesprekken en overeenkomsten met de Nederlandse belastingdienst in het kader van de juridische fusie van ageas SA/NV en ageas N.V. in 2012. Van dat bedrag is EUR 3.895 miljoen oneindig compensabel en expireert een geschatte EUR 360 miljoen over zeven jaar. Het merendeel van de voortgewentelde (gevorderde) belastingverliezen is afkomstig uit de liquidatie van Brussels Liquidation Holding (het voormalige Fortis Brussels, waaronder de bankactiviteiten voorheen ressorteerden). Voor belastingdoeleinden was het verlies op de verkoop van de Fortis Bank pas een feit toen de houdstermaatschappij was geliquideerd.
Uitgestelde belastingvorderingen die afhangen van toekomstige belastbare winsten, die de winsten voortvloeiende uit het terugboeken van bestaande tijdelijke belastingverschillen overtreffen, bedragen EUR 50,1 miljoen (2011: EUR 129,6 miljoen). De uitgestelde belastingvorderingen zijn verantwoord op basis van de verwachting dat in de toekomst voldoende belastbare winsten zullen worden gegenereerd om deze belastingvorderingen te innen.
30 RPN(I)
De RPN(I) is een financieel instrument dat leidt tot kwartaalbetalingen gedaan door of ontvangen van BNP Paribas Fortis SA/NV.
Mechanisme
De betaling per kwartaal wordt vastgesteld als het gemiddelde van de rentebetalingen tegen een rente op jaarbasis van
3-maands EURIBOR plus 20 basispunten op basis van een referentiebedrag zoals dat op iedere handelsdag wordt
berekend.
Het referentiebedrag wordt gedefinieerd als:
- het verschil tussen EUR 3.000 miljoen en de marktwaarde van de CASHES zoals genoteerd op de beurs van Luxemburg, minus
- het verschil tussen EUR 2.350 miljoen en de marktwaarde van 12,53 miljoen aandelen Ageas.
Als het referentiebedrag positief is, betaalt BNP Paribas Fortis SA/NV over het referentiebedrag rente aan Ageas. Is dat referentiebedrag negatief, dan betaalt Ageas over het referentiebedrag rente aan BNP Paribas Fortis SA/NV.
Staatsgarantie
In het voordeel van BNP Paribas Fortis SA/NV heeft de Belgische staat een staatsgarantie uitgegeven op de door Ageas betaalde RPN(I) rente. De jaarlijkse garantievergoeding bedraagt 70 basispunten over het referentiebedrag. Om de betaling van de vergoeding en de middelen van de Belgische staat in geval van wanbetaling te garanderen, garandeert Ageas de Belgische staat een maximum van 14% aandelen AG Insurance.
Waarderingsmethode
Voor de berekening van de marktwaarde van de RPN(I) hanteert Ageas het level 3 waarderingsmodel gebaseerd op de waarderingstechnieken van financiële derivaten welke eind 2009 zijn geïntroduceerd. Voor dit waarderingsmodel geldt een minimum sinds Ageas en BNP Paribas op 6 februari 2012 overeenkomst hebben bereikt over de gedeeltelijke afwikkeling van de RPN(I). BNP Paribas heeft uitstaande CASHES met succesaangeboden en in de onderliggende aandelen Ageas geconverteerd; Ageas heeft BNP Paribas via deze gedeeltelijke afwikkeling schadeloosgesteld. De overeengekomen schadevergoeding voor een 100% conversie was EUR 456 miljoen. Gezien het feit dat BNP Paribas 7.553 van de effecten heeft geconverteerd (van de 12.000 uitstaande CASHES, oftewel 62,94%) heeft Ageas BNP Paribas een schadevergoeding betaald van EUR 287 miljoen. De volledige inkoop van een Tier 1 obligatielening die door BNP Paribas Fortis SA/NV is uitgegeven en voor 95% in handen is van Ageas (voor een nominaal bedrag van EUR 1 miljard) maakt eveneens deel uit van de overeenkomst.
Ageas heeft 88.380 aandelen AG Insurance (14%) in onderpand gegeven aan de Belgische Staat als zekerheid voor de volledige en tijdige performance van de door de Relative Performance Note verzekerde verplichtingen (RPN(I)).
Reële waarde van RPN(I)
Op 31 december 2012 lag de totale verplichting voor RPN(I) op basis van de level 3 waardering en met gebruikmaking van technieken voor fianciële derivaten boven het aangegeven minimum. De totale verplichting volgens het model voor het resterende deel van de RPN(I) bedroeg EUR 165 miljoen (waarvan EUR 134 miljoen in verband met de verplichting uit hoofde van de RPN(I) zelf en EUR 31 miljoen in verband met de staatsgarantie.
Referentiewaarden
Ageas is bij de bepaling van de reële waarde van de RPN(I) uitgegaan van de volgende veronderstellingen en referentiewaarden:
| 31 december 2011 | |
|---|---|
| EUR 22,22 | EUR 12,00 |
| 53,07% | 35,42% |
| EUR 262 miljoen | |
| 3,6% | 6,7% |
| 26% | 57% |
| 0,19% | 1,36% |
| 430 bps | 757 bps |
| 85 bps | 190 bps |
| EUR 165 miljoen | EUR 190 miljoen |
| 31 december 2012 EUR 246 miljoen EUR 143 miljoen |
Veronderstellingen
Ageas heeft de volgende veronderstellingen aangenomen om de marktwaarde van de RPN(I) te bepalen en voor de garantiebetalingen per 31 december 2012:
- de koers van het aandeel Ageas is geschat met behulp van een standaard geometrisch Brownian bewegingsmodel, waarbij is uitgegaan van een oorspronkelijke koers van EUR 22,22, de slotkoers per 31 december 2012, en een gemiddeld dividendrendement van 3,60% over de verwachte looptijd van het instrument en consistent met het waargenomen dividendrendement gebaseerd op slotkoers van de aandelen op 31 december 2012. De volatiliteit van de aandelenkoers die gebruikt is bedraagt 26% en is gebaseerd op de impliciete volatiliteit van de 3-maands opties per einde december 2012;
- de prijs van de CASHES is geschat op basis van de op de CASHES van toepassing zijnde termijnspread curve met een extra stochastische afwijking, met een risicovrij rentemodel afgestemd op de markt, en met spreadcurves afgestemd op de marktwaarde van de CASHES van 53,07% op 31 december 2012. Voor modelleringsdoeleinden is verondersteld dat de CASHES een constante looptijd van 50 jaar hebben op ieder moment in de toekomst, voorbij welke de bijdrage van de gedisconteerde vrije kasstromen te verwaarlozen zal zijn;
- de huidige en toekomstige risicovrije rentevoet is afgeleid van marktgegevens per 31 december 2012 en zijn geschat aan de hand van een standaard arbitragevrij rentemodel;
- in het waarderingsmodel wordt tevens rekening gehouden met de mogelijkheid van conversie die in de CASHES is ingebouwd, tegen een koers van EUR 239,4 (naar keuze) en EUR 359,1 (automatisch). De betaling van buitengewoon dividend ter waarde van de BNP Paribas optie heeft een verwaarloosbaar effect op de waarde en is buiten beschouwing gelaten;
- de geschatte toekomstige rentebetalingen en de geschatte kosten van de garantie worden gedisconteerd tegen een disconteringsvoet waarbij rekening is gehouden met de risico's in verband met de verplichtingen van Ageas zoals de RPN(I), gebaseerd op een constante spread van 430 basispunten, afgestemd op een disconteringsvoet van andere eeuwigdurende senior marktinstrumenten van Ageas. De geschatte toekomstige rentebetalingen door BNP Paribas zijn op basis
van dezelfde benadering en een constante spread van 85 basispunten contant gemaakt, een relevant cijfer voor langlopende seniorverplichtingen van BNP Paribas.
Gevoeligheden
De gevoeligheid van de reële waarde van de RPN(I) voor de veranderingen in de factoren kan als volgt worden samengevat, ervan uitgaande dat de andere factoren constant blijven:
- een toename van de koers van het aandeel Ageas, een toename van de risicovrije rentevoet en de disconteringsvoet zouden in combinatie met een lagere marktwaarde voor de CASHES tot een lagere RPN(I)-verplichting leiden, maar deze kan niet lager zijn dan het minimum van EUR 143 miljoen per 31 december 2012. Dat minimum verandert alleen als de koers van het aandeel Ageas verandert: een toename in die koers van 1% leidt tot een daling van het minimum met EUR 1 miljoen en vice versa;
- een daling van de oorspronkelijke koers van het aandeel Ageas naar EUR 15,50 verhoogt de reële waarde met EUR 11 miljoen naar EUR 176 miljoen;
- een toename in de marktwaarde van de CASHES tot 63,07% verhoogt de reële waarde met EUR 43 miljoen naar EUR 208 miljoen;
- een toename van de risicovrije rentevoet met 50 basispunten verhoogt de reële waarde met EUR 15 miljoen naar EUR 180 miljoen;
- een daling van de disconteringsvoet van 100 basispunten verhoogt de reële waarde met EUR 30 miljoen naar EUR 195 miljoen.
Uitgaande van minder gunstige voorwaarden voor de vier belangrijkste factoren in het model (koers Ageas EUR 15,50, CASHES 63,07 %, risicovrije rentevoet 50 basispunten omhoog en een disconteringsvoet van 100 basispunten minder) zou de reële waarde van de RPN(I) toenemen tot EUR 278 miljoen.
De reële waarde van de RPN(I) vertoont geen materiële sensitiviteit ten opzichte van de veronderstelde volatiliteit van de koers en het dividendrendement van het Ageas aandeel.
31 OVERLOPENDE RENTE EN OVERIGE VERPLICHTINGEN
De samenstelling van de Overlopende rente en overige verplichtingen is per 31 december als volgt:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Uitgestelde baten | 57,3 | 56,9 |
| Overlopende rente | 93,7 | 105,5 |
| Overlopende lasten | 151,9 | 117,6 |
| Derivaten gehouden voor afdekkingsdoeleinden | 31,6 | 21,7 |
| Verplichtingen voor regelingen met vaste toezeggingen | 321,4 | 304,4 |
| Overige vergoedingen na uitdiensttreding | 55,7 | 53,6 |
| Verplichtingen voor beëindigingsvergoedingen | 14,7 | 20,3 |
| Verplichtingen voor overige lange termijn personeelsbeloningen | 13,1 | 12,3 |
| Verplichtingen voor korte termijn personeelsbeloningen | 90,6 | 89,0 |
| Handelsschulden | 186,2 | 194,4 |
| Schulden aan agenten, polishouders en tussenpersonen | 505,0 | 460,2 |
| BTW en overige te betalen belastingen | 140,3 | 127,7 |
| Te betalen dividenden | 27,1 | 33,6 |
| Schulden aan herverzekeraars | 27,4 | 43,3 |
| Derivaten gehouden voor handelsdoeleinden | 0,3 | 15,6 |
| Overige verplichtingen | 403,3 | 438,0 |
| Totaal | 2.119,6 | 2.094,1 |
Details over personeelsbeloningen zijn te vinden in Noot 9 Vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnpersoneelsbeloningen.
Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten worden gewaardeerd op niveau 2 (waarneembare marktgegevens in actieve markten). Alle aan- en verkopen van financiële activa met verplichte levering binnen een tijdsbestek dat is voorgeschreven door regelgeving of marktconventie worden opgenomen op de transactiedatum, zijnde de datum waarop Ageas toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.
De lijn Overige verplichtingen heeft betrekking op verplichtingen in verband met de vereffening van aandelentransacties, ontvangen geldmiddelen die moeten worden gealloceerd aan beleggingen en kleine uitgaven die moeten worden betaald.
32 VOORZIENINGEN
De voorzieningen zijn gebaseerd op de best mogelijke schattingen zoals beschikbaar op jaareinde op basis van het oordeel van het management waarbij rekening wordt gehouden met de adviezen van juridische en fiscale adviseurs. Het tijdstip van de uitgaande kasstromen die samenhangen met deze voorzieningen is per definitie onzeker, gezien de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van en de tijd die gemoeid is met het afwikkelen van geschillen.
Het verloop van de voorzieningen gedurende het jaar is als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.403,4 | 2.407,6 |
| Aan- en verkoop dochterondernemingen | 5,0 | - 15,8 |
| Toename voorziening | 26,7 | 26,4 |
| Terugname niet-gebruikte voorzieningen | - 2.362,5 | - 3,2 |
| Aanwendingen in de loop van het jaar | - 3,5 | - 11,6 |
| Stand per 31 december | 69,1 | 2.403,4 |
Ageas heeft in 2010 een voorziening voor een bedrag van EUR 2.362 miljoen (zie ook Noot 46 Wijzigingen in de bijzondere waardeverminderingen) getroffen voor de uitstaande geschillen met de Nederlandse Staat. Deze geschillen vloeien voort uit de uiteenlopende interpretatie van de voorwaarden van de verkoop van Fortis Bank Nederland, Fortis Verzekeringen Nederland en Fortis Corporate Insurance door Ageas aan de Nederlandse Staat in oktober 2008. De Nederlandse Staat is van mening dat zij op basis van het akkoord (het 'Term Sheet') dat aan de verkoop ten grondslag ligt:
- eigenaar is van de vordering van EUR 2 miljard op ABN AMRO uit hoofde van de conversie van de MCS (zie Noot 20 Herverzekering en overige vorderingen);
- eigenaar is van de vordering van EUR 362 miljoen op FCC/ABN AMRO in verband met de FCC-transactie (zie Noot 20 Herverzekering en overige vorderingen);
- recht heeft op circa EUR 885 miljoen in verband met een kapitaalgarantie in de verkoopdocumentatie (zie Noot 51 Voorwaardelijke verplichtingen).
Op 28 juni 2012 hebben ageas SA/NV en ageas N.V. ("Ageas") en ABN AMRO Group N.V. en ABN AMRO Bank N.V. ("ABN AMRO") een schikking getroffen over de gerechtelijke procedures inzake ABN AMRO Capital Finance Ltd. (voorheen Fortis Capital Company Ltd. ("FCC")) en de Mandatory Convertible Securities ("MCS").
Deze schikking maakt tevens een einde aan alle nog uitstaande geschillen tussen de Nederlandse staat en Ageas over de aandelentransacties die uitmondden in de overname van de Nederlandse activiteiten van de voormalige Fortis-groep door de Nederlandse staat op 3 oktober 2008. NL Financial Investments, grootaandeelhouder van ABN AMRO, heeft deze overeenkomst mede ondertekend namens de Nederlandse staat. De schikking heeft geresulteerd in een eenmalige betaling in contanten van EUR 400 miljoen door ABN AMRO aan Ageas op 29 juni 2012.
De oorspronkelijke claims, ten bedrage van EUR 2.362 miljoen, zijn, na aftrek van het schikkingsbedrag van EUR 400 miljoen, op een aparte regel verantwoord in de resultatenrekening. Dit bedrag wordt gecompenseerd door de vrijval van de voorzieningen gerelateerd aan de de geschillen met de Nederlandse Staat van EUR 2.362 miljoen (zie Noot 20 Herverzekering en overige vorderingen), resulterend in een winst van EUR 400 miljoen.
33 VERPLICHTING IVM GESCHREVEN PUTOPTIE OP DOOR BNP PARIBAS FORTIS SA/NV GEHOUDEN AG INSURANCE AANDELEN
In de Geconsolideerde Jaarrekening van 2008 maakte Ageas bekend dat op 12 maart 2009 een overeenkomst is gesloten over de verkoop van 25% + 1 aandeel AG Insurance aan Fortis Bank (nu BNP Paribas Fortis Bank SA/NV) voor een bedrag van EUR 1.375 miljoen. Deze overeenkomst is door de Vergaderingen van Aandeelhouders van Ageas in mei 2009 goedgekeurd. Als onderdeel van deze overeenkomst stemde Ageas erin toe dat Fortis Bank het recht heeft om het verworven belang in AG Insurance aan Ageas te verkopen gedurende een periode van zes maanden na 1 januari 2018.
Op basis van deze herziening concludeerde Ageas dat het uitoefenen van de putoptie onvoorwaardelijk is. In overeenstemming met IAS 32 is Ageas daarom verplicht een financiële verplichting op te nemen voor de contante waarde van de geschatte uitoefenprijs van de putoptie in 2018. Deze financiële verplichting wordt in een separate regel (Verplichting met betrekking tot geschreven putoptie) in de Balans verantwoord. De verplichting wordt ook in de Algemene Rekening verantwoord aangezien de verplichting betrekking heeft op Ageas Insurance International N.V. (de moedermaatschappij van AG Insurance).
De IFRS richtlijnen schrijven verder voor dat Ageas een verplichting moet opnemen zelfs als:
- de putoptie niet is uitgeoefend;
- er geen aanwijzing is dat BNP Paribas Fortis Bank voornemens is de optie uit te oefenen op basis van de huidige strategische samenwerking;
- de uitoefenprijs tegen reële waarde lager is dan de nettovermogenswaarde.
De tegenhanger van deze verplichting is een waardevermindering van het onderliggende minderheidsbelang. Het verschil tussen de waarde van het minderheidsbelang en de reële waarde van de verplichting wordt toegevoegd aan Overige reserves, die in het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders zijn opgenomen.
Volgende wijzigingen in de reële waarde van de verplichting met betrekking tot de geschreven putoptie worden verantwoord in Overige reserves.
Als de optie in 2018 wordt uitgeoefend, zal de verplichting als een contante betaling van Ageas aan Fortis Bank worden afgewikkeld en zal Ageas weer 25% + 1 aandeel AG Insurance verwerven. Als de optie echter afloopt zonder te zijn uitgeoefend wordt de verplichting verantwoord ten laste van Minderheidsbelangen en Overige reserves.
Zolang de optie niet is uitgeoefend wordt het resultaat van het Minderheidsbelang (25% + 1 aandeel BNP) in de Geconsolideerde resultatenrekening verantwoord als Minderheidsbelang.
Waardebepaling
Ageas heeft tot en met het eerste half jaar van 2012 de verplichting gewaardeerd tegen de verdisconteerde waarde van het bedrag dat bij de afwikkeling moet worden betaald. Het verdisconteerde bedrag was gebaseerd op een 'niveau 3' waarderingsmodel op basis van:
- huidige maatstaven voor verzekeringsbedrijven;
- een waardegroei van 5,5% op basis van het verwachte rendement van 11%, en een dividenduitkering van 50%;
- een disconteringsvoet van 10%.
In het derde kwartaal van 2012 heeft Ageas de waarderingsmethode van de verplichting echter herzien, waarbij een investeringsbank is geconsulteerd, aangezien de 'market multiples' niet langer beschouwd werden als een adequate reflectie van de boekwaarde als gevolg van het op de balans verantwoorden van ongerealiseerde winsten en verliezen.
Ageas heeft geconcludeerd dat het naar de toekomst toe geschikter is de 'embedded value' van de Leven activiteiten van AG Insurance en een verdisconteerd kasstroommodel voor de Niet-Leven activiteiten te hanteren. De toegepaste waarderingsmethode is gebaseerd op de langetermijn embedded value, rekening houdend met:
- huidige embedded value multiples voor levensverzekeringsmaatschappijen;
- een groei van de waarde van 3,4% op basis van verwacht rendement van 11% en een dividend payout van 75%;
- Een disconteringsvoet van 10%.
Op basis van deze parameters is de netto contante waarde van de verplichting per 31 december 2012 EUR 997 miljoen (31 december 2011: EUR 655,8 miljoen). De volgende gevoeligheden zijn berekend:
| Disconteringsvoet | +1% punt | -1% punt |
|---|---|---|
| Waarde verplichting | 953 | 1.044 |
| Relatieve impact | -4,4% | 4,7% |
| "Price to Embedded Value" | +10% | -10% |
| Waarde verplichting | 1.074 | 927 |
| Relatieve impact | 7,7% | -7,0% |
| Groei percentage | +1% punt | -1% punt |
| Waarde verplichting | 1.035 | 961 |
| Relatieve impact | 3,8% | -3,6% |
34 DERIVATEN
Door dochterondernemingen van Ageas gebruikte derivaten voldoen aan de relevante wet- en regelgeving en de interne richtlijnen van Ageas. Derivaten worden gebruikt om markt- en beleggingsrisico's te beheersen. De dochterondernemingen van Ageas beheersen de risicopositie in de beleggingsportefeuille aan de hand van algemene drempels en doelstellingen. Het belangrijkste doel van deze afgeleide instrumenten is om ongunstige marktbewegingen van geselecteerde effecten of delen van een portefeuille af te dekken. Ageas maakt selectief gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals swaps, opties en termijncontracten ter afdekking voor veranderingen in valutakoersen of de rente in de beleggingsportefeuille. Renteovereenkomsten maken het grootste deel van de totale derivatenportefeuille uit: 68% per 31 december 2012 (2011: 89%).
Belangrijke afdekkingsinstrumenten zijn aandelentermijncontracten, aandelenopties, total return swaps, renteswaps, rentetermijncontracten, valutaswaps en valutatermijncontracten. Ageas kan afdekkingsinstrumenten inzetten voor afzonderlijke transacties (microhedge) of voor een portefeuille van vergelijkbare activa of verplichtingen (portefeuillehedge). Ageas is verplicht te beoordelen of aan de criteria voor hedge accounting is voldaan, in het bijzonder of de afdekkingsrelaties zeer effectief zijn als compensatie voor veranderingen in de reële waarde of de kasstromen tussen het afdekkingsinstrument en wat afgedekt wordt. Ook moet de vereiste afdekkingsdocumentatie worden opgesteld. Bij aanvang is voor alle afdekkingsrelaties akkoord nodig: Ageas moet zekerstellen dat aan alle afdekkingsvoorwaarden is voldaan en dat de documentatie compleet is. Als er geen formele afdekkingsrelatie kan worden vastgesteld of als dat te lastig is, worden de derivaten verwerkt als voor handelsdoeleinden aangehouden.
Valutacontracten
Futures zijn overeenkomsten die tegen een specifieke prijs en op een specifieke datum in de toekomst moeten worden afgewikkeld en die op diezelfde markten kunnen worden verhandeld. Termijncontracten zijn maatovereenkomsten tussen twee entiteiten die tegen een vandaag overeengekomen prijs op een specifieke datum in de toekomst worden afgewikkeld. Op geconsolideerd niveau waren valutafutures en valutatermijnovereenkomsten eind 2012 goed voor 76% van de valutaderivaten (op basis van referentiebedragen per 31 december 2012) in vergelijking met 81% eind 2011. De valutatermijncontracten en -futures betreffen hoofdzakelijk overeenkomsten die het valutarisico op activa die in buitenlandse valuta's luiden af te dekken. De waarde van deze overeenkomsten is gestegen van EUR 523 miljoen in 2011 naar EUR 1.055 miljoen in 2012 als gevolg van de toegenomen positie in bedrijfsleningen die in Amerikaanse dollars luiden.
Ageas is valutaswaps overeengekomen, met een totale waarde van EUR 325 miljoen, die zijn bedoeld om het valutarisico af te dekken van de kasstromen uit obligatieleningen in Amerikaanse dollars.
Rentecontracten
De nominale waarde van de rentecontracten daalde van EUR 6.004 miljoen in 2011 naar EUR 3.045 miljoen in 2012, met een marktwaarde van respectievelijk EUR 11 miljoen (netto-activa) en EUR 17 miljoen (nettoverplichtingen).
De optieportefeuille maakt het grootste deel uit van de rentecontracten en bedroeg EUR 2.096 miljoen (marktwaarde EUR 2 miljoen) in 2012 en EUR 3.138 miljoen in 2011, respectievelijk 69% en 52%. De lagere waarde valt toe te schrijven aan het aflopen van een deel van de optieportefeuille in 2012.
Swapcontracten zijn overeenkomsten tussen twee partijen waarin één verzameling kasstromen wordt geruild voor een andere verzameling kasstromen. Betalingen zijn gebaseerd op de nominale waarde van de swap. Ageas gebruikt hoofdzakelijk renteswaps om de kasstromen van ontvangen of betaalde rente dan wel (cross) valutaswapcontracten om kasstromen die in buitenlandse valuta's luiden, te beheersen (zie hiervoor: 'Valutacontracten').
De renteswaps waren op 31 december 2012 goed voor 31% van de totale rentecontracten, oftewel een nominale waarde van EUR 949 miljoen tegen EUR 2.866 miljoen in 2011 (48%). De daling van die nominale waarde had grotendeels te maken met een renteswap van EUR 1.000 miljoen die verviel. Die swap had de rentebewegingen van de FRESH binnen Ageas Groep afgedekt.
Aandelenindexcontracten
De aandelenderivatenportefeuille bestaat hoofdzakelijk uit puts en calls. Aandelenputs en -calls zijn optieovereenkomsten die de verkoper (puts) of de koper (calls) het recht geven om de optie uit te oefenen en aandelen of indices tegen de uitoefenprijs te (ver)kopen. Deze contracten vertegenwoordigden een totale nominale waarde van EUR 44 miljoen in 2011 (marktwaarde: EUR 3 miljoen) en waren op 31 december 2012 gedaald tot EUR 10 miljoen (marktwaarde EUR 4 miljoen).
Handelsderivaten
| 31 december 2012 Reële waarde |
31 december 2011 Reële waarde |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nominale | Nominale | |||||
| Activa | Passiva | waarde | Activa | Passiva | waarde | |
| Vreemde valuta contracten | ||||||
| Forwards en futures | 19,3 | 0,4 | 1.055,6 | 13,5 | 523,0 | |
| Totaal | 19,3 | 0,4 | 1.055,6 | 13,5 | 523,0 | |
| Rentecontracten | ||||||
| Swaps | 8,9 | 624,1 | 17,6 | 2,1 | 2.564,6 | |
| Opties | 1,3 | 2.014,0 | 11,9 | 3.056,0 | ||
| Totaal | 10,2 | 2.638,1 | 29,5 | 2,1 | 5.620,6 | |
| Effecten/Index contracten | ||||||
| Opties en warrants | 3,2 | 10,6 | 4,4 | 44,4 | ||
| Totaal | 3,2 | 10,6 | 4,4 | 44,4 | ||
| Overige | 3,1 | 68,5 | 8,5 | 13,5 | ||
| Bedrag per 31 December 2012 | 35,8 | 0,4 | 3.772,8 | 42,4 | 15,6 | 6.201,5 |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens | 6,3 | 11,3 | ||||
| Reële waarden verkregen door gebruik van een waarderingsmodel | 29,5 | 0,4 | 31,1 | 15,6 | ||
| Totaal | 35,8 | 0,4 | 42,4 | 15,6 | ||
| Over the counter (OTC) | 35,8 | 0,4 | 3.772,8 | 42,4 | 15,6 | 6.201,5 |
| Totaal | 35,8 | 0,4 | 3.772,8 | 42,4 | 15,6 | 6.201,5 |
Hedging derivatives
| 31 december 2012 Reële waarde |
31 december 2011 Reële waarde |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Nominale | |||||||
| Activa | Passiva | waarde | Activa | Passiva | waarde | ||
| Vreemde valuta contracten | |||||||
| Rente en valuta swaps | 0,9 | 3,4 | 325,0 | 3,9 | 124,9 | ||
| Totaal | 0,9 | 3,4 | 325,0 | 3,9 | 124,9 | ||
| Rentecontracten | |||||||
| Swaps | 28,1 | 324,7 | 17,8 | 301,1 | |||
| Opties | 0,7 | 82,2 | 1,3 | 82,2 | |||
| Totaal | 0,7 | 28,1 | 406,9 | 1,3 | 17,8 | 383,3 | |
| Bedrag per 31 December 2012 | 1,6 | 31,5 | 731,9 | 1,3 | 21,7 | 508,2 | |
| Reële waarden ondersteund door waarneembare marktgegevens | 1,6 | 31,5 | 1,3 | 21,7 | |||
| Totaal | 1,6 | 31,5 | 1,3 | 21,7 | |||
| Over the counter (OTC) | 1,6 | 31,5 | 731,9 | 1,3 | 21,7 | 508,2 | |
| Totaal | 1,6 | 31,5 | 731,9 | 1,3 | 21,7 | 508,2 |
35 Toezeggingen
Ontvangen en gedane toezeggingen waren per 31 december als volgt:
| Verplichtingen | 2012 | 2011 | ||
|---|---|---|---|---|
| Ontvangen verplichtingen | ||||
| Kredietlijnen | 271,5 | 270,0 | ||
| Overig krediet lijnen | 1,7 | |||
| Onderpand & garanties ontvangen | 3.990,8 | 3.621,8 | ||
| Overige niet in de balans | ||||
| gewaardeerde rechten | 75,1 | |||
| Verzekerings gerelateerde | ||||
| rechten en verplichtingen | 14,5 | 20,0 | ||
| Totaal ontvangen | 4.278,5 | 3.986,9 | ||
| Verstrekte verplichtingen | ||||
| Garanties, Financiëel en Prestatie | ||||
| gerelateerde Kredietbrieven | 45,8 | 13,7 | ||
| - Totaal kredietlijnen | 375,7 | 173,6 | ||
| - Beschikbaar | -102,3 | -22,5 | ||
| Gebruikt | 273,4 | 151,1 | ||
| Onderpand & garanties verstrekt | 1.397,6 | 1.585,1 | ||
| In bewaring gegeven activa en vorderingen | 651,8 | 756,7 | ||
| Kapitaal rechten en verplichtingen | 244,4 | 48,5 | ||
| Overige niet in de balans | ||||
| gewaardeerde verplichtingen | 472,2 | 355,7 | ||
| Totaal verstrekt | 3.085,2 | 2.910,8 |
De toename in ontvangen toezeggingen kwam vooral voor rekening van de hogere kapitaalrechten en toezeggingen in verband met vastgoedleningen, borgsommen en verzoeken om bijstorting op derivaten.
Het merendeel van de ontvangen toezeggingen bestaat uit ontvangen zekerheden en garanties, vooral van klanten ontvangen onderpand op woninghypotheken en in mindere mate ook commerciële leningen en leningen aan polishouders.
Gedane toezeggingen bestaan voor het overgrote deel uit gegeven zekerheden en garanties (EUR 1.398 miljoen, hoofdzakelijk in verband met repo-overeenkomsten), toevertrouwde middelen en vorderingen (EUR 652 miljoen) en verstrekte kredietlijnen. De toename van de kredietlijnen betreft vooral de extra faciliteiten voor DTH partners. Zie voor nadere informatie over deze transactie Noot 13 Verbonden partijen.
36 REËLE WAARDE VAN FINANCIËLE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN
In de volgende tabel zijn de boekwaarde en de reële waarde weergegeven van de financiële activa en verplichtingen die in de geconsolideerde balans van Ageas niet tegen reële waarde zijn gewaardeerd (de verplichtingen worden met uitzondering van een aantal schuldbewijzen (zie Noot 26 Schuldbewijzen) tegen geamortiseerde kosten aangehouden).
De tabel beschrijft de gebruikte methodes voor de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten.
| 2012 | 2011 | |||
|---|---|---|---|---|
| Boek | Reële | Boek | Reële | |
| waarde | waarde | waarde | waarde | |
| Activa | ||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 2.449,9 | 2.441,1 | 2.701,5 | 2.697,9 |
| Vorderingen op banken | 2.636,4 | 2.606,0 | 2.933,3 | 2.614,0 |
| Vorderingen op klanten | 3.652,0 | 3.940,0 | 2.750,1 | 2.879,0 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 1.968,0 | 1.861,4 | 4.111,1 | 4.109,5 |
| Totaal financiële activa | 10.706,3 | 10.848,5 | 12.496,0 | 12.300,4 |
| Verplichtingen | ||||
| Schuldbewijzen | 186,8 | 186,8 | 256,7 | 255,1 |
| Achtergestelde schulden | 2.915,5 | 2.102,5 | 2.973,6 | 2.304,3 |
| Schulden aan banken | 1.691,1 | 1.694,4 | 2.043,5 | 2.040,3 |
| Schulden aan klanten | 103,8 | 90,3 | 97,2 | 97,2 |
| Overige financieringen | 173,1 | 172,6 | 136,3 | 135,9 |
| Totaal financiële verplichtingen | 5.070,3 | 4.246,6 | 5.507,3 | 4.832,8 |
De reële waarde is de waarde waartegen een actief kan worden verhandeld, een verplichting kan worden afgewikkeld of een eigen-vermogeninstrument kan worden toegekend tussen terzake goed geïnformeerde, tot markttransactie bereidwillige partijen.
Ageas hanteert de volgende methoden voor de bepaling van de reële waarde van financiële instrumenten:
- genoteerde prijzen in een actieve markt;
- waarderingsmethoden;
- kostprijs.
Indien een financieel instrument wordt verhandeld in een actieve en liquide markt is de genoteerde prijs of waarde de beste indicator voor de reële waarde. Die reële waarde wordt niet gecorrigeerd voor een groot pakket aandelen, tenzij er een bindende afspraak is gemaakt om de aandelen te verkopen tegen een andere prijs dan de marktprijs. De meest geschikte marktprijs voor een actief in bezit of een uit te geven passief is de huidige biedprijs, en voor een aan te kopen actief of een passief in bezit, de laatprijs. Als Ageas activa en verplichtingen bezit met tegengestelde marktrisico's worden middenkoersen gebruikt als basis voor het bepalen van de reële waarde.
Als er geen marktprijs op een actieve markt beschikbaar is, wordt de reële waarde berekend op basis van de contante waardemethode of andere waarderingsmethode gebaseerd op de marktcondities per verslagdatum. Als er een waarderingsmethode gebruikelijk is in de markt om de prijs van een instrument te bepalen en van deze methode is aangetoond dat de bepaalde waardering een betrouwbare schatting oplevert van de prijs bij een daadwerkelijke markttransactie, dan gebruikt Ageas deze methode.
Algemeen aanvaarde methoden voor waardering in de financiële markt zijn recente markttransacties, het contante waardemodel en optiewaarderingsmodellen. Een geaccepteerde waarderingsmethode houdt rekening met alle factoren die marktpartijen voor de prijsvorming belangrijk achten. Deze methode dient tevens consistent te zijn met geaccepteerde economische modellen voor de waardering van financiële instrumenten.
De basisprincipes voor het bepalen van de reële waarde zijn:
- het maximaliseren van marktinvloeden en het minimaliseren van interne schattingen en ramingen;
- aanpassing van de schattingsmethode (waarderingsmethode) alleen als er een verbetering van de waardering kan worden aangetoond of als de verandering noodzakelijk is vanwege de beschikbaarheid van informatie.
De reële waarde die getoond wordt is de reële waarde exclusief opgelopen rente ('clean fair value'). Opgelopen rente wordt apart verantwoord.
De gebruikte methoden en aannames om de reële waarde te bepalen zijn grotendeels afhankelijk van het feit of het instrument verhandeld wordt op een financiële markt en welke informatie gebruikt kan worden in de waarderingsmodellen. Hierna wordt een samenvatting gegeven van de verschillende financiële instrumenten met de gehanteerde reële waarderingsmethode.
Genoteerde prijzen worden gebruikt voor financiële instrumenten die op een markt worden verhandeld met notering van prijzen.
Niet-beursgenoteerde financiële instrumenten worden vaak verhandeld op 'over-the-counter' (OTC) markten waar de marktprijzen verkrijgbaar zijn via handelaren of andere bemiddelaars.
Vanuit verschillende bronnen zijn beursnoteringen verkrijgbaar voor een aantal financiële instrumenten die geregeld worden verhandeld op een OTC-markt. De financiële pers, verschillende beurspublicaties en informatie van individuele marketmakers zijn voorbeelden van deze bronnen.
Genoteerde marktprijzen zijn de meest betrouwbare reële waarden voor op de beurs verhandelbare derivaten. Voor nietbeursgenoteerde derivaten is de reële waarde die waarde die gerealiseerd kan worden door beëindiging of afwikkeling van het derivaat.
Gangbare methoden voor de waardering van een rente rate swap (IRS) hanteren een vergelijking van het rendement (de yield) van de swap met het huidige marktrendement. De swap yield curve wordt afgeleid van de genoteerde swaprendementen. Voor gangbare rente rate swaps zijn over het algemeen aan- en verkoopkoersen beschikbaar voor partijen waarvan de effecten 'investment grade' zijn.
Factoren die van invloed zijn op de waardering van de individuele derivaten zijn onder andere het kredietrisico van de tegenpartij en de complexiteit van het derivaat. Wanneer deze factoren afwijken van de basisfactoren zal overwogen worden of een aanpassing van de genoteerde prijs noodzakelijk is.
De berekening van de reële waarde van financiële instrumenten die niet actief worden verhandeld op financiële markten kan als volgt worden samengevat:
| Type instrument | Producten Ageas | Reële waarde berekening |
|---|---|---|
| Instrumenten zonder vaste looptijd |
Zichtrekeningen (rekeningen-courant) spaarrekeningen, etc. |
Nominale waarde. |
| Instrumenten zonder derivaatachtige elementen |
Lineaire kredieten, deposito's, etc. |
Contante waardeberekening; het disconteringspercentage is de swap yield curve plus een marge (activa) of swap yield curve min een marge (passiva); de marge is gebaseerd op de gerealiseerde commerciële marge berekend op basis van het gemiddelde aan nieuwe productie van de laatste drie maanden. |
| Instrumenten met derivaatachtige elementen |
Hypotheken en andere instrumenten met derivaatachtige elementen |
Het product wordt gesplitst in enerzijds een lineair (zonder derivaat) deel dat gewaardeerd wordt middels de contante waardeberekening, anderzijds wordt het derivaat gewaardeerd middels een optie-waarderingsmethode. |
| Achtergestelde schulden en gerelateerde vorderingen |
Achtergestelde schulden |
Waardering is gebaseerd op noteringen van handelaren in een inactieve markt (niveau 3). |
| Private equity | Private equity en niet-beursgenoteerde deelnemingen |
In het algemeen gebaseerd op de richtlijnen van de European Venture Capital Association, gebruik makend van onder meer de ratio's bedrijfswaarde/EBITDA, koers/cashflow en koers/winst. |
| Preferente aandelen (niet-genoteerd) |
Preferente aandelen | Als het aandeel wordt gekarakteriseerd als vreemd vermogen wordt de contantewaardemethode gebruikt. |
Ageas heeft een beleid geformuleerd om de onzekerheden met betrekking tot de berekening van reële waarde door middel van waarderingsmethoden en interne modellen te kunnen kwantificeren en bewaken. Gerelateerde onzekerheden worden benoemd in het modelrisicoconcept.
Modelrisico ontstaat wanneer de productwaarderingsmethode die gehanteerd wordt nog niet is gestandaardiseerd, of wanneer gebruik wordt gemaakt van inputgegevens die niet rechtstreeks in de markt zichtbaar zijn maar op aannames zijn gebaseerd.
De ontwikkeling van nieuwe, geavanceerde producten in de markt heeft geleid tot de ontwikkeling van wiskundige modellen waarmee deze producten kunnen worden gewaardeerd. Deze modellen repliceren het complexe patroon van de functie van een optie op basis van aannames over het stochastische gedrag van de onderliggende variabelen, numerieke algoritmen en andere theoretische benaderingen die nodig zijn om de complexiteit van het financiële instrument na te bootsen.
Voorts zijn de onderliggende hypothesen van een model afhankelijk van de algemene marktomstandigheden (specifieke rentestanden, volatiliteit, etc.) op het moment van ontwikkeling van het model. Er bestaat geen garantie dat het model nog steeds de juiste resultaten weergeeft wanneer marktcondities radicaal veranderen.
Eventuele modelonzekerheden worden zo precies mogelijk gekwantificeerd. Dit vormt de basis voor de aanpassing van de reële-waardeberekening door de waarderingsmethoden en interne modellen.
TOELICHTING OP DE GECONSOLIDEERDE RESULTATEN REKENING
37 VERZEKERINGS PREMIES
Hieronder volgt een overzicht van de samenstelling van de bruto en netto verdiende premies van het verzekeringsbedrijf voor het jaar eindigend op 31 december:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Bruto premie-inkomen Leven | 6.692,6 | 7.131,2 |
| Bruto premie-inkomen Niet-Leven | 4.361,7 | 4.107,4 |
| Algemeen en eliminaties | - 0,5 | - 1,5 |
| Totaal bruto premie-inkomen | 11.053,8 | 11.237,1 |
Het totale bruto premie-inkomen Leven wordt beïnvloed door de verkoop van de levenactiviteiten in Luxemburg eind 2011 (in het bijzonder actief in unit-linked).
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Netto premies Leven | 5.499,3 | 5.233,2 |
| Netto premies Niet-Leven | 4.177,8 | 3.507,0 |
| Algemeen en eliminaties | - 0,5 | - 1,5 |
| Totaal netto premies | 9.676,6 | 8.738,7 |
Leven
In de onderstaande tabel worden de levensverzekeringspremies weergegeven per 31 december:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 7,7 | 11,3 |
| Geboekte periodieke premies | 87,8 | 86,0 |
| Totaal collectief | 95,5 | 97,3 |
| Geboekte eenmalige premies | 41,6 | 57,0 |
| Geboekte periodieke premies | 24,7 | 32,4 |
| Totaal individueel | 66,3 | 89,4 |
| Totaal unit-linked contracten | 161,8 | 186,7 |
| Niet unit-linked contracten | ||
| Geboekte eenmalige premies | 335,6 | 321,4 |
| Geboekte periodieke premies | 754,8 | 709,9 |
| Totaal collectief | 1.090,4 | 1.031,3 |
| Geboekte eenmalige premies | 683,4 | 657,2 |
| Geboekte periodieke premies | 813,5 | 787,4 |
| Totaal individueel | 1.496,9 | 1.444,6 |
| Totaal niet unit-linked contracten | 2.587,3 | 2.475,9 |
| Beleggingscontracten met DPF | ||
| Geboekte eenmalige premies | 2.397,0 | 2.208,8 |
| Geboekte periodieke premies | 439,8 | 443,9 |
| Totaal beleggingscontracten met DPF | 2.836,8 | 2.652,7 |
| Totaal geboekte premies Leven | 5.585,9 | 5.315,3 |
| Geboekte eenmalige premies | 950,7 | 1.669,2 |
| Geboekte periodieke premies | 156,0 | 146,7 |
| Premies inzake beleggingscontracten | ||
| zonder DPF | 1.106,7 | 1.815,9 |
| Totaal bruto premie-inkomen Leven | 6.692,6 | 7.131,2 |
Het totale premie-inkomen bij Levensverzekeringen bestaat uit de bruto ontvangen premies van de verzekeringsmaatschappijen voor uitgegeven verzekerings- en beleggingscontracten. Het premie-inkomen van verzekeringscontracten en van beleggingscontracten met DPF wordt verantwoord in de resultatenrekening. De premie-instroom van beleggingscontracten zonder DPF, met name unit-linked contracten, wordt - na aftrek van commissies - direct verantwoord als verplichting ('deposit accounting'). Commissies worden in de resultatenrekening verantwoord als commissiebaten.
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Bruto premies Leven | 5.585,9 | 5.315,3 |
| Afgegeven herverzekeringspremies | - 86,6 | - 82,1 |
| Netto premies Leven | 5.499,3 | 5.233,2 |
Niet-leven
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de opbouw van de verzekeringspremies Niet-Leven gedurende het boekjaar. De verzekeringspremies voor auto, brand en overige zijn samengevoegd onder overige Niet-Leven.
| 2012 | Ongevallen en Ziekte |
Overige Niet-Leven |
Totaal |
|---|---|---|---|
| Bruto geboekte premies | 789,8 | 3.571,9 | 4.361,7 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | - 4,5 | 52,4 | 47,9 |
| Bruto verdiende premies | 785,3 | 3.624,3 | 4.409,6 |
| Afgegeven herverzekeringspremies | - 21,7 | - 215,8 | - 237,5 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | - 0,5 | 6,2 | 5,7 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 763,1 | 3.414,7 | 4.177,8 |
| Ongevallen en | Overige | ||
|---|---|---|---|
| 2011 | Ziekte | Niet-Leven | Totaal |
| Bruto geboekte premies | 782,3 | 3.325,1 | 4.107,4 |
| Wijziging in niet-verdiende premies, bruto | - 13,6 | - 385,1 | - 398,7 |
| Bruto verdiende premies | 768,7 | 2.940,0 | 3.708,7 |
| Afgegeven herverzekeringspremies | - 31,4 | - 178,3 | - 209,7 |
| Aandeel herverzekeraars in niet-verdiende premies | - 1,5 | 9,5 | 8,0 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 735,8 | 2.771,2 | 3.507,0 |
De verdeling van de netto verdiende premies per segment is als volgt:
| Ongevallen en | Overige | ||
|---|---|---|---|
| 2012 | Ziekte | Niet-Leven | Totaal |
| België | 480,0 | 1.218,2 | 1.698,2 |
| VK | 56,7 | 2.025,7 | 2.082,4 |
| Continentaal Europa | 226,4 | 170,8 | 397,2 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 763,1 | 3.414,7 | 4.177,8 |
| Ongevallen en | Overige | ||
|---|---|---|---|
| 2011 | Ziekte | Niet-Leven | Totaal |
| België | 451,0 | 1.150,1 | 1.601,1 |
| VK | 65,3 | 1.458,8 | 1.524,1 |
| Continentaal Europa | 219,5 | 162,3 | 381,8 |
| Netto verdiende premies Niet-leven | 735,8 | 2.771,2 | 3.507,0 |
De premie-inkomsten Niet-Leven worden beïnvloed door de groei in België en het Verenigd Koninkrijk, inclusief het onlangs overgenomen Groupama Insurance Company Limited.
38 RENTEBATEN, DIVIDEND EN OVERIGE BELEGGINGS-BATEN
De onderstaande tabel geeft een specificatie van de rentebaten, dividend en de overige beleggingsbaten per 31 december:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Rentebaten | ||
| Rentebaten op kasequivalenten | 11,1 | 33,1 |
| Rentebaten uit vorderingen op banken | 134,0 | 147,7 |
| Rentebaten op beleggingen | 2.111,9 | 2.144,3 |
| Rentebaten uit vorderingen op klanten | 140,2 | 127,1 |
| Rentebaten uit derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | 10,3 | 37,8 |
| Overige rentebaten | 22,9 | 11,8 |
| Totaal rentebaten | 2.430,4 | 2.501,8 |
| Dividenden op aandelen | 76,0 | 83,2 |
| Huurbaten uit vastgoedbelegging | 193,4 | 170,8 |
| Opbrengsten parkeergarage | 277,1 | 268,4 |
| Overige baten op beleggingen | 78,8 | 69,1 |
| Rentebaten, dividenden en overige beleggingsbaten | 3.055,7 | 3.093,3 |
39 RESULTAAT OP VERKOOP EN HERWAARDER-INGEN
De onderstaande tabel geeft een specificatie van het Resultaat op verkoop en herwaarderingen voor het jaar eindigend op 31 december:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Obligaties aangehouden voor verkoop | 173,9 | 305,2 |
| Aandelen aangehouden voor verkoop | 40,5 | - 39,4 |
| Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden | - 24,3 | - 19,3 |
| Vastgoedbeleggingen | 66,5 | 49,9 |
| Gerealiseerde winst op de verkoop van | ||
| aandelen van dochtermaatschappijen | 14,9 | 12,7 |
| Beleggingen in geassocieerde deelnemingen | 6,6 | |
| Materiële vaste activa | 0,3 | 0,2 |
| Activa en verplichtingen tegen reële waarde met | ||
| waardeveranderingen in de resultatenrekening | 30,8 | 8,2 |
| Afdekkingsresultaten | 0,5 | |
| Overige | 131,7 | - 189,0 |
| Totaal Resultaat op verkoop en herwaarderingen | 434,3 | 135,6 |
Met het oog op de aanhoudende onzekerheid op de financiële markten heeft Ageas de concentratie van overheidsobligaties uit Zuid-Europese landen verminderd en ook in andere activacategorieën een herschikking doorgevoerd. Deze herschikking van de portefeuille heeft vermogenswinsten en –verliezen opgeleverd in de categorie Voor verkoop beschikbare schuldbewijzen, Voor verkoop beschikbare aandelen en Voor handelsdoeleinden aangehouden derivaten.
De initiële waardering van derivaten is de aanschafprijs van het financiële instrument, inclusief met de aanschaf gepaard gaande transactiekosten. Na de initiële waardering vindt waardering plaats tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.
Alle wijzigingen in de reële waarde van activa en verplichtingen die worden gehouden tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening worden hierboven verantwoord. Inbegrepen zijn zowel ongerealiseerde winsten en verliezen door herwaardering als gerealiseerde winsten en verliezen bij het verkopen van activa of het voldoen van verplichtingen.
De resultaten van afdekking bevatten de wijzigingen in de reële waarde die kunnen worden toegewezen aan het afgedekte risico, in de meeste gevallen het renterisico, van afgedekte activa en verplichtingen en de wijziging in reële waarde van de afdekkingsinstrumenten.
De regel Overig betreft voornamelijk de Tier 1 obligatielening aan BNP Parisbas Fortis SA/NV. Ageas moest in 2011 de obligatiehouders tegen nominale waarde terugbetalen terwijl de reële waarde op dat moment lager lag (verlies EUR 189 miljoen). In 2012 heeft BNP Parisbas Fortis SA/NV de lening nominaal opgevraagd en is een winst van EUR 128,5 miljoen gerealiseerd.
40 BATEN UIT BELEGGINGEN INZAKE UNIT-LINKED CONTRACTEN
De baten inzake unit-linked contracten zijn als volgt samengesteld:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - verzekeringscontracten | 175,8 | - 122,1 |
| (On)gerealiseerde winsten / (verliezen) - beleggingscontracten | 1.360,4 | - 966,3 |
| Ongerealiseerde winsten / (verliezen) | 1.536,2 | - 1.088,4 |
| Beleggingsbaten - verzekeringscontracten | 4,5 | 4,1 |
| Beleggingsbaten - beleggingscontracten | 413,7 | 502,8 |
| Beleggingsbaten | 418,2 | 506,9 |
| Totaal | 1.954,4 | - 581,5 |
De beleggingsbaten in verband met beleggingscontracten vormen een afspiegeling van gunstigere economische omstandigheden.
41 AANDEEL IN HET RESULTAAT VAN GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN
Het aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen per 31 december wordt hieronder voor de belangrijkste deelnemingen toegelicht.
| Aandeel in het | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Totale | Netto | resultaat van | |||
| Totale | lasten | baten | % geassocieerde | ||
| baten | (100% | (100% | Ageas | deelnemingen | |
| 2012 | (100% belang) | belang) | belang) | belang | (Ageas deel) |
| Mayban Ageas Holding | |||||
| Berhad | 1.560,1 | - 1.443,7 | 116,4 | 30,95% | 36,0 |
| Muang Thai Group Holding | 1.475,6 | - 1.371,8 | 103,8 | 15% - 31% | 33,1 |
| Taiping Holdings | 5.104,0 | - 4.900,3 | 203,7 20% - 24.9% | 50,7 | |
| Royal Park Investments | 1.556,8 | - 1.323,5 | 233,3 | 44,71% | 104,3 |
| IDBI Federal Life Insurance | 145,1 | - 157,5 | - 12,4 | 26,00% | - 3,2 |
| Aksigorta | 643,2 | - 619,8 | 23,4 | 36,00% | 8,4 |
| Cardif Lux Vie | 6.119,2 | - 6.096,2 | 23,0 | 33,33% | 7,7 |
| Association Westland | |||||
| Shopping center | 3,9 | - 6,2 | - 2,3 | 45,85% | - 1,1 |
| BITM | 16,8 | - 26,8 | - 10,0 | 50,00% | - 5,0 |
| Aviabel | 10,9 | 10,9 | 24,70% | 2,7 | |
| Credimo | 127,0 | - 126,7 | 0,3 | 34,20% | 0,1 |
| Overige | - 3,1 | ||||
| Totaal aandeel in het | |||||
| resultaat van | |||||
geassocieerde deelnemingen 230,6
| Aandeel in het | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Totale | Netto | resultaat van | |||
| Totale | lasten | baten | % geassocieerde | ||
| baten | (100% | (100% | Ageas | deelnemingen | |
| 2011 | (100% belang) | belang) | belang) | belang | (Ageas deel) |
| Mayban Ageas Holding | |||||
| Berhad | 1.242,1 | - 1.143,6 | 98,5 | 30,95% | 30,5 |
| Muang Thai Group Holding | 1.097,0 | - 1.042,0 | 55,0 | 15% - 31% | 19,0 |
| Taiping Holdings | 3.940,5 | - 3.994,5 | - 54,0 20% - 24.9% | - 14,2 | |
| Royal Park Investments | 224,4 | - 665,6 | - 441,2 | 44,71% | - 197,3 |
| IDBI federal Life Insurance | 99,0 | - 112,0 | - 13,0 | 26,00% | - 3,4 |
| Aksigorta | 451,7 | -438,3) | 13,4 | 33,11% | 4,0 |
| Cardif Lux Vie | 1,.9 | 17,9 | 33,33% | 6,0 | |
| Association Westland | |||||
| Shopping center | 7.4 | ( 5.2 ) | 2.2 | 45.85% | 1.0 |
| BITM | 17,2 | - 15,9 | 1,3 | 50,00% | 0,6 |
| Aviabel | 62,1 | - 51,7 | 10,4 | 24,70% | 2,6 |
| Credimo | 120,5 | - 119,2 | 1,3 | 34,10% | 0,4 |
| Overige | 4,3 | ||||
| Totaal aandeel in het | |||||
| resultaat van | |||||
| geassocieerde | |||||
| deelnemingen | - 146,5 | ||||
42 COMMISSIE BATEN
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de Commissiebaten per 31 december.
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Commissiebaten | ||
| Herverzekering | 48,8 | 51,4 |
| Verzekeringen en beleggingen | 146,1 | 186,7 |
| Vermogensbeheer | 34,2 | 36,2 |
| Garantie- en bereidstellingcommissies | 1,5 | 1,5 |
| Overige servicevergoedingen | 167,9 | 151,3 |
| Totaal commissiebaten | 398,5 | 427,1 |
De regel Overige servicevergoedingen heeft voornamelijk betrekking op vergoedingen ontvangen van makelaars voor de verkoop van verzekeringspolissen van derde partijen.
43 OVERIGE BATEN
De Overige baten per 31 december bestaan uit de volgende componenten:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Overige baten | ||
| Opbrengsten uit verkoop van voor verkoop aangehouden vastgoed | 11,6 | |
| Negatieve goodwill | 62,8 | |
| Teruggave van personeels- en overige kosten van derde partijen | 68,8 | 135,2 |
| Overige | 192,3 | 130,3 |
| Totaal overige baten | 323,9 | 277,1 |
De negatieve goodwill van EUR 62,8 miljoen heeft betrekking op de acquisitie van Groupama Insurance Company Limited. Voor meer informatie zie Noot 3 Overnames en desinvesteringen.
De post Overig had in 2012 voornamelijk betrekking op teruggevorderde doorberekende servicekosten met betrekking tot verhuuractiviteiten (EUR 75 miljoen) en afbetalingen (EUR 73 miljoen).
44 SCHADELASTEN EN UITKERINGEN
De opbouw van de Schadelasten en uitkeringen zoals per 31 december verantwoord in de resultatenrekening is als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Levensverzekeringen | 6.466,7 | 6.161,3 |
| Niet-Levensverzekeringen | 2.882,4 | 2.455,6 |
| Algemeen en eliminaties | - 0,5 | - 2,3 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen, netto | 9.348,6 | 8.614,6 |
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Leven, na herverzekering:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Uitkeringen en afkopen, bruto | 4.771,9 | 4.982,0 |
| Wijzigingen verplichtingen levensverzekering, bruto | 1.844,9 | 1.224,0 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, bruto | 6.616,8 | 6.206,0 |
| Aandeel herverzekeraars in schadelasten en uitkeringen | - 150,1 | - 44,7 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Leven, netto | 6.466,7 | 6.161,3 |
Schadelasten en uitkeringen Leven in 2012 zijn de uitkomst van de hogere verplichtingen Leven (zie ook Noot 25, onderdeel 25.1, 25.2 en 25.3) en het feit dat de Britse verplichtingen Leven in tegenstelling tot eerdere jaren niet zijn gesaldeerd.
De volgende tabel toont de netto schadelasten en uitkeringen Niet-Leven, na herverzekering:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Schaden, bruto | 2.544,6 | 2.205,5 |
| Wijzigingen in verplichtingen inzake verzekeringscontracten, bruto | 444,8 | 353,7 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-Leven, bruto | 2.989,4 | 2.559,2 |
| Aandeel herverzekeraars in wijziging in verplichtingen | ||
| inzake verzekeringscontracten | - 24,5 | - 26,6 |
| Aandeel herverzekeraars in betaalde schaden | - 82,6 | - 77,0 |
| Totaal schadelasten en uitkeringen Niet-Leven, netto | 2.882,4 | 2.455,6 |
De schadelasten en uitkeringen Niet-Leven in 2012 zijn het saldo van hogere volumes en een lagere schaderatio (zie Noot 14.11).
45 FINANCIERINGS LASTEN
2012 2011
De onderstaande tabel toont de Financieringslasten naar product per 31 december.
| Financieringslasten | ||
|---|---|---|
| Schuldbewijzen | 9,6 | 19,6 |
| Achtergestelde schulden | 157,2 | 161,8 |
| Leningen - verschuldigd aan banken | 33,8 | 55,5 |
| Leningen - verschuldigd aan klanten | 4,6 | |
| Overige financieringen | 10,3 | 8,3 |
| Derivaten | 7,4 | 19,2 |
| Overige schulden | 37,9 | 41,0 |
| Totaal financieringslasten | 256,2 | 310,0 |
46 WIJZIGINGEN IN DE BIJZONDERE WAARDE VERMINDERINGEN
De wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen per 31 december kunnen als volgt worden gespecificeerd:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op: | ||
| Beleggingen in obligaties | 2,3 | 1.314,9 |
| Beleggingen in aandelen en overige beleggingen | 95,3 | 212,2 |
| Vastgoedbeleggingen | - 0,6 | - 11,9 |
| Leningen aan banken | - 0,1 | |
| Leningen aan klanten | 5,3 | 1,7 |
| Herverzekering en overige vorderingen | 2,3 | - 0,6 |
| Materiële vaste activa | 5,1 | - 2,4 |
| Goodwill en overige immateriële vaste activa | 33,0 | 102,0 |
| Totaal wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen | 142,6 | 1.615,9 |
De wijziging in de bijzondere waardeverminderingen op Beleggingen in obligaties hield in 2011 hoofdzakelijk verband met de bijzondere waardevermindering van alle looptijden van de Griekse obligaties. De wijziging in de bijzondere waardeverminderingen van Goodwill en overige immateriële vaste activa betrof in 2012 vooral de Britse makelaarsactiviteiten (2011: hoofdzakelijk goodwill op AICA).
47 COMMISSIE LASTEN
De samenstelling van de Commissielasten per 31 december is als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Commissielasten | ||
| Effecten | 1,1 | 2,0 |
| Tussenpersonen | 1.203,3 | 1.092,9 |
| Vermogensbeheer | 15,8 | 20,0 |
| Betalingsverkeer | 0,1 | |
| Bewaarneming | 6,3 | 7,8 |
| Overige commissielasten | 40,4 | 40,6 |
| Totaal commissielasten | 1.266,9 | 1.163,4 |
48 PERSONEELS LASTEN
De Personeelskosten zijn per 31 december als volgt te specificeren:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Personeelskosten | ||
| Salarissen | 586,2 | 537,9 |
| Sociale lasten | 121,2 | 115,5 |
| Lasten pensioenregelingen op basis van vaste toezeggingen | 27,8 | 27,5 |
| Lasten pensioenregelingen op basis van beschikbare premies | 18,8 | 17,3 |
| Op aandelen gebaseerde beloning | 1,0 | 2,5 |
| Overige | 39,0 | 38,8 |
| Totaal personeelskosten | 794,0 | 739,5 |
Overige is inclusief de kosten van de vertrekregelingen, herstructeringskosten en nietmonetaire voordelen voor personeel zoals lease-auto's, onkosten en verzekeringspremies.
In Noot 9 Vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnpersoneelsbeloningen is nadere informatie te vinden over de personele voordelen na dienstverband en andere langetermijnpersoneelsbeloningen, waaronder pensioenkosten uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen en toegezegde-bijdrageregelingen.
49 OVERIGE LASTEN
De Overige lasten kunnen per 31 december als volgt worden gespecificeerd:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Afschrijving van materiële vaste activa | ||
| Gebouwen voor eigen gebruik | 34,1 | 31,8 |
| Verbeteringen aan gehuurde objecten | 4,4 | 4,3 |
| Vastgoedbeleggingen | 73,1 | 60,9 |
| Bedrijfsmiddelen | 32,2 | 30,3 |
| Afschrijving van immateriële vaste activa | ||
| Gekochte software | 4,6 | 4,4 |
| Zelf ontwikkelde software | 9,4 | 9,6 |
| VOBA | 38,4 | 41,3 |
| Overige immateriële vaste activa | 37,4 | 34,6 |
| Overige | ||
| Lasten op operationele lease en gerelateerde lasten | 39,6 | 37,3 |
| Huurlasten en overige directe kosten uit hoofde | ||
| van vastgoedbeleggingen | 76,9 | 70,3 |
| Huurlasten en overige directe kosten uit hoofde van | ||
| vastgoed voor eigen gebruik | 178,5 | 159,3 |
| Advieskosten | 111,9 | 103,2 |
| Geactiveerde overlopende acquisitiekosten | - 544,8 | - 495,5 |
| Afschrijving overlopende acquisitiekosten | 446,1 | 379,4 |
| Marketing en public relations | 83,4 | 79,1 |
| IT-kosten | 117,9 | 110,1 |
| Onderhouds- en reparatiekosten | 14,1 | 13,4 |
| Kostprijs van vastgoed aangehouden voor verkoop | 9,0 | |
| Overige | 243,3 | 255,0 |
| Totaal overige lasten | 1.000,5 | 937,8 |
De regel 'Huurlasten en overige directe kosten uit hoofde van vastgoedbeleggingen' wordt deels gecompenseerd door inkomsten zoals verwerkt in Noot 43 Overige baten. De resterende nettotoename valt vooral toe te schrijven aan hogere retrocessies na acquisities van nieuwe parkeergarages.
Onder de post Overige valt in 2012 en 2011 reis- en verblijfkosten, porto en telefonie, uitzendkrachten en opleidingskosten van personeel.
50 BELASTINGEN OP DE WINST
De details van de winstbelastingen per 31 december zijn hieronder weergegeven.
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Belasting over het boekjaar | 226,2 | 75,0 |
| Aanpassing belastingen voorgaande jaren | 0,7 | - 53,3 |
| Totaal actuele belastinglast | 226,9 | 21,7 |
| Uitgestelde belastingen van het boekjaar | 128,5 | - 81,0 |
| Invloed belastingtariefwijzigingen op uitgestelde belastingen | - 3,0 | 2,4 |
| Uitgestelde belastingen voortvloeiend uit de afschrijving of | ||
| de afboeking van een afschrijving van | ||
| een uitgestelde belastingvordering | - 0,9 | - 23,1 |
| Voorheen niet erkende belastingverliezen, belastingfaciliteiten | ||
| en overige tijdelijke verschillen die | ||
| uitgestelde winstbelastingen verminderen | - 12,6 | - 3,3 |
| Totaal uitgestelde belastinglasten | 112,0 | - 105,0 |
| Totaal belastingen | 338,9 | - 83,3 |
Hieronder volgt een afstemming van de verwachte winstbelastingen op de feitelijke winstbelastingen. Voor 2011 zijn de verwachte winstbelastingen bepaald door het resultaat voor belasting af te zetten tegen het gewogen gemiddelde belastingtarief in Nederland en België. Als gevolg van de fusie van ageas SA/NV en ageas N.V. is voor 2012 het tarief voor de winstbelastingen in België toegepast.
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Resultaat voor belastingen | 1.267,7 | - 756,8 |
| Van toepassing zijnde belastingpercentage | 33,99% | 29,5% |
| Verwachte winstbelastingen | 430,9 | - 223,2 |
| Verhoging (verlaging) van belastingen door: | ||
| Belastingvrije baten | 2,3 | 39,9 |
| Bijzondere waardevermindering van goodwill | 10,4 | 29,2 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde deelnemingen | - 80,5 | 44,7 |
| Niet-aftrekbare lasten | 22,8 | 20,2 |
| Negatieve goodwill | - 20,5 | - 0,4 |
| Voorheen niet opgenomen belastingverliezen en tijdelijke verschillen | - 93,7 | - 7,3 |
| Afschrijving en terugname van afschrijving van uitgestelde | ||
| belastingvorderingen (inclusief niet verrekenbare | ||
| fiscale verliezen van het jaar) | 105,8 | 73,2 |
| Invloed van wijziging belastingtarief op tijdelijke verschillen | - 3,0 | 2,2 |
| Invloed van afwijkende buitenlandse belastingtarieven | - 31,6 | - 3,7 |
| Aanpassingen voor verschuldigde belastingen van voorgaande boekjaren | 0,9 | - 53,3 |
| Uitgestelde belastingen op investeringen in dochterondernemingen, | ||
| geassocieerde deelnemingen en Joint Ventures | 17,6 | - 4,1 |
| Notionele interest aftrek | - 23,4 | - 8,7 |
| Lokale winstbelasting (staat/stad/regio/gemeente) | 4,8 | 0,9 |
| Overige | - 3,9 | 7,1 |
| Werkelijke winstbelastingen | 338,9 | - 83,3 |
TOELICHTING OP DE TRANSACTIES NIET OPGENOMEN OP DE GECONSOLIDEERDE BALANS
51 VOORWAARDE-LIJKE VERPLICHTINGEN
51.1 Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures
Ageas is, zoals vele andere financiële instellingen, gedaagde met betrekking tot een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsuitoefening.
Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (o.a. acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in oktober 2007, aankondiging van het versnelde solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan Ageas worden betrokken bij een aantal juridische procedures, evenals administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in België en Nederland.
Ageas ontkent in al deze procedures dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Dergelijke juridische acties tegen Ageas kunnen echter, indien succesvol, uiteindelijk een grote financiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.
Administratieve procedures ingesteld door de markttoezichthouders in Nederland en België
In Nederland:
Op 5 februari 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een boete opgelegd van EUR 288.000 voor overtredingen van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM zijn er op 5 juni 2008 bepaalde onjuiste of misleidende verklaringen afgelegd over de solvabiliteitspositie van Fortis en had Fortis op 14 juni 2008 bekend moeten maken dat de door de Europese Commissie opgelegde voorwaarden (de 'EC Remedies') met zich meebrachten dat de financiële doelstellingen voor 2008 en daarna niet zonder extra maatregelen konden worden gerealiseerd. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode tussen 5 en 25 juni 2008 te hebben gehandeld zonder over volledig correcte informatie te beschikken. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Nadat het administratief beroep werd verworpen, tekende Ageas beroep aan tegen de beslissing van de AFM bij de rechtbank te Rotterdam. Op 4 mei 2011 heeft deze rechtbank de beslissing van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.
Op 19 augustus 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een additionele boete opgelegd van EUR 144.000 wegens overtreding van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM heeft Fortis de beleggers niet tijdig geïnformeerd over haar 'subprime'-positie en had zij informatie moeten publiceren over haar 'subprime'-positie en blootstelling (zowel in algemene zin als in de Verenigde Staten, alsmede een uitsplitsing) in de trading update die op 21 september 2007 werd gepubliceerd in verband met de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode vanaf 21 september 2007 te hebben gehandeld op basis van onvolledige informatie. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Na afwijzing van het administratief beroep heeft Ageas beroep aangetekend tegen het besluit van de AFM bij de rechtbank van Rotterdam. Op 9 februari 2012 heeft deze rechtbank het besluit van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.
In België:
De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie omtrent de implementatie van het solvabiliteitsplan en de solvabiliteitsvooruitzichten in het tweede kwartaal van 2008. Op 12 april 2012 heeft het directiecomité van de FSMA het door de auditeur opgestelde onderzoeksrapport doorgestuurd naar de sanctiecommissie die uiteindelijk zal oordelen of er een boete opgelegd moet worden.
Strafprocedure in België
In België loopt een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In november 2012 werden een aantal personen in verdenking gesteld door de onderzoeksrechter. In februari 2013 heeft de procureur des Konings de Raadkamer verzocht een aantal personen te verwijzen naar de correctionele rechtbank.
Negatieve bevindingen in deze administratieve procedures en/of de strafprocedure kunnen een impact hebben op bestaande juridische procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding.
Juridische procedures ingesteld door aandeelhouders of aandeelhoudersverenigingen
Deze procedures in België en Nederland (i) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008 of (ii) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008.
In Nederland
Op 16 augustus 2010 hebben de VEB (Vereniging van Effectenbezitters) en bepaalde andere partijen een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer in Amsterdam (i) om een juridische procedure te starten met als doel te laten vaststellen dat bepaalde feiten die vermeld worden in het onderzoeksverslag2 ) als wanbeleid van Fortis moeten worden beschouwd en (ii) om de kwijting verleend aan Fortis N.V. bestuurders op 29 april 2008 te laten nietig verklaren.
Op 5 april 2012 heeft de Ondernemingskamer de verzoeken van de VEB ten dele afgewezen, maar ook ten dele ingewilligd, en bepaalde onderdelen van het beleid als wanbeleid aangemerkt. Aansluitend heeft de Ondernemingskamer het besluit van de algemene vergadering van Fortis N.V. tot kwijting van de raad van bestuur voor het in 2007 gevoerde beleid vernietigd, voor zover het betrekking heeft op de communicatie omtrent de 'subprime' portefeuille in het prospectus en de trading update. Ageas heeft tegen deze beschikking bij de Hoge Raad hoger beroep aangetekend.
Op 19 januari 2011 heeft de VEB een procedure ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormen door Fortis en door sommige voormalige bestuurders en topmanagers. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de financiële instellingen die tijdens de kapitaalverhoging zijn opgetreden als zgn. global coördinators en lead managers) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.
Stichting FortisEffect en een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. De Gier hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de vordering van de Stiching tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, of de betaling van schadevergoeding als alternatief.
Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Bos eisen schadevergoeding op grond van beweerde communicatiefouten in 2008. De rechtbank van Utrecht oordeelde op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en, in voorkomend geval, de hoogte ervan. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit of verband zou houden met de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht.
Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse stichting 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van beweerde communicatiefouten door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.
http://www.ageas.com/Documents/NL_final_report_dutch_investigation_20 100616.pdf.http://www.ageas.com/
2) Onderzoeksverslag opgedragen door de Ondernemingskamer en publiek gemaakt op 16 juni 2010. Het verslag kan worden geraadpleegd op Ageas' website:
Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde SICAF, namens en samen met een aantal geїdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd. De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid. Momenteel is het onduidelijk of beide procedures zullen worden samengevoegd.
In België
Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Modrikamen heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de FPIM (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd geëist. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. De procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel wordt voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank.
Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode mei 2007 tot oktober 2008.
Op 12 september 2012 hebben een (voormalige) Fortis aandeelhouder en de moedermaatschappij ervan een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007.
Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)
De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met BNP Paribas Fortis SA/NV, ageas SA/NV en ageas N.V., werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Vóór 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard.
Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCShouders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd.
Vrijwaringsbedingen
In 2008 hebben de moedermaatschappijen van Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak. Voorts heeft Ageas, zoals gebruikelijk bij dat soort transacties, overeenkomsten afgesloten met een aantal financiële instellingen die de plaatsing van Fortis aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008. Deze overeenkomsten bevatten vrijwaringsbedingen die onder bepaalde voorwaarden voor Ageas verplichtingen tot schadeloosstelling impliceren. Sommige van die financiële instellingen zijn betrokken in de in deze noot beschreven juridische procedures.
Algemene opmerkingen
Gezien het feit dat geen van de door de rechtbanken benoemde experts argumenten hebben aangedragen die een nietigverklaring (of gedeeltelijke nietigverklaring) zou kunnen onderbouwen of rechtvaardigen van de beslissingen van de Raad van Bestuur van Fortis in september/oktober 2008 en de daaruit voortvloeiende overeenkomsten en transacties en dat het de rechtbank van Amsterdam in twee vonnissen van 18 mei 2011 de eisen van VEB/Deminor en Stichting FortisEffect met betrekking tot deze transacties afwees, acht het management van Ageas het onwaarschijnlijk dat de in deze noot beschreven procedures zullen leiden tot een nietigverklaring van deze transacties.
Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun merites en gevolgen in te schatten en te bepalen, of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Om die reden worden er geen voorzieningen aangehouden.
Ageas zal voorzieningen boeken indien en op het ogenblik dat het naar de mening van het management, in overleg met de juridische adviseurs, waarschijnlijk is dat Ageas een betaling zal moeten doen en het bedrag ervan redelijkerwijze kan worden geschat.
Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Die gevolgen zijn op dit moment niet kwantificeerbaar.
Op basis van de conclusies uit bepaalde in deze noot beschreven gerechtelijke uitspraken hebben de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaanprakelijkheidsverzekering, die de potentiële risico's verzekeren van Ageas en haar bestuurders en functionarissen uit hoofde van de aansprakelijkheidsclaims in de verschillende lopende procedures, laten weten dat deze conclusies zouden kunnen leiden tot een verlies aan verzekeringsdekking uit hoofde van deze polissen. Ageas is het oneens met deze mening die op dit moment onderwerp is van discussie met de verzekeraars.
51.2 Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen
De voormalige werkmaatschappijen van Ageas hebben een aantal hybride instrumenten uitgegeven die leiden tot voorwaardelijke verbintenissen voor ageas SA/NV, omdat deze voormalige moedermaatschappij optrad als garant, codebiteur of een andere ondersteunende overeenkomst tekenden. In de volgende paragrafen worden de voorwaardelijke verplichtingen beschreven die aan deze instrumenten zijn verbonden.
1. CASHES
De CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) vertegenwoordigen 4.447 obligaties voor een totaal nominaalbedrag van EUR 1.112 miljoen, uitgegeven door BNP Paribas Fortis SA/NV, met ageas SA/NV als medeschuldenaar.
De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10 (de slotkoers van het aandeel bedroeg aan het einde van 2012 EUR 22.22). De obligaties kunnen ook naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 4.634.904 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.
De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de Ageas aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.
BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon per kwartaal tegen een variabale rente van driemaands Euribor + 2%, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas. In het geval dat Ageas geen dividend over haar aandelen uitkeert of dat het vastgestelde dividend in enig boekjaar beneden de drempel valt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons verplicht plaatsvinden door ageas SA/NV in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
2. Schadevergoeding samenhangend met de CASHES
Oorspronkelijk zijn 12.000 CASHES uitgegeven. In januari 2012 bracht BNP Paribas een bod uit op de CASHES tegen een prijs van 47,5% en wisselde vervolgens 7.553 aangeboden CASHES in tegen de onderliggende aandelen Ageas. Dit bod en de wissel maakten deel uit van een bredere overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas Fortis SA/NV en BNP Paribas. Ageas betaalde EUR 287 miljoen schadevergoeding aan BNP Paribas voor de 63% wissel.
Ageas zal BNP Paribas binnen twee jaar een vergoeding betalen tegen dezelfde voorwaarden zoals bepaald in de overeenkomst als BNP Paribas van de 37% uitstaande CASHES additionele CASHES verkrijgt en inwisselt. Ageas heeft tevens ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het bruto-dividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.
3. BNP Paribas Fortis Tier 1-obligatielening 2004
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2004 een eeuwigdurende lening ter waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, met een Support Agreement aangegaan door de vroegere Fortis moedermaatschappijen, nu ageas SA/NV, tegen een coupon van 4,625% tot 27 oktober 2014 en 3-maands Euribor + 1,70% daarna.
De Support Agreement van de moedermaatschappij houdt in dat, indien de solvabiliteit van BNP Paribas Fortis beneden een bepaalde drempelwaarde komt of indien BNP Paribas Fortis daarvoor kiest, de coupon wordt voldaan volgens de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). BNP Paribas Fortis zou in dat geval ageas SA/NV moeten compenseren door uitgifte van nieuwe aandelen.
51.3 Overige Voorwaardelijke verplichtingen
Samen met BGL BNP Paribas, heeft Ageas Insurance International N.V. een garantie verstrekt aan Cardif Lux Vie S.A. tot EUR 100 miljoen om uitstaande juridische vorderingen te dekken met betrekking tot Fortis Lux Vie S.A., een voormalige dochtermaatschappij van Ageas die eind 2011 is gefuseerd met Cardif Lux International S.A. (zie ook Noot 3 Overnames en desinvesteringen).
52 LEASE OVEREEN KOMSTEN
Ageas is leaseovereenkomsten aangegaan voor het verkrijgen van kantoorruimte, kantoorapparatuur, voertuigen en parkeerfaciliteiten. Hierna volgen gegevens over de toekomstige verplichtingen uit hoofde van niet-opzegbare operationele leaseovereenkomsten per 31 december.
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Tot 3 maanden | 15,3 | 13,2 |
| 3 maanden tot 1 jaar | 48,0 | 40,6 |
| 1 jaar tot 5 jaar | 182,4 | 144,9 |
| Meer dan 5 jaar | 234,0 | 256,4 |
| Totaal | 479,7 | 455,1 |
| Jaarlijkse huurlasten: | ||
| Leasebetalingen | 23,2 | 22,1 |
53 VERMOGEN ONDER BEHEER
Vermogen onder beheer heeft zowel betrekking op Beleggingen voor eigen rekening, Beleggingen voor unit-linked contracten als op Voor klanten beheerd vermogen. Onder Voor klanten beheerd vermogen worden de beleggingen voor klanten, particulier dan wel institutioneel, verantwoord waar Ageas een management- of adviescommissie voor ontvangt.
De volgende tabel geeft een overzicht van het vermogen onder beheer naar beleggingstype en herkomst:
| 31 december 2012 | 31 december 2011 | |
|---|---|---|
| Beleggingen voor eigen rekening: | ||
| - Obligaties |
60.156,0 | 53.372,4 |
| - Aandelen |
2.380,0 | 1.800,2 |
| - Vastgoed |
4.738,6 | 4.271,5 |
| - Leningen |
6.288,4 | 5.683,4 |
| - Geldmiddelen en kasequivalenten |
2.449,9 | 2.701,5 |
| Totaal beleggingen voor eigen rekening | 76.012,9 | 67.829,0 |
| Beleggingen inzake unit-linked contracten | 13.683,9 | 12.771,4 |
| Voor klanten beheerd vermogen: | ||
| - Obligaties |
1.763,8 | 504,4 |
| - Aandelen |
1.913,9 | 2.835,3 |
| - Vastgoed |
819,5 | 1.828,2 |
| Totaal voor klanten beheerd vermogen | 4.497,2 | 5.167,9 |
| Totaal vermogen onder beheer | 94.194,0 | 85.768,3 |
De veranderingen in het Voor klanten beheerd vermogen zijn als volgt:
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 5.167,9 | 8.174,5 |
| In-/uitstroom | 242,5 | 18,3 |
| Markt winsten/verliezen | 70,0 | - 217,3 |
| Overige | - 983,2 | - 2.807,6 |
| Stand per 31 december | 4.497,2 | 5.167,9 |
De regel Overige is voor 2012 inclusief EUR 944 miljoen in verband met de verkoop van Befimmo SA (vermogensbeheer aandelen) in december 2012. In 2011 was in diezelfde post een bedrag van EUR 2.747 miljoen verwerkt in verband met een door de wet bepaalde overdracht van een pensioenfonds naar de sociale zekerheid.
54 GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
Er hebben na de balansdatum geen materiële gebeurtenissen plaatsgevonden die noodzaken tot een bijstelling van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas per 31 december 2012.
Inkoop eigen aandelen
Ageas heeft het op 6 augustus 2012 aangekondigde inkoopprogramma eigen aandelen afgerond. Tussen 13 augustus 2012 en 26 februari 2013 heeft Ageas 9.635.159 aandelen ingekocht voor een totaalbedrag van EUR 200 miljoen. Dit komt overeen met 3,96% van de totale uitstaande aandelen.
Ageas houdt de aandelen aan als eigen aandelen. Samen met de eerder gehouden aandelen bedraagt het percentage eigen aandelen in bezit van Ageas in het totaal 5,70%. Op 19 februari 2013 besloot de Raad van Bestuur tijdens de volgende Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor te stellen de tot en met 15 februari 2013 ingekochte aandelen in te trekken.
BERICHT VAN DE RAAD VAN BESTUUR
De Raad van Bestuur van Ageas is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas per 31 december 2012, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie, met de Europese Transparantie Richtlijn (2004/109/EC) en het Verslag van de Raad van Bestuur in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en toezichtvereisten in België.
De Raad van Bestuur heeft op 5 maart 2013 de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas beoordeeld en goedgekeurd voor publicatie.
De Raad van Bestuur verklaart dat, naar zijn beste weten, de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas een getrouw en juist beeld geeft van de activa, verplichtingen, financiële positie en het resultaat van Ageas en dat de informatie die in deze jaarrekening is opgenomen geen tekortkomingen bevat die het noodzakelijk maken om de reikwijdte van enige berichtgeving significant aan te passen.
De Raad van Bestuur van Ageas verklaart tevens dat het Jaaroverzicht een juist beeld geeft van de ontwikkelingen en resultaten van de werkmaatschappijen van de groep.
Het jaarverslag bestaande uit de Geconsolideerde Jaarrekening en het Verslag van de Raad van Bestuur zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 24 april 2013.
Brussel, 5 maart 2013
Raad van Bestuur
Voorzitter Jozef De Mey Chief Executive Officer Bart De Smet Bestuurders Frank Arts
Vice-voorzitter Guy de Selliers de Moranville Ronny Brückner Shaoliang Jin Bridget McIntyre Roel Nieuwdorp Lionel Perl Jan Zegering Hadders
CONTROLE VERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van Ageas SA/NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2012
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2012, zoals hieronder gedefinieerd, en omvat tevens ons verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen.
Verslag over de geconsolideerde jaarrekening
Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van ageas SA/NV ("de vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de groep" of "Ageas") opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2012, de geconsolideerde resultatenrekening, het geconsolideerd overzicht van het overig comprehensive income, het geconsolideerde overzicht van wijzigingen in het eigen vermogen en het geconsolideerde kasstroomoverzicht voor het boekjaar afgesloten op die datum, evenals een toelichting die een overzicht van de voornaamste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing bevat. Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt EUR 97.112,9 miljoen en de geconsolideerde resultatenrekening sluit af met een winst van het boekjaar van EUR 928,8 miljoen.
Verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor het implementeren van een interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat.
Verantwoordelijkheid van de commissaris
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De selectie met betrekking tot uitgevoerde werkzaamheden is afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, inclusief diens inschatting van de risico's van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne beheersing van de groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen door de vennootschap van de geconsolideerde jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, de redelijkheid van door het bestuursorgaan gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel. Wij hebben van de verantwoordelijken en van het bestuursorgaan van de vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel zonder voorbehoud te baseren.
Oordeel zonder voorbehoud
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening, een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de groep op 31 december 2012 evenals van haar geconsolideerde resultaten en geconsolideerde kasstromen voor het boekjaar eindigend op die datum, in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Paragraaf ter benadrukking van een bepaalde aangelegenheid
Wij vestigen de aandacht op hoofdstuk 51 Voorwaardelijke verplichtingen van de geconsolideerde jaarrekening waarin is beschreven dat Ageas als gedaagde is betrokken of kan worden betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en waarvan sommige kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor Ageas. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.
Verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag van de Raad van Bestuur over de geconsolideerde jaarrekening.
In het kader van ons mandaat is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en bestuursrechterlijke voorschriften na te gaan. Op grond hiervan sluiten wij de volgende bijkomende vermeldingen in die niet van aard zijn om de draagwijdte van ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:
- Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt in alle van materieel belang zijnde opzichten overeen met de geconsolideerde jaarrekening en bevat geen informatie die kennelijk inconsistent is met de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.
- Zoals vermeld in het deel van ons verslag met betrekking tot onze verantwoordelijkheid hebben we rekening gehouden met de bestaande interne beheersing van de groep met betrekking tot het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de groep. Als gevolg geven we geen opinie over het feit of de interne beheersing al dan niet effectief was tijdens het boekjaar afgesloten op 31 december 2012.
Brussel, 5 maart 2013
KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door
Michel Lange Bedrijfsrevisor
JAAR REKENING ageas SA/NV 2012
AGEAS | JAARVERSLAG 2012 215
ALGEMENE INFORMATIE
1. Voorwoord
Het merendeel van de 'Algemene informatie' wordt verantwoord in het verslag van de Raad van Bestuur van ageas SA/NV In deze algemene informatie treft u alleen informatie aan over ageas SA/NV, die niet elders is verstrekt.
De buitengewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders gehouden op 28 juni (Utrecht) en 29 juni 2012 (Brussel) hebben een resolutie aangenomen tot fusie van ageas N.V. (verkregen partij) en ageas SA/NV (verkrijgende partij) met als beoogd doel de verdere vereenvoudiging van de juridische structuur van Ageas. Op 7 augustus 2012 is ageas N.V. geïntegreerd in ageas SA/NV, waarbij het aantal aandelen van ageas SA/NV verdubbelde. Tegelijkertijd zijn bepaalde activiteiten van ageas N.V. gevestigd in een Nederlandse Vaste Inrichting van ageas SA/NV. Wanneer in deze toelichting gerefereerd wordt aan cijfers die betrekking hebben op de activiteiten gevestigd in deze vaste inrichting, wordt dit expliciet vermeld.
Als gevolg heeft ageas SA/NV de activa en passive van ageas N.V. verkregen, inclusief het 50% aandeel in Ageas Insurance International N.V. (de overige 50% werd al gehouden door ageas SA/NV), resultererend in een toename van de Verbonden Ondernemingen (Deelnemingen) van EUR 3,4 miljard (verantwoord als aanschaffing) en een toename van het eigen vermogen van EUR 4,5 miljard.
Door de fusie en de resoluties aangenomen door de buitengewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders op 28 en 29 juni 2012, is het 'twinned share' principe (een 'unit' bestaande uit één aandeel ageas SA/NV en één aandeel ageas N.V.) opgehouden te bestaan.
2. Identificatie
ageas SA/NV is een naamloze vennootschap, statutair gevestigd te Markiesstraat 1, 1000 Brussel. Zij kan bij beslissing van de Raad van Bestuur naar eender waar in België worden overgebracht. De vennootschap is ingeschreven in het rechtspersonenregister van Brussel onder nr. 0451.406.524.
3. Oprichting en publicatie
De vennootschap is opgericht op 6 november 1993 onder de naam 'Fortis Capital Holding'.
4. Plaatsen waar de documenten door het publiek kunnen worden geraadpleegd
De statuten van de vennootschap kunnen geraadpleegd worden op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel te Brussel en op de zetel van de vennootschap.
De beslissingen betreffende de benoeming en afzetting van de leden van de organen van de vennootschap worden onder meer gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad. De financiële berichten over de vennootschap evenals de oproepingen tot de Algemene Vergaderingen worden gepubliceerd in de financiële pers, de kranten en de informatieperiodieken. De jaarrekeningen van de vennootschap zijn verkrijgbaar op de zetel en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Zij worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en naar de personen die er om gevraagd hebben.
5. Bedragen
De bedragen in deze jaarrekening zijn in miljoenen euro's, tenzij anders is vermeld.
BALANS NA WINSTDELING
| 31 december | 31 december | 31 december | 31 december | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | ||
| PASSIVA | |||||
| ACTIVA | |||||
| Eigen vermogen | 7.972 | 3.626 | |||
| Vaste activa | 6.971 | 3.713 | Kapitaal | 2.042 | 1.102 |
| Oprichtingskosten | ƒ Geplaatst kapitaal | 2.042 | 1.102 | ||
| Immateriële vaste activa | |||||
| Materiële vaste activa | 1 | 2 | Uitgiftepremies | 2.968 | 955 |
| ƒ Meubilair en rollend Materieel | 1 | ||||
| ƒ Overige Materiële Vaste Avctiva | 1 | 1 | Herwaarderingsmeerwaarden | ||
| Financiële vaste activa | 6.970 | 3.711 | Reserves | 4.064 | 2.752 |
| Verbonden ondernemingen | 6.210 | 2.951 | ƒ Wettelijke reserve | ||
| ƒ Deelnemingen | 6.136 | 2.697 | ƒ Onbeschikbare reserves | 140 | 115 |
| ƒ Vorderingen | 74 | 254 | - Voor eigen aandelen | 140 | 115 |
| Ondernemingen waar een deelnemingsverhouding | - Andere | ||||
| mee bestaat | 760 | 760 | ƒ- Belastingvrije reserves | ||
| ƒ Deelnemingen | 760 | 760 | ƒ Beschikbare reserves | 3.924 | 2.637 |
| ƒ Vorderingen | Overgedragen winst | -1.102 | -1.183 | ||
| Vlottende activa | 1.222 | 1.341 | Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 170 | 1.181 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 170 | 1.181 | |||
| Vorderingen op meer dan één jaar | ƒ Pensioen | ||||
| ƒ Belastingen | |||||
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | ƒ Renovaties | ||||
| ƒ Overige risico's en kosten | 170 | 1.181 | |||
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 8 | 1.185 | Uitgestelde belastingen | ||
| ƒ Handelsvorderingen | 6 | 3 | |||
| ƒ Overige vorderingen | 2 | 1.182 | Schulden | 51 | 247 |
| Schulden op meer dan één jaar | 190 | ||||
| Geldbeleggingen | 925 | 116 | ƒ Overige leningen | ||
| ƒ Eigen aandelen | 140 | 115 | ƒ Overige schulden | 190 | |
| ƒ Overige beleggingen | 785 | 1 | |||
| Schulden op ten hoogste één jaar | 45 | 51 | |||
| Liquide middelen | 283 | 38 | ƒ Schulden op meer dan één jaar | ||
| die binnen het jaar vallen | |||||
| Overlopende rekeningen | 6 | 2 | ƒ Financiële schulden | ||
| - Banken | |||||
| TOTAAL DER ACTIVA | 8.193 | 5.054 | ƒ Handelsschulden | 15 | 14 |
| - Leveranciers | 15 | 14 | |||
| Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen | |||||
| Schulden mbt belastingen, bezoldigingen | |||||
| ƒ Overige risico's en kosten | 170 | 1.181 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingen | ||
| Schulden | 51 | 247 |
| Schulden op meer dan één jaar | 190 | |
| ƒ Overige leningen | ||
| ƒ Overige schulden | 190 | |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 45 | 51 |
| ƒ Schulden op meer dan één jaar | ||
| die binnen het jaar vallen | ||
| ƒ Financiële schulden | ||
| - Banken | ||
| ƒ Handelsschulden | 15 | 14 |
| - Leveranciers | 15 | 14 |
| Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen | ||
| Schulden mbt belastingen, bezoldigingen | ||
| en sociale lasten | 2 | 12 |
| ƒ Belastingen | 11 | |
| ƒ Bezoldigingen en sociale lasten | 2 | 1 |
| Overige schulden | 28 | 25 |
| Overlopende rekeningen | 6 | 6 |
| TOTAAL DER PASSIVA | 8.193 | 5.054 |
RESULTATEN REKENING
| 2012 | 2011 | 2012 | 2011 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 3 | 5 | Uitzonderlijke opbrengsten | 50 | |
| Omzet: | ƒ Overige uitzonderlijke opbrengsten | ||||
| ƒ Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en | ƒ Meerwaarde op realisatie van vaste activa | 50 | |||
| gereed product en in de bestellingen in uitvoering | |||||
| ƒ Geproduceerde vaste activa | Uitzonderlijke kosten | ||||
| ƒ Andere bedrijfsopbrengsten | 3 | 5 | ƒ Bijzondere | ||
| waardeverminderingen op financiële activa | |||||
| Bedrijfskosten | 23 | 46 | ƒ Overige uitzonderlijke kosten | ||
| ƒ Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen | |||||
| - Inkopen | Winst van het boekjaar vóór belasting | 81 | 294 | ||
| - Wijziging in de voorraad | |||||
| ƒ Diensten en diverse goederen | 41 | 34 | Belastingen op resultaat | ||
| ƒ Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | 11 | 11 | ƒ Belastingen | ||
| ƒ Afschrijvingen en waardeverminderingen op | 1 | ƒ Regularisering van belastingen en | |||
| oprichtingskosten, op immateriële en materiële | terugneming van voorzieningen voor belastingen | ||||
| vaste activa | 1 | ||||
| ƒ Waardeverminderingen op voorraden, | Winst van het boekjaar | 81 | 294 | ||
| bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen | ƒ Onttrekking aan de belastingvrije reserves | ||||
| ƒ Voorzieningen voor risico's en kosten | -1.011 | ƒ Overboeking naar de belastingvrije reserves | |||
| ƒ Andere bedrijfskosten | 981 | ƒ Te bestemmen winst van het boekjaar | 81 | 294 | |
| ƒ Als herstructureringskosten | |||||
| geactiveerde bedrijfskosten | Resultaatverwerking | ||||
| ƒ Te bestmmen winstsaldo | -1.102 | -1.183 | |||
| Bedrijfsverlies | - 20 | - 41 | ƒ Te bestemmen winst van het boekjaar | 81 | 294 |
| ƒ Overgedragen winst van het vorige boekjaar | -1.183 | -1.477 | |||
| Financiële opbrengsten | 400 | 325 | |||
| ƒ Opbrengsten uit financiële vaste activa | 200 | 37 | Onttrekking aan het eigen vermogen | ||
| ƒ Opbrengsten uit vlottende activa | 200 | 13 | ƒ Aan het kapitaal en de uitgiftepremies | ||
| ƒ Andere financiële opbrengsten | 275 | ƒ Aan de reserves | 273 | 144 | |
| Financiële kosten | 299 | 40 | Toevoeging aan het eigen vermogen | ||
| ƒ Kosten van schulden | 297 | 40 | ƒ Aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies | ||
| ƒ Waardeverminderingen op vlottende activa | ƒ Aan de wettelijke reserves | ||||
| andere dan voorraden, bestellingen | ƒ Aan de overige reserves | ||||
| in uitvoering en handelsvorderingen | |||||
| ƒ Andere financiële kosten | 2 | Over te dragen resultaat | -1.102 | -1.183 | |
| WINST UIT DE GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING, | Tussenkomst van de vennoten in het verlies | ||||
| VÓÓR BELASTING | 81 | 244 | |||
| Uit te keren winst | |||||
| ƒ Vergoeding van het kapitaal | 273 | 144 | |||
| ƒ Bestuurders of zaakvoerders |
Andere rechthebbenden
TOELICHTING
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| STAAT VAN MATERIEEL VASTE ACTIVA | ||
| Netto boekwaarde per einde van het vorige boekjaar | 2 | 2 |
| Mutaties tijdens het boekjaar: | ||
| ƒ Nieuwe kosten van het boekjaar | 1 | |
| ƒ Afschrijving | 1 | 1 |
| ƒ Overig | ||
| Netto boekwaarde per einde van het | ||
| boekjaar, waarvan: | 1 | 2 |
| ƒ Meubilair & rollend materieel | 1 | |
| ƒ Overige materiële vaste activa | 1 | 1 |
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| STAAT VAN DE FINANCIËLE VASTE ACTIVA | ||
| VERBONDEN ONDERNEMINGEN - | ||
| DEELNEMINGEN EN AANDELEN | ||
| Aanschaffingswaarde per einde | ||
| van het vorige boekjaar | 2.647 | 3.121 |
| Mutaties tijdens het boekjaar: | ||
| ƒ Aanschaffingen ƒ Overdrachten en buitengebruikstellingen |
3.440 | 474 |
| Per einde van het boekjaar | 6.086 | 2.647 |
| Meerwaarden per einde van het vorig boekjaar | 50 | 50 |
| Meerwaarden per einde van het boekjaar | 50 | 50 |
| Waardeverminderingen | ||
| Mutaties tijdens het boekjaar: | ||
| ƒ Geboekt | ||
| ƒ Overdrachten en buitengebruikstellingen | ||
| Waardeverminderingen per einde van het boekjaar | ||
| NIET-OPGEVRAAGDE BEDRAGEN | ||
| Nettoboekwaarde per einde boekjaar | 6.136 | 2.697 |
| Verbonden ondernemingen - Vorderingen | 74 | 254 |
| Nettoboekwaarde vorderingen | ||
| per einde van het vorige boekjaar | 254 | 74 |
| ƒ bewegingen tijdens het boekjaar | -180 | 180 |
| Nettoboekwaarde vorderingen | ||
| per einde van het boekjaar | 74 | 254 |
| Ondernemingen waar een | ||
| deelnemingsverhouding mee bestaat | ||
| Aanschafwaarde per einde van het vorige boekjaar ƒ Mutaties tijdens het boekjaar: |
760 | 760 |
| - Aanschaffingen | ||
| Aanschafwaarde per einde boekjaar | 760 | 760 |
| Meerwaarden | ||
| Afschrijvingen per het einde van het | ||
| vorige boekjaar | ||
| ƒ Mutaties tijdens het boekjaar: | ||
| - Geboekt - Overdrachten en buitengebruikstellingen |
||
| Afschrijvingen per het einde van het boekjaar | ||
| Niet-opgevraagde bedragen | ||
| NETTOBOEKWAARDE PER EINDE BOEKJAAR | 760 | 760 |
DEELNEMINGEN EN MAATSCHAPPELIJKE RECHTEN IN ANDERE ONDERNEMINGEN
Hieronder worden de ondernemingen vermeld waarin de onderneming ageas SA/NV een deelneming bezit, evenals de andere ondernemingen waarin de onderneming ageas SA/NV maatschappelijke rechten bezit ten bedrage van ten minste 10% van het geplaatste kapitaal.
NAAM, volledig adres van de ZETEL
en zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het BTW- of NATIONAAL NUMMER
| Maatschappelijke rechten aangehouden door | Gegevens uit de laatst beschikbare jaarrekening | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| De onderneming | Jaarrekening | Eigen | Netto | ||||
| (rechtstreeks) | dochters | per | Muntcode | vermogen | Resultaat | ||
| (+) of (-) | |||||||
| Aantal | % | % | (in miljoenen munteenheden) | ||||
| Ageas Insurance International N.V. | 31/12/2011 | EUR | 5.561 | -281 | |||
| Archimedeslaan 6 | |||||||
| 3584 BA Utrecht, NEDERLAND | |||||||
| Gewone aandelen | 100,00 | ||||||
| Ageas Hybrid Financing SA | 31/12/2011 | EUR | 1 | ||||
| Boulevard Grande Duchesse Charlotte 6 | |||||||
| 1331 Luxembourg | |||||||
| G.D. LUXEMBOURG | |||||||
| Gewone aandelen | 100,00 | ||||||
| Royal Park Investments NV | 31/12/2011 | EUR | 2.348 | 299 | |||
| Van Orleystraat 15 | |||||||
| 1000 Brussel, BELGIE | |||||||
| BE 0807.882.811 | |||||||
| Gewone aandelen | 44,70 |
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| GELDBELEGGINGEN | ||
| Aandelen en vastrentende effecten | 155 | 116 |
| ƒ eigen aandelen | 140 | 115 |
| ƒ aandelen | 1 | |
| Vastrentende effecten | 15 | |
| Tremijnrekeningen bij kredietinstellingen | 770 | |
| - met een resterende looptijd van meer | ||
| dan 1 maand en | 600 | |
| - Meer dan één jaar | 170 | |
| Overlopende rekeningen | 6 | 2 |
| ƒ Te versturen facturen | ||
| ƒ Over te dragen kosten | 3 | |
| - Te ontvangen intresten | 3 | 2 |
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| STAAT VAN HET KAPITAAL EN | ||
| DE AANDEELHOUDERSSTRUCTUUR | ||
| ƒ Maatschappelijk kapitaal er einde van het vorig boekjaar | 1.101.819.943 | |
| ƒ Maatschappelijk kapitaal per einde van het boekjaar | 2.042.218.690 | |
| Bedragen | Aantal aandelen | |
| Staat van het kapitaal en de aandeelhoudersstructuur | ||
| ƒ Vernietiging eigen aandelen | -80.710.598 | - 192.168.091 |
| ƒ Fusie Ageas NV – reverse stock split | 1.021.109.345 | -2.188.091.454 |
| Samenstelling van het kapitaal | ||
| Soorten aandelen | ||
| ƒ Gewone aandelen | 2.042.218.690 | 243.121.272 |
| ƒ Op naam | xxxxxxxxxx | 9.111.025 |
| ƒ Aan toonder | xxxxxxxxxx | 234.010.247 |
| Niet-gestort kapitaal | ||
| Eigen aandelen gehouden door: | ||
| ƒ De vennootschap zelf | ||
| - Kapitaalbedrag | 140.107.962 | |
| - Aantal aandelen | 7.275.675 | |
| ƒ Gehouden door haar dochters: | ||
| - Kapitaalbedrag | ||
| - Aantal aandelen | ||
| Verplichtingen tot uitgifte van aandelen | ||
| ƒ Als gevolg van de uitoefening van conversierechten - Bedrag van de lopende converteerbare leningen |
||
| - Bedrag van het te plaatsen kapitaal |
||
| - Maximum aantal uit te geven aandelen |
||
| ƒ Als gevolg van de uitoefening van | ||
| inschrijvingsrechten | ||
| - Aantal inschrijvingsrechten in omloop | 23.423.060 | |
| - Bedrag van het te plaatsen kapitaal | 19.675.370 | |
| - Maximum aantal uit te geven aandelen | 2.342.306 | |
| Toegestaan, niet-geplaatst kapitaal | 100.800.000 | |
| Aandelen buiten kapitaal | ||
| Aandeelhoudersstructuur van de onderneming op de datum van de jaarafsluiting, | ||
| zoals die blijkt uit de kennisgevingen die de onderneming heeft ontvangen | ||
| Voor zover bij ageas SA/NV bekend, ziet de | ||
| structuur van het stabiele aandeelhoudersschap | ||
| van de vennootschap er op | ||
| 31 december 2012 als volgt uit: | ||
| % | ||
| Ping An Life Insurance Company of China Ltd | 4,81 | |
| Black Rock Inc. ageas SA/NV |
3,05 3,01 |
|
| Franklin Mutual Advisers LLC | 3,00 |
De leden van de Raad van Bestuur van ageas SA/NV bezitten op 31 december 2012 samen 3.121.180 aandelen ageas en 44.529 opties op aandelen ageas. Vanaf 7 augustus 2012 moet elke optiehouder, om een nieuw ageas SA/NV-aandeel te verwerven, 10 opties uitoefenen en 10 x de uitoefenprijs betalen.
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| VOORZIENINGEN ƒ RPN(I) |
170 165 |
1.181 |
| ƒ CASHES | 5 | |
| ƒ MCS / Dutch State | 1.181 | |
| Verplichtingen met een oorspronkelijke looptijd | ||
| van meer dan een jaar, naar gelang hun | ||
| resterende looptijd | 190 | |
| ƒ Financiele schulden | ||
| ƒ Andere leningen | ||
| ƒ Overige schulden | 190 | |
| Schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen | 2 | 12 |
| en sociale lasten | ||
| Belastingen ƒ Vervallen belastingschulden |
11 | |
| ƒ Niet-vervallen belastingschulden | 11 | |
| ƒ Geraamde belastingschulden | ||
| Bezoldigingen en sociale lasten ƒ Vervallen schulden tav de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid |
2 | 1 |
| ƒ Andere schulden mbt bezoldigingen en sociale lasten | 2 | 1 |
| Overlopende rekeningen | 6 | 6 |
| ƒ Toe te rekenen kosten | 4 | 1 |
| ƒ Te betalen interesten RPN(I) ƒ Provisie vergoeding staatsgarantie |
1 2 |
|
| ƒ Over te dragen opbrengsten | 2 | 2 |
| 2012 | 2011 | |
| BEDRIJFRESULTATEN | ||
| Bedrijfskosten | ||
| Werknemers ingeschreven | ||
| in het personeelsregister | ||
| ƒ Totaal aantal op afsluitingsdatum | 59 | 46 |
| Gemiddeld personeelsbestand berekend in voltijdse equivalenten |
52.7 | 39,6 |
| ƒ Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren | 91.730 | 71.237 |
| Personeelskosten | 11 | 11 |
| ƒ Bezoldigingen en rechtsreekse sociale voordelen | 7 | 8 |
| ƒ Werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid ƒ Werkgeverspremies voor bovenwettelijke verzekeringen |
2 | 1 1 |
| ƒ Andere personeelskosten | 2 | 1 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | - 1.011 | |
| ƒ Toevoegingen ƒ Bestedingen en terugnemigen |
477 1.488 |
|
| Andere bedrijfskosten | 981 | |
| ƒ Andere | 981 | |
| Uitzendkrachten ƒ Totaal aantal op einde afsluitingsdatum |
||
| ƒ Gemiddeld aantal in VTE | 0.2 |
| FINANCIËLE RESULTATEN Andere financiële opbrengsten 190 275 ƒ Moratoire intresten ƒ Herwaardering RPN(I) 190 275 Afschrijvingen van kosten bij uitgifte van leningen en van risico geactiveerde interesten Waardeverminderingen op vlottende activa Andere financiële kosten ƒ Settlement fee CASHES) 2 2012 2011 VENNOOTSCHAPSBELASTING EN OVERIGE BELASTINGEN VENNOOTSCHAPSBELASTING Belastingen op het resultaat van het boekjaar: ƒ Verschuldigde of betaalde belastingen en voorheffingen ƒ Geactiveerde overschotten van betaalde belastingen en voorheffingen ƒ Geraamde belastingsupplementen Belastingen op het resultaat van vorige boekjaren: ƒ Verschuldigde of betaalde belastingensupplementen ƒ Geraamde belastingsupplementen of belastingen waarvoor een voorziening werd gevormd Belangrijkste oorzaken van de verschillen tussen de winst voor belastingen, zoals die blijkt uit de jaarrekening, en de geraamde belastbare winst Dividenden van filialen, waarvan 95% niet belastbaar 200 36 Meerwaarden op de realisatie van Financiële Vaste Activa 50 Invloed van de uitzonderlijke resultaten op de belastingen op het resultaat van het boekjaar Bronnen van belastinglatenties ƒ Actieve latenties - Gecumuleerde fiscale verliezen die aftrekbaar zijn van latere belastbare winsten 11.437 11.149 ƒ Passieve latenties - Call optie aandelen BNP Paribas 234 395 2012 2011 BELASTINGEN EN TAKSEN BELASTINGEN OP HET RESULTAAT Belastingen op de toegevoegde waarde en belastingen ten laste van derden in rekening gebracht: ƒ Aan de onderneming ƒ Door de onderneming 1 1 De ingehouden bedragen ten laste van derden bij wijze van: ƒ Bedrijfsvoorheffing 4 3 ƒ Roerende voorheffing 15 19 |
2012 | 2011 |
|---|---|---|
ageas N.V. heeft zich garant gesteld jegens het Institute of London Underwriters ten behoeve van Bishopsgate Insurance Limited. Het lidmaatschap van Bishopsgate Insurance Limited van het Institute of London Underwriters is per 31 december 1991 beëindigd. De garantiestelling van ageas N.V. betreft de lopende verplichtingen die voortvloeien uit polissen, namens deze maatschappij uitgegeven door genoemd Institute en voor de verplichtingen van deze maatschappij tegenover het Institute.
VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN
Voorwaardelijke verplichtingen gerelateerd aan gerechtelijke procedures
Ageas is, zoals vele andere financiële instellingen, gedaagde met betrekking tot een aantal vorderingen, geschillen en rechtszaken die een gevolg zijn van de normale bedrijfsuitoefening.
Bovendien, als gevolg van de gebeurtenissen en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de voormalige Fortis-groep tussen mei 2007 en oktober 2008 (o.a. acquisitie van delen van ABN AMRO en kapitaalverhoging in oktober 2007, aankondiging van het versnelde solvabiliteitsplan in juni 2008, desinvestering van de bankactiviteiten en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten in september/oktober 2008) is Ageas betrokken of kan Ageas worden betrokken bij een aantal juridische procedures, evenals administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in België en Nederland.
Ageas ontkent in deze procedures dat het foutief gehandeld zou hebben en zal elke aantijging voor de rechtbank betwisten. Dergelijke juridische acties tegen Ageas kunnen echter, indien succesvol, uiteindelijk een grote financiële impact op Ageas hebben. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk te beoordelen wat de kans van slagen is van die acties, noch de schadevergoeding te kwantificeren die betaald zou moeten worden als deze acties succesvol zouden zijn.
Administratieve procedures ingesteld door de markttoezichthouders in Nederland en België
In Nederland:
Op 5 februari 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een boete opgelegd van EUR 288.000 voor overtredingen van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM zijn er op 5 juni 2008 bepaalde onjuiste of misleidende verklaringen afgelegd over de solvabiliteitspositie van Fortis en had Fortis op 14 juni 2008 bekend moeten maken dat de door de Europese Commissie opgelegde voorwaarden (de 'EC Remedies') met zich meebrachten dat de financiële doelstellingen voor 2008 en daarna niet zonder extra maatregelen konden worden gerealiseerd. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode tussen 5 en 25 juni 2008 te hebben gehandeld zonder over volledig correcte informatie te beschikken. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Nadat het administratief beroep werd verworpen, tekende Ageas beroep aan tegen de beslissing van de AFM bij de rechtbank te Rotterdam. Op 4 mei 2011 heeft deze rechtbank de beslissing van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.
Op 19 augustus 2010 heeft de AFM ageas SA/NV en ageas N.V. elk een additionele boete opgelegd van EUR 144.000 wegens overtreding van de Wet op het financieel toezicht. Volgens de AFM heeft Fortis de beleggers niet tijdig geïnformeerd over haar 'subprime'-positie en had zij informatie moeten publiceren over haar 'subprime'-positie en blootstelling (zowel in algemene zin als in de Verenigde Staten, alsmede een uitsplitsing) in de trading update die op 21 september 2007 werd gepubliceerd in verband met de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007. Dit betekent dat beleggers zouden kunnen beweren in de periode vanaf 21 september 2007 te hebben gehandeld op basis van onvolledige informatie. Ageas betwist de beweerde overtredingen. Na afwijzing van het administratief beroep heeft Ageas beroep aangetekend tegen het besluit van de AFM bij de rechtbank van Rotterdam. Op 9 februari 2012 heeft deze rechtbank het besluit van de AFM bevestigd. Ageas heeft tegen dit vonnis beroep aangetekend bij de bevoegde gerechtelijke instantie in Nederland.
In België:
De Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) heeft een onderzoek ingesteld inzake Fortis' externe communicatie omtrent de implementatie van het solvabiliteitsplan en de solvabiliteitsvooruitzichten in het tweede kwartaal van 2008. Op 12 april 2012 heeft het directiecomité van de FSMA het door de auditeur opgestelde onderzoeksrapport doorgestuurd naar de sanctiecommissie die uiteindelijk zal oordelen of er een boete opgelegd moet worden.
Strafprocedure in België
In België loopt een strafprocedure naar aanleiding van de gebeurtenissen vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk. In november 2012 werden een aantal personen in verdenking gesteld door de onderzoeksrechter. Het dossier werd overgemaakt aan de procureur des Konings.
Negatieve bevindingen in deze administratieve procedures en/of de strafprocedure kunnen een impact hebben op bestaande juridische procedures en kunnen leiden tot nieuwe procedures tegen Ageas, met inbegrip van aanspraken op schadevergoeding.
Juridische procedures ingesteld door aandeelhouders of aandeelhoudersverenigingen
Deze procedures in België en Nederland (i) houden (in)direct verband met de transacties in september/oktober 2008 of (ii) beogen de betaling van een schadevergoeding wegens vermeende misleidende communicatie en/of marktmisbruik waaraan Fortis zich schuldig zou hebben gemaakt tussen mei 2007 en oktober 2008.
In Nederland
Op 16 augustus 2010 hebben de VEB (Vereniging van Effectenbezitters) en bepaalde andere partijen een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer in Amsterdam (i) om een juridische procedure te starten met als doel te laten vaststellen dat bepaalde feiten die vermeld worden in het onderzoeksverslag3 ) als wanbeleid van Fortis moeten worden beschouwd en (ii) om de kwijting verleend aan Fortis N.V. bestuurders op 29 april 2008 te laten nietig verklaren.
Op 5 april 2012 heeft de Ondernemingskamer de verzoeken van de VEB ten dele afgewezen, maar ook ten dele ingewilligd, en bepaalde onderdelen van het beleid als wanbeleid aangemerkt. Aansluitend heeft de Ondernemingskamer het besluit van de algemene vergadering van Fortis N.V. tot kwijting van de raad van bestuur voor het in 2007 gevoerde beleid vernietigd, voor zover het betrekking heeft op de communicatie omtrent de 'subprime' portefeuille in het prospectus en de trading update. Ageas heeft tegen deze beschikking bij de Hoge Raad hoger beroep aangetekend.
Op 19 januari 2011 heeft de VEB een procedure ingeleid voor de rechtbank van Amsterdam met het verzoek vast te stellen dat diverse mededelingen door Fortis tussen september 2007 en 3 oktober 2008 een schending van het recht vormen door Fortis en door sommige voormalige bestuurders en topmanagers. De VEB kwalificeert elk van deze overtredingen als een onrechtmatige daad van alle of sommige verweerders en stelt dat deze verweerders bijgevolg aansprakelijk zijn voor de schade geleden door een ieder die aandelen kocht gedurende de relevante periode. Onder meer beweert VEB (ten aanzien van Fortis, sommige vroegere bestuurders en topmanagers en ten aanzien van de financiële instellingen die tijdens de kapitaalverhoging zijn opgetreden als
3) Onderzoeksverslag opgedragen door de Ondernemingskamer en publiek gemaakt op 16 juni 2010. Het verslag kan worden geraadpleegd op Ageas' website:
http://www.ageas.com/Documents/NL_final_report_dutch_investigation_20 100616.pdf.http://www.ageas.com/
Stichting FortisEffect en een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. De Gier hebben voor het Gerechtshof van Amsterdam beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Amsterdam van 18 mei 2011. Dit vonnis verwierp de vordering van de Stiching tot het ongeldig verklaren van de besluiten van de Raad van Bestuur van Fortis in oktober 2008 en de nietigverklaring van de transacties, of de betaling van schadevergoeding als alternatief.
Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Bos eisen schadevergoeding op grond van beweerde communicatiefouten in 2008. De rechtbank van Utrecht oordeelde op 15 februari 2012 dat Fortis en twee medegedaagden (de voormalige CEO en de voormalige financiële topman) misleidende informatie hebben openbaar gemaakt in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008. De rechtbank vonniste verder dat in een afzonderlijke procedure moet worden beoordeeld of de eisers schade hebben geleden en, in voorkomend geval, de hoogte ervan. In deze context hebben sommige voormalige bestuurders en topmanagers van Fortis de rechter gevraagd de beweerde verplichting van Ageas te erkennen om die personen te vrijwaren tegen schade die zou voortvloeien uit of verband zou houden met de juridische procedures tegen hen uit hoofde van de functies die zij binnen de Fortis groep uitoefenden. Voor het Gerechtshof van Arnhem is beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van Utrecht.
Op 7 juli 2011 heeft de Nederlandse stichting 'Stichting Investor Claims Against Fortis' (SICAF) een procedure ingeleid voor de rechtbank van Utrecht op grond van beweerde communicatiefouten door Fortis gedurende de periode 2007-2008. Onder meer beweert de Stichting (ten aanzien van Fortis en twee financiële instellingen) dat de informatie over de positie en de blootstelling van Fortis in relatie tot de 'subprime' situatie in het prospectus van 24 september 2007 voor de kapitaalverhoging die plaatsvond op 9 oktober 2007, onjuist en onvolledig was.
Op 3 augustus 2012 heeft dezelfde SICAF, namens en samen met een aantal geïdentificeerde (voormalige) aandeelhouders, een tweede procedure voor de Rechtbank van Utrecht aangespannen tegen dezelfde partijen en bepaalde voormalige Fortis bestuurders en topmanagers, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd . De aantijgingen in deze tweede procedure zijn grotendeels gelijk aan de eerste procedure. Aanvullend beweren de eisers dat Fortis in de periode 2007 en 2008 tekortgeschoten is in haar solvabiliteitsbeleid. Momenteel is het onduidelijk of beide procedures zullen worden samengevoegd.
In België
Een aantal personen vertegenwoordigd door Mr. Modrikamen heeft op 28 januari 2009 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel waarbij oorspronkelijk de vernietiging van de verkoop van ASR aan de Nederlandse staat en de verkoop van Fortis Bank aan de FPIM (en vervolgens aan BNP Paribas) dan wel schadevergoeding werd geëist. Op 8 december 2009 besliste de rechtbank onder meer dat zij niet bevoegd is voor de vorderingen tegen de Nederlandse verweerders. Op 17 januari 2013 bevestigde het Hof van Beroep dit vonnis op dit punt. De procedure ten gronde voor de Rechtbank van Koophandel wordt voortgezet inzake de verkoop van Fortis Bank.
Een aantal personen rond Deminor International heeft op 13 januari 2010 een procedure ingeleid voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij ze schadevergoeding nastreven op grond van beweerde onvolledige of misleidende informatieverstrekking door Fortis in de periode mei 2007 tot oktober 2008.
Op 12 september 2012 hebben een (voormalige) Fortis aandeelhouder en de moedermaatschappij ervan een procedure aangespannen voor de Rechtbank van Koophandel in Brussel, waarbij schadevergoeding wordt gevorderd op basis van het beweerde gebrek aan of misleidende informatie van Fortis in de context van de kapitaalverhoging in 2007.
Procedure ingesteld door houders van Mandatory Convertible Securities (MCS)
De MCS uitgegeven in 2007 door Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. (nu ABN AMRO Bank N.V.), samen met BNP Paribas Fortis SA/NV, ageas SA/NV en ageas N.V., werden verplicht geconverteerd op 7 december 2010 in 106.723.569 aandelen Ageas. Vóór 7 december 2010 beslisten een aantal MCS houders eenzijdig op een algemene vergadering van MCS houders om de vervaldag van de MCS uit te stellen tot 7 december 2030. De gevolgen van deze beslissing werden evenwel opgeschort door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op verzoek van Ageas. Na 7 december 2010 hebben de voormelde MCS houders de geldigheid van de conversie van de MCS aangevochten. Zij eisten de vernietiging van de conversie dan wel een schadevergoeding voor een bedrag van EUR 1,75 miljard. Op 23 maart 2012 heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel Ageas in het gelijk gesteld en alle eisen van de voormalige MCS-houders afgewezen. De omzetting van de MCS in door Ageas uitgegeven aandelen op 7 december 2010 blijft dus rechtsgeldig en er is geen schadevergoeding verschuldigd. Een aantal voormalige MCS houders heeft beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij een voorlopige schadevergoeding van EUR 350 miljoen en de aanstelling van een expert wordt gevorderd.
Vrijwaringsbedingen
In 2008 hebben de moedermaatschappijen van Fortis aan sommige voormalige topmanagers en bestuurders, bij hun vertrek, een contractuele vrijwaring verleend voor juridische kosten, en in sommige gevallen ook voor de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak in het geval dat tegen deze personen een rechtszaak zou worden aangespannen in verband met hun mandaat binnen de onderneming. Ageas betwist de geldigheid van deze contractuele vrijwaringsbedingen voor zover ze betrekking hebben op de financiële gevolgen van een eventuele gerechtelijke uitspraak.
Onder bepaalde voorwaarden kan Ageas ook vrijwaringsverplichtingen hebben ten opzichte van sommige financiële instellingen die de plaatsing van aandelen faciliteerden tijdens de kapitaalverhogingen van 2007 en 2008, en die betrokken zijn in de in dit hoofdstuk beschreven juridische procedures.
Algemene opmerkingen
Gezien het feit dat geen van de door de rechtbanken benoemde experts argumenten hebben aangedragen die een nietigverklaring (of gedeeltelijke nietigverklaring) zou kunnen onderbouwen of rechtvaardigen van de beslissingen van de Raad van Bestuur van Fortis in september/oktober 2008 en de daaruit voortvloeiende overeenkomsten en transacties en dat het de rechtbank van Amsterdam in twee vonnissen van 18 mei 2011 de eisen van VEB/Deminor en Stichting FortisEffect met betrekking tot deze transacties afwees, acht het management van Ageas het onwaarschijnlijk dat de in dit hoofdstuk beschreven procedures zullen leiden tot een nietigverklaring van deze transacties.
Zonder afbreuk te doen aan specifieke commentaren die hierboven werden gegeven en gezien de verschillende fases en het continu veranderende karakter alsook de inherente onzekerheden en complexiteit van de lopende procedures is het management op dit ogenblik niet in staat om hun merites en gevolgen in te schatten en te bepalen, of de vorderingen tegen Ageas ongegrond zijn of succesvol kunnen worden verdedigd en of deze vorderingen al dan niet zullen resulteren in een significant verlies in de Geconsolideerde Jaarrekening van Ageas. Om die reden worden er geen voorzieningen aangehouden
Ageas zal voorzieningen boeken indien en op het ogenblik dat het naar de mening van het management, in overleg met de juridische adviseurs, waarschijnlijk is dat Ageas een betaling zal moeten doen en het bedrag ervan redelijkerwijze kan worden geschat.
Indien een van deze procedures negatieve gevolgen voor Ageas zou hebben of zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding aan de eisers in verband met miscommunicatie of wanbeheer van de kant van Fortis, dan kan dat belangrijke gevolgen hebben voor de financiële positie van Ageas. Die gevolgen zijn op dit moment niet kwantificeerbaar.
Op basis van de conclusies uit bepaalde in dit hoofdstuk beschreven gerechtelijke uitspraken hebben de verzekeraars van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en van de prospectusaanprakelijkheidsverzekering, die de potentiële risico's verzekeren van Ageas en haar bestuurders en functionarissen uit hoofde van de aansprakelijkheidsclaims in de verschillende lopende procedures, laten weten dat deze conclusies zouden kunnen leiden tot een verlies aan verzekeringsdekking uit hoofde van deze polissen. Ageas is het oneens met deze mening die op dit moment onderwerp is van discussie met de verzekeraars.
Voorwaardelijke verplichtingen inzake hybride instrumenten van voormalige dochterondernemingen
De voormalige werkmaatschappijen van Ageas hebben een aantal hybride instrumenten uitgegeven die leiden tot voorwaardelijke verbintenissen voor ageas SA/NV, omdat deze voormalige moedermaatschappij optrad als garant, codebiteur of een andere ondersteunende overeenkomst tekenden. In de volgende paragrafen worden de voorwaardelijke verplichtingen beschreven die aan deze instrumenten zijn verbonden.
1. CASHES
De CASHES (Convertible And Subordinated Hybrid Equity-linked Securities) vertegenwoordigen 4.447 obligaties voor een totaal nominaalbedrag van EUR 1.112 miljoen, uitgegeven door BNP Paribas Fortis SA/NV, met ageas SA/NV als medeschuldenaar.
De obligaties hebben geen vervaldatum en kunnen niet in contanten worden uitbetaald, maar kunnen alleen worden ingewisseld tegen aandelen Ageas. De CASHES worden automatisch omgezet in aandelen Ageas als de koers van het aandeel Ageas gedurende twintig achtereenvolgende beurswerkdagen gelijk is aan of hoger is dan EUR 359,10 (de slotkoers van het aandeel bedroeg aan het einde van 2012 EUR 22.22). De obligaties kunnen ook naar keuze van de obligatiehouder worden omgezet in aandelen Ageas tegen een koers van EUR 239,40 per aandeel. BNP Paribas Fortis SA/NV bezit 4.634.904 aandelen Ageas met het oog op de mogelijke wissel.
De enige verhaalmogelijkheid van de houders van de CASHES tegen elk van de mededebiteuren met betrekking tot de hoofdsom zijn de Ageas aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV aanhoudt; deze aandelen zijn ten gunste van die houders verpand.
BNP Paribas Fortis SA/NV betaalt de coupon per kwartaal tegen een variabale rente van driemaands Euribor + 2%, tot de omwisseling van de CASHES in aandelen Ageas. In het geval dat Ageas geen dividend over haar aandelen uitkeert of dat het vastgestelde dividend in enig boekjaar beneden de drempel valt (dividendrendement < 0,5%), of in bepaalde andere omstandigheden, zal de betaling van coupons verplicht plaatsvinden door ageas SA/NV in overeenstemming met de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM), terwijl BNP Paribas Fortis SA/NV dan aan Ageas instrumenten dient uit te geven die als hybride Tier 1 instrumenten kunnen worden aangemerkt als compensatie voor de coupons die werden betaald door ageas SA/NV. Als de ACSM in werking treedt en het beschikbare toegestane maatschappelijke kapitaal ontoereikend is om ageas SA/NV in staat te stellen de ACSM-verplichting na te komen, wordt de couponbetaling opgeschort tot het moment dat de uitgifte van nieuwe aandelen weer mogelijk is.
2. Schadevergoeding samenhangend met de CASHES
Oorspronkelijk zijn 12.000 CASHES uitgegeven. In januari 2012 bracht BNP Paribas een bod uit op de CASHES tegen een prijs van 47,5% en wisselde vervolgens 7.553 aangeboden CASHES in tegen de onderliggende aandelen Ageas. Dit bod en de wissel maakten deel uit van een bredere overeenkomst tussen Ageas en BNP Paribas Fortis SA/NV en BNP Paribas. Ageas betaalde EUR 287 miljoen schadevergoeding aan BNP Paribas voor de 63% wissel.
Ageas zal BNP Paribas binnen twee jaar een vergoeding betalen tegen dezelfde voorwaarden zoals bepaald in de overeenkomst als BNP Paribas van de 37% uitstaande CASHES additionele CASHES verkrijgt en inwisselt. Ageas heeft tevens ingestemd BNP Paribas Fortis SA/NV een jaarlijkse vergoeding te betalen die overeenkomt met het bruto-dividend van de aandelen die BNP Paribas Fortis SA/NV nog aanhoudt.
3. BNP Paribas Fortis Tier 1-obligatielening 2004
BNP Paribas Fortis SA/NV heeft in 2004 een eeuwigdurende lening ter waarde van EUR 1.000 miljoen uitgegeven, met een Support Agreement aangegaan door de vroegere Fortis moedermaatschappijen, nu ageas SA/NV, tegen een coupon van 4,625% tot 27 oktober 2014 en 3-maands Euribor + 1,70% daarna.
De Support Agreement van de moedermaatschappij houdt in dat, indien de solvabiliteit van BNP Paribas Fortis beneden een bepaalde drempelwaarde komt of indien BNP Paribas Fortis daarvoor kiest, de coupon wordt voldaan volgens de zogenaamde Alternative Coupon Settlement Method (ACSM). BNP Paribas Fortis zou in dat geval ageas SA/NV moeten compenseren door uitgifte van nieuwe aandelen.
VERBONDEN ONDERNEMINGEN
| 2012 | 2011 | |
|---|---|---|
| BETREKKING MET VERBONDEN ONDERNEMINGEN EN MET ONDERNEMINGEN WAARMEE EEN DEELNEMINGSVERHOUDING BESTAAT |
||
| Verbonden ondernemingen | ||
| ƒ Financiële vaste activa | 6.210 | 2.951 |
| - Deelnemingen | 6.136 | 2.697 |
| - Achtergestelde vorderingen | 74 | 74 |
| - Andere vorderingen | 180 | |
| ƒ Financiële resultaten | ||
| - Opbrengsten uit financiële vaste activa | 200 | 37 |
| - Opbrengsten uit vlottende activa | ||
| - Andere financiële opbrengsten | ||
| - Kosten van schulden | ||
| - Andere financiële kosten | ||
| ƒRealisatie van vaste activa | 50 | |
| - Meerwaarde op realisatie van Vaste Activa | 50 | |
| Ondernemingen waar een deelnemingsverhouding | ||
| mee bestaat | ||
| ƒ Financiële vaste activa | 760 | 760 |
| - Deelnemingen | 760 | 760 |
| ƒ Financiële betrekkingen met: | ||
| - Bestuurders en zaakvoerders, natuurlijke of rechtspersonen | ||
| die de onderneming rechtstreeks of onrechtstreeks | ||
| - controleren zonder verbonden onderneming te zijn, | ||
| of andere ondernemingen die door deze personen | ||
| - Rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en | ||
| ten laste van de resultatenrekening toegekende | 2 | 1 |
| pensioenen, voor zover deze vermelding niet uitsluitend | ||
| of hoofdzakelijk betrekking hebben op de toestand van | ||
| één enkel identificeerbaar persoon, van Bestuurders | ||
| en managers | ||
| ƒ Bedrijfsrevisoren of daaraan gerelareerde personen | ||
| - Bezoldiging commissarissen | 0,7 | 0,9 |
SOCIALE
BALANS Nummers van de paritaire comités die voor de onderneming bevoegd zijn 218.00
Staat van de tewerkgestelde personen
| Tijdens het boekjaar | Codes | Totaal | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld aantal werknemers | ||||
| ƒ Voltijds | 1001 | 51.6 | 31.5 | 20.1 |
| ƒ Deeltijds | 1002 | 1.2 | ||
| ƒ Totaal in voltijds equivalenten (VTE) | 1003 | 52.7 | 31.5 | 20.1 |
| Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren | ||||
| ƒ Voltijds | 1101 | 87.865 | 53.690 | 34.175 |
| ƒ Deeltijds | 1012 | 3.865 | ||
| ƒ Totaal | 1013 | 91730 | 53.690 | 34.175 |
| Personeelskosten | ||||
| ƒ Voltijds ƒ Deeltijds |
1021 1022 |
8.935.359 1.610.322 |
6.360.188 | 2.575.171 |
| ƒ Totaal | 1023 | 10.545.681 | 6.360.188 | 2.575.171 |
| Bedrag van de voordelen bovenop het loon | 1033 | 52.880 | 31.644 | 21.236 |
| Tijdens het vorig boekjaar | Codes | Totaal | Mannen | Vrouwen |
| ƒ Gemiddeld aantal werknemers in VTE | 1003 | 39.6 | 23.8 | 15.8 |
| ƒ Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren | 1013 | 71.237 | 38.136 | 33.101 |
| ƒ Personeelskosten | 1023 | 11.481.042 | 6.146.261 | 5.334.781 |
| ƒ Bedrag van de voordelen bovenop het loon | 1033 | 40.400 | 21.628 | 18.772 |
| Totaal in | ||||
| voltijdse | ||||
| Voltijds | Deeltijds | equavalenten | ||
| Op afsluitingsdatum van het boekjaar | Codes | (boekjaar) | (boekjaar) | (boekjaar) |
| Aantal werknemers ingeschreven | ||||
| in het personeelsregister | 105 | 58 | 1 | 58.9 |
| Volgens de aard van de arbeidsovereenkomst | ||||
| ƒ Overeenkomst voor onbepaalde tijd | 110 | 58 | 1 | 58.9 |
| ƒ Overeenkomst voor bepaalde tijd | 111 | |||
| ƒ Overeenkomst voor een | ||||
| duidelijk omschreven werk | 112 | |||
| ƒ Vervangingsovereenkomst | 113 | |||
| Volgens het geslacht | ||||
| ƒ Mannen | 120 | 37 | 0 | 37.0 |
| - Lager onderwijs | 1200 | |||
| - Secundair onderwijs | 1201 | 1 | 0 | 1,0 |
| - Hoger niet-universitair onderwijs | 1202 | 3 | 0 | 3,0 |
| - Universitair onderwijs | 1203 | 33 | 0 | 33,0 |
| ƒ Vrouwen | 121 | 21 | 1 | 21.9 |
| - Lager onderwijs | 1210 | |||
| - Secundair onderwijs | 1211 | 1 | 0 | 1,0 |
| - Hoger niet-universitair onderwijs | 1212 | 8 | 0 | 8,0 |
| - Universitair onderwijs | 1213 | 21 | 1 | 21,9 |
| ƒ Volgens de beroepscategorie | ||||
| - Directiepersoneel | 130 | 31 | 0 | 31 |
| - Bedienden | 134 | 27 | 1 | 27,9 |
| - Arbeiders | 132 | |||
Uitzendkrachten en ter beschikking van de onderneming gestelde personen
| Ter beschikking van de | |||
|---|---|---|---|
| Tijdens het boekjaar | Codes | Uitzendkrachtem | onderneming gestelde personen |
| Gemiddeld aantal werknemers | 1500 | 0,2 | |
| Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren | 151 | 511 | |
| Kosten voor de onderneming | 1522 | 18.780 |
Tabel van het personeelsverloop tijdens het boekjaar
| Voltijds | Deeltijds | Totaal in | ||
|---|---|---|---|---|
| voltijdse | ||||
| Ingetreden | Codes | Equavalenten (VTE) | ||
| Aantal werknemers die tijdens het boekjaar in het | ||||
| personeelsregister werden ingeschreven | 205 | 18 | 1 | 18,9 |
| Volgens de aard van de arbeidsovereenkomst | ||||
| ƒ Overeenkomst voor onbepaalde tijd | 210 | 18 | 18,0 | |
| ƒ Overeenkomst voor bepaalde tijd | 211 | 1 | 0,9 | |
| ƒ Overeenkomst voor een duidelijk omschreven werk | 212 | |||
| UITGETREDEN | ||||
| Aantal werknemers met een in het personeelsregister opgetekende datum | ||||
| waarop hun overeenkomst tijdens het boekjaar een einde nam | 305 | 4 | 2 | 5.3 |
| ƒ Volgens de aard van de arbeidsovereenkomst | ||||
| - Overeenkomst voor onbepaalde tijd | 310 | 4 | 1 | 4,5 |
| - Overeenkomst voor bepaalde tijd | 311 | 1 | 0,8 | |
| - Overeenkomst voor een duidelijk omschreven werk | 312 | |||
| ƒ Volgens de reden van beëindiging van de overeenkomst | ||||
| - Pensioen | 340 | |||
| - Brugpensioen | 341 | |||
| - Afdanking | 342 | 1 | 0 | 1,0 |
| - Andere reden | 343 | 3 | 2 | 4,3 |
| Waarvan: | 350 | |||
| het aantal werknemers dat als zelfstandige ten minste op halftijdse basis diensten | ||||
| blijft verlenen aan de onderneming |
Inlichtingen over de opleiding voor de werknemers tijdens het boekjaar
| Codes | Mannen | Codes | Vrouwen | |
|---|---|---|---|---|
| TOTAAL VAN DE MINDER FORMELE EN INFORMELE VOORTGEZETTE BEROEPSOPLEIDINGSINITIATIEVEN VOOR DE WERKNEMERS TEN LASTE VAN DE WERKGEVER |
||||
| ƒ Aantal betrokken werknemers | 5841 | 36 | 5811 | 22 |
| ƒ Aantal gevolgde opleidingsuren | 5842 | 1.448 | 5812 | 727 |
| ƒ Nettokosten voor de onderneming | 5843 | 179.214 | 5813 | 34.073 |
.
SAMENVATTING VAN DE WAARDERINGS-REGEL
Oprichtingskosten
De kosten van een kapitaalsverhoging of een uitgifte van aandelen of obligaties, al dan niet converteerbaar, worden over maximaal vijf jaar afgeschreven.
Financiële vaste activa
De financiële vaste activa bestaan uitsluitend uit deelnemingen in en vorderingen op Ageas maatschappijen. Zij worden geactiveerd tegen aanschaffingsprijs, exclusief aanschaffingskosten.
Vorderingen en liquide middelen
De vorderingen worden tegen hun nominale waarde of aanschaffingsprijs verantwoord.
Waardeverminderingen worden verantwoord wanneer op de balansdatum, en rekening houdend met de waarde van de eventuele waarborgen die aan elk type vordering zijn verbonden, de inning ervan onzeker is of in het gedrang komt.
Geldbeleggingen
Effecten worden verantwoord tegen aanschaffingsprijs.
Waardeverminderingen worden verantwoord voor vastgestelde duurzame vermogensverliezen. Als deze verliezen vervolgens verminderen, worden ze teruggedraaid voor het bedrag dat het verlies vermindert. Resultaten bij verkoop van effecten worden bepaald op basis van de gemiddelde aanschaffingswaarde van de effecten.
Omzetting van activa en passiva in vreemde valuta
Activa en passiva uitgedrukt in vreemde valuta worden omgezet in Euro tegen de wisselkoersen op het einde van het boekjaar. De winsten of verliezen voortvloeiend uit deze omzetting, evenals de wisselkoersverschillen op de verrichtingen tijdens het boekjaar, worden in de resultatenrekening opgenomen.
ADDITIONELE TOELICHTING OP ONDERDELEN IN DE BALANS EN DE RESULTATEN-REKENING
ACTIVA
a. Financiele Vaste activa: EUR 6.970 miljoen
Het bedrag van de Financiële Vaste Activa nam per 31 december 2012 toe van EUR 3.711 miljoen tot EUR 6.970 miljoen door:
- de op de Buitengewone Algemene Vergaderingen van Aandeelhouders van 28 en 29 juni 2012 aangenomen resoluties om ageas SA/NV met ageas N.V. te fuseren waardoor de deelneming in Ageas Insurance International steeg met EUR 3.439 miljoen naar EUR 6.136 miljoen.
- De op de Buitengewone Algemene Vergadering van Ageas Hybrid Financing goedgekeurde kapitaalsverhoging waarbij de deelname in deze onderneming steeg tot EUR 0,7 miljoen.
ageas SA/NV heeft ook een participatie in Royal Park Investments (EUR 760 miljoen) en een lening van EUR 74 miljoen aan AG Insurance NV.
b. Vorderingen op ten hoogste één jaar: EUR 8 miljoen
Deze rubriek bevat enerzijds een aantal handelsvorderingen en vooruitbetaalde facturen (EUR 6 miljoen) en een bedrag aan terug te vorderen belastingen (EUR 2 miljoen).
De vorderingen op Fortis Capital Company Limited, ABN AMRO en de Nederlandse Staat in verband met de FCC-transactie en de MCS-conversie die geboekt stonden voor een bedrag van EUR 1.181 miljoen werden in de loop van het boekjaar afgehandeld.
c. Geldbeleggingen: EUR 925 miljoen
- Op 31 december 2012 had ageas SA/NV 7.273.425 eigen aandelen ingekocht voor een waarde van EUR 140 miljoen;
- als gevolg van de fusie met ageas N.V., heeft ageas SA/NV voor EUR 15 miljoen vastrentende effecten en voor EUR 770 miljoen termijndeposito's verkregen. De vastrentende effecten en een bedrag van EUR 600 miljoen worden aangehouden in de Nederlandse Vaste Inrichting van ageas SA/NV.
d. Liquide middelen: EUR 283 miljoen
Op 31/12/2012 kon ageas SA/NV beschikken over een bedrag van EUR 283 miljoen waarvan EUR 190 miljoen wordt aangehouden in de Nederlandse Vaste Inrichting van ageas SA/NV.
PASSIVA
De wijzigingen in het geplaatst kapitaal waren als volgt:
- a. Geplaatst kapitaal: van EUR 1.102 miljoen naar EUR 2.042 miljoen;
- b. Uitgiftepremies: van EUR 955 miljoen naar EUR 2.968 miljoen;
- c. Onbeschikbare reserves: EUR 140 miljoen.
ageas SA/NV heeft:
- een 'buy-in' van 7.056.442 aandelen voor een bedrag van EUR 137 miljoen;
- een 'buy-in' van 216.983 aandelen in het kader van het 'Restricted Share Unit Plan' voor een bedrag van EUR 3 miljoen.
e. Beschikbare reserves: EUR 3.924 miljoen
Mede door de fusie met ageas N.V. steeg het bedrag van de beschikbare reserves van EUR 2.637 miljoen naar EUR 3.924 miljoen.
Een bedrag van EUR 144 miljoen werd aan de reserves onttrokken voor de betaling van dividend. Verder werd er in het kader van het inkoopprogramma van eigen aandelen een bedrag van EUR 140 miljoen overgeboekt naar de onbeschikbare reserves.
f. Overgedragen winst/verlies: EUR -1.102 miljoen
Het boekjaar 2012 sloot af met een winst van EUR 81 miljoen, die verklaard wordt door de ontvangst van een dividend van EUR 200 miljoen van Ageas Insurance International N.V. enerzijds, een negatief resultaat van EUR 73 miljoen als gevolg van de afhandeling van en aantal rechtszaken (vorderingen op Fortis Capital Company Limited, ABN AMRO en de Nederlandse Staat in verband met de FCC-transactie en de MCS-conversie) en operationele kosten van EUR 46 miljoen. Hierdoor daalde het bedrag van het overgedragen verlies van EUR 1.183 miljoen naar EUR 1.102 miljoen.
g. Provisies: EUR 170 miljoen
De in 2010 opgezette voorzieningen met betrekking tot geschillen met de Nederlandse Staat, Fortis Capital Company en ABN AMRO voor een bedrag van EUR 1.181 miljoen werden als gevolg van de afhandeling van deze geschillen, teruggenomen.
Door ageas SA/NV is een provisie aangelegd van EUR 170 miljoen, bestaande uit EUR 165 miljoen voor de toekomstige afwikkeling van de RPN(I) en EUR 5 miljoen inzake een vergoeding voor de CASHES (EUR 5 miljoen).
h. Schulden op ten hoogste één jaar: EUR 45 miljoen
Deze schuld bestaat voornamelijk uit:
- schulden aan leveranciers voor een bedrag van EUR 15 miljoen;
- salarissen en sociale zekerheidsbijdrages voor een bedrag van EUR 2 miljoen;
- schulden aan de aandeelhouders voor een bedrag van EUR 28 miljoen.
RESULTATENREKENING
a. Operationele inkomsten: EUR 3 miljoen
Dit bedrag heeft vooral betrekking op de doorrekening van diensten met betrekking tot het Solvency II programma (EUR 1 miljoen) en de doorrekening van de kosten gerelateerd aan de lancering van een 'Restricted Share Unit' programma (EUR 2 miljoen).
b. Operationele kosten: EUR 23 miljoen
De operationele kosten kunnen als volgt opgedeeld worden:
Advocaten, consultants ..................................................... 17 Door AG Insurance doorbelaste kosten ............................ 12 Algemene Vergadering ........................................................ 1 bestuurdersvergoedingen .................................................... 4 Reclame en advertenties ..................................................... 2 Verzekeringen ...................................................................... 1 Overige kosten ..................................................................... 5 Salarissen .......................................................................... 11 Voorzieningen (-) - ..................................................... - 1.011 Minderwaarde op realisatie handelsvordering ................. 981 VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE
ALGEMENE VERGADERING DER AANDEELHOUDERS VAN ageas SA/NV
OVER DE JAARREKENING OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2012
Verslag van de commissaris aan de Algemene Vergadering der Aandeelhouders van ageas SA/NV over de jaarrekening over het boekjaar afgesloten op 31 december 2012
Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de jaarrekening evenals de vereiste bijkomende vermeldingen.
Verklaring over de jaarrekening zonder voorbehoud
Wij hebben de controle uitgevoerd van de jaarrekening van ageas SA/NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2012, opgesteld op basis van het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel, met een balanstotaal van EUR 8.193 miljoen en waarvan de resultatenrekening afsluit met een resultaat van het boekjaar van EUR 81 miljoen.
Verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor het opstellen van de jaarrekening
Het opstellen van de jaarrekening valt onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Deze verantwoordelijkheid omvat: het ontwerpen, implementeren en in stand houden van een interne controle met betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de jaarrekening zodat deze geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat; het kiezen en toepassen van geschikte waarderingsregels; en het maken van boekhoudkundige ramingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Verantwoordelijkheid van de commissaris
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle uitgevoerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen en volgens de in België geldende controlenormen, zoals uitgevaardigd door het Instituut der Bedrijfsrevisoren. Deze controlenormen vereisen dat onze controle zo wordt georganiseerd en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Overeenkomstig deze controlenormen hebben wij controlewerkzaamheden uitgevoerd ter verkrijging van controle-informatie over de in de jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De selectie van deze controlewerkzaamheden is afhankelijk van onze beoordeling welke een inschatting omvat van het risico dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van onze risico-inschatting houden wij rekening met de bestaande interne controle van de vennootschap met betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de jaarrekening ten einde in de gegeven omstandigheden de gepaste werkzaamheden te bepalen maar niet om een oordeel over de effectiviteit van de interne controle van de vennootschap te geven. Wij hebben tevens de gegrondheid van de waarderingsregels, de redelijkheid van de boekhoudkundige ramingen gemaakt door de vennootschap, alsook de voorstelling van de jaarrekening als geheel beoordeeld. Ten slotte, hebben wij van het bestuursorgaan en van de verantwoordelijken van de vennootschap de voor onze controlewerkzaamheden vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie een redelijke basis vormt voor het uitbrengen van ons oordeel.
Oordeel zonder voorbehoud
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening afgesloten op 31 december 2011 een getrouw beeld van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van de vennootschap, in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel.
Paragraaf ter benadrukking van een bepaalde aangelegenheid
Wij vestigen de aandacht op de nota Voorwaardelijke verplichtingen bij de jaarrekening waarin is beschreven dat de vennootschap als gedaagde is betrokken of kan worden betrokken bij verschillende juridische procedures en een aantal administratieve en strafrechtelijke onderzoeken in verband met bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen welke gedurende de periode mei 2007 tot en met oktober 2008 hebben plaatsgevonden en waarvan sommige kunnen resulteren in financiële verplichtingen voor de vennootschap. Echter, de uiteindelijke uitkomst van deze zaken kan momenteel niet worden bepaald. Deze situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.
Verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag, het naleven van de wettelijke en bestuursrechterlijke voorschriften die van toepassing zijn op het voeren van de boekhouding, alsook van het naleven van het Wetboek van vennootschappen en van de statuten van de vennootschap.
In het kader van ons mandaat, is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, de naleving van bepaalde wettelijke en bestuursrechterlijke voorschriften na te gaan. Op grond hiervan sluiten wij de volgende bijkomende vermeldingen in die niet van aard zijn om de draagwijdte van ons oordeel over de jaarrekening te wijzigen:
- Het jaarverslag, welke bestaat uit het document genaamd "Verslag van de raad van Bestuur van Ageas", behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt in alle van materieel belang zijnde opzichten overeen met de jaarrekening en bevat geen informatie die kennelijk inconsistent is met de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.
- Zoals vermeld in het deel van ons verslag met betrekking tot onze verantwoordelijkheid hebben we rekening gehouden met de bestaande interne beheersing van de vennootschap met betrekking tot het opstellen van de jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, teneinde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de vennootschap. Als gevolg geven we geen opinie over het feit of de interne beheersing al dan niet effectief was tijdens het boekjaar afgesloten op 31 december 2012.
- Onverminderd formele aspecten van ondergeschikt belang, werd de boekhouding gevoerd overeenkomstig de in België van toepassing zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften.
- De resultaatverwerking, die aan de algemene vergadering wordt voorgesteld, stemt overeen met de wettelijke en statutaire bepalingen.
- Wij dienen u geen verrichtingen of beslissingen mede te delen die in overtreding met de statuten of het Wetboek van vennootschappen zijn gedaan of genomen
Brussel, 5 maart 2013
KPMG Bedrijfsrevisoren Commissaris vertegenwoordigd door
Bedrijfsrevisor Bedrijfsrevisor
Olivier Macq Michel Lange
OVERIGE INFORMATIE
AGEAS | JAARVERSLAG 2012 237
WAARSCHUWING TEN AANZIEN VAN MEDEDELINGEN MET BETREKKING TOT DE TOEKOMST
Bepaalde mededelingen die zijn opgenomen in dit Jaarverslag, waaronder de mededelingen die worden gedaan in de hiervan deel uitmakende hoofdstukken Bericht aan de aandeelhouders, Overzicht activiteiten, Verslag van het Executive Committee en Noot 7 Risicomanagement, betreffen toekomstverwachtingen en andere uitspraken over de toekomst die zijn gebaseerd op de huidige visie, ramingen en aannames van het management met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen. Deze mededelingen worden gedaan onder voorbehoud van bepaalde risico's en onzekerheden die tot gevolg kunnen hebben dat de werkelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen wezenlijk afwijken van die welke expliciet of impliciet in deze mededelingen zijn weergegeven, waaronder het niveau van de voorzieningen met betrekking tot de krediet- en beleggingsportefeuilles.
Andere, meer algemene factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden, zijn onder meer:
- de algemene economische omstandigheden;
- veranderingen in de rente en de ontwikkelingen op de financiële markten;
- de frequentie en omvang van verzekerde schadegevallen;
- het niveau en de ontwikkeling van de sterfte, morbiditeit en van de bestendigheid van de verzekeringsportefeuille;
- valutakoersen, met inbegrip van de koers van de euro ten opzichte van de US dollar;
- veranderingen in het prijs- en concurrentieklimaat, met inbegrip van een toename van de concurrentie in België;
- veranderingen in de binnen- en buitenlandse wetgeving, voorschriften en belastingen;
- regionale of algemene veranderingen in de waardering van activa;
- grote (natuur)rampen;
- het niet in staat zijn om bepaalde risico's op economisch verantwoorde wijze te herverzekeren;
- de toereikendheid van verliesreserves;
- veranderingen in de wet- en regelgeving betreffende de bancaire, verzekerings-, beleggings- en/of effectensector;
- veranderingen in het beleid van centrale banken en/of buitenlandse overheden; en
- algemene concurrentiefactoren op wereldwijde, regionale en/of nationale schaal.
PLAATSEN WAAR DE DOCUMENTEN KUNNEN WORDEN GERAADPLEEGD
De statuten van de vennootschappen ageas SA/NV kunnen geraadpleegd worden op de Griffie van de Rechtbank van Koophandel in Brussel (voor ageas SA/NV) en op het hoofdkantoor van de vennootschap.
Het Jaarverslag wordt gedeponeerd bij de Nationale Bank van België (ageas SA/NV). De beslissingen inzake (her)benoeming en vertrek van bestuurders worden onder andere gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad (ageas SA/NV).
De financiële berichten over de vennootschappen alsmede de oproepingen tot de algemene vergaderingen worden gepubliceerd in de financiële pers, de kranten en de informatieperiodieken. Het Jaarverslag van de vennootschappen, evenals een lijst met alle deelnemingen van Ageas, zijn verkrijgbaar op het hoofdkantoor en worden eveneens gedeponeerd bij de Nationale Bank van België. Deze worden elk jaar naar de aandeelhouders op naam verstuurd en op verzoek naar de personen die daarom vragen.
Informatieverstrekking aan aandeelhouders en beleggers
Genoteerde aandelen
De aandelen Ageas zijn op dit moment genoteerd aan NYSE Euronext Brussels en de beurs van Luxemburg. Daarnaast heeft Ageas een gesponsord ADR-programma in de Verenigde Staten. De ageas SA/NV VVPR-strips waren uitsluitend genoteerd aan NYSE Euronext Brussels tot 1 januari 2013.
Type aandelen
De aandelen kunnen op naam of aan toonder worden gehouden.
INSCHRIJVING EN REGISTRATIE VAN GEDEMATERIALISEERDE AANDELEN
Ageas biedt de aandeelhouders de gelegenheid hun aandelen te laten registreren in gedematerialiseerde vorm. De aldus geregistreerde aandelen blijven gedematerialiseerd en worden kosteloos beheerd. De houder van gedematerialiseerde aandelen kan, op aanvraag en kosteloos, zijn aandelen laten omzetten in aandelen op naam. Een houder van aandelen op naam kan, op aanvraag en kosteloos, zijn aandelen krijgen in de vorm van gedematerialiseerde aandelen. Ageas heeft een procedure uitgewerkt voor de snelle omzetting van aandelen in gedematerialiseerde vorm, waardoor de aandelen snel kunnen worden geleverd.
ageas SA/NV, Corporate Administration
Markiesstraat 1, 1000 Brussel, België
Informatie en communicatie
De vennootschap stuurt publicaties, onder meer die welke betrekking hebben op de kwartaal- en jaarresultaten, alsook het jaarverslag, kosteloos naar de houders van aandelen op naam en van geregistreerde aandelen. De vennootschap nodigt alle houders van aandelen op naam en van geregistreerde aandelen persoonlijk uit op de Algemene Vergadering en stuurt hen de agenda, de voorgestelde besluiten, alsook een volmachtformulier om zich op de vergadering te kunnen laten vertegenwoordigen en aan de stemming deel te nemen. Bij de betaalbaarstelling van het dividend crediteert de vennootschap automatisch de bankrekeningen die door de houders van aandelen op naam en geregistreerde aandelen zijn opgegeven voor het bedrag van het dividend dat hen toekomt.
BEGRIPPENLIJST EN AFKORTINGEN
Achtergestelde schuld (lening)
Een lening (of effect) dat lager staat in de rangorde van schulden die aanspraak kunnen maken op activa en inkomsten.
Basispunt (bp)
Eén honderdste van een procent (0.01%).
Beleggingscontract
Een levensverzekeringscontract dat het financiële risico, maar geen significant verzekeringsrisico overdraagt.
Besloten derivaat (in een contract)
Een afgeleid instrument dat in een ander contract is besloten, namelijk het basiscontract. Het basiscontract kan een obligatie of aandeel zijn, een leaseovereenkomst, een verzekeringscontract of een aan- of verkoopovereenkomst.
Bijzondere waardevermindering
Het bedrag waarmee de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft. In dergelijke gevallen zal de boekwaarde via de resultatenrekening teruggebracht worden tot de reële waarde.
Borgstelling
Een verbintenis gesteld ten gunste van een tegenpartij die aan een derde de waarborg biedt dat de tegenpartij aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen. Indien de tegenpartij in gebreke blijft, kan de derde beroep doen op deze verbintenis om zijn verliezen te vergoeden.
Bruto geboekte premies
Totale premies (al dan niet verdiend) voor in een bepaalde periode aangegane verzekeringscontracten, zonder aftrek van in herverzekering gegeven premies.
Cash flow hedge
Een afdekking van het risico op schommelingen in de kasstromen van een actief of een verplichting of van een verwachte toekomstige transactie en die voortkomen uit variabele koersen of prijzen.
Clean fair value
De reële waarde, exclusief het ongerealiseerde deel van de opgelopen rente.
Clearing
De administratieve vereffening van effecten, futures en opties via een verrekeningsagentschap en de eraan verbonden financiële instellingen (clearing members).
Contantewaardeberekening
Een waarderingsmethode waarbij de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd worden tegen een rentevoet die de tijdswaarde van het geld uitdrukt alsook een risicopremie die een weerspiegeling vormt van de extra opbrengst die beleggers verlangen om het risico te compenseren dat de verwachte kasstroom niet wordt gerealiseerd.
Credit spread
Het renteverschil tussen overheidsobligaties en bedrijfsobligaties (ook wel 'credits' genoemd).
Custody (bewaarneming)
Overeenkomst, meestal tussen een belegger en een bank (maar eventueel ook een agent of een trustbedrijf), waarbij de belegger effecten, goud of andere kostbaarheden tegen betaling in bewaring geeft bij de bank, die daarvoor een vergoeding in rekening brengt.
Deelneming
Een entiteit waarin Fortis invloed van betekenis heeft en die geen dochteronderneming of belang in een joint venture is.
Derivaat
Een financieel instrument zoals een swap, future, een termijncontract of optie (geschreven of gekocht). Dat financiële instrument heeft een waarde die verandert naar gelang de veranderingen in de onderliggende waarde. Het instrument vergt weinig tot geen aanvangsinvestering en wordt op een tijdstip in de toekomst afgewikkeld.
Discretionaire winstdeling
Een contractueel recht om, in aanvulling op gegarandeerde voordelen, aanvullende voordelen te ontvangen:
(a) die waarschijnlijk een belangrijk gedeelte van de contractuele voordelen uitmaken; (b) waarvan de hoogte of het tijdstip contractueel door de emittent wordt bepaald; en (c) die contractueel gebaseerd zijn op: (i) de prestaties van een bepaalde pool van contracten of een bepaald type contract; (ii) gerealiseerde en/of ongerealiseerde beleggingsresultaten van een bepaalde pool van door de emittent gehouden activa; of (iii) de winst of het verlies van de vennootschap, het fonds of een andere entiteit die het contract uitgeeft.
Dochteronderneming
Dochterondernemingen zijn die ondernemingen waarin Fortis, direct of indirect, het financiële en operationele beleid bepaalt teneinde voordelen uit deze activiteiten te verwerven ('zeggenschap').
Effectenleentransacties
Een lening van een effect van de ene partij aan de andere, die op zijn beurt het effect dient terug te bezorgen op de eindvervaldag van de transactie. Tegenover een dergelijke lening staat veelal een onderpand. Dit type transactie geeft aan de eigenaar van het effect de mogelijkheid om extra rendement te behalen.
Employee benefits
Het geheel van niet-verplichte verzekeringen en andere voorzieningen die werknemers, naast hun salaris, ontvangen in ruil voor door hen verrichte diensten.
Financiële lease
Een leaseovereenkomst die vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en beloningen overdraagt. Het eigendom kan uiteindelijk wel of niet worden overgedragen.
Geamortiseerde kostprijs
Bedrag waarvoor het financieel actief of de financiële verplichting bij de eerste opname in de balans wordt opgenomen, verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde geaccumuleerde afschrijving van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag, en verminderd met eventuele afboekingen wegens bijzondere waardeverminderingen.
Gestructureerde kredietinstrumenten
Gestructureerde kredietinstrumenten zijn waardepapieren, die gecreëerd worden door het herverpakken van kasstromen uit financiële contracten en bevatten obligaties gedekt door overige activa (ABS), obligaties gedekt door hypotheken (MBS) en schuldpapieren met onderpand (CDO's).
Goodwill
Goodwill vertegenwoordigt het positieve verschil tussen enerzijds de reële waarde van de activa, passiva en uitgegeven eigenvermogeninstrumenten plus eventuele direct aan de bedrijfscombinatie toe te schrijven kosten, en anderzijds het belang van Fortis in de reële waarde van de activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen.
Hedge accounting
Verantwoording van de compenserende effecten van veranderingen in de reële waarde van het afdekkingsinstrument en de reële waarde van het afgedekte instrument in de resultatenrekening van dezelfde periode.
IFRS
Afkorting voor International Financial Reporting Standards. De standaard internationale boekhoudregels voor het opstellen van jaarrekeningen per 1 januari 2005 voor alle beursgenoteerde ondernemingen binnen de Europese Unie, die de jaarcijfers beter vergelijkbaar maken en beter inzicht in de financiële positie en resultaten verschaffen.
Immaterieel vast actief
Een identificeerbaar, niet-monetair actief. Het immaterieel vast actief wordt verantwoord tegen kostprijs als het toekomstige economische voordelen zal opleveren en de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald.
Invaliditeitsverzekering
Verzekering tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.
ISO-valutalijst
| AUD | Australië, dollars |
|---|---|
| CAD | Canada, dollars |
| CHF | Zwitserland, francs |
| CNY | China, yuan/renminbi |
| DKK | Denemarken, kroner |
| GBP | Verenigd Koninkrijk, ponden |
| JPY | Japan, yen |
| MYR | Maleisië, ringgit |
| SEK | Zweden, kronor |
| THB | Thailand, baht |
| TRY | Turkije, nieuwe lira |
| TWD | Taiwan, nieuwe dollars |
| USD | Verenigde Staten, dollars |
| ZAR | Zuid-Afrika, rand |
Macro hedge
Een afdekking van een specifiek risico voor een portefeuille van tegoeden of activa.
Marktkapitalisatie
De waarde die door de beurs aan de vennootschap wordt toegekend. Marktkapitalisatie is gelijk aan het aantal uitstaande aandelen vermenigvuldigd met de geldende koers van het aandeel.
Netto investeringshedge
Een afdekking van het financiële risico van een netto investering in een buitenlandse entiteit door een transactie met een compenserend risicoprofiel af te sluiten.
Omgekeerde terugkoopovereenkomst
De aankoop van een effect waaraan een overeenkomst gekoppeld wordt om het op een toekomstige datum tegen een hogere prijs terug te verkopen.
Operationele lease
Een overeenkomst die het gebruik van een goed toelaat tegen periodieke betalingen, maar geen overdracht inhoudt van een eigendomstitel. Het financiële risico blijft bij de schuldeiser of leasinggever.
Operationele marge
Het bedrijfsresultaat gedeeld door de netto premies. Het bedrijfsresultaat is de winst of het verlies uit alle activiteiten, inclusief het technisch en beleggingsresultaat.
Optie
Het recht, maar niet de verplichting, om een effect gedurende een bepaalde periode of op een bepaalde datum tegen een bepaalde prijs te kopen (calloptie) of verkopen (putoptie).
Oprenting
Het toevoegen van rente aan verplichtingen om op de contractuele afloopdatum van de verplichting deze volledig te kunnen voldoen.
Overlopende acquisitie kosten
De kosten van het verwerven van nieuwe en hernieuwde verzekeringen, hoofdzakelijk commissies en uitgaven met betrekking tot underwriting, tussenpersonen en de uitgifte van nieuwe polissen. Deze kosten variëren en houden hoofdzakelijk verband met het aangaan van nieuwe contracten.
Private equity
Effecten van bedrijven die niet aan een beurs zijn genoteerd. Omdat een markt ontbreekt, moet een belegger zelf een koper vinden als hij zijn aandeel in een dergelijk bedrijf wil verkopen.
Reële waarde
Het bedrag waarvoor een actief (verplichting) kan worden verkregen (aangegaan) of verkocht (vereffend) in een marktconforme transactie tussen bewuste en bereidwillige partijen.
Reële waarde afdekking
Een afdekking om de blootstelling te beperken aan schommelingen in de reële waarde van een actief of een verplichting (dan wel een deel daarvan), of een vaststaande verbintenis. De schommeling van de reële waarde is verbonden aan een specifiek risico en is van invloed op de gerapporteerde netto winst.
Referentiebedrag
Een uitdrukking van een aantal eenheden van een valuta, een financieel instrument, een bepaald volume of gewicht dat gespecificeerd wordt in een derivatenovereenkomst.
Schuldbewijs gedekt door activa
Een obligatie of een effect dat gewaarborgd wordt door leningen of andere vorderingen.
Shadow accounting
Onder IFRS 4 is het verzekeraars toegestaan, maar ze zijn daartoe niet verplicht, om hun grondslagen voor financiële verslaggeving zodanig te wijzigen dat de invloed van een opgenomen maar ongerealiseerde winst of ongerealiseerd verlies op deze waarderingen dezelfde is als die van een gerealiseerde winst of een gerealiseerd verlies. De hiermee verband houdende aanpassing van de verzekeringsverplichting (of geactiveerde acquisitiekosten of immateriële activa) wordt alleen in het eigen vermogen opgenomen als de ongerealiseerde winsten of verliezen direct in het eigen vermogen worden verwerkt.
Toetsingsvermogen
De financieringsbronnen die, conform de solvabiliteitsregelgeving van de bancaire toezichthoudende overheid, in aanmerking komen voor de berekening van het Tier 1 kapitaal.
Transactiedatum
De datum waarop Fortis toetreedt tot de contractuele bepalingen van het instrument.
Vale of Business acquired (VOBA)
De contante waarde van toekomstige winsten (ook gedefinieerd als 'value of business acquired' of 'VOBA') uit overgenomen verzekeringscontracten wordt verantwoord als immaterieel actief en afgeschreven over de opnameperiode van de premie of bruto winst van de overgenomen polissen.
VaR
Afkorting van Value at Risk: een techniek op basis van de statistische analyse van historische marktontwikkelingen en fluctuaties. De VaR bepaalt de kans dat het verlies op een portefeuille een bepaald bedrag zal overschrijden.
Vastgoedbelegging
Vastgoed dat wordt aangehouden omwille van huuropbrengsten of een stijging van de kapitaalwaarde.
Verzekeringscontract
Contracten die aan de ene partij (Fortis) een aanzienlijk verzekeringsrisico overdragen van de andere partij (de verzekeringsnemer) door overeen te komen om de verzekeringsnemer te vergoeden voor een onvoorziene gebeurtenis die schade berokkent aan de verzekerde.
Voorziening
Een verplichting van een onzekere omvang of met een onzeker tijdstip. Voorzieningen worden opgenomen als verplichtingen wanneer het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen, vereist zal zijn om deze verplichtingen af te wikkelen en in de veronderstelling er dat een betrouwbare schatting kan worden gemaakt.
Afkortingen
| Asset and liability management |
|---|
| Convertible and Subordinated Hybrid Equity-linked Securities |
| Credit default swap |
| Cash generating unit (Kasstroomgenererende eenheid) |
| Discretionary participation features |
| Euro inter bank offered rate |
| Embedded value |
| Floating rate equity linked subordinated hybrid bond |
| Incurred but not reported |
| International Financial Reporting Interpretations Committee |
| International Financial Reporting Standards |
| Liability adequacy test |
| Mandatory Convertible Securities |
| Over the counter |
| Special purpose entity |
Ageas en ageas SA/NV, Markiesstraat 1, 1000 Brussel, België Telefoon +32(0) 2 557 57 11, Fax +32(0) 2 557 57 50 Internet adres: www.ageas.com E-mail adres: [email protected]
ar.ageas.com www.ageas.com www.ageasclub.com