AI assistant
VGP NV — Annual Report 2025
Apr 8, 2026
4022_10-k_2026-04-08_92d9a4d0-b1c9-4bb5-9c34-f7e41bb96a42.xhtml
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
315700NENYPIXFR94T49-2025-12-31-1-nl.xhtml 315700NENYPIXFR94T492025-01-012025-12-31315700NENYPIXFR94T492024-01-012024-12-31315700NENYPIXFR94T492025-12-31315700NENYPIXFR94T492024-12-31315700NENYPIXFR94T492023-12-31315700NENYPIXFR94T492023-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492024-01-012024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492024-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492025-01-012025-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492025-12-31ifrs-full:IssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492023-12-31vgp:AdjustmentsToIssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492024-01-012024-12-31vgp:AdjustmentsToIssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492024-12-31vgp:AdjustmentsToIssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492025-01-012025-12-31vgp:AdjustmentsToIssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492025-12-31vgp:AdjustmentsToIssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492023-12-31vgp:IFRSIssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492024-01-012024-12-31vgp:IFRSIssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492024-12-31vgp:IFRSIssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492025-01-012025-12-31vgp:IFRSIssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492025-12-31vgp:IFRSIssuedCapitalMember315700NENYPIXFR94T492023-12-31ifrs-full:SharePremiumMember315700NENYPIXFR94T492024-01-012024-12-31ifrs-full:SharePremiumMember315700NENYPIXFR94T492024-12-31ifrs-full:SharePremiumMember315700NENYPIXFR94T492025-01-012025-12-31ifrs-full:SharePremiumMember315700NENYPIXFR94T492025-12-31ifrs-full:SharePremiumMember315700NENYPIXFR94T492023-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember315700NENYPIXFR94T492024-01-012024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember315700NENYPIXFR94T492024-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember315700NENYPIXFR94T492025-01-012025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember315700NENYPIXFR94T492025-12-31ifrs-full:RetainedEarningsMember315700NENYPIXFR94T492024-01-012024-12-31vgp:ReclassifiedFromDisposalGroupHeldForSaleToInvestmentPropertyMember315700NENYPIXFR94T492023-01-012023-12-31vgp:ReclassifiedFromDisposalGroupHeldForSaleToInvestmentPropertyMember315700NENYPIXFR94T492024-01-012024-12-31vgp:ReclassifiedFromLiabilitiesRelatedToDisposalGroupHeldForSaleToDeferredTaxLiabilityMember315700NENYPIXFR94T492023-01-012023-12-31vgp:ReclassifiedFromLiabilitiesRelatedToDisposalGroupHeldForSaleToDeferredTaxLiabilityMemberiso4217:EURiso4217:EURxbrli:shares
Jaarverslag 2025 VGP NV
Inhoud
- 003 Verslag over de Vennootschap
- 165 Financieel overzicht
- 095 Portefeuille
- 240 Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen
Verslag over de Vennootschap 2025
VGP Park Pamplona Noain, Spanje
Inhoud
- 004 Kerncijfers
- 019 VGP in 2025
- 007 Profiel
- 055 Verslag van de Raad van Bestuur
- 010 Strategie
- 090 Raad van Bestuur en Management
- 005 Brief aan de aandeelhouders
- 030 Algemeen marktoverzicht
Kerncijfers
| Vastgoedbeleggingen | 2025 | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 |
|---|---|---|---|---|---|
| Eigen portefeuille | |||||
| Totaal verhuurbare oppervlakte (m²) | 1.437.588 | 1.325.292 | 1.609.300 | 1.363.900 | 765.800 |
| Bezettingsgraad (%) | 96,71% | 95,5% | 98,8% | 98,5% | 99,3% |
| Reële waarde van de vastgoedportefeuille¹ | 2.419.881 | 2.103.313 | 2.400.823 | 2.514.222 | 2.200.119 |
| Portefeuille van Joint Ventures’ (100%) | |||||
| Totaal verhuurbare oppervlakte (m²) | 4.996.894 | 4.649.734 | 3.756.200 | 2.937.100 | 2.326.100 |
| Bezettingsgraad (%) | 98,35% | 98,11% | 99,0% | 99,1% | 99,4% |
| Reële waarde van de vastgoedportefeuille¹ | 6.295.262 | 5.733.833 | 4.792.669 | 3.928.725 | 3.545.582 |
| Balans | 2025 | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 |
|---|---|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | 2.600.804 | 2.400.427 | 2.214.417 | 2.202.175 | 2.175.565 |
| Schuldgraad | |||||
| Netto schuld / totaal activa | 35,3% | 33,6% | 40,3% | 34,4% | 29,8% |
| Winst- en Verliesrekening | 2025 | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 |
|---|---|---|---|---|---|
| Bruto inkomsten uit huur | 86.737 | 65.366 | 64.642 | 51.230 | 17.618 |
| Bruto inkomsten uit hernieuwbare energie | 11.907 | 8.338 | 4.361 | — | — |
| Netto operationele kosten verbonden aan vastgoed | -9.937 | -6.018 | -5.534 | -8.223 | -2.219 |
| Netto inkomsten uit huur en hernieuwbare energie | 88.707 | 67.686 | 63.469 | 43.007 | 15.399 |
| Joint venture fee inkomsten | 52.058 | 32.666 | 26.925 | 21.537 | 21.303 |
| Netto waarderingswinsten/(verliezen) op vastgoedbeleggingen | 243.624 | 187.056 | 87.958 | -97.230 | 610.261 |
| Administratieve kosten | -63.332 | -61.263 | -48.863 | -33.956 | -52.112 |
| Aandeel in het resultaat van Joint Ventures en geassocieerde ondernemingen | 41.285 | 92.744 | -10.715 | -45.927 | 186.703 |
| Overige kosten | — | -1.750 | — | -3.000 | -5.000 |
| Bedrijfsresultaat | 362.342 | 317.139 | 118.774 | -115.569 | 776.554 |
| Netto financieel resultaat | -23.901 | 2.403 | -6.031 | -27.008 | -12.654 |
| Belastingen | -48.002 | -32.555 | -25.451 | 20.035 | -113.845 |
| Resultaat over de periode | 290.439 | 286.987 | 87.292 | -122.542 | 650.055 |
| Resultaat per Aandeel | 2025 | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 |
|---|---|---|---|---|---|
| Gewone nettoresultaat per aandeel (in €) – Basis | 10,64 | 10,52 | 3,20 | -5,49 | 31,41 |
| Gewone nettoresultaat per aandeel (in €) – Verwaterd | 10,64 | 10,52 | 3,20 | -5,49 | 31,41 |
1 De Reële waarde van de eigen vastgoedportefeuille, is inclusief vastgoedbeleggingen geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop. De cijfers van 2024 met betrekking tot Vastgoedbeleggingen en Activa aangehouden voor verkoop werden herwerkt. Historisch classificeerde VGP-activa die juridisch eigendom zijn van de Joint Ventures maar economisch eigendom van VGP als “activa aangehouden voor verkoop”. Hierdoor, werden de reële waarde van dit vast actief in de kerncijfers gerapporteerd onder Reële waarde van de Joint Ventures’ vastgoedportefeuille. Na een herevaluatie en om de economische realiteit en het langetermijninvesteringskarakter van deze activa beter weer te geven, heeft de Groep beslist haar economische belangen in dergelijke activa te herclassificeren naar “Vastgoedbeleggingen”. Met als gevolg, dat in de kerncijfers deze reële waarde gerapporteerd wordt onder de eigen portefeuille. Deze aanpak werd consistent toegepast op zowel het lopende boekjaar als de vergelijkende periode, en de openingsbalans van de vergelijkende periode (2023). De herwerking in 2024 bedraagt € 164,4 miljoen. Eénzelfde aanpassing werd toegepast voor de cijfers van 2023, voor een bedrag van € 400,5 miljoen.
Brief aan de aandeelhouders
Beste Aandeel- en obligatiehouders,
2025 was voor VGP een jaar van solide uitvoering en strategische vooruitgang, tegen de achtergrond van – eerlijk gezegd vrijwel ongekende macro-economische en geopolitieke omstandigheden.
Na een aantal jaren die gekenmerkt werden door hoge inflatie, wisselende rentetarieven en aanhoudende geopolitieke spanningen, lijkt onzekerheid een inherent onderdeel van het economische landschap te zijn geworden. Maar juist in zulke tijden zijn overtuiging, discipline en een langetermijnvisie van het grootste belang.
We zijn dan ook bijzonder verheugd en trots dat we voor VGP over de hele lijn een solide groei kunnen rapporteren, met een winst vóór belastingen van € 338 miljoen en een Ebitda van € 455 miljoen. We begonnen het jaar met huurinkomsten op jaarbasis van € 412,6 miljoen. Tegen het einde van het jaar waren deze gestegen tot € 468,3 miljoen, hetgeen neerkomt op een forse stijging van 13,5% en een netto stijging van € 55,6 miljoen. Bovendien hebben we in de loop van het jaar voor een totaalbedrag van € 106,7 miljoen aan nieuwe en hernieuwde huurovereenkomsten gesloten. Op het vlak van verhuuractiviteiten vertaalde zich dit in de ondertekening van 830.000 m² aan nieuwe overeenkomsten en 110.000 m² aan verlengingen en hernieuwingen, wat neerkomt op 940.000 m² aan nieuw gecontracteerde ruimte. Inclusief verlengingen bedroeg de totale verhuuractiviteit maar liefst 1,7 miljoen m². We hebben het afgelopen jaar zeker een herstel gezien van de verhuuractiviteiten met e-commercehuurders, met een aandeel van 16,5% in nieuwe huurovereenkomsten, en we voeren nog steeds actieve gesprekken met verschillende potentiële klanten, evenals nieuwe vraag vanuit defensiebedrijven.
Op operationeel vlak heeft VGP in 2025 494.000 m² nieuwe ruimte opgeleverd, die bij oplevering voor 99% was verhuurd. De bouwactiviteit bleef sterk: we zijn in de loop van het jaar begonnen met 761.000 m², waarvan 438.000 m² in de tweede helft van 2025. Als gevolg daarvan bedroegen onze activa in aanbouw aan het einde van 2025 1,1 miljoen m² verdeeld over 43 gebouwen. Deze activa waren voor 69% voorverhuurd, maar projecten die langer dan zes maanden in aanbouw zijn, hebben een voorverhuurpercentage van meer dan 80%, wat onze overtuiging bevestigt dat we een gematigd voorverhuurrisico nemen. Als we rekening houden met voorverhuurverbintenissen op ontwikkelingsgrond – waaronder projecten zoals de resterende fasen van Green Campus, Frankenthal 2 en Reggio Emilia – stijgt de voorverhuurratio tot 75%, wat ruim binnen de comfortzone van VGP ligt. Onze opgeleverde portefeuille bereikte aan het einde van het jaar 6,4 miljoen m², was voor 98% verhuurd en genereerde € 386 miljoen aan huurinkomsten op jaarbasis, wat de kwaliteit, veerkracht en relevantie van onze activa op de Europese markten onderstreept.
Naast onze actieve bouwpijplijn ligt een belangrijk element van de toekomstige groei van VGP in de aanzienlijke grondbank die we de afgelopen jaren in heel Europa hebben opgebouwd. In deze periode verwierf VGP een aantal iconische brownfield- en greenfieldlocaties, waarvan vele aanzienlijke voorbereidingen vereisten voordat met de bouw kon worden begonnen. Vooral bij brownfieldontwikkelingen zijn de sloopwerkzaamheden vaak tijdrovender dan bij greenfieldprojecten en wordt dit vaak bemoeilijkt door complexe vergunnings- en wetgevingsprocessen.
In de komende twaalf tot vierentwintig maanden verwachten we echter een aanzienlijk deel van de in deze projecten aanwezige waarde te ontsluiten, naarmate ze geleidelijk ontwikkelingsrijp worden.Voorbeelden zijn onze locaties in La Naval in Bilbao, Ciudad Imagen in Sevilla, onze vlaggenschiplocatie in Vélizy nabij Parijs, evenals grondposities in Verona, Nürnberg, Rüsselsheim, Paderno bij Milaan, Reggio Emilia, Oradea en Praag. Al deze locaties naderen nu in grote mate het stadium waarin ontwikkeling in de komende twee jaar kan starten.
Tegelijkertijd volgen we zorgvuldig nieuwe structurele vraagdrivers in de vastgoedmarkt. Eén daarvan is de snel groeiende datacentersector. Binnen onze bestaande grondbank hebben we verschillende percelen geïdentificeerd die mogelijk beschikken over aanzienlijke elektriciteitsaansluitingscapaciteit en zich bevinden nabij of binnen bestaande datacenterontwikkelingscorridors. Hoewel datacenters niet onze kernexpertise vormen, zijn wij voornemens deze opportuniteiten voorzichtig maar doelgericht te verkennen, steeds geleid door onze gedisciplineerde benadering van kapitaalallocatie.
Duurzaamheid blijft diep verankerd in onze strategie en activiteiten en ook in 2025 hebben we onze ESG-verplichtingen weer omgezet in tastbare resultaten. Onze geïnstalleerde capaciteit voor hernieuwbare energie bereikte 182,5 MW, met nog eens 141 MW in aanbouw. De productie van groene stroom steeg tot 132 GWh, wat neerkomt op een jaar-op-jaar groei van 47%. Bovendien was 95% van de activa in aanbouw aan het einde van het jaar in overeenstemming met de EU-Taxonomie, gemeten op basis van de bruto actiefwaarde. Iets waar we bijzonder trots op zijn, is het BREEAM Outstanding-certificaat voor een opgeleverd gebouw in Arad, Roemenië. Het certificaat werd namelijk uitgereikt met de hoogste score ooit voor een industrieel gebouw – wereldwijd! En... VGP werd in 2026 door het tijdschrift TIME gerangschikt in de Top 100 van ‘s werelds beste bedrijven voor duurzame groei (Top 100 World’s Best Companies for Sustainable Growth).
Tegelijkertijd bleven we investeren in onze mensen en cultuur. Via de VGP Academy werden vier sessies georganiseerd met in totaal 554 deelnemers, terwijl onze medewerkersenquête een Net Promoter Score van +36,9 opleverde, wat de sterke betrokkenheid en afstemming binnen de organisatie bevestigt.
2025 was ook een belangrijke stap in de evolutie van ons joint venture-platform. We hebben onze samenwerking met Areim met succes uitgebreid door middel van een geografische uitbreiding en hebben in december ‘25 een belangrijke closing van € 509 miljoen gerealiseerd. In ‘26 streven we naar een nieuwe belangrijke transactie met de Saga (Zesde) joint venture. Bovendien is VGP een strategisch partnerschap aangegaan met East Capital om een nieuw in Luxemburg gevestigd gereserveerd alternatief beleggingsfonds (“reserved alternative investment fund”, afgekort “RAIF”) op te richten dat zich richt op hoogwaardig industrieel en logistiek vastgoed in heel Europa, met bijzondere nadruk voor de markten in Centraal- en Oost-Europa. Het fonds streeft naar een gediversifieerde portefeuille met een beoogde bruto actiefwaarde van ten minste € 1,5 miljard, waarbij gebruik wordt gemaakt van de ontwikkelingspijplijn en jarenlange ervaring van VGP op het gebied van duurzaam industrieel vastgoed. Het fonds streeft naar een eerste closing in 2026. Deze samenwerking is een nieuwe belangrijke stap in de strategie van VGP om zijn investeringsplatform samen met toonaangevende institutionele partners uit te breiden en tegelijkertijd zijn pan-Europese aanwezigheid te blijven vergroten.
Ten slotte geloven wij als overtuigde Europeanen sterk in de kracht van de industriële basis, de logistieke netwerken en de duurzame transformatie van Europa. Onze strategie blijft gericht op het bouwen aan morgen, vandaag – het ontwikkelen van toekomstbestendige logistieke en industriële ruimtes die economische groei, veerkracht en decarbonisatie ondersteunen. Deze overtuiging kwam ook tot uiting in onze omvangrijke marketingcampagne gedurende het jaar, die het merk VGP versterkte en onze langetermijnvisie duidelijk communiceerde aan klanten, partners en gemeenschappen.
Zonder de toewijding en het vertrouwen van vele belanghebbenden zouden deze resultaten niet mogelijk zijn geweest. Ik wil onze klanten, aandeelhouders, joint venture-partners, financieringspartners, leveranciers en overheidsinstanties hartelijk bedanken voor hun voortdurende medewerking. Bovenal wil ik mijn dank uitspreken aan onze medewerkers in heel Europa, wier inzet, professionaliteit en ondernemersgeest de basis blijven vormen voor het succes van VGP.
We gaan de komende jaren met vertrouwen, discipline en ambitie tegemoet en zijn allemaal zeer gemotiveerd om duurzame waarde te blijven creëren op lange termijn.
Vriendelijke groeten,
Jan Van Geet
VGP Park Rouen, Frankrijk
Verslag over de Vennootschap / Brief aan de aandeelhouders
VGP NV Jaarverslag 2025 / 006
Profiel
VGP (www.vgpparks.eu) is een zuiver op logistiek vastgoed gerichte pan-Europese Groep gespecialiseerd in de aankoop, ontwikkeling en het beheer van logistiek en licht industrieel vastgoed. De Groep richt zich op strategisch gelegen percelen grond in belangrijke Europese markten waaronder Duitsland, de Tsjechische Republiek, Spanje, Nederland, Denemarken, Slowakije, Hongarije, Roemenië, Oostenrijk, Italië, Letland, Portugal, Servië, Frankrijk, Kroatië en sinds 2025 het VK. Deze locaties werden geselecteerd om de ontwikkeling van logistieke bedrijfsparken van een aanzienlijke omvang te ondersteunen, om VGP toe te laten een uitgebreide en goed gediversifieerde grondbank te bouwen op toplocaties.
De Groep combineert zijn expertise in grondverwerving, projectconceptualisatie, ontwerp, bouw en vastgoedbeheer binnen een volledig geïntegreerd bedrijfsmodel. Deze aanpak zorgt ervoor dat VGP logistiek vastgoed van hoge kwaliteit en aanverwante kantoren kan leveren en beheren, hetzij voor zijn eigen portefeuille of in samenwerking met zijn Joint Ventures. Deze activa worden vervolgens verhuurd onder langlopende handelshuurovereenkomsten die prioriteit geven aan duurzame en groene huurpraktijken.
Als onderdeel van zijn streven naar duurzame bouwpraktijken heeft VGP oplossingen voor hernieuwbare energie geïntegreerd in zijn aanbod. Via de business line VGP Renewable Energy ondersteunt de Groep huurders en belanghebbenden door het leveren van op maat gemaakte duurzame energieoplossingen, waaronder zonne-energie-installaties en andere innovatieve projecten. Dit initiatief weerspiegelt VGP‘s toewijding aan het creëren van energie-efficiënte en duurzame logistieke parken die zowel klanten als het milieu ten goede komen.
Met een intern team van 434 professionals (per 31 december 2025) houdt VGP toezicht op alle aspecten van zijn activiteiten, van grondidentificatie en verwerving tot bouwtoezicht, het aantrekken van huurders en vastgoedbeheer. De focus van de Groep op toplocaties in de buurt van dichtbevolkte of industriële centra, in combinatie met een optimale toegang tot de transportinfrastructuur, ondersteunt zijn groeistrategie.
Op 31 december 2025 werd de portefeuille van VGP (in volledige eigendom, inclusief activa ontwikkeld voor rekening van zijn Joint Ventures) gewaardeerd op € 2.420 miljoen en bestond uit:
— 52 opgeleverde gebouwen met een totale verhuurbare oppervlakte van meer dan 1.437.588 m² (€ 915 miljoen),
— 42 gebouwen in aanbouw die 1.009.913 m² verhuurbare oppervlakte vertegenwoordigen (€ 777 miljoen), en
— Resterende ontwikkelingsgrond voor een bedrag van € 728 miljoen.
De portefeuille van de Joint Ventures, gewaardeerd op € 6.295 miljoen, omvat 212 opgeleverde gebouwen met een totale verhuurbare oppervlakte van meer dan 4.996.894 m². Samen bezit VGP (eigen portefeuille en portefeuille van Joint Ventures) een contractueel vastgelegde ontwikkelingsgrondbank van 10,25 miljoen m², wat een ontwikkelingspotentieel vertegenwoordigt van meer dan 4,3 miljoen m² toekomstig verhuurbare oppervlakte.
Voor meer informatie verwijzen we naar de hoofdstukken Strategie – Hernieuwbare Energie en Activiteitenverslag – Evolutie van de Grondbank.
VGP Park Giessen Am Alten Flughafen, Duitsland
Verslag over de Vennootschap / Profiel
VGP NV Jaarverslag 2025 / 007
Duurzame groei van de contractueel toegezegde huurovereenkomsten op jaarbasis…
Evolutie van de door de Groep contractueel toegezegde huurinkomsten op jaarbasis en het aantal huurovereenkomsten (inclusief Joint Ventures aan 100%) gedurende de voorbije jaren:
| Aantal huurovereenkomsten | Toename in huurinkomsten | Lopende huurinkomsten | Huurinkomsten op jaarbasis in miljoen € | Aantal huurovereenkomsten | In ‚000 m² |
|---|---|---|---|---|---|
| ... | ... | ... | ... | ... | ... |
…Driving resilient portfolio growth…
De historische evolutie van de opgeleverde bruto verhuurbare oppervlakte van de Groep (met inbegrip van afgestoten activa en activa verkocht aan de Joint Ventures aan 100%) was de voorbije jaren als volgt:
- Op 31 december 2025 € 468,3 miljoen aan contractueel toegezegde huurovereenkomsten op jaarbasis
- Sedert 2017 6,4 miljoen m² nieuwe verhuurbare oppervlakte ontwikkeld
Legenda:
* Desinvesteringen
* Eigen Portefeuille (excl. voor rekening JVs)
* Portefeuille van de Joint Ventures
* * Incl. in aanbouw
Verslag over de Vennootschap / Profiel
VGP NV Jaarverslag 2025 / 008
...Resulterend in een gediversifieerde vastgoedportefeuille...# Uitsplitsing Vastgoedportefeuille per Land (incl JV aan 100%) 31 December 2025 (in € mln)
| Land | Waarde (€ mln) | Percentage |
|---|---|---|
| Oostenrijk | € 261,6 | 3% |
| Tsjechische Republiek | € 972,2 | 11% |
| Kroatië | € 72,3 | 1% |
| Denemarken | € 62,7 | 1% |
| Frankrijk | € 191,1 | 2% |
| Duitsland | € 4.360,7 | 50% |
| Hongarije | € 371,2 | 4% |
| Italië | € 270,7 | 3% |
| Letland | € 73,8 | 1% |
| Nederland | € 349,9 | 4% |
| Portugal | € 134,6 | 2% |
| Roemenië | € 379,2 | 4% |
| Slowakije | € 350 | 4% |
| Servië | € 105,2 | 1% |
| Spanje | € 705,1 | 8% |
| Verenigd Koninkrijk | € 55 | 1% |
| 16 landen | € 8.715 | 100% |
Uitsplitsing Vastgoedportefeuille volgens status (incl JV aan 100%) 31 December 2025 (in € mln)
| Status | Waarde (€ mln) | Percentage |
|---|---|---|
| Opgeleverd | € 7.033 | 81% |
| In aanbouw | € 914 | 10% |
| Ontwikkelingsland | € 768 | 9% |
Verslag over de Vennootschap / Profiel VGP NV Jaarverslag 2025 / 009
Strategie
Het doel van VGP is een toonaangevende pan-Europese logistieke vastgoedgroep te zijn, gespecialiseerd in de aankoop, ontwikkeling en het beheer van logistiek vastgoed, d.w.z. gebouwen die geschikt zijn voor logistieke doeleinden en licht industriële activiteiten.
De Groep focust op (i) strategisch gelegen percelen grond die geschikt zijn voor de ontwikkeling van logistieke bedrijfsparken van een bepaalde omvang, om een uitgebreide en goed gediversifieerde grondbank op te bouwen op toplocaties; (ii) de optimalisering van de operationele prestaties van de portefeuille en de activiteiten van onze huurders via specifieke teams die diensten aanbieden voor ontwikkelings-, activa- en vastgoedbeheer; (iii) het verder laten groeien van de verschillende strategische partnerschappen die werden aangegaan met Allianz, Deka, Areim of met andere lokale partners (zie hieronder) en (iv) de uitvoering van zijn ESG-strategie, door onder meer het aanbieden van oplossingen en optreden als “enabler” om de huurders en overige stakeholders van de Groep te helpen bij hun transitie naar groene energie via de uitbouw van het activiteitensegment hernieuwbare energie.
Dankzij deze elementen zou de Groep in staat moeten zijn om zijn aandeelhouders een aantrekkelijk rendement te bieden door na verloop een progressieve toename van dividenden en netto-actiefwaarde te verwezenlijken.
VGP Park Vejle, Denemarken
Verslag over de Vennootschap / Strategie VGP NV Jaarverslag 2025 / 010
De bedrijfssegmenten van VGP
Vastgoedontwikkeling
Greenfield- en brownfieldontwikkelingen vormen de kernactiviteiten van de VGP Groep. Brownfieldontwikkelingen worden geleidelijk aan belangrijker naarmate de greenfieldontwikkelingen op bepaalde toplocaties steeds schaarser worden. Ontwikkelingen worden voornamelijk voor eigen rekening van de Groep uitgevoerd en in mindere mate voor de Joint Ventures.
De Groep streeft een groeistrategie na in termen van ontwikkeling van een strategische grondbank die geschikt is voor de ontwikkeling van sleutel-op-de-deur en verhuurklare logistieke projecten. De percelen zijn voornamelijk bestemd voor logistieke of licht industriële activiteiten. Het management van VGP is ervan overtuigd dat de topligging van de gronden en de hoge kwaliteitsnormen van zijn vastgoedprojecten bijdragen aan de waarde op lange termijn van zijn portefeuille.
De Groep focust op de sector van logistieke en licht industriële accomodatieprojecten die gelegen zijn in continentaal Europa. De Groep is actief in 18 Europese landen; in 16 daarvan heeft de Groep reeds ontwikkelingsactiviteiten verricht of heeft hij een ontwikkelingspijplijn voor toekomstige ontwikkelingsactiviteiten. Hoogwaardige projecten worden steeds ontwikkeld op basis van de bouwnormen van VGP, met aanpassingen om tegemoet te komen aan de specifieke eisen van de toekomstige huurders, maar altijd met het oog op multifunctioneel gebruik en gemakkelijke herverhuurbaarheid in de toekomst. In de beginfase van de ontwikkeling worden sommige projecten op eigen risico van de Groep ontwikkeld (dus zonder dat deze al op voorhand zijn voorverhuurd). De Groep is doorgegaan met het nemen van voorbereidende stappen om de ontwikkeling van datacenters te verkennen, waarbij in eerste instantie wordt gekeken naar de mogelijkheden binnen zijn bestaande grondbank.
De gebouwen die voldoen aan de recentste moderne kwaliteitsnormen, worden op basis van langlopende huurovereenkomsten verhuurd aan huurders die actief zijn in de logistieke, licht industriële of e-commerce sector, met activiteiten zoals opslag, assemblage, herverpakking en eindverwerking van goederen alvorens die naar industriële klanten of detailhandelaars gaan. De gronden zijn gelegen in de nabijheid van sterk geconcentreerde woon- en/of productiecentra, met een optimale toegang tot de transportinfrastructuur.
VGP Park Sevilla Dos Hermanas, Spanje
Verslag over de Vennootschap / Strategie VGP NV Jaarverslag 2025 / 011
Investering
De Groep verleent diensten op het gebied van vastgoedbeheer-, activabeheer en facilitymanagement aan zijn portefeuille en de Joint Ventures (zie hieronder). Vastgoedbeheerdiensten worden uitsluitend verleend aan de eigen portefeuille van de Groep en aan de portefeuille van de Joint Ventures, waarbij de respectievelijke vastgoedbeheervennootschap van de Groep verantwoordelijk is voor het beheer van de goede en ongestoorde werking van de gebouwen. Als onderdeel van de aangeboden diensten verlenen de vastgoedbeheervennootschappen van VGP tevens diensten van projectbeheer en verhuur.
De activabeheerdiensten omvatten het verstrekken van advies en aanbevelingen aan de Joint Ventures inzake het activabeheer en de strategie van de Joint Ventures, waardoor de waarde van de activa van de Joint Ventures wordt geoptimaliseerd. Als onderdeel van de geleverde diensten is VGP verantwoordelijk voor de standaard bedrijfsadministratie, financiering, bedrijfsplanning, rapportage, budgettering, beheer van fiscale en juridische zaken, controlling, enz.
Facilitymanagementdiensten worden in de lokale landen uitgevoerd door specifieke, toegewijde teams die zich richten op het beheer van de goede en ongestoorde werking van de gebouwen en het uitvoeren of beheren van alle activiteiten die in dit verband nodig kunnen zijn, zoals onderhoudsdiensten, diensten voor afvalbeheer en onderhoud van groenvoorzieningen.
Andere diensten omvatten het leveren van groene energie die wordt opgewekt door vaste zonnepanelen op het dak, slim energiebeheer en laadfaciliteiten en -infrastructuur voor groene elektriciteit. (zie hieronder)
Hernieuwbare Energie
VGP Renewable Energy is uitgegroeid tot een integraal onderdeel van het volledig geïntegreerde bedrijfsmodel van de Groep. Wat begon als een programma voor fotovoltaïsche panelen op daken, heeft zich ontwikkeld tot een schaalbaar platform voor hernieuwbare energie dat oplossingen voor opwekking, opslag en energiebeheer combineert in ons Europees parknetwerk.
De Groep blijft zijn fotovoltaïsche capaciteit in zijn parken uitbreiden en biedt huurders groene stroom aan via installaties ter plaatse, externe inkoop en op maakt gemaakte Stroomafnameovereenkomsten (‘Power Purchase Agreements’). De productie van hernieuwbare energie is in 2025 aanzienlijk toegenomen, wat een weerspiegeling is van de voortdurende uitrol van nieuwe systemen en de verdere ontwikkeling van de bestaande portefeuille. Eind 2025 beschikt VGP Renewable Energy over een aanzienlijke geïnstalleerde capaciteit, aangevuld met een sterke ontwikkelingspijplijn.
Een belangrijke strategische ontwikkeling in 2025 is de versnelling van Battery Energy Storage Systems (BESS). Met een aanzienlijk deel van de projecten in aanbouw en vergunningen voor opslag, stelt BESS de Groep in staat om het eigen verbruik te verbeteren, de interactie met het net te optimaliseren en meer flexibiliteit te bieden in de energiedistributie in zijn parken, waardoor de energievoorziening veerkrachtiger wordt en de efficiëntie van de opwekking van hernieuwbare energie wordt verbeterd.
Sinds januari 2024 treedt VGP op als gereguleerd nutsbedrijf in Duitsland, waardoor de Groep hernieuwbare energie efficiënter kan distribueren naar huurders in het hele land. Deze positionering ondersteunt de geleidelijke optimalisatie van de energiestromen tussen activa en verbetert het vermogen om de opwekking ter plaatse in evenwicht te brengen met de vraag van huurders.
Naast opwekking en opslag biedt VGP Renewable Energy geïntegreerde energieoplossingen, waaronder laadinfrastructuur voor e-mobiliteit voor personenauto’s en elektrische vrachtwagens, evenals diensten op het gebied van laadbeheer en energieoptimalisatie. Door middel van digitale monitoring- en energiecontrolesystemen worden huurders ondersteund bij het maximaliseren van hun eigen verbruik van hernieuwbare energie en het verbeteren operationele efficiëntie. Door grootschalige fotovoltaïsche opwekking, batterijopslag en slim energiebeheer te combineren, bouwt VGP een gedecentraliseerd energie-ecosysteem binnen zijn parken, waardoor zowel de waardepropositie voor huurders als de kwaliteit van de activa op lange termijn wordt versterkt.VGP Park Legnano, Italië
Verslag over de Vennootschap / Strategie VGP NV Jaarverslag 2025 / 012
Belangrijkste principes van de investeringsstrategie van VGP
- Focus op bedrijvenparken met het oog op het verwezenlijken van schaalvoordelen
- Hoogwaardig, gestandaardiseerd en duurzaam logistiek vastgoed
- In-house vaardigheden die een volledig geïntegreerd bedrijfsmodel mogelijk maken
- Primaire focus op fundamentele factoren op lange termijn
- Versterking van gemeenschappen en voortdurende verbetering van de eco-efficiëntie door klimaatverandering aan te pakken
- Strategisch gelegen percelen grond
Verslag over de Vennootschap / Strategie VGP NV Jaarverslag 2025 / 013
Investeringsstrategie
- Toplocaties identificeren die rechtstreeks kunnen worden aangesloten op bestaande infrastructuur
- Potentiële projecten evalueren, technische due diligence
- Bestemmingsplan- en bouwvergunning verkrijgen
- Gebouwen in-house ontwerpen op basis van strikte richtlijnen voor polyvalent gebruik
- Strategische alliantie met architectenbureaus, in nauwe samenwerking met lokale overheden
- Enige aanpassingen volgens de eisen van de huurders, maar binnen de standaard VGP-bouwnormen
- Kwalitatief hoogstaande logistieke projecten gebouwd door externe aannemers in nauwe samenwerking met toekomstige huurders
- Optreden als hoofdaannemer voor een aanzienlijk deel van de bouwpijplijn
- Hoge technische en kwaliteitsnormen
- Voornamelijk langlopende huurovereenkomsten
- Medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de eisen van de huurders tot aan de overdracht van het pand
- Samenwerken met plaatselijke makelaars
- Ontwikkelaar/investeerder op lange termijn (eigen portefeuille of verkoop aan een van de JV’s)
- Portefeuillebeheer
- Beheer van activa
- Beheer van eigendommen
- Gecentraliseerd onderhoud van eigendommen
- Klanten helpen om op een kosteneffectieve manier over te stappen naar duurzame energie
- Aanbod omvat: groene energie (ter plaatse of elders geproduceerd), slim energiebeheer, oplaadfaciliteiten en infrastructuur op groene elektriciteit en waterstof
Duurzaamheidsaanpak
- Aankoop van grondstukken in overeenstemming met EU-taxonomievereisten (bijv. bouwland)
- Luchtwarmte-pompen, slimme meters, watermanagement en klimaatrisico-maatregelen standaard geïntegreerd in VGP bouwnorm
- Doel: 70%+ recyclen tijdens het bouwproces
- Werken met interne koolstofprijzen om circulaire bouwmaterialen te promoten
- Leveranciers moeten zich houden aan de gedragscode
- Nieuwe leasecontracten vereisen de inkoop van hernieuwbare energie
- ESG-gegevens openbaar maken en bespreken
- Prestatiebeoordeling en ESG-optimalisatie van de portefeuille (bijv. LED-beleggingen)
- Biodiversiteits-initiatieven
- Hernieuwbare energie aanbod
- Installatie van fotovoltaïsche panelen indien/waar mogelijk
- Batterij-investeringen die verder moeten worden uitgerold om het eigenverbruik te verbeteren
- EV-oplaad-infrastructuur
KPI’s
- % van EU Taxonomy CRA analyses voltooid voor afgerondde en nieuwe land acquisities
- % van de portefeuille uitgerust met warmtepompen
- % slimme meters
- % geïmplementeerde CRA-maatregelen
- % van afvalrecycling
- % leveranciers dat zich aan de gedragscode houdt
- % nieuwe huurovereenkomsten met groene clausule
- % openbaarmaking van ESG-gegevens
- % parken met biodiversiteitsmaatregelen
- % LED
- MWp geïnstalleerd
- EV opladers geïnstalleerd
| Ontwikkeling | Investering | Hernieuwbare energie | Grond | Concept en ontwerp | Constructie | Huren | Portefeuille | Aanvullende diensten |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verslag over de Vennootschap / Strategie VGP NV Jaarverslag 2025 / 014
Strategische partnerschappen
Om zijn groei op middellange termijn te ondersteunen, is VGP verschillende 50:50 joint ventures aangegaan met bekende institutionele beleggers. Deze joint venture-structuren stellen VGP in staat om zijn aanvankelijk geïnvesteerde kapitaal gedeeltelijk te hergebruiken wanneer opgeleverde projecten worden overgenomen door de respectieve joint ventures, en stellen VGP in staat om de verkoopopbrengsten te herinvesteren in de voortdurende uitbreiding van de ontwikkelingspijplijn, met inbegrip van de verdere uitbreiding van de grondbank. Hierdoor kan VGP zich concentreren op zijn kernactiviteiten op het gebied van ontwikkeling.
Partnerschap met Allianz
Eerste Joint Venture — Rheingold
De Eerste Joint Venture werd in mei 2016 opgericht met als doel een platform te bouwen van nieuwe, klasse A logistieke en industriële panden met een belangrijke focus op uitbreiding in de Duitse kernmarkten en in de snelgroeiende markten in Midden- en Oost-Europa (Hongarije, de Tsjechische Republiek en Slowakije) met als doel stabiele, inkomsten gedreven rendementen te genereren met potentieel voor kapitaalgroei.
De Eerste Joint Venture had als doel om de omvang van zijn portefeuille (d.w.z. de bruto-actiefwaarde van de verworven inkomsten genererende activa) uiterlijk in mei 2021 te doen toenemen tot ongeveer € 1,7 miljard via de inbreng in de Eerste Joint Venture van nieuwe logistieke ontwikkelingen die door VGP werden uitgevoerd. De strategie van de Eerste Joint Venture is daarom nu voornamelijk een aanhoudstrategie (‘hold strategy’).
Per 31 december 2025 bestaat de vastgoedportefeuille van de Eerste Joint Venture uit 104 opgeleverde gebouwen met een totale verhuurbare oppervlakte van meer dan 1,9 miljoen m² vertegenwoordigen. Hoewel de Eerste Joint Venture zijn uitgebreide investeringsdoelstelling heeft bereikt, kunnen er in de toekomst nog enkele bijkomende closings plaatsvinden in verband met bestaande opties voor huurverlenging. De Eerste Joint Venture zal zijn bestaande portefeuille behouden, waarbij VGP zal blijven optreden als vastgoed-, faciliteiten- en activabeheerder. De bankfaciliteiten van de Rheingold Joint Venture lopen af op 31 mei 2026. De Joint Venture heeft al term sheets afgesloten met financiële instellingen om de faciliteit te verlengen en/of te vervangen.
Ten slotte kan VGP recht hebben op een winstuitkering van de Eerste Joint Venture bij (i) een liquiditeitsgebeurtenis of (ii) na het verstrijken van de initiële periode van tien jaar, wat plaatsvindt in de eerste helft van 2026. Op basis van het netto IRR (‘internal rate of return’) (meer dan 12%) tot nu toe heeft de groep per 31 december 2025 een provisie van € 18 miljoen aangelegd voor een te ontvangen winstuitkering. Het uiteindelijke bedrag zal variëren afhankelijk van de waardering en operationele prestaties van de Joint Venture tot 31 mei 2026.
Tweede Joint Venture — Aurora
De Tweede Joint Venture werd in juli 2019 opgericht met als doel een platform te bouwen van kernactiva op het gebied van logistiek vastgoed in Oostenrijk, Italië, Nederland, Portugal, Roemenië en Spanje, met als doel stabiele inkomsten-gedreven rendementen te genereren met potentieel voor kapitaalgroei. Het exclusieve voorkooprecht van de Tweede Joint Venture met betrekking tot de aankoop van nieuw gebouwde activa in de betreffende landen is op 31 juli 2024 verstreken. De strategie van de Tweede Joint Venture is daarom voornamelijk een aanhoudstrategie (‘hold strategy’).
VGP Park Berlin Bernau, Duitsland
Verslag over de Vennootschap / Strategie VGP NV Jaarverslag 2025 / 015
Per 31 december 2025 bestaat de vastgoedportefeuille van de Tweede Joint Venture uit 42 opgeleverde gebouwen met een totale verhuurbare oppervlakte van meer dan 926.000 m². Hoewel de Tweede Joint Venture zijn investeringsperiode heeft bereikt, kunnen er in de toekomst nog enkele bijkomende closings plaatsvinden met betrekking tot uitstaande ontwikkelingsactiva.
Derde Joint Venture — Ymir
De Derde Joint Venture werd in juni 2020 opgericht om VGP Park München te ontwikkelen. Na voltooiing, zal het park bestaan uit vijf industriële gebouwen, twee op zichzelf staande parkeerfaciliteiten en één kantoorgebouw, met een totale bruto verhuurbare oppervlakte van ca. 321.000 m². Het park is volledig voorverhuurd. De ontwikkeling is gefinancierd door een combinatie van aandeelhoudersleningen en kapitaalinbrengen in verhouding tot het aandelenbezit, evenals door bankfinanciering. Na oplevering van de afzonderlijke gebouwen hebben er closings met Allianz plaatsgevonden, waardoor de Groep het toerekenbare aandelenkapitaal heeft ontvangen en het geïnvesteerde kapitaal geheel of gedeeltelijk heeft kunnen hergebruiken. Sinds de oprichting hebben er drie van dergelijke closings plaatsgevonden. Momenteel wordt het park gebruikt door Krauss Maffei en BMW. Het laatste ontwikkelingsgebouw, met een bruto verhuurbaar oppervlakte van 42.000 m², werd in 2024 verhuurd aan ISAR Aerospace SE en zal naar verwachting in 2026 worden opgeleverd. In 2024 werd een extra kredietfaciliteit van € 84,5 miljoen verkregen om deze fase te financieren. Bij oplevering wordt een verdere closing met de Derde Joint Venture verwacht, op basis van een bruto actiefwaarde van € 150 miljoen.
Partnerschap met Deka
Vijfde Joint Venture — RED
VGP heeft per 21 juli 2023 een Joint Venture-overeenkomst ondertekend met Deka Immobilien, een vooraanstaande vastgoedbeleggingsvennootschap. De joint venture streeft ernaar dat twee openbare fondsen van Deka Immobilien: Deka Westinvest InterSelect en Deka Immobilien Europa, een belang van 50% verwerven in vijf projectvennootschappen die eigendom zijn van VGP. Deze projectvennootschappen bezitten en exploiteren vijf strategisch gelegen parken in Duitsland, namelijk Gießen – Am alten Flughafen, Laatzen, Göttingen 2, Magdeburg en Berlin Oberkrämer. Deze parken beschikken over een portefeuille van 20 gebouwen, die op het moment van de transactie een totaal aan huurinkomsten op jaarbasis van € 52,9 miljoen genereerden, wat tot op heden is gegroeid tot € 54,5 miljoen.
De Joint Venture bevindt zich momenteel in de houdfase (‘holding phase’) en VGP behoudt activabeheerdiensten in een vergelijkbare omvang als zijn bestaande partnerschappen met Allianz.# Partnerschap met Areim Zesde Joint Venture — SAGA
Op 15 december 2023 heeft VGP een nieuwe Joint Venture-overeenkomst gesloten met AREIM Pan-European Logistics Fund (D) AB, of Areim, op een 50:50 verdeling, met het doel om te investeren in door VGP ontwikkelde activa in Duitsland, Tsjechische Republiek, Frankrijk, Slowakije en Hongarije. De Joint Venture zal gebruikmaken van een schuld tot een loan-to-value van 40%, een stijging ten opzichte van de oorspronkelijke doelstelling van 35%. De investeerder, Areim, heeft een aandeleninvestering van € 500 miljoen toegezegd. De investeringsperiode loopt tot 15 december 2028, met mogelijkheden om de Joint Venture in onderling overleg te verlengen.
In 2025 zijn VGP en Areim overeengekomen om het geografische bereik van de Joint Venture uit te breiden om ook activa in Portugal, Spanje, Italië, Oostenrijk en Denemarken te verwerven. Na deze overeenkomst vond in 2025 een derde closing plaats, bestaande uit 18 gebouwen (waaronder één Parkhouse) in 7 landen: Duitsland (2 gebouwen) en Portugal (3 gebouwen). De transactie had een bruto actiefwaarde van meer dan € 500 miljoen, waardoor de groep € 351 miljoen aan netto-opbrengsten kon hergebruiken. De groep verwacht in 2026 een belangrijke transactie af te ronden.
Per 31 december 2025 bestaat de vastgoedportefeuille van de Zesde Joint Venture uit 39 opgeleverde gebouwen met een totale verhuurbare oppervlakte van meer dan 989.000 m². De joint venture streeft een uitgebreide ESG-strategie na, met criteria die zijn gedefinieerd rond naleving van de EU-taxonomie naleving, EPC, BREEAM-normen, en meer. Net als bij vergelijkbare Joint Ventures, treedt VGP op als activa-, vastgoed- en ontwikkelingsbeheerder van de Joint Venture.
VGP Park München, Duitsland
Verslag over de Vennootschap / Strategie VGP NV Jaarverslag 2025 / 016
Partnerschap met East Capital
Samenwerking met East Capital voor de oprichting van een pan-Europees Fonds
VGP is een strategisch partnerschap aangegaan met East Capital om een nieuw in Luxemburg gevestigd gereserveerd alternatief beleggingsfonds (“reserved alternative investment fund”, afgekort “RAIF”) op te richten dat zich richt op hoogwaardig industrieel en logistiek vastgoed in heel Europa, met bijzondere aandacht voor de markten in Centraal- en Oost-Europa. East Capital Group is een in Zweden gevestigde activabeheerder en beleggingsonderneming die gespecialiseerd is in opkomende en pioniersmarkten. Het bedrijf werd opgericht in 1997 en richt zich op actief beheerde aandelen, private equity, vastgoed en alternatieve beleggingsstrategieën.
Het fonds streeft naar een gediversifieerde portefeuille met een beoogde bruto-actiefwaarde van ten minste € 1,5 miljard, waarbij gebruik wordt gemaakt van de ontwikkelingspijplijn en jarenlange ervaring van VGP op het gebied van duurzaam industrieel vastgoed. Het fonds streeft naar een eerste closing in 2026. Volgens het overeengekomen kader zal VGP een belang van 50% in het RAIF houden, terwijl het resterende aandelenkapitaal wordt toegewezen aan derde investeerders. East Capital Asset Management zal optreden als beheerder van het alternatieve beleggingsfonds, terwijl VGP Asset Management en East Capital Real Estate vermogensbeheer- en adviesdiensten zullen verlenen. De portefeuille zal bestaan uit opgeleverde, inkomsten genererende activa en geselecteerde ontwikkelingsprojecten, die allemaal zijn gebouwd volgens de technische normen van VGP en in overeenstemming zijn met de nieuwste ESG-vereisten.
Deze samenwerking is een nieuwe belangrijke stap in de strategie van VGP om zijn investeringsplatform samen met toonaangevende institutionele partners uit te breiden en tegelijkertijd zijn pan-Europese aanwezigheid te blijven versterken.
De Ontwikkelings-Joint Ventures
VGP Park Belartza Joint Venture
De VGP Park Belartza Joint Venture is opgezet als een 50:50 joint venture met VUSA. Het doel van deze joint venture is de Groep een extra bron van gronden te verschaffen voor percelen grond die anders niet voor hem toegankelijk zouden zijn. De VGP Park Belartza Joint Venture heeft als doel ca. 64.000 m² logistieke verhuurbare oppervlakte te ontwikkelen. Het VGP Park Belartza, gelegen in de buurt van San Sebastian in het noorden van Spanje, richt zich op de ontwikkeling van een gemengd (logistiek/commercieel) park waarbij VGP de logistieke ontwikkeling en VUSA de commerciële ontwikkeling. De VGP Park Belartza Joint Venture heeft het recht om de door VGP Park Belartza Joint Venture ontwikkelde logistieke inkomsten genererende activa te verkopen en VGP heeft het recht om deze te verwerven. VUSA heeft het recht om de door VGP Park Belartza Joint Venture ontwikkelde commerciële inkomsten genererende activa te verwerven. Het project vordert met het verkrijgen van de benodigde bestemmingsvergunningen.
VGP Park Siegen Joint Venture
De VGP Park Siegen Joint Venture is opgezet als een 50:50 joint venture met Revikon. Het doel van deze joint venture is om een brownfield met ca. 21.000 m² verhuurbare oppervlakte in de buurt van de stad Siegen, Duitsland, te herontwikkelen. In 2023 is een deel van het project verkocht en sindsdien worden er sloopwerkzaamheden uitgevoerd ter voorbereiding op de toekomstige ontwikkeling van het brownfieldterrein.
VGP Park Split, Kroatië
Verslag over de Vennootschap / Strategie VGP NV Jaarverslag 2025 / 017
Duurzaamheid
Duurzaamheid blijft volledig verankerd in de langetermijnstrategie van VGP op het gebied van investeringen en ontwikkeling. In een snel veranderend regelgevings-, klimaat- en energielandschap blijven we onze parken positioneren als veerkrachtige, toekomstbestendige industriële ecosystemen die zowel de efficiëntietransitie van Industrie 4.0 als de regeneratie van brownfieldlocaties in heel Europa ondersteunen.
Voortbouwend op de in 2021 geïntroduceerde ESG-strategie integreert VGP milieu-, sociale en governance-overwegingen in de hele waardeketen – van grondverwerving en ontwerp tot bouw, exploitatie en langetermijnbeheer van activa. Onze klimaatambities zijn afgestemd op de doelstellingen van het Akkoord van Parijs en zijn ontwikkeld in overeenstemming met het Science Based Targets-kader dat van toepassing was op het moment van introductie. We blijven de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en markt volgen om de robuustheid en langetermijnrelevantie van onze aanpak te waarborgen.
We pakken de klimaatimpact niet alleen aan binnen onze directe activiteiten (Scope 1 & 2), maar ook binnen de activiteiten van onze huurders en onze bredere toeleveringsketen. Dit omvat gestructureerd koolstofbeheer, het vergroten van de transparantie en het integreren van koolstofoverwegingen in de besluitvorming over investeringen. Tegelijkertijd blijven we de opwekking van hernieuwbare energie uitbreiden, de energieprestaties verbeteren en de aanpassingsvermogen en intrinsieke kwaliteit van onze activa op lange termijn versterken.
Duurzaamheid bij VGP gaat verder dan alleen milieuprestaties. Door nauwe samenwerking met gemeenten, huurders en lokale gemeenschappen streven we ernaar om parken te creëren die de regionale economie versterken, de werkgelegenheid ondersteunen en de connectiviteit verbeteren. Onze biodiversiteitsstrategie bouwt voort op de BREEAM Excellent- en DGNB Gold-normen en wordt verder versterkt door VGP’s eigen biodiversiteitsstrategie, die locatiespecifieke verbeteringsmaatregelen integreert die zijn afgestemd op de lokale ecologische omstandigheden.
Ons ESG-kader blijft gestructureerd rond vijf pijlers:
* Duurzaam Vastgoed – Verminderen van de milieu-impact gedurende de volledige levenscyclus van onze activa, met behoud van flexibiliteit en kwaliteit op lange termijn.
* Gemeenschappen Versterken – Ontwikkeling van parken in nauwe samenwerking met lokale belanghebbenden om blijvende economische en sociale waarde te creëren.
* Versterking van ons Personeel – Een veilige, inclusieve en prestatiegerichte werkomgeving bieden die professionele groei ondersteunt.
* Biodiversiteit Beschermen en Verbeteren – Ecologische waarde integreren in projectontwerp en beheer van activa op lange termijn.
* Eco-Efficiëntie Verbeteren – Optimalisering van de operationele prestaties, uitbreiding van de opwekking van hernieuwbare energie op locatie, elektrificatie van verwarmingsoplossingen waar mogelijk en voortdurende verbetering van de energie- en milieuprestaties van nieuwe ontwikkelingen.
VGP Park Halle 2, Duitsland
Verslag over de Vennootschap / Strategie VGP NV Jaarverslag 2025 / 018
Samenvatting
- Een winst vóór belastingen van € 338 miljoen, een stijging van € 19 miljoen of 6% ten opzichte van boekjaar ’24.
- De netto-actiefwaarde steeg met 8,3% tot € 2,6 miljard. EPRA NTA nam met 9% toe.
- EBITDA groeide met 28% tot € 454,7 miljoen, alleen overtroffen door 2021, dat profiteerde van een uitzonderlijke sterke logistieke vraag tijdens de pandemie.
- Een historisch record van € 106,7 miljoen aan nieuwe en hernieuwde huurovereenkomsten ondertekend tijdens het jaar, waardoor de contractueel toegezegde huurovereenkomsten op jaarbasis op jaareinde uitkwamen op € 468,3 miljoen¹, een stijging van +13,5%.
- VGP kon leegstaande ruimte herverhuren tegen een gemiddelde huurprijsstijging van 14% in ’25 en ziet ook in de eerste maanden van ’26 een sterk orderboek, met een terugkerende vraag vanuit e-commerce naar nieuwe ruimte en een toenemende activiteit van defensiebedrijven.
- 43 projecten in aanbouw, goed voor 1.052.000 m² (en 30 gebouwen met in totaal 761.000 m² opgestart tijdens het jaar) en € 85 miljoen aan bijkomende jaarlijkse huur zodra volledig gebouw en verhuurd.
- De totale ontwikkelingspijplijn² is voor 75% voorverhuurd, goed voor een record van € 80,9 miljoen aan gegarandeerde jaarlijkse huurverplichtingen van huurders – het hoogste niveau dat de Groep ooit heeft bereikt.21 projecten werden opgeleverd tijdens het jaar, goed voor 494.000 m² of € 32,9 miljoen aan bijkomende jaarlijkse huur (waarvan 10 projecten of 229.000 m² in 2H 2025), momenteel voor 99% verhuurd. Als gevolg hiervan, groeiden de netto huurinkomsten, op een proportioneel geconsolideerde basis³, met 16,7% naar € 224,4 miljoen, waarbij op jaareinde € 236,5 miljoen (tegenover € 214,7 miljoen op jaareinde ’24, of +10%) op proportioneel geconsolideerde basis Kasstroom Genererend is geworden.
1 Inclusief Joint Ventures aan 100%. Per 31 december 2025 bedroegen de contractueel toegezegde huurovereenkomsten op jaarbasis van de Joint Ventures € 321,7 miljoen.
2 Inclusief voorverhuurde projecten in aanbouw (69% voorverhuurd) alsook voorverhuurde projecten op ontwikkelingsgrond (98% voorverhuurd).
3 Zie ‘bijkomende toelichtingen’, winst- en verliesrekening proportioneel geconsolideerd VGP in 2025 VGP Park Nijmegen, Nederland Verslag over de Vennootschap / VGP in 2025 VGP NV Jaarverslag 2025 / 019
1.372.000 m² nieuwe ontwikkelingsgrond werd verworven, waaronder iconische nieuwe parken zoals in Hagen¹ (Duitsland), Loures II (Portugal), Køge (Denemarken) en East Midlands (Groot-Brittannië) en 1.625.000 m² werd aangewend ter ondersteuning van de tijdens het jaar opgestarte ontwikkelingen. De totale contractueel vastgelegde grondbank bedraagt 10,3 miljoen m² eind 2025, wat een ontwikkelingspotentieel van meer dan 4,3 miljoen m² vertegenwoordigt.
De vastgoedportefeuille², met een gemiddelde leeftijd van 4,8 jaar, is nagenoeg volledig verhuurd met een bezettingsgraad van 98%. De gebouwenportefeuille is goed op weg om 100% duurzaam gecertificeerd te zijn, waarvan 11% is of zal worden gecertificeerd als BREEAM Outstanding of DGNB Platinum, inclusief een opgeleverd gebouw in Arad (Roemenië) dat werd gecertificeerd met de hoogste BREEAM-score ter wereld voor een industrieel gebouw.
Meerdere joint venture-transacties en desinvesteringen werden uitgevoerd, resulterende in een netto kasrecyclage van € 389 miljoen. Deze leverden in ’25 bijkomende gerealiseerde winsten van € 60,5 miljoen op. De Groep mikt op een materiële transactie met de Saga Joint Venture in 2H ’26 VGP en East Capital zijn overeengekomen een pan-Europees fonds op te richten gericht op de verwerving van ten minste € 1,5 miljard bruto-actief waarde ontwikkeld door VGP, met een focus op Centraal- en Oost-Europa. Het fonds is een evolutie van het joint venture-model van VGP en VGP is voornemens, zoals in zijn huidige joint ventures, een belang van 50% te behouden. De Groep streeft naar een eerste transactie met het fonds in 2026.
1 De transactie werd afgesloten in januari ‘26
2 Inclusief Joint ventures aan 100%
De productie van fotovoltaïsche energie groeide jaar-op-jaar met 47%, met een operationele capaciteit van 170,5 MWp eind 2025. Van de 141,2 MW aan projecten die VGP Renewable Energy momenteel in aanbouw of in vergunningsfase heeft, heeft 106,6 MW betrekking op 14 projecten voor Battery Energy Storage Systems.
Solide balans met een cashpositie van € 524 miljoen (tegenover € 492 miljoen in dec. ’24), naast € 500 miljoen aan niet-opgenomen kredietfaciliteiten. De proportionele LTV bedraagt 50% (tegenover 48,3% op jaareinde ’24) en de gearing ratio bedraagt 35,3% (tegenover 33,6% op jaareinde ’24). De verhouding netto schuld/EBITDA daalde van 7x in ’24 naar 6,3x in ’25. Sinds december ’24 heeft de groep met succes € 1.176 miljoen aan obligaties uitgegeven, waaronder € 600 miljoen in januari ’26 aan een historisch lage spread voor de Groep, terwijl in maart ’25 een obligatie van € 80 miljoen werd terugbetaald en bovendien € 300 miljoen succesvol werd teruggekocht op de uitstaande obligaties jan-27 en jan-29. VGP verkreeg een investment grade-rating van BBB- met stabiele vooruitzichten van S&P Global en Fitch bevestigde zijn rating. De raad van bestuur stelt een gewoon dividend van € 92,8 miljoen voor (+3% tegenover het gewone dividend van ’24), of € 3,40 per aandeel.
VGP Park Split, Kroatië Verslag over de Vennootschap / VGP in 2025 VGP NV Jaarverslag 2025 / 020
Ontwikkelingsactiviteiten
Huuractiviteiten
Op 31 december 2025 bedroegen de nieuwe en hernieuwde huurinkomsten € 106,7 miljoen¹, wat de totale contractueel toegezegde huurinkomsten op jaarbasis op € 468,3 miljoen² brengt (gelijk aan 7,3 miljoen m² verhuurbare oppervlakte), een stijging van 13,5% sinds december 2024. Op een proportionele geconsolideerde basis bedragen de totale contractueel toegezegde huurinkomsten op jaarbasis € 310,0 miljoen, een stijging van € 37,8 miljoen, of 14% sinds 31 december 2024.
De stijging werd gedreven door 830.000 m² aan nieuw ondertekende huurovereenkomsten, wat overeenkomt met € 56,9 miljoen aan huurinkomsten op jaarbasis³. Gedurende dezelfde periode werd eveneens voor 110.000 m² aan huurovereenkomsten verlengd en vernieuwd, wat overeenkomt met € 3,5 miljoen aan huurinkomsten op jaarbasis. Indexering was goed voor € 6,5 miljoen in 2025 (waarvan € 5,2 miljoen gerelateerd aan de joint ventures). Beëindigingen vertegenwoordigden een totaal van € 8,9 miljoen of 158.000 m², waarvan € 7,4 miljoen binnen de Joint Venture portefeuilles⁴.
Contractueel toegezegde huurinkomsten op jaarbasis (in miljoen €) Brug dec-24 tot dec-25²
1 Waarvan € 61,3 miljoen in de eigen en € 45,0 miljoen in de JV-portefeuille
2 Inclusief Joint ventures aan 100%
3 Waarvan 613,000 m2 (€ 42,6 miljoen) gerelateerd aan de eigen portefeuille
4 “Joint ventures” verwijst naar VGP European Logistics, VGP European Logistics 2 en VGP Park München (de Derde Joint Venture), alle drie joint ventures met Allianz; alsook de Vijfde Joint Venture met Deka en de Zesde Joint Venture met Areim.
5 Inclusief Joint Ventures en genormaliseerd voor huurcontracten kleiner dan 250 m²
Geografisch gezien is West-Europa, met een aandeel van 63% van de nieuw ondertekende huurinkomsten en met name Duitsland (met 26%) of € 36,0 miljoen de belangrijkste drijvende kracht achter de nieuwe huurovereenkomsten. Binnen de segmenten was logistiek goed voor 68% (€ 38,6 miljoen) van alle nieuwe huurovereenkomsten. Enkele voorbeelden van nieuwe huurovereenkomsten zijn Studenac in VGP Park Split in Kroatië; Movianto in VGP Park Wiesloch-Walldorf in Duitsland; VAFO in VGP Park České Budějovice in Tsjechische Republiek; Aldi Süd in VGP Park Frankenthal 2 in Duitsland en GAER in VGP Park Reggio Emilia in Italië. Zowel de huurovereenkomsten met Gaer als met Aldi Süd blijven onder voorbehoud van het verkrijgen van de nodige vergunningen voor de verwerving van de respectieve percelen grond.
Het voorbije jaar zag de Groep een heropleving van de verhuuractiviteit bij e-commercehuurders, die goed waren voor 16,5% van de nieuwe huurovereenkomsten. Daarnaast lopen er nog steeds actieve gesprekken met verschillende prospecten en stellen we ook nieuwe vraag vast vanuit defensiebedrijven. Er werden in totaal 70 huurovereenkomsten gesloten in 14 landen. De gemiddelde oppervlakte⁵ van de nieuwe huurovereenkomsten bedroeg ongeveer 12.000 m². Bovendien bevat 96% van de nieuwe huurovereenkomsten specifieke, zogenaamde ‘groene huurovereenkomst’ bepalingen. Deze bepalingen zijn gericht op het verbeteren van de energieprestaties, het bevorderen van een efficiënt gebruik van hulpbronnen en het verkleinen van de ecologische voetafdruk van het vastgoed. Ze omvatten een specifieke “donkergroene” clausule die huurders verplicht om, waar redelijkerwijs mogelijk, elektriciteit uit hernieuwbare bronnen aan te kopen.
Activiteiten verslag Verslag over de Vennootschap / VGP in 2025 VGP NV Jaarverslag 2025 / 021
Segmentatie van nieuwe huurovereenkomsten Eigendom van nieuwe huurovereenkomsten (in € miljoen) (in vierkante meter)
De gewogen gemiddelde looptijd¹ van de huurovereenkomsten bedraagt 7,8 jaar voor de gecombineerde eigen en joint venture portefeuille, 9,6 jaar in de eigen portefeuille en 7,1 jaar in de Joint Venture portefeuille. In 2025 heeft VGP met succes € 39,9 miljoen² aan huurinkomsten op jaarbasis vernieuwd. De huurprijzen bij herverhuur³ lagen gemiddeld 14% hoger in vergelijking met de laatste actieve huurovereenkomst op de betreffende locaties. Per jaareinde 2025 is € 389,3 miljoen, of 83% van de huurinkomsten op jaarbasis, Kasstroom Genererend geworden omdat de verhuurde oppervlakte is overgedragen aan de huurders. In de komende twaalf maanden zal nog eens € 42 miljoen effectief worden, zoals samengevat in de onderstaande tabel.
| In € mln | Huurinkomsten op jaarbasis effectief vóór 31/12/2025 | Huurinkomsten op jaarbasis -binnen 1 jaar te starten | Huurinkomsten op jaarbasis- te beginnen tussen 1–5 jaar | Huurinkomsten op jaarbasis- te beginnen tussen 5–10 jaar |
|---|---|---|---|---|
| Joint Ventures | 310,9 | 10,8 | — | — |
| Eigen portefeuille | 78,4 | 31,3 | 36,9 | — |
| Totaal | 389,3 | 42,1 | 36,9 | — |
De tien grootste klanten van VGP, inclusief die van de joint ventures, zijn samen goed voor € 139,3 miljoen aan jaarlijkse huurinkomsten, wat overeenkomt met 29,7% van de totale jaarlijkse huurinkomsten. Zij zijn actief binnen onze drie segmenten, waarbij de grootste bijdragen afkomstig zijn uit het segment licht industrieel en e-commerce. De gewogen gemiddelde resterende looptijd van de huurcontracten van deze top tien klanten bedraagt 10,5 jaar.
Een deel van de door Opel contractueel toegezegde jaarlijkse huurinkomsten heeft betrekking op de huidige bezetting van een brownfieldlocatie. Deze site zal op termijn worden herontwikkeld tot een nieuw, state-of-the-art industriepark, met het potentieel om aanzienlijk hogere huurinkomsten te genereren.
1 Tot de eindvervaldag. De gewogen gemiddelde looptijd van de huurovereenkomsten tot eerste opzegging bedraagt 7,4 jaar voor de gehele portefeuille, 9,1 jaar voor de eigen portefeuille en 6,7 jaar voor de Joint Venture portefeuille.2 € 31,3 million namens de Joint Ventures 3 Heeft betrekking op alle huurovereenkomsten onder het beheer van VGP, inclusief de Joint Ventures aan 100% Top 10 huurders van VGP (gebaseerd op huurinkomsten op jaarbasis) Oosternrijk 5% Tsjechië 6% Frankrijk 0% Duitsland 81% Nederland 4% Servië 3% Spanje 1% E-commerce 27% Lichte industrie 53% Logistiek 20% Eigen portefeuille 22% Joint Venture 78% Top 10 Geografie (in CARA) Top 10 Segmentatie (in m2) Top 10 Eigendom (in CARA) E-commerce 16% Lichte industrie 14% Logistiek 68% Overig 2% Joint Venture 16% Eigen portefeuille 84% € 56,9 miljoen 96% Verslag over de Vennootschap / VGP in 2025 VGP NV Jaarverslag 2025 / 022
Bouwactiviteiten
Per 31 december 2025 zijn er in totaal 43 projecten in 14 landen in aanbouw die goed zijn voor 1.052.000 m² aan toekomstige verhuurbare oppervlakte en € 85,3 miljoen aan huurinkomsten op jaarbasis bij oplevering en volledige verhuur. De portefeuille in aanbouw, inclusief de ondertekende huren op ontwikkelingsgronden, is 75,1% voorverhuurd, wat overeenkomt met een recordbedrag van € 80,9 miljoen aan door huurders reeds contractueel toegezegde jaarlijkse huurinkomsten – het hoogste niveau ooit in de geschiedenis van de Groep.
Een totaal van 946.000 m² is in aanbouw in de eigen portefeuille en 106.000 m² wordt ontwikkeld namens de Joint Ventures. Deze bevatten gebouwen voor de Eerste, de Zesde Joint Venture evenals het laatste te ontwikkelen gebouw in VGP Park München, in de Derde Joint Venture, dat zal opgeleverd worden in ‘26.
Projecten in aanbouw
| Eigen portefeuille | VGP Park | m² |
|---|---|---|
| Oostenrijk | VGP Park Ehrenfeld | 32.000 |
| Kroatië | VGP Park Split | 35.000 |
| Kroatië | VGP Park Zagreb Lučko | 29.000 |
| Tsjechische Republiek | VGP Park České Budějovice | 64.000 |
| Denemarken | VGP Park Vejle | 16.000 |
| Frankrijk | VGP Park Mulhouse | 62.000 |
| Frankrijk | VGP Park Rouen 2 | 35.000 |
| Frankrijk | VGP Park Rouen 3 | 69.000 |
| Duitsland | VGP Park Berlin Bernau | 72.000 |
| Duitsland | VGP Park Leipzig Flughafen 2 | 51.000 |
| Duitsland | VGP Park Rostock | 17.000 |
| Duitsland | VGP Park Rüsselsheim – Areal K | 23.000 |
| Duitsland | VGP Park Wiesloch-Walldorf | 51.000 |
| Hongarije | VGP Park Budapest Aerozone 2 | 16.000 |
| Hongarije | VGP Park Győr Gamma | 15.000 |
| Hongarije | VGP Park Kecskemét 2 | 19.000 |
| Italië | VGP Park Parma 3 | 14.000 |
| Nederland | VGP Park Nijmegen 3 | 19.000 |
| Nederland | VGP Park Nijmegen 5 | 21.000 |
| Portugal | VGP Park Sintra | 22.000 |
| Roemenië | VGP Park Brașov | 45.000 |
| Roemenië | VGP Park Bucharest | 72.000 |
| Roemenië | VGP Park Bucharest 2 | 34.000 |
| Roemenië | VGP Park Sibiu | 13.000 |
| Slowakije | VGP Park Zvolen | 11.000 |
| Spanje | VGP Park Alicante | 24.000 |
| Spanje | VGP Park Burgos | 28.000 |
| Verenigd Koninkrijk | VGP Park East Midlands | 37.000 |
| Totaal eigen portefeuille | 946.000 |
| Namens JV’s | VGP Park | m² |
|---|---|---|
| Tsjechische Republiek | VGP Park Prostějov | 11.000 |
| Duitsland | VGP Park Berlin 4 | 5.000 |
| Duitsland | VGP Park München | 42.000 |
| Slowakije | VGP Park Bratislava | 48.000 |
| Totaal namens JV’s | 106.000 | |
| Totaal in aanbouw | 1.052.000 |
Een aanzienlijk deel van de projecten die momenteel in aanbouw zijn, zal in de loop van ‘26 worden opgeleverd. Dit is nog afhankelijk van verhuuractiviteiten en huurder specifieke inrichtingsvereisten die van invloed kunnen zijn op de feitelijk verwachte opleverdatum van de activa.
In 2025 bleven de bouwprijzen in onze markten over het algemeen gunstig. Alle projecten in aanbouw zijn gericht op het behalen van minimaal een BREEAM Excellent-certificering (of gelijkwaardig), waarbij 7% streeft naar BREEAM Outstanding. Bovendien zal naar verwachting 95% van de projecten voldoen aan de EU-Taxonomiecriteria voor ‘nieuwbouw’.
Ontwikkelingsactiviteiten (in m²) BJ 2025 * incl. hermeting van 5.000 m² VGP Park Berlin Bernau, Duitsland Verslag over de Vennootschap / VGP in 2025 VGP NV Jaarverslag 2025 / 023
Projecten opgeleverd tijdens 2025
Gedurende het jaar werden 21 projecten opgeleverd, goed voor € 32,9 miljoen aan huurinkomsten op jaarbasis bij een voorverhuringsgraad van 99%. De projecten vertegenwoordigen 494,000 m² aan verhuurbare oppervlakte, waarvan 9 gebouwen (177.000 m²) werden toegevoegd aan de eigen portefeuille en 12 gebouwen (317.000 m²) werden ontwikkeld voor rekening van de Joint Ventures. Van deze laatste werden 11 gebouwen, van in totaal 292.000 m², met de derde closing naar de Saga Joint Venture overgedragen in december 2025.
| Eigen portefeuille | VGP Park | m² |
|---|---|---|
| Denemarken | VGP Park Vejle | 10.000 |
| Duitsland | VGP Park Leipzig Flughafen 2 | 24.000 |
| Hongarije | VGP Park Budapest Aerozone | 12.000 |
| Hongarije | VGP Park Kecskemét 2 | 44.000 |
| Roemenië | VGP Park Arad | 20.000 |
| Roemenië | VGP Park Brașov | 54.000 |
| Servië | VGP Park Belgrade – Dobanovci | 5.000 |
| Spanje | VGP Park Córdoba | 8.000 |
| Totaal eigen portefeuille | 177.000 |
| Namens de JVs | VGP Park | m² |
|---|---|---|
| Oostenrijk | VGP Park Laxenburg | 24.000 |
| Tsjechische Republiek | VGP Park Ústí nad Labem City | 30.000 |
| Duitsland | VGP Park Halle 2 | 11.000 |
| Duitsland | VGP Park Koblenz | 33.000 |
| Italië | VGP Park Legnano | 22.000 |
| Italië | VGP Park Parma | 50.000 |
| Italië | VGP Park Valsamoggia 2 | 16.000 |
| Portugal | VGP Park Montijo | 33.000 |
| Slowakije | VGP Park Bratislava | 12.000 |
| Spanje | VGP Park Dos Hermanas | 26.000 |
| Spanje | VGP Park Martorell | 10.000 |
| Spanje | VGP Park Pamplona Noain | 50.000 |
| Totaal namens de JVs¹ | 317.000 | |
| Totaal opgeleverd | 494.000 |
¹ Deze activa zijn juridisch gezien in eigendom van de Joint Venture, maar zijn nog niet onderdeel geweest van een transactie met de Joint Venture partner.
Duurzaamheidscertificering van de nieuwe opleveringen in m² per december 2025
In 2025 heeft de Groep belangrijke stappen gezet in de certificering van nieuw opgeleverde activa: 31% van de opleveringen werd gecertificeerd als BREEAM Outstanding en 65% als BREEAM Excellent of DGNB/ÖGNI Gold (de equivalente certificering die wordt gebruikt in Duitsland, Oostenrijk en Denemarken). Een gebouw in Arad, Roemenië, behaalde de hoogste BREEAM Outstanding-score ooit toegekend aan een industrieel gebouw wereldwijd.
Grondbankactiviteiten
VGP heeft gedurende 2025 voor 1.327.000 m² aan ontwikkelingsgrond verworven en tevens werd 2.204.000 m² gecontracteerd onder voorbehoud van het verkrijgen van noodzakelijke vergunningen. VGP verkocht als resultaat van de overdracht van VGP Park Riga, 33.000 m² aan grond, waarmee de totale grondbank voor ontwikkeling (in eigendom en contractueel toegezegd) 10,3 miljoen m² omvat. Dit vertegenwoordigt meer dan 4,3 miljoen m² aan toekomstig verhuurbare oppervlakte.
Gezien de beschikbare ruimte op het ontwikkelingspotentieel en de bestaande portefeuille, heeft VGP de mogelijkheid om zijn huuropbrengsten te verhogen met minimaal € 298 miljoen, tot meer dan € 766 miljoen. Dit is inclusief een reeds contractueel vastgelegde voorverhuur op ontwikkelingsgrond ter waarde van € 21,9 miljoen aan huurinkomsten, of 291.000 m².
De belangrijkste aangekochte percelen grond in ‘25 bevinden zich in Duitsland, Portugal, Roemenië, Hongarije, Italië, Groot-Brittannië, Kroatië, Denemarken, Letland en Tsjechische Republiek waarvan de grootste:
- VGP Park Hagen, Duitsland: Deze brownfieldsite van 283.000 m² werd door VGP contractueel vastgelegd voor verwerving van de voormalige Kabel Premium Pulp & Paper GmbH. Het betreft de eerste grondaankoop van de Groep in de regio Noordrijn-Westfalen. De site ligt op slechts 20 minuten van het stadscentrum van Dortmund, biedt uitstekende connectiviteit met het bredere Ruhrgebied en beschikt over een versterkte stroomvoorziening. VGP plant de site gefaseerd te herontwikkelen tot een modern bedrijven- en industriepark met een geschatte bruto verhuurbare oppervlakte van circa 124.000 m². De verwerving werd uitgevoerd in januari ‘26.
- VGP Park Magdeburg 2, Duitsland: Dit perceel van 80.000 m², grenzend aan VGP Park Magdeburg, is strategisch gelegen op minder dan 10 km van het stadscentrum van Maagdenburg, op het knooppunt van de belangrijke Duitse autosnelwegen A2 (Noordwest-Europa–Berlijn– Polen) en A14 (Hannover–Leipzig).
- VGP Park Vila Nova de Gaia, Portugal: Dit perceel van 216.000 m² is strategisch gelegen in Gaia, op slechts 18 km van Porto, 25 km van de luchthaven en 21 km van de haven. Het park biedt uitstekende connectiviteit met onmiddellijke toegang tot de A29 autosnelweg en nabijheid van de A1 autosnelweg.
- VGP Park Loures II, Portugal: Dit park zal een ontwikkeling van 53.000 m² mogelijk maken, verdeeld over twee hoogwaardige gebouwen bestemd voor logistiek, last-mile-distributie of industriële activiteiten. Gelegen in een verzorgingsgebied van 3 miljoen inwoners, biedt het park uitstekende bereikbaarheid – op 1 minuut van de A9 autosnelweg, 10 minuten van het centrum van Lissabon en 15 km van de luchthaven van Lissabon.
- VGP Park East Midlands, Groot-Brittannië: Dit perceel grond van 176.000 m², met een ontwikkelingspotentieel van 78.000 m², is de eerste acquisitie van VGP in het Verenigd Koninkrijk. Gelegen direct naast de M1 autosnelweg, met rechtstreekse toegang tot Nottingham, Derby en Sheffield in het noorden en Leicester en de bredere East Midlands in het zuiden.
- VGP Park Sheffield, Groot-Brittannië: Dit brownfield perceel grond van 48.000 m² ligt in een bestaande industriële zone ten noordoosten van Sheffield. De site is strategisch gelegen naast de M1 snelweg en biedt een bebouwbare oppervlakte van circa 25.000 m². De sloop van de bestaande structuur is gestart in 2025.
- VGP Park Køge, Denemarken: Met dit perceel grond van 122.000 m² wil de Groep, samen met de gemeente Køge, moderne productie- en technologiebedrijven aantrekken via de bouw van bedrijfsgebouwen voor onder meer technologie, farmaceutische productie, robotica en duurzame voedselproductie. De site zal minstens 43.000 m² verhuurbare oppervlakte bieden en is gunstig gelegen langs de E20 snelweg.
BREEAM – Excellent 44%
BREEAM – Outstanding 31%
DGNB – Gold 16%
ÖGNI – Gold 5%
BREEAM – Very good 5%
Verslag over de Vennootschap / VGP in 2025 VGP NV Jaarverslag 2025 / 024— VGP Park Greve, Kopenhagen, Denemarken: Bestaat uit een perceel van 57.000 m² met een ontwikkelingspotentieel van 20.000 m², strategisch gelegen nabij de E20 autosnelweg met uitstekende verbinding naar Kopenhagen. Het park omvat twee locaties in Greve Main: Gebouw A voor logistieke activiteiten en Gebouw B voor industriële activiteiten. De Groep onderzoekt de verwerving van nog eens 230.000 m² aangrenzende grond.
— VGP Park Dreilini, Letland: Een site met een totale grondoppervlakte van 107.000 m², goed voor 36.000 m² ontwikkeling. Het park ligt op 15 km van het centrum van Riga.
— VGP Park Split, Kroatië: Dit perceel grond van 187.000 m², met een ontwikkelingspotentieel van 77.000 m², is strategisch gelegen naast de autosnelweg en nabij de luchthaven en het stadscentrum van Split. Het werd verworven in mei ‘25. Na ondertekening van contracten met Studenac en Atlantic Trade is de bouw van de eerste 35.000 m² gestart; oplevering wordt verwacht in de eerste helft van ‘26.
— VGP Park Malé Přítočno, Tsjechische Republiek: Dit perceel grond van 80.000 m² ligt op 20 km van de luchthaven van Praag en heeft uitstekende toegang via de D6 snelweg. 1 Gebaseerd op oppervlakte van grondbank (in m2) De Groep verwacht hier een hoogwaardige logistieke ontwikkeling van 32.000 m² te realiseren.
— VGP Park Joseph, Tsjechische Republiek: Dit perceel grond van 47.000 m² ligt op 20 km van Chomutov en nabij de D7 snelweg. De Groep verwacht hier een hoogwaardige logistieke ontwikkeling van 22.000 m² te realiseren voor Sapril, een Tsjechisch productiebedrijf.
— VGP Park Bucharest 2, Roemenië: Dit perceel van 63.000 m², gelegen op het knooppunt van de E-81 en de DJ503-ringweg, op 20 km van het centrum van Boekarest en 35 km van de luchthaven Henri Coandă, zal een verdere uitbreiding van VGP Park Bucharest 2 mogelijk maken. Het park omvat momenteel in totaal 227.000 m² en laat een ontwikkeling van 110.000 m² toe.
— VGP Park Kecskemét 2, Hongarije: Naast de acquisities in ‘25 werd bijkomend 52.000 m² verworven. Het park ligt op 2,5 km van het centrum van Kecskemét langs de hoofdtoegangsweg en vormt een uitbreiding van het bestaande VGP Park Kecskemét. Het totale ontwikkelingspotentieel bedraagt 63.000 m², waarvan 56.000 m² reeds verhuurd is aan Fuyao Glass, Univer en Grosse-Vehne.
— VGP Park Parma 3 (Morse), Italië: VGP Park Parma Morse ligt op ongeveer 5 km van het centrum van Parma en op circa 3 km van de afrit van de A1 autosnelweg (Milaan–Reggio Emilia–Bologna). Gelegen in een dichtbevolkt gebied met een sterk ontwikkelde industriële basis, is het park strategisch gepositioneerd voor een logistiek of industrieel project. Een eerste gebouw van 14.000 m² is momenteel voorverhuurd en in aanbouw.
Mutaties grondbank (in miljoen m²)
De grondbank is geografisch evenwichtig verdeeld¹ tussen Oost-Europa (45%) en West-Europa (55%). De grootste grondstukken bevinden zich in Duitsland (21,9%), Servië (12,3%), Spanje (11,2%) en Roemenië (10,6%). VGP bezit momenteel 98% van de grondbank (in eigendom of contractueel toegezegd) binnen de eigen portefeuille, 2% is in mede-eigendom met de verschillende Joint Venture partners. Het gaat hier om Grekon (34.035 m²) in Duitsland en Belartza (145.215 m²) in Spanje.
Geografische spreiding van grond
| Grond naar Eigendom (in m² incl. JV’s) | (in m² incl. contractueel toegezegd) |
|---|---|
| Oost-Europa 45% | West-Europa 55% |
| Joint Venture 2% | Eigen portefeuille 98% |
VGP Park Belgrade, Servië
VGP Park Split, Kroatië
Verslag over de Vennootschap / VGP in 2025
VGP NV Jaarverslag 2025 / 025
Investeringsportefeuille
Bestaande portefeuille
De totale portefeuille, met inbegrip van gebouwen van de Joint Ventures in beheer van de VGP Groep, bestaat momenteel uit 307 gebouwen (43 gebouwen in aanbouw en 264 opgeleverde gebouwen) met een totale oppervlakte van 7,5 miljoen m², in 16 landen. Deze bevatten 2,4 miljoen vierkante meter, of 94 gebouwen in de eigen portefeuille (waarvan 1,4 miljoen m² vierkante meter of 52 gebouwen zijn voltooid) en 5,0 miljoen m² en 213 gebouwen in de Joint Ventures. De opgeleverde gebouwen zijn 98% verhuurd.
| Land | Opgeleverde gebouwen (Verhuurbare ruimte) | Aantal gebouwen | Gebouwen in aanbouw (Verhuurbare ruimte) | Aantal gebouwen | Totaal gebouwen (Verhuurbare ruimte) | Aantal gebouwen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Oostenrijk | 135.000 | 6 | 32.000 | 1 | 167.000 | 7 |
| Kroatië | — | — | 64.000 | 2 | 64.000 | 2 |
| Tsjechische Republiek | 802.000 | 52 | 75.000 | 3 | 877.000 | 55 |
| Denemarken | 10.000 | 1 | 16.000 | 1 | 26.000 | 2 |
| Frankrijk | 39.000 | 1 | 166.000 | 4 | 205.000 | 5 |
| Duitsland | 3.138.000 | 101 | 261.000 | 10 | 3.399.000 | 111 |
| Hongarije | 379.000 | 20 | 50.000 | 3 | 429.000 | 23 |
| Italië | 194.000 | 11 | 14.000 | 1 | 208.000 | 12 |
| Letland | 92.000 | 3 | — | — | 92.000 | 3 |
| Nederland | 259.000 | 6 | 40.000 | 2 | 299.000 | 8 |
| Portugal | 82.000 | 4 | 22.000 | 2 | 104.000 | 6 |
| Roemenië | 420.000 | 18 | 164.000 | 7 | 584.000 | 25 |
| Servië | 82.000 | 3 | — | — | 82.000 | 3 |
| Slowakije | 296.000 | 13 | 59.000 | 3 | 355.000 | 16 |
| Spanje | 507.000 | 25 | 52.000 | 2 | 559.000 | 27 |
| Verenigd Koninkrijk | — | — | 37.000 | 2 | 37.000 | 2 |
| Totaal | 6.435.000 | 264 | 1.052.000 | 43 | 7.487.000 | 307 |
| Eigendom in m² | Voltooide gebouwen (Verhuurbare ruimte) | Aantal gebouwen | Gebouwen in aanbouw (Verhuurbare ruimte) | Aantal gebouwen | Totaal gebouwen (Verhuurbare ruimte) | Aantal gebouwen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eigen Portefeuille¹ | 1.438.000 | 52 | 1.010.000 | 42 | 2.448.000 | 94 |
| Joint Ventures | 4.997.000 | 212 | 42.000 | 1 | 5.039.000 | 213 |
| Totaal | 6.435.000 | 264 | 1.052.000 | 43 | 7.487.000 | 307 |
1 Dit is inclusief activa in aanbouw namens JV’s voor een totale verhuurbare oppervlakte van 64.000 m². Deze activa zijn juridisch gezien in eigendom van de Joint Venture, maar zijn nog niet onderdeel geweest van een transactie met de Joint Venture partner en blijven derhalve economisch in eigendom van VGP.
2 Genormaliseerd voor brownfield-activa die momenteel op korte termijn worden verhuurd en op korte tot middellange termijn zal worden herontwikkeld.
De gemiddelde leeftijd van de opgeleverde portefeuille² bedraagt 4,8 jaar. Meer dan 94% van alle opgeleverde activa2 zijn jonger dan 10 jaar en 59% is jonger dan 5 jaar. De gemiddelde omvang van de opgeleverde portefeuille bedraagt 24.000 m². Van de opgeleverde portefeuille is 47% groter dan 30.000 m².
| Gemiddelde leeftijd van de opgeleverde portefeuille | Gemiddelde omvang van de gebouwen in de opgeleverde portefeuille | ||
|---|---|---|---|
| <2 jaar | 18% | < 10.000 | 7% |
| 3–5 jaar | 41% | 10–20.000 | 21% |
| 6-10 jaar | 35% | 20-30.000 | 25% |
| > 10 jaar | 6% | > 30.000 | 47% |
| 4,75 jaar | 24.000 m² |
VGP Park Parma, Italië
Verslag over de Vennootschap / VGP in 2025
VGP NV Jaarverslag 2025 / 026
Update over Joint Ventures
VGP is eigenaar van een aantal Joint Ventures die in de IFRS-jaarrekening worden gerapporteerd volgens de vermogensmutatiemethode. Deze overwegend 50:50 Joint Ventures bezitten voornamelijk opgeleverde gebouwen waarvan VGP het beheer waarneemt. Om de transparantie en vergelijkbaarheid van de Joint Ventures te vergroten, vindt u hieronder aanvullende parameters die werden berekend in overeenstemming met de ‘Best Practices Recommendations’ van de European Public Real Estate Association (EPRA). Deze parameters worden gegeven op VGP’s aandeel in de joint ventures, in het bijzonder voor de Eerste, Tweede, Derde, Vijfde en de Zesde Joint Venture. De Ontwikkelings-Joint Ventures zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze tot op heden alleen ontwikkelingsgrond bevatten.
EPRA Prestatie indicatoren van de Joint Ventures per aandeel (in duizenden €)
| 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 | |
|---|---|---|
| EPRA Inkomsten¹ | 62.548 | 50.148 |
| EPRA Kosten ratio (inclusief rechtstreekse leegstand kosten)¹ | 4,1% | 11,5% |
| EPRA Kosten ratio (exclusief rechtstreekse leegstand kosten)¹ | 3,9% | 11,3% |
| EPRA Net Tangible Assets (NTA)¹ | 1,573,054 | 1,441,403 |
| EPRA Netto initiële rendement (Net Initial Yield (NIY)) | 5,04% | 5,04% |
| EPRA ‘Topped-up’ Netto initiële rendement | 5,10% | 5,10% |
| EPRA Leegstand (vacancy) ratio | 2,0% | 1,8% |
| EPRA “Loan to value” (LTV) ratio | 32,6% | 31,5% |
De EPRA-winst steeg met 24,7% ten opzichte van ‘24, terwijl de EPRA NTA met 9,1% toenam. Dit is het gevolg van een combinatie van scopewijzigingen – met name het effect op jaarbasis van de acquisities van Joint Ventures in ‘24 – en een sterke operationele prestatie.
Daarnaast kon VGP in 2025 een totaalbedrag van € 354,6 miljoen aan cash recycleren via transacties met de Joint Ventures. Aangezien de Groep instaat voor het beheer van de activa van deze Joint Ventures, stegen de gerelateerde fee-inkomsten tot € 52 miljoen, inclusief een eenmalige promote-provisie. Exclusief deze eenmalige promote bleven de recurrente fees voor beheer van activa groeien en wordt verwacht dat zij in 2026 en daarna verder zullen toenemen, in lijn met de voorziene verdere uitbreiding van de Joint Ventures. Bovenop de transactieopbrengsten en de groeiende, recurrente fee voor beheer van activa ontving de Groep bovendien € 82,7 miljoen aan overtollige cash-uitkeringen van haar Joint Ventures.
In 2026 verwacht VGP een aantal transacties uit te voeren met bestaande Joint Ventures en werd bovendien overeengekomen om, in samenwerking met East Capital, een pan-Europees fonds op te richten met een focus op de acquisitie van door VGP ontwikkelde vastgoedactiva in Centraal- en Oost-Europa.
Partnerschap met Allianz
Rheingold – De Eerste Joint Venture
De Eerste Joint Venture werd opgericht in mei 2016 met als doel een platform uit te bouwen van nieuwe logistieke en industriële panden van klasse A, met een duidelijke focus op uitbreiding in de kernmarkten in Duitsland en snelgroeiende CEE-markten (Hongarije, de Tsjechische Republiek en Slowakije). Het doel was stabiele, op inkomsten gebaseerde rendementen te realiseren met potentieel voor kapitaalappreciatie. De Eerste Joint Venture had als doel zijn portefeuille (d.w.z.
1 De promote provisie ten belope van € 9,2 miljoen (aandeel) in de Eerste Joint Venture (Rheingold) werd aangepast in ‘25, aangezien deze het gevolg is van een overeenkomst tussen de aandeelhouders en geen operationele kost van de Joint Venture betreft.de bruto-actiefwaarde van de verworven inkomsten genererende activa) uiterlijk tegen mei 2021 te laten groeien tot circa € 1,7 miljard, via de inbreng van nieuwe logistieke ontwikkelingen gerealiseerd door VGP. De strategie van de Eerste Joint Venture is vandaag dan ook hoofdzakelijk een aanhoudstrategie (‘hold strategy’). Per 31 december 2025 bestaat de vastgoedportefeuille van de Eerste Joint Venture uit 104 opgeleverde gebouwen, goed voor een totale verhuurbare oppervlakte van meer dan 1,9 miljoen m². Hoewel de Eerste Joint Venture zijn uitgebreide investeringsdoelstelling heeft bereikt, kunnen in de toekomst nog bijkomende closings plaatsvinden in verband met bestaande uitbreidingsopties van huurders. De Eerste Joint Venture zal zijn bestaande portefeuille aanhouden, waarbij VGP blijft optreden als vastgoed-, facility- en activabeheerder.
De bankfaciliteiten van de Rheingold Joint Venture vervallen op 31 mei 2026. De Joint Venture heeft reeds term sheets met financiële instellingen veiliggesteld om de faciliteit te verlengen en/of te herfinancieren. Tot slot kan VGP recht hebben op een promote vergoeding van de Eerste Joint Venture bij (i) een liquiditeitsevenement of (ii) na het verstrijken van de initiële periode van tien jaar, wat plaatsvindt in H1 ‘26. Op basis van de gerealiseerde netto-IRR tot op heden (meer dan 12%) heeft de Groep per 31 december 2025 een promote vordering van € 18 miljoen geboekt. Het definitieve bedrag zal variëren afhankelijk van de waardering en de operationele prestaties van de Joint Venture tot 31 mei 2026.
Aurora – De Tweede Joint Venture
De Tweede Joint Venture werd opgericht in juli 2019 met als doel een platform uit te bouwen van kern-, eersteklas logistieke activa in Oostenrijk, Italië, Nederland, Portugal, Roemenië en Spanje, met de bedoeling stabiele, op inkomsten gebaseerde rendementen te realiseren met potentieel voor kapitaalappreciatie. Het exclusieve voorkooprecht van de Tweede Joint Venture met betrekking tot de verwerving van nieuw opgeleverde activa in de betrokken landen is verstreken op 31 juli 2024. De strategie is daarom hoofdzakelijk gericht op het aanhouden van de portefeuille (‘hold strategy’). Per 31 december 2025 bestaat de vastgoedportefeuille van de Tweede Joint Venture uit 42 opgeleverde gebouwen, goed voor een totale verhuurbare oppervlakte van meer dan 926.000 m². Hoewel de Tweede Joint Venture zijn investeringsperiode heeft afgerond, kunnen in de toekomst nog bijkomende closings plaatsvinden met betrekking tot resterende ontwikkelingsactiva.
Ymir – De Derde Joint Venture
De Derde Joint Venture werd opgericht in juni 2020 voor de ontwikkeling van VGP Park München. Na volledige ontwikkeling zal het park bestaan uit vijf industriële gebouwen, twee vrijstaande parkeervoorzieningen en één kantoorgebouw, goed voor in totaal circa 321.000 m² bruto verhuurbare oppervlakte. Het park is volledig voorverhuurd. De ontwikkeling werd gefinancierd via een combinatie van aandeelhoudersleningen en kapitaalinbrengen in verhouding tot de participaties, evenals via bankfinanciering. Na oplevering van individuele gebouwen vonden closings met Allianz plaats, waardoor de Groep zijn toerekenbare aandeel in de verkoopprijs kon ontvangen en het geïnvesteerde kapitaal gedeeltelijk of volledig kon recycleren. Sinds de oprichting hebben drie dergelijke closings plaatsgevonden.
Momenteel wordt het park gehuurd door Krauss Maffei en BMW. Het laatste ontwikkelingsgebouw, met een bruto verhuurbare oppervlakte van 42.000 m², werd in 2024 verhuurd aan ISAR Aerospace SE en zal naar verwachting in 2026 worden opgeleverd. In 2024 werd een bijkomende kredietfaciliteit van € 84,5 miljoen verkregen ter financiering van deze laatste fase. Bij oplevering wordt een verdere closing met De Derde Joint Venture verwacht, op basis van een bruto-actiefwaarde van € 150 miljoen.
Verslag over de Vennootschap / VGP in 2025 VGP NV Jaarverslag 2025 / 027
Partnerschap met Deka RED – De “Vijfde Joint Venture”
VGP heeft op 21 juli 2023 een Joint Venture-overeenkomst ondertekend met Deka Immobilien, een vooraanstaande vastgoedinvesteerder. In het kader van deze joint venture hebben twee openbare fondsen van Deka Immobilien, Deka WestInvest InterSelect en Deka Immobilien Europa, een belang van 50% verworven in vijf projectvennootschappen waarvan VGP eigenaar is. Deze projectvennootschappen bezitten en exploiteren vijf strategisch gelegen parken in Duitsland, met name Gießen – Am alten Flughafen, Laatzen, Göttingen 2, Magdeburg en Berlin Oberkrämer. Deze parken omvatten samen een portefeuille van 20 gebouwen, die op het moment van de transactie totale huurinkomsten op jaarbasis van € 52,9 miljoen genereerden, inmiddels gestegen tot € 54,5 miljoen. De Joint Venture bevindt zich momenteel in de aanhoudfase (‘holding phase’) en VGP blijft instaan voor het activabeheer, binnen een gelijkaardige scope als bij de bestaande samenwerkingen met Allianz.
Partnerschap met Areim Saga – De “Zesde Joint Venture”
Op 15 december 2023 sloot VGP een nieuwe Joint Venture-overeenkomst met AREIM Pan-European Logistics Fund (D) AB, ofwel Areim, op een 50:50-basis, met als doel te investeren in door VGP ontwikkelde activa in Duitsland, de Tsjechische Republiek, Frankrijk, Slowakije en Hongarije. De joint venture zal gebruikmaken van schuldfinanciering tot een loan-to-value van 40%, verhoogd ten opzichte van de oorspronkelijke doelstelling van 35%. Investeerder Areim heeft contractueel toegezegd tot een eigenvermogensinvestering van € 500 miljoen. De investeringsperiode loopt tot 15 december 2028, met de mogelijkheid om de Joint Venture in onderling overleg te verlengen.
In 2025 kwamen VGP en Areim overeen om het geografische bereik van de Joint Venture uit te breiden om ook activa in Portugal, Spanje, Italië, Oostenrijk en Denemarken te verwerven. In aansluiting daarop vond in 2025 een derde closing plaats, bestaande uit 18 gebouwen (waaronder één Parkhouse) in zeven landen: Duitsland (2 gebouwen), Oostenrijk (5), Italië (4), de Tsjechische Republiek (1), Slowakije (1), Spanje (2) en Portugal (3). De transactie vertegenwoordigde meer dan € 500 miljoen bruto-actiefwaarde, waardoor de Groep € 351 miljoen aan netto cashopbrengsten kon recycleren. De groep verwacht in ‘26 een belangrijke closing te realiseren. Per 31 december 2025 bestaat de vastgoedportefeuille van de Zesde Joint Venture uit 39 opgeleverde gebouwen, goed voor een totale verhuurbare oppervlakte van meer dan 989.000 m². De joint venture streeft naar een uitgebreide ESG-strategie, met criteria rond onder meer EU-taxonomieconformiteit, EPC en BREEAM-normen. Net als bij vergelijkbare Joint Ventures treedt VGP op als activa-, vastgoed- en ontwikkelingsbeheerder van de Joint Venture.
Partnerschap met East Capital
Samenwerking met East Capital voor de oprichting van een pan-Europees fonds
VGP is een strategisch partnerschap met East Capital aangegaan voor de oprichting van een nieuw in Luxemburg gevestigd gereserveerd alternatief beleggingsfonds (“fonds d’investissement alternatif réservé”, afgekort “FIAR”) dat zich richt op hoogwaardig industrieel en logistiek vastgoed in heel Europa, met bijzondere aandacht voor de markten in Centraal- en Oost-Europa. East Capital Group is een in Zweden gevestigde vermogensbeheerder en investeringsmaatschappij gespecialiseerd in opkomende markten en pioniersmarkten. Het bedrijf werd opgericht in 1997 en richt zich op actief beheerde aandelen-, private equity-, vastgoed- en alternatieve beleggingsstrategieën.
Het fonds beoogt de opbouw van een gediversifieerde portefeuille met een beoogde bruto-actiefwaarde van minstens € 1,5 miljard, waarbij wordt voortgebouwd op VGP’s ontwikkelingspijplijn en jarenlange ervaring in duurzaam industrieel vastgoed. Een eerste closing wordt beoogd in 2026. Volgens het overeengekomen kader zal VGP een belang van 50% in het FIAR aanhouden, terwijl het resterende kapitaal zal worden ingebracht door externe investeerders. East Capital Asset Management zal optreden als beheerder van het alternatieve beleggingsfonds, terwijl VGP Asset Management en East Capital Real Estate zullen instaan voor activabeheer- en adviesdiensten. De portefeuille zal bestaan uit opgeleverde, inkomsten genererende activa evenals geselecteerde ontwikkelingsprojecten, allemaal gerealiseerd volgens de technische standaarden van VGP en in lijn met de meest recente ESG-vereisten. Deze samenwerking vormt een volgende belangrijke stap in de strategie van VGP om zijn investeringsplatform verder op te schalen samen met toonaangevende institutionele partners, terwijl hij zijn pan-Europese aanwezigheid verder uitbreidt.
De Ontwikkelings-Joint Ventures
VGP Park Belartza Joint Venture
De VGP Park Belartza Joint Venture werd opgericht als een 50:50 joint venture met VUSA. Het doel van deze joint venture is om de Groep toegang te verschaffen tot bijkomende gronden die anders niet toegankelijk zouden zijn. De VGP Park Belartza Joint Venture beoogt de ontwikkeling van circa 64.000 m² logistieke verhuurbare oppervlakte.
VGP Park Belartza, gelegen in de omgeving van San Sebastián in het noorden van Spanje, is gericht op de ontwikkeling van een gemengd (logistiek/commercieel) park, waarbij VGP de logistieke ontwikkeling zal leiden en VUSA de commerciële ontwikkeling voor zijn rekening neemt. De VGP Park Belartza Joint Venture heeft het recht om de logistieke inkomsten genererende activa te verkopen, terwijl VGP het recht heeft om deze activa te verwerven. VUSA heeft het recht om de commerciële inkomsten genererende activa te verwerven die door de Joint Venture worden ontwikkeld. Het project bevindt zich in de fase van het verkrijgen van de nodige bestemmingsvergunningen.
VGP Park Siegen Joint Venture
De VGP Park Siegen Joint Venture werd opgericht als een 50:50 joint venture met Revikon.Het doel van deze joint venture is de herontwikkeling van een brownfieldsite met circa 21.000 m² verhuurbare oppervlakte, gelegen in de omgeving van de stad Siegen, Duitsland. In 2023 werd een deel van de ontwikkeling verkocht. Sindsdien ondergaat de site verdere sloopwerken ter voorbereiding van de toekomstige ontwikkeling.
Hernieuwbare energie
De bruto-inkomsten uit hernieuwbare energie bedroegen in 2025 € 11,9 miljoen, tegenover € 8,3 miljoen over boekjaar 2024. Dit was voornamelijk te danken aan een stijging van 47% in de effectief verkochte productie in 2025 tot 132 GWh. De sterke productietoename in boekjaar 2025 ten opzichte van 2024 werd gedreven door installaties die in de loop van 2024 operationeel werden (een stijging van 53% in december ‘24 ten opzichte van december ‘23).
Per december 2025 zijn in totaal 126 projecten geïnstalleerd met een gezamenlijke capaciteit van 182,5 MW, wat een jaar-op-jaarstijging van 17% vertegenwoordigt. De capaciteit van projecten in aanbouw steeg van 41 MW naar 52,2 MW (+27%) en, inclusief projecten in vergunningsfase, omvat dit in totaal 47 projecten voor 141,2 MW per december 2025. Daarnaast heeft de Groep nog 98 projecten in de pijplijn, goed voor een bijkomende 150,7 MW, waardoor de totale geïnstalleerde en in ontwikkeling zijnde hernieuwbare capaciteit uitkomt op 474 MW, tegenover 378 MW een jaar eerder (+25%).
Per 31 december 2025 vertegenwoordigt dit een totale gecumuleerde investering van € 135 miljoen, waarvan € 110 miljoen in operationele projecten en € 25 miljoen in projecten in aanbouw. De projecten in ontwerpfase vertegenwoordigen nog eens een bijkomende investering van circa € 100 miljoen.
| VGP Renewable Energy capaciteit | Fotovoltaïsch | Batterij Energy Storage Systems | Totale Hernieuwbare Energie capaciteit | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal Projecten | MW(p) | Aantal Projecten | MW(h) | Aantal Projecten | MW | |
| Installed | 130 | 170.5 | 3 | 12.0 | 126 | 182.5 |
| Under construction/ permitting | 37 | 34.6 | 14 | 106.6 | 47 | 141.2 |
| Pipeline | 91 | 96.4 | 6 | 54.3 | 98 | 150.7 |
| Total | 258 | 301.4 | 23 | 172.9 | 281 | 474.3 |
Ontwikkeling van datacenters
In 2025 stelde de Groep Sarah Wilkinson aan als Head of Data Centres. Sarah beschikt over ruime ervaring in de ontwikkeling van datacenters en bekleedde eerder senior functies bij CBRE en Colliers, en was meest recent actief als Regional Lead of Land Acquisitions EMEA bij Microsoft.
Kapitaal- en liquiditeitspositie
De totale kaspositie per 31 december 2025 bedroeg € 524 miljoen. De groep beschikt over niet-opgenomen kredietfaciliteiten van € 500 miljoen, wat resulteert in een liquiditeitspositie van meer dan € 1 miljard. De kredietfaciliteiten bedragen € 500 miljoen en omvatten een specifieke garantiefaciliteit van € 50 miljoen.
In februari 2025 verhoogde VGP zijn kredietfaciliteit bij JP Morgan SE met € 25 miljoen, in combinatie met een verlenging van de looptijd met drie jaar tot 7 februari 2028. Daarnaast werden ook de kredietfaciliteiten van Belfius Bank NV (€ 75 miljoen) en BNP Paribas Fortis (€ 50 miljoen + € 50 miljoen) in looptijd verlengd.
In ‘25 kon VGP netto € 388 miljoen aan cash recycleren via closings en afrekeningen met de Joint Ventures, evenals via de verkoop van VGP Park Riga. Bij twee Letse activa maakten de huurders het gebruik van hun vooraf overeengekomen aankooprecht op de gehuurde activa. VGP Park Riga werd verkocht aan Jysk, wat resulteerde in een cashopbrengst van € 34 miljoen. Voor VGP Park Tiraines werd het due diligence-proces succesvol afgerond en de overdracht van het eigendom aan de huurder wordt beoogd in H1 ‘26.
VGP gaf in H1 ‘25 voor € 576 miljoen aan obligaties uit met een looptijd tot januari ‘31 en een coupon van 4,25%. Na deze uitgifte lanceerde de Groep met succes een bod van € 200 miljoen op zijn uitstaande obligaties van € 500 miljoen (jan-27 en jan-29), waardoor deze respectievelijk met € 179,9 miljoen en € 20,1 miljoen werden verminderd. Daarnaast werd in maart ‘25 € 80 miljoen aan uitstaande obligaties terugbetaald. De gemiddelde looptijd van de kredietfaciliteiten bedraagt 3,6 jaar.
In januari ‘26 gaf de Groep € 600 miljoen aan obligaties uit met een coupon van 4% en een looptijd tot januari ‘32. Na deze uitgifte werd opnieuw met succes een bod uitgebracht op de jan-27 obligaties, waarbij € 100 miljoen werd terugbetaald. Het uitstaande bedrag van de jan-27 obligatie werd, na de transacties in ‘25 en januari ‘26, aldus teruggebracht van € 500 miljoen tot € 220,1 miljoen.
In mei ‘25 werd een dividend van € 90 miljoen uitgekeerd. In 2025 ontving VGP € 82,7 miljoen aan uitkeringen van zijn Joint Ventures. De proportionele LTV bedraagt 50% (tegenover 48,3% op jaareinde ‘24) en de gearing ratio bedraagt 35,3% (tegenover 33,6% op jaareinde ‘24). De verhouding netto schuld/EBITDA daalde van 7x in ‘24 naar 6,3x in ‘25. In 2025 verkreeg de Groep van S&P Global een investment grade-rating van BBB- met stabiele vooruitzichten. Fitch Ratings bevestigde eveneens de investment grade-rating BBB- met stabiele vooruitzichten voor VGP.
ESG ratings en erkenning
VGP behield zijn positie in de Euronext BEL 20 ESG-index. De BEL ESG-index is ontworpen om de 20 hoogst gerangschikte bedrijven in België te identificeren die de laagste ESG-risico’s vertonen. Daarnaast werd de Groep door Statista en Time Magazine erkend als een van de Top 100-bedrijven wereldwijd die in 2026 duurzame groei realiseren. De Groep actualiseerde in 2025 zijn Sustainable Finance Framework om de investeringscriteria van de EU-taxonomie op te nemen.
Dividend
De raad van bestuur stelt aan de gewone algemene vergadering de uitkering van een gewoon bruto dividend voor van € 3,40 per aandeel, of € 92,8 miljoen in totaal. Dit in vergelijking met een gewoon dividend van € 3,30 per aandeel in ‘25, hetgeen neerkomt op een stijging van 3%.
Algemeen marktoverzicht
Industrie & Logistiek Marktdynamiek BJ2025
- Het marktsegment is sinds de zomer van 2025 aanzienlijk verbeterd, maar nieuwe behoeften vertragen het sluiten van huurovereenkomsten.
- Het tekort aan moderne ruimte in de topmarkten in combinatie met aanhoudende wereldwijde onzekerheid remt de verhuuractiviteit, ondanks positieve signalen vanuit de productie- en e-commercesector.
- De leegstand in secundaire/tertiaire markten, inclusief moderne ruimte, blijft hoog omdat de locatie niet aansluit bij de prioriteiten van gebruikers.
- Huurgroei in bepaalde topmarkten met een krap aanbod aan moderne ruimte, terwijl ze elders stagneren of dalen.
- Het investeringsvolume stijgt in 2025 met 11% op jaarbasis, met groei die wordt aangevoerd door kleinere markten. Van de top 3 markten noteerde alleen het Verenigd Koninkrijk een groei op jaarbasis. De rendementen zijn over het algemeen stabiel en investeerders blijven zeer selectief.
Vraag
Hogere ruimtebehoeften vertragen het sluiten van huurovereenkomsten.
Door de verbeterde verhuuractiviteit bereikte de totale opname in het vierde kwartaal van 2025 het hoogste kwartaalniveau in drie jaar. Hoewel de vraag naar nieuwe ruimte momenteel het hoogste niveau sinds eind 2022 bereikt, vertaalt deze vraag zich nog steeds traag in daadwerkelijke huurovereenkomsten. De totale opname in het BJ 2025 blijft in lijn met het voorgaande jaar. Met een totaal van 24,2 miljoen m² lag de totale opname in BJ 2025 14% boven het vijfjarig gemiddelde van vóór de pandemie, wat een bevestiging is van een aanhoudend robuuste gebruikersmarkt.
Gebruikersegmenten
3PL- en e-commerce activiteiten herstellen zich, productie blijft op hoog niveau.
- 3PL: 43% / 10-yr av. 40%
- Detailhandel: 20% / 10-yr av. 22%
- E-commerce: 7% / 10-yr av. 12%
- Productie: 21% / 10-yr av. (niet nader gespecificeerd in bron)17% Anderen – 9% 3PL Detailhandel E-commerce Productie
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 035
Vraag
Tot 10% jaarlijkse stijging verwacht in 2026
Structurele trends wijzen op een geleidelijke opleving
De Europese productie-sector bevindt zich in een overgangsfase, aangevoerd door veerkrachtige en opkomende sectoren, wat bijdraagt aan een verbeterde opname in 2026/27:
— Nieuwe productie, nieuwe technologieën en stijgende defensie-uitgaven
— Heroriëntatie van de toeleveringsketen & regionalisering van de productie
— Terugkeer van e-commerce, ondersteund door Aziatische marktplaatsen
— Strategische verplaatsing en ESG-normen om operationele efficiëntie te bereiken
— Stedelijke logistiek
— Stijgende vraag van consumenten
Inclusief units >5,000 m² (België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Polen, Spanje en Zweden; >10.000 m² in VK)
Bron: JLL Research
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 036
Industrie & Logistiek Aanbod
VGP Park Martotell, Spanje
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 037
Aanbod
Leegstandsgraad heeft waarschijnlijk zijn hoogtepunt bereikt
Verbeterde verhuuractiviteit in combinatie met minder nieuw speculatief aanbod draagt bij tot stabilisatie
Gewogen Europese logistieke leegstandsgraad
Inclusief units van >5.000 m² (de Tsjechische Republiek, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Nederland, Polen, Roemenië, Slowakije, Spanje en Zweden; >10.000 m² in VK) en in Frankrijk
Bron: JLL Research, iO Partners
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 038
Aanbod
Aanbodpijplijn op laagste niveau in 5 jaar
Nieuwe ontwikkelingen gestimuleerd door (Built-to-Suit) BTS, speculatieve voorraad daalt verder
Logistieke ruimte in aanbouw
Inclusief units van 5,000 m² en meer in België, de Tsjechische Republiek, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Nederland, Polen, Roemenië, Slowakije, Spanje en Zweden; 10.000 m² en meer in VK
Bron: JLL, iO Partners
Met een totaal van 16,2 miljoen m² daalde de ruimte in aanbouw tot het laagste niveau in vijf jaar. Nieuwe ontwikkelingsprojecten worden steeds meer aangedreven door BTS/BTO-units. Speculatieve ontwikkeling blijft grotendeels beperkt tot hyper-toplocaties en kleinere activa. De bouwactiviteit wordt steeds meer beperkt door grondtekorten en hoge bouwkosten in combinatie met regelgevende/wetgevende beperkingen, wat begint te leiden tot een tekort aan moderne faciliteiten in belangrijke markten.
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 039
Aanbod
Speculatieve bouwactiviteit op laagste niveau in 18 kwartalen
Speculatieve ontwikkeling nog steeds geconcentreerd in enkele markten
Speculatieve bouw per markt
Inclusief units van 5.000 m² en meer in België, de Tsjechische Republiek, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Nederland, Polen, Roemenië, Slowakije, Spanje en Zweden; 10.000 m² en meer in VK
Bron: JLL, iO Partners
Wat nu?
Bijna de helft van de totale speculatieve ontwikkeling is geconcentreerd in drie markten, terwijl de meeste landen een gematigd niveau blijven zien. De dalende speculatieve bouwactiviteit zal helpen om de leegstand in 2026 omlaag te brengen, wat zich zal uitbreiden naar secundaire en tertiaire locaties, aangezien de primaire markten waarschijnlijk te kampen zullen krijgen met een tekort aan aanbod. Strengere regelgeving voor greenfield-grond in West-Europese markten in combinatie met aanhoudende economische en geopolitieke onzekerheid zullen naar verwachting een extra rem zetten op speculatieve activiteiten in de toekomst.
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 040
Aanbod
De krapste markten zullen beter blijven presteren
Balans tussen vraag en aanbod op de Europese logistieke markt
Duitsland – Jaaraanbod versus tophuur
Periodes van krapte in het aanbod zorgen doorgaans voor stijgende huurprijzen
Inclusief units van 5.000 m² en meer in België, de Tsjechische Republiek, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Nederland, Polen, Roemenië, Slowakije, Spanje en Zweden; 10.000 m² en meer in VK
* incl. leegstaande units en speculatief in aanbouw
Bron: JLL, iO Partners
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 041
Industrie & Logistiek verhuur
VGP Park Split, Kroatië
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 042
Huurprijzen
Logistieke tophuurprijzen* aan het einde van het vierde kwartaal van 2025
Aanhoudende opwaartse druk op tophuurprijzen in bepaalde kernlocaties
| Stad | EUR/m²/jaar |
|---|---|
| Lissabon | 84 |
| Prague | 87 |
| Berlin | 126 |
| Poznan | 54 |
| Hamburg | 102 |
| Frankfurt | 98 |
| Munich | 128 |
| Brussels | 75 |
| Rotterdam | 105 |
| Barcelona | 108 |
| Madrid | 83 |
| Dublin | 145 |
| Birmingham | 136 |
| Göteborg | 90 |
| Bratislava | 84 |
| Budapest | 66 |
| Boekarest | 57 |
| Athene | 76 |
| Milaan | 70 |
| Rome | 69 |
| Stockholm | 102 |
| Helsinki | 114 |
| Oslo | 169 |
| Londen | 327 |
| Parijs | 89 |
| Lyon | 71 |
| Warschau | 66 |
* EUR per m2
Bron: JLL, iO Partners
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 043
Huurprijzen
Huurgroei licht verbeterd
Huurgroei beperkt tot bepaalde hyper-top locaties, losgekoppeld van de rest van de markt
Europese jaarlijkse gewogen huurgroei
De huurgroei voor logistieke toplocaties bedroeg 4,3% op jaarbasis in het vierde kwartaal, een verbetering ten opzichte van de 3,6% groei in het voorgaande kwartaal. De aanhoudende huurgroei wordt ondersteund door bepaalde hyper-top locaties en de beste activa in hun klasse, die nieuwe normen stellen. De meeste markten zijn stabiel ten opzichte van het vorige kwartaal, omdat de aanhoudende voorzichtigheid van gebruikers het verhuurvolume laag houdt. Stabiele hoofdhuurprijzen worden ondersteund door robuuste stimuleringsmaatregelen. De huurprijzen blijven onder neerwaartse druk staan in verschillende secundaire/tertiaire markten met hogere leegstandspercentages.
Bron: JLL, iO Partners
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 044
Huurrendementen lopen uiteen
Huurprijzen stijgen in hyper-toplocaties met een krap aanbod van moderne, energiezuinige activa. Een tekort aan het beste aanbod in zijn klasse draagt bij aan een ontkoppeling van de huurgroei en de verhuuractiviteit, waardoor de huurprijzen stijgen ondanks de trage verhuuractiviteit. De huurprijzen bleven in het vierde kwartaal in de meeste markten ongewijzigd, maar werden ondersteund door hogere incentives en toenemende flexibiliteit in de verhuurvoorwaarden in markten waar de leegstand hoog blijft.
Huurprijzen
Groei gedreven door enkele markten in West-Europa en het Verenigd Koninkrijk. Beperkt aantal activa die operationele voordelen bieden, nieuwe maatstaven vastlegt, losgekoppeld van de verhuuractiviteit.
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 045
Industrie & Logistiek
Trends op de kapitaalmarkt
VGP Park Valsamoggia 2, Italië
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 046
Kapitaalmarkten
Industriële investeringen stijgen met 11% in 2025
Het totale volume voor het hele jaar keert terug naar het hoogste niveau ooit, met uitzondering van de pandemiejaren.
Directe Investeringsvolumes
Het sterkste volume in het vierde kwartaal ooit, met uitzondering van 2021, brengt de transacties voor het boekjaar op bijna € 40 miljard. Dit is de sterkste jaarprestatie ooit, met uitzondering van de twee pandemiejaren 2021/22. Het transactievolume voor het boekjaar 2025 stijgt met 11% op jaarbasis, maar blijft 8% lager dan het vijfjarig gemiddelde (2020–2024). Van de belangrijkste markten boekten alleen het Verenigd Koninkrijk (28%), Nederland (37%) and Polen (21%) een groei op jaarbasis. De groei op jaarbasis werd grotendeels gedreven door een sterke stijging in kleinere markten. Frankrijk en Duitsland laten een voortdurende daling op jaarbasis zien als gevolg van een gebrek aan grote transacties.
Bron: JLL, iO Partners
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 047
Kapitaalmarkten
Industriële investering per land, 2025
Groei op jaarbasis aangevoerd door kleinere markten
Van de Top 3 markten heeft alleen het Verenigd Koninkrijk een groei op jaarbasis gerealiseerd. Duitsland en Frankrijk blijven een zwakkere activiteit zien tegen de achtergrond van lage economische groeiverwachtingen. De sterkste groei op jaarbasis werd gerealiseerd in de Benelux, aangevoerd door België (120%), terwijl een sterk laatste kwartaal het volume in Nederland met 37% op jaarbasis deed stijgen. Stijgende investeringen in Centraal- en Oost-Europa, aangevoerd door kleinere markten. Groei in Zuid-Europa aangevoerd door Portugal (+172%), gevolgd door Italië (48%) en Spanje (28%).
Bron: JLL, iO Partners
Cijfers zijn exclusief pan-Europese portefeuilletransacties die geen verband houden met markten van afzonderlijke landen en transacties op Entiteitsniveau (indirecte transacties).| Country/region | Investering in miljard | j/j |
| :--- | :--- | :--- |
| VK | 10.0 | 19% |
| Duitsland | 6.7 | -7% |
| Noordse landen | 6.0 | 15% |
| Benelux | 4.8 | 49% |
| Frankrijk | 4.3 | -18% |
| Zuid-Europa | 4.1 | 43% |
| Centraal- en Oost-Europa | 3.0 | 36% |
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht VGP NV Jaarverslag 2025 / 048
Rendementen Rendemen- ten van top-logistiek vastgoed in Q4 2025
Europese rendementsontwikkelingen Rendement in Q4/2025 per markt ten opzichte van ten opzichte van het laatste dieptepunt (Q1/Q2 2024) Source: JLL, iO Partners Europa West-Europa CEE daling stabiel stijging
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht VGP NV Jaarverslag 2025 / 049
Rendementen Rendementen van top-logistiek vastgoed in Q4 2025
Legende: verandering ten opzichte van het laatste dieptepunt (Q1/Q2 2024) Stabiel Afname Toename Bron: JLL Research, iO Partners
| Markt | Rendement |
|---|---|
| Praag | 5.15% |
| Berlin | 4.60% |
| Hamburg | 4.30% |
| Frankfurt | 4.30% |
| Parijs | 4.80% |
| Brussel | 5.00% |
| Amsterdam | 4.70% |
| Lyon | 4.80% |
| Barcelona | 5.00% |
| Madrid | 5.15% |
| Warschau | 6.25% |
| Dublin | 5.00% |
| Birmingham | 5.25% |
| Göteborg | 5.25% |
| Bratislava | 6.25% |
| Budapest | 7.00% |
| Boekarest | 8.00% |
| Athene | 6.25% |
| Milaan | 5.30% |
| Rome | 5.30% |
| Stockholm | 5.25% |
| Helsinki | 5.35% |
| Oslo | 5.75% |
| Londen | 4.75% |
| Lissabon | 5.75% |
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht VGP NV Jaarverslag 2025 / 050
Rendementen Toprende- menten stabiliseren zich ondanks prijsgevoe- ligheid
De rendementen zijn sinds begin 2025 in de meeste markten ongewijzigd gebleven als gevolg van aanhoudende voorzichtigheid bij investeerders Duitsland biedt de scherpste prijzen in Europa, ondanks recente kleine correcties in toprendementen. Deze correctie wordt mede veroorzaakt door aanhoudende onzekerheid over de economische groeivooruitzichten en een slechts marginaal herstel van de verhuurmarkten. De overige grote West- Europese markten liggen allemaal binnen een bandbreedte van 15 basispunten. Bron: JLL, iO Partners
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht VGP NV Jaarverslag 2025 / 051
Logistiek Kantoor Detailhandel (grote winkelstraat) Meergezins Rendementen Toprende- menten in Europa stabiliseren zich ondanks prijsgevoe- ligheid Prijsgevoelige investeerders in combinatie met een beperkt aanbod van kernproducten in topmarkten zorgden ervoor dat de rendementen op top- vastgoed in het vierde kwartaal over alle activaklassen heen grotendeels stabiel bleven. De rendementen zullen naar verwachting grotendeels stabiel blijven in de eerste helft van 2026, gezien de aanhoudende economische en geopolitieke onzekerheid. De geleidelijke terugkeer van kerninvesteerders en de verbeterende beschikbaarheid van kapitaal zijn gunstig voor de rendementsdaling in de tweede helft van 2026. Bron: JLL, iO Partners
- 4,94%, 1bps j/j
- 4,47%, -4bps j/j
- 4,22%, -1bps j/j
- 3,96%, -4bps j/j
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht VGP NV Jaarverslag 2025 / 052
Rendementen Europees top-logistiek rendement versus obligatie-/ staatsobli- gatierende- menten
De richting blijft onze- ker Bron: JLL, Refinitiv EU 5-jaar swap DE Staatsobligatie op 10-jaar US Staatsobligatie op 10-jaar Top industrieel rendement Gewogen gemiddelde top-logistieke rendement stabiel op 4,95% in Q4. Risicopremie nog steeds >200 basispunten voor EU- en Duitse swaprentes/ staatsobligaties, ondanks dat beide rentes historisch gezien hoog blijven. De ECB heeft de belangrijkste rentetarieven in december stabiel gehouden na verlagingen van meer dan 200 basispunten, meer dan welke andere centrale bank ook. De richting blijft onzeker door de trage economische groeivooruitzichten en de toenemende onzekerheid op handels- en geopolitiek gebied. EU: 518 bps DE: 588 bps US: 370 bps EU: 280 bps DE: 351 bps US: 106 bps EU: 238 bps DE: 212 bps US: 76 bps
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht VGP NV Jaarverslag 2025 / 053
Rendementen Rende- mentsver- schillen tussen West-Euro- pese landen komen op één lijn
Rendementsverschil – Q4 2025 toprendementen ten opzichte van Staatsobligaties op 10 jaar De rendementen op top- logistiek vastgoed bleven in het vierde kwartaal stabiel in alle markten, met uitzondering van een kleine correctie in de Duitse markten. De veerkrachtige marktfundamentals blijven de sterke belangstelling van investeerders aanwakkeren. De rendementen op obligaties op 10 jaar variëren per markt, maar staan over het algemeen onder druk door economische onzekerheid. De rendementsverschillen variëren van 130 basispunten in Frankrijk tot 175 basis- punten in Nederland. Negatief in Hongarije (-2 basispunten); het kleinst in het Verenigd Koninkrijk met 20 basispunten Grootste in Zweden en Slowakije met 250 basispunten en 272 basispunten Bron: JLL Research, iO Partners
Verslag over de Vennootschap / Algemeen markt-overzicht VGP NV Jaarverslag 2025 / 054
Verslag van de Raad van Bestuur VGP Park Sevilla Dos Hermanas, Spanje
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 055
Corporate governance- verklaring
Beginselen
VGP neemt de Belgische Corporate Governance Code (hierna de “Belgische Corporate Governance Code” of de “Code 2020”) aan als zijn referentiecode inzake corporate governance. De Code 2020 is beschikbaar op de website van de Belgische Commissie Corporate Governance (www.corporategovernancecommittee.be). Zoals vereist door de Code 2020, heeft de Raad van Bestuur het VGP Corporate Governance Charter opgesteld volgens de aanbevelingen van de Code 2020 gepubliceerd op 9 mei 2019 en rekening houdend met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (“WVV”) ingevoerd door de wet van 23 maart 2019. Zoals vereist door de Code 2020 beschrijft het Corporate Governance Charter van de Vennootschap de belangrijkste aspecten van haar corporate governance beleid. Het Corporate Governance Charter werd voor het laatst bijgewerkt op 5 januari 2022 en kan geraadpleegd worden op de website van de Vennootschap (https://vgpparks.eu/nl/investeerders/corporate-governance/)
De Raad van Bestuur is echter van mening dat de Vennootschap gerechtvaardigd is bepaalde principes van de Code 2020 niet na te leven, gezien de bijzondere situatie van de Vennootschap. Deze afwijkingen worden hieronder uitgelegd:
i. De Vennootschap is niet van plan een benoemingscomité op te richten. Daarmee wijkt de Vennootschap, als kleinere beursgenoteerde vennootschap (in termen van werknemers), af van de principes 4.19 en verder van de Code 2020. Hoewel VGP de afgelopen jaren aanzienlijk is gegroeid, zowel in omvang als in aantal werknemers, is de Raad van Bestuur van mening dat de efficiëntie en effectiviteit van de besluitvorming het best gediend zijn door benoemingskwesties binnen de volledige Raad van Bestuur te concentreren. Dit zorgt ervoor dat alle bestuurders, zowel uitvoerende als niet-uitvoerende, rechtstreeks bij deze belangrijke beslissingen worden betrokken, waardoor de transparantie en de collectieve verantwoordelijkheid worden vergroot. De Raad van Bestuur zal de omvang en complexiteit van de Vennootschap en de beste praktijken op het gebied van governance blijven volgen en zal de wenselijkheid van het instellen van aanvullende comités opnieuw bekijken indien en wanneer dit een duidelijk voordeel voor de governance voor aandeelhouders en belanghebbenden oplevert.
ii. De Vennootschap wijkt af van het principe 7.12 van de Code 2020 door geen contractuele clausules op te nemen ter vertraging van betaling of terugvorderingsclausules met betrekking tot de variabele bezoldiging van het Uitvoerend Managementteam. De Raad van Bestuur is van mening dat zijn remuneratiebeleid en -praktijken de onderliggende doelstelling van dit principe voldoende aanpakken, omdat iedere betaling van variabele bezoldigingen alleen wordt gedaan na de afsluiting van de financiële resultaten. Bovendien kan de Raad van Bestuur het bedrag van de variabele bezoldiging van een lid van het Uitvoerend Managementteam op korte termijn verlagen op basis van zijn individuele prestaties. Met betrekking tot de variabele bezoldiging op lange termijn bevat het LTIP ook bepaalde malusclausules. Ten slotte kan de Vennootschap in bepaalde gevallen haar toevlucht nemen tot juridische middelen die zij ter beschikking heeft op grond van de toepasselijke wetgeving om betaling in te houden of variabele bezoldigingen terug te vorderen.
iii. De Vennootschap wijkt af van principe 7.6 van de Code 2020 door niet te eisen dat haar niet-uitvoerende bestuurders een deel van hun bezoldiging ontvangen in de vorm van aandelen in de Vennootschap en door geen minimumperiode vast te stellen voor het aanhouden van aandelen in de Vennootschap door deze personen. Gezien het feit dat de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de CEO-referentieaandeelhouders zijn, is de Raad van Bestuur van mening dat het langetermijnperspectief van aandeelhouders adequaat is vertegenwoordigd. Het niet eisen van de andere drie (onafhankelijke) bestuurders om een bezoldiging in aandelen in de Vennootschap te ontvangen, maakt een extern perspectief mogelijk tijdens de beraadslagingen van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur is van mening dat deze evenwichtige samenstelling bijdraagt aan de waardecreatie op lange termijn en gunstig is voor de Vennootschap.
iv. De Vennootschap wijkt af van principe 7.9 van de Code 2020 door niet te eisen dat een minimumdrempel van aandelen in handen is van het uitvoerend management.De Vennootschap is van mening dat haar huidige operationele structuur en remuneratiebeleid haar Uitvoerend Managementteam voldoende stimuleren zich te richten op het creëren van waarde op lange termijn, gezien het volgende: (i) de CEO is de belangrijkste aandeelhouder van de Vennootschap, (ii) de Raad van Bestuur vermijdt het vaststellen van prestatiecriteria die het Uitvoerend Managementteam zouden kunnen aanmoedigen om de voorkeur te geven aan kortetermijndoelstellingen die hun variabele bezoldiging beïnvloeden, maar een negatieve invloed zouden hebben op VGP op de middellange en lange termijn, en (iii) de leden van het Uitvoerend Managementteam (anders dan de CEO) nemen deel aan het LTIP, dat is gebaseerd op groei van de netto-actiefwaarde van de Vennootschap verspreid over meerdere jaren en een lock-up van 5 jaar omvat.
v. De Raad van Bestuur is van mening dat, gezien de huidige organisatiestructuur en governance-regelingen, de aanstelling van een afzonderlijke Secretaris van de Vennootschap (‘Company Secretary’) niet noodzakelijk is. De taken die doorgaans aan de Secretaris van de Vennootschap (‘Company Secretary’) worden toegewezen, worden daarom uitgevoerd door de Chief Financial Officer van de Vennootschap, die zorgt voor continuïteit en passende ondersteuning van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur zal deze regeling periodiek blijven evalueren in het licht van de evolutie en de governancebehoeften van de Vennootschap. Bijgevolg wijkt de Vennootschap, rekening houdend met haar relatief beperkte omvang en de omvang van haar Raad van Bestuur, af van de principes 3.19 e.v. van de Belgische Corporate Governance Code 2020.
1 Benoemd via CM Advisers Ltd, vertegenwoordigd door Chris Morrish.
2 Benoemd via Gaevan BV, vertegenwoordigd door Ann Gaeremynck.
Governance structuur
De Vennootschap heeft gekozen voor een monistisch bestuursmodel met een Raad van Bestuur in overeenstemming met artikel 7:85 en volgende van het WVV. De Vennootschap acht dit model het meest geschikt voor de noden en de werking van de Vennootschap en haar activiteiten.
De Raad van Bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig worden geacht voor de verwezenlijking van het doel van de Vennootschap, behoudens die welke door de wet of de statuten aan de algemene vergadering zijn voorbehouden.
Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur bestaat uit vijf leden die worden benoemd door de Algemene Vergadering. De Voorzitter en de Chief Executive Officer kunnen nooit dezelfde persoon zijn. De Chief Executive Officer is het enige lid van de Raad met een uitvoerende functie. Alle overige leden zijn niet-uitvoerende Bestuurders.
Drie van hen zijn onafhankelijke Bestuurders: de heer Chris Morrish¹ (voor het eerst benoemd in 2025), Mevrouw Vera Gäde-Butzlaff (voor het eerst benoemd in 2019) en Mevrouw Ann Gaeremynck² (voor het eerst benoemd in 2019). Mevrouw Vera Gäde-Butzlaff en Mevrouw Ann Gaeremynck werden herbenoemd op de gewone algemene vergadering in 2023 voor een periode van vier jaar, d.i. tot aan de afloop van de gewone algemene vergadering die zal worden gehouden in het jaar 2027 en waarop de beslissing zal worden genomen om de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2026 goed te keuren.
De heer Chris Morrish werd benoemd op de gewone algemene vergadering van mei 2025 tot aan de afloop van de gewone algemene vergadering die zal worden gehouden in het jaar 2029 en waarop de beslissing zal worden genomen om de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2028 goed te keuren.
Mevrouw Katherina Reiche voorheen een onafhankelijk Bestuurder, heeft besloten haar functie als lid van de raad van bestuur en het remuneratiecomité in 2025 neer te leggen. De raad van bestuur en de gewone algemene vergadering hebben haar ontslag aanvaard en haar veel succes gewenst in haar nieuwe functie als Duits Federaal Minister van Economische Zaken en Energie.
De biografieën van elk van de huidige bestuurders (zie hoofdstuk Raad van Bestuur en Management) geven informatie over hun zakelijke, financiële en internationale ervaring. Dit geeft de bestuurders de nodige vaardigheden, kennis en ervaring om VGP te besturen.
Voor een gedetailleerde beschrijving van de werking en de verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur verwijzen we naar het Corporate Governance Charter van VGP dat op de website van de vennootschap is gepubliceerd: https://vgpparks.eu/nl/investeerders/corporate-governance/.
In 2025 heeft de Raad van Bestuur 7 keer vergaderd. De belangrijkste agendapunten waren de volgende:
— goedkeuring van de jaarrekening van 2024 en van de halfjaarresultaten van 2025;
— beoordeling en bespreking (bij meerdere gelegenheden) van de huuractiviteiten, ontwikkelingsactiviteiten, grondaankopen, strategische vooruitzichten, ESG-initiatieven en zonne-energie-installaties, marketingactiviteiten, updates over joint ventures evenals de bredere evoluties van de logistieke markt in Europa;
— beoordeling en bespreking van de kasstroomprognose bij meerdere gelegenheden en beschikbare liquiditeit;
— beoordeling, bespreking en/of goedkeuring van de derde closing met de Zesde Joint Venture, inclusief de herfinanciering van de transactie;
— Beoordeling en bespreking van het langlopend business plan;
— Beoordeling, bespreking en goedkeuring van verlengingen en wijzigingen met betrekking tot de doorlopende kredietfaciliteiten;
— Goedkeuring van de uitgifte van twee obligatieleningen, evenals goedkeuring van een bod op de uitstaande jan-27 en apr-29 obligaties;
— Beoordeling en bespreking van de Ontwikkelings-Joint Ventures;
— Beoordeling en voorstel van de bijeenroeping van de gewone algemene vergadering;
— Beoordeling en goedkeuring van de belangrijkste beslissingen genomen door het remuneratie- en auditcomité;
— Bepaling van de betaaldatum en alle andere formaliteiten met betrekking tot de betaling van het dividend;
— beoordeling en bespreking van de procedure van artikel 7:97 WVV inzake verrichtingen met verbonden partijen;
— beoordeling en goedkeuring van de persberichten over de jaarrekening, de halfjaarresultaten evenals de twee trading updates;
— beoordeling en bespreking van de vastgoedportefeuille (d.w.z. investeringen, huurderskwesties, enz.);
— beoordeling, bespreking en goedkeuring van de investeringen en uitbreiding van de grondbank;
— goedkeuring van toewijzingen en gedelegeerde bevoegdheden met betrekking tot het Lange Termijn Incentive Plan, alsmede beoordeling en goedkeuring van wijzigingen in de bezoldiging van het uitvoerend management;
— Beraadslaging over de oprichting van een interne auditafdeling;
— beoordeling en goedkeuring van de financiële kalender van 2026.
| Naam | Jaar van benoeming | Volgende datum voor herverkiezing | Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|---|
| Uitvoerend bestuurder en Chief Executive Officer | |||
| Jan Van Geet s.r.o. vertegenwoordigd door Jan Van Geet | 2025 | 2029 | 7 |
| Niet-uitvoerend bestuurder en voorzitter | |||
| VM Invest NV, vertegenwoordigd door Bart Van Malderen | 2025 | 2029 | 6 |
| Onafhankelijke, niet-uitvoerende bestuurders | |||
| GAEVAN BV vertegenwoordigd door Ann Gaeremynck | 2023 | 2027 | 7 |
| Katherina Reiche | 2023 | n/a | 3 |
| Vera Gäde-Butzlaff | 2023 | 2027 | 7 |
| CM Advisers Ltd, vertegenwoordigd door Chris Morrish | 2025 | 2029 | 3 |
Mevr. Katherina Reiche, Mevr. Vera Gäde-Butzlaff en Mevr. Ann Gaeremynck zijn onafhankelijke bestuurders, in overeenstemming met artikel 7:87 van het WVV. Mevrouw Katherina Reiche heeft ontslag genomen als lid van de raad van bestuur en het remuneratiecomité in 2025 en CM Advisers, vertegenwoordigd door Chris Morrish werd benoemd als haar opvolger als onafhankelijk lid van de raad van bestuur en onafhankelijk lid van het remuneratiecomité. De samenstelling van de Raad van Bestuur beantwoordt aan de vereisten inzake genderdiversiteit voorzien in artikel 7:86 van het WVV.
Chris Morrish is Senior Advisor bij FREO Group. Voorheen was hij Managing Director en Regional Head voor Europa bij GIC Real Estate, de vastgoedbeleggingstak van de Government of Singapore Investment Corporation (GIC), waar hij toezicht hield op Europese vastgoedbeleggingen en lid was van het Global Investment Committee van GIC RE. Voordat hij bij GIC in dienst trad, was Chris Strategic Planning Director bij Hammerson plc, een grote Britse vastgoedbeleggingsmaatschappij (“Real Estate Investment Trust”, afgekort “REIT”), en Associate Director bij Greycoat PLC, gespecialiseerd in de ontwikkeling van kantoren in Centraal-Londen. Hij begon zijn carrière bij Hillier Parker (nu CBRE). Chris heeft diploma’s behaald aan Pembroke College, Cambridge, en een MBA aan City University, met aanvullende studies aan Stanford University. Hij was Fellow van de Royal Institution of Chartered Surveyors (RICS) en heeft zitting gehad in de Management Board van INREV en de Supervisory Board van het Investment Property Forum (IPF).
Comités van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur heeft eveneens twee adviescomités opgericht: een Auditcomité en een Remuneratiecomité.
Auditcomité
De leden van het Auditcomité worden benoemd door de Raad van Bestuur. Het Auditcomité is samengesteld uit drie leden die allen niet-uitvoerend Bestuurders zijn. Twee leden, Mevr. Ann Gaeremynck en Mevr. Vera Gäde-Butzlaff zijn onafhankelijke bestuurders. De leden van het comité beschikken over voldoende relevante deskundigheid, met name op het gebied van boekhouding, accountantscontrole en financiële zaken, om hun taken naar behoren te kunnen vervullen. De duur van het mandaat van een lid van het Auditcomité mag de duur van zijn/haar bestuurdersmandaat niet overschrijden.Het mandaat van de leden van het Comité kan tegelijk met hun mandaat als bestuurder worden verlengd. Het Auditcomité wordt voorgezeten door één van zijn leden. De voorzitter van de raad van bestuur kan niet het voorzitterschap van het Auditcomité waarnemen. Voor een gedetailleerde beschrijving van de werking en de verantwoordelijkheden van het Auditcomité verwijzen we naar het Corporate Governance Charter van VGP dat op de website van de vennootschap is gepubliceerd: Corporate – governance – VGP Group (vgpparks.eu).
Het Auditcomité vergadert ten minste vier keer per jaar en telkens wanneer de omstandigheden het vereisen, op verzoek van zijn voorzitter, één van zijn leden, de voorzitter van de Raad van Bestuur, de CEO of de CFO. Het beslist of en wanneer de CEO, de CFO, de commissaris(sen) of andere personen aan zijn vergaderingen deelnemen. Het Auditcomité vergadert ten minste twee keer per jaar met de commissaris om te overleggen over zaken die onder de bevoegdheid van het Auditcomité vallen en over zaken die voortvloeien uit de audit. De vergaderingen van het Auditcomité worden bijgewoond door de CEO en de CFO.
Het auditcomité heeft besloten om geen interne auditfunctie in te stellen, op basis van de volgende overwegingen:
— Beperkte auditbevindingen: de externe audit van de Groep en de wettelijke audits in zijn dochtervennootschappen hebben in het verleden slechts beperkte bevindingen gerapporteerd.
— Voortdurende due diligence: de terugkerende joint venture-transacties gaan gepaard met uitgebreide due diligence-processen, die extra zekerheid bieden op het gebied van interne controles en risicobeheer.
— Inhoud van de joint ventures: een aanzienlijk deel van de activiteiten van de Groep wordt uitgevoerd via joint ventures met gerenommeerde institutionele partners, waarbij de governance-, compliance- en controleprocessen gezamenlijk worden gemonitord.
Op basis van deze factoren hebben de Raad van Bestuur en het Auditcomité geconcludeerd dat de oprichting van een afzonderlijke interne auditfunctie momenteel niet noodzakelijk is. Niettemin wordt deze beoordeling jaarlijks herzien in overeenstemming met de vereisten inzake corporate governance.
| Naam | Jaar van benoeming | Uitvoerend of niet-uitvoerend | Onafhankelijk | Volgende datum voor herverkiezing | Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|---|---|---|
| GAEVAN BV vertegenwoordigd door Ann Gaeremynck (Voorzitter) | 2023 | Niet-uitvoerend | Onafhankelijk | 2027 | 4 |
| Vera Gäde-Butzlaff | 2023 | Niet-uitvoerend | Onafhankelijk | 2027 | 4 |
| VM Invest NV, vertegenwoordigd door Bart Van Malderen | 2025 | Niet-uitvoerend | — | 2029 | 4 |
Het Auditcomité vergaderde in 2025 vier keer. De Voorzitster van het Auditcomité bracht aan de Raad van Bestuur verslag uit over de resultaten van elke vergadering. De belangrijkste agendapunten waren de volgende:
— bespreking van de jaarrekening van 2024 en van de halfjaarresultaten van 2025 en activiteitenupdates;
— nazicht en goedkeuring van het persbericht van de jaarresultaten van 2024 en halfjaarresultaten van 2025;
— analyse van de aanbevelingen van de commissaris;
— nazicht en goedkeuring van het jaarverslag van 2024;
— beoordeling en bespreking over de noodzaak om een interne auditfunctie in het leven te roepen;
— nazicht en goedkeuring van de benoeming van een nieuwe groepscommissaris;
— beoordeling van de periodieke controlebeoordeling door FSMA;
— beoordeling en goedkeuring van het IT-beleid;
— bespreking, beoordeling en goedkeuring van de voorgestelde draagwijdte en honoraria voor het auditwerk en niet-auditwerk uitgevoerd door de commissaris.
Remuneratiecomité
De leden van het Remuneratiecomité worden benoemd door de Raad van Bestuur. Het Remuneratiecomité is samengesteld uit drie leden die allen niet-uitvoerende Bestuurders zijn. Twee leden, Mevr. Ann Gaeremynck en Mevr. Katherina Reiche zijn onafhankelijke bestuurders. Mevrouw Katherina Reiche heeft ontslag genomen als lid van de raad van bestuur en het remuneratiecomité en werd in 2025 vervangen door CM Advisers Ltd, vertegenwoordigd door Chris Morrish.
De leden van het Remuneratiecomité beschikken over de nodige onafhankelijkheid, vaardigheden, kennis, ervaring en bekwaamheid om hun taken doeltreffend uit te voeren. De duur van de aanstelling van een lid van het Remuneratiecomité mag de duur van zijn/haar bestuurdersmandaat niet overschrijden. Het mandaat van de leden van het Comité kan tegelijk met hun mandaat als bestuurder worden verlengd. Het Remuneratiecomité wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad van Bestuur of door een andere niet-uitvoerende bestuurder. Voor een gedetailleerde beschrijving van de werking en de verantwoordelijkheden van het Remuneratiecomité verwijzen we naar het Corporate Governance Charter van VGP dat op de website van de vennootschap is gepubliceerd: Corporate – governance – VGP Group (vgpparks.eu).
Het Remuneratiecomité vergadert minstens twee keer per jaar en verder telkens wanneer het comité de binnen het kader van zijn verantwoordelijkheden bepaalde onderwerpen dient te bespreken. De CEO en CFO nemen deel aan de vergaderingen wanneer het bezoldigingsplan voorgesteld door de CEO voor de leden van het managementteam wordt besproken, maar niet wanneer over hun eigen bezoldigingen wordt beslist. In de uitoefening van zijn taken heeft het Remuneratiecomité toegang tot alle middelen die het nodig acht, met inbegrip van extern advies of, in voorkomend geval, benchmarking.
| Naam | Jaar van benoeming | Uitvoerend of niet-uitvoerend | Onafhankelijk | Volgende datum voor herverkiezing | Aantal bijgewoonde vergaderingen |
|---|---|---|---|---|---|
| VM Invest NV, vertegenwoordigd door Bart Van Malderen (Voorzitter) | 2025 | Niet-uitvoerend | — | 2029 | 2 |
| Katherina Reiche | 2023 | Niet-uitvoerend | Onafhankelijk | n.a. | 1 |
| CM Advisers Ltd, vertegenwoordigd door Chris Morrish | 2025 | Niet-uitvoerend | Onafhankelijk | 2029 | 1 |
| GAEVAN BV vertegenwoordigd door Ann Gaeremynck | 2023 | Niet-uitvoerend | Onafhankelijk | 2027 | 2 |
Het Remuneratiecomité vergaderde in 2025 twee keer. Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 059
De belangrijkste agendapunten waren de volgende:
— beoordeling en vaststelling van de verwezenlijking van de prestatiecriteria voor 2024, aanbevelingen voor de Raad van Bestuur met betrekking tot de prestatiedoelstellingen en -criteria voor de CEO, de overige leden van het Uitvoerend Comité en senior managers voor het boekjaar 2025;
— toekenning van de variabele bezoldiging;
— toekenningen in het kader van het lange termijn incentive plan;
— beoordeling en goedkeuring van het diversiteitsbeleid;
— nazicht wijzigingen aan de samenstelling van het uitvoerend managementteam;
Teneinde een flexibel remuneratiebeleid te voeren dat haar in staat stelt het nodige talent aan te trekken, te belonen, te motiveren en te behouden, wijkt de Vennootschap in het kader van haar remuneratiebeleid af van de volgende principes van de Code 2020:
— door niet te eisen dat haar niet-uitvoerende bestuurders een deel van hun bezoldiging ontvangen in de vorm van aandelen in de Vennootschap en door geen minimumperiode vast te stellen voor het aanhouden van aandelen in de Vennootschap door deze personen, indien van toepassing, wijkt de Vennootschap af van principe 7.6 van de Code 2020;
— door geen minimumdrempel vast te stellen voor het aantal aandelen dat door het uitvoerend management moet worden aangehouden als onderdeel van hun bezoldiging, wijkt de Vennootschap af van principe 7.9 van de Code 2020.
Benoemingscomité
De vennootschap heeft geen Benoemingscomité opgericht en is niet van plan een benoemingscomité op te richten. Daarmee wijkt de Vennootschap, als kleinere beursgenoteerde vennootschap, af van de principes 4.19 en verder van de Code 2020. In het verleden rechtvaardigde de Vennootschap deze afwijkingen door te verwijzen naar haar relatief kleine omvang en de beperkte omvang van haar Raad van Bestuur, waardoor de oprichting van een afzonderlijk Benoemingscomité onnodig complex zou zijn. Hoewel VGP de afgelopen jaren aanzienlijk is gegroeid, zowel in omvang als in aantal werknemers, is de Raad van Bestuur van mening dat de efficiëntie en effectiviteit van de besluitvorming het best gediend zijn door benoemingskwesties binnen de volledige raad van bestuur te concentreren. Dit zorgt ervoor dat alle bestuurders, zowel uitvoerende als niet-uitvoerende, rechtstreeks betrokken zijn bij deze belangrijke beslissingen, waardoor de transparantie en collectieve verantwoordelijkheid worden vergroot.
De Raad van Bestuur zal de omvang en complexiteit van de Vennootschap en de beste praktijken op het gebied van governance blijven volgen en zal de wenselijkheid van de oprichting van bijkomende comités opnieuw bekijken indien en wanneer dit een duidelijk voordeel op het gebied van governance voor aandeelhouders en belanghebbenden oplevert.
Evaluatie van de Raad van Bestuur en zijn comités
In overeenstemming met het Corporate Governance Charter van VGP, voert de Raad van Bestuur minstens om de drie jaar een evaluatie uit van zijn omvang, samenstelling en prestaties en van de omvang, samenstelling en prestaties van zijn Comités, evenals van de interactie met het uitvoerend management. De Raad van Bestuur en zijn Comités hebben in februari 2025 een zelfevaluatie uitgevoerd met een bevredigend resultaat.
VGP Park Valsamoggia 2, Italië
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 060
Inleiding
Dit remuneratieverslag werd opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 3:6, §3 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en het VGP Corporate Governance Charter (Bijlage 7), en houdt rekening met het VGP Remuneratiebeleid. Het Corporate Governance Charter is beschikbaar op de website van de Vennootschap gepubliceerd: https://vgpparks.eu.eu/nl/investeerders/corporate-governance/
Het VGP Renumeratiebeleid werd voorgelegd aan en goedgekeurd door de gewone algemene vergadering van 14 mei 2021 met een grote meerderheid (93,13% van de aanwezige stemmen gaf hun goedkeuring). Dit nieuwe renumeratiebeleid is van kracht geworden op 1 januari 2021. Dit remuneratieverslag moet samen worden gelezen met het VGP Remuneratiebeleid, dat, voor zover nodig, moet worden beschouwd als onderdeel van dit remuneratieverslag.
De bezoldiging toegekend aan de bestuurders, de CEO en de andere leden van het Uitvoerend Managementteam met betrekking tot boekjaar 2025 is in overeenstemming met het VGP Remuneratiebeleid. Het remuneratieverslag voor het prestatiejaar 2024 werd eveneens goedgekeurd met een grote meerderheid van 88,79% van de aanwezige stemmen op de Gewone Algemene Vergadering van 9 mei 2025 en er waren geen specifieke opmerkingen waarmee rekening moet worden gehouden bij de bezoldiging voor het prestatiejaar 2025.
Hoogtepunten van VGP in 2025
In 2025 noteerde VGP een solide bedrijfsgroei in zijn vastgoedportefeuille met een historisch record van ondertekende en hernieuwde huurinkomsten van € 106,7 miljoen, waardoor het totale ondertekende contractueel toegezegde huurovereenkomsten op jaarbasis eind december 2025 steeg tot € 468,3 miljoen¹, vergeleken met € 413 miljoen eind 2024) (+ 13,5%).
In 2025 werden 21 projecten opgeleverd, goed voor 494.000 m² of € 32,9 miljoen aan bijkomende jaarlijkse huur, waarvan momenteel 99% verhuurd is. Als gevolg daarvan steeg de netto huurinkomsten op look-throughbasis met 11,8% van € 192,4 miljoen tot € 215,2 miljoen, wetende dat aan het einde van het jaar € 236,5 miljoen (tegenover € 214,7 miljoen aan het einde van het jaar 2024, of + 10%) op proportionele look-throughbasis kasstroom genererend is geworden.
1 Inclusief de joint ventures voor 100%. Per 31 december 2025 bedroegen de contractueel toegezegde huurovereenkomsten op jaarbasis voor de joint ventures € 321,7 miljoen (2024: € 285,7 miljoen).
2 Omvat voorverhuur van activa in aanbouw (68% voorverhuurd) en contractuele toezeggingen op ontwikkelingsgrond (99% voorverhuurd),
3 € 31,3 miljoen namens de Joint Ventures
Aan het einde van het jaar waren 43 projecten in aanbouw, goed voor 1.052.000 m² (waarvan 30 gebouwen met een totale oppervlakte van 761.000 m² in de loop van het jaar zijn gestart) en € 58 miljoen aan bijkomende jaarlijkse huurinkomsten zodra ze volledig zijn gebouwd en verhuurd. De ontwikkelingspijplijn is voor 75% voorverhuurd².
De gewogen gemiddelde looptijd van de huurovereenkomsten bedraagt 7,8 jaar voor de gehele portefeuille in beheer, wat neerkomt op 9,6 jaar voor de eigen portefeuille en 7,1 jaar voor de joint venture-portefeuille. In 2025 heeft VGP met succes € 39,9³ miljoen aan huurinkomsten op jaarbasis hernieuwd. De huurniveaus bij herverhuur waren gemiddeld 14% hoger in vergelijking met de laatste actieve huurovereenkomst op de betreffende locaties. De bezettingsgraad (eigen portefeuille en joint ventures) bedroeg aan het einde van het jaar 98% (tegenover 98% aan het einde van 2024).
De grondbank werd verder uitgebreid met de aankoop van 1.372.000 m² nieuwe ontwikkelingsgrond, waaronder iconische nieuwe parken in Hagen (Duitsland), Loures II (Portugal), Køge (Denemarken) en East Midlands (Groot-Brittannië), en 1.625.000 m² die werd ingezet ter ondersteuning van de ontwikkelingen die in de loop van het jaar van start zijn gegaan. De totale contractueel vastgelegde grondbank bedraagt eind 2025 10,3 miljoen m², wat neerkomt op een ontwikkelingspotentieel van meer dan 4,3 miljoen m².
De productie van fotovoltaïsche energie groeide met 47% op jaarbasis, met een operationele capaciteit van 170,5 MWp aan het einde van 2025. Van de 141,2 MW aan projecten die VGP Renewable Energy momenteel in aanbouw heeft of waarvoor vergunningen zijn aangevraagd, heeft 106,6 MW betrekking op 14 projecten voor batterij-energieopslagsystemen.
De Groep heeft verschillende joint ventures afgesloten en activa afgestoten, wat resulteerde in een netto cashrecycling van € 389 miljoen. Dit leidde tot een extra gerealiseerde winst van € 60,5 miljoen in 2025. De Groep streeft naar een belangrijke closing met de Saga Joint Venture in de tweede helft van 2026. Bovendien zijn VGP en East Capital overeengekomen om een pan-Europees fonds op te richten dat zich richt op de verwerving van ten minste € 1,5 miljard aan bruto activawaarde ontwikkeld door VGP, met de nadruk op Centraal- en Oost-Europa. Het fonds is een evolutie van het joint venture-model van VGP en VGP zal, net als in zijn huidige joint ventures, een belang van 50% behouden. De Groep streeft naar een eerste closing in 2026 met het fonds.
Remuneratieverslag
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur
VGP NV Jaarverslag 2025 / 061
De gebouwenportefeuille is hard op weg om voor 100% duurzaam gecertificeerd te worden, waarvan 11% BREEAM Outstanding of DGNB Platinum gecertificeerd is of zal worden, waaronder een opgeleverd gebouw in Arad, Roemenië, dat in 2025 is gecertificeerd met de hoogste BREEAM-score ter wereld voor een industrieel gebouw.
Ten slotte rapporteerde VGP een winst vóór belastingen van € 338 miljoen, een stijging van € 19 miljoen of 6% ten opzichte van het boekjaar 2024. De intrinsieke waarde steeg met 8,3% tot € 2,6 miljard. De EPRA NTA steeg met 9% en de EBITDA groeide met 28% tot 454,7 miljoen.
Totale bezoldiging
Totale bezoldiging van de bestuurders
De bezoldiging die aan niet-uitvoerende bestuurders wordt betaald bestaat uitsluitend uit een jaarlijks vaste component plus de vergoeding voor elke bijgewoonde vergadering. Deze vergoedingen werden goedgekeurd op de gewone algemene vergadering van 8 mei 2020 en bleven ongewijzigd voor 2025. De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen een jaarlijkse vaste bezoldiging van € 75.000. De voorzitter ontvangt geen bijkomende vaste bezoldiging voor zijn voorzitterschap. De niet-uitvoerende bestuurders ontvangen verder een aanwezigheidsvergoeding van € 2.000 voor elke vergadering van de Raad van bestuur en € 2.000 voor elke vergadering van het Audit- of Remuneratiecomité die ze bijwonen.
Niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen variabele vergoeding die verband houdt met resultaten of andere prestatiecriteria. Zij hebben geen recht op aandelenopties of aandelen (zie de Corporate Governance Verklaring – Principes met betrekking tot de afwijking van Principe 7.6 van de Belgische Corporate Governance Code 2020), noch op enige aanvullende pensioenregeling.
Tabel A – Bezoldiging van de Raad van Bestuur voor het gerapporteerde boekjaar 2025
| Bezoldiging 2025 (in €) | Vaste bezoldiging | Variabele bezoldiging | Uitzonderlijke onderdelen | Pensioen | Totale bezoldiging | Verhouding vaste en variabele bezoldiging | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Basis-vergoeding | Vergoeding voor deelname Raad van Bestuur en comités | Other benefits | One-year variable | Multi-year variable | |||
| Niet-uitvoerende bestuurders | |||||||
| VM Invest NV vertegenwoordigd door Bart Van Malderen (Voorzitter van de raad van bestuur en Remuneratiecomité) | 75.000 | 22.000 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 97.000 |
| GAEVAN BV vertegenwoordigd door Ann Gaeremynck (Onafhankelijk bestuurder en voorzitter van het Auditcomité) | 75.000 | 26.000 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 101.000 |
| Katherina Reiche (Onafhankelijk bestuurder) | — | 8.000 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 8.000 |
| CM Advisers Ltd. (Onafhankelijk bestuurder) | 75.000 | 8.000 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 83.000 |
| Vera Gäde-Butzlaff (Onafhankelijk bestuurder) | 75.000 | 20.000 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 95.000 |
| Uitvoerende bestuurders | |||||||
| Jan Van Geet s.r.o., vertegenwoordigd door Jan Van Geet, Uitvoerend bestuurder¹ | 75.000 | 14.000 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 89.000 |
| Totaal | 375.000 | 98.000 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 473.000 |
1 De bezoldiging die Jan Van Geet s.r.o. ontvangt in zijn hoedanigheid van CEO wordt weergegeven in de tabellen B en C hieronder.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur
VGP NV Jaarverslag 2025 / 062
Totale bezoldiging van het Uitvoerend Managementteam
Algemeen¹. Het Uitvoerend Managementteam bestaat uit Jan Van Geet (Chief Executive Officer), Piet Van Geet (Chief Financial Officer), Tomas Van Geet (Chief Commercial Officer), Matthias Sander (Chief Operating Officer – Oost-Europa), Jonathan Watkins (Chief Operating Officer – West-Europa), Miquel-David Martinez (Chief Technical Officer – Western Europe), Rolf Carls (Chief Technical Officer – Eastern Europe) en Martijn Vlutters (Vice President – Business Development & Investor Relations).
1 De hier genoemde natuurlijke personen zijn de respectievelijke vaste vertegenwoordigers van (i) Jan Van Geet s.r.o., (ii) Urraco BV, (iii) Tomas Van Geet s.r.o., (iv) Matthias Sander s.r.o., (v) Havbo Consulting BV., (vi) Carls Consult GbR en (vii) MB Vlutters BV.
De bezoldiging van het Uitvoerend Managementteam bestaat uit:
— Een vaste bezoldiging: het basissalaris wordt vastgesteld in functie van de individuele verantwoordelijkheden en vaardigheden van elk lid van het Uitvoerend Managementteam. De CEO ontvangt een basissalaris in zijn hoedanigheid van CEO, alsook in zijn hoedanigheid van uitvoerend bestuurder.
— Een variabele bezoldiging op korte termijn: gekoppeld aan de prestatiecriteria zoals hieronder beschreven. De criteria voor de bonus van de CEO en hun weging zijn dezelfde als die voor het Uitvoerend Managementteam, waarbij specifieke doelstellingen voor de CEO, betrekking hebben op de VGP Groep. Indien er een afwijking is tussen de prestatiecriteria en het betalingsniveau tussen de CEO en de andere leden van het Uitvoerend Managementteam, wordt dit afzonderlijk vermeld in de onderstaande tabel met Prestatiecriteria.
— Een variabele bezoldiging op lange termijn: via deelname aan het lange termijn incentive plan (het ‘LTIP’). De CEO neemt niet deel aan het LTIP.— Een bijdrage voor pensioenvoordelen: hoewel de leden van het Uitvoerend Managementteam in beginsel verantwoordelijk zijn voor hun eigen pensioenregelingen, genieten sommige leden (afhankelijk van statuut en functie) een pensioenbijdrage. De CEO ontvangt geen pensioenbijdrage.
— Andere voordelen in natura (zoals, onder andere, autovergoeding en aanverwante uitgaven)
VGP Park Montijo, Portugal
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur
VGP NV Jaarverslag 2025 / 063
Prestatiecriteria variabele bezoldiging op korte termijn
Voor het boekjaar 2025 werden de prestaties van het Uitvoerend Managementteam beoordeeld op basis van de volgende prestatiecriteria. Deze KPI’s zijn grotendeels in lijn met eerdere instellingen en met de prestatiecriteria voor 2026. De KPI’s zijn voornamelijk gericht op winstgevendheid, groei, operationele en organisatorische uitmuntendheid. Deze KPI’s worden vastgesteld door de raad van bestuur en het remuneratiecomité.
Jan Van Geet s.r.o., vertegenwoordigd door Jan Van Geet, CEO
| Prestatiecriteria | Relatieve weging | a) Minimale prestatie / b) betalingsniveau | a) Maximale prestatie / b) betalingsniveau | a) Gemeten prestatie / b) betalingsniveau |
|---|---|---|---|---|
| Nettowinst van de Groep | 40% | a) 75% b) 0,10 | a) 125% b) 0,35 | a) >125% b) 0,35 |
| Groei van de toegezegde huurovereenkomsten op jaarbasis | 20% | a) 75% b) 0,10 | a) 125% b) 0,30 | a) >125% b) 0,30 |
| Closings met JV, Bezettingsgraad, Gebouwen voltooid/opgestart, Voorverhuringen, Aankoop grond | 20% | a) 75% b) 0,10 | a) 125% b) 0,20 | a) 100% b) 0,15 |
| ESG (Certificering, Techniek, Groene huur, H&V, Overige) | 15% | a) 75% b) 0,05 | a) 125% b) 0,15 | a) 100% b) 0,10 |
| Overige niet-financiële en organisatorische doelstellingen | 5% | a) 75% b) 0,05 | a) 125% b) 0,15 | a) 100% b) 0,10 |
| Totaal bonusniveau | 0,40 | 1,15 | 1,00 |
Totaal variabele bezoldiging 2025: € 600.000
Andere leden van het Uitvoerend Managementteam
| Prestatiecriteria | Relatieve weging | a) Minimale prestatie / b) betalingsniveau | a) Maximale prestatie / b) betalingsniveau | a) Gemeten prestatie / b) betalingsniveau |
|---|---|---|---|---|
| Nettowinst van de Groep | 40% | a) 75% b) 0,10 | a) 125% b) 0,25 | a) >125% b) 0,25 |
| Groei van de toegezegde huurovereenkomsten op jaarbasis | 20% | a) 75% b) 0,10 | a) 125% b) 0,34 | a) >125% b) 0,34 |
| Closings met JV, Bezettingsgraad, Gebouwen voltooid/opgestart, Voorverhuringen, Aankoop grond | 20% | a) 75% b) 0,10 | a) 125% b) 0,20 | a) 100% b) 0,15 |
| ESG (Certificering, Techniek, Groene huur, H&V, Overige) | 15% | a) 75% b) 0,05 | a) 125% b) 0,15 | a) 100% b) 0,10 |
| Overige niet-financiële en organisatorische doelstellingen | 5% | a) 75% b) 0,05 | a) 125% b) 0,15 | a) 100% b) 0,10 |
| Totaal bonusniveau | 0,40 | 1,09 | 0,94 |
Totaal variabele bezoldiging 2025: € 1.630.000
De Vennootschap maakt de werkelijke doelstellingen per criterium niet bekend, omdat dit de openbaarmaking van commercieel gevoelige informatie zou vereisen.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur
VGP NV Jaarverslag 2025 / 064
Gerapporteerd boekjaar 2025
Rekening houdend met de verwezenlijking van de bovenvermelde prestatiecriteria met betrekking tot de variabele bezoldiging op korte termijn, alsook met de andere aspecten van het totale bezoldigingspakket, heeft de Raad van Bestuur het Uitvoerend Managementteam de volgende totale bezoldiging toegekend voor het boekjaar 2025:
Tabel B – Bezoldiging van het Uitvoerend Managementteam voor het gerapporteerde boekjaar 2025
| Bezoldiging 2025 (in €) | Basis-vergoeding | Aanwezig-heids-vergoeding | Andere vergoe-dingen | Jaarlijkse variabele | Meer-jaarlijkse variabele | Andere voordelen | Pensioen-bijdrage | Totale bezol-diging | Verhouding vast / variabel |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitvoerend managementteam | |||||||||
| Jan Van Geet s.r.o., vertegenwoordigd door Jan Van Geet | 600.000 | n.v.t. | 38.549 | 600.000 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 1.238.549 | 52% / 48% |
| Overige leden van het uitvoerend managementteam | 1.938.138 | n.v.t. | 255.086 | 1.630.000 | — | n.v.t. | 29.026 | 3.852.250 | 58% / 42% |
| Totaal | 2.538.138 | n.v.t. | 293.635 | 2.230.000 | — | n.v.t. | 29.026 | 5.090.799 | 56% / 44% |
Meerjarige variabele bezoldiging – Lange termijn incentive plan (“LTIP”)
De raad van bestuur heeft een lange termijn incentive plan opgezet. Het LTIP kent winstdelingseenheden (“Eenheden”) toe aan de respectieve VGP-teamleden (de andere leden van het Uitvoerend Managementteam en aangewezen senior managers). Eén Eenheid vertegenwoordigt een bedrag dat gelijk is aan de intrinsieke waarde van VGP gedeeld door het totale aantal uitgegeven VGP-aandelen. Na een initiële lock-up periode van 5 jaar (vanaf de respectieve toekenningsdatum) kan elke deelnemer de Eenheden teruggeven tegen contante betaling van de proportionele intrinsieke waardegroei van die Eenheden. Dit LTIP is dus rechtstreeks en uitsluitend gebaseerd op de groei van de intrinsieke waarde van de Groep en heeft geen rechtstreeks of onrechtstreeks verband met de evolutie van de aandelenkoers van VGP.
Op elk moment mag het aantal uitstaande Eenheden (d.w.z. toegekend en nog niet verworven) niet meer bedragen dan 5% van het totale aantal door de Vennootschap uitgegeven aandelen. Eind 2025 waren er 402.166 Eenheden toegewezen aan het VGP-team, terwijl in de loop van het jaar 213.583 Eenheden werden verworven en 252.166 nieuwe Eenheden werden toegekend. Het totale aantal toewijsbare eenheden bedraagt 1.364.566 eenheden, waardoor er op 31 december 2025 nog 962.400 eenheden niet zijn toegewezen. Eind 2026 zullen nog eens 110.000 eenheden verworven worden. Op basis van de financiële cijfers per 31 december 2025 vertegenwoordigen deze Eenheden een totale intrinsieke waarde van € 15,6 miljoen (2024: € 25,1 miljoen), waarmee in de jaarrekening 2025 rekening werd gehouden.
Conclusie
Het totale bedrag van de bezoldiging zoals hierboven uiteengezet, is in overeenstemming met het VGP Renumeratiebeleid. Meer in het bijzonder laat het bezoldigingspakket de Groep toe om, rekening houdend met de kenmerken en uitdagingen van de Groep, geselecteerde profielen aan te trekken, te behouden en te motiveren, en tegelijk de coherentie te behouden tussen de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur, het Uitvoerend Managementteam en van alle personeelsleden, de risico’s correct en doeltreffend te beheren en de kosten van de verschillende bezoldigingen onder controle te houden.
VGP Park Laxenburg, Oostenrijk
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur
VGP NV Jaarverslag 2025 / 065
Het totale bedrag van de bezoldiging, en meer in het bijzonder het variabele gedeelte van het totale bezoldigingspakket, draagt bij tot de prestaties op lange termijn van de Groep door prestatiecriteria vast te stellen die gericht zijn op de lange termijn doelstellingen van de Groep.
Op aandelen gebaseerde bezoldiging
Voor het boekjaar 2025 werd geen op aandelen gebaseerde bezoldiging toegekend.
Ontslagvergoedingen
Voor het boekjaar 2025 werden geen ontslagvergoedingen uitbetaald in verband met de beëindiging van management- of arbeidsovereenkomsten van leden van het Uitvoerend Managementteam.
Terugvordering
De Vennootschap wijkt af van het principe 7.12 van de Code 2020 door geen contractuele clausules op te nemen ter vertraging van betaling of terugvorderingsclausules met betrekking tot de variabele bezoldiging van het Uitvoerend Managementteam. De Raad van Bestuur is van mening dat zijn remuneratiebeleid en -praktijken de onderliggende doelstelling van dit principe voldoende aanpakken, omdat iedere betaling van variabele bezoldigingen alleen wordt gedaan na de afsluiting van de financiële resultaten. Bovendien kan de Raad van Bestuur het bedrag van de variabele bezoldiging van een lid van het Uitvoerend Managementteam op korte termijn verlagen op basis van zijn individuele prestaties. Met betrekking tot de variabele bezoldiging op lange termijn bevat het LTIP ook bepaalde malusclausules. Ten slotte kan de Vennootschap in bepaalde gevallen haar toevlucht nemen tot juridische middelen die zij ter beschikking heeft op grond van de toepasselijke wetgeving om betaling in te houden of variabele bezoldigingen terug te vorderen.
Afwijkingen van het remuneratiebeleid
Voor de bezoldiging over het boekjaar 2025 heeft VGP niet afgeweken van zijn bestaande bezoldigingspraktijken.
Vergelijkende informatie over de wijziging van de bezoldiging en de prestaties van de vennootschap
Met het oog op een grotere transparantie van de voorbije, huidige en toekomstige bezoldigingsprogramma‘s en in overeenstemming met de belangen van de beleggers en het wetgevend kader, toont de volgende tabel de jaarlijkse evolutie, over een periode van 5 jaar, van (i) de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Managementteam, (ii) de prestaties van de Groep op geconsolideerde basis en (iii) de gemiddelde bezoldiging van de werknemers van VGP NV.Tabel C – Vergelijkende informatie over de wijziging van de bezoldiging en de prestaties van de vennootschap
| In duizenden € | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| Bezoldiging van niet-uitvoerende bestuurders | |||||
| Totale jaarlijkse bezoldiging | 396.000 | 412.000 | 386.000 | 380.000 | 384.000 |
| Verschil op jaarbasis (%) | -4% | 4% | -6% | -2% | 1% |
| Aantal betrokken niet-uitvoerende bestuurders | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 |
| Bezoldiging van de CEO en uitvoerend bestuurder | |||||
| Totale jaarlijkse bezoldiging als uitvoerend bestuurder | 91.000 | 93.000 | 87.000 | 85.000 | 89.000 |
| Verschil op jaarbasis (%) | 0% | 2% | -6% | -2% | 5% |
| Totale jaarlijkse bezoldiging als CEO | 1.235.987 | 636.933 | 1.241.133 | 1.237.505 | 1.238.549 |
| Verschil op jaarbasis (%) | 0% | -48% | 95% | 0% | 0% |
| Totale jaarlijkse bezoldiging | 3.275.630 | 3.575.084 | 7.014.648 | 10.968.124 | 3.852.250 |
| Verschil op jaarbasis (%) | -27% | 9% | 96% | 56% | -65% |
| Aantal niet-uitvoerende bestuurders, met uitzondering van de CEO | 7 | 7 | 6,5 | 8,0 | 7,0 |
| Prestaties van de vennootschap | |||||
| Nettowinst toe te rekenen aan de aandeelhouders (in duizenden euro’s) | 650.055 | -122.542 | 87.292 | 286.987 | 290.439 |
| Verschil op jaarbasis (%) | 75% | n.m. | n.m. | 229% | 1% |
| Prestatieniveau KPI bonus – CEO | 1 | — | 1 | 1 | 1 |
| Bonustoekenning – CEO | 600,000 | — | 600,000 | 600,000 | 600,000 |
| Verschil op jaarbasis (%) | — | — | — | — | — |
| Prestatieniveau KPI bonus – leden van het Uitvoerend Managementteam | 1.74 | 1.17 | 1.45 | 0.92 | 0.94 |
| Bonustoekenning – leden van het Uitvoerend Managementteam | 1,735,000 | 1,485,000 | 1,530,000 | 1,610,000 | 1,630,000 |
| Verschil op jaarbasis (%) | 8.8% | -14.4% | 3.0% | 5.9% | 1.2% |
| Gemiddelde bezoldiging per werknemer | |||||
| Gemiddeld loon per werknemer | 80 | 73 | 70 | 71 | 70 |
| Verschil op jaarbasis (%) | 7% | -8% | -3% | 0% | 0% |
Zoals vereist door het Belgisch Wetboek van vennootschappen en verenigingen, vermeldt VGP de loonratio van de bezoldiging van de CEO tegenover de laagste VTE-werknemersbezoldiging (in zijn rechtspersoon VGP NV). De loonratio voor 2025 is 22,4.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 066
Gedragsbeleid en naleving
Gedragscode
In de loop van 2019 werd een formele Gedragscode (‘Code of Conduct’) ingevoerd, deze werd bijgewerkt in juli 2022. De Gedragscode beschrijft de belangrijkste gedragsprincipes voor de zakelijke omgeving waarin de Groep actief is. Tegelijkertijd is een opleidingsprogramma uitgerold in de landen waar de Groep actief is, om de compliance-cultuur in de hele Groep te behouden.
De Gedragscode bevat de gedeelde waarden van integriteit, naleving van de lokale en internationale wetgeving, bescherming van mensenrechten, respect voor medewerkers en klanten, de bereidheid om maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen, milieubewustzijn te verhogen en een ondubbelzinnig standpunt tegen omkoperij en corruptie in te nemen. De Gedragscode beschrijft in duidelijke bewoordingen de principes waaraan de VGP Groep zich dient te houden en geeft een aantal voorbeelden van mogelijke overtredingen en goede praktijken.
De Gedragscode evenals het beleid en de procedures inzake compliance van de Groep worden aan alle personeelsleden van VGP ter beschikking gesteld. VGP maakt gebruik van persoonlijke of online training om medewerkers vertrouwd te maken met de inhoud en de toepassing ervan in dagelijkse scenario‘s. Deze training is verplicht voor alle werknemers met leidinggevende verantwoordelijkheden en wordt stapsgewijs uitgevoerd in de landen waar VGP actief is. Er zijn een aantal kanalen voor het melden van mogelijke schendingen van de Gedragscode, waaronder een compliance hotline, zie hieronder.
Klokkenluidersplatform: compliance hotline
Alle werknemers en contractanten worden uitgenodigd om gevallen of vermoedens van strafbare activiteiten, schendingen van nationale en internationale wetten en elke ernstige bedreiging of schade aan het algemeen belang van VGP, of schendingen van de Gedragscode van de Groep te melden door gebruik te maken van het klokkenluidersplatform van de Groep. De compliance hotline is 24/7 beschikbaar vanaf elke locatie wereldwijd in alle (18) gesproken talen binnen de Groep (https://vgp.speakup.report/nl-NL/compliance/home). Het klokkenluidersplatform maakt anoniem melden mogelijk en garandeert strikte vertrouwelijkheid van de identiteit van de melder. Het beleid van de Groep is te garanderen dat er geen tuchtmaatregelen of represailles worden genomen tegen werknemers of andere personen die te goeder trouw informatie over een overtreding melden, of dat deze zouden worden gediscrimineerd. Het hoofd juridische zaken en compliance van de Groep onderzoekt gerapporteerde incidenten, maar de bestuurders zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het nemen van de juiste maatregelen.
VGP Gelijkekansenverklaring
VGP is een werkgever die gelijke kansen biedt en zich inzet voor een inclusieve en diverse werkomgeving. Hoewel we erkennen dat de bouwsector historisch gezien een gebrek aan diversiteit heeft gehad, zijn we vastbesloten om inclusiviteit en gelijke kansen te bevorderen. We waarderen en respecteren individuen van alle achtergronden en discrimineren niet op basis van ras, huidskleur, religie, geslacht, genderidentiteit, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, nationaliteit, staatsburgerschap, leeftijd of handicap. Wij geloven dat diversiteit in perspectieven innovatie, creativiteit en succes stimuleert, en wij zetten ons in om alle werknemers en sollicitanten gelijke kansen te bieden in een gastvrije en ondersteunende omgeving.
VGP Park Arad, Roemenië
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 067
Verklaring inzake Moderne Slavernij en Mensenhandel
VGP zet zich in om zijn bedrijfsactiviteiten uit te voeren met integriteit en respect voor de mensenrechten. De groep erkent het belang van het voorkomen van moderne slavernij en mensenhandel in al haar vormen binnen onze activiteiten en toeleveringsketens.
Om onze inzet tegen moderne slavernij te waarborgen, hebben wij de volgende beleidsmaatregelen geïmplementeerd:
— Gedragscode: Omschrijft onze ethische normen en verwachtingen voor alle werknemers, met een zero-tolerance-beleid ten aanzien van moderne slavernij en mensenhandel. Een kopie van de Gedragscode is hier te vinden: https://www.vgpparks.eu/media/3919/vgp-code-of-conduct_a4_k08.pdf
— Gedragscode voor Leveranciers: Bepaalt de normen die wij van onze leveranciers verwachten, waaronder naleving van arbeidswetten en het verbod op gedwongen arbeid. Een kopie van de Gedragscode voor Leveranciers is hier te vinden: https://www.vgpparks.eu/media/5185/vgp-code-of-conduct-suppliers.pdf
— Klokkenluidersbeleid: Biedt werknemers en belanghebbenden een mechanisme om zorgen te melden over onethisch gedrag of schendingen van ons beleid, inclusief kwesties met betrekking tot moderne slavernij. De link naar het anonieme meldingssysteem is hier te vinden: https://vgp.speakup.report/en-GB/compliance/home
Daarnaast zijn onze due diligence-procedures met betrekking tot de risico‘s van moderne slavernij binnen onze bedrijfsvoering en toeleveringsketens momenteel gebaseerd op een “know-your-customer”-verificatie. Verder voeren wij risicoanalyses uit. Wij beschouwen het risico op moderne slavernij als het hoogst in dat deel van onze toeleveringsketen dat betrekking heeft op de productie van materialen in derde landen buiten de Europese Unie en/of het Verenigd Koninkrijk. Aangezien slechts een beperkte hoeveelheid materialen uit deze landen wordt betrokken, richten wij onze risicobeheersingsinspanningen op deze leveringsrelaties. Tot slot richt VGP zich op Training en bewustwording bij zowel werknemers als leveranciers.
Bestrijding van corruptie
De Groep streeft ernaar corruptie en omkoping te bestrijden en te voorkomen en heeft verschillende mechanismen gecreëerd om te voldoen aan de toepasselijke wetten. De General Counsel van de Groep controleert de verschillende activiteiten in de verschillende landen waar de Groep actief is, zoals het regelgevingslandschap, transacties en relaties met zakelijke partners. Het management handhaaft strikt het nultolerantieprincipe van de Groep met betrekking tot schendingen van de Gedragscode met betrekking tot het anti-corruptieprincipe.
Interne controle omgeving: Anti-omkopingsbeleid
De vereisten voor gedrag en betrokkenheid bij de strijd tegen corruptie en beïnvloeding zijn opgenomen in een specifiek VGP-beleid tegen omkoping en corruptie. Het beleid geeft details over verboden gedrag en benadrukt het “nultolerantie”-principe voor schendingen van het anti-corruptieprincipe.
Intern Waarschuwingssysteem
De Groep heeft een, extern ondersteund, klokkenluidersplatform (de VGP Nalevingshotline), waarmee alle medewerkers en aannemers vertrouwelijk en anoniem incidenten kunnen melden aan de General Counsel van de Groep. De klokkenluidersprocedure en het platform zijn toegankelijk op https://vgp.speakup.report/nl-NL/compliance/home.
Due diligence voor derden
De Groep heeft een “Know Your Supplier”-procedure die bestaat uit op maat gemaakte due diligence om het risico van blootstelling aan corruptie van zakelijke partners te beoordelen voordat er contractuele relaties worden aangegaan. De due diligence kan bestaan uit vragenlijsten, interne en/of externe achtergrondchecks en onderzoeken. Onder bepaalde omstandigheden rapporteert de General Counsel van de Groep due diligence bevindingen aan de betrokken country manager of indien nodig aan de verantwoordelijke COO of CEO om het risicoprofiel te bespreken en aanbevelingen te doen. Als onderdeel van de Leveranciersgedragscode van de Groep, streeft de Groep ernaar anti-corruptiebepalingen op te nemen in contracten met zakelijke partners, om de contracterende partij eraan te herinneren dat corruptie en/of onethisch gedrag niet wordt getolereerd.### Boekhoudkundige controles
De Groep heeft een collectief besluitvormingsproces met betrekking tot investeringen, desinvesteringen en inkoop. De Groep past het “vier-ogen”-principe toe bij het verwerken van facturen en het terugbetalen van onkosten. Er is ook een scheiding van taken in het betalingsproces. Handmatige boekingen worden systematisch gecontroleerd door de financiële afdeling van de Groep en de jaarrekeningen worden gecontroleerd door commissarissen.
Training
Om het bewustzijn te vergroten en de nalevingscultuur binnen de Groep te versterken, zijn werknemers verplicht om deel te nemen aan een jaarlijkse e-training over ethiek en de preventie van corruptie en beïnvloeding. Naast de online training kunnen nieuwe medewerkers deelnemen aan klassikale of online trainingen waar dit onderwerp aan bod komt.
Tuchtmaatregelen
In gevallen van corruptie, omkoping of schendingen van het Anti-corruptiebeleid kunnen op basis van het nultolerantieprincipe van de Groep tuchtmaatregelen worden opgelegd.
Geschenken, maaltijden en entertainment
Het geschenken- en entertainmentbeleid wordt behandeld in het anti-omkopingsbeleid, hetgeen bepaalt dat gastvrijheid, promotie of andere zakelijke uitgaven, zowel ontvangen als gegeven, moeten worden gegeven of ontvangen in andere vormen dan contant geld of daaraan gelijk te stellen. Ze moeten redelijk van waarde zijn, niet frequent voorkomen, toegestaan onder lokale wetten. Daarnaast moeten deze direct gerelateerd zijn aan de bevordering van de activa, knowhow, producten of diensten van de Groep, de uitvoering van een contract, of om zakelijke relaties te ontwikkelen en te onderhouden buiten elke aanbestedingsfase of in het kader van het ESG-beleid van de Groep. Tenslotte moeten deze geschenken en giften goedgekeurd (indien van toepassing) en correct worden geregistreerd in de boekhouding en niet worden gegeven met het doel iets terug te ontvangen voor corrupte doeleinden.
Sponsoring en liefdadigheidsbijdragen
Donaties aan liefdadigheidsinstellingen, initiatieven zonder winstoogmerk of sociale projecten vormen een risico dat gelden of waardevolle activa worden omgeleid voor persoonlijk gebruik of voordeel van een overheidsfunctionaris of een privépartij. Bijzondere voorzichtigheid is geboden als een potentiële bijdrage is gericht aan een vennootschap die verbonden is aan een overheidsfunctionaris. Alle bijdragen moeten vooraf worden gevalideerd door de respectievelijke Chief Operating Officer of Chief Executive Officer.
Naleving van sancties, preventie van witwassen van geld en financiering van terrorisme
Om te voldoen aan de vereisten van de economische sanctieregelgeving heeft VGP een KYC-screeningprocedure geïntroduceerd voor alle klanten en de belangrijkste leveranciers, die ervoor zorgt dat geen enkele entiteit die onderhevig is aan sancties kan worden geaccepteerd als tegenpartij. Daarnaast worden aanvullende due diligence-onderzoeken uitgevoerd als er risico’s worden geïdentificeerd met betrekking tot de preventie van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (AML). Deze due diligences omvatten het identificeren van de moedervennootschap, het evalueren van het risicoprofiel van de moeder/operatie, het uitvoeren van screeningslijsten voor sancties en het identificeren van potentiële uiteindelijk begunstigden en politiek blootgestelde personen via achtergrondchecks via openbare databases.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 068
Transparantie van transacties met VGP-aandelen
De Raad van Bestuur heeft op 17 januari 2007 een Verhandelingsreglement (‘Dealing Code‘) aangenomen dat door de Raad van Bestuur van de Vennootschap op 8 december 2016 werd geactualiseerd om het onwettig gebruik van voorkennis door personeelsleden van VGP en verbonden personen te voorkomen, en verder werd geactualiseerd op 8 mei 2020 om wijzigingen door te voeren naar aanleiding van de invoering van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Het doel van dit Verhandelingsreglement is ervoor te zorgen dat deze personen geen misbruik maken van, noch zichzelf verdacht maken van misbruik, en de vertrouwelijkheid bewaren van informatie die als Voorkennis kan worden beschouwd, in het bijzonder in periodes die voorafgaan aan een aankondiging van financiële resultaten of van koersgevoelige gebeurtenissen of beslissingen.
Er wordt tevens verwezen naar Bijlage 4 Regels ter voorkoming van marktmisbruik (Dealing Code) van het Corporate Governance Charter van VGP op https://www.vgpparks.eu/nl/investeerders/corporate-governance/.
Verplichting tot melding van effectieve transacties
Personeelsleden van VGP (zijnde leden van de vennootschapsorganen van VGP en werknemers die regelmatig of occasioneel toegang hebben tot voorkennis) moeten de Compliance Officer onmiddellijk op de hoogte brengen binnen de drie (3) werkdagen nadat zij of een met hen verbonden persoon hebben gehandeld in financiële instrumenten van de Vennootschap, met vermelding van de datum van de transactie, de aard van de transactie (aankoop, verkoop, enz.), het bedrag van het financiële instrument en de totale prijs van de transactie. Tegelijkertijd moet een leidinggevend personeelslid of een daarmee verbonden persoon de FSMA in kennis stellen door middel van een formulier dat beschikbaar is op de website van de FSMA (www.fsma.be) en dat ook kan worden aangevraagd bij de Compliance Officer.
Gesloten verhandelingsperiodes
Tijdens zogenaamde ‘gesloten‘ periodes (d.i. 30 kalenderdagen vóór de aankondiging van een tussentijds financieel verslag of een jaarverslag dat de Vennootschap verplicht openbaar moet maken) mogen bestuurders, leden van het Uitvoerend Managementteam en werknemers niet handelen in financiële instrumenten van VGP.
Transacties met voorkennis tijdens 2025
Als dit het geval zou zijn, werden deze transacties openbaar gemaakt op de website van de FSMA (www.fsma.be).
Transparantiekennisgevingen 2025
Op 8 januari 2025 ontving de Vennootschap een transparantiekennisgeving gedateerd 7 januari 2025 dat (i) Little Rock S.à r.l. nu 37,85% van de stemrechten van VGP NV aanhoudt, en (ii) Tomanvi SCA nu 2,94% van de stemrechten van VGP NV aanhoudt en dat Jan Van Geet, Little Rock S.à r.l. en Tomanvi SCA bijgevolg samen nu 40,79% van de stemrechten van VGP NV aanhouden. Bijgevolg hebben hun stemrechten de drempel van 40% overschreden.
Voor verdere details verwijzen we naar de website van de Vennootschap: Aandeelhouderschap - VGP Group (vgpparks.eu)
Voor verdere details over de aandeelhoudersstructuur van de Vennootschap op 31 december 2025, alsook de beschrijving van de machtiging met betrekking tot het toegestane kapitaal, gedelegeerd aan de Raad van Bestuur, wijzen wij naar het hoofdstuk Informatie over het Aandeel.
Belangenconflict
In overeenstemming met artikel 7:96 van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen moet een lid van de Raad Van Bestuur de overige leden vooraf inlichten over eventuele agendapunten die voor hem een rechtstreeks of onrechtstreeks belangenconflict van vermogensrechtelijke aard inhouden. Er werden geen belangenconflicten gemeld in 2025.
Gegevensbescherming
De gedragscode en de verplichting om persoonsgegevens en vertrouwelijke informatie te beschermen, zijn opgenomen in een afzonderlijk hoofdstuk van de Gedragscode van de Groep. VGP beschermt de vertrouwelijke informatie die het ontvangt van zijn klanten, evenals alle andere commercieel gevoelige informatie die door VGP is ontwikkeld of beschikbaar is gesteld. Persoonsgegevens worden beschermd in overeenstemming met het beleid van VGP voor de bescherming van persoonsgegevens. VGP stelt IT-procedures vast om dergelijke informatie te beschermen. Alle teamleden zijn verplicht om zich te houden aan de beleidsregels met betrekking tot de bescherming van vertrouwelijke en gevoelige informatie en ervoor te zorgen dat hun omgang met IT niet leidt tot vermijdbare veiligheidsrisico’s. Als onderdeel van zijn bedrijfsvoering verwerft VGP een aanzienlijke hoeveelheid vertrouwelijke informatie van zijn leveranciers, klanten en andere zakelijke partners, die vaak worden beschermd door geheimhoudingsovereenkomsten of soortgelijke overeenkomsten. Alle teamleden zijn verplicht om strikt de beleidsregels na te leven die zijn opgesteld om te voldoen aan dergelijke overeenkomsten. Het Beleid inzake de Bescherming van Persoonsgegevens is hier te vinden: https://vgpparks.eu/nl/personal-data-protection-policy/
Kwesties met betrekking tot gegevensbescherming maken deel uit van de jaarlijkse compliancetraining door de juridische afdeling. De Groep streeft ernaar alleen onderaannemers te gebruiken die garanties bieden voor hun geschikte technische en organisatorische maatregelen om ervoor te zorgen dat de verwerking en verwerkingsmethoden voldoen aan de GDPR-vereisten en de bescherming van de rechten van de betrokkene garanderen.
VGP Park Belgrade, Servië
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 069
Specifieke landvereisten
Naast de Europese Verordening inzake de bescherming van persoonsgegevens heeft elke lidstaat van de Europese Unie de bepalingen van de GDPR geïnterpreteerd door de uitvaardiging van nationale normen en door de rechtspraak ontwikkeld door zijn nationale autoriteiten (rechtbanken en lokale gegevensbeschermingsautoriteiten). Zo is de belangrijkste wetgeving die in Duitsland de gegevensbescherming regelt, de Federale Wet op de Gegevensbescherming (Bundesdatenschutzgesetz, of BDSG), die de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR) van de EU implementeert in het land.De GDPR stelt een hoge standaard voor gegevensbescherming in de hele EU, maar Duitsland is verder gegaan door zijn eigen aanvullende bepalingen toe te voegen, zoals strengere regels voor de bescherming van werknemersgegevens, de noodzaak van expliciete toestemming in bepaalde gevallen, en aanvullende eisen voor gegevensverwerking door overheidsinstanties. Naast de BDSG heeft Duitsland ook verschillende andere wetten die specifieke gebieden van gegevensbescherming regelen.
Nalevingsbewustzijn
De Groep is toegewijd aan het voeren van zaken op een ethische en eerlijke manier en hanteert een “nultolerantie”-houding tegen alle vormen van onethisch gedrag, zoals ongepast, respectloos of onwettig gedrag, corruptie, omkoping, beïnvloeding en schendingen van de mensenrechten. De nalevingsprocedures van de Groep zijn gebaseerd op het principe van toewijzing van verantwoordelijkheden, evenals het bevorderen van nalevingsbewustzijn via een “tone from the top” benadering en actieve trainingsprogramma‘s om verantwoording en strikte en effectieve naleving binnen de Groep te waarborgen.
Nalevingsbeheerskader
Met als doel een passende uitwisseling van informatie, het juiste niveau van verantwoordelijkheid, gepaste en effectieve ondersteuning te waarborgen, heeft VGP een nalevingsorganisatie opgezet die past bij zijn omvang.
Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur, met gedelegeerde uitvoering aan de CEO, is verantwoordelijk voor de naleving van alle wetten en regelgeving die van toepassing zijn op de Groep. Het bevorderen van nalevingsbewustzijn vanuit de top op regelmatige basis maakt deel uit van het nalevingsdoel van de Groep.
Nalevingsorganisatorisch kader
De nalevingsomgeving wordt beheerd door de CEO, de Group General Counsel en de CFO. De verantwoordelijkheden omvatten:
— Aanbevelingen doen over naleving, due diligences en de zakelijke ethische omgeving
— Deelnemen aan crisismanagement in geval van een materiële nalevingsschending; en
— Aanbevelingen doen of beslissingen nemen met betrekking tot alle nalevingsgerelateerde zaken, inclusief interne bevordering van naleving.
Group General Counsel
De Group General Counsel houdt toezicht op de naleving van de regelgeving van de Groep.
Compliance Officer
De functie van Compliance Officer wordt vervuld door de CFO voor wat betreft de naleving van de wetgeving, terwijl de General Counsel onder verantwoordelijkheid van de CEO zorgt voor de dagelijkse uitvoering en het toezicht op de naleving van de wetgeving. De verantwoordelijkheden van de Compliance Officer omvatten:
— Het ontwerpen en monitoren van de implementatie van het nalevingsprogramma (inclusief de Gedragscode, het VGP Park Graz, Oostenrijk Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 070 Anti-Omkoping- en Anti-Corruptieprogramma, Anti-Witwasprocedures en het Klokkenluidersbeleid);
— Het bevorderen van nalevingsbewustzijn voor alle werknemers en managers door middel van klaslokaaltrainingen en informatiesessies van tijd tot tijd;
— Het onderzoeken van mogelijke nalevingsschendingen, inclusief schendingen die worden gemeld via de Compliance Hotline, het vertrouwelijke klokkenluidersplatform van de Groep.
De Compliance Officer en de Group General Counsel worden bij de uitvoering van hun taken ondersteund door lokale juridische ondersteunende functies. Ze kunnen ook ondersteuning en/of input vragen aan externe adviseurs. Een netwerk van lokale juridische en nalevingscorrespondenten helpt bij het bevorderen van bewustzijn rond naleving en bij het monitoren en ondersteunen van de lokale implementatie van nalevingsprocedures.
Risicobeheer en interne controles
VGP wordt in het kader van zijn bedrijfsactiviteiten blootgesteld aan een brede waaier van risico’s die ertoe kunnen leiden dat de doelstellingen worden beïnvloed of niet worden bereikt. Het beheersen van deze risico’s is een belangrijke kerntaak van de Raad van Bestuur, het Uitvoerend Management en alle andere werknemers met leidinggevende verantwoordelijkheden. De risicobeheer- en controlesystemen zijn opgezet om de volgende doelstellingen te bereiken:
— het bereiken van operationele doelen en strategie;
— operationele uitmuntendheid;
— betrouwbaarheid tijdigheid van financiële verslaglegging, en
— de naleving van alle toepasselijke wet- en regelgeving.
De principes van het referentiekader van het Committee of Sponsoring Organisations of the Treadway Commission (“COSO”) hebben gediend als basis voor het opstellen van het risicobeheer- en controlesysteem van VGP.
Controleomgeving
VGP streeft naar algehele naleving en een risicobewuste houding door duidelijke rollen en verantwoordelijkheden te definiëren op alle relevante gebieden. Op die manier bevordert de vennootschap een omgeving waarin haar bedrijfsdoelstellingen en -strategieën op een gecontroleerde manier worden nagestreefd. Deze omgeving wordt gecreëerd door de implementatie van verschillende beleidslijnen en procedures zoals:
— De invoering van een Corporate Governance Charter en een Gedragscode;
— Beperkingen voor beslissings- en ondertekeningsbevoegdheid;
— Kwaliteitsmanagement- en financiële rapportagesysteem.
— Een aantal beleidsregels die te vinden zijn op de website van VGP.
Het Uitvoerend Management zorgt ervoor dat alle VGP-medewerkers volledig op de hoogte zijn van het beleid en de procedures en dat alle VGP-medewerkers voldoende inzicht hebben of adequaat geïnformeerd zijn om op alle niveaus en op alle gebieden van de Groep een toereikend risicobeheer en -controle te ontwikkelen.
Risicobeheersystseem
Risicobeheerproces en -methodologie
Alle werknemers zijn verantwoordelijk voor de tijdige identificeren en kwalitatieve beoordelen van de risico’s (en belangrijke wijzigingen ervan) binnen hun verantwoordelijkheidsgebied.
Binnen de verschillende procedures in verband met het management, de beoordeling en de ondersteuning worden de bedrijfsrisico’s geïdentificeerd, geanalyseerd, vooraf geëvalueerd en getoetst door interne en soms externe beoordelingen. Naast deze geïntegreerde risicoanalyses worden ook periodieke beoordelingen uitgevoerd om te controleren of de juiste maatregelen voor risicoanalyse en -beheersing zijn geïmplementeerd en om niet-geïdentificeerde of niet-gerapporteerde risico’s te ontdekken. Deze procedures worden aangestuurd door de CEO, de COO’s en de CFO, die de verschillende risiconiveaus op regelmatige wijze controleren en analyseren en indien nodig een actieplan opstellen.
Daarnaast maken de controleactiviteiten integraal deel uit van alle belangrijke bedrijfsprocedures en -systemen om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van de vennootschap zo goed mogelijk worden bereikt.
Geïdentificeerde risico’s die een belangrijke invloed zouden kunnen hebben op de financiële of operationele prestaties van de Groep worden gerapporteerd aan de Raad Van Bestuur voor verdere besking en beoordeling, die zal beslissen of deze risico’s aanvaardbaar zijn vanuit het oogpunt van risicoblootstelling.
Belangrijkste risicofactoren
VGP heeft al zijn belangrijkste bedrijfsrisico’s geïdentificeerd en geanalyseerd zoals vermeld in de paragraaf ‘Risicofactoren’ van dit jaarverslag. Deze bedrijfsrisico’s worden binnen de hele organisatie van VGP gecommuniceerd.
Commissaris
Na het verstrijken van het maximale wettelijke mandaat van Deloitte Bedrijfsrevisoren BV als commissaris van de Vennootschap, heeft de Algemene Vergadering van 9 mei 2025 KPMG Bedrijfsrevisoren BV/SRL (KPMG) benoemd tot nieuwe commissaris. KPMG Bedrijfsrevisoren BV, met zetel te Luchthaven Brussel Nationaal 1 K, 1930 Zaventem, werd aangesteld voor een termijn van drie jaar, voor de controle van de jaarrekeningen over de boekjaren eindigend op 31 december 2025, 31 december 2026 en 31 december 2027. Het mandaat zal aflopen op de gewone algemene vergadering in 2028, die zal beslissen over de goedkeuring van de jaarrekening 2027. KPMG heeft de heer Frederic Poesen en mevrouw Melissa Carton, bedrijfsrevisoren, aangewezen als haar vaste vertegenwoordigers.
De jaarlijkse vergoeding voor de commissaris werd vastgesteld op 208.000 € voor de controle van de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening, onder voorbehoud van jaarlijkse indexering in overeenstemming met de evolutie van de gezondheidsindex. Directe kosten van derden die specifiek door KPMG worden gemaakt, met inbegrip van de verplichte bijdragen aan het Belgisch Instituut van Bedrijfsrevisoren, zullen bijkomend worden aangerekend. Voor meer details verwijzen wij naar het hoofdstuk Financieel Overzicht – toelichting 29 in dit jaarverslag.
VGP Park Martorell, Spanje Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 071
Risicofactoren
De Groep heeft de volgende risicofactoren geïdentificeerd die van invloed kunnen zijn op de activiteiten, de financiële positie, de resultaten en de verdere ontwikkeling van de Groep. De Groep neemt de nodige maatregelen en zal dit in de toekomst ook blijven doen, om deze risico’s zo doeltreffend mogelijk te beheren. De Groep wordt onder meer blootgesteld aan de volgende risico’s:
1. Risico’s in verband met de groeistrategie van de Groep
1.1 De Groep is mogelijk niet in staat om zijn ontwikkelingsactiviteiten op een duurzame en winstgevende manier voor te zetten, waarvoor hij afhankelijk is van zijn vermogen om nieuwe huurovereenkomsten te sluiten en zijn vastgoedactiva aan de Joint Ventures te verkopen
De inkomsten van de Groep worden bepaald door zijn vermogen om nieuwe huurovereenkomsten te sluiten en door de verkoop van vastgoedactiva, in het bijzonder aan de Zesde Joint Venture. De kasstromen op korte termijn van de Groep kunnen negatief worden beïnvloed als hij niet in staat is om met succes nieuwe huurovereenkomsten te sluiten en vastgoedactiva te verkopen, wat dan weer een negatief effect kan hebben op de activiteiten, de financiële positie en de bedrijfsresultaten van de Groep.Bijgevolg hangt de solvabiliteit van de Groep af van zijn vermogen om op lange termijn een gezonde financiële structuur te creëren (i) met voldoende grote recurrente inkomsten uit huurovereenkomsten voor de ontwikkelde logistieke panden (zowel op het niveau van de Groep als op het niveau van de Joint Ventures) ten opzichte van de schuld die is uitgegeven voor de financiering van de aankoop en ontwikkeling van die logistieke panden en (ii) het vermogen van de Groep om zijn ontwikkelingsactiviteiten op een duurzame en winstgevende manier voort te zetten om inkomsten genererende panden te produceren die, eenmaal ze een volwassen stadium hebben bereikt, kunnen worden verkocht aan de Joint Ventures of eventueel aan een derde partij.
VGP Park Cordóba, Spanje
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 072
De Groep is in grote mate afhankelijk van de inkomstenstroom uit de Joint Ventures. Bijgevolg ontvangt de Groep vergoedingen en dividendinkomsten van de Joint Ventures in de plaats van huurinkomsten uit volgroeide activa. Het is dan ook belangrijk dat er voldoende grote recurrente inkomsten op het niveau van de Joint Ventures worden gegenereerd om geld naar de Groep te kunnen laten doorstromen. Dergelijke dividendstromen, evenals de opbrengsten uit de verkoop van de activa aan de Joint Ventures, zijn belangrijk voor de liquiditeit en de solvabiliteit van de Groep met het oog op het hergebruik van geldmiddelen.
De huidige inkomstenstroom van de Groep uit de Joint Ventures en de vergoedingen uit de Joint Ventures nemen snel toe, maar zijn nog steeds relatief beperkt in vergelijking met de aanzienlijke schuldenlast (zowel op het niveau van de Groep als op het niveau van de Joint Ventures), aangezien (i) de Eerste Joint Venture zijn investeringscapaciteit heeft bereikt, (ii) de investeringsfase van de Tweede Joint Venture is verstreken, (iii) Derde Joint Venture grotendeels de initiële investeringsfase van VGP Park München heeft afgerond, (iv) de Vijfde Joint Venture de aankoop van alle beoogde activa in Duitsland heeft afgerond en (v) de Zesde Joint Venture zich nog in de investeringsfase bevindt.
De liquiditeit van de activa van de Groep wordt beïnvloed door het vermogen van de Groep om een uniforme bouwnorm na te leven die in lijn is met de nieuwste duurzaamheidseisen. Deze norm wordt gehandhaafd door middel van een aantal maatregelen; er is een voortdurende dialoog met belanghebbenden, er worden beoordelingen uitgevoerd op zowel activaniveau als portefeuilleniveau, en de Groep krijgt jaarlijks een score van niet-financiële ratingbureaus. De uitvoering van de ESG-strategie wordt gerapporteerd in het jaarverslag, waardoor transparantie wordt geboden over de maatregelen en resultaten.
Wij verwijzen ook naar de volgende risicofactoren, die hiermee verband houden en waarin bepaalde aspecten nader worden toegelicht: risicofactor 2.2 “De ontwikkelingsprojecten van de Groep vereisen grote initiële investeringen en zullen pas na verloop van tijd inkomsten genereren”, risicofactor 3.1 “De activiteiten, bedrijfsvoering en financiële situatie van de Groep worden in belangrijke mate beïnvloed door (i) de onderliggende operationele, financiële en organisatorische risico’s van de Joint Ventures en (ii) de voortzetting van de verwerving van de opgeleverde activa van de Groep”, risicofactor 4.1 “De Groep heeft een aanzienlijke schuldenlast en wordt blootgesteld aan een (her) financieringsrisico” en risicofactor 4.2 “De Groep is blootgesteld aan het risico van (her)financiering van zijn Joint Ventures”. Voor meer informatie over de relatie met de Joint Ventures, zie hoofdstuk Strategie - Strategische partnerschappen.
1.2 De Groep beschikt mogelijk niet over de vereiste menselijke en andere middelen om de groei te beheren of zijn portefeuille adequaat en efficiënt te monitoren
Het succes van de Groep hangt gedeeltelijk af van zijn vermogen om toekomstige expansie te beheren en om aantrekkelijke investeringsmogelijkheden te identificeren en zijn portefeuille te beheren en te monitoren. Deze vereisten brengen aanzienlijke eisen stellen aan het management, de ondersteunende functies, de boekhouding en financiële controle, de verkoop en marketing, het ESG-team en andere middelen, hetgeen een aantal risico’s met zich meebrengt, waaronder: de moeilijkheid om activiteiten en personeel in de activiteit van de Groep te integreren vanwege een gebrek aan sleutelcompetenties of een gebrek aan profieldiversiteit, de mogelijke verstoring van de lopende activiteiten en afleiding van het management of het gebrek aan betrokkenheid van werknemers. Voor meer informatie verwijzen wij naar het Verslag over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
Op 31 december 2025 had Groep 434 werknemers (op basis van voltijdsequivalenten) (vergeleken met 380 voltijdsequivalenten op 31 december 2024). De Groep streeft naar een voldoende groot team om de huidige groei van de Groep te ondersteunen.
1.3 De Groep is mogelijk niet in staat is om nieuwe kansen voor grondverwerving te vinden, veilig te stellen en te benutten, die cruciaal zijn voor de uitvoering van de groeistrategie van de Groep.
De groei van de Groep tot nu toe is gebaseerd op het vermogen om geschikte percelen grond op strategische locaties te verwerven met voldoende omvang en andere kenmerken om de ontwikkeling van logistieke en licht industriële gebouwen mogelijk te maken. Momenteel zijn dit voornamelijk oude industriële brownfields. Dergelijke percelen grond blijven schaars en de concurrentie om ze te verwerven is hevig. Als de Groep niet in staat is om zijn track record van het verwerven van strategische percelen grond voort te zetten, zal dit een wezenlijk nadelig effect hebben op de toekomstige groei en financiële prestaties van de Groep.
Het vermogen van de Groep om activa te verwerven is gedeeltelijk ook afhankelijk van zijn vermogen om op gepaste wijze bij te dragen aan de lokale sociale en economische ontwikkeling. Als de Groep er niet in slaagt om belangrijke belanghebbenden ervan te overtuigen dat hij een dergelijke bijdrage levert, kan dit de kansen van de Groep schaden om geaccepteerd te worden in de gemeenschappen waarin hij actief is en daarmee het verkrijgen van de benodigde grondbank en/of vergunningen voor zijn ontwikkelingen, schaden.
Op 31 december 2025 beschikte de Groep over een resterende ontwikkelingsgrondbank in volledige eigendom van 7,1 miljoen m², waarmee de Groep ca. 3,1 miljoen m² toekomstig verhuurbare oppervlakte kan ontwikkelen. Dit omvat de resterende 405.000 m² ontwikkelingsgrond in eigendom van de Joint Ventures met een ontwikkelingspotentieel van circa 191.000 m² nieuw verhuurbare oppervlakte waarop VGP exclusiviteit heeft voor de ontwikkeling. Daarnaast heeft de Groep nog eens 3,2 miljoen m² aan contractueel vastgelegde percelen grond die de ontwikkeling van ca. 1,2 miljoen m² aan nieuwe projecten mogelijk maken. Naar verwachting zullen deze resterende percelen grond in de komende 6 tot 18 maanden worden aangekocht, onder voorbehoud van het verkrijgen van de benodigde vergunningen.
De totale grondbank in eigendom en contractueel vastgelegd per 31 december 2025 (met inbegrip van joint ventures voor 100%) voor ontwikkeling bedroeg op 31 december 2025 dan ook 10,3 miljoen m², wat neerkomt op een resterend ontwikkelingspotentieel van circa 4,3 miljoen m² vertegenwoordigt.
2. Risico’s in verband met de activiteiten van de Groep
2.1 De ontwikkelingsprojecten van de Groep kunnen vertragingen en andere moeilijkheden ondervinden, met name wat betreft het verkrijgen van de nodige vergunningen en stijgingen van de bouwkosten
De strategie van de Groep is gericht op de ontwikkeling van inkomsten genererende logistieke eigendommen en op de mogelijke verkoop van dergelijke eigendommen zodra ze een volwassen stadium hebben bereikt.
Ontwikkelingsprojecten zijn doorgaans onderhevig aan verschillende risico’s, die elk kunnen leiden tot vertraging bij de oplevering van een project en bijgevolg tot een verlenging van de ontwikkelingsperiode tot de geplande verkoop aan of oplevering door de Joint Ventures, tot een overschrijding van het budget, tot een verlies of een daling van de verwachte inkomsten uit een project of zelfs, in sommige gevallen, tot de daadwerkelijke beëindiging ervan.
De Groep hanteert een “first mover”-strategie met betrekking tot het veiligstellen of verwerven van percelen op strategische locaties, zonder dat er noodzakelijkerwijs al een specifieke toekomstige huurder is gevonden. De Groep legt doorgaans contractueel percelen grond vast voor de ontwikkeling van zijn projecten voordat de vereiste vergunningen zijn verleend. De contractueel vastgelegde percelen worden pas verworven nadat de nodige vergunningen werden verkregen, waardoor de financiële blootstelling van de Groep aan de volgende risico’s wordt beperkt, hoewel deze niet volledig kunnen worden uitgesloten.
De projecten van de Groep zijn met name onderhevig aan het risico van wijzigingen in de relevante stedenbouwkundige voorschriften en het verkrijgen van milieu-, bestemmings- en bouwvergunningen in een vorm die in overeenstemming is
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 073
met het projectplan en -concept. De realisatie van een project kan daarom nadelig worden beïnvloed door (i) het niet verkrijgen, behouden of verlengen van de benodigde vergunningen, (ii) vertragingen bij het verkrijgen, behouden of verlengen van relevante vergunningen en (iii) het niet naleven van de voorwaarden van de vergunningen. Bovendien kan tegen een vergunning beroep worden aangetekend door een belanghebbende partij.Een dergelijke procedure kan de ontwikkeling en uiteindelijk de verkoop van een project aan of de oplevering door de Joint Ventures verder vertragen en een negatieve invloed hebben op de financiële situatie van de Groep.
De afgelopen jaren heeft de Groep te maken gehad met een aanzienlijke verlenging van de periode die nodig is om de benodigde vergunningen voor de ontwikkelingen te verkrijgen. Dit is te wijten aan verschillende factoren, waaronder een toegenomen werklast, de complexiteit van de projecten (met name in het geval van brownfieldontwikkelingen, complexere, nieuwe of gewijzigde regelgeving (met name op het gebied van duurzaamheid) of onvoldoende personeel bij de overheid. Momenteel kan het 24 tot 36 maanden duren om de benodigde vergunningen te verkrijgen.
De voltooiing van de aankoop van percelen en het sluiten van huurovereenkomsten kan ook onderworpen zijn aan bepaalde voorwaarden, waaronder goedkeuringen, verzakingen en toestemmingen op grond van het publiekrecht. Percelen die door de Groep worden aangekocht, kunnen onderhevig zijn aan vertragingen bij de registratie van overdrachten en andere formaliteiten. Percelen kunnen ook onderworpen zijn aan rechten en lasten, waaronder erfdienstbaarheden, terugkoop- en voorkeurrechten, bijzondere gebruiksrechten van derden, beschermingsbevelen en onteigeningsprocedures, evenals kleine gebreken, saneringswerkzaamheden en vereisten om gebruiksvrijstellingen en vergunningen te verkrijgen, die allemaal van invloed kunnen zijn op ontwikkelings-, lease- of overdrachtsplannen en kunnen leiden tot onvoorziene vertragingen en kosten voor de Groep. Bovendien kunnen onroerende goederen onderworpen zijn aan complexe verdelings- en overdrachtsprocedures of kan de Groep slechts een deel van een site in eigendom hebben. In deze omstandigheden kan het vermogen van de Groep om het onroerend goed te ontwikkelen, te verhuren of over te dragen nadelig worden beïnvloed, bijvoorbeeld als de registratie van het eigendom van de Groep vertraging oploopt of als de Groep onvoldoende toegang heeft of als de toewijzing van onroerende goederen of rechten onnauwkeurig is of kan worden aangevochten.
Andere factoren die een negatief effect kunnen hebben op de ontwikkelingsactiviteiten van de Groep zijn onder meer onbekendheid met lokale regelgeving, contract- en arbeidsgeschillen met bouwaannemers of onderaannemers, ongevallen en natuurrampen (waaronder vervuiling die pas tijdens de bouwfase wordt vastgesteld), bouw- en ontwerpfouten (waaronder het risico dat niet wordt ingespeeld op veranderende verwachtingen met betrekking tot landschapsarchitectuur en natuurlijke oplossingen), onvoorziene omstandigheden op de bouwplaats die extra werkzaamheden en bouwvertragingen kunnen vereisen, of vernieling van projecten tijdens de bouwfase (bijvoorbeeld door brand of overstromingen). Voor meer informatie verwijzen wij naar het Verslag over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
Bovendien, maakt de Groep bij het overwegen van investeringen in vastgoedontwikkeling bepaalde schattingen met betrekking tot de economische, markt- en andere omstandigheden, waaronder schattingen met betrekking tot de waarde of potentiële waarde van een onroerend goed en het potentiële rendement op de investering. Deze schattingen kunnen onjuist blijken te zijn, waardoor de strategie van de Groep ongeschikt wordt, met alle negatieve gevolgen van dien voor de activiteiten, bedrijfsresultaten, financiële situatie en vooruitzichten van de Groep.
Ten slotte loopt de Groep het risico van stijgende bouwkosten en organisatorische problemen bij de levering van de benodigde grondstoffen of andere materialen. In dit opzicht is VGP in grote mate onderhevig aan macro-economische ontwikkelingen, zoals de volatiliteit van de grondstofprijzen (die wordt beïnvloed door de volatiliteit van de energieprijzen) en bouwmaterialen en verstoringen in de toeleveringsketen.
Rekening houdend met alle bovengenoemde risico’s, is het mogelijk dat de Groep niet in staat is om al zijn ontwikkelingsprojecten binnen de verwachte termijn of binnen de verwachte budgetten te kunnen voltooien. Als een van de hierboven genoemde risico’s zich voordoet en een negatieve invloed heeft op de succesvolle ontwikkeling van de projecten van de Groep, kan dit een wezenlijk nadelig effect hebben op de toekomstige activiteiten, financiële positie, bedrijfsresultaten en kasstromen van de Groep.
VGP Park Parma, Italië
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur
VGP NV Jaarverslag 2025 / 074
2.2 De ontwikkelingsprojecten van de Groep vereisen grote initiële investeringen en zullen pas na verloop van tijd inkomsten gaan genereren
Tijdens de eerste fase in de ontwikkeling van een nieuw project worden er geen inkomsten gegenereerd door het nieuwe project totdat het is voltooid en opgeleverd aan een huurder. Tijdens deze fase doet de Groep al belangrijke investeringen in verband met de ontwikkeling van een dergelijk project. De ontwikkelingsfase van een VGP Park duurt doorgaans 12 tot 36 maanden en is afhankelijk van de omvang van het park en het ontwikkelingspotentieel ervan. Zodra met de bouw van een gebouw wordt begonnen, duurt het 9 tot 12 maanden om het te voltooien, waarbij voor grote (> 50.000 m²) en complexere gebouwen wat betreft de inrichting langere termijn gelden.
Het tijdstip van een toekomstige verkoop aan de Zesde Joint Venture hangt ook af van de verhuur- en ontwikkelingsstatus van de inkomsten genererende activa: een gebouw moet voor 80% verhuurd zijn voordat het door de Zesde Joint Venture kan worden overgenomen. VGP behoudt het recht om te beslissen wanneer het park aan de Zesde Joint Venture wordt aangeboden, maar moet dit uiterlijk doen wanneer 80% van de verhuurbare oppervlakte van het betreffende park dat deel uitmaakt van de ontwikkelingspijplijn van de Zesde Joint Venture is voltooid.
Elke vertraging in de ontwikkeling van dergelijke projecten of in de verhuur daarvan kan een negatief effect hebben op de activiteiten, de financiële positie en de bedrijfsresultaten van de Groep.
Op 31 december 2025 had de Groep contractuele verplichtingen om nieuwe projecten te ontwikkelen die nog geen huurinkomsten genereren, voor een totaalbedrag van € 585,6 miljoen (tegenover € 512,4 miljoen op 31 december 2024). Elke vertraging in de ontwikkeling van dergelijke projecten of in de verhuur daarvan kan een negatief effect hebben op de activiteiten, de financiële positie en de bedrijfsresultaten van de Groep.
2.3 De reële marktwaarde van de Vastgoedportefeuille wordt mogelijk niet gerealiseerd en is onderhevig aan concurrentie
De inkomsten van de Groep uit de verkoop van de projecten aan de Joint Ventures of andere derden zijn afhankelijk van de reële marktwaarde van zijn vastgoedprojecten. De resultaten en kasstromen van de Groep kunnen aanzienlijk fluctueren, afhankelijk van het aantal projecten dat kan worden ontwikkeld en verkocht aan de Joint Ventures en hun respectievelijke reële marktwaarden.
De eigen Vastgoedportefeuille, exclusief de ontwikkelingsgrondbank maar met inbegrip van de activa die namens de Joint Ventures worden ontwikkeld, werd op 31 december 2025 door een deskundig schatter gewaardeerd op basis van een gewogen gemiddeld rendement van 7,48% (tegenover 7,22% op 31 december 2024), toegepast op de contractuele huurprijzen verhoogd met de geschatte huurwaarde van niet-verhuurde ruimte.
| Beschrijving | 31 december 2025 | 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld rendement | 7,48% | 7,22% |
| Variatie impact (0,10%) | € 27,2 miljoen | € 23,6 miljoen |
De markten waarop de Groep actief is, worden tevens blootgesteld aan lokale en internationale concurrentie. Concurrentie tussen vastgoedontwikkelaars en exploitanten kan onder meer leiden tot hogere kosten voor de aankoop van grond voor ontwikkeling, hogere kosten voor grondstoffen, een tekort aan geschoolde aannemers, een overaanbod van vastgoed en/of verzadiging van bepaalde marktsegmenten, lagere huurprijzen, een daling van de vastgoedprijzen en een vertraging in het tempo waarin nieuwe vastgoedontwikkelingen worden goedgekeurd, wat allemaal een wezenlijk nadelig effect kan hebben op de activiteiten, de financiële toestand en de bedrijfsresultaten van de Groep.
2.4 De Groep kan te maken krijgen met een lagere vraag naar logistieke ruimte als gevolg van fluctuerende economische omstandigheden op regionale en mondiale markten
De inkomsten van de Groep zijn in grote mate afhankelijk van het aantal ontwikkelingsprojecten. De resultaten en kasstromen van de Groep kunnen dan ook aanzienlijk fluctueren afhankelijk van het aantal projecten dat kan worden ontwikkeld en verkocht aan de Joint Ventures. Het volume van de ontwikkelingsprojecten van de Groep is grotendeels afhankelijk van nationale en regionale economische omstandigheden en andere gebeurtenissen en omstandigheden die van invloed zijn op de markten waar de Vastgoedportefeuille en ontwikkelingsactiviteiten van de Groep zich bevinden.
De Groep is momenteel actief in Duitsland, de Tsjechische Republiek, Spanje, Nederland, Denemarken, Slowakije, Hongarije, Roemenië, Oostenrijk, Italië, Letland, Portugal, Servië, Frankrijk, Kroatië en het Verenigd Koninkrijk.
Een verandering in de geopolitieke situatie of de algemene economische omstandigheden die van invloed zijn op de landen waar de Groep actief is of in de toekomst actief zal zijn, kan leiden tot een lagere vraag naar logistieke ruimte, stijgende leegstandspercentages en hogere risico’s op wanbetaling door huurders en andere tegenpartijen. Voor meer informatie over de mogelijke impact van dergelijke veranderingen op de portefeuille van de Groep verwijzen wij naar de gevoeligheidsanalyse opgenomen in toelichtingen 7, 9.2 en 13(v) van het Jaarverslag 2025.De belangrijkste landenblootstelling van de Groep is Duitsland, waar 45,4% van de Vastgoedportefeuille van de Groep (op basis van m²) en projecten in aanbouw (eigen en Joint Ventures voor 100% samen) zich op 31 december 2025 bevinden (tegenover 52% op 31 december 2024). Zie ook risicofactor 2.6 “Risico’s en onzekerheden in verband met belangrijke gebeurtenissen of bedrijfsonderbrekingen”.
2.5 De Groep kan belangrijke leidinggevenden en personeel verliezen of er niet in slagen bekwaam personeel aan te trekken en te behouden
De Groep blijft in grote mate afhankelijk van de expertise en commerciële kwaliteiten van zijn management en het commercieel en technisch team en, in het bijzonder, van zijn Chief Executive Officer, Jan Van Geet. Met name indien Jan Van Geet, als Chief Executive Officer van de Groep, niet langer voldoende tijd zou besteden aan de ontwikkeling van de portefeuille van de Derde Joint Venture, kan Allianz de opleveringsstermijn van de resterende ontwikkelingsactiva van de Derde Joint Venture opschorten totdat hij naar tevredenheid van Allianz is vervangen.
Er is veel vraag naar ervaren technisch, marketing- en ondersteunend personeel in de sector van de vastgoedontwikkeling en de concurrentie om hun talenten is hevig. Om medewerkers aan te trekken en te behouden, is er een lange termijn incentiveplan voor geselecteerde leidinggevenden en belangrijke managers van de Groep. Meer informatie over het lange termijn incentiveplan is te vinden in het remuneratiebeleid van de Groep (Bijlage 7 van het corporate governance charter van de Groep, beschikbaar op de website van de Groep) en in toelichting 25 van het Jaarverslag 2025 en ons Verslag over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
Het verlies van diensten van leden van het management of het niet kunnen aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerd personeel kan een wezenlijk nadelig effect hebben op de activiteiten, de financiële positie, de bedrijfsresultaten en de kasstromen van de Groep. Het verlies van diversiteit in het profiel van het personeel van de Groep kan leiden tot een risico van verlies van effectiviteit in de activiteiten van de Groep. Een gebrek aan middelen voor het beheer van ESG-risico’s kan leiden tot lagere prestaties op ESG-indicatoren verstrekt door externe benchmarkbureaus en kan dienovereenkomstig worden weerspiegeld door de relevante belanghebbenden (op de kapitaalmarkten of in de gemeenschappen waar de Groep actief is). Elk van deze factoren kan op zijn beurt een wezenlijk nadelig effect hebben op de activiteiten, de financiële toestand, de bedrijfsresultaten en de kasstromen van de Groep.
2.6 Risico’s en onzekerheden in verband met belangrijke gebeurtenissen of bedrijfsonderbrekingen
Onverwachte mondiale, regionale of nationale gebeurtenissen kunnen leiden tot ernstige verstoringen voor de Groep, zoals een aanhoudende waardevermindering van activa of inkomsten, solvabiliteits- of convenantstress, liquiditeits- of bedrijfscontinuïteitsproblemen, met name door de impact die dergelijke gebeurtenissen kunnen hebben op de huurders van de Groep. Een wereldwijde gebeurtenis of bedrijfsstoring kan onder meer bestaan uit (zonder daartoe beperkt te zijn) een financiële crisis, een gezondheidspandemie, burgerlijke onrust, oorlog, terroristische aanslagen, cyberaanvallen of andere IT-storingen. Gebeurtenissen kunnen op zichzelf staan of cumulatief zijn en leiden tot acute/systemische problemen in de bedrijfs- en/of operationele omgeving.
Aangezien de Groep geen activiteiten heeft in Rusland noch in Oekraïne, zijn de activiteiten van de Groep niet wezenlijk rechtstreeks beïnvloed door de oorlog in Oekraïne. De onrechtstreekse effecten als gevolg van de volatiliteit van de energie- en grondstofprijzen en de stijging van de rentevoeten zijn aanzienlijk geweest. Elke prijsvolatiliteit kan een wezenlijke invloed hebben op de activiteiten van de Groep.
De Groep is actief in bepaalde buurlanden (Slowakije, Letland, Roemenië en Hongarije), maar de activiteiten in deze landen hebben tot op heden geen significante specifieke negatieve gevolgen ondervonden van de aanhoudende oorlog in Oekraïne. Indien de oorlog echter voortduurt of zich uitbreidt, kan dit ook rechtstreekse gevolgen hebben op de activiteiten van de Groep. De oorlog kan ook rechtstreeks of onrechtstreeks gevolgen hebben voor de huurders van de Groep en daarmee ook voor de financiële prestaties van de Groep. Tot op heden heeft de Groep echter nog geen dergelijke materiële gevolgen vastgesteld.
De huidige mondiale en Europese sanctiepakketten die zijn ingevoerd als reactie op de agressie van Rusland hebben evenmin rechtstreekse gevolgen gehad op de Groep, aangezien deze geen significante commerciële relaties onderhield met bedrijven waarop dergelijke sancties van toepassing zijn. De Groep heeft het beleid ingevoerd dat nodig is om de naleving van toepasselijke sancties en de screening van commerciële tegenpartijen te waarborgen. Indien het sanctiebeleid van de Europese Unie echter aanzienlijk worden uitgebreid, kan dit gevolgen hebben voor sommige leveranciers of klanten van de Groep en daarmee een wezenlijke invloed hebben op de financiële positie van de Groep.
Politieke spanningen, met name tussen de Verenigde Staten en China, in combinatie met mogelijke spillover-effecten op de wereldwijde economische en politieke situatie, kunnen de geopolitieke risico’s verder vergroten. Wijzigingen in het internationale handelsbeleid, verdragen en tarieven, of de perceptie dat deze wijzigingen zouden kunnen plaatsvinden, kunnen een negatieve invloed hebben op de financiële en economische omstandigheden van sommige of alle rechtsgebieden waarin de Groep actief is. De mogelijke invoering van bijkomende handelstarieven tussen de Verenigde Staten, China, de Europese Unie en andere landen, de voortzetting van de bestaande tarieven of het creëren van andere belemmeringen voor de vrije handel in goederen, kunnen leiden tot een verdere stijging van de prijzen van goederen en diensten en een negatief effect hebben op de activiteiten van de Groep.
Daarnaast kunnen aanhoudende spanningen en conflicten in het Midden-Oosten, waaronder die waarbij Iran betrokken is, de geopolitieke instabiliteit verder vergroten. Dergelijke conflicten kunnen de wereldwijde energiemarkten verstoren, waaronder de aanvoer en prijsstelling van olie en gas, en kunnen leiden tot verhoogde volatiliteit op de financiële markten. Elke escalatie of uitbreiding van deze conflicten, inclusief het opleggen van bijkomende sancties of militaire acties, kan een negatieve impact hebben op wereldwijde handelsstromen, het vertrouwen van investeerders en de economische groei, en aldus een nadelig effect hebben op de activiteiten en financiële prestaties van de Groep.
2.7 Risico’s in verband met natuurrampen en andere gebeurtenissen
De Groep beheert een grote portefeuille van bestaande activa. Dergelijke activa kunnen worden blootgesteld aan natuurrampen of andere gebeurtenissen, zoals brand, explosies, instortingen en inbraken. Hoewel de Groep marktconforme verzekeringen afsluit om zich tegen dergelijke gebeurtenissen te verzekeren, die naar oordeel van de Groep redelijk zijn, zijn dergelijke verzekeringen onderworpen aan beperkingen en uitsluitingen en dekken ze mogelijk niet alle schade die de Groep of een Joint Venture als gevolg van dergelijke gebeurtenissen kan lijden. Voor meer informatie verwijzen wij naar het Verslag over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
De portefeuille van de Groep kan worden blootgesteld aan klimaatgerelateerde risico’s, zoals overstromingen, droogte of hittegolven. De gevolgen van klimaatverandering kunnen leiden tot de sluiting of achteruitgang van VGP Parken (bijvoorbeeld als gevolg weersomstandigheden), tot het onvermogen om ontwikkelingsprojecten te voltooien of tot kostenoverschrijdingen als gevolg van maatregelen die nodig zijn om de gevolgen van klimaatverandering te beperken of als gevolg van verschillende onverzekerbare risico’s. De Groep kan ook worden blootgesteld aan onverwachte uitgaven voor de verbetering van zijn vastgoedportefeuille als gevolg van strengere regelgeving op het gebied van energie-efficiëntie van gebouwen, zoals de EU-Richtlijn betreffende de Energieprestatie van Gebouwen of soortgelijke maatregelen.
In dit verband wordt de liquiditeit van de activa van de Groep beïnvloed door het vermogen van de Groep om te voldoen aan een uniforme bouwnorm die in overeenstemming is met de nieuwste duurzaamheidseisen. Deze norm wordt gehandhaafd door middel van verschillende maatregelen: er is een voortdurende dialoog met belanghebbenden, er worden beoordelingen uitgevoerd op zowel activaniveau als portefeuilleniveau, de Groep krijgt jaarlijks een score van niet-financiële ratingbureaus en de uitvoering van de ESG-strategie wordt gerapporteerd in het jaarverslag, waardoor transparantie wordt geboden over de maatregelen en resultaten.
Hoewel de Groep slechts in beperkte mate als directe energieleverancier voor zijn huurders optreedt en in dit opzicht tracht zijn blootstelling aan de volatiliteit van de energieprijzen af te dekken, kan de Groep, indien de energiemarkten gedurende langere tijd aan aanhoudende spanningen onderhevig zijn, worden blootgesteld aan onverwachte uitgaven in verband met investeringen of operationele maatregelen die nodig zijn om tegemoet te komen aan de eisen van de huurders als gevolg van dergelijke marktbewegingen.
De Groep kan worden blootgesteld aan risico’s met betrekking tot gezondheid, veiligheid en het welzijn van mensen in onze panden en op de bouwplaatsen. VGP biedt een werkruimte voor zijn eigen werknemers, zijn aannemers op de bouwplaatsen en zijn huurders in de bestaande portefeuille.Het niet bieden van een veilige en gezonde werkomgeving voor elk van deze belanghebbenden kan een aanzienlijke impact hebben op de reputatie van VGP als partner en werkgever. Ondanks de verschillende gezondheids- en veiligheidsmaatregelen en regelmatige controles op de bouwplaatsen kunnen er nog steeds incidenten voorkomen.
De Groep heeft te maken met verschillende risico’s in verband met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de circulaire economie, zowel bij de bouw van nieuwe projecten als tijdens de levenscyclus van zijn activa. Deze kunnen verband houden met, zonder daartoe beperkt te zijn, ontoereikende prestaties op het gebied van afvalbeheer of spanningen over materialen die nodig zijn voor ontwikkelingsprojecten.
Elk van deze risico’s kan een wezenlijk nadelig effect hebben op de activiteiten, de financiële positie, de bedrijfsresultaten en de kasstromen van de Groep.
3. Risico’s in verband met de Joint Ventures van de Groep
3.1 De activiteiten, bedrijfsvoering en financiële positie van de Groep worden in belangrijke mate beïnvloed door (i) de onderliggende operationele, financiële en organisatorische risico’s van de Joint Ventures en (ii) de voortzetting van de verwerving van opgeleverde activa van de Groep
Om de Groep in staat te stellen te blijven investeren in zijn ontwikkelingspijplijn en tegelijkertijd over voldoende financiering te beschikken, heeft de Groep momenteel drie 50:50 joint ventures met Allianz (de Eerste Joint Venture, de Tweede Joint Venture en de Derde Joint Venture, of gezamenlijk de Allianz Joint Ventures) en één 50:50 joint venture met zowel Deka (de Vijfde Joint Venture) als Areim (de Zesde Joint Venture).
De Ontwikkelings-Joint Ventures bestaan uit (i) de 75:25 joint venture met VUSA (de VGP Park Belartza Joint Venture), die betrekking heeft op VGP Park Belartza, en (ii) de 50:50 joint venture met Revikon (de VGP Park Siegen Joint Venture), die betrekking heeft op VGP Park Siegen.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 076
De Joint Ventures zijn ofwel gericht op het verwerven van inkomsten genererende activa die door de Groep worden ontwikkeld, waarbij de Zesde Joint Venture zich nog in de investeringsfase bevindt, ofwel op de ontwikkeling van projecten. Deze Joint Ventures stellen de Groep in staat om zijn initieel geïnvesteerde kapitaal gedeeltelijk te recyclen wanneer opgeleverde projecten worden verworven door een Joint Venture of wanneer gebouwen worden opgeleverd door een Joint Venture, en stellen de Groep in staat om deze gelden te herinvesteren in de voortdurende uitbreiding van de ontwikkelingspijplijn, met inbegrip van de verdere uitbreiding van de grondbank, waardoor VGP zich kan concentreren op zijn kernactiviteiten op het gebied van ontwikkeling.
De Groep kan aanzienlijk worden beïnvloed door de Joint Ventures die onderhevig zijn aan bijkomende risico’s zoals:
— de Zesde Joint Venture kan ophouden met het verwerven van de opgeleverde activa van de Groep aangezien deze Joint Venture geen contractuele of wettelijk bindende verplichting heeft om de door de Groep aangeboden inkomsten genererende activa te verwerven;
— de Groep is mogelijk niet in staat is om activa te ontwikkelen die voldoen aan bepaalde ESG-prestatiemaatstaven, die in de loop van de tijd evolueren en die kunnen leiden tot een verminderde aantrekkelijkheid van dergelijke activa die aan de Joint Ventures worden aangeboden. Meer informatie over dergelijke ESG-prestatiemaatstaven is te vinden in het Verslag over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
— Allianz en VGP zijn verplicht om het resterende ontwikkelingsactiva van de Derde Joint Venture te ontwikkelen; in geval van wezenlijke veranderingen kan Allianz echter besluiten om niet door te gaan met de voltooiing van de ontwikkeling;
— de Groep verantwoordt nog steeds een aantal activa die namens de Eerste en Tweede Joint Venture worden ontwikkeld als een groep activa die wordt aangehouden voor verkoop; Allianz kan echter besluiten om deze activa niet op te leveren en niet op te nemen in de portefeuille van de betreffende Joint Venture, wat een negatief effect kan hebben op de financiële positie van de Groep;
— de Groep erkent het risico waaraan hij blootstaat in geval van financiële moeilijkheden van een van de Joint Ventures, in het bijzonder in geval van wanbetaling onder een faciliteit overeenkomst; hoewel de Groep geen wettelijke verplichting heeft om bijkomend kapitaal in te brengen om een dergelijk wanbetaling te verhelpen, heeft hij vanuit pragmatisch oogpunt een "constructieve verplichting" erkend om de financiële stabiliteit van de Joint Ventures te waarborgen;
— de verkoop van onroerend goed aan de Zesde Joint Venture kan leiden tot een daling van de gerapporteerde bruto huurinkomsten van de Groep aangezien sommige van de verkochte onroerende goederen voorafgaand aan de verkoop en respectieve deconsolidatie een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan de inkomsten van de Groep;
— Allianz en/of Areim kunnen het acquisitieproces van voorgestelde inkomsten genererende activa stopzetten en de respectieve Joint Venture Overeenkomsten kunnen worden gewijzigd of beëindigd in overeenstemming met de bepalingen ervan;
— de Groep kan bijkomende verplichtingen oplopen als gevolg van kostenoverschrijdingen bij ontwikkelingen die namens Joint Ventures worden uitgevoerd;
— de Groep is mogelijk niet in staat om middelen te verstrekken aan de Allianz Joint Ventures die eerder waren toegezegd onder de voorwaarden van de relevante Allianz Joint Venture Overeenkomst, wat kan leiden tot de verwatering van de Groep;
— in geval van een wezenlijke schending door de Groep, kan de Joint Venture Partner de Joint Venture Overeenkomst voor de betreffende Joint Venture beëindigen en kan VGP genoodzaakt zijn om VGP-aandelen in de Joint Venture verkopen tegen een verlaagde aankoopprijs te verkopen (of de aandelen van de partner tegen een toeslag verwerven);
— indien het belang van Jan Van Geet in de Groep onder de 25% zou dalen, kan Allianz de Eerste Joint Venture, Tweede Joint Venture en/of de Derde Joint Venture beëindigen;
— de deelneming van de Groep in de Joint Ventures is onderworpen aan verschillende beperkende convenanten en hun liquiditeit kan beperkt zijn; en
— de Joint Ventures of een van hun dochtervennootschappen kunnen in gebreke blijven bij de door de Groep verstrekte ontwikkelings- en bouwleningen, wat een negatief effect kan hebben op de Groep.
Het voorvallen van een of meer van deze risico’s zou een wezenlijk nadelig effect hebben op de activiteiten, de financiële toestand en de bedrijfsresultaten van de Joint Ventures, wat op zijn beurt een wezenlijk nadelig effect zou kunnen hebben op de activiteiten, de financiële toestand en de bedrijfsresultaten van de Groep.
Bovendien worden de Joint Ventures blootgesteld aan veel van de risico’s waaraan de Groep wordt blootgesteld, waaronder onder meer de risico’s voor de Groep zoals beschreven in de volgende hoofdstukken: risicofactor 1.1 “De Groep is mogelijk niet in staat om zijn ontwikkelingsactiviteiten op een duurzame en winstgevende manier voort te zetten, waarvoor hij afhankelijk is van zijn vermogen om nieuwe huurovereenkomsten te sluiten en zijn vastgoedactiva aan de Joint Venture te verkopen” (maar alleen met betrekking tot het vermogen om nieuwe huurovereenkomsten te sluiten, niet het vermogen om activa te verkopen), risicofactor 2.1 “De ontwikkelingsprojecten van de Groep kunnen vertragingen en andere moeilijkheden ondervinden, met name met betrekking tot het verkrijgen van de benodigde vergunningen en stijgingen van de bouwkosten” en risicofactor 2.4 “De Groep kan te maken krijgen met een lagere vraag naar logistieke ruimte als gevolg van fluctuerende economische omstandigheden op regionale en mondiale markten”, alle zoals in dit hoofdstuk Risicofactoren.
3.2 De Vennootschap is een holdingvennootschap zonder bedrijfsopbrengsten en is afhankelijk van de uitkeringen door en de financiële prestaties van de Joint Ventures en de leden van de Groep
De Vennootschap is een holdingvennootschap waarvan de enige activiteit bestaat uit het aanhouden, financieren en beheren van zijn activa, d.w.z. zijn deelnemingen in de Dochtervennootschappen en in de Joint Ventures. De vastgoedportefeuilles van de Groep zijn eigendom van specifieke vastgoedvennootschappen die dochtervennootschappen zijn van de Groep of die dochtervennootschappen zijn van de Joint Ventures.
Bijgevolg is de Vennootschap afhankelijk van de kasstromen van de leden van de Groep, de opbrengsten uit de verkoop van de activa van de Groep aan de Joint Ventures en de uitkeringen die haar door de leden van de Groep of de Joint Ventures worden betaald. Het vermogen van de Dochtervennootschappen en de Joint Ventures om uitkeringen aan de Groep te doen, hangt af van de huurinkomsten die hun respectieve portefeuilles genereren.
| Omschrijving | Jaar eindigend op 31 december 2025 | Jaar eindigend op 31 december 2024 |
|---|---|---|
| Inkomsten uit beheervergoedingen (inclusief promotievoorziening) | € 52 miljoen | € 32,7 miljoen |
| ‘Bovenmatige’ cash uitkeringen door Joint Ventures | € 82,7 miljoen | € 85,6 miljoen |
De financieringsregelingen van de Joint Ventures en deze van de Dochtervennootschappen zijn onderworpen aan een aantal convenanten en beperkingen die het vermogen om kasmiddelen uit te keren aan de Groep kunnen beperken. De bankfaciliteiten vereisen dat de Joint Ventures en de Dochtervennootschappen van de Groep bepaalde financiële ratio‘s handhaven en aan specifieke financiële tests voldoen.Het niet naleven van deze convenanten kan leiden tot een geval van wanbetaling dat, indien niet verholpen of indien er niet aan wordt verzaakt, ertoe kan leiden dat een Joint Venture of de leden van de Groep deze leningen vóór de vervaldatum moeten terugbetalen, wat een negatieve invloed zou hebben op hun vermogen om geld naar de Vennootschap te sluizen.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 077
3.3 De Groep is mogelijk niet in staat om de aan de Joint Ventures en hun dochtervennootschappen verstrekte leningen terug te vorderen
De Groep heeft aanzienlijke leningen verstrekt aan de Joint Ventures en aan de dochtervennootschappen van de Joint Ventures, voor een bedrag van € 566,7 miljoen op 31 december 2025 (tegenover € 524,9 miljoen per 31 december 2024). Deze uitstaande leningen brengen het risico met zich mee dat ze te laat, gedeeltelijk of helemaal niet worden terugbetaald als een van de Joint Ventures of van hun dochtervennootschappen niet goed presteert. Bovendien is het mogelijk dat de leningen aan de dochtervennootschappen van de Joint Ventures zijn verstrekt om de ontwikkeling van gebouwen namens de Joint Ventures te financieren, niet worden terugbetaald als de betreffende Joint Venture partner weigert het ontwikkelde gebouw te kopen.
Voor meer details over de effecten van de prestaties van de Joint Ventures wordt ook verwezen naar risicofactor 3.1 “De activiteiten, bedrijfsvoering en financiële situatie van de Groep worden in belangrijke mate beïnvloed door (i) de onderliggende operationele, financiële en organisatorische risico’s van de Joint Ventures en (ii) de voortzetting van de verwerving van opgeleverde activa van de Groep” en risicofactor 3.2 “De Groep is een holdingvennootschap zonder bedrijfsopbrengsten en is afhankelijk van uitkeringen door en de financiële prestaties van de Joint Ventures en de leden van de Groep”.
4. Risico’s in verband met de financiële situatie van de Groep
4.1 De Groep heeft een aanzienlijk schuldenlast en is blootgesteld aan een (her)financieringsrisico
Gezien de geografische expansie, de versnelde groei van de Groep en, meer in het algemeen, de aanhoudende groei van de vraag naar logistieke opslagruimte, is de Groep de afgelopen jaren aanzienlijke leningen aangegaan. VGP verwacht dat de schuldenlast (in nominale termen) zal blijven stijgen, maar is ervan overtuigd dat hij zijn groeistrategie zal kunnen uitvoeren binnen een schuldratio van 65%.
VGP optimaliseert voortdurend zijn kapitaalstructuur met als doel de aandeelhouderswaarde te maximaliseren en tegelijkertijd de gewenste flexibiliteit te behouden om zijn groei te ondersteunen. Tussen 2020 en 2022, heeft VGP met succes vier aandelenplaatsingen afgerond, wat heeft geresulteerd in een netto toename van het eigen vermogen van de Groep met € 888,9 miljoen: in 2020 heeft met succes twee aandelenplaatsingen afgerond, wat heeft geresulteerd in een netto toename van het eigen vermogen van de Groep met € 295,4 miljoen; in 2021 heeft VGP met succes een aandelenplaatsing afgerond, wat heeft geresulteerd in een netto toename van het eigen vermogen van de Groep met € 294,9 miljoen; en in 2022 heeft VGP met succes een aandelenplaatsing afgerond, door middel van een uitgifte van rechten, wat heeft geresulteerd in een netto toename van het eigen vermogen van de Groep met € 298,7 miljoen.
Op 31 december 2025 bedroeg de netto schuld van de Groep € 1.835,9 miljoen (tegenover € 1.564,6 miljoen per 31 december 2024). De Schuldgraad bedroeg 35,3% (tegenover 33,6% per 31 december 2024). Op 31 december 2025 had de Groep uitstaande obligaties voor een totaalbedrag van € 2.151 miljoen (allemaal ongedekte obligaties en inclusief € 15 miljoen aan gekapitaliseerde financieringskosten) en had een resterende financiële schuld van € 208,8 miljoen (inclusief € 0,3 miljoen aan gekapitaliseerde financieringskosten), waarvan € 26 miljoen betrekking had op Schuldscheinleningen, € 135 miljoen op een EIB-lening en € 48 miljoen op opgebouwde rente. De gewogen gemiddelde looptijd van de schuld bedroeg 3,6 jaar op 31 december 2025, met een gewogen gemiddelde rentevoet van 2,71% per jaar.
Gezien op het model van de Joint Ventures kan af en toe bijkomende kortlopende bankschuld mogelijk zijn om tijdelijke kastekorten te dekken als gevolg van de timing van de herfinanciering van ontwikkelingsaandelenleningen die zijn verstrekt aan de Joint Ventures of aan de Dochtervennootschappen VGP Park München, Duitsland.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 078
Deze aandelenleningen worden terugbetaald wanneer projecten worden verworven door een Joint Venture of wanneer er voldoende bankkredietfaciliteiten (of geaccumuleerde operationele kasstromen) beschikbaar zijn om gedeeltelijke herfinanciering van het geïnvesteerde eigen vermogen mogelijk te maken. De Groep bouwt momenteel een aanzienlijk aantal activa en heeft een aantal grote ontwikkelingsprojecten die onlangs zijn gestart of binnenkort van start zullen gaan en die enige tijd nodig hebben voordat ze aan een Joint Venture kunnen worden verkocht of in aanmerking komen voor herfinanciering via bankleningen. Als gevolg hiervan kunnen er tussen de verschillende closings van Joint Ventures hogere piekfinancieringsbehoeften ontstaan. Om de Groep in staat te stellen deze periodes comfortabel te overbruggen, heeft de Groep bijkomende doorlopende kredietfaciliteiten afgesloten.
Voor een gedetailleerd overzicht van de evolutie van de huidige financieringsregelingen van de Groep, zie hoofdstuk: “Activiteitenverslag: Kapitaal- en financiële positie”.
Gezien zijn versnelde groeistrategie is het mogelijk dat de Groep zijn financiële schulden niet kan herfinancieren of dat hij niet in staat is om nieuwe financiering aan te trekken of om nieuwe financieringsovereenkomsten te sluiten tegen commercieel aantrekkelijke voorwaarden. Als de Groep helemaal geen financiering kan krijgen of geen financiering tegen gunstige voorwaarden, kan dit een impact hebben op de kasstroom en resultaten van de Groep, waardoor de Groep mogelijk bepaalde ontwikkelingen niet kan voortzetten of uitvoeren en de start van bepaalde projecten moet uitstellen.
4.2 De Groep is blootgesteld aan het risico van (her)financiering door zijn Joint Ventures
VGP is afhankelijk van het vermogen van elk van de Joint Ventures om over voldoende langetermijn financiering te beschikken om door VGP ontwikkelde inkomsten genererende activa te verwerven of om de ontwikkelingskosten te herfinancieren die zijn gemaakt bij de ontwikkeling van de respectieve parken van deze Joint Ventures.
De Eerste Joint Venture heeft een toegezegde kredietfaciliteiten met een looptijd van 10 jaar (die allemaal eind mei 2026 aflopen, de Joint Venture heeft al term sheets afgesloten met financiële instellingen om de faciliteit te verlengen en/of te vervangen) in Duitsland, de Tsjechische Republiek, Slowakije en Hongarije. Op 31 december 2025 bedroegen de totale uitstaande kredietfaciliteiten € 854,8 miljoen, die volledig waren opgenomen. De investeringsperiode van de Eerste Joint Venture eindigde in mei 2021. De Loan-to-Value-ratio bedroeg 35,0% per 31 december 2025.
De Tweede Joint Venture heeft een toegezegde kredietfaciliteit van € 483,0 miljoen met een looptijd van 10 jaar (die eind juli 2029 afloopt) met betrekking tot de activa die hij in Spanje, Oostenrijk, Italië en Nederland aanhoudt, en een toegezegde kredietfaciliteit van € 44,3 miljoen met een looptijd van 10 jaar (die in juni 2029 afloopt) met betrekking tot de activa die hij in Roemenië aanhoudt. Op 31 december 2025 bedroegen de totale uitstaande kredietfaciliteiten € 475,0 miljoen, die volledig waren opgenomen. De Loan-to-Value Ratio bedroeg op 31 december 2025 48,2%.
De Derde Joint Venture heeft een toegezegde kredietfaciliteit van € 65,5 miljoen (met vervaldatum op 22 juni 2029) voor de financiering van de eerste twee opgeleverde gebouwen in VGP Park München in 2023 en een kredietfaciliteit van € 84,5 miljoen voor de gebouwen die in 2022 werden opgeleverd. Op 31 december 2025 bedroegen de totale uitstaande kredietfaciliteiten € 146,2 miljoen, die volledig waren opgenomen. De Loan-to-Value Ratio bedroeg op 31 december 2025 9,7%.
De Vijfde Joint Venture heeft een toegezegde kredietfaciliteit van € 330 miljoen (met vervaldatum op 31 augustus 2030). Op 31 december 2025 bedroegen de totale uitstaande kredietfaciliteiten € 330 miljoen, die volledig waren opgenomen. De Loan-to-Value Ratio bedroeg op 31 december 2025 26,7%.
De Zesde Joint Venture heeft een toegezegde kredietfaciliteit van € 248,3 miljoen (die in 2029 afloopt) in de Tsjechische Republiek, Frankrijk, Duitsland en Slowakije en een toegezegde kredietfaciliteit van € 189,5 miljoen (die in 2030 afloopt) in Oostenrijk, Spanje, Portugal en Italië. Op 31 december 2025 bedroegen de totale uitstaande kredietfaciliteiten € 437,8 miljoen, die volledig waren opgenomen. De Loan-to-Value ratio bedroeg op 31 december 2025 36,26%.
De Joint Ventures zijn mogelijk niet in staat om hun financiële schulden te herfinancieren of nieuwe financiering aan te trekken of om nieuwe financieringsovereenkomsten te sluiten tegen commercieel aantrekkelijke voorwaarden. Als de Joint Ventures helemaal geen financiering kunnen krijgen of geen financiering tegen gunstige voorwaarden, kan dit van invloed zijn op de kasstroom en resultaten van de Groep. In dergelijke omstandigheden is de Groep mogelijk niet in staat om bepaalde ontwikkelingen voort te zetten of uit te voeren en moet zij mogelijk de start van bepaalde projecten uitstellen.4.3 De leningen van de Groep zijn onderworpen aan bepaalde beperkende convenanten
Op grond van de voorwaarden van zijn obligaties, Schuldschein-Leningen en bankkredietfaciliteiten moet de Groep ervoor zorgen dat hij te allen tijde voldoet aan de daarin opgenomen convenanten. Als hij dit niet doet, zal de Groep in gebreke blijven bij verschillende (zo niet alle) uitstaande obligaties, Schuldschein-Leningen en/of bankkredietfaciliteiten. Bovendien kan het feit dat een andere persoon dan de Referentieaandeelhouders zeggenschap over de Groep verkrijgt, een geval van wanbetaling vormen onder bepaalde financieringsovereenkomsten van de Groep. Dit kan ertoe leiden dat de Groep verplicht is om alle uitstaande financiële schulden volledig terug te betalen, wat een wezenlijk nadelig effect kan hebben op de activiteiten, financiële positie, bedrijfsresultaten en kasstromen van de Groep en, bijgevolg, op het vermogen van de Groep om aan zijn verplichtingen uit hoofde van de Obligaties te voldoen.
Hoewel de Groep zijn convenanten voortdurend controleert om naleving te waarborgen en mogelijke problemen van niet-naleving te identificeren zodat actie kan worden ondernomen, kan er geen garantie worden gegeven dat de Groep te allen tijde aan deze convenanten zal kunnen voldoen. In 2025 bleef de Groep ruimschoots binnen zijn convenanten. De voorwaarden van de obligatie van maart 2026, de obligatie van april 2029, de obligatie van januari 2027, de obligatie van januari 2030, de obligatie van januari 2031 en de Schuldschein-Leningen hebben allemaal dezelfde financiële convenanten.
| Ratio | 31 december 2025 | 31 december 2024 | Minimale/Maximale convenantratio |
|---|---|---|---|
| Geconsolideerde Schuldgraad | 35,3% | 33,6% | 65% (max) |
| Rentedekkingsratio | 20,5 | 606,7 | 1,20 (min) |
| Schuldendienstratio | 8,5 | 11,5 | 1,20 (min) |
4.4 De openbare financiële rating van de Vennootschap kan worden opgeschort, verlaagd of ingetrokken
De Groep heeft een openbare financiële rating die wordt bepaald door onafhankelijke ratingbureaus. Op 26 maart 2021 kende Fitch de Emittent een langetermijn rating van ‘BBB-’ (stabiel vooruitzicht) toe. Deze rating werd door Fitch bevestigd op 8 september 2022, op 4 september 2023, op 3 september 2024, op 17 februari 2025 en op 1 september 2025. Bovendien heeft Standard & Poor’s op 21 augustus 2025 aan de Emittent een langetermijn kredietrating van ‘BBB-’ (stabiel vooruitzicht) toegekend. Een dergelijke rating kan echter op elk moment worden opgeschort, verlaagd of ingetrokken.
Een verlaging van de rating zou een rechtstreeks effect hebben op de financieringskosten van de Groep. Een verlaging van de rating zou ook een onrechtstreeks effect kunnen hebben op de bereidheid van kredietverstrekkers om zaken te doen met de Vennootschap of een onrechtstreeks effect op haar financieringskosten of op haar vermogen om haar groei en activiteiten te financieren. Als de Groep geen financiering of financiering tegen gunstige voorwaarden kan krijgen, kan dit een impact hebben op de kasstroom en de resultaten van de Vennootschap, waardoor de Groep bepaalde ontwikkelingen niet kan voortzetten of uitvoeren en de start van bepaalde projecten moet uitstellen.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 079
5. Risico’s in verband met juridische, regelgevende en IT-kwesties
5.1 De Groep moet voldoen aan een breed en divers regelgevend kader
Aangezien de Groep actief is en van plan is zijn activiteiten verder uit te breiden in de Midden-Europese landen (waarbij de Groep zich momenteel richt op Duitsland, de Tsjechische Republiek, Spanje, Nederland, Denemarken, Slowakije, Hongarije, Roemenië, Oostenrijk, Italië, Letland, Portugal, Servië, Frankrijk, Kroatië en het Verenigd Koninkrijk), is de Groep onderworpen aan een breed scala aan EU-, nationale en lokale wet- en regelgeving. Deze omvatten vereisten op het gebied van bouw- en gebruiksvergunningen (die moeten worden verkregen om projecten te kunnen ontwikkelen en verhuren), evenals bestemmingsplannen, gezondheid en veiligheid, monumentenzorg, belastingen, ruimtelijke ordening, beperkingen op buitenlandse eigendom en andere wet- en regelgeving.
Vanwege de complexiteit die gepaard gaat met het verkrijgen en behouden van talrijke vergunningen en licenties, kan niet worden gegarandeerd dat de Groep te allen tijde zal voldoen aan alle vereisten die aan onroerend goed en de activiteiten van de Groep worden gesteld. Het niet of te laat naleven van de toepasselijke wet- en regelgeving of het niet verkrijgen en behouden van de vereiste goedkeuringen en vergunningen kan een wezenlijk nadelig effect hebben op de activiteiten, bedrijfsresultaten, financiële positie en vooruitzichten van de Groep. Zie in dit verband ook risicofactor 2.1 ‘De ontwikkelingsprojecten van de Groep kunnen vertragingen oplopen en andere moeilijkheden ondervinden, voornamelijk met betrekking tot het verkrijgen van de nodige vergunningen en de stijgingen van de bouwkosten’.
Bovendien kunnen er wijzigingen optreden in wetten en overheidsvoorschriften, of in de interpretatie daarvan door instanties of rechtbanken. Dergelijke wijzigingen in de regelgeving en andere economische en politieke factoren, waaronder burgerlijke onrust, regeringswisselingen en beperkingen op de mogelijkheid om kapitaal over te maken in buitenlandse landen waarin de Groep heeft geïnvesteerd, kunnen een wezenlijk nadelig effect hebben op de activiteiten, financiële positie, bedrijfsresultaten en kasstromen van de Groep.
5.2 De Groep kan worden geconfronteerd met rechtszaken en andere geschillen
De Groep kan te maken krijgen met contractuele geschillen die al dan niet tot gerechtelijke procedures kunnen leiden als gevolg van een breed scala aan gebeurtenissen, met name tijdens de bouw- en ontwikkelingsfase. De meest waarschijnlijke geschillen zijn onder meer: (i) feitelijke of vermeende tekortkomingen bij de uitvoering van bouwprojecten (onder meer met betrekking tot het ontwerp, de installatie of de reparatie van werken); (ii) gebreken in de bouwmaterialen; en (iii) tekortkomingen in de goederen en diensten die worden geleverd door leveranciers, aannemers en onderaannemers.
Bovendien kan de Groep na de ontwikkelingsfase te maken krijgen met geschillen met huurders, commerciële aannemers of andere partijen met betrekking tot de verhuur, onder meer om ervoor te zorgen dat deze partijen voldoen aan de verplichtingen, voorschriften en beperkingen waaraan de Groep onderworpen kan zijn. Als gevolg hiervan kunnen geschillen, ongevallen, letsels of schade bij of in verband met een van de lopende of voltooide projecten van de Groep, die het gevolg zijn van daadwerkelijke of vermeende tekortkomingen van de Groep, leiden tot aanzienlijke aansprakelijkheid, garantie- of andere burgerlijke en strafrechtelijke vorderingen, evenals reputatieschade. Deze aansprakelijkheden zijn mogelijk niet verzekerbaar of kunnen de dekkingslimiet van de Groep overschrijden.
Op 31 december 2025 zijn er geen gerechtelijke, juridische of arbitrageprocedures gestart of dreigen te worden gestart tegen de Groep die in het recente verleden of in de toekomst wezenlijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor de Groep en/of de financiële positie of winstgevendheid van de Groep.
Andere juridische risico’s zijn onder meer het risico in verband met omkoping en corruptie, het witwassen van geld en de financiering van terrorisme of het niet naleven van regelgeving. Om deze risico’s te beperken, heeft de Groep een verplichte compliance-training voor al zijn teamleden ingesteld en eist hij van zijn teamleden dat zij bevestigen kennis te hebben genomen van de Gedragscode. De Groep heeft ook een duidelijke procedure voor het screenen van zakenpartners. Daarnaast heeft VGP een procedure voor Handel met Voorkennis. Mocht een belanghebbende zich zorgen maken, dan zijn er klokkenluidersprocedures die 24/7 toegankelijk zijn voor alle werknemers en contractanten, met een garantie tegen vergelding.
Met betrekking tot lobbyactiviteiten en de rapportage daarvan heeft VGP een beleid inzake politieke activiteiten: VGP heeft als hoofdbeleid dat hij zich niet politiek engageert en niet VGP Park Fuenlabrada 2, Spanje Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 080 deelneemt aan politieke activiteiten. Als er toch activiteiten plaatsvinden, moeten deze worden goedgekeurd door de CEO en worden gerapporteerd. Waar dit wettelijk vereist is, voldoet de Groep aan zijn verplichtingen om toepasselijke lobbyactiviteiten aan te geven, zoals in de EU of Belgische wetgevende instanties. Niettemin kan elk incident op een van deze gebieden ernstige gevolgen hebben voor de reputatie van de Groep en mogelijk ook voor de continuïteit van zijn activiteiten.
5.3 De Groep kan te maken krijgen met een IT-inbreuk of een ander cyberrisico
De Groep is afhankelijk van een grote verscheidenheid aan IT-apparatuur en -toepassingen, waaronder de ‘enterprise resource planning’-software die hij gebruikt en tal van gespecialiseerde technische of standaard kantoortoepassingen. Als gevolg daarvan loopt de Groep het risico dat zijn IT-apparatuur wordt blootgesteld aan een cyberaanval of een ander incident dat leidt tot operationele problemen, gegevensverlies of zelfs het onvermogen om zijn projecten voort te zetten. Cyber- en IT-incidenten kunnen ernstige gevolgen hebben voor het functioneren van de groep, aangezien de vennootschap sterk afhankelijk is van communicatie en samenwerking tussen verschillende landen.Om het risico te beperken, heeft de Groep verschillende initiatieven genomen, waaronder beleidsmaatregelen, systeemmaatregelen, audits, enz. Het belangrijkste MIS- en besturingssysteem dat de Groep gebruikt voor e-mail en bestandsuitwisseling voldoet aan ISO 27001 en het nieuwe ERP-, operationele meet-, facturerings- en betalingssysteem van de Groep voldoet volledig aan ISO 27001 en ISO 27018. De groep evalueert en versterkt voortdurend zijn cybersecurity-maatregelen, aangevuld met gerichte bewustmakingsinitiatieven en consistente communicatie binnen de organisatie. De Groep maakt ook alleen gebruik van gerenommeerde dienstverleners voor netwerkonderhoud. Om het bewustzijn van de werknemers te vergroten, maakt de Groep gebruik van groepsbrede werknemersopleidingen en specifieke bedrijfsopleidingen over gegevensbescherming en cyberbeveiliging.
6. Risico’s op het gebied van milieu, duurzaamheid en klimaatverandering
6.1 De Groep is onderhevig aan bepaalde overgangsrisico’s op het gebied van klimaatverandering en is mogelijk niet in staat om aan alle ESG-gerelateerde vereisten of verwachtingen van beleggers op dit gebied te voldoen
Gezien de omvang van zijn eigen activaportefeuilles en die van zijn joint ventures, stelt de Groep duurzaamheidsrisico’s centraal in zijn strategie, met een geïntegreerde verbintenis om duurzaamheid tot een kernonderdeel van de activiteiten van VGP te maken. De Groep heeft een duurzaamheidsstrategie ontwikkeld op basis van beste praktijken op milieugebied, sociale rechtvaardigheid en transparant bestuur (de ESG-Strategie van VGP). De ESG-Strategie van VGP is erop gericht de belangrijkste uitdagingen aan te pakken waarmee de Groep bij zijn operationele activiteiten in alle regio’s wordt geconfronteerd.
Als ontwikkelaar en exploitant van licht industriële en logistieke activa heeft VGP een breed scala aan duurzaamheidsrisico’s en -kansen geïdentificeerd die verband houden met verschillende afdelingen en activiteiten binnen het bedrijf, zoals energie-efficiëntie/transitie, veerkracht van activa ten opzichte van klimaatverandering, veranderende taxonomie en milieuregelgeving, due diligence in de toeleveringsketen, groene financiering en maatschappelijke risico’s – die allemaal zijn geïntegreerd in het risicobeheerkader van de Groep.
In dit verband moet worden opgemerkt dat er momenteel geen duidelijke eenduidige definitie (wettelijk, regelgevend of anderszins) bestaat, noch marktconsensus bestaat over wat een “groen” of “duurzaam” of een gelijkwaardig gelabeld project inhoudt, of over welke precieze kenmerken vereist zijn om een bepaald project als “groen” of “duurzaam” te definiëren of om een ander gelijkwaardig label te krijgen. De Europese Unie ontwikkelt momenteel verschillende regels en voorschriften op het gebied van duurzaamheid en heeft deze reeds aangenomen, waaronder de EU-Taxonomieverordening, waarin de EU-Taxonomie voor Duurzame Financiering is vastgelegd. De EU-Taxonomie voor Duurzame Financiering zal verder worden ontwikkeld door de Europese Commissie door middel van gedelegeerde verordeningen met technische screening-criteria voor de milieudoelstellingen die zijn vastgelegd in de EU-Taxonomieverordening.
De Groep verbindt zich ertoe om naar beste vermogen te voldoen aan de Carbon Risk Real Estate Monitor (‘CRREM’), met als doelstelling minimaal 50% niet-gestrande activa gedurende de komende periode van tien jaar op basis van het 1,5 °C-broeikasgassen pad. De berekeningsmethodologie van de CRREM voor het 1,5 °C-broeikasgassen pad is de afgelopen jaren gewijzigd, wat een negatief effect heeft gehad op het strandingjaar van de portefeuille van de Groep. De berekeningsmethodologie zal in de toekomst waarschijnlijk verder worden aangepast, wat opnieuw een negatief effect kan hebben op het strandingjaar van de portefeuille van de Groep. Wanneer de doelstelling op portefeuilleniveau niet wordt gehaald, zal indien nodig een herstelplan voor specifieke gestrande activa worden ontwikkeld om de optimale technische aanpassingen te evalueren en te identificeren om de portefeuille in overeenstemming te brengen met de doelstelling.
Op basis van het energieverbruiksprofiel van de GRESB 2023-portefeuille, gecompenseerd door de fotovoltaïsche installaties die naar verwachting in de komende jaren zullen worden gebouwd, vindt de stranding van het 1,5 °C-broeikasgassen pad niet eerder plaats dan 2033. Om 1,5 °C-conformiteit te bereiken, moet de Groep blijven bouwen in overeenstemming met zijn bouwnorm, die minimaal ‘BREEAM Excellent’ vereist en gericht is op naleving van de EU-Taxonomie. Om naleving te bereiken, worden nieuwe gebouwen in principe niet langer verwarmd met gasgestookte verwarming, wat extra kapitaaluitgaven vereist in vergelijking met conventionele gasgestookte verwarmingssystemen. Bovendien heeft de Groep een aantal renovaties en portefeuilleverbeteringen geïdentificeerd voor een bedrag van € 100 miljoen (inclusief investeringen in fotovoltaïsche projecten) die nodig zijn om de portefeuille aan de normen te laten voldoen. Het bereiken van de 1,5 °C-broeikasgasdoelstelling voor de portefeuille hangt ook af van de bereidheid van de huurders van VGP om groene huurovereenkomsten te accepteren en van hun bereidheid en vermogen om extra te betalen voor de aankoop van groene stroom.
Het niet naleven van wet- en regelgeving, rapportagevereisten of verwachtingen van klanten of investeerders, zowel met betrekking tot de Groep als tot de dienstverleners, leveranciers, onderaannemers en huurders van de Groep, kan leiden tot waardeverlies voor de Groep. Het niet bijblijven met maatschappelijke attitudes en het gedrag en de voorkeuren van klanten kan bovendien reputatieschade veroorzaken en de aantrekkelijkheid en waarde van de activa van de Groep verminderen. Een gebrek aan sterke milieuprestaties kan de toegang tot kapitaal beperken of de kosten verhogen, aangezien dit steeds belangrijkere criteria worden voor investeerders en kredietverstrekkers.
Bovendien blijven wetten, regelgeving, beleid, belastingen, verplichtingen, klantvoorkeuren en sociale attitudes met betrekking tot klimaatverandering zich ontwikkelen. Gezien de snel veranderende technologische en regelgevende vereisten en omgeving, evenals de onzekerheden met betrekking tot de interpretatie van sommige van de nieuwe ESG-regels en -voorschriften (waaronder bijvoorbeeld de EU-Taxonomie Gedelegeerde Handeling met betrekking tot Klimaat), kan geen garantie worden gegeven dat de Groep aan al deze vereisten of verwachtingen of vereisten van beleggers, aandeelhouders of andere belanghebbenden zal kunnen voldoen. De veranderende omgeving en de waarschijnlijkheid dat de fysieke gevolgen van klimaatverandering in de loop van de tijd in frequentie en ernst zullen toenemen, kunnen leiden tot onderbrekingen in toeleveringsketens, dalingen in de waarde van activa of aanzienlijke verschuivingen in de vraag naar bepaalde producten of diensten, waardoor de Groep te maken kan krijgen met hogere kosten en aansprakelijkheden.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 081
Samenvatting van de rekeningen en toelichtingen
Geconsolideerde winst- en verliesrekening
Voor het jaar afgesloten op 31 december
| Winst- en verliesrekening (in duizenden €) | 31.12.2025 | 31.12.2024 |
|---|---|---|
| Bruto-inkomsten uit huur en hernieuwbare energie | 98.644 | 73.704 |
| Netto operationele kosten verbonden aan vastgoed¹ | (9.937) | (6.018) |
| Netto-inkomsten uit huur en hernieuwbare energie² | 88.707 | 67.686 |
| Joint venture management fee inkomsten | 52.058 | 32.666 |
| Netto waarderingswinsten/(verliezen) op vastgoedbeleggingen² | 243.624 | 187.056 |
| Administratieve kosten | (63.332) | (61.263) |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures | 41.285 | 92.744 |
| Overige kosten | — | (1.750) |
| Bedrijfsresultaat | 362.342 | 317.139 |
| Financiële opbrengsten | 36.905 | 50.391 |
| Financiële kosten | (60.806) | (47.988) |
| Netto financieel resultaat | (23.901) | 2.403 |
| Resultaat voor belastingen | 338.441 | 319.542 |
| Belastingen | (48.002) | (32.555) |
| Resultaat over de periode | 290.439 | 286.987 |
| Toe te schrijven aan: | ||
| Aandeelhouders van VGP NV | 290.439 | 286.987 |
| Minderheidsbelangen | — | — |
| RESULTAAT PER AANDEEL | 31.12.2025 | 31.12.2024 |
|---|---|---|
| Gewone nettoresultaat per aandeel (in €) – basis | 10,64 | 10,52 |
| Gewone nettoresultaat per aandeel (in €) – verwaterd | 10,64 | 10,52 |
¹ Netto operationele kosten verbonden aan vastgoed bevatten doorrekeningen aan klanten en zijn derhalve gepresenteerd als netto operationele kosten.
² Bevat gerealiseerde meerwaarde op de verkoop van dochtervennootschappen en Joint Ventures.
Battery Energy Storage System in VGP Park Nijmegen, Nederland
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 082
Netto huuropbrengsten
De netto huuropbrengsten in VGP’s eigen portefeuille stegen met € 18,1 miljoen tot € 79,9 miljoen in 2025. Deze stijging is het gevolg van uitbreidingen van de portefeuille na de oplevering van 494.000 m² in ’25, indexatie binnen de portefeuille en algemene verhuuractiviteiten. Per december ’25 heeft de groep € 29 miljoen aan huurinkomsten op jaarbasis overgedragen aan de Zesde Joint Venture (Saga).
In 2025 is € 39 miljoen aan huurinkomsten op jaarbasis, inclusief de Joint Ventures aan 100%, Kasstroom Genererend geworden. Nog eens € 78,9 miljoen, waarvan € 60,0 miljoen in de eigen portefeuille, moet nog worden geactiveerd (bij oplevering van de activa). Daarvan wordt € 42,1 miljoen, of € 31,3 miljoen in de eigen portefeuille, verwacht in de komende twaalf maanden Kasstroom Genererend te worden.
Huurgroei op jaarbasis inclusief de Joint Ventures aan 100% (in € miljoen)
De netto huuropbrengsten, op doorkijkbasis¹ groeiden met 16,7% van € 192,4 miljoen naar € 224,4 miljoen, wetende dat aan het einde van het jaar € 236,5 miljoen (versus € 214,7 miljoen, oftewel + 10%) op proportionele doorkijkbasis Kasstroom Genererend is geworden.¹ Zie ‘bijkomende toelichtingen’, winst- en verliesrekening proportioneel geconsolideerd.
VGP Park Parma, Italië
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur
VGP NV Jaarverslag 2025 / 083
Netto inkomsten uit hernieuwbare energie
De netto-inkomsten uit hernieuwbare energie bedroegen in 2025 € 8,8 miljoen, tegenover € 6 miljoen over boekjaar 2024. Dit werd voornamelijk gedreven door een stijging van 47% in de effectief verkochte productie in 2025 tot 132 GWh. De sterke productietoename in boekjaar 2025 ten opzichte van boekjaar 2024 was het gevolg van de installaties die in de loop van 2024 operationeel werden (een stijging van 53% in december ’24 ten opzichte van december ’23).
Per december 2025 zijn in totaal 126 projecten geïnstalleerd met een gezamenlijke capaciteit van 182,5 MW, wat neerkomt op een stijging van 17% op jaarbasis. De capaciteit van projecten in aanbouw steeg van 41 MW naar 52,2 MW (+27%) en, inclusief projecten in vergunningsfase, gaat het om in totaal 47 projecten met een capaciteit van 141,2 MW per december 2025. Daarnaast heeft de Groep nog eens 98 projecten in de pijplijn, goed voor bijkomend 150,7 MW, waardoor de totale geïnstalleerde en in ontwikkeling zijnde hernieuwbare energiecapaciteit uitkomt op 474 MW tegenover 378 MW een jaar eerder (+25%).
Per 31 december 2025 vertegenwoordigt dit een totale geaggregeerde investering van € 135 miljoen, waarvan € 110 miljoen in operationele projecten en € 25 miljoen in projecten in aanbouw. De projecten in ontwerpfase vertegenwoordigen een bijkomende investering van circa € 100 miljoen.
Inkomsten uit joint ventures
De inkomsten uit Joint Ventures-vergoedingen bedroegen € 52,1 miljoen, een stijging van 59% ten opzichte van boekjaar ’24. De inkomsten bestaan uit twee hoofdcomponenten: enerzijds (terugkerende) inkomsten uit property- en facilitymanagement, die met € 22,6 miljoen stegen van € 27 miljoen naar € 49,6 miljoen, en anderzijds inkomsten uit development management, die met € 3,2 miljoen daalden tot € 2,5 miljoen.
De inkomsten uit property- en facilitymanagement profiteren van een promote-voorziening van € 18,4 miljoen op de Eerste Joint Venture (Rheingold). Dit is het resultaat van een netto IRR-prestatie van 12,4% per einde ’25 tegenover een initiële doelstelling van 11,5%.
1 Dit wijkt aanzienlijk af van het gewogen gemiddelde rendement dat wordt gehanteerd voor de waardering van de Joint Ventures, aangezien de portefeuille binnen de Joint Ventures hoofdzakelijk gelegen is in West-Europese landen en voornamelijk uit opgeleverde activa bestaat. De eigen portefeuille wordt gewaardeerd aan exit rendementen die liggen tussen 5% - 9%.
2 De portefeuille binnen de Joint Ventures is hoofdzakelijk gelegen in West-Europese landen en bestaat voornamelijk uit opgeleverde activa.
Netto waarderingswinsten op de vastgoedportefeuille
In 2025 bedroegen de netto waarderingswinsten op de vastgoedportefeuille € 243,6 miljoen, tegenover een netto waarderingswinst van € 187,1 miljoen voor de periode eindigend op 31 december 2024. De netto waarderingswinst werd voornamelijk gedreven door (i) € 183,1 miljoen niet-gerealiseerde waarderingswinst op de eigen portefeuille en de voor verkoop aangehouden portefeuille, en (ii) € 60,5 miljoen gerealiseerde waarderingswinst, voornamelijk op activa overgedragen in het kader van afwikkelingen van eerdere transacties met de Vijfde Joint Venture (Deka), de Derde Joint Venture (Ymir) en de Zesde Joint Venture (Saga), evenals gerealiseerde winsten bij de derde closing met de Zesde Joint Venture (Saga).
De eigen vastgoedportefeuille, exclusief ontwikkelingsgrond maar inclusief gebouwen in aanbouw in opdracht van de Joint Ventures, werd per 31 december door de waarderingsdeskundige gewaardeerd op basis van een gewogen gemiddeld rendement (yield) van 7,48%¹ (tegenover 7,22% per 31 december 2024), toegepast op de contractuele huren verhoogd met de geschatte markthuurwaarde van niet-verhuurde ruimtes. De portefeuille van de Joint Ventures werd gewaardeerd aan 5,22% (tegenover 5,05% per 31 december 2024). De (her)waardering van de eigen portefeuille is gebaseerd op het taxatieverslag van de onafhankelijk vastgoeddeskundige Io Partners, voorkeurspartner van Jones Lang LaSalle.
Administratieve kosten
De administratieve kosten voor de periode stegen tot € 63,3 miljoen, tegenover € 61,3 miljoen voor de periode eindigend op 31 december 2024. De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de vorige periode hebben betrekking op een stijging van de bezoldiging met € 1,6 miljoen, algemene administratie- en marketingkosten met € 5 miljoen, en hogere afschrijvingen van € 2,2 miljoen, gedeeltelijk gecompenseerd door hogere geactiveerde kosten van € 6,7 miljoen. Het personeelsbestand van de groep bedroeg per december ’25 in totaal 434 voltijds equivalenten.
Aandeel in de nettowinst van de joint ventures
Het aandeel van VGP in de winst van de joint ventures bedroeg € 41,3 miljoen voor de periode, tegenover € 92,7 miljoen voor de periode eindigend op 31 december 2024. De belangrijkste drijfveren kunnen als volgt worden samengevat (naar rato van het aandeel in de Joint Ventures):
- De netto huurinkomsten naar rato van het aandeel stegen met € 13 miljoen van € 121,7 miljoen naar € 134,7 miljoen, een stijging van 10,7%. Dit werd gedreven door € 2,6 miljoen indexatie naar rato van het aandeel, evenals toevoegingen aan de Joint Venture-portefeuille na transacties in 2024 (volledig jaareffect) en 2025 (beperkte impact aangezien de transactie pas in december ’25 plaatsvond).
- Het netto waarderingsresultaat naar rato van het aandeel daalde van een winst van € 54,5 miljoen naar een verlies van € 10,4 miljoen. De portefeuille van de Joint Ventures werd onder meer negatief beïnvloed in H2 ’25 door een waardedaling in Duitsland. De portefeuille van de joint ventures, exclusief ontwikkelingsgronden en de gebouwen die door VGP in opdracht van de Joint Ventures worden gebouwd, werd daarom gewaardeerd tegen een hoger gewogen gemiddeld rendement van 5,22%² per 31 december 2025, tegenover 5,05% per 31 december 2024. De (her)waardering van alle Joint Venture-portefeuilles is gebaseerd op het taxatieverslag van onafhankelijk Vastgoeddeskundige Io Partners, voorkeurspartner van Jones Lang LaSalle.
- Het netto financieel resultaat verbeterde naar € 56,4 miljoen naar rato van het aandeel.
- De belastingen daalden met € 8 miljoen naar rato van het aandeel, voornamelijk als gevolg van de terugname van uitgestelde belastingen naar aanleiding van de herwaardering van de portefeuille.
Per december 2025 vertegenwoordigen de Joint Ventures € 321,7 miljoen aan contractueel toegezegde huurovereenkomsten, goed voor 5 miljoen m² verhuurbare oppervlakte, tegenover € 285,7 miljoen en 4,6 miljoen m² eind december 2024.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur
VGP NV Jaarverslag 2025 / 084
Overige kosten
De overige kosten omvatten in ’24 een bijdrage van € 1,75 miljoen aan de VGP Foundation. Aangezien de Foundation nog over ruime reserves beschikt, werden in ’25 geen bijkomende voorzieningen opgenomen.
Netto financieel resultaat
Het netto financieel resultaat daalde van een netto opbrengst van € 2,4 miljoen naar een kost van € 23,9 miljoen. Het verschil kan voornamelijk worden verklaard door (i) een winst van € 5 miljoen op de terugkoop van € 200 miljoen aan twee uitstaande obligaties, (ii) een stijging van de geactiveerde interest met € 3 miljoen (tot € 6,6 miljoen), (iii) een daling van € 7 miljoen in rente-inkomsten op beschikbare liquide middelen (lagere rentevoeten), (iv) een daling van € 11,4 miljoen aan interest op JV-leningen, (v) een stijging van € 12,6 miljoen aan interest op obligaties, en (vi) een stijging van overige financiële kosten met € 2,8 miljoen. Deze omvatten reserveringsvergoedingen op niet-opgenomen kredietfaciliteiten en afschrijvingen op obligatie-uitgiftekosten.
Per 31 december 2025 bedraagt de gemiddelde kost van de schuld 2,7%. De gemiddelde looptijd van de kredietfaciliteiten bedraagt 3,6 jaar. Pro forma de obligatie-uitgifte in januari ’26 van € 600 miljoen en de daaropvolgende terugkoop van € 100 miljoen van de januari ’27-obligaties, stijgt de gemiddelde schuldkost tot 3% en wordt de looptijd verlengd tot 4,2 jaar.
Belastingen
De belastingkost van € 48 miljoen omvat een uitgestelde belastingkost van € 37,4 miljoen (tegenover € 21,7 miljoen in ’24) en een effectieve belastinguitstroom van € 10,6 miljoen (tegenover € 10,9 miljoen in ’24). De uitgestelde belastingkost is gestegen als gevolg van de hogere niet-gerealiseerde herwaarderingen van het vastgoed. Dit komt overeen met een effectieve actuele belastingvoet van 9,3%¹, tegenover 8,2% in ’24.
1 Berekend door de belastingkost te delen door het resultaat voor belastingen, genormaliseerd voor niet gerealiseerde meerwaarde op vastgoedbeleggingen en het aandeel in het resultaat van de Joint Ventures.
2 De cijfers van 2024 met betrekking tot Vastgoedbeleggingen en Activa aangehouden voor verkoop werden herwerkt. Historisch classificeerde VGP-activa die juridisch gezien eigendom zijn van de Joint Ventures maar economisch eigendom van VGP als “activa aangehouden voor verkoop”. Na een herevaluatie en om de economische realiteit en het langetermijninvesteringskarakter van deze activa beter weer te geven, heeft de Groep beslist haar economische belangen in dergelijke activa te herclassificeren naar “Vastgoedbeleggingen”. Deze aanpak werd consistent toegepast op zowel het lopende boekjaar als de vergelijkende periode. De herwerking in 2024 bedraagt € 164,4 miljoen, overgeboekt van Activa aangehouden voor verkoop naar vastgoedbeleggingen. Dienovereenkomstig werd de uitgestelde belastingverplichting ten belope van € 10,4 miljoen herzien en overgeboekt van verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop.# Geconsolideerde balans
Voor het jaar afgesloten op 31 december
| Activa (in duizenden €) | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Immateriële activa | 517 | 724 |
| Vastgoedbeleggingen² | 2.393.399 | 2.069.767 |
| Materiële vaste activa | 140.687 | 122.309 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen | 1.409.858 | 1.300.874 |
| Andere langlopende vorderingen | 566.718 | 538.484 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 10.711 | 11.620 |
| Totaal vaste activa | 4.521.890 | 4.043.778 |
| Handels- en andere vorderingen | 131.832 | 83.804 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 523.094 | 492.533 |
| Activa aangehouden voor verkoop² | 27.307 | 33.821 |
| Totaal vlottende activa | 682.233 | 610.158 |
| Totaal activa | 5.204.123 | 4.653.936 |
| Eigen vermogen en verplichtingen (in duizenden €) | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Kapitaal | 105.676 | 105.676 |
| Overige reserves | 845.579 | 845.579 |
| Overgedragen resultaten | 1.649.549 | 1.449.172 |
| Eigen vermogen | 2.600.804 | 2.400.427 |
| Langlopende financiële schulden | 2.097.766 | 1.942.495 |
| Andere langlopende verplichtingen | 55.047 | 46.781 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen² | 65.636 | 46.011 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 2.218.449 | 2.035.287 |
| Kortlopende financiële schulden | 262.045 | 114.866 |
| Handels- en andere kortlopende schulden | 121.365 | 102.558 |
| Verplichtingen m.b.t activa aangehouden voor verkoop² | 1.460 | 798 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 384.870 | 218.222 |
| Totaal verplichtingen | 2.603.319 | 2.253.509 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 5.204.123 | 4.653.936 |
Balans
Vastgoedbeleggingen & groepsactiva aangehouden voor verkoop
Vastgoedbeleggingen hebben betrekking op opgeleverde gebouwen, projecten in aanbouw en gronden aangehouden voor ontwikkeling. De activa gerapporteerd als activa aange- houden voor verkoop hebben betrekking op VGP Park Tiraines in Letland, dat onderworpen is aan een calloptie van de huurder en naar verwachting in ’26 zal worden afgestoten.
De cijfers van 2024 met betrekking tot Vastgoedbeleggingen en activa aangehouden voor verkoop werden herwerkt. Histo- risch classificeerde VGP-activa die juridisch gezien eigendom zijn van de Joint Ventures maar economisch eigendom van VGP als “activa aangehouden voor verkoop”. Na een herevaluatie en Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 085 om beter de economische realiteit en het langetermijninves- teringskarakter van deze activa weer te geven, heeft de Groep beslist zijn economische belangen in dergelijke activa te her- classificeren naar “Vastgoedbeleggingen”. Deze aanpak werd consistent toegepast op zowel het lopende boekjaar als de ver- gelijkende periode. De herwerking in 2024 bedraagt € 164,4 miljoen, overgeboekt van activa aangehouden voor verkoop naar vastgoedbeleggingen. Dienovereenkomstig werd de uit- gestelde belastingverplichting ten belope van € 10,4 miljoen herzien en overgeboekt van verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop.
Per 31 december 2025 bestaat de vastgoedportefeuille, inclusief de activa gerapporteerd als activa aangehou- den voor verkoop, uit 52 opgeleverde gebouwen goed voor 1.438.000 m² verhuurbare oppervlakte en nog eens 42 gebouwen in aanbouw goed voor 1.010.000 m² verhuurbare oppervlakte. Inclusief de activa gerapporteerd als activa aangehouden voor verkoop bedraagt het totaal aan vastgoedbeleggingen € 915 miljoen aan voltooide activa, € 777 miljoen aan activa in aanbouw en € 728 miljoen aan gronden. De vastgoedbeleggingen, inclusief de activa gerapporteerd als activa aangehouden voor verkoop maar exclusief ontwikke- lingsgronden, worden gewaardeerd aan een gewogen gemid- deld rendement van 7,5%. De totale capex op vastgoedbeleggingen, inclusief activa aangehouden voor verkoop, bedraagt € 660,1 miljoen: € 491,6 miljoen op activa, € 148,9 miljoen op grondaankopen en € 19,5 miljoen aan interesten en geactiveerde huurvrije periodes.
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa namen toe met € 18,4 miljoen. Dit weerspiegelt een capex van € 19 miljoen in hernieuwbare-ener- gieactiva; deze installaties worden opgenomen tegen aanschaf- fingswaarde en afgeschreven. Opgeleverde installaties verte- genwoordigen € 109 miljoen, terwijl € 18,6 miljoen betrekking heeft op de aanschaffingskosten van hernieuwbare installaties die momenteel in aanbouw zijn.
Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen
Per 31 december 2025 stegen de investeringen in joint ventu- res en geassocieerde deelnemingen tot € 1.409 miljoen, tegen- over € 1.301 miljoen per 31 december 2024. De investeringen 1 De effectief contant betaalde rente is geherclassificeerd van de netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten naar de kasstromen uit financieringsactiviteiten. De herclassificatie is eveneens verwerkt in boekjaar ’24. per einde 2025 weerspiegelen de waarde van de deelnemin- gen in de Allianz Joint Ventures, de Vijfde Joint Venture (Deka), de Zesde Joint Venture (Saga) en de Ontwikkelings-Joint Ventu- res, die allemaal volgens de vermogensmutatiemethode (equity method) worden verwerkt.
De investeringen in joint ventures en geassocieerde deelne- mingen namen toe als gevolg van de verwerking van het aan- deel in het resultaat van de Joint Ventures ten bedrage van € 41,3 miljoen; een eigen vermogen correctie van netto € 8,5 miljoen als gevolg van de definitieve afrekening van de aankoopprijs van aandelen met Allianz en Deka; de inbreng bij de derde closing met de Zesde Joint Venture (Saga) van € 77,3 miljoen; een eigen- vermogensbijdrage van € 12 miljoen in de Vijfde Joint Venture (Deka) (via conversie van aandeelhoudersleningen); uitkeringen van eigen vermogen ten bedrage van € 30 miljoen door de Eer- ste Joint Venture (Rheingold), de Tweede Joint Venture (Aurora) en de Zesde Joint Venture (Saga).
Totale lang- en kortlopende financiële schulden
De financiële schulden namen toe als gevolg van per saldo: (i) de uitgifte van een nieuwe obligatie van € 576 miljoen met ver- valdag in januari ’31 en een coupon van 4,25%, (ii) de terugbeta- ling van € 80 miljoen aan obligaties in maart ’25, evenals (iii) de terugkoop van € 200 miljoen aan uitstaande obligaties. De kre- dietfaciliteiten werden verhoogd tot € 500 miljoen en zijn tot op heden niet opgenomen.
De schuldgraad bedraagt 35,3% (tegenover 33,6% in decem- ber ’24). De Joint Ventures, met gestabiliseerde activa, hebben een LTV van 32,84% (tegenover 30,5% per december ’24) en de proportionele LTV (met Joint Ventures naar rato van het aandeel) bedraagt 50% (tegenover 48,3% in december ’24).
Kasstroomoverzicht
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 Herzien |
|---|---|---|
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten¹ | 50.890 | 32.975 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -171.339 | 331.371 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten² | 151.515 | -90.902 |
| Netto toename / (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten | 31.066 | 273.444 |
De veranderingen in de kasstroom uit investeringsactivitei- ten waren voornamelijk het gevolg van: (i) € 642 miljoen (2024: € 550 miljoen) aan uitgaven voor ontwikkelingsactiviteiten en grondverwerving; (ii) € 389 miljoen aan gerecycleerde kasmid- delen als gevolg van transacties met Joint Ventures en huurder van VGP Park Riga (2024: € 809 miljoen); (iii) uitkeringen door Joint Ventures voor een bedrag van € 82,7 miljoen (2024: € 85,6 miljoen).
De veranderingen in de kasstroom uit financieringsactivitei- ten werden veroorzaakt door: (i) € 90 miljoen dividend uitge- keerd in mei 2025 (2024: € 101 miljoen); (ii) € 80 miljoen aflossing van de maart-25-obligatie en € 195 miljoen aflossing op de jan- 27- en apr-29-obligatie (iii) betaalde rente van € 48,3 miljoen (2024: 46,7 miljoen) en (iv) de opbrengst van een obligatie-uit- gifte ten bedrage van € 565 miljoen (2024: € 135 miljoen).
Gebeurtenissen na balansdatum
Sinds 31 december 2025 hebben zich een aantal gebeurtenis- sen voorgedaan die een materiële impact hebben op de Groep. Deze omvatten:
— VGP heeft in januari ’26 met succes een obligatie van € 600 miljoen uitgegeven met vervaldag in januari ’32 en een coupon van 4%. Naar aanleiding van deze uitgifte lanceerde VGP een openbaar bod op haar jan-27 obligatie en kon hij € 100 miljoen van het uitstaande bedrag terugkopen. Pro forma deze obligatie-uitgifte van € 600 miljoen in januari ’26 en de daaropvolgende terugkoop van € 100 miljoen van de Jan-27 obligaties, stijgt de gemiddelde schuldkost tot 3% en wordt de gemiddelde looptijd verlengd tot 4,2 jaar.
— In ’24 heeft VGP VGP Park Hagen in Duitsland gecon- tracteerd. Deze brownfieldsite van 283.000 m² betekent de eerste grondaankoop van de Groep in de regio Noor- drijn-Westfalen. De site bevindt zich op slechts 20 minuten van het stadscentrum van Dortmund en biedt een uitste- kende verbinding met het bredere Ruhrgebied. VGP plant de site gefaseerd te herontwikkelen tot een modern bedrij- ven- en industriepark met een geschatte bruto verhuurbare oppervlakte van circa 124.000 m². De acquisitie werd uitge- voerd in januari ’26.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 086
Informatie over het aandeel
| Notering van aandelen | Euronext Brussel |
|---|---|
| VGP-aandeel | VGP |
| ISIN | BE0003878957 |
| Beurswaarde op 31 dec-25 | 2.688.194.232 € |
| Hoogste beurswaarde | 2.925.633.685 € |
| Laagste beurswaarde | 1.866.738.326 € |
| Aandelenkoers 31 dec-24 | 71,4 |
| Aandelenkoers 31 dec-25 | 98,5 |
1 Op 31 december 2024, op basis van transparantieverklaringen, van de aandeelhouders ontvangen informatie of door de Vennootschap uitgegeven persberichten met betrekking tot Stemrechten en noemer gepubliceerd op de website van de Vennootschap.
2 VGP NV heeft een transparantiekennisgeving ontvangen gedateerd 2 januari 2024 dat als gevolg van de fusie van Alsgard SA met Little Rock S.à.r.l. (voorheen Little Rock SA) die plaatsvond op 31 december 2023, dat (i) Little Rock S.à r.l. nu 36,71% van de stemrechten van VGP NV bezit en heeft een andere transparantiekennisgeving ontvangen gedateerd 8 januari 2025 dat (i) het Subtotaal Jan Van Geet Groep nu 40,62% van de stemrechten bezit.
Aandeelhoudersstructuur
Op 31 december 2025 bestond het kapitaal van VGP uit 27.291.312 aandelen.Het aandeelhouderschap van de Vennootschap is als volgt;
| Aandeelhouders¹ | Aantal aandelen | % t.o.v. totaal aantal aandelen | Aantal stemrechten² | % t.o.v. totaal aantal stemrechten |
|---|---|---|---|---|
| Little Rock S.a.r.l. | 8.092.390 | 29,65% | 16.184.780 | 37,65% |
| Tomanvi SCA | 645.514 | 2,37% | 1.275.228 | 2,97% |
| Subtotaal Jan Van Geet Groep | 8.737.904 | 32,02% | 17.460.008 | 40,62% |
| VM Invest NV | 5.186.463 | 19,00% | 10.372.926 | 24,13% |
| Publiek | 13.366.945 | 48,98% | 15.154.269 | 35,25% |
| Totaal | 27.291.312 | 100,00% | 42.987.203 | 100% |
Little Rock S.à.r.l. en Tomanvi SCA zijn vennootschappen onder controle van Dhr. Jan Van Geet. VM Invest NV is een vennootschap onder controle van Dhr. Bart Van Malderen.
De Buitengewone Algemene Vergadering van 8 mei 2020 heeft de invoering van het dubbel stemrecht goedgekeurd. Bijgevolg wordt een dubbel stemrecht toegekend aan elk VGP-aandeel dat ten minste twee jaar zonder onderbreking op naam van een- zelfde aandeelhouder is ingeschreven in het register van de aan- delen op naam, volgens de modaliteiten bepaald in artikel 29 van de Statuten. Overeenkomstig de Belgische wetgeving genieten gedematerialiseerde aandelen niet van het dubbele stemrecht. VGP heeft geen andere soorten aandelen uitgegeven, zoals aandelen zonder stemrecht of preferente aandelen.
Overeenkomstig artikel 15 van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (‘transparantie- wet‘) moet VGP zijn (i) totale maatschappelijk kapitaal, (ii) het totaal aantal stemrechtverlenende effecten en (iii) het totaal aantal stemrechten openbaar maken, ten laatste op het einde van elke maand waarin deze aantallen zijn gestegen of gedaald.
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 087
Toegestaan kapitaal
De Raad van Bestuur werd door de Buitengewone Algemene Vergadering van 13 mei 2022 gemachtigd om het geplaatste kapitaal van de Vennootschap in een of meerdere malen te ver- hogen met een totaal maximumbedrag van € 108.873.366,06 (vóór enige uitgiftepremie). Deze machtiging is geldig voor 5 jaar vanaf 23 mei 2022 en kan worden hernieuwd in overeen- stemming met de toepasselijke wettelijke bepalingen. Krach- tens deze machtiging kan de Raad van Bestuur onder andere een kapitaalverhoging doorvoeren in het kader van het toege- staan kapitaal door middel van de uitgifte van gewone aandelen, inschrijvingsrechten of converteerbare obligaties, en mag hij het voorkeurrecht van de aandeelhouders van de Vennootschap beperken of opheffen. Bovendien werd de Raad van Bestuur gemachtigd om, binnen een periode van drie jaar vanaf 23 mei 2022, gebruik te maken van het toegestane kapitaal na ontvangst door de Vennootschap van een kennisgeving van de FSMA van een openbaar over- namebod op de effecten van de Vennootschap. De bepaling zal in 2026 ter hernieuwing worden voorgelegd aan de gewone algemene vergadering.
Liquiditeit van de aandelen
Om de liquiditeit van zijn aandelen te verbeteren, heeft VGP NV een liquiditeitsovereenkomst gesloten met KBC Bank. Deze overeenkomst zorgt voor een hogere liquiditeit van het aandeel wat in de toekomst een voordeel zou opleveren voor de Groep aangezien een betere liquiditeit de uitgifte van nieuwe aandelen in geval van kapitaalverhogingen vereenvoudigt.
Financiële kalender
Trading update eerste kwartaal 2026: 8 mei 2026
Gewone algemene vergadering: 8 mei 2026
Ex-dividend datum dividend 2025: 20 mei 2026
Registratiedatum dividend 2025: 21 mei 2026
Betaaldatum dividend 2025: 22 mei 2026
Halfjaarresultaten 2026: 20 augustus 2026
Trading update derde kwartaal 2026: 5 november 2026
VGP Park Arad, Roemenië
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 088
Vooruitzichten 2026
In 2026 verwacht VGP belangrijke stappen te zetten in de ver- dere uitbouw van zijn joint venture-model. Een belangrijke mijl- paal wordt de oprichting van een nieuw pan-Europees fonds in samenwerking met East Capital, waarmee de kapitaalbasis van de Groep wordt verbreed en de schaalbaarheid van de ontwik- kelingsstrategie in Europa verder wordt versterkt. Parallel ver- wacht de Groep bijkomende desinvesteringen in zowel de SAGA joint venture als de Allianz/VGP Park Munich-structuur, waar- mee het hybride groeimodel verder wordt ondersteund en kapi- taal op efficiënte wijze wordt gerecycleerd.
Deze initiatieven zullen worden uitgevoerd in een context van verhoogde geopolitieke onzekerheid. Aanhoudende mon- diale spanningen, waaronder conflicten in het Midden-Oosten zoals de situatie tussen Iran en Israël, kunnen een impact heb- ben op het investeerdersvertrouwen, kapitaalstromen en de macro-economische stabiliteit, en kunnen bovendien leiden tot volatiliteit in energieprijzen en toeleveringsketens.
Hoewel de verhuuractiviteit solide blijft, is de besluitvor- ming in bepaalde sectoren in de huidige context voorzichtiger geworden. De vraag vanuit e-commerce naar nieuwe ruimte vertoont tekenen van herstel, terwijl er een toegenomen activi- teit is van defensiegerelateerde huurders, mede in het licht van de geopolitieke context. Ook vanuit andere segmenten blijft de interesse aanwezig. Op basis van reeds afgesloten pre-lets en lopende huurovereenkomsten heeft de Groep momenteel zicht op de opstart van meer dan 340.000 m² aan voorverhuurde pro- jecten in 2026, met bijkomende opstarts naarmate verdere huur- overeenkomsten worden afgerond, onder voorbehoud van de marktomstandigheden.
Daarnaast zal de Groep de reconversie van verschillende iconische brownfieldsites in Parijs, Frankfurt, Nürnberg en Bil- bao verderzetten. Verder zijn verschillende grote en strategisch gelegen gronden reeds in onderhandeling of gecommitteerd voor aankoop, wat een solide basis vormt voor een volgende ontwikkelingsgolf. Deze aantrekkelijke grondposities zullen VGP toelaten zijn aanwezigheid verder te verdiepen langs belang- rijke Europese logistieke corridors, waarbij de uitrol op een gedisciplineerde manier zal gebeuren, rekening houdend met macro-economische omstandigheden, geopolitieke risico’s en kapitaalallocatieprioriteiten.
Ondanks de toegenomen onzekerheid blijft VGP goed gepositio- neerd om zich in een complexere omgeving te handhaven, onder- steund door een gediversifi eerd platform, sterke partnerschappen en een focus op duurzame waardecreatie op lange termijn.
VGP Park München, Duitsland
Verslag over de Vennootschap / Verslag van de Raad van Bestuur VGP NV Jaarverslag 2025 / 089
Raad van Bestuur en Management
VGP Park Braşov, Roemenië
Verslag over de Vennootschap / Raad van Bestuur en Management VGP NV Jaarverslag 2025 / 090
Raad van Bestuur Samenstelling op 31 December 2025
| Positie | Naam | Jaar benoeming | Uitvoerend of niet-uitvoerend | Onafhankelijk | Volgende datum voor herbenoeming |
|---|---|---|---|---|---|
| Voorzitter | VM Invest NV vertegenwoordigd door Bart Van Malderen | 2025 | Niet-uitvoerend en referentieaandeelhouder | — | 2029 |
| CEO | Jan Van Geet s.r.o. vertegenwoordigd door Jan van Geet | 2025 | Uitvoerend en referentieaandeelhouder | — | 2029 |
| Bestuurders | Gaevan BV, vertegenwoordigd door Ann Gaeremynck | 2023 | Niet-uitvoerend | Onafhankelijk | 2027 |
| Katherina Reiche¹ | 2023 | Niet-uitvoerend | Onafhankelijk | ontslag | |
| Vera Gäde Butzlaff | 2023 | Niet-uitvoerend | Onafhankelijk | 2027 | |
| CM Advisers Ltd, vertegenwoordigd door Chris Morrish | 2025 | Niet-uitvoerend | Onafhankelijk | 2029 |
¹ Mevrouw Katherina Reiche heeft haar functie als lid van de raad van bestuur en de remuneratiecommissie neergelegd, en de raad heeft ermee ingestemd dat haar benoeming zal eindigen op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering op 9 mei 2025. Zij werd vervangen door CM Advisers Ltd, vertegenwoordigd door Chris Morrish vanaf 9 mei 2025.
Bart Van Malderen
*1966 richtte Drylock Technologies op in 2012. Drylock Tech- nologies is een fabrikant van hygiënische wegwerpproducten die in 2013 de revolutionaire pluisvrije luier introduceerde. Daar- voor bekleedde Bart Van Malderen verschillende management- functies bij Ontex, een toonaangevende Europese producent van hygiënische wegwerpproducten, waar hij in 1996 CEO werd en in 2003 Voorzitter van de Raad van Bestuur, een mandaat dat hij bekleedde tot midden juli 2007.
Jan Van Geet
*1971 is de oprichter en de CEO van VGP. Hij is verantwoordelijk voor het dagelijks en strategisch beheer van de groep. Hij begon in 1993 in de Tsjechische Republiek en was manager van Ontex in Turnov, een producent van hygiënische wegwerpproducten. Tot 2005 was hij ook directeur van WDP Tsjechische Republiek.
Ann Gaeremynck
*1966 is gewoon hoogleraar Accounting en Governance aan de KULeuven, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen. Sinds april 2017 is zij lid van de Raad van Bestuur en van het Auditcomité van Retail Estates, een Belgische beursgenoteerde vennootschap die voornamelijk investeert in winkelvastgoed gelegen aan de stadsrand (in woonwijken) of langs toegangswe- gen naar de stadscentra. Zij is momenteel ook lid van de Raad van Bestuur en voorzitter van het Auditcomité van Vives, een hogeschool van de Associatie KULeuven. In het verleden ver- vulde zij een functie als extern lid van het Auditcomité van het ziekenhuis AZ Delta.
Chris Morrish
*1959 is Senior Advisor bij FREO Group. Voorheen was hij Mana- ging Director en Regional Head voor Europa bij GIC Real Estate, de vastgoedbeleggingstak van de Government of Singapore Invest- ment Corporation (GIC), waar hij toezicht hield op Europese vast- goedbeleggingen en lid was van het Global Investment Committee van GIC RE. Voordat hij bij GIC in dienst trad, was Chris Strategic Planning Director bij Hammerson plc, een grote Britse vastgoed- beleggingsmaatschappij (“Real Estate Investment Trust”, afgekort “REIT”), en Associate Director bij Greycoat PLC, gespecialiseerd in de ontwikkeling van kantoren in Centraal-Londen. Hij begon zijn carrière bij Hillier Parker (nu CBRE). Chris heeft diploma’s behaald aan Pembroke College, Cambridge, en een MBA aan City Univer- sity, met aanvullende studies aan Stanford University.Hij was Fellow van de Royal Institution of Chartered Surveyors (RICS) en heeft zitting gehad in de Management Board van INREV en de Supervisory Board van het Investment Property Forum (IPF).
Vera Gäde-Butzlaff *1954 is lid van verschillende raden van bestuur, waaronder Raad van Toezicht van Gröner Group AG, Voorzitster van de Bürgerstiftung Berlin en was een lid van de Raad van Toezicht van Berliner Volksbank tegen midden 2023. Daarvoor was Vera Gäde-Butzlaff van 2001 tot 2002 Onderstaatssecretaris voor Milieu en Landbouw bij het ministerie van Ruimtelijke Ordening, Landbouw en Milieu van Sachsen-Anhalt. Van 2003 tot 2014 was zij lid van de Raad van Bestuur en sinds 2007 CEO van de Berlijnse bedrijven voor stadsreiniging en afvalbeheer (BSR). Van 2015 tot 2018 was zij CEO van GASAG AG, een van de grootste regionale energieleveranciers van Duitsland. Van 2018 tot 2020 was zij Voorzitster van de Raad van Toezicht van Vivantes, de ziekenhuisgroep.
Verslag over de Vennootschap / Raad van Bestuur en Management VGP NV Jaarverslag 2025 / 091
Ervaringsmatrix van de Raad van Bestuur
| Jan Van Geet | Bart Van Malderen* | Ann Gaeremynck* ** | Vera Gäde-Butzlaff** | Chris Morrish* | |
|---|---|---|---|---|---|
| Logistiek/ Industrie | Ervaring als oprichter/CEO van VGP NV, een pan-Europese eigenaar, beheerder en ontwikkelaar van logistiek en licht industrieel vastgoed van hoge kwaliteit en leverancier van hernieuwbare energieoplossingen. | Bart Van Malderen heeft uitgebreide ervaring in logistieke en industriële sectoren en is al lange tijd aandeelhouder van VGP, onder meer als voorzitter. Daarnaast beheert hij actief een gevarieerde privéportefeuille van activa, waaronder industriële activa. | Lid van de raad van bestuur en het auditcomité van VGP NV sinds meerdere jaren. Uitgebreide ervaring na een carrière van 40 jaar in vastgoed, laatstelijk als MD & Regional Head for Europe van GIC Real Estate, een wereldwijde multi-asset class vastgoedbelegger, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks. | ||
| Vastgoed/Activa beheer | Ervaring als oprichter/CEO van VGP NV, een pan-Europese eigenaar, beheerder en ontwikkelaar van logistiek en licht industrieel vastgoed van hoge kwaliteit en leverancier van hernieuwbare energieoplossingen. | Bart Van Malderen heeft ruime ervaring met vastgoed en activa beheer en is al lange tijd aandeelhouder van VGP, onder meer als voorzitter. Daarnaast beheert hij actief een gevarieerde privéportefeuille van activa, waaronder industriële activa. | Lid van de raad van bestuur en het auditcomité van Retail Estates, een Belgische beursgenoteerde vennootschap die voornamelijk investeert in winkelvastgoed gelegen in de periferie van woonwijken of langs toegangswegen naar stadscentra. | ||
| Financiën/Audit | Sterke staat van dienst in financiële en audit gerelateerde zaken bij verschillende multinationals, beursgenoteerd en niet-beursgenoteerd. | Sterke staat van dienst in financiële en auditgerelateerde zaken, als CEO van verschillende miljardenbedrijven zoals Ontex, Drylock Technologies en VM Invest NV, evenals een uitgebreide staat van dienst als lid van de raad van bestuur en toezichtcomités van verschillende private equity- en privé-investeringen. Bart is lid van het auditcomité van VGP. | Hoogleraar Accounting en Bestuur aan de KULeuven, Faculteit Economie en Bedrijfskunde. | Ervaring in financiële en auditgerelateerde zaken als lid van de Raad van Bestuur van talrijke volledige dochtervennootschappen en joint ventures, voornamelijk niet-beursgenoteerde, terwijl hij MD & Regional Head voor Europa was bij GIC Real Estate. | |
| ESG/ Duurzaamheid | VGP is een voorloper op het gebied van ESG en duurzaamheid. Voor de prestaties wordt verwezen naar het Verslag over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen van VGP. | Als CEO van Drylock heeft Bart van Malderen zich een ambitieus doel gesteld om als eerste in de hygiëne-sector CO2-neutraal te worden. | Onderzoekservaring op het gebied van ESG en CSRD/ESRS. | Vera Gäde-Butzlaff was van 2001 tot 2002 adjunct-staatssecretaris voor Milieu en Landbouw bij het Ministerie van Regionale Planning, Landbouw en Milieu van Saksen-Anhalt. Van 2015 tot 2018 was ze CEO van GASAG AG, een van de grootste regionale energieleveranciers van Duitsland. | Blootstelling aan en enige ervaring met ESG- en duurzaamheidskwesties via partners en bedrijven waarin GIC RE heeft geïnvested. |
| Digitalisatie/AI | Ervaring in het beheren van verschillende IT-integratieprojecten, waaronder ERP, digitalisering, als onderdeel van zijn rol als CEO van VGP en andere particuliere investeringen. | In navolging van Bart Van Malderen in verschillende multinationale activiteiten, vormt digitalisering (en AI) een belangrijk onderdeel van zijn strategie. Zo is Drylock Technologies bijvoorbeeld een van de early adaptors van de nieuwste SAP ERP-ontwikkelingen. | Basiskennis van natuurlijke taalverwerking en AI-tools. | Toezicht gehouden op verschillende IT-integratieprojecten gedurende zijn carrière. | |
| Corporate governance en bezoldigingen | CEO en lid van de raad van bestuur van VGP, evenals van andere private equity-investeringen, VGP heeft een remuneratiecomité opgericht en een corporate governance charter opgesteld. | Hoogleraar Accounting en Bestuur aan de KULeuven, Faculteit Economie en Bedrijfskunde. | Ruime ervaring op dit gebied door zijn tijd als CEO van BSR en bij GASAG. | Uitgebreide ervaring in corporate governance en bezoldigingsgerelateerde zaken als lid van de Raad van Bestuur van talrijke volledige dochtervennootschappen en joint ventures, voornamelijk niet-beursgenoteerde vennootschappen, en als MD & Regional Head for Europe van GIC Real Estate. |
- Lid van het Remuneratiecomité
** Lid van het Auditcomité
Verslag over de Vennootschap / Raad van Bestuur en Management VGP NV Jaarverslag 2025 / 092
| Jan Van Geet | Bart Van Malderen* | Ann Gaeremynck* ** | Vera Gäde-Butzlaff** | Chris Morrish* | |
|---|---|---|---|---|---|
| Risico/compliance | Omvangrijke ervaring met multinationals zoals VGP en verschillende multinationale productiebedrijven op het gebied van governance, risicobeheer en naleving van reulgators, financiële instellingen, groene kaders enz. | Uitgebreide ervaring met multinationals zoals Drylock en Ontex. Zowel niet-beursgenoteerde als beursgenoteerde bedrijven, die te maken hebben met governance, risicobeheer en naleving van wet- en regelgeving, financiële instellingen, green frameworks, enz. | Hoogleraar Accounting en Bestuur aan de KULeuven, Faculteit Economie en Bedrijfskunde. en voorzitter van het auditcomité van Vives Hogeschool Vives, Associatie KULeuven, dat voornamelijk gericht is op risico‘s en compliance. | Ruime ervaring op dit gebied door haar tijd als CEO van BSR en bij GASAG en ook als lid van een raad van commissarissen van een grote bank waar ze voorzitter was van het audit- en risicocomité. | Uitgebreide ervaring in risico- en compliancegerelateerde aangelegenheden als lid van de raad van bestuur van talrijke volledige dochtervennootschappen en joint ventures, meestal niet-beursgenoteerd, terwijl hij MD & Regional Head voor Europa was bij GIC Real Estate. |
| Joint ventures/ verkopen/ desinvesteringen | Ruime ervaring met VGP, IPO, Re-IPO‘s, fusies en het leiden van verschillende private equity-investeringen. | Ruime ervaring door +30 overnames van internationale bedrijven, leidde verschillende IPO‘s en re-IPO‘s. Ontex verkocht als grootste buy-out in de Belgische geschiedenis op dat moment. | Ervaring vanuit de rol als hoogleraar accounting en bestuurskunde over deze onderwerpen. | Uitgebreide ervaring tijdens een 40-jarige carrière in de vastgoedsector, laatstelijk als MD & Regional Head voor Europa van GIC Real Estate, een wereldwijde multi-asset class vastgoedbelegger, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks. | |
| Internationale ervaring | Ruime internationale ervaring in Europese context met VGP, multinationals en private equity investeringen. | Uitgebreide internationale aanwezigheid als CEO van Drylock, onder andere in Zuid-Amerika, Noord-Amerika en heel Europa met lokale productie. | Heeft verschillende multinationale investeringen in Europa en daarbuiten. | In de periode bij GASAG waren er verschillende aandeelhouders uit drie verschillende landen (Duitsland (EON), Zweden (Vattenfall) en Frankrijk (Engie)). | Ruime ervaring als Strategic Planning Director bij Hammerson PLC en vervolgens als MD & Regional Head voor Europa van GIC Real Estate, een wereldwijde multi-asset-klasse vastgoedbelegger, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks, waar ik lid was van het wereldwijde investeringscomité en veel reisde naar markten over de hele wereld. |
- Lid van het Remuneratiecomité
** Lid van het auditcomité
VGP Kantoor in Barcelona, Spanje
Verslag over de Vennootschap / Raad van Bestuur en Management VGP NV Jaarverslag 2025 / 093
Uitvoerend Management-team
Samenstelling op 31 december 2025
| Naam | Functie |
|---|---|
| Jan Van Geet¹ | Chief Executive Officer |
| Piet Van Geet² | Chief Financial Officer |
| Tomas Van Geet³ | Chief Commercial Officer |
| Rolf Carls⁴ | Chief Technical Officer – Oost-Europa |
| Miquel-David Martinez | Chief Technical Officer – West-Europa |
| Matthias Sander⁵ | Chief Operational Officer |
| Jonathan Watkins⁶ | Chief Operational Officer |
| Martijn Vlutters⁷ | Vice President – Business Development & Investor Relations |
1 Als vaste vertegenwoordiger van Jan Van Geet s.r.o.
2 Als vaste vertegenwoordiger van Urraco BV met ingang van 10 januari 2022.
3 Als vaste vertegenwoordiger van Tomas Van Geet s.r.o.
4 Als vaste vertegenwoordiger van CarlsConsult Gbr
5 Als vaste vertegenwoordiger van Matthias Sander s.r.o.
6 Als vaste vertegenwoordiger van Havbo Consulting BV.
7 Als vaste vertegenwoordiger van MB Vlutters BV.
Het curriculum vitae van de leden van het uitvoerend management (met uitzondering van deze van de CEO - zie hierboven) kunnen als volgt worden samengevat:
Dhr. Piet Van Geet *1985 Kwam in 2021 bij VGP en werd in januari 2022 benoemd tot CFO. Hij is verantwoordelijk voor alle financiële aangelegenheden van de VGP Groep.Voordat hij bij VGP kwam, was Piet Van Geet 8 jaar lang CFO van Drylock Technologies, een toonaangevende fabrikant van wegwerpproducten met activiteiten in Europa, Rusland, de VS en Brazilië. Na zijn studies vervoegde hij VGP als projectmanager in de Baltische staten en Roemenië en vervolgde hij zijn carrière bij VGD in auditing en financiële consulting alvorens hij bij Drylock Technologies ging werken. Piet is afgestudeerd aan de Universiteit Antwerpen in Toegepaste Economische Wetenschappen en heeft een Master in fiscaal recht en bekleedt een aantal bestuursfuncties, onder andere als voorzitter van Truncus Wealth en onafhankelijk lid van de raad van bestuur van Drylock Technologies NV.
Dhr. Tomas Van Geet *1976
Werkt bij VGP sinds 2005. Hij is verantwoordelijk voor alle commerciële strategische zaken en de commerciële coördinatie van de belangrijkste klanten van VGP. Voordat hij bij VGP kwam, bekleedde Tomas verschillende functies in de plannings- en logistieke afdelingen van Domo in Duitsland, Spanje, Tsjechische Republiek en Zuid-Afrika, bij Associated Weavers en Ontex.
Dhr. Rolf Carls *1959
Rolf is burgerlijk ingenieur en kwam in 2016 bij het VGP-team. Hij werd benoemd tot Technisch Directeur voor Oost-Europa met ingang van januari 2024. Voordien was Rolf Carls Managing Director van een ingenieurs- en adviesbureau dat zich voornamelijk richtte op industriële projecten voor de automobiel- en chemische sector.
Dhr. Miquel-David Martinez *1978
is burgerlijk ingenieur en trad in 2016 toe tot het team van VGP. Hij was verantwoordelijk voor technische concepten en contractuitvoering en werd benoemd als technisch directeur voor West-Europa in 2023. Voor deze functie was Miquel-David technisch directeur en partner bij Inel Group, een bouwmanagement- en engineeringbedrijf dat zich voornamelijk richt op bouwprojecten voor de tertiaire sector.
Dhr. Matthias Sander *1970
Hij is bachelor mechanica en economie en kwam in 2018 in dienst bij VGP. Hij is verantwoordelijk voor de uitbreiding naar nieuwe landen, het sourcen van grondpercelen in heel Europa en het coördineren van de ontwikkelingspijplijn. Matthias werkte de afgelopen 11 jaar in verschillende leidinggevende functies bij Knorr Bremse (een vooraanstaande Duitse industriële groep) en was er Managing Director in de Tsjechische Republiek.
Dhr. Jonathan Watkins *1975
Trad in december 2019 in dienst bij VGP. Jon was eerder hoofd van Real Estate UK en German Ops bij Amazon. Daarvoor bekleedde hij verschillende leidinggevende functies in acquisitie en bouw van nieuwe winkels en magazijnen bij Lidl Denemarken, UK en Duitsland. Jon heeft een Master‘s Degree, Surveying van het University College of Estate Management en een BSc Surveying van de Sheffield Hallam University.
Dhr. Martijn Vlutters *1979
Werkt bij VGP sinds 2018. Hij is verantwoordelijk voor business development en Investor relations. Voor hij bij VGP kwam, werkte Martijn 13 jaar bij J.P. Morgan in Londen en New York in verschillende functies in Capital Markets en Corporate Finance. In deze periode werkte hij 2 jaar in New York als Investor Relations voor J.P. Morgan Chase. Martijn is afgestudeerd in Burgerlijk Ingenieurskunde aan de Universiteit Delft en Bedrijfskunde aan de Erasmus / Rotterdam School of Management.
Verslag over de Vennootschap / Raad van Bestuur en Management
VGP NV Jaarverslag 2025 / 094
Portefeuille 2025
VGP Park Rouen, Frankrijk
Portefeuille VGP NV Jaarverslag 2025 / 095
Portfolio Inhoud
- 097 VGP Parken in Europa
- 101 Duitsland
- 122 Tsjechische Republiek
- 134 Spanje
- 142 Andere Europese landen
Portefeuille / Inhoud VGP NV Jaarverslag 2025 / 096
DUITSLAND
1 VGP Park Berlin
2 VGP Park Berlin Bernau
3 VGP Park Berlin Oberkrämer
4 VGP Park Berlin Wustermark
5 VGP Park Bingen
6 VGP Park Bischofsheim
7 VGP Park Bobenheim-Roxheim
8 VGP Park Borna
9 VGP Park Buseck
10 VGP Park Chemnitz
11 VGP Park Dresden
12 VGP Park Einbeck
13 VGP Park Erfurt
14 VGP Park Erfurt 2
15 VGP Park Erfurt 3
16 VGP Park Frankenthal
17 VGP Park Gießen Am alten Flughafen
18 VGP Park Ginsheim
19 VGP Park Göttingen
20 VGP Park Göttingen 2
21 VGP Park Halle
22 VGP Park Halle 2
23 VGP Park Hamburg
24 VGP Park Hochheim
25 VGP Park Höchstadt
26 VGP Park Koblenz
27 VGP Park Laatzen
28 VGP Park Leipzig
29 VGP Park Leipzig Flughafen
30 VGP Park Lützellinden
31 VGP Park Magdeburg
32 VGP Park Magdeburg 2
33 VGP Park München
34 VGP Park Nürnberg
35 VGP Park Rodgau
36 VGP Park Rostock
37 VGP Park Rüsselsheim
38 VGP Park Schwalbach
39 VGP Park Siegen
40 VGP Park Soltau
41 VGP Park Steinbach
42 VGP Park Wetzlar
43 VGP Park Wiesloch-Walldorf
TSJECHISCHE REPUBLIEK
44 VGP Park Brno
45 VGP Park České Budějovice
46 VGP Park Český Újezd
47 VGP Park Chomutov
48 VGP Park Hrádek nad Nisou
49 VGP Park Hrádek nad Nisou 2
50 VGP Park Jeneč
51 VGP Park Joseph
52 VGP Park Kladno
53 VGP Park Liberec
54 VGP Park Malé Přítočno
55 VGP Park Olomouc
56 VGP Park Plzeň
57 VGP Park Prostějov
58 VGP Park Tuchoměřice
59 VGP Park Ústí nad Labem
60 VGP Park Ústí nad Labem City
61 VGP Park Vyškov
SPANJE
62 VGP Park Alicante
63 VGP Park Belartza
64 VGP Park Burgos
65 VGP Park Córdoba
66 VGP Park Dos Hermanas
67 VGP Park Fuenlabrada
68 VGP Park Fuenlabrada 2
69 VGP Park Granollers
70 VGP Park La Naval
71 VGP Park Lliçà d’Amunt
72 VGP Park Martorell
73 VGP Park Pamplona Noain
74 VGP Park San Fernando de Henares
75 VGP Park Sevilla Ciudad de la Imagen
76 VGP Park Valencia Cheste
77 VGP Park Zaragoza
ITALIË
78 VGP Park Calcio
79 VGP Park Legnano
80 VGP Park Paderno Dugnano
81 VGP Park Padova
82 VGP Park Parma
83 VGP Park Parma 2
84 VGP Park Parma 3
85 VGP Park Sordio
86 VGP Park Valsamoggia
87 VGP Park Valsamoggia 2
OOSTENRIJK
88 VGP Park Ehrenfeld
89 VGP Park Graz
90 VGP Park Laxenburg
91 VGP Park Traiskirchen
SLOWAKIJE
92 VGP Park Bratislava
93 VGP Park Malacky
94 VGP Park Zvolen
HONGARIJE
95 VGP Park Alsónémedi
96 VGP Park Budapest Aerozone
97 VGP Park Győr
98 VGP Park Győr Beta
99 VGP Park Győr Gamma
100 VGP Park Hatvan
101 VGP Park Kecskemét
ROEMENIË
102 VGP Park Arad
103 VGP Park Brașov
104 VGP Park Bucharest
105 VGP Park Sibiu
106 VGP Park Timisoara
SERVIË
107 VGP Park Belgrade-Dobanovci
KROATIË
108 VGP Park Split
109 VGP Park Zagreb Lučko
PORTUGAL
110 VGP Park Loures
111 VGP Park Loures 2
112 VGP Park Montijo
113 VGP Park Santa Maria da Feira
114 VGP Park Sintra
115 VGP Park Vila Nova de Gaia
FRANKRIJK
116 VGP Park La Verrière
117 VGP Park Mulhouse
118 VGP Park Rouen
119 VGP Park Vélizy
NEDERLAND
120 VGP Park Nijmegen
121 VGP Park Roosendaal
LETLAND
122 VGP Park Dreilini
123 VGP Park Kekava
124 VGP Park Tiraines
DENEMARKEN
125 VGP Park Copenhagen, Greve 1
126 VGP Park Køge
127 VGP Park Vejle
VERENIGD KONINKRIJK
128 VGP Park East Midlands
129 VGP Park Sheffield
129 VGP Parken in heel Europa
* West Zuidelijk Europa: Duitsland, Oostenrijk, Nederland, Frankrijk, Italië, Portugal, Spanje, Denemarken, Verenigd Koninkrijk
* Centraal- en oost-Europa: Tsjechische Republiek, Slowakije, Roemanië, Hongarije, Servië, Kroatië, Letland
Portefeuille / VGP Parken in Europa
VGP NV Jaarverslag 2025 / 097
| Regio | Land | Eigenaar | Land opp. (in m²) | Verhuurbare oppervlakte (in m²) | Gecontracteerde jaarlijkse huur (in miljoen €) |
|---|---|---|---|---|---|
| Oost | Kroatië | Own | 284.664 | 114.689 | 6,64 |
| Oost | Hongarije | Gecommitteerd | 96.158 | 36.049 | — |
| Oost | Hongarije | JV1 | 207.148 | 87.830 | 5,60 |
| Oost | Hongarije | Own | 1.407.554 | 557.931 | 23,08 |
| Oost | Letland | Gecommitteerd | 141.741 | 69.737 | — |
| Oost | Letland | Own | 318.763 | 127.258 | 5,08 |
| Oost | Roemenië | Gecommitteerd | 765.609 | 392.658 | — |
| Oost | Roemenië | JV2 | 289.852 | 144.438 | 7,27 |
| Oost | Roemenië | Own | 1.560.766 | 769.411 | 20,65 |
| Oost | Servië | Own | 1.165.391 | 462.843 | 6,09 |
| Oost | Slowakije | Gecommitteerd | 173.315 | 65.698 | — |
| Oost | Slowakije | JV1 | 220.492 | 101.989 | 5,41 |
| Oost | Slowakije | JV6 | 554.859 | 253.366 | 12,89 |
| Oost | Slowakije | Own | 468.002 | 208.832 | 1,15 |
| Oost | Tsjechische Republiek | Gecommitteerd | 124.425 | 46.775 | — |
| Oost | Tsjechische Republiek | JV1 | 1.480.556 | 647.802 | 38,37 |
| Oost | Tsjechische Republiek | JV6 | 370.502 | 159.958 | 7,30 |
| Oost | Tsjechische Republiek | Own | 541.237 | 191.863 | 6,95 |
| West | Oostenrijk | JV2 | 38.239 | 16.535 | 1,48 |
| West | Oostenrijk | JV6 | 211.159 | 118.350 | 8,07 |
| West | Oostenrijk | Own | 224.221 | 100.282 | 1,64 |
| West | Denemarken | Gecommitteerd | 345.335 | 111.661 | — |
| West | Denemarken | Own | 354.875 | 143.540 | 1,70 |
| West | Denemarken | Onder Optie | 230.553 | 90.168 | — |
| West | Frankrijk | Gecommitteerd | 526.135 | 71.103 | — |
| West | Frankrijk | JV6 | 81.468 | 39.424 | 2,22 |
| West | Frankrijk | Own | 692.311 | 372.668 | 7,24 |
| West | Duitsland | Gecommitteerd | 580.973 | 261.033 | 3,52 |
| West | Duitsland | JV5 | 1.584.538 | 857.689 | 54,50 |
| West | Duitsland | JV – Revikon | 34.035 | 20.976 | — |
| West | Duitsland | JV1 | 2.418.618 | 1.186.309 | 71,65 |
| West | Duitsland | JV6 | 526.533 | 271.474 | 15,34 |
| West | Duitsland | JV3 | 644.158 | 320.732 | 34,15 |
| West | Duitsland | Own | 2.819.604 | 1.419.816 | 43,55 |
| West | Italië | Gecommitteerd | 416.216 | 183.329 | — |
| West | Italië | JV2 | 197.136 | 87.127 | 6,57 |
| West | Italië | JV6 | 214.894 | 107.202 | 7,52 |
| West | Italië | Own | 153.327 | 62.168 | 0,45 |
Portfolio / VGP Parken in Europa
VGP NV Jaarverslag 2025 / 098
| Regio | Land | Eigenaar | Land opp. (in m²) | Verhuurbare oppervlakte (in m²) | Gecontracteerde jaarlijkse huur (in miljoen €) |
|---|---|---|---|---|---|
| West | Italië | Onder Optie | 105.849 | 41.948 | 2,60 |
| West | Nederland | JV2 | 410.751 | 258.730 | 15,90 |
| West | Nederland | Own | 280.494 | 171.837 | 4,54 |
| West | Portugal | JV2 | 73.578 | 29.813 | 1,37 |
| West | Portugal | JV6 | 127.076 | 52.436 | 4,20 |
| West | Portugal | Own | 329.058 | 108.951 | 0,60 |
| West | Spanje | JV2 | 830.517 | 458.654 | 26,66 |
| West | Spanje | VGP Park Belartza | Joint Venture | 145.215 | — |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| — | — | 63.640 | 63.640 | — | |
| West Spanje JV6 | 165.935 | 60.068 | — | 23.276 | 83.344 |
| West Spanje Own | 549.621 | 7.541 | 51.193 | 241.656 | 300.390 |
| West Verenigd Koninkrijk Own | 223.305 | — | 36.906 | 65.289 | 102.195 |
| Grand Totaal | 25.706.761 | 6.441.006 | 1.052.232 | 4.459.411 | 11.952.649 |
Portefeuille / VGP Parken in Europa VGP NV Jaarverslag 2025 / 099 * Bruto verhuurbare oppervlakte is inclusief ontwikkelingspotentieel
Bruto Verhuurbare oppervlakte by Regio (in m²) incl. JV aan 100%*
- Centraal- en Oost-Europa – 37%
- West Zuidelijk Europa – 63%
Bruto Verhuurbare oppervlakte by Land (in m²) incl. JV aan 100%*
- Oostenrijk – 235.167 m² – 1,97%
- Kroatië – 114.689 m² – 0,96%
- Tsjechische Republiek – 1.046.398 m² – 8,75%
- Denemarken – 345.369 m² – 2,89%
- Frankrijk – 483.195 m² – 4,04%
- Duitsland – 4.338.028 m² – 36,29%
- Hongarije – 681.809 m² – 5,70%
- Italië – 481.774 m² – 4,03%
- Letland – 196.995 m² – 1,65%
- Nederland – 430.567 m² – 3,60%
- Portugal – 191.200 m² – 1,60%
- Roemenië – 1.306.507 m² – 10,93%
- Servië – 462.843 m² – 3,87%
- Slowakije – 629.885 m² – 5,27%
- Spanje – 906.028 m² – 7,58%
- Verenigd Koninkrijk – 102.195 m² – 0,85%
Bruto verhuurbare oppervlakte per eigenaar (in m²) JV aan 100%*
- Eigen – 54%
- Joint Ventures – 46%
Portfolio / VGP Parken in Europa VGP NV Jaarverslag 2025 / 100
VGP Park München, Duitsland
Duitsland
Portefeuille / Duitsland VGP NV Jaarverslag 2025 / 101
1 VGP Park Berlin
2 VGP Park Berlin Bernau
3 VGP Park Berlin Oberkrämer
4 VGP Park Berlin Wustermark
5 VGP Park Bingen
6 VGP Park Bischofsheim
7 VGP Park Bobenheim-Roxheim
8 VGP Park Borna
9 VGP Park Buseck
10 VGP Park Chemnitz
11 VGP Park Dresden
12 VGP Park Einbeck
13 VGP Park Erfurt
14 VGP Park Erfurt 2
15 VGP Park Erfurt 3
16 VGP Park Frankenthal
17 VGP Park Gießen Am alten Flughafen
18 VGP Park Ginsheim
19 VGP Park Göttingen
20 VGP Park Göttingen 2
21 VGP Park Halle
22 VGP Park Halle 2
23 VGP Park Hamburg
24 VGP Park Hochheim
25 VGP Park Höchstadt
26 VGP Park Koblenz
27 VGP Park Laatzen
28 VGP Park Leipzig
29 VGP Park Leipzig Flughafen
30 VGP Park Lützellinden
31 VGP Park Magdeburg
32 VGP Park Magdeburg 2
33 VGP Park München
34 VGP Park Nürnberg
35 VGP Park Rodgau
36 VGP Park Rostock
37 VGP Park Rüsselsheim
38 VGP Park Schwalbach
39 VGP Park Siegen
40 VGP Park Soltau
41 VGP Park Steinbach
42 VGP Park Wetzlar
43 VGP Park Wiesloch-Walldorf
Portefeuille / Duitsland VGP NV Jaarverslag 2025 / 102
DUITSLAND VGP Park Berlin GEBOUW A
huurder Emons Logistik GmbH; Barsan Global Logistik GmbH; Isringhausen GmbH & Co. KG; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 23.852 m²
gebouwd 2015
DUITSLAND VGP Park Berlin GEBOUW B
huurder Lillydoo Services GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 9.716 m²
gebouwd 2018
DUITSLAND VGP Park Berlin GEBOUW C
huurder SSW Stolze Stahl Waren GmbH; Pets Deli Tonius GmbH; VGP PM Services GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l.;
verhuurbare oppervlakte 26.061 m²
gebouwd 2018
DUITSLAND VGP Park Berlin GEBOUW D
huurder Lidl Digital FC GmbH & Co. KG; Solardach LLG GmbH
verhuurbare oppervlakte 53.673 m²
gebouwd 2017
DUITSLAND VGP Park Berlin GEBOUW E
huurder Picnic GmbH
verhuurbare oppervlakte 10.584 m² + extension 9.950 m²
gebouwd 2020
DUITSLAND VGP Park Berlin GEBOUW F
huurder Picnic GmbH
verhuurbare oppervlakte 24.870 m²
gebouwd 2020
Portefeuille / Duitsland VGP NV Jaarverslag 2025 / 103
DUITSLAND VGP Park Berlin GEBOUW G
huurder DP World Logistics High Tech Europe GmbH; Pietsch GmbH; Alfred Kärcher Vertriebs-GmbH; Berlin road cargo GmbH brc
verhuurbare oppervlakte 11.761 m²
gebouwd 2020
DUITSLAND VGP Park Berlin GEBOUW H
huurder Zalando Lounge Logistics SE & Co. KG
verhuurbare oppervlakte 22.793 m²
gebouwd 2019
DUITSLAND VGP Park Berlin GEBOUW M
huurder Malindo GmbH; VGP Renewable Energy S.a.r.l.
verhuurbare oppervlakte 17.335 m²
gebouwd 2022
DUITSLAND VGP Park Bingen GEBOUW A
huurder Custom Chrome Europe GmbH
verhuurbare oppervlakte 6.400 m²
gebouwd 2014
DUITSLAND VGP Park Bobenheim-Roxheim GEBOUW A
huurder Lekkerland SE; Energie Südwest – Grüne Energie GmbH
verhuurbare oppervlakte 23.266 m²
gebouwd 2016
DUITSLAND VGP Park Borna GEBOUW A
huurder Lekkerland SE; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 13.616 m²
gebouwd 2015
Portefeuille / Duitsland VGP NV Jaarverslag 2025 / 104
DUITSLAND VGP Park Hamburg GEBOUW A0
huurder MH Handel GmbH; Nippon Express (Deutschland) GmbH; EGC Energie- und Gebäudetechnik Control GmbH & Co. KG; Bestsales Online GmbH
verhuurbare oppervlakte 25.193 m²
gebouwd 2013
DUITSLAND VGP Park Ginsheim GEBOUW A
huurder Greenyard Fresh Germany GmbH; Cainiao (Germany) GmbH; VGP Renewable Energy S.à.r.l.; Crane Worldwide Germany GmbH; Stahlgruber GmbH;
verhuurbare oppervlakte 35.805 m²
gebouwd 2017
DUITSLAND VGP Park Frankenthal GEBOUW A
huurder Amazon Logistik Frankenthal GmbH; PV Frankenthal GmbH & Co KG
verhuurbare oppervlakte 146.895 m²
gebouwd 2018
DUITSLAND VGP Park Hamburg GEBOUW A3
huurder Hausmann Logistik GmbH; LZ Logistik GmbH
verhuurbare oppervlakte 9.451 m²
gebouwd 2015
DUITSLAND VGP Park Hamburg GEBOUW A2
huurder MH Handel GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 20.169 m²
gebouwd 2015
DUITSLAND VGP Park Hamburg GEBOUW A1
huurder Hausmann Logistik GmbH; Drive Medical GmbH & Co. KG; CHEP Deutschland GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 24.248 m²
gebouwd 2014–2016
Portefeuille / Duitsland VGP NV Jaarverslag 2025 / 105
DUITSLAND VGP Park Hamburg GEBOUW A5
huurder Landgard eG; Kohivo Green-Investment GmbH & Co. KG
verhuurbare oppervlakte 13.164 m²
gebouwd 2018
DUITSLAND VGP Park Hamburg GEBOUW A4
huurder LZ Logistik GmbH; Energie Südwest-Grüne Energie GmbH
verhuurbare oppervlakte 14.470 m²
gebouwd 2016
DUITSLAND VGP Park Hamburg GEBOUW B1
huurder Rhenus Warehousing Solutions SE & Co.KG; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 57.471 m²
gebouwd 2017
DUITSLAND VGP Park Hamburg GEBOUW B2
huurder Geis Industrie-Service GmbH; Karl Heinz Dietrich GmbH & Co KG; Lagerei und Spedition Dirk Vollmer GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 40.586 m²
gebouwd 2017
DUITSLAND VGP Park Hamburg GEBOUW B3
huurder Lagerei und Spedition Dirk Vollmer GmbH; VGP PM Services GmbH; Heik Spedition GmbH
verhuurbare oppervlakte 9.455 m²
gebouwd 2017
DUITSLAND VGP Park Hamburg GEBOUW C
huurder Rieck Projekt Kontrakt Logistik Hamburg GmbH & Co. KG; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 23.679 m²
gebouwd 2017
Portefeuille / Duitsland VGP NV Jaarverslag 2025 / 106
DUITSLAND VGP Park Hamburg GEBOUW D1
huurder Lagerei und Spedition Dirk Vollmer GmbH
verhuurbare oppervlakte 2.565 m²
gebouwd 2015
DUITSLAND VGP Park Höchstadt GEBOUW A
huurder C&A Mode GmbH & Co. KG; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 15.000 m²
gebouwd 2017
DUITSLAND VGP Park Leipzig GEBOUW A1
huurder Deine Tür GmbH; Kohivo Green-Investment GmbH & Co. KG
verhuurbare oppervlakte 7.230 m²
gebouwd 2019
DUITSLAND VGP Park Leipzig GEBOUW A2
huurder Flaschenpost Leipzig GmbH; Energie Südwest – Grüne Energie GmbH
verhuurbare oppervlakte 9.629 m²
gebouwd 2019
DUITSLAND VGP Park Leipzig GEBOUW B1
huurder USM operations GmbH; Solardach LLG GmbH
verhuurbare oppervlakte 24.629 m²
gebouwd 2017
DUITSLAND VGP Park Leipzig GEBOUW C1
huurder fms field marketing + sales services GmbH
verhuurbare oppervlakte 2.519 m²
gebouwd 2022
Portefeuille / Duitsland VGP NV Jaarverslag 2025 / 107
DUITSLAND VGP Park Rodgau GEBOUW B
huurder Rhenus Warehousing Solutions SE & Co.KG
verhuurbare oppervlakte 43.375 m²
gebouwd 2016
DUITSLAND VGP Park Rodgau GEBOUW A
huurder Rhenus Warehousing Solutions SE & Co. KG; PTG Lohnabfüllung GmbH; toom Baumarkt GmbH; A & O GmbH
verhuurbare oppervlakte 24.890 m²
gebouwd 2016
DUITSLAND VGP Park Leipzig GEBOUW C2
huurder Deine Tür GmbH
verhuurbare oppervlakte 2.379 m²
gebouwd 2022
DUITSLAND VGP Park Rodgau GEBOUW D
huurder EBARA Pumps Europe S.p.A.; Asendia Germany GmbH
verhuurbare oppervlakte 7.062 m²
gebouwd 2016
DUITSLAND VGP Park Rodgau GEBOUW C
huurder toom Baumarkt GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 19.782 m²
gebouwd 2015
DUITSLAND VGP Park Rodgau GEBOUW E
huurder PTG Lohnabfüllung GmbH
verhuurbare oppervlakte 8.734 m²
gebouwd 2015
Portefeuille / Duitsland VGP NV Jaarverslag 2025 / 108
DUITSLAND VGP Park Wetzlar GEBOUW A
huurder Ancla Logistik GmbH
verhuurbare oppervlakte 18.994 m²
gebouwd 2018–2019
DUITSLAND VGP Park Soltau GEBOUW A
huurder AUDI AG; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 49.515 m²
gebouwd 2016
DUITSLAND VGP Park Schwalbach GEBOUW A
huurder Ludwig Schokolade GmbH & Co. KG; VGP Renewable Energy S.à r.l.
verhuurbare oppervlakte 8.386 m²
gebouwd 2017
DUITSLAND VGP Park Wetzlar GEBOUW B
huurder POCO Einrichtungsmärkte GmbH; Global Cargo Service GmbH; Strieder Transport Logistik GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l.; Ancla Logistik GmbH
verhuurbare oppervlakte 19.264 m²
gebouwd 2018
DUITSLAND VGP Park Göttingen GEBOUW B
huurder Amazon EU S.à r.l.. Niederlassung Deutschland
verhuurbare oppervlakte 38.381 m²
gebouwd 2019
DUITSLAND VGP Park Göttingen GEBOUW A
huurder Friedrich ZUFALL GmbH & Co. KG; Amazon EU S.à r.l.. Niederlassung Deutschland; VGP Renewable Energy S.à.r.l.
verhuurbare oppervlakte 42.999 m²
gebouwd 2018
Portefeuille / Duitsland VGP NV Jaarverslag 2025 / 109
DUITSLAND VGP Park Wustermark GEBOUW A1
huurder Colossus Logistics GmbH & Co. KG; L & B Leit- und Sicherungstechnische Dienstleistungs- GmbH; SEREDA GmbH; VGP PM Services GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l.# Portefeuille / Duitsland
| Locatie | Gebouw | Huurder | Verhuurbare oppervlakte (m²) | Gebouwd / Verworven |
|---|---|---|---|---|
| VGP Park Göttingen 2 | GEBOUW E | Van Waveren Saaten GmbH | 11.229 | 2020 |
| VGP Park Göttingen 2 | GEBOUW C | MediaMarktSaturn Beschaffung und Logistik GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 6.046 | 2019 |
| VGP Park Wustermark | GEBOUW C1 | Wepoba Wellpappenfabrik GmbH & Co. KG | 80.147 | 2021 |
| VGP Park Wustermark | GEBOUW B1 | Schulze Logistik Berlin GmbH; Gläser und Flaschen GmbH; Box at Work GmbH; Teppich Tetik GmbH | 12.800 | 2018 |
| VGP Park Wustermark | GEBOUW A2 | Wardow GmbH | 29.624 | 2019 |
| VGP Park Dresden | GEBOUW A | Schenker Deutschland AG; Kohivo Green-Investment GmbH & Co. KG | 11.916 | 2019 |
| VGP Park Wustermark | GEBOUW C2 | TA Technix GmbH | 20.284 | 2018 |
| VGP Park Bischofsheim | GEBOUW A | Bettmer GmbH; Wendel Energie UG | 6.382 | 2018 |
| VGP Park Halle | GEBOUW A | L’ISOLANTE K-FLEX GmbH; TTM Halle/Leipzig GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 6.657 | 2019 |
| VGP Park Halle | GEBOUW B | Ceha Deutschland GmbH; Schenker Deutschland AG; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 21.262 | 2020 |
| VGP Park Halle | GEBOUW C | Trek Bicycle GmbH; Seifert Logistik Dienstleistung GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 26.847 | 2021 |
| VGP Park Halle 2 | GEBOUW A | Nordlicht Consulting GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 37.931 | 2022 |
| VGP Park Einbeck | GEBOUW A | Burgsmüller GmbH | 14.862 | 2023 |
| VGP Park Chemnitz | GEBOUW A | ThyssenKrupp Automation Engineering GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 8.882 | 2020 |
| VGP Park Gießen-Buseck | GEBOUW A | PROLIT Verlagsauslieferung GmbH; JingDong Development Deutschland GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 12.589 | 2019 |
| VGP Park Gießen-Lützellinden | GEBOUW A | Pharmaserv GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 17.356 | 2020 |
| VGP Park Halle 2 | GEBOUW B | Nordlicht Consulting GmbH; Sayano Logistics GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 14.153 | 2020 |
| VGP Park Magdeburg | GEBOUW B | FDS GmbH; Wheels Logistics GmbH & Co. KG; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 11.779 | 2025 |
| VGP Park Magdeburg | GEBOUW C | Contemporary Amperex Technology GmbH; BW Bekleidungsmanagement GmbH; VGP PM Services GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 42.364 | 2021 |
| VGP Park Magdeburg | GEBOUW D | Rhenus Warehousing Solutions SE & Co. KG. VGP Renewable Energy S.à r.l. | 112.416 | 2023 |
| VGP Park Magdeburg | GEBOUW F | VGP Renewable Energy S.à r.l.; APM Autoteile GmbH; Contemporary Amperex Technology GmbH | 73.929 | 2024 |
| VGP Park München | GEBOUW A | Bayerische Motoren Werke Aktiengesellschaft; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 51.992 | 2022 |
| VGP Park Magdeburg | GEBOUW A | REWE Markt GmbH. VGP Renewable Energy S.à r.l. | 55.707 | 2020 |
| VGP Park München | GEBOUW C | KraussMaffei Technologies GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 31.867 | 2020 |
| VGP Park München | GEBOUW E | KraussMaffei Technologies GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 49.433 | 2022 |
| VGP Park München | GEBOUW F | KraussMaffei Technologies GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 39.857 | 2022 |
| VGP Park München | GEBOUW PH NORD | Bayerische Motoren Werke Aktiengesellschaft; Krauss Maffei Technologies GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 7.825 | 2022 |
| VGP Park München | GEBOUW PH SUD | KraussMaffei Technologies GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 23.469 | 2022 |
| VGP Park München | GEBOUW B | KraussMaffei Technologies GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 19.418 | 2022 |
| VGP Park Laatzen | GEBOUW B | KraussMaffei Extrusion GmbH | 82.705 | 2022 |
| VGP Park Laatzen | GEBOUW C | Connox GmbH. VGP Renewable Energy S.à r.l. | 11.802 | 2022 |
| VGP Park Laatzen | GEBOUW D | EDEKA Einkaufskontor GmbH | 51.268 | 2021 |
| VGP Park Laatzen | GEBOUW PH OST | Krauss Maffei Extrusion GmbH; EDEKA Einkaufskontor GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 8.517 | 2021 |
| VGP Park Erfurt | GEBOUW A | Emons Logistik GmbH; JOST-Werke Logistics GmbH; KOMSA AG; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 12.854 | 2021 |
| VGP Park Laatzen | GEBOUW A | KraussMaffei Extrusion GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 26.210 | 2021 |
| VGP Park Erfurt 3 | GEBOUW A | Sonova Logistics Center Germany GmbH; LGI TechLog GmbH; Dachser SE Logistikzentrum Erfurt; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 55.396 | 2022 |
| VGP Park Berlin Oberkrämer | GEBOUW A | GLX Global Logistic Services GmbH; eCommerce.de Logistics GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 29.345 | 2023 |
| VGP Park Berlin Oberkrämer | GEBOUW B | BDSK Handels GmbH & Co. KG; VGP PM Services GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 13.396 | 2022 |
| VGP Park Berlin Oberkrämer | GEBOUW C | Amazon Deutschland E14 Transport GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 11.381 | 2022 |
| VGP Park Berlin Oberkrämer | GEBOUW D | Rieck Logistik Berlin Nord GmbH & Co. KG i.G.; Rieck Fulfi llment Solutions Berlin Nord GmbH & Co. KG; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 9.082 | 2022 |
| VGP Park Erfurt 2 | GEBOUW B | Zeitfracht Medien GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 24.216 | 2023 |
| VGP Park Leipzig Flughafen | GEBOUW A | Meesenburg GmbH & Co. KG; VGP Renewable Energy S.à r.l.; BDSK Handels GmbH & Co. KG | 41.870 | 2023 |
| VGP Park Rostock | GEBOUW A | Nordex Energy SE & Co. KG; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 16.296 | 2022 |
| VGP Park Nürnberg | GEBOUW H1-9 | Siemens Aktiengesellschaft Real Estate GS SRE DE NBY 2; DFMG Deutsche Funkturm GmbH | 21.079 | 2022 |
| VGP Park Leipzig Flughafen 2 | GEBOUW B | GDB Logistics Germany GmbH; Medisca GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 65.220 | 2022 |
| VGP Park Berlin Oberkrämer | GEBOUW E | BTG Internationale Spedition GmbH; Toussaint Berlin GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 24.153 | 2025 |
| VGP Park Hochheim | GEBOUW A | Vicampo.de GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 10.521 | 2023 |
| VGP Park Gießen Am alten Flughafen | GEBOUW B | DP World Logistics Germany B.V. & Co. KG; Rhenus Warehousing Solutions SE & Co. KG; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 11.961 | 2023 |
| VGP Park Gießen Am alten Flughafen | GEBOUW PH | Zalando Logistics Gießen SE & Co. KG. VGP Renewable Energy S.à r.l. | 59.142 | 2023 |
| VGP Park Rüsselsheim | AREAL K | Opel Automobile GmbH | 39.079 | 2024 |
| VGP Park Gießen Am alten Flughafen | GEBOUW A1 | Zalando Logistics Gießen SE & Co. KG; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 181.787 | 2023 |
| VGP Park Gießen Am alten Flughafen | GEBOUW A2 | Zalando Logistics Gießen SE & Co. KG | 124.582 | 2023 |
| VGP Park Rüsselsheim | AREAL M | Opel Automobile GmbH | 27.691 | 2024 |
| VGP Park Rüsselsheim | AREAL PH | Opel Automobile GmbH | 166.207 | 2023 |
| VGP Park Wiesloch-Walldorf | GEBOUW C | Picnic GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 19.309 | 2023 |
| VGP Park Koblenz | GEBOUW A | Ardagh Metal Packaging Europe GmbH; VGP Renewable Energy S.à r.l. | 25.842 | 2024 |
| VGP Park Rüsselsheim | AREAL M2/M100 | Opel Automobile GmbH | 33.111 | 2025 |
| VGP Park Rüsselsheim | AREAL P | Opel Automobile GmbH | 24.446 | 2023 |
| (Diverse) | - | - | 30.008 | 2023 |
VGP NV Jaarverslag 2025 / 110-119| VGP Park | Eigenaar | Land opp. (in m²) | Verhuurbare oppervlakte (in m²) Opgeleverd | Verhuurbare oppervlakte (in m²) In aanbouw | Verhuurbare oppervlakte (in m²) Potentieel | Verhuurbare oppervlakte (in m²) Totaal | Gecontracteerde jaarlijkse huur (in miljoen €) |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| VGP Park Berlin 3 | VGP | 31.141 | — | — | 9.950 | 9.950 | — |
| VGP Park Berlin 4 | VGP | 10.556 | — | 5.222 | — | 5.222 | 0,46 |
| VGP Park Berlin Bernau | VGP | 144.421 | — | 72.240 | — | 72.240 | 4,15 |
| VGP Park Hamburg 4 | VGP | 32.362 | — | — | — | — | — |
| VGP Park Leipzig Flughafen 2 | VGP | 449.393 | 24.153 | 50.729 | 131.610 | 206.492 | 3,21 |
| VGP Park Nürnberg | VGP | 383.448 | 65.220 | — | 89.666 | 154.886 | 5,34 |
| VGP Park Rostock | VGP | 105.217 | 21.079 | 17.284 | 7.759 | 46.122 | 1,39 |
| VGP Park Rüsselsheim – Areal K | VGP | 425.654 | 181.787 | 22.822 | 147.060 | 351.668 | 18,81 |
| VGP Park Rüsselsheim – Areal M | VGP | 850.675 | 209.962 | — | 135.000 | 344.962 | 4,31 |
| VGP Park Rüsselsheim – Areal P | VGP | 129.272 | 30.008 | — | 25.000 | 55.008 | 0,65 |
| VGP Park Steinbach | VGP | 10.437 | — | — | 6.664 | 6.664 | — |
| VGP Park Wetzlar | VGP | 32.900 | — | — | 9.420 | 9.420 | — |
| VGP Park Wiesloch-Walldorf | VGP | 208.306 | 25.842 | 51.122 | 67.062 | 144.025 | 5,69 |
| VGP Park Magdeburg 2 | VGP | 80.419 | 10.535 | — | 27.212 | 37.747 | — |
| Totaal VGP | | 2.894.201 | 568.586 | 219.419 | 656.402 | 1.444.408 | 44,01 |
| VGP Park Berlin JV1 | JV1 | 46.540 | 23.852 | — | — | 23.852 | 1,32 |
| VGP Park Berlin 2 JV1 | JV1 | 187.455 | 89.450 | — | — | 89.450 | 3,96 |
| VGP Park Berlin 3 JV1 | JV1 | 177.893 | 70.008 | — | — | 70.008 | 4,27 |
| VGP Park Berlin 4 JV1 | JV1 | 34.353 | 17.335 | — | — | 17.335 | 1,04 |
| VGP Park Berlin Oberkrämer JV5 | JV5 | 204.512 | 68.597 | — | — | 68.597 | 5,39 |
| VGP Park Berlin Wustermark JV1 | JV1 | 132.680 | 71.953 | — | — | 71.953 | 4,12 |
| VGP Park Bingen JV1 | JV1 | 15.000 | 6.400 | — | — | 6.400 | 0,52 |
| VGP Park Bischofsheim JV1 | JV1 | 13.457 | 6.657 | — | — | 6.657 | 0,57 |
| VGP Park Bobenheim-Roxheim JV1 | JV1 | 56.643 | 23.266 | — | — | 23.266 | 1,98 |
| VGP Park Borna JV1 | JV1 | 42.533 | 13.616 | — | — | 13.616 | 0,98 |
| VGP Park Buseck JV1 | JV1 | 36.549 | 17.356 | — | — | 17.356 | 1,07 |
| VGP Park Chemnitz JV1 | JV1 | 40.421 | 12.589 | — | — | 12.589 | 1,20 |
| VGP Park Dresden JV1 | JV1 | 32.383 | 20.284 | — | — | 20.284 | 0,99 |
| VGP Park Einbeck JV1 | JV1 | 20.300 | 8.882 | — | — | 8.882 | 0,71 |
| VGP Park Erfurt JV6 | JV6 | 50.265 | 26.210 | — | — | 26.210 | 1,44 |
| VGP Park Erfurt 2 JV6 | JV6 | 76.443 | 41.870 | — | — | 41.870 | 2,21 |
| VGP Park Erfurt 3 JV6 | JV6 | 46.840 | 29.345 | — | — | 29.345 | 1,76 |
| VGP Park Frankenthal JV1 | JV1 | 174.282 | 146.895 | — | — | 146.895 | 9,61 |
| VGP Park Gießen Am alten Flughafen JV5 | JV5 | 316.866 | 250.494 | — | — | 250.494 | 16,45 |
| VGP Park Ginsheim JV1 | JV1 | 59.845 | 35.805 | — | — | 35.805 | 2,74 |
| VGP Park Göttingen JV1 | JV1 | 138.297 | 81.380 | — | — | 81.380 | 3,64 |
| VGP Park Göttingen 2 JV5 | JV5 | 173.375 | 86.193 | — | — | 86.193 | 5,61 |
Portefeuille / Duitsland VGP NV Jaarverslag 2025 / 120
| VGP Park | Eigenaar | Land opp. (in m²) | Verhuurbare oppervlakte (in m²) Opgeleverd | Verhuurbare oppervlakte (in m²) In aanbouw | Verhuurbare oppervlakte (in m²) Potentieel | Verhuurbare oppervlakte (in m²) Totaal | Gecontracteerde jaarlijkse huur (in miljoen €) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| VGP Park Halle JV6 | JV6 | 165.888 | 86.040 | — | — | 86.040 | 4,36 |
| VGP Park Halle 2 JV6 | JV6 | 50.826 | 26.642 | — | — | 26.642 | 1,80 |
| VGP Park Hamburg JV1 | JV1 | 271.843 | 109.260 | — | — | 109.260 | 8,03 |
| VGP Park Hamburg 2 JV1 | JV1 | 213.918 | 107.511 | — | — | 107.511 | 6,54 |
| VGP Park Hamburg 3 JV1 | JV1 | 51.351 | 23.679 | — | — | 23.679 | 1,30 |
| VGP Park Hochheim JV6 | JV6 | 25.308 | 11.961 | — | — | 11.961 | 0,77 |
| VGP Park Höchstadt JV1 | JV1 | 45.680 | 15.000 | — | — | 15.000 | 0,99 |
| VGP Park Koblenz JV6 | JV6 | 63.602 | 33.111 | — | — | 33.111 | 2,04 |
| VGP Park Laatzen JV5 | JV5 | 284.927 | 139.836 | — | — | 139.836 | 10,70 |
| VGP Park Leipzig JV1 | JV1 | 105.885 | 46.386 | — | — | 46.386 | 2,89 |
| VGP Park Leipzig Flughafen JV6 | JV6 | 47.361 | 16.296 | — | — | 16.296 | 0,96 |
| VGP Park Lützellinden JV1 | JV1 | 23.379 | 14.153 | — | — | 14.153 | 1,19 |
| VGP Park Magdeburg JV5 | JV5 | 604.858 | 312.569 | — | — | 312.569 | 16,35 |
| VGP Park München JV3 | JV3 | 644.158 | 278.414 | 42.319 | — | 320.732 | 34,15 |
| VGP Park Rodgau JV1 | JV1 | 216.543 | 103.843 | — | — | 103.843 | 6,73 |
| VGP Park Schwalbach JV1 | JV1 | 19.587 | 8.386 | — | — | 8.386 | 0,56 |
| VGP Park Siegen | Joint Venture | 34.035 | — | — | 20.976 | 20.976 | — |
| VGP Park Soltau JV1 | JV1 | 119.868 | 49.515 | — | — | 49.515 | 1,88 |
| VGP Park Wetzlar JV1 | JV1 | 67.336 | 38.258 | — | — | 38.258 | 2,37 |
| Totaal Joint Ventures | 5.133.285 | 2.569.293 | 42.319 | 20.976 | 2.632.588 | 175,18 | |
| VGP Park Frankenthal 2 | Gecommitteerd | 264.385 | — | — | 113.354 | 113.354 | 3,52 |
| VGP Park Hagen 2 | Gecommitteerd | 125.326 | — | — | 57.157 | 57.157 | — |
| VGP Park Hagen | Gecommitteerd | 157.852 | 6.524 | — | 66.833 | 73.357 | — |
| VGP Park Oyten | Gecommitteerd | 33.410 | — | — | 17.166 | 17.166 | — |
| Totaal Gecommitteerd | 580.973 | 6.524 | — | 254.509 | 261.033 | 3,52 | |
| Totaal Duitsland | 8.608.459 | 3.144.403 | 261.738 | 931.887 | 4.338.028 | 222,71 |
Portefeuille / Duitsland VGP NV Jaarverslag 2025 / 121
Tsjechische Republiek
Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 122
44 VGP Park Brno
45 VGP Park České Budějovice
46 VGP Park Český Újezd
47 VGP Park Chomutov
48 VGP Park Hrádek nad Nisou
49 VGP Park Hrádek nad Nisou 2
50 VGP Park Jeneč
51 VGP Park Joseph
52 VGP Park Kladno
53 VGP Park Liberec
54 VGP Park Malé Přítočno
55 VGP Park Olomouc
56 VGP Park Plzeň
57 VGP Park Prostějov
58 VGP Park Tuchoměřice
59 VGP Park Ústí nad Labem
60 VGP Park Ústí nad Labem City
61 VGP Park Vyškov
Ústí nad Labem Plzeň Liberec Ostrava Olomouc Brno České Budějovice Prague 58 46 59 53 55 47 44 56 57 61 45 52 60 54 48 49 50 51
Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 123
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Brno GEBOUW I.
huurder KARTON P+P. spol. s r.o.; Igepa CZ s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 12.226 m²
gebouwd 2017
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Brno GEBOUW II.
huurder NOTINO. s.r.o.; SUTA s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 14.639 m²
gebouwd 2013–2016
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Brno GEBOUW III.
huurder HARTMANN – RICO a.s.
verhuurbare oppervlakte 8.621 m²
gebouwd 2013
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Český Újezd GEBOUW I.
huurder Yusen Logistics (Czech) s.r.o.; Spedice Kudrová s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 12.789 m²
gebouwd 2018
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Český Újezd GEBOUW II.
huurder FIA ProTeam s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 2.753 m²
gebouwd 2016
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Hrádek nad Nisou GEBOUW H1
huurder Drylock Technologies s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 40.361 m²
gebouwd 2012–2014
Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 124
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Hrádek nad Nisou GEBOUW H4
huurder Drylock Technologies s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 17.763 m²
gebouwd 2020
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Hrádek nad Nisou GEBOUW H5
huurder Drylock Technologies s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 29.608 m²
gebouwd 2018
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Hrádek nad Nisou GEBOUW H6
huurder Drylock Technologies s.r.o.; VGP Renewable Energy s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 30.214 m²
gebouwd 2022
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Liberec GEBOUW L1
huurder C.S.CARGO a.s.
verhuurbare oppervlakte 12.060 m²
gebouwd 2016
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW B
huurder John Crane a.s.
verhuurbare oppervlakte 9.860 m²
gebouwd 2017
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW A
huurder Nagel Česko s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 5.981 m²
gebouwd 2017
Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 125
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW D
huurder MedicProgress. a.s.
verhuurbare oppervlakte 2.654 m²
gebouwd 2019
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW G1
huurder Benteler Automotive Rumburk s.r.o.; Gerflor CZ s.r.o; PROZK s.r.o.; SUTA s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 12.117 m²
gebouwd 2017
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW C
huurder SGB Czech Trafo s.r.o.; Edwards. s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 11.429 m²
gebouwd 2018
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW G2
huurder HELLA AUTOTECHNIK NOVA. s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 19.859 m²
gebouwd 2015
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW H
huurder HAJDIK Moulding s.r.o.; Nissens Cooling Solutions Czech. s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 14.254 m²
gebouwd 2019
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW I
huurder RTR – TRANSPORT A LOGISTIKA s.r.o; FM ČESKÁ. s.r.o.; HVM PLASMA. spol. s r.o.; Dr. Kulich Pharma. s.r.o.; VGP Renewable Energy s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 24.064 m²
gebouwd 2021
Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 126
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW J
huurder GBC Solino s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 14.331 m²
gebouwd 2019
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW M
huurder Nissens Cooling Solutions Czech. s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 9.064 m²
gebouwd 2024
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW E
huurder MAPEI. spol. s r.o.; VGP Renewable Energy s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 4.267 m²
gebouwd 2024
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW L
huurder Nissens Cooling Solutions Czech s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 12.962 m²
gebouwd 2020
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Olomouc GEBOUW F
huurder ARDON s.r.o.; HELLA AUTOTECHNIK NOVA. s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 65.959 m²
gebouwd 2022
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Pilsen GEBOUW A
huurder ASSA ABLOY ES Production s.r.o.; Mraknet s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 8.710 m²
gebouwd 2014
Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 127
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Pilsen GEBOUW B
huurder FAIVELEY TRANSPORT CZECH a.s.; VGP Renewable Energy s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 21.918 m²
gebouwd 2015
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Pilsen GEBOUW C
huurder Excell Czech s.r.o.; FAIVELEY TRANSPORT CZECH a.s.
verhuurbare oppervlakte 9.867 m²
gebouwd 2015
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Pilsen GEBOUW D
huurder COPO CENTRAL EUROPE s.r.o.; Crown Lift Trucks s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 3.640 m²
gebouwd 2015
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Pilsen GEBOUW E
huurder Verhoek Europe s.r.o.; DHL Express (Czech Republic) s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 3.318 m²
gebouwd 2021
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Tuchoměřice GEBOUW A
huurder CAAMANO CZ INTERNATIONAL GLASS CORPORATION. s.r.o.; Invelt – s.r.o.; FC MORELO CZ s.r.o.; EFACEC PRAHA s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 6.577 m²
gebouwd 2013
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Tuchoměřice GEBOUW B
huurder HARTMANN – RICO a.s.; LOGISTEED Czechia s.r.o.; Lidl Česká republika s.r.o..; CETIN a.s.
verhuurbare oppervlakte 18.603 m²
gebouwd 2017
Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 128
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Ústí nad Labem GEBOUW P1
huurder JOTUN CZECH a.s.; Zebra Technologies CZ s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 5.368 m²
gebouwd 2014
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Ústí nad Labem GEBOUW P2
huurder Datwyler IT Infra s.r.o.
verhuurbare oppervlakte 6.368 m²
gebouwd 2018
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Ústí nad Labem GEBOUW P3
huurder Treves CZ s.r.o.verhuurbare oppervlakte 8.725 m² gebouwd 2017 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Ústí nad Labem GEBOUW P4 huurder Treves CZ s.r.o. verhuurbare oppervlakte 6.134 m² gebouwd 2018 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Ústí nad Labem GEBOUW P5 huurder JOTUN CZECH a.s.; SUTA s.r.o. verhuurbare oppervlakte 3.503 m² gebouwd 2020 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Ústí nad Labem GEBOUW P6 huurder SSI Technologies s.r.o. verhuurbare oppervlakte 10.880 m² gebouwd 2015. 2020 Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 129
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Jeneč GEBOUW AB huurder 4PX Express CZ s.r.o. verhuurbare oppervlakte 52.582 m² gebouwd 2017 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Jeneč GEBOUW C huurder 4PX Express CZ s.r.o.; SUTA s.r.o. verhuurbare oppervlakte 11.698 m² gebouwd 2018 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Jeneč GEBOUW D1 huurder 4PX Express CZ s.r.o. verhuurbare oppervlakte 1.885 m² gebouwd 2017 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Jeneč GEBOUW D2 huurder 4PX Express CZ s.r.o. verhuurbare oppervlakte 3.725 m² gebouwd 2019 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Chomutov GEBOUW A huurder Geis Solutions CZ s.r.o.; SUTA s.r.o. Beinbauer Automotive CZ s.r.o. verhuurbare oppervlakte 15.570 m² gebouwd 2018 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Chomutov GEBOUW BC huurder Magna Automotive (CZ) s.r.o.; Geis Solutions CZ s.r.o. verhuurbare oppervlakte 36.095 m² gebouwd 2018 Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 130
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Chomutov GEBOUW D huurder Magna Automotive (CZ) s.r.o. verhuurbare oppervlakte 5.544 m² gebouwd 2022 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Prostějov GEBOUW A huurder ITAB Shop Concept CZ. a.s.; twd CZ. s.r.o. verhuurbare oppervlakte 15.330 m² gebouwd 2021 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Prostějov GEBOUW B huurder n/a verhuurbare oppervlakte 25.613 m² gebouwd 2021 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Vyškov GEBOUW A huurder IPRICE RECARE s.r.o. verhuurbare oppervlakte 28.868 m² gebouwd 2021 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Kladno GEBOUW A huurder CARGO CARE s.r.o.; Damco Czech Republic. s.r.o. verhuurbare oppervlakte 15.806 m² gebouwd 2022 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Kladno GEBOUW B huurder Kvadrat Czech Republic s.r.o.; VGP Renewable Energy s.r.o. verhuurbare oppervlakte 11.193 m² gebouwd 2022 Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 131
TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park České Budějovice GEBOUW C huurder DACHSER Czech Republic a.s. verhuurbare oppervlakte 9.424 m² gebouwd 2022 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park České Budějovice GEBOUW D huurder DACHSER Czech Republic a.s. verhuurbare oppervlakte 14.051 m² gebouwd 2023 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Ústí nad Labem City GEBOUW A huurder Bosal Aftermarket Europe. spol. s r.o.; Exentec Czech s.r.o.; VGP Renewable Energy s.r.o. verhuurbare oppervlakte 23.066 m² gebouwd 2023 TSJECHISCHE REPUBLIEK VGP Park Ústí nad Labem City GEBOUW BC huurder Mail Step a.s.. RTR – TRANSPORT A LOGISTIKA s.r.o.; VGP Renewable Energy s.r.o. verhuurbare oppervlakte 29.730 m² gebouwd 2025 Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 132
| VGP Park | Eigenaar | Land opp. (in m²) | Verhuurbare oppervlakte (in m²) | Gecontracteerde jaarlijkse huur (in miljoen €) | Opgeleverd | In aanbouw | Potentieel | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| VGP Park České Budějovice | VGP | 413.791 | 23.475 | 63.956 | 50.151 | 137.582 | 5,27 | |
| VGP Park Hrádek nad Nisou 2 | VGP | 24.528 | — | — | 9.480 | 9.480 | 0,76 | |
| VGP Park Liberec | VGP | 5.503 | — | — | 2.304 | 2.304 | — | |
| VGP Park Malé Přítočno | VGP | 80.063 | — | — | 32.013 | 32.013 | — | |
| VGP Park Olomouc 3 | VGP | 17.810 | 9.064 | — | — | 9.064 | 0,60 | |
| VGP Park Olomouc 4 | VGP | 14.026 | 4.267 | — | 1.740 | 6.007 | 0,34 | |
| VGP Park Prostějov | VGP | 26.712 | — | 10.351 | — | 10.351 | 0,23 | |
| VGP Park Ústí nad Labem | VGP | 10.527 | — | — | 5.737 | 5.737 | — | |
| VGP Park Joseph | VGP | 47.383 | — | — | 22.268 | 22.268 | 1,68 | |
| Totaal VGP | 640.343 | 36.806 | 74.307 | 123.693 | 234.806 | 8,88 | ||
| VGP Park Brno | JV1 | 63.974 | 35.485 | — | — | 35.485 | 2,32 | |
| VGP Park Český Újezd | JV1 | 45.383 | 15.542 | — | — | 15.542 | 0,89 | |
| VGP Park Chomutov | JV1 | 106.791 | 57.210 | — | — | 57.210 | 3,16 | |
| VGP Park Hrádek nad Nisou | JV1 | 180.638 | 87.732 | — | — | 87.732 | 6,28 | |
| VGP Park Hrádek nad Nisou 2 | JV1 | 80.554 | 30.214 | — | — | 30.214 | 1,86 | |
| VGP Park Jeneč | JV1 | 173.859 | 69.889 | — | — | 69.889 | 3,01 | |
| VGP Park Kladno | JV6 | 68.705 | 26.999 | — | — | 26.999 | 1,80 | |
| VGP Park Liberec | JV1 | 30.559 | 12.060 | — | — | 12.060 | 0,74 | |
| VGP Park Olomouc 1 | JV1 | 28.490 | 12.117 | — | — | 12.117 | 0,79 | |
| VGP Park Olomouc 2 | JV1 | 54.647 | 19.859 | — | — | 19.859 | 0,44 | |
| VGP Park Olomouc 3 | JV1 | 157.503 | 65.610 | — | — | 65.610 | 4,15 | |
| VGP Park Olomouc 4 | JV1 | 74.682 | 29.924 | — | — | 29.924 | 2,21 | |
| VGP Park Olomouc 5 | JV1 | 132.567 | 65.959 | — | — | 65.959 | 3,50 | |
| VGP Park Plzeň | JV1 | 102.044 | 47.452 | — | — | 47.452 | 3,11 | |
| VGP Park Prostějov | JV6 | 112.732 | 40.943 | — | — | 40.943 | 0,94 | |
| VGP Park Tuchoměřice | JV1 | 58.701 | 25.180 | — | — | 25.180 | 1,41 | |
| VGP Park Ústí nad Labem | JV1 | 117.769 | 40.978 | — | — | 40.978 | 2,81 | |
| VGP Park Ústí nad Labem City | JV6 | 108.000 | 52.797 | — | — | 52.797 | 3,40 | |
| VGP Park Vyškov | JV6 | 54.353 | 28.868 | — | — | 28.868 | 0,92 | |
| Totaal Joint Ventures | 1.751.951 | 764.817 | — | — | 764.817 | 43,74 | ||
| VGP Park Kladno 2 | Gecommitteerd | 67.205 | — | — | 20.749 | 20.749 | — | |
| VGP Park Přerov Předmostí I | Gecommitteerd | 57.220 | — | — | 26.026 | 26.026 | — | |
| Totaal Gecommitteerd | 124.425 | — | — | 46.775 | 46.775 | — | ||
| Totaal Tsjechische Republiek | 2.516.720 | 801.623 | 74.307 | 170.468 | 1.046.398 | 52,62 |
Portefeuille / Tsjechische Republiek VGP NV Jaarverslag 2025 / 133
PopiskaVGP Park Pamplona Noain, Spanje Spanje Portefeuille / Spanje VGP NV Jaarverslag 2025 / 134
Spanje
62 VGP Park Alicante 63 VGP Park Belartza 64 VGP Park Burgos 65 VGP Park Córdoba 66 VGP Park Dos Hermanas 67 VGP Park Fuenlabrada 68 VGP Park Fuenlabrada 2 69 VGP Park Granollers 70 VGP Park La Naval 71 VGP Park Lliçà d’Amunt 72 VGP Park Martorell 73 VGP Park Pamplona Noain 74 VGP Park San Fernando de Henares 75 VGP Park Sevilla Ciudad de la Imagen 76 VGP Park Valencia Cheste 77 VGP Park Zaragoza Bilbao Burgos Zaragoza Barcelona Valencia Sevilla Madrid 74 71 68 76 77 75 69 72 70 64 62 65 63 73 67 66 Portefeuille / Spanje VGP NV Jaarverslag 2025 / 135
SPANJE VGP Park Lliçà d’Amunt GEBOUW A huurder Picking Farma. S.A.U. verhuurbare oppervlakte 13.639 m² gebouwd 2020 SPANJE VGP Park Lliçà d’Amunt GEBOUW C huurder DistriCenter. S.A.U.; Staci Logistics Spain. S.A.; Luís Simões Logística Integrada. S.A.; Gepanetrans Logistic. S.L.U.; Salvat Logistica. S.A.U. verhuurbare oppervlakte 32.018 m² gebouwd 2019 SPANJE VGP Park Lliçà d’Amunt GEBOUW D huurder Moldstock. S.L. verhuurbare oppervlakte 7.205 m² gebouwd 2020 SPANJE VGP Park Lliçà d’Amunt GEBOUW E huurder Manipulados del Retractil 91. S.L.; Gotex. S.A.U. verhuurbare oppervlakte 22.194 m² gebouwd 2020 SPANJE VGP Park San Fernando de Henares GEBOUW A huurder TK Elevadores España S.L.U.; Rhenus Logistics S.A.U.; Noatum Logistics Spain. S.A.U. verhuurbare oppervlakte 22.962 m² gebouwd 2018 SPANJE VGP Park San Fernando de Henares GEBOUW B1 huurder Rhenus Logistics. S.A.U.; Logwin Solutions Spain. S.A.; CTC Externalización. S.L.U. verhuurbare oppervlakte 19.623 m² gebouwd 2019 Portefeuille / Spanje VGP NV Jaarverslag 2025 / 136
SPANJE VGP Park San Fernando de Henares GEBOUW B2 huurder Rhenus Logistics. S.A.U. verhuurbare oppervlakte 12.267 m² gebouwd 2019 SPANJE VGP Park San Fernando de Henares GEBOUW C1 huurder Huawei Technologies España. S.L. verhuurbare oppervlakte 7.947 m² gebouwd 2020 SPANJE VGP Park San Fernando de Henares GEBOUW C2 huurder Areatrans S.A. verhuurbare oppervlakte 5.165 m² gebouwd 2020 SPANJE VGP Park San Fernando de Henares GEBOUW D1 huurder Paack Logistics Iberia. S.L.U. verhuurbare oppervlakte 11.453 m² gebouwd 2021 SPANJE VGP Park San Fernando de Henares GEBOUW D2 huurder Picking Farma. S.A.U. verhuurbare oppervlakte 27.579 m² gebouwd 2023 SPANJE VGP Park San Fernando de Henares GEBOUW E huurder DSV Road Spain. S.A.U. verhuurbare oppervlakte 12.176 m² gebouwd 2019 Portefeuille / Spanje VGP NV Jaarverslag 2025 / 137
SPANJE VGP Park Zaragoza GEBOUW A huurder Cotrali Zaragoza. S.L. verhuurbare oppervlakte 18.074 m² gebouwd 2020 SPANJE VGP Park Zaragoza GEBOUW B huurder Thinktextil. S.L. verhuurbare oppervlakte 21.373 m² gebouwd 2022 SPANJE VGP Park Zaragoza GEBOUW C huurder Kuehne & Nagel. S.A. verhuurbare oppervlakte 36.172 m² gebouwd 2022 SPANJE VGP Park Valencia Cheste GEBOUW A huurder Eurojuguetes. S.L.U.; Inversiones Müller. S.L. verhuurbare oppervlakte 14.222 m² gebouwd 2022 SPANJE VGP Park Valencia Cheste GEBOUW B huurder Dia Retail España. S.A.U.; Aza Logistics. S.L.U.; Furnilogik. S.L.U. verhuurbare oppervlakte 25.409 m² gebouwd 2021 SPANJE VGP Park Valencia Cheste GEBOUW C huurder JYSK DBL Iberia. S.L.U. verhuurbare oppervlakte 24.442 m² gebouwd 2024 Portefeuille / Spanje VGP NV Jaarverslag 2025 / 138
SPANJE VGP Park Fuenlabrada GEBOUW A huurder Futurbaño. S.L.; Logista Pharma. S.A.U. verhuurbare oppervlakte 41.752 m² gebouwd 2022 SPANJE VGP Park Granollers GEBOUW A huurder Grupo Transaher. S.L. verhuurbare oppervlakte 8.920 m² gebouwd 2022 SPANJE VGP Park Sevilla Dos Hermanas GEBOUW B huurder Lamaignere Cargo. S.L.; Almacenaje y Total Distribución Logística. S.L.; Gardenstore. S.L.; Vapores Suardiaz Sur-Atlántico. S.L.; H2B2 Electrolysis Technologies. S.L. verhuurbare oppervlakte 29.091 m² gebouwd 2022 SPANJE VGP Park Córdoba GEBOUW B huurder Zigor Corporación. S.A. verhuurbare oppervlakte 7.541 m² gebouwd 2025 SPANJE VGP Park Dos Hermanas GEBOUW A huurder Pro a Pro Hosteleria Organizada. S.A.; Envases Universales Ibérica. S.L.U. verhuurbare oppervlakte 25.826 m² gebouwd 2025 SPANJE VGP Park Martorell GEBOUW A huurder Alcalá Industrial. S.A.U. verhuurbare oppervlakte 10.045 m² gebouwd 2025 Portefeuille / Spanje VGP NV Jaarverslag 2025 / 139
SPANJE VGP Park Pamplona Noain GEBOUW A huurder Mobis Spain Electrified Powertrain. S.L.U. verhuurbare oppervlakte 50.022 m² gebouwd 2025 Portefeuille / Spanje VGP NV Jaarverslag 2025 / 140
VGP Park Eigenaar Land opp.| Naam | Verhuurbare oppervlakte (in m²) | Opgeleverd | In aanbouw | Potentieel | Totaal | Gecontracteerde jaarlijkse huur (in miljoen €) |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| VGP Park Alicante | 41.834 | — | 23.638 | — | 23.638 | 1,09 |
| VGP Park Burgos | 128.190 | — | 27.555 | 49.411 | 76.966 | 0,23 |
| VGP Park Córdoba | 35.986 | 7.541 | — | 15.419 | 22.960 | 0,38 |
| VGP Park Dos Hermanas | 48.168 | 25.826 | — | — | 25.826 | 1,59 |
| VGP Park Fuenlabrada 2 | 70.866 | — | — | 33.960 | 33.960 | — |
| VGP Park La Naval | 218.033 | — | — | 114.278 | 114.278 | 0,02 |
| VGP Park Pamplona Noain | 47.495 | — | — | 23.276 | 23.276 | — |
| VGP Park Sevilla Ciudad de la Imagen | 54.712 | — | — | 28.587 | 28.587 | — |
| VGP Park Valencia Cheste | 41.218 | 24.442 | — | — | 24.442 | 1,35 |
| VGP Park Zaragoza | 29.960 | — | — | 19.146 | 19.146 | — |
| Totaal VGP | 716.462 | 57.810 | 51.193 | 284.078 | 393.081 | 4,66 |
| VGP Park Belartza (Joint Venture) | 145.215 | — | — | 63.640 | 63.640 | — |
| VGP Park Dos Hermanas (JV2) | 54.832 | 29.091 | — | — | 29.091 | 1,26 |
| VGP Park Fuenlabrada (JV2) | 80.223 | 41.752 | — | — | 41.752 | 2,24 |
| VGP Park Granollers (JV2) | 14.385 | 8.920 | — | — | 8.920 | 0,63 |
| VGP Park Lliçà d'Amunt (JV2) | 149.597 | 75.056 | — | — | 75.056 | 5,31 |
| VGP Park Martorell (JV6) | 18.235 | 10.045 | — | — | 10.045 | 0,74 |
| VGP Park Pamplona Noain (JV6) | 100.205 | 50.022 | — | — | 50.022 | 3,57 |
| VGP Park San Fernando de Henares (JV2) | 222.713 | 119.171 | — | — | 119.171 | 8,26 |
| VGP Park Valencia Cheste (JV2) | 71.886 | 39.632 | — | — | 39.632 | 2,04 |
| VGP Park Zaragoza (JV2) | 117.535 | 75.618 | — | — | 75.618 | 3,97 |
| Totaal Joint Ventures | 974.826 | 449.307 | — | 63.640 | 512.947 | 28,02 |
| Totaal Spanje | 1.691.288 | 507.117 | 51.193 | 347.718 | 906.028 | 32,68 |
Portefeuille / Spanje VGP NV Jaarverslag 2025 / 141
Andere Europese landen
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 142
ITALIË
78 VGP Park Calcio
79 VGP Park Legnano
80 VGP Park Paderno Dugnano
81 VGP Park Padova
82 VGP Park Parma
83 VGP Park Parma 2
84 VGP Park Parma 3
85 VGP Park Sordio
86 VGP Park Valsamoggia
87 VGP Park Valsamoggia 2
OOSTENRIJK
88 VGP Park Ehrenfeld
89 VGP Park Graz
90 VGP Park Laxenburg
91 VGP Park Traiskirchen
SLOWAKIJE
92 VGP Park Bratislava
93 VGP Park Malacky
94 VGP Park Zvolen
HONGARIJE
95 VGP Park Alsónémedi
96 VGP Park Budapest Aerozone
97 VGP Park Győr
98 VGP Park Győr Beta
99 VGP Park Győr Gamma
100 VGP Park Hatvan
101 VGP Park Kecskemét
ROEMENIË
102 VGP Park Arad
103 VGP Park Brașov
104 VGP Park Bucharest
105 VGP Park Sibiu
106 VGP Park Timisoara
SERVIË
107 VGP Park Belgrade-Dobanovci
KROATIË
108 VGP Park Split
109 VGP Park Zagreb Lučko
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 143
PORTUGAL
110 VGP Park Loures
111 VGP Park Loures 2
112 VGP Park Montijo
113 VGP Park Santa Maria da Feira
114 VGP Park Sintra
115 VGP Park Vila Nova de Gaia
FRANKRIJK
116 VGP Park La Verrière
117 VGP Park Mulhouse
118 VGP Park Rouen
119 VGP Park Vélizy
NEDERLAND
120 VGP Park Nijmegen
121 VGP Park Roosendaal
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 144
LETLAND
122 VGP Park Dreilini
123 VGP Park Kekava
124 VGP Park Tiraines
DENEMARKEN
125 VGP Park Copenhagen, Greve 1
126 VGP Park Køge
127 VGP Park Vejle
VERENIGD KONINKRIJK
128 VGP Park East Midlands
129 VGP Park Sheffield
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 145
HONGARIJE
VGP Park Alsónémedi GEBOUW A1 huurder Nagel Hungária Logisztikai Kft. verhuurbare oppervlakte 22.904 m² gebouwd 2016
HONGARIJE
VGP Park Alsónémedi GEBOUW A2 huurder Magyar Lapterjesztő Zrt. verhuurbare oppervlakte 8.536 m² gebouwd 2022
HONGARIJE
VGP Park Győr GEBOUW A huurder SKINY Logisztikai Kft.; WSZL Kft.; Gebrüder Weiss Szállítmányozási Kft. verhuurbare oppervlakte 20.290 m² gebouwd 2009
HONGARIJE
VGP Park Győr GEBOUW B huurder Lear Corporation Hungary Kft.; TI Automotive (Hungary) Kft. verhuurbare oppervlakte 24.738 m² gebouwd 2017
HONGARIJE
VGP Park Győr GEBOUW C huurder Off-Highway Hungary Kft. verhuurbare oppervlakte 6.462 m² gebouwd 2011
HONGARIJE
VGP Park Győr Béta GEBOUW A huurder Apollo Tyres (Europe) B.V.. ASMPT Magyarország Kft. verhuurbare oppervlakte 37.997 m² gebouwd 2024
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 146
HONGARIJE
VGP Park Győr Béta GEBOUW B huurder Raben Trans European Hungary Kft.; SMR Automotive Mirror Technology Hungary Bt. verhuurbare oppervlakte 13.937 m² gebouwd 2022
HONGARIJE
VGP Park Győr Béta GEBOUW C huurder Transdanubia Logisztikai Kft. verhuurbare oppervlakte 19.820 m² gebouwd 2024
HONGARIJE
VGP Park Kecskemét GEBOUW A huurder Andreas Schmid Logistik Kft.; Bohnenkamp Kft.; Mercedes-Benz Manufacturing Hungary Kft. verhuurbare oppervlakte 22.136 m² gebouwd 2023
HONGARIJE
VGP Park Kecskemét GEBOUW B huurder HunTex Recycling Kft.; J Manufacturing LLC; Cargoport Kft. verhuurbare oppervlakte 17.046 m² gebouwd 2020
HONGARIJE
VGP Park Kecskemét GEBOUW C huurder P-Development Vagyonkezelő Kft. verhuurbare oppervlakte 20.149 m² gebouwd 2023
HONGARIJE
VGP Park Kecskemét GEBOUW D huurder Elringklinger Hungary Kft.; P-Development Vagyonkezelő Kft. verhuurbare oppervlakte 20.148 m² gebouwd 2024
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 147
HONGARIJE
VGP Park Hatvan GEBOUW A1 huurder LKH LEONI Kft. verhuurbare oppervlakte 16.663 m² gebouwd 2020
HONGARIJE
VGP Park Budapest Aerozone GEBOUW B.1 huurder BOXY Logisztikai Zrt. verhuurbare oppervlakte 11.015 m² gebouwd 2022
HONGARIJE
VGP Park Budapest Aerozone GEBOUW C1.1 huurder Agroloop Hungary Kft. verhuurbare oppervlakte 13.544 m² gebouwd 2023
HONGARIJE
VGP Park Kecskemét GEBOUW E1 huurder L+W Montagetechnik Kft. verhuurbare oppervlakte 17.866 m² gebouwd 2024
HONGARIJE
VGP Park Budapest Aerozone GEBOUW A huurder CooperVision CL Hungary Kft.; Ekol Logistics Szolgáltató Kft.; CMC Europe Kft.; Yusen Logistics (Hungary) Kft.; Power Belt Kft. verhuurbare oppervlakte 29.281 m² gebouwd 2024
HONGARIJE
VGP Park Budapest Aerozone GEBOUW B.2 huurder BOXY Logisztikai Zrt. verhuurbare oppervlakte 12.166 m² gebouwd 2025
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 148
HONGARIJE
VGP Park Kecskemét 2 GEBOUW F huurder Fuyao Glass Eastern Europe Kft. verhuurbare oppervlakte 25.628 m² gebouwd 2025
HONGARIJE
VGP Park Kecskemét 2 GEBOUW G huurder Univer-Product Zrt. verhuurbare oppervlakte 18.417 m² gebouwd 2025
SLOWAKIJE
VGP Park Malacky GEBOUW A huurder Benteler Automotive SK s.r.o.; SPP – distribúcia. a.s. verhuurbare oppervlakte 13.175 m² gebouwd 2009
SLOWAKIJE
VGP Park Malacky GEBOUW B huurder Benteler Automotive SK s.r.o.; Cipher Europe s.r.o.; PLP Facility. a.s.; Forbo Siegling s.r.o.; RUBIGO. s.r.o.; VGP Renewable Energy Slovakia s.r.o. verhuurbare oppervlakte 19.074 m² gebouwd 2020
SLOWAKIJE
VGP Park Malacky GEBOUW C huurder FROMM SLOVAKIA. a.s.; Boxon Tech s.r.o.; GND Logistics s.r.o.. verhuurbare oppervlakte 15.356 m² gebouwd 2015
SLOWAKIJE
VGP Park Malacky GEBOUW D huurder Volkswagen Konzernlogistik GmbH & Co. OHG verhuurbare oppervlakte 25.690 m² gebouwd 2016
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 149
SLOWAKIJE
VGP Park Malacky GEBOUW E1 huurder IDEAL Automotive Malacky. s.r.o. verhuurbare oppervlakte 13.087 m² gebouwd 2016
SLOWAKIJE
VGP Park Malacky GEBOUW E2 huurder IDEAL Automotive Malacky. s.r.o. verhuurbare oppervlakte 10.606 m² gebouwd 2024
SLOWAKIJE
VGP Park Bratislava GEBOUW A huurder Dirks Consumer Slovakia GmbH. org. zložka verhuurbare oppervlakte 43.326 m² gebouwd 2022
SLOWAKIJE
VGP Park Bratislava GEBOUW F huurder Continental Barum s.r.o. verhuurbare oppervlakte 57.328 m² gebouwd 2021
SLOWAKIJE
VGP Park Bratislava GEBOUW D1 huurder Apollo Tyres (Europe) B.V.; Packeta Slovakia s.r.o. verhuurbare oppervlakte 40.068 m² gebouwd 2024
SLOWAKIJE
VGP Park Bratislava GEBOUW F EXT. huurder Continental Barum s.r.o. verhuurbare oppervlakte 11.833 m² gebouwd 2025
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 150
SLOWAKIJE
VGP Park Bratislava GEBOUW H huurder Geis SK s.r.o. verhuurbare oppervlakte 18.354 m² gebouwd 2022
LETLAND
VGP Park Kekava GEBOUW A huurder SIA “BMJ Latvia”; MDL Terminal SIA; Power Solution SIA; Energokomplekss SIA; JAS Worldwide Latvia SIA; VILKS SIA; NNL LVSIA; Latvijas Neatkarigo Tirgotāju Kooperācija SIA verhuurbare oppervlakte 35.846 m² gebouwd 2018
SLOWAKIJE
VGP Park Zvolen GEBOUW C huurder BUFAB Slovakia s.r.o.; Packeta Slovakia s.r.o.; SpedDKA s.r.o. verhuurbare oppervlakte 8.479 m² gebouwd 2024
LETLAND
VGP Park Kekava GEBOUW B huurder MMD Serviss SIA verhuurbare oppervlakte 26.946 m² gebouwd 2019
LETLAND
VGP Park Tiraines GEBOUW A huurder EUGESTA un Partneri SIA; TeleTower SIA verhuurbare oppervlakte 28.896 m² gebouwd 2023
SLOWAKIJE
VGP Park Bratislava GEBOUW G huurder Coca-Cola HBC Česko a Slovensko. s.r.o.; Hossa family. s.r.o.; HOLLEX SLOVAKIA. s.r.o. verhuurbare oppervlakte 19.201 m² gebouwd 2023
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 151
ROEMENIË
VGP Park Timişoara GEBOUW A1 huurder QUEHENBERGER LOGISTICS ROU SRL; VGP Renewable Energy s.r.l. verhuurbare oppervlakte 17.613 m² gebouwd 2016
ROEMENIË
VGP Park Timişoara GEBOUW A2 huurder FAN COURIER EXPRESS SRL; ITC LOGISTIC ROMANIA SRL.; INTER CARS ROMANIA SRL verhuurbare oppervlakte 18.085 m² gebouwd 2017
ROEMENIË
VGP Park Timişoara GEBOUW B1 huurder UPS Romania S.R.L.; World Mediatrans S.R.L.; ITC LOGISTIC ROMANIA S.R.L.; DUMERA S.R.L.; VGP Proiecte Industriale S.R.L.; Acila SRL; VANDEWIELE ROMANIA S.R.L. verhuurbare oppervlakte 17.873 m² gebouwd 2015
ROEMENIË
VGP Park Timişoara GEBOUW B2 huurder DHL Freight Romania SRL; RESET EMS SRL; NEFAB PACKAGING ROMANIA SRL; HELBAKO ELECTRONICA SRL; LOSAN DEPOT SRL; World Mediatrans S.R.L.; PETERSSON TECHNOLOGY S.R.L.; COMPANIA NATIONALA POSTA ROMANA S.A.# Portefeuille / Andere Europese landen
ROEMENIË
| Locatie / Gebouw | Huurder | Verhuurbare oppervlakte | Gebouwd |
|---|---|---|---|
| VGP Park Timişoara GEBOUW C1 | cargo-partner Expeditii S.R.L.; EUROCCOPER S.A.; DYNAMIC PARCEL DISTRIBUTION S.A.; DS SMITH PAPER ZARNESTI S.R.L.; KLG EUROPE LOGISTICS S.A. | 18.183 m² | 2016 |
| VGP Park Timişoara GEBOUW C2 | Hafele Romania SRL; DELIVERY SOLUTIONS S.A.; SYNTRONIC PRODUCTION AND AFTERMARKET SERVICES S.R.L.; DHL International Romania SRL; | 20.816 m² | 2019 |
| VGP Park Timişoara GEBOUW D | RPW LOGISTICS SRL; World Mediatrans S.R.L.; VGP Renewable Energy s.r.l. | 21.094 m² | 2019 |
| VGP Park Timişoara GEBOUW E | CONTINENTAL AUTOMOTIVE PRODUCTS SRL; RONDOCARTON SRL; VGP Renewable Energy s.r.l. | 30.774 m² | 2021 |
| VGP Park Brașov GEBOUW A | ECOPAL DISTRIBUTION SRL; DACHSER ROMANIA SRL; PRO SOFT SRL; NEFAB PACKAGING ROMANIA SRL; DRIM DANIEL DISTRIBUŢIE FMCG SRL; OLSTRAL HPT SRL; TRADY 2000 SRL; COS 2000 DISTRIBUTION SRL; TRANSMEC RO SRL | 32.768 m² | 2024 |
| VGP Park Brașov GEBOUW B1 | AUTOLIV ROMANIA SRL | 28.951 m² | 2023 |
| VGP Park Brașov GEBOUW E | FILDAS TRADING SRL; ITC LOGISTIC ROMANIA S.R.L. | 20.897 m² | 2021 |
| VGP Park Brașov GEBOUW I | SCHENKER LOGISTICS ROMANIA S.A.; DYNAMIC PARCEL DISTRIBUTION SA; MIELE TEHNICA SRL; RETURO SISTEM GARANŢIE RETURNARE S.A. | 9.556 m² | 2023 |
| VGP Park Arad GEBOUW A | KUEHNE + NAGEL S.R.L.; Fan Courier Express SRL; NDB LOGISTICA ROMANIA SRL; DYNAMIC PARCEL DISTRIBUTION SA; DRIM DANIEL DISTRIBUTIE FMCG SRL; Vodafone Romania SA; VGP Renewable Energy s.r.l. | 17.468 m² | 2023 |
| VGP Park Sibiu GEBOUW B | Englmayer Romania SRL; IKEA ROMANIA S.A.; SOMAREST SRL; VEL PITAR SA; TRANSMEC RO SRL; VGP Renewable Energy s.r.l. | 29.408 m² | 2022 |
| VGP Park Bucharest GEBOUW C | SELECT FRUITS SRL; GOLDEN PROVIDER DISTRIBUTION SRL; ASTON COM SA; ALASKA ENERGIES SRL; INTER CARS ROMANIA SRL; VGP Renewable Energy s.r.l. | 16.664 m² | 2022 |
| VGP Park Brașov GEBOUW H | ILS BALKAN S.R.L.; VGP Renewable Energy s.r.l. | 30.566 m² | 2023 |
| VGP Park Arad GEBOUW B | VAT ROMANIA S.R.L. | 53.287 m² | 2025 |
| VGP Park Bucharest GEBOUW D | RAWLPLUG ROMANIA SRL; S.C Würth Romania S.R.L.; TOMRA COLLECTION ROMANIA S.R.L.; VGP Renewable Energy s.r.l. | 20.109 m² | 2025 |
VGP NV Jaarverslag 2025 / 154
OOSTENRIJK
| Locatie / Gebouw | Huurder | Verhuurbare oppervlakte | Gebouwd |
|---|---|---|---|
| VGP Park Graz GEBOUW A | MAGNA Steyr Fahrzeugtechnik GmbH & Co. KG | 16.535 m² | 2017 |
| VGP Park Graz GEBOUW B | WeShip Fulfillment GmbH; LEVL GmbH; Johann Weiss GmbH; Magirus Lohr GmbH; VGP Renewable Energy Osterreich GmbH | 8.210 m² | 2022 |
| VGP Park Graz GEBOUW C | Amazon Transport Austria GmbH | 62.519 m² | 2023 |
| VGP Park Graz GEBOUW PH | Amazon Transport Austria GmbH | 45.536 m² | 2023 |
| VGP Park Laxenburg GEBOUW A | REWE International Lager- und Transportgesellschaft m.b.H.; VGP Renewable Energy Osterreich GmbH | 26.004 m² | 2024 |
| VGP Park Laxenburg GEBOUW B | Barsan Global Logistik GmbH; Toyota Material Handling Austria GmbH; Kwizda Pharmadistribution GmbH; VGP Renewable Energy Osterreich GmbH | 24.266 m² | 2025 |
VGP NV Jaarverslag 2025 / 155
NEDERLAND
| Locatie / Gebouw | Huurder | Verhuurbare oppervlakte | Gebouwd |
|---|---|---|---|
| VGP Park Nijmegen GEBOUW B1, B2 | Holding Geurtsen Thomassen B.V.; VGP Renewable Energy Netherlands BV | 42.504 m² | 2021 |
| VGP Park Nijmegen GEBOUW B3, B4 | VGP Renewable Energy Netherlands BV; Bol.com B.V. | 62.5219 m² | 2022 |
| VGP Park Nijmegen GEBOUW C | Mantel Arnhem B.V.; Holding Geurtsen Thomassen B.V.; VGP Renewable Energy Netherlands BV | 35.050 m² | 2022 |
| VGP Park Roosendaal GEBOUW A | Active Ants B.V.; LX Pantos Netherlands B.V.; VGP Renewable Energy Netherlands BV | 42.410 m² | 2020 |
| VGP Park Roosendaal GEBOUW B | Loendersloot Global Logistics BV; VGP Renewable Energy Netherlands BV | 9.294 m² | 2023 |
| VGP Park Nijmegen GEBOUW A | Conpax Beheer B.V.; Ahold Europe Real Estate & Construction B.V.; Nippon Express (Nederland) B.V.; VGP Renewable Energy Netherlands B.V.; Sett Living B.V.; Proforto B.V.; Rheinmetall Defence Nederladns B.V. | 66.953 m² | 2020 |
VGP NV Jaarverslag 2025 / 156
ITALIË
| Locatie / Gebouw | Huurder | Verhuurbare oppervlakte | Gebouwd |
|---|---|---|---|
| VGP Park Valsamoggia GEBOUW B | Macron S.p.a. | 16.106 m² | 2019 |
| VGP Park Valsamoggia 2 GEBOUW B | CEI S.p.A. | 18.816 m² | 2024 |
| VGP Park Calcio GEBOUW A | FGC S.r.l.; Farmol S.p.A.; VGP Renewable Energy Italy SRL | 24.052 m² | 2020 |
| VGP Park Sordio GEBOUW A | General Logistics Systems Italy S.P.A; VGP Renewable Energy Italy SRL | 12.034 m² | 2021 |
| VGP Park Valsamoggia 2 GEBOUW A | Sipla S.r.l.; Dino Corsini S.r.l.; Pro SGM. S.r.l. | 15.798 m² | 2025 |
| VGP Park Valsamoggia GEBOUW A | Macron S.p.a.; VGP Renewable Energy Italy SRL | 6.678 m² | 2020 |
VGP NV Jaarverslag 2025 / 157
ITALIË, PORTUGAL
| Locatie / Gebouw | Huurder | Verhuurbare oppervlakte | Gebouwd |
|---|---|---|---|
| ITALIË VGP Park Padova GEBOUW B | Gruppo Executive Societa Consortile a r.l. | 7.246 m² | 2021 |
| ITALIË VGP Park Parma Lumiere GEBOUW A | GLS Enterprise s.r.l. | 5.710 m² | 2022 |
| ITALIË VGP Park Legnano GEBOUW A | Gymbeam Italy S.R.L.; Melchioni Car System. S.R.L. | 22.401 m² | 2025 |
| ITALIË VGP Park Parma GEBOUW A | Mutti. S.P.A. | 50.187 m² | 2025 |
| PORTUGAL VGP Park Santa Maria da Feira GEBOUW A | Rádio Popular – Electrodomésticos. S.A. | 29.813 m² | 2021 |
| ITALIË VGP Park Padova GEBOUW A | Carlini Gomme s.r.l.; Gruber Logistics S.p.A. | 15.301 m² | 2021 |
VGP NV Jaarverslag 2025 / 158
PORTUGAL, FRANKRIJK, SERVIË
| Locatie / Gebouw | Huurder | Verhuurbare oppervlakte | Gebouwd |
|---|---|---|---|
| PORTUGAL VGP Park Loures GEBOUW B | DHL Parcel Portugal. Unipessoal. Lda. | 7.142 m² | 2023 |
| PORTUGAL VGP Park Montijo GEBOUW A | Zolve – Logística e Transporte. S.A.; SAM’S – Soluções em Alumínio e PVC. LDA; Spraga Portugal. Lda.; JK Global – Unipessoal. Lda. | 32.692 m² | 2025 |
| FRANKRIJK VGP Park Rouen GEBOUW A | Sénalia Logistics & Entreposage; VGP Énergies Renouvelables France S.A.S. | 39.424 m² | 2024 |
| SERVIË VGP Park Belgrade – Dobanovci GEBOUW C | Metro Cash & Carry d.o.o. Beograd; Gebrüder Weiss Transport and Logistics d.o.o; Slanje Paketa d.o.o. | 35.129 m² | 2024 |
| SERVIË VGP Park Belgrade – Dobanovci GEBOUW D1 | Delhaize Serbia d.o.o. Beograd | 41.954 m² | 2024 |
| PORTUGAL VGP Park Loures GEBOUW A | DPD Portugal Transporte Expresso. S.A | 12.602 m² | 2023 |
VGP NV Jaarverslag 2025 / 159
DENEMARKEN, SERVIË
| Locatie / Gebouw | Huurder | Verhuurbare oppervlakte | Gebouwd |
|---|---|---|---|
| DENEMARKEN VGP Park Vejle GEBOUW D | VTK A/S | 10.144 m² | 2025 |
| SERVIË VGP Park Belgrade – Dobanovci GEBOUW D2 (D1–L2) | Delhaize Serbia d.o.o. Beograd | 5.203 m² | 2025 |
VGP NV Jaarverslag 2025 / 160
Overzicht VGP Parken
| VGP Park | Eigenaar | Land | Opp. (in m²) | Verhuurbare oppervlakte (in m²) | Gecontracteerde jaarlijkse huur (in miljoen €) | Opgeleverd | In aanbouw | Potentieel | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| VGP Park Ehrenfeld | VGP | OOSTENRIJK | 182.803 | — | 32.302 | 45.457 | 77.759 | 1,64 | - |
| VGP Park Traiskirchen | VGP | OOSTENRIJK | 41.418 | — | — | 22.523 | 22.523 | — | - |
| VGP Park Graz 2 | JV6 | OOSTENRIJK | 99.682 | 68.080 | — | — | 68.080 | 3,64 | - |
| VGP Park Laxenburg | JV6 | OOSTENRIJK | 111.477 | 50.270 | — | — | 50.270 | 4,43 | - |
| VGP Park Graz | JV2 | OOSTENRIJK | 38.239 | 16.535 | — | — | 16.535 | 1,48 | - |
| Totaal VGP | - | - | 224.221 | — | 32.302 | 67.980 | 100.282 | 1,64 | - |
| Totaal Joint Ventures | - | - | 249.398 | 134.885 | — | — | 134.885 | 9,55 | - |
| VGP Park Split | VGP | KROATIË | 186.677 | — | 34.990 | 42.461 | 77.451 | 3,76 | - |
| VGP Park Zagreb Lučko | VGP | KROATIË | 97.987 | — | 28.591 | 8.647 | 37.238 | 2,87 | - |
| Totaal VGP | - | - | 284.664 | — | 63.581 | 51.108 | 114.689 | 6,64 | - |
| VGP Park Vejle | VGP | DENEMARKEN | 175.256 | 10.144 | 16.318 | 53.873 | 80.335 | 1,70 | - |
| VGP Park Copenhagen | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 161
| VGP Park | Eigenaar | Land opp. (in m²) | Verhuurbare oppervlakte (in m²) | Gecontracteerde jaarlijkse huur (in miljoen €) | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Opgeleverd | In aanbouw | Potentieel | Totaal | ||||
| HONGARIJE | |||||||
| VGP Park Alsónémedi | VGP | 9.784 | — | — | 4.900 | 4.900 | — |
| VGP Park Budapest Aerozone | VGP | 378.859 | 66.006 | — | 58.585 | 124.591 | 5,98 |
| VGP Park Budapest Aerozone 2 | VGP | 364.246 | — | 15.986 | 108.131 | 124.117 | 1,36 |
| VGP Park Győr Beta | VGP | 142.294 | 71.754 | — | — | 71.754 | 4,37 |
| VGP Park Győr Gamma | VGP | 83.825 | — | 15.478 | 19.949 | 35.427 | 0,42 |
| VGP Park Hatvan | VGP | 59.584 | 16.663 | — | 9.317 | 25.980 | 1,20 |
| VGP Park Kecskemét | VGP | 255.031 | 97.345 | — | 16.004 | 113.349 | 6,43 |
| VGP Park Kecskemét 2 | VGP | 123.715 | 44.045 | 18.668 | — | 62.713 | 3,32 |
| VGP Park Alsónémedi | JV1 | 75.565 | 31.440 | — | — | 31.440 | 2,10 |
| VGP Park Győr | JV1 | 121.799 | 51.490 | — | — | 51.490 | 3,50 |
| VGP Park Kecskemét 3 | Gecommitteerd | 96.158 | — | — | 36.049 | 36.049 | — |
| Totaal VGP | 1.417.338 | 295.813 | 50.132 | 216.886 | 562.831 | 23,08 | |
| Totaal Joint Ventures | 197.364 | 82.930 | — | — | 82.930 | 5,60 | |
| Totaal Gecommitteerd | 96.158 | — | — | 36.049 | 36.049 | — | |
| ITALIË | |||||||
| VGP Park Paderno Dugnano | VGP | 96.883 | — | — | 33.889 | 33.889 | — |
| VGP Park Parma 3 | VGP | 56.444 | — | 14.270 | 14.009 | 28.279 | 0,45 |
| VGP Park Legnano | JV6 | 49.381 | 22.401 | — | — | 22.401 | 1,64 |
| VGP Park Parma | JV6 | 99.487 | 50.187 | — | — | 50.187 | 2,79 |
| VGP Park Valsamoggia 2 | JV6 | 66.026 | 34.614 | — | — | 34.614 | 3,08 |
| VGP Park Calcio | JV2 | 48.593 | 24.052 | — | — | 24.052 | 1,62 |
| VGP Park Padova | JV2 | 50.091 | 22.547 | — | — | 22.547 | 1,65 |
| VGP Park Sordio | JV2 | 26.811 | 12.034 | — | — | 12.034 | 1,02 |
| VGP Park Valsamoggia | JV2 | 52.776 | 22.783 | — | — | 22.783 | 1,72 |
| VGP Park Parma 2 | JV2 | 18.865 | 5.710 | — | — | 5.710 | 0,57 |
| VGP Park Reggio Emilia 2 | Gecommitteerd | 213.706 | — | — | 95.041 | 95.041 | — |
| VGP Park Verona | Gecommitteerd | 169.272 | — | — | 76.688 | 76.688 | — |
| VGP Park Guardamiglio | Gecommitteerd | 33.238 | — | — | 11.600 | 11.600 | — |
| VGP Park Reggio Emilia | Onder Optie | 105.849 | — | — | 41.948 | 41.948 | 2,60 |
| Totaal VGP | 153.327 | — | 14.270 | 47.898 | 62.168 | 0,45 | |
| Totaal Joint Ventures | 412.030 | 194.329 | — | — | 194.329 | 14,09 | |
| Totaal Gecommitteerd | 416.216 | — | — | 183.329 | 183.329 | — | |
| Totaal Onder Optie | 105.849 | — | — | 41.948 | 41.948 | 2,60 |
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 162
| VGP Park | Eigenaar | Land opp. (in m²) | Verhuurbare oppervlakte (in m²) | Gecontracteerde jaarlijkse huur (in miljoen €) | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Opgeleverd | In aanbouw | Potentieel | Totaal | ||||
| LETLAND | |||||||
| VGP Park Dreilini | VGP | 107.172 | — | — | 35.570 | 35.570 | 0,54 |
| VGP Park Kekava | VGP | 148.442 | 62.792 | — | — | 62.792 | 2,75 |
| VGP Park Tiraines | VGP | 63.149 | 28.896 | — | — | 28.896 | 1,79 |
| VGP Park Kekava 2 | Gecommitteerd | 91.900 | — | — | 44.804 | 44.804 | — |
| VGP Park Riga Airport | Gecommitteerd | 49.841 | — | — | 24.933 | 24.933 | — |
| Totaal VGP | 318.763 | 91.688 | — | 35.570 | 127.258 | 5,08 | |
| Totaal Gecommitteerd | 141.741 | — | — | 69.737 | 69.737 | — | |
| NEDERLAND | |||||||
| VGP Park Nijmegen 3 | VGP | 242.518 | — | 19.104 | 131.417 | 150.521 | 3,17 |
| VGP Park Nijmegen 5 | VGP | 37.976 | — | 21.316 | — | 21.316 | 1,37 |
| VGP Park Nijmegen | JV2 | 123.968 | 66.953 | — | — | 66.953 | 4,77 |
| VGP Park Nijmegen 2 | JV2 | 200.272 | 140.073 | — | — | 140.073 | 7,79 |
| VGP Park Roosendaal | JV2 | 86.511 | 51.703 | — | — | 51.703 | 3,35 |
| Totaal VGP | 280.494 | — | 40.420 | 131.417 | 171.837 | 4,54 | |
| Totaal Joint Ventures | 410.751 | 258.730 | — | — | 258.730 | 15,90 | |
| PORTUGAL | |||||||
| VGP Park Sintra | VGP | 54.765 | — | 22.288 | — | 22.288 | 0,60 |
| VGP Park Vila Nova de Gaia | VGP | 72.157 | — | — | 33.246 | 33.246 | — |
| VGP Park Loures 2 | VGP | 202.136 | — | — | 53.417 | 53.417 | — |
| VGP Park Loures | JV6 | 51.526 | 19.744 | — | — | 19.744 | 1,75 |
| VGP Park Montijo | JV6 | 75.550 | 32.692 | — | — | 32.692 | 2,45 |
| VGP Park Santa Maria da Feira | JV2 | 73.578 | 29.813 | — | — | 29.813 | 1,37 |
| Totaal VGP | 329.058 | — | 22.288 | 86.663 | 108.951 | 0,60 | |
| Totaal Joint Ventures | 200.654 | 82.249 | — | — | 82.249 | 5,57 |
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 163
| VGP Park | Eigenaar | Land opp. (in m²) | Verhuurbare oppervlakte (in m²) | Gecontracteerde jaarlijkse huur (in miljoen €) | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Opgeleverd | In aanbouw | Potentieel | Totaal | ||||
| ROEMENIË | |||||||
| VGP Park Arad | VGP | 385.414 | 49.517 | — | 144.103 | 193.620 | 3,34 |
| VGP Park Brașov | VGP | 361.527 | 130.159 | 44.635 | 9.735 | 184.529 | 8,46 |
| VGP Park Bucharest | VGP | 248.289 | 46.262 | 72.168 | — | 118.430 | 5,44 |
| VGP Park Bucharest 2 | VGP | 290.475 | — | 34.232 | 110.008 | 144.240 | — |
| VGP Park Sibiu | VGP | 218.687 | 16.664 | 13.548 | 65.612 | 95.824 | 1,47 |
| VGP Park Timisoara 3 | VGP | 56.374 | 32.768 | — | — | 32.768 | 1,94 |
| VGP Park Timisoara | JV2 | 252.439 | 113.664 | — | — | 113.664 | 5,77 |
| VGP Park Timisoara 2 | JV2 | 37.413 | 30.774 | — | — | 30.774 | 1,50 |
| VGP Park Oradea | Gecommitteerd | 286.254 | — | — | 135.821 | 135.821 | — |
| VGP Park Timisoara Giarmata | Gecommitteerd | 479.355 | — | — | 256.837 | 256.837 | — |
| Totaal VGP | 1.560.766 | 275.370 | 164.583 | 329.458 | 769.411 | 20,65 | |
| Totaal Joint Ventures | 289.852 | 144.438 | — | — | 144.438 | 7,27 | |
| Totaal Gecommitteerd | 765.609 | — | — | 392.658 | 392.658 | — | |
| SERVIË | |||||||
| VGP Park Belgrade - Dobanovci | VGP | 1.165.391 | 82.286 | — | 380.557 | 462.843 | 6,09 |
| Totaal VGP | 1.165.391 | 82.286 | — | 380.557 | 462.843 | 6,09 | |
| SLOWAKIJE | |||||||
| VGP Park Bratislava | VGP | 126.257 | — | 47.941 | 15.315 | 63.256 | 3,01 |
| VGP Park Bratislava 2 | VGP | 365.928 | — | — | 155.997 | 155.997 | — |
| VGP Park Malacky | VGP | 23.569 | 10.606 | — | 5.000 | 15.606 | 0,73 |
| VGP Park Zvolen | VGP | 102.074 | 8.479 | 10.604 | 33.752 | 52.835 | 1,15 |
| VGP Park Bratislava | JV6 | 428.602 | 190.110 | — | — | 190.110 | 9,88 |
| VGP Park Malacky | JV1 | 196.923 | 86.383 | — | — | 86.383 | 4,68 |
| VGP Park Trnava | Gecommitteerd | 173.315 | — | — | 65.698 | 65.698 | — |
| Totaal VGP | 617.828 | 19.085 | 58.545 | 210.064 | 287.694 | 4,89 | |
| Totaal Joint Ventures | 625.525 | 276.493 | — | 276.493 | 14,56 | ||
| Totaal Gecommitteerd | 173.315 | — | — | 65.698 | 65.698 | — | |
| VERENIGD KONINKRIJK | |||||||
| VGP Park East Midlands | VGP | 175.593 | — | 36.906 | 40.622 | 77.528 | — |
| VGP Park Sheffield | VGP | 47.712 | — | — | 24.667 | 24.667 | — |
| Totaal VGP | 223.305 | — | 36.906 | 65.289 | 102.195 | — |
Portefeuille / Andere Europese landen VGP NV Jaarverslag 2025 / 164
Financieel overzicht 2025
Financieel overzicht
VGP NV Jaarverslag 2025 / 165
Financieel overzicht
Inhoud
167 Geconsolideerde overzichten
231 Informatie met betrekking tot de moederonderneming
229 Bijkomende toelichtingen die geen deel uitmaken van de gecontroleerde geconsolideerde jaarrekening
236 Lexicon
239 Verklaring van de verantwoordelijke personen
172 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
232 Verslag van Commissaris
Financieel overzicht / Inhoud
VGP NV Jaarverslag 2025 / 166
Geconsolideerde winst- en verliesrekening
Voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025
| Winst- en verliesrekening (in duizenden €) | Toelichting | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|---|
| Bruto-inkomsten uit huur en hernieuwbare energie | 5 | 98.644 | 73.704 |
| Netto operationele kosten verbonden aan vastgoed | 1 6 | -9.937 | -6.018 |
| Netto-inkomsten uit huur en hernieuwbare energie | 2 | 88.707 | 67.686 |
| Joint venture fee inkomsten | 5 | 52.058 | 32.666 |
| Netto waarderingswinsten/(verliezen) op vastgoedbeleggingen | 1 7 | 243.624 | 187.056 |
| Administratieve kosten | 8 | -63.332 | -61.263 |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures | 9.1 | 41.285 | 92.744 |
| Overige kosten | — | -1.750 | |
| Bedrijfsresultaat | 362.342 | 317.139 | |
| Financiële opbrengsten | 10 | 36.905 | 50.391 |
| Financiële kosten | 10 | -60.806 | -47.988 |
| Netto financieel resultaat | 10 | -23.901 | 2.403 |
| Resultaat voor belastingen | 338.441 | 319.542 | |
| Belastingen | 11 | -48.002 | -32.555 |
| Resultaat over de periode | 290.439 | 286.987 | |
| Toe te schrijven aan: | |||
| Aandeelhouders van VGP NV | 290.439 | 286.987 | |
| Minderheidsbelangen | —— |
| Resultaat per aandeel | Toelichting | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|---|
| Gewone nettoresultaat per aandeel (in €) – basis | 12 | 10,64 | 10,52 |
| Gewone nettoresultaat per aandeel (in €) – verwaterd | 12 | 10,64 | 10,52 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van de geconsolideerde winst- en verliesrekening.
1 Bevat gerealiseerde meerwaarde op de verkoop van dochterondernemingen en Joint Ventures
2 Netto operationele kosten verbonden aan vastgoed bevatten doorrekeningen aan klanten en zijn derhalve gepresenteerd als netto operationele kosten.
Financieel overzicht / Geconsolideerde winst- en verliesrekening
VGP NV Jaarverslag 2025 / 167
Geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat
Voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025
| Overzicht van het volledig perioderesultaat (in duizenden €) | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Winst over de periode | 290.439 | 286.987 |
| Andere elementen van het resultaat na belastingen die later geherklasseerd zullen worden naar het perioderesultaat, na belastingen | —— | |
| Andere elementen van het resultaat na belastingen die later niet geherklasseerd zullen worden naar het perioderesultaat, na belastingen | — | — |
| Andere elementen van het resultaat (opgenomen in het eigen vermogen) | — | — |
| Volledig perioderesultaat | 290.439 | 286.987 |
| Toerekenbaar aan: | ||
| Aandeelhouders van VGP NV | 290.439 | 286.987 |
| Minderheidsbelangen | —— |
Financieel overzicht / Geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat
VGP NV Jaarverslag 2025 / 168
Geconsolideerde balans
Voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025
| Activa (in duizenden €) | Toelichting | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 Herzien |
| :--- | :--- | :--- | :--- || | Toelichting | 2023 | Herzien | Immateriële activa | 517 | 724 | 1.000 |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Vastgoedbeleggingen¹ | 13 | 2.393.399 | 2.069.767 | 1.909.529 |
| Materiële vaste activa | 14 | 140.687 | 122.309 | 107.426 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen | 9.2/9.4 | 1.409.858 | 1.300.874 | 1.037.228 |
| Andere langlopende vorderingen | 9.3 | 566.718 | 538.484 | 565.734 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 11 | 10.711 | 11.620 | 8.304 |
| Totaal vaste activa | | 4.521.890 | 4.043.778 | 3.629.221 |
| Handels- en andere vorderingen | 15 | 131.832 | 83.804 | 79.486 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 16 | 523.094 | 492.533 | 209.921 |
| Activa aangehouden voor verkoop¹ | 21 | 27.307 | 33.821 | 492.076 |
| Totaal vlottende activa | | 682.233 | 610.158 | 781.483 |
| Totaal activa | | 5.204.123 | 4.653.936 | 4.410.704 |
¹ De cijfers van 2024 met betrekking tot Vastgoedbeleggingen en Activa aangehouden voor verkoop werden herwerkt. Historisch classificeerde VGP-activa die juridisch eigendom zijn van de Joint Ventures maar economisch eigendom van VGP als “activa aangehouden voor verkoop”. Na een herevaluatie en om de economische realiteit en het langetermijninvesteringskarakter van deze activa beter weer te geven, heeft de Groep beslist haar economische belangen in dergelijke activa te herclassificeren naar “Vastgoedbeleggingen”. Deze aanpak werd consistent toegepast op zowel het lopende boekjaar als de vergelijkende periode. De herwerking in 2024 bedraagt € 164,4 miljoen, overgeboekt van Activa aangehouden voor verkoop naar vastgoedbeleggingen. Dienovereenkomstig werd de uitgestelde belastingverplichting ten belope van € 10,4 miljoen herzien en overgeboekt van verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop. Eénzelfde aanpassing werd toegepast voor de cijfers van 2023. Dit resulteerde in een herclassering van € 400,5 miljoen van activa aangehouden voor verkoop naar vastgoedbeleggingen en dienovereenkomstige verplichtingen m.b.t. activa aangehouden voor verkoop ten belope van € 10,5 miljoen euro naar uitgestelde belastingverplichtingen.
Eigen vermogen en verplichtingen (in duizenden €)
| Toelichting | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 Herzien | 31. 12. 2023 Herzien | |
|---|---|---|---|---|
| Kapitaal | 17 | 105.676 | 105.676 | 105.676 |
| Overige reserves | 17 | 845.579 | 845.579 | 845.579 |
| Overgedragen resultaten | 1.649.549 | 1.449.172 | 1.263.162 | |
| Eigen vermogen | 2.600.804 | 2.400.427 | 2.214.417 | |
| Langlopende financiële schulden | 18 | 2.097.766 | 1.942.495 | 1.885.154 |
| Andere langlopende verplichtingen | 19 | 55.047 | 46.781 | 38.085 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen¹ | 11 | 65.636 | 46.011 | 34.487 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 2.218.449 | 2.035.287 | 1.957.726 | |
| Kortlopende financiële schulden | 18 | 262.045 | 114.866 | 111.750 |
| Handels- en andere kortlopende schulden | 20 | 121.365 | 102.558 | 84.075 |
| Verplichtingen m.b.t activa aangehouden voor verkoop¹ | 21 | 1.460 | 798 | 42.736 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 384.870 | 218.222 | 238.561 | |
| Totaal verplichtingen | 2.603.319 | 2.253.509 | 2.196.287 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 5.204.123 | 4.653.936 | 4.410.704 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van de geconsolideerde balans.
Financieel overzicht / Geconsolideerde balans VGP NV Jaarverslag 2025 / 169
Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen
Voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025
| Mutatieoverzicht van het eigen vermogen (in duizenden €) | Statutair aandelen kapitaal | Kapitaal reserve | IFRS- aandelen kapitaal | Overige reserves | Over- gedragen resultaten | Totaal eigen vermogen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo per 1 januari 2024 | 136.092 | -30.416 | 105.676 | 845.579 | 1.263.162 | 2.214.417 |
| Andere elementen van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | — | — | — | — | — | — |
| Resultaat over de periode | — | — | — | — | 286.987 | 286.987 |
| Effect van desinvesteringen | — | — | — | — | — | — |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | — | — | — | — | 286.987 | 286.987 |
| Kapitaalverhoging en uitgiftepremies na aftrek transactiekosten | — | — | — | — | — | — |
| Uitkering aandelenkapitaal aan aandeelhouders | — | — | — | — | — | — |
| Dividenden aan aandeelhouders | — | — | — | — | -100.977 | -100.977 |
| Stand per 31 december 2024 | 136.092 | -30.416 | 105.676 | 845.579 | 1.449.172 | 2.400.427 |
| Stand per 1 januari 2025 | 136.092 | -30.416 | 105.676 | 845.579 | 1.449.172 | 2.400.427 |
| Andere elementen van het resultaat | — | — | — | — | — | — |
| Resultaat van de periode | — | — | — | — | 290.439 | 290.439 |
| Effect van desinvesteringen | — | — | — | — | — | — |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | — | — | — | — | 290.439 | 290.439 |
| Kapitaalverhoging en uitgiftepremies na aftrek transactiekosten | — | — | — | — | — | — |
| Uitkering aandelenkapitaal aan aandeelhouders | — | — | — | — | — | — |
| Dividenden | — | — | — | — | -90.062 | -90.062 |
| Saldo per 31 december 2025 | 136.092 | -30.416 | 105.676 | 845.579 | 1.649.549 | 2.600.804 |
Financieel overzicht / Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen VGP NV Jaarverslag 2025 / 170
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
Voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025
| Kasstroomstaat (in duizend €) | Toelichting | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 Herzien |
|---|---|---|---|
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | |||
| Resultaat vóór belastingen | 338.441 | 319.542 | |
| Aanpassingen voor: | |||
| Afschrijvingen | 10.734 | 8.607 | |
| Niet-gerealiseerde (meer)-/minwaarde op vastgoedbeleggingen | 7 | -183.124 | -94.190 |
| Gerealiseerde (meer)-/minwaarde op verkoop dochterondernemingen | 7 | -60.500 | -92.866 |
| Niet-gerealiseerde (winst)/ verlies op financiële instrumenten en wisselkoersen | 10 | 359 | 239 |
| Rente (opbrengsten) | 10 | -36.905 | -50.391 |
| Rente kosten | 10 | 60.447 | 47.749 |
| Aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 9.1 | -41.285 | -92.744 |
| Operationeel resultaat vóór veranderingen in werkkapitaal en voorzieningen | 88.167 | 45.946 | |
| Afname/(Toename) in handels- en andere vorderingen | 1 | -43.707 | -11.831 |
| (Afname)/Toename in handels- en andere schulden¹ | 11.821 | -2.765 | |
| Bruto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 56.281 | 31.350 | |
| Ontvangen interesten² | 2 | 5.185 | 12.482 |
| Betaalde winstbelastingen | -10.576 | -10.857 | |
| Netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 50.890 | 32.975 |
¹ Inclusief een herclassificatie van € 11 miljoen per december 2025 (€ 37,5 miljoen per december 2024) voornamelijk als gevolg van desinvesteringen van activa aan joint ventures.
² De effectief in contanten betaalde rente is geherclassificeerd van de netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten naar de kasstromen uit financieringsactiviteiten. De herclassificatie is eveneens verwerkt in het boekjaar ’24.
³ Houd er rekening mee dat de in 2024 opgenomen vastgoedbelegging en active aangehouden voor verkoop zijn aangepast. Historisch gezien heeft VGP altijd de activa die juridisch eigendom zijn van de joint venture, maar economisch eigendom zijn van VGP, opgenomen als ‘disposal group held for sale’. Aangezien deze activa ontwikkelingsgrond, in aanbouw zijnde activa en voltooide activa omvatten, voldoet deze classificatie als vlottende activa – waarvoor geldt dat het actief onmiddellijk verkoopbaar moet zijn in de huidige staat en binnen een verwachte termijn van twaalf maanden – niet langer aan de vereisten. Daarom is ervoor gekozen deze benadering te herzien en heeft de Groep alle economische belangen in dergelijke activa geherclassificeerd naar Investment Property, zowel in het huidige jaar als in het voorgaande jaar. De aanpassing in 2024 bedraagt € 97,7 miljoen.
⁴ Het Kasstroomoverzicht is geherclassificeerd om de uitkeringen door joint ventures en geassocieerde deelnemingen te consolideren, aangezien deze in 2025 netto kasontvangsten vormen, bestaande uit € 30,1 miljoen aan dividenden en kapitaaluitkeringen (cf. toelichting 9.4), € 20 miljoen aan rentebetalingen (cf. toelichting 10) en € 32,7 miljoen aan terugbetalingen van aandeelhoudersleningen (cf. toelichting 9.3). In 2024 bestaat dit uit € 17,5 miljoen aan interestbetalingen, € 14,8 miljoen aan uitkeringen op eigen vermogen en € 53,4 miljoen aan terugbetalingen aan aandeelhouders.
| Cash Flow Statement (in thousand of €) | Toelichting | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 Herzien |
|---|---|---|---|
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | |||
| Inkomsten uit de verkoop van materiële activa en andere | 18 | 46 | |
| Verkoop van dochterondernemingen, Joint Ventures en vastgoedbeleggingen | 23 | 388.739 | 808.612 |
| Investeringen in vastgoedbeleggingen en installaties, machines en uitrusting³ | -641.894 | -549.824 | |
| Inkomsten uit joint venture en geassocieerde deelnemingen ⁴ | 82.734 | 85.635 | |
| Investering in joint venture en geassocieerde deelnemingen | — | -4.273 | |
| Leningen aan joint ventures en geassocieerde deelnemingen³ | -936 | -8.825 | |
| Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten | -171.339 | 331.371 | |
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten | |||
| Uitbetaalde interesten² | 10 | -48.260 | -46.925 |
| Uitbetaalde dividenden | -90.062 | -100.977 | |
| Opname van leningen | 18 | 565.083 | 135.000 |
| Terugbetalingen van leningen | 18 | -275.246 | -78.000 |
| Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten | 151.515 | -90.902 | |
| Netto toename/ (afname) in geldmiddelen en kasequivalenten | 31.066 | 273.444 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode | 492.533 | 209.921 | |
| Effect uit wijzigingen in wisselkoersen | 42 | -8 | |
| Herclassificatie als groepen activa aangehouden voor verkoop | -547 | 9.176 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode | 523.094 | 492.533 |
De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van het geconsolideerd kasstroomoverzicht.
Financieel overzicht / Geconsolideerd kasstroomoverzicht VGP NV Jaarverslag 2025 / 171
Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
Voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025
1. Algemene informatie
VGP NV (de “onderneming” of “Vennootschap”) is een naamloze vennootschap die op 6 februari 2007 naar Belgisch recht werd opgericht voor onbepaalde tijd. De maatschappelijke zetel van de onderneming is gelegen te Generaal Lemanstraat 55 bus 4, 2018 Antwerpen, België en de onderneming is ingeschreven onder het ondernemingsnummer 0887.216.042 (Rechtspersonenregister Antwerpen – Afdeling Antwerpen). De Groep is een vastgoedgroep gespecialiseerd in de aankoop, de ontwikkeling en het beheer van logistiek vastgoed, d.w.z. gebouwen die geschikt zijn voor logistieke doeleinden en lichte industriële activiteiten.De Groep richt zich op strategisch gelegen terreinen die geschikt zijn voor de ontwikkeling van logistieke bedrijfsparken van een bepaalde omvang zodat een uitgebreide en goed gediversifieerde grondbank kan worden opgebouwd op toplocaties, dit zijn locaties in de nabijheid van sterk geconcentreerde woon- en/of productiecentra, met een optimale toegang tot omliggende transportinfrastructuur. Het doel van de Groep is om een toonaangevende pan-Europese gespecialiseerde ontwikkelaar en eigenaar te worden van logistiek en licht industrieel vastgoed van hoge kwaliteit. De Groep is momenteel actief in Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Spanje, Portugal, Italië, de Tsjechische Republiek, Slowakije, Hongarije, Roemenië, Letland, Kroatië, Frankrijk, Denemarken, Servië en het Verenigd Koninkrijk. De geconsolideerde jaarrekening van de onderneming bevat deze van de onderneming en haar dochtervennootschappen (samen verder de “Groep” genoemd). De geconsolideerde jaarrekening werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 3 april 2026.
2. Samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor de financiële verslaggeving
2.1 Verklaring van overeenstemming
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aanvaard binnen de Europese Unie. Deze bevatten alle nieuwe en herziene standaarden en interpretaties, zoals gepubliceerd door de International Accounting Standards Board (IASB) en de interpretaties gepubliceerd door het International Financial Interpretations Committee van het IASB, voor zover ze van toepassing zijn voor de Groep en voor zover ze toepasbaar zijn vanaf 1 januari 2025.
Een aantal nieuwe standaarden en wijzigingen op boekhoudstandaarden zijn van toepassing op verslagperioden die aanvangen na 1 januari 2025. De Groep heeft geen van deze nieuwe of gewijzigde standaarden vervroegd toegepast bij het opstellen van deze geconsolideerde financiële staten. De Groep is evenmin van plan deze standaarden vervroegd toe te passen en de impact van de initiële toepassing wordt niet als materieel beschouwd, met uitzondering van IFRS 18.
De wijzigingen in de ‘Classification and Measurement of Financial Instruments’ – aanpassingen aan IFRS 9 en IFRS 7, uitgegeven op 30 mei 2024 – zullen diversiteit in de boekhoudpraktijk verminderen door de vereisten duidelijker en consistenter te maken. De wijzigingen omvatten:
- Verduidelijkingen over de classificatie van financiële activa met duurzaamheidskenmerken (ESG) en vergelijkbare kenmerken – ESG-gerelateerde clausules in leningen kunnen invloed hebben op de waarderingsgrondslag (geamortiseerde kostprijs of reële waarde). Om uiteenlopende praktijken te voorkomen, verduidelijken de wijzigingen hoe de contractuele kasstromen van dergelijke leningen moeten worden beoordeeld.
- Verduidelijkingen betreffende de datum waarop een financieel actief of een financiële verplichting wordt gederecogniseerd. De IASB heeft ook besloten een beleidskeuze te ontwikkelen waarmee een entiteit een financiële verplichting kan derecogniseren vóór de feitelijke betaling op de afwikkelingsdatum, indien aan bepaalde criteria is voldaan.
Daarnaast heeft de IASB extra toelichtingsvereisten geïntroduceerd om de transparantie voor beleggers te vergroten betreffende investeringen in aandeleninstrumenten die tegen reële waarde via overige gerealiseerde resultaten worden gewaardeerd, evenals financiële instrumenten met voorwaardelijke kenmerken, zoals kenmerken gekoppeld aan ESG-gerelateerde doelstellingen.
De wijzigingen zijn van toepassing op jaarlijkse verslagperioden die aanvangen op of na 1 januari 2026; vervroegde toepassing is toegestaan. Deze wijzigingen zijn goedgekeurd door de EU.
‘Contracts Referencing Nature-dependent Electricity’ – wijzigingen aan IFRS 9 en IFRS 7, uitgegeven op 18 december 2024 – ondersteunen entiteiten om beter te rapporteren over de financiële impact van natuurafhankelijke elektriciteitscontracten, zoals stroomafnameovereenkomsten (PPA’s). Deze contracten worden vaak gebruikt om elektriciteit uit wind- of zonne-energie veilig te stellen en de geproduceerde hoeveelheid kan variëren door oncontroleerbare factoren (bijv. weersomstandigheden). De huidige boekhoudvereisten geven mogelijk onvoldoende weer hoe dergelijke contracten de prestaties van een entiteit beïnvloeden. De wijzigingen omvatten:
- Een verduidelijking van de toepassing van de ‘own use’-vereisten;
- Het toestaan van hedge accounting wanneer deze contracten als hedginginstrumenten worden gebruikt;
- Nieuwe toelichtingsvereisten om beleggers inzicht te geven in de impact van deze contracten op de financiële prestaties en kasstromen van de onderneming.
De wijzigingen zijn van toepassing vanaf 1 januari 2026; vervroegde toepassing is toegestaan. Deze wijzigingen zijn door de EU goedgekeurd.
Het pakket ‘Annual Improvements Volume 11’, uitgegeven op 18 juli 2024, bevat verduidelijkingen, vereenvoudigingen, correcties en aanpassingen gericht op het verbeteren van de consistentie van verschillende IFRS-standaarden. De aangepaste standaarden zijn:
- IFRS 1 First-time Adoption of IFRS;
- IFRS 7 Financial Instruments: Disclosures en de begeleidende guidance;
- IFRS 9 Financial Instruments;
- IFRS 10 Consolidated Financial Statements;
- IAS 7 Statement of Cash Flows.
Deze wijzigingen zijn van toepassing vanaf 1 januari 2026; vervroegde toepassing is toegestaan. Ze zijn door de EU goedgekeurd.
IFRS 18 ‘Presentation and Disclosure in Financial Statements’, uitgegeven op 9 april 2024, vervangt IAS 1 Presentation of Financial Statements. De belangrijkste nieuwe vereisten omvatten:
- Entiteiten moeten alle opbrengsten en kosten in de resultatenrekening onderbrengen in vijf categorieën: operationeel, investeringsactiviteiten, financieringsactiviteiten, beëindigde activiteiten en inkomstenbelastingen. Daarnaast moet een nieuw gedefinieerde subtotaal ‘operationeel resultaat’ worden gepresenteerd. De nettowinst verandert niet.
- Management-defined performance measures (MPM’s) moeten worden toegelicht in één afzonderlijke noot.
- Verbeterde guidance over het groeperen van informatie in de financiële staten.
Daarnaast moeten alle entiteiten het operationeel resultaat gebruiken als uitgangspunt voor het kasstroomoverzicht wanneer de indirecte methode wordt toegepast. De standaard is van toepassing vanaf 1 januari 2027; vervroegde toepassing is toegestaan. De EU heeft de standaard nog niet goedgekeurd. De Groep zal IFRS 18 niet vervroegd toepassen. De impact van de initiële toepassing van deze nieuwe IFRS-standaard wordt momenteel nog onderzocht door de Groep, in het bijzonder met betrekking tot de structuur van de winst-en-verliesrekening, het kasstroomoverzicht en de aanvullende toelichtingen vereist voor MPM’s. De Groep beoordeelt ook de impact op de groepering van informatie in de financiële staten, inclusief posten die momenteel als ‘overige’ zijn aangeduid.
IFRS 19 ‘Subsidiaries without Public Accountability: Disclosures’, uitgegeven op 9 mei 2024, en de aanpassingen van 21 augustus 2025, bieden in aanmerking komende dochterondernemingen de mogelijkheid om IFRS-standaarden toe te passen met gereduceerde toelichtingsvereisten. Een dochteronderneming kan de standaard toepassen indien op de rapporteringsdatum:
- Zij geen publieke verantwoordelijkheid heeft; en
- Haar moedermaatschappij geconsolideerde IFRS-financiële staten opstelt.
IFRS 19 (inclusief de wijzigingen) is van toepassing vanaf 1 januari 2027; vervroegde toepassing is toegestaan. De EU heeft de standaard nog niet goedgekeurd.
De ‘Translation to a hyperinflationary presentation currency’ – wijzigingen aan IAS 21, uitgegeven op 13 november 2025 – verduidelijken hoe entiteiten financiële staten moeten omrekenen van een niet-hyperinflatoire naar een hyperinflatoire valuta. De wijzigingen verduidelijken dat:
- Een entiteit met een niet-hyperinflatoire functionele valuta de slotkoers van de meest recente verslagdatum gebruikt voor alle posten (inclusief vergelijkende cijfers) bij de omzetting naar de presentatievaluta; en
- Een entiteit voor een buitenlandse entiteit met een niet-hyperinflatoire functionele valuta de slotkoers gebruikt voor alle bedragen (behalve vergelijkende cijfers) en de vergelijkende cijfers herwaardeert met behulp van de algemene prijsindex.
De wijzigingen zijn van toepassing vanaf 1 januari 2027; vervroegde toepassing is toegestaan. De EU heeft deze standaard nog niet goedgekeurd.
2.2 Basis voor de opmaak
De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld op basis van de historische kostprijs, behalve voor vastgoedbeleggingen en afgeleide financiële instrumenten die tegen reële waarde worden opgenomen. De cijfers worden voorgesteld in duizend euro (duizend €), tenzij anders vermeld. Kleine afrondingsverschillen kunnen voorkomen.
2.3 Consolidatieprincipes
DOCHTERONDERNEMINGEN
Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover VGP NV een beslissende invloed (‘zeggenschap’) uitoefent, Dit is het geval wanneer VGP NV blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele opbrengsten uit haar deelneming in de entiteit en de mogelijkheid heeft om deze opbrengsten te beïnvloeden door haar macht over de entiteit. Alle intragroepsverrichtingen, intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten op intragroepsverrichtingen worden geëlimineerd; niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd tenzij het om permanente waardeverminderingen gaat. Waar nodig worden aanpassingen aangebracht aan de rekeningen van de dochterondernemingen om hun grondslagen voor financiële verslaggeving in overeenstemming te brengen met die van de Groep. Dochterondernemingen worden globaal geconsolideerd vanaf het moment dat de Groep de zeggenschap verwerft tot het moment dat zij de zeggenschap verliest.De jaarrekeningen van dochterondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap. Verliezen binnen een dochteronderneming worden toegewezen aan de minderheidsbelangen, zelfs als dit een negatief saldo als gevolg kan hebben. Wijzigingen in het belang van de Groep in een dochteronderneming die niet tot een verlies van zeggenschap leiden, worden behandeld als eigenvermogenstransacties.
Wanneer de Groep de zeggenschap verliest over een dochteronderneming, zal de onderneming:
— De activa (met inbegrip van goodwill) en de verplichtingen van de dochteronderneming van de balans verwijderen
— De boekwaarden van eventuele minderheidsbelangen van de balans verwijderen
— De geaccumuleerde wisselkoersverschillen opgenomen in het eigen vermogen van de balans verwijderen
— De reële waarde van de ontvangen vergoeding opnemen
— De reële waarde van het eventuele aangehouden belang opnemen
— De eventuele winst of verlies in resultaat opnemen
— Het aandeel van de moederonderneming in de componenten die voorheen opgenomen waren in de andere elementen van het totaalresultaat herclassificeren naar het resultaat of de overgedragen resultaten, zoals aangewezen.
JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN
Er is sprake van een joint venture of een gezamenlijke overeenkomst wanneer VGP NV contractueel overeengekomen is om de zeggenschap te delen met een of meerdere partijen, wat enkel het geval is wanneer beslissingen over de relevante activiteiten de unanieme goedkeuring vereisen van de partijen die gezamenlijke zeggenschap hebben.
Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin VGP NV, rechtstreeks of onrechtstreeks, een invloed van betekenis heeft en die geen dochterondernemingen of gezamenlijke overeenkomsten zijn. Dit is verondersteld het geval te zijn indien de Groep tenminste 20% van de stemrechten verbonden met het aandelen bezit. De opgenomen financiële informatie met betrekking tot deze ondernemingen is opgesteld volgens de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep.
Wanneer de Groep gezamenlijke zeggenschap in een joint venture verwerft of een invloed van betekenis in een geassocieerde onderneming verwerft, wordt het aandeel in de verworven activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen initieel geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum en verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. Indien de overnamevergoeding meer bedraagt dan de reële waarde van het verworven aandeel in de overgenomen activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen wordt dit verschil als goodwill opgenomen. Is de aldus berekende goodwill negatief, dan wordt dit verschil onmiddellijk in het resultaat verwerkt.
Daarna wordt het aandeel van de Groep in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen overeenkomstig de vermogensmutatiemethode in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen tot de dag dat er een einde komt aan de gezamenlijke zeggenschap of de invloed van betekenis. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een joint venture of geassocieerde onderneming groter wordt dan de boekwaarde van de deelneming, wordt de boekwaarde op nul gezet en worden bijkomende verliezen enkel nog opgenomen in de mate dat de Groep bijkomende verplichtingen op zich genomen heeft, uitgezonderd in de mate waarin de onderneming feitelijke- of contractuele verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot deze geassocieerde deelneming.
Niet-gerealiseerde winsten uit transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep tegenover de deelneming in de joint venture of de geassocieerde onderneming. De nettoboekwaarde van deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen wordt opnieuw geëvalueerd indien er indicaties zijn van een bijzondere waardevermindering, of indicaties dat eerder opgenomen bijzondere waardeverminderingen niet langer gerechtvaardigd zijn. De deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen in de balans omvatten ook de boekwaarde van gerelateerde goodwill.
IAS 28.28 bepaalt dat winsten en verliezen die uit “downstream”-transacties tussen een entiteit en een geassocieerde deelneming of joint venture voortvloeien, alleen in de jaarrekening van de entiteit worden opgenomen voor het aandeel daarin van de belangen van niet-verbonden investeerders in de geassocieerde deelneming of joint venture. In deze standaard wordt evenwel de verwerking van transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen (b.v. verkoop diensten, interest opbrengsten …) niet behandeld en meer bepaald of deze transacties al dan niet dienen geëlimineerd te worden in de geconsolideerde jaarrekening ten belope van het belang van de Groep tegenover de deelneming in de joint venture of geassocieerde onderneming.
Ten aanzien van de behandeling van inkomsten uit transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen (bijv. Sales services, rente-inkomsten. …). heeft de Groep ervoor gekozen om het gedeelte van haar aandeel in deze transacties niet te elimineren. Bij wijze van voorbeeld: VGP ontvangt € 100 rente-inkomsten op een lening verstrekt aan een 50:50 joint venture. Onder de grondslagen van haar financiële verslaggeving van VGP worden deze rente-inkomsten verwerkt als € 100 rente-inkomsten van de Groep. De kosten die de joint venture zal oplopen zal worden opgenomen op een proportionele (50%) basis via “resultaten in joint ventures en geassocieerde ondernemingen” zonder enige correctie voor het proportionele belang van VGP. Door dit te doen zal de Groep alleen de proportionele winst of verlies erkennen in haar geconsolideerde cijfers en ervoor zorgen dat het geen hogere winst of verlies erkent dan zijn deel opgenomen in de “resultaten in joint ventures en geassocieerde deelnemingen”.
In tegenstelling en volgens IFRS 10.25 dient na het verlies van zeggenschap over een dochteronderneming, de onderneming de activa en de verplichtingen van de dochteronderneming volledig van de balans te verwijderen (inclusief de minderheidsbelangen) en het eventuele aangehouden belang op te nemen tegen reële waarde. Verder in overeenstemming met IFRS 10.25, verwerkt de Groep de winst of het verlies, als resultaat van verlies van zeggenschap, voor zover dit toewijsbaar is aan het voormalige controlerende belang. Bij het ontbreken van enig ander relevant advies, heeft de onderneming bijgevolg een keuze om voor de grondslag voor financiële verslaggeving ofwel de benadering van IFRS 10 of alternatief de benadering van IAS 28 toe te passen. VGP heeft voor de grondslagen van haar financiële verslaggeving de keuze gemaakt om de winst of het verlies op de verkoop van een dochteronderneming aan een joint venture of geassocieerde deelneming volledig te erkennen als winst of verlies in de resultatenrekening.
2.4 Vreemde valuta
Elementen opgenomen in de jaarrekening van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd in de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in euro (€) die de functionele valuta en presentatievaluta van de Onderneming is.
Verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend in Euro tegen de wisselkoers op datum van de verrichting. Bijgevolg worden niet-monetaire activa en verplichtingen omgerekend in Euro tegen de historische wisselkoers op datum van de verrichting. Monetaire activa en verplichtingen in een andere munteenheid dan Euro op balansdatum worden omgerekend in Euro tegen de slotkoers op balansdatum. Omrekeningsverschillen worden opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening.
2.5 Immateriële activa
Immateriële activa worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen, Immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun naar best vermogen geschatte gebruiksduur. De afschrijvingsduur en -methode worden elk jaar opnieuw geëvalueerd bij afsluiting van het boekjaar.
2.6 Vastgoedbeleggingen
VASTGOEDBELEGGINGEN
Vastgoedbeleggingen, inclusief de opgeleverde projecten, worden aanvankelijk tegen kostprijs opgenomen in overeenstemming met IAS 40, inclusief direct toerekenbare transactiekosten. Onmiddelijk na de initiële opname past de Groep het fair value-model (reële waarde model) toe en waardeert vastgoedbeleggingen tegen reële waarde, waarbij veranderingen in reële waarde in de winst- en verliesrekening worden opgenomen.
De reële waarde van de vastgoedportefeuille wordt minimaal twee keer per jaar bepaald door een externe, onafhankelijke vastgoeddeskundige met erkende professionele kwalificaties en relevante ervaring in de locatie en categorie van het te taxeren vastgoed. De reële waarde is gebaseerd op marktwaarden, zijnde de geschatte prijs die zou worden ontvangen bij de verkoop van een actief of betaald om een verplichting over te dragen in een transactie tussen marktpartijen op de meetdatum.
PROJECTONTWIKKELINGEN
Vastgoed dat in aanbouw of in ontwikkeling is voor toekomstig gebruik als vastgoedbelegging wordt gewaardeerd tegen reële waarde wanneer de reële waarde betrouwbaar kan vastgesteld worden, in overeenstemming met IAS 40.53A. De reële waarde die wordt erkend tijdens de bouwfase weerspiegelt de huidige staat en het voltooiingsstadium van het actief op elke rapporteringsdatum. Hoewel contractuele bouwovereenkomsten relevant waarderingsbewijs kunnen leveren, evolueert de erkende reële waarde in de loop van de tijd naarmate de ontwikkeling vordert.Bij het bepalen van de reële waarde tijdens de bouw wordt rekening gehouden met:
— de tot op heden gemaakte ontwikkelingskosten vergeleken met de gebudgetteerde aannames,
— de resterende bouwkosten,
— wijzigingen in ontwikkelingsrisico, en
— eventuele afwijkingen van de oorspronkelijke kosten- of tijdsaannames.
Deze benadering is overeenstemming met IFRS 13, die vereist dat de reële waarde de prijs weergeeft die zou worden ontvangen bij de verkoop van het actief in huidige staat op de meetdatum, rekening houdend met de aannames die marktpartijen zouden maken over resterende kosten en risico’s. Elke winst of verlies dat voortvloeit uit een wijziging in reële waarde wordt erkend in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. Alle kosten die direct verband houden met de aankoop en bouw van een vastgoedobject, evenals alle latere kapitaaluitgaven die kwalificeren als verwervingskosten, worden geactiveerd.
ONTWIKKELINGSLAND
Terreinen waarover de Groep volledige eigendom heeft t.t.z. effectief ingeschreven is in het kadaster als eigenaar van de gronden, en waarop de Groep van plan is te beginnen met de bouw (zogenaamd “ontwikkelingsland”) wordt onmiddellijk gewaardeerd tegen reële waarde. Het ontwikkelingsland wordt gewaardeerd door een externe onafhankelijke vastgoeddeskundige aan de hand van de ‘verkoopvergelijking’ waarderingsmethode. Winsten of verliezen die voortvloeien uit een wijziging in de reële waarde worden opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. Alle kosten die rechtstreeks verband houden met de aankoop van de bouwgrond worden geactiveerd.
Terreinen die contractueel onder optie zijn en dus nog niet in volle eigendom van de Groep zijn, worden slechts opgenomen in de balans (vastgoedbeleggingen) op het ogenblik dat de Groep de volle eigendom over deze terreinen verwerft. Voorschotten betaald in verband met dergelijke contractueel onder optie zijnde terreinen worden doorgaans erkend als overige vorderingen. Indien passend, rekening houdend met materialiteit en de aard van de uitgave, kunnen dergelijke bedragen binnen vastgoedbeleggingen worden opgenomen.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 174
Kosten verbonden aan infrastructuurwerkzaamheden worden niet opgenomen in de reële waarde van het ontwikkelingsland maar worden erkend als vastgoedbeleggingen, gewaardeerd aan aanschaffingswaarde. Voor het geval dat de raad van bestuur van mening is dat de reële waarde van het ontwikkelingsland onvoldoende betrouwbaar bepaald kan worden, kan de raad van bestuur ervoor kiezen om het ontwikkelingsland te waarderen tegen kostprijs minus bijzondere waardeverminderingen tot op het ogenblik dat de reële waarde op een betrouwbare manier kan bepaald worden.
2.7 Activering van financieringskosten
Rente en andere financieringskosten die toe te rekenen zijn aan de verwerving en ontwikkeling van vaste activa worden geactiveerd. Activering van financieringskosten stopt wanneer nagenoeg alle activiteiten die noodzakelijk zijn om de vastgoedbelegging op te leveren voor het beoogde gebruik, zijn voltooid. Deze geactiveerde interesten worden bepaald op basis van de gewogen gemiddelde kost van de groep’s schulden. Vervolgens worden ze opgenomen als financiële kosten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening.
2.8 Lease overeenkomsten
VGP IS DE HUURDER
Bij de aanvang van de leaseperiode worden leases (met uitzondering voor leases met een looptijd van maximaal twaalf maanden en leases waarbij het onderliggend actief een lage waarde heeft) als gebruiksrecht en leaseverplichting in de balans opgenomen aan de huidige waarde van de toekomstige leasebetalingen. Vervolgens worden alle gebruiksrechten, die classificeren als vastgoedbelegging, gewaardeerd aan reële waarde, in overeenstemming met de waarderingsregels beschreven bij 2.6 Vastgoedbeleggingen. De minimale leasebetalingen worden deels als financieringskosten en deels als aflossing van de uitstaande verplichting opgenomen op een wijze dat dit resulteert in een constante periodieke rente over het resterende saldo van de verplichting. De financiële lasten worden rechtstreeks ten laste van het resultaat gelegd. Voorwaardelijke leasebetalingen worden als lasten verwerkt in de periodes waarin ze zijn uitgevoerd.
VGP IS DE VERHUURDER – VERGOEDINGEN BETAALD IN VERBAND MET HET AANGAAN VAN HUUROVEREENKOMSTEN EN HUURKORTINGEN
De Groep maakt betalingen aan vastgoedmakelaars voor de diensten die geleverd worden m.b.t. onderhandelingen van huurovereenkomsten met de huurders van de Groep. De makelaarskosten worden geactiveerd en opgenomen in de boekwaarde van de respectievelijke vastgoedbelegging en afgeschreven over de looptijd van de huurovereenkomst. Huurinkomsten worden erkend op lineair basis. Een effectieve huur wordt erkend in de winst- en verliesrekening, dat is huur na correctie huurkortingen gespreid over de huurperiode.
2.9 Andere materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden opgenomen tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat alle directe kosten en uitgaven die opgelopen werden om het actief op de locatie en in de staat te brengen die noodzakelijk is om op de beoogde wijze te functioneren. Toekomstige uitgaven voor herstellingen worden onmiddellijk opgenomen in het resultaat, tenzij ze de toekomstige financiële winsten van het actief verhogen.
Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur, naargelang van hun categorie. De gebruiksduur en de afschrijvingsmethode worden minstens op het einde van elk boekjaar opnieuw geëvalueerd. Tenzij herzien ten gevolge van specifieke wijzigingen in de verwachte gebruiksduur, worden volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages toegepast:
| Categorie | Percentage |
|---|---|
| Software | 33% |
| Computer materieel | 10–33% |
| Kantoormateriaal | 7–20% |
| Rollend materieel | 25% |
| Laadstations elektrische wagens | 12,5% |
| Fotovoltaïsche installaties | 5% |
| Batterij installaties | 6,67% |
2.10 Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs
Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs omvatten handelsvorderingen, overige vorderingen en geldmiddelen en kasequivalenten en vertegenwoordigen niet-afgeleide financiële instrumenten die worden aangehouden binnen een bedrijfsmodel met als doel het ontvangen van contractuele kasstromen (aangehouden om te innen) en de contractuele voorwaarden van het financieel actief geven aanleiding tot kasstromen op vaste data die uitsluitend betalingen van hoofdsom en rente vertegenwoordigen. Dergelijke financiële activa worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Handelsvorderingen dragen geen rente en worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs verminderd met de nodige voorzieningen voor dubieuze debiteuren. Dergelijke voorzieningen zijn gebaseerd op de verwachte kredietverliezen, berekend in overeenstemming met IFRS 9. De groep heeft geen voorzieningenmatrix ontwikkeld op basis van historische kredietverliesverliezen, aangezien historische kredietverliezen onbeduidend zijn. Echter, De Groep erkent een voorziening voor dubieuze debiteuren, zelfs bij afwezigheid van historische wanbetalingen. Op elke rapporteringsdatum voert VGP een grondige analyse van de ouderdom van haar vorderingen uit en beoordeelt zij per individueel geval of een voorziening voor dubieuze debiteuren moet worden opgenomen. Om de kredietwaardigheid te beoordelen, maakt VGP gebruik van een combinatie van instrumenten: interne dashboards die de ouderdom van vorderingen opvolgen, kredietbeoordelingen van onafhankelijke kredietinformatiebureaus, en rechtstreekse feedback van huurders over hun financiële situatie en betalingsgedrag. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening, evenals de latere recuperaties van eerdere bijzondere waardeverminderingen.
Overige financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs omvatten voornamelijk leningen aan joint ventures en geassocieerde deelnemingen. Deze financiële activa worden geboekt tegen geamortiseerde kostprijs en de Groep neemt een verliesverrekening op voor verwachte kredietverliezen in overeenstemming met IFRS 9. Het bedrag van de verwachte kredietverliezen wordt op elke verslagdatum geactualiseerd om rekening te houden met veranderingen in het kredietrisico sinds de eerste opname van het desbetreffende financiële actief.
Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit kassaldi en direct opvraagbare deposito’s. Het bedrag van de verwachte kredietverliezen wordt op elke verslagdatum geactualiseerd om rekening te houden met veranderingen in het kredietrisico sinds de eerste opname van het desbetreffende financiële actief. Dergelijke kassaldi worden enkel aangehouden bij banken met een hoge kredietwaardigheid, aangezien dergelijke verwachte kredietverliezen niet als significant worden beschouwd. Rekening-courantkredieten bij banken die direct opeisbaar zijn en integraal deel uitmaken van het liquiditeitenbeheer van de Groep, worden opgenomen als onderdeel van de geldmiddelen en kasequivalenten ten behoeve van het geconsolideerde kasstroomoverzicht.
2.11 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten
Een vast actief, of een groep activa die wordt afgestoten, wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer de boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het te blijven gebruiken. Deze voorwaarde is enkel vervuld als de verkoop heel waarschijnlijk geacht wordt en als het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 175 gereed is voor onmiddellijke verkoop in zijn huidige staat.Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van een entiteit die ofwel is afgestoten ofwel is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt en zowel operationeel als voor de financiële verslaggeving kan worden onderscheiden van de rest van de entiteit.
Er kan pas sprake zijn van een zeer waarschijnlijke verkoop als de entiteit zich heeft verbonden tot een plan voor de verkoop van het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) en als een operationeel plan opgestart is om een koper te vinden en het plan te voltooien. Bovendien moet het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) op actieve wijze voor verkoop op de markt gebracht worden tegen een prijs die redelijk is ten opzichte van zijn huidige reële waarde en dient de verkoopovereenkomst naar verwachting afgesloten te worden binnen het jaar na de datum van de classificatie.
Activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van de boekwaarde en de reële waarde na aftrek van verkoopkosten. Een eventueel overschot van de boekwaarde tegenover de reële waarde na aftrek van verkoopkosten wordt opgenomen als een bijzondere waardevermindering. Zodra activa geclassificeerd worden als aangehouden voor verkoop worden ze niet langer afgeschreven. Vergelijkende balansinformatie voor voorgaande perioden wordt herwerkt om de nieuwe classificatie in de balans te weerspiegelen.
De herziening in 2024 bedroeg € 164,4 miljoen euro van vaste activa aangehouden voor verkoop naar vastgoedbeleggingen. Dienovereenkomstig werd de uitgestelde belasting herzien van de schulden m.b.t. vast activa aangehouden voor verkoop voor een bedrag van € 10,4 miljoen.
2.12 Rentedragende leningen
Rentedragende leningen worden initieel opgenomen tegen de reële waarde verminderd met de toerekenbare transactiekosten. Daarna worden de rentedragende leningen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij elk verschil tussen de kostprijs en de inkoopwaarde wordt opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening over de periode van de lening op basis van de effectieve rente. De Groep classificeert als kortlopend elk onderdeel van de langlopende leningen dat binnen het jaar na de balansdatum wordt afgewikkeld.
2.13 Handels- en andere schulden
Handels- en andere schulden worden gewaardeerd aan afgeschreven kostprijs verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.
2.14 Afgeleide financiële instrumenten
De Groep past geen hedge accounting toe in overeenstemming met IFRS 9. Afgeleide financiële activa en passiva worden geclassificeerd als financiële activa of passiva tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (RWVR). Afgeleide financiële activa en verplichtingen bestaan voornamelijk uit renteswaps en valutatermijncontracten voor afdekkingsdoeleinden (economische afdekking). De opname van de afgeleide financiële instrumenten vindt plaats bij het aangaan van de economische afdekkingscontracten. Zij worden initieel en vervolgens gewaardeerd tegen reële waarde; transactiekosten worden rechtstreeks in de financieringskosten opgenomen. Winsten of verliezen op derivaten worden tegen RWVR opgenomen in de winst-en-verliesrekening in de winst- en verliesrekening onder de nettoveranderingen in de reële waarde van financiële instrumenten.
2.15 Bijzondere waardevermindering op andere materiële vaste activa en immateriële activa
De boekwaarden van de activa van de Groep worden herzien op balansdatum om te bepalen of er aanwijzingen bestaan voor een bijzondere waardevermindering. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt opgenomen als de boekwaarde van het actief of zijn kasstroomgenererende eenheid hoger ligt dan zijn realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. Bijzondere waardeverminderingsverliezen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden verminderen de boekwaarde van de activa van de eenheid (of groep van eenheden) op een pro-rata basis.
2.16 Tegenboeking van bijzondere waardeverminderingen
Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggeboekt in de geconsolideerde winst- en verliesrekening indien er een wijziging heeft plaatsgevonden in de schattingen gebruikt om de realiseerbare waarde te bepalen voor zover dit een bijzonder waardeverminderingsverlies van hetzelfde actief terugdraait dat in een voorgaande periode was opgenomen als kost.
2.17 Voorzieningen
Een voorziening wordt opgenomen in de geconsolideerde balans indien de Groep een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft ten gevolge van een gebeurtenis uit het verleden en het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen vereist zal zijn om de verplichting te voldoen. Indien het effect materieel is, worden voorzieningen bepaald door de verwachte toekomstige kasstromen te disconteren tegen een disconteringsvoet vóór belastingen dat rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico’s die inherent zijn aan de verplichting.
2.18 Opname van opbrengsten
De opbrengsten omvatten huuropbrengsten, opbrengsten uit hernieuwbare energie (zonne-energie), opbrengsten uit vastgoedbeheer en facility management, opbrengsten uit hoofde van ontwikkelingsmanagement en opbrengsten uit hoofde van doorgerekende huurlasten. Huuropbrengsten uit operationele leaseovereenkomsten worden lineair over de leaseperiode opgenomen, dit houdt in dat wanneer de Groep kortingen (incentives) verstrekt aan haar huurders, worden de kosten van de kortingen lineair opgenomen over de looptijd.
Opbrengsten uit hernieuwbare energie omvat verschillende inkomstenstromen zoals verkoop van opgewekte energie, verhuring van de fotovoltaïsche installatie en overheidssubsidies. De boekhoudkundige verwerking van de opbrengsten uit hernieuwbare energie is afhankelijk van de contractuele voorwaarden van de overeenkomst tussen VGP’s hernieuwbare energie bedrijf en zijn klanten (m.n. huurders of groene stroom energieleveranciers). Als VGP’s hernieuwbare energie bedrijf een “Purchase Power Agreement” (PPA) heeft gesloten met zijn klanten dan zullen de inkomsten erkend worden wanneer de elektriciteit geleverd wordt. Dit op basis van de contractuele prijs per kilowattuur (kWh). De erkende opbrengsten zijn bijgevolg gebaseerd op de hoeveelheid geleverde elektriciteit en eventuele aanpassingen aan de contractprijs of inkomsten zullen worden toegepast op basis van de voorwaarden van de PPA. Wanneer VGP’s hernieuwbare energie bedrijf een huurovereenkomst heeft afgesloten met zijn klanten voor de verhuur van de fotovoltaïsche installatie, is de opbrengst erkenning gebaseerd op de verschuldigde huurtermijnen van toepassing volgens de huurovereenkomst. Opbrengsten worden erkend op basis van de verschuldigde huuraflossingen over de looptijd van huurovereenkomst. Eventuele aanpassingen zullen uitgevoerd worden op basis van de voorwaarden van de huurovereenkomst.
Overheidssubsidies worden opgenomen in het jaar waarop de overheidssubsidie toegekend is. Opbrengsten worden gewaardeerd tegen de in het kader van het contract overeengekomen transactieprijs. De als omzet vermelde bedragen zijn exclusief variabele vergoedingen en betalingen aan klanten, die niet voor afzonderlijke diensten zijn, en kunnen bestaan uit kortingen, handelsvergoedingen, rabatten en bedragen die voor rekening van derden worden geïnd. Een vordering wordt opgenomen wanneer diensten worden verleend, aangezien dit het moment is waarop de vergoeding onvoorwaardelijk is, omdat alleen het verstrijken van de tijd vereist is voordat de betaling verschuldigd is. Wanneer de Groep als agent optreedt, worden de commissie en niet de bruto-inkomsten als opbrengsten geboekt.
2.19 Kosten
DOOR TE REKENEN HUURLASTEN EN OPERATIONELE KOSTEN VERBONDEN AAN VASTGOED
Door te rekenen huurlasten m.b.t. afgesloten servicecontracten en operationele kosten verbonden aan vastgoed worden opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer ze gemaakt worden.
NETTO FINANCIEEL RESULTAAT
Het Netto financieel resultaat omvat de te betalen rente op schulden en interest rate swaps berekend aan de hand van de methode van de effectieve rentevoet na aftrek van de geactiveerde rente, te ontvangen rente op beleggingen en interest rate swaps, winsten en verliezen uit wisselkoersverschillen die in de geconsolideerde winst- en verliesrekening worden opgenomen.
BELASTINGEN
Belastingen op de winst of het verlies van de periode omvatten de actuele en de uitgestelde belasting. Belastingen worden opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening tenzij ze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen zijn opgenomen; in dat geval worden ze opgenomen in het eigen vermogen. De actuele belasting is het verwachte te betalen bedrag op de belastbare winst van het boekjaar, waarbij gebruik gemaakt wordt van de belastingtarieven van toepassing op de balansdatum en elke aanpassing aan de verschuldigde (of verrekenbare) belastingen met betrekking tot vorige boekjaren. De uitgestelde belasting wordt berekend aan de hand van de balansmethode op de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen (‘balance sheet liability method’) in de balans en de fiscale boekwaarde van deze activa en verplichtingen.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 176Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de periode waarin het actief wordt gerealiseerd of de verplichting wordt afgewikkeld op basis van de belastingtarieven van toepassing op de balansdatum. Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen in zoverre het waarschijnlijk is dat voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee het tijdelijke verschil kan worden verrekend. Uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen werden gesaldeerd, in overeenstemming met de criteria in IAS 12 § 74. Uitgestelde belastingvorderingen worden verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn.
3. Cruciale beoordelingen en belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden
3.1 Cruciale beoordelingen bij het toepassen van de consolidatieprincipes
Wij verwijzen naar het hoofdstuk ‘Risicofactoren’ voor een overzicht van de risico’s die de activiteiten van de VGP Groep beïnvloeden. De volgende punten zijn de kritische oordelen van het management, die een significante invloed hebben op de bedragen die in de geconsolideerde jaarrekening worden gerapporteerd:
Classificatie van gezamenlijke regelingen (joint arrangements) (IFRS 11)
Het management beoordeelt of gezamenlijke regelingen worden geclassificeerd als joint ventures of joint operations. VGP gaat co-investment partnerships aan (bijv. Allianz, Deka, AREIM) die zijn gestructureerd via afzonderlijke juridische entiteiten. Belangrijke beslissingen over relevante activiteiten, zoals goedkeuring van budgetten, financiering, strategie, acquisities en desinvesteringen, vereisen unanieme goedkeuring van de partners, ook al verleent VGP diensten op het gebied van vastgoed-, faciliteiten-, ontwikkelings- en assetmanagement aan de joint ventures. Op basis van deze contractuele voorwaarden concludeerde de Groep dat deze entiteiten voldoen aan de definitie van joint ventures volgens IFRS 11 en worden ze verantwoord via de vermogensmutatiemethode in overeenstemming met IAS 28. Oordeel is vereist bij de beoordeling of VGP een entiteit controleert, gezamenlijke controle heeft of significante invloed uitoefent. Controle bestaat wanneer VGP macht heeft over de investeringsentiteit, bloot gesteld wordt aan risico van variabele opbrengsten en in staat is zijn macht te gebruiken om de opbrengsten te beïnvloeden (IFRS 10). Waar de rechten gedeeld zijn en beslissingen unaniem moeten worden genomen, is joint control aanwezig (IFRS 11). In sommige gevallen, zoals VGP Park Belartza, heeft VGP zijn eigendomsbelang verhoogd tot 75% in 2024, maar blijft het management concluderen dat joint control behouden blijft omdat belangrijke beslissingen nog steeds unaniem moeten worden genomen. Waar VGP minderheidsbelangen aanhoudt maar deelneemt aan belangrijke operationele en financiële beleidsbeslissingen, wordt significante invloed geacht aanwezig te zijn en is IAS 28 van toepassing.
Classificatie van vastgoed als vastgoedbelegging vs. voorraad (IAS 40 vs. IAS 2)
De Groep ontwikkelt logistiek vastgoed voornamelijk om huurinkomsten te genereren en voor waardestijging. Deze eigendommen worden geclassificeerd als vastgoedbeleggingen volgens IAS 40. Bij deze beoordeling oefent het management oordeel uit met betrekking tot het businessmodel van de Groep en het bedoeld gebruik van de activa. De strategie van de Groep is om logistieke activa te ontwikkelen en aan te houden voor langdurige verhuur, direct of via co-investeringsvehikel joint ventures. Zelfs wanneer activa worden overgedragen aan joint ventures als onderdeel van cash recycling-transacties, behoudt de Groep een vermogensbelang en blijft het ontwikkelings-, vastgoed-, asset- en facilitymanagementdiensten leveren. Dergelijke overdrachten worden niet beschouwd als verkopen in het kader van de normale bedrijfsvoering, maar als co-investerings regelingen met langetermijnkapitaalpartners. Daarom concludeerde het management dat de activa niet worden aangehouden voor verkoop in het kader van de normale bedrijfsvoering en voldoen ze niet aan de definitie van voorraad volgens IAS 2. In plaats daarvan voldoen ze aan de definitie van vastgoedbeleggingen onder IAS 40, aangezien ze worden aangehouden om huurinkomsten te genereren en/of voor waardestijging.
Presentatie van kasstromen uit rente/dividend/desinvesteringen van dochterondernemingen (IAS 7)
IAS 7 staat entiteiten toe om rente- en dividendkasstromen te classificeren als operationele, investerings- of financieringsactiviteiten, mits de classificatie consistent wordt toegepast. De Groep presenteert betaalde rente als onderdeel van financieringsactiviteiten, aangezien dit de aard van deze kasstromen als kosten van het verkrijgen van financiële middelen weerspiegelt.
Ontvangen rente wordt gepresenteerd volgens de onderliggende aard. Rente ontvangen van joint ventures en geassocieerde ondernemingen, inclusief rente op aandeelhouders- of ontwikkelingsleningen, wordt gepresenteerd binnen investeringsactiviteiten, aangezien dit een rendement op investeringen vertegenwoordigt dat volgens de vermogensmutatiemethode wordt verantwoord. Andere ontvangen rente wordt gepresenteerd binnen operationele activiteiten. Dividenden en andere uitkeringen ontvangen van joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden gepresenteerd als investeringsactiviteiten, aangezien dit rendement op investeringen betreft.
Kasstromen voortvloeiend uit de overname en verkoop van dochterondernemingen, joint ventures en vastgoedbeleggingen worden gepresenteerd binnen investeringsactiviteiten, omdat ze betrekking hebben op veranderingen in langetermijninvesteringen en activa volgens IAS 7. Het management heeft oordeel uitgeoefend bij het bepalen van deze presentatie en past de classificatie consistent toe van periode tot periode.
Classificatiecriteria voor activa aangehouden voor verkoop (IFRS 5)
De Groep oefent oordeel uit bij het classificeren van activa aangehouden voor verkoop onder IFRS 5. Een actief wordt als zodanig geclassificeerd wanneer, in de huidige staat, de waarde hoofdzakelijk via een verkooptransactie zal worden gerealiseerd in plaats van door voortgezet gebruik (inclusief joint ventures), en wanneer de verkoop hoogstwaarschijnlijk en verwacht wordt binnen 12 maanden plaats te vinden. Wanneer projectvennootschappen worden overgedragen aan een Joint Venture, weerspiegelt de aankoopprijs bij closing uitsluitend de waarde van de opgeleverde vastgoedbeleggingen. Eventuele ontwikkelingsgronden of activa in aanbouw binnen deze verkochte entiteiten blijven onder de economische eigendom en volledige controle van de Groep. Bij de beoordeling of deze resterende ontwikkelingen moeten worden gedesïnvesteerd bij de overdracht van de entiteit aan de Joint Venture, heeft de Groep rekening gehouden met de principes van IFRS 10 paragrafen B76–B79 inzake de controle over gespecificeerde activa. De ontwikkelingen vormen ‘ring-fenced assets’ waarover de Groep de controle behoudt, blootgesteld blijft aan variabele opbrengsten, en de mogelijkheid heeft om deze opbrengsten te beïnvloeden. Bijgevolg blijven deze ontwikkelingen door de Groep verwerkt tot aan de oplevering, op welk moment de controle en economische risico’s en voordelen volledig worden overgedragen aan de Joint Venture. Historisch heeft VGP dergelijke activa, die juridisch eigendom zijn van de Joint Venture maar economisch toebehoren aan de Groep, steeds opgenomen als “activa aangehouden voor verkoop”. Aangezien deze activa ontwikkelingsgronden, activa in aanbouw en opgeleverde vastgoedbeleggingen omvatten, strookt deze classificatie als vlottende activa – waarbij activa beschikbaar moeten zijn voor onmiddellijke verkoop in hun huidige staat en binnen een termijn van twaalf maanden – niet volledig met hun aard. Daarom werd besloten deze benadering te herzien, en heeft de Groep alle economische belangen in dergelijke activa geherclassificeerd naar vastgoedbeleggingen.
3.2 Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden
De portefeuille van VGP wordt minimaal jaarlijks gewaardeerd door onafhankelijke vastgoeddeskundige. Deze taxatie heeft als doel de marktwaarde van een vastgoedbelegging op een bepaalde datum te bepalen, rekening houdend met marktontwikkelingen en de karakteristieken van het betreffende vastgoed. De vastgoedportefeuille wordt in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen tegen de reële waarde vastgesteld door de vastgoeddeskundige (zie toelichting 13).
4. Segment rapportering
De Chief Operating Decision Maker (CODM) is de persoon die verantwoordelijk is voor de toewijzing van middelen aan de operationele segmenten en voor de beoordeling van hun prestaties. De Groep heeft vastgesteld dat de CODM de Chief Executive Officer (CEO) van de Vennootschap is.
De CEO beoordeelt regelmatig interne managementrapporten die voortvloeien uit de geïntegreerde ERP- en rapporteringssystemen van de Groep. Deze rapporten omvatten operationele resultaten per segment, EBITDA, EBIT, reëlewaardemutaties, kapitaaluitgaven (capex), pipeline-informatie, budgetten en forecasts. Deze informatie wordt gebruikt om de prestaties te beoordelen en beslissingen te nemen over de toewijzing van middelen over de bedrijfsactiviteiten en geografische regio’s van de Groep.
De segmentrapportering binnen VGP is in hoofdzaak georganiseerd per business line, in lijn met het geïntegreerde operationele model van de Groep, en wordt in tweede instantie geanalyseerd per geografische regio voor management- en operationele doeleinden.
4.1 Activiteitssegmenten
Voor managementdoeleinden presenteert de Groep financiële informatie volgens interne managementindelingen op basis van functionele toewijzing van opbrengsten en kosten.Deze bedragen zijn afgeleid van interne managementrapportering en, hoewel gebaseerd op IFRS-grondslagen, worden zij niet opgesteld als afzonderlijke IFRS-jaarrekeningen per segment. De Groep rapporteert de EBITDA en EBIT van drie operationele en rapporteerbare segmenten: Investeringsactiviteiten, Vastgoedontwikkeling en Hernieuwbare energie.
INVESTERINGSACTIVITEITEN
De EBITDA van het segment Investeringsactiviteiten omvat de recurrente prestaties van de voltooide en verhuurde logistieke vastgoedportefeuille van de Groep, evenals het beheer van deze portefeuille. Dit segment omvat:
— Huurinkomsten uit voltooide en verhuurde vastgoedbeleggingen aangehouden door de Groep;
— Inkomsten uit property-, asset- en facilitymanagement, inclusief diensten verleend aan joint ventures;
— Het proportionele aandeel van de Groep in het operationele resultaat van voltooide en verhuurde activa aangehouden in joint ventures, exclusief reëlewaardemutaties.
Aan dit segment worden onder meer toegerekend: een gedeelte van de vastgoedexploitatiekosten, overige operationele opbrengsten en kosten die niet rechtstreeks verband houden met ontwikkelingsactiviteiten, en het aandeel in het resultaat van joint ventures (exclusief waarderingseffecten). Vanaf 2025 wordt 15% van de vastgoedexploitatiekosten en administratieve kosten aan dit segment toegewezen, in lijn met het recurrente karakter van de assetmanagementactiviteiten. Dit segment weerspiegelt de structurele, kasstroom genererende prestaties van de gestabiliseerde portefeuille en sluit daarom reëlewaardemutaties en gerealiseerde meerwaarde bij desinvesteringen uit.
VASTGOEDONTWIKKELING
De EBITDA van het segment Vastgoedontwikkeling omvat de waarde creatie die voortvloeit uit de ontwikkelingsactiviteiten van de Groep, waaronder de verwerving van gronden, vergunningstrajecten, bouwactiviteiten en oplevering van logistiek vastgoed.
De prestaties van de EBITDA in dit segment worden voorname- lijk bepaald door:
— Netto reëlewaardemutaties op vastgoedbeleggingen in ontwikkeling en op voltooide activa die nog op de balans van de Groep worden aangehouden;
— Gerealiseerde winsten of verliezen bij de verkoop van projecten of dochtervennootschappen, inclusief overdrachten aan joint ventures.
Na overdracht van een actief aan een joint venture en het verlies van controle worden latere reëlewaardemutaties niet langer opgenomen binnen de EBITDA van de Groep. Waarderingsresultaten worden derhalve uitsluitend binnen dit segment opgenomen zolang het actief op de balans van de Groep blijft. Het segment Projectontwikkeling omvat ongeveer 80% van de administratieve kosten van de Groep, wat de centrale rol van ontwikkelingsactiviteiten in het waarderingsmodel van de Groep weerspiegelt. De toewijzing van administratieve kosten tussen de segmenten weerspiegelt het oordeel van het management over de relatieve tijd en middelen die aan elke activiteit worden besteed en wordt periodiek herzien door de CODM.
Het segment Vastgoedontwikkeling genereert geen opbrengsten in traditionele zin; de waarde creatie wordt weerspiegeld via reëlewaardemutaties en gerealiseerde meerwaarde. Dit segment omvat op balansniveau het volgende:
Beleggingsvastgoed wordt toegewezen aan het segment Ontwikkeling of Investering op basis van de fase in de levenscyclus:
— Vastgoed in ontwikkeling (grondposities en activa in aanbouw) wordt opgenomen in het segment Ontwikkeling.
— Voltooide en gestabiliseerde panden die worden aangehouden voor lange termijn huurinkomsten worden opgenomen in het segment Investering.
Activa die worden geclassificeerd als groep aangehouden voor verkoop worden eveneens toegewezen aan het segment Ontwikkeling of Investering, afhankelijk van of het ontwikkelingsactiva dan wel gestabiliseerde verhuuractiva betreft. De Groep heeft daarnaast deelnemingen in bepaalde ontwikkelingsjoint ventures die zijn opgericht om toegang te verkrijgen tot grond of projecten. Zolang deze projecten zich in de ontwikkelingsfase bevinden, worden zij opgenomen in het segment Vastgoedontwikkeling. Zodra zij zijn voltooid en worden aangehouden voor verhuurdoeleinden, kunnen zij worden overgeheveld naar het segment Investering.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 178
HERNIEUWBARE ENERGIE
De EBITDA van het segment Hernieuwbare energie omvat de ontwikkeling en exploitatie van hernieuwbare-energie-installaties op de logistieke sites van de Groep, voornamelijk zonnepaneleninstallaties en bijbehorende infrastructuur. Dit segment omvat:
— Bruto-inkomsten uit de verkoop van elektriciteit, overheidsincentives en, indien van toepassing, leasingactiviteiten;
— Rechtstreeks toewijsbare operationele kosten.
Vanaf 2025 wordt circa 5% van de administratieve kosten aan dit segment toegerekend, in overeenstemming met het aandeel van ondersteunende functies. Binnen dit segment wordt dakruimte gehuurd van andere entiteiten binnen de Groep. Voor zover deze intra-groep transacties niet worden geëlimineerd bij consolidatie, worden de bijbehorende leasekosten opgenomen binnen het segment Hernieuwbare energie, met een overeenkomstige opbrengst in het segment Investeringsactiviteiten, zodat een consistente segmentrapportering wordt gewaarborgd.
Samenvatting van de opsplitsing van de activiteit segmenten
| In duizenden € | 31.12.2025 | 31.12.2024 |
|---|---|---|
| Investeringen & Vastgoed– en activabeheer EBITDA | 248.956 | 204.293 |
| Vastgoedontwikkeling EBITDA | 199.267 | 144.770 |
| Hernieuwbare energie EBITDA | 6.479 | 5.390 |
| Totaal operationele EBITDA | 454.702 | 354.453 |
| In duizenden € | Investerings-activiteiten | Vastgoedontwikkeling | Hernieuw-bare energie | Inter-segment eliminaties | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Voor de periode afgesloten op 31 december 2025 | |||||
| Bruto huur- en hernieuwbare energieopbrengsten | 86.762 | — | 12.268 | -386 | 98.644 |
| Operationele kosten verbonden aan vastgoed | -4.888 | -2.276 | -3.159 | 386 | -9.937 |
| Netto huur- en hernieuwbare energieopbrengsten | 81.874 | -2.276 | 9.109 | — | 88.707 |
| Joint Ventures “fee” inkomsten | 52.058 | — | — | — | 52.058 |
| Netto meer-/(min)waarde op vastgoedbeleggingen | — | 243.624 | — | — | 243.624 |
| Administratieve kosten | -7.890 | -42.081 | -2.630 | — | -52.601 |
| Aandeel in het aangepast EBITDA van de Joint Ventures¹ | 122.914 | — | — | — | 122.914 |
| EBITDA | 248.956 | 199.267 | 6.479 | — | 454.702 |
| Overige kosten | — | — | — | — | — |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -819 | -4.365 | -5.547 | — | -10.731 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen – Joint Ventures en deelnemingen | -155 | — | — | — | -155 |
| Resultaat voor belastingen en interest | 247.982 | 194.902 | 932 | — | 443.816 |
| Netto financiële kosten – Eigen portefeuille | — | — | — | — | -23.901 |
| Netto financiële kosten – Joint venture en geassocieerde deelnemingen | — | — | — | — | -56.581 |
| Resultaat voor belastingen | — | — | — | — | 363.334 |
| Inkomstenbelastingen – eigen | — | — | — | — | -10.576 |
| Inkomstenbelastingen – joint ventures en geassocieerde deelnemingen | — | — | — | — | -6.654 |
| Recurrente netto-inkomsten | — | — | — | — | 346.104 |
| Netto meer-/(min)waarde op vastgoedbeleggingen – Joint ventures en geassocieerde ondernemingen | — | — | — | — | -10.367 |
| Niet-gerealiseerde winsten/(verliezen) op reële waarde afdekkingsderivaten - eigen portefeuille | — | — | — | — | — |
| Niet-gerealiseerde winsten/(verliezen) op reële waarde afdekkingsderivaten – Joint ventures en geassocieerde maatschappijen | — | — | — | — | 149 |
| Latente belastingen – eigen portefeuille | — | — | — | — | -37.426 |
| Latente belastingen – joint ventures en geassocieerde deelnemingen | — | — | — | — | -8.021 |
| Gerapporteerd resultaat over de periode | — | — | — | — | 290.439 |
¹ Het aandeel van Joint Ventures in de gecorrigeerde EBITDA geeft de nettohuuropbrengsten en administratiekosten van de Joint Ventures weer, exclusief waarderingswinsten of financiële- en belastinglasten.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 179
| In duizenden € | Investerings-activiteiten | Vastgoedontwikkeling | Hernieuw-bare energie | Inter-segment eliminaties | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Voor de periode afgesloten op 31 december 2024 | |||||
| Bruto huur- en hernieuwbare energieopbrengsten | 65.382 | — | 8.338 | -16 | 73.704 |
| Operationele kosten verbonden aan vastgoed | -366 | -3.287 | -2.381 | 16 | -6.018 |
| Netto huur- en hernieuwbare energieopbrengsten | 65.016 | -3.287 | 5.957 | — | 67.686 |
| Joint Ventures “fee” inkomsten | 32.666 | — | — | — | 32.666 |
| Netto meer-/(min)waarde op vastgoedbeleggingen | — | 187.056 | — | — | 187.056 |
| Administratieve kosten | -13.090 | -38.999 | -567 | — | -52.656 |
| Aandeel in het aangepast EBITDA van de Joint Ventures¹ | 119.701 | — | — | — | 119.701 |
| Operationele EBITDA | 204.293 | 144.770 | 5.390 | — | 354.453 |
| Overige kosten | — | — | — | — | -1.750 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | -782 | -3.126 | -4.699 | — | -8.607 |
| Winst voor interest en belastingen | 203.511 | 141.644 | 691 | — | 344.096 |
| Netto financiële kosten – Eigen portefeuille | — | — | — | — | 2.403 |
| Netto financiële kosten – Joint venture en geassocieerde deelnemingen | — | — | — | — | -58.184 |
| Resultaat voor belastingen | — | — | — | — | 288.315 |
| Inkomstenbelastingen – eigen | — | — | — | — | -10.857 |
| Inkomstenbelastingen – joint ventures en geassocieerde deelnemingen | — | — | — | — | -7.320 |
| Recurrente netto-inkomsten | — | — | — | — | 270.139 |
| Netto meer-/(min)waarde op vastgoedbeleggingen – Joint ventures en geassocieerde ondernemingen | — | — | — | — | 54.481 |
| Niet-gerealiseerde winsten/(verliezen) op reële waarde afdekkingsderivaten - eigen portefeuille | — | — | — | — | — |
| Niet-gerealiseerde winsten/(verliezen) op reële waarde afdekkingsderivaten – Joint ventures en geassocieerde maatschappijen | — | — | — | — | -915 |
| Latente belastingen – eigen portefeuille | — | — | — | — | -21.698 |
| Latente belastingen – joint ventures en geassocieerde deelnemingen | — | — | — | — | -15.020 |
| Gerapporteerd resultaat over de periode | — | — | — | — | 286.987 |
¹ Het aandeel van Joint Ventures in de gecorrigeerde EBITDA geeft de nettohuuropbrengsten en administratiekosten van de Joint Ventures weer, exclusief waarderingswinsten of financiële- en belastinglasten.## 4.2 Gesegmenteerde balans
| In duizenden € | Investe-rings-activiteiten | Vastgoed ontwikke-ling | Hernieuw-bare energie | FinancieleSchuld | Eigenvermogen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voor de periode afgesloten op 31 december 2025 | ||||||
| Immateriële activa | 51 | 414 | 52 | — | — | 517 |
| Vastgoedbeleggingen | 888.497 | 1.504.902 | — | — | — | 2.393.399 |
| Materiële vaste activa | 2.579 | 20.631 | 117.477 | — | — | 140.687 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen | 1.391.262 | 18.596 | — | — | — | 1.409.858 |
| Andere langlopende vorderingen | 552.383 | 14.335 | — | — | — | 566.718 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 2.518 | 8.066 | 127 | — | — | 10.711 |
| Totaal vaste activa | 2.837.290 | 1.566.944 | 117.656 | — | — | 4.521.890 |
| Handels- en andere vorderingen | 26.016 | 100.743 | 5.073 | — | — | 131.832 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | — | — | 24.937 | 498.157 | — | 523.094 |
| Activa aangehouden voor verkoop | 27.307 | — | — | — | — | 27.307 |
| Totaal vlottende activa | 53.323 | 100.743 | 30.010 | 498.157 | — | 682.233 |
| Totale activa | 2.890.613 | 1.667.687 | 147.666 | 498.157 | — | 5.204.123 |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 180
| In duizenden € | Investe-rings-activiteiten | Vastgoed ontwikke-ling | Hernieuw-bare energie | FinancieleSchuld | Eigenvermogen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voor de periode afgesloten op 31 december 2025 | ||||||
| Kapitaal | — | — | — | — | 105.676 | 105.676 |
| Overige reserves | — | — | — | — | 845.579 | 845.579 |
| Overgedragen resultaten | — | — | — | — | 1.649.549 | 1.649.549 |
| Eigen vermogen | — | — | — | — | 2.600.804 | 2.600.804 |
| Langlopende financiële schulden | — | — | 134.838 | 1.962.928 | — | 2.097.766 |
| Andere langlopende verplichtingen | 13.027 | 29.302 | 12.718 | — | — | 55.047 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 15.613 | 50.023 | — | — | — | 65.636 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 28.640 | 79.325 | 147.556 | 1.962.928 | — | 2.218.449 |
| Kortlopende financiële schulden | — | — | 2.257 | 259.788 | — | 262.045 |
| Handels- en andere kortlopende schulden | 10.466 | 107.214 | 3.685 | — | — | 121.365 |
| Verplichtingen m.b.t activa aangehouden voor verkoop | 1.460 | — | — | — | — | 1.460 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 11.926 | 107.214 | 5.942 | 259.788 | — | 384.870 |
| Totaal verplichtingen | 40.566 | 186.539 | 153.498 | 2.222.716 | — | 2.603.319 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 40.566 | 186.539 | 153.498 | 2.222.716 | 2.600.804 | 5.204.123 |
| In duizenden € | Investe-rings-activiteiten | Vastgoed ontwikke-ling | Hernieuw-bare energie | FinancieleSchuld | Eigenvermogen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voor de periode eindigend op 31 december 2024 – Herzien | ||||||
| Immateriële activa | 73 | 579 | 72 | — | — | 724 |
| Vastgoedbeleggingen1 | 850.187 | 1.219.580 | — | — | — | 2.069.767 |
| Materiële vaste activa | 2.166 | 17.324 | 102.820 | — | — | 122.309 |
| Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen | 1.281.900 | 18.974 | — | — | — | 1.300.874 |
| Andere langlopende vorderingen | 512.146 | 26.338 | — | — | — | 538.484 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 5.342 | 6.278 | — | — | — | 11.620 |
| Totaal vaste activa | 2.651.814 | 1.289.073 | 102.892 | — | — | 4.043.778 |
| Handels- en andere vorderingen | 18.855 | 59.640 | 5.309 | — | — | 83.804 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | — | — | 28.189 | 464.344 | — | 492.533 |
| Activa aangehouden voor verkoop1 | 31.591 | 2.230 | — | — | — | 33.821 |
| Totaal vlottende activa | 50.446 | 61.870 | 33.498 | 464.344 | — | 610.158 |
| Totale activa | 2.702.260 | 1.350.943 | 136.390 | 464.344 | — | 4.653.936 |
| In duizenden € | Investe-rings-activiteiten | Vastgoed ontwikke-ling | Hernieuw-bare energie | FinancieleSchuld | Eigenvermogen | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Voor de periode afgesloten op 31 december 2024 – Herzien | ||||||
| Kapitaal | — | — | — | — | 105.676 | 105.676 |
| Overige reserves | — | — | — | — | 845.579 | 845.579 |
| Overgedragen resultaten | — | — | — | — | 1.449.172 | 1.449.172 |
| Eigen vermogen | — | — | — | — | 2.400.427 | 2.400.427 |
| Langlopende financiële schulden | — | — | 134.818 | 1.807.677 | — | 1.942.495 |
| Andere langlopende verplichtingen | 9.927 | 25.477 | 11.377 | — | — | 46.781 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen1 | 21.152 | 24.859 | — | — | — | 46.011 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 31.079 | 50.336 | 146.195 | 1.807.677 | — | 2.035.287 |
| Kortlopende financiële schulden | — | — | 2.257 | 112.609 | — | 114.866 |
| Handels- en andere kortlopende schulden | 8.277 | 91.315 | 2.966 | — | — | 102.558 |
| Verplichtingen m.b.t activa aangehouden voor verkoop1 | 31 | 767 | — | — | — | 798 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 8.308 | 92.082 | 5.223 | 112.609 | — | 218.222 |
| Totaal verplichtingen | 39.387 | 142.418 | 151.418 | 1.920.286 | — | 2.253.509 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 39.387 | 142.418 | 151.418 | 1.920.286 | 2.400.427 | 4.653.936 |
1 De cijfers van 2024 met betrekking tot Vastgoedbeleggingen en Activa aangehouden voor verkoop werden herwerkt. Historisch classificeerde VGP activa die juridisch eigendom zijn van de Joint Ventures maar economisch eigendom van VGP als “activa aangehouden voor verkoop”. Na een herevaluatie en om de economische realiteit en het langetermijninvesteringskarakter van deze activa beter weer te geven, heeft de Groep beslist haar economische belangen in dergelijke activa te herclassificeren naar “Vastgoedbeleggingen”. Deze aanpak werd consistent toegepast op zowel het lopende boekjaar als de vergelijkende periode. De herwerking in 2024 bedraagt € 164,4 miljoen, overgeboekt van Activa aangehouden voor verkoop naar vastgoedbeleggingen. Dienovereenkomstig werd de uitgestelde belastingverplichting ten belope van € 10,4 miljoen herzien en overgeboekt van verplichtingen met betrekking tot activa aangehouden voor verkoop.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 181
4.3 Geografische informatie
Deze basissegmentatie weerspiegelt de geografische markten in Europa waarin VGP opereert. De activiteiten van VGP zijn onderverdeeld in de afzonderlijke landen waar het actief is. Deze segmentatie is belangrijk voor VGP omdat de aard van de activiteiten en de klanten vergelijkbare economische kenmerken binnen die segmenten hebben.
| 31. 12. 2025 (In duizenden €) | Bruto huur-en her- nieuwbare energie | Netto huur- en her- nieuwbare energie | Joint venture fee inkomen (incl. JV aandeel) | Operationele EBITDA (incl. JV aandeel) | Vastgoed beleggingen (incl. JV aandeel) | Installaties hernieuw- bare energie, installa- ties en uitrusting | Totale activa (incl. JV aandeel) | Investeringen1 (incl. JV aandeel) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| West-Europa | ||||||||
| Duitsland | 114.480 | 103.750 | 16.732 | 225.651 | 2.573.686 | 87.243 | 2.812.888 | 171.355 |
| Spanje | 15.198 | 13.813 | 3.912 | 22.683 | 445.842 | 126 | 460.148 | 42.849 |
| Oostenrijk | 9.950 | 9.680 | 192 | 11.228 | 175.902 | 437 | 181.964 | 19.376 |
| Nederland | 10.019 | 8.500 | 2.106 | 20.980 | 207.385 | 16.652 | 227.933 | 1.613 |
| Italië | 7.765 | 6.261 | 942 | 27.785 | 152.111 | 8.704 | 183.781 | 31.667 |
| Frankrijk | 1.161 | -1.020 | 256 | 22.399 | 170.207 | 3.471 | 183.394 | 37.173 |
| Portugal | 3.789 | 3.234 | 169 | 13.759 | 87.416 | — | 96.695 | 25.577 |
| Denemarken | 305 | 137 | — | -1.207 | 62.739 | — | 74.412 | 40.387 |
| Verenigd Koninkrijk | — | -171 | 14 | -6.319 | 54.987 | — | 58.891 | 60.081 |
| Luxemburg | — | — | — | — | — | — | 157.818 | — |
| België | — | — | — | — | — | — | 892.297 | — |
| 162.667 | 144.184 | 24.323 | 336.959 | 3.930.275 | 116.633 | 5.330.221 | 430.077 | |
| Centraal- en Oost-Europa | ||||||||
| Tsjechië | 24.728 | 23.675 | 5.853 | 42.493 | 544.648 | 3.540 | 564.919 | 22.935 |
| Slowakije | 8.060 | 7.286 | 2.188 | 13.054 | 232.374 | 1.089 | 241.819 | 27.059 |
| Hongarije | 17.816 | 17.283 | 444 | 23.273 | 335.712 | — | 357.859 | 41.207 |
| Roemenië | 21.401 | 20.323 | 810 | 7.902 | 336.295 | 4.698 | 365.858 | 71.617 |
| Kroatië | — | 228 | — | -918 | 72.327 | — | 85.462 | 42.228 |
| 72.005 | 68.795 | 9.295 | 85.804 | 1.521.356 | 9.327 | 1.615.917 | 205.046 | |
| Baltische staten en Balkan | ||||||||
| Letland | 6.430 | 6.156 | — | 6.463 | 73.754 | — | 81.477 | 5.279 |
| Servië | 6.289 | 5.616 | — | 8.198 | 105.216 | — | 113.977 | 149 |
| 12.719 | 11.772 | — | 14.661 | 178.970 | — | 195.454 | 5.428 | |
| Andere2 | — | -1.367 | 18.440 | 17.278 | — | — | 4.151 | — |
| Totaal | 247.391 | 223.384 | 52.058 | 454.702 | 5.630.601 | 125.960 | 7.145.743 | 640.550 |
1 De kapitaaluitgaven omvatten toevoegingen en acquisities van beleggingsvastgoed en ontwikkelingsgrond, maar omvatten geen huurdersincentives, makelaarskosten en geactiveerde rente. De direct voor de eigen portefeuille gemaakte kapitaaluitgaven bedragen € 640,6 miljoen (waarvan € 148,9 miljoen betrekking heeft op grondaankopen) en zijn inclusief de Groep’s economische eigendom van ontwikkelingsprojecten in de Eerste, Tweede en Zesde Joint Venture.
2 Andere omvat de centrale kosten van de Groep en kosten met betrekking tot de operationele activiteiten die niet specifiek geografisch zijn toegewezen.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 182
| 31. 12. 2024 (In duizenden €) | Bruto huur-en her- nieuwbare energie | Netto huur- en her- nieuwbare energie | Joint venture fee inkomen (incl. JV aandeel) | Operationele EBITDA (incl. JV aandeel) | Vastgoed beleggingen (incl. JV aandeel) | Installaties hernieuw- bare energie, installa- ties en uitrusting | Totale activa (incl. JV aandeel) | Investeringen1 (incl. JV aandeel) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| West-Europa | ||||||||
| Duitsland | 109.469 | 97.191 | 18.142 | 162.158 | 2.303.761 | 83.981 | 2.538.957 | 138.790 |
| Spanje | 10.816 | 8.101 | 3.673 | 28.727 | 370.957 | — | 385.380 | 53.822 |
| Oostenrijk | 5.582 | 5.325 | 163 | 3.917 | 234.378 | 148 | 249.930 | 42.167 |
| Nederland | 8.718 | 7.150 | 1.946 | 16.030 | 183.239 | 15.428 | 203.091 | 1.022 |
| Italië | 3.124 | 2.002 | 718 | 12.496 | 152.631 | 4.866 | 181.738 | 47.815 |
| Frankrijk | 172 | -941 | 9 | -4.890 | 105.942 | 1.244 | 131.263 | 29.275 |
| Portugal | 2.315 | 2.154 | -68 | 6.828 | 85.239 | — | 93.995 | 23.113 |
| Denemarken | — | -204 | — | 4.988 | 21.381 | — | 25.872 | 12.905 |
| Luxemburg | — | — | — | — | — | — | 156.173 | — |
| België | — | — | — | — | — | — | 803.119 | — |
| 140.196 | 120.778 | 24.583 | 230.254 | 3.457.528 | 105.667 | 4.769.518 | 348.911 | |
| Centraal- en Oost-Europa | ||||||||
| Tsjechië | 25.141 | 23.186 | 5.209 | 43.866 | 458.823 | 3.410 | 477.150 | 24.066 |
| Slowakije | 8.479 | 8.044 | 1.725 | 14.032 | 162.222 | 5 | 170.293 | 40.203 |
| Hongarije | 12.593 | 12.443 | 438 | 23.279 | 283.822 | — | 303.019 | 42.927 |
| Roemenië | 15.023 | 15.652 | 711 | 17.396 | 272.215 | 1.710 | 297.112 | 55.323 |
| Kroatië | — | -125 | — | 9.584 | 29.529 | — | 35.071 | 13.064 |
| 61.236 | 59.200 | 8.083 | 108.157 | 1.206.611 | 5.125 | 1.282.645 | 175.584 | |
| Baltische staten en Balkan | ||||||||
| Letland | 7.910 | 9.227 | — | 9.053 | 101.636 | — | 105.531 | 1.119 |
| Servië | 1.940 | 1.650 | — | 1.483 | 101.013 | 9 | 109.442 | 31.813 |
| 9.850 | 10.877 | — | 10.536 | 202.649 | 9 | 214.973 | 32.931 | |
| Andere2 | — | -1.487 | — | 5.507 | — | — | 3.566 | — |
| Totaal | 211.282 | 189.368 | 32.666 | 354.454 | 4.866.788 | 110.801 | 6.270.702 | 557.426 |
1 De kapitaaluitgaven omvatten toevoegingen en acquisities van beleggingsvastgoed en ontwikkelingsgrond, maar omvatten geen huurdersincentives, makelaarskosten en geactiveerde rente. Van de investeringen heeft € 54.7 miljoen betrekking op grondaankopen.2 Andere omvat de centrale kosten van de Groep en kosten met betrekking tot de operationele activiteiten die niet specifiek geografisch zijn toegewezen. Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 183
Onderstaande tabel geeft de geografische segmentatie zonder het aandeel in de Joint Ventures weer.
| 31 december 2025 | Bruto huur- en hernieuwbare energieopbrengsten | Netto huur- en hernieuwbare energie resultaat | Joint venture fee inkomen | Vastgoedbeleggingen (IP, PPE en immateriële activa) | Totaal vaste activa |
|---|---|---|---|---|---|
| West-Europa | |||||
| Duitsland | 27.175 | 23.434 | 16.732 | 678.662 | 766.816 |
| Spanje | 2.891 | 2.907 | 3.912 | 168.423 | 169.167 |
| Oostenrijk | 9.131 | 9.046 | 192 | 90.277 | 90.757 |
| Nederland | 2.454 | 2.116 | 2.106 | 64.840 | 81.522 |
| Italië | 4.807 | 3.939 | 942 | 33.498 | 42.263 |
| Frankrijk | 114 | -1.943 | 256 | 149.357 | 152.847 |
| Portugal | 3.088 | 2.685 | 169 | 40.186 | 40.242 |
| Denemarken | 305 | 137 | — | 62.739 | 62.954 |
| Verenigd Koningkrijk | — | -171 | 14 | 54.987 | 54.987 |
| Luxemburg | — | — | — | — | 47 |
| België | — | — | — | — | 11.771 |
| 49.965 | 42.150 | 24.323 | 1.342.969 | 1.473.373 | |
| Centraal- en Oost-Europa | |||||
| Tsjechië | 2.343 | 2.403 | 5.853 | 117.253 | 121.381 |
| Slowakije | 693 | 512 | 2.188 | 114.782 | 116.104 |
| Hongarije | 15.002 | 14.697 | 444 | 300.190 | 300.415 |
| Roemenië | 17.922 | 17.331 | 810 | 293.390 | 298.337 |
| Kroatië | — | 228 | — | 72.327 | 72.333 |
| 35.960 | 35.171 | 9.295 | 897.942 | 908.570 | |
| Baltische staten en Balkan | |||||
| Letland | 6.430 | 6.156 | — | 73.754 | 73.800 |
| Servië | 6.289 | 5.616 | — | 105.216 | 105.342 |
| 12.719 | 11.772 | — | 178.970 | 179.142 | |
| Andere | — | -386 | 18.440 | — | — |
| Totaal | 98.644 | 88.707 | 52.058 | 2.419.881 | 2.561.085 |
| 31 december 2024 | Bruto huur- en hernieuwbare energieopbrengsten | Netto huur en hernieuwbare energie resultaat | Joint venture fee inkomen | Vastgoedbeleggingen (IP, PPE en immateriële activa) | Totaal vaste activa |
|---|---|---|---|---|---|
| West-Europa | |||||
| Duitsland | 26.087 | 21.566 | 18.142 | 457.097 | 541.943 |
| Spanje | 104 | -1.064 | 3.673 | 182.141 | 182.287 |
| Oostenrijk | 4.843 | 4.664 | 163 | 221.538 | 221.735 |
| Nederland | 1.225 | 842 | 1.946 | 48.886 | 64.361 |
| Italië | 402 | 104 | 718 | 104.341 | 109.298 |
| Frankrijk | — | -1.000 | 9 | 85.891 | 87.212 |
| Portugal | 1.694 | 1.605 | -68 | 74.545 | 74.600 |
| Denemarken | — | -204 | — | 21.381 | 21.611 |
| Luxemburg | — | — | — | — | 35 |
| België | — | — | — | — | 9.258 |
| 34.355 | 26.513 | 24.583 | 1.195.820 | 1.312.340 | |
| Centraal- en Oost-Europa | |||||
| Tsjechië | 4.749 | 4.977 | 5.209 | 106.152 | 110.206 |
| Slowakije | 3.473 | 3.500 | 1.725 | 88.581 | 88.851 |
| Hongarije | 9.826 | 9.861 | 438 | 250.012 | 250.094 |
| Roemenië | 11.451 | 12.432 | 711 | 230.570 | 232.555 |
| Kroatië | — | -125 | — | 29.529 | 29.536 |
| 29.499 | 30.645 | 8.083 | 704.844 | 711.242 | |
| Baltische staten en Balkan | |||||
| Letland | 7.910 | 9.227 | — | 101.636 | 101.648 |
| Servië | 1.940 | 1.650 | — | 101.013 | 101.116 |
| 9.850 | 10.877 | — | 202.649 | 202.764 | |
| Andere | — | -350 | — | — | — |
| Totaal | 73.704 | 67.685 | 32.666 | 2.103.313 | 2.226.346 |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 184
5. Omzet
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 Herzien |
|---|---|---|
| Huurinkomsten uit vastgoedportefeuille | 82.811 | 57.636 |
| Lineaire toekenning van huurkortingen | 3.926 | 7.730 |
| Totale bruto huuropbrengsten | 86.737 | 65.366 |
| Bruto-inkomsten uit hernieuwbare energie | 11.907 | 8.338 |
| Inkomsten uit vastgoedbeheer en facility management | 49.579 | 27.004 |
| Inkomsten uit projectontwikkeling | 2.479 | 5.662 |
| Joint Ventures fee inkomsten | 52.058 | 32.666 |
| Totale omzet1 | 150.702 | 106.370 |
De Groep verhuurt haar vastgoedbeleggingen op basis van operationele verhuring. De operationele huurcontracten hebben over het algemeen een looptijd van meer dan 5 jaar. De totale brutohuuropbrengsten omvatten € 15,2 miljoen aan huur voor de periode met betrekking tot de vastgoedportefeuille die werd verkocht tijdens de derde transactie met de Zesde joint venture in december.
Eind december 2025 heeft de Groep (inclusief joint ventures) gecommiteerde huurovereenkomsten op jaarbasis van € 468,3 miljoen, vergeleken met €412,6 miljoen per 31 december 2024. Van het totale bedrag van € 468,3 miljoen heeft € 146,6 miljoen betrekking op de eigen portefeuille, met een gewogen gemiddelde resterende looptijd van de huurovereenkomsten (WAULT) van 9,5 jaar. Van deze € 146,6 miljoen gecommiteerde huurovereenkomsten op jaarbasis uit de eigen portefeuille heeft:
— € 78,4 miljoen betrekking op activa die reeds zijn voltooid en aan huurders zijn opgeleverd; en
— € 31,2 miljoen betrekking op huurovereenkomsten waarvan verwacht wordt dat ze binnen de komende twaalf maanden ingaan.
Het verschil tussen de bruto huurinkomsten die in boekjaar 2025 zijn opgenomen (€ 86,7 miljoen) en de geannualiseerde contractueel vastgelegde huurovereenkomsten van de eigen portefeuille (€ 146,6 miljoen) is voornamelijk te wijten aan timingseffecten. Gecommiteerde huurovereenkomsten op jaarbasis omvatten namelijk huurinkomsten uit ondertekende huurovereenkomsten die nog niet zijn ingegaan. Deze hebben betrekking op activa die nog in aanbouw zijn, wachten op oplevering, of vallen onder voorverhuurovereenkomsten op ontwikkelingsgrond waar de bouw nog niet is gestart. De bruto huurinkomsten daarentegen weerspiegelen enkel de huurinkomsten die tijdens de rapporteringsperiode zijn erkend voor voltooide vastgoedbeleggingen die aan huurders zijn opgeleverd. Gecommiteerde huurovereenkomsten op jaarbasis vertegenwoordigen dus de gestabiliseerde jaarlijkse huurinkomsten zodra alle ondertekende huurovereenkomsten zijn ingegaan, terwijl bruto huurinkomsten de inkomsten weerspiegelen die daadwerkelijk tijdens het boekjaar zijn gerealiseerd.
De klanten vertegenwoordigen een gezonde mix van logistieke huurders en eindgebruikers. De top tien huurders (op basis van huurinkomsten op jaarbasis) zijn allemaal blue-chip klanten. Op 31 december 2025 nemen de tien grootste huurders ongeveer 29,7% van de totale (eigen en Joint Ventures) gecommiteerde huurovereenkomsten op jaarbasis in. De bruto huurinkomsten van deze top 10 huurders bedragen € 13,9 miljoen in de eigen portefeuille en € 93,7 miljoen in de portefeuille van de Joint Ventures.
De uitsplitsing van de toekomstige huuropbrengsten voor de eigen portefeuille en Joint Ventures volgens aandeel is als volgt:
| 31. 12. 2025 In duizenden € | < 1 jaar | < 2 jaar | < 3 jaar | < 4 jaar | < 5 jaar | > 5 jaar | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| JV volgens aandeel – Actieve huur | 153.411 | 157.191 | 148.679 | 132.499 | 116.467 | 533.093 | 1.241.340 |
| JV volgens aandeel – gecommitteerde huur | 1 | 4.776 | 4.990 | 4.990 | 4.990 | 42.798 | 62.545 |
| Totaal – JV volgens aandeel | 153.412 | 161.967 | 153.669 | 137.489 | 121.457 | 575.891 | 1.303.885 |
| Eigen portefeuille – Actieve huur | 69.294 | 77.068 | 67.437 | 59.487 | 49.887 | 269.902 | 593.075 |
| Eigen portefeuille – gecommitteerde huur | — | 20.764 | 44.612 | 59.622 | 67.046 | 682.709 | 874.753 |
| Totaal – Eigen | 69.294 | 97.832 | 112.049 | 119.109 | 116.933 | 952.611 | 1.467.828 |
| Totaal – volgens aandeel | 222.706 | 259.799 | 265.718 | 256.598 | 238.390 | 1.528.502 | 2.771.713 |
| 31. 12. 2024 In duizenden € | < 1 jaar | < 2 jaar | < 3 jaar | < 4 jaar | < 5 jaar | > 5 jaar | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| JV volgens aandeel – Actieve huur | 139.143 | 127.865 | 116.667 | 102.036 | 90.207 | 408.665 | 984.583 |
| JV volgens aandeel – gecommitteerde huur | 1.650 | 4.575 | 4.575 | 4.575 | 4.575 | 43.771 | 63.721 |
| Totaal – JV volgens aandeel | 140.793 | 132.440 | 121.242 | 106.611 | 94.782 | 452.436 | 1.048.304 |
| Eigen portefeuille – Actieve huur | 74.370 | 72.237 | 58.676 | 54.338 | 44.990 | 212.337 | 516.948 |
| Eigen portefeuille – gecommitteerde huur | 18.711 | 34.380 | 34.725 | 43.799 | 51.220 | 534.021 | 716.856 |
| Totaal – Eigen | 93.081 | 106.617 | 93.401 | 98.137 | 96.210 | 746.358 | 1.233.804 |
| Totaal – volgens aandeel | 233.874 | 239.057 | 214.643 | 204.748 | 190.992 | 1.198.794 | 2.282.108 |
De stijging in Inkomsten uit vastgoedbeheer en facility management is voornamelijk door de provisie voor promote uitkering van de Eerste Joint Venture (€ 18 miljoen). Volgens de Joint Venture overeenkomst, kan VGP recht hebben op een winstuitkering van de Eerste Joint Venture bij (i) een liquiditeitsgebeurtenis of (ii) na het verstrijken van de initiële periode van tien jaar, wat plaatsvindt in de eerste helft van 2026. Op basis van het netto IRR (‘internal rate of return’) (meer dan 12%) tot nu toe heeft de groep per 31 december 2025 een provisie van € 18 miljoen aangelegd voor een te ontvangen winstuitkering. Het uiteindelijke bedrag zal variëren afhankelijk van de waardering en operationele prestaties van de Joint Venture tot 31 mei 2026.
1 De definitie van omzet werd in ’25 aangepast om servicekosteninkomsten uit te sluiten. Het omzetcijfer van ’24 werd daarom eveneens herwerkt met € 15 miljoen.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 185
6. Operationele kosten verbonden aan vastgoed
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Herstellingen en onderhoud | -2.838 | -1.077 |
| Verhuur, marketing, juridische en professionele kosten | -690 | -888 |
| Vastgoedmakelaars | -989 | -706 |
| Doorgerekende huurlasten1 | 21.300 | 15.034 |
| Door te rekenen huurlasten | -19.430 | -13.898 |
| Andere opbrengsten | 2.911 | 4.121 |
| Andere lasten | -7.134 | -6.239 |
| Operationele kosten hernieuwbare energie | -3.067 | -2.365 |
| Totaal | -9.937 | -6.018 |
7. Netto waarderingswinsten/ (verliezen) op vastgoedbeleggingen
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 Herzien |
|---|---|---|
| Niet-gerealiseerde meer-/(min)waarde op vastgoedbeleggingen | 180.180 | 93.097 |
| Niet-gerealiseerde meer-/(min)waarde op activa aangehouden voor verkoop2 | 2.944 | 1.093 |
| Gerealiseerde meer-/(min)waarde op de verkoop van dochterondernemingen, Joint Ventures en vastgoedbeleggingen | 60.500 | 92.866 |
| Totaal | 243.624 | 187.056 |
In 2025, bedragen de netto waarderingswinsten op vastgoedbeleggingen € 243,6 miljoen in vergelijking met een waarderingswinst van € 187,1 miljoen voor de periode 2024.De netto waarderingswinst werd voornamelijk gedreven door (i) € 183,1 miljoen niet-gereali- seerde waarderingswinst op de eigen portefeuille en de voor verkoop aangehouden portefeuille, en (ii) € 60,5 miljoen gerealiseerde waarderingswinst, voornamelijk op activa overgedragen in het kader van afwikkelingen van eerdere transacties met de Vijfde Joint Venture (Deka), de Derde Joint Venture (Ymir) en de Zesde Joint Venture (Saga), evenals gerealiseerde winsten bij de derde clo- sing met de Zesde Joint Venture (Saga). De eigen vastgoedportefeuille, ontwikkelingsgrond maar inclusief gebouwen in aanbouw in opdracht van de Joint Ventures, wordt door de vastgoeddeskundige gewaardeerd op 31 decem- ber 2025 op basis van een gewogen gemiddeld rendement (yield) van 7,48% 3 (vergeleken met 7,22% op 31 december 2024) toegepast op de contractuele huren verhoogd met de geschatte huurwaarde van de leegstaande ruimte. Een variatie van 0,10% van deze marktrendement zou lei- den tot een variatie van deze portefeuillewaarde van € 27,2 miljoen.
8. Administratieve kosten
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Verloning | -32.526 | -37.027 |
| Audit, juridische en andere adviseurs | -3.925 | -4.262 |
| Overige administratieve kosten | -16.147 | -11.367 |
| Afschrijvingen | -10.734 | -8.607 |
| Totaal | -63.332 | -61.263 |
De administratieve kosten voor de periode stegen tot € 63,3 miljoen, tegenover € 61,3 miljoen voor de periode eindigend op 31 december 2024. De verloning daalde met € 4,5 miljoen en bestaat voor- namelijk uit een stijging van de verloning met € 1,6 miljoen, gecompenseerd door hogere geacti- veerde kosten van € 6,7 miljoen. De algemene administratieve kosten stegen met € 4,7 miljoen en omvatten onder meer kosten voor de marketingcampagne die in 2025 werd gelanceerd. Daarnaast is er een stijging van de afschrijvingen met € 2,2 miljoen, voornamelijk op zonne-energie-installaties. Het personeelsbestand van de groep bedroeg per december 2025 in totaal 434 VTE’s. (2024: 380 VTEs)
1 De doorgerekende huurlasten vertegenwoordigen terugbetalingen van vastgoed gerelateerde exploitatiekosten door huurders volgens de huurovereenkomsten. Deze bedragen vormen geen omzet onder IFRS 15, maar worden gepresenteerd als een verrekening met de gerelateerde vastgoedexploitatiekosten.
2 De cijfers van 2024 met betrekking tot Vastgoedbeleggingen en activa aangehouden voor verkoop werden herwerkt. Historisch classificeerde VGP-activa die juridisch eigendom zijn van de Joint Ventures maar economisch eigendom van VGP als “activa aangehouden voor verkoop”. Na een herevaluatie en om de economische realiteit en het langetermijninvesteringskarakter van deze activa beter weer te geven, heeft de Groep beslist haar economische belangen in dergelijke activa te herclassificeren naar “Vastgoedbeleggingen”. Deze aan- pak werd consistent toegepast op zowel het lopende boekjaar als de vergelijkende periode. De herwerking in 2024 bedraagt € 30,3 miljoen, overgeboekt van niet-gerealiseerde waarderingswinsten/(verliezen) op activa aangehouden voor verkoop naar niet-gerealiseerde waarderingswinsten/(verliezen) op vastgoedbeleggingen.
3 Dit wijkt aanzienlijk af van het gewogen gemiddelde rendement dat wordt gehanteerd voor de waardering van de Joint Ventures, aangezien de portefeuille binnen de Joint Ventures hoofdzakelijk gelegen is in West-Europese landen en voornamelijk uit voltooide activa bestaat. De eigen portefeuille wordt gewaardeerd aan exit rendementen die liggen tussen 5% – 9%.
9. Investeringen in joint ventures
9.1 Winsten van joint ventures
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de resultatenrekening van de joint ventures van de Groep met (i) Allianz VGP European Logistics (de Eerste joint venture), VGP European Logistics 2 (de Tweede joint venture), VGP Park München,(de Derde joint venture); (ii) met Deka (de Vijfde Joint Venture); (iii) met Areim (de Zesde Joint Venture) en de geassocieerde deelnemingen; (iv) de joint venture met VUSA (Belartza) gelegen in San Sebastian, Spanje en (v) de joint venture met Weimer Bau (Siegen) in Duitsland, die allen verwerkt worden volgens de vermogensmutatieme- thode en (iv) en (v) worden gerapporteerd als ontwikkelings Joint Ventures. VGP European Logistics en VGP European Logistics 2 zijn gevestigd in Luxemburg. VGP European Logistics bezit logistiek vastgoed in Duitsland, Tsjechië, Slowakije en Hongarije. VGP European Logis- tics 2 bezit logistiek vastgoed in Spanje, Oostenrijk, Nederland, Italië en Roemenië. VGP Park Mün- chen is gevestigd in München (Duitsland) en bezit en ontwikkelt het VGP park gelegen in München. De Vijfde joint venture bezit vijf parken in Duitsland en de Zesde joint venture, VGP European Logistics 4, bezit activa in Duitsland, Tsjechië, Slowakije, Frankrijk, Portugal, Spanje, Italië en Oostenrijk.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 186
De joint ventures met Vusa en Grekon bevatten grond die samen met de partner wordt ontwikkeld. VGP NV bezit 50% rechtstreeks in alle joint ventures (behalve Belartza) en nog eens 5,1% of 10,1% in de Duitse dochterondernemingen van de Eerste en Zesde Joint Venture.
31. 12. 2025 (In duizenden €)
| Joint Ventures aan 100% | Joint ventures volgens aandeel | |
|---|---|---|
| Bruto huuropbrengsten | 292.511 | 148.747 |
| Operationele kosten verbonden aan vastgoed | ||
| — onderliggende operationele kosten | -1.349 | -693 |
| — vastgoed management fees | -26.244 | -13.377 |
| Netto huurresultaat | 264.918 | 134.677 |
| Netto meer/(min) waarden op vastgoedbeleggingen | -18.345 | -10.367 |
| Administratieve kosten | -5.299 | -2.695 |
| Overige kosten1 | -18.446 | -9.223 |
| Operationeel resultaat | 222.828 | 112.392 |
| Netto financieel resultaat | -111.328 | -56.432 |
| Belastingen | -29.385 | -14.675 |
| Resultaat over de periode | 82.115 | 41.285 |
Netto huurresultaat, 31. 12. 2025 (In duizenden €)
| Joint Ventures aan 100% | Joint ventures volgens aandeel | |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 109.588 | 56.425 |
| Tweede Joint Venture | 47.140 | 23.568 |
| Derde Joint Venture | 28.732 | 14.365 |
| Vijfde Joint Venture | 52.819 | 26.410 |
| Zesde Joint Venture | 26.767 | 13.980 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | -128 | -71 |
| Netto huurresultaat | 264.918 | 134.677 |
Operationeel resultaat, 31. 12. 2025 (In duizenden €)
| Joint Ventures aan 100% | Joint ventures volgens aandeel | |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 75.149 | 38.419 |
| Tweede Joint Venture | 74.445 | 37.223 |
| Derde Joint Venture | 9.478 | 4.738 |
| Vijfde Joint Venture | 39.459 | 19.729 |
| Zesde Joint Venture | 24.427 | 12.355 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | -130 | -72 |
| Operationeel resultaat | 222.828 | 112.392 |
Resultaat over de periode, 31. 12. 2025 (In duizenden €)
| Joint Ventures aan 100% | Joint ventures volgens aandeel | |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 38.279 | 19.613 |
| Tweede Joint Venture | 47.402 | 23.706 |
| Derde Joint Venture | -4.215 | -2.109 |
| Vijfde Joint Venture | -9.138 | -4.570 |
| Zesde Joint Venture | 10.321 | 5.021 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | -534 | -376 |
| Resultaat over de periode | 82.115 | 41.285 |
31. 12. 2024 (In duizenden €)
| Joint Ventures aan 100% | Joint ventures volgens aandeel | |
|---|---|---|
| Bruto huuropbrengsten | 270.782 | 137.578 |
| Operationele kosten verbonden aan vastgoed | ||
| — onderliggende operationele kosten | -7.220 | -3.669 |
| — vastgoed management fees | -24.007 | -12.227 |
| Netto huurresultaat | 239.555 | 121.682 |
| Netto meer/(min) waarden op vastgoedbeleggingen | 106.675 | 54.479 |
| Administratieve kosten | -3.905 | -1.990 |
| Operationeel resultaat | 342.325 | 174.171 |
| Netto financieel resultaat | -116.737 | -59.094 |
| Belastingen | -43.954 | -22.333 |
| Resultaat over de periode | 181.634 | 92.744 |
Netto huurresultaat, 31. 12. 2024 (In duizenden €)
| Joint Ventures aan 100% | Joint ventures volgens aandeel | |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 105.446 | 54.297 |
| Tweede Joint Venture | 43.616 | 21.806 |
| Derde Joint Venture | 30.431 | 15.216 |
| Vijfde Joint Venture | 50.248 | 25.124 |
| Zesde Joint Venture | 10.516 | 5.591 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | -702 | -352 |
| Netto huurresultaat | 239.555 | 121.682 |
Operationeel resultaat, 31. 12. 2024 (In duizenden €)
| Joint Ventures aan 100% | Joint ventures volgens aandeel | |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 143.779 | 74.006 |
| Tweede Joint Venture | 55.669 | 27.834 |
| Derde Joint Venture | 49.192 | 24.596 |
| Vijfde Joint Venture | 58.385 | 29.192 |
| Zesde Joint Venture | 36.006 | 18.897 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | -706 | -354 |
| Operationeel resultaat | 342.325 | 174.171 |
1 De overige kosten is het resultaat van de provisie voor promote in de Eerste Joint Venture.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 187
Resultaat over de periode, 31. 12. 2024 (In duizenden €)
| Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel | |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 97.459 | 50.192 |
| Tweede Joint Venture | 25.925 | 12.964 |
| Derde Joint Venture | 35.744 | 17.871 |
| Vijfde Joint Venture | 620 | 309 |
| Zesde Joint Venture | 20.100 | 10.630 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 1.786 | 778 |
| Resultaat over de periode | 181.634 | 92.744 |
9.2 Samengevatte balansinformatie met betrekking tot Joint Ventures
31. 12. 2025 (In duizenden €)
| Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel | |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 6.295.262 | 3.210.720 |
| Andere activa | -1.777 | -856 |
| Totaal vaste activa | 6.293.485 | 3.209.864 |
| Handels- en andere vorderingen | 79.103 | 40.061 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 199.777 | 101.553 |
| Totaal vlottende activa | 278.880 | 141.614 |
| Totaal activa | 6.572.365 | 3.351.478 |
| Langlopende financiële schulden | 2.462.018 | 1.245.002 |
| Andere langlopende fi nanciële verplichtingen | 561 | 281 |
| Andere langlopende verplichtingen | 53.871 | 27.186 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 335.781 | 171.551 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 2.852.231 | 1.444.020 |
| Kortlopende financiële schulden1 | 868.525 | 448.355 |
| Handels- en andere kortlopende schulden | 96.686 | 49.245 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 965.211 | 497.600 |
| Totaal verplichtingen | 3.817.442 | 1.941.620 |
| Netto actiefwaarde | 2.754.923 | 1.409.858 |
Totaal vaste activa, 31. 12. 2025
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 2.322.859 | 1.199.608 |
| Tweede Joint Venture | 961.820 | 480.911 |
| Derde Joint Venture | 743.264 | 371.632 |
| Vijfde Joint Venture | 1.140.739 | 570.369 |
| Zesde Joint Venture | 1.084.209 | 557.954 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 40.594 | 29.390 |
| Totaal vaste activa | 6.293.485 | 3.209.864 |
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 63.754 | 32.836 |
| Tweede Joint Venture | 28.418 | 14.210 |
| Derde Joint Venture | 80.840 | 40.421 |
| Vijfde Joint Venture | 30.294 | 15.148 |
| Zesde Joint Venture | 72.951 | 37.654 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 2.623 | 1.345 |
| Totaal vlottende activa | 278.880 | 141.614 |
Totaal activa, 31. 12. 2025
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 2.386.613 | 1.232.444 |
| Tweede Joint Venture | 990.238 | 495.121 |
| Derde Joint Venture | 824.104 | 412.053 |
| Vijfde Joint Venture | 1.171.033 | 585.517 |
| Zesde Joint Venture | 1.157.160 | 595.608 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 43.217 | 30.735 |
| Totaal activa | 6.572.365 | 3.351.478 |
Totaal langlopende verplichtingen, 31. 12. 2025
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 300.012 | 155.004 |
| Tweede Joint Venture | 574.226 | 287.114 |
| Derde Joint Venture | 447.562 | 223.781 |
| Vijfde Joint Venture | 826.819 | 413.410 |
| Zesde Joint Venture | 687.393 | 352.577 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 16.219 | 12.134 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 2.852.231 | 1.444.020 |
^1 De bankfaciliteiten van de Rheingold Joint Venture lopen af op 31 mei 2026. De Joint Venture heeft al term sheets afgesloten met financiële instellingen om de faciliteit te verlengen en/of te vervangen.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 188
Totaal kortlopende verplichtingen, 31. 12. 2025
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 896.310 | 462.535 |
| Tweede Joint Venture | 21.879 | 10.940 |
| Derde Joint Venture | 9.041 | 4.521 |
| Vijfde Joint Venture | 8.593 | 4.297 |
| Zesde Joint Venture | 29.373 | 15.301 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 15 | 6 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 965.211 | 497.600 |
Totaal verplichtingen, 31. 12. 2025
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 1.196.322 | 617.539 |
| Tweede Joint Venture | 596.105 | 298.054 |
| Derde Joint Venture | 456.603 | 228.302 |
| Vijfde Joint Venture | 835.412 | 417.707 |
| Zesde Joint Venture | 716.766 | 367.878 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 16.234 | 12.140 |
| Totaal verplichtingen | 3.817.442 | 1.941.620 |
Netto actiefwaarde, 31. 12. 2025
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 1.190.291 | 614.905 |
| Tweede Joint Venture | 394.133 | 197.067 |
| Derde Joint Venture | 367.501 | 183.751 |
| Vijfde Joint Venture | 335.621 | 167.810 |
| Zesde Joint Venture | 440.394 | 227.730 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 26.983 | 18.595 |
| Netto actiefwaarde | 2.754.923 | 1.409.858 |
31. 12. 2024
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 5.733.833 | 2.927.831 |
| Andere activa | 1.667 | 835 |
| Totaal vaste activa | 5.735.500 | 2.928.666 |
| Handels- en andere vorderingen | 57.055 | 28.977 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 245.519 | 124.353 |
| Totaal vlottende activa | 302.574 | 153.330 |
| Totaal activa | 6.038.074 | 3.081.996 |
| Langlopende financiële schulden | 3.034.562 | 1.543.184 |
| Andere langlopende financiële verplichtingen | 1.164 | 582 |
| Andere langlopende verplichtingen | 46.794 | 23.575 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 312.421 | 159.958 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 3.394.941 | 1.727.299 |
| Kortlopende financiële schulden | 42.112 | 21.428 |
| Handels- en andere kortlopende schulden | 63.869 | 32.395 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 105.981 | 53.823 |
| Totaal verplichtingen | 3.500.922 | 1.781.122 |
| Netto actiefwaarde | 2.537.152 | 1.300.874 |
Totaal vaste activa, 31. 12. 2024
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 2.331.113 | 1.204.460 |
| Tweede Joint Venture | 927.585 | 463.794 |
| Derde Joint Venture | 700.909 | 350.455 |
| Vijfde Joint Venture | 1.158.696 | 579.348 |
| Zesde Joint Venture | 577.845 | 302.150 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 39.352 | 28.459 |
| Totaal vaste activa | 5.735.500 | 2.928.666 |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 189
Totaal vlottende activa, 31. 12. 2024
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 78.324 | 40.402 |
| Tweede Joint Venture | 29.534 | 14.769 |
| Derde Joint Venture | 120.109 | 60.056 |
| Vijfde Joint Venture | 42.194 | 21.099 |
| Zesde Joint Venture | 29.625 | 15.565 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 2.788 | 1.439 |
| Totaal vlottende activa | 302.574 | 153.330 |
Totaal activa, 31. 12. 2024
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 2.409.437 | 1.244.862 |
| Tweede Joint Venture | 957.119 | 478.563 |
| Derde Joint Venture | 821.018 | 410.511 |
| Vijfde Joint Venture | 1.200.890 | 600.447 |
| Zesde Joint Venture | 607.470 | 317.715 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 42.140 | 29.898 |
| Totaal activa | 6.038.074 | 3.081.996 |
Totaal langlopende, 31. 12. 2024
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 1.164.798 | 601.952 |
| Tweede Joint Venture | 581.453 | 290.728 |
| Derde Joint Venture | 456.873 | 228.438 |
| Vijfde Joint Venture | 869.048 | 434.524 |
| Zesde Joint Venture | 308.163 | 160.735 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 14.606 | 10.922 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 3.394.941 | 1.727.299 |
Totaal kortlopende verplichtingen, 31. 12. 2024
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 48.380 | 24.828 |
| Tweede Joint Venture | 20.685 | 10.343 |
| Derde Joint Venture | 10.943 | 5.472 |
| Vijfde Joint Venture | 9.616 | 4.808 |
| Zesde Joint Venture | 16.343 | 8.366 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 14 | 6 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 105.981 | 53.823 |
Totaal verplichtingen, 31. 12. 2024
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 1.213.178 | 626.780 |
| Tweede Joint Venture | 602.138 | 301.071 |
| Derde Joint Venture | 467.816 | 233.910 |
| Vijfde Joint Venture | 878.664 | 439.332 |
| Zesde Joint Venture | 324.506 | 169.101 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 14.620 | 10.928 |
| Totaal verplichtingen | 3.500.922 | 1.781.122 |
Netto actiefwaarde, 31. 12. 2024
| (In duizenden €) | Joint Ventures aan 100% | Joint Ventures volgens aandeel |
|---|---|---|
| Eerste Joint Venture | 1.196.259 | 618.082 |
| Tweede Joint Venture | 354.981 | 177.492 |
| Derde Joint Venture | 353.202 | 176.601 |
| Vijfde Joint Venture | 322.226 | 161.115 |
| Zesde Joint Venture | 282.964 | 148.614 |
| Ontwikkelings Joint Ventures | 27.520 | 18.970 |
| Netto actiefwaarde | 2.537.152 | 1.300.874 |
De belangrijkste verschillen met betrekking tot de balans van de Joint Ventures in ’25 hebben betrekking op de Zesde Joint Venture (Saga). In 2025 kwamen VGP en Areim overeen om de geo- grafische reikwijdte van de Joint Venture uit te breiden met als doel ook activa te verwerven in Portugal, Spanje, Italië, Oostenrijk en Denemarken. In het kader van deze overeenkomst vond in 2025 een derde closing plaats, bestaande uit 18 gebouwen (waaronder één Parkhouse) in 7 landen: Duitsland (2 gebouwen), Oostenrijk (5 gebouwen), Italië (4 gebouwen), Tsjechië (1 gebouw), Slo- vakije (1 gebouw), Spanje (2 gebouwen) en Portugal (3 gebouwen). De transactie vertegenwoor- digde een bruto vastgoedwaarde van meer dan € 500 miljoen, waardoor de Groep € 351 miljoen aan netto kasopbrengsten kon recycleren.
De vastgoedportefeuille van de Joint Ventures, exclusief ontwikkelingsgronden en gebouwen die door VGP in opdracht van de Joint Ventures worden gebouwd, werd per 31 december 2025 gewaardeerd op basis van een gewogen gemiddeld rendement van 5,22%¹ (tegenover 5,05% per 31 december 2024). Een variatie van 0,10% in dit marktrendement zou leiden tot een waardeveran- dering van de Joint Venture-portefeuille (aan 100%) van € 118 miljoen.
De (her)waardering van de activa van de Joint Ventures-portefeuille is gebaseerd op het waar- deringsrapport van onafhankelijk Vastgoeddeskundige Io Partners, preferred partner van Jones Lang LaSalle.
VGP verleent bepaalde diensten aan de Joint Ventures, waaronder assetmanagement, proper- tymanagement en ontwikkelingsadvies en -beheer, en ontvangt hiervoor vergoedingen van de Joint Ventures. Deze diensten worden verricht op arm’s length-basis en verlenen VGP geen zeg- genschap over de betreffende Joint Ventures (noch enige eenzijdige materiële beslissingsbe- voegdheid). Belangrijke transacties en beslissingen binnen de Joint Ventures vereisen volledige
¹ De Ontwikkelings Joint Ventures houden uitsluitend ontwikkelingsgronden aan en zijn daarom uitgesloten van de gewogen gemiddelde rendementsberekening. De Joint Ventures’ portefeuille wordt gewaardeerd aan exit rendementen die liggen tussen 4% - 9%.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 190
goedkeuring van de Raad van Bestuur en/of de aandeelhouders, overeenkomstig de bepalingen van de Joint Venture-overeenkomst.
9.3 Overige langlopende vorderingen
| In duizenden € | 31. 12. 2025¹ | 31. 12. 2024¹ |
|---|---|---|
| Aandeelhoudersleningen aan de Eerste Joint Venture | 35.716 | 44.919 |
| Aandeelhoudersleningen aan de Tweede Joint Venture | 25.492 | 27.982 |
| Aandeelhoudersleningen aan Derde Joint Venture | 139.671 | 145.069 |
| Aandeelhoudersleningen aan Ontwikkelings Joint Ventures | 14.335 | 12.715 |
| Aandeelhoudersleningen aan Vijfde Joint Venture | 233.396 | 251.924 |
| Aandeelhoudersleningen aan Zesde Joint Venture | 118.108 | 42.252 |
| Overige langlopende vorderingen | — | 13.623 |
| Totaal | 566.718 | 538.484 |
De overige langlopende vorderingen stegen met € 28 miljoen. De aandeelhoudersleningen namen toe met € 41,9 miljoen, voornamelijk als gevolg van: (i) een toename van de aandeelhouderslening aan de Zesde Joint Venture naar aanleiding van de derde closing met € 76 miljoen; (ii) terugbetalin- gen van aandeelhoudersleningen door de joint ventures ten bedrage van € 32,7 miljoen (in vergelij- king met € 53,4 miljoen in 2024); en (iii) een herclassificatie van overige langlopende vorderingen, voornamelijk met betrekking tot de vordering voor gebouw D in VGP Park München ten aanzien van Allianz, naar courante vorderingen.
9.4 Deelnemingen in de joint ventures en de geassocieerde ondernemingen
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
| :--- | :--- | :--- |2024 Per 1 januari 1.300.874 1.037.228 Toevoegingen 97.806 204.416 Resultaat van het jaar 41.285 92.744 Terugbetaling van eigen vermogen -3.435 -3.371 Dividenden -26.672 -11.438 Aanpassingen door verkoop van participaties — -18.705 Op einde van de periode 1.409.858 1.300.874
In 2025 ontving de Groep, als onderdeel van de uitkeringen van de Joint Ventures, € 30,1 miljoen aan terugbetalingen van eigen vermogen en/of dividenden van haar Joint Ventures, in vergelijking met € 14,8 miljoen in ‘24. De investeringen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen stegen met € 109 miljoen. Deze verandering houdt voornamelijk verband met: (i) kapitaalverhoging n.a.v. transacties met joint ventures ten bedrage van € 97,8 miljoen; (ii) dividenden of terugbetalingen van kapitaal ontvangen van de Eerste Joint Venture (€ 22,8 miljoen), de Tweede Joint Venture (€ 4,1 miljoen) en de Zesde Joint Venture (€ 3,2 miljoen); en (iii) het aandeel in het resultaat van de joint ventures, zijnde een winst van € 41,3 miljoen.
9.5 EPRA prestatie indicatoren van de Joint Ventures volgens aandeel 2
VGP bezit een aantal Joint Ventures die in de IFRS financiële overzichten worden gerapporteerd onder de vermogensmutatiemethode. Deze joint ventures bezitten voornamelijk voltooide activa waarop de VGP Groep vermogensbeheerdiensten verleent. Om de transparantie en vergelijkbaarheid van de joint ventures te vergroten, vindt u hieronder aanvullende prestatiemaatstaven berekend in overeenstemming met de Best Practices Recommendations van de European Public Real Estate Association (EPRA). Deze maatstaven worden gegeven volgens aandeel, in het bijzonder voor de Eerste, Tweede, Derde, Vijfde en de Zesde Joint Venture. De Ontwikkelings Joint Ventures zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze tot op heden alleen ontwikkelingsgrond bevatten.
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| EPRA Net Tangible Assets (EPRA NTA)3 | 1.573.054 | 1.441.403 |
| EPRA Netto initiële rendement (Net Initial Yield (NIY)) | 5,04% | 5,04% |
| EPRA ‘Topped-up’ Netto initiële rendement | 5,10% | 5,10% |
| EPRA Leegstand (vacancy) ratio | 2,0% | 1,8% |
| EPRA “Loan to value” (LTV) ratio | 32,6% | 31,5% |
| EPRA Inkomsten3 | 62.548 | 50.148 |
| EPRA kosten ratio (inclusief directe leegstand kosten)3 | 4,1% | 11,5% |
| EPRA kosten ratio (exclusief directe leegstand kosten)3 | 3,9% | 11,3% |
EPRA NTA – Joint Ventures volgens aandeel (In duizenden €)
| 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 | |
|---|---|---|
| IFRS NAW | 1.400.483 | 1.281.907 |
| IFRS NAW per aandeel (in euro) | 51,32 | 46,97 |
| NAW (na uitoefening van opties, converteerbare schulden en overig eigen vermogen) | 1.400.483 | 1.281.907 |
| Uit te sluiten: | ||
| Latente belastingen | 172.448 | 159.220 |
| Reële waarde van financiële derivaten | 85 | 234 |
| Immateriële vaste actieve (IFRS Balans) | 38 | 42 |
| Subtotaal | 1.573.054 | 1.441.403 |
| Reële waarde van financieringen met vaste rentevoet | — | — |
| Vastgoedoverdrachtsbelasting | — | — |
| NAW | 1.573.054 | 1.441.403 |
1 In het licht van de herziening inzake activa aangehouden voor verkoop werd deze toelichting geüpdatet (Cfr. Geconsolideerde balans).
2 Deze toelichting is geen onderdeel van de geauditeerde IFRS Financiële jaarrekeningen.
3 De promote provisie ten belope van € 9,2 miljoen (aandeel) in de Eerste Joint Venture (Rheingold) werd aangepast in ‘25, aangezien deze het gevolg is van een overeenkomst tussen de aandeelhouders en geen operationele kost van de Joint Venture betreft.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 191
EPRA NTA – Joint Ventures volgens aandeel (In duizenden €)
| 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 | |
|---|---|---|
| Aantal aandelen | 27.291.312 | 27.291.312 |
| NAW/aandeel (in euro)1 | 57,64 | 52,82 |
EPRA Inkomsten Joint Ventures volgens aandeel (In duizenden €)
| 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 | |
|---|---|---|
| Inkomsten volgens IFRS winst- en verliesrekening | 41.662 | 91.970 |
| Correcties om EPRA-inkomsten weer te geven, uitsluiten: | ||
| Wijzigingen in reële waarde van vastgoedbeleggingen, vastgoedbeleggingen aangehouden voor verkoop en overige belangen | 10.366 | -54.419 |
| Resultaat op verkoop van vastgoedbeleggingen, vastgoedbeleggingen aangehouden voor verkoop en overige belangen | 2 | -63 |
| Resultaat op de verkoop van handelseigendommen, inclusief afschrijvingskosten met betrekking tot handelseigendommen | — | — |
| Belastingen op resultaat verkopen | — | — |
| Negatieve goodwill/goodwill impairment | — | — |
| Wijzigingen in de marktwaarde van financiële instrumenten en de bijbehorende afwikkelingskosten | -149 | 915 |
| Kosten voor de verwerving van aandelentransacties en belangen in “non-controlling” Joint Ventures | 1.201 | 1.648 |
| Latente belastingen met betrekking tot EPRA-correcties | 243 | 10.097 |
| Aanpassingen (i) tot (viii) hierboven met betrekking tot joint ventures (tenzij reeds opgenomen onder proportionele consolidatie) | — | — |
| Minderheidsbelang in verband met bovenstaande | — | — |
| EPRA inkomsten | 53.325 | 50.148 |
| Bedrijfsspecifieke aanpassingen1 | 9.223 | — |
| Bedrijfsspecifieke aangepaste inkomsten | 62.548 | 50.148 |
EPRA NIY and ‘topped-up’ NIY Joint Ventures volgens aandeel
| (In duizenden €) | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 3.243.953 | 2.959.086 |
| Handelseigendommen | — | — |
| minus: te ontwikkelen vastgoed | -128.543 | -165.373 |
| Ontwikkelde portefeuille | 3.115.409 | 2.793.713 |
| Vergoeding voor geschatte kopers kosten | 54.375 | 45.997 |
| Bruto herwaardering van ontwikkelde portefeuille | 3.169.784 | 2.839.710 |
| Geldstroom genererende huurinkomsten op jaarbasis | 159.512 | 142.762 |
| Uitgaven voor onroerend goed | 380 | 272 |
| Netto huurinkomsten op jaarbasis | 159.892 | 143.034 |
| Toevoeging: huur bij het verstrijken van huurvrije periodes of andere huurkortingen | 1.892 | 1.654 |
| Topped-up netto huurinkomsten op jaarbasis | 161.783 | 144.688 |
| EPRA NIY | 5,04% | 5,04% |
| EPRA “topped-up” NIY | 5,10% | 5,10% |
EPRA Leegstand ratio Joint Ventures volgens aandeel
| (In duizenden €) | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Geschatte huurwaarde (GHW) van niet-verhuurde oppervlakte | 3.476 | 2.842 |
| Geschatte huurwaarde van volledige portefeuille | 178.153 | 159.223 |
| EPRA Leegstand ratio | 2,0% | 1,8% |
EPRA kosten ratio’s Joint Ventures volgens aandeel
| (In duizenden €) | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Omvat: | ||
| Administratieve kosten volgens IFRS winst- en verliesrekening | 15.704 | 13.303 |
| Netto huurlasten | 66 | 216 |
| Management vergoedingen | — | — |
| Andere opbrengsten/doorfacturatie om overheadkosten te dekken verminderd met eventuele gerelateerde winsten | 9.479 | -2.371 |
| Uitsluiten (indien onderdeel van hierboven): | ||
| Afschrijvingen op vastgoedbeleggingen | 155 | 11 |
| Grondhuurkosten | — | — |
| Huurlasten vergoed via huur maar niet apart aangerekend | — | — |
| EPRA kosten (inclusief directe leegstand kosten) | 6.136 | 15.879 |
| Directe leegstand kosten | 380 | 272 |
| EPRA kosten (exclusief directe leegstand kosten) | 5.756 | 15.607 |
| Bruto huurinkomsten minus huurinkomsten uit gronden – volgens IFRS | 148.752 | 137.579 |
| EPRA kosten ratio (inclusief directe leegstand kosten)1 | 4,1% | 11,5% |
| EPRA kosten ratio (exclusief directe leegstand kosten)1 | 3,9% | 11,3% |
1 De promote provisie ten belope van € 9,2 miljoen (aandeel) in de Eerste Joint Venture (Rheingold) werd aangepast in ‘25, aangezien deze het gevolg is van een overeenkomst tussen de aandeelhouders en geen operationele kost van de Joint Venture betreft.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 192
EPRA LTV Joint Ventures volgens aandeel
| (In duizenden €) | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Omvat: | ||
| Leningen van financiële instellingen | 1.137.830 | 991.920 |
| Hybrids (inclusief converteerbare effecten, voorkeuraandelen, schulden, opties, perpetuele (leningen)) | — | — |
| Obligatieleningen | 27 | — |
| Valuta derivaten (futures, swaps, options and forwards) | 85 | 235 |
| Netto schulden | 17.991 | 9.804 |
| Eigenaar-gebruikt onroerend goed (schuld) | — | — |
| Rekening courant (eigen vermogen eigenschappen) | — | — |
| Uitsluiten: | ||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | -100.268 | -117.015 |
| Netto schulden | 1.055.665 | 884.944 |
| Omvat: | ||
| Eigenaar-gebruikt onroerend goed (schuld) | 31 | 29 |
| Vastgoedbeleggingen aan reële waarde | 3.242.602 | 2.808.938 |
| Vastgoedbeleggingen in aanbouw | — | — |
| Immateriële vaste activa | 38 | 42 |
| Netto vorderingen | 110 | 694 |
| Financiële vaste activa | — | — |
| Totaal vaste activa | 3.242.781 | 2.809.703 |
| LT V | 32,6% | 31,5% |
10. Netto financieel resultaat
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Bancaire en andere renteopbrengsten | 5.109 | 12.258 |
| Renteopbrengsten uit leningen aan joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 26.546 | 37.909 |
| Netto wisselkoerswinsten | — | — |
| Andere financiële opbrengsten | 5.250 | 224 |
| Financiële opbrengsten | 36.905 | 50.391 |
| Rentelasten op obligaties | -51.591 | -38.997 |
| Bancaire rentekosten | -7.791 | -7.368 |
| Rente geactiveerd bij vastgoedbeleggingen | 6.558 | 3.523 |
| Netto wisselkoersverliezen | -359 | -239 |
| Andere financiële kosten | -7.623 | -4.907 |
| Financiële kosten | -60.806 | -47.988 |
| Netto financieel resultaat | -23.901 | 2.403 |
Het netto financieel resultaat daalde van een netto-inkomen van € 2,4 miljoen naar een kost van € 23,9 miljoen. Het verschil kan voornamelijk worden verklaard door (i) een winst van € 5 miljoen op de terugkoop van € 200 miljoen van twee uitstaande obligaties, (ii) een stijging van de geactiveerde interest met € 3 miljoen (tot € 6,6 miljoen), (iii) een daling van de interestinkomsten op beschikbare cash (door lagere rentevoeten) met € 7 miljoen, (iv) een daling van € 11,4 miljoen in interest op leningen van Joint Ventures, (v) een stijging van € 12,6 miljoen in interest op obligaties, en (vi) een stijging van de overige financiële kosten met € 2,8 miljoen. Deze omvatten reserveringsvergoedingen op niet-opgenomen doorlopende kredietfaciliteiten, evenals afschrijvingen op kosten voor de uitgifte van obligaties.
Op 31 december 2025 bedragen de gemiddelde kosten van schulden 2,7%. De gemiddelde looptijd van de kredietfaciliteiten bedraagt 3,6 jaar. Pro forma, rekening houdend met de obligatieuitgifte in januari 2026 van € 600 miljoen en de daaropvolgende terugkoop van € 100 miljoen van de obligaties met vervaldatum januari 2027, stijgt de gemiddelde kost van de schuld tot 3% en wordt de looptijd verlengd tot 4,2 jaar.
11.## Belastingen
11.1 Belastingkost opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Actuele belastingen | -10.576 | -10.857 |
| Uitgestelde belastingen | -37.426 | -21.698 |
| Totaal | -48.002 | -32.555 |
11.2 Aansluiting van de effectieve belastingvoet
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Resultaat voor belastingen | 338.442 | 319.542 |
| Aanpassing voor het aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | -41.285 | -92.744 |
| Resultaat voor belastingen en aandeel in het resultaat van joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 297.157 | 226.798 |
| Belasting aan het Duitse vennootschapsbelastingtarief 15,825% | 15,825% -47.025 | 15,825% -35.891 |
| Verschil in belastingvoet niet-Duitse bedrijven | -17.452 | -49.675 |
| Gerealiseerde winst op financieel vast actief – vrijgesteld van vennootschapsbelasing | 25.326 | 65.030 |
| Verworpen uitgaven | -1.988 | -700 |
| Compensatie fiscale verliezen | -6.227 | -11.086 |
| Andere | -636 | -233 |
| Totaal | 16,2% -48.002 | 14,4% -32.555 |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 193
Het grootste deel van het resultaat voor belastingen van de Groep wordt in Duitsland gegenereerd. Daarom wordt voor de aansluiting het effectieve vennootschapsbelastingtarief in Duitsland toegepast.
De fiscaal overgedragen verliezen vervallen als volgt:
| 2025 (In duizenden €) | < 1 jaar | 2–5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|
| Overgedragen fiscale verliezen | 2.692 | 18.098 | 115.840 |
| 2024 (In duizenden €) | < 1 jaar | 2–5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|
| Overgedragen fiscale verliezen | 477 | 17.665 | 105.541 |
11.3 Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
| In duizenden € | Activa 2025 | Activa 2024 | Passiva 2025 | Passiva 2024 | Netto 2025 | Netto 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | — | — | -58.903 | -38.190 | -58.903 | -38.190 |
| Valuta hedge accounting/derivaten | — | — | -83 | -14 | -83 | -14 |
| Overgedragen fiscale verliezen | 3.081 | 3.079 | — | — | 3.081 | 3.079 |
| Geactiveerde rente | — | — | -625 | -612 | -625 | -612 |
| Geactiveerde kosten | — | — | -37 | -51 | -37 | -51 |
| Andere | 460 | 645 | — | — | 460 | 645 |
| Belastingvorderingen/(verplichtingen) | 3.540 | 3.724 | -59.648 | -38.866 | -56.108 | -35.142 |
| Compensering vorderingen en verplichtingen | 7.171 | 7.896 | -7.171 | -7.896 | — | — |
| Herclassificatie naar verplichtingen m.b.t. groepen activa aangehouden voor verkoop | — | — | 1.183 | 751 | 1.183 | 751 |
| Netto belastingvorderingen/ (verplichtingen) | 10.711 | 11.620 | -65.636 | -46.011 | -54.925 | -34.391 |
Een totaalbedrag van € 16.139k (€ 11.748 k in 2024) aan uitgestelde belastingvorderingen werd niet uitgedrukt.
¹ Deze toelichting is geen onderdeel van de geauditeerde IFRS Financiële jaarrekeningen.
12. Winst per aandeel
12.1 Winst per aandeel
| In aantal aandelen | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (basis) | 27.291.312 | 27.291.312 |
| Verwatering | — | — |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen (verwaterd) | 27.291.312 | 27.291.312 |
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Resultaat over de periode toewijsbaar aan de Groep en aan de gewone aandeelhouders | 290.439 | 286.987 |
| Winst per aandeel (in €) - basis | 10,64 | 10,52 |
| Winst per aandeel (in €) - verwaterd | 10,64 | 10,52 |
12.2 EPRA NAV’s – EPRA NAV’s per aandeel¹
De EPRA NAV indicatoren worden bekomen door de IFRS NAV op een dergelijke manier te corrigeren zodat stakeholders de meest relevante informatie krijgen over de reële waarde van de activa en passiva. De drie verschillende EPRA NAV indicatoren worden berekend op basis van de volgende scenario’s:
- Net Reinstatement Value: gaat ervan uit dat entiteiten nooit activa verkopen en streeft ernaar de waarde weer te geven die nodig is om de entiteit opnieuw op te bouwen. Het doel van deze indicator is om weer te geven wat nodig zou zijn om de vennootschap opnieuw samen te stellen via de investeringsmarkten op basis van de huidige kapitaal en financieringsstructuur, inclusief Real Estate Transfer Taxes. De EPRA NRV per aandeel betreft de EPRA NRV op basis van het aantal aandelen in omloop op balansdatum. Zie http://www.epra.com
- Net Tangible Assets: gaat ervan uit dat entiteiten activa kopen en verkopen, waardoor bepaalde niveaus van uitgestelde belastingen gerealiseerd worden. Het betreft de NAV die werd aangepast zodat ze ook vastgoed en overige investeringen tegen reële waarde omvat en waarbij bepaalde posten uitgesloten worden waarvan verwacht wordt dat ze geen vaste vorm zullen krijgen in een bedrijfsmodel met vastgoedbeleggingen op lange termijn. De EPRA NTA per aandeel betreft de EPRA NTA op basis van het aantal aandelen in omloop op balansdatum. Zie www.epra.com.
- Net Disposal Value: voorziet de lezer in een scenario van verkoop van de activa van de vennootschap wat leidt tot de realisatie van uitgestelde belastingen, financiële instrumenten en bepaalde andere aanpassingen. Deze NAV moet niet aanzien worden als een liquidatie-NAV vermits in vele gevallen de reële waarde niet gelijk is aan de liquidatiewaarde. De EPRA NDV per aandeel betreft de EPRA NDV op basis van het aantal aandelen in omloop op balansdatum. Zie www.epra.com.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 194
| 31. 12. 2025 (In duizenden €) | EPRA NRV | EPRA NTA | EPRA NDV | EPRA NAV | EPRA NNNAV |
|---|---|---|---|---|---|
| IFRS NAV | 2.600.805 | 2.600.805 | 2.600.805 | 2.600.805 | 2.600.805 |
| IFRS NAW per aandeel (in €) | 95,30 | 95,30 | 95,30 | 95,30 | 95,30 |
| NAV (na uitoefening van opties, converteerbare schulden en ander eigen vermogen) | 2.600.805 | 2.600.805 | 2.600.805 | 2.600.805 | 2.600.805 |
| Uit te sluiten: | |||||
| Latente belastingen | 56.108 | 56.108 | — | 56.108 | — |
| Immateriële vaste activa volgens IFRS-balans | — | -517 | — | — | — |
| Subtotaal | 2.656.913 | 2.656.396 | 2.600.805 | 2.656.913 | 2.600.805 |
| Reële waarde van vastrentende schulden | — | — | 86.036 | — | 86.036 |
| Vastgoedsoverdrachtbelasting | 34.232 | — | — | — | — |
| NAW | 2.691.145 | 2.656.396 | 2.686.841 | 2.656.913 | 2.686.841 |
| Aantal aandelen | 27.291.312 | 27.291.312 | 27.291.312 | 27.291.312 | 27.291.312 |
| EPRA NAW per aandeel (€/aandeel) | 98,61 | 97,33 | 98,45 | 97,35 | 98,45 |
| 31. 12. 2024 (In duizenden €) | EPRA NRV | EPRA NTA | EPRA NDV | EPRA NAV | EPRA NNNAV |
|---|---|---|---|---|---|
| IFRS NAW | 2.400.427 | 2.400.427 | 2.400.427 | 2.400.427 | 2.400.427 |
| IFRS NAW per aandeel (in €) | 87,96 | 87,96 | 87,96 | 87,96 | 87,96 |
| NAV (na uitoefening van opties, converteerbare schulden en ander eigen vermogen) | 2.400.427 | 2.400.427 | 2.400.427 | 2.400.427 | 2.400.427 |
| Uit te sluiten: | |||||
| Latente belastingen | 35.142 | 35.142 | — | 35.142 | — |
| Immateriële vaste activa volgens IFRS-balans | — | -724 | — | — | — |
| Subtotaal | 2.435.569 | 2.434.845 | 2.400.427 | 2.435.569 | 2.400.427 |
| Reële waarde van vastrentende schulden | — | — | 138.084 | — | 138.084 |
| Overdrachtbelasting op vastgoed | 42.688 | — | — | — | — |
| NAW | 2.478.257 | 2.434.845 | 2.538.511 | 2.435.569 | 2.538.511 |
| Aantal aandelen | 27.291.312 | 27.291.312 | 27.291.312 | 27.291.312 | 27.291.312 |
| EPRA NAW per aandeel (€/aandeel) | 90,81 | 89,22 | 93,02 | 89,24 | 93,02 |
¹ Verschilt van toelichting 7 Netto waarderingswinsten/(verliezen) op vastgoedbeleggingen, voornamelijk door de opname van opbrengsten uit ‘Contract Wijziging Aanvragen’ aangevraagd door huurders (€ 10,4 miljoen), evenals de voorziening voor inkomsten met betrekking tot activa die economisch eigendom zijn van de Groep binnen de Joint Venture (€ 4,9 miljoen) en de herclassificatie van VGP Park Tiraines naar activa aangehouden voor verkoop (€ 3 miljoen).
13. Vastgoedbeleggingen en activa aangehouden voor verkoop
13.1 Vastgoedbeleggingen Roll-Forward
| In duizenden € 31. 12. 2025 | Opgeleverd | In aanbouw | Ontwikkelingsland | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari | 850.187 | 587.511 | 632.069 | 2.069.767 |
| Herclassificatie van aangehouden voor verkoop | — | — | — | — |
| Investeringsuitgaven | 141.209 | 253.950 | 96.474 | 491.633 |
| Aanschaffingen | 3.371 | 28.773 | 116.773 | 148.917 |
| Geactiveerde rente | 3.658 | 8.267 | 1.115 | 13.040 |
| Geactiveerde huur incentives en makelaarskosten | 430 | 5.723 | 342 | 6.495 |
| Verkopen en overdrachten | -475.570 | — | -1.361 | -476.931 |
| Overdracht naar aanleiding van startup van ontwikkeling | — | 135.225 | -135.225 | — |
| Overdracht naar aanleiding van oplevering van ontwikkeling | 377.281 | -377.281 | — | — |
| Netto meerwaarde/(min) waarde op vastgoedbeleggingen¹ | 14.413 | 134.448 | 18.099 | 166.960 |
| Herclassificatie naar activa aangehouden voor verkoop | -26.482 | — | — | -26.482 |
| Per 31 december | 888.497 | 776.616 | 728.286 | 2.393.399 |
| Activa aangehouden voor verkoop ‘Roll-forward’ In duizenden € 31. 12. 2025 | Opgeleverd | In aanbouw | Ontwikkelingsland | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari | 31.316 | — | 2.230 | 33.546 |
| Verkopen en overdrachten | -31.316 | — | -2.230 | -33.546 |
| Herclassificatie naar activa aangehouden voor verkoop | 26.482 | — | — | 26.482 |
| Per 31 december | 26.482 | — | — | 26.482 |
Op 31 december 2025 werden er geen waarborgen aangehouden door derden ten aanzien van de Groep’s vastgoedbeleggingen.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 195
| In duizenden € 31. 12. 2024 – Herzien¹ | Opgeleverd | In aanbouw | Ontwikkelingsland | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari | 536.027 | 707.951 | 665.552 | 1.909.530 |
| Herclassificatie van aangehouden voor verkoop | — | — | — | — |
| Investeringsuitgaven | 176.924 | 251.332 | 56.631 | 484.887 |
| Aanschaffingen | 2.025 | 24.529 | 28.146 | 54.700 |
| Geactiveerde rente | 8.841 | 5.010 | 1.291 | 15.142 |
| Geactiveerde huur incentives en makelaarskosten | 4.383 | 1.615 | 1.359 | 7.357 |
| Verkopen en overdrachten | -462.513 | — | — | -462.513 |
| Overdracht naar aanleiding van startup van ontwikkeling | — | 115.847 | -115.847 | — |
| Overdracht naar aanleiding van oplevering van ontwikkeling | 587.940 | -587.940 | — | — |
| Netto meerwaarde/(min) waarde op vastgoedbeleggingen | 27.876 | 69.167 | -2.833 | 94.210 |
| Herclassificatie naar activa aangehouden voor verkoop | -31.316 | — | -2.230 | -33.546 |
| Per 31 december | 850.187 | 587.511 | 632.069 | 2.069.767 |
13.2 Reële waarde niveaus van de vastgoedbeleggingen van de Groep
Alle vastgoedbeleggingen van de Groep zijn niveau 3, zoals gedefinieerd door IFRS 13, in de reële waarde hiërarchie per 31 december 2025. Er waren geen transfers tussen niveaus gedurende het jaar. Niveau 3 inputs die gebruikt worden voor de waarderingen van de vastgoedbeleggingen zijn niet-waarneembaar, in tegenstelling tot niveau 1 (inputs gebaseerd op genoteerde prijzen) en niveau 2 (inputs die direct d.w.z. zoals prijzen, hetzij indirect d.w.z. afgeleid van prijzen, waarneembaar zijn).### 13.3 Vastgoedwaarderingstechnieken en gerelateerde kwantitatieve informatie
(I) WAARDERINGSPROCES
De vastgoedbeleggingen van de Groep worden aanvankelijk ingeboekt tegen kostprijs plus transactiekosten. Na initiële opname wordt het gewaardeerd tegen de reële waarde in overeenstemming met IAS 40. Om de reële waarde te bepalen, wordt er door de Groep een onafhankelijke externe vastgoeddeskundige aangesteld om twee keer per jaar de vastgoedportefeuille te taxeren. Alle waarderingen in 2025 werden uitgevoerd door iO Partners, de voorkeurspartner van Jones Lang LaSalle, die beschikt over een erkende en relevante professionele kwalificatie en recente ervaring heeft in de locatie en categorie van het te waarderen vastgoed. Met uitzondering van de activa in VGP Park Tiraines, geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop, dit actief wordt gewaardeerd tegen de overeengekomen call-optieprijs.
Als gevolg hiervan is de waarde van de activa van de Groep afhankelijk van ontwikkelingen op de lokale vastgoedmarkt in elk van de landen waar de Groep actief is, en kan deze wijzigen. Winsten en verliezen als gevolg van wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de winst- en verliesrekening van de Groep als waarderingsresultaten en vormen tevens een onderdeel van het indirecte resultaat van de Groep. De waarderingscontracten van de Groep worden doorgaans afgesloten voor de duur van één jaar en de honoraria van de vastgoeddeskundigen zijn vast voor de duur van hun aanstelling en zijn niet gerelateerd aan de waarde van de objecten waarvoor een waardering wordt gemaakt.
De waarderingen zijn opgesteld in overeenstemming met de RICS Valuation – Professional Standards (met inbegrip van de International Valuation Standards), die gangbaar is in de vastgoedsector. Een vergelijkbare aanpak is toegepast voor de waarderingen van de voorgaande periodes. De basis voor de waardering is de marktwaarde van het onroerend goed op de waarderingsdatum, zoals gedefinieerd door de RICS: “Het geschatte bedrag waarvoor een actief of verplichting op de waarderingsdatum moet worden verhandeld tussen een tot een transactie bereidwillige koper en een tot een transactie bereidwillige verkoper in een zakelijke, objectieve transactie tussen onafhankelijke partijen, na een goede marketing en waarbij de partijen elk met kennis van zaken, en zonder dwang hebben gehandeld”. Deze waardering wordt door de Raad van Bestuur beschouwd als de beste weergave van de reële waarde.
(II) WAARDERINGSMETHODOLOGIE
Discounted cash flow-benadering/Contante waarde van de kasstroom
Gezien de aard van de portefeuille en de waarderingsgrondslagen heeft iO Partners, geprefereerde partner van Jones Lang LaSalle, gekozen voor de inkomstenbenadering, gedisconteerde kasstroom techniek, geanalyseerd over een periode van 10 jaar voor elk onroerend goed. De cashflow gaat uit van een aanhoudingsperiode van tien jaar, waarbij de ‘exit’ waarde (uitstapwaarde) wordt berekend op basis van de geschatte huurwaarde (GHW) of contractuele huur. Voor de berekening van de uitstapwaarde heeft iO Partners, geprefereerde partner van Jones Lang LaSalle gebruik gemaakt van het ‘exit’ kapitalisatievoet dat hun veronderstelling van het mogelijke rendement in het tiende jaar vertegenwoordigt.
De kasstroom is gebaseerd op de huurgelden die verschuldigd zijn onder bestaande huurovereenkomsten tot het overeengekomen einde van de huurovereenkomst. In het geval van een vervroegd vertrek is de vastgoeddeskundige ervan uitgegaan dat een vervroegde verbrekingsmogelijkheid alleen zal worden uitgeoefend indien de boete laag is. Na beëindiging van de huurovereenkomst is de vastgoeddeskundige uitgegaan van een bepaalde leegstandsperiode en een nieuwe huurovereenkomst van vijf jaar. Voor momenteel leegstaande panden is de vastgoeddeskundige uitgegaan van een bepaalde initiële leegstandsperiode en een vijfjarige huurovereenkomst. Voor de panden in aanbouw heeft de vastgoeddeskundige een initiële leegstand aangenomen vanaf de waarderingsdatum. De veronderstelde huurinkomsten werden berekend op basis van de geschatte huurwaarde (GHW). De veronderstelde leegstand in de waardering wordt gebruikt om de tijd weer te geven die nodig kan zijn om een unit op de markt te brengen, een nieuwe huurder te vinden, en, indien nodig, herverhuurkosten (zoals makelaarskosten) of renovatiewerkzaamheden¹ uit te voeren voordat het vastgoed opnieuw huurinkomsten kan genereren. De leegstand is vastgesteld voor elk van de gebouwen in de portefeuille. Voor de berekening van de nettohuuropbrengsten werd een algemeen bedrag voor potentiële investeringsuitgaven afgetrokken van de brutohuuropbrengsten.
Termijn en herziening waarderingsmethode (“Term and Reversion Valuation Approach”)
Dit is de traditionele methode om vastgoedbeleggingen te waarderen. De marktwaarde wordt afgeleid door het kapitaliseren van de geschatte netto-inkomsten van het onroerend goed op basis van termijn en herzieningsvoorwaarden. Het betreft de kapitalisatie van de huidige inkomsten over de looptijd, samen met de waardering van nieuwe huurovereenkomsten die waarschijnlijk ingaan na markthuurherzieningen of na herverhuur voor hun afzonderlijke geschatte looptijd, elk verdisconteerd tot een contante waarde.
Het rendement of de rendementen die worden toegepast op de verschillende inkomenscategorieën weerspiegelen alle vooruitzichten en risico’s verbonden aan de inkomstenstroom en de investering. De rendementen worden afgeleid uit een combinatie van analyse van voltooide vergelijkbare vastgoedtransacties en algemene ervaring en marktkenis. Het belangrijkste rendement is het equivalent rendement, hoewel ook rekening moet worden gehouden met het rendementsprofiel van de investering in de tijd, in het bijzonder het aanvangsrendement op de waarderingsdatum.
Vergelijkbare verkoop methode
Deze benadering wordt door de vastgoeddeskundige gebruikt voor de waardering van de ontwikkelingsgronden. De vergelijkbare verkoop methode levert een waardeindicatie door het te waarderen vastgoed te vergelijken met vergelijkbare eigendommen en aanpassingen toe te passen om de voordelen en nadelen van het te waarderen vastgoed weer te geven. Deze methode is het meest geschikt wanneer een aantal vergelijkbare eigendommen recent is verkocht of momenteel te koop staat op de markt.
Residual Approach (restwaardemethode)
De residuele analyse bepaalt een prijs die voor de site kan worden betaald, rekening houdend met de verwachte waarde indien volledig opgeleverd van de voorgenomen ontwikkeling en de totale kosten van de ontwikkeling, inclusief marktconforme winstmarges, met inachtneming van de kenmerken van het vastgoed en het risico van de ontwikkeling. De vastgoeddeskundige, iO Partners, heeft deze standaardaanpak toegepast voor de waardering van ontwikkelingen/vastgoed in aanbouw, namelijk de Residual Method of Valuation conform de Practice Statements zoals vastgelegd in de RICS Valuation Standards. De residuele waarde, ook bekend als ‘site value’, is het overschot nadat de totale kosten, inclusief bouw, vergoedingen, financieringskosten en winst voor de ontwikkelaar, zijn afgetrokken van de geschatte bruto ontwikkelingswaarde (Gross Development Value – GDV) bij voltooiing.
Dit overschot of residuele waarde vertegenwoordigt het bedrag dat een koper bereid zou zijn te betalen voor het perceel. De vastgoeddeskundige blijft de ontwikkeling op deze wijze waarderen gedurende de verschillende fasen van de constructie, van de aankoop van de ontwikkelingsgrond tot het punt waarop alle risico’s zijn ingeperkt, en dus ook elk element van de winst voor de ontwikkelaar. Op dit punt kan het vastgoed in aanbouw worden gewaardeerd als een lopende investering/vastgoedbelegging. Het niveau van winst dat redelijkerwijs door een koper wordt vereist (en dus wordt weerspiegeld bij het vaststellen van de reële waarde) neemt af naarmate elke fase wordt voltooid en het risico verbonden aan het realiseren van de waarde van de voltooide ontwikkeling wordt verminderd. Het bedrag van de winst wordt meestal gemeten als winst op kosten of waarde en wordt beïnvloed door het niveau van voorverhuur. Naarmate de ontwikkeling vordert, neemt de waarde van de site (de residuele waarde) toe, omdat de resterende kosten afnemen, het risico en dus de vereiste winst dalen, en de resterende tijd totdat het vastgoed in aanbouw inkomsten gaat genereren en wordt omgezet in een vastgoedbelegging, korter wordt.
¹ De cijfers voor 2024 met betrekking tot Vastgoedbeleggingen en activa aangehouden voor verkoop zijn herwerkt. Historisch classificeerde VGP-activa die juridisch eigendom zijn van de joint ventures, maar economisch eigendom zijn van VGP, als “verkoopgroepen aangehouden voor verkoop”. Na een herbeoordeling, en om de economische realiteit en het langetermijninvesteringskarakter van deze activa beter weer te geven, heeft de Groep besloten om haar economische belangen in deze activa te herclassificeren naar “beleggingsvastgoed”. Deze benadering is consequent toegepast op zowel het huidige jaar als de vergelijkende periode. De herwerking omvat in de eindbalans per 2024 een bedrag van € 164,4 miljoen, overgeboekt van verkoopgroepen aangehouden voor verkoop naar vastgoedbeleggingen. In de openingsbalans per 2024 omvat dit een bedrag van € 400,5 miljoen, overgeboekt van activa aangehouden voor verkoop naar vastgoedbeleggingen.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 196# Waarderingsveronderstellingen
De volgende hoofdveronderstellingen, samen met de kwantitatieve informatie opgenomen in sectie “(iv) Kwantitatieve informatie over waarderingen tegen reële waarde met behulp van niet-waarneembare inputs”; werden gemaakt door de vastgoeddeskundige:
— In de analyses van iO Partners, geprefereerde partner van Jones Lang LaSalle wordt uitgegaan van een cashflowbenadering over een periode van 10 jaar om de initiële inkomsten en eventuele overeengekomen huurindexering terug te brengen naar de geschatte huurwaarde na afloop van de huidige huurovereenkomsten. Voor de waardering is de vastgoeddeskundige ervan uitgegaan dat de huidige huurders in het pand blijven tot het overeengekomen einde van de huurovereenkomst. In het geval van een optie tot vervroegde beëindiging is de vastgoeddeskundige ervan uitgegaan dat de onderbreking alleen zal worden uitgeoefend indien de boete lager is dan de veronderstelde vervaltermijn van de vastgoeddeskundige.
— De vastgoeddeskundige is ervan uitgegaan dat na beëindiging (eerste mogelijke onderbreking) van de huidige huurovereenkomsten nieuwe 5-jarige huurovereenkomsten zullen worden ondertekend en dat de GHW van de vastgoeddeskundige zal worden toegepast en de huurprijs zal worden geïndexeerd op elke huurverjaardag in overeenstemming met EU CPI, indien niet anders vermeld in de huurovereenkomsten.
— De verschillende geschatte huurwaarden wordt hieronder opgenomen in sectie “(iv) Kwantitatieve informatie over waarderingen tegen reële waarde met behulp van niet-waarneembare inputs”.
— Na de beëindiging van bestaande huurovereenkomsten (eerste verbrekingsoptie) heeft de vastgoeddeskundige een leegstandsperiode van 0-18 maanden verondersteld. De veronderstelde leegstand wordt gebruikt om de tijd en de kosten van marketing, herverhuring en mogelijke reconstructie te dekken. De leegstand is vastgesteld voor elk van de gebouwen in de portefeuille.
— Voor leegstaande en in aanbouw zijnde panden heeft de vastgoeddeskundige een initiële leegstand aangenomen vanaf de waarderingsdatum.
— Op de bruto-inkomsten heeft de vastgoeddeskundige een algemene bijdrage voor potentiële investeringsuitgaven van 0,25% – 20,58% (van de brutohuurinkomsten) ingehouden (voor de JV, worden waarden 0,0%-5,10% gebruikt). Met een gemiddelde waarde van 2%.
— De huren zijn geïndexeerd conform de indexatie die in de huurovereenkomsten is overeengekomen. Hiervoor werden de huren onderworpen aan een indexatie volgens Duitse, Spaanse, Italiaanse, Oostenrijkse, Tsjechische, Slovaakse of Hongaarse CPI, EU CPI, EICP of HICP.
— De huurprijzen die na afloop van de bestaande huurcontracten teruggebracht zijn naar de geschatte huurwaarde na afloop van deze respectievelijke huurovereenkomsten worden op jaarbasis geïndexeerd. Volgens Oxford Economics zal het inflatiecijfer stabiel blijven in de komende jaren. Voor het jaar 2025 en de daaropvolgende jaren werd er een HICP inflatie van 2,11% geprojecteerd.
— De exitwaarde is berekend op basis van GHW.
— De kasstroom die voor de berekening is gebruikt, is per kwartaal of per maand verdisconteerd, afhankelijk van de frequentie van de huurbetalingen.
— Op basis van de locatie, de geprognosticeerde haalbare huurinkomstenstroom en de positie in de markt heeft de vastgoeddeskundige een exit yield en disconteringsvoet toegepast (zie verderop in dit hoofdstuk “(iv) Kwantitatieve informatie over waarderingen tegen reële waarde met behulp van niet-waarneembare inputs” voor meer details).
— Vastgoeddeskundigen nemen waar dat de markt- en wetgevingsverwachtingen met betrekking tot Maatschappelijk verantwoord ondernemen factoren (ESG-factoren) toenemen, met een grote nadruk op duurzaamheid, gezondheid en welzijn en zero-koolstofemissie. Met name worden de risiconiveaus van factoren zoals doelstellingen voor opwarming van de aarde, overstromingsrisico, bodemgesteldheid en verontreiniging in aanmerking genomen door iO Partners, de voorkeurspartner van Jones Lang LaSalle, bij de schatting van de marktwaarde. Voor verdere acties die door de VGP Groep worden ondernomen met betrekking tot de klimaattransitie en milieu-impact in het algemeen, wordt verwezen naar het “Corporate Responsibility Report” dat is opgenomen in dit Jaarverslag 2025.
— In het licht van de recente beslissing van de Verenigde Staten om importtarieven op alle landen wereldwijd op te leggen, bestaat er enige onzekerheid over de impact op de bredere economie en vastgoedmarkten. Gezien de mogelijkheid dat de marktcondities snel kunnen veranderen, benadrukt de waarderingsexpert het kritieke belang van de waarderingsdatum en bevestigt dat de conclusies in het rapport alleen geldig zijn op die datum.
Overige indicatoren die de waardering van de Groep’s vastgoedbeleggingen beïnvloeden maar die minder doorwegen voor de Groep is de langdurige leegstand ratio en de resterende levensduur van de vastgoedbeleggingen. De langdurige leegstand is nihil en de resterende levensduur van de gebouwen is gemiddeld nog 25,2 jaar, rekening houdend met de gemiddelde leeftijd van 4,8 jaar voor de opgeleverde portefeuille.
Onroerend goed in aanbouw of in ontwikkeling voor toekomstig gebruik als vastgoedbelegging wordt eveneens gewaardeerd tegen reële marktwaarde en vastgoedbeleggingen in aanbouw worden eveneens gewaardeerd door een onafhankelijke waarderingsdeskundige. Voor de objecten in aanbouw heeft de waarderingsdeskundige dezelfde aanpak gehanteerd als voor de opgeleverde objecten, maar met aftrek van de resterende bouwkosten van de berekende marktwaarde, waarbij onder “resterende bouwkosten” wordt verstaan de totale lopende ontwikkelingskosten, waaronder alle bouwkosten, zachte kosten (zoals expert rapporteringen, projectopvolging), financieringskosten en winst van de ontwikkelaar. De winst van de ontwikkelaar houdt rekening met het risiconiveau van het individuele vastgoed en is voornamelijk afhankelijk van de ontwikkelingsfase en de status van voorverhuur.
De reële waarde van de eigen portefeuille, inclusief de activa die zijn voltooid namens de Joint Ventures, wordt bepaald als een asset deal-waardering. Bij dergelijke waarderingen weerspiegelt de reële waarde de bruto vastgoedwaarde na aftrek van overdrachtsbelasting, aangezien wordt aangenomen dat de activa individueel kunnen worden verhandeld.
De portefeuille van Joint Ventures wordt daarentegen gewaardeerd op basis van een aandelentransactie. Hierbij wordt aangenomen dat transacties doorgaans worden gestructureerd via de overdracht van aandelen in vastgoedhoudende vennootschappen in plaats van door directe verkoop van activa. Als gevolg hiervan sluiten deze waarderingen een aftrek voor overdrachtsbelasting uit, in overeenstemming met de marktpraktijk voor dergelijke transacties. Het niveau van de aftrek van overdrachtsbelasting varieert afhankelijk van de jurisdictie waarin de activa zich bevinden en weerspiegelt de lokale belastingregimes, met een bereik van 1,20 – 7,50%.
In juni 2020, verkocht VGP 50% van zijn deelneming in VGP Park München GmbH aan Allianz, waarbij de controle over VGP Park München in 2020 verloren werd (de “Transactie”). De ontwikkeling van VGP Park München heeft verschillende jaren in beslag genomen. Ten gevolge van het verlies van controle, heeft VGP alle activa en passiva van VGP Park München uitgeboekt en een gerealiseerde opbrengst op de verkoop erkend. Deze werd berekend als het verschil tussen: (i) de boekwaarde van alle activa en passiva (=eigen vermogen) van VGP Park München op de transactie datum, en (ii) de reële waarde van de volledige deelneming (100% van de aandelen) (de “Reële waarde”). De gerealiseerde winst n.a.v. de Transactie, zoals hierboven beschreven, werd volledig (100%) erkend, dit in overeenstemming met de waarderingsregels van VGP en IFRS 10 (Zie toelichting 2.3 – Consolidatieprincipes – Joint venture en geassocieerde ondernemingen).
Tijdens de ontwikkelingsfase, en tot de voltooiing van het merendeel van de gebouwen, werden de gebouwen gewaardeerd tegen reële waarde in overeenstemming met IFRS 13. Bij het bepalen van de reële waarde in deze fase hield het management rekening met de contractuele afspraken die met Allianz zijn gemaakt, inclusief de afgesproken transfer pricing mechanismen, als relevante waarneembare marktbewijzen. Het management concludeerde dat deze afspraken de beste schatting van de reële waarde gaven in dit stadium van de ontwikkeling. Sinds december 2022, na de oplevering van het merendeel van de gebouwen in de tweede jaarhelft van 2022, worden deze gebouwen geboekt tegen reële waarde en geherwaaarderd door een externe onafhankelijke vastgoeddeskundige overeenkomstig de waarderingsregels van de Groep. (Zie toelichting 13.2 – Vastgoedbeleggingen– in dit deel voor verdere informatie).
In 2024, werd samen met Allianz overeeengekomen om te starten met de bouw van het laatste resterende ontwikkelingsgebouw binnen VGP Park München voor huurder Isar Aerospace (gebouw D). Tijdens de constructiefase wordt de reële waarde van dit project bepaald in overeenstemming met IFRS 13, rekening houdend met de afgesproken co-investeringsregelingen tussen de partners. De reële waarde evolueert in de loop van de tijd naarmate de ontwikkeling vordert. Deze aanpak is consistent met de principes die worden toegepast op de andere ontwikkelingen binnen deze joint venture. Na voltooiing zal het vastgoed worden getaxeerd door een externe, onafhankelijke vastgoeddeskundige volgens de standaardwaarderingsmethodologie van de Groep.
In oktober 2021 is VGP een 50:50 joint venture aangegaan met Vusa (“VGP Park Belartza”). In 2024, heeft VGP een additionele participatie van 25% opgenomen in deze joint venture.Echter met behoud van gezamenlijke controle volgens de Belartza’s Joint Venture Overeenkomst, omdat cruciale beslissingen over de ontwikkeling enkel met unanieme overeenstemming van beide partners kunnen genomen worden. Deze joint venture zal zich richten op de ontwikkeling van een gecombineerd park m.n. commerciële en logistieke activiteiten. Waarbij VGP de ontwikkeling van het logistieke luik zal leiden en haar joint venture partner (Vusa) de commerciële ontwikkeling. De overeenkomst van de VGP Park Belartza Joint Venture voorziet verschillende mechanismen die onder bepaalde voorwaarden VGP toelaat om de juridische eigenaar te worden van het logistiek vastgoed en Vusa eigenaar van het commerciële vastgoed. Het project verloopt momenteel volgens verwachting om de nodige vergunningen te verkrijgen. Echter, de Raad van Bestuur concludeert dat de kostprijs van deze ontwikkelingsgrond de beste weergave is van de reële waarde.
In februari 2022 kocht de VGP Park Siegen joint venture een “brownfield” site gelegen in Siegen, Duitsland. Het is de doelstelling van de Joint Venture om de site met een verhuurbare oppervlakte van ongeveer 21 000 m² te herontwikkelen. In 2023, werd een deel van de site verkocht en sindsdien zijn er verdere afbraakwerken en voorbereidingen voor de herontwikkeling aan de gang. De Raad van Bestuur heeft derhalve geconcludeerd dat ook voor deze ontwikkelingsgrond de kostprijs de beste weergave is van de reële waarde.
Waarderingsbeoordeling
De door de onafhankelijke vastgoeddeskundige vastgestelde reële waarden worden zonder aanpassingen door de Groep opgenomen in de jaarrekening. De CFO en CEO rapporteren over de resultaten van de waarderingsprocessen en -resultaten aan het auditcomité en nemen eventuele opmerkingen of beslissingen in overweging bij het uitvoeren van de volgende waarderingen. Aan het einde van elke halfjaarlijkse periode controleert de financiële controller samen met de CFO: (i) alle belangrijke gegevens in het onafhankelijke taxatierapport; (ii) beoordeelt de waardering van onroerend goed in vergelijking met de voorgaande halfjaarlijkse en jaarlijkse periode; (iii) voert gesprekken met de onafhankelijke vastgoeddeskundige.
(III) KWANTITATIEVE INFORMATIE OVER WAARDERINGEN TEGEN REËLE WAARDE MET BEHULP VAN NIET-WAARNEEMBARE INPUTS
De kwantitatieve informatie in de volgende tabel is afkomstig uit de verschillende rapporten van de onafhankelijke vastgoedexperten. De cijfers geven de waardevork en het gewogen gemiddelde van de gehanteerde veronderstellingen die bij de bepaling van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen gebruikt werd.
| Regio | Segment | Reële waarde 31.12.25 (€ ‘000) | Waarderingstechniek | Niveau 3 – Niet-waarneembare inputs | Waarde |
|---|---|---|---|---|---|
| Tsjechië | IP | 41.676 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 62–76 / 65 |
| Disconteringsvoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 5,90%–6,30% / 6,12% | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 5,75%–5,90% / 5,82% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 5,86% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | — | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 36.806 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) / (tot eerste break) (jaren) | 4,97 / 3,71 | ||||
| Tsjechië | IPUC | 46.467 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 56–94 / 62 |
| Disconteringsvoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 5,75%–7,15% / 6,26% | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 5,75%–5,90% / 5,78% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 6,42% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | 24.750 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 74.307 | ||||
| Tsjechië | DL | 29.111 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) / (gemiddelde) | 45–130 / 74 |
| Grond oppervlakte (m²) | 328.131 | ||||
| Duitsland | IP | 191.643 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 66–91 / 81 |
| Disconteringsvoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 6,75%–11,10% / 7,45% | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 4,70%–9,10% / 5,48% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 6,40% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | 6.980 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 172.526 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) / (tot eerste break) (jaren) | 4,74 / 4,31 | ||||
| Duitsland | IPUC | 281.559 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 67–345 / 107 |
| Disconteringsvoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 5,85%–8,00% / 6,90% | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 4,55%–5,75% / 5,03% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 5,62% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | 134.520 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 219.420 | ||||
| Duitsland | DL | 205.459 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) / (gemiddelde) | 45–350 / 111 |
| Grond oppervlakte (m²) | 1.183.245 | ||||
| Spanje | IP | 59.810 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 51–62 / 58 |
| Disconteringsvoet | n/a | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 5,50%–6,20% / 5,75% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 6,83% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | 772 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 57.827 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) / (tot eerste break) (jaren) | 5,28 / 4,46 | ||||
| Spanje | IPUC | 28.186 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 50–69 / 59 |
| Disconteringsvoet | n/a | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 6,24%–6,45% / 6,32% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 7,21% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | 13.564 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 51.201 | ||||
| Spanje | DL | 80.426 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) / (gemiddelde) | 80–170 / 136 |
| Grond oppervlakte (m²) | 527.858 | ||||
| Roemenië | IP | 195.070 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 52–69 / 56 |
| Disconteringsvoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 8,35%–9,75% / 9,02% | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 8,00%–9,25% / 8,53% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 9,70% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | 120 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 275.370 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) / (tot eerste break) (jaren) | 6,56 / 4,99 | ||||
| Roemenië | IPUC | 61.030 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 53–61 / 56 |
| Disconteringsvoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 8,75%–10,40% / 9,30% | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 8,00%–9,25% / 8,33% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 10,27% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | 34.455 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 164.583 | ||||
| Roemenië | DL | 37.290 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) / (gemiddelde) | 26–44 / 36 |
| Grond oppervlakte (m²) | 679.120 | ||||
| Nederland | IPUC | 26.250 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 72–74 / 73 |
| Disconteringsvoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 5,85% / 5,85% | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 5,00% / 5,00% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 5,37% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | 24.900 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 40.420 | ||||
| Nederland | DL | 38.590 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) / (gemiddelde) | 160 / 160 |
| Grond oppervlakte (m²) | 206.957 | ||||
| Italië | IPUC | 8.950 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 59 / 59 |
| Disconteringsvoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 8,50% / 8,50% | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 5,60% / 5,60% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 7,07% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | 2.960 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 14.270 | ||||
| Italië | DL | 24.548 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) / (gemiddelde) | 108–119 / 117 |
| Grond oppervlakte (m²) | 120.004 | ||||
| Oostenrijk | IP | 1.500 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 19 / 19 |
| Disconteringsvoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 7,00% / 7,00% | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 5,50% / 5,50% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 7,25% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | — | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 5.662 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) / (tot eerste break) (jaren) | 19,09 / 19,09 | ||||
| Oostenrijk | IPUC | 52.650 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) / (gewogen gemiddelde) (€) | 102 / 102 |
| Disconteringsvoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 6,20% / 6,20% | ||||
| 'Exit' kapitalisatievoet (bereik) / (gewogen gemiddelde) | 5,50% / 5,50% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 6,09% | ||||
| Kosten tot voltooiing (€ ‘000) | 1.290 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 32.302 | ||||
| Oostenrijk | DL | 36.127 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) / (gemiddelde) | 200–224 / 206 |
| Grond oppervlakte (m²) | — |
| Regio | Segment | Reële waarde 31. 12. 25 (€ ‘000) | Waarderingstechniek | Niveau 3 – Niet-waarneembare inputs | Waarde |
|---|---|---|---|---|---|
| Hongarije | IP | 243.240 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) (in €) | 50–63 |
| ERV per m² (gewogen gemiddelde) (in €) | 57 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 7,25%–8,00% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 7,64% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 6,75%–7,25% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde) | 7,07% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 7,70% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 3.670 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 295.813 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 5,85 | ||||
| WAULT (tot eerste break) (in jaren) | 5,63 | ||||
| Hongarije | IPUC | 20.270 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) (bereik) | 51–67 |
| ERV per m² (in €) (gewogen gemiddelde) | 60 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 7,25%–8,00% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 7,60% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 6,75%–7,25% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde | 6,96% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 8,53% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 20.950 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 50.133 | ||||
| Hongarije | DL | 36.680 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) | 20–44 |
| Prijs per m² (gemiddelde) | 39 | ||||
| Grond oppervlakte (m²) | 620.995 | ||||
| Letland | IP | 41.970 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) (in €) | 57–63 |
| ERV per m² (gewogen gemiddelde) (in €) | 60 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 9,00% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 9,00% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 8,25% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde) | 8,25% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 9,18% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 0 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 62.792 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 3,95 | ||||
| WAULT (tot eerste break) (in jaren) | 3,48 | ||||
| Letland | DL | 5.302 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) | 39 |
| Prijs per m² (gemiddelde) | 39 | ||||
| Grond oppervlakte (m²) | 107.172 | ||||
| Slowakije | IP | 18.046 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) (in €) | 58–65 |
| ERV per m² (gewogen gemiddelde) (in €) | 61 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 7,00%–7,40% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 7,18% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 7,00%–7,15% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde) | 7,07% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 7,67% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 0 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 19.085 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 5,55 | ||||
| WAULT (tot eerste break) (in jaren) | 5,55 | ||||
| Slowakije | IPUC | 49.401 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) (bereik) | 63–65 |
| ERV per m² (in €) (gewogen gemiddelde) | 64 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 6,50%–8,15% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 6,86% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 6,50%–7,15% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde) | 6,62% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 6,88% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 8.000 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 58.545 | ||||
| Slowakije | DL | 47.336 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) | 60–80 |
| Prijs per m² (gemiddelde) | 77 | ||||
| Grond oppervlakte (m²) | 459.138 | ||||
| Portugal | IPUC | 18.388 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) (in €) | 84 |
| ERV per m² (gewogen gemiddelde) (in €) | 84 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 8,83% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 8,83% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 6,00% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde | 6,00% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 6,62% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 10.120 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 22.288 | ||||
| Portugal | DL | 21.798 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) | 63–93 |
| Prijs per m² (gemiddelde) | 71 | ||||
| Grond oppervlakte (m²) | 274.293 | ||||
| Servië | IP | 82.130 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) (in €) | 64–87 |
| ERV per m² (gewogen gemiddelde) (in €) | 77 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 9,25%–9,50% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 9,34% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 8,25% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde) | 8,25% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 8,81% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 0 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 82.286 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 11,53 | ||||
| WAULT (tot eerste break) (in jaren) | 10,85 | ||||
| Servië | DL | 23.086 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) | 21 |
| Prijs per m² (gemiddelde) | 21 | ||||
| Grond oppervlakte (m²) | 959.759 | ||||
| Kroatië | IPUC | 62.560 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) (in €) | 100–106 |
| ERV per m² (gewogen gemiddelde) (in €) | 103 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 9,25% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 9,25% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 8,25% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde | 8,25% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 8,55% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 15.005 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 63.581 | ||||
| Kroatië | DL | 9.767 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) | 63–70 |
| Prijs per m² (gemiddelde) | 69 | ||||
| Grond oppervlakte (m²) | 131.711 | ||||
| Frankrijk | IPUC | 73.085 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) (in €) | 55–58 |
| ERV per m² (gewogen gemiddelde) (in €) | 57 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 6,20%–8,90% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 7,07% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 5,65%–6,15% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde | 5,75% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 6,56% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 72.815 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 165.649 | ||||
| Frankrijk | DL | 76.272 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) | 30–258 |
| Prijs per m² (gemiddelde) | 176 | ||||
| Grond oppervlakte (m²) | 323.254 | ||||
| Denemarken | IP | 13.400 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) (in €) | 80 |
| ERV per m² (gewogen gemiddelde) (in €) | 80 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 6,35% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 6,35% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 5,60% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde) | 5,60% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 6,02% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 122 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 10.144 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 14,96 | ||||
| WAULT (tot eerste break) (in jaren) | 14,96 | ||||
| Denemarken | IPUC | 22.890 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) (bereik) | 78 |
| ERV per m² (in €) (gewogen gemiddelde) | 78 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 7,10% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 7,10% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 5,60% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde | 5,60% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 6,89% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 1.042 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 16.318 | ||||
| Denemarken | DL | 26.449 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) | 31–90 |
| Prijs per m² (gemiddelde) | 61 | ||||
| Grond oppervlakte (m²) | 298.424 | ||||
| Verenigd Koninkrijk | IPUC | 24.930 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (bereik) (in €) | 101 |
| ERV per m² (gewogen gemiddelde) (in €) | 101 | ||||
| Disconteringsvoet (bereik) | 7,25% | ||||
| Disconteringsvoet (gewogen gemiddelde) | 7,25% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (bereik) | 5,50% | ||||
| ‘Exit’ kapitalisatievoet (gewogen gemiddelde | 5,50% | ||||
| Gewogen gemiddelde rendement | 7,01% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in '000) | 28.340 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 36.906 | ||||
| Verenigd Koninkrijk | DL | 30.057 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² (bereik) | 132–207 |
| Prijs per m² (gemiddelde) | 157 | ||||
| Grond oppervlakte (m²) | 140.875 | ||||
| Total | 2.393.399 |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 205
IP = completed investment property
IPUC = investment property under construction
DL = development land
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 206
| Regio | Segment | Reële waarde 31. 12. 24 (€ ‘000) | Waarderingstechniek | Niveau 3 – Niet-waarneembare inputs | Waarde |
|---|---|---|---|---|---|
| Tsjechië | IP | 23.750 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 62–64 |
| Disconteringsvoet * | 6,25%–6,50% | ||||
| Uitgangsrendement * | 6,00% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 6,01% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | — | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 23.475 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 3,45 | ||||
| WAULT (tot eerste breuk) (in jaren) | 3,45 | ||||
| Tsjechië | IPUC | 10.910 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 94 |
| Disconteringsvoet | 7,00% | ||||
| Uitgangsrendement | 6,05% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 6,70% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 2.900 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 9.476 | ||||
| Tsjechië | DL | 22.387 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | — |
| Duitsland | IP | 152.210 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 57–82 |
| Disconteringsvoet | 6,55%–10,90% | ||||
| Uitgangsrendement | 4,55%–8,90% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 6,24% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 1.000 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 136.002 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 4,60 | ||||
| WAULT (tot eerste breuk) (in jaren) | 4,05 | ||||
| Duitsland | IPUC | 118.250 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 72–91 |
| Disconteringsvoet | 6,55%–7,30% | ||||
| Uitgangsrendement | 4,55%–5,30% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 5,35% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 41.430 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 106.148 | ||||
| Duitsland | DL | 166.201 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | — |
| Spanje | IPUC | 48.170 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 44–75 |
| Disconteringsvoet | n/a | ||||
| Uitgangsrendement | 5,24%–7,00% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 7,34% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 13.580 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 67.325 | ||||
| Spanje | DL | 87.964 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | — |
| Roemenië | IP | 128.190 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 52–68 |
| Disconteringsvoet | 8,35%–9,75% |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij degeconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 207
| Regio | Segment | Reële waarde 31. 12. 24 (€ ‘000) | Waarderingstechniek | Niveau 3 – Niet-waarneembare inputs | Waarde |
|---|---|---|---|---|---|
| Uitgangsrendement | 8,10%–9,50% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 9,53% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 2.960 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 201.957 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 4,65 | ||||
| WAULT (tot eerste breuk) (in jaren) | 4,05 | ||||
| Roemenië | IPUC | 64.960 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 51–83 |
| Disconteringsvoet | 9,10%–10,35% | ||||
| Uitgangsrendement | 8,10%–8,90% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 9,92% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 12.450 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 114.098 | ||||
| Roemenië | DL | 37.420 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Nederland | DL | 41.593 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Italië | IP | 23.010 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 85 |
| Disconteringsvoet | 8,35% | ||||
| Uitgangsrendement | 5,80% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 6,96% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | — | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 18.807 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 8,84 | ||||
| WAULT (tot eerste breuk) (in jaren) | 8,84 | ||||
| Italië | IPUC | 63.510 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 62–85 |
| Disconteringsvoet | 7,05%–8,65% | ||||
| Uitgangsrendement | 5,55%–5,80% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 6,93% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 15.290 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 87.874 | ||||
| Italië | DL | 17.821 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Oostenrijk | IP | 105.310 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 88–216 |
| Disconteringsvoet | 6,50%–7,20% | ||||
| Uitgangsrendement | 5,40%–5,45% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 5,33% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | — | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 47.890 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 11,26 | ||||
| WAULT (tot eerste breuk) (in jaren) | 11,26 | ||||
| Oostenrijk | IPUC | 89.330 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 99 |
| Disconteringsvoet | 6,65%–7,35% |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 208
| Regio | Segment | Reële waarde 31. 12. 24 (€ ‘000) | Waarderingstechniek | Niveau 3 – Niet-waarneembare inputs | Waarde |
|---|---|---|---|---|---|
| Uitgangsrendement | 5,60% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 5,61% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 6.950 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 56.300 | ||||
| Oostenrijk | DL | 26.898 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Hongarije | IP | 196.070 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 50–63 |
| Disconteringsvoet | 7,25%–7,75% | ||||
| Uitgangsrendement | 6,75%–7,25% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 7,59% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 4.130 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 240.035 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 6,31 | ||||
| WAULT (tot eerste breuk) (in jaren) | 6,06 | ||||
| Hongarije | IPUC | 15.190 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 54–55 |
| Disconteringsvoet | 7,25%–7,75% | ||||
| Uitgangsrendement | 6,75%–7,25% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 7,79% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 12.370 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 37.592 | ||||
| Hongarije | DL | 37.164 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Letland | IP | 99.406 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 56–63 |
| Disconteringsvoet | 8,00%–8,75% | ||||
| Uitgangsrendement | 8,00%–8,25% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 8,10% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | — | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 133.546 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 6,46 | ||||
| WAULT (tot eerste breuk) (in jaren) | 6,46 | ||||
| Letland | DL | 2.230 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Slowakije | IP | 7.730 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 65 |
| Disconteringsvoet | 7,25% | ||||
| Uitgangsrendement | 7,25% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 7,67% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | — | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 8.479 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 4,99 | ||||
| WAULT (tot eerste breuk) (in jaren) | 4,99 | ||||
| Slowakije | IPUC | 1.010 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 62 |
| Disconteringsvoet | 8,65% |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 209
| Regio | Segment | Reële waarde 31. 12. 24 (€ ‘000) | Waarderingstechniek | Niveau 3 – Niet-waarneembare inputs | Waarde |
|---|---|---|---|---|---|
| Uitgangsrendement | 7,25% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 9,09% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 6.190 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 10.203 | ||||
| Slowakije | DL | 39.916 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Portugal | IP | 29.221 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 69 |
| Disconteringsvoet | 7,56%–7,73% | ||||
| Uitgangsrendement | 5,71%–5,78% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 5,94% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | — | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 19.749 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 19,65 | ||||
| WAULT (tot eerste breuk) (in jaren) | 14,49 | ||||
| Portugal | IPUC | 32.908 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 54 |
| Disconteringsvoet | 8,13% | ||||
| Uitgangsrendement | 6,28% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 6,73% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 3.160 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 32.695 | ||||
| Portugal | DL | 12.416 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Servië | IP | 70.170 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 63–78 |
| Disconteringsvoet | 9,25%–9,50% | ||||
| Uitgangsrendement | 8,25% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 9,35% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 570 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 77.453 | ||||
| WAULT (tot einde looptijd) (in jaren) | 13,45 | ||||
| WAULT (tot eerste breuk) (in jaren) | 12,90 | ||||
| Servië | IPUC | 4.780 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 81 |
| Disconteringsvoet | 9,25% | ||||
| Uitgangsrendement | 8,25% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 8,57% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 330 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 5.208 | ||||
| Servië | DL | 26.063 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Kroatië | IPUC | 20.880 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 101 |
| Disconteringsvoet | 9,25% | ||||
| Uitgangsrendement | 8,25% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 8,25% |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 210
| Regio | Segment | Reële waarde 31. 12. 24 (€ ‘000) | Waarderingstechniek | Niveau 3 – Niet-waarneembare inputs | Waarde |
|---|---|---|---|---|---|
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 13.920 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 28.594 | ||||
| Kroatië | DL | 8.649 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Frankrijk | IPUC | 14.400 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 55 |
| Disconteringsvoet | 7,35% | ||||
| Uitgangsrendement | 5,65% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 6,33% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 15.800 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 34.413 | ||||
| Frankrijk | DL | 71.491 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Denemarken | IPUC | 14.070 | Contante waarde van de kasstroom | ERV per m² (in €) | 81–84 |
| Disconteringsvoet | 7,50% | ||||
| Uitgangsrendement | 5,50% | ||||
| Gewogen gemiddelde opbrengst | 6,70% | ||||
| Kosten tot voltooiing (in ‘000) | 19.190 | ||||
| Gewaardeerd vastgoed (totaal m²) | 27.138 | ||||
| Denemarken | DL | 7.309 | Vergelijkende verkoop | Prijs per m² | |
| Total | 1.938.957¹ |
¹ Inclusief vastgoedbeleggingen die geherklasseerd zijn naar “Groepen activa aangehouden voor verkoop” voor een bedrag van € 33.546 (000) (zie toelichting 13), maar exclusief de herziening van de cijfers per 2024 voor een bedrag van € 164,4 miljoen van groepen activa aangehouden voor verkoop naar vastgoedbeleggingen.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 211
(V) SENSITIVITEITSANALYSE VAN DE WAARDERINGEN OP VERANDERINGEN IN DE NIET-WAARNEEMBARE INPUTS
De sensitiviteit van de reële waarde in functie van wijzigingen in de belangrijke niet-observeerbare inputs. gebruikt in de bepaling van de reële waarde van de objecten geclassifi ceerd in niveau 3 vol- gens de IFRS fair value hiërarchie, is als volgt (onder de veronderstelling dat alle andere variabelen constant blijven):
| Niet observeerbare input | Impact op reële waarde bij Daling | Impact op reële waarde bij Stijging |
|---|---|---|
| Geschatte huurwaarde – GHW (in EUR/m²) | Negatief | Positief |
| Verdisconteringsvoet | Positief | Negatief |
| ‘Exit’ Kapitalisatievoet | Positief | Negatief |
| Resterende looptijd huurocontract (t.e.m. eerste vervaldag) | Negatief | Positief |
| Resterende looptijd huurocontract (t.e.m. finale vervaldag) | Negatief | Positief |
| Bezettingsgraad | Negatief | Positief |
| Inflatie | Negatief | Positief |
Een verlaging van de verwachte huur zal leiden tot een verlaging van de reële waarde. Een verho- ging van de verdisconteringsvoet en de ‘Exit’ kapitalisatievoeten gebruikt voor de eindwaarde van de gedisconteerde kasstroommethode zal de reële waarde verminderen. Er zijn onderlinge verbanden tussen deze verdisconteringsvoeten en de ‘Exit’ kapitalisatievoeten aangezien deze bepaald worden door de marktvoorwaarden. Voor projectontwikkelingen zullen de nog te maken bouwkosten en de periode nodig om de projecten op te leveren leiden tot een verlaging van de reële waarde. Het verder afwerken van de bouw tot oplevering zal een verhoging van de reële waarde met zich meebrengen.
Bovendien kan de sensitiviteit van de reële waarde van de portefeuille als volgt geschat worden: een stijging (daling) van de huurinkomsten met 1% zou een stijging (daling) van de reële waarde van de por- tefeuille van ongeveer € 20,6 miljoen met zich meebrengen (onder de veronderstelling dat alle andere variabelen constant blijven). Een stijging (daling) van de gewogen gemiddelde kapitalisatievoet (zie toelichting 7) van 25 basispunten zou een daling (stijging) van de reële waarde van ongeveer € 66,6¹ miljoen met zich meebrengen (onder de veronderstelling dat alle andere variabelen constant blijven).
14. Materiële vaste activa
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| PV installaties – in gebruik (aanschafwaarde) | 109.132 | 94.529 |
| PV installaties – in gebruik (geacc. |
15. Handels- en overige vorderingen
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 25.520 | 19.672 |
| Te ontvangen BTW | 39.441 | 54.169 |
| Overlopende rekeningen (actief) | 5.569 | 4.492 |
| Andere vorderingen | 61.332 | 5.498 |
| Herclassificatie naar (–)/activa van aangehouden voor verkoop | -30 | -27 |
| Totaal | 131.832 | 83.804 |
De andere vorderingen nemen toe met € 55,8 miljoen. Dit is voornamelijk gerelateerd aan de verwachte aandelenprijs top-up betaling door Allianz voor de ontwikkeling in de Derde Joint Venture ten belope van € 21 miljoen, samen met een promote vordering op de Eerste Joint Venture van € 18,4 miljoen en een voorziening van € 11,2 miljoen voor toekomstige afrekeningen met de Joint Ventures.
16. Geldmiddelen en kasequivalenten
De geldmiddelen en kasequivalenten van de Groep omvatten enkel kasdeposito’s waarvan 76% aangehouden bij Belgische banken.
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen | 511.803 | 244.052 |
| Kasequivalenten | 12.086 | 248.729 |
| Total | 523.889 | 492.781 |
Dit overzicht van geldmiddelen en kasequivalenten omvat de geldmiddelen die werden geherclassificeerd naar activa aangehouden voor verkoop. Per december 2025 heeft dit betrekking op de geldmiddelen in de entiteit VGP Park Tiraines, ten bedrage van € 795.000 (per december 2024 betrof dit de entiteit VGP Park Riga voor € 248.000).
17. Aandelenkapitaal en uitgiftepremie
17.1 Aandelenkapitaal
| Uitgegeven en volledig betaald | Aantal Aandelen | Nominale waarde van Aandelen (€ 000) |
|---|---|---|
| Uitgegeven gewone aandelen op 1 januari 2025 | 27.291.312 | 105.676 |
| Uitgifte aandelen | — | — |
| Uitgegeven gewone aandelen op 31 december 2025 | 27.291.312 | 105.676 |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 212
Het statutaire aandelenkapitaal van de Vennootschap bedraagt € 136,092 k. De kapitaalreserve van € 30,4 miljoen die is opgenomen in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen, heeft betrekking op de eliminatie van de inbreng in natura van de aandelen van een aantal groepsmaatschappijen en de aftrek van alle kosten in verband met de uitgifte van de nieuwe aandelen en de beursnotering van de bestaande aandelen van het eigen vermogen van de Vennootschap, op het moment van de beursintroductie (“IPO”) in 2007 (zie ook “Mutatieoverzicht van het eigen vermogen”).
17.2 Uitgiftepremie
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 845.579 | 845.579 |
| Uitgiftepremie nieuwe aandelen | — | — |
| Per 31 december | 845.579 | 845.579 |
Op 31 december 2025 bezat de groep geen eigen aandelen.
18. Kortlopende en langlopende financiële schulden
De contractuele looptijden van rentedragende leningen en schulden (kortlopend en langlopend) zijn als volgt:
| In duizenden € 31. 12. 2025 | Openstaande schuld | < 1 jaar | > 1–5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|
| Langlopend | ||||
| Bankleningen | 134.698 | — | 71.760 | 62.938 |
| Schuldschein lening | 1.990 | — | 1.990 | — |
| Obligaties | ||||
| 1,50% obligatie apr–29 | 577.590 | — | 577.590 | — |
| 1,625% obligatie jan–27 | 319.584 | — | 319.584 | — |
| 2,25% obligatie jan–30 | 497.470 | — | 497.470 | — |
| 4,25% obligatie jan–31 | 566.434 | — | — | 566.434 |
| Totaal langlopende financiële schulden | 2.097.766 | 1.468.394 | 629.372 | |
| Huidige | ||||
| Bankleningen | — | — | — | — |
| Schuldschein lening | 24.000 | 24.000 | — | — |
| Obligatie | ||||
| 3,50% obligatie mar–26 | 189.952 | 189.952 | — | — |
| Toe te rekenen interest | 48.093 | 48.093 | — | — |
| Totaal kortlopende financiële schulden | 262.045 | 262.045 | — | — |
| Totaal kortlopende en langlopende financiële schulden | 2.359.811 | 262.045 | 1.468.394 | 629.372 |
De toe te rekenen interest heeft betrekking op de 4 1 uitgegeven obligaties (€ 45,6 miljoen), de lening van de Europese Investeringsbank (€ 2,3 miljoen) en de Schuldschein leningen (€ 0,2 miljoen). De coupons van de obligaties zijn jaarlijks betaalbaar op 19 maart voor de Mar-26 obligatie, 8 april voor de Apr-29 obligatie, 17 januari voor de Jan-27 obligatie en 30 januari voor de Jan-30 obligatie. De interest op de Schuldschein-leningen is halfjaarlijks betaalbaar op 15 april en 15 oktober voor de variabele rentende Schuldschein-leningen en jaarlijks op 15 oktober voor de vastrentende Schuldschein-leningen. De lening van de EIB (opgenomen onder bankleningen) heeft een looptijd van tien jaar en draagt een vaste rente van 4,15%.
De Groep is van oordeel dat de reële waarde van de financiële instrumenten per 31 december 2025 niet materieel afwijkt van hun boekwaarde, met uitzondering van de obligaties. De reële waarde van de uitstaande obligaties per 31 december 2025 bedraagt € 2,1 miljard (tegenover een boekwaarde van € 2,2 miljard).
| In duizenden € 31. 12. 2024 | Openstaande schuld | < 1 jaar | > 1–5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|
| Langlopend | ||||
| Bankleningen | 134.636 | — | 53.718 | 80.918 |
| Schuldschein lening | 25.979 | — | 25.979 | — |
| Obligaties | ||||
| 3,50% obligatie mar–26 | 189.733 | — | 189.733 | — |
| 1,50% obligatie apr–29 | 596.878 | — | 596.878 | — |
| 1,625% obligatie jan–27 | 498.424 | — | 498.424 | — |
| 2,25% obligatie jan–30 | 496.845 | — | — | 496.845 |
| Totaal langlopende financiële schulden | 1.942.495 | — | 1.364.732 | 577.763 |
| Huidige | ||||
| Bankleningen | — | — | — | — |
| Schuldschein lening | — | — | — | — |
| Obligaties | ||||
| 3,35% obligatie mar–25 | 79.987 | 79.987 | — | — |
| Toe te rekenen interest | 34.879 | 34.879 | — | — |
| Totaal kortlopende financiële schulden | 114.866 | 114.866 | — | — |
| Totaal kortlopende en langlopende financiële schulden | 2.057.361 | 114.866 | 1.364.732 | 577.763 |
De Reële Waarde van de uitstaande obligaties per 31 december 2024 bedraagt € 1,76 miljard (in vergelijking met € 1,87 miljard boekwaarde). 1 De uitgegeven obligatie per 10 januari 2022 is beschouwd als twee obligaties, gezien de looptijd in twee tranches en de verschillende kosten.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 213
18.1 Overzicht
18.1.1 BANKLENINGEN
De leningen en kredietfaciliteiten toegekend aan de VGP Groep zijn gedenomineerd in € en kunnen als volgt samengevat worden (alle onderstaande cijfers zijn exclusief geactiveerde financieringskosten):
| 31. 12. 2025 In duizenden € | Krediet-faciliteit | Vervaldatum | Openstaande schuld | < 1 jaar | > 1–5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|
| KBC Bank NV | 100.000 | 31-Dec-27 | — | — | — | — |
| KBC Bank NV1 | 50.000 | 31-Dec-27 | — | — | — | — |
| Belfius Bank NV | 75.000 | 31-Dec-31 | — | — | — | — |
| Belfius Bank NV | 100.000 | 31-Jul-27 | — | — | — | — |
| BNP Paribas Fortis | 50.000 | 21-Mar-28 | — | — | — | — |
| BNP Paribas Fortis | 50.000 | 21-Mar-29 | — | — | — | — |
| JP Morgan SE | 75.000 | 07-Feb-28 | — | — | — | — |
| European Investment Bank | 150.000 | 05-Feb-34 | 135.000 | — | 72.000 | 63.000 |
| Totale bankschuld | 650.000 | 135.000 | — | 72.000 | 63.000 |
In februari 2025 verhoogde VGP haar kredietfaciliteit bij JP Morgan SE met € 25 miljoen in combinatie met een verlenging van de looptijd met 3 jaar, tot 7 februari 2028. Daarnaast werden in 2025 de looptijden van de kredietfaciliteiten bij Belfius Bank NV (€ 75 miljoen) en BNP Paribas Fortis (€ 50 miljoen + € 50 miljoen) verlengd. Dit tot December 2031, maart 2028 en maart 2029 respectievelijk.
| 31. 12. 2024 In duizenden € | Krediet-faciliteit | Vervaldatum | Openstaande schuld | < 1 jaar | > 1–5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|
| KBC Bank NV | 100.000 | 31-Dec-27 | — | — | — | — |
| KBC Bank NV2 | 50.000 | 31-Dec-27 | — | — | — | — |
| Belfius Bank NV | 75.000 | 31-Dec-26 | — | — | — | — |
| Belfius Bank NV | 100.000 | 31-Jul-27 | — | — | — | — |
| BNP Paribas Fortis | 50.000 | 31-Dec-26 | — | — | — | — |
| BNP Paribas Fortis | 50.000 | 31-Dec-26 | — | — | — | — |
| JP Morgan SE | 50.000 | 12-Dec-25 | — | — | — | — |
| European Investment Bank | 150.000 | 5-Feb-34 | 135.000 | — | 54.000 | 81.000 |
| Totale bankschuld | 625.000 | 135.000 | — | 54.000 | 81.000 |
18.1.2 SCHULDSCHEIN LENINGEN
De Schuldschein-leningen vertegenwoordigen een combinatie van vaste en variabele leningen waarbij de variabele rente een nominaal bedrag vertegenwoordigt van € 21 miljoen dat niet is afgedekt. De huidige gemiddelde rentevoet is 4,54 procent per jaar. De leningen hebben een resterende gewogen gemiddelde looptijd van 0,9 jaar.
| 31. 12. 2025 In duizenden € | Bedrag faciliteit | Vervaldatum | Uitstaand saldo | < 1 jaar | > 1–5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Schuldschein leningen | 26.000 | okt ‘26 t/m okt ‘27 | 26.000 | 24.000 | 2.000 | — |
| 31. 12. 2024 In duizenden € | Bedrag faciliteit | Vervaldatum | Uitstaand saldo | < 1 jaar | > 1–5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Schuldschein leningen | 26.000 | okt ‘26 t/m okt ‘27 | 26.000 | — | 26.000 | — |
18.1.3 OBLIGATIELENINGEN
De volgende obligatie werden afgelost in 2025:
— De € 80 miljoen vastrentende obligaties met een looptijd tot 30 maart 2025 hebben een coupon van 3,35% per jaar, De obligaties zijn niet beursgenoteerd (ISIN-code: BE6294349194), (“Mar-25 Obligatie”)
VGP heeft per 31 december 2025 volgende vier uitstaande obligaties:
— De € 190 miljoen vastrentende obligaties met een looptijd tot 19 maart 2026 hebben een coupon van 3,50% per jaar, De obligaties zijn genoteerd op de gereglementeerde markt van NYSE Euronext Brussel (ISIN-code: BE0002611896), (“Mar-26 Obligatie”)
— De € 600 miljoen vastrentende obligaties met een looptijd tot 8 april 2029 hebben een coupon van 1,50% per jaar, De obligaties zijn genoteerd aan de Luxemburgse effectenbeurs (Euro MTF) (ISIN-code: BE6327721237), (“Apr-29 Obligatie”). De tranche van april 2029 van € 600 miljoen werd, na een succesvolle tender, in 2025 verminderd met € 20,1 miljoen. Als gevolg daarvan is de obligatie van april 2029, die oorspronkelijk € 600 miljoen bedroeg, per 31 december 2025 teruggebracht tot € 579,9 miljoen.
— De vastrentende obligaties van € 1000 miljoen, in twee schijven op vijf en acht jaar, met vervaldatums op 17 januari 2027 en 17 januari 2030, hebben een coupon van 1,625% en 2,25% per jaar, De obligaties zijn genoteerd aan de Luxemburgse effectenbeurs (Euro MTF) (ISIN Code: BE6332786449 en BE6332787454), (“Jan-27 en Jan-30 Obligatie”).De tranche Jan-27 van € 500 miljoen werd, na een succesvolle tender, in ’25 verminderd met € 179,9 miljoen. Daarnaast werd deze tranche na een bijkomende tender in januari ’26 verder verlaagd met € 100 miljoen. Als gevolg hiervan werd de oorspronkelijk € 500 miljoen grote Jan-27 tranche teruggebracht tot € 320,1 miljoen per 31 december 2025 en tot € 220,1 miljoen vanaf januari ’26.
— De vastrentende obligatie van € 576 miljoen met een looptijd tot 31 januari 2031 heeft een coupon van 4,25% per jaar. De obligatie is genoteerd aan de Luxemburgse effectenbeurs (Euro MTF) (ISIN Code: BE6362152199). (“Jan-31 Obligatie”)
18.2 Belangrijke voorwaarden en convenanten
18.2.1 BANKLENINGEN
In het algemeen worden door de Groep leningen aangegaan in euro tegen een variabele rente, die omgezet worden naar vaste rente door middel van renteswaps in overeenstemming met de respectievelijke leningsovereenkomsten. Voor meer informatie over financiële instrumenten verwijzen we naar toelichting 24.
Op 31 december 2025 waren er geen uitstaande kredietfaciliteiten op het niveau van de dochterondernemingen.
1 De kredietfaciliteit voor een bedrag van € 50 miljoen van KBC Bank NV is bestemd voor het uitgeven van bankgaranties binnen de groep aan derden. Per december 2025, bedroeg de, toegewezen maar nog niet opgenomen bankgarantie € 17,7 miljoen.
2 De kredietfaciliteit voor een bedrag van € 50 miljoen van KBC Bank NV is bestemd voor het uitgeven van bankgaranties binnen de groep aan derden. Per december 2024, bedroeg de, toegewezen maar nog niet opgenomen bankgarantie € 14,4 miljoen.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 214
Alle kredietfaciliteiten, opgenomen in toelichting 18.1.1 zijn ongedekt. De rentevoeten op de kredietfaciliteiten toegekend door Belfius Bank SA/NV, KBC Bank NV, JP Morgan SE en BNP Paribas Frotis SA/NV zijn op variabele basis met een vaste marge.
Alle voorgenoemde doorlopende kredietfaciliteiten zijn onderworpen aan dezelfde convenanten als de huidige uitgegeven obligatieleningen, met uitzondering van de Geconsolideerde Schuldgraad die beperkt is tot 55% met de mogelijkheid om te stijgen tot 60% op twee test data (“Gearing spike”) op voorwaarde dat deze twee data elkaar niet opvolgen.
Binnen VGP Renewable Energy NV heeft de Groep een leningsovereenkomst met de Europese Investeringsbank (EIB) voor een totale faciliteit van € 150 miljoen, waarvan € 135 miljoen was opgenomen op de rapporteringsdatum (zie toelichting 18.1.1). Deze leningsovereenkomst is onderworpen aan dezelfde financiële convenanten als die welke van toepassing zijn op de uitstaande obligaties van de Groep. Daarnaast bevat zij een specifieke convenant met betrekking tot het segment Renewable Energy. Onder deze bijkomende convenant moet de Groep een debt service cover ratio (DSCR) van minstens 1,20 behouden voor het segment Renewable Energy. Deze debt service cover ratio wordt gedefinieerd als de EBIDA van het Renewable Energy-segment, inclusief eventuele kapitaalinjecties gedurende het jaar, gedeeld door de debt service voor de periode. De debt service omvat de interest en aflossingen van de hoofdsom die verschuldigd zijn onder de EIB-lening.
Gedurende het boekjaar bleef de Groep ruim binnen de gestelde bankconvenanten en er waren er geen gebeurtenissen van wanbetalingen of schendingen met betrekking tot aangegane leningen.
18.2.2 SCHULDSCHEINLENINGEN
De Schuldschein Leningen vertegenwoordigen een combinatie van vaste en variabele notes waarbij de variabele tarieven een nominaal bedrag van € 21 miljoen vertegenwoordigen waarvan de interesten niet afgedekt zijn. De Schuldschein-leningen zijn ongedekt en zijn onderworpen aan dezelfde convenanten als de obligatieleningen (zie toelichting 18.2.3). Gedurende het boekjaar bleef de Groep ruim binnen de gestelde Schuldschein leningconvenanten en waren er geen gebeurtenissen van wanbetalingen of schendingen met betrekking tot aangegane Schuldschein leningen.
18.2.3 OBLIGATIELENINGEN
Alle obligatieleningen zijn niet gewaarborgd en zijn vastrentend. De obligatieleningen welke uitgegeven werden bevatten een aantal convenanten die we als volgt kunnen samenvatten:
— Geconsolideerde schuldgraad gelijk of lager dan 65%;
— Interest cover ratio gelijk of hoger dan 1,2
— Dekkingsgraad voor schuldaflossing (Debt service cover ratio) gelijk of hoger dan 1,2
De voormelde ratio’s worden getest op basis van een periode van 12 maanden en worden berekend als volgt:
— Geconsolideerde schuldgraad wordt berekend door de netto financiële schuld te delen door het totaal van de eigen middelen en verplichtingen;
— Interest cover ratio wordt berekend door de netto huuropbrengsten (inclusief de beschikbare geldmiddelen en kasequivalenten) te delen door de netto financiële kosten;
— Dekkingsgraad voor schuldaflossing (Debt service cover ratio) wordt berekend door de beschikbare kasmiddelen voor schuldaflossing te delen door de netto schuldaflossing.
Gedurende het boekjaar bleef de Groep ruim binnen de gestelde obligatieconvenanten en er waren er geen gebeurtenissen van wanbetalingen of schendingen met betrekking tot aangegane leningen. We verwijzen naar de verklaring van nakoming m.b.t. de convenanten die gepubliceerd zijn op onze website voor verdere details (https://www.vgpparks.eu/nl/investeerders/financiele-schuld/)
18.3 Aansluiting mutatie schuldpositie met kasstroom 2025
| In duizenden € | 01–jan–25 | Kasstroom | Niet-kasstroommutaties | 31–dec–25 |
|---|---|---|---|---|
| Verwerving/ (desinvesting) | Wissel-koers-fluctuaties | Verande-ring in reë-le waarde | ||
| Langlopende financiële schulden | 1.942.495 | 364.663 | — | — |
| Andere langlopende financiële schulden | — | — | — | — |
| kortlopende financiële schulden | 114.866 | (80.000) | — | — |
| 2.057.361 | 284.663 | — | — | |
| Financiële vaste activa | — | — | — | — |
| Totale schulden van financierings-activiteiten | 2.057.361 | 284.663 | — | — |
2024
| In duizenden € | 01–jan–24 | Kasstroom | Niet-kasstroommutaties | 31–dec–24 |
|---|---|---|---|---|
| Verwerving/ (desinvesting) | Wissel-koers-fluctuaties | Verande-ring in reë-le waarde | ||
| Langlopende financiële schulden | 1.885.154 | 135.000 | — | — |
| Andere langlopende financiële schulden | — | — | — | — |
| kortlopende financiële schulden | 111.750 | (78.000) | — | — |
| 1.996.904 | 57.000 | — | — | |
| Financiële vaste activa | — | — | — | — |
| Totale schulden van financierings-activiteiten | 1.996.904 | 57.000 | — | — |
De kasstromen hebben betrekking op: (i) aflossing van obligatieleningen ten bedrage van € 80 miljoen (ii) een obligatie uitgifte van € 576 miljoen, met aftrek van een arrangement fee van € 10,9 miljoen en (iii) de terugkoop van € 200 miljoen aan uitstaande obligaties in maart 2025, met aftrek van een arrangement fee van € 0,4 miljoen.
De niet-kasstromen hebben betrekking op: (i) € 214 miljoen herclassificatie van mar-26 obligatie en een Schuldscheinlening van langlopende financiële verplichtingen naar kortlopende financiële verplichtingen; (ii) € 13 miljoen met betrekking tot stijging in de toe te rekenen intresten op obligaties en schuldscheinleningen; en (iii) € 4,6 miljoen met betrekking tot de afschrijving van geactiveerde financieringskosten.
De kasstroom van € 284,7 miljoen stijging in financiële verplichtingen wijkt met € 5 miljoen af van de opbrengsten uit leningen en terugbetalingen van leningen in het kasstroomoverzicht, als gevolg van een succesvolle schulden management, waarbij obligaties onder pari werden teruggekocht.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 215
19. Andere langlopende verplichtingen
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Deposito’s | 10.995 | 8.410 |
| Ingehouden bedragen | 13.050 | 13.339 |
| Andere langlopende verplichtingen | 31.002 | 25.032 |
| Herclassificate naar (–)/van Groepen activa aangehouden voor verkoop | — | — |
| Totaal | 55.047 | 46.781 |
De andere langlopende verplichtingen stijgen met € 8,2 miljoen. Deze stijging is het gevolg van een stijging in ontvangen deposito’s van huurders (€ 2,6 miljoen). Verder is er nog een stijgin in de andere langlopende verplichtingen van € 6 miljoen. De stijging in de andere langlopende verplichtingen is voornamelijk het resultaat van (i) een clawbackclausule provisie ten aanzien van de Derde Joint Venture (€ 6.1 miljoen); (ii) stijging in de lange termijn schuld n.a.v. IFRS 16 (verhuur van daken voor installatie zonnepanelen); (iii) deels gecompenseerd door een daling, een lagere voorziening, voor het Lange Termijn Incentive Plan (LTIP) (- € 4.9 miljoen).
20. Handels- en andere kortlopende schulden
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Handelsschulden | 77.055 | 69.001 |
| Deposito’s | — | — |
| Ingehouden bedragen | 3.748 | 934 |
| Overlopende rekeningen (passief) | 7.342 | 5.601 |
| Overige schulden | 33.497 | 27.070 |
| Herclassificate naar (–)/van Groepen activa aangehouden voor verkoop | -277 | -48 |
| Totaal | 121.365 | 102.558 |
De handels- en andere kortlopende schulden stijgen met € 18,8 miljoen. De stijging van de ingehouden bedragen (retenties) is het gevolg van langetermijn retenties die binnen één jaar betaalbaar worden voor ontwikkelingen die in het verleden werden gerealiseerd (+ € 2,8 miljoen). De overlopende rekeningen (passief) stijgen met € 1,7 miljoen en omvatten voornamelijk de gefactureerde huur voor eerste periode 2026. De overige schulden stegen tot € 33,5 miljoen (+ € 6,5 miljoen) en hebben voornamelijk betrekking op BTW-schulden, kortlopende huringsverplichtingen (voornamelijk binnen Renewable Energy segment) en loonverplichtingen.
1 De cijfers voor 2024 met betrekking tot beleggingsvastgoed en verkoopgroepen aangehouden voor verkoop zijn herwerkt. Historisch classificeerde VGP-activa die juridisch eigendom zijn van de joint ventures, maar economisch eigendom zijn van VGP, als “verkoopgroepen aangehouden voor verkoop”.Na een herbeoordeling, en om de economische realiteit en het langetermijninvesteringskarakter van deze activa beter weer te geven, heeft de Groep besloten om haar economische belangen in deze activa te herclassificeren naar “beleggingsvastgoed”. Deze benadering is consequent toegepast op zowel het huidige jaar als de vergelijkende periode. De herwerking in 2024 bedraagt € 164,4 miljoen, overgeboekt van verkoopgroepen aangehouden voor verkoop naar beleggingsvastgoed.
21. Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en verplichtingen gerelateerd aan deze activa
| In duizenden € | 31.12.2025 | 31.12.2024 (Herzien) |
|---|---|---|
| Immateriële activa | — | — |
| Vastgoedbeleggingen | 26.482 | 33.546 |
| Materiële vaste activa | — | — |
| Uitgestelde belastingvorderingen | — | — |
| Handels- en andere vorderingen | 30 | 27 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 795 | 248 |
| Groep activa aangehouden voor verkoop | 27.307 | 33.821 |
| Langlopende financiële schulden | — | — |
| Andere langlopende financiële verplichtingen | — | — |
| Andere langlopende verplichtingen | — | — |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | -1.183 | -751 |
| Kortlopende financiële schulden | — | — |
| Handels- en andere kortlopende schulden | -277 | -47 |
| Verplichtingen m.b.t. groepen activa aangehouden voor verkoop | -1.460 | -798 |
| Totale netto-activa | 25.847 | 33.023 |
Om haar groei op middellange termijn te ondersteunen, is VGP meerdere joint ventures aangegaan met Allianz (de Eerste, Tweede en Derde joint venture), Deka (de Vijfde joint venture) en Saga (de Zesde joint venture) met betrekking tot het verwerven van inkomsten genererende activa die door VGP zijn ontwikkeld. Deze Joint Ventures fungeren als een ‘take-out’ vehikel van de inkomsten genererende activa, waardoor VGP haar initieel geïnvesteerde kapitaal gedeeltelijk kan recycleren wanneer voltooide projecten worden overgenomen door de Joint Ventures. VGP is dan in staat om de opbrengsten te herinvesteren in de voortdurende uitbreiding van haar ontwikkelingspijplijn, inclusief de verdere uitbreiding van haar grondbank, waardoor VGP zich kan concentreren op haar kernontwikkelingsactiviteiten. Daarnaast heeft de huurder van VGP Park Tiraines, in Letland zijn koopoptie uitgeoefend. Het actief is geherclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop en is gewaardeerd tegen de prijs van de calloptie.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 216
22. Kasstroom
| In duizenden € | 31.12.2025 | 31.12.2024 (Herzien) |
|---|---|---|
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten¹ | 50.890 | 32.975 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -171.339 | 331.371 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten¹ | 151.515 | -90.902 |
| Netto toename/(afname) van geldmiddelen en kasequivalenten | 31.066 | 273.444 |
De mutaties in de kasstroom uit investeringsactiviteiten waren voornamelijk het gevolg van: (i) € 641,9 miljoen (2024: € 549,9 miljoen) aan uitgaven voor de ontwikkelingsactiviteiten en grondverwerving; (ii) € 388,8 miljoen verkoopsopbrengsten in geld uit de derde transactie met de Zesde Joint Venture (€ 351 miljoen), de verkoop van VGP Park Riga (€ 34,2 miljoen), en finale prijsafwikkelingen met de Vijfde en Derde Joint Venture (€ 3,6 miljoen) (2024: € 808,6 miljoen); (iii) uitkeringen door/en investeringen in de Joint Ventures voor bedrag van 82,7 miljoen (2024: € 85,6 miljoen).
De wijzigingen in de kasstroom uit financieringsactiviteiten werden gedreven door: (i) € 90 miljoen dividend uitgekeerd in mei 2025 (2024: € 101 miljoen); en (ii) € 275 miljoen terugbetaling van leningen en obligaties (2024: € 78 miljoen). Deze € 275 miljoen terugbetaling is samengesteld uit (i) de mar-25 obligatie terugbetaling voor een bedrag van € 80 miljoen; (ii) een vrijwillige terugkoop op de jan-27 en apr-26 obligaties voor een bedrage van € 200 miljoen, dewelke teruggekocht werden onder pari (- € 5,2 miljoen) en (iii) inkomsten door uitgifte van obligatie in april 2025 de jan-31 obligatie voor een netto-bedrag van € 565 miljoen.
23. Kasstroom uit de verkoop van dochterondernemingen en vastgoedbeleggingen
| In duizenden € 31.12.2025 | Zesde JV | Vijfde JV | Derde JV | VGP Park Riga | Overig |
|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 472.940 | 438.582 | — | — | 33.546 |
| Aandeleninvestering | — | — | — | — | — |
| Handels- en andere vorderingen | 26.213 | 26.169 | — | — | 44 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 17.798 | 17.545 | — | — | 253 |
| Langlopende financiële leningen | — | — | — | — | — |
| Aandeelhoudersleningen | -365.582 | -337.905 | — | — | -27.677 |
| Andere langlopende financiële verplichtingen | -6.146 | -6.146 | — | — | — |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | -15.958 | -15.284 | — | — | -674 |
| Handels- en andere kortlopende schulden | -7.588 | -7.443 | — | — | -145 |
| Totaal netto-activa verkocht | 121.677 | 115.518 | — | — | 5.347 |
| Gerealiseerde meerwaarde op de verkoop | 60.620 | 43.923 | -2.377 | 18.511 | 1.429 |
| Niet controlerend belang behouden door VGP | -1.558 | -1.558 | — | — | — |
| Bijkomende verkoopprijs te ontvangen bij oplevering van gebouwen | -10.851 | -8.444 | — | -2.407 | — |
| Terugbetaling van aandeelhoudersleningen | 319.712 | 294.814 | -2.779 | — | 27.677 |
| Inbreng eigen vermogen | -83.045 | -75.728 | 735 | -8.052 | — |
| Totale vergoeding | 406.555 | 368.525 | -4.421 | 8.052 | 34.453 |
| Te ontvangen koopsom | — | — | — | — | — |
| Verkregen koopsom in geldmiddelen en kasequivalenten | 406.555 | 368.525 | -4.421 | 8.052 | 34.453 |
| Minus – geldmiddelen en kasequivalenten | -17.798 | -17.545 | — | — | -253 |
| Netto-kasinstroom uit verkoop van dochterondernemingen en vastgoedbeleggingen | 388.757 | 350.980 | -4.421 | 8.052 | 34.200 |
| In duizenden € 31.12.2024 | Zesde JV | Vijfde JV | LPM | Derde JV | Overig |
|---|---|---|---|---|---|
| Vastgoedbeleggingen | 924.259 | 506.662 | 416.846 | — | — |
| Aandeleninvestering | 17.647 | — | — | 18.704 | — |
| Handels- en andere vorderingen | 8.866 | 8.866 | — | — | — |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 25.003 | 25.003 | — | — | — |
| Langlopende financiële leningen | — | — | — | — | — |
| Aandeelhoudersleningen | -600.790 | -243.639 | -357.151 | — | — |
| Andere langlopende financiële verplichtingen | -5.436 | -5.436 | — | — | — |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | -40.951 | -31.504 | -9.447 | — | — |
| Handels- en andere kortlopende schulden | -20.166 | -20.166 | — | — | — |
| Totaal netto-activa verkocht | 308.432 | 239.786 | 50.248 | 18.704 | — |
| Gerealiseerde meerwaarde op de verkoop | 92.866 | 20.276 | 47.777 | 10.476 | 13.985 |
| Niet controlerend belang behouden door VGP | -13.100 | -13.100 | — | — | — |
¹ De effectief in contanten betaalde rente is geherclassificeerd van de netto kasstroom uit bedrijfsactiviteiten naar de kasstromen uit financieringsactiviteiten. De herclassificatie is eveneens verwerkt in het boekjaar ’24..
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 217
| In duizenden € 31.12.2024 | Zesde JV | Vijfde JV | LPM | Derde JV | Overig |
|---|---|---|---|---|---|
| Bijkomende verkoopprijs te ontvangen bij oplevering van gebouwen | -13.985 | — | — | — | -13.985 |
| Terugbetaling van aandeelhoudersleningen | 635.066 | 252.445 | 240.434 | 142.187 | — |
| Inbreng eigen vermogen | -175.618 | -124.881 | -50.737 | — | — |
| Totale vergoeding | 833.661 | 374.526 | 287.722 | 171.367 | — |
| Te ontvangen koopsom | — | — | — | — | — |
| Verkregen koopsom in geldmiddelen en kasequivalenten | 833.661 | 374.526 | 287.722 | 171.367 | — |
| Minus – geldmiddelen en kasequivalenten | -25.003 | -25.003 | — | — | — |
| Netto-kasinstroom uit verkoop van dochterondernemingen en vastgoedbeleggingen | 808.658 | 349.523 | 287.722 | 171.367 | — |
In 2025 kwamen VGP en Areim overeen om de geografische reikwijdte van de Joint Venture uit te breiden om ook activa te verwerven in Portugal, Spanje, Italië, Oostenrijk en Denemarken. In het kader van deze overeenkomst vond in 2025 een derde closing plaats, bestaande uit 18 gebouwen (waaronder één Parkhouse) in 7 landen: Duitsland (2 gebouwen), Oostenrijk (5 gebouwen), Italië (4 gebouwen), Tsjechië (1 gebouw), Slovakije (1 gebouw), Spanje (2 gebouwen) en Portugal (3 gebouwen). De transactie vertegenwoordigde een bruto vastgoedwaarde van meer dan € 500 miljoen, waardoor de Groep € 351 miljoen aan netto kasopbrengsten kon recycleren.
Aangezien de overdrachten aan Joint Ventures plaatsvinden op basis van voorlopige aankoopprijsberekeningen, kunnen in latere perioden finale afrekeningen plaatsvinden om de voorlopige cijfers af te stemmen op de gecontroleerde definitieve rekeningen. Deze afrekeningen resulteerden in een compensatie van € 4,4 miljoen aan de Vijfde Joint Venture (Deka) en een kasontvangst van € 8,1 miljoen van de Derde Joint Venture (Ymir). Daarnaast heeft de huurder van VGP Park Riga in Letland in ’25 zijn calloptie uitgeoefend. De verkoop resulteerde in netto kasopbrengsten van € 34,2 miljoen.
24. Beheer van financiële risico’s en derivaten
24.1 Voorwaarden en risicobeheer
Blootstelling aan wisselkoers, rente-, liquiditeits- en kredietrisico’s vloeien voort uit de normale bedrijfsuitoefening van VGP. De onderneming analyseert en herziet elk risico en definieert strategieën om de economische impact op de prestaties van de onderneming te beheren. De resultaten van deze risico-evaluaties en voorgestelde risico-strategieën worden herzien en goedgekeurd door de raad van bestuur op een regelmatige basis. Sommige van deze risicobeheerstrategieën omvatten het gebruik van afgeleide financiële instrumenten die voornamelijk uit financiële termijnwisselcontracten en interest rate swaps bestaan. De onderneming heeft geen afgeleide financiële instrumenten, en zou er geen afsluiten voor speculatieve doeleinden. Op balansdatum 31 december 2025 had de Groep geen openstaande financiële instrumenten (ongewijzigd t.o.v. december 2024).
24.2 Wisselkoersrisico’s
VGP loopt voornamelijk wisselkoersrisico op bij zowel haar investeringsuitgaven en werkkapitaal. Volgens het beleid van VGP, kan de Groep opteren om haar investeringsuitgaven economisch af te dekken van zodra er een vaststaande toezegging ontstaat, en in de afwezigheid van speciale bepalingen die een verschillende visie vereisen. De volgende tabel geeft een overzicht van de voornaamste nettoposities in vreemde valuta van de Groep op balansdatum. Aangezien de Groep ervoor geopteerd heeft geen ‘hedge accounting’ toe te passen, zijn in onderstaande tabel geen verwachte transacties verwerkt.De derivaten aangegaan door de Groep voor economische afdek- kingsdoeleinden zijn wel mee opgenomen in onderstaande tabel. Per 31 december 2025 stonden er geen valutaderivaten uit (zelfde als voor 2024).
| In duizend 2025 | CZK | DKK | HUF | RON | RSD | GBP |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Handels- en andere vorderingen | 68.428 | 65.696 | 1.115.467 | 183.713 | 322.329 | 2.175 |
| Langlopende verplichtingen en handels- en andere schulden | -29.283 | -32.223 | -766.252 | -53.081 | -376.482 | -3.492 |
| Bruto balanspositie | 39.145 | 33.473 | 349.215 | 130.632 | -54.153 | -1.317 |
| Termijnwisselcontracten | — | — | — | — | — | — |
| Netto positie | 39.145 | 33.473 | 349.215 | 130.632 | -54.153 | -1.317 |
| In duizend 2024 | CZK | DKK | HUF | RON | RSD |
|---|---|---|---|---|---|
| Handels- en andere vorderingen | 28.758 | 16.580 | 1.169.706 | 103.944 | 642.167 |
| Langlopende verplichtingen en handels- en andere schulden | -66.972 | -9.727 | -729.592 | -36.499 | -685.845 |
| Bruto balanspositie | -38.214 | 6.853 | 440.114 | 67.445 | -43.678 |
| Termijnwisselcontracten | — | — | — | — | — |
| Netto positie | -38.214 | 6.853 | 440.114 | 67.445 | -43.678 |
De volgende voornaamste wisselkoersen werden toegepast gedurende het boekjaar:
| 1 € = | 31. 12. 2025 Slotkoers | 31. 12. 2024 Slotkoers |
|---|---|---|
| CZK | 24,24500 | 25,18500 |
| DKK | 7,47000 | 7,46000 |
| HUF | 385,15000 | 411,35000 |
| RON | 5,09850 | 4,97410 |
| RSD | 117,28200 | 117,01490 |
| GBP | 0,87260 | — |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 218
Sensitiviteitsanalyse
Een versterking met 10 procent van de euro tegenover de volgende valuta per 31 december 2025 zou het eigen vermogen en het resultaat hebben verhoogd/(verlaagd) met de bedragen gegeven hieronder. Deze analyse veronderstelt dat alle andere variabelen en vooral de rentevoeten constant blijven. De analyse werd op eenzelfde manier gevoerd als in 2024.
| Impact (In duizenden €) 2025 | Eigen vermogen | Resultaat |
|---|---|---|
| CZK | — | -147 |
| DKK | — | -407 |
| HUF | — | -82 |
| RON | — | -2.329 |
| RSD | — | 2 |
| GBP | — | 137 |
| Totaal | — | -2.787 |
| Impact (In duizenden €) 2024 | Eigen vermogen | Resultaat |
|---|---|---|
| CZK | — | 138 |
| DKK | — | -84 |
| HUF | — | -97 |
| RON | — | -1.233 |
| RSD | — | 4 |
| Totaal | — | -1.242 |
Een verzwakking met 10 procent van de euro tegenover de bovenvermelde valuta per 31 december 2025 zou eenzelfde impact gehad hebben als hierboven, maar in de tegengestelde richting voor zover de andere variabelen constant blijven.
24.3 Renterisico
De Groep past een dynamische benadering van renteafdekking toe, waarbij de doelmix tussen vaste en vlottende renteschuld periodiek wordt herzien. Deze beoordelingen worden uitgevoerd binnen de grenzen van de bestaande leningsovereenkomsten, indien in dergelijke leningsovereenkomsten wordt geëist dat het renterisico wordt afgedekt wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Waar mogelijk zal de Groep IFRS 9 toepassen om de volatiliteit van de inkomsten te verminderen, waarbij een deel van de renteswaps kan worden geclassificeerd als kasstroomafdekkingen. Veranderingen in de waarde van een afdekkingsinstrument dat kwalificeert als een zeer effectieve kasstroomafdekking worden rechtstreeks in het eigen vermogen (afdekkingsreserve) verantwoord. De Groep maakt tevens gebruik van renteswaps die niet voldoen aan de criteria voor hedge accounting onder IFRS 9, maar die wel effectieve economische afdekkingen bieden. Wijzigingen in de reële waarde van dergelijke renteswaps worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening verantwoord. (Renteswaps aangehouden voor handelsdoeleinden).
Op de verslagdatum was het renteprofiel van de Groep (na aftrek van geactiveerde financieringskosten) als volgt:
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Financiële verplichtingen | ||
| Vaste rente | ||
| Bankschuld | 135.000 | 135.000 |
| Schuldschein leningen | 5.000 | 5.000 |
| Obligatieleningen | 2.166.000 | 1.870.000 |
| Variabele rente | ||
| Bankleningen | — | — |
| Schuldschein leningen | 21.000 | 21.000 |
| Afdekken van rentevoeten | ||
| Interest rate swaps | ||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | — | — |
| Financiële verplichtingen na afdekking | ||
| Variabele rente | ||
| Bankleningen | — | — |
| Schuldschein leningen | 21.000 | 21.000 |
| Totale variabele schuld (A) | 21.000 | 21.000 |
| Vaste rente | ||
| Obligatieleningen | 2.166.000 | 1.870.000 |
| Bankleningen | 135.000 | 135.000 |
| Schuldschein leningen | 5.000 | 5.000 |
| Totale vastrentende schuld (B) | 2.306.000 | 2.010.000 |
| Totale financiële schuld (C) = (A) + (B) | 2.327.000 | 2.031.000 |
| Vaste rente / totale financiële verplichtingen | 99,1% | 99,0% |
De effectieve interestvoet van de financiële schulden (bankleningen, schuldschein leningen en obligatieleningen), inclusief bankmarges en kosten van de afdekkingsinstrumenten was 2,71% voor de periode eindigend op 31 december 2025 (2,20 % in 2024).
Sensitiviteitsanalyse van de financiële verplichtingen
Een stijging/daling met 100 basispunten in de rentevoeten van de schulden met vlottende rentevoeten op balansdatum, zou geresulteerd hebben in een lager/hoger resultaat vóór belastingen met € 210 (000) (2024: € 210 (000)). De impact is te wijten aan een verandering van de variabele rente op de financiële schulden, waarbij alle variabelen constant worden gehouden.
Sensitiviteitsanalyse m.b.t. wijzigingen in rentevoeten op het volledige perioderesultaat
Voor 2025 is er geen effect aangezien er geen interest rate swaps uitstaan die geclassificeerd kunnen worden als kasstroomafdekkingen. Dit was ook het geval per 31 december 2024.
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 219
24.4 Kredietrisico
Kredietrisico is het risico op financieel verlies voor VGP als een klant of een tegenpartij bij een financieel instrument faalt in het voldoen van zijn contractuele verplichtingen en ontstaat voornamelijk uit de klantenvorderingen en bankdeposito’s van VGP. Het management beschikt over een kredietbeleid en de blootstelling aan het kredietrisico wordt op een continue basis beheerd. Elke nieuwe huurder wordt afzonderlijk onderzocht op kredietwaardigheid vooraleer VGP een huurovereenkomst aanbiedt. Bovendien past de Groep een streng beleid toe waarbij, in het algemeen, elke huurder vereist is om een huurwaarborg van 6 maanden te leveren. Deze periode verschilt naargelang de kredietwaardigheid van de huurder. Voor het kredietrisico met betrekking tot andere langlopende vorderingen verwijzen we naar het hoofdstuk ‘Risicofactoren’ in dit jaarrapport. Op balansdatum waren er geen materiële concentraties van kredietrisico. De maximale blootstelling aan kredietrisico komt overeen met de boekwaarde van elk financieel actief. De maximale blootstelling aan kredietrisico op balansdatum was dus:
| In duizenden € | 2025 Boekwaarde | 2024 Boekwaarde |
|---|---|---|
| Andere langlopende vorderingen | 566.718 | 538.484 |
| Handels- en andere vorderingen | 86.852 | 25.170 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 523.889 | 492.781 |
| Herclassificatie naar (–)/van Groepen activa aangehouden voor verkoop | -798 | -249 |
| Totaal | 1.176.661 | 1.056.186 |
Per 31 december 2025 was er € 5,5 miljoen aan restricties onderhevige geldmiddelen op bankrekeningen (2024: € 2,6 miljoen). De geldmiddelen en kasequivalenten van de Groep omvatten voornamelijk kasdeposito’s waarvan 76% aangehouden bij Belgische banken (Zie toelichting 16).
De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen op balansdatum was de volgende:
| In duizenden € | 2025 Boekwaarde | 2024 Boekwaarde |
|---|---|---|
| Bruto handelsvorderingen | ||
| Niet-verlopen bruto handelsvorderingen | 14.856 | 15.610 |
| Verlopen bruto handelsvorderingen | 11.364 | 4.341 |
| Dubieuze debiteuren | 700 | 279 |
| Voorziening voor dubieuze debiteuren (–) | -700 | -279 |
| Totaal | 25.520 | 19.672 |
De stijging van de verlopen bruto handelsvorderingen ten opzichte van vorig jaar heeft te maken met een timingverschil. Het merendeel van de achterstallige vorderingen is in januari-februari 2026 betaald.
24.5 Liquiditeitsrisico
Liquiditeitsrisico is het risico dat de groep haar verplichtingen niet zal kunnen voldoen doordat ze onvoldoende middelen kunnen liquideren of onvoldoende financiering kunnen ophalen. De vennootschap beheert haar liquiditeitsrisico door ervoor te zorgen dat ze over voldoende bankkredieten beschikt en door haar inkomsten en uitgaven zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Per december 2025 heeft de groep, naast haar beschikbare geldmiddelen en kasequivalenten, verschillende kredietfaciliteiten ter beschikking tot een maximum bedrag van € 515 miljoen¹ (2024: € 490 miljoen) aan een variabel tarief met een vaste marge. De volgende tabel toont de contractuele looptijden van de financiële activa en passiva, met inbegrip van rentebetalingen. De bedragen opgenomen in de onderstaande tabel zijn de contractuele niet-verdisconteerde kasstromen. Verdisconteerde kasstromen met betrekking tot saldi die binnen de 12 maanden vervallen benaderen in het algemeen hun boekwaarde aangezien de impact van verdiscontering niet significant is.
| In duizenden € 2025 | Netto-boekwaarde | Contractuele kasstroom | < 1 jaar | 1–2 jaar | 2–5 jaar | Meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Activa | ||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 523.889 | 523.889 | 523.889 | — | — | — |
| Afgeleide financiële derivaten | — | — | — | — | — | — |
| Handels- en overige vorderingen | 86.852 | 86.852 | 86.852 | — | — | — |
| Andere langlopende vorderingen | 566.718 | 566.718 | — | 14.335 | 200.879 | 351.504 |
| Herclassificatie naar (–)/van Groepen activa aangehouden voor verkoop | -798 | -798 | -798 | — | — | — |
| 1.176.661 | 1.176.661 | 609.943 | 14.335 | 200.879 | 351.504 | |
| Passiva | ||||||
| Gewaarborgde bankleningen | 134.698 | 163.013 | 5.603 | 23.416 | 65.765 | 68.229 |
| Niet gewaarborgde schuldscheinleningen | 25.990 | 26.807 | 24.748 | 2.059 | — | — |
| Niet gewaarborgde obligatieleningen | 2.151.030 | 2.423.688 | 246.280 | 369.972 | 1.205.011 | 602.425 |
| Afgeleide financiële derivaten | — | — | — | — | — | — |
| Handels- en overige schulden | 169.345 | 163.931 | 108.965 | 16.116 | 20.541 | 18.309 |
| Herclassificatie als verplichtingen m.b.t. groepen activa aangehouden voor verkoop | -91 | -91 | -91 | — | — | — |
| 2.480.972 | 2.777.348 | 385.505 | 411.562 | 1.291.317 | 688.963 |
¹ Bestaat uit € 500 miljoen niet opgenomen kredietlijnen, waarvan € 50 miljoen enkel bestemd is voor opname bankgaranties, en € 15 miljoen nog niet opgenomen deel van de banklening bij de European Investment Bank (EIB).Zie toelichting
18.1.1 Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 220
| In duizenden € | 2024 | Netto-boek-waarde | Contractu-ele kasstroom | < 1 jaar | 1–2 jaar | 2–5 jaar | Meer dan 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Activa | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 492.781 | 492.781 | 492.781 | 492.781 | — | — | — |
| Afgeleide financiële derivaten | — | — | — | — | — | — | — |
| Handels- en overige vorderingen | 25.170 | 25.170 | 25.170 | 25.170 | — | — | — |
| Andere langlopende vorderingen | 538.484 | 538.484 | — | 26.338 | 217.970 | 294.176 | — |
| Herclassificatie naar (–)/van Groepen activa aangehouden voor verkoop | -249 | -249 | -249 | — | — | — | -249 |
| 1.056.186 | 1.056.186 | 517.702 | 26.338 | 217.970 | 294.176 | — | |
| Passiva | |||||||
| Gewaarborgde bankleningen | 134.636 | 168.615 | 5.603 | 5.603 | 68.006 | 89.404 | — |
| Niet gewaarborgde schuldscheinleningen | 25.979 | 27.555 | 748 | 24.748 | 2.059 | — | — |
| Niet gewaarborgde obligatieleningen | 1.861.867 | 2.022.855 | 117.705 | 225.025 | 1.168.875 | 511.250 | — |
| Afgeleide financiële derivaten | — | — | — | — | — | — | — |
| Handels- en overige schulden | 143.783 | 138.451 | 92.042 | 15.819 | 14.370 | 16.221 | — |
| Herclassificatie als verplichtingen m.b.t. groepen activa aangehouden voor verkoop | -48 | -48 | -48 | — | — | — | -48 |
| 2.166.217 | 2.357.429 | 216.050 | 271.194 | 1.253.310 | 616.874 | — |
24.6 Kapitaalbeheer
VGP optimaliseert voortdurend haar kapitaalstructuur met als doel de aandeelhouderswaarde te maximaliseren en tegelijkertijd de gewenste flexibiliteit te behouden om haar groei te ondersteunen. De Groep opereert binnen en hanteert een maximale gearing ratio van nettoschuld / totaal eigen vermogen en verplichtingen van 65%. Op 31 december 2025 was de schuldgraad van de Groep als volgt:
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Langlopende financiële schulden | 2.097.766 | 1.942.495 |
| Kortlopende financiële schulden | 262.045 | 114.866 |
| Totale financiële schulden | 2.359.811 | 2.057.361 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | -523.094 | -492.533 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten geclassificeerd onder Groepen activa aangehouden voor verkoop | -795 | -248 |
| Totale netto financiële schuld (A) | 1.835.922 | 1.564.580 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen (B) | 5.204.123 | 4.653.936 |
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Schuldgraad ((A)/(B)) | 35,3% | 33,6% |
De schuldgraad ratio bedraagt 35,3% en de proportionele LTV bedraagt 50%.
24.7 Reële waarde
De volgende tabellen tonen de verschillende klassen van financiële activa en verplichtingen met hun nettoboekwaarde in de balans en reële waarde, ingedeeld per waarderingscategorie volgens IFRS 9. Afkortingen gebruikt volgens IFRS 9 zijn:
- AC Financiële activa en financiële verplichtingen aangehouden tegen geamortiseerde kostprijs
- FVTPL Financiële activa tegen reële waarde via het resultaat
- HFT Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden
31. 12. 2025
| In duizenden € | Waarde-categorie volgens IFRS 9 | Netto-boekwaarde | Reële waarde | Reële waarde hiërarchie |
|---|---|---|---|---|
| Activa | ||||
| Andere langlopende vorderingen | AC | 566.718 | 566.718 | Level 2 |
| Handelsvorderingen | AC | 25.520 | 25.520 | Level 2 |
| Andere vorderingen | AC | 61.331 | 61.331 | Level 2 |
| Afgeleide financiële activa | FVTPL | — | — | Level 2 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | AC | 518.352 | 518.352 | Level 2 |
| Herclassificatie naar Groepen activa aangehouden voor verkoop | -798 | -798 | ||
| Totaal | 1.171.123 | 1.171.123 | ||
| Passiva | ||||
| Financiële schuld | ||||
| Bankleningen | AC | 160.688 | 160.688 | Level 2 |
| Obligatieleningen | AC | 2.151.030 | 2.097.484 | Level 1 |
| Handelsschulden | AC | 77.055 | 77.055 | Level 2 |
| Andere schulden | AC | 92.291 | 92.291 | Level 2 |
| Afgeleide financiële verplichtingen | HFT | — | — | Level 2 |
| Herclassificatie naar Groepen activa aangehouden voor verkoop | -92 | -92 | ||
| Totaal | 2.480.972 | 2.427.426 |
31. 12. 2024
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 221
| In duizenden € | Waarde-categorie volgens IFRS 9 | Netto-boekwaarde | Reële waarde | Reële waarde hiërarchie |
|---|---|---|---|---|
| Activa | ||||
| Andere langlopende vorderingen | AC | 538,484 | 538,484 | Level 2 |
| Handelsvorderingen | AC | 19,672 | 19,672 | Level 2 |
| Andere vorderingen | AC | 5,498 | 5,498 | Level 2 |
| Afgeleide financiële activa | FVTPL | — | — | Level 2 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | AC | 490.189 | 490.189 | Level 2 |
| Herclassificatie naar Groepen activa aangehouden voor verkoop | -250 | -250 | ||
| Totaal | 1.053.593 | 1.053.593 | ||
| Passiva | ||||
| Financiële schuld | ||||
| Bankleningen | AC | 160.615 | 160.615 | Level 2 |
| Obligatieleningen | AC | 1.861.867 | 1.749.759 | Level 1 |
| Handelsschulden | AC | 69.001 | 69.001 | Level 2 |
| Andere schulden | AC | 74.784 | 74.784 | Level 2 |
| Afgeleide financiële verplichtingen | HFT | — | — | Level 2 |
| Herclassificatie naar Groepen activa aangehouden voor verkoop | -47 | -47 | ||
| Totaal | 2.166.220 | 2.054.112 |
De volgende methoden en aannames zijn gebruikt om de reële waarden te schatten:
- Geldmiddelen en kasequivalenten en handels- en overige vorderingen hebben voornamelijk een korte looptijd, waardoor hun boekwaarde op de verslagdatum de reële waarde benadert;
- De overige langlopende vorderingen worden door de Groep beoordeeld op basis van parameters zoals rentepercentages, individuele kredietwaardigheid van de tegenpartij en de risicokenmerken van het gefinancierde project. Per 31 december 2025 wordt aangenomen dat de boekwaarde van deze vorderingen niet materieel afwijkt van de berekende reële waarde.
- Handelsschulden en overige schulden hebben over het algemeen ook een korte looptijd en benaderen derhalve ook hun reële waarde.
- De reële waarde van financiële instrumenten wordt bepaald op basis van genoteerde prijzen in actieve markten. Wanneer genoteerde prijzen in actieve markten niet beschikbaar zijn, worden waarderingstechnieken gebruikt. Waarderingstechnieken maken maximaal gebruik van marktgegevens, maar worden beïnvloed door de gebruikte veronderstellingen, waaronder disconteringsvoeten en schattingen van toekomstige kasstromen. Dergelijke technieken omvatten onder meer marktprijzen van vergelijkbare investeringen en verdisconteerde kasstromen.
De belangrijkste methoden en aannames die VGP hanteert bij het bepalen van de reële waarde van financiële instrumenten zijn ontleend aan actieve markten of worden bepaald met behulp van contantewaardeberekeningsmodellen en optiewaarderingsmodellen. De Groep hanteert de volgende hiërarchie voor het bepalen en toelichten van de reële waarde van financiële instrumenten per waarderingstechniek:
- Niveau 1: genoteerde (niet-aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa of passiva
- Niveau 2: andere technieken waarbij alle inputs die een significant effect hebben op de geboekte reële waarde direct of indirect waarneembaar zijn
- Niveau 3: technieken die gebruik maken van inputs die een significant effect hebben op de geboekte reële waarde en die niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegevens.
Tijdens de verslagperiode eindigend op 31 december 2023 waren er geen overdrachten tussen niveau 1 en niveau 2 reële waardebepalingen en geen overdrachten naar en uit niveau 3 reële waardebepalingen.
25. Personeel
Lange termijn incentive plan (“LTIP”) voor het VGP-team
De Raad van Bestuur heeft een incentive plan op lange termijn (“LTIP”) ingevoerd voor de leden van het executive management en aangewezen senior managers. Het LTIP kent winstdelingseenheden (“Units”) toe aan de respectieve VGP-teamleden. Elke Unit vertegenwoordigt een bedrag gelijk aan de nettovermogenswaarde (“NAV”) van VGP gedeeld door het totaal aantal uitgegeven VGP-aandelen op de rapporteringsdatum. Na een initiële lock-up periode van vijf jaar vanaf de respectieve toekenningsdatum, hebben deelnemers het recht om de Units in contanten af te wikkelen voor een bedrag gelijk aan de proportionele groei in NAV die aan de Units kan worden toegerekend gedurende de vesting-periode. Het LTIP is uitsluitend gekoppeld aan de evolutie van de NAV van de Groep en heeft geen directe of indirecte koppeling aan de marktprijs van VGP-aandelen. Het plan wordt geboekt als een cash-settled share-based payment arrangement. In overeenstemming met IFRS 2 wordt op elke rapporteringsdatum een verplichting erkend voor de fair value van de Units, en deze wordt opnieuw gewaardeerd om veranderingen in de NAV tot aan de afwikkeling weer te geven. De in de winst- en verliesrekening opgenomen last weerspiegelt de diensten die gedurende de vesting-periode zijn ontvangen en de herwaardering van de verplichting.
Op elk moment mag het aantal uitstaande Units (d.w.z. toegekend maar nog niet vervallen) niet meer dan 5% bedragen van het totaal aantal uitgegeven aandelen van de Vennootschap.
Per 31 december 2025:
* 402.166 Units werden toegewezen aan het VGP-team;
* 213.583 Units zijn gedurende het jaar vervallen;
* 252.166 nieuwe Units werden gedurende het jaar toegekend.
Het totaal aantal Units dat onder het plan kan worden toegekend, bedraagt 1.364.566 Units. Dienovereenkomstig bleven per 31 december 2025 962.400 Units beschikbaar voor toekenning. Verder staan 110.000 Units gepland om te vervallen gedurende 2026.
Op basis van de financiële positie per 31 december 2025 vertegenwoordigen de Units een geaggregeerde nettovermogenswaarde van € 15,6 miljoen (2024: € 25,1 miljoen), welke is opgenomen als voorziening in de geconsolideerde jaarrekening van 2025. De daling ten opzichte van het voorgaande jaar weerspiegelt de evolutie van de nettovermogenswaarde van de Groep en het vervallen van Units gedurende de periode. (Zie remuneratieverslag voor verdere toelichting)
26. Voorwaardelijke verbintenissen en toezeggingen
| (In duizenden €) | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Voorwaardelijke verplichtingen | 23.574 | 18.129 |
| Toezeggingen tot aankoop van land | 188.993 | 112.250 |
| Toezeggingen tot het ontwikkelen van nieuwe projecten | 585.611 | 512.366 |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 222
Voorwaardelijke verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op bankgaranties die zijn gekoppeld aan grondpercelen en infrastructuur op bouwgrond. De verbintenissen tot aankoop van grond hebben betrekking op 3,2 miljoen m² grond per december 2025.Voor deze gecontracteerde grondpercelen werd per december 2025 reeds € 19,8 miljoen aan voorschotten betaald. Deze voorschotten werden geclassificeerd onder vastgoedbe-leggingen (dezelfde classificatie werd toegepast in 2024) en hebben voornamelijk betrekking op grondpercelen in Duitsland, Roemenië en Italië. De verbintenissen voor de ontwikkeling van nieuwe projecten bedragen € 585,6 miljoen en bestaan uit (i) resterende bouwkosten voor lopende ontwikkelingen ten belope van € 413,2 miljoen, en (ii) geraamde bouwkosten voor toekomstige, reeds voorverhuurde projecten ten belope van € 163 miljoen. Van deze totale verbintenis van € 585,6 miljoen wordt verwacht dat € 449,6 miljoen zal worden besteed in 2025. Tot slot heeft de Groep verbintenissen voor de installatie van zonnepanelen ten bedrage van € 9,4 miljoen.
27. Verbonden partijen
Tenzij anders vermeld, geschiedt de afwikkeling van transacties met verbonden partijen in contanten, zijn er geen andere uitstaande saldi die dienen opgenomen te worden, zijn de openstaande saldi zoals hieronder vermeldt niet onderworpen aan interest, werden er geen garanties of zekerheden verstrekt en geen kosten of provisies voor dubieuze debiteuren geboekt.
27.1 Aandeelhouders
Aandeelhouderschap
Per 31 december 2025 zijn de belangrijkste aandeelhouders van de vennootschap:
— Little Rock S.à.r.l. (29,65%): een vennootschap gecontroleerd door de heer Jan Van Geet;
— Tomanvi SCA (2,37%): een vennootschap gecontroleerd door de heer Jan Van Geet;
— VM Invest NV (19,00%): een vennootschap gecontroleerd door de heer Bart Van Malderen
De Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 8 mei 2020 heeft de invoering van het dubbel stemrecht goedgekeurd. Bijgevolg wordt een dubbel stemrecht toegekend aan elk VGP-aandeel dat voor ten minste twee jaar ononderbroken op naam van dezelfde aandeelhouder is ingeschreven in het register van de aandelen op naam, overeenkomstig de procedures die in artikel 29 van de nieuwe statuten van VGP zijn vastgelegd. In overeenstemming met de Belgische wetgeving genieten de gedematerialiseerde aandelen niet van het dubbel stemrecht. De twee belangrijkste uiteindelijke referentieaandeelhouders van de vennootschap zijn dus (i) de heer Jan Van Geet die 40,62% van de stemrechten van VGP NV bezit en die CEO en uitvoerend bestuurder is, en (ii) de heer Bart Van Malderen die 24,13% van de stemrechten van VGP NV bezit en niet-uitvoerend bestuurder is. De volledige details van het aandeelhouderschap van VGP vindt u in de rubriek “Informatie over het aandeel”.
Huuractiviteiten
Drylock Technologies s.r.o., een bedrijf gecontroleerd door Bart Van Malderen, huurt logistieke panden van VGP en de Eerste Joint Venture onder lange termijn huurcontracten. De ontvangen huur over het jaar 2025 bedraagt € 8,1 miljoen (2024: € 7,9 miljoen).
Jan Van Geet s.r.o. verhuurt kantoorruimte aan de VGP Group in Tsjechië, dat gebruikt wordt door het operationele team van VGP. De huurovereenkomst loopt tot respectievelijk 2028, 2030 en 2031. Gedurende 2025 bedroeg het totale bedrag betaald onder deze leaseovereenkomsten € 146 (000) (2024: € 140 (000)). Alle huurcontracten werden tegen marktvoorwaarden afgesloten.
Andere diensten
De onderstaande tabel geeft de uitstaande saldi met Jan Van Geet s.r.o. en Drylock Technologies s.r.o.
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen/(-schulden) – Jan Van Geet s.r.o. | -296 | -137 |
| Handelsvorderingen/(-schulden) – Drylock Technologies s.r.o. | 236 | 212 |
VGP levert occasioneel ook vastgoedondersteunende diensten aan Jan Van Geet s.r.o. (en vice versa). In 2025 boekte VGP voor deze activiteiten een omzet van € 23 (000) (2024: € 19 (000)).
27.2 Dochterondernemingen
De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekeningen van VGP NV en de dochterondernemingen die vermeld zijn in de toelichting 30. Transacties tussen de vennootschap en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd in de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting.
27.3 Joint Ventures
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de transacties met de Groep’s Joint Ventures:
| In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|
| Uitstaande aandeelhoudersleningen per jaareinde | 566.718 | 524.861 |
| Investeringen in Joint Ventures | 97.806 | 204.416 |
| Verkoop van deelneming in Joint Ventures | — | 18.705 |
| Ontvangen kapitaaluitkeringen | 3.435 | 3.371 |
| Ontvangen dividenden | 26.672 | 11.438 |
| Netto-opbrengst van verkopen aan Joint Ventures | 354.611 | 808.658 |
| Overige vorderingen/(schulden) aan de Joint Ventures | 198 | — |
| Management fee inkomsten | 52.058 | 32.666 |
| Rente en soortgelijke opbrengsten uit joint ventures en geassocieerde ondernemingen | 34.167 | 37.909 |
| Rente en soortgelijke opbrengsten uit joint ventures en geassocieerde ondernemingen – kasstroom | 19.965 | 17.461 |
| Rente en soortgelijke opbrengsten uit joint ventures en geassocieerde ondernemingen – gekapitaliseerd op de lening (niet-kasstroom) | 14.202 | 20.448 |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 223
27.4 Key management
Het Key Management omvat de Raad van Bestuur en de leden van het Executive Management. Voor verdere details van deze personen wordt er verwezen naar deel “Raad van Bestuur en management”. Vergoedingen voor Key Management wordt hieronder weergegeven:
| In duizenden € | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Vaste bezoldiging, variabele bezoldiging op korte termijn en overige voordelen | 5.564 | 5.355 |
| Variabele bezoldiging op lange termijn | — | 7.316 |
| Totaal bruto bezoldigingen | 5.564 | 12.671 |
Voor de toelichtingen die betrekking hebben op de Belgische Corporate Governance Code verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Corporate Governance’ in dit jaarverslag. Voor 2025 werden er geen vergoedingen na uitdiensttredingen toegekend.
28. Gebeurtenissen na balansdatum
Sinds 31 december 2025 hebben zich een aantal gebeurtenissen voorgedaan die een materiële impact hebben op de Groep. Deze omvatten:
— VGP heeft in januari ’26 met succes een obligatie van € 600 miljoen uitgegeven met vervaldag in januari ’32 en een coupon van 4%. Naar aanleiding van deze uitgifte lanceerde VGP een tenderbod op haar Jan-27 obligatie en kon zij € 100 miljoen van het uitstaande bedrag terugkopen. Pro forma deze obligatie-uitgifte van € 600 miljoen in januari ’26 en de daaropvolgende terugkoop van € 100 miljoen van de Jan-27 obligaties, stijgt de gemiddelde schuldkost tot 3% en wordt de gemiddelde looptijd verlengd tot 4,2 jaar.
— In ’24 heeft VGP VGP Park Hagen in Duitsland gecontracteerd. Deze brownfieldsite van 283.000 m² betekent de eerste grondaankoop van de Groep in de regio Noordrijn-Westfalen. De site bevindt zich op slechts 20 minuten van het stadscentrum van Dortmund en biedt een uitstekende verbinding met het bredere Ruhrgebied. VGP plant de site gefaseerd te herontwikkelen tot een modern bedrijven- en industriepark met een geschatte bruto verhuurbare oppervlakte van circa 124.000 m². De acquisitie werd uitgevoerd in januari ’26.
29. Opdrachten uitgevoerd door de commissaris en aanverwante personen
De auditvergoedingen aan KPMG Bedrijfsrevisoren BV voor VGP NV en haar volledig gecontroleerde dochterondernemingen bedroegen € 208.000, en daarnaast werden gedurende het jaar niet-audit diensten verleend waarvoor een totaal honorarium van € 52.000 in rekening is gebracht. Deze kosten hebben voornamelijk betrekking op het opgestelde ESG limited assurance-rapport (maatschappelijk verantwoord ondernemen). De vergoeding aan het netwerk van de onafhankelijke commissaris met betrekking tot een wettelijke controle-opdracht van de volledig gecontroleerde dochterondernemingen van VGP NV bedraagt € 25.000. De auditvergoedingen voor gezamenlijk gecontroleerde entiteiten (Joint Ventures) bedroegen € 415.000 (waarvan € 144.000 voor KPMG Bedrijfsrevisoren BV). Er zijn in 2025 geen aanvullende niet-audit diensten uitgevoerd voor de gezamenlijk gecontroleerde entiteiten (Joint Ventures).
30. Dochterondernemingen, Joint Ventures en geassocieerde ondernemingen
30.1 Integrale consolidatie
De volgende ondernemingen behoorde tot de consolidatiekring van de VGP Groep per 31 december 2025 en werden integraal geconsolideerd:
| Dochterondernemingen | Adres maatschappelijk zetel | % |
|---|---|---|
| VGP NV | Antwerpen, België | Parent (1) |
| VGP Belgium NV | Antwerpen, België | 100 (5) |
| VGP Renewable Energy NV | Antwerpen, België | 100 (1) |
| VGP CZ X a.s. | Jenišovice u Jablonce nad Nisou, Tsjechië | 100 (1) |
| VGP Park Ceske Budejovice a.s. | Jenišovice u Jablonce nad Nisou, Tsjechië | 100 (2) |
| VGP Park Rochlov a.s. | Jenišovice u Jablonce nad Nisou, Tsjechië | 100 (2) |
| VGP Park Male Pritocno s.r.o. | Jenišovice u Jablonce nad Nisou, Tsjechië | 100 (2) |
| VGP Park CZ 1 s.r.o. | Jenišovice u Jablonce nad Nisou, Tsjechië | 100 (2) |
| VGP Park Joseph s.r.o. | Jenišovice u Jablonce nad Nisou, Tsjechië | 100 (2) |
| VGP – industrialni stavby s.r.o. | Jenišovice u Jablonce nad Nisou, Tsjechië | 100 (3) |
| SUTA s.r.o. | Prague, Tsjechië | 100 (3) |
| VGP FM Services s.r.o. | Jenišovice u Jablonce nad Nisou, Tsjechië | 100 (3) |
| VGP Renewable Energy s.r.o. | Jenišovice u Jablonce nad Nisou, Tsjechië | 100 (2) |
| VGP Industriebau GmbH | Düsseldorf, Duitsland | 100 (3) |
| VGP PM Services GmbH | Düsseldorf, Duitsland | 100 (3) |
| FM Log.In. GmbH | Düsseldorf, Duitsland | 100 (3) |
| VGP Renewable Energy Deutschland GmbH | Düsseldorf, Duitsland | 100 (3) |
| VGP Park Hamburg 4 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Rostock S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Berlin Bernau S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Berlin Wustermark 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Wiesloch-Walldorf S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Frankenthal 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Nürnberg S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Magdeburg 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Rüsselsheim M S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Leipzig Flughafen 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| :--- | :--- | :--- |
| VGP Park Hagen 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Hagen S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Green Campus Rüsselsheim S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Rüsselsheim P S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 224
| Dochterondernemingen | Adres maatschappelijk zetel | % |
|---|---|---|
| VGP Park Steinbach (Taunus) S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP DEU 55 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP DEU 56 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Bremen Oyten S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Rüsselsheim 4 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP DEU 58 S.à rl. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP DEU 59 S.à rl. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP DEU 60 S.à rl. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Ehrenfeld S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP Park Traiskirchen S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP European Logistics 3 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (1) |
| VGP Logistics S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (1) |
| VGP Asset Management S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (3) |
| VGP Renewable Energy S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (2) |
| VGP FRA 1 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (1) |
| VGP FRA 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (1) |
| VGP Park Europa Close Sheffield HoldCo S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (1) |
| VGP UK 1 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (1) |
| VGP UK 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (1) |
| VGP UK 3 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 (1) |
| VGP Renewable Energy Österreich GmbH | Wenen, Oostenrijk | 100 (2) |
| VGP Industriebau Österreich GmbH | Wenen, Oostenrijk | 100 (3) |
| VGP Latvija ,SIA | Riga, Letland | 100 (2) |
| VGP Park Riga Dreilini ,SIA | Riga, Letland | 100 (2) |
| VGP Park Riga Airport ,SIA | Riga, Letland | 100 (2) |
| VGP Park Tiraines ,SIA | Riga, Letland | 100 (2) |
| VGP Industrial Development Latvia ,SIA | Riga, Letland | 100 (3) |
| VGP Zone Brasov S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (2) |
| VGP Park Sibiu S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (2) |
| VGP Park Arad S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (2) |
| VGP Park Bucharest S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (2) |
| VGP Park Bucharest Two S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (2) |
| VGP Park Timisoara Three S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (2) |
| VGP Park Timisoara Four S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (2) |
| VGP Zone Brasov Two S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (2) |
| VGP Park Oradea One S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (2) |
| VGP Park Oradea S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (2) |
| VGP Proiecte Industriale S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (3) |
| VGP Renewable Energy S.R.L. | Bucharest, Roemenië | 100 (2) |
| Dochterondernemingen | Adres maatschappelijk zetel | % |
|---|---|---|
| VGP Park Zvolen s.r.o. | Bratislava, Slowakijke | 100 (2) |
| VGP Park Slovakia 2, s.r.o. | Bratislava, Slowakijke | 100 (2) |
| VGP Renewable Energy Slovakia s.r.o. | Bratislava, Slowakijke | 100 (2) |
| VGP Park Bratislava 2 a.s. | Bratislava, Slowakijke | 100 (2) |
| VGP – industriálne stavby, s.r.o. | Bratislava, Slowakijke | 100 (3) |
| VGP Service Kft. | Budapest, Hongarije | 100 (3) |
| VGP Park Hatvan Kft. | Budapest, Hongarije | 100 (2) |
| VGP Park Györ Beta Kft. | Budapest, Hongarije | 100 (2) |
| VGP Park Kecskemet Kft. | Budapest, Hongarije | 100 (2) |
| VGP Park BUD Aerozone Kft. | Budapest, Hongarije | 100 (2) |
| VGP Park BUD Aerozone 2 Kft. | Budapest, Hongarije | 100 (2) |
| VGP Park HU 1 Kft. | Budapest, Hongarije | 100 (2) |
| VGP Park GY Gamma Kft. | Budapest, Hongarije | 100 (2) |
| VGP Park Kecskemét Gamma Kft. | Budapest, Hongarije | 100 (2) |
| VGP Hungary 2 Kft. | Budapest, Hongarije | 100 (3) |
| VGP Renewable Energy Kft. | Budapest, Hongarije | 100 (2) |
| VGP Nederland BV | Tilburg, Nederland | 100 (3) |
| VGP Renewable Energy Netherlands BV | Tilburg, Nederland | 100 (2) |
| VGP Park Nederland 3 BV | Tilburg, Nederland | 100 (2) |
| VGP Park Nederland 4 BV | Tilburg, Nederland | 100 (2) |
| VGP Park Nederland 5 BV | Tilburg, Nederland | 100 (2) |
| VGP Park Nederland 6 BV | Tilburg, Nederland | 100 (2) |
| VGP Park Nederland 7 BV | Tilburg, Nederland | 100 (2) |
| VGP Naves Industriales Peninsula, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100 (1) |
| VGP Park Sevilla Ciudad de la Imagen, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100 (2) |
| VGP Park Alicante, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100 (2) |
| VGP Park Burgos, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100 (2) |
| VGP Park Córdoba, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100 (2) |
| VGP Park Fuenlabrada 2, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100 (2) |
| VGP Park La Naval, S.L.U. | Bilbao, Spanje | 100 (2) |
| VGP Renewable Energy Spain, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100 (2) |
| VGP (Park) España 19, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100 (2) |
| VGP (Park) España 21, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100 (2) |
| VGP (Park) España 22, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100 (2) |
| VGP (Park) España 23, S.L.U. | Bilbao, Spanje | 100 (2) |
| VGP (Park) España 24, S.L.U. | Bilbao, Spanje | 100 (2) |
| VGP Italy SRL | Milan, Italië | 100 (3) |
| VGP Park Verona SRL | Milan, Italië | 100 (2) |
| VGP Park Italy 8 SRL | Milan, Italië | 100 (2) |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 225
| Dochterondernemingen | Adres maatschappelijk zetel | % |
|---|---|---|
| VGP Park Italy 10 SRL | Milan, Italië | 100 (2) |
| VGP Park Milano Paderno Dugnano SRL | Milan, Italië | 100 (2) |
| VGP Park Parma Morse SRL | Milan, Italië | 100 (2) |
| VGP Park Italy14 SRL | Milan, Italië | 100 (2) |
| VGP Park Italy15 SRL | Milan, Italië | 100 (2) |
| VGP Park Italy16 SRL | Milan, Italië | 100 (2) |
| VGP Park Italy17 SRL | Milan, Italië | 100 (2) |
| VGP Park Italy18 SRL | Milan, Italië | 100 (2) |
| VGP Renewable Energy Italy SRL | Milan, Italië | 100 (2) |
| VGP Construção Industrial, Unipessoal Lda | Porto, Portugal | 100 (3) |
| VGP Park Sintra, S.A. | Sintra, Portugal | 100 (2) |
| VGP Park Loures II, S.A. | Loures, Portugal | 100 (2) |
| VGP Park Vila Nova de Gaia, S.A. | Vila Nova de Gaia, Portugal | 100 (2) |
| VGP Park Portugal 7, S.A. | Porto, Portugal | 100 (2) |
| VGP Energia Renovável Portugal, S.A. | Porto, Portugal | 100 (2) |
| VGP Constructions Industrielles SAS | Lyon, Frankrijk | 100 (3) |
| VGP France SAS | Lyon, Frankrijk | 100 (1) |
| VGP France 2 SAS | Lyon, Frankrijk | 100 (1) |
| VGP France 3 SAS | Lyon, Frankrijk | 100 (1) |
| VGP France 4 SAS | Lyon, Frankrijk | 100 (1) |
| VGP France 5 SAS | Lyon, Frankrijk | 100 (1) |
| VGP France 6 SAS | Lyon, Frankrijk | 100 (1) |
| VGP Park Rouen 2 SCI | Lyon, Frankrijk | 100 (2) |
| VGP Park Rouen 3 SCI | Lyon, Frankrijk | 100 (2) |
| VGP Park Vélizy SCI | Lyon, Frankrijk | 100 (2) |
| VGP Park Mulhouse SCI | Lyon, Frankrijk | 100 (2) |
| VGP Park Rouen 4 SCI | Lyon, Frankrijk | 100 (2) |
| VGP Park France 7 SCI | Lyon, Frankrijk | 100 (2) |
| VGP Park France 8 SCI | Lyon, Frankrijk | 100 (2) |
| VGP Énergies Renouvelables France SAS | Lyon, Frankrijk | 100 (2) |
| VGP Industrial Development d.o.o. Beograd | Novi Beograd, Servië | 100 (3) |
| VGP Park One d.o.o. Beograd | Novi Beograd, Servië | 100 (2) |
| VGP Park Two d.o.o. Beograd | Novi Beograd, Servië | 100 (2) |
| VGP Industrial Development Croatia d.o.o. | Zagreb, Kroatië | 100 (3) |
| VGP Park Lučko d.o.o. | Zagreb, Kroatië | 100 (2) |
| VGP Park Split d.o.o. | Zagreb, Kroatië | 100 (2) |
| VGP GREECE ΜΟΝΟΠΡΟΣΩΠΗ Α.Ε. | Athene, Griekenland | 100 (3) |
| VGP PARK GREECE 1 ΜΟΝΟΠΡΟΣΩΠΗ Α.Ε. | Athene, Griekenland | 100 (2) |
| VGP Denmark ApS | Vejle, Denemarken | 100 (3) |
| Dochterondernemingen | Adres maatschappelijk zetel | % |
|---|---|---|
| VGP Park Vejle ApS | Vejle, Denemarken | 100 (2) |
| VGP Park Copenhagen Greve 1 ApS | Vejle, Denemarken | 100 (2) |
| VGP Park Denmark 3 ApS | Vejle, Denemarken | 100 (2) |
| VGP Park Denmark 4 ApS | Vejle, Denemarken | 100 (2) |
| VGP Park Denmark 5 ApS | Vejle, Denemarken | 100 (2) |
| Newlands (Junction 24) Developer LTD. | Bristol, Verenigd Koninkrijk | 100 (2) |
| VGP Park Europa Close LTD | Bristol, Verenigd Koninkrijk | 100 (2) |
| VGP Park Milton Keynes Limited | Bristol, Verenigd Koninkrijk | 100 (2) |
| VGP Developments UK Limited | Bristol, Verenigd Koninkrijk | 100 (3) |
30.2 Ondernemingen waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast
| Joint venture | Adres maatschappelijk zetel | % |
|---|---|---|
| VGP European Logistics S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 50 (4) |
| VGP European Logistics 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 50 (4) |
| VGP European Logistics 4 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 50 (4) |
| VGP Park München GmbH | Baldham, Duitsland | 50 (4) |
| Belartza Alto SXXI SL | Bilbao, Spanje | 50 (4) |
| Grekon 11 GmbH | Lahnau, Duitsland | 50 (4) |
| VGP Park Goettingen 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 50 (4) |
| VGP Park Magdeburg S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 50 (4) |
| VGP Park Laatzen S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 50 (4) |
| VGP Park Gießen Am alten Flughafen S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 50 (4) |
| VGP Park Berlin Oberkraemer S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 50 (4) |
| Geassocieerde ondernemingen | Adres maatschappelijk zetel | % |
|---|---|---|
| VGP Park Bingen GmbH | Düsseldorf, Duitsland | 5,1 (6) |
| VGP Park Hamburg GmbH | Düsseldorf, Duitsland | 5,1 (6) |
| VGP Park Hamburg 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Hamburg 3 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Rodgau GmbH | Düsseldorf, Duitsland | 5,1 (6) |
| VGP Park Höchstadt GmbH | Düsseldorf, Duitsland | 5,1 (6) |
| VGP Park Berlin GmbH | Düsseldorf, Duitsland | 5,1 (6) |
| VGP Park Berlin 2 S.à r.l | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Berlin 3 S.à r.l | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Frankenthal S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Leipzig S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Leipzig GmbH | Düsseldorf, Duitsland | 5,1 (6) |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 226
| Geassocieerde ondernemingen | Adres maatschappelijk zetel | % |
|---|---|---|
| VGP DEU 3 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Wetzlar S.à r.l | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Ginsheim S.à r.l | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Dresden S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Goettingen S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Berlin Wustermark S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
| VGP Park Bischofsheim S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 5,1 (6) |
(1) Holding en dienstenvennootschap (2) Bestaande of toekomstige vastgoedvennootschap of actief in hernieuwbare energie (3) Dienstenvennootschap (4) Holding vennootschap (met inbegrip van haar respectieve dochtervennootschappen. indien van toepassing) (5) Slapende vennootschap (6) De resterende 94,9% (89,9%) worden door VGP European Logistics S.à r.l. aangehouden (7) De resterende 89,9% worden door VGP European Logistics 4 S.à r.l. aangehouden (8) De resterende 74,992% worden door VGP European Logistics 4 S.à r.l. aangehouden
30.3 Wijzigingen in 2025
(I) NIEUWE DEELNEMINGEN
| Dochterondernemingen | Adres maatschappelijk zetel | % |
|---|---|---|
| VGP Park Denmark 4 ApS | Vejle, Denemarken | 100 |
| NEWLANDS (JUNCTION 24) DEVELOPER LTD (UK) | Bristol, Verenigd Koninkrijk | 100 |
| VGP Park Oradea One S.R.L. | Bucharest, Romania | 100 |
| VGP Park Oradea S.R.L. | Bucharest, Romania | 100 |
| VGP Park Joseph s.r.o. | Jenišovice u Jablonce nad Nisou, Tsjechië | 100 |
| VGP Park Riga Dreilini , SIA | Riga, Letland | 100 |
| VGP Park Denmark 5 ApS | Vejle, Denemarken | 100 |
| VGP Park Rüsselsheim 4 S.à r.l. (demerger of VGP Park Rüsselsheim K65 S.à r.l.) | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 |
| VGP DEU 58 S.à rl. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 |
| VGP DEU 59 S.à rl. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 |
| VGP DEU 60 S.à rl. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 |
| VGP UK 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 |
| VGP UK 3 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 100 |
| VGP Park Europa Close LTD | Bristol, Verenigd Koninkrijk | 100 |
| VGP Park Riga Airport , SIA | Riga, Letland | 100 |
| VGP Park Milton Keynes Limited | Bristol, Verenigd Koninkrijk | 100 |
(II) NAAMSWIJZIGINGEN
| Nieuwe naam | Vorige naam |
|---|---|
| VGP Park Magdeburg 2 S.à r.l. | VGP DEU 42 S.à r.l. |
| VGP Park Copenhagen Greve 1 ApS | VGP Park Denmark 2 ApS |
| VGP Green Campus Rüsselsheim S.à r.l. | demerger of VGP Park Rüsselsheim K65 S.à r.l. |
| VGP Park Europa Close Sheffield HoldCo S.à r.l. | VGP FRA 3 S.à r.l. |
| VGP Park GY Gamma Kft | VGP Park HU Two Kft |
| VGP Park Male Pritocno s.r.o. | VGP Zone Mnichovo Hradiste s.r.o. |
| VGP Park Kecskemét Gamma Kft | VGP Park HU Three Kft |
| VGP Park Hagen 2 S.à r.l. | VGP DEU 49 S.à r.l. |
| VGP Park Hagen S.à r.l. | VGP DEU 50 S.à r.l. |
| VGP Park Bremen Oyten S.à r.l. | VGP DEU 57 S.à r.l. |
| VGP Park Loures II, S.A. | VGP Park Portugal 4, S.A. |
| VGP Park Vila Nova de Gaia, S.A. | VGP Park Portugal 6, S.A. |
| VGP European Logistics Spain 2, S.L.U. | VGP (Park) Espaňa 20, S.L.U. |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 227
(III) DOCHTERONDERNEMINGEN GEDESINVESTEERD/LIQUIDATIE
| Dochterondernemingen | Adres maatschappelijk zetel | % |
|---|---|---|
| VGP Park Riga ,SIA | Riga, Latvia | 100 |
(IV) DOCHTERONDERNEMINGEN VERKOCHT AAN DE ZESDE JOINT VENTURE
| Dochterondernemingen | Adres maatschappelijk zetel | % |
|---|---|---|
| VGP Park Martorell, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100% sold to VGP European Logistics Spain 2, S.L.U. |
| VGP Park Pamplona Noáin, S.L.U. | Pamplona, Spanje | 100% sold to VGP European Logistics Spain 2, S.L.U. |
| VGP Euopean Logistics Spain 2, S.L.U. | Barcelona, Spanje | 100 |
| VGP Park Parma SRL | Milan, Italië | 100 |
| VGP Park Valsamoggia 2 SRL | Milan, Italië | 100 |
| VGP Park Legnano SRL | Milan, Italië | 100 |
| VGP Park Montijo, S.A. | Montijo, Portugal | 100 |
| VGP Park Loures, S.A. | Loures, Portugal | 100 |
| VGP Park Graz 2 S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 74.992 |
| VGP Park Laxenburg S.à.r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 74.992 |
| VGP Park Koblenz S.à r.l. | Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 89.9 |
(V) KRUISPUNTBANKNUMMERS VAN DE BELGISCHE VENNOOTSCHAPPEN
| Subsidiaries | Company number |
|---|---|
| VGP NV | BTW BE 0887.216.042 RPR – Antwerp (Division Antwerp) |
| VGP Renewable Energy NV | BTW BE 0894.188.263 RPR – Antwerp (Division Antwerp) |
| VGP Belgium NV | BTW BE 0894.442.740 RPR – Antwerp (Division Antwerp) |
Financieel overzicht / Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 228
Bijkomende toelichtingen die geen deel uitmaken van de gecontroleerde geconsolideerde jaarrekening Voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025
1. Winst- en verliesrekening, proportioneel geconsolideerd
In de onderstaande tabel is het proportionele geconsolideerde winst- en verliesrekeningbelang van de Groep in de Joint Ventures opgenomen, Het belang dat rechtstreeks door de Groep wordt gehouden (5,1% en 10,1%) in de Duitse dochterondernemingen van de joint ventures is opgenomen in de cijfers van 50% van de joint ventures (aandeel van VGP).
| Proportionele geconsolideerde winst- en verliesrekening | In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|---|
| Groep | Joint Venture | ||
| Bruto hernieuwbare energieopbrengsten | 11.907 | — | |
| Netto operationele kosten verbonden aan hernieuwbare energie | -3.067 | — | |
| Netto hernieuwbare energieopbrengsten | 8.840 | — | |
| Bruto huuropbrengsten | 86.737 | 148.747 | |
| Netto operationele kosten verbonden aan vastgoed1 | -6.870 | -14.070 | |
| Netto huuropbrengsten1 | 79.867 | 134.677 |
1 De netto operationele kosten verbonden aan vastgoed omvatten € 9,9 miljoen aan asset managementvergoedingen in de Joint Ventures naar rato van het aandeel. Exclusief deze vergoedingen bedraagt het nettohuurresultaat € 224,4 miljoen in 2025 en € 192,4 miljoen in 2024.
2 De cijfers van 2024 met betrekking tot Vastgoedbeleggingen en activa aangehouden voor verkoop werden herwerkt. Historisch classificeerde VGP-activa die juridisch eigendom zijn van de Joint Ventures maar economisch eigendom van VGP als “activa aangehouden voor verkoop”. Na een herevaluatie en om de economische realiteit en het langetermijninvesteringskarakter van deze activa beter weer te geven, heeft de Groep beslist haar economische belangen in dergelijke activa te herclassificeren naar “Vastgoedbeleggingen”. Deze aanpak werd consistent toegepast op zowel het lopende boekjaar als de vergelijkende periode. De herwerking in 2024 bedraagt € 164,4 miljoen, overgeboekt van activa aangehouden voor verkoop naar vastgoedbeleggingen.
| Proportionele geconsolideerde winst- en verliesrekening | In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 |
|---|---|---|---|
| Groep | Joint Venture | ||
| Bruto huur- en hernieuwbare energieopbrengsten | 98.644 | 148.747 | |
| Netto huur- en hernieuwbare energieopbrengsten | 88.707 | 134.677 | |
| Joint venture fee inkomsten | 52.058 | — | |
| Netto meer-/(min)waarde op vastgoedbeleggingen | 243.624 | -10.367 | |
| Administratieve kosten | -63.332 | -2.695 | |
| Andere kosten | — | -9.223 | |
| Operationeel resultaat | 321.057 | 112.392 | |
| Netto financieel resultaat | -23.901 | -56.432 | |
| Belastingen | -48.002 | -14.675 | |
| Resultaat van de periode | 249.154 | 41.285 |
2. Balans, proportioneel geconsolideerd
In de onderstaande tabel is het proportionele geconsolideerde balansbelang van de Groep in de Joint Ventures opgenomen. Het rechtstreeks door de Groep gehouden belang (5,1% en 10,1%) in de Duitse werkmaatschappijen van de Joint Ventures zijn opgenomen in de cijfers van 50% Joint Ventures (aandeel VGP).
| Proportioneel geconsolideerde balans | In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. 2024 – Herzien |
|---|---|---|---|
| Groep | Joint Venture | ||
| Vastgoedbeleggingen2 | 2.393.399 | 3.210.720 | |
| Vastgoedbeleggingen opgenomen in activa aangehouden voor verkoop2 | 26.482 | — | |
| Totaal vastgoedbeleggingen | 2.419.881 | 3.210.720 | |
| Andere activa | 718.633 | -856 | |
| Totaal vaste activa | 3.138.514 | 3.209.864 | |
| Handels- en andere vorderingen | 131.832 | 40.061 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 523.094 | 101.553 | |
| Groep activa aangehouden voor verkoop | 825 | — |
Financieel overzicht / Bijkomende toelichtingen die geen deel uitmaken van de gecontroleerde geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 229
| Proportioneel geconsolideerde balans | In duizenden € | 31. 12. 2025 | 31. 12. || 2024 | Herzien | Groep | Joint Venture | Totaal | Groep | Joint Venture | Totaal |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Totaal vlottende activa | 655.751 | 141.614 | 797.365 | 576.612 | 153.330 | 729.942 |
| Totaal activa | 3.794.265 | 3.351.478 | 7.145.743 | 3.353.062 | 3.081.996 | 6.435.058 |
| Langlopende financiële schulden | 2.097.766 | 1.245.002 | 3.342.768 | 1.942.495 | 1.543.184 | 3.485.679 |
| Joint Venture aandeelhoudersleningen | — | 555.505 | 555.505 | — | 522.736 | 522.736 |
| Externe langlopende financiële schulden | 2.097.766 | 689.497 | 2.787.263 | 1.942.495 | 1.020.448 | 2.962.943 |
| Andere langlopende financiële verplichtingen | — | 281 | 281 | — | 582 | 582 |
| Andere langlopende verplichtingen | 55.047 | 27.186 | 82.233 | 46.781 | 23.575 | 70.356 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 65.636 | 171.551 | 237.187 | 46.011 | 159.958 | 205.969 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 2.218.449 | 1.444.020 | 3.662.469 | 2.035.287 | 1.727.299 | 3.762.586 |
| Kortlopende financiële schulden | 262.045 | 448.355 | 710.400 | 114.866 | 21.428 | 136.294 |
| Handels- en andere kortlopende schulden | 121.365 | 49.245 | 170.610 | 102.558 | 32.395 | 134.953 |
| Verplichtingen m.b.t. activa aangehouden voor verkoop | 1.460 | — | 1.460 | 798 | — | 798 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 384.870 | 497.600 | 882.470 | 218.222 | 53.823 | 272.045 |
| Totaal verplichtingen | 2.603.319 | 1.941.620 | 4.544.939 | 2.253.509 | 1.781.122 | 4.034.631 |
| Netto activa | 1.190.946 | 1.409.858 | 2.600.804 | 1.099.553 | 1.300.874 | 2.400.427 |
Financieel overzicht / Bijkomende toelichtingen die geen deel uitmaken van de gecontroleerde geconsolideerde jaarrekening VGP NV Jaarverslag 2025 / 230
Informatie met betrekking tot de moederonderneming
Voor het boekjaar eindigend op 31 december 2025
1. Jaarekening van VGP NV
1.1 Statutaire jaarrekening
De statutaire jaarrekening van de moederonderneming VGP NV wordt hierna in verkorte vorm weergegeven. In overeenstemming met de Belgische vennootschapswetgeving zullen het jaarverslag en de jaarrekening van VGP NV en het verslag van de Commissaris worden neergelegd bij de Nationale Bank van België. Deze verslagen zijn, op verzoek, beschikbaar op volgend adres:
VGP NV
Generaal Lemanstraat 55 bus 4
B-2018 Antwerpen
België
www.vgpparks.eu
De Commissaris heeft een goedkeurende verklaring zonder voorbehoud gegeven met betrekking tot de statutaire jaarrekening van VGP NV.
1.2 Verkorte resultatenrekening
| In duizenden € | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Omzet | 22.432 | 20.224 |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 226 | 283 |
| Bedrijfswinst of verlies | -6.823 | -12.806 |
| Netto financieel resultaat | 175.349 | 50.810 |
| Uitzonderlijk resultaat | 80.923 | 237.031 |
| Winstbelastingen | -4.389 | -6.407 |
| Resultaat van het boekjaar | 245.060 | 268.628 |
1.3 Verkorte balans na resultaatsverwerking
| In duizenden € | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Oprichtingskosten en immateriële vaste activa | 18.017 | 13.339 |
| Materiële vaste activa | 18 | 48 |
| Financiële vaste activa | 3.715.794 | 3.363.238 |
| Andere langlopende vorderingen | — | 13.623 |
| Totaal vaste activa | 3.733.829 | 3.390.248 |
| Handels- en andere vorderingen | 41.937 | 26.645 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 377.195 | 269.000 |
| Totaal vlottende activa | 419.132 | 295.645 |
| Totaal activa | 4.152.961 | 3.685.893 |
| Kapitaal | 136.092 | 136.092 |
| Uitgiftepremie | 759.509 | 759.509 |
| Wettelijke reserves | 13.609 | 13.609 |
| Overgedragen resultaten | 885.615 | 733.346 |
| Eigen vermogen | 1.794.825 | 1.642.556 |
| Schulden op meer dan een jaar | 1.987.818 | 1.820.797 |
| Schulden op ten hoogste een jaar | 370.318 | 222.540 |
| Schulden | 2.358.136 | 2.043.337 |
| Totaal passiva | 4.152.961 | 3.685.893 |
Waarderingsregels
De waarderings- en omrekeningsregels gebruikt voor de statutaire jaarrekening van de moederonderneming zijn gebaseerd op het Belgisch boekhoudrecht.
2. Voorstel tot resultaatsverwerking VGP NV 2025
| In duizenden € | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Resultaat van het boekjaar voor bestemming | 245.060 | 268.628 |
| Resultaat naar voren gehaald | 733.346 | 554.779 |
| Te bestemmen resultaat | 978.406 | 823.407 |
| Overdracht naar wettelijke reserves | — | — |
| Over te dragen resultaat | 885.615 | 733.346 |
| Bruto dividend | 92.790 | 90.061 |
| Totaal | 978.406 | 823.407 |
De Raad van Bestuur van VGP NV zal aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voorstellen om een brutodividend van € 3,40 per aandeel uit te keren, wat overeenkomt met een totaal brutodividendbedrag van € 92.790.461.
Financieel overzicht / Informatie met betrekking tot de moederonderneming VGP NV Jaarverslag 2025 / 231
Verslag van Commissaris
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering van VGP NV over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van VGP NV (de “Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen de “Groep”), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt een geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 9 mei 2025, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2027. Dit is het eerste jaar dat we de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep hebben uitgevoerd.
Verslag over de geconsolideerde jaarrekening
OORDEEL ZONDER VOORBEHOUD
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 opgesteld in overeenstemming met de IFRS boekhoudnormen zoals uitgegeven door de International Accounting Standards Board, zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2025, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum evenals de toelichting, met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing. Het totaal van de geconsolideerde balans bedraagt 5.204.123 KEUR en het geconsolideerd overzicht van het volledig perioderesultaat sluit af met een winst van het boekjaar van 290.439 KEUR.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Groep op 31 december 2025, alsook van haar geconsolideerde resultaten en van haar geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de IFRS boekhoudnormen zoals uitgegeven door de International Accounting Standards Board, zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
BASIS VOOR HET OORDEEL ZONDER VOORBEHOUD
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België. Wij hebben bovendien de door IAASB goedgekeurde internationale controlestandaarden toegepast die van toepassing zijn op de huidige afsluitdatum en nog niet goedgekeurd zijn op nationaal niveau. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
KERNPUNTEN VAN DE CONTROLE
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Waardering van vastgoedbeleggingen
Wij verwijzen naar toelichting 2.6 “Vastgoedbeleggingen” voor de toegepaste waarderingsgrondslagen bij het bepalen van de waardering van vastgoedbeleggingen. Daarnaast verwijzen wij naar toelichting 13 “Vastgoedbeleggingen en activa aangehouden voor verkoop” en toelichting 9 “Investeringen in joint ventures”. De boekwaarde van de vastgoedbeleggingen bedraagt 2.393.399 KEUR per 31 december 2025 en vertegenwoordigt een belangrijk deel (46%) van de geconsolideerde activa van de groep. Het aandeel van de Groep in de door joint ventures aangehouden vastgoedbeleggingen bedraagt 3.210.720 KEUR.
Omschrijving
De vastgoedportefeuille van de Groep omvat zowel opgeleverde vastgoedbeleggingen en vastgoedbeleggingen in aanbouw (“ontwikkelingsprojecten”). De opgeleverde vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde overeenkomstig IAS 40 “Vastgoedbeleggingen” op basis van de inkomstenbenadering waarbij de verwachte toekomstige kasstromen worden verdisconteerd. De ontwikkelingsprojecten worden op gelijkwaardige wijze gewaardeerd, met aftrek van de kosten Financieel overzicht / Verslag van Commissaris VGP NV Jaarverslag 2025 / 232 die noodzakelijk zijn om de ontwikkeling te voltooien. Belangrijke inputfactoren in de waardering zijn onder meer de vereiste rendementen en de geschatte huurwaarden. Deze worden beïnvloed door de heersende marktomstandigheden, vergelijkbare transacties en de specifieke kenmerken van elk vastgoed in de portefeuille. De Groep maakt gebruik van professioneel gekwalificeerde externe waarderingsdeskundigen om de portefeuille halfjaarlijks te waarderen aan reële waarde.De waardering van de vastgoedbeleggingen is complex en vereist een hoge mate van oordeelsvorming, en is onderhevig aan een significante schattingsonzekerheid. Gezien het materiële belang van deze rubriek op de geconsolideerde activa en het feit dat zelfs beperkte wijzigingen in de gehanteerde aannames kunnen leiden tot een materiële afwijking in de winst- en verliesrekening en de balans, hebben wij de waardering van vastgoedbeleggingen en door joint ventures aangehouden vastgoedbeleggingen aangemerkt als een kernpunt van de controle.
Onze controlewerkzaamheden
Met de ondersteuning van onze vastgoedwaarderingsspecialisten hebben wij de volgende controlewerkzaamheden uitgevoerd:
— Wij hebben recente onafhankelijke vastgoedmarktrapporten gelezen om inzicht te krijgen in de heersende marktomstandigheden van logistiek vastgoed waarin de Groep investeert;
— Wij hebben inzicht verworven in de door de Groep toegepaste waarderingsmethodologieën en de geschiktheid hiervan beoordeeld. Wij hebben inzicht verkregen in het proces dat door het bestuursorgaan wordt gehanteerd voor het nazicht en de beoordeling van het werk van de door het management aangestelde externe waarderingsdeskundigen en hebben de opzet en implementatie van de geïdentificeerde interne controles rond vastgoedbeleggingen getest;
— Wij hebben de deskundigheid, objectiviteit en bekwaamheid beoordeeld van de door het management aangestelde externe waarderingsdeskundigen;
— Wij hebben de bedragen in de waarderingsrapporten vergeleken met de boekhoudkundige gegevens van de Groep en deze afgestemd met de geconsolideerde jaarrekening;
— Voor een steekproef van geselecteerde vastgoedbeleggingen hebben wij de geschiktheid van de gebruikte kernassumpties, waaronder vereiste rendementen en geschatte huurwaarden, geëvalueerd en kritisch beoordeeld;
— Op steekproefbasis hebben wij de juistheid getest van belangrijke kenmerken uit huurcontracten (inclusief huurinkomsten) die in de waardering zijn verwerkt en hebben wij de resterende afwerkingskosten van ontwikkelingsprojecten beoordeeld door onder meer een analyse van de resterende budgetten o.a. op basis van interne inschattingen en onderliggende contracten (indien reeds van toepassing en getekend); en
— Wij hebben beoordeeld of de toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening de toegepaste waarderingsmethodologieën, de gebruikte kernassumpties en de blootstelling van de Groep aan waarderingsrisico‘s adequaat beschrijven.
Specifieke significante transactie – derde closing met Saga (“zesde joint venture”)
Wij verwijzen naar toelichting 2.3 “Consolidatieprincipes” voor de toegepaste waarderingsgrondslag bij de verwerking van het resultaat op de verkoop van een dochteronderneming aan een joint venture, waarbij het volledige resultaat wordt opgenomen in de winst en verliesrekening bij verlies van controle. Daarnaast wijzen wij naar toelichting 7 “Netto waarderingswinsten/(verliezen) op vastgoedbeleggingen”, toelichting 9 “Investeringen in joint ventures” en toelichting 23 “Kasstroom uit de verkoop van dochterondernemingen en vastgoedbeleggingen”.
In december 2025 werd een significante vastgoedportefeuilletransactie afgerond met de joint venture deelneming Saga (zesde joint venture), met een bruto waarde van de overgedragen vastgoedbeleggingen van 438.582 KEUR.
Omschrijving
In december 2023 heeft VGP een joint ventureovereenkomst afgesloten met AREIM (Saga – “zesde joint venture”) en vervolgens een portefeuille vastgoedbeleggingen overgedragen via de verkoop van dochterondernemingen. In december 2025 vond een derde transactiefase plaats. Gelet op de materiële omvang van deze transactie hebben wij de juiste verwerking volgens de relevante IFRS-standaarden (inclusief het moment van resultaatverwerking en de bepaling van de transactiewaarden) vastgesteld als een kernpunt van onze controle.
Onze controlewerkzaamheden
— We hebben de volgende controlewerkzaamheden uitgevoerd:
— Wij hebben gesprekken gevoerd met het management om inzicht in de aard en de structuur van de transactie te verkrijgen;
— Wij hebben het onderliggende contract verkregen en gelezen en de voorgestelde boekhoudkundige verwerking in overeenstemming met de waarderingsgrondslagen van de Groep en de relevante IFRS standaarden beoordeeld;
— Wij hebben de gepastheid van het door het management bepaalde boekhoudkundige resultaat op de transactie evenals de vastgestelde timing van het verlies van controle over de overgedragen activa aan de joint venture in de geconsolideerde jaarrekening van VGP NV beoordeeld; en
— Wij hebben beoordeeld of de toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening met betrekking tot deze transactie adequaat zijn, inclusief toelichtingen inzake vastgoedbeleggingen, investeringen in joint ventures en de gerealiseerde waarderingswinsten.
OVERIGE AANGELEGENHEID
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 werd door een andere commissaris gecontroleerd die op 4 april 2025 een oordeel zonder voorbehoud over deze geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking heeft gebracht.
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de IFRS boekhoudnormen zoals uitgegeven door de International Accounting Standards Board, zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Financieel overzicht / Verslag van Commissaris VGP NV Jaarverslag 2025 / 233
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België na. Een wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
— het identificeren en inschatten van de risico’s dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
— het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
— het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
— het concluderen of de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om haar continuïteit te handhaven.Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep haar continuïteit niet langer kan handhaven;
— het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;
— het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Overige door wet- en regelgeving gestelde eisen
VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN HET BESTUURSORGAAN
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening.
VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE COMMISSARIS
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport over de geconsolideerde jaarrekening, zijnde:
— Verslag over de Vennootschap 2025 – Kerncijfers, Brief aan de aandeelhouders, Profiel, Strategie en VGP in 2025; en
— Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen
— een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.
VERMELDINGEN BETREFFENDE DE ONAFHANKELIJKHEID
— Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening verricht en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
— De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
EUROPEES UNIFORM ELEKTRONISCH FORMAAT (ESEF)
Wij hebben ook, overeenkomstig de norm inzake de controle van de overeenstemming van het jaarrapport met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna “ESEF”), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Financieel overzicht / Verslag van Commissaris VGP NV Jaarverslag 2025 / 234 Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: “Gedelegeerde Verordening”) en met het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt (hierna: het “KB van 14 november 2007”).
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van een jaarrapport, in overeenstemming met de ESEF vereisten, met inbegrip van de geconsolideerde jaarrekening in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna “digitale geconsolideerde jaarrekening”).
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat van het jaarrapport en de markeertaal XBRL van de digitale geconsolideerde jaarrekening in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening en het KB van 14 november 2007.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het digitaal formaat van het jaarrapport en de markering van informatie in de officiële Nederlandstalige en Engelstalige versie van de geconsolideerde jaarrekening, opgenomen in het jaarrapport van VGP NV per 31 december 2025, en die beschikbaar zullen zijn in het Belgische officiële mechanisme voor de opslag van gereglementeerde informatie (STORI) van de FSMA, in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening en het KB van 14 november 2007.
ANDERE VERMELDING
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Zaventem, 3 april 2026
KPMG Bedrijfsrevisoren
Commissaris vertegenwoordigd door
Frederic Poesen, Bedrijfsrevisor
Melissa Carton, Bedrijfsrevisor
Financieel overzicht / Verslag van Commissaris VGP NV Jaarverslag 2025 / 235
Lexicon
| Term | Definitie |
|---|---|
| Aanvangsrendement | Is verhouding tussen de (initiële) contractuele huur van een onroerend goed, na aftrek van een ingeschatte jaarlijkse recurrente niet-recupereerbare vastgoed kosten, en de aanschaffingswaarde/marktwaarde (na aftrek van notaris en overige aankoopkosten). |
| Allianz | Betekent, met betrekkig tot (i) de Eerste Joint Venture, Allianz AZ Finance VII Luxembourg S,A,, SAS Allianz Logistique S,A,S,U, en Allianz Benelux SA tezamen; (ii) de Tweede Joint Venture, Allianz AZ Finance VII Luxembourg S,A,, en (iii) de Derde Joint Venture, Allianz Pensionskasse AG, Allianz Versorgungskasse Versicherungsverein a,G,, Allianz Lebensversicherungs-AG en Allianz Lebensversicherungs AG. |
| Allianz joint ventures of AZ JV | Betekent de Eerste Joint Venture, de Tweede Joint Venture en de Derde Joint Venture samen. |
| AZ JVA(‘s) of Allianz Joint Venture Agreement(s) | Betekent elk van (i) de joint venture overeenkomst gesloten tussen Allianz en VGP NV met betrekking tot de Eerste Joint Venture; (ii) de joint venture overeenkomst gesloten tussen Allianz en VGP NV met betrekking tot de Tweede Joint Venture; en (iii) de joint venture overeenkomst gesloten tussen Allianz en VGP Logistics S,à r,l, (een 100% dochteronderneming van VGP NV) met betrekking tot de Derde Joint Venture. |
| Belgisch wetboek van vennootschappen en verenigingen | Betekent het belgische wetboek van vennootschappen en verenigingen gedateerd op 23 maart 2019 (Code des sociétés et associations), zoals van tijd tot tijd gewijzigd of geherformuleeerd. |
| Belgische Corporate Governance Code | Belgische code die werd opgesteld door de Corporate Governance Commissie met handelwijzen en bepalingen rond deugdelijk bestuur die moeten nageleefd worden door ondernemingen naar Belgisch recht waarvan de aandelen op een gereglementeerde markt worden verhandeld (de “2020 Code”). De Belgische Corporate Governance Code is beschikbaar op de website www.corporategovernancecommittee.be. |
| Beschikbare kasmiddelen voor schuldaflossing | Betekent voor de convenant Dekkingsgraad voor schuldaflossing, de beschikbare kasmiddelen (d.i. exclusief aan restricties onderheven/onbeschikbare geldmiddelen) vermeerderd met inkomsten voor intrest- en afschrijvingskosten van VGP N.V. |
| Bezettingsgraad | De bezettingsgraad wordt berekend door het totaal verhuurde verhuurbare oppervlak (m²) te delen door het totaal verhuurbare oppervlak (m²) inclusief eventuele leegstand (m²). |
| Break | Eerste opzegoptie van een huurovereenkomst. |
Contante waarde van de kasstroom (‘Discounted cash flow’)
Dit is een waarderingsmethode gebaseerd op een gedetailleerde geprojecteerde inkomstenstroom die wordt verdisconteerd naar een netto actuele waarde tegen een bepaalde disconteringsvoet gebaseerd op het risico van de te waarderen activa.
Contractuele huur
De brutohuur zoals contractueel overeengekomen in de huurovereenkomst op de datum van ondertekening.
Contract Wijziging Order
Een schriftelijk document dat een wijziging goedkeurt en vastlegt in de omvang, specificaties, prijs of planning van een bestaande overeenkomst. Binnen de groep kan dit bijvoorbeeld gaan om extra ingebouwde uitrustingen n.a.v. wensen huurder.
Dealing Code
Gedragscode met regels die moeten worden gevolgd door de leden van de Raad van Bestuur, de leden van het uitvoerend management en alle personeelsleden van de VGP Groep die uit hoofde van hun functie beschikken over informatie waarvan zij weten of zouden moeten weten dat het voorkennis betreft.
Derde joint venture
Betekent VGP Park München Gmbh, de 50:50 joint venture tussen VGP en Allianz.
Derivaten
Als kredietnemer wil VGP zich beschermen tegen rentestijgingen. Dit renterisico kan gedeeltelijk worden afgedekt door het gebruik van derivaten (zoals renteswapcontracten).
Eerste joint venture
Betekent VGP European Logistics S,à r,l,, de 50:50 joint venture tussen VGP en Allianz, ook aangeduid als “Rheingold”.
EPRA
De European Public Real Estate Association, een organisatie uit de vastgoedsector, heeft richtlijnen voor aanbevelingen voor best practices gepubliceerd om consistentie en transparantie in de vastgoedrapportage in heel Europa te bewerkstelligen.
EPRA Net Reinstatement Value (EPRA NRV)
Startend van basis Netto-Actief Waarde (NAW) gecorrigeerd voor reële waarde financiële instrumenten; latente belastingen en transactiekosten (overdrachtbelastingen en over aankoopkosten).
EPRA Net Tangible Assets (EPRA NTA)
Startend van basis NAW gecorrigeerd voor reële waarde financiële instrumenten; latente belastingen en immateriële vaste activa. Deze maatstaaf is inclusief transactiekosten (overdrachtbelastingen en over aankoopkosten).
EPRA Net Disposal Value (EPRA NDV)
Startend van basis NAW gecorrigeerd voor reële waarde van vastrentende schulden.
EPRA inkomsten
Operationele inkomsten gecorrigeerd voor (i) wijzigingen in reële waarde van vastgoedbeleggingen; (ii) resultaat op verkoop vastgoedbeleggingen, vastgoedbeleggingen aangehouden voor verkoop en overige belangen (iii) reële waarde van financiële instrumenten (iv) latente belastingen en (v) Kosten voor de verwerving van aandelentransacties en belangen in non-controlling joint ventures.
EPRA inkomsten per aandeel (EPS)
EPRA inkomsten gedeeld door gewogen gemiddelde aantal uitgegeven aandelen over de periode.
EPRA Net Initial Yield (NIY)
Huurinkomsten op jaarbasis gebaseerd op de geldstroom per einde boekjaar, minus niet verrekenbare operationele kosten verbonden aan vastgoedbeleggingen, gedeeld door de reële waarde van de portefeuille, verhoogd met (ingeschatte) transactiekosten (m.n. overdrachtbelasting).
EPRA ‘Topped-up’ NIY
Deze maatstaf omvat een correctie op de EPRA NIY met betrekking tot het verstrijken van huurvrije periodes of andere huurkortingen.
EPRA Leegstand ratio
Wordt berekend als de Geschatte huurwaarde (GHW) van niet-verhuurde oppervlakte gedeeld door de geschatte huurwaarde van de volledige portefeuille.
VGP NV Jaarverslag 2025 / 236
EPRA kosten ratio
Administratieve en operationele kosten (inclusief en exclusief directe leegstand kosten) gedeeld door bruto huurinkomsten.
EPRA Loan to value (LTV) ratio
Het proportioneel deel van de bruto boekwaarde van de vastgoedbeleggingen gefinancieerd door de netto schulden.
Equivalent rendement (echt en nominaal)
Is een gewogen gemiddelde van het netto-aanvangsrendement en het rendement op omrekeningsverschillen en vertegenwoordigt het rendement dat een woning zal opleveren op basis van de timing van de ontvangen inkomsten. Het reëel equivalent rendement gaat ervan uit dat de huren per kwartaal vooraf worden ontvangen. Het nominale equivalent gaat ervan uit dat de huur jaarlijks achteraf wordt ontvangen.
‘Exit’ kapitalisatievoet
Is de kapitalisatievoet toegepast op het netto-inkomen aan het einde van de discounted cash flow model periode om zodoende een kapitaalwaarde of ‘exit’ waarde te bekomen die een entiteit verwacht te krijgen voor een actief na deze periode.
Geassocieerde ondernemingen
Betekent samen en elk van van de dochterondernemingen van de Eerste en Zesde Joint Venture waarin VGP NV een rechtstreekse deelneming van 5,1% (of 10,1%) heeft. Voor de vermijding van twijfel verwijst deze term uitsluitend naar de hierboven genoemde deelnemingen en komt deze niet noodzakelijkerwijs overeen met de definitie van een “associate” zoals uiteengezet in IAS 28 – Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures, die is gebaseerd op het begrip significante invloed.
Gecommitteerde huurovereenkomsten op jaarbasis of huurinkomsten op jaarbasis/Toegezegde en getekende huurovereenkomsten op jaarbasis
De toegezegde huurovereenkomsten op jaarbasis vertegenwoordigen de geannualiseerde huurinkomsten die gegenereerd worden of zullen worden door afgesloten huurovereenkomsten en toegezegde toekomstige huurovereenkomsten. Dit omvat zowel: (i) uitgevoerde huurovereenkomsten waarbij de overdracht aan huurders heeft plaatsgevonden, als (ii) toekomstige huurovereenkomsten, waarbij de overdracht aan de huurder gepland is.
Deze maatstaf weerspiegelt daarom de potentiële bruto huurinkomsten voor het volledige jaar zodra alle ondertekende huurovereenkomsten van kracht worden, ongeacht eventuele verleende huurkortingen (incentives). De maatstaf wordt ook afgekort als ‘CARA’.
Geschatte huurwaarde (“ERV/GHW”)
De geschatte huurwaarde (ERV) is het oordeel van de externe vastgoeddeskundige over de markthuur die op de waarderingsdatum redelijkerwijs verwacht zou kunnen worden bij een nieuwe verhuur of huuraanpassing van een woning.
Gewogen gemiddelde looptijd van financiële schulden
De gewogen gemiddelde looptijd van de financiële schuld is de som van de huidige financiële schuld (leningen en obligaties) vermenigvuldigd met de resterende looptijd tot de eindvervaldag van de respectieve leningen en obligaties gedeeld door de totale uitstaande financiële schuld.
Gewogen gemiddelde looptijd van de huurovereenkomsten (“WAULT”)
De gewogen gemiddelde looptijd van huurcontracten wordt berekend door de som van de resterende huurinkomsten vanaf afsluitdatum tot einde huurcontract te delen door de geannualiseerde huurinkomsten. De resterende huurinkomsten worden berekend door de resterende looptijd te vermenigvuldigen met de geannualiseerde huurinkomsten.
Gewogen gemiddelde kapitalisatievoet
Het gewogen gemiddelde rendement wordt berekend als de contractuele huur op jaar basis van het actief gedeeld door de reële waarde van het betreffende actief.
Grekon Joint Venture of Grekon
Betekent Grekon 11 GmbH, de 50:50 joint venture tussen VGP en Revikon GmbH, onderdeel van Weimar Gruppe.
IAS/IFRS
Internationale standaarden voor jaarrekeningen / International Financial Reporting Standards. De internationale boekhoudstandaarden opgesteld door de International Accounting Standards Board (IASB), voor het opstellen van jaarrekeningen.
Indexatie
Jaarlijks wordt contractueel op de verjaardatum van de inwerkingtreding van het contract de huurprijs aangepast aan de inflatie volgens een referentie-index in elk specifiek land.
Investeringswaarde
De door de onafhankelijke vastgoeddeskundige bepaalde waarde van de portefeuille, transactiekosten inbegrepen.
Joint ventures
Betekent een van beide en elk van (i) de Eerste Joint Venture; (ii) de Tweede Joint Venture; (iii) de Derde Joint Venture; (iv) de Zesde Joint Venture; (v) de Grekon Joint Venture; en (vi) de Vijfde Joint Venture.
Kasstroomgenererende huurovereenkomsten
Een kasstroom genererende huurovereenkomst is een huurovereenkomst waarvan de looptijd is ingegaan en waarbij het pand aan de huurder is opgeleverd, waardoor de contractuele huurbetalingen opeisbaar zijn geworden en het vastgoed terugkerende huurkasstromen genereert voor de verhuurder. Hoewel er nog huurprikkels kunnen lopen (zoals huurvrije periodes of gespreide huurverhogingen), is de huurovereenkomst juridisch van kracht en afdwingbaar en heeft de huurder het pand in gebruik genomen. De overeenkomst draagt daardoor bij aan de gecontracteerde huurinkomsten en kasstroomgeneratie, rekening houdend met de overeengekomen incentive-structuur.
LT V
Betekent “Loan to value” deze parameter wordt berekend door de netto financiële schuld te delen door de vastgoedbeleggingen. Proportionele loan-to-value wordt berekend op een ‘look-through’ basis, inclusief het proportionele aandeel van de Groep in de netto financiële schuld en vastgoedbeleggingen die worden aangehouden binnen Joint Ventures en geassocieerde ondernemingen.
Marktkapitalisatie
Slotkoers op de beurs vermenigvuldigd met het aantal in omloop zijnde aandelen op die datum.
Netto vermogenswaarde/Netto actief
De waarde van de totale activa minus de waarde van de totale passiva.
Netto financiële kosten
Betekent voor de convenant berekening van de Interest cover ratio, het netto financieel resultaat van de groep gecorrigeerd voor de geactiveerde interest kosten.
Netto financiële schuld
Totale financiële schuld min geldmiddelen en kasequivalenten.
Netto schuldaflossing
Betekent voor de berekening van de convenant Dekkingsgraad voor schuldaflossing de som van de Netto financiële kosten en kapitaalaflossingen van het boekjaar.
Ontwikkelings Joint Venture(s)
Betekent samen en elk van (i) de VGP Park Belartza Joint Venture; en (ii) de VGP Park Siegen Joint Venture.# Financieel overzicht / Lexicon
Ontwikkelings Joint Venture overeenkomst(en)
Betekent samen en elk van (i) de joint venture overeenkomst afgesloten tussen Revikon en VGP met betrekking tot de VGP Park Siegen Joint Venture; en (ii) de joint venture overeenkomst gesloten tussen VUSA en de VGP met betrekking tot de VGP Park Belartza Joint venture.
Project Management
Beheer van bouw- of renovatieprojecten. VGP heeft een intern team van projectbeheerders dat uitsluitend voor rekening van de onderneming werkt.
Reële waarde/Fair Value
Fair value (reële waarde) wordt bepaald in overeenstemming met IFRS 13 en vertegenwoordigt de prijs die zou worden ontvangen bij de verkoop van een actief in een transactie tussen marktpartijen op de transactiedatum, rekening houdend met het actief in huidige staat en de veronderstellingen die marktpartijen zouden hanteren.
‘Reversionary’ kapitalistievoet
Is het verwachte rendement waartoe het aanvangsrendement zal stijgen of dalen tot op het moment dat de huur de GHW bereikt en het pand volledig verhuurd is. Het wordt berekend door de GHW te delen door de waardering.
Schuldgraad/Gearing ratio
De ratio die wordt berekend door de netto financiële schulden te delen door het totaal eigen vermogen en verplichtingen.
Totale opname
De totale opname van oppervlaktes door gebruikers in de huurmarkt gedurende een bepaalde periode.
Top rendement
De verhouding tussen de (initiële) contractuele huur van een aangekocht onroerend goed en de aanschaffingswaarde op een toplocatie.
Tweede joint venture
Betekent VGP European Logistics 2 S,a r,l,, de 50:50 joint venture tussen VGP en Allianz, ook aangeduid als “Aurora”.
Vastgoeddeskundige – IO Partners
Onafhankelijk vastgoedexpert die instaat voor de waardering of taxatie van de vastgoedportefeuille.
Vastgoedportefeuille
De vastgoedbeleggingen met inbegrip van de gebouwen bestemd voor verhuring, de projectontwikkelingen in ontwikkeling met het oog op verhuring, de activa bestemd voor verkoop en het ontwikkelingsland.
Vervaldatum huurovereenkomst
De datum waarop een leaseovereenkomst kan worden opgezegd.
Voorkennis
Onder voorkennis wordt verstaan: elke niet openbaar gemaakte informatie die nauwkeurig is en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer emittenten van financiële instrumenten of op een of meer financiële instrumenten en die, indien ze openbaar zouden gemaakt worden, de koers van deze financiële instrumenten (of deze van daarvan afgeleide financiële instrumenten) aanzienlijk zouden kunnen beïnvloeden.
VGP European Logistics of VGP European Logistics joint venture
Betekent de eerste joint venture.
VGP European Logistics 2 of VGP European Logistics 2 joint venture
Betekent de tweede joint venture.
VGP Park Belartza Joint Venture
Betekent Belartza Alto SXXI, S,L,, een 50:50 joint venture tussen VGP en VUSA.
VGP Park München of joint venture VGP Park München
Betekent de Derde Joint Venture.
VGP Park Siegen Joint Venture
Betekent Grekon 11 GmbH, de 50:50 joint venture tussen VGP en Revikon.
VUSA
Betekent Valeriano urrutikoetxea, S.L.U.; Galdakarra Xxi, S.L.; Saibigain XXI, S.L.U.; en Belartza Garaia, S.L.U.;
Vijfde joint venture
Betekent de 50:50 joint venture tussen Deka Immobilien, via hun fondsen “Deka Immobilien Europa” en “Deka Westinvest Inter-Select” en VGP.
Zesde joint venture
Betekent de 50:50 Joint Venture met AREIM Pan-European Logistics Fund (D) AB, of Areim, ook aangeduid als “Saga”
Verklaring van de verantwoordelijke personen
De ondertekenende personen verklaren dat, voorzover hen bekend:
— de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van de activa en passiva, de financiële toestand en van de resultaten van de emittent en de geconsolideerde ondernemingen;
— het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de emittent en de geconsolideerde ondernemingen, evenals een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.
Jan Van Geet
als vaste vertegenwoordiger van Jan Van Geet s.r.o.
CEO
Piet Van Geet
als vaste vertegenwoordiger van Urraco BV
CFO
Disclaimer
Dit rapport kan toekomstgerichte verklaringen bevatten. Die verklaringen reflecteren de huidige inzichten van de bedrijfsleiding aangaande toekomstige gebeurtenissen, en zijn onderhevig aan bekende en onbekende risico’s, onzekerheden en andere factoren die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten aanzienlijk verschillen van toekomstige resultaten of prestaties die door die toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt of die daaruit zouden kunnen worden afgeleid. VGP verstrekt de in dit rapport opgenomen informatie per huidige datum en neemt geen enkele verplichting op om de toekomstgerichte verklaringen in het licht van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of anderszins te actualiseren. De informatie in dit verslag vormt geen aanbod tot verkoop of uitnodiging tot aankoop van effecten in VGP, noch een uitnodiging of aansporing tot het verrichten van andere beleggingsactiviteiten. VGP wijst elke aansprakelijkheid af voor verklaringen die door derden worden afgelegd of gepubliceerd, en neemt geen enkele verplichting op om onnauwkeurige gegevens, informatie, conclusies of opinies te corrigeren die door derden worden gepubliceerd met betrekking tot dit of enig ander rapport of persbericht dat door VGP wordt verspreid.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen 2025
Inhoud
| Sectie | Onderwerp | Pagina |
|---|---|---|
| 4.1 | ESG-Strategie | 243 |
| 4.1.1 | Samenvatting van de ESG-prestatie-indicatoren van de Groep | 245 |
| 4.2 | Duurzaamheidsverklaring | 246 |
| 4.2.1 | Algemene Toelichtingen (ESRS 2) | 269 |
| 4.2.2 | Milieu-informatie | 336 |
| 4.2.3 | Sociale Informatie | 355 |
| 4.2.4 | Governance-Informatie – Zakelijk Gedrag (ESRS G1) | 358 |
| 4.3 | Groene Financiering van de Groepsactiviteiten | 358 |
| 4.3.1 | Transitie naar een Duurzaam Financieringskader | 359 |
| 4.3.2 | Toewijzing van Opbrengsten uit Duurzame Obligaties (2025) | 360 |
| 4.3.3 | Externe beoordeling – S&P Second Party Opinion | 360 |
| 4.4 | Bijlagen | 363 |
| 4.4.1 | Verslag van Onafhankelijke Derde over de Geconsolideerde Niet-Financiële Prestatieverklaring | - |
| 4.4.2 | De energie/CO² jaaroverzicht tabel ontbreekt in de appendix | - |
| 4.4.3 | Resultaten van ESG-ratings en opname in ESG-indices | - |
| 4.4.4 | SBPR-Referentietabel | 372 |
| 4.4.5 | Energie- en koolstof waarden in VGP's activa sinds 2020 | 373 |
| 4.4.6 | Bijdrage van de ESG-strategie van de Groep aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN | 375 |
| 4.4.6 | Definities van de 14 ESG-KPI’s, die onderdeel uitmaken van het kortetermijn-incentiveplan en die onderworpen zijn aan een beperkte assurance-procedure door een onafhankelijke derde partij | - |
4.1 ESG-Strategie
Duurzaamheid staat centraal in onze aanpak en investeringsfilosofie en is volledig geïntegreerd in elke fase van de investeringscyclus--van de verwerving en ontwikkeling van gronden, de verhuur en de verantwoorde verkoop naar onze joint ventures tot het proactief beheer van de reeds bestaande portefeuille. We hanteren een perspectief op lange termijn en zorgen ervoor dat onze aansluiten bij de belangrijkste ambities op het vlak van milieu (“environmental”), het sociale aspect (“social”) en goed bestuur (“governance”) (“ESG”) voor alle belanghebbenden.
Samenwerking vormt de kern van onze strategie. Door vanaf de eerste ontwerp- en specificatiefasen met gemeenschappen en met onze klanten in gesprek te gaan, zorgen we ervoor dat onze gebouwen efficiënt en veerkrachtig zijn.
De ESG-strategie van VGP wordt afgestemd op de voortdurend evoluerende dubbele materialiteitsbeoordeling van de Groep. Deze strategie pakt de belangrijkste uitdagingen aan waarmee de licht industriële en logistieke vastgoedsector wordt geconfronteerd: de transitie naar een koolstofarme en hulpbronnenefficiënte economie, het bevorderen van duurzame mobiliteit en het beschermen en verbeteren van het natuurlijk kapitaal, terwijl de bedrijfsactiviteiten van de Groep volledig worden geïntegreerd in lokale gemeenschappen.
Onze ESG-Strategie is gebaseerd op vijf kernpijlers:
— Duurzaam vastgoed
— Gemeenschappen versterken
— Personeel versterken
— Biodiversiteit beschermen en verbeteren
— Eco-efficiëntie verbeteren
Maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid zijn verankerd in onze Groepsstrategie (zie ook deel Strategie) en volledig geïntegreerd op het niveau van de activa, de portefeuille en het bedrijf. De Groep heeft deze ESG-pijlers geïntegreerd in de gehele waardeketen, met als doel het aanpakken van het brede bereik van indirecte CO2-uitstoot als gevolg van ontwikkelingsactiviteiten, het energieverbruik van huurders en het transport en kantoorgebruik van werknemers.Als onderdeel van deze strategie zet de Groep zich in om de CO2-uitstoot in de hele waardeketen te verminderen. Naast Scope 1- en Scope 2-emissies richt de Groep zich ook op Scope 3-emissies, waaronder broeikasgassen die worden gegenereerd tijdens de bouw van ontwikkelingsprojecten en broeikasgassen die voortkomen uit het privé-energieverbruik van huurders. Gegevens spelen een cruciale rol bij het optimaliseren van onze aanpak. Door continu de prestaties bij te houden, kunnen we proactief de waarde van onze activa verhogen door innovatie en effectief beheer. De CO2-reductiedoelstellingen van de Groep voor 2020 tot 2030 zijn onderverdeeld in drie complementaire doelstellingen:
— Uitstoot door bouw met 20% verminderen tegen 2030.
— De uitstoot van andere interne activiteiten met 50% verminderen tegen 2030.
— Uitstoot door energieverbruik in gebouwen met 55% verminderen tegen 2030.
In 2022 heeft de Groep zijn doelstellingen voor de reductie van broeikasgasemissies ingediend bij het Science Based Targets-initiatief (SBTi), met uitzondering van de doelstelling voor de bouw. De doelstellingen voor de emissies van broeikasgassen door de activiteiten van de Groep (Scope 1 en Scope 2) komen overeen met de reducties die nodig zijn om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C. De Scope 3-doelstelling voldoet aan de SBTi-criteria voor ambitieuze doelen voor de waardeketen, wat aangeeft dat deze in lijn is met de huidige ‘best practices’.
De ESG-analyses van de Groep door niet-financiële ratingbureaus werden in 2025 bijgewerkt:
— Gerangschikt in de Top 100 van ‘s werelds beste bedrijven voor duurzame groei in 2026 door TIME Magazine in samenwerking met Statista (“Top 100 World’s Best Companies for Sustainable Growth”).
— GRESB: met een score van 96/100 kreeg VGP een “4 sterren” Developer rating;
— MSCI A-rating;
— Door CDP gerangschikt als leider op het gebied van leveranciersbetrokkenheid;
— Sustainalytics 9,0-score (7e van 159 concurrenten);
— VGP bleef opgenomen in de BEL ESG Index, de 20 meest duurzame vennootschappen die genoteerd zijn op Euronext Brussel.
Zie deel 4.4.3 Resultaten van ESG-ratings en opname in ESG-indices.
1 Inclusief projecten in aanbouw/met vergunning.
61% van de projecten is geïnstalleerd
4.1.1 Samenvatting van de ESG-prestatie-indicatoren van de Groep
Klimaatverandering aanpakken
| Verwijzing naar deel | 2023 | 2024 | 2025 | Voortgang |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.2.2.9 | 50% reductie van de emissie-intensiteit van scope 1 & 2 tegen 2030 | 33% | 41% | 57% |
| 90% reductie van de emissie-intensiteit van scope 1 & 2 tegen 2050 | 33% | 41% | 57% | |
| Scope 1 & 2 emissiereductiestrategie goedkeuring door SBTi | ||||
| 25% reductie van absolute scope 3-emissies tegen 2030 | (3)% | (16)% | (3)% | |
| 55% reductie van de intensiteit van ‘downstream leased assets’ tegen 2030 | 28% | 68% | 66% | |
| 20% reductie van ‘embodied carbon’ intensiteit in 2030 | 12% | 15% | 21% | |
| 50% reductie van de resterende scope 3-intensiteit tegen 2030 | 33% | 22% | 26% | |
| Ontwikkeling van 300 MW aan hernieuwbare energiebronnen op locatie 1 | 57% | 68% | 108% | |
| 4.2.2.2.10 | Neutralisatie van resterende emissies in scope 1 & 2 op jaarbasis | 100% | 100% | Eerste koolstofverwijderingsproject geïdentificeerd |
| 4.2.2.2.12 | Klimaatrisico: 100% van activa in risicogebied implementeert risicobeperkende maatregelen | 100% | 100% | 100% |
Biodiversiteit beschermen en verbeteren
| Verwijzing naar deel | 2023 | 2024 | 2025 | Voortgang |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.2.5 | 100% van de projecten met een aanzienlijk belang voor de biodiversiteit implementeert een actieplan voor biodiversiteit | 96% | 96% | 100% |
| 100% van onze portefeuille voert tegen 2030 renatureringsinitiatieven uit | 23% | 37% | ||
| Een biodiversiteitsactieplan implementeren voor alle ontwikkelingsprojecten | 100% | 100% | 100% | |
| Ontwikkeling van biotopen in of rond VGP-parken op geselecteerde locaties waar dit aansluit bij ecologische en duurzaamheidsdoelstellingen | 63% | 84% | ||
| 4.2.2.5 | Extra bomen geplant in bestaande parken | 4,040 | 388 | 1,200 |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / ESG-Strategie VGP NV Jaarverslag 2025 / 243
Eco-efficiëntie verbeteren
| Verwijzing naar deel | 2023 | 2024 | 2025 | Voortgang |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.2.2.6 | 100% van de nieuwe huurovereenkomsten moeten groene huurovereenkomsten zijn | 91% | 99% | 97% |
| Tegen 2030 zal 50% van onze portefeuille worden voorzien van verwarmingssystemen die worden aangedreven door alternatieven voor gas. | 26% | 28% | ||
| Zonne-energieopwekking moet >100% van het elektriciteitsverbruik van huurders bedragen | 23% | 39% | 58% | |
| Zonne-energieopwekking inclusief pijplijncapaciteit | 99% | 86% | 40% | |
| Vermindering van de energie-intensiteit in nieuwe ontwikkelingenprojecten sinds 2024 | n.v.t. | 54% | 30% | |
| Vermindering van de energie-intensiteit VGP-parken tegen 2030 | 21% | 22% | ||
| 100% van de gebouwen moet worden uitgerust met ledverlichting | 97% | 98% | ||
| 100% van de VGP-kantoren wordt voorzien van hernieuwbare elektriciteit | 100% | 100% | 100% | |
| 750 EV-oplaadpunten voor VGP-parken tegen 2030 | 545 | 633 | 807 | |
| 100% van de parken moet beschikken over EV-oplaadfaciliteiten | 58% | 66% | ||
| 100% van de parken moet verbonden zijn met het openbaar vervoer | 97% | 98% | 98% | |
| 100% van de VGP-parken in gebieden met watertekorten moet oplossingen voor waterbesparing en hergebruik implementeren | 100% | 93% | ||
| De intensiteit van het waterverbruik in VGP-parken verminderen met 20% tegen 2030 | 15% | 16% | 18% |
Duurzaam vastgoed
| Verwijzing naar deel | 2023 | 2024 | 2025 | Voortgang |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.2.1.1 | 100% van de ontwikkelingsprojecten moet minimaal BREEAM Excellent of gelijkwaardig gecertificeerd zijn | 97% | 100% | |
| 70% van de in aanmerking komende proportionele inkomsten moet tegen 2030 in overeenstemming zijn met EU taxonomie | 4% | 19% | 38% | |
| 100% van de gebouwen moet een CRREM ‘1.5-degree’ conform traject identificeren | 100% | 100% | 100% | |
| Traject naar portefeuille CRREM ‘1.5-degree misalignment year’ 2050 1 | 2033 | 2037 | 2037 |
1 Inclusief effect van annualisering van hernieuwbare energieproductie van gecontracteerde fotovoltaïsche projecten.
2 Gebaseerd op 76% van de ontwikkelingsprojecten in aanbouw waarvoor gegevens beschikbaar zijn.
Duurzaam vastgoed (vervolg)
| Verwijzing naar deel | 2023 | 2024 | 2025 | Voortgang |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.2.6 | Interne koolstofreferentieprijzen invoeren | |||
| Minder dan 10% eigen afval naar stortplaatsen tegen 2035 | 12% | 12% | 12% | |
| 70% recyclingpercentage voor bouwafval 2 | 80,2% | 92,3% | 94,0% | |
| Huurders betrekken bij het verminderen van afval met 10% tegen 2030 (nieuwe doelstelling) | n.v.t. | |||
| Alle leveranciers moeten contractueel overeenkomen om de VGP-‘Gedragscode voor Leveranciers’ na te leven | ||||
| ESG-risicokartering van tier 1- en tier 2-toeleveringsketen voltooien |
Personeel versterken
| Verwijzing naar deel | 2023 | 2024 | 2025 | Voortgang |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.3.1.15 | Jaarlijks minstens 500 deelnemers ondersteunen via opleidingen aan de VGP Academy | 159 | 554 | 719 |
| Minimaal 70% van de werknemers neemt deel aan een cursus over duurzaamheid | 45% | 56% | 74% | |
| 40% van de bestuursfuncties wordt bekleed door vrouwen | 60% | 60% | 40% |
Gemeenschappen versterken
| Verwijzing naar deel | 2023 | 2024 | 2025 | Voortgang |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.3.3 | Alle VGP-parken werken samen met leveranciers die in hun respectieve regio gevestigd zijn | |||
| 80% van de werknemers neemt jaarlijks één dag deel aan een zinvol liefdadigheidsprogramma voor de gemeenschap | 39% | 42% | ||
| Vrijwilligersuren geleverd in 2024 | 1,296 | 1,448 | ||
| Ondersteuning van liefdadigheidsprojecten via de VGP Foundation | € 1,75 miljoen | € 2,2 miljoen | ||
| Kleinere bedrijfsonderdelen aanbieden om de lokale productie en KMO's in VGP-parken te versterken waar dit een positieve impact kan hebben en aansluit bij de lokale behoeften |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / ESG-Strategie VGP NV Jaarverslag 2025 / 244
4.2 Duurzaamheidsverklaring
Inleiding
VGP blijft de ontwikkelingen in het Europese regelgevingskader voor duurzaamheidsrapportering door ondernemingen volgen. Op grond van de Richtlijn met betrekking tot Duurzaamheidsrapportering door Ondernemingen (Richtlijn (EU) 2022/2464, de “Corporate Sustainability Reporting Directive” of “CSRD”) was de Groep op basis van zijn omvang en structuur volgens de momenteel geldende regels niet verplicht om voor de boekjaren 2024 of 2025 verslag uit te brengen in het kader van de CSRD.
Op 26 februari 2025 heeft de Europese Commissie een wetgevingspakket aangenomen dat tot doel heeft de EU-vereisten voor duurzaamheidsrapportering te vereenvoudigen, met inbegrip van voorstellen om het toepassingsgebied en de toepassing van de CSRD te wijzigen. Afhankelijk van de voltooiing van het EU-wetgevingsproces en de omzetting in nationale wetgeving, zullen deze voorstellen naar verwachting het aantal ondernemingen dat onder de verplichte rapportering valt, verder verminderen. Op basis van de gepubliceerde voorstellen zal VGP naar verwachting niet onder het herziene toepassingsgebied van de CSRD vallen.
Ondanks het ontbreken van een verplichte rapporteringsverplichting heeft VGP dezelfde duurzaamheidsrapporteringsstandaard gehandhaafd als in het jaarverslag 2024. De duurzaamheidsverklaring van de Groep voor 2025 volgt nog steeds de structuur, principes en openbaarmakingslogica van de CSRD en de Europese Normen voor Duurzaamheidsrapportering (“European Sustainability Reporting Standards”) (ESRS), voor zover relevant en passend.
Naast deze Duurzaamheidsverklaring van de Groep wordt het businessmodel van VGP voorgesteld in het hoofdstuk “Profiel”. Meer informatie over duurzaamheidsbeleid en niet-financiële toelichtingen is te vinden op de investeerderswebsite van de Groep. Informatie over corporate governance is opgenomen in de Corporate Governance-verklaring in het hoofdstuk “Verslag van de Raad van Bestuur”.VGP Park Giessen Am Alten Flughafen, Duitsland
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / ESG-Strategie
VGP NV Jaarverslag 2025 / 245
4.2.1 Algemene Toelichtingen (ESRS 2)
4.2.1.1 Grondslag voor het opstellen van informatie
4.2.1.1.1 Algemene grondslag voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring (ESRS 2 BP-1)
VGP heeft ernaar gestreefd om zijn Duurzaamheidsverklaring af te stemmen op de European Sustainability Reporting Standards (“ESRS”). Deze normen bieden een uitgebreid kader voor het bekendmaken van niet-financiële informatie en het aanpakken van ESG-kwesties. De Duurzaamheidsverklaring van de Groep is gebaseerd op een dubbele materialiteitsbenadering, die rekening houdt met zowel de impact van VGP op het milieu en de maatschappij als de invloed van milieu- en sociale kwesties op de prestaties van de Vennootschap. Deze benadering zorgt ervoor dat de Duurzaamheidsverklaring relevant is voor alle belanghebbenden, inclusief werknemers, investeerders, huurders en de gemeenschappen waarin de Groep actief is. De verklaring bevat ook een bespreking van de risico’s en kansen met betrekking tot duurzaamheid waarmee de Groep wordt geconfronteerd.
Bij het opstellen van deze Duurzaamheidsverklaring en bij de jaarlijkse verificatie ervan heeft VGP gegevens verzameld en geconsolideerd van al zijn activiteiten en zijn toeleveringsketens. Deze Duurzaamheidsverklaring werd niet volledig extern geverifieerd en de Groep is momenteel ook niet wettelijk verplicht om dat te doen. Er werd een assurance met een beperkte maat van zekerheid voltooid over het energie- en waterverbruik, de CO2-uitstoot (scope 1, scope 2 en scope 3 (categorie 13: downstream verhuurde activa)), evenals over de 14 belangrijkste operationele ESG-KPI’s van de Groep, zoals gedetailleerd in de paragraaf over externe verificatie hieronder. In het hele verslag worden, wanneer verwezen wordt naar de extern geverifieerde waarden, de betreffende getallen of zinnen onderstreept.
De Duurzaamheidsverklaring van VGP bevat wettelijk verplichte informatie, prestaties ten opzichte van de doelstellingen van de ESG-Strategie van VGP en actieplannen om aan deze doelstellingen te voldoen.
Reikwijdte van de duurzaamheidsverklaring
De Duurzaamheidsverklaring werd opgesteld op een geconsolideerde basis en integreert de activiteiten van de joint ventures (joint ventures aan 100% tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, bijvoorbeeld voor de afstemming op de EU-Taxonomie, waar zowel geconsolideerde gegevens van VGP als gegevens van joint ventures op 100%-basis worden verstrekt), voor de landen waar de Groep actief is: België, Denemarken, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Hongarije, Italië, Letland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Servië, Slowakije, Spanje, de Tsjechische Republiek en Roemenië. Gedetailleerde reikwijdte regels per indicatorfamilie worden in de volgende paragrafen voorgesteld. Uitsluitingen van de reikwijdte van de rapportering worden gespecificeerd in de beschrijving van elke indicator of in voetnoten waar van toepassing.
De rapporteringsmethode van vgp
Om zijn Duurzaamheidsverklaring op te stellen, heeft VGP gebruikgemaakt van zijn op NetSuite gebaseerde geïntegreerde tool voor operationele, duurzaamheids- en financiële rapportering, HR-informatiesystemen en aanvullende rapporteringssystemen met betrekking tot energie en duurzaamheidsgegevens. Deze complementaire tools worden gebruikt om de resultaten te volgen en de belanghebbenden van de Groep te informeren over de prestaties. De Groep verbetert voortdurend zijn rapporteringstools en -processen om de kwaliteit en nauwkeurigheid van zijn geconsolideerde gegevens te verfijnen. Hierdoor kan de Groep zijn gegevensverzamelingsprocessen efficiënter beheren, prestaties op alle niveaus (site, regio, Groep) op regelmatige basis volgen en analyseren, resultaten vergelijken met doelstellingen en passende corrigerende maatregelen implementeren. Het kader voor duurzaamheidsrapportering van de Groep wordt elk jaar herzien en bijgewerkt om de nauwkeurigheid ervan te verfijnen.
Definities en rapporteringswaarden
Indicatoren worden uitgedrukt in absolute waarde of in de vorm van ratio’s om efficiëntie en vergelijkbare trends weer te geven. Intensiteitsratio’s worden berekend met verschillende soorten noemers, afhankelijk van het type informatie:
Noemers met betrekking tot vloeroppervlakte (m²):
— Eigen kantoorruimtes die van energie worden voorzien: Deze noemer wordt gebruikt om de energie-efficiëntie (zie deel 4.2.2.2.8 Energieverbruik en -mix) en de energie gerelateerde CO2-intensiteit van activiteiten (zie deel 4.2.2.2.9 Bruto Scope 1, 2 en 3 en totale broeikasgasemissies) voor eigen kantoren te berekenen;
— Totale oppervlakte die door huurders wordt geëxploiteerd: totale vloeroppervlakte van bestaande activa, bruto verhuurde oppervlakte per activa zoals gerapporteerd om de energie- en waterefficiëntie van het energie- en waterverbruik van het gebouw uit te drukken, inclusief het energie- en waterverbruik van gemeenschappelijke ruimtes (bijv. buitenverlichting, bluswater). Deze noemer wordt gebruikt om de energie gerelateerde Scopes 3 koolstofintensiteit van de activiteiten te berekenen op basis van de uitstoot van huurders (zie deel 4.2.2.2.9 Bruto Scopes 1, 2 en 3 en totale broeikasgasemissies);
Noemers met betrekking tot intensiteit van het gebruik:
— VTE: Het aantal werknemers om de energie-efficiëntie van de eigen activiteiten uit te drukken in vergelijking met het aantal werknemers in dienst;
— €-inkomsten
Opgelet: in de weergegeven tabellen of grafieken kunnen de totale door afronding afwijken.
Reikwijdte van de Rapportering voor Milieu- en Maatschappelijke indicatoren van Bestaande Activa
De milieu- en maatschappelijke indicatoren met betrekking tot bedrijfsactiviteiten hebben betrekking op de activa in de bestaande portefeuille van de Groep, die eigendom zijn van en beheerd worden door de Groep (inclusief 100% van de activa van joint ventures). Standaard heeft deze informatie betrekking op alle bestaande activa van de Groep: magazijnen met verschillende beroepsmatige doeleinden ((i) niet-gekoelde magazijnen, (ii) gekoelde magazijnen en (iii) productie), laagbouwkantoren (afzonderlijke kantoorunits in VGP Parken) en (overdekte) parkwoningen. Wanneer een indicator een beperktere reikwijdte heeft, wordt dit in de beschrijving vermeld.
Deze reikwijdte van de duurzaamheidsrapportering vertegenwoordigt 94,4%¹ van de totale portefeuille van bestaande activa van de Groep in oppervlakte (m²) in 2025.
Uitzonderingen op de reikwijdte voor energie- en watergerelateerde indicatoren voor scope 1, 2 en 3
Energie- en watergerelateerde indicatoren omvatten de volgende soorten informatie: energie- en waterverbruik, energie- en waterintensiteit, broeikasgasemissies van Scope 1 en 2, en het aandeel hernieuwbare energie. Activa die tijdens de rapporteringsperiode ingrijpende werkzaamheden ondergaan (netto beïnvloedbare BVO > 1.000 m²), worden uitgesloten van de reikwijdte van de duurzaamheidsrapportering van energie- en watergerelateerde indicatoren, aangezien deze werkzaamheden de betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid van de gegevens in het gedrang kunnen brengen. Activa die in de tweede helft van 2025 aan ingrijpende werkzaamheden onderworpen zijn, worden na voltooiing van de werkzaamheden opnieuw opgenomen in de duurzaamheidsrapportering over energie- en watergerelateerde indicatoren voor 2026 en daarna.
De reikwijdte van de rapportering van energie- en watergerelateerde indicatoren vertegenwoordigt 90,8% van de totale portefeuille van bestaande activa van de Groep in oppervlakte (m²) in 2025.
¹ Bestaande gebouwen op de brownfieldlocaties van VGP Park Russelsheim, VGP Park Nürnberg en VGP Park Magdeburg 2 zijn niet opgenomen in de berekeningen van de huidige portefeuille.
Oplaadpunten voor accu's in VGP Park Belgrade, Servië
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring
VGP NV Jaarverslag 2025 / 246
Bestaande Activa die zijn Opgenomen in de algemene reikwijdte van de rapportering voor 2025 voor energie- en watergerelateerde KPI’s
| Beroepsmatig Gebruik van het Pand | Land | Aantal activa | Activa | Gerapporteerde vloeroppervlakte voor standaard energie en koolstof |
|---|---|---|---|---|
| Industrieel: Distributiemagazijn: Niet-gekoeld magazijn | ||||
| Oostenrijk | 3 | AUTGRA2-B, AUTGRA2-C, AUTLAX-B | 47.000 | |
| Tsjechische Republiek | 21 | CZEBRN-I., CZECEB-C, CZECEB-D, CZECEU-I, CZEHNN2-H6, … | 335.000 | |
| Frankrijk | 1 | FRAROU1-A | 39.000 | |
| Duitsland | 60 | GERBER-A, GERBER2-B, GERBER2-C, GERBER3-E, GERBER3-F, … | 1.627.000 | |
| Hongarije | 8 | HUNBUD-A, HUNBUD-B.1, HUNGYO-A, HUNGYO2-A, HUNGYO2-B, … | 173.000 | |
| Italië | 6 | ITACAL-A, ITAPAD-A, ITAPAD-B, ITAPAR2-A, ITASOR-A, … | 80.000 | |
| Letland | 3 | LVAKEK-B, LVARIG-B, LVATIR-A | 98.000 | |
| Nederland | 5 | NLDNIJ2-B1B2, NLDNIJ2-B3B4, NLDNIJ2-C, NLDROO-A, NLDROO-B | 192.000 | |
| Portugal | 3 | PRTLOU-A, PRTLOU-B, PRTSMF-A | 50.000 | |
| Roemenië | 13 | ROMARA-A, ROMBRA-A, ROMBRA-E, ROMBRA-I, ROMBUC-C, … | 289.000 | |
| Slowakije | 7 | SVKBRA-A, SVKBRA-D1, SVKBRA-F, SVKBRA-F ext., SVKBRA-G, … | 199.000 | |
| Spanje | 15 | ESPDOH-B, ESPFUE-A, ESPGRA-A, ESPLLI-C, ESPLLI-D, … | 297.000 | |
| Industrieel: Distributiemagazijn: Koelhuis | ||||
| Oostenrijk | 1 | AUTLAX-A | 26.000 | |
| Tsjechische Republiek | 4 | CZEBRN-II., CZEOLO2-G2, CZEOLO4-A, CZEOLO4-D, CZEOLO4-E | 47.000 | |
| Duitsland | 11 | GERBER2-D, GERBOB-A, GERBOR-A, GERGIN-A, GERGOE2-E, … | 212.000 | |
| Hongarije | 1 | HUNALS-A1, HUNGYO2-C | 43.000 | |
| Nederland | 1 | NLDNIJ-A | 67.000 | |
| Roemenië | 1 | ROMTIM-B1 | 18.000 | |
| Servië | 1 | SRBDOB-C, SRBDOB-D1, SRBDOB-D2 (D1–L2) | 82.000 | |
| Spanje | 3 | ESPLLI-A, ESPSFH-D2, ESPVAL-C | 66.000 | |
| Industrieel: Productie | ||||
| Oostenrijk | 1 | AUTGRA-A | 17.000 | |
| Tsjechische Republiek | 26 | CZEBRN-III., CZECEU-II, CZECHO-A, CZECHO-BC, CZECHO-D, … | 419.000 | |
| Duitsland | 19 | GERCHE-A, GEREIN-A, GERHAL-C, GERLAA-A, GERLAA-B, … | 674.000 | |
| Hongarije | 7 | HUNALS-A2, HUNBUD-C1.1, HUNGYO-B, HUNGYO-C, HUNHAT-A.1, … | 87.000 | |
| Italië | 2 | ITAVAL2-A, ITAVAL2-B | 35.000 | |
| Letland | 1 | LVAKEK-A | 36.000 | |
| Roemenië | 4 | ROMARA-B, ROMBRA-B1, ROMBRA-H, |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 247
Reikwijdte van de Rapportering voor Sociale Indicatoren
Sociale indicatoren met betrekking tot human resources hebben betrekking op alle werknemers van de Groep met een rechtstreeks arbeidscontract met de Groep, in alle regio’s waar de Groep actief is en in alle business units en dochtervennootschappen van de Groep, ongeacht of ze werkzaam zijn in hoofdkantoren, lokale landenkantoren of op de site: faciliteitenbeheer, technisch gebouwbeheer op bouwplaatsen.
Reikwijdte van de Rapportering voor Duurzaamheidsindicatoren van Ontwikkelingsprojecten
Als onderdeel van het stappenplan voor de ESG-Strategie van de Groep, zet de Groep zich in om zijn prestaties op vlak van duurzaamheid ook buiten de directe bedrijfsactiviteiten te meten. Dit omvat het meten van de duurzaamheidsprestaties vanaf de ontwerpfase van projecten in ontwikkeling. De duurzaamheidsrapportering van ontwikkelingsgerelateerde kernprestatie-indicatoren (“KPI’s”) heeft betrekking op alle projecten in de pijplijn van de Groep, inclusief projecten in aanbouw en ontwikkelingsgrond, ongeacht hun type (greenfield- en brownfieldprojecten).
In 2025 omvatte de reikwijdte van de rapportering van opgeleverde projecten 21 gebouwen die de basis vormen voor de Scope 3 opgenomen koolstof en levenscyclusanalyse.
Opgeleverde Activa – basis voor de Scope 3 opgenomen koolstof en levenscyclusanalyse
| Land | Aantal activa | Activa | Gerapporteerde vloeroppervlakte voor ‘embodied carbon’ |
|---|---|---|---|
| Oostenrijk | 1 | AUTLAX-B | 24.000 |
| Tsjechische Republiek | 1 | CZEUST2-BC | 30.000 |
| Denemarken | 1 | DNKVEJ-D | 10.000 |
| Duitsland | 3 | GERHAL2-B, GERKOB-A, GERLFH2-B | 69.000 |
| Hongarije | 3 | HUNBUD-B.2, HUNKEC2-F, HUNKEC2-G | 56.000 |
| Italië | 3 | ITAMLG-A, ITAPAR-A, ITAVAL2-A | 88.000 |
| Portugal | 1 | PRTMON-A | 33.000 |
| Roemenië | 2 | ROMARA-B, ROMBRA-H | 73.000 |
| Servië | 1 | SRBDOB-D2 (D1- L2) | 5.000 |
| Slowakije | 1 | SVKBRA-F ext. | 12.000 |
| Spanje | 4 | ESPCOR-B, ESPDOH-A, ESPMAR-A, ESPNOA-A | 93.000 |
| Totaal | 21 | 494.000 |
In 2025 omvatte de reikwijdte van de rapportering van ontwikkelingsgerelateerde KPI’s 43 projecten in aanbouw.
Activa In Aanbouw
Opgenomen in de totale reikwijdte van de rapportering van 2025 voor milieu- en maatschappelijke KPI’s met betrekking tot Ontwikkelingsprojecten
| Land | Aantal activa | Activa | Gerapporteerde vloeroppervlakte voor ‘embodied carbon’ |
|---|---|---|---|
| Oostenrijk | 1 | AUTEHR-B | 32.000 |
| Kroatië | 2 | HRVLUC-A.1, HRVSPL-A | 64.000 |
| Tsjechische Republiek | 3 | CZECEB-B, CZECEB-E, CZEPRO-C | 74.000 |
| Denemarken | 1 | DNKVEJ-C | 16.000 |
| Frankrijk | 4 | FRAMUL-A, FRAMUL-B, FRAROU2-B, FRAROU3- CD | 166.000 |
| Duitsland | 10 | GERBBE-A, GERBBE-B, GERBBE-C, GERBER4-L, GERHDW-A, ... | 262.000 |
| Groot-Brittannië | 2 | GBRNEW-A, GBRNEW-B | 37.000 |
| Hongarije | 3 | HUNBUD2-C, HUNGYO3-D1, HUNKEC2-H | 50.000 |
| Italië | 1 | ITAPAR3-A | 14.000 |
| Nederland | 2 | NLDNIJ3-D, NLDNIJ5-E | 40.000 |
| Portugal | 2 | PRTSIN-A, PRTSIN-B | 22.000 |
| Roemenië | 7 | ROMBRA-B2, ROMBRA-C, ROMBUC-A, ROMBUC-B, ROMBUC2-A, ... | 165.000 |
| Slowakije | 3 | SVKBRA-C1, SVKBRA-C2, SVKZVO-B1 | 59.000 |
| Spanje | 2 | ESPALI-A, ESPBUR-A | 51.000 |
| Totaal | 43 | 1.052.000 |
VGP Park Ústí nad Labem, Tsjechische Republiek
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 248
Grond die is verworven of wordt verworven
Opgenomen in de totale reikwijdte van rapportering voor 2025 voor milieu- en maatschappelijke KPI’s met betrekking tot Ontwikkelingsgrond
| Status grondverwerving | Land | VGP-parken |
|---|---|---|
| Verworven – incl. brownfields – dit omvat grond waarop gedeeltelijke ontwikkeling is gestart) | Oostenrijk | VGP Park Traiskirchen |
| Kroatië | VGP Park Split | |
| Tsjechische Republiek | VGP Park Joseph, VGP Park Malé Přítočno, VGP Park Ústí nad Labem | |
| Denemarken | VGP Park Copenhagen, VGP Park Køge | |
| Frankrijk | VGP Park La Verrière | |
| Duitsland | VGP Park Berlin Bernau, VGP Park Magdeburg 2, VGPParkRüsselsheim, VGP Park Wetzlar | |
| Hongarije | VGP Park Budapest Aerozone 2, VGP Park Győr Gamma, VGPPark Kecskemét 2 | |
| Italië | VGP Park Legnano, VGP Park Parma 3, VGP Park Valsamoggia 2 | |
| Letland | VGP Park Dreilini | |
| Nederland | VGP Park Nijmegen, VGP Park Nijmegen 5 | |
| Portugal | VGP Park Vila Nova de Gaia, VGP Park Loures 2 | |
| Roemenië | VGP Park Bucharest 2 | |
| Servië | VGP Park Belgrade – Dobanovci | |
| Spanje | VGP Park Fuenlabrada 2 | |
| Verenigd Koninkrijk | VGP Park East Midlands, VGP Park Sheffield | |
| Contractueel vastgelegd om te verwerven | Oostenrijk | VGP Park Graz 2, VGP Park Traiskirchen |
| Tsjechische Republiek | VGP Park Kladno 2 | |
| Denemarken | VGP Park Copenhagen Greve North, VGP Park Odense | |
| Frankrijk | VGP Park Bordeaux – Les Graves | |
| Duitsland | VGP Park Frankenthal 2, VGP Park Hagen, VGP Park Hagen 2, VGP Park Oyten | |
| Hongarije | VGP Park Kecskemét 3 | |
| Italië | VGP Park Guardamiglio, VGP Park Pontedera, VGP Park Reggio Emilia 2, VGP Park Verona | |
| Letland | VGP Park Kekava 2, VGP Park Riga Airport | |
| Nederland | VGP Park Nijmegen 3 | |
| Portugal | VGP Park Loures 2 | |
| Roemenië | VGP Park Oradea, VGP Park Timisoara Giarmata | |
| Spanje | VGP Park La Naval |
VGP Park Martorell, Spanje
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 249
Reikwijdte of de Rapportering van de CO2-Voetafdruk van de Groep
Als onderdeel van het stappenplan voor de ESG-Strategie van de Groep en in overeenstemming met de rapporteringsstandaarden voor broeikasgasemissie, rapporteert de Groep zijn broeikasgasemissies buiten de reikwijdte van zijn directe activiteiten. Naast Scopes 1 en 2 heeft VGP, om zijn totale CO2-voetafdruk inclusief Scope 3 te berekenen, gekozen voor de “operationele controle”-benadering voor zijn waardeketen: consolidatie van alle broeikasgasemissies die verband houden met de activiteiten waarover de Groep de bevoegdheid heeft om invloed uit te oefenen en zijn operationele beleid uit te voeren. Scope 3-emissies omvatten emissies van energieproductie die niet zijn opgenomen in Scopes 1 en 2, aangekochte producten en diensten, kapitaalgoederen, afval van kantooractiviteiten, woon-werkverkeer van werknemers en zakenreizen, evenals downstream verhuurde activa (zie deel 4.2.2.2.9 Bruto Scopes 1, 2 en 3 en totale broeikasgasemissies, voor meer gedetailleerde informatie).
De methode die wordt gebruikt voor het kwantificeren van de emissies van de Groep is in overeenstemming met de ISO 14064-1-norm, de richtlijnen van het GHG-Protocol en de Bilan Carbone®-methodologie van ADEME (“Agence de l’Environnement et de la Maîtrise de l’Énergie” ofwel het Frans Agentschap voor Milieu en Energiebeheer). De meting van de CO2-voetafdruk van de Groep omvat de emissies van de volgende 6 broeikasgassen die door het Kyoto-protocol worden aangeduid: koolstofdioxide (“CO2”), methaan (“CH4”), di-stikstofoxide (“N2O”), zwavelhexafluoride (“SF6”), fluorkoolwaterstoffen (“HFK’s”) en geperfluoreerde koolwaterstoffen (“PFK’s”), en daarom worden alle broeikasgasemissies uitgedrukt in koolstofequivalenten (“CO2e”) 1.
De levenscyclusanalyse van de gebouwen in de ontwikkelingsportefeuille is gebaseerd op de opgeleverde projecten in 2025 en wordt uitgevoerd in overeenstemming met de levenscyclusanalysemethode van DGNB. De basis die wordt gebruikt voor de berekening van de levenscyclusanalyse van gebouwen is DIN EN 15978.
De reikwijdte van de CO2-voetafdruk van de Groep wordt als volgt gedefinieerd:
Organisatorische reikwijdte:
— Eigen en beheerde bestaande activa: Magazijnen ((i) Niet-gekoelde magazijnen, (ii) Gekoelde magazijnen en (iii) productie), Laagbouwkantoren (aparte gebouwen voor kantoorgebruik binnen VGP Parken) en (overdekte) Parkwoningen. (selectieregels identiek aan bovengenoemde reikwijdte voor rapportering voor milieu- en maatschappelijke indicatoren in bestaande activa);
— Ontwikkelingsprojecten: alle greenfield/brownfield projecten die zijn opgeleverd in het rapporteringsjaar, ongeacht hun omvang (de hierboven beschreven reikwijdte van de rapportering voor duurzaamheidsindicatoren in ontwikkelingsprojecten);
— Werknemers van de Groep en eigen kantoren: alle werknemers met een rechtstreeks arbeidscontract met de Groep (selectieregels identiek aan de bovengenoemde reikwijdte van de rapportering voor sociale indicatoren); en
— Operationele reikwijdte: alle activiteiten waarover de Groep directe operationele controle heeft of waarop hij invloed kan uitoefenen. De gedetailleerde emissiebronnen die zijn opgenomen in de CO2-voetafdruk van de Groep worden voorgesteld in deel 2.2.2.9 Bruto Scopes 1, 2 en 3 en de totale broeikasgasemissies.
Rapporteringsperiode en referentiejaar
De meeste milieu-, sociale en maatschappelijke gegevens worden gerapporteerd per 31 december van het afgelopen rapporteringsjaar, voor één kalenderjaar. Het stappenplan voor duurzaamheid van de ESG-Strategie van de Groep stelt 2020 als referentiejaar voor het meten van de voortgang ten opzichte van energie- en koolstofgerelateerde doelstellingen. Dit referentiejaar is gedefinieerd als het laatst beschikbare jaar met volledige gegevens toen de reductiedoelstellingen werden vastgesteld in 2021 en is sindsdien gehandhaafd voor consistentie en transparantie in prestatiemeting en rapportering.
1 Alle broeikasgasemissies van scope I/II/III worden uitgedrukt in koolstofequivalent CO2 e, behalve emissies als gevolg van koelmiddellekkages, die worden uitgedrukt in CFK’s (HFK’s & PFK’s, fluorkoolwaterstoffen).# Voortdurende verbetering van definities en gegevenskwaliteit
VGP streeft voortdurend naar verbetering van de kwaliteit en vergelijkbaarheid van zijn duurzaamheidsgegevens, evenals naar afstemming op externe rapporteringsstandaarden en -kaders. Als gevolg hiervan zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd in de methoden voor gegevensberekening en eerder gerapporteerde gegevens.
Identificatie van Onzekerheden met betrekking tot de CO2-voetafdruk van de Groep
Scopes 1 en 2-emissies
Wat de Scopes 1 en 2-emissies betreft, garanderen de rapporteringsmethodologie die door de Groep werd ontwikkeld, de bronnen van de gegevens die voor de berekening werden gebruikt (facturen voor energieverbruik en gepubliceerde gegevens van leveranciers en landen voor emissiefactoren) en de lange geschiedenis van gepubliceerde gegevens van de Groep een hoog niveau van betrouwbaarheid van de voorgestelde resultaten. Er kunnen kleine foutmarges overblijven, die verband houden met:
— De schatting van het energieverbruik in sommige facturen van energieleveranciers, wat kan leiden tot onder- of overschattingen. Deze worden meestal in het volgende jaar opgelost;
Scope 3-emissies
Wat Scope 3-emissies betreft, kan de verwerkte informatie slechts gedeeltelijk worden beheerd. Hieronder wordt daarom een kwalitatieve analyse van de foutmarges voorgesteld voor de 3 belangrijkste gebieden: bouw, exploitatie en mobiliteit.
— Bouw
Foutmarges kunnen verband houden met:
– De kwaliteit van de gebruikte milieugegevens (Milieuproductverklaring (“Environmental Product Declaration”));
– de hoeveelheden materialen die voor elk nieuw ontwikkelingsproject worden gebruikt; en
– Het volgen van de trends in de bouwkosten in de loop van de tijd (economische ratio’s) op basis van een ‘like-for-like’-benadering.
Om de onzekerheid te verminderen, worden de hoeveelheden gebruikte materialen door bouwmanagers tijdens productbeoordelingen in twijfel getrokken (om de bouwkosten en koolstofimpact te optimaliseren).
— Exploitatie
Foutmarges voor energiebronnen die niet door de Groep worden beheerd (energie die rechtstreeks wordt aangekocht en beheerd door de huurders) kunnen verband houden met het energieverbruik of met de koolstofemissiefactoren:
– Het energieverbruik van huurders wordt berekend aan de hand van ratio’s uit de portefeuille van de Groep, op basis van het gebruik door de huurders; en
– De exacte energiemix die elke huurder gebruikt, is niet bekend bij de Groep.
Om dit probleem aan te pakken, worden de koolstofemissiefactoren berekend op basis van conservatieve aannames (restemissiefactoren)
— Mobiliteit
Foutmarges kunnen verband houden met de afgelegde afstand van de werknemers, met de beoordeling van modale aandelen, met het type energie dat wordt gebruikt voor hybride auto’s en, ten slotte, met de emissiefactoren die voor elk vervoersmiddel worden gebruikt.
Limited assurance audit
In 2025 heeft de Groep de reikwijdte van de assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid inzake ESG uitgebreid. Voor het eerst werd er, zoals voor de energie- en waterwaarden, een assurance met beperkte maat van zekerheid voltooid op een reeks van 14 belangrijke ESG-KPI’s die de prestaties weerspiegelen op de belangrijkste strategische ESG-pijlers van de Groep. Deze KPI’s maken deel uit van het kernkader voor duurzaamheidsprestaties van de Groep en zijn ook geïntegreerd in het bezoldigingskader voor het management (zie het deel Bezoldiging).
De onafhankelijke externe verificateur heeft een assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd op deze KPI’s. Wanneer wordt verwezen naar tools, certificeringen of beoordelingen van derden (bijv. DGNB, CRREM, SouthPole, S&P), vallen deze niet binnen de scope van de assurance-opdracht, tenzij dit uitdrukkelijk is vermeld het verslag van de onafhankelijke derde.
Net als in voorgaande jaren worden, in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving inzake de openbaarmaking van duurzaamheidsinformatie, gegevens en KPI’s van het energie- en waterverbruik¹ en broeikasgasemissies (scope 1, 2 en 3 categorie 13 downstream verhuurde activa) op betrouwbaarheid gecontroleerd door een onafhankelijke derde (zie het assuranceverslag in bijlage bij deel 4.4.1: Verslag van de onafhankelijke derde over de geconsolideerde niet-financiële prestatieverklaring).
De assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid van de 14 belangrijkste KPI’s, het energie- en waterverbruik en broeikasgasemissies omvatte een uitgebreide beoordeling van de gegevens die werden gerapporteerd over geselecteerde indicatoren door middel van steekproeven van activa die representatief zijn voor de portefeuille van de Groep. De indicatoren werden onderworpen aan een assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid. De lijst van de indicatoren die zijn onderworpen aan een assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid is opgenomen in het assuranceverslag (deel 4.4.1: Verslag van de onafhankelijke derde over de geconsolideerde niet-financiële prestatieverklaring).
Er werd ook een derde partij aangesteld om een Second Party Opinion (SPO) te verstrekken over de jaarlijkse rapportering inzake de door de Groep uitgegeven groene obligaties. Deze SPO bestaat uit het controleren van de naleving van de vastgelegde criteria voor de gefinancierde activa, zowel wat betreft de ontwikkelings- als de operationele fase, die zijn gedefinieerd in de groene obligaties “Gebruik van opbrengsten” (zie 4.3 Groene financiering van de activiteiten van de Groep, evenals de getailleerde rapportering en het betrouwbaarheidsverslag die in een afzonderlijke toelichting worden bekendgemaakt).
Waardeketen in de Duurzaamheidsverklaring
In zijn Duurzaamheidsverklaring bekijkt VGP zijn waardeketen vanuit een alomvattende benadering. De waardeketen voor VGP omvat het volledige scala aan activiteiten, middelen en relaties die integraal deel uitmaken van het businessmodel van de Groep en de externe omgeving waarin hij actief is. De waardeketen van VGP omvat:
— Bestaande activa: de waardeketen omvat exploitatie en huurdersbeheer. Exploitatie omvat het dagelijkse beheer van het vastgoed, ervoor zorgen dat de faciliteiten goed worden onderhouden en eventuele problemen aanpakken. Huurdersbeheer omvat het aantrekken en behouden van huurders, het onderhandelen over huurovereenkomsten en het waarborgen van de tevredenheid van huurders. Deze activiteiten zijn van cruciaal belang omdat ze een directe invloed hebben op de inkomsten die activa genereren; en
— Ontwikkelingsprojecten: dit omvat alle processen die de Groep gebruikt en waarop hij vertrouwt om activa te ontwikkelen, vanaf het eerste ontwerp van een project tot de ontwikkeling, het beheer en de uiteindelijke verkoop aan een van de joint ventures van de Groep. Dit omvat de verwerving van grond, ontwerp en planning, bouw, marketing, verhuur, vastgoedbeheer en, ten slotte, activabeheer (verkoop aan joint venture). Elk van deze fasen voegt waarde toe aan de vastgoedactiva en de totale waarde die wordt geleverd aan de belanghebbenden (investeerders in VGP, joint venture-partners, huurders en gemeenschap) is de som van deze afzonderlijke fasen.
Daarnaast houdt de waardeketen van VGP ook rekening met de gemeenschappen waarin de panden zich bevinden en met huurders en hun belanghebbenden die interactie hebben met de panden. Activiteiten om de gemeenschap te betrekken, zoals lokale partnerschappen en initiatieven voor gemeenschapsontwikkeling, dragen bij aan de sociale waarde van de activa. Ook de gebruikers van de gebouwen, die werknemers van onze huurders of bezoekers, leveranciers of klanten van de huurders kunnen zijn, vormen een belangrijk onderdeel van de waardeketen. Hun ervaring en tevredenheid kunnen van invloed zijn op het succes van de huurders en daarmee op de prestaties van deze activa.
In 2025, evenals in 2024, heeft de Groep een dubbele materialiteitsanalyse uitgevoerd, waarbij ook gekeken is naar de potentiële impact van de duurzaamheidskwesties van VGP op zijn waardeketen, om passende strategieën te ontwikkelen om deze aan te pakken (zie deel 4.2.3.2.3 Beleid met betrekking tot werknemers in de waardeketen).
VGP houdt rekening met al zijn belangrijkste belanghebbenden in het kader van de Duurzaamheidsverklaring. Deze inclusieve aanpak zorgt ervoor dat het belang en de zorgen van alle partijen die bij de activiteiten van de Vennootschap betrokken zijn, van werknemers en huurders tot investeerders, leveranciers en de gemeenschappen waarin de Groep actief is, naar behoren in aanmerking worden genomen en worden aangepakt. Het beleid van VGP is bedoeld voor al zijn belanghebbenden. Dit beleid, zoals de Code of Conduct, de Human Rights Policy, de Supplier’s Code of Conduct en het Health & Safety Statement (zie de laatste versies op de investeerderswebsite van VGP²), beschrijft de verplichtingen en verantwoordelijkheden van VGP ten opzichte van zijn belanghebbenden en biedt een kader voor de manier waarop de Vennootschap zijn activiteiten op een duurzame en verantwoorde manier wil uitvoeren. Door deze elementen in zijn Duurzaamheidsverklaring op te nemen toont VGP zijn toewijding aan duurzame bedrijfsvoering en regelmatige betrokkenheid van belanghebbenden.
4.2.1.1.2 Rapportering met betrekking tot specifieke omstandigheden (ESRS 2 BP-2)
In dit deel worden de wijzigingen in de reikwijdte van de rapportering en de ontwikkeling van de berekeningsperimeters weergegeven, indien van toepassing.
¹ Het energie- en waterverbruik en de broeikasgasberekeningen worden ook gecontroleerd door een onafhankelijke externe verificateur.
² https://vgpparks.eu/nl/investeerdersIn 2020 zijn de regels inzake reikwijdte voor de rapportering van duurzaamheidsgerelateerde informatie (weergegeven in deel 4.2.1.1.1 Algemene grondslag voor het opstellen van de Duurzaamheidsverklaring) herzien om te voldoen aan de indieningscriteria van de SBTi. Om de vergelijkbaarheid van gegevens mogelijk te maken, werden deze bijgewerkte regels inzake reikwijdte met terugwerkende kracht toegepast op portefeuillesamenstellingen van voorgaande jaren. Veranderingen in de reikwijdte van de rapportering kunnen ook het gevolg zijn van verwervingen of afstotingen van activa; ontwikkeling van nieuwe activa; of ingrijpende renovaties en uitbreidingen. Om gegevens van het ene jaar met die van het andere te vergelijken, wordt een ‘like-for-like’-reikwijdte gebruikt bij het berekenen van de evolutie van gegevens. De ‘like-for-like’-reikwijdte komt overeen met een beperkte reikwijdte van activa die zowel in de reikwijdte van de rapportering inzake duurzaamheid (zoals gedefinieerd in deel 4.2.1.1.1 Algemene grondslag voor het opstellen van de Duurzaamheidsverklaring) van het rapporteringsjaar, als van die van het voorgaande rapporteringsjaar aanwezig zijn. Deze wordt gebruikt om de evolutie van een indicator in de tijd te beoordelen, op basis van een vergelijkbare portefeuille.
De ‘like-for-like’-reikwijdte voor 2024-2025 voor energie en broeikasgassen vertegenwoordigt 46% van de totale oppervlakte (m²) van de bestaande portefeuille in 2025.
De methodologie voor de berekening van de ingebedde Scope 3-koolstof, die in de vorige verslagperiode is geactualiseerd om een levenscyclus van 50 jaar voor gebouwen te weerspiegelen in overeenstemming met de EU Level(s)-richtlijnen (voorheen 30 jaar), is in dit verslagjaar consistent toegepast. De gerapporteerde ingebedde koolstof omvat de categorieën A1–A5, B4 en C1, en sluit B1 (gebruiksfase) uit. Voor meer informatie wordt verwezen naar sectie 4.2.2.2.9 Bruto Scope 1, 2 en 3 en totale broeikasgasemissies (ESRS E1-6).
In overeenstemming met de gangbare praktijk in voorgaande rapporteringsjaren zijn de gebouwen die in de laatste zes maanden van het laatste rapporteringsjaar zijn opgeleverd, buiten beschouwing gelaten, gezien de typische aanzienlijke schommelingen in het verbruik tijdens de verlengde overdrachtsfase van het gebouw van de verhuurder aan de huurder, aangezien tijdens deze fase vaak nog apparatuur in het gebouw wordt geïnstalleerd terwijl het pand overgaat naar volledig gebruik (zie ook deel 4.2.1.1.1 Algemene grondslag voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring (ESRS 2 BP-1)).
4.2.1.2 Governance
4.2.1.2.1 De Rol van de Bestuurs-, Leidinggevende en Toezichthoudende Organen (ESRS 2 GOV-1)
Samenstelling van de Bestuurs-, Leidinggevende en Toezichthoudende Organen en hun Toegang tot Deskundigheid en Vaardigheden wat betreft duurzaamheidsthema’s
De governance-structuur van VGP NV (“VGP”) wordt gedetailleerd beschreven in het deel Bestuurs- en toezichthoudende organen.
Uitvoerend Management op 31 december 2025
Op 31 december 2025 bestaat het Uitvoerend Management (“Executive Management”, afgekort “EM”) uit 8 leden en wordt het voorgezeten door de heer Jan Van Geet; voor meer informatie verwijzen we naar het hoofdstuk Raad van Bestuur en Management. Het percentage vrouwen binnen het EM bedraagt 0%. Naast het toezicht op Human Resources, Duurzaamheid en Informatietechnologie, houdt de heer Jan Van Geet, Chief Executive Officer, toezicht op de implementatie van het stappenplan voor de ESG-Strategie van de Groep (duurzaam vastgoed, eco-efficiëntie verbeteren, biodiversiteit beschermen en verbeteren, gemeenschappen versterken en ons personeel versterken). Voor meer informatie, zie het deel Uitvoerend Management in het hoofdstuk Raad van Bestuur en Management.
Raad van Bestuur op 31 december 2025
De samenstelling van de Raad van Bestuur (“BoD”) wordt gedetailleerd beschreven in het deel Samenstelling van de Raad van Bestuur. De competenties en vaardigheden van de leden van de BoD zijn beschikbaar in het deel Diversiteitsbeleid van de leden van de Raad van Bestuur, waar een gedetailleerde ervaringsmatrix wordt gegeven. De nadruk ligt op de 8 kerncompetenties die werden geïdentificeerd om de taken van de BoD zo goed mogelijk uit te voeren, in het licht van de aard en de reikwijdte van de kernactiviteiten en de strategie van de Groep, waarbij de “ESG/Duurzaamheid”-vaardigheid deel uitmaakt van deze 8 essentiële vaardigheden. 40% (2/5) van de leden van de BoD werd gekwalificeerd als ESG/Duurzaamheidsdeskundige, waarbij die specifieke vaardigheden (competenties op het gebied van sociale zaken, milieu, klimaat en governance, en duurzaamheid) verder worden uitgewerkt in de biografieën van de leden van de BoD (zie het deel Diversiteitsbeleid van de Raad van Bestuur). Voor toekomstige aanwervingen werd binnen de BoD besproken en besloten om prioriteit te geven aan het aanwerven van leden van de BoD met een gedegen expertise op het gebied van ESG/Duurzaamheid, om ervoor te zorgen dat zij de door het EM voorgestelde ESG-duurzaamheidsstrategieën efficiënt kunnen aanpakken.
De BoD als geheel vertegenwoordigt een breed scala aan ESG/Duurzaamheidsexpertise, omdat de leden in hun andere/vorige functies of momenteel verantwoordelijk zijn voor onder meer: de duurzame energietransitie en de implementatie van ESG-strategieën met milieuwaarden (met name op het gebied van de vermindering van de CO2-voetafdruk, levenscyclusbeoordelingen van duurzame producten, de ‘net zero’ koolstof-strategie of de energietransitie), duurzame ontwikkelingen, grondstofcycli, extra financiële indicatoren, duurzaamheidsnormen, Menselijk Kapitaal, milieucertificering van ontwikkelingsprojecten en/of relaties met institutionele beleggers. Sommige leden bekleden ook leidinggevende functies met ESG- en duurzaamheidsverantwoordelijkheden. In hun verschillende functies houden zij ook toezicht op de naleving en de bedrijfsethiek, de strategie en praktijken op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, het waarborgen van non-discriminatie en het toezicht op diversiteits- en talentmanagement, met name changemanagement en de daarmee samenhangende rapportering.
Taken en verantwoordelijkheden van de bestuursorganen, het uitvoerend management en bestuursorganen wat betreft duurzaamheidsthema’s
Het duurzaamheidsbeleid en de ESG-Strategie van de Groep zijn opgebouwd rond 2 prioriteiten:
— Het monitoren van duurzaamheidsprestaties door ervoor te zorgen dat de doelstellingen van de ESG-Strategie van de Groep volledig worden geïntegreerd in de bedrijfs- en besluitvormingsprocessen van de Groep; en
— Het betrekken van alle belanghebbenden en werknemers van de Groep om gezamenlijk de doelstellingen van het Stappenplan voor de ESG-Strategie van de Groep te bereiken.
Als belangrijk onderwerp van het stappenplan voor de ESG-strategie van de Groep, werd klimaatverandering volledig geïntegreerd in het hierna beschreven duurzaamheidsbeleid. Het duurzaamheidsbeleid is gestructureerd rond de volgende organen:
— De Raad van Bestuur (BoD), met inbegrip van zijn 2 comités (het Auditcomité en het Remuneratiecomité), houdt toezicht op het duurzaamheidsprogramma als onderdeel van zijn reguliere bedrijfsbeoordelingen en bespreekt het stappenplan voor duurzaamheid tijdens zijn strategische vergaderingen. Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 252
— Het Auditcomité krijgt uitgebreide informatie over duurzaamheidskwesties. Het houdt toezicht op het rapporteringsproces inzake duurzaamheid, de doeltreffendheid van interne controle- en risicobeheersystemen met betrekking tot duurzaamheid, de assurance met een beperkte maat van zekerheid uitgevoerd door een onafhankelijke externe verificateur en, indien van toepassing, interne audits met betrekking tot duurzaamheidsrapportering.
— Het Remuneratiecomité houdt toezicht op sociale en governance-kwesties. Dit omvat gegevens over het Diversiteitsbeleid van VGP, evenals sociale en governance praktijken, naleving, ethiek en human resources. Het comité evalueert en beoordeelt regelmatig de effectiviteit van de genomen maatregelen en brengt waar nodig aanpassingen aan om de prestaties van de Groep te verbeteren. Deze aanpak zorgt ervoor dat sociale en governance-kwesties worden geïntegreerd in de kernbedrijfsstrategie van VGP, waardoor waardecreatie op lange termijn voor alle belanghebbenden wordt bevorderd.
— Het Uitvoerend Management fungeert als de Stuurgroep van de Groep inzake Duurzaamheid door de strategie en de belangrijkste beleidslijnen van de Groep te bepalen en door toezicht te houden op de implementatie van het duurzaamheidsprogramma. Ze zijn verantwoordelijk voor de vooruitgang van ESG-strategie van VGP en het stappenplan inzake duurzaamheid en ze zijn actief betrokken bij het besluitvormingsproces over duurzaamheidsinitiatieven, om ervoor te zorgen dat de bedrijfsactiviteiten van de Groep overeenstemmen met zijn streven naar duurzame ontwikkeling. Zij brengen verslag uit over de voortgang en resultaten aan de BoD. De BoD en het EM worden voorgezeten door de Chief Executive Officer (“CEO”).
— Chief Operating Officers (“COO’s”) zijn lid van het EM. In sommige gevallen worden er ad hoc vergaderingen belegd. Deze vergaderingen dienen om hen te informeren over specifieke onderwerpen die lokale input, implementatie en goedkeuring vereisen. Deze aanpak zorgt ervoor dat alle geografische regio’s van VGP worden betrokken bij het besluitvormingsproces op het gebied van duurzaamheid.
— Bij de coördinatievergaderingen over de ESG-Strategie zijn de Chief Technology Officers, de Group Director of Sustainable Buildings, het Head Innovation en de pijlerleiders van het stappenplan voor de ESG-Strategie aanwezig.De vergaderingen zijn bedoeld om het actieplan van het stappenplan voor de ESG-Strategie op te volgen en de coördinatie tussen alle functies en regio’s te waarborgen. — Een speciaal Duurzaamheidsteam is verantwoordelijk voor het toezicht op en de ondersteuning van de implementatie van het stappenplan voor duurzaamheid van de Groep in de hele organisatie. Dit team ontwikkelt tools en methodologieën en ondersteunt en traint andere corporate teams en de landenteams. Het team deelt ‘best practices’ en meet de duurzaamheidsprestaties om regelmatig verslag uit te brengen over de behaalde resultaten en vooruitgang.
4.2.1.2.2 Informatie Verschaft aan en Omgang met Duurzaamheidsthema’s door Administratieve-, Leidinggevende en Bestuursorganen (ESRS 2 GOV-2)
Prestatiegerelateerde bezoldiging blijft een hoeksteen van het bezoldigingsbeleid van de Groep en zorgt voor afstemming tussen het uitvoerend management, het bredere management en het creëren van aandeelhouderswaarde op lange termijn. Duurzaamheidsprestaties zijn sinds 2020 opgenomen in het korte termijn incentive plan (STIP). In 2024 werd de ESG-component van het STIP opnieuw afgestemd in overeenstemming met het remuneratiecomité en het remuneratiebeleid voor 2024 om rekening te houden met de veranderende regelgeving, de marktpraktijken en het toenemende strategische belang van duurzaamheid voor het businessmodel van de Groep. Vanaf het boekjaar 2025 vertegenwoordigen ESG-gerelateerde prestatie-indicatoren 15% van de totale STIP-weging voor het uitvoerend management en het bredere management.
De prestaties worden beoordeeld aan de hand van een gestructureerde duurzaamheidsscorekaart met 14-punts scorekaart, die belangrijke gebieden omvat, waaronder:
— Afstemming van de portefeuille op de EU-Taxonomie
— Voltooiing van de klimaatrisicobeoordeling (CRA)
— Duurzame bouwcertificering
— Inzet van hernieuwbare energie en maatregelen voor decarbonisatie
— Uitrol van slimme meters en data-integratie
— Invoering van groene huurovereenkomsten
— Maatregelen op het gebied van biodiversiteit en milieu-impact
De geselecteerde KPI’s zijn gebaseerd op de dubbele materialiteitsbeoordeling van de Groep en weerspiegelen de belangrijkste duurzaamheidseffecten, risico’s en kansen die relevant zijn voor het businessmodel van de Groep. Ze zijn ontworpen om de afstemming op de toepasselijke regelgevingskaders te ondersteunen, waaronder de EU-Taxonomie en de CSRD/ESRS-vereisten. De doelstellingen worden op Groepsniveau vastgesteld, waarbij de doelstellingen op landenniveau waar relevant tijdens de jaarlijkse begrotingscyclus worden bepaald. De prestaties ten opzichte van de 14-punts scorekaart worden jaarlijks gecontroleerd en gerapporteerd aan de Raad van Bestuur. De methodologie van de scorekaart en de prestatieresultaten zijn onderworpen aan een assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid, uitgevoerd door onze onafhankelijke externe verificateur, KPMG.
| Duurzame gebouwen en praktijken | Gemeenschappen | Menselijk Kapitaal |
|---|---|---|
| Land verwerving | Facility management | Nieuwe contracten |
| Asset management | Nieuwe ontwikkelingen | Personeelszaken |
| Raad van bestuur | Jaarlijks | Management Team |
| Meerdere keren per jaar | ESG correspondenten in het land | Doorlopend |
| Groep ESG-team | Transversaal management |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 253
De meeste medewerkers integreren ook duurzaamheidsgerelateerde doelstellingen in hun individuele prestatiedoelstellingen, die worden meegenomen in de jaarlijkse prestatiebeoordelingen en bij het vaststellen van incentives. Dit zorgt ervoor dat duurzaamheidsoverwegingen worden geïntegreerd in alle operationele, commerciële en ontwikkelingsfuncties.
Door de integratie van duurzaamheidsmaatstaven in de bezoldigingsstructuren versterkt de Groep de verantwoordingsplicht voor naleving van regelgeving, veerkracht van activa, voortgang op het gebied van decarbonisatie en behoud van waarde op lange termijn.
Activiteiten van het Auditcomité met betrekking tot Duurzaamheid in 2025
Duurzaamheid komt regelmatig aan bod tijdens vergaderingen van het Auditcomité. De afgelopen twaalf maanden heeft het Auditcomité zijn proces herzien om de kwaliteit en relevantie van de openbaar gemaakte gegevens te waarborgen. Het Auditcomité heeft (i) de niet-financiële informatie, (ii) de inventarisatie, beoordeling en evaluatie van niet-financiële risico’s, (iii) de rapporteringsmethodologie en (iv) de externe onafhankelijke assurance-opdracht van de niet-financiële informatie (met inbegrip van de toegepaste procedures voor interne controle en risicobeheersing, de volledigheid en getrouwheid van de informatie en de uitgifte van een verslag van een onafhankelijke derde over de geconsolideerde niet-financiële verklaring, d.w.z. “beperkte betrouwbaarheid over emissies van broeikasgassen”) in vraag gesteld. Aan het Auditcomité werden ook de resultaten voorgelegd van de jaarlijkse evaluatie van de dubbele materialiteitsbeoordeling door VGP ontvangen, evenals een update over nieuwe regelgeving.
Activiteiten van het Remuneratiecomité met betrekking tot Duurzaamheid in 2025
In 2025 heeft het Remuneratiecomité specifiek gesproken over en gewerkt aan het Remuneratiebeleid 2025 met de nadruk op nieuw te definiëren KPI’s inzake Duurzaamheid en doelstellingen. Het Remuneratiecomité besprak de duurzaamheidsmaatstaven die worden gebruikt in de incentive doelstellingen op korte termijn (“short-term incentive targets”, afgekort “STI’s”) en het stappenplan inzake duurzaamheid. Het Remuneratiecomité besprak het gewicht van KPI’s inzake duurzaamheid, in lijn met de duurzaamheidsstrategie van VGP, en de evolutie van de KPI’s. Het diversiteitsbeleid van de Groep en de opvolgingsplanning werden besproken door het Remuneratiecomité.
1 Inclusief biodiversiteitsactieplannen in staat van uitvoering komt dit op 100% van parken met opgeleverde activa neer.
4.2.1.2.3 Integratie van Duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen (ESRS 2 GOV-3)
Bezoldiging op basis van prestaties vormt al vele jaren de hoeksteen van het Remuneratiebeleid van de Groep. Dit zorgt ervoor dat de belangen van de leden van het bredere managementteam in lijn zijn met de doelstellingen van de Groep en zijn aandeelhouders op het gebied van waardecreatie op de lange termijn. Het STIP van de leden van het uitvoerend management en het bredere management omvat sinds 2020 een ESG-component, in overeenstemming met het stappenplan voor de ESG-strategie van de Groep.
Sinds de zomer van 2024 is, in overeenstemming met het remuneratiecomité en volledig in lijn met het Remuneratiebeleid overeengekomen om de ESG-componenten van het STIP te herzien, zodat de weging van ESG-kengetallen in het EM- en MT-STIP zowel de marktpraktijk als het streven van de Vennootschap naar duurzaamheid weerspiegelt, en om de door de Groep gehanteerde maatstaven te herzien in het licht van de evolutie van de ESG-Strategie van de Groep. Daarom werd overeengekomen om een duurzaamheidsscorekaart met 14 maatstaven in te voeren, waarbij ESG-gerelateerde prestatie-indicatoren in 2025 een gewicht van 15% krijgen (zie deel Remuneratiebeleid in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur, voor een beschrijving van het remuneratiebeleid van de Groep). De waarden in de hieropvolgende tabel maakten deel uit van de assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid. De meerderheid van de werknemers integreert ook duurzaamheidsgerelateerde doelstellingen in hun individuele doelstellingen, die in aanmerking worden genomen voor individuele incentives (zie ook het deel Beleid met betrekking tot het eigen personeel).
| Duurzaam vastgoed 2025 | Aantal | % van totaal |
|---|---|---|
| Gebouwen met EPC-rating | 251 | 97% |
| Gebouwen met afgegeven milieucertificaat (duurzaamheid) | 228 | 88% |
| Gebouwen met EU-taxonomieconformiteitscertificaat (7.1 of 7.7) | 102 | 39% |
| Eco-efficiëntie 2025 | Aantal | % van totaal |
|---|---|---|
| Gebouwen met zonnepanelen op het dak | 101 | 38% |
| Gebouwen zonder gasverwarming en/of stadsverwarming | 73 | 28% |
| Park-SPV’s met ten minste 2 EV-laders | 47 | 42% |
| Gebouwen met ten minste één slimme meter geïnstalleerd | 78 | 30% |
| Gebouwen met volledige installatie van slimme meters | 42% |
| Groene huurovereenkomsten en contractuele toezeggingen van huurders 2025 | Aantal | % van totaal |
|---|---|---|
| Gebouwen met een contract voor hernieuwbare (“groene”) elektriciteit | 196 | 76% |
| Huurcontracten met algemene groene clausules (in '000 EUR) | 61.968 | 62% |
| Huurcontracten die de aankoop van groene stroom vereisen | 56.411 | 57% |
| Klimaat en biodiversiteit 2025 | Aantal | % van totaal |
|---|---|---|
| Parken met klimaatrisicoanalyse | 112 | 100% |
| Opgeleverde activa met EIA voltooid in overeenstemming met EU-richtlijn 2011/92/ EU en met vereiste mitigatiemaatregelen geïmplementeerd 1 | 100% | |
| Biodiversiteitsactieplan voltooid in parken met opgeleverde activa 1 | 11 | 55% |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 254
4.2.1.2.4 Due-Diligence Verklaring (ESRS 2 GOV-4)
De duurzaamheidsaanpak is volledig geïntegreerd in de belangrijkste processen van VGP, in overeenstemming met de strategische prioriteiten en operationele aandachtspunten van de Groep. In elke fase van de bedrijfscyclus werden relevante managementprocessen opgezet, samen met passende KPI’s. Bijvoorbeeld:
— Het due-diligence proces van VGP voor de aankoop van grond en brownfields of andere activa omvat een volledige audit van technische, regelgevende, milieu-, gezondheids- en veiligheidsrisico’s, met inbegrip van bodemverontreiniging;
— Het kader voor de Risicobeheersing van Ondernemingen (“Enterprise Risk Management”, afgekort “ERM”) van de Groep omvat risico’s met betrekking tot klimaatverandering en duurzaamheid.Deze risico’s, die tot de belangrijkste risicofactoren behoren, werden opgenomen in het Risicobeheerprogramma (“Risk Management Program”), dat regelmatig wordt geëvalueerd door het EM en de BoD (zie deel Risicobeheer en Interne controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur);
— Voor ontwikkelingsprojecten voert VGP vanaf de fase van de grondverwerving een ESG-due diligence uit, met inbegrip van een klimaatrisicobeoordeling (CRA), en zit dit voort tijdens de ontwerp- en vergunningsfasen om materiële ESG-effecten en -risico’s te identificeren, te beoordelen en te beperken voordat de bouw van start gaat;
— Bestaande activa hebben een milieuactieplan, met jaarlijkse prestatiebeoordelingen;
— Alle HR-processen zorgen voor de bevordering van diversiteit en inclusie en welzijn en leer- en ontwikkelingsmogelijkheden voor werknemers hebben de hoogste prioriteit;
— Het opleidingstraject van alle werknemers, inclusief nieuwe medewerkers, omvat relevante duurzaamheidsinhoud en specifieke functies krijgen een diepgaande, op hun behoeften afgestemde opleiding op het gebied van duurzaamheid (zie deel 4.2.3.1.3 Beleid met betrekking tot het eigen personeel);
— Individuele doelstellingen van werknemers van de Groep omvatten duurzaamheidsdoelstellingen (zie deel 4.2.3.1.3 Beleid met betrekking tot het eigen personeel);
— Het incentive plan op korte termijn (“short-term incentive plan”, afgekort “STIP”) van het EM en MT en van alle in aanmerking komende werknemers van de Groep bevat specifieke prestatiecriteria op het gebied van duurzaamheid (zie deel 4.2.3.1.3 Beleid met betrekking tot het eigen personeel); en
— De businessplannen voor bestaande activa en ontwikkelingsprojecten bevatten duurzaamheidscomponenten om ervoor te zorgen dat ze in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de ESG-Strategie van de Groep.
4.2.1.2.5 Risicobeheersing en Interne Controles voor Duurzaamheidsrapportage (ESRS 2 GOV-5)
Duurzaamheidsrisico’s zijn opgenomen in het kader voor Risicobeheer van de Groep, dat een specifiek kader voor risicobeheer en -controle biedt (zie deel Risicobeheer en Interne Controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur). Na een klimaatrisicobeoordeling in overeenstemming met TCFD in 2022 en een dubbele materialiteitsanalyse in 2024 ter voorbereiding van CSRD (zie deel 4.1.1.1.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren), worden materiële milieu- en sociale risico’s – waaronder fysieke en transitierisico’s – geïdentificeerd, beoordeeld en geïntegreerd in het risicobeheerproces van de Groep (zie Risicofactoren, Categorieën 6 en 2), onderworpen aan jaarlijkse controles en ten minste een jaarlijkse herbeoordeling van de materialiteit, waarbij het betreffende beleid, de actieplannen en de prestatie-indicatoren worden vermeld in de Duurzaamheidsverklaring.
Interne Controles
Het interne controlesysteem van de Groep (zie deel Risicobeheer en interne controles) heeft betrekking op alle activiteiten van de Groep, inclusief duurzaamheid. Daarnaast heeft VGP, als onderdeel van de implementatie van zijn ESG-strategie, een governance-structuur opgezet (zie deel 4.2.1.2.1 De Rol van de Bestuurs-, Leidinggevende en Toezichthoudende Organen).
Het rapporteringsprotocol definieert de methodologie voor het berekenen van de milieu-, sociale en maatschappelijke indicatoren van de Groep. Dit rapporteringsprotocol biedt consistente richtlijnen en regels voor alle entiteiten van de Groep op het gebied van organisatie en definities van indicatoren. Het protocol garandeert de continuïteit van het rapporteringsproces en de gerapporteerde informatie in geval van wijzigingen in de rapporteringteams en ondersteunt de verifieerbaarheid door een onafhankelijke externe verificateur. Jaarlijks actualiseert het Sustainability Performance Management-team de reikwijdte van de duurzaamheidsrapportering, in overeenstemming met de evoluties in de portefeuille van de Groep.
De duurzaamheidsrapportering is gebaseerd op twee belangrijke instrumenten: het HR-Informatiesysteem en de Sustainability Reporting Tool. Het HR-Informatiesysteem wordt beheerd door de teams van Group Control en Finance en wordt gebruikt om HR-gerelateerde informatie te verzamelen voor de hele Groep. De Sustainability Reporting Tool is het belangrijkste platform voor het verzamelen van duurzaamheidsgegevens bij VGP. De tool is gekoppeld aan en gedeeltelijk geïntegreerd in de interne, op NetSuite-gebaseerde tools van de Groep die relevante gegevens leveren. Elk jaar wordt tijdens de besprekingen over de budgetherziening nuttige informatie over de Sustainability Reporting Tool gedeeld, waaronder belangrijke deadlines en hoe de gegevens zullen worden gebruikt, onder meer bij de berekeningen van de bezoldiging.
Het proces, dat wordt gecommuniceerd vóór de budgetbesprekingen, beschrijft de stappen voor bijdragers en validators moeten volgen om hun niet-financiële gegevens te rapporteren via de Sustainability Reporting Tool van VGP. In de tool worden gebruikersinstructies gegeven om het proces in detail uit te leggen, inclusief hoe de Sustainability Reporting Tool te gebruiken en wat hun verantwoordelijkheid is voor het verzamelen en invoeren van de vereiste niet-financiële gegevens.
Elk jaar worden de instellingen van de Sustainability Reporting Tool herzien om de veranderingen in KPI’s, bijdragers en validators weer te geven. Deze stap is essentieel omdat hierdoor wordt gewaarborgd dat de relevante bijdragers eigenaar worden en verantwoordelijk worden gehouden voor de gegevens die ze aan de tool leveren, gebaseerd op hun specifieke activa of land. Validators spelen ondertussen een sleutelrol in dit proces. Zij controleren de juistheid van de gegevens die zijn ingevoerd door de bijdragers en zorgen ervoor dat de gerapporteerde gegevens volledig zijn. Deze systematische aanpak bevordert de nauwkeurigheid, verantwoordelijkheid en volledigheid van het gegevensrapporteringsproces van VGP. Het Duurzaamheidsteam voert aanvullende controles uit om de consistentie van de gerapporteerde gegevens te waarborgen, met bijzondere aandacht voor de significante afwijkingen en ontbrekende gegevenspunten. Interne controles worden mogelijk gemaakt door de NetSuite-integratie, ondersteund door het uploaden van ondersteunende documenten, hetzij in afzonderlijke standaarden, hetzij in specifieke documenten die worden bewaard en beschikbaar worden gesteld voor interne of externe auditverzoeken.
De consolidatie van duurzaamheidsgegevens vindt plaats op verschillende consolidatieniveaus, die door verschillende teams wordt beheerd: de consolidatieniveaus per land en ESG-gebouw worden meestal rechtstreeks beheerd door de gegevensvalidators. De consolidatie op groepsniveau wordt beheerd door het corporate duurzaamheidsteam, dat indicatoren op groepsniveau berekent op basis van de platformresultaten die uit de NetSuite gegevenssuite worden gehaald of door de gegevensvalidators worden verzonden. De interne controles van VGP worden regelmatig herzien en bijgewerkt om veranderingen in het stappenplan voor duurzaamheid van de Groep en in duurzaamheidsvoorschriften en -normen te weerspiegelen. De bestaande controles zijn erop gericht om ervoor te zorgen dat de duurzaamheidsrapportering van VGP in overeenstemming blijft met de huidige wettelijke vereisten en ‘best practices’, waarmee VGP blijk geeft van zijn streven naar transparantie, verantwoordingsplicht en duurzame ontwikkeling.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 255
4.2.1.3 Strategie
4.2.1.3.1 Strategie, Businessmodel en Waardeketen (ESRS 2 SBM-1)
Raadpleeg voor gedetailleerde informatie:
— Het businessmodel van VGP, zoals weergegeven in het deel Strategie;
— De ESG-Strategie van VGP, beschreven in deel 4.1 ESG-Strategie;
— Duurzaamheidsrisico’s, beschreven in het deel Risicofactoren, paragraaf 6 Risico’s op het gebied van milieu, duurzaamheid en klimaatverandering;
— De dialoog van VGP met belanghebbenden, zoals weergegeven in deel 4.2.1.3.2 Belangen en Opvattingen van Belanghebbenden (ESRS 2 SBM-2);
— De dubbele materialiteitsanalyse en de daaruit voortvloeiende matrix, zoals weergegeven in deel 4.1.1.1.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren;
— Het personeelsbestand van VGP, zoals beschreven in deel 4.2.3.1.8 Kenmerken van de werknemers van de onderneming; en
— De uitsplitsing van de totale inkomsten van VGP, zoals weergegeven in het deel Financieel overzicht, Geconsolideerde jaarrekening.
VGP is actief in een complexe waardeketen die zich uitstrekt over logistiek en lichte industrie (magazijnen), duurzame energie (activa voor de opwekking en opslag van hernieuwbare energie) en datacenters (verkennende fase). De upstream-waardeketen van VGP omvat de spelers in de toeleveringsketen die activiteiten ondersteunen op het gebied van ontwikkeling en beheer van bestaande activa. Deze leveranciers omvatten, in volgorde van belangrijkheid, bouwmaterialen, bouw en onderhoud, diensten, nutsbedrijven en marketingpartners. Deze leveranciers zijn van cruciaal belang voor VGP om de kwaliteit en het langetermijnsucces van zijn portefeuille te ontwikkelen en te behouden.
De activiteiten in de downstream-waardeketen van VGP zijn gericht op het gebruik van zijn activa. De belangrijkste spelers zijn huurders, hun werknemers en klanten. De huurders van VGP, waaronder honderden uiteenlopende huurders met activiteiten variërend van lichte industrie/productie tot (gekoelde) logistiek en e-commerce uit zeer verschillende sectoren, huren ruimte in de magazijnen en kantoren van VGP Parks. Hun succes, en de tevredenheid van hun werknemers en klanten, zijn van cruciaal belang voor het behoud van dergelijke huurders en het succes van de activa van VGP.VGP is gepositioneerd als ontwikkelaar, eigenaar en exploitant in zijn waardeketen. Deze positie stelt VGP in staat om verschillende aspecten van zijn portefeuille te controleren, van de verwerving van brownfield- en green- field mogelijkheden en de ontwikkeling van nieuwe activa tot de exploitatie, uitbreiding en het beheer van bestaande activa. VGP onderhoudt nauwe relaties met zijn belanghebbenden, waaronder de hierboven genoemde spelers in de waardeketen, maar ook het personeel van VGP, joint venture-partners en andere financiële partners, verenigingen, lokale gemeenschappen en overheidsinstanties. Het personeel is het belangrijkste activum van de Groep en draagt bij aan het succes van VGP. Lokale gemeenschappen zijn ook belangrijke belanghebbenden omdat ze geïntegreerd zijn in de directe omgeving van de activa van VGP. Overheidsinstanties, zoals verkozen functionarissen, besturen en regelgevende instanties, spelen een cruciale rol in de regelgevende omgeving waarin VGP opereert. De joint venture-partners van de Groep evenals andere financiële partners, zoals investeerders en banken, verschaffen het nodige kapitaal voor VGP om zijn activa te verwerven, te ontwikkelen en te beheren. In wezen is de waardeketen van VGP een complex ecosysteem van verschillende zakelijke actoren en belanghebbenden, die elk een cruciale rol spelen in de activiteiten van de Groep. Door zijn waardeketen effectief te beheren, is VGP in staat om duurzaam vastgoed van hoge kwaliteit te leveren dat voldoet aan de behoeften van zijn belanghebbenden en bijdraagt aan de vitaliteit en duurzaamheid van lokale gemeenschappen.
VGP Park Pamplona Noáin, Spanje
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring
VGP NV Jaarverslag 2025 / 256
4.2.1.3.2 Belangen en Opvattingen van Belanghebbenden (ESRS 2 SBM-2)
VGP gaat voortdurend in gesprek met belanghebbenden uit de hele waardeketen om hun belangen en opvattingen in de ESG-Strategie te integreren. De belanghebbenden van de activiteiten van de Groep passen zich aan op basis van het type activiteit binnen de activiteiten van de Groep:
| Stakeholder category | Grond aankopen | Concept en Ontwerp | Constructie | Verhuur | Portefeuille | Aanvullende diensten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Medewerkers | ||||||
| Investeerders | ||||||
| Media | ||||||
| Land eigenaren | X | |||||
| Gemeente/lokale overheden | X | |||||
| Lokale gemeenschappen | X | |||||
| Omwonenden | X | |||||
| Regionale overheden | X | |||||
| Natuurbeschermingsorganisaties | X | |||||
| NGO’s | X | |||||
| Due diligence-dienstverlener | X | |||||
| Bodemsaneringsorganisaties | X | |||||
| Vastgoedmakelaars/taxateurs | X | |||||
| kapitaalmarkten | X | |||||
| Architectenbureaus | X | |||||
| Adviseurs duurzaam ontwerp | X | |||||
| De maatschappij | ||||||
| Bouwondernemingen | X | |||||
| Leveranciers van bouwmaterialen | X | |||||
| HSE-adviseurs | X | |||||
| Huurders | X | |||||
| Leveranciers van inrichtingen | X | |||||
| Onderhoudsleveranciers | X | |||||
| Facility Management aanbieders | X | |||||
| Nutsbedrijven | X | |||||
| Dienstverleners voor afvalbeheer | X | |||||
| Leveranciers van hardware/energie | X |
Deze verschillende individuele belanghebbenden zijn gegroepeerd in categorieën belanghebbenden. De dialoog met de categorieën van belanghebbenden vindt plaats in verschillende vormen, zoals interviews, tevredenheidsenquêtes, vergaderingen en roadshows. De standpunten van de categorieën van belanghebbers worden geïntegreerd in de dubbele materialiteitsbeoordeling (en met name de impactmaterialiteit) die aan Auditcomité wordt voorgelegd. De dialoog van de Groep met belanghebbenden wordt in de onderstaande tabel beschreven.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring
VGP NV Jaarverslag 2025 / 257
VGP in dialoog
| Categorie | Dialoogvorm |
|---|---|
| Kapitaal markten | Conferenties, vergaderingen en gesprekken met investeerders en analisten |
| Leveranciers | Gezamenlijke projecten, Due diligence van leveranciers, Forums en conferenties |
| Netwerken en Verenigingen | Gesprekken en conferenties als lid van lokale en pan-Europese verenigingen |
| Media | Persberichten, Informatiebijeenkomsten over nieuwe parken, Handelsbeurzen |
| Business and Joint Venture Partners | New initiatives and Existing partnerships |
| Zakelijke Partners en Joint Venture Partners | Nieuwe initiatieven en bestaande partnerschappen |
| Gemeenschap en NGOs | Éen-op-één gesprekken, Vragen beantwoorden |
| Werknemers | Ideeënmanagement, Interne Media |
| Klanten | Meetings, Sociale Media, Beurzen |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring
VGP NV Jaarverslag 2025 / 258
| Stakeholder | Wie zijn zij? | Hun belangrijkste verwachtingen |
|---|---|---|
| Kapitaalmarkten | Bestaande en potentiële obligatiehouders en aandeelhouders, Banken | Financiële prestaties, transparantie over prestatieverwachtingen, stabiele of verbeterende kredietwaardigheid, stijging van de aandelenkoers |
| Leveranciers | Grondeigenaren, Bouwbedrijven, Leveranciers van bouwmaterialen, HSE-consultants, Leveranciers van onderhoudsdiensten, Facilitaire dienstverleners, Nutsbedrijven, Afvalverwerkingsbedrijven, Makelaars/taxateurs van vastgoed | Hoogwaardig projectmanagement, samenwerking op het gebied van duurzame productalternatieven, goede financiële relatie |
| Netwerken en verenigingen | Industrienetwerken (bijv. EPRA, ULI), Nationale instanties (bijv. BVL) | Zich houden aan hoge normen van professionaliteit en actief bijdragen aan de toekomst van de gebouwde omgeving |
| Media | Online en gedrukte media | Transparantie en reactievermogen |
| Zakelijke en joint venture-partners | Joint venture-partners, Financiële partners | Hoogwaardige duurzame activa, financiële prestaties en stabiliteit |
| Lokale belanghebbenden | Gemeenteraad/lokale overheid, Lokale gemeenschap - bewoners en ondernemers, Aangrenzende vastgoedeigenaren | Overleg met de gemeenschap, platforms om zorgen te uiten, een positieve impact creëren, de CO2-uitstoot verminderen en de biodiversiteit verbeteren |
| Maatschappelijke organisaties en ngo's | Natuurbeschermingsorganisaties | Betrokkenheid bij beleid en naleving |
| Werknemers | Werknemers | Relevantie van welzijn en gezondheid en veiligheid van werknemers en aannemers |
| Klanten | Huurders en gebruikers van onze parken | Kwaliteit van de aangeboden diensten, verbetering van de operationele efficiëntie, aanbieden van betaalbare oplossingen voor hernieuwbare energie, aanbieden van duurzame mobiliteitsopties |
4.2.1.3.3 Materiële Impacts, Risico’s en Kansen en de Wisselwerking daarvan met Strategie en Businessmodel (ESRS 2 SBM-3)
De dubbele materialiteitsbeoordeling, die voorheen werd bijgehouden en jaarlijks in het geïntegreerde Jaarverslag van de Groep werd toegelicht, werd in 2024 bijgewerkt in overeenstemming met de ESRS- en EFRAG-richtlijnen. In 2025 bevestigde de Groep opnieuw de relevantie en materialiteit van de impacts, risico’s en kansen die via de dubbele materialiteitsbeoordeling werden geïdentificeerd. De beoordeling bouwt voort op en vormt een aanvulling op bestaande risicobeoordelingen en materialiteitsanalyses om materiële impacts, risico’s en kansen in alle activiteiten van de Groep te identificeren en te beoordelen, waarbij zowel interne activiteiten als de externe omgeving in aanmerking worden genomen. De Groep monitort deze impacts en risico’s en beoordeelt de daarmee samenhangende
Inspectie van de PV-installatie in VGP Park Rouen, Frankrijk
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring
VGP NV Jaarverslag 2025 / 259
kansen op een doorlopende basis, waarbij wordt gezorgd voor afstemming op zijn strategie en businessmodel en waarbij wijzigingen in de materialiteit ten minste eenmaal per jaar worden geëvalueerd.
4.2.1.4 Impact-, Risico- en Kansenmanagement
4.2.1.4.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren (ESRS 2 IRO-1)
In 2024 heeft VGP een dubbele materialiteitsbeoordeling uitgevoerd voor alle bedrijfssegmenten en activiteiten van de Groep, in overeenstemming met de ESRS-vereisten. In 2025 heeft de Groep de relevantie en materialiteit van de door deze beoordeling geïdentificeerde impacts, risico’s en kansen opnieuw bevestigd. De resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse zijn geïntegreerd in de aanpak van de Groep inzake risicobeheer, zoals weergegeven in deel 6 Risico’s op het gebied van milieu, duurzaamheid en klimaatverandering en deel 2 Risico’s in verband met de activiteiten van de Groep.
Methodologie
Het doel van deze dubbele materialiteitsbeoordeling was om de materialiteit van duurzaamheids- en ESG-onderwerpen te beoordelen vanuit 2 complementaire perspectieven:
— Een “impact”-perspectief, d.w.z. de negatieve of positieve impacts van de Vennootschap en haar activiteiten op het milieu, de mensen met wie zij werkt en de gemeenschappen waarin zij actief is. Hierbij werd gekeken naar de omvang (ernst van de kwestie), de reikwijdte (waardeketen en betrokken belanghebbenden), de herstelbaarheid (mogelijkheid om de impact te beperken) en de waarschijnlijkheid van de impact.
— Een “financieel” perspectief, d.w.z. de risico’s of kansen die milieu- en sociale kwesties vormen voor de activiteit en waarde van de Vennootschap. Er werd gekeken naar de afhankelijkheid van de Vennootschap van haar zakelijke relaties en belanghebbenden (d.w.z. financiële partners, huurders of leveranciers), evenals naar de continuïteit van het gebruik van of de toegang tot middelen die essentieel zijn voor de bedrijfsvoering en groei van de Vennootschap (bijvoorbeeld grondstoffen, het behoud van belangrijk talent of de ontwikkeling van strengere regelgeving). De materialiteit van risico’s en kansen werd beoordeeld op basis van de waarschijnlijkheid van optreden en de potentiële omvang van de financiële gevolgen.
De materialiteitsanalyse werd uitgevoerd in 4 fasen:
1.VGP heeft een lijst met duurzaamheidsthema’s opgesteld door een contextuele analyse, een sectorale peer group-analyse en een selectie van toepasselijke internationale normen die relevant zijn voor de commerciële vastgoedsector uit te voeren.
- VGP heeft vervolgens een studie uitgevoerd naar internationale en sectorale ESG-kaders om inzicht te krijgen in de impact van duurzaamheidsthema’s op de activiteiten van de Vennootschap in termen van risico’s en kansen, teneinde te bepalen welke thema’s aan de reeds bestaande lijst van ESG-thema’s moesten worden toegevoegd. Aanvullende kaders boden VGP een gestructureerde aanpak voor het beoordelen van de waarschijnlijkheid, omvang en aard van de impacts van geïdentificeerde risico’s en kansen. Deze fase omvatte het evalueren van de potentiële financiële implicaties van elk risico en elke kans voor VGP, rekening houdend met de waarschijnlijkheid dat ze zich voordoen, en het begrijpen van hun potentiële impact op de activiteiten en reputatie van de Vennootschap. Deze uitgebreide beoordeling gaf VGP een voorlopig beeld van welke onderwerpen als belangrijker voor de Vennootschap werden beschouwd.
VGP voerde ook een analyse uit van internationale en sectorale impactkaders om te beoordelen hoe de activiteiten van de Vennootschap direct en indirect van invloed zijn op de geïdentificeerde duurzaamheidsthema’s. Deze impactkaders gaven VGP inzicht in hoe vennootschappen in de vastgoedsector en aanverwante sectoren mogelijk van invloed zijn op de natuur of de samenleving. Tijdens deze fase beschouwde VGP een duurzaamheidskwestie als significant vanuit het oogpunt van impact op basis van de omvang van de ernst (bv. schaal), de reikwijdte (bv. scope), de moeilijkheid om de impact om te keren of te beperken (bv. onherstelbaarheid) en de algehele waarschijnlijkheid dat de impact zich voordoet, zowel positief als negatief, op individuen of het milieu op de korte, middellange of lange termijn. Dit omvat zowel de impact van de diensten die de Groep als vastgoedvennootschap levert als de impact van zijn zakelijke relaties, bijvoorbeeld in de hele waardeketen van VGP.
- VGP heeft een consultatieprocedure opgestart met interne en externe belanghebbenden uit de verschillende categorieën waarmee VGP in dialoog is (zie deel 4.2.3.1.1 Belangen en Opvattingen van Belanghebbenden (ESRS 2 SBM-2)). Naast de 12 belanghebbenden die in 2024 zijn geraadpleegd, heeft VGP in 2025 nog eens zeven belanghebbenden geraadpleegd, waarbij de selectie van externe belanghebbenden zodanig is gemaakt dat de belangrijkste spelers in de waardeketen van VGP adequaat vertegenwoordigd zijn.
Naast deze externe raadplegingen werden er ook gesprekken gevoerd met interne belanghebbenden die verschillende teams en regio’s binnen de Groep vertegenwoordigden. Tot deze interne belanghebbenden behoorden leden van het Uitvoerend Management, het Landen Management, het Technisch en Commercieel team, het Duurzaamheidsteam en werknemers van een adviesgroep die een online enquête uitvoerde. De interne discussies dienden ter aanvulling en kritische evaluatie van de voorlopige ontwerpen van de materialiteitsanalyse, waardoor een robuust en uitgebreid beoordelingsproces werd gewaarborgd. Het doel van deze interviews was om de onderwerpen die door de materialiteitsanalyse waren geïdentificeerd proactief te introduceren en te bepalen aan welke gebieden VGP prioriteit moest geven. Bij deze prioritering werd rekening gehouden met zowel de eerder genoemde impact als de financiële perspectieven. Het doel was ervoor te zorgen dat de focus van VGP aansluit bij de belangrijkste onderwerpen vanuit het oogpunt van duurzaamheid en economie.
- Als onderdeel van het terugkerende materialiteitsbeoordelingsproces heeft VGP de resultaten en methodologie van de dubbele materialiteitsbeoordeling gedeeld met het management team en de raad van bestuur tijdens belangrijke mijlpalen en na de consolidatie van de resultaten.
Resultaten
In totaal werden 30 ESG-kwesties geïdentificeerd langs de twee dimensies van impact en financiële materialiteit; waarbij sommige van deze kwesties zijn gegroepeerd. De uitgevoerde beoordeling resulteerde in de classificatie van de 10 meest materiële kwesties voor VGP:
— De 11 milieuthema’s die werden geïdentificeerd als thema’s met hoge risico’s of kansen voor VGP, zijn gegroepeerd in 6 materiële Milieuthema’s:
— Biodiversiteit (zowel in (i) bestaande parken als (ii) ontwikkelingsprojecten), ESRS E.4
— Verbruik van (iii) grondstoffen, ESRS E.5
— (iv) Klimaatadaptatie, ESRS E.1
— Broeikasgasemissies en energieverbruik van (v) bouwactiviteiten, (vi) gebouwbeheer en (vii) vervoerswijze van huurders ESRS E.1
— Verontreiniging door (viii) bouwactiviteiten en (ix) gebruiker door huurders ESRS E.2, E.3
— Beheer van afval tijdens (x) de bouw en tijdens (xi) de gebruiksfase ESRS E.5
De 3 Sociale thema’s die werden geïdentificeerd als thema’s met hoge risico’s of kansen voor VGP, zijn gegroepeerd in 2 materiële Sociale thema’s:
— Gezondheid en veiligheid in (i) geëxploiteerde activa en op (ii) bouwplaatsen ESRS S.1, S.2, S.3, S.4
— Naleving van (iii) mensenrechten voor werknemers in de toeleveringsketen ESRS S.2
De 2 Governance-thema’s die werden geïdentificeerd als thema’s met hoge risico’s of kansen voor de VGP, zijn:
— Verantwoorde en duurzame (i) interactie met de toeleveringsketen ESRS G.1
— (ii) Bedrijfsethiek en corruptie ESRS G.1
4.2.1.4.2 Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van de onderneming (ESRS 2 IRO-2)
| Pijler | ESRS | Onderwerp | Impactgebied |
|---|---|---|---|
| E | E2 | Verontreiniging | Schoonmaken van bestaande verontreiniging |
| E | E2 | Verontreiniging | Verontreiniging door de aanleg van nieuwe parken (lucht, water, bodem) |
| E | E1 | Klimaatverandering | Broeikasgasemissies door bouwactiviteiten (koolstofuitstoot) |
| E | E3 | Water en mariene hulpbronnen | Waterbeheer (tijdens bouwproject) |
| E | E1 | Klimaatverandering | Aanpassing aan klimaatverandering |
| E | E5 | Gebruik van hulpbronnen en circulaire economie | Verbruik van grondstoffen |
| E | E5 | Gebruik van hulpbronnen en circulaire economie | Afvalbeheer (tijdens bouwproject) |
| E | E4 | Biodiversiteit en ecosystemen | Biodiversiteit in ontwikkelingsprojecten |
| E | E1 | Klimaatverandering | Broeikasgasemissies door het vervoer van huurders (en hun werknemers) |
| E | E4 | Biodiversiteit en ecosystemen | Biodiversiteit in bestaande parken |
| E | E3 | Water en mariene hulpbronnen | Waterbeheer tijdens de gebruikersfase |
| E | E5 | Gebruik van hulpbronnen en circulaire economie | Afvalbeheer (tijdens gebruikersfase) |
| E | E2 | Verontreiniging | Verontreiniging tijdens de gebruikersfase (lucht, water, bodem) |
| E | E1 | Klimaatverandering | Broeikasgasemissies en energieverbruik van gebouwen |
| E | E5 | Gebruik van hulpbronnen en circulaire economie | Grondgebruik |
| S | S3 | Getroffen gemeenschappen | Impact van ontwikkelingsactiviteiten op lokale gemeenschappen |
| S | S2 | Werknemers in de waardeketen | Naleving van mensenrechten voor werknemers in de waardeketen |
| S | S1& S2 | Eigen personeel & Werknemers in de waardeketen | Gezondheid, veiligheid en beveiliging: op bouwplaatsen |
| S | S4 | Consumenten en eindgebruikers | Toegankelijkheid van VGP-parken |
| S | S3 | Getroffen gemeenschappen | Impact op lokale gemeenschappen van bestaande parken |
| S | S4 | Consumenten en eindgebruikers | Gezondheid, veiligheid en beveiliging in bestaande gebouwen |
| S | S1 | Eigen personeel | Diversiteit, gelijkheid en inclusie |
| S | S1 | Eigen personeel | Gezondheid, veiligheid, welzijn en beveiliging in VGP-kantoren |
| S | S1 | Eigen personeel | Opleiding en ontwikkeling van werknemers |
| S | S1 | Eigen personeel | Filantropie en vrijwilligerswerk |
| G | G1 | Zakelijk gedrag | Verantwoorde en duurzame interactie met de toeleveringsketen |
| G | G1 | Zakelijk gedrag | Bedrijfsethiek en corruptie |
| G | G1 | Zakelijk gedrag | Politiek engagement en lobbyactiviteiten |
| G | G1 | Zakelijk gedrag | Dataprivacy en cyberbeveiliging |
| G | G1 | Zakelijk gedrag | Fiscale transparantie |
Dit deel is een eerste poging om aan te sluiten bij de CSRD-eisen en is in de eerste plaats bedoeld om een beknopt en beperkt inzicht te geven in elk van de thema’s die in de dubbele materialiteitsbeoordeling worden genoemd.
Milieuthema’s
Milieuthema’s springen eruit als het meest materieel voor VGP, aangezien 9 van de 19 afzonderlijke thema’s als materieel zijn aangemerkt. Ze houden allemaal verband met de directe activiteiten van VGP, in de hele waardeketen. Daarom wijst de matrix rechtstreeks op de impact van VGP op het milieu, en vooral op klimaatgerelateerde thema’s.De 11 thema’s die zijn aangemerkt als thema’s met hoge risico’s of kansen voor VGP, zijn gegroepeerd in 6 materiële Milieuthema’s:
— Biodiversiteit (zowel in (i) bestaande parken als (ii) ontwikkelingsprojecten),
— Verbruik van (iii) grondstoffen,
— (iv) Klimaatadaptatie,
— Broeikasgasemissies en energieverbruik van (v) bouwactiviteiten, (vi) exploitatie van gebouwen en (vii) vervoerswijze huurders
— Verontreiniging door (viii) bouwactiviteiten en (ix) gebruikersfase van huurders
— Afvalbeheer tijdens (x) de bouw- en (xi) de gebruiksfase
Meest materiële milieuthema’s
BROEIKASGASEMISSIES EN KLIMAATADAPTATIE (ESRS E1)
Voor VGP wordt elke emissiecategorie, evenals het proces van klimaatadaptatie, als materieel beschouwd. Gezien de directe correlatie met de kernactiviteiten van VGP, bracht de dubbele materialiteitsanalyse zowel belangrijke financiële overwegingen als materiële impacts aan het licht. De mogelijke gevolgen zijn aanzienlijk, aangezien het vermogen om een ambitieus traject van emissiereductie te handhaven en tegelijkertijd de fysieke risico’s van klimaatverandering te beheersen, een primair risico voor de Groep vormt.
Omdat VGP in meerdere landen actief is met grootschalige activa, moet hij zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Gezien de geografische ligging van de activa van de Groep, de sectorale kaders en de internationale benchmarks, is de sector vanuit financieel oogpunt kwetsbaar voor de fysieke risico’s die gepaard gaan met klimaatverandering, zoals extreme weersomstandigheden en langdurende verschuivingen in klimaatpatronen. Deze kunnen leiden tot materiële schade, hogere verzekeringskosten en mogelijke waardevermindering van activa. Daarnaast zijn er transitierisico’s verbonden aan de overgang naar een koolstofarme economie, zoals investeringskosten, beleids- en wetswijzigingen, technologische vooruitgang en veranderende marktvoorkeuren, die van invloed kunnen zijn op de winstgevendheid en levensvatbaarheid van vastgoedinvesteringen.
De Groep heeft een gedetailleerde adaptatieanalyse uitgevoerd om de belangrijkste risicolocaties in kaart te brengen, zoals reeds beschreven in het Jaarverslag 2023. Vanuit het oogpunt van impact (milieu en sociaal) speelt de vastgoedsector een cruciale rol in de wereldwijde inspanningen om de emissies van broeikasgassen te verminderen en zich aan te passen aan de klimaatverandering. Zowel de bouw als de exploitatie van gebouwen zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de wereldwijde emissies van broeikasgassen, voornamelijk door ingebedde koolstof of energieverbruik.
VERONTREINIGING (ESRS E2, ESRS E.3)
De verontreiniging die mogelijk voortvloeit uit de activiteiten van VGP, waaronder luchtverontreiniging door fijne deeltjes die vrijkomen tijdens de bouw van gebouwen en tijdens de gebruiksfase van huurders, evenals water- en bodemverontreiniging in de hele waardeketen als gevolg van het storten van afval en het incidentele gebruik van gevaarlijke materialen, lijkt materieel te zijn. Deze verontreiniging, die van invloed is op de ontwikkelingsprojecten en de bestaande portefeuille van VGP, kan ook leiden tot schadelijke impacts op de menselijke gezondheid en de biodiversiteit.
De financiële gevolgen zijn ook aanzienlijk, aangezien ongecontroleerde verontreiniging de reputatie van de Groep kan schaden en potentiële zakelijke kansen kan beïnvloeden. Kosten in verband met verontreiniging kunnen een rechtstreekse invloed hebben op het nettoresultaat van VGP. Deze kosten kunnen voortvloeien uit boetes van regelgevende instanties wegens niet-naleving van milieunormen, uitgaven voor maatregelen om verontreiniging tegen te gaan en potentiële kosten in verband met verontreinigingsincidenten. De potentiële impact is groot.
Vanuit milieuoogpunt heeft de verontreiniging die VGP mogelijk veroorzaakt bij grote bouwprojecten een aanzienlijke impact, waaronder mogelijke luchtverontreiniging, waterverontreiniging en bodemverontreiniging. De sociale gevolgen van de verontreiniging die door de activiteiten van VGP kan worden veroorzaakt, zijn eveneens aanzienlijk, waaronder gezondheidsproblemen in verband met luchtverontreiniging, waterverontreiniging en geluidsoverlast (voornamelijk als gevolg van bouwactiviteiten en wegverkeer van huurders).
(Biodiversity enhancing water retention basin at VGP Park Nijmegen, The Netherlands)
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 263
BIODIVERSITEIT IN ONTWIKKELINGSPROJECTEN EN IN BESTAANDE PARKEN (ESRS E4)
Biodiversiteit speelt een centrale rol voor VGP, voornamelijk vanwege de aanzienlijke invloed ervan op ontwikkelingsprojecten, zowel op financieel als op impactgebied. Dit is grotendeels te wijten aan de verandering in het gebruik van de grond en de upstream-waardeketen, waaronder winning en kunstmatige veranderingen, evenals de strenge regelgeving en mogelijke reputatierisico’s. Biodiversiteit is intrinsiek verbonden met andere materiële onderwerpen zoals broeikasgasemissies en verontreiniging, evenals verantwoorde en duurzame interacties met de toeleveringsketen.
Overwegingen op het gebied van biodiversiteit zijn van groot belang voor de ontwikkelingsprojecten van VGP vanwege hun potentieel voor aanzienlijke positieve of negatieve impacts, die die van bestaande activa overtreffen. Deze overwegingen maken integraal deel uit van alle fasen van ontwikkelingsprojecten, van het eerste ontwerp tot de definitieve oplevering en opening. Gedurende deze fasen moet biodiversiteit op verschillende manieren worden aangepakt, bijvoorbeeld door middel van impactstudies of het zoeken naar mogelijke compensaties voor biodiversiteit.
Vanuit een impactperspectief draagt het integreren van biodiversiteit in ontwikkelingsprojecten bij aan het behoud en de verbetering van lokale ecosystemen. Dit kan leiden tot een betere lucht- en waterkwaliteit, natuurlijke klimaatregulering en de bescherming van habitats van wilde dieren. De ontwikkeling van groene ruimtes kan het welzijn van lokale gemeenschappen verbeteren, recreatiemogelijkheden bieden en de esthetische waarde van de buurt verhogen. Dit geldt met name voor brownfieldontwikkelingen die voordeel kunnen halen uit een netto toename van de biodiversiteit door het herontwikkelingsproject, mits er goed rekening wordt gehouden met de kenmerken van het ecosysteem.
Daarentegen kunnen ontwikkelingsprojecten, met name greenfieldprojecten op locaties met een hoge biodiversiteitswaarde, een aanzienlijke invloed hebben op de lokale biodiversiteit, zeker als deze niet zorgvuldig worden gepland en uitgevoerd.
Hoewel biodiversiteitsoverwegingen voor VGP belangrijker zijn in de context van ontwikkelingsprojecten, spelen ze ook een belangrijke rol in het beheer van bestaande activa. Gebouwen en hun landschapsarchitectuur maken deel uit van de leefomgeving van (stedelijke) soorten en hebben daarom een potentiële impact op de biodiversiteit. Projecten op de grens van de bebouwde en de natuurlijke omgeving spelen zeker een rol om ervoor te zorgen dat economische activiteiten en ecosystemen elkaar zo min mogelijk verstoren. Met het oog op nieuwe regelgeving en een groeiende vraag van burgers naar een betere leefomgeving, wordt bij het beheer van bestaande activa rekening gehouden met biodiversiteit. Dit omvat inspanningen om de impact van deze activa op lokale ecosystemen en de indirecte impact van de activa door activiteiten op de site te minimaliseren, en om waar mogelijk de biodiversiteit te bevorderen via renaturatieprojecten die gericht zijn op het herstel van natuurlijke elementen en de bevordering van lokale flora en fauna in de stedelijke omgeving.
Vanuit financieel oogpunt kan biodiversiteit ook aanzienlijke gevolgen hebben voor VGP. Enerzijds kunnen er kosten verbonden zijn aan de integratie van biodiversiteit in ontwikkelingsprojecten, zoals de investering in groene infrastructuur of de mogelijke vermindering van ontwikkelbare ruimte. Anderzijds kunnen panden die biodiversiteit integreren hogere huurprijzen en waarden opleveren, vanwege de toenemende vraag naar duurzame en groene ruimtes. Bovendien kan een betere integratie van biodiversiteitsoverwegingen helpen om risico’s op het gebied van regelgeving en reputatieschade te beperken, aangezien milieuregelgeving steeds strenger wordt.
VERBRUIK VAN GRONDSTOFFEN (ESRS E5)
Het verbruik van grondstoffen is van materieel belang voor VGP. Vooral omdat de Groep grote ontwikkelingsprojecten leidt. Voor dergelijke projecten zijn aanzienlijke hoeveelheden grondstoffen nodig voor de bouw. De manier waarop VGP zijn grondstoffenverbruik beheert, kan van invloed zijn op zijn milieuprestaties, naleving van regelgeving, reputatie en inkomsten. Het type en de hoeveelheid gebruikte materialen kunnen zowel belangrijke kostenimplicaties hebben voor VGP als een aanzienlijke impact op het milieu, zowel in termen van uitputting van hulpbronnen als van de CO2-voetafdruk die gepaard gaat met de productie en het transport van materialen.
De reputatie van VGP kan aanzienlijk worden beïnvloed door zijn grondstoffenverbruik en bevoorradingspraktijken. Bovendien vereisen ook voor bestaande activa upgrades of wijzigingen meerdere soorten hulpbronnen. De keuze van materialen kan van invloed zijn op de energie-efficiëntie, de levensduur en de algehele impact op het milieu van het gebouw. Bovendien vormen de kosten van grondstoffen een aanzienlijk deel van de kapitaaluitgaven van VGP en een belangrijke factor voor de ontwikkelingsmarge. Elke prijsstijging van deze materialen kan een directe invloed hebben op de winstgevendheid van VGP. Door circulaire economiepraktijken toe te passen, kan het materiaalverbruik worden verminderd zonder dat ze ten koste gaat van de groei en het welzijn, waardoor de kosten (gedurende de levensduur van het project) worden verlaagd.Door de steeds strengere milieuregelgeving en de groeiende publieke belangstelling voor duurzaamheid staat de vastgoedsector onder druk om het verbruik van grondstoffen te verminderen en te kiezen voor duurzamere opties. De potentiële materiële impacts zijn aanzienlijk. Vanuit milieuoogpunt kunnen de winning en verwerking van grondstoffen leiden tot vernietiging van habitats, verlies van biodiversiteit, bodemerosie en verontreiniging van waterbronnen. Vanuit sociaal oogpunt kan de winning van grondstoffen aanzienlijke gevolgen hebben voor lokale gemeenschappen. Het kan leiden tot ontheemding van mensen, verlies van bestaansmiddelen en sociale conflicten. Bovendien kunnen slechte arbeidsomstandigheden in de winnings- en verwerkende industrie leiden tot gezondheids- en veiligheidsproblemen voor werknemers.
AFVALBEHEER TIJDENS DE BOUW (ESRS E5)
Afvalbeheer tijdens bouwactiviteiten is een belangrijk aspect van de ESG-Strategie en -doelstellingen van VGP, waaruit blijkt dat VGP zich inzet om de hoeveelheid afval die wordt geproduceerd te verminderen en de manier waarop afval wordt gesorteerd en gerecycled te verbeteren.
Afvalbeheer tijdens de bouw werd geïdentificeerd als materieel voor VGP zowel vanuit financieel oogpunt als vanuit het oogpunt van impactmaterialiteit. Dit wordt toegeschreven aan verschillende factoren, zoals het type van activiteiten en de sector waarin VGP actief is, de geografische ligging van zijn eigendommen, of de specifieke milieu-uitdagingen waarmee hij wordt geconfronteerd. Gelieve te willen noteren dat afvalbeheer tijdens de bouwfase ook een directe impact heeft op het materiële thema van broeikasgasemissies door bouwactiviteiten (ingebedde koolstof), ESRS E1.
AFVALBEHEER TIJDENS DE GEBRUIKERSFASE (ESRS E5)
Afvalbeheer tijdens de gebruikersfase maakt een integraal onderdeel uit van de milieuoverwegingen van VGP, waarbij de nadruk ligt op de efficiënte verwerking en verwijdering van afval dat wordt gegenereerd door huurders en bezoekers van VGP-vastgoed. Deze praktijk is cruciaal voor het behoud van duurzaamheid en operationele efficiëntie en is vanuit een CSRD Dubbel Materialiteitsperspectief als materieel aangemerkt voor onze onderneming. Deze beoordeling is gebaseerd op de aard van de activiteiten van VGP tijdens de gebruikersfase, ook al houdt dit doorgaans minder directe controle over afvalbeheer in dan tijdens de bouwfase.
Hoewel de standaardisering van afvalverwerkingspraktijken in de hele sector betekent dat deze activiteiten, hoewel essentieel, niet zo’n grote invloed hebben op de financiële positie of ecologische voetafdruk van VGP als tijdens de bouw, zou het ontbreken van afvalbeheerpraktijken nog steeds als een aanzienlijk reputatierisico worden beschouwd. Bovendien zet VGP zich in voor het bevorderen van recycling en het verminderen van afval in overeenstemming met zijn algemene ESG-Strategie.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 264
Milieuthema’s met beperkte materialiteit
WATERBEHEER (ESRS E3)
Waterbeheer, zowel tijdens de bouw als tijdens de operationele fase, maakt een integraal onderdeel uit van de ESG-Strategie en -doelstellingen van VGP, waarbij de nadruk ligt op het verminderen van wateronttrekkingen en het bevorderen van oplossingen voor hergebruik van water. Echter, zowel vanuit financieel oogpunt als vanuit het oogpunt van impactmaterialiteit, wordt dit als minder kritisch voor VGP beschouwd. Dit komt door de aard van zijn magazijnen, die voornamelijk worden gebruikt voor droge opslag, distributie en productieprocessen, waardoor het waterverbruik relatief laag is in vergelijking met andere vastgoedcategorieën. In de VGP Parken blijft het watergebruik doorgaans beperkt tot sanitaire voorzieningen, faciliteiten voor werknemers en minimaal landschapsonderhoud.
Hoewel waterbeheer een onderdeel blijft van de duurzaamheidsinspanningen van VGP, wordt het belang ervan overschaduwd door andere, meer impactvolle factoren. Als de beschikbaarheid van water echter een steeds groter risico blijft vormen (dit zal in 2026 verder worden geëvalueerd), kan dit onderwerp ondanks het inherent beperkte watergebruik in de gebouwen van VGP aan belang winnen. Om dit proactief aan te pakken, worden er al waterbesparende maatregelen genomen, waaronder verbeterde monitoring door middel van slimme meters.
GRONDGEBRUIK (ESRS E5)
Grondgebruik is zeer relevant voor een ontwikkelaar van logistiek en licht industrieel vastgoed, aangezien het een directe invloed heeft op de ecologische duurzaamheid en lokale gemeenschappen. Dergelijke ontwikkelingen vereisen vaak aanzienlijke hoeveelheden grond voor magazijnen, productiefaciliteiten, distributiecentra en transportinfrastructuur. De keuzes die worden gemaakt op het gebied van grondgebruik kunnen van invloed zijn op de biodiversiteit, de gezondheid van de bodem, het waterbeheer en de koolstofopslag. Het belangrijkste thema waar belanghebbenden naar verwijzen in verband met grondgebruik is de omvorming van groene gebieden tot bebouwde omgeving. Aangezien het onderwerp van biodiversiteit onder ESRS E4 valt, is het resterende onderdeel onder grondgebruik het gebrek aan alternatief economisch gebruik van de grond (bijvoorbeeld voor onderwijs, huisvesting of landbouw), dat weliswaar belangrijk is, maar als minder belangrijk wordt beschouwd.
EERDER BESTAANDE VERONTREINIGING (ESRS E2)
Zelfs als de financiële impact van het opruimen van eerder bestaande verontreiniging, of deze nu gebudgetteerd of onvoorzien is, materieel kan zijn, wordt deze vanuit een impactperspectief als minder materieel beschouwd, aangezien de verontreiniging reeds aanwezig was vóór de verwerving van het perceel door VGP. Het aanpakken van historische verontreiniging toont echter aan dat de Groep zich inzet voor milieubeheer en naleving van de regelgeving, wat een positieve invloed heeft op het vertrouwen van belanghebbenden en de relaties met de gemeenschap. Het opruimen van de verontreiniging gebeurt in overeenstemming met het beleid van de Groep. Het risico van het veroorzaken van verontreiniging tijdens de operationele fase, met inbegrip van het opruimen van eerder bestaande verontreiniging, valt onder het thema materiële verontreiniging van een bouwplaats.
Sociale Thema’s
Meest materiële sociale thema’s
Van de 10 sociale thema’s die aan bod kwamen in het sociaal gerichte ESRS, werden er 3 als materieel voor VGP aangemerkt. De 3 thema’s die als risicovol of kansrijk voor VGP werden aangemerkt, zijn gegroepeerd als 2 materiële Sociale thema’s:
— gezondheid en veiligheid in (i) geëxploiteerde activa en op (ii) bouwplaatsen, alsmede
— naleving van (iii) mensenrechten voor werknemers in de toeleveringsketen.
GEZONDHEID, VEILIGHEID EN BEVEILIGING IN GEËXPLOITEERDE ACTIVA EN OP BOUWPLAATSEN (ESRS S1, S2, S3, S4)
Gezondheid, veiligheid en beveiliging in geëxploiteerde activa en op bouwplaatsen is een onderwerp van groot belang voor VGP, zowel vanuit een impactperspectief als vanuit een financieel
VGP Park Vejle, Denmark
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 265
oogpunt, gezien de verstrekkende gevolgen voor verschillende groepen belanghebbenden en de potentiële risico’s die ermee gepaard gaan. Vanuit materialiteitsperspectief is het thema cruciaal vanwege de directe impact op het personeel van VGP, de gemeenschappen die door zijn activiteiten worden beïnvloed en zijn bredere waardeketen, met inbegrip van de werknemers.
De gezondheids- en veiligheidsomstandigheden op bouwplaatsen en in geëxploiteerde activa kunnen een rechtstreekse invloed hebben op het welzijn van werknemers en aannemers en kunnen leiden tot ernstig letsel of gezondheidsproblemen als ze niet goed worden beheerd. Dit kan financiële gevolgen hebben voor VGP, zoals hogere verzekeringspremies, schadeclaims, boetes voor niet-naleving van regelgeving, en reputatierisico’s die het vermogen van VGP om zakelijke relaties aan te gaan, kunnen schaden.
Het thema is ook materieel vanuit het oogpunt van behoud van talent. Tekortkomingen op dit gebied kunnen leiden tot een hoger personeelsverloop en hogere wervingskosten, met directe gevolgen voor het vermogen van VGP om ontwikkelingsprojecten op te leveren en activa efficiënt te exploiteren. Omgekeerd kan een sterke toewijding aan gezondheid, veiligheid en beveiliging bijdragen aan een positieve werkomgeving, waardoor talent kan worden aangetrokken en behouden. Dit geldt ook voor de gemeenschappen rondom de activiteiten van VGP. Bouwactiviteiten kunnen risico’s opleveren voor omwonenden, terwijl de veiligheid en beveiliging van openbare ruimtes binnen geëxploiteerde activa van invloed kunnen zijn op de gezondheid en veiligheid van bezoekers en leden van de gemeenschap. Slecht beheer op dit gebied kan de reputatie van VGP schaden en het vermogen om zijn activa adequaat te positioneren als veilig en beveiligd.
Bovendien zijn gezondheids-, veiligheids- en beveiligingsoverwegingen ook van belang in de waardeketen van VGP. Van leveranciers en partners wordt verwacht dat ze dezelfde hoge normen handhaven, en elke tekortkoming op dit gebied kan de bedrijfsvoering verstoren, de reputatie van VGP direct schaden of leiden tot gerechtelijke procedures in geval van ernstig wanbeheer.
NALEVING VAN MENSENRECHTEN VOOR WERKNEMERS IN DE WAARDEKETEN (ESRS S2)
Dit thema behandelt 2 belangrijke aspecten die rechtstreeks verband houden met het welzijn van werknemers binnen de waardeketen: mensenrechten en, in het verlengde daarvan, gezondheid en veiligheid. Deze kwesties brengen tal van risico’s met zich mee, waaronder juridische (volgens de toekomstige CS3D), financiële en reputatierisico’s. De financiële implicaties en het impactperspectief van mensenrechten- en gezondheids- en veiligheidskwesties binnen de waardeketen van VGP kunnen verstrekkend zijn.Ze reiken verder dan de directe juridische en financiële risico’s en omvatten ook gevolgen op de lange termijn voor de reputatie, relaties en toegang tot hulpbronnen van de Vennootschap. De impact wordt als groot beschouwd gezien de bouwactiviteiten van de Groep, op basis van de sectorale blootstelling aan moderne slavernij en gezondheids- en veiligheidskwesties. Juridische risico’s vloeien voort uit mogelijke schendingen van wet- en regelgeving op het gebied van mensenrechten. Financiële risico’s houden verband met mogelijke boetes, sancties en de kosten van herstelmaatregelen in geval van niet-naleving. Reputatierisico’s kunnen voortvloeien uit gevallen van dwangarbeid, kinderarbeid of andere illegale activiteiten die verband houden met schendingen van de mensenrechten. Dergelijke incidenten kunnen het imago van VGP schaden, wat kan leiden tot verlies van vertrouwen bij klanten en mogelijk gevolgen kan hebben voor de marktpositie en financiële prestaties van het bedrijf.
Sociale thema’s met beperkte materialiteit
GEZONDHEID EN VEILIGHEID, WELZIJN EN BEVEILIGING IN VGP-KANTOREN (ESRS S1)
Gezien de aard van de activiteiten van VGP, waarbij een beperkt aantal werknemers in kantooromgevingen werkzaam is, wordt de Vennootschap niet significant blootgesteld aan gezondheids- en veiligheidsrisico’s in haar kantoren. Hoewel gezondheid en veiligheid, welzijn en beveiliging belangrijke aspecten zijn van elke werkplek en proactief beheer van deze kwesties, is de materialiteit ervan in de activiteiten van VGP, met name vanuit een financieel oogpunt, relatief laag. De potentiële risico’s die aan deze gebieden verbonden zijn, zullen waarschijnlijk geen substantiële gevolgen hebben voor de reputatie van VGP bij belanghebbenden of voor de naleving van de wetgeving.
TOEGANKELIJKHEID VAN DE ACTIVA VAN VGP (ESRS S4)
De toegankelijkheid van de activa van VGP verwijst naar het gemak waarmee huurders en hun bezoekers de panden van VGP kunnen bereiken en zich daar kunnen verplaatsen. Hierbij kan het gaan om factoren zoals de locatie, openbaar vervoersverbindingen, parkeergelegenheid en de indeling en het ontwerp van de panden. Het gebruikerscomfort heeft betrekking op de voorzieningen en diensten die in de parken van VGP worden aangeboden, zoals openbare ruimtes, inclusief groenvoorzieningen, verwarmings- en koelsystemen en netheid. Hoewel deze factoren belangrijk zijn voor het aantrekken en behouden van huurders, worden ze als beperkt belangrijk beschouwd omdat ze standaardverwachtingen zijn in de dagelijkse activiteiten van VGP en al zijn geïntegreerd in het historische businessmodel van VGP voor zowel operationele als ontwikkelingsactiviteiten.
DIVERSITEIT, GELIJKHEID EN INCLUSIE (ESRS S1)
Hoewel diversiteit, gelijkheid en inclusie (“Diversity, Equity and Inclusion”, afgekort “DEI”) een integraal onderdeel vormen van het HR-beleid en de ESG-Strategie van VGP, wat duidt op zijn streven naar het creëren van een diverse, rechtvaardige en inclusieve omgeving, wordt dit vanuit zowel financieel als impactperspectief als minder materieel voor VGP beschouwd. Dit suggereert dat DEI weliswaar is verankerd in de strategie van VGP, maar niet als even invloedrijk of significant wordt beschouwd als andere factoren wat betreft de financiële implicaties of de omvang van de impact ervan. Dit is te wijten aan verschillende factoren, zoals de aard van de activiteiten van VGP, de sector waarin het bedrijf actief is, de beperkingen die door verschillende landen worden opgelegd aan beleid met betrekking tot etniciteit, of de specifieke sociale uitdagingen die verband houden met het personeelsbestand. Ondanks de relatief beperktere materialiteit blijft DEI een cruciaal onderdeel van VGP’s streven om een betere werkplek te creëren. De waarde van DEI ligt in het potentieel om de werkomgeving te verbeteren, een cultuur van respect en inclusie te bevorderen en bij te dragen aan het welzijn van werknemers en het behoud van talent.
IMPACT OP LOKALE GEMEENSCHAPPEN (ESRS S3)
Lokale gemeenschappen zijn een belangrijk aspect van de ESG-Strategie van VGP, waarmee het bedrijf zijn streven laat zien om een positieve invloed uit te oefenen op de gemeenschappen waarin hij actief is. Dit aspect is echter vanuit zowel financieel als impactperspectief als minder materieel voor VGP aangemerkt. Dit betekent dat de impact op lokale gemeenschappen weliswaar is opgenomen in de duurzaamheidsstrategie van VGP, maar niet als even invloedrijk of significant wordt beschouwd als andere factoren wat betreft de financiële gevolgen of de omvang van de impact. De activiteiten van VGP kunnen bijvoorbeeld zodanig zijn dat de directe invloed van de impact op de gemeenschap op de financiële prestaties minder uitgesproken is in vergelijking met andere aspecten. Het is belangrijk op te merken dat, hoewel dit misschien geen significante materiële impact heeft op VGP, de waarde van de impact op de gemeenschap ligt in het potentieel om de lokale omgeving te verbeteren, een cultuur van respect en acceptatie te bevorderen en uiteindelijk bij te dragen aan het algehele succes en de exploitatievergunning van VGP.
OPLEIDING EN ONTWIKKELING VOOR WERKNEMERS (ESRS S1)
De nadruk op opleiding en ontwikkeling voor de werknemers van VGP wordt steeds belangrijker. De Groep erkent de waarde van degelijke opleidingsprogramma’s en continu leren, en de rol die hij speelt bij het behouden van een concurrentievoordeel, het stimuleren van innovatie en het waarborgen van de tevredenheid van werknemers. VGP legt de nadruk op het behouden van talent, het bieden van carrièremogelijkheden en het bevorderen van het welzijn van werknemers. Deze initiatieven dragen niet alleen bij aan een positieve werkomgeving, maar helpen ook bij het aantrekken en behouden van toptalent. Vanuit risicoperspectief kan ontoereikende of ineffectieve opleiding leiden tot prestatieproblemen, verminderde werknemerstevredenheid en verlies van concurrentievoordeel. Daarom, hoewel de materialiteit van dit aspect vanuit het bredere perspectief van de Groep misschien lager is, onderstrepen de potentiële risico’s nog steeds het belang ervan.
FILANTROPIE EN VRIJWILLIGERSWERK (ESRS S1)
Hoewel filantropie en vrijwilligerswerk vanuit puur financieel oogpunt misschien een minder materiële impact hebben, blijven ze relevant in het kader van dubbele materialiteit. Initiatieven op het gebied van filantropie en vrijwilligerswerk tonen aan dat de vennootschap zich inzet voor maatschappelijke verantwoordelijkheid en een positieve bijdrage levert aan het welzijn van de gemeenschap, teambuilding en het verbeteren van de reputatie van het bedrijf. Deze activiteiten kunnen van invloed zijn op de perceptie van belanghebbenden, de betrokkenheid van werknemers en de maatschappelijke impact op lange termijn, en spelen daarmee een rol in de holistische beoordeling van de duurzaamheidsprestaties van een vennootschap.
Governance-thema’s
Van de governance-thema’s werden er 2 van de 5 als materieel aangemerkt. Van de 5 besproken governance-thema’s die betrekking hebben op de op governance gerichte ESRS, werden er 2 als materieel voor VGP erkent. De 2 thema’s die als risicovol of kansrijk voor VGP worden aangemerkt, zijn:
— verantwoorde en duurzame (i) interactie met de toeleveringsketen, en
— (ii) bedrijfsethiek en corruptie.
Meest materiële governance-thema’s
VERANTWOORDE EN DUURZAME INTERACTIE MET DE TOELEVERINGSKETEN (ESRS G1)
Net zoals het belangrijk is om rekening te houden met werknemers in de waardeketen, heeft het governance-thema met de hoogste significantie in de matrix betrekking op de volledige waardeketen van VGP, met specifieke aandacht voor de interacties met de toeleveringsketen. Dit thema is bijzonder relevant in the context van verantwoord inkopen en de evoluerende regelgevingskaders voor due diligence op het gebied van duurzaam ondernemen in de Europese Unie, waaronder de Richtlijn inzake Due Diligence op het gebied van Duurzaam Ondernemen (“Corporate Sustainability Due Diligence Directive”, afgekort “CSDDD”). De potentiële impact op de activiteiten van VGP is dan ook aanzienlijk en omvat reputatie-, juridische en financiële risico’s. Het uitgebreide netwerk van leveranciers van VGP, dat het resultaat is van zijn diverse activiteiten, versterkt het belang van dit thema nog verder. VGP heeft het potentieel om zijn hele waardeketen positief te beïnvloeden door milieu- en sociale risico’s te beperken en tegelijkertijd de positieve impact van VGP te maximaliseren (door verantwoord ondernemen aan te tonen bij het stimuleren van duurzame verandering en het waarborgen van een eerlijke behandeling van zijn zakelijke partners).
BEDRIJFSETHIEK EN CORRUPTIE (ESRS G1)
Bedrijfsethiek en corruptie zijn voor VGP een thema van groot belang, gezien de algemene blootstelling van de vastgoedsector aan omkoping, corruptie en concurrentieverstorende praktijken. Deze risico’s vloeien voort uit verschillende factoren, waaronder de pan-Europese aanwezigheid met activiteiten van vele entiteiten in verschillende landen, de noodzaak om meerdere lokale agenten en onderaannemers te beheren, de complexiteit van projectbeheer en projectvergunningen, de omvang van de contracten die betrokken zijn bij de bouw van grote infrastructuurprojecten en het concurrentieproces dat nodig is om contracten met particuliere en openbare entiteiten binnen te halen. Dit kan de reputatie en financiële prestaties van VGP aantasten en kan leiden tot juridische sancties, financiële verliezen en schade aan de reputatie van VGP.
In het algemeen kan elke tekortkoming op dit gebied de activiteiten verstoren en de reputatie van VGP schaden. Voor het personeel van VGP is bedrijfsethiek van cruciaal belang voor het handhaven van een eerlijke en respectvolle werkomgeving.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 266Ethisch wangedrag kan leiden tot een problematische werkomgeving, wat van invloed is op het moreel, de productiviteit en het behoud van talent van werknemers.
Governance-thema’s met beperkte materialiteit
POLITIEK ENGAGEMENT EN LOBBYACTIVITEITEN (ESRS G1)
Het is belangrijk op te merken dat de materialiteit van het thema Politiek engagement en lobbyactiviteiten beperkt is vanwege het beleid van VGP om zich niet politiek te engageren, naast het feit dat de primaire activiteiten van de Groep plaatsvinden in Europese landen, waar strenge wetgeving inzake lobbyactiviteiten bestaat.
DATAPRIVACY EN CYBERSECURITY (ESRS G1)
Aangezien VGP een vastgoedvennootschap is, is de blootstelling aan risico’s op het gebied van dataprivacy en cybersecurity relatief laag. VGP blijft echter onderworpen aan strenge regelgeving, met name Verordening (EU) 2016/679, ook bekend als de “Algemene Verordening Gegevensbescherming” of “AVG”, naast lokale wetgeving op het gebied van gegevensbescherming zoals de Duitse Federale Wet op de Gegevensbescherming (“BDSG”). VGP beheert gegevens, waaronder gegevens van werknemers, leveranciers en huurders. Daarom is het voor VGP van cruciaal belang om robuuste maatregelen op het gebied van privacy- en cybersecurity te hebben om deze gegevens te beschermen en te voldoen aan de relevante regelgeving.
Naast informatiebeveiligingsrisico’s houdt VGP ook rekening met cyberbeveiligingsaspecten met betrekking tot zijn digitale infrastructuur en energiesystemen die in zijn hele portefeuille worden ingezet, met inbegrip van installaties voor hernieuwbare energie. Naarmate verbonden energieactiva en operationele technologieën steeds meer worden geïntegreerd in de exploitatie van gebouwen, wordt ook rekening gehouden met cyberbeveiligingsrisico’s in verband met hardware, software en toegang voor leveranciers. VGP streeft er daarom naar om cyberbeveiligingsoverwegingen mee te nemen in het ontwerp, de aanschaf en de exploitatie van dergelijke systemen, met inbegrip van de selectie van leveranciers, toegangsbeheer en monitoringprocessen.
Cybersecurity blijft essentieel om de integriteit van de digitale infrastructuur van VGP te waarborgen en verstoringen van de bedrijfsvoering te voorkomen. Een inbreuk op de cybersecurity kan leiden tot operationele downtime, financiële verliezen en schade aan de reputatie van VGP.
FISCALE TRANSPARANTIE
Fiscale transparantie verwijst naar het streven van VGP om openlijk zijn fiscale praktijken en -bijdragen bekend te maken. Dit omvat het verstrekken van duidelijke informatie over belastingbetalingen, beleid en naleving van fiscale regels. Hoewel dit blijk geeft van de toewijding van VGP aan ethische bedrijfspraktijken en naleving van de regelgeving, en het vertrouwen en de geloofwaardigheid bij belanghebbenden vergroot, wordt het vanuit impactperspectief als beperkt belangrijk beschouwd, omdat dergelijke transparantie een standaardverwachting is in de governance-praktijken van VGP. Deze toewijding aan fiscale transparantie is al geïntegreerd in het gevestigde businessmodel van VGP en sluit aan bij zijn voortdurende inspanningen om transparantie en verantwoordingsplicht in corporate governance te handhaven.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 267
ESRS Referentietabel
De onderstaande tabel geeft de thema’s voor rapportering weer die zijn geïdentificeerd in de EU-normen voor Duurzaamheidsrapportering en worden geïdentificeerd op basis van de materialiteitsbeoordeling van VGP.
| ESRS-rapportering-eis en betrokken datapunt | Deel in het geïntegreerde jaarverslag van VGP |
|---|---|
| ESRS 2 GOV-1 Genderdiversiteit in de raad van bestuur alinea 21(d) | 4.2.3.1.8 |
| ESRS GOV-1 Percentage onafhankelijke bestuurders alinea 21 | Remuneratie Rapport |
| ESRS 2 GOV-4 Due-diligence-verklaring alinea 30 | Remuneratie Rapport |
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. fossiele brandstoffen alinea 40 (d) i | Profiel |
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. productie van chemische stoffen alinea 40 (d) ii | Profiel |
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. controversiële wapens alinea 40 (d) iii | Profiel |
| ESRS 2 SBM-1 Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. teelt en productie van tabak alinea 40 (d) iv | Profiel |
| ESRS E1-1 Transitieplan om in 2050 klimaatneutraal te zijn alinea 14 | 4.2.2.2 Climate Change |
| ESRS E1-1 Ondernemingen uitgesloten van op Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks alinea 16 (g) | 4.2.2.2 Climate Change |
| ESRS E1-4 Doelen BKG-emissiereductie alinea 34 | 4.2.2.2 Climate Change |
| ESRS E1-5 Totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, uitgesplitst naar bron (alleen sectoren met een grote impact op het klimaat) alinea 38 | n.v.t |
| ESRS E1-5 Energieverbruik en -mix alinea 37 | 4.2.2.2.8 |
| ESRS E1-5 Energie-intensiteit in verband met activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat, alinea 40-43 | n.v.t |
| ESRS E1-6 Bruto scope 1, 2 en 3 en totale BKG-emissies alinea 44 | 4.2.2.2.9 |
| ESRS E1-6 Bruto-BKG-emissie-intensiteit alinea 53-55 | 4.2.2.2.8 |
| ESRS E1-7 BKG-verwijderingen en carbon credits alinea 56 | 4.2.2.2.10 |
| ESRS E1-9 Blootstelling van de benchmarkportefeuille aan klimaatgerelateerde fysieke risico's alinea 66 | 4.2.2.2.12 |
| ESRS E1-9 Uitsplitsing van geldbedragen naar acute en chronische fysieke risico's alinea 66(a) | 4.2.2.2.12 |
| ESRS E1-9 Locatie van belangrijke activa die aan materiële fysieke risico's zijn blootgesteld alinea 66(c) | 4.2.2.2.12 |
| ESRS E1-9 Uitsplitsing van de boekwaarde van vastgoedactia naar energie-efficiëntieklasse alinea 67(c) | 4.2.2.2.8 |
| ESRS E1-9 Mate van blootstelling van de portefeuille aan klimaatgerelateerde kansen alinea 69 | 4.2.2.2.12 |
| ESRS E2-4 Hoeveelheid van elke verontreinigende stof die is opgenomen in bijlage II van de E-PRTR-verordening (Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen) die in de lucht, het water en de bodem wordt uitgestoten alinea 28 | n.v.t |
| ESRS E3-1 Water- en mariene hulpbronnen alinea 9 | 4.2.2.4 |
| ESRS E3-1 Specifiek beleid alinea 13 | 4.2.2.4.2 |
| ESRS E3-1 Duurzame oceanen en zeeën alinea 14 | n.v.t |
| ESRS E3-4 Totale hoeveelheid gerecycled en hergebruikt water alinea 28 (c) | 4.2.2.4.5 |
| ESRS E3-4 Totaal waterverbruik in m³ per netto-opbrengst uit eigen activiteiten alinea 29 | 4.2.2.4.5 |
| ESRS E4 SBM 3 – alinea 16(a) i | 4.2.2.5.4 |
| ESRS-rapportering-eis en betrokken datapunt | Deel in het geïntegreerde jaarverslag van VGP |
|---|---|
| ESRS E4 SBM 3 – alinea 16(b) | 4.2.2.5.2 |
| ESRS E4 SBM 3 – alinea 16(c) | 4.2.2.5.2 |
| ESRS E4-2 Duurzame landbouwpraktijken of -beleid alinea 24 (b) | 4.2.2.5.4 |
| ESRS E4-2 Duurzame landbouwpraktijken of -beleid alinea 24 (c) | 4.2.2.5.4 |
| ESRS E4-2 Beleid ter bestrijding van ontbossing alinea 24 (d) | 4.2.2.5.4 |
| ESRS E5-5 Niet-gerecycled afval alinea 37 (d) | 4.2.2.3.3 |
| ESRS E5-5 Gevaarlijk afval en radioactief afval alinea 39 | 4.2.2.3.3 |
| ESRS S1 – SBM3 - Risico op incidenten van dwangarbeid alinea 14 (f) | 4.2.3.1.2 |
| ESRS S1 – SBM3 - Risico op incidenten met kinderarbeid alinea 14 (g) | 4.2.3.1.2 |
| ESRS S1-1 Verbintenissen op het gebied van mensenrechtenbeleid alinea 20 | 4.2.3.1.3 |
| ESRS S1-1 Due diligence-beleid inzake kwesties die aan de orde komen in de fundamentele verdragen 1 tot en met 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie alinea 21 | 4.2.3.2.5 |
| ESRS S1-1 Processen en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel alinea 22 | 4.2.3.2.3 |
| ESRS S1-1 Beleid of beheersysteem ter voorkoming van arbeidsongevallen alinea 23 | 4.2.3.2.5 |
| ESRS S1-3 Mechanismen voor de behandeling van klachten alinea 32 (c) | 4.2.3.1.17 |
| ESRS S1-14 Aantal dodelijke ongevallen en aantal en percentage arbeidsongevallen alinea 88 (b) en (c) | 4.2.3.1.16 |
| ESRS S1-14 Aantal verloren dagen door letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of ziekte alinea 88 (e) | 4.2.3.1.7 |
| ESRS S1-16 Niet-gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen alinea 97 (a) | 4.2.3.1.7 |
| ESRS S1-16 Verhouding tussen het hoogste en het laagste individuele loon alinea 97 (b) | Remuneratie Rapport |
| ESRS S1-17 Incidenten van discriminatie, waaronder intimidatie alinea 103 (a) | 4.2.3.1.7 |
| ESRS S1-17 Niet-naleving van de UNGP's inzake bedrijfsleven en mensenrechten en de OESO alinea 104 (a) | 4.2.2.7.6 |
| ESRS S2 SBM-3 Aanzienlijk risico op kinderarbeid of dwangarbeid in de waardeketen alinea 11 (b) | 4.2.3.2 |
| ESRS S2-1 Verbintenissen op het gebied van mensenrechtenbeleid alinea 17 | 4.2.3.2.3 |
| ESRS S2-1 Beleid met betrekking tot werknemers in de waardeketen alinea 18 | 4.2.3.2.3 |
| ESRS S2-1 Gevallen van niet-naleving van de "UN Guiding Principles on Business and Human Rights" (UNGP’s) en de OESO-richtlijnen, zoals bedoeld in paragraaf 19. | 4.2.3.2.3 |
| ESRS S2-1 Due diligence-beleid inzake kwesties die aan de orde komen in de fundamentele verdragen 1 tot en met 8 van de Internationale Organisatie, alinea 19 | 4.2.3.2.3 |
| ESRS S2-4 Mensenrechtenkwesties en incidenten in verband met de upstream- en downstream-waardeketen alinea 36 | 4.2.3.3.2 |
| ESRS S3-1 Verbintenissen op het gebied van mensenrechtenbeleid alinea 16 | 4.2.3.2.3 |
| ESRS S3-1 Niet-naleving van de UNGP's inzake bedrijfsleven en mensenrechten en de OESO-richtlijnen alinea 17 | 4.2.3.2.3 |
| ESRS S4-4 Mensenrechtenkwesties en incidenten alinea 35 | 4.2.3.2.3 |
| ESRS G1-1 Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie, alinea 10 (b) | 4.2.4.3.1 |
| ESRS G1-1 Bescherming van klokkenluiders alinea 10(d) | 4.2.3.3.2 |
| ESRS G1-4 Boetes voor overtreding van wetten ter bestrijding van corruptie en omkoping alinea 24 (a) | 4.2.4.6 |
| ESRS G1-4 Normen inzake corruptiebestrijding en bestrijding van omkoping alinea 24 (b) | 4.2.4.6 |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 268
4.2.2 Milieu-informatie
4.2.2.1 Milieucertificering van Gebouwen
4.2.2.1.1 Details van Milieucertificeringen van Gebouwen Tijdens de Operationele Fase
Milieucertificering van gebouwen is een cruciaal instrument om de algehele milieuprestaties van zowel ontwikkelingsprojecten als bestaande activa te ondersteunen.Het is een manier om prestaties aan te tonen aan de hand van vastgestelde markt- normen, die alle milieuaspecten van gebouwen omvatten. VGP streeft ernaar om voor 100% van de magazijnen die het in eigen- dom heeft en beheert, operationele milieucertificering voor gebouwen te verkrijgen en het hoge niveau van de verkregen certificeringen te handhaven. De BREEAM-certificering wordt beschouwd als een goed kader om de operationele teams te begeleiden bij het beperken van hulpbronnen en het toepassen van circulaire economieconcepten. In overeenstemming met de beste industrienormen is de Groep in 2020 begonnen met het consequent certificeren van zijn activa (certificeringsvernieu- wingen en nieuwe certificeringen) volgens de nieuwste versie van het BREEAM ‘In-Use’-kader. Deze “versie 6” bevat functies voor het stimuleren van milieuprestaties en de gezondheid en het welzijn van de bewoners, met extra nadruk op veerkracht bij klimaatverandering, sociale waarde en de principes van de circulaire economie. De Groep heeft zijn certificeringsbe- leid in 2025 voortgezet en heeft nu in totaal 102 gebouwen die BREEAM ‘In-Use’-gecertificeerd zijn op het gebied van Asset Performance (Deel 1). Van die 102 gecertificeerde gebouwen zijn er 100 magazijnen en 2 kantoorgebouwen, goed voor een totale gecertificeerde oppervlakte van meer dan 1,9 miljoen m². Dit vertegenwoordigt een aandeel van 39% van de bestaande portefeuille van de Groep in aantal activa en een dekking van 30% in oppervlakte. Ter vergelijking: 100% van de BREEAM ‘In-Use’-certificaten die aan de bestaande portefeuille van de Groep werden toege- kend, behaalden minstens het niveau “Very Good” (Zeer Goed) voor Asset Performance (Deel 1). 1 De onderstreepte waarden zijn onderworpen aan een assurance-opdracht met beperkte maat van zekerheid.
Dekking van milieucertifi ceringen in exploitatie en ontwikkeling binnen de totale bestaande portefeuille van de groep
| Categorie | Aantal activa | % van totaal | m² | % van totaal |
|---|---|---|---|---|
| Totaal gecertificeerde activa | 228 | 88% | 5.250.000 | 84% |
| Gecertificeerde activa in gebruik | 102 | 39% | 1.868.000 | 30% |
| Gecertificeerde activa nieuwbouw | 126 | 49% | 3.382.000 | 54% |
| Niet-gecertificeerde activa – maar wel betrokken bij certificeringsproces | 31 | 12% | 1.025.000 | 16% |
| Totaal | 259 | 100% | 6.275.000 | 100% |
Uitsplitsing van de certificering van de bestaande activa van de Groep per niveau (in aantal activa)
| Niveau | Groep | Sector | % | (% cum) |
|---|---|---|---|---|
| “Outstanding” (Uitmuntend) | 16 | 7% | Top 1% | |
| “Excellent” (Uitstekend) | 55 | 24% | Top 10% | (31%) |
| “Very Good” (Zeer goed) | 152 | 67% | Top 25% | (98%) |
| “Good” (Goed) | 5 | 2% | Top 50% | (100%) |
| “Acceptable & pass” (Aanvaardbaar en geslaagd) | — | 0% | Top 75% | |
| Totaal | 228 | 100% |
Uitsplitsing van de EPC-labels van de staande portefeuille van de Groep per labelniveau (in aantal gebouwen)
| % van bestaande portefeuille | |
|---|---|
| EPC – A | 36% |
| EPC – B | 25% |
| EPC – C | 24% |
| EPC – D | 9% |
| EPC – E | 3% |
| Nog niet uitgegeven | 3% |
| Totaal | 100% |
Milieucertificeringen van Gebouwen tijdens de Bouwfase
Naast het streven naar naleving van de EU-Taxonomie (catego- rie 7.1 of categorie 7.7) voor alle nieuwbouwprojecten (zie deel 4.2.2.7 Informatieverschaffing overeenkomstig Artikel 8 van Ver- ordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening), streeft VGP, als onderdeel van zijn strategie voor ontwikkelingsprojecten zoals uiteengezet in de duurzaamheidsrichtlijnen, naar een milieucertificering voor al zijn nieuwe greenfield-/brownfield- bouw-, renovatie- en uitbreidingsprojecten:
— Deutsche Gesellschaft für Nachhaltiges Bauen “DGNB” in Duitsland en Oostenrijk (in Oostenrijk volgt de ÖGNI dezelfde principes als DGNB), en
— BREEAM in de rest van Europa.
VGP streeft ernaar om voor 100% van zijn ontwikkelingsprojec- ten (met een certificering voor de bouw of de renovatie) mini- maal het niveau “Excellent” (Uitstekend) (BREAAM) of “Gold” (Goud) (DGNB) te behalen. Aanvullende of hogere milieucerti- ficeringen worden verkregen wanneer deze relevant zijn voor de vastgoedverhuur- of investeringsmarkten. Naast het beha- len van het “Excellent”- of “Gold”-niveau onder respectieve- lijk BREEAM en DGNB, moeten alle grote projecten een tech- nische en economische haalbaarheidsstudie uitvoeren om het BREEAM “Outstanding”(Uitmuntend) – of DGNB “Platinum” (Pla- tinum)-niveau te bereiken, indien van toepassing. Projecten die een dergelijke “Outstanding”-certificering hebben behaald, zijn onder meer gebouwen in VGP Park Arad en VGP Park Legnano.
Aantal Ontwikkelingsprojecten dat Betrokken is bij een Milieucertificeringsproces voor Gebouwen
| Aantal ontwikkelingsprojecten dat betrokken is bij een milieucertificeringsproces voor gebouwen | 43 |
| Aandeel ontwikkelingsprojecten dat betrokken is bij een milieucertificeringsproces | 100% |
Uitsplitsing van de activa in aanbouw van de Groep waarvoor een milieucertificering wordt aangevraagd, per niveau (in aantal activa)
| Niveau | Groep |
|---|---|
| “Outstanding” (Uitmuntend) | 9 (9%) |
| “Excellent” (Uitstekend) | 39 (91%) |
| “Very Good” (Zeer goed) | — (—) |
| “Good” (Goed) | — (—) |
| “Acceptable & pass” (Aanvaardbaar en geslaagd) | — (—) |
| Totaal | 43 (100%) |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 269
Case study
Toonaangevende certifi ceringsnormen naar een hoger niveau tillen
Hoogwaardige duurzaamheidscertifi ceringen zijn een graadmeter voor de energie-effi ciëntie, de milieuprestaties en de algehele kwaliteit van de gebouwen die wij opleveren. In 2025 hebben verschillende VGP-projecten mijlpalen bereikt op het gebied van sectorbrede en landelijke certifi cering, wat onze voortdurende focus weerspiegelt op het opleveren van toonaangevende vastgoedobjecten die voldoen aan de strengste internationale normen.
Toonaangevende BREEAM Prestatie – VGP Park Arad, Roemenië
Het ROMARA-B-gebouw in VGP Park Arad behaalde de BREEAM-certificering ‘Outstanding’ met een score van 96,3%, de hoogste BREEAM New Construction score die ooit wereldwijd aan een industrieel gebouw is toegekend. Het gebouw, ontwikkeld voor het derde wereldwijde productiecentrum van de VAT Group, integreert hoogprecieze productiehallen, moderne kantoren, aangelegde groene zones en op de werknemers gerichte voorzieningen zoals een kantine en een fitnessruimte. Het project, ontworpen volgens lean-principes, toont aan hoe uitzonderlijke energieprestaties, operationele efficiëntie en gebruikerscomfort kunnen worden gerealiseerd in zeer gespecialiseerde industriële omgevingen.
Eerste BREEAM Outstanding New Construction in Italië – VGP Park Legnano
Het ITAMLG-A-gebouw in VGP Park Legnano is gecertificeerd met BREEAM Outstanding New Construction met een score van 93,6% en is daarmee het eerste project in Italië dat dit certificeringsniveau in alle gebruikscategorieën heeft behaald. Het project, gelegen in de buurt van Milaan, omvat een fotovoltaïsche installatie van 1 MWp op het terrein, energiezuinige verlichting en HVAC-systemen, een groene gevel en meer dan 8.000 m² aangelegde groene zones.
Eerste voltooide gebouw in Spanje met EU-taxonomiecertifi cering – VGP Park Noáin-Pamplona
Het ESPNOA-A-gebouw in VGP Park Pamplona Noáin behaalde BREEAM Outstanding (92,04%) en kreeg bovendien de EU-taxonomiecertifi cering toegekend door GBC España, waarmee het het eerste voltooide gebouw in Spanje is dat deze mijlpaal bereikt. Deze dubbele certifi cering onderstreept dat het project nauw aansluit bij zowel internationaal erkende bouwnormen als het duurzaamheidskader van de EU, en draagt bij aan transparantie, harmonisatie van regelgeving en veerkracht op de lange termijn.
“Het behalen van zo’n uitzonderlijke BREEAM-score was alleen mogelijk dankzij de nauwe samenwerking met het team van VGP, die al in een vroeg stadium van het conceptontwerp van start ging. Gedurende het hele proces werd aan elke BREEAM-eis zorgvuldig voldaan en werd er nauwlettend op toegezien, met opmerkelijke aandacht voor detail. Naast technische naleving weerspiegelt dit de oprechte toewijding van VGP aan duurzaamheid en kwaliteit. Dit project is een duidelijk voorbeeld van hoe vroegtijdige afstemming, consistente opvolging en gedeelde ambitie kunnen leiden tot uitstekende prestaties”, aldus Youcef Maharzi, Key Account Manager – BRE Group Limited, Verenigd Koninkrijk.
VGP Park Pamplona Noáin, Spanje
VGP Park Arad, Roemenië, Gebouw B behaalde de hoogste BREEAM New Construction score die ooit wereldwijd aan een industrieel gebouw is toegekend.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 270
4.2.2.2 Klimaatverandering (ESRS E1)
4.2.2.2.1 Integratie van Duurzaamheidsprestaties in Beloningsregelingen (ESRS 2 GOV-3)
Vooruitgang ten opzichte van klimaatgerelateerde doelstellingen die zijn vastgelegd in het bijge- werkte KPI-blad inzake ESG-Strategie en als zodanig worden meegenomen in de berekening van de beloningsregelingen van VGP. Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen we naar het deel Remuneratieverslag voor de integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen.
4.2.2.2.2 Transitieplan voor Klimaatmitigatie (ESRS E1-1)
Ons Transitieplan voor Klimaatmitigatie volgt de 3 belangrijkste doelstellingen:
— VERMINDEREN, door de CO2-uitstoot te verminderen tot het niveau dat door de wetenschap wordt verwacht;
— VERMIJDEN, door onze waardeketen te helpen hun eigen CO2-uitstoot te verminderen; en
— VERWIJDEREN, door de resterende uitstoot van onze eigen activiteiten na de vermindering van de CO2-uitstoot te neutraliseren.
VGP kwam in 2021 met zijn eerste aanpak voor klimaatmitigatie en netto-nul-doelstelling, die kwan- titatieve doelstellingen voor de vermindering van de CO2-uitstoot en energieverbruik omvatte. Tussen 2020 en 2025 realiseerde VGP een cumulatieve vermindering van 22% van de energie-in- tensiteit en 66% van de koolstofintensiteit.In februari 2023 publiceerde VGP een bijgewerkte ESG-Strategie, waarin hij zich verbindt om bij te dragen aan wereldwijde koolstofneutraliteit met nieuwe wetenschappelijk onderbouwde netto-nul-doelstellingen voor Scopes 1 en 2 en nieuwe, wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen die zijn afgestemd op de emissiereductiedoelstellingen voor Scope 3-emissies. Voor meer gedetailleerde informatie over de aanpassingen die zijn aangebracht in het referentiepunt van 2020, zie deel 4.2.1.1.2 Rapportering met betrekking tot specifieke omstandigheden (ESRS 2 BP-2).
Doelstellingen voor de vermindering van de CO2-uitstoot
Details van de belangrijkste CO2-reductiedoelstellingen van VGP, uitgaande van een referentiejaar 2020.
1 Aangezien VGP door SBTi is erkend als een KMO, zijn de Scope 3-emissiedoelstellingen niet in aanmerking genomen bij de beoordeling van de aanvraag van de Groep.
2 Zie ter referentie 4.2.2.2.9 Bruto Scope 1, 2 en 3 en totale broeikasgasemissies (ESRS E1-6)
| Doelstelling | Toepassingsgebied | Basisjaar | Type | Ambitieniveau | Streefjaar | SBTi-conform | SBTi goedgekeurd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eigen activiteiten | 1 | 2020 | Absoluut -50% | 2030 | Ja – 1,5°C | Ja | |
| Eigen activiteiten | 2 | 2020 | Absoluut -50% | 2030 | Ja – 1,5°C | Ja | |
| Eigen activiteiten | 1 | 2020 | Absoluut -90% | 2050 | Nee | Nee | |
| Eigen activiteiten | 2 | 2020 | Absoluut -90% | 2050 | Nee | Nee | |
| Eigen activiteiten – net zero | 1 | 2020 | Absoluut/rest neutraliseren -100% | 2025 | Ja – 1,5°C | Nee | |
| Eigen activiteiten – net zero | 2 | 2020 | Absoluut/rest neutraliseren -100% | 2025 | Ja – 1,5°C | Nee | |
| Waardeketen | 3 | 2020 | Absoluut -25% | 2030 | Ja – ruim onder 2°C | Nee |
Scope 3-reductie op lange termijn en bijdrage aan koolstofneutraliteit
Naast de reductie- en netto-nuldoelstellingen van de Groep met betrekking tot Scope 1 en 2, zet VGP zich in om bij te dragen aan wereldwijde koolstofneutraliteit binnen zijn Scope 3, met de uiteindelijke ambitie voor VGP om netto nul te bereiken. De Scope 3-emissies zijn afkomstig uit drie belangrijke bronnen:
— Downstream-portefeuille van verhuurde activa
De emissies in de portefeuille van verhuurde activa in de downstreamsector hebben een activaspecifieke en portefeuillegerichte benadering van koolstofneutraliteit, gebaseerd op CRREM-trajecten. Zie ook het subdeel Beoordelingen op niveau van portefeuille en activa met behulp van de Carbon Risk Real Estate Monitor (CRREM) in deel 4.2.2.2.7 Doelen inzake Klimaatmitigatie en Klimaatadaptatie (ESRS E1-4)
— Eigen activiteiten van de Groep
De Scope 3-emissies met betrekking tot de eigen activiteiten van de Groep 2 volgen een intensiteitsverminderingstraject tot 2030 dat is afgestemd op Scope 1 en 2
— Categorie 1 – Nieuwe Ontwikkelingen
Emissies met betrekking tot categorie 1 (nieuwe ontwikkelingen) worden aangepakt door een combinatie van operationele maatregelen en maatregelen op het gebied van koolstofuitstoot. Tot op heden zijn de verminderingen in de koolstofintensiteit gedurende de levensduur voornamelijk te danken aan operationele verbeteringen op het gebied van koolstofuitstoot, met name door de inzet van warmtepompen en fotovoltaïsche systemen op locatie. In de toekomst zullen materiaalkeuzes, bouwmethoden en betrokkenheid van de toeleveringsketen naar verwachting een steeds belangrijkere rol spelen bij het verder verminderen van de koolstofimpact.
Tegelijkertijd blijft de Groep decarbonisatie in zijn hele waardeketen ondersteunen, onder meer door het kwantificeren van vermeden emissies voor partners en door rekening te houden met koolstofverwijderingen die nauw verband houden met de activiteiten van de Groep. Ter ondersteuning van deze doelstellingen blijft VGP zijn subdoelstellingen voor koolstofreductie inzetten als belangrijke hefbomen voor de verwezenlijking van zijn overkoepelende klimaatdoelstellingen.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 271
| Naam van de doelstelling | Gerelateerd toepassingsgebied | Basisjaar | Type | Ambitieniveau | Streefjaar | In overeenstemming met SBTi | SBTi goedgekeurd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Scope 1 – Eigen activiteiten | 1 | 2020 | Intensiteit (kgCO2e/FTE) -50% | 2030 | Ja – 1,5°C | Ja | |
| Scope 2 – Eigen activiteiten | 2 | 2020 | Intensiteit (kgCO2e/FTE) -50% | 2030 | Ja – 1,5°C | Ja | |
| Scope 3 – Eigen kantoren en werknemers | 3 | 2020 | Intensiteit (kgCO2e/FTE) -50% | 2030 | Ja – ruim onder 2°C | Nee | |
| Scope 1 – Eigen activiteiten | 1 | 2020 | Intensiteit (kgCO2e/FTE) -90% | 2050 | Nee – 1,5°C | Nee | |
| Scope 2 – Eigen activiteiten | 2 | 2020 | Intensiteit (kgCO2e/FTE) -90% | 2050 | Nee – 1,5°C | Nee | |
| Scope 3 – Bouwactiviteiten | 3 | 2020 | Intensiteit (kgCO2e/m²) -20% | 2030 | Ja – ruim onder 2°C | Nee | |
| Scope 3 – Portefeuille in gebruik (2030) | Gedeeltelijk 3 (cat. 13) | 2020 | Intensiteit (kgCO2e/m²) -55% | 2030 | Ja – ruim onder 2°C | Nee | |
| Scope 3 – Portefeuille in gebruik (CCREM) | 3 | 2020 | Intensiteit (kgCO2e/m²) -90% | 2050 | Nee | Nee |
Voor elk van deze doelstellingen en subdoelstellingen:
— heeft VGP hetzelfde relevante referentiepunt gekozen, namelijk het jaar 2020, om de verbeteringen op het gebied van koolstofreductie weer te geven in vergelijking met een gemeenschappelijk jaar van al onze doelstellingen;
— beschikt VGP over een model voor het traject van koolstofreductie, waarbij zowel interne als externe hefbomen in aanmerking worden genomen en wordt uitgegaan van hypothesen uit externe decarbonisatiescenario’s. De modellen houden ook rekening met de impact van toekomstige interne activiteiten op basis van hypothesen;
— heeft VGP de hefbomen en het bijbehorende niveau geïdentificeerd en gekwantificeerd om de verwachte reductie te bereiken; en
— heeft VGP de kosten in verband met de ecologische transitie gekwantificeerd.
Voor meer gedetailleerde informatie over de aanpassingen die zijn aangebracht op het 2020 referentiepunt zie deel 4.2.1.1.2 Rapportering met betrekking tot specifieke omstandigheden.
Hefbomen en Hypothesen met Betrekking tot de Reductie van de Scope 1- en 2-CO2-uitstoot
Scope 1- en 2-emissies zijn de emissies waarover VGP directe controle heeft. Alle hieronder genoemde hefbomen en mitigatiemaatregelen zorgen ervoor dat het businessmodel van VGP verenigbaar is met de transitie naar een duurzame economie, waarbij de Scope 1- en Scope 2-emissies in overeenstemming zijn met de 1,5 °C-trajecten die zijn vastgelegd in het Akkoord van Parijs en met de doelstelling om in 2050 wereldwijde klimaatneutraliteit te bereiken.
In onderstaande figuur worden de hefbomen en hun bijbehorende gewicht voor de doelstelling van 2030 voor Scope 1- en 2 gedetailleerd weergegeven, namelijk een vermindering van broeikasgasemissies met 50% ten opzichte van het referentiejaar 2020.
— Het plan werd opgesteld in 2021/2022 en neemt daarom de prestaties van het jaar 2020 als referentiepunt.
1 Aangezien VGP door SBTi is erkend als een KMO, zijn de Scope 3-emissiedoelstellingen niet in aanmerking genomen bij de beoordeling van de aanvraag van de Groep.
— Scope 1-emissies worden voornamelijk veroorzaakt door het verbruik van aardgas voor verwarming van VGP-kantoren, directe emissies van mobiele verbranding voor woon-werkverkeer in geleasete auto’s en auto’s in eigendom van VGP en werk gerelateerde reizen:
– Een vermindering van het aandeel voertuigen met een verbrandingsmotor – voornamelijk door een toename van het aandeel elektrische voertuigen, met als doel om 100% te bereiken wanneer de leaseovereenkomsten van voertuigen met een verbrandingsmotor aflopen. De uitstoot zal worden aangepakt door middel van specifiek beleid (zakenreizen, woon-werkverkeer en autobeleid);
– Wat betreft de uitstoot door lekkage van koelmiddelen, zou de combinatie van de volgende maatregelen moeten leiden tot een aanzienlijke vermindering:
– Verhoging van de instelwaarde van de airconditioning;
– De implementatie van leksensoren;
– De vervanging van koelmiddelen, waarbij de apparatuur waar mogelijk op zijn plaats blijft; en
– De vervanging van de systemen zelf indien nodig.
— Scope 2-emissies in verband met het verbruik van elektriciteit en stadsverwarmings- en -koelingsnetwerken: Wat betreft emissies door elektriciteitsverbruik zal VGP zich baseren op de volgende strategieën:
– Beperking van het elektriciteitsverbruik van VGP-kantoren door gebruik te maken van energiezuinige gebouwen en maatregelen om het elektriciteitsverbruik te verminderen (bijv. slimme verlichtingssensoren enz.) (8% vermindering ten opzichte van 2020 in kWh/m²);
– Voor het resterende elektriciteitsverbruik verbruikt de Groep sinds drie jaar uitsluitend groene stroom.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 272
Hefbomen en Hypothesen met betrekking tot de reductie van de Scope 3-CO2-uitstoot
3 verschillende categorieën vertegenwoordigen meer dan 90% van de totale Scope 3-emissies:
Downstream verhuurde activa (energieverbruik huurder)
De uitstoot van downstream verhuurde activa wordt voornamelijk veroorzaakt door het verbruik van elektriciteit en aardgas en het lekken van koelmiddelen op activaniveau:
— Wat de uitstoot door aardgasverbruik betreft, streeft VGP ernaar om gasboilers geleidelijk uit te faseren waar dit technisch haalbaar en efficiënt is, en deze te vervangen door luchtwarmtepompen. Waar het niet mogelijk is om de gasboiler te vervangen, moet de doelstelling van de Groep om de energie-intensiteit in 2030 met 40% te verminderen ten opzichte van 2020 in kWh/m² toch helpen om die uitstoot te verminderen (door middel van andere maatregelen).
— Wat betreft emissies door lekkage van koelmiddelen, zou de combinatie van de volgende maatregelen deze emissies aanzienlijk moeten verminderen ten opzichte van 2020:
– Het verhogen van de instelwaarde van de airconditioning;
– De implementatie van leksensoren;
– De vervanging van koelmiddelen, waarbij de apparatuur waar mogelijk op zijn plaats blijft; en
– De vervanging van de systemen zelf, indien nodig.— Wat betreft emissies door het elektriciteitsverbruik van huurders, zal VGP de volgende strategieën hanteren:
– Beperking van de energiebehoefte van VGP-activa door middel van een doelstelling voor vermindering van de energie-intensiteit met 40% in 2030 ten opzichte van 2020 in kWh/m²;
Voor het resterende elektriciteitsverbruik:
– De aankoopbehoefte verminderen door de productie van hernieuwbare elektriciteit ter plaatse te verhogen door middel van fotovoltaïsche (PV) panelen met een beoogde capaciteit van 300 MWp (>300 MWp aan projecten zijn geïdentificeerd en worden momenteel uitgevoerd);
– Wanneer de productie ter plaatse niet in de volledige vraag kan voorzien, elektriciteit aankopen uit hernieuwbare energiebronnen. Wanneer VGP zeggenschap heeft over het contract met de nutsbedrijven, streeft de Groep ernaar om het elektriciteitsverbruik van de activa van huurders voor 100% over te schakelen op hernieuwbare energiebronnen, hetzij via directe aankoop, zoals stroomafnameovereenkomsten (PPA’s), hetzij via garanties van oorsprong.
– Sinds begin 2023 vereisen nieuwe huurovereenkomsten de aankoop van groene stroom en 23% van de totale huidige huurovereenkomsten bevatten deze vereiste vanaf december 2025. 1
Voor de bovenstaande aannames zal VGP gebruikmaken van de volgende hefbomen om de verwezenlijking ervan te waarborgen: groene huurovereenkomsten (bijgewerkt in 2023), waarin wordt gevraagd om uitsluitend 100% hernieuwbare energie in te kopen, focus op energie-efficiëntie en de inzet van submeteringsystemen om de effecten van de energie-efficiëntiemaatregelen van de huurders nauwlettend te volgen. De EU-richtlijnen inzake energie-efficiëntie en de lokale voorschriften inzake energie-efficiëntie van gebouwen zullen ook bijdragen aan de verbetering van de gemiddelde energie-intensiteit van huurders.
1 De waarden maken geen deel uit van de limited assurance opdracht op de ESG KPI’s.
Ontwikkelingen (categorie 1): De uitstoot zal worden verminderd door de implementatie van richtlijnen voor koolstofarme bouw voor nieuwe ontwikkelingsprojecten. De richtlijnen vereisen een vermindering van de koolstofprestaties van ontwikkelingsprojecten door het gebruik van koolstofarme of biologische materialen. Bovendien helpt het gebruik van een intern koolstofprijsmechanisme voor nieuwe ontwikkelingen de Groep bij de beoordeling van alternatieve bouwmaterialen met een lagere koolstofuitstoot (zie ook deel 4.2.2.2.11 Interne Koolstofprijsstelling).
Koolstofemissies Scope 3 (tCO2e)
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 273
Geplande investeringen ter ondersteuning van Transitieplan voor Klimaatmitigatie van VGP
VGP heeft de kosten van de milieutransitie voor zijn activiteiten tot 2030 geraamd:
| Naam van de doelstelling | Activiteit | CAPEX-vereisten (€ miljoen) | Details |
|---|---|---|---|
| Scope 1 – Eigen activiteiten | n.v. | n.v. | Geen investeringen in eigen activiteiten vereist (bijv. wagenpark niet in eigendom maar op basis van leasing) |
| Scope 2 – Eigen activiteiten | n.v. | n.v. | n.v.t. |
| Scope 3 – Eigen kantoren en werknemers | n.v. | n.v. | Geen investeringen in eigen activiteiten vereist (bijv. doorgaans geboekt als opex) |
| Scope 3 – portefeuille in gebruik | PV-uitrol | ca. € 60 miljoen | Gebaseerd op de activering van de momenteel geïdentificeerde pijplijn van 96 MWp fotovoltaïsche projecten. Verwachte productie van 279 GWh, gelijk aan circa 86% van het elektriciteitsverbruik van huurders |
| Scope 3 – portefeuille in gebruik | BESS-uitrol | ca. € 42 miljoen | Momenteel wordt een capaciteit van 173 MWh aan batterij-energieopslagsystemen (BESS) verwacht. Investeringen in BESS ondersteunen de strategie van de businessunit om in te spelen op nieuwe marktkansen die de flexibiliteit van het systeem vergroten en waardecreatie mogelijk maken binnen de gehele portefeuille van hernieuwbare energie. |
| Scope 3 – portefeuille in gebruik | Investeringen in warmtepompen | ca. € 82 miljoen | 3,8 miljoen m² bruto verhuurbaar oppervlak moet nog worden omgebouwd (wanneer dit economisch haalbaar is) |
| Scope 3 – portefeuille in gebruik | Uitrol van slimme meters | ca. € 3 miljoen | 750 energiemeters en 250 watermeters die in bestaande gebouwen moeten worden geïnstalleerd |
| Scope 3 – portefeuille in gebruik | Minimum EPC B-rating voor alle gebouwen | ca. € 8 miljoen | De berekende PV-investeringen (11 MWp), gebaseerd op DIN-normprestaties, zijn bedoeld om 5 van de 47 gebouwen waarvan de PED momenteel >75 kWh/m²/jaar 1 bedraagt te verbeteren. Één site heeft momenteel geen geïdentificeerd PV-pipelineproject. Inclusief de PV-pipelineprojecten bedraagt de totale CAPEX circa €100 miljoen. |
| Scope 3 – portefeuille in gebruik | Overstappen op ledverlichting | ca. € 600.000 (grotendeels voltooid) | Overgang in de meeste landen voltooid; investeringen worden momenteel uitgevoerd in Roemenië (7 activa), de Tsjechische Republiek (2 activa) en Hongarije (1 actief) |
| Scope 3 – portefeuille in gebruik | Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen 2 | ca. € 320.000 | Installatie van 64 middelsnelle (22 kW AC) EV-laadpunten in 32 VGP-parken verwacht. Investeringen in EV-laadinfrastructuur ondersteunen de elektrificatie van huurders en maken de overgang naar koolstofarme mobiliteit mogelijk. |
| Scope 3 – Bouwactiviteiten | Circulaire economie-concepten bij de bouw van nieuwe gebouwen | Beperkte stijging van de bouwkosten | De doelstellingen voor de koolstofvoetafdruk en andere milieudoelstellingen voor ontwikkelingsprojecten zouden slechts een minimale stijging van de bouwkosten moeten opleveren, mits de beschikbaarheid op de markt blijft toenemen. |
1 Primaire energievraag gebaseerd op het daadwerkelijke energieverbruik van het gebouw en niet op bestaande EPC-certificaten. Dit betreft een kwantificatie van een PV-investering gebaseerd op DIN-normprestaties (723 kWh/kWp en 61,3% zelfverbruik), wat mogelijk niet de werkelijke situatie weerspiegelt.
2 De aanschaf van een wagenpark met volledig elektrische auto’s door de medewerkers van onze huurders zal de vraag naar oplaadpunten voor elektrische auto’s in onze parken de komende jaren verder doen toenemen.
Vastgelegde broeikasgasemissies
Binnen de CO2-voetafdruk van VGP kunnen de volgende gebouwen, apparatuur of activa en de daarmee samenhangende broeikasgasemissies vastgelegde broeikasgasemissies vertegenwoordigen:
— GHB’s: Gebouwen met recent geleverde gasgestookte verwarmingssystemen zijn onder meer:
– ROMBRA – H – Met deze gebouwen is rekening gehouden in het kader van het CRREM 1,5-graden conforme traject.
— Voertuigen met verbrandingsmotor (incl. hybrides): Recent aangeschafte hybride auto’s of auto’s met verbrandingsmotor: geen (verschillende HEV- en ICE-modellen in Roemenië, Servië en Kroatië zijn in 2025 verlengd).
Hoe het Transitieplan is Afgestemd op de Vereisten van de EU-Taxonomie
Het transitieplan van VGP is volledig in overeenstemming met de gedelegeerde handeling met betrekking tot klimaatmitigatie binnen de EU-Taxonomieverordening. Aangezien de technische vereisten van de EU-Taxonomie voor de afstemming van activa voornamelijk betrekking hebben op de verbetering van de energieprestaties van de gebouwen, zullen de geïdentificeerde hefbomen en de bijbehorende CAPEX bijdragen aan een betere afstemming van de economische activiteiten van VGP.
EU-benchmarks die zijn afgestemd op het Akkoord van Parijs
VGP is niet uitgesloten van de EU-benchmarks die zijn afgestemd op het Akkoord van Parijs (PAB’s), aangezien de bedrijfsactiviteiten van VGP niet onder de uitgesloten activiteiten vallen.
Hoe het transitieplan is Geïntegreerd in en Afgestemd op de Algemene Bedrijfsstrategie en Financiële Planning
De duurzaamheidsaanpak is volledig geïntegreerd in de belangrijkste processen van VGP, in overeenstemming met de strategische prioriteiten en operationele aandachtspunten van de Groep. In elke fase van de bedrijfscyclus zijn relevante managementprocessen opgezet, samen met passende KPI’s. Zie hieronder een uittreksel uit het strategiediagram van de Groep, met de nadruk op de ESG-elementen in de hele waardeketen.
Naast het remuneratiebeleid zorgen jaarlijkse opleidingen op Groepsniveau en op land- en productniveau ervoor dat de doelstellingen en vereisten van de Groep worden begrepen.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 274
Investeringsstrategie
— Toplocaties identificeren die rechtstreeks kunnen worden aangesloten op bestaande infrastructuur
— Potentiële projecten evalueren, technische due diligence
— Bestemmingsplan- en bouwvergunning verkrijgen
— Gebouwen in-house ontwerpen op basis van strikte richtlijnen voor polyvalent gebruik
— Strategische alliantie met architectenbureaus, in nauwe samenwerking met lokale overheden
— Enige aanpassingen volgens de eisen van de huurders, maar binnen de standaard VGP-bouwnormen
— Kwalitatief hoogstaande logistieke projecten gebouwd door externe aannemers in nauwe samenwerking met toekomstige huurders
— Optreden als hoofdaannemer voor een aanzienlijk deel van de bouwpijplijn
— Hoge technische en kwaliteitsnormen
— Voornamelijk langlopende huurovereenkomsten
— Medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de eisen van de huurders tot aan de overdracht van het pand
— Samenwerken met plaatselijke makelaars
— Ontwikkelaar/investeerder op lange termijn (eigen portefeuille of verkoop aan een van de JV’s)
— Portefeuillebeheer
— Beheer van activa
— Beheer van eigendommen
— Gecentraliseerd onderhoud van eigendommen
— Klanten helpen om op een kosteneffectieve manier over te stappen naar duurzame energie
— Aanbod omvat: groene energie (ter plaatse of elders geproduceerd), slim energiebeheer, oplaadfaciliteiten en infrastructuur op groene elektriciteit en waterstof
Duurzaamheidsaanpak
— Aankoop van grondstukken in overeenstemming met EU-taxonomievereisten (bijv.bouwland) — Luchtwarmte-pompen, slimme meters, watermanagement en klimaatrisico-maatregelen standaard geïntegreerd in VGP bouwnorm — Doel: 70%+ recyclen tijdens het bouwproces — Werken met interne koolstofprijzen om circulaire bouwmaterialen te promoten — Leveranciers moeten zich houden aan de gedragscode — Nieuwe leasecontracten vereisen de inkoop van hernieuwbare energie — ESG-gegevens openbaar maken en bespreken — Prestatiebeoordeling en ESG-optimalisatie van de portefeuille (bijv. LED- beleggingen) — Biodiversiteits-initiatieven — Hernieuwbare energie aanbod — Installatie van fotovoltaïsche panelen indien/waar mogelijk — Batterij-investeringen die verder moeten worden uitgerold om het eigenverbruik te verbeteren — EV-oplaad- infrastructuur KPI’s — % van EU Taxonomy CRA analyses voltooid voor afgerondde en nieuwe land acquisities — % van de portefeuille uitgerust met warmtepompen — % slimme meters — % geïmplementeerde CRA- maatregelen — % van afvalrecycling — % leveranciers dat zich aan de gedragscode houdt — % nieuwe huurovereenkomsten met groene clausule — % openbaarmaking van ESG-gegevens — % parken met biodiversiteitsmaatregelen — % LED — MWp geïnstalleerd — EV opladers geïnstalleerd Ontwikkeling Investering Hernieuwbare energie Grond Concept en ontwerp Constructie Huren Portefeuille Aanvullende diensten Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 275
EU-benchmarks in overeenstemming met het Akkoord van Parijs
VGP is niet uitgesloten van de EU-benchmarks die zijn afgestemd op het Akkoord van Parijs (PAB’s), aangezien de bedrijfsactiviteiten van VGP niet onder de uitgesloten activiteiten vallen. Details over hoe het Transitieplan werd Goedgekeurd door het Bestuurs- en Uitvoerend Management en de Raad van Bestuur De inhoud van het transitieplan werd in 2024 voorgesteld en formeel goedgekeurd door het EM en de BoD van VGP, en in 2025 opnieuw bevestigd. Alle wijzigingen in de doelstellingen van de Groep of in de belangrijkste onderdelen van het transitieplan moeten worden gevalideerd door het EM, in overeenstemming met het duurzaamheidsbeleid van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen zoals beschreven in deel 4.2.1.2.1 De Rol van de Bestuurs-, Leidinggevende en Toezichthoudende Organen.
4.2.2.2.3 Materiële Impacts, Risico’s en Kansen en de Wisselwerking daarvan met Strategie en Businessmodel (ESRS 2 SBM-3)
Zie delen 4.2.1.4.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren en deel Risicobeheer en Interne Controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur, respectievelijk voor meer gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsanalyse en het proces voor het in kaart brengen van risico’s. Zoals uitgelegd in 4.2.1.3.1 Strategie, businessmodel en waardeketen en deel 4.2.1.3.3 Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel, zijn overwegingen met betrekking tot de reductie van de CO2-uitstoot van de Groep rechtstreeks geïntegreerd in het businessmodel en het stappenplan voor duurzaamheid van VGP.
4.2.2.2.4 Beschrijving van de Processen om Materiële Verontreinigingsimpacts, -risico’s en -kansen in Kaart te brengen en te Analyseren (ESRS 2 IRO-1)
Zie delen 4.2.1.4.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren (ESRS 2 IRO-1) en Risicobeheer en Interne Controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur, respectievelijk voor meer gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsanalyse en het proces voor het in kaart brengen van risico’s. Zie ook deel 4.2.2.2.12 Verwachte financiële gevolgen van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen voor specifieke details over klimaatgerelateerde impacts, risico’s en kansen. VGP Park Nijmegen, Nederland Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 276
4.2.2.2.5 Beleid inzake Klimaatmitigatie en -Adaptatie (ESRS E1-2)
Het beleid dat is ingesteld om materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot de klimaatmitigatie en -adaptatie te beheren, is opgenomen in de onderstaande tabel:
| Beleid | Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid | Beschrijving van de reikwijdte van het beleid of van de uitsluitingen ervan | Beschrijving van het hoogste niveau in de organisatie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het beleid | Bekendmaking van normen of initiatieven van derden die worden nageleefd door de uitvoering van het beleid | Beschrijving van de aandacht die is besteed aan de belangen van belangrijke belanghebbenden bij het vaststellen van het beleid | Uitleg over hoe het beleid beschikbaar wordt gesteld aan potentieel betrokken belanghebbenden en belanghebbenden die het moeten implementeren |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleid inzake energie-efficiëntie | Uitleg over de doelstellingen en streefcijfers, operationele follow-up, begrotingsrichtlijnen, dashboards | Vaste activa van de groep | Uitvoerend management | Gebaseerd op ISO 14001 en ISO 50001 | Betrokken belanghebbenden: Duurzaamheidsteam van de groep, technisch projectmanagement, facilitair management | Het beleid is uitsluitend bedoeld voor interne doeleinden |
| Autobeleid | Toelichting op de richtlijnen en overwegingen bij de keuze van een bedrijfswagen | Alle werknemers, het management en individuele contractanten die op vaste basis voor VGP werken | Uitvoerend management | — | Betrokken belanghebbenden: Groepsduurzaamheidsteam, Financiële afdeling | Het beleid is uitsluitend bedoeld voor intern gebruik en wordt ter beschikking gesteld aan het lokale management |
| Beleid inzake zakenreizen | Toelichting op de richtlijnen en overwegingen bij de keuze van een bedrijfswagen | Alle medewerkers, het management en individuele personen van VGP contractanten die op vaste basis voor VGP werken | Uitvoerend management | — | Betrokken belanghebbenden: Groepsduurzaamheidsteam, Financiële afdeling | Het beleid is bedoeld voor interne doeleinden en maakt deel uit van het onboardingpakket en de onboarding-sessie |
| Beleid inzake hernieuwbare energie | Beschrijf de activiteiten van VGP Renewable Energy, leg het aanbod van groene energie uit en de financiering ervan | Vaste activa van de groep, huurders van de groep en klanten van VGP Renewable Energy | Uitvoerend management | — | Betrokken belanghebbenden: duurzaamheidsteam van de groep, technisch projectmanagement, facilitair management, VGP-team voor hernieuwbare energie | Het beleid is bedoeld voor interne doeleinden en (potentiële) klanten van VGP Renewable Energy |
| Handvest Zorgzaam Bouwen | Uitleg van een reeks richtlijnen die de negatieve impact van bouwactiviteiten op de lokale gemeenschap, het milieu en de projectmedewerkers moeten beperken | Alle bouwplaatsen van VGP | Uitvoerend management | — | Betrokken belanghebbenden: Groepsduurzaamheidsteam, technisch projectmanagement, aannemers en leveranciers | Het beleid is bedoeld voor intern gebruik en wordt ter beschikking gesteld aan actieve aannemers en leveranciers op de bouwplaatsen van VGP |
| Beleid inzake groene huurovereenkomsten | Bevat de clausules waarop VGP zich baseert om huurders te betrekken bij het verminderen van hun energieverbruik en daarmee samenhangende broeikasgasemissies (naast andere onderwerpen) | Groep | Uitvoerend management | Richtlijn hernieuwbare energie Richtlijn (EU) 2018/2001 (RED II) | Betrokken belanghebbenden: duurzaamheidsteam van de groep, juridische en commerciële landenteams | Het model voor groene huurovereenkomsten wordt bij elke nieuwe overeenkomst systematisch met huurders gedeeld. |
Meer details over de klimaatadaptiestrategie van de Groep worden gegeven in deel 4.2.2.7.6 Aandeel van afgestemde activiteiten van VGP. Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 277
4.2.2.2.6 Maatregelen en Middelen wat betreft Beleid ten aanzien van Klimaatverandering (ESRS E1-3)
De maatregelen en middelen met betrekkking tot klimaatverandering zijn opgenomen in de onderstaande tabel:
| Beleid | Belangrijkste maatregelen | Toepassingsgebied | Tijdshorizon | Jaar van voltooiing | Beschrijving | Voortgang | Toegewezen middelen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleid inzake energie-efficiëntie | Vermindering van energie-intensiteit; Gasboilers verwijderen en vervangen door warmtepompen; Verhoging van het aandeel hernieuwbare energie op locatie | Alle vaste activa van de groep | 2020–2030 | 2030 | Alle bestaande activa van VGP hebben een specifiek langetermijnplan om ze in lijn te brengen met de doelstellingen van de groep | De groep heeft al haar langetermijnplannen op het gebied van energie in 2024 bijgewerkt om haar nieuwe ambities op het gebied van energie-intensiteit weer te geven; Live dashboards beschikbaar binnen het bedrijf om de voortgang op elk moment te volgen (Deepki) | Duurzaamheidsteam van de groep en facilitymanagement-teams |
| Autobeleid | Vermindering van de uitstoot van het wagenpark | Het wagenpark van VGP | Lopend | — | Alle auto's in het wagenpark moeten worden vervangen door hybride of volledig elektrische auto's, wat leidt tot minder scope 1- en 2-emissies | Een aanzienlijk deel van het wagenpark bestaat nu uit hybride of volledig elektrische auto's | Financiële afdeling verantwoordelijk voor de selectie van het wagenpark en het duurzaamheidsteam |
| Beleid inzake zakenreizen | Vermindering van de uitstoot door zakenreizen | Alle zakenreizen | Lopend | — | Bewustere reiskeuzes zullen leiden tot een vermindering van de scope 3-reisemissies. | Alle medewerkers zijn zich bewust van de ambitie en boeken waar mogelijk tickets met CO2-compensatie. | — |
Focus op groene huurovereenkomsten
Sinds 2021 promoot de Groep huurovereenkomsten die afspraken bevatten over ESG-prestaties tijdens de exploitatiefase door middel van een reeks vereisten, waaronder vereisten op het gebied van inrichting, exploitatie en rapportering. Deze aanpak, die destijds uitsluitend was gebaseerd op dialoog, informatie en het delen van ‘best practices’, moedigt huurders aan om een rol te spelen in de milieuprestaties van de activa die zij gebruiken. Deze eerste versies van groene huurovereenkomsten hebben betrekking op de aspecten die het meest relevant zijn voor het verbeteren van het milieugedrag en de milieuprestaties van huurders, zoals de toezegging om gegevens over energieverbruik te delen, de toezegging om na te gaan hoe de energie-efficiëntie kan worden verbeterd en hoe de afhankelijkheid van het net kan worden verminderd door middel van fotovoltaïsche ontwikkelingen, en de intentie om maatregelen te bespreken om energie en water te besparen en afval te sorteren.
In 2023 werd de groene huurovereenkomstclausule geactualiseerd om een ‘donkergroene’ overeenkomst te creëren die, naast de al bestaande clausules op basis van dialoog, 1 Onderstreepte waarden maken deel uit van de limited assurance opdracht van KPMG een vereiste bevat om alleen 100% hernieuwbare energie in te kopen. Alleen als het voor de huurder ‘redelijkerwijs niet mogelijk’ is om dergelijke hernieuwbare energie in te kopen, kunnen alternatieve bronnen worden ingekocht. De onderstaande tabel toont de penetratiegraad van de lichtere groen contract en de donkerdere groene huurovereenkomst binnen de activa van de Groep. Als percentage van de verhuurportefeuille bevatte in december 2025 38% van de overeenkomsten een of andere vorm van huurovereenkomstclausule en in 2025 had 97% van de nieuw ondertekende huurovereenkomsten zowel een lichte als een donkergroene clausule. Ter vergelijking toont de tabel de twee prestatie-indicatoren die deel uitmaakten van de scope van het beperkte assuranceproces: huurcontracten met algemene groene clausules en huurcontracten die de inkoop van groene elektriciteit vereisen (voor volledige definities, zie Sectie 4.1 Onafhankelijk Derdenrapport over de Geconsolideerde Niet-financiële Prestatieverklaring, evenals Sectie 4.2.1.2.3 voor het volledige overzicht van de gecontroleerde ESG-KPI).
| Lichtgroene huurclausule (alleen informatie-uitwisseling en inspanningsverplichting) | Donkergroen (incl. verzoek om groene energie-inkoop) | Geen groene clausule | |
|---|---|---|---|
| Aantal ondertekende huurovereenkomsten in 2025 | 65 | 65 | 4 |
| % van de vastgelegde jaarlijkse huurinkomsten ondertekend tijdens het jaar | 97% | 97% | 3% |
| % van totale vastgelegde jaarlijkse huurinkomsten aan het einde van het jaar | 38% | 23% | 62% |
| % van totale vastgelegde en hernieuwde jaarlijkse huurinkomsten aan het einde van het jaar 1 | 62% | 57% | 38% |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 278
4.2.2.2.7 Doelen inzake Klimaatmitigatie en Klimaatadaptatie (ESRS E1-4)
De belangrijkste doelstelling met betrekking tot de klimaatadaptatiestrategie van de Groep is dat 100% van de blootgestelde activa van VGP tegen 2030 risicobeperkende maatregelen te implementeert. Meer details over de klimaatadaptatiestrategie van de Groep zijn te vinden in deel 4.2.2.7.6 aandeel van afgestemde Activiteiten van VGP. De belangrijkste doelstellingen met betrekking tot klimaatmitigatie worden voorgesteld in deel 4.2.2.2.2 Transitieplan voor klimaatmitigatie. Aanvullende details met betrekking tot de subdoelstellingen van de Groep op het gebied van klimaatmitigatie worden hieronder voorgesteld.
Focus op het verminderen van de ingebedde CO2-uitstoot van de Bouw met 20% tegen 2030
Het ingebed kader is gebaseerd op de volgende vier principes:
— Holistische benadering over een verwachte levenscyclus van 50 jaar, van ‘wieg tot graf’, inclusief het operationele gebruik
— Interne Koolstofreferentieprijzen sinds begin 2023;
— ‘Lean Building’-benadering; en
— Circulaire economie oplossingen.
De koolstofreferentieprijs wordt toegepast met behulp van een ‘mark-to-market’ referentieprijs 1 , waardoor de Groep de economische implicaties en afwegingen van koolstofgerelateerde beslissingen kan beoordelen. Dit omvat het evalueren van risico-impact, de netto contante waarde van nieuwe ontwikkelingen en de kosten-batenverhouding van alternatieve ontwerpoplossingen en duurzaamheidsinitiatieven. VGP zet zich in om de koolstofuitstoot van bouwactiviteiten in zijn hele portefeuille te verminderen. De Groep heeft zich ten doel gesteld om de koolstofintensiteit tussen 2020 en 2030 met 20% te verminderen, van gemiddeld 1.828 kgCO2e/m² gebouwd in 2020 tot 1.462 kgCO2e/m² in 2030, op basis van een vergelijkbaar volume aan opgeleverde vierkante meters. In 2025 is de koolstofintensiteit al gedaald tot 1.450 kgCO2e/m², waarmee de tussentijdse doelstelling wordt overtroffen en het streefcijfer voor 2030 wordt onderschreden.
Om de voortgang beter te kunnen volgen en de impact van specifieke maatregelen te kunnen beoordelen, heeft de Groep de beoordeling van materiaalgerelateerde koolstofimpact gestandaardiseerd en koolstofreferentieprijzen ingevoerd tijdens de bouwfase. Hoewel de koolstofgegevens doorgaans worden afgeleid uit levenscyclusanalyses (LCA’s) die worden uitgevoerd als onderdeel van de BREEAM-certificering, maken verschillen in de nationale interpretatie van de BREEAM 1 In overeenstemming met EU ETS per december 2025 € 87,37/tCO2 LCA-richtlijnen een directe vergelijking tussen landen moeilijk. Gezien de uniforme bouwnorm van VGP wordt daarom meer nadruk gelegd op vergelijkbare verbeteringsmaatregelen en materiaalkeuzes, waarbij rekening wordt gehouden met locatie-specifieke omstandigheden.
In overeenstemming met de EU-richtlijnen berekent de Groep de koolstofemissies op basis van een veronderstelde levensduur van 50 jaar. Over de volledige levenscyclus (met uitzondering van operationele emissies) is de materiaalgerelateerde ingebedde koolstofuitstoot sinds 2020 grotendeels stabiel gebleven. Dit onderstreept de noodzaak van een intensievere samenwerking met leveranciers en aannemers en van verdere innovatie op het gebied van koolstofarme materialen en bouwtechnieken. Het kader blijft maatregelen aanmoedigen zoals het gebruik van verantwoord geproduceerde houtconstructies, koolstofarme betonoplossingen (waaronder Ecopact), groen staal en andere materiaalvervangingen.
Over de volledige levenscyclus (met uitzondering operationele emissies) is de materiaalgerelateerde ingebedde koolstofuitstoot sinds 2020 grotendeels stabiel gebleven. Dit onderstreept de noodzaak van een intensievere samenwerking met leveranciers en aannemers en van verdere innovatie op het gebied van koolstofarme materialen en bouwtechnieken. Het kader blijft maatregelen aanmoedigen zoals het gebruik van verantwoord geproduceerde houtconstructies, koolstofarme betonoplossingen, groen staal en andere materiaalvervangingen die gericht zijn op het verminderen van bouwgerelateerde emissies.
Operationele koolstofemissies vertegenwoordigen het grootste deel van de emissies gedurende de levensduur. Verbeteringen op dit gebied hebben tot nu toe gezorgd voor het grootste deel van de totale vermindering van de koolstofintensiteit, met een verbetering van ongeveer 24% sinds 2020. Deze winst is voornamelijk het resultaat van de overstap van de Groep naar luchtwarmtepompen en fotovoltaïsche installaties als virtuele standaard voor nieuwe ontwikkelingen. De tot nu toe bereikte vermindering van de operationele koolstofintensiteit toont de effectiviteit van deze maatregelen aan en blijft centraal staan in de langetermijnstrategie van VGP voor decarbonisatie.
Koolstofintensiteit (kgCO2/m² opgeleverd) VGP Park Rouen combineert de herontwikkeling van een brownfield, koolstofarme materialen en een hoge mate van afvalterugwinning om grondstoffen te blijven gebruiken en de impact op het milieu te verminderen
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 279
Focus op het verminderen van emissies van activiteiten van huurders met 55% tegen 2030
De strategie om de emissies van de activiteiten van huurders te verminderen is gebaseerd op onze groene huurovereenkomsten en ons beleid inzake energiebeheer en hernieuwbare energie, dat steunt op de volgende pijlers:
— Dagelijkse optimalisatie van activiteiten.Digitale technologie en veranderende consumentenverwachtingen hebben de weg vrijgemaakt voor nieuwe oplossingen. Sinds 2023 implementeert de Groep het Deepki-platform voor energie-optimalisatie in alle landen waar hij actief is. Deepki faciliteert emissiemonitoring en -beheer om de CO2-voetafdruk van vastgoed te verminderen.
— Technische verbetering van de apparatuur, waaronder de installatie van slimme meters en LED-verlichting bij renovaties (ledconversie moet nog worden uitgevoerd voor 10 activa)
— Het aanbieden van duurzame energieoplossingen aan onze huurders, waaronder op maat gemaakte fotovoltaïsche installaties op daken voor eigen gebruik en groene energiecontracten buiten de site die worden aangeboden via onze eigen energiehandelsactiviteiten door gebruik te maken van fotovoltaïsche installaties elders in de groep. Sinds 2024 is de Groep ook begonnen met de uitrol van batterijopslagsystemen die het zelfverbruik verder zullen verbeteren.
— We zullen nieuwe ontwikkelingen blijven leveren met koolstofarme verwarmingsoplossingen, waaronder warmtepompen, als standaardontwerpprincipe.
— In de bestaande portefeuille zullen we systematisch gasgestookte gebouwen beoordelen op transitiekansen, waarbij we prioriteit geven aan elektrificatie waar dit technisch haalbaar en economisch verantwoord is.
— Als resultaat van deze maatregelen en andere efficiëntiemaatregelen die door onze klanten zijn genomen, hebben we sinds 2023 een vermindering van 20–60% in de primaire energievraag gezien van opgeleverde gebouwen, per segment en per land vergeleken met de eerder bestaande gebouwenvoorraad binnen de VGP-portefeuille.
— In de loop van de tijd zullen veranderende regelgeving en marktomstandigheden – waaronder de invoering van ETS2, wijzigingen in energiebelastingen en koolstofbeprijzing – naar verwachting het zakelijke argument voor verdere conversies versterken. Dit ondersteunt een gefaseerde en kosteneffectieve vermindering van emissies uit huurdersactiviteiten, in lijn met onze doelstellingen voor 2030.
De verbeteringen op activaniveau worden verder gecontroleerd en beoordeeld met behulp van de CRREM-tool.
| Categorieën | Uitleg | Totale koolstof (tCO2e) | Koolstofintensiteit (kgCO2e/m2) |
|---|---|---|---|
| A1-A3 | winning van grondstoffen, transport naar fabriek, productie van bouwmaterialen | 100.433 | 203 |
| A4-A5 | transport van materialen, bouwactiviteiten | 9.392 | 19 |
| B1 | gebruik van gebouw (gedurende een periode van meer dan 50 jaar) | 583.274 | 1.180 |
| B4 | impact van materialen die tijdens de levensduur worden vervangen | 22.245 | 45 |
| C1 | sloop | 1.236 | 3 |
| Totaal | 716.580 | 1.450 | |
| waarvan: | operationele koolstof | 583.274 | 1.180 |
| Cradle-to-Grave | ingebedde koolstof (zonder operationele koolstof) | 133.307 | 270 |
Scope 3 – ontwikkelingsactiviteiten “ingebedde koolstof”
Totale koolstofuitstoot van opgeleverde projecten – uitgaande van 50 jaar operationeel gebruik (tCO2e)
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | verandering sinds 2020 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| operationele koolstof | 826.012 | 963.411 | 1.749.203 | 859.745 | 743.845 | 583.274 | -29,40% |
| Cradle-to-Grave ingebedde koolstof (zonder operationele koolstof) | 144.520 | 176.730 | 313.653 | 173.071 | 158.740 | 133.307 | -7,80% |
| Koolstof in het product | 970.532 | 1.140.141 | 2.062.856 | 1.032.816 | 902.584 | 716.580 | -26,20% |
| Koolstofintensiteit (kgCO2e/m2 opgeleverd) | |||||||
| operationele koolstof | 1.556 | 1.478 | 1.521 | 1.342 | 1.274 | 1.180 | -24,20% |
| Cradle-to-Grave ingebedde koolstof (zonder operationele koolstof) | 272 | 271 | 273 | 270 | 272 | 270 | -0,90% |
| Koolstof in het product | 1.828 | 1.749 | 1.794 | 1.612 | 1.546 | 1.450 | -20,70% |
Dagelijkse Energie Optimalisatie
Digitale monitoring & optimalisatie (Deepki platform)
Overstap naar efficiënte apparatuur upgrades
Slimme meters & LED verlichting bij vervanging
Hernieuwbare energie oplossingen
PV installaties in de parken, Batterij opslag & groene energie contracten
Duurzame verwarming vanaf de ontwerpfase
Warmtepompen als standaard in nieuwe ontwikkelingen
Gefaseerde Elektrificatie
Doelgerichte conversie van bestaande gas installaties
Beleids & Markt Impact: ETS2, koolstofbeprijzing en energiebelastingen zullen naar verwachting de businesscase in de loop van de tijd versterken
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 280
Beoordelingen op niveau van portefeuille en activa met behulp van de Carbon Risk Real Estate Monitor (CRREM)
De Carbon Risk Real Estate Monitor (“CRREM”), een door de EU gefinancierd onderzoeksproject dat in 2018 is opgezet, helpt eigenaars van vastgoed zoals VGP inzicht te krijgen in de financiële risico’s voor onze portefeuille in relatie tot verschillende decarbonisatiescenario’s. Sinds 2021 voert VGP jaarlijks een CRREM-analyse uit van zijn volledige portefeuille om inzicht te krijgen in het ‘misalignment’-jaar[1] op activaniveau en van de verschillende deelportefeuilles in de verschillende landen en om verbeteringsscenario’s te analyseren, waaronder energie-efficiëntie-operaties, omschakeling naar elektrische verwarming (warmtepompen) in plaats van verwarming op gas en optimalisatie van investeringen in faciliteiten voor de productie van hernieuwbare energie.
De meest recente CRREM-beoordeling, uitgevoerd in 2026, is gebaseerd op de volgende aannames:
— Resultaten op basis van CRREM Tool v 2.07 (meest recente versie van januari 2026)
— De resultaten zijn gebaseerd op de werkelijke energieverbruiksgegevens van de VGP-portefeuille over het boekjaar 2025
— Voor activa waarvoor geen energieverbruiksgegevens voor het volledige jaar beschikbaar zijn, zijn de resultaten gebaseerd op extrapolatie
— De Scope 3-emissies (alleen categorie 13) die beperkte betrouwbaarheid hebben gekregen
— Gebouwen in aanbouw en gebouwen die in de tweede helft van 2025 zijn opgeleverd, zijn buiten beschouwing gelaten
— Het verbruik en de injectie van het elektriciteitsnet zijn aangepast voor lopende fotovoltaïsche projecten in aanbouw en het contractueel overeengekomen jaarlijkse verbruik van hernieuwbare energie door huurders
Op basis van de gerapporteerde nutsgegevens voor het boekjaar 2025 ligt 24% van de portefeuille boven het traject tot 2050 (vergeleken met 17% in december 2024), met een verwacht ‘misalignment’-jaar van de portefeuille in 2037 (hetzelfde als vorig jaar). Hoewel het jaar van misalignment jaar-op-jaar niet significant is veranderd, zijn er verschillende onderliggende dynamieken, sommige met een tegengesteld effect op de portefeuilleprestatie. In 2025 was er een aanzienlijke toename in de productie en het verbruik van fotovoltaïsche energie, wat heeft bijgedragen aan een groter aandeel gebouwen dat tot 2050 voldoet aan het 1,5 °C-pad (en toont eveneens aan dat de volledige implementatie van de resterende PV-pijplijn nog maar een beperkte impact heeft).
[1] In juli 2025 kondigde CRREM aan dat het de veel gebruikte maatstaf ‘Stranding Year’ zou vervangen door een meer nauwkeurige term. ‘CRREM Misalignment Year’.
Hoewel er in principe geen nieuwe gebouwen met een gasaansluiting worden opgeleverd, is het gasverbruik voor de totale portefeuille op like-for-like basis toegenomen doordat huurders hun gebouwen weer volledig zijn gaan gebruiken na de periode met hoge gasprijzen in voorgaande jaren – wat een negatief effect had op het misalignment-jaar. Enkele huurders die nog geen ‘dark green lease’-clausule hebben ondertekend maar in 2024 wel groene elektriciteit afnamen, zijn in 2025 terug overgestapt op grijze elektriciteitscontracten. Deze twee negatieve effecten werden gecompenseerd door een aanzienlijk verbeterde energie-efficiëntie van gebouwen die vorig jaar zijn opgeleverd: de totale energie-intensiteit van de portefeuille is hierdoor gedaald (gecorrigeerd voor land en segment ligt de efficiëntie 20–60% hoger voor gebouwen die sinds 2023 zijn opgeleverd vergeleken met de bestaande portefeuille). Een andere positieve factor is dat het percentage huurders dat een langetermijn-PPA voor groene energie accepteert verder is toegenomen (23% van alle huurcontracten versus 14% vorig jaar).
Vooruitkijkend zijn drie portefeuilleverbeteringsmaatregelen voor het misalignmentjaar geanalyseerd:
— Voltooiing van de fotovoltaïsche pijplijn zoals geïdentificeerd per december 2025: geen significant resterend effect, aangezien de PV-pijplijn grotendeels is afgerond en veel conversiegebouwen al profiteren van huurders met groene PPA’s. Deze maatregel heeft geen effect op het misalignmentjaar van de broeikasgasportefeuille (onveranderd in 2037).
— Voltooiing van alle huurdercontracten naar de ‘dark green’-clausule: zodra de volledige huurdersportefeuille is overgeschakeld naar de huidige vorm van het leasecontract, verbetert het ‘stranding year’ van de portefeuille naar 2038, waarbij meer dan 50% van de portefeuille niet ‘strandt’ vóór 2040.
— Voltooiing van de retrofit van de bestaande portefeuille naar luchtwarmtepompen (geen gasverbruik meer): zodra de portefeuille overstapt op luchtwarmtepompen (ervan uitgaande dat gas wordt vervangen door grijze elektriciteit), verbetert het misalignmentjaar naar 2043, met meer dan 80% van de portefeuille die niet ‘strandt’ vóór 2040.
— Combinatie van de drie scenario’s betekent dat de portefeuille volledig GHG 1,5°C-conform is.VGP Park Pamplona Noáin, Spanje Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 281
Beoordelingen op portefeuille- en activaniveau met behulp van de Carbon Risk Real Estate Monitor (CRREM V2.07) tool - verbetering van trajecten Activaniveau op basis van het werkelijke energieverbruik in het boekjaar 2025 Eco-efficiëntie maatregelen Huidige fotovoltaïsche pijplijn operationeel Overstappen op luchtwarmtepompen Donkergroene leaseclausule Combinatie van geïdentificeerde maatregelen
| Gestrand | portefeuilleniveau december 2023 | portefeuille 2029 | 2029 | 2033 | 2039 | 2034 | 1,5°C-conform december 2024 | portefeuille 2037 | 2037 | 2038 | 2039 | 2044 | 1,5°C-conform december 2025 | portefeuille 2037 | 2037 | 2037 | 2038 | 2043 | 1,5°C-conform |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 5,00% | 5,00% | 5,00% | 0,00% | 3,80% | 0% | 2025–2029 | 3,80% | 3,80% | 3,70% | 3,50% | 0,20% | 0% | 2030–2034 | 17,30% | 17,30% | 16,90% | 12,80% | 4,10% | 0% |
| 2035–2039 | 30,70% | 30,70% | 30,50% | 32,40% | 10,40% | 0% | na 2040 | 43,20% | 43,20% | 43,90% | 51,30% | 81,50% | 100% |
De gegevens over energieverbruik en CO2-uitstoot werden gecontroleerd op kwaliteit. De gegevens over energieverbruik werden op kwaliteit gecontroleerd en de hieronder voorgestelde berekeningen van de CO2-uitstoot werden door een derde, SouthPole/CO2Logic, gevalideerd op basis van het GHG-protocol en de ISO 14064-norm.
Gemiddelde Broeikasgasintensiteit van de Portefeuille versus de Doelstellingen van Parijs
Portfolio Broeikasgas intensiteit zonder retrofits
1.5°C – doelstelling
Groene huurcontracten – aankoop hernieuwbare energie
Uitrol van PV installaties op de daken samen met hogere zelfconsumptie percentages
Retrofits gebouwen – Lucht warmtepompen vervangen fossiele brandstof systemen, gepaard met verdere uitrol van zonnedaken, energie opslag systemen & lastverdeling
Groene gevel in VGP Park Ústí nad Labem City, Tsjechische Republiek
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 282
4.2.2.2.8 Energieverbruik en energiemix (ESRS E1-5)
De volgende tabellen geven een overzicht van het energieverbruik en de energiemix van de Groep.
Totaal energieverbruik (MWh en %) 2025
| Eigen kantoren van VGP | Huurdersportefeuille | Totaal | Industrieel: niet-gekoelde opslag | Industrieel: gekoeld magazijn | Industrieel: productie | Kantoren: laagbouwkantoren | Parkeerplaatsen (binnen) | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 3.869 | 124.610 | 58.990 | 225.240 | 1.360 | 1.040 | 415.109 | ||
| Waarvan aardgas (exclusief ander brandstofverbruik) | 122 | 36.380 | 10.330 | 40.650 | n.v.t. | n.v.t. | 87.482 | ||
| Waarvan brandstofverbruik anders dan aardgas | 2.553 | 1 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 2.553 | |
| Waarvan elektriciteit | 1.075 | 86.920 | 47.640 | 184.170 | 1.360 | 1.040 | 322.205 | ||
| Waarvan stadsverwarming | 118 | 1.310 | 1.020 | 420 | n.v.t. | n.v.t. | 2.868 | ||
| Waarvan productie ter plaatse (%) | 0% | 8% | 6% | 6% | 45% | 18% | 7% | ||
| Waarvan aankoop buiten de locatie (%) | 100% | 92% | 94% | 94% | 55% | 82% | 93% |
| 2025 like-for-like (MWh) | Waarvan aardgas (exclusief ander brandstofverbruik) | Waarvan brandstofverbruik anders dan aardgas | Waarvan elektriciteit | Waarvan stadsverwarming | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2025 like-for-like (MWh) | 144.502 | 43.270 | n.v.t. | 100.810 | 421 |
| 2024 like-for-like (MWh) | 141.214 | 38.236 | n.v.t. | 102.587 | 391 |
| 2025/2024 verandering (%) | 2% | 13% | n.v.t. | -2% | 8% |
Bruto energie-efficiëntie van vaste activa, per oppervlakte per segment – boekjaar 2025
Nutsverbruik in portefeuille (opgesplitst naar segmentatie volgens CRESB) 3 . Gebruik van onroerend goed (GRESB) Bestaande en voltooide portefeuille
| Aantal activa | Bruto vloeroppervlak (m2) | Elektriciteitsverbruik (kWh/m2) Gemiddelde | Elektriciteitsverbruik (kWh/m2) Mediaan | Brandstofverbruik (kWh/m2) Gemiddelde | Brandstofverbruik (kWh/m2) Mediaan | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Industrieel: niet-gekoeld magazijn | 145 | 3.395.000 | 25,53 | 17,98 | 15,51 | 16,29 |
| Industrieel: gekoeld magazijn | 26 | 562.000 | 84,77 | 69,73 | 29,87 | 15,81 |
| Industrieel: Productie | 71 | 1.641.000 | 111,81 | 31,54 | 30,88 | 25,18 |
| Kantoor: Bedrijfskantoor: Laagbouwkantoor | 2 | 15.000 | 90,67 | 6,99 | n,a, | n,a, |
| Overig: Parkeergarage (binnen) | 5 | 140.000 | 7,43 | 86,33 | n,a, | n,a, |
| Totaal beroepsmatig gebruik | 249 | 5.752.000 | 55,7 | 22,7 | 21,8 | 18,6 |
Bruto energie-efficiëntie van bestaande activa, per gebied per segment – BJ2024
Nutsvoorzieningengebruik in portefeuille (opgesplitst naar segmentatie volgens GRESB). Gebruik van onroerend goed (GRESB) Bestaande en voltooide portefeuille
| Aantal activa | Bruto vloeroppervlak (m2) | Elektriciteitsverbruik (kWh/m2) Gemiddelde | Elektriciteitsverbruik (kWh/m2) Mediaan | Brandstofverbruik (kWh/m2) Gemiddelde | Brandstofverbruik (kWh/m2) Mediaan | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Industrieel: niet-gekoeld magazijn | 136 | 3.169.000 | 28,68 | 17,15 | 13,99 | 14,11 |
| Industrieel: gekoeld magazijn | 19 | 435.000 | 84,34 | 77,04 | 25,51 | 13,95 |
| Industrieel: Productie | 63 | 1.413.000 | 116,16 | 33,11 | 29,39 | 23,22 |
| Kantoor: Bedrijfskantoor: Laagbouwkantoor | 2 | 15.000 | 81,33 | 84,06 | n,a, | n,a, |
| Overig: Parkeergarage (binnen) | 5 | 140.000 | 7,29 | 6,84 | n,a, | n,a, |
| Totaal beroepsmatig gebruik | 225 | 5.172.000 | 56,8 | 23,6 | 20,0 | 15,4 |
Netto energie-efficiëntie van bestaande activa, per gebied per segment
De onderstaande energie-efficiëntie wordt berekend op basis van de energie die uiteindelijk van het net wordt afgenomen. Energie die zelf wordt verbruikt en ter plaatse wordt geproduceerd, wordt niet meegerekend.
1 Voorheen niet-gerapporteerde gegevens over het brandstofverbruik met betrekking tot bedrijfswagens (leasewagens).
2 Like for like werd niet berekend.
3 GRESB (2025) Reference Guide – Appendix 5 – Property Types Classification
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 283
Netto-energieverbruik van vaste activa, per gebied per segment
| Eigen kantoren van VGP 1 | Huurdersportefeuille (Industrieel: niet-gekoelde opslagplaats) | Huurdersportefeuille (Industrieel: gekoeld magazijn) | Huurdersportefeuille (Industrieel: productie) | Huurdersportefeuille (Kantoren: laagbouwkantoren) | Huurdersportefeuille (Parkeergarage (binnen)) | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 (MWh) | 846 | 114.641 | 55.451 | 211.726 | 748 | 853 | 384.264 |
| 2025 like-for-like (MWh) | 532 | 59.577 | 21.369 | 54.374 | 219 | 92 | 136.163 |
| 2024 like-for-like (MWh) | 464 | 58.401 | 21.905 | 53.065 | 204 | 156 | 134.195 |
| Verandering 2025/2024 (%) | 15% | 2% | -2% | 2% | 7% | -41% | 1% |
Gemiddelde Energie- en Broeikasgasintensiteit per land en activaklasse – BJ2025 2
| Land | Bestaande en voltooide portefeuille | Gegevensdekking | Industrieel (Niet-gekoeld: Energie/Koolstof) | Industrieel (Gekoeld: Energie/Koolstof) | Industrieel (Productie: Energie/Koolstof) | Kantoor (Laagbouw: Energie/Koolstof) | Overig (Garage: Energie/Koolstof) | Totaal (Energie/Koolstof) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Oostenrijk | 6 | 17% | 46 / 5 | 109 / 14 | 59 / 8 | n.v.t. | 7 / 0 | 46 / 5 |
| Tsjechische Republiek | 52 | 100% | 26 / 2 | 116 / 13 | 285 / 16 | n.v.t. | n.v.t. | 167 / 10 |
| Frankrijk | 1 | 0% | 18 / 1 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 18 / 1 |
| Duitsland | 94 | 89% | 36 / 5 | 117 / 34 | 80 / 14 | 100 / 25 | 8 / 1 | 53 / 10 |
| Hongarije | 17 | 94% | 44 / 8 | 94 / 15 | 139 / 22 | n.v.t. | n.v.t. | 91 / 14 |
| Italië | 9 | 100% | 33 / 7 | n.v.t. | 35 / 8 | 86 / 8 | n.v.t. | 36 / 7 |
| Letland | 4 | 100% | 51 / 6 | n.v.t. | 66 / 8 | n.v.t. | n.v.t. | 55 / 6 |
| Nederland | 6 | 100% | 31 / 5 | 75 / 4 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 43 / 4 |
| Portugal | 3 | 100% | 43 / 3 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 43 / 3 |
| Roemenië | 18 | 100% | 55 / 3 | 80 / 3 | 80 / 3 | n.v.t. | n.v.t. | 63 / 3 |
| Servië | 3 | 100% | n.v.t. | 116 / 78 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 116 / 78 |
| Slowakije | 13 | 100% | 37 / 3 | n.v.t. | 103 / 13 | n.v.t. | n.v.t. | 59 / 6 |
| Spanje | 23 | 91% | 30 / 2 | 88 / 9 | 80 / 4 | n.v.t. | n.v.t. | 50 / 3 |
| Totaal | 249 | 92% | 37 / 4 | 105 / 29 | 137 / 13 | 94 / 17 | 7 / 0 | 72 / 9 |
1 Alleen energieverbruik op kantoor
2 Voor een toelichting op de like-for-like verwijzen wij u naar pagina 281
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 284
Gemiddelde Energie- en Broeikasgasintensiteit per land en activaklasse – BJ2024 1
| Land | Bestaande en voltooide portefeuille | Gegevensdekking | Industrieel (Niet-gekoeld: Energie/Koolstof) | Industrieel (Gekoeld: Energie/Koolstof) | Industrieel (Productie: Energie/Koolstof) | Kantoor (Laagbouw: Energie/Koolstof) | Overig (Garage: Energie/Koolstof) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Oostenrijk | 4 | 38% | 47 / 6 | n.v.t. | 60 / 7 | n.v.t. | 7 / 0 |
| Tsjechische Republiek | 50 | 100% | 29 / 3 | 121 / 17 | 283 / 15 | n.v.t. | n.v.t. |
| Duitsland | 92 | 83% | 41 / 5 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Hongarije | 13 | 92% | 38 / 7 | 107 / 32 | 76 / 14 | 84 / 29 | 7 / 1 |
| Italië | 7 | 100% | 39 / 1 | 199 / 37 | 111 / 21 | n.v.t. | n.v.t. |
| Letland | 4 | 100% | 55 / 6 | n.v.t. | n.v.t. | 84 / 10 | n.v.t. |
| Nederland | 6 | 100% | 20 / 4 | n.v.t. | 64 / 8 | n.v.t. | n.v.t. |
| Portugal | 3 | 100% | 35 / 0 | 81 / 5 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Roemenië | 15 | 92% | 58 / 3 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Servië | 1 | 100% | n.v.t. | 87 / 4 | 80 / 5 | n.v.t. | n.v.t. |
| Slowakije | 10 | 100% | 37 / 3 | 97 / 74 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Spanje | 20 | 85% | 30 / 2 | n.v.t. | 95 / 13 | n.v.t. | n.v.t. |
| Totaal | 225 | 89% | 29 / 2 | 85 / 28 | 121 / 14 | 38 / 20 | 7 / 0 |
| Energieverbruik en -mix | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024¹ | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Brandstofverbruik uit aardgas² | 83.747 | 73.820 | 58.391 | 52.276 | 78.100 | 87.482 |
| Verbruik van aangekochte of verworven elektriciteit uit fossiele bronnen | 137.787 | 162.153 | 214.435 | 215.994 | 99.920 | 128.882 |
| Verbruik van aangekochte of verworven warmte en koeling uit fossiele bronnen | 7 | — | 9 | 765 | 870 | 2.868 |
| Totaal fossiel energieverbruik | 221.541 | 235.973 | 272.745 | 269.035 | 178.890 | 219.233 |
| Aandeel van fossiele bronnen in het totale energieverbruik | 59% | 63% | 73% | 72% | 48% | 53% |
| Verbruik van aangekochte of verworven elektriciteit uit hernieuwbare bronnen | 130 | 4.313 | 9.990 | 3.590 | 176.065 | 167.045 |
| Verbruik van gekochte of verkregen warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen | — | — | — | — | — | — |
| Verbruik van zelf opgewekte hernieuwbare energie die geen brandstof is | 911 | 3.646 | 3.858 | 3.365 | 18.990 | 28.300 |
| Totaal verbruik van hernieuwbare energie | 1.041 | 7.959 | 13.848 | 6.955 | 195.055 | 195.345 |
| Aandeel van hernieuwbare bronnen in het totale energieverbruik | — | 2% | 4% | 2% | 52% | 47% |
| Totaal energieverbruik | 222.582 | 243.932 | 286.593 | 275.990 | 373.946 | 414.578 |
¹ Herformulering van de waarden voor 2024 vanwege een grotere datadekking. Voor een toelichting op de like-for-like verwijzen wij u naar pagina 281.
² Exclusief ander brandstofverbruik dan gas.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 285
| Aandeel van het totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen per energiebron: elektriciteit, stadsverwarming en -koeling en direct energieverbruik (%) | Eigen kantoren van VGP | Tenant portfolio | Totaal | Industrieel: niet-gekoelde opslagplaats | Industrieel: gekoeld magazijn | Industrieel: productie | Kantoren: laagbouw- kantoren | Parkeer- garage (binnen) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal elektriciteitsverbruik in 2025 | 1.075 | 86.670 | 47.640 | 183.480 | 1.360 | 1.040 | 321.265 | |
| Waarvan groene elektriciteit (%) | 100% | 63% | 24% | 69% | 45% | 84% | 61% | |
| Totaal verbruik stadsverwarming en -koeling in 2025 | 118 | 1.310 | 1.020 | 420 | n.v.t. | n.v.t. | 2.868 | |
| Waarvan hernieuwbare energie (%) | 0% | 0% | 0% | 0% | n.v.t. | n.v.t. | 0% | |
| Totaal direct energieverbruik brandstoffen in 2025 | 2.675 | 36.380 | 10.330 | 40.650 | n.v.t. | n.v.t. | 90.035 | |
| Waarvan hernieuwbare energie (%) | 0% | 0% | 0% | 0% | n.v.t. | n.v.t. | 0% |
Focus op ter plaatse opgewekte hernieuwbare energie
De productie van hernieuwbare energie in VGP-parken steeg tot 154 GWh, waarvan 132 GWh (een stijging van 48% op jaarbasis) verkoopbare eigen productie is. De operationele zonne-energiecapaciteit is in december 2025 gestegen tot 171 MWp (een stijging van 10% ten opzichte van vorig jaar). De totale zonne-energieportefeuille, inclusief pijplijnprojecten, bedraagt 301 MWp en zal naar verwachting 279 GWh aan hernieuwbare elektriciteit per jaar opwekken zodra deze volledig operationeel is.
Om het eigen verbruik te vergroten en bij te dragen aan een stabieler en efficiënter energienetwerk, is VGP bezig met het opzetten van Battery Energy Storage Systems (BESS). De eerste drie BESS-units zijn operationeel voor een gecombineerd vermogen van 12 MWh. Nog eens 18 MWh is in aanbouw, 89 MWh bevindt zich in de ontwerpfase en 54 MWh wordt momenteel op haalbaarheid beoordeeld. Voor meer informatie over de businessunit Hernieuwbare Energie verwijzen we naar het hoofdstuk Strategie, deel Hernieuwbare Energie, en naar het hoofdstuk VGP in 2025.
| Ter plaatse opgewekte Hernieuwbare Elektriciteit (MWh) met uitsplitsing tussen netinjectie/ overschot aan zonne-energie dat naar het net wordt geëxporteerd en eigen verbruik (%) | Eigen kantoren van VGP | Tenant portfolio | Totaal | Industrieel: niet-gekoelde opslagplaats | Industrieel: gekoeld magazijn | Industrieel: productie | Kantoren: laagbouw- kantoren | Parkeer- garage (binnen) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal ter plaatse opgewekte hernieuwbare elektriciteit | 0 | 85.800 | 8.910 | 35.030 | 800 | 1.470 | 132.010 | |
| Waarvan zelfverbruik door de Groep of huurders (%) | n.v.t. | 12% | 41% | 39% | 76% | 13% | 21% | |
| Waarvan geëxporteerd naar het net (%) | n.v.t. | 88% | 59% | 61% | 24% | 87% | 79% |
Batterijopslagsysteem in VGP Park Nijmegen, Nederland
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 286
Case study: Het leveren van betaalbare, betrouwbare energie met een hogere efficiëntie voor onze huurders
Betrouwbare en betaalbare energie is essentieel voor het langetermijnsucces van onze huurders — Hernieuwbare energie nu de grootste afzonderlijke energiebron — Meer dan 20% verbetering in energie-efficiëntie sinds 2020
Toegang tot betrouwbare en betaalbare energie is een cruciale factor voor de langetermijnconcurrentiekracht en veerkracht van de huurders van VGP. VGP streeft er daarom naar om huurders actief te ondersteunen bij het veiligstellen van stabiele en competitief geprijsde elektriciteit binnen haar parken. In verschillende markten werkt de Groep samen met meerdere nutsbedrijven om de meest gunstige leveringsvoorwaarden voor huurders te identificeren. Zo heeft VGP in Duitsland aanbiedingen van meer dan 30 nutsbedrijven geanalyseerd om ervoor te zorgen dat de aan huurders geleverde elektriciteit werd aangeboden tegen zeer competitieve marktprijzen. Tegelijkertijd blijft de Groep investeren in de uitbreiding van hernieuwbare energieopwekking op locatie, wat een extra bron van betrouwbare elektriciteit oplevert die rechtstreeks binnen de parken wordt geproduceerd.
Sinds 2020 is de voltooide portefeuille van VGP sterk gegroeid, met een toename van 163% tot 6,4 miljoen m² in 2025. In dezelfde periode heeft de Groep aanzienlijke vooruitgang geboekt in de elektrificatie van haar energieverbruik en de uitbreiding van de productie van hernieuwbare energie. Het verbruik van hernieuwbare elektriciteit steeg van ongeveer 1 GWh in 2020 tot circa 193 GWh in 2025, waardoor hernieuwbare energie de grootste afzonderlijke energiebron binnen de portefeuille is geworden. Deze transitie wordt ondersteund door de systematische uitrol van fotovoltaïsche installaties op daken binnen de VGP-parken, die alleen al in 2025 132 GWh aan hernieuwbare elektriciteit produceerden, een stijging van 47% ten opzichte van het voorgaande jaar.
Sinds 2022 zijn lucht/water-warmtepompen de standaard verwarmingsoplossing voor nieuw ontwikkelde gebouwen geworden, wat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder vermindert en de elektrificatie versnelt. Als gevolg daarvan wordt ongeveer een derde van de voltooide portefeuille inmiddels verwarmd zonder gebruik van gas.
Batterij-energieopslagsystemen (BESS) worden geleidelijk ingevoerd om het eigen energieverbruik, de flexibiliteit en de betrouwbaarheid binnen de parken verder te vergroten. In combinatie met andere maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie heeft dit geleid tot een duidelijke verbetering van de energie-intensiteit, die is gedaald van ongeveer 92 kWh/m² in 2020 tot circa 72 kWh/m² in 2025.
CASE STUDY: Als u meer wilt weten over hoe de integratie van batterijen ervoor zorgt dat er 24/7 hernieuwbare energie beschikbaar is, klik dan hier voor een case study op onze website
Energieverbruik (MWh), uitgesplitst naar gasverbruik, grijze elektriciteit en hernieuwbare energie, afgezet tegen de omvang van de opgeleverde portefeuille in m² (’0 m²) sinds 2022
Gas ‚Grijze‘ stroom hernieuwbaar Oppervlakte staande portefeuille 91 kWh/m2 72 kWh/m2
VGP Park Magdeburg herbergt een van de grootste zonnepaneleninstallaties op daken in Duitsland, met een vermogen van 10,27 MWp. Deze installatie maakt deel uit van een groter project waarbij het gehele terrein van VGP Park Magdeburg een totaal geïnstalleerd vermogen van meer dan 25 MWp heeft
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 287
4.2.2.2.9 Bruto Scope 1-, 2-, 3-emissies en totale Broeikasgasemissies (ESRS E1-6)
De methode die wordt gebruikt voor het kwantificeren van de emissies van de Groep is in overeenstemming met de ISO 14064-1-norm, de richtlijnen van het GHG-Protocol en de Bilan Carbone®-methodologie van ADEME (“Agence de l’Environnement et de la Maîtrise de l’Énergie” of het Frans Agentschap voor Milieu en Energiebeheer). De emissiebronnen die zijn opgenomen in de totale CO2-voetafdruk van de Groep worden in de onderstaande tabel uitgesplitst per scope en invloedniveau.
De Groep berekent zijn CO2-voetafdruk op een uitgebreide Scope 3-basis, die in deze tabel wordt beschreven, waarbij de belangrijkste indirecte emissies in de hele waardeketen worden gemeten. Om de bedrijfsactiviteiten van de Groep zo nauwkeurig mogelijk weer te geven, inclusief de interacties tussen de vennootschap en haar belanghebbenden, werd Scope 3 verder onderverdeeld in vier categorieën:
— Scope 3 met betrekking tot energiegebruik en afval door eigen kantoren en werknemers (onder operationele controle van VGP);
— Scope 3 met betrekking tot de resterende capex en opex die niet elders zijn opgenomen;
— Scope 3 met betrekking tot de portefeuille “in gebruik”: Verantwoordelijkheid van huurders waarop VGP invloed kan uitoefenen maar geen directe controle heeft.— Scope 3 met betrekking tot op ontwikkelingsactiviteiten door middel van de berekening van ingebedde koolstof
Scope 1
— Directe emissies van stationaire verbranding: gas- en brandstofverbruik in VGP-kantoren
— Directe emissies van mobiele verbranding: brandstofverbruik van bedrijfsvoertuigen
— Directe diffuse emissies, inclusief lekken van koelgas
Scope 2
— Indirecte emissies in verband met elektriciteit en stadsverwarming in VGP-kantoren en voor het opladen van bedrijfsvoertuigen (alleen in verband met energieproductie)
Scope 3 – Eigen kantoren en werknemers
Scope 3: Categorie 1 (aangekochte goederen en diensten)
— Indirecte emissies door papiergebruik in VGP-kantoren (andere aangekochte goederen en diensten worden niet in aanmerking genomen)
Scope 3: Categorie 3 (indirecte energie)
— Upstream-emissies van aangekochte brandstoffen en energie (winning, productie en transport van brandstof, elektriciteit)
Scope 3: Categorie 5 (afval op locatie)
— Indirecte emissies door afval op kantoren
Scope 3: Categorie 6 (zakenreizen)
— Indirecte emissies van zakenreizen van werknemers (exclusief bedrijfsvoertuigen)
Scope 3: Categorie 7 (woon-werkverkeer van werknemers)
— Indirecte emissies van woon-werkverkeer van werknemers (exclusief bedrijfsvoertuigen)
Scope 3 – Resterende uitgaven die niet elders zijn verantwoord
Scope 3: Categorie 1 (Ingekochte goederen en diensten)
— Indirecte emissies afkomstig van administratieve uitgaven die verband houden met ondersteunende bedrijfs- en adviesdiensten
Scope 3: Categorie 2 (kapitaalgoederen)
— Indirecte emissies afkomstig van kapitaaluitgaven voor IT-apparatuur in de groepskantoren
Scope 3: Categorie 6 (zakenreizen)
— Indirecte emissies afkomstig van zakelijke reizen van werknemers (diensten voor reisregeling en -reservering).
Scope 3 – Portefeuille 'in gebruik' (activiteiten van huurders)
Scope 3: Categorie 13: downstream verhuurde activa
— Indirecte emissies door energieverbruik en vluchtige emissies als gevolg van lekken van koelgas/koelvloeistof bij activiteiten van huurders in de bestaande portefeuille van VGP
Scope 3 – koolstof in ontwikkelingsactiviteiten (levenscyclusanalyse)
Scope 3: Categorie 1 (ontwikkelingen)
— Emissies veroorzaakt tijdens de levensduur van de activa die door de ontwikkelingsactiviteiten zijn gecreëerd, met inbegrip van gebruikte materialen en indirecte emissies veroorzaakt door transport naar de locatie, evenals toekomstig gebruik van het gebouw
Scope 3: Categorie 11 (Gebruik van verkochte producten – Onderhoud gedurende de levensduur)
— Emissies door het gebruik van goederen en diensten die door de rapporterende onderneming in het verslagjaar zijn verkocht. De scope 3-emissies van een rapporterende onderneming door het gebruik van verkochte producten omvatten de scope 1- en scope 2-emissies van eindgebruikers. Eindgebruikers zijn zowel consumenten als zakelijke klanten die gebruikmaken van eindproducten.
Scope 4
Scope 4 (totale vermeden emissies elders) — Emissies die elders worden vermeden wanneer hernieuwbare energie in het net wordt geïnjecteerd en daardoor elders als vervanging voor grijze energie wordt gebruikt, waarbij dezelfde functies worden vervuld, maar met een lagere koolstofintensiteit.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 288
| Emissies (tCO2e) | Boekjaar 2020 | Boekjaar 2021 | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 | Boekjaar 2025 | Noot | Veranderingen FY25 ten opzichte van FY24 (%) | Vooruitgang sinds basisjaar 2020 | Doelstelling 2030 | Verbintenis tot net zero |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Scope 1 | 841 | 852 | 926 | 924 | 742 | 639 | 2 | -14% | -24% | -50% | Ja |
| tCO2e/FTE | 3,5 | 2,7 | 2,5 | 2,5 | 2,0 | 1,6 | (1), (2) | -20% | -54% | ||
| Scope 2 – marktgebaseerd | 105 | 127 | 8 | 17 | 142 | 12 | 3 | -92% | -89% | -50% | Ja |
| tCO2e/FTE | 0,4 | 0,4 | — | — | 0,4 | — | (1), (3) | -100% | -100% | ||
| Scope 2 – Locatiegebonden | 127 | 107 | 113 | 144 | 264 | 282 | (1), (3) | 7% | 122% | ||
| tCO2e/FTE | 0,5 | 0,3 | 0,3 | 0,4 | 0,7 | 0,7 | 0% | 40% | |||
| Totaal Scope 1 en 2 (tCO2) | 946 | 979 | 934 | 942 | 884 | 650 | (1), (2), (3) | -26% | -31% | -50% | Ja |
| tCO2e/FTE | 3,9 | 3,2 | 2,6 | 2,6 | 2,3 | 1,8 | -22% | -54% | -50% | ||
| Scope 3: Categorie 1 (papierverbruik) | 5 | 3 | 3 | 3 | 4 | 4 | 0% | -20% | |||
| Scope 3: Categorie 3 (indirecte energie) | 235 | 236 | 230 | 231 | 247 | 201 | -19% | -14% | |||
| Scope 3: Categorie 5 (afval) | 5 | 2 | 2 | 1 | 1 | 3 | 200% | -40% | |||
| Scope 3: Categorie 6 (zakenreizen) | 647 | 542 | 861 | 682 | 850 | 973 | 14% | 50% | |||
| Scope 3: Categorie 7 (woon-werkverkeer) | 147 | 159 | 206 | 146 | 164 | 135 | -18% | -8% | |||
| Scope 3 – Totaal Eigen kantoren (tCO2) | 1.039 | 939 | 1.302 | 1.063 | 1.264 | 1.316 | 4% | 27% | -50% | Nee | |
| tCO2/FTE | 4,3 | 3,1 | 3,6 | 2,9 | 3,3 | 3,2 | -3% | -26% | -50% | ||
| Scope 3: Categorie 1 (Ingekochte goederen) | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | 3.224 | (4) | n.v.t | n.v.t | ||
| Scope 3: Categorie 2 (kapitaalgoederen) | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | 210 | (4) | n.v.t | n.v.t | ||
| Scope 3: Categorie 6 (zakenreizen) | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | 63 | (4) | n.v.t | n.v.t | ||
| Scope 3 – totaal resterende emissies | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | 3.497 | (4) |
1 Over de onderstreepte waarden werd een limited assurance verstrekt
2 Overwegingen bij de evaluatie van de Scope 1-emissies: Scope 1 is opgezet in overeenstemming met het GHG-protocol en omvat het brandstofverbruik en het gebruik van stadsverwarming voor de verwarming van de VGP-kantoren, evenals het brandstofverbruik van de bedrijfswagens. De Scope 1-emissies die voortkomen uit brandstoffen voor verwarming zijn berekend conform het GHG-protocol. Voor Oostenrijk, Frankrijk (Parijs), Letland, Kroatië en Slowakije is het brandstofverbruik gebaseerd op extrapolatie. De extrapolaties zijn gemaakt door een gemiddelde te berekenen op basis van de kantooroppervlakte en het aardgasverbruik van de VGP-kantoren in België, Luxemburg, Roemenië en Nederland. Het resterende deel van de Scope 1-emissies komt voort uit de emissies van bedrijfswagens. Voor de berekening van deze emissies zijn de gereden kilometers (schattingen afgeleid uit leasecontracten of verklaringen van werknemers) en de verbruikte liters brandstof gebruikt. De daling van 14% jaar-op-jaar weerspiegelt enerzijds de overgang van een brandstofgedreven wagenpark naar een elektrisch of hybride wagenpark, wat heeft geleid tot een daling van 16% jaar-op-jaar (van 727 naar 614 ton CO2). Daarnaast was er een stijging van 60% (van 15 naar 24 ton CO2) in emissies uit kantoorverwarming vanwege een toename van het totale met gas verwarmde kantooroppervlak.
3 Overwegingen bij de evaluatie van de Scope 2-emissies (market-based & location-based): Scope 2 is opgezet in overeenstemming met het GHG-protocol en omvat de emissies die voortkomen uit het elektriciteitsverbruik in de kantoren, de stadsverwarming die wordt gebruikt voor de verwarming van kantoren, en de elektriciteit die wordt gebruikt voor het opladen van elektrische bedrijfswagens. De Scope 2-emissies die betrekking hebben op het energieverbruik van kantoren zijn als volgt berekend: voor de berekening van de totale emissies zijn extrapolaties gemaakt voor de kantoren in Oostenrijk, Denemarken, Frankrijk (Parijs), Hongarije, Letland, Portugal (Lissabon), Kroatië, Servië, Slowakije en Spanje (Madrid, Sevilla). De extrapolatie is gebaseerd op de kantooroppervlakte, vermenigvuldigd met een gemiddelde dat is berekend op basis van alle andere kantoren waarvoor bewijs van het verbruik beschikbaar is. De Scope 2-emissies gerelateerd aan elektriciteit voor elektrische voertuigen zijn berekend op basis van extrapolaties van het aantal geladen kWh voor hybride voertuigen in Oostenrijk, Frankrijk en Roemenië. In 2025 kende VGP een aanzienlijke toename van het aantal elektrische voertuigen in het wagenpark. Aangezien de VGP-kantoren beschikken over een PPA voor groene energie, worden de kWh die op kantoorlocaties zijn geladen onder deze regeling beschouwd als groene energie. De emissies afkomstig uit de VGP-kantoren bleven stabiel tussen 2024 en 2025 (market-based emissies (MB) van 0 tCO2 in ‘24 naar 0 tCO2 in ‘25, en location-based emissies van 144 tCO2 in ‘24 naar 149 tCO2 in ‘25; een stijging van 3%, toe te schrijven aan een toename van de kantooroppervlakte met 8%). De emissies uit stadsverwarming namen toe van 6 tCO2 in ‘24 naar 12 tCO2 in ‘25. Dit wordt verklaard door het feit dat een derde kantoor in de loop van het jaar overstapte op stadsverwarming. De market-based emissies afkomstig van het laden van bedrijfswagens daalden van 136 tCO2 in ‘24 naar 0 tCO2 in ‘25 — een daling van 100%, veroorzaakt doordat de PPA-regeling werd toegepast op laadbeurten aan de openbare weg voor het elektrische en hybride wagenpark, waardoor deze als groene elektriciteit werden beschouwd. De location-based emissies van het laden van bedrijfswagens stegen van 115 tCO2 in ‘24 naar 122 tCO2 in ‘25, een stijging van 6%, veroorzaakt door een groei van het elektrische wagenpark gedurende het jaar (het aantal FTE’s steeg in ‘25 met 14%). De meeste emissiefactoren voor elektriciteit zijn afkomstig van IEA, BEIS en ADEME. Wanneer deze niet beschikbaar zijn in de eerdergenoemde databanken, worden de factoren geschat door een derde partij (Southpole).
4 De screening van de operationele uitgaven van de Groep heeft geleid tot de identificatie van resterende Scope 3-koolstofemissies (niet reeds gedekt door Scope 3 van de eigen kantoren en werknemers die onder beperkte zekerheid vallen). Deze emissies hebben betrekking op management consultancy-diensten, milieu- en andere technische adviesdiensten, diensten voor boekhouding/belastingvoorbereiding/boekhouding/payroll, juridische diensten, onderhoud en reparatie van niet-residentiële gebouwen, diensten voor reisregeling en -reservering, business support-diensten en de productie van elektronische computers.Deze emissies zullen worden uitgesloten van het totaal in de regel ‘Totale Scope 3 (tCO2e)’ Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 289
| Emissies (tCO2e) | Boekjaar 2020 | Boekjaar 2021 | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 | Boekjaar 2025 | Noot | Veranderingen FY25 ten opzichte van FY24 (%) | Vooruitgang sinds basisjaar 2020 | Doelstelling 2030 | Verbintenis tot net zero |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Scope 3 – portefeuille ‘in gebruik’ (categorie 13: downstream geleasde activa) (tCO2) | 67.456 | 68.251 | 87.261 | 91.199 | 45.340 | 53.085 | 2, 6 | 17% | -21% | -55% | Nee |
| kgCO2/m2 | 27,6 | 22,1 | 20,0 | 20,0 | 8,77 | 9,23 | 1, 2, 4 | 5% | -66% | -55% | |
| Scope 3 – koolstofontwikkelingen (categorie 1 + categorie 11) | 144.520 | 176.730 | 313.653 | 173.071 | 158.740 | 133.307 | -16% | 16% | Nee | ||
| kgCO2/m2 | 272,2 | 271,1 | 272,8 | 270,2 | 271,8 | 269,7 | -1% | -1% | |||
| Totaal Scope 3 (tCO2) | 183.015 | 245.920 | 402.216 | 265.333 | 205.644 | 187.712 | 5 | -9% | 3% | -25% | Nee |
| Totale broeikasgasemissies (tCO2) | 183.961 | 246.899 | 403.150 | 266.275 | 206.528 | 188.358 | -9% | 2% | |||
| Totaal Scope 4 (tCO2) | (4.305) | (6.314) | (7.328) | (21.083) | (31.509) | (32.964) | 6 | n.v.t. |
1 Over de onderstreepte waarden werd een assurance met beperkte maat van zekerheid verstrekt
2 Overwegingen bij de beoordeling van categorie 13: verhuurde activa in de downstream-sector. De uitstoot in deze categorie bestaat uit directe uitstoot als gevolg van het energieverbruik bij de bedrijfsactiviteiten van huurders in de bestaande portefeuille. De stijging van de uitstoot met 17% op jaarbasis kan worden verklaard door een hoger aantal HDD’s in 2025 ten opzichte van 2024 en de verdere uitbreiding van de bestaande portefeuille. Volgens de uitsluitingsregels die zijn vastgesteld voor alle energiegerelateerde indicatoren, bedraagt het aantal in aanmerking genomen gebouwen 225 in 2024 en 249 in 2025 (zie 4.2.1.1.1 Uitzonderingen op de scope voor energie- en watergerelateerde indicatoren voor scope 1, 2 en 3, p. 251). 14 gebouwen maakten gebruik van volledige of gedeeltelijke extrapolaties voor brandstofverbruik, 3 gebouwen maakten gebruik van volledige of gedeeltelijke extrapolaties voor stadsverwarmingsverbruik en 28 gebouwen maakten gebruik van volledige of gedeeltelijke extrapolaties voor elektriciteitsverbruik. Extrapolaties worden uitgevoerd door de bruto interne vloeroppervlakte te vermenigvuldigen met de mediane energie-intensiteiten per vastgoedtypeclassificatie. Geldige intensiteiten vereisen een gegevensdekking van bijna 100%, zowel op basis van oppervlakte (m²) als tijd (dagen), validatie van uitschieters in energie-intensiteit en controle op uitschieters in de jaar-op-jaartrend. Classificatie van vastgoedtypes en validatie van energie-intensiteiten voor extrapolatie zijn afgestemd op het Aggregation Handbook van GRESB (GRESB, 2026).
3 Het bedrag voor 2024 is aangepast als gevolg van een herziening van de totale energiewaarden voor 2024.
4 Indirecte fugitieve emissies als gevolg van lekken van koelmiddelen in de activiteiten van huurders binnen de bestaande portefeuille van VGP zijn uitgesloten uit bovenstaande tabel. Door de lage dataverzamelingsgraad is het totaal dat op pagina 270 wordt weergegeven (178 tCO2-equivalent) niet representatief en daarom uitgesloten.
5 De screening van de operationele uitgaven van de Groep heeft geleid tot de identificatie van resterende Scope 3-koolstofemissies (niet reeds gedekt door Scope 3 van de eigen kantoren en werknemers die onder beperkte zekerheid vallen). Deze emissies hebben betrekking op management consultancy-diensten, milieu- en andere technische adviesdiensten, diensten voor boekhouding/belastingvoorbereiding/boekhouding/payroll, juridische diensten, onderhoud en reparatie van niet-residentiële gebouwen, diensten voor reisregeling en -reservering, business support-diensten en de productie van elektronische computers. Deze emissies zullen worden uitgesloten van het totaal in de regel ‘Totale Scope 3 (tCO2e)’
6 Elders vermeden emissies door netinjectie van ter plaatse opgewekte en geëxporteerde hernieuwbare energie. Boekjaar 2025: 79% van 132.000 MWh × 0,318 tCO2/MWh.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 290
Uitsplitsing van de CO2-Voetafdruk van de Groep in 2025 per Activiteit (TCO2e/%)
| Activiteit | CO2-voetafdruk VGP (tCO2e) | % van totale CO2-voetafdruk van de groep |
|---|---|---|
| Energieverbruik eigen kantoren (marktgebaseerd) | 38 | 0% |
| Door VGP Parks beheerde energie | 20.824 | 11% |
| Energie van huurders van VGP Parks | 32.261 | 17% |
| Vervoer van werknemers | 1.994 | 1% |
| Bouwactiviteiten | 133.307 | 71% |
| Overige 1 | 3.675 | n.v.t. |
| Totaal | 188.358 | 100% |
Broeikasgasintensiteit gebaseerd op netto-inkomsten volgens “marktgebaseerde” en “locatiegebaseerde” methoden
| Broeikasgasintensiteit per netto-omzet in euro's (miljoen euro) | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | Vooruitgang in 2025 ten opzichte van 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) per netto- omzet (tCO2e/monetaire eenheid) | 2,6 | 1,5 | (8,5) | 12,2 | 3,1 | 2,5 | -18% |
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) per netto- omzet (tCO2e/monetaire eenheid) | 2,6 | 1,5 | (7,6) | 10,8 | 3,5 | 3,2 | -10% |
Focus op de uitstoot van de exploitatie van gebouwen
Om de koolstofprestaties van zijn gebouwenportefeuille te beheren, heeft de Groep indicatoren vastgesteld om de intensiteit van de broeikasgasemissies per oppervlakte (m²) te meten voor elk van zijn geëxploiteerde parken op basis van het huurderssegment/gebruik van het gebouw. Dit maakt het mogelijk om de totale koolstofefficiëntie van een gebouw op een vergelijkbare basis te analyseren, afhankelijk van het doel en de omvang ervan.
Broeikasgasemissies door Energieverbruik van bestaande Activa (ton CO2)
Broeikasgasemissies gegenereerd door de energie die in onze gebouwen gedurende het jaar is ingekocht (Scope 1: aardgas, Scope 2: elektriciteit, stadsverwarming en koeling) (TCO2e)
| (TCO2e) | Eigen kantoren van VGP | Industrieel: niet-gekoelde opslagplaats | Industrieel: gekoeld magazijn | Industrieel: productie | Kantoren: laagbouw- kantoren | Parkeer- garage (binnen) | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 Totaal | 38 | 14.862 | 16.072 | 21.840 | 250 | 62 | 53.124 |
| Waarvan directe uitstoot (Scope 1) | 2 | 23 | 6.777 | 1.910 | 7.521 | 0 | 0 |
1 Uitgesloten van het totaal. Zie toelichting 7 en 8 van de tabel met GHG-emissies op pagina 269.
2 Niettegenstaande de door de Groep gekozen berekeningsmethode voor GHG-emissies (namelijk ‘operationele controle’), rapporteert de Groep de Scope 1-emissies die voortvloeien uit het aardgasverbruik van huurders in de portefeuille.
3 Niettegenstaande de door de Groep gekozen benadering voor de berekening van broeikasgasemissies (d.w.z. ‘operationele controle’), rapporteert de Groep de Scope 2-emissies die voortvloeien uit door huurders aangekochte elektriciteit en stadsverwarming binnen de portefeuille.
| (TCO2e) | Eigen kantoren van VGP | Industrieel: niet-gekoelde opslagplaats | Industrieel: gekoeld magazijn | Industrieel: productie | Kantoren: laagbouw- kantoren | Parkeer- garage (binnen) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Waarvan indirecte uitstoot (Scope 2) | 3 | 15 | 8.085 | 14.162 | 14.319 | 250 |
| 2024 Like-for-like | 33 | 4.980 | 4.820 | 4.080 | 60 | 0 |
| 2025 Like-for-like | 24 | 4.730 | 4.310 | 3.810 | 50 | 0 |
| 2025/2024 verandering (%) | -27% | -5% | -11% | -7% | -17% | n.v.t. |
Broeikasgasemissies door Energieverbruik van bestaande Activa per gebied (kg CO2 / m2/jaar)
| (kgCO2e/m2) | Eigen kantoren van VGP | Industrieel: niet-gekoelde opslagplaats | Industrieel: gekoeld magazijn | Industrieel: productie | Kantoren: laagbouw- kantoren | Parkeer- garage (binnen) | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 Totaal | 12 | 4 | 29 | 13 | 17 | 0 | 9 |
| 2024 Like-for-like | 5 | 2 | 9 | 3 | 9 | 0 | 3 |
| 2025 Like-for-like | 9 | 2 | 8 | 3 | 7 | 0 | 3 |
| 2025/2024 verandering (%) | 80% | -5% | -11% | -7% | -17% | n.v.t. | -7% |
Naast de broeikasgasemissies door het energieverbruik van de gebouwen, is de belangrijkste bron van directe broeikasgasemissies van de Groep in verband met de exploitatie van zijn gebouwen, het lekken van koelmiddelen uit koelapparatuur die wordt onderhouden door de vastgoedbeheerders van locaties die eigendom zijn van en beheerd worden door de Groep.
Broeikasgasemissies door lekkage van koelvloeistoffen (ton CO2e)
| 2025 | |
|---|---|
| Broeikasgasemissies in verband met koelmiddellekken | 178 |
4.2.2.2.10 Broeikasverwijderingen en Projecten voor Broeikasgasmitigatie Gefi nancierd uit Carbon Credits (ESRS E1-7)
In verband met de VGP-strategie voor koolstofneutraliteit (voorgesteld in deel 4.2.2.2.2 Transitieplan voor klimaatmitigatie), en als onderdeel van zijn netto-nul-doelstellingen, verbindt VGP zich ertoe om:
— het niveau van vermeden emissies binnen en buiten zijn waardeketen te verhogen, wat betekent dat andere belanghebbenden helpt hun eigen CO2-uitstoot te verminderen; en
— de resterende emissies in het jaar waarin de netto-nul-doelstelling wordt bereikt, permanent te neutraliseren.
— In dit verband worden in de onderstaande tabellen de details met betrekking tot deze twee verbintenissen weergegeven:
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 291
Details van projecten ter beperking van broeikasgassen
| Project | Type project | Reikwijdte | Tijdschema voor uitvoering | Verwachte impact (in tCO2e) | Berekeningsaannames en bijbehorende norm |
|---|---|---|---|---|---|
| Uitrol van fotovoltaïsche energie | Hernieuwbare energie | Binnen de waardeketen van VGP | 2020–2025 | 25.526 (boekjaar 2025) | Intern en beoordeeld door externe consultant Toegewezen duurzame obligaties PV-projecten hebben 80 GWh opgeleverd (bij een emissiefactor van 0,318 tCO2/MWh) |
| Luchtwarmtepompen, ledverlichting, bewegingssensoren, slimme meters | Energiebesparende renovatie | Binnen de waardeketen van VGP | 2025 | 2.686 (boekjaar 2025) | Intern en beoordeeld door externe consultant (zie het rapport over de toewijzing van duurzame financiering 2025 voor berekeningsdetails) De totale impact van de omzetting naar luchtwarmtepompen in de tijd (zodra het volledige portfolio is omgeschakeld) wordt verwacht 9.857 tCO2e aan besparingen op te leveren – zie grafiek op pagina 269. |
Details van projecten ter verwijdering van broeikasgassen
| Project | Type project | Locatie | Reikwijdte | Tijdschema voor uitvoering | Verwachte impact (in tCO2e) | Annulering van kredieten | Berekeningsaannames en bijbehorende norm |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Agreena-project | Landbouw/bosbouw | Denemarken | Buiten de VGP-waardeketen | Mar. 2026 | 734 | 2024:0 tCO2e 2025:734 tCO2e geannuleerd 2026:916 tCO2e kredieten resterend: gepland om te worden geannuleerd in 2026 (en meer in de komende jaren) in overeenstemming met de netto-nuldoelstelling van de groep voor Scope 1 en 2 | Verified Carbon Standard (Verra) |
| Erdgas CO2 VCS (E.ON, o.a.) | CO2 VCS-compensatieprojecten voor 13,3 GWh gasverbruik | Duitsland en Oostenrijk | Buiten de VGP-waardeketen | 2025 | 2,461 | 2024: 11.348tCO2e 2025: 2.461tCO2e | Verified Carbon Standard (Gold) |
Details met betrekking tot de netto-nul-doelstellingen
De Groep geeft prioriteit aan de vermindering van de bruto-uitstoot met 50% tegen 2030 in absolute waarde van de CO2-uitstoot en een vermindering van de CO2-uitstootintensiteit met 90% tegen 2050. Daarnaast, en in overeenstemming met de ‘Corporate Net Zero’-norm van SBTi, zet VGP zich in om de resterende uitstoot in het ‘netto-nul-doeljaar’ 2025 en daarna permanent te neutraliseren. In dit verband heeft VGP voor 2025 734 tCO2 -emissierechten voor het jaar 2025 geannuleerd en al 916 tCO2-emissierechten verworven van het Agreena Project in Denemarken, een landbouwproject dat voldoet aan de Verra-norm met als doel koolstof uit de atmosfeer te halen en op te slaan in de bodem¹.
4.2.2.2.11 Interne Koolstofprijsstelling (ESRS E1-8)
VGP past een koolstofreferentieprijsstellingsregeling toe bij de evaluatie van de winstgevendheid van nieuwe projecten. Het interne koolstofprijsstellingssysteem stelt het management in staat om koolstofreferentieprijzen toe te passen bij zijn strategische en operationele besluitvorming rond koolstofmaatregelen in investeringsbeslissingen rond nieuwe projecten. De koolstofreferentieprijzen worden toegepast bij nieuwe bouwprojecten in alle landen waar de Groep actief is, om te helpen bij de materiaalkeuzes. Het model wordt tot nu toe niet gebruikt voor andere investeringsbeslissingen (bijvoorbeeld grondverwerving of projecten voor hernieuwbare energie).
De koolstofprijs wordt toegepast op basis van de ingebedde koolstof, inclusief operationele koolstof, om een goede vergelijking te kunnen maken van de koolstofimpact gedurende de levensduur van een project. Hoewel de Scope 3-emissierapportering voor de groep operationele koolstof uitsluit, wordt er in de berekeningsmethode bewust wel rekening mee gehouden, aangezien verschillende van de investeringen in koolstofintensieve investeringen in feite resulteren in een hogere koolstofintensiteit van wieg tot graf (bijvoorbeeld extra isolatie), maar resulteren in een aanzienlijke vermindering van operationele koolstof. Voor een juiste koolstofevaluatie moet met beide rekening worden gehouden gedurende de levensduur van het project.
Voor elk land waar de Groep actief is, wordt de referentie-CO2-uitstoot voor een standaardproject bepaald en worden de koolstofbesparingen uitgedrukt in vergelijking met dit referentieproject. Voorbeelden van besparingsmaatregelen zijn het gebruik van:
— CO2 -arm beton
— CO2 -arm staal
— Houten balken als onderdeel van de draagconstructie
— Investeringen in hernieuwbare energie
De besparing in euro’s wordt vervolgens gebaseerd op de besparing in ingebedde CO2-uitstoot vermenigvuldigd met de EU ETS² van 31 december van het betreffende jaar. De Groep beoordeelt de economische implicaties of afwegingen voor zaken als risico-impact, netto contante waarde van nieuwe projecten en de kosten-batenverhouding van verschillende ontwerpalternatieven en initiatieven. De tool maakt deel uit van de initiatieven van de Groep om te zorgen voor afstemming met betrekking tot de vermindering van Scope 3-emissies met 25% tegen 2030. Deze doelstelling sluit aan bij de wetenschappelijk onderbouwde doelstelling voor het IPCCC-scenario om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2oC. De gerapporteerde Scope 3-emissies bedroegen 133.307 tCO2 in het boekjaar 2025 (en 158.740 tCO2 in het boekjaar 2024).
¹ https://agreena.com/carbon-credits/
² De prijsstelling is afgestemd op EU-ETS per december 2025 € 87,4/tCO2
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 292
4.2.2.2.12 Beoogde Financiële Effecten van Materiële Fysieke en Transitierisico’s en Potentiële Klimaatkansen (ESRS E1-9)
De Aanpak van VGP ten aanzien van Klimaatrisico’s en -kansen
VGP heeft verschillende beoordelingen uitgevoerd met betrekking tot klimaatgerelateerde risico’s en kansen, zowel op het niveau van de activa als op het niveau van de Groep:
— Een analyse op Groepsniveau, gericht op het identificeren en prioriteren van klimaatgerelateerde risico’s en kansen waaraan de Groep zou kunnen worden blootgesteld als onderdeel van de transitie naar een koolstofarme economie (risico’s en kansen van transitie).
— Een analyse van fysieke risico’s op activaniveau. Deze beoordeling is uitgevoerd voor alle VGP-parken en maakt deel uit van het due-diligence-onderzoek bij de aankoop van nieuwe percelen grond. Voor de parken waar fysieke risico’s werden geïdentificeerd, worden de lokale kwetsbaarheden ter plaatse beoordeeld en worden ontwikkelings- en aanpassingsplannen opgesteld.
Deze studies werden uitgevoerd om de volgende doelstellingen te bereiken:
— Het integreren van huidige en toekomstige risico’s en kansen in strategische beslissingen, op korte en langere termijn, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Task Force on Climate-related Financial Disclosure (“TCFD”)
— Aanpassingen aan de VGP-bouwnorm definiëren
— Prioriteiten op het gebied van veerkracht op activa-niveau en parkniveau vaststellen en, indien nodig, mitigerende maatregelen
— Voldoen aan de (verwachte) impact van regelgeving
— De algehele veerkracht van de Groep ten aanzien van klimaatverandering verbeteren
Om de volledigheid van de analyse te waarborgen, worden de beoordelingen uitgevoerd in overeenstemming met de verschillende regelgevingen en duurzaamheidskaders zoals de EU-Taxonomie en de TCFD. Voor klimaatgerelateerde fysieke risico’s zijn de lijst van onderzochte indicatoren, evenals de tijdshorizonten (baseline, 2030, 2050) en de scenario’s (SSP2-4.5, SSP5-8.5) die in het kader van het onderzoek zijn gekozen, afgestemd op de verschillende wettelijke vereisten en aanbevelingen (onder andere EU-Taxonomie, TCFD en CSRD). Voor de component transitierisico’s en -mogelijkheden volgde de keuze van de tijdshorizonten (2025, 2030, 2050) en scenario’s – Nationaal Bepaald Scenario (“Nationally Determined Scenario”, afgekort “NDC”) dat overeenkomt met ‘business as usual’ en netto-nul in 2050 – dezelfde logica.
Het is belangrijk op te merken dat het doel van de analyse is om het meest kritieke scenario te beoordelen. Als onderdeel van de fysieke risicocomponent wordt de analyse uitgevoerd aan de hand van het referentiescenario met het hoogste niveau van broeikasgasemissies en een sterke afhankelijkheid van fossiele brandstoffen – het SSP5-8.5-scenario. In dit scenario wordt geen beleid om de broeikasgasemissies te beperken overwogen, wat leidt tot een versnelling van de klimaatverandering en de daaruit voortvloeiende fysieke gevolgen. Door dit scenario als referentie voor zijn aanpassingsplannen te gebruiken, zorgt VGP ervoor dat zijn activa bestand zijn tegen het slechtst denkbare toekomstscenario dat door de IPCC-scenario’s wordt geschetst. Voor het aspect transitierisico’s en -mogelijkheden blijft de logica dezelfde, maar het meest ingrijpende scenario is het ‘netto-nul’-scenario in 2050, dat de grootste beperkingen (en kansen voor transformatie) voor vennootschappen met zich meebrengt – op het gebied van regelgeving, markt, technologie of zelfs reputatie – waardoor zij ingrijpende veranderingen moeten doorvoeren op het gebied van bouw en operationele benaderingen, cultuur of zelfs organisatie. Door transitierisico’s en -mogelijkheden in kaart te brengen in het kader van het Akkoord van Parijs, kan VGP anticiperen op de mogelijke impact ervan op de Groep en zich daarop voorbereiden.
Blootstelling aan Klimaatgerelateerde Fysieke Risico’s
In 2025 heeft de Groep zijn aanpak voor het beoordelen van de blootstelling aan klimaatgerelateerde fysieke risico’s verder versterkt door zijn ‘Climate Risk Assessment’ (‘CRA’)-methodologie voor de gehele portefeuille volledig te actualiseren. Voortbouwend op eerdere beoordelingen omvat de geactualiseerde aanpak 28 klimaatrisico’s met een grotere granulariteit en intensiteit, inclusief toekomstgerichte scenario’s en, indien van toepassing, een evaluatie van de potentiële economische relevantie van de geïdentificeerde risico’s. De herbeoordeling werd uitgevoerd met behulp van het klimaatrisicoplatform van Blue Auditor en werd consistent toegepast op zowel bestaande activa als ontwikkelingsprojecten. Als onderdeel van deze update werden bepaalde ernstindicatoren verfijnd om de robuustheid van de analyse te verbeteren. Zo zijn de indicatoren voor de frequentie en ernst van overstromingen nu gebaseerd op een gesimuleerde geschiedenis van 1000 jaar, afgeleid van geëxtrapoleerde observatiegegevens, ter vervanging van de vorige referentieperiode van 100 jaar. Alle beoordelingen voldoen volledig aan de EU-Taxonomievereisten (zie “Klimaatadaptatie” in deel 4.2.2.7.6 Aandeel van Afgestemde Activiteiten van VGP) en werden gevalideerd en beoordeeld door onafhankelijke DGNB- en EU-Taxonomiebeoordelaars.De resultaten bevestigen dat, hoewel er afhankelijk van de locatie bepaalde fysieke klimaatrisico’s aanwezig zijn, de verwachte economische impact daarvan voor het grootste deel van de portefeuille beperkt blijft, ondersteund door activaspecifieke kenmerken, bestaande veerkrachtmaatregelen en lopende risicobeheerpraktijken. Nu de winters steeds onvoorspelbaarder worden, zijn de VGP Parken ontworpen om zich hieraan aan te passen, door gebruik te maken van warmtepompen, geavanceerde isolatie en energie-efficiëntie om de uitstoot te verminderen zonder dat dit ten koste gaat van de prestaties. (VGP Park Brasov, Roemenië)
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 293
Fysiek blootstellingsrisico aan klimaatverandering op activaniveau op basis van RCP 8.5 en RCP 4.5 tegen 2050
| Gevaar | Meting Scenario | # Parken | GLA (JV's op 100%) | GAV (joint ventures op 100%) | Regio's die het meest getroffen |
|---|---|---|---|---|---|
| Overstromingen door rivieren en regen | 1 in 100 jaar terugkeerperiode >0 8,5, 2050 (onbeschermd) | 7 | 5% | 7% | De geïdentificeerde risicovolle activa bevinden zich voornamelijk in gevestigde Europese stroomgebieden en valleisystemen met structurele blootstelling aan rivieroverstromingen (Rijn-Main, Boven-Rijn, Waal, Donau en Hron), in combinatie met op bepaalde locaties een verhoogd risico op regen- en plotselinge overstromingen als gevolg van oppervlakteafvoer en extreme neerslag. |
| Zeespiegelstijging | Hoog' en 'Zeer hoog' risico 8.5, 2050 | 1 | 1% | 1% | Het object in Roosendaal ligt in het Rijn-Maas-Schelde-deltasysteem en wordt daarom geclassificeerd als object met een basisblootstelling aan zeespiegelstijging. Nederland profiteert echter van een uitgebreide primaire waterkeringinfrastructuur in het kader van het Deltaprogramma, waardoor het resterende overstromingsrisico aanzienlijk wordt beperkt. |
| Hittestress | Hoog' en 'Zeer hoog' risico 8.5, 2050 | 32 | 34% | 28% | In Kroatië, Hongarije, Italië, Slowakije en Spanje is meer dan 75% van de parken geclassificeerd als 'rode vlag' voor hittestress. Dit weerspiegelt de structurele klimaatblootstelling in Zuid- en Midden-Europa, waar de stijgende gemiddelde temperaturen en toenemende intensiteit van hittegolven naar verwachting van invloed zullen zijn op de vraag naar koeling. |
| Risico op bosbranden | Hoog' en 'Zeer hoog' risico 8.5, 2050 | 2 | 2% | 1% | Er is blootstelling aan bosbranden vastgesteld voor activa in Noord-Spanje, wat een weerspiegeling is van de toenemende seizoensgebonden droogte en het risico op vegetatiebranden in de bredere Baskische regio. De activa zelf bevinden zich in gevestigde industriegebieden, waardoor de directe blootstelling aan de grens tussen bos en bebouwd gebied beperkt is. |
| Waterstress | Hoog' en 'Zeer hoog' risico 8.5, 2050 | 2 | 2% | 3% | Er is blootstelling aan waterstress vastgesteld voor activa in het grootstedelijk gebied van Madrid (Fuenlabrada en San Fernando de Henares), wat een weerspiegeling is van de structurele waterschaarste in het stroomgebied van de Taag en de toenemende frequentie van droogte volgens klimaatprognoses. |
De bovenstaande tabel toont de gemodelleerde risicomaatstaven en resultaten van fysieke blootstelling aan klimaatverandering op basis van het percentage vloeroppervlak en huurwaarde dat risico loopt in het slechtst denkbare scenario (RCP 8.5, 2050-2059). In het beoordelingsverslag en de bovenstaande gegevens wordt geen rekening gehouden met eventuele activaspecifieke ontwikkelings- of renovatiecycli. Als onderdeel van onze doelstellingen op het gebied van duurzame ontwikkeling worden voorafgaand aan de ontwikkeling beoordelingen uitgevoerd en worden dienovereenkomstig aanpassingsmaatregelen genomen.
Impact van Klimaatgerelateerde Fysieke Risico’s
De onderstaande kaart geeft de gemiddelde score voor de klimaatrisicobeoordeling per park per land weer, met gemiddelde scores op basis van de samenvattende bevindingen per gevarencategorie zoals vermeld in de bovenstaande tabel.
VGP Park San Fernando de Henares, Spanje
28 26 41 35 31 20 28 24 35 36 34 39 44 34
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 294
De klimaatgerelateerde fysieke risico’s worden vanuit 3 verschillende invalshoeken beoordeeld, waarbij rekening wordt gehouden met de kwetsbaarheid, afhankelijk van de mogelijke impacts:
— Directe schade aan panden: risico van fysiek (permanent) verlies van pand als gevolg van een klimaatrisico (bijvoorbeeld verlies van een pand als gevolg van de verspreiding van bosbranden)
— Bedrijfsonderbreking: risico van inkomensverlies in het geval dat activiteiten worden stilgelegd als gevolg van een direct fysiek verlies of schade (bijvoorbeeld een vertraging van de voltooiing van een project als gevolg van een overstroming van een bouwplaats).
— Behoefte aan uitgaven of kosten voor adaptatie: risico van extra investeringen en kosten die nodig zijn om activa te adapteren aan veranderende klimaatgerelateerde omstandigheden (in onze bestaande parken in het Iberisch Schiereiland wordt bijvoorbeeld € 50k geïnvesteerd in slimme bestraling en herbeplanting van vegetatie met droogtebestendige alternatieven).
Adaptatiemaatregelen aan Klimaatgerelateerde Fysieke Risico’s
De geïmplementeerde adaptatiemaatregelen om deze risico’s aan te pakken omvatten de integratie van groene ruimtes, regenwateropvang en duurzame afwateringssystemen om het risico op overstromingen te verminderen, toegang tot natuurlijk licht in de gebouwen en de voorziening van infrastructuur voor actieve mobiliteit en openbaar vervoer. Daarnaast kunnen maatregelen om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen ook helpen om het risico op hittestress te verminderen – in Spanje en Italië worden daarom alle nieuwe gebouwen uitgerust met fotovoltaïsche installaties en warmtepompen die in de zomer voor extra koeling zorgen. De gebouwen werden ontworpen om een comfortabel en gezond binnenmilieu te bieden, rekening houdend met factoren zoals ventilatie, thermisch comfort en de kwaliteit van de binnenlucht.
Het is belangrijk op te merken dat de analyse van klimaatrisico’s en adaptatiemaatregelen een doorlopend proces is, aangezien de gevolgen van klimaatverandering voortdurend evolueren en er in de loop der tijd nieuwe risico’s kunnen ontstaan. Daarom is het voor vennootschappen belangrijk om hun klimaatrisicoanalyse en adaptatiemaatregelen regelmatig te herzien en bij te werken om ervoor te zorgen dat ze de meest recente klimaatgerelateerde risico’s effectief aanpakken. Dit omvat het monitoren van de prestaties van het gebouw, het verzamelen van feedback van huurders en het evalueren van de effectiviteit van de adaptatiemaatregelen, en waar nodig aanpassingen doen.
| Risico | Adaptatietechniek |
|---|---|
| Droogtestress en hittestress | – Systemen voor het opvangen van regenwater voor gebruik in gebouwen en landschapsarchitectuur – Waterbesparende voorzieningen in overeenstemming met de EU-taxonomievoorschriften – Thermische modellering uitgevoerd en oriëntatie/ raampositie van het gebouw herzien – Installatie van hernieuwbare energie op locatie in combinatie met luchtwarmtepompen (die kunnen worden gebruikt voor extra koeling) – Externe beplanting voor schaduw, brise soleil, lamellen, raamfolie |
| Overstromingen door rivieren en regenval | – Overstromingsrisicobeoordeling moet worden uitgevoerd bij ontwikkeling of achteraf – Wadi's, vijvers of bassins (retentiemaatregelen) |
Dankzij deze update van de risicobeoordeling van klimaatverandering kreeg VGP een duidelijk beeld van de toekomstige risico’s van klimaatverandering voor zijn portefeuille.
Blootstelling aan Klimaatgerelateerde Transitierisico’s
Klimaatverandering zal een wezenlijke invloed hebben op de wereldeconomieën en VGP, met zijn pan-Europese voetafdruk en verschillende bedrijfsactiviteiten, vormt daarop geen uitzondering. Dit werd al benadrukt in het deel over de materialiteitsanalyse. De risico’s en kansen die vandaag ontstaan, zullen op de middellange tot lange termijn evolueren en toenemen. Naast de acute en chronische fysieke gevolgen voor onze vastgoedportefeuille, zoals besproken in het vorige deel, vloeien de risico’s en kansen ook voort uit de structurele veranderingen die de transitie naar een koolstofarme economie met zich meebrengt. Deze transitierisico’s omvatten de gevolgen van veranderingen in klimaatbeleid, technologie en marktsentiment en hun invloed op de marktwaarde van financiële activa, evenals de gevolgen van rechtszaken over klimaatverandering.
Overwegingen in dit verband zijn onder meer de lange termijn waarop klimaatverandering zich kan voltrekken en de hoge mate van onzekerheid over de richting van toekomstige klimaat- en economische ontwikkelingen. Ons doel is om het risicobewustzijn te bevorderen, expertise op te bouwen in de beoordeling van financiële risico’s als gevolg van klimaatverandering, de veerkracht van onze bedrijfsstrategie te testen en informatie te verschaffen over risicobeheer en zakelijke besluitvorming.
De eerste portefeuillebrede beoordeling van klimaatrisico’s werd uitgevoerd in 2022 en in 2023 werd de beoordeling van klimaatrisico’s een integraal onderdeel van het grondverwervingsproces. De transitierisico’s van de Groep, rekening houdend met het bedrijfsprofiel, de geografische aanwezigheid en de lokaal geldende regelgeving, zijn geïntegreerd in het risicobeheerproces van de Groep en als zodanig worden de risico’s beschreven in het deel ‘Groepsrisico’s’ (zie het deel ‘Risicofactoren’).Zie onderstaande tabel met, “Belangrijkste transitierisico’s in ver- band met klimaatverandering’ en ‘Belangrijkste klimaatregela- teerde kansen’: Klimaatbestendige waterbuffer in VGP Park Ústí nad Labem City, Tsjechische Republiek
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 295
Belangrijkste transitierisico’s in verband met klimaatverandering
| Risico | Beschrijving | Impact |
|---|---|---|
| Beleidsrisico's | Beleidsmaatregelen rond klimaatverandering blijven zich ontwikkelen. De doelstellingen ervan vallen over het algemeen in twee categorieën uiteen: – beleidsmaatregelen die tot doel hebben activiteiten te beperken die bijdragen aan de negatieve effecten van klimaatverandering, of – beleidsmaatregelen die de aanpassing aan klimaatverandering bevorderen. – Enkele voorbeelden zijn de invoering van koolstofprijsmechanismen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de overschakeling naar energiebronnen met een lagere uitstoot, de invoering van energie-efficiënte oplossingen en de bevordering van duurzamere vormen van landgebruik. Het risico en de financiële impact van beleidswijzigingen hangen af van de aard en het tijdstip van de beleidswijziging. | |
| Geschillen of juridische risico's | De afgelopen jaren is het aantal klimaatgerelateerde rechtszaken dat door eigenaren van onroerend goed, gemeenten, staten, verzekeraars, aandeelhouders en organisaties van algemeen belang voor de rechter wordt gebracht, toegenomen. Redenen voor dergelijke rechtszaken zijn onder meer het falen van organisaties om de gevolgen van klimaatverandering te beperken, het falen om zich te adapteren aan klimaatverandering en het onvoldoende openbaar maken van materiële financiële risico's. Naarmate de waarde van de verliezen en schade als gevolg van klimaatverandering toeneemt, zal ook het risico op rechtszaken waarschijnlijk toenemen. | |
| Technologisch risico | Technologische verbeteringen of innovaties die de overgang naar een koolstofarm, energie-efficiënt economisch systeem ondersteunen, kunnen een aanzienlijke impact hebben op organisaties. De ontwikkeling en het gebruik van opkomende technologieën zoals hernieuwbare energie, batterijopslag, energie-efficiëntie en koolstofafvang en -opslag zullen van invloed zijn op het concurrentievermogen van bepaalde organisaties, hun productie- en distributiekosten en uiteindelijk op de vraag naar hun producten en diensten bij eindgebruikers. Naarmate nieuwe technologie oude systemen verdringt en bepaalde delen van het bestaande economische systeem ontwricht, zullen er winnaars en verliezers voortkomen uit dit proces van 'creatieve destructie'. De timing van de ontwikkeling en implementatie van technologie is een belangrijke onzekerheid bij het beoordelen van technologische risico's. | |
| Marktrisico | Hoewel de manieren waarop markten door klimaatverandering kunnen worden beïnvloed divers en complex zijn, is een van de belangrijkste manieren de verschuiving in vraag en aanbod van bepaalde grondstoffen, producten en diensten, aangezien er steeds meer rekening wordt gehouden met klimaatgerelateerde risico's en kansen. Schommelingen in de vraag naar duurzame gebouwen, veranderende ESG- eisen van huurders, mogelijke waardevermindering van activa als gevolg van koolstofintensieve portefeuilles en hogere financieringskosten als gevolg van strengere criteria voor groene investeringen. | |
| Reputatierisico | Klimaatverandering wordt gezien als een potentiële bron van reputatierisico's die verband houden met veranderende percepties van klanten of de gemeenschap over de bijdrage of afbreuk van een organisatie aan de transitie naar een koolstofarmere economie. Potentiële schade aan de merkwaarde, verminderd vertrouwen van investeerders en verlies van huurders als de Groep niet voldoet aan de verwachtingen op het gebied van duurzaamheid, niet voldoet aan ESG-regelgeving of zich niet conformeert aan de beste praktijken in de sector voor koolstofarme ontwikkelingen. |
Klimaatgerelateerde kansen
| Kans | Beschrijving |
|---|---|
| Efficiënt gebruik van hulpbronnen | Portefeuillebeheer: Verhoging van de aantrekkelijkheid van onze activa door verlaging van de exploitatiekosten voor onze huurders door verbetering van de efficiëntie van gebouwen, bijvoorbeeld door ontwikkeling van efficiënte verwarmingsoplossingen, verbetering van LED-verlichtingstechnologie, renovatie van gebouwen en gebruik van geothermische energie in productie- en distributieprocessen. Ontwikkelingsactiviteiten: Hetzelfde geldt voor de efficiëntie van andere processen, waaronder de bouw van nieuwe gebouwen door het gebruik van machines/apparatuur en transport/mobiliteit – met name met betrekking tot energie-efficiëntie, maar ook in bredere zin met betrekking tot materiaal-, water- en afvalbeheer en oplossingen voor de circulaire economie. |
| Energiebron | Portefeuillebeheer: Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) zullen landen, om de wereldwijde emissiereductiedoelstellingen te halen, een groot deel van hun energieopwekking moeten omschakelen naar emissiearme alternatieven, zoals wind, zon, golven, getijden, waterkracht, geothermische energie, kernenergie, biobrandstoffen en koolstofafvang en -opslag. Door het energieverbruik van de portefeuille te verschuiven naar emissiearme energiebronnen, kunnen huurders mogelijk besparen op hun jaarlijkse energiekosten. Eigen activiteiten: dezelfde besparing geldt voor eigen activiteiten en ontwikkelingsactiviteiten. |
| Producten en diensten | Ontwikkelingsactiviteiten: organisaties die innovatieve, emissiearme gebouwen ontwikkelen, kunnen hun concurrentiepositie verbeteren en profiteren van de veranderende voorkeuren van huurders Bedrijfstak hernieuwbare energie: de innovatie van nieuwe producten en diensten (productie van hernieuwbare energie via zonnepanelen, batterijopslag, EV-laders) verhoogt de aantrekkelijkheid van de producten en diensten van de Groep in het algemeen en maakt de bedrijfsvoering veerkrachtiger |
| Markten | Ontwikkelingsactiviteiten: organisaties die proactief op zoek gaan naar kansen in nieuwe (klimaatbestendige) markten of soorten activa, kunnen hun activiteiten diversifiëren en zich beter positioneren voor de transitie naar een koolstofarmere economie. Er kunnen ook kansen ontstaan door markten te veroveren door systeembeperkingen op te lossen (bijvoorbeeld een nieuw park op basis van een energiegemeenschap door middel van emissiearme energieproductie, energie-efficiëntie, beperkte netwerkaansluiting en lokale transportnetwerken) Eigen activiteiten: Nieuwe kansen kunnen ook worden benut door groene obligaties te garanderen of te financieren. |
| Veerkracht | Alle bedrijfsonderdelen: Het concept van klimaatbestendigheid houdt in dat organisaties het vermogen ontwikkelen om zich aan te passen aan klimaatverandering, zodat ze de daarmee samenhangende risico's beter kunnen beheersen en kansen kunnen benutten, waaronder het vermogen om te reageren op transitierisico's en fysieke risico's. Kansen zijn onder meer het verbeteren van de efficiëntie, het ontwerpen van nieuwe productieprocessen en het ontwikkelen van nieuwe producten. Kansen met betrekking tot veerkracht kunnen vooral relevant zijn voor organisaties met langlevende vaste activa of uitgebreide leverings- of distributienetwerken; organisaties die in hun waardeketen sterk afhankelijk zijn van nuts- en infrastructuurnetwerken of natuurlijke hulpbronnen; en organisaties die mogelijk langetermijnfinanciering en -investeringen nodig hebben. |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 296
TCFD-Tabel met klimaatgerelateerde financiële toelichtingen
Hieronder staan enkele van de belangrijkste klimaatgerelateerde maatstaven en doelstellingen die we monitoren. (zie deel 4.4.2 Afstemming op Standaarden en Kaders voor Duurzaamheidsverslag- legging voor meer informatie).
| Financiële post | Klimaatgerela- teerd | Maatstaf 2025 | Toelichting | Referentie |
|---|---|---|---|---|
| Activa | Fysiek – operationeel | Portefeuille met risico op overstroming eens in de 100 jaar (% van GAV met JV's op 100%) 6.9% | Nieuwe maatstaf op basis van analyse uitgevoerd in 2023 | 4.2.2.2.12 |
| Transitie – operationeel | EPC's met een rating lager dan E (op basis van aantal activa) 2.7% | Dit omvat Duitse gebouwen met een PED van >130 kW/m² (EPC E eq); verschillende hebben een PV-dak (vereist nieuwe EPC-classificatie) | 4.2.2.2.2 | |
| Transitie – operationeel | EPC's zonder rating (op basis van aantal activa) 0.5% | Dit wordt veroorzaakt door gebouwen die in het vierde kwartaal zijn opgeleverd en waarvoor aan het einde van het jaar nog geen EPC was vrijgegeven | 4.2.2.2.2 | |
| Transitie – operationeel | EPC's met een rating van B of hoger (op basis van het aantal activa) 61% | Er is een investering van € 8 miljoen nodig om het portfolio op te waarderen naar een B-label (rekening houdend met het feit dat sommige EPC-ratings nog niet alle recent uitgevoerde energie-investeringen weerspiegelen en dat de fotovoltaïsche pijplijn volledig is gerealiseerd). In totaal is € 98 miljoen aan PV-investeringen vereist om het energieverbruik terug te brengen tot <75 kWh/m². | 4.2.2.2.2 | |
| Transitie – ontwikkelings- en marktrisico | Portefeuille met hoge milieucertificering EU- taxonomieverificatie afgegeven of in behandeling – bedrag in euro € 5.4 billion | Omvat de gebouwenportefeuille die in aanmerking komt voor het kader voor duurzame financiering | 4.2.2.7.5 | |
| Verplich- tingen | Transitie – ontwikkelings- en marktrisico | Percentage van de netto-leningen (incl. joint ventures naar aandeel) die zijn geclassificeerd als groene financiering volgens het Sustainable Finance Framework 100% | VGP heeft € 2,5 miljard toegewezen aan zijn uitstaande obligaties van € 2,16 miljard onder het kader voor duurzame financiering | 4.3.1. |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 297
4.2.2.3 Verontreiniging (ESRS E2)
4.2.2.3.1 Beschrijving van de Processen om Materiële Impacts, Risico’s en Kansen in Kaart te Brengen en te Analyseren (ESRS 2 IRO-1)
Raadpleeg de informatie in deel 4.2.1.4.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risi- co’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren.
4.2.2.3.2 Beleid ten aanzien van Verontreiniging (ESRS E2-1)
De volgende materiële impacts van de Groep met betrekking tot verontreiniging werden in kaart gebracht:
— Verontreiniging als gevolg van de activiteiten van huurders (bestaande VGP Parken); en
— Verontreiniging als gevolg van de bouwactiviteiten van VGP. Dit omvat de verontreiniging van de lucht door koolmonoxide en fijne deeltjes die worden uitge- stoten door bouwplaatsen van gebouwen en, voor de gebouwen die in gebruik zijn, door de ver- voersbewegingen van de huurders. Het omvat de verontreiniging van water en bodem, het lekken en morsen van gevaarlijke producten.
Het beleid om materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot verontreiniging te behe- ren, is opgenomen in de onderstaande tabel:
| Beleid | Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid | Beschrijving van de reikwijdte van het beleid of van de uitsluitingen ervan | Beschrijving van het hoogste niveau in de organisatie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het beleid | Bekendmaking van normen of initiatieven van derden die worden nageleefd door de uitvoering van het beleid | Beschrijving van de aandacht die is besteed aan de belangen van belangrijke belanghebbenden bij het vaststellen van het beleid | Uitleg over hoe het beleid beschikbaar wordt gesteld aan potentieel betrokken belanghebbenden en belanghebbenden die het moeten implementeren |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Handvest Zorg- zaam Bouwen | Voorkomen en beperken van vervuiling tijdens bouwactiviteiten | Ontwikkelingsprojecten in alle landen waar we actief zijn | Uitvoerend Management | Zie de beschikbare kopie van het beleid op de website van VGP | Betrokken belanghebbenden: Groepsduurzaamheidsteam, technisch projectmanagement, aannemers en leveranciers | Het beleid is openbaar op de website van VGP |
| Beleid inzake gezondheid en veiligheid | Richtlijnen om onze bedrijven en onze eigendommen veilige en gezonde plekken te houden om te werken en te bezoeken | Alle gebouwen van VGP (bestaande en in aanbouw) en werkplekken van VGP | Uitvoerend Management | — | Betrokken belanghebbenden: Groepsduurzaamheidsteam, Facilitair beheer, Technisch projectbeheer, Aannemers en leveranciers | Het beleid is openbaar op de website van VGP |
| Milieubeleids- verklaring van de groep | EMS vermindert de impact van onze activa in elke fase van hun levenscyclus, van het eerste ontwerp tot de dagelijkse exploitatie. | Alle VGP-gebouwen (bestaande en in aanbouw) | Uitvoerend Management | ISO 14001 | Betrokken belanghebbenden: Groepsduurzaamheidsteam, Facilitair beheer, Technisch projectbeheer, Aannemers en leveranciers | Het beleid is openbaar op de website van VGP |
Meer details over de strategie van de Groep inzake klimaatadaptatie worden gegeven in deel 4.2.2.7.6 Aandeel van Afgestemde Activiteiten van VGP. VGP Park Sevilla Dos Hermanas, Spanje
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 298
4.2.2.3.3 Maatregelen en Middelen wat betreft Verontreiniging (ESRS E2-2)
De maatregelen en middelen wat betreft het Beleid ten aanzien van Verontreiniging worden opgesomd in onderstaande tabel:
| Beleid | Belangrijkste maatregelen | Toepassings- gebied | Tijdshorizon | Jaar van voltooiing | Beschrijving | Voortgang | Toegewezen middelen | Financiële middelen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Handvest Zorgzaam Bouwen | Vermindering van vervuiling van lucht, water, bodem, fauna en flora | Alle ontwikke- lingsprojecten van de groep | Altijd van toepassing | n.v.t. | Dit handvest beschrijft de vereisten en aanbevelingen gericht op het optimaliseren van de milieukwaliteit van de werkplek en het minimaliseren van vervuiling voor zowel het eigen personeel als het personeel van aannemers die op de werkplek en voor de omgeving en het milieu | Van kracht sinds 2022 | Het duurzaamheidsteam van het bedrijf moet de richtlijnen bijwerken en de implementatie ervan volgen | Technisch management van het bedrijf Lokale bouwteams |
| Beleid inzake Gezondheid en Veiligheid | Het Beleid inzake Gezondheid en Veiligheid (HSE) van VGP is gericht op de bescherming van de werknemers van VGP en van haar aannemers die op de bouwplaatsen van VGP werken. | Alle werknemers van VGP, aannemers | Lopend | n.v.t. | Het doel van het beleid is om werknemers en aannemers te beschermen tegen gezondheidsrisico's, waaronder verontreinigende stoffen en gevaarlijke stoffen | Gezondheids- en veiligheidsin- cidenten op de bouwplaatsen zijn minimaal. | Technisch management om veiligheidsmaatregelen te implementeren en regelmatig controles uit te voeren | Lokale bouwteams |
| Verklaring inzake Milieubeleid van de Groep | EMS vermindert de impact van onze activa in elke fase van hun levenscyclus, van het eerste ontwerp tot de dagelijkse exploitatie. | Alle vaste activa en ontwikkelings- projecten van de Groep | Gedurende de levenscy- clus van onze activa | n.v.t. | Het beschrijft de eisen en aanbevelingen van de Groep om de milieukwaliteit van onze bouwplaatsen te optimaliseren en tegelijkertijd de vervuiling voor werknemers en ingehuurd personeel op de bouwplaats, de omgeving en het milieu te minimaliseren | Alle locaties zijn onderworpen aan een EMS | Corporate duurzaamheidsteam om de richtlijnen bij te werken en de implementatie te volgen | — |
Details over het Voorkomen, Bestrijden en Mitigeren van Verontreiniging bij Ontwikkelingsactiviteiten
Voor al zijn ontwikkelingsprojecten voldoet de Groep aan alle toepasselijke regelgeving op het gebied van gezondheid, veilig- heid en milieu. In een zeer vroeg stadium wordt een beoordeling van de milieu-impact van elk project (volgens de toepasselijke regelgeving) uitgevoerd. In de boekhouding van de Groep voor 2024 werd geen provisie voor milieurisico’s aangelegd. Sinds 2022 wordt het Handvest Zorgzaam Bouwen (“Considerate Con- struction Charter”) van de Groep toegepast op alle greenfield-/ brownfield-bouwprojecten in alle landen waar de Groep actief is. Het Handvest beschrijft de vereisten en aanbevelingen van de Groep om de milieukwaliteit van zijn bouwplaatsen te opti- maliseren en tegelijk de verontreiniging voor de aannemers die op de bouwplaats werken, de omgeving en het milieu tot een minimum te beperken. De toepassing van het handvest op alle aannemers is een specifieke vereiste. Het Handvest Zorgzaam Bouwen bevat de volgende vereisten:
— Gebruik van 100% hout voor ontwikkelings-, uitbreidings- en renovatieprojecten uit gecertificeerde, duurzaam beheerde bossen met FSC- (“Forest Stewardship Council”) of PEFC-certificering (“Programme for the Endorsement of Forest Certification”);
— Zorgen voor een goed beheer van risico’s en de omgang met gevaarlijke producten;
— Zorgen voor ten minste 70% afvalrecycling (terugwinning van materiaal) op basis van gewicht en duidelijke traceer- baarheid van al het afval dat wordt beheerd;
— Beheer en beperking van geluidsoverlast en visuele vervui- ling, evenals het risico van bodem-, water- en luchtveront- reiniging; en
— Monitoring van hulpbronnen om het verbruik ervan te verminderen.
Bovendien zorgt de Groep ervoor dat de actieplannen en preven- tieve maatregelen door aannemers tijdens de bouw worden uit- gevoerd. In de onderstaande tabel staan de jaarlijkse financiële uitgaven voor bodemsanering/sanering van sites en de volumes die werden gesaneerd.Bodemverontreiniging en sanering van locaties
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|
| Financiële uitgaven voor bodemsanering/terreinsanering (miljoen euro) | 4,1 | 2,3 | 5,7 | 4,3 |
| Volume dat is ontgift/behandeld (metrische ton) | 14.649 | 3.723 | 21.066 | 25.860 |
Details over de preventie, beheersing en vermindering van verontreiniging voor VGP-activiteiten
De Groep voldoet aan alle toepasselijke milieuwetgeving voor al zijn activiteiten. De acquisities en ontwikkelingen van de Groep vallen onder het beleid inzake risicobeheer en worden onderworpen aan een risicoanalyse op het gebied van veiligheid, gezondheid, milieu en klimaat. Als zodanig omvat het acquisitieproces van de Groep een beoordeling van technische, wettelijke gezondheids- en veiligheids- en milieurisico’s, waaronder bodemverontreiniging, bescherming van wetlands en klimaatverandering, als onderdeel van zijn due-diligence voorafgaand aan de acquisitie.
Het voorkomen van gezondheids-, veiligheids- en beveiligingsrisico’s voor mensen (werknemers, huurders, leveranciers, onderaannemers en lokale gemeenschappen) en van milieurisico’s in verband met de exploitatie van zijn parken vormt een integraal onderdeel van het beleid inzake risicobeheer van de Groep. De Groep voldoet aan alle toepasselijke wetgeving op dit gebied en gaat vaak verder dan de wettelijke minimumnormen om een hoger niveau van gezondheid en veiligheid en beveiliging op zijn bouwplaatsen te garanderen.
De beheersystemen voor gezondheid en veiligheid en beveiliging stellen de Groep in staat om zijn prestaties op het gebied van risicopreventie dagelijks te monitoren en te beoordelen en een sterke cultuur van risicobeheer te handhaven die is ingebed in de operationele en managementteams.
Luchtverontreiniging
Wat betreft de luchtverontreiniging als gevolg van de vervoersbewegingen van huurders en hun leveranciers naar onze parken, streeft VGP naar het verminderen van de CO2-uitstoot die samenhangt met dergelijk vervoer (zie deel 4.2.2.2.2 Transitieplan klimaatmitigatie) en naar het verbeteren van de duurzame transportverbindingen (waaronder de elektrificatie van het wagenpark) om de uitstoot van fijnstof als gevolg van het gebruik van auto’s met verbrandingsmotoren te verminderen.
Water- en bodemverontreiniging door bedrijfsafval
Wat betreft de vervuiling van water en bodem door afvalstorting, zet VGP zich in om tegen 2030 de hoeveelheid afval die naar stortplaatsen wordt gebracht in het kader van de exploitatie van zijn eigen kantoren te verminderen, om tegen 2030 de totale hoeveelheid afval die in zijn parken wordt geproduceerd te beperken en om het totale recyclingpercentage van operationeel afval te verbeteren om de mogelijke impact van zijn afvalproductie te beperken (zie deel 4.2.2.3.4 Doelen wat betreft verontreiniging en deel 4.2.2.6.2 Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie).
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 299
Risicobeheer op het gebied van Gezondheid en Veiligheid
De Groep heeft een beleid opgesteld voor het beheer van risico’s op het gebied van gezondheid en veiligheid, versterkt door de publicatie van de Verklaring inzake Veiligheid en Gezondheid van de Groep, die regels en richtlijnen bevat op Groepsniveau. De belangrijkste gebieden die onder het beleid inzake het beheer van risico’s op het gebied van gezondheid en veiligheid van de Groep vallen zijn lucht- en waterkwaliteit, luchtverontreiniging, technische en veiligheidsinstallaties en brandblus- en alarmsystemen. Dit beleid van de Groep omvat in het bijzonder een jaarlijkse beoordeling van gezondheids- en veiligheidsrisico’s op bestaande activa door het faciliteitenbeheer van de Groep, en de inspectie en voortdurende verbetering van gebouwen en hun technische uitrusting die een impact kunnen hebben op het milieu of op persoonlijke veiligheid.
De technische documentatie over wettelijk verplicht onderhoud en testen wordt ook up-to-date gehouden en op elke locatie beschikbaar gesteld.
In 2025 heeft 50% van de activa van de Groep die in ontwikkeling zijn, ten minste één externe beoordeling ondergaan (in 2024 35%) en 100% ontvingen een externe en/of interne beoordeling.
Jaarlijkse Beoordelingen inzake Beheersing van Risico’s op het gebied van Gezondheid en Veiligheid uitgevoerd voor Ontwikkelingsprojecten
| Dekking van externe gezondheids- en veiligheidsbeoordelingen in 2025 (%) | 50 |
| Dekking interne H&S-beoordeling 2025 (%) | 100 |
| % van de gecontroleerde locaties dat een bevredigende score heeft behaald | n.v.t. |
Er worden ook interne beoordelingen gehouden in de hele Groep, op bouwplaatsen, om de naleving van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften en -procedures te waarborgen en om eventuele verbeteringsmaatregelen in kaart te brengen.
Een van de hoekstenen van de benadering inzake risicopreventie van de Groep is de opleiding van het personeel. Daarom krijgen lokale teams de nodige opleiding inzake gezondheid en veiligheid onder toezicht van regionale technische teams, afgestemd op hun behoeften, en alle nieuwe werknemers van relevante afdelingen volgen een inleidende cursus om het beleid inzake gezondheid en veiligheid door te nemen, met inbegrip van het beleid en de instrumenten voor risicobeheer. De teams op de site zijn getraind in EHBO-technieken en onderhouden nauwe banden met de lokale hulpdiensten (brandweer, paramedici en politie) en met de relevante administratieve afdelingen. Zie voor meer informatie het deel Risicofactoren.
Naleving van Gezondheids- en Veiligheidsvoorschriften
Sancties voor niet-naleving met betrekking tot Gezondheid en Veiligheid op de bouwplaats.
| 2025 | |
|---|---|
| Aantal sancties in 2025 voor niet-naleving van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften voor gebouwen | geen |
| Geldwaarde van bijbehorende boetes (€) | 0.0 |
Naleving van Milieuregelgeving
| 2025 | |
|---|---|
| Aantal sancties voor niet-naleving met betrekking tot milieuovertredingen | geen |
| Geldwaarde van bijbehorende boetes (€) | 0.0 |
4.2.2.3.4 Doelen wat betreft Verontreiniging (ESRS E2-3)
De Groep heeft verschillende verbintenissen aangegaan om zijn milieu-impacts met betrekking tot verontreiniging te beperken:
— Doelen met betrekking tot bedrijfsafval – Zie deel 4.2.2.6.4 Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie.
— Doelen met betrekking tot de mitigatie van de CO2-uitstoot (inclusief vervoersgerelateerde CO2-uitstoot) – Zie deel 4.2.2.2.2 Transitieplan voor klimaatmitigatie
4.2.2.3.5 Verontreiniging van Lucht, Water en Bodem (ESRS E2-4)
De belangrijkste bron van verontreiniging zijn broeikasgasemissies, die al worden toegelicht in deel 4.2.2.2 Klimaatverandering.
4.2.2.3.6 Zorgwekkende Stoffen en Zeer Zorgwekkende Stoffen (ESRS E2-5)
De Groep is niet actief in de productie, het gebruik, de distributie, de commercialisering of de import/export van zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen, noch afzonderlijk, noch in mengsels noch in artikelen. Als onderdeel van ons concept van circulaire economie werken we samen met huurders aan initiatieven voor afvalscheiding om efficiënter gebruik te maken van materialen. Gevaarlijk afval dat door onze huurders wordt geproduceerd, wordt afzonderlijk gerapporteerd in deel 4.2.2.6.2 Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie (ESRS ES-1).
4.2.2.3.7 Beoogde Financiële Effecten van Materiële Risico’s en Kansen wat betreft Verontreiniging (ESRS E2-6)
De beoogde financiële effecten van materiële risico’s en kansen wat betreft verontreiniging zijn in overeenstemming met de ramingen voorgesteld in deel 4.1.1.1.2 Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring van de onderneming.
VGP teams doen op continue basis site inspecties bij alle projecten om hoge gezondheids- en veiligheidsstandaarden aan te houden
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 300
4.2.2.4 Water en Mariene Hulpbronnen (ESRS E3)
4.2.2.4.1 Beschrijving van de Processen om voor Water en Mariene Hulpbronnen Materiële Impacts, Risico’s en Kansen in Kaart te Brengen en te Analyseren (ESRS 2 IRO-1)
Uit de niet-financiële risicobeoordeling bleek dat water geen belangrijke milieukwestie is voor VGP. De huurders binnen de portefeuille van de Groep worden immers niet beschouwd als belangrijke waterverbruikers. VGP heeft noch een directe impact op mariene milieus, noch is het afhankelijk van mariene hulpbronnen. Niettemin erkent VGP dat water een fundamentele hulpbron is en verdedigt hij het recht van iedereen op een eerlijke en billijke toegang tot water.
Zie respectievelijk de delen 4.1.1.1.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren en deel Risicobeheer en Interne Controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur voor meer gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsanalyse en het proces voor het in kaart brengen van risico’s.
VGP Park Ústí nad Labem City, Tsjechische Republiek
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 301
4.2.2.4.2 Beleid ten aanzien van Water en Mariene Hulpbronnen (ESRS E3-1)
Het beleid dat is ingesteld om materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot water en mariene hulpbronnen te beheren, is opgenomen in de onderstaande tabel:
| Beleid | Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid | Beschrijving van de reikwijdte van het beleid of van de uitsluitingen ervan | Beschrijving van het hoogste niveau in de organisatie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het beleid | Bekendmaking van normen of initiatieven van derden die worden nageleefd door de uitvoering van het beleid | Beschrijving van de aandacht die is besteed aan de belangen van belangrijke belanghebbenden bij het vaststellen van het beleid | Uitleg over hoe het beleid beschikbaar wordt gesteld aan potentieel betrokken belanghebbenden en belanghebbenden die het moeten implementeren |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |Handvest Zorgzaam Bouwen Voorkomen en beperken van vervuiling tijdens bouwac- tiviteiten Ontwikkelingspro- jecten in alle landen waar we actief zijn Uitvoerend Management Zie de beschikbare kopie van het beleid op de website van VGP Betrokken belanghebbenden: Groepsduurzaamheidsteam, technisch projectmanagement, aannemers en leveranciers Het beleid is openbaar op de website van VGP Verklaring inzake Milieu- beleid van de Groep EMS vermindert de impact van onze activa in elke fase van hun levenscyclus, van het eerste ontwerp tot de dagelijkse exploitatie. Alle VGP-gebouwen (bestaande en in aanbouw) Uitvoerend Management ISO 14001 Betrokken belanghebbenden: Groeps- duurzaamheidsteam, Facilitair beheer, Technisch projectbeheer, Aannemers en leveranciers Het beleid is openbaar op de website van VGP
Het waterverbruik in de activa van de Groep wordt bepaald door het gebruik van de activa door de huurders en voorname- lijk door het aantal werknemers. Het waterverbruik binnen de portefeuille is geconcentreerd bij een aantal grote verbruikers, waarbij de top 10 van verbruikers onder de huurder goed is voor 44% van het totale waterverbruik, meestal in verband met pro- ductie en magazijnen die gebruik maken van koelinstallaties. Hoewel het meest effectief is om de aandacht te richten op ver- betering van het waterverbruik op deze locaties, is het vermin- deren van het waterverbruik een operationele doelstelling in alle parken, als onderdeel van het beleid van de Groep inzake effici- ent gebruik van hulpbronnen, en wordt dit op activaniveau en op groepsniveau bijgehouden en beheerd.
Het verminderen van het waterverbruik op alle locaties is een operationele doelstelling, als onderdeel van het beleid van de Groep inzake efficiënt gebruik van hulpbronnen en wordt op activaniveau en groepsniveau bijgehouden en beheerd. Op basis van ‘best practices’ op vlak van milieu neemt de Groep actieve maatregelen om het waterverbruik te beperken, water- verspilling tegen te gaan en de waterkwaliteit te handhaven.
Met betrekking tot VGP Parken die actief zijn in gebieden die gevoelig zijn voor droogte (zie ook de Klimaatrisicobeoorde- ling in deel 4.2.2.2.12 Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen ESRS E1-9)), wordt niet alleen gezorgd dat alleen droogtebestendige vegetatie wordt aangeplant, maar wordt het waterverbruik ook verder beperkt door irrigatiesystemen met vochtmonitoring om de waterverspreiding te optimaliseren. In 2025 werd € 2,5 mil- joen uitgegeven aan dergelijke duurzame wateruitgaven. Als gevolg daarvan heeft in december 2025 93% van de parken die als kwetsbaar voor ernstige hittestress zijn geïdentificeerd, één of meer oplossingen geïmplementeerd.
| % van de activa in gebieden met watertekorten met oplossingen voor waterhergebruik of duurzame afwateringssystemen (SuDS) 1 | 93% |
|---|---|
| % van de activa met oplossingen voor waterhergebruik | >25% |
1 Their primary goal is to reduce the burden on traditional sewer systems, prevent flooding, and improve water quality by promoting infiltration, retention, and evapotranspiration Examples include: green roofs; rain gardens; permeable pavements; retention ponds; bioswales
De eerste doelstelling richt zich op gebieden met waterstress waar waterbesparing en -behoud belangrijker zijn. “Gebieden met waterstress” worden gedefinieerd volgens de WWF Water Risk Filter, waarbij gebruik wordt gemaakt van de KPI voor waterschaarste. Voor activa die zich in deze gebieden bevinden (12 activa volgens de WWF-risicofilter in 2023), is het hergebruik van water een prioriteit om het verbruik van gemeentelijk water te beperken. De tweede doelstelling heeft hetzelfde doel, maar met een ander tijdschema voor de activa van VGP die niet in gebieden met watertekorten liggen.
De Groep geeft waar moge- lijk de voorkeur aan het gebruik van niet-drinkbaar of herge- bruikt water boven drinkbaar water. In 2025 hebben 8 VGP-par- ken 129,000 m³ regenwater en grondwater of grijs water ter plaatse opgevangen, dat werd bewaard voor het besproeien van groene ruimtes en voor gebruik als grijs water. Er zijn ook projecten gepland in de milieuactieplannen van voor een aantal activa van de Groep om het hergebruik van water te vergroten, bijvoorbeeld in VGP Park GieBen am Alten Flughafen (zie case- study op de VGP-website).
Biotoop bij VGP Park München, Duitsland
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 302
4.2.2.4.3 Maatregelen en Middelen inzake Beleid voor Water en Mariene Hulpbronnen (ESRS E3-2)
De maatregelen en middelen inzake beleid voor Water en Mariene Hulpbronnen worden opgesomd in de onderstaande tabel:
| Beleid | Belangrijkste maatregelen | Toepassingsgebied | Tijdshorizon | Jaar van voltooiing | Beschrijving | Voortgang | Toegewezen middelen | Financiële middelen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Handvest Zorgzaam Bouwen | Vermindering van vervuiling van lucht, water, bodem, fauna en flora | Alle ontwikkelings- projecten van de groep | Altijd van toepassing | n.v.t. | Dit handvest beschrijft de vereisten en aanbevelingen gericht op het optimaliseren van de milieukwaliteit van de werkplek en het minimaliseren van vervuiling voor zowel het eigen personeel als het personeel van aannemers die op de locatie en voor het omliggende gebied en de natuurlijke omgeving | Van kracht sinds 2022 | Het duurzaamheidsteam van het bedrijf moet de richtlijnen bijwerken en de implementatie ervan volgen | Technisch management van het bedrijf |
| Verklaring inzake Milieubeleid van de Groep | EMS vermindert de impact van onze activa in elke fase van hun levenscyclus, van het eerste ontwerp tot de dagelijkse exploitatie. | Alle vaste activa en ontwikkelingsprojec- ten van de Groep | Gedurende de levenscy- clus van onze activa | n.v.t. | Het beschrijft de eisen en aanbevelingen van de Groep om de milieukwaliteit van onze bouwplaatsen te optimaliseren en tegelijkertijd de vervuiling voor werknemers en ingehuurd personeel op de bouwplaats, de omgeving en het milieu te minimaliseren | Alle locaties zijn onderworpen aan een EMS | Lokale bouwteams Corporate duurzaamheidsteam om de richtlijnen bij te werken en de implementatie te volgen | n.v.t. |
Er worden speciale inspanningen geleverd om waterbespa- rende apparatuur te installeren. De groep is bezig met het ana- lyseren van de implementatie van een realtime monitoringtool waarmee lekken kunnen worden opgespoord, zodat deze snel kunnen worden gerepareerd. Watermonitoring is een belangrijk aandachtspunt voor de Groep, die ook is begonnen met de uitrol van waterverbruiksmeter in nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast zijn er in overeenstemming met de BREEAM-vereisten beluch- ters en andere watervoorzieningen met een laag debiet geïn- stalleerd in de activa. Dit heeft geleid tot besparingen op water en kosten.
Naast dit effect wordt, om irrigatie zoveel mogelijk te vermijden, droogtebestendige landschapsarchitectuur toege- past, zowel wat betreft de keuze van de beplanting als het ver- mogen om water vast te houden. Tot voor enkele jaren is circa € 6,6 miljoen geïnvesteerd in waterbesparende maatregelen in bestaande gebouwen. Voor nieuwe ontwikkelingen en reno- vaties worden de volgende normen gehanteerd voor de hele portefeuille:
— wastafelkranen en keukenkranen hebben een maximale waterdoorstroming van 6 liter/min;
— douches hebben een maximale waterdoorstroming van 8 liter/min;
— wc’s hebben een volledig spoelvolume van maximaal 3,5 liter;
— urinoirs gebruiken maximaal 2 liter/bak/uur. Spoelurinoirs hebben een maximale spoelvolume van 1 liter
Om het waterverbruik te optimaliseren en de daarmee samen- hangende kostenbesparingen te benutten, geeft de Groep waar mogelijk ook de voorkeur aan het gebruik van niet-drinkbaar of hergebruikt water boven drinkbaar water. In 2025 kon in totaal 129.027 m 3 regenwater ter plaatse worden opgevangen voor reiniging en besproeiing van groene ruimtes. In bestaande par- ken werkt de Groep nauw samen met huurders om het water- verbruik te verminderen. Groene huurovereenkomsten (zie deel subdeel Focus op groene huurovereenkomsten in deel 4.2.2.2.6 Maatregelen en middelen wat betreft het beleid ten aanzien van klimaatverandering (ESRS E1-3)) en gesprekken met huurders ter plaatse worden gebruikt om huurders bewust te maken van hun waterverbruik en hen te betrekken bij het waterbeheer. Zie deel 4.2.2.4.4 Doelen wat betreft water en mariene hulpbronnen voor meer informatie.
4.2.2.4.4 Doelen wat betreft Water en Mariene Hulpbronnen (ESRS E3-3)
De Groep heeft zich voor 2024 nieuwe doelstellingen op het gebied van water gesteld:
— 100% van de activa in gebieden met watertekorten voorzien van oplossingen voor waterhergebruik, en
— Het waterverbruik per vierkante meter tegen 2030 met 20% verminderen ten opzichte van 2020.
De derde doelstelling van de Groep is gericht op het vermin- deren van het totale waterverbruik in de activa van VGP. Het waterverbruik houdt doorgaans verband met sanitair gebruik en wordt bij de activa van de Groep voornamelijk bepaald door het aantal werknemers dat per vierkante meter in onze activa werkt. Er worden speciale inspanningen geleverd om waterbe- sparende apparatuur te installeren, de bedrijfsvoering te opti- maliseren en ervoor te zorgen dat lekken snel worden opge- spoord en gerepareerd. De Groep is ook begonnen met de uitrol van slimme watermeters om het waterverbruik beter te kun- nen monitoren. Daarnaast worden in de activa beluchters en andere waterbesparende voorzieningen geïnstalleerd in over- eenstemming met de EU-Taxonomie en de BREEAM-vereisten.
Bij bestaande activa vertrouwt de Groep op samenwerking met huurders om het waterverbruik te verminderen. Groene huur- overeenkomsten (zie subdeel “Focus op groene huurovereen- komsten” in deel 4.2.2.2.6 Maatregelen en middelen wat betreft het beleid ten aanzien van klimaatverandering) en gesprekken met huurders ter plaatse worden gebruikt om het bewustzijn van huurders over watergebruik te vergroten en hen te betrek- ken bij het waterbeheer.Om milieuverontreiniging te voorkomen, wordt het opgevangen afstromende water van het asfalt behandeld voordat het via het gemeentelijke afvalwaternetwerk wordt afgevoerd.
CASE STUDY
Als u meer wilt weten over het opvangen van regenwater in onze parken – klik dan hier voor een casestudy op onze website
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 303
4.2.2.4.5 Waterverbruik (ESRS E3-4)
Water dat wordt aangekocht bij het districtsnetwerk (gemeentelijk water) en water dat uit andere bronnen wordt onttrokken voor gebruik in gemeenschappelijke en privéruimtes van bestaande activa.
In 2025 is de netto vraag naar water 1 in onze parken met 3,5 % gestegen ten opzichte van 2024, terwijl de waterintensiteit in liter/m² bij in gebruik zijnde activa met 6,6 % is gedaald ten opzichte van 2024 2 . Op een ‘like-for-like’-basis zijn het netto waterverbruik en de waterintensiteit met 0,1 % gestegen. Wanneer extrapolatie/schatting voor ontbrekende gegevens wordt uitgesloten, is de netto watervraag in onze parken met 2,5% gestegen ten opzichte van 2024 3 . Het gemiddelde gemeentelijke waterverbruik in onze gebouwen bedraagt 76 liter/m², wat voornamelijk geconcentreerd is in een aantal licht industriële en retailgerelateerde magazijnen. Het totale gerapporteerde waterverbruik in 2025 bedroeg 567.989 m³.
| Waterverbruik Uitgesplitst naar Bron (m³) | Industrieel: niet-gekoelde opslagplaats | Industrieel: gekoeld magazijn | Industrieel: productie | Kantoren: laagbouw- kantoren | Parkeer- garage (binnen) | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal water | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 567.989 |
| Van gemeentelijk water (%) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 77% |
| Waarvan regenwater (%) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 23% |
| Waarvan grondwater (%) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 0% |
| Waarvan oppervlaktewater (%) | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
| Waarvan afvalwater (grijs water) van een andere organisatie (%) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 0% |
| 2025 Netto waterbehoefte – inclusief extrapolaties/ schattingen 2 | 197.943 | 53.560 | 186.356 | 1.103 | n.a | 438.962 |
| 2025 Netto waterbehoefte – exclusief extrapolaties/ schattingen 3 | 176.013 | 52.647 | 143.582 | 822 | n.a | 373.064 |
| 2024 ‘Like-for-like’ | 92.756 | 19.034 | 67.605 | — | — | 179.395 |
| 2025 ‘Like-for-like’ | 94.292 | 19.837 | 65.144 | — | — | 179.273 |
| 2025/2024 verandering (%) | 4% | 5% | (4)% | n.v.t. | n.v.t. | (0,1)% |
1 Netto watervraag, exclusief intern hergebruikt of gerecycled water (‘grijs water’).
2 Inclusief data (extrapolatie/schatting voor ontbrekende gegevens)
3 Beperkte assurance wordt verstrekt over de werkelijke gegevens voor de netto watervraag, exclusief alle geschatte data.
| Waterintensiteit van Bestaande Activa per vierkante meter (liter/m²/jaar) | Industrieel: niet-gekoelde opslagplaats | Industrieel: gekoeld magazijn | Industrieel: productie | Kantoren: laagbouw- kantoren | Parkeer- garage (binnen) | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Netto waterbehoefte in 2025 | 58,3 | 95,3 | 113,6 | 73,5 | n.v.t. | 76,3 |
| 2024 ‘Like-for-like’ | 70.7 | 80.2 | 100.2 | n.v.t. | n.v.t. | 80.2 |
| 2025 ‘Like-for-like’ | 71.2 | 83.5 | 96.5 | n.v.t. | n.v.t. | 80.2 |
| 2025/2024 verandering (%) | 1% | 4% | (4)% | n.v.t. | n.v.t. | -0,1% |
4.2.2.4.6 Beoogde Financiële Effecten van Materiële Risico’s en Kansen wat betreft Water en Mariene Hulpbronnen (ESRS E3-5)
VGP verwacht geen materiële financiële effecten van materiële risico’s en kansen wat betreft water en mariene hulpbronnen.
Wateropvangbekken en wateropslagmaatregelen in het VGP-park Gießen bij de oude luchthaven, waarbij het opgevangen water wordt gebruikt voor het doorspoelen van toiletten en het besproeien van groenvoorzieningen
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 304
4.2.2.5 Biodiversiteit en Ecosystemen (ESRS E4)
4.2.2.5.1 Transitieplan en Meeweging van Biodiversiteit en Ecosystemen in Strategie en Businessmodel (ESRS E4-1)
Als onderdeel van het stappenplan voor de ESG-Strategie ontwikkelde de Groep in 2022 een biodiversiteitsstrategie. Deze biodiversiteitsstrategie, werd vervolgens omgezet in een biodiversiteitsbeleid. De EU-Biodiversiteitsstrategie voor 2030 1 bevat een uitgebreid pakket contractuele toezeggingen en maatregelen om de biodiversiteit in Europa tegen 2030 te herstellen ten bate van de Europese burgers, de planeet, het klimaat en de economie, in overeenstemming met de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling en met de doelstelling van het Akkoord van Parijs inzake klimaatverandering. De EU-Biodiversiteitsstrategie werd in 2021 gepubliceerd en op basis daarvan ontwikkelde VGP in 2022 een biodiversiteitsstrategie voor de Groep op basis van de volgende vier pijlers:
1 Europese Commissie: Directoraat-Generaal Milieu, EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 – De natuur terugbrengen in ons leven, Publicatiebureau van de Europese Unie, 2021, https://data.europa.eu/doi/10.2779/677548.
- 1 De natuur beschermen: Respecteer beschermde gebieden en locaties met een hoge biodiversiteitswaarde en belangen.
- 2 Herstel de natuur: Herstel de natuur, in de eerste plaats waar een dergelijke investering het meest zinvol is, en bevorder duurzaam beheer in de hele waardeketen.
- 3 Transformatieve verandering mogelijk maken: Verandering mogelijk maken door middel van opleiding van eigen personeel en belanghebbenden; streven naar versterking van het gebruik van het kader voor groene financiering
- 4 Acties ter ondersteuning van biodiversiteit buiten de waardeketen: Maatregelen buiten de directe waardeketen doorvoeren door voortzetting van natuurprojecten van de VGP Foundation
Vier pijlers van de biodiversiteitsstrategie van VGP
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 305
Pijler 1 De natuur beschermen
VGP is actief in de EU en is daarom gebonden aan een sterk wettelijk kader om de meest waardevolle, zeldzame en bedreigde soorten en habitats in de landen waar het actief is te beschermen. In overeenstemming met de duurzaamheidsnormen van BREEAM en DGNB, evenals met de minimale beschermingsvereisten van de EU-Taxonomie, heeft de Groep een Behoudshiërarchie en Ecologie- (Conservation Hierarchy and Ecology) planning geïmplementeerd die gedetailleerd wordt beschreven in het VGP Biodiversiteitsbeleid 1 .
Alle ontwikkelingsprojecten moeten een actieplan voor biodiversiteit implementeren. Het doel van dit actieplan is ten eerste alle effecten van het project op de lokale natuur te vermijden en te verminderen, en ten tweede voor elk project een lijst met aanbevelingen van de Groep te implementeren.
Belangrijkste verbintenissen en doelstellingen
* Geen bedrijventerreinen ontwikkelen op grond die voldoet aan de definitie van beschermde bossen zoals vastgelegd in de nationale wetgeving en gebruikt in de nationale broeikasgasinventaris
* Vermijd ontwikkelingen op greenfields met een hoge biodiversiteitswaarde en op grond die dient als habitat voor bedreigde soorten die zijn opgenomen in de Europese Rode Lijst of de Rode Lijst van de IUCN
* 100% van de ontwikkelingsprojecten moet een actieplan voor biodiversiteit implementeren
1 https://www.vgpparks.eu/media/4876/vgp-biodiversity-strategy-a4-en-k04.pdf
2 IBAT (‘Integrated Biodiversity Assessment Tool’) is een wereldwijd platform voor biodiversiteitsgegevens dat toegang biedt tot belangrijke informatie over biodiversiteit (https://www.ibat-alliance.org/).
3 Inclusief de vereiste om duurzaam geproduceerd hout met FSC- of PEFC-certificering aan te kopen
Pijler 2 Herstel de natuur
De strategie en het beleid inzake Biodiversiteit van VGP omvatten een uitgebreid actieplan om de biodiversiteit in VGP Parken te helpen herstellen, in de eerste plaats op locaties met de grootste impact. Met name op locaties met een grote impact omvat de strategie een herstelagenda en wordt natuurlijk kapitaal op lange termijn gewaardeerd.
Focus op Nabijheid van en Blootstelling aan Beschermde Gebieden:
* In een biodiversiteitsstudie zijn onze bestaande activa geëvalueerd op basis van hun locatie en hun nabijheid tot kwetsbare gebieden (bijv. door de EU beschermde gebieden, IBAT-scores 2 ).
* Deze studie hielp bij het identificeren van potentiële risico’s die aan deze locaties verbonden zijn, zoals toekomstige regelgevende of wettelijke beperkingen, reputatierisico’s en biodiversiteitsgerelateerde aansprakelijkheden of uitdagingen.
Categorisering voor Risicogebaseerde Prioritering:
* Door locaties te categoriseren en een oproep tot actie te formuleren voor locaties die dichter bij kwetsbare gebieden liggen, heeft de studie de Groep geholpen bij het opstellen van een strategie voor mitigatie van risico’s.
Belangrijkste verbintenissen en doelstellingen
* 100% van de bestaande activa met een betekenisvolle biodiversiteitsbelangstelling om een biodiversiteitsactieplan te implementeren
* 100% van onze portefeuille om renatureringsinitiatieven te implementeren tegen 2030
* Ontwikkeling van biotopen in of rond VGP Parken op geselecteerde locaties waar dit aansluit bij ecologische en duurzaamheidsdoelstellingen
* Aanplant van extra inheemse soorten en klimaatbestendige bomen en vegetatie in bestaande parken
* Ervoor zorgen dat de biodiversiteit in de waardeketen wordt beschermd door naleving van de Gedragscode voor Leveranciers 3
Bijenteelt bij VGP Park Lliça d’Amunt, Spanje
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 306
Pijler 3 Transformatieve verandering mogelijk maken
Door een meer geïntegreerde en maatschappijbrede benadering van biodiversiteit te hanteren, wordt gezorgd voor medeverantwoordelijkheid en mede-eigendom van alle relevante actoren bij het nakomen van de biodiversiteitsverplichtingen van de EU. Een stimulerende omgeving voor zowel VGP-werknemers, belanghebbenden als de samenleving in het algemeen is essentieel om de manier waarop biodiversiteit wordt gezien te veranderen.Belangrijkste verbintenissen en doelstellingen
— Ervoor zorgen dat initiatieven op het gebied van biodiversiteit zichtbaar zijn en waar mogelijk worden toegelicht, om de educatieve waarde ervan te ondersteunen
— Via de VGP Academy jaarlijks meer dan 500 deelnemers werven voor trainingen, onder meer over onderwerpen die relevant zijn voor biodiversiteit
— 80% van de werknemers neemt jaarlijks één dag deel aan een zinvol liefdadigheidsprogramma voor de gemeenschap, waaronder (leer)projecten op het gebied van biodiversiteit
— Ondersteuning van liefdadigheidsprojecten op het gebied van onderwijs gericht op biodiversiteit via VGP Foundation
— Een eerlijke en inclusieve transitie naar een groene economie ondersteunen door kleinere bedrijfsonderdelen in VGP aan te bieden waar dit een positieve impact kan hebben en aansluit bij de lokale behoeften
— Groene financiering mogelijk maken door het gebruik van een duurzaam financieringskader, inclusief biodiversiteitsthema’s
1 https://vgp-foundation.eu/en/projects/?category=nature
Pijler 4 Acties ter ondersteuning van biodiversiteit buiten de waardeketen
Een laatste hoeksteen van de Biodiversiteitsstrategie van VGP beschrijft de ambities van de VGP Foundation 1 om natuurbehoud en biodiversiteitsprojecten in Europa en daarbuiten te ondersteunen.
Belangrijkste verbintenissen en doelstellingen
— De VGP Foundation zal zich blijven inzetten voor projecten die natuurbehoud bevorderen, zoals het redden en creëren van permanente biotopen, het beschermen van dieren en hun natuurlijke habitats, of educatieve programma’s om het publiek bewust te maken van deze kwesties.
— Het planten van bomen tijdens de VGP Community Day 2025 in het gebied van het Jizera-gebergte, Tsjechische Republiek
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 307
4.2.2.5.2 Materiële Impacts, Risico’s en Kansen en de Wisselwerking daarvan met Strategie en Businessmodel (ESRS 2 SBM-3)
Zie delen 4.1.1.1.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren en deel Risicobeheer en Interne Controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur, respectievelijk voor meer gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsanalyse en het proces voor het in kaart brengen van risico’s. Zoals uitgelegd in 4.2.1.3.1 Strategie, businessmodel en waardeketen en deel 4.2.1.3.3 Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel, zijn biodiversiteitsoverwegingen actief geïntegreerd in het business model en het stappenplan voor duurzaamheid van VGP.
4.2.2.5.3 Beschrijving van Processen om voor Biodiversiteit en Ecosystemen Materiële Impacts, Risico’s en Kansen in Kaart te Brengen en te Analyseren (ESRS 2 IRO-1)
Zie deel 4.1.1.1.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren (ESRS 2 IRO-1) en deel Risicobeheer en Interne Controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur, respectievelijk voor meer gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsanalyse en het proces voor het in kaart brengen van risico’s.
4.2.2.5.4 Beleid ten aanzien van Biodiversiteit en Ecosystemen (ESRS E4-2)
Het huidige beleid beheert de materiële impacts van VGP op de biodiversiteit (met betrekking tot de ontwikkelingsprojecten en de activiteiten van VGP op zijn bestaande activa). Meer bepaald is dit beleid gebaseerd op de vier pijlers van de biodiversiteitsstrategie van de Groep, zoals uiteengezet in deel 4.2.2.5.1 Transitieplan en meeweging van biodiversiteit in ecosystemen in strategie en businessmodel. Aangezien broeikasgasemissies de belangrijkste impact van VGP op de biodiversiteit vormen, werden twee klimaatgerelateerde beleidslijnen – de Verklaring inzake Milieubeleid van de Groep en het Energiebeheerbeleid – toegevoegd aan de onderstaande tabel. De geldende beleidsregels met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen zijn opgenomen in de onderstaande tabel:
| Beleid | Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid | Beschrijving van de reikwijdte van het beleid of van de uitsluitingen ervan | Beschrijving van het hoogste niveau in de organisatie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het beleid | Bekendmaking van normen of initiatieven van derden die worden nageleefd door de uitvoering van het beleid | Beschrijving van de aandacht die is besteed aan de belangen van belangrijke belanghebbenden bij het vaststellen van het beleid | Uitleg over hoe het beleid beschikbaar wordt gesteld aan potentieel betrokken belanghebbenden en belanghebbenden die het moeten implementeren |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Biodiversiteitsbeleid | Biodiversiteitsbeleid, waarin onze inzet voor het behoud en de verbetering van de biodiversiteit in onze parken wordt uiteengezet. De strategie benadrukt het potentieel van biodiversiteit en het opzetten van een bestuurskader. Naleving van de EU-taxonomie "Do No Significant Harm" (geen significante schade toebrengen) met betrekking tot de bescherming en het herstel van biodiversiteit en ecosystemen | Alle grond waarop VGP actief is | Uitvoerend management | ISO 14001, EU-taxonomie | Betrokken belanghebbenden: | Het biodiversiteitsbeleid is beschikbaar op de website van het bedrijf |
| Verklaring inzake Milieubeleid van de Groep | EMS vermindert de impact van onze activa in elke fase van hun levenscyclus, van het eerste ontwerp tot de dagelijkse exploitatie. | Alle VGP-gebouwen (bestaande en in aanbouw) | Uitvoerend management | ISO 14001 | Betrokken belanghebbenden: Groepsduurzaamheidsteam, Facilitair beheer, Technisch projectbeheer, Aannemers en leveranciers | Het beleid is openbaar op de website van VGP |
| Beleid inzake Hernieuwbare Energie | De activiteiten van VGP Renewable Energy uiteenzetten, leg het aanbod van groene energie uit en de financiering ervan | Vaste activa van de groep, huurders van de groep en klanten van VGP Renewable Energy | Uitvoerend management | — | Betrokken belanghebbenden: duurzaamheidsteam van de groep, technisch projectmanagement, facilitair management, VGP-team voor hernieuwbare energie | Het beleid is bedoeld voor interne doeleinden en (potentiële) klanten van VGP Renewable Energy |
Hieronder wordt nader ingegaan op de inhoud van het biodiversiteitsbeleid.
Verandering in grondgebruik: naleving van EU-Taxonomie voor verwerving nieuwe gronden
Uit de voorlopige studies van de Groep over de impact op de biodiversiteit bleek dat, naast CO2-uitstoot, een andere belangrijke oorzaak van biodiversiteitsverlies, volgens hoofdstuk 2 van het IPBES-verslag van 2019, de verandering in grondgebruik is. Hieruit bleek ook dat vastgoedvennootschappen een belangrijke rol spelen in deze oorzaak als gevolg van verstedelijking, aantasting en versnippering van grond die wordt geëxploiteerd in greenfieldprojecten.
De EU-Taxonomie heeft tot doel het financiële systeem in staat te stellen investeringsbeslissingen in een duurzamere richting te sturen en zo de transitie naar een circulaire economie in Europa en daarbuiten te versnellen. Om de naleving van de EU-Taxonomie voor de aankoop van grond te garanderen, heeft de Groep sinds 2023 zijn due-diligence procedures afgestemd op de EU-Taxonomie. Als gevolg daarvan streeft de Groep ernaar te voorkomen dat nieuwe ontwikkelingen worden gebouwd op:
— Greenfield grond met een erkende hoge biodiversiteitswaarde en grond die dient als habitat voor bedreigde soorten (flora en fauna) zoals vermeld op de Europese Rode Lijst of de Rode Lijst van de IUCN
— Grond die voldoet aan de definitie van beschermd bos zoals vastgelegd in de nationale wetgeving en gebruikt in de nationale broeikasgasinventarisatie
— Evenals het minimaliseren van het gebruik akkerland en landbouwgrond met:
– een matig tot hoog niveau van bodemvruchtbaarheid, en
– matige tot hoge biodiversiteit onder de grond, zoals bedoeld in het LUCAS-onderzoek van de EU
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 308
Als gevolg hiervan krijgen ontwikkelingsprojecten voorrang op brownfieldlocaties 1 en gebieden met bestaande infrastructuur, ontwikkeling en stedelijke inbreiding, in tegenstelling tot greenfieldontwikkeling.
100% van de in 2025 verworven grond bevond zich binnen bestaande ontwikkelingsgebieden.
Waardeketen: inkoop
De inkoopstrategie van VGP is ontworpen om te voldoen aan de volgende regels: eerlijkheid, focus op kwaliteit, langlopende partnerschappen, verminderd risico en naleving van de geldende regelgeving. De inkoopcriteria die zijn opgenomen in de duurzaamheidsnota voor ontwikkelingsprojecten zijn dat voor zowel de werkzaamheden als de bouwconstructie uitsluitend 100% hout wordt gebruikt uit gecertificeerde, duurzaam beheerde bossen met “Forest Stewardship Council” (“FSC”) en “Programme for the Endorsement of Forest Certification (“PEFC”)-certificering. Een vereiste is dat wordt gestreefd naar ten minste 70% afvalrecycling (materiaalterugwinning) in gewicht en dat alle beheerde afvalstoffen duidelijk traceerbaar zijn, waardoor het risico van stortafval en die de biodiversiteit aantasten, wordt verminderd. Ook bij de inkoop wordt gestreefd naar het beheersen en beperken van geluidsoverlast en visuele verontreiniging, evenals het risico van bodem-, water- en luchtverontreiniging. Voor een volledig overzicht van de duurzame aanbestedingsmethode en het duurzame aanbestedingsbeleid, zie deel 4.2.4.4.2 Duurzaam aankopen.
1 Grondgebieden of terreinen die eerder in gebruik waren, maar vervolgens leeg zijn komen te staan, vervallen of verontreinigd zijn geraakt. Brownfieldlocaties vereisen doorgaans voorbereidende regeneratieve werkzaamheden voordat er nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden, en kunnen ook gedeeltelijk bezet zijn.# Herstel: biodiversiteitsinitiatieven in bestaande VGP Parken
In de bestaande parken wordt in totaal 2,410 miljoen vierkante meter groenoppervlak beheerd door VGP. De Groep beschermt en verbetert actief de biodiversiteitswaarde van deze groene oppervlaktes in het bijzonder en van zijn activa in het algemeen door de impacts voor de biodiversiteit te beoordelen en mitigerende maatregelen te nemen in overeenstemming met de BREEAM Excellent/DGNB Gold-normen en door actieplannen voor biodiversiteit te implementeren op basis van het Biodiversiteitsbeleid van de Groep dat rekening houdt met unieke lokale omstandigheden.
Ecologen en landschapsarchitecten worden betrokken bij ontwerp- en ontwikkelingsactiviteiten om architecten en ontwikkelaars te begeleiden bij bestaande ecosystemen en bij het selecteren van de beste strategie om de lokale flora en fauna te beschermen. De groene zones en biodiversiteitskenmerken van bestaande VGP Parken worden gemonitord en indien nodig verbeterd op basis van ons biodiversiteitsbeleid. In de loop van 2025 werden 1,200 extra bomen geplant in bestaande VGP Parken. In 2025 werden 12 extra biotopen gecreëerd in onze parken in aanbouw. Deze extra biotopen verbeteren of beschermen specifieke soorten en versterken de algehele lokale biodiversiteit, waardoor het totale aantal biotoopgebieden dat als onderdeel van VGP Parken is gecreëerd, op 77 komt. De totale omvang van deze gecreëerde biotopen bedraagt 651.000 m² (vergeleken met 570.304 m² eind 2024).
Alle ontwikkelingsprojecten moeten een actieplan voor biodiversiteit implementeren. Dit actieplan moet worden opgesteld door een gekwalificeerde ecoloog of ESG-specialist, afhankelijk van de ecologische impact, na beoordeling van de kenmerken van de lokale biodiversiteit. Het doel van dit actieplan is om ten eerste alle impacts van het project op de lokale natuur te vermijden en te verminderen, en ten tweede om voor elk project een lijst met aanbevelingen van de Groep te implementeren. Sommige projecten voeren ook een Milieueffectbeoordeling (‘Environmental Impact Assessment’, afgekort ‘EIA’)) uit, die een milieu-/biodiversiteitscomponent omvat, aangezien dit een voorwaarde is voor het verkrijgen van een bouwvergunning en een bouwvergunning voor commerciële doeleinden. Biodiversiteit komt ook aan bod in de ontwikkelingsprojecten via het onderdeel ‘Grondgebruik en Ecologie’ in de BREEAM-certificering (nieuwe ontwikkeling). In het kader van de duurzaamheidsrichtlijnen verbindt de Groep zich er ook toe om alleen gecertificeerd hout (FSC, PEFC of gelijkwaardig) te gebruiken in zijn ontwikkelingsprojecten.
Lente 2025 bij VGP Park Magdeburg-Sülzetal, Duitsland
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 309
Taxonomie voor bestaande parken
Hoewel bijna al onze parken gecertificeerd zijn volgens BREEAM of DGNB, wat basiswaarborgen biedt voor herstel en bescherming van de biodiversiteit, heeft de Groep een extra veiligheidsmaatregel voor ecosysteemverbetering ontwikkeld. De implementatie van deze maatregel wordt gedreven door: het streven om de portefeuille in overeenstemming te brengen met de EU-Taxonomieverordening, met inbegrip van de criteria voor de bescherming van biodiversiteit en ecosystemen, evenals onze filosofie van voortdurende verbetering in het kader van het milieubeheersysteem van de Groep (dat is gebaseerd op de ISO 14001-normen ¹), en het kader voor de beoordeling van de biodiversiteit van de Groep (zie voor meer informatie het Biodiversiteitsbeleid van de Groep dat beschikbaar is op de website van de Groep).
Als zodanig werden er in de bestaande portefeuille van de Groep investeringen in biodiversiteitsverbetering in kaart gebracht en worden deze geïmplementeerd. Voor deze parken zijn voor elk park specifieke maatregelen voorgesteld op basis lokale, op maat gemaakte ecologische studies. Het doel is om het gebruik van “groene” ruimtes te vergroten, hetzij door bestaande groene structuren te verbeteren tot biotopen, hetzij door middel van uitbreidingen zoals groene daken, groene muren, groene parkeerplaatsen.
De categorisering is gebaseerd op de locatie van het activum ten opzichte van een beschermd gebied in Europa. Deze gebieden bestaan uit alle beschermde gebieden van de IUCN (beheercategorieën I tot VI), “Bird Life International”-beschermingsgebieden (“Key Biodiversity Areas”) en gebieden die door lokale of regionale gemeenten zijn aangemerkt als gebieden met een specifieke ecologische waarde. Wat de opstelling van de actieplannen voor biodiversiteit betreft, heeft de Groep voor de bestaande activa met een significante impact op de biodiversiteit een gekwalificeerde ecoloog aangesteld om de biodiversiteit ter plaatse te beoordelen en een aangepast actieplan voor te stellen om de toestand van de lokale natuur te behouden en te verbeteren.
De Groep heeft ook een lijst met aanbevelingen opgesteld als onderdeel van de biodiversiteitsstrategie en stelt maatregelen voor zoals het uitschakelen van de verlichting van gebouwen buiten de openingstijden of het aanleggen van stedelijke weiden in de groene ruimtes van de activa. Met het oog op deze doelstelling worden de maatregelen die in deze actieplannen zijn vastgesteld, opgevolgd in het milieuactieplan van de betrokken activa en hebben 23 van de 24 parken met een significante impact op de biodiversiteit maatregelen genomen. ²
Naast het actieplan voor biodiversiteit worden al deze parken aangemoedigd om huurders en bezoekers bewust te maken van biodiversiteit.
| Gecombineerde geïdentificeerde initiatieven leveren een substantiële bijdrage aan het criterium voor biodiversiteit en ecosystemen van de EU-Taxonomie |
|---|
| De gecombineerde geïdentificeerde initiatieven voldoen aan het DNSH-criterium van de EU-Taxonomie voor biodiversiteit en ecosystemen |
| Er zijn specifieke ecologisch afgestemde maatregelen genomen om lokale ecosystemen op basis van een biotoop te verbeteren |
| Groendak of groene gevel |
| Andere belangrijke ecologische mitigerende maatregelen |
VGP-biodiversiteitstaxonomie voor bestaande parken
- Minder dan 500 meter van een Natura 2000-gebied en park grenzend aan bos of locatie van het vastgoedobject die door de gemeente is aangemerkt als ecologisch belangrijk
- Minder dan 1.000 meter van een Natura 2000-gebied en grenzend aan landbouwgrond, maar niet erkend als gebied met een hoge biodiversiteitswaarde
- Minder dan 500 meter van een Natura 2000-gebied, maar het perceel zelf wordt alleen begrensd door andere semi-industriële terreinen
- Minder dan 1.000 meter tot Natura 2000-gebied of grenzend aan landbouwgrond, maar niet erkend als gebied met een hoge biodiversiteitswaarde
- Overige
Categorisering van VGP-initiatieven op het gebied van biodiversiteit
Maatregelen om biodiversiteit te bevorderen bij VGP Park Nijmegen, Nederland
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 310
De Groep werkt ook in alle VGP Parken om het bewustzijn onder belanghebbenden over het belang van biodiversiteit te vergroten. Het BREEAM ‘In-Use’-certificeringsbeleid van de Groep (zie deel 4.2.2.1.1 Details van milieucertificeringen van gebouwen) zorgt ervoor dat biodiversiteitskwesties goed worden aangepakt en gepromoot om hoge normen te bereiken. Zodra een project is gebouwd en opgeleverd, is het operationele managementteam van de Groep, met name de teams op locatie die elk pand beheren, verantwoordelijk voor het behoud en de controle van de biodiversiteit. Het duurzaamheidsteam houdt toezicht op de toepassing van het biodiversiteitsbeleid van de Groep en biedt de operationele teams de nodige ondersteuning.
100% van de Bestaande Activa moet tegen 2030 Renaturatie- of Biodiversiteitsprojecten Implementeren
Deze contractuele toezegging sluit aan bij de huidige verwachtingen van zowel overheidsinstanties als huurders om het aantal groene ruimtes en initiatieven in onze bestaande parken te vergroten. VGP streeft ernaar om de biodiversiteit in al zijn VGP Parken te vergroten door middel van renaturatie- en biodiversiteitsinitiatieven. Renaturatieprojecten worden gedefinieerd als alle projecten die verband houden met de verbetering van biodiversiteit en biofilie in, op en buiten de activa.
Bescherming en Herstel van Ecosystemen buiten de Waardeketen van VGP
In het kader van zowel zijn netto-nul-doelstellingen als zijn biodiversiteitsstrategie heeft de Groep geïnvesteerd in een Verra-conform landbouwproject in Denemarken met als doel koolstof (betreffende 850 tCO2 -emissiecertificaten) uit de atmosfeer te verwijderen en op te slaan in de bodem ¹.
Bovendien heeft de VGP Foundation sinds 2020 geïnvesteerd in 31 natuurherstelprojecten voor een totale waarde van € 2,2 miljoen op basis van bijdragen van VGP NV. In 2025 waren geen aanvullende financiële bijdragen nodig. Hiervan zijn 22 natuurprojecten succesvol afgerond, waaronder de onderstaande projecten.
| Project | Land/region | Steps achieved |
|---|---|---|
| Nieuwe netwerken voor de oostelijke keizerarend | Oost-Europa | De NABU heeft de afgelopen tien jaar belangrijke onderzoeksresultaten en successen op het gebied van natuurbehoud voor de keizerarend behaald. In Bulgarije en Tsjechië zijn de respectieve nationale vogelbeschermingsorganisaties actief betrokken bij het behoud van de keizerarend. De uitwisseling van ervaringen tussen internationale deskundigen kan een belangrijke bijdrage leveren aan het effectieve behoud van deze iconische soort. Dit project maakte kennisoverdracht en samenwerking mogelijk tussen internationale experts in verschillende regio's in Oost-Europa om het behoud van de soort in zijn hele verspreidingsgebied te verbeteren. |
¹ Niet extern gecontroleerd
² Deze waarden maken geen deel uit van KPMG's assurance opdracht.# Monitoring van het waterpeil in veengebieden (Rotenburg, Stade) Duitsland
Het door NABU geleide project ondersteunde het herstel van veengebieden in de districten Rotenburg en Stade in Duitsland. Het project omvatte voornamelijk de aanleg en exploitatie van waterpeilmeters in veengebieden. Met behulp van meters is het mogelijk geworden om in een vroeg stadium van de tot nu toe uitgevoerde renatureringsprojecten ecologische ontwikkelingstrends of ongunstige, sluipende processen op hydrologisch niveau te identificeren. Bovendien is het registreren van hydrologische toestandsvariabelen en processen van fundamenteel belang voor een holistisch begrip van (verstoorde) veenecosystemen. Als resultaat van het project zijn in totaal ongeveer 20 watermeters in de veenbeschermingsgebieden geïnstalleerd, die nu door NABU worden beheerd. De waterstanden moeten continu worden geregistreerd en gedocumenteerd.
Het Katra-rivierdal Biodiversiteit & Toerisme-project Litouwen
Het project ondersteunde maatregelen die het belang van dit gebied voor het bredere natuurminnende publiek aantoonden door de bouw van een houten uitkijktoren te ondersteunen, die verbonden is met een houten natuurpad door het overstroomde bos. De locatie biedt nu een unieke ervaring om het oude bos, dat meerdere maanden per jaar onder water staat, te betreden en te doorkruisen. Het oude alluviale bos met zwarte vlierbessen is een thuis voor elanden, herten en zeldzame vogelsoorten, zoals de drieteenspecht, de groene specht, de zwarte specht, de dwerguil en de bosuil.
Bescherming van vleermuizen in kerktorens en zolders van openbare gebouwen als bevestiging van de waarde van biodiversiteit onder religieuze en lokale gemeenschappen Oekraïne
In samenwerking met professionele ecologen heeft NABU een geografie van de projectuitbreiding ontwikkeld en methodologisch materiaal opgesteld voor effectieve milieueducatie van de bevolking in de omgang met vleermuizen. Uiteindelijk werden 40 kolonies van verschillende soorten vleermuizen en aanverwante dieren beschermd met behulp van 10 praktische beschermingsmaatregelen.
Bescherming van trekvogels in Calabrië Italië
Tijdens het anti-stroperijkamp in Calabrië, dat samen met NABU werd georganiseerd, werden belangrijke maatregelen genomen om trekvogels te beschermen. Illegale jachtactiviteiten werden opgespoord en vervolgd, waarbij 2000 illegaal gevangen vogels in beslag werden genomen en een gewapende recidivist werd gearresteerd. Gewonde roofvogels werden gered en overgebracht naar revalidatiecentra, en nauwe samenwerking met lokale autoriteiten zorgde voor actieve monitoring en bescherming van kwetsbare soorten tijdens het hoogtepunt van het migratie- en jachtseizoen.
Reorganisatie van het biosfeerreservaat Retezat Roemenië
Om de status van biosfeerreservaat voor Retezat te herstellen, heeft het project het Retezat-gebied opnieuw ingedeeld en de vereiste documentatie voor het MAB-programma van UNESCO verstrekt. De officiële goedkeuring wordt verwacht voor begin 2026.
Herstel van de bezoekersinfrastructuur op het natuurpad Tři iseriny Tsjechische Republiek
De bijdrage werd gebruikt voor het herstel van het lokale natuurpad door het leveren van materiaal, waaronder informatieborden en -panelen, en arbeidskrachten.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 311
Case Study VGP Park Pamplona
VGP Park Pamplona Noáin: Hoe ecologische verbeteringen een aangenamere ruimte creëren voor eindgebruikers en de natuur.
Veel VGP-casestudy’s in eerdere jaarverslagen belichten parken met uitgebreide initiatieven op het gebied van biodiversiteit en grote biotopen (bijvoorbeeld VGP Park Magdeburg – zie onderstaande link). Deze casestudy richt zich daarentegen op de gestandaardiseerde ecologische maatregelen die in veel VGP-parken worden toegepast, en laat zien hoe zelfs kleinere ingrepen kunnen bijdragen aan het verbeteren van de biodiversiteit.
VGP Park Pamplona Noáin is aangelegd op een industrieterrein op grond die is aangemerkt als bebouwd of sterk aangepast met een lage habitatkwaliteit. Het park ligt echter aan de rand van het industrieterrein en grenst aan het omringende agrarische landschap, waardoor het zich bevindt in een stedelijk-landelijke overgangszone waar een doordacht landschapsontwerp kan helpen de ecologische waarde te versterken door aansluiting te zoeken bij de natuurlijke ruimtes rondom het park.
Om de lokale biodiversiteit te ondersteunen, omvatten de aangelegde gebieden, als onderdeel van de ca. 12.000 m² groene ruimte in het park, een ca. 1.925 m² grote biotoop beplant met inheemse vegetatie. De groene ruimtes omvatten ook habitatconstructies van droge stenen, die microhabitats en thermische schuilplaatsen bieden voor insecten, reptielen en kleine zoogdieren.
Aangezien het park in Noord-Spanje ligt, valt er het hele jaar door veel neerslag. Om duurzaam met water om te gaan, maakt het project gebruik van duurzame stedelijke afwateringssystemen (SUDS) die water ter plaatse vasthouden, de bodemabsorptie verbeteren en de afvoer van oppervlaktewater verminderen.
Groene zone rondom het park
— Langs de omtrek van het park loopt een begroeide groene bufferzone. Langs de grens met het landbouwgebied zorgt deze voor een geleidelijke overgang tussen het industrieterrein en het omringende landelijke landschap. Deze landschapszones zijn beplant met inheemse soorten en ontworpen volgens de principes van xeriscaping; ze bieden een leefomgeving voor bestuivers en andere dieren in het wild en hebben tegelijkertijd minimale irrigatie nodig.
— Samen laten deze maatregelen zien hoe een doelgericht ecologisch ontwerp de biodiversiteit zelfs in industriële omgevingen kan versterken, waardoor ruimtes ontstaan die zowel de natuur als de parkgebruikers ten goede komen.
CASE STUDY
Een voorbeeld van onze toonaangevende inspanningen op het gebied van biodiversiteit is te vinden in het VGP Park Magdeburg – klik hier om deze casestudy op de website van VGP te bekijken
- Groene zone rondom het park
- Habitatstructuren van droogsteen die in het afwateringssysteem van het park zijn geïntegreerd, creëren kleine ecologische niches voor wilde dieren en dragen tegelijkertijd bij aan duurzaam waterbeheer
- Luchtfoto van een van de biotopen aan de grens tussen stad en platteland in het park, waar de bebouwing overgaat in het omringende agrarische landschap
- Podarcis muralis of de „gewone muurhagedis“ – dankzij de in het park aangelegde droge stenen constructies zijn er weer amfibieën teruggekeerd.
- Gewone kikker op een rots – De biotopen met rotsen zijn aangelegd met een oneffen terrein en een gevarieerde microtopografie om de vorming en het behoud van kleine waterpoelen te bevorderen
Foto Gorosti, Sociedad de Ciencias Naturales, Pamplona, Spanje
Foto Gorosti, Sociedad de Ciencias Naturales, Pamplona, Spanje
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 312
4.2.2.5.5 Maatregelen en Middelen wat Betreft Biodiversiteit en Ecosystemen (ESRS E4-3)
De maatregelen en middelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen worden opgesomd in de tabel hieronder:
| Beleid | Belangrijkste maatregelen | Toepassings-gebied | Tijdshorizon | Jaar van voltooiing | Beschrijving | Voortgang | Toegewezen middelen | Financiële middelen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Biodiversiteits-beleid | Identificeren van de parken die het meest behoefte hebben aan ecologische verbetering en bescherming; – Zorgen voor een betere uitvoering van ecologische verbeteringen in onze parken en de voortgang daarvan volgen; – Verbeteren van de kennis binnen de Groep en bij onze partners; – Transparantie over financiering en investeringen in biodiversiteitsinitiatieven; – Meer respect voor de natuur bij besluitvorming door de overheid en het bedrijfsleven; – Handhaven van de naleving van de EU- Taxonomie “Do No Significant Harm” met betrekking tot de bescherming en het herstel van biodiversiteit en ecosystemen | Alle percelen die eigendom zijn van VGP | Altijd van toepassing | n.v.t. | Het biodiversiteitsbeleid van de Groep wordt geleid door de Do Not Significant Harm-principes (DNSH) van de EU-taxonomie. Bovendien identificeert de Groep via haar biodiversiteitsbeleid aanvullende 'hoogrenderende' biodiversiteitsinvesteringen in haar bestaande parken die verder gaan dan wat vereist is voor certificering, naleving of bouwvergunningen. | Van kracht sinds 2023 | Het duurzaam-heidsteam van het bedrijf moet de richtlijnen bijwerken en de implementatie ervan volgen | Jaarlijks ongeveer € 210.000 toegewezen aan biodiversiteits-initiatieven (biotopen, groene zones), exclusief investeringen in klimaat- en waterrisico's. |
| Group Environmental Policy Statement | EMS vermindert de impact van onze activa in elke fase van hun levenscyclus, van het eerste ontwerp tot de dagelijkse exploitatie. | Alle vaste activa en ontwikkelingsprojecten van de Groep | Gedurende de levenscyclus van onze activa | n.v.t. | Het beschrijft de eisen en aanbevelingen van de Groep om de milieukwaliteit van onze bouwplaatsen te optimaliseren en tegelijkertijd de vervuiling voor werknemers en ingehuurd personeel op de bouwplaats, de omgeving en het milieu te minimaliseren | Alle locaties zijn onderworpen aan een EMS | Corporate duur-zaamheidsteam om de richtlijnen bij te werken en de implementatie te volgen | Jaarlijks wordt ongeveer € 30.000 toegewezen aan (op activaniveau) projectstudies, beleids-ontwikkeling, actualisering van richtlijnen en monitoring van biodiversiteits-initiatieven in de hele portefeuille. |
| Renewable Energy Policy | Vermindering van emissies door gebruik van niet-groene energie | Huurders van de vastgoed-portefeuille van VGP en klanten van VGP op het gebied van hernieuwbare energie | Lopend | n.v.t. | Alle huurders zouden op termijn kunnen worden voorzien van stroom van VGP Renewable Energy | VGP heeft de afgelopen jaren evenveel energie geproduceerd als er in de bestaande portefeuille is verbruikt. |
4.2.2.5.6 Doelen wat betreft Biodiversiteit en Ecosystemen (ESRS E4-4)
De details van de contractuele toezeggingen van de Groep met betrekking tot biodiversiteit worden voorgesteld in deel 4.2.2.5.4 Beleid ten aanzien van biodiversiteit en ecosystemen. Daarnaast heeft de Groep in zijn duurzaamheidsrichtlijnen de vereisten opgenomen met betrekking tot de “Do not Significant Harm” (“DNSH”)-criteria voor biodiversiteit binnen de EU-Taxonomieverordening.
Een Milieueffectbeoordeling (‘Environmental Impact Assessment’, afgekort ‘EIA’)) of screening wordt uitgevoerd in overeenstemming met Richtlijn 2011/92/EU334. Wanneer een EIA is uitgevoerd, worden de vereiste mitigerende en compenserende maatregelen voor de bescherming van het milieu geïmplementeerd. Voor locaties/activiteiten die gelegen zijn in of nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden (met inbegrip van het Natura 2000-netwerk van beschermde gebieden, UNESCO-Werelderfgoedlocaties en belangrijke biodiversiteitsgebieden, evenals andere beschermde gebieden), werd, indien van toepassing, een passende beoordeling uitgevoerd en op basis van de conclusies daarvan worden de nodige mitigatiemaatregelen geïmplementeerd.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 313
4.2.2.5.7 Impactmaatstaven wat betreft Biodiversiteit en Ecosystemen (ESRS E4-5)
De onderstaande tabel bevat de prestaties van het verslagjaar ten opzichte van de doelstelling van de Groep:
| Pijler 1: De natuur beschermen | Prestaties in 2025 |
|---|---|
| Geen bedrijventerreinen ontwikkelen op grond die voldoet aan de definitie van beschermde bossen zoals vastgelegd in de nationale wetgeving en gebruikt in de nationale broeikasgasinventaris | Voldoet |
| Vermijd ontwikkelingen op groene terreinen met een hoge biodiversiteitswaarde en terreinen die dienen als habitat voor bedreigde diersoorten die zijn opgenomen in de Europese Rode Lijst of de Rode Lijst van de IUCN | 100% van de grondverwervingen betreft brownfieldlocaties of grond binnen bestaande ontwikkelingsgebieden |
| 100% van de ontwikkelingsprojecten moet een actieplan voor biodiversiteit implementeren | Voldoet |
| Pijler 2: De natuur herstellen | |
| 100% van onze portefeuille implementeert biodiversiteitsinitiatieven tegen 2030 | 37% |
| 100% van de vaste activa met een betekenisvolle biodiversiteitswaarde implementeert een biodiversiteitsactieplan | 100% |
| Ontwikkeling van biotopen in of rond VGP-parken op geselecteerde locaties waar dit aansluit bij ecologische en duurzaamheidsdoelstellingen | 77 biotopes for 214,150 m2 developed among in total 2.4 million m2 of green area |
| Extra inheemse soorten en klimaatbestendige bomen en vegetatie planten in bestaande parken | 1.200 bomen geplant |
| Pijler 3: Transformatieve verandering mogelijk maken | |
| Via de VGP Academy jaarlijks meer dan 500 deelnemers trainen, onder meer op het gebied van biodiversiteit | 554 deelnemers aan de VGP Academy, waarvan 56% voor onderwerpen op het gebied van biodiversiteit |
| 80% van de werknemers neemt jaarlijks één dag deel aan een zinvol liefdadigheidsprogramma voor de gemeenschap, waaronder (leer)projecten op het gebied van biodiversiteit | 39% |
| Pijler 4: acties ter ondersteuning van biodiversiteit buiten de waardeketen | |
| De VGP Foundation blijft zich inzetten voor projecten die natuurbehoud stimuleren | In totaal zijn 31 projecten ondersteund voor €2,2 miljoen. Voor 2026 zijn vijf nieuwe projecten geïdentificeerd (€1.300.000). |
4.2.2.5.8 Beoogde Financiële Effecten van Risico’s en Kansen met betrekking tot Biodiversiteit en Ecosystemen (ESRS E4-6)
De beoogde financiële effecten van het rekening houden met biodiversiteit in ontwikkelingsprojecten zijn in overeenstemming met de ramingen voorgesteld in deel 4.2.1.4.2 Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring van de onderneming.
4.2.2.6 Materiaalgebruik en Circulaire Economie (ESRS E5)
4.2.2.6.1 Beschrijving van de Processen om voor Materiaalgebruik en Circulaire Economie Materiële Impacts, Risico’s en Kansen in Kaart te Brengen en te Analyseren (ESRS 2 IRO-1)
Zie delen 4.1.1.1.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren en deel Risicobeheer en Interne Controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur, respectievelijk voor meer gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsanalyse en het proces voor het in kaart brengen van risico’s.
4.2.2.6.2 Beleid ten aanzien van Materiaalgebruik en Circulaire Economie (ESRS E5-1)
Het huidige beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie is opgenomen in de onderstaande tabel:
| Beleid | Milieubeheersysteem (EMS) |
|---|---|
| Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid | EMS vermindert de impact van onze activa in elke fase van hun levenscyclus, van het eerste ontwerp tot de dagelijkse exploitatie. |
| Beschrijving van de reikwijdte van het beleid of van de uitsluitingen ervan | Alle VGP-gebouwen (bestaande en in aanbouw) |
| Beschrijving van het hoogste niveau in de organisatie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het beleid | Uitvoerend Management |
| Bekendmaking van normen of initiatieven van derden die worden nageleefd door de uitvoering van het beleid | ISO 14001 |
| Beschrijving van de aandacht die is besteed aan de belangen van belangrijke belanghebbenden bij het vaststellen van het beleid | Betrokken belanghebbenden: Groepsduurzaamheidsteam, Facilitair beheer, Technisch projectbeheer, Aannemers en leveranciers |
| Uitleg over hoe het beleid beschikbaar wordt gesteld aan potentieel betrokken belanghebbenden en belanghebbenden die het moeten implementeren | Het beleid is openbaar op de website van VGP |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 314
De Groep heeft verschillende indicatoren gedefinieerd en monitort deze om de milieuprestaties van zijn bestaande activa en ontwikkelingsprojecten te beheren, in overeenstemming met de doelstellingen van onze ESG-strategie. Sommige van deze indicatoren werden opgenomen in de budgetherzieningsprocessen voor bestaande activa en ontwikkelingsprojecten om ervoor te zorgen dat de ESG-doelstellingen en zakelijke beslissingen op elkaar zijn afgestemd.
VGP zorgt er door de implementatie van zijn milieubeheersysteem en duurzaamheidsrichtlijnen voor dat alle ontwikkelingsprojecten, ongeacht hun omvang of type, worden ontworpen 1 https://www.ellenmacarthurfoundation.org/articles/first-steps-towards-a-circular-built-environment in overeenstemming met de duurzaamheidsstrategie van de Groep om hun milieu-impact te beheren. Voor elk project omvat het EMS alle vier fasen van het ontwikkelingsproces en zijn verschillende afdelingen betrokken, met name Technische Dienst, Duurzame Gebouwen, Commerciële Dienst, Facility Management en het lokale projectmanagementteam:
— Audit bij verwerving: duurzaamheid en risico’s in verband met klimaatverandering worden geanalyseerd en geëvalueerd tijdens het due diligence-proces van de Groep;
— Projectbeoordelingen: op belangrijke momenten tijdens het ontwerp van het project wordt dit beoordeeld aan de hand van de duurzaamheidsbrief van de Groep om te zorgen dat het voldoet aan de duurzaamheidsstrategie van de Groep;
— Bouw: de projectmanagementaannemer en/of onderaannemers verbinden zich ertoe het Handvest Zorgzaam Bouwen (‘Considerate Construction Charter’) van de Groep na te leven, dat is ontworpen om de sociale en milieueffecten van het bouwproces te beperken; en
— Inbedrijfstelling: er wordt een inbedrijfstellingsproces gevolgd om ervoor te zorgen dat de technische installaties van gebouwen efficiënt functioneren (instellingen en bedieningsinstructies) en dat onderhoudsleveranciers die verantwoordelijk zijn voor de exploitatie en het beheer van technische installaties, deze op de juiste wijze overdragen aan de facility managementteams.
Als onderdeel van het technisch beheer van de Groep worden ‘best practices’ en mislukkingen tussen landen gedeeld. Voor meer informatie over het milieubeheersysteem (EMS) van de Groep kunt u de link naar het ESG-beleid en de richtlijnen van VGP volgen op: https://www.vgpparks.eu/en/sustainability/
Transitie naar een circulaire economie in de gebouwenportefeuille
Van de materialen die worden gebruikt voor de bouw van het gebouw tot het water dat nodig is voor sanitaire voorzieningen en groenvoorzieningen, logistieke en licht industriële locaties maken gebruik van natuurlijke hulpbronnen. De huidige logistieke vastgoedsector is voornamelijk ontworpen volgens het lineaire ‘take-make-waste’-concept. VGP wil hier verandering in brengen.
Sinds 2023 hanteert de Groep een Kader voor Koolstofprijsstelling en Circulaire Economie (“Carbon Pricing and Circular Economy”) om de ontwikkelingsteams te begeleiden bij het integreren van circulaire ontwerpoplossingen in hun projecten. Dit praktische kader stelt de teams in staat om de juiste circulaire oplossing voor hun projecten beter te begrijpen en toe te passen. Als onderdeel van de toezegging om de CO2-voetafdruk van de bouw tussen 2020 en 2030 met 20% te verminderen, richt de Groep zich op de keuze en het gebruik van materialen voor zijn ontwikkelingsprojecten.Om te voldoen aan het criterium ‘Do No Significant Harm’ – Transition to Circular Economy’ van de EU-Taxonomie, transformeert de Groep zijn benadering van concepten van circulaire economie die worden gedefinieerd door 8 principes, zie ook het volgende VGP-Diagram met betrekking tot de Circulaire Economie en rekening houdend met het werk dat ARUP in 2022 voor VGP heeft uitgevoerd met betrekking tot de invoering van ‘lean building material’-concepten op onze bouwplaatsen en het daaropvolgende werk dat List Gruppe in 2024 en 2025 heeft uitgevoerd met betrekking tot de voetafdruk van bouwmaterialen.
Milieubeheersysteem
Het milieubeheersysteem van de Groep (‘Environmental Management System’, afgekort ‘EMS’) is erop gericht de milieu-impact van onze activa in elke fase van hun levenscyclus te verminderen, van het eerste ontwerp tot de dagelijkse exploitatie en de toekomstige vervangbaarheid.
Kader voor Duurzaam Ontwerp – BREEAM/DGNB
Kader voor Duurzaam Management – BREEAM/DGNB in gebruik
Review Analyseren en reviewen van performance met huurders en stakeholders
Grondaankoop Duurzaamheidschecklist en milieuonderzoek
Performance meten Jaarlijkse rapportage
Project review Gedetailleerde ontwerp richtlijnen
Actieplan Milieuactieplan
Constructie Groene certificering
Beleid & Targets
Verhuur Groene huurcontracten
- 1
- 2
- 3
- 4
- 5
- 6
- 7
- 8
BESTAANDE ACTIVA
NIEUWE PROJECTEN
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 315
Aangestuurd door smart systemen
Holistische vormgeving en planning
Ondersteund door digitale technologie
Ontworpen voor onderhoud en demontage
Flexibele, productieve gebouwen
Ondersteuning van welzijn en natuurlijke systemen
Voortdurende kringloop van grondstoffen
Geïntegreerde infrastructuur systemen
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 316
Continue materiaalcycli
Met betrekking tot de “Continue Materiaalcycli” heeft de Groep in 2022 een doelstelling ingevoerd die in overeenstemming is met de toepasselijke DNSH-vereiste voor de bouw van nieuwe gebouwen volgens de EU-Taxonomie, namelijk dat ten minste 70% (in gewicht) van het niet-gevaarlijke bouw- en sloopafval dat op de bouwplaats wordt geproduceerd, moet worden verwerkt voor hergebruik, recycling of anderszins terugwinning. Dit vereist een strikte afvalmonitoring op bouwplaatsen, evenals de implementatie van verbeteringsmogelijkheden en de uitvoering van ‘best practices’ om: definitief afval en vervuiling te elimineren, producten en materialen in gebruik te houden en het verbruik van primaire materialen te verminderen.
De Groep maakt gebruik van zijn relaties met leveranciers van bouwmaterialen om hen bewust te maken van duurzaam bouwen en om gedragsverandering in de richting van circulaire economiepraktijken te bewerkstelligen. In 2025 bereikte de Groep zijn doelstelling om 70% van het afval terug te winnen, waarbij in totaal 94% van het bouwafval werd gerecycled op 76% van alle bouwplaatsen waar de afvalgegevens effectief werden gecontroleerd. In 2025 zal VGP ernaar streven om meer projecten te monitoren en zijn leveranciers te blijven betrekken bij duurzame praktijken.
Ontwerp voor onderhoud en ontmanteling
De duurzaamheidsrichtlijnen zijn van toepassing op nieuwe ontwikkelingen en uitbreidings- en renovatieprojecten van de hele Groep. Ze stellen minimumvereisten vast die van toepassing zijn op alle projecten. Vereisten voor alle projecten zijn onder andere:
— 100% hout met FSC- of PEFC-certificering voor zowel de werkzaamheden als het gebouw zelf; en
— Ten minste 70% afvalterugwinning;
— Minimaal milieucertificeringsniveau (voor de bouw of renovatie) om DGNB “Gold” te verkrijgen voor projecten in Duitsland en Oostenrijk en BREEAM “Excellent” voor projecten elders in Europa;
— Een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren naar biobased materialen voor structurele elementen;
— Een analyse van de klimaatrisico’s op lange termijn uitvoeren;
— Minimaliseren van het gebruik van hulpbronnen en behouden van het comfort voor de gebruiker;
— Integratie van circulaire economieconcepten uit het Kader voor Koolstofprijsstelling en Circulaire Economie van de Groep, indien economisch haalbaar, op basis van een technisch-economische studie; en
— Afstemming op de nieuwe EU-Taxonomiecriteria voor de bouwprojecten van de Groep (nieuwe ontwikkeling en renovatie).
Concreet houdt dit in:
— Het hanteren van een ‘lean material construction’-benadering vanaf de ontwerpfase;
— Het gebruik van nieuwe oplossingen en geoptimaliseerde koolstofarme materialen (bijv. houten draagconstructies in plaats van beton, enz.);
— Onderaannemers vragen om alternatieve oplossingen met een laag koolstofgehalte voor te stellen; en
— Het voeren van een inkoopbeleid dat criteria omvat voor het koolstofgehalte van producten en bouwmaterialen (waarvoor milieu- en gezondheids- en veiligheidscertificering vereist is – Milieuproductverklaringen) (“Environmental Product Declarations”).
CASE STUDY
Als u meer wilt weten over de toepassing van diverse circulaire principes in onze brownfield-projecten, klik dan hier voor een casestudy op onze website
Flexibele en zeer productieve gebouwen
De hoogwaardige en professioneel beheerde gebouwen en parken van VGP zijn strategisch gelegen en ontworpen om te voldoen aan de zakelijke behoeften van onze klanten en om veerkrachtig en aanpasbaar te blijven voor de uitdagingen van morgen. We werken samen met onze leveranciers om faciliteiten te bieden die geschikt zijn voor meer automatisering, efficiëntie en de volgende fase in de digitalisering van de productiesector.
Geïntegreerde infrastructuursystemen
Geïntegreerde water-, energie- en afvalnetwerken geven prioriteit aan natuurlijke systemen (zoals regenwater voor irrigatie en zonne-energie voor gebruik in het gebouw) en kunnen intensiever worden gebruikt omdat slim beheer pieken afvlakt (bijvoorbeeld voor het energienetwerk door de installatie van energieopslagsystemen op batterijen), waardoor de beschikbare capaciteit gedurende de hele dag wordt benut.
Geleid door systeemdenken
Systeemdenken zorgt ervoor dat materiaalkeuzes, energieverbruik, watersystemen en afvalstromen samen worden bekeken, waardoor de hele levenscyclus van een gebouw wordt geoptimaliseerd. Sinds 2023 hanteert de Groep een koolstofreferentieprijsstelling voor de ingebedde koolstof die gedurende de levenscyclus van een gebouw wordt gegenereerd. Door koolstof over de hele levenscyclus te beprijzen, worden de volledige milieukosten van het gebouw in aanmerking genomen, niet alleen in de initiële bouwfase, en als gevolg daarvan stimuleert het koolstofprijsstellingmodel het ontwerpen van gebouwen met lagere emissies op lange termijn, zoals:
— Het gebruik van energie-efficiënte systemen zoals luchtwarmtepompen om de operationele uitstoot te verminderen
— Duurzame, herbruikbare en koolstofarme materialen, zoals groen staal te selecteren, om de ingebedde koolstof en de koolstof aan het einde van de levensduur te minimaliseren
— Het integreren van hernieuwbare energiesystemen om toekomstige operationele emissies te compenseren (bijv. zonne-energie)
Het welzijn van de mens en natuurlijke systemen ondersteunen
Sinds 2022 wordt het Handvest Zorgzaam Bouwen (“Considerate Construction Charter”) van de Groep toegepast op alle greenfield-/brownfield- bouwprojecten. Het Handvest beschrijft de vereisten en aanbevelingen van de Groep om de milieukwaliteit van zijn bouwplaatsen te optimaliseren en tegelijk de verontreiniging voor de aannemers die op de bouwplaats werken, de omgeving en de natuurlijke omgeving tot een minimum te beperken. Het Handvest Zorgzaam Bouwen omvat vereisten inzake (i) het verstrekken van informatie aan omwonenden en het beperken van verkeershinder, (ii) het beheren en beperken van geluidsoverlast en visuele verontreiniging, evenals het risico van bodem-, water- en luchtverontreiniging; en (iii) het monitoren van hulpbronnen om het verbruik ervan te verminderen.
Holistische stadsplanning
Het algemene ontwerp van VGP parken ondersteunt veerkrachtige en bloeiende gemeenschappen om groei te stimuleren en congestie en verontreiniging te voorkomen. Het aanmoedigen van gedeelde infrastructuur (bijv. openbaar vervoer, fietsvoorzieningen, gemeenschappelijke energienetwerken).
Gesteund door digitale technologie
Digitale technologieën bieden toegankelijke platforms om het beheer van gebouwen, energie en materialen te vergemakkelijken.
PREVENTIE
Als u het niet kan voorkomen, dan...
VERWIJDERING
Naar een stortplaats als er geen alternatief beschikbaar is
ANDERE WAARDE TERUGWINNEN
Als u geen waarde kunt terugwinnen (bijv. energie), dan...
VOORBEREIDEN VOOR HERGEBRUIK
Als u het niet kunt voorbereiden voor hergebruik, dan...
RECYCLEREN
Als u het niet kunt recycleren, dan...
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 317
Afvalbeheer
| Eigen kantoren van VGP | Huurderssegmenten | Totaal |
|---|---|---|
| Industrieel: niet-gekoelde opslagplaats | ||
| Industrieel: gekoeld magazijn | ||
| Industrieel: productie | ||
| Kantoren: laagbouw-kantoren | ||
| Parkeer- garage (binnen) | ||
| Totaal afval in 2025 (metrische ton) | 9.4 | 1.325 |
| Waarvan gerecycled afval (%) | 36% | 40% |
| Waarvan teruggewonnen afval (%) (afval-naar-energie) | 53% | 11% |
| Waarvan niet teruggewonnen (%) | 11% | 49% |
| 2024 vergelijkbaar afval (metrische ton) | 1,3 | n.v.t. |
| 2025 vergelijkbaar afval (metrische ton) | 1,4 | n.v.t. |
| 2025/2024 verandering (%) | 8% | n.v.t. |
Sinds 2022 heeft de Groep een Groen Kantoorbeleid (‘Green Office’) dat gericht is op mogelijkheden om afval te verminderen op basis van de herziene EU-Kaderrichtlijn Afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG) die vijf stappen voorschrijft voor het omgaan met afval, gerangschikt volgens de impact op het milieu – de ‘afvalhiërarchie’ – met als eerste en belangrijkste aandachtspunt preventie en als tweede voorbereiding op hergebruik. Door deze strategieën te implementeren is de Groep in staat om het afval van zijn kantooractiviteiten te verminderen. De hoeveelheid niet-teruggewonnen afval omvat restafval waarvan het verbrandings- of recyclingproces niet is bevestigd, waardoor het huidige cijfer waarschijnlijk aan de voorzichtige kant is. Het verzamelen van meer precieze gegevens zal deze maatstaf verder verbeteren.
Afval in de bestaande portefeuille van VGP
De totale hoeveelheid afval die in een gebouw wordt geproduceerd, ongeacht het gebruik ervan, is grotendeels afhankelijk van het type en het niveau van de activiteiten van de huurders, d.w.z. verpakking voor logistiek, overtollige materialen in licht industriële processen en beroepsmatig gebruik voor de kantoorgebouwen. Dit betekent dat de Groep een beperkte impact heeft op de totale hoeveelheid afval dat op zijn sites wordt geproduceerd. Desondanks zet de Groep zich in voor efficiëntere maatregelen op het gebied van afvalbeheer, zoals het verbeteren van de afvalscheiding, bewustmaking van huurders en hulp bij het verminderen van de hoeveelheid weggegooid afval, en het implementeren van oplossingen voor afvalbeheer.
1 De gegevensdekking van de afvalgegevens in de huurdersportefeuille bedraagt 10%.
Verbeteren van Afvalscheiding in Samenwerking met Huurders en Afvaldienstverleners
In alle gebouwen zijn geschikte afvalscheidingsfaciliteiten aanwezig. Huurders worden geïnformeerd en bewust gemaakt van het lokale afvalbeheerbeleid en de lokale afvalbeheerprocessen en van het belang van afvalscheiding door middel van gesprekken met huurders ter plaatse of de communicatie van richtlijnen voor afvalscheiding op parkniveau. Zowel de inkoopcontracten van leveranciers als de groene huurovereenkomsten van huurders leggen de minimumvereisten vast waaraan moet worden voldaan op het gebied van afvalmonitoring, afvalscheiding en recycling om te voldoen aan de vereisten voor duurzaamheid en milieubescherming. Bewustmaking van huurders omvat het bijwerken en toevoegen van borden op afvalbakken, het delen van ‘best practices’, het benadrukken van het belang van het goed sorteren van materiaal en het uitleggen van de wettelijke vereisten die verbonden zijn aan het afvalbeheerprogramma. Alle Vastgoedbeheerders van de Parken van de Groep houden ook jaarlijks vergaderingen met hun belanghebbenden (huurders en/of afvalverwerkers), met een gedetailleerd verslag van de resultaten van het afvalbeheer op de locatie.
4.2.2.6.3 Beleid en Middelen inzake Materiaalgebruik en Circulaire Economie (ESRS E5-2)
Het beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie worden opgesomd in onderstaande tabel:
| Beleid | Belangrijkste maatregelen | Toepassingsgebied | Tijdshorizon | Jaar van voltooiing | Beschrijving | Voortgang |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Milieubeheersysteem | EMS vermindert de impact van onze activa in elke fase van hun levenscyclus, van het eerste ontwerp tot de dagelijkse exploitatie. | Alle vaste activa en ontwikkelingsprojecten van de Groep | Gedurende de levenscyclus van onze activa | n.v.t. | Het beschrijft de eisen en aanbevelingen van de Groep om de milieukwaliteit van onze bouwplaatsen te optimaliseren en tegelijkertijd de vervuiling voor werknemers en ingehuurd personeel op de bouwplaats, de omgeving en het milieu te minimaliseren | Alle locaties zijn onderworpen aan een EMS |
Details over het Kader voor Circulaire Economie voor Ontwikkelingsprojecten
Het Kader voor Koolstofprijsstelling en Circulaire Economie van de Groep (“Group Carbon Pricing Circular Economy Framework”) is gericht op het integreren van ‘circulaire economie’-concepten in het ontwerp van ontwikkelingsprojecten van VGP. De vereisten voor circulaire economie maken deel uit van de duurzaamheidsrichtlijnen voor de ontwikkelingsprojecten en in dit kader kunnen alle ontwikkelingsprojecten de impact beoordelen van de opname van ‘circulaire economie’-concepten uit het kader in het ontwerp, waarbij de concepten worden geselecteerd die voor elk ontwikkelingsproject het meest zinvol zijn. Het Kader voor Circulaire Economie bevat 14 concepten, verdeeld over 8 thema’s, die de ontwerpteams zullen begeleiden bij de selectie van de meest geschikte onderwerpen voor hun ontwikkelingsproject.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 318
4.2.2.6.4 Doelen wat betreft Materiaalgebruik en Circulaire Economie (ESRS E5-3)
Doelen wat betreft de transitie naar een circulaire economie in de gebouwenportefeuille
| Voortdurende kringloop van grondstoffen | Voortgang in 2025 |
|---|---|
| Doelstelling om 70% van het afval op bouwplaatsen te recyclen | Bereikt voor 100% van de gecontroleerde bouwplaatsen |
| De CO2-uitstoot in verband met de bouw tegen 2030 met 20% verminderen ten opzichte van 2020 | 20,7% reductie bereikt in 2025 |
| Ontworpen voor onderhoud en demontage | Voortgang in 2025 |
|---|---|
| 100% van het hout met FSC- of PEFC-certificering voor zowel de werkzaamheden als het gebouw zelf | Voldoet |
| Afstemming op de nieuwe EU-taxonomiecriteria voor de bouwprojecten van de Groep (nieuwe ontwikkeling en renovatie) | 35 projecten of 81% conform |
| Vereiste van koolstofgehalte/levenscyclusanalyse van bouwmaterialen voor gebouwen – Milieuverklaringen voor producten | Voldoet |
| Flexibele, productieve gebouwen | Voortgang in 2025 |
|---|---|
| Handhaving van een totale bezettingsgraad van >95% | 98% bezettingsgraad per december 2025 |
| Geïntegreerde infrastructuur systemen | Voortgang in 2025 |
|---|---|
| Streef naar 50 MWh aan batterij-energieopslagsystemen (BESS) | 12,0 MWh geïnstalleerd 106,6 MWh in aanbouw/in afwachting van vergunning |
| Aangestuurd door systeemdenken | Voortgang in 2025 |
|---|---|
| Gebruik van een koolstofreferentieprijs bij de beoordeling van het economisch rendement voor de koolstof die gedurende de levenscyclus van een gebouw wordt gegenereerd voor alle gebouwen in aanbouw | Voldoet |
1 Deze waarde maakt geen deel uit van de scope van KPMG's assurance opdracht.
| Ondersteuning van welzijn en natuurlijke systemen | Voortgang in 2025 |
|---|---|
| Aantal ontwikkelingsprojecten dat een Considerate Construction Charter implementeert | 34 |
| Aandeel ontwikkelingsprojecten die een Considerate Construction Charter implementeren | 100% |
| Holistische vormgeving en planning | Voortgang in 2025 |
|---|---|
| Streef naar 100% van de parken met oplaadpunten voor elektrische voertuigen | 66% 1 |
| Doelstelling 750 oplaadpunten voor elektrische voertuigen | 807 |
| Doelstelling: 100% van de parken bereikbaar met het openbaar vervoer | 98% |
| Ondersteund door digitale technologie | Voortgang in 2025 |
|---|---|
| Het bijhouden en beheren van de efficiëntie van hulpbronnen voor 100% van de gebouwen | Voor 2025: 90% beschikbaarheid van energiegegevens; 90% beschikbaarheid van watergegevens; 10% beschikbaarheid van afvalgegevens; 30% van de activa uitgerust met slimme meters |
| Doelstellingen met betrekking tot eigen afvalbeheer | Voortgang in 2025 |
|---|---|
| Doelstelling: minder dan 10% van eigen afval naar stortplaatsen brengen tegen 2035 | 12% |
Onderhoud in VGP Parks
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 319
4.2.2.6.5 Materiaalinstromen (ESRS E5-4)
Voor de activiteiten van VGP hebben de materiaalinstromen met betrekking tot de materiële effecten betrekking op het verbruik van grondstoffen voor de bouw van de ontwikkelingsprojecten. Het verbruik van grondstoffen voor de ontwikkelingsactiviteiten vindt plaats binnen de waardeketen van de Groep, aangezien de materialen worden aangekocht door de bouwbedrijven en aannemers en doorgaans niet rechtstreeks door VGP.
De belangrijkste grondstoffen (in gewicht) en bijbehorende procesmaterialen die VGP voor zijn bouwactiviteiten gebruikt, zijn: beton, staal, steenslag, asfalt, grind, zand en hout. Deze zeven materialen vertegenwoordigen gemiddeld 99% van de berekende materialen die voor de ontwikkelingsprojecten worden gebruikt. Afgezien van de ‘verpakking’ (van bouwmaterialen) is dit onderwerp niet als materieel voor de Groep beoordeeld in de context van grondstoffen voor ontwikkelingsprojecten. De hulpbronnen water, onroerend goed, installaties en apparatuur zijn evenmin beoordeeld als een materieel onderwerp voor de eigen activiteiten of waardeketen van de Groep. VGP koopt geen zeldzame aardmetalen in voor zijn directe activiteiten (zeldzame aardmetalen zijn nog steeds te vinden in batterijen en/of andere apparatuur die aanwezig is in de activa van VGP, maar dit blijft immaterieel).
Methodologieën voor het berekenen van de hierboven gepresenteerde gegevens:
— VGP houdt zelf geen systematisch toezicht op de materiële hoeveelheden van de ontwikkelingsprojecten, aangezien dit rechtstreeks wordt gedaan door de aannemers en BREEAM-beoordelaars van de ontwikkelingsprojecten;
— Het duurzaamheidsteam van VGP heeft met hulp van externe consultants een model ontwikkeld om het gemiddelde grondstoffenverbruik van zijn ontwikkelingsprojecten te schatten met behulp van LCA, waarbij 16 verschillende basisversies zijn gecreëerd, voornamelijk op basis van de geografische locatie van het gebouw;
— Er zijn verhoudingen gecreëerd in kilogrammen materiaal per vierkante meter van het type ontwikkelingsproject dat is gebouwd;
— Biologische materialen in de bovenstaande tabel komen overeen met het gebruik van hout (timber) voor de bouw.Het hout dat voor de bouw wordt gebruikt, is FSC- (‘Forest Stewardship Council’) of PEFC- (‘Programme for the Endorsement of Forest Certification’) gecertificeerd, conform de duurzaamheidsrichtlijnen voor ontwikkelingsprojecten; en — De informatie over hergebruikte of gerecyclede materialen is nog niet geconsolideerd voor alle materialen in de pijplijn van ontwikkelingsprojecten.
4.2.2.6.6 Materiaaluitstromen (ESRS E5-5)
Voor VGP-activiteiten zijn de materiaaluitstromen in verband met de materiële impacts de afvalstromen van de gebouwen die VGP bouwt, renoveert of uitbreidt en die in de context van de CSRD als een belangrijk product kunnen worden beschouwd. Naast deze materiële impact is een andere uitstroom van VGP de exploitatie van bestaande gebouwen door de huurders van de Groep.
Gebouwen worden steeds vaker ontworpen volgens de principes van de circulaire economie (uit het Kader voor Circulaire Economie), die in het ontwerp zijn geïntegreerd via de duurzaamheidsrichtlijnen voor ontwikkelingsprojecten (zie voor meer details deel 4.2.2.6.2). VGP heeft minimumeisen voor zijn grote ontwikkelingsprojecten op het gebied van circulariteit vastgesteld, waaronder de onderstaande voorbeelden:
— Een project moet aantonen hoe het flexibel kan zijn en zich kan aanpassen aan ander gebruik door huurders in de toekomst, in overeenstemming met de lokale behoeften.
— Er moet een specifiek onderzoek worden uitgevoerd, in overeenstemming met de verwachtingen van de EU-Taxonomie, om ervoor te zorgen dat:
– Uittreksel uit de EU-Taxonomieverordening: “Gebouwontwerpen en bouwtechnieken ondersteunen circulariteit en tonen in het bijzonder, onder verwijzing naar ISO 20887 of andere normen voor de beoordeling van de demontage of aanpasbaarheid van gebouwen, aan hoe ze zijn ontworpen om efficiënter om te gaan met hulpbronnen, aanpasbaar, flexibel en demontabel te zijn, zodat hergebruik en recycling mogelijk zijn.”
– Bouwontwerpen en -technieken ondersteunen circulariteit door het integreren van concepten voor ontwerp met het oog op aanpasbaarheid en ontmanteling.
– In geval van renovaties moet ten minste 50 % van het oorspronkelijke gebouw worden behouden of versterkt, tenzij dit om technische of verhuurtechnische redenen niet haalbaar is, waarbij sloop als eerste optie moet worden vermeden.
Deze maatregelen zijn bedoeld om de levensduur van de gebouwen te maximaliseren en eventuele toekomstige veranderingen in het gebouw te vergemakkelijken om aan toekomstige behoeften te voldoen. Op basis van verschillende methodologieën in Europa, in overeenstemming met EN 15978 en ISO14044, is de verwachte levensduur van een gebouw volgens de VGP LCA-methodologie 50 jaar. Dit is een theoretische levensduur en VGP streeft ernaar de levensduur van zijn gebouwen te verlengen door ze te onderhouden, tijdens het ontwerp te anticiperen op de operationele fase en ze te renoveren in plaats van te slopen wanneer dat nodig is. Om te anticiperen op de evolutie van de behoefte, vereisen de duurzaamheidsrichtlijnen bovendien dat er een studie naar de aanpasbaarheid en demontage wordt uitgevoerd, in overeenstemming met de EU-taxonomievereisten en ISO20887.
Het percentage gerecycled materiaal op gebouwniveau wordt gedetailleerd beschreven in deel 2.2.6.5 Materiaalinstromen. Het onderwerp “verpakkingen” is niet geëvalueerd als materiaal voor de Groep. De strategieën van VGP voor afvalvermindering en afvalbeheer worden gedetailleerd beschreven in deel 4.2.2.6.
Alle hoeveelheden in de onderstaande tabellen zijn:
— afval afkomstig van de eigen activiteiten van VGP, dat wil zeggen afval waarover VGP rechtstreekse controle heeft en waarvoor het bedrijf verantwoordelijk is via een afvalbeheerscontract (binnen de perimeter van zijn vaste activaportefeuille volgens de materialiteitsanalyse). Dit betreft doorgaans de activiteiten van de hoofdkantoren van VGP;
— afval van het huursegment, waaronder afval dat rechtstreeks door onderaannemers wordt beheerd, zoals onderhoudsafval of afval dat wordt gegenereerd door huurders die een specifiek afvalbeheerovereenkomst voor hun unit hebben;
— afval van ontwikkelingsprojecten, dat wil zeggen afval dat wordt gegenereerd door (onder)aannemers op de bouwplaats van een ontwikkelingsproject van VGP
— Het enige gevaarlijke afval dat in de activa van VGP kan worden geproduceerd, heeft betrekking op elektrische en elektronische apparatuur die rechtstreeks door VGP wordt beheerd. Alle andere gevaarlijke afvalstoffen worden rechtstreeks beheerd door de onderhoudsaannemers (of andere onderaannemers) die daarvoor verantwoordelijk zijn.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 320
| Totaal geproduceerd afval (in ton) en uitsplitsing naar verwijderingsroutes (%) | Eigen kantoren van VGP | VGP-huurders | VGP-bouwplaatsen | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Totaal afval in 2025 (metrische ton) | 9,4 | 7.114 | 115.425 | 122.548 |
| Waarvan gerecycled afval (%) | 36% | 33% | 94% | 90% |
| Waarvan teruggewonnen afval (%) (afval-naar-energie) | 53% | 6% | 0% | 0% |
| Waarvan niet teruggewonnen (%) | 11% | 61% | 6% | 9% |
| 2024 vergelijkbaar afval (metrische ton) | 1,3 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| 2025 vergelijkbaar afval (metrische ton) | 1,4 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| 2025/2024 verandering (%) | 8% | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
4.2.2.6.7 Beoogde Financiële Effecten van Risico’s en Kansen wat betreft Materiaalgebruik en Circulaire Economie (ESRS E5-6)
De beoogde financiële effecten van het grondstoffenverbruik zijn in overeenstemming met de schattingen voorgesteld in deel 4.2.1.4.2 Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring van de onderneming.
4.2.2.7 Informatieverschaffing Overeenkomstig Artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening)
4.2.2.7.1 Context
De EU-Taxonomie introduceert een uniform classificatiesysteem om het duurzaamheidsniveau van investeringen te bepalen, teneinde kapitaal aan te trekken voor de financiering van de ecologische transitie van de EU. De duurzaamheid van een financieel instrument wordt bepaald door het aandeel duurzame economische activiteiten dat het in zijn portefeuille financiert. Bijgevolg moeten alle economische activiteiten die onder het toepassingsgebied van de EU-Taxonomie vallen (d.w.z. “in aanmerking komende” activiteiten) worden gescreend op hun milieu impacts, op basis van de milieucriteria (“Technische Screeningcriteria”, “Technical Screening Criteria” (“TSC”)) die zijn gedefinieerd in de Gedelegeerde Handelingen van de EU-Taxonomie. Om als ecologisch duurzaam te worden beschouwd, moet een economische activiteit substantieel bijdragen aan ten minste 1 van de 6 volgende “milieudoelstellingen”, zonder schade te berokkenen aan de andere doelstellingen en voldoen aan “minimumgaranties” met betrekking tot sociale en ethische normen:
— Mitigatie van klimaatverandering;
— Adaptatie aan klimaatverandering;
— Duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen;
— Transitie naar een circulaire economie;
— Preventie en bestrijding van verontreiniging; en
— Bescherming en herstel van de biodiversiteit en ecosystemen
De EU-Taxonomie is een belangrijke stap op weg naar de doelstelling van de EU om in 2050 klimaatneutraal te zijn. De vastgoedsector komt volgens de EU-Taxonomie in aanmerking voor mitigatie van klimaatverandering, adaptatie aan klimaatverandering en transitie naar een circulaire economie.
4.2.2.7.2 Toepassing op VGP-Activiteiten
VGP zet zich in om te voldoen aan de vereisten van deze nieuwe EU-Taxonomie en om zijn prestaties in de komende jaren te verbeteren en zo bij te dragen aan de bredere milieutransitie van de EU. Als ontwikkelaar en exploitant van activa kunnen de belangrijkste in aanmerking komende activiteiten van VGP worden onderverdeeld in de volgende 3 categorieën:
- 7.1: “stand-alone” Bouwen van nieuwe gebouwen: gebouwen die VGP ontwikkelt.
- 7.2: “transitie” Renovatie van bestaande gebouwen: gebouwen die VGP herontwikkelt boven de drempelwaarden voor “ingrijpende renovatie” volgens lokale bouwverordeningen die Richtlijn 2010/31/EU implementeren (werkzaamheden die ten minste 25% van de totale activawaarde vertegenwoordigen – de grond niet meegerekend – of die meer dan 25% van het oppervlak van de bouwschil betreffen).
- 7.3: “Stand-alone” Verwerving en eigendom van gebouwen: gebouwen die VGP (deels) in eigendom heeft en exploiteert voor eigen rekening (of voor rekening van zijn joint ventures), inclusief gebouwen in ontwikkeling of herontwikkeling die de drempels voor “ingrijpende renovatie” niet overschrijden.
Naast de bovenstaande categorieën koopt VGP apparatuur en diensten in “individuele maatregelen” die een vermindering van broeikasgasemissies “mogelijk maken”. Deze kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën:
- 7.4: Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte apparatuur;
- 7.5: Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor EV’s in gebouwen (en parkeerplaatsen bij gebouwen)(3);
- 7.6: Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen; en
- 7.7: Installatie, onderhoud en reparatie van hernieuwbare energietechnologieën.
De zes milieudoelstellingen van de EU-Taxonomie
* Beperking van klimaatverandering
* Aanpassing aan klimaatverandering
* Duurzaamheid en bescherming van water en mariene hulpbronnen
* Transitie naar circulaire economie
* Bestrijding van verontreiniging en preventie
* Bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 321# EU-Taxonomie-afstemming in beursgenoteerd vastgoed (epra.com)
De onderstaande grafiek bevat een samenvatting van de boven- genoemde milieucriteria (“Technische Screeningcriteria”, “Technical Screening Criteria” (“TSC”)) die zijn gedefinieerd in de gedelegeerde handelingen van de EU-Taxonomie voor sub- stantiële bijdragen die door VGP worden toegepast voor elke categorie van zijn in aanmerking komende activiteiten, in zijn gehele portefeuille. De grafiek is gebaseerd op de EPRA Guide for EU Taxonomy 1 : De bovenstaande “faciliterende” categorieën worden ver- der beschreven in de alinea “Individuele maatregelen” van deel 2.2.7.6 Aandeel van Afgestemde Activiteiten van VGP. De Gede- legeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie van 6 juli 2021 tot aanvulling van de EU-Taxonomie specificeert het toe- passingsgebied, de methode en de rapporteringvereisten voor financiële en niet-financiële ondernemingen met betrekking tot het aandeel van ecologisch duurzame economische activitei- ten in hun bedrijfs-, investerings- of kredietverleningsactivitei- ten. Het werk dat VGP heeft gedaan om zijn geschiktheid vast te stellen en zijn KPI’s op elkaar af te stemmen is gebaseerd op deze verordening en de bijbehorende methodologie wordt hier- onder voorgesteld.
- Opmerking 1: Ontwikkeling van bouwprojecten voor residentiële en niet-residentiële gebouwen door het samenbrengen van financiële, technische en fysieke middelen om de bouwprojecten te realise- ren voor latere verkoop en de bouw van complete gebouwen, voor eigen rekening voor verkoop, voor een vast bedrag of op contractbasis
- Opmerking 2: Bouw- en civieltechnische werken of voorbereiding daarvan
- Opmerking 3: Onroerend goed kopen en het eigendom van dat onroerend goed uitoefenen.
| Key activities of the TSC for Construction and Real Estate | ||
|---|---|---|
| Bouw en renovatie | 7.1 | Nieuwbouw (zie opmerking 1) |
| 7.2 | Renovatie van bestaande gebouwen (zie opmerking 2) | |
| Installatie, onderhoud en reparatieactiviteiten | 7.3 | Individuele renovatiemaatregelen bestaande uit Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte apparatuur |
| 7.4 | Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen (en parkeerplaatsen bij gebouwen) | |
| 7.5 | Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen | |
| 7.6 | Installatie, onderhoud en reparatie van hernieuwbare energietechnologieën | |
| Aankoop en eigendom | 7.7 | Aankoop en eigendom van gebouwen (zie opmerking 3) |
- Categorieën: Autonoom, Overgang, Faciliterend, Faciliterend, Faciliterend, Faciliterend, Autonoom.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 322
4.2.2.7.3 Aandeel van in Aanmerking Komende Activiteiten van VGP
Als eerste stap bij de toepassing van EU-Taxonomie moeten ven- nootschappen bepalen welke van hun activiteiten “in aanmer- king komen”, d.w.z. onder de Gedelegeerde Handelingen van de EU-Taxonomie vallen. Hiertoe worden drie KPI’s gerappor- teerd: het aandeel van in aanmerking komende activiteiten in de inkomsten, CAPEX (kapitaaluitgaven) en OPEX (operationele uit- gaven) van de Vennootschap.
Resultaten van in Aanmerking Komende Activiteiten van VGP in 2025 (31. 12. 2025)
| Inkomsten (€ ‘000) | In aan- merking komende activiteiten | Niet in aan- merking komende activiteiten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Bruto huurinkomsten | 86.737 | — | 86.737 |
| Inkomsten uit vastgoed- en faciliteitenbeheer | 49.579 | — | 49.579 |
| Inkomsten uit vastgoedontwikkeling | 2.479 | — | 2.479 |
| Inkomsten uit hernieuwbare energie | 11.907 | — | 11.907 |
| Totaal gerapporteerde inkomsten | 150.702 | — | 150.702 |
In aanmerking komende activiteiten op basis van de proportioneel Geconsolideerde Winst- en Verliesrekening en balans van de Groep (31. 12. 2025)
| Inkomsten (€ ‘000) | In aan- merking komende activiteiten | Niet in aan- merking komende activiteiten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Bruto huurinkomsten | 235.484 | — | 235.484 |
| Inkomsten uit vastgoed- en faciliteitenbeheer | 49.579 | — | 49.579 |
| Inkomsten uit vastgoedontwikkeling | 2.479 | — | 2.479 |
| Inkomsten uit hernieuwbare energie | 11.907 | — | 11.907 |
| Totaal gerapporteerde inkomsten | 299.449 | — | 299.449 |
| Kapitaaluitgaven (“CAPEX”) (€ ‘000) | In aan- merking komende activiteiten | Niet in aan- merking komende activiteiten | Totaal |
|---|---|---|---|
| CAPEX op vastgoedbeleggingen | 651.743 | — | 651.743 |
| Investeringen in materiële vaste activa (tangible assets) | 20.454 | 3.649 | 24.103 |
| CAPEX op immateriële activa | — | — | — |
| Totale CAPEX beoordeeld voor afstemming op EU-taxonomie | 672.197 | 3.649 | 675.846 |
| Operating Expenditure (“OPEX”) (€ ‘000) | In aan- merking komende activiteiten | Niet in aan- merking komende activiteiten | Totaal |
|---|---|---|---|
| Netto exploitatiekosten van onroerend goed minus inkomsten uit servicekosten | 33.230 | — | 33.230 |
| Totale OPEX beoordeeld voor afstemming op EU-taxonomie | 33.230 | — | 33.230 |
4.2.2.7.4 Methodologie van de KPI-berekening
Toewijzingsregels aan de Noemers — Zoals gedefinieerd in de bovengenoemde Gedelegeerde Verordening, werden de totale bruto-inkomsten en de totale CAPEX (kapitaaluitgaven) bepaald in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (“IFRS”) die worden toegepast op VGP-activiteiten en in overeenstem- ming met de jaarrekening:
- Totale inkomsten = GRI + inkomsten uit vastgoedont- wikkeling en projectmanagement + inkomsten uit vast- goeddiensten en andere activiteiten + inkomsten uit servicekosten;
- Totale CAPEX (kapitaaluitgaven) = CAPEX op vastgoed- beleggingen + bewegingen in de consolidatiekring op vastgoedbeleggingen + CAPEX op materiële vaste activa + CAPEX op immateriële vaste activa; en
- Alleen volledig geconsolideerde vennootschappen wor- den opgenomen in het toepassingsgebied en KPI’s wor- den gerapporteerd op IFRS-basis (niet bij proportionele consolidatie).
— De Gedelegeerde Verordening vereist dat de gerapporteerde OPEX (operationele uitgaven) in de noemer beperkt blijven tot kosten in verband met renovatie, onderhoud en repara- tie van gebouwen, verhuur op korte termijn en onderzoek en ontwikkeling. De OPEX van de VGP zijn geconsolideerd in andere categorieën dan de categorieën die zijn gedefi nieerd in het toepassingsgebied van deze verordening. Daarom was voor de berekening van de totale OPEX een bottom-up bena- dering nodig die niet was gebaseerd op geconsolideerde jaarrekeningen:
- VGP heeft de in aanmerking komende OPEX-categorieën geïdentificeerd op basis van zijn jaarlijkse budgetten op land-/activaniveau waarin analytische uitsplitsingen van operationele kosten beschikbaar zijn;
- In het noemerbereik werden 4 OPEX-categorieën gese- lecteerd: Totale OPEX = OPEX voor reiniging + OPEX voor onderhoud + OPEX voor verticaal transport + OPEX voor werkzaamheden(1); en
- OPEX werden gerapporteerd volgens dezelfde conso- lidatieregels als voor reparatie en CAPEX: kijken naar activa die volledig geconsolideerd zijn in de jaarrekening en rapporteren van KPI’s op basis van IFRS (niet volgens proportionele consolidatie).
Toewijzingsregel aan de Tellers: Bepaling van in Aanmerking komende Activiteiten
- Om het in aanmerking komend deel van de omzet (teller) te bepalen, werden de VGP-inkomstencategorieën gescreend op basis van de kwalitatieve definities van de betrokken activiteiten in de Gedelegeerde Handelingen: van de hier- boven genoemde inkomstencategorieën worden alleen brutohuuropbrengsten (“gross rental income”, “GRI”) (inkomsten uit de verwerving van en eigendom over gebou- wen) en inkomsten uit vastgoedontwikkeling en projectbe- heer (inkomsten uit de bouw van nieuwe gebouwen) geacht in aanmerking te komen voor de EU Taxonomie. Inkomsten uit diensten op het gebied van onroerend goed en andere activiteiten zijn uitgesloten van het toepassingsgebied;
- Om het in aanmerking komend aandeel van de CAPEX (kapitaaluitgaven) (teller) te bepalen, worden de VGP-inves- teringscategorieën gescreend aan de hand van de kwali- tatieve definities in de Gedelegeerde Handelingen van de activiteiten die eronder vallen: van de hierboven genoemde investeringscategorieën worden alleen CAPEX voor vast- goedbeleggingen en bewegingen in de reikwijdte van vast- goedbeleggingen geacht in aanmerking te komen voor de EU-Taxonomie. CAPEX op meubilair en immateriële activa zijn uitgesloten van het toepassingsgebied;
- Het in aanmerking komend aandeel van de OPEX (operatio- nele uitgaven) (teller) wordt geacht dezelfde OPEX-catego- rieën te omvatten als voor de OPEX-noemer, die specifi ek worden opgesomd in de Gedelegeerde Verordening waarin de in aanmerking te nemen uitgaven worden gedefi nieerd; en
- De laatste stap voor het berekenen van de reparatie-, CAPEX- en OPEX-cijfers was het identificeren van alle VGP-activiteiten, activatypes of rechtspersonen die buiten het toepassingsgebied van de Gedelegeerde Handelingen zouden vallen. Alle VGP-activiteiten komen in aanmerking om te worden opgenomen in de tellers.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 323
4.2.2.7.5 Verifi catie van Afgestemde Activiteiten door een derde
Om een verificatie door een derde te verkrijgen van de confor- miteit van de activa van VGP met de EU-Taxonomiecriteria, heeft VGP gebruik gemaakt van de ESG-verificatiedienst van DGNB 1 voor de vastgoedsector. Deze dienst is van toepassing op drie werkgebieden die zijn gedefinieerd in de taxonomie – 7.1 nieuw- bouw, 7.2 renovatie en 7.7 verwerving en eigendom – en is geba- seerd op de criteria die momenteel van toepassing zijn in de taxonomie, maar omvat ook arbeidsnormen, sociale normen en goed bestuur door de activabeheerder.
Naast het bewijs dat het gebouw voldoet aan de EU-Taxono- mie, ontving VGP een verslag over elk pand dat aan het proces werd onderworpen, met daarin de resultaten en dus informa- tie over waar er nog behoefte is aan verbetering. De ESG-verifi- catiedienst wordt gezamenlijk aangeboden door DGNB en zijn partners in de Climate Positive Europe Alliance (CPEA) 2 . Daarbij worden uniforme principes gehanteerd die in heel Europa van toepassing zijn.| Totaal (miljoen euro) | EU-Taxonomie geverifieerd | In verificatieproces of gerealiseerd | | | |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| | € miljoen | % | € miljoen | % | |
| Activa (joint ventures voor 100%) | 7.941 | 3.791 | 48% | 5.392 | 68% |
| Activa (joint ventures naar aandeel) | 4.824 | 2.105 | 44% | 3.301 | 68% |
| Activa (VGP NV) 3 | 1.494 | 181 | 12% | 945 | 63% |
1 Deutsche Gesellschaft für Nachhaltiges Bauen (DGNB GmbH): Duitse Vennootschap voor Duurzaam Bouwen: Europa’s grootste netwerk voor duurzaam bouwen en nummer 2 wereldwijd, met meer dan 2.300 aangesloten organisaties (www.dgnb.de)
2 ESG-verificatie voor de EU-Taxonomie – https://www.cpea.eu/su-fi/esg-verification-for-the-eu-taxonomy/
3 Inclusief 768 miljoen euro aan ontwikkelingsgrondreserves
4.2.2.7.6 Aandeel van Afgestemde Activiteiten van VGP
Het tweede deel van de toepassing van EU-Taxonomie bestaat uit het screenen en rapporteren van het aandeel van ecologisch duurzame of “afgestemde” activiteiten. Daartoe moeten 3 KPI’s worden gerapporteerd: het aandeel van afgestemde activiteiten in de inkomsten, CAPEX en OPEX van de Vennootschap.
2025 Resultaten van Aandeel van Afgestemde Activiteiten van VGP
De cijfers voor de afstemming op de taxonomie worden berekend in overeenstemming met de templates vastgesteld door de Europese Commissie: op basis van de totale activiteit (inclusief niet-in aanmerking komende activiteiten) en inclusief de inkomsten uit servicekosten, in overeenstemming met de IFRS-boekhoudnormen, worden hieronder weergegeven.
| Gebaseerd op de door de Groep gerapporteerde geconsolideerde winst-en-verliesrekening en balans volgens IFRS | Gebaseerd op de proportioneel geconsolideerde winst-en-verliesrekening en balans van de Groep | |||
|---|---|---|---|---|
| Aandeel in de omzet/totale omzet (2025) | Aandeel in de omzet/totale omzet (2025) | |||
| Afgestemd op taxonomie per doelstelling | Taxonomie-geschikt per doelstelling | Afgestemd op taxonomie per doelstelling | Taxonomie-geschikt per doelstelling | |
| Klimaatverandering (CCM) | 30% | 100% | 38% | 100% |
| Aanpassing aan klimaatverandering (CCA) | — | — | — | — |
| Water en mariene hulpbronnen (WTR) | — | — | — | — |
| Circulaire economie (CE) | — | 2% | — | 1% |
| Preventie en bestrijding van verontreiniging (PPC) | — | — | — | — |
| Biodiversiteit en ecosystemen (BIO) | — | — | — | — |
| Aandeel OpEx/Totale OpEx (2025) | Aandeel OpEx/Totale OpEx (2025) | |||
|---|---|---|---|---|
| Afgestemd op taxonomie per doelstelling | Taxonomie-geschikt per doelstelling | Afgestemd op taxonomie per doelstelling | Taxonomie-geschikt per doelstelling | |
| Klimaatverandering (CCM) | 30% | 100% | 38% | 100% |
| Aanpassing aan klimaatverandering (CCA) | — | — | — | — |
| Water en mariene hulpbronnen (WTR) | — | — | — | — |
| Circulaire economie (CE) | — | 2% | — | 1% |
| Preventie en bestrijding van verontreiniging (PPC) | — | — | — | — |
| Biodiversiteit en ecosystemen (BIO) | — | — | — | — |
| Aandeel CapEx/Totale CapEx (2025) | Aandeel CapEx/Totale CapEx (2025) | |||
|---|---|---|---|---|
| Afgestemd op taxonomie per doelstelling | Taxonomie-geschikt per doelstelling | Afgestemd op taxonomie per doelstelling | Taxonomie-geschikt per doelstelling | |
| Klimaatverandering (CCM) | 80% | 100% | 78% | 100% |
| Aanpassing aan klimaatverandering (CCA) | — | — | — | — |
| Water en mariene hulpbronnen (WTR) | — | — | — | — |
| Circulaire economie (CE) | — | 100% | — | 100% |
| Preventie en bestrijding van verontreiniging (PPC) | — | — | — | — |
| Biodiversiteit en ecosystemen (BIO) | — | — | — | — |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 324
Omzet KPI – VGP NV Geconsolideerd
| Economische activiteiten | Code | Absolute omzet (€ ‘000) | Aandeel in de omzet | Criteria voor substantiële bijdrage | DNSH-criteria | Minimale waarborgen | Taxonomie-afgestemd aandeel van de inkomsten jaar N-1 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| E | T | CCM | CCA | ||||
| A. Activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie | |||||||
| A.1 Milieuduurzame activiteiten | |||||||
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (in aanbouw) | 7.1 | 801 | 0,5% | Y | N/EL | N/EL | N |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (aan het einde) | 7.1 | 32.193 | 21,4% | Y | N/EL | N/EL | N |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | 11.938 | 7,9% | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| 7.6 Installatie/onderhoud hernieuwbare energie | 7.6 | 212 | 0,1% | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| E Inkomsten uit ecologisch duurzame activiteiten (A.1) | 45.144 | 30,0% | |||||
| A.2 Activiteiten in aanmerking komen maar niet duurzaam | |||||||
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen | 7.1 | 1.678 | 1,1% | Y | N/EL | N/EL | N |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | 96.321 | 63,9% | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| 7.6 Installatie/onderhoud hernieuwbare energie | 7.6 | 7.560 | 5,0% | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| Inkomsten uit activiteiten (A.2) | 105.558 | 70,0% | |||||
| A. Inkomsten uit activiteiten die in aanmerking komen (A.1+A.2) | 150.702 | 100,0% | |||||
| B. Inkomsten uit activiteiten die niet in aanmerking komen | —— | ||||||
| Totaal A.+B. | 150.702 | 100,0% |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 325
OpEx KPI – VGP NV Geconsolideerd
| Economische activiteiten | Code | Absolute OpEx (€ ‘000) | Aandeel van OpEx | Criteria voor substantiële bijdrage | DNSH-criteria | Minimale waarborgen | Taxonomie-conform aandeel van OpEx jaar N-1 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| E | T | CCM | CCA | ||||
| A. Activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie | |||||||
| A.1 Milieuduurzame activiteiten | |||||||
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (in aanbouw) | 7.1 | 53 | 0,5% | Y | N/EL | N/EL | N |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (aan het einde) | 7.1 | 2.123 | 21,4% | Y | N/EL | N/EL | N |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | 787 | 7,9% | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| 7.6 Installatie/onderhoud hernieuwbare energie | 7.6 | 14 | 0,1% | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| E OpEx van ecologisch duurzame activiteiten (A.1) | 2.977 | 30,0% | |||||
| A.2 Activiteiten in aanmerking komen maar niet duurzaam | |||||||
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen | 7.1 | — | — | Y | N/EL | N/EL | N |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | 6.960 | 70% | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| 7.6 Installatie/onderhoud hernieuwbare energie | 7.6 | — | — | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| OpEx van activiteiten (A.2) | 6.960 | 70% | |||||
| A. OpEx van activiteiten die in aanmerking komen (A.1+A.2) | 9.937 | 100,0% | |||||
| B. OpEx van activiteiten die niet in aanmerking komen | —— | ||||||
| Totaal A.+B. | 9.937 | 100,0% |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 326
CapEx KPI – VGP NV Geconsolideerd
| Economische activiteiten | Code | Absolute CapEx (€ ‘000) | Aandeel CapEx | Criteria voor substantiële bijdrage | DNSH-criteria | Minimale waarborgen | Taxonomie-conform aandeel van CapEx jaar N-1 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| E | T | CCM | CCA | ||||
| A. Activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie | |||||||
| A.1 Milieuduurzame activiteiten | |||||||
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (in aanbouw) | 7.1 | 526.504 | 77,6% | Y | N/EL | N/EL | N |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (aan het einde) | 7.1 | 14.846 | 2,2% | Y | N/EL | N/EL | N |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | 3.033 | 0,4% | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| 7.6 Installatie/onderhoud hernieuwbare energie | 7.6 | — | — | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| E CapEx van ecologisch duurzame activiteiten (A.1) | 544.383 | 80,2% | |||||
| A.2 Activiteiten in aanmerking komen maar niet duurzaam | |||||||
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen | 7.1 | 125.239 | 18,5% | Y | N/EL | N/EL | N |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | — | — | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| 7.6 Installatie/onderhoud hernieuwbare energie | 7.6 | 5.281 | 0,8% | Y | N/EL | N/EL | N/EL |
| CapEx van activiteiten (A.2) | 130.520 | 19,2% | |||||
| A. CapEx van activiteiten die in aanmerking komen (A.1+A.2) | 674.904 | 99,5% | |||||
| B. CapEx van activiteiten die niet in aanmerking komen | 3.649 | 0,5% | |||||
| Totaal A.+B. | 678.553 | 100,0% |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 327
Omzet KPI – Proportioneel (inclusief joint ventures naar aandeel)
| Economische activiteiten | Code | Absolute omzet (€ ‘000) | Aandeel in de omzet | Criteria voor substantiële bijdrage | DNSH-criteria | Minimale waarborgen | Taxonomie-afgestemd aandeel van de inkomsten jaar N-1 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| E | T | CCM | CCA | ||||
| A. Activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie |
| Economische activiteiten | Code | Absolute OpEx (€ '000) | Aandeel van OpEx | Criteria voor substantiële bijdrage | DNSH-criteria | Minimale waarborgen | Taxonomie-conform aandeel van OpEx jaar N-1 | Categorie (faciliterende activiteit) | Categorie (ondersteunende activiteit) |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| A.1 Milieuduurzame activiteiten (in overeenstemming met de taxonomie) | | | | CCM | CCA | WTR | CE | PPC | BIO | CCM | CCA | WTR | CE | PPC | BIO | | | | |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (in aanbouw aan het einde van het jaar) | 7.1 | 801 | 0,3% | Y | N/EL | N/EL | N | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 0,7% | | |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (aan het einde van het jaar) | 7.1 | 56.391 | 18,8% | Y | N/EL | N/EL | N | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 1,1% | | |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | 56.668 | 18,9% | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 17,3% | | |
| 7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën voor hernieuwbare energie | 7.6 | 212 | 0,1% | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 0,1% | | |
| E Inkomsten uit ecologisch duurzame activiteiten (taxonomie-conforme activiteiten A.1) | | 114.073 | 38,1% | | | | | | | | | | | | | | | | |
| A.2 Activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie maar niet milieuduurzaam zijn (niet-taxonomiegerichte activiteiten) | | | | | | | | | | | | | | | | | | | |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen | 7.1 | 951 | 0,3% | Y | N/EL | N/EL | N | N/EL | N/EL | | | | | | | | 0,0% | | |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | 176.866 | 59,1% | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | | | | | | | | 78,1% | | |
| 7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën voor hernieuwbare energie | 7.6 | 7.560 | 2,5% | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | | | | | | | | 2,8% | | |
| Inkomsten uit activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie maar niet milieuduurzaam zijn (niet- taxonomiegerichte activiteiten) (A.2) | | 185.376 | 61,9% | | | | | | | | | | | | | | | | |
| A. Inkomsten uit activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie (A.1+A.2) | | 299.449 | 100,0% | | | | | | | | | | | | | | | | |
| B. Inkomsten uit activiteiten die niet in aanmerking komen voor de taxonomie (B) | | —— | | | | | | | | | | | | | | | | | |
| Totaal A.+B. | | 299.449 | 100,0% | | | | | | | | | | | | | | | | |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 328
OpEx KPI – Proportioneel (inclusief JV’s naar aandeel)
| Economische activiteiten | Code | Absolute OpEx (€ '000) | Aandeel van OpEx | Criteria voor substantiële bijdrage | DNSH-criteria | Minimale waarborgen | Taxonomie-conform aandeel van OpEx jaar N-1 | Categorie (facilite- rende acti- viteit) | Categorie (onder- steunende activiteit) |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| A. Activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie | | | | CCM | CCA | WTR | CE | PPC | BIO | CCM | CCA | WTR | CE | PPC | BIO | | | | |
| A.1 Milieuduurzame activiteiten (in overeenstemming met de taxonomie) | | | | | | | | | | | | | | | | | | | |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (in aanbouw aan het einde van het jaar) | 7.1 | 89 | 0,3% | Y | N/EL | N/EL | N | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 0,7% | | |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (aan het einde van het jaar) | 7.1 | 6.258 | 18,8% | Y | N/EL | N/EL | N | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 1,1% | | |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | 6.288 | 18,9% | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 17,3% | | |
| 7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën voor hernieuwbare energie | 7.6 | 24 | 0,1% | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 0,1% | | |
| E OpEx van ecologisch duurzame activiteiten (taxonomie-conforme activiteiten A.1) | | 12.659 | 38,1% | | | | | | | | | | | | | | | | |
| A.2 Activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie maar niet milieuduurzaam zijn (niet-taxonomiegerichte activiteiten) | | | | | | | | | | | | | | | | | | | |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen | 7.1 | — | — | Y | N/EL | N/EL | N | N/EL | N/EL | | | | | | | | 0,0% | | |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | 20.571 | 61,9% | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | | | | | | | | 0,0% | | |
| 7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën voor hernieuwbare energie | 7.6 | — | — | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | | | | | | | | 80,9% | | |
| OpEx van activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie maar niet milieuduurzaam zijn (niet- taxonomiegerichte activiteiten) (A.2) | | 20.571 | 61,9% | | | | | | | | | | | | | | | | |
| A. OpEx van activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie (A.1+A.2) | | 33.230 | 100,0% | | | | | | | | | | | | | | | | |
| B. OpEx van activiteiten die niet in aanmerking komen voor taxonomie (B) | | —— | | | | | | | | | | | | | | | | | |
| Totaal A.+B. | | 33.230 | 100,0% | | | | | | | | | | | | | | | | |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 329
CapEx KPI – Proportioneel (inclusief joint ventures naar aandeel)
| Economische activiteiten | Code | Absolute CapEx (€ '000) | Aandeel CapEx | Criteria voor substantiële bijdrage | DNSH-criteria | Minimale waarborgen | Taxonomie- conform aandeel van CapEx jaar N-1 | Categorie (facilite- rende acti- viteit) | Categorie (onder- steunende activiteit) |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| A. Activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie | | | | CCM | CCA | WTR | CE | PPC | BIO | CCM | CCA | WTR | CE | PPC | BIO | | | | |
| A.1 Milieuduurzame activiteiten (in overeenstemming met de taxonomie) | | | | | | | | | | | | | | | | | | | |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (in aanbouw aan het einde van het jaar) | 7.1 | 526.504 | 77,9% | Y | N/EL | N/EL | N | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 2,1% | | |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen (aan het einde van het jaar) | 7.1 | 14.846 | 2,2% | Y | N/EL | N/EL | N | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 1,7% | | |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | 3.033 | 0,4% | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 8,7% | | |
| 7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën voor hernieuwbare energie | 7.6 | — | — | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | 0,0% | | |
| E CapEx van ecologisch duurzame activiteiten (taxonomie-conforme activiteiten A.1) | | 544.383 | 80,5% | | | | | | | | | | | | | | | | |
| A.2 Activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie maar niet milieuduurzaam zijn (niet-taxonomiegerichte activiteiten) | | | | | | | | | | | | | | | | | | | |
| 7.1 Bouw van nieuwe gebouwen | 7.1 | 125.239 | 18,5% | Y | N/EL | N/EL | N | N/EL | N/EL | | | | | | | | 84,5% | | |
| 7.7 Verwerving en eigendom van gebouwen | 7.7 | — | — | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | | | | | | | | 0,0% | | |
| 7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën voor hernieuwbare energie | 7.6 | 2.574 | 0,4% | Y | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | N/EL | | | | | | | | 2,5% | | |
| CapEx van activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie maar niet milieuduurzaam zijn (niet- taxonomiegerichte activiteiten) (A.2) | | 127.813 | 18,9% | | | | | | | | | | | | | | | | |
| A. CapEx van activiteiten die in aanmerking komen voor taxonomie (A.1+A.2) | | 672.197 | 99,5% | | | | | | | | | | | | | | | | |
| B. CapEx van activiteiten die niet in aanmerking komen voor taxonomie (B) | | 3.649 | 0,5% | | | | | | | | | | | | | | | | |
| Totaal A.+B. | | 675.846 | 99,6% | | | | | | | | | | | | | | | | |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 330
Commentaar op de Afstemmingscijfers voor 2025, inclusief Niet In Aanmerking Komende Activiteiten
Het CAPEX-afstemmingsdeel van VGP wordt voornamelijk bepaald door zijn ontwikkelingsprojecten, waaronder projecten met betrekking tot activa die al in de bestaande portefeuille aanwezig zijn. Met meer dan 80% van de CAPEX die is afgestemd (inclusief projecten die momenteel worden geverifieerd) 1 op de klimaatdoelstellingen, tonen de investeringen van de Groep aan dat VGP streeft naar hoge milieunormen en de versterking van interne richtlijnen. De verbreding van de gescreende perimeter, de actualisering van de Energieprestatiecertificaten, de verbetering van de energieprestaties van de portefeuille en de benchmarks die voor de analyse in 2025 in aanmerking worden genomen, hebben positief bijgedragen aan de stijging van het aandeel van de afgestemde inkomsten. Aangezien de afstemmingscijfers van de OpEx van VGP gekoppeld zijn aan de screening van activa die voor inkomsten wordt uitgevoerd, zijn ze parellel gestegen. Niettemin moeten de cijfers over de afstemming op de EU-Taxonomie zorgvuldig worden geanalyseerd in het licht van de toepasselijke afstemmingscriteria en geven ze niet noodzakelijkerwijs de absolute milieuprestaties van de portefeuille van VGP weer. Wat bijvoorbeeld vaste activa voor de klimaatmitigatiedoelstelling betreft, kan, aangezien de beoordeling van de afstemming gebaseerd is op relatieve vergelijkingen met lokale regelgeving en benchmarks die in sommige landen strenger zijn dan andere, en niet op absolute prestaties, sommige activa met een betere energie-intensiteit als “niet afgestemd” worden beschouwd, terwijl minder goed presterende activa wel “afgestemd” zijn. Meer informatie over de vertaling van de EU-Taxonomie-screeningcriteria naar de portefeuille van VGP en de beperkingen daarvan wordt gegeven in het volgende deel.
NB: VGP heeft obligaties uitgegeven in het kader van zijn Sustainable Finance Framework, en de opbrengsten van deze obligaties worden toegewezen aan in aanmerking komende activa en projecten, met inbegrip van activiteiten die in overeenstemming zijn met de EU-Taxonomie, zoals weergegeven in de toewijzingstabellen van de EU-Taxonomie. Meer details over de toewijzing van de opbrengsten zijn te vinden in het Sustainable Bond Allocation Report dat beschikbaar is op de website van de Groep.
Commentaar op de Afstemmingscijfers voor 2025 onder de In Aanmerking Komende Activiteiten
De cijfers voor de taxonomie-afstemming in de onderstaande overzichtstabel werden berekend op basis van de in aanmerking komende activiteiten. Er werden twee consolidatiemethoden toegepast: activa die zijn geconsolideerd in overeenstemming met de IFRS-boekhoudnormen volgens de vermogensmutatiemethode, en activa die zijn geconsolideerd volgens de proportionele methode, waarbij ook activa zijn opgenomen die worden aangehouden in de entiteiten die eigendom zijn van de joint ventures, teneinde de afstemming te valoriseren van activa in de portefeuille van VGP die niet ook in de IFRS-methodologie worden verantwoord. In deze specifieke tabel zijn de omzetlijnen die overeenkomen met kosten die worden doorberekend aan de huurders (inkomsten uit servicekosten) uitgesloten van de tellers en noemers, aangezien deze worden gecompenseerd door kosten in de rekeningen van de VGP. Alle hieronder voorgestelde afgestemde VGP-activiteiten, dragen in aanzienlijke mate bij aan de doelstelling van mitigatie van klimaatverandering. Het aandeel van VGP in de afstemming van de inkomsten wordt zowel bepaald door zijn bestaande activa als door de inkomsten uit ontwikkelingsprojecten op bestaande activa, aangezien 30% van zijn in aanmerking komende inkomsten is geverifieerd als zijnde afgestemd op de doelstelling van de mitigatie van klimaatverandering.
1 Aangezien de CAPEX betrekking heeft op projecten in aanbouw, wordt de verificatie van de afstemming op de EU-Taxonomie doorgaans pas na de voltooiing van de bouwwerkzaamheden uitgevoerd.Afstemmingscijfers (tussen in aanmerking komende activiteiten) – IFRS
| Afstemmingscijfers (onder in aanmerking komende activiteiten) – proportioneel | % Opbrengsten | % OpEx | % CapEx | % Opbrengsten | % OpEx | % CapEx |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vaste activa (7.7) | 7,9% | 7,9% | — | 18,9% | 18,9% | 0,5% |
| Vaste activa (7.1) | 21,4% | 21,4% | — | 18,8% | 18,8% | 2,2% |
| Ontwikkelingsprojecten (7.1) | 0,5% | 0,5% | 78,3% | 0,3% | 0,3% | 78,3% |
| Individuele maatregelen (7.3 tot 7.6) | 0,1% | 0,1% | — | 0,1% | 0,1% | — |
| Totaal | 30% | 30% | 78,3% | 38,1% | 38,1% | 81% |
VGP Park Rouen, Frankrijk
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 331
Milieutechnische Screeningcriteria (“Technical Screening Criteria”, afgekort “TSC”)
De bijlagen I en II bij Verordening (EU) 2020/852 van de Commissie van 4 juni 2021 en bijlage III bij de Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2486 van de Commissie van 27 juni 2023, tot aanvulling van de EU-Taxonomie, bevatten de milieutechnische screeningcriteria waaraan elke in aanmerking komende activiteit moet voldoen om in overeenstemming te zijn met de 6 doelstellingen. Deze criteria zijn tweeledig: criteria om na te gaan of activiteiten een substantiële bijdrage leveren aan elke milieudoelstelling, en criteria om ervoor te zorgen dat deze activiteiten DNSH zijn ten opzichte van alle andere milieudoelstellingen.
Sinds de bekendmaking van de gedelegeerde handelingen heeft VGP de regelgevingscriteria geïmplementeerd in toepasselijke elementen voor zijn eigen activiteiten en voor al zijn geografische locaties. Activiteiten die in aanmerking komen voor de EU-Taxonomie bestrijken een breed spectrum van de activiteiten van VGP, maar dit betekent niet automatisch dat de technische screeningcriteria (TSC) rechtstreeks op al deze activiteiten kunnen worden toegepast. In de praktijk kan de toepassing van bepaalde TSC aanvullende interpretatie of ondersteunende gegevensbronnen vereisen, met name wanneer geharmoniseerde benchmarks of openbaar beschikbare referentiewaarden voor specifieke gebouwtypes of markten beperkt zijn.
Hoewel de taxonomie bijvoorbeeld verwijst naar benchmarks zoals de top 15% van het gebouwenbestand voor bepaalde activiteiten, zijn deze drempels niet consistent gedefinieerd of openbaar beschikbaar voor alle commerciële vastgoedsegmenten in de EU-rechtsgebieden. In dergelijke gevallen kan VGP zich baseren op een combinatie van nationale regelgevingsinformatie, EPC-classificaties, benchmarks uit de sector en beoordelingen door deskundigen om de afstemming te bepalen. Bovendien kunnen de beschikbaarheid en granulariteit van operationele gegevens en verbeteringshefbomen per onderdeel van de portefeuille verschillen, wat de directe toepassing van bepaalde TSC kan beperken of het gebruik van redelijke proxies noodzakelijk kan maken.
Substantiële Bijdrage aan de Adaptatie aan Klimaatverandering
Hieronder volgt een samenvatting van de TSC-criteria voor een substantiële bijdrage aan de mitigatie van klimaatverandering onder 7.7 Verwerving en Eigendom van Gebouwen zoals gepubliceerd door EPRA in zijn EU Taxonomy alignment guide, toegepast door VGP op zijn bestaande gebouwenportefeuille.
Substantiële Bijdrage aan Adaptatie aan Klimaatverandering
In overeenstemming met de specificaties in FAQ 2022/C 385/01 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2485 van 27 juni 2023, die Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 wijzigt, heeft VGP zijn substantiële bijdrage aan de doelstelling van adaptatie aan klimaatverandering beoordeeld. Zoals eerder uitgelegd, ligt de primaire focus van VGP voor zijn gebouwenportefeuille op naleving van de criteria voor de mitigatie van klimaatverandering, en alleen CAPEX die verband houden met adaptatieplannen gericht op de mitigatie van de belangrijkste fysieke klimaatrisico’s, die van wezenlijk belang zijn voor zijn activa, werden beschouwd als in aanmerking komend en afgestemd met de Klimaatveranderingsdoelstelling.
Hoewel investeringen in verband met adaptatie aan klimaatrisico’s indien nodig in algemene CAPEX-plannen voor gebouwen zullen worden geïntegreerd, worden ze momenteel niet geboekt als een substantiële bijdrage aan de adaptatie aan klimaatverandering. In plaats daarvan worden de investeringen opgenomen in de categorie Mitigatie van Klimaatverandering, zolang het project in zijn geheel voldoet aan een dergelijk criterium. Daarom werden er voor 2025 geen CAPEX in de categorie Adaptatie aan Klimaatverandering gerapporteerd.
| JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | JA | NEE | NEE | NEE |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Is uw gebouw: Binnen de top 15% van het nationale of regionale gebouwenbestand in termen van PED? | Is dit voldoende aangetoond? | Vergelijkt het ten minste de prestaties van de gebouwen met de gebouwen die vóór 31 december 2020 zijn gebouwd en maakt het onderscheid tussen woningen en niet-woningen? | Is de PED minstens 10% lager dan de drempel voor NZEB (bijna-energieneutraal gebouw)? | Is de prestatie gecertificeerd met EPC? | Is het gebouw getest op luchtdichtheid en thermische integriteit en zijn afwijkingen in prestatieniveau gerapporteerd? | Of is er een robuust/traceerbaar kwaliteitscontroleproces tijdens de bouw? | Is het GWP gedurende de levenscyclus van de constructie berekend voor elke fase en op verzoek bekendgemaakt aan investeerders/klanten? | Is je gebouw groot en niet-residentieel? | Wordt er efficiënt gewerkt door middel van energieprestatiebewaking en -beoordeling? | De activiteit voldoet aan de TSC voor een wezenlijke bijdrage, de beoordeling van de uitlijning kan doorgaan naar de DNSH-controle. |
- Er zijn geen verdere controles. Aangezien het gebouw niet groter is dan 5.000 m² zijn er geen verdere controles.
- Heeft uw gebouw een EPC klasse A? De activiteit is niet afgestemd.
- De activiteit is niet afgestemd.
- De activiteit is niet afgestemd.
- De activiteit is niet afgestemd.
- Is je gebouw groter dan 5000 m²? NEE NEE NEE NEE NEE JA
- WERD HET GEBOUW GEBOUWD VÓÓR 31 DECEMBER 2020?
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 332
Substantiële Bijdrage aan de Transitie naar een Circulaire Economie
Via workshops, ondersteund door externe deskundigen, heeft VGP beoordeeld in hoeverre hij voldoet aan het onderdeel circulaire economie van de EU-Taxonomie (3.1. Bouw van nieuwe gebouwen). De Groep heeft een uitgebreide evaluatie uitgevoerd van alle TSC- en DNSH-vereisten voor zijn ontwikkelingsprojecten. Op dit moment vormen de beschikbaarheid van circulaire bouwmaterialen en de prijsstelling van duurzame alternatieven een uitdaging om te voldoen aan het criterium van substantiële bijdrage binnen economisch haalbare projectontwikkeling. Als gevolg daarvan werden er voor 2025 geen CAPEX gerapporteerd in deze categorie. We zullen dit criterium blijven monitoren en onze mogelijkheid om hieraan te voldoen bij toekomstige projecten opnieuw beoordelen.
Substantiële Bijdrage aan de Bescherming en het Herstel van Biodiversiteit en Ecosystemen
Om in overeenstemming te zijn met de bescherming en het herstel van biodiversiteit en ecosystemen volgens de EU-Taxonomie, moet een economische activiteit zorgen voor het behoud van de gezondheid van ecosystemen, soorten en habitats. Dit omvat de implementatie van een robuust beheer- of herstelplan met garanties voor duurzaamheid en onafhankelijke verificatie. Daarnaast is naleving van minimumgaranties vereist, zoals uiteengezet in artikel 18 van de EU-Taxonomie. Deze waarborgen bevatten essentiële principes, vereisten en richtlijnen om een verantwoorde uitvoering te waarborgen. Als onderdeel van de Biodiversiteitsstrategie van de Groep is deze classificatie van toepassing op belangrijke investeringen in biodiversiteit, met name wanneer compensatiegebieden voor biodiversiteit vereist zijn. Momenteel worden er geen CAPEX onder deze categorie gerapporteerd, maar potentiële investeringen zullen in de toekomst worden beoordeeld.
Criteria voor “geen ernstige afbreuk doen aan” (“Do Not Significant Harm” (“DNSH”)-Criteria”)
Adaptatie aan Klimaatverandering
Naar aanleiding van de publicatie van de Gedelegeerde Handeling Klimaat waarbij DNSH-criteria voor adaptatie aan klimaatverandering worden gespecifieerd, heeft VGP, om zijn activiteiten in overeenstemming te brengen met de criteria van de EU-Taxonomie, in 2023 zijn klimaatrisicobeoordelingsstudie bijgewerkt voor alle bestaande activa en ontwikkelingsprojecten van de Groep (zie deel 4.2.2.2.12 Beoogde Financiële Effecten van Materiële Fysieke en Transitierisico’s en Potentiële Klimaatkansen (ESRS E1-9)). In de beoordeling die is uitgevoerd als onderdeel van de EU-Taxonomie verificatie van onze gebouwen, heeft de DGNB bevestigd dat VGP voldoet aan de DNSH-criteria van de EU-Taxonomie. Bij de laatste klimaatrisicobeoordelingen werden de volgende stappen gevolgd:
-
De klimaatdeskundigen (externe adviseurs) hebben eerst een screening uitgevoerd van de klimaatgerelateerde gevaren die zijn opgenomen in Aanhangsel A van Bijlage I van de Gedelegeerde Handeling Klimaat om de gevaren te identificeren die het meest materieel zijn voor het bedrijf, op basis van het type gebouwen, het soort activiteiten en de geografische locatie van elk pand. De volgende gevaren werden in overweging genomen: overstromingen door rivieren en regen, zeespiegelstijging, droogtestress, hittestress, risico op bosbranden en aardbevingen;
-
Voor de in aanmerking genomen klimaatgerelateerde gevaren maakt de Groep gebruik van een externe database van Moody’s Physical Risks Assessment Tool en de deskundigen van Blue Auditor. Voor elk activum werden de waarden van de klimaatindicatoren opgehaald, op basis van hun locatie. Met deze tool kan de evolutie van dergelijke waarden als gevolg van klimaatverandering worden gemodelleerd, volgens verschillende scenario’s die zijn afgestemd op de meest recente prognoses van het IPCC (zie hieronder).De waarden van de klimaatindicatoren werden vervolgens vertaald in een algemene score voor de Beoordeling van het Klimaatrisico (impact/schade), variërend van 0% tot 100%; en 3. Als vervolg op de risico- en kwetsbaarheidsbeoordeling hebben de risico-ingenieurs van Blue Auditor de toereikendheid van de reeds genomen adaptatiemaatregelen beoordeeld en nieuwe maatregelen geïdentificeerd die moeten worden geïmplementeerd.
In 2025 heeft de Groep zijn methodologie voor klimaatrisicobeoordeling (Climate Risk Assessment, afgekort CRA) voor de gehele portefeuille geactualiseerd. De herziene aanpak beoordeelt de blootstelling aan 28 klimaatrisico’s met een grotere gedetailleerdheid, waarbij gebruik wordt gemaakt van toekomstgerichte scenario’s en, waar relevant, een evaluatie van de potentiële economische gevolgen. De beoordeling, uitgevoerd met behulp van het klimaatrisicoplatform van Blue Auditor, heeft betrekking op zowel bestaande activa als ontwikkelingsprojecten.
Ook de ernstindicatoren werden verfijnd; zo zijn de frequentie en ernst van overstromingen nu gebaseerd op een gesimuleerde geschiedenis van 1.000 jaar, afgeleid van geëxtrapoleerde observatiegegevens, ter vervanging van de vorige referentieperiode van 100 jaar. De methodologie voldoet volledig aan de EU-Taxonomie-eisen en werd gevalideerd door onafhankelijke DGNB- en EU-Taxonomiebeoordelaars.
In activa met het hoogste risico (gelegen in het Iberisch Schiereiland, dat gevoelig is voor droogte en extreme hitte) werd sindsdien extra geïnvesteerd om de waterafhankelijkheid te verminderen (zie ook deel 4.2.2.2.12 Beoogde Financiële Effecten van Materiële Fysieke en Transitierisico’s en Potentiële Klimaatkansen (ESRS E1-9)).
De klimaatscenario’s die door de deskundigen werden geselecteerd voor de analyse van de risico’s in verband met klimaatverandering tot het midden van de eeuw (2050), zijn de scenario’s SSP2-4.5 (“middle of the road”) en SSP5-8.5 (“pessimistisch”):
— SSP2-4.5 is in overeenstemming met het huidige klimaatbeleid en de 2030-doelstellingen; en
— SSP5-8.5 is het meest pessimistische scenario dat werd geselecteerd om onverwachte gebeurtenissen die van invloed zijn op de activa van de Groep te vermijden.
Voor de analyse werden 3 tijdsbestekken in aanmerking genomen, in overeenstemming met de verwachte levensduur van de activiteit en de aanwijzingen van de EU-Taxonomie:
— Basis: gemiddelde tussen de waarden van 1981 en 2010;
— 2030: gemiddelde tussen 2015 en 2044 waarden; en
— 2050: gemiddelde tussen de waarden van 2035 en 2064.
Andere DNSH-criteria
Voor ontwikkelingsprojecten die zijn geclassificeerd in de categorie ‘eigendom van gebouwen’ (7.7) zijn er geen aanvullende DNSH-criteria van toepassing, behalve die met betrekking tot adaptatie aan klimaatverandering. Voor renovaties en de bouw van nieuwe gebouwen voor derden (7.1/7.2) werd de analyse van de naleving van andere DNSH-criteria dan adaptatie aan klimaatverandering uitgevoerd op projectniveau met 2 afzonderlijke werkstromen, afhankelijk van de status van het project:
— Voor lopende projecten: projecten werden gescreend en geanalyseerd in hun huidige ontwikkelingsfase en waar mogelijk werden de technische criteria en/of studies met betrekking tot de DNSH op het gebied van water, circulaire economie en preventie van verontreiniging toegevoegd aan de ontwerpspecificaties van het project om de toekomstige naleving ervan te waarborgen. Wanneer de projecten te ver gevorderd waren om hun ontwerpkenmerken te wijzigen, werden ze beschouwd als “niet afgestemd” op de DNSH-criteria van de EU-Taxonomie als deze criteria niet waren gewaarborgd; en
— Voor nieuwe projecten: de ontwerprichtlijnen van de Groep werden bijgewerkt met de DNSH-criteria voor water, circulaire economie, adaptatie aan klimaatverandering en preventie van verontreiniging.
Individuele Maatregelen
De Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie van 6 juli 2021 tot omzetting van artikel 8 van de EU-Taxonomie Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 333 voorziet in de integratie van aangekochte “individuele maatregelen” in de CAPEX- en OPEX-afstemmingscijfers van niet-afgestemde activa. Individuele maatregelen komen overeen met aangekochte activiteiten die ervoor zorgen dat de doelactiviteiten koolstofarm worden of leiden tot een vermindering van de broeikasgasemissies, met name activiteiten die zijn opgenomen in de punten 7.3 tot en met 7.6 van Bijlage I bij de Gedelegeerde Handeling Klimaat, zoals de installatie van zonnepanelen op het dak van een gebouw.
Als onderdeel van zijn ESG-strategie plant VGP investeringen in alle bovengenoemde categorieën: energie-efficiëntieapparatuur, laadstations voor EV’s in gebouwen, instrumenten voor het meten en controleren van de energieprestaties van gebouwen en technologieën voor hernieuwbare energie (zie deel 4.2.2.2.2 Transitieplan voor klimaatmitigatie en 4.3 Groene Financiering van de Activiteiten van de Groep).
De daarmee verband houdende CAPEX-uitgaven in 2025 werden geïsoleerd en één project werd gescreend (en geverifieerd als afgestemd) in overeenstemming met de TSC van Bijlage I bij de Gedelegeerde Handeling Klimaat voor substantiële bijdrage en DNSH, indien van toepassing: In 2025 vertegenwoordigden de individuele maatregelen van VGP 0% van de CAPEX van de Groep, zoals weergegeven in de afstemmingstabel bovenaan dit deel.
Minimumgaranties
Naast het uitvoeren van activiteiten die in aanmerking komen voor en afgestemd zijn op de EU Taxonomie op basis van de milieu-TSC, voldoet VGP aan de 4 aspecten van de Minimumgaranties (Minimum Safeguards, afgekort MS), zoals beschreven in artikel 3 (c) en artikel 18 van de EU-Taxonomie Verordening en verder gespecificeerd in het Eindverslag over Minimumgaranties gepubliceerd in oktober 2022 door het EU Platform on Sustainable Finance. In de analyse van VGP werd actief rekening gehouden met de bijgewerkte OESO-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen.
Mensenrechten
Wat betreft garanties inzake mensenrechten en zorgvuldigheid (“due diligence”) in het eigen personeelsbestand, behoren ethiek en respect voor mensenrechten tot de kernwaarden van de Groep. VGP zet zich strikt in voor de naleving van alle fundamentele individuele rechten en de bescherming van arbeidsrechten, zoals onderbouwd door zijn Beleid inzake Mensenrechten (zie de delen 4.2.3.1.3 Beleid ten Aanzien van Eigen Personeel (ESRS S1-1) en 4.2.3.2.3 Beleid met betrekking tot Werknemers in de Waardeketen (ESRS S2-1)), evenals voor de bescherming van de gezondheid en veiligheid en het welzijn van zijn werknemers door middel van interne kaders, zoals een speciaal kader voor het risicobeheer inzake gezondheid en veiligheid van de Groep, de Verklaring inzake Gezondheid en Veiligheid van VGP, en het Uw Welzijns-kader van de Groep (zie delen 4.2.3.1.3 Beleid ten Aanzien van Eigen Personeel (ESRS S1-1) en 4.2.3.2.3 Beleid met betrekking tot Werknemers in de Waardeketen (ESRS S2-1) en 4.2.2.3.3 Maatregelen en Middelen wat betreft Verontreiniging (ESRS E2-2)).
VGP is alleen actief in landen met hoge normen voor de bescherming van mensenrechten en de schending van mensenrechten in zijn eigen personeelsbestand werd niet geïdentificeerd als een materiële risicofactor in de risicobeoordeling van de Groep (zie deel 4.2.1.4 Impact-, Risico- en Kansenmanagement). Toch zijn er, als voorzorgsmaatregel, interne procedures om inbreuken op de mensenrechten en vrijheden van werknemers te anticiperen, in kaart te brengen en te voorkomen. Deze omvatten bijvoorbeeld duidelijke regels tegen elke vorm van discriminatie samen met maatregelen tegen pesterijen en intimidatie, waaronder een klokkenluidershotline die 24 uur per dag, 7 dagen per week toegankelijk is voor alle werknemers.
De Groep verzet zich tegen elke vorm van racisme, discriminatie en vooroordelen en streeft ernaar dat iedereen zich even welkom en omarmd voelt. Deze principes staan duidelijk vermeld in de Gedragscode van de Groep die van toepassing is op alle werknemers. De Groep hanteert een nultolerantiebeleid ten aanzien van overtredingen van deze regels (zie deel Gedragsbeleid en Naleving in het Remuneratieverslag).
VGP zorgt voor een gezonde werkomgeving waarin werknemers zich kunnen ontplooien (zie deel 4.2.3.1.3 Beleid ten Aanzien van Eigen Personeel (ESRS S1-1)). De Groep streeft ernaar om de toewijding van VGP om gelijke kansen en meer diversiteit en inclusie in het hele bedrijf te waarborgen, volledig te verankeren (zie deel 4.2.3.1.3 Beleid met betrekking tot het Eigen Personeel (ESRS S1-1) deel Billijkheid, diversiteit en inclusie).
VGP hecht evenveel belang aan de bescherming van mensenrechten in zijn waardeketen en pakt dit probleem aan door de implementatie van een due diligence-proces dat duurzaamheidsrisico’s (waaronder risico’s voor gezondheid en veiligheid en mensenrechten) in zijn verschillende inkoopcategorieën in kaart brengt (zie deel 4.2.3.1.3 Beleid ten Aanzien van Eigen Personeel (ESRS S1-1)). Contracten met leveranciers vereisen de aanvaarding van de Gedragscode voor Leveranciers van de Groep, met inbegrip van bepalingen inzake mensenrechten en arbeidsnormen op basis van de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie VGP Kantoor Barcelona, Spanje Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 334 (“ILO”) en internationale mensenrechtennormen die in overeenstemming zijn met de beginselen van het United Nations Global Compact (“UNGC”), de United Nations Guiding Principles for Business and Human Rights (“UNGP”), en de OESO-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen.# Omkoping/Corruptie
De Groep heeft robuuste interne mechanismen geïmplementeerd om te anticiperen op, toezicht te houden op en risico’s tegen te gaan van praktijken die zouden kunnen leiden tot op corruptie of omkoping, zoals de jaarlijkse Compliance-opleiding van de Groep met hoofdstukken over anticorruptie en anti-witwaspraktijken, en om ervoor te zorgen dat iedereen bekend is met de Gedragscode van de Groep. Bovendien worden alle werknemers (inclusief parttime werknemers) en aannemers voor zover van toepassing op hun opdracht, getraind om situaties te herkennen en te onderscheiden die verband kunnen houden met corruptie, waarbij duidelijk wordt gecommuniceerd dat wij geen enkele overtreding tolereren. Voor meer informatie over het beleid en de verplichtingen van de Groep tegen corruptie, omkoping en fraude, verwijzen we naar het deel Gedragscode en Naleving in het Remuneratieverslag.
Belastingontduiking bestrijden
De bedrijfsstrategie van VGP bestaat uit het creëren van waarde op de lange termijn met zijn vastgoedportefeuille. Het belastingbeleid van de Groep is volledig geïntegreerd in dit langetermijnplan en sluit aan bij de normale gang van zaken binnen zijn bedrijfsvoering. In 2025 exploiteerde de Groep 129 VGP Parken, bestaande uit 307 gebouwen in 16 verschillende landen. De Groep maakt geen gebruik van investeringsroutes via niet-coöperatieve landen of gebieden om inkomsten in rechtsgebieden met lage belastingen onder te brengen.
De Groep houdt zich aan de geest en de letter van de fiscale wet- en regelgeving. Het fiscale beleid van de Groep, VGP’s Approach to Tax, dat is gepubliceerd op zijn website, beschrijft de principes die ten grondslag liggen aan de benadering van VGP ten aanzien van belastingen en de processen die zijn ingesteld om de efficiëntie van deze principes te waarborgen. In wezen weerspiegelt de fiscale positie van VGP de geografische locatie van zijn vastgoedportefeuille en is deze in overeenstemming met de normale gang van zaken van zijn bedrijfsactiviteiten. De fiscale strategie en de fiscale risico’s worden opgevolgd en gecontroleerd door een team van interne en externe deskundigen waaronder de Chief Executive Officer en de Chief Financial Officer, de accountants van de Groep, het Auditcomité van de Groep en de Raad van Bestuur van de Groep. Het doel van de Groep is om de activiteiten uit te voeren met een laag niveau fiscaal risico. Dit wordt gedaan door ervoor te zorgen dat de fiscale gevolgen van aangegane overeenkomsten worden begrepen, inclusief de manier waarop deze overeenkomsten waarschijnlijk zullen door de relevantie belastingautoriteiten zullen worden beoordeeld. Alleen overeenkomsten die door de relevante belastingautoriteiten als aanvaardbaar worden beschouwd, worden uitgevoerd.
VGP voldoet aan de regelgeving inzake fiscale transparantie, zoals de Europese DAC 6 (Richtlijn voor Administratieve Samenwerking, zoals voor de zesde keer gewijzigd) en dient zijn fiscale landenrapport (“Country-by-Land Report”) in bij de Belgische belastingautoriteiten.
Fiscale voetafdruk
VGP is een beursgenoteerde Groep die zich toelegt op investeringen in logistiek en licht industrieel vastgoed in heel Europa. Veel landen hebben wetten inzake lokale fiscale transparantie aangenomen om langetermijninvesteringen in vastgoed aan te moedigen. Op basis van de fiscale transparantieregelingen worden de gerealiseerde winsten rechtstreeks op het niveau van de aandeelhouders belast, in plaats van op het niveau van de Groep. De fiscale positie van VGP weerspiegelt de geografische locatie van zijn activiteiten. De Groep geeft winsten aan en betaalt belastingen waar de activiteiten worden uitgevoerd. Dit vertaalt zich in betalingen aan lokale of nationale belastingautoriteiten van vennootschapsbelasting, bedrijfsbelastingen en voorheffingen die worden ingehouden op dividenduitkeringen.
De fiscale positie van de Groep weerspiegelt de locatie van zijn investeringen. Gezien zijn portefeuille van € 8,7 miljard en het feit dat het aanhouden van vastgoedactiva vereist dat er onroerende voorheffingen wordt betaald, betaalt VGP aanzienlijke bedragen aan belastingen. Er worden ook aanzienlijke belastingbetalingen gedaan aan lokale overheden bij investerings- en desinvesteringstransacties, hoewel dit kan variëren omdat het afhankelijk is van het aantal en de omvang van de transacties die in een bepaald jaar worden uitgevoerd. Bovendien betalen VGP en zijn huurders in de bedrijfsparken van de Groep gewoonlijk belastingen op lokaal niveau en stellen ze lokaal veel mensen te werk die aanzienlijke bedragen aan belastingen en sociale lasten afdragen. In 2025 betaalden de dochtervennootschappen van de VGP Groep, op een proportionele basis, € 37 miljoen aan lokale belastingen en sociale bijdragen.
De onderstaande geografische uitsplitsing omvat geen inkomstenbelastingen, die worden vermeld in toelichting 11 Belastingen in deel 3 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening.
Geografische uitsplitsing van in 2025 betaalde belastingen en sociale bijdragen
| Land | Belastingen en sociale bijdragen (‘000 €) | VGP | JV’s |
|---|---|---|---|
| Oostenrijk | 196 | 53 | |
| België | 5.641 | — | |
| Kroatië | 137 | — | |
| Tsjechische Republiek | 1.527 | 1.545 | |
| Denemarken | 139 | — | |
| Frankrijk | 361 | 2 | |
| Duitsland | 3.302 | 3.071 | |
| Hongarije | 747 | 158 | |
| Italië | 868 | 26 | |
| Luxemburg | 14.921 | 15 | |
| Portugal | 215 | 2 | |
| Roemenië | 319 | 117 | |
| Servië | 411 | — | |
| Slowakije | 342 | 257 | |
| Spanje | 619 | 779 | |
| Nederland | 100 | 1.012 | |
| Verenigd Koninkrijk | 45 | — | |
| Totaal | 30.018 | 7.036 |
Eerlijke mededinging
De Groep voert een beleid om te anticiperen op en te voorkomen dat hij zich inlaat met praktijken die zouden kunnen leiden tot een schending van de regels inzake eerlijke mededinging en antitrust (zie deel Remuneratieverslag). De meest blootgestelde werknemers worden geïnformeerd over alle mededingings- en antitrustwetten en interne beleidsregels zoals de Gedragscode, en worden geacht deze na te leven. Potentiële schendingen van de antitrustwetgeving en mededingingsgerelateerde risico’s worden in kaart gebracht via een speciaal proces waarbij juridische en compliance-teams betrokken zijn vóór en tijdens elke overnameprocedure van een pand. VGP werkt volledig samen met lokale autoriteiten om de integriteit van de markt te waarborgen.
Aansprakelijkheid van VGP en Afwezigheid van Veroordelingen
VGP heeft een interne opsporingsmethodologie ontwikkeld om nieuwsberichten en relevante platforms te scannen om na te gaan of de Groep betrokken is bij lopende rechtszaken of procedures. VGP is niet veroordeeld voor schendingen van de mensenrechten of moderne slavernij. Geen van de Nationale Contactpunten (“National Contact Points”, afgekort “NCP”) van de OESO heeft een verwijzing ontvangen met betrekking tot VGP, en de Groep wordt niet genoemd in enige beschuldiging op de website van het Business and Human Rights Resource Centre (“BHRRC”). VGP is niet aangewezen of veroordeeld voor een overtreding in verband met antitrustregelgeving of corruptie. VGP is niet veroordeeld voor enige overtreding van antitrustregelgeving of corruptie. VGP is nooit schuldig bevonden aan belastingontduiking in een van de landen waar hij actief is.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 335
4.2.3 Sociale Informatie
4.2.3.1 Eigen Personeel (ESRS S1)
4.2.3.1.1 Belangen en Opvattingen van Belanghebbenden (ESRS 2 SBM-2)
Voor meer informatie over hoe VGP actief rekening houdt met de standpunten van zijn belanghebbenden door middel van een veelzijdige dialoog met hen, zie delen 4.2.1.3.1 Strategie, Businessmodel en Waardeketen (ESRS 2 SBM-1) en 4.2.1.3.3 Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel.
4.2.3.1.2 Materiële Impacts, Risico’s en Kansen en de Wisselwerking daarvan met Strategie en Businessmodel (ESRS 2 SBM-3)
Zie delen 4.1.1.1.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren en deel Risicobeheer en Interne Controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur, respectievelijk voor meer gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsanalyse en het proces voor het in kaart brengen van risico’s. Zoals uitgelegd in deel Strategie van het hoofdstuk Verslag over de Vennootschap 2025 en deel 4.2.1.3.3 Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel, erkent VGP dat zijn personeelsbestand een belangrijke troef is en dat de impacts, risico’s en kansen die ermee verbonden zijn, nauw verbonden zijn met de strategie en het businessmodel van de Vennootschap.
Voor meer informatie over de samenstelling van het personeelsbestand van de Groep, zie deel 4.2.3.1.8 Kenmerken van de werknemers van de onderneming (ESRS S1-6).
Voor meer informatie over de beperkte blootstelling van VGP aan kinderarbeid en dwangarbeid in zijn activiteiten, met inbegrip van het personeelsbestand, en zijn beleid om dit te voorkomen, verwijzen wij u naar subdeel “Moderne Slavernij” in deel 4.2.3.2.6 Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico’s te mitigeren en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen.
4.2.3.1.3 Beleid ten Aanzien van Eigen Personeel (ESRS S1-1)
De Groep bevestigt zijn niet-aflatende inzet voor ethische bedrijfspraktijken door de invoering van een uitgebreid sociaal beleid. Dit kader belichaamt de toewijding aan de mensenrechten, verantwoorde arbeidspraktijken en het creëren van een werkplek die diversiteit, inclusie en veiligheid hoog in het vaandel heeft staan. Door deze principes toe te passen en te implementeren, voldoet VGP niet alleen aan de verwachtingen van belanghebbenden, maar overtreft ze deze zelfs en draagt hij bij aan positieve maatschappelijke verandering.# Mensenrechten en Arbeidsomstandigheden
Zoals uiteengezet in zijn Beleid inzake Mensenrechten en zijn Verklaring inzake Gezondheid en Veiligheid, zet VGP zich in voor het handhaven van de hoogste normen op het gebied van mensenrechten en arbeidsrechten, evenals voor het waarborgen van de gezondheid en veiligheid en het welzijn van zijn werknemers door middel van interne kaders, waarbij ervoor wordt gezorgd dat iedereen binnen de eigen activiteiten en de toeleveringsketen van VGP met respect wordt behandeld.
VGP voldoet aan de belangrijkste verdragen en arbeidsnormen die zijn vastgesteld door de IAO en is afgestemd op de OESO-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen, die de norm bepalen voor verantwoord ondernemen en eerbiediging voor de mensenrechten in de wereldwijde activiteiten van de Groep. De Groep is alleen actief in landen waar de sociale regelgeving goed ontwikkeld is door middel van democratische kaders. Intern werden door de Groep specifieke kaders opgezet die aanvullende regels definiëren en beheren die de rechten van werknemers versterken en respect en ethisch gedrag in zakelijke transacties onderschrijven (Gedragscode, enz.).
Hoewel de schending van mensenrechten binnen het eigen personeelsbestand niet in kaart is gebracht als een materiële risicofactor in de risicobeoordeling van de Groep (zie deel Risicofactoren), zijn er interne procedures om schendingen van de mensenrechten en vrijheden van werknemers te anticiperen, deze in kaart te brengen en te voorkomen. Deze omvatten bijvoorbeeld duidelijke regels tegen elke vorm van discriminatie, samen met maatregelen tegen intimidatie en pesten, waaronder een klokkenluidershotline, de VGP Compliance HotLine, die 24/7 toegankelijk is voor alle werknemers en belanghebbenden (zie deel 4.2.3.1.6 Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico’s te mitigeren en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen).
Sinds 2022 is VGP lid van de UNGC, die ethisch gedrag en fundamentele morele waarden in het bedrijfsleven bevordert. VGP streeft ernaar om de 10 principes van de UNGC met betrekking tot mensenrechten, arbeid, milieu en corruptiebestrijding over te nemen, te ondersteunen en toe te passen binnen zijn invloedssfeer. Regelmatige openbaarmaking en inspanningen voor voortdurende verbetering in de hele toeleveringsketen van de Groep tonen inderdaad aan dat VGP zich inzet voor transparantie en ethische arbeidspraktijken.
Gezondheid en Veiligheid op het Werk
Zoals uitgelegd in de Verklaring inzake Gezondheid en Veiligheid van de Groep, worden de gezondheid en veiligheid van alle werknemers en alle andere personen die rechtstreeks door de activiteiten van de Groep kunnen worden beïnvloed, geprioriteerd en geïntegreerd in de planning en activiteiten van de Vennootschap. Daartoe streeft VGP er voortdurend naar om een cultuur van welzijn te bevorderen, naleving van regelgeving te bereiken en bestaande praktijken te verbeteren.
De toewijding van VGP aan gezondheid en veiligheid komt tot uiting in verschillende initiatieven, waaronder de toegang tot programma’s voor lichamelijk en geestelijk welzijn en gezondheidszorg voor werknemers, evenals informatie en opleiding om werknemers op alle niveaus te bekrachtigen en op te leiden met betrekking tot gezondheid en veiligheid. Op lokaal niveau bestaan er ook meer gerichte maatregelen, zoals gezondheid op het werk (medische onderzoeken van werknemers in overeenstemming met de wettelijke vereisten) en een anonieme en gratis psychologische hulplijn.
Billijkheid, Diversiteit en Inclusie
De Groep staat voor een eerlijk totaalresultaat dat individuele en collectieve prestaties beloont en niet discrimineert op basis van ras, geslacht, nationaliteit of andere persoonlijke criteria. Diversiteit en inclusie vormen een belangrijk onderdeel van het stappenplan voor de ESG-Strategie van de Groep. Met vestigingen in 17 Europese landen, verwelkomt VGP werknemers uit verschillende delen van de wereld, met diverse culturen en achtergronden om succesvolle en inclusieve teams te vormen.
VGP zet zich in om gelijke kansen te waarborgen in HR-praktijken en -processen binnen de hele Groep. De Groep richt zich specifiek op werving en heeft, naast zijn Diversiteitsbeleid, een Gelijke Kansen Verklaring van VGP als referentie voor wervingspraktijken, beloning en voordelen, talentbeoordelingen, en opleiding en ontwikkeling. De Verklaring Gelijke Kansen van VGP zorgt ervoor dat het HR-beleid en de HR-processen worden toegepast zonder discriminatie op basis van ras, huidskleur, godsdienst, geslacht, seksuele geaardheid, geslachtsidentiteit, burgerlijke staat, leeftijd, handicap, nationale of etnische afkomst, militaire dienst, nationaliteit of andere beschermde kenmerken. De Verklaring Gelijke Kansen van VGP maakt deel uit van het kader van het Diversiteitsbeleid en is erop gericht om het streven van de Groep naar nog meer diversiteit en inclusie in het hele bedrijf volledig te verankeren.
Het kader voor Diversiteit en Inclusie van de Groep – het VGP Diversiteitsbeleid – is verankerd in de Gedragscode en in de Gedragscode voor Leveranciers. In 2025 boekte de Groep vooruitgang op het gebied van genderdiversiteitsdoelen, met een aandeel van 21% vrouwen in managementfuncties in 2025 vergeleken met 18% in 2024. De Werknemersenquête van de Groep werd in 2025 opnieuw gehouden onder alle werknemers, met een focus op en meting van Diversiteit & Inclusie. 72% van de werknemers nam deel aan de enquête, waarbij ongeveer 88% van de respondenten aangaf positief te staan tegenover de inclusie- en diversiteitscultuur van VGP. De Werknemersenquête van de Groep wordt elk jaar uitgevoerd om de stand van zaken te controleren en effectieve plannen te helpen opstellen om een nog inclusievere werkcultuur te creëren.
Aantrekkelijkheid van de Groep
Het aantrekken van het beste talent met interne opleidingsprogramma’s
VGP zet zich in om het beste talent aan te trekken door professionele ontwikkeling te stimuleren, cross-functionele en internationale mobiliteit te bevorderen en spannende carrièremogelijkheden te bieden op alle niveaus, zowel voor afgestudeerden als voor professionals. Om de ontwikkeling van toptalent te ondersteunen, biedt VGP interne opleidingsprogramma’s aan:
VGP Academy
De VGP Academy vergroot de aantrekkelijkheid van de Groep voor nieuwkomers en is een efficiënt onboarding- en leertraject voor nieuwkomers. De VGP Academy laat recente nieuwkomers kennismaken met de unieke aanpak van VGP op het gebied van licht industrieel en logistiek vastgoed.
Hoogtepunten van het programma
In 2025 hebben 30 nieuwkomers deelgenomen aan de onboarding-sessie van de VGP Academy. In de loop van het jaar zijn er 3 webinarsessies over duurzaamheid georganiseerd met de VGP Academy.
Onze mensen inspireren over duurzaamheidsthema’s
Duurzaamheidstraining en -opleiding
Er worden regelmatig trainingen en technische symposia georganiseerd om het stappenplan voor de ESG-Strategie van de Groep en de duurzaamheidsprocessen te versterken en om werknemers te stimuleren en aan te moedigen om duurzame acties te ondernemen. De duurzaamheidsambitie van de Groep is verankerd in het programma voor nieuwkomers, inclusief de VGP onboarding voorstelling. Het onboardingtraject omvat workshops over duurzaamheid en governance; dit curriculum wordt nog steeds ingezet voor alle nieuwkomers binnen de Groep. Daarnaast wordt aan alle relevante medewerkers een speciale technische opleiding aangeboden, waarin onderwerpen als duurzame consumptie, koolstofneutraliteit en duurzame ontwikkeling aan bod komen. Dit jaar nam 74% van de werknemers van de Groep deel aan een duurzaamheidsopleiding, waaronder 100% van het management.
ZIE CASESTUDY
In geval je meer wilt weten over activiteiten rond medewerkersbetrokkenheid, klik dan hier voor een casestudy over ons Spaanse team op onze website.
Vrijwilligerswerkprogramma
Het VGP Community Day-programma biedt alle werknemers de kans om actief deel te nemen aan sociale initiatieven die door de Groep zijn ontwikkeld, waaronder het helpen van lokale mensen die belemmeringen ondervinden op de arbeidsmarkt door lokale non-profitorganisaties te ondersteunen via VGP Community Days en lokale samenwerkingsactiviteiten. De Groep heeft zich ertoe verbonden dat 80% van de werknemers van de Groep jaarlijks te laten deelnemen aan het VGP Vrijwilligerswerkprogramma.
De gemeenschapsgerichte activiteiten van de Groep in 2025 waren gericht op het bouwen van sterkere gemeenschappen door sociale inclusie te versterken en de biodiversiteit in gemeenschappen rond VGP Parken te stimuleren. De VGP Community Days werden opnieuw ondersteund door de inzet van de werknemers van de Groep. In 2025 hebben 181 werknemers, meer dan 38% van het totaal, zich vrijwillig ingezet om de lokale gemeenschappen te ondersteunen waar de Groep actief is. Dit komt neer op 1448 vrijwilligersuren door VGP-werknemers. Gedurende het jaar hebben regionale teams ook tijd besteed aan workshops om het bewustzijn over klimaatverandering te vergroten, om zo een nog grotere positieve impact te hebben in landen en gemeenschappen waar VGP actief is (zie deel 4.2.3.1.3 Beleid met betrekking tot het eigen personeel (ESRS S1-1), deel Opleiding en vorming op het gebied duurzaamheid).
Naast vrijwilligerswerk werden gedurende het jaar ook filantropische initiatieven ondersteund via de VGP Foundation, waaronder ondersteuning van de meest kwetsbare gemeenschappen. Meer informatie over de resultaten van deze initiatieven is te vinden in het subdeel “Onze mensen inspireren over duurzaamheidsthema’s in deel 4.2.3.1.3 Beleid met betrekking tot het eigen personeel (ESRS S1-1).Groener werken Het Reisbeleid van de Groep is erop gericht de CO2-voetafdruk te verkleinen. Werknemers worden aangemoedigd om waar mogelijk met de trein te reizen en de voorkeur te geven aan videoconferenties boven fysieke vergaderingen waarvoor gereisd moet worden. De Groep implementeert ‘Work Greener’-programma’s in de landen waar hij actief is. Het doel van het programma is om het bewustzijn te vergroten en tools aan te reiken om de milieu-impact van hun dagelijkse werkzaamheden te verminderen. Het programma stelt werknemers in staat om VGP-kantoren duurzamer en milieuvriendelijker te maken door milieuvriendelijke initiatieven te implementeren, zoals het aanpakken van afvalbeheer, het bevorderen van verantwoord consumeren of duurzame mobiliteit. Initiatieven uit het programma hebben tot nu toe geresulteerd in:
ONZE ACTIES
Building Tomorrow Today Together
ONS DOEL
- Mensen en cultuur
- Aanwerving en loopbaan-ontwikkeling
- Onze leidinggevenden
- Onze leveranciers
- Onze gemeenschappen
ONZE MENSEN
Een diverse en inclusieve werkplek waar mensen zich volledig kunnen ontplooien.
Een positief verschil maken voor collega’s, gemeenschappen, onze leveranciers en klanten door actie te ondernemen om gelijkheid te bevorderen – rekening houdende met alle aspecten van diversiteit.
ONZE DEI-STRATEGIE
VGP Diversity, Equality and Inclusion Strategy framework
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 337
Een verbeterd afvalbeheer:
— Verbeterde infrastructuur voor afvalscheiding in kantoorkeukens;
— Het afschaffen van wegwerpplastic door het gebruik van glazen flessen of andere alternatieven;
— Vervang “afvalproducerende” voorzieningen zoals papieren handdoeken door handdrogers;
Milieuvriendelijkere mobiliteit:
— Oplaadpunten voor elektrische auto’s in de parkeergarages van VGP;
— Een fietsvergoeding voor werknemers die de fiets gebruiken voor woon-werkverkeer.
— Programma voor het delen van elektrische fietsen; en
— Hoogwaardige fietsvoorzieningen met kluisjes en douches beschikbaar voor werknemers in sommige landenkantoren.
Naar een betere energie- en waterefficiëntie in onze kantoren:
— Verlichtingsapparatuur is grotendeels vervangen door LED-verlichting (nog 10 locaties over) en intelligente detectoren; en
— Vermindering van het waterverbruik, bijvoorbeeld door het verminderen van de spoelvolumes in de toiletten op kantoor.
Vermindering van papierverbruik:
— Digitalisering, elektronische handtekeningen en elektronische facturering werden in 2025 voortgezet
— Energiezuinige printermodellen.
Welzijn
VGP’s streven naar eerlijke lonen en veilige arbeidsomstandigheden, zoals verwoord in zijn Beleid inzake Mensenrechten en zijn Verklaring inzake Gezondheid en Veiligheid, sluit aan bij het stappenplan voor de ESG-strategie van de Groep en waarborgt het welzijn van zijn wereldwijde personeelsbestand. Het welzijn van werknemers is een belangrijk onderdeel van de ESG-Strategie en de personeelsstrategie van de Groep. VGP streeft naar een gezonde werkomgeving met een gestructureerde focus op welzijn om werknemers te helpen zich te ontplooien. De Groep implementeert welzijnsprogramma’s zowel op landenniveau als op Groepsniveau.
— Uit de werknemersenquête van de Groep in 2025 bleek dat 98% van de werknemers zich mentaal veilig voelt op het werk, 100% van de werknemers zich fysiek veilig voelt op het werk en 90% tevreden is met de huidige initiatieven op het gebied van gezondheid en welzijn.
— Naast acties zoals het uitdelen van fruitmanden en het nastreven van een beleid voor opleiding en persoonlijke ontwikkeling.
Versterking van onze Mensen
Opleiding
De VGP Academy zet zich in om stimulerende leerervaringen te creëren die werknemers te helpen bepaalde thema’s beter te begrijpen, hun interesses te verbreden, en tegelijkertijd verder bij te dragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de Vennootschap. Het leer- en ontwikkelingstraject bij VGP is aanwezig op elk niveau en bevordert continu leren, van nieuwe medewerkers tot de meest senior leidinggevenden. Het onboardingprogramma voor nieuwkomers biedt nieuwe werknemers praktische ervaring en een uitgebreid inzicht in de activiteiten van de Groep, terwijl nieuwkomers in contact worden gebracht met belangrijke leidinggevenden. In 2025 werd één sessie georganiseerd, waarbij 30 nieuwkomers uit alle landen afdelingen werden verwelkomd tijdens presentaties.
Aangezien het creëren van een inclusieve werkplek voor alle werknemers een belangrijke prioriteit is voor de Groep, blijft VGP van diversiteit- en inclusieopleiding een centraal onderdeel maken in zijn benadering van personeelsontwikkeling, met inbegrip van het programma voor nieuwkomers. In 2025 namen 165 werknemers deel aan het programma Supporting Inclusion at VGP via online sessies voor specifieke compliance-sessies.
Een belangrijk aandachtspunt is duurzaamheid. De Groep bleef het bewustzijn over klimaatverandering vergroten. In 2025 werden 413 medewerkers uit alle landen opgeleid, inclusief alle topmanagers.
Loopbaanontwikkeling
Interne mobiliteit geeft werknemers een beter inzicht in de verschillende activiteiten en prioriteiten van de Groep. Internationale connectiviteit en mobiliteit helpen werknemers ook om netwerken op te bouwen en te versterken en ‘best practices’ tussen de verschillende regio’s uit te wisselen. In 2025 heeft 2% van de werknemers een carrièrevooruitgang geboekt door middel van promoties of horizontale carrièrestappen, waardoor hun taken en verantwoordelijkheden zijn uitgebreid.
Individuele Duurzaamheidsdoelstellingen
Naast de 14 ESG-KPI’s die van toepassing zijn op het senior en middenkader, heeft de Groep zich ertoe verbonden dat 100% van de werknemers ten minste één jaarlijkse duurzaamheidsdoelstelling heeft, zodat alle werknemers verantwoordelijk zijn voor het collectieve succes van de duurzaamheidsambitie. In 2025 had 81% van de werknemers van de Groep ten minste één duurzaamheidsdoelstelling, die was geïntegreerd in de doelstellingen die worden gebruikt om hun jaarlijkse bonus op korte termijn te bepalen.
In nauwe samenwerking met elke afdeling binnen de Groep: Development, Asset Management, Finance, Facility Management, Commercial and Leasing, Legal and Compliance zijn passende initiatieven en doelstellingen vastgesteld die aansluiten bij de ESG-Strategie van de Groep. Een toolkit met belangrijke voorbeelden van algemene en functionele duurzaamheidsdoelstellingen wordt gedeeld met alle werknemers van VGP binnen de Groep.
Het Evaluatieprogramma
Het Evaluatieprogramma is bedoeld om regelmatige feedback binnen de Vennootschap te bevorderen en zelfontwikkeling en objectief denken aan te moedigen. Het doel van het programma is dat elke werknemer kan profiteren van de evaluatie van zijn of haar jaarlijkse prestaties door zijn of haar directe leidinggevende en feedback kan krijgen. Eind 2025 is 64% van de werknemers beoordeeld in het kader van het Evaluatieprogramma.
4.2.3.1.4 Processen om met Eigen Werknemers en Werknemersvertegenwoordigers te Overleggen over Impacts (ESRS S1-2)
Op 31 december 2025 viel 7,4% van de werknemers onder een collectieve arbeidsovereenkomst. Om feedback van werknemers te krijgen, is de Werknemersenquête van de Groep een waardevol instrument voor VGP om te peilen naar de stemming onder zijn werknemers en verbeterpunten te identificeren. 72% van de werknemers nam in 2025 deel aan de enquête en gaf feedback over verschillende thema’s zoals ondersteuning van het welzijn en verbetering van de werkwijze. De resultaten van de enquête worden geanalyseerd om trends en aandachtspunten te identificeren.
Het positieve sentiment ten aanzien van welzijnsinitiatieven en mentaal en fysiek welzijn bleef bij VGP stabiel van 2023 tot 2024 en 2025:
| Categorie | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|
| Welzijnsinitiatieven | 90% | 89% | 90% |
| Fysieke veiligheid | 99% | 100% | 100% |
| Mentale veiligheid | 97% | 98% | 98% |
Dit geeft aan dat de maatregelen die VGP heeft genomen naar aanleiding van eerdere enquêteresultaten, een verslechtering van deze scores hebben voorkomen. Dankzij deze continue feedbackloop kan VGP zijn aanpak van het welzijn van werknemers voortdurend aanpassen en verbeteren. Op deze manier fungeert de Werknemersenquête als een van de belangrijkste instrumenten voor VGP om corrigerende maatregelen te nemen en zijn aanpak van het welzijn van zijn werknemers te verbeteren. Het zorgt ervoor dat de stem van de werknemers wordt gehoord en dat hun feedback actief wordt meegenomen bij het verbeteren van de werkplek.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 338
4.2.3.1.5 Herstelprocessen voor Negatieve Impacts en Kanalen voor Eigen Werknemers om Zorgen Kenbaar te Maken (ESRS S1-3)
De werknemers van VGP kunnen hun zorgen via verschillende kanalen kenbaar maken:
— Door met hun managers te praten;
— Zorgen melden bij het compliance-team en/of de lokale HR-afdeling;
— Werknemersenquêtes;
— Eindejaarsbeoordelingen; en
— De ruggengraat van het klachtenmechanisme van VGP is de Compliance HotLine, omdat deze vertrouwelijkheid en de mogelijkheid om anoniem te blijven garandeert. De procedure voor de behandeling van meldingen via de VGP HotLine wordt uitgelegd in 4.2.4.3.1 Programma inzake bestrijding van corruptie
Gezien het zeldzame karakter van klachten of grieven en de mogelijke verscheidenheid aan kwesties die kunnen worden gemeld, is er geen vooraf vastgesteld herstelproces. Het is de verantwoordelijkheid van de compliance officer om de nodige herstelmaatregelen te nemen.
Klokkenluidersplatform: Compliance HotLine
Werknemers hebben de mogelijkheid om elke vermeende schending of vermoedelijke overtreding van de VGP-Gedragscode, het VGP-beleid en lokale wet- en regelgeving aan VGP te melden. Zorgen kunnen worden gemeld via de VGP Compliance HotLine-link.VGP neemt corrigerende maatregelen op basis van de ernst van de gemelde incidenten. Alle klokkenluiderszaken worden behandeld in overeenstemming met de VGP Compliance HotLine en de Klokkenluidersverklaring (beschikbaar op de website van VGP). Bovendien wordt het mechanisme regelmatig geëvalueerd om de doeltreffendheid ervan te waarborgen. In 2025 werden via de VGP Compliance HotLine geen belangrijke gebeurtenissen gemeld met betrekking tot het personeelsbestand van VGP. Dit toont aan dat VGP zich inzet voor het handhaven van een hoge standaard van integriteit en ethisch gedrag in zijn activiteiten, met name bij het aanpakken van eventuele materiële negatieve gevolgen voor werknemers.
Via zijn Gedragscode zet VGP zich in voor sterke ethische kernwaarden als het gaat om de manier waarop de Groep zijn dagelijkse activiteiten op een ethische, transparante en eerlijke manier uitvoert. De Groep hanteert een “zero tolerance”-beleid ten aanzien van alle vormen van onethisch gedrag, zoals ongepast, respectloos of onwettig gedrag, intimidatie, discriminatie, corruptie, omkoping, beïnvloeding en schendingen van mensenrechten. Het compliance-beleid en de procedures van de Groep zijn gebaseerd op een risicogebaseerde aanpak, in overeenstemming met de compliance-risico’s van de sector en de bedrijfsvoering. Er zijn procedures ingesteld om de werknemers van VGP te begeleiden bij de implementatie van het beleid. Bij VGP is elke werknemer een ambassadeur van ethische en compliance waarden en -regels. Het bevorderen van het compliance-bewustzijn door middel van een "tone at the top"-benadering wordt door het senior management gevolgd als erkenning van de belangrijke rol van ethiek en compliance in de bedrijfsvoering van de Groep en als blijk van de collectieve toewijding om het juiste te doen.
Managers
Managers fungeren als dagelijkse contactpersonen voor werknemers om waarschuwingen of zorgen met betrekking tot human resources-onderwerpen te melden. Zij zijn verantwoordelijk voor het snel aanpakken van problemen en ervoor te zorgen dat alle HR-gerelateerde zaken efficiënt worden afgehandeld. Door open communicatielijnen te onderhouden, helpen managers een ondersteunende en responsieve werkomgeving te bevorderen.
Human Resources
In overeenstemming met zijn Verklaring inzake Gezondheid en Veiligheid heeft VGP communicatiekanalen opgezet waarmee werknemers problemen kunnen melden en om een oplossing kunnen vragen in gevallen waarin zich een bijna-ongeval of een ongeval heeft voorgedaan. VGP zorgt ervoor dat werknemers vrijelijk ongevallen, bijna misses en mogelijke gevallen van niet-naleving kunnen melden, evenals de bijbehorende protocollen voor onderzoek en passende corrigerende maatregelen aan de lokale gezondheids- en veiligheidsfunctionaris, de betreffende manager of de lokale teams.
Werknemers worden aangemoedigd om rechtstreeks contact op te nemen met hun manager of HR-vertegenwoordiger om eventuele waarschuwingen of zorgen te melden. Of het nu gaat om het aanpakken van specifieke problemen, het inwinnen van advies over loopbaanontwikkeling of het aanvragen van aanpassingen om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, werknemers kunnen met een gerust hart contact opnemen met hun lokale HR-vertegenwoordigers om een meer VGP Park Hrádek nad Nisou, Tsjechische Republiek Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 339 inclusieve en ondersteunende werkomgeving te bevorderen. Om te zorgen voor een bekwaam personeelsbestand is elke regio verantwoordelijk voor het onderhouden van contacten met werknemers om ervoor te zorgen dat de wereldwijde doelstellingen en individuele ontwikkeling worden bereikt.
Gezondheid en veiligheid
Bij VGP zetten we ons in voor het handhaven van een veilige en gezonde werkomgeving voor al onze werknemers. Onze processen op het gebied van gezondheid en veiligheid zijn ontworpen om negatieve impacts op ons personeelsbestand proactief te identificeren, te beperken en te verhelpen. Dit zijn de belangrijkste onderdelen van onze aanpak:
Identificatie en Herstel van Negatieve Impacts: VGP voert regelmatig risicobeoordelingen en audits uit om potentiële gezondheids- en veiligheidsrisico’s op de werkplek op projectlocaties te identificeren. Deze beoordelingen helpen VGP om preventieve maatregelen te nemen en geïdentificeerde risico’s snel aan te pakken. VGP heeft een incidentmeldingssysteem waarmee werknemers ongevallen, bijna-ongevallen of onveilige situaties kunnen melden. Elk rapport wordt grondig onderzocht en er worden corrigerende maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. Dit onderwerp valt onder de verantwoordelijkheid van de technische afdeling. Alle werknemers krijgen voortdurend trainingen om ervoor te zorgen dat ze op de hoogte zijn van de veiligheidsprotocollen en ‘best practices’. Dit omvat crisismanagement, trainingen, stresstests en regelmatige veiligheidsoefeningen. De Groep heeft ook relevante procedures voor noodgevallen.
Kanalen voor het Melden van Zorgen: VGP heeft een vertrouwelijke klokkenluidershotline opgezet waar werknemers zonder angst voor represailles hun zorgen over gezondheid en veiligheid kunnen melden. Deze hotline wordt beheerd door de Group Compliance om anonimiteit en onpartijdigheid te garanderen. Werknemers worden aangemoedigd om eventuele zorgen over gezondheid en veiligheid rechtstreeks aan hun leidinggevenden of de afdeling Gezondheid en Veiligheid te melden. We hanteren een open-deurbeleid om een cultuur van transparantie en vertrouwen te bevorderen. Er worden regelmatig enquêtes en feedbacksessies gehouden om input van alle werknemers te verzamelen over gezondheid en veiligheid. Deze feedback is cruciaal voor de voortdurende verbetering van onze processen op het gebied van gezondheid en veiligheid.
Monitoring en Voortdurende Verbetering: VGP zal een Gezondheids- en Veiligheidscomité oprichten. Dit comité komt minstens één keer per jaar bijeen om de veiligheidsprestaties te evalueren, problemen te bespreken en verbeteringen aan te bevelen. Op basis van de beoordelingsverslagen inzake gezondheid en veiligheid van VGP worden de KPI’s met betrekking tot gezondheid en veiligheid gecontroleerd en gerapporteerd aan het senior management. Dit zorgt voor verantwoordingsplicht en stimuleert voortdurende verbetering van de praktijken inzake gezondheid en veiligheid van de Groep. Door deze processen te implementeren en meerdere kanalen te bieden voor het melden van zorgen, zorgt VGP ervoor dat de gezondheid en veiligheid van zijn personeel een topprioriteit is.
4.2.3.1.6 Acteren op Materiële Impacts op Eigen Personeel, en Benaderingen om wat Eigen Personeel betreft Materiële Risico’s te Mitigeren en Materiële Kansen te benutten, en de Effectiviteit van die Maatregelen (ESRS S1-4)
Maatregelen met betrekking tot materiële onderwerpen worden binnen de hele Groep geïmplementeerd voor alle werknemers met een rechtstreekse arbeidsovereenkomst bij VGP (tenzij anders vermeld).
2.3.1.6.1 Ontwikkeling en opleiding van werknemers
Om te zorgen voor goed geïnformeerde, flexibele en toekomstbestendige werknemers biedt VGP onder toezicht van de VGP Academy verschillende leermogelijkheden om onze werknemers te motiveren en bij te scholen. De sessies worden aangeboden in verschillende vormen, waaronder digitaal, webinars en workshops in kleine groepen. Hoewel er elk jaar een aantal verplichte leermodules moeten worden gevolgd, zijn de meeste leerinitiatieven vrijwillig en gericht op specifieke groepen werknemers. Door regelmatig specifieke KPI’s te monitoren, zorgt VGP ervoor dat de doelstellingen worden gehaald. Met de focus op het vrouwelijke personeelsbestand van de Groep zijn er maatregelen genomen om het aandeel van vrouwen in leidinggevende functies te vergroten en een diverse opvolgingspijplijn binnen de Groep op te bouwen om talent te behouden en gelijke groei voor iedereen te bevorderen.
Om de effectieve uitrol en implementatie van het stappenplan voor ESG te waarborgen, heeft VGP een speciaal duurzaamheidstraject opgezet. Duurzaamheid is geïntegreerd in het onboarding-leertraject met digitale leermodules en webinars. Alle werknemers kregen de kans om belangrijke duurzaamheidsthema’s te verkennen, met speciale aandacht om de wetenschap achter duurzaamheid te begrijpen en te werken aan duurzame oplossingen. Op nationaal niveau zijn het lokale management en HR-vertegenwoordigers het belangrijkste aanspreekpunt voor werknemers, zodat de doelstellingen van de Groep worden nageleefd en er kan worden ingespeeld op individuele verzoeken. Er werden ook functionele trainingen gegeven ter ondersteuning van strategische duurzaamheidsverplichtingen, waaronder certificering.
2.3.1.6.2 Opvolgingsplanning
Opvolgingsplanning is een integraal onderdeel van het corporate governance-kader van VGP. De Raad van Bestuur evalueert regelmatig de opvolgingsregelingen voor het Uitvoerend Management en andere sleutelposities om de continuïteit en stabiliteit van de Groep op lange termijn te waarborgen. Deze regelingen houden rekening met de strategische doelstellingen van VGP en worden ondersteund door voortdurende processen voor talent- en leiderschapsontwikkeling.VGP Community Day 2025 in Roemenië
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring
VGP NV Jaarverslag 2025 / 340
4.2.3.1.7 Doelen wat Betreft het Beheersen van Materiële Negatieve Impacts, het Bevorderen van Positieve Impacts en het Beheersen van Materiële Risico’s en Kansen (ESRS S1-5)
VGP heeft een aantal doelen gesteld die resultaatgericht zijn (zie hieronder) en tijdgebonden zijn (doel is nu van toepassing en komt elk jaar terug)
| Streef naar nul meldingen van overtredingen van het HR-beleid | Conform |
|---|---|
| 100% van de werknemers bevestigt jaarlijks de gedragscode | 38% van het totale aantal werknemers |
| 43% van het management | 500 deelnemers per jaar ondersteund door training bij VGP Academy |
| 719 deelnemers | 295 personen |
| Jaarlijks een werknemersenquête houden om te controleren en te helpen bij het opstellen van eff ectieve plannen voor HR-praktijken en om een nog inclusievere werkcultuur te creëren | Voldoet |
| 72% van de werknemers heeft deelgenomen | Minimaal 70% van de werknemers neemt elk jaar deel aan een ESG-cursus |
| 74% | 40% van de bestuursfuncties wordt bekleed door vrouwen 1 |
| 40% |
4.2.3.1.8 Kenmerken van de Werknemers van de Onderneming (ESRS S1-6)
De Groep heeft op 31 december 2025 471 (434,3 VTE) werknemers in dienst en een gemiddeld maandelijks personeelsbestand van 442 in 2025 (waarvan 40% vrouwen en 60% mannen voor het gemiddelde personeelsbestand). De afgelopen 3 jaar vertegenwoordigden vrouwen gemiddeld 38% van het totale personeelsbestand, met een gelijkmatige verdeling over de landen waarin de Groep actief is. De Groep telt 28 nationaliteiten, hetgeen bijdraagt aan de diversiteit.
1 In overeenstemming met de doelstelling van 40% genderbalans uit EU-Richtlijn 2022/2381 en in naleving van het Belgische wettelijke minimum van één derde vertegenwoordiging zoals vastgelegd in de Genderquotawet van 2011.
Evolutie en Variatie van het Personeelsbestand Uitsplitsing van Werknemers per Land
| Country | Werkne- mers 2024 | Werkne- mers 2025 | Gemiddeld perso- neelsbestand 2025 |
|---|---|---|---|
| Oostenrijk | 10 | 9 | 10 |
| België | 22 | 22 | 22 |
| Kroatië | — | 3 | 2 |
| Tsjechische Republiek | 95 | 94 | 95 |
| Denemarken | 7 | 11 | 9 |
| Frankrijk | 11 | 19 | 15 |
| Duitsland | 108 | 138 | 123 |
| Hongarije | 24 | 27 | 26 |
| Italië | 18 | 18 | 18 |
| Letland | 6 | 10 | 8 |
| Luxemburg | 9 | 10 | 10 |
| Nederland | 7 | 7 | 7 |
| Portugal | 10 | 12 | 11 |
| Servië | 11 | 12 | 12 |
| Slowakije | 16 | 12 | 14 |
| Spanje | 32 | 35 | 34 |
| Roemenië | 27 | 26 | 27 |
| Verenigd Koninkrijk | — | 6 | 3 |
| Totaal | 413 | 471 | 442 |
Binnen VGP komt de definitie van een VTE (Voltijdsequivalent) (“FTE” (“Full Time Equivalent”) overeen met de standaard 40-urige werkweek: acht uur per dag, vijf dagen per week en dit is het totale aantal uren dat één fulltime werknemer gedurende een bepaalde periode heeft gewerkt.
Werkgelegenheid per Activiteit
* Technisch: 36%
* Commercieel: 8%
* Facilitair beheer: 23%
* ESG: 2%
* Ondersteunende functies: 31%
Informatie over het Personeelsbestand per Geslacht
| Geslacht | Aantal werknemers per eind 2025 |
|---|---|
| Mannen | 60% |
| Vrouw | 40% |
Totaal Aantal Werknemers per Personeelsbestand, en Uitsplitsing naar Geslacht en Land (YE2025)
| Land | Mannen | Vrouw | Totaal |
|---|---|---|---|
| Oostenrijk | 5 | 4 | 9 |
| België | 16 | 6 | 22 |
| Kroatië | 1 | 2 | 3 |
| Tsjechische Republiek | 40 | 54 | 94 |
| Denemarken | 6 | 5 | 11 |
| Frankrijk | 16 | 3 | 19 |
| Duitsland | 88 | 50 | 138 |
| Hongarije | 20 | 7 | 27 |
| Italië | 10 | 8 | 18 |
| Letland | 8 | 2 | 10 |
| Luxemburg | 2 | 8 | 10 |
| Nederland | 6 | 1 | 7 |
| Portugal | 7 | 5 | 12 |
| Roemenië | 18 | 8 | 26 |
| Servië | 7 | 5 | 12 |
| Slowakije | 7 | 5 | 12 |
| Spanje | 23 | 12 | 35 |
| Verenigd Koninkrijk | 3 | 3 | 6 |
| Totaal | 283 | 188 | 471 |
Uitsplitsing van voltijdse/deeltijdse werknemers naar geslacht (boekjaar 2025)
| Type dienstverband | Mannen | Vrouw | Totaal |
|---|---|---|---|
| Aantal werknemers | 283 | 188 | 471 |
| Aantal vaste werknemers | 224 | 157 | 381 |
| Aantal tijdelijke werknemers | 7 | 8 | 15 |
| Aantal werknemers met onzekere werktijden | 52 | 23 | 75 |
| Aantal voltijdse werknemers | 266 | 142 | 408 |
| Aantal deeltijdwerknemers | 17 | 46 | 63 |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 341
Uitsplitsing van voltijdse/deeltijdse werknemers per land (boekjaar 2025)
| Land | Aantal werknemers | Aantal vaste werknemers | Aantal tijdelijke werknemers | Aantal werknemers met onzekere werktijden | Aantal voltijdse werknemers | Aantal deeltijdwerknemers |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Oostenrijk | 9 | 9 | — | — | 8 | 1 |
| België | 22 | 9 | — | 13 | 21 | 1 |
| Kroatië | 3 | 3 | — | — | 3 | — |
| Tsjechische Republiek | 94 | 59 | 7 | 28 | 55 | 39 |
| Denemarken | 11 | 11 | — | — | 11 | — |
| Frankrijk | 19 | 17 | 2 | — | 19 | — |
| Duitsland | 138 | 114 | 5 | 19 | 126 | 12 |
| Hongarije | 27 | 25 | — | 2 | 26 | 1 |
| Italië | 18 | 18 | — | — | 18 | — |
| Letland | 10 | 9 | — | 1 | 10 | — |
| Luxemburg | 10 | 10 | — | — | 6 | 4 |
| Nederland | 7 | 4 | 1 | 2 | 4 | 3 |
| Portugal | 12 | 12 | — | — | 12 | — |
| Roemenië | 26 | 19 | — | 7 | 25 | 1 |
| Servië | 12 | 11 | — | 1 | 12 | — |
| Slowakije | 12 | 12 | — | — | 11 | 1 |
| Spanje | 35 | 33 | — | 2 | 35 | — |
| Verenigd Koninkrijk | 6 | 6 | — | — | 6 | — |
| Totaal | 471 | 381 | 15 | 75 | 408 | 63 |
Aantal werknemers per Type Contract
| Contracttype | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Vast contract | 366 | 381 |
| Contract voor bepaalde tijd | 10 | 15 |
| Totaal | 376 | 396 |
Aantal werknemers per Type Contract (contracturen – VTE)
| Contracttype | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Vast contract | 97% | 98% |
| Contract voor bepaalde tijd | 3% | 2% |
| Totaal | 100% | 100% |
Werving
| Werknemers per contracttype | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Vast contract | 69 | 64 |
| Contracten voor bepaalde tijd | 4 | 1 |
| Leerlingplaatsen/stages | 2 | 2 |
| Totaal | 75 | 67 |
- Percentage nieuwe werknemers: 18,9%
Vertrekkers
| Redenen voor vertrek | 2025 | % | 2024 | % |
|---|---|---|---|---|
| Opzeggingen | 18 | 38% | 12 | 40% |
| Ontslagen | 8 | 17% | 4 | 13% |
| Onderlinge overeenkomsten | 15 | 31% | 10 | 33% |
| Pensioenen | 1 | 2% | — | — |
| Vertrek tijdens proeftijd | 5 | 10% | 2 | 7% |
| Afloop van contracten voor bepaalde tijd | — | 12% | — | 27% |
| Uitbesteding | — | 0% | — | — |
| Overlijden | — | 0% | — | — |
| Totaal | 48 | 12,8% | 30 | 8% |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 342
Type Beëindiging
| Redenen Type | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|
| Totale omzet | 17% | 8% | 13% |
| Vrijwillig | 12% | 6% | 9% |
| Onvrijwillig | 5% | 2% | 4% |
Vrijwillig: ontslag, afloop van een contract voor bepaalde tijd, onderlinge overeenstemming, einde van de proeftijd op initiatief van de werknemer, pensionering, overlijden.
Niet vrijwillig: Ontslag, einde proeftijd op initiatief van de werkgever, afloop tijdelijk contract, uitbesteding, pensionering, onderlinge overeenstemming
Personeelsverloop
Het personeelsverloop in 2025, gemeten door het totale aantal ontslagen, ontslagen, vertrekken in onderling overleg, pensioneringen, vertrekken tijdens proefperiodes en overlijdens te delen door het aantal vaste werknemers aan het einde van 2025, bedroeg 13 % (tegenover 8 % in 2024).
4.2.3.1.9 Kenmerken van Medewerkers niet in Loondienst onder het Eigen Personeel van de Onderneming (ESRS S1-7)
Het personeelsbestand van de Groep, die in 18 landen actief is, wordt verrijkt door de diversiteit van zelfstandige contractanten. Vanwege de geografische spreiding en de aard van hun werkzaamheden is het echter nog niet mogelijk om individuele informatie over contractanten binnen de Groep bij te houden.
4.2.3.1.10 Cao-Dekkingsgraad en Sociale Dialoog (ESRS S1-8)
Raadpleeg deel 4.2.3.1.4 Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts voor meer gedetailleerde informatie. Binnen de groep vallen alle werknemers in Italië en Slowakije onder een collectieve arbeidsovereenkomst, dit is 7,4% van alle werknemers aan het einde van het jaar.
VGP Stand op Expo Real 2025, Munchen
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 343
4.2.3.1.11 Diversiteitsmaatstaven
Werkgelegenheid naar leeftijd
| Werkgelegenheid naar leeftijd | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| <30 jaar | 7% | 8% |
| 30–50 jaar | 76% | 75% |
| >50 jaar | 17% | 17% |
Werkgelegenheid naar anciënniteit
| Werkgelegenheid naar anciënniteit | 2025 headcount | % |
|---|---|---|
| 0–1 jaar | 90 | 19% |
| 1–3 jaar | 118 | 25% |
| 3–5 jaar | 100 | 21% |
| 5–10 jaar | 118 | 25% |
| >10 jaar | 45 | 10% |
| Totaal | 471 | 100% |
Werkgelegenheid naar geslacht
| Werkgelegenheid naar geslacht | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Man | 60% | 60% |
| Vrouw | 40% | 37% |
| Onbekend | — | 3% |
Aandeel van vrouwen in topmanagementfuncties
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Aandeel van functies op directieniveau | 40% | 60% |
| Aandeel van seniormanagementfuncties 1 | 9% | 3% |
| Aandeel van middenkaderfuncties 2 | 60% | 45% |
1 Senior management position in VGP is defined as country, regional and executive management.
2 Middle management positions in VGP is defined as those positions as team lead, less any member of country, regional or executive management team.
4.2.3.1.12 Leefbare Lonen (ESRS S1-10)
Bezoldiging en voordelen
VGP biedt een fatsoenlijk salaris zodat werknemers in hun essentiële en sociale behoeften kunnen voorzien zonder zich buitengesloten te voelen. Dit houdt in dat zij zich noodzakelijke goederen en diensten (voedsel, huisvesting, gezondheidszorg, kleding) kunnen veroorloven, maar ook onderwijs, vervoer, vrije tijd en sparen. VGP vertrouwt op het lokale management en de vertegenwoordigers van het personeel, die volledig op de hoogte zijn van de lokale economische en juridische context, om zo eerlijk mogelijk te bepalen wat een fatsoenlijk salaris inhoudt. Het remuneratiebeleid van VGP wordt op groepsniveau vastgesteld, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de lokale markten. Het is bedoeld om individuele prestaties en bijdragen aan collectieve resultaten te stimuleren en zo de groei van de Groep op lange termijn te ondersteunen.
Totale bezoldiging
De Groep zorgt ervoor dat de bezoldiging van VGP concurrerend is ten opzichte van relevante markten.
| 2024/2025 | 2023/2024 | |
|---|---|---|
| Vergelijkbare stijging gemiddeld salaris | 6,5% | 5,6% |
Incentives
Naast het vaste salaris beloont de Groep individuele jaarlijkse prestaties, persoonlijke en naleving van de waarden van de Groep via een variabel bezoldigingsprogramma. Daarnaast is het Long Term Incentive Plan (LTIP) gericht op het aantrekken, belonen en behouden van toptalent voor de toekomst van de Groep, waarbij deelnemers worden betrokken bij de langetermijnprestaties van de Groep.
| Variabele bezoldiging | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| ontvangen door % van de werknemers | 89% | 85% |
| LTIP | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| ontvangen door % van de werknemers | 8,5% | 8,4% |
| Totale bijdrage aan LTIP in 2024 | € 15.589.005 | € 25.075.511 |
Vaste salarissen en STI worden aan het einde van het jaar voor alle werknemers vastgesteld. Bij elke beslissing wordt zorgvuldig gekeken naar de functie, anciënniteit, prestaties en bijdrage aan initiatieven van de Groep en de waarden van de Groep.De Groep beoordeelt zowel de resultaten als de manier waarop deze zijn behaald. Het remuneratiebeleid van VGP wordt consistent toegepast via een uitgebreid proces, waarbij geen enkel besluit over bezoldiging door slechts één persoon wordt genomen. Eenmaal per jaar krijgen werknemers en managers tijdens een beoordelingsgesprek feedback over hun sterke punten, ontwikkelingsgebieden, opleidingsbehoeften en carrièreplanning. Werknemers krijgen ook de gelegenheid om te praten over hun bijdragen aan initiatieven en projecten van de Groep die buiten hun directe verantwoordelijkheidsgebied vallen.
4.2.3.1.13 Sociale Bescherming (ESRS S1-11)
Alle werknemers van VGP worden gedekt door sociale bescherming via overheidsprogramma’s of via uitkeringen die door de Groep worden aangeboden tegen inkomensverlies als gevolg van een van de volgende belangrijke levensgebeurtenissen: ziekte, werkloosheid vanaf het moment dat de werknemer voor de Groep werkt, arbeidsongevallen en verworven invaliditeit, ouderschapsverlof en pensionering.
4.2.3.1.14 Mensen met een Beperking ESRS S1-12)
Aan het einde van het jaar 2025 telt de Groep 0,4% werknemers die erkend zijn als werknemers met een beperking (in 2024: 1%).
4.2.3.1.15 Maatstaven voor Opleiding en Ontwikkeling van Vaardigheden (ESRS S1-13)
| Evaluatiegesprekken per geslacht | |
|---|---|
| Totaal aantal werknemers dat heeft deelgenomen aan evaluatiegesprekken | 301 |
| Opleidingsuren per geslacht | 2025 |
|---|---|
| Vrouw | 970 |
| Mannen | 1.380 |
| Totaal aantal gevolgde uren | 2.350 |
| Gemiddeld aantal uren per werknemer | 5,0 |
| gemiddeld aantal uren per vrouw | 5,2 |
| Gemiddeld aantal uren per man | 4,9 |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 344
4.2.3.1.16 Veiligheids- en Gezondheidsmaatstaven (S1-14)
| Ongevallen Eigen personeel | |||
|---|---|---|---|
| Soort ongeval | Aantal incidenten 2025 | Aantal incidenten 2024 | |
| Werkgerelateerde/woon-werkverkeersongevallen met letsel | 1 | 2 | |
| Werkgerelateerde/woon-werkverkeersongevallen met dodelijke afloop | — | — |
| Aannemers | |
|---|---|
| Soort ongeval | Aantal incidenten 2025 |
| Werkgerelateerde/woon-werkverkeersongevallen met letsel | 3 |
| Werkgerelateerde/woon-werkverkeersongevallen met dodelijke afloop | — |
| Gezondheid en veiligheid – VGP-werknemers | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Werknemers in VGP-gebouwen die onder het Beleid inzake Gezondheid en Veiligheid van VGP vallen | — | 11 |
| Frequentie van letsel met verzuim onder werknemers | 2,6 | 1,2 |
| Totale registreerbare ongevallenfrequentie onder werknemers/Ernst | 0,5 | 0,2 |
| Ernst | 13,2 | 1,7 |
| Totaal aantal gewerkte uren | c. 760.000 | c. 813.000 |
| Ontwikkelingsprojecten – onder controle van aannemers | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Aantal dodelijke slachtoffers bij aannemers | — | — |
| Aantal en percentage frequentie van ongevallen met verzuim | 4 Aannemers | 3 Aannemers |
| Frequentiegraad van letsels met verzuim bij aannemers | 1,0 | 0,4 |
| Totaal aantal gewerkte uren door aannemers | c. 3,9 miljoen | c. 5,0 miljoen |
De Groep streeft een strategie na op het gebied van risicopreventietraining. Het ziekteverzuim wordt in elk land gemonitord en de informatie wordt regelmatig naar het management gestuurd. De oorzaken van arbeidsongevallen worden geanalyseerd en er worden maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. De totale registreerbare letselfrequentie en ernstgraad bedroegen in 2025 respectievelijk 1,2% en 1,7%. In 2025 vertegenwoordigde het ziekteverzuim 1035 werkdagen (1% van het totale aantal werkdagen) en vertegenwoordigden de dagen van afwezigheid wegens arbeidsongevallen/ongevallen tijdens het woon-werkverkeer of ziekte 7 werkdagen (3% van het totale aantal werkdagen).
| Gezondheid en Veiligheid op het Werk | Aantal werkdagen | Verhouding (%) |
|---|---|---|
| Verloren dagen door arbeidsongevallen | 7 | 3% |
| Verloren dagen door werkgerelateerde ziekte en sterfgevallen als gevolg van ziekte | 329 | 36% |
| Verloren dagen door beroepsziekten | — | — |
| Verloren dagen door ziekteverzuim | 1.035 | 1% |
| Verloren dagen door werkgerelateerde psychische aandoeningen | — | — |
| Verloren dagen door persoonlijke/ familiale gebeurtenissen | 78 | 1% |
| Totaal | 1.449 |
4.2.3.1.17 Maatstaven voor Werk- Privébalans (ESRS S1-15)
Alle werknemers hebben recht op verlof om familiale redenen via het Sociaal Beleid en/of collectieve arbeidsovereenkomsten.
| 2025 | |
|---|---|
| Percentage werknemers dat recht heeft op verlof om familiale redenen | 100% |
| Percentage werknemers dat verlof om familiale redenen heeft opgenomen | 10% |
| Percentage vrouwelijke werknemers | 15% |
| Percentage mannelijke werknemers | 6% |
Verlof om familiale redenen omvat moederschapsverlof, vaderschapsverlof, ouderschapsverlof en zorgverlof dat beschikbaar is onder de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten. Voor deze maatstaf worden deze begrippen gedefinieerd als:
i. moederschapsverlof (ook wel zwangerschapsverlof genoemd): verlof met behoud van werk voor werkende vrouwen direct rond de tijd van de bevalling (of, in sommige landen, adoptie);
ii. vaderschapsverlof: verlof van het werk voor vaders of, indien en voor zover erkend door de nationale wetgeving, voor daarmee gelijkgestelde tweede ouders, ter gelegenheid van de geboorte of adoptie van een kind met het oog op de zorg voor dat kind;
iii. ouderschapsverlof: verlof van het werk voor ouders naar aanleiding van de geboorte of adoptie van een kind om voor dat kind te zorgen, zoals gedefinieerd door elke Lidstaat;
iv. zorgverlof: verlof voor werknemers om persoonlijke zorg of ondersteuning te verlenen aan een familielid of een persoon die in hetzelfde huishouden woont en die om ernstige medische redenen aanzienlijke verzorging of ondersteuning nodig heeft, zoals gedefinieerd door elke Lidstaat
Bezoldigingsmaatstaven (Loonkloof)
| Verhouding gemiddelde bezoldiging mannen/vrouwen | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Loonkloof | 37% | 32% |
Niet-Aangepaste Loonkloof tussen Mannen en Vrouwen
De niet-aangepaste loonkloof van de Groep tussen mannen en vrouwen, berekend als het verschil tussen het gemiddelde uurloon van mannen en het gemiddelde uurloon van vrouwen, uitgedrukt als percentage van het gemiddelde uurloon van mannen, bedraagt 32% (37% in 2024). Deze loonkloof is grotendeels te wijten aan een hoger percentage mannen op hogere niveaus en vrouwen op ondersteunende en operationele niveaus. Gezien de vooruitgang die is geboekt bij het bevorderen en aannemen van vrouwelijke leidinggevenden, en gezien het huidige remuneratiebeleid, heeft de Groep er alle vertrouwen in dat de niet-aangepaste loonkloof tussen mannen en vrouwen de komende jaren zal blijven afnemen.
Totale Bezoldiging Verhouding
De totale bezoldigingsverhouding wordt voorgesteld in het deel Remuneratieverslag
4.2.3.1.18 Incidenten, Klachten en Ernstige Impacts op het gebied van Mensenrechten (ESRS S1-17)
In 2025 hebben zich geen incidenten, klachten of ernstige schendingen van de mensenrechten voorgedaan binnen de activiteiten en het personeelsbestand van VGP. VGP zal zich blijven inspannen om zijn interne preventie- en mechanismen en zijn inzet voor de mensenrechten voortdurend te versterken. De Groep is actief in de Europese Unie, Servië en is onlangs begonnen met activiteiten in het Verenigd Koninkrijk, waar strenge mensenrechtenbescherming geldt. Deze rechtsgebieden Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 345 hebben strenge voorschriften en normen waaraan de Groep zich houdt, zodat de rechten van alle personen die bij zijn activiteiten betrokken zijn, worden gerespecteerd en beschermd. Dankzij de proactieve benadering van VGP en de naleving van deze hoge normen, aangevuld met het Beleid inzake Mensenrechten van VGP, heeft de Groep een solide reputatie op het gebied van mensenrechten kunnen behouden.
4.2.3.2 Werknemers in de Waardeketen (ESRS S2)
4.2.3.2.1 Belangen en Opvattingen van Belanghebbenden (ESRS 2 SBM-2)
In het operationele ecosysteem van VGP spelen werknemers in de waardeketen een cruciale rol. Deze personen omvatten het personeel van de directe leveranciers van VGP en, in mindere mate, de werknemers van de huurders binnen VGP Parks. Hun rollen zijn divers en strekken zich uit over verschillende stadia van de activiteiten van VGP, van de bouwfase tot de onderhoudsfase. In overeenstemming met de Moderne Slavernijverklaring van VGP en zijn benadering van mensenrechten, zet VGP zich in voor de uitbanning van alle vormen van dwangarbeid en kinderarbeid binnen zijn toeleveringsketen. VGP gelooft in het hooghouden van de waardigheid van arbeid en houdt zich strikt aan de beginselen van mensenrechten. De belangen die voor de werknemers in de waardeketen van VGP zijn geïdentificeerd, zijn veelzijdig. Ze omvatten niet alleen het bieden van eerlijke arbeidsomstandigheden, maar ook het nemen van maatregelen op het gebied van gezondheid en veiligheid. Hoewel de betrokkenheid van werknemers in de waardeketen bij de activiteiten van VGP indirect kan zijn, is hun bijdrage aan het succes van VGP direct en aanzienlijk. Daarom streeft VGP ernaar om ervoor te zorgen dat hun rechten en belangen altijd worden beschermd en gerespecteerd. Voor meer informatie over de benadering van VGP ten aanzien van zijn leveranciers en zakenpartners, met inbegrip van hun werknemers, verwijzen we naar deel 4.2.4.4 Beheer van relaties met leveranciers.
4.2.3.2.2 Materiële Impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel (ESRS 2 SBM-3)
Zie delen 4.2.1.4.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren en deel Risicobeheer en Interne Controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur, respectievelijk voor meer gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsanalyse en het proces voor het in kaart brengen van risico’s. Zoals uitgelegd in 4.2.1.3.1 Strategie, businessmodel en waardeketen en deel 4.2.1.2.5 Materiële impacts, risico en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel, heeft VGP te maken met een breed scala aan werknemers in de waardeketen.Deze werknemers kunnen als volgt worden gecategoriseerd:
— Werknemers in de upstream-waardeketen van VGP: deze groep omvat bouwvakkers, architecten en ingenieurs die betrokken zijn bij de bouw en het ontwerp van de activa van VGP. Het omvat ook leveranciers die materialen leveren voor bouw en onderhoud. In 2025 zijn de toepasselijke mechanismen van VGP voornamelijk gericht op deze categorie werknemers in de waardeketen.
— Werknemers in de downstream-waardeketen van VGP: dit zijn voornamelijk personen die betrokken zijn bij de activiteiten van huurders binnen VGP Parks, waaronder directe werknemers van onze huurders en logistieke en distributiebedrijven die leveren aan de activiteiten van onze huurders, en andere bezoekers.
In kaart brengen van Duurzaamheidsrisico’s in de Toeleveringsketen
VGP zet zich in voor de bescherming van mensenrechten, gezondheid, veiligheid en de preventie van moderne slavernij in zijn waardeketen. Om zijn aanpak van verantwoord inkopen te versterken, heeft VGP in 2025 de duurzaamheidsrisico’s in zijn toeleveringsketen in kaart gebracht. Dit in kaart brengen stelt VGP in staat om de belangrijkste risico’s met betrekking tot duurzaamheid in zijn upstream-waardeketen te begrijpen en te identificeren, en stelt de Groep in staat om actieplannen te definiëren en uit te voeren om deze risico’s te beheersen. Bij de inventarisatie zijn belangrijke vertegenwoordigers van functies met hoge inkoopvolumes (zoals ontwikkelingsteams of technische teams) en de Juridische en Compliance-afdeling van de Groep betrokken geweest. De inventarisatie omvat 12 belangrijke inkoopcategorieën onder 11 risicocategorieën (verbruik van hulpbronnen, vervuiling, afvalproductie, klimaatverandering, biodiversiteit, illegale/gedwongen arbeid, discriminatie/intimidatie, werktijd/salaris, gezondheid en veiligheid, gegevensbescherming en corruptie), waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen landen.
Het risico in de toeleveringsketen wordt beperkt door:
— 94% van de Tier I-leveranciers in 2025 is gevestigd in de EU en past strenge inkoopregels toe op Tier II-leveranciers
— Due diligence van leveranciers, waarbij rekening wordt gehouden met de hierboven aangegeven risicocategorie
— Voor leveranciers met een cumulatieve jaarlijkse waarde van >€ 1 miljoen wordt een controle uitgevoerd op eerdere Sustainalytics- en CDP-scores, indien beschikbaar, en worden algemene risicobeoordelingen uitgevoerd op deze bedrijven
— Specifieke maatregelen worden ingevoerd om risico’s in hogere risicocategorieën te beperken (bijvoorbeeld beperking op de aankoop van PV-panelen uit de regio Xinjiang)
Risicobeheer
VGP verbindt zich ertoe om materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot werknemers in de waardeketen te beheren door middel van een reeks complementaire beleidslijnen (zie deel 4.2.3.2.3 Beleid met betrekking tot werknemers in de waardeketen). De aanpak van de Groep op het gebied van risicobeoordeling en due-diligence is gebaseerd op de evaluatie van eventuele schendingen met betrekking tot corruptie, mensenhandel en moderne slavernij. Alle gesignaleerde rode vlaggen worden doorgegeven aan de afdeling Compliance. Interne Audit evalueert regelmatig de correcte toepassing van de Algemene Aankoopvoorwaarden en, voor zover van toepassing, van de Gedragscode voor Leveranciers, in contracten en de due-diligence die wordt uitgevoerd bij leveranciers.
Geografisch gezien is VGP actief in 18 landen in Europa. Elk van deze landen heeft zijn eigen unieke arbeidswet- en regelgeving en VGP zet zich in om bij zijn activiteiten alle lokale wetten en normen na te leven. Het beleid van VGP met betrekking tot werknemers in de waardeketen zorgt ervoor dat de Groep niet alleen de wet- en regelgeving naleeft, maar ook streeft naar waarborgen van de mensenrechten en het voorkomen van gedwongen arbeid en kinderarbeid.
De grondstoffen en goederen die betrokken zijn bij de activiteiten van VGP hebben voornamelijk betrekking op de vastgoedsector, met name bouwmaterialen voor gebouwen en goederen die binnen VGP Parks worden verwerkt. Zie de resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse van VGP in deel 4.1.1.1 Impact-, risico- en kansenmanagement, evenals deel 2.2.6.1 Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 346
4.2.3.2.3 Beleid met betrekking tot Werknemers in de Waardeketen (ESRS S2-1)
De benadering van VGP ten aanzien van werknemers in de waardeketen is vastgelegd in een samenhangende reeks beleidsregels op het gebied van mensenrechten, moderne slavernij, verantwoord aankopen en Gezondheid en Veiligheid, waarmee VGP blijk geeft van zijn toewijding om zijn normen op deze gebieden te handhaven.
Mensenrechten
De Groep erkent dat zijn activiteiten een directe en indirecte impact kunnen hebben op de mensenrechten en blijft zich inzetten om alle redelijke inspanningen te leveren om risico’s te anticiperen en te beperken en om een positieve bijdrage te leveren aan de gemeenschappen waarin VGP actief is. Het Beleid inzake Mensenrechten van VGP (zie de laatste versie op de website van VGP) versterkte de verbintenis die in 2022 werd aangegaan door de ondertekening van de UNGC. Het beleid is van toepassing op alle werknemers, entiteiten en activiteiten onder de paraplu van VGP, met inbegrip van dochtervennootschappen en joint ventures. Aannemers, klanten, bezoekers, leveranciers en zakenpartners moeten eerlijk worden behandeld in overeenstemming met de principes van het beleid. De Groep zet zich in voor de naleving van de mensenrechtenprincipes in zijn hele toeleveringsketen, van het hoofdkantoor tot individuele projectlocaties, en zorgt ervoor dat deze in overeenstemming zijn met zijn kernwaarden. Het beleid is gebaseerd op en afgestemd op internationale mensenrechtenteksten en -principes. Om de bescherming van de mensenrechten in zijn waardeketen te waarborgen, pakt VGP dit probleem aan door middel van aanvullende due-diligence-mechanismen die bijdragen aan het in kaart brengen van duurzaamheidsrisico’s (waaronder sociale en mensenrechtenrisico’s) in zijn verschillende inkoopcategorieën en, indien nodig, deze aangepakt met corrigerende maatregelen. Zo worden belangrijke aanbestedingen onderworpen aan een “Know Your Partner”-screeningproces en moeten alle contracten de Algemene Aankoopvoorwaarden van de Groep accepteren, waaronder de Gedragscode voor Leveranciers van de Groep met bepalingen over mensenrechten en arbeidsnormen op basis van de IAO-Verdragen en internationale mensenrechtennormen. De Groep streeft ernaar waakzaam te blijven om eventuele gevolgen voor de mensenrechten in zijn toeleveringsketen in kaart te brengen, te voorkomen, te beperken en te verhelpen.
Moderne Slavernij en Mensenhandel
Hoewel, zoals opgemerkt in de bevindingen van de Global Slavery Index, de landen waarin de VGP Groep momenteel actief is worden beoordeeld als laag tot matig in termen van risico’s op incidenten van moderne slavernij (in vergelijking met andere regio’s), wordt in het Beleid van VGP inzake de Bestrijding van Slavernij en Mensenhandel een nultolerantiebeleid ten aanzien van alle moderne vormen van slavernij en mensenhandel uiteengezet, wat een weerspiegeling is van het streven van VGP om in alle zakelijke relaties ethisch en integer te handelen. VGP streeft ernaar maatregelen te nemen om de risico’s van dwangarbeid en mensenhandel in al zijn activiteiten en toeleveringsketens in kaart te brengen, te begrijpen en aan te pakken, alsook om het bewustzijn te vergroten bij zakelijke partners en de nodige due-diligence in zijn toeleveringsketen in acht te nemen. De Groep doet alle redelijke inspanningen om effectieve systemen en controles te implementeren en te handhaven om gedwongen arbeid en mensenhandel waar dan ook in de activiteiten van VGP of in een van zijn toeleveringsketens te beperken. De standaard leveringscontracten die door VGP worden gebruikt, bevatten bepalingen die specifiek gericht zijn op het bestrijden van het risico van alle moderne vormen van slavernij en mensenhandel in de toeleveringsketen van VGP. Naast de clausules die verplicht zijn gesteld door de Gedragscode voor Leveranciers van de Groep (zoals besproken in deel 4.2.4.4 Beheer van relaties met leveranciers), bevatten standaard bedrijfscontracten ook clausules die een bieder kunnen verplichten om eventuele zorgen of overtredingen te melden via de Compliance HotLine van VGP, waarnaar in alle contracten tussen VGP en zijn leveranciers van goederen en diensten wordt verwezen. Meer gedetailleerde informatie is te vinden in de Verklaringen inzake Moderne Slavernij van VGP, op zijn website.
Verantwoord aankopen
De Gedragscode voor Leveranciers van VGP is een belangrijk onderdeel van de aanpak van VGP op het gebied van verantwoord aankopen. Deze code is bedoeld om kansen te benutten en risicobeperking met betrekking tot de inkoop van producten en diensten te versterken. De Gedragscode voor Leveranciers is bedoeld om met alle leveranciers te worden gedeeld en wordt aangevuld met andere maatregelen, afhankelijk van de inkoopcategorieën. Deze Code helpt VGP ervoor te zorgen dat de leveranciers van de Groep zich houden aan dezelfde hoge normen op het gebied van mensenrechten en moderne slavernij, waarbij rechtstreeks wordt verwezen naar de toepasselijke internationale teksten en beginselen op het gebied van mensenrechten. Naast de beginselen inzake mensenrechten en arbeidsnormen, behandelt de Code ook onderwerpen als ethiek en zakelijke integriteit, evenals milieunormen en -prestaties.De Code biedt externe belanghebbenden in de waardeketen ook open en directe toegang tot het belangrijkste klachtenmechanisme van de Groep in de vorm van de Compliance HotLine, waarbij duidelijk wordt vermeld dat het klokkenluidersbeleid van de Groep ervoor zorgt dat VGP geen leveranciers of personen zal discrimineren of represailles zal nemen tegen leveranciers of personen die te goeder trouw en met de nodige nauwkeurigheid vermeende schendingen van toepasselijke mensenrechten melden, ongeacht of dergelijke informatie uiteindelijk correct blijkt te zijn of niet, of die meewerken aan een onderzoek of enquête met betrekking tot dergelijke schendingen. De klokkenluider zal niet worden bestraft en zal genieten van de toepasselijke lokale regelgeving inzake de bescherming van klokkenluiders.
Gezondheid en Veiligheid
De aannemers die onder toezicht staan van Constructie Management. Aannemers zijn contractueel verplicht om de nodige voorzieningen te treffen voor de veiligheid op de bouwplaats en te voldoen aan de relevante gezondheids- en veiligheidswetgeving. De teams van het Constructie Management stellen de technische vereisten op die aan de aannemers tijdens het aanbestedingsproces worden verstrekt. Deze omvatten specifieke veiligheidsvereisten, evenals de toepasselijke normen inzake gezondheid en veiligheid waaraan een geselecteerde aanbesteder moet voldoen. Aanbestedingen die niet voldoen aan de technische vereisten en de van toepassing zijnde normen inzake gezondheid en veiligheid worden uitgesloten uit het aanbestedingsproces. Tijdens de bouwfase houden de teams van het Constructie Management voortdurend toezicht op de bouwplaats wat betreft gezondheid en veiligheid en beveiliging. Coördinatoren inzake gezondheid en veiligheid worden aangesteld in verschillende landen waar de Groep actief is. Ze zijn in dienst van de Aannemer voor Bouwbeheer en hebben als belangrijkste functie het coördineren van aangelegenheden inzake gezondheid en veiligheid tussen de verschillende belanghebbenden.
4.2.3.2.4 Processen om met Werknemers in de Waardeketen te Overleggen over Impacts (ESRS S2-2)
VGP gebruikt van tijd tot tijd communicatie- en opleidingssessies om zijn medewerkers in de waardeketen te betrekken. Deze sessies zijn bedoeld om de werknemers te informeren over de impact van hun acties en beslissingen op het milieu, de samenleving en het bedrijf. Zo streeft VGP er bijvoorbeeld systematisch naar om het recht op werk van werknemers en arbeiders op bouwplaatsen van de Groep te valideren, indien van toepassing. In overeenstemming met het beleid dat wordt uiteengezet in deel 4.2.3.2.3 Beleid met betrekking tot werknemers in de waardeketen, betrekt VGP zijn zakenpartners en leveranciers bij de bestrijding van moderne slavernij, schendingen van de mensenrechten of kwesties inzake gezondheid en veiligheid die van invloed kunnen zijn op werknemers in de waardeketen of hun gemeenschappen. VGP maakt ook gebruik van feedbackmechanismen om werknemers in de waardeketen in staat te stellen hun zorgen en suggesties met betrekking tot de impacts van hun werk kenbaar te maken. De belangrijkste feedbackmechanismen zijn de directe toegang tot het klachtenmechanisme van VGP, de VGP Compliance HotLine, en de toegang tot de relevante teams die de bouwplaatsen beheren.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 347
4.2.3.2.5 Herstelprocessen voor Negatieve Impacts en Kanalen voor Werknemers in de Waardeketen om Zorgen Kenbaar te Maken (ESRS S2-3)
Het kader voor Risicobeheer van de Groep omvat de naleving van de mensenrechten voor werknemers in de waardeketen. Zoals uiteengezet in het Beleid inzake Mensenrechten van VGP, worden mensenrechtenrisico’s meegenomen in de jaarlijkse risicobeoordeling van de Groep. Het doel van de due-diligence van VGP op het gebied van mensenrechten is ervoor te zorgen dat VGP potentiële risico’s en gevolgen voor mensenrechten in verband met zijn activiteiten effectief in kaart brengt, beoordeelt en aanpakt, wanneer dit noodzakelijk en materieel wordt geacht door middel van een risicobeoordeling. Het doel is om in overeenstemming te zijn met internationale normen om de eerbiediging van de mensenrechten te bevorderen en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de Groep hoog te houden. In de jaarlijkse risicobeoordelingen van de Groep wordt aandacht besteed aan de impacts voor de mensenrechten, met name via risico’s op het gebied van personeelszaken en naleving. VGP streeft ernaar een materialiteitsanalyse uit te voeren die alle activiteiten van de Groep en de potentiële impact op de mensenrechten omvat, rekening houdend met lokale wetten, voorschriften en sociaal-politieke omstandigheden. Bij het in kaart brengen van potentiële risico’s en impacts voor mensenrechten in verband met zijn activiteiten, toeleveringsketen en zakelijke relaties, zal VGP redelijke inspanningen leveren om corrigerende maatregelen te nemen. Daarnaast worden in de Gedragscode voor Leveranciers de verwachtingen van de Groep ten aanzien van zijn leveranciers op het gebied van duurzaamheid en mensenrechtenkwesties uiteengezet, en wordt herhaald dat leveranciers en hun werknemers volledige toegang hebben tot de VGP Compliance HotLine. Dit klachtenmechanisme biedt een vertrouwelijk kanaal voor werknemers en alle externe belanghebbenden om eventuele zorgen of schendingen van de Gedragscode, het beleid van VGP en alle toepasselijke wetgeving te melden. Dit zorgt ervoor dat eventuele negatieve impacts onmiddellijk in kaart kunnen worden gebracht en aangepakt door de relevante teams.
4.2.3.2.6 Acteren op Materiële Impacts en Benaderingen om wat betreft Werknemers in de Waardeketen Materiële Risico’s te Mitigeren en Materiële Kansen te Benutten, en de Effectiviteit van die Maatregelen en Benaderingen (ESRS S2-4)
De Groep streeft naar voortdurende verbetering en is altijd op zoek naar manieren om bestaande praktijken te verbeteren en betere resultaten te behalen voor werknemers in de waardeketen. De aanpak van de Groep om te bepalen welke maatregelen nodig zijn om te reageren op een bepaalde feitelijke of potentiële materiële negatieve impact, maakt deel uit van het proces inzake risicobeoordeling van de Groep en is gebaseerd op de resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse. Dit proces omvatte overleg met belanghebbenden, analyse van trends in de sector en afweging van wettelijke vereisten. Gezondheid en veiligheid en de bescherming van de mensenrechten van werknemers in de waardeketen, met inbegrip van het in kaart brengen en voorkomen van alle gevallen van moderne slavernij in de waardeketen van het bedrijf, zijn de vastgestelde prioriteiten.
VGP Community dat 2025 in Italië, het maken van fietsen voor kansarme kinderen.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 348
Mensenrechten
Het Beleid inzake Mensenrechten biedt een kader voor het in kaart brengen, voorkomen en aanpakken van mogelijke schendingen van de mensenrechten. Door duidelijk te definiëren wat aanvaardbare praktijken en gedragingen zijn, helpt het ervoor te zorgen dat alle werknemers met waardigheid en respect worden behandeld, ongeacht hun rol in de waardeketen. Bovendien stelt het Beleid maatregelen vast om verantwoording af te leggen, zodat eventuele schendingen onmiddellijk worden aangepakt en verholpen. De Gedragscode voor Leveranciers draagt bij aan de bescherming van de rechten van werknemers in de waardeketen.
Moderne Slavernij
Hoewel de landen waar de Groep momenteel actief is, worden beoordeeld als laag tot matig wat betreft het risico op incidenten van moderne slavernij (in vergelijking met andere regio’s), maakt de prevalentie van buitenlandse werknemers in de bouwsector in het algemeen en de inkoop van materialen en apparatuur uit mondiale gebieden met een hoger risico VGP kwetsbaarder voor misdrijven als moderne slavernij, dwangarbeid, misleidende werving voor arbeid of diensten, mensen- en kinderhandel en andere soortgelijke misdrijven die zich voordoen in zijn bedrijfsvoering en toeleveringsketens. De Groep streeft ernaar een adequaat niveau van waakzaamheid te handhaven om eventuele impacts op de mensenrechten in zijn toeleveringsketen in kaart te brengen, te voorkomen, te beperken en te verhelpen.
Gezondheid en Veiligheid
Naast zijn mechanismen inzake preventie en beperking om de gezondheid en veiligheid van werknemers in de waardeketen binnen de controlegebieden van de Groep te waarborgen, heeft VGP een Verklaring inzake Gezondheid en Veiligheid uitgegeven. Raadpleeg deel 4.2.3.2.3 Beleid met betrekking tot werknemers in de waardeketen voor meer gedetailleerde informatie.
4.2.3.2.7 Doelen wat betreft het Beheersen van Materiële Negatieve Impacts, het Bevorderen van Positieve Impacts en het Beheersen van Materiële Risico’s en Kansen (ESRS S2-5)
VGP zal ernaar streven zijn bestaande beleid en onderliggende mechanismen te versterken. Dit beleid zal regelmatig worden herzien en bijgewerkt om ervoor te zorgen dat het effectief en relevant blijft. VGP zal ernaar streven om zijn due-diligence-mechanismen te handhaven met de nadruk op moderne slavernij en mensenrechtenaspecten, en zijn “Know Your Partner”-screeningsproces te versterken om nieuwe zakenpartners grondig te controleren en huidige zakenpartners te monitoren. Dit zal helpen bij het in kaart brengen en beperken van potentiële risico’s.
4.2.3.3 Getroffen Gemeenschappen (ESRS S3)
Gemeenschappen die door VGP worden getroffen worden gedefinieerd in de context van de activiteiten van VGP, d.w.z. als een exploitant van onroerend goed. In de context van VGP zijn getroffen gemeenschappen de lokale gemeenschappen waarvan de activa van VGP een integraal onderdeel vormen. Als exploitant van duurzame bedrijfsparken speelt VGP een actieve rol binnen de gemeenschappen waarin hij actief is.Het economische succes van de Groep is gebaseerd op een sterke relatie en regelmatig overleg met zijn belanghebbenden: huurders, klanten, investeerders, lokale gemeenschappen, leveranciers en aannemers, evenals werknemers.
4.2.3.3.1 Belangen en Opvattingen van Belanghebbenden (ESRS 2 SBM-2)
VGP zet zich in om lokale gemeenschappen te integreren in zijn bedrijfsmodel voor zowel ontwikkelingsprojecten als bestaande activa. Wat ontwikkelingsprojecten betreft, heeft VGP een aanzienlijke pijplijn van projecten voor licht industriële of logistieke doeleinden, zoals VGP Park Rüsselsheim en VGP Park La Naval. Deze projecten zijn ontworpen om brownfields te revitaliseren en bedrijven te voorzien van eco-efficiënte bedrijfsruimten die voldoen aan toonaangevende duurzaamheidsnormen. Hiermee verbetert VGP niet alleen de bebouwde omgeving, maar draagt hij ook bij aan de vitaliteit en duurzaamheid van lokale gemeenschappen.
Voor bestaande activa werkt VGP samen met verschillende lokale belanghebbenden om een positieve sociale impact te genereren. De veerkracht van een gemeenschap is een complex, veelzijdig concept dat onder meer betrekking heeft op paraatheid bij rampen, bescherming tegen risico’s en de bevordering van stabiele en welvarende gemeenschappen. De strategie van VGP is ontworpen op het niveau van het pand om bij te dragen aan de langetermijnontwikkeling van de gemeenschap. Deze plannen zijn geïntegreerd in het beheer van de bestaande activa van VGP, zodat rekening wordt gehouden met de belangen van lokale gemeenschappen en belanghebbenden.
Wat de sociale impact betreft, zet VGP zich in om zijn invloed op lokale schaal te monitoren en te verbeteren. Door zijn sociale impact te meten, streeft VGP ernaar inzicht te krijgen in de totale impact van zijn werkzaamheden en samen te werken met lokale gemeenschappen om grotere veranderingen teweeg te brengen. Dit proces is cruciaal voor VGP om ervoor te zorgen dat zijn activiteiten niet alleen winstgevend zijn, maar ook ten goede komen aan de gemeenschappen waarin hij actief is.
Bovendien onderstreept de toewijding van VGP aan duurzaamheid, zoals blijkt uit zijn ESG-Strategie, nog eens zijn toewijding aan integratie in de gemeenschap. Door ambitieuze milieudoelstellingen vast te stellen (zie deel 4.1 Stappenplan voor ESG-Strategie voor meer gedetailleerde informatie over de duurzaamheidsdoelstellingen van VGP), zorgt VGP ervoor dat zijn activiteiten en ontwikkelingen niet alleen winstgevend zijn, maar ook ten goede komen aan de gemeenschappen waarin hij actief is. VGP werkt samen met de getroffen gemeenschappen door middel van concrete samenwerking met lokale autoriteiten en belanghebbenden in en rond zijn parken, onder meer met betrekking tot het verkennen van een lokale energiegemeenschap op basis van zonne-energieopwekking en opslagcapaciteit. Daarnaast integreert VGP maatregelen voor biodiversiteit in zijn ontwikkelingen, zoals het herstel van natuurlijke habitats, het planten van bomen, het aanleggen van waterpartijen en het faciliteren van wildcorridors tussen aangrenzende gebieden. Deze initiatieven zijn bedoeld om de lokale milieukwaliteit te ondersteunen, de samenwerking met omliggende gemeenschappen te versterken en ervoor te zorgen dat de activiteiten van VGP een positieve bijdrage leveren aan hun lokale context.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 349
4.2.3.3.2 Materiële Impacts, Risico’s en Kansen en de Wisselwerking daarvan met Strategie en Businessmodel (ESRS 2 SBM-3)
VGP voor jobs
Logistiek vastgoed kan een aanzienlijke positieve impact hebben op de omliggende gemeenschap. De bedrijfsstrategie van VGP is het bouwen, bezitten en exploiteren van logistieke faciliteiten in de buurt van stedelijke centra. Dit verkort de leveringsroutes, vermindert de levertijden en vermindert de daarmee samenhangende uitstoot. De klanten van VGP en de klanten van onze klanten (zowel zakelijke als particuliere klanten) profiteren van levering van de goederen en diensten die ze nodig hebben de volgende dag of zelfs dezelfde dag. Bijkomende voordelen zijn onder meer een groot aantal jobs in de logistiek, kortere woon-werk tijd voor logistieke werknemers, sanering en herstel van verlaten of brownfield-sites en zelfs verbetering van lokale parken en vervoer.
Op basis van onze kennis van de werkgelegenheid die in onze parken wordt gegenereerd, gaan in december 2025 ongeveer 38.000 mensen dagelijks aan de slag bij VGP (tegenover 37.000 in december 2024). Op basis van vergelijkbare verslagen van Oxford Economics ligt het waarschijnlijke rechtstreekse en onrechtstreekse effect dichter bij 126.000 banen. VGP streeft er ook naar om de lokale gemeenschap te helpen profiteren van deze werkgelegenheid, onder meer door middel van stageprogramma’s.
| Employment generated in VGP Parks |
|---|
| 1 COM-BOOK_20200226.pdf (citiesofmaking.com) Cities of Making |
In de context van VGP zijn de getroffen gemeenschappen de lokale gemeenschappen waarvan de activa van VGP een integraal onderdeel vormen. In overeenstemming met de minimumgaranties van de EU-Taxonomie en de OESO-Richtlijnen voor Ondernemingen, streeft VGP ernaar de lokale economische ontwikkeling te stimuleren door nauwe samenwerking met de lokale gemeenschap, met inbegrip van zakelijke belangen, en door activiteiten die in overeenstemming zijn met de noodzaak van gezonde handelspraktijken.
Een recente studie van JPI Urban Europe genaamd “Cities of Making” identificeerde, naast 10 andere “behoeften” van lokale gemeenschappen, de “behoefte” aan bedrijfsparken in steden om “een geschikte mix van unitgroottes te bieden voor een breed scala aan bedrijfstypen afhankelijk van de fase van hun ontwikkeling” 1 . Terwijl de stedelijke logistieke dienstensector doorgaans wordt gedomineerd door multinationale spelers, bestaat een groot deel van de fabrikanten uit KMO’s (kleine en middelgrote ondernemingen), met minder dan 250 werknemers, of micro-ondernemingen met minder dan 11 werknemers. Een aanzienlijk aantal van deze kleinere bedrijven is voor een groot deel van hun inkomsten afhankelijk van de lokale markt en speelt een belangrijke rol binnen hun lokale gemeenschap. Door kleinere ruimtes te verhuren in onze parken, kan VGP de diversiteit in het lokale economische kader helpen ondersteunen door bedrijven van verschillende omvang en met verschillende financiële middelen te helpen hun plaats te vinden. Ons vermogen om kleinere werkunits aan te bieden in onze bedrijfsparken binnen de stadsgrenzen, zij het op kleine schaal, zal deze inspanning verder ondersteunen. De Groep heeft verschillende VGP Parks in ontwikkeling aangewezen als potentiële locaties voor dergelijke kleinere units, onder andere in onze parken in Wiesloch, Vélizy en České Budějovice.
Naast de bovengenoemde specifieke activiteit, verwijzen wij naar deel 4.2.1.4.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren en deel 4.2.1.2.5 Risicobeheer en Interne Controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur, respectievelijk voor meer gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsanalyse en voor het proces voor het in kaart brengen van risico’s. Zoals uitgelegd in 4.2.1.3.1 Strategie, businessmodel en waardeketen en deel 4.2.1.3.3 Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel, streeft de Groep er als exploitant van bedrijfsparken naar een positieve impact te hebben op gemeenschappen en ervoor te zorgen dat deze locaties een katalysator zijn voor economische en sociale vitaliteit.
CASE STUDY
In geval je meer wilt weten over de activiteiten die wij inzetten om de gemeenschappen rondom onze parken te ondersteunen, klik dan hier voor een casestudy over VGP Park České Budějovice op onze website.
4.2.3.3.3 Beleid ten aanzien van Getroffen Gemeenschappen
VGP is zich bewust van het economische belang van zijn vastgoedpanden. VGP is niet alleen een stadsplanner, leverancier van openbare voorzieningen en bouwer van eco-efficiënte en goed bereikbare bedrijfsparken, maar speelt ook een sleutelrol in het lokale ecosysteem. VGP stimuleert positieve economische en sociale impacts binnen zijn gemeenschappen door middel van werkgelegenheid, opleiding en sociale inclusie: het creëren van duizenden rechtstreekse of onrechtstreekse jobs door bouw- en exploitatie-uitgaven, indirecte werkgelegenheid door activiteiten van huurders, leveranciers en lokale belastingen.
Om mogelijke negatieve impacts op de gemeenschappen rond zijn ontwikkelingsprojecten te beperken, handhaaft VGP een Handvest Zorgzaam Bouwen (“Considerate Construction Charter”) met regels voor afvalbeheer, geluidsniveaus, verkeersregels en het voorkomen van milieuverontreiniging.
Het Beleid inzake Mensenrechten van VGP onderstreept eveneens het engagement van VGP om een positieve impact te genereren in de gemeenschappen waarin hij actief is (zie deel 4.2.3.2.3 Beleid met betrekking tot werknemers in de waardeketen, voor meer gedetailleerde informatie).
Boeken werden ingezameld en tijdens La Diada de Sant Jordi op 23 april 2025 aan kinderen geschonken in VGP-parken in Spanje
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 350
Case Study: Samen ideeën creëren in Vejle
De ontwikkeling van onze parken vereist een nauwe samenwerking met de lokale gemeenschappen. Vanaf de allereerste planningsfasen werken we samen met gemeenten en lokale belanghebbenden om projecten af te stemmen op lokale prioriteiten – waaronder het profiel van de huurders, mobiliteitsoplossingen en de integratie van groenvoorzieningen en biodiversiteit. Tijdens de bouw onderhouden we een open dialoog met lokale autoriteiten en omwonenden, zodat vragen of zorgen op transparante wijze kunnen worden behandeld.Onze parken worden integraal gepland, waarbij rekening wordt gehouden met vervoersverbindingen, toegang tot het openbaar vervoer en de omringende natuurlijke omgeving. Een goed voorbeeld is VGP Park Vejle, waar betrokkenheid via de lokale ondernemersvereniging heeft bijgedragen aan het opzetten van samenwerking tussen VGP, onze huurders, onze buren, de gemeente en kennispartners. Samen onderzoeken de deelnemers momenteel de oprichting van een lokale energiegemeenschap en verkennen ze gezamenlijke oplossingen voor hernieuwbare energie. Tegelijkertijd worden de biodiversiteitsmaatregelen in het park gekoppeld aan aangrenzende groene zones in naburige bedrijventerreinen, waardoor een meer samenhangend ecologisch landschap ontstaat. We zullen ons beleid inzake betrokkenheid van belanghebbenden in 2026 verder versterken, gegeven onze ervaring met nauwe samenwerking met lokale gemeenschappen. Een energiegemeenschap kan het lokale eigenverbruik van hernieuwbare energie stimuleren. Biodiversiteitsmaatregelen in het park worden verbonden met aangrenzende groengebieden in nabijgelegen bedrijventerreinen, waardoor een meer samenhangend ecologisch landschap ontstaat. Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 351
4.2.3.3.4 Processen om met Getroff en Gemeenschappen te Overleggen over Impacts (ESRS S3-2)
Bij ontwikkelingsprojecten zorgt VGP ervoor dat lokale gemeenschappen worden geraadpleegd, vanaf de eerste fasen van planning tot de laatste fasen van oplevering. Deze aanpak stelt VGP in staat om de unieke behoeften en aspiraties van de gemeenschap te begrijpen, zodat elk project op maat kan worden gemaakt. Naast het versterken van de dialoog met lokale belanghebbenden, stellen deze processen de Groep en elk pand in staat om de monitoring van hun lokale betrokkenheid te verbeteren en hun impact op de gemeenschappen te vergroten. Voor reeds bestaande parken wordt de dialoog met de gemeente in stand gehouden, zodat het park als geheel een verankerde deelnemer in de lokale gemeente blijft. De dialoog is open en bedoeld om problemen aan te pakken en de bedrijfsvoering waar mogelijk te verbeteren. Zie ook de Case Study over Vejle op pagina 351.
4.2.3.3.5 Herstelprocessen voor Negatieve Impacts en Kanalen voor Getroff en Gemeenschappen om Zorgen Kenbaar te Maken (ESRS S3-3)
VGP beschouwt de impact op lokale gemeenschappen als een kans voor zijn activiteiten. Alle bestaande activa van VGP voeren regelmatig overleg met hun lokale gemeenschappen, zoals beschreven in deel 4.2.3.3.4 Processen om met getroffen gemeenschappen te overleggen over impacts.
4.2.3.3.6 Acteren op Materiële Impacts en Benaderingen om wat betreft Getroff en Gemeenschappen Materiële Risico’s te Mitigeren en Materiële Kansen te Benutten, en de Effectiviteit van die Maatregelen en Benaderingen (ESRS S3-4)
Doorgaans neemt VGP de volgende maatregelen ten behoeve van de gemeenschap:
— Er werden verschillende sociale initiatieven georganiseerd in de parken van de Groep door het ter beschikking stellen van ruimte, het inzamelen van materialen of donaties, en educatieve evenementen.
— De Groep ondersteunt momenteel 49 goede doelen voor een totaalbedrag van € 7,5 miljoen via de VGP Foundation, met betrekking tot onderwerpen zoals de betrokkenheid van lokale gemeenschappen bij milieu- en sociale kwesties.
— Op basis van onze kennis van de werkgelegenheid die in onze parken wordt gegenereerd, gaan er in december 2025 dagelijks ongeveer 38.000 mensen aan het werk onder de vlag van VGP (tegenover ongeveer 37.000 in december 2024).
— Het vrijwilligersprogramma van de Groep (zie subdeel Onze mensen inspireren over duurzaamheidsthema’s deel 4.2.3.1.3 Beleid ten aanzien van eigen personeel (ESRS S1-1)).
Voorbeelden van gemeenschapsprojecten: een project waarbij fietsen werden geassembleerd en uitgedeeld aan kansarme tieners, het opruimen na de overstroming van de Donau en het planten van bomen als onderdeel van een gemeenschapsprogramma voor herbebossing.
4.2.3.3.7 Doelen wat betreft het Beheersen van Materiële Negatieve Impacts, het Bevorderen van Positieve Impacts en het Beheersen van Materiële Risico’s en Kansen (ESRS S3-5)
De Groep streeft ernaar de economische, sociale en milieu-impact van VGP bedrijfsparken op lokale gemeenschappen te blijven monitoren door middel van beoordelingen van gecreëerde jobs en tevredenheid van gemeenten.
4.2.3.4 Eindgebruikers (ESRS S4)
Als exploitant van duurzame bedrijfsparken heeft VGP een rol te vervullen ten opzichte van zijn huurders en eindgebruikers, gedefinieerd als (werknemers van) huurders die actief zijn in onze panden en hun bezoekers.
4.2.3.4.1 Belangen en Opvattingen van Belanghebbenden (ESRS 2 SBM-2)
Met honderden verschillende bedrijven (ca. 670 huurovereenkomsten) vertegenwoordigd in de VGP-parken, 38.000 werknemers die rechtstreeks en 126.000 werknemers die onrechtstreeks bij de huurders in onze parken werken, is de mapping van de huurders als eindgebruikers vrij groot. Daarom is dit onderwerp ook onrechtstreeks gekoppeld aan vele andere, zoals broeikasgasemissies, vervuiling, mensenrechten, verantwoord inkopen en biodiversiteit.
4.2.3.4.2 Materiële Impacts, Risico’s en Kansen en de Wisselwerking daarvan met Strategie en Businessmodel (ESRS 2 SBM-3)
Zie respectievelijk deel 4.2.1.4.1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren en deel Risicobeheer en Interne Controles in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur voor meer gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsanalyse en het proces voor het in kaart brengen van de risico’s. Zoals uitgelegd in 4.2.1.3.1 Strategie, businessmodel en waardeketen en deel 4.2.1.3.3 Materiële Impacts, Risico’s en Kansen en de Wisselwerking daarvan met Strategie en Businessmodel (ESRS 2 SBM-3), zijn huurders en hun bezoekers als eindgebruikers van onze gebouwen geïntegreerd in het businessmodel van VGP en de benadering van de waardeketen. De samenwerking met onze huurders wordt waar mogelijk benaderd als een partnership gebaseerd op gedeelde prioriteiten: duurzame groei, strategische locaties en hoogwaardige uitvoering. Een bewijs van deze samenwerking is de huurdersbetrokkenheidscampagne die we in 2025 hebben gelanceerd. Alle benaderde huurders namen deel – zie de case study op de vorige pagina.
4.2.3.4.3 Beleid ten aanzien van Eindgebruikers (ESRS S4-1)
Het beleid van VGP voor de betrokkenheid van eindgebruikers omvat het beleid inzake groene huurovereenkomsten, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Dit beleid vormt ook de basis voor de jaarlijkse betrokkenheid van huurders bij het gebruik van nutsvoorzieningen en efficiëntieverbeteringen. Zie deel 4.2.2.2.5 Beleid inzake Klimaatmitigatie en -Adaptie Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 352
Case study: Verhalen die ertoe doen
Een campagne waarin de klanten centraal staan die de toekomst vormgeven – en de loyaliteit die daaraan ten grondslag ligt
Vandaag de dag ondersteunt VGP in 18 landen en meer dan 100 parken ruim 400 klanten met uiteenlopende ambities, complexe operationele behoeften en strakke tijdschema’s. Sommigen vinden hun sector opnieuw uit, anderen betreden nieuwe markten of schalen snel op – allemaal gericht op duurzame groei. Bij VGP zijn we er trots op hun partner te zijn. Onze relaties zijn gebaseerd op gedeelde prioriteiten: duurzame groei, strategische locaties en hoogwaardige uitvoering.
In 2025 lanceerden we een campagne samen met huurders, gericht op echte verhalen over samenwerking met onze klanten. Alle benaderde huurders deden mee, wat resulteerde in een reeks gezamenlijke uitingen met concrete voorbeelden van partnerschap – van het ultramoderne fulfilmentcentrum van Zalando en de robotaxifabriek van Verne tot de grEEn Campus van Opel, de snelle automatiseringsoplossingen van Paack en de last-mile logistieke hub van DPD.
De campagne is meer dan een verzameling projecten; ze weerspiegelt hoe we werken: via een nauwe dialoog, wederzijdse loyaliteit en langdurige partnerschappen die innovatie, operationele uitmuntendheid en duurzame ontwikkeling in onze parken en lokale gemeenschappen ondersteunen. Samen laten deze verhalen zien wie we zijn en waar we naar- toe gaan: een Europees vastgoedbedrijf voor logistiek en lichte industrie dat zich inzet om samen met onze klanten en gemeenschappen op een duurzame manier aan de toekomst te bouwen.
CORPORATE COMMERCIAL
Ontdek hoe VGP ambitie omzet in realiteit in onze bedrijfscommercial ‘Not Imagined, Engineered’.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 353
(ESRS E1-2) voor meer informatie over dit beleid. Ook het biodiversiteitsbeleid is van toepassing. Het doel van dit beleid is niet alleen om de biodiversiteit van VGP Parks te verbeteren, maar ook om verandering mogelijk te maken door middel van voorlichting aan eigen medewerkers en belanghebbenden, waaronder eindgebruikers. Initiatieven op het gebied van biodiversiteit worden waar mogelijk zichtbaar gemaakt en lokaal uitgelegd met borden en posters om de educatieve waarde te ondersteunen (zie voor meer informatie Pijler 3: Transformatieve verandering mogelijk maken in deel 4.2.2.5.1 Transitieplan en Meeweging van Biodiversiteit en Ecosystemen in Strategie en Businessmodel (ESRS E4-1).
4.2.3.4.4 Processen om met Eindgebruikers te Overleggen over Impacts (ESRS S4-2)
De Groep betrekt zijn huurders bij het beoordelen van het gebruik van nutsvoorzieningen (zie het hierboven beschreven beleid inzake groene huurovereenkomsten). Om inzicht te krijgen in de percepties, behoeften en verwachtingen op het gebied van duurzaamheid binnen de bedrijfsparken van de Groep, voert VGP sinds 2018 klantenenquêtes uit, waaronder een beoordeling van duurzaamheidsgerelateerde onderwerpen.In de jaarlijkse tevredenheidsenquête onder huurders worden alle huurders in bestaande VGP Parks uitgenodigd om hun mening te geven. In 2025 werd de enquête gehouden in alle markten waarin de Groep actief is. In totaal nam 55% van de huurders deel aan de enquête (341 reacties) en zij gaven aan over het algemeen voor 88% tevreden te zijn. De Groep onderzoekt een applicatie die de dagelijkse efficiëntie van de leveranciers van facility management zal verbeteren. De applicatie zou ook kunnen worden gebruikt om huurders te betrekken en feedback te krijgen over hun tevredenheid over de geleverde diensten. Deze uitwisselingen en het voortdurende streven naar verbetering van de relatie met huurders komen bovenop het BREEAM ‘In-Use’-label, dat duurzame bedrijfsvoering bij het exploiteren van het vastgoed garandeert.
4.2.3.4.5 Herstelprocessen voor Negatieve Impacts en Kanalen voor Eindgebruikers om Zorgen Kenbaar te Maken (ESRS S4-3)
Naast de tevredenheidsenquêtes die worden gebruikt om de mening van huurders over VGP te peilen, gelooft de Groep in het onderhouden van open communicatielijnen met eindgebruikers. Daartoe heeft VGP meerdere kanalen opgezet waarlangs zij hun zorgen kunnen uiten. Deze omvatten een contactpunt bij de afdeling faciliteitenbeheer van VGP panden dat in dialoog blijft met het vastgoedbeheer en de werknemers van de huurders, evenals een commercieel team met vastgoedbeheer. De Compliance HotLine van de Groep is beschikbaar voor alle gebruikers en bezoekers van onze parken. De Groep zorgt ervoor dat alle zorgen onmiddellijk worden behandeld en dat feedback wordt gebruikt om zijn activiteiten en diensten te verbeteren.
4.2.3.4.6 Acteren op Materiële Impacts op Eindgebruikers en Benaderingen om met betrekking tot Eindgebruikers Materiële Risico’s te Beheersen en Materiële Kansen te Benutten, en de Eff ectiviteit van die Maatregelen (ESRS S4-4)
Materiële risico’s en kansen met betrekking tot eindgebruikers of huurders van onze gebouwen hebben betrekking op de “broeikasgasemissies en het energieverbruik van de exploitatie van gebouwen” en op de “broeikasgasemissies van de vervoerswijzen van huurders (en hun werknemers)”. De Groep bespreekt de verbruiksgegevens jaarlijks met elke huurder, zoals contractueel is vastgelegd in het de Groene Huurovereenkomst tussen VGP en zijn huurders. De samenwerking is in de eerste plaats gericht op het verzamelen van gegevens en het verkrijgen van inzicht, en op manieren om de exploitatie van het gebouw eco-efficiënter te maken, voornamelijk door de behoefte aan primaire energie te verminderen, de bereikbaarheid van parken met het openbaar vervoer te verbeteren en EV-laadfaciliteiten beschikbaar te stellen in alle VGP Parks. Zie deel 4.2.2.2.7 Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie (ESRS E1-4) en met name het subdeel Focus op het verminderen van de uitstoot van de activiteiten van huurders met -55% tegen 2030 voor de bespreking van de status en effectiviteit van dergelijke maatregelen.
4.2.3.4.7 Doelen wat betreft het Beheersen van Materiële Negatieve Impacts, het Bevorderen van Positieve Impacts en het Beheersen van Materiële Risico’s en Kansen (ESRS S4-5)
De resultaten van de tevredenheidsenquête onder huurders worden zowel op groeps- als op landenniveau besproken en maken deel uit van de eindejaarsbezoldiging van de betrokken managers en werknemers. Van elk land wordt verwacht dat het een tevredenheidsscore van ten minste 88% behoudt voor de huurdersportefeuille in het betreffende land.
VGP Park České Budějovice, Tsjechische Republiek
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 354
4.2.4 Governance-Informatie – Zakelijk Gedrag (ESRS G1)
4.2.4.1 De Rol van de Bestuurs-, Leidinggevende en Toezichthoudende Organen (ESRS 2 GOV-1)
Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen we naar de delen Samenstelling van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en hun toegang tot deskundigheid en vaardigheden wat betreft duurzaamheidsthema’s en Bestuurs- en toezichthoudende organen.
4.2.4.2 Beschrijving van de Processen om Materiële Impacts, Risico’s en Kansen in Kaart te Brengen en te Analyseren (ESRS 2 IRO-1)
Zie delen 4.2.2.2.4 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren en Risicofactoren in het hoofdstuk Verslag van de Raad van Bestuur voor meer gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsanalyse en het proces voor het in kaart brengen van risico’s.
4.2.4.3 Beleid ten Aanzien van Bedrijfscultuur en Zakelijk Gedrag (ESRS G1-1)
VGP heeft zich via zijn Gedragscode verbonden tot zijn ethische kernwaarden als het gaat om hoe we onze dagelijkse activiteiten op een ethische, transparante en eerlijke manier uitvoeren. Voor meer gedetailleerde informatie over de aanpak van VGP inzake gegevensbescherming, zie deel Gegevensbescherming in het Verslag van de Raad van Bestuur. Het uitvoerend management bevordert een open discussie over de belangrijkste risico’s, integreert risicobeheer in de doelstellingen en bezoldigingsstructuur van de organisatie en creëert een bedrijfscultuur waarin mensen op alle niveaus risico’s beheren. Voor meer gedetailleerde informatie, zie delen Gedragsbeleid en naleving in het Remuneratieverslag en deel 4.2.4.3.1 Programma inzake bestrijding van corruptie.
4.2.4.3.1 Programma inzake Bestrijding van Corruptie
De opleiding inzake Bestrijding van Corruptie van de Groep is gericht op het bestrijden en voorkomen van corruptie, omkoping en smeergeld, en is opgezet om te voldoen aan de toepasselijke wetgeving. Het Uitvoerend Management handhaaft strikt het nultolerantiebeleid van de Groep met betrekking tot schendingen van het Programma inzake Bestrijding van Corruptie. Voor meer gedetailleerde informatie, zie deel 4.2.4.3.1 Programma inzake Bestrijding van Corruptie.
4.2.4.3.2 Klokkenluidersprogramma: VGP Compliance HotLine
Zie voor meer gedetailleerde informatie het subdeel “Klokkenluidersplatform: VGP Compliance HotLine” van deel Nalevingsbewustzijn van de Corporate Governance-Verklaring. Het Klokkenluidersbeleid van de Groep werd ontwikkeld om te voldoen aan de wettelijke vereisten inzake klokkenluiden en de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming in de relevante rechtsgebieden.
4.2.4.3.3 Opleiding
Om het bewustzijn te vergroten en de nalevingscultuur binnen de Groep te verankeren, zijn werknemers verplicht om jaarlijks deel te nemen aan een verplichte e-opleiding, waarin thema’s op het gebied van ethiek en naleving aan bod komen, zoals het voorkomen van corruptie en beïnvloeding. Op 31 december 2025 had 38% van het personeel van VGP de online opleiding voltooid, evenals 43% van het management. Er werd een algemene online opleidingssessie gehouden voor de hele Groep, georganiseerd door het hoofd Compliance van de Groep, die voor de hele groep beschikbaar was om opnieuw te bekijken. Ten slotte hebben alle managers met uitvoerende verantwoordelijkheden een opleiding inzake bestrijding van corruptie gevolgd. Voor meer gedetailleerde informatie, zie deel Bestrijding van corruptie in het hoofdstuk Corporate Governance-verklaring.
4.2.4.4 Beheer van Relaties met Leveranciers (ESRS G1-2)
Het stappenplan voor duurzaamheid van de Groep omvat een veel bredere voetafdruk dan de Groep zelf. Als belangrijke afnemer van bouwmaterialen is VGP zich bewust van het belang van het stimuleren van industrienormen en werkt hij aan de verdere integratie van duurzaamheid in zijn toeleveringsketen. Gezien de omvang van zijn portefeuille werkt de Groep met een groot aantal leveranciers en aannemers en zorgt hij ervoor dat hij niet wordt blootgesteld aan het risico van afhankelijkheid van slechts een paar strategische leveranciers. De Groep heeft de duurzaamheidsrisico’s in zijn toeleveringsketen in kaart gebracht. VGP is in 2021 toegetreden tot de UNGC en heeft zich daarmee verbonden tot het aannemen, handhaven en uitvoeren binnen zijn invloedssfeer van de 10 universeel erkende beginselen met betrekking tot mensenrechten, arbeidswetgeving, milieubescherming en corruptiebestrijding. In 2022 heeft de Groep een Gedragscode voor Leveranciers en een Beleid inzake Mensenrechten geïntroduceerd die betrekking hebben op zijn interacties met leveranciers.
4.2.4.4.1 Aankoop in Kaart brengen
Aankopen bij VGP kunnen worden onderverdeeld in 3 categorieën:
- Algemene bedrijfskosten, waaronder kantoorbeheer, zakenreizen, advies- en auditkosten, kosten voor bedrijfscommunicatie en public relations, ICT en andere administratieve kosten. Dit omvat alle werknemers van de Groep en regionale hoofdkantoren;
- Exploitatiekosten, diensten die worden geleverd aan panden voor dagelijkse activiteiten ter plaatse, zoals schoonmaak, onderhoud, beveiliging, afvalbeheer en kosten voor energie- en watervoorziening (indien niet rechtstreeks betaald door de huurder, worden OPEX door de eigenaar of beheerder van het pand betaald en meestal aan de huurders doorberekend als servicekosten); en
- Geactiveerde bouwwerken geïnvesteerd in panden voor 3 hoofddoelen:
- nieuwe ontwikkelingswerkzaamheden,
- onderhoudswerkzaamheden of
- herverhuurwerkzaamheden (CAPEX betaald door de eigenaar van het pand)
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 355
Deze omvatten voornamelijk aankopen van aannemers, honoraria voor architecten, ontwerpers en ingenieursbureaus, en verzekeringspremies. Geactiveerde bouwwerken zijn eenmalige uitgaven die afhankelijk zijn van de ontwikkelingsactiviteit. Aankopen bestaan voornamelijk uit OPEX en CAPEX voor de exploitatie en ontwikkeling van panden (algemene kosten vormen een klein deel van de totale uitgaven). OPEX en CAPEX bestaan voornamelijk uit arbeidsintensieve diensten en zijn in die zin aankopen die niet kunnen worden verplaatst.Het grootste deel van de toeleveringsketen bestaat uit lokale vennootschappen of dochtervennootschappen die de lokale economie ondersteunen. Bovendien geven de aankopers waar mogelijk de voorkeur aan lokale aankopen in de omgeving van de activa van de Groep om bij te dragen aan werkgelegenheid en lokale economische ontwikkeling. Zie deel 4.2.3.2.2 Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel voor meer gedetailleerde informatie over risico’s.
4.2.4.4.2 Duurzaam Aankopen
De aankoopstrategie van VGP is gericht op het waarborgen van eerlijkheid, focus op kwaliteit, samenwerking op lange termijn, gering risico en naleving van de geldende regelgeving. Naast de principes en regels die zijn beschreven in de procedures van de Groep en de Gedragscode voor Leveranciers, moeten alle aankopen voldoen aan de toepasselijke lokale wet- en regelgeving, met name op het gebied van arbeid en milieu. Het compliance-team van VGP voert regelmatig audits uit binnen de Groep om de grondige toepassing van de Gedragscode voor Leveranciers van de Groep te valideren.
In 2025 werd VGP door CDP erkend in de Leadership band met een A-rating op het gebied van Betrokkenheid bij de Waardeketen (“Value Chain Engagement”). VGP streeft naar kortere betalingstermijnen voor kleine en middelgrote bedrijven in zijn toeleveringsketen, als onderdeel van zijn breder engagement om sterke, wederzijds voordelige relaties met zijn leveranciers te koesteren. (Zie ook deel 1.2.3.2.2. Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel)
4.2.4.4.3 Gedragscode voor Leveranciers en Lokale Aanpak
De Groep hanteert een Gedragscode voor Leveranciers (de meest recente versie is beschikbaar op de website van VGP) die van toepassing is op alle leveranciers van de Groep. De Code definieert de vereisten van de Groep aan rechtstreekse en onrechtstreekse leveranciers (“onderleveranciers”), in 11 belangrijke Verbintenissen:
- VGP EERBIEDIGT de Mensenrechten (in termen van mensenrechtenwaarborgen, adequate lonen)
- VGP GELOOFT in een eerlijke arbeidsmarkt (leveranciers moeten zich houden aan IAO-verdragen)
- VGP DRAAGT ZORG voor veiligheid (Beleid inzake gezondheid en veiligheid is ook bindend voor leveranciers en onderleveranciers, algemene aannemers en HSE-coördinatoren om te voldoen aan ISO 45001 en ISO 14001)
- VGP BESCHERMT lucht, water, natuur, milieu (Verklaring inzake Milieubeleid van de Groep en VGP EMS zijn van toepassing)
- VGP LEEFT de vereisten van regelgeving en vergunningen NA
- VGP IS EERLIJK EN verafschuwt omkoping (leveranciers en onderleveranciers moeten zich houden aan het VN Verdrag tegen corruptie het OESO Verdrag ter bestrijding van omkoping).
- VGP BEVEILIGT persoonsgegevens en vertrouwelijke informatie
- VGP MAAKT GEEN GEBRUIK VAN of tolereert GEEN agressieve commerciële tactieken
- VGP VOLGT Internationale Sancties
- VGP HOUDT de gevolgen van een inbreuk BIJ
- VGP LUISTERT NAAR meldingen van een bezorgdheid (het gebruik van de VGP Compliance Hotline aanmoedigen)
De Gedragscode voor Leveranciers is bedoeld als een contractueel bindend document tussen VGP en zijn leveranciers. Leveranciers moeten de Gedragscode voor Leveranciers aanvaarden en naleven, die vereisten bevat met betrekking tot het behoud van het milieu, de werkomgeving en sociale omstandigheden, en bedrijfsethiek en naleving.
4.2.4.4.4 Selectie van Leveranciers
Naast de Gedragscode voor Leveranciers, selecteert VGP zijn aannemers met grote zorgvuldigheid en zorgt hij ervoor dat ze voldoen aan het vereiste beleid. De groepsbrede aankoopprocedure heeft tot doel dat alle inkoop- en sourcingstrategieën en -processen voor het verwerven van goederen en diensten transparant, kosteneffectief, tijdig en objectief zijn. Potentiële zakenpartners worden gescreend in lijn met de “Know Your Partner”-procedure van de Groep. Als onderdeel van deze due-diligence beoordeelt de Groep eventuele overtredingen met betrekking tot wangedrag op milieugebied, corruptie, illegale tewerkstelling van arbeidsmigranten, kinderarbeid, mensenhandel en moderne slavernij, en worden eventuele rode vlaggen doorgegeven aan de Compliance-afdeling. Bovendien zijn deze milieu- en sociale factoren van bijzonder belang voor de Groep bij de keuze van leveranciers.
VGP gebruikt NetSuite als een webgebaseerde oplossing voor het beheer van de inkoop. Deze oplossing zorgt voor een veilig administratief beheer van de hele inkoopcyclus. Het maakt de inkoopprocedures robuuster, zorgt voor de nodige transparantie bij alle inkoopbeslissingen en controle, helpt operationele teams bij het selecteren van leveranciers en vergemakkelijkt het delen van ‘best practices’ en het beperken van risico’s.
4.2.4.4.5 Opname van Duurzaamheidscriteria in Contractuele Bepalingen
De Algemene Aankoopvoorwaarden zijn van toepassing op alle landen waar VGP actief is. In deze voorwaarden werd ook automatisch een bepaling opgenomen die leveranciers verplicht zich te houden aan de Gedragscode voor Leveranciers van de Groep, met inbegrip van het naleven van de toepasselijke wet- en regelgeving, de preventie van alle vormen van corruptie en discriminatie, het respect voor de menselijke waardigheid en voor het werk van werknemers, het behoud van het milieu en het melden van praktijken die in strijd zijn met deze principes via de door de Groep voorziene contactprocedure.
Voor bestaande activa worden dienstverleners (met name schoonmaakbedrijven, multitechnische onderhoudsbedrijven en beveiligingsbedrijven) gevraagd om de Gedragscode voor Leveranciers van VGP te ondertekenen, die bij elk contract wordt gevoegd. Deze bevat een duurzaamheidsbepaling die betrekking heeft op alle milieukwesties, met name verbeterde energie-efficiëntie, verantwoord afvalbeheer en het gebruik van milieuvriendelijke producten en materialen, en die de bescherming van sociale en arbeidsrechten waarborgt, met inbegrip van een verbintenis om de verdragen en normen van de IAO en de lokale arbeidswetgeving na te leven.
Voor projecten in aanbouw wordt in de contracten met leveranciers vermeld dat de Groep en de vennootschappen waarover hij zeggenschap heeft, zich ertoe hebben verbonden om de CO2-voetafdruk van hun projecten te verminderen, met name tijdens de ontwikkelingsfase van de activa. Een bepaling geeft aan dat de bouwvennootschappen die betrokken zijn bij de projecten van de Groep bij het selecteren van bouwtechnieken, materialen en technische oplossingen rekening moeten houden met de koolstofimpact. Na elke projectevaluatie en in alle projectfasen moet een arbitrage plaatsvinden met betrekking tot de impact van de CO2-voetafdruk, zodat de voorgestelde oplossing aan de Groep kan worden voorgelegd. De principes en actieplannen die worden gebruikt om de meest duurzame materialen met een verminderd koolstofgehalte te selecteren, worden gespecificeerd in deel 4.2.2.6 Materiaalgebruik en Circulaire Economie (ESRS E5).
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring VGP NV Jaarverslag 2025 / 356
4.2.4.4.6 Preventie en Opsporing van Corruptie of Omkoping (ESRS G1-3)
Tijdens het boekjaar 2025 heeft VGP zijn werknemers die aan risico’s worden blootgesteld opgeleid in overeenstemming met zijn beleid (zie deel Programma inzake bestrijding van corruptie voor meer informatie over de aanpak van VGP). Voor werknemers die aan risico’s worden blootgesteld is de opleiding verplicht, maar VGP heeft ook vrijwillige opleiding beschikbaar gesteld voor andere eigen werknemers. Details van de opleidingen gedurende het jaar zijn als volgt:
| Dekking opleiding | Risicovolle functies | Managers | AMSD* | Overige eigen werknemers | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Totaal aantal werknemers dat opleiding krijgt | 40 | 42 | 99 | 290 | 113 |
| Leveringsmethode en duur | 12 | 18 | 34 | — | — |
| Klassikale opleiding | — | — | — | — | — |
| Computergebaseerde opleiding | — | — | — | — | — |
| Vrijwillige computergebaseerde opleiding | 11 uren | 13 uren | 26 uren | 98 uren | — |
| Frequentie Hoe vaak opleiding vereist is | jaarlijks | jaarlijks | jaarlijks | jaarlijks | — |
| Behandelde onderwerpen | Definitie van corruptie | Beleid | Procedures bij verdenking/ontdekking | — | — |
*AMSB: Bestuurs-, leidinggevende- en toezichthoudende organen
4.2.4.5 Incidenten van Corruptie of Omkoping (ESRS G1-4)
Raadpleeg deel Programma inzake bestrijding van corruptie voor meer informatie over de aanpak van VGP.
4.2.4.6 Politieke Invloed en Lobbyactiviteiten (ESRS G1-5)
4.2.4.6.1 Relaties met Beroepsorganisaties
De Groep is lid van de European Public Real Estate Association (“EPRA”). Op regionaal of nationaal niveau is de Groep lid van beroepsorganisaties zoals, in Duitsland, het Bundesverbund Logistik (“BVL”). De Groep ondersteunt ook het IIO – Institute for Real Estate Economics bij het verbeteren van de CRREM-tool door gegevens beschikbaar te stellen en input te leveren. De CRREM-tool heeft als doel de decarbonisatie en klimaatveranderingsbestendigheid van de commerciële vastgoedsector te versnellen.
4.2.4.6.2 Politieke Invloed
De politieke invloed van de Groep is strikt beperkt tot wat is toegestaan volgens de toepasselijke Gedragscode en het Beleid inzake Politieke Bijdragen en volgens de toepasselijke wetgeving. Elke vorm van politieke donaties of bijdragen in natura of financiële bijdragen zijn strikt verboden door de Groep. Specifieke liefdadigheidsbijdragen of sponsoring worden alleen uitgevoerd met liefdadigheidsinstellingen en entiteiten die geregistreerd zijn onder de lokale toepasselijke wetgeving. Het valt niet binnen het beleid van VGP om enige vorm van financiële steun te verlenen aan politieke partijen, vakbonden of religieuze organisaties.
Donaties aan liefdadigheidsinstellingen, initiatieven zonder winstoogmerk of sociale projecten houden het risico in dat fondsen of activa van waarde worden afgeleid voor persoonlijk gebruik of voordeel van een overheidsfunctionaris of een private partij.Bijzondere voorzichtigheid is geboden als een potentiële bijdrage bestemd is voor een vennootschap die banden heeft met een overheidsfunctionaris. Alle bijdragen moeten vooraf worden gevalideerd door de CEO van de Groep. Er wordt een jaarlijkse lijst bijgehouden van alle sponsoractiviteiten en liefdadigheidsbijdragen van de Groep (meestal via de VGP Foundation), die op Groepsniveau wordt opgevolgd. VGP voldoet aan de wettelijke vereisten om jaarlijks Belgische lobbyactiviteiten aan te geven en openbaar te maken op het Belgische Platform voor Transparantie in Openbare Aangelegenheden (“lobbyregister”, www.dekamer.be) In 2025 bedroeg het aantal gerapporteerde lobbyactiviteiten binnen de Groep nul en bedroegen de politieke donaties en als de lobbyuitgaven € 0,00.
4.2.4.6.3 Betalingspraktijken (ESRS G1-6)
Onze groep streeft naar verantwoorde en tijdige betalingspraktijken en zorgt ervoor dat we consequent voldoen aan de overeengekomen betalingsvoorwaarden. We streven ernaar betalingen binnen de gestelde termijnen te verwerken en leggen bijzondere nadruk op het ondersteunen van kleinere leveranciers door facturen zo snel mogelijk te betalen. Deze aanpak weerspiegelt ons streven naar sterke en eerlijke zakelijke relaties, waardoor vertrouwen en betrouwbaarheid in onze hele toeleveringsketen worden bevorderd.
VGP Park Martorell, Spanje
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Duurzaamheidsverklaring
VGP NV Jaarverslag 2025 / 357
4.3 Groene Financiering van de Groepsactiviteiten
4.3.1 Transitie naar een Duurzaam Financieringskader
In maart 2025 heeft VGP zijn Kader voor Groene Financiering bijgewerkt en een breder Kader voor Duurzame Financiering aangenomen, waardoor de integratie van duurzaamheid in de algemene financiering¹ van de Groep wordt versterkt. Het bijgewerkte kader versterkt de afstemming op de EU-Taxonomieverordening, met inbegrip van de Technische Screeningcriteria (TSC), de vereisten inzake geen ‘geen ernstige afbreuk doen aan’ (“Do No Significant Harm”, afgekort “DNSH”) en de Minimale Sociale Waarborgen (MSS). VGP verbindt zich ertoe het aandeel van de opbrengsten dat wordt toegewezen aan projecten die volledig in overeenstemming zijn met de EU-Taxonomie, openbaar te maken. Het kader omvat vijf in aanmerking komende categorieën:
— Hernieuwbare Energie
— Energie-efficiëntie
— Duurzaam water- en afvalbeheer
— Duurzame gebouwen
— Schoon vervoer
Deze categorieën ondersteunen de duurzaamheidsstrategie van VGP, die gericht is op energietransitie en de beginselen van de circulaire economie. Het Kader voor Duurzame Financiering en het ‘Sustainable Finance Allocation Report’ 2025 hebben in maart 2025 een Second Party Opinion (SPO) ontvangen van S&P Global Ratings (zie deel 3.3 – Externe beoordeling – S&P Second Party Opinion).
De transitie van een Kader voor Groene Financiering naar een breder Kader voor Duurzame Financiering betekent een belangrijke stap voorwaarts in het duurzaamheidstraject van VGP. Door de afstemming op de EU-Taxonomie te verankeren, de transparantie te vergroten en externe verificatie te handhaven, blijft VGP de koppeling tussen zijn financiële strategie en zijn langetermijndoelstellingen op het gebied van klimaat en milieu versterken.
4.3.2 Toewijzing van Opbrengsten uit Duurzame Obligaties (2025)
Op 31 december 2025 heeft VGP vijf uitstaande obligaties in het kader van zijn duurzame financieringsprogramma.
| Type | Identifier | Issuance Date | Maturity | Amount issued (mil eur) | Amount allocated (mil eur) |
|---|---|---|---|---|---|
| Obligatie | BE0002611896 | Sept.18 | Mar. 26 | 190 | 211,6 |
| Obligatie | BE6327721237 | Apr.21 | Apr.29 | 579,9 | 642,4 |
| Obligatie | BE6332786449 | Jan.22 | Jan.27 | 320,1 | 358 |
| Obligatie | BE6332787454 | Jan.22 | Jan.30 | 500 | 557,6 |
| Obligatie | BE6362152199 | Apr.25 | Jan.31 | 576 | 637,4 |
¹ https://www.vgpparks.eu/content/uploads/2025/09/vgp-sustainable-finance-framework.pdf
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Groene Financiering van de Groepsactiviteiten
VGP NV Jaarverslag 2025 / 358
In totaal wordt in het toewijzingsverslag voor 2025 2,166 miljard euro aan obligatie-uitgiften behandeld, met 2,407 miljard euro aan in aanmerking komende opbrengsten – wat neerkomt op een toewijzing van meer dan 100% van de uitstaande bedragen per obligatie. Alle obligaties zijn toegewezen aan projecten die in overeenstemming zijn met de EU-Taxonomie. Het grootste deel van de opbrengsten is toegewezen aan:
— Duurzame gebouwen (nieuwbouw en aankoop in overeenstemming met EU-Taxonomie 7.1 en 7.7),
— aangevuld met investeringen in installaties voor hernieuwbare energie, energie-efficiëntiemaatregelen (waaronder warmtepompen en led-retrofits), infrastructuur voor waterretentie en -hergebruik, en laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen.
Belangrijke resultaten voor 2025 zijn onder meer:
— 80.269 MWh hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door PV-installaties, waardoor ongeveer 25.526 tCO2 vermeden
— 6.692 MWh aan energieverbruik vermeden door warmtepompinstallaties, wat overeenkomt met 529 tCO2 vermeden
— 730.000 m² ruimte uitgerust met ledverlichting, bewegingssensoren of slimme meters, wat heeft geresulteerd in een energiebesparing van 22.705 MWh, wat overeenkomt met een vermindering van 686 tCO2
— 129.027 m³ water gerecycled en hergebruikt door middel van duurzame waterbeheermaatregelen
Er zijn geen belangrijke ESG-controverses gemeld met betrekking tot de in aanmerking komende projecten tijdens de verslagperiode. Het volledige Toewijzingsverslag voor 2025, met inbegrip van gedetailleerde uitsplitsingen per obligatie en EU-Taxonomie-tabellen, is beschikbaar op de website van VGP¹.
4.3.3 Externe beoordeling – S&P Second Party Opinion
Het Kader voor Duurzame Financiering van VGP ontving in maart 2025 een Second Party Opinion (SPO) van S&P Global Ratings. S&P bevestigde dat het kader in overeenstemming is met de ICMA Green Bond Principles (2021) en de LMA Green Loan Principles (2023) en beoordeelde het als “Light Green” volgens zijn “Shades of Green”-methodologie, wat een weerspiegeling is van zijn bijdrage aan de transitie naar een koolstofarme en klimaatbestendige toekomst.
Daarnaast is ook het Verslag over de Toewijzing van Duurzame Obligaties voor 2025 onderworpen aan een externe beoordeling. S&P heeft een Second Party Opinion afgegeven waarin wordt bevestigd dat de toewijzing van de opbrengsten in overeenstemming is met het Kader voor Duurzame Financiering en blijft voldoen aan de relevante marktnormen en -principes.
Zowel de S&P Second Party Opinion over het Kader voor Duurzame Financiering als de Second Party Opinion over het Toewijzingsverslag 2025 zijn beschikbaar op de VGP-website², samen met het volledige Toewijzingsverslag.
¹ https://www.vgpparks.eu/content/uploads/2026/03/EU-Taxonomy-Tables-2025.xlsx
² https://www.vgpparks.eu/content/uploads/2025/09/vgp-group_green-uop-spo_final-report_21march2025-1.pdf
Partial wooden façade at VGP Park Hochheim, Duitsland
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Groene Financiering van de Groepsactiviteiten
VGP NV Jaarverslag 2025 / 359
4.4 Bijlagen
4.4.1 Verslag van Onafhankelijke Derde over de Geconsolideerde Niet-Financiële Prestatieverklaring
Onafhankelijk betrouwbaarheidsverslag over geselecteerde milieu-, sociale en bestuurlijke informatie gepubliceerd in het Jaarverslag van VGP NV voor het jaar eindigend op 31 december 2024.
Onafhankelijk assurance-rapport met beperkte mate van zekerheid Aan de Raad van Bestuur van VGP NV Rapport inzake geselecteerde duurzaamheidsindicatoren opgenomen in het Jaarverslag 2025 van VGP NV over het boekjaar eindigend op 31 december 2025.
Conclusie
Wij hebben een assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd om te bepalen of de geselecteerde duurzaamheidsindicatoren van VGP NV, opgenomen in de secties 4.2.2.2.8 Energieverbruik en energiemix (ESRS E1-5), 4.2.2.2.9 Bruto Scope 1-, 2-, 3-emissies en totale Broeikasgasemissies (ESRS E1-6) en 4.2.1.2.3 Integratie van Duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen (ESRS 2 GOV-3) van het Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen opgenomen in het Jaarverslag 2025 (de “Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren”), voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2025, zijn opgesteld in overeenstemming met de toegepaste Rapporteringscriteria zoals toegelicht in de noten 4.2.1.1.1 Algemene grondslag voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring (ESRS 2 BP-1), 4.2.1.1.2 Rapportering met betrekking tot specifieke omstandigheden (ESRS 2 BP-2), en 4.4.6 Definities van de 14 ESG-KPI’s, die onderdeel uitmaken van het kortetermijn-incentiveplan en die onderworpen zijn aan een beperkte assurance-procedure door een onafhankelijke derde partij van het Jaarverslag 2025 van VGP (hierna de "Rapporteringscriteria"), die gebaseerd zijn op de Global Reporting Initiative (GRI) standaarden en het Greenhouse Gas Protocol (GHG).
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen
VGP NV Jaarverslag 2025 / 360
De Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren zijn de volgende:
| Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren | Rapporteringscriteria |
|---|---|
| Totaal elektriciteitsverbruik | GRI 302-1 |
| Totaal verbruik van stadsverwarming en -koeling | GRI 302-1 |
| Totaal direct energieverbruik brandstoffen | GRI 302-1 |
| ’Like-for-like’ totaal energieverbruik | EPRA sBPR |
| Totaal Energie-intensiteit | GRI 302-3 |
| Totaal scope 1 Broeikasgasemissies | GHG Protocol |
| Totaal scope 2 Broeikasgasemissies | GHG Protocol |
| Totaal scope 3 categorie 13 Broeikasgasemissies | GHG Protocol |
| Totaal Netto waterbehoefte – exclusief extrapolaties / schattingen | GRI 303-5 |
| ’Like-for-like’ Netto waterbehoefte | EPRA sBPR |
| Gebouwen met EPC-classificatie | Nader uitgewerkt op basis van GRI 302, 304, 305, 201, 413 en EPRA sBPR |
| Gebouwen met een uitgegeven milieucertificaat (duurzaamheid) | Gebouwen met Deutsche Gesellschaft für Nachhaltiges Bauen "DGNB" in Duitsland en Oostenrijk (in Oostenrijk volgt de ÖGNI dezelfde principes als DGNB), en BREEAM in de rest van Europa. |
| Gebouwen zonder gasverwarming en/of stadsverwarming | |
| Parken met minstens 2 EV-laders | |
| Gebouwen met ten minste één slimme meter geïnstalleerd | |
| Gebouwen met een volledige set slimme meters geïnstalleerd | |
| Gebouwen met een hernieuwbaar ("groen") elektriciteitscontract | |
| Huurcontracten met algemene groene clausules (in '000 EUR) | |
| Huurcontracten die de inkoop van groene elektriciteit vereisen | |
| Parken met klimaatrisicoanalyse | |
| Opgeleverde activa waarvoor een EIA werd uitgevoerd overeenkomstig EU-richtlijn 2011/92/EU en waarvoor de vereiste mitigatiemaatregelen werden geïmplementeerd | |
| Biodiversiteitsactieplan in parken met opgeleverde activa |
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assurance-informatie is er ons niets gebleken op basis waarvan wij zouden moeten concluderen dat de Geselecteerde Duurzaam- heidindicatoren van VGP NV voor het jaar eindigend op 31 december 2025, in alle van materieel belang zijnde opzichten, niet zijn opgesteld, in overeenstemming met de Rapporteringscriteria.
Onze conclusie over de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren strekt zich niet uit tot andere informatie die de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren en ons verslag vergezelt of bevatten.
Basis voor de conclusie
Wij hebben onze opdracht uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assuranceopdrach- ten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (“ISAE 3000 (Herzien)”) uitgegeven door de International Auditing and Assurance Standards Board (IAASB), zoals in België van toepassing. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag ”Onze verantwoordelijkheden”.
Wij hebben de onafhankelijkheids- en overige deontologische vereisten van de International Code of Ethics for Professional Accountants (inclusief International Independence Standards) (IESBA Code), uitgegeven door de International Ethics Standards Board for Accountants, nage- leefd. Wij zijn de commissaris van VGP NV en zijn bijgevolg onafhankelijk van VGP NV overeen- komstig de Belgische onafhankelijkheidsvereisten en andere in België van toepassing zijnde ethische en deontologische vereisten.
Ons kantoor past de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (ISQM 1), Quality Management for Firms that Perform Audits or Reviews of Financial Statements, or Other Assu- rance or Related Services Engagements, zoals uitgevaardigd door IAASB toe. Deze standaard ver- eist dat het kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, met inbegrip van beleidslijnen of procedures met betrekking tot ethische vereisten, professionele standaarden, en van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire vereisten.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
Beperking van het gebruik van ons rapport
Ons rapport is uitsluitend bedoeld voor gebruik door VGP, aan wie het gericht is, met betrekking tot de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Wij aanvaarden of nemen geen aan- sprakelijkheid of zorgplicht op ons en wijzen deze af jegens enige andere partij aan wie dit rapport kan worden getoond of in wiens handen het kan komen.
Verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur betreff ende de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren
De Raad van Bestuur van VGP is verantwoordelijk voor:
— het opzetten, implementeren en in stand houden van dergelijke interne beheersingsmaatregelen die zij noodzakelijk achten voor het opstellen van de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren die geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevatten;
— het kiezen of ontwikkelen van geschikte criteria voor het opstellen van de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren en het op passende wijze verwijzen naar of beschrijven van de gebruikte criteria;
— het kiezen en toepassen van geschikte methoden voor de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren, en het maken van veronderstellingen en schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn alsook het bijhouden van adequate documentatie met betrekking tot het Jaarverslag en de hierin opgenomen Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren; en
— het opstellen van de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren in overeenstemming met de Rapporteringscriteria.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 361
Onze verantwoordelijkheden
Wij zijn verantwoordelijk voor
— het plannen en uitvoeren van de opdracht om een beperkte mate van zekerheid te verkrijgen of de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren geen afwijkingen van materieel belang bevatten, die het gevolg zijn van fraude of van fouten;
— het vormen van een onafhankelijke conclusie, gebaseerd op de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd en het bewijsmateriaal dat wij hebben verkregen; en
— het rapporteren van onze conclusie aan het bestuursorgaan van de Vennootschap.
Wij hebben een professionele oordeelsvorming toegepast en een professioneel-kritische instel- ling gehandhaafd gedurende de opdracht. Wij hebben onze werkzaamheden ontworpen en uitgevoerd om bewijsmateriaal te verkrijgen over de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren die voldoende en geschikt zijn om een basis te vormen voor onze conclusie. De door ons gese- lecteerde werkzaamheden zijn gebaseerd op ons begrip van de Geselecteerde Duurzaamheids- indicatoren en de overige omstandigheden van de opdracht, evenals van onze overweging van domeinen waar afwijkingen van materieel belang zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Als onder- deel van onze opdracht hebben wij voornamelijk de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
— het proces beoordeeld dat is gebruikt om de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren op te stellen;
— de geschiktheid van de gebruikte Rapporteringscriteria en de consistente toepassing ervan beoordeeld, inclusief de redelijkheid van de schattingen van het management;
— het management van de onderneming geïnterviewd en geselecteerde documenten beoordeeld om inzicht te krijgen in de activiteiten van de onderneming, haar omgeving en de van toepassing zijnde criteria die aanleiding gaven tot de noodzaak om schattingen vast te leggen en openbaar te maken;
— inzicht gekregen in de manier waarop het management de relevante methodologie, aannames en gegevensbronnen heeft geselecteerd, geïdentificeerd en toegepast binnen de van toepassing zijnde criteria;
— de plausibiliteit van de geïdentificeerde methode en de gemaakte veronderstellingen beoordeeld, evenals de relevantie en betrouwbaarheid van de geselecteerde gegevensbronnen die zijn gebruikt bij de toepassing ervan, en hebben we de mathematische nauwkeurigheid van de geselecteerde berekeningen geverifieerd;
— het personeel geïnterviewd dat verantwoordelijk is voor de informatievoorziening, de implementatie van interne controleprocedures en de beoordeling van de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren;
— de relevante interne en externe documentatie steekproefsgewijs onderzocht om de betrouwbaarheid van de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren te bepalen; en
— analytische beoordelingsprocedures uitgevoerd om ons inzicht in de trends in de Geselecteerde Duurzaamheidsindicatoren te bevestigen.
De werkzaamheden die bij een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid worden uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een assuranceopdracht met een redelijke mate van zekerheid was uitgevoerd.
Zaventem, 7 april 2026
KPMG Bedrijfsrevisoren – Réviseurs d’Entreprises BV/SRL
Melissa Carton, Bedrijfsrevisor
Tanguy Legein, Bedrijfsrevisor
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 362
4.4.2 Afstemming op Standaarden en Kaders voor Duurzaamheidsrap- portering
Sinds 2024 streeft VGP ernaar gestreefd om de huidige Duur- zaamheidsverklaring in overeenstemming te brengen met de Richtlijn 2022/2464 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014, Richtlijn 2004/109/EG, Richtlijn 2006/43/EG en Richtlijn 2013/34/ EU, met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door onder- nemingen (de “Corporate Sustainability Reporting Directive” of “CSRD”).
De Duurzaamheidsverklaring van VGP voor 2025 bestaat uit het huidige Hoofdstuk “Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen” van het Geïntegreerde Jaarverslag van de Groep voor 2025, aangevuld met elementen uit het Hoofdstuk Profi el (businessmodel) en het Hoofdstuk Remuneratieverslag (gedrags- beleid en naleving).
In overeenstemming met de EU-Taxono- mie-verordening publiceert VGP het aandeel van zijn in aanmer- king komende en afgestemde activiteiten. De EU-Taxonomie heeft als doel een uniform classifi catiesysteem voor economische activiteiten vast te stellen om te bepalen of deze activiteiten als “milieuduurzaam” (of “groen”) kunnen worden beschouwd. Het in aanmerking komende en afgestemde aandeel van de omzet, CAPEX en OPEX van VGP-activiteiten worden voorgesteld in deel 4.2.2.7 Informatieverschaffi ng overeenkomstig artikel 8 van Veror- dening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening).
Het Geïntegreerde Jaarverslag 2025 van VGP voldoet ook aan de Aanbevelingen voor Beste Praktijken op het gebied van duur- zaamheidsrapportering (“Best Practices Recommendations on Sustainability Reporting” (“sBPR”) die zijn opgesteld door de EPRA. Voor het Geïntegreerde Jaarverslag 2024 ontving VGP de EPRA Silver Award voor rapportering in overeenstemming met de EPRA sBPR. Sinds 2020 volgt VGP de richtlijnen van het “Global Reporting Initiative” (“GRI”).Het Geïntegreerd Jaarverslag 2025 van VGP is opgesteld met verwijzing naar de GRI-standaarden (GRI 1: Foun- dation 2021). De toelichtingen zijn hoofdzakelijk gestructureerd volgens de Europese Duurzaamheidsrapportagestandaar- den (ESRS). De GRI-inhoudsindex, beschikbaar in het duur- zaamheidsgedeelte van de website van de Groep, geeft aan op welke specifieke GRI-toelichtingen de afzonderlijke indicatoren betrekking hebben. 1 https://www.vgpparks.eu/investors/environmental-disclosures/ De Duurzaamheidsverklaring van de Groep voor 2025 streeft ernaar om in overeenstemming te zijn met de aanbevelingen van de TCFD, waarbij het belang wordt erkend van het vergroten van de transparantie van klimaatgerelateerde risico’s en kansen, het bevorderen van beter geïnformeerde financiële besluitvorming en het opbouwen van een veerkrachtiger financieel systeem. Verwijzingstabellen van de duurzaamheidsrapportering van de Groep voor 2025 met de EPRA- en GRI-kaders, evenals met de kernelementen van de TCFD voor klimaatgerelateerde finan- ciële informatieverschaffing, zijn beschikbaar in het gedeelte ‘Duurzaamheid’ op de website van de Groep. De ESG-Strate- gie van de Groep is bovendien afgestemd op de Duurzame Ont- wikkelingsdoelen (“Sustainable Development Goals”, afgekort “SDG’s”) van de Verenigde Naties. De bijdragen aan de SDG’s worden beschreven in deel 4.4.4 Bijdrage van de ESG-Strate- gie van de Groep aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties.
4.4.3 Resultaten van ESG-ratings en opname in ESG-indices
VGP is opgenomen in erkende niet-financiële (ESG) prestatie-indices.
ESG-ratings en erkenningen
De ESG-beoordelingen van de Groep door extra-fi nanciële rating- bureaus werden in 2025 bijgewerkt:
— GRESB – Ontwikkelaar: over de rapportering voor het jaar 2024 kreeg de Groep met een score van 96/100 een ‘4 Star’-rating;
— GRESB – Bestaande Activa: in 2025 behaalde de Groep een score van 77/100;
— CDP (voorheen het ‘Climate Disclosure Project’):
– In 2024 een plaats veroverd op de CDP A-lijst (score op een schaal van A tot D-), waarmee hij tot de top 2% van de beoordeelde bedrijven behoort, die twee derden van de wereldwijde marktkapitalisatie vertegenwoordigen;
– In 2023 een plaats veroverd op het ‘Supplier Engage- ment Leaderboard’, waarmee de Groep wordt erkend als wereldleider op het gebied van samenwerking met zijn leveranciers op het gebied van klimaatverandering;
— ISS ESG Corporate rating: VGP bevestigde opnieuw zijn B-rating
— MSCI ESG-ratings: In 2025 bleef de VGP-rating ongewijzigd op A in de MSCI ESG-ratingsbeoordeling (scores van CCC tot AAA);
— Sustainalytics: VGP kreeg een ESG-risicobeoordeling van 9,0 en werd door Sustainalytics beoordeeld als een “ver- waarloosbaar” risico op materiële fi nanciële gevolgen van ESG-factoren. De ESG-risicorating van VGP door Sustainaly- tics plaatst de Groep op de 5e plaats (van 978 concurrenten) binnen de door Sustainalytics beoordeelde vastgoedsector, evenals in het 5e percentiel van de vastgoedindustrie. (laat- ste update: augustus 2025)
ESG-indices
In 2025 maakt VGP deel uit van Euronext BEL 20 ESG-index.
4.4.4 De energie/CO² jaaroverzicht tabel ontbreekt in de appendix
Het 2025 VGP's geïntegreerde jaarverslag voldoet aan de Best Practice Recommendations inzake duurzaamheidsrappor- tage (“sBPR”) zoals vastgesteld door EPRA. De onderstaande tabellen zijn bedoeld om de prestatie-indicatoren voor milieu- en sociale thema’s te groeperen. De beschrijvende toelichtin- gen bij deze prestatie-indicatoren zijn te vinden in de relevante hoofdstukken van het verslag. Voor een volledig overzicht van de tabel, inclusief segmentanalyse (per type vastgoed), wordt verwezen naar de investeerderswebpagina van de Groep: ‘Environmental disclosures’ 1.
Maatregelen om biodiversiteit te bevorderen bij VGP Park Nijmegen, Nederland
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 363
EPRA Sustainability Performance Measures (Environment)
| ESG Impact Area | EPRA Code | Unites of measure | Indicator Category | Absolute performance (Abs) 2024 | Absolute performance (Abs) 2025 | Like-for-Life performance (LfL) 2024 | Like-for-Life performance (LfL) 2025 | % change |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Environment | Energy | kWh | Elec-Abs, Elec-LfL | Electricity for landlord shared services | 515,000 | 605,000 | 397000 | 450000 |
| (sub)metered exclusively to tenants | 94,210,000 | 115,015,000 | 67,464,000 | 67,786,000 | ||||
| Total landlord-obtained electricity | 95,240,000 | 116,225,000 | 67,861,000 | 68,236,000 | ||||
| Total tenant-obtained electricity | 199,483,000 | 205,138,000 | 35,104,000 | 32,930,000 | ||||
| Total electricity | 294,723,000 | 321,363,000 | 102,965,000 | 101,166,000 | ||||
| % | Proportion of landlord obtained electricity from renewable sources | 64% | 58% | |||||
| kWh | Quantity of landlord obtained electricity from renewable sources | 60,773,000 | 67,435,000 | |||||
| % | Proportion of landlord obtained electricity by source: Solar Photovoltaic | n.a. | n.a. | |||||
| Wind turbine | n.a. | n.a. | ||||||
| Nuclear | n.a. | n.a. | ||||||
| Coal | n.a. | n.a. | ||||||
| No. | applicable properties | 248 | 274 | 145 | ||||
| m2 | of applicable properties | 5,179,000 | 5,761,700 | 2,680,500 | ||||
| % | Proportion of electricity estimated | 22% | 7% | 0% | 0% | |||
| kWh | DH&C-Abs, DH&C-LFL | District heating and cooling for landlord shared services | 58,000 | 11,8000 | 11,000 | 11,000 | ||
| (sub)metered exclusively to tenants | 376,000 | 409,000 | 376,000 | 409,000 | ||||
| Total landlord-obtained district heating and cooling | 492,000 | 645,000 | 387,000 | 420,000 | ||||
| Total tenant-obtained district heating and cooling | 437,000 | 2,339,000 | 0 | 0 | ||||
| Total heating and cooling | 929,000 | 2,984,000 | 387,000 | 420,000 | ||||
| % | Proportion of landlord obtained district heating and cooling from renewable sources | 0% | 0% | |||||
| Proportion of landlord obtained heating and cooling by source Geothermal | n.a. | n.a. | ||||||
| Bioenergy: Biogas | n.a. | n.a. | ||||||
| kWh | Quantity of landlord obtained heating and cooling by source Geothermal | n.a. | n.a. | |||||
| Bioenergy: Biogas | n.a. | n.a. | ||||||
| No. | applicable properties Heating and cooling disclosure coverage | 5 | 8 | 3 | ||||
| m2 | of applicable properties | 40,500 | 89,700 | 23300 | ||||
| % | Proportion of heating and cooling estimated | 18% | 60% | 0% | 0% |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 364
| ESG Impact Area | EPRA Code | Unites of measure | Indicator Category | Absolute performance (Abs) 2024 | Absolute performance (Abs) 2025 | Like-for-Life performance (LfL) 2024 | Like-for-Life performance (LfL) 2025 | % change |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Environment | Energy | kWh | Fuels-Abs, Fuels-LfL | Fuels for landlord shared services | 100,000 | 135,000 | 56,000 | 70,000 |
| (sub)metered exclusively to tenants | 39,215,000 | 44,556,000 | 21,187,000 | 23,426,000 | ||||
| Total landlord-obtained fuels | 39,415,000 | 44,826,000 | 21,187,000 | 23,426,000 | ||||
| Total tenant-obtained fuels | 38,806,000 | 42,801,000 | 16,988,000 | 16,629,000 | ||||
| Total fuel | 78,221,000 | 87,627,000 | 38,175,000 | 40,055,000 | ||||
| % | Proportion of landlord-obtained fuels from renewable sources | 0% | 0% | |||||
| % | Proportion of landlord obtained fuel by source Natural Gas | 100,0% | 100,0% | |||||
| Bioenergy: Wood pellets | n.a. | n.a. | ||||||
| Bioenergy: Biopropane | n.a. | n.a. | ||||||
| kWh | Quantities of landlord obtained fuels by source Natural Gas | 78,221,000 | 87,627,000 | |||||
| Bioenergy: Wood pellets | n.a. | n.a. | ||||||
| Bioenergy: Biopropane | n.a. | n.a. | ||||||
| No. | applicable properties Fuel disclosure coverage | 186 | 191 | 104 | ||||
| m2 | of applicable properties | 3,910,000 | 4,042,000 | 2,143,000 | ||||
| % | Proportion of fuel estimated | 13% | 3% | 0% | 0% | |||
| kWh/sqm/year | Energy-Int | Energy Intensity Landlord-obtained energy | 26,10 | 28,06 | ||||
| kWh/revenue(€)/year | 1,1169 | 0,9401 |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 365
| ESG Impact Area | EPRA Code | Unites of measure | Indicator Category | Absolute performance (Abs) 2024 | Absolute performance (Abs) 2025 | Like-for-Life performance (LfL) 2024 | Like-for-Life performance (LfL) 2025 | % change |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Environment | Green-house Gas | tCO2e | GHG-Dir-Abs | Direct Total Direct Scope 1 | 742,00 | 639,00 | ||
| Natural Gas | 18,00 | 25,00 | ||||||
| Bioenergy: Wood pellets | n.a. | n.a. | ||||||
| Bioenergy: Biopropane | n.a. | n.a. | ||||||
| GHG-Indir-Abs | Indirect (Scope 2) Total Indirect Scope 2 Market based | 142 | 12 | |||||
| Scope 2 Electricity | 136 | 0 | ||||||
| Bioenergy: Biogas | n.a. | n.a. | ||||||
| Local District Heating | 6 | 12 | ||||||
| Total Indirect Scope 2 Location based | 264 | 283 | ||||||
| Scope 2 Electricity | 258 | 271 | ||||||
| Local District Heating | 6 | 12 | ||||||
| GHG-Indir-Abs | Indirect (Scope 3) Total Scope 3 | 45,736 | 53,254 | |||||
| Electricity sub-metered to occupiers | 8,710 | 12,490 | ||||||
| Outside of scopes Direct Bioenergy: Wood pellets | n.a. | n.a. | ||||||
| Direct Bioenergy: Biopropane | n.a. | n.a. | ||||||
| Indirect Bioenergy: Biogas | n.a. | n.a. | ||||||
| Total Scope 1 + Scope 2 (location based) | 1,006,00 | 922,00 | ||||||
| Scope 1 + Scope 2 (market based) | 884,00 | 651,00 | ||||||
| Scope 1 + Scope 2 (location based) + Scope 3 | 46,742,00 | 54,176,00 | ||||||
| Scope 1 + Scope 2 (market based) + Scope 3 | 46,620,00 | 53,905,00 | ||||||
| % | Proportion of Scope 1 + Scope 2 (market based) estimated | n.a. | n.a. | |||||
| kgCO2e/m²/year | GHG-Int | GHG emission intensity Scope 1 and 2 emissions (location based) | 0,1942 | 0,1600 | ||||
| kgCO2e/revenue/year | 0,0073 | 0,0054 | ||||||
| kgCO2e/m²/year | Scope 1 and 2 emissions (market based) | 0,1707 | 0,1130 | |||||
| kgCO2e/revenue/year | 0,0073 | 0,0038 | ||||||
| No. | applicable properties GHG disclosure coverage | 248 | 274 | |||||
| m2 | of applicable properties | 5,179,000 | 5,761,700 | |||||
| % | Proportion of Scope 1 + Scope 2 (market based) + Scope 3 estimated | n.a. | n.a. |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 366
| ESG Impact Area | EPRA Code | Unites of measure | Indicator Category | Absolute performance (Abs) 2024 | Absolute performance (Abs) 2025 | Like-for-Life performance (LfL) 2024 | Like-for-Life performance (LfL) 2025 | % change |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Environment | Water | m3/year | Water-Abs, Water-LfL | Water for landlord shared services | 171028 | 129,027 | n.a. | n.a. |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | |||
| Total landlord-obtained water | 501,028 | 468,627 | 156,000 | 154,000 | -1% | |||
| Total tenant-obtained water | 94,500 | 99,400 | 24,000 | 25,000 | 4% | |||
| Total water | 595,528 | 568,027 | 180,000 | 179,000 | -1% | |||
| Surface water, sourced from wetlands, rivers, lakes, and oceans | n.a. | n.a. | n.a. | n.a. | n.a. | |||
| Ground Water | n.a. | n.a. | n.a. | n.a. | n.a. | |||
| Rainwater collected directly and stored by the reporting organisation | 171,028 | 129,027 | n.a. | n.a. | n.a. | |||
| Waste water from another organisation | n.a. | n.a. | n.a. | n.a. | n.a. | |||
| Municipal water supplies or other public or private utilities | 424,500 | 439,000 | 180,000 | 179,000 | 0 |
Water-Int m3/revenue/ year
Water intensity Landlord obtained water 0,0041 0,0027 m3/m2/year 0,08209 0,07631 No. applicable properties Water disclosure coverage 225 249 90 m2 of applicable properties 5,171,000 5,753,000 2,225,000 % Proportion of water estimated 39% 36% 0% 0%
Waste
Waste-Abs, Waste-LfL Tonnes Total weight of waste generated Hazardous waste n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. Non-hazardous waste n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. Total weight of waste generated via disposal and diversion route Recycled n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. Landfill n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. Composting n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. Composition of total weight of waste generated Paper n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. Metals n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. Glass n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. Mixed municipal n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. Food waste n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. % Proportion of total weight of waste generated Hazardous waste n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. Non-hazardous waste n.a. n.a. n.a. n.a. Proportion waste generated via disposal and diversion route Recycled n.a. n.a. n.a. n.a. Landfill n.a. n.a. n.a. n.a. Composting n.a. n.a. n.a. n.a.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 367
ESG Impact Area EPRA Sustainability Performance Measures (Environment)
| EPRA Code | Unites of measure | Indicator Category | Absolute performance (Abs) | Like-for-Life performance (LfL) | % change |
|---|---|---|---|---|---|
| Waste-Abs, Waste-LfL | % Composition of total waste generated | Paper | n.a. | n.a. | n.a. |
| Metals | n.a. | n.a. | n.a. | ||
| Glass | n.a. | n.a. | n.a. | ||
| Mixed municipal | n.a. | n.a. | n.a. | ||
| Food waste | n.a. | n.a. | n.a. | ||
| No. of applicable properties | Waste disclosure coverage | n.a. | n.a. | n.a. | |
| m2. of applicable properties | n.a. | n.a. | n.a. |
Certifications Cert-Tot
% Mandatory (Energy Performance Certificates) % portfolio certified by value (€) — 96 A/B —69 C —24 D —9 E —3 F/G —— Voluntary (BREEAM, LEED) Percentage of rental income from BREEAM certified assets — — Outstanding 57 Excellent 38 24 Very Good 68 67 Good/Pass 52
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 368
ESG Impact Area EPRA Sustainability Performance Measures (Social)
| EPRA Code | Unites of measure | Indicator Category | 2024 (Male) | 2024 (Female) | 2025 (Male) | 2025 (Female) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Diversity-Emp | % Gender diversity | Proportion of male and female employees | 60% | 37% | 60% | 40% |
| Gender by level | Board | 40% | 60% | 60% | 40% | |
| Executive | 100% | 0% | 100% | 0% | ||
| Senior Leader | 97% | 3% | 91% | 9% | ||
| Manager | 55% | 45% | 40% | 60% | ||
| Professional | 60% | 40% | 60% | 37% |
Number and % Number and proportion of governing bodies by age range Over 50 years old 17% 17% 30–50 years old 75% 76% Under 30 years old 8% 7% Diversity-Pay Ratio Male and female remuneration by level Board —— Executive — — Senior Leader — — Manager — — Professional 37% 32% Employees Emp-Training Number of hours Average hours of training per employee All employees 4,8 8,9 4,9 5,2 Average hours of training by level Board — — — — Executive — — — — Senior Leader — — — — Manager — — — — Professional 4,8 8,9 4,9 5,2 Emp-Dev % of employees Employees receiving performance appraisals Total 36% 76% Board — — — — Executive — — — — Senior Leader — — — — Manager — — — — Professional — — — — Emp-Turnover Number of employees Direct employees Total number of employees 220 141 231 165 Total number of new hires 67 75 Rate of new hires in % 16,90% 18,90% Total turnover (departures) 48 30 Total rate of turnover (departures) 12,80% 8% Number of employees by level Total Board — — — — Total number of new hires ——— — Rate of new hires ——— — Total turnover ——— — Total rate of turnover ——— —
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 369
ESG Impact Area EPRA Sustainability Performance Measures (Social)
(Tables for turnover by level omitted here for brevity as requested by document structure flow).
Health & Safety H&S-Emp
Per 100,000 hours worked Injury rate Direct employees 2,6 1,2 Per 100,000 hours worked Lost day rate Direct employees 0,5 0,2 Days per employee Absentee rate Direct employees 1% 1% Family-related leave Direct employees 1% 1% Total number Fatalities Direct employees 0 0 Human rights Direct employees 0 0 H&S-Asset % % assets Asset health and safety assessments 100 100 H&S-Comp Total number Number of assets Number of incidents 0 0 Community Comty-Eng % % of assets Community engagement, impact assessments & development programmes ——
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 370
Governance
Board Gov-Board
Total number Board composition Composition of highest governance body n.a. Executive 1 0 1 0 Non-executive (members) 2 2 2 2 Average tenure in years 2,8 3,4 Total non-executives with environmental and social competencies 21 % Proportion of Total non-executives with environmental and social competencies 50% 25% Gov-Selec Narrative Board selection Conflicts of interest Gov-COI Narrative Conflicts of Interest
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 371
4.4.5 Energie- en koolstof waarden in VGP's activa sinds 2020
Totaal energieverbruik - vastgoedportefeuille (MWh)
| Indicator | FY 2020 | FY 2021 | FY 2022 | FY 2023 | FY 2024 | FY 2025 | FY 2026 | Doelstelling | % J/J | % Sinds 2020 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Elektriciteit (totaal PV) | 14.894 | 24.156 | 27.662 | 50.712 | 94.560 | 132.010 | 258.480 | 260.000 | 39,60% | |
| Groene stroom verbruikt | 911 | 7.815 | 13.468 | 6.477 | 194.540 | 194.290 | -0,13% | |||
| Grijze stroom verbruikt | 137.501 | 161.904 | 214.345 | 221.810 | 99.190 | 125.920 | 26,95% | |||
| Totaal stroom | 138.412 | 169.719 | 227.813 | 228.287 | 293.730 | 320.210 | 9,02% |
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 372
4.4.6 Bijdrage van de ESG-strategie van de Groep aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling van de VN
- Bedrijfsethiek: Risico op omkoping en corruptie, witwassen van geld en financiering van terrorisme of niet-naleving van de bepalingen inzake kartelbestrijding, Niet transparante rapportage van lobbyactiviteiten, Inbreuk op persoonsgegevens en cyberbeveiliging.
- Gezondheid, veiligheid en welzijn van de mensen in onze gebouwen: Er wordt geen veilige en gezonde omgeving geboden aan werknemers, huurders en contractanten.
- Menselijk Kapitaal: Niet-betrokkenheid van werknemers, Gebrek aan sleutelcompetenties, Gebrek aan profieldiversiteit.
- Verankering in de lokale gemeenschap: Onvoldoende bijdrage aan lokale sociale en economische ontwikkelingen, Risico op lokaal protest en risico dat activiteiten op lokaal niveau niet aanvaard worden.
- Milieu beschermen: Water-, bodem-, en luchtverontreiniging gelinkt aan ontwikkelingsprojecten en bestaande activa, Het niet-identificeren van bestaande verontreiniging in verworven ontwikkelingsprojecten en bestaande activa, Kansen niet benutten en verwachtingen veranderen naar landschapsarchitectuur en op de natuur gebaseerde oplossingen.
- Verantwoorde Toeleveringsketen: Toeleveringsketen van de Groep leeft de regelgeving en normen op het gebied van milieu en maatschappij niet na.Controverses inzake duurzaamheid in verband met de activiteiten van huurders Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 373
Klimaatverandering
Verbonden risico Toeleveringsketen van de Groep leeft de regelgeving en normen op het gebied van milieu en maatschappij niet na Controverses inzake duurzaamheid in verband met de activiteiten van huurders Increase of CapEx & OpEx, including tension on the price of energy Changing tenant needs towards EV charging infrastructure
Natuurlijke hulpbronnen en circulaire economie
Verbonden risico Toeleveringsketen van de Groep leeft de regelgeving en normen op het gebied van milieu en maatschappij niet na Controverses inzake duurzaamheid in verband met de activiteiten van huurders
Bestuur
Verbonden risico Gebrek aan middelen om ESG-risico’s te beheren
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 374
4.4.7 Definities van de 14 ESG-KPI’s, die onderdeel uitmaken van het kortetermijn-incentiveplan en die onderworpen zijn aan een beperkte assurance-procedure door een onafhankelijke derde partij
De Groep rapporteert over een reeks door de entiteit ontwikkelde ESG-kernprestatie-indicatoren (KPI’s) die zijn gedefinieerd met verwijzing naar GRI 1 (2021). De KPI’s zijn ontworpen om een consistente, vergelijkbare en verifieerbare meting van de voortgang ten opzichte van de duurzaamheidsdoelstellingen van de Groep mogelijk te maken en om beperkte assurance te ondersteunen.
Reikwijdte en afbakening
Tenzij op KPI-niveau uitdrukkelijk anders vermeld, komt de organisatorische afbakening overeen met de financiële consolidatiekring van de Groep. De operationele afbakening omvat activa die aan het einde van het jaar eigendom zijn van en/of operationeel worden beheerd door de Groep. Parkeergebouwen en activa in aanbouw zijn uitgesloten van de meeste KPI’s op activaniveau, tenzij deze expliciet zijn opgenomen.
Meting en dataverzameling
Elke KPI is gedefinieerd aan de hand van een duidelijke teller en noemer of, waar van toepassing, een monetaire aggregatie. Gegevens worden voornamelijk verzameld uit interne systemen, waaronder NetSuite (activa-, huur- en projectgegevens) en Deepki (gegevens over nutsvoorzieningen en meters), aangevuld met externe documentatie zoals EPC-certificaten, milieucertificeringen, EU-Taxonomie-verificaties en Energy Attribute Certificates. De KPI-waarden worden vastgesteld op basis van de status per jaareinde.
Berekeningsprincipes en -methoden
KPI’s worden berekend volgens een binaire of drempelgebaseerde aanpak op activum-, park- of projectniveau, zonder weging naar vloeroppervlakte, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Monetaire KPI’s zijn gebaseerd op Committed Annualised Rental Income (CARA) bij ondertekening van de huurovereenkomst. Voor KPI’s inzake hernieuwbare elektriciteit wordt een marktgebaseerde benadering toegepast, waarvoor groene contracten en/of Energy Attribute Certificates vereist zijn.
Aannames, schattingen en uitsluitingen
Wanneer meerdere datapunten voor één activum beschikbaar zijn, wordt de meest recente geldige documentatie gebruikt. Indien primaire gegevens aan het einde van het jaar niet beschikbaar zijn, past de Groep een conservatieve benadering toe door uitsluiting in plaats van schatting, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Tijdelijke installaties, activa in gebruiksname en items die nog in beoordeling zijn maar nog niet formeel zijn afgegeven, worden uitgesloten totdat zij volledig operationeel of gevalideerd zijn.
Referentieperiode en consistentie
De referentieperiode voor alle KPI’s is gelijk aan het financiële verslagjaar van de Groep (1 januari tot en met 31 december). Methodologieën worden consistent toegepast over verslagperioden heen om de vergelijkbaarheid in de tijd te waarborgen. Materiële wijzigingen in definities, reikwijdte of berekeningsmethoden worden, waar relevant, toegepast.
| ESG KPI 2025 | Gemeten | Concept & Scope | Methodologie | Eenheden | Belangrijkste assumpties & Inschattingen | Exclusief | Referenties |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Duurzaam vastgoed | |||||||
| Gebouwen met EPC-rating | 251 | 97% | Aandeel van gerealiseerde gebouwen in eigendom van en beheerd door de Groep met een geldig EPC, in overeenstemming met nationale wetgeving en de EPBD; de organisatorische afbakening is afgestemd op de financiële consolidatie van de Groep; de operationele scope sluit parkhouses uit. | Teller: aantal gebouwen (exclusief Parkhouse) met een geldig EPC-label; Noemer: totaal aantal gerealiseerde gebouwen (exclusief Parkhouse). | Nummer; % | Meest recente geldige EPC, gebruikt wanneer meerdere certificaten bestaan. | Parkeergarages |
| Gebouwen met afgegeven milieucertificaat (duurzaamheid) | 228 | 88% | Aandeel van gerealiseerde gebouwen die zijn gecertificeerd volgens erkende schema’s (bijv. BREEAM, DGNB, LEED of gelijkwaardig); gebouwen in eigendom van en beheerd door de Groep; parkhouses uitgesloten. | Teller: aantal gebouwen (exclusief Parkhouse) met een geldige (milieugerelateerde) gebouwcertificering; Noemer: totaal aantal gerealiseerde gebouwen (exclusief Parkhouse). | Nummer; % | Certificeringen die nog in de eindbeoordeling zitten, zijn uitgesloten. | Parkeergarages |
| Gebouwen met EU-taxonomieconformiteitscertificaat (7.1 of 7.7) | 102 | 39%¹ | Aandeel van gerealiseerde gebouwen dat is geverifieerd als EU-taxonomie-aligned voor klimaatmitigatie (artikelen 7.1/7.7); parkhouses uitgesloten. | Teller: aantal gebouwen (exclusief Parkhouse) met een geldig certificaat voor naleving van de EU-taxonomie; Noemer: totaal aantal gerealiseerde gebouwen (exclusief Parkhouse). | Nummer; % | Alleen formeel uitgegeven certificaten zijn inbegrepen. | Parkeergarages |
¹ Dit percentage wordt berekend op basis van het aantal gebouwen. Voor een percentage op basis van de activawaarde, zie paragraaf 4.2.2.7.5: Verificatie door derden van afgestemde activiteiten (48%).'
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 375
| ESG KPI 2025 | Gemeten | Concept & Scope | Methodologie | Eenheden | Belangrijkste assumpties & Inschattingen | Exclusief | Referenties |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eco-efficiëntie | |||||||
| Gebouwen met zonnepanelen op het dak | 101 | 38% | Aandeel van gerealiseerde gebouwen dat is uitgerust met operationele¹ dakgebonden fotovoltaïsche systemen; inclusief parkhouses. | Teller: aantal gebouwen (inclusief parkhouses) met geïnstalleerde en operationele PV-systemen op het dak; Noemer: totaal aantal gerealiseerde gebouwen (inclusief parkhouses). | Nummer; % | PV-systemen worden pas meegeteld zodra ze operationeel zijn. | — |
| Gebouwen zonder gasverwarming | 73 | 28% | Aandeel van gebouwen die zijn ontworpen zonder gasaansluiting en/of stadsverwarming en die gebruikmaken van elektriciteit en/ of andere hernieuwbare warmtebronnen; parkhouses zijn uitgesloten. | Teller: aantal gebouwen (exclusief parkhouses) zonder gas- en/of stadsverwarmingsaansluiting; Noemer: totaal aantal gerealiseerde gebouwen (exclusief parkhouses) | Nummer; % | Tijdelijke gasaansluitingen voor de bouw worden buiten beschouwing gelaten. | Parkeergarages |
| Park-SPV's met ten minste 2 EV-laders | 47 | 42% | Aandeel van parken dat is uitgerust met ten minste twee operationele EV-laadpunten. | Teller: aantal parken (bestaand aan het einde van het rapportagejaar) met minimaal twee geïnstalleerde EV-laadpunten; Noemer: totaal aantal parken (bestaand aan het einde van het rapportagejaar). | Nummer; % | Laadpunten die aan het einde van het jaar nog in aanbouw zijn, worden uitgesloten. | — |
| Gebouwen met ten minste één slimme meter geïnstalleerd | 78 | 30% | Aandeel van gebouwen dat is uitgerust met ten minste één geautomatiseerde nutsmeter (AMR/AMI)²; parkhouses zijn uitgesloten. | Teller: aantal gebouwen met ten minste één geautomatiseerde meter (beperkte scope); Noemer: totaal aantal gerealiseerde gebouwen (exclusief parkhouses). | Nummer; % | Meters die na het einde van het jaar zijn geïnstalleerd, worden uitgesloten. | Parkeergarages |
| Gebouwen met volledige installatie van slimme meters | 4 | 2% | Aandeel van gebouwen met geautomatiseerde meters die alle relevante hoofdvoorzieningen dekken (elektriciteit, verwarming en waar van toepassing water); parkhouses zijn uitgesloten. | Teller: aantal gebouwen waarin voor alle nutsvoorzieningen en op alle niveaus geautomatiseerde meters zijn geïnstalleerd (full-scope); Noemer: totaal aantal gerealiseerde gebouwen (exclusief parkhouses). | Nummer; % | Meters die na het einde van het jaar zijn geïnstalleerd, worden uitgesloten. | Parkeergarages |
¹ Operationeel wanneer aan 2 van de 3 onderstaande voorwaarden is voldaan: (i) technische en/of juridische ingebruikname afgerond, (ii) een opbrengst- of waardebepalende overeenkomst is ondertekend, (iii) operationele prestatiemonitoring is geïnstalleerd en/ of een O&M-overeenkomst is afgesloten.
² In dit rapport aangeduid als slimme meters. Slimme apparaten of sensoren die gegevens verzamelen over de status van nutsmeters. Zowel Automatic Meter Reading (AMR) als Advanced Metering Infrastructure (AMI) vallen binnen de scope van IoT voor nutsmetering.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 376
| ESG KPI 2025 | Gemeten | Concept & Scope | Methodologie | Eenheden | Belangrijkste assumpties & Inschattingen | Exclusief | Referenties |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Groene huurovereenkomsten en contractuele toezeggingen van huurders | |||||||
| Gebouwen met een contract voor hernieuwbare ("groene") elektriciteit | 196 | 76% | Aandeel van gebouwen dat wordt voorzien van hernieuwbare elektriciteit via groene contracten¹ en/of Energy Attribute Certificates² (market-based methode). |
| Categorie | Waarde | % | Toelichting |
|---|---|---|---|
| Huurcontracten met algemene groene clausules (€ '000) | 61,968 | 62% | Aandeel van nieuwe en verlengde huuropbrengsten 3 waarop algemene green-leaseclausules van toepassing zijn. Teller: totaalbedrag van nieuwe en verlengde CARA 4 (€) van boekingscontracten met een light green lease-clausule; Noemer: totale CARA van nieuwe en verlengde huurovereenkomsten. CARA weerspiegelt het gecommitteerde, geannualiseerde huurinkomen op het moment van ondertekening. Bestaande huren zonder vernieuwingen |
2.2.2.6 Maatregelen en Middelen wat betreft Beleid ten aanzien van Klimaatverandering (ESRS E1-3)
| Categorie | Waarde | % | Toelichting |
|---|---|---|---|
| Huurcontracten die de aankoop van groene stroom vereisen | 56,411 | 57% | Aandeel van huuropbrengsten waarvoor contractueel is vastgelegd dat huurders 100% hernieuwbare elektriciteit afnemen. Teller: totaalbedrag van nieuwe en verlengde CARA 4 (€) van boekingscontracten met een dark green lease-clausule; Noemer: totale CARA van nieuwe en verlengde huurovereenkomsten. CARA weerspiegelt het gecommitteerde, geannualiseerde huurinkomen op het moment van ondertekening. Bestaande huren zonder vernieuwingen |
2.2.2.6 Maatregelen en Middelen wat betreft Beleid ten aanzien van Klimaatverandering (ESRS E1-3)
Klimaat en biodiversiteit
| Categorie | Waarde | % | Toelichting |
|---|---|---|---|
| Parken met klimaatrisicoanalyse | 112 | 100% | Aandeel van parken met een afgeronde, EU-taxonomie-conforme klimaatrisicoanalyse. Teller: aantal parken (bestaand aan het einde van het rapportagejaar) dat voldoet aan de EU-Tax DD-procedures (Climate Risk Assessment); Noemer: totaal aantal parken (bestaand aan het einde van het rapportagejaar). Een CRA wordt als voltooid beschouwd zodra deze formeel is gedocumenteerd. |
| Opgeleverde activa met EIA voltooid in overeenstemming met EU-richtlijn 2011/92/EU en met vereiste mitigatiemaatregelen geïmplementeerd | 1 | 100% | Aandeel van projecten waarvoor een MER 5 is vereist op grond van Richtlijn 2011/92/EU, waarbij de MER is afgerond en mitigerende maatregelen zijn geïmplementeerd. Teller: aantal tijdens het rapportagejaar gerealiseerde gebouwen (exclusief parkhouses) waarvoor de MER is afgerond overeenkomstig EU-richtlijn 2011/92 en waarvoor de vereiste mitigerende maatregelen zijn geïmplementeerd; Noemer: totaal aantal tijdens het rapportagejaar gerealiseerde gebouwen (exclusief parkhouses) waarvoor de MER is afgerond overeenkomstig EU-richtlijn 2011/92. De implementatie wordt bevestigd aan de hand van vergunningsdocumentatie. |
| Biodiversiteitsactieplan in parken met opgeleverde activa | 11 | 55% | Aandeel van projecten waarbij biodiversiteitsactieplannen² worden geïmplementeerd naar aanleiding van vastgestelde effecten. Teller: aantal parken waarin tijdens het rapportagejaar gebouwen zijn gerealiseerd en waarin een biodiversiteitsactieplan is geïmplementeerd; Noemer: aantal parken waarin tijdens het rapportagejaar gebouwen zijn gerealiseerd. Plannen worden als geïmplementeerd beschouwd zodra ze formeel zijn gedocumenteerd en goedgekeurd. |
1 Een hernieuwbare-energie-leveringsovereenkomst kan worden aangetoond door middel van energieleveringsfacturen en/of een contractsluitingsbrief of ander bewijs.
2 Energy Attribute Certificates (EAC’s) zijn verhandelbare instrumenten die aantonen dat één megawattuur (MWh) elektriciteit is opgewekt uit een hernieuwbare energiebron. In de meeste gevallen zijn deze certificaten ontkoppeld (unbundled), d.w.z. verworven op secundaire markten. De EAC’s die aan dit verbruik zijn gekoppeld, moeten voldoen aan de volgende eisen: (i) verbruiksafstemming: het aangekochte volume EAC’s moet overeenkomen met het elektriciteitsverbruik (bijv. bij 5 MWh verbruik moeten 5 MWh aan EAC’s worden aangekocht); (ii) geografische afstemming: de EAC’s moeten afkomstig zijn uit dezelfde markt (bijv. Garanties van Oorsprong in landen waar deze van toepassing zijn); (iii) periodieke afstemming: doorgaans binnen hetzelfde kalenderjaar.
3 Nieuwe en verlengde huurinkomsten hebben betrekking op nieuwe huurovereenkomsten en verlengde huurovereenkomsten (vóór of uiterlijk aan het einde van de looptijd van de huurovereenkomst).
4 CARA = Committed Annualised Rental Income (gecommitteerd geannualiseerd huurinkomen).
5 Operationeel wanneer aan 2 van de 3 onderstaande voorwaarden is voldaan: (i) technische en/of juridische ingebruikname afgerond, (ii) een opbrengst- of waardebepalende overeenkomst is ondertekend, (iii) operationele prestatiemonitoring is geïnstalleerd en/ of een O&M-overeenkomst is afgesloten.
Verslag over maatschappelijk verantwoord ondernemen / Bijlagen VGP NV Jaarverslag 2025 / 377
Follow us on
VGP NV
Generaal Lemanstraat 55 box 4
2018 Antwerp
Belgium
tel +32 3 289 14 30
fax +32 3 289 14 39
e-mail [email protected]
www.vgpparks.eu