AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Umicore

Annual Report Mar 29, 2013

4018_10-k_2013-03-29_a831554c-3894-45a1-b134-f3e2b98e66fc.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

Jaarverslag 2012

Samen bouwen " aan succes"

Raadpleeg het online verslag www.umicore.com/reporting

P.12-37 Raadpleeg onze duurzaamheidprestaties

P.38-67 Lees meer over onze verschillende activiteiten

Hoe teamwerk ons beter maakt

Raadpleeg het online verslag www.umicore.com/reporting

12 Lees meer over onze economische

Lees meer over onze vooruitgang op sociaal en milieuvlak

Je weg vinden doorheen dit verslag

Inleiding
Umicore in het kort 2-5
Kerncijfers & hoogtepunten 6-7

Terugblik door het Management en de Gedelegeerd Bestuurder 8-11

Economisch overzicht 12-19
Aantrekkelijke werkplek 20-25
Eco-efficiëntie 26-31
Communicatie met belanghebbenden 32-37
Overzicht van de business groups
Catalysis
Energy Materials
Performance Materials
Recycling
38-45
46-51
52-59
60-67

Inhoud

Umicore | Jaarverslag 2012

38

Lees meer over onze verschillende activiteiten

Verklaringen 68-211

Economische en financiële verklaringen 68-140 Milieuverklaringen 141-151 Sociale verklaringen 152-169 Raad van Bestuur, Directiecomité & Senior Management profielen 194-197 Betrouwbaarheidsverklaringen 198-199 Glossarium 200-203 GRI index 204-208

Over dit verslag

Dit jaarverslag geeft een geïntegreerd overzicht van onze economische, toegang tot het volledige online verslag dat zich in een specifieke rapporteringsectie van de Umicore website bevindt. Voor mobiele gebruikers: de QR codes brengen u onmiddellijk naar de relevante delen

Ons verslag is extern nagekeken en bereikt het GRI rapporteringniveau B+. Een volledig overzicht van de reikwijdte van onze rapportering kan gevonden worden op pagina 212.

Raadpleeg het online verslag www.umicore.com/reporting

Umicore in het kort

We zijn een materiaaltechnologie- en recyclagegroep op wereldschaal. We richten ons op toepassingen waar onze expertise in scheikunde, materiaalwetenschappen, metallurgie en recyclage een verschil maken.

Onze activiteiten

Materials for a better life

Onze groeistrategie Vision 2015 richt zich op het leveren van vernieuwende oplossingen voor de wereldwijde megatrends grondstoffenschaarste, schone mobiliteit en hernieuwbare energie. We steunen hierbij op onze expertise in metallurgie en materiaalwetenschappen, onze kennis van de verschillende toepassingen en ons kringloopaanbod. Als bedrijf streven we naar een gemiddeld rendement op aangewend kapitaal van 15% in de loop van eender welke economische cyclus.

We willen ook onze sociale en milieuprestaties verder verbeteren, met doelstellingen in drie domeinen – als een aantrekkelijke werkplek worden beschouwd en de eco-efficiëntie en betrokkenheid met belanghebbenden actief bevorderen.

Materials for Over Umicore

a better life We zijn een materiaaltechnologie- en recyclagegroep op wereldschaal. We richten ons op toepassingen waar onze expertise in scheikunde, materiaalwetenschappen, metallurgie en recyclage een verschil maken.

Onze activiteiten zijn geconcentreerd rond vier business groups – Catalysis, Energy Materials, Performance Materials en Recycling. Iedere business group is opgedeeld in marktgerichte business units die materialen en oplossingen aanbieden die aan de top van nieuwe technologische ontwikkelingen staan en noodzakelijk zijn in het dagelijkse leven.

Kerncijfers

Economische prestaties
(in miljoen € tenzij anders vermeld)
2008 2009 2010 2011 2012
Omzet 9.124,0 6.937,4 9.691,1 14.480,9 12.548,0
Inkomsten (metaal niet inbegrepen) 2.100,3 1.723,2 1.999,7 2.318,6 2.427,6
Recurrente EBIT 354,6 146,4 342,5 416,1 372,1
waarvan geassocieerde ondernemingen 32,0 -6,1 30,1 22,9 22,2
Totale EBIT 249,1 141,2 324,0 432,7 328,6
Recurrente operationele marge (in %) 15,4 8,9 15,6 17,0 14,4
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) 17,8 8,1 17,5 18,6 16,7
Recurrent nettoresultaat, aandeel van de Groep 222,1 81,9 263,4 304,6 275,2
Nettoresultaat, aandeel van de Groep 121,7 73,8 248,7 325,0 233,4
Onderzoek- & ontwikkelingskosten 165,0 135,7 139,3 162,9 182,1
Investeringen 216,0 190,5 172,0 212,6 253,5
Netto toename/afname van de kasstromen
vóór financieringsoperaties
195,3 258,4 -68,2 308,6 150,3
Geconsolideerde netto financiële schuld
uit bedrijfsactiviteiten, einde periode
333,4 176,5 360,4 266,6 222,5
Schuldratio uit bedrijfsactiviteiten, einde periode (in %) 20,0 11,4 18,6 13,4 11,0
Eigen vermogen van de groep, einde periode 1.290,7 1.314,2 1.517,0 1.667,5 1.751,7
Recurrente winst per aandeel (in €/aandeel) 1,93 0,73 2,33 2,69 2,47
Winst per aandeel met afgesplitste activiteiten, basisberekening
(in €/aandeel)
1,06 0,66 2,20 2,87 2,09
Brutodividend (in €/aandeel) 0,65 0,65 0,80 1,00 1,00
Aantrekkelijke werkplek 2008 2009 2010 2011 2012
Personeelsbestand (inclusief geassocieerde ondernemingen) 15.450 13.728 14.386 14.572 14.438
waarvan geassocieerde ondernemingen 5.337 4.415 4.828 4.408 4.042
Ongevallen met werkverlet 87 48 56 60 49
Frequentiegraad ongevallen met werkverlet 5,30 3,12 3,54 3,61 2,86
Ernstgraad ongevallen met werkverlet 0,17 0,08 0,13 0,11 0,11
Blootstellingsgraad 'alle biomarkers geaggregeerd' (in %) - - - 5,15 4,32
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer 51,21 44,05 43,30 51,94 50,72
Vrijwillige vertrekkers 3,56 2,59 3,78 3,84 3,20
Eco-efficiëntie 2008 2009 2010 2011 2012
CO2
e-emissies (Scope 1+2) (in ton)
626.568 529.628 543.807 695.733 701.898
Metaaluitstoot naar water (vracht in kg) 6.789 5.915 6.495 5.782 5.724
Metaaluitstoot naar water (impact eenheid) 301.271 442.575 389.676 306.627 249.146
Metaaluitstoot naar lucht (vracht in kg) - 11.950 13.582 13.867 16.901
Metaaluitstoot naar lucht (impact eenheid) - 214.650 184.066 129.900 135.346
Communicatie met de belanghebbenden 2008 2009 2010 2011 2012
Donaties (in duizend €) 1.451,5 1.106,5 1.009,4 1.751,0
1.759,2
------------------------- --------- --------- --------- --------------------

Een aantal hoogtepunten in 2012

Scientific Awards > P.17

In april organiseerden we de zesde editie van onze prestigieuze Umicore Scientific Awards.

Nul ongevallen > P.21

We reikten onze tweede Safety Award uit aan Thomas Alt van de Hanau site.

Beste Werkgever > P.22

We werden opnieuw erkend als één van de beste werkgevers in België, Frankrijk en Duitsland.

iMove > P.35

Onze site in Olen was gastheer voor de lancering van het iMove project dat duurzame mobiliteit in Vlaanderen promoot.

Catalysis > P.41

We maakten een aantal productieen testinvesteringen bekend in Automotive Catalysts.

beLife > P.49

We maakten een joint venture bekend met Prayon voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie materialen voor herlaadbare batterijen.

Zuid-Korea > P.49

We maakten een belangrijke investering bekend voor de productie van precursoren voor batterijmaterialen in Cheonan, Zuid-Korea.

VIP-bezoek > P.64

De Chinese Vice-Premier Li Keqiang bezocht onze fabriek in Hoboken, België.

Prijswinnaar > P.65

Onze UHT-technologie won de European Business Award for the Environment in de categorie 'processen'.

Overzicht van de Voorzitter en de Gedelegeerd Bestuurder

Thomas Leysen, Voorzitter van Umicore, en Marc Grynberg, Gedelegeerd Bestuurder, bespreken naast de hoogtepunten en de vooruitgang in 2012 ook de vooruitzichten voor 2013 en de volgende jaren.

Hoe uitdagend was de economische toestand van 2012?

MG: De toestand was zeker niet gemakkelijk en dat verergerde nog in de tweede helft van het jaar, vooral in Europa. We moeten de zaken wel in hun context bekijken: we zijn erin geslaagd onze op één na sterkste financiële prestatie uit onze geschiedenis neer te zetten, ondanks de verslechterde situatie in verschillende van onze eindmarkten. Dat is een positief resultaat.

De uitdagingen waren en blijven echter aanzienlijk. In een aantal markten ging de vraag fors achteruit. Dat was in het bijzonder het geval in de fotovoltaïsche markt, waar de vraag naar concentratoren dunnefilmtechnologieën bijna volledig wegviel. Ook in andere markten, zoals de bouwsector en de Europese autoconstructie, liep de vraag terug. Toch waren er ook opmerkelijke positieve punten. Recycling presteerde alweer uitstekend, de vraag naar onze batterijmaterialen bleef sterk groeien en zowel de Noord-Amerikaanse als de Aziatische automarkt deed het goed in 2012.

TL : Dat was inderdaad een goede prestatie in een moeilijk kader. We hebben onze uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling sterk opgetrokken. We investeerden wereldwijd ook fors in nieuwe technologieën en productiecapaciteit, vooral in Energy Materials en Catalysis. Die combinatie weegt uiteraard zwaar op de kostenbasis.

Hoe bewaart Umicore het evenwicht tussen groeiambities op lange termijn en druk op korte termijn?

MG: We blijven ons richten op onze groeiambities, maar we houden nauwgezet rekening met de economische context. Met onze aanpak trachten we de druk vanuit de markt te anticiperen en flexibel genoeg te zijn om ons op de juiste manier voor te bereiden en aan te passen. In 2012 betekende dit een aanpassing van onze industriële aanwezigheid in gebieden waar de vraag het sterkst terugliep. Aangezien wij investeren in diverse groei-initiatieven, wordt het nog belangrijker om de kosten zorgvuldig op te volgen. Ons uiteindelijke doel is erin te slagen onze groeidoelstellingen waar te maken en onze economische prestaties cyclus na cyclus te verbeteren. We mogen ons niet uitsluitend richten op langetermijngroei of op het goed beheren van de economische situatie: om te slagen zijn beide nodig.

TL : Umicore is goed geplaatst om sterker uit de huidige economische situatie te komen. De onderneming genereert stevige kasstromen en heeft een zeer lage schuldenlast. Die financiële slagkracht moet het management in staat stellen om aanzienlijk en selectief te blijven investeren in de belangrijkste groeidomeinen, zonder gebruik te maken van externe financiering. Gezien de goede financiële gezondheid van de onderneming heeft de Raad van Bestuur de toestemming gegeven voor verdere inkoop van Umicore-aandelen in 2013. De Raad stelt ook voor om de aandeelhouders een stabiel dividend uit te keren. De Raad staat volledig achter de strategie en is ervan overtuigd dat het management in staat is om succes te boeken op lange termijn.

Leidt de crisis tot vertraging in het verwezenlijken van de Vision 2015-groeiambities?

MG: In 2010 heb ik al gezegd dat Vision 2015 uit drie fasen zou bestaan: voorbereiding, versnelling en prestaties. Door de huidige economische context konden we op sommige domeinen de versnelling minder vroeg inzetten dan we hadden gewild. De voorbereidingsfase zal waarschijnlijk nog doorlopen in 2013. De langetermijnplannen blijven onveranderd. Of we onze

"Onze aanpak bestaat erin de druk vanuit de markt te anticiperen en flexibel genoeg te zijn om ons op de juiste manier voor te bereiden en aan te passen."

groeiambities iets vroeger of iets later bereiken is uiteindelijk minder belangrijk dan de handhaving van de groeimotoren op lange termijn. Ik heb in 2012 op geen enkele manier de indruk gekregen dat problemen zoals grondstoffenschaarste of de behoefte aan schonere voertuigen en duurzamere methoden voor productie en opslag van energie opgelost zijn. Ze zijn integendeel zelfs nog prangender geworden.

TL : Umicore heeft sterk geïnvesteerd in innovatie en beschikt over een goed gevulde pijplijn van veelbelovende technologieën. Zoals Marc al aangaf, zijn de megatrends waarvoor Umicore oplossingen wil aanreiken niet verdwenen. Het zal steeds belangrijker worden om na te denken over de manier waarop deze trends zullen evolueren en hoe Umicore zich na 2015 wil profileren. Dit doet allerminst afbreuk aan het belang van de Vision 2015-doelstellingen, maar erkent dat we deze problemen slechts kunnen aanpakken vanuit een perspectief dat zich over een aantal jaren uitstrekt. De Raad van Bestuur kijkt met zijn business en technologie-evaluatie altijd verder dan het einde van het lopende strategisch plan, aangezien we ons perspectief en inzicht trachten te brengen over hoe Umicore de meest geschikte koers voor langetermijnsuccessen kan uitstippelen.

Welke vooruitgang werd geboekt met betrekking tot de milieu- en sociale doelstellingen van Vision 2015?

MG: Ik ben zeer tevreden over de globale vooruitgang. Veiligheid is één van de aspecten waar ik bijzonder veel belang aan hecht. We hebben een periode gekend waarin de veiligheidsprestaties niet verbeterden. We hebben getracht de dynamiek te veranderen en de ontwikkeling van een veiligheidscultuur binnen Umicore te bevorderen. In 2012 zagen we de eerste resultaten hiervan. Het aantal ongevallen is gedaald en ik ben ervan overtuigd dat we tot nul ongevallen op de werkplek moeten kunnen komen. We hebben ook op andere domeinen goede vooruitgang geboekt: we hebben de impact van metaalemissies fors verminderd over de voorbije twee jaar, initiatieven gelanceerd om de beste talenten aan te trekken en te behouden, de gezondheid op het werk verbeterd en ons duurzaamheidsengagement met de leveranciers versterkt. Het enige domein waar we niet even goed presteerden, was dat van CO2 - emissies. Dat was vooral te wijten aan de elektriciteitsproducenten in sommige Europese landen die afstapten van energiebronnen met een lagere

koolstofemissie. Daar hebben wij geen enkele controle over.

TL : Duurzaamheid is al jarenlang geïntegreerd in Umicore's strategisch denken. We zijn reeds een aantal jaren geleden gestart met de aanpak van onze historische erfenis inzake milieu. In de periode van 2006 tot 2010 heeft Umicore stappen ondernomen om ervoor te zorgen dat alle sites en business units op dezelfde manier werk maken van aspecten zoals energie-efficiëntie, gelijke kansen voor en ontwikkeling van onze medewerkers. Er is nu duidelijk een periode aangebroken waarin onze prestaties gedreven worden door ambitieuze milieu- en sociale doelstellingen. Globaal hebben we zowel in 2011 als in 2012 een zeer bemoedigende vooruitgang geboekt. Het was ook fijn om te

zien hoe Umicore in 2012 erkenning kreeg voor al die inspanningen in diverse aspecten van duurzaam ondernemen. Ik weet echter dat niemand op zijn lauweren gaat rusten en dat iedereen beseft dat het werk nog lang niet af is.

Waar heeft de Raad zich in 2012 vooral op gericht?

TL : Het was een druk jaar met in totaal zes vergaderingen en een aantal investeringsprojecten die we moesten onderzoeken en goedkeuren. Daarnaast hebben we het risicoprofiel en de beheersystemen van Umicore grondig geëvalueerd, de technologie opnieuw bekeken en onze plannen en prestaties op het gebied van duurzaamheid grondig geanalyseerd. De hoogtepunten van het jaar waren voor mij de bezoeken aan onze installaties

Scan de QR-code of gebruik de URL om Marc Grynberg's videoboodschap over onze prestaties in 2012 te bekijken.

www.umicore.com/reporting/ceoreview

in Zuid-Korea en aan onze site in Hanau in Duitsland, respectievelijk in juni en in september. Het was indrukwekkend om de huidige investeringen van Umicore in Korea te zien. Ook onze contacten met klanten in de batterijsector, met onze joint venturepartner en met de klanten van Automotive Catalysts tijdens dit bezoek waren zeer interessant. In 2012 verwelkomden we Rudi Thomaes als nieuw lid van de Raad. Rudi vervangt Guy Paquot, die in april na zeven jaar dienst met pensioen ging. In april 2013 zullen we tijdens de jaarlijkse algemene vergadering ook twee eminente nieuwe leden van de Raad voorstellen aan de aandeelhouders: Barbara Kux, momenteel uitvoerend lid van de Raad van Bestuur van Siemens, en Frans Van Daele, voormalig Belgisch ambassadeur en kabinetschef van de president van de Europese Raad.

Wat heeft 2013 volgens u in petto voor Umicore?

TL : De groei-investeringen blijven wellicht op een hoog peil. Ik verwacht ook dat ik samen met mijn collega's van de Raad bijzondere aandacht zal besteden aan onze vooruitgang inzake de Vision 2015-doelstellingen. Wat het evenwicht tussen nieuwe en lopende projecten betreft, hebben Marc en het Directiecomité vastgesteld dat we ons nog meer moeten richten op de projecten met de beste kansen op succes. Tegelijk moet het Directiecomité ook scherp gefocust blijven op activiteiten die momenteel onvoldoende presteren.

MG: Eén van de prioriteiten in 2013 is zorgen voor de onberispelijke uitvoering van onze groei-investeringsprojecten. We bereiden ons immers voor op een snel groeiende vraag in nieuwe activiteiten zoals HDD-katalysatoren of batterijmaterialen voor elektrische voertuigen. In Recycling zijn we begonnen met een belangrijk programma om de knelpunten op te lossen. We moeten binnenkort de volgende uitbreidingsstappen kunnen definiëren. Dit gezegd zijnde, lijkt 2013 een jaar vol uitdagingen te worden voor de sector. In de eerste maanden van het jaar hebben we in onze eindmarkten nog geen concrete signalen van verbetering gezien. We zullen pragmatisch en doelgericht blijven werken aan de verlaging van vaste kosten en werkkapitaal om ervoor te zorgen dat alle activiteiten duurzame niveaus van winstgevendheid bereiken. We zullen ook selectief blijven in de voortzetting van onze investeringsprojecten. Het juiste evenwicht vinden tussen het nastreven van onze ambities op lange termijn en het dagelijks beheer van de business, dáár gaat het om. Onze collega's in alle sites van Umicore hebben al blijk gegeven van uitzonderlijke volharding en creativiteit. Het zijn precies die kwaliteiten die ons zullen helpen om in 2013 de uitdagingen om te zetten in opportuniteiten.

"Umicore heeft sterk geïnvesteerd in innovatie en beschikt over een goed gevulde pijplijn van veelbelovende technologieën."

Overzicht van de Voorzitter en de Gedelegeerd Bestuurder

"Eén van de prioriteiten in 2013 is zorgen voor de onberispelijke uitvoering van onze groeiinvesteringen."

Umicore's Raad van Bestuur bezoekt Zuid-Korea

In juni bezocht Umicore's Raad van Bestuur de fabrieken in Zuid-Korea. Het tweedaagse bezoek gaf de Raad meer inzicht in Umicore's activiteiten in het land, meer bepaald op het gebied van herlaadbare-batterijmaterialen en autokatalysatoren. De leden van de Raad brachten niet alleen een bezoek aan Umicore's fabrieken en die van haar joint venture voor autokatalysatoren, Ordeg, maar ook aan belangrijke klanten in de batterij- en auto-industrie.

Umicore heeft een industriële aanwezigheid in Zuid-Korea sinds 1987 en de activiteiten zijn sindsdien snel gegroeid.

12

Umicore | Jaarverslag 2012

Economisch overzicht

Claudio Calardini, Toufik Essaghir, Jérémy Seelke, Frédéric Cuny, Gael Mahé Florange, Frankrijk

Economisch overzicht

Ondanks een uitdagend economisch klimaat zijn we erin geslaagd om in 2012 onze op één na sterkste financiële prestatie uit onze geschiedenis neer te zetten.

Umicore zette in 2012 een solide prestatie neer ondanks de dalende vraag in vele markten.

Umicore zette in 2012 een solide prestatie neer ondanks de dalende vraag, vooral in de tweede jaarhelft. De winst daalde jaar op jaar als gevolg van de meer uitdagende economische omstandigheden en van de hogere afschrijvingskosten en O&O-uitgaven, gekoppeld aan onze Vision 2015-groei-initiatieven. We bleven een goed rendement en positieve kasstromen genereren. We handhaafden een zeer solide kapitaalstructuur en konden de schuld nog verder verminderen tijdens het jaar.

Inkomsten, winst en rendement (Zie de grafieken op p.14-15)

De inkomsten stegen met 5% ten opzichte van 2011 tot € 2,4 miljard. Dat was voornamelijk te danken aan de toegenomen verkoopvolumes in Catalysis en Recycling. In de tweede jaarhelft lagen de inkomsten lager dan in de eerste jaarhelft omdat de impact van de economische vertraging zich op veel van onze activiteiten sterker liet voelen.

Onze omzet (inclusief metaalwaarde) lag 13% lager jaar op jaar. Dat was te wijten aan de daling van de fysieke metaalleveringen in Precious Metals Management en de lagere hedging- en tradingvolumes in deze business unit. Voor Umicore zijn de inkomsten een meer betekenisvolle weergave van de 'top-line' prestatie dan omzet, omdat de aan de klanten doorgerekende metaalprijzen er niet in zijn opgenomen.

De recurrente EBIT bedroeg € 372 miljoen, 11% minder dan in 2011, en weerspiegelde een moeilijkere economische omgeving, vooral in de tweede jaarhelft. Ook de marges stonden sterk onder druk als gevolg van een minder gunstige product- en regionale mix. De toegenomen concurrentie in veel activiteiten zette de premies onder druk en de metaalprijzen waren eveneens minder gunstig dan in 2011. In Catalysis groeide de recurrente EBIT trager dan de inkomsten en dat was voornamelijk te wijten aan een wijziging in de regionale verkoopmix in Automotive Catalysts. De recurrente winst in Energy Materials was meer dan

RECURRENTE EBIT & ROCE 2008 2009 2010 2011 2012 miljoen € Recurrente EBIT Recurrente ROCE 0 100 200 300 400 500 600 354,6 146,4 416,1 372,1 342,5 17,8% 8,1% 18,6% 16,7% 17,5%

gehalveerd ten opzichte van 2011 door de globale economische vertraging en de ongunstige voorwaarden in specifieke eindmarkten, in het bijzonder de markt van fotovoltaïsche producten. In Performance Materials daalde de recurrente winst met 19%, voornamelijk omdat de verkoopvolumes afnamen in alle business units, behalve in de activiteit electroplating. In Recycling vertoonde de recurrente EBIT een daling van 3%. Dat was hoofdzakelijk te wijten aan de minder gunstige voorwaarden in de eindmarkten voor Jewellery & Industrial Metals en een lagere bijdrage van de handel in edelmetalen. De netto recurrente bedrijfskosten lagen iets hoger dan in 2011 en bedroegen € 50 miljoen. Dit was het gevolg van de hogere O&O-uitgaven op corporate niveau. Zie pagina 38 tot 67 voor een gedetailleerde bespreking van de economische prestaties per segment.

Niet-recurrente elementen hadden een negatieve impact van € 47 miljoen op de EBIT. Dit had vooral te maken met de aanpassingen aan de productie en de daaraan verbonden vermindering van het personeelsbestand en waardeverminderingen (€ 42 miljoen). Het grootste gedeelte van dit bedrag had betrekking op Energy Materials, dat leed onder de zwakkere fotovoltaïsche markt. Umicore boekte ook bijkomende milieuvoorzieningen ter waarde van € 2 miljoen die vooral betrekking hadden op het lopende bodemsaneringsproject in Viviez, Frankrijk. Bijzondere waardeverminderingen op permanent vaste voorraden, als gevolg van lagere metaalprijzen, waren goed voor € 3 miljoen. De impact van de niet-recurrente kosten op het nettoresultaat (aandeel van de Groep) bedroeg € 40 miljoen.

IAS 39-boekhoudregels hadden een positief effect van € 3 miljoen op de EBIT en een negatieve impact van € 2 miljoen op het nettoresultaat (aandeel van de Groep). Deze effecten betreffen tijdsverschillen opgelegd door IFRS, die vooral betrekking hebben op transactionele

en structurele metaal- en valutaafdekkingen. Alle IAS 39-effecten zijn van een niet-contante aard.

De afschrijvingslasten op materiele en immateriële vaste activa bedroegen in totaal € 152 miljoen tegenover € 137 miljoen in 2011. Dit was het gevolg van de voltooiing van verschillende nieuwe investeringen in 2012. De totale recurrente EBITDA daalde met 5% tot € 524 miljoen.

Het gemiddeld aangewend kapitaal lag in de lijn van 2011. Umicore genereerde een rendement op aangewend kapitaal (ROCE) van 16,7% ten opzichte van 18,6% in 2011. Om dit in context te plaatsen: ons doel in het kader van de Vision 2015-strategie is een rendement op aangewend kapitaal te bereiken van meer dan 15%.

"We bleven positieve kasstromen genereren en versterkten verder onze kapitaalstructuur."

Financiële kosten & belastingen

Netto recurrente financiële kosten bedroegen in totaal € 23 miljoen, een daling van € 6 miljoen ten opzichte van 2011. Het verschil wordt voornamelijk verklaard door de gemiddelde gewogen rente voor de periode die afnam tot 1,9%.

De recurrente belastingen voor de periode bedroegen € 67 miljoen. De totale recurrente effectieve belastingvoet voor de periode bedroeg 20,6%, iets hoger dan het niveau van 2011.

Kasstromen

De totale nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten bedroeg € 416 miljoen, met een grotendeels stabiel nettowerkkapitaal in de loop van het jaar. Betaalde belastingen in 2012 bedroegen € 94 miljoen, met inbegrip van de contante betaling van belastingen geboekt in voorgaande periodes. De totale netto kasstromen voor financiering bleven positief in 2012 en bedroegen € 150 miljoen.

Evolutie nettoschuld

Eind 2012 bedroeg onze netto financiële schuld € 222 miljoen tegenover € 267 miljoen een jaar eerder. Het vermogen van de Groep bedroeg € 1.806 miljoen wat resulteerde in een schuldgraad (netto schuld/(netto schuld + eigen vermogen)) van 11%. De ratio netto

Economisch overzicht

schuld tot recurrente EBITDA op het einde van het jaar was gelijkaardig aan die van 2011 en bedroeg 0,5x. De obligatie die Umicore in 2004 uitgaf voor een totaal bedrag van € 150 miljoen verviel in februari 2012 en werd terugbetaald uit bestaande gesyndiceerde leningen.

Investeringen

De investeringen bedroegen in totaal € 253 miljoen, ten opzichte van € 213 miljoen in 2011. Dit vertegenwoordigt een stijging van 19%. Het merendeel van de investeringen vond plaats in domeinen die rechtstreeks gekoppeld zijn aan onze Vision 2015-strategie. De investeringen stegen aanzienlijk in Catalysis, waar productiecapaciteit voor personenwagens en HDD werd toegevoegd in China en Europa, en waar aan nieuwe technologieontwikkelingscentra werd gebouwd in China, Japan en Brazilië. In Energy Materials bleven de investeringen hoog als gevolg van de voortgezette uitbreiding van de productiecapaciteit in Rechargeable Battery Materials. In Performance Materials lagen de investeringen iets lager. In Recycling bleven de investeringen op een hoog niveau als gevolg van de uitbreiding van de bemonsteringfaciliteiten en de nieuwe waterzuiveringsinstallatie en gasreinigingsapparatuur in Hoboken, België.

O&O-UITGAVEN

16

Bekijk de video op www.umicore.com/reporting

Umicore Innovation Awards plaats. Met dit initiatief erkent Umicore haar toonaangevende vernieuwers. Er waren 17 finalisten in zes categorieën.

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

De totale O&O-uitgaven bedroegen € 182 miljoen, een stijging van 11% ten opzichte van 2011. Dit komt overeen met 6,8% van de inkomsten (€ 17 miljoen uitgaven van de geassocieerde bedrijven niet inbegrepen). De gekapitaliseerde ontwikkelingskosten bedroegen € 18 miljoen.

Het grootste deel van de stijging was afkomstig van Catalysis en Recycling. In Catalysis stegen de uitgaven met 14%. Dat was het gevolg van hogere uitgaven in Automotive Catalysts omdat Umicore zich enerzijds voorbereidde op veranderingen in de wetgeving en de verdere uitbouw van HDD en anderzijds, zij het in mindere mate, door de eerste consolidatie van de Japanse activiteiten van Umicore in het laatste kwartaal van 2012. In Recycling stegen de O&O-uitgaven met 32% doordat de UHT-pilootlijn het volledige jaar operationeel was. Deze fabriek in Hoboken werkt zowel aan technologie-ontwikkeling als aan testen voor batterijrecyclage en ander potentieel aanvoermateriaal. Ook bij Performance Materials stegen de uitgaven licht, vooral bij Element Six Abrasives. O&Ouitgaven in Energy Materials waren iets lager. Op corporate niveau zijn de O&O-uitgaven licht gestegen. De brandstofcelactiviteiten, die onder corporate-niveau worden gerapporteerd, boekten verder vooruitgang in 2012. De SolviCore joint venture dreef haar onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op en ging meer commerciële samenwerkingen aan in stationaire toepassingen en auto's, met onder andere de start van een project met een Duitse autoproducent dat voor vier jaar wordt gefinancierd. In het domein van de waterstofproductie, waar SolviCore producten voor waterstofvulstations levert, startte een gesubsidieerd project in het domein van energieopslag door middel van 'power to gas'. In september lanceerde SolviCore de nieuwe productlijn voor de assemblage van membraanelektrodes, GreenerityTM, die gebruikt worden in brandstofcel- en elektrolysetoepassingen.

Tijdens de voorbije 2 jaar heeft Umicore de O&O-definitie die gebruikt wordt binnen het bedrijf afgestemd op het internationaal erkende Frascati-handboek. De cijfers voor O&O-uitgaven voor 2011 en de eerste helft van 2012 werden overeenkomstig aangepast.

In totaal werden er 45 nieuwe patentfamilies geregistreerd in de loop van 2012, wat in lijn is met de cijfers van 2011.

Umicore gaf prioriteit aan de O&O-programma's die haar Vision 2015-ambities ondersteunen, met focus op de ontwikkeling van innovatieve materialen en processen in Catalysis, Recycling en Energy Materials. Om de kwaliteit van de implementatie en de snelle uitvoering van deze programma's te garanderen, richtte het Directiecomité in 2012 haar technologie-evaluaties op de tien belangrijkste innovatieprojecten die deel uitmaken van Vision 2015. Deze tien projecten hebben betrekking op producttechnologieën in autokatalyse, brandstofcelkatalyse en herlaadbare-batterijmaterialen. De projecten omvatten ook processen en recyclagetechnologieën voor de productie van katalysatoren, herlaadbare-batterijmaterialen en dunnefilmmaterialen. In 2012 voerde het Directiecomité 14 specifieke technologie-evaluaties uit, waarvan de meeste gericht waren op die 10 belangrijkste projecten.

In juni organiseerden we de derde editie van de Umicore Innovation Awards. Dit was het hoogtepunt van een proces van een jaar om excellentie in innovatie in de

onderneming te identificeren, te erkennen en te belonen. Er werden 44 inzendingen ingediend in de vijf hoofdcategorieën: Verbetering technische processen, Verbetering niettechnische processen, Ontwikkeling nieuwe business, Milieu, gezondheid en veiligheid en Wetenschap en technologie. Er werden ook twee speciale prijzen van de jury uitgereikt voor inzendingen met een specifieke klantenoriëntatie, of die blijk gaven van de succesvolle invoering van concepten of beste praktijken die al in een andere business unit van Umicore werden toegepast. U kan het overzicht van de 2012 Innovation Awards bekijken door op de QR-code linksboven de pagina te klikken.

Vanuit een open innovatieperspectief hebben we onze samenwerking met universiteiten en onderzoeksinstituten in de hele wereld verder versterkt in 2012. We organiseerden bijna honderd stageplaatsen voor studenten in het kader van hun master- en bacheloropleiding en sponsoren 26 PhD-studenten tijdens hun studies. Umicore vult vier gastprofessoraten aan universiteiten in en onderzoeks- en technische medewerkers van Umicore gaven talrijke lezingen aan universiteiten in de hele wereld. We gingen ook vele samenwerkingen aan met universiteiten voor onderzoek en het delen van diensten en infrastructuur. In 2012 ontwikkelden we een innovatiecharter met de Universiteit Hasselt, België, voor onderzoek naar technologieën voor energieopslag. Dit charter werd op 17 januari 2013 ondertekend. We gingen ook een partnerschap aan met de Katholieke Universiteit Leuven (KUL), de Universiteit Gent en TNO voor de lancering van een Benelux "Urban Mining"

platform in het kader van het Europese Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT). We hebben ook afgesproken onderdak te bieden aan de Fraunhofer-projectgroep voor de levenscycli van materialen en grondstoffenstrategie in onze site in Hanau.

In april vond de zesde editie van de Umicore Scientific Awards plaats. De winnaar van de belangrijkste PhD award was Niels Verellen van de KUL. De award werd toegekend voor zijn onderzoek in het domein van plasmonische nanomaterialen. Zijn werk werd geselecteerd uit 28 inzendingen uit heel Europa. De Award wordt toegekend aan een doctoraat (PhD) waarvan het onderzoek bijdraagt aan de wetenschap in die domeinen die cruciaal zijn voor de groei van Umicore's activiteiten en aan de duurzame ontwikkeling van de maatschappij. Deze domeinen zijn fijnedeeltjestechnologie en -toepassingen, technologie voor metallische verbindingen zoals recyclage, thema's die verband houden met duurzame energie, katalyse en tot slot economische en maatschappelijke vraagstukken in verband met metallische verbindingen. Er werden ook drie bijkomende awards toegekend aan masterstudenten.

Het Umicore-aandeel

Na de terugval in de tweede helft van 2011, herstelden de aandelenmarkten zich aanzienlijk in 2012. Dit herstel stond haaks op de meer uitdagende economische omstandigheden gedurende het jaar en kan deels worden gelinkt aan het monetaire beleid in de VS en Europa, waar de lage rente de investeerders ertoe aanzette om te investeren in de aandelenmarkten.

In 2012 steeg de koers van het Umicore-aandeel met 31%, van € 31,87 tot € 41,69. Dit is in relatief opzicht en rekening houdend met de valuta-aanpassing 8% meer dan de Dow Jones Specialty Chemicals Index. De aandelenkoers evolueerde ook 10% positiever dan onze 'thuisbasis': de Bel20 Index. We behielden onze plaats in de FTSE4Good sustainability index en een aantal andere op duurzaamheid gerichte fondsen.

Eind 2012 hadden drie investeringsbedrijven meer Umicore-aandelen in bezit dan de aangiftedrempel van 3%. Op het einde van het jaar hadden deze bedrijven gezamenlijk 11,32% aandelen aangegeven. In de loop van 2012 gebruikte Umicore 1.106.040 eigen aandelen voor de uitoefening van aandelenopties door het personeel en werden er 24.450 aandelen toegewezen aan de leden van de Raad van Bestuur en het directiecomité. Op het einde van het jaar bleven er 8.113.448, of 6,8% eigen aandelen in bezit.

Als de voorgestelde winstbestemming door de aandeelhouders wordt goedgekeurd, wordt er voor het boekjaar 2012 een brutodividend van € 1,00 per aandeel uitbetaald. Rekening houdend met het bruto interimdividend van € 0,50 dat in september 2012 werd uitbetaald, zal er dan op 8 mei 2013 een resterend brutobedrag van € 0,50 per aandeel worden uitbetaald.

Economisch overzichtUmicore | Jaarverslag 2012

In april ontving Niels Verellen van de Katholieke Universiteit Leuven (KUL) de Umicore Scientific Award ter waarde van € 10.000 voor zijn doctoraatswerk (PhD) in het domein van de plasmonische nanomaterialen. Het werk van Niels werd geselecteerd uit 28 inzendingen uit heel Europa.

Denis Goffaux, CTO van Umicore, zei: "Fundamenteel academisch onderzoek speelt een cruciale rol in de industrie en in de gehele maatschappij. De wereld heeft meer getalenteerde wetenschappers zoals Niels nodig en ik ben er trots op hem de Umicore 2012 Scientific Award te kunnen overhandigen. Zijn werk is belangrijk omdat het de basis legt voor het ontwerp en de kennis van nieuwe, meer geavanceerde plasmonische nanosystemen met potentiële toepassingen in onder meer chemische en biologische sensors."

De Award wordt toegekend aan een doctor (PhD) die, door zijn of haar onderzoek, bijdraagt aan de wetenschap in de domeinen die cruciaal zijn voor de groei van de activiteiten van Umicore en voor de duurzame ontwikkeling van de maatschappij. Deze domeinen zijn: fijnedeeltjestechnologie en - toepassingen; technologie voor metaalhoudende verbindingen zoals recyclage; thema's in verband met duurzame energie; katalyse en tot slot economische en maatschappelijke vraagstukken in verband met metaalhoudende verbindingen.

Sinds de uitreiking van de eerste Scientific Award 5 jaar geleden hebben Umicore en haar partners meer dan 200 inzendingen beoordeeld en ongeveer € 100.000 toegekend aan 23 wetenschappers uit heel Europa.

Een hogere versnelling met HDD

Umicore | Jaarverslag 2012

Economisch overzicht

CASE

Overal in de wereld wordt de wetgeving verstrengd om de uitstoot van zware dieselmotoren terug te dringen. Automotive Catalysts schakelt een tandje bij om voordelen te plukken van deze groeimogelijkheid. "

Zware dieselmotoren (HDD) zijn krachtbronnen voor vrachtwagens, autobussen, tractoren en bouwmachines. In de jaren '90 startte de industrie in de VS met programma's rond onderdelen. In 2005 besloot Umicore om deze veelbelovende markt aan te boren. Sindsdien werden onze HDD-activiteiten succesvol opgedreven. "Er is tijd en inzet vereist om nieuwe technologieën naar je hand te zetten. Het gaat om veel meer dan even op te schalen vanuit onze succesrijke toepassingen voor lichte dieselvoertuigen", verduidelijkt Marcus Pfeifer, Global Technical Product Manager Heavy-Duty Diesel.

Wetgeving als motor voor groei Umicore heeft de voorbije jaren gestaag HDD-klanten bijgewonnen. Onze technologieën voor uitstootvermindering van

zware dieselvoertuigen bewijzen hun enorme competitiviteit. Wereldwijd wordt nieuwe, strengere wetgeving voor HDD-uitstoot uitgevaardigd. In 2013 treedt in Europa de Euro 6-standaard in voege; in China wordt dit jaar de C4-wetgeving van kracht.

Deze strakkere wereldwijde wetgeving creëert een groeimogelijkheid voor Umicore, vooral in Europa en de groeimarkten. "Dit alles verhoogt de technologische complexiteit. In 2000 waren er drie basistechnologieën voor katalysatoren; vandaag hebben we meer dan 20 oplossingen voor LDD en HDD", voegt Marcus er aan toe. Om die groeiende vraag bij te benen heeft Umicore HDDproductiefaciliteiten in alle regio's. Er werd ook geïnvesteerd in specifieke HDD-lijnen in Frankrijk en China.

Zij aan zij met de klanten

Het succes van Umicore in Automotive Catalysts steunt in hoge mate op inzicht in de behoeften van de klant, en dit dankzij samenwerkingsverbanden. Intern werd een optimalisatieteam opgericht waarin teams van onderzoek & technologie, industrialisatie, productie en procesontwikkeling werden betrokken om de technologie en productievermogens te ontwikkelen. Parallel hiermee werken onze specifieke klantenteams aan de introductie van onze producten bij bestaande en potentiële klanten. Extern is ons langdurig samenwerkingsverband met het Institute for Internal Combustion Engines and Powertrain Systems van de universiteit van Darmstadt ,Duitsland, een prima voorbeeld. Dit instituut verricht voor Umicore al jarenlang uiterst geavanceerde benchtests van zware dieselmotoren.

Marcus benadrukt het belang van dergelijke samenwerkingsverbanden: "Meer en meer vrachtwagenfabrikanten leveren ons prototypes van hun nieuwe motoren zodat we samen katalysatoroplossingen kunnen ontwikkelen. Deze samenwerking is een teken van onze groeiende reputatie op de HDD-markt." "

Umicore | Jaarverslag 2012

Aantrekkelijke werkplek

Terugblik door het Management

20

Umicore | Jaarverslag 2012

Michael Lachmann, Franziska Zimmer, Thomas Alt, Carolin Fischer Hanau, Duitsland

Aantrekkelijke werkplek Umicore | Jaarverslag 2012

In 2012 waren er in 85% van onze sites geen ongevallen met werkverlet.

In 2012 hebben we in alle domeinen vooruitgang geboekt. Onze gezondheids- en veiligheidsresultaten zijn aanzienlijk verbeterd.

Nul ongevallen (Zie de grafieken op p.22-23)

Hoewel het vaak moeilijk is om veiligheidsstatistieken tussen verschillende bedrijven te vergelijken, is het duidelijk dat de veiligheidsresultaten van Umicore tot de beste in de sector behoren. De doelstelling om in 2015 geen ongevallen met werkverlet meer te hebben, toont aan dat we deze resultaten nog verder willen verbeteren en dat we geen enkel ongeval als zijnde onvermijdelijk aanvaarden.

Onze veiligheidsresultaten verbeterden na een periode van stagnatie

in 2012. Het totale aantal ongevallen met werkverlet daalde van 60 in 2011 tot 49 in 2012. Dit werd weerspiegeld in de frequentiegraad die daalde van 3,61 naar 2,86, het beste resultaat ooit. De globale ernstgraad van de ongevallen bleef stabiel op 0,11. Bijna de helft van de ongevallen deed zich voor in Recycling.

Dit verbeterde resultaat wijst erop dat de veiligheidsinitiatieven die in 2011 en 2012 werden gelanceerd of uitgebreid, daadwerkelijk renderen. Deze initiatieven hebben tot doel de veiligheidscultuur binnen Umicore te verbeteren. Dit blijkt

ook uit het feit dat 85% van onze sites ongevalvrij waren in 2012.

In 2012 organiseerden we de tweede editie van de Safety Award waarvan de winnaar, Thomas Alt, door de jury werd geselecteerd uit 87 nominaties van meer dan 400 medewerkers. De award heeft tot doel alle medewerkers aan te moedigen om hun verantwoordelijkheid te nemen voor veiligheid op hun werkplaats en de beste praktijken in heel het bedrijf met elkaar te delen. Er werden ook lokale veiligheidswedstrijden georganiseerd. Hierin werden 199 collega's genomineerd. Naast de individuele awards erkennen we ook uitstekende veiligheidsresultaten op siteniveau. We huldigen sites die de kaap van drie of vijf jaar zonder ongevallen met werkverlet of registreerbare verwondingen bij Umicore werknemers of ongevallen met werkverlet bij onderaannemers hebben gehaald. Eind 2012 hadden negen sites de kaap van drie jaar

gehaald. Zes van deze sites bereikten ook de kaap van vijf jaar. Op pagina 25 vindt u een voorbeeld hoe de site in Vicenza erin geslaagd is om een uitstekend veiligheidsresultaat neer te zetten.

Er werden nog een aantal andere veiligheidsinitiatieven opgestart of verder uitgebreid. Deze programma's concentreren zich vooral op gedrag en zijn aangepast aan de behoeften van de site. Het gaat zowel om intern ontwikkelde als externe programma's, zoals SafeStart®.

Ontwikkeling van de medewerkers

Als werkgever hebben we de verantwoordelijkheid om onze collega's de mogelijkheid te bieden zich te ontwikkelen en te groeien. Dat kan verschillende aspecten omvatten - van leer- en ontwikkelingsmogelijkheden, tot regelmatige feedback, talentbeheer en successieplanning. Eén van de doelstellingen die we tegen 2015 willen bereiken, is ervoor zorgen dat alle medewerkers minstens één keer per jaar worden geëvalueerd

met betrekking tot hun persoonlijke ontwikkeling.

In 2011 stelden we vast dat 87% van alle medewerkers reeds werd geëvalueerd. Tegen eind 2012 was dit percentage gestegen tot 92%. Er werden toenames geregistreerd in alle business groups en in alle regio's (uitgezonderd in Zuid-Afrika en Zuid-Amerika, waar 100% werd bereikt in 2011).

De opleidingsintensiteit is een indicatie van de ontwikkeling van de medewerkers. In 2012 bedroeg het gemiddelde aantal opleidingsuren per werknemer 50,72 ten opzichte van 51,94 uur in 2011. Dit weerspiegelt een iets kleiner aantal opleidingsuren in Azië in vergelijking met het hoge niveau van 2011, dat het gevolg was van de introductie en het onthaal van nieuwe medewerkers in het kader van recent opgestarte groei-investeringen. Als we dit effect buiten beschouwing laten, was de opleiding per werknemer grotendeels identiek jaar op jaar. In 2012 hebben we ook onze focus op 'on-the-job trainingen' verder versterkt. Daarbij is het leren gericht op het verwerven van praktische ervaring en/of wordt deze geïntegreerd in de dagelijkse werkomgeving. Voorbeelden zijn het opleidingsbezoek van medewerkers van de fabriek van Automotive Catalysts in Karlskoga, Zweden, aan Rheinfelden in Duitsland en de introductie van regelmatige "Lunch & Learn" seminaries door de Umicore Technical Academy. In deze seminaries leggen interne experten technische of andere thema's uit tijdens de lunchpauze.

In 2012 ontwikkelden we een nieuw opleidingsbeheersplatform (My Campus), waarvan de implementatie begin 2013 startte. Het doel van dit platform is de samenwerking te verbeteren - een aspect dat als een belangrijk ontwikkelingsdomein werd aangemerkt in de 2010 People Survey. My Campus biedt een online platform voor medewerkers voor een groot aantal verschillende soorten opleidingen, persoonlijke ontwikkeling en talent management en is tevens een

Aantrekkelijke werkplek

instrument voor samenwerking en netwerken.

We vervolgden onze werkzaamheden voor het in kaart brengen van de talenten en competenties voor functies die in alle business units voorkomen. Het competentiekader voor financiële professionals bij Umicore werd in 2012 voltooid. In 2012 hebben we tevens een

uitgevoerd als voorbereiding op de talent management review voor de volledige onderneming die gepland is voor 2013.

Aantrekkelijke werkplek

Het wordt een steeds grotere uitdaging om medewerkers aan te trekken en te behouden, vooral in technologie-intensieve sec-

"Umicore werd erkend als beste werkgever in 2012 en heeft opnieuw vooruitgang geboekt op vlak van het ontwikkelen van haar werknemers."

nieuw platform voor commerciële functies bij Umicore ontwikkeld. De twee hoofddoelstellingen van dit platform zijn het aanmoedigen van de beste commerciële praktijken in de business units en het in kaart brengen van de competenties en vaardigheden van de verkoop- en marketingmedewerkers in de onderneming. In Noord-Amerika hebben we eveneens een uitgebreide talent management review

toren, zoals de sectoren waarin Umicore actief is. We hebben onze 2015-doelstellingen als aantrekkelijke werkgever gebaseerd op de resultaten van de People Survey 2010. Elke site moet een plan opstellen om in de omgeving waar hij actief is als aantrekkelijke werkgever te worden beschouwd. In sommige landen worden de beste werkgevers verkozen, een positie die de zichtbaarheid en de erkenning van de winnaars sterk verhoogt. Dit is vooral het geval in de Europese Unie. Alle sites in België, Frankrijk en de grootste sites in Duitsland verkregen nationale erkenning als Beste Werkgever. De sites in België en Duitsland lanceerden nieuwe initiatieven rond employer branding om de kwaliteiten van Umicore als werkgever beter bekend te maken. Tegen eind 2012 beschikte 76% van de sites over een plan om in hun lokale omgeving als aantrekkelijke werkgever te worden beschouwd. In 2011 was dit 70%.

In 2012 daalde het personeelsverloop tot 3,20% van 3,84% in 2011. Net als in de vorige jaren – en in lijn met de regionale verschillen – was het verloop het sterkst in Azië, waar de arbeidsmarkt in veel landen erg concurrentieel en in beweging is.

In 2012 moedigden veel sites de medewerkers aan om deel te nemen aan activiteiten om de gezondheid en het welzijn te bevorderen. Het ging onder meer om sponsorlopen (zie het hoofdstuk Communicatie met de

Umicore erkend als een ethisch bedrijf

Umicore werd door Ethisphere erkend als één van de meest ethische bedrijven ter wereld. De rangschikking is gebaseerd op zeven belangrijke prestatie-indicatoren waaronder burgerschap, deugdelijk bestuur, innovatie en ethische-conformiteitprogramma's.

belanghebbenden), welzijnssessies op de site, georganiseerde sportevenementen voor medewerkers en gratis gezondheidscontroles.

In het kader van het Sustainable Development Agreement met de internationale vakbond IndustriALL organiseerden we een bezoek van het Monitoring Committee aan onze site in Tulsa in de VS. Net zoals bij de vorige bezoeken aan China, Brazilië en Zuid-Afrika deelden we informatie over thema's zoals werkomstandigheden, opleiding, onderwijs en sociaal beleid.

Blootstelling aan beroepsziekten

Umicore stelt alles in het werk om werkgerelateerde ziekten te elimineren en het welzijn op het werk te bevorderen. De belangrijkste gezondheidsrisico's op het werk zijn de blootstelling aan gevaarlijke stoffen (vooral arseen, cadmium, kobalt, lood, nikkel en platinazouten) en aan fysische factoren (hoofdzakelijk geluidsoverlast). We hebben strikte referentieniveaus vastgelegd voor de blootstelling aan mogelijke

gevaarlijke stoffen op het werk. Deze zijn gebaseerd op de niveaus die de American Conference of Governmental Industrial Hygienists (ACGIH) heeft bepaald. Ze zijn veel strenger dan de wettelijke drempels in de landen waar we actief zijn. De Vision 2015-doelstelling voor gezondheid is het aantal individuele metingen van blootgestelde werknemers die de interne referentieniveaus overschrijden tot nul te herleiden. Hoewel deze verhoogde meetwaardes niet noodzakelijk betekenen dat de betrokkene gevaar loopt, zijn ze belangrijke indicatoren van recente of langdurige blootstelling en worden ze als basis gebruikt om de werkomstandigheden in die bepaalde omgeving nog verder te verbeteren. Alle medewerkers die op het werk aan één van de gevaarlijke metalen (arseen, cadmium, kobalt, nikkel, lood en platinazouten) of andere metalen kunnen worden blootgesteld, worden opgevolgd via het bedrijfsgezondheidsprogramma.

Op groepsniveau overschreden in 2012 4,3% van alle analyses de referentiewaarde. Dat is een verbetering ten opzichte van het niveau van 5,2% in 2011. Van de 4.511 metingen bij medewerkers die aan de bovengenoemde metalen (behalve platinazouten) op het werk zijn blootgesteld, gaven de resultaten bij 195 medewerkers aan dat de blootstelling aan het metaal boven ons referentieniveau lag. Het hoogste percentage verhoogde waarden werd ook deze keer genoteerd in de business units Cobalt & Specialty Materials en Rechargeable Battery Materials van de business group Energy Materials, waar we voor kobalt een overschrijdingspercentage van 14,4% vaststelden. Dat percentage bedroeg in 2011 echter 22,1%. Het is duidelijk dat de controlemaatregelen die de business units hebben genomen stilaan een positieve impact hebben op het niveau van het overschrijdingspercentage.

In 2012 werd bij zes medewerkers overgevoeligheid aan platinazouten vastgesteld. Zij werden overgeplaatst naar een werkomgeving zonder blootstelling aan platinazout of kregen werkkleding en -uitrusting die nog een betere bescherming biedt. In onze fabriek in Providence, VS, zijn Umicore en het Amerikaanse National Institute for Occupational Safety & Health (NIOSH) gestart met een project om de doeltreffendheid te beoordelen van de preventieve maatregelen die genomen worden om de blootstelling van werknemers aan Indium Tin Oxide (ITO) te beperken.

Umicore | Jaarverslag 2012

Paola Peserico en Alessandro Pedrazzoli Umicore Technical Materials

Een aantrekkelijke werkplek is een veilige werkplek

Veiligheid is bij Umicore een doelstelling van duurzame

Aantrekkelijke werkplek

ontwikkeling. Vorig jaar vierde de vestiging van Technical Materials in Vicenza, Italië, meer dan drie jaar zonder ongevallen. Hoe werd deze mijlpaal in veiligheid gerealiseerd? "

Ongeveer de helft van de 55 werknemers van Umicore Vicenza werkt in de kantoren; de andere helft in de productie en het magazijn. Safety Manager Paola Peserico legt uit dat de risico's in Vicenza niet vergelijkbaar zijn met die van grotere productievestigingen. "Dat betekent echter niet dat wij er minder aandacht aan hoeven te besteden", waarschuwt ze. "In de gieterij voor soldeerlegeringen heb je overal uitrusting met hoge temperatuur, en ook het magazijn heeft zijn risico's."

Niet alleen vorkliften

CASE

Magazijnier Alessandro Pedrazzoli legt uit: "Het is meer dan alleen maar uitkijken voor vorkheftrucks. We hebben hier ook gevaarlijke stoffen zoals detergenten en bepaalde bijtende chemicaliën voor de electroplating. Je moet altijd opletten."

De voorbije vier jaar heeft de site met de steun van het Global Sustainable Development Team van de business unit hard gewerkt om het veiligheidsgedrag te verbeteren. "Elke dinsdagochtend vergader ik met de productiemanager en drie supervisors in een veiligheidsgroep", vertelt Paola. "We volgen corrigerende acties op en bespreken nieuwe voorstellen."

Veiligheid op het witte doek De initiatieven zijn gericht op opleiding, interne bespreking en veiligheidsindicatoren. "We lanceerden een systeem om risico's te rapporteren en oplossingen voor te stellen. De echte doorbraak kwam er toen we onze focus verlegden van regels en procedures naar gedragsverandering."

Blijkbaar kan veiligheidsopleiding ook leuk zijn. "We maakten twee veiligheidsfilms", zegt Paola. "Een ongelooflijke ervaring! Onze werknemers waren zeer enthousiaste acteurs." De eerste film ging over veiligheid in het magazijn. In het vervolg maakte het kantoorpersoneel zijn opwachting. Alessandro: "Mijn rol was mensen te tonen hoe ze veilig door de transit- en parkeerzones lopen."

Hoe hebben deze activiteiten het veiligheidsgedrag bij Umicore Vicenza veranderd? "Het veiligheidsbewustzijn neemt toe", antwoordt Paola. "Onze managers geven het goede voorbeeld, en iedereen wordt actief ingeschakeld en betrokken." "

Scan deze QR-code om het volledige interview online te bekijken of gebruik de URL www.umicore.com/ reporting/Vicenza

Rudy Leemans Accounting, Control

Eco-efficiëntie

Greetje Janssens Sampling & Analytical Laboratory

26

Terugblik door het Management

Umicore | Jaarverslag 2012

Eco-efficiëntie

We verminderden verder de impact van metaalemis- sies naar water en testten het duurzaamheidprofiel van meer producten.

Onze Scope 2 CO2 -uitstoot nam toe door veranderingen in de energiemix van onze elektriciteitsleveranciers.

Koolstofemissies (Zie de grafieken op p.28)

Michiel De Coninck Precious Metals Operations In heel wat landen overal ter wereld neemt de overheid maatregelen als antwoord op de klimaatsverandering en de uitdaging om de ecologische voetafdruk van de samenleving te verminderen. Dat blijkt uit internationale overeenkomsten zoals het Kyotoprotocol en talrijke nationale en regionale initiatieven en verbintenissen. Umicore is actief in verschillende product- en dienstensectoren die kunnen bijdragen tot oplossingen voor de wereldwijde uitdagingen met betrekking tot energie en koolstofemissies. Onze strategie Vision 2015 identificeert belangrijke groeimogelijkheden in sectoren zoals elektrische auto's, zonnecellen en recyclage die oplossingen bieden voor deze problemen.

Voor onze operationele activiteiten nemen we specifieke maatregelen om koolstofemissies te verminderen en onze energie-efficiëntie verder te verhogen. Deze beslissing kadert in een energie-efficiëntie beleid dat we in 2011 opstelden. De belangrijkste pijler van dit beleid is de groepsdoelstelling om onze CO2 -equivalente emissies tegen 2015 met 20% te verminderen

ten opzichte van het referentiejaar 2006 en dit op basis van hetzelfde activiteitenniveau als in 2006.

Andere aspecten die in dit beleid werden opgenomen, zijn:

  • Kapitaalinvesteringen: alle kapitaalinvesteringen moeten op koolstofneutraliteit worden geëvalueerd.
  • Overnames: we zullen koolstofintensiteitcriteria opnemen in de beoordeling van overnames.
  • Medewerkers en mobiliteit: alle medewerkers moeten worden aangemoedigd om gebruik te maken van vervoermiddelen zonder of met een lage koolstofemissie.
  • Scope 3 CO2 -emissies : we zullen actief meewerken aan de ontwikkeling van een aangepast boekhoudsysteem voor onze Scope 3-emissies, om te kunnen aantonen hoeveel onze producten en diensten bijdragen aan een economie met een lage koolstofemissie.

Op het einde van 2012 verminderden we de koolstofemissies met 12% ten opzichte van het referentiejaar 2006. Dat betekent dat we bij gelijkwaardige productieniveaus 12% minder koolstofequivalenten hebben uitgestoten, te vergelijken met een vermindering van 14% aan het einde van 2011. Het minder gunstige resultaat in 2012 was bijna volledig het gevolg van een verandering in de energiemix bij de elektriciteitsleveranciers van onze Duitse en Noorse operaties. Door de afbouw van de kernenergie in Duitsland en de beslissing van de Noorse elektriciteitsproducenten om hydro-elektriciteit te verkopen aan andere Europese landen, lag de koolstofemissie van de energie die Umicore in deze landen aankocht, hoger. Deze ontwikkelingen – waarover Umicore geen controle heeft – hadden negatieve gevolgen voor ons Scope 2-emissieprofiel. Indien we geen rekening houden met de activiteitsfactor die we toepassen voor het evalueren van onze

doelstelling hebben we sinds 2006 de absolute emissies met 3% verminderd, ten opzichte van 6% eind 2011. Meer informatie hierover vindt u in de milieuverklaring E3.

In 2012 voltooiden we een evaluatieprogramma in de 25 sites die het meest bijdragen tot onze CO2 -emissies om mogelijkheden te identificeren om onze energieefficiëntie te verhogen en onze CO2 -emissies te verlagen. Dat leverde meer dan 100 projecten op die de mogelijkheid geven om energie-intensiteit, koolstofemissie en kosten te verlagen. Om onze doelstelling te bereiken, zullen we een groot deel van deze projecten moeten realiseren, evenals twee initiatieven in sites in België en China. De veranderende energiemix in Europa houdt een risico in voor het halen van onze doelstelling. Immers, het feit dat sommige landen minder gebruik maken van energiebronnen met een lagere koolstofemissie heeft een directe

impact op de Scope 2-emissies van Umicore (zie hoger).

In sommige sites hebben we diverse acties bevorderd om werknemers er toe aan te zetten hun koolstofvoetafdruk te verminderen. Heel wat medewerkers van de hoofdzetel in Brussel hebben deelgenomen aan de Europese week van de mobiliteit. Daarbij werden de mensen aangemoedigd om met het openbaar vervoer of met de fiets naar het werk te komen in plaats van met de auto. In de site van Hanau steunden we de lancering van een carpoolinginitiatief in het Wolfgang Industriepark. Met behulp van een internetservice en een mobiele app kunnen de medewerkers ritten delen van en naar het werk.

Metaalemissies

In het kader van onze aanpak inzake leefmilieubeheer controleren we sinds lange tijd metaalemissies

naar water en lucht en nemen we maatregelen om deze te verminderen. De emissies van onze sites blijven ver onder de wettelijke limieten en vergunningsvoorwaarden.

De metalen die we uitstoten hebben ieder een sterk verschillende toxiciteit voor het milieu en de gezondheid. Daarom hebben we ons tot doel gesteld om tegen 2015 de impact van de metaalemissies met 20% te verminderen ten opzichte van 2009. Hoewel we ons hierbij vooral concentreren op metalen met de hoogste potentiële toxiciteit, nemen we uiteraard ook maatregelen om de emissievolumes van de andere metalen te verminderen.

We ontwikkelden een specifieke methodologie om de impact van metaalemissies naar lucht en water te bepalen. Voor emissies naar lucht zijn de impactfactoren gebaseerd op de op de werkplaats geldende grenswaardes zoals bepaald door de American Conference of Governmental Industrial Hygienists (ACGIH). Voor emissies naar water zijn de impactfactoren gebaseerd op de PNEC's (predicted no-effect concentrations) die onder andere in de Europese REACH-richtlijn worden gebruikt.

In 2012 bedroegen onze metaalemissies naar lucht 16.901 kg. Dat is een stijging van 22% ten opzichte van 2011, als gevolg van de hogere zinkemissies in Zinc Chemicals (Performance Materials). In vergelijking met de andere metalen die door Umicore worden uitgestoten, heeft zink de kleinste impact op de volksgezondheid en was de invloed van de hogere zinkemissies op de totale impact

Umicore's op gerecycleerde edele metalen gebaseerde productlijn Butterfly™ biedt een breed scala aan sieradenproducten en fijne metalen op basis van 100% gerecycleerd goud, zilver of platina voor de Noord-Amerikaanse markt. Samen met de Responsible Jewellery Council certificeringen maken de Butterfly™ gerecycleerde edele metalen onderdeel uit van Umicore's initiatieven om erkend te worden als een duurzame leverancier van edele metalen. Umicore's ECOS ND15 product is een goed voorbeeld van de ontwikkeling van nieuwe oplossingen die tegemoet komen aan de milieu-uitdagingen van onze klanten. (Zie de casestudie op p.51)

Umicore is er trots op samen te werken met de International Life Cycle Chair dat onderzoek doet naar de milieu-, sociale en economische impact van producten en diensten.

Eco-efficiëntie

van onze emissies naar lucht dus beperkt. In Catalysis en Energy Materials zijn de emissies verminderd, in Recycling bleven ze stabiel. De impact van metaalemissies naar lucht steeg met 4% ten opzichte van 2011. In vergelijking met het referentiejaar 2009 hadden we eind 2012 een vermindering van 37% ten opzichte van een vermindering van 39% eind 2011. De reden voor deze lichte achteruitgang is de hogere emissie naar lucht van arseen in onze fabriek in Hoboken (Recycling), als gevolg van een verandering in de materialenmix tijdens het jaar. Met een nieuwe investering in de gasreiniging zouden deze emissies in de komende jaren sterk moeten verminderen. De andere business groups registreerden in 2012 allemaal verbeteringen van hun impact ten opzichte van 2011.

In 2012 bedroegen onze metaalemissies naar water 5.724 kg ofwel een daling van 1% ten opzichte van 2011. De business groups Catalysis, Energy Materials en Performance Materials zagen hun emissies licht dalen, maar dit werd grotendeels tenietgedaan door de iets hogere emissies in Recycling. We verlaagden de impact van de metaalemissies naar water met bijna 44% in vergelijking met referentiejaar 2009. Op jaarbasis noteerden we een daling van 19%. In de vergelijkingen op jaarbasis droeg de business group Recycling het sterkst bij aan deze verbetering dankzij de daling van de thalliumemissies in de site te Hoboken. In Energy Materials kon de site te Olen de zilveremissies verder verminderen. In Performance Materials stelden de aanhoudende vermindering van de cadmiumemissies in Glens Falls en de daling van de nikkelemissies

in Viviez de business group in staat om eveneens sterk bij te dragen tot een globale verbetering. Hoewel Catalysis in absolute termen de laagste impact heeft, realiseerde het tussen 2011 en 2012 een vermindering van 75% dankzij een verminderde nikkelemissie.

De verdere ontplooiing van investeringen met nieuwe technologieën om emissies te beperken, zoals installaties voor waterzuivering en gasreiniging in Hoboken, zullen naar verwachting de impact van onze metaalemissies naar water en lucht de komende jaren nog verder verminderen.

Meer informatie over de inspanningen van de business groups om de emissies te verminderen vindt u op p.38-67.

Duurzaamheid van de producten

Het is voor ons essentieel om de impact van onze producten vanuit ecologisch, sociaal en economisch standpunt volledig te doorgronden. Daarom hebben we een specifieke doelstelling met betrekking tot de duurzaamheid van onze producten geïntegreerd in onze Vision 2015-strategie. Deze doelstelling omvat het ontwikkelen van methodes die de levenscyclus en de impact van onze producten onderzoeken en meten. Deze kennis kan van kritisch belang zijn om de duurzaamheid van ons productaanbod aan te tonen, dat een essentieel element is om onze producten van de concurrentie te onderscheiden en een concurrentieel voordeel te behalen voor bepaalde toepassingen.

In 2012 hebben we onze methodologie – die de huidige beste praktijken van de sector in dit domein combineert met onze interne expertise – verder ontwikkeld en verfijnd. Met behulp van deze methodologie hebben we een instrument ontwikkeld om de duurzaamheid van onze zeer gevarieerde mix van producten en diensten te meten. We zijn lid geworden van de International Life Cycle Chair, opgericht door de Universiteit van Montreal (www.ciraig.com) en we doen een beroep op de experten in deze organisatie om onze aanpak aan een vergelijkend onderzoek te onderwerpen en er een onafhankelijk wetenschappelijk advies over te geven.

Het is de bedoeling om tussen 2012 en 2015 elk jaar zes producten of diensten te testen, waarbij elke business unit er twee indient voor onderzoek. Op die manier zullen we over een duurzaamheidsprofiel beschikken voor een representatief gedeelte van onze producten en diensten. Dit kan gaan over producten en diensten die nog in ontwikkeling zijn, die in nichemarkten worden aangeboden of die als 'vlaggenschip' producten en diensten van Umicore kunnen worden beschouwd. In 2011 voerden we pilootanalyses uit voor drie producten en diensten en hun gebruik in specifieke toepassingen. In 2012 hebben we dit uitgebreid tot zeven andere producten en diensten uit Automotive Catalysts, Precious Metals Chemistry, Thin Film Products, Technical Materials, Building Products en Precious Metals Refining. Tegen het einde van 2012 vertegenwoordigde het totale aantal producten en diensten dat werd getoetst bijna 10% van de inkomsten van Umicore.

In 2012 stemden we de ontwikkeling van datasets met basisgegevens over milieu, gezondheid en veiligheid voor alle producten af op de lopende werkzaamheden met betrekking tot de REACHregistraties. Dit betekent dat we de resterende 571 datasets (60% van het totale aantal vereiste datasets) zullen voltooien volgens het tijdschema van de REACH-registraties, waarvan sommige gepland zijn in 2013, maar de meeste pas tegen 2018. Meer informatie over onze werkzaamheden in verband met het naleven van REACH vindt u in Milieuverklaring E6.

Eco-efficiëntie

Het ontwerp van een nieuw gasbehandelingssysteem voor de goudraffinageactiviteit in Guarulhos, Brazilië, was een grote uitdaging. Het lukte dankzij de samenwerking tussen drie verschillende teams. "

Voor het proces dat in Guarulhos werd gebruikt om goud te raffineren, zijn diverse zuren nodig die toxische gassen produceren. Deze emissies moeten worden behandeld om aan de emissieregels te voldoen. De gaswassing had een beperkte capaciteit, een knelpunt dat de goudproductie beperkte.

CASE

Er was een upgrade nodig, vertelt Eduardo Pierri, Industrial Manager in Guarulhos. "Het probleem is dat verschillende raffinageprocessen verschillende gasbehandelingen vereisen. Je kunt niet zomaar iets inpluggen." Na analyse van het probleem en van mogelijke opties werd gekozen voor een herontwerp van een systeem dat oorspronkelijk was ontwikkeld voor een andere vestiging van Umicore in Hoboken, België.

Dubbele winst

En zo kwam Maarten Quix, Project Manager in Hoboken, een tijdje terecht in Brazilië. Drie teams van Guarulhos, Hoboken en Group R&D in Olen, België, werkten samen een aantal hindernissen weg.

Een ervan was de complexiteit van het gasmengsel. Dit bevatte NOx (stikstofoxide) en een reeks andere chemicaliën. De oplossing bestond erin de gaswastechnologie op te splitsen in diverse stappen. "Achteraf lijkt het allemaal simpel", lacht Maarten. "Maar op dat moment waren we niet zeker dat het zou lukken." Het systeem werd ook ontworpen om de gassen te recycleren: schadelijke NOx gassen worden getransformeerd tot salpeterzuur dat herbruikbaar is in het zuiveringsproces." Zo pakten we dubbele winst."

Het geavanceerde systeem was volledig operationeel in 2012. De ingebruikname ervan ging gepaard met andere verbeteringen in de fabriek. "We kunnen nu grotere volumes produceren met minder uitstoot", zegt Eduardo. "Het effect was enorm en heeft ons een extra boost gegeven." "

Ricardo dos Santos Pereira, Otaviano Teodoro da Silva, Filho Telço Santos Umicore Guarulhos

Goud door teamwerk

Communicatie met belanghebbenden

32

Terugblik door het Management

Umicore | Jaarverslag 2012

Communicatie met belanghebbenden Umicore | Jaarverslag 2012

Umicore's duurzame aankoopinitiatief was een prijswinnaar in 2012

De business units van Umicore zijn gestart met de uitvoering van hun duurzame aankoopprojecten. De bijdragen aan onze lokale gemeenschappen lagen op hetzelfde niveau als in 2011.

Duurzame bevoorradingsketen

Het charter voor duurzame aankopen beschrijft Umicore's engagement omtrent gedrag en praktijken ten opzichte van haar leveranciers. In ruil daarvoor vraagt Umicore dat de leveranciers specifieke normen naleven op het gebied van verantwoord milieubeheer, arbeidspraktijken en mensenrechten, zakelijke integriteit en engagement in de bevoorradingsketen.

Umicore's Purchasing & Transportation departement werd geselecteerd als de meest geschikte entiteit om de eerste fase van intensieve en systematische toepassing van het charter uit te voeren. De lessen uit dit proces en de opgedane ervaringen helpen de business units bij hun toepassing van het charter.

De organisatie van opleidingen rond duurzame aankopen was één van de eerste fasen in de toepassing van het charter. Het doel was de medewerkers meer bewust te maken van mogelijke problemen in de bevoorradingsketen en hen meer inzicht te geven in dergelijke problemen met leveranciers. De opleiding werd gegeven via een online opleidingsmodule. De 'duurzame ontwikkelingskampioen' van elke business unit selecteerde de medewerkers voor de opleiding - vooral de medewerkers die betrokken zijn bij het aankoopproces.

namen deel aan sportieve uitdagingen voor het goede doel in 2012. Deze omvatten de marathon van Frankfurt, de 20 km van Brussel en de Aerobics Games voor de gemeenschap in Jiangmen.

De online opleidingsmodule werd overgebracht naar het nieuwe platform My Campus (zie p.22) in 2012. Er waren geen opleidingen in 2012 omdat het efficiënter werd geacht om met een nieuwe reeks te beginnen in 2013 na het beëindigen van de migratie naar het nieuwe platform.

In de loop van 2012 hadden de regionale aankoopcentra in België, Frankrijk, Duitsland en Brazilië een geactualiseerde selectie gemaakt van de belangrijkste leveranciers aan de hand van criteria zoals omvang, geografische locatie en het type producten of diensten (en hun kritisch belang voor de werking van een Umicore-entiteit). De geselecteerde ondernemingen waren hoofdzakelijk leveranciers van goederen en diensten en enkele

leveranciers van grondstoffen (bv. metalen). In totaal werden 642 leveranciers geselecteerd, tegenover 601 eind 2011. Eind 2012 had 83% van deze 642 leveranciers formeel bevestigd de voorwaarden van het charter te zullen naleven, tegenover 61% in 2011. De leveranciers die indirecte goederen en diensten leveren, vertegenwoordigden € 346 miljoen of 72% van de totale uitgaven voor dergelijke producten en diensten door Umicore's Purchasing & Transportation departement. De leveranciers van grondstoffen vertegenwoordigden ongeveer € 272 miljoen of 72% van de totale uitgaven voor grondstoffen door onze regionale aankoopcentra in Frankrijk en Brazilië.

Umicore heeft Ecovadis gevraagd om de duurzaamheidprestaties

van 194 van de bovenvermelde leveranciers te evalueren. Dit resulteerde in een scorekaart met een globale score en een score voor elk van de vier duurzaamheidcategorieën: milieu, arbeid, eerlijke handelspraktijken en bevoorradingsketen. Er werden scores toegekend van 1 tot 10, waarbij 1 een hoog duurzaamheidrisico vertegenwoordigt. 46 leveranciers beantwoordden de vragenlijst niet. Van de 148 ontvangen scorekaarten (die € 353 miljoen aan geleverde goederen en diensten vertegenwoordigden) hadden 114 bedrijven een score van 3 of 4, wat betekent dat ze basismaatregelen hebben genomen inzake duurzaamheid. Slechts drie bedrijven kregen een score gelijk aan of lager dan 2, wat een hoog duurzaamheidrisico vertegenwoordigt. 31 bedrijven behaalden, globaal, een score van meer dan 4. Dit betekent dat ze over een 'aangepast beheerssysteem voor duurzaamheid' beschikken.

Alle scorekaarten werden geëvalueerd ten opzichte van de vier duurzaamheidprincipes van het charter en een geheel van minimumvereisten. In de loop van 2012 hebben we een pilootprogramma gelanceerd met 15 laag scorende leveranciers om een actieplan voor verbetering op te stellen. De leveranciers bleken bereid om duurzaamheid met Umicore te bespreken en verscheidene leveranciers

bepaalden specifieke acties om hun duurzaamheidprestaties te verbeteren. Tijdens de feedbacksessies stelden we vast, net als in 2011, dat het gebrek aan ondersteunende documentatie voor de vereisten van het charter, één van de redenen was voor de lage scores. Tegen midden 2012 werd het pilootprogramma uitgebreid en werden er meer leveranciers opgenomen van elk regionaal aankoopcentrum. In 2013 zal elk regionaal aankoopcentrum stappen ondernemen om met de geselecteerde leveranciers samen te werken.

Ook verscheidene business units en Chinese sites selecteerden hun belangrijkste leveranciers en vroegen hen om de principes van het charter te erkennen. De business units en de Chinese sites selecteerden 156 leveranciers, van wie 34% tegen eind 2012 formeel had bevestigd de voorwaarden van het charter te zullen naleven. Meer informatie over de toepassing van het charter in de business units en besprekingen van problemen in verband met duurzame aankopen vindt u in de betreffende business group-rapportering op de p.38-67.

Het project voor de ontplooiing van het charter eindigde als finalist in de Supply Chain Award Project of the Year 2012 in Gent, België. Het project won de publieksprijs die werd toegekend door de aankoop-

"Wij willen een positieve rol spelen in de gemeenschappen waar werken en verantwoordelijke buren zijn."

Umicore | Jaarverslag 2012

Communicatie met belanghebbenden

deskundigen aanwezig op het evenement. VIB en PICS – de Belgische verenigingen voor aankoop en de bevoorradingsketen organiseerden het evenement.

In 2011 werd de Dodd Frank Act aanvaard in de Verenigde Staten. Volgens hoofdstuk 1502 van deze wet moeten in de VS genoteerde ondernemingen alle aankopen van mineralen die afkomstig zijn van de Democratische Republiek Congo (DRC) en specifiek tantalum, tin, wolfraam en goud aangeven. Hoewel we geen mineralen uit conflictzones aankopen en zelf niet aan de Dodd Frank Act zijn onderworpen, pakken we dit probleem proactief aan met een aantal van onze klanten. In 2012 hebben we samen met de relevante sectorverenigingen stappen ondernomen om onze klanten garanties te bieden over de conflictvrije aard van het goud dat we recycleren of in onze producten gebruiken (zie de segmentrapportering van p.38 tot p.67 voor meer informatie). Begin 2013 heeft Umicore formeel een beleid ingevoerd met betrekking tot conflictmineralen.

De lokale gemeenschap

De doelstelling 2006-2010 van Umicore vereiste dat alle industriële vestigingen een lokaal plan zouden ontwikkelen en uitvoeren aangaande de verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap. In de context van Vision 2015 werd besloten dat betrokkenheid bij de lokale gemeenschap voldoende belangrijk is om onze dialoog met de gemeenschappen waar we werken verder te verbeteren. Er werd meer aandacht gevestigd op de diepgaande analyse van de belanghebbenden en het proces van betrokkenheid van de sites. Eind 2012 beschikten ongeveer 60% van onze sites over zo'n plan. Dat is iets meer dan in 2011. In 2012 gebruikten 63% van onze sites gestructureerde communicatiemiddelen in hun contacten met de lokale gemeenschap. Al naargelang de omvang van de site bestaat deze lokale communicatie uit nieuwsbrieven, hoorzittingen, ontmoetingen met de autoriteiten, fabrieksbezoeken voor de gemeenschap en persberichten voor de media.

Van onze grotere sites organiseerde Hoboken, België, in 2012 ongeveer 96 bezoeken voor leden van de lokale gemeenschap. De site vierde 125 jaar industriële activiteit en organiseerde een aantal evenementen op de site en in de gemeenschap met specifieke aandacht voor de evolutie van de activiteiten in de voorbije jaren. De site van Olen, België, zette zijn programma "Umicore te kijk" voor bezoeken door scholen en omwonenden voort, inclusief wetenschapslessen door het management aan studenten in de twee laatste jaren van de hogeschool. De site organiseerde

We hebben opnieuw een aantal studentenprojecten gesteund die zich richten op duurzame mobiliteit. Deze initiatieven, zoals het Thomas More Racing Team (foto), bevorderen het algemene bewustzijn over technologieën voor duurzame mobiliteit en moedigen innovatie aan.

Een passie voor e-cars

Vijftig autobestuurders werden uitgenodigd om een elektrische auto te testen op een trip van Hasselt naar de Umicorevestiging in Olen. Daar werden de e-auto's aangesloten op het elektriciteitsnet om hun batterijen weer op te laden, terwijl de chauffeurs luisterden naar een presentatie die uitgezonden werd via het radiokanaal. Het evenement behoorde tot één van de iMove projecten: 18 bedrijven en onderzoeksinstellingen die investeren in de introductie van elektrische auto's en duurzame mobiliteit in Vlaanderen.

Terug naar school in Haïti dankzij UNICEF

Umicore startte in het kader van haar duurzaamheidsdoelstellingen een driejarig partnerschap met UNICEF België om onderwijsprojecten te financieren in Haïti en India. Een van onze inspanningen richt zich op de wederopbouw van een schoolsysteem dat door een natuurramp werd vernield. "

Op 12 januari 2010 beleefde Haïti een catastrofale aardbeving. Het aantal doden en gewonden werd op respectievelijk 316.000 en 300.000 geraamd. De aardbeving vernielde duizenden gebouwen waaronder 3.798 scholen. Mohamed Fall, Senior Advisor on Education voor UNICEF Haïti, vertelt het hele verhaal. "Voor de crisis ging slechts 50% van de kinderen naar school. De aardbeving en geregelde overstromingen deden de toestand verergeren."

Leren in tenten

De wederopbouw van de scholen wordt in drie fasen aangepakt. Eerst werden snel ruim 300 tentscholen gebouwd zodat het onderwijs voor de kinderen zo kort mogelijk onderbroken bleef. In de tweede fase werden 193 semipermanente scholen gebouwd. Een ervan werd gefinancierd door Umicore. Hier wordt voorzien in betonnen vloeren, wanden en een dak. Deze scholen kunnen 50 kinderen opvangen. "Soms wordt de ruimte om beurt door verschillende klassen gebruikt", legt Mohamed uit. In fase 3 worden permanente scholen gebouwd.

CASE

Meer dan gebouwen

Tatiana Cervak, Group Social Investment Manager bij Umicore, bezocht UNICEF-projecten in Haïti. "Met de hulp van donors zoals Umicore bouwt UNICEF niet alleen schoolgebouwen. De organisatie zorgt voor tafels, pen en papier en zelfs een dagelijkse maaltijd. Een behoorlijke opleiding geeft deze kinderen een kans om te helpen hun land weer op te bouwen." Dit grootscheepse wederopbouwprogramma is afhankelijk van vele partners. "Daarom zijn we Umicore zo dankbaar voor de steun", besluit Mohamed. "

Umicore | Jaarverslag 2012

Communicatie met belanghebbenden

Naast de bijdragen van de business groups, doneerde de Groep € 742.320, hoofdzakelijk in de vorm van financiële bijdragen. In tegenstelling tot de donaties van de sites, die aan lokale initiatieven worden besteed, hebben de donaties op groepsniveau een internationaal bereik. De meeste van deze bijdragen gaan naar initiatieven die educatieve projecten realiseren of die schone technologieën beter bekendmaken.

In 2011 gingen we een samenwerking van drie jaar aan met UNICEF voor de ondersteuning van educatieve projecten in verschillende delen van de wereld. De eerste projecten die we steunen, zijn een initiatief om kansarme meisjes uit de provincie Rajasthan in India toegang te geven tot kwaliteitsvol onderwijs en de campagne "Back to School" in Haïti, waarvoor we de bouw van een school financieren voor de kinderen die het slachtoffer waren van de aardbeving in 2010. In 2012 namen we deel aan een bezoek aan het UNICEF-project in Haïti. Meer informatie over de vooruitgang die werd gemaakt, vindt u in de casestudie op de pagina hiernaast.

In het kader van onze samenwerking met Ondernemers voor Ondernemers namen we deel aan drie projecten die ondernemers steunen in Cambodja, de Filippijnen en Tanzania. We steunden ook het Humasol-project dat studenten uit vijf instellingen voor hoger onderwijs selecteert om tussen juni en augustus een volledig functioneel fotovoltaïsch systeem te installeren in Thiès, Senegal. We verhoogden de steun aan verschillende projecten van studenten voor milieuvriendelijke mobiliteit in 2012 en willen deze projecten op een andere manier groeperen in 2013.

de lancering van iMove, een initiatief in Vlaanderen om elektrisch vervoer te promoten (zie kader p. 35). De site van Olen won ook een lokale milieuprijs. In Guarulhos, Brazilië, zetten we de besprekingen met de lokale autoriteiten verder over het probleem van bodem- en grondwatervervuiling rond de site en we steunden de projecten "Better Life" voor minderbedeelde kinderen. De site van Hanau, Duitsland, organiseerde een familiedag en bood stageplaatsen aan voor lokale studenten. Heel wat medewerkers van de site namen ook deel aan sportevenementen, zoals de Marathon van Frankfurt en de Drakenbootrace.

Donaties aan goede doelen maken deel uit van de programma's voor betrokkenheid van de sites bij de gemeenschap. Van de business units wordt verwacht dat ze ongeveer een derde van een procent van hun gemiddelde jaarlijkse recurrente geconsolideerde EBIT over de voorbij drie jaar bijdragen aan goede doelen en dit in de vorm van financiële middelen, vrijwilligerswerk, goederen of diensten. De sites ontwikkelen zelf initiatieven en bijdragen met de steun van de overkoepelende business unit. Globaal droegen de business units een totaal van € 1.016.860 bij aan goede doelen in 2012 ten opzichte van € 1.013.290 in 2011 en ongeveer 23% van dit bedrag bestond uit vrijwilligerswerk en donaties in natura (tegenover 18% in 2011). Meer informatie over de donaties van de verschillende business units vindt u in het hoofdstuk met het overzicht van de business groups op p.38 tot p.67.

Catalysis speelt een belangrijke rol in de wereldwijde vermindering van voertuigenemissies. Umicore ontwikkelt autokatalysatoren voor lichte benzine- en dieselvoertuigen en voor zware dieseltoepassingen zoals vrachtwagens en andere zware voertuigen. De business group produceert ook verbindingen op edelmetaalbasis voor gebruik in de sectoren fijne chemicaliën, biowetenschappen en farmaceutica. De business group bestaat uit twee business units: Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry.

Economische prestaties (Zie de grafieken op p.40)

De inkomsten van Catalysis stegen met 6% op jaarbasis dankzij hogere inkomsten voor Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry. De recurrente EBIT groeide minder dan de inkomsten, voornamelijk als gevolg van een verandering in de regionale verkoopmix in Automotive Catalysts. De investeringen lagen aanzienlijk hoger dan in 2011 omdat we investeerden in nieuwe productie- en technologiecapaciteit, voornamelijk in Automotive Catalysts. De globale Precious Metals ChemistryUmicore | Jaarverslag 2012

Automotive Catalysts

Ga onmiddellijk naar de cijfers

www.umicore.com/reporting/data

.XLS

Frequentiegraad ongevallen met verlet Ernstgraad ongevallen met verlet

O&O-uitgaven namen eveneens toe jaar op jaar.

De wereldwijde autoproductie is op jaarbasis met ongeveer 6% gestegen. Dat komt vooral door de groei in Azië en Noord-Amerika. De markt in Europa kromp echter. Globaal was de groei van de autoproductie meer uitgesproken in de eerste helft van het jaar, gevolgd door een verzwakking in de tweede helft. De evolutie van Umicore's verkoopvolumes en inkomsten voor de business unit Automotive Catalysts volgde de trend van de wereldwijde autoproductie. De inkomstengroei vertaalde zich echter niet volledig in extra winst. Dit was vooral te wijten aan een verschuiving in de regionale mix.

In Europa daalde de autoproductie met ongeveer 5% op jaarbasis. Umicore presteerde qua verkoopvolumes iets beter dan de markt dankzij een goede blootstelling aan beter verkopende motorplatformen. Onze inkomsten en marges weerspiegelden echter de ongunstige wijziging van de productmix, deels door het kleinere aandeel van dieselwagens op de Europese automarkt. In Zuid-Afrika slankte Umicore het personeelsbestand af ten gevolge van de afname van de vraag vanuit Europa, waarnaar de Zuid-Afrikaanse productie grotendeels wordt geëxporteerd. We kondigden in 2012 de ontwikkeling van nieuwe productiecapaciteiten aan in Duitsland met het oog op contracten in het kader van de nieuwe Euro 6-wetgeving.

In Noord-Amerika nam de autoproductie met 17% toe in vergelijking met het voorgaande jaar. Hoewel de verkoopvolumes en inkomsten

CatalysisUmicore | Jaarverslag 2012

van Umicore stegen, was die stijging iets kleiner dan die van de markt door een verschuiving in platform -en productmix. In Zuid-Amerika namen de inkomsten van Umicore op jaarbasis toe in een vlakke markt. In Americana, Brazilië, werd de uitbreiding van Umicore's technologiecentrum aangevat, dat in 2014 operationeel zal zijn.

De Aziatische autoproductie klom met ongeveer 11%. Dat had vooral te maken met het herstel van de Japanse auto-industrie na de natuurrampen van 2011 (+20%) en een gestage groei in China (+6%). De Koreaanse autoproductie kromp lichtjes op jaarbasis. De verkoopvolumes van Umicore lagen in de

lijn van de markt. Het effect van de Japanse marktgroei werd beperkt door Umicore's kleinere marktaandeel in die markt. Dit werd gecompenseerd door een trendovertreffende prestatie op de Chinese markt dankzij een gunstige mix van klanten en motorplatformen. De nieuwe productielijn en het nieuwe technologieontwikkelingscentrum in Suzhou, China, die in ons verslag van 2011 werden beschreven, werden eind 2012 opgeleverd.

In 2012 richtte Umicore samen met haar jarenlange partner Nippon Shokubai de joint venture Umicore Shokubai op – met meerderheidsaandeel voor Umicore – die wereldwijd aan de behoeften van Japanse autofabrikanten zal

tegemoetkomen. In dit kader ging ook de bouw van een nieuw technologieontwikkelingscentrum nabij Nagoya, Japan, van start. De productie van Umicore Shokubai in Hiimeji, Japan, werd in oktober 2012 onderbroken door een brand in een nabijgelegen gebouw. Andere sites van Umicore bevoorraadden de Japanse klanten tot de productie midden november kon worden hernomen. Bij Pune, India, is de bouw van een nieuwe productievestiging gestart. Deze investering past bij Umicore's strategie om te investeren in de belangrijkste groeimarkten voor uitlaatcontrolesystemen. De nieuwe fabriek zal naar verwachting midden 2014 opgeleverd worden en moet tegemoetkomen aan de

behoeften van zowel wereldwijde als lokale klanten.

Umicore haalde in de loop van het jaar nieuwe contracten binnen voor toepassingen voor zware dieselvoertuigen (HDD). Omdat deze contracten nieuwe bestellingen zullen opleveren, investeert Umicore in extra HDD-capaciteit in Europa en China. We kondigden de bouw aan van een nieuwe HDD-productielijn in Suzhou, China, voor de productie van SCR-systemen (Selective Catalytic Reduction) voor NOx nabehandeling. Na de oplevering van een eerste HDD-productielijn in Frankrijk in het jaar, besloten we een tweede lijn te installeren om aan het toenemende aantal Europese contracten te voldoen.

Umicore lanceerde een nieuw gamma aan katalysatoren voor hydrosilylatie-toepassingen voor de siliconen en fijne chemicaliën industrieën.

42 Overzicht van de business groups

Umicore | Jaarverslag 2012

Gebruik makend van Umicore's gepatenteerde intellectuele eigendom biedt dit nieuwe type katalysator voordelen ten opzichte van conventionele hydrosilylatie katalysatoren in termen van selectiviteit, activiteit en productiviteit. De nieuwe katalysatoren zijn een perfecte aanvulling op de bestaande productportfolio van de Precious Metals Chemistry business unit. "Tientallen jaren van ervaring als een toonaangevende leverancier van katalysatoren en edele metalen chemicaliën aan diverse industrieën bieden een waardevol platform voor nieuwe katalysatorontwikkelingen", aldus dr. Volker Raab van Umicore op het moment van de lancering. Umicore's Precious Metals Chemistry business unit heeft zijn activiteiten succesvol uitgebouwd in de life science en fijne chemicaliën industrieën.

Catalysis

aanhoudende succes van Umicore's geavanceerde katalyseoplossingen voor life science en farmaceutische toepassingen en de uitstekende verkoop van katalysatoren voor bulktoepassingen konden de verder afnemende vraag naar precursoren voor de auto-industrie en op pgm-gebaseerde producten voor niet-katalytische toepassingen ruim compenseren. De business unit breidde ook zijn productportefeuille met succes uit naar diverse eindmarkten en ontplooit ook zijn geografische positionering. In 2012 werd gestart met de bouw van de nieuwe productiefaciliteit in Tulsa, Oklahoma. Deze faciliteit zal de volledige portefeuille van de op edelmetalen gebaseerde katalysatoren en chemicaliën van de business unit produceren, inclusief hoogtechnologische producten zoals

ruthenium-gebaseerde katalysatoren voor metathese en palladiumgebaseerde katalysatoren voor chemische kruiskoppeling.

De inkomsten van de business unit Precious Metals Chemistry zijn op jaarbasis gestegen. Het

nog steeds veruit de beste veiligheidsresultaten van al onze busi-

Aantrekkelijke werkplek Hoewel de business group Catalysis

ness groups rapporteerde, waren deze toch minder goed dan in 2011. Globaal registreerden we in totaal vier ongevallen met werkverlet ten opzichte van twee in 2011. Dat kwam neer op een frequentiegraad van 1,1 ongevallen per miljoen gewerkte uren en een ernstgraad van 0,05. De business units Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry werkten verder aan de invoering van het veiligheidsprogramma SafeStart® om tegen 2015 het aantal ongevallen tot nul te herleiden. Op het einde van 2012 hadden er op de site van South Plainfield in de VS meer dan vijf jaar geen ongevallen met werkverlet of registreerbare verwondingen bij Umicore-werknemers of ongevallen met werkverlet bij onderaannemers plaatsgevonden. De sites Americana en Port Elizabeth bereikten de mijlpaal van drie jaar.

De wereldwijde autoproductie steeg met ongeveer 6% op jaarbasis, voornamelijk als gevolg van de groei in Azië en Noord-Amerika.

Op het vlak van beroepsmatige metaalblootstelling zijn er in de business group Catalysis geen werkplaatsen met blootstelling aan de vijf gevaarlijke metalen die in onze doelstelling Vision 2015 zijn opgenomen. Het belangrijkste gezondheidsprobleem voor de activiteit Catalysis is het gevaar voor overgevoeligheid aan platinazouten die beroepsastma kan veroorzaken. In 2012 werd bij twee werknemers deze overgevoeligheid vastgesteld – hetzelfde aantal als in 2011. Deze werknemers werden overgeplaatst naar een ander deel van de site waar er geen blootstelling is aan platinazout.

Eco-efficiëntie

De business group Catalysis genereerde de laagste CO2 -emissie en was in totaal verantwoordelijk voor 12% van onze CO2 -equivalente emissies in 2012, hetzij 87.135 ton CO2 -equivalent. In 2011 bedroegen de emissies 82.308 ton in Catalysis.

Producten van Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry werden opgenomen in de tweede reeks duurzaamheidevaluaties die werden uitgevoerd met de APS-tool van Umicore. Deze evaluaties maken deel uit van het lopende proces met als doel de duurzaamheid van een representatief staal van de producten en diensten van Umicore te evalueren (zie p. 30).

Het industriële profiel van Catalysis geeft geen aanleiding tot een significante impact van metalen op water of lucht, die beide minder dan een half procent van de totale impact van de Groep op water of lucht vertegenwoordigden. De business units slaagden erin de globale emissies van metalen naar water en lucht te verminderen in 2012.

Communicatie met belanghebbenden

Onze business unit Automotive Catalysts voltooide midden 2012 de identificatie van haar belangrijkste leveranciers in alle sites. Naar al deze leveranciers werden brieven gestuurd om het charter duurzame aankopen voor te stellen. Tevens werd in de tweede helft van 2012 gestart met het doorlichten van de vijf belangrijkste grondstoffenleveranciers van elke site. De business unit beschikt over een systeem dat de belangrijkste leveranciers over de hele wereld elke drie jaar aan een audit onderwerpt met specifieke aandacht voor kwaliteit, milieu, gezondheid en veiligheid.

Op het vlak van verantwoordelijkheid ten opzichte van de lokale gemeenschap droeg de business group ongeveer € 151.000 aan donaties bij voor goede doelen in 2012. Belangrijke projecten waren de steun aan SOS Kinderdorpen en het Umicare-onderwijsproject in Port Elizabeth, Zuid-Afrika, de Boaischool voor kinderen met speciale educatieve behoeften in Suzhou, China, en bijdragen aan de voedselbanken in Auburn Hills, VS. De site van Auburn Hills werd erkend als één van de drie belangrijkste bedrijven die de lokale gemeenschap ondersteunt.

Nieuwe technologie voor een nieuwe uitdaging

Umicore bracht als eerste een katalysator met roetfilter voor lichte dieselwagens op de markt en levert nu opnieuw pionierswerk om onze lucht schoner te maken. Een roetbehandeling voor benzinemotoren zal autoconstructeurs wapenen tegen de strengere milieunormen die op komst zijn. "

Het begon in 1993 met de Euro 1-richtlijn. Sindsdien heeft de Europese Unie almaar strengere normen ingevoerd om de giftige uitstoot van voertuigen terug te dringen. Toen er limieten werden opgelegd voor het fijne roet dat dieselmotoren produceren, bracht Umicore als eerste een roetpartikelfilter voor lichte dieselwagens ('catalysed light duty diesel particulate filter' of DPF) op de markt. Vandaag worden die filters op elke nieuwe dieselwagen gemonteerd.

CASE

In 2012 werd een nieuwe richtlijn goedgekeurd. Euro 6 legt voor het eerst nieuwe uitstootlimieten op voor het aantal roetpartikels van benzinemotoren. De voorbije jaren werd steeds vaker directe injectie gebruikt om het brandstofrendement van benzinemotoren op te drijven. Een nadelig neveneffect van deze technologie is de grotere hoeveelheid geproduceerde minuscule roetpartikels. Het goede nieuws is dat er nu ook technologie bestaat om die partikels uit te schakelen.

Raoul Klingmann, Director Industrialisation bij Automotive Catalysts, wijst erop dat de auto-industrie en haar ontwikkelingspartners zoals Umicore een benzineroetbehandeling hebben bedacht: een benzineroetfilter (gasoline particulate filter, GPF). "We konden natuurlijk enigszins terugvallen op onze expertise met diesel, maar de technische vereisten zijn substantieel verschillend. Iedereen moest door een leerproces."

Brede samenwerking

De oplossingen van Umicore zijn ontwikkeld in het onderzoeks- en ontwikkelingscentrum van Automotive Catalysts in Hanau, Duitsland. Ze zijn het

resultaat van een nauwe samenwerking met leveranciers van filtersubstraten en ontwikkelaars van motorbeheersystemen.

Overzicht van de business groups 45

Een van onze eerste partners bij deze ontwikkeling was de befaamde onderzoeksinstelling voor materiaalwetenschappen en technologieontwikkeling EMPA in het Zwitserse Dübendorf. "Wij wisten vanaf de start dat de combinatie van de prototypetechnologie van Umicore en onze partikelanalysefaciliteiten enorme voordelen zou opleveren." We voerden samen uitgebreide voertuig- en motortests uit om de situatie en de uitdagingen te begrijpen.

Op basis hiervan ontwikkelde Umicore uiterst efficiënte washcoats (toegepast op uiteenlopende vormen van substraten). "Een voordeel van onze washcoat is dat GPF-regeneratie – filterzuivering door een periodieke motorverhitting – wellicht niet langer nodig is. Zo wordt een verhoogd brandstofverbruik vermeden", legt Raoul uit.

Volgens Raoul was het samenwerkingsverband de sleutel. "Bij een prille technologie als deze is interne en externe samenwerking uiterst belangrijk." "

Scan deze QR-code om het volledige interview online te bekijken of gebruik de URL www.umicore.com/

Energy Materials

De winstgevendheid was lager als gevolg van ongunstige economische omstandigheden, met name in de fotovoltaïsche markt en ook door opstartkosten voor onze nieuwe investeringen. Thin Film ProductsUmicore | Jaarverslag

De materialen geproduceerd door Energy Materials worden aangetroffen in een reeks toepassingen die gebruikt worden bij de productie en opslag van schone energie, zoals herlaadbare batterijen en zonnepanelen en in andere toepassingen. De meeste producten zijn hoogzuivere metalen, legeringen, verbindingen en technische producten op basis van kobalt, germanium, nikkel en indium. De business group bestaat uit vier business units: Cobalt & Specialty Materials, Electro-Optic Materials, Rechargeable Battery Materials en Thin Film Products.

Economische prestaties (Zie de grafieken op p.48)

De inkomsten voor Energy Materials stegen met ongeveer 2%. De sterke groei in Rechargeable Battery Materials werd grotendeels tenietgedaan door een daling in de andere business units. De recurrente EBIT voor de business group werd meer dan gehalveerd als gevolg van de economische terugval. Electro-Optic Materials en Thin Film Products werden vooral beïnvloed door de lage vraag van de fotovoltaïsche en beeldscherm-

Cobalt & Specialty Materials Rechargeable Battery Materials

Ga onmiddellijk naar de cijfers

www.umicore.com/reporting/data

.XLS

industrie. Cobalt & Specialty Materials toonde meer veerkracht, maar kon de uitzonderlijke bijdrage van 2011 niet evenaren. Inkomsten in Rechargeable Battery Materials verbeterden, hoewel afschrijvingen en opstartkosten bleven wegen op de prestaties. De investeringen daalden ten opzichte van 2011 omdat een aanzienlijk aantal investeringen werd voltooid, voornamelijk in Rechargeable Battery Materials. De O&O-uitgaven voor de business group daalden met 4%, voornamelijk als gevolg van aanpassingen in de domeinen die leden onder de vertraging van de markt.

De inkomsten van de business unit Cobalt & Specialty Materials

daalden ten opzichte van 2011. De toegenomen recyclageactiviteit stond haaks op de vertraging in diverse eindmarkten voor de producten. De activiteiten voor keramiek en chemicaliën noteerden lagere inkomsten omdat de economische vertraging in de tweede helft van het jaar wereldwijd de meeste eindmarkten trof. Verkoopvolumes en inkomsten voor werktuigmaterialen daalden, voornamelijk door de mindere vraag vanuit de auto- en de bouwsector. De marges werden daarenboven negatief beïnvloed door hevige concurrentie. De verwerkte volumes in de recyclage- en raffinageactiviteiten bleven op een recordpeil, hoewel de lagere prijzen voor kobalt en nikkel tot globaal lagere raffinagemarges leidden. De business unit kondigde een investering in de productie van fijne kobaltpoeders aan in Olen, België. Die investering zal de business unit in staat stellen om meer materialen te verwerken en zijn milieuprestaties te verbeteren. De oplevering is gepland voor midden 2014.

VEILIGHEIDSINDICATOREN

Energy Materials

beLife,

een joint venture voor de productie van een nieuwe generatie herlaadbarebatterijmaterialen

toonaangevende fosfaatproducent om kathodematerialen op basis van lithium-ijzerfosfaat (LFP) te ontwikkelen. De materialen zijn bestemd voor batterijen die worden gebruikt voor de opslag van energie en voor batterijen voor hybride en elektrische voertuigen. De joint venture bouwde een industriële pilootfabriek in Engis, België, waar de activiteiten in de tweede helft van 2012 van start zijn gegaan. De geproduceerde materialen worden exclusief door Umicore op de markt gebracht.

Umicore heeft haar krachten gebundeld met Prayon, een

De verkoopvolumes en de inkomsten in Rechargeable Battery Materials groeiden significant ten opzichte van vorig jaar. De grote vraag naar hoogwaardige draagbare elektronica (tablets, smartphones …) bleef de vraag naar kathodematerialen met een hoge energiedensiteit versterken. Umicore haalde een bijzonder voordeel uit deze trend door haar duidelijk technologisch leiderschap. De vraag naar materialen voor goedkopere draagbare apparaten bleef getemperd en de prijzen waren ook lager door de zeer concurrentiële markt. Hoewel de globale vraag naar applicaties voor de autosector op jaarbasis hoger was, bleef het patroon van de bestellingen volatiel. De doorbraak van (H) EV's op basis van Li-ion nam slechts licht toe in 2012, maar de onderliggende middellange- en langetermijntrend tot elektrificatie van het wagenpark blijft veelbelovend. De business unit kondigde een nieuwe reeks investeringsprojecten aan om aan de groeiende vraag van batterijproducenten te kunnen voldoen.

Het gaat om een uitbreidingsproject voor kathodeprecursoren in Korea en investeringen om de productie van kathodematerialen in Korea en China te verhogen. Umicore ging een joint venture aan met fosfaatproducent Prayon onder de naam 'beLife' voor de ontwikkeling van LFP-materialen (lithium ijzerfosfaat) voor herlaadbare batterijen.

In Electro-Optic Materials lag de verkoop van germaniumproducten voor optiek duidelijk lager. De overheidsbestellingen voor infraroodsystemen liepen nog verder terug dan in 2011. De activiteit voor afgewerkte optische producten boekte op jaarbasis iets hogere inkomsten dan vorig jaar, door de groeiende vraag naar infraroodtechnologieën op basis van GASIR® die als alternatief voor zuivere germaniumlenzen kunnen dienen. De inkomsten en verkoopvolumes voor germaniumsubstraten daalden. De hogere vraag naar LED-toepassingen stak af tegen de terugvallende vraag vanuit de fotovoltaïsche sector. De verkoop van ruimtezonnecellen

nam af door het beperktere aantal programma's voor satellieten. De markt voor zonnecellen voor aardse toepassingen vertraagt sinds begin 2012. Als antwoord op de uitdagende marktvoorwaarden voor concentratorzonnecellen voor aardse toepassingen heeft Umicore beslist om de productie van germaniumsubstraten en het personeelsbestand in de vestiging in Quapaw, Oklahoma, terug te schroeven.

In Thin Film Products bleef de vraag naar applicaties voor grote oppervlaktebehandeling voor de beeldschermsector beperkt omdat producenten hun investeringsplannen voor nieuwe, roterende coatingtargets blijven uitstellen. Inkomsten voor optische evaporatiematerialen bleven stabiel, terwijl de vraag uit de micro-elektronica licht daalde, als weerspiegeling van de volatiliteit op een uiterst competitieve markt. Wegens sombere marktperspectieven werd in Balzers, Liechtenstein, de productie van AZO-targets (aluminiumgedopeerde zinkoxide) voor de fotovoltaïsche sector stopgezet.

Aantrekkelijke werkplek

De veiligheidsresultaten van de business group Energy Materials verbeterden in 2012. Er werden negen ongevallen met wekverlet geregistreerd ten opzichte van 12 in 2011. Dat vertegenwoordigde een frequentiegraad van 2,96. Dit is iets hoger dan het Umicoregemiddelde. De ernstgraad van deze ongevallen lag iets lager dan het groepsgemiddelde. Drie sites in Energy Materials bereikten de mijlpaal van vijf jaar zonder ongevallen met arbeidsverlet of registreerbare verwondingen bij Umicore-werknemers of ongevallen met wekverlet bij onderaannemers: Dundee, VK, Fort Saskatchewan, Canada, en Hsinchu Hsien, Taiwan.

Op het vlak van blootstelling aan metalen op het werk zijn in Energy Materials vooral arseen, kobalt en nikkel een potentieel gevaar voor de gezondheid. De gemiddelde verhoogde waarden in vergelijking met de streefwaardes die we voor deze metalen hebben bepaald, lagen nog steeds boven het Umicore-gemiddelde. De belangrijkste overschrijding werd genoteerd voor kobalt (16,4%). De actieplannen om de blootstelling aan kobalt drastisch te verminderen hadden een positief effect aangezien het aantal overschrijdingen in 2012 lager lag dan in 2011. In de fabriek te Providence werd het onderzoek naar de effecten van blootstelling aan indium tin oxide op de gezondheid en de vermin-

dering van de blootstelling op het werk voortgezet.

De business unit Rechargeable Battery Materials werd in 2012 opgericht; de activiteiten van deze business unit maakten voordien deel uit van Cobalt & Specialty Materials. De oprichting van de nieuwe entiteit en het opstellen van de aanwervings- en ontwikkelingsplannen vergden aanzienlijke inspanningen, vooral voor de nieuwe investeringen in Azië.

Eco-efficiëntie

In 2012 was de business group Energy Materials verantwoordelijk voor 24% van onze CO2 -equivalente emissies of in totaal 169.955 ton, ten opzichte van 174.529 ton in 2011. De site in Olen, België, heeft de hoogste emissies van alle sites van Energy Materials. Sedert zijn toetreding in 2003 tot het Vlaamse Convenant Energiebenchmarking heeft de site een aantal energie-

efficiëntiemaatregelen ingevoerd die beantwoorden aan de beste internationale standaarden.

Een product van Thin Film Products werd gescreend in de tweede reeks duurzaamheidevaluaties uitgevoerd met het APS-tool van Umicore. Deze evaluaties maken deel uit van een lopend project om de duurzaamheid van een representatief staal van Umicore's producten en diensten te evalueren (zie p. 30). Op de pagina hiernaast vindt u een voorbeeld hoe onze businesses in samenwerking met de klanten meer milieuvriendelijke producten ontwikkelen.

Het volume metaalemissies naar lucht van Energy Materials daalde met 16% ten opzichte van 2011.

De impact verminderde eveneens met 16% ten opzichte van 2011 en met 52% ten opzichte van het referentiejaar 2009. De belangrijkste redenen voor de vermindering ten opzichte van het referentiejaar zijn de sterke afname van de kobaltemissies in de Cheonan-site in Korea sinds 2009, dankzij de installatie van een nieuw zakfiltersysteem. Ook de vermindering van de kobaltemissies in Fort Saskatchewan, Canada, en de nikkelemissies in Olen, België, droegen bij tot de daling. Het volume emissies naar water daalde met 13% jaar op jaar. De emissie-impact verminderde met 24% dankzij een verdere daling van de zilveremissies in de site van Olen. De impactniveaus zijn met 72% gedaald ten opzichte van het referentiejaar 2009.

Communicatie met belanghebbenden

Onze business unit Cobalt & Specialty Materials verfijnde zijn procedure voor de verantwoorde aanvoer van kobalt uit de Democratische Republiek Congo en ging verder met het screenen van

leveranciers inzake onderwerpen zoals kinderarbeid, milieu, gezondheids- en veiligheidsproblemen en naleving van de Congolese mijnbouwcode. De business unit Electro-Optic Materials voltooide zijn opleidingsproces voor aankopers, de selectie van leveranciers en het uitrollen van het charter voor duurzame aankopen. Tegen het einde van het jaar had Thin Film Products de selectie van de belangrijkste leveranciers afgerond.

De business units in Energy Materials droegen in totaal € 163.890 bij aan donaties voor het goede doel in 2012. Een aanzienlijk deel van dit bedrag werd besteed aan de ondersteuning van een onderwijsproject en de inrichting van een materniteitsafdeling in een ziekenhuis in Lubumbashi, in de Democratische Republiek Congo. Andere initiatieven waren onder meer onderwijssteun in de gemeenschappen rond onze sites in Quapaw, Subic en Jiangmen. De site van Fort Saskatchewan ontving een Envirovista award voor milieuprestaties van de overheid in Alberta, Canada.

Energy Materials

Umicore | Jaarverslag

Zoeken naar veilige oplossingen

In tal van processen en producten worden substanties gebruikt die kobalt bevatten. Proactief zoeken naar veilige verbindingen is niet alleen een bewijs van ons engagement voor duurzaamheid. Het heeft ons ook voorsprong op de concurrentie opgeleverd. "

In 2007 werd de strengste wetde classificatie van bepaalde kobaltverbindingen was bijzonder zijn collega's bij Cobalt & Specialty

wekkend genoemd", vertelt hij. water en omdat kobalt zich makkelijk in het organisme nestelt. Wij dachten dat de lijst weleens zou kunnen worden uitgebreid met een verwante groep van

kobaltcarboxylaten." Die worden in heel wat producten gebruikt, bijvoorbeeld in sneldrogende inkt en verf, of voor de uitharding van gelcoats die zowat overal worden gebruikt, van auto-onderdelen tot

Een collectieve inspanning

Wouter en zijn collega's scheikuneen polymeerstructuur. "Dit levert een veel lagere oplosbaarheid in

De nieuwe verbinding UMICORE® ECOS ND15 wordt nu al gebruikt in inkten en verven. Met het oog op de introductie ervan in de composietmarkt begon Umicore in 2011 samen te werken met Reichhold, een van de grootste producenten van onverzadigde polyesterharsen en gelcoats ter wereld.

Alberto Piccinotti is in dit bedrijf Vice-President Sales and Technology Europe. "ECOS ND15 gemakkelijk te implementeren en onmiddellijke vervanger van standaard kobaltcarboxylaten."

Alberto Piccinotti noemt het schenkt onze klanten een veilige, "

Performance Materials

Performance Materials past zijn technologie en knowhow toe op de unieke eigenschappen van edele en andere metalen om materialen te produceren waardoor klanten betere, meer gesofistikeerde en veiligere producten kunnen ontwikkelen. Zijn zinkproducten staan bekend om hun beschermende eigenschappen terwijl verbindingen en materialen op edelmetaalbasis essentieel zijn voor uiteenlopende toepassingen als hightech glas, elektriciteit en elektronica. Performance Materials is onderverdeeld in vijf business units: Zinc Chemicals, Electroplating, Platinum Engineered Materials, Technical Materials en Building Products.

Economische prestaties (Zie de grafieken op p.54)

De inkomsten van Performance Materials lagen in lijn met die van 2011. De lagere inkomsten in Building Products, Technical Materials en Platinum Engineered Materials werden gecompenseerd door sterke groei in Electroplating. De recurrente EBIT daalde met 19%, vooral als gevolg van de lagere verkoopvolumes in de bovengenoemde business units en een lagere bijdrage van de zinkrecy-

Building Products

Zinc Chemicals

Technical Materials

Electroplating

Frequentiegraad ongevallen met verlet Ernstgraad ongevallen met verlet

clage-activiteiten. De investeringen bevonden zich op hetzelfde niveau als in 2011, de O&O-uitgaven lagen iets hoger.

De verkoopvolumes van de business unit Building Products namen af op jaarbasis door de terugval in de bouwsector, vooral in Centraal- en Zuid-Europa. De impact op de inkomsten werd getemperd door hogere prijzen, voornamelijk voor de producten uit het topgamma. De productmix verbeterde ook als gevolg van een minder uitgesproken daling van de verkoopvolumes voor de hoger geprijsde oppervlaktebehandelde producten. De bouw van de nieuwe productielijn voor oppervlaktebehandelde producten in Viviez, Frankrijk, zit op schema. De productielijn zou operationeel moeten zijn in 2014.

Ondanks een zwakkere economische omgeving, vooral in Europa, zijn de inkomsten in Electroplating op jaarbasis gestegen, voornamelijk dankzij de succesvolle introductie van een aantal nieuwe producten. Er was minder vraag naar oplossingen op basis van edelmetaal voor technische applicaties, zoals in de halfgeleiderindustrie. Dit werd echter ruim gecompenseerd door de grote vraag naar Umicore's zilverplateringoplossingen die als achterreflectoren in LED's worden gebruikt en naar elektrolyten op basis van niet-edelmetalen. De verkoop van elektrolyten voor decoratieve toepassingen bleef stabiel op jaarbasis. Hoewel de markt voor metaalcoatings voor sieraden en lifestylegoederen verzwakte, profiteerde de business unit van het toenemende succes van zijn recent gelanceerde Rhoduna® Legering. Dit product dat minder rhodium

bevat, wordt gebruikt als vervanger van zuiver rhodiumcoatings .

De inkomsten in Platinum Engineered Materials daalden door lagere bestellingen voor glasapplicaties. Hoewel het consumentenverbruik van alle soorten beeldschermen hoog blijft, hebben de meeste producenten van hoogzuiver glas – die op hun beurt de beeldschermfabrikanten bevoorraden – hun capaciteitsinvesteringen uitgesteld. De inkomsten uit platinagaaskatalysatoren, die voornamelijk worden gebruikt voor de productie van meststoffen, bleven op het peil van 2011.

In Technical Materials daalden de inkomsten jaar op jaar. De lagere verkoop van contactmaterialen was vooral te wijten aan een kleinere Europese vraag naar laagspanningproducten voor elektrische uitrusting en kleinschalige elektrische infrastructuur. De verkoop van producten voor middenspanningtoepassingen steeg, vooral dankzij

de aanhoudende groei van de elektriciteitsdistributiesystemen in China. De vraag naar soldeerlegeringen werd getroffen door lagere activiteit in Europa, voornamelijk in de vrachtwagen- en treinbouwmarkten. De inkomsten vanuit de HVACR-sector (Heat Ventilation Air Conditioning & Refrigeration) daalden door grotere concurrentie op de niet-Europese markten.

De inkomsten in Zinc Chemicals waren vergelijkbaar met die van 2011, ondanks de verminderde vraag op de meeste markten. De verkoopvolumes van fijne zinkpoeders die in roestwerende verf worden gebruikt, daalden in de Europese markt. De vraag in Azië hield goed stand en de verkoop in Zuid-Amerika boekte vooruitgang. De verkoop van producten voor de chemische industrie bleef op het peil van 2011. De kleinere vraag naar zinkoxide in de Westerse markten had een negatief effect op de verkoopcijfers van Umicore. In India, waar Umicore haar productiecapaciteit uitbreidt, ging de verkoop verder vooruit dankzij de hogere vraag vanuit de bandenindustrie. De verkoopvolumes voor zinkpoeders die in primaire batterijen worden gebruikt, namen fors af. Globaal daalden de zinkrecyclagemarges omdat er minder residuen van de galvaniseringsindustrie beschikbaar waren.

De inkomsten van Element Six Abrasives (een voor 40% geassocieerde onderneming) gingen achteruit in de context van de zwakkere eindmarkten. De minder gunstige productmix had eveneens een negatieve impact op de globale marges. De Advanced Materialsactiviteiten werden getroffen door een vertraging en voorraadafbouw door de klanten in de werktuig- en machinebouwmarkten. De concurrentieomgeving in Oil & Gas bleef erg moeilijk. Hard Materials deed het goed, ondanks de vertraging in de mijnbouwsector. Dit was het resultaat van de hogere vraag naar werktuigen gebruikt in de wegenbouw en de succesvolle lancering van nieuwe producten. Om zijn positionering weer af te stemmen op de markt, heeft Element Six Abrasives zijn productiecapaciteit voor carbides in Zuid-Afrika verminderd. Eind 2012 voltooide Element Six Abrasives de bouw van de nieuwe centrale O&O-infrastructuur in het Verenigd Koninkrijk.

Aantrekkelijke werkplek

Op het gebied van veiligheid presteerde de business group Performance Materials iets beter dan het gemiddelde voor Umicore. Er werden tien ongevallen met werkverlet geregistreerd ten opzichte van 14 in 2011. Dit vertegenwoordigde een frequentiegraad van 2,13 en een ernstgraad van 0,12. De belangrijkste verbetering was te noteren in de business unit Zinc Chemicals. In de business unit Electroplating vond in 2012 geen enkel ongeval plaats. Op het einde van 2012 hadden er in de site van Vicenza, Italië, in meer dan vijf jaar

geen ongevallen met werkverlet of registreerbare verwondingen bij Umicore-werknemers of ongevallen met werkverlet bij onderaannemers plaatsgevonden – meer informatie over de manier waarop de site dit heeft bereikt, vindt u op p. 25.

Op het vlak van blootstelling aan metalen op het werk overschreden, binnen Performance Materials, 1,4% van de individuele blootstellingsmetingen de drempelwaardes. Dit is duidelijk onder het gemiddelde van Umicore en beter dan de 2,3% in 2011. Zowel voor cadmium in urine als voor lood werden betere resultaten opgetekend. De reden voor de daling van cadmium in urine – vooral in de business unit Technical Materials - is de toenemende trend naar cadmiumvrije producten en strengere werkplaatsvoorwaarden.

Eco-efficiëntie

De business group Performance Materials was in 2012 verantwoordelijk voor 23% van de CO2 equivalente emissies. Dit vertegenwoordigde in totaal 158.417 ton te vergelijken met 156.876 ton in 2011. De emissies waren gespreid

over ongeveer 30 industriële sites. De sites van de business unit Zinc Chemicals waren verantwoordelijk voor het grootste gedeelte van de totale emissies van de business group. De toename was vooral te wijten aan het feit dat de elektriciteitsproducent in Noorwegen een andere energiemix leverde aan de fabriek van Zinc Chemicals in Larvik.

Met het APS-tool van Umicore werden duurzaamheidevaluaties uitgevoerd op producten van Building Products en Technical Materials. Deze evaluaties maken deel uit van een lopend proces om de duurzaamheid van een representatief staal van de producten en diensten van Umicore te evalueren (zie p. 30).

De metaalemissievolumes naar lucht van de business unit Performance Materials stegen met 32% ten opzichte van 2011. Deze toename was voornamelijk te wijten aan hogere zinkemissies. De impact verminderde met 5% ten opzichte van 2011 en met 57% ten opzichte van het referentiejaar 2009. Het volume wateremissies daalde met 14% ten opzichte van

De business unit Building Products hield de 5de editie van de trofee ARCHIZINC

die architecturale vernieuwingen erkent die het gebruik van zink promoten.

Alle business units maakten voortgang bij het verder implementeren van het charter voor duurzame aankopen.

  1. In 2012 lag de impact van de wateremissies 29% onder het niveau van 2011 en 40% onder dat van het referentiejaar 2009. De verdere verbetering was vooral het resultaat van de verdere vermindering van cadmiumemissies in Glens Falls (Technical Materials) en nikkelemissies in onze site in Viviez (Building Products).

Communicatie met belanghebbenden

Alle business units maakten vooruitgang in het uitrollen van het charter duurzame aankopen. Sommige business units, zoals Building Products en Electroplating, hadden het charter al ingevoerd bij een aantal belangrijke leveranciers. Zinc Chemicals introduceerde het charter gelijktijdig in drie sites. Technical Materials identificeerde zijn kritische leveranciers en legde eveneens de focus op het verkrijgen van conflictvrije herkomstdocumenten van de belangrijkste leveranciers van tin, dat de business unit aankoopt om in diverse producten te integreren. De business unit Platinum Engineered Materials doet zijn aankopen via de regionale aankoopcentra en neemt dan ook deel aan de inspanningen van deze centra bij het identificeren, beoordelen en overleggen met hun leveranciers (zie p.33-35).

Op het vlak van betrokkenheid ten aanzien van de gemeenschap maakte het bodemsaneringsproject in de omgeving van Building

Products in Viviez goede vorderingen in 2012. Dit is bovendien een interessante casestudie ter illustratie van ons engagement tegenover de gemeenschap (zie p. 59). Globaal droegen de business units in Performance Materials € 171.456 bij aan donaties voor het goede doel in 2012. Dit was het resultaat van talrijke acties die de 30 sites van deze business units ondernamen. Enkele voorbeelden hiervan zijn het partnerschap van Zinc Chemicals met het Micronutrient Initiative om behandelingskits met zink en oraal rehydratatiezout te bezorgen aan 120.000 kinderen in Uttar Pradesh in India, de integratie van invalide werknemers bij Building Products in Frankrijk en het aanbod van stageplaatsen door Technical Materials in Suzhou voor studenten van het lokale Technisch Instituut.

Performance MaterialsUmicore | Jaarverslag 2012

Luisteren naar belanghebbenden

Umicore | Jaarverslag 2012

Performance Materials

CASE

Een dialoog met belanghebbenden uit de gemeenschap bestaat vooral uit praten en luisteren. Toen Umicore besliste om een belangrijk industrieel saneringsproject aan te pakken, vergde dat een jarenlange dialoog. Dit verhaal toont aan dat deze inspanningen lonen. "

Het duurzaamheidsengagement van Umicore omvat ook het beheer en de sanering van milieurisico's van vroegere activiteiten. Een goed voorbeeld is de site van Viviez in het zuiden van Frankrijk. Op deze site werd van 1855 tot 1987 zink geraffineerd. Sindsdien richt de site zich uitsluitend op de transformatie van zink tot mooie bouwmaterialen.

In 2002 vroeg Umicore een vergunning om de site grondig te saneren. Na bijna anderhalve eeuw activiteiten waren er resten van mogelijk gevaarlijke stoffen achtergebleven in een aantal locaties over meerdere vierkante kilometers.

"Het was het grootste industriële saneringsproject in Frankrijk", verduidelijkt Gaëtan Pastorelli, EHS Director van de business unit Building Products. "Alleen al de onderhandelingen met alle belanghebbenden duurden vijf jaar." Het ging van nationale ministeries tot gemeentebesturen. Politici, dokters, milieuorganisaties en de lokale bevolking waren betrokken partijen. "Het project kreeg veel aandacht", vertelt Gaëtan. "We hadden geregeld contact met de pers."

Stof weghalen

In 2007 werd met het eigenlijke werk gestart. Meer dan een miljoen kubieke meter residu's werd afgegraven. Om deze materialen te stabiliseren werd een tijdelijke opslag- en verwerkingssite gebouwd. Er was echter een probleem. Gilles Deslauriers, Project Manager in Viviez, legt uit: "De residu's waren grotendeels poedervormig. Het transport daarvan zou zowat 100.000 vrachtwagenladingen eisen. De buurtbewoners zouden te lijden hebben onder lawaai, verkeersdrukte en stof." De oplossing? "We bouwden een transportband van 1,6 kilometer naar de opslagsite!"

Om het gestabiliseerde residu permanent op te slaan werd een grote, waterdichte opslagfaciliteit aangelegd in een natuurlijke depressie in het terrein.

" Het project werd nog voortgezet in 2012. De voltooiing is gepland in 2016. Dat wordt het orgelpunt van meer dan een eeuw goede relaties tussen de site van Viviez en de buurtbewoners. "Er zullen heel zeker een paar flessen champagne knallen", lacht Gaëtan. Dit happy end zou meteen de aanzet moeten worden voor een nieuwe eeuw met de buurt.

volledige interview online te bekijken of gebruik de URL reporting/Viviez

Umicore | Jaarverslag 2012

Recycling

Opnieuw een voortreffelijke economische prestatie met winstgevendheid en rendement op zeer hoge niveaus. Er werd vooruitgang genoteerd op vlak van veiligheid.

Recycling behandelt complexe afvalstromen die edele en andere non-ferrometalen bevatten. We kunnen ongeveer 20 van deze metalen herwinnen uit een groot gamma toevoermaterialen, gaande van industrieel afval tot materialen op het einde van hun levensduur. Recycling is uniek door de waaier van materialen die het kan recycleren en de flexibiliteit van zijn activiteiten. De business group bestaat uit vier business units: Precious Metals Refining, Battery Recycling, Jewellery & Industrial Metals en Precious Metals Management.

Economische prestaties (Zie de grafieken op p.62)

De inkomsten van Recycling stegen met 7% ten opzichte van 2011. De stijging was toe te schrijven aan hogere inkomsten in Precious Metals Refining, gedreven door betere marktomstandigheden. De recurrente EBIT daalde met 3% als gevolg van de minder goede omstandigheden in de eindmarkten voor Jewellery & Industrial Metals en een lagere bijdrage van de handel in edelmetalen. De investeringen stegen aanzienlijk ten opzichte van 2011, voornamelijk Precious Metals ManagementUmicore | Jaarverslag 2012

Precious Metals Refining

Battery Recycling

Jewellery & Industrial Metals

Frequentiegraad ongevallen met verlet Ernstgraad ongevallen met verlet

als gevolg van de hogere investeringen in de fabriek in Hoboken, onder meer voor bemonstering en analyse. De O&O-uitgaven lagen eveneens hoger, gedeeltelijk door het meer intensieve testen van de UHT-technologie voor batterijrecyclage en andere mogelijke aanvoerstromen.

In Precious Metals Refining

stegen de inkomsten op jaarbasis. Globaal werd een iets groter volume verwerkt dan in 2011 en de algemene bevoorradingscontext voor diverse soorten complexe residuen en materialen op het einde van hun levensduur bleef sterk. Dankzij het hoge activiteitenniveau in de non-ferrometaalsector kon de business unit zijn toevoer van residuen uit deze industrieën optimaliseren. Umicore verwerkte globaal meer residuen, met een toenemende toevoer uit de sector van edelmetaalraffinage.

De marktcapaciteit voor verwerking van elektronicaschroot nam aanzienlijk toe, ruim vooruitlopend op een verwachte toename van inzameling door een strakkere Europese wetgeving voor WEEE-recyclage (Waste Electrical and Electronic Equipment). Ondanks toenemende concurrentiedruk handhaafde Umicore haar sterke positie als dé gespecialiseerde recycleerder voor complexere en edelmetaalrijke materialen. De toevoer van elektronisch schroot steeg fiks tegenover 2011, evenals de verwerkte volumes gebruikte industriële katalysatoren. De toevoer van gebruikte autokatalysatoren bleef bescheiden, zowel wat betreft volumes als commerciële voorwaarden.

RecyclingUmicore | Jaarverslag 2012

In Recycling recycleren we een breed scala aan materialen, waaronder gebruikte autokatalysatoren, oplaadbare batterijen en petrochemische katalysatoren.

de voorraadafbouw door klanten tegen het jaareinde. Ook de vraag naar beleggersstaven nam af. De volatiliteit op de edelmetaalmarkten bleef duidelijk lager dan in 2011, wat resulteerde in een lagere inbreng op jaarbasis vanwege de tradingactiviteit.

De business unit Jewellery & Industrial Metals genereerde uitstekende inkomsten, net als in 2011. De winst lag door een verschuiving in de productmix echter lager dan het hoge niveau van 2011. De bestellingen voor muntplaatjes namen af, maar de globale verkoop van gietzilverproducten nam toe omdat de business unit zijn productiecapaciteit voor LBMAgeaccrediteerde zilverstaven verhoogde. De verkopen voor industriele toepassingen op basis van zilver verminderden, vooral door lagere bestellingniveaus uit de zonnecelindustrie. In het sieradensegment werd de stijgende verkoop van goud en producten op pgm-basis voor de luxegoederensector geneutraliseerd door de dalende vraag

naar producten op zilverbasis voor de modejuwelensector.

De recyclageactiviteiten bleven sterk presteren, vooral voor zilver. Umicore voltooide het voorbije jaar met succes de eerste fase van de expansie van haar zilverraffinagecapaciteit in Thailand en Duitsland. In 2012 sloot de business unit zijn juwelenrecyclageactiviteit in Foshan, China, omdat de markt zich niet voldoende had ontwikkeld om verdere aanwezigheid in deze regio te rechtvaardigen.

In Battery Recycling draaide de UHT-pilootfabriek gedurende 2012 in fasen, met afwisselend technologieontwikkelingswerk en de uitvoering van testen voor batterijrecyclage en andere potentiële toevoermaterialen. Herlaadbare

Volksrepubliek China, Li Keqiang, en ZKH Prins Filip van België te in Hoboken, België. Dit vond plaats in het kader van het tweedaagse officiële bezoek aan de Europese instellingen in België van de vice-premier.

batterijen van draagbare elektronische apparaten vormden het merendeel van de verwerkte volumes, want de aanvoer van batterijen van (hybride) elektrische voertuigen bleef beperkt. In 2012 tekenden Umicore en Toyota een akkoord voor de recyclage van gebruikte hybride autobatterijen in Europa. In 2012 opende Umicore in Maxton, North Carolina, een ontmantelingcentrum voor de Noord-Amerikaanse markt.

Aantrekkelijke werkplek

Ook dit jaar vond bijna de helft van het totale aantal ongevallen met werkverlet van de Groep plaats in de business group Recycling.

Het totale aantal ongevallen bleef echter geleidelijk dalen, van 27 in 2010 en 26 in 2011 tot 23 ongevallen met werkverlet in 2012. De ongevallenfrequentie van de business group (6,24 t.o.v. 7,45) verbeterde eveneens, maar de ernstgraad (0,25 t.o.v. 0,22) verslechterde enigszins ten opzichte van 2011. De business unit Precious Metals Refining is in de site te Hoboken gestart met het SafeStart® programma om de veiligheid te verbeteren. Op het einde van 2012 hadden er in de site van Markham, Canada, in meer dan vijf jaar geen ongevallen met werkverlet of registreerbare verwondingen bij Umicore werknemers of ongevallen met werkverlet bij onderaannemers plaatsgevonden.

Met betrekking tot de blootstelling aan metalen presteerde Recycling beter dan het Umicore-gemiddelde, met een overschrijdingspercentage van 1%. De belangrijkste stoffen die een potentieel gevaar vormen in Recycling zijn lood, arseen, nikkel, kobalt en cadmium. Voor nikkel en kobalt werden geen verhoogde waarden vastgesteld. Voor cadmium bedroeg het overschrijdingspercentage 2,5%, tegenover 0,4% in 2011. Het overschrijdingspercentage voor arseen lag beduidend lager dan in 2011. Bij vier medewerkers werd overgevoeligheid voor platinazouten vastgesteld. Zij werden overgeplaatst naar een werkomgeving zonder blootstelling aan platinazouten of kregen werkkleding en -uitrusting die hen nog beter beschermt.

Eco-efficiëntie

Recycling was verantwoordelijk voor in totaal 41% van onze CO2 - equivalente emissies in 2012, hetzij 285.879 ton CO2 -equivalent. In 2011 was dit 281.499 ton. De CO2 -emissies zijn het hoogste in de site van Hoboken. Naast de projecten die al werden uitgevoerd sinds de site in de Vlaamse convenant Energiebenchmarking

Goud voor goud in Canada

wilden helpen om gouden medailles te winnen voor hun land op de Olympische spelen van 2012 kregen een unieke manier werden geraffineerd in Umicore's Jewellery & Industrial Metalsfabriek in Markham, Ontario. Alle Athletes Now Fund gestort.

Recycling

"De impact van metaalemissies naar water was 14% lager dan in 2011."

werd opgenomen in 2003 wordt er momenteel gezocht naar mogelijkheden om de emissies nog verder te verlagen.

De recyclage van bepaalde types elektronicaschroot werd opgenomen in de tweede reeks duurzaamheidevaluaties die werden uitgevoerd met het APS-tool van Umicore. Deze evaluaties maken deel uit van een lopend project om de duurzaamheid van een representatief staal van producten en diensten van Umicore te evalueren (zie p. 30). Umicore behaalde met haar unieke UHTrecyclagetechnologie de eerste plaats in de categorie 'process' van de prestigieuze European Business Awards for the Environment. De business unit Jewellery & Industrial Metals lanceerde een gecertificeerde lijn gerecycleerde juwelenmaterialen in de Noord-Amerikaanse markt (zie p.29).

De metaalemissiesvolumes naar lucht van Recycling bleven stabiel ten opzichte van 2011. Voor de impact werd een stijging van 16% vastgesteld tegenover 2011 wat nog steeds een daling van 20% ten opzichte van het referentiejaar 2009 inhield. De reden voor de toename jaar op jaar waren de hogere emissies naar lucht van arseen in Hoboken. Dit was het gevolg van de verandering in de materialenmix gedurende het jaar. Een nieuwe investering in

gasreinigingsapparatuur zou deze emissies in de komende jaren sterk moeten verminderen. Het volume wateremissies steeg met 11% ten opzichte van 2011. De impact van de wateremissies in 2012 lag 14% lager dan in 2011 – dankzij de lagere thalliumemissies – en 7% lager dan in het referentiejaar 2009. De nieuwe waterzuiveringsinstallatie in Hoboken wordt midden 2013 opgeleverd en zal ons toelaten om de metaalemissies in het afvalwater van de fabriek verder te verminderen.

Communicatie met belanghebbenden

Umicore Precious Metals Refining zette de invoering verder van strikte leverancierscontroles op basis van een intern ontwikkeld systeem, Business Partner Screening (BPS), en testte de Ecovadis supplier screening tool met vier leveranciers. We ondernamen ook verdere stappen om onze klanten garanties te bieden voor de conflictvrije herkomst van het goud dat we recycleren en produceren. In Precious Metals Refining bereidden we samen met de London Bullion Market Association (LBMA) een audit voor van onze processen en aanvoerstromen in 2013 en Jewellery & Industrial Metals doet hetzelfde in samenwerking met de Responsible Jewellery Council (RJC).

In 2011 droegen de sites van de business group Recycling in totaal € 530.490 bij aan donaties, waar-

Technogirls in Hoboken

In februari namen meer dan 600 jonge meisjes van meisjes bezochten onze site in nieuwsgierigheid te prikkelen een diploma-uitreiking en veel lachende gezichten.

66 Overzicht van de business groups

Een innovatieve atmosfeer

Umicore | Jaarverslag 2012

Recycling

CASE

Drie departementen van Umicore bundelden hun krachten om de smeltsnelheid van de hoogoven in Hoboken, België, te verhogen. De samenwerking leverde een heleboel innovatieve ideeën op, naast aanzienlijke economische en ecologische voordelen. "

Vijf jaar geleden kwamen collega's van Group R&D, Process & Technology Innovation en Operations bijeen om te bespreken hoe ze de smeltsnelheid van de hoogoven in Hoboken konden verhogen en tegelijk zijn energieverbruik konden verlagen. "Ieder legde zijn eigen troeven en vaardigheden op tafel, en de besprekingen leverden een spervuur van ideeën op", stelt Jonathan Aerts, project manager in Hoboken. "Het was een enorm opwindende start voor het project. We maakten als één team onze keuze en gingen aan de slag met de technologische innovaties die het meest beloftevol en in de praktijk om te

Group R&D bracht het wetenschappelijke en theoretische onderzoek in stelling die leidde naar experimenten in het lab en een proefinstallatie. In dit stadium kwam er waardevolle input van het Pyrometallurgy Research Centre van de universiteit van Queensland, Australië, dat wereldwijde faam geniet voor haar kennis van non-ferro metallurgie.

Het departement Process & Technology Innovation zette de O&O-resultaten vervolgens om in praktische en economisch haalbare technologieën. Ook het departement Operations speelde een cruciale rol: dit departement moest de technologische verbeteringen immers implementeren in de hoogoven.

Voortdurend verbeteringsproces Aan uitdagingen geen gebrek! Nieuwe technologieën implementeren in een operationele omgeving betekent veranderingen in bestaande processen en voor het betrokken personeel. Het sterke leiderschap van het management in Hoboken was in dit verband essentieel. Enkele vroege tegenslagen werden kordaat overwonnen dankzij de focus op de einddoelstellingen.

De technologische verbeteringen leidden tot indrukwekkende resultaten. De dagelijkse productiecapaciteit van de hoogoven verhoogde in 2012 met 10% terwijl een flexibelere mix van basismaterialen mogelijk werd gemaakt. Het energieverbruik daalde met 7% en de uitstoot van CO2 en SOx daalde evenredig.

Het team is echter allerminst van plan om op zijn lauweren te gaan rusten. "Dit is nog maar het begin", zegt Stephanie Vervynckt, projectleider O&O. "Via deze uitstekende samenwerking is een gunstig klimaat voor innovatie ontstaan. We willen tot op het bot gaan. Het team put nog meer moed uit de opmerkelijke resultaten die tot nu toe bereikt werden. We willen dus blijven innoveren en nog meer voordeel oogsten." "

Scan deze QR-code om het volledige interview online te bekijken of gebruik de URL www.umicore.com/ reporting/blastfurnace

Umicore | Jaarverslag 2012

Economische toelichtingen

Groep kerncijfers

KERNCIJFERS
-------------
(in miljoen EUR tenzij anders vermeld) Toelichting 2008 2009 2010 2011 2012
Omzet 9.124,0 6.937,4 9.691,1 14.480,9 12.548,0
Inkomsten (metaal niet inbegrepen) 2.100,3 1.723,2 1.999,7 2.318,6 2.427,6
Recurrente EBITDA F9 467,3 262,7 468,7 553,0 524,1
Recurrente EBIT F9 354,6 146,4 342,5 416,1 372,1
waarvan geassocieerde ondernemingen F9 32,0 -6,1 30,1 22,9 22,2
Niet-recurrente EBIT F9 -101,9 -11,4 -9,1 1,0 -46,7
IAS 39 effect op EBIT F9 -3,6 6,2 -9,4 15,6 3,2
Totale EBIT F9 249,1 141,2 324,0 432,7 328,6
Recurrente operationele marge (in %) 15,4 8,9 15,6 17,0 14,4
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) F31 17,8 8,1 17,5 18,6 16,7
Gemiddelde gewogen rente (in %) F11 5,8 3,9 3,8 3,7 1,9
Recurrente belastingsgraad (in %) F13 27,0 20,7 19,1 19,9 20,6
Recurrent nettoresultaat, aandeel van de Groep F9 222,1 81,9 263,4 304,6 275,2
Resultaat van afgesplitste activiteiten, aandeel van de Groep -2,4 -4,2 -0,0 -0,0 0,0
Nettoresultaat, aandeel van de Groep F9 121,7 73,8 248,7 325,0 233,4
Onderzoek- & ontwikkelingskosten F9 165,0 135,7 139,3 162,9 182,1
Investeringen F34 216,0 190,5 172,0 212,6 253,5
Netto toename/afname van de kasstromen vóór financieringsoperaties F34 195,3 258,4 -68,2 308,6 150,3
Totaal der activa van de bedrijfsactiviteiten, einde periode 3.024,9 2.826,7 3.511,6 3.713,2 3.667,9
Eigen vermogen van de groep, einde periode 1.290,7 1.314,2 1.517,0 1.667,5 1.751,7
Geconsolideerde netto financiële schuld uit bedrijfsactiviteiten,
einde periode
F24 333,4 176,5 360,4 266,6 222,5
Schuldratio uit bedrijfsactiviteiten, einde periode (in %) F24 20,0 11,4 18,6 13,4 11,0
Gemiddelde nettoschuld / recurrente EBITDA (in %) 78,0 94,0 54,3 59,8 47,7
Aangewend kapitaal, einde periode F31 1.902,5 1.781,1 2.181,8 2.168,8 2.259,4
Aangewend kapitaal, gemiddelde F31 1.997,2 1.797,7 1.961,6 2.233,0 2.224,5

GEGEVENS PER AANDEEL

(in EUR / aandeel) Toelichting 2008 2009 2010 2011 2012
Winst per aandeel
Recurrente winst per aandeel F39 1,93 0,73 2,33 2,69 2,47
Winst per aandeel, aangepast, zonder afgesplitste activiteiten F39
basisberekening F39 1,08 0,69 2,20 2,87 2,09
na verwateringseffect F39 1,07 0,69 2,19 2,85 2,08
Winst per aandeel met afgesplitste activiteiten F39
basisberekening F39 1,06 0,66 2,20 2,87 2,09
na verwateringseffect F39 1,05 0,65 2,19 2,85 2,08
Brutodividend 0,65 0,65 0,80 1,00 1,00
Netto toename/afname van de kasstromen vóór financieringsopera
ties, basisberekening
F34 1,69 2,30 -0,60 2,72 1,35
Totaal der activa van de bedrijfsactiviteiten, einde periode 26,95 25,13 30,93 33,53 32,78
Eigen vermogen van de groep, einde periode 11,50 11,68 13,36 15,06 15,66
Koers van het aandeel
Hoogste 37,10 24,32 40,37 40,09 44,12
Laagste 10,27 11,89 21,19 25,35 32,30
Gemiddelde 26,55 17,75 28,58 34,21 38,57
Slot 14,07 23,40 38,92 31,87 41,69

AANTAL AANDELEN

0

Note 2008 2009 2010 2011 2012
Totaal aantal uitgegeven aandelen, einde periode F39 120.000.000 120.000.000 120.000.000 120.000.000 120.000.000
waarvan aandelen in eigen bezit F39 7.757.722 7.506.197 6.476.647 9.243.938 8.113.488
waarvan uitstaande aandelen F39 112.242.278 112.493.803 113.523.353 110.756.062 111.886.512
Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen, basisrekening F39 115.263.300 112.350.457 113.001.404 113.304.188 111.593.474
Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen, na verwateringseffect F39 116.259.507 112.884.977 113.724.891 114.208.275 112.346.081

2008 2009 2010 2011 2012

2008 2009 2010 2011 2012

2008 2009 2010 2011 2012

17,5%

8,1%

BRUTODIVIDEND

Gemiddelde nettoschuld / recurrente EBITDA Schuldratio uit bedrijfsactiviteiten, einde periode

0

GEWOGEN RENTE & BELASTINGSGRAAD

J F M A M J J A S O N D

Catalysis kerncijfers

(in miljoen EUR tenzij anders vermeld) 2008 2009 2010 2011 2012
Totale omzet 2.033,9 1.155,7 1.548,3 1.932,0 1.871,9
Totale inkomsten (metaal niet inbegrepen) 712,4 585,8 698,7 814,2 866,1
Recurrente EBITDA 84,9 39,5 104,6 119,4 124,4
Recurrente EBIT 64,2 16,7 77,7 89,5 91,0
waarvan geassocieerde ondernemingen * 17,1 (7,1) 4,8 5,7 10,5
Totale EBIT 58,7 13,2 72,4 96,8 83,8
Recurrente operationele marge (in %) 6,6 4,1 10,4 10,3 9,3
Onderzoek- & ontwikkelingskosten 112,0 80,8 79,9 87,2 99,2
Investeringen 53,0 46,0 45,7 49,5 88,8
Aangewend kapitaal, einde periode 609,0 554,4 640,3 768,2 795,5
Aangewend kapitaal, gemiddelde 681,9 558,5 611,3 718,7 797,6
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) 9,4 3,0 12,7 12,4 11,4
Personeelsbestand, einde periode 2.128 1.903 1.921 2.182 2.281
waarvan geassocieerde ondernemingen * 229 241 225 239 161

* Automotive Catalysts: Ordeg Korea, ICT Co. Japan (tot september 2012), ICT Inc. USA (tot september 2012)

Energy Materials kerncijfers

(in miljoen EUR tenzij anders vermeld) 2008 2009 2010 2011 2012
Totale omzet 982,9 541,4 702,3 729,3 763,7
Totale inkomsten (metaal niet inbegrepen) 395,0 305,1 347,6 358,3 366,4
Recurrente EBITDA 80,1 44,7 67,5 67,7 50,6
Recurrente EBIT 57,3 23,9 43,9 41,0 18,2
waarvan geassocieerde ondernemingen * 5,0 7,4 5,7 6,3 4,2
Totale EBIT 52,5 31,7 43,1 34,2 -11,3
Recurrente operationele marge (in %) 13,3 5,4 11,0 9,7 3,8
Onderzoek- & ontwikkelingskosten 11,0 12,2 13,1 17,9 17,3
Investeringen 52,3 51,0 38,3 67,6 57,4
Aangewend kapitaal, einde periode 355,5 346,2 390,1 457,4 476,3
Aangewend kapitaal, gemiddelde 359,9 353,9 371,5 430,2 475,2
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) 15,9 6,7 11,8 9,5 3,8
Personeelsbestand, einde periode 2.909 2.879 3.035 3.033 2.933
waarvan geassocieerde ondernemingen * 1.261 1.232 1.314 1.206 1.057

* Cobalt & Specialty Materials: Ganzhou Yi Hao Umicore Industries Co. Ltd., Todini and Co.; Electro-Optic Materials: Yamanaka Eagle Picher (alleen in 2011); Rechargeable Battery Materials: Jiangmen Chancsun Umicore Industry Co. Ltd., beLife

Performance Materials kerncijfers

(in miljoen EUR tenzij anders vermeld) 2008 2009 2010 2011 2012
Totale omzet 1.280,2 899,4 1.296,3 1.618,4 1.508,4
Totale inkomsten (metaal niet inbegrepen) 483,4 404,2 446,3 519,5 523,2
Recurrente EBITDA 112,4 61,1 101,3 93,6 82,9
Recurrente EBIT 87,9 36,6 75,2 67,0 54,5
waarvan geassocieerde ondernemingen * 15,4 0,8 23,2 13,4 9,9
Totale EBIT 49,5 38,5 78,6 65,1 57,1
Recurrente operationele marge (in %) 15,0 8,9 11,7 10,3 8,5
Onderzoek- & ontwikkelingskosten 15,7 11,7 16,0 22,4 24,0
Investeringen 33,5 23,9 23,9 31,6 29,3
Aangewend kapitaal, einde periode 548,6 534,1 612,5 572,0 573,0
Aangewend kapitaal, gemiddelde 590,2 533,8 589,7 603,9 587,3
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) 14,9 6,9 12,8 11,1 9,3
Personeelsbestand, einde periode 7.037 5.687 6.121 5.845 5.629
waarvan geassocieerde ondernemingen * 3.801 2.888 3.244 2.915 2.775

* Zinc Chemicals: Rezinal; Building Products: Ieqsa; Element Six Abrasives

Umicore | Jaarverslag 2012

Recycling kerncijfers

(in miljoen EUR tenzij anders vermeld) 2008 2009 2010 2011 2012
Totale omzet 4.788,0 4.323,0 6.120,9 11.649,3 9.589,6
Totale inkomsten (metaal niet inbegrepen) 508,2 426,7 506,1 636,8 681,3
Recurrente EBITDA 237,0 158,2 236,7 310,7 306,2
Recurrente EBIT 201,5 117,7 195,5 267,2 258,8
Totale EBIT 198,6 109,8 182,2 274,3 251,8
Recurrente operationele marge (in %) 39,7 27,6 38,6 42,0 38,0
Onderzoek- & ontwikkelingskosten 5,1 8,9 10,3 15,4 20,3
Investeringen 66,1 54,9 50,3 55,7 67,8
Aangewend kapitaal, einde periode 319,1 273,8 421,0 321,4 327,3
Aangewend kapitaal, gemiddelde 274,2 288,6 301,8 383,0 294,2
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (in %) 73,5 40,8 64,8 69,8 88,0
Personeelsbestand, einde periode 2.193 2.162 2.168 2.329 2.394

74 Financiële toelichtingen

Financiële toelichtingen

Inhoud

Geconsolideerde jaarrekening 76

Geconsolideerde resultatenrekening 76
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde
en niet-gerealiseerde resultaten
76
Geconsolideerde balans 77
Geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen 78
Geconsolideerde kasstromentabel 79

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 80

F1 Voorstellingsbasis 80
F2 Waarderingsregels 80
F3 Beheer van financiële risico's 88
F4 Belangrijke boekhoudkundige inschattingen en beoordelingen 91
F5 Groepsondernemingen 92

F6 Waardering vreemde deviezen 93

F7 Segmentinformatie 94

F8 Bedrijfsacquisities 98
F9 Bedrijfsresultaat 99
F10 Bezoldigingen en aanverwante voordelen 101
F11 Netto financiële kost 102
F12 Opbrengsten van andere financiële activa 102
F13 Belastingen 103
F14 Immateriële vaste activa (uitgezonderd goodwill) 104
F15 Goodwill 105
F16 Materiële vaste activa 106
F17 Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode 107
F18 Financiële activa beschikbaar voor verkoop en leningen 108
F19 Voorraden 109
F20 Handels- en overige vorderingen 109
F21 Uitgestelde belastingactiva en -passiva 111
F22 Kas en kasequivalenten 112
F23 Valuta omrekeningsverschillen en andere reserves 113
F24 Financiële schulden 114
F25 Handels- en overige schulden 116
F26 Liquiditeit van de financiële schulden 116
F27 Voorzieningen voor personeelsvoordelen 118
F28 Aandelenoptieplannen toegekend door de onderneming 122
F29 Voorzieningen leefmilieu 123
F30 Voorzieningen voor overige risico's en kosten 124
F31 Aangewend kapitaal 125
F32 Financiële instrumenten per categorie 126
F33 Reële waarde van financiële instrumenten 129
F34 Toelichting bij de kasstromentabel 132
F35 Rechten en verplichtingen 133
F36 Voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen 134
F37 Verbonden partijen 135
F38 Gebeurtenissen na balansdatum 136
F39 Winst per aandeel 136
F40 IFRS- ontwikkelingen 137
F41 Audit vergoeding 137
Beknopte jaarrekening van de moederonderneming 138

Geconsolideerde jaarrekening

Geconsolideerde resultatenrekening

(EUR duizend)
Toelichting 2011 2012
Omzet F9 14.480.939 12.548.014
Andere bedrijfsopbrengsten F9 56.902 62.670
Bedrijfsopbrengsten 14.537.841 12.610.684
Verbruikte handelsgoederen, grond- en hulpstoffen F9 -12.902.623 -10.996.184
Bezoldigingen en personeelsvoordelen F10 -672.049 -717.025
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen F9 -165.264 -181.696
Andere bedrijfskosten F9 -402.864 -410.388
Bedrijfskosten -14.142.800 -12.305.293
Opbrengsten van andere financiële activa F12 10.178 988
BEDRIJFSRESULTAAT 405.220 306.379
Financiële baten F11 5.125 3.288
Financiële lasten F11 -35.005 -23.946
Wisselkoersverliezen en -winsten F11 7.443 -10.345
Aandeel in het resultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode
F17 27.436 22.218
Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening voor belasting 410.218 297.594
Belastingen op het resultaat F13 -76.006 -59.688
RESULTAAT VAN DE PERIODE 334.212 237.905
waarvan: Aandeel van de Groep 324.950 233.444
Minderheidsbelangen 9.262 4.461
(EUR)
Totale winst per aandeel, basisberekening F39 2,87 2,09
Totale winst per aandeel na verwatering F39 2,85 2,08
Dividend per aandeel 1,00 1,00

De begeleidende toelichtingen op de pagina's 80 tot 139 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde financiële rekeningen.

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

(EUR duizend)
Toelichting 2011 2012
Resultaat van de periode 334.212 237.905
Bewegingen in reserves van financiële vaste activa beschikbaar voor verkoop -28.939 -10.788
Bewegingen in kasstroomindekkingsreserves 62.700 7.400
Bewegingen in personeelsvoordelen na uitdiensttreding, voortkomende uit veranderingen in
actuariële parameters
-13.661 -57.316
Bewegingen in uitgestelde belastingen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen -17.828 14.998
Bewegingen in omrekeningsverschillen van valuta -3.482 -14.021
Componenten van niet-gerealiseerde resultaten
F23
-1.210 -59.726
GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN VOOR DE PERIODE 333.002 178.179
waarvan : Aandeel van de Groep 329.754 176.265
Minderheidsbelangen 3.248 1.914

De impact van de latente belastingen op het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten heeft te maken met de kasstroomafdekkingsreserves voor een bedrag van EUR -2,7 miljoen en met de personeelsvoordelenreserves ten bedrage van EUR 17,1 miljoen.

Geconsolideerde balans

(EUR duizend)
Toelichting 31/12/2011 31/12/2012
Vaste activa 1.418.510 1.478.168
Immateriële vaste activa F14, F15 183.303 200.902
Materiële vaste activa F16 864.336 912.268
Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode F17 218.923 214.015
Financiële activa beschikbaar voor verkoop F18 47.730 37.105
Leningen F18 1.096 5.087
Handels- en overige vorderingen F20 14.630 17.019
Uitgestelde belastingactiva F21 88.492 91.772
Vlottende activa 2.294.649 2.189.731
Toegekende leningen F18 1.051 4.960
Voorraden F19 1.305.010 1.235.107
Handels- en overige vorderingen F20 867.530 788.377
Terug te vorderen belastingen 17.067 29.861
Financiële activa beschikbaar voor verkoop F18 10 3
Kas en kasequivalenten F22 103.981 131.427
TOTAAL DER ACTIVA 3.713.160 3.667.899
Eigen vermogen 1.721.708 1.805.805
Eigen vermogen van de groep 1.667.529 1.751.664
Kapitaal en uitgiftepremies 502.862 502.862
Overgedragen resultaten en reserves 1.461.047 1.577.658
Omrekeningsverschillen en overige reserves F23 -43.620 -102.020
Eigen aandelen (-) -252.760 -226.836
Minderheidsbelangen 54.179 54.141
Verplichtingen op meer dan één jaar 391.507 422.446
Voorzieningen voor personeelsvoordelen F27 193.023 258.975
Financiële schulden F24 23.878 2.861
Handels- en overige schulden F25 15.084 13.922
Uitgestelde belastingpassiva F21 46.089 36.417
Voorzieningen F29, F30 113.434 110.271
Verplichtingen op ten hoogste één jaar 1.599.945 1.439.648
Financiële schulden F24 346.654 351.047
Handels- en overige schulden F25 1.148.450 1.022.363
Te betalen belastingen 57.742 35.519
Voorzieningen F29, F30 47.099 30.719
TOTAAL DER PASSIVA 3.713.160 3.667.899

Geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen

(EUR duizend) Aandeel van de Groep Kapitaal en uitgiftepremies Overgedragen resultaten Omrekeningsverschillen en overige reserves Eigen aandelen Minderheidsbelangen TOTAAL EIGEN VERMO-GEN Begin van het vorige boekjaar 502.862 1.234.242 -55.541 -164.602 58.281 1.575.242 Resultaat van de periode 324.950 9.262 334.212 Componenten van niet-gerealiseerde resultaten 4.804 -6.014 -1.210 Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode 324.950 4.804 3.248 333.002 Bewegingen in reserves voor op aandelen gebaseerde vergoedingen 8.342 8.342 Kapitaalsverhoging -6.420 -6.420 Dividenden -99.370 -931 -100.301 Overboekingen 1.225 -1.225 0 Wijzigingen in eigen aandelen -88.158 -88.158 Perimeterwijzigingen Per einde van het vorige boekjaar 502.862 1.461.047 -43.620 -252.760 54.179 1.721.707 Resultaat van de periode 233.444 4.457 237.901 Componenten van niet-gerealiseerde resultaten -57.183 -2.543 -59.726 Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode 233.444 -57.183 1.914 178.175 Bewegingen in reserves voor op aandelen gebaseerde vergoedingen 5.325 5.325 Kapitaalsverhoging 6.283 6.283 Dividenden -122.929 -6.882 -129.810 Overboekingen 6.542 -6.542 0 Wijzigingen eigen aandelen 25.924 25.924 Perimeterwijzigingen -444 -1.357 -1.801 Per einde van het jaar 502.862 1.577.658 -102.020 -226.836 54.141 1.805.806

De wettelijke reserve van EUR 50.000 duizend, die inbegrepen is in de overgedragen winst, is niet beschikbaar voor uitkering.

Het aandelenkapitaal van de Groep op 31 december 2012 bestond uit 120.000.000 aandelen zonder nominale waarde.

Geconsolideerde kasstromentabel

(EUR duizend)
Toelichting 2011 2012
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 334.212 237.905
Resultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode -27.436 -22.218
Aanpassing voor niet-kastransacties F34 189.926 166.220
Aanpassing voor elementen die afzonderlijk vermeld of
geklasseerd moeten worden onder de investerings- of financieringskasstromen F34 82.183 64.922
Wijziging in de behoefte aan bedrijfskapitaal F34 -48.575 34.060
Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten 530.309 480.889
Ontvangen dividenden 15.915 27.015
Belastingen betaald in de loop van het boekjaar -34.368 -93.788
Ontvangen kapitaalsubsidies 3.649 1.394
KASSTROMEN VOORTKOMEND UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN F34 515.505 415.509
Verwerving van materiële vaste activa F16 -188.018 -227.770
Verwerving van immateriële vaste activa F14 -24.556 -25.688
Verwerving van nieuwe dochterondernemingen (na aftrek van hun liquide middelen) -11.180
Verwerving / kapitaalverhoging van ondernemingen opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode -5.500 -116
Verwerving van extra aandelen in dochterondernemingen -1.181
Verwerving van financiële vaste activa F18 -515 -70
Nieuwe toegekende leningen F18 -1.018 -7.531
Subtotaal van de verwervingen -219.607 -273.535
Overdracht van materiële vaste activa 2.134 2.937
Overdracht van immateriële vaste activa 28
Overdracht van dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen (na aftrek
van hun liquide middelen) 258 2.062
Kapitaalvermindering van geassocieerde ondernemingen 0 2.409
Overdracht van financiële vaste activa 10.124 489
Aflossing van leningen F18 163 381
Subtotaal van de overdrachten 12.679 8.306
KASSTROMEN VOORTKOMEND UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN F34 -206.928 -265.229
Kapitaalverhoging minderheden -6.109 5.483
Verkoop (aankoop) van eigen aandelen -88.158 25.924
Ontvangen interesten 4.757 2.916
Betaalde interesten -20.306 -15.950
Nieuwe leningen (aflossing) -91.480 -16.793
Dividenden uitgekeerd aan Umicore-aandeelhouders -98.330 -122.468
Dividenden uitgekeerd aan minderheidsaandeelhouders -931 -6.881
KASSTROMEN VOORTKOMEND UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN F34 -300.558 -127.769
Invloed van de wisselkoers op de aangehouden liquide middelen -6.235 8.271
NETTOKAS EN - KASEQUIVALENTEN UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN 1.784 30.783
Nettokas en -kasequivalenten bij het begin van het boekjaar F22 98.421 100.205
Nettokas en -kasequivalenten op het einde van het boekjaar F22 100.205 130.989
waarvan kas en kasequivalenten 103.981 131.427
waarvan krediet op bankrekeningen -3.776 -438

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening

De geconsolideerde jaarrekening voor de periode eindigend op 31 december 2012 en het jaarverslag, opgesteld in overeenstemming met artikel 119 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en opgenomen op de pagina's 1 tot 74 en 140 tot 212, werd voor publicatie goedgekeurd door de Raad Van Bestuur van 14 maart 2013. De jaarrekening werd voorbereid overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen voor het opmaken van geconsolideerde jaarrekeningen van Belgische bedrijven. Ze bevat de rekeningen van de onderneming, van haar dochterondernemingen en van haar belangen in ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

F1 Voorstellingsbasis

De Groep presenteert de geconsolideerde jaarrekening volgens alle Internationale Financiële Rapporteringstandaarden (IFRS) zoals voorgeschreven door de Europese Unie (EU).

De geconsolideerde financiële staten worden uitgedrukt in duizenden euro, afgerond op het dichtste duizendtal, en werden opgemaakt op basis van het principe van de historische kost, met uitzondering van de onderdelen gewaardeerd aan reële waarde.

F2 Waarderingsregels

2.1 Consolidatie en segmenteringprincipes

Umicore past de integrale consolidatie toe voor haar dochterondernemingen, met name die entiteiten die de onderneming controleert, en waarvoor ze in staat is om het financiële en operationele beleid te sturen en de voordelen ervan te verwerven. Men vermoedt dat er controle is wanneer Umicore rechtstreeks of onrechtstreeks via andere dochterondernemingen meer dan 50% van de stemrechten bezit.

Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum waarop de controle overgedragen wordt aan de Groep en worden niet langer geconsolideerd vanaf de datum waarop deze controle ophoudt te bestaan.

Toelichting F5 geeft een overzicht van de dochterondernemingen van de Groep op balansdatum.

Een overname wordt geboekt volgens de overnamemethode. De activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van het overgenomen bedrijf worden gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. De kost van een overname wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de afgestane activa, de uitgegeven aandelen of de aangegane verplichtingen op de overnamedatum, vermeerderd met kosten die direct toerekenbaar zijn aan de overname. Het bedrag waarmee de kost van een overname het belang van de Groep in de reële waarde van de netto-activa van de dochteronderneming overschrijdt, wordt geboekt als goodwill (zie punt 2.6, immateriële vaste activa). Indien het belang van de Groep in de reële waarde van de netto-activa hoger is dan de kost van de overname, wordt dit verschil onmiddellijk als een winst in de resultatenrekening genomen.

Alle intragroepsverrichtingen, intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten op intragroepsverrichtingen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, behalve wanneer een verlies een indicatie is tot een bijzondere waardevermindering. Indien noodzakelijk werden de waarderingsregels van de dochterondernemingen aangepast om de samenhang te garanderen met de principes aangenomen door de Umicore Groep.

In een geassocieerde onderneming heeft de Groep een betekenisvolle invloed op het financiële en operationele beleid, maar geen controle. Dit wordt in het algemeen aangetoond door het bezit van 20 tot 50% van de stemgerechtigde aandelen. Een joint venture is een contractuele overeenkomst waarbij de onderneming en andere partijen rechtstreeks of onrechtstreeks een economische activiteit opzetten die zij gezamenlijk controleren.

Zowel geassocieerde ondernemingen als joint ventures worden in de consolidatie opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens deze methode wordt het aandeel van de Groep in de winsten of verliezen na de overname opgenomen in de resultatenrekening en wordt het aandeel in de bewegingen van de reserves na de overname opgenomen in de reserves.

De participaties van de onderneming in geassocieerde ondernemingen en joint ventures omvatten ook de goodwill op hun overnames, verminderd met de gecumuleerde waardeverminderingen.

Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de onderneming en haar geassocieerde deelnemingen of joint ventures worden geëlimineerd ten belope van het belang van de onderneming in de geassocieerde deelnemingen en joint ventures. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij de transactie een indicatie levert voor een bijzondere waardevermindering.

Investeringen in ondernemingen die niet geconsolideerd worden via de vermogensmutatiemethode of via de integrale consolidatie, worden opgenomen als financiële activa beschikbaar voor verkoop.

Toelichting F17 geeft een lijst van de belangrijkste geassocieerde ondernemingen en joint ventures van de Groep op balansdatum.

Toelichting F7 toont de segmentinformatie van de Groep, in lijn met IFRS 8. Umicore is georganiseerd in business units. Onder IFRS 8 zijn de operationele segmenten van Umicore ingedeeld naar hun groeidomeinen op gebied van Catalysis, Energy Materials, Performance Materials en Recycling.

Het segment Catalysis produceert zowel autokatalysatoren voor emissiecontrole bij lichte en zware gebruiksvoertuigen als katalysatoren gebruikt bij chemische processen in de chemiesector en de sector van life sciences. Deze katalysatoren zijn vooral gebaseerd op pgm-metalen.

Het segment Energy Materials is vooral gericht op materialen die gebruikt worden enerzijds in de groeiende markt van herlaadbare batterijen voor zowel draagbare elektronicatoepassingen als voor hybride elektrische voertuigen en anderzijds in de markt van zonne-energie. De producten zijn voornamelijk gebaseerd op kobalt, germanium en indium.

Het segment Recycling wint een groot aantal edele en andere metalen terug uit een brede waaier van afvalstromen en industriële residuen. De Recycling operaties omvatten ook de productie van materialen voor de juwelenindustrie (inclusief recyclage diensten) en de recyclage van herlaadbare batterijen.

Het segment Performance Materials bestaat uit een breed portfolio voor verschillende industrieën zoals de bouw- en automobielindustrie en voor elektriciteits- en elektronicatoepassingen. Al deze activiteiten gebruiken edele metalen of zink om de specifieke eigenschappen van de producten te verbeteren.

De wijze waarop de operationele segmenten worden gerapporteerd is consistent met de interne rapportering aan de Raad van Bestuur en aan het Directiecomité. Het Directiecomité evalueert de performantie van de operationele segmenten hoofdzakelijk op basis van het resultaat voor interesten en belastingen (EBIT), het aangewend kapitaal en het rendement op aangewend kapitaal (ROCE).

De resultaten van het segment, de activa en passiva bevatten elementen die direct aan het segment kunnen toegewezen worden, of er op een redelijke wijze aan kunnen toegewezen worden.

De prijszetting van verkopen tussen de segmenten is gebaseerd op marktconforme transferprijzen. Indien onvoldoende marktreferenties beschikbaar zijn wordt een 'kost-plus' mechanisme toegepast. De verbonden ondernemingen worden toegevoegd aan die segmenten waarmee hun activiteit het beste overeenstemt.

Een geografisch segment levert goederen en diensten binnen een bepaalde economische omgeving waarvan het rendements- en risicoprofiel verschillend is van segmenten die in andere geografische omgevingen actief zijn.

2.2 Inflatieboekhouding

Op balansdatum was er binnen de Umicore Groep geen enkele dochteronderneming die haar financiële verslaggeving opstelt in de valuta van een economie met hyperinflatie.

2.3 Omrekening van vreemde valuta

Functionele munt: de posten in de financiële staten van elke entiteit van de Groep worden gewaardeerd in de munt die het best aansluit bij de economische realiteit en de gebeurtenissen en omstandigheden waarbinnen deze entiteit werkt. De geconsolideerde financiële staten worden opgesteld in euro, de functionele munt van de moederonderneming. Voor de consolidatie van de Groep en al haar dochterondernemingen worden de jaarrekeningen van de individuele ondernemingen als volgt omgerekend:

• activa en passiva aan de koers op het einde van de periode, zoals die gepubliceerd wordt door de Europese Centrale Bank;

• de resultatenrekening aan de gemiddelde wisselkoers van de periode;

• het eigen vermogen aan de historische wisselkoers.

Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de netto-investering in buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen tegen de wisselkoers op het einde van de periode, worden geboekt als deel van het eigen vermogen onder "Omrekeningsverschillen".

Wanneer een buitenlandse activiteit gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld of verkocht, worden wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, erkend in de resultatenrekening.

Goodwill en alle aanpassingen van de boekwaarden van activa en verplichtingen aan de reële waarde, die voortvloeien uit de overname van een buitenlandse entiteit, worden verwerkt als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en worden bijgevolg omgerekend op basis van de slotkoers.

2.4 Transacties in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden geboekt in de functionele munt van elke entiteit tegen de wisselkoersen die van kracht zijn op de datum van de afsluiting van de transacties. De datum van de afsluiting van de transactie is de datum waarop de transactie voor erkenning in aanmerking komt. Voor praktische redenen kan een wisselkoers worden gebruikt die kort aansluit bij de koers op de datum van de afsluiting van de transacties, bijvoorbeeld de gemiddelde koers van de week of de maand waarin de transacties voorkomen.

Vervolgens worden bij de jaarafsluiting alle monetaire activa en passiva gebaseerd op deze transacties in vreemde valuta, omgerekend tegen de slotkoers op het einde van de periode.

Winsten en verliezen die voortvloeien uit transacties in vreemde valuta en uit de omrekening van monetaire activa en passiva in vreemde valuta, worden in de resultatenrekening opgenomen als een financieel resultaat.

Om zich tegen bepaalde valutarisico's in te dekken heeft de onderneming een aantal termijncontracten afgesloten (zie verder punt 2.21, Financiële instrumenten).

2.5 Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden geboekt tegen historische kost verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat alle directe kosten en het toewijsbare gedeelte van de indirecte kosten die nodig waren om de activa bedrijfsklaar te maken.

Financieringskosten die direct toewijsbaar zijn aan investeringen worden geactiveerd samen met de kost van de activa, in overeenstemming met IAS 23. Financieringskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan een investering worden ten laste genomen van het resultaat in de periode waarin ze ontstaan.

De lineaire afschrijvingsmethode wordt toegepast over de geschatte economische levensduur van de activa. De economische levensduur is de periode tijdens dewelke men verwacht de activa te gebruiken in de onderneming.

Herstellings- en onderhoudskosten worden ten laste genomen in de periode waarin ze werden uitgevoerd, indien ze niet bijdragen tot een verhoging van het toekomstige economische rendement van de activa. Zoniet worden ze beschouwd als een afzonderlijke component van de materiële vaste activa. Componenten van de materiële vaste activa zijn elementen die op regelmatige basis worden vervangen. Zij worden beschouwd als afzonderlijke activa, omdat hun economische levensduur verschilt van de materiële vaste activa waartoe zij behoren. De materiële vaste activa van Umicore, vaak complexe en gespecialiseerde industriële activa, hebben over het algemeen geen individuele restwaarde buiten de specifieke omgeving van de operaties. Daarom wordt geen restwaarde in beschouwing genomen bij het bepalen van de afschrijfbare waarde.

Als standaardleidraad is de geschatte economische levensduur van de respectievelijke materiële activa als volgt gedefinieerd:

Terreinen Niet afschrijfbaar
Gebouwen
- Industriële gebouwen 20 jaar
- Aanpassingen aan gebouwen 10 jaar
- Andere gebouwen, zoals kantoren en laboratoria 40 jaar
- Onroerend goed 40 jaar
Installaties, machines en uitrustingen: 10 jaar
- Ovens 7 jaar
- Kleinere uitrustingen 5 jaar
Meubilair en materieel:
- Rollend materieel 5 jaar
- Mobiel materieel voor intern transport 7 jaar
- Informaticamaterieel 3 tot 5 jaar
- Meubilair en kantoormaterieel 5 tot 10 jaar

Voor belangrijke nieuw aangekochte of gebouwde investeringen wordt de economische levensduur expliciet ingeschat op het moment van de investeringsaanvraag waarbij deze kan afwijken van bovenstaande standaarden.

Het management bepaalt de geschatte levensduur en gerelateerde afschrijvingen voor de materiële vaste activa. Ze gebruikt hiervoor standaardschattingen gebaseerd op een combinatie van fysieke duurzaamheid en ingeschatte industriële of productlevenscyclussen. De geschatte levensduur kan in grote mate wijzigen ten gevolge van technische vernieuwingen, marktontwikkelingen en/of handelingen gesteld door de concurrentie. Het management zal ofwel de afschrijvingslast verhogen wanneer de levensduur korter is dan voordien werd ingeschat, ofwel zal zij technisch onbruikbare of niet-strategische activa, die verwijderd of verkocht zijn, volledig of gedeeltelijk afschrijven.

2.6 Immateriële vaste activa

2.6.1 Kapitaaltransactiekosten

Uitgaven voor oprichting en kapitaalverhoging worden afgetrokken van het kapitaal.

2.6.2 Goodwill

Goodwill is het positieve verschil tussen de overnameprijs van een dochteronderneming, geassocieerde onderneming of joint venture en het aandeel van de Groep in de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen entiteit op de datum van de overname. Goodwill wordt geboekt aan kost verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen.

Goodwill van geassocieerde ondernemingen en joint ventures wordt in de balans opgenomen onder 'Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode', samen met de investering zelf.

Om de noodzaak tot een bijzondere waardevermindering te kunnen beoordelen, wordt de goodwill toegewezen aan een kasstroomgenererende eenheid. Op elke balansdatum, wordt voor deze kasstroomgenererende eenheden een analyse uitgevoerd om te bepalen of de boekwaarde van de goodwill volledig recupereerbaar is. Als de boekwaarde van de goodwill niet volledig recupereerbaar is, wordt de nodige waardevermindering opgenomen in de resultatenrekening. Deze waardeverminderingen worden nooit teruggenomen.

Het overschot van het aandeel van de Groep in de reële waarde van de verworven identificeerbare netto-activa op het ogenblik van de overname tegenover de betaalde overnameprijs, wordt onmiddellijk in resultaat opgenomen.

2.6.3 Onderzoek en ontwikkeling

Onderzoekskosten met betrekking tot het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis en inzichten, worden ten laste van het resultaat genomen in de periode waarin ze werden gemaakt.

Ontwikkelingskosten worden gedefinieerd als kosten voor het ontwerpen van nieuwe of aanzienlijk verbeterde producten en processen voorafgaand aan de commerciële productie of het gebruik. Ze worden geactiveerd als, onder andere, aan de volgende voorwaarden voldaan is:

  • de immateriële activa zullen aanleiding geven tot toekomstige economische voordelen, of met andere woorden, het marktpotentieel is duidelijk aangetoond;
  • de kosten met betrekking tot het proces of product kunnen duidelijk geïdentificeerd en betrouwbaar gewaardeerd worden.

Indien het moeilijk is om een duidelijk onderscheid te maken tussen onderzoeks- of ontwikkelingskosten, worden de kosten beschouwd als onderzoekskosten. Als ontwikkelingskosten geactiveerd worden, worden ze lineair afgeschreven over de periode van het verwachte voordeel.

2.6.4 CO2 -emissierechten

In het kader van het Kyoto-protocol werd er een tweede emissieperiode geopend, voor de periode 2008-2012. De Vlaamse overheid heeft in dat kader emissierechten toegekend aan de Vlaamse sites van een aantal bedrijven, waaronder Umicore. Ieder jaar, op het einde van februari, wordt één vijfde van deze emissierechten overgedragen aan een officieel register. De overdracht van de emissierechten aan dit register leidt tot de activering in de immateriële activa, conform de richtlijnen van de Belgische Commissie voor boekhoudkundige normen.

Winsten die voortvloeien uit het erkennen van emissierechten aan reële waarde worden uitgesteld tot de certificaten gebruikt worden. Emissierechten in eigendom zijn onderhevig aan een test op bijzondere waardeverminderingen maar worden niet afgeschreven. Als op een bepaalde afsluitingsdatum de marktwaarde lager is dan de boekwaarde wordt een waardevermindering geboekt. Op elke afsluitingsdatum maakt de groep een schatting van het reële gebruik van de emissierechten voor de periode en erkent een voorziening voor de rechten die moet gestort worden aan de overheid. De last verbonden aan de bijzondere waardevermindering of de erkenning van deze provisies wordt volledig gecompenseerd in de resultatenrekening door het vrijmaken van de uitgestelde ontvangsten. Umicore beschikt over de noodzakelijke emissierechten om een normale werking van haar installaties toe te laten.

2.6.5 Andere immateriële activa

Alle volgende categorieën worden geboekt tegen historische kost, verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen:

  • concessies, octrooien en licenties worden afgeschreven over de periode van hun juridische bescherming;
  • software en aanverwante interne ontwikkelingskosten worden standaard afgeschreven over een periode van vijf jaar;
  • gebruiksrecht van terreinen wordt standaard afgeschreven over de contractuele periode.

2.7 Lease

2.7.1 Financiële leasing

Leasing waarbij de onderneming vrijwel alle voordelen en risico's verbonden aan de eigendom van de betrokken activa overneemt, wordt beschouwd als financiële leasing. Financiële leasingcontracten worden in de balans opgenomen aan de reële waarde op het moment van het aangaan van de leasingovereenkomst of, indien deze lager is, tegen de geschatte geactualiseerde waarde van de minimale leasingbetalingen, min gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

Elke aflossing wordt deels beschouwd als terugbetaling van de leasingschuld, deels als interestbetaling in een verhouding die maakt dat er over de volledige looptijd een constante interestlast ontstaat in vergelijking met het openstaand kapitaal. De overeenkomstige huurschulden, exclusief de financiële lasten, worden geboekt in de rubriek "Overige langetermijnschulden". Het interestgedeelte wordt over de termijn van de leasingperiode in de resultatenrekening opgenomen. Activa die het voorwerp uitmaken van financiële leasing worden afgeschreven over de kortste termijn van hetzij de verwachte economische levensduur van deze activa, hetzij de duur van het leasingcontract.

2.7.2 Operationele leasing

Leasingovereenkomsten waarbij vrijwel alle wezenlijke voordelen en risico's verbonden aan de eigendom van de activa bij de verhuurder berusten, worden als operationele leasing beschouwd. Operationele leasingbetalingen of ontvangsten worden respectievelijk als een bedrijfskost of -opbrengst geboekt in de resultatenrekening op basis van de lineaire methode.

De Groep gaat over tot de leasing van metalen van en aan derden voor een specifieke termijn waarvoor de Groep vergoedingen ontvangt of betaalt. Metaal-leasecontracten worden voornamelijk afgesloten voor periodes van minder dan één jaar. De leasing van metalen van en aan derden wordt gerapporteerd onder "Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen".

2.8 Financiële activa beschikbaar voor verkoop, leningen en langetermijnvorderingen

Alle bewegingen in financiële activa beschikbaar voor verkoop, leningen en langetermijnvorderingen worden geboekt op de verhandelingsdatum.

Financiële activa beschikbaar voor verkoop worden gewaardeerd aan reële waarde. Ongerealiseerde winsten en verliezen uit veranderingen in de reële waarde van dergelijke activa worden opgenomen in het eigen vermogen als financiële vaste activareserves. Wanneer de activa verkocht worden of wanneer er een bijzondere waardevermindering op deze activa dient opgenomen te worden, worden de in het eigen vermogen gecumuleerde aanpassingen voor de reële waarde opgenomen in de resultatenrekening als winst of verlies.

Leningen en vorderingen worden opgenomen aan afgeschreven kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

Eigen aandelen worden afgetrokken van het kapitaal.

2.9 Voorraden

Voorraden worden geboekt tegen kostprijs of, indien die lager is, de netto realiseerbare waarde. De kostprijs omvat directe aankoop- of productiekosten en een toewijsbaar deel van de algemene kosten.

Voorraden worden opgesplitst in:

    1. Basisproducten met metaaldekking
    1. Basisproducten zonder metaaldekking
    1. Verbruiksgoederen
    1. Betaalde voorschotten
    1. Bestellingen in uitvoering

Basisproducten met metaaldekking zijn metaalhoudende producten waarbij Umicore blootgesteld is aan metaalprijsschommelingen en waarvoor Umicore een actief en structureel risicobeheer toepast teneinde de mogelijke negatieve effecten op de financiële prestatie van de Groep tot een minimum te beperken. De metaalinhoud wordt gegroepeerd in categorieën die hun specifieke aard en operationele toepassing weerspiegelen, zoals metaalvoorraden die permanent in gebruik zijn of metaalvoorraden die beschikbaar zijn voor commercieel gebruik. Afhankelijk van de metaalvoorraadcategorie, worden gepaste indekkingsmechanismen toegepast. Deze voorraden worden gewaardeerd met de methode van het gewogen gemiddelde, toegepast per voorraadcategorie.

Basisproducten zonder metaaldekking en verbruiksgoederen worden gewaardeerd volgens de methode van het gewogen gemiddelde.

Waardeverminderingen op voorraden worden geboekt in geval van lage voorraadrotatie en wanneer de nettoboekwaarde de marktwaarde overschrijdt, zijnde de geschatte verkoopprijs verminderd met de geschatte kosten voor afwerking en de geschatte kost noodzakelijk voor het afsluiten van een verkoop. Waardeverminderingen worden afzonderlijk vermeld.

Betaalde voorschotten zijn voorafbetalingen op contracten met leveranciers, waarbij de fysieke levering van het onderliggende goed nog niet heeft plaatsgevonden. Zij worden geboekt tegen nominale waarde.

Bestellingen in uitvoering worden gewaardeerd volgens de methode van de 'winstname volgende vordering van de werken'.

2.10 Handels- en overige vorderingen

Handelsvorderingen worden gewaardeerd aan afgeschreven kostprijs, d.i. aan de netto huidige waarde van de handelsvordering. Tenzij de impact van actualisatie materieel is, worden vorderingen aan nominale waarde geboekt en afgeschreven indien oninbaar. Alle afschrijven worden op aparte rekeningen gevolgd, en deze worden pas met de boekwaarde gecompenseerd als er geen kans meer is op recuperatie van de vordering.

Handelsvorderingen voor dewelke de risico's en de opbrengsten grotendeels getransfereerd werden, worden van de balans afgeboekt.

Reële waardewinsten uit afgeleide financiële instrumenten zijn opgenomen onder handels- en overige vorderingen.

2.11 Kas en kasequivalenten

Kasmiddelen omvatten de beschikbare geldmiddelen in contanten en uitstaande bedragen bij banken. Kasequivalenten zijn uiterst liquide kortetermijnbeleggingen die op elk ogenblik kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is, een looptijd hebben van maximum drie maanden en niet onderhevig zijn aan een materieel risico op waardeschommelingen.

Deze elementen worden in de balans opgenomen tegen nominale waarde of afgeschreven kostprijs. Krediet op bankrekeningen bij de banken worden in de balans opgenomen als financiële schulden op korte termijn.

2.12 Bijzondere waardevermindering van activa

Materiële vaste activa en andere vaste activa, met inbegrip van immateriële activa en financiële activa niet aangehouden voor handelsdoeleinden, worden geëvalueerd op de noodzaak tot boeking van bijzondere waardeverminderingen indien bepaalde gebeurtenissen of veranderde omstandigheden erop wijzen dat de boekwaarde mogelijkerwijs niet kan gerecupereerd worden. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, moet de recupereerbare waarde van de activa geschat worden.

De recupereerbare waarde is de nettoverkoopprijs van de activa of, wanneer deze hoger is, de gebruikswaarde van de activa. Om de recupereerbare waarde van individuele activa te kunnen schatten, bepaalt de onderneming vaak de recupereerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid waartoe de activa behoren.

Als de boekwaarde van de activa de recupereerbare waarde overschrijdt, dan wordt onmiddellijk een bijzondere waardevermindering als kost geboekt.

Bijzondere waardeverminderingen worden teruggenomen indien de reden voor de bijzondere waardeverminderingen geboekt voor activa of voor een kasstroomgenererende eenheid, niet langer bestaat of verminderd is. Een bijzondere waardevermindering wordt maximaal teruggenomen voor zover de boekwaarde van de activa niet groter wordt dan de theoretische nettoboekwaarde na afschrijving, bepaald alsof er in de voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering zou zijn opgenomen.

2.13 Kapitaal en overgedragen resultaten

A. Herinkoop van eigen aandelen

Wanneer de onderneming een deel van haar eigen aandelen inkoopt, wordt de betaalde prijs, inclusief de toewijsbare nettotransactiekosten na belasting, afgetrokken van het eigen vermogen en opgenomen als "Eigen aandelen". Er wordt geen winst of verlies geboekt in de resultatenrekening bij aankoop, verkoop, uitgifte of vernietiging. Indien deze aandelen vervolgens verkocht of heruitgegeven worden, wordt elk ontvangen bedrag als eigen vermogen opgenomen.

  • B. Bijkomende kosten die onmiddellijk toewijsbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen worden in het eigen vermogen opgenomen en in mindering gebracht van het ontvangen bedrag, na aftrek van belastingen.
  • C. Dividenden van de moederonderneming uitkeerbaar aan de gewone uitstaande aandelen worden opgenomen als verplichting nadat ze goedgekeurd zijn door de aandeelhouders.

2.14 Minderheidsbelangen

Minderheidsbelangen omvatten het deel, toebehorend aan de minderheidsaandeelhouders, van de reële waarde van identificeerbare activa en passiva die geboekt worden bij de overname van een dochteronderneming, samen met het overeenkomstige deel van de gerealiseerde winsten en verliezen voor de daaropvolgende periodes.

In de resultatenrekening wordt het minderheidsaandeel in het verlies of de winst van de Groep apart van het geconsolideerd resultaat van de Groep getoond.

2.15 Voorzieningen

Voorzieningen worden aangelegd in de balans indien:

  • er een huidige (wettelijke of feitelijke) verplichting bestaat ten gevolge van een gebeurtenis uit het verleden;
  • het waarschijnlijk is dat er kasuitgaven vereist zijn om de verplichting af te wikkelen;
  • er een betrouwbare schatting van het bedrag van deze uitgave kan gemaakt worden.

Een feitelijke verplichting is een verplichting die ontstaat uit de handelingen van een onderneming, waarbij deze door een consistent gedrag of door bepaalde gepubliceerde beleidsregels te kennen geeft dat zij bepaalde verantwoordelijkheden aanvaardt, en de onderneming als gevolg daarvan een terecht verwachtingspatroon gecreëerd heeft dat zij die verantwoordelijkheden daadwerkelijk zal opnemen.

Het bedrag opgenomen als voorziening is de best mogelijke schatting op het einde van de rapporteringsperiode van de uitgaven die vereist zijn om aan de bestaande verplichting te voldoen, rekening houdend met de waarschijnlijkheid van het mogelijke resultaat van de gebeurtenis. Indien de tijdswaarde van het geld belangrijk is, wordt als voorziening de huidige waarde genomen van de verwachte toekomstige vereiste uitgaven om aan de verplichting te voldoen. Het resultaat van de jaarlijkse her-actualisatie van de voorzieningen, als ze verricht wordt, wordt opgenomen in de financiële resultaten.

De belangrijkste types van voorzieningen zijn de volgende:

1. Voorzieningen voor personeelsvoordelen (zie 2.16, Personeelsvoordelen)

2. Voorzieningen voor milieuverplichtingen

Milieuvoorzieningen zijn gebaseerd op wettelijke en feitelijke verplichtingen ten gevolge van gebeurtenissen uit het verleden, in overeenstemming met het milieubeleid van de onderneming en de geldende wettelijke verplichtingen. Het volledige bedrag van de geschatte verplichting wordt onmiddellijk opgenomen op het ogenblik dat de verplichting plaatsvindt. Wanneer de verplichting productiegerelateerd is, wordt de verplichting stapsgewijs opgenomen volgens het normaal gebruik/productieniveau.

3. Overige voorzieningen

Deze omvatten voorzieningen voor geschillen, verlieslatende contracten, garanties, risico's op financiële deelnemingen en herstructureringen. Een voorziening voor herstructurering wordt opgenomen als de onderneming een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd en als de herstructurering al gestart of publiek aangekondigd is voor het einde van de rapporteringsperiode. Elke herstructureringsvoorziening omvat enkel de directe uitgaven die voortvloeien uit de herstructurering, welke duidelijk afgebakend zijn en die geen verband houden met de lopende activiteiten van de onderneming.

2.16 Personeelsvoordelen

2.16.1 Personeelsvoordelen op korte termijn

Ze omvatten lonen, salarissen en sociale zekerheidsbijdragen, vakantiegeld, doorbetaling van loon bij ziekte, bonussen en verloningen in natura. Deze worden als kost geboekt in de betreffende periode. Alle kaderleden van de onderneming komen in aanmerking voor bonussen op basis van individuele prestaties en financiële doelstellingen. Het bedrag van de bonus wordt ten laste genomen, op basis van een raming op het einde van de rapporteringsperiode.

2.16.2 Vergoeding na uitdiensttreding (pensioenen, medische zorgverlening)

De onderneming heeft verschillende pensioenprogramma's en programma's voor medische zorgverlening in overeenstemming met de voorwaarden en de praktijken in de landen waar ze actief is. De programma's worden in principe via betalingen aan verzekeringsmaatschappijen of apart beheerde fondsen gefinancierd.

2.16.2.1 'Te bereiken doel'-plannen

De onderneming neemt alle wettelijke en feitelijke verplichtingen in de boeken op, zowel op basis van de formele bepalingen van de 'te bereiken doel' plannen als van de eerder informele gewoonten van de onderneming.

Het bedrag dat opgenomen wordt in de balans is gebaseerd op actuariële berekeningen (op basis van de 'projected unit credit method') en vertegenwoordigt de huidige waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen. De voorzieningen worden aangepast voor de pensioenkosten van verleden diensttijd en verminderd met de reële waarde van de eventuele activa van het pensioenplan. Niet-opgenomen pensioenkosten van verleden diensttijd resulteren uit de invoering van nieuwe toekomstige uitkeringsverplichtingen of wijzigingen aan de voordelen die betaalbaar zijn volgens het bestaande plan. De pensioenkosten van verleden diensttijd waarvoor de uitkeringen nog niet verworven zijn (de werknemers moeten eerst nog de arbeidsprestaties verlenen vooraleer de uitkeringen toegekend worden), worden lineair afgeschreven over de gemiddelde periode tot de nieuwe of gewijzigde uitkeringen verworven zijn.

De actuariële winsten en verliezen resulteren uit verschillen tussen werkelijke en geschatte actuariële parameters zoals weerspiegeld in de jaarlijkse bijwerking van de actuariële berekeningen. Deze winsten en verliezen worden opgenomen via de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin ze ontstaan en ze worden opgenomen in het geconsolideerde overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten als reserves voor personeelsvoordelen na uitdiensttreding.

2.16.2.2 Plannen met 'vaste bijdrage'

De onderneming betaalt vaste bijdragen aan openbare of privéverzekeringsplannen. De betalingen worden ten laste genomen op het moment dat ze verschuldigd zijn en zijn als dusdanig opgenomen in de personeelskosten.

2.16.3 Andere personeelsvoordelen op lange termijn (anciënniteitspremies)

Deze vergoedingen worden geboekt ten belope van hun verwachte kostprijs over de tewerkstellingsperiode, op basis van een boekhoudmethode, vergelijkbaar met die van de 'te bereiken doel'-plannen. Deze verplichtingen worden over het algemeen jaarlijks gewaardeerd door onafhankelijke erkende actuarissen. Alle actuariële verliezen of winsten worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.

2.16.4 Loopbaanbeëindigingsvoordelen (brugpensioenplannen, andere gelijkaardige verplichtingen)

Deze vergoedingen zijn verschuldigd als gevolg van de beslissing van de onderneming om het dienstverband van een werknemer te beëindigen vóór de normale pensioendatum of van de beslissing van een werknemer om in ruil voor deze vergoeding vrijwillig ontslag te nemen. Als ze redelijkerwijs voorspelbaar zijn, overeenkomstig de voorwaarden en praktijken in de landen waar de onderneming actief is, worden ook potentieel toekomstige verplichtingen opgenomen.

Deze vergoedingen worden geboekt ten belope van hun verwachte kostprijs over de tewerkstellingsperiode, op basis van een boekhoudmethode, vergelijkbaar met die van de 'te bereiken doel'-plannen. Deze verplichtingen worden over het algemeen jaarlijks gewaardeerd door onafhankelijke erkende actuarissen. Alle actuariële verliezen of winsten worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.

2.16.5 Vergoedingen in aandelen en aanverwante voordelen (op aandelen gebaseerde vergoedingen IFRS 2)

Dankzij verschillende aandelenoptie- of aandelenprogramma's kunnen zowel de werknemers als het senior management van de onderneming aandelen van Umicore aankopen of verwerven. De optie- of aandelenuitoefeningsprijs is gelijk aan de marktprijs van de (onderliggende) aandelen op de datum van de toekenning. Als de opties uitgeoefend worden, worden aandelen komende van de bestaande voorraad eigen aandelen ter beschikking gesteld van de begunstigden. In beide gevallen wordt het kapitaal verhoogd met het bedrag van de ontvangen uitoefeningsprijs. Voor de aandelenprogramma's, worden aandelen uit de voorraad eigen aandelen ter beschikking gesteld aan de begunstigden.

De opties en de aandelen worden standaard verworven op de datum van de toekenning en hun reële waarde wordt opgenomen als een uitgave voor personeelsvoordelen met als tegenpost het eigen vermogen onder de vorm van reserves van de op aandelen gebaseerde vergoedingen. Voor de opties wordt de kost die moet geboekt worden, berekend door een actuaris die daarvoor een waarderingsmodel gebruikt dat rekening houdt met de karakteristieken van de aandelenopties, de volatiliteit van het onderliggende aandeel en het veronderstelde uitoefeningspatroon.

Zolang de verleende opties niet zijn uitgeoefend wordt hun waarde gerapporteerd onder de geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen van de Groep als 'reserves voor op aandelen gebaseerde vergoedingen'. De waarde van de uitgeoefende opties gedurende de periode wordt getransfereerd naar 'overgedragen resultaten'.

2.16.6 Presentatie

De personeelsvoordelen worden geboekt als bedrijfsresultaat in de resultatenrekening, met uitzondering van interest en actualiseringsresultaten die opgenomen worden in de financiële resultaten.

2.17 Financiële schulden

Alle bewegingen in financiële schulden worden geboekt op de verhandelingsdatum.

Voor leningen worden de initieel ontvangen bedragen geboekt, verminderd met transactiekosten. Daarna worden ze gewaardeerd tegen nettowaarde na afschrijving, op basis van de effectieve interestmethode. De nettowaarde na afschrijving wordt berekend rekening houdend met alle uitgiftekosten en elke korting of premie op het moment van uitgifte. Alle verschillen tussen het geleende bedrag en de terugbetalingswaarde worden opgenomen in de resultatenrekening bij terugbetaling.

2.18 Handels- en overige schulden

Handelsschulden worden geboekt aan kost na afschrijving, met andere woorden aan de netto actuele waarde van het te betalen bedrag. Tenzij de impact van actualisatie materieel is, wordt de nominale waarde genomen.

Reële waardeverliezen uit afgeleide financiële instrumenten zijn opgenomen onder handels- en overige schulden.

2.19 Belastingen op het resultaat

De belastingen op het resultaat van het boekjaar betreffen de effectieve belastingen alsook de latente belastingen. Deze belastingen worden berekend in overeenstemming met de belastingwetgeving die van toepassing is in elk land waar de onderneming actief is.

De effectieve belastingen omvatten deze die verschuldigd zijn op het belastbaar inkomen van het jaar, op basis van de belastingpercentages die gelden op het einde van de rapporteringsperiode, evenals elke herziening van de belastingen die verschuldigd (of terugbetaalbaar) zijn voor voorgaande jaren.

Latente belastingen worden berekend volgens de "liability method", op tijdelijke verschillen die bestaan tussen enerzijds de fiscale waarde van de activa en passiva en anderzijds hun boekwaarde in de jaarrekening. Deze belastingen worden gewaardeerd op basis van de belastingpercentages die van kracht zijn op het einde van de rapporteringsperiode of toekomstige belastingpercentages indien formeel aangekondigd door de autoriteiten in het land waar de onderneming actief is.

Latente belastingactiva worden enkel geboekt als het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend.

Latente belastingactiva en -passiva worden gecompenseerd en netto voorgesteld enkel en alleen als ze betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastinginstantie op dezelfde belastbare entiteit.

2.20 Boeking van opbrengsten

2.20.1 Verkoop van goederen en verlening van diensten

De opbrengsten uit de verkoop van goederen uit de verwerkingsactiviteiten worden opgenomen wanneer de belangrijkste voordelen en risico's inzake eigendom ten laste vallen van de koper en er niet langer onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding en de daaraan verbonden transactiekosten of de mogelijke teruggave van de goederen.

Opbrengsten uit raffinage-activiteiten en de levering van diensten worden opgenomen in verhouding tot het niveau van de afwerking van de transactie, als dit op een betrouwbare manier kan gewaardeerd worden.

2.20.2 Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden aanvankelijk geboekt in de balans als over te dragen opbrengsten indien er een redelijke garantie is dat de subsidies ontvangen zullen worden en dat de onderneming zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Subsidies worden vervolgens in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als, en proportioneel aan, de te compenseren kosten.

2.21 Financiële instrumenten

De onderneming gebruikt afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen om de blootstelling aan negatieve schommelingen van wisselkoersen, metaalprijzen, rentevoeten en andere marktrisico's te beperken. De onderneming gebruikt voornamelijk spot- en termijncontracten voor de indekking van het metaal- en valutarisico en swapcontracten om het renterisico in te dekken. De transacties uitgevoerd op de termijnmarkt zijn niet van speculatieve aard.

2.21.1 Transactionele risico's en reële-waarde indekking

Afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen worden gebruikt om de reële waarde van de onderliggende ingedekte elementen (activa, passiva en vaste overeenkomsten) te beschermen. Deze worden oorspronkelijk aan reële waarde geboekt op de verhandelingsdatum.

Alle afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen worden gewaardeerd op het einde van de rapporteringsperiode aan de reële waarde, volgens het marktwaardevergelijkingsmechanisme ('mark-to-market'). Alle winsten en verliezen worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening – als een bedrijfsresultaat – indien gerelateerd aan metaal en als een financieel resultaat in alle andere gevallen.

Ingedekte elementen (vooral fysische vaste overeenkomsten en commerciële voorraad) worden ook gewaardeerd aan reële waarde wanneer 'hedge accounting' kan gedocumenteerd worden in overeenstemming met de IAS 39-criteria.

In de afwezigheid van het verkrijgen van 'hedge accounting' bij de creatie in overeenstemming met de IAS 39-criteria, worden de ingedekte elementen aan kost opgenomen en vervolgens onderworpen aan de waarderingsregels die van toepassing zijn voor gelijkaardige niet-ingedekte elementen, o.a. de waardering aan de laagste van kostprijs en marktwaarde (IAS 2) voor wat de voorraden betreft, of het boeken van voorzieningen voor verlieslatende contracten (IAS 37) voor de fysieke vaste overeenkomsten (zie hoofdstuk 2.22 IAS 39- impact).

Wanneer er een consistente praktijk bestaat bij een dochteronderneming of een kasstroomgenererende eenheid van de Groep om het onderliggende item geleverd te krijgen om het terug te verkopen op korte termijn met als doel een winst te realiseren op basis van de kortetermijnschommelingen in de prijs of de handelsmarges, dan worden in die gevallen de voorraden gewaardeerd aan reële waarde via de resultatenrekening en worden de verbonden fysieke en/of handelsgoederen engagementen geklasseerd als afgeleide financiële instrumenten eveneens met een waardering aan reële waarde via de resultatenrekening.

2.21.2 Structurele risico's en kasstroom indekking

Afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen die gebruikt worden voor de indekking van toekomstige kasstromen, worden toegewezen als indekkingen te behandelen onder 'cash flow hedge accounting'. Wijzigingen in de reële waarde van de indekkingsinstrumenten die voldoen als effectieve kasstroomindekkingen, worden opgenomen in het eigen vermogen van de Groep. Dit gebeurt onder de vorm van kasstroomindekkingsreserves totdat de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen (d.i. een invloed hebben op de resultatenrekening). Op dat moment worden de opgenomen winsten en verliezen van de indekkingsinstrumenten getransfereerd van eigen vermogen naar de resultatenrekening.

Als de ingedekte transacties niet meer waarschijnlijk zijn of wanneer de dekkingsoperaties geen voorwerp meer hebben, dan worden de hieraan verbonden hedginginstrumenten onmiddellijk stopgezet en worden alle winsten of verliezen, initieel opgenomen in het eigen vermogen onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.

In afwezigheid van het verkrijgen van 'hedge accounting' bij de creatie in overeenstemming met de IAS 39-criteria, worden de wijzigingen in reële waarde van de hedgingelementen in de resultatenrekening opgenomen in plaats van in het eigen vermogen en dit voordat de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen (zie ook paragraaf 2.22 IAS 39-impact).

2.21.3 In uitvoerende contracten besloten derivaten

Uitvoerende contracten ('basiscontract') bevatten soms besloten derivaten. Besloten derivaten veroorzaken dat sommige of alle kasstromen die anders kunnen verwacht worden van het basiscontract, worden gewijzigd in functie van een specifieke rentevoet, de prijs van een financieel instrument, de prijs van een handelsgoed, een wisselkoersprijs of andere variabelen. Als het vaststaat dat dergelijk besloten derivaat niet dicht verbonden is met het basiscontract, dan wordt het afgezonderd van het basiscontract onder de regels van IAS 39 (reële waarde via resultatenrekening). Het basiscontract wordt geboekt volgens de regels van de uitvoerende contracten, wat wil zeggen dat dergelijk contract niet wordt erkend in de balans of de resultatenrekening voor de contractuele levering plaatsvindt (zie ook hoofdstuk 2.22 IAS 39-impact).

2.22 Niet-recurrente resultaten en impact van IAS 39 opgenomen in het resultaat

Bevat niet-recurrente elementen voornamelijk met betrekking tot herstructureringsmaatregelen, bijzondere waardeverminderingen van activa en andere kosten en opbrengsten resulterend uit feiten of transacties die duidelijk verschillen van de courante activiteiten van de onderneming.

De IAS 39-impact heeft betrekking op de tijdsverschillen (zonder invloed op de kasstromen) in het boeken van inkomsten als gevolg van het niet toepassen of het niet kunnen bekomen van IAS 39 'hedge accounting' op:

  • a) transactionele indekking, wat met zich meebrengt dat de ingedekte elementen niet langer aan reële waarde kunnen gewaardeerd worden maar gewaardeerd moeten worden volgens waarderingsregels toepasbaar voor vergelijkbare, niet ingedekte elementen, zoals waardering aan de laagste van kostprijs en marktwaarde (IAS 2) voor voorraden of voorzieningen voor verlieslatende contracten (IAS 37) voor de commerciële fysieke engagementen;
  • b) structurele indekking, wat impliceert dat de reële waarde van de betrokken hedginginstrumenten in de resultatenrekening wordt opgenomen in plaats van het eigen vermogen, en dit voordat de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen;
  • c) in uitvoerende contracten besloten derivaten, wat impliceert dat de reële waarde op de besloten derivaten moet toegepast worden en in de resultatenrekening opgenomen, in tegenstelling tot de uitvoerende component waar geen reële waardemeting is toegelaten.

F3 Beheer van financiële risico's

Alle activiteiten van de Groep zijn blootgesteld aan verschillende risico's, waaronder metaalprijsschommelingen, de wisselkoersen, bepaalde marktgedefinieerde commerciële voorwaarden, en rentevoeten alsook krediet- en liquiditeitrisico's. Het globale risicobeheer van de Groep tracht de negatieve invloed op de financiële resultaten van de Groep tot een minimum te beperken, door deze risico's in te dekken met financiële en verzekeringsinstrumenten.

3.1 Wisselkoersrisico

Het wisselkoersrisico waaraan Umicore blootgesteld is, kan opgesplitst worden in drie types: structurele, transactionele en omrekeningsrisico's.

3.1.1 Structureel risico

De inkomsten van Umicore zijn gedeeltelijk in USD uitgedrukt, alhoewel vele activiteiten zich buiten de USD-zone bevinden (voornamelijk in Europa en Azië). Elke wijziging in de USD-wisselkoers versus EUR of andere deviezen die niet aan de USD gekoppeld zijn, heeft daardoor een invloed op de resultaten van de onderneming. Het grootste deel van deze blootstelling aan de wisselkoers vloeit voort uit de in USD uitgedrukte metaalprijzen, die inwerken op de metaalbonussen die gehaald worden op de voor verwerking geleverde materialen.

Umicore heeft een beleid om zich tegen haar structurele wisselkoersblootstelling op termijn in te dekken, zij het in combinatie met de indekking tegen de structurele metaalprijsblootstelling of geïsoleerd, wanneer de wisselkoersen of de in EUR uitgedrukte metaalprijzen boven het historische gemiddelde liggen en zich op een niveau bevinden waarbij aantrekkelijke marges verzekerd kunnen worden.

Bij de huidig geldende wisselkoersen bestaat een blootstelling aan de USD die niet gerelateerd is aan de metaalprijzen. Op het einde van 2012 genereerde iedere stijging van 1 US dollarcent ten opzichte van de euro een stijging van iets meer dan EUR 1 miljoen in inkomsten en operationeel resultaat op jaarbasis. Gelijkaardig heeft een daling met 1 US dollarcent ten opzichte van de euro een daling van dezelfde omvang op jaarbasis.

Deze gevoeligheden zijn als kortetermijnleidraad op te vatten en zijn enigszins theoretisch, aangezien het wisselkoersniveau vaak een zware invloed heeft op wijzigingen in commerciële voorwaarden die in USD worden onderhandeld en op elementen die Umicore niet zelf in handen heeft, zoals de invloed

die de USD-wisselkoers op in USD uitgedrukte metaalprijzen zou kunnen hebben. Deze bewegingen hebben een invloed op de resultaten van Umicore (zie metaalprijsrisico hieronder). In mindere mate is er ook een gevoeligheid tegenover enkele andere deviezen zoals de Braziliaanse real, de Koreaanse won, de Chinese yuan en de Zuid-Afrikaanse rand. Umicore | Jaarverslag 2012

Structurele wisselkoersindekking

Umicore heeft geen structurele wisselkoersindekkingen die gerelateerd zijn met niet-metaalprijsgerelateerde wisselkoerssensitiviteit, behalve enkele EUR/ USD contracten bij Umicore, specifieke EUR/NOK contracten bij Umicore Noorwegen en voor USD/KRW transacties bij Umicore Korea.

3.1.2 Transactioneel risico

Het bedrijf is ook onderhevig aan transactionele risico's met betrekking tot deviezen, namelijk het risico dat wisselkoersen schommelen tussen het moment waarop de prijs met de klant of leverancier wordt bepaald en het moment waarop de transactie afgewikkeld wordt. Umicore dekt zich systematisch in tegen dergelijke transactionele risico's, voornamelijk via termijncontracten.

3.1.3 Omrekeningsrisico

Umicore is een internationaal bedrijf met vestigingen die niet in EUR rapporteren. Wanneer dergelijke resultaten geconsolideerd worden in de rekeningen van de Groep, is het omgerekende bedrag blootgesteld aan waardeschommelingen van zulke lokale valuta's ten opzichte van de EUR. Het betreft voornamelijk de Amerikaanse dollar, de Braziliaanse real, de Koreaanse won, de Chinese yuan en de Zuid-Afrikaanse rand. In principe dekt Umicore zich niet in tegen dit soort risico.

3.2 Metaalprijsrisico

Umicore's metaalprijsrisico kan opgedeeld worden in 3 categorieën: structureel risico, transactioneel risico en risico op metaalvoorraden.

3.2.1 Structureel risico

Umicore is blootgesteld aan structurele metaalprijsrisico's. Die risico's vloeien voornamelijk voort uit de metaalprijzen die inwerken op de metaalbonussen die gehaald worden op de voor verwerking geleverde materialen of andere inkomstenelementen die afhangen van de metaalprijzen. Umicore houdt een beleid aan om dergelijke blootstelling aan metaalprijzen op termijn in te dekken wanneer de forward-metaalprijzen uitgedrukt in de functionele wisselkoers van de desbetreffende activiteit boven hun historisch gemiddelde liggen en zich op een niveau bevinden waarbij aantrekkelijke marges verzekerd kunnen worden. In welke mate het metaalprijsrisico op termijn ingedekt kan worden hangt af van de liquiditeit van de desbetreffende markten.

In het segment Recycling, recycleert de Groep voornamelijk platina, palladium, rhodium, goud en zilver en andere basis- en speciale metalen. In dit segment is de gevoeligheid op de korte termijn van inkomsten en operationele resultaten aan metaalkoersen belangrijk. Gezien de variabiliteit in het soort aangevoerde materialen in de loop der jaren, blijft het moeilijk om een specifieke sensitiviteit uit te drukken voor één welbepaald metaal. In het algemeen geldt dat hogere prijzen in een stijging van de inkomsten in het Recycling segment resulteren. Umicore bezit ook een metaalprijssensitiviteit die vooral gelinkt is aan verschillende verwerkings- of raffinage-activiteiten die werken binnen haar andere segmenten (Catalysis, Energy Materials en Performance Materials). Deze sensitiviteit is vooral gerelateerd aan recyclage- en raffinageduur van metalen in elke activiteit – hoofdzakelijk kobalt, goud, platinagroepmetalen en zink. Over het algemeen draagt een hogere metaalprijs bij tot voordelen op korte termijn voor de winstgevendheid van elke activiteit. Nochtans, andere commerciële voorwaarden die grotendeels onafhankelijk zijn van de metaalprijs, zoals productpremies, zijn evenzeer significant en onafhankelijk bepalend voor de opbrengsten en de resultaten.

Structurele metaalprijsindekking

Umicore dekt een deel van haar toekomstige blootstelling aan forward metaalkoersen in, en dit voor sommige metalen die genoteerd zijn op termijnmarkten en voor zover toekomstige op de metaalprijs gebaseerde inkomsten uit gekende en gedocumenteerde commerciële overeenkomsten kunnen aangetoond worden. In voorgaande jaren heeft Umicore reeds een deel van haar blootstelling van 2012 en 2013 ingedekt. Door meer inzicht in de toekomstige commerciële overeenkomsten, heeft Umicore in 2012 zulke dekkingsovereenkomsten verder aangegaan, ter indekking van prijsrisico's voor 2013. Deze contracten zijn vooral verbonden met de terugwinning van platina, palladium, goud, zilver, zink en koper.

3.2.2 Transactioneel risico

De Groep wordt geconfronteerd met transactionele risico's op aangekochte en verkochte metalen.

De meerderheid van de transacties in metalen gebruiken wereldwijde marktreferenties zoals deze van de London Metal Exchange. Als de onderliggende metaalprijs constant zou blijven, dan zou de prijs die Umicore betaalt voor het metaal in de grondstoffen terug aan de klant worden doorgerekend als een deel van de verkoopprijs. Gezien de tijd die nodig is voor de conversie van aangekochte grondstoffen tot eindproducten en de verkoop ervan, zal de volatiliteit in de metaalkoers die als referentie dient, verschillen doen ontstaan tussen de aankoopprijs van de metalen en de verkoopprijs. Er is dus een transactioneel risico ingevolge elke prijswijziging tussen het moment waarop grondstoffen worden aangekocht (meer specifiek, wanneer de aankoopprijs wordt gefixeerd) en het moment waarop producten worden verkocht (meer bepaald, wanneer de verkoopprijs wordt gefixeerd).

Het beleid van de Groep bestaat er in om dit transactioneel risico zo veel mogelijk in te dekken, voornamelijk met termijnoperaties.

3.2.3 Risico op metaalvoorraden

De Groep is blootgesteld aan metaalkoersrisico's op de permanente metaalvoorraden. Het risico heeft te maken met de kans dat metaalkoersen dalen tot onder de boekwaarde van deze voorraden. Umicore dekt zich niet in tegen dit risico.

3.3 Renterisico

De blootstelling van de Groep aan de rentevoetschommelingen houdt verband met de verplichtingen in het kader van de financiële schulden van de Groep. Eind december 2012 bedroeg de netto financiële schuld van de Groep EUR 351 miljoen, waarvan 328 miljoen met een vlottende rentevoet. In januari 2013 heeft de Groep een rentevoetswap aangegaan, en daarmee de interestvoet gefixeerd voor EUR 150 miljoen.

3.4 Kredietrisico

Kredietrisico en concentratie van kredietrisico

Kredietrisico is het risico op wanbetalingen door eender welke tegenpartij, met betrekking tot de verkoop van goederen of metaalleasingoperaties. Om de kredietblootstelling te beheren, heeft Umicore een kredietbeleid opgesteld met aanvragen voor kredietlimieten, goedkeuringsprocedures, ononderbroken toezicht van de kredietblootstelling en aanmaningsprocedures in het geval van uitstel.

Het kredietrisico ten gevolge van verkopen is tot een bepaalde grens ingedekt via kredietverzekeringen, accreditieven of andere gelijkaardige betalingswijzen. Hiervoor werd één wereldwijd kredietverzekeringscontract aangegaan. Dit contract beschermt de maatschappijen van de Groep tegen insolventie, politieke en commerciële risico's met een individualiseerbare franchise van 5% per factuur. De jaarlijkse globale maximale schadeloosstelling beloopt EUR 20 miljoen.

Umicore heeft bepaald dat in een aantal gevallen waar de kredietverzekeringskosten onevenredig zijn met het risico dat verzekerd moet worden of waar de klantenconcentratie niet in overeenstemming is met de provisies van de bestaande kredietverzekeringscontracten geen kredietindekking gezocht wordt.

Er valt op te merken dat enkele omvangrijke transacties, zoals de verkoop van edele metalen door de business group Recycling, een beperkt kredietrisico hebben, aangezien het een gangbare praktijk is om te betalen vóór levering.

Met betrekking tot het risico tegenover financiële instellingen zoals banken en brokers, past Umicore ook interne kredietlijnen toe. Er worden specifieke limieten gesteld, per financieel instrument, die de diverse risico's moeten indekken die verbonden zijn aan het handelen met deze tegenpartijen.

3.5 Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico wordt behandeld door een voldoende mate van gediversifieerde financieringsbronnen aan te houden. Deze bevatten vastgelegde en niet vastgelegde bilaterale bankfaciliteiten op korte termijn, twee gesyndiceerde bankfaciliteiten op middellange termijn, en een 'commercial paper'- programma (met een bovengrens van EUR 300 miljoen).

3.6 Belastingrisico

De belastinglast opgenomen in de financiële rapportering is gebaseerd op de door de Groep naar best vermogen berekende belastingschuld. De definitieve belastingschuld komt evenwel slechts vast te staan nadat er belastingcontroles hebben plaatsgevonden. Tot op dat moment hangt er een zekere graad van onzekerheid over de uiteindelijke belastingschuld van deze periode. Het Groepsbeleid is er op gericht om belastingaangiftes binnen de wettelijke termijnen in te dienen en om belastingadministraties tegemoet te komen door te verzekeren dat de belastingposities van de Groep getrouw en actueel zijn en dat alle verschillen in interpretatie van de fiscale wetgeving en regelgeving zo snel mogelijk besproken en opgelost worden. Rekening houdend met de omvang en het internationale karakter van de Groepsactiviteiten en zoals het geval is voor andere internationale bedrijven, vormen BTW, andere omzetbelastingen en intra-groepverrekenprijzen een inherent belastingrisico voor de Groep. Wijzigingen in de belastingwetgeving of in de toepassing ervan inzake verrekenprijzen, BTW, buitenlandse dividenden, O&O-belastingkredieten en belastingverminderingen kunnen mogelijkerwijze de werkelijke belastingvoet verhogen en de financiële resultaten van de Groep ongunstig beïnvloeden.

3.7 Kapitaalrisico

In het beheer van haar middelen zal de Groep de continuïteit van de bedrijfsvoering bewaren, de rentabiliteit voor de aandeelhouders en de belangen van de andere belanghebbenden onderhouden en een optimale kapitaalstructuur hanteren om zo de kapitaalkost te verminderen.

Om de kapitaalstructuur te handhaven of aan te passen, kan de Groep bijvoordeeld de dividenden uitbetaald aan de aandeelhouders aanpassen, kapitaal uitkeren aan de aandeelhouders, eigen aandelen inkopen of nieuwe aandelen uitgeven.

De Groep controleert haar kapitaalstructuur door onder meer de 'hefboomratio' te hanteren. Deze ratio wordt berekend door de netto financiële schuld te delen door de som van de netto financiële schuld en het totaal eigen vermogen van de Groep. De netto financiële schuld wordt berekend als de som van de financiële schulden op lange termijn en de financiële schulden op korte termijn, verminderd met de kas en kasequivalenten en leningen toegekend in een niet-operationele context.

In normale bedrijfsomstandigheden zal de Groep streven naar een kapitaalsstruktuur die overeenstemt met een voor investeringen aantrekkelijke kredietwaardigheidscore ('investment grade'). De Groep kan overwegen om de hiermee overeenstemmende schuldgraad tijdelijk te overschrijden in het kader van een bijzonder gebeurtenis, zoals een belangrijke acquisitie.

3.8 Strategische en operationele risico's

Umicore is blootgesteld aan diverse strategische en operationele risico's, die niet noodzakelijk een financieel karakter hebben, maar die niettemin de financiele prestatie van de Groep kunnen schaden. Het betreft bevoorradingsrisico's, technologische risico's, en het risico van productsubstitutie bij klanten. We verwijzen naar de pagina's 186 tot 189 over risicobeheer in het hoofdstuk over Corporate Governance voor een beschrijving van deze risico's en een overzicht van de wijze waarop Umicore deze risico's benadert.

F4 Belangrijke boekhoudkundige inschattingen en beoordelingen

De gebruikte schattingen en beoordelingen bij de opstelling en de toepassing van de financiële verslagen van de geconsolideerde Groep worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op ervaringshistorieken en andere elementen. Toekomstige gebeurtenissen die een financiële impact kunnen hebben op de entiteit en voorzover die onder de gegeven omstandigheden aannemelijk lijken zijn hierin inbegrepen. De geschatte resultaten die hieruit voortvloeien zijn per definitie dan ook maar zelden identiek aan de actuele resultaten.

Hypotheses en inschattingen worden onder andere gemaakt bij:

  • de beoordeling van de noodzaak tot bijzondere waardeverminderingen op vaste activa en een raming hiervan;
  • de waardering van voorzieningen voor personeelsvoordelen;
  • het boeken en berekenen van voorzieningen voor belastings-, milieu-, garantie- en geschilrisico's alsook voor teruggezonden producten en herstructureringen;
  • het bepalen van waardeverminderingen op voorraden;
  • het beoordelen in welke mate uitgestelde belastingactiva gebruikt zullen worden;
  • de economische levensduur van materiële vaste activa; en immateriële vaste activa met uitsluiting van de goodwill.

Hieronder worden de inschattingen en beoordelingen vermeld die een betekenisvolle kans hebben om tijdens het volgende boekjaar een materiele aanpassing in de waarde van de activa en passiva te veroorzaken.

4.1 Waardevermindering van de goodwill

De recupereerbare waarde van de kasstroom genererende activiteiten werd bepaald als de hoogste van de reële waarde van de activa verminderd met de realisatiekosten of hun gebruikswaarde in overeenstemming met de waarderingsregels. Deze berekeningen, waardeverminderingstesten, vereisen het gebruik van schattingen en hypotheses zoals verdisconteringvoeten, wisselkoersen, prijzen van eenheidsproducten, toekomstige kapitaalbehoeften en de verwachte operationele performantie. De interne schatting van de toekomstige bedrijfsperformantie is gebaseerd op de analyse van een combinatie van factoren, zoals de verwachte marktgroei, geschat marktaandeel, competitieve omgeving, prijsniveau en evolutie van de kosten. Zulke analyses combineren zowel intern gegenereerde schattingen als gegevens van externe bronnen. Op 31 december 2011 beliep de waarde van de goodwill voor de geconsolideerde groep EUR 99.348 duizend tegen EUR 98.229 duizend in 2011.

4.2 Verplichtingen tot sanering

Provisies worden aangelegd voor de verwachte kost van de toekomstige sanering van de industriële sites en hun omgeving, voor zover een wettelijke of feitelijke verplichting bestaat in overeenstemming met paragraaf 2.15 van de waarderingsregels. Deze provisies bevatten een schatting van de toekomstige kost verbonden aan herwinning, sluiting van vestigingen, de sluiting van stortplaatsen, bewaking, afbraakkosten, decontaminatie, waterzuivering en permanente opslag van historische residuen. De schatting van deze toekomstige kosten werden verdisconteerd naar hun huidige waarde. De berekening van deze geschatte provisies vereist dat veronderstellingen worden gemaakt over de toepassing van de milieuwetgeving, van de datum waarop vestigingen worden gesloten, van de beschikbare technologie, en de studiekosten. Een wijziging in een van de gebruikte veronderstellingen kan een materiële impact hebben op de effectieve waarde van de provisies voor sanering. Op 31 december 2012 is de waarde van de provisies voor sanering EUR 80.441 duizend tegen EUR 87.162 duizend in 2011.

4.3 Verplichtingen van een 'te bereiken doel'-plan

Activa of passiva, in verband met pensioenplannen met een 'te bereiken doel', worden in de balans opgenomen in overeenstemming met paragraaf 2.16 van de waarderingsregels. De huidige waarde van een verplichting in functie van een plan met een 'te bereiken doel' is afhankelijk van een aantal factoren die bepaald worden op een actuariële basis. De geconsolideerde groep bepaalt de toepasselijke verdisconteringvoet die op het einde van ieder jaar moet gebruikt worden. De verplichtingen van de geconsolideerde groep in verband met vergoedingen aan het personeel worden meer uitvoerig behandeld in toelichting F27. Op 31 december 2012 was een provisie als gevolg van verplichtingen aan het personeel opgenomen van EUR 258.975 duizend tegenover EUR 193.023 duizend in 2011.

4.4 Recupereerbaarheid van uitgestelde belastingsactiva

Uitgestelde belastingsactiva voor tijdelijke verschillen, ongebruikte fiscale verliezen en reële waardereserves worden maar opgenomen indien er toekomstige belastbare winsten (gebaseerd op de het operationeel plan van de Groep) beschikbaar zullen zijn om deze tijdelijke verschillen en verliezen te recupereren. Het effectieve belastingresultaat in toekomstige periodes kan verschillen van de veronderstelling gemaakt op het ogenblik van de opname van de uitgestelde belastingen.

Andere veronderstellingen en schattingen worden besproken in de respectievelijke toelichtingnota's waar deze veronderstellingen en schattingen werden gebruikt voor de waardering van de respectievelijke elementen.

F5 Groepsondernemingen

Hierna volgt een lijst van de belangrijkste operationele ondernemingen die in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen zijn:

% deelneming in
2011
% deelneming in
2012
Argentinië Umicore Argentina S.A. 100,00 100,00
Australië Umicore Australia Ltd. 100,00 100,00
Umicore Marketing Services Australia Pty Ltd. 100,00 100,00
Oostenrijk Oegussa GmbH 91,29 91,29
België Umicore Financial Services (BE 0428.179.081) 100,00 100,00
Umicore Autocatalyst Recycling Belgium N.V. (BE 0466.261.083) 100,00 100,00
Umicore Marketing Services Belgium (BE 0402.964.625) 100,00 100,00
Umicore Abrasives (BE 0881.426.726) 100,00 100,00
Umicore Specialty Materials Brugge (BE 0405.150.984) 100,00 100,00
Brazilië Coimpa Industrial Ltda 100,00 100,00
Umicore Brasil Ltda 100,00 100,00
Clarex Ltda 100,00 100,00
Canada Umicore Canada Inc. 100,00 100,00
Umicore Autocat Canada Corp. 100,00 100,00
Umicore Precious Metals Canada Inc, 100,00 100,00
China Umicore Hunan Fuhong Zinc Chemicals Co., Ltd. 100,00 100,00
Umicore Marketing Services (Shanghai) Co., Ltd. 100,00 100,00
Umicore Marketing Services (Hong Kong) Ltd. 100,00 100,00
Umicore Shanghai Co., Ltd. 75,00 75,00
Umicore Autocat (China) Co. Ltd. 100,00 100,00
Umicore Technical Materials (Suzhou) Co., Ltd. 100,00 100,00
Umicore Jubo Thin Film Products (Beijing) Co., Ltd. 80,00 100,00
Umicore Jewellery Material Processing (Foshan) Co., Ltd. 91,21 91,21
Frankrijk Umicore France S.A.S. 100,00 100,00
Umicore Building Products France S.A.S 100,00 100,00
Umicore Climeta S.A.S. 100,00 100,00
Umicore IR Glass S.A.S. 100,00 100,00
Umicore Autocat France S.A.S. 100,00 100,00
Duitsland Umicore AG & Co. KG (*) 100,00 100,00
Umicore Bausysteme GmbH 100,00 100,00
Umicore Metalle & Oberflächen GmbH 100,00 100,00
Allgemeine Gold- und Silberscheideanstalt AG 91,21 91,21
Umicore Galvanotechnik GmbH 91,21 91,21
Umicore Mining Management GmbH 100,00 100,00
Hongarije Umicore Building Products Hungary kft. 100,00 100,00
Italië Umicore Building Products Italia s.r.l. 100,00 100,00
Italbras S.p.A. 100,00 100,00
Japan Umicore Japan KK 100,00 100,00
Umicore Shokubai Japan 0,00 60,00
Liechtenstein Umicore Thin Film Products AG 100,00 100,00
Luxemburg Umicore International 100,00 100,00
Umicore Autocat Luxembourg 100,00 100,00
Umicore Shokubai 0,00 60,00
Maleisië Umicore Malaysia Sdn Bhd 100,00 100,00
Nederland Schöne Edelmetaal BV 91,21 91,21
Umicore Nederland BV 100,00 100,00
Noorwegen Umicore Norway AS 100,00 100,00
Umicore Finance Norway 100,00 100,00
% deelneming in
2011
% deelneming in
2012
Filippijnen Umicore Specialty Chemicals Subic Inc. 78,20 78,20
Polen Umicore Building Products Polska 100,00 100,00
Portugal Umicore Portugal S.A. 100,00 100,00
Umicore Marketing Services Lusitana Metais Lda 100,00 100,00
Zuid-Afrika Umicore South Africa (Pty) Ltd. 100,00 100,00
Umicore Marketing Services Africa (Pty) Ltd. 100,00 100,00
Umicore Catalyst South Africa (Pty) Ltd. 65,00 65,00
Zuid-Korea Umicore Korea Ltd. 100,00 100,00
Umicore Marketing Services Korea Co., Ltd. 100,00 100,00
Umicore Materials Korea Ltd 100,00 100,00
Spanje Umicore Building Products Iberica S.L. 100,00 100,00
Zweden Umicore Autocat Sweden AB 100,00 100,00
Zwitserland Umicore Strub 100,00 100,00
Allgemeine Suisse SA 91,21 91,21
Taiwan Umicore Thin Fim Products Taiwan Co Ltd 100,00 100,00
Verenigd Koninkrijk Umicore Coating Services Ltd. 100,00 100,00
Umicore Marketing Services UK Ltd 100,00 100,00
VS Umicore USA Inc. 100,00 100,00
Umicore Autocat USA Inc. 100,00 100,00
Umicore Building Products USA Inc. 100,00 100,00
Umicore Precious Metals NJ LLC 100,00 100,00
Umicore Marketing Services USA Inc. 100,00 100,00
Umicore Optical Materials USA Inc. 100,00 100,00
Umicore Shokubai USA Inc, 0,00 60,00
Umicore Technical Materials North America 100,00 100,00

Een gedetaileerde lijst van de Groepsondernemingen met hun adressen zal ingediend worden bij de Nationale Bank van België samen met de jaarrekening.

(*) Als gevolg van zijn integratie in de consolidatie in overeenstemming met sectie 325 van de Duitse handelswetgeving, is Umicore AG & Co. KG volgens artikel 264b van de Duitse handelswetgeving vrijgesteld van de opstelling van geconsolideerde jaarrekeningen.

F6 Waardering vreemde deviezen

Met betrekking tot de belangrijkste gangbare deviezen gebruikt door de geconsolideerde entiteiten en participaties van de Groep zijn de gebruikte koersen voor de omzetting naar de munt waarin de Groep haar financieel verslag opstelt (euro) de hiernavolgende. Alle dochterondernemingen, geassocieerde ondernemingen en joint ventures hebben als functionele waarderingsmunt, de munt van het land waarin zij actief zijn, uitgezonderd voor Element Six Abrasives (Ierland) die de Amerikaanse dollar gebruikt.

Slotkoers Gemiddelde koers
2011 2012 2011 2012
Amerikaanse dollar USD 1,294 1,319 1,392 1,285
Britse pond GBP 0,835 0,816 0,868 0,811
Canadese dollar CAD 1,322 1,314 1,376 1,284
Zwitserse frank CHF 1,216 1,207 1,233 1,205
Japanse yen JPY 100,200 113,610 110,959 102,492
Braziliaanse real BRL 2,427 2,696 2,331 2,511
Zuid-Afrikaanse rand ZAR 10,483 11,173 10,097 10,551
Chinese yuan CNY 8,159 8,221 8,996 8,105
Zuid-Koreaanse won (100) KRW 14,987 14,062 15,412 14,477

F7 Segmentinformatie

INFORMATIE 2012 PER BUSINESS GROUP

(EUR duizend)
Perfor Corporate &
Energy mance Niet toege
Toelichting Catalysis Materials Materials Recycling wezen Eliminaties Totaal
Totale omzet 1.931.964 729.258 1.618.439 11.649.330 25.887 -1.473.939 14.480.939
Externe omzet 1.896.115 722.725 1.497.359 10.338.853 25.887 14.480.939
Omzet tussen segmenten 35.850 6.533 121.080 1.310.477 0 -1.473.939 0
Totale inkomsten (zonder
metaal) 814.241 358.158 519.437 636.769 0 -10.182 2.318.423
Externe inkomsten 813.441 358.158 519.437 627.389 0 -2 2.318.423
Inkomsten tussen segmenten 800 0 0 9.380 0 -10.180 0
Bedrijfsresultaat F9 89.915 27.824 48.376 274.266 -35.160 405.221
Recurrent bedrijfsresultaat 83.709 34.716 53.587 267.170 -46.055 393.127
Niet-recurrent bedrijfsresultaat -1.206 -6.377 -10.616 1.286 10.895 -6.018
IAS 39-effect op bedrijfsresultaat 7.412 -515 5.405 5.810 0 18.112
Ondernemingen op
genomen volgens de F9 6.851 6.331 16.757 0 -2.502 27.437
vermogensmutatiemethode
Recurrent 5.743 6.331 13.367 0 -2.502 22.939
Niet-recurrent -46 0 7.086 0 0 7.040
IAS 39-effect 1.154 0 -3.696 0 0 -2.542
EBIT F9 96.766 34.155 65.133 274.266 -37.662 432.658
Recurrente EBIT 89.452 41.047 66.954 267.170 -48.557 416.066
Niet-recurrente EBIT -1.252 -6.377 -3.530 1.286 10.895 1.022
IAS 39-effect op EBIT 8.566 -515 1.709 5.810 0 15.570
Afschrijvingen F9 29.958 26.617 26.842 43.538 10.096 137.051
EBITDA F9 126.724 60.772 91.975 317.804 -27.566 569.709
Recurrente EBITDA 119.410 67.664 93.643 310.708 -38.461 552.964
Geconsolideerd totaal der activa 1.166.204 735.586 876.641 1.115.423 404.680 -585.374 3.713.160
Segmentactiva 1.117.921 702.959 743.061 1.115.423 400.248 -585.374 3.494.237
Investeringen in geassocieerde
ondernemingen 48.283 32.627 133.580 0 4.432 0 218.923
Geconsolideerd totaal der
passiva 399.262 277.259 315.363 791.025 2.515.625 -585.374 3.713.160
Aangewend kapitaal op
31/12 van voorgaand jaar F31 640.291 390.119 612.518 421.017 117.843 2.181.788
Aangewend kapitaal op
30/06 F31 733.164 436.614 615.471 394.851 110.535 2.290.635
Aangewend kapitaal op
31/12 F31 768.242 457.434 571.967 321.426 49.754 2.168.823
Gemiddeld aangewend
kapitaal in eerste semester F31 686.728 413.367 613.995 407.934 114.189 2.236.212
Gemiddeld aangewend
kapitaal in tweede F31 750.703 447.024 593.719 358.139 80.145 2.229.729
semester
Gemiddeld aangewend kapitaal
in het jaar F31 718.715 430.195 603.857 383.036 97.167 2.232.970
ROCE F31 12,45% 9,54% 11,09% 69,75% -49,97% 18,63%
Investeringen F34 49.469 67.571 31.559 55.743 8.232 212.574
Totaal O&O F9 87.167 17.938 22.450 15.372 19.989 162.916
O&O opgenomen in bedrijfskosten F9 68.767 14.731 15.010 14.672 17.606 130.786
O&O opgenomen in resul
taat van ondernemingen
opgenomen volgens de 5.838 0 7.440 0 2.383 15.661
vermogensmutatiemethode
O&O gekapitaliseerd in immateriële
vase activa F34 12.562 3.207 0 700 0 16.469

INFORMATIE 2012 PER BUSINESS GROUP

(EUR duizend)
Corporate &
Energy Performance Niet toege
Toelichting Catalysis Materials Materials Recycling wezen Eliminaties Totaal
Totale omzet per segment 1.871.884 763.694 1.508.441 9.589.561 28.797 -1.214.361 12.548.014
Externe omzet 1.845.081 757.176 1.348.793 8.568.167 28.797 12.548.014
Omzet tussen
segmenten
26.802 6.518 159.648 1.021.393 -1.214.361 0
Totale inkomsten (zonder
metaal)
866.147 366.413 523.248 681.257 -9.500 2.427.565
Externe inkomsten 865.347 366.413 523.248 672.557 2.427.565
Inkomsten tussen segmenten 800 8.700 -9.500 0
Bedrijfsresultaat F9 73.980 -15.505 46.517 251.791 -50.403 306.379
Recurrent bedrijfsresultaat 80.410 13.994 44.580 258.775 -47.905 349.854
Niet-recurrent bedrijfsresultaat -5.704 -29.975 1.223 -7.859 -2.498 -44.813
IAS 39-effect op bedrijfsresultaat -726 476 714 875 0 1.339
Ondernemingen op
genomen volgens de
vermogensmutatiemethode
F9 9.850 4.202 10.600 -2.433 22.219
Recurrent 10.546 4.202 9.930 -2.435 22.243
Niet-recurrent -8 -1.834 1 -1.841
IAS 39-effect -688 2.504 1 1.817
EBIT F9 83.830 -11.303 57.117 251.791 -52.836 328.599
Recurrente EBIT 90.956 18.196 54.510 258.775 -50.340 372.097
Niet-recurrente EBIT -5.712 -29.975 -611 -7.859 -2.497 -46.654
IAS 39-effect op EBIT -1.414 476 3.218 875 1 3.156
Afschrijvingen F9 33.442 32.378 28.431 47.398 10.310 151.959
EBITDA F9 117.272 21.075 85.548 299.189 -42.526 0 480.558
Recurrente EBITDA 124.398 50.574 82.941 306.173 -40.030 0 524.056
Geconsolideerd totaal der
activa 1.201.072 765.669 802.992 945.081 441.704 -488.619 3.667.899
Segmentactiva 1.153.830 731.683 677.105 945.081 429.896 -488.619 3.448.976
Investeringen in geassocieerde
ondernemingen
47.242 33.986 125.887 11.808 218.923
Geconsolideerd totaal der 415.472 285.383 244.936 616.138 2.594.588 -488.619 3.667.899
passiva
Aangewend kapitaal op 31/12
van voorgaand jaar
F31 768.242 457.434 571.967 321.426 49.754 2.168.823
Aangewend kapitaal op 30/06 F31 813.419 483.506 602.240 264.060 71.636 2.234.861
Aangewend kapitaal op 31/12 F31 795.496 476.273 572.949 327.338 87.341 2.259.397
Gemiddeld aangewend kapitaal
in eerste semester
F31 790.831 470.470 587.104 292.743 60.695 2.201.842
Gemiddeld aangewend kapitaal
in tweede semester
F31 804.458 479.890 587.595 295.699 79.489 2.247.129
Gemiddeld aangewend kapi
taal in het jaar
F31 797.644 475.180 587.349 294.221 70.092 2.224.486
ROCE F31 11,40% 3,83% 9,28% 87,95% -71,82% 16,73%
Investeringen F34 88.787 57.378 29.328 67.785 10.340 253.618
Totaal O&O F9 99.241 17.267 23.950 20.328 21.321 0 182.107
O&O opgenomen in
bedrijfskosten
F9 79.995 12.564 15.498 20.328 19.468 147.853
O&O opgenomen in resul
taat van ondernemingen
opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode
6.131 105 8.452 1.853 16.541
O&O gekapitaliseerd in imma
teriële vase activa
F34 13.115 4.598 17.713

INFORMATIE 2011 PER GEOGRAFISCH GEBIED

(EUR duizend)
waarvan Azië/ Noord Zuid
Toelichting Europa Belgïe Oceanië Amerika Amerika Afrika Totaal
Totale omzet per segment 11.014.765 473.427 1.034.153 1.685.034 474.021 272.966 14.480.939
Vlottende activa 871.718 474.446 230.238 101.700 61.667 15.498 1.280.821
Investeringen F34 124.897 72.056 52.069 17.782 14.858 2.968 212.574

INFORMATIE 2012 PER GEOGRAFISCH GEBIED

(EUR duizend)
waarvan Azië/ Noord Zuid
Toelichting Europa Belgïe Oceanië Amerika Amerika Afrika Totaal
Totale omzet per segment 9.463.047 332.547 1.170.643 1.282.130 424.937 207.257 12.548.014
Vlottende activa 948.379 541.625 255.944 106.141 19.193 14.095 1.343.752
Investeringen F34 156.033 82.897 63.167 21.992 11.656 770 253.618

De segmentinformatie wordt voorgesteld volgens de industriële activiteiten waarin de Groep actief is zoals hieronder beschreven.

De resultaten, activa en passiva van de segmenten omvatten elementen die direct toewijsbaar zijn alsook elementen die redelijkerwijs aan een segment kunnen worden toegewezen.

De prijszetting van verkopen tussen segmenten is gebaseerd op een transferprijs volgens het 'arm's length'-principe. Bij gebrek aan relevante marktprijsreferenties worden 'cost plus'- mechanismen gebruikt. Intragroep transacties worden mee opgenomen in omzet en opbrengsten van elk segment. Deze hebben vooral te maken met recyclagediensten en -verkopen van geraffineerd metaal aan andere groepssegmenten en zijn van belang om de prestaties van de betrokken segmenten correct in te schatten. Omdat deze transacties niet als externe verrichtingen kunnen beschouwd worden, worden ze op Groepsniveau geëlimineerd, om zodoende een nettocijfer weer te geven.

Segmenten

De Groep is georganiseerd in de volgende segmenten voor rapportering:

Catalysis

Het segment bestaat uit de business units Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry. Hun activiteiten richten zich op de ontwikkeling en productie van katalysatorformuleringen en -systemen die worden gebruikt om de uitstoot van verbrandingsmotoren te verminderen, evenals in chemische en life science toepassingen. Dit segment omvat de joint ventures Ordeg, ICT USA voor 9 maanden en ICT Japan, dat in liquidatie is, dit ten gevolge van de wijziging in de joint venture overeenkomst zoals uitgelegd in toelichting F8.

Energy Materials

Het segment bestaat uit de business units Cobalt & Specialty Materials, Electro-Optic Materials, Rechargeable Battery Materials en Thin Film Products. Deze units ontwikkelen en produceren materialen die vooral gebruikt worden in energie-opslag (oplaadbare batterijen) en de productie van groene energie. Het raffineren van metalen gebruikt in deze toepassingen en afkomstig uit secundaire bronnen behoort ook tot de activiteiten van deze eenheden. Dit segment omvat de geassocieerde ondernemingen beLife, beLife intermediates, Ganzhou Yi Hao Umicore Industries, Jiangmen Chancsun Umicore Industry en Todini.

Performance Materials

Het segment bestaat uit de business units Building Products, Electroplating, Platinum Engineered Materials, Technical Materials en Zinc Chemicals. Deze units ontwikkelen en produceren functionele materialen die voornamelijk worden gebruikt in decoratieve, elektronische, elektrische, hoogzuiver glas en bouwtoepassingen. De Zinc Chemicals business unit recycleert ook secundaire zinkproducten om in een deel van haar bevoorrading te voorzien. Het segment omvat ook Umicore's deelneming in Element Six Abrasives Rezinal en Ieqsa.

Recycling

Het segment bestaat uit de business units Precious Metals Refining, Jewellery & Industrial Metals, Precious Metals Management en Battery Recycling. Hun activiteiten richten zich op de recyclage van producten die het einde van hun levenscyclus bereikt hebben en de raffinage van industriële afvalstromen die edele en speciale metalen bevatten.

Corporate

Corporate omvat de corporate activiteiten, gedeelde operationele diensten en de gecentraliseerde activiteiten in onderzoek en ontwikkeling en in de innovatie activiteiten. Deze bevatten ook het ontwikkelingsprogramma voor brandstofcellen, met ondermeer de joint ventures Solvicore GmbH en Solvicore Management GmbH.

Deze toelichting refereert enkel naar voortgezette activiteiten, met uitzondering van de balanscijfers. In de secundaire segmentinformatie worden voor de vaste activa de langetermijninvesteringen, de langetermijnleningen, de langetermijnvorderingen, uitgestelde belastingactiva en de activa voor personeelsvoordelen niet opgenomen, conform IFRS 8. De prestaties van de segmenten wordt geëvalueerd door het hoogste operationele beslissingsorgaan waarbij de evaluatie voornamelijk gebeurt op basis van de recurrente EBIT/operationeel resultaat. Zoals afgeleid kan worden uit bovenstaande tabel, wordt het verschil tussen het recurrente operationeel resultaat en de totale operationeel resultaat in de resultatenrekening verklaard door het niet-recurrente operationeel resultaat en de IFRS 39- effecten waarvoor de definities worden weergeven in de toelichting.

Geassocieerde ondernemingen zijn toegewezen aan de segmenten waarbij zij vanuit een marktperspectief het nauwst aansluiten.

F8 Bedrijfsacquisities

(EUR duizend)
Toelichting Reële waarde
Vaste activa 8.243
Vlottende activa 110.719
Schulden op meer dan één jaar 0
Schulden op ten hoogste één jaar 99.807
Netto verworven activa 19.155
Aandeel van de Groep in de netto verworven activa 11.493
Goodwill
F15
994
Aandeel van derden in de netto verworven activa
F15
7.662
Aankoopprijs -12.487
Aandeel van derden in de aankoopprijs -8.324
Netto verworven kas en kasequivalenten 9.631
Netto bestede kasmiddelen voor dochterondernemingen -11.180

Als gevolg van een wijziging in de samenwerkingsovereenkomst met Nippon Shokubai, heeft Umicore haar aandeel in de joint venture verhoogd van 50 naar 60%. Hierbij werd de partiële goodwill- methode toegepast.

De joint venture Umicore-Shokubai legt zich toe op de het aanbieden van autokatalysatorsystemen aan Japanse producenten van personenwagen en zware dieselvoertuigen over heel de wereld. Het productie- en O&O-centrum van Umicore-Shokubai is in Himeji in Japan gevestigd. Het verdeelt zijn technologie wereldwijd aan Japanse klanten door gebruik te maken van de productie en commerciële infrastructuur van Umicore in Noord- en Zuid-Amerika, Europa en China.

De joint venture zal bouwen op de reputatie van Nippon Shokubai als gevestigde en gerespecteerde Japanse maatschappij met een internationale reikwijdte en op haar gevestigde relaties met Japanse producenten.

De subgroep Umicore-Shokubai genereeerde een nettoverlies van EUR 982 duizend in het laatste kwartaal van 2012. Dit verlies werd in belangrijke mate veroorzaakt door de aanpassing naar waardering aan reële waarde van de commerciële beginvoorraad ten belope van EUR 1.159 duizend tijdens aankoopprijsallocatie.

De subgroep noteerde voor EUR 64 miljoen aan verkopen in het laatste kwartaal van 2012.

F9 Bedrijfsresultaat

Umicore Jaarverslag 2012
F9 Bedrijfsresultaat
BEDRIJFSOPBRENGSTEN EN -KOSTEN (EUR duizend)
2011 2012
Verkopen 14.420.854 12.476.292
Diensten
Omzet (1)
60.085
14.480.939
71.722
12.548.014
Andere bedrijfsopbrengsten (2) 56.902 62.670
BEDRIJFSOPBRENGSTEN 14.537.841 12.610.684
Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (3) -12.902.623 -10.996.184
Bezoldigingen en personeelsvoordelen -672.049 -717.025
Afschrijvingen op vaste activa -137.051 -151.959
Waardeverinderingen op vaste activa -8.705 -29.856
Voorraden en voorziening voor dubieuze debiteuren -19.508 119
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen (4) -165.264 -181.696
Diensten en uitbestede raffinage en productiekosten -376.287 -396.188
Royalties, licenties, consultancy en commissies -24.009 -24.314
Andere bedrijfskosten -6.370 -3.230
Toevoegingen / Afname aan voorzieningen
Besteding van voorzieningen
-16.749
21.470
-2.980
20.269
Minwaarden bij de realisatie van activa -919 -3.945
Andere bedrijfskosten (5) -402.864 -410.388
BEDRIJFSKOSTEN -14.142.800 -12.305.293
1) Diensten omvatten voornamelijk inkomsten uit maaklooncontracten.
2) Andere bedrijfsopbrengsten bevatten voornamelijk de herfacturatie van kosten aan derden (EUR 30,5 miljoen), operationele subsidies (EUR 4,7 miljoen),
royalties en licentievergoedingen voor EUR 4,2 miljoen, EUR 4,7 miljoen die voortkomen uit emmissierechten, EUR 2,5 miljoen van uitkeringen in verzeke
ringsdossiers en EUR 1,4 miljoen van gerecupereerde belastingen.
3) Verbruikte grondstoffen en hulpstoffen omvatten water, gas en electriciteit voor EUR 80,8 miljoen in 2012 (EUR 82,6 miljoen in 2011).
4) De in het resultaat opgenomen afwaarderingen van de vaste activa werden naar het niet-recurrente resultaat getransfereerd. Deze zijn hoofdzakelijk het
gevolg van aanpassingen aan de productiecapaciteit.
5) Belastingen, andere dan inkomensbelastingen die zijn inbegrepen in de andere bedrijfskosten bedragen EUR 16 miljoen.
O&O-UITGAVEN (EUR duizend)
Toelichting 2011 2012
O&O opgenomen in 'andere bedrijfskosten' 130.786 147.853
O&O opgenomen in resultaat van ondernemingen opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode
15.661 16.541
O&O gekapitaliseerd in immateriële vase activa F14 16.469 17.713
Totale O&O-uitgaven 162.916 182.107
O&O-UITGAVEN (EUR duizend)
Toelichting 2011 2012
O&O opgenomen in 'andere bedrijfskosten' 130.786 147.853
O&O opgenomen in resultaat van ondernemingen opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode
15.661 16.541
O&O gekapitaliseerd in immateriële vase activa F14 16.469 17.713

De totale uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling beliepen EUR 182,1 miljoen, een toename met 12% in vergelijking met 2011 (EUR 162,9 miljoen in 2011), waarvan EUR 165,6 miljoen in de volledig geconsolideerde filialen (EUR 147,3 in 2011). Het deel van de rechtstreeks in overige operationele kosten opgenomen O&O-inspanningen beloopt EUR 147,9 miljoen. Er werden voor EUR 178 miljoen ontwikkelingskosten geactiveerd. Gedurende de voorbije twee jaar heeft Umicore de binnen de groep gehanteerde definitie voor onderzoek en ontwikkeling gealigneerd met de internationaal erkende Frascati-richtlijn. De cijfers voor 2011 en voor de eerste helft van 2012 werden in die zin herwerkt.

NIET-RECURRENTE ELEMENTEN EN IAS 39- IMPACT OPGENOMEN IN HET RESULTAAT (EUR duizend)

2011 2012
Niet IAS 39- Niet IAS 39-
Toelichting Totaal Recurrent recurrent impact Totaal Recurrent recurrent impact
Omzet 14.480.939 14.480.939 0 0 12.548.014 12.548.014
Andere bedrijfsopbrengsten 56.902 52.107 4.256 539 62.670 61.071 1.861 -262
Bedrijfsopbrengsten 14.537.841 14.533.046 4.256 539 12.610.685 12.609.086 1.861 -262
Handelsgoederen, grond- en
hulpstoffen
-12.902.624 -12.933.016 0 30.392 -10.996.184 -10.985.023 -3.116 -8.045
Bezoldigingen en
personeelsvoordelen
-672.049 -670.522 -1.527 0 -717.025 -711.950 -5.074 0
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen
-165.264 -143.410 -15.287 -6.567 -181.696 -160.775 -24.986 4.065
waarvan afschrijvingen -137.051 -136.898 -153 0 -151.959 -151.959
Andere bedrijfskosten -402.863 -393.877 -2.733 -6.253 -410.388 -402.471 -13.497 5.580
Bedrijfskosten -14.142.799 -14.140.824 -19.548 17.572 -12.305.293 -12.260.220 -46.674 1.600
Opbrengsten van andere
financiële activa
10.178 904 9.274 0 988 988
Bedrijfsresultaat 405.220 393.127 -6.018 18.112 306.379 349.854 -44.813 1.339
Nettobijdrage van de
ondernemingen op
genomen volgens de
vermogensmutatiemethode
27.436 22.939 7.040 -2.542 22.218 22.243 -1.841 1.817
EBIT 432.656 416.065 1.022 15.570 328.598 372.097 -46.654 3.155
EBITDA 569.709 552.963 1.175 15.570 480.556 524.055 -46.654 3.155
Financiële kost
F11
-22.437 -29.839 7.401 0 -31.004 -23.388 0 -7.616
Belastingen op het resultaat
F13
-76.006 -72.386 -7.617 3.997 -59.688 -67.325 5.418 2.219
Nettoresultaat 334.212 313.841 806 19.567 237.906 281.383 -41.237 -2.242
waarvan
minderheidsbelangen
9.262 9.275 83 -95 4.461 6.148 -1.733 46
waarvan aandeel van de
Groep
324.950 304.565 15.271 5.114 233.444 275.235 -39.504 -2.288

De niet-recurrente elementen hadden een negatief effect op het resultaat ten belope van EUR 47 miljoen. Deze zijn hoofdzakelijk het gevolg van aanpassingen aan de productiecapaciteit en de personeelsreducties die daarmee samengingen (EUR 42 miljoen). Het grootste deel van dit bedrag houdt verband met Energy Materials, in het bijzonder met de reactie op een zwakkere markt voor fotovoltaïsche toepassingen. De productieafdeling voor AZO-targets in Thin Film Products werd gesloten en de capaciteit voor de productie van germaniumsubstraten werd gereduceerd. In dit totaal is ook het effect begrepen van de consolidatie op één site van de germaniumproducten voor optische toepassingen, zoals eerder werd aangekondigd. Capaciteitsaanpassingen in de andere segmenten omvatten de sluiting van een fabriek voor de recyclage van producten uit de juwelenindustrie in Foshan in China, en de capaciteitsaanpassing van Element Six Abrasives en de personeelsreducties van Automotive Catalysts, beide in Zuid-Afrika.

Umicore heeft ook bijkomende provisies geboekt ten belope van EUR 2 miljoen voor het bodemsaneringsproject dat op dit moment wordt uitgevoerd in Viviez in Frankrijk, en voor herwaardering ten gevolge van lagere metaalkoersen van permanente voorraden voor een bedrag van EUR 3 miljoen. Het effect van de niet recurrente lasten op het nettoresultaat (aandeel van de Groep) bedraagt EUR 40 miljoen.

De IAS 39-boekhoudregels hadden een positief effect van EUR 3 miljoen op EBIT, en een negatief effect van EUR 2 miljoen op het nettoresultaat (aandeel van de Groep). Dit bedrag heeft te maken met tijdsverschillen in het boeken van opbrengsten, zoals opgelegd door IFRS, die vooral op de transactionele en structurele indekking van deviezen en metalen betrekking hebben. Alle IAS 39-effecten hebben inherent geen impact op kasstromen.

F10 Bezoldigingen en aanverwante voordelen

BEZOLDIGINGEN EN AANVERWANTE VOORDELEN (EUR duizend)
2011 2012
Bezoldigingen en directe personeelsvoordelen -491.798 -524.350
Overige personeelskosten -26.941 -25.783
Tijdelijk personeel -13.113 -10.435
Op aandelen gebaseerde vergoedingen -8.342 -5.325
Bezoldigingen -540.194 -565.893
Werknemersbijdragen -105.663 -112.743
Bijdragen aan 'te bereiken doel'-plannen -15.666 -14.438
Bijdragen tot pensioenplannen met een vaste bijdrage -15.104 -13.696
Vrijwillige bijdragen van de werkgever - andere -2.972 -5.526
Pensioenen rechtstreeks uitgekeerd aan begunstigden -5.105 -5.000
Voorzieningen voor personeelsvoordelen (- toevoegingen / + bestedingen en terugnemingen) 12.655 272
Pensioenen en andere personeelsvorrdelen -26.192 -38.388
BEZOLDIGINGEN EN AANVERWANTE VOORDELEN -672.049 -717.025

GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND IN DE INTEGRAAL GECONSOLIDEERDE DOCHTERONDERNEMINGEN

2011 2012
Kaderleden 1.789 1.872
Niet-kaderleden 8.072 8.409
Totaal 9.861 10.281
Umicore Jaarverslag 2012
F10 Bezoldigingen en aanverwante voordelen
BEZOLDIGINGEN EN AANVERWANTE VOORDELEN (EUR duizend)
2011 2012
Bezoldigingen en directe personeelsvoordelen -491.798 -524.350
Overige personeelskosten -26.941 -25.783
Tijdelijk personeel -13.113 -10.435
Op aandelen gebaseerde vergoedingen -8.342 -5.325
Bezoldigingen
Werknemersbijdragen
-540.194
-105.663
-565.893
-112.743
Bijdragen aan 'te bereiken doel'-plannen -15.666 -14.438
Bijdragen tot pensioenplannen met een vaste bijdrage -15.104 -13.696
Vrijwillige bijdragen van de werkgever - andere -2.972 -5.526
Pensioenen rechtstreeks uitgekeerd aan begunstigden -5.105 -5.000
Voorzieningen voor personeelsvoordelen (- toevoegingen / + bestedingen en terugnemingen) 12.655 272
Pensioenen en andere personeelsvorrdelen -26.192 -38.388
BEZOLDIGINGEN EN AANVERWANTE VOORDELEN -672.049 -717.025
GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND IN DE INTEGRAAL GECONSOLIDEERDE DOCHTERONDERNEMINGEN
2011 2012
Kaderleden 1.789 1.872
Niet-kaderleden
Totaal
8.072 8.409
9.861 10.281
OP AANDELEN GEBASEERDE VERGOEDINGEN (EUR duizend)
Toelichting 2011 2012
Aantal toegekende aandelenopties
F28
677.375 603.375
Waarderingsmodel Present Economic Value
Veronderstelde volatiliteit (% pa) 30,00 30,00
Risicovrije interestvoet (% pa) 3,80 1,40
Verhoging dividend (% pa) 0,10 0,10
Vertrekkans voor het verwerven van recht op uitoefening (%pa) NA NA
Vertrekkans na het verwerven van recht op uitoefening (% pa) 5,00 10,00
Minimale winstdrempel (% pa) 50,00 30,00
Populatiedeel dat uitoefent bij het overschrijden van de minimale winstdrempel 30,00 100,00
Reële waarde per toegekend instrument op toekenningsdatum (EUR) 11,08 7,36
Totale reële waarde van de toegekende opties
2.700 aandelen aan 36,32 EUR
7.506
98
4.439
13.500 aandelen aan 37,966 EUR 513
3.000 aandelen aan 37,95 EUR 114
3.000 aandelen aan 37,27 EUR 112
2.700 aandelen aan 37,51 EUR 101
21.750 aandelen aan 36,07 EUR
Totaal reële waarde van de toegekende aandelen
837 785
886

De Groep heeft gedurende het lopende jaar een last van EUR 5.325 duizend op aandelen gebaseerde vergoedingen erkend.

Het deel van deze onkosten met betrekking tot aandelenoptieplannen is berekend door een externe actuaris, die gebruik maakt van het 'Present Economic Value'-model dat rekening houdt met alle kenmerkende elementen van het aandelenoptieplan en de volatiliteit van het onderliggende aandeel. De volatiliteit is berekend op basis van de historische volatiliteit van de aandeelhoudersvergoeding gespreid over verschillende gemiddelde periodes en verschillende voorwaarden. Er zijn geen andere marktomstandigheden meegenomen in de basis voor de berekening van de reële marktwaarde.

Het deel vrije aandelen in de kost wordt gewaardeerd aan de marktprijs van de aandelen op de dag van de toekenning. In 2012 werden aandelen aan het topmanagement toegekend, wat resulteerde in een last van EUR 886 duizend.

De kortingen welke de autoriteiten aan Umicore België toekennen op de bijdragen voor sociale zekerheid, die betrekking hebben op premies voor ploegwerk, overuren en O&O, worden vanaf het jaar 2011 opgenomen in de globale kost van sociale zekerheidsbijdragen onder deze toelichting.

F11 Netto financiële kost

(EUR duizend)
2011 2012
Interestbaten
4.646
2.903
Interestlasten
-20.658
-9.006
Actualisatie van voorzieningen
-9.811
-10.937
Wisselkoersverliezen en -winsten
7.443
-10.345
Andere financiële baten
479
385
Andere financiële lasten
-4.536
-4.004
Totaal
-22.438
-31.004

De netto-interestlasten in 2012 bedroegen EUR 6.103 duizend. Dit is een daling in vergelijking met de EUR 16.012 duizend in 2011, vooral omwille van de dalende gewogen gemiddelde rentevoet.

De actualisatie van voorzieningen op meer dan één jaar heeft voornamelijk betrekking op personeelsvoordelen en in mindere mate op voorzieningen voor leefmilieu. De omvang van dit bedrag wordt beïnvloed door de huidige waarde van de verplichtingen. De verdisconteringvoet, de uitbetaling en de toevoeging van nieuwe verplichtingen op meer dan één jaar beïnvloeden op hun beurt deze huidige waarde. De meeste van die actualisatieresultaten in 2012 zijn geboekt in België, Duitsland en Frankrijk.

Wisselkoersresultaten omvatten de gerealiseerde wisselkoersresultaten en de niet-gerealiseerde omrekeningsverschillen op monetaire activa en passiva ten opzichte van de slotkoers van het boekjaar. Deze omvatten ook de reële waardewinsten en -verliezen van overige financiële instrumenten (zie toelichting F33).

Andere financiële kosten betreffen toegestane betalingskortingen, bankkosten en andere financiële bijdragen.

F12 Opbrengsten van andere financiële activa

(EUR duizend)
2011 2012
Meerwaarden en minwaarden op de verkoop van financiële participaties 9.266 -499
Ontvangen dividenden 841 913
Interesten van financiële activa 13 43
Bijzondere waardeverminderingen op financiële participaties 58 531
Totaal 10.178 988

F13 Belastingen

Umicore Jaarverslag 2012
F13 Belastingen
(EUR duizend)
2011 2012
INKOMSTENBELASTING
Opgenomen in de resultatenrekening
Belastingen op het resultaat -72.759 -58.734
Uitgestelde belastingkost (opbrengst) -3.247 -954
Totale belastingen -76.006 -59.688
VERBAND TUSSEN DE BELASTINGSKOST (OPBRENGST) EN HET BOEKHOUDKUNDIG RESULTAAT
Bedrijfsresultaat 405.220 306.379
Netto financiële kosten -22.438 -31.004
Resultaat voor belasting van volledige geconsolideerde participaties 382.783 275.375
Gewogen gemiddelde theoretische belastingsvoet (%) -30,34 -29,86
Belastingen berekend aan de gewogen gemiddelde theoretische belastingsvoet -116.122 -82.214
Aanpassingen
Verworpen uitgaven -15.359 -12.917
Vrijgestelde inkomsten 8.039 1.371
Vrijgestelde dividenden van geconsolideerde en geassocieerde ondernemingen -3.250 -1.116
Winsten en verliezen belast tegen verlaagd tarief 0
Fiscale aftrekbare stimuli 33.432 31.956
Belastingen berekend op andere basis -1.845 -1.100
Aanwending van voordien niet geboekte fiscale verliezen 27.001 32.769
Waardevermindering van fiscale uitgestelde activa -8.755 -15.376
Verandering in toepasbare aanslagvoet 559 -65
Fiscale vrijstellingen 3.221 1.404
Andere belastingkredieten (met uitzondering van de kredieten m.b.t. onderzoek & ontwikkeling) 49 230
Niet imputeerbare buitenlandse voorheffingen -2.708 -6.831
Correcties met betrekking tot voorgaand boekjaar 954 -1.363
Diverse -1.224 -6.436
Belastingskost voor het jaar aan het werkelijke belastingstarief -76.006 -59.688

De theoretische gewogen gemiddelde aanslagvoet van de Groep is licht geëvolueerd van 30,34% in 2011 naar 29,86% in 2012.

De invloed van de niet-recurrente uitgestelde belastingen en van de uitgestelde belastingen op de IAS 39-impact buiten beschouwing gelaten, bedroeg het effectieve recurrente belastingtarief voor 2012 20,6%. Dit is lichtjes hoger dan in 2011 omwille van verschuivingen in de geographische verdeling van de resultaten. Dit effectief tarief is beinvloed door het positieve netto-effect van de belastingsactiva.

F14 Immateriële vaste activa (uitgezonderd goodwill)

(EUR duizend) Geactiveerde ontwikkelingskosten Concessies, octrooien, licenties, enz. Software CO2 emissie rechten Andere immateriele vaste activa Totaal Begin van het vorige boekjaar Brutowaarde 23.842 11.016 89.957 6.240 25.154 156.210 Gecumuleerde afschrijvingen -425 -9.981 -68.326 0 -5.469 -84.202 Nettoboekwaarde begin van het vorige boekjaar 23.418 1.035 21.631 6.240 19.684 72.007 . Toevoegingen 16.469 1.936 3.340 0 2.810 24.556 . Afschrijvingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -2.139 -207 -8.784 -163 -11.293 . Geboekte bijzondere waardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -253 -3.842 -4.095 . Emissierechten 1.845 1.845 . Omrekeningsverschillen 353 90 -100 -13 330 . Andere wijzigingen 1.107 20.266 759 -20.399 1.732 Per einde van het vorige boekjaar 39.208 2.852 36.092 5.003 1.919 85.074 Brutowaarde 41.793 12.899 112.930 8.845 7.504 183.971 Gecumuleerde afschrijvingen -2.585 -10.047 -76.838 -3.842 -5.586 -98.898 Nettoboekwaarde begin van het boekjaar 39.208 2.852 36.092 5.003 1.919 85.074 Aankoop door bedrijfsacquisities 2 2 5 . Toevoegingen 17.414 19 1.506 6.748 25.688 . Verkopen -640 -17 0 -2.257 -2.914 . Afschrijvingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -5.585 -331 -8.557 -104 -14.577 . Geboekte bijzondere waardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -401 -1.899 -2.300 . Terugneming van geboekte bijzondere waardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') 25 321 346 . Emissierechten 2.419 2.419 . Omrekeningsverschillen -229 -21 -376 -11 -636 . Andere wijzigingen 640 9.222 -1.408 8.453 Per einde van het boekjaar 50.407 2.521 37.898 5.843 4.887 101.557 Brutowaarde 58.959 12.889 122.068 9.522 10.568 214.006 Gecumuleerde afschrijvingen -8.552 -10.368 -84.169 -3.679 -5.684 -112.452 Nettoboekwaarde 50.407 2.521 37.898 5.843 4.884 101.554

De lijn 'Toevoegingen' bevat voor het grootste deel geactiveerde kosten voor de ontwikkeling van nieuwe informaticasystemen en geactiveerde interne ontwikkelingskosten. EUR 18,3 miljoen is gerealiseerd door eigen productie. Hiervan zijn EUR 17,1 miljoen ontwikkelingskosten en EUR 1,2 miljoen informaticasystemen.

De lijn 'overige bewegingen' omvat vooral de overdrachten tussen materiële activa in aanbouw en immateriële activa.

Er zijn geen hypotheken of beperkingen op de eigendom van de immateriële vaste activa dan deze vermeld in toelichting F35.

F15 Goodwill

Umicore Jaarverslag 2012
F15 Goodwill
(EUR duizend)
Nettoboekwaarde per einde van het vorige boekjaar 31/12/2011 31/12/2012
Brutowaarde 99.991 100.273
Gecumuleerde afschrijvingen -2.502 -2.044
Nettoboekwaarde begin van het boekjaar 97.489 98.229
Aankoop door bedrijfsacquisities 993
. Omrekeningsverschillen 740 127
. Andere wijzigingen
Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar 98.229 99.348
Brutowaarde 100.273 101.353
Gecumuleerde afschrijvingen -2.044 -2.005
Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar 98.229 99.348
Deze tabel bevat enkel de goodwill gerelateerd aan integraal geconsolideerde ondernemingen. De goodwill met betrekking tot ondernemingen opgenomen
volgens de vermogensmutatiemethode wordt besproken in toelichting F17.
De wijziging van de periode houdt verband met de nieuwe goodwill die geboekt werd in de entiteiten van de Umicore-Shokubai subgroep (uitgelegd in
toelichting F8) en aan wisselkoersverschillen.
De goodwill werd als volgt aan de segmenten toegewezen:
(EUR duizend)
Energy Performance
Catalysis Materials Materials Recycling Totaal
31/12/2011 36.335 27.672 15.807 18.415 98.229
31/12/2012 37.238 27.650 16.038 18.421 99.348
(EUR duizend)
Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Totaal
31/12/2011 36.335 27.672 15.807 18.415 98.229

Jaarlijks wordt door het management geverifieerd of de goodwill aan enige waardevermindering is blootgesteld, in overeenstemming met de waarderingsregels in toelichting F2. De recupereerbare waarde van de kasstroomgenererende entiteiten waaraan goodwill werd toegekend, werd bepaald met een berekening van de waarde-in-gebruik gebaseerd op een 'discounted cash-flow'-model en vertrekkende van de operationele plannen van de Groep die vijf jaar vooruit kijken. Voor macro-economische parameters zoals deviezen- en metaalkoersen worden in deze test de op dat ogenblik geldende marktvoorwaarden gehanteerd. Het in 2012 opgestelde model was gebaseerd op een gemiddelde aanslagvoet van 25% (ook 25% in 2011) voor de inkomstenbelasting en een gemiddelde gewogen kapitaalkost na belastingen van 8,5% (zoals in 2011). Deze ratio's sluiten aan bij de verwachtingen van de evolutie van de effectieve belastingvoet en de kapitaalstructuur van de Groep. De terminale waarde in het discounted cash-flow model is gebaseerd op een perpetuele groei van gemiddeld 2% (zoals in 2011). De inflatie percentages zijn gebaseerd op de indicaties van nationale en internationale instellingen, zoals de NBB en de ECB.

F16 Materiële vaste activa

(EUR duizend) Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubilair en rollend materieel Overige materiële vaste activa Vaste activa in aanbouw en voorafbetalingen Totaal Begin van het vorige boekjaar Brutowaarde 596.960 1.314.086 171.620 17.707 85.755 2.186.127 Gecumuleerde afschrijvingen -315.861 -932.323 -117.856 -15.578 -1.381.617 Nettoboekwaarde begin van het vorige boekjaar 281.099 381.763 53.764 2.129 85.755 804.510 . Toevoegingen 11.945 44.728 13.136 2.525 115.684 188.017 . Verkopen -678 -1.191 -326 -2 -212 -2.408 . Afschrijvingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -25.106 -84.626 -15.300 -563 -125.595 . Nettowaardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -67 -3.533 -1.153 -11 -4.764 . Omrekeningsverschillen 2.683 2.112 11 127 -915 4.019 . Andere wijzigingen 32.825 65.143 8.287 -42 -105.657 555 Per einde van het vorige boekjaar 302.701 404.396 58.420 4.164 94.655 864.336 Brutowaarde 640.870 1.396.322 184.475 28.414 94.655 2.344.736 Gecumuleerde afschrijvingen -338.169 -991.926 -126.055 -24.250 -1.480.400 Nettoboekwaarde begin van het boekjaar 302.701 404.396 58.420 4.164 94.655 864.336 aankoop door bedrijfsacquisities 42 6.898 569 128 7.636 . Toevoegingen 32.530 48.246 10.911 566 135.611 227.864 . Verkopen -86 -3.365 -1.645 -273 53 -5.316 . Afschrijvingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -27.322 -92.567 -16.539 -967 -137.395 . Nettowaardeverminderingen (opgenomen in 'Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen') -8.377 -18.785 -728 -27.890 . Omrekeningsverschillen -1.749 -5.035 -1.022 -310 -657 -8.774 . Andere wijzigingen 23.268 71.806 8.456 994 -112.719 -8.195 Per einde van het boekjaar 321.008 411.595 58.420 4.174 117.070 912.268 waarvan leasing 1.565 87 1.652 Brutowaarde 691.172 1.473.474 186.519 30.379 117.070 2.498.615 Gecumuleerde afschrijvingen -370.164 -1.061.879 -128.099 -26.204 -1.586.346 Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar 321.008 411.595 58.420 4.174 117.070 912.268 Leasing Brutowaarde 2.406 59 217 2.683 Gecumuleerde afschrijvingen -842 -59 -131 -1.032 Nettoboekwaarde per einde van het boekjaar 1.565 0 87 1.652

De niet-onderhoudsgerelateerde toevoegingen aan de materiële vaste activa zijn in belangrijke mate gestegen in het segment Catalysis, ingevolge de toename van productiecapaciteit voor toepassingen voor lichte motoren en zwaardere dieselmotoren in China en Europa, zowel als aan de uitbouw van technische onderzoekscentra in China, Japan en Brazilië. De investeringen in Energy Materials waren lager dan in 2011. Het investeringsniveau blijft niettemin zeer hoog, niet in het minst door de volgehouden capaciteitsuitbreidingen in de busines unit Rechargeable Battery Materials. Het investeringsniveau was ook iets lager in het segment Performance Materials. In het segment Recycling blijven de investeringen op een hoog niveau als gevolg van de uitbreiding van de bemonsteringsinstallaties en de nieuwe water- en gaszuiveringsinstallaties in Hoboken in België.

De lijn 'Andere wijzigingen' bevat voornamelijk de overdrachten van materiële vaste activa in aanbouw naar de andere categorieën van materiële vaste activa.

Er rusten geen noemenswaardige hypotheken of beperkingen op de eigendomsrechten op de materiële vaste activa, uitgezonderd diegene vermeld in toelichting F35.

F17 Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode

DEELNEMINGEN OPGENOMEN VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE

Umicore Jaarverslag 2012
F17 Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
De deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode bestaan uit de volgende dochterondernemingen of joint ventures:
DEELNEMINGEN OPGENOMEN VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE
Functionele
Deelnemingsper
Deelnemingsper
Land
waarderingsmunt
centage
centage
2011
2012
GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN
Ganzhou Yi Hao Umicore Industries
China
CNY
40,00
40,00
IEQSA
Peru
PEN
40,00
40,00
Element Six Abrasives
Luxemburg
USD
40,22
40,22
Jiangmen Chancsun Umicore Industry Co., Ltd.
China
CNY
40,00
40,00
Todini
Italië
EUR
48,00
48,00
JOINT VENTURES
ICT Japan
Japan
JPY
50,00
50,00
ICT USA
VS
USD
50,00
50,00
Ordeg
Zuid(Korea)
KRW
50,00
50,00
Rezinal
België
EUR
50,00
50,00
SolviCore GmbH & Co KG
Duitsland
EUR
50,00
50,00
SolviCore Management GmbH
Duitsland
EUR
50,00
50,00
BeLife
België
EUR
49,00
BeLife intermediate
België
EUR
51,00
In 2012 werd samen met Prayon een joint venture opgestart voor de productie van LFP (lithium-ijzerfosfaat). Deze joint venture wordt gerapporteerd onder
de Business Unit Rechargeable Battery Materials in het segment Energy Materials. ICT USA is niet langer een joint venture en wordt nu volledig geconsoli
deerd onder de naam Umciore Shokubai USA. ICT Japan was in vereffening per einde december 2012.
De bewegingen in andere reserves hebben veelal betrekking op de wijzigingen in de 'te bereiken doel'-plannen. Deze wijzigingen komen voort uit wijzigin
gen in actuariële parameters bij Element Six Abrasives en bij Solvicore. Voorts werden de reserves beïnvloed door wijzigingen in kasstroom-indekkingsreser
ves bij Rezinal.
(EUR duizend)
Nettoboekwaarde
Goodwill
Totaal
Begin van het boekjaar
171.976
46.947
218.923
. Kapitaalsverhoging
116
116
. Resultaat van het boekjaar
22.218
22.218
. Dividenden
-24.705
-24.705
. Aankoop
2.975
2.975
. Verkopen
-3.336
-3.336
. Bewegingen in overige reserves
-2.046
-2.046
. omrekeningsverschillen
-270
140
-130
. Overboekingen
Per einde van het boekjaar
166.928
47.088
214.017
waarvan joint ventures
61.095
355
61.450
Het deel van Umicore in de totale balans en resultatenrekening van de geassocieerde ondernemingen zou het volgende geweest zijn:
(EUR duizend)
31/12/11
31/12/12
Activa
253.259
230.903
Schulden
125.820
106.261
Omzet
263.791
299.397
Nettoresultaat
23.263
13.849
(EUR duizend)
Totaal
218.923
116 116
22.218 22.218
-24.705 -24.705
2.975 2.975
-3.336 -3.336
-2.046 -2.046
-270 140 -130
166.928 47.088 214.017
waarvan joint ventures 61.095 355 61.450
Nettoboekwaarde
171.976
Goodwill
46.947

(EUR duizend)
31/12/11 31/12/12
Activa 253.259 230.903
Schulden 125.820 106.261
Omzet 263.791 299.397

Het deel van Umicore in de totale balans van de joint ventures zou het volgende geweest zijn:

(EUR duizend)
31/12/11 31/12/12
Vlottende activa 164.313 112.843
Vaste activa 13.398 24.438
Vlottende passiva 112.319 65.685
Vaste passiva 818 7.853

Het deel van Umicore in de resultatenrekening van de joint ventures zou het volgende geweest zijn:

(EUR duizend)
31/12/11 31/12/12
Bedrijfsresultaat 6.837 12.634
Financiële resultaat -1.176 -1.359
Belastingen -1.622 -2.906
Aandeel van de Groep in het resultaat 4.040 8.369

F18 Financiële activa beschikbaar voor verkoop en leningen

(EUR duizend)
Financiële activa Leningen toegekend op
beschikbaar voor verkoop lange termijn
FINANCIELE VASTE ACTIVA
Begin van het vorige bookjaar 76.152 769
. Perimeterwijzigingen
. Toename 515 45
. Afname -41 -13
. Geboekte waardeverminderingen (opgenomen in 'Opbrengsten van andere
financiële activa')
63
. Omrekeningsverschillen -17 32
. Reële waarde opgenomen in het eigen vermogen -28.939
. Andere wijzigingen -2 263
Per einde van het vorige boekjaar 47.730 1.095
. Perimeterwijzigingen 87
. Toename 70 3.858
. Afname -399 -7
. Geboekte waardeverminderingen (opgenomen in 'Opbrengsten van andere
financiële activa')
505
. Omrekeningsverschillen -19 54
. Reële waarde opgenomen in het eigen vermogen
(a)
-10.788
. Andere wijzigingen 6
Per einde van het boekjaar 37.105 5.087
FINANCIELE VLOTTENDE ACTIVA
Per einde van het vorig boekjaar 10 1.051
. Perimeterwijzigingen 665
. Toename 3.673
. Afname -33 -374
. Geboekte waardeverminderingen (opgenomen in 'Opbrengsten van andere
financiële activa')
26
. Omrekeningsverschillen
. Andere wijzigingen -55
Per einde van het boekjaar 3 4.960
(a) Betreft voornamelijk de aanpassing aan reële waarde op de participatie in Nyrstar en Pangaea.

F19 Voorraden

(EUR duizend)
31/12/11 31/12/12
Analyse van de voorraden
Basisproducten met metaalindekking, brutowaarde 1.092.256 1.053.766
Basisproducten zonder metaaldindekking, brutowaarde 154.093 143.951
Verbruiksgoederen, brutowaarde 75.084 80.377
Waardeverminderingen -61.291 -59.844
Betaalde voorschotten 35.332 11.047
Bestellingen in uitvoering 9.537 5.811
Totaal voorraden 1.305.010 1.235.108

De waarde van de voorraden is gedaald met EUR 69,9 miljoen. Dit is vooral te wijten door lagere betaalde voorschotten en lagere hoeveelheden in zilver en goud dat gedeeltelijk werd gecompenseerd door hogere prijzen voor goud, platina en palladium. Met betrekking tot de permanente metaalvoorraad werden waardeverminderingen geboekt ten belope van EUR 3,9 miljoen.

Indien men zou rekening houden met de metaal- en deviezenkoersen op het ogenblik van de afsluiting, zou de waarde van de metalen in de inventaris ongeveer EUR 972,6 miljoen hoger zijn dan de huidige boekwaarde. Echter, het merendeel van deze voorraden kan niet gerealiseerd worden, omdat ze vastzitten in productie- en commerciële cycli.

Er rusten geen noemenswaardige hypotheken of beperkingen op de eigendom van de voorraden.

F20 Handels- en overige vorderingen

(EUR duizend)
Toelichting 31/12/11 31/12/12
OP MEER DAN ÉÉN JAAR
Garanties en deposito's 6.576 8.304
Overige vorderingen op meer dan één jaar 7.682 8.261
Personeelsvoordelen 372 453
Totaal 14.630 17.018
OP TEN HOOGSTE ÉÉN JAAR
Handelsvorderingen (bruto) 748.195 671.963
Handelsvorderingen (waardeverminderingen) -12.309 -10.202
Overige vorderingen (bruto) 78.608 82.782
Overige vorderingen (waardeverminderingen) -7.509 -6.905
Te ontvangen interesten 136 124
Reële waarde van te vorderen financiële instrumenten voor kasstroomafdekking F33 16.537 8.452
Reële waarde van te vorderen andere financiële instrumenten F33 6.490 8.437
Overlopende rekeningen 37.380 33.726
Totaal 867.528 788.377

Handelsvorderingen op ten hoogste één jaar zijn gedaald met EUR 79,2 miljoen. Deze stijging is in grote mate te wijten aan de verlaagde activiteit.

De toename in andere vorderingen op ten hoogste één jaar is te wijten aan BTW-vorderingen.

Overige vorderingen op meer dan één jaar bevatten een bedrag van EUR 6.674 duizend met betrekking tot 'recht op terugbetaling' binnen het kader van medische kosten dat Umicore Frankrijk heeft overgenomen van Nyrstar Frankrijk in 2007, dewelke Nyrstar Frankrijk zal compenseren tijdens de levensduur van deze schulden (zie ook nota F27 over Personeelsvoordelen).

(EUR duizend)

Totaal niet
vervallen
vervallen tussen
0-30
dagen
30-60
dagen
60-90
dagen
>90
dagen
UITSTAANDE BALANS VAN HET VORIGE BOEKJAAR
Handelsvorderingen (uitgezonderd dubieuze debiteuren) - bruto 734.919 616.025 88.999 16.100 2.743 11.052
Overige vorderingen (bruto) 78.608 74.100 3.258 213 108 930
UITSTAANDE BALANS VAN HET BOEKJAAR
Handelsvorderingen (uitgezonderd dubieuze debiteuren) - bruto 660.721 559.568 75.475 17.316 1.420 6.941
Overige vorderingen (bruto) 82.781 76.421 4.050 897 19 1.394

Kredietrisico - handelsvorderingen

(EUR duizend)
Handelsvorderingen
(bruto)
Overige
vorderingen
(bruto)
Totaal
BEGIN VAN HET VORIGE BOEKJAAR -14.606 -6.581 -21.187
. Perimeterwijzigingen 594 324 918
. Waardeverminderingen erkend in resultaat -697 -2.149 -2.846
. Terugneming waardevermindering 1.688 13 1.701
. Afboeken waardevermindering met de brutowaarde 143 143
. Andere wijzigingen 83 888 974
. Omrekeningsverschillen 487 -3 484
Per einde van het vorige boekjaar -12.309 -7.508 -19.813
BEGIN VAN HET BOEKJAAR -12.309 -7.508 -19.813
. Perimeterwijzigingen
. Waardevermindereingen erkend in resultaat -994 -994
. Terugnemingen waardeverminderingen 977 504 1.481
. Afboeken waardevermindering met de brutowaarde 1.498 1.498
. Andere wijzigingen 89 97 186
. Omrekeningsverschillen 538 3 541
Per einde van het boekjaar -10.202 -6.905 -17.105

Alle business units hebben standaard een kredietverzekering om het kredietrisico betreffende de handelsvorderingen te beperken. Op groepsniveau zijn EUR 410 miljoen handelsvorderingen gedekt door verzekerde kredietlimieten. De schadeloosstelling in geval van niet-betaling loopt op tot 95% met een jaarlijkse maximale limiet van EUR 20 miljoen.

Sommige units hebben geen kredietverzekering maar zetten kredietlimieten gebaseerd op financiële informatie en kennis van de activiteiten. Deze kredietlimieten worden goedgekeurd door het management. Gedurende 2012 daalden de netto-afschrijvingen.

F21 Uitgestelde belastingactiva en -passiva

Umicore Jaarverslag 2012
F21 Uitgestelde belastingactiva en -passiva 31/12/2011 (EUR duizend)
31/12/2012
BELASTINGACTIVA EN -PASSIVA
Belastingvorderingen van het jaar
Uitgestelde belastingactiva
Belastingschulden van het jaar
Uitgestelde belastingpassiva
17.067
88.492
-57.742
-46.089
29.861
91.772
-35.519
-36.417
Activa Passiva Netto
Per einde van het vorig boekjaar 2011
108.795
2012
88.491
2011
-43.702
2012
-46.089
2011
65.093
2012
42.402
Uitgestelde belastingen geboekt in resultatenrekening -6.544 2.509 3.296 -3.463 -3.247 -954
Uitgestelde belastingen geboekt in het eigen vermogen -11.843 1.998 -5.810 12.946 -17.653 14.945
Aankoop door bedrijfsacquisities 508 508
Omrekeningsverschillen -1.645 -1.720 -144 105 -1.789 -1.615
Overboekingen -272 -16 272 83 -0 67
Andere wijzigingen -2 3 0 0 -2 3
Per einde van het boekjaar 88.491 91.772 -46.089 -36.417 42.403 55.355
UITGESTELDE BELASTINGEN VOOR ELK TYPE VAN TIJDELI
JKE VERSCHILLEN
Immateriële vaste activa 11.496 13.244 -10.875 -14.259 621 -1.015
Goodwill van volledige geconsolideerde participaties 112 186 -1.369 -1.515 -1.257 -1.329
Materiële vaste activa 5.130 4.595 -24.038 -22.925 -18.908 -18.330
Deelnemingen opgenomen volgens 87 0 -206 0 -119 0
de vermogensmutatiemethode
Handels- en overige vorderingen op meer dan één jaar 555 414 -2.914 -3.075 -2.359 -2.661
Voorraden 28.714 27.462 -35.988 -36.294 -7.274 -8.832
Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar 8.712 12.455 -17.230 -5.243 -8.518 7.212
Eigen vermogen
Financiële schulden lange termijn en overige schulden
5
666
93
448
-8.757
-1.281
-6.979
-1.483
-8.752
-615
-6.886
-1.035
Voorzieningen voor personeelsvoordelen - lange termijn 32.089 49.761 -818 -412 31.271 49.349
Voorzieningen voor leefmilieu - lange termijn 20.346 19.289 -2.682 -2.749 17.664 16.540
Voorzieningen voor overige risico's en kosten - lange
termijn 7.401 7.970 -894 -942 6.507 7.028
Financiële schulden korte termijn 656 339 0 656 339
Voorzieningen voor leefmilieu - korte termijn 5.458 4.510 -153 5.458 4.357
Voorzieningen voor overige risico's en kosten - korte
termijn
5.222 2.885 -222 -161 5.000 2.724
Handels- en overige schulden 26.353 15.919 -7.470 -15.106 18.883 813
Totale uitgestelde belastingen voor tijdelijke verschillen 153.002 159.570 -114.744 -111.296 38.258 48.274
Over te dragen verliezen 63.470 62.580 63.470 62.580
Investeringsaftrek 4.006 5.023 4.006 5.023
Over te dragen notionele interesten 23.568 17.506 23.568 17.506
Over te dragen belaste inkomsten 16.413 1.603 16.413 1.603
Overige 1.884 -1.428 1.884 -1.428
Niet-geboekte uitgestelde belastingen -105.195 -78.203 -105.195 -78.203
Totaal belastingactiva/ -passiva 157.148 166.651 -114.744 -111.296 42.404 55.355
Compensatie van activa en passiva binnen dezelfde
juridische entiteit
-68.656 -74.879 68.656 74.879 0
Nettobedrag 88.492 91.772 -46.089 -36.417 42.404 55.355
2011 2012 2011 2012
Basis Basis Belasting Belasting
BEDRAG AAN AFTREKBARE TIJDELIJKE VERSCHILLEN, FISCALE VERLIEZEN EN BELAST
INGKREDIETEN WAARVOOR GEEN BELASTINGSACTIVA WERDEN GEBOEKT
Vervaldatum zonder tijdslimiet 319.701 241.120 105.195 78.203

De bewegingen van de tijdelijke verschillen zijn geboekt in de resultatenrekening uitgezonderd deze komende van bewegingen die direct geboekt zijn in 'componenten van niet gerealiseerd resultaten'.

De grote bewegingen in uitgestelde belastingen direct geboekt in 'componenten van niet gerealiseerd resultaten' zijn uitgestelde belastingen die het gevolg zijn van tijdelijke verschillen in de lijnen 'Handels - en overige schulden op ten hoogste één jaar' (negatieve impact ten belope van EUR 3.637 duizend), 'Voorzieningen voor personeelsvoordelen' (positieve impact van EUR 17.220 duizend) en 'Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar' (positieve impact van EUR 997 duizend).

Uitgestelde belastingactiva worden enkel geboekt in de mate dat het gebruik ervan waarschijnlijk is, m.a.w indien belastbare inkomsten verwacht worden in toekomstige perioden. De Groep gaat uit van een gebruik van uitgestelde belastingsactiva over een periode van 5 tot 10 jaar. De werkelijke belastingresultaten in toekomstige perioden kunnen afwijken van de gemaakte schattingen op het moment dat de uitgestelde belastingen werden geboekt.

Niet geboekte uitgestelde belastingen op de activa voor een bedrag van EUR 78.203 duizend komen voornamelijk voort uit fiscale verliezen (EUR 51.010 duizend), overgedragen notionele interesten (EUR 17.506 duizend), overgedragen vrijgestelde dividenden (EUR 1.603 duizend), investeringsaftrek (EUR 5.023 duizend) en tijdelijke verschillen op materiële vaste activa (EUR 1.798 duizend).

In overeenstemming met IAS 12, werden geen uitgestelde belastingpassiva geboekt op de niet-belaste reserves van de Belgische vennootschappen omdat het management bevestigt dat deze belastingspassiva niet zullen gerealiseerd worden in de nabije toekomst. Deze belastingspassiva zouden potentieel EUR 56 miljoen kunnen bedragen.

F22 Kas en kasequivalenten

(EUR duizend)
31/12/11 31/12/12
KAS EN KASEQUIVALENTEN
Beleggingen op korte termijn bij banken 17.809 11.826
Beleggingen op korte termijn (andere) 3.439 142
Financiële instellingen, liquide middelen en andere kasequivalenten 82.733 119.458
Totaal kas en kasequivalenten 103.981 131.427
Krediet op bankrekeningen 3.776 439
(inbegrepen in financiële schulden op ten hoogste één jaar op de balans)
Nettokas en -kasequivalenten zoals in de kasstromentabel 100.205 130.988

Alle kas en kasequivalenten zijn volledig beschikbaar voor de Groep.

Een voorzichtig management van het liquiditeitsrisico veronderstelt het aanhouden van voldoende liquide middelen en verhandelbare effecten, het beschikbaar zijn van financiering door een deugdelijk bedrag aan contractueel vastgelegde kredietlijnen en de mogelijkheid om marktposities te sluiten. Door het dynamische karakter van de onderliggende transacties, behoudt de Groep de flexibiliteit van de financiering door het beschikbaar houden van vastgelegde kredietlijnen.

Een overschot aan liquiditeiten wordt belegd voor zeer korte termijn en dit gespreid over een beperkt aantal kredietwaardige bankrelaties.

F23 Valuta omrekeningsverschillen en andere reserves

(EUR duizend) Financiële vaste activa reserves Kasstroomindekkingsreserves Latente belastingen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen Personeelsvoordelen na uitdiensttreding, voortkomenende uit veranderingen in actuariële parameters Reserves voor op aandelen gebaseerde vergoedingen Omrekeningsverschillen Totaal Begin van het vorige boekjaar 52.613 -66.161 36.250 -66.054 24.503 -36.691 -55.541 Resultaat rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen -28.939 21.845 -4.121 -12.519 8.342 -15.392 Winst (verlies) rechtstreeks afgeboekt uit het eigen vermogen 0 40.238 -13.520 0 0 26.719 Transfer van/naar overgedragen resultaten -1.225 -1.225 Perimeterwijzigingen 0 0 0 0 0 0 0 Andere wijzigingen 0 0 0 -0 0 0 Omrekeningsverschillen 0 617 -169 -1.198 0 2.570 1.820 Per einde van het vorige boekjaar 23.674 -3.461 18.440 -79.771 31.620 -34.121 -43.620 Begin van het vorige boekjaar 23.674 -3.461 18.440 -79.771 31.620 -34.121 -43.620 Resultaat rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen -10.788 -3.410 18.829 -57.025 5.325 -47.069 Winst/verlies rechtstreeks afgeboekt uit het eigen vermogen 10.834 -4.063 6.771 Transfer van/naar overgedragen resultaten 655 -7.197 -6.542 Perimeterwijzigingen 43 43 Omrekeningsverschillen -24 32 370 -11.980 -11.602 Per einde van het boekjaar 12.886 3.939 33.237 -135.728 29.748 -46.101 -102.020Umicore | Jaarverslag 2012

Hieronder volgt de detail van het aandeel van de Groep in de valuta omrekeningsverschillen en andere reserves:

Winsten en verliezen opgenomen in de componenten van niet-gerealiseerde resultaten op financiële activa beschikbaar voor verkoop hebben betrekking op de reële waardeaanpassing van de Nyrstar aandelen en de investering in Pangaea (zie toelichting F18, Financiële activa beschikbaar voor verkoop en leningen).

De nettoverliezen opgenomen in de componenten van niet-gerealiseerde resultaten betreffende kasstroomindekkingen (EUR 3.410 duizend) zijn de veranderingen in reële waarde van nieuwe of bij de opening bestaande kasstroomindekkingsinstrumenten, maar die nog niet vervallen zijn op jaareinde. De nettoverliezen afgeboekt uit het eigen vermogen (EUR 10.834 duizend) zijn de reële waarde van de kasstroomindekkingsinstrumenten die bestonden bij de opening en die vervielen tijdens het jaar. Een verlies van EUR 13,4 miljoen werd gerealiseerd via de resultatenrekening bij het vervallen van kasstroomindekkingenscontracten.

Nieuwe netto actuariële verliezen op de 'te bereiken doel'-plannen na uitdiensttreding werden weergegeven in de componenten van niet-gerealiseerde resultaten voor EUR 57.025 duizend. Deze werden voornamelijk veroorzaakt door lagere versdisconteringsvoeten.

De toekenning van het optieplan van 2012 heeft geleid tot een toename van de reserve voor op aandelen gebaseerde vergoedingen van EUR 5.325 duizend (zie toelichting F10, Bezoldigingen en aanverwante voordelen). EUR 7.197 duizend werden getransfereerd naar het overgedragen resultaat als gevolg van de uitoefening van aandelen opties.

De wijziging in omrekeningsverschillen is vooral te wijten aan een combinatie van de appreciatie van KRW, GBP en NOK tegenover de EUR enerzijds en anderzijds de depreciatie van de ZAR, CNY, USD, BRL en JPY tegenover de EUR.

F24 Financiële schulden

Bankleningen op lange Overige langetermijn
termijn leningen Totaal
OP MEER DAN ÉÉN JAAR
Begin van het vorige boekjaar 40.002 154.882 194.884
. Toename 10.000 0 10.000
. Afname -30.001 -994 -30.995
. Overboekingen 0 -150.009 -150.009
Per einde van het vorige boekjaar 20.001 3.879 23.878
. Toename
. Afname -1.007 -1.007
. Omrekeningsverschillen
. Overboekingen -20.000 -10 -20.010
Per einde van het boekjaar 0 2.862 2.861
Bankleningen op lange Overige langetermijn
termijn leningen Totaal
OP MEER DAN ÉÉN JAAR DIE BINNEN HET JAAR VERVALLEN
Per einde van het vorige boekjaar 1 150.951 150.952
. Toename/afname 100.000 -150.021 -50.021
Per einde van het boekjaar 100.000 930 100.930
Banklenin
gen op korte
termijn
krediet op
bankrekenin
gen
Korte termijn
lening:
commercial
paper
Overige
leningen
Totaal
OP TEN HOOGSTE EEN JAAR
Per einde van het vorige boekjaar 63.446 3.776 121.484 6.997 195.703
. Toename / afname (inclusief omrekeningsverschillen) -31.059 -3.338 92.081 -3.270 54.414
Per einde van het boekjaar 32.387 438 213.565 3.727 250.117

De netto financiële schuld van de Groep is afgenomen met EUR 44 miljoen, vooral ten gevolge van de positieve kasstroom in 2012.

De obligatie van EUR 150 miljoen op 8 jaar uitgegeven in 2004 (met een jaarlijkse coupon van 4,875%) werd in februari 2012 terugbetaald.

De leningen bij de bank bestaat uit:

  • een langetermijnbanklening van EUR 20 miljoen met vervaldag in 2013 en met een rentevoet van 5,36% per jaar. De reële waarde bedroeg EUR 20,99 miljoen op 31 december 2012.
  • een opname van EUR 80 miljoen voorschotten op de tranche van EUR 170 miljoen kredietfaciliteit met een Syndicaat van Banken met vervaldag in 2013. Omdat dit kortetermijnleningen zijn (1- maand), wordt het nominale bedrag als gelijk beschouwd aan de reële waarde.

Op 31 december 2012 waren er geen voorschotten op de kredietfaciliteit van EUR 250 miljoen met een Syndicaat van Banken, vervallend in juli 2016.

De verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen (gearing ratio) op het einde van 2012 bedroeg 11% (13,4% in 2011) en is helemaal binnen de vooropgestelde limieten van de kapitaalstructuur van de Groep.

De vervaldagen van de leningen met variabele interestvoet zijn erg kort en worden beslist in functie van de behoeftes van het thesaurie-departement, en marktcondities, als onderdeel van hun dagelijks beheer van de thesaurie-operaties.

Een deel van de financiële schuld op meer dan één jaar is onderhevig aan standaard financiële covenanten, opgenomen in de leningsovereenkomsten.

Umicore heeft geen convenant overtreden en is niet in gebreke gebleven bij leningen, noch in 2012 noch in vorige jaren. Het opvolgen van deze financiële covenanten is de verantwoordelijkheid van het Departement Group Treasury. Tweemaal per jaar maakt dit departement certificaten op die de naleving van de covenanten aantonen en deze worden opgestuurd naar de bankagent. Deze methodologie is een voorwaarde bij de leningovereenkomst en tevens een vereiste, gezien de interestmarge gebaseerd is op de ratio nettoschuld ten opzichte van EBITDA.

(EUR duizend)

EUR
Euro Totaal
Uitsplitsing van de schulden per munteenheid (inclusief die die vervallen binnen het jaar)
Bankleningen 100.000 100.000
Overige leningen 3.791 3.791
Financiële schulden op lange termijn (inclusief die die vervallen binnen het jaar) 103.791 103.791
(EUR duizend)
2011 2012
Financiële schulden op meer dan één jaar 23.878 2.861
Financiële schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen 150.952 100.930
Financiële schulden op ten hoogste één jaar 195.703 250.117
Kas en kasequivalenten -103.981 -131.427
Netto financiële schulden 266.552 222.481
(EUR miljoen)
2011 2012
Netto financiële schuld 266,6 222,5
Eigen Vermogen 1.721,7 1.805,8
Totaal 1.988,3 2.028,3
Hefboomratio (%) 13,4 11,0

F25 Handels- en overige schulden

(EUR duizend)
Toelichting 31/12/11 31/12/12
OP MEER DAN EEN JAAR
Handelsschulden 1.253 0
Overige schulden 5.105 4.639
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen van kapitaalsubsidies 8.726 9.283
15.084 13.922
OP TEN HOOGSTE EEN JAAR
Handelsschulden 780.536 728.311
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering 30.431 21.564
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 13.078 16.664
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten 127.408 125.835
Overige schulden 28.687 18.067
Verschuldigde dividenden 7.814 7.518
Te betalen interesten 7.571 600
Reële waarde van verschuldigde financiële instrumenten voor
kasstroomindekking
F33 20.620 4.535
Reële waarde van verschuldigde andere financiële instrumenten F33 22.106 8.708
Overlopende rekeningen 110.198 90.559
1.148.450 1.022.361
De handelsschulden zijn gedaald met EUR 126 miljoen, vooral door afgenomen volumes.

De belastingsschulden (andere dan inkomstbelastingen) betreffen vooral BTW schulden.

F26 Liquiditeit van de financiële schulden

(EUR duizend)
Contractuele vervaldag
< 1 1 - 3 3 maand -
Van het vorige boekjaar maand maand 1 jaar 1 - 5 jaar > 5 jaar Totaal
FINANCIËLE SCHULDEN
Op ten hoogste een jaar
Bankleningen op korte termijn 32.704 13.382 17.360 63.446
Krediet op bankrekeningen 205 0 3.572 3.776
Kortetermijnlening: commercial paper 121.484 0 0 121.484
Overige leningen 6.842 0 155 6.997
Bankleningen op meer dan één jaar die binnen het jaar
vervallen
1 0 0 1
Overige leningen op meer dan één jaar die binnen het
jaar vervallen
38 150.076 837 150.951
Op meer dan een jaar
Bankleningen op meer dan één jaar 20.000 0 20.000
Overige leningen op meer dan één jaar 3.045 832 3.878
HANDELS- EN OVERIGE SCHULDEN
Op ten hoogste één jaar
Handelsschulden 487.191 288.689 4.656 780.536
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering 1.331 22.459 6.641 30.431
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 12.048 100 930 13.078
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten 50.303 28.646 48.460 127.408
Overige schulden 22.159 3.091 3.438 28.687
Verschuldigde dividenden 7.814 0 0 7.814
Te betalen interesten 6.923 499 149 7.571

(EUR duizend)

Umicore Jaarverslag 2012
(EUR duizend)
Totaal
6.550 1.813 12.257 20.620
9.779 12.278 48 22.106
75.526 14.637 20.035 110.198
750 503 1.253
2.448 2.657 5.105
493 8.234 8.726
< 1
maand
1 - 3
maand
3 maand -
1 jaar
Contractuele vervaldag
1 - 5 jaar
> 5 jaar
(EUR duizend)
Contractuele vervaldag
1 - 3 3 maand -
Van het boekjaar < 1 maand maand 1 jaar 1 - 5 jaar > 5 jaar Totaal
FINANCIËLE SCHULDEN
Op ten hoogste één jaar
Bankleningen op korte termijn 2.535 5.635 24.218 32.387
Krediet op bankrekeningen 219 220 439
Kortetermijnlening: commercial paper 213.565 213.565
Overige leningen 152 3.726 -152 3.726
Bankleningen op meer dan één jaar die binnen het jaar 100.000 100.000
vervallen
Overige leningen op meer dan één jaar die binnen het 39 78 813 930
jaar vervallen
Op meer dan één jaar
Bankleningen op meer dan één jaar
Overige leningen op meer dan één jaar 2.861 2.861
HANDELS- EN OVERIGE SCHULDEN
Op ten hoogste één jaar
Handelsschulden 476.548 245.914 5.849 728.311
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in
uitvoering 3.324 11.645 6.595 21.564
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 18.089 -4.225 2.809 16.673
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale 48.061 28.087 49.686 125.834
lasten
Overige schulden 4.293 11.742 2.032 18.067
Verschuldigde dividenden 7.518 7.518
Te betalen interesten 11 571 18 600
Reële waarde schulden financiële instrumenten 153 541 3.841 4.535
kasstroomafdekking
Reële waarde schulden andere financiële instrumenten 3.283 5.297 128 8.708
Overlopende rekeningen 71.918 9.341 9.300 90.559
Op meer dan een jaar
Handelsschulden
Overige schulden 4.639 4.639
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen 1.354 7.929 9.283
subsidies

F27 Voorzieningen voor personeelsvoordelen

De Groep heeft diverse wettelijke en feitelijke verplichtingen aangaande plannen met een 'te bereiken doel', voornamelijk met betrekking tot de Belgische, Franse en Duitse activiteiten. Het merendeel van deze plannen berekent de verplichtingen op basis van het verwachte eindsalaris.

(EUR duizend)
Vergoedingen
na uitdienst
treding -
pensioenen en
Vergoedin
gen na
uitdienst
treding -
Vergoedingen
loopbaan
beëindiging -
brugpensioenen
Andere lan
getermijn
personeel
vergoedin
Per einde van het vorige boekjaar aanverwante
130.820
overige
18.354
en aanverwante
29.614
gen
14.236
Totaal
193.023
. Toename (inbegrepen in 'Bezoldigingen en
personeelsvoordelen')
12.716 571 9.657 2.560 25.503
. Terugnemingen (inbegrepen in 'Bezoldigingen en
personeelsvoordelen')
-664 -43 -707
. Bestedingen (inbegrepen in 'Bezoldigingen en
personeelsvoordelen')
-14.781 -858 -8.323 -1.104 -25.067
. Impact interestvoet en actualisering (inbegrepen in
'Financiële kosten')
6.828 718 1.038 612 9.197
. Omrekeningsverschillen -6 -131 100 -25 -61
. Overboekingen 54 -1.607 1.120 433 0
. Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten 51.705 5.332 57.037
. Andere wijzigingen 50 50
Per einde van het boekjaar 186.721 22.379 33.207 16.669 258.975

Bovenstaande tabel geeft de waarden van en de bewegingen op de voorzieningen voor personeelsvoordelen van de dochterondernemingen, die onder de integrale consolidatiemethode opgenomen zijn, weer. Er is een verschil tussen de bedragen op de lijn 'opgenomen in eigen vermogen' en de bedragen weergegeven in toelichting F23, daar deze bijlage eveneens de waarden van de geassocieerde ondernemingen en de joint ventures, opgenomen in de consolidatie volgens de vermogensmutatiemethode, bevat. De toename van de de provisies op het einde van 2012 is toe te schrijven aan een belangrijke daling van de verdisconteringtarieven tijdens het jaar.

Het management verwacht op korte termijn dat uitgaande kasstromen van dezelfde grootteorde zullen zijn als deze van het vorige en huidige jaar.

Zoals beschreven in nota F20 werd er een vordering op meer dan één jaar geboekt als 'recht op terugbetaling' binnen het kader van medische kosten die Umicore Frankrijk heeft overgenomen van Nyrstar Frankrijk in 2007, dewelke Nyrstar Frankrijk zal compenseren gedurende de levensduur van deze schulden. Wanneer er een verandering voorkomt in deze schulden zal deze verandering het recht op terugbetaling onder de langetermijnvorderingen op dezelfde manier beïnvloeden. Als de verandering van de periode gerelateerd is met de verandering van de actuariële veronderstellingen, worden zowel de schulden als de activa aangepast langs de geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de Groep.

De hierna volgende toelichtingen onder IAS 19 werden overgenomen uit de verslagen opgemaakt door externe actuarissen.

De veronderstellingen worden aanbevolen door de lokale actuarissen in lijn met IAS 19. De standaardreferentie voor de Eurozone is de iBOXX AA Index opbrengst en gelijkaardige indici worden gebruikt voor de andere regio's. De tabellen voor levensverwachting zijn specifiek voor elk land.

(EUR duizend)
31/12/11 Bewegingen
2012
31/12/12
België 26.503 13.185 39.688
Frankrijk 21.280 6.196 27.476
Duitsland 126.922 47.011 173.933
Subtotaal 174.705 66.392 241.097
Overige entiteiten 18.318 -440 17.878
Totaal 193.023 65.952 258.975

(EUR duizend)

Recht op terugbetaling
Per einde van het vorige boekjaar 6.004
Feitelijke terugbetaling -417
Verwacht rendement 261
Actuariële winsten en verliezen op terugbetalingsrechten 826
Per einde van het boekjaar 6.674
(EUR duizend)
2011 2012
WIJZIGING IN DE VERPLICHTINGEN VOOR PERSONEELSVOORDELEN
Verplichting bij het begin van het boekjaar 312.573 319.517
Kosten van diensten geleverd in het jaar 15.819 21.526
Interestkosten 14.184 14.782
Bijdragen van de planparticipanten 559 553
Planwijzigingen -745 899
Actuariële verliezen en winsten 1.132 66.463
Uitbetaalde voordelen -24.664 -24.241
Betaalde onkosten -81 -75
Netto transfers in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele bedrijfsacquisities/verkopen) -68 -62
Omrekeningsverschillen 808 -169
Verplichting per einde van het boekjaar 319.517 399.193
2011 2012
VERANDERINGEN IN DE PLANACTIVA
Reële waarde van de planactiva bij begin van het boekjaar 120.945 125.785
Verwacht rendement op de planactiva 5.252 5.434
Actuariële verliezen en winsten -6.871 5.834
Bijdragen van de werkgever 29.796 26.397
Bijdragen van de planparticipanten 559 553
Uitkeringen van het plan/bedrijf -24.664 -24.241
Betaalde onkosten -81 -75
Netto transfers in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele bedrijfsacquisities/verkopen) 1
Omrekeningsverschillen 849 -115
Reële waarde van de planactiva per einde van het boekjaar 125.785 139.573

De pensioenplannen in België, Frankrijk, Liechtenstein, Nederland, USA, Japan en Noorwegen zijn geheel of gedeeltelijk gefinancierd met planactiva. Alle andere plannen zijn niet-gefinancierde plannen.

(EUR duizend)
2011 2012
BEDRAGEN OPGENOMEN IN DE BALANS
Huidige waarde van de gefinancierde verplichtingen 221.705 274.941
Reële waarde van de planactiva van de fondsen 125.785 139.571
Tekort/overschot van gefinancierde plannen 95.920 135.368
Huidige waarde van de niet-gefinancierde plannen 97.812 124.252
Niet -geboekte netto actuariële winsten/verliezen -1 2
Niet -opgenomen kost of winst voor verleden diensttijd -707 -647
Netto passiva/activa 193.024 258.975
COMPONENTEN VAN DE PENSIOENKOST
Bedragen geboekt in de resultatenrekening van de periode
Kosten van diensttijd van het jaar 15.819 21.526
Interestkost 14.184 14.782
Verwacht rendement op de planactiva -5.252 -5.434
Verwacht rendement op de terugbetalingsrechten -298 -261
Afschrijving van kosten verleden diensttijd incl. §58 (a) -612 959
Afschrijving van netto (winst)/verlies incl. §58 (a) 1.830 3.560
Totale pensioenkost opgenomen in de winst/verlies rekening 25.671 35.132
Feitelijke opbrengst van de planactiva -1.619 11.268
Feitelijke opbrengst van het recht op terugbetaling 618 1.087
(EUR duizend)
2011 2012
Bedragen opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten
Gecumuleerde actuariële verliezen en winsten
49.210
55.906
Actuariële verliezen en winsten van het boekjaar
6.457
54.872
Transfer van/naar overgedragen resultaten
0
0
Minderheidsbelangen
47
669
Actuariële winsten en verliezen van het recht op terugbetaling
-1
1
Andere wijzigingen
9
-698
Omrekeningsverschillen
184
121
Totaal opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten door geconsolideerde ondernemingen
55 906
110 872
Actuariële verliezen en winsten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures
23 864
24 856
Totaal opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten
79 770
135 728

De interestkost, het rendement op de planactiva en de impact door verdiscontering van de andere dan na dienstuittreding voordelenplannen worden geboekt onder de financiële resultaten in de resultatenrekening (zie toelichting F11). Alle andere elementen van de jaarlijkse kost worden geboekt onder het bedrijfsresultaat onder de rubriek 'bezoldigingen en personeelsvoordelen'.

De actuariële winsten van het jaar opgenomen in het eigen vermogen hebben hun oorsprong in een verandering van de verdisconteringvoet op de pensioenplannen en verschillen tussen het verwachte en actuele rendement op de planactiva.

2011 2012
VOORNAAMSTE ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN
Gewogen gemiddelde veronderstellingen ter bepaling van de verplichtingen per einde
van het jaar
Actualisatievoet (%) 4,72 3,29
Percentage van salarisverhogingen (%) 3,08 2,95
Percentage van de inflatie (%) 2,07 2,07
Percentage van pensioenverhogingen (%) 1,56 1,60
Gewogen gemiddele veronderstellingen ter bepaling van de nettokost
Actualisatievoet (%) 4,60 4,72
Verwachte langetermijnopbrengst op de planbeleggingen gedurende het financiële jaar (%) 4,60 4,60
Verwachte toename van salarissen (%) 2,99 3,08
Percentage van de inflatie (%) 2,06 2,07
Percentage van pensioenverhogingen (%) 1,65 1,56
2012
Verwacht
Percentage van
planactiva
rendement van
planactiva
Planactiva
Aandelen (%) 19,88 5,13
Obligaties (%) 57,65 4,01
Vastgoed (%) 5,78 4,50
Overige (%) 16,68 4,20
Totaal (%) 100,00 4,29

Andere planactiva zijn grotendeels geïnvesteerd in verzekeringscontracten en banktermijndeposito's. De veronderstelling inzake de verwachte langetermijnrendementsvoet op de activa is gedocumenteerd voor elk individueel plan zoals aanbevolen door de lokale actuarissen.

2012
-5.834
5,00 4,00
5.515
1,00
2011
6.871
6.929
2,00
2011 2012
VERPLICHTE TOELICHTING I.V.M HOSPITALISATIEVERZEKERING VOOR
GEPENSIONEERDEN
Verondersteld percentage van de stijging van de ziektekosten
Percentage van de onmiddellijke tendens (%) 2,65 2,68
Percentage van de ultieme tendens (%) 2,65 2,68
Jaar waarin de ultieme tendens wordt bereikt NA NA
2012
Sensitiviteit Sensitiviteit
+1% -1%
Gevoeligheid ten opzichte van de tendensveronderstellingen
i.v.m hospitalisatieverzekering voor gepensioneerden
Invloed op de totale diensttijdkost en rentekost componenten -43 59
Invloed op de 'te bereiken doel'-verplichtingen -165 227
(EUR duizend)
2011 2012
AANSLUITING BALANS
Balans verplichtingen (activa) 190.799 193.023
Opgenomen pensioenkosten in W&V van het boekjaar 25.671 35.132
Bedragen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen van het
boekjaar
5.841 56.249
Werkgeversbijdragen via fondsen gestort in het boekjaar -16.458 -13.356
Werkgeversbijdragen onmiddellijk gestort in het boekjaar -13.338 -13.042
Terugbetaling van kredieten 618 1.087
Netto transfers in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele
bedrijfsacquisities/verkopen)
-68 -65
Omrekeningsverschillen -39 -56
Balans verplichtingen/activa op het jaareinde 193.023 258.975
Op 31 december 2008 2009 2010 2011 2012
Huidige waarde van de verplichting 270.134 294.378 312.573 319.517 399.193
Reële waarde planactiva 106.650 110.898 120.945 125.785 139.573
Tekort (overschot) van plannen 163.484 183.480 191.628 193.732 259.620
Ervaringsaanpassingen op de fondsbeleggingen 10.020 -2.734 -780 6.871 -5.834
Ervaringsaanpassingen op de verplichtingen 6.168 1.407 -476 6.929 5.515

De verwachte bijdragen te betalen voor de plannen gedurende het boekhoudjaar startend na de balansdatum bedraagt EUR 24,4 miljoen.

De impact van de IAS 19-revised zal insignificant zijn ten opzichte van het eigen vermogen van de Groep.

F28 Aandelenoptieplannen toegekend door de onderneming

Uitoefenprijs (EUR)
(de uitoefeningsprijs kan
Aantal opties dat
hoger zijn in bepaalde nog uitgeoefend
Plan
Vervaldatum
Uitoefening landen) moet worden
ISOP 2006 02/03/2016 alle werkdagen van 22,55 95.000
Euronext Brussels 24,00 7.500
02/03/2013 22,55 7.500
110.000
ISOP 2007 16/02/2017 alle werkdagen van 26,55 183.500
Euronext Brussels 27,36 10.000
16/02/2014 26,55 4.500
198.000
ISOP 2008 14/04/2018 alle werkdagen van 32,57 232.750
Euronext Brussels 32,71 26.000
14/04/2015 32,57 177.750
32,71 1.250
437.750
ISOP 2009 15/02/2016 alle werkdagen van 14,44 351.500
Euronext Brussels 14,68 21.000
372.500
ISOP 2010 14/02/2017 alle werkdagen van 22,30 691.750
Euronext Brussels
691.750
ISOP 2011 13/02/2018 alle werkdagen van 38,07 581.375
Euronext Brussels 39,25 65.000
38,54 31.000
677.375
ISOP 2012 12/02/2019 alle werkdagen van 35,32 514.500
Euronext Brussels 37,67 56.500
36,00 32.375
603.375
Totaal 3.090.750

ISOP verwijst naar "Incentive Stock Option Plan" (wereldwijd plan voor kaders).

Aandelenopties, waarvan typisch de rechten werden verworven op de datum van toekenning, zullen vereffend worden met bestaande aandelen. Opties die niet uitgeoefend werden voor de vervaldatum vervallen automatisch.

(EUR duizend)

2011 2012
Aantal opties Gewogen
gemiddelde
uitoefeningsprijs
Aantal opties Gewogen
gemiddelde
uitoefeningsprijs
UITSTAANDE AANDELENOPTIES GEDURENDE HET JAAR
Uitstaande begin van het boekjaar 3.223.625 22,98 3.593.375 26,35
Toegekend tijdens boekjaar 677.375 38,20 603.375 35,58
Uitgeoefend tijdens het boekjaar 297.448 17,04 1.106.000 23,51
Vervallen tijdens het boekjaar 10.177
Uitstaande einde boekjaar 3.593.375 26,35 3.090.750 29,17
Uitoefenbaar einde boekjaar 3.593.375 26,35 3.090.750 29,17

De nog niet vervallen opties op het einde van het boekjaar, hebben een gemiddelde gewogen looptijd tot juli 2017.

F29 Voorzieningen leefmilieu

Voorzieningen voor
bodemsanering en
Overige
voorzieningen
Totaal
90.639
5.095
-1.698 -1.698
-10.518 -1.539 -12.057
1.740 1.740
-730 -730
80.441 2.549 82.990
68.143 2.007 70.150
12.298 542 12.840
landschapsherstel
87.162
4.484
voor leefmilieu
3.477
611

Voorzieningen voor leefmilieu, volgens wettelijke en feitelijke verplichtingen zijn opgenomen en bepaald met als referentie een schatting van de waarschijnlijkheid van de toekomstige kasuitstromen evenals historische gegevens gebaseerd op feiten en omstandigheden gekend op het einde van het boekjaar. De effectieve verplichting kan verschillen van de opgenomen bedragen.

De voorzieningen verminderden met EUR 7.649 duizend, waarbij bijkomende voorzieningen meer dan gecompenseerd werden door bestedingen of terugnemingen van bestaande voorzieningen. Dit is een goede weergave van de bestendige uitvoering van de geïdentifieerde en aangegane saneringsprogramma's.

De nieuwe toename van de voorzieningen voor bodemsanering en herinrichting van de sites heeft hoofdzakelijk betrekking op de herziening van de geschatte kosten van enkele programma's in Viviez, Frankrijk.

De bestedingen van de voorzieningen van de periode zijn voor het grootste deel verbonden met de realisatie van saneringsprogramma's in Viviez, Frankrijk en in Angleur, Olen en Hoboken, België. De terugname van provisies voor bodemsanering en herinrichting van de sites heeft vooral in Auby, Frankrijk, plaatsgevonden.

Gedurende 2012 vonden geen belangrijke bewegingen plaats op de voorzieningen die werden aangelegd voor het historische radioactief afvalmateriaal in Olen, België. De onderhandelingen met alle bevoegde instanties om een duurzame en aanvaardbare opslagoplossing te vinden duren voort, zij het op een langzaam tempo.

Het management verwacht dat de belangrijkste kasuitgaven met betrekking tot deze projecten zullen gebeuren binnen de vijf jaar.

(EUR duizend)

F30 Voorzieningen voor overige risico's en kosten

(EUR duizend) Voorzieningen voor bodemsanering en landschapsherstel Overige voorzieningen voor leefmilieu Totaal Per einde van het vorige boekjaar 10.331 59.562 69.892 . Perimeterwijzigingen 48 48 . Toename 8.916 11.002 19.918 . Terugnemingen -1.256 -18.728 -19.984 . Bestedingen (begrepen in 'Andere bedrijfskosten') -4.916 -3.653 -8.569 . Actualisering (begrepen in 'Netto financiële kosten') -135 -3.078 -3.213 . Omrekeningsverschillen . Andere wijzigingen -93 -93 Per einde van het boekjaar 12.940 45.060 58.000 waarvan : - op meer dan één jaar 7.575 32.546 40.121 - op ten hoogste één jaar 5.365 12.514 17.879

Voorzieningen voor reorganisaties en herstructureringen, voor risico's met betrekking tot belastingen, garanties en geschillen, voor verlieslatende contracten en productterugnames, zijn opgenomen en bepaald met als referentie een schatting van de waarschijnlijkheid van de toekomstige kasuitstromen, alsook historische gegevens gebaseerd op feiten en omstandigheden die gekend zijn op het einde van het boekjaar. De effectieve verplichting kan verschillen van de opgenomen bedragen.

Voorzieningen zijn in het totaal met EUR 11.893 duizend afgenomen. De nieuwe voorzieningen werden meer dan gecompenseerd door aanwendingen en terugnames.

De bijkomende voorzieningen voor reorganisaties en herstructureringen werden vooral aangelegd in South Plainfield, VS, Foshan, China, Olen, België en Balzers, Liechtenstein.

De toename en terugname van de andere voorzieningen voor overige risico's en kosten betreffen garanties, verlieslatende contracten en geschillen. Deze beïnvloeden een wijde reeks van dochterondernemingen voornamelijk in België, Duitsland en Brazilië.

Ze omvatten ook voorzieningen voor verlieslatende contracten met betrekking tot het IAS 39-effect (zie Economische kerncijfers). De netto-afname gedurende de periode voor deze voorzieningen bedroeg EUR 6.065 duizend. Het eindsaldo van deze voorzieningen bedraagt EUR 4.427 duizend.

Er kan geen schatting gemaakt worden wanneer de kasuitstroom voor de voorziening voor overige risico's en kosten op meer dan één jaar zal plaatsvinden.

F31 Aangewend kapitaal

AANGEWEND KAPITAAL EN ROCE (EUR duizend)
Toelichting 31/12/2011 30/06/2012 31/12/2012
Immateriële vaste activa F14, F15 183.303 194.930 200.903
Materiële vaste activa F16 864.336 882.196 912.268
Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode F17 218.923 227.132 214.015
Financiële activa beschikbaar voor verkoop - op meer dan één jaar F18 47.730 37.903 37.105
Voorraden F19 1.305.010 1.209.452 1.235.107
Handels- en overige vorderingen op meer dan één jaar (zonder
personeelsvoordelen)
F20 14.258 15.524 16.566
Bijgestelde handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar 843.455 933.954 774.633
Terug te vorderen belastingen 17.067 21.235 29.861
Activa opgenomen in het aangewend kapitaal 3.494.082 3.522.326 3.420.458
Handels- en overige schulden op meer dan één jaar F25 15.084 15.179 13.921
Bijgestelde handels- en overige schulden op ten hoogste één jaar 1.127.830 1.106.641 1.017.827
Omrekeningsverschillen F23 -34.121 -23.096 -46.103
Voorzieningen op meer dan één jaar F29, F30 113.434 111.350 110.271
Voorzieningen op then hoogste één jaar F29, F30 47.099 44.233 30.720
Te betalen belastingen 57.742 33.898 35.519
Passiva opgenomen in het aangewend kapitaal 1.327.068 1.288.205 1.162.155
Aangewend kapitaal 2.167.018 2.234.121 2.258.303
IAS 39 en eliminaties -1.805 -739 -1.094
Aangewend kapitaal zoals gepubliceerd 2.168.823 2.234.860 2.259.397
Gemiddeld aangewend kapitaal, in semester voor afsluitingsdatum 2.229.729 2.201.842 2.247.129
Gemiddeld aangewend kapitaal, in jaar 2.232.970 2.224.486
Recurrente EBIT F9 416.066 372.097
ROCE 18,63% 16,73%

Handelsvorderingen en -schulden opgenomen in 'Aangewend Kapitaal' omvatten niet de 'margin calls' noch de geboekte winsten of verliezen op de aanpassing naar reële waarde op de strategische indekkingsinstrumenten.

Het gemiddeld aangewend kapitaal voor het half jaar wordt berekend door het gemiddelde te nemen van het aangewend kapitaal op het einde van de periode en het aangewend kapitaal van de vorige periode. Het gemiddeld aangewend kapitaal voor het hele jaar wordt berekend door het gemiddelde te nemen van het gemiddeld aangewend kapitaal van beide half-jaren.

F32 Financiële instrumenten per categorie

(EUR duizend)

Boekwaarde
Aangehouden
voor verkoop zon
Cash Flow
indek
Leningen,
handels
Beschik
Reële der indekkings kingsboek vorderingen baar voor
waarde boekhouding houding en schulden verkoop
ACTIVA
Financiële activa beschikbaar voor verkoop 47.740 47.740
Financiële activa beschikbaar voor verkoop - Aandelen 47.740 47.740
Leningen toegekend 2.147 2.147
Leningen toegekend 2.147 2.147
Handels- en overige vorderingen 882.159 6.490 16.537 859.132
Op meer dan één jaar
Garanties en deposito's 6.576 6.576
Overige vorderingen op meer dan één jaar 7.682 7.682
Personeelsvoordelen 372 372
Op ten hoogste één jaar
Handelsvorderingen (bruto) 748.195 748.195
Handelsvorderingen (waardeverminderingen) -12.309 -12.309
Overige vorderingen (bruto) 78.608 78.608
Overige vorderingen (waardeverminderingen) -7.509 -7.509
Te ontvangen interesten 136 136
Reële waarde vordering financiële instrumenten
kasstroomindekking
16.537 16.537
Reële waarde vordering andere financiële instrumenten 6.490 6.490
Overlopende rekeningen 37.380 37.380
Kas en kasequivalenten 103.981 103.981
Beleggingen op korte termijn bij banken 17.809 17.809
Beleggingen op korte termijn (andere) 3.439 3.439
Financiële instellingen, liquide middelen en andere
kasequivalenten
82.733 82.733
TOTAAL FINANCIËLE INSTRUMENTEN (ACTIVA) 1.036.027 6.490 16.537 965.260 47.740
PASSIVA
Financiële schulden 379.048 370.534
Op meer dan één jaar
Bankleningen 21.588 20.001
Overige leningen 3.879 3.879
Op ten hoogste één jaar
Bankleningen 63.447 63.447
Krediet op bankrekeningen 3.776 3.776
Commercial paper 121.484 121.484
Overige leningen 164.874 157.947
Handels- en overige schulden 1.163.533 22.106 20.620 1.120.807
Op meer dan één jaar
Handelsschulden 1.253 1.253
Overige schulden 5.105 5.105
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen subsidies 8.726 8.726
Op ten hoogste één jaar
Handelsschulden 780.536 780.536
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering 30.431 30.431
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 13.078 13.078

(EUR duizend)

Boekwaarde
Reële
waarde
Aangehouden
voor verkoop zon
der indekkings
boekhouding
Cash Flow
indek
kingsboek
houding
Leningen,
handels
vorderingen
en schulden
Beschik
baar voor
verkoop
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten 127.408 127.408
Overige schulden 28.687 28.687
Verschuldigde dividenden 7.814 7.814
Te betalen interesten 7.571 7.571
Reële waarde schulden financiële instrumenten
kasstroomindekking
20.620 20.620
Reële waarde schulden andere financiële instrumenten 22.106 22.106
Overlopende rekeningen 110.198 110.198
TOTAAL FINANCIËLE INSTRUMENTEN (PASSIVA) 1.542.581 22.106 20.620 1.491.341 0

(EUR duizend)

Aangehouden voor Boekwaarde
Cash Flow
Leningen,
verkoop zonder indek handels Beschikbaar
Reële indekkingsboek kingsboek vorderingen voor
waarde houding houding en schulden verkoop
ACTIVA
Financiële activa beschikbaar voor verkoop 37.108 37.108
Financiële activa beschikbaar voor verkoop - Aandelen 37.108 37.108
Leningen toegekend 10.047 10.047
Leningen toegekend 10.047 10.047
Handels- en overige vorderingen 805.395 8.437 8.452 788.506
Op meer dan één jaar
Garanties en deposito's 8.304 8.304
Overige vorderingen op meer dan één jaar 8.261 8.261
Personeelsvoordelen 453 453
Op ten hoogste één jaar
Handelsvorderingen (bruto) 671.963 671.963
Handelsvorderingen (waardeverminderingen) -10.202 -10.202
Overige vorderingen (bruto) 82.782 82.782
Overige vorderingen (waardeverminderingen) -6.905 -6.905
Te ontvangen interesten 124 124
Reële waarde vordering financiële instrumenten
kasstroomindekking
8.452 8.452
Reële waarde vordering andere financiële instrumenten 8.437 8.437
Overlopende rekeningen 33.726 33.726
Kas en kasequivalenten 131.426 131.426
Beleggingen op korte termijn bij banken 11.826 11.826
Beleggingen op korte termijn (andere) 142 142
Financiële instellingen, liquide middelen en andere
kasequivalenten
119.458 119.458
TOTAAL FINANCIËLE INSTRUMENTEN (ACTIVA) 983.976 8.437 8.452 929.979 37.108
PASSIVA
Financiële schulden 354.899 353.909
Op meer dan één jaar
Bankleningen 0 0

(EUR duizend)

Boekwaarde
Aangehouden voor Cash Flow Leningen,
verkoop zonder indek handels Beschikbaar
Reële indekkingsboek kingsboek vorderingen voor
waarde houding houding en schulden verkoop
Overige leningen 2.862 2.862
Op ten hoogste één jaar
Bankleningen 133.377 132.387
Krediet op bankrekeningen 439 439
Commercial paper 213.565 213.565
Overige leningen 4.656 4.656
Handels- en overige schulden 1.036.283 8.708 4.535 1.023.040
Op meer dan één jaar
Handelsschulden
Overige schulden 4.639 4.639
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen subsidies 9.283 9.283
Op ten hoogste één jaar
Handelsschulden 728.311 728.311
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering 21.564 21.564
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 16.664 16.664
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten 125.835 125.835
Overige schulden 18.067 18.067
Verschuldigde dividenden 7.518 7.518
Te betalen interesten 600 600
Reële waarde schulden financiële instrumenten 4.535 4.535
kasstroominfdekking
Reële waarde schulden andere financiële instrumenten 8.708 8.708
Overlopende rekeningen 90.559 90.559
TOTAAL FINANCIËLE INSTRUMENTEN (PASSIVA) 1.391.182 8.708 4.535 1.376.949 0

De leningen en schulden zijn uitgegeven aan een marktrentevoet welke geen grote verschillen met zich meebrengt vergeleken met de effectieve markrentevoet. Alle categorieën van financiële instrumenten van Umicore worden aan hun reële waarde weergeven behalve de langlopende bank- en andere leningen. De boekwaarde van deze verschilt van de reële marktwaarde (zie toelichting F24).

De reële waarde van de financiële instrumenten die verhandeld worden in actieve markten is gebaseerd op de koers in de desbetreffende markt op het einde van het boekjaar.

De reële waarde van de financiële instrumenten die niet vrij verhandeld worden in een actieve markt wordt bepaald door middel van valorisatietechnieken. Meest gebruikte techniek is de 'discounted cash-flow' waarbij de marktomstandigheden deze zijn zoals ze gekend waren op het einde van het boekjaar.

De reële waarde van rentevoet swaps, in bijzonder, wordt berekend door de huidige waarde te nemen van de geschatte toekomstige kasstromen. De reele waarde van forward wisselkoers- en metaalcontracten wordt bepaald door de genoteerde wissel- en metaalkoersen op het einde van het boekjaar te nemen.

De reële waarde van de vrij verhandelde financiële vaste activa welke door de groep gehouden worden, is de genoteerde marktwaarde op het einde van het boekjaar. De reële waarde van de passiva wordt geschat door de toekomstige contractuele kasstromen te verdisconteren aan de huidige marktrentevoet. De genomen markrentevoet is deze rentevoet die beschikbaar is voor de groep voor gelijkaardige financiële instrumenten.

Door van de nominale waarde van de handelsvordering en schulden de desbetreffende waardevermindering af te trekken, wordt hun reële waarde benaderd.

32.1 Reële waarde hiërarchie

De Groep heeft de wijzigingen in IFRS 7 betreffende de waardering van financiële instrumenten in de balans aan werkelijke waarde, aangenomen vanaf januari 2009. De wijzigingen hebben tot gevolg dat de aanpassing naar reële waarde gerapporteerd worden volgens volgende hiërarchie:

Niveau 1: Waardering gebaseerd op beurskoersen op actieve markten voor identieke activa of passiva.

Niveau 2: Waardering gebaseerd op waarneembare gegevens andere dan beurskoersen.

Niveau 3: Waardering gebaseerd op niet-waarneembare gegevens.

Binnen de Groep zijn de financiële activa gewaardeerd volgens niveau 1. Uitzondering is echter de Nyrstar obligatie, welke een niveau 2 is. Alle afgeleide producten voor metaal en wisselkoersen zijn gewaardeerd volgens niveau 2.

32.2 Sensitiviteitsanalyse betreffende financiële instrumenten

Umicore is blootgesteld aan fluctuaties van grondstofprijzen, wisselkoersen en rentevoeten.

32.2.1 Grondstofprijzen

De reële waarde van de financiële instrumenten met betrekking tot de indekking van de kasstromen (verkoopcontracten) zou EUR 9,1 miljoen lager/hoger zijn als de metaalprijzen met 10% zouden stijgen/dalen.

De reële waarde van de financiële instrumenten met betrekking tot de indekking van de kasstromen (aankoopcontracten) zou EUR 2,1 miljoen hoger/lager zijn als de electriciteitsprijzen met 10% zouden stijgen/dalen.

De reële marktwaarde van andere financiële verkoopsinstrumenten zou EUR 15,1 miljoen lager/hoger zijn en deze van andere financiële aankoopinstrumenten zou 14,3 miljoen hoger/lager zijn indien de metaalprijzen met 10% zouden stijgen/dalen.

32.2.2 Wisselkoersen

De reële waarde van de forward wisselkoerscontracten met betrekking tot de indekking van de kasstromen zou EUR 5,9 miljoen hoger zijn als de Euro 10% appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 7,3 miljoen lager zijn als de Euro 10% zou depreciëren ten opzichte van de USD.

De reële waarde van de verkochte forward wisselkoerscontracten met betrekking tot andere financiële instrumenten zou EUR 32,3 miljoen hoger zijn als de Euro 10% zou appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 39,5 miljoen lager zijn als de Euro 10% zou depreciëren ten opzichte van de USD.

De reële waarde van de gekochte forward wisselkoerscontracten met betrekking tot andere financiële instrumenten zou EUR 7,2 miljoen lager zijn indien de Euro 10% zou appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 8,8 miljoen hoger zijn als de Euro 10% zou depreciëren ten opzichte van de USD.

De reële waarde van de netto-balansonderdelen die zijn blootgesteld aan de USD zou EUR 26,6 miljoen lager zijn indien de Euro 10% zou appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 32,5 miljoen hoger zijn als de Euro 10% zou depreciëren ten opzichte van de USD.

F33 Reële waarde van financiële instrumenten

Umicore dekt zijn structureel en transactiegebonden goederen- (metaal en energie), valuta- en rentevoetrisico's in door gebruik te maken van metaalinstrumenten (voornamelijk deze genoteerd op de London Metal Exchange), valuta-instrumenten en rentevoet-swaps met erkende makelaars en banken.

33.1 Financiële instrumenten gerelateerd aan kasstroomindekking

(EUR duizend)
Nominaal of contractueel bedrag Reële waarde
31/12/2011 31/12/2012 31/12/2011 31/12/2012
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht 217.505 97.164 3.390 6.232
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht -18.878 -22.201 -1.537 -1.857
Termijnovereenkomsten: deviezen verkocht 105.966 88.980 -5.936 -458
Totaal reële waarde-impact (integraal geconsolideerde
dochterondernemingen)
-4.083 3.917
Erkend in handels- en overige vorderingen 16.537 8.452
Erkend in handels- en overige schulden -20.620 -4.535
Totaal reële waarde-impact (voor geassocieerde ondernemingen
en joint ventures)
294 22
Totaal -3.789 3.939

De principes en de documentatie over de ingedekte risico's als ook de timing gerelateerd aan de kasstroomindekkingsactiviteiten van de Groep zijn vermeld in toelichting F3, Beheer van financiële risico's.

De reële waarden van de effectieve indekkingsinstrumenten worden in eerste instantie erkend in de reële waardereserves opgenomen onder het eigen vermogen. Nadat de onderliggende of aangegane transacties zich voordoen, worden ze afgeboekt uit het eigen vermogen (zie toelichting F23).

De termijnovereenkomsten voor verkochte goederen werden opgezet voor de indekking van oa volgende goederen: goud, zilver, platina, palladium en zink.

De termijnovereenkomsten voor aangekochte goederen werden opgezet voor de indekking van prijsrisico's op electriciteit.

De termijnovereenkomsten voor verkochte deviezen werden opgezet voor de indekking van de USD ten opzichte van de EUR, KRW, BRL, NOK en AUD en de EUR ten opzichte van de NOK.

De gemiddelde vervaldag van de financiële instrumenten gerelateerd aan kasstroomindekking is juli 2013 voor de termijnovereenkomsten voor verkochte goederen en juli 2013 voor de termijnovereenkomsten voor verkochte deviezen.

De condities voor alle termijncontracten zijn gangbare marktcondities.

In die omstandigheden waar documentatie voor hedge accounting zoals gedefinieerd onder IAS 39 niet beschikbaar is, worden financiële instrumenten, gebruikt voor het indekken van structurele risico's van metalen en deviezen, gewaardeerd alsof ze worden aangehouden ter verhandeling. Zulke instrumenten worden echter weldegelijk gebruikt om toekomstige waarschijnlijke kasstromen te dekken en zijn dus niet speculatief van aard.

De kasstroomindekking van Umicore is op geen enkele manier ineffectief geweest in 2011, noch in 2012.

33.2 Andere financiële instrumenten

(EUR duizend)
Nominaal of contractueel bedrag Reële waarde
31/12/2011 31/12/2012 31/12/2011 31/12/2012
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht 144.905 99.771 447 953
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht -175.586 -118.934 -9.737 -4.785
Termijncontracten: deviezen verkocht 339.767 362.118 -8.436 3.719
Termijncontracten: deviezen aangekocht 134.443 -115.685 2.110 -158
Totaal reële waarde-impact (integraal geconsoli
deerde dochterondernemingen)
-15.616 -271
Erkend in handels- en overige vorderingen 6.490 8.437
Erkend in handels- en overige schulden -22.106 -8.708
TOTAAL -15.616 -271

De principes en de documentatie over de transactiegebonden indekkingen door de Groep zijn beschreven in toelichting F3, Beheer van financiële risico's. Bij gebrek aan documentatie voor hedge accounting voor deze indekkingsactiviteit zoals gedefinieerd onder IAS 39, worden financiële instrumenten, gebruikt voor het indekken van transactierisico's van metalen en deviezen, gewaardeerd alsof ze worden aangehouden ter verhandeling. Zulke instrumenten worden echter wel degelijk gebruikt om bestaande transacties en vaste engagementen te dekken en zijn dus niet speculatief van aard.

De reële waarden zijn rechtstreeks onderkend in de resultatenrekening onder 'Andere bedrijfsopbrengsten' voor de basismaterialen gerelateerde instrumenten en onder 'Netto financiële kosten' voor de valuta-gerelateerde instrumenten.

(EUR duizend)
Contractuele vervaldag
1 tot 3 3 maand - 1
Per einde van het vorige boekjaar < 1 maand maand jaar 1 tot 5 jaar Totaal
ACTIVA INSTRUMENTEN (REËLE WAARDE)
Risico verbonden aan metaalprijzen
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (CFH) 0 1.636 4.664 9.966 16.265
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) 1.723 1.708 257 0 3.688
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) 627 74 -6 -3 693
Risico verbonden aan deviezen
Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) 26 49 190 8 272
Termijncontracten: deviezen aangekocht (overige) 1.157 656 297 0 2.110
PASSIVA INSTRUMENTEN (REËLE WAARDE)
Risico verbonden aan metaalprijzen
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (CFH) -1.638 -1.837 -10.714 1.314 -12.874
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (CFH) -29 -25 -535 -949 -1.537
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) -115 -1.303 -1.822 -3.240
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) -1.309 -7.394 -980 -748 -10.430
Risico verbonden aan deviezen
Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) -100 -783 -2.812 -2.513 -6.208
Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) -6.515 -1.401 -519 0 -8.436
Umicore Jaarverslag 2012
Contractuele vervaldag (EUR duizend)
1 tot 3 3 maand
Per einde van het boekjaar < 1 maand maand - 1 jaar 1 tot 5 jaar Totaal
ACTIVA INSTRUMENTEN (REËLE WAARDE)
Risico verbonden aan metaalprijzen
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (CFH) 0 1.668 4.747 0 6.415
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) 386 899 2.468 0 3.754
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) 699 266 19 -27 957
Risico verbonden aan deviezen
Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) 175 358 1.641 1 2.174
Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) 3.405 -8 322 0 3.719
Termijncontracten: deviezen aankoop (overige) 4 3 0 0 7
PASSIVA INSTRUMENTEN (REËLE WAARDE)
Risico verbonden aan metaalprijzen
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (CFH) 0 19 -193 0 -174
Termijnovereenkomsten: goederen aankoop (CFH) -2 -52 -1.112 -708 -1.873
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) -1.329 -1.288 -5 0 -2.621
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) -1.709 -2.403 -1.810 0 -5.921
Risico verbonden aan deviezen
Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) 0 -466 -2.166 0 -2.632
Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) 0 0 0 0 0
Termijncontracten: deviezen aangekocht (overige) -63 -120 18 0 -166

F34 Toelichting bij de kasstromentabel

34.1 Definities

De kasstromentabel bestaat uit de kasstromen afkomstig van respectievelijk de bedrijfs-, de investerings- en de financieringsactiviteiten van de betreffende periode.

Voor de opmaak van de bedrijfskasstromen werd de indirecte methode toegepast. Het nettoresultaat werd aangepast voor:

  • de impact van operaties die geen kasuitgaven inhouden zoals voorzieningen, waardeverminderingen, waardering aan marktwaarde, enz., evenals de wijziging in de behoefte aan bedrijfskapitaal;
  • elementen van de opbrengsten en kosten verbonden aan de investerings- en de financieringsactiviteiten.
(EUR duizend)
2011 2012
AANPASSING VOOR NIET-KASTRANSACTIES
Afschrijvingen 137.051 151.959
Aanpassing IAS 39 -25.513 6.278
(Terugneming van) Bijzondere waardeverminderingen 8.647 29.326
Waardering aan marktwaarde van de voorraden en engagementen 61.823 -28.740
Koersverschillen op leningen langetermijnleningen 12 -341
Voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren 12.940 3.946
Afschrijving van kapitaalsubsidies -501 -327
Op aandelen gebaseerde vergoedingen 8.342 5.325
Wijziging in voorzieningen -12.876 -1.206
189.926 166.220
AANPASSING VOOR ELEMENTEN DIE AFZONDERLIJK VERMELD OF GEKLASSEERD MOETEN WORDEN ONDER DE
INVESTERINGS- OF FINANCIERINGSKASSTROMEN
Belastingen van de periode 76.006 59.688
Interestkosten (-opbrengsten) 16.012 6.103
(Meerwaarde) Minwaarde op overdracht van vaste activa -8.994 43
Opbrengsten uit dividenden -841 -913
82.183 64.922
WIJZIGINGEN IN DE BEHOEFTE AAN BEDRIJFSKAPITAAL
Voorraden -121.977 69.903
Handels- en overige vorderingen -52.948 63.969
Handels- en overige schulden 170.855 -149.473
Zoals in de geconsolideerde balans -4.070 -15.601
Transacties zonder impact op kasstromen (*) 8.718 21.485
Elders gepubliceerde transacties (**) -47.975 39.665
Impact van bedrijsfacquisities 9.131
Omrekeningsverschillen -5.249 -20.620
Zoals in de geconsolideerde kasstromentabel -48.575 34.060

(*) De transacties zonder impact op kasstromen komen in de meeste gevallen van de waardering aan marktwaarde van voorraden en engagementen, van strategische en transactionele hedging resultaten en waardeverminderingen van voorraden en dubieuze debiteuren.

(**) De transacties die elders gepubliceerd worden zijn het gevolg van gewijzigde te ontvangen en nog te betalen interesten, dividenden en belastingen.

(EUR duizend)
Netto kas en
-kasequivalenten
Leningen (zonder
krediet op
bankrekeningen)
Netto financiële
schulden
Per einde van het vorige boekjaar 100.205 366.756 266.551
Kassstromen van de periode 30.784 -13.287 -44.071
Per einde van het boekjaar 130.989 353.469 222.480

Umicore | Jaarverslag 2012

34.2 Toename van de kasstromen uit bedrijfsactiviteit

De kasstromen uit bedrijfsactiviteiten na belastingen bedroegen EUR 415,5 miljoen. De bedrijfskapitaalbehoeften stegen met EUR 34,1 miljoen voornamelijk door de stijging van het voorraadvolume.

34.3 Toename van de kasstromen uit investeringsactiviteit

De kasstromen gebruikt in investeringsactiviteiten namen met EUR 58,3 miljoen toe in 2012. De investeringen bedroegen EUR 253,5 miljoen. De investeringen stegen aanzienlijk in Catalysis, gekoppeld aan de toevoeging van capaciteit voor personenwagens en HDD in China en Europa en de bouw van een technologieontwikkelingscentrum in China, Japan en Brazilië. In Energy Materials waren kapitaaluitgaven lager dan in 2011. Het investeringsniveau blijft hoog, vooral door de voortzetting van de productiecapaciteitsuitbreidingen in Rechargeable Battery Materials. De investeringen waren ook wat lager bij Performance Materials. In Recycling blijven investeringen op een hoog niveau als gevolg van de uitbreiding van de bemonsteringfaciliteiten en nieuwe waterzuiveringsinstallatie en gasreinigingsapparatuur in Hoboken, België.

De investeringen bevatten ook EUR 25,7 miljoen immateriële vaste activa welke vooral voortkomen uit de de kapitalisatie van O&O-ontwikkelingskosten en informatiesystemen (zie ook toelichting F14).

34.4 Afname van de kasstromen uit financieringsactiviteit

De kasstroom gebruikt in financieringsactiviteiten is vooral te wijten aan de nettodaling van de schuldgraad (EUR 16,8 miljoen) en de netto-inkoop van eigen aandelen (EUR 25,9 miljoen), de kapitaalverhoging in minderheden (EUR 5,5 miljoen), de betaling van dividenden (EUR 129,4 miljoen) en de betaling van intresten (EUR 13,0 miljoen).

(EUR duizend)
2011 2012
Verwerving van materiële vaste activa 188.018 227.770
Verwerving van immateriële vaste activa 24.556 25.688
Investeringen 212.574 253.458

F35 Rechten en verplichtingen

(EUR duizend)
2011 2012
Door derden gestelde zekerheden voor rekening van de Groep 71.984 64.008
Door de Groep gestelde zekerheden voor rekening van derden 6.388 8.516
Ontvangen zekerheden 104.442 105.356
Door derden in hun naam gehouden goederen en waarden maar op risico van de Groep 470.002 414.793
Verplichtingen tot aankoop en verkoop van vaste activa 1.037 225
Commerciële engagementen voor aangekochte te ontvangen basismaterialen 141.834 74.178
Commerciële engagementen voor verkochte te leveren basismaterialen 510.692 133.512
Goederen en waarden van derden gehouden door de Groep 2.147.323 1.878.924
Diverse rechten en verbintenissen 2.734 3.884
3.456.436 2.683.396

35.1 Door derden gestelde zekerheden voor rekening van de Groep

Deze zijn gewaarborgde en niet-gewaarborgde zekerheden gegeven door derden aan de schuldeisers van de Groep ter garantie van de aflossing van de actuele en toekomstige schulden en verplichtingen van de Groep.

35.2 Door de Groep gestelde zekerheden voor rekening van derden

Deze zijn zekerheden of onomkeerbare verbintenissen gegeven door de Groep ten voordele van derden ter garantie van de voldoende aflossing van schulden en bestaande of toekomstige verplichtingen door derden jegens hun schuldeisers.

Er zijn geen engagementen tot leningen aan derde partijen.

35.3 Ontvangen zekerheden

Dit zijn ontvangen panden en zekerheden die het toereikend voldoen van schulden en bestaande of potentiële engagementen van derden tegenover de onderneming en haar dochterondernemingen garanderen, met uitzondering van kasgaranties en obligaties.

De ontvangen zekerheden hebben betrekking tot crediteurenzekerheden gedekt door financiële instellingen. Deze zekerheden zijn opgemaakt voor het indekken van de goede uitwerking van werken door de crediteuren. Sommige delen van de ontvangen zekerheden hebben ook betrekking tot klantenzekerheden voornamelijk ontvangen van de moederschappij in naam van één van de filialen. Een klein deel ervan van dit bedrag heeft betrekking op huurgaranties.

Deze garanties zijn opgenomen aan normale marktvoorwaarden en de reële waarde van deze items zijn gelijkwaardig aan de nettoboekwaarde. Geen enkele van deze zekerheden zijn in onderpand gegeven.

35.4 Door derden in hun naam gehouden goederen en waarden maar op risico van de Groep

Deze vertegenwoordigen goederen en waarden opgenomen in de balans van de Groep voor dewelke de onderneming en haar dochterondernemingen de risico's dragen en de opbrengst behouden, maar deze goederen en waarden bevinden zich niet in de panden van de onderneming en haar dochterondernemingen. Het betreft vooral geleasde voorraden aan derden, consignatievoorraden of over voorraden onder maakloonovereenkomsten bij derden.

35.5 Commerciële engagementen

Dit zijn engagementen gemaakt om metalen te leveren aan klanten of aangeleverd te krijgen van leveranciers tegen vastgestelde prijzen.

35.6 Goederen en waarden van derden gehouden door de Groep

Dit zijn goederen en waarden die tijdelijk door de onderneming en haar dochterondernemingen bijgehouden worden, maar die de onderneming niet bezit. Het betreft voornamelijk geleasde voorraden, consignatievoorraden of voorraden onder maakloonovereenkomsten met derden.

De Groep least metaal (meer specifiek goud en zilver) van en aan banken of andere derde partijen voor specifieke, meestal korte periodes. De Groep betaalt of ontvangt hiervoor leasevergoedingen. Op 31 december 2012 was het nettosaldo van deze leaseschuld EUR 631 miljoen tegenover EUR 772 miljoen op het einde van 2011. De afname is vooral veroorzaakt door lagere volumes en lagere metaalprijzen.

F36 Voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen

De Groep heeft bepaalde hangende dossiers die volgens de IFRS-normen beschouwd kunnen worden als voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen.

36.1 Milieuproblematiek

In Guarulhos (Brazilië) is er bodem- en grondwatervervuiling zowel rond de site als in een publiek gebied bestemd voor herverstedelijking. Deel van de vervuiling werd veroorzaakt voordat de site door Umicore in 2003 werd gekocht. Voorlopig is nog geen concreet ontwikkelingsplan opgesteld. Bovendien werd de Federal Environment Agency geconsulteerd voor de sanering, maar zijn voorlopig nog geen aanbevelingen voorhanden. Daardoor kan een mogelijke bijdrage door Umicore nog niet vastgesteld worden. Door bepalingen die werden opgesteld in het verkoopscontract gelooft Umicore dat het ten minste een gedeelte van noodzakelijke betalingen zou kunnen recupereren van de verkopende partij.

36.2 Ex-werknemers van Gécamines

Meerdere vroegere werknemers van Gécamines, het Congolese staatsbedrijf dat in 1967 de activa van Union Minière overnam na de onteigening ervan, hebben na hun ontslag door dit bedrijf, vorderingen ingediend tegen Umicore voor de betaling van door Gécamines verschuldigde bedragen. Société Générale des Minerais, waarvan de rechten en verplichtingen, na diverse reorganisaties door Umicore zijn overgenomen, had inderdaad van 1967 tot 1974 aanvaard om bepaalde werknemers van Gécamines bepaalde delen van hun salaris te betalen ingeval Gécamines in gebreke zou blijven. In 1974 had

36.3 Voorwaardelijke pensioenverplichting

36.4 Overige

F37 Verbonden partijen

Umicore Jaarverslag 2012
Gécamines erin toegestemd om Umicore hiervoor te vrijwaren. Hoewel de geldigheid van deze garantie betwist kan worden, gelooft Umicore dat deze zaak
van elke grond ontbloot is.
Ook al verwacht Umicore in sommige gevallen gedwongen te worden om bepaalde bedragen te betalen aan vroegere werknemers, toch gelooft ze dat,
globaal genomen en op basis van de huidige heersende jurisprudentie, de uitslag van de vorderingen geen belangrijke financiële weerslag op de Groep zal
hebben. Het is echter onmogelijk om enige voorspelling te doen over de definitieve regeling van deze rechtszaak.
36.3 Voorwaardelijke pensioenverplichting
Naar aanleiding van de stopzetting van een pensioenplan bij Element Six in Ierland in 2011 hebben enkele leden van het plan een klacht ingediend tegen
de beheerders van het plan. Element Six heeft een schadevergoeding betaald aan de beheerders van het plan. Deze omvat de klacht en iedere toekenning,
verdere schadevergoedingen of kosten gemaakt of opgelegd door de rechtbanken, mocht de aanklager winnen. De beheerders zijn de klacht krachtig aan
het verdedigen en Element Six gelooft dat de beheerders een sterke zaak tegen de aanklagers hebben. Gezien de onzekerheid over het vonnis en eventuele
kosten die hiermee gepaard zouden gaan, heeft Element Six hier geen provisie voor aangelegd in de jaarrekening van 2012.
36.4 Overige
In aanvulling op het voorgaande zijn tegen de Groep een aantal dagvaardingen ingediend die samenhangen met het normale verloop van haar activiteiten.
De directie gelooft niet dat dergelijke dagvaardingen globaal genomen van aard zijn om een wezenlijke ongunstige invloed te hebben op de financiële
positie van Umicore.
F37 Verbonden partijen
(EUR duizend)
2011 2012
TRANSACTIES MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN
Bedrijfsopbrengsten
59.265
87.885
Bedrijfskosten
-43.863
Financiële opbrengsten
10
-62.788
130
Financiële kosten
-81
-62
Ontvangen dividenden
-11.703
-24.705
2011
OPENSTAANDE POSTEN MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN
2012
Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar
12.217
4.752
Handels- en overige schulden op ten hoogste één jaar
5.305
10.341
(EUR)
2011 2012
RAAD VAN BESTUUR
Bezoldigingen en directe personeelsvoordelen
538.139
530.045
Vast gedeelte
220.000
220.000
Variabel gedeelte (op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen)
217.000
200.500
Waarden van de toegekende aandelen
98.064
Voordeel in natura bedrijfswagen voorzitter
3.075
101.288
8.257
(EUR)
2011
DIRECTIECOMITÉ
2012
Vergoedingen en andere voordelen
8.901.226
8.922.465
Korte-termijn personeelsvoordelen
3.542.226
Personeelsvoordelen na uitdiensttreding
790.398
5.040.724
908.448
Andere lange-termijn voordelen
1.170.913
Aandelengebaseerde betalingen
3.397.689
864.521
2.108.772

Geen enkel variabel vergoedingselement (uitgezonderd de aanwezigheidsvergoeding) is voorzien in het bestuurdersstatuut. Geen enkele lening of waarborg werd door de onderneming aan de leden van de Raad van Bestuur toegekend.

De gegevens hierboven bieden een boekhoudkundig zicht op de vergoeding van de Raad van Bestuur en het Directiecomité en verschillen enigszins van de informatie vervat in het Remuneratieverslag onder het Corporate Governance hoofdstuk.

In de hierboven weergegeven tabellen worden de werkgeversbijdragen op het vlak van de sociale zekerheid, indien toepasselijk, weergegeven en opgenomen onder de kortetermijnpersoneelsvoordelen. Deze zijn niet vermeld in het Remuneratieverslag. De vergoeding van Ludo Vandervelden is opgenomen onder de kortetermijnverplichtingen (zie uitleg in het remuneratieverslag).

In verband met de aandelengebaseerde incentives vertegenwoordigen de cijfers met betrekking tot de toekenning van aandelen, zoals opgenomen in de aandelengebaseerde waarden, de waarde van de aandelen toegekend in 2012 voor diensten gepresteerd in 2011. Het Remuneratieverslag vermeldt de waarde van de aandelen toegekend in 2013 voor diensten gepresteerd in het besproken jaar, d.w.z. 2012.

De cijfers met betrekking tot het niet-uitgestelde deel van cash-vergoedingen, gerelateerd aan de individuele prestaties van 2012 zijn opgenomen in de kortetermijnpersoneelsvoordelen, vertegenwoordigen het niveau van de voorzieningen op het einde van het boekjaar. Het Remuneratieverslag vermeldt de werkelijk betaalde bedragen.

De voorzieningen geboekt voor het uitgestelde deel van variabele cash-vergoeding met als referentiejaar 2012, zijn opgenomen in de andere langetermijnvoordelen. De in 2014 en 2015 te betalen bedragen zullen afhankelijk zijn van prestaties gemeten over een langere termijn en de juiste bedragen zullen opgenomen worden in het Remuneratieverslag van de betrokken jaren.

F38 Gebeurtenissen na balansdatum

Umicore kondigde na de Raad van Bestuur van 6 februari 2013 aan dat ze aan de algemene vergadering van aandeelhouders de uitkering van een brutodividend van EUR 1 per aandeel zal voorstellen, wat overeenkomt met de totale uitbetaling van dividenden ten bedrage van EUR 111.827 duizend. Hiervan werd reeds EUR 0,50 per aandeel uitbetaald als interimdividend in september 2012.

In januari 2013 heeft de Groep een rentevoet swap afgesloten waarbij de rente ten belope van EUR 150 miljoen werd vastgelegd.

F39 Winst per aandeel

WINST PER AANDEEL (EUR)
2011 2012
Zonder afgesplitste activiteiten
Afgekondigde winst per aandeel - basisberekening 2,87 2,09
Afgekondigde winst per aandeel - na verwateringseffect 2,85 2,08
Met afgesplitste activiteiten
Afgekondigde winst per aandeel - basisberekening 2,87 2,09
Afgekondigde winst per aandeel - na verwateringseffect 2,85 2,08
Recurrente winst per aandeel 2,69 2,47

De hiernavolgende resultaten worden als teller gebruikt voor de berekening van de winst per aandeel voor zowel de basisberekening als de berekening na verwatering:

CIJFERS IN DE TELLER (EUR duizend)
Toelichting 2011 2012
Geconsolideerd nettoresultaat, aandeel van de Groep F9 324.950 233.444
Zonder afgesplitste activiteiten 324.950 233.444
Met afgesplitste activiteiten 324.950 233.444
Recurrent geconsolideerd nettoresultaat, aandeel van de Groep F9 304.565 275.235

De hiernavolgende aandelenaantallen worden gebruikt als noemer voor de berekening van de winst per aandeel voor zowel de basisberekening als de berekening na verwatering:

CIJFERS IN DE NOEMER

Umicore Jaarverslag 2012
CIJFERS IN DE NOEMER
2011 2012
Aantal uitstaande aandelen per 31 december 120.000.000 120.000.000
9.243.938 8.113.488
110.756.062 111.886.512
Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen 113.304.188 111.593.474
Potentiële verwatering door de aandelenoptieplannen 904.087 752.607
Aangepast gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen 114.208.275 112.346.081

Het totaal aantal uitstaande aandelen is exclusief de eigen aandelen, die aangehouden worden voor bestaande aandelenoptieplannen of beschikbaar zijn voor verkoop. De noemer voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel houdt rekening met een wijziging in de aandelenopties.

In 2012 zijn geen nieuwe aandelen uitgegeven als gevolg van de uitoefening van aandelenoptieplannen met daaraan verbonden inschrijvingsrechten. Tijdens het jaar heeft Umicore 1.106.000 eigen aandelen gebruikt voor de uitoefening van aandelenopties en 24.450 voor de toegekende aandelen. Per 31 december bezat Umicore 8.113.488 eigen aandelen, wat overeenstemt met 6,76% van de totale uitgegeven aandelen op dat moment.

F40 IFRS- ontwikkelingen

De toegepaste boekhoudprincipes zijn consistent met die van het voorgaande jaar.

De volgende nieuwe standaarden, wijzigingen aan standaarden en interpretaties werden gepubliceerd en goedgekeurd door de EU, maar zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2012:

  • Wijzigingen aan de standaard IAS 1 'Presentatie van de jaarrekening', ingangsdatum 1 juli 2012. De wijzigingen hebben betrekking op de toelichting van posten gepresenteerd in de niet-gerealiseerde resultaten in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.
  • IAS 19 Herzien 'Personeelsbeloningen', ingangsdatum 1 januari 2013. De herziene standaard resulteert in significante wijzigingen aan de opname en waardering van de pensioenkost van toegezegde pensioenrechten en ontslagvergoedingen, en aan de informatieverschaffing voor alle personeelsbeloningen.
  • IFRS 10 'De geconsolideerde jaarrekening', ingangsdatum 1 januari 2013. De nieuwe standaard bouwt voort op de bestaande principes door het concept van zeggenschap te identificeren als bepalende factor om een entiteit op te nemen in de geconsolideerde jaarrekening.
  • IFRS 11 'Gezamenlijke overeenkomsten', ingangsdatum 1 januari 2013. De nieuwe standaard is eerder gericht op de rechten en verplichtingen dan op de juridische vorm. De proportionele consolidatiemethode is niet langer toegestaan.
  • IFRS 12 'Toelichting van belangen in andere entiteiten', ingangsdatum 1 januari 2013. Deze nieuwe standaard omvat vereisten voor de toelichting van alle vormen van belangen in andere entiteiten.
  • IFRS 13 'Waardering tegen reële waarde', ingangsdatum 1 januari 2013. De nieuwe standaard licht toe hoe de reële waarde dient gemeten te worden voor financiële verslaggeving.

De volgende nieuwe standaarden, wijzigingen aan standaarden en interpretaties werden gepubliceerd, maar zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2012 en zijn nog niet goedgekeurd door de EU:

  • IFRS 9 'Financiële instrumenten', ingangsdatum 1 januari 2015. De standaard behandelt de classificatie, waardering en het niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen.
  • Aanpassingen aan IFRS 10 'De geconsolideerde jaarrekening', IFRS 11 'Gezamenlijke overeenkomsten' en IFRS 12 'Toelichting van belangen in andere entiteiten'. De aanpassingen leggen de overgangsbepalingen uit in IFRS 10 en voorzien in een bijkomende vrijstelling bij de overgang (bijvoorbeeld door de vereisten om aangepaste vergelijkende informatie te geven te beperken tot enkel de voorafgaande vergelijkende periode of, door de vereiste om vergelijkende informatie te presenteren voor de periodes voorafgaand aan de periode waarin IFRS 12 voor het eerst wordt toegepast voor de toelichtingen betreffende niet-geconsolideerde gestructureerde entiteiten te elimineren). Deze aanpassingen zullen van toepassing zijn voor boekjaren die starten op of na 1 januari 2013 het geen gealigneerd is met de ingangsdatum van IFRS 10, 11 en 12.

Het management gaat momenteel na wat de impact van deze nieuwe standaarden op de activiteiten van de Groep kunnen zijn.

F41 Audit vergoeding

De globale auditvergoeding voor de statutaire auditor en zijn filialen bedroeg EUR 2,6 miljoen, inclusief een bedrag van EUR 2,2 miljoen voor de statutaire auditmissies (EUR 0,5 miljoen voor de audit van de moedermaatschappij) en EUR 0,4 miljoen voor de niet-statutaire auditdiensten. Deze omvatten auditgerelateerde en andere certifiëringsdiensten (EUR 0,2 miljoen), tax-gerelateerde diensten (EUR 0,1 miljoen) en andere niet-auditgerelateerde diensten (EUR 0,1 miljoen).

Beknopte jaarrekening van de moederonderneming

De jaarrekening van Umicore wordt hierna volgens een beknopt schema voorgesteld.

Overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen zullen de jaarrekening van Umicore evenals het jaarverslag en het verslag van de commissaris, bij de Nationale Bank van België neergelegd worden.

Deze verslagen kunnen op aanvraag verkregen worden bij:

UMICORE

Broekstraat 31 — B-1000 Brussel (België)

In zijn verslag heeft de commissaris geen voorbehoud gemaakt betreffende de jaarrekening van Umicore.

De wettelijke reserve van EUR 50.000 duizend die inbegrepen is in de overgedragen winst is niet beschikbaar voor uitkering.

(EUR duizend)
31/12/2010 31/12/2011 31/12/2012
BEKNOPTE BALANS PER 31 DECEMBER
1. ACTIVA
Vaste activa 3.730.163 3.730.403 3.787.362
I. Oprichtingskosten
II. Immateriele vaste activa 57.818 72.409 79.483
III. Materiele vaste activa 298.155 302.174 317.085
IV. Financiele vaste activa 3.374.190 3.355.820 3.390.794
Vlottende activa 1.092.649 1.342.747 957.086
V. Vorderingen op meer dan één jaar 838 798 783
VI. Voorraden en bestellingen in Uitvoering 407.073 566.508 465.396
VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar 506.455 508.993 259.283
VIII. Geldbeleggingen 158.852 259.349 219.265
IX. Liquide middelen 4.058 546 1.348
X. Overlopende rekeningen 15.373 6.553 11.011
Totaal activa 4.822.812 5.073.150 4.744.448
2. PASSIVA
Eigen vermogen 1.368.935 1.415.121 1.449.756
I. Kapitaal 500.000 500.000 500.000
II. Uitgiftepremies 6.610 6.610 6.610
III. Herwaarderingsmeerwaarden 91 91 91
IV. Reserves 358.973 446.295 419.413
V. Overgedragen resultaat 193.782 298.383 368.999
Vbis. Resultaat van de periode 303.720 156.153 146.723
VI. Kapitaalsubsidies 5.759 7.589 7.920
Voorzieningen en uitgestelde belastingen
VII.A. Voorzieningen voor risico's en kosten 90.526 86.205 96.967
Schulden 3.363.352 3.571.824 3.197.725
VIII. Schulden op meer dan één jaar 1.888.000 1.528.750 1.664.000
IX. Schulden op ten hoogste één jaar 1.410.378 1.963.445 1.464.758
X. Overlopende rekeningen 64.974 79.629 68.967
Totaal passiva 4.822.812 5.073.150 4.744.448
RESULTATENREKENING
I. Bedrijfsopbrengsten 2.628.689 4.579.923 4.473.315
II. Bedrijfskosten -2.503.054 -4.421.003 -4.313.756
III. Bedrijfsresultaat 125.635 158.920 159.559
IV. Financiële opbrengsten 28.116 115.398 78.640
V. Financiële kosten -67.675 -102.423 -94.046
VI. Resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening 86.076 171.896 144.152
31/12/2010
31/12/2011
VII.
Uitzonderlijke opbrengsten
219.320
3.212
Umicore Jaarverslag 2012
(EUR duizend)
31/12/2012
52.678
VIII.
Uitzonderlijke kosten
-1.748
-20.150
-50.129
IX.
Resultaat van het boekjaar voor belasting
303.649
154.958
146.701
X.
Belastingen op het resultaat
72
1.195
22
XI.
Resultaat van het boekjaar
303.720
156.153
146.723
XII.
Onttrekking/overboeking naar belastingvrije reserves
XIII.
Te bestemmen resultaat van het boekjaar
303.720
156.153
146.723
(EUR duizend)
2010 2011 2012
RESULTAATVERWERKING
A. Resultaatverwerking 574.122 653.656 600.668
Te bestemmen winst (te verwerken verlies) van het
1.
boekjaar
303.720 156.153 146.723
2.
Overgedragen winst/verlies (-)
270.401 497.503 453.945
C. Toevoeging aan het eigen vermogen 14.217 -87.322 26.882
2.
Aan de wettelijke reserve
0 0 0
3.
Aan de reserve voor eigen aandelen
14.217 -87.322 26.882
4.
Aan het kapitaal
0 0 0
D. Over te dragen resultaat (1) 497.503 453.945 515.723
2.
Over te dragen winst/verlies (-)
497.503 453.945 515.723
F. Uit te keren winst (1) -90.836 -112.389 -111.827
1.
Vergoeding van het kapitaal
- gewone aandelen -90.836 -112.389 -111.827

(1) Het totaal bedrag van deze twee rubrieken zal worden aangepast om rekening te houden met het aantal eigen aandelen aangehouden door Umicore op de datum van de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 april 2013. Het brutodividend van EUR 1,00 per aa

(EUR duizend) Aantal aandelen
STAAT VAN HET KAPITAAL
A. Maatschappelijk kapitaal
1. Geplaatst kapitaal
Per einde van het vorig boekjaar 500.000 120.000.000
Per einde van het boekjaar 500.000 120.000.000
2. Samenstelling van het kapitaal
2.1. Soorten aandelen
Gewone aandelen 500.000 120.000.000
2.2. Aandelen op naam of aan toonder
Op naam 7.061.498
Aan toonder 112.938.502
E. Toegelaten maar niet geplaatst kapitaal 50.000
% kapitaal Aantal aandelen Bekendmaking
G. Aandeelhouderstructuur (1)
BlackRock Investment Management 4,96 5.957.971 18/02/2011
Fidelity Management and Research 3,34 4.008.663 13/09/2012
Vanguard Precious Metals and Mining Fund 3,02 3.620.000 07/12/2012
Overige aandeelhouders 81,92 98.299.878 31/12/2012
Eigen aandelen in het bezit van Umicore 6,76 8.113.488 31/12/2012
100,00 120.000.000
waarvan free float 100,00 120.000.000

(1) Op 31 december 2012 zijn er nog 3.090.750 opties op aandelen uitstaande. In deze opties zijn er 3.090.750 met recht tot aankoop op bestaande aandelen weerhouden door Umicore.

Verklaring over verantwoordelijkheid van het management

Hierbij verklaren wij – voorzover ons bekend – dat de geconsolideerde jaarrekening afgesloten op 31 december 2012 opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie, en de in België van toepassing zijnde wettelijke voorschriften, een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de Groep en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, en dat het jaarverslag een getrouw beeld geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de vennootschap en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving geeft van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

28 maart 2013,

Marc Grynberg Gedelegeerd Bestuurder

Milieuverklaringen

Inhoudsopgave

Kerncijfers milieu 142
Toelichtingen bij de kerncijfers milieu 142
E1 Reikwijdte van de milieuverklaringen 142
E2 Emissies naar water en lucht 143
E3 Broeikasgassen 144
E4 Energie 146
E5 Waterverbruik 147
E6 Producten en materialen 147
E7 Afval 149
E8 Historische vervuiling 149
E9 Naleving van de regelgeving en beheerssysteem 150
E10 Biodiversiteit 151

Kerncijfers milieu

eenheid toelichting 2008 2009 2010 2011 2012
Metaaluitstoot naar water (vracht) kg E2 6.789 5.915 6.495 5.782 5.724
Metaaluitstoot naar water (impact
eenheid)
E2 301.271 442.575 389.676 306.627 249.146
Chemisch zuurstofverbruik kg E2 323.653 235.266 258.309 252.681 278.131
Metaaluitstoot naar lucht (vracht) kg E2 - 11.950 13.582 13.867 16.901
Metaaluitstoot naar lucht (impact
eenheid)
E2 - 214.650 184.066 129.900 135.346
SOx
-emissies
ton E2 561 408 468 511 487
NOx
-emissies
ton E2 415 369 426 412 399
CO2
e-emissies (Scope 1+2)
ton E3 626.568 529.628 543.807 695.733 701.898
Energieverbruik terajoule E4 7.843 7.284 7.597 7.807 7.315
Waterverbruik duizend m3 E5 5.220 4.670 4.617 4.567 4.689
Duurzaamheidsanalyse producten aantal E6 - - - 3 7
Totale afvalproductie ton E7 83.142 54.300 63.993 71.426 69.702
Gevaarlijk afval ton E7 54.405 34.555 38.533 43.588 47.789
waarvan gerecycleerd % E7 13,1 6,5 7,7 9,8 7,5
Ongevaarlijk afval ton E7 28.737 19.745 25.460 27.837 21.914
waarvan gerecycleerd % E7 70,8 62,3 59,8 64,9 54,7
Metingen met limietoverschrijding aantal E9 801 618 878 798 926
Normoverschrijding % E9 1,3 1,1 1,4 1,4 1,1
Milieuklachten aantal - - - - 24
ISO 14001 gecertificeerde sites % E9 79 86 86 92 93
Sites die mogelijk een impact kunnen
hebben op een gebied met hoge
biodiversiteitswaarde
aantal E10 - 8 8 11 15

Toelichtingen bij de kerncijfers milieu

E1 Reikwijdte van de milieuverklaringen

De kerncijfers voor het milieu omvatten de gegevens van de geconsolideerde productiesites waarover Umicore operationele controle heeft. Ten opzichte van 2011 worden de data van vier sites niet langer gerapporteerd omdat de fabriek werd gesloten (Cranston, VS, en Maintal, Duitsland, Performance Materials; Foshan, China, Recycling) of omdat de industriële activiteiten van de site werden verkocht (Milaan, Italië, Performance Materials). Er werden twee sites aan de reikwijdte van de rapportering toegevoegd: Kobe (Japan, Energy Materials) en Yokohama (Japan, Performance Materials). Dat brengt het totale aantal rapporterende sites op 65 tegenover 67 in 2011. De gegevens over het energieverbruik zijn inclusief de data van de twee hoofdkantoren in Brussel, België, en Bagnolet, Frankrijk.

Volgens Umicore's huidige rapporteringssysteem rapporteert het overgrote deel van de sites hun milieuprestaties op het einde van het derde kwartaal samen met de prognose voor het vierde kwartaal. In januari controleert de site de voorspelde waarden op belangrijke afwijkingen die, indien nodig, worden gecorrigeerd. De vier sites met activiteiten die de grootste milieu-impact hebben in 2012 – Hanau (Duitsland, Recycling, Catalysis en Performance Materials), Olen (België, Energy Materials en Group R&D), Hoboken (België, Recycling, Group P&T) en Changsha (China, Performance Materials) – rapporteren hun cijfers voor het volledige jaar. Uit een gevoeligheidsanalyse van de gegevens van 2012 blijkt dat de potentiële afwijking van de milieuprestaties voor metaalemissies naar lucht en energieverbruik van de Groep minder dan 3% zou bedragen in geval van een fout van 20% in de prognosegegevens.

Meer informatie over Umicore's milieubeheerstrategie is beschikbaar op www.umicore.com/sustainability/environment/

E2 Emissies naar water en lucht

Umicore stelt zich tot doel om op Groepsniveau de impact van metaalemissies naar lucht en water met 20% te verminderen ten opzichte van 2009.

Metaalemissies naar water zijn het totale gewicht – uitgedrukt in kg/jaar – aan metalen uit afvalwater dat na behandeling terechtkomt in het oppervlaktewater. Als de site gebruikmaakt van een extern waterzuiveringsstation wordt er rekening gehouden met de efficiëntie van deze zuivering als dit gegeven bij de site bekend is.

Metaalemissies naar lucht – uitgedrukt in kg/jaar – worden gedefinieerd als het totale gewicht aan metalen dat naar lucht wordt uitgestoten in vaste fractie door alle puntbronnen. Voor kwik en arseen worden ook bijkomende damp-of rookfracties meegerekend.

Voor elk metaal dat naar water en lucht wordt uitgestoten, wordt er een impactfactor toegepast om de verschillende toxiciteits- en ecotoxiciteitsniveaus van de verschillende metalen, wanneer ze in het milieu terechtkomen, in rekening te brengen. Hoe hoger de impactfactor, des te hoger is de toxiciteit voor het ontvangende waterlichaam (voor wateremissies) of voor de menselijke gezondheid (voor luchtemissies).

De impactfactoren voor wateremissies zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens ('predicted no effect concentrations' of PNEC's) gegenereerd voor de REACH-richtlijn. Er werd een impactfactor 1 toegekend aan de PNEC voor antimoon (113 µg/l). De impactfactoren voor emissies naar lucht zijn gebaseerd op de grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (referentie: American Conference of Governmental Industrial Hygienists, 2011). Er werd een impactfactor 1 toegekend aan de zink(oxide) OEL van 2 mg/m³. Daarna werd voor alle relevante metalen een impactfactor berekend op basis van deze referenties.

De metaalimpact op lucht en water wordt uitgedrukt in 'impacteenheden/jaar'. De gegevens over de metaalemissies zijn niet genormaliseerd voor het activiteitsniveau.

SOx en NOx emissies worden uitgedrukt in ton/jaar.

Gegevens voor de Groep

eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Metaaluitstoot naar water (vracht) kg 6.789 5.915 6.495 5.782 5.724
Metaaluitstoot naar lucht (vracht) kg - 11.950 13.582 13.867 16.901

Metaalemissies naar water

De metaalemissies naar water van de Groep daalden licht van 5.782 kg in 2011 tot 5.724 kg in 2012. Dit komt overeen met een daling van de metaalimpact van 19% ten opzichte van 2011 en bijna 44% ten opzichte van het referentiejaar 2009.

De business group Catalysis rapporteerde een aanzienlijke vermindering van de metaalemissies naar water – van 64 kg in 2011 tot 29 kg in 2012 – maar deze emissies dragen weinig bij tot de globale emissies naar water van de Groep.

De metaalemissies naar water van de business group Energy Materials daalden met ongeveer 13% van 927 kg in 2011 tot 805 kg in 2012. Dat was vooral het gevolg van de lagere emissies van nikkel en in mindere mate van zilver in de site te Olen (België, Energy Materials). De totale impact van de metaalemissies naar water van de business group Energy Materials daalde met 72% ten opzichte van het referentiejaar 2009.

De business group Performance Materials kon zijn metaalemissies naar water verminderen van 1.683 kg in 2011 tot 1.444 kg in 2012, een vermindering van 14%. Voor de business group werd de impact van metaalemissies naar water met 40% verminderd ten opzichte van 2009.

De metaalemissies naar water in de business group Recycling stegen met ongeveer 11% van 3.107 kg in 2011 tot 3.446 kg in 2012. Dat was vooral het gevolg van hogere selenium- en antimoonemissies. De overeenkomstige impact werd echter met 14% verminderd ten opzichte van 2011, vooral dankzij de verminderde emissies van thallium, een metaal met een hoge impactfactor in het afvalwater. Ten opzichte van het referentiejaar 2009 daalde het impactniveau met 7% van 184.097 impacteenheden in 2009 naar 170.412 impacteenheden in 2012.

Metaalemissies naar lucht

In 2012 introduceerde de site in Changsha (China, Performance Materials) een vollediger bemonsteringsmethode voor alle puntbronnen. Om de vergelijkbaarheid te garanderen werden de emissiegegevens van metaal naar lucht die in de jaarverslagen van 2009 tot 2011 werden gerapporteerd, opnieuw berekend en in dit verslag opnieuw gerapporteerd. Deze herberekening resulteerde in hogere metaalemissies naar lucht in vergelijking met de eerder gerapporteerde waarden. Gezien de geringe impactfactor voor zink veranderde deze herberekening de totale impacteenheden naar lucht slechts in beperkte mate. Uit een gevoeligheidsanalyse van de herberekende gegevens blijkt dat de 'ergste geval' berekening slechts tot een afwijking van minder dan 2% zou leiden van de huidige gerapporteerde impactcijfers voor metaalemissies naar lucht. Omdat we voor 2008 niet over een volledige dataset beschikken en we dus niet kunnen vergelijken, worden de emissies naar lucht voor dat jaar als 'niet beschikbaar' gerapporteerd.

Het totale volume metaalemissies naar lucht voor de Groep steeg tot 16.901 kg ten opzichte van 13.867 kg in 2011. Dit heeft de impact licht verhoogd van 129.900 in 2011 tot 135.346 impacteenheden in 2012, een stijging van 4%. Desondanks is de impact van metaalemissies naar lucht met 37% gedaald ten opzichte van het referentiejaar 2009. Dat was vooral te danken aan de verlaagde emissies van enkele metalen met een hoge impactfactor, zoals cadmium en kobalt.

De metaalemissies van de business group Catalysis daalden van 60 kg in 2011 tot 6 kg in 2011. Dat was voornamelijk het resultaat van de verlaagde emissies nikkel naar lucht, hoofdzakelijk in de site in Burlington (Canada, Catalysis).

De business group Energy Materials rapporteerde een totaal volume metaalemissies naar lucht van 985 kg, ten opzichte van 1.178 kg in 2011. Dat komt overeen met een daling van 16%. Deze daling is voornamelijk het gevolg van lagere nikkelemissies in Olen (België, Energy Materials) en kobaltemissies in Cheonan (Korea, Energy Materials).

De overeenkomstige metaalimpact daalde met 52% van 66.490 impacteenheden in het referentiejaar 2009 tot 31.860 impacteenheden in 2012. Deze aanzienlijke vermindering werd vooral bereikt dankzij de verminderde emissies van kobalt naar lucht in de sites Cheonan (Korea, Energy Materials) en Fort Saskatchewan (Canada, Energy Materials) en nikkelemissies in de sites in Olen (België, Energy Materials) en Arab (VS, Energy Materials).

Het gerapporteerde totale volume metaalemissies naar lucht in de business group Performance Materials steeg van 10.229 kg in 2011 tot 13.467 kg in 2012, een stijging van ongeveer 32%. Deze stijging is vooral het gevolg van hogere zinkemissies naar lucht in Angleur (België, Performance Materials), Eijsden (Nederland, Performance Materials), Sancoale (India, Performance Materials) en, zoals hierboven vermeld, de herwerkte cijfers voor de site in Changhsha (China, Performance Materials). De business group noteerde echter een aanzienlijke daling van 57% van de impactniveaus ten opzichte van 2009 dankzij het feit dat er vrijwel geen emissies van cadmium naar lucht meer waren op de site van Glens Falls (VS, Performance Materials). Ondanks de stijging van het totale volume metaalemissies naar lucht, daalde het impactniveau met 5% ten opzichte van 2011, voornamelijk dankzij de aanzienlijke vermindering van de loodemissies naar lucht in de site van Heusden-Zolder (België, Performance Materials).

De business group Recycling zag zijn metaalemissie licht stijgen van 2.400 kg in 2011 tot 2.443 kg in 2012, voornamelijk als gevolg van de hogere emissie van arseen naar lucht. Dat is ook de belangrijkste reden voor de stijging van de impact van metaalemissies naar lucht met 16% ten opzichte van 2011. Toch is de impact van metaalemissies naar lucht met 20% gedaald, van 107.781 impacteenheden in 2009 tot 86.123 impacteenheden in 2012.

Gegevens voor de business groups 2012

Energy Performance Umicore
eenheid Catalysis Materials Materials Recycling Group
Chemisch zuurstofverbruik kg 6.585 78.715 9.209 183.621 278.131
SOx
-emissies
ton 1 2 102 383 487
NOx
-emissies
ton 100 86 56 157 399

De totale COD-emissie (chemical oxygen demand) bedroeg 278.131 kg, een lichte stijging ten opzichte van de 252.681 kg in 2011. De totale SOx -emissie bedroeg 487 ton ten opzichte van 511 ton in 2011. De totale NOx -emissie bleef stabiel op 399 ton in 2012 tegenover 412 ton in 2011.

E3 Broeikasgassen

Umicore engageerde zich om gerichte acties te ondernemen om de koolstofemissies te verminderen en onze energie-efficiëntie verder te verhogen. Deze beslissing kadert in het energie-efficiëntie- en koolstofemissiebeleid van het bedrijf. De belangrijkste pijler van dit beleid is de doelstelling van de Groep om onze CO2 -equivalente emissies tegen 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van het referentiejaar 2006 op basis van dezelfde activiteiten als in 2006.

Gegevens voor de Groep - in de context van de doelstelling voor de vermindering van de CO2 e-emissies

eenheid uitgangswaarde 2006 2010 2011 2012
CO2
e-emissies (Scope 1+2, doelstelling)
ton 745.935 597.226(1) 635.136(2) 655.246
REDUCTIERESULTAAT CO2E
%
100
Definitie van de CO2
de CO2
e-emissies:
e-emissies in het kader van de doelstelling voor de vermindering van
100
88
88
86
80
De CO2 -equivalente (CO2
e) emissies worden gedefinieerd als de Scope 1-emissies van CO2
de belangrijkste proces-emissies (maar beperkt tot CO2
werd rekening gehouden met een beperkt aantal aanpassingen die volgens het broeikasgasprotocol
als optionele informatie mogen worden gerapporteerd (bv. uitsluiting van stoom die aan derden
wordt verkocht). Dit meetgegeven wordt afgekort tot CO2
, CH4
en N2
O) en Scope 2-emissies van CO2
e (Scope1+2-doelstelling).
e inclusief
. Er
60
2006
2010(1)
2011(2)
2012
Om in de context van onze doelstelling Vision 2015 de vermindering van de emissies te berekenen,
hebben we voor elke site een baseline 2006 opgesteld door het huidige activiteitenniveau van het
rapporteringsjaar (nl. 2012) te vermenigvuldigen met de CO2
e-emissie-intensiteit van 2006 (zie
voorbeeld). De baseline 2006 van de Groep wordt dan berekend door de baselines van alle sites
op te tellen. Voorbeelden van activiteitenfactoren van sites zijn: geproduceerd aantal ton per jaar,
machine-uren per jaar, ton toevoermateriaal voor recyclageprocessen per jaar.

(1) De baseline 2006 in relatie met 2010 bedroeg 677.542, dit geeft een vermindering van 12% in 2010 ten opzichte van 2006.

(2) De baseline 2006 in relatie met 2011 bedroeg 740.886, dit geeft een vermindering van 14% in 2011 ten opzichte van 2006.

Een voorbeeld:

In 2006 produceerde site A 1.000 ton van metaal X en stootte 100 ton CO2 e uit = intensiteit van 0,1 ton CO2 e / ton van metaal X.

In 2012 produceerde site A 1.100 ton van metaal X en stootte 100 ton CO2 e uit = intensiteit van 0,09 ton CO2 e / ton van metaal X.

De 2006 baseline gerapporteerd in 2012 is: activiteitenniveau van 2012 (1.100 ton) x intensiteit 2006 van 0,1 ton CO2 e / ton = 110 ton CO2 e.

De gemeten 100 ton die in 2012 werd uitgestoten, vertegenwoordigt dus een vermindering van 9% ten opzichte van de uitstoot in de operationele omstandigheden van 2006. De baseline 2006 wordt jaarlijks herberekend. Ze wordt gedefinieerd als de CO2 e-emissies die we hadden mogen verwachten met de activiteitsvolumes van het rapporteringsjaar (nl. 2012), maar met de CO2 e-intensiteit van het referentiejaar 2006. Het resultaat voor elk jaar wordt uitgedrukt als een percentage ten opzichte van de berekende baseline 2006 voor de Groep die voor elk jaar van toepassing is.

De berekening van deze doelstelling omvat de volledig geconsolideerde operaties en activiteiten die deel uitmaken van de Groep op 31 december van elk rapporteringsjaar (tussen 2011 en 2015) en die ook deel uitmaakten van de Groep op 31 december 2010. De resultaten worden gerapporteerd op groepsniveau.

Doelstelling CO2 e-emissies

In 2012 bedroegen de CO2 e-emissies volgens de doelstellingsreikwijdte 655.246 ton. In 2006 bedroegen deze 673.801 ton. Om de vooruitgang van onze doelstelling te beoordelen werd dit CO2 e-emissieniveau genormaliseerd voor de activiteit van 2012. Dit resulteerde in een CO2 e-emissie van 745.935 ton. Op het einde van 2012 hadden we de koolstofemissies dus met 12% verminderd ten opzichte van het referentiejaar 2006. Dat betekent dat we in 2012 bij gelijkwaardige productieniveaus 12% minder CO2 -equivalenten hebben uitgestoten ten opzichte van 2006.

Dit resultaat moet vergeleken worden met de vermindering van 14% die we eind 2011 hadden bereikt. De terugval in 2012 was bijna volledig te wijten aan een verandering in de energiemix bij electriciteitsleveranciers van onze Duitse en Noorse fabrieken. Door de afbouw van kernenergie in Duitsland en de beslissing van de Noorse elektriciteitsproducenten om hydro-elektriciteit te verkopen aan andere Europese landen, lag de koolstofemissie van de energie die Umicore in deze landen aankocht, hoger. Die impact – waarover Umicore geen directe controle heeft – had negatieve gevolgen voor ons Scope 2 – emissieprofiel. Als we geen rekening houden met de activiteitenfactor van onze doelstelling, hebben we een vermindering van 3% in absolute emissies bereikt sinds 2006, tegenover een vermindering van 6% die eind 2011 werd geregistreerd.

In de komende jaren zullen we ons verder concentreren om de doelstelling van 20% vermindering te bereiken. In 2012 hebben we de energie-efficiëntie audits in 25 sites met de hoogste CO2 -emissies voltooid. Deze audits hebben tot doel om opportuniteiten te identifieren om de energie-efficiëntie te verhogen en de CO2 -emissies te verlagen. We hebben meer dan 100 energie-efficiëntieprojecten geïdentificeerd die zowel de energie-intensiteit als kosten kunnen verminderen. Om onze doelstelling te bereiken, zullen we een groot deel van deze projecten moeten realiseren, evenals twee initiatieven op sites in België en China. De veranderende energiemix in Europa houdt een risico in voor het halen van onze doelstelling. Immers, het feit dat sommige landen minder gebruik maken van energiebronnen met lagere koolstofemissies heeft een directe impact op de Scope 2-emissies van Umicore (zie hoger).

Gegevens voor de Groep - absolute CO2 e-emissies

eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Absolute CO2
e-emissies (Scope 1+2)
ton 626.568 529.628 543.262 695.733 701.898

Gegevens voor de business groups 2012 - absolute CO2 e-emissies

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Umicore
Group
Absolute CO2
e-emissies (Scope 1+2)
ton 87.135 169.955 158.417 285.879 701.898

Definitie van absolute CO2 e-emissies (Scope1+2) in de context van de Scope 1+2 rapportering voor broeikasgassen:

De absolute CO2 e-emissievolumes worden gerapporteerd op business group en Groepsniveau. De CO2 e-emissie wordt berekend op basis van de definitie en de rapporteringsmethodologie van het broeikasgasprotocol (WBCSD en WRI, herziene editie 2004) voor Scope 1 en 2. Scope 2 omvat voor Umicore niet alleen aangekochte elektriciteit, maar ook stoom en perslucht die van derden (bv. industrieparken) worden aangekocht. CO2 e omvat de broeikasgassen CO2 , N2 O en CH4 voor Scope 1 en belangrijke proces-emissies. Andere broeikasgassen zijn niet relevant voor de activiteiten van Umicore. De Scope 2-emissies houden enkel rekening met CO2 .

De WBCSD Chemical Sector Working Group on GHG Measurement and Reporting waarin Umicore actief deelnam, heeft bijkomende richtlijnen opgesteld om de tekortkomingen in de GHG-rapportering op te lossen. Als actief lid van deze werkgroep heeft Umicore deze richtlijnen toegepast in de rapportering voor 2012. De publicatie van de richtlijnen voor de sector kan op de website van de WBCSD geraadpleegd worden (http://www.wbcsd.org/Pages/EDocument/ EDocumentDetails.aspx?ID=15375&NoSearchContextKey=true).

Absolute CO2 e-emissies

De broeikasgasrapportering uitgedrukt in absolute cijfers voor 2012 kan onder deze definitie niet worden vergeleken met deze van de voorbije jaren.

De rapportering 2011 werd aangepast aan een strikte implementatie van de herziene versie van het broeikasgasprotocol van 2004. In 2011 werden procesemissies gerapporteerd en in gevallen waarin vroeger 'groene stroom' werd gerapporteerd met een CO2 -emissiefactor van 0 ton CO2 /MWh werd als standaardemissiefactor de gemiddelde koppelnet CO2 factor voor elektriciteit gebruikt.

Om tot een duidelijke en stabiele CO2 e-rapportering te komen, werden in de rapportering van 2011 nog andere kleine correcties aangebracht. We hebben inspanningen geleverd om voor de sites duidelijke richtlijnen op te stellen om zo een gemeenschappelijke interpretatie en implementatie van de rapporteringsregels te garanderen. Deze wijzigingen aan de rapportering werden opgelegd om een langdurige, accurate en reproduceerbare CO2 e-rapportering te ontwikkelen als basis voor kwantitatieve doelstellingen tot het verminderen van de CO2 e-emissies. Het nadeel van deze beslissing is dat er discontinuïteit optreedt tussen de gerapporteerde cijfers van 2011 en de cijfers van de vorige jaren in de absolute CO2 e-waarden (Scope1+2).

De Chemical Sector Guideline van de WBCSD zorgde voor een bijkomende wijziging van de rapporteringsrichtlijnen voor broeikasgasemissies. Deze wijziging had voor 2012 een invloed op de rapportering van de absolute CO2 e-emissie. De absolute waarden worden verder beïnvloed door de activiteiten van nieuwe entiteiten zoals Kobe, Yokohama en de UHT-pilootfabriek in Hoboken.

E4 Energie

Gegevens voor de Groep

De WBCSD Chemical Sector Working Group on GHG Measurement and Reporting waarin Umicore actief deelnam, heeft bijkomende richtlijnen opgesteld om de tekortkomingen in de GHG-rapportering op te lossen. Als actief lid van deze werkgroep heeft Umicore deze richtlijnen toegepast in de rapportering 2012. De publicatie van de richtlijnen voor de sector kan op de website van de WBCSD geraadpleegd worden.

Door de aanbevelingen van deze richtlijn te volgen, is er een discontinuïteit ontstaan tussen de cijfers voor energieverbruik van 2011 en 2012, waardoor de vergelijking van het energieverbruik minder zinvol wordt. Het effect bedraagt ongeveer 300 terajoules in de business group Energy Materials.

Gegevens voor de business groups 2012

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Umicore
Group
Energieverbruik terajoule 726 2.210 1.841 2.528 7.315

In het kader van onze duurzaamheiddoelstellingen voor de periode 2006-2010 werden er energie-efficiëntieprojecten ingevoerd in de belangrijkste sites. Bovenop deze duurzaamheidprojecten werden er bijkomende energie-efficiëntieprojecten geïdentificeerd tijdens de evaluaties in 2011 en 2012. Kleinere projecten die beperkte investeringen vragen, maar ook een beperkte impact hebben, kunnen onmiddellijk worden geïmplementeerd. Grotere projecten bevinden zich nog in de technologische fase en zullen pas effect hebben nadat ze volledig zijn geïmplementeerd.

De belangrijkste energie-efficiëntieprojecten werden gerealiseerd in de sites te Hoboken en Olen in het kader van het Vlaamse Convenant Energiebenchmarking, die deze sites eind 2003 ondertekenden. Het type residuen dat de business group Recycling verwerkt, speelde eveneens een rol; we ontvangen nu grotere volumes materialen waarvan de verwerking minder energie verbruikt.

Het indirecte energieverbruik van primaire energiebronnen (aangekochte elektriciteit, stoom en perslucht) voor de productiesites en de kantoorgebouwen bedroeg 2.592 terajoules. Het directe energieverbruik van primaire energiebronnen (stookolie, diesel, aardgas, LPG, steenkool en cokes) bedroeg 4.721 terajoules.

Het energieverbruik in het rapporteringsjaar 2012 verminderde met 6,5% in Catalysis, met 6% in Performance Materials en met 2% in Recycling ten opzichte van 2011. In Energy Materials kan er geen vergelijking worden gemaakt, omdat de nieuwe rapporteringsmethodologie werd toegepast (zie hoger).

E5 Waterverbruik

Gegevens voor de Groep

Het waterverbruik wordt gedefinieerd als het totale volume water, uitgedrukt in duizend m³/jaar afkomstig van leidingwater, grondwaterputten, oppervlakte- en regenwater. Grondwaterextractie voor saneringsdoeleinden en koelwater dat naar het oorspronkelijke waterlichaam wordt afgevoerd, worden niet meegerekend.

Het totale waterverbruik van de Groep steeg licht van 4.567 duizend m³ in 2011 tot 4.689 duizend m³ in 2012. Er werden geen significante trends vastgesteld voor de verschillende business groups.

Gegevens voor de business groups 2012

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Umicore
Group
Waterverbruik duizend m3 720 1.706 710 1.553 4.689
E6 Producten en materialen
Gegevens voor de Groep
Vision
2015
eenheid 2008 2009
2010
2011 2012
Duurzaamheidsanalyse producten aantal - - -
3
7

De voorbije twee jaar hebben Group R&D en Corporate EHS een specifieke methodologie ontwikkeld om de duurzaamheid van Umicore's producten en diensten te beoordelen. Deze methodologie wordt 'Assessment of Product (and services) Sustainability' (APS) genoemd. De methodologie omvat een instrument dat bestaat uit 58 vooraf gedefinieerde vragen en antwoorden met score- en wegingsfactoren, gegroepeerd rond acht thema's. In 2011 voerde een team van R&D, EHS en experten uit de business units drie proefevaluaties uit om de werkbaarheid van APS te controleren. De business units die betrokken waren bij deze proefevaluaties zijn Zinc Chemicals, Electro-Optic Materials en Jewellery & Industrial Metals.

Het is de bedoeling om tussen 2012 en 2015 elk jaar zes producten of diensten te testen, waarbij elke business unit er twee levert voor het onderzoek. Op die manier zullen we over een duurzaamheidsprofiel voor een representatief gedeelte van onze activiteiten beschikken.

In 2012 hebben we zeven producten of diensten beoordeeld waarvan twee in de business units Technical Materials en telkens één in Automotive Catalysts, Precious Metals Chemistry, Thin Film Products, Building Products en Precious Metals Refining.

De tien gevallen die we in 2011 en 2012 hebben beoordeeld, omvatten producten en diensten die in nichemarkten worden aangeboden, 'vlaggenschip' producten en diensten en producten in ontwikkeling. Tegen het einde van 2012 vertegenwoordigde het aantal producten en diensten dat met deze methodologie was gescreend bijna 10% van de inkomsten van Umicore.

Umicore deed 114 registraties voor 100 verschillende stoffen bij het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) voor 13 Europese juridische entiteiten. De registraties werden ofwel voorbereid in samenwerking met andere ondernemingen in een consortium, ofwel door Umicore alleen. Alle kosten verbonden met de REACH-reglementering, inclusief de registratiekosten, worden opgenomen in de gewone bedrijfsuitgaven.

We volgen nauwgezet alle interpretatiewijzigingen en richtlijnen op die een impact kunnen hebben op onze REACH-implementatiestrategie. We zijn actief betrokken bij de werkgroepen van sectorverenigingen om een consistente benadering te verzekeren en er voor te zorgen dat de metaalspecifieke aspecten duidelijk zijn voor de wetgever en bedrijven.

Na de herziening van de Richtlijn over Intermediaire Stoffen gepubliceerd door ECHA in 2010 heeft Umicore haar intermediaire stoffen opnieuw geëvalueerd rekening houdend met de strengere interpretatie van "Strictly Controlled Conditions". We hebben daaropvolgend een actieplan opgesteld om ongeveer 30 dossiers op te waarderen naar volledige dossiers en dit op basis van de methodes en afspraken ontwikkeld door de metaalindustrie en aan ECHA voorgesteld. Als gevolg van nieuwe inzichten werden 22 van de eerder ingediende registraties als overbodig beschouwd en bijgevolg gedesactiveerd. In 2012 werden verschillende registraties bijgewerkt op basis van nieuwe beschikbare gegevens. Met verschillende consortia werd verdere vooruitgang geboekt voor de registraties die in 2013 en 2018 moeten worden ingediend.

In de periode 2006-2010 had Umicore een doelstelling om een set met toxicologische, ecotoxicologische en fysisch-chemische gegevens te ontwikkelen die noodzakelijk zijn voor de basiscommunicatie. Dit is bijvoorbeeld nodig in veiligheidsinformatiebladen. De implementatie van deze doelstelling werd echter sterk beïnvloed door het tijdsbestek voor de registratie van stoffen onder de REACH-richtlijn alsook het tijdsbestek vastgelegd in heel wat consortia en de informatie die ter beschikking gesteld moest worden door de leveranciers. Daarom moesten we in 2012 verder werken aan deze doelstelling.

In 2012 konden we dit proces afstemmen met de lopende REACH-registraties. In het kader van deze doelstelling zijn er in totaal 959 datasets nodig. Op het einde van 2012 beschikten we over een volledige dataset voor 40% van deze stoffen en waren er 60% van de datasets in ontwikkeling via de lopende REACH-planning. Sommige daarvan moeten voltooid zijn in 2013, maar de meeste zullen pas definitief klaar zijn in 2018.

Op het einde van 2012 waren er in totaal 4.200 producten opgenomen in het Integrated Product Data System (IPDS) van Umicore. Dit resulteerde in ongeveer 270.000 veiligheidsinformatiebladen voor 111 landen en in 41 talen.

Materialenefficiëntie

GEBRUIKTE MATERIALEN UMICORE

Primaire grondstoffen zijn grondstoffen die een directe relatie hebben met hun eerste levensduur, met uitsluiting van stromen van bijproducten.

Secundaire grondstoffen zijn bijproducten van primaire materiaalstromen.

Materialen op het einde van hun levensduur zijn materialen die het einde van hun eerste levenscyclus hebben bereikt en na recyclage aan een 2de, 3de … leven zullen beginnen.

Als de oorsprong van de materialen niet gekend is, worden ze standaard als primaire materialen beschouwd. De ingezamelde gegevens worden uitgedrukt in totaal aantal ton inkomend materiaal.

In 2012 was 44% van de inkomende materialen van Umicore van primaire oorsprong. 56% van de materialen was afkomstig van recyclage of van secundaire oorsprong. Deze niveaus zijn vergelijkbaar met 2011.

E7 Afval

Gegevens voor de Groep

GEPRODUCEERD GEVAARLIJK AFVAL

Gegevens voor de business groups 2012

Umicore Jaarverslag 2012
E7 Afval
Gegevens voor de Groep
GEPRODUCEERD GEVAARLIJK AFVAL
ton
60.000
7.119
50.000
4.733
47.286
2.986
2.234
40.000
38.856
35.546
30.000
32.321
20.000
10.000
0
2008
2009
2010
2011
3.595
44.193
2012
Afval wordt gedefinieerd als het totale volume gegenereerd afval, uitgedrukt in ton/jaar.
De recyclagegraad is de verhouding tussen de hoeveelheid afval door derden gerecupereerd (in
clusief het afval dat door middel van verbranding als energie wordt gerecupereerd) en de totale
hoeveelheid afval.
Het onderscheid tussen gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval wordt gemaakt op basis van de lokale
regelgeving van de regio waar de rapporterende entiteit is gevestigd.
In 2012 werd er in totaal 69.702 ton afval gegenereerd in vergelijking met 71.426 ton in 2011. Dit is
een daling van 2,5%.
Gerecycleerd
Niet gerecycleerd
Gegevens voor de business groups 2012
eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Umicore
Group
Totale afvalproductie
Gevaarlijk afval
ton
ton
2.652
1.206
26.611
17.876
11.256
5.923
29.182
22.784
69.702
47.789
waarvan gerecycleerd
Ongevaarlijk afval
%
ton
8,95
1.446
0,84
8.735
40,93
5.334
4,01
6.399
7,52
21.914
waarvan gerecycleerd % 48,88 13,29 77,82 93,15 54,66
Het totale volume gevaarlijk afval steeg van 43.588 ton in 2011 tot 47.789 ton in 2012, een toename van 9,6%. Deze stijging is vooral te wijten aan het ho
gere volume gevaarlijk afval in de business group Recycling, met hogere volumes afvalwaterslib en calcium arsenietresiduen van de loodraffinage. Daarnaast
rapporteerde de business group Performance Materials hogere volumes zinkhoudende sintels in de site van Eijsden, Nederland, en grotere volumes vloeibaar
afval voor externe behandeling in de site van Olen (België, Energy Materials). De recyclagegraad voor gevaarlijk afval daalde van 9,8% in 2011 tot ongeveer
7,5% in 2012.
Het totale volume niet-gevaarlijk afval daalde van 27.837 ton in 2011 tot 21.914 ton in 2012. Er werd in totaal 55% niet-gevaarlijk afval gerecycleerd in
2012, in vergelijking met 65% in 2011.
E8 Historische vervuiling
Het programma van Umicore voor de evaluatie en, waar nodig, de sanering van bodem- en grondwatervervuiling kende de afgelopen jaren een aanzienlijke
vooruitgang. In dit hoofdstuk bespreken we de belangrijkste lopende programma's en de vooruitgang die in 2012 werd gemaakt.
België
Context: Op 23 april 2004 ondertekende Umicore een overeenkomst met de Openbare Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en de minister van Leefmilieu van
het Vlaams Gewest waarbij het bedrijf zich ertoe verbond de volgende 15 jaar € 62 miljoen te besteden aan de sanering van de historische vervuiling in vier
Vlaamse vestigingen waarvan er twee – Balen en Overpelt – nu behoren tot Nyrstar, een activiteit die door Umicore in 2007 werd verkocht.
Om het vervuilde grondwater in te kapselen, werd in Hoboken een drainage van 300 meter langs de Schelde aangebracht. De resten, inclusief contaminatie
impact van een voormalige gasfabriek, werden door de overheid verwijderd in een gebied waar de fabriek van Hoboken een nieuwe waterzuiveringsinstal
latie wil bouwen.
In 2012 werd in Olen het programma voor grondwatersanering op de site voortgezet. Bij verder bodemonderzoek na de sanering van de Bankloop, werd
een kleine contaminatieplek ontdekt op het speelterrein van de nabijgelegen school. Om de hinder zo beperkt mogelijk te houden, werd deze plek verwij
derd tijdens de schoolvakantie. In samenwerking met de autoriteiten (FANC en NIRAS/ONDRAF) werkt Umicore aan een visiedocument waarin de basisprin-

E8 Historische vervuiling

België

cipes worden vastgelegd voor de ontwikkeling, goedkeuring en implementatie van een algemeen afvalbeheersplan voor radiumhoudend afval dat op de site is opgeslagen.

In het kader van het convenant werkte Umicore verder aan het actieplan, zoals het verwijderen van zinkas van alle privé-opritten in de perimeter van 9 km, die in de overeenkomst is opgenomen. Deze werkzaamheden zullen waarschijnlijk voltooid zijn in 2013 en het afgegraven materiaal wordt veilig opgeslagen in de fabriek van Nyrstar in Balen.

Frankrijk

In Viviez (Performance Materials) startte Umicore met een grootschalig saneringsprogramma dat tussen 2011 en 2016 wordt uitgevoerd. Het project bestaat hoofdzakelijk uit het verwijderen, het inert maken en veilig opslaan van meer dan één miljoen m³ vervuilde grond en afval. Tegen eind 2012 was er 390.500 m³ vervuilde grond en afval verwijderd en behandeld. In 2012 bezochten verschillende groepen het project, waaronder de lokale inwoners en de media.

Duitsland

Umicore en haar voorgangers kunnen terugblikken op een lange geschiedenis van mijnbouw in Duitsland. Hoewel de laatste actieve mijn nabij Keulen in 1978 haar activiteiten stopzette, bezit Umicore vandaag nog een aantal ondergrondse mijnbouwconcessies. Ze worden sinds 2009 beheerd door Umicore Mining Heritage GmbH & Co. KG. Alle informatie met betrekking tot de locatie van oude schachten en tunnels werd nu door middel van geo-referentie vastgelegd en in een GIS-systeem ingevoerd.

VS

Op de voormalige mijnsite in Colorado, VS, werd de sanering van het drainagewater verdergezet. Het bedrijf onderzoekt alternatieve technologieën om de metaalconcentraties in het afval te verminderen om zo het volume vast afvalmateriaal te beperken.

Brazilië

Tijdens de milieurisicobeoordeling – die op elk van Umicore's industriële vestigingen wordt uitgevoerd – werd in Guarulhos vervuiling van het grondwater ontdekt. Deze historische vervuiling dateert van vóór de aankoop van deze activiteit door Umicore in 2003. Umicore heeft onmiddellijk maatregelen getroffen om de verspreiding van deze vervuiling naar de omgeving te stoppen. Met dat doel werd in 2011 een hydraulische barrière geïnstalleerd en in werking gesteld om het vervuilde grondwater op te vangen. Om het saneringsproces te versnellen, werd beslist om de belangrijkste grondwatervervuiling aan te pakken. Er werden eerst piloottests uitgevoerd voor de start van de complete operatie. Umicore beoordeelt tevens de mogelijke impact van de historische vervuiling op gebieden buiten de operationele installatie.

E9 Naleving van de regelgeving en beheerssysteem

Gegevens voor de Groep

De normoverschrijding is de verhouding tussen het totale aantal overschrijdingen en het totale aantal uitgevoerde metingen. Een overschrijding is een monitoringresultaat dat een drempelwaarde overschrijdt zoals vastgelegd in een vergunning, richtlijn of een andere wettelijke norm.

Het totale aantal uit te voeren metingen wordt bepaald in de uitbatingsvergunning, de milieuvergunning of een vergelijkbare norm in de regio waar de rapporterende entiteit actief is. Het totale aantal metingen is het totale aantal staalnames, vermenigvuldigd met het aantal parameters per staalname.

Gegevens voor de business groups 2012

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Umicore Group
Metingen met limietoverschrijding aantal 67 13 811 35 926
Normoverschrijding % 0,17 0,16 2,86 0,31 1,06

In 2012 werden in totaal ongeveer 87.000 milieumetingen uitgevoerd in alle industriële sites van Umicore, ten opzichte van ongeveer 58.500 het voorgaande jaar. Deze stijging is vooral het gevolg van de strengere milieuvergunningsvereisten in de sites in Larvik (Noorwegen, Performance Materials) en Rheinfelden (Duitsland, Catalysis). Deze metingen hebben tot doel te controleren of de plaatselijke wettelijke vereisten, vergunningen en/of lokale milieunormen worden nageleefd. Ze omvatten meestal afvalwaterbemonstering en de monitoring van de omgevingslucht, maar ook geluidsmetingen. Het aantal metingen dat niet aan de wettelijke vereisten of de vergunningen voldeed, daalde tot 1,1% tegenover 1,4% in 2011. Er werden geen significante trends vastgesteld voor de verschillende business groups.

Zes van de 65 productiesites zijn vrijgesteld om een gecertificeerd milieubeheerssysteem te implementeren. Het verkrijgen van deze vrijstelling is gebaseerd op een strikte procedure die bevestigt dat deze sites geen significante milieu-impact hebben. Daar heeft de implementatie van een dergelijk systeem geen toegevoegde waarde. Van de 59 resterende industriële sites hebben er 55 een ISO 14001-gecertificeerd milieubeheerssysteem geïmplementeerd. De resterende 4 sites plannen de implementatie van een milieubeheerssysteem voor 2013. Alle belangrijke sites met een significante milieu-impact beschikken al vele jaren over een ISO 14001-certificering.

In totaal werden er 24 milieuklachten ontvangen. Het ging vooral om geluidsoverlast en geurhinder. 22 klachtendossiers zijn ondertussen afgesloten.

E10 Biodiversiteit

Gegevens voor de Groep

eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Sites die mogelijk een impact kunnen hebben op een
gebied met hoge biodiversiteitswaarde
aantal - 9 9 11 15

De biodiversiteitsindicator geeft aan hoeveel sites er actief zijn in of naast een gebied dat door regionale, nationale autoriteiten of internationale conventies als een gebied met hoge biodiversiteitswaarde wordt erkend.

Umicore is van mening dat haar huidige activiteiten slechts een geringe nadelige invloed hebben op de biodiversiteit van de omgeving rondom de sites. De historische vervuiling veroorzaakt door activiteiten in het verleden wordt aangepakt met gerichte projecten voor bodem- en grondwatersanering (zie toelichting E8).

Vijftien sites rapporteerden dat ze dichtbij een gebied opereren dat als een gebied met kwetsbare biodiversiteit is geclassificeerd.

Umicore's beleid vereist dat er bij alle belangrijke investeringen, overnames en transfers van gronden een gedetailleerde milieu-impactbeoordeling wordt uitgevoerd.

152 Sociale verklaringen

Sociale verklaringen

Inhoud

Sociale kerncijfers 154
Toelichtingen bij de sociale kerncijfers 154
S1 Reikwijdte van de sociale verklaringen 154
S2 Personeel 155
S3 Ontwikkeling van medewerkers 158
S4 Aantrekkelijke werkgever 159
S5 Verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap 160
S6 Werknemersrelaties 161
S7 Gedragscode 162
S8 Duurzame aankopen 162
S9 Gezondheid van de werknemers 164
S10 Gezondheid op het werk 165
S11 Veiligheid op het werk 167

Sociale kerncijfers

eenheid notas 2008 2009 2010 2011 2012
Personeelsbestand (inclusief geassocieerde
ondernemingen)
aantal S2 15.450 13.728 14.386 14.572 14.438
Tijdelijke contracten % personeelsbestand S2 4.60 3,83 4,01 4,77 4,21
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer uren/werknemer S3 51,21 44,05 43,30 51,94 50,72
Werknemers die een jaarlijkse evaluatie hebben % personeelsbestand S3 - - - 87,16 91,80
Vrijwillige vertrekkers % personeelsbestand S4 3,56 2,59 3,78 3,84 3,20
Werknemers die in een site werken die een externe
erkenning hebben ontvangen in het kader van aantrek
kelijke werkgever
% personeelsbestand S4 - - - 52,64 68,31
Donaties € duizend S5 1.451,46 1.106,48 1.009,38 1.751,02 1.759,18
Sites met extern communicatieplan % sites S5 - - - 59,70 62,69
Werknemers vertegenwoordigd door een vakbond of
gedekt door aan collectieve arbeidsovereenkomst
% personeelsbestand S6 67,81 71,15 68,92 69,81 70,80
Ziektegraad % S9 2,71 2,64 2,86 3,03 2,69
Blootstellingsgraad 'alle biomarkers geaggregeerd' (1) % S10 - - - 5,2 4,3
Aantal werkgerelateerde aandoeningen aantal S10 - - - 22 20
Mensen met platina overgevoeligheid aantal S10 - - - 4 6
Dodelijke ongevallen aantal S11 0 0 0 0 0
Ongevallen met werkverlet aantal S11 87 48 56 60 49
Ongevallen met werkverlet contractors aantal S11 40 26 20 17 33
Frequentiegraad ongevallen met werkverlet ongevallen/miljoen
gewerkte uren
S11 5,3 3,1 3,5 3,6 2,9
Ernstgraad ongevallen met werkverlet verloren dagen/dui
zend gewerkte uren
S11 0,17 0,08 0,13 0,11 0,11

(1) Verhouding tussen het aantal monitoringresultaten die Umicore's streefwaarde, die gedefinieerd werd voor relevante gevaarlijke stoffen, overschrijden en het totaal aantal monitoringresultaten.

Toelichtingen bij de sociale kerncijfers

S1 Reikwijdte van de sociale verklaringen

In totaal zijn 99 geconsolideerde sites opgenomen in de rapportering. De sites Himeiji en Tokio (Japan, Catalysis) werden toegevoegd als gevolg van Umicore's participatie van 60% in de joint venture Umicore Shokubai. Deze twee sites rapporteerden uitsluitend in het laatste kwartaal het aantal personeelsleden. Er werden voor deze twee sites in 2012 geen andere sociale indicatoren gerapporteerd. De site van Maintal (Duitsland, Performance Materials) werd gesloten, terwijl de medewerkers van Warwick (RI, VS) naar de nabijgelegen site van Attleboro (MA, VS) werden overgeplaatst. De site van Foshan (China, Recycling) werd in 2012 gesloten, maar aangezien er nog een klein aantal personeelsleden werd gerapporteerd eind december, is de site nog opgenomen in de sociale rapportering.

30 kleine sites (sites met minder dan 20 werknemers) werden vrijgesteld van de rapportering van de uitsplitsing van het aantal opleidingsuren per genderen werknemerscategorie en de rapportering van de status van het verbeteringsplan voor de doelstelling van aantrekkelijke werkgever en de doelstelling betreffende communicatie met belanghebbenden.

De sites rapporteren gegevens over het volledige jaar voor de sociale indicatoren. De gegevens in verband met de vorderingen ten opzichte van de sociale doelstellingen worden in het derde kwartaal gerapporteerd en ook de acties die voor het vierde kwartaal zijn gepland, worden in deze rapportering opgenomen.

De voorgestelde indicatoren zijn gebaseerd op gegevens van volledig geconsolideerde bedrijven, tenzij anders vermeld. Onder de betreffende tabel of grafiek werd een opmerking geplaatst om de indicatoren aan te geven die in 2011 voor het eerst werden toegevoegd – ze hebben vooral betrekking op de rapporteringsreikwijdte voor de Vision 2015-strategie. Bij de categorieën van indicatoren die specifiek relevant zijn voor Vision 2015, werd 'Vision 2015' vermeld naast de titel om ze gemakkelijk terug te vinden. Meer informatie over de vorderingen ten opzichte van deze doelstellingen vindt u in de terugblik door het management van pagina 12 tot 37 en in het overzicht van de business groups van pagina 38 tot 67 van dit verslag. Meer informatie over de sociale beheersstrategie van Umicore is beschikbaar op onze website: www.umicore.com/sustainability/social/

S2 Personeel

Gegevens voor de Group

eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Personeelsbestand (inclusief geassocieerde ondernemingen) aantal 15.450 13.728 14.386 14.572 14.438
Personeelsbestand geconsolideerde ondernemingen aantal 10.113 9.313 9.558 10.164 10.396
Personeelsbestand geassocieerde ondernemingen aantal 5.337 4.415 4.828 4.408 4.042
Mannelijke werknemers aantal 7.866 7.353 7.546 7.972 8.121
Vrouwelijke werknemers aantal 2.247 1.960 2.012 2.192 2.275
Voltijdse werknemers aantal - - - 9.494 9.699
Deeltijdse werknemers aantal - - - 670 697
Werknemers < 25 jaar aantal - - - 718 675
Werknemers tussen 25 en 35 jaar aantal - - - 2.796 2.968
Werknemers tussen 36 en 45 jaar aantal - - - 2.749 2.753
Werknemers tussen 46 en 55 jaar aantal - - - 2.951 2.982
Werknemers > 55 jaar aantal - - - 950 1.018
Tijdelijke contracten % personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
4.60 3,83 4,01 4,77 4,21

Totaal aantal personeelsleden: aantal personeelsleden op de loonlijst van Umicore voor de volledig geconsolideerde bedrijven en de geassocieerde ondernemingen aan het einde van de periode. Dit aantal omvat deeltijdse en tijdelijke werknemers, maar geen werknemers met een slapend contract, langdurig zieke werknemers en werknemers in onderaanneming.

Tijdelijk contract: Umicore-medewerkers met een tijdelijk contract die deel uitmaken van het personeel van de volledig geconsolideerde bedrijven.

Deeltijds: werknemers die minder ploegendiensten, werkdagen of werkuren presteren in het kader van vrijwillige arbeidsduurvermindering.

Regionale gegevens 2012

Noord Zuid Azië/ Umicore
eenheid Europa Amerika Amerika Oceanië Afrika Group
Personeelsbestand aantal 7.690 910 1.118 3.203 1.517 14.438
Personeelsbestand geconsolideerde ondernemingen aantal 6.732 884 697 1.742 341 10.396
Personeelsbestand geassocieerde ondernemingen aantal 958 26 421 1.461 1.176 4.042
Mannelijke werknemers aantal 5.400 695 514 1.297 215 8.121
Vrouwelijke werknemers aantal 1.332 189 183 445 126 2.275
Voltijdse werknemers aantal 6.055 875 697 1.731 341 9.699
Deeltijdse werknemers aantal 677 9 0 11 0 697
Tijdelijke contracten % personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
5,24 1,70 0,57 2,81 4,99 4,21

Gegevens voor de business groups 2012

Energy Performance Umicore
eenheid Catalysis Materials Materials Recycling Corporate Group
Personeelsbestand aantal 2.281 2.933 5.629 2.394 1.201 14.438
Personeelsbestand geconsolideerde
ondernemingen
aantal 2.120 1.876 2.854 2.394 1.152 10.396
Personeelsbestand geassocieerde
ondernemingen
aantal 161 1.057 2.775 0 49 4.042
Mannelijke werknemers aantal 1.638 1.573 2.232 1.979 699 8.121
Vrouwelijke werknemers aantal 482 303 622 415 453 2.275
Voltijdse werknemers aantal 2.029 1.752 2.687 2.213 1.018 9.699
Deeltijdse werknemers aantal 91 124 167 181 134 697
Tijdelijke contracten % personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
6,98 1,71 3,85 5,01 2,43 4,21

Totaal aantal personeelsleden

Het totaal aantal personeelsleden daalde met 134 medewerkers tot in totaal 14.438. Voor de volledig geconsolideerde bedrijven steeg het aantal personeelsleden met 232 medewerkers tot 10.396, inclusief het consolidatie-effect van de joint venture Umicore Shokubai (Catalysis). Deze groei is voornamelijk afkomstig van de business groups Catalysis (177), Recycling (65) en Energy Materials (49). De toename van het aantal medewerkers in de bedrijfsactiviteiten met aanzienlijke groei-investeringen compenseerde ruimschoots de vermindering in andere domeinen. Bij de geassocieerde ondernemingen was er een daling van 366 medewerkers als gevolg van productieaanpassingen.

Genderspreiding

Momenteel zijn 22% van de werknemers van de volledig geconsolideerde ondernemingen vrouwen en dit percentage bevond zich de voorbije vijf jaar in een smalle vork tussen 21% en 23%. Vrouwen zijn meer vertegenwoordigd in administratieve en commerciële functies dan in de industriële operaties. Er zijn aanzienlijke regionale verschillen: in België & Noord-Europa en Noord-Amerika ligt het percentage vrouwen lager dan in de rest van de wereld.

Tijdelijke contracten

Het percentage tijdelijke contracten in de volledig geconsolideerde bedrijven daalde licht tot 4,21% in 2012. Vooral in de tweede helft van het jaar werd een groot aantal tijdelijke contracten niet hernieuwd als gevolg van de moeilijkere economische omgeving en de impact ervan op de productievereisten.

Genderspreiding – senior managers

Hoewel het totale percentage vrouwelijke werknemers vrijwel stabiel is gebleven (zie hoger), is het percentage vrouwelijke managers geleidelijk aan gestegen van 17% in 2007 tot 20% in 2012. Na een periode van geleidelijke toename is het percentage vrouwen bij het senior management in 2012 licht gedaald.

Globaal overzicht van de sites en de werknemers

Productiesites Andere sites Aantal werknemers
Europa
Oostenrijk 1 143
België 8 (1) 3 (2) 3.180 (82)
Tsjechië 1 4
Denemarken 1 14
Frankrijk 5 2 804
Duitsland 7 (2) 3 (2) 2.468 (385)
Hongarije 1 5
Ierland 1 (1) 238 (238)
Italië 1 3 (1) 79(10)
Liechtenstein 1 111
Luxemburg 2 (1) 9 (1)
Nederland 2 128
Noorwegen 1 60
Polen 1 10
Portugal 1 16
Rusland 1 7
Slovakije 1 35
Spanje 2 (1) 17 (4)
Zweden 2 (1) 1 186 (145)
Zwitserland 1 3 (1) 32 (1)
Verenigd Koninkrijk 1 7 (4) 144 (92)
Azië/Oceanië
Australië 1 2 57
China 11 (4) 7 (2) 2.158 (1.285)
India 1 2 80
Japan 4 3 (1) 211 (11)
Maleisië 1 60
Filippijnen 1 82
Zuid-Korea 2 (1) 1 423 (161)
Taiwan 1 1 25
Thailand 1 1 103
Verenigde Arabische Emiraten 1 (1) 4 (4)
Noord-Amerika
Canada 3 233
Verenigde Staten 8 (2) 4 677 (26)
Zuid-Amerika
Argentinië 1 43
Brazilië 3 1 (1) 655 (1)
Peru 1 (1) 420 (420)
Afrika
Zuid-Afrika 3 (1) 1 1.517 (1.176)
Totaal 74 (14) 56 (17) 14.438 (4.042)

De cijfers tussen haakjes betekenen 'waarvan geassocieerde en joint-ventureondernemingen'. Sites die zowel over productie-installaties als over kantoren beschikken (bv. Hanau, Duitsland) worden enkel als productiesite geclassificeerd.

S3 Ontwikkeling van medewerkers

Gegevens voor de Groep

uren/werknemer

eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Sites die een lokaal plan ontwikkelen om de opleiding en
ontwikkeling van de werknemers te bevordereren
% sites - - - 59.60 70,10
Werknemers die een jaarlijkse evaluatie hebben % personeelsbestand (gecon
solideerde ondernemingen)
- - - 87,16 91,80
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer uren/werknemer 51,21 44,05 43,30 51,94 50,72
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer - mannen uren/werknemer - - - 53,20 51,75
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer - vrouwen uren/werknemer - - - 47,37 46,04
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer
- kaderpersoneel
uren/werknemer - - - 61,84 64,15
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer - andere
werknemers categorieën
uren/werknemer - - - 48,55 45,57

Opleidingsuren: gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer voor alle soorten opleidingen (formeel, training op de werkvloer, e-learning, enz.) die het bedrijf ondersteunt en die relevant zijn voor de business unit of het bedrijf. Het totale aantal opleidingsuren wordt gedeeld door het totale aantal werknemers van de volledig geconsolideerde bedrijven.

GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN PER WERKNEMER

GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN PER WERKNEMERSCATEGORIE

GEMIDDELD AANTAL OPLEIDINGSUREN PER WERKNEMER - MAN/VROUW

Regionale gegevens 2012

eenheid Europa Noord
Amerika
Zuid
Amerika
Azië/
Oceanië
Afrika Umicore
Group
Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer uren/werknemer 46,56 37,75 76,29 60,27 65,41 50,72
Werknemers die een jaarlijkse evaluatie hebben % personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
93,58 87,33 100,00 81,74 100,00 91,80

Gegevens voor de business groups 2012

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate Umicore
Group
Gemiddeld aantal opleidingsuren
per werknemer
uren/werknemer 72,92 47,29 40,18 52,29 40,03 50,72
Werknemers die een jaarlijkse
evaluatie hebben
% personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
87,73 91,79 90,50 96,07 93,32 91,80

Opleidingsuren

In 2012 bedroeg het gemiddelde aantal opleidingsuren per werknemer 50,72 uur. Dat was iets minder dan het niveau van 2011, dat uitzonderlijk hoog lag, gedeeltelijk als gevolg van introductie- en onthaalopleidingen in de nieuwe sites in Azië. Uit de gegevens blijkt dat managers meer uren opleiding krijgen (64,15 uur) dan andere medewerkers (45,57 uur). In 2012 werd de lancering van een internationaal Learning Management System voorbereid. Het systeem kreeg de naam 'My Campus' en werd in januari 2013 in gebruik genomen voor alle managers wereldwijd en andere medewerkers in België en Duitsland. Het systeem wordt verder uitgerold in 2013 en de jaren daarna om het geleidelijk uit te breiden tot alle medewerkers. De hogere opleidingsintensiteit voor mannen (51,75 uur) ten opzichte van vrouwen (46,04 uur) kan worden gekoppeld aan de vaststelling dat mannen sterker vertegenwoordigd zijn bij het management van vandaag.

Jaarlijkse evaluatie

Deze indicator werd vorig jaar voor het eerst gerapporteerd. In 2012 heeft bijna 92% van alle werknemers van de volledig geconsolideerde bedrijven minstens één keer per jaar een evaluatiegesprek om hun ontwikkeling te bespreken. Hoewel dit een hoog percentage is, zullen er nog meer inspanningen worden geleverd om 100% te bereiken in 2015.

S4 Aantrekkelijke werkgever

Vrijwillige vertrekkers - ratio % personeelsbestand (geconsoli-

Gegevens voor de Groep

eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Sites die een lokaal plan ontwikkelen aangaande aantrekkelijke
werkgever
% sites - - - 70,15 76,12
Vrijwillige vertrekkers - ratio % personeelsbestand (geconsoli
deerde ondernemingen)
3,56 2,59 3,78 3,84 3,20
Vrijwillige vertrekkers - mannen aantal - - - 287 251
Vrijwillige vertrekkers - vrouwen aantal - - - 96 81
Vrijwillige vertrekkers anciënniteit < 3 jaar aantal - - - 222 214
Vrijwillige vertrekkers anciënniteit > 3 jaar aantal - - - 161 118
Werknemers die in een site werken die een externe erkenning
hebben ontvangen in het kader van aantrekkelijke werkgever
% personeelsbestand (geconsoli
deerde ondernemingen)
- - - 52,64 68,31
Externe erkenningen ontvangen in het kader van aantrekkelijke
werkgever
aantal - - - 18 31

Vrijwillig vertrek: aantal werknemers dat het bedrijf uit vrije wil verlaat (exclusief pensionering en afloop van een contract van bepaalde duur). Dit cijfer heeft betrekking op de werknemers van de volledig geconsolideerde bedrijven.

Externe erkenning als aantrekkelijke werkgever: externe erkenning of awards die de reputatie van de site of van Umicore als aantrekkelijke werkgever versterken.

deerde ondernemingen) 1,51 4,96 2,81 9,89 0,79 3,20

Gegevens voor de business groups 2012

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate Umicore
Group
Vrijwillige vertrekkers
- ratio
% personeelsbestand (gecon
solideerde ondernemingen)
2,78 6,31 2,83 1,92 2,44 3,20

Vrijwillig vertrek

In de voorbije vijf jaar lag het percentage medewerkers dat het bedrijf vrijwillig verliet tussen 2,6 en 3,8. Het percentage van 3,20 voor 2012 is in lijn met deze trend. Net als de voorbije jaren stellen we belangrijke regionale verschillen vast. Azië Pacific rapporteert het hoogste percentage personeelsverloop (10%) en Afrika (0,8%) en Europa (1,5%) het laagste. Het hoge personeelsverloop in Azië Pacific beperkt zich niet tot Umicore en kan worden verklaard door de zeer concurrentiële en beweeglijke arbeidsmarkt in bepaalde groeilanden.

Vrijwillig vertrek – gender en anciënniteit

24,4% van de werknemers die het bedrijf vrijwillig verlaten, zijn vrouwen. Dat cijfer ligt iets hoger dan het percentage vrouwen (22%) in de volledige geconsolideerde bedrijven. 64,5% van de medewerkers die het bedrijf vrijwillig verlieten in 2012 deed dat in de eerste drie dienstjaren.

Externe erkenning

Umicore stimuleert de sites om externe erkenning te verwerven als aantrekkelijke werkgever. In sommige landen waar Umicore veel werknemers telt, worden door externe instanties de beste werkgevers verkozen. Zo'n positie verhoogt sterk de zichtbaarheid en de erkenning van de winnaars en geldt vooral voor de Europese Unie. Alle sites in België, Frankrijk en de grootste sites in Duitsland verkregen nationale erkenning als Beste Werkgever. Veel sites van Umicore zijn klein tot middelgroot en hun inspanningen om als aantrekkelijke werkgever te worden erkend, zijn beperkt tot de lokale stad of regio, waar zelden officiële erkenningsprogramma's worden georganiseerd. In deze gevallen is de erkenning vaak afkomstig van lokale verenigingen, zoals sectorgroeperingen of een lokale krant. In totaal zijn 68,31% van de medewerkers actief in een site die in 2012 formele externe erkenning kreeg.

Resultaten personeelsenquête

Umicore organiseert regelmatig een wereldwijde personeelsenquête. De vorige enquête werd in 2010 georganiseerd en de volgende is gepland voor 2014. In 2012 gingen alle grote sites verder met de implementatie van de actieplannen op basis van de feedback van de enquête van 2010 met als doel de betrokkenheid en het welzijn van de werknemers verder te verbeteren.

S5 Verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap

Gegevens voor de Groep

eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Sites die een lokaal plan ontwikkelen aangaande lokale
gemeenschap
% sites - - - 57,58 60,82
Totaal donaties € duizend 1.451,46 1.106,48 1.009,38 1.751,02 1.759,18
Geldelijke donaties € duizend - 966,61 865,34 1.568,80 1.514,60
Donaties in natura € duizend - 89,10 73,59 104,97 159,98
Werknemers vrijgemaakte tijd € duizend - 50,78 70,46 77,24 84,60
Sites die een extern communicatieplan hebben ontwikkeld % sites - - - 59,70 62,69

Donaties: van elke business unit wordt verwacht dat het in zijn jaarlijks budget voldoende donaties en sponsoring opneemt om het programma voor engagement ten opzichte van de lokale gemeenschap van de site te ondersteunen. Als richtlijn zou dit budget een bedrag moeten zijn dat overeenstemt met een derde van een procent van de gemiddelde jaarlijkse recurrente geconsolideerde EBIT van de business units (exclusief geassocieerde bedrijven) van de voorbije drie jaar.

De waarden van de donaties die voor 2007 en 2008 worden vermeld, zijn de totale donaties. Vanaf 2009 werden de donaties onderverdeeld in financiële donaties, donaties in natura en tijd van de medewerkers. De donaties op Groepsniveau worden gecoördineerd door een Donatiecomité dat rapporteert aan de Gedelegeerd Bestuurder.

Regionale gegevens 2012

eenheid Europa Noord
Amerika
Zuid
Amerika
Azië/
Oceanië
Afrika Umicore Group
Totaal donaties € duizend 1.487,49 97,62 65,30 86,68 22,08 1.759,18

Gegevens voor de business groups 2012

eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate Umicore Group
Totaal donaties € duizend 151,02 163,89 171,46 530,49 742,32 1.759,18

Donaties

In 2012 droeg Umicore in totaal € 1.759 duizend bij aan donaties. Voor de business units is het totale bedrag van € 1.017 duizend in lijn met de richtlijn van ongeveer een derde van een procent van hun gemiddelde jaarlijkse recurrente geconsolideerde EBIT over de voorbij drie jaar. Er werden nog bijkomende donaties op groepsniveau geschonken voor een bedrag van € 742 duizend.

De donaties van de business units gaan hoofdzakelijk naar goede doelen in de buurt van de sites en dit ter ondersteuning van de lokale gemeenschap. Sommige hoofdkantoren van business units ondersteunen echter ook goede doelen in andere continenten. Op Groepsniveau hebben de donaties waarop het Donatiecomité toezicht houdt een wereldwijd bereik. In 2012 gingen de Groepsdonaties voornamelijk naar steun voor twee grote educatieve projecten van UNICEF in Haïti en in India, naar projecten die werden gecoördineerd door Ondernemers voor Ondernemers en naar steun voor duurzame mobiliteitsprojecten van studenten.

Externe communicatie

62,69% van de sites beschikt over een extern communicatieplan om op een adequate manier contacten te onderhouden met de lokale gemeenschap. Al naargelang de omvang van de activiteiten en de link met de lokale gemeenschap, bestaan deze communicatieplannen uit: nieuwsbrieven, publieke informatievergaderingen, vergaderingen met de lokale autoriteiten, fabrieksbezoeken voor de lokale gemeenschap en persberichten voor de lokale media.

S6 Werknemersrelaties

Gegevens voor de Groep

eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Werknemers vertegenwoordigd door een
vakbond of gedekt door een collectieve
arbeidsovereenkomst
% personeelsbestand (geconsoli
deerde ondernemingen)
67,81 71,15 68,92 69,81 70,80

WERKNEMERS VERTEGENWOORDIGD DOOR EEN VAKBOND OF GEDEKT DOOR EEN COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST

Regionale gegevens 2012

eenheid Europa Noord
Amerika
Zuid
Amerika
Azië/
Oceanië
Afrika Umicore
Group
Werknemers vertegenwoordigd door een
vakbond of gedekt door een collectieve
arbeidsovereenkomst
% personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
87,36 8,94 94,84 30,08 63,05 70,80

Gegevens voor de business groups 2012

Energy Performance Umicore
eenheid Catalysis Materials Materials Recycling Corporate Group
Werknemers vertegenwoordigd door
een vakbond of gedekt door een col
lectieve arbeidsovereenkomst
% personeelsbestand
(geconsolideerde
ondernemingen)
62,69 49,68 75,89 89,52 68,58 70,80

Vakbonden en collectieve arbeidsovereenkomst

In totaal is 70,8% van de Umicore-werknemers lid van een vakbondsorganisatie en/of wordt over hun loonniveau onderhandeld via een collectieve overeenkomst. Regionaal zijn er grote verschillen in de vakbondsvertegenwoordiging, die het grootst is in Zuid-Amerika en Europa en het kleinst in Noord-Amerika en Azië Pacific.

Akkoord voor Duurzame Ontwikkeling

In 2007 ondertekende Umicore een Akkoord voor Duurzame Ontwikkeling met de Internationale vakbond IndustriALL, dat in 2011 werd hernieuwd voor een periode van vier jaar. In dit akkoord verbindt Umicore zich tot een aantal principes, zoals het verbod op kinder- en gedwongen arbeid, erkenning van het recht van haar werknemers om zich te organiseren en deel te nemen aan de collectieve onderhandelingen.

In het kader van dit akkoord werd in 2012 de site van Tulsa (VS) bezocht door het monitoringcomité met vertegenwoordigers van de internationale vakbonden en het management.

Alle sites worden ook jaarlijks intern doorgelicht. Uit deze doorlichting bleek dat geen enkele site van Umicore een specifiek risico loopt om een inbreuk te plegen op één van de principes van dit akkoord.

S7 Gedragscode

In 2011 organiseerde Umicore voor het eerst een systematische rapportering over problemen in verband met de gedragscode in de hele Groep. In 2012 werden er in totaal 26 gevallen gerapporteerd, waarbij in totaal 29 werknemers betrokken waren. De acties die werden ondernomen, varieerden van een waarschuwingsbrief tot ontslag.

S8 Duurzame aankopen

Gegevens voor de business groups 2012

Directe en indirecte aankoop Indirecte
aankoop
eenheid Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate(2)
Leveranciers (1) die het charter
voor duurzame aankoop hebben
goedgekeurd
% leveranciers 26 9 38 76 83

(1) Van de leveranciers naar wie Umicore het charter voor duurzame aankopen heeft verzonden (alleen de belangrijkste leveranciers van elke business unit).

(2) Corporate omvat het departement Procurement & Transportation en UMS Taiwan.

Reikwijdte voor de naleving van het charter: de indicator omvat de belangrijkste leveranciers van de indirecte aankoopactiviteiten van het departement Procurement & Transportation van Umicore en meer specifiek de aankoopcentra in België, Frankrijk, Duitsland en Brazilië. De indicator omvat de belangrijkste leveranciers van de aankoopactiviteiten van de business units voor directe en indirecte aankopen indien de business units zelf instaan voor de indirecte aankopen.

Reikwijdte voor bedrijven die door Ecovadis worden geëvalueerd: de indicator voor België, Frankrijk en Duitsland omvat 132 leveranciers, geselecteerd uit de 577 leveranciers naar wie het charter voor duurzame aankopen werd verstuurd. De indicator voor Brazilië omvat 62 leveranciers, geselecteerd uit de 65 leveranciers naar wie het charter voor duurzame aankopen werd verstuurd. Deze leveranciers werden geselecteerd aan de hand van een risicobeoordeling die Ecovadis uitvoerde met betrekking tot kriticiteit, afhankelijkheid, duur van de relatie en uitgaven aan deze leveranciers. De leveranciers bedienen enkel de aankoopcentra in België, Duitsland, Frankrijk en Brazilië en dit voornamelijk voor indirecte aankopen.

Directe aankopen: de aankoop van goederen en diensten door de business units en de sites, zoals grondstoffen, en diensten zoals verzekeringen, bedrijfsontwikkeling, juridische en financiële diensten.

Indirecte aankopen: aankopen van materialen, investeringen en diensten met betrekking tot de industriële en administratieve activiteiten en voorraadbeheer. Dit omvat meestal niet de aankoop van grondstoffen.

Gemiddelde score van de geëvalueerde leveranciers per thema – gegevens voor de Groep 2012

Corporate
Leefmilieu 4,2
Arbeidspraktijken en mensenrechten 3,8
Zakelijke integriteit 3,5
Bevoorradingsketen 3,3

Duurzame ontwikkeling en aankoopopleiding

Om iedereen in het bedrijf beter vertrouwd te maken met duurzame aankopen werd in 2011 een module voor 'web-based learning' ontwikkeld. De module moest worden gemigreerd naar het nieuwe platform 'MyCampus'. In 2012 werden er geen trainingen georganiseerd omdat het efficiënter was om met een nieuwe reeks trainingen te beginnen in 2013 na het beëindigen van de migratie.

Charter voor duurzame aankopen

In de loop van 2012 hadden onze regionale aankoopcentra in België, Frankrijk, Duitsland en Brazilië een geactualiseerde selectie gemaakt van belangrijkste leveranciers aan de hand van criteria zoals omvang, geografische locatie en het type producten of diensten (en hun kritisch belang voor de werking van een Umicore-entiteit). Ook verscheidene business units en Chinese sites selecteerden hun belangrijkste leveranciers en vroegen hen om de principes van het charter te erkennen.

De geselecteerde ondernemingen waren hoofdzakelijk leveranciers van goederen en diensten en enkele leveranciers van grondstoffen (bv. metalen). In totaal werden 642 leveranciers geselecteerd. Tegen het einde van 2012 had 83% van deze 642 leveranciers formeel bevestigd de voorwaarden van het charter te zullen naleven. De vier business groups, inclusief de Chinese sites, selecteerden 156 leveranciers, van wie 34% tegen eind 2012 formeel had bevestigd de voorwaarden van het charter te zullen naleven. In de business units bevestigden minder leveranciers hun engagement dan in de regionale aankoopcentra omdat deze laatste een jaar vroeger met het uitrollen van het charter zijn gestart in het kader van de initiële implementatiefase voor het charter.

Evaluatie van de leveranciers

Umicore heeft Ecovadis gevraagd om de duurzaamheidprestaties van 194 leveranciers te beoordelen (zie hierboven voor de selectiecriteria) van de regionale aankoopcentra in België, Frankrijk, Duitsland en Brazilië. Het resultaat van de evaluatie is een scorekaart met een globale score en een score voor elk van de vier duurzaamheidcategorieën: milieu, arbeid, eerlijke handelspraktijken en bevoorradingsketen. Er werden scores toegekend van 1 tot 10, waarbij 1 een hoog risico vertegenwoordigt voor problemen in verband met duurzaamheid. 46 leveranciers hebben de vragenlijst niet beantwoord. Van de 148 ontvangen scorekaarten hadden 114 bedrijven een score van 3 of 4, wat betekent dat ze basismaatregelen hebben genomen voor thema's in verband met duurzaamheid. Slechts 3 bedrijven kregen een score gelijk aan of lager dan 2, wat een hoog risico voor problemen in verband met duurzaamheid vertegenwoordigt. 31 bedrijven behaalden, globaal, een score van meer dan 4, wat betekent dat ze over een 'aangepast beheerssysteem voor duurzaamheid' beschikken. Wat de gemiddelde score in elke categorie betreft, haalden de leveranciers de hoogste gemiddelde score voor milieu en scoorden ze het laagst voor het promoten van duurzaamheid in hun bevoorradingsketen.

De business units zetten de identificatie van de belangrijkste leveranciers in 2012 verder en sommige business units zijn overgegaan naar de evaluatiefase, hetzij met de hulp van Ecovadis, hetzij via een andere methodologie. In de terugblik door het management van dit verslag vindt u hierover meer informatie.

Verbeteringsplannen

Alle scorekaarten werden geëvalueerd ten opzichte van de 4 duurzaamheidprincipes van het charter voor duurzame aankopen en een geheel van minimumvereisten. In de loop van 2012 hebben we een pilootprogramma gelanceerd met 15 laag scorende leveranciers om een actieplan voor verbetering op te stellen. De leveranciers bleken bereid om duurzaamheid te bespreken met Umicore en verscheidene leveranciers bepaalden specifieke acties om hun duurzaamheidprestaties te verbeteren. Tijdens de feedbacksessies stelden we vast, net als in 2011, dat het gebrek aan documentatie ter ondersteuning van de eisen die in de beoordeling werden gesteld, één van de redenen was voor de lage scores. Tegen medio 2012 werd het pilootprogramma uitgebreid en werden er meer leveranciers opgenomen van elk regionaal aankoopcentrum. In 2013 zal elk regionaal aankoopcentrum stappen ondernemen om met de geselecteerde leveranciers samen te werken.

Sommige business units hadden het stadium van dialoog met hun leveranciers bereikt op basis van een duurzaamheidevaluatie. In de terugblik door het management van dit verslag vindt u hierover meer informatie.

Meer informatie over de relatie van Umicore met haar leveranciers vindt u in het hoofdstuk relaties met de belanghebbenden in de Verklaring inzake deugdelijk bestuur op pagina 190 en in de terugblik door het management op de pagina's 33-35.

S9 Gezondheid van de werknemers

Gegevens voor de Groep

eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Ziektegraad % 2,71 2,64 2,86 3,03 2,69
ZIEKTEGRAAD
teerd aan het totale aantal werkdagen per jaar. langdurige ziekte en moederschapsverlof zijn niet in dit cijfer opgenomen. Dit cijfer wordt gerela
Langdurige ziekte wordt gedefinieerd als beginnend na drie maanden van ononderbroken ziekte.
Ziektedagen: totaal aantal verloren werkdagen als gevolg van ziekte. Verloren dagen als gevolg van 3,5
3,0
2,71%
2,5
2,0
2,86%
2,64%
3,03%
2,69%
1,5
1,0
Regionale gegevens 2012 0,5
0,0
2008 2009
2010
2011
2012
eenheid Europa Noord
Amerika
Zuid
Amerika
Azië/
Oceanië
Afrika Umicore Group
Ziektegraad % 3,34 1,66 1,64 0,94 3,13 2,69

Ziektedagen

De voorbije vijf jaar schommelde het aantal ziektedagen van 2,64% tot 3,03%. Het hoogste percentage werd bereikt in 2011 onder invloed van een uitzonderlijk hoog aantal ziektedagen van 7,07% in Zuid-Amerika. Dit hoge cijfer was het gevolg van een conjunctivitisepidemie die in februari en maart 2011 uitbrak in São Paulo in Brazilië. In 2012 bedroeg het totale aantal ziektedagen 2,69%. We zien regionale verschillen met een groter aantal ziektedagen in Europa en een kleiner aantal ziektedagen in Azië Pacific.

S10 Gezondheid op het werk

Alle geconsolideerde productiesites waarover Umicore de operationele controle heeft, zijn opgenomen in de reikwijdte van de rapportering over gezondheid op het werk. Ten opzichte van 2011 worden de data van vier sites niet langer gerapporteerd omdat ofwel de fabriek werd gesloten (Cranston, VS, en Maintal, Duitsland, Performance Materials; Foshan, China, Recycling) of omdat de industriële activiteiten van de site werden stopgezet (Milaan, Italië, Performance Materials). Er werden twee sites aan de rapporteringsreikwijdte toegevoegd: Kobe (Japan, Energy Materials) en Yokohama (Japan, Performance Materials). Dat brengt het totale aantal rapporterende sites op 64 tegenover 67 vorig jaar.

De informatie in deze toelichting heeft uitsluitend betrekking op Umicore-werknemers. Ze bevat geen gegevens over gezondheid op het werk bij de onderaannemers.

Meer informatie over het beleid van Umicore inzake gezondheid op het werk vindt u op de website www.umicore.com/sustainability/social/

Gegevens voor de Groep

eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Blootstellingsgraad 'alle biomarkers geaggregeerd' (1) % - - - 5,2 4,3
Blootstellingsgraad lood (bloed) (2) % - - - 1,4 0,5
Blootstellingsgraad arseen (urine) (2) % - - - 2,2 1,4
Blootstellingsgraad lood (bloed) (2) % - - - 22,1 14,4
Blootstellingsgraad kobalt (urine) (2) % - - - 0,8 1,7
Blootstellingsgraad cadmium (urine) (2) % - - - 1,5 3,0
Blootstellingsgraad nikkel (urine) (2) % - - - 6 7
Mensen met platina overgevoeligheid aantal - - - 4 6
Mensen met door lawaai veroorzaakt gehoorverlies aantal - - - 9 4
Mensen met contactdermatitis aantal - - - 2 2
Mensen met beroepsmatige asthma door andere producten aantal - - - 0 1
Mensen met musculoskeletale aandoeningen aantal - - - 11 7

(1) Verhouding tussen het aantal monitoringresultaten die Umicore's streefwaarde, die gedefinieerd werd voor relevante gevaarlijke stoffen, overschrijden en het totaal aantal monitoringresultaten.

(2) De blootstellingsratio voor een specifiek metaal wordt gedefinieerd als de verhouding tussen het aantal medewerkers van wie het biologische monitoringresultaat hoger ligt dan de drempelwaarde en het totale aantal blootgestelde werknemers. De drempelwaarden van Umicore zijn gebaseerd op de biologische blootstellingsindices van de American Conference of Governmental Industrial Hygienists (ref. 2011). Ze zijn, waar relevant, strenger dan de bestaande wettelijk opgelegde limieten.

Umicore heeft zich tot doel gesteld om tegen 2015 de biomarkerconcentratie voor iedere blootgestelde werknemer onder Umicore's drempelwaarde te houden. De volgende drempelwaarden werden gedefinieerd:

Cadmium: 2 microgram per gram creatinine in urine en 0,5 microgram per 100 ml bloed.

Lood: 30 microgram per 100 ml bloed.

Kobalt: 15 microgram per gram creatinine.

Arseen en nikkel: 30 microgram per gram creatinine.

Platinazouten: geen nieuwe gevallen van overgevoeligheid voor platinazout.

Het aantal beroepsziekten is het aantal medewerkers met een beroepsziekte of met symptomen die aan het werk gerelateerd zijn en waarvan de diagnose tijdens deze rapporteringscyclus werd vastgesteld.

In 2012 werden in totaal 4.511 biologische monsters genomen van werknemers die op het werk zijn blootgesteld aan één van de bovenvermelde metalen (exclusief platinazouten). Het resultaat van 195 metingen lag hoger dan de interne drempelwaarde. Dat brengt de totale overschrijdingsgraad op 4,3% ten opzichte van 5,2% in 2011. Alle werknemers met beroepsmatige metaalblootstelling worden regelmatig gecontroleerd door een arbeidsgeneesheer.

Lood

In de business groups Energy Materials, Performance Materials en Recycling is beroepsmatige blootstelling aan lood een potentieel gezondheidsrisico. In totaal werd bij 8 van de 1.515 werknemers met beroepsmatige loodblootstelling een hogere waarde dan de drempelwaarde van 30µg/100ml gemeten. Dat brengt de overschrijdingsgraad voor loodblootstelling op 0,5% ten opzichte van 1,4% in 2011.

Bijna alle overschrijdingen werden gemeten in de business group Recycling en waren te wijten aan een hoger loodgehalte in het lichaam als gevolg van vroegere blootstellingen op de site van Hoboken (België, Recycling).

Werknemers met te hoge gemeten waarden werden naar een andere werkplek overgeplaatst en worden verder gevolgd door een arbeidsgeneesheer.

Arseen

Blootstelling aan arseen kan voorkomen in de business groups Energy Materials, Performance Materials en Recycling. In totaal zijn 830 werknemers blootgesteld aan arseen. Bij 12 van hen werden in 2012 te hoge waarden gemeten. Dat brengt de overschrijdingsgraad voor arseen op 1,4% ten opzichte van 2,2% in 2011.

Er werden vier overschrijdingen gemeten in Olen (België, Energy Materials) bij medewerkers in de arseenproductie, op de site in Hoboken (België, Recycling) werd de drempelwaarde overschreden bij 8 medewerkers.

Kobalt

In totaal zijn 695 werknemers blootgesteld aan kobalt, voornamelijk in de business group Energy Materials en in mindere mate in de business groups Recyling en Performance Materials. Bij 100 werknemers werd een overschrijding van de drempelwaarde vastgesteld. Dit brengt de overschrijdingsgraad op 14,4%, wat aanzienlijk lager is dan het Umicore-gemiddelde van 22,1% in 2011.

Alle overschrijdingen werden gemeten in de business units Cobalt & Specialty Materials en Rechargeable Battery Materials. Deze business units voeren al vele jaren een beleid – inclusief biologische monitoring – om de blootstelling aan kobalt op het werk te verlagen. In 2011 werd de biologische drempelwaarde in urine verlaagd van 30 tot 15 microgram per gram creatinine, in lijn met de meest recente gegevens in de wetenschappelijke literatuur over de toxiciteit van kobalt en de blootstelling aan kobalt op het werk. De business units ontwikkelen actieplannen om de blootstelling aan kobalt de komende jaren aanzienlijk te verminderen.

Cadmium

Blootstelling aan cadmium op het werk vormt een potentieel gezondheidsrisico in de business groups Performance Materials en Recycling.

Cadmium in urine is een efficiënte biomarker voor levenslange blootstelling, terwijl het cadmiumgehalte in het bloed meer de recente blootstelling op het werk weergeeft.

In 2012 waren in totaal 702 werknemers op het werk blootgesteld aan cadmium.

Bij 21 medewerkers werd een hoger urinair cadmiumgehalte gemeten dan de drempelwaarde. Dat brengt de overschrijdingsgraad op 3,0% ten opzichte van 1,5% in 2011.

In de business group Performance Materials lag het cadmiumgehalte in urine bij 6 medewerkers hoger dan de drempelwaarde. Al deze werknemers waren actief in de business unit Technical Materials.

In de business group Recycling werd bij 15 van de blootgestelde medewerkers de drempelwaarde voor het cadmiumgehalte in urine overschreven. Negen van deze werknemers zijn tewerkgesteld in Hoboken, België, voornamelijk in de afdeling bemonstering en smelter. Er werden zes overschrijdingen geregistreerd in Amsterdam, Nederland.

Er worden bijkomende technische maatregelen genomen om de blootstelling verder te verminderen. Daarnaast worden er voorzorgsmaatregelen genomen, zoals de rotatie van medewerkers, een strikte naleving van het programma voor de bescherming van de ademhaling en persoonlijke hygiënemaatregelen om de blootstelling tot een minimum te beperken. Op de site in Vicenza (Italië, Performance Materials) wordt cadmium niet langer gebruikt in het proces.

Bij 12 medewerkers werd de drempelwaarde voor cadmium in het bloed overschreden. Dat brengt de overschrijdingsgraad op 1,7%.

Nikkel

In de business groups Energy Materials, Performance Materials en Recycling zijn er werknemers die worden blootgesteld aan nikkel. In 2012 waren in totaal 769 werknemers blootgesteld aan nikkel. Bij 54 van hen werd de interne drempelwaarde overschreden. Dat resulteerde in een overschrijdingsgraad van 7,0% ten opzichte van 6,0% in 2011.

Het grootste aantal overschrijdingen werd genoteerd op de site in Subic (Filippijnen, Energy Materials). Er wordt een actieplan geïmplementeerd om de arbeidsomstandigheden aan de productielijnen voor nikkeloxide en -acetaat te verbeteren.

Platinazouten

In de business groups Catalysis en Recycling zijn werknemers blootgesteld aan platinazouten.

In 2012 werd bij 6 werknemers voor de eerste maal overgevoeligheid voor platinazouten vastgesteld. Twee van deze werknemers werkten in de business group Catalysis, de vier andere in de business group Recycling. Deze werknemers werden overgeplaatst naar een werkomgeving zonder blootstelling aan platinazout of kregen werkuitrusting die hen nog beter beschermt. Alle medewerkers die aan platinazouten zijn blootgesteld, worden opgevolgd via een programma voor de verbetering van de gezondheid op het werk en worden regelmatig getest op allergieën. Er zullen meer werkplaatsmetingen gedaan worden om de blootstelling beter te typeren en maatregelen te identificeren om blootstelling te voorkomen.

Andere gezondheidsrisico's op het werk

In 2012 werd bij 4 werknemers gehoorverlies door industrieel lawaai vastgesteld. Twee werknemers ontwikkelden een contactdermatitis en 7 werknemers ontwikkelden een musculoskeletale aandoening als gevolg van hun beroepsactiviteit. Eén medewerker ontwikkelde een bronchitis als gevolg van het inademen van ammoniak. Alle betrokkenen worden gevolgd door een arbeidsgeneesheer en er werden maatregelen genomen om een verergering van hun toestand te voorkomen.

S11 Veiligheid op het werk

In totaal nemen 74 geconsolideerde sites deel aan de veiligheidsrapportering. In vergelijking met 2011 zijn 2 sites (Cranston, VS, Maintal, Duitsland, Performance Materials) niet meer in de veiligheidsrapportering opgenomen omdat de activiteiten werden stopgezet. Er werd 1 nieuwe site toegevoegd (Suzhou, China, Catalysis). Meer informatie over het beleid van Umicore inzake veiligheid op het werk vindt u op de website www.umicore.com/sustainability/social/.

De informatie in deze toelichting heeft uitsluitend betrekking op Umicore-werknemers. Ze bevat geen data over arbeidsveiligheid bij de onderaannemers. Umicore streeft naar nul ongevallen met werkverlet tegen 2015.

Gegevens voor de Groep

eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Dodelijke ongevallen aantal 0 0 0 0 0
Dodelijke ongevallen onderaannemers aantal 0 0 0 0 0
Ongevallen met werkverlet aantal 87 48 56 60 49
Ongevallen met werkverlet onderaannemers aantal 40 26 20 17 33
Frequentiegraad 5,3 3,1 3,5 3,6 2,9
Frequentiegraad contractors 14,58 11,08 7,91 5,50 10,06
Aantal verloren kalenderdagen aantal 2 840 1 280 2 090 1 771 1 897
Ernstgraad 0,17 0,08 0,13 0,11 0,11
Registreerbare ongevallen zonder werkverlet aantal 371 352 210 221 160
Frequentiegraad RI 22,7 22,9 13,3 13,3 9,3
Verhouding aantal sites zonder LTA/ totaal aantal rapporterende sites % - - - 77 85
OHSAS 18001 gercertifieerde sites % - 14,5 28,0 30,0 32,0

Definitie

Umicore-werknemer: een personeelslid van het totale personeelsbestand van Umicore. Een Umicore-werknemer kan een voltijdse, deeltijdse of tijdelijke werknemer zijn.

Onderaannemer: een persoon die geen deel uitmaakt van het totale personeelsbestand van Umicore en die diensten verleent aan Umicore op één van zijn sites volgens contractvoorwaarden.

Dodelijk ongeval: een werkgerelateerd ongeval met dodelijke afloop.

Ongeval met werkverlet : een werkgerelateerd ongeval waarbij de werknemer niet kan werken gedurende meer dan één ploegendienst.

Registreerbaar letsel: een werkgerelateerd letsel dat leidt tot meer dan één eerstehulpbehandeling of tot een aangepast werkprogramma, ongevallen met werkverlet niet meegerekend.

Frequentiegraad: aantal ongevallen met werkverlet per miljoen gewerkte uren.

Ernstgraad: aantal verloren kalenderdagen als gevolg van een ongeval met werkverlet per duizend gewerkte uren.

Ongevallen op de weg van en naar het werk zijn niet opgenomen in de veiligheidsgegevens.

Regionale gegevens 2012

eenheid Europa Noord
Amerika
Zuid
Amerika
Azië/
Oceanië
Afrika Umicore Group
Ongevallen met werkverlet aantal 36 1 3 9 0 49

Gegevens voor de business groups 2012

Energy Performance Umicore
eenheid Catalysis Materials Materials Recycling Corporate Group
Dodelijke ongevallen aantal 0 0 0 0 0 0
Ongevallen met werkverlet aantal 4 9 10 23 3 49
Frequentiegraad per miljoen
gewerkte uren
1,1 3,0 2,1 6,2 1,4 2,9
Verloren kalenderdagen aantal 195 159 584 928 31 1 897
Ernstgraad per duizend
gewerkte uren
0,05 0,05 0,12 0,25 0,01 0,11

In 2012 registreerden we in totaal 49 ongevallen met werkverlet ten opzichte van 60 in 2011. Dit resulteerde in een frequentiegraad van 2,86 ten opzichte van 3,61 in 2011. In totaal gingen er 1.897 kalenderdagen verloren als gevolg van deze ongevallen met werkverlet. Dit resulteerde in een ernstgraad van 0,11, wat in lijn ligt met die van 2011.

Er werden 160 registreerbare letsels genoteerd ten opzichte van 221 in 2011. De frequentiegraad van de registreerbare letsels bedroeg 9,3 voor 2012.

In totaal werden er 33 ongevallen met werkverlet geregistreerd voor onderaannemers ten opzichte van 17 in 2011. Dat komt overeen met een frequentiegraad van 10,06 tegenover 5,50 in 2011.

In 2012 vond in 85% van de rapporterende sites geen enkel ongeval met werkverlet plaats, ten opzichte van 77% in 2011. Twintig van de 63 productiesites zijn gecertificeerd via het gezondheids- en veiligheidsbeheerssysteem OHSAS 18001 tegenover 19 in 2011.

Er waren geen dodelijke ongevallen in 2012.

Zesendertig ongevallen met werkverlet , of 74% van het totale aantal ongevallen met werkverlet , deden zich voor in Europa. Daarvan gebeurden er 26 in Belgische en 7 in Duitse sites. In Noord- en Zuid-Amerika waren er 4 ongevallen en in de regio Azië Pacific werden 9 ongevallen geregistreerd.

In 2012 registreerde de business group Catalysis 4 ongevallen met werkverlet , waarvan 3 in de business unit Automotive Catalysts. Het totaal aantal verloren arbeidsdagen bedroeg 195. Dit resulteerde in een frequentiegraad van 1,1 en een ernstgraad van 0,05. De business group zet de implementatie van het SafeStart® programma verder in al zijn operationele sites. Dit programma concentreert zich op onveilige gewoontes en onopzettelijk onveilig gedrag. Daarnaast investeert de business group sterk in het delen van voorbeeldpraktijken voor veiligheid en ontwikkelde het veiligheidstrainingmatrices voor elke functie. Vorderingen worden gemeten aan de hand van een aantal essentiële veiligheidsindicatoren. Alle productiesites van Automotive Catalysts zijn gecertificeerd met behulp van het OHSAS 18001 beheerssysteem. Op de site South Plainfield (VS, Recycling en Catalysis) had zich op het einde van het jaar gedurende vijf jaar geen enkel ongeval met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore werknemers of een ongeval met werkverlet met onderaannemers voorgedaan. De sites in Americana (Brazilië, Catalysis), Karlskoga (Zweden, Catalysis) en Port Elizabeth, Young Park-plant (Zuid-Afrika, Catalysis) hebben minstens 3 jaar gewerkt zonder ongevallen met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore-werknemers of ongevallen met werkverlet met onderaannemers op de site.

De business group Energy Materials registreerde 9 ongevallen met werkverlet tegenover 12 in 2011. In totaal gingen 159 kalenderdagen verloren. Dit resulteerde in een frequentiegraad van 3,0 en een ernstgraad van 0,05. In de business unit Rechargeable Battery Materials deden zich vijf ongevallen voor. De business units Cobalt & Specialty Materials en Electro-Optic Materials registreerden elk 2 ongevallen. In de business unit Thin Film Products vonden geen ongevallen met werkverlet plaats. Naast doelgerichte acties op siteniveau implementeren de business units Cobalt & Specialty Materials en Rechargeable Battery Materials tevens een veiligheidsbeleid, aangevuld met gezondheids- en veiligheidsprincipes en een aantal veiligheidsindicatoren om de gemaakte vorderingen op te volgen. De business unit Rechargeable Battery Materials lanceerde tevens een veiligheidsleiderschapsprogramma. De business unit Thin Film Products zette in alle sites de implementatie van zijn veiligheidsproject verder, met focus op leiderschapsaspecten, veiligheidsopleiding en kritische veiligheidsprocedures. In het kader van het veiligheidsproject van de business unit Electro-Optic Materials werden jobrisicoanalyses uitgevoerd voor alle sites. Drie sites werden erkend voor hun uitstekende en duurzame veiligheidsprestaties. Ze hadden in 5 jaar geen enkel ongeval met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore-werknemers of een ongeval met werkverlet met onderaannemers: Dundee (VK, Energy Materials), Fort Saskatchewan (Canada, Energy Materials) en Hsinchu Hsien (Taiwan, Energy Materials).

De business group Performance Materials registreerde 10 ongevallen met werkverlet tegenover 14 in 2011. In totaal gingen 584 kalenderdagen verloren. De frequentiegraad bedroeg 2,1 en de ernstgraad 0,12. Vier van de 10 ongevallen met werkverlet deden zich voor in de business unit Technical Materials. In de business unit Zinc Chemicals vonden 3 ongevallen met werkverlet plaats. De business unit Building Products registreerde 2 ongevallen en in de business unit Platinum Engineered Materials deed zich 1 ongeval voor. In de business unit Electroplating vonden geen ongevallen met werkverlet plaats. De business unit Zinc Chemicals verbeterde zijn veiligheidsprestaties dankzij de voortgezette invoering van een uitgebreid veiligheidsprogramma waarbij alle medewerkers actief betrokken waren onder leiding van het veiligheidscomité van de business unit. De belangrijkste elementen van dit programma zijn veiligheidsinspectierondes en training en procedures met betrekking tot essentiële veiligheidsaspecten. Vorderingen worden gemeten aan de hand van een aantal toonaangevende veiligheidsindicatoren. De business unit Technical Materials versterkte zijn programma voor incidentrapportering en zijn opleidingsprogramma voor risico-identificatie. De business unit maakt zelf veiligheidsvideo's over belangrijke veiligheidsthema's. De andere business units implementeerden intern ontwikkelde veiligheidsprogramma's die gericht zijn op hun behoeften en prioriteiten. Innovatieve elementen van deze programma's zijn veiligheidskalenders van de business unit, veiligheidsmeetings en een campagne 'Sicherheit im Blick'. Op het einde van 2012 had zich op de site van Vicenza (Italië, Performance Materials) in meer dan 5 jaar geen enkel ongeval met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore-werknemers of een ongeval met werkverlet met onderaannemers voorgedaan.

De business group Recycling noteerde 23 ongevallen met werkverlet ten opzichte van 26 in 2011. In totaal gingen 928 kalenderdagen verloren. Dit vertegenwoordigt een frequentiegraad van 6,2 en een ernstgraad van 0,25. De business unit Precious Metal Refining telde 18 ongevallen met werkverlet. De business unit implementeert een uitgebreid veiligheidsprogramma dat zich concentreert op acht domeinen: functies en verantwoordelijkheden, communicatie, procedures voor essentiële veiligheidsaspecten, opleiding, onderzoek van incidenten, netheid, veiligheid bij onderaannemers en veiligheidsindicatoren. De site in Hoboken (België, Recycling) implementeert eveneens het SafeStart®-programma. De business unit Jewellery & Industrial Materials implementeert het DuPont® Safety Programme. Op het einde van 2012 had zich op de site van Markham (Canada, Recycling) in meer dan 5 jaar geen enkel ongeval met werkverlet of registreerbare letsels bij Umicore-werknemers of een ongeval met werkverlet met onderaannemers voorgedaan.

Er vonden nog 3 ongevallen met werkverlet plaats in algemene diensten, administratieve gebouwen en onderzoeks- en ontwikkelingsdepartementen.

170 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Inhoudsopgave

Overzicht deugdelijk bestuur 172
G1 Context deugdelijk bestuur 172
G2 Vennootschapsstructuur 172
G3 Aandeelhouders 172
G4 Raad van Bestuur 173
G5 Directiecomité 175
G6 Relevante informatie in geval van een overnamebod 176
G7 Belangenconflicten
(artikel 523 – 524ter Wetboek van vennootschappen)
177
G8 Commissaris 177
G9 Gedragscode 177
G10 Marktmisbruik en handel met voorkennis 177
G11 Naleving van de Belgische Corporate Governance Code 2009 177
Remuneratieverslag 2012 178
G12 Vergoeding van de Raad van Bestuur 178
G13 Vergoeding Gedelegeerd Bestuurder en Directiecomité 180
G14 Eigendom van aandelen en aandelenopties en transacties in 2012 184
G15 Remuneratiepolitiek voor de twee volgende jaren (2013-2014) 185
Risicobeheer en interne controle 186
G16 Risicobeheer 186
G17 Risicocategorisatie 187
G18 Beschrijving van de risico's 187
Umicore Jaarverslag 2012
Relaties met belanghebbenden 189
G19 Leveranciers 190
G20 Klanten 190
G21 Werknemers 190
G22 Investeerders en aandeelhouders 191
G23 Samenleving 191
G24 Geassocieerde ondernemingen en joint ventures 191
G25 Overheidssector en autoriteiten 192
G26 Verdeling van de economische meerwaarde 193
Raad van Bestuur 194
196
Directiecomité

Overzicht deugdelijk bestuur

G1 Context deugdelijk bestuur

Umicore heeft de Belgische Corporate Governance Code 2009 aangenomen als haar referentiecode.

De Engelstalige, Nederlandstalige en Franstalige versie van deze Code kunnen geraadpleegd worden op de website van de Commissie Corporate Governance (www.corporategovernancecommittee.be).

Het Corporate Governance Charter geeft een gedetailleerde beschrijving van de bestuursstructuur van de Vennootschap en de beleidslijnen en procedures van de Umicore Groep. Het Charter is beschikbaar op de website van Umicore (www.umicore.com/governance) of kan op verzoek verkregen worden bij het departement Group Communications van Umicore.

Umicore heeft haar beleidsverklaring, waarden en organisatorische basisfilosofie uiteengezet in een document met de titel "The Umicore Way". Dit document licht toe hoe Umicore haar relaties met haar klanten, aandeelhouders, werknemers en de samenleving ziet.

Wat de organisatorische filosofie betreft, gelooft Umicore in decentralisatie en in een ruime mate van autonomie voor elke business unit. De business units zijn op hun beurt dan weer verantwoordelijk voor hun eigen bijdrage tot de waardecreatie voor de Groep en voor het vasthouden aan de strategische oriëntaties, de beleidslijnen, normen en de duurzaamheidbenadering van de Groep.

In deze context meent Umicore dat een goede structuur van deugdelijk bestuur een noodzakelijke voorwaarde is voor haar succes op lange termijn. Dit impliceert een doelmatig beslissingsproces dat steunt op een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden. Het moet een optimaal evenwicht mogelijk maken tussen een cultuur van ondernemerschap op het niveau van haar business units en doeltreffende sturing- en toezichtprocessen. Het Corporate Governance Charter gaat dieper in op de verantwoordelijkheden van de aandeelhouders, de Raad van Bestuur, de Gedelegeerd Bestuurder en het Directiecomité, alsook de specifieke rol van het Auditcomité en het Benoemings- en Remuneratiecomité. Deze Verklaring bevat informatie over onderwerpen van deugdelijk bestuur die vooral betrekking hebben op het boekjaar 2012.

G2 Vennootschapsstructuur

De Raad van Bestuur is het hoogste beslissingsorgaan van Umicore, behalve voor die materies die op grond van het Wetboek van vennootschappen of de statuten van Umicore voorbehouden zijn aan de aandeelhouders. De Raad wordt bijgestaan door een Auditcomité en een Benoemings- en Remuneratiecomité. Het dagelijks bestuur van Umicore is toevertrouwd aan de Gedelegeerd Bestuurder, die tevens voorzitter is van het Directiecomité. Het Directiecomité is verantwoordelijk voor de uitwerking van de algemene strategie van Umicore en het overmaken voor bespreking en goedkeuring ervan aan de Raad van Bestuur. Het Directiecomité is verantwoordelijk voor de implementatie van deze strategie en voor het verzekeren van een effectief toezicht op de business units en corporate functies. Het Directiecomité staat ook in voor het screenen van de verschillende risico's en opportuniteiten waarmee het bedrijf op de korte, middellange en lange termijn geconfronteerd kan worden (zie hoofdstuk Risicobeheer) en zorgt voor de aanwezigheid van systemen om deze te beheren. Het Directiecomité is collegiaal verantwoordelijk voor het bepalen en toepassen van de strategie voor duurzame ontwikkeling van Umicore.

Umicore is georganiseerd in business groups die op hun beurt bestaan uit business units met gemeenschappelijke kenmerken inzake producten, technologieën en afzetmarkten. Sommige business units zijn verder onderverdeeld in marktgerichte business lines. Als ondersteunende structuur op het niveau van de Groep beschikt Umicore over regionale managementplatformen in Zuid-Amerika, China, Noord-Amerika en Japan. De hoofdzetel van Umicore is gevestigd in België. Deze zetel biedt een aantal algemene en ondersteunende functies op het gebied van financiën, human resources, interne audit, juridische en fiscale zaken, externe relaties en relaties met de beleggers.

G3 Aandeelhouders

3.1 Aandelen in omloop – kapitaalstructuur

Op 31 december 2012 waren er 120.000.000 Umicore-aandelen in omloop. De historiek van de vertegenwoordiging van het kapitaal van Umicore kan geraadpleegd worden op www.umicore.com/investorrelations. De identiteit van de aandeelhouders die per 31 december 2012 een belang van 3% of meer hadden aangegeven, kan worden geraadpleegd in de rubriek "beknopte jaarrekening van de moederonderneming" (p.138-139).

Op 31 december 2012 bezat Umicore 8.113.488 eigen aandelen, hetzij 6,76% van het kapitaal. Informatie over de door de aandeelhouders aan Umicore verleende machtiging om eigen aandelen in te kopen, alsook de stand van zaken inzake deze inkopen kan men vinden in het Corporate Governance Charter of op de website van Umicore.

Tijdens het jaar werden 1.106.000 eigen aandelen gebruikt in de context van de uitoefening van aandelenopties voor het personeel en werden 24.450 aandelen gebruikt voor toekenningen van aandelen, waarvan 2.700 aan de leden van de Raad van Bestuur en 21.750 aan de leden van het Directiecomité.

3.2 Dividendbeleid en uitkering

Umicore streeft naar de uitbetaling van een stabiel of geleidelijk stijgend dividend. Er is geen vaste uitkeringsverhouding. Het dividend wordt door de Raad van Bestuur voorgesteld op de gewone (of jaarlijkse) algemene vergadering van aandeelhouders. Er zal geen dividend worden uitbetaald als dit de financiele stabiliteit van de Vennootschap in gevaar zou brengen.

In 2012 heeft Umicore een brutodividend uitgekeerd van € 1,00 per aandeel voor het boekjaar 2011. Dit is een stijging van € 0,20 per aandeel ten opzichte van het brutodividend voor het boekjaar 2010.

In augustus 2012 heeft de Raad van Bestuur, in overeenstemming met het dividendbeleid van Umicore, beslist tot de uitkering van een interimdividend ter waarde van 50% van het totale dividend dat voor het vorige boekjaar werd uitbetaald. Bijgevolg werd vanaf 6 september 2012 een bruto interimdividend betaald van € 0,50 per aandeel. Op 6 februari 2013 heeft de Raad beslist om de aandeelhouders een totaal bruto dividend van € 1,00 per aandeel voor te stellen voor het boekjaar 2012. Indien de voorgestelde winstbestemming door de aandeelhouders wordt goedgekeurd, zal er dus in mei 2013 een bruto dividend van € 0,50 per aandeel worden uitgekeerd (dit is het totale dividend verminderd met het reeds betaalde interimdividend).

De System Paying Agent die voor de uitbetaling van het dividend van 2012 werd aangesteld, is:

KBC Bank Havenlaan, 2 1080 Brussel

3.3 Algemene vergaderingen van aandeelhouders in 2012

De statuten van Umicore bepalen dat de jaarvergadering plaatsvindt op de laatste dinsdag van april om 17 uur.

In 2012 vond de jaarvergadering plaats op 24 april. Op deze vergadering werden de klassieke besluiten goedgekeurd betreffende de jaarrekening, de resultaatbestemming alsook de kwijtingen voor de Raad van Bestuur en de commissaris voor hun respectieve mandaten in 2011. Daarnaast werden de heren Thomas Leysen en Marc Grynberg herbenoemd tot bestuurder voor een periode van drie jaar en werd het bestuurdersmandaat van Klaus Wendel met twee jaar verlengd. De algemene vergadering heeft Rudi Thomaes tot nieuwe, onafhankelijke bestuurder benoemd voor drie jaar. Verder keurde de jaarvergadering de vergoeding van de Raad van Bestuur voor 2012 goed. Details van de vergoeding die in 2012 aan de bestuurders werd betaald, zijn beschikbaar in het Remuneratieverslag.

Een bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders, eveneens gehouden op 24 april 2012, keurde bepalingen inzake controlewijziging vervat in een overeenkomst van doorlopende kredietverlening ("revolving credit facility") goed in overeenstemming met artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen.

Tenslotte hernieuwde een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders gehouden op 31 mei 2012 de machtiging aan de vennootschap en haar dochterondervennootschappen om Umicore-aandelen op de gereglementeerde markt te verwerven binnen een grens van 10% van het geplaatste kapitaal en dit voor een duur van 18 maanden.

G4 Raad van Bestuur

4.1 Samenstelling

De Raad van Bestuur, waarvan de leden worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders met een eenvoudige meerderheid van stemmen zonder aanwezigheidsvereiste, moet uit tenminste zes leden bestaan. De bestuurders mogen normaal niet langer dan 4 jaar zetelen. In de praktijk worden ze verkozen voor een periode van drie jaar en zijn ze herverkiesbaar.

Bestuurders kunnen op elk moment worden ontslagen na een besluit van een algemene vergadering die beslist met een eenvoudige meerderheid van stemmen. Er is geen aanwezigheidsvereiste voor het ontslag van bestuurders. De statuten bieden de Raad de mogelijkheid om bestuurders te coöpteren wanneer een plaats openvalt. De volgende algemene vergadering van aandeelhouders moet beslissen over de definitieve benoeming van de bovengenoemde bestuurder. De nieuwe bestuurder vervolledigt de termijn van zijn of haar voorganger.

Op 31 december 2012 bestond de Raad van Bestuur uit tien leden: negen niet-uitvoerende bestuurders en één uitvoerend bestuurder. Op dezelfde datum waren vijf van de tien bestuurders onafhankelijk in de betekenis van artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen en bepaling 2.3 van de Belgische Corporate Governance Code 2009.

Twee (hetzij 20%) van de tien leden van de Raad van Bestuur die in functie waren op 31 december 2011 zijn vrouwen. Umicore streeft ernaar het minimum vertegenwoordigingsniveau van één/derde, zoals opgelegd door het Wetboek van vennootschappen en de aanbevelingen van de Belgische Commissie Corporate Governance, duidelijk binnen de opgelegde termijn, dit wil zeggen vóór 1 januari 2017, te bereiken. Zowel het Benoemings- en Remuneratiecomité als de Raad van Bestuur zullen rekening houden met de vereiste van genderdiversiteit bij de behandeling van vacante bestuursmandaten in de komende jaren.

De samenstelling van de Raad van Bestuur onderging de volgende wijzigingen in 2012:

  • Het mandaat van Guy Paquot nam een einde op de jaarvergadering van 24 april 2012 als gevolg van de leeftijdsgrens opgelegd door het Corporte Governance Charter;
  • Rudi Thomaes werd benoemd tot nieuwe onafhankelijke bestuurder voor een duur van drie jaar vanaf dezelfde datum.

4.2 Vergaderingen en onderwerpen

De Raad van Bestuur hield zes gewone vergaderingen in 2012. De Raad nam ook één maal beslissingen via een eenparig schriftelijk besluit.

De belangrijkste onderwerpen die de Raad in 2012 heeft behandeld, waren:

  • financiële prestaties van de Groep;
  • goedkeuring van de jaarlijkse en de halfjaarlijkse financiële rekeningen;
  • vaststelling van de statutaire en geconsolideerde jaarrekeningen, inclusief de bestemming van het resultaat en het voorstel van jaarlijks dividend, evenals de statutaire en geconsolideerde jaarverslagen;
  • goedkeuring van de agenda en bijeenroeping van algemene vergaderingen van aandeelhouders;
  • budget;
  • verslag over de vooruitgang inzake Vision 2015;
  • investeringsprojecten;
  • beoordeling inzake duurzame ontwikkeling;
  • beoordeling van de bedrijfsrisico's;
  • business updates en technologie-reviews;
  • M&A-projecten;
  • review Investment Relations, Human Resources en Tax;
  • jaarlijkse evaluatieproces van de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het Directiecomité voor 2011;
  • opvolgingsplanning op het niveau van de Raad en het Directiecomité, inclusief de benoeming van de heren Filip Platteeuw en Stephan Csoma als nieuwe leden van het Directiecomité vanaf 1 november 2012;
  • uitkering van een interimdividend.

De Raad bezocht ook de Rechargeable Battery Materials fabriek van Umicore in Cheonan (Zuid-Korea) evenals de Technical Materials en Solvicore fabrieken in Hanau (Duitsland).

4.3 Evaluatie van de prestaties van de Raad en zijn comités

Het vorige evaluatieonderzoek in verband met de prestaties, de omvang en de samenstelling van de Raad van Bestuur en zijn Comités vond plaats in 2011. Het behelsde onder meer individuele gesprekken met de bestuurders en de secretaris van de Vennootschap en werd doorgevoerd onder leiding van de Voorzitter hiertoe bijgestaan door het Benoemings- en Remuneratiecomité en een externe adviseur. De resultaten van deze evaluatie werden besproken op de vergadering van de Raad van 8 juni 2011.

Het volgende evaluatieproces zal plaatsvinden in 2013.

4.4 Auditcomité

De samenstelling van het Auditcomité en de kwalificaties van zijn leden zijn volledig in lijn met de vereisten van artikel 526bis van het Wetboek van vennootschappen en de Belgische Corporate Governance Code 2009.

Het Auditcomité bestaat uit drie niet-uitvoerende bestuurders van wie er twee onafhankelijk zijn.

Het Auditcomité heeft vier maal vergaderd in 2012. Naast de financiële rekeningen van 2011 en deze van het eerste halfjaar 2012, besprak het Comité de volgende onderwerpen: de reglementaire naleving inzake aanvoerketens, het kredietlijnverloop voor metal leases, de wijzigingen in het transfer pricing landschap, de wisselkoersrisico's en de daaraan verbonden controles, de stand van zaken inzake minimum interne-controlevereisten ("MICR"), een overzicht van de langetermijnrisico's verbonden aan de werknemersvoordelen binnen de Umicore-Groep en de activiteitenverslagen van de interne audit. Het Auditcomité evalueerde tevens zijn eigen prestaties en de vergoeding van de commissaris.

4.5 Benoemings- en Remuneratiecomité

Het Benoemings- en Remuneratiecomité bestaat uit drie niet-uitvoerende bestuurders, van wie er twee onafhankelijk zijn. Het Comité wordt voorgezeten door de Voorzitter van de Raad. Guy Paquot werd op 24 april 2012 vervangen door Rudi Thomaes als lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité.

Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft twee vergaderingen gehouden in 2012. Tijdens dezelfde periode besprak het Benoemings- en Remuneratiecomité het remuneratiebeleid voor de leden van de Raad van Bestuur, de leden van de Comités van de Raad en die van het Directiecomité, en de regels van de aandelen- en optieplannen die in 2012 werden aangeboden, evenals het variabele verloningsprogramma voor 2012.

Het Benoemings- en Remuneratiecomité was actief betrokken bij de benoeming van Rudi Thomaes als nieuw lid van de Raad. Het Comité stond de Raad ook bij in het kader van de benoeming van Filip Platteeuw en Stephan Csoma als nieuwe leden van het Directiecomité en bij de vervanging van William Staron als lid van het Directiecomité tengevolge van zijn pensionering.

G5 Directiecomité

5.1 Samenstelling

Het Directiecomité beantwoordt aan de definitie van artikel 524bis van het Wetboek van vennootschappen.

Het Directiecomité is samengesteld uit minstens vier leden. Het wordt voorgezeten door de Gedelegeerd Bestuurder, die benoemd is door de Raad van Bestuur. De leden van het Directiecomité worden door de Raad van Bestuur benoemd op voorstel van de Gedelegeerd Bestuurder en op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité.

Op 31 december 2012 bestond het Directiecomité uit acht leden, inclusief de Gedelegeerd Bestuurder.

De samenstelling van het Directiecomité onderging de volgende wijzigingen in 2012:

  • Het mandaat van Ludo Vandervelden als Chief Financial Officer en lid van het Directiecomité werd op 1 november 2012 beëindigd;
  • Filip Platteeuw werd benoemd tot Chief Financial Officer en lid van het Directiecomité met ingang van 1 november 2012;
  • Pascal Reymondet, voorheen lid van het Directiecomité als Executive Vice-President Performance Materials, werd benoemd tot Executive Vice-President Catalysis met ingang van 1 november 2012.
  • Stephan Csoma werd benoemd tot Executive Vice-President Performance Materials en lid van het Directiecomité met ingang van 1 november 2012.

Tengevolge van de pensionering van William Staron met ingang van 1 januari 2013 zal het Directiecomité op die datum zeven leden tellen, inclusief de Gedelegeerd Bestuurder.

5.2 Prestatiebeoordeling

De prestaties van de leden van het Directiecomité worden jaarlijks individueel beoordeeld door de Gedelegeerd Bestuurder en besproken met het Benoemings- en Remuneratiecomité. De resultaten worden voorgelegd aan, en besproken door de Raad van Bestuur.

De Raad van Bestuur komt tevens jaarlijks in een niet-uitvoerende sessie (d.w.z. zonder de Gedelegeerd Bestuurder) samen om de prestaties van de Gedelegeerd Bestuurder te beoordelen en te bespreken.

Deze evaluaties vonden plaats op 8 februari 2012.

G6 Relevante informatie in geval van een overnamebod

6.1 Beperkingen van overdracht van effecten

De statuten van Umicore leggen geen beperkingen op voor de overdracht van aandelen of andere effecten.

Er zijn de vennootschap tevens geen beperkingen bekend die door de wet worden opgelegd, behalve in het kader van de wetgeving betreffende marktmisbruik.

De opties op Umicore-aandelen die aan de Gedelegeerd Bestuurder, de leden van het Directiecomité en aangewezen Umicore-werknemers werden toegekend in uitvoering van verschillende Umicore-incentiveringsprogramma's mogen niet onder levenden overgedragen worden.

6.2 Houders van effecten met bijzondere zeggenschapsrechten

Er zijn geen houders van effecten met bijzondere zeggenschapsrechten.

6.3 Beperking van het stemrecht

De statuten van de vennootschap bevatten geen beperkingen op de uitoefening van stemrecht door de aandeelhouders, op voorwaarde dat de betrokken aandeelhouders tot de algemene vergadering werden toegelaten en dat hun rechten niet werden geschorst. De toelatingvoorwaarden met betrekking tot de algemene vergaderingen worden beschreven in artikel 17 van de statuten. Luidens artikel 7 van de statuten worden de rechten verbonden aan aandelen die eigendom zijn van verschillende aandeelhouders geschorst tot er één persoon als eigenaar werd aangeduid tegenover de vennootschap.

Voor zover de Raad van Bestuur bekend is, waren geen van de stemrechten verbonden aan aandelen van de vennootschap wettelijk geschorst op 31 december 2012, behalve met betrekking tot de 8.113.488 aandelen die op deze datum eigendom waren van de vennootschap zelf (Artikel 622 §1 van het Wetboek van vennootschappen).

6.4 Aandelenplannen voor werknemers waarbij de controlerechten niet direct door de werknemers worden uitgeoefend

De vennootschap heeft geen dergelijke aandelenplannen uitgegeven.

6.5 Aandeelhoudersovereenkomsten

Voor zover de Raad bekend is, zijn er geen aandeelhoudersovereenkomsten die kunnen leiden tot beperkingen van de overdracht van effecten en/of de uitoefening van stemrechten.

6.6 Statutenwijzigingen

Behalve voor de kapitaalverhogingen die door de Raad van Bestuur worden beslist binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal, is alleen een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders bevoegd om de statuten van de vennootschap te wijzigen. Een algemene vergadering mag alleen beslissen over statutenwijzigingen (zoals kapitaalverhogingen of -verminderingen, fusies, splitsingen en ontbindingen) wanneer minstens 50% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is. Als dit quorum niet bereikt is, moet een nieuwe buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen, die zal beslissen ongeacht het vertegenwoordigde deel van het geplaatste kapitaal. In principe worden statutenwijzigingen enkel aangenomen als ze 75% van de stemmen hebben verkregen. Het Wetboek van vennootschappen voorziet strengere meerderheidsvereisten in specifieke gevallen, zoals de wijziging van het maatschappelijk doel of de vennootschapsvorm.

De statuten van de vennootschap werden niet gewijzigd in 2012.

6.7 Toegestaan kapitaal – inkoop van eigen aandelen

Het kapitaal van de vennootschap kan worden verhoogd na een beslissing van de Raad, binnen de grenzen van het zogenoemde toegestaan kapitaal. Hiervoor moet toestemming worden verleend door een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders; deze machtiging is beperkt in de tijd en onderworpen aan specifieke vereisten op het vlak van rechtvaardiging en doeleinden. De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 26 april 2011 (besluiten gepubliceerd op 10 juni 2011) heeft de Raad van Bestuur machtiging verleend om het kapitaal van de vennootschap in één of meer keren te verhogen met een maximumbedrag van € 50.000.000. Op 31 december 2012 was van deze toestemming nog geen gebruik gemaakt. De huidige machtiging zal op 9 juni 2016 vervallen.

Op grond van een besluit van de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 31 mei 2012 is de Raad gemachtigd om eigen aandelen van de Vennootschap in te kopen op een gereglementeerde markt binnen een grens van 10% van het geplaatste kapitaal, aan een prijs per aandeel van € 4,00 tot € 75,00 en gedurende een periode van 18 maanden die eindigt op 30 november 2013. Deze machtiging werd ook aan de dochterondernemingen

Umicore | Jaarverslag 2012

van de Vennootschap verleend. Er vonden geen inkopen van eigen aandelen plaats in 2012 in uitvoering van voormelde machtiging (evenmin als in het kader van de vorige machtiging zoals verleden op 29 oktober 2010). De Raad zal aan de buitengewone algemene vergadering van 30 april 2013 of, indien het wettelijk aanwezigheidsquorum niet bereikt wordt, van 23 mei 2013 voorstellen om deze machtiging te hernieuwen voor een periode eindigend op 30 juni 2015.

6.8 Overeenkomsten tussen de vennootschap en haar bestuurders of werknemers die in een vergoeding voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, zij ontslag nemen, zij zonder geldige reden worden ontslagen of hun tewerkstelling wordt beëindigd

Alle Senior Vice-Presidents van de Groep hebben recht op een compensatie ter waarde van 36 maanden basisloon in geval van ontslag binnen de twaalf maanden na een overname van de vennootschap. Voor de leden van het Directiecomité wordt verwezen naar het Remuneratieverslag (p. 185).

G7 Belangenconflicten (artikel 523 – 524ter Wetboek van vennootschappen)

Op 8 februari 2012, voorafgaand aan de bespreking of het nemen van eender welke beslissing, verklaarde Marc Grynberg dat hij een rechtstreeks tegenstrijdig belang van vermogensrechtelijke aard had bij de uitvoering van de beslissingen van de Raad van Bestuur in verband met zijn prestatie-evaluatie en zijn bezoldiging (inclusief de toekenning van aandelen en opties).

In overeenstemming met artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen nam Marc Grynberg niet deel aan de beraadslaging door de Raad van Bestuur en nam hij evenmin deel aan de stemming.

Overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen zijn de vermogensrechtelijke gevolgen van deze beslissingen beschreven in het jaarverslag van de Raad van Bestuur over de enkelvoudige jaarrekening.

In 2012 vonden er geen specifieke transacties of contractuele verbintenissen plaats tussen een lid van de Raad van Bestuur of het Directiecomité enerzijds en Umicore of één van haar verbonden ondernemingen anderzijds.

G8 Commissaris

De jaarvergadering van 26 april 2011 heeft het mandaat als commissaris van PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren/Réviseurs d'Entreprises BCVBA/ SCCRL hernieuwd voor een periode van drie jaar. De commissaris wordt gezamenlijk vertegenwoordigd door BVBA Marc Daelman, zelf vertegenwoordigd door Marc Daelman, en Emmanuèle Attout.

Een document met de onafhankelijkheidscriteria die Umicore hanteert voor haar commissaris kan worden aangevraagd bij de Vennootschap of geraadpleegd op www.umicore.com/governance.

G9 Gedragscode

Umicore hanteert een Gedragscode voor alle medewerkers, vertegenwoordigers en bestuurders. Deze Gedragscode is fundamenteel voor de creatie en het behoud van een vertrouwens- en professionele relatie met haar voornaamste belanghebbenden, namelijk haar personeelsleden, haar handelspartners, haar aandeelhouders, de overheidsdiensten en het publiek.

De belangrijkste doelstelling van de Gedragscode van Umicore is ervoor te zorgen dat alle personen die optreden in naam van Umicore hun activiteiten uitvoeren op een ethische manier, in overeenstemming met de wetten en reglementen en met de normen die Umicore bepaalt op basis van haar huidige en toekomstige beleidslijnen, richtlijnen en regels. De Gedragscode bevat een specifieke sectie over klachten en uitingen van bezorgdheid van de kant van de werknemers, alsook over de bescherming van klokkenluiders.

De Gedragscode werd gepubliceerd in Bijlage 4 van het Corporate Governance Charter van Umicore.

G10 Marktmisbruik en handel met voorkennis

Het door Umicore gevoerde beleid inzake marktmisbruik met inbegrip van handel met voorkennis kan geraadpleegd worden in bijlage 5 van het Corporate Governance Charter.

G11 Naleving van de Belgische Corporate Governance Code 2009

De systemen en procedures voor deugdelijk bestuur van Umicore stemmen overeen met de Belgische Corporate Governance Code 2009.

Remuneratieverslag 2012

G12 Vergoeding van de Raad van Bestuur

Remuneratiebeleid voor de Raad van Bestuur

In principe moet de vergoeding voor de niet-uitvoerende leden van de Raad volstaan om personen met het door de Raad gedefinieerde profiel aan te trekken, te behouden en te motiveren. Het remuneratieniveau moet rekening houden met de verantwoordelijkheden en het engagement van de leden van de Raad. De Raad van Bestuur bepaalt het remuneratiebeleid voor de niet-uitvoerende bestuurders op basis van de aanbevelingen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Het Benoemings- en Remuneratiecomité baseert zijn voorstellen op een onderzoek van de geldende marktomstandigheden voor beursgenoteerde ondernemingen die in de BEL 20-index zijn opgenomen en voor andere Europese ondernemingen van gelijkaardige omvang in de sectoren chemie, metaal en materialen. De resultaten van het onderzoek worden in het Benoemings- en Remuneratiecomité besproken en de Raad bepaalt de vergoeding voor niet-uitvoerende bestuurders en leden van de Raad die aan de jaarvergadering zal worden voorgesteld.

Vergoeding niet-uitvoerende bestuurders

De vergoeding van de niet-uitvoerende leden van de Raad bleef in 2012 op hetzelfde niveau als in het vorige jaar en bestond uit de volgende elementen:

  • Voorzitter: vaste jaarlijkse vergoeding: € 40.000 + € 5.000 per bijgewoonde vergadering + 300 Umicore aandelen.
  • Bestuurder: vaste jaarlijkse vergoeding: € 20.000 + € 2.500 per bijgewoonde vergadering + 300 Umicore aandelen.

In 2012 bedroeg de vergoeding van de leden van de Comités:

Auditcomité

Voorzitter: vaste jaarlijkse vergoeding: € 10.000 + € 5.000 per bijgewoonde vergadering.

Lid: vaste jaarlijkse vergoeding: € 5.000 + € 3.000 per bijgewoonde vergadering.

Benoemings- en Remuneratiecomité

Voorzitter: € 5.000 per bijgewoonde vergadering.

Lid: € 3.000 per bijgewoonde vergadering.

Overzicht vergoeding Raad van Bestuur in 2012

Naam (in €) Bijgewoonde
vergaderingen
Thomas Leysen (Voorzitter) Raad van Bestuur
(niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 40.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 5.000 6/6
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 11.254
Benoemings- en bezoldingscomité
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 5.000 2/2
Totale bezoldiging 91.254
Voordelen van alle aard bedrijfswagen 8.257
Marc Grynberg Raad van Bestuur
(uitvoerend bestuurder) Geen bezoldiging als bestuurder - 6/6
(zie verder bezoldiging Gedelegeerd Bestuurder
2012)
Bijgewoonde
Naam (in €) vergaderingen
Isabelle Bouillot Raad van Bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 6/6
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 11.254
Benoemings- en bezoldingscomité
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 3.000 2/2
Auditcomité
Vaste jaarlijkse vergoeding 5.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 3.000 4/4
Totale bezoldiging 69.254
Uwe-Ernst Bufe Raad van Bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 5/6
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 11.254
Totale bezoldiging 43.754
Arnoud de Pret Raad van Bestuur
(niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 6/6
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 11.254
Auditcomité
Vaste jaarlijkse vergoeding 10.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 5.000 4/4
Totale bezoldiging 76.254
Ines Kolmsee Raad van Bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 5/6
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 11.254
Auditcomité
Vaste jaarlijkse vergoeding 5.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 3.000 3/4
Totale bezoldiging 54.190
Shohei Naito Raad van Bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 6/6
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 11.254
Totale bezoldiging 46.254
Jonathan Oppenheimer Raad van Bestuur
(niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 3/6
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 11.254
Totale bezoldiging 38.754
Guy Paquot Raad van Bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 6.230
Bestuurdermandaat beëindigd na de GAV Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 2/2
van 24 april 2012 Waarde van de 95 toegewezen aandelen 3.564
Benoemings- en bezoldingscomité
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 3.000 1/1
Totale bezoldiging 17.794
Rudi Thomaes Raad van Bestuur
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 13.770
Benoemd door de GAV Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 4/4
van 24 april 2012 Waarde van de 205 toegewezen aandelen 7.690
Benoemings- en bezoldingscomité
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 3.000 1/1
Totale bezoldiging 34.460
Klaus Wendel Raad van Bestuur
(niet-uitvoerend bestuurder) Vaste jaarlijkse vergoeding 20.000
Vergoeding per bijgewoonde vergadering 2.500 6/6
Waarde van de 300 toegewezen aandelen 11.254
Totale bezoldiging 46.254

G13 Vergoeding Gedelegeerd Bestuurder en Directiecomité

Remuneratiebeleid voor de Gedelegeerd Bestuurder en het Directiecomité

Het Benoemings- en Remuneratiecomité legt de principes vast van het vergoedingsbeleid voor de Gedelegeerd Bestuurder en het Directiecomité en legt deze ter goedkeuring voor aan de Raad van Bestuur. Het Comité streeft naar een vaste vergoeding in overeenstemming met het verantwoordelijkheidsniveau en de gangbare marktpraktijken, en een aantrekkelijke variabele vergoeding als beloning voor de financiële en duurzaamheidsprestaties van de onderneming.

De vergoeding en de voordelen voor de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité bestaan uit de volgende componenten: vaste vergoeding, variabele vergoeding, aandelengebaseerde incentives onderworpen aan een lock-up periode (toekenning van gratis aandelen en aandelenoptieplannen), pensioenplannen en andere voordelen.

De vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité wordt jaarlijks herzien door het Benoemings- en Remuneratiecomité. Op basis van een onderzoek wordt de competitiviteit van de verloningspakketten elk jaar geëvalueerd. Umicore vergelijkt de totale directe vergoeding van de leden van het Directiecomité met deze van de BEL 20-bedrijven en vergelijkbare Europese bedrijven.

Vooruitlopend op de wijziging van de Belgische wetgeving betreffende deugdelijk bestuur in verband met de variabele vergoeding van de leden van het Directiecomité heeft de Raad van Bestuur op 10 februari 2010 op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité beslist om vanaf 2010 een nieuw beleid toe te passen voor de variabele vergoeding voor het Directiecomité. Het nieuwe beleid is in overeenstemming met de Belgische wet van 6 april 2010, die onder meer bepaalt dat de helft van de jaarlijkse variabele vergoeding die wordt toegekend aan leden van Directiecomités, gespreid moet worden uitbetaald en onderworpen moet zijn aan meerjarendoelstellingen of -criteria.

Wijzigingen aan de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité vanaf 1 januari 2012

Om adequate remuneratieniveaus te bepalen voor de Gedelegeerd Bestuurder en de leden van het Directiecomité onderzocht Umicore op het einde van 2011 het remuneratiepakket van de directieleden van ondernemingen die in de BEL 20-index zijn opgenomen en van andere multinationale ondernemingen met vergelijkbare omvang en complexiteit als Umicore.

De resultaten van dit onderzoek, die op 7 februari 2012 door het Benoemings- en Remuneratiecomité werden geëvalueerd, toonden aan dat de jaarlijkse vaste vergoeding eerder laag is en aanzienlijk lager dan de mediaan, terwijl het totale remuneratiepakket adequaat was gepositioneerd. Het onderzoek toonde meer bepaald aan dat de waarde van de aandelenopties ten opzichte van de vaste vergoeding te hoog was in vergelijking met de marktwaarden.

Op voorstel van het Benoemings- en Remuneratiecomité besloot de Raad van Bestuur op 8 februari 2012 bepaalde componenten van het remuneratiepakket te herschikken zonder de waarde van het totale pakket te wijzigen en keurde de volgende wijzigingen goed, met ingang van januari 2012.

Remuneratiepakket Gedelegeerd Bestuurder

De Raad van Bestuur besloot de jaarlijkse vaste vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder vanaf 1 januari 2012 te verhogen van € 520.000 tot € 660.000 en de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding te verhogen van van € 520.000 tot € 540.000, waarvan de helft onderworpen is aan een uitgestelde betaling. Tegelijk werd het aantal op jaarbasis aangeboden aandelenopties vanaf 2012 verminderd van 90.000 tot 75.000. De andere componenten en regels met betrekking tot het remuneratiepakket bleven ongewijzigd.

Remuneratiepakket voor de leden van het Directiecomité

De Raad van Bestuur besloot de jaarlijkse vaste vergoeding aan te passen aan de levensduurte en 7.500 opties om te zetten in een combinatie van vaste en variabele vergoeding voor elk lid van het Directiecomité. Bijgevolg komen alle leden van het Directiecomité vanaf het referentiejaar 2012 in aanmerking voor dezelfde potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding van € 300.000 (tegenover € 280.000 in het verleden), waarvan de helft onderworpen is aan een uitgestelde betaling. Zoals hoger beschreven werd het aantal op jaarbasis aangeboden aandelenopties vanaf 2012 voor elk lid van het Directiecomité verminderd van 25.000 tot 17.500. De andere componenten en regels met betrekking tot het remuneratiepakket bleven ongewijzigd.

Voor het gerapporteerde jaar werden de individuele gegevens met betrekking tot alle vergoedingscomponenten voor de Gedelegeerd Bestuurder opgenomen in tabel op pagina 182 van dit remuneratieverslag. Voor de andere leden van het Directiecomité worden de gegevens betreffende de vaste vergoeding, de variabele vergoeding, de pensioen- en andere voordelen globaal voorgesteld, terwijl de gegevens met betrekking tot aandelengebaseerde incentives (aandelen en aandelenoptieplannen) individueel worden gerapporteerd.

Vergoeding en voordelen Gedelegeerd Bestuurder

Vaste vergoeding

De Gedelegeerd Bestuurder ontving in 2012 een vaste vergoeding van € 660.000.

Variabel cashvergoedingsschema en evaluatiecriteria

Vanaf het referentiejaar 2012 bedraagt de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder € 540.000, waarvan de helft met niet-uitgestelde uitbetaling op basis van de jaarlijkse individuele prestaties, inclusief de jaarlijkse algemene financiële prestaties van de Groep, het bereiken van de jaarlijkse strategische en duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Groep en de naleving van de waarden van de Groep.

De andere helft van de variabele vergoeding – met uitgestelde betaling – is gebaseerd op het rentabiliteitscriterium van de Umicore Groep, nl. het rendement op aangewend kapitaal (ROCE), dat in het jaarverslag wordt gepubliceerd. De uitgestelde betaling wordt geëvalueerd over een tijdsperiode van enkele jaren. De eerste helft van de betaling gebeurt na een periode van twee jaar op basis van de gemiddelde ROCE over twee jaar. De andere helft wordt uitbetaald na een periode van drie jaar met de gemiddelde ROCE over deze drie jaar als referentie. De minimale ROCE wordt bepaald op 7,5% (= uitbetaling van 0%) en het maximum op 17,5% (= uitbetaling van 100%). Als het bereikte ROCE-percentage zich tussen de bovenvermelde niveaus bevindt, wordt het uitbetalingspercentage evenredig aangepast. Het uitbetalingspercentage wordt toegepast op de betreffende potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding, nl. één vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding van het referentiejaar voor elk jaar van uitgestelde betaling.

De Gedelegeerd Bestuurder kan de variabele cashvergoeding geheel of gedeeltelijk in Umicore-aandelen laten omzetten.

Er zijn geen bepalingen die de vennootschap toelaten om enige aan de Gedelegeerd Bestuurder uitbetaalde variabele vergoeding terug te vorderen.

Aan het begin van elk referentiejaar worden de individuele doelstellingen besproken tijdens een vergadering van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Ze worden tijdens een vergadering van de Raad van Bestuur voorgesteld door de Voorzitter, en besproken en goedgekeurd door de Raad.

De prestaties van de Gedelegeerd Bestuurder over het jaar worden beoordeeld door het Benoemings- en Remuneratiecomité. Tijdens een vergadering waarbij de Gedelegeerd Bestuurder niet aanwezig is, licht de Voorzitter de resultaten van deze beoordeling toe aan de Raad van Bestuur, die ze vervolgens bespreekt.

In 2013 zal de Gedelegeerd Bestuurder een bruto variabele cashvergoeding ontvangen van € 150.000. Dit vertegenwoordigt de niet-uitgestelde individuele component van zijn variabele cashvergoeding met betrekking tot de in 2012 geleverde prestaties.

Naast de direct uitbetaalde individuele variabele cashvergoeding voor 2012 zal de Gedelegeerd Bestuurder in 2013 tevens de tweede helft van zijn variabele cashvergoeding met uitgestelde betaling voor het referentiejaar 2010 ontvangen, op basis van de gemiddelde ROCE voor de referentiejaren 2010, 2011 en 2012. De gemiddelde ROCE van de Groep voor deze drie referentiejaren bedroeg 17,6%; dit leidt tot een uitbetaling van 100%, toe te passen op één/ vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding voor referentiejaar 2010, hetzij € 125.000.

De Gedelegeerd Bestuurder zal in 2013 eveneens de eerste helft van zijn variabele cashvergoeding met uitgestelde betaling voor het referentiejaar 2011 ontvangen, op basis van de gemiddelde ROCE voor de referentiejaren 2011 en 2012 . De gemiddelde ROCE van de Groep over deze twee jaren bedroeg 17,7%; dit leidt tot een uitbetaling van 100%, toe te passen op één/vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding voor referentiejaar 2011, hetzij € 130.000.

Aandelengebaseerde incentives (toekenning van aandelen en aandelenopties)

De Raad van Bestuur kent Umicore-aandelen toe aan de Gedelegeerd Bestuurder als erkenning voor de diensten die in het vorige jaar werden verleend. Het aantal aandelen dat in 2013 aan de Gedelegeerd Bestuurder wordt toegekend voor diensten verleend in 2012 bedraagt 3.000 met een toekenningprijs van € 36,375 per aandeel en een totale waarde bij de toekenning van € 109.125. De toekenning werd door de Raad van Bestuur beslist op 6 februari 2013 en de toegekende aandelen zijn onderworpen aan een lock-upperiode van drie jaar doch zonder vervalbepalingen.

In 2012 werden 75.000 aandelenopties aan de Gedelegeerd Bestuurder toegekend in het raam van het Umicore Incentive Stock Option Plan 2012, dat op 8 februari 2012 door de Raad van Bestuur werd geïmplementeerd. Deze opties hebben een uitoefenprijs van € 35,32 en hadden bij de toekenning een nominale waarde (berekend op basis van het Present Economic Value model) van € 551.768. De opties kunnen worden uitgeoefend vanaf 1 maart 2015 tot 12 februari 2019. Aandelenopties stellen de begunstigde in staat om een specifiek aantal Umicore-aandelen te verwerven voor een vaste prijs (uitoefenprijs) binnen een specifieke periode.

De aandelen en aandelenopties zijn niet gekoppeld aan individuele of bedrijfsprestaties en mogen dus niet als een variabele vergoeding worden beschouwd zoals bedoeld in de Belgische wet betreffende het deugdelijk bestuur van 6 april 2010.

Pensioen- en andere voordelen

De pensioenvoordelen omvatten zowel vaste bijdrageplannen als de kosten van 'te bereiken doel'-plannen. Andere voordelen zijn de representatiekosten, de voordelen van alle aard (bedrijfswagen) en verzekeringen.

Totale vergoeding Gedelegeerd Bestuurder voor 2012

Alle componenten van de vergoeding die aan de Gedelegeerd Bestuurder werd toegekend voor het gerapporteerde jaar zijn opgenomen in de onderstaande tabel:

Totale bezoldiging van Gedelegeerd Bestuurder Marc Grynberg - in € 2011 2012
Statuut van de Gedelegeerd Bestuurder Zelfstandige Zelfstandige
Vaste bezoldiging 520.000 660.000
Variabele bezoldiging
Huidig jaar 255.000 150.000
Uitgestelde betaling voor het jaar voordien 125.000 130.000
Uitgestelde betaling voor het jaar voorafgaand aan het jaar voordien 125.000
Totale bruto cashbezoldiging 900.000 1.065.000
Niet-cashelementen
- Notionele waarde van de toegewezen aandelen (diensten verleend in het ref. jaar) 108.000 109.125
- Notionele waarde bij de toekening van de aandelenopties 997.200 551.768
- Pensioen
Vaste bijdrageplan 185.534 195.030
Te bereiken doelplan (dienstkost) 50.274 52.807
- Andere voordelen : Representatiekosten, voordelen in natura (bedrijfswagen), verzekeringen 30.747 47.092
Totaal 2.271.755 2.020.822

Vergoeding en voordelen voor de leden van het Directiecomité

Vaste vergoeding

De vaste vergoeding kan voor elk lid van het Directiecomité verschillend zijn en is afhankelijk van criteria zoals ervaring. Globaal ontving het Directiecomité (met uitzondering van de Gedelegeerd Bestuurder) in 2012 een vaste brutovergoeding van € 3.029.251 met inbegrip van de vergoeding die aan Ludo Vandervelden werd uitbetaald toen zijn overeenkomst als Chief Financial Officer werd beëindigd.

Variabel cashvergoedingsschema en evaluatiecriteria

Umicore heeft een variabel cashvergoedingsschema aangenomen dat tot doel heeft alle leden van het Directiecomité te belonen in overeenstemming met hun jaarlijkse individuele prestatie en de globale prestatie van de Umicore Groep.

Alle leden van het Directiecomité komen in aanmerking voor dezelfde potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding van € 300.000 voor het referentiejaar 2012, waarvan de helft gespreid wordt uitbetaald op basis van de individuele prestaties (naleving van de waarden van de Groep, de milieuprestaties en de maatschappelijke prestatie).

De andere helft – met uitgestelde betaling – is gebaseerd op het ROCE-rentabiliteitscriterium van de Umicore Groep, nl. het rendement op aangewend kapitaal (ROCE), dat in het jaarverslag wordt gepubliceerd. De uitgestelde betaling wordt geëvalueerd over een tijdsperiode van enkele jaren, waarbij de helft van de betaling gebeurt na een periode van twee jaar op basis van de gemiddelde ROCE over twee jaar. De andere helft wordt uitbetaald na een periode van drie jaar met de gemiddelde ROCE over de drie jaar als referentie. De minimale ROCE wordt bepaald op 7,5% (= uitbetaling van 0%) en het maximum op 17,5% (= uitbetaling van 100%). Als het bereikte ROCE-percentage zich tussen de bovenvermelde niveaus bevindt, wordt het uitbetalingspercentage evenredig aangepast. Het uitbetalingspercentage wordt toegepast op de relevante potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding, nl. één/vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding van het referentiejaar voor elk jaar van uitgestelde betaling.

Er zijn geen bepalingen die de vennootschap toelaten om enige aan de leden van het Directiecomité uitbetaalde variabele vergoeding terug te vorderen.

Aan het begin van elk referentiejaar bepaalt de Gedelegeerd Bestuurder de jaarlijkse individuele doelstellingen voor elk lid van het Directiecomité op basis van hun verantwoordelijkheidsdomein. De jaarlijkse individuele doelstellingen zijn specifiek, meetbaar, overeengekomen, realistisch en tijdsgebonden, en houden rekening met de duurzaamheidsdoelstellingen op Groepsniveau.

De jaarlijkse prestatie van elk lid van het Directiecomité wordt eerst geëvalueerd door de Gedelegeerd Bestuurder. De resultaten van de evaluaties en de voorstellen van individuele variabele cashvergoeding worden door de Gedelegeerd Bestuurder aan het Benoemings- en Remuneratiecomité voorgelegd en daarna door de Raad goedgekeurd.

In 2013 zullen de leden van het Directiecomité samen een variabele cashvergoeding ontvangen van € 395.000 met betrekking tot de direct uitbetaalde individuele component van de variabele cashvergoeding voor 2012. Ingeval van een onvolledig referentiejaar wordt een pro rata toegepast.

Naast de direct uitbetaalde individuele variabele vergoeding voor 2012 zullen de leden van het Directiecomité in 2013 tevens de tweede helft van hun variabele cashvergoeding met uitgestelde betaling voor het referentiejaar 2010 ontvangen, op basis van de gemiddelde ROCE voor de referentiejaren 2010, 2011 en 2012. De gemiddelde ROCE van de Groep voor deze drie referentiejaren bedroeg 17,6%; dit leidt tot een uitbetaling van 100%, toe te passen op één/vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding voor referentiejaar 2010, hetzij € 70.000 voor ieder lid van het Directiecomité dat als

Aandelengebaseerde incentives (toekenning van aandelen en aandelenopties)

Pensioen, vergoeding en andere voordelen

Totale samengevoegde vergoeding van het Directiecomité voor 2012

Umicore Jaarverslag 2012
Executive VP heeft gefungeerd voor het volledige jaar 2010, dan wel voor een pro rata ingeval van een onvolledig referentiejaar 2010. Het totale bedrag is
€ 315.000.
De leden van het Directiecomité zullen in 2013 eveneens de eerste helft ontvangen van hun variabele cashvergoeding met uitgestelde betaling voor het
referentiejaar 2011, op basis van de gemiddelde ROCE voor de referentiejaren 2011 en 2012. De gemiddelde ROCE van de Groep voor deze drie referentieja
ren bedroeg 17,7%; dit leidt tot een uitbetaling van 100%, toe te passen op één/vierde van de potentiële jaarlijkse variabele cashvergoeding voor referen
tiejaar 2011, hetzij € 70 000 voor ieder lid van het Directiecomité dat als Executive VP heeft gefungeerd voor het volledige jaar 2011, dan wel voor een pro
rata ingeval van een onvolledig referentiejaar 2011. Het totale bedrag is € 350.000.
Aandelengebaseerde incentives (toekenning van aandelen en aandelenopties)
De Raad van Bestuur kent Umicore-aandelen toe aan de leden van het Directiecomité als erkenning voor de diensten die in het vorige jaar werden verleend.
Het aantal aandelen dat in 2013 aan het Directiecomité wordt toegekend voor diensten verleend in 2012 bedroeg 16.000 (3.000 per lid met uitzondering
van Stephan Csoma en Filip Platteeuw, die elk 500 aandelen ontvingen omdat zij op 1 november 2012 lid werden van het Directiecomité). De totale waarde
bij de toekenning bedroeg € 581.745. De toekenningsprijs bedroeg € 36,375 per aandeel, behalve voor William Staron (€ 36,29). De toekenning werd
goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 6 februari 2013 en de toegekende aandelen zijn onderworpen aan een lock-upperiode van drie jaar, doch niet
aan vervalbepalingen.
In 2012 werden aan de leden van het Directiecomité in totaal 105.000 aandelenopties toegekend (17.500 opties per lid) in het raam van het Umicore
Incentive Stock Option Plan 2012, dat op 8 februari 2012 door de Raad van Bestuur werd geïmplementeerd. De opties hebben een uitoefenprijs van € 35,32
voor elk lid van het Directiecomité, behalve voor Pascal Reymondet, die de Franse regels volgt met een uitoefenprijs van € 37,67. De totale nominale
waarde bij de toekenning (berekend op basis van het Present Economic Value model) bedroeg € 772.476. De opties kunnen worden uitgeoefend van 1
maart 2015 tot 12 februari 2019.
De aandelen en aandelenopties zijn niet gekoppeld aan individuele of bedrijfsprestaties en mogen dus niet als een variabele vergoeding worden beschouwd
zoals bedoeld in de Belgische wet betreffende het deugdelijk bestuur van 6 april 2010.
Pensioen, vergoeding en andere voordelen
De pensioenvoordelen omvatten zowel vaste bijdrageplannen als de kosten van "te bereiken doel" plannen. Andere voordelen zijn representatiekosten,
bedrijfswagens, verzekeringen en expatvoordelen. Met betrekking tot deze laatste voordelen ontvangen twee leden van het Directiecomité de gebruikelijke
expatvoordelen conform de lokale marktpraktijken. Voor William Staron, die ontslag nam als lid van het Directiecomité op 31 december 2012, werden
de pensioenverbintenissen verbonden met zijn arbeidsovereenkomst uitgevoerd zonder bijkomende kost. De totale pensioenkost van de leden van het
Directiecomité bedroeg € 507.875 in 2012. Op 5 september 2012 besprak de Raad van Bestuur de samenstelling van het Directiecomité. Als gevolg van
deze bespreking keurde de Raad van Bestuur wijzigingen goed met betrekking tot de samenstelling van het Directiecomité met ingang van 1 november
2012 onder voorbehoud van enig bezwaar van het Benoemings- & Remuneratiecomité. Op 18 september 2012 uitte het Nominatie- & Remuneratiecomité
geen bezwaren tegen de voorgestelde wijzigingen zoals beschreven in het overzicht deugdelijk bestuur (pagina 175). In dit verband nam Ludo Vandervelden
een leidende functie buiten het Directiecomité op en nam zijn mandaat als Chief Financial Officer een einde op 31 oktober 2012. In overeenstemming
met zijn overeenkomst van 2011 ontving hij een vergoeding equivalent aan 12 maanden van zijn jaarlijkse basisvergoeding. Zoals goedgekeurd door het
Nominatie- & Remuneratiecomité van 18 september 2012 bestond een deel van deze vergoeding uit een pro rata variabele cashvergoeding gebaseerd op
zijn individuele prestatie voor het referentiejaar 2012.
Totale samengevoegde vergoeding van het Directiecomité voor 2012
Samengevoegde bezoldiging van de leden van het Directiecomité in 2012
(exclusief de Gedelegeerd Bestuurder) - in € 2011 2012
Vaste bezoldiging (beëindigingsvergoeding inbegrepen)
Variabele bezoldiging
2.005.260 3.029.251
Huidig jaar 655.000 395.000
Uitgestelde betaling voor het jaar voordien 385.000 350.000
Uitgestelde betaling voor het jaar voorafgaand aan het jaar voordien
Totale bruto cashbezoldiging
3.045.260 315.000
4.089.251
Niet-cashelementen
- Notionele waarde van de toegewezen aandelen (diensten verleend in het ref. jaar)
- Notionele waarde bij de toekening van de aandelenopties
676.530
1.662.000
581.745
772.476
- Pensioen
Vaste bijdrageplan 197.854 238.364
Te bereiken doelplan (dienstkost)
- Andere voordelen : Representatiekosten, voordelen in natura (bedrijfswagen), verzekeringen, voordelen
238.884 269.511
verbonden aan expatriëring 351.054 394.701
Totaal 6.171.582 6.346.048

G14 Eigendom van aandelen en aandelenopties en transacties in 2012

Eigendom van aandelenopties en transacties van het Directiecomité in 2012

Naam Aantal
opties op
31/12/2011
Aantal
toegekende
opties in
2012
Aantal
uitgeoe
fende
opties
Gemiddelde
uitoefen
prijs (in €)
Jaar van toe
kenning van
de uitgeoe
fende opties
Aantal
verbeurde
opties
Aantal opties op
31/12/2012*
Marc Grynberg 330.000 75.000 15.000 31,77 2007 / 2008 0 390.000
Stephan Csoma ** 30.000 6.000 15.000 23,51 2008 / 2009 0 21.000
Denis Goffaux 28.500 17.500 0 0 46.000
Hugo Morel 125.000 17.500 75.000 24,52 2007 / 2008 / 2009 0 67.500
Filip Platteeuw ** 16.500 4.500 3.500 32,57 2008 0 17.500
Pascal Reymondet 100.000 17.500 25.000 14,44 2009 0 92.500
William Staron 50.000 17.500 0 0 67.500
Marc Van Sande 90.000 17.500 15.000 26,55 2007 0 92.500

* Deze opties kunnen worden uitgeoefend aan een uitoefenprijs van14,44 tot39,25

** Opties toegekend in de functie die zij bekleedden vóór hun aanstelling als lid van het Directiecomité

Meer informatie over uitgeoefende opties en andere aandelentransacties van leden van het Directiecomité en de Raad van Bestuur vindt u op www.fsma.be

Eigendom van aandelen op het niveau van het Directiecomité in 2012

Naam Aantal aandelen
aangehouden op
31/12/2011
Aantal aandelen
aangehouden op
31/12/2012
Marc Grynberg 143.000 146.000
Stephan Csoma 2.000 0
Denis Goffaux 5.000 4.500
Hugo Morel 27.250 6.000
Filip Platteeuw 3.600 1.000
Pascal Reymondet 14.750 17.750
William Staron 8.250 9.250
Marc Van Sande 21.800 15.000
Totaal 225.650 199.500

Eigendom van aandelen op het niveau van de Raad van Bestuur in 2012

Naam Aantal aandelen
aangehouden op
31/12/2011
Aantal aandelen
aangehouden op
31/12/2012
Thomas Leysen 871.320 626.620
Isabelle Bouillot 300 600
Uwe-Ernst Bufe 300 600
Arnoud de Pret 5.300 5.600
Ines Kolmsee 205 505
Shohei Naito 300 600
Jonathan Oppenheimer 300 600
Rudi Thomaes - 905
Klaus Wendel 7.425 7.725
Totaal 885.450 643.755

Contractuele relaties

Contract tussen Umicore en Marc Grynberg, Gedelegeerd Bestuurder

Rekening houdend met de anciënniteit van Marc Grynberg in de Umicore Groep, heeft de Raad in 2008 het volgende beslist:

  • In geval van beëindiging van de overeenkomst door Umicore zal aan Marc Grynberg een totale vertrekvergoeding van 18 maanden basissalaris worden uitbetaald.
  • Aan de Gedelegeerd Bestuurder zal ten titel van minimumschadevergoeding een totale vertrekvergoeding van drie jaar van zijn jaarlijks basissalaris worden uitgekeerd indien hij binnen een periode van twaalf maanden na een wijziging van controle als gevolg van een overnamebod wordt ontheven van zijn functie als Gedelegeerd Bestuurder (niet cumulatief met de vorige bepaling).
  • De Raad van Bestuur beslist vrij of de variabele cashvergoeding deel uitmaakt van een eventuele definitieve vertrekvergoeding.

Overeenkomsten tussen Umicore en leden van het Directiecomité

Als gevolg van een beslissing van de Raad van Bestuur uit 2007 zal een lid van het Directiecomité, indien hij uit zijn functie zou worden ontheven binnen twaalf maanden na een wijziging van controle over de vennootschap, recht hebben op een totale vergoeding ter waarde van 36 maanden van zijn basissalaris. Dat geldt voor alle leden van het Directiecomité, met uitzondering van Denis Goffaux, wiens arbeidsovereenkomst werd ondertekend op 1 juli 2010, Ludo Vandervelden, wiens arbeidsovereenkomst werd ondertekend op 1 oktober 2011, evenals Stephan Csoma en Filip Platteeuw wier arbeidsovereenkomst op 1 november 2012 werd ondertekend.

Individuele regelingen in geval van beëindiging van de overeenkomst door Umicore

Stephan Csoma en Filip Platteeuw werden op 1 november 2012 benoemd tot leden van het Directiecomité. Rekening houdend met hun anciënniteit binnen de Umicore Groep zal hen in geval van beëindiging van hun overeenkomst een totale vergoeding worden uitbetaald van achttien maanden basissalaris. Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft deze regeling aanbevolen in lijn met de Belgische wet betreffende deugdelijk bestuur van 6 april 2010 en ze werd op 18 september 2012 door de Raad van Bestuur goedgekeurd. De Raad van Bestuur beslist of de variabele cashvergoeding deel uitmaakt van een eventuele finale vergoeding.

Denis Goffaux werd op 1 juli 2010 tot Chief Technology Officer benoemd. Rekening houdend met de anciënniteit van Denis Goffaux in Umicore Groep zal hem in geval van beëindiging van zijn overeenkomst een totale vergoeding worden uitbetaald van achttien maanden basissalaris. Het Benoemings- en Remuneratiecomité heeft deze regeling aanbevolen in lijn met de Belgische wet betreffende deugdelijk bestuur van 6 april 2010 en ze werd op 1 juni 2010 door de Raad van Bestuur goedgekeurd. De Raad van Bestuur beslist of de variabele cashvergoeding deel uitmaakt van een eventuele finale vergoeding.

De overeenkomsten van Hugo Morel en Marc Van Sande werden ondertekend voor de Belgische wet betreffende het deugdelijk bestuur van 6 april 2010 van kracht werd. De vergoeding in geval van beëindiging van zijn overeenkomst is gebaseerd op de leeftijd, de anciënniteit in Umicore Groep en de totaliteit van het salaris en de voordelen.

Pascal Reymondet beschikt over een Duitse arbeidsovereenkomst ondertekend op 1 maart 1989. Er is geen contractuele regeling in geval van beëindiging van de overeenkomst en bijgevolg zal de Duitse wet van toepassing zijn.

William Staron had een Amerikaanse arbeidsovereenkomst. Er was geen contractuele regeling in geval van beëindiging van de overeenkomst en naar aanleiding van zijn pensionering per 31 december 2012 werden geen andere vergoedingen betaald dan deze die verband houden met pensioenverplichtingen.

De arbeidsovereenkomst van Ludo Vandervelden werd ondertekend in 2011. In overeenstemming met de Belgische wet betreffende deugdelijk bestuur van 6 april 2010, bedroeg de totale vergoeding in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst 12 maanden jaarlijkse basisloon. De Raad van Bestuur kon beslissen of de variabele cashvergoeding deel uitmaakt van een eventuele definitieve vertrekvergoeding. Zijn contract werd beëindigd op 31 oktober 2012 en werd zoals hierboven bepaald een vergoeding uitbetaald.

G15 Remuneratiepolitiek voor de twee volgende jaren (2013-2014)

De Raad van Bestuur verwacht niet dat hij fundamentele wijzigingen zal doorvoeren in de remuneratiepolitiek voor het huidige en het volgende jaar.

Risicobeheer en interne controle

G16 Risicobeheer

Berekende risico's nemen maakt integraal deel uit van de ontwikkeling van elke onderneming. De Raad van Bestuur van Umicore heeft de eindverantwoordelijkheid om het risicoprofiel van de onderneming te beoordelen in de context van de bedrijfsstrategie en externe factoren, zoals marktomstandigheden, de positionering van de concurrentie, technologische ontwikkelingen, enz., en om ervoor te zorgen dat de onderneming over de juiste processen beschikt om deze risico's te beheren. De directie van Umicore heeft tot taak de economische opportuniteiten maximaal te benutten en tegelijk mogelijke verliezen te beperken. Om dat te bereiken maakt Umicore gebruik van een uitgebreid risicobeheerssysteem. Dit systeem moet het bedrijf in staat stellen risico's op een proactieve en dynamische manier te identificeren en deze geïdentificeerde risico's waar mogelijk tot een aanvaardbaar niveau te beperken. In alle departementen van de onderneming zijn interne controlemechanismen aanwezig om de directie een aanzienlijke garantie te bieden dat de onderneming in staat is om haar doelstellingen te bereiken. Deze mechanismen controleren de effectiviteit en efficiëntie van operaties, de betrouwbaarheid van financiële processen en rapportering, de naleving van wetten en regelgeving en beperken fouten en frauderisico's.

16.1 Risicobeheersproces

Alle business units van Umicore zijn onderhevig aan specifieke groeiverwachtingen en verschillende niveaus van markt- en technologische onzekerheid. De belangrijkste bron van risico-identificatie bevindt zich bijgevolg in de business units zelf.

De eerste stap in het systeem voor risicobeheer bestaat erin de verschillende risico's te identificeren en af te bakenen. Umicore heeft een systeem voor risicobeoordeling ontwikkeld dat elke business unit en elk departement moet toepassen. Dit proces vereist dat alle units de risico's in kaart brengen om zo alle belangrijke (financiële en andere) risico's te identificeren die de business unit kunnen verhinderen de doelstellingen te bereiken die in de strategische plannen werden vastgelegd. Volgens dit proces moet elk van deze risico's vervolgens gedetailleerd worden beschreven in een risicofiche. Naast een potentiële impact en waarschijnlijkheidsevaluatie, bevat de risicofiche ook informatie over de status van actieplannen om risico's te beheren of te beperken en over de verantwoordelijkheid hiervoor.

De risicofiches worden dan overgemaakt aan het lid van het Directiecomité dat verantwoordelijk is voor dit activiteitendomein. Het Directiecomité consolideert deze evaluaties en de resultaten worden aan het Auditcomité en de Raad van Bestuur voorgelegd. In opdracht van de Raad van Bestuur stelt het Auditcomité een jaarlijkse evaluatie op van de interne controle- en risicobeheerssystemen van de onderneming en houdt het permanent toezicht op specifieke aspecten van de interne controle en het risicobeheer.

De business units en business groups zijn verantwoordelijk voor het beperken van hun risico's. Het Directiecomité zal echter ingrijpen in gevallen waarin het beheer van een bepaald risico de capaciteiten van een bepaalde business unit overstijgt. Het Directiecomité en de CEO zijn in een bredere context ook verantwoordelijk voor de identificatie en het beheer van de risico's die de hele Groep betreffen, zoals strategische positionering, financiering of macroeconomische risico's. Het departement Interne Audit van Umicore vervult een specifieke controlerende rol om een overzicht van het risicobeheersproces te behouden.

16.2 Intern controlesysteem

Umicore gebruikt het COSO-framework voor haar risicobeheer en heeft de verschillende controlecomponenten van dit model aangepast in haar organisatie en processen. De "Umicore Way"(www.umicore.com/en/aboutUs/umicoreWay/) en de Gedragscode van Umicore zijn de hoekstenen van de interne controleomgeving. Ze vormen het operationele kader voor de onderneming samen met het op doelstellingen gebaseerde managementconcept en de duidelijke afbakening van rollen en verantwoordelijkheden.

De business units ontwikkelden specifieke interne controlemechanismen op hun activiteitenniveau, terwijl gedeelde operationele functies en corporate services richtlijnen ontwikkelen en controles vastleggen voor activiteiten tussen de organisaties. Hieruit zijn specifieke beleidsregels, procedures en charters ontstaan voor domeinen zoals supply chain management, human resources, informatiesystemen, milieu, veiligheid en gezondheid, juridische zaken, veiligheid van de onderneming en onderzoek en ontwikkeling.

Umicore werkt met een systeem van minimale interne controlevereisten (MICR - Minimum Internal Control Requirements), die specifiek gericht zijn op de beperking van de financiële risico's en een verhoogde betrouwbaarheid van de financiële rapportering.

Het MICR-framework van Umicore vereist dat alle entiteiten van de Groep voldoen aan een uniform geheel van interne controles die 164 controleactiviteiten omvatten in 12 'cycli' en 134 entiteiten van de Groep. Binnen het MICR-framework wordt speciale aandacht besteed aan de scheiding van verplichtingen en de definitie van duidelijke rollen en verantwoordelijkheden. Er werd een nalevingsdrempel ingesteld voor elke controleactiviteit, maar het uiteindelijke doel is het maximale nalevingsniveau te bereiken in alle entiteiten van Umicore. De meeste entiteiten hebben in 2012 verdere vooruitgang geboekt en de totale gemiddelde nalevingscores zijn met 5 procentpunten verbeterd. Er werd prioriteit gegeven aan het bereiken van de beoogde controlematuriteit in de processen die voor Umicore uitermate belangrijk zijn, zoals afdekking van de metaalrisico's en voorraadbeheer; in deze twee domeinen bereikte de verbetering een hoger dan gemiddeld niveau. De naleving van het MICR wordt opgevolgd door middel van jaarlijkse zelfevaluaties die door het senior management

moeten worden goedgekeurd en waarvan het resultaat aan het Directiecomité en het Auditcomité van de Raad van Bestuur wordt gerapporteerd. Het departement Interne Audit controleert de nalevingsevaluaties bij de uitvoering van zijn opdrachten.

G17 Risicocategorisatie

De risico's waarmee Umicore wordt geconfronteerd, kunnen in het algemeen in de volgende categorieën worden ondergebracht:

Strategische risico's zoals macro-economische en financiële omstandigheden, technologische veranderingen, reputatie van het bedrijf, politieke en wetgevende ontwikkelingen.

Operationele risico's zoals wijzigingen in de vraag van de klanten, aanvoer van grondstoffen, verzending van producten, kredieten, productie, arbeidsrelaties, human resources, IT-infrastructuur, gezondheid en veiligheid op het werk, emissiecontrole, impact van huidige of vroegere activiteiten op het milieu, productveiligheid, veiligheid van activa en gegevens, herstel na rampen.

Financiële risico's zoals thesaurie, belastingen, prognoses en budgettering, accurate en tijdige rapportering, naleven van de boekhoudnormen, schommelingen in de metaalprijzen en de valuta, indekking.

De meeste industriële bedrijven worden normaliter geconfronteerd met een combinatie van de bovenvermelde risico's. Het is niet de bedoeling elk risico waaraan de onderneming is blootgesteld gedetailleerd in dit verslag te beschrijven. Hieronder bespreken we wel de belangrijkste strategische en operationele risico's die relevant zijn voor Umicore en de Vision 2015-doelstellingen, of voor de manier waarop de onderneming ze aanpakt. De financiële risico's worden meer gedetailleerd besproken in toelichting F3 bij de geconsolideerde jaarrekeningen.

G18 Beschrijving van de risico's

18.1 Strategische en operationele risico's

18.1.1 Marktrisico

Umicore beschikt over een gediversifieerde portefeuille van activiteiten die een aantal verschillende marktsegmenten bedienen en is voor de meeste van haar activiteiten wereldwijd aanwezig. Geen enkel marktsegment is goed voor meer dan 50% van de verkoop van Umicore. In termen van algemene blootstelling zijn de belangrijkste eindgebruikersmarkten die door Umicore worden bediend de autosector, consumentenelektronica en de bouw. Het bedrijfsmodel van Umicore richt zich tevens op de inkoop van secundaire materialen en materialen op het einde van hun levensduur voor recyclage. In vele gevallen is de beschikbaarheid van deze materialen afhankelijk van het activiteitenniveau in specifieke sectoren of bij specifieke klanten waar Umicore kringlooprecyclagediensten levert. Een gediversifieerde portefeuille en een brede geografische aanwezigheid helpen om het risico van een te grote blootstelling aan één markt te verminderen.

Opmerkingen over 2012: In de meeste eindmarkten van Umicore werden de marktomstandigheden moeilijker, vooral in de tweede helft van 2012. Dat leidde tot een daling van de verkoopvolumes en de productpremies in enkele business units, vooral in Performance Materials en Energy Materials.

18.1.2 Technologisch risico

Umicore is een materiaaltechnologiegroep met een sterke focus op de ontwikkeling van innovatieve materialen en processen. De keuze en de ontwikkeling van deze technologieën vormen op zich zowel de grootste opportuniteit als het grootste risico voor Umicore. Om dit risico te beheersen en de doeltreffendheid van de technologische evaluatie- en implementatieprocessen te verbeteren, heeft Umicore een proces voor het beheer van technologische innovatie op Groepsniveau geïmplementeerd en voert het elk jaar technologische evaluaties uit op het niveau van het Directiecomité. Van de business units wordt eveneens verwacht dat ze jaarlijks een technologische evaluatie uitvoeren. Deze evaluaties hebben tot doel de geschiktheid, het potentieel en de risico's van de gekozen en onderzochte technologieën te verifiëren, en hun overeenstemming met de strategische visie van Umicore te garanderen. In 2009 zette Umicore een systeem op om de kwaliteit van haar onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen op te volgen. Dit systeem is in de eerste plaats gebaseerd op een zelfevaluatie-instrument voor de business units en de O&O-afdeling van de Groep.

Op organisatorisch vlak omvatten de O&O-inspanningen van Umicore zowel initiatieven op het niveau van de Groep als op het niveau van de business units. In 2005 creëerde Umicore de functie van Chief Technology Officer (CTO) met als doel de verschillende O&O-inspanningen in de Groep te stimuleren, de overeenstemming van de O&O-planning met de strategische prioriteiten te garanderen en een evenwicht te bereiken tussen de actuele technologiebehoeften en de opportuniteiten op langere termijn. Vijf O&O-platformen bieden een kader voor de meest relevante technologieën in de Groep, namelijk Fine Particle Technology, Recycling & Extraction Technology, Scientific & Technical Operations Support, Environment, Health & Safety en Analytical Competences. Er worden tevens inspanningen geleverd om de beste praktijken te promoten op het vlak van kennisbeheer, het uitwisselen van informatie, opleiding en netwerking in de O&O-gemeenschap bij Umicore.

De financiële ondersteuning voor de O&O-activiteiten van de Groep wordt zoveel mogelijk behouden, ongeacht de schommelingen in de financiële prestaties van de Groep op korte termijn. Een IP-comité op Groepsniveau coördineert de bescherming van de intellectuele eigendom en bevordert het gebruik van de voorbeeldpraktijken op het niveau van de business units, die over een eigen IP-comité beschikken.

Opmerkingen over 2012: In 2012 voerde het Directiecomité 14 specifieke technologie-evaluaties uit, tegenover vijf in 2011. Deze evaluaties hadden betrekking op de technologische ontwikkelingen die essentieel zullen zijn om de Vision 2015-groeiambities te bereiken en omvatten zowel product- als procesontwikkelingen in autokatalysatoren, brandstofcelkatalysatoren, herlaadbare-batterijmaterialen en recyclagetechnologieën.

18.1.3 Bevoorradingsrisico

Umicore is afhankelijk van bepaalde metalen of metaalhoudende grondstoffen om haar producten te kunnen vervaardigen. Sommige van deze grondstoffen zijn eerder zeldzaam. Om het risico van bevoorradingsschaarste te beperken tracht Umicore waar mogelijk langetermijncontracten aan te gaan met de leveranciers. In sommige gevallen legt de onderneming strategische reservevoorraden aan van bepaalde essentiële grondstoffen. Umicore tracht ook de geografische herkomst van haar grondstoffen te diversifiëren. Omdat Umicore zich op recyclage concentreert, is de bevoorrading slechts gedeeltelijk afhankelijk van natuurlijke bodemrijkdommen en is een aanzienlijk deel van de bevoorrading afkomstig van secundaire industriële bronnen of materialen op het einde van hun levensduur. Umicore tracht met haar klanten zoveel mogelijk een samenwerking aan te gaan in een kringloopmodel waarbij de verkoop en de recyclage van de residuen van de klanten in één pakket worden geïntegreerd. Umicore heeft een charter voor duurzame aankopen ontwikkeld dat tot doel heeft het beleid voor duurzame aankopen van de onderneming nog verder te verbeteren en dit bij de leveranciers van Umicore te implementeren.

Opmerkingen over 2012: Umicore boekte in 2012 verdere vooruitgang met haar inspanningen om te bewijzen dat de onderneming zich houdt aan de Dodd Frank Act in de VS (zie ook het jaarverslag 2011 – p.156). Hoewel Umicore geen mineralen uit conflictzones aankoopt en zelf niet aan de Dodd Frank Act is onderworpen, pakt de onderneming het probleem proactief aan met een aantal van haar klanten en leveranciers. In 2012 ondernam Umicore, in samenwerking met relevante sectorale groeperingen, stappen om de klanten garanties te bieden voor de conflictvrije aard van het goud dat de onderneming recycleert of in haar producten gebruikt. In Precious Metals Refining bereidde Umicore samen met de London Bullion Market Association (LBMA) een audit van haar processen en aanvoerstromen in 2013 voor. Jewellery & Industrial Metals startte een gelijkaardig proces in samenwerking met de Responsible Jewelry Council (RJC). In Technical Materials, dat tin aankoopt van leveranciers om het in diverse producten te integreren, lag de focus op het verkrijgen van conflictvrije herkomstdocumenten van de belangrijkste leveranciers. Begin 2013 heeft Umicore formeel een beleid betreffende conflictmineralen aangenomen. Een algemene bespreking van de vooruitgang die geboekt werd bij de implementatie van het charter voor duurzame aankopen van Umicore vindt u op pagina 33 en in de toelichting S8.

18.1.4 Vervangingsrisico

Het creëren van een ideale verhouding kosten-prestaties is een prioriteit voor Umicore en haar klanten. Het is altijd mogelijk dat de klanten op zoek gaan naar andere materialen om in hun producten te integreren als ze deze ideale verhouding niet bereiken met de producten van Umicore. Dat risico is vooral aanwezig in sectoren die dure edelmetaalhoudende materialen produceren (vooral de sectoren die historisch gezien een volatiele prijszetting hebben). Umicore tracht actief te voorkomen dat haar klanten op zoek gaan naar vervangingsmaterialen door ze zelf te produceren met behulp van goedkopere materialen met minder prijsvolatiliteit en waar mogelijk zonder prestatieverlies voor de producten van de klant.

Opmerkingen over 2012: In 2012 waren er geen specifieke ontwikkelingen in verband met het vervangingsrisico.

18.1.5 Risico van wetswijzigingen

Net als alle bedrijven krijgt Umicore te maken met de evolutie van de wetgeving in de landen of regio's waar ze actief is. Daarbij dient opgemerkt dat de activiteiten van Umicore profiteren van bepaalde trends op het vlak van regelgeving, vooral die trends die te maken hebben met strengere emissiecontrole voor voertuigen en de opgelegde recyclage van producten aan het einde van hun levensduur, zoals elektronica.

Bepaalde milieuwetgevingen zorgen echter ook voor operationele uitdagingen. Zo trad in juni 2007 de REACH-richtlijn in werking in de Europese Unie en leidde tot de noodzaak aan nieuwe operationele procedures op het vlak van de registratie, evaluatie en goedkeuring van chemische stoffen. Umicore heeft een operationeel netwerk van REACH-managers uit alle business units opgezet, dat gecoördineerd wordt door een REACH-implementatiemanager.

Umicore diende bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) 114 lijsten in van 100 verschillende stoffen voor 13 Europese juridische entiteiten. De lijsten werden ofwel voorbereid in samenwerking met andere ondernemingen die als consortium optraden, ofwel door Umicore zelf. Alle kosten verbonden met de REACH-reglementering, inclusief de registratiekosten, worden opgenomen in de gewone bedrijfsuitgaven.

Umicore volgt nauwgezet alle interpretatiewijzigingen op, evenals begeleidende documenten die een impact kunnen hebben op haar REACHimplementatiestrategie. Umicore is actief betrokken bij werkgroepen van sectorale groeperingen om ervoor te zorgen dat er een consistente benadering wordt gehanteerd en dat de metaalspecifieke aspecten duidelijk zijn voor de regulatoren en de bedrijven.

Opmerkingen over 2012: Met betrekking tot REACH heeft Umicore na de herziene Richtlijn over Intermediaire Stoffen, gepubliceerd door ECHA in 2010, haar intermediaire stoffen opnieuw geëvalueerd ten opzichte van de strengere "Strictly Controlled Conditions"-interpretatie en een actieplan opgesteld om een 30-tal dossiers te verbeteren naar volledige dossiers met behulp van de methodologieën en de overeenkomsten die de metaalsector heeft ontwikkeld en voorgesteld aan ECHA. Als gevolg van nieuwe inzichten werden 22 van de eerder ingediende registraties als overbodig beschouwd en dus gedeactiveerd. Meerdere registraties werden in 2012 geactualiseerd op basis van nieuw beschikbare gegevens. Er werd verdere vooruitgang geboekt met verschillende consortia betreffende registraties die in 2013 en 2018 moeten worden ingediend.

18.2 Financieel risico

Zoals reeds vermeld, heeft Umicore een aantal specifieke minimale controlevereisten geïmplementeerd om de financiële risico's te beperken. Deze MICRvereisten dekken de volgende 12 specifieke domeinen: Interne Controle-omgeving, Financiële Afsluiting & Rapportering, Vaste Activa, Procure-to-Pay, Order-To-Cash, Stockbeheer, Hedging, Treasury, Tax, Beheer van de Informatiesystemen, Human Resources, Travel & Entertainment. Een interne richtlijn – de Umicore financiële rapporteringsstandaard – biedt het kader voor een gemeenschappelijk begrip van het boekhoudbeleid van Umicore, de toepassing van

IFRS en de algemene rapporteringspraktijken. Hieronder worden de drie belangrijkste financiële risico's kort besproken. Een volledige beschrijving van de zuiver financiële risico's en het beheer ervan vindt u in toelichting F3 bij de geconsolideerde jaarrekeningen.

18.2.1 Schuld- en kredietrisico

Umicore wenst haar activiteiten te beschermen via een gezond financieel beheer en een sterke balans. Hoewel er geen vaste doelstelling bestaat voor de schuldgraad, wil de onderneming te allen tijde een status van 'investment grade'-kwaliteit behouden. We streven tevens naar een gezond evenwicht tussen schuld op korte en lange termijn, en tussen schuld aangegaan tegen vaste en vlottende interestvoeten. Umicore beschikt over een monitoringproces om banken te screenen op tegenpartijrisico. Umicore is blootgesteld aan het risico van niet-betaling door derden met betrekking tot de verkoop van goederen of andere commerciële transacties. Umicore beheert dit risico door een kredietrisicobeleid toe te passen. Een kredietverzekering wordt vaak toegepast om het globale risiconiveau te verlagen, maar in bepaalde activiteiten wordt er geen verzekering aangegaan. Dat gebeurt vooral in activiteiten met een belangrijke klantenconcentratie of met een specifieke en nauwe relatie met de klanten en wanneer verzekeringskosten niet gerechtvaardigd zijn in verhouding tot de gelopen risico's. De businessmanagers worden tevens aangemoedigd bijzondere aandacht te besteden aan de evolutie van de handelsvorderingen. Dit geschiedt in de bredere context van het beheer van het werkkapitaal en de inspanningen van de Groep om het aangewend kapitaal te verminderen. Het grootste deel van de variabele verloning van managers is gekoppeld aan het rendement op aangewend kapitaal (ROCE).

18.2.2 Wisselkoersrisico

Het wisselkoersrisico waaraan Umicore is blootgesteld omvat zowel structurele als transactionele en omrekeningsrisico's. Structurele risico's ontstaan wanneer een bedrijf meer inkomsten in een bepaalde valuta genereert, dan dat ze kosten in dezelfde valuta maakt. De belangrijkste gevoeligheid hier is de blootstelling aan de Amerikaanse dollar. De transactionele wisselkoersblootstelling wordt systematisch afgedekt en de onderneming voorziet soms ook structurele valuta-afdekkingen om de toekomstige kasstromen veilig te stellen.

Umicore wordt ook geconfronteerd met omrekeningsrisico's bij de consolidatie van de opbrengsten van dochterbedrijven die niet in euro rapporteren. Dit risico wordt doorgaans niet ingedekt.

18.2.3 Metaalprijsrisico

Umicore is blootgesteld aan risico's die verbonden zijn aan de prijzen van de metalen die het verwerkt of recycleert. De structurele metaalprijsrisico's hebben vooral te maken met de impact die metaalprijzen kunnen hebben op het overschot aan teruggewonnen metalen uit materialen die voor verwerking worden aangeleverd. Transactionele metaalprijsrisico's hebben dan weer te maken met de blootstelling aan prijsveranderingen tussen het moment waarop de grondstoffen worden aangekocht (d.w.z. wanneer het metaal 'ingeprijsd' wordt) en het moment waarop de producten worden verkocht (d.w.z. wanneer het metaal 'uitgeprijsd' wordt). Verder is er ook een risico verbonden met de permanente metaalvoorraden van de onderneming. Dit risico heeft betrekking op het feit dat de marktmetaalprijs tot onder de boekwaarde van deze voorraden kan dalen. De transactionele metaalprijsblootstelling wordt systematisch afgedekt en de onderneming voorziet soms ook structurele metaalprijsafdekkingen om de toekomstige kasstromen veilig te stellen.

18.2.4 Taxatie

De belastingkosten die in de jaarrekening zijn opgenomen, zijn de beste inschatting van de belastingen die de Groep moet betalen. De uiteindelijk verschuldigde belasting voor de periode blijft onzeker tot na de belastingcontrole door de autoriteiten. Het beleid van de Groep bestaat erin de belastingaangifte binnen de statutair bepaalde termijnen in te dienen en de belastingautoriteiten te vragen ervoor te zorgen dat de belastingzaken van de Groep zo actueel mogelijk zijn en dat eventuele verschillen in de interpretatie van de fiscale wetgeving zo snel mogelijk worden opgelost. Gezien de omvang en het internationale karakter van de activiteiten van de Groep zijn btw, omzetbelasting en transferprijzen binnen de Groep een inherent belastingrisico, net zoals bij alle internationale bedrijven. Wijzigingen in de belastingwetgeving of de toepassing ervan met betrekking tot transferprijzen, btw, buitenlandse dividenden, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling en belastingaftrek kunnen de effectieve belastingvoet voor de Groep verhogen en de financiële resultaten negatief beïnvloeden.

Opmerkingen over 2012: Er vonden in 2012 geen belangrijke wijzigingen plaats met betrekking tot de aard of het beheer van de financiële risico's waarmee Umicore wordt geconfronteerd.

Relaties met belanghebbenden

Umicore is een beursgenoteerde onderneming. In die hoedanigheid onderhoudt ze relaties met een aantal partijen die belang hebben bij de manier waarop zij zaken doet. De relatie die de onderneming met deze belanghebbenden opbouwt, heeft een rechtstreekse impact op het succes van de onderneming.

De relaties met belanghebbenden zijn bij Umicore in de eerste plaats gebaseerd op een lokale benadering, waarbij alle sites hun respectieve belanghebbenden moeten identificeren en geschikte manieren dienen te ontwikkelen om hen bij hun activiteiten te betrekken. Deze benadering werd geformaliseerd in de Vision 2015-doelstelling met betrekking tot de lokale gemeenschappen. In vele gevallen, zoals in de dialoog met klanten en leveranciers, worden de relaties met belanghebbenden op de eerste plaats door de business units zelf beheerd, in overeenstemming met de gedecentraliseerde wijze waarop Umicore haar activiteiten beheert.

Op Groepsniveau werden de Vision 2015-doelstellingen gedeeltelijk ontwikkeld op basis van de getrokken lessen uit de evaluatie van de duurzaamheidsbenadering en -verslaggeving van Umicore door een extern klankbord in 2009. Dat klankbord vervolledigde een interne oefening met vertegenwoordigers van de business units, de gedeelde operationele functies en de corporate departementen.

Umicore is een actief lid van verscheidene sectorale verenigingen, waar ze met beleidsmakers in contact komt om bij te dragen aan een beter begrip van sectorgerelateerde kwesties. Deze verenigingen zijn tevens belangrijke platformen om mee te werken aan bredere acties voor duurzame ontwikkeling op sectorniveau. Op een minder formeel niveau wordt dikwijls een beroep gedaan op de leden van het senior management van Umicore of ze zijn zelf kandidaat om deel te nemen aan publieke vergaderingen waar de economische prestatie van Umicore of haar duurzaamheidsaanpak worden besproken. Dergelijke evenementen bieden de mogelijkheid om met een reeks groepen in contact te komen, inclusief leidende figuren uit de zakenwereld, academici en de burgerlijke samenleving.

Hieronder beschrijven we de belangrijkste belangengroepen van Umicore. Ze werden zeer algemeen geclassificeerd aan de hand van algemene categorieën van belanghebbenden die voor de meeste industriële organisaties gelden. De beschrijving geeft ook meer inzicht in de aard van de transacties tussen deze belanghebbenden en Umicore en de manier waarop de dialoog verloopt.

G19 Leveranciers

Bijdrage van Umicore: inkomsten

Bijdrage van de leveranciers: grondstoffen, transport, energie en andere goederen en diensten

Umicore beschikt over vier business groups in vijf continenten. Deze business groups hebben niet alleen grondstoffen nodig voor de aanmaak van hun producten, maar ook energie, transport en een aantal andere diensten. Wereldwijd werkt Umicore met meer dan 10.000 leveranciers. Deze leveranciers profiteren van de aanwezigheid van Umicore als klant; in 2012 betaalde Umicore deze leveranciers ongeveer € 11,4 miljard (inclusief de metaalinhoud van grondstoffen).

Umicore staat permanent in contact met haar leveranciers, in de eerste plaats om technische specificaties te bepalen, en ook om wederzijds aanvaardbare voorwaarden te bespreken voor een langdurige samenwerking, zoals snelle en ononderbroken levering van materialen en diensten en tijdige betaling. De business units zijn hoofdzakelijk verantwoordelijk voor de aankoop van grondstoffen, het departement Purchasing & Transportation staat in voor het transport, energie en andere bevoorradingsnoden van de Groep.

De benadering van Umicore is beschreven in het charter voor duurzame aankopen (www.umicore.com/sustainability/sustProcCharter/). Dit charter werd in 2010 opgesteld en vormt de basis voor de Vision 2015-doelstelling voor duurzame aankopen. Meer informatie over de vorderingen in het bereiken van deze doelstelling vindt u op pagina 33-35 van dit verslag.

G20 Klanten

Bijdrage van Umicore: materialen en diensten

Bijdrage van de klanten: inkomsten

De ambitie van Umicore bestaat erin materialen voor een beter leven ("materials for a better life") te vervaardigen. Deze materialen worden teruggevonden in een ruim gamma toepassingen die het dagelijkse leven comfortabeler maken en een bijdrage leveren aan een schoner milieu.

Umicore heeft een internationale klantenbasis: 46% van de inkomsten van 2012 werd buiten Europa gegenereerd.

De klanten van Umicore zijn hoofdzakelijk industriële bedrijven die de materialen van Umicore gebruiken voor de aanmaak van hun producten. Slechts enkele van de producten die Umicore vervaardigt, worden rechtstreeks aan het publiek verkocht. De business units zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van hun klanten teneinde de gevaren en risico's van producten die ofwel al op de markt zijn of nog in ontwikkeling zijn, beter te kunnen begrijpen. De interactie met de klanten is een continu proces dat door de business units wordt beheerd. Alle business units beschikken over een terugkoppelingsproces om de tevredenheid van de klanten over hun producten en diensten geregeld te controleren. In de meer technologisch geavanceerde activiteiten is de relatie met de klant vaak sterk geïntegreerd. Het ontwikkelen van geavanceerde producten vergt vaak jaren van onderzoek en ontwikkeling in directe samenwerking met deze klanten.

G21 Werknemers

Bijdrage van Umicore: bezoldiging, opleiding en leeropportuniteiten

Bijdrage van de werknemers: vaardigheden, bekwaamheden en productiviteit

Umicore en haar geassocieerde ondernemingen stellen wereldwijd zo'n 14.400 mensen tewerk. De onderneming investeert aanzienlijke middelen in haar status als aantrekkelijke werkgever in alle regio's waar zij actief is. In 2012 betaalde Umicore in totaal € 566 miljoen lonen en andere personeelsvoordelen uit aan de werknemers van haar volledig geconsolideerde ondernemingen. De sociale lasten bedroegen in totaal € 113 miljoen.

Umicore wil haar werknemers niet alleen competitieve loon- en arbeidsvoorwaarden, maar ook de noodzakelijke professionele opleiding aanbieden. Van de werknemers wordt verwacht dat ze de principes en de beleidslijnen van The Umicore Way en de Gedragscode van Umicore naleven. Umicore hecht veel belang aan een open dialoog met haar medewerkers en organiseert in het kader daarvan een driejaarlijkse personeelsenquête.

Waar vereist, respecteert Umicore het principe van de collectieve onderhandeling. Hoewel dit een gangbare praktijk is in Europa, zijn mechanismen voor collectieve onderhandelingen en vakbonden in andere locaties minder gebruikelijk, of zijn ze onderworpen aan lokale wettelijke beperkingen. Umicore ondertekende een duurzaam ontwikkelingsakkoord met de International Metalworkers' Federation en de International Federation of Chemical, Energy, Mine and General Workers' Unions over de wereldwijde toepassing doorheen de Groep van haar beleid op het vlak van mensenrechten, gelijke kansen, arbeidsvoorwaarden, ethisch gedrag en bescherming van het milieu. Dit akkoord laat beide vakbonden toe constructief deel te nemen aan het nastreven van deze doelstellingen. Een gemeenschappelijk controlecomité, dat uit beide partijen bestaat, ziet toe op de implementatie van het "Akkoord over Duurzame Ontwikkeling".

Het intranet van de Groep, nieuwsbrieven van Umicore en haar business units en het wereldwijde interne magazine 'umicore.link', dat gepubliceerd wordt in zes talen, zijn bijkomende communicatiekanalen op bedrijfsniveau. In 2012 ontwikkelde Umicore een 'learning management platform' voor de hele Groep om haar Vision 2015-doelstellingen met betrekking tot persoonlijke ontwikkeling en aantrekkelijke werkgever te ondersteunen. Dit platform, dat ook een sociaal samenwerkingsinstrument omvat dat het delen van kennis binnen de onderneming bevordert, werd begin 2013 gelanceerd en zal geleidelijk worden ingevoerd doorheen de Groep.

G22 Investeerders en aandeelhouders

Bijdrage van Umicore: rendement van de investeringen

Bijdrage van de investeerders: kapitaal en fondsen

De investeerders van Umicore zijn grotendeels gediversifieerd. Op het einde van 2012 situeerden zich de meeste aandeelhouders in Europa en Noord-Amerika. De meest recente informatie over Umicore's aandeelhouders vindt u op www.umicore.com/investorrelations.

Umicore streeft ernaar tijdig nauwkeurige bedrijfsinformatie ter beschikking te stellen van de beleggersgemeenschap. Deze communicatie-inspanningen omvatten management roadshows en bedrijfsbezoeken, conferenties, beurzen voor individuele beleggers, webcasts en conference calls. In 2012 bleef Umicore's analistenverslaggeving stabiel met 19 beurshuizen die analyserapporten publiceerden over Umicore.

De schuldeisers van Umicore zijn hoofdzakelijk banken. Umicore beschikt over kredietlijnen bij talrijke banken in België en het buitenland.

De relaties met de banken worden vooral beheerd door het Departement Financiën, hoewel elke juridische entiteit van Umicore zakelijke relaties onderhoudt met de financiële wereld.

G23 Samenleving

Bijdrage van Umicore: welvaart en innovatieve producten en processen

Bijdrage van de samenleving: uitbatingsvergunningen

Via tewerkstelling draagt Umicore bij tot de welvaart in de regio's waar ze actief is. Hoewel het creëren van welvaart een duidelijk voordeel is, is ook de manier waarop dit gebeurt erg belangrijk. Uiteindelijk kan Umicore haar activiteiten maar blijven ontplooien als de samenleving dit toelaat. Om deze toestemming te behouden, tracht Umicore zoveel mogelijk te werken op een manier die de duurzame ontwikkeling bevordert. Dat gaat verder dan zich houden aan de wettelijke grenzen die aan elk bedrijf worden opgelegd. Umicore bepaalt haar eigen normen die in de hele Groep worden toegepast en die vaak veel verder gaan dan de wettelijke vereisten in de domeinen waar de onderneming actief is. Naast deze inzet voor duurzame operationele praktijken, streeft Umicore er ook naar materialen te ontwikkelen die de levenskwaliteit verhogen. Contact met de gemeenschappen waar Umicore haar activiteiten ontplooit, is de meest directe manier waarop de onderneming met de samenleving kan interageren. Een open en transparante dialoog met deze gemeenschappen maakt integraal deel uit van de verbintenis van Umicore tegenover haar belanghebbenden en is een van de doelstellingen van Vision 2015. Bepaalde maatschappelijke groeperingen (bekend als niet-gouvernementele organisaties) vragen ook geregeld inspraak in de operaties van Umicore en de manier waarop zij zaken doet. Umicore waardeert deze belangstelling en tracht op een open en constructieve manier met deze groepen in dialoog te treden.

Umicore schenkt op site- en Groepsniveau vrijwillige bijdragen aan een aantal goede doelen, in lijn met het interne beleid en de interne richtlijnen. Umicore beheert betrokkenheidsinspanningen die op Groepsniveau geleverd worden via een Group Donatiecomité, dat bevoegd is voor de contacten met de maatschappelijke groeperingen en het bepalen van de dimensie van de samenwerkingsverbanden op Groepsniveau. Meer informatie over deze initiatieven in 2012 vindt u op pagina 35-37 van dit verslag.

G24 Geassocieerde ondernemingen en joint ventures

Bijdrage van Umicore: investeringen en richting aangeven

Bijdrage van de geassocieerde ondernemingen en joint ventures: bijdrage aan de winst van Umicore, technologische complementariteiten, markttoegang

Umicore investeert in verschillende economische activiteiten waarin ze geen volledige managementcontrole heeft. Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin Umicore een belangrijke invloed heeft op het financiële en operationele beleid, maar waarover ze geen controle heeft. Meestal bezit Umicore 20 tot 50% van de stemrechten, terwijl bij joint ventures het eigendom en de controle meestal volgens een 50:50 regeling zijn verdeeld. Het bundelen van krachten wordt gezien als een manier om technologische ontwikkelingen te versnellen of toegang te krijgen tot specifieke markten. Van de 10 geassocieerde ondernemingen en joint ventures heeft Umicore de effectieve controle van het management in de helft van de gevallen. Door een vertegenwoordiging in de Raad van Bestuur van geassocieerde ondernemingen of joint ventures kan Umicore het management controleren en richting geven of de ontwikkeling van de activiteiten opvolgen. Hoewel Umicore niet haar eigen beleidskeuzes en procedures kan opleggen aan geassocieerde ondernemingen (of joint ventures waar ze niet over de meerderheid van de stemrechten beschikt), wordt wel duidelijk gecommuniceerd dat Umicore verwacht dat de activiteiten worden gevoerd in overeenstemming met The Umicore Way.

Umicore is zeer strikt in het beschermen van eender welke intellectuele eigendom die ze deelt met geassocieerde ondernemingen of joint-venturepartners. Een volledige lijst van geassocieerde ondernemingen en joint-venturebedrijven is terug te vinden op pagina 107 van dit verslag.

G25 Overheidssector en autoriteiten

Bijdrage van Umicore: belastingen

Bijdrage van de overheidssector en de autoriteiten: diensten en formele toestemming om activiteiten te ontplooien

Umicore betaalde in totaal € 76 miljoen belastingen als resultaat van haar activiteiten in 2012. Umicore en haar werknemers betaalden in totaal ongeveer € 113 miljoen aan sociale bijdragen. Umicore gaat geregeld samenwerkingen aan met openbare instellingen zoals universiteiten om bepaalde onderzoeksprojecten te bevorderen. Af en toe worden er samenwerkingen aangegaan met en onderzoekstoelagen verkregen van publieke organisaties. In totaal werden er in 2012 ongeveer € 7 miljoen toelagen toegekend, hoofdzakelijk voor geplande O&O-projecten. In 2012 ontving Umicore ongeveer € 15 miljoen uit hoofde van eerder toegekende toelagen. Het beleid van de onderneming sluit schenkingen aan politieke partijen en organisaties uit.

In 2012 versterkte Umicore verder haar inspanningen om de contacten met de publieke overheden wereldwijd te verbeteren. Deze inspanningen worden gecoördineerd via het departement Government Affairs en zijn hoofdzakelijk gericht op Europa, Noord-Amerika en de Volksrepubliek China. Umicore wil het profiel van en het inzicht in haar technologieën verhogen en deelnemen aan besprekingen over materiaalgerelateerde thema's. In Europa gaat dit vooral over de beschikbaarheid van grondstoffen (hoofdzakelijk vanuit het perspectief van een "circulaire" economie), resource-efficiëntie en de afvalwetgeving. De initiatieven van Umicore hebben ook betrekking op de toegang tot Europese en nationale overheidsfinanciering, vooral voor programma's die baanbrekende technologieën met een gunstig milieu-effect ondersteunen.

Als er bepaalde problemen ontstaan die Umicore aanbelangen, deelt Umicore haar standpunt meestal mee via de sectorale verbanden waarvan ze deel uitmaakt. De onderneming is zich bewust van de gevoeligheden verbonden aan het innemen van standpunten over zaken die van openbaar belang zijn. Met dit in het achterhoofd heeft Umicore richtlijnen voor heel de Groep aangenomen die verduidelijken hoe dit dient te gebeuren op een verantwoorde manier (beschikbaar op de website). Hieronder worden de belangrijkste organisaties waarin Umicore momenteel vertegenwoordigd is (zowel op het niveau van de Groep als van de business units), weergegeven:

Corporate

  • World Business Council for Sustainable Development (WBCSD)
  • European Round Table of Industrialists (ERT)
  • Eurometaux
  • TransAtlantic Business Dialogue (TABD)
  • French Federation of Minerals and Non-Ferrous Metals (FEDEM)
  • Agoria (Belgische multisectorfederatie van de technologische industrie)
  • Fuel Cells Europe

Catalysis

  • Emissiecontroleverenigingen op regionaal en nationaal vlak (VS, Zuid-Afrika, Brazilië, China, Europese Unie) zie www. automotivecatalysts.umicore.com/en/links/ voor een selectie van links
  • Duitse Federatie van Chemiebedrijven (VCI)

Energy Materials

  • Cobalt Development Institute
  • Nickel Institute
  • European Photovoltaic Industry Association (EPIA)
  • - Energy Materials Industrial Research Initiative (EMIRI)

Verklaring inzake deugdelijk bestuur 193

Umicore | Jaarverslag 2012

Performance Materials

  • International Zinc Association
  • International Platinum Association
  • European Precious Metals Federation
  • German Precious Metals Federation

Recycling

  • European Electronics Recyclers Association
  • International Association of Electronics Recyclers
  • International Association of Portable Rechargeable Batteries (RECHARGE)
  • International Platinum Association
  • International Precious Metals Institute
  • International Antimony Association
  • Verschillende business units van Umicore ondertekenden het programma 'Responsible Care' van de chemische industrie en sommige zijn ook lid van de European Chemical Industry Council (CEFIC).

G26 Verdeling van de economische meerwaarde

Umicore gebruikte het grootste deel van haar totale inkomen voor het metaalgedeelte van grondstoffen (deze kost wordt meestal doorgerekend aan de klant). Na aftrek van andere grondstofkosten, energiekosten en afschrijvingen bedroeg de economische meerwaarde voor verdere verdeling € 1.038 miljoen.

Het grootste deel (€ 717 miljoen) werd verdeeld onder de werknemers in de vorm van lonen en andere werknemersvoordelen. Het grootste deel van de werknemersvoordelen werd in de vorm van lonen uitbetaald. De rest omvatte nationale sociale zekerheidsbijdragen, pensioenen en andere voordelen. Netto-interesten aan crediteuren bedroegen € 6 miljoen en de belastingen aan de overheden en autoriteiten waar Umicore actief is bedroegen in het totaal € 76 miljoen. De winst die aan de minderheidsaandeelhouders werd uitgekeerd, bedroeg € 4,5 miljoen.

Onder voorbehoud van goedkeuring door de aandeelhouders op de algemene aandeelhoudersvergadering in april 2013, zal een brutodividend van € 1,00 per aandeel voor het jaar 2012 uitbetaald worden. Dit zal leiden tot een totale voorlopige uitbetaling van € 112 miljoen (gebaseerd op het aantal uitstaande aandelen aan het einde van 2012). Een deel van dit bedrag werd al uitbetaald in september 2012 onder de vorm van een interimdividend en het resterende bedrag zal in 2013 worden uitbetaald. Dit is conform het beleid van Umicore om een stabiel of geleidelijk groeiend dividend te betalen. Umicore besteedde ongeveer € 1,8 miljoen aan donaties voor goede doelen, waarvan € 1,7 miljoen financiële bijdragen en donaties in natura waren.

Raad van Bestuur

Thomas Leysen, 52 Voorzitter, niet-

uitvoerend bestuurder Thomas Leysen werd Voorzitter

van Umicore in november 2008 nadat hij Gedelegeerd Bestuurder van Umicore was geweest sinds 2000. Sinds 1 oktober 2011 is hij voorzitter van KBC Groep, een bank- en verzekeringsgroep. Hij is tevens Voorzitter van Corelio, een Belgische mediagroep, en lid van de raad van toezicht van Bank Metzler, Duitsland.

Voorzitter sinds:

19 november 2008 Bestuurder sinds: 10 mei 2000 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2015 Voorzitter van het Benoemingsen Remuneratiecomité sinds: 19 november 2008

Marc Grynberg, 47

Gedelegeerd Bestuurder, uitvoerend bestuurder

Marc Grynberg werd benoemd tot Gedelegeerd Bestuurder van Umicore in november 2008. Hij stond aan het hoofd van Umicore's Automotive Catalysts business unit van 2006 tot 2008 en was Chief Financial Officer (CFO) van Umicore van 2000 tot 2006. Hij kwam bij Umicore in dienst in 1996 als Group Controller. Marc heeft een diploma handelsingenieur van de Universiteit van Brussel (Ecole de

Commerce Solvay) en, voorafgaand aan zijn indiensttreding bij Umicore, was hij werkzaam bij DuPont de Nemours in Brussel en Genève.

Bestuurder sinds:

19 november 2008 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2015 Gedelegeerd Bestuurder sinds: 19 november 2008

Isabelle Bouillot, 63

Onafhankelijk, nietuitvoerend bestuurder

Isabelle Bouillot studeerde aan de Franse Ecole Nationale d'Administration. Zij bekleedde verscheidene functies in Franse openbare besturen, waaronder economisch adviseur van de Franse President van 1989 tot 1991 en Begrotingsdirecteur bij het Franse Ministerie van Economie en Financiën van 1991 tot 1995. In 1995 vervoegde ze de Caisse des Dépôts et Consignations als waarnemend Gedelegeerd Bestuurder waar zij was belast met financiële en bankactiviteiten. Van 2000 tot 2003 was zij Gedelegeerd Bestuurder van de investeringsbank van de Groep CDC IXIS. Zij is momenteel voorzitster van China Equity Links en lid van de Raad van Bestuur van Saint-Gobain.

Bestuurder sinds: 14 april 2004 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2013

Lid van het Auditcomité sinds: 13 april 2005 Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sinds: 13 april 2005

Jonathan Oppenheimer, 43

Niet-uitvoerend bestuurder

Jonathan Oppenheimer vervoegde de De Beers Group in 1994 en was bestuurder van De Beers S.A. van 2006 tot en met augustus 2012. Hij was Managing Director van De Beers Consolidated Mining tussen 2004 en 2006, lid van het Directiecomité van De Beers S.A. en eveneens Voorzitter van De Beers Canada Inc. en van de bedrijvengroep Element Six Abrasives tot 2012.

Bestuurder sinds:

5 september 2001 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014

Uwe-Ernst Bufe, 68

Onafhankelijk, nietuitvoerend bestuurder

Uwe-Ernst Bufe was Gedelegeerd Bestuurder van Degussa tot mei 2000. Hij is lid van de raad van commissarissen van Akzo Nobel N.V. (Nederland).

Bestuurder sinds: 26 mei 2004 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014

Arnoud de Pret, 68 Niet-uitvoerend bestuurder

Arnoud de Pret werkte van 1972 tot 1978 bij Morgan Guaranty Trust Company in New York. Van 1978 tot 1981 was hij financieel directeur bij Cockerill-Sambre en tot en met 1990 financieel directeur van de groep en lid van het Directiecomité van UCB. Van 1991 tot mei 2000 was hij financieel directeur bij Umicore en lid van het Directiecomité. Hij is lid van de Raad van Bestuur van Sibelco, UCB en L'Intégrale. Hij is lid van de Raad van commissarissen van Euronext B.V. Amsterdam.

Bestuurder sinds: 10 mei 2000 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014 Lid van het Auditcomité sinds: 1 januari 2001 (Voorzitter sinds 26 april 2011)

Ines Kolmsee, 42

Onafhankelijk, nietuitvoerend bestuurder

Ines Kolmsee bezit meerdere ingenieursdiploma's (TU Berlijn, Duitsland en Ecole des Mines de Saint-Etienne, Frankrijk), evenals een MBA-diploma (Business School INSEAD – Frankrijk/ Singapore). Sinds 2004 is zij Gedelegeerd Bestuurder van SKW Stahl-Metallurgie Group, een specialty chemicals bedrijf dat wereldwijd actief is. Zij is ook lid van de raad

van toezicht van Fuchs Petrolub AG. In het verleden bekleedde zij meerdere posities, waaronder deze van CFO bij Arques Industries AG.

Bestuurder sinds: 26 april 2011 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014 Lid van het Auditcomité sinds: 26 april 2011

Shohei Naito, 69

Onafhankelijk, nietuitvoerend bestuurder

Shohei Naito startte zijn loopbaan bij het Japanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij het Ministerie diende hij als Directeur-Generaal Consulaire Zaken & Migratie alsook als Chef van het Protocol. Dhr. Naito bekleedde verschillende diplomatieke functies in het buitenland en hij werd in 1996 tot ambassadeur benoemd. Sindsdien diende hij als ambassadeur van Japan in Cambodja, tegelijk Denemarken en Litouwen, en België. Hij verliet de diplomatieke dienst eind 2006.

Bestuurder sinds: 25 april 2007 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2013

Rudi Thomaes, 60 Onafhankelijk, nietuitvoerend bestuurder

Dhr. Thomaes studeerde rechten aan de Universiteit Antwerpen. Tussen 2004 en september 2012 was hij Gedelegeerd Bestuurder van de Belgische werkgeversorganisatie VBO. Daarvoor was hij actief als Gedelegeerd Bestuurder en Voorzitter van het Directiecomité van Alcatel Bell. Momenteel is hij secretaris-generaal van de International Chamber of Commerce België en lid van de Regentenraad van de Nationale Bank van België. Zijn andere mandaten zijn: Voorzitter van de Raad van Bestuur van RESTORE, een Antwerps start-upbedrijf in energie technologie en Voorzitter van Healthcare Belgium, een non-profit organisatie die de internationalisering van de Belgische medische sector promoot.

Bestuurder sinds: 24 april 2012 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2015 Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sinds: 24 april 2012

Klaus Wendel, 69

Niet-uitvoerend bestuurder

Na een carrière in financieel beheer bij General Electric (VS), Siemens, Cockerill-Sambre en CBR vervoegde Klaus Wendel in 1988 de Generale Maatschappij van België als lid van het Directiecomité, verantwoordelijk voor beheerscontrole op groepsniveau. Sinds 2000 is hij zelfstandig/onafhankelijk consulent.

Bestuurder sinds: 28 december 1989 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2014

Karel Vinck Ere-voorzitter

Directiecomité

Marc Grynberg, 47 Gedelegeerd Bestuurder

Marc Grynberg werd benoemd tot Gedelegeerd Bestuurder van Umicore in november 2008. Hij stond aan het hoofd van Umicore's Automotive Catalysts business unit van 2006 tot 2008 en was Chief Financial Officer (CFO) van Umicore van 2000 tot 2006. Hij kwam bij Umicore in dienst in 1996 als Group Controller. Marc heeft een diploma handelsingenieur van de Universiteit van Brussel (Ecole de Commerce Solvay) en, voorafgaand aan zijn indiensttreding bij Umicore, was hij werkzaam bij DuPont de Nemours in Brussel en Genève.

Hugo Morel, 62

Executive Vice-President Recycling

Hugo Morel behaalde een diploma burgerlijk ingenieur metaalkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1974 kwam hij in dienst bij Umicore waar hij in de loop der jaren diverse functies bekleedde in de productie, de handel, de strategie en de algemene directie. Hij leidde de Zinc Chemicals business unit van 1996 tot 1997 en neemt zijn huidige functie waar sinds 1998. Hij werd lid van het Directiecomité in 2002. Naast zijn functie als hoofd van de Recycling business group is hij ook verantwoordelijk voor Purchasing & Transportation.

Marc Van Sande, 60 Executive Vice-President Energy Materials

Marc Van Sande behaalde een diploma van doctor in de fysica aan de Universitaire Instelling Antwerpen, evenals een MBA. In 1980 kwam hij in dienst bij Umicore en bekleedde er diverse functies in de research-, marketing- en productiediensten. In 1993 werd hij Vice-President van de business unit Electro-Optic Materials en in 1999 werd hij lid van het Directiecomité als Executive Vice-President Advanced Materials. Tussen 2005 en 2010 nam hij de functie aan van Chief Technology Officer, waarna hij aan het hoofd kwam te staan van de business group Energy Materials.

Pascal Reymondet, 53

Executive Vice-President Catalysis

Pascal Reymondet bezit een Master of Science diploma van de Stanford University en een ingenieursdiploma van de Ecole Centrale te Parijs. Hij oefende verschillende managementsfuncties uit binnen de Degussa-groep inclusief het management van de autokatalysatorenfabrieken in Port Elizabeth en Burlington. In 2003 werd hij lid van het Directiecomité van Umicore als hoofd van de Precious Metals Products activiteit. In september 2007 werd hij aangesteld als hoofd van de business group Zinc Specialties. Tussen juni 2010 en oktober 2012 leidde hij

de business group Performance Materials. In november 2012 nam hij de functie op van Executive Vice-President Catalysis.

Denis Goffaux, 45 Chief Technology Officer

Denis Goffaux behaalde een diploma burgerlijk ingenieur mijnbouwkunde aan de Universiteit van Luik. Hij kwam in dienst bij Umicore Research in 1995 en woonde en werkte in België, Chili, China en Zuid-Korea. Vroeger leidde Denis de business line Rechargeable Battery Materials en was hij Country Manager Japan, waar hij een stevige basis gelegd heeft voor Umicore om haar economische aanwezigheid en commerciële activiteiten in het land te doen groeien. Hij nam zijn huidige functie in juli 2010 op. Naast zijn functie van Chief Technology Officer is hij ook verantwoordelijk voor Environment, Health & Safety.

Stephan Csoma, 48

Executive Vice-President Performance Materials

Stephan Csoma kwam in dienst bij Umicore in 1992. Hij behaalde een diploma economie van de Université Catholique de Louvain (UCL) en een diploma Chinees/Mandarijns van de Fudan University in Shanghai. Hij bezit een uitgebreide strategische, operationele en commerciële ervaring. Hij startte Umicore's eerste industriële operaties op in China midden de jaren '90 en leidde

Umicore's vroegere kobaltindustrie in Zuid-Afrika. Tussen 2001 en 2005 stond hij aan het hoofd van de Zinc Chemicals business unit en van 2005 tot 2009 was hij Senior Vice-President voor Umicore Zuid-Amerika. Daarna werd hij Senior Vice-President Government Affairs. In november 2012 nam hij de functie op van Executive Vice-President Performance Materials. Hij behoudt eveneens het toezicht op de verantwoordelijkheid voor Government Affairs.

Filip Platteeuw, 40

Chief Financial Officer

Filip Platteeuw kwam in dienst bij Umicore in 2004 en speelde een grote rol in de afsplitsing van Cumerio in 2005. Daarna leidde hij het projectteam bij de oprichting van Nyrstar en haar succesvolle beursgang in 2007. Hij werd Vice-President Corporate Development in 2010. Hij nam de positie van Chief Financial Officer (CFO) op in november 2012. Filip heeft een masterdiploma Economische Wetenschappen van de Universtiteit Gent en een masterdiploma Financial Management van de Vlerick Management School. Filip heeft een uitgebreide financiële ervaring waaronder negen jaar in investment banking, corporate banking en equity research bij KBC bank. Hij is ook verantwoordelijk voor Corporate Development.

Senior Management

Catalysis Dieter Lindner
Automotive Catalysts
Research & Technology
Michael Neisel
Automotive Catalysts
Europe & Africa
Joerg Von Roden
Automotive Catalysts
Asia Pacific
Matthias Grehl
Precious Metals Chemistry
Energy Materials Michel Cauwe
Thin Film Products
Klaus Ostgathe
Rechargeable Battery Materials
Jan Vliegen
Cobalt & Specialty Materials
Arjang Roshan
Electro-Optic Materials
mance Materials
Perfor
Pierre Van de Bruaene
Building Products
Guy Beke
Zinc Chemicals
Joerg Beuers
Technical Materials
Jürgen Leyrer
Platinum Engineered Materials
Thomas Engert
Electroplating
Recycling Dietmar Becker
Jewellery & Industrial Metals
Ralf Drieselmann
Precious Metals Management
Koen Demesmaeker
Precious Metals Refining
Sybolt Brouwer
Battery Recycling
Regions Bernhard Fuchs
Greater China
Marcos Lucchese
South America
Luc Gellens
Japan
Ravila Gupta
North America
Corporate Ludo Vandervelden
Chief Information Officer
Ignace De Ruijter
Human Resources
Guy Ethier
Environment, Health & Safety
Géraldine Nolens
Legal Affairs
Wilfried Müller
Group R&D

Betrouwbaarheidsverklaringen

Glossarium

Economische definities

BBP

Bruto binnenlands product (erkende indicator voor economische groei).

Benzinepartikelfilter

Een apparaat dat werd ontworpen om fijn stof en roetdeeltjes uit de uitlaatgassen van een benzinemotor te verwijderen.

Carboxylaat

Een carboxylaat is een zout van een carboxylzuur (zie 'zouten').

Contactmateriaal

Materialen (die gewoonlijk zilver bevatten) die omwille van hun geleidende eigenschappen worden gebruikt in elektrische toepassingen, bv. voor schakelaars.

Dieselpartikelfilter (DPF)

Een apparaat dat werd ontworpen om diesel- of roetdeeltjes uit de uitlaatgassen van een dieselmotor te verwijderen.

Dodd Frank Act

Volledige benaming: "Dodd–Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act". De Dodd Frank Act heeft tot doel de financiële stabiliteit van de Verenigde Staten te bevorderen door de aansprakelijkheid en de transparantie in het financiële systeem te verbeteren.

Donatie voor het goede doel

Dit is een donatie aan een non-profitorganisatie zonder commerciële voordelen voor Umicore. Donaties kunnen in geld of in natura worden geschonken. Politieke donaties zijn niet toegelaten.

Electrolyse

In de scheikunde is elektrolyse een methode waarbij directe elektrische stroom (DC) wordt gebruikt om een anders niet-spontane chemische reactie uit te lokken.

Electroplating

Electroplating is een proces waarbij metaalionen in een oplossing in beweging worden gebracht door een elektrisch veld om een ander materiaal te coaten. Het proces wordt vooral gebruikt om een laag materiaal te deponeren om dat andere materiaal een bepaalde eigenschap te verlenen.

Euro 6

Europese emissienorm voor uitlaatgassen van nieuwe voertuigen die in 2014 in werking treedt.

Fantasiejuwelen

Juwelen geproduceerd voor het grote publiek.

Fotovoltaïsche concentratoren

Een techniek om zonne-energie te concentreren in een zonnepaneel met behulp van vergrotende lenzen of spiegels.

Frascati Manual

De Frascati Manual is een document dat werd opgesteld en gepubliceerd door de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) waarin de methodologie wordt beschreven voor het verzamelen van statistische gegevens over onderzoek en ontwikkeling.

Geassocieerde onderneming

Een entiteit waarin Umicore een aanzienlijke invloed heeft op het financiële en operationele beleid, maar waarover Umicore geen controle uitoefent. Meestal wordt dit vertegenwoordigd door het bezit van 20% tot 50% van de aandelen. Geassocieerde ondernemingen worden in de boekhouding opgenomen via de methode van vermogensmutatie.

Gesloten kringloop

Voor Umicore betekent de gesloten kringloop de terugname van secundaire materialen van klanten (bv. productieresiduen) of materialen op het einde van hun levensduur (bv. gebruikte gsm's, autokatalysatoren) om de metalen te recupereren en ze opnieuw in de economische cyclus te brengen.

HDD – Heavy Duty Diesel

Zware dieselvoertuigen, zowel voor het wegverkeer zoals vrachtwagens en bussen, als voor naast de weg, zoals zware machines voor fabrieken en mijnbouw of nog locomotieven en landbouwmachines.

(H)EV – (Hybried) Elektrisch Voertuig

Voertuig (personenwagen of een ander voertuig) dat geheel of gedeeltelijk (hybried) op elektriciteit in plaats van traditionele brandstof rijdt.

ITO – Indium Tin Oxide

Een transparant geleidend oxide dat in welbepaalde lagen gebruikt wordt voor haar elektrische geleidbaarheid en optische doorzichtbaarheid. Het wordt in diverse toepassingen gebruikt, zoals dunne beeldschermen, zonnecellen en architecturaal glas.

Joint venture

Een contractuele overeenkomst waarbij Umicore en een andere partij een economische activiteit uitvoeren die onderworpen is aan gezamenlijke controle. Joint ventures worden in de boekhouding opgenomen via de methode van vermogensmutatie.

Katalyse/katalysator

Katalyse is een chemisch proces waarbij de katalysator, één van de elementen in het reactieproces, de chemische reactie mogelijk maakt of het proces versnelt zonder dat het daarbij wordt opgebruikt zodanig dat het opnieuw in het proces gebruikt kan worden.

Kathode

De kathode is de positieve kant van een (herlaadbare) batterij. In de oplaadfase geeft de kathode ionen vrij en migreren die naar de anode (negatieve kant van de batterij). Hierdoor wordt er elektriciteit opgeslagen. In de ontlaadfase keren de ionen weer naar de kathode en wordt er elektriciteit vrijgegeven.

Kruiskoppeling

In organische scheikunde is dit een containerbegrip voor een reeks reacties waarbij twee koolwaterstoffragmenten worden verbonden met behulp van een metaalkatalysator.

LCD

Liquid crystal display.

LDV – Light Duty Vehicle

Vooral personenwagens, die op diesel, benzine of een andere brandstof rijden.

LED – Licht Emitterende Diode

LED's zijn op halfgeleiders gebaseerde lichtbronnen die vele voordelen bieden tegenover de traditionele gloeilampen, zoals een langere levensduur en een hogere energie-efficiëntie.

LFP

Lithium-ijzer-fosfaat – een soort kathodechemie voor herlaadbare lithium-ionbatterijen.

Life science-sector

Ook biotechnologiesector genoemd: het domein van de toegepaste biologie waarbij levende organismen en biologische processen worden gebruikt in engineering, technologie, geneeskunde en andere domeinen.

Li-ion – Lithium ion batterij

Lithium ion is een technologie voor herlaadbare batterijen waarbij lithium ionen van de positieve elektrode (de kathode) naar de negatieve elektrode (de anode) bewegen tijdens het opladen en in de andere richting bij het ontladen.

NMC – Lithium (Nikkel Mangaan Kobalt) oxide

Relatief nieuw kathodemateriaal dat gebruikt wordt in (hybride) elektrische voertuigen, maar ook meer en meer in draagbare elektronica.

Membraan-elektrodeassemblage (MEA)

Het hart van een PEM-brandstofcel. Het met katalysator beklede membraan scheidt de positieve en de negatieve kant van de cel. De katalysator splitst de waterstof in protonen en elektronen. De elektronen kunnen niet door het membraan en bewegen naar de andere kant van de cel via een extern kanaal, waarbij ze elektriciteit creëren.

Metaalplaatjes

Een product dat bijna is afgewerkt en dat slechts weinig bewerking vraagt van de klant. Enkele voorbeelden hiervan zijn germaniumplaatjes die nog moeten worden gepolijst voor gebruik in optische toepassingen of zilvermuntplaatjes die nog moeten worden gegraveerd.

OESO

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

(Olefine)-metathese

Een organische reactie die leidt tot herverdeling van olefineverbindingen (alkeen), typisch gekatalyseerd door een metaalkatalysator.

Platform (auto's)

Een combinatie van een type chassis en motor dat voor één of meer modellen van een personenwagen wordt gebruikt, soms door verschillende fabrikanten.

pgm – Platinum Groep Metalen

Platinum, palladium, rhodium, ruthenium, iridium en osmium (in het geval van Umicore verwijst dit hoofdzakelijk naar de eerste drie metalen).

PV – Fotovoltaïsche technologie

Fotovoltaïsche technologie is een methode voor het produceren van elektriciteit waarbij zonnestralen rechtstreeks worden omgezet in elektriciteit.

Solderen

Techniek om metalen met elkaar te verbinden, waarbij een vulmetaal tot boven het smeltpunt wordt verhit en wordt verdeeld over de twee of meer metalen delen.

Substraat

Een oppervlak waarop een laag van een andere substantie wordt aangebracht. In autokatalysatoren is het substraat een honingraatstructuur die de effectieve oppervlakte waarop de katalytische oplossing wordt aangebracht, vergroot. In fotovoltaïsche technologie worden halfgeleiders, zoals germanium, als substraat gebruikt. Hierop worden dan actieve lagen op gedeponeerd die samen de zonnecel maken.

UHT – Ultra Hoge Temperatuur

Umicore heeft een patent genomen op het UHT-proces (>3000°C). Het maakt gebruik van plasmatechnologie voor het behandelen en recycleren van materialen. Dit proces verbruikt minder energie dan de traditionele processen.

WEEE - Waste Electrical and Electronic Equipment Directive

Deze Europese richtlijn werd een Europese wet in februari 2003 en bepaalt de inzameling-, recyclageen recuperatiedoelstellingen voor alle soorten elektrische goederen. Ze werd herhaaldelijk gewijzigd en de laatste wijzigingen werden in 2012 in wetteksten omgezet.

Financiële definities

Aangewend kapitaal

Totaal vermogen – reële waarde reserve + netto financiële schuld + voorzieningen voor personeelsvoordelen – uitgestelde belastingactiva en -passiva – IAS 39-effect.

Beurskapitalisatie

Slotkoers x totaal aantal uitstaande aandelen.

EBIT

Bedrijfsresultaat van integraal geconsolideerde ondernemingen (opbrengsten van andere financiële activa inbegrepen) + aandeel van de Groep in het nettoresultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatie.

Gemiddeld aangewend kapitaal

Voor een half jaar: gemiddelde van het aangewend kapitaal aan het begin en aan het einde van de periode; voor het volledige jaar: gemiddelde van de halfjaargemiddelden.

IAS 39-effect

Tijdsverschillen (zonder invloed op de kasstromen) in het boeken van opbrengsten in geval van niettoepassing of de onmogelijkheid van het bekomen van IAS hedge accounting op:

  • a) transactionele indekking, wat met zich meebrengt dat de ingedekte elementen niet langer aan reële waarde kunnen gewaardeerd worden, of
  • b) structurele indekking, wat impliceert dat de reële waarde van betrokken hedging instrumenten in de resultatenrekening wordt opgenomen in plaats van het eigen vermogen, en dit voor de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen, of
  • c) in uitvoerende contracten besloten derivaten, wat impliceert dat de wijziging in de reële waarde op de besloten derivaten in de resultatenrekening moet worden opgenomen, in tegenstelling tot de uitvoerende component waar de wijziging in reële waarde niet in de resultatenrekening kan worden opgenomen.

Inkomsten (metaal niet inbegrepen)

Alle elementen van de inkomsten – de waarde van de aangekochte metalen.

Inkomsten per regio

Inkomsten die men aan een regio kan toeschrijven, inclusief geassocieerde ondernemingen en joint ventures, rekening houdend met Umicore's deelnemingspercentage. Dit betekent dat voor recyclageactiviteiten de inkomsten verdeeld zijn op basis van de plaats waar de leverancier van de grondstoffen is gevestigd, zoals bepaald door de raffinagepremies.

Investeringen

Gekapitaliseerde investeringen in immateriële en materiële vaste activa.

Kasstromen vóór financieringsactiviteiten

Toename / afname van de bedrijfsthesaurie + toename / afname van de investeringsthesaurie.

Netto financiële schuld

Financiële schulden op meer dan één jaar + financiële schulden op ten hoogste één jaar – kas en kasequivalenten.

Niet-recurrente EBIT

Bevat niet-recurrente elementen met betrekking tot herstructureringsmaatregelen, waardeverminderingen van activa en andere opbrengsten of kosten resulterend uit feiten of transacties die duidelijk verschillen van de courante activiteiten van de onderneming. Waardeverminderingen op permanent vastgezette metaalvoorraden maken deel uit van de niet-recurrente EBIT van de business groups.

Onderzoek- & ontwikkelingsuitgaven

Bruto onderzoek- & ontwikkelingsuitgaven, gekapitaliseerde kosten inbegrepen.

Recurrente EBIT

EBIT – niet-recurrente EBIT – IAS 39-effect.

Recurrente EBITDA

Recurrente EBIT + recurrente afschrijvingen van integraal geconsolideerde ondernemingen.

Recurrente effectieve belastingvoet

Recurrente effectieve belastingskost / recurrent resultaat vóór belasting van de integraal geconsolideerde ondernemingen.

Recurrente operationele marge

Recurrente EBIT van integraal geconsolideerde ondernemingen / opbrengsten (metaal niet inbegrepen).

Recurrente winst per aandeel

Recurrent nettoresultaat, aandeel van de Groep / gemiddeld aantal uitstaande aandelen.

Rendement op aangewend kapitaal (ROCE)

Recurrente EBIT / gemiddeld aangewend kapitaal.

Schuldratio

Netto financiële schuld / (Netto financiële schuld + Eigen vermogen).

Uitstaande aandelen

Uitgegeven aandelen – eigen aandelen.

Winst per aandeel, basisberekening

Nettoresultaat, aandeel van de Groep / gemiddeld aantal uitstaande aandelen.

Winst per aandeel, na verwateringseffect

Nettoresultaat, aandeel van de Groep / (gemiddeld aantal uitstaande aandelen + aantal mogelijke nieuwe aandelen die uitgegeven moeten worden in het kader van de bestaande aandelenoptieplannen x verwateringseffect van de aandelenoptieplannen).

Bovenstaande financiële definities betreffen prestatie-indicatoren die niet gelinkt zijn met IFRS, behalve 'Winst per aandeel, basisberekening' en 'Winst per aandeel, na verwateringseffect'.

Sociale, milieu- en andere definities

Aantal opleidingsuren per persoon

Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer – inclusief interne en externe opleiding en opleiding op de werkvloer. Opleiding op de werkvloer kan het aantal uren inhouden wanneer iemand wordt opgeleid op de werkvloer, zonder dat deze volledig productief is. Het totale aantal opleidingsuren wordt gedeeld door het personeelsbestand.

APS (Assessment of Product (and services) Sustainability – beoordeling van duurzaamheid van producten en diensten)

Specifieke methodologie van Umicore om de duurzaamheid van de eigen producten en diensten te beoordelen. APS gebruikt een tool van 58 voorgeformatteerde vragen en antwoorden met scores en gewichtfactoren, georganiseerd rond acht thema's.

Biodiversiteit

De variatie tussen levende organismen uit alle bronnen, waaronder land, zee en andere aquatische ecosystemen, alsook de ecologische complexen waar zij deel van uitmaken; met inbegrip van diversiteit binnen de soorten, tussen soorten onderling en van ecosystemen.

Blootstellingsbiomarker

Stof of metaboliet gemeten in biologische vloeistoffen (bv. bloed) om de interne lichaamsblootstelling te meten.

Broeikasgassen

De zes gassen die in het Kyoto Protocol zijn opgenomen: koolstofdioxide (CO2 ); methaan (CH4 ); stikstofoxide (N2 O); gefluoreerde koolwaterstoffen (HFK); perfluorkoolwaterstoffen (PFK) en zwavelhexafluoride (SF6 ).

Chemisch zuurstofverbruik (COD)

Indirecte maatstaf van de hoeveelheid natuurlijke vervuiling die niet biologisch geoxideerd kan worden in een waterstaal.

CO2 -equivalent

De universele meeteenheid om het globale opwarmingspotentieel (GWP) van elk van de zes broeikasgassen weer te geven, uitgedrukt in GWP van één eenheid kooldioxide. Ze wordt gebruikt om de emissies (of het voorkomen van emissies) van verschillende broeikasgassen te evalueren ten opzichte van een gemeenschappelijke basis.

Concentraten

Erts of metaal afgescheiden van erts- of metaalhoudend gesteente of aarde.

Conflictmineralen

Delfstoffen die worden ontgonnen in een context van gewapende conflicten of schendingen van mensenrechten en waar de Dodd Frank Act (cf. hoger) betrekking op heeft; dit geldt in het bijzonder voor goud, tin, wolfram en tantalium.

COSO-framework

The Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission (COSO) is een organisatie van de private sector die op vrijwillige basis werkt. Zij heeft een gemeenschappelijk intern controlemodel opgezet waaraan bedrijven en organisaties hun controlesystemen kunnen toetsen.

Dataset (EHS)

Een bepaalde set gegevens over de fysische, chemische en toxicologische eigenschappen van een product.

Decibel

Eenheid van geluidsniveau.

EHS

Environment, health & safety (milieu, gezondheid en veiligheid).

Ernstgraad ongevallen met verlet

Aantal verletdagen door arbeidsongevallen per duizend werkuren. Ongevallen op de weg van en naar het werk worden niet meegerekend.

Frequentiegraad ongevallen met verlet

Aantal arbeidsongevallen met verlet per miljoen werkuren. Ongevallen op de weg van en naar het werk worden niet meegerekend.

Gaswastechnologie

Een proces dat gebruik maakt van controleapparatuur rond luchtverontreiniging om bepaalde deeltjes en/of gassen te verwijderen uit industriële uitstootstromen.

Globaal opwarmingspotentieel

Een factor die de stralingsimpact (schade aan de atmosfeer) beschrijft van één eenheid van een bepaald broeikasgas ten opzichte van één eenheid CO2 .

ISO 14001

Specificatie voor milieubeheersystemen van de "International Standards Organisation" (ref. ISO).

Kyoto-protocol

Het protocol van de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC). Het vraagt van de landen die in Bijlage B zijn opgenomen (ontwikkelde landen) in de periode 2008–12 om doelstellingen te behalen voor het verminderen van hun broeikasgasemissies ten opzichte van hun emissies in 1990.

Levenscyclus (analyse)

Analyse van de som van de effecten van een product (bv. broeikasgasemissies) bij elke stap in zijn levenscyclus, inclusief de winning van de grondstoffen, de productie, het gebruik en het verwijderen van afval.

Microgram per deciliter bloed

Eenheid voor het metaalgehalte in het bloed.

Microgram per gram creatinine

Eenheid voor het metaalgehalte in urine.

OHSAS 18001

"Occupational Health and Safety Assessment Series": een beheersysteem voor veiligheid en gezondheid op het werk.

Ongeval met verlet

Een ongeval dat leidt tot het verlies van minstens één arbeidsdag.

Overschrijding

Een resultaat van een biologische monitoringanalyse dat de (interne) drempelwaarde overschrijdt.

Personeelsverloop

Uitgedrukt in termen van vrijwillige ontslagen: het aantal werknemers dat uit eigen beweging het bedrijf verlaat (exclusief ontslagen, pensioen en einde van contracten van bepaalde duur). Dit aantal wordt gerelateerd aan het totale personeelsbestand.

Procesemissies

Emissies die worden gegenereerd bij productieprocessen, zoals CO2 dat ontstaat uit de ontbinding van calciumcarbonaat (CaCO3 ).

Procesveiligheid

Veiligheid met betrekking tot het gebruik en de opslag van gevaarlijke chemische stoffen die een bedreiging kunnen vormen voor

werknemers, buurtbewoners en het leefmilieu.

REACH

"Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen"; nieuw EUbeleid inzake chemische stoffen.

Recyclagematerialen

Materialen die hun eerste levenscyclus beëindigd hebben en via recyclage herverwerkt zullen worden waardoor een tweede, derde ... levenscyclus wordt ingezet.

Registreerbaar letsel

Een letsel als gevolg van een arbeidsongeval waarvoor meer dan één verzorging nodig is of dat leidt tot een aangepast arbeidsprogramma, maar exclusief ongevallen met verlet.

Risico-evaluatie

De evaluatie van risico's uitgaande van bestaande stoffen voor de mens, zowel werknemers als consumenten, en het milieu, met het oog op een beter risicobeheer.

SafeStart®

Een geavanceerd programma van training en vaardigheidsontwikkeling rond veiligheidsbewustzijn.

Scope 1, 2, 3 CO2 e-emissies

Scope 1 CO2 e-emissies: de directe broeikasgasemissies van een rapporterende organisatie.

Scope 2 CO2 e-emissies: de broeikasgasemissies van een rapporterende organisatie gerelateerd aan de productie van elektriciteit/ verwarming/koeling, perslucht of stoom die voor eigen gebruik worden aangekocht.

Scope 3 CO2 e-emissies: de indirecte broeikasgasemissies van een rapporterende organisatie, exclusief de emissies die zijn opgenomen in Scope 2.

Secundaire grondstoffen

Nevenproducten van primaire materiaalstromen.

Tijdelijke werknemers

Umicore werknemers met een tijdelijk contract. Ze worden niet beschouwd als onderdeel van het vaste personeelsbestand, maar worden wel opgenomen in het totale personeelsbestand.

Tussenproduct

Een stof die wordt geproduceerd voor, en gebruikt of verbruikt bij chemische processen om ze te transformeren tot een andere stof.

Vrijwillige vertrekkers

Aantal werknemers die het bedrijf vrijwillig verlaten (exclusief afvloeiingen, pensionering en het beëindigen van een vast contract). Dit cijfer is verbonden met het totale personeelsbestand.

Warmtekrachtkoppeling

Het gebruik van warmte om elektriciteit te genereren.

Ziektegraad

Totaal aantal werkdagen verloren door ziekte, exclusief lange termijn ziekte en verloren dagen omwille van zwangerschapsverlof. Dit cijfer staat in verband met het totaal aantal werkdagen per jaar.

Zouten

In de scheikunde zijn zouten ionische verbindingen die uit de neutralisatiereactie van een zuur of een base kunnen ontstaan.

GRI Index

Referentie Indicator Pagina
Algemeen
Strategie en analyse
1.1 Verklaring van de Gedelegeerd Bestuurder en de Voorzitter 8-11
1.2 Beschrijving van belangrijke gevolgen, risico's en mogelijkheden 8-11; 4; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G18
Organisatieprofiel
2.1 Naam van de organisatie Omslag
2.2 Voornaamste merken, producten en diensten 1-5; 25
2.3 Operationele structuur van de organisatie, met inbegrip van divi 1-5; 29; 39; 47; 49; 53; 57; 61; 63
sies, werkmaatschappijen, dochterondernemingen en
samenwerkingsverbanden
2.4 Locatie van het hoofdkantoor van de organisatie Binnenomslag achterkant; achterkant
2.5 Het aantal landen waar de organisatie actief is en namen van 2; Sociale verklaringen: S2
landen met grootschalige activiteiten
2.6 Eigendomsstructuur en de rechtsvorm Binnenomslag achterkant
2.7 Afzetmarkten 2-5; 13-14; 19; 29; 39-41; 45; 47-49; 51; 53-55; 57; 61-63
2.8 Omvang van de verslaggevende organisatie 2-3; Sociale verklaringen: S2; Economische en financiële toelicht
ingen: geconsolideerde balans;
2.9 Significante veranderingen wat betreft omvang, structuur of 41; 49; 212; Sociale verklaringen: S1, S10, S11;
eigendom Milieuverklaringen: E1
2.10 Onderscheidingen toegekend in 2011 5; 7; 17; 22-23; 33-35; 43; 50; 65; Sociale verklaringen: S4
Verslagparameters
3.1 Verslagperiode Omslag; binnenomslag; 212; Milieuverklaringen: E2
3.2 Datum van het meest recente verslag Jaarverslagen:
http://www.umicore.com/reporting/Home/Archive/
3.3 Verslaggevingscyclus Omslag; binnenomslag; Jaarverslagen:
http://www.umicore.com/reporting/Home/Archive/
3.4 Contactpunt voor vragen over het verslag of de inhoud ervan Binnenomslag achterkant
Algemeen: [email protected]
Financieel: [email protected]
Social: [email protected]
Milieu: [email protected]
3.5 Proces voor het bepalen van de inhoud van het verslag 212; Verklaring inzake deugdelijk bestuur:
relaties met de belanghebbenden
3.6 Afbakening van het verslag 212; Sociale verklaringen: S1, S8, S10, S11; Milieuverklaringen:
E1, E3, E8, E9
3.7 Vermeld eventuele specifieke beperkingen voor de reikwijdte of 212; Sociale verklaringen: S1, S8, S10, S11; Milieuverklaringen:
afbakening van het verslag E1, E3, E8, E9
3.8 Basis voor verslaggeving over samenwerkingsverbanden en 212; Sociale verklaringen: S1; Milieuverklaringen: E1; Financiële
dochterondernemingen en economische toelichtingen: F17; Verklaring inzake deugdelijk
bestuur: G24
3.9 De technieken en berekeningsgrondslagen voor gegevensmetingen 212; Sociale verklaringen: S1-S11; Milieuverklaringen: E1-E10;
Financiële en economische toelichtingen: F1
3.10 Uitleg over de gevolgen van eventuele herformuleringen van ee 212; Sociale verklaringen: S1, S10, S11; Milieuverklaringen: E1;
rder verstrekte informatie en de reden voor deze herformuleringen Algemene beleidsaanpak:
http://www.umicore.com/sustainability/
Referentie Indicator Pagina
3.11 Significante veranderingen ten opzichte van vorige verslagperiodes
ten aanzien van reikwijdte, afbakening of meetmethoden
212; Sociale verklaringen: S1, S8, S10, S11; Milieuverklaringen:
E1, E2, E3
3.12 GRI Index 212; Deze pagina
3.13 Betrekken van externe assurance 212; Algemene beleidsaanpak:
http://www.umicore.com/sustainability/;
Controle en naleving:
http://www.umicore.com/governance/en/supervision/
Bestuur, verplichtingen en betrokkenheid
4.1 De bestuursstructuur van de organisatie Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G2, G4, G5; Algemene
beleidsaanpak: http://www.umicore.com/sustainability/
4.2 Geef aan of de voorzitter van het hoogste bestuurslichaam eve 194; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G2
neens een leidinggevende functie heeft
4.3 Aantal en genderverdeling van de leden van de Raad van Bestuur 194-195; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G2, G4
en hun status met betrekking tot onafhankelijkheid en een uitvoer
end/niet-uitvoerend mandaat
4.4 Mechanismen die aandeelhouders en medewerkers de gelegen Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G3, G9, G10, G11, G21;
heid geven om aanbevelingen te doen aan de Raad van Bestuur Deugdelijk Bestuur Handvest en Gedragscode:
4.5 Koppeling tussen vergoedingen en de prestaties van de organisatie http://www.umicore.com/governance/nl/
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G12-G15; Deugdelijk
(met inbegrip van sociale en milieu-gerelateerde prestaties) Bestuur Handvest en Gedragscode:
http://www.umicore.com/governance/nl/
4.6 Processen waarmee het hoogste bestuurslichaam waarborgt dat Verklaring inzake deugdelijk bestuur:G7, G9-G11; Deugdelijk
strijdige belangen worden vermeden Bestuur Handvest en Gedragscode:
http://www.umicore.com/governance/nl/
4.7 Proces voor het bepalen van de kwalificaties en expertise van de Deugdelijk Bestuur Handvest:
4.8 leden van het hoogste bestuurslichaam
Interne richtlijnen en beleidslijnen
http://www.umicore.com/governance/nl/charterN/
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G1, G9; The Umicore Way:
http://www.umicore.com/en/aboutUs/umicoreWay/;
Deugdelijk Bestuur Handvest en Gedragscode:
http://www.umicore.com/governance/nl/
4.9 Processen om risico's en opportuniteiten te identificeren Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G16-G18
4.10 Processen voor het evalueren van de eigen prestaties van de Raad Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G4, G5; Deugdelijk Bestuur
van Bestuur Handvest: http://www.umicore.com/governance/nl/charterN/
4.11 Toelichting over de toepassing van het voorzorgsprincipe Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G16, G18
4.12 Extern ontwikkelde economische, milieugerelateerde en sociale
handvesten, principes of andere initiatieven die de organisatie
COSO; OECD Richtlijnen ; ILO Human Rights; Responsible Care; SRI;
FTSE; PACI; GRI; WBCSD
onderschrijft
4.13 Lidmaatschap van industriele verenigingen Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G24
4.14 Lijst van groepen belanghebbenden die de organisatie heeft Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G19-G26
betrokken
4.15 Basis voor de inventarisatie en selectie van belanghebbenden Verklaring inzake deugdelijk bestuur: relaties met de belangheb
benden, G19-G26; Aanpak betrokkenheid belanghebbenden:
http://www.umicore.com/sustainability/stakeholders/
4.16 Benadering van het betrekken van belanghebbenden, waaronder
de frequentie ervan
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: relaties met de belangheb
benden, G18 - G25; Aanpak betrokkenheid belanghebbenden:
http://www.umicore.com/sustainability/stakeholders/
4.17 Voornaamste onderwerpen en vraagstukken die naar voren zijn Verklaring inzake deugdelijk bestuur: relaties met de belangheb
gekomen door de betrokkenheid van belanghebbenden en hoe benden; Algemene beleidsaanpak:
de organisatie hierop heeft gereageerd, onder meer via haar http://www.umicore.com/sustainability/;
verslaggeving Aanpak betrokkenheid belanghebbenden:
http://www.umicore.com/sustainability/stakeholders/
206 GRI Index
----- -----------

Referentie Indicator Pagina

Managementbenadering
5 Managementbenadering:
http://www.umicore.com/sustainability/context/
Economische prestatie-indicatoren
Economische prestatie
EC1 (KERN)
Economische waarden die zijn gegenereerd en gedistribueerd 2; 6; 13-17; 39-41; 47-49; 53-55; 61-64; Economische & finan
ciële toelichtingen: F8, F9, F39; Verklaring inzake deugdelijk
EC2 (KERN) Financiële implicaties en andere risico's en mogelijkheden voor de
activiteiten van de organisatie als gevolg van klimaatverandering
bestuur: G26
27-28; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G18;
Milieubeleidsaanpak: http://www.umicore.com/sustainability/
environment/Approach/;
The Umicore Way:
http://www.umicore.com/en/aboutUs/umicoreWay/
EC3 (KERN) Dekking van de verplichtingen in verband met het vastgestelde
uitkeringenplan van de organisatie
Financiële toelichtingen: F27
EC4 (KERN) Significante financiële steun van de overheid Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25
Indirecte economische effecten
EC8 (KERN)
Ontwikkeling en gevolgen van investeringen ten behoeve van het
algemeen nut
6; 34-37; 43; 50; 56; 65; Sociale verklaringen: S5;
Milieuverklaringen: E8; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25
Milieuprestatie-indicatoren
Materialen
EN2 (KERN)
Percentage van de gebruikte materialen dat bestaat uit afval uit
externe bronnen
2; Milieuverklaringen: E6
Energie
EN3 (KERN)
EN4 (KERN)
Direct energieverbruik door primaire energiebron
Indirect energieverbruik door primaire bron
Milieuverklaringen: E4
Milieuverklaringen: E4
EN5 (OVERIGE) Energie die bespaard is door besparingen en
efficiëntieverbeteringen
Milieuverklaringen: E4
EN6 (OVERIGE) Initiatieven ten behoeve van energie-efficiënte of op duurzame
energie gebaseerde producten en diensten
14; 28; 49; 67; Milieuverklaringen: E4; Umicore's positieverklarin
gen over de vermindering van haar CO2
voetdruk: http://www.
umicore.com/sustainability/environment/positionStatements/
carbonReduction.htm (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
EN7 (OVERIGE) Initiatieven ter verlaging van het indirecte energieverbruik en reeds
gerealiseerde verlaging
28; Sociale verklaringen: S8; Umicore's positieverklaringen over
de vermindering van haar CO2
voetdruk: http://www.umicore.
com/sustainability/environment/positionStatements/carbonRe
duction.htm (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
Water
EN8 (KERN)
Totale wateronttrekking per bron Milieuverklaringen: E5
Biodiversiteit
EN11 (KERN) Locatie en oppervlakte van land in of aangrenzend aan beschermde
gebieden en gebieden met hoge biodiversiteitswaarde buiten de
beschermde gebieden
Milieuverklaringen: E10 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
Luchtemissies, afvalwater en afvalstoffen
EN16 (KERN) Totale directe en indirecte emissie van broeikasgassen naar gewicht Milieuverklaringen statements: E3
EN17 (KERN) Andere relevante indirecte emissie van broeikasgassen naar Milieuverklaringen statements: E3
gewicht
EN18 (OVERIGE) Initiatieven ter verlaging van de emissie van broeikasgassen en
gerealiseerde verlagingen
27-28; 43; 49-50; 56; 64-67; Milieuverklaringen: E3
Referentie Indicator Pagina
EN20 (KERN) NO, SO en andere significante luchtemissies naar type en gewicht Milieuverklaringen: E2
EN21 (KERN) Totale waterafvoer naar kwaliteit en bestemming Milieuverklaringen: E2
EN22 (KERN) Totaalgewicht afval naar type en verwijderingsmethode Milieuverklaringen: E7
Producten en diensten
EN26 (KERN) Initiatieven ter compensatie van de milieugevolgen van producten 19; 29-30; 45; 51; 67; Milieuverklaringen: E2, E6 (indicator
en diensten gedeeltelijk gerapporteerd)
Arbeidsomstandigheden en indicatoren voor volwaardig werk
Werkgelegenheid
LA1 (KERN) Totale personeelsbestand naar type werk, arbeidsovereenkomst en 2; 6; Sociale verklaringen: S2
regio
LA2 (KERN) Totaal aantal en snelheid van personeelsverloop 6; 23; Sociale verklaringen: S4
Verhouding tussen werkgever en werknemer
LA4 (KERN) Percentage medewerkers dat onder een collectieve arbeidsover Sociale verklaringen: S6
eenkomst valt
Gezondheid en veiligheid
LA7 (KERN) Letsel-, beroepsziekte-, uitvaldagen- en verzuimcijfers en het aan 6; 21-22; 24-25; 43; 49; 55-56; 64; Sociale verklaringen: S9, S10,
tal werkgerelateerde sterfgevallen per regio S11 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
LA9 (OVERIGE) Gezondheids-en veiligheidstopics vastgelegd in formele overeenk 23-24; Sociale verklaringen: S6; Duurzaam Ontwikkelingsakkoord:
omsten met vakbonden http://www.umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreeme
nt/2011SDAgreement.pdf
Opleiding en onderwijs
LA10 (KERN) Gemiddeld aantal uren dat een werknemer per jaar besteedt aan 6; 22-23; Sociale verklaringen: S3
opleidingen, onderverdeeld naar werknemerscategorie
LA12 (OVERIGE) Percentage medewerkers dat regelmatig wordt ingelicht omtrent 22; Sociale verklaringen: S3 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
prestatie- en loopbaanontwikkeling
Diversiteit en kansen
LA13 (KERN) Samenstelling van bestuurslichamen en onderverdeling van 194-196; Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G4, G5; Sociale
medewerkers per categorie, naar geslacht, leeftijdsgroep, het
behoren tot een bepaalde maatschappelijke minderheid en andere
verklaringen: S2. Minderheden worden niet geïdentificeerd
omdat het verboden is in bepaalde landen waar Umicore
indicatoren van diversiteit werkzaam is vragen te stellen omtrent dit onderwerp (bv. U.S.A
en Frankrijk)
Mensenrechten
Investerings- en inkoopbeleid
HR2 (KERN) Percentage belangrijke leveranciers, onderaannemers en zaken 33-34; Sociale verklaringen: S8; Verklaring inzake deugdelijk
partners die getoetst zijn op naleving van de mensenrechten en op bestuur: G18
getroffen maatregelen
HR3 (KERN) Percentage van en totaal aantal aanmerkelijke investeringsover 33-34; Sociale verklaringen: S8; Alle medewerkers krijgen in
eenkomsten waarin clausules over mensenrechten zijn opgenomen formele training over de Gedragscode:
of waarvan de naleving van de mensenrechten is getoetst http://www.umicore.com/governance/en/CodeOfConduct/
Vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsonderhandelingen
HR5 (KERN) Activiteiten waarvan is vastgesteld dat daarbij een aanzienlijk risico Sociale verklaringen: S6, S8; Duurzame Ontwikkelingsakkoord:
zou kunnen gelden voor het recht op de uitoefening van de vrijheid http://www.umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreeme
van vereniging en collectieve arbeidsonderhandelingen, alsmede nt/2011SDAgreement.pdf
de maatregelen die zijn getroffen ter ondersteuning van deze
rechten

208 GRI Index

Referentie Indicator Pagina
Kinderarbeid
HR6 (KERN)
Activiteiten waarvan is vastgesteld dat er een aanzienlijk risico is
van gevallen van kinderarbeid, alsmede de maatregelen die zijn
getroffen gericht op de uitbanning van kinderarbeid
Sociale verklaringen: S6, S8; Duurzame ontwikkelingsakkoord:
http://www.umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreeme
nt/2011SDAgreement.pdf
Gedwongen en verplichte arbeid
HR7 (KERN) Activiteiten waarvan is vastgesteld dat er een aanzienlijk risico is
van gevallen van gedwongen of verplichte arbeid, alsmede de
maatregelen die zijn getroffen gericht op de uitbanning van ged
wongen of verplichte arbeid
Sociale verklaringen: S6, S8; Duurzaam Ontwikkelingsakkoord:
http://www.umicore.com/sustainability/social/sustDevAgreeme
nt/2011SDAgreement.pdf
Maatschappij
Gemeenschap
SO1 (KERN)
Percentage van activiteiten met ingevoerde engagementen ten
aanzien van de lokale gemeenschap, impactanalyses en
ontwikkelingsprogramma's
35; 37; Sociale verklaringen: S5
Corruptie
SO2 (KERN) Percentage van en totaal aantal bedrijfseenheden geanalyseerd op
corruptiegerelateerde risico's
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G15; G24;
Umicore is ondertekenaar van PACI
SO3 (KERN) Percentage van het personeel dat training in anticorruptiebeleid en
-procedures van de organisatie heeft gevolgd
Alle medewerkers ontvangen informele training over de
Gedragscode: http://www.umicore.com/governance/nl/
CodeOfConductN/ wanneer ze het bedrijf vervoegen
Publiek beleid
SO5 (KERN) Standpunten betreffende publiek beleid
en deelname aan de ontwikkeling ervan, evenals lobbyen
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25
SO6 (OVERIGE) Totale waarde van financiële en in-naturabijdragen aan politieke
partijen, politici en gerelateerde instellingen
Verklaring inzake deugdelijk bestuur: G25
Productverantwoordelijkheid
Gezondheid en veiligheid van consumenten
PR1 (KERN) Levensduurstadia waarin de gevolgen van producten en diensten
voor gezondheid en veiligheid worden beoordeeld met het oog op
verbetering en het percentage van belangrijke product- en dien
stencategorieën die aan dergelijke procedures onderhevig zijn
30; Milieuverklaringen: E6 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
PR3 (KERN) Etikettering van producten en diensten
Type informatie over producten en diensten dat verplicht wordt
gesteld door procedures en het percentage van belangrijke produc
ten en diensten die onderhevig zijn aan dergelijke informatie-eisen
30; Milieuverklaringen: E6
Notities 209
Umicore Annual report 2012
Notities

Notities

Notities 211
Umicore Jaarverslag 2012

Over dit verslag

Het Jaarverslag 2012 van Umicore bevat een uitgebreid en geïntegreerd overzicht van de economische, financiële, sociale en milieuprestaties in 2012.

Het verslag bestaat uit twee delen: de terugblik door het management en de verklaringen. Het deel waar het management terugblikt (pagina 1 tot 67) bevat een inleiding tot Umicore en zoemt in op de belangrijkste prestaties van 2012 met betrekking tot het strategisch plan Vision 2015. Het deel met de verklaringen (pagina 68 tot 212) bevat alle economische, financiële, sociale, milieu- en governanceverklaringen en de toelichtingen. Alle elementen van het Jaarverslag 2012 kunnen worden geraadpleegd in het online reporting centre van Umicore op www.umicore.com/reporting.

Een geïntegreerde benadering

Eén van de belangrijkste doelstellingen van het Jaarverslag van Umicore bestaat erin een overzicht te geven van de strategische benadering van de onderneming – Vision 2015 – waarin specifieke economische, sociale en milieudoelstellingen zijn opgenomen. Umicore streeft ernaar geïntegreerd te rapporteren over haar economische, sociale en milieuresultaten. Deze benadering van rapporteren werd op punt gesteld na een periode van overleg met de interne en externe belanghebbenden tussen 2009 en 2011 en is geïnspireerd op het concept 'integrated reporting' dat door de International Integrated Reporting Council werd ontwikkeld.

Reikwijdte van de rapportering

Globaal heeft het Jaarverslag 2012 van Umicore betrekking op de activiteiten in het boek-/kalenderjaar 2012. Er werden geen belangrijke wijzigingen aan de reikwijdte aangebracht in 2012. Dit verslag bespreekt het tweede jaar waarin Umicore haar vorderingen rapporteert ten opzichte van de Vision 2015 doelstellingen. Het deel van het verslag met de verklaringen, bevat alle doelstellingen en een korte beschrijving van de methodologie die voor alle sleutelprestatie- indicatoren werd toegepast. Daar waar data voorhanden is, worden prestatie-indicatoren in het document gerapporteerd ten opzichte van een periode van vijf jaar die teruggaat tot 2008.

De economische reikwijdte van het verslag omvat alle volledig geconsolideerde activiteiten. Daarnaast zijn ook de financiële bijdragen van alle geassocieerde ondernemingen en joint venture bedrijven in de financiële rapportering opgenomen. De scope van de sociale en milieu-elementen van het verslag is beperkt tot de volledig geconsolideerde entiteiten – elke afwijking van deze reikwijdte wordt in het overeenkomstige hoofdstuk of in de toelichting in het verslag uitgelegd.

Gegevens

De gegevens voor de economische en financiële elementen van het verslag worden ingezameld via het financiële beheers- en consolidatieproces. De milieu- en sociale gegevens worden ingezameld via milieu- en sociale datamanagementsystemen en samen met de economische en financiële gegevens geïntegreerd in een centrale rapporteringstool.

Controle

Dit verslag werd onafhankelijk gecontroleerd door PwC Bedrijfsrevisoren/ Reviseurs d'Entreprises (PwC). De audit van de financiële informatie door PwC is gebaseerd op de volledige IFRS geconsolideerde financiële rekeningen waarover PwC een goedkeurend oordeel heeft uitgesproken. Deze volledige IFRS geconsolideerde financiële rekeningen en het verslag van de bedrijfsrevisor werden in het verslag opgenomen op pagina 76 tot 139 en 198. De sociale en milieu-informatie in dit document is samengesteld op basis van de zelfde erkennings- en meetprincipes gebruikt voor de sociale en milieuresultaten die u vindt op pagina 141 tot 169 van het volledige Jaarverslag. Het onafhankelijke auditverslag van PwC over de sociale en milieuresultaten vindt u op pagina 199 van het Jaarverslag.

Het verslag rapporteert op het B+ niveau van het Global Reporting Initiative (GRI). U vindt een volledige GRI-index op pagina 204-208. Het Global Reporting Initiative (GRI) is een netwerkorganisatie die een pioniersrol heeft vervuld in de ontwikkeling van het wereldwijd meest gebruikte kader voor rapportering over duurzaamheid. Het beschrijft de principes en de prestatieindicatoren beschrijft die organisaties kunnen gebruiken om hun economische, sociale en milieuprestaties te meten en te rapporteren.

Presentatie en feedback

Umicore wil haar rapportering verbeteren via een permanent proces van betrokkenheid van en dialoog met haar belanghebbenden. De belangrijkste sociale elementen van het verslag worden aan de internationale vakbonden voorgelegd tijdens het gezamenlijke monitoringcomité in maart en het volledige document wordt aan de aandeelhouders gepresenteerd op de Jaarlijkse Algemene Vergadering eind april. Umicore verbindt zich er ook toe om in de opeenvolgende rapporteringcycli rekening te houden met alle te verbeteren punten die de bedrijfsrevisor (PwC) aanbeveelt. Algemene feedback van de lezers wordt aangemoedigd door de gedrukte en de online versies van het verslag (zie de pagina hiernaast voor meer details).

Overige informatie

De overige bijkomende informatie bevat een overzicht van de benadering van Umicore voor het economische, sociale en milieubeheer. Deze elementen werden gepubliceerd op de website van Umicore (http://www.umicore.com/sustainability/) en dienen als een onderdeel van dit verslag te worden beschouwd.

Financiële kalender (1)

30 april 2013

Algemene Vergadering van aandeelhouders (financieel jaar 2012) Kwartaalupdate eerste drie maanden 2013

3 mei 2013

Aandeel zonder dividend verhandeld

8 mei 2013 Start uitkering dividend

30 juli 2013 Resultaten eerste jaarhelft 2013

23 october 2013 Kwartaalupdate derde kwartaal 2013

Bijkomende informatie

Beursnotering Euronext Brussels

Algemene informatie

Tim Weekes Telefoon: 32-2-227.73.98 E-mail: [email protected]

Financiële informatie Geoffroy Raskin Telefoon: 32-2-227.71.47 E-mail: [email protected]

Sociale informatie Mark Dolfyn Telefoon: 32-2-227.73.22 E-mail: [email protected]

Leefmilieu informatie

Bert Swennen Telefoon: 32-2-227.74.45 E-mail: [email protected]

Talen

Dit jaarverslag is eveneens beschikbaar in het Frans en het Engels

Internet

Dit jaarverslag kan gedownload worden op de website www.umicore.com/reporting

Maatschappelijke zetel

Broekstraat 31, B-1000 Brussel – België Telefoon: 32-2-227.71.11 Fax: 32-2-227.79.00 Internet: www.umicore.com E-mail: [email protected] Ondernemingsnummer: 0401574852 BTW-nummer: BE 0401 574 852

Verantwoordelijke uitgever

Umicore Group Communications Tim Weekes Telefoon: 32-2-227.73.98 E-mail: [email protected]

Concept & realisaties

The Crew - www.thecrewcommunication.com

Fotografie

Jean-Michel Byl, Dimitri Lowette, Juarez Godoy (p.31), Paul Kozlowski (p.53, 56-57), Anka Van Raemdonck (p.32, 65), UNICEF België - Frédéric Van Wayenbergh (p.36)

Drukkerij

Albe De Coker

(1) Deze data kunnen wijzigen. Wijzigingen van de financiële kalender zijn beschikbaar op de Umicore-website.

Dit verslag werd gedrukt op maco FSC papier zonder hout. De processen waardoor dit papier aangemaakt wordt, worden constant bijgesteld om de impact op het leefmilieu zo veel mogelijk te verminderen. Alle fabrieken die dit papier produceren zijn gecertificeerd volgens FSC (Forest Stewardship Council) of PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification Schemes).

Umicore Naamloze Vennootschap Broekstraat 31 B-1000 Brussel, België

Tel +32 2 227 71 11 Fax +32 2 227 79 00 e-mail [email protected] www.umicore.com

BTW BE 0401 574 852 Ondernemingnummer 0401574852 Maatschappelijke zetel: Broekstraat 31 B-1000 Brussel - België

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.