AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Umicore

Annual Report Mar 25, 2011

4018_10-k_2011-03-25_61624ebc-694e-487b-9f17-eabcf81fb08c.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

2010 Verslag aan de aandeelhouders en aan de samenleving

Wie zijn we?

Umicore is een materiaaltechnologiegroep op wereldschaal. Zij focust zich op toepassingsgebieden waar haar expertise in materiaalwetenschappen, scheikunde en metallurgie een werkelijk verschil maken. Haar activiteiten zijn geconcentreerd rond vier bedrijfssectoren: Catalysis, Energy Materials, Performance Materials en Recycling. Elke bedrijfssector is opgedeeld in marktgerichte business units die materialen en oplossingen aanbieden die aan de spits van technologische ontwikkeleingen staan en die noodzakelijk zijn in het alledaagse leven.

Het merendeel van Umicore's inkomsten is afkomstig uit, en het grootste deel van haar O&O inspanningen wordt uitgegeven aan, projecten op het vlak van 'schone' technologieën, zoals uitstootkatalysatoren, materialen voor herlaadbare batterijen en zonnecellen, brandstofcellen en recyclage. De allesoverheersende doelstelling van Umicore – duurzame waarde creëren – is gebaseerd op de ambitie om materialen te ontwikkelen, te produceren en te recycleren op een wijze die in overeenstemming is met zijn beleidsverklaring: "materials for a better life".

De Umicore-benadering van materiaaltechnologie

2010 Verslag aan de aandeelhouders en aan de samenleving

Inleiding
Boodschap aan de aandeelhouders en aan de samenleving
Hoogtepunten van 2010
Kerncijfers
Inleiding tot Vision 2015
p. 3
p. 5
p. 6
p. 8
Economisch verslag p. 12
Financieel en economisch overzicht
Informatie over het aandeel
Overzicht van de segmenten
p. 14
p. 18
p. 20
Milieuverslag p. 36
Analyse van de milieuprestaties van de Groep
Milieudoelstellingen van de Groep 2006-2010
p. 39
p. 45
Sociaal verslag p. 52
Human resources
Internationale aanwezigheid en wereldwijd personeelsbestand p. 56
Personeelsenquête 2010
Sociale doelstellingen van de Groep 2006-2010
Veiligheid en gezondheid op het werk
p. 55
p. 58
p. 61
p. 69
Overzicht van de verwezenlijking van de duurzame
ontwikkelingsobjectieven 2006-2010 p. 74
Jaarrekening 2010 p. 77
Geconsolideerde jaarrekening
Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening
Beknopte jaarrekening van de moederonderneming
Verklaring over de verantwoordelijkheid van
het management
Verslag van de commisaris
Betrouwbaarheidsverklaring betreffende milieu-,
gezondeheids-, veilgheids- en sociale rapportering
p. 78
p. 82
p. 118
p. 119
p. 120
p. 121
Bestuursverklaring p. 122
Bestuursverklaring
Bezoldingsverslag 2010
Risiciobeheer en interne controle
Relaties met de belanghebbenden
Raad ven bestuur, directiecomité en senior management
Glossarium
p. 122
p. 127
p. 134
p. 138
p. 142
p. 148

Waarin geloven wij?

Wij geloven dat materialen essentieel zijn geweest voor de menselijke vooruitgang, dat ze aanwezig zijn in de kern van ons huidig leven en ook in de toekomst verdere welvaartsgroei mogelijk zullen maken.

Wij geloven dat metaalhoudende materialen een bijzondere plaats innemen, aangezien ze efficiënt en oneindig kunnen worden gerecycleerd en daardoor de basis vormen voor duurzame producten en diensten.

Wij willen een leidende positie voor Umicore als leverancier en ontwikkelaar van oplossingen die een beroep doen op materialen, en daardoor bijdragen tot de verbetering van de kwaliteit van het leven.

Wij streven naar verdere groei van onze onderneming dankzij competente werknemers, operationele uitmuntendheid en technologische innovatie.

Wij beseffen dat naast het streven naar het beoogde financiële succes tevens aandacht geschonken moet worden aan de ecologische en maatschappelijke invloed van ons doen en laten.

Wij onderschrijven volgende principes in ons streven naar duurzame ontwikkeling:

  • Wij betrekken de beginselen van duurzame ontwikkeling bij onze besluitvorming.
  • Wij baseren ons risicomanagement op een wetenschappelijke onderbouw.
  • Wij proberen onze milieuprestaties voortdurend te verbeteren.
  • Wij dragen actief bij aan het beheren en oplossen van risico's die het gevolg zijn van operaties uit het verleden.
  • Wij bevorderen en stimuleren elke verantwoorde wijze van ontwerp, gebruik, hergebruik, recyclage en opslag van onze producten.
  • Wij communiceren met onze omgeving op een duidelijke en transparante wijze, ook door middel van onafhankelijk gecontroleerde rapporten.
  • We streven ernaar een aantrekkelijke werkgever te zijn voor onze huidige en toekomstige medewerkers.
  • Wij laten ons leiden door fundamentele mensenrechten en leven die rechten na overal ter wereld waar de Groep actief is.

Wij beschouwen openheid, respect, innovatie, samenwerking en inzet als een sleutel tot succes. Wij dragen deze waarden hoog in het vaandel en nemen gepaste stappen als ze niet worden nageleefd.

Uittreksel uit "The Umicore Way"

Over dit verslag

Dit verslag slaat op de activiteiten van Umicore tijdens het financiële en kalenderjaar 2010. Er vonden in 2010 geen belangrijke wijzigingen plaats van het bereik van onze activiteiten en de gegevens in dit verslag zijn daarom eenvoudig te vergelijken met die van 2009. Historische gegevens werden aangepast om de nieuwe bedrijfsorganisatie te weerspiegelen die in 2010 werd geïmplementeerd.

Andere bijkomende informatie omvat een samenvatting van de aanpak van Umicore inzake economisch, milieuen sociaal beheer. Deze elementen zijn beschikbaar op de website van Umicore (http://www.umicore.com/ sustainability/) en dienen als onderdeel van dit verslag beschouwd te worden.

Het economische bereik van het verslag slaat op alle volledig geconsolideerde activiteiten. Daarbovenop is de bijdrage van alle geassocieerde en joint-venture bedrijven in de financiële verslaggeving opgenomen. Details over de eigendomsstructuur van volledig geconsolideerde bedrijven, geassocieerde bedrijven en joint-ventures zijn terug te vinden in de toelichtingen bij de jaarrekening. De dialoog met financiële analisten en beleggers leidt tot voortdurende aanpassingen aan de door het bedrijf gepubliceerde economische en financiële gegevens.

In de loop van 2005 voltooiden we een proces dat onze aanpak op het vlak van duurzame ontwikkeling bepaalde. Dit proces omvatte het vastleggen van vijf Groepsdoelstellingen voor milieu- en sociale prestaties voor de periode 2006-2010 die, samen met ons 'traditioneel' economisch verslag, de basis vormen van dit Verslag aan de aandeelhouders en aan de samenleving alsook de voorgaande verslagen voor 2005, 2006, 2007, 2008 en 2009. De doelstellingen werden vastgelegd op basis van een breed intern en extern raadplegingsproces, waaronder een dialoog met externe specialisten, managers uit de verschillende business segmenten en andere belanghebbenden zoals milieugroepen en verscheidende lokale, nationale en regionale autoriteiten. De gegevens over de sociale en milieuprestatie-indicatoren, die gekoppeld zijn aan de verschillende doelstellingen, worden verzameld via onze sociale en milieugegevensbeheersystemen. Op pagina's 36 tot 75 wordt verslag uitgebracht over het bereik van de sociale en milieudoelstellingen en indicatoren, samen met een discussie over de in 2010 geboekte vooruitgang. In de loop van 2010 werd een nieuwe strategie uitgerold: Vision 2015. Deze strategie wordt ingeleid op pagina's 8-11. Ze omvat specifieke objectieven waarover vanaf 2011 zal gerapporteerd worden.

Op basis van de betrouwbaarheidsverklaring van ERM Certification and Verification Services van 2009 hebben we inspanningen geleverd om het eigenaarschap van onze sites en business units met betrekking tot duurzaamheidsrapportering verder te versterken en de duidelijkheid en begrijpbaarheid van de rapportering te verbeteren. Om de 2011-2015 rapporteringscyclus voor te bereiden zijn we ook gestart met een meer systematische integratie van feedback van interne en externe belanghebbenden (zie pagina 138). Er werd vooruitgang geboekt bij de uitbreiding van het beheer en de monitoring van de duurzaamheidsprestaties in onze bevoorradingsketen. Het externe activatieproces hiervoor begon in 2010 (zie pagina 138).

De belangrijkste sociale elementen van het verslag worden tijdens een vergadering van het gemeenschappelijke controlecomité aan de internationale vakbonden voorgesteld terwijl het volledige document aan de jaarlijkse vergadering van aandeelhouders, eind april, wordt voorgelegd.

De financiële rekeningen en toelichtingen alsook de duurzaamheidselementen werden respectievelijk gecontroleerd en bevestigd door PriceWaterHouseCoopers en ERM Certification and Verification Services. De verificatieverklaringen van deze derde partijen zijn terug te vinden op de pagina's 120 en 121 van dit verslag. Het verslag werd op 25 maart 2011 op de website gepubliceerd. Umicore verschaft een verslaggeving op B+ niveau van het Global Reporting Initiative (GRI).

Het Global Reporting Initiative (GRI) is een netwerk-gebaseerde organisatie die een voortrekkersrol heeft gespeeld met de ontwikkeling van het wereldwijd meest gebruikte duurzaamheidsverslaggevingskader. Deze zet de principes en de prestatie-indicatoren uiteen die organisaties kunnen gebruiken om hun economische, ecologische en sociale prestaties te meten en te rapporteren.

Het richtinggevende document voor onze duurzaamheidsaanpak is "The Umicore Way". Dit document bepaalt de visie van de Groep en de waarden die we willen uitstralen. We hebben tevens een alomvattend kader voor een ethische manier van zaken doen ontwikkeld via onze Gedragscode en ons Charter op het vlak van Deugdelijk Bestuur die onze managementfilosofie en bestuursprincipes bepalen. Deze documenten zijn beschikbaar op onze website www.umicore.com.

Thomas Leysen Marc Grynberg

Boodschap aan de aandeelhouders en aan de samenleving

In 2010 herstelde Umicore bijzonder sterk van de wereldwijde crisis. We realiseerden uitzonderlijke financiële resultaten en in bijna alle business units noteerden we positieve ontwikkelingen. De inkomsten klommen met 16 % dankzij de verbeterde omstandigheden in de meeste van onze eindmarkten en het bedrijfsresultaat herstelde aanzienlijk. Het belangrijke herstel van het bedrijfsresultaat was het gevolg van een combinatie van verbeterde inkomsten en de selectieve kostenverminderingen die in 2009 werden gerealiseerd. Het rendement op aangewend kapitaal bedroeg 17,5 %. Dat was een opmerkelijke prestatie, zowel inzake winstgroei als strikt kapitaalbeheer.

De meest significante verbetering zagen we in onze Catalysis actviteit, waar de toename van de wereldwijde autoproductie de vraag naar autokatalysatoren deed stijgen. In onze Performance Materials actviteit vertoonden de meeste eindmarkten van onze klanten – elektronica, chemie en auto's – eveneens een gezond herstel. In Energy Materials was het herstel iets minder uitgesproken, maar de business group noteerde een zeer positieve kentering in de prestaties van kobalt- en nikkelgerelateerde activiteiten. In Recycling ging de winstgevendheid nog vooruit bovenop de al uitstekende prestaties van 2009. Dit was vooral te danken aan de verdere verbetering van de bevoorradingsomstandigheden voor de meeste complexe residuen en materialen op het einde van hun levensduur die we recycleren.

Voor de groei op middellange en lange termijn legden we in 2010 de laatste hand aan onze strategie Vision 2015. Zoals u ongetwijfeld weet, hebben we het algemene kader van deze strategie vorig jaar voorgesteld. We zijn zeer tevreden met de reeds geboekte vooruitgang. Deze strategie bouwt verder op de verworvenheden van de voorbije jaren en bepaalt onze ambities voor de onderneming. We hebben vier essentiële domeinen geïdentificeerd waarin de technologie en expertise van Umicore een reëel verschil kunnen maken voor het aanpakken van de uitdagingen die belangrijke megatrends met zich meebrengen, zoals grondstoffenschaarste, de elektrische wagen, de verlaging van de emissies en de nood aan hernieuwbare energie. In dat opzicht zullen we ons toespitsen op specifieke groei-initiatieven in Automotive Catalysts (vooral katalyse voor zware dieselvoertuigen), nieuwe recyclagemogelijkheden door onze ultrahoge temperatuurtechnologie, de introductie van nieuwe generaties batterijmaterialen voor de automarkt en de ontwikkeling van nieuwe materialen voor fotovoltaïsche toepassingen. Deze initiatieven worden verwacht de belangrijkste basis te vormen voor de groei van Umicore in de komende jaren. We hebben onze organisatiestructuur aangepast om deze groei-initiatieven beter te ondersteunen en we zijn ervan overtuigd dat deze nieuwe groepering onze activiteiten verstaanbaarder zal maken. Globaal verwachten we dat Umicore een omzetgroei van meer dan 10 % zal kunnen realiseren tussen 2011 en 2015. Het zal geen lineaire groei zijn en we zullen ze niet nastreven aan elke prijs; we blijven onze financiële discipline handhaven en behouden onze hoge eisen voor waardecreërende rendementen.

In 2010 boekten we ook vooruitgang in verschillende essentiële investeringsdomeinen. Een aantal projecten werd in de loop van het jaar afgerond en we hebben belangrijke stappen gezet om lopende investeringen met succes af te ronden. We hebben tevens een aanzienlijke capaciteits- en functionaliteitsuitbreiding opgestart voor herlaadbare batterijmaterialen die in de eerste plaats is gericht op batterijen voor hybride en elektrische voertuigen en een aantal wereldwijde investeringen in productie- en technologiecentra voor katalysatoren voor zware dieselvoertuigen. Tijdens het jaar behielden we onze gezonde financiële positie en onze sterke balans. We verwachten een lichte stijging van de globale investeringen in 2011 en dat zal de komende jaren vermoedelijk zo blijven bij de implementatie van onze groeiplannen op lange termijn.

We zijn tevreden met de resultaten van onze duurzame ontwikkelingsobjectieven voor 2006-2010. Ze hebben het inzicht in de belangrijkste milieu- en sociale factoren bevorderd, alle sites en entiteiten op hetzelfde niveau gebracht en de basis gelegd voor prestatiegerichte doelstellingen voor de volgende jaren. Op de pagina's 74 en 75 vindt u een overzicht van wat we hebben bereikt. De milieu- en sociale overwegingen staan centraal in onze activiteiten en de meeste thema's van de doelstellingen 2006-2010 worden verder ontwikkeld in de nieuwe Vision 2015-strategie. Deze strategie bepaalt duidelijke economische, sociale en milieuprioriteiten voor Umicore tegen 2015 en de jaren daarna. Een uitgebreid overzicht van alle aspecten van de Vision 2015-strategie vindt u op pagina's 8-11 van dit verslag.

Onze milieuprestatie voor 2010 toont een toename van de totale milieu-impact die grotendeels is toe te schrijven aan de stijging van de productievolumes. De veiligheidsprestaties waren onvoldoende, want zowel de frequentie als de ernst van de ongevallen nam toe. In de loop van het jaar hebben we een project opgestart ter ondersteuning van uitgebreide verbeteringsinitiatieven in de hele groep die ons zullen helpen om dichter bij ons doel te komen: een werkomgeving zonder ongevallen voor al onze medewerkers.

Het aantal werknemers is in de loop van het jaar gestegen, vooral in de domeinen waarvoor we de komende jaren de sterkste groei verwachten. Het verheugde ons ook dat de rekruterings- en investeringsactiviteiten hernamen in bepaalde activiteiten en sites die het sterkst onder de economische crisis hadden geleden. In 2010 organiseerden we de laatste editie van onze people survey en we zijn blij te kunnen melden dat de tevredenheid bij onze collega's in 2010 nog verder is verbeterd. Hoewel we nog niet het niveau van de best presterende bedrijven hebben bereikt, stellen we tot ons genoegen vast dat de verbeteringsplannen van de voorbije jaren resultaten hebben opgeleverd en dat we ons een goed idee hebben kunnen vormen van de domeinen die het meest dringend voor verbetering in de toekomst vatbaar zijn.

Dit verslag geeft volgens ons een evenwichtig en eerlijk beeld van de economische, milieu- en sociale prestaties van onze organisatie in 2010. We menen dat het de lezer meer inzicht geeft in de domeinen waarin we vooruitgang hebben geboekt en de domeinen die in de toekomst nog inspanningen zullen vragen. We hebben dit verslag opgesteld in overeenstemming met de GRI-richtlijnen versie 3 (G3) en, zoals eerder vermeld, hebben we vergeleken met de vorige verslagen elementen toegevoegd en verbeteringen aangebracht die, zo hopen we, u nog meer inzicht zullen geven in Umicore. Dit is het laatste verslag in een rapporteringscyclus van vijf jaar die in 2005 is gestart. In lijn met de introductie van onze nieuwe Vision 2015-strategie werken we momenteel aan een nieuw rapporteringsformaat dat een vollediger en meer geïntegreerd beeld zal geven van onze prestaties. Deze nieuwe benadering is ontstaan uit een intensieve dialoog met onze belanghebbenden in de voorbije jaren en we kijken ernaar uit om het u in 2012 voor te stellen.

We danken onze verschillende belanghebbenden voor hun engagement tegenover Umicore in 2010. Tijdens de crisis hebben we kunnen genieten van een hoge loyaliteit bij de klanten en het was een aangename ervaring om deze klanten te ondersteunen nu ze opnieuw groei optekenen. We willen in het bijzonder onze medewerkers bedanken die ons met hun veerkracht, verbeelding en toewijding in staat hebben gesteld om de economische crisis ongehavend te doorstaan. We zijn nu klaar voor de volgende fase in de ontwikkeling van Umicore als een ware duurzame onderneming.

Marc Grynberg

Gedelegeerd bestuurder

Thomas Leysen

Voorzitter

Hoogtepunten van 2010

Maart

Aankondiging van een investeringsprogramma voor herlaadbare batterijmaterialen, waaronder een nieuwe fabriek in Kobe, Japan, en uitbreidingen in Korea en China.

Mei

De business unit Automotive Catalysts kondigt de bouw aan van een technologieontwikkelingscentrum in Suzhou, China.

Juni

Umicore's nieuwe strategie, Vision 2015, wordt aangekondigd aan alle werknemers. De bedrijfssegmenten worden gereorganiseerd en hernoemd in lijn met de groeidrijfveren.

Inhuldiging van de verwerkingsinstallatie voor bodemsanering te Viviez, Frankrijk

Augustus

Het dividendbeleid wordt gewijzigd en een interimdividend wordt ingevoerd.

September

De personeelsenquête 2010 bereikt een participatiegraad van 86%. De resultaten tonen verdere verbeteringen aan.

Oktober

Grote opening van de substratenfabriek in Quapaw, VS

Veiligheidsmijlpalen bereikt in Auburn Hills en South Plainfield, VS

Nieuwe investeringen aangekondigd voor de business unit Thin Film Products

November

De bouw van de nieuwe fabriek voor lithiumion batterijmaterialen wordt gestart in Kobe, Japan.

Capital Markets Event voor analisten en beleggers, die de recyclage activiteiten in de kijker zetten.

Kerncijfers

(in miljoen €)
2006 2007 2008 2009 2010
Omzet 8.205,7 8.309,9 9.124,0 6.937,4 9.691,1
Inkomsten (metaal niet inbegrepen) 1.685,4 1.910,0 2.100,3 1.723,2 1.999,7
Recurrente EBITDA 433,8 471,3 467,3 262,7 468,7
Recurrente EBIT 329,2 359,1 354,6 146,4 342,5
waarvan geassocieerde ondernemingen 38,2 26,8 32,0 -6,1 30,1
Niet-recurrente EBIT -9,3 -28,6 -101,9 -11,4 -9,1
IAS 39 effect op EBIT -6,3 4,0 -3,6 6,2 -9,4
Totale EBIT 313,6 334,4 249,1 141,2 324,0
Recurrente operationele marge (%) 17,3 17,4 15,4 8,9 15,6
Recurrent nettoresultaat, aandeel van de Groep 218,3 225,7 222,1 81,9 263,4
Resultaat van afgesplitste activiteiten,
aandeel van de Groep
-19,4 425,8 -2,4 -4,2 -0,0
Nettoresultaat, aandeel van de Groep,
inclusief afgesplitste activiteiten
195,8 653,1 121,7 73,8 248,7
Onderzoek- & ontwikkelingskosten 110,3 124,5 165,0 135,7 135,0
Investeringen 108,2 152,9 216,0 190,5 172,0
Netto toename/afname van de kasstromen
vóór financieringsoperaties
-213,3 778,6 195,3 258,4 -68,2
Totaal der activa van de bedrijfsactiviteiten,
einde periode
3.775,9 3.220,8 3.024,9 2.826,7 3.511,6
Eigen vermogen van de groep, einde periode 939,0 1.491,2 1.290,7 1.314,2 1.517,0
Geconsolideerde netto financiële schuld
uit bedrijfsactiviteiten, einde periode
813,3 177,9 333,4 176,5 360,4
Schuldratio uit bedrijfsactiviteiten, einde periode (%) 45,1 10,4 20,0 11,4 18,6
Aangewend kapitaal, einde periode 1.752,2 1.888,2 1.902,5 1.781,1 2.181,8
Aangewend kapitaal, gemiddelde 1.740,9 1.827,9 1.997,2 1.797,7 1.961,6
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (%) 18,9 19,6 17,8 8,1 17,5
Personeelsbestand, einde periode 13.932 14.844 15.413 13.720 14.386
waarvan geassocieerde ondernemingen 4.879 5.018 5.334 4.405 4.828
Frequentiegraad van arbeidsongevallen 7,20 5,30 5,32 3,12 3,54
Ernstgraad van arbeidsongevallen 0,20 0,13 0,17 0,08 0,13

Gegevens per aandeel zijn te vinden op pagina 18-19.

Sommige kerncijfers zijn aangepast voor beëindigde bedrijfsactiviteiten in het jaar voorafgaand aan de stopzetting. De cijfers van 2006 werden aangepast voor activiteiten gestaakt in 2007, met uitzondering van "Kasstromen voor financieringsoperaties", "Totaal der activa", "Netto financiële schuld", "Schuldratio", en de veiligheidscijfers. De cijfers van 2008 zijn aangepast voor activiteiten gestaakt in 2009, behalve voor "Investeringen", "Kasstromen voor financieringsoperaties", "Totaal der activa", "Netto financiële schuld", "Schuldratio", "Aangewend kapitaal", "ROCE", en de veiligheidscijfers.

Alle niet-IFRS-gerelateerde indicatoren die in deze tabel worden gebruikt, worden door het management gebruikt voor het meten van de prestaties van het bedrijf. De definitie van deze verschillende indicatoren is te vinden in het glossarium.

Record winst per aandeel

Dividend verhoogd

Voltooiing van de objectieven voor duurzame ontwikkeling

Recurrente EBITDA (in miljoen €)

Belangrijkste leefmilieuindicatoren

Materiaal-efficiëntie

Milieudoelstellingen 2006-2010 Overzicht status 2010

doelst 14: als % van totaal aantal vestigingen; doelst 5: als % van totaal aantal basisgegevens

Metaalemissies naar water en lucht (in kg)

Primaire grondstoffen Secundaire grondstoffen Recyclagematerialen

Belangrijkste sociale indicatoren

Personeelsbestand

Sociale doelstellingen 2006-2010 Overzicht status 2010

Acties lopende Doelstelling bereikt

Frequentiegraad ongevallen

2010 20092010

Vision 2015 is Umicore's strategie die onze economische, sociale en milieudoelstellingen bepaalt tot 2015 en daarna.

We hebben vier domeinen voor uitzonderlijke groei geïdentificeerd: herlaadbare batterijmaterialen voor hybride en elektrische voertuigen, nieuwe markten voor autokatalysatoren, nieuwe mogelijkheden voor recyclage en materialen voor fotovoltaïsche toepassingen. We hebben ervoor gekozen onze groeistrategie te focussen op die domeinen, waar we kunnen verder bouwen op onze bestaande competenties, onze marktposities en onze jarenlange ervaring met metallurgie, materiaalwetenschappen, kennis van de toepassingen en ons aanbod aan diensten voor het sluiten van de materiaalkringloop. De strategie zal ook Umicore's unieke aanbod voor de elektrificatie van de auto verder ontwikkelen door te steunen op onze expertise in autokatalysatoren, herlaadbare batterijmaterialen, brandstofceltechnologie en recyclage. Hoewel we in deze vier domeinen het snelst zullen groeien, ambiëren we ook een gezonde groei te bereiken in onze andere activiteiten, die we voor optimale prestaties zullen beheren.

Hier beschrijft Denis Goffaux wat Vision 2015 betekent voor de vier nieuwe business groups van Umicore.

Wat zijn de belangrijkste drijfveren van Vision 2015?

"Vision 2015 werd gevormd door wereldwijde politieke, economische, sociale en leefmilieutrends. We hebben ons gefocust op die trends waarvoor we een speciaal en in bepaalde gevallen echt uniek aanbod hebben, dankzij onze expertise en vaardigheden. Deze trends bieden ook de beste groeimogelijkheden. De vier belangrijkste megatrends voor Umicore zijn: grondstoffenschaarste, almaar strengere emissiecontrole, de behoefte aan hernieuwbare energie en de elektrificatie van de auto." De 4 belangrijke megatrends voor Umicore zijn :

Waarom hebt u beslist om de organisatie van de bedrijfsactiviteiten te veranderen?

"We hebben onze organisatiestructuur aangepast aan de strategie en vier business groups opgezet: Catalysis, Energy Materials, Performance Materials en Recycling. Elk van deze business groups is nauw verbonden met specifieke groeidomeinen."

ElECtRifiCatiE Van HEt WagEnPaRk

StREngERE EMiSSiEnoRMEn

HERniEUWbaRE EnERgiE

SCHaaRStE gRonDStoffEn

Denis Goffaux werd in 2010 benoemd tot Chief Technology Officer (CTO) van Umicore. Hij is tevens het directiecomitélid verantwoordelijk voor de prestaties van Umicore op het vlak van veiligheid, gezondheid en leefmilieu.

Hebt u doelstellingen voor wat u met het bedrijf wil bereikten tegen 2015?

"Ja. We hebben duidelijke doelstellingen voor waar we willen staan.

Ze omvatten de groeiambities van het bedrijf en de manier waarop we onze leefmilieu- en sociale prestaties verder willen verbeteren"

CatalYSiS

nieuwe markten voor autokatalysatoren

"De wetgeving dwingt de autoconstructeurs om steeds schonere en efficiëntere verbrandingsmotoren te ontwikkelen." Denis voegt hieraan toe: "autokatalysatortechnologie heeft sinds vele jaren de autofabrikanten geholpen om minder vervuilende auto's te bouwen. De uitstootwetgeving wordt almaar strenger en vrachtwagens en andere zware dieselvoertuigen moeten nu met katalysatoren zijn uitgerust. katalysatoren worden ook alsmaar belangrijker in economieën waar de autosector recenter groeit, zoals China en Zuidamerika – waar Umicore een toonaangevende producent is – omdat deze landen eveneens wetten invoeren om schonere lucht te garanderen."

EnERgY MatERialS

Materialen voor schone auto's en zonne-energie

"ik ben ervan overtuigd dat we binnen tien jaar met totaal andere auto's zullen rijden. De belangrijkste uitdagingen voor de elektrische wagen vandaag zijn de autonomie en de kost," zegt Denis. "En daarin kunnen onze materialen een rol spelen. Umicore is al een van de belangrijkste producenten van kathodematerialen voor lithium-ionbatterijen die in draagbare elektronische apparaten worden gebruikt. We zijn een pionier in nieuwe soorten materialen die van transport op elektriciteit echt een realiteit kunnen maken door onze klanten te helpen sterk presterende batterijen te ontwikkelen voor een lagere kostprijs. We hebben ook expertise in een reeks materialen die kunnen worden gebruikt in de productie van hoogefficiënte zonnecellen."

PERfoRManCE MatERialS

ontwikkeling van een wereldwijde activiteit

"onze ambitie is deze business te ontwikkelen in lijn met de wereldeconomie." Denis is enthousiast over deze uitdaging: "Deze business biedt groeimogelijkheden in tal van domeinen. Veel van deze activiteiten kunnen hun groei versnellen in nieuwe geografische markten, andere ontwikkelen nieuwe materialen, producten en diensten. Verschillende van die nieuwe ontwikkelingen zijn verbonden met de megatrends die ik zojuist heb genoemd, zoals de materialen die we produceren voor energie-efficiënte gebouwen, recyclagediensten en nieuwe materialen met een kleinere ecologische voetafdruk."

RECYCling

nieuwe recyclagetechnologie

"We moeten ons als samenleving meer bewust worden van natuurlijke bronnen en de schaarste ervan … de globale voorraad metalen is beperkt," legt Denis uit. "We worden erkend om onze expertise in recyclage en onze capaciteit om complexe materialen te verwerken. onze nieuwe ultrahoge temperatuurtechnologie zal nieuwe mogelijkheden creëren. Dit proces verhoogt de recyclagerendementen, is energie-efficiënt en produceert een minimale hoeveelheid afval. We zullen onze activiteiten ontwikkelen door nieuwe materiaalstromen te recycleren, zoals gebruikte herlaadbare batterijen."

Economisch

Groei en rendement: We streven ernaar onze inkomsten met 10% of meer te laten groeien en ons doel is een gemiddelde rendement op aangewend kapitaal te genereren van meer dan 15 %.

Uitstekende werkgever

Nul ongevallen: We streven naar nul ongevallen met werkverlet.

Vermindering blootstelling op het werk: We zullen de concentratie in het lichaam van specifieke metalen waaraan onze werknemers zijn blootgesteld verminderen: Cd, Pb, Co, ni, as, Pt.

Persoonlijke ontwikkeling: alle werknemers zullen een jaarlijkse evaluatie krijgen tijdens waarbij hun individuele ontwikkeling zal besproken worden.

Aantrekkelijkste werkgever: We zullen onze acties richten op basis van de personeelsenquête 2010.

Eco-efficiëntie

Vermindering van de CO2 voetafdruk: We streven ernaar onze Co2 emissies met 20% te verminderen in vergelijking met het niveau in 2006 en met hetzelfde bereik als in 2006.

Vermindering emissies: We streven ernaar de impact van metaalemissies in water en lucht met 20% te verminderen in vergelijking met het niveau in 2009.

Productduurzaamheid: We zullen in middelen investeren om de levenscyclus en de impact van onze vele producten beter te begrijpen en te meten.

Communicatie met de belanghebbenden

Duurzaam aankoopbeleid: We zullen het nieuwe Sustainable Procurement Charter in onze activiteiten integreren.

Lokale gemeenschap: al onze sites zullen verwacht worden verdere stappen te zetten in de identificatie van belangrijke belanghebbenden en in het betrekken van de lokale gemeenschap. .

CatalYSiS

Catalysis speelt een belangrijke rol in de vermindering van de wereldwijde uitstoot van voertuigen door middel van haar autokatalysatorproducten. Er is een volledige portfolio aan technologieën beschikbaar om klanten overal ter wereld te ondersteunen met fabrieken in vijf continenten die wereldwijd op een consistente manier kwaliteitsproducten produceren. Het productgamma bestaat uit emissieverlagende oplossingen voor diesel- en benzinemotoren voor licht vervoer en een compleet aanbod dieseloplossingen voor vrachtwagens en andere zware voertuigen. De business group produceert ook edelmetaalhoudende componenten voor gebruik in de sectoren van fijne chemicaliën, biowetenschappen en farmaceutica. Deze business group is georganiseerd in twee business units: automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry.

EnERgY MatERialS

De materialen die Energy Materials produceert, worden gebruikt in een aantal toepassingen voor de productie en opslag van schone energie, zoals herlaadbare batterijen en fotovoltaïsche toepassingen, en in een aantal andere toepassingen. De meeste producten zijn hoogzuivere metalen, legeringen, chemische verbindingen en speciale producten op basis van kobalt, germanium en nikkel. De business group bestaat uit drie business units: Cobalt and Specialty Materials, Electro-optic Materials en thin film Products.

PERfoRManCE MatERialS

Performance Materials past zijn technologie en knowhow toe op de unieke eigenschappen van edel- en andere metalen en biedt de klanten materialen aan die hen helpen om betere, meer gesofistikeerde en veiligere producten te ontwikkelen. De zinkproducten van Performance Materials staan bekend om hun beschermende eigenschappen, en haar edelmetaalhoudende verbindingen en materialen zijn essentieel voor diverse toepassingen, zoals hoogtechnologisch glas, elektrische apparatuur en elektronica. Performance Materials is georganiseerd rond vijf business units: Zinc Chemicals, Electroplating, Platinum Engineered Materials, technical Materials en building Products. Ze omvat ook een participatie van 40 % in Element Six abrasives – een joint venture met De beers.

RECYCling

Recycling verwerkt complexe afvalstromen die edelmetalen en andere nietijzerhoudende metalen bevatten. De activiteit kan ongeveer 20 van die metalen recupereren uit een breed gamma aangevoerd materiaal, gaande van industriële residuen tot materialen op het einde van hun levensduur. Recycling is uniek door de waaier van materialen die het kan recycleren en de flexibiliteit van zijn activiteiten. De verwerkte materialen, die vanuit de hele wereld worden aangevoerd, zijn hoofdzakelijk afkomstig van secundaire bronnen. De business group is onderverdeeld in vier business units: Precious Metals Refining, battery Recycling, Jewellery & industrial Metals en Precious Metals Management.

Economisch Economisch Verslag

Samen groeien

…the Umicore way

Umicore streeft ernaar de huidige en toekomstige maatschappij te voorzien van innovatieve materialen die onze levenskwaliteit verbeteren en tegelijkertijd de impact van de menselijke activiteit op het milieu verminderen: "Less is more". We doen dit door gebruik te maken van onze unieke ervaring en expertise in het combineren van materiaalwetenschap, scheikunde en metallurgie

Wij helpen de samenleving op weg naar een duurzame toekomst. Onze strategische visie van duurzame ontwikkeling is de rode draad doorheen al onze activiteiten.

Dat is onze manier van zakendoen: "The Umicore Way".

Economisch en financieel overzicht(1)

Inkomsten Inkomsten

Omzet (in miljoen €)

De inkomsten stegen met 16 % ten opzichte van 2009. Umicore profiteerde van de verbeterde omstandigheden in het merendeel van de eindmarkten waarin haar klanten actief zijn. De eerste helft van het jaar werd gekenmerkt door een combinatie van economisch herstel en herbevoorrading bij bepaalde klanten. In de tweede jaarhelft was het positieve effect van de herbevoorrading uitgewerkt en trok de onderliggende vraag verder aan. In de loop van 2010 verbeterden de bevoorradingsomstandigheden voor de meeste recyclageactiviteiten binnen Umicore.

De omzet (inclusief metaalwaarde) lag 40 % hoger op jaarbasis als gevolg van de toegenomen activiteit en de hogere gemiddelde metaalprijzen verleken met 2009. Voor Umicore zijn de inkomsten een meer betekenisvolle uitdrukking van de 'top-line' prestatie dan de omzet, aangezien ze de impact van de metaalprijs, die aan de klanten wordt doorgerekend, uitsluit.

De recurrente EBIT bedroeg € 342,5 miljoen in vergelijking met € 146,4 miljoen in 2009: alle bedrijfssegmenten noteerden hogere recurrente winsten. De meest significante verbetering, uitgedrukt in percentage, was afkomstig van Catalysis, dat profiteerde van de verbeterde vraag in de autosector en de positieve impact van de kostenverminderingsmaatregelen die einde 2008 en in 2009 werden genomen. In Energy Materials herstelde de winst voornamelijk dankzij de business unit Cobalt and Specialty Materials, die in de meeste productdomeinen aanzienlijk betere resultaten neerzette. In Performance Materials verdubbelde de winst op jaarbasis. Dat was te danken aan het herstel van de eindmarkten voor de meeste volledig geconsolideerde bedrijven en een aanzienlijk betere prestatie van Element Six Abrasives. Recycling deed het uitstekend, vooral dankzij de verdere verbetering van de bevoorradingsomstandigheden en van de metaalprijzen. De netto recurrente kosten voor Corporate bedroegen € 49,8 miljoen, in lijn met 2009.

Het aangewende kapitaal lag hoger dan op het einde van 2009, vooral door de toename van het bedrijfskapitaal. Het gemiddelde aangewend kapitaal lag bijgevolg eveneens hoger op jaarbasis. De toename van het bedrijfskapitaal weerspiegelt de stijging van de bedrijfsactiviteit en de hogere metaalprijzen.

Het rendement op aangewend kapitaal (ROCE) bereikte in 2010 een niveau van 17,5 %, in vergelijking met 8,1 % in 2009.

Recurrente EBIT Recurrente EBIT

Recurrente EBIT (in miljoen €)

Aangewend kapitaal Aangewend kapitaal

Aangewend kapitaal (in miljoen €)

(1) De grafieken van "Inkomsten", "Recurrente EBIT", "Recurrente EBITDA" en "Onderzoek & ontwikkeling" werden voor 2006 aangepast voor activiteiten die in 2007 gestaakt werden, en voor 2008 voor activiteiten die in 2009 gestaakt werden. De grafieken van het "Aangewend kapitaal" en "Investeringen" werden enkel voor 2006 aangepast voor activiteiten die in 2007 gestaakt werden.

De afschrijvingslasten op materiële en immateriële vaste activa bedroegen € 126,2 miljoen, ongeveer € 10 miljoen meer dan in 2009. Dit was te wijten aan de voltooiing van verschillende investeringen in 2010. De totale recurrente EBITDA steeg met 78 % ten opzichte van 2009.

Niet-recurrente elementen hadden een negatieve impact op de EBIT van € 9,1 miljoen en er was een negatief IAS 39-effect van € 9,4 miljoen. De niet-recurrente elementen waren hoofdzakelijk een combinatie van herstructureringsvoorzieningen, de waardevermindering van een investering en een herziening van de milieuvoorzieningen. Meer informatie over de niet-recurrente resultaten vindt u in de toelichting bij de jaarrekening op pagina 91.

De investeringen bedroegen € 172,0 miljoen, tegenover € 190,5 miljoen in 2009.

Ongeveer 50 % van de totale investeringen werd besteed aan groeiprojecten. De belangrijkste waren de nieuwe UHT-recyclagefabriek in België, de voltooiing van de capaciteitsinvesteringen voor herlaadbare batterijmaterialen in Azië en de voltooiing van nieuwe test- en productie-infrastructuur in Automotive Catalysts. Recurrente EBITDA Afschrijving, recurrente EBITDA & niet-recurrente elementen Recurrente EBITDA (in miljoen €)

Investeringen Investeringen

Investeringen (in miljoen €)

De totale belastinglast voor de periode beliep € 54,2 miljoen, een stijging met ongeveer € 34 miljoen tegenover 2009. Deze stijging stemde overeen met de hogere winst in 2010. De recurrente belastinglast voor de periode bedroeg € 56,1 miljoen, wat overeenkomt met een algemene effectieve recurrente belastingvoet van 19,1 % op het recurrente geconsolideerde inkomen voor belastingen. Deze daling ten opzichte van 2009 is het resultaat van een lichte wijziging in de geografische spreiding van de winst en de netto positieve impact van belastingkredieten.

De netto recurrente financiële lasten lagen aanzienlijk lager dan in 2009 (€ 18,4 miljoen tegenover € 33,6 miljoen). Dat was vooral het gevolg van wisselkoersveranderingen. De gemiddelde intrestvoet was stabiel (3,8 % t.o. 3,9 % in 2009).

Financiële kosten & belastingen Interest- & belastingsvoet (in %)

Kasstromen Kasstroomeffect op netto financiële schuld (in miljoen €)

Evolutie nettoschuld

Bruto uitstaande schuld

Netto financiële schuld (in miljoen €)

Geconsolideerde netto financiële schuld, einde periode, voortgezet

Umicore bleef gezonde kasstromen genereren in 2010. De netto operationele kasstroom bedroeg € 104,1 miljoen, ten opzichte van € 450,7 miljoen in 2009. Dit verschil was vooral het gevolg van de grotere behoefte aan bedrijfskapitaal, dat met € 247,0 miljoen steeg over het jaar. Aan de basis hiervan lagen de toegenomen bedrijfsactiviteit en de hogere metaalprijzen.

De kasuitstroom omvat elementen zoals investeringen, overnames, dividenden, interesten en belastingen, en een instroom van verkopen en wijzigingen in het kapitaal.

De netto financiële schuld bedroeg € 360,4 miljoen op het einde van 2010.

Dat was € 183,9 miljoen meer dan op het einde van 2009 vooral vanwege de toegenomen behoefte aan bedrijfskapitaal.

De schuldverhouding op het einde van het jaar bedroeg 18,6 % tegenover 11,4 % op het einde van 2009.

Ongeveer de helft van de uitstaande brutoschuld was op middellange of op lange termijn, met vervaldata in 2012 en 2013. Op het einde van 2010 was minder dan 5 % van de gesyndiceerde kredietfaciliteit, met een limiet van € 450 miljoen, in gebruik.

O&O uitgaven O&O uitgaven (in miljoen €)

Onderzoek en ontwikkeling De volledige O&O uitgaven, dat zowel inspanningen op Groepsniveau als bij de business units omvat, bedroegen € 135,0 miljoen. Ongeveer € 15,3 miljoen hiervan werd gekapitaliseerd. Als men de bijdrage van geassocieerde ondernemingen, € 14,6 miljoen bedroeg, uitsluit, komt dit overeen met 6 % van de inkomsten. Er werden 42 patentfamilies geregistreerd tijdens het jaar.

Ondanks de toegenomen activiteit bleven de R&Duitgaven in Catalysis stabiel op jaarbasis, dankzij de verbeteringen in efficiëntie. In Energy Materials werden de onderzoeksinspanningen verhoogd met focus op energie-opslag en fotovoltaïsche toepassingen. Ook in Performance Materials namen de R&D-uitgaven toe, vooral in Element Six Abrasives. De R&D-uitgaven in Recycling daalden enigszins omdat de inspanningen zich vooral concentreerden op de installatie van de nieuwe UHT-fabriek. in de ontwikkelingsactiviteit voor brandstofcellen, bleef de samenwerking met de OEM's voor autotoepassingen gunstig evolueren. De orderniveaus, vooral voor stationaire toepassingen, namen toe in 2010.

Bedrijfsopbrengsten (inclusief bijdrage van €9.767,2 (in miljoen €)

geassocieerde ondernemingen)

(per bestemming, exclusief Precious Metals Management) Omzet

Het grootste deel van het totale inkomen Verdeling van de economische 79%

van Umicore werd gebruikt voor de metaalcomponent in de bevoorrading met grondstoffen. Na aftrek van andere grondstofkosten, energiekosten en afschrijvingen bedroeg de economische meerwaarde die verder kon verdeeld worden € 975,5 miljoen.

meerwaarde

Het grootste deel hiervan (€ 636,8 miljoen) betreft lonen en andere werknemersvoordelen. De netto interesten betaald aan crediteuren daalden licht. Umicore betaalde belastingen aan de regeringen en autoriteiten op de plaatsen waar ze actief is voor een totaal van € 72,0 miljoen. De winst die aan de minderheidsaandeelhouders werd uitgekeerd, bedroeg € 4,4 miljoen.

Het voorgestelde brutodividend voor het jaar zal, na goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in april 2011, verhoogd worden tot € 0,80 per aandeel en resulteren in een totale voorlopige uitbetaling van € 90,8 miljoen. Van dit bedrag werd € 36,8 miljoen al uitbetaald in oktober 2010 in de vorm van een interimdividend. Het resterende bedrag wordt in 2011 uitbetaald. Dit is conform het beleid van Umicore om een stabiel of geleidelijk groeiend dividend te betalen. Umicore besteedde ongeveer € 1,0 miljoen aan donaties voor goede doelen.

Het grootste deel van de

werknemersvoordelen werd in de vorm van lonen uitbetaald. De rest betreft nationale socialezekerheidsbijdragen, pensioenen en andere voordelen. Werknemersvoordelen worden enkel gerapporteerd voor volledig geconsolideerde entiteiten en kunnen daarom niet zomaar vergeleken worden met de gegevens over het totale aantal werknemers, die ook de geassocieerde bedrijven in rekening brengen. Een volledig overzicht van het aantal werknemers per regio en per categorie is terug te vinden op de pagina's 56-57.

Economische meerwaarde €975,5

0% 636,8

79%

505,0

7% 1% 0% 9%

72,0 12,6 4,4 90,8

(in miljoen €)

16%

1,0

157,9

Belastingen op het resultaat

€636,8 (in miljoen €)

Overgedragen aan het bedrijf Liefdadigheidsbijdragen Bezoldigingen & voordelen

Bezoldigingen & personeelsvoordelen

Totale belastingen Crediteurs Minderheidsbelangen

65%

Aandeelhouders (enkel dividenden)

Bezoldigingen Sociale bijdragen

4%

23,0

17%

108,9

Pensioenen & andere personeelsvoordelen

Informatie over het aandeel

Winst per aandeel en dividend(1)(2)(3)

De recurrente winst per aandeel bereikte een recordniveau van € 2,33 in 2010. De totale winst per aandeel (basisberekening) bereikte € 2,20.

Indien de voorgestelde resultaatverwerking wordt goedgekeurd, wordt voor het boekjaar 2010 een brutodividend van € 0,80 uitbetaald. Aangezien in oktober 2010 al een interim-dividend van € 0,325 werd uitbetaald, zal op 4 mei 2011 het resterende bruto-bedrag van € 0,475 worden uitbetaald. De systeembetaalagent die gekozen werd voor de uitbetaling van het dividend 2010 is:

KBC Bank Havenlaan, 2 1080 Brussel

Kapitaalstructuur

In de loop van het jaar werden 1 008 550 eigen aandelen gebruikt voor de uitoefening van aandelenopties door het personeel. Nog eens 21 000 aandelen werden toegewezen aan het topmanagement. Op het einde van het jaar had de onderneming 6 476 647 aandelen in eigen bezit, wat overeenkomt met 5,4 % van het totale aantal uitgegeven aandelen.

Recurrente winst per aandeel (in €)

Bel 20 index (geïndexeerd)

Dow Jones Specialty Chemicals index (geïndexeerd)

Umicore jaar / maand-gemiddelde handelsvolume

op dagbasis (enkel januari en februari in 2010)

Gegevens per aandeel (1)(3)

(in €/aandeel)
2006 2007 2008 2009 2010
Recurrente winst per aandeel 1,73 1,80 1,93 0,73 2,33
Winst per aandeel zonder afgesplitste activiteiten
basisberekening 1,70 1,81 1,08 0,69 2,20
na verwateringseffect 1,67 1,79 1,07 0,69 2,19
Winst per aandeel met afgesplitste activiteiten
basisberekening 1,55 5,21 1,06 0,66 2,20
na verwateringseffect 1,52 5,15 1,05 0,65 2,19
Bruto-dividend (2) 0,42 0,65 0,65 0,65 0,80
Netto toename/afname van de kasstromen -1,69 6,22 1,69 2,30 -0,60
vóór financieringsoperaties, basisberekening
Totaal der activa van de bedrijfsactiviteiten, 29,79 26,82 26,95 25,13 30,93
einde periode
Eigen vermogen van de groep, einde periode 7,41 12,42 11,50 11,68 13,36
Koers van het aandeel
Hoogste 26,00 36,53 37,10 24,32 40,37
Laagste 19,09 23,72 10,27 11,89 21,19
Slot 25,80 34,00 14,07 23,40 38,92
Gemiddelde 22,74 30,65 26,55 17,75 28,58

Kapitaalstructuur

2006 2007 2008 2009 2010
Aantal aandelen (1) (4)
Totaal aantal uitgegeven aandelen, einde periode 130.050.125 130.986.625 120.000.000 120.000.000 120.000.000
waarvan aandelen op naam 89.334 149.919 204.160 6.314.380 6.297.224
waarvan aandelen in eigen bezit 3.304.260 10.911.770 7.757.722 7.506.197 6.476.647
Gemiddeld aantal uitstaande aandelen
basisberekening 126.469.895 125.233.789 115.263.300 112.350.457 113.001.404
na verwateringseffect 128.750.009 126.850.152 116.259.507 112.884.977 113.724.891
Maatschappelijk kapitaal, einde periode (in miljoen €)
Geplaatst kapitaal 463,2 466,6 500,0 500,0 500,0
Eigen vermogen van de Groep 939,0 1.491,2 1.290,7 1.314,2 1.517,0
Beurskapitalisatie 3.270,0 4.082,5 1.579,2 2.632,4 4.418,3
Aandeelhouderschap, einde periode (%) (5)
Umicore (eigen aandelen) 2,54 8,33 6,46 6,26 5,40
BlackRock Investment Management (UK) Limited - 8,33 8,33
Barclays Bank PLC - 3,06
Deutsche Bank AG - 3,18
Fidelity International Limited - 5,04 6,75
Fidelity Management and Research LLC - 3,11 3,22
Parfina - Banque Degroof 3,10 3,46 3,06
Threadneedle Asset Management - 3,33
Free float 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00

Ameriprise Financial Inc (die Threadneedle Asset Management controleert) heeft een belang van 3,00% aangegeven daterende van 18 februari 2011.

(1) Alle cijfers per aandeel en het aantal aandelen zijn gecorrigeerd voor de aandelensplitsing van 5:1, die plaatsvond op 29 februari 2008.

(2) Voor beleggers die Belgische roerende voorheffing verschuldigd zijn, wordt het brutodividend onderworpen aan een roerende voorheffing van 25% (verlaagd tot 15% op vertoon van VVPR-strips). Het dividend voor 2010 verondersteld dat de aandeelhouders het brutodividendvoorstel van de Raad van Bestuur van € 0,80 per aandeel aanvaarden.

(3) De "Recurrente winst per aandeel" en de "Winst per aandeel zonder afgesplitste activiteiten" cijfers werden aangepast in 2006 voor activiteiten die in 2007 gestaakt werden en in 2008 voor activiteiten die in 2009 gestaakt werden.

(4) In 2007 voerde Umicore twee kapitaalverhogingen ten belope van een totaal van 936 500 aandelen, die gecreëerd werden ten gevolge van de uitoefening van aandelenopties met aangehechte inschrijvingsrechten. Alle overblijvende inschrijvingsrechten werden in het najaar van 2007 geannuleerd. In 2008 voerde Umicore twee maal een vernietiging van aandelen uit, voor een totaal van 10 986 625 aandelen.

(5) Gebaseerd op de laatste aangifte gedaan gedurende het jaar. Dit houdt in dat de deelneming op eind van het jaar binnen de desbetreffende vork gebleven is: <3%, 3-5%, 5-10%, enz. Voor actuele informatie over het aandeelhouderschap, gelieve de website te raadplegen: http://www.investorrelations. umicore.com/nl/shareInformation/Aandeelhoudersstructuur/.

William Staron Executive Vice-President Catalysis

Wij leveren "clean air" (schone lucht) oplossingen over heel de wereld, van Boston tot Beijing, met onze autokatalysatoren.

Catalysis

Profiel

Catalysis speelt een belangrijke rol in de vermindering van de wereldwijde uitstoot van voertuigen door middel van haar autokatalysatorproducten. Er is een volledige portfolio aan technologieën beschikbaar om klanten overal ter wereld te ondersteunen met fabrieken in vijf continenten die wereldwijd op een consistente manier kwaliteitsproducten produceren. Het productgamma bestaat uit emissieverlagende oplossingen voor diesel- en benzinemotoren voor licht vervoer en een compleet aanbod dieseloplossingen voor vrachtwagens en andere zware voertuigen. De business group produceert ook edelmetaalhoudende componenten voor gebruik in de sectoren van fijne chemicaliën, levenswetenschappen en farmaceutica.

Deze business group is georganiseerd in twee business units: Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry.

Een belangrijk gedeelte van de edelmetaalbehoeften van de divisie kan, theoretisch, bevoorraad worden uit Umicore's recyclageactiviteit, die edelmetalen haalt uit secundaire materialen en materialen opn het einde van hun levensduur. In de praktijk vereisen geografische en kwaliteitsverschillen in vraag en aanbod vaak het gebruik van metaal uit primaire bronnen. Geen van de andere grondstoffen die de business gebruikt, zijn direct afkomstig van secundaire materialen of materialen op het einde van hun levensduur. Het businessmodel van Automotive Catalysts vereist een aanzienlijke hoeveelheid technische support om aan de steeds strengere emissiewetgeving te kunnen voldoen en tegelijk het meest kostenefficiënte systeem aan te kunnen bieden aan de klanten. De business unit is dan ook de grootste investeerder in onderzoek en ontwikkeling binnen Umicore.

Een meer gedetailleerd profiel van Catalysis, alsook informatie over de duurzaamheidsaspecten, zijn beschikbaar op: www.umicore.com/en/ourBusinesses/catalysis/

Jaarprestaties en hoogtepunten

De inkomsten van Catalysis stegen sterk in 2010, namelijk met 19 % op jaarbasis dankzij het herstel in de autosector en een toename van de activiteiten in de chemische industrie en die van de levenswetenschappen. De recurrente EBIT verviervoudigde bijna van € 16,7 miljoen in 2009 tot € 77,7 miljoen in 2010. Die belangrijke winstverbetering was het gevolg van de combinatie van inkomstengroei en de positieve impact van de kostenverminderingsmaatregelen die in 2009 werden ingevoerd.

Automotive Catalysts bleef zich positioneren voor verdere groeimogelijkheden, vooral in het domein van zware dieselvoertuigen. Als gevolg hiervan bleven de investeringen stabiel over het jaar met € 45,7 miljoen.

Analyse

Inkomsten in 2010 + 19%

Sterk herstel

Verkoopsvolumes groeiden in lijn met de markt

EBIT verviervoudigd

Overzicht van de activiteiten

In Automotive Catalysts groeide de wereldwijde productie van lichte voertuigen met ongeveer 25 % op jaarbasis. De productieniveaus van het eerste halfjaar bleven in de tweede jaarhelft grotendeels behouden ondanks de afbouw van de steunmaatregelen van de overheid. De wereldwijde voorraadniveaus klommen in lijn met de autoverkoopvolumes. De verkoopvolumes van Umicore voor katalysatoren en de inkomsten groeiden in lijn met de automarkt en dat resulteerde in een uitstekende totale prestatie.

In Europa nam de productie van lichte voertuigen in 2010 met ongeveer 15 % toe. In de helft van het jaar waren de steunmaatregelen van de overheid grotendeels afgebouwd. Hierdoor daalden de productiecijfers met ongeveer 10 % tegenover de eerste helft van het jaar. Het aandeel dieselmotoren in de markt groeide opnieuw en vertegenwoordigde naar het einde jaar toe weer bijna 50 % van de markt. De groei van het aandeel dieselvoertuigen, die meer complexe katalysatorsystemen vereisen, had tot gevolg dat de inkomsten van Umicore sneller groeiden dan de voertuigenproductie in Europa.

Noord-Amerika vertoonde het meest opmerkelijke herstel na het bijzonder zwakke niveau van 2009. De productie van lichte voertuigen steeg met ongeveer 39 % op jaarbasis. Umicore's inkomsten weerspiegelden het herstel van de markt. In Zuid-Amerika bleef de autoproductie in de tweede jaarhelft groeien en dat bracht de stijging jaar op jaar op 13 %. Umicore realiseerde een groei in overeenstemming met de markt.

In China klom de productie met 30 %. In het tweede halfjaar was de groei op jaarbasis minder uitgesproken omdat de steunmaatregelen en het effect ervan stilaan uitdoofden. In Japan en Korea, markten die door hun export sterk worden beïnvloed door de buitenlandse vraag, nam de productie met respectievelijk 19 % en 24 % toe. In totaal steeg de productie van lichte voertuigen in Azië met 28 % en de algemene inkomstengroei van Umicore in de regio was grotendeels in lijn met de markt.

Tijdens het jaar heeft Umicore een aantal contracten voor zware dieselvoertuigen (HDD) kunnen afsluiten. Het bedrijf blijft zich verder positioneren voor verdere contracten. Begin 2011 kondigde Umicore een investering aan in een specifieke HDD-productielijn in de fabriek van Florange in Frankrijk. Deze investering zal ook de product- en procesontwikkeling steunen. Umicore heeft tevens beslist het nieuwe technologieontwikkelingscentrum in Suzhou, China, uit te rusten met apparatuur voor de ontwikkeling en het testen van HDD. Beide investeringen, die in de tweede helft van 2012 operationeel moeten zijn, zullen de bestaande HDDfaciliteiten in andere locaties aanvullen en Umicore toelaten om HDD productie- en ontwikkelingsdiensten aan te bieden in alle regio's waar er een wetgeving op de uitstoot van zware dieselvoertuigen werd of wordt ingevoerd.

In de business unit Precious Metals Chemistry verbeterden de inkomsten sterk na de daling in 2009 dankzij de toegenomen vraag in de belangrijkste toepassingsdomeinen. De verkoopvolumes van pgm-houdende precursoren voor auto- en chemische katalysatoren klommen aanzienlijk, in lijn met de vraag in beide eindmarkten. De business lanceerde met succes innovatieve producten voor nieuwe toepassingen in de sector van de levenswetenschappen. Het gaat onder meer om pgm-houdende ingrediënten voor organische zonnecellen en katalysatoren voor metathesisreacties die in geavanceerde moleculaire chemie worden gebruikt. De verkoop van API's (Active Pharmaceutical Ingredients), geproduceerd in de nieuwe fabriek van Umicore in Argentinië, groeide in lijn met de Zuid-Amerikaanse markt.

In cijfers...

(in miljoen €)
2008 2009 2010
Omzet 2.033,9 1.155,7 1.548,3
Inkomsten (metaal niet inbegrepen) 712,4 585,8 698,7
Recurrente EBITDA 84,9 39,5 104,6
Recurrente EBIT 64,2 16,7 77,7
waarvan geassocieerde ondernemingen * 17,1 -7,1 4,8
Totale EBIT 58,7 13,2 72,4
Recurrente operationele marge (%) 6,6 4,1 10,4
Onderzoek- & ontwikkelingskosten 112,0 80,8 79,9
Investeringen 53,0 46,0 45,7
Aangewend kapitaal, einde periode 609,0 554,4 640,3
Aangewend kapitaal, gemiddelde 681,9 558,5 611,3
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (%) 9,4 3,0 12,7
Personeelsbestand, einde periode 2.128 1.903 1.921
waarvan geassocieerde ondernemingen * 229 241 225

* ICT Co. Japan, ICT Inc. USA, Ordeg Korea (Automotive Catalysts)

Door de recente reorganisatie van de business groups, is historische informatie voor deze enkel beschikbaar voor de jaren 2008 en 2009.

44%

Europa Noord-Amerika Zuid-Amerika Azië/Oceanië Afrika

13%

17%

16%

Inkomsten (metaal niet inbegrepen)

Aangewend kapitaal, gemiddeld

Omzet (per bestemming) Materiaal-efficiëntie Personeelsbestand

Marc Van Sande Executive Vice-President Energy Materials

Onze materialen dragen ertoe bij om elektrische wagens, mobiele telefoons en laptops van energie te voorzien en worden gebruikt in de helderste en meest efficiënte LED verlichting.

Energy Materials

Profiel

De materialen die Energy Materials produceert, worden gebruikt in een aantal toepassingen voor de productie en opslag van schone energie, zoals herlaadbare batterijen en fotovoltaïsche toepassingen, en in een aantal andere toepassingen. De meeste producten zijn hoogzuivere metalen, legeringen, chemische verbindingen en speciale producten op basis van kobalt, germanium en nikkel.

De business group bestaat uit drie business units - Cobalt & Specialty Materials, Electro-Optic Materials en Thin Film Products.

Meer dan 70 % van de grondstofbehoeften van Energy Materials wordt gedekt door materialen aan het einde van hun levensduur of secundaire materialen.

Een meer gedetailleerd profiel van Energy Materials en informatie over de duurzaamheidsaspecten zijn beschikbaar op: www.umicore.com/en/ourBusinesses/energyMaterials/

Jaarprestaties en hoogtepunten

De inkomsten van Energy Materials stegen met 14 % in 2010 en de recurrente EBIT verdubbelde bijna van € 23,9 miljoen in 2009 tot € 43,9 miljoen in 2010. Deze stijging was vooral te danken aan het sterke herstel van de vraag in de Cobalt & Specialty Materials business, vooral voor producten in de keramische, chemische en werktuigensector. Ook de prestaties van Thin Film Products verbeterden op jaarbasis. Electro-Optic Materials kende een gemengd jaar,

waarin de sterke verkoop van germaniumsubstraten voor fotovoltaïsche en LED-toepassingen de daling van de verkoop van infrarood optische producten niet kon compenseren. De bijdrage van de geassocieerde ondernemingen lag iets lager op jaarbasis.

De investeringen daalden enigszins ten opzichte van 2009 dat gekenmerkt was door de voltooiing van de investering in de nieuwe substratenfabriek in Quapaw in de VS.

+14%

Analyse Capaciteitsuitbreidingen Inkomsten aangekondigd

Herstel in Cobalt & Specialty Materials

EBIT bijna verdubbeld

Overzicht van de activiteiten

In Cobalt & Specialty Materials klommen de inkomsten fors: alle business lines droegen hieraan bij. De verkoop van materialen voor herlaadbare batterijen nam aanzienlijk toe, hoewel de markt werd gekenmerkt door hoge druk op de prijzen en de marges. Het aandeel NMC-materialen (lithium nikkel-mangaan-kobalt oxide) in de verkoopmix bleef stijgen, gedeeltelijk door de toenemende verkoop van batterijen voor hybride elektrische auto's. In de loop van het jaar kondigde Umicore een capaciteitsuitbreiding ter waarde van € 60 miljoen aan voor NMC-materialen, met onder meer de bouw van een nieuwe fabriek in Japan en uitbreidingen in Korea en China. De nieuwe fabriek in Japan moet in 2011 operationeel zijn. Umicore blijft haar technologie en IP-positie in het domein van materialen voor herlaadbare batterijen versterken, vooral via een intensieve patentactiviteit en partnerschappen. De business line Ceramics & Chemicals bleef groeien. De verkoop van nikkelzouten nam toe dankzij een verhoogd marktaandeel en de business profiteerde ook van het tekort aan bepaalde specifieke nikkelhoudende grondstoffen in de markt. De verkoopvolumes van anorganische kobalthoudende producten lagen op het niveau van 2009, terwijl de verkoop van organische metaalverbindingen bleef groeien. De Europese distributieactiviteiten speelden een hoofdrol in deze uitstekende prestatie. De verkoopvolumes van kobaltpoeders in de business line Tool Materials stegen aanzienlijk. Deze activiteit werd in 2009 bijzonder zwaar getroffen door de voorraadafbouw bij de klanten. Hardmetaaltoepassingen, die vooral worden gebruikt in auto-, machine- en mijnbouwwerktuigen, profiteerden van een hoger activiteitsniveau gedurende het hele jaar. De activiteit voor diamantwerktuigen, die vooral afhankelijk is van de bouwsector, begon pas te herstellen in de tweede jaarhelft.

De hogere gemiddelde kobaltprijs en de globale toename van de klantenactiviteiten verhoogden de beschikbaarheid van recycleerbaar materiaal. Als gevolg hiervan namen de raffinagevolumes van kobalt aanzienlijk toe.

In Electro-Optic Materials nam de verkoop van germaniumsubstraten aanzienlijk toe op jaarbasis. De vraag van de ruimtevaartmarkt bleef hoog en nietruimtevaarttoepassingen groeiden snel op basis van de toenemende vraag in de sector van de led-verlichting en het herstel van de markt van de fotovoltaïsche concentratoren. In Optics bleef de vraag vanuit door de overheid gesteunde programma's het hele jaar laag. De kleinere activiteit van afgewerkte optische producten noteerde aanzienlijk hogere verkoopvolumes. De verkoop van zichtverbeterende systemen voor autobestuurders ging eveneens, maar iets trager, vooruit. De verkoopvolumes van germaniumtetrachloride bleven onveranderd en werden vooral gedreven door optische netwerkprojecten in China.

In Thin Film Products bereikte de verkoop van materialen voor optische en elektronische toepassingen een aanzienlijk hoger niveau dan in 2009. De verkoop van materialen voor elektronische toepassingen profiteerde van een sterk herstel in de halfgeleidermarkt. In de business line Large Area Coatings stegen de inkomsten aanzienlijk boven het niveau van het vorig jaar. De verkoop van vlakke ITO-targets blijft profiteren van de goede verkoop van aanraakschermen voor consumentenelektronica en bepaalde toepassingen in de autosector. De verkoop van roterende targets nam toe, zowel voor fotovoltaïsche toepassingen als voor beeldschermen.

In cijfers...

(in miljoen €)
2008 2009 2010
Omzet 982,9 541,4 702,3
Inkomsten (metaal niet inbegrepen) 395,0 305,1 347,6
Recurrente EBITDA 80,1 44,7 67,5
Recurrente EBIT 57,3 23,9 43,9
waarvan geassocieerde ondernemingen * 5,0 7,4 5,7
Totale EBIT 52,5 31,7 43,1
Recurrente operationele marge (%) 13,3 5,4 11,0
Onderzoek- & ontwikkelingskosten 11,0 12,2 13,1
Investeringen 52,3 51,0 38,3
Aangewend kapitaal, einde periode 355,5 346,2 390,1
Aangewend kapitaal, gemiddelde 359,9 353,9 371,5
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (%) 15,9 6,7 11,8
Personeelsbestand, einde periode 2.909 2.879 3.035
waarvan geassocieerde ondernemingen * 1.261 1.232 1.314

* Ganzhou Yi Hao Umicore Industries Co. Ltd., Jiangmen Chancsun Umicore Industry Co. Ltd., Todini and Co. (Cobalt & Specialty Materials); Yamanaka Eagle Picher (Electro-Optic Materials)

Door de recente reorganisatie van de business groups, is historische informatie voor deze enkel beschikbaar voor de jaren 2008 en 2009.

Recurrente EBIT (in miljoen €) Inkomsten (in miljoen €) Aangewend kapitaal (in miljoen €)

600

Aangewend kapitaal, gemiddeld

Omzet (per bestemming) Materiaal-efficiëntie Personeelsbestand

Onze Performance Materials vind je op de meest verbazingwekkende plaatsen, van de daken van Parijs tot op computerprintplaten.

Pascal Reymondet Executive Vice-President Performance Materials

Performance Materials

Profiel

Performance Materials past zijn technologie en knowhow toe op de unieke eigenschappen van edel- en andere metalen en biedt de klanten materialen aan die hen helpen om betere, meer gesofistikeerde en veiligere producten te ontwikkelen. De zinkproducten van Performance Materials staan bekend om hun beschermende eigenschappen, en haar edelmetaalhoudende verbindingen en materialen zijn essentieel voor diverse toepassingen, zoals hoogtechnologisch glas, elektrische apparatuur en elektronica.

Performance Materials is georganiseerd rond vijf business units: Zinc Chemicals, Electroplating, Platinum Engineered Materials, Technical Materials en Building Products. Ze omvat ook een participatie van 40 % in Element Six Abrasives – een joint venture met De Beers.

Performance Materials betrekt 25 % van haar grondstoffen uit secundaire materialen of materialen op het einde van hun levensduur. De business units Platinum Engineered Materials en Zinc Chemicals dragen het "Closing the loop" concept als een centrale pijler in hun businessstrategie.

Een meer gedetailleerd profiel van Performance Materials en informatie over de duurzaamheidsaspecten zijn beschikbaar op: www.umicore.com/en/ourBusinesses/performanceMaterials/

Jaarprestaties en hoogtepunten

De inkomsten van Performance Materials klommen met 10 % in 2010. De recurrente EBIT verdubbelde op jaarbasis, vooral dankzij de kentering in Technical Materials en de geassocieerde onderneming Element Six Abrasives. Beide organisaties profiteerden van het gecombineerde effect van de stijgende inkomsten en de kostenbesparingsmaatregelen die in 2009 werden ingevoerd. In Platinum Engineered Materials steeg de verkoop dankzij de toenemende

vraag in de sector van hoogzuiver glas; Electroplating noteerde meer bestellingen van klanten in de elektronicasector. In Zinc Chemicals woog de lagere ontvangen zinkprijs op de resultaten, maar het verkoopniveau evolueerde positief. Alleen Building Products presteerde minder goed dan vorig jaar als gevolg van de vertraging in de bouwsector in Europa.

De investeringen bevonden zich met € 23,9 miljoen op identiek hetzelfde niveau als in 2009.

Analyse

Inkomsten +10% Meeste activiteiten tonen een sterke verbetering

Building Products moet nog herstellen

Overzicht van de activiteiten

In Building Products daalden de inkomsten en de winst op jaarbasis omdat de verkoopvolumes in de meeste Europese markten terugliepen. De zwakke vraag in de Europese bouwsector werd verergerd door de strenge wintermaanden aan het begin en het einde van het jaar. Het volume-effect werd enigszins gecompenseerd door een betere productmix, waarbij producten met hogere toegevoegde waarde - zoals voorverweerde bouwmaterialen - relatief meer inkomsten genereerden.

In Platinum Engineered Materials stegen de inkomsten op jaarbasis. De verkoop van platina-apparatuur voor gebruik in glastoepassingen bleef stijgen dankzij de groeiende vraag van klanten die de beeldschermmarkt bevoorraden. De verkoop van producten voor technische en optische glastoepassingen volgde het herstel van de globale economie. Dankzij de toegenomen activiteit in de meststoffensector in de tweede jaarhelft herstelden de inkomsten in de business line Performance Catalysts.

In Technical Materials stegen de inkomsten aanzienlijk voor alle activiteiten en de winst werd gesteund door de kostenbesparingsmaatregelen die in 2009 werden ingevoerd. De verkoop in de business line Contact Materials groeide in lijn met de hogere activiteit in de autosector en de elektriciteitsdistributie. De activiteiten in China breidden met succes hun klantenportefeuille uit en de activiteiten in de nichetoepassing spaarlampen bleven groeien. In BrazeTec vertoonde de verkoop in de meeste productsegmenten, zoals toepassingen voor elektrische apparatuur, de HVACR-sector en de werktuigenmarkt, een langzaam herstel.

In Electroplating profiteerde de verkoop van electroplatingoplossingen voor technische toepassingen van het herstel in de markt van de printplaten en de halfgeleiderpackaging. Sommige van deze toepassingen, zoals LEDs, vertonen een bijzonder sterke groei. De verkoop van electroplatingoplossingen voor decoratieve toepassingen groeide in en buiten Europa dankzij de stijgende vraag bij de eindgebruikers en de lancering van nieuwe producten zoals alternatieven voor juwelencoatings die minder rhodium verbruiken.

In Zinc Chemicals vertoonden de verkoopvolumes en de inkomsten een forse stijging op jaarbasis. De aanvoeromstandigheden voor de recyclageactiviteiten verbeterden, vooral vanuit de galvaniseerindustrie. Hoewel de volumes herstelden, woog de lagere ontvangen zinkprijs op de recyclageactiviteit. De verkoopvolumes voor fijne zinkpoeders namen fors toe, dankzij de sterk groeiende vraag in Azië, vooral voor beschermende coatings voor zeecontainers in China. De leveringen van zinkoxides namen toe op jaarbasis. De verminderde vraag naar keramische toepassingen werd ruimschoots gecompenseerd door de vraag uit andere toepassingsgebieden. In de business line Zinc Battery Materials bereikten de verkoopvolumes een historisch hoog peil.

In Element Six Abrasives (dat voor 40 % in handen is van Umicore) verbeterden de prestaties aanzienlijk ten opzichte van 2009. De olie- en gasactiviteiten profiteerden van het wereldwijde herstel in de olie- en gasboringssector in 2010. De business line Advanced Materials herstelde verder tijdens het jaar dankzij de toegenomen vraag en de kostenverminderingsmaatregelen van 2009. De verkoop van diamantgruis en de verkoop van PCBN-snijmiddelen voor precisietoepassingen groeiden fors. In de business line Hard Materials bereikten de inkomsten en de winstgevendheid recordniveaus dankzij de verbeterde productmix en de sterke vraag naar schuurmiddelen op basis van carbides.

In cijfers...

(in miljoen €)
2008 2009 2010
Omzet 1.280,2 899,4 1.296,3
Inkomsten (metaal niet inbegrepen) 483,4 404,2 446,3
Recurrente EBITDA 112,4 61,1 101,3
Recurrente EBIT 87,9 36,6 75,2
waarvan geassocieerde ondernemingen * 15,4 0,8 23,2
Totale EBIT 49,5 38,5 78,6
Recurrente operationele marge (%) 15,0 8,9 11,7
Onderzoek- & ontwikkelingskosten 15,7 11,7 16,0
Investeringen 33,5 23,9 23,9
Aangewend kapitaal, einde periode 548,6 534,1 612,5
Aangewend kapitaal, gemiddelde 590,2 533,8 589,7
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (%) 14,9 6,9 12,8
Personeelsbestand, einde periode 7.037 5.687 6.121
waarvan geassocieerde ondernemingen * 3.801 2.888 3.244

* Rezinal (Zinc Chemicals); Ieqsa (Building Products); Element Six Abrasives

Door de recente reorganisatie van de business groups, is historische informatie voor deze enkel beschikbaar voor de jaren 2008 en 2009.

65%

Europa Noord-Amerika Zuid-Amerika Azië/Oceanië Afrika

8% 5%

22%

1%

Inkomsten (metaal niet inbegrepen)

Aangewend kapitaal, gemiddeld

Omzet (per bestemming) Materiaal-efficiëntie Personeelsbestand

Recycling

Al sinds de oudheid staan metalen aan de basis van de vooruitgang van de mens. In onze recyclageactiviteit herwinnen we 20 van die metalen, waaronder goud en platina.

Hugo Morel Executive Vice-President Recycling

Recycling

Profiel

Recycling verwerkt complexe afvalstromen die edelmetalen en andere niet-ijzerhoudende metalen bevatten. De activiteit kan ongeveer 20 van die metalen recupereren uit een breed gamma aangevoerd materiaal, gaande van industriële residuen tot materialen op het einde van hun levensduur. Recycling is uniek door de waaier van materialen die het kan recycleren en de flexibiliteit van zijn activiteiten. De verwerkte materialen, die vanuit de hele wereld worden aangevoerd, zijn hoofdzakelijk afkomstig van secundaire bronnen.

De business group is onderverdeeld in vier business units: Precious Metals Refining, Battery Recycling, Jewellery & Industrial Metals en Precious Metals Management.

De materiaal-efficiëntie van de business group (gebruik van gerecycleerde en secundaire bronnen) bedraagt 80 % Deze activiteiten vormen het ultieme voorbeeld van het "Closing the loop"-concept en van het maximale gebruik van de oneindige recycleerbaarbaarheid van metalen.

Een meer gedetailleerd profiel van Recycling, alsook informatie over de duurzaamheidsaspecten zijn beschikbaar op: www.umicore.com/en/ourBusinesses/recycling/

Jaarprestaties en hoogtepunten

De inkomsten in Recycling stegen met 19 %, de recurrente EBIT klom met 66 % ten opzichte van 2009, en het rendement op aangewend kapitaal bereikte een opmerkelijk hoog niveau van bijna 65 %. De belangrijkste reden voor deze uitmuntende resultaten was de verdere verbetering van de aanvoer voor de Precious Metals Refining-activiteiten. Die verbeteringen waren merkbaar in beide aanvoercategorieën: industriële residuen en materialen op het einde van hun levensduur. Ook in Precious

Metals Management en Jewellery & Industrial Metals was er verbetering. In Battery Recycling werden verdere stappen ondernomen voor de ontwikkeling van de business. De bouw van de nieuwe UHT-fabriek in Hoboken vorderde goed en er werden bijkomende leveringsovereenkomsten afgesloten met belangrijke ondernemingen in de autosector en de sector van herlaadbare batterijen.

De investeringen bleven hoog als gevolg van de aan de gang zijnde investering in de UHTbatterijrecyclagefabriek in Hoboken.

Analyse

op schema Uitstekende ROCE van 65%

UHT investering

Sterke bevoorradingsomstandigheden

EBIT gestegen met 66%

Overzicht van de activiteiten

Precious Metals Refining zette uitstekende prestaties neer, vooral dankzij de sterke bevoorradingsmarkt. De aanvoer van residuen uit de raffinage en de mijnbouw voor nonferrometalen bleef het hele jaar door goed op peil. Umicore slaagde er ook in de aanvoerbasis verder te diversifiëren door nieuwe residustromen aan te spreken en de geografische spreiding van de basismaterialen uit te breiden. Het volume aangevoerd materiaal op het einde van haar levensduur steeg met meer dan 30 %. De aanvoer van elektronisch schroot bleef hoog en de aanvoer van industriële katalysatoren nam in de loop van het jaar toe. Door de stijging van de pgm-prijzen en het effect van de programma's voor autosloop, steeg de aanvoer van gebruikte autokatalysatoren flink op jaarbasis. De stijgende metaalprijzen droegen bij tot de prestaties; het businessmodel en de strikte controle op het bedrijfskapitaal zorgden ervoor dat het aangewende kapitaal slechts licht toenam. Dit was het geval voor edelmetalen en verschillende speciale metalen zoals selenium, indium, nikkel en ruthenium. Hoewel de metaalprijzen op de spotmarkt bleven stijgen in de tweede helft van het jaar, droegen ze slechts gedeeltelijk bij tot het resultaat van de business unit omdat Umicore al een significant gedeelte van de metaalprijscomponent in haar winsten en kasstromen had ingedekt via langetermijncontracten. De activiteit blijft dergelijke contracten afsluiten. Einde 2010 dekten ze een groot gedeelte van de contracten voor 2011 en er werden al contracten afgesloten voor 2012 en in mindere mate voor 2013. Dit is voornamelijk het geval voor goud, zilver, platina en palladium.

Precious Metals Management presteerde sterk. In de meeste industriële sectoren klom de vraag naar fysieke edele metalen aanzienlijk, met een verhoogde activiteit in fysieke verkopen, aankopen en leases tot gevolg. Toegenomen prijsvolatiliteit op de metaalmarkten en wereldwijd hogere prijzen droegen eveneens bij tot de verbeterde prestaties. De verkoop van zilverstaven voor beleggers steeg fors ten opzichte van 2009. De verkoop van goudstaven bleef hoog, maar haalde niet het recordniveau van 2009.

In Battery Recycling vorderde de bouw van de nieuwe batterijrecyclagefabriek in Hoboken zoals gepland. De leveringen van gebruikte herlaadbare batterijen uit draagbare elektronische apparaten bleef stijgen en ook de hoeveelheid schroot van producenten van lithium-ion batterijen nam toe. Umicore versterkte haar samenwerking met autofabrikanten, onderzoeksinstellingen en batterijproducenten voor de verdere ontwikkeling en optimalisering van de inzamelings- en recyclageprocessen voor batterijen van hybride elektrische voertuigen ((H)EV). Een centrum voor de ontmanteling van deze grotere batterijen, dat in het raam van deze partnerschappen werd opgericht, opende in Hanau, Duitsland, gedurende het jaar.

De inkomsten van Jewellery & Industrial Metals bleven stijgen in haar belangrijkste markten in Europa en Azië. De prestaties van de recyclageactiviteiten bereikten een historisch hoog niveau dankzij de sterke vraag naar goudrecyclage en de toenemende aanvoer van schroot uit verschillende sectoren. Er was een sterke vraag naar gerenommeerde merken in het luxedeel van de juwelen- en lifestylesector. Dit had een bijzonder positieve impact op de verkoop van platinahoudende producten in de Umicore's business line Jewellery. De verkoop van producten voor de fantasiejuwelenmarkt was gematigder. De markt voor zilverhoudende industriële metalen verbeterde eveneens, vooral voor chemische katalysetoepassingen, machinecoatings en gespecialiseerde producten voor precisietoepassingen. De leveringen van muntschijfjes lagen lager dan in 2009 maar bleven boven het historische gemiddelde.

In cijfers...

(in miljoen €)
2008 2009 2010
Omzet 4.788,0 4.323,0 6.120,9
Inkomsten (metaal niet inbegrepen) 508,2 426,7 506,1
Recurrente EBITDA 237,0 158,2 236,7
Recurrente EBIT 201,5 117,7 195,5
Totale EBIT 198,6 109,8 182,2
Recurrente operationele marge (%) 39,7 27,6 38,6
Onderzoek- & ontwikkelingskosten 5,1 8,9 6,0
Investeringen 66,1 54,9 50,3
Aangewend kapitaal, einde periode 319,1 273,8 421,0
Aangewend kapitaal, gemiddelde 274,2 288,6 301,8
Rendement op aangewend kapitaal (ROCE) (%) 73,5 40,8 64,8
Personeelsbestand, einde periode 2.193 2.162 2.168

Door de recente reorganisatie van de business groups, is historische informatie voor deze enkel beschikbaar voor de jaren 2008 en 2009.

Omzet (per bestemming, exclusief Precious Personeelsbestand Metals Management)

Materiaal-efficiëntie

Aangewend kapitaal, gemiddeld

Milieuverslag

Leefmilieuprestaties dekken meerdere aspecten: van materiaalefficiëntie, vermindering van emissies en afvalbeheer tot onderzoek op de levenscyclus van producten.

Samen leven

…the Umicore way

Sinds 2000 legt Umicore vijfjaarlijkse doelstellingen vast om haar milieuprestaties te verbeteren. Umicore is er immers van overtuigd dat succes ook afgerekend moet worden op de bredere milieuimpact van haar activiteiten en producten, alsook met de behoeften van de toekomstige generaties. Deze doelstellingen vormen – samen met een parallel geheel van sociale doelstellingen die in 2005 werden geïntroduceerd – de hoeksteen van de duurzaamheidsstrategie van Umicore. Op basis van een aantal prestatieindicatoren wordt de vooruitgang in het bereiken van deze doelstellingen elk jaar geanalyseerd, gerapporteerd en worden er acties ondernomen.

In 2004 legde Umicore de principes van haar strategie voor duurzame ontwikkeling vast in "The Umicore Way", een baken voor de Groep op weg naar een duurzame toekomst.

Emissiebeheer, zowel voor metalen als voor broeikasgassen, is een belangrijk onderdeel van Umicore's inspanningen op het vlak van milieubeheer.

Analyse van de milieuprestaties van de Groep

Bereik

Dit hoofdstuk geeft een evaluatie van de milieuprestaties van Umicore voor 2010 in vergelijking met 2009. De analyse spitst zich toe op de belangrijke milieu-aspecten die grotendeels de basis vormen voor de milieudoelstellingen voor de periode 2006-2010 (zie pagina's 45-49).

Enkel de gegevens van geconsolideerde vestigingen waarover Umicore operationele controle heeft, zijn in dit verslag opgenomen. Het energieverbruik van twee hoofdkantoren (Brussel en Bagnolet) werd eveneens gerapporteerd. Het totale aantal rapporterende sites in 2010 bedroeg 66.

Het huidige rapporteringssysteem van Umicore vereist dat de meeste sites hun milieuprestaties rapporteren op het einde van het derde kwartaal, samen met schattingen voor het vierde kwartaal.

De vier sites met de grootste milieu-impact (op basis van de indicatoren voor metaalemissie, energieverbruik en emissie van broeikasgassen) hebben hun cijfers voor het volledige jaar gerapporteerd. Voor 2010 waren dat de sites in Hoboken, Changsha, Hanau en Olen. Een gevoeligheidsanalyse voor twee indicatoren (metaalemissies naar water en energieverbruik) in 2010 toont aan dat de potentiële afwijking van de milieuprestaties minder dan 2 % zou bedragen in geval van een fout ten belope van 20 % in de voorspelde gegevens.

Umicore gebruikt een centrale databank voor milieugegevens waar alle vestigingen hun gegevens inbrengen, wat een consistente interpretatie van de definities van de kernindicatoren verzekert.

Meer informatie over de milieubeheerstrategie van Umicore is beschikbaar op http://www.umicore.com/sustainability/ environment/Approach/. De kernindicatoren worden samengevat weergegeven in de tabel op pagina 43. Als gevolg van de verbeterde dataverwerking en meer accurate staalnames in bepaalde sites werden enkele prestatiegegevens voor 2009 licht aangepast.

Materiaalefficiëntie en -recyclage

De recyclage van metaalhoudende materialen is één van de hoofdactiviteiten van Umicore. Om dit aspect te kunnen meten, rapporteert het bedrijf over de zogenaamde 'materiaalefficiëntie en recyclagecapaciteiten' waarbij elke business unit de oorsprong van de door haar gebruikte materialen opgeeft en dit op basis van de volgende definities:

  • Primaire grondstoffen: materialen die voor het eerst worden gebruikt. Het gaat voornamelijk om ertsen en concentraten.

  • Secundaire grondstoffen: bijproducten van primaire materiaalstromen.

  • Recyclagematerialen: materialen die het einde van hun eerste levenscyclus hebben bereikt en na recyclage aan een 2de, 3de (…) leven zullen beginnen.

Als de oorsprong van de materialen niet gekend is, worden ze standaard als primaire materialen beschouwd. De ingezamelde gegevens worden uitgedrukt in totaal aantal ton van het gebruikte materiaal. In 2010 was 46 % van de gebruikte materialen van Umicore van primaire oorsprong in vergelijking met 41 % in 2009. 54 % van de gebruikte materialen waren gerecycleerde of secundaire materialen ten opzichte van 59 % in 2009 (figuur 1).

Waterverbruik

Het totale waterverbruik omvat het gebruik van water voor proces- en sanitaire doeleinden. Het totale waterverbruik daalde licht van 4.670.000 m³ in 2009 tot 4.617.000 m³ in 2010, een daling van ongeveer 1,5 %, en dit ondanks een stijging van de bedrijfsactiviteit.

De hogere productievolumes verklaren de lichte toename van het waterverbruik in de segmenten Catalysis en Performance Materials.

De sluiting van de oude elektriciteitscentrale en de ingebruikname van de warmtekrachtkoppelingsinstallatie op de site in Olen (Cobalt & Specialty Materials, Electro-Optic Materials) resulteerde in een verminderd waterverbruik, ondanks de hogere productievolumes.

Door de meer regenval in de zomer was er op de site van Hoboken (Precious Metal Refining) minder sproeiwater nodig.

Energieverbruik

Voor een gedetailleerde analyse van het energieverbruik van Umicore, wordt informatie verzameld over alle relevante energiedragers. Dit omvat gegevens over elektriciteit, stookolie, aardgas, vloeibaar propaangas (LPG), steenkool en gegevens over de energie-inhoud van de aangekochte perslucht en -stoom. Het energieverbruik van twee hoofdkantoren (Brussel en Bagnolet) werd eveneens gerapporteerd. De energiegegevens voor de sites slaan zowel op consumptie voor eigen gebruik als voor gebruik door derden. Bijvoorbeeld, de sites in Olen (Cobalt & Specialty Materials en Electro-Optic Materials) en Eijsden (Zinc Chemicals) leveren beide energie aan ondernemingen op naburige sites.

In 2010 bedroeg het totale energieverbruik van de productiesites 7.577 terajoules, een stijging van 4% in vergelijking met 7.293 terajoules in 2009. Het energieverbruik van de kantoorgebouwen bedroeg 10 terajoules.

De sterkste stijging van het energieverbruik werd genoteerd in het business segment Performance Materials als gevolg van de grotere geproduceerde hoeveelheid zink.

De toename in het business segment Energy Materials is hoofdzakelijk te wijten aan de nieuwe activiteiten in Jiangmen (Cobalt & Specialty Materials) en Quapaw (Electro-Optic Materials).

De site in Hoboken (Precious Metal Refining) kon zijn energieverbruik verminderen omdat er in het proces minder steenkool wordt gebruikt. De globale stijging van het energieverbruik voor het business segment Recycling is te wijten aan de verhoogde activiteit in verschillende van haar sites en de nieuwe activiteit in Foshan (Jewellery & Industrial Metals).

Het indirecte energieverbruik van primaire energiebronnen (aangekochte elektriciteit, stoom en perslucht) voor zowel productiesites als kantoorgebouwen bedroeg 2.743 terajoules. Het directe energieverbruik van primaire energiebronnen (benzine, gas, olie, aardgas, lpg, steenkool en cokes) bedroeg 4.844 terajoules.

Afval

Elke Umicore-vestiging dient apart over respectievelijk gevaarlijk en ongevaarlijk afval te rapporteren, zoals voorgeschreven door de lokale wetgeving. Onderstaande gegevens hebben geen betrekking op de uitgegraven vervuilde bodem afkomstig van de verschillende saneringsprojecten. De hoeveelheid gevaarlijk afval steeg van 34.555 ton in 2009 tot 38.533 ton in 2010 (figuur 4). De totale afvalvolumes stegen van 54.300 ton naar 64.191 ton.

De business segmenten Catalysis en Performance Materials rapporteerden hogere volumes gevaarlijk afval als gevolg van de hogere productievolumes. Het gebruik van bepaalde magnesiumhoudende grondstoffen verhoogde de productie van afvalwaterslib in Olen (Cobalt & specialty Materials).

FIGUUR 2

FIGUUR 3 Energieverbruik (in TJ)

vanwege de slechte kwaliteit van de slibkoek. FIGUUR 4

Het volume gevaarlijk afval op de site in Hoboken (Precious Metal Refining) nam toe omdat er meer rookstof werd gegenereerd en

Totaal geproduceerd afval (in ton)

Het totale recyclagepercentage voor gevaarlijk afval voor de Groep bedroeg 7,75 % tegenover 6,47 % in 2009. De reden voor deze toename zijn de grotere hoeveelheden gerecycleerde teerkool op de site in Changsha (Zinc Chemicals).

Het volume ongevaarlijk afval steeg van 19.745 ton in 2009 tot 25.658 ton in 2010, vooral als gevolg van het hogere volume sinters in de site van Eijsden (Zinc Chemicals) en de grotere hoeveelheden hout en ijzerschroot in de site in Hoboken (Precious Metal Recycling).

In totaal werd 59 % van het ongevaarlijke afval gerecycleerd in 2010, tegenover 62 % in 2009.

Emissies naar water en lucht

De prestatiegegevens over de indicatoren 'metaalemissies naar water en lucht' werden hoofdzakelijk verkregen via toezicht op de naleving ervan.

Emissies naar oppervlaktewater

In 2010 bedroegen de totale metaalemissies naar water 6.440 kg in 2010, ten opzichte van 5.389 kg in 2009 (figuur 5).

Alle wateremissies afkomstig van processen worden behandeld in de waterzuiveringsinstallaties van Umicore en derde partijen en uiteindelijk in oppervlaktewateren geloosd.

De metaalemissies naar water daalden in het business segment Energy Materials dankzij een bijkomende decantatiestap in het waterzuiveringsstation in Olen (Cobalt & Specialty Materials and Electro-Optic Materials).

In het business segment Performance Materials stegen de metaalemissies naar water in Changsha (Zinc Chemicals) door de hogere productie, terwijl de site in Angleur (Zinc Chemicals) een meer accurate methode voor staalname implementeerde. Om accurate emissiedata te garanderen, implementeerde de site in Auby (Building Products) in 2010 een uitgebreid monitoringprogramma (zie 'Verslag aan de aandeelhouders en de samenleving 2009', pagina 41).

De toename van de metaalemissies naar water in het business segment Recycling was te wijten aan de hogere productie van selenium en het pletten van selenium- en telluriumslakken.

In 2010 werd in totaal 258.309 kg "chemical oxygen demand" (COD, of chemisch zuurstofverbruik) geloosd (gegevens niet in de overzichtstabel opgenomen) tegenover 235.266 kg in 2009.

Emissies naar lucht

In 2010 bedroegen de totale metaalemissies naar lucht 11.068 kg, tegenover 10.374 kg het vorige jaar (figuur 6), een stijging van bijna 7 %.

Het business segment Energy Materials noteerde een daling, hoofdzakelijk als gevolg van de lagere activiteit in de oudere productielijnen in Cheonan (Cobalt & Specialty Materials).

De hogere volumes metaalemissies naar lucht in het business segment Performance Materials zijn het resultaat van de hogere productievolumes op de sites in Changsha en Tottenham. Een meer accurate methode voor staalname op de site in Heusden-Zolder en een lek in de zakfilters in Pasir Judang Johor leidden eveneens tot hogere metaalemissies naar lucht. De site in Sancoale kon haar emissies naar lucht verminderen dankzij een betere controle van het productieproces (alle sites maken deel uit van Zinc Chemicals).

Metaalemissies naar water (in kg)

FIGUUR 5

FIGUUR 6 Metaalemissies naar lucht (in kg)

FIGUUR 7 CO2 emissies (in ton)

De site in Bangkok (Jewellery & Industrial Metals) rapporteerde een vermindering van metaalemissies naar lucht als gevolg van een wijziging in de mix van inkomende materialen.

De SOx -emissies naar lucht stegen van 408 ton in 2009 tot 468 ton in 2010. De NOx -emissies stegen van 369 ton tot 426 ton in 2010 (zie overzichtstabel).

Omdat bepaalde sites de definitie van vluchtige organische stoffen (VOC) anders interpreteren, kan er geen globaal cijfer worden gegeven. Het business segment Catalysis heeft zijn VOCemissies echter beoordeeld op basis van de volumes gebruikte grondstoffen. De totale VOC-emissie, uitgedrukt in koolstofinhoud, voor 2010 bedraagt 34.894 kg tegenover 24.670 kg in 2009. Deze stijging werd veroorzaakt door een wijziging in de technologieportfolio.

De sites moeten verslag uitbrengen over de emissies van ozonafbrekende stoffen (ODS). Het algemene cijfer is laag en daarom wordt dit niet van belang beschouwd voor de onderneming. Alle sites rapporteerden dat het type koelmiddel dat in de airconditioningsystemen wordt gebruikt, voldoet aan de lokale wetgeving.

Broeikasgassen

De gegevens over de broeikasgassen slaan op de emissies van productiesites in het kader van bereik 1 (directe broeikasgasemissies) en bereik 2 (indirecte emissies van aangekochte elektriciteit, stoom en perslucht) volgens het Broeikasprotocol voor elektriciteit, de Belgische EPI 2003 (interne studie van Umicore) en conversiefactoren die de sites ontvangen van de energieleveranciers. Umicore zal deze factoren evalueren binnen de context van de doelstelling voor het verminderen van de koolstofafdruk van de Groep (zie pagina's 9-11). De totale CO2 -

emissies van de productiesites bedroegen 531.279 ton in 2010, ten opzichte van 511.783 ton in 2009 (figuur 7), een stijging van 4 %, wat minder is dan de stijging in bedrijfsactiviteit. De CO2 emissies van de kantoorgebouwen bedroegen 546 ton.

Verschillende sites slaagden erin hun CO2 -emissies te verminderen door specifieke acties. De site in Rheinfelden (Catalysis) beschikt nu over een meer stabiel productieproces dan in 2009 en schakelde over van stoom naar aardgas voor de verwarming. De site in Burlington (Catalysis) voerde een aantal procesaanpassingen uit en installeerde energiezuinige apparatuur die de hoeveelheid verbruikte energie per geproduceerde eenheid verlaagde.

Op het einde van 2009 startte de site in Olen (Cobalt & Specialty Materials, Electro-Optic Materials) een nieuwe warmtekrachtkoppelingscentrale op die de emissies van broeikasgassen vermindert ten opzichte van de emissies van de oude centrale. Ondanks de hogere productievolumes daalden de totale broeikasgasemissies van de site met 9 % van 93.901 ton in 2009 tot 85.589 ton in 2010.

De vermindering in het business segment Recycling is te danken aan de lagere volumes steenkool die in het productieproces op de site in Hoboken werden gebruikt.

De emissies van CH4 bedroegen 23,10 ton CO2 equivalenten en die van N2 O 11.368 ton CO2 equivalenten. Het totale globale opwarmingspotentieel (gebaseerd op de drie relevante broeikasgassen: CO2 , CH4 en N2 O) steeg van 529.628 ton CO2 equivalenten in 2009 tot 543.216 ton CO2 -equivalenten in 2010.

Naleving van de wetgeving

In 2010 werden in totaal ongeveer 61.500 milieumetingen uitgevoerd op alle industriële sites van Umicore ten opzichte van ongeveer 58.000 in 2009. Deze metingen hebben tot doel te controleren of de plaatselijke wettelijke vereisten, vergunningen en/of lokale normen op het gebied van milieu worden nageleefd. Deze metingen omvatten meestal een bemonstering van het afvalwater en de monitoring van de omgevingslucht, maar ook geluidsmetingen in de omgeving van de sites. Het aandeel van de metingen dat niet aan de wettelijke vereisten of de vergunningen voldeed, bedroeg 1,43% tegenover 1,05% in 2009.

In het business segment Performance Materials lag het aantal metingen dat niet aan de vereisten voldeed hoger vanwege de hogere temperatuur van het geloosde koelwater op de site in Angleur (Zinc Chemicals) en de hogere volumes geloosd water op de site in Viviez (Building Products). De site in Glens Falls (Technical Materials) telde een hoger aantal metingen van wateremissies die de drempelwaarden overschreden. Op deze site wordt in het eerste kwartaal van 2010 een nieuw waterzuiveringsstation in gebruik genomen.

Performance
Bedrijfssegment Catalysis Energy Materials Materials Recycling Umicore Group
2009 2010 2009 2010 2009 2010 2009 2010 2009 2010
Waterconsumptie 1.000 m³ 2.093 2.054 327 359 1.587 1.531 662 673 4.670 4.617
Enegieconsumptie terajoules 2.506 2.582 728 784 2.596 2.432 1.454 1.779 7.284 7.577
Totale afvalproductie ton 21.830 24.928 3.115 3.292 16.985 21.168 12.370 14.803 54.300 64.191
Gevaarlijk afval ton 16.529 17.207 961 1.236 12.679 15.767 4.386 4.323 34.555 38.533
Recyclage % 3,10 4,09 21,69 46,68 7,85 6,45 11,84 15,91 6,47 7,75
Ongevaarlijk afval ton 5.301 7.721 2.155 2.056 4.306 5.401 7.983 10.481 19.745 25.658
Recyclage % 40,46 26,77 61,09 45,84 84,18 84,48 65,28 72,96 62,28 59,31
Metaaluitstoot naar
water
kg 1.360 922 33 48 2.673 3.296 1.773 2.174 5.839 6.440
Metaaluitstoot naar
lucht
kg 825 627 151 121 1.657 1.538 7.741 8.781 10.374 11.068
SOx
emissies
ton 18 7 2 2 328 315 61 145 408 468
NOx
emissies
ton 118 111 72 129 150 117 30 69 369 426
CO2
emissies
ton 138.771 140.734 69.921 78.816 191.794 172.124 111.296 139.605 511.783 531.279
Nalevingsoverschrijdings
percentage
% 0,47 0,51 0,31 0,27 0,67 0,61 2,85 3,94 1,05 1,43

Biodiversiteit

Umicore meent dat haar huidige activiteiten een geringe nadelige invloed hebben op de biodiversiteit van de omgeving rondom de vestigingen. Verder worden de historische vervuilingen als gevolg van activiteiten in het verleden aangepakt met specifieke projecten voor bodem- en grondwatersanering (zie pagina's 50-51).

Acht sites rapporteerden dat ze actief zijn in de buurt van een gebied dat geklasseerd is als kwetsbaar gebied voor biodiversiteit, twee sites rapporteerden hun biodiversiteitsgevoeligheid op basis van hun milieueffectenbeoordeling. Deze situatie is niet veranderd ten opzichte van 2009.

Het beleid van Umicore bepaalt dat er bij alle belangrijke investeringen, overnames en transfers van gronden een gedetailleerde milieueffectenanalyse wordt uitgevoerd.

Algemene conclusies

In 2010 nam de milieu-impact van Umicore licht toe ten opzichte van 2009. Hoewel de hogere productie als gevolg van de verbeterde economische omstandigheden de hoofdreden is voor deze stijging, was de milieu-impact nog steeds aanzienlijk lager dan de niveaus van voor de crisis, met gelijkaardige productieniveaus en inkomsten (zie 'Verslag aan de aandeelhouders en de samenleving', 2007 & 2008). Dat bewijst dat Umicore op verschillende sites duurzame maatregelen kon implementeren om de milieu-impact per operationele outputeenheid te verminderen.

Umicore bereikte een hoge voltooiingsgraad voor haar milieudoelstellingen en maakte verdere vorderingen in de sanering van de omgeving.

Milieudoelstellingen van de Groep 2006-2010

Bereik

In 2010 eindigde de vijf-jarige cyclus van milieu- en sociale doelstellingen die in 2006 begon. Voor de volgende periode van vijf jaar 2011 – 2015 werden er een nieuwe reeks doelstellingen bepaald, die beschreven worden op de pagina's 8-11.

Alle doelstellingen van Umicore zijn in lijn met de overkoepelende bedrijfsfilosofie zoals die beschreven wordt in 'The Umicore Way', en weerspiegelen het engagement van het bedrijf aan om verder vooruitgang te maken in haar duurzame ontwikkelingsaanpak. In dit hoofdstuk bespreken we de eindstatus die voor de vijf doelstellingen werd bereikt in 2010 en geven we een overzicht op pagina's 61-67. U vindt ook een overzicht van de resultaten van alle doelstellingen op pagina's 74-75.

De milieudoelstellingen bevorderen de continue verbetering van de milieuprestaties van het bedrijf voor de aspecten die in het bijzonder relevant voor de Groep worden beschouwd. Aangezien deze doelstellingen voortbouwen op wat de afgelopen jaren al werd bereikt, bieden ze de sites de nodige flexibiliteit om volgens hun eigen ritme aan de globale doelstellingen bij te dragen. Binnen die context vormen ze een aanvulling op de acties die veel sites in het raam van hun milieubeheer al hebben ondernomen.

Om een voldoende vooruitgang en een goed begrip van de doelstellingen te garanderen, organiseert Corporate EHS jaarlijkse workshops in verschillende regio's om de actieplannen te bespreken, de jaarlijkse vooruitgang te beoordelen en ervoor te zorgen dat de milieumanagers van de verschillende sites de beste praktijken met elkaar delen.

Dit overzicht is gebaseerd op informatie die werd verzameld met behulp van het online milieudatabeheerssysteem van de Groep. De externe auditor, ERM Certification and Verification Services Limited (ERM CVS), heeft de rapporten die de sites hebben ingediend beoordeeld en heeft de gegevens gecontroleerd door on-site dataverificatie-audits in 9 sites die in het raam van het globale dataverificatieproces uitgevoerd werden. Tijdens drie zelfevaluaties heeft Umicore dezelfde benadering gehanteerd. In totaal zijn 64 industriële sites en twee kantoorgebouwen in deze evaluatie opgenomen. Dit brengt het totaal op 66 sites. Dat is een site meer dan in 2009 als gevolg van de toevoeging van de sites in Jiangmen (Cobalt & Specialty Materials) en Foshan (Jewellery & Industrial Metals) en de sluiting van de site in Nürnberg (Building Products).

De doelstellingen 1, 2 en 3 hebben betrekking op alle 64 industriële vestigingen, terwijl voor doelstelling 4 – energieefficiëntie – ook de twee grotere kantoorgebouwen betrokken worden (Brussel en Bagnolet). Doelstelling 5 met betrekking tot productveiligheid wordt door de business units gerapporteerd.

In de tabellen wordt de status gerapporteerd als een percentage van het totale aantal vestigingen, met vermelding of de doelstellingen werden gehaald, de acties nog in uitvoering zijn, of nog niet werden opgestart:

  • doelstelling bereikt: alle vereisten voor de doelstelling werden bereikt.

  • acties lopende: acties werden gelanceerd voor een van de doelstellingen.

  • nog geen acties ondernomen: voor geen enkel element van de doelstelling werden acties ondernomen.

DOELSTELLING 1 Alle industriële vestigingen moeten plannen opstellen en uitvoeren om hun milieuprestaties inzake procesemissies naar water en lucht vanuit puntbronnen te verbeteren en dit volgens het BBT principe ("best beschikbare technologieën die een evenwicht nastreven tussen de kosten voor het bedrijf en de baten voor het leefmilieu"). Voor de vestigingen met metaalemissies naar lucht en water van meer dan 1 ton per jaar is een gekwantificeerde doelstelling op basis van BBT vereist. Waar nodig moeten de industriële vestigingen bewijzen dat de controle van diffuse bronnen permanent wordt verbeterd.

Deze doelstelling beoogt een systematische aanpak van het emissiebeheer in alle vestigingen van Umicore, en dit rekening houdend met sociale en economische factoren.

Op het einde van 2010 beschikte 91 % van de sites over een plan dat voldeed aan alle vereisten van de doelstelling om het beheer en de controle van de emissies naar zowel water als lucht te controleren en te beheren, ten opzichte van 86 % in 2009. Nog eens 6% van de sites is momenteel een dergelijk plan aan het implementeren (figuur 6), terwijl 3 % nog moet beginnen. Deze sites werden na de start van de doelstellingencyclus in 2006 overgenomen en hadden dus minder tijd om hun emissieplannen op te stellen.

In 92% van de sites werden verbeteringsplannen voor de emissies naar lucht geïmplementeerd, ten opzichte van 90 % vorig jaar. Eenennegentig procent van de sites beschikt al over een verbeteringsplan voor emissies naar water, ten opzichte van 90 % in 2009 (figuur 1).

Naast de noodzakelijke maatregelen die werden geïmplementeerd om conformiteit met de wetgeving te garanderen, beschikken verschillende sites over plannen om de inventaris van hun emissiepunten regelmatig te controleren, de nieuwste technologie op te volgen en meer accurate programma's voor het nemen van water- en luchtstalen te ontwikkelen. Deze plannen stellen de sites in staat om mogelijke acties te identificeren om de controle van hun emissies naar het milieu te verbeteren. Deze plannen zijn vaak in het milieubeheersysteem van de site geïntegreerd.

FIGUUR 1

Verbeteringsplannen emissies naar lucht en water (in % van het totale aantal vestigingen)

Naast emissies van puntbronnen, zoals schoorstenen en afzuigsystemen, zijn er in sommige sites ook diffuse emissies naar lucht aanwezig, bijvoorbeeld afkomstig van stof van de opslag van materialen in open lucht. In totaal rapporteerden 24 sites dat diffuse bronnen relevant zijn voor hen, ten opzichte van 20 in 2009. Deze stijging is het gevolg van een meer gedetailleerde analyse op de sites in Brugge en Subic (Cobalt & Specialty Materials) en Overpelt (Zinc Chemicals) en een nieuwe activiteit op de site in Maxton (Precious Metals Refining). Van de 24 sites beschikken er 16 al over een controleprogramma. In 6 gevallen wordt het programma nog ontwikkeld. De nieuwe site in Sancoale, India (Zinc Chemicals), moet dit programma nog opstellen. De programma's die werden geïnstalleerd, omvatten maatregelen zoals het regelmatig reinigen en besproeien van de wegen, verbeterde ventilatietechnieken voor gebouwen en het afdekken van bulkmaterialen die buite worden bewaard.

Status

91% voltooid

Vijftien sites hebben kwantitatieve doelstellingen bepaald voor de vermindering van de emissies naar lucht, inclusief de vier sites waarvan de emissies 1 ton metaal overschreden, zoals bepaald in de doelstelling. Vijftien sites bepaalden doelstellingen voor het verminderen van de emissies naar water terwijl slechts drie sites de drempel van 1 ton hebben overschreden.

Het is onmogelijk gebleken deze kwantitatieve doelstellingen te agregeren op Groepsniveau (absolute verminderingsdoelstellingen, doelstellingen per productie-eenheid, doelstellingen uitgedrukt als concentratie-eenheid, enz.).

Tot besluit kan er gesteld worden dat de grote meerderheid van de sites over een plan voor de systematische vermindering van de emissies beschikt. De sites die deze plannen nog implementeren, zijn sites waar de activiteiten zijn gestart na het begin van deze doelstellingencyclus in 2006 en die bijgevolg meer tijd nodig hebben om hun plannen te ontwikkelen. Deze doelstelling heeft duidelijk op alle sites eenzelfde bewustzijn gecreëerd voor een milieuaspect dat van essentieel belang is voor Umicore. Het objectief legt ook de basis voor een verdere kwantitatieve vermindering van de emissies. Daarom heeft Umicore een kwantitatieve doelstelling bepaald voor de volgende vijf jaar, namelijk het verminderen van de metaalemissies naar lucht en water met 20 % (zie pagina 's 9-11).

DOELSTELLING 2 Alle industriële vestigingen implementeren een onafhankelijk gecertificeerd milieubeheersysteem.

Alle vestigingen dienen de geldende wetten, reglementen en de bedrijfsnormen na te leven en hun prestaties in dit opzicht regelmatig op te volgen.

Umicore is ervan overtuigd dat het implementeren en het onderhouden van een gecertificeerd milieubeheersysteem de continue verbetering van de milieuprestaties van de site sterk bevordert. Ook wetgevers, klanten, aandeelhouders, ngo's en het brede publiek beschouwen gestandaardiseerde milieubeheersystemen steeds meer als een onderdeel van een goede bedrijfsvoering en managementpraktijk.

Zes sites dienen geen gecertificeerd beheerssysteem te installeren. Dat is gebaseerd op een strikte procedure die bevestigt dat deze sites geen significante milieu-impact hebben en dus geen substantiele verbetering kunnen beogen bij de installatie van een dergelijk systeem.

In 2010 beschikte 86 % van de resterende 58 industriële sites over een ISO 14001-gecertificeerd milieubeheersysteem. Twaalf procent bevindt zich nog in de implementatiefase en één site is nog niet met de implementatie van het milieubeheerssysteem gestart. De oorzaak van deze vertraging is dat deze sites door Umicore werden overgenomen na de introductie van de doelstellingen in 2006. Alle grote sites met een significante milieu-impact beschikken al vele jaren over een ISO 14001-certificering.

Tweeënnegentig procent van de industriële sites beschikken over een intern programma om de naleving van nieuwe wettelijke vereisten systematisch te controleren en door te voeren (figuur 2) ten opzichte van 81 % het vorige jaar. Interne audits vormen de hoeksteen van deze programma's. De follow-up van relevante nieuwe of aangekondigde milieuwetgeving wordt vaak ondersteund met abonnementen op online issue trackers en nieuwsbrieven en met lidmaatschap van sectorfederaties.

De implementatie van een extern gecertificeerd milieubeheerssysteem was voor alle sites een uitstekende stimulans om hun milieu-aspecten en -impact op een meer systematische manier te evalueren en te updaten. De ISO 14001-certificering is een standaardvereiste geworden in het milieubeheersysteem van de Groep en is bijgevolg geen specifieke doelstelling meer voor de periode 2011-2015.

FIGUUR 2 Milieubeheersystemen en programma's voor naleving van de wetgeving (in % van het totale aantal vestigingen)

DOELSTELLING 3 Alle industriële vestigingen dienen de aard, de omvang en het risico van de impact van hun huidige en vroegere activiteiten op de bodem en het grondwater in te schatten. Vestigingen waar ernstige risico's werden vastgesteld, dienen voor het einde van 2010 saneringsmaatregelen te initiëren.

'The Umicore Way' stelt duidelijk dat het bedrijf "actief bijdraagt aan het beheren en oplossen van risico's die het gevolg zijn van operaties uit het verleden". Deze doelstelling werd geformuleerd om een beter inzicht te krijgen in de historische risico's van bestaande vestigingen, alsook het verminderen van de daaraan gekoppelde financiële risico's.

Dit engagement heeft al geleid tot risico- en impactbeoordelingsprojecten en saneringen in belangrijke vestigingen in gans de wereld (zie pagina's 50-51). Het beleid van Umicore vereist dat vandaag de dag in alle "due diligence" processen verbonden aan eender welk overnameproject een bodem- en grondwateronderzoek wordt geïntegreerd.

FIGUUR 3

Risicobeoordelingsplannen bodem en grondwater (in % van het totale aantal vestigingen)

Op het einde van 2010 beschikte 96 % van de sites al over een evaluatieprogramma in lijn met de vereisten van de doelstelling, ten opzichte van 73 % in 2009. De sites in Auby en Gätterstadt (beide in Building Products) zullen hun impactbeoordeling voltooien in 2011. Samen met externe specialisten evalueert Umicore deze bodem- en grondwatertesten om na te gaan of bijkomende saneringsprojecten noodzakelijk zijn.

Umicore heeft de voorbije vijf jaar aanzienlijke vooruitgang geboekt voor de doelstelling 'beoordeling van bodem- en grondwatercontaminatie'. Dat heeft geleid tot een volledige inventaris van de bodem- en grondwateromstandigheden van alle sites. Tegelijk dienen de sites maatregelen te nemen in geval van belangrijke lekken en/of contaminatie. Deze vereiste maakt nu standaard deel uit van het milieubeheersysteem van de Groep en wordt daarom niet meer als afzonderlijke doelstelling in de volgende cyclus opgenomen.

DOELSTELLING 4 Alle vestigingen (ook de kantoorgebouwen) moeten een energieefficiëntieplan laten goedkeuren en invoeren. Voor vestigingen met een energieverbruik van meer dan 75.000 gigajoules per jaar is een gekwantificeerde doelstelling op basis van BBT ("best beschikbare technologieën die een evenwicht nastreven tussen de kosten voor het bedrijf en de baten voor het leefmilieu") vereist.

Het bereik van deze doelstelling heeft betrekking op alle industriële vestigingen alsook de twee belangrijkste kantoorgebouwen in Brussel en Bagnolet (Parijs). Zesentachtig procent van de sites beschikt over een energie-efficiëntieplan, in vergelijking met 75 % in 2009. Verder wordt op 12 % van de sites een dergelijk plan momenteel geïmplementeerd (figuur 4). Alleen de site in Foshan (Jewellery & Industrial Metals) moet zijn energie-efficiëntieplan nog implementeren omdat de productie pas in 2008 operationeel werd.

FIGUUR 4

Energie-efficiëntieplannen (in % van het totale aantal vestigingen)

De belangrijke componenten van deze plannen gaan van energieaudits om het energieverbruik gedetailleerd te analyseren, identificatie van de belangrijke energieverbruikers op de site, het definiëren van een relevante outputmeting, procesoptimalisatie, het integreren van energie-efficiëntie in bouwprojecten en de opvolging van de best beschikbare technologie alsook minder complexe maatregelen zoals verlichting met spaarlampen en programma's om medewerkers te sensibiliseren.

Tweeëntwintig sites hebben nu een gekwantificeerde doelstelling vastgelegd om hun energie-efficiëntie te verbeteren, terwijl slechts 17 vestigingen meer dan 75.000 gigajoules aan energie verbruikten (ref. 2006). Deze doelstellingen zijn geformuleerd in verschillende 'outputmetingen' (bv. energieverbruik per stuk of energieverbruik per geproduceerde ton) naargelang van het type activiteit en worden in de vestigingen opgevolgd. Het bedrijf heeft onderzocht om een unieke 'unit of operation' te definiëren per business segment, maar door de uiteenlopende aard van de activiteiten in de Groep is dat niet mogelijk gebleken.

Tot besluit kunnen we zeggen dat de implementatie van energieefficiëntieplannen in alle sites erg complex bleek voor bepaalde industriële bedrijfsactiviteiten. In een aantal gevallen is het moeilijk gebleken het energieverbruik gedetailleerd in kaart te brengen en, belangrijker nog, om de noodzakelijke acties te ontwikkelen met als doel de energie-efficiëntie te verbeteren. Op veel kleinere sites heeft deze doelstelling de medewerkers duidelijk meer bewust gemaakt van het belang van energieefficiëntie. Net als voor metaalemissies omvatten de Vision 2015 objectieven een ambitieuse kwantitatieve verbeteringsdoelstelling.

DOELSTELLING 5 Alle business units dienen voor al hun producten over basisgegevens te beschikken met betrekking tot milieu, gezondheid en veiligheid.

Het geïntegreerde productdatasysteem van Umicore laat de publicatie van geactualiseerde veiligheidsfiches (MSDS) voor alle Umicore-producten toe.

Op het einde van 2010 waren meer dan 2.500 producten gevalideerd in het IPDS (Integrated Product Data System). Meer dan 350 worden voorbereid om van andere MSDS-systemen naar het IPDS te worden overgebracht. De database telt meer dan 260.000 MSDS-fiches voor 110 landen in 41 talen.

Umicore wil de communicatie over de gevaren verbeteren door de kennis van de fysische, chemische en toxicologische eigenschappen van de producten verder uit te diepen, bovenop de reeds bestaande informatie voor het opstellen van de MSDS fiches.

Er zijn ongeveer 830 datasets nodig voor stoffen die binnen deze doelstelling vallen. Voor 30 % van deze stoffen is een complete dataset beschikbaar. Er worden actief datasets ontwikkeld voor 67 % van de stoffen. Voor 3 % van de stoffen kon de actieve ontwikkeling van ontbrekende gegevens nog niet worden gestart, vooral vanwege de timing van de REACH consortia voor het ontwikkelen van datasets.

Voor de stoffen die op de markt worden aangekocht, zal de informatie beschikbaar zijn binnen de door REACH bepaalde tijdlijnen. Deze tijdlijnen zullen de 'in actieve ontwikkeling'-status voor heel wat stoffen verlengen tot na de deadline van 2010.

De inwerkingtreding van de REACH-richtlijn in 2007 heeft de implementatie van deze doelstelling in veel business units beïnvloed. Verder is het de voorbije vijf jaar duidelijk geworden dat de technische aspecten van deze doelstelling (bereik, definities, enz.) moesten worden geactualiseerd naarmate er meer informatie beschikbaar was over specifieke situaties. Umicore zal EHS basisdatasets blijven ontwikkelen in het raam van haar productdoelstelling na 2010. Daarnaast heeft het bedrijf een bijkomende productgerelateerde doelstelling bepaald om de duurzaamheid van haar productaanbod aan te tonen. Dit aspect is belangrijk in de productdifferentiatie en als concurrentieel voordeel voor specifieke toepassingen.

FIGUUR 5

Bijkomende productgegevens (in % van het totale aantal datasets)

FIGUUR 6

Milieudoelstellingen 2006-2010 Overzicht status 2010 doelst 1-4: als % van totaal aantal vestigingen;

doelst 5: als % van totaal aantal basisgegevens

Aanpak van de historische vervuiling

Het programma van Umicore voor de beoordeling en de sanering, waar nodig, van de bodem- en grondwatercontaminatie heeft tijdens de voorbije jaren aanzienlijke vooruitgang geboekt. In dit hoofdstuk bespreken we de belangrijkste lopende programma's en de vooruitgang die in 2010 werd gemaakt.

Naast de concrete saneringsmaatregelen heeft Umicore ook onderzoek verricht naar innovatieve in-situ technieken voor metalen in grondwater (hoofdzakelijk zink, cadmium en kobalt) via een door de EU gefinancierd LIFE-project. De technologie, INSIMEP (In-Situ Metal Precipitation) genoemd, bestaat erin metalen in grondwater neer te slaan als sulfiden door sulfaatreducerende bacteriën te activeren. Het project werd door de EU bekroond als een van de beste 6 LIFE-projecten en werd geselecteerd voor de Innovation Award van Umicore. Umicore test deze techniek momenteel op bepaalde sites.

Vlaanderen (België)

Op 23 april 2004 ondertekende Umicore een convenant met de Openbare Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en de minister van Leefmilieu van het Vlaamse Gewest waarbij Umicore zich ertoe verbond de volgende 15 jaar € 62 miljoen te besteden aan de sanering van de historische vervuiling in vier Vlaamse vestigingen – waarvan twee, Balen en Overpelt, nu behoren tot Nyrstar, een activiteit die door Umicore in 2007 werd verkocht – en enkele aangrenzende woongebieden.

In Hoboken werd de afgraving van een voormalige opslagplaats voor calciumarsenaat voltooid. Er werden acties voor grondwatersanering overeengekomen met het regionale agentschap voor afvalbeheer (OVAM). De implementatie van de acties, onder meer de sanering van een voormalige gasfabriek, werd uitgesteld omdat Umicore de status van 'onschuldige eigenaar' verkreeg. Dat betekent dat OVAM akkoord ging om de verantwoordelijkheid voor de sanering van de voormalige gasfabriek over te nemen.

In samenwerking met OVAM werd de sanering van enkele vervuilde privé-tuinen in de wijk Vinkevelde, in de buurt van de site in Hoboken voltooid.

In Olen werd de grondwatersanering op de site voortgezet. Er worden nog saneringswerken voorbereid na afbraak van een oud gebouw dat zich op vervuilde grond bevindt.

In Olen zoekt Umicore ook mee naar een duurzame lange termijnoplossing voor het onopgeloste milieuprobleem veroorzaakt door de historische opslagfaciliteiten van laag radioactief afval. In deze context voerde Umicore een studie uit om meer inzicht te verkrijgen in de risico's en na te gaan welke maatregelen moeten

worden genomen om dit materiaal op langere termijn veilig op te slaan. Umicore kreeg bij dit proces het advies en de steun van de betrokken autoriteiten (FANC, NIRAS en OVAM). Momenteel voert Umicore besprekingen met deze agentschappen om tot een gemeenschappelijk begrip te komen op het vlak van de financiering en de overdracht van de verantwoordelijkheid voor de opslag op lange termijn van deze materialen.

In het kader van het convenant uit 2004 werd tevens een gezamenlijk fonds van € 30 miljoen opgericht (de helft van het bedrag afkomstig van Umicore, de andere helft van het Vlaamse Gewest) om de historische vervuiling in een straal van 9 km rond de vier operationele fabrieken van Balen, Overpelt, Hoboken en Olen aan te pakken. In het raam van deze overeenkomst werd gestart met het verwijderen van zinkas van alle privé-opritten in de volledige perimeter zoals bepaald in de convenant. Deze werkzaamheden zullen waarschijnlijk voltooid zijn in 2013. Het afgegraven materiaal wordt veilig opgeslagen in de fabriek van Nyrstar plant in Balen.

Frankrijk

In Viviez startte Umicore na het verkrijgen van de definitieve goedkeuring in juli 2009 een grootschalig saneringsprogramma dat tot 2014 zal duren. Het project bestaat hoofdzakelijk uit het verwijderen en inertiseren van meer dan een miljoen m³ vervuilde grond en afval en de opslag van de geïnertiseerde producten in een nieuw aangelegde stortplaats. Deze stortplaats, Montplaisir genoemd, is nu klaar om het behandelde materiaal in op te slaan. Tegelijk werd een mobiele afvalbehandelingsfabriek geïnstalleerd en werden de eerste testen met succes uitgevoerd. Naast de afvalbehandelingsfabriek werd een mobiel laboratorium geïnstalleerd met de modernste analyse-instrumenten om een constante follow-up te garanderen, zoals door de overheid gevraagd. Om overlast van vrachtwagentrafiek voor de lokale gemeenschap te vermijden werd er een transportband van 1.600 m geïnstalleerd om het afval en de vervuilde grond naar de fabriek te brengen.

Duitsland

Umicore (en voorgaande bedrijven) hebben een lange geschiedenis van mijnbouw in Duitsland, die eindigde met de sluiting van de zinkmijn van Lüderich bij Keulen in 1978. Umicore is nog steeds in het bezit van een aantal mijnbouwconcessies. In 2009 werd een nieuwe onderneming opgericht (Umicore Mining Heritage GmbH & Co. KG) om deze voormalige mijnbouwsites te beheren.

Met de steun van een externe expert heeft Umicore de analyse van de financiële risico's verbonden met deze voormalige mijnbouwsites verder verfijnd.

In 2008 werd gestart met de sanering van het grondwater in Swäbisch-Gmünd en deze activiteit is nog steeds in uitvoering.

VS

Umicore werkt verder aan de sanering van het drainagewater op de voormalige mijnsite in Colorado (VSA). Het bedrijf onderzoekt andere technologieën om de metaalconcentraties in het afval te verminderen en zo het volume van vast afvalmateriaal te verminderen. In 2009 en 2010 werd eerder geproduceerd afvalwaterslib terug in de mijnschacht gepompt om de zuurtegraad van het water in de mijn te verlagen en op die manier de mobiliteit van metalen te verminderen.

In 2009 sloot Umicore haar kobaltvestiging in Maxton. Naast het stilleggen van de site, werd een vrijwillig bodemsaneringsproject voor de site en de nabije omgeving opgestart. Door een vertraging in het programma is de voltooiing van de sanering nu voorzien voor 2012.

Brazilië

Tijdens de milieurisicobeoordeling – die op elk van Umicores industriële vestigingen wordt uitgevoerd – werd in Guarulhos, Brazilië, vervuiling van het grondwater ontdekt. Deze historische vervuiling dateert van voor de overname van deze activiteiten door Umicore in 2003. Umicore heeft onmiddellijk maatregelen genomen om de verspreiding van deze vervuiling naar de omgeving te stoppen. Deze acties, waarbij een hydraulische barrière wordt geïnstalleerd, worden verondersteld klaar te zijn begin 2011. Ondertussen onderzoekt Umicore de meest kostenefficiënte manier om de globale grondwatervervuiling aan te pakken en werden de nodige voorzieningen hiervoor geboekt.

Zuid-Afrika

In 2005 sloot Umicore haar kobaltinstallaties in Roodepoort. Hoewel er in 2007 voorlopige acties werden ondernomen om het afval te verwijderen, duurde het tot medio 2010 voor alle vergunningen waren verkregen om de fabriek te ontmantelen. Tegelijk met de ontmanteling van de fabriek zal Umicore op vrijwillige basis een bodemsaneringsplan opstarten. De werken worden verwacht tegen het einde van 2011 voltooid te zijn. Uitgebreid grondwateronderzoek en een risicobeoordeling hebben aangetoond dat grondwatervervuiling geen risico vormt.

Sociaal verslag

Samen werken

…the Umicore way

Net als de samenleving is ook een bedrijf een levend organisme; een groep mensen die samen verantwoordelijk zijn voor het succes van een onderneming. Bedrijven zijn ook onlosmakelijk verbonden met de lokale gemeenschappen waarin ze zijn opgenomen. Zorgen voor het welzijn van de medewerkers en de lokale belanghebbenden is essentieel om de activiteiten met succes op een duurzame manier uit te breiden. Een veilige en gezonde werkomgeving voor iedereen, transparantie, dialoog, respect en teamwerk zijn sleutelelementen om dit te verwezenlijken.

In 2006 begon Umicore met de verwezenlijking van vijfjaarlijkse sociale doelstellingen om voor iedereen een route uit te stippelen, gebaseerd op de principes van "The Umicore Way": de bekommernissen van de lokale belanghebbenden aanpakken en de werkomstandigheden en vooruitzichten voor haar werknemers permanent verbeteren.

Het Umikids dagopvangcentrum in Hanau vierde in 2010 haar eerste verjaardag. De bevordering van flexibele arbeidsvoorwaarden maakt deel uit van onze inspanningen om als "Aantrekkelijke werkgever" te kunnen worden beschouwd.

Umicore moedigt vorming en ontwikkeling aan voor al haar werknemers. Het "Tuteur Métier"-programma in Frankrijk pakt op een gestructureerde manier de vorming van jonge werknemers door hun meer ervaren collega's aan.

Human Resources

In dit hoofdstuk bespreken we enkele van de belangrijkste HR-uitdagingen en -projecten van 2010. In de volgende hoofdstukken bekijken we de vooruitgang die werd geboekt in het bereiken van de sociale doelstellingen. We gaan ook dieper in op de bijkomende sleutelprestatie-indicatoren om enkele onderliggende acties te illustreren die Umicore in de loop van het jaar heeft ondernomen. We sluiten het sociale verslag af met een overzicht van de prestaties op het vlak van gezondheid en veiligheid op het werk.

Evolutie van het aantal werknemers

In 2010 herstelde Umicore van de crisis van eind 2008 en 2009 en werden maatregelen zoals tijdelijke werkloosheid en 'deeltijds' werk geleidelijk afgebouwd. Gedurende het jaar nam het aantal werknemers licht toe, vooral in de business group Energy Materials en Performance Materials. Deze toename is hoofdzakelijk het gevolg van de groeiende activiteiten en de hogere investeringen en ontwikkelingsinspanningen. Het aantal werknemers van de geassocieerde bedrijven steeg aanzienlijk, vooral bij Element Six Abrasives.

Op het einde van het jaar bestond het totale personeelsbestand uit 14.386 werknemers, van wie er 4.828 in dienst waren bij geassocieerde bedrijven. Dat vertegenwoordigt een totale stijging van 666 ten opzichte van 2009. Van deze stijging werden er 243 geregistreerd in de volledig geconsolideerde Umicore-bedrijven (een stijging van 2,61 %) en 423 in geassocieerde bedrijven (een stijging van 9,60 %). In de volledig geconsolideerde Umicoreentiteiten bedroeg het percentage tijdelijke werknemers ongeveer 4 % van het totale personeelsbestand.

In 2010 werd de herstructurering van de site in Hanau afgerond en werden de sites in Alzenau en Nürnberg (beide in Duitsland) en Kiev (Oekraïne) gesloten.

Nieuwe operaties en uitbreiding

In 2010 werd begonnen met de bouw van een nieuwe fabriek voor herlaadbare batterijmaterialen in Kobe (Japan). De organisatie en de aanwerving van personeel werden voorbereid voor het opstarten van de site in 2011. Er werd ook een project gestart voor de uitbreiding van de productiecapaciteit voor herlaadbare batterijmaterialen in Korea en voor de bouw van een nieuw testcentrum voor Automotive Catalysts in China.

In Zuid-Afrika werd een overeenkomst gesloten om de twee entiteiten van Automotive Catalysts in Port Elizabeth in één juridische entiteit te integreren. In België werd de integratie van Umicore Oxyde (Zolder) in Umicore voltooid en werden alle medewerkers overgeplaatst naar deze laatste.

In de VS verhuist de business unit Technical Materials momenteel van de site in Cranston, Rhode Island, naar Attleboro, Massachusetts, in lijn met haar groeistrategie voor deze regio. Umicore opende ook een nieuwe site in Yverdons-les-Bains (Zwitserland).

HR-initiatieven op het niveau van de Groep

In het kader van Vision 2015 heeft Umicore prioriteiten voor human resources ontwikkeld op het niveau van de Groep. De HR-organisatie in de onderneming wil blijven focussen op haar sleutelprocessen en -praktijken en tegelijk een sterkere business focus ontwikkelen. Ze zal de business units en de strategie Vision 2015 beter op elkaar afstemmen. Talent- en prestatiebeheer blijven een essentieel focusdomein en in het kader hiervan wijzigde Umicore het bonusbeleid voor managers in 2010 en implementeerde het de individuele prestatie-evaluatie voor 2010 voor alle managers in de Groep.

De projectdefinitie en de planningfase voor een nieuw wereldwijd human resources informatiesysteem (HR IT) werden afgerond. Dit project omvat een technische en functionele upgrade van het huidige IT-systeem van HR en wordt in een eerste fase uitgevoerd in alle Europese regio's en in Noord-Amerika in 2011-2012. Het einddoel is een geïntegreerd systeem dat de gedeelde HR-processen in alle business units en regio's op één lijn brengt, met respect voor de lokale vereisten.

Tegelijk met Vision 2015 werden er nieuwe doelstellingen voor duurzame ontwikkeling opgesteld die eind 2010 in de business groups en business units werden geïmplementeerd.

In 2010 organiseerde Umicore een people opinion survey in de hele Groep. U vindt een overzicht van de conclusies op de pagina's 58-59.

Meer details over het personeelsbestand vindt u op pagina 56-57 (wereldkaart).

Internationale aanwezigheid en wereldwijd personeelsbestand

61

Umicore aanwezigheid

Productie Andere aantal
sites sites werknemers
Europa
Oostenrijk 1 131
België 8 (1) 1 3.023 (65)
Tsjechië 1 4
Denemarken 1 12
Frankrijk 5 2 799
Duitsland 8 (2) 3 (2) 2.266 (367)
Hongarije 1 6
Ierland 1 (1) 239 (239)
Italië 1 3 (1) 85 (17)
Liechtenstein 1 124
Luxemburg 1 8
Nederland 2 127
Noorwegen 1 55
Polen 1 10
Portugal 1 47
Rusland 1 6
Slovakije 1 36
Spanje 2 (1) 17 (3)
Zweden 2 (1) 1 215 (178)
Zwitserland 1 3 (1) 39 (7)
Oekraïne 1 (1) 186 (186)
Verenigd Koninkrijk 1 5 (2) 89 (45)
Azië/Oceanië
Australië 1 2 61
China 11 (4) 5 (1) 2.375 (1.588)
India 2 2 (1) 68 (6)
Japan 2 (1) 2 (1) 143 (91)
Maleisië 1 61
Filippijnen 1 86
Zuid-Korea 2 (1) 1 304 (145)
Taiwan 1 2 (1) 27 (4)
Thailand 1 1 87
Amerika
Argentinië 1 40
Brazilië 3 1 (1) 675 (5)
Canada 3 207
Peru 1 (1) 419 (419)
Verenigde Staten 10 5 (2) 598 (21)
Afrika
Zuid-Afrika 3 (1) 1 1.711 (1.442)
Totaal 78 (14) 48 (14) 14.386 (4.828)

Gegevens van geassocieerde ondernemingen tussen haakjes. Wanneer een vestiging zowel productie-eenheid als kantoren telt (bv. Hanau, Duitsland) worden ze enkel onder de productiesites geteld.

Personeelsenquête

In 2010 organiseerde Umicore haar vijfde wereldwijde personeelsenquête. Medewerkers in 35 landen namen deel aan de enquête, die in 18 talen werd vertaald. De globale participatiegraad klom tot 86%, een recordniveau voor Umicore. Deze uitstekende responsgraad toont hoe belangrijk dit feedbackproces is voor het management en de medewerkers. Er werden zowel papieren als elektronische vragenlijsten gebruikt. De enquête werd verwerkt door een externe consultant om de anonimiteit van de gegevens te garanderen en een geldige benchmarking mogelijk te maken. De benchmarks omvatten 'sector'-normen op nationaal niveau en gespecialiseerde wereldwijde benchmarks die Umicore in staat stellen de gegevens te vergelijken met deze van sectorgenoten en van "Global High Performance" ondernemingen: een selectie ondernemingen die goede bedrijfsresultaten combineren met gedegen praktijken voor people management. Voor de managers werden de gegevens ook vergeleken met een wereldwijde "Global Management" norm.

De enquête bestond uit 97 vragen die later in 12 categorieën werden gegroepeerd, zoals 'leiderschap', 'klantenfocus en kwaliteit' en 'betrokkenheid en empowerment'. De resultaten werden geanalyseerd op het niveau van de Groep, de units, de landen en de sites door ze te vergelijken met de resultaten van de vorige enquêtes en met relevante externe benchmarks. Begin 2011 werden de resultaten in de hele onderneming bekendgemaakt. Net als in het verleden zullen er gedetailleerde actieplannen worden opgesteld door de units en op lokaal niveau om de te verbeteren domeinen aan te pakken.

De globale resultaten tonen een consistente vooruitgang aan in de meeste categorieën. (Zie grafiek 1). De meest opmerkelijke verbeteringen werden genoteerd in "Informatie en communicatie" en "Directe supervisie". De scores verschillen enigszins naargelang de business unit en de regio. De verschillen in de regionale en nationale resultaten zijn gedeeltelijk te verklaren door de culturele verschillen in de scoring: nationale benchmarks kunnen van land tot land aanzienlijk verschillen. In de meeste landen waar Umicore significant aanwezig is, scoort Umicore beter dan de nationale benchmark van deze landen. Als we de globale resultaten van Umicore met de wereldwijde benchmarks vergelijken, is er nog steeds verbetering mogelijk. Gemiddeld scoort Umicore 3 punten lager dan de globale norm voor de chemische industrie. Umicore wil die kloof dichten tegen 2015 met de implementatie van de nieuwe doelstellingen van Vision 2015 en met specifieke actieplannen die voortkomen uit de resultaten van de enquête. In vergelijking met de meer uitdagende benchmark van de "Global High Performance" standaard bedraagt het verschil gemiddeld 6 punten.

Uit de enquête blijkt ook dat de managers hogere scores toekennen dan de "Global Management" standaard. Er zijn nog inspanningen vereist om de tevredenheidsgraad van de medewerkers te verhogen.

Voor de meting van de Vision 2015-doelstelling van "aantrekkelijke werkgever", wordt de efficiëntie van de verbeteringsplannen begin 2013 beoordeeld en op het einde van 2015, tijdens de volgende edities van de personeelsenquête.

Historische vergelijking met 2007 en 2001

De onderstaande grafieken illustreren een aantal scores en benchmarks in verband met items die aan de vijf sociale doelstellingen zijn gekoppeld die worden beschreven op pagina 61-67. De scores van 2007/8 verwijzen naar de resultaten van de personeelsenquête van 2007 en bevatten ook de resultaten van een aantal overgenomen bedrijven waar in 2008 een enquête werd georganiseerd. 64 22 14 77 13 10 Umicore 2010 76 13 11 64 22 14

Verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap

Mijn site neemt haar sociale verantwoordelijkheid op ten opzichte van de gemeenschap

Hoewel dit absoluut gezien een hoge score is (78% positieve scores), ligt het resultaat lager dan dat van de vorige enquête en lager dan de externe benchmarks. "Verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap" werd opgenomen in de nieuwe doelstellingen van Vision 2015. De actieplannen voor deze doelstelling worden verwacht een positieve impact te hebben op de perceptie van de medewerkers.

Aantrekkelijke werkgever

Ik zou Umicore aanbevelen als werkgever

Ja Neutraal Nee

0% 20% 40% 60% 80% 100%

Ja Neutraal Nee

0% 20% 40% 60% 80% 100%

81 9 10

Ja Neutraal Nee

De score bleef hoog met 85% positieve antwoorden. Dat is hoger dan de norm in de chemische industrie en in lijn met de benchmark van hoogperformante bedrijven.

Constructieve dialoog en open communicatie

Afwijkende meningen worden openlijk besproken bij het nemen van beslissingen in mijn team

72% van de respondenten gaf een positief antwoord. Dat is een stijging ten opzichte van de vorige enquête. De score ligt hoger dan de norm in de chemische industrie, maar ligt nog altijd lager dan de benchmark van hoogperformante bedrijven.

Opleiding en ontwikkeling

Nieuwe medewerkers krijgen een adequate opleiding

De score voor dit onderwerp verbeterde ten opzichte van 2007/8 en haalt nu het niveau van de hoogperformante bedrijven. Er is geen vergelijking beschikbaar met de norm in de chemische industrie.

Gelijke kansen

Het management van Umicore steunt diversiteit op het werk (erkennen en respecteren van de waarde van verschillen in leeftijd, geslacht, etnische afkomst enz.)

De score voor dit onderwerp verbeterde sterk en benadert het niveau van de externe benchmarks.

Umicore's schoolproject in Zuid-Afrika verstrekt onderwijskansen aan jonge kinderen sinds 2004.

Sociale doelstellingen van de Groep 2006-2010

Bereik

Umicore heeft voor de Groep vijf sociale doelstellingen vastgelegd voor de periode 2006-2010, in lijn met 'The Umicore Way'. Samen met de milieudoelstellingen (pagina's 45-49) vormen ze de strategie voor duurzame ontwikkeling van Umicore, die tot doel heeft de prestaties op sociaal vlak, die essentieel zijn voor de Groep, voortdurend te verbeteren.

De 98 geconsolideerde sites rapporteren hun prestaties voor de sociale doelstellingen, maar formele rapportering wordt slechts van 75 sites geëist. De sociale doelstellingen gelden voor de kleine vestigingen (doorgaans minder dan 10 werknemers), maar er wordt geen formeel verslag uitgebracht over de verbeteringsplannen. Dat is een site minder dan in 2009 als gevolg van de relocatie van de sites die in het vorige hoofdstuk werd besproken.

In de tabellen op de volgende pagina's wordt de status gerapporteerd als een percentage van het totale aantal sites, met vermelding of de doelstellingen werden gehaald, de acties nog in uitvoering zijn, of nog niet werden opgestart.

• 'doelstelling bereikt': alle vereisten voor de doelstelling werden bereikt.

• 'acties in uitvoering': acties werden gelanceerd voor een van de doelstellingen.

• 'nog geen acties ondernomen': voor geen enkel element in verband met de doelstelling werden specifieke acties ondernomen. Alle 98 geconsolideerde sites brengen verslag uit over de bijkomende sleutelprestatie-indicatoren – zoals opleidingsuren of vrijwillige vertrekkers – gebruikmakend van het sociale gegevensbeheersysteem van de Groep. Daarbovenop brengen 28 geconsolideerde vestigingen verslag uit over hun personeelsbestand.

In dit deel worden meer details verschaft over de status van elke sociale doelstelling en de bijkomende sleutelprestatie-indicatoren.

De externe revisor van het verslag (ERM CVS) evalueerde de acties die verbonden zijn aan de doelstellingen in het kader van zijn certificering van de duurzaamheidsprestaties van Umicore die in dit verslag zijn opgenomen.

De voorbije 5 jaar heeft Umicore aanzienlijke vooruitgang gemaakt en dit succes zal ongetwijfeld aanhouden naarmate de onderneming vordert met de implementatie van de initiatieven en prioriteiten voor Vision 2015. Zie pagina's 74-75 voor een visueel overzicht van de doelstellingen op het einde van 2010.

DOELSTELLING 1 Alle industriële vestigingen moeten een lokaal plan ontwikkelen en uitvoeren aangaande de verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap. Dit plan moet de relevante belanghebbende partijen identificeren, bepalen via welk proces er rekening wordt gehouden met de bekommernissen van de lokale belanghebbende partijen en bepalen welke vrijwillige initiatieven de vestiging wil ondernemen ten behoeve van de lokale gemeenschap.

Op het einde van de periode hadden 96% van de sites de plannen met succes voorbereid en ingevoerd en dus het objectief bereikt. Voor de resterende 4% zaten de verbeteringsplannen voor dit initiatief nog in de implementatiefase.

Veel sites zetten hun acties in 2010 verder in het kader van hun lange traditie van communicatie met belanghebbenden: de verspreiding van lokale magazines en brochures aan de omliggende gemeenschap (hoofdzakelijk met betrekking tot hun milieuprestaties), deelname aan lokale en regionale vergaderingen van belanghebbenden, adviesraden van de gemeenschap, vergaderingen van de gemeente/stad, publieke forums met andere industriële bedrijven en opendeurdagen. In september hield de site van Hoboken (België) bijvoorbeeld twee dagen opendeur. Bij die gelegenheid toonde de site zijn industriële activiteiten en lichtte de bezoekers in over de sociale en milieuinitiatieven van de site. Het evenement was toegankelijk voor het grote publiek, de medewerkers van Umicore en hun familie en vrienden.

Een ander belangrijk aspect van deze doelstelling is de betrokkenheid bij de lokale gemeenschap. Umicore heeft op groepsniveau een beleid ontwikkeld voor donaties. De Groep stelt zich tot doel om jaarlijks het equivalent van ongeveer 0,5 % van zijn geconsolideerde EBIT (resultaat voor interesten en belastingen) aan donaties te besteden. In 2010 besteedde Umicore iets meer dan € 1 miljoen aan donaties, een vergelijkbaar bedrag met de donaties van 2009. Gezien de belangrijke stijging van de winst vertegenwoordigde dit slechts 0,31 % van de geconsolideerde EBIT, tegenover 0,73 % het vorige jaar. In de loop van 2011 zal Umicore haar donatiebeleid aanpassen. Deze herziening heeft tot doel het belang van donaties te benadrukken en de planning en rapportering van de initiatieven te verbeteren. In 2010 richtte de Groep een donatiecomité op dat toezicht houdt op het donatieprogramma en de business units en de sites begeleidt en ondersteunt.

Verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap

Zowel wereldwijd als op het niveau van de sites steunden Umicore en haar medewerkers de hulpverlening aan de slachtoffers van twee natuurrampen in 2010. Op 12 januari werd Haïti, een van de armste landen van de wereld, getroffen door een zware aardbeving. Umicore en haar medewerkers schonken € 66.015 aan ACME, een instelling voor microfinancieringen in Port-au-Prince, partner van Incofin, om de getroffenen te steunen bij de heropbouw van hun activiteiten. In juli veroorzaakten de moessonregens zware overstromingen in de Indus-vallei in Pakistan, vooral in het noordwesten. Bijna 14 miljoen mensen werden door de overstromingen getroffen. Umicore en haar werknemers schonken € 56.039 aan de hulporganisatie Médecins du Monde (MdM), die actief is in Pakistan en de lokale slachtoffers directe hulp verleende, vooral in de vorm van medische bijstand en preventie van ziekten.

De meeste sites namen deel aan initiatieven voor het goede doel, of stelden vrijwilligers ter beschikking voor lokale projecten, of voor meer algemene doelen in de loop van het jaar. Hieronder worden enkele van deze initiatieven beschreven.

Umicore steunde 'One Laptop Per Child', een non-profitorganisatie die kinderen tussen 6 en 12 jaar in de armste en meest afgelegen streken in de wereld laptops ter beschikking stelt.

In Port Elizabeth (Zuid-Afrika) zetten de sites hun reeds lang bestaande steun aan twee projecten verder: het Umicare Halfway House (gestart in 2004) en Umicare Remedial School (gestart in januari 2006). Het South Africa Umicare-project biedt een aantal kinderen een tertiaire opleiding die hen voorbereidt op een professionele loopbaan. Het programma wordt uitgevoerd in samenwerking met het Eastern Province Child & Youth Care Centre. Het project huurde een gebouw en richtte het in als een woning: een veilige en geschikte omgeving om te leven en te studeren. Het Umicare Education Centre biedt kleuters uit verschillende weeshuizen in de stad toegang tot 'basis' onderwijs; voor kinderen in de graden 1 - 3 in een brugklas, en een mentoringprogramma voor ongeveer 20 kinderen van het EP Children's Home.

In Noord-Amerika hielp de site een gezin in nood tijdens de kerstvakantie en schonk een donatie aan het Leger des Heils. De site van Burlington organiseerde zijn jaarlijkse actie voor het United Way project, met een participatiegraad van 76, waarbij geld werd ingezameld voor verschillende goede doelen. De medewerkers van de site in Markham, bij Toronto, sponsorden een kind in Afrika. De donaties werden gebruikt om het onderwijs te betalen.

De site van Jsinchu Hsien in Taiwan steunde kinderen en gezinnen via het 'Taiwan Fund for Children and Family'.

Het project 'Better Life' van Umicore Brazilië (opgestart in 2004) heeft tot doel de educatieve en sociale ontwikkeling van de gemeenschappen rond de fabriek te bevorderen. In 2010 zette de site van Guarulhos zijn medewerking aan dit project verder in samenwerking met de lokale overheid. In Americana, eveneens in Brazilië, ging de site door met het opvangen van ongeveer 17 meisjes per maand die door de gerechtelijke instanties van hun familie werden gescheiden en waarvoor de Vereniging voor steun aan misdeelde kinderen van Americana de zorg op zich heeft genomen. De site promoot activiteiten die de eigenwaarde, zelfkennis, integratie en burgerzin bevorderen. Er werd een psycholoog ter beschikking gesteld om de meisjes advies te geven en verschillende Umicore-medewerkers brachten geregeld tijd door met de meisjes en werkten vrijwillig mee aan activiteiten zoals handenarbeid en recreatieve activiteiten.

In China deden de medewerkers van de site van Suzhou vrijwilligerswerk in de Boai School, een ngo die medische verzorging, opleidingen en revalidatie biedt voor kinderen met speciale fysische, mentale en educatieve behoeften.

De site van Hoboken in België sponsorde het project Ecolab, dat milieuproblemen aan kinderen uitlegt door middel van goocheltrucs. De site zette ook de steun aan het nieuwe Museum aan de Stroom (MAS) verder, dat focust op de culturele erfenis van Antwerpen, de haven en hun rol in de wereld. Dit initiatief is relevant voor Hoboken omdat de site in Antwerpen gevestigd is en relaties heeft met de Antwerpse haven. Op de site van Olen, eveneens in België, organiseerden de medewerkers een sportdag waarbij de deelnemers geld konden inzamelen voor lokale projecten en voor Avalympics, een organisatie die kinderen en volwassenen met een mentale handicap de kans geeft te sporten. Zowel de medewerkers van Umicore als leden van de lokale gemeenschap namen deel aan het evenement.

Op de site van Hanau in Duitsland, sponsorde het Automotive Catalysts team een schoolcursus robotica voor kinderen. In Rheinfelden werd een geweldpreventiecursus voor kleuters en kinderen uit de basisschool georganiseerd die focust op empathie, impulscontrole en woedebeheersing. Het programma bestaat uit 51 lessen, verspreid over drie jaar. Het 'Faustlos Initiative 2010' loopt momenteel in de zes basisscholen van Rheinfelden.

Via deze doelstelling wilde Umicore de voorbije vijf jaar 'verantwoordelijkheid ten opzichte van de lokale gemeenschap' op alle sites op de agenda zetten. Hoewel de meeste sites al voor het bestaan van deze doelstelling aanzienlijke inspanningen deden om met de lokale gemeenschap te communiceren, rapporteerde in 2006 slechts 29 % van de sites dat ze over een plan beschikten om deze verantwoordelijkheid op een systematische manier te beheren. Dat percentage is in 2010 tot 96 % gestegen. In de nieuwe doelstellingen van Vision 2015 behoudt dit thema een belangrijke plaats en wordt de noodzaak benadrukt om de veranderende verwachtingen van de lokale gemeenschappen in kaart te brengen en de ontvangen feedback te integreren.

DOELSTELLING 2 Alle vestigingen moeten een lokaal plan ontwikkelen en in de praktijk brengen om een aantrekkelijke werkgever te worden. Dit plan moet rekening houden met de plaatselijke cultuur en werkgewoonten en de volgende doelstellingen nastreven: onze werknemers behouden, een positief imago creëren voor toekomstige medewerkers en de medewerkers ertoe aanzetten hun loopbaan te ontwikkelen.

Op het einde van de periode hadden 96% van de sites de plannen met succes voorbereid en ingevoerd en dus het objectief bereikt. Voor de resterende 4 % zaten de verbeteringsplannen voor dit initiatief nog in de implementatiefase

Twee sleutelprestatie-indicatoren (KPI's) die inzicht geven in het succes van deze doelstelling zijn de vrijwillige vertrekken en de afwezigheden wegens ziekte. Het wereldwijde gemiddelde van de vrijwillige vertrekken, dat rekening houdt met de regionale verschillen, steeg tot 3,78 % van 2,59 % in 2009. Deze stijging is grotendeels het gevolg van de tweecijferige omzetgroei in Azië Pacific. Het percentage afwezigheidsdagen wegens ziekte (absenteïsme) steeg licht tot 2,86 % van 2,60 % in 2009. Hoewel het globale absenteïsmecijfer is gestegen, ligt het absenteïsme in de meeste vestigingen van Umicore lager dan het nationale gemiddelde.

Voor de zesde keer op rij ontving Umicore in België externe erkenning als aantrekkelijke werkgever in 2010. Samen met 33 andere bedrijven werd Umicore uitgeroepen tot een van de 'Aantrekkelijkste werkgevers'. Umicore kan deze erkenning in 2011 blijven gebruiken in rekruteringscampagnes.

Een aantal sites in landen waar Umicore actief is, organiseerden 'employer branding'-acties op jobbeurzen en campusevenementen, vooral aan universiteiten. Umicore blijft focussen op stages die beroepservaring combineren met onderwijs op school, vooral in Duitsland, waar stages als een waardevol instrument worden beschouwd om jongeren aan te trekken en op te leiden voor een carrière in de industrie.

In oktober 2010 publiceerde HRMinfo, een gemeenschap en kennisverschaffer voor HR professionals, het witboek Corporate Social Responsibility & Sustainability – The new challenges for Human Resource Management. In samenwerking met andere grote ondernemingen en overheidsdiensten in België nam Umicore deel aan een denktank om nieuwe ideeën te formuleren en inzichten te verschaffen om organisaties te helpen de duurzaamheid van hun HRM en activiteiten te verbeteren. In een apart hoofdstuk van het witboek wordt beschreven hoe Umicore evolueerde van 'historische vervuiler' tot koploper in duurzaamheid en human resource management.

In augustus 2010 bestond de eerste kinderopvang van Umicore, 'umikids world' in Hanau een jaar. Umikids world biedt kwaliteitsvolle opvang, sociale ontwikkeling en kleuteronderwijs voor 12 kinderen van 9 weken tot 4 jaar van de medewerkers. De dagopvang is een groot succes en wordt sterk gewaardeerd door de medewerkers.

In september 2010 organiseerde Umicore de tweede Innovation Awards-plechtigheid op groepsniveau in Brussel (België). Tijdens het jaar mochten alle medewerkers van het bedrijf innovatieve ideeën voor projecten insturen rond een van de vijf volgende thema's: wetenschap en technologie, ontwikkeling van nieuwe business, niet-technische procesverbetering, technische procesverbetering en milieu, gezondheid en veiligheid. De drie genomineerden in elke categorie werden uitgenodigd voor de uitreiking van de awards. Aan het evenement namen medewerkers uit verschillende landen deel. Alle deelnemers werden op het evenement in de bloemetjes gezet en de winnaar in elke categorie mocht een Umivation Award in ontvangst nemen.

De voorbije vijf jaar is het aantal sites dat een plan om 'aantrekkelijke werkgever' te worden implementeerde gestegen van 22 % in 2006 tot 96 % in 2010. Dat bewijst dat de meeste sites concrete stappen hebben ondernomen om de reputatie van Umicore als werkgever op lokaal niveau te verbeteren. Het thema van deze doelstelling werd opgenomen in de doelstellingen van Vision 2015 omdat Umicore de resultaten van de personeelsenquête nog wil verbeteren (zie pagina's 58-59) en het belangrijk blijft om het juiste talent voor de mogelijkheden en uitdagingen van het bedrijf aan te trekken en te behouden.

Aantrekkelijke werkgever

DOELSTELLING 3 Alle vestigingen moeten een lokaal plan inzake constructieve interne dialoog en open communicatie ontwikkelen en toepassen. Dit plan moet rekening houden met de plaatselijke cultuur en werkgewoonten en de volgende doelstellingen nastreven: rekening houden met de inbreng van werknemers; deelname aan de regelmatige personeelsenquêtes van de Groep bevorderen en adequate opvolgingsacties organiseren; de medewerkers regelmatig evalueren; een constructieve dialoog verzekeren met de medewerkers en hun vertegenwoordigers.

Op het einde van de periode had 94 % van de sites de doelstelling bereikt en had 6 % van de sites een plan opgesteld.

In de meeste sites zijn er verschillende dialoogplatformen aanwezig, van formele vergaderingen van ondernemingsraden tot algemene vergaderingen met alle personeelsleden (de zogenoemde 'town hall meetings'). Bovendien hebben veel sites een prestatie-evaluatieproces geïnstalleerd dat de dialoog tussen de medewerkers en hun managers bevordert.

In 2010 organiseerde Umicore de vijfde personeelsenquête. De personeelsenquête is een belangrijk instrument om naar het engagement van de medewerkers te peilen. In het vierde kwartaal van het jaar werden de resultaten aan de sites en business units meegedeeld. Meer informatie over de resultaten van de enquête vindt u op de pagina's 58-59.

In 2007 tekende Umicore een overeenkomst met twee grote internationale vakbonden over de globale implementatie van haar beleid in verband met mensenrechten, gelijke kansen, werkomstandigheden, ethisch gedrag en milieubescherming. Umicore is een van de 70 bedrijven in de wereld en het enige Belgische bedrijf dat zo'n overeenkomst heeft ondertekend. De implementatie van deze overeenkomst met de International Metalworkers' Federation en de International Federation of Chemical, Energy, Mine and General Workers' Unions wordt opgevolgd door een gezamenlijk controlecomité. De leden van het comité bezochten de productiesite in Guarulhos (Brazilië) in januari om de implementatie van de overeenkomst te controleren. In april 2010 hield het comité zijn jaarlijkse vergadering, die de inspanningen van Umicore voor duurzame ontwikkeling en de resultaten ervan onderzocht. Bij deze vergadering was de externe toezichthouder (ERM CVS) aanwezig via een videoconferentie.

In 2010 gingen 801 totale individuele werkdagen verloren door stakingen. Het merendeel van de stakingsdagen (674) vond plaats op de sites in Frankrijk. Alle verloren dagen in Frankrijk kaderden in nationale protestacties tegen de pensioenhervormingen en hielden geen verband met specifieke problemen bij Umicore. De overige werkonderbrekingen vonden plaats in sites in België en hielden ook gedeeltelijk verband met een nationale protestactie. Sommige acties (40 verloren individuele werkdagen) hadden te maken met een specifiek lokaal probleem op de site van Hoboken.

Dialoog en communicatie stonden in de meeste sites al hoog op de agenda voor de introductie van deze doelstellingen. Dat blijkt uit het feit dat 60 % van de sites al over een plan beschikten in het eerste jaar na de lancering van deze sociale doelstelling. In 2010 was dit percentage opgelopen tot 94 %. Dit thema blijft hoog op de agenda staan voor Umicore en werd opgenomen in elementen van een bredere groep doelstellingen voor Vision 2015, "uitstekende werkgever".

Interne dialoog & open communicatie

DOELSTELLING 4 Alle vestigingen moeten een lokaal plan ontwikkelen en in de praktijk brengen om de opleiding en ontwikkeling van onze medewerkers te bevorderen.

Status
97% voltooid

Alle Umicore-sites registreren en rapporteren de opleidingen die de medewerkers hebben gevolgd in het raam van de opleidingsen ontwikkelingsplannen. Op 97 % van de sites zijn deze plannen volledig geïmplementeerd, bij 3 % werden ze gedeeltelijk geïmplementeerd.

Het gemiddelde aantal uren opleiding per persoon bedroeg 43.30 uur in 2010, in lijn met de 44.05 uur van 2009. Het aantal uren opleiding omvat de opleiding op de werkvloer en de groepstraining die op verschillende niveaus van de onderneming wordt georganiseerd.

Alle regio's hebben intensieve opleidings- en

ontwikkelingsactiviteiten georganiseerd. In de loop van het jaar lanceerde Umicore een nieuwe reeks leiderschapsprogramma's op Groepsniveau (Entrepreneurs for Tomorrow en Inspirational Leadership).

In de steeds sneller veranderende wereld van vandaag waar steeds meer informatie beschikbaar is, wordt de capaciteit om te leren steeds belangrijker voor innovatieve bedrijven. Een initiatief om het verwerven en delen van kennis te promoten is de Umicore Technical Academy, een R&D-ontwikkeling van de Groep. De Academy biedt zogenoemde "blended technical learning" aan. Dat is een combinatie van zelfstudie met behulp van de materialen van de leerplatformen en klassieke training onder leiding van een instructeur. De Academy doet een beroep op externe sprekers, maar ook ervaren Umicore-medewerkers geven hun kennis en ervaring via het forum door aan jongere collega's.

De Franse sites bereikten een akkoord met de vakbonden over een specifieke aanpak voor werknemers ouder dan 50 jaar. In januari 2010 werd de 'Accord Séniors'-overeenkomst met de vakbonden ondertekend. De overeenkomst omvat vier thema's: de aanwerving van oudere medewerkers bevorderen, de werkomstandigheden verbeteren en de fysische inspanningen beperken, de overgang tussen werk en pensioen vergemakkelijken, bevorderen van mentorschap. In het kader van het mentorschap wil men vooral het delen van kennis tussen oudere en jongere medewerkers bevorderen. Oudere medewerkers (50+) met meer dan 10 jaar ervaring kunnen 'Mentor' worden. Mentors besteden minstens 20 % van hun werktijd aan het doorgeven van expertise aan jongere collega's. In ruil krijgen ze voor elk maand mentorschap een extra vrije dag voorafgaand aan hun pensionering. Umicore organiseert opleidingen waarin de mentors de vereiste educatieve vaardigheden verwerven. Umicore France stelde een charter op waarin de verbintenissen van Umicore, de mentors en de leerlingen worden vastgelegd.

De toekomst voorbereiden betekent ook aandacht hebben voor de jongere generaties en bekwame medewerkers aantrekken. Veel sites van Umicore hebben studiebeursprogramma's ontwikkeld voor het hoger onderwijs (hogeschool, universiteit) voor de kinderen van de medewerkers.

Opleiding en ontwikkeling is een van de domeinen waarin Umicore nog voor de lancering van de doelstellingen 2006-2010 een record had bereikt. Toch klom het formele beheer van opleiding en ontwikkeling op het niveau van de site van 58 % in 2006 naar 97 % in 2010. Dit thema blijft een essentieel onderdeel van het sociale beleid voor de toekomst. Persoonlijke ontwikkeling blijft een essentieel onderdeel van de doelstellingen Vision 2015, met focus op een verdere verbetering van de manier waarop Umicore ontwikkelingsmogelijkheden beschikbaar stelt voor alle medewerkers.

Opleiding en ontwikkeling

DOELSTELLING 5 Alle vestigingen moeten een lokaal plan ontwikkelen en toepassen om het Groepsbeleid inzake gelijke kansen en diversiteit, respect voor de mensenrechten en de Gedragscode van Umicore na te leven.

Status 100% voltooid

Op het einde van de periode hadden alle sites de Gedragscode van Umicore, het mensenrechtenbeleid en actieplannen voor het bevorderen van gelijke kansen geïmplementeerd.

Op het einde van 2010 was het percentage vrouwelijke medewerkers wereldwijd hetzelfde gebleven als in 2009, namelijk 21,05 %. Het aandeel vrouwelijke medewerkers varieert naargelang van de site en China telt het grootste aantal vrouwelijke medewerkers. Op managementniveau steeg het percentage vrouwelijke medewerkers licht tot 18,65 % van 18,19 % in 2009 en dit brengt de verhouding vrouwelijke medewerkers op 21,05 %. De verhouding vrouwelijk hoger kader steeg van 5,65 % naar 6,40 %. In Frankrijk werd in november een overeenkomst over gendergelijkheid ondertekend. Er wordt gestreefd naar genderneutraliteit in vijf hoofddomeinen: rekrutering, opleiding en ontwikkeling, loopbaanontwikkeling/ promotie, oplossingen voor het evenwicht werk/privéleven en loon.

In een aantal landen werden actieplannen geïmplementeerd voor de integratie van personen met een handicap. In Frankrijk werd het project 'Vers l'Intégration Adaptée' (VIA), dat in 2007 werd opgestart, voortgezet in 2010.

Alle wereldwijde activiteiten van Umicore werden intern gescreend op het risico van inbreuken op het recht van de vrijheid van vereniging en collectief overleg, incidenten met kinderarbeid en gedwongen of verplichte arbeid. Op geen enkele Umicore-site werden problemen of risico's in verband met de mensenrechten vastgesteld. In totaal is 68,92 % van de werknemers wereldwijd ofwel lid van een vakbond ofwel beschermd door een collectieve arbeidsovereenkomst.

Om de waarden van Umicore en de Gedragscode te blijven promoten, werd in 2008 en 2009 een opleidingstool ontwikkeld: het "Umicore Way game". Deze trainingskit werd ontworpen in de vorm van een bordspel en is in verschillende talen beschikbaar. Ook in 2010 werd de kit in de Umicore-sites gebruikt. Om het Umicore Way Game volledig in lijn te brengen met de strategie Vision 2015, wordt het in 2011-2012 herzien en bijgewerkt.

Op het vlak van diversiteit op het werk is het hoofdkwartier van Umicore in Brussel (België) sterk uitgebreid. In 2006 waren er 10 verschillende nationaliteiten. In 2010 was dit gestegen tot 16 nationaliteiten.

De evolutie van de doelstelling 'gelijke kansen, diversiteit en respect voor de mensenrechten' over vijf jaar werd in twee fasen beoordeeld. In 2006 herbevestigden alle sites al dat ze aan het beleid inzake mensenrechten van de onderneming voldeden. Op het vlak van gelijke kansen en diversiteit steeg het percentage sites dat over een plan beschikt van 64 % naar 100 %. Dit thema blijft een belangrijke rol spelen in de rekruteringsacties en de loopbaanontwikkeling, maar omdat er al een zeer grote vooruitgang is geboekt en iedereen in het bedrijf op één lijn staat, wordt dit thema niet meer specifiek aangepakt in de nieuwe doelstellingen van Vision 2015.

Gelijke kansen, diversiteit en respect voor mensenrechten

Vrouwelijke werknemers (in %)

Gezondheids- en veiligheidsbeschouwingen, vorming en opleiding incluis, zijn van het hoogste belang, van de kleinste tot de grootste site.

Veiligheid en gezondheid op het werk

Bereik van de gezondheidsverslaggeving

Sinds 2008 heeft Umicore geleidelijk systematische indicatoren over de gezondheid op het werk in haar centrale EHS-database geïntegreerd. In 2010 resulteerde dit proces in de creatie van de eerste volledige dataset voor alle business units en sites.

In dit verslag werden alleen de gegevens opgenomen van geconsolideerde productiesites waarover Umicore de operationele controle heeft en van de twee grote kantoorgebouwen. Het totale aantal rapporterende sites bedroeg 66 in 2010.

Overzicht 2010

"The Umicore Way" maakt duidelijk dat "geen toegevingen worden gedaan op het vlak van een gezonde en veilige werkomgeving". Umicore stelt alles in het werk om werkgerelateerde ziekten te elimineren en het welzijn op het werk te bevorderen. De belangrijkste risico's in verband met de gezondheid op het werk zijn de blootstelling aan gevaarlijke stoffen, zoals platinazouten, lood, arseen en cadmium, kobalt en fysieke gevaren, hoofdzakelijk geluidsoverlast. Elke site dient een bedrijfsgezondheidsprogramma te implementeren, aangepast aan de risico's op de site. Het doel van deze programma's is blootstelling aan gevaarlijke stoffen te vermijden of te verminderen om schadelijke effecten op de gezondheid te voorkomen. Als de blootstelling de referentiewaarden overschrijdt, worden maatregelen getroffen om de werkomstandigheden te verbeteren. Dit sluit niet uit dat in sommige werkplaatsen persoonlijke beschermingskledij gedragen moet worden, ongeacht het risiconiveau. Als een werkgerelateerde ziekte wordt vastgesteld, krijgen de medewerkers bovendien tijdelijk of permanent aangepast werk, buiten de omgeving van potentiële blootstelling. Umicore heeft voor de periode 2011-2015 een Groepsdoelstelling opgesteld om de arbeidsomstandigheden nog verder te verbeteren (zie pagina's 9-11). Met dat doel zal Umicore de kwaliteit van de rapportering betreffende de gezondheid op het werk blijven verhogen.

Gegevens over werkgerelateerde ziekten (gehoorverlies als gevolg van geluidsoverlast, contactdermatitis, beroepsmatige astma, musculoskeletale aandoeningen) en biomerkers (lood, arsenicum, kobalt, cadmium) van blootstelling worden gerapporteerd in de centrale EHS-database om de verbetering van de prestaties te evalueren.

In 2010 werden bij 42 werknemers werkgerelateerde gezondheidsproblemen vastgesteld.

Platinazouten

Dertien sites, verdeeld over vier business units, waar platinazouten worden behandeld (Automotive Catalysts, Precious Metals Chemistry, Precious Metals Refining, Jewellery and Industrial Metals), beschikken over een programma voor het screenen van overgevoeligheid. Deze screening is gebaseerd op de richtlijnen van de werkgroep gezondheid op het werk van de International Platinum Association ("Guidance for the medical surveillance of workers exposed to complex platinum salts", 2002). In 2010 werden geen gevallen van overgevoeligheid voor platinazouten (beroepsmatige astma) gerapporteerd.

Umicore is voorzitter van de International Platinum Health Science Task Force, de vereniging van de belangrijkste eigenaars van platinamijnen, raffinagebedrijven en producenten van autokatalysatoren. De task force verstrekt wetenschappelijke informatie over gezondheids- en milieuproblemen in verband met metalen van de platinagroep. De task force werkt onder toezicht van de European Precious Metals Federation en de International Platinum Association. In 2011 wil de task force een retrospectieve epidemiologische studie uitvoeren om de relatie blootstellingrespons voor chloorplatina-allergie beter te karakteriseren, vooral in het lagere blootstellingsgebied.

Lood

Professionele blootstelling aan lood vormt een potentieel gezondheidsrisico voor de sites in Hoboken en Maxton (Precious Metals Refining), Amsterdam, Bangkok, Markham, Pforzheim (Jewellery & Industrial Materials) en Changsha, Pasir Johor, Angleur, Heusden Zolder, Larvik, Sancoale en Tottenham (Zinc Chemicals), Olen (Electro-Optic Materials), Viviez, Bray-et-Lu, Bratislava en Auby (Building Products) en Providence (Thin Film Products). In totaal zijn 1.364 medewerkers mogelijk blootgesteld aan lood bij de uitvoering van hun werk. Bij de metingen die in 2010 werden uitgevoerd, vertoonde 1,4 % van hen een hoger gehalte dan de streefwaarde van 30 microgram lood per deciliter bloed. De gemiddelde loodconcentratie in het bloed bedroeg 7,2 microgram per deciliter bloed. Bijna alle te hoge waarden waren het gevolg van een hogere blootstelling uit het verleden. De medewerkers die te hoge concentraties vertoonden, werden van de mogelijk aan lood blootgestelde werkplek verwijderd. Voor de periode 2011-2015 blijft Umicore streven naar een maximaal blootstellingsniveau voor alle medewerkers van 30 microgram per deciliter bloed.

Cadmium

De medewerkers zijn aan cadmium blootgesteld in de sites in Hoboken (Precious Metal Refining), Hanau, Manaus, Guarulhos, Suzhou, Vicenza, Glens Falls (Technical Materials), Amsterdam, Bangkok, Pforzheim (Jewellery & Industrial Materials), Larvik, Changsha, Tottenham en Sancoale (Zinc Chemicals), Providence (Thin Film Products) en Schwäbisch-Gmünd (Electroplating).

Er werd een biologisch monitoringprogramma geïnstalleerd voor 742 personen die mogelijk aan cadmium zijn blootgesteld op het werk. Bij 2,4 % van deze werknemers werd de biologische blootstellingsindex van 5 microgram cadmium per liter urine overschreden (ref: American Conference of Governmental and Industrial Hygienists, 2009). Omdat cadmium in de urine een biomerker van de levenslange blootstelling is, zijn deze hogere waardes gerelateerd aan vroegere blootstellingen. Door middel van industriële hygiëneprogramma's worden de cadmiumniveaus op het werk gecontroleerd om verhoogde blootstelling te vermijden of te verminderen. In sommige gevallen worden bijkomende tests uitgevoerd voor de aanwezigheid van cadmium in bloed, een biomerker die de recente cadmiumblootstelling weergeeft. De gemiddelde cadmiumconcentratie in urine bedroeg 1,1 microgram per gram creatinine. De gemiddelde cadmiumconcentratie in bloed bedroeg 0,12 microgram per deciliter bloed. De doelstelling van Umicore voor 2015 is geen cadmiumwaarden in urine van meer dan 2 microgram per gram creatinine.

Kobalt

Alle productiesites (behalve Subic) van de business unit Cobalt & Specialty Materials (Arab, Brugge, Cheonan, Fort Saskatchewan, Olen, Shanghai, Jiangmen) die kobalt behandelen en produceren, hebben een biologisch monitoringprogramma voor kobaltblootstelling doorgevoerd.

Van de 467 medewerkers die aan kobalt zijn blootgesteld, vertoonde 7,3 % een hoger niveau dan de streefwaarde van 30 microgram kobalt per gram creatinine. In 2010 bedroeg de gemiddelde kobaltconcentratie in urine 12,6 microgram per gram creatinine, tegenover 22 microgram per gram creatinine in 2009. De resultaten verschillen sterk van site tot site, met gemiddelden van minder dan 10 microgram per gram creatinine (Olen, Cheonan, Arab) tot 30 microgram per gram creatinine (Shanghai). Er worden bijkomende maatregelen genomen om de aanwezigheid van stof op het werk te verminderen en zo de blootstelling te verlagen. Umicore verlaagde haar streefdoel voor kobalt in urine tot 20 microgram per gram creatinine voor alle medewerkers tegen 2015.

Er werden twee gevallen van kobalt-geïnduceerde contactdermatitis vastgesteld, beide in de site van Jiangmen.

De site in Olen nam deel aan een wetenschappelijke studie, gesponsord door het Cobalt Development Institute, om de mogelijke invloed van kobaltblootstelling op de hartspier te onderzoeken. De eerste resultaten tonen geen belangrijk nadelig effect aan dat aan kobalt zou kunnen worden toegewezen. In 2010 werd het studiemanuscript opgesteld voor peer review en bredere publicatie.

Arsenicum

Er is blootstelling aan arsenicum mogelijk in Olen (Cobalt & Specialty Materials), Hoboken (Precious Metals Refining), Guarulhos (Precious Metal Chemistry), Hanau (Technical Materials) en Quapaw (Electro-Optic Materials).

In totaal zijn 618 medewerkers potentieel aan arsenicum blootgesteld op het werk, van wie 2,6 % een hogere waarde dan de streefwaarde van 30 microgram per gram creatinine vertoonde. De gemiddelde concentratie arsenicum in urine bedroeg 10,6 microgram per gram creatinine. De biologische streefwaarde voor arsenicum in urine blijft 30 microgram per gram creatinine (anorganische fractie) voor alle medewerkers tegen 2015.

Andere gezondheidsrisico's op het werk

Industriële geluidsoverlast is een belangrijk risico voor de gezondheid op het werk. In totaal werken 3.043 medewerkers in een omgeving waar het geluidsniveau van 80 decibel mogelijk wordt overschreden. Bij dertien medewerkers werd door lawaai veroorzaakt gehoorverlies vastgesteld in 2010.

Bij negentien medewerkers werd een musculoskeletale aandoening, zoals het carpaal tunnelsyndroom (samendrukking van een zenuw aan het beweeglijke gedeelte van de pols), tendinitis of lagerugpijn vastgesteld, gezondheidsproblemen die vaak verband houden met repetitieve bewegingen.

Naast de twee gevallen van kobalt-geïnduceerde contactdermatitis (zie hoger), werden nog acht gevallen van dermatitis vastgesteld, hoofdzakelijk als gevolg van contact met nikkel en lasrook.

Indium Tin Oxide (ITO)

De globale productie van ITO is toegenomen omdat het bij de productie van beeldschermen met vloeibare kristallen wordt gebruikt. Recente wetenschappelijke artikels tonen duidelijk aan dat ITO een nieuwe pneumotoxische stof is (zie 'Verslag aan de aandeelhouders en de samenleving 2009', pagina 70). Het National Institute for Occupational Health and Safety (NIOSH), een divisie van het Amerikaanse ministerie van Arbeid, heeft een gezondheidsrisico-evaluatie uitgevoerd om de impact van indiumverbindingen op medewerkers van de Umicore site in Providence (Thin Film Products) te beoordelen. Het NIOSH had vast dat Umicore belangrijke wijzigingen had aangebracht aan de werkplek en had een uitgebreid medisch toezichtsprogramma opgesteld. Ze deelden ook mee dat bepaalde gezondheidsproblemen het gevolg kunnen zijn van blootstelling aan ITO en dat dit verder moet worden onderzocht. De resultaten werden gepubliceerd in een peer review case report (Cuming et al.: 'Pulmonary Alveolar Proteinosis in Workers at an Indium Processing Facility', American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine, Volume 181, 2010). De conclusie luidde dat blootstelling aan inademing van ITO pulmonaire alveolaire proteïnose kan veroorzaken (opvulling van de alveolaire ruimten met materiaal dat hoofdzakelijk uit eiwitten en vetten bestaat), dat kan optreden via een auto-immuunmechanisme.

Umicore heeft specifieke maatregelen genomen in de ITOproductiesite in Providence om het niveau van de blootstelling tot onder de aanbevolen grens van 0,025 mg/m3 te verlagen. Het gaat onder meer om de installatie van gesloten systemen voor het pletten, zagen en vermalen van schroot en verbeterde ventilatiesystemen op kritische plaatsen.

Nanomaterialen

Nanomaterialen bieden belangrijke commerciële mogelijkheden in een ruim gamma toepassingen. Er is echter weinig bekend over de fysiologische reacties op nanomaterialen vergeleken met dezelfde stof in grotere deeltjes. Umicore is actief in de ontwikkeling, productie en verkoop van specifieke nanomaterialen (ZnO, TiO2,).

In lijn met het beleid van Umicore inzake veiligheid, gezondheid en leefmilieu nam het bedrijf deel aan twee EU onderzoeksconsortia (NanoInteract, NanoSafe2) die de impact van nanomaterialen op de mens en het milieu bestuderen. Umicore bleef ook actief in een project van de OESO-werkgroep voor gesynthetiseerde nanomaterialen, beheerd door de Nanotechnology Industry Association. Het project heeft onder andere tot doel de OESO-testrichtlijnen voor eco-toxiciteit voor zinkoxide en cerium oxide te valideren. Umicore heeft ook stalen van de werkomgeving in het bedrijf ter beschikking gesteld om de ontwikkeling van blootststellingsscenario's op het werk te ondersteunen die noodzakelijk kunnen zijn voor de herziening van de REACH-richtlijn.

De vestiging te Olen (België) huisvest een volledig operationele installatie voor de productie van nanomaterialen. De site in Eijsden (Zinc Chemicals) beschikt over ondersteunende uitrusting voor productafwerking. Zolang er nog geen duidelijke antwoorden beschikbaar zijn, streeft het bedrijf naar een 'nulblootstelling' op de werkplaats voor de werknemers in haar productie-eenheid voor nanomaterialen.

Andere risico's

Aangezien Umicore nieuwe producten en processen ontwikkelt, worden mogelijke nieuwe risico's voor de gezondheid op het werk onderzocht. De site van Hoboken screent bijvoorbeeld binnenkomende materialen op polyaromatische koolwaterstoffen die aanwezig kunnen zijn in afgedankte katalysatoren. De controles brachten geen verhoogde blootstelling aan het licht. Een specifiek op deze risico's gericht medisch opvolgingsprogramma heeft tot doel beroepsziekten te voorkomen en nadelige effecten in een vroeg stadium op te sporen.

Bereik van de veiligheidsverslaggeving

In dit hoofdstuk verwijst de prestatie van de Groep op het vlak van veiligheid naar ongevallen op de werkplek met arbeidsverlet tot gevolg (LTA) en registreerbare letsels (RI) waarvan medewerkers van Umicore het slachtoffer werden. Ongevallen met arbeidsverlet van de contractors worden eveneens gerapporteerd maar worden niet in de prestatiegegevens van de Groep op het vlak van veiligheid geïntegreerd. Ongevallen op weg naar of van het werk worden niet gerapporteerd.

In totaal brachten 71 geconsolideerde sites verslag uit over hun veiligheidsprestaties.

Bijkomende informatie over het beleid van Umicore inzake veiligheid vindt u op http://www.umicore.com/sustainability/social/Approach/

Overzicht 2010

Hoewel het aantal registreerbare ongevallen in 2010 is gedaald en er geen dodelijke ongevallen te betreuren waren, is het aantal ongevallen met arbeidsverlet toegenomen.

Er werden consistente verbeteringen aangebracht aan de ongevallenanalyse, de incidentrapportering, de herkenning van gevaren en het veiligheidsbeheer.

In 2010 registreerde Umicore 56 ongevallen met arbeidsverlet (LTA), ten opzichte van 48 in 2009. Dat resulteerde in een LTA frequentiegraad van 3,54, een cijfer dat iets lager ligt dan de doelstelling van 3,00 voor dit jaar (figuur 1). In totaal gingen 2.090 arbeidsdagen verloren, wat de ernstgraad op 0,13 brengt, ten opzichte van 0,08 in 2009 en minder dan de doelstelling van 0,11 (figuur 2).

Een gedetailleerde analyse gaf verschillen aan op het vlak van de veiligheidsprestaties tussen de business units. Vijf van de 13 business units bereikten de doelstelling voor de frequentiegraad voor het jaar, of deden het zelfs nog beter, de andere presteerden minder goed. Alle ongevallen met arbeidsverlet werden grondig geanalyseerd en maatregelen werden ingevoerd om gelijkaardige ongevallen in de toekomst te voorkomen. De ongevallenrapporten worden via het intranet van het bedrijf ter beschikking gesteld van de andere sites. Uit de grondoorzakenanalyse blijkt dat ongeveer 50 % van de ongevallen met arbeidsverlet kan worden verklaard door: ergonomie en arbeidsomstandigheden, onvoldoende aandacht voor veiligheid, gebrek aan organisatie, onvoorziene (vaak plotse) situaties en organisatorische aspecten (bv. gebrek aan opleiding).

De sites van Umicore in Europa zijn verantwoordelijk voor 80 % van het totale aantal ongevallen met arbeidsverlet, het aandeel van de regio's Azië Pacific en Noord- en Zuid-Amerika bedraagt respectievelijk 9 % en 7 %. De 2 sites in Afrika zijn verantwoordelijk voor 4 % van de ongevallen met arbeidsverlet. De twee landen met het hoogste aantal ongevallen met arbeidsverlet zijn België met 59 % en Duitsland met 11 %.

In totaal werden 210 registreerbare letsels gerapporteerd. Dat is een aanzienlijke vermindering tegenover het totaal van 352 registreerbare letsels in 2009. Voor de onderaannemers werden twintig ongevallen met arbeidsverlet geregistreerd tegenover 11 in 2009.

Momenteel beschikken 20 productiesites over een OHSAS 18001-certificering, tegenover 11 in 2009.

FIGUUR 1 Frequentiegraad Umicore wereldwijd

FIGUUR 2 Ernstgraad Umicore wereldwijd

Vision 2015: Doorbraak in veiligheid met nul ongevallen

In het raam van haar geïntegreerde strategie, Vision 2015, heeft Umicore een programma gestart om een duurzame werkomgeving met nul ongevallen te realiseren in alle sites tegen 2015. Om dit proces in gang te zetten, werd in juni 2010 in het hoofdkantoor in Brussel een wereldwijde conferentie over Veiligheid en Gezondheid georganiseerd waaraan meer dan 90 veiligheids- en gezondheidsverantwoordelijken deelnamen. Op deze conferentie identificeerde Umicore vijf hoofddomeinen voor verdere ontwikkeling en focus:

  • Leiderschap voor veiligheid op het werk. Dit is hoofdzakelijk de bekwaamheid van het management van de site om de individuele werknemers te inspireren en hen te leiden in hun dagdagelijkse veiligheidsinspanningen; leiden door het voorbeeld te geven.

  • Opleiding en ontwikkeling zijn essentieel om te verzekeren dat werknemers die bij risicovolle activiteiten betrokken zijn zich bewust zijn van de gevaren en de te volgen procedures.

  • Dit is een uitstekende gelegenheid voor het delen van beste praktijken en standaarden door de business units en de sites.

  • Middelen en toewijding zijn vereist om een verbeterd veiligheidsniveau te behouden: ze vormen de drijvende kracht voor alle managementniveaus om een verbeterde prestatie te beogen.

  • De handleiding voor de sites opstellen om ze te helpen leidende indicatoren te implementeren en de veiligheidsprestaties beter te beoordelen (bv. het aantal uren veiligheidsopleiding).

De Groep zal deze hoofddomeinen actief stimuleren om de doelstelling 'nul ongevallen' te realiseren in het raam van Vision 2015. Alle business units hebben specifieke actieplannen ontwikkeld met het doel dit overkoepelend objectief te bereiken.

Procesveiligheid

De implementatie van het herkennen van gevaren en beveiligingscontroles in verband met de opslag, behandeling en het gebruik van gevaarlijke chemische stoffen is essentieel om de risico's voor de medewerkers, de omwonenden en het milieu te verminderen. Om de vooruitgang in 2009 op te volgen werd een enquête georganiseerd over veilige werkmethoden in verband met het gebruik van chloor op de sites waar met chloor wordt gewerkt.

In 92 % van de productiesites is een urgentieplan beschikbaar of in ontwikkeling. De sites waar nog urgentieplannen moeten worden ontwikkeld, zijn hoofdzakelijk sites met activiteiten met laag risico of sites die recent door Umicore werden overgenomen.

Overzicht van de verwezenlijking van de duurzame ontwikkelingsobjectieven 2006-2010

In 2006 introduceerde Umicore 10 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen met streefdatum 31 december 2010. In de periode 2006-2010 moesten alle sites en business units van Umicore plannen ontwikkelen en implementeren om deze milieu- en sociale doelstellingen te realiseren. Op het vlak van milieu hadden deze doelstellingen betrekking op het verminderen van de emissies, een milieu- en nalevingbeheersysteem, impactbeoordeling, energie-efficiëntie en EHS productdatasets. De belangrijkste domeinen op sociaal vlak waren verantwoordelijkheid tegenover de lokale gemeenschap, een aantrekkelijke werkgever zijn, een constructieve dialoog en open communicatie, opleiding en ontwikkeling en tot slot gelijke kansen voor iedereen (diversiteit, respect voor de mensenrechten en de Gedragscode van Umicore).

In de voorbije vijf jaar werd een aanzienlijke en significante vooruitgang geboekt zodanig dat de meeste sites hun doelstellingen tegen einde 2010 hadden bereikt. Het onderliggende doel – de sites van de Groep tot een gelijk niveau van kennis en inzicht en tot gemeenschappelijke beheerssystemen te brengen– werd ruimschoots gerealiseerd. Sommige doelstellingen bleken onvermijdelijk moeilijker te bereiken dan andere en in bepaalde gevallen werden deze thema's opgenomen in de volgende reeks doelstellingen als deel van de Vision 2015-strategie van het bedrijf.

De verbeteringsplannen in het raam van de milieudoelstellingen namen naargelang van de site verschillende vormen aan. Bijna alle sites die binnen Umicore geconsolideerd waren in 2006 hebben de doelstellingen bereikt. In sommige recent overgenomen sites zal de implementatie van hun actieplannen worden afgerond in 2011. De ontwikkeling van EHS datasets zal verdergezet worden in de komende jaren.

In het kader van de sociale doelstellingen slaagden bijna alle sites erin de noodzakelijke siteplannen te implementeren. Het percentage sites dat de implementatie einde 2010 nog niet had voltooid, was erg klein. Dat percentage was het hoogst voor doelstelling 3 – een constructieve interne dialoog – waarvoor 6% van de sites hun plan nog volledig moesten implementeren. De vooruitgang die werd gemaakt en de totale realisatie van de sociale doelstellingen tussen 2006 en 2010 waren bijzonder bevredigend. Aan het begin van de periode hadden vele grotere sites de belangrijkste thema's al aangepakt en focusten de doelstellingen vooral op het creëren van een gemeenschappelijke visie op de belangrijkste sociale kwesties over alle grote en kleine sites. Dat doel werd bereikt en alle sites zijn nu klaar voor de volgende reeks meer gekwantificeerde doelstellingen.

Finale status van de duurzame ontwikkelingsobjectieven 8%

De totalen in het diagram zijn de gemiddelde gecombineerde scores voor respectievelijk de sociale en milieudoelstellingen. Voor de milieudoelstellingen omvat dit het gemiddelde van de doelstellingen 1 tot 4 omdat het niet mogelijk is de 5e doelstelling te aggregeren. Acties lopende Acties lopende

Volledig
verwezenlijkt
Niet
verwezenlijkt
MILIEUDOELSTELLINGEN Status Lopende
DOELSTELLING 1
Emissies naar lucht
en water
In 2006 beschikte 23 % van de sites over systematische plannen om de emissies
te verminderen. Tegen 2010 beschikte een overgrote meerderheid van de
sites – 91 % - over dergelijke plannen en was de basis voor verdere verbeteringen
gelegd.
91%
DOELSTELLING 2
Milieubeheersysteem
Sinds 2006, toen 73 % van de sites over een ISO 14001-certificering en een intern
nalevingsysteem beschikte, werd gestage vooruitgang geboekt. Momenteel beschikt
88 % van de sites over dergelijke systemen en sommige recent overgenomen sites
zijn bezig met de implementatie.
88%
DOELSTELLING 3
Risico's in verband met
bodem- en grondwater
sanering
De vooruitgang was zeer aanzienlijk, want 96 % van de sites heeft de
doelstelling bereikt, tegenover 38 % in 2006. Een klein aantal sites zal het
proces voltooien in 2011.
96%
DOELSTELLING 4
Energie-efficiëntie
Hoewel een groot aantal sites deze doelstelling heeft bereikt (86 % tegenover
40 % in 2006), bleek de implementatie van energie-efficiëntieplannen niet
eenvoudig voor de industriële sites. Er werd een doelstelling voor het verminderen
van de CO2
uitstoot geïntroduceerd voor de periode 2011-2015.
86%
DOELSTELLING 5
EHS datasets
Het aantal sites dat de doelstelling bereikte, is gestegen van 1 % in 2006 tot 30
% in 2010. Het aantal sites dat deze doelstelling heeft bereikt, is kleiner dan voor
de andere doelstellingen omdat er medewerkers moesten worden ingezet om
de deadline voor de REACH-registratie te halen. Er wordt verder gewerkt aan deze
doelstelling tot 2015.
30%
SOCIALE DOELSTELLINGEN
DOELSTELLING 1
Verantwoordelijkheid tgov.
de lokale gemeenschap
In 2006 rapporteerde slechts 29 % van de sites dat ze over een plan beschikten om
deze verantwoordelijkheid op een systematische manier te beheren. Dat percentage
was tot 96 % gestegen in 2010.
96%
DOELSTELLING 2
Aantrekkelijke
werkgever
De meeste sites hebben concrete stappen ondernomen om de reputatie van Umicore
als werkgever op lokaal niveau te verbeteren. In 2006 had 22 % van de sites deze
doelstelling bereikt, in 2010 was dit 96 %.
96%
DOELSTELLING 3
Interne dialoog
60 % beschikte al over plannen in 2006. Dat aantal groeide gestaag tot 94 %
eind 2010.
94%
DOELSTELLING 4
Opleiding en
ontwikkeling
Het aantal sites dat de doelstelling heeft bereikt, groeide geleidelijk
van 58 % in 2006 tot 97 % in 2010.
97%
DOELSTELLING 5
Gelijke kansen en
mensenrechten
Voor gelijke kansen en diversiteit werd zeer grote vooruitgang geboekt en in 2010
hadden alle sites deze doelstelling bereikt. In 2006 voldeden alle sites al aan de
doelstelling betreffende de mensenrechten.
100%

76 I Umicore I Jaarverslag 2010

Umicore Groep Jaarrekening 2010 Inhoud

Geconsolideerde resultatenrekening 78
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
Geconsolideerde balans 79
Geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen van de Groep 80
Geconsolideerde kasstromentabel 80
Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 81
1.
Voorstellingsbasis
81
2.
Waarderingsregels
81
3.
Beheer financiële risico's
86
4.
Belangrijke boekhoudkundige inschattingen en beoordelingen
87
5.
Groepsondernemingen
88
6.
Waardering vreemde deviezen
89
7.
Segmentinformatie
89
8.
Bedrijfsresultaat
9.
Bezoldigingen en aanverwante voordelen
91
92
10.
Netto financiële kost
93
11.
Opbrengsten van andere financiële activa
93
12.
Belastingen
93
13.
Immateriële vaste activa (uitgezonderd goodwill)
94
14.
Goodwill
94
15.
Materiële vaste activa
94
16.
Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
96
17.
Financiële activa beschikbaar voor verkoop en leningen
97
18.
Voorraden
97
19.
Handels- en overige vorderingen
98
20.
Uitgestelde belastingactiva en -passiva
99
21.
Kas en kasequivalenten
22.
Valuta omrekeningsverschillen en andere reserves
100
100
23.
Financiële schulden
101
24.
Handels- en overige schulden
102
25.
Liquiditeit van de financiële schulden
102
26.
Voorzieningen voor personeelsvoordelen
103
27.
Aandelenoptieplannen toegestaan door de onderneming
107
28.
Voorzieningen voor leefmilieu
108
29.
Voorzieningen voor overige risico's en kosten
108
30.
Financiële instrumenten per categorie
109
31.
Reële waarde van financiële instrumenten
111
32.
Toelichting bij de kasstromentabel
113
33.
Rechten en verplichtingen
114
34.
Voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen
35.
Verbonden partijen
114
115
36.
Gebeurtenissen na balansdatum
115
37.
Winst per aandeel
116
38.
IFRS ontwikkelingen
117
39.
Audit vergoeding
117
Beknopte jaarrekening van de moederonderneming 118
Verklaring over verantwoordelijkheid van het management 119
Verslag van de commissaris over de geconsolideerde jaarrekening afgesloten
op 31 december 2010
120

Geconsolideerde resultatenrekening

(EUR duizend)
Toelichting 2009 2010
Omzet 8 6.937.425 9.691.109
Andere bedrijfsopbrengsten 8 73.226 55.107
Bedrijfsopbrengsten 7.010.651 9.746.216
Verbruikte handelsgoederen, grond- en hulpstoffen -5.867.308 -8.338.353
Bezoldigingen en personeelsvoordelen 9 -577.441 -636.847
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 8 -83.090 -125.696
Andere bedrijfskosten 8 -333.172 -343.314
Bedrijfskosten -6.861.011 -9.444.210
Opbrengsten van andere financiële activa 11 488 977
BEDRIJFSRESULTAAT 150.127 302.983
Financiële baten 10 5.607 3.737
Financiële lasten 10 -34.946 -27.854
Wisselkoersverliezen en -winsten 10 -6.574 7.442
Aandeel in het resultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de 16 -8.973 21.022
vermogensmutatiemethode
RESULTAAT UIT DE GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTING 105.241 307.330
Belastingen op het resultaat 12 -20.565 -54.211
RESULTAAT UIT VOORTGEZETTE ACTIVITEITEN 84.676 253.119
Resultaat uit afgesplitste activiteiten -4.187 0
RESULTAAT VAN DE PERIODE 80.489 253.119
waarvan: Aandeel van de Groep 73.815 248.727
Minderheidsbelangen 6.674 4.392
(EUR)
Winst per aandeel uit voortgezette activiteiten 37 0,69 2,20
Totale winst per aandeel - basisberekening 37 0,66 2,20
Winst per aandeel na verwatering uit voortgezette activiteiten 37 0,69 2,19
Totale winst per aandeel na verwatering 37 0,65 2,19
Dividend per aandeel 0,65 0,8*

* voorgesteld

De begeleidende toelichtingen op de pagina's 81 tot 119 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde financiële rekeningen.

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

(EUR duizend)
Toelichting 2009 2010
Resultaat van de periode 80.489 253.119
Bewegingen in reserves financiële vaste activa beschikbaar voor verkoop 33.401 18.144
Bewegingen in kasstroomafdekkings reserves -56.505 -59.862
Bewegingen in personeelsvoordelen na uitdiensttreding, voortkomenende uit veranderingen in
actuariële parameters
-12.263 -11.043
Bewegingen in uitgestelde belastingen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen 21.824 22.538
Bewegingen in omrekeningsverschillen van valuta 39.163 78.629
Componenten van niet-gerealiseerde resultaten 22 25.619 48.406
Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode 106.108 301.525
waarvan : Aandeel van de Groep 93.713 289.083
Minderheidsbelangen 12.395 12.442

Het impact van de latente belastingen op het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten heeft te maken met de kasstroomafdekkingsreserves voor een bedrag van EUR 20,2 miljoen en met de personeelsvoordelenreserves ten bedrage van EUR 3,2 miljoen.

De begeleidende toelichtingen op de pagina's 81 tot 119 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde financiële rekeningen.

Geconsolideerde balans

(EUR duizend)
Toelichting 31/12/09 31/12/10
VASTE ACTIVA 1.243.550 1.371.897
Immateriële vaste activa 13,14 138.957 169.497
Materiële vaste activa 15 763.790 804.510
Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode 16 166.387 197.758
Financiële activa beschikbaar voor verkoop 17 57.910 76.152
Leningen 17 8.454 769
Handels- en overige vorderingen 19 11.950 14.416
Uitgestelde belastingactiva 20 96.102 108.795
VLOTTENDE ACTIVA 1.583.142 2.139.701
Toegekende leningen 17 6.859 50
Voorraden 18 859.582 1.183.034
Handels- en overige vorderingen 19 523.293 811.500
Terug te vorderen belastingen 7.988 20.363
Financiële activa beschikbaar voor verkoop 17 89 37
Kas en kasequivalenten 21 185.332 124.717
TOTAAL DER ACTIVA 2.826.693 3.511.598
EIGEN VERMOGEN 1.366.727 1.575.242
Eigen vermogen van de groep 1.314.191 1.516.961
Kapitaal en uitgiftepremies 502.862 502.862
Overgedragen resultaten en reserves 1.086.036 1.234.242
Omrekeningsverschillen en overige reserves 22 -96.351 -55.541
Eigen aandelen (-) -178.356 -164.602
Minderheidsbelangen 52.536 58.281
VERPLICHTINGEN OP MEER DAN EEN JAAR 516.144 551.828
Voorzieningen voor personeelsvoordelen 26 182.875 190.799
Financiële schulden 23 175.771 194.884
Handels- en overige schulden 24 5.525 6.333
Uitgestelde belastingpassiva 20 31.381 43.702
Voorzieningen 28, 29 120.593 116.111
VERPLICHTINGEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR 943.821 1.384.528
Financiële schulden 23 186.103 290.195
Handels- en overige schulden 24 676.493 1.022.423
Te betalen belastingen 29.138 21.664
Voorzieningen 28, 29 52.086 50.246
TOTAAL DER PASSIVA 2.826.693 3.511.598

De begeleidende toelichtingen op de pagina's 81 tot 119 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde financiële rekeningen.

Geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen van de Groep

(EUR duizend)
Aandeel van de Groep
Kapitaal en
uitgifte
premies
Overge
dragen
resultaten
Omrekenings
verschillen en
overige reserves
Eigen
aandelen
Minderheids
belangen
TOTAAL
EIGEN
VERMOGEN
Begin van het vorige boekjaar 502.862 1.084.601 -119.048 -177.732 41.670 1.332.353
Resultaat van de periode 73.815 6.674 80.489
Componenten van niet-gerealiseerde resultaten 19.898 5.721 25.619
Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de
periode
73.815 19.898 12.395 106.108
Bewegingen in op aandelen gebaseerde vergoedingen
reserves
2.791 2.791
Dividenden -73.027 -1.053 -74.080
Wijzigingen eigen aandelen 647 -624 23
Perimeterwijzigingen 5 -475 -470
Per einde van het vorige boekjaar 502.862 1.086.036 -96.353 -178.356 52.536 1.366.726
Resultaat van de periode 248.727 4.392 253.119
Componenten van niet-gerealiseerde resultaten 40.356 8.050 48.406
Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de
periode
248.727 40.356 12.442 301.525
Bewegingen in op aandelen gebaseerde vergoedingen
reserves
4.018 4.018
Dividenden -110.140 -1.062 -111.202
Overboekingen 9.619 -3.561 -5.640 418
Wijzigingen eigen aandelen 0 13.754 13.754
Perimeterwijzigingen -2 4 1
Per einde van het jaar 502.862 1.234.242 -55.541 -164.602 58.281 1.575.242

De wettelijke reserve van EUR 50 000 duizend, die inbegrepen is in de overgedragen winst, is niet beschikbaar voor uitkering. Het aandelenkapitaal van de Groep op 31 december 2010 bestond uit 120 000 000 aandelen zonder nominale waarde.

De begeleidende toelichtingen op de pagina's 81 tot 119 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde financiële rekeningen.

Geconsolideerde kasstromentabel

(EUR duizend)
Toelichting 2009 2010
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 84.676 253.119
Resultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode 8.973 -21.022
Aanpassing voor niet-kastransacties 32 118.845 90.099
Aanpassing voor elementen die afzonderlijk vermeld of 32 36.850 68.156
geklasseerd moeten worden onder de investerings- of financieringskasstromen
Wijziging in de behoefte aan bedrijfskapitaal 32 201.824 -247.031
Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten 451.168 143.321
Ontvangen dividenden 4.563 8.077
Belastingen betaald in de loop van het boekjaar -5.070 -47.283
KASSTROMEN VOORTKOMEND UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN 32 450.660 104.115
Verwerving van materiële vaste activa 15 -169.705 -141.478
Verwerving van immateriële vaste activa 13 -20.767 -30.554
Verwerving / kapitaalverhoging van ondernemingen opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode
-5.438 -8.582
Verwerving extra aandelen in dochterondernemingen -480 0
Verwerving van financiële vaste activa 17 -5.161 -380
Nieuwe toegekende leningen 17 -11.547 0
Subtotaal van de verwervingen -213.098 -180.993
Afstand van materiële vaste activa 13.916 2.026
Afstand van immateriële vaste activa -147 32
Afstand van financiële vaste activa 6.986 23
Aflossing van leningen 17 33 6.608
Subtotaal van de overdrachten 20.788 8.689
KASSTROMEN VOORTKOMEND UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN 32 -192.310 -172.305
Verkoop (aankoop) van eigen aandelen 23 13.754
Ontvangen interesten 5.593 3.564
Betaalde interesten -20.630 -15.014
Nieuwe leningen (aflossing) -228.909 97.279
Dividenden uitgekeerd aan Umicore-aandeelhouders -73.765 -108.807
Dividenden uitgekeerd aan de minderheidsaandeelhouders -1.053 -1.332
KASSTROMEN VOORTKOMEND UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN 32 -318.741 -10.556
Invloed van de wisselkoers op de aangehouden liquide middelen -4.979 -4.856
Netto
kas
en - kase
quivalenten
uit
bedrijfsactiviteiten
-65.370 -83.601
Impact van wijzigingen perimeter in kas- en kasequivalenten openingsbalans 10 1.675
Nettokas
en -kase
quivalenten
bij het begin
van
het boekjaar
21 248.380 180.347
Kas uit afgesplitste activiteiten -2.672
Nettokas
en -kase
quivalenten
op het einde
van
het boekjaar
21 180.347 98.421
waarvan kas en kasequivalenten 185.332 124.717
waarvan korte termijnschulden bij kredietinstellingen -4.985 -26.296

De begeleidende toelichtingen op de pagina's 81 tot 119 maken integraal deel uit van deze geconsolideerde financiële rekeningen.

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening

De geconsolideerde jaarrekening voor de periode eindigend op 31 december 2010 en het jaarverslag, opgesteld in overeenstemming met artikel 119 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en opgenomen op de pagina's 1 tot 75 en 122 tot 151, werd voor publicatie goedgekeurd door de Raad van bestuur van 23 maart 2011. De jaarrekening werd voorbereid overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen voor het opmaken van geconsolideerde jaarrekeningen van Belgische bedrijven. Ze bevat de rekeningen van de onderneming, van haar dochterondernemingen en van haar belangen in ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

1. Voorstellingsbasis

De Groep presenteert de geconsolideerde jaarrekening volgens alle Internationale Financiële Rapporterings-standaarden (IFRS) zoals voorgeschreven door de Europese Unie (EU).

De geconsolideerde financiële staten worden uitgedrukt in duizenden euro, afgerond op het dichtste duizendtal, en werden opgemaakt op basis van het principe van de historische kost, met uitzondering van de onderdelen gewaardeerd aan reële waarde.

De groep past de herziene versie van IAS 1 toe : presentatie van de jaarrekening. De groep geeft er de voorkeur aan om 2 staten te presenteren : een resultatenrekening en een geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten. De staat van mutaties in het eigen vermogen van de Groep maakt een onderscheid tussen de wijzigingen in het eigen vermogen die verbonden zijn met de aandeelhouders van het vermogen, dan wel met nietaandeelhouders.

2. Waarderingsregels

2.1 Consolidatie en segmenteringprincipes

Umicore past de integrale consolidatie toe voor haar dochterondernemingen, met name die entiteiten die de onderneming controleert, en waarvoor ze in staat is om het financiële en operationele beleid te sturen en de voordelen ervan te verwerven. Men vermoedt dat er controle is wanneer Umicore rechtstreeks of onrechtstreeks via andere dochterondernemingen meer dan 50% van de stemrechten bezit.

Dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de datum waarop de controle overgedragen wordt aan de Groep en worden niet langer geconsolideerd vanaf de datum waarop deze controle ophoudt te bestaan.

Toelichting 5 geeft een overzicht van de dochterondernemingen van de Groep op balansdatum.

Een overname wordt geboekt volgens de overnamemethode. De activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van het overgenomen bedrijf worden gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. De kost van een overname wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de afgestane activa, de uitgegeven aandelen of de aangegane verplichtingen op de overnamedatum, vermeerderd met kosten die direct toerekenbaar zijn aan de overname. Het bedrag waarmee de kost van een overname het belang van de Groep in de reële waarde van de nettoactiva van de dochteronderneming overschrijdt, wordt geboekt als goodwill (zie punt 2.6, Immateriële vaste activa). Indien het belang van de Groep in de reële waarde van de nettoactiva hoger is dan de kost van de overname, wordt dit verschil onmiddellijk als een winst in de resultatenrekening genomen.

Alle intragroepsverrichtingen, intragroepssaldi en niet gerealiseerde winsten op intragroepsverrichtingen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, behalve wanneer een verlies een indicatie is tot een bijzondere waardevermindering. Indien noodzakelijk werden de waarderingsregels van de dochterondernemingen aangepast om de samenhang te garanderen met de principes aangenomen door de Umicore Groep.

In een geassocieerde onderneming heeft de Groep een betekenisvolle invloed op het financiële en operationele beleid, maar geen controle. Dit wordt in het algemeen aangetoond door het bezit van 20 tot 50% van de stemgerechtigde aandelen. Een joint venture is een contractuele overeenkomst waarbij de onderneming en andere partijen rechtstreeks of onrechtstreeks een economische activiteit opzetten die zij gezamenlijk controleren.

Zowel geassocieerde ondernemingen als joint ventures worden in de consolidatie opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens deze methode wordt het aandeel van de Groep in de winsten of verliezen na de overname opgenomen in de resultatenrekening en wordt het aandeel in de bewegingen van de reserves na de overname opgenomen in de reserves.

De participaties van de onderneming in geassocieerde ondernemingen en joint ventures omvatten ook de goodwill op hun overnames, verminderd met de gecumuleerde waardeverminderingen.

Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de onderneming en haar geassocieerde deelnemingen of joint ventures worden geëlimineerd ten belope van het belang van de onderneming in de geassocieerde deelnemingen en joint ventures. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij de transactie een indicatie levert voor een bijzondere waardevermindering.

Investeringen in ondernemingen die niet geconsolideerd worden via de vermogensmutatiemethode of via de integrale consolidatie, worden opgenomen als financiële activa beschikbaar voor verkoop.

Toelichting 16 geeft een lijst van de belangrijkste geassocieerde ondernemingen en joint ventures van de Groep op balansdatum.

Toelichting 7 toont de segmentinformatie van de Groep, in lijn met IFRS 8. Umicore is georganiseerd in business units. Onder IFRS 8 zijn de operationele segmenten van Umicore ingedeeld naar hun groeidomeinen op gebied van Katalyse, Energy Materials, Performance Materials en Recycling.

Het segment Katalyse produceert zowel autokatalysatoren voor emissiecontrole bij lichte en zware gebruiksvoertuigen als katalysatoren gebruikt bij chemische processen in de chemiesector en de sector van life sciences. Deze katalysatoren zijn vooral gebaseerd op PGM metalen.

Het segment Energy Materials is vooral gericht op materialen die gebruikt worden enerzijds in de groeiende markt van herlaadbare batterijen voor zowel draagbare electronicatoepassingen als voor hybride electrische voertuigen en anderzijds in de markt van zonne-energie. De producten zijn voornamelijk gebaseerd op cobalt, germanium en indium.

Het Recycling segment wint een groot aantal edele en andere metalen terug uit een brede waaier van afvalstromen en industriële residu's. De Recycling operaties omvatten ook de productie van materialen voor de juwelenindustrie (inclusief recyclage diensten) en de recyclage van herlaadbare batterijen.

Het segment Performance Materials bestaat uit een brede portfolio in verschillende industrieën, zoals bouw, automobielindustrie, electriciteits- en electronicatoepassingen. Al deze activiteiten gebruiken edele metalen of zink om de specifieke eigenschappen van de producten te intensiveren.

82 I Umicore I Jaarverslag 2010

De wijze waarop de operationele segmenten worden gerapporteerd is consistent met de interne rapportering aan de raad van bestuur en aan het directiecomité. Het directiecomité evalueert de performantie van de operationele segmenten hoofdzakelijk op basis van het resultaat voor interesten en belastingen (EBIT), aangewend kapitaal en het rendement op aangewend kapitaal (ROCE).

De resultaten van het segment, de activa en passiva bevatten elementen die direct aan het segment kunnen toegewezen worden, of er op een redelijke wijze aan kunnen toegewezen worden.

De prijszetting van verkopen tussen de segmenten is gebaseerd op marktconforme transfert-prijzen. Indien onvoldoende marktreferenties beschikbaar zijn wordt een « kost-plus » mechanisme toegepast. De verbonden ondernemingen worden toegevoegd aan die segmenten waarmee hun activiteit het beste overeenstemt.

Een geografisch segment levert goederen en diensten binnen een bepaalde economische omgeving waarvan het rendements- en risicoprofiel verschillend is van segmenten die in andere geografische omgevingen actief zijn.

2.2 INFLATIEBOEKHOUDING

Op balansdatum was er binnen de Umicore Groep geen enkele dochteronderneming die haar financiële verslaggeving opstelt in de valuta van een economie met hyperinflatie.

2.3 OMREKENING VAN VREEMDE VALUTA

Functionele munt: de posten in de financiële staten van elke entiteit van de Groep worden gewaardeerd in de munt die het best aansluit bij de economische realiteit en de gebeurtenissen en omstandigheden waarbinnen deze entiteit werkt. De geconsolideerde financiële staten worden opgesteld in euro, de functionele munt van de moederonderneming. Voor de consolidatie van de Groep en al haar dochterondernemingen worden de jaarrekeningen van de individuele ondernemingen als volgt omgerekend:

  • . activa en passiva aan de koers op het einde van de periode, zoals die gepubliceerd wordt door de Europese Centrale Bank;
  • . de resultatenrekening aan de gemiddelde wisselkoers van de periode;
  • . het eigen vermogen aan de historische wisselkoers.

Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de netto-investering in buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen tegen de wisselkoers op het einde van de periode, worden geboekt als deel van het eigen vermogen onder "Omrekeningsverschillen".

Wanneer een buitenlandse activiteit gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld of verkocht, worden wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, erkend in de resultatenrekening.

Goodwill en alle aanpassingen van de boekwaarden van activa en verplichtingen aan de reële waarde, die voortvloeien uit de overname van een buitenlandse entiteit, worden verwerkt als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en worden bijgevolg omgerekend op basis van de slotkoers.

2.4 TRANSACTIES IN VREEMDE VALUTA

Transacties in vreemde valuta worden geboekt in de functionele munt van elke entiteit tegen de wisselkoersen die van kracht zijn op de datum van de afsluiting van de transacties. De datum van de afsluiting van de transactie is de datum waarop de transactie voor erkenning in aanmerking komt. Voor praktische redenen kan een wisselkoers worden gebruikt die kort aansluit bij de koers op de datum van de afsluiting van de transacties, bij voorbeeld, de gemiddelde koers van de week of de maand waarin de transacties voorkomen.

Vervolgens worden bij de jaarafsluiting alle monetaire activa en passiva gebaseerd op deze transacties in vreemde valuta, omgerekend tegen de slotkoers op de afsluitdatum van de balans.

Winsten en verliezen die voortvloeien uit transacties in vreemde valuta en uit de omrekening van monetaire activa en passiva in vreemde valuta, worden in de resultatenrekening opgenomen als een financieel resultaat.

Om zich tegen bepaalde valutarisico's in te dekken, heeft de onderneming een aantal termijncontracten afgesloten (zie verder punt 2.21, Financiële instrumenten).

2.5 MATERIELE VASTE ACTIVA

Materiële vaste activa worden geboekt tegen historische kost, verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat alle directe kosten en het toewijsbare gedeelte van de indirecte kosten die nodig waren om de activa bedrijfsklaar te maken.

Financieringskosten die direct toewijsbaar zijn aan investeringen worden geactiveerd samen met de kost van de activa, in overeenstemming met IAS 23. Financieringskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan een investering worden ten laste genomen van het resultaat in de periode waarin ze ontstaan.

De lineaire afschrijvingsmethode wordt toegepast over de geschatte economische levensduur van de activa. De economische levensduur is de periode tijdens dewelke men verwacht het activa te gebruiken in de onderneming.

Herstellings- en onderhoudskosten worden ten laste genomen in de periode waarin ze werden uitgevoerd, indien ze niet bijdragen tot een verhoging van het toekomstige economische rendement van de activa. Zoniet worden ze beschouwd als een afzonderlijke component van de materiële vaste activa. Componenten

van de materiële vaste activa zijn elementen die op regelmatige basis worden vervangen. Zij worden beschouwd als afzonderlijke activa, omdat hun economische levensduur verschilt van de materiële vaste activa waartoe zij behoren. De materiële vaste activa van Umicore, vaak complexe en gespecialiseerde industriële activa, hebben over het algemeen geen individuele restwaarde buiten de specifieke omgeving van de operaties. Daarom wordt geen restwaarde in beschouwing genomen bij het bepalen van de afschrijfbare waarde.

Als standaardleidraad is de geschatte economische levensduur van de respectievelijke materiële activa als volgt gedefinieerd:

Terreinen: Niet afschrijfbaar
Gebouwen:
- Industriële gebouwen 20 jaar
- Aanpassingen aan gebouwen 10 jaar
- Andere gebouwen, zoals kantoren en laboratoria 40 jaar
- Onroerend goed 40 jaar
Installaties, machines en uitrustingen: 10 jaar
- Ovens 7 jaar
- Kleinere uitrustingen 5 jaar
Meubilair en materieel:
- Rollend materieel 5 jaar
- Mobiel materieel voor intern transport 7 jaar
- Informaticamaterieel 3 tot 5 jaar
- Meubilair en kantoormaterieel 5 tot 10 jaar

Voor belangrijke nieuw aangekochte of gebouwde investeringen wordt de economische levensduur expliciet ingeschat op het moment van de investeringsaanvraag waarbij deze kan afwijken van bovenstaande standaarden.

Het management bepaalt de geschatte levensduur en gerelateerde afschrijvingen voor de materiële vaste activa. Ze gebruikt hiervoor standaardschattingen gebaseerd op een combinatie van fysische duurzaamheid en ingeschatte product -of industriële levenscyclussen. De geschatte levensduur kan in grote mate wijzigen ten gevolge van technische vernieuwingen, marktontwikkelingen en/ of handelingen gesteld door de concurrentie. Het management zal ofwel de afschrijvingslast verhogen wanneer de levensduur korter is dan voordien werd ingeschat, ofwel zal zij technisch onbruikbare of niet-strategische activa, die verwijderd of verkocht zijn, volledig of gedeeltelijk afschrijven.

2.6 IMMATERIELE VASTE ACTIVA

2.6.1 Kapitaaltransactiekosten

Uitgaven voor oprichting en kapitaalverhoging worden afgetrokken van het kapitaal.

2.6.2 Goodwill

Goodwill is het positieve verschil tussen de overnameprijs van een dochteronderneming, geassocieerde onderneming of joint venture en het aandeel van de Groep in de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen entiteit op de datum van de overname. Goodwill wordt geboekt aan kost verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen.

Goodwill van geassocieerde ondernemingen en joint ventures wordt in de balans opgenomen onder "Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode", samen met de investering zelf.

Om de noodzaak tot een bijzondere waardevermindering te kunnen beoordelen, wordt de goodwill toegewezen aan een kasstroomgenererende eenheid. Op elke balansdatum, wordt voor deze kasstroomgenererende eenheden een analyse uitgevoerd om te bepalen of de boekwaarde van de goodwill volledig recupereerbaar is. Als de boekwaarde van de goodwill niet volledig recupereerbaar is, wordt de nodige waardevermindering opgenomen in de resultatenrekening. Deze waardeverminderingen worden nooit teruggenomen.

Het overschot van het aandeel van de Groep in de reële waarde van de verworven identificeerbare nettoactiva op het ogenblik van de overname tegenover de betaalde overnameprijs, wordt onmiddellijk in resultaat opgenomen.

2.6.3 Onderzoek en ontwikkeling

Onderzoekskosten met betrekking tot het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis en inzichten, worden ten laste van het resultaat genomen in de periode waarin ze werden gemaakt.

Ontwikkelingskosten worden gedefinieerd als kosten voor het ontwerpen van nieuwe of aanzienlijk verbeterde producten en processen voorafgaand aan de commerciële productie of het gebruik. Ze worden geactiveerd als, onder andere, aan de volgende voorwaarden voldaan is:

  • de immateriële activa zullen aanleiding geven tot toekomstige economische voordelen, of met andere woorden, het marktpotentieel is duidelijk aangetoond;
  • de kosten met betrekking tot het proces of product kunnen duidelijk geïdentificeerd en betrouwbaar gewaardeerd worden.

Indien het moeilijk is om een duidelijk onderscheid te maken tussen onderzoeksof ontwikkelingskosten, worden de kosten beschouwd als onderzoekskosten. Als ontwikkelingskosten geactiveerd worden, worden ze lineair afgeschreven over de periode van het verwachte voordeel.

2.6.4 CO2 emissie-rechten

In het kader van het Kyoto protocol werd er een tweede emissie periode geopend, voor de periode 2008-2012. De Vlaamse overheid heeft in dat kader emissierechten toegekend aan de Vlaamse sites van een aantal bedrijven, waaronder Umicore. Ieder jaar op het einde van februari, wordt één vijfde van deze emissierechten overgedragen aan een officieel register. De overdracht van de emissierechten aan dit register leidt tot de activering in de immateriële activa, conform de richtlijnen van de Belgische Commissie voor boekhoudkundige normen.

Winsten die voortvloeien uit het erkennen van emissierechten aan reële waarde worden uitgesteld tot de certificaten gebruikt worden. Emissierechten in eigendom zijn onderhevig aan een test op bijzondere waardeverminderingen maar worden niet afgeschreven. Als op een bepaalde afsluitingsdatum de marktwaarde lager is dan de boekwaarde, wordt een waardevermindering geboekt. Op elke afsluitingsdatum, maakt de groep een schatting van het reële gebruik van de emissierechten voor de periode en erkent een voorziening voor de rechten die moet gestort worden aan de overheid. De last verbonden aan de bijzondere waardevemindering of de erkenning van deze provisies wordt volledig gecompenseerd in de resultatenrekening door het vrijmaken van de uitgestelde ontvangsten. Umicore beschikt over de noodzakelijke emissierechten om een normale werking van haar installaties toe te laten.

2.6.5 Andere immateriële activa

Alle volgende categorieën worden geboekt tegen historische kost, verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen :

  • Concessies, octrooien, licenties: worden afgeschreven over de periode van hun juridische bescherming;
  • Software en aanverwante interne ontwikkelingskosten: worden standaard afgeschreven over een periode van vijf jaar;
  • Gebruiksrecht van terreinen: wordt standaard afgeschreven over de contractuele periode.

2.7 LEASE

2.7.1 Financiële leasing

Leasing waarbij de onderneming vrijwel alle voordelen en risico's verbonden aan de eigendom van de betrokken activa overneemt, wordt beschouwd als financiële leasing. Financiële leasingcontracten worden in de balans opgenomen aan de reële waarde op het moment van het aangaan van de leasingovereenkomst of, indien deze lager is, tegen de geschatte geactualiseerde waarde van de minimale leasingbetalingen, min gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

Elke aflossing wordt deels beschouwd als terugbetaling van de leasingschuld, deels als interestbetaling in een verhouding die maakt dat er over de volledige looptijd een constante interestlast ontstaat in vergelijking met het openstaand kapitaal. De overeenkomstige huurschulden, exclusief de financiële lasten, worden geboekt in de rubriek "Overige langetermijnschulden". Het interestgedeelte wordt over de termijn van de leasingperiode in de resultatenrekening opgenomen. Activa die het voorwerp uitmaken van financiële leasing worden afgeschreven over de kortste termijn van hetzij de verwachte economische levensduur van deze activa, hetzij de duur van het leasingcontract.

2.7.2 Operationele leasing

Leasingovereenkomsten waarbij vrijwel alle wezenlijke voordelen en risico's verbonden aan de eigendom van de activa bij de verhuurder berusten, worden als operationele leasing beschouwd. Operationele leasingbetalingen of ontvangsten worden respectievelijk als een bedrijfskost of -opbrengst geboekt in de resultatenrekening op basis van de lineaire methode.

De groep gaat over tot de leasing van metalen van en aan derden voor een specifieke termijn waarvoor de groep vergoedingen ontvangt of betaalt. Metaal lease contracten worden voornamelijk afgesloten voor periodes van minder dan 1 jaar. De leasing van metalen van en aan derden wordt gerapporteerd onder «Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen».

2.8 FINANCIELE ACTIVA BESCHIKBAAR VOOR VERKOOP, LENINGEN EN LANGE TERMIJN VORDERINGEN

Alle bewegingen in financiële activa beschikbaar voor verkoop, leningen en lange termijn vorderingen worden geboekt op de verhandelingsdatum.

Financiële activa beschikbaar voor verkoop worden gewaardeerd aan reële waarde. Ongerealiseerde winsten en verliezen uit veranderingen in de reële waarde van dergelijke activa, worden opgenomen in het eigen vermogen als financiële vaste activareserves. Wanneer de activa verkocht worden of wanneer er een bijzondere waardevermindering op deze activa dient opgenomen te worden, worden de in het eigen vermogen gecumuleerde aanpassingen voor de reële waarde opgenomen in de resultatenrekening als winst of verlies.

Leningen en vorderingen worden opgenomen aan afgeschreven kostprijs na aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

Eigen aandelen worden afgetrokken van het kapitaal.

2.9 VOORRADEN

Voorraden worden geboekt tegen kostprijs of, indien die lager is, de netto realiseerbare waarde. De kostprijs omvat directe aankoop- of productiekosten en een toewijsbaar deel van de algemene kosten.

Voorraden worden opgesplitst in:

    1. Basisproducten met metaaldekking
    1. Basisproducten zonder metaaldekking
    1. Verbruiksgoederen
    1. Betaalde voorschotten
    1. Bestellingen in uitvoering

Basisproducten met metaaldekking zijn metaalhoudende producten waarbij Umicore blootgesteld is aan metaalprijsschommelingen en waarvoor Umicore een actief en structureel risicobeheer toepast teneinde de mogelijke negatieve effecten op de financiële prestatie van de Groep tot een minimum te beperken. De metaalinhoud wordt gegroepeerd in categorieën die hun specifieke aard en operationele toepassing weerspiegelen, zoals metaalvoorraden die permanent in gebruik zijn of metaalvoorraden die beschikbaar zijn voor commercieel gebruik. Afhankelijk van de metaalvoorraadcategorie, worden gepaste indekkingsmechanismen toegepast. Deze voorraden worden gewaardeerd met de methode van het gewogen gemiddelde, toegepast per voorraadcategorie.

Basisproducten zonder metaaldekking en verbruiksgoederen worden gewaardeerd volgens de methode van het gewogen gemiddelde.

Waardeverminderingen op voorraden worden geboekt in geval van lage voorraadrotatie en wanneer de nettoboekwaarde de marktwaarde overschrijdt, zijnde de geschatte verkoopprijs verminderd met de geschatte kosten voor afwerking en de geschatte kost noodzakelijk voor het afsluiten van een verkoop. Waardeverminderingen worden afzonderlijk vermeld.

Betaalde voorschotten zijn voorafbetalingen op contracten met leveranciers, waarbij de fysieke levering van het onderliggende goed nog niet heeft plaatsgevonden. Zij worden geboekt tegen nominale waarde.

Bestellingen in uitvoering worden gewaardeerd volgens de methode van de "winstname volgende vordering van de werken".

2.10 HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN

Handelsvorderingen worden gewaardeerd aan afgeschreven kostprijs, d.i. aan de netto huidige waarde van de handelsvordering. Tenzij de impact van actualisatie materieel is, worden vorderingen aan nominale waarde geboekt en afgeschreven indien oninbaar. Alle afschrijven worden op aparte rekeningen gevolgd, en deze worden pas met de boekwaarde gecompenseerd als er geen kans meer is op recuperatie van de vordering.

Handelsvorderingen voor dewelke de risico's en de opbrengsten grotendeels getransfereerd werden, worden van de balans afgeboekt.

Reële waardewinsten uit afgeleide financiële instrumenten zijn opgenomen onder handels- en overige vorderingen.

2.11 KAS EN KASEQUIVALENTEN

Kasmiddelen omvatten de beschikbare geldmiddelen in contanten en uitstaande bedragen bij banken. Kasequivalenten zijn uiterst liquide kortetermijnbeleggingen die op elk ogenblik kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is, een looptijd hebben van maximum drie maanden en niet onderhevig zijn aan een materieel risico op waardeschommelingen.

Deze elementen worden in de balans opgenomen tegen nominale waarde of afgeschreven kostprijs. Krediet op bankrekeningen bij de banken worden in de balans opgenomen als financiële schulden op korte termijn.

2.12 BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VAN ACTIVA

Materiële vaste activa en andere vaste activa, met inbegrip van immateriële activa en financiële activa niet aangehouden voor handelsdoeleinden, worden geëvalueerd op de noodzaak tot boeking van bijzondere waardeverminderingen indien bepaalde gebeurtenissen of veranderde omstandigheden erop wijzen dat de boekwaarde mogelijkerwijs niet kan gerecupereerd worden. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, moet de recupereerbare waarde van de activa geschat worden.

De recupereerbare waarde is de nettoverkoopprijs van de activa of, wanneer deze hoger is, de gebruikswaarde van de activa. Om de recupereerbare waarde van individuele activa te kunnen schatten, bepaalt de onderneming vaak de recupereerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid waartoe de activa behoren.

Als de boekwaarde van de activa de recupereerbare waarde overschrijdt, dan wordt onmiddellijk een bijzondere waardevermindering als kost geboekt.

Bijzondere waardeverminderingen worden teruggenomen indien de reden voor de bijzondere waardeverminderingen geboekt voor activa of voor een kasstroomgenererende eenheid, niet langer bestaat of verminderd is. Een bijzondere waardevermindering wordt maximaal teruggenomen voor zover de boekwaarde van de activa niet groter wordt dan de theoretische nettoboekwaarde na afschrijving, bepaald alsof er in de voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering zou zijn opgenomen.

2.13 KAPITAAL EN OVERGEDRAGEN RESULTATEN

A. Herinkoop van eigen aandelen

  • Wanneer de onderneming een deel van haar eigen aandelen inkoopt, wordt de betaalde prijs, inclusief de toewijsbare nettotransactiekosten na belasting, afgetrokken van het eigen vermogen en opgenomen als "Eigen aandelen". Er wordt geen winst of verlies geboekt in de resultatenrekening bij aankoop, verkoop, uitgifte of vernietiging. Indien deze aandelen vervolgens verkocht of heruitgegeven worden, wordt elk ontvangen bedrag als eigen vermogen opgenomen.
  • B. Bijkomende kosten die onmiddellijk toewijsbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen worden in het eigen vermogen opgenomen en in mindering gebracht van het ontvangen bedrag, na aftrek van belastingen.
  • C. Dividenden van de moederonderneming uitkeerbaar aan de gewone uitstaande aandelen worden opgenomen als verplichting nadat ze goedgekeurd zijn door de aandeelhouders.

2.14 MINDERHEIDSBELANGEN

Minderheidsbelangen omvatten het deel, toebehorend aan de minderheidsaandeelhouders, van de reële waarde van identificeerbare activa en passiva die geboekt worden bij de overname van een dochteronderneming, samen met het overeenkomstige deel van de gerealiseerde winsten en verliezen voor de daaropvolgende periodes.

In de resultatenrekening wordt het minderheidsaandeel in het verlies of de winst van de groep apart van het geconsolideerd resultaat van de groep getoond.

2.15 VOORZIENINGEN

Voorzieningen worden aangelegd in de balans indien:

  • • er een huidige (wettelijke of feitelijke) verplichting bestaat ten gevolge van een gebeurtenis uit het verleden;
  • • het waarschijnlijk is dat er kasuitgaven vereist zijn om de verplichting af te wikkelen;
  • • er een betrouwbare schatting van het bedrag van deze uitgave kan gemaakt worden.

Een feitelijke verplichting is een verplichting die ontstaat uit de handelingen van een onderneming, waarbij deze, door een consistent gedrag of door bepaalde gepubliceerde beleidsregels te kennen geeft dat zij bepaalde verantwoordelijkheden aanvaardt, en de onderneming als gevolg daarvan een terecht verwachtingspatroon gecreëerd heeft dat zij die verantwoordelijkheden daadwerkelijk zal opnemen.

Het bedrag opgenomen als voorziening is de best mogelijke schatting op de balansdatum van de uitgaven die vereist zijn om aan de bestaande verplichting te voldoen, rekening houdend met de waarschijnlijkheid van het mogelijke resultaat van de gebeurtenis. Indien de tijdswaarde van het geld belangrijk is, wordt als voorziening de huidige waarde genomen van de verwachte toekomstige vereiste uitgaven om aan de verplichting te voldoen. Het resultaat van de jaarlijkse heractualisatie van de voorzieningen, als ze verricht wordt, wordt opgenomen in de financiële resultaten.

De belangrijkste types van voorzieningen zijn de volgende:

  1. Voorzieningen voor personeelsvoordelen (zie 2.16, Personeelsvoordelen).

2. Voorzieningen voor milieuverplichtingen

Milieuvoorzieningen zijn gebaseerd op wettelijke en feitelijke verplichtingen ten gevolge van gebeurtenissen uit het verleden, in overeenstemming met het milieubeleid van de onderneming en de geldende wettelijke verplichtingen. Het volledige bedrag van de geschatte verplichting wordt onmiddellijk opgenomen, op het ogenblik dat de verplichting plaatsvindt. Wanneer de verplichting productie gerelateerd is, wordt de verplichting stapsgewijs opgenomen volgens het normaal gebruik/ productieniveau.

3. Overige voorzieningen

Omvatten voorzieningen voor geschillen, verlieslatende contracten, garanties, risico's op financiële deelnemingen en herstructureringen. Een voorziening voor herstructurering wordt opgenomen als de onderneming een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd, en als de herstructurering al gestart of publiek aangekondigd is vóór de balansdatum. Elke herstructureringsvoorziening omvat enkel de directe uitgaven die voortvloeien uit de herstructurering, welke duidelijk afgebakend zijn en die geen verband houden met de lopende activiteiten van de onderneming.

2.16 PERSONEELSVOORDELEN

2.16.1 Personeelsvoordelen op korte termijn

Ze omvatten lonen, salarissen en sociale zekerheidsbijdragen, vakantiegeld, doorbetaling van loon bij ziekte, bonussen en verloningen in natura. Deze worden als kost geboekt in de betreffende periode. Alle kaderleden van de onderneming komen in aanmerking voor bonussen, op basis van individuele prestaties en financiële doelstellingen. Het bedrag van de bonus wordt ten laste genomen, op basis van een raming op de balansdatum.

2.16.2 Vergoeding na uitdiensttreding (pensioenen, medische zorgverlening)

De onderneming heeft verschillende pensioenprogramma's en programma's voor medische zorgverlening in overeenstemming met de voorwaarden en de praktijken in de landen waar ze actief is. De programma's worden in principe via betalingen aan verzekeringsmaatschappijen of apart beheerde fondsen gefinancierd.

2.16.2.1 «Te bereiken doel»-plannen

De onderneming neemt alle wettelijke en feitelijke verplichtingen in de boeken op, zowel op basis van de formele bepalingen van de "te bereiken doel"-plannen als van de eerder informele gewoonten van de onderneming.

Het bedrag dat opgenomen wordt in de balans, is gebaseerd op actuariële berekeningen (op basis van de «projected unit credit method") en vertegenwoordigt de huidige waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen. De voorzieningen worden aangepast voor de pensioenkosten van verleden diensttijd en verminderd met de reële waarde van de eventuele activa van het pensioenplan. Niet-opgenomen pensioenkosten van verleden diensttijd resulteren uit de invoering van nieuwe toekomstige uitkeringsverplichtingen of wijzigingen aan de voordelen die betaalbaar zijn volgens het bestaande plan. De pensioenkosten van verleden diensttijd waarvoor de uitkeringen nog niet verworven zijn (de werknemers moeten eerst nog de arbeidsprestaties verlenen vooraleer de uitkeringen toegekend worden), worden lineair afgeschreven over de gemiddelde periode tot de nieuwe of gewijzigde uitkeringen verworven zijn.

De actuariële winsten en verliezen resulteren uit verschillen tussen werkelijke en geschatte actuariële parameters zoals weerspiegeld in de jaarlijkse bijwerking van de actuariële berekeningen. Deze winsten en verliezen worden opgenomen in het eigen vermogen in de periode waarin ze ontstaan en ze worden opgenomen in het geconsolideerde overzicht van de gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten als reserves voor personeelsvoordelen na uitdiensttreding.

2.16.2.2 Plannen met "vaste bijdrage"

De onderneming betaalt vaste bijdragen aan openbare of privéverzekeringsplannen. De betalingen worden ten laste genomen op het moment dat ze verschuldigd zijn, en zijn als dusdanig opgenomen in de personeelskosten.

2.16.3 Andere personeelsvoordelen op lange termijn (anciënniteitspremies)

Deze vergoedingen worden geboekt ten belope van hun verwachte kostprijs over de tewerkstellingsperiode, op basis van een boekhoudmethode, vergelijkbaar met die van de "te bereiken doel"-plannen. Deze verplichtingen worden over het algemeen jaarlijks gewaardeerd door onafhankelijke erkende actuarissen. Alle actuariële verliezen of winsten worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.

2.16.4 Loopbaanbeëindigingsvoordelen (brugpensioenplannen, andere gelijkaardige verplichtingen)

Deze vergoedingen zijn verschuldigd als gevolg van de beslissing van de onderneming om het dienstverband van een werknemer te beëindigen vóór de normale pensioendatum of van de beslissing van een werknemer om in ruil voor deze vergoeding vrijwillig ontslag te nemen. Als ze redelijkerwijs voorspelbaar zijn, overeenkomstig de voorwaarden en praktijken in de landen waar de onderneming actief is, worden ook potentieel toekomstige verplichtingen opgenomen.

Deze vergoedingen worden geboekt ten belope van hun verwachte kostprijs over de tewerkstellingsperiode, op basis van een boekhoudmethode, vergelijkbaar met die van de "te bereiken doel"-plannen. Deze verplichtingen worden over het algemeen jaarlijks gewaardeerd door onafhankelijke erkende actuarissen. Alle actuariële verliezen of winsten worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.

2.16.5 Vergoedingen in aandelen en aanverwante voordelen (op aandelen gebaseerde vergoedingen IFRS 2)

Dankzij verschillende aandelenoptie of aandelen programma's kunnen zowel de werknemers als het senior management van de onderneming aandelen van Umicore aankopen of verwerven. De optie of aandelen uitoefeningsprijs is gelijk aan de marktprijs van de (onderliggende) aandelen op de datum van de toekenning. Als de opties uitgeoefend worden, worden aandelen komende van de bestaande voorraad eigen aandelen ter beschikking gesteld van de begunstigden. In beide gevallen wordt het kapitaal verhoogd met het bedrag van de ontvangen uitoefeningsprijs. Voor de aandelen programma's, worden aandelen uit de voorraad eigen aandelen ter beschikking gesteld aan de begunstigden.

De opties en de aandelen worden standaard verworven op de datum van de toekenning en hun reële waarde wordt opgenomen als een uitgave voor personeelsvoordelen met als tegenpost het eigen vermogen onder de vorm van reserves van de op aandelen gebaseerde vergoedingen. Voor de opties wordt de kost die moet geboekt worden, berekend door een actuaris die daarvoor een waarderingsmodel gebruikt dat rekening houdt met de karakteristieken van de aandelenopties, de volatiliteit van het onderliggende aandeel en het veronderstelde uitoefeningspatroon.

Zolang de verleende opties niet zijn uitgeoefend wordt hun waarde gerapporteerd onder de geconsolideerde staat van mutaties in het eigen vermogen van de groep als 'reserves voor op aandelen gebaseerde vergoedingen'. De waarde van de uitgeoefende opties gedurende de periode wordt getransfereerd naar 'overgedragen resultaten'.

2.16.6 Presentatie

De personeelsvoordelen worden geboekt als bedrijfsresultaat in de resultatenrekening, met uitzondering van interest en actualiseringsresultaten die opgenomen worden in de financiële resultaten.

2.17 FINANCIELE SCHULDEN

Alle bewegingen in financiële schulden worden geboekt op de verhandelingsdatum.

Voor leningen worden de initieel ontvangen bedragen geboekt, verminderd met transactiekosten. Daarna worden ze gewaardeerd tegen nettowaarde na afschrijving, op basis van de effectieve interestmethode. De nettowaarde na afschrijving wordt berekend rekening houdend met alle uitgiftekosten en elke korting of premie op het moment van uitgifte. Alle verschillen tussen het geleende bedrag en de terugbetalingswaarde worden opgenomen in de resultatenrekening bij terugbetaling.

2.18 HANDELS- EN OVERIGE SCHULDEN

Handelsschulden worden geboekt aan kost na afschrijving, met andere woorden aan de netto actuele waarde van het te betalen bedrag. Tenzij het impact van actualisatie materieel is, wordt de nominale waarde genomen.

Reële waardeverliezen uit afgeleide financiële instrumenten zijn opgenomen onder handels- en overige schulden.

2.19 BELASTINGEN OP HET RESULTAAT

De belastingen op het resultaat van het boekjaar betreffen de effectieve belastingen alsook de latente belastingen. Deze belastingen worden berekend in overeenstemming met de belastingwetgeving die van toepassing is in elk land waar de onderneming actief is.

De effectieve belastingen omvatten deze die verschuldigd zijn op het belastbaar inkomen van het jaar, op basis van de belastingpercentages die gelden op de balansdatum, evenals elke herziening van de belastingen die verschuldigd (of terugbetaalbaar) zijn voor voorgaande jaren.

Latente belastingen worden berekend volgens de "liability method", op tijdelijke verschillen die bestaan tussen enerzijds de fiscale waarde van de activa en passiva en anderzijds hun boekwaarde in de jaarrekening. Deze belastingen worden gewaardeerd op basis van de belastingpercentages die van kracht zijn op balansdatum of toekomstige belastingpercentages indien formeel aangekondigd door de autoriteiten in het land waar de onderneming actief is.

Latente belastingactiva worden enkel geboekt als het waarschijnlijk is dat er voldoende toekomstige belastbare winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend.

Latente belastingactiva en -passiva worden gecompenseerd en netto voorgesteld enkel en alleen als ze betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastinginstantie op dezelfde belastbare entiteit.

2.20 BOEKING VAN OPBRENGSTEN

2.20.1 Verkoop van goederen en verlening van diensten

De opbrengsten uit de verkoop van goederen uit de verwerkingsactiviteiten worden opgenomen wanneer de belangrijkste voordelen en risico's inzake eigendom ten laste vallen van de koper en er niet langer onzekerheid bestaat over de ontvangst van de overeengekomen vergoeding en de daaraan verbonden transactiekosten of de mogelijke teruggave van de goederen.

Opbrengsten uit raffinageactiviteiten en de levering van diensten worden opgenomen in verhouding tot het niveau van de afwerking van de transactie, als dit op een betrouwbare manier kan gewaardeerd worden.

2.20.2 Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden aanvankelijk geboekt in de balans als over te dragen opbrengsten indien er een redelijke garantie is dat de subsidies ontvangen zullen worden en dat de onderneming zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Subsidies worden vervolgens in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als, en proportioneel aan, de te compenseren kosten.

2.21 FINANCIELE INSTRUMENTEN

De onderneming gebruikt afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen om de blootstelling aan negatieve schommelingen van wisselkoersen, metaalprijzen, rentevoeten en andere marktrisico's te beperken. De onderneming gebruikt voornamelijk spot- en termijncontracten voor de indekking van het metaal- en valutarisico en swapcontracten om het renterisico in te dekken. De transacties uitgevoerd op de termijnmarkt zijn niet van speculatieve aard.

2.21.1 Transactionele risico's – Reële-waarde indekking

Afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen worden gebruikt om de reële waarde van de onderliggende ingedekte elementen (activa, passiva en vaste overeenkomsten) te beschermen. Deze worden oorspronkelijk aan reële waarde geboekt op de verhandelingsdatum. Alle afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen worden gewaardeerd op balansdatum aan de reële waarde, volgens het marktwaardevergelijkingsmechanisme («mark-to-market»). Alle winsten en verliezen worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening - als een bedrijfsresultaat - indien gerelateerd aan metaal en als een financieel resultaat in alle andere gevallen.

Ingedekte elementen (vooral fysische vaste overeenkomsten en commerciële voorraad) worden ook gewaardeerd aan reële waarde wanneer "hedge accounting" kan gedocumenteerd worden in overeenstemming met de IAS 39-criteria.

In de afwezigheid van het verkrijgen van "hedge accounting" bij de creatie in overeenstemming met de IAS 39-criteria, worden de ingedekte elementen aan kost opgenomen en vervolgens onderworpen aan de waarderingsregels die van toepassing zijn voor gelijkaardige niet-ingedekte elementen, o.a. de waardering aan de laagste van kostprijs en marktwaarde (IAS 2) voor wat de voorraden betreft, of het boeken van voorzieningen voor verlieslatende contracten (IAS 37) voor de fysische vaste overeenkomsten (zie ook toelichting note 2.22 - IAS 39 impact).

Wanneer er een consistente praktijk bestaat bij een dochteronderneming of een kasstroomgenererende eenheid van de Groep om het onderliggende item geleverd te krijgen om het terug te verkopen op korte termijn met als doel een winst te realiseren op basis van de kortetermijnschommelingen in de prijs of de handelsmarges, dan worden in die gevallen de voorraden gewaardeerd aan reële waarde via de resultatenrekening en worden de verbonden fysische en/of handelsgoederen engagementen geklasseerd als afgeleide financiële instrumenten eveneens met een waardering aan reële waarde via de resultatenrekening.

2.21.2 Structurele risico's – Kasstroom indekking

Afgeleide financiële instrumenten en instrumenten met betrekking tot basismaterialen die gebruikt worden voor de indekking van toekomstige kasstromen, worden toegewezen als indekkingen te behandelen onder "cash flow hedge accounting». Wijzigingen in de reële waarde van de indekkingsinstrumenten die voldoen als effectieve kasstroomindekkingen, worden opgenomen in het eigen vermogen van de Groep. Dit gebeurt onder de vorm van kasstroomindekkingsreserves totdat de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen (d.i. een invloed hebben op de resultatenrekening). Op dat moment worden de opgenomen winsten en verliezen van de indekkingsinstrumenten getransfereerd van eigen vermogen naar de resultatenrekening.

Wanneer een indekkingsinstrument vervalt, verkocht wordt, stopgezet of uitgeoefend wordt voordat de onderliggende voorziene of vastgelegde transactie zich voordoet, worden de winsten of verliezen behouden in eigen vermogen totdat de transactie zich voordoet.

Als de ingedekte transacties niet meer waarschijnlijk zijn, worden de hieraan verbonden hedging instrumenten onmiddellijk stopgezet en worden alle winsten of verliezen, initieel opgenomen in het eigen vermogen onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.

In de afwezigheid van het verkrijgen van "hedge accounting" bij de creatie in overeenstemming met de IAS 39-criteria, worden de wijzigingen in reële waarde van de hedging elementen in de resultatenrekening opgenomen in plaats van in het eigen vermogen en dit voordat de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen. (zie ook 2.22 – IAS 39 impact)

2.21.3 In uitvoerende contracten besloten derivaten

Uitvoerende contracten ("basis contract") bevatten soms besloten derivaten. Besloten derivaten veroorzaken dat sommige of alle kasstromen die anders kunnen verwacht worden van het basis contract, worden gewijzigd in functie van een specifieke interestvoet, de prijs van een financieel instrument, de prijs van een handelsgoed, een wisselkoers prijs of andere variabele. Als het vaststaat dat dergelijk besloten derivaat niet dicht verbonden is met het basis contract, dan wordt het afgezonderd van het basis contract onder de regels van IAS 39 (reële waarde via resultatenrekening). Het basiscontract wordt geboekt volgens de regels van de uitvoerende contracten, wat wil zeggen dat dergelijk contract niet wordt erkend in de balans of de resultatenrekening voor de contractuele levering plaatsvindt (zie ook toelichting 2.22 - IAS 39 impact).

2.22 NIET-RECURRENTE RESULTATEN EN IMPACT VAN IAS 39 OPGENOMEN IN HET RESULTAAT

Bevat niet-recurrente elementen voornamelijk met betrekking tot herstructureringsmaatregelen, bijzondere waardeverminderingen van activa en andere kosten en opbrengsten resulterend uit feiten of transacties die duidelijk verschillen van de courante activiteiten van de onderneming.

De IAS 39-impact heeft betrekking op de tijdsverschillen (zonder impact op de kasstromen) in het boeken van resultaten als gevolg van het niet toepassen of het niet kunnen bekomen van IAS 39 "hedge accounting" bij de creatie bij :

  • a) Transactionele indekking, wat met zich meebrengt dat de ingedekte elementen niet langer aan reële waarde kunnen gewaardeerd worden maar gewaardeerd moeten worden volgens waarderingsregels toepasbaar voor vergelijkbare, niet ingedekte elementen, zoals waardering aan de laagste van kostprijs en marktwaarde (IAS 2) voor voorraden of voorzieningen voor verlieslatende contracten (IAS 37) voor de commerciële fysische engagementen.
  • b) Structurele indekking, wat impliceert dat de reële waarde van de betrokken hedging instrumenten in de resultatenrekening wordt opgenomen in plaats van het eigen vermogen, en dit voordat de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen.

86 I Umicore I Jaarverslag 2010

c) In uitvoerende contracten besloten derivaten, wat impliceert dat reële waarde op de besloten derivaten moet toegepast worden en in de resultatenrekening opgenomen, in tegenstelling tot de uitvoerende component waar geen reële waarde waardering is toegelaten.

Toelichting 8 verschaft details over deze resultaten.

3. Beheer van financiële risico's

Alle activiteiten van de Groep zijn blootgesteld aan verschillende risico's, waaronder metaalprijsschommelingen, de wisselkoersen, bepaalde marktgedefinieerde commerciële voorwaarden, en rentevoeten alsook krediet- en liquiditeitrisico's. Het globale risicobeheer van de Groep tracht de negatieve invloed op de financiële resultaten van de Groep tot een minimum te beperken, door deze risico's in te dekken met financiële en verzekeringsinstrumenten.

3.1 Wisselkoersrisico

Het wisselkoersrisico waaraan Umicore blootgesteld is, kan opgesplitst worden in drie types: structurele, transactionele en omrekeningsrisico's.

3.1.1 Structureel risico

De inkomsten van Umicore zijn gedeeltelijk in USD uitgedrukt, alhoewel vele activiteiten zich buiten de USD-zone bevinden (voornamelijk in Europa en Azië). Elke wijziging in de USD wisselkoers versus EUR of andere deviezen die niet aan de USD gekoppeld zijn, heeft daardoor een invloed op de resultaten van de onderneming. Het grootste deel van deze blootstelling aan de wisselkoers vloeit voort uit de in USD uitgedrukte metaalprijzen, die inwerken op de metaalbonussen die gehaald worden op de voor verwerking geleverde materialen.

Umicore heeft een beleid om zich tegen haar structurele wisselkoersblootstelling op termijn in te dekken, zij het in combinatie met de indekking tegen de structurele metaalprijsblootstelling of geïsoleerd, wanneer de wisselkoersen of de in EUR uitgedrukte metaalprijzen boven het historische gemiddelde liggen en zich op een niveau bevinden waarbij aantrekkelijke marges verzekerd kunnen worden.

Bij de huidig geldende wisselkoersen bestaat een blootstelling aan de USD die niet gerelateerd is aan de metaalprijzen. Op het einde van 2010 genereerde iedere stijging van 1 US cent ten opzichte van de euro een stijging van iets minder dan EUR 1 miljoen in inkomsten en operationeel resutltaat op jaarbasis. Gelijkaardig heeft een daling met 1 cent van de US dollar ten opzichte van de euro een daling van dezelfde omvang op jaarbasis.

Deze gevoeligheden zijn als kortetermijnleidraad op te vatten en zijn enigszins theoretisch, aangezien het wisselkoersniveau vaak een zware invloed heeft op wijzigingen in commerciële voorwaarden die in USD worden onderhandeld en op elementen die Umicore niet zelf in handen heeft, zoals de invloed die de USD wisselkoers op in USD uitgedrukte metaalprijzen zou kunnen hebben. Deze bewegingen hebben een invloed op de resultaten van Umicore (zie metaalprijsrisico hieronder). In mindere mate is er ook een gevoeligheid tegenover enkele andere deviezen zoals de Braziliaanse real, de Koreaanse won, de Chinese Yuan en de Zuid-Afrikaanse rand.

Structurele wisselkoersindekking

Umicore heeft geen structurele wisselkoersindekkingen die gerelateerd zijn met niet-metaal-prijs gerelateerde wisselkoerssensitiviteit, behalve enkele Euro/NOK specifieke contracten in Umicore Noorwegen en USD/KRW in Umicore Korea.

3.1.2 Transactioneel risico

Het bedrijf is ook onderhevig aan transactionele risico's met betrekking tot deviezen, namelijk het risico dat wisselkoersen schommelen tussen het moment waarop de prijs met de klant of leverancier wordt bepaald en het moment waarop de transactie afgewikkeld wordt. Umicore dekt zich systematisch in tegen dergelijke transactionele risico's, voornamelijk via termijncontracten.

3.1.3 Omrekeningsrisico

Umicore is een internationaal bedrijf met vestigingen die niet in EUR rapporteren. Wanneer dergelijke resultaten geconsolideerd worden in de rekeningen van de Groep, is het omgerekende bedrag blootgesteld aan waardeschommelingen van zulke lokale valuta's ten opzichte van de EUR. Het betreft voornamelijk de Amerikaanse dollar, de Braziliaanse real, de Koreaanse won, de Chinese yuan en de Zuid-Afrikaanse rand. In principe dekt Umicore zich niet in tegen dit soort risico.

3.2 Metaalprijsrisico

Umicore's metaalprijsrisico kan opgedeeld worden in 3 categoriën: structureel risico, transactioneel risico en risico op metaalvoorraden.

3.2.1 Structureel risico

Umicore is blootgesteld aan structurele metaalprijsrisico's. Die risico's vloeien voornamelijk voort uit de metaalprijzen die inwerken op de metaalbonussen die gehaald worden op de voor verwerking geleverde materialen of andere inkomstenelementen die afhangen van de metaalprijzen. Umicore houdt een beleid aan om dergelijke blootstelling aan metaalprijzen op termijn in te dekken wanneer de forward metaalprijzen uitgedrukt in de functionele wisselkoers van de desbetreffende activiteit boven hun historisch gemiddelde liggen en zich op een niveau bevinden waarbij aantrekkelijke marges verzekerd kunnen worden. In welke mate het metaalprijsrisico op termijn ingedekt kan worden hangt af van de liquiditeit van de desbetreffende markten.

In het segment Recycling, recycleert de Groep voornamelijk platina, palladium, rhodium, goud en zilver en andere basis en speciale metalen. In dit segment is de gevoeligheid op de korte termijn van inkomsten en operationele resultaten aan metaal koersen belangrijk. Gezien de variabiliteit in het soort aangevoerde materialen in de loop der jaren, blijft het moeilijk om een specifieke sensitiviteit uit te drukken voor één welbepaald metaal. In het algemeen geldt dat hogere prijzen in een stijging van de inkomsten in het Recycling segment resulteren. Umicore bezit ook een metaalprijssensitiviteit die vooral gelinkt is aan verschillende verwerkings- of raffinage activiteiten die werken binnen zijn andere activiteitssegmenten (Catalysis, Energy Materials en Performance Materials). Deze sensitiviteit is vooral gerelateerd aan recycling/refining duur van metalen in elke activiteit – hoofdzakelijk kobalt, goud, platinagroep metalen en zink. Over het algemeen draagt een hogere metaalprijs bij tot voordelen op korte termijn voor de winstgevendheid van elke activiteit. Nochtans, andere commerciële voorwaarden die grotendeels onafhankelijk zijn van de metaalprijs, zoals product premies, zijn evenzeer significant en onafhankelijk bepalend voor de opbrengsten en de resultaten.

Een prijsverandering voor de andere metalen en in de andere segmenten heeft geen betekenisvolle invloed op het niveau van de groep.

Structurele metaalprijsindekking

Umicore dekt een deel van haar toekomstige blootstelling aan forward metaalkoersen in, en dit voor sommige metalen die genoteerd zijn op termijnmarkten en voor zover toekomstige metaalprijs gebaseerde inkomsten uit gekende en gedocumenteerde commerciële overeenkomsten kunnen aangetoond worden. In voorgaande jaren heeft Umicore reeds een deel van zijn blootstelling van 2010 en 2011 ingedekt. Door meer inzicht in de toekomstige commerciële overeenkomsten, heeft Umicore in 2010 zulke dekkingsovereenkomsten verder aangegaan, ter indekking van prijsrisico's voor 2011, 2012 en 2013. Deze contracten zijn vooral verbonden met de terugwinning van platina, palladium, goud, zilver en zink.

3.2.2 Transactioneel risico

De Groep wordt geconfronteerd met transactionele risico's op aangekochte en verkochte metalen.

De meerderheid van de transacties in metalen gebruiken wereldwijde marktreferenties zoals deze van de London Metal Exchange. Als de onderliggende metaalprijs constant zou blijven, dan zou de prijs die Umicore betaalt voor het metaal in de grondstoffen terug aan de klant worden doorgerekend als een deel van de verkoopprijs. Gezien de tijd die nodig is voor de conversie van aangekochte grondstoffen tot eindproducten en de verkoop ervan, zal de volatiliteit in de metaalkoers die als referentie dient, verschillen doen ontstaan tussen de aankoopprijs van de metalen en de verkoopprijs. Er is dus een transactioneel risico ingevolge elke prijswijziging tussen het moment waarop grondstoffen worden aangekocht ( meer specifiek, wanneer de aankoopprijs wordt gefixeerd) en het moment waarop producten worden verkocht (meer bepaald, wanneer de verkoopprijs wordt gefixeerd)

Het beleid van de groep bestaat er in om dit transactioneel risico zo veel mogelijk in te dekken, voornamelijk met termijnoperaties.

3.2.3 Risico op metaalvoorraden

De groep is blootgesteld aan metaalkoers risico's op de permanente metaalvoorraden. Het risico heeft te maken met de kans dat metaalkoersen dalen tot onder de boekwaarde van deze voorraden. Umicore dekt zich niet in tegen dit risico.

3.3 Renterisico

De blootstelling van de Groep aan de rentevoetschommelingen houdt verband met de verplichtingen in het kader van de financiële schulden van de Groep. Eind december 2010 bedroeg de netto financiële schuld van de Groep EUR 485,1 miljoen. Rekening houdend met de schuldinstrumenten onderhevig aan vaste rentevoeten, zoals de obligatie op 8 jaar die Umicore in 2004 uitgeschreven heeft, komt het deel van de financiële schulden dat begin 2011 onderhevig is aan de variabele rentevoeten overeen met 65% van de totale bruto financiële schulden.

3.4 Kredietrisico

Kredietrisico en concentratie van kredietrisico

Kredietrisico is het risico op wanbetalingen door eender welke tegenpartij, met betrekking tot de verkoop van goederen of metaalleasingoperaties. Om de kredietblootstelling te beheren, heeft Umicore een kredietbeleid opgesteld met aanvragen voor kredietlimieten, goedkeuringsprocedures, ononderbroken toezicht van de kredietblootstelling en aanmaningsprocedures in het geval van uitstel.

Het kredietrisico ten gevolge van verkopen is tot een bepaalde grens ingedekt via kredietverzekeringen, accreditieven of andere gelijkaardige betalingswijzen. Hiervoor werd één wereldwijd kredietverzekeringscontract aangegaan. Dit contract beschermt de maatschappijen van de groep tegen insolventie, politieke en commerciële risico's met een individualiseerbare franchise van 5% per factuur. De jaarlijkse globale maximale schadeloosstelling beloopt EUR 20 miljoen.

Umicore heeft bepaald dat in een aantal gevallen waar de

kredietverzekeringskosten onevenredig zijn met het risico dat verzekerd moet worden of waar de klantenconcentratie niet in overeenstemming is met de provisies van de bestaande kredietverzekeringscontracten geen kredietindekking gezocht wordt.

Er valt op te merken dat enkele omvangrijke transacties, zoals de verkoop van edele metalen door de business groep Recycling, een beperkt kredietrisico hebben, aangezien het een gangbare praktijk is om te betalen vóór levering.

Met betrekking tot het risico tegenover financiële instellingen zoals banken en brokers, past Umicore ook interne kredietlijnen toe. Er worden specifieke limieten gesteld, per financieel instrument, die de diverse risico's moeten indekken die verbonden zijn aan het handelen met deze tegenpartijen.

3.5 Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico wordt behandeld door een voldoende mate van gediversifieerde financieringsbronnen aan te houden. Deze bevatten vastgelegde en niet vastgelegde bilaterale bankfaciliteiten op korte termijn, een gesyndiceerde bankfaciliteit op middellange termijn, en een "commercial paper" programma, waarvan de bovengrens in mei 2006 werd verhoogd tot EUR 300 miljoen, dit naast de obligatielening op 8 jaar ten bedrage van EUR 150 miljoen uitgegeven in 2004.

3.6 belastingrisico

De belastinglast opgenomen in de financiële rapportering is gebaseerd op de door de Groep naar best vermogen berekende belastingschuld. De definitieve belastingschuld komt evenwel slechts vast te staan nadat er belastingcontroles hebben plaatsgevonden. Tot op dat moment hangt er een zekere graad van onzekerheid over de uiteindelijke belastingschuld van deze periode. Het Groepsbeleid is er op gericht om belastingaangiftes binnen de wettelijke termijnen in te dienen en om belastingadministraties tegemoet te komen door te verzekeren dat de belastingposities van de Groep getrouw en actueel zijn en dat alle verschillen in interpretatie van de fiscale wetgeving en regelgeving zo snel mogelijk besproken en opgelost worden. Rekening houdend met de omvang en het internationale karakter van de Groepsactiviteiten en zoals het geval is voor andere internationale bedrijven, vormen BTW, andere omzetbelastingen en intragroep verrekenprijzen een inherent belastingrisico voor de Groep. Wijzigingen in de belastingwetgeving of in de toepassing ervan inzake verrekenprijzen, BTW, buitenlandse dividenden, O&O belastingkredieten en belastingverminderingen kunnen mogelijkerwijze de werkelijke belastingvoet verhogen en de financiële resultaten van de Groep ongunstig beïnvloeden.

3.7 Kapitaalrisico

In het beheer van haar middelen zal de Groep de continuïteit van de bedrijfsvoering bewaren, de rentabiliteit voor de aandeelhouders en de belangen van de andere belanghebbenden onderhouden en een optimale kapitaalstructuur hanteren om zo de kapitaalkost te verminderen.

Om de kapitaalstructuur te handhaven of aan te passen, kan de Groep bijvoordeeld de dividenden uitbetaald aan de aandeelhouders aanpassen, kapitaal uitkeren aan de aandeelhouders, eigen aandelen inkopen of nieuwe aandelen uitgeven.

De Groep controleert haar kapitaalstructuur door onder meer de 'hefboomratio' te hanteren. Deze ratio wordt berekend door de netto financiële schuld te delen door de som van de netto financiële schuld en het totaal eigen vermogen van de Groep. De netto financiële schuld wordt berekend als de som van de financiële schulden op lange termijn en de financiële schulden op korte termijn, verminderd met de kas en kasequivalenten en leningen toegekend in een niet-operationele context.

De Groep probeert om een voor investeringen een aantrekkelijke

kredietwaardigheidratio aan te houden. In deze context, is het de Groep's strategie om in een normale operationele omgeving, een hefboomratio te hanteren lager dan 50%. De Groep kan beslissen dit niveau te overschrijden voor een korte periode in geval van een buitengewone gebeurtenis zoals een grote overname. De hefboomratio's op 31 december 2009 en 2010 waren als volgt (in EUR miljoen):

2009
2010
Netto financiële schuld 176,5 360,4
Eigen Vermogen 1.336,7 1.575,2
Totaal 1.543,2 1.935,6
Hefboom ratio (%) 11,4 18,6

De netto financiële schuld op het einde van 2010 was hoger dan deze op het eind van 2009. De hefboomratio, blijft ruim binnen de door de groep vooropgestelde limieten.

3.8 Strategische en operationele risico's

Umicore is blootgesteld aan diverse strategische en operationele risico's, die niet noodzakelijk een financieel karakter hebben, maar die niettemin de financiële performantie van de groep kunnen schaden. Het betreft bevoorradingsrisico's, technologische risico's, en het risico van productsubstitutie bij klanten. We verwijzen naar de pagina's 132 tot 134 over risicobeheer in het hoofdstuk over Corporate Governance voor een beschrijving van deze risico's en een overzicht van de wijze waarop Umicore deze risico's benadert.

4. Belangrijke boekhoudkundige inschattingen en beoordelingen

De gebruikte schattingen en beoordelingen bij de opstelling en de toepassing van de financiële verslagen van de geconsolideerde Groep worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op ervaringshistorieken en andere elementen. Toekomstige gebeurtenissen die een financiële impact kunnen hebben op de entiteit en voorzover die onder de gegeven omstandigheden aannemelijk lijken zijn hierin inbegrepen. De geschatte resultaten die hieruit voorvloeien zijn per definitie dan ook maar zelden identiek aan de actuele resultaten.

Hypotheses en inschattingen worden onder andere gemaakt bij:

  • • De beoordeling van de noodzaak tot bijzondere waardeverminderingen op vaste activa en een raming hiervan;
  • • De waardering van voorzieningen voor personeelsvoordelen;
  • • Het boeken en berekenen van voorzieningen voor belastings-, milieu-, garantie- en geschilrisico's alsook voor teruggezonden producten en herstructureringen;
  • • Het bepalen van waardeverminderingen op voorraden;
  • • Het beoordelen in welke mate uitgestelde belastingactiva gebruikt zullen worden;
  • • De economische levensduur van materiële vaste activa; en immateriële vaste activa met uitsluiting van de goodwill.

Hieronder worden de inschattingen en beoordelingen vermeld die een betekenisvolle kans hebben om tijdens het volgende boekjaar een materiele aanpassing in de waarde van de activa en passiva te veroorzaken.

4.1 Waardevermindering van de goodwill

De recupereerbare waarde van de kasstroom genererende activiteiten werd bepaald als de hoogste van de reële waarde van de activa verminderd met de realisatiekosten of hun gebruikswaarde in overeenstemming met de waarderingsregels. Deze berekeningen, waardeverminderingstesten, vereisen het gebruik van schattingen en hypotheses zoals verdisconteringvoeten, wisselkoersen, prijzen van eenheidsproducten, toekomstige kapitaalbehoeften en de verwachte operationele performantie. Op 31 december 2010 beliep de waarde van de goodwill voor de geconsolideerde groep EUR 97 489 duizend tegen EUR 93 046 duizend in 2009.

4.2 Verplichtingen tot sanering

Provisies worden aangelegd voor de verwachte kost van de toekomstige sanering van de industriële sites en hun omgeving, voor zover een wettelijke of feitelijke verplichting bestaat in overeenstemming met paragraaf 2.15 van de waarderingsregels. Deze provisies bevatten een schatting van de toekomstige kost verbonden aan herwinning, sluiting van vestigingen, de sluiting van stortplaatsen, bewaking, afbraakkosten, decontaminatie, waterzuivering en permanente opslag van historische residuen. De schatting van deze toekomstige kosten werden verdisconteerd naar hun huidige waarde. De berekening van deze geschatte provisies vereist dat veronderstellingen worden gemaakt over de toepassing van de milieuwetgeving, van de datum waarop vestigingen worden gesloten, van de beschikbare technologie, en de studiekosten. Een wijziging in een van de gebruikte veronderstellingen kan een materiële impact hebben op de effectieve waarde van de provisies voor sanering. Op 31 december 2010 is de waarde van de provisies voor sanering EUR 94 314 duizend tegen EUR 98 634 duizend in 2009.

4.3 Verplichtingen van een "te bereiken doel" plan

Activa of passiva, in verband met pensioenplannen met een "te bereiken doel", worden in de balans opgenomen in overeenstemming met paragraaf 2.16 van de waarderingsregels. De huidige waarde van een verplichting in functie van een plan met een "te bereiken doel" is afhankelijk van een aantal factoren die bepaald worden op een actuariële basis. De geconsolideerde groep bepaalt de toepasselijke verdisconteringvoet die op het einde van ieder jaar moet gebruikt worden. De verplichtingen van de geconsolideerde groep in verband met vergoedingen aan het personeel worden meer uitvoerig behandeld in toelichting 26. Op 31 december 2010 was een provisie als gevolg van verplichtingen aan het personeel opgenomen van EUR 190 800 duizend tegenover EUR 182 874 duizend in 2009.

4.4 Recupereerbaarheid van uitgestelde belastingsactiva

Uitgestelde belastingsactiva voor tijdelijke verschillen, ongebruikte fiscale verliezen en reële waarde reserves worden maar opgenomen indien er toekomstige belastbare winsten (gebaseerd op de het operationeel plan van de Groep) beschikbaar zullen zijn om deze tijdelijke verschillen en verliezen te recupereren. Het effectieve belastingsresultaat in toekomstige periodes kan verschillen van de veronderstelling gemaakt op het ogenblik van de opname van de uitgestelde belastingen.

Andere veronderstellingen en schattingen worden besproken in de respectievelijke toelichtingnota's waar deze veronderstellingen en schattingen werden gebruikt voor de waardering van de respectievelijke elementen.

5. Groepsondernemingen

Hierna volgt een lijst van de belangrijkste operationele ondernemingen die in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen zijn:

% deelneming

2010
Argentinië
Australië
Umicore Argentina S.A.
Umicore Australia Ltd.
100,00
100,00
Umicore Marketing Services Australia Pty Ltd. 100,00
België Umicore Financial Services (BE 0428.179.081) 100,00
Umicore Autocatalyst Recycling Belgium N.V. (BE 0466.261.083) 100,00
Umicore Marketing Services Belgium (BE 0402.964.625) 100,00
Umicore Abrasives (BE 0881.426.726) 100,00
Umicore Specialty Materials Brugge (BE 0405.150.984) 100,00
Brazilië Coimpa Industrial Ltda 100,00
Umicore Brasil Ltda 100,00
Clarex Ltda 100,00
Canada Umicore Canada Inc. 100,00
Umicore Autocat Canada Corp. 100,00
Imperial Smelting & Refining Co. of Canada Ltd. 100,00
China Umicore Hunan Fuhong Zinc Chemicals Co., Ltd.
Umicore Marketing Services (Shanghai) Co., Ltd.
100,00
100,00
Umicore Marketing Services (Hong Kong) Ltd. 100,00
Umicore Shanghai Co., Ltd. 75,00
Umicore Autocat (China) Co. Ltd. 100,00
Umicore Technical Materials (Suzhou) Co., Ltd. 100,00
Umicore Technical Materials (Yangzhong) Co., Ltd. 100,00
Umicore Optical Materials (Kunming) Co., Ltd. 100,00
Umicore Optical Materials (Yunnan) Co., Ltd. 100,00
Umicore Jubo Thin Film Products (Beijing) Co., Ltd. 80,00
Umicore Jewellery Material Processing (Foshan) Co., Ltd. 91,21
Duitsland Umicore AG & Co. KG (*) 100,00
Umicore Bausysteme GmbH 100,00
Umicore Metalle & Oberflächen GmbH 100,00
Allgemeine Gold- und Silberscheideanstalt AG
Umicore Galvanotechnik GmbH
91,21
91,21
Umicore Mining Management GmbH 100,00
Filippijnen Umicore Specialty Chemicals Subic Inc. 78,20
Frankrijk Umicore France S.A.S. 100,00
Umicore Building Products France S.A.S 100,00
Umicore Climeta S.A.S. 100,00
Umicore IR Glass S.A.S. 100,00
Umicore Marketing Services France S.A.S. 100,00
Umicore Autocat France S.A.S. 100,00
Hongarije Umicore Building Products Hungary kft. 100,00
Italië Umicore Building Products Italia s.r.l. 100,00
Italbras S.p.A. 100,00
Japan
Korea
Umicore Japan KK
Umicore Korea Ltd.
100,00
100,00
Umicore Marketing Services Korea Co., Ltd. 100,00
Liechtenstein Umicore Thin Film Products AG 100,00
Luxemburg Umicore Finance Luxembourg 100,00
Umicore Autocat Luxembourg 100,00
Maleisië Umicore Malaysia Sdn Bhd 100,00
Nederland Schöne Edelmetaal BV 91,21
Umicore Nederland BV 100,00
Noorwegen Umicore Norway AS 100,00
Oostenrijk Oegussa GmbH 91,29
Polen Umicore Building Products Polska 100,00
Portugal Umicore Portugal S.A. 100,00
Spanje Umicore Marketing Services Lusitana Metais Lda
Umicore Building Products Iberica S.L.
100,00
100,00
Taiwan Umicore Thin Fim Products Taiwan Co Ltd 100,00
Verenigd Koninkrijk Umicore Coating Services Ltd. 100,00
Umicore Marketing Services UK Ltd 100,00
VS Umicore USA Inc. 100,00
Umicore Autocat USA Inc. 100,00
Umicore Building Products USA Inc. 100,00
Umicore Precious Metals NJ LLC 100,00
Umicore Marketing Services USA Inc. 100,00
Umicore Optical Materials Inc. 100,00
Umicore Technical Materials North America 100,00
Umicore Cobalt and Specialty Materials North America 100,00
Zuid-Afrika Umicore South Africa (Pty) Ltd. 100,00
Umicore Autocat South Africa (Pty) Ltd. 55,00
Umicore Marketing Services Africa (Pty) Ltd. 100,00
Umicore Catalyst South Africa (Pty) Ltd. 100,00
Zweden Umicore Autocat Sweden AB 100,00
Zwitserland Umicore Switzerland Strub 100,00

Een gedetaileerde lijst van de Groepsondernemingen met hun adressen zal ingediend worden bij de Nationale Bank van Belgie samen met de jaarrekening. (*) Als gevolg van zijn integratie in de consolidatie in overeenstemming met sectie

6. Waardering vreemde deviezen

Met betrekking tot de belangrijkste gangbare deviezen gebruikt door de geconsolideerde entiteiten en participaties van de Groep zijn de gebruikte koersen voor de omzetting naar de munt waarin de Groep haar financieel verslag opstelt (euro) de hiernavolgende. Alle dochterondernemingen, geassocieerde

325 van de Duitse handelswetgeving, is Umicore AG & Co. KG volgens artikel 264b van de Duitse handelswetgeving vrijgesteld van de opstelling van geconsolideerde jaarrekeningen.

ondernemingen en joint ventures hebben als functionele waarderingsmunt, de munt van het land waarin zij actief zijn, uitgezonderd voor Element Six Abrasives (Ierland) die de Amerikaanse dollar gebruikt.

Slotkoers Gemiddelde koers
2009
2010
2009 2010
Amerikaanse dollar USD 1,44060 1,33620 1,39478 1,32572
Brits pond GBP 0,88810 0,86075 0,89094 0,85784
Canadese dollar CAD 1,51280 1,33220 1,58496 1,36511
Zwitserse frank CHF 1,48360 1,25040 1,51002 1,38034
Japanse yen JPY 133,16000 108,65000 130,33660 116,23857
Braziliaanse real BRL 2,50837 2,22638 2,78623 2,33360
Zuid-Afrikaanse rand ZAR 10,66600 8,86250 11,67366 9,69843
Chinese Yuan CNY 9,83500 8,82200 9,52771 8,97123
Zuid-Koreaanse won (100) KRW 16,66970 14,99060 17,72904 15,31821

Allgemeine Suisse SA 91,21

7. Segmentinformatie

PRIMAIRE SEGMENTINFORMATIE 2009 (PER BUSINESS GROUP)

(EUR duizend)
Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate & Niet
toegewezen
Eliminaties Totaal
Totale omzet per segment 1.187.139 547.402 952.149 4.784.817 17.890 -551.971 6.937.425
waarvan externe omzet 1.155.658 541.447 899.439 4.322.992 17.890 0 6.937.425
waarvan omzet tussen segmenten 31.481 5.955 52.710 461.825 0 -551.971 0
Bedrijfsresultaat 20.212 24.268 37.034 109.831 -41.218 0 150.127
Recurrent 23.806 16.494 35.808 117.662 -41.264 0 152.505
Niet-recurrent -4.964 815 10.798 -8.686 47 0 -1.991
IAS 39-effect 1.371 6.959 -9.572 855 0 0 -387
Ondernemingen opgenomen volgens de
vermogensmutatiemethode
-7.060 7.389 1.482 -0 -10.783 0 -8.972
Recurrent -7.083 7.389 775 0 -7.182 0 -6.101
Niet-recurrent 23 0 -5.833 0 -3.601 0 -9.411
IAS 39-effect 0 0 6.540 -0 1 0 6.540
Netto financiële kosten -35.913 0 -35.913
Belasting op het resultaat -20.565 0 -20.565
Minderheidsbelangen -6.675 0 -6.675
Nettoresultaat van het jaar 78.002 0 78.002
Geconsolideerd totaal der activa 698.826 513.474 727.101 727.556 443.085 -283.350 2.826.693
Segmentactiva 664.392 488.498 628.415 727.556 434.795 -283.350 2.660.306
Investeringen in geassocieerde ondernemingen 34.434 24.977 98.686 0 8.291 0 166.387
Geconsolideerd totaal der passiva 170.137 187.921 212.473 451.335 2.093.538 -288.710 2.826.693
Investeringen 46.035 50.953 23.878 54.916 14.691 0 190.472
Afschrijvingen 22.806 20.802 24.614 40.454 7.630 0 116.306
Bijzondere waardeverminderingen/
(Terugneming van bijzondere
waardeverminderingen)
-1.078 -7.677 -23.588 -2.280 1.146 0 -33.476

SECUNDAIRE SEGMENTINFORMATIE 2009 (PER GEOGRAFISCH GEBIED)

(EUR duizend)
Europa waarvan
Belgïe
Azïe-Stille
Oceaan
Noord
Amerika
Zuid-Amerika Afrika Totaal
Totale omzet per segment 4.973.154 879.771 651.408 840.122 235.549 237.193 6.937.425
Vlottende activa 794.281 227.975 124.449 88.632 45.474 16.299 1.069.134
Investeringen 126.150 77.853 24.953 29.189 7.211 2.970 190.472

PRIMAIRE SEGMENTINFORMATIE 2010 (PER BUSINESS GROUP)

(EUR duizend)
Catalysis Energy
Materials
Performance
Materials
Recycling Corporate & Niet
toegewezen
Eliminaties Totaal
Totale omzet per segment 1.581.633 707.346 1.401.589 7.269.112 23.202 -1.291.773 9.691.109
waarvan externe omzet 1.548.336 702.344 1.296.325 6.120.902 23.202 0 9.691.109
waarvan omzet tussen segmenten 33.297 5.002 105.264 1.148.210 0 -1.291.773 0
Bedrijfsresultaat 68.584 37.358 57.862 182.207 -43.028 0 302.983
Recurrent 72.931 38.214 52.051 195.469 -46.261 312.404
Niet-recurrent -1.449 -539 2.265 -6.825 3.233 -3.315
IAS 39-effect -2.898 -317 3.546 -6.437 0 -6.106
Ondernemingen opgenomen volgens
de vermogensmutatiemethode
3.768 5.718 20.756 0 -9.220 0 21.022
Recurrent 4.779 5.718 23.159 0 -3.523 30.133
Niet-recurrent 0 0 -137 0 -5.697 -5.834
IAS 39-effect -1.011 0 -2.266 0 0 -3.277
Netto financiële kosten -16.675 -16.675
Belasting op het resultaat -54.211 -54.211
Minderheidsbelangen -4.392 -4.392
Nettoresultaat van het jaar 248.727 248.727
Geconsolideerd totaal der activa 928.703 612.843 911.727 1.088.759 432.019 -462.453 3.511.598
Segmentactiva 885.330 584.951 785.046 1.088.759 432.207 -462.453 3.313.840
Investeringen in geassocieerde
ondernemingen
43.374 27.892 126.680 0 -188 0 197.758
Geconsolideerd totaal der passiva 283.188 229.168 312.667 662.882 2.490.353 -466.659 3.511.598
Investeringen 45.711 38.308 23.852 50.327 13.809 0 172.006
Afschrijvingen 26.938 23.518 26.044 41.202 8.465 0 126.167
Bijzondere waardeverminderingen/
(Terugneming van bijzondere
waardeverminderingen)
-3.548 151 -1.881 4.146 276 -0 -856

SECUNDAIRE SEGMENTINFORMATIE 2010 (PER GEOGRAFISCH GEBIED)

(EUR duizend)
Europa waarvan
Belgïe
Azïe-Stille
Oceaan
Noord
Amerika
Zuid-Amerika Afrika Totaal
Totale omzet per segment 6.953.497 474.294 985.601 1.074.194 387.774 290.044 9.691.109
Vlottende activa 854.554 269.611 162.301 95.169 55.179 18.606 1.185.809
Investeringen 114.641 73.620 23.171 17.878 12.927 3.388 172.006

De segmentinformatie wordt voorgesteld volgens de industriële activiteiten waarin de Groep actief is zoals hieronder beschreven.

De resultaten, activa en passiva van de segmenten omvatten elementen die direct toewijsbaar zijn alsook elementen die redelijkerwijs aan een segment kunnen worden toegewezen.

De prijszetting van verkopen tussen segmenten is gebaseerd op een transfertprijs volgens het "arm's length"-principe. Bij gebrek aan relevante marktprijsreferenties worden "cost plus"- mechanismen gebruikt.

Activiteitssegmenten

De Groep is georganiseerd in de volgende segmenten voor rapportering:

Catalysis

Het segment bestaat uit de Automotive Catalysts en Precious Metals Chemistry business units. Hun activiteiten richten zich op de ontwikkeling en productie van katalysatorformuleringen en -systemen die worden gebruikt om de uitstoot van verbrandingsmotoren te verminderen, evenals in chemische en life science toepassingen.

Energy Materials

Het segment bestaat uit de Cobalt & Specialty Materials, Electro-Optic Materials en Thin Film Products business units. Deze units ontwikkelen en produceren materialen die vooral gebruikt worden in energie-opslag (oplaadbare batterijen) en de productie van groene energie. Het raffineren van metalen gebruikt in deze toepassingen en afkomstig uit secundaire bronnen behoort ook tot de activiteiten van deze eenheden.

Performance Materials

Het segment bestaat uit de Building Products, Electroplating, Platinum Engineered Materials, Technical Materials en Zinc Chemicals business units. Deze units ontwikkelen en produceren functionele materialen die voornamelijk worden gebruikt in decoratieve, elektronische, elektrische, hoogzuiver glas en

bouwtoepassingen. De Zinc Chemicals business unit recycleert ook secundaire zinkproducten om een deel van haar bevoorrading in te dekken. Het segment omvat ook Umicore's deelneming in Element Six Abrasives.

Recycling

Het segment bestaat uit de business units Precious Metals Refining, Jewellery & Industrial Metals, Precious Metals Management en Battery Recycling. Hun activiteiten richten zich op de recycling van producten op het einde van hun levensloop en de raffinage van industriële afvalstromen die edele en speciale metalen bevatten.

Corporate

Corporate omvat de corporate activiteiten, gedeelde operationele diensten en de Centrale onderzoek, ontwikkeling & innovatie activiteiten, die ook het ontwikkelingsprogramma voor brandstofcellen omvatten.

Deze toelichting refereert enkel naar voortgezette activiteiten, met uitzondering van de balans cijfers. In de secundaire segmentinformatie worden voor de vaste activa de lange termijn investeringen, de lange termijn leningen, de lange termijn vorderingen, uitgestelde belastingactiva en de activa voor personeelsvoordelen niet opgenomen, conform IFRS 8. De prestaties van de segmenten wordt geëvalueerd door het hoogste operationele beslissingsorgaan waarbij de evaluatie voornamelijk gebeurt op basis van de recurrente EBIT / operationeel resultaat. Zoals afgeleid kan worden uit bovenstaande tabel, wordt het verschil tussen de recurrente EBIT/operationeel resultaat en de totale EBIT/operationeel resultaat in de resultatenrekening verklaard door de niet-recurrente EBIT/operationeel resultaat en de IFRS 39 effecten waarvoor de definities worden weergeven in de toelichting.

Geassocieerde ondernemingen zijn toegewezen aan de business group waaraan zij vanuit een marktperspectief het nauwst aansluiten.

8. Bedrijfsresultaat

(EUR duizend)
2009 2010
Omzet
(1)
Omzet
Diensten
Omzet
6.839.182
98.243
6.937.425
9.626.205
64.904
9.691.109
Andere
bedrijfsopbrengsten
(2)
73.226 55.107
Afschrijvingen
en
bijzondere
waardeverminderingen
(3)
Afschrijvingen op vaste activa
Waardeverinderingen op vaste activa
Voorraden en voorziening dubieuze debiteuren
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
-116.306
57
33.158
-83.091
-126.167
-4.745
5.215
-125.696
Andere
bedrijfskosten
(4)
Diensten en uitbestede raffinage en productiekosten
Royalties, licenties, consultancy en commissies
Andere bedrijfskosten
Toevoegingen / Afname aan voorzieningen
Besteding van voorzieningen
Minwaarden bij de realisatie van activa
-320.476
-22.379
-690
-11.518
26.799
-4.910
-333.174
-328.365
-15.342
-9.007
-16.659
28.954
-2.893
-343.314
  • (1) Diensten omvatten voornamelijk inkomsten uit maaklooncontracten.
  • (2) Andere bedrijfsopbrengsten bevatten de herfacturatie van kosten aan derden (EUR 49,5 miljoen), meerwaarden op verkopen van vaste activa (EUR 1,0 miljoen), operationele subsidies (EUR 4,9 miljoen). Het IAS 39 effect op financiële instrumenten (EUR -2,7 miljoen ) en overige inkomsten voor EUR 1,5 miljoen zijn het gevolg van de verkoop door Umicore van een goudmijn concessie in Guinea in 1992
  • (3) De provisies op inventaris waarde en dubieuze debiteuren zijn vooral veroorzaakt door een terugname op waardeverminderingen op dubieuze debiteuren
  • (4) O&O uitgaven voor de groep bedroegen in 2010 EUR 134,9 miljoen (EUR 135,7 miljoen in 2009), waarvan EUR 120,3 miljoen in de volledig geconsolideerde dochterondernemingen (EUR 119,5 miljoen in 2009). EUR 14,9 miljoen van deze uitgaven werden gekapitaliseerd als immateriële activa.

Niet-recurrente resultaten en IAS 39 impact opgenomen in het bedrijfsresultaat

(EUR duizend)
2009 2010
Totaal Niet
recurrent
IAS
39-impact
Recurrent Totaal Niet
recurrent
IAS
39-impact
Recurrent
Omzet 6.937.425 115 -31.503 6.968.813 9.691.109 1.311 0 9.689.798
Andere bedrijfsopbrengsten 73.226 4.842 998 67.386 55.107 2.745 -2.651 55.013
Bedrijfsopbrengsten 7.010.651 4.957 -30.505 7.036.199 9.746.216 4.056 -2.651 9.744.811
Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen -5.867.308 -134 0 -5.867.174 -8.338.353 -1.045 -811 -8.336.497
Bezoldigingen en personeelsvoordelen -577.441 -1.944 0 -575.497 -636.847 644 0 -637.491
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen
-83.090 23.854 11.290 -118.234 -125.696 -3.705 -570 -121.421
Andere bedrijfskosten -333.172 -29.128 18.828 -322.872 -343.314 -3.915 -2.074 -337.325
Bedrijfskosten -6.861.011 -7.352 30.118 -6.883.777 -9.444.210 -8.021 -3.455 -9.432.734
Opbrengsten van andere financiële
activa
489 405 0 84 977 650 0 327
BEDRIJFSRESULTAAT 150.129 -1.990 -387 152.506 302.983 -3.315 -6.106 312.404

Umicore heeft niet-recurrente bedrijfsverliezen opgelopen ten belope van EUR -3,3 miljoen, samengesteld uit voorzieningen voor herstructureringen van EUR -4.6 miljoen, vooral met betrekking tot de transfer van de Recycling activiteiten in Hanau, Duitsland naar Hoboken, België en een toename van de voorzieningen voor leefmilieu van EUR 3,8 miljoen (EUR -1,1 miljoen bij Recycling, EUR -1,4 miljoen in Energy Materials en EUR -1,4 miljoen in Corporate). Dit alles werd gedeeltelijk gecompenseerd door een positief effect van EUR 5,1 miljoen, vooral met betrekking tot de terugname van diverse eerder genomen provisies en andere eenmalige gebeurtenissen, vooral op het niveau van Corporate.

De IAS 39 boekhoudregels veroorzaakten een negatief impact op het operationele resultaat van EUR 6,1 miljoen. Dit bedrag heeft te maken met tijdsverschillen in het boeken van opbrengsten, zoals opgelegd door IFRS, die vooral op de transactionele en structurele indekking van deviezen en metalen betrekking hebben. Alle IAS 39 effecten hebben inherent geen impact op kasstromen.

9. Bezoldigingen en aanverwante voordelen

(EUR duizend)
Toelichting 2009 2010
Bezoldigingen
en
aanverwante
voordelen
Bezoldigingen en directe personeelsvoordelen -420.405 -451.581
Werknemersbijdragen en bijdragen aan "te bereiken doel" -plannen -121.862 -128.992
Overige personeelskosten -16.966 -39.025
Tijdelijk personeel -8.158 -10.418
Bijdragen tot pensioenplannen met een vaste bijdrage -6.575 -7.725
Vrijwillige bijdragen van de werkgever - andere -1.606 -1.653
Op aandelen gebaseerde vergoedingen -2.791 -4.018
Pensioenen rechtstreeks uitgekeerd aan begunstigden -5.747 -5.362
Voorzieningen voor personeelsvoordelen (- toevoegingen / + bestedingen en terugnemingen) 6.668 11.928
-577.442 -636.847
Gemiddeld
personeelsbestand
in de integraal
geconsolideerde
dochterondernemingen
Kaderleden 1.723 1.714
Niet-kaderleden 7.990 7.722
TOTAAL 9.713 9.436
Reële waarde
van
de toegekende
opties
Aantal toegekende aandelenopties 27 734.875 691.750
Waarderingsmodel Present Economic Value
Veronderstelde volatiliteit (% pa) 30 30
Risicovrije interestvoet (% pa) 3,75 2,85
Verhoging dividend (% pa) 0,10 0,10
Vertrekkans voor het verwerven van recht op uitoefening NA NA
Vertrekkans na het verwerven van recht op uitoefening (% pa) 5,00 5,00
Minimale winstdrempel (% pa) 50,00 50,00
Populatiedeel dat uitoefent bij het overschrijden van de minimale winstdrempel 30,00 30,00
Reële waarde per toegekend instrument op toekenningsdatum (EUR) 3,08 5,14
Totale reële waarde op toekenningsdatum (EUR duizend) 2.261 3.556
Wijziging reële waarde oudere plannen 616
Reële waarde
van
de toegekende
aandelen
Voorlopig bedrag voor op aandelen gesaseerde betalingen -500
29.000 aandelen aan 13,05 EUR 378
2.500 aandelen aan 13,32 EUR 33
250 aandelen aan 12.81 EUR 3
15.000 aandelen aan 22,018 EUR 330
3.000 aandelen aan 22,15 EUR 66
3.000 aandelen aan 21,975 EUR 66
Totaal reële waarde van de toegekende aandelen -86 462

De Groep heeft een last van op aandelen gebaseerde vergoedingen erkend voor EUR 4 018 duizend gedurende het lopende jaar.

Het deel van deze onkosten met betrekking tot aandelenoptieplannen is berekend door een externe actuaris, die gebruik maakt van het "Present Economic Value"-model dat rekening houdt met alle kenmerkende elementen van het aandelenoptieplan en de volatiliteit van het onderliggende aandeel. De volatiliteit is berekend op basis van de historische volatiliteit van de aandeelhoudersvergoeding gespreid over verschillende gemiddelde periodes en verschillende voorwaarden.

Het deel vrije aandelen in de kost wordt gewaardeerd aan de marktprijs van de

berekening van de reële marktwaarde.

Er zijn geen andere marktomstandigheden meegenomen in de basis voor de

10. Netto financiële kost

aandelen op de dag van de toekenning. In 2010 werden aandelen aan het top management toegekend wat resulteerde in een last van EUR 462 duizend

(EUR duizend)
2009 2010
Interestbaten 5.352 3.188
Interestlasten -18.456 -15.800
Actualisatie van voorzieningen -13.270 -8.262
Wisselkoersverliezen en -winsten -6.574 7.442
Andere financiële baten 255 549
Andere financiële lasten -3.220 -3.792
-35.913 -16.675

(EUR duizend)

De netto-interestlasten in 2010 bedroegen EUR 12 612 duizend. Dit is vergelijkbaar met de EUR 13 104 duizend in 2009.

De actualisatie van voorzieningen op meer dan één jaar heeft voornamelijk betrekking op personeelsvoordelen en in mindere mate op voorzieningen voor leefmilieu. De omvang van dit bedrag wordt beïnvloed door de huidige waarde van de verplichtingen. De verdisconteringvoet, de uitbetaling en de toevoeging van nieuwe verplichtingen op meer dan één jaar beïnvloeden op hun beurt deze huidige waarde. De meeste van de actualisatie resultaten in 2010 zijn geboekt in België, Duitsland en Frankrijk.

  1. Opbrengsten van andere financiële activa

Wisselkoersresultaten omvatten de gerealiseerde wisselkoersresultaten en de nietgerealiseerde omrekeningsverschillen op monetaire activa en passiva ten opzichte van de slotkoers van het boekjaar. Deze omvatten ook de reële waardewinsten en -verliezen van overige financiële instrumenten (zie toelichting 31).

Andere financiële kosten betreffen toegestane betalingskortingen, bankkosten en andere financiële bijdragen.

2009 2010 Meerwaarden en minwaarden op de verkoop van financiële participaties -8 8 Ontvangen dividenden 220 566 Interesten van financiële activa 17 19 Bijzondere waardeverminderingen op financiële participaties 260 385 489 977

12. Belastingen

(EUR duizend)
2009 2010
Inkomstenbelasting
Opgenomen in de resultatenrekening
Belastingen op het resultaat -20.493 -28.481
Uitgestelde belastingkost (opbrengst)
Totale belastingen
-71
-20.565
-25.730
-54.211
Verband tussen de belastingskost (opbrengst) en het boekhoudkundig resultaat
Bedrijfsresultaat 150.127 302.983
Netto financiële kosten -35.913 -16.675
Resultaat voor belasting van volledige geconsolideerde participaties 114.214 286.308
Gewogen gemiddelde theoretische belastingsvoet (%) -28,20 -30,88
Belastingen berekend aan de gewogen gemiddelde theoretische belastingsvoet -32.213 -88.421
Aanpassingen
Verworpen uitgaven -10.106 -5.649
Vrijgestelde inkomsten 6.679 4.939
Vrijgestelde dividenden van geconsolideerde en geassocieerde ondernemingen -3.048 1.607
Winsten en verliezen belast tegen verlaagd tarief 0 52
Fiscale aftrekbare stimuli 24.377 20.762
Belastingen berekent op andere basis 3.547 -1.958
Aanwending van voordien niet geboekte fiscale verliezen 2.215 24.803
Waardevermindering van fiscale uitgestelde activa -19.904 -3.934
Vervandering in toepasbare aanslagvoet 559 -121
Fiscale vrijstellingen 2.816 4.184
Ontvangen belastingkredieten (met uitzondering van de kredieten m.b.t. onderzoek & ontwikkeling) 312 78
Niet imputeerbare buitenlandse voorheffingen -2.192 -3.764
Correcties met betrekking tot voorgaand boekjaar 6.530 -7.100
Diverse -137 311
Belastingskost voor het jaar aan het werkelijke belastingstarief -20.565 -54.211

De voorstelling van de cijfers van vorig jaar is aangepast aan de nieuwe lay-out van de tabel die werd herzien om nauwkeuringer te voldoen aan de eisen van IAS 12 .

De theoretische gewogen gemiddelde aanslagvoet van de groep is van 28.20% in 2009 naar 30.88% in 2010 geëvolueerd. Dit is vooral het gevolg van de geografische spreiding van de gegenereerde winsten.

De invloed van de niet-recurrente uitgestelde belastingen en van de uitgestelde belastingen op de IAS 39-impact buiten beschouwing gelaten, bedroeg het recurrente belastingtarief voor 2010 19.1%. Dit was lager dan in 2009 omwille van een wijziging in de geographische verdeling van de resultaten en het positieve netto-effect van de belastingsactiva

13. Immateriële vaste activa (uitgezonderd goodwill)

(EUR duizend)
Geactiveerde
ontwikkelingskosten
Concessies,
octrooien,
licenties, enz.
Software CO2
emissie
rechten
Andere
immateriele
vaste activa
Totaal
Begin van het vorige boekjaar
Brutowaarde 2.606 70.608 6.305 15.508 95.028
Gecumuleerde afschrijvingen -2.042 -55.850 -1.611 -5.109 -64.612
NETTO-BOEKWAARDE BEGIN VAN HET VORIGE BOEKJAAR 0 564 14.759 4.694 10.399 30.417
. Toevoegingen 8.864 17 1.287 0 10.599 20.767
. Verkopen 0 -65 0 -267 -332
. Afschrijvingen (opgenomen in "Afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen")
-370 -5.979 -293 -6.642
. Geboekte bijzondere waardeverminderingen
(opgenomen in "Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen")
0 -103 0 0 -103
. Terugneming van geboekte bijzondere
waardeverminderingen (opgenomen in "Afschrijvingen
en bijzondere waardeverminderingen")
0 0 370 0 370
. Emissie rechten -585 -585
. Omrekeningsverschillen -7 1 248 0 -33 208
. Andere wijzigingen 616 8.096 0 -6.895 1.816
Per einde van het vorige boekjaar 8.857 826 18.243 4.479 13.509 45.914
Brutowaarde 8.857 11.126 80.449 4.479 18.806 123.717
Gecumuleerde afschrijvingen -10.300 -62.206 0 -5.298 -77.804
NETTO-BOEKWAARDE BEGIN VAN HET BOEKJAAR 8.857 826 18.243 4.479 13.509 45.914
. Toevoegingen 14.914 5 8.880 0 6.755 30.554
. Afschrijvingen (opgenomen in "Afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen")
-243 -121 -6.432 -234 -7.030
. Geboekte bijzondere waardeverminderingen
(opgenomen in "Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen")
-184 0 -8 0 0 -192
. Emissie rechten 1.761 1.761
. Omrekeningsverschillen 73 1 253 0 16 343
. Andere wijzigingen 0 323 696 0 -362 657
Per einde van het boekjaar 23.418 1.035 21.631 6.240 19.684 72.007
Brutowaarde 20.970 11.018 89.957 6.238 28.026 156.210
Gecumuleerde afschrijvingen -425 -9.981 -68.326 0 -5.469 -84.202
NETTO-BOEKWAARDE 20.545 1.037 21.631 6.238 22.557 72.007

De lijn "Toevoegingen" bevat voor het grootste deel geactiveerde kosten voor de ontwikkeling van nieuwe informatica systemen en geactiveerde interne ontwikkelingskosten. EUR 17 505 duizend is gerealiseerd door eigen producties waarvan EUR 14,9 miljoen EUR 2,6 miljoen informatica systemen. Het gedeelte van deze informatica systemen projecten die nog niet gefinaliseerd waren op

31/12/2010, worden gerapporteerd als lopende immateriële vaste activa onder 'Andere immateriële vaste activa'.

Er zijn geen hypotheken of beperkingen op de eigendom van de immateriële vaste activa, andere dan deze vermeld in toelichting 33.

(EUR duizend)

31/12/2009 31/12/2010

14. Goodwill

Netto-boekwaarde per einde van het vorige boekjaar
Brutowaarde 94.458 95.548
Gecumuleerde afschrijvingen -1.798 -2.502
NETTO-BOEKWAARDE PER EINDE VAN HET VORIGE BOEKJAAR 92.660 93.046
. Aanpassing wegens latere identificatie van de reële waarde van activa en schulden -218 0
. Geboekte bijzondere waardeverminderingen (opgenomen in "Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen")
-704 0
. Omrekeningsverschillen 1.702 4.487
. Andere wijzigingen -395 -44
Netto-boekwaarde per einde van het boekjaar 93.046 97.489
Brutowaarde 95.548 99.991
Gecumuleerde afschrijvingen -2.502 -2.502
NETTO-BOEKWAARDE PER EINDE VAN HET BOEKJAAR 93.046 97.489

Deze tabel bevat alleen de goodwill van integraal geconsolideerde ondernemingen. De goodwill met betrekking tot ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode wordt besproken in toelichting 16.

De wijziging van de periode werd vooral veroorzaakt door omrekeningsverschillen. De goodwill werd als volgt aan de segmenten toegewezen:

Totaal
93.046
97.489

Jaarlijks wordt door het management geverifieerd of de goodwill aan enige waardevermindering is blootgesteld, in overeenstemming met de waarderingsregels in toelichting 2. De recupereerbare waarde van de kasstroomgenererende entiteiten waaraan goodwill werd toegekend, werd bepaald met een berekening van de waarde-in-gebruik gebaseerd op een "discounted cash-flow"-model en vertrekkende van de operationele plannen van de Groep die 5 jaar vooruit kijken. Voor macro-economische parameters zoals inflatie, deviezen- en metaalkoersen worden in deze test de op dat ogenblik geldende marktvoorwaarden gehanteerd. De in 2010 opgestelde planning was gebaseerd op

een gemiddelde aanslagvoet van 25% (30% in 2009) in de inkomstenbelasting en een gemiddelde gewogen kapitaalkost na belastingen van 8.5% (7.5% in 2009). Deze ratio's sluiten aan bij de verwachtingen van de evolutie van de effectieve belastingsvoet en de kapitaalstructuur van de groep. De terminale waarde in het discounted cash-flow model is gebaseerd op een perpetuele groei van gemiddeld 2% (1% in 2009).

15. Materiële vaste activa

(EUR duizend)
Terreinen
en
gebouwen
Installaties,
machines en
uitrusting
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materiële
vaste activa
Vaste activa in
aanbouw en
vooruitbetalingen
Totaal
Begin van het vorige boekjaar
Brutowaarde 510.782 1.154.805 164.760 15.277 113.013 1.958.638
Gecumuleerde afschrijvingen -278.334 -836.013 -121.045 -14.051 -1.249.444
NETTO-BOEKWAARDE BEGIN VAN HET VORIGE BOEKJAAR 232.448 318.792 43.715 1.226 113.013 709.194
. Toevoegingen 34.568 65.257 12.230 106 57.544 169.705
. Verkopen -10.512 -7.481 -965 64 -80 -18.973
. Afschrijvingen (opgenomen in "Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen")
-20.230 -76.709 -12.631 -353 -109.922
. Geboekte bijzondere waardeverminderingen (opgenomen in
"Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen")
-1.616 -3.479 -233 -26 -5.354
. Terugneming van bijzondere waardeverminderingen
(opgenomen in "Andere bedrijfsopbrengsten")
5.708 140 0 0 5.848
. Omrekeningsverschillen 2.541 5.200 1.086 82 2.682 11.591
. Andere wijzigingen 30.162 48.318 6.307 1.033 -84.117 1.702
Per einde van het vorige boekjaar 273.070 350.037 49.509 2.132 89.042 763.790
Brutowaarde 571.987 1.241.981 172.472 16.786 89.042 2.092.268
Gecumuleerde afschrijvingen -298.918 -891.944 -122.963 -14.654 -1.328.479
NETTO-BOEKWAARDE BEGIN VAN HET BOEKJAAR 273.070 350.037 49.509 2.132 89.042 763.790
. Toevoegingen 12.109 50.138 12.158 704 66.368 141.478
. Verkopen -489 -2.509 -711 -20 -231 -3.959
. Afschrijvingen (opgenomen in "Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingen")
-23.325 -79.802 -15.017 -994 -119.138
. Netto waardeverminderingen (opgenomen in "Afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen")
-403 -4.103 -49 1 0 -4.554
. Omrekeningsverschillen 7.897 12.855 2.078 207 4.589 27.625
. Andere wijzigingen 12.240 55.148 5.795 98 -74.014 -732
Per einde van het boekjaar 281.099 381.763 53.764 2.129 85.755 804.510
waarvan leasing: 1.801 338 82 2.221
Brutowaarde 596.960 1.314.086 171.620 17.707 85.755 2.186.127
Gecumuleerde afschrijvingen -315.861 -932.323 -117.856 -15.578 -1.381.617
NETTO-BOEKWAARDE PER EINDE VAN HET BOEKJAAR
Leasing
281.099 381.763 53.764 2.129 85.755 804.510
Brutowaarde 2.406 688 240 3.335
Gecumuleerde afschrijvingen -605 -350 -158 -1.114
NETTO-BOEKWAARDE PER EINDE VAN HET BOEKJAAR 1.801 338 82 0 0 2.221

De niet-onderhoudsgerelateerde toevoegingen aan de materiële vaste activa vonden plaats in Automotive Catalyst en Cobalt & Specialty Materials in lijn met de lange termijnstrategie van de groep. Deze investeringen vonden vooral plaats in Japan, China en Korea. Het totaal van de investeringen in de activiteit Recycling was wat lager dan de vorige jaren, met uitzondering van de nieuwe Ultra-Hoge Temperatuur (UHT) installatie voor de activiteit Battery Recycling.

De lijn "Andere wijzigingen" bevat voornamelijk de materiële vaste activa overgedragen naar de immateriële vaste activa.

Er rusten geen noemenswaardige hypotheken of beperkingen op de eigendom van de materiële vaste activa, uitgezonderd diegene vermeld in toelichting 33.

16. Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode

De deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode bestaan uit de volgende dochterondernemingen of joint ventures:

Functionele
waarderingsmunt
Deelnemingspercentage Deelnemingspercentage
2009 2010
Ganzhou Yi Hao Umicore Industries CNY 40,00 40,00
PEN 40,00 40,00
USD 40,22 40,22
Jiangmen Chancsun Umicore Industry Co.,LTD CNY 40,00 40,00
EUR 40,00 48,00
JPY 50,00 50,00
USD 50,00 50,00
KRW 50,00 50,00
EUR 50,00 50,00
EUR 50,00 50,00
EUR 50,00 50,00
NOK 51,00 62,82
(EUR duizend)
Nettoboekwaarde Goodwill TOTAAL
Begin van het boekjaar 121.423 44.964 166.387
. Perimeterwijzigingen 516 484 1.000
. Resultaat van het boekjaar 25.390 25.390
. Waardeverminderingen 0 -4.368 -4.368
. Dividenden -12.280 -12.280
. Kapitaalsverhoging 5.563 4.368 9.931
. Bewegingen in overige reserves 1.394 1.394
. omrekeningsverschillen 10.057 847 10.904
. Overboekingen -600 0 -600
Per einde van het boekjaar 151.465 46.294 197.758
Waarvan joint ventures 56.340 355 56.695

Het deel van Umicore in de totale balans en resultatenrekening van de geassocieerde ondernemingen zou het volgende geweest zijn :

(EUR duizend)
31/12/09 31/12/10
Activa 209.684 243.608
Schulden 117.021 130.731
Omzet 164.358 255.227
Netto resultaat 5.305 24.290

Het deel van Umicore in de totale balans van de joint ventures zou het volgende geweest zijn:

(EUR duizend)
31/12/09 31/12/10
Vlottende activa 122.116 137.552
Vaste activa 16.154 14.732
Vlottende passiva 80.261 86.547
Vaste passiva 10.617 7.535

Het deel van Umicore in de resultatenrekening van de joint ventures zou het volgende geweest zijn:

(EUR duizend)
31/12/09 31/12/10
Bedrijfsresultaat -17.672 2.193
Financiële resultaat -1.104 -1.297
Belastingen -1.729 -2.098
Aandeel van de Groep in het resultaat -14.311 -1.202

In 2010 werd een kapitaalsverhoging van EUR 9,9 miljoen uitgevoerd in de Hycore joint-venture in Noorwegen. Door deze kapitaalsverhoging verwaterde het aandeel van de minderheidsaandeelhouder en daardoor nam het belang van Umicore in de joint-venture toe. Dit leidde tot de creatie van een goodwill van EUR 4,4

miljoen, waarop onmiddellijk een waardevermindering werd toegepast omdat de activiteiten werden stopgezet.

De groep heeft geen bijkomende deelnemingen noch joint-ventures verworven gedurende het boekjaar 2010.

17. Financiële activa beschikbaar voor verkoop en leningen

(EUR duizend)
Financiële activa
beschikbaar voor
verkoop
Leningen
toegekend op
lange termijn
FINANCIELE VASTE ACTIVA
Begin van het vorige bookjaar 26.040 2.533
. Aanschaffingen 5.150 6.638
. Afname -6.977 -32
. Geboekte waardeverminderingen (opgenomen in "Opbrengsten van andere financiële activa") -127 -53
. Terugneming van bijzondere waardeverminderingen (opgenomen in "Opbrengsten van andere
financiële activa")
405
. Omrekeningsverschillen 33 -10
. Reële waarde opgenomen in het eigen vermogen 33.401
. Andere wijzigingen -15 -621
Per einde van het vorige boekjaar 57.910 8.454
. Perimeterwijzigingen 0 -1.219
. Aanschaffingen 377 50
. Afname (a) -2 -6.608
. Geboekte waardeverminderingen (opgenomen in "Opbrengsten van andere financiële activa") -248 0
. Omrekeningsverschillen 33 94
. Reële waarde opgenomen in het eigen vermogen (b) 18.144
. Andere wijzigingen -62 -1
Per einde van het boekjaar 76.152 769
FINANCIELE VLOTTENDE ACTIVA
Per einde van het vorig boekjaar 88 6.859
. Perimeterwijzigingen -132
. Afname -11 0
. Geboekte waardeverminderingen (opgenomen in "Opbrengsten van andere financiële activa") -17
. Omrekeningsverschillen 1 0
. Andere wijzigingen (c) -24 -6.677
Per einde van het boekjaar 37 50
  • (a) Betreft voornamelijk de terugbetaling van de Hycore lening na de de kapitaalsverhoging.
  • (c) De Margin calls werden voorheen weergegeven als leningen. Ze worden nu getoond onder de handels- en overige vorderingen.
  • (b) Betreft voornamelijk de aanpassing aan reële waarde op de participatie in Nyrstar

18. Voorraden

(EUR duizend)
31/12/09 31/12/10
Analyse van de voorraden
Basisproducten met metaaldekking - brutowaarde 707.795 972.513
Basisproducten zonder metaaldekking - brutowaarde 121.636 139.620
Verbruiksgoederen - brutowaarde 65.359 70.401
Waardeverminderingen -41.331 -43.389
Betaalde voorschotten 5.485 41.565
Bestelling in uitvoering 639 2.325
Totaal voorraden 859.582 1.183.034

De waarde van de voorraden is gestegen met EUR 323,5 miljoen. Dit is te wijten aan de hogere metaalprijzen, grotere hoeveelheden door de toegenomen activiteiten en door enkele voorafbetalingen. Wegens de stijgende metaalprijzen werd een terugname van waardevermindering genomen op de permanente voorraad, hoofdzakelijk binnen Performance Materials..

Indien men zou rekening houden met de metaal- en deviezenkoersen op het ogenblik van de afsluiting, zou de waarde van de metalen in de inventaris ongeveer EUR 1.206 miljoen hoger zijn dan de huidige boekwaarde. Echter, het merendeel van deze voorraden kan niet gerealiseerd worden, omdat ze vastzitten in permanente productie- en commerciële cycli.

Er rusten geen noemenswaardige hypotheken of beperkingen op de eigendom van de voorraden.

19. Handels- en overige vorderingen

(EUR duizend)
Toelichting 31/12/09 31/12/10
Op meer
dan
één jaar
Garanties en deposito's 3.499 5.871
Overige vorderingen op meer dan 1 jaar 8.076 8.172
Personeelsvoordelen 375 373
Totaal 11.950 14.416
Op ten
hoogste
één jaar
Handelsvorderingen (bruto) 465.096 673.800
Handelsvorderingen (waardeverminderingen) -21.554 -14.606
Overige vorderingen (bruto) 69.743 116.625
Overige vorderingen (waardeverminderingen) -9.370 -6.582
Te ontvangen interesten 615 257
Reële waarde vordering financiële instrumenten kasstroomafdekking 31 6.387 7.425
Reële waarde vordering andere financiële instrumenten 31 7.508 23.460
Overlopende rekeningen 4.867 11.122
Totaal 523.292 811.500
(EUR duizend)
vervallen tussen
Totaal niet
vervallen
0-30
dagen
30-60
dagen
60-90
dagen
>90 dagen
Uitstaande
balans
van
het
vorige
boekjaar
Handelsvorderingen (uitgezonderd dubieuze debiteuren) - bruto
Overige vorderingen (bruto)
443.039
69.743
346.259
60.435
68.673
6.257
9.644
206
2.096
68
16.368
2.777
Uitstaande
balans
van
het
boekjaar
Handelsvorderingen (uitgezonderd dubieuze debiteuren) - bruto
Overige vorderingen (bruto)
658.074
116.625
555.269
110.040
79.729
3.422
11.304
373
2.019
58
9.752
2.731

Handelsvorderingen op ten hoogste één jaar zijn gestegen met EUR 215,7 miljoen. Deze stijging is in grote mate te wijten aan de verhoogde activiteit en de hogere metaalprijzen. De toename in andere vorderingen op ten hoogste één jaar is te wijten aan BTW vorderingen.

Margin calls die voorheen onder de categorie toegestane leningen op minder dan één jaar werden gerapporteerd, vallen nu onder andere vorderingen.

Overige vorderingen op meer dan één jaar bevatten een bedrag van EUR 6 427 duizend met betrekking tot "recht op terugbetaling" binnen het kader van medische kosten dat Umicore Frankrijk heeft overgenomen van Nyrstar Frankrijk in 2007, dewelke Nyrstar Frankrijk zal compenseren tijdens de levensduur van deze schulden (zie ook nota 26 over Personeelsvoordelen).

Alle business units hebben standaard een kredietverzekering om het kredietrisico betreffende de handelsvorderingen te beperken. Op groepsniveau zijn EUR 363 miljoen handelsvorderingen gedekt door verzekerde kredietlimieten. De schadeloosstelling in geval van niet betaling loopt op tot 95% met een jaarlijkse maximale limiet van EUR 20 miljoen.

Sommige units hebben geen kredietverzekering maar zetten kredietlimieten op gebaseerd op financiële informatie en kennis van de activiteiten. Deze kredietlimieten worden goedgekeurd door het management. Gedurende 2010 waren beperkte afschrijvingen noodzakelijk door falingen van klanten.

Overige vorderingen (bruto)

(bruto)

(EUR duizend)

TOTAAL

Handelsvorderingen Begin van het vorige boekjaar -15.968 -9.192 -25.160 . Waardevermindereingen erkend in resultaat -9.691 -298 -9.989 . Terugneming waardevermindering 5.358 33 5.391

. Andere wijzigingen -369 61 -308

Kredietrisico - handelsvorderingen

. Omrekeningsverschillen -884 25 -859 Per einde van het vorige boekjaar -21.553 -9.369 -30.925

Begin van het boekjaar -21.553 -9.369 -30.925

. Waardevermindereingen erkend in resultaat -1.974 -804 -2.778

. Terugnemingen waardeverminderingen 8.110 377 8.487

  • . Afboeken waardevermindering met de bruto waarde 2.044 3.378 5.422
  • . Andere wijzigingen -35 -82 -117
  • . Omrekeningsverschillen -1.197 -81 -1.278
  • Per einde van het boekjaar -14.606 -6.581 -21.187

31/12/2009 31/12/2010

(EUR duizend)

20. Uitgestelde belastingactiva en -passiva

Belastingactiva en -passiva

Belastingvorderingen van het jaar 7.988 20.363

96.102 108.795
-29.138 -21.664
-31.381 -43.702
2010
89.118 96.101 -49.855 -31.381 39.263 64.721
-8.417 -7.447 8.349 -18.283 -68 -25.730
14.704 15.796 8.117 6.499 22.820 22.295
2.996 4.352 -181 -478 2.815 3.874
-2.189 -83 2.189 -58 0 -142
-110 76 0 0 -110 76
96.101 108.795 -31.381 -43.702 64.721 65.093
-2.148
-2.007
-17.968
-178
-2.848
-28.890
11.722
-12.154
1.437 983 -26 -535 1.411 448
40.530 31.325 -390 -502 40.140 30.823
1.689 17.359 -7.827 -2.926 -6.138 14.433
24.587 3.125 -1.374 -416 23.213 2.709
200 317 0 0 200 317
7.919 7.476 -3 0 7.916 7.476
3.271 4.578 -52 -714 3.219 3.864
14.578 41.264 -3.976 -24.391 10.602 16.873
22.472
82.506
4.015
24.259
43.511
27.674
-147.273 -139.344 -147.273 -139.344
2009
1.719
114
9.291
129
200
28.275
3.824
334
138.097
75.626
4.015
10.796
64.679
5.862
Activa
2010
4.499
145
6.843
0
454
28.789
15.493
7
162.657
82.506
4.015
24.259
43.511
27.674
2009
-2.749
-1.803
-21.775
-93
-2.381
-35.846
-2.542
-6.244
-87.081
0
Passiva
2010
-6.647
-2.152
-24.811
-178
-3.302
-57.679
-3.771
-12.161
-140.185
Netto
2009
-1.030
-1.689
-12.484
36
-2.181
-7.571
1.282
-5.910
51.016
75.626
4.015
10.796
64.679
5.862

Basis Basis Belasting Belasting

Totaal belastingactiva/ -passiva 151.802 205.278 -87.081 -140.185 64.721 65.093 Compensatie van activa en passiva binnen dezelfde juridische entiteit -55.700 -96.483 55.700 96.483 Nettobedrag 96.102 108.795 -31.381 -43.702 64.721 65.093

Bedrag aan aftrekbare tijdelijke verschillen,fiscale verliezen en belastingkredieten waarvoor geen belastingsactiva werden geboekt Vervaldatum zonder tijdslimiet 443.747 433.409 147.273 139.344

Niet geboekte uitgestelde belastingen op de activa voor een bedrag van EUR 139 344 duizend komen voornamelijk voort uit fiscale verliezen (EUR 60 630 duizend) ,tijdelijke verschillen op materiële vaste activa (EUR 4 215 duizend), overgedragen notionele interesten (EUR 24 259 duizend) en overgedragen vrijgestelde dividenden (EUR 43 510 duizend).

De grote bewegingen in uitgestelde belastingen direct geboekt in eigen vermogen zijn voornamelijk te vinden in de lijn "Handels - en overige vorderingen op ten hoogste één jaar (positieve impact EUR 20 251 duizend) en "Voorzieningen voor personeelsvoordelen" (positieve impact van EUR 3 521 duizend).

De bewegingen van de tijdelijke verschillen zijn geboekt in de resultatenrekening uitgezonderd deze komende van bewegingen die direct geboekt zijn in het eigen

vermogen.

Uitgestelde belastingactiva worden enkel geboekt in de mate dat het gebruik ervan waarschijnlijk is, m.a.w indien belastbare inkomsten verwacht worden in toekomstige perioden. De Groep gaat uit van een gebruik van uitgestelde belastingsactiva over een periode van 5 tot 10 jaar. De werkelijke belastingresultaten in toekomstige perioden kunnen afwijken van de gemaakte schattingen op het moment dat de uitgestelde belastingen werden geboekt.

In overeenstemming met IAS 12, werden geen uitgestelde belastingpassiva geboekt op de niet belaste reserves van de Belgische vennootschappen omdat het management bevestigt dat deze belastingspassiva niet zullen gerealiseerd worden in de nabije toekomst Deze belastingspassiva zouden potentieel EUR 51 miljoen kunnen bedragen.

21. Kas en kasequivalenten

(EUR duizend)
31/12/09 31/12/10
Kas en kasequivalenten
Beleggingen op korte termijn bij banken 44.766 42.453
Beleggingen op korte termijn (andere) 3.993 3.842
Financiële instellingen, liquide middelen en andere kasequivalenten 136.574 78.421
Totaal kas en kasequivalenten 185.333 124.717
krediet op bankrekeningen 4.985 26.296
(inbegrepen in financiële schulden op ten hoogste één jaar op de balans)
Netto kas en -kasequivalenten zoals in de kasstromentabel 180.348 98.421

Alle kas en kasequivalenten zijn volledig beschikbaar voor de Groep.

Een voorzichtig management van het liquiditeitsrisico veronderstelt het aanhouden van voldoende liquide middelen en verhandelbare aandelen, het beschikbaar zijn van financiering door een deugdelijk bedrag aan contractueel vastgelegde kredietlijnen en de mogelijkheid om marktposities te sluiten. Door het dynamische

karakter van de onderliggende transacties, behoudt de Groep de flexibiliteit van de financiering door het beschikbaar houden van vastgelegde kredietlijnen.

Een overschot aan liquiditeiten wordt belegd voor zeer korte termijn en dit gespreid over een beperkt aantal kredietwaardige bankrelaties.

22. Valuta omrekeningsverschillen en andere reserves

De details voor het Groepsaandeel in de valuta omrekeningsverschillen en de andere reserves zijn als volgt:

(EUR duizend)
Financiële
vaste
activa
reserves
Kasstroom
afdekkings
reserves
Latente
belastingen
rechtstreeks
opgenomen
in het eigen
vermogen
Personeelsvoordelen
na uitdiensttreding,
voortkomenende
uit veranderingen
in actuariële
parameters
Reserves voor
op aandelen
gebaseerde
vergoedingen
Omrekenings
verschillen
TOTAAL
Begin van het vorige boekjaar 1.068 49.933 -7.924 -43.112 21.254 -140.266 -119.048
Resultaat rechtstreeks
opgenomen in het eigen
vermogen
33.401 -28.722 13.332 -12.434 2.791 8.369
Winst (verlies) rechtstreeks
afgeboekt uit het eigen
vermogen
0 -30.467 9.351 -206 0 -21.322
Perimeterwijzigingen 0 12 -2 -5 0 0 5
Omrekeningsverschillen 0 3.088 -1.009 473 0 33.090 35.643
Stand op einde van het vorige
boekjaar
34.468 -6.155 13.749 -55.284 24.045 -107.176 -96.354
Begin van het vorige boekjaar 34.468 -6.155 13.749 -55.284 24.045 -107.176 -96.354
Resultaat rechtstreeks
opgenomen in het eigen
vermogen
18.144 -59.976 22.464 -8.456 4.018 -23.806
Winst (verlies) rechtstreeks
afgeboekt uit het eigen
vermogen
0 312 -195 -71 0 45
Transfer van/naar overgedragen
resultaten
-386 -3.561 -3.947
Perimeterwijzigingen 0 0 -2 0 0 0 -2
Andere wijzigingen 0 0 0 -32 0 -32
Omrekeningsverschillen 0 -342 234 -1.824 0 70.485 68.554
Einde van het boekjaar 52.613 -66.161 36.250 -66.054 24.503 -36.691 -55.541

Winsten en verliezen opgenomen in het eigen vermogen op financiële activa beschikbaar voor verkoop hebben betrekking op de reële waarde aanpassing van de Nyrstar aandelen (zie toelichting 17, Financiële activa beschikbaar voor verkoop en leningen).

De netto-verliezen opgenomen in eigen vermogen betreffende kasstroomindekkingen (EUR 59 976 duizend) zijn de veranderingen in reële waarde van nieuwe kasstroomindekkingsinstrumenten of bestaande instrumenten bij de opening, maar die nog niet vervallen zijn op jaareinde. De netto verliezen afgeboekt uit het eigen vermogen (EUR 312 duizend) zijn de reële waarde van de kasstroomindekkingsinstrumenten die bestonden bij de opening en die vervielen tijdens het jaar en waarvan EUR 11,3 miljoen werden gerealiseerd via de resultatenrekening bij het vervallen van cash-flow hedging contracten

Nieuwe netto actuariële verliezen op de «te bereiken doel»-plannen na

uitdiensttreding werden weergegeven in het eigen vermogen voor EUR 8 456 duizend. EUR 386 Duizend werd getransfereerd naar het overgedragen resultaat, als gevolg van de beëindiging van pensioenplannen.

De toekenning van het optieplan van 2010 heeft geleid tot een toename van de reserve voor op aandelen gebaseerde vergoedingen van EUR 4018 duizend (zie toelichting 9, Bezoldigingen en aanverwante voordelen). EUR 3 561 duizend werden getransfereerd naar het overgedragen resultaat als gevolg van de uitoefing van aandelen opties.

De wijziging in omrekeningsverschillen is vooral te wijten aan de appreciatie van ZAR, CAD, CNY, KRW en USD tegenover de EUR.

23. Financiële schulden

(EUR duizend)
Bankleningen
op lange
termijn
Overige
langetermijn
leningen
Totaal
OP MEER DAN EEN JAAR
Begin van het vorige boekjaar 258.123 164.382 422.505
. Toename 0 -1.516 -1.516
. Afname -236.106 -866 -236.972
. Omrekeningsverschillen -163 996 834
. Overboekingen -1.343 -7.735 -9.078
Per einde van het vorige boekjaar 20.511 155.261 175.771
. Toename 20.000 574 20.574
. Afname -509 -643 -1.151
. Overboekingen 0 -311 -311
Per einde van het boekjaar 40.002 154.882 194.884
Bankleningen
op lange
Overige
langetermijn
Totaal
termijn leningen
OP MEER DAN EEN JAAR DIE BINNEN HET JAAR VERVALLEN
Per einde van het vorige boekjaar 530 1.066 1.596
. Toename / afname -15 -62 -77
Per einde van het boekjaar 515 1.004 1.519
Bankleningen
op korte
termijn
krediet op
bankrekeningen
Korte termijn
lening:
commercial
paper
Overige
leningen
Totaal
OP TEN HOOGSTE EEN JAAR
Per einde van het vorige boekjaar
53.870 4.985 107.702 17.950 184.507

Per einde van het boekjaar 167.612 26.296 90.976 3.792 288.676

De netto financiële schuld van de Groep is toegenomen met EUR 183.9 miljoen, vooral ten gevolge van een toegenomen behoefte aan werkkapitaal.

De reële waarde van de obligatie van EUR 150 miljoen op 8 jaar uitgegeven in 2004 was EUR 155.2 miljoen op 31 december 2010. De effectieve rentevoet voor deze obligatie is 4,875% wat gelijk is aan de vaste interestvoet.

De langetermijn bankleningen bestaan uit een langetermijn banklening van EUR 20 miljoen met vervaldag in 2013 en met een interestvoet van 5,36% per jaar. De reële waarde bedroeg EUR 22.02 miljoen op 31 december 2010.

Op 31 december 2010 was er EUR 20 miljoen opgenomen van de kredietfaciliteit ten belope van EUR 450 miljoen met een Syndicaat van Banken met vervaldag in 2013.

De data van prijsherziening van de leningen met variabele interestvoet zijn erg kort en worden opgemaakt in functie van de behoeftes van het thesaurie departement,

aan marktcondities, als onderdeel van hun dagelijks beheer van de thesaurie operaties.

Een deel van de financiële schuld op meer dan een jaar is onderhevig aan standaard financiële covenanten, opgenomen in de leningsovereenkomsten.

Umicore heeft geen convenant overtreden en is niet in gebreke gebleven bij leningen, noch in 2010 noch in vorige jaren. Het opvolgen van de financiële covenanten is de verantwoordelijkheid van het Departement "Group Treasury". Tweemaal per jaar maakt dit departement certificaten op die de naleving van de covenanten aantonen en deze worden opgestuurd naar de bankagent. Deze methodologie is een voorwaarde bij de leningovereenkomst en tevens een vereiste, gezien de interestmarge gebaseerd is op de ratio netto schuld ten opzichte van EBITDA.

(EUR duizend)
EUR
Euro
USD
US Dollar
Overige munten Totaal
Uitsplitsing van de schulden per munteenheid (inclusief vervallen binnen
het jaar)
Bankleningen op lange termijn 40.516 0 0 40.516
Overige langetermijnleningen 155.887 0 0 155.887
Financiële schulden op lange termijn 196.403 0 0 196.403

24. Handels- en overige schulden

Toelichting
31/12/09
31/12/10
Op meer
dan
een
jaar
Handelsschulden
74
517
Overige schulden
1.230
648
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen kapitaalsubsidies
4.220
5.168
5.524
6.333
Op ten
hoogste
een
jaar
Handelsschulden
441.376
655.776
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in uitvoering
12.075
17.752
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat
12.407
35.869
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten
93.433
121.451
Overige schulden
13.212
11.737
Verschuldigde dividenden
5.660
6.770
Te betalen interesten
6.272
7.064
Reële waarde schulden financiële instrumenten kasstroomafdekking
31
12.473
73.357
Reële waarde schulden andere financiële instrumenten
31
22.942
17.899
Overlopende rekeningen
56.643
74.747
676.493
1.022.423
(EUR duizend)

Handels- en overige schulden zijn gestegen met EUR 345,9 miljoen.

De toename van handelsschulden is vooral veroorzaakt door stijgende metaalprijzen en verhoogde volumes. De belastingsschulden (andere dan inkomstbelastingen) betreffen vooral BTW schulden.

25. Liquiditeit van de financiële schulden

(EUR duizend)
< 1 maand 1 - 3 maand Contractuele vervaldag
3 maand -
1 - 5 jaar > 5 jaar TOTAAL
1 jaar
Van het vorige boekjaar
Financiële schulden
Op ten
hoogste
een
jaar
Bankleningen op korte termijn 42.359 7.710 3.800 53.870
krediet op bankrekeningen 2.120 0 2.864 4.985
Korte termijn lening: commercial paper 107.702 0 0 107.702
Overige leningen 7.903 915 9.132 17.950
Bankleningen op meer dan een jaar die binnen
het jaar vervallen
2 130 397 530
Overige leningen op meer dan een jaar die
binnen het jaar vervallen
39 114 913 1.066
Op meer
dan
een
jaar
Bankleningen op meer dan een jaar 20.510 0 20.510
Overige leningen op meer dan een jaar 153.354 1.907 155.261
Handels- en overige schulden
Op ten
hoogste
een
jaar
Handelsschulden 266.722 137.828 36.826 441.376
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in
uitvoering
3.374 5 8.696 12.075
Belastingen andere dan belastingen op het
resultaat
11.425 982 0 12.407
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en
sociale lasten
36.330 44.834 12.269 93.433
Overige schulden 4.416 2.337 6.458 13.212
Verschuldigde dividenden 5.660 0 0 5.660
Te betalen interesten -67 6.339 0 6.272
Reële waarde schulden financiële instrumenten
kasstroomafdekking
141 1.122 11.210 12.473
Reële waarde schulden andere financiële
instrumenten
6.790 14.205 1.947 22.942
Overlopende rekeningen 35.371 14.022 7.251 56.643
Op meer
dan
een
jaar
Handelsschulden 0 74 74
Overige schulden 1.230 0 1.230
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen
subsidies
460 3.760 4.220
Contractuele vervaldag (EUR duizend)
< 1 maand 1 - 3 maand 3 maand -
1 jaar
1 tot 5 jaar > 5 jaar TOTAAL
Van het boekjaar
Financiële schulden
Op ten
hoogste
een
jaar
Bankleningen op korte termijn
krediet op bankrekeningen
Korte termijn lening: commercial paper
Overige leningen
Bankleningen op meer dan een jaar die binnen
het jaar vervallen
Overige leningen op meer dan een jaar die
binnen het jaar vervallen
123.451
18.692
90.976
3.418
2
37
23.032
37
0
0
130
145
21.129
7.567
0
374
382
821
167.612
26.296
90.976
3.792
515
1.004
Op meer
dan
een
jaar
Bankleningen op meer dan een jaar
40.001 0 40.001
Overige leningen op meer dan een jaar 153.349 1.534 154.883
Handels- en overige schulden
Op ten
hoogste
een
jaar
Handelsschulden 415.981 115.229 124.565 655.776
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
in uitvoering
1.295 9.222 7.234 17.752
Belastingen andere dan belastingen op het
resultaat
35.541 -19 347 35.869
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en
sociale lasten
82.553 33.765 5.133 121.451
Overige schulden 6.022 4.774 941 11.737
Verschuldigde dividenden 6.770 0 0 6.770
Te betalen interesten 6.699 305 60 7.064
Reële waarde schulden financiële instrumenten
kasstroomafdekking
1.170 10.495 61.692 73.357
Reële waarde schulden andere financiële
instrumenten
3.823 12.957 1.120 17.899
Overlopende rekeningen 58.527 10.312 5.908 74.747
Op meer
dan
een
jaar
Handelsschulden 30 487 517
Overige schulden 647 1 648
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen
subsidies
367 4.801 5.168

26. Voorzieningen voor personeelsvoordelen

De Groep heeft diverse wettelijke en feitelijke verplichtingen aangaande plannen met een "te bereiken doel", voornamelijk met betrekking tot de Belgische, Franse en Duitse activiteiten. Het merendeel van deze plannen berekent de verplichtingen op basis van het verwachte eindsalaris.

(EUR

duizend)
Vergoedingen
na uitdienst
treding -
pensioenen
en
aanverwante
Vergoedingen
na uitdienst
treding -
overige
Vergoedingen
loopbaan
beëindiging -
brugpensioenen
en aanverwante
Andere
langetermijn
personeel
vergoedingen
Totaal
Per einde van het vorige boekjaar 115.988 17.964 35.556 13.366 182.874
. Toename (begrepen in "Bezoldigingen en personeelsvoordelen") 11.058 711 6.348 2.004 20.121
. Terugnemingen (Begrepen in "Bezoldigingen en personeelsvoordelen") -418 -3 0 -2 -424
. Bestedingen (Begrepen in "Bezoldigingen en personeelsvoordelen") -17.480 -484 -11.985 -1.676 -31.624
. Impact interestvoet en actualisering (begrepen in "Financiële kosten") 5.848 803 1.361 608 8.619
. Omrekeningsverschillen 1.030 329 20 25 1.404
. Overboekingen -419 779 -580 -175 -395
. Opgenomen in het eigen vermogen 11.613 -1.420 0 0 10.194
. Andere wijzigingen 3 -4 27 4 30
Per einde van het boekjaar 127.222 18.674 30.748 14.155 190.800

Bovenstaande tabel geeft de waarden van en de bewegingen op de voorzieningen voor personeelsvoordelen van de dochterondernemingen, die onder de integrale consolidatiemethode opgenomen zijn, weer. Er is een verschil tussen de bedragen op de lijn 'opgenomen in eigen vermogen' en de bedragen weergegeven in toelichting 22, daar deze bijlage eveneens de waarden van de geassocieerde

ondernemingen en de joint ventures, opgenomen in de consolidatie volgens de vermogensmutatiemethode, bevat.

Het management verwacht op korte termijn dat uitgaande kasstromen van dezelfde grootteorde zullen zijn als deze van het vorige en huidige jaar.

Als beschreven in nota 19 werd er een vordering op meer dan één jaar geboekt als "recht op terugbetaling" binnen het kader van medische kosten dat Umicore Frankrijk heeft overgenomen van Nyrstar Frankrijk in 2007, dewelke Nyrstar Frankrijk zal compenseren gedurende de levensduur van deze schulden. Wanneer er een verandering voorkomt in deze schulden zal deze verandering het recht op terugbetaling onder de lange termijn vorderingen op dezelfde manier beïnvloeden. Als de verandering van de periode gerelateerd is met de verandering van de actuariële veronderstellingen, worden zowel de schulden als de activa aangepast langs de Geconsolideerde staat van gerealiseerd en niet gerealiseerde resultaten van de Groep.

De hierna volgende toelichtingen onder IAS 19 werden overgenomen uit de verslagen opgemaakt door externe actuarissen.

De veronderstellingen worden aanbevolen door de lokale actuarissen in lijn met IAS 19. De standaard referentie voor de Eurozone is de iBOXX AA Index opbrengst en gelijkaardige indici worden gebruikt voor de andere regio's. De tabellen voor levensverwachting zijn specifiek voor elk land.

(EUR duizend)

31/12/09 Bewegingen 2010 31/12/10
België 32.603 -4.828 27.775
Frankrijk 20.533 337 20.870
Duitsland 114.842 11.184 126.026
Subtotaal 167.978 6.693 174.671
Overige entiteiten 14.896 1.233 16.129
Totaal 182.874 7.926 190.800
(EUR duizend)
Recht op terugbetaling
Per einde van het vorige boekjaar 6.545
Feitelijke terugbetaling -119
Actuariële winsten en verliezen op terugbetalingsrechten 1
Per einde van het boekjaar 6.427
(EUR duizend)
2009 2010
Wijziging in de verplichtingen voor personeelsvoordelen
Verplichting bij het begin van het boekjaar 270.134 294.378
Kosten van diensttijd van het jaar 16.703 14.452
Interestkosten 14.874 14.102
Bijdragen van de planparticipanten 405 453
Planwijzigingen 545 2.262
Actuariële verliezen en winsten 20.923 9.852
Uitbetaalde voordelen -30.071 -27.980
Betaalde onkosten -68 -66
Netto transferten in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele bedrijfsacquisities/verkopen) 896 783
Combinaties 140
Regelingen -420 -221
Afhandelingen -471 0
Omrekeningsverschillen 928 4.418
Verplichting per einde boekjaar 294.378 312.573
2009 2010
Veranderingen in planactiva
Reële waarde planactiva bij begin boekjaar 106.650 110.898
Verwacht rendement op de planactiva 4.927 5.314
Actuariële verliezen en winsten 2.734 780
Bijdragen van de werkgever 25.208 27.498
Bijdragen van de planparticipanten 405 453
Uitkeringen Plan/Bedrijf -30.071 -27.980
Betaalde onkosten -68 -66
Netto transferten in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele bedrijfsacquisities/verkopen) 638 1.037
Omrekeningsverschillen 475 3.011
Reële waarde planactiva bij einde boekjaar 110.898 120.945

De pensioenplannen in België, Frankrijk, Liechtenstein, Nederland, USA en Noorwegen zijn geheel of gedeeltelijk gefinancierd met planactiva. Alle andere plannen zijn niet-gefinancierde plannen.

(EUR duizend)
2009 2010
Bedragen opgenomen in de balans
Huidige waarde van de gefinancierde verplichtingen 190.475 214.160
Reële waarde van de planactiva van de fondsen 110.898 120.945
Tekort (overschot) van gefinancierde plannen 79.577 93.215
Huidige waarde van de niet-gefinancierde plannen 103.903 98.413
Niet geboekte netto actuariële winsten/(verliezen) -1 12
Niet opgenomen kost of winst voor verleden diensttijd -605 -840
Netto passiva (activa) 182.874 190.800
Componenten van de pensioenkost
Bedragen geboekt in de resultatenrekening van de periode
Kosten van diensttijd van het jaar 16.703 14.452
Interestkost 14.874 14.102
Verwacht rendement op planactiva -4.927 -5.314
Verwachte rendement van het recht op terugbetaling -305 -304
Afschrijving kosten verleden diensttijd incl. §58 (a) 581 2.027
Afschrijving netto (winst)/verlies incl. §58 (a) 3.031 -1.225
Opgenomen (winst)/verlies planregelingen -420 -221
Opgenomen (winst)/verlies afhandelingen -471 0
Totale pensioenkost opgenomen in de winst/verlies rekening 29.066 23.517
Feitelijke opbrengst van de planactiva
Feitelijke opbrengst van het recht op terugbetaling
7.661 6.094
1.151 305
Bedragen rechstreeks opgenomen in het eigenvermogen
Gecumuleerde actuariële verliezen en winsten 24.012 38.362
Actuariële verliezen en winsten van het boekjaar 15.078 10.194
Transfer van/naar overgedragen resultaten 386
Minderheidsbelangen -87 -263
Actuariële winsten en verliezen van het recht op terugbetaling -846 -1
Genomen in resultatenrekening 179
Andere wijzigingen 32
Omrekeningsverschillen 26 500
Totaal rechtstreeks opgenomen in het eigenvermogen door geconsolideerde ondernemingen 38.362 49.210
Actuariële verliezen en winsten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures 16.922 16.844
Totaal rechstreeks opgenomen in het eigenvermogen 55.284 66.054

De interestkost, het rendement op de planactiva en het impact door verdiscontering van de andere dan na dienstuittreding voordelenplannen opgenomen in de afgeschreven actuariële verliezen of winsten, worden geboekt onder de financiële resultaten in de resultatenrekening (zie toelichting 10). Alle andere elementen van de jaarlijkse kost worden geboekt onder het bedrijfsresultaat onder de rubriek « bezoldigingen en personeelsvoordelen ».

De actuariële winsten van het jaar opgenomen in het eigen vermogen hebben hun oorsprong in een lichte verandering van de verdisconteringvoet op de pensioenplannen en verschillen tussen het verwachte en actuele rendement op de planactiva.

2009 2010
Voornaamste actuariële veronderstellingen
Gewogen gemiddelde veronderstellingen ter bepaling van de verplichtingen per einde van het jaar
Actualisatievoet (%) 4,91 4,60
Percentage salarisverhogingen (%) 2,97 2,99
Percentage inflatie (%) 2,08 2,06
Percentage van pensioenverhogingen (%) 1,56 1,65
Gewogen gemiddele veronderstellingen ter bepaling van de netto kost
Actualisatievoet (%)
Verwachte lange termijn opbrengst op de planbeleggingen gedurende het financiële jaar (%)
Verwachte toename van salarissen (%)
Percentage inflatie (%)
Percentage van pensioenverhogingen (%)
5,68
5,00
2,86
2,05
1,74
4,91
4,99
2,97
2,08
1,56
2010
Percentage van
planactiva
Verwacht
rendement van
planactiva
Planactiva
Aandelen (%) 18,52 5,39
Obligaties (%) 59,71 4,33
Vastgoed (%) 5,06 4,50
Overige (%) 16,71 3,90
Totaal (%) 100,00 4,46

Andere planactiva zijn grotendeels geïnvesteerd in verzekeringscontracten en banktermijndeposito's. De veronderstelling inzake de verwachte lange termijn rendementsvoet op de activa is gedocumenteerd voor elk individueel plan zoals aanbevolen door de lokale actuarissen..

2009 2010
Historiek ervaringswinst/verlies
Verschil tussen het verwachte en reële rendement op de beleggingen
Bedrag
-2.734 -780
Percentage van de beleggingen (%) -2,00 -1,00
Ervarings(winst)/verlies op de pensioenverplichtingen
Bedrag
Percentage van de huidige waarde van de pensioenverplichtingen (%)
1.407
0,48
-476
-0,15
2009 2010
Verplichte toelichting i.v.m hospitalisatie verzekering voor gepensioneerden
Verondersteld percentage stijging ziektekosten
Percentage onmiddellijke tendens (%) 4,22 4,38
Percentage ultieme tendens (%)
Jaar waarin ultieme tendens wordt bereikt
4,22
NA
4,38
NA
2010
Sensitiviteit +1% Sensitiviteit
-1%
Gevoeligheid ten opzichte van de tendensveronderstellingen
Invloed op totale diensttijdkost en rentekost componenten 250 -208
Invloed op de verplichtingen 2.965 -2.531
(EUR duizend)
2009 2010
Aansluiting balans
Balans verplichtingen (activa) 162.884 182.874
Opgenomen pensioenkosten in V&W van het boekjaar 29.066 23.517
Bedragen rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen van het boekjaar 14.326 10.317
Werkgeversbijdragen via fondsen gestort in het boekjaar -10.286 -13.550
Werkgeversbijdragen onmiddellijk gestort in het boekjaar -14.922 -13.949
Feitelijke terugbetaling 1.151 305
Netto transferten in/uit (met inbegrip van het effect van eventuele bedrijfsacquisities/verkopen)
Bedragen geboekt voor combinaties
259 -253
137
Diverse -58 -4
Omrekeningsverschillen 453 1.406
Balans verplichtingen (activa) op het jaareinde 182.874 190.800
Op 31 december 2006 2007 2008 2009 2010
Huidige waarde van de verplichting 304.840 275.282 270.134 294.378 312.573
Reële waarde planactiva 88.220 102.765 106.650 110.898 120.945
Tekort (Overschot) van plannen 216.620 172.517 163.484 183.480 191.628
Ervaringsaanpassingen op de fondsbeleggingen 3.219 789 10.020 -2.734 -780
Ervaringsaanpassingen op de verplichtingen -4.996 9.129 6.168 1.407 -476

De verwachte bijdragen te betalen voor de plannen gedurende het boekhoudjaar startend na de balansdatum bedraagt EUR 20,7 miljoen.

27. Aandelenoptieplannen toegestaan door de onderneming

Plan Vervaldatum Uitoefening Vroegere
uitoefenprijs
(EUR) voor
Cumerio
uittreding (de
uitoefeningsprijs
kan hoger zijn in
bepaalde landen)
Nieuwe
uitoefenprijs
(EUR) voor
Cumerio
uittreding (de
uitoefeningsprijs
kan hoger zijn in
bepaalde landen)
Aantal opties dat
nog uitgeoefend
moet worden
ISOP 2004 11.03.2011 alle werkdagen van 10,41 8,31 36.625
Euronext Brussels 10,74 8,64 0
36.625
ISOP 2005 16.06.2012 alle werkdagen van 12,92 104.500
Euronext Brussels 13,66 5.000
109.500
ISOP 2006 02.03.2016 alle werkdagen van 22,55 382.375
Euronext Brussels 24,00 8.000
390.375
ISOP 2007 16.02.2017 alle werkdagen van 26,55 576.000
Euronext Brussels 27,36 10.000
586.000
ISOP 2008 15.04.2018 alle werkdagen van 32,57 641.000
Euronext Brussels 32,71 33.500
674.500
ISOP 2009 15.02.2016 alle werkdagen van 14,40 703.875
Euronext Brussels 14,68 31.000
734.875
ISOP 2010 14.02.2017 alle werkdagen van 22,30 691.750
Euronext Brussels
691.750
Totaal 3.223.625

ISOP verwijst naar «Incentive Stock Option Plan» (wereldwijd plan voor kaders).

Aandelenopties, waarvan typisch de rechten werden verworven op de datum van toekenning, zullen vereffend worden met bestaande aandelen. Opties die niet uitgeoefend werden voor de vervaldatum vervallen automatisch.

(EUR duizend)
2009 2010
Gewogen
Aantal opties
gemiddelde
uitoefeningsprijs
Aantal opties Gewogen
gemiddelde
uitoefeningsprijs
Uitstaande aandelenopties gedurende het jaar
Uitstaande begin van het boekjaar 3.309.150 19,85 3.541.825 20,45
Toegekend tijdens boekjaar 734.875 14,41 691.750 22,30
Uitgeoefend tijdens het jaar 502.200 7,70 1.009.950 13,63
Uitstaande einde boekjaar 3.541.825 20,45 3.223.625 22,98
Uitoefenbaar einde boekjaar 3.541.825 20,45 3.223.625 22,98

De nog niet vervallen opties op het einde van het boekjaar, hebben een gemiddelde gewogen looptijd tot Oktober 2016.

28. Voorzieningen leefmilieu

(EUR duizend)
Voorzieningen
voor
bodemsanering
en
landschapsherstel
Overige
voorzieningen
voor leefmilieu
TOTAAL
Per einde van het vorige boekjaar 98.635 4.776 103.412
. Toename 5.444 3.649 9.092
. Terugnemingen -976 0 -976
. Bestedingen (begrepen in "Andere bedrijfskosten") -10.502 -3.195 -13.697
. Actualisering (begrepen in "Netto financiële kosten") -357 0 -357
. Omrekeningsverschillen 1.475 0 1.475
. Andere wijzigingen 595 49 644
Per einde van het boekjaar 94.314 5.279 99.593
waarvan : - op meer dan één jaar 75.746 1.936 77.682
- op ten hoogste één jaar 18.567 3.343 21.910

Voorzieningen voor leefmilieu, volgens wettelijke en feitelijke verplichtingen zijn opgenomen en bepaald met als referentie een schatting van de waarschijnlijkheid van de toekomstige kasuitstromen evenals historische gegevens gebaseerd op feiten en omstandigheden gekend op de rapporteringdatum. De effectieve verplichting kan verschillen van de opgenomen bedragen.

De voorzieningen verminderden met EUR 3 819 duizend, waarbij bijkomende voorzieningen meer dan gecompenseerd werden door bestedingen of terugnemingen van bestaande voorzieningen. Dit is een goede weergave van de bestendige uitvoering van de geïdentifieerde en aangegane saneringsprogramma's.

De nieuwe toename van de voorzieningen voor bodemsanering en herinrichting van de sites heeft hoofdzakelijk betrekking op de herziening van de geschatte kosten van enkele programma's in België (Hoboken en Overpelt), Duitsland (Pforzheim) en Zuid-Afrika (Roodepoort).

De bestedingen van de voorzieningen van de periode zijn voor het grootste deel verbonden met de realisatie van saneringsprogramma's in Frankrijk (Viviez) en België (Hoboken en Gent).

Gedurende 2010 vonden geen belangrijke bewegingen plaats op de voorzieningen die werden aangelegd voor het historische radioactief afvalmateriaal in België (Olen). De onderhandelingen met alle bevoegde instanties om een duurzame en aanvaardbare opslagoplossing te vinden duren voort, zij het op een langzaam tempo. De bewegingen in « Overige voorzieningen voor leefmilieu » hebben vooral betrekking op de verplichting tot en afhandeling van de CO2 emissierechten in België.

Het management verwacht dat de belangrijkste kasuitgaven met betrekking tot deze projecten zullen gebeuren binnen de 5 jaar.

29. Voorzieningen voor overige risico's en kosten

(EUR duizend)
Voorzieningen
voor
reorganisatie en
herstructurering
Voorzieningen
voor overige
risico's en kosten
TOTAAL
Per einde van het vorige boekjaar 30.816 38.452 69.268
. Toename 4.385 14.096 18.480
. Terugnemingen -4.765 -5.479 -10.244
. Bestedingen (begrepen in "Andere bedrijfskosten") -11.679 -3.271 -14.950
. Omrekeningsverschillen 581 2.833 3.414
. Overboekingen -53 241 188
. Financiële kosten 686 686
. Andere wijzigingen 0 -79 -79
Per einde van het boekjaar 19.283 47.480 66.763
waarvan : - op meer dan één jaar 4.307 34.122 38.429
  • op ten hoogste één jaar 14.977 13.359 28.336

Voorzieningen voor reorganisaties en herstructureringen, voor risico's met betrekking tot belastingen, garanties en geschillen, voor verlieslatende contracten en productterugnames, zijn opgenomen en bepaald met als referentie een schatting van de waarschijnlijkheid van de toekomstige kasuitstromen, alsook historische gegevens gebaseerd op feiten en omstandigheden die gekend zijn op het ogenblik van de rapporteringdatum. De effectieve verplichting kan verschillen van de opgenomen bedragen.

Voorzieningen daalden in totaal met EUR 2 505 duizend, waarbij de toename aan voorzieningen meer dan gecompenseerd werden door terugnemingen en bestedingen van bestaande voorzieningen.

De toename voor voorzieningen en herstructureringen is voornamelijk verbonden met de overheveling van de raffinage activiteiten van Hanau, Duitsland naar Hoboken, België. De bestedingen van de voorzieningen in deze categorie hebben gedeeltelijk betrekking op de voortzetting van vroegere

herstructureringsprogramma's in Frankrijk en Duitsland en de terugname heeft vooral betrekking op een update van herstructureringsschulden op de site van Guarulhos, Brazilië, oorspronkelijk geboekt in 2007.

De toename en terugname van de andere voorzieningen voor overige risico's en kosten betreffen garanties en geschillen. Deze beïnvloeden een wijde reeks van dochterondernemingen voornamelijk in Brazilië en België.

Ze omvatten ook voorzieningen voor verlieslatende contracten met betrekking tot het IAS 39-effect (zie toelichting 8). De netto toename gedurende de periode voor deze voorzieningen bedroeg EUR 2 226 duizend. Het eindsaldo van deze voorzieningen bedraagt EUR 4 640 duizend.

Er kan geen schatting gemaakt worden wanneer de kasuitstroom voor de voorziening voor overige risico's en kosten op meer dan één jaar zal plaatsvinden.

30. Financiële instrumenten per categorie

(EUR duizend)
Boekwaarde
Per einde van het vorige boekjaar Reële waarde Aangehouden
voor verkoop
zonder hedge
accounting
Cash Flow
hedge
accounting
Leningen,
handels
vorderignen
en schulden
Beschikbaar
voor verkoop
ACTIVA
Financiële activa beschikbaar voor verkoop
57.999 57.999
Financiële activa beschikbaar voor verkoop - Aandelen 57.999 57.999
Leningen toegekend 15.313 15.313
Leningen toegekend 15.313 15.313
Handels- en overige vorderingen 535.243 7.508 6.388 521.347
Op meer dan één jaar
Garanties en deposito's 3.499 3.499
Overige vorderingen op meer dan 1 jaar 8.076 8.076
Personeelsvoordelen 375 375
Op ten hoogste één jaar
Handelsvorderingen (bruto) 465.096 465.096
Handelsvorderingen (waardeverminderingen) -21.554 -21.554
Overige vorderingen (bruto)
Overige vorderingen (waardeverminderingen)
69.743
-9.370
69.743
-9.370
Te ontvangen interesten 615 615
Reële waarde vordering financiële instrumenten 6.388 6.388
kasstroomafdekking
Reële waarde vordering andere financiële instrumenten 7.508 7.508
Overlopende rekeningen 4.867 4.867
Kas en kasequivalenten 185.333 185.333
Beleggingen op korte termijn bij banken 44.766 44.766
Beleggingen op korte termijn (andere) 3.993 3.993
Financiële instellingen, liquide middelen en andere
kasequivalenten
136.574 136.574
Totaal financiële instrumenten (activa) 793.888 7.508 6.388 721.993 57.999
PASSIVA
Financiële schulden
365.005 361.875
Op meer dan één jaar
Bankleningen 22.641 20.511
Overige leningen 156.261 155.261
Op ten hoogste één jaar
Bankleningen 54.399 54.399
krediet op bankrekeningen 4.985 4.985
Commercial paper 107.702 107.702
Overige leningen 19.016 19.016
Handels- en overige schulden 682.017 22.942 12.473 646.602
Op meer dan één jaar
Handelsschulden 74 74
Overige schulden 1.230 1.230
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen subsidies 4.220 4.220
Op ten hoogste één jaar
Handelsschulden 441.376 441.376
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in
uitvoering
12.075 12.075
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 12.407 12.407
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale
lasten
93.433 93.433
Overige schulden 13.212 13.212
Verschuldigde dividenden 5.660 5.660
Te betalen interesten 6.272 6.272
Reële waarde schulden financiële instrumenten 12.473 12.473
kasstroomafdekking
Reële waarde schulden andere financiële instrumenten
22.942 22.942
Overlopende rekeningen 56.643 56.643
Totaal financiële instrumenten (passiva) 1.047.022 22.942 12.473 1.008.477 0
(EUR duizend)
Boekwaarde
Per einde van het boekjaar Reële waarde Aangehouden
voor verkoop
zonder hedge
accounting
Cash Flow
hedge
accounting
Leningen,
handels
vorderignen
en schulden
Beschikbaar
voor verkoop
ACTIVA
Financiële activa beschikbaar voor verkoop
76.189 76.189
Financiële activa beschikbaar voor verkoop - Aandelen 76.189 76.189
Leningen toegekend 819 819
Leningen toegekend 819 819
Handels- en overige vorderingen 825.917 23.460 7.425 795.031
Op meer dan één jaar
Garanties en deposito's
Overige vorderingen op meer dan 1 jaar
5.871
8.172
5.871
8.172
Personeelsvoordelen 373 373
Op ten hoogste één jaar
Handelsvorderingen (bruto) 673.800 673.800
Handelsvorderingen (waardeverminderingen) -14.606 -14.606
Overige vorderingen (bruto) 116.625 116.625
Overige vorderingen (waardeverminderingen) -6.582 -6.582
Te ontvangen interesten 257 257
Reële waarde vordering financiële instrumenten
kasstroomafdekking
7.425 7.425
Reële waarde vordering andere financiële instrumenten 23.460 23.460
Overlopende rekeningen 11.122 11.122
Kas en kasequivalenten 124.716 124.716
Beleggingen op korte termijn bij banken 42.453 42.453
Beleggingen op korte termijn (andere) 3.842 3.842
Financiële instellingen, liquide middelen en andere
kasequivalenten
78.421 78.421
Totaal financiële instrumenten (activa) 1.027.641 23.460 7.425 920.566 76.189
PASSIVA
Financiële schulden 492.339 485.080
Op meer dan één jaar
Bankleningen
42.018 40.002
Overige leningen 160.127 154.883
Op ten hoogste één jaar
Bankleningen 168.127 168.127
krediet op bankrekeningen 26.296 26.296
Commercial paper 90.976 90.976
Overige leningen 4.796 4.796
Handels- en overige schulden
Op meer dan één jaar
1.028.755 17.899 73.357 937.499
Handelsschulden 517 517
Overige schulden 648 648
Kapitaalsubsidies en overlopende rekeningen subsidies 5.168 5.168
Op ten hoogste één jaar
Handelsschulden 655.776 655.776
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen in
uitvoering
17.752 17.752
Belastingen andere dan belastingen op het resultaat 35.869 35.869
Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale 121.451 121.451
lasten
Overige schulden 11.737 11.737
Verschuldigde dividenden 6.770 6.770
Te betalen interesten
Reële waarde schulden financiële instrumenten
7.064
73.357
73.357 7.064
kasstroomafdekking
Reële waarde schulden andere financiële instrumenten 17.899 17.899
Overlopende rekeningen 74.747 74.747
Totaal financiële instrumenten (passiva) 1.521.094 17.899 73.357 1.422.579 0

De leningen en schulden zijn uitgegeven aan een marktrentevoet welke geen grote verschillen met zich meebrengen vergeleken met de effectieve marktintrestvoet. Alle categorieën van financiële instrumenten van Umicore worden aan hun reële waarde weergeven behalve de langlopende bank- en andere leningen. De boekwaarde van deze verschilt van de reële marktwaarde (zie toelichting 23).

De reële waarde van de financiële instrumenten die verhandeld worden in actieve markten is gebaseerd op de koers in de desbetreffende markt op balansdatum.

De reële waarde van de financiële instrumenten die niet vrij verhandeld worden

in een actieve markt wordt bepaald door middel van valorisatietechnieken. Meest gebruikte techniek is de "discounted cash-flow" waarbij de marktomstandigheden deze zijn zoals ze gekend waren op balansdatum.

De reële waarde van intrestvoet swaps, in bijzonder, wordt berekend door de huidige waarde te nemen van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van forward wisselkoers- en metaalcontracten wordt bepaald door de genoteerde wissel- en metaalkoersen op balansdatum te nemen.

De reële waarde van de vrij verhandelde financiële vaste activa welke door de

groep gehouden worden, is de genoteerde marktwaarde op balansdatum. De reële waarde van de passiva wordt geschat door de toekomstige contractuele kasstromen te verdisconteren aan de huidige marktintrestvoet. De genomen marktintrestvoet is deze rentevoet die beschikbaar is voor de groep voor gelijkaardige financiële instrumenten.

Door van de nominale waarde van de handelsvordering en schulden de desbetreffende waardevermindering af te trekken, wordt hun reële waarde benaderd.

Reële waarde hierarchie

De Groep heeft de wijzigingen in IFRS 7 betreffende de waardering van financiële instrumenten in de balans aan werkelijke waarde, aangenomen vanaf januari 2009. De wijzigingen hebben tot gevolg dat de aanpassing naar reële waarde gerapporteerd worden volgens volgende hierarchie:

Niveau 1 : waardering gebaseerd op beurskoersen op actieve markten voor identieke activa of passiva

Niveau 2 : waardering gebaseerd op waarneembare gegevens andere dan beurskoersen

Niveau 3 : waardering gebaseerd op niet waarneembare gegevens.

Binnen de Groep zijn de financiële activa gewaardeerd volgens niveau 1. Uitzondering is echter de Nyrstar obligatie, welke een niveau 2 is. Alle afgeleide producten voor metaal en wisselkoersen zijn gewaardeerd volgens niveau 2.

Sensitiviteitsanalyse betreffende financiële instrumenten

Umicore is blootgesteld aan fluctuaties van grondstofprijzen, wisselkoersen en intrestvoeten.

a) Grondstofprijzen

De reële waarde van de financiële instrumenten met betrekking tot de indekking van de kasstromen (verkoopcontracten) zou EUR 28,5 miljoen lager/hoger zijn als de metaalprijzen met 10 % zouden stijgen/dalen.

De reële waarde van de financiële instrumenten met betrekking tot de indekking van de kasstromen (aankoopcontracten) zou EUR 0,4 miljoen hoger/lager zijn als de electriciteitsprijzen met 10 % zouden stijgen/dalen.

De reële marktwaarde van andere financiële verkoopsinstrumenten zou EUR 20,5 miljoen lager/hoger zijn en deze van andere financiële aankoopinstrumenten zou 18,8 miljoen hoger/lager zijn indien de metaalprijzen met 10 % zouden stijgen/ dalen.

b) Wisselkoersen

De reële waarde van de forward wisselkoerscontracten met betrekking tot de indekking van de kasstromen zou EUR 7,2 miljoen hoger zijn als de Euro 10 % appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 8,9 miljoen lager zijn als de Euro 10 % zou depreciëren ten opzichte van de USD.

De reële waarde van de verkochte forward wisselkoerscontracten met betrekking tot andere financiële instrumenten zou EUR 23,9 miljoen hoger zijn als de Euro 10 % zou appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 29,2 miljoen lager zijn als de Euro 10 % zou depreciëren ten opzichte van de USD.

De reële waarde van de gekochte forward wisselkoerscontracten met betrekking tot andere financiële instrumenten zou EUR 1,9 miljoen lager zijn indien de Euro 10 % zou appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 2,4 miljoen hoger zijn als de Euro 10 % zou depreciëren ten opzichte van de USD.

De reële waarde van de netto balansonderdelen die zijn blootgesteld aan de USD zou EUR 15,6 miljoen lager zijn indien de Euro 10 % zou appreciëren ten opzichte van de USD en zou EUR 19,0 miljoen hoger zijn als de Euro 10 % zou depreciëren ten opzichte van de USD.

31. Reële waarde van financiële instrumenten

Umicore dekt zijn structureel en transactiegebonden goederen- (metaal en energie), valuta- en rentevoetrisico's in door gebruik te maken van metaalinstrumenten (voornamelijk deze genoteerd op de London Metal Exchange), valuta-instrumenten en rentevoet-swaps met erkende makelaars en banken.

a) financiële instrumenten gerelateerd aan kasstroomindekking:

(EUR duizend)
Nominaal of contractueel bedrag Reële waarde
31/12/2009 31/12/2010 31/12/2009 31/12/2010
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht 113.304 213.746 -11.345 -71.901
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht -3.212 760
Termijnovereenkomsten: deviezen verkocht 130.023 124.129 5.259 5.209
Totaal reële waarde-impact (integraal geconsolideerde
dochterondernemingen)
-6.086 -65.932
Erkend in handels- en overige vorderingen 6.387 7.425
Erkend in handels- en overige schulden -12.473 -73.357
Totaal reële waarde-impact (voor geassocieerde ondernemingen en
joint ventures)
-229
TOTAAL -6.086 -66.161

De principes en de documentatie over de ingedekte risico's als ook de timing gerelateerd aan de kasstroomindekkingsactiviteiten van de Groep zijn vermeld in toelichting 3, Beheer van financiële risico's.

De reële waarden van de effectieve indekkingsinstrumenten worden in eerste instantie erkend in de reële waardereserves opgenomen onder het eigen vermogen. Nadat de onderliggende of aangegane transacties zich voordoen, worden ze afgeboekt uit het eigen vermogen (zie toelichting 22).

De termijnovereenkomsten voor verkochte goederen werden opgezet voor de indekking van oa volgende goederen: goud, zilver, platina ,palladium en zink.

De termijnovereenkomsten voor aangekochte goederen werden opgezet voor de indekking van prijsrisico's op electriciteit.

De termijnovereenkomsten voor verkochte deviezen werden opgezet voor de indekking van de USD ten opzichte van de EUR, KRW, BRL en AUD en de EUR ten opzichte van de NOK.

De gemiddelde vervaldag van de financiële instrumenten gerelateerd aan kasstroomindekking is Maart 2012 voor de termijnovereenkomsten voor verkochte goederen en December 2011 voor de termijnovereenkomsten voor verkochte deviezen.

De condities voor alle termijncontracten zijn gangbare marktcondities.

In die omstandigheden waar documentatie voor hedge accounting zoals gedefinieerd onder IAS 39 niet beschikbaar is, worden financiële instrumenten, gebruikt voor het indekken van structurele risico's van metalen en deviezen, gewaardeerd alsof ze worden aangehouden ter verhandeling. Zulke instrumenten worden echter wel degelijk gebruikt om toekomstige waarschijnlijke kasstromen te dekken en zijn dus niet speculatief van aard.

De kasstroom-indekking van Umicore is op geen enkele manier ineffectief geweest in 2009, noch in 2010.

(EUR duizend)
b) andere financiële instrumenten Nominaal of contractueel bedrag Reële waarde
31/12/2009 31/12/2010 31/12/2009 31/12/2010
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht 175.149 198.210 -14.591 -6.349
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht -165.245 -173.953 3.979 15.613
Termijncontracten: deviezen verkocht 135.970 291.740 -4.807 -2.674
Termijncontracten: deviezen aangekocht -9.025 -84.121 -15 -1.030
Totaal reële waarde-impact (integraal geconsolideerde
dochterondernemingen)
-15.434 5.560
Erkend in handels- en overige vorderingen 7.508 23.460
Erkend in handels- en overige schulden -22.942 -17.900
TOTAAL -15.434 5.560

De principes en de documentatie over de transactiegebonden indekkingen door de Groep zijn omvat in toelichting 3, Beheer van financiële risico's. Bij gebrek aan documentatie voor hedge accounting voor deze indekkingsactiviteit zoals gedefinieerd onder IAS 39, worden financiële instrumenten, gebruikt voor het indekken van transactierisico's van metalen en deviezen, gewaardeerd alsof ze worden aangehouden ter verhandeling. Zulke instrumenten worden echter wel degelijk gebruikt om bestaande transacties en vaste engagementen te dekken en zijn dus niet speculatief van aard.

De reële waarden zijn rechtstreeks onderkend in de resultatenrekening onder "Andere bedrijfsopbrengsten" voor de basismaterialen gerelateerde instrumenten en onder "Netto financiële kosten" voor de valuta gerelateerde instrumenten.

c) derivaten

In 2006 ontstond een contractuele situatie waarbij variabele prijs aanpassingen (besloten derivaat) optreden, gekoppeld aan de verkoop (basis contract) in 1992 van de deelneming in en leningen aan Aurifère de Guinée, een goudmijnconcessie in Guinee.

In 2010 werd een bedrag van EUR 1,5 miljoen in de resultatenrekening opgenomen. Dit bedrag geeft de veranderingen weer in de verdisconteerde huidige waarde van de potentiële inkomsten van deze bron oa gebaseerd op de goudprijs, mijnpotentieel en operationele condities en kredietwaardigheid van de mijn eigenaar, ten belope van EUR -3,0 miljoen, gecompenseerd door de huidige erkende inkomsten ten belope van EUR 4,5 miljoen.

De vordering op de balans van EUR 0,5 miljoen, in verband met Aurifère de Guinée is opgenomen onder de rubriek overige vorderingen van de vlottende activa.

(EUR duizend)
Contractuele vervaldag
Per einde van het vorige boekjaar < 1 maand 1 tot 3 maand 3 maand - 1 jaar 1 tot 5 jaar Totaal
Activa
instrumenten
(Reële waarde
)
Risico verbonden aan metaalprijzen
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (CFH) 0 285 441 0 726
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) 501 120 638 0 1.259
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) 4.702 1.427 991 103 7.223
Risico verbonden aan deviezen
Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) 220 584 2.095 2.762 5.661
Passiva
instrumenten
(Reële waarde
)
Risico verbonden aan metaalprijzen
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (CFH) -142 -1.121 -4.115 -6.693 -12.071
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) -9.541 -3.626 -2.683 0 -15.850
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) -76 -3.981 813 0 -3.244
Risico verbonden aan deviezen
Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) 0 0 -402 0 -402
Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) -4.338 -322 -147 -4.807
Termijncontracten: deviezen aangekocht (overige) -27 -62 74 -15
(EUR duizend)
Contractuele vervaldag
Per einde van het boekjaar < 1 maand 1 tot 3 maand 3 maand - 1 jaar 1 tot 5 jaar Totaal
Activa
instrumenten
(Reële waarde
)
Risico verbonden aan metaalprijzen
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (CFH) 79 125 285 271 760
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) 4.154 1.763 4
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige)
5.921
3.381 9.859 3.646 90 16.976
Risico verbonden aan deviezen
Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) 358 887 4.057 1.363 6.665
Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) 563 563
Passiva
instrumenten
(Reële waarde
)
Risico verbonden aan metaalprijzen
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (CFH) -1.073 -10.324 -34.445 -26.059 -71.901
Termijnovereenkomsten: goederen verkocht (overige) -3.618 -6.241 -2.411 -12.270
Termijnovereenkomsten: goederen aangekocht (overige) -1.363 -1.363
Risico verbonden aan deviezen
Termijncontracten: deviezen verkocht (CFH) -166 -146 -916 -228 -1.456
Termijncontracten: deviezen verkocht (overige) -3.457 -128 348 -3.237
Termijncontracten: deviezen aangekocht (overige) -1.096 260 -194 -1.030

32. Toelichting bij de kasstromentabel

Definities

De kasstromentabel bestaat uit de kasstromen afkomstig van respectievelijk de bedrijfs-, de investerings- en de financieringsactiviteiten van de betreffende periode.

Voor de opmaak van de bedrijfskasstromen werd de indirecte methode toegepast. Het nettoresultaat werd aangepast voor :

  • • de impact van operaties die geen kasuitgaven inhouden zoals voorzieningen, waardeverminderingen, waardering aan marktwaarde, enz., evenals de wijziging in de behoefte aan bedrijfskapitaal;
  • • elementen van de opbrengsten en kosten verbonden aan de investerings- en de financieringsactiviteiten
(EUR duizend)
2009 2010
Aanpassing voor niet-kastransacties
Afschrijvingen 116.306 126.167
Aanpassing IAS 39 2.629 4.392
(Terugneming van) Bijzondere waardeverminderingen -317 4.194
Waardering aan marktwaarde van de voorraden en engagementen 8.637 -26.474
Koersverschillen op leningen lange termijn 280 26
Voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren -21.869 -5.786
Afschrijving van kapitaalsubsidies -445 907
Op aandelen gebaseerde vergoedingen 2.791 4.018
Wijziging in voorzieningen 10.833 -17.346
118.845 90.099
Aanpassing voor elementen die afzonderlijk vermeld of geklasseerd moeten worden onder de investerings- of
financieringskasstromen
Belastingen van de periode 20.565 54.211
Interestkosten (-opbrengsten) 13.104 12.612
(Meerwaarde) Minwaarde op afstand van vaste activa 3.401 1.899
Opbrengsten uit dividenden -220 -566
36.850 68.156
Wijzigingen in de behoefte aan bedrijfskapitaal
Voorraden 12.539 -323.452
Handels- en overige vorderingen 219.902 -296.223
Handels- en overige schulden 9.312 339.264
Als in de geconsolideerde balans 241.753 -280.411
Transacties zonder impact op kasstromen (*) -64.638 -33.955
Transacties elders gepubliceerd (**) -11.244 21.410
Omrekeningsverschillen 35.954 45.925
Als in de geconsolideerde kasstromentabel 201.825 -247.031

(*) De transacties zonder impact op kasstromen komen in de meeste gevallen van de waardering aan marktwaarde van voorraden en engagementen, van strategische en transactionele hedging resultaten en waardeverminderingen van voorraden en dubieuze debiteuren.

(**) De transacties die elders gepubliceerd worden zijn het gevolg van gewijzigde te ontvangen en nog te betalen interesten, dividenden en belastingen.

Toename van de kasstromen uit bedrijfsactiviteit

De kasstromen uit bedrijfsactiviteiten na belastingen bedroeg EUR 104,1 miljoen. De bedrijfskapitaalbehoeften stegen met EUR 247,0 miljoen voornamelijk door de stijging van de voorraad, welke gestuwd werd door zowel hogere metaalprijzen als verhoogde activiteit.

Afname van de kasstromen uit investeringsactiviteit

De kasstromen gebruikt in investeringsactiviteiten daalden met EUR 20,0 miljoen in 2010. De investeringen bedroegen EUR 172,0 miljoen. De uitbreidingsinvesteringen in de materiële vaste activa vonden voornamelijk plaats in de Automotitive Catalyst en Cobalt and Specialty Materials activiteiten. Dit is lijn met de lange termijn strategie. Deze investeringen zijn voornamelijk gebeurd in Japan, China en Korea. De investeringen in het Recycling segment.waren ietwat lager dan in de vorige jaren. De bouw van de UHT-installatie in België voor de Battery Recycling activiteit vormt hier een uitzondering op. De investeringen bevatten ook EUR 30,6 miljoen immateriële vaste activa welke voortkomen uit de de kapitalisatie van Onderzoeksen ontwikkelingskosten en informatiesystemen (zie ook toelichting 13).

Afname van de kasstromen uit financieringsactiviteit

De kasstroom gebruikt in financieringsactiviteiten is vooral te wijten aan de netto stijging van de schuldgraad (EUR 97,3 miljoen) en de verkoop van eigen aandelen in het kader van de uitoefening van aandelenopties (EUR 13,8 miljoen), die de uitstroom door de betaling van dividenden (110,2 miljoen) en intresten (11,5 miljoen) niet konden compenseren

33. Rechten en verplichtingen

A. Door derden gestelde zekerheden voor rekening van de Groep

zijn gewaarborgde en niet-gewaarborgde zekerheden gegeven door derden aan de schuldeisers van de Groep ter garantie van de aflossing van de actuele en toekomstige schulden en verplichtingen van de Groep.

B. Door de Groep gestelde zekerheden voor rekening van derden

zijn zekerheden of onomkeerbare verbintenissen gegeven door de Groep ten voordele van derden ter garantie van de voldoende aflossing van schulden en bestaande of toekomstige verplichtingen door derden jegens hun schuldeisers.

Er zijn geen engagementen tot leningen aan derde partijen.

C. Ontvangen zekerheden

dit zijn ontvangen panden en zekerheden die het toereikend voldoen van schulden en bestaande of potentiële engagementen van derden tegenover de onderneming en haar dochterondernemingen garanderen, met uitzondering van kasgaranties en obligaties.

De ontvangen zekerheden hebben betrekking tot crediteuren zekerheden gedekt door financiële instellingen. Deze zekerheden zijn opgemaakt voor het indekken van de goede uitwerking van werken door de crediteuren. Sommige delen van de ontvangen zekerheden hebben ook betrekking tot klanten zekerheden voornamelijk ontvangen van de moederschappij in naam van één van de filialen. Een klein deel ervan van dit bedrag heeft betrekking op huurgaranties.

Deze garanties zijn opgenomen aan normale marktvoorwaarden en de reële waarde van deze items zijn gelijkwaardig aan de netto boekwaarde. Geen enkele van deze zekerheden zijn in onderpand gegeven.

34. Voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen

De Groep heeft bepaalde hangende dossiers die volgens de IFRS-normen beschouwd kunnen worden als voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen.

Milieuproblematiek

In toelichting 28 over voorzieningen voor leefmilieu wordt dit onderwerp in zijn geheel behandeld met inbegrip van de voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen.

Ex-werknemers van Gécamines

Meerdere vroegere werknemers van Gécamines, het Congolese staatsbedrijf dat in 1967 de activa van Union Minière overnam na de onteigening ervan, hebben na hun ontslag door dit bedrijf, vorderingen ingediend tegen Umicore voor de betaling van door Gécamines verschuldigde bedragen. Société Générale des Minerais, waarvan de rechten en verplichtingen, na diverse reorganisaties door Umicore zijn overgenomen, had inderdaad van 1967 tot 1974 aanvaard om bepaalde werknemers van Gécamines bepaalde delen van hun salaris te betalen ingeval Gécamines in gebreke zou blijven. In 1974 had Gécamines erin toegestemd om Umicore hiervoor te vrijwaren. Hoewel de geldigheid van deze garantie betwist kan worden, gelooft Umicore dat deze zaak van elke grond ontbloot is.

Ook al verwacht Umicore in sommige gevallen gedwongen te worden om bepaalde bedragen te betalen aan vroegere werknemers, toch gelooft ze dat,

(EUR duizend)
2009 2010
Door derden gestelde zekerheden voor rekening van de Groep 17.024 42.341
Door de Groep gestelde zekerheden voor rekening van derden 2.353 3.313
Ontvangen zekerheden 114.931 105.879
Door derden in hun naam gehouden goederen en waarden maar op risico van de Groep 427.948 585.954
Verplichtingen tot aankoop en verkoop van vaste activa 595 1.144
Commerciële engagementen voor aangekochte basismaterialen (te ontvangen) 36.185 113.448
Commerciële engagementen voor verkochte basismaterialen (te leveren) 62.208 211.397
Goederen en waarden van derden gehouden door de Groep 1.346.809 1.981.574
Diverse rechten en verbintenissen 4.175 4.140
2.012.228 3.049.190

D. Door derden in hun naam gehouden goederen en waarden maar op risico van de Groep

vertegenwoordigen goederen en waarden opgenomen in de balans van de Groep voor dewelke de onderneming en haar dochterondernemingen de risico's dragen en de opbrengst behouden, maar deze goederen en waarden bevinden zich niet in de panden van de onderneming en haar dochterondernemingen. Het betreft vooral geleasde voorraden aan derden, consignatievoorraden of over voorraden onder maakloonovereenkomsten bij derden.

E. Commerciële engagementen

dit zijn engagementen gemaakt om metalen te leveren aan klanten of aangeleverd te krijgen van leveranciers tegen vastgestelde prijzen.

F. Goederen en waarden van derden gehouden door de Groep

zijn goederen en waarden die tijdelijk door de onderneming en haar dochterondernemingen bijgehouden worden, maar die de onderneming niet bezit. Het betreft voornamelijk geleasde voorraden, consignatievoorraden of voorraden onder maakloonovereenkomsten met derden.

De groep least metaal (meer specifiek goud en zilver) van en aan banken of andere derde partijen voor specifieke, meestal korte periodes. De groep betaalt of ontvangt hiervoor lease vergoedingen. Op 31 december 2010 was het nettosaldo van deze leaseschuld EUR 507 miljoen tegenover EUR 269 miljoen op het einde van 2009. De toename is vooral veroorzaakt door hogere metaalprijzen.

globaal genomen en op basis van de huidige heersende jurisprudentie, de uitslag van de vorderingen geen belangrijke financiële weerslag op de Groep zal hebben. Het is echter onmogelijk om enige voorspelling te doen over de definitieve regeling van deze rechtszaak.

BTW-dading met de Belgische bijzondere belastinginspectie onderzocht door de Europese autoriteiten

Hoewel Umicore overtuigd was over stevige argumenten te beschikken om zichzelf met succes te verdedigen tegen de aanspraken van de Belgische bijzondere belastinginspectie (BBI) voor de rechtbank, heeft de Groep in december 2000 een dading getroffen met de BBI voor de BTW die verschuldigd zou zijn geweest op de intra-communautaire levering van zilver aan Italiaanse en Zwitserse ondernemingen. De regeling van Umicore met de Belgische belastingdiensten over deze kwestie was rechtsgeldig, definitief en vertrouwelijk van aard.

De Europese Commissie lanceerde op 7 september 2004 een officieel onderzoek om de minnelijke schikking na te zien in de context van de reglementering voor staatssteun. Op 26 mei 2010 heeft de Europese Commissie beslist dat de BTW dading niet beschouwd wordt als staatssteun. De zaak is nu definitief gesloten.

Overige

In aanvulling op het voorgaande zijn tegen de Groep een aantal dagvaardingen ingediend die samenhangen met het normale verloop van haar activiteiten. De directie gelooft niet dat dergelijke dagvaardingen globaal genomen van aard zijn om een wezenlijke ongunstige invloed te hebben op de financiële positie van Umicore.

(EUR duizend)

35. Verbonden partijen

2009 2010
TRANSACTIES MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN
Bedrijfsopbrengsten 27.290 52.090
Bedrijfskosten -27.147 -40.660
Financiële opbrengsten 694 12
Financiële kosten -89 -60
Ontvangen dividenden -4.343 -12.280
2009 2010
OPENSTAANDE POSTEN MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN
Leningen op lange termijn en voorschotten aan geassocieerde ondernemingen 6.600

Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar 10.344 18.694 Handels- en overige schulden op ten hoogste één jaar 3.401 7.219 Te ontvangen leningen op ten hoogste één jaar 900 0 Te betalen leningen op ten hoogste één jaar 3.915 0

2009 2010

2009 2010

Raad van bestuur*

. Bezoldigingen en directe personeelsvoordelen: 467.000 452.000 vast gedeelte (EUR) 200.000 200.000

variabel gedeelte (op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen) (EUR) 267.000 252.000

In 2008 heeft de Raad van Bestuur een vierjarige consultancy overeenkomst met Booischot nv,, een door Thomas Leysen gecontroleerde vennootschap, goedgekeurd.

De overeenkomst met een looptijd van vier jaar trad in werking op 1 januari 2009 en behelst een jaarlijkse vergoeding van EUR 300.000

Directiecomité

. Vergoedingen en andere voordelen: 5.597.212 7.647.949

  • Korte-termijn personeelsvoordelen 3.769.229 3.382.042
  • Personeelsvoordelen na uitdiensttreding 872.211 1.637.712
  • Andere lange-termijn voordelen 0 931.950 Aandelengebaseerde waarden 955.772 1.696.245

De gegevens hierboven bieden een boekhoudkundig zicht op de vergoeding van de Raad van Bestuur en het Directiecomité en verschillen enigszins van de informatie vervat in het Remuneratieverslag onder het Corporate Governance hoofdstuk.

  • In de hierboven weergegeven tabellen worden de werkgeversbijdragen op het vlak van de sociale zekerheid, indien toepasselijk, weergegeven en opgenomen onder de korte-termijn personeelsvoordelen. Deze zijn niet vermeld in het Remuneratieverslag.

  • In verband met de aandelengebaseerde incentives vertegenwoordigen de cijfers met betrekking tot de toekenning van aandelen, zoals opgenomen in de aandelengebaseerde waarden, de waarde van de aandelen toegekend in 2010 voor diensten gepresteerd in 2009. Het Remuneratieverslag vermeldt de waarde van de aandelen toegekend in 2011 voor diensten gepresteerd in het besproken jaar, d.w.z. 2010.

36. Gebeurtenissen na balansdatum

Umicore kondigde na de raad van bestuur van 9 februari 2011 aan dat ze aan de algemene vergadering van aandeelhouders de uitkering van een brutodividend van EUR 0,80 per aandeel zal voorstellen, wat overeenkomt met de totale uitbetaling van dividenden ten bedrage van EUR 90 818 682. Hiervan werd reeds EUR 0,325 per aandeel uitbetaald als interim dividend in Oktober 2010.

In maart 2011 heeft Nyrstar haar uitgifte van aandelen afgesloten. Umicore heeft alle inschrijvingsrechten verbonden aan haar Nyrstar aandelen verkocht en heeft niet ingeschreven op deze uitgifte. Als gevolg van de kapitaalsverhoging verwaterde het aandeel van Umicore in Nyrstar van 5.25 % voor de uitgifte to 3.09 %.

Geen enkel variabel vergoedingselement (uitgezonderd de

aanwezigheidsvergoeding) is voorzien in het bestuurdersstatuut. Geen enkele lening of waarborg werd door de onderneming aan de leden van de Raad van Bestuur toegekend.

- De cijfers met betrekking tot het niet-uitgestelde deel van de 2010 cash bonus,
zoals opgenomen in de korte-termijn personeelsvoordelen, vertegenwoordigen het
niveau van de voorzieningen op de balansdatum. Het Remuneratieverslag vermeldt
de werkelijk betaalde bedragen.
  • De voorzieningen geboekt voor het uitgestelde deel van de 2010 cash bonus voor het Directiecomité zijn opgenomen in de andere lange-termijn voordelen. De in 2012 en 2013 te betalen bedragen zullen afhankelijk zijn van lange-termijn prestatiemaatregelen en de juiste bedragen zullen opgenomen worden in het Remuneratieverslag van de betrokken jaren.

De cijfers van 2009 werden herwerkt om een vergelijking mogelijk te maken. De belangrijkste reden voor de verhoging ten opzichte van de vorige gepubliceerde cijfers is de inlassing van de op aandelen gebaseerde vergoedingen en de expatvoordelen..

37. Winst per aandeel

(EUR)
2009 2010
- zonder afgesplitste activiteiten
Afgekondigde winst per aandeel - basisberekening 0,69 2,20
Afgekondigde winst per aandeel - na verwateringseffect 0,69 2,19
- met afgesplitste activiteiten
Afgekondigde winst per aandeel - basisberekening 0,66 2,20
Afgekondigde winst per aandeel - na verwateringseffect 0,65 2,19

De hiernavolgende resultaten worden als teller gebruikt voor de berekening van de winst per aandeel voor zowel de basisberekening als de berekening na verwatering:

(EUR duizend)
2009 2010
Geconsolideerd nettoresultaat
- aandeel van de Groep
- zonder afgesplitste activiteiten 78.002 248.727
- met afgesplitste activiteiten 73.815 248.727

De hiernavolgende aandelenaantallen worden gebruikt als noemer voor de berekening van de winst per aandeel voor zowel de basisberekening als de berekening na verwatering:

Voor winst per aandeel - basisberekening: 2009 2010
Aantal uitstaande aandelen per 1 januari 120.000.000 120.000.000
Aantal uitstaande aandelen per 31 december 120.000.000 120.000.000
Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen 112.350.457 113.001.404

In 2010 zijn geen nieuwe aandelen uitgegeven als gevolg van de uitoefening van aandelenoptieplannen met daaraan verbonden inschrijvingsrechten. Tijdens het jaar heeft Umicore 1 008 550 eigen aandelen gebruikt voor de uitoefening van aandelenopties en 21 000 voor de toegekende aandelen. Op 31 december 2010 was Umicore eigenaar van 6 476 647 eigen aandelen, of 5,40 % van het totale aantal uitgegeven aandelen op deze datum.

Het totaal aantal uitstaande aandelen is exclusief de eigen aandelen, die aangehouden worden voor bestaande aandelenoptieplannen of beschikbaar zijn voor verkoop.

Voor winst per aandeel – na verwateringseffect:
2009 2010
Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen 112.350.457 113.001.404
Potentiële verwatering door de aandelenoptieplannen 534.520 723.487
Aangepast gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen 112.884.977 113.724.891

De noemer voor de berekening van de winst na verwateringseffect houdt rekening met een correctie voor aandelenopties.

38. IFRS ontwikkelingen

De volgende nieuwe standaarden werden door de EU onderschreven en zijn van toepassing voor het

boekhoudkundig jaar dat aanvangt op 1 januari 2010:

• Amendement aan IAS 1 "Presentatie van de jaarrekening". Deze standaard is van toepassing voor de groep.

• IFRS 3 (gewijzigd) "Bedrijfscombinaties" en als gevolg hiervan de wijzigingen aan IAS 27 "Geconsolideerde jaarrekening en enkelvoudige jaarrekening", IAS 28 "Investeringen in geassocieerde ondernemingen" en IAS 31 "Belangen in joint ventures". Deze standaarden zijn van toepassing voor de groep.

• Amendement bij IAS 39 "Financiële Instrumenten: opname en waardering" voor specifieke ingedekte waarden. Deze standaard is van toepassing voor de groep.

• Amendement bij IFRS 1 "Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards". Dit amendement is niet van toepassing voor de groep.

• Amendement bij IFRS 2 "Met groep cash voldane en op aandelen gebaseerde betalingen". Deze standaard is van toepassing voor de groep.

• Amendement bij IFRIC 12 "Dienstverlening uit hoofde van

concessieovereenkomsten". Dit amendement is niet van toepassing voor de groep. • Amendement bij IFRIC 15 "Overeenkomsten voor de constructie van vastgoed".

Dit amendement is niet van toepassing voor de groep.

• IFRIC 16 "Indekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit". Deze interpretatie is van toepassing voor de groep.

• IFRIC 17 "Uitkering in natura aan aandeelhouders". Deze interpretatie is van toepassing voor de groep.

• IFRIC 18 "Overdrachten van activa van klanten". Deze interpretatie is van toepassing voor de groep.

De volgende nieuwe standaarden, wijzigingen aan bestaande standaarden en interpretaties die werden onderschreven door de EU, maar die niet verplicht van toepassing zijn voor de boekhoudkundige periode die begint op 1 januari 2010, werden niet voortijdig toegepast door de Groep:

• De herziene versie van IAS 24: "Informatieverschaffing over verbonden partijen" (toepasbaar vanaf 1 januari 2011)

• Amendement bij IAS 12 "Winstbelastingen". Dit amendement is van toepassing voor de groep. (toepasbaar vanaf 1 januari 2012)

• Amendement bij IAS 32: "Financiële instrumenten: presentatie – Classificatie van claimemissies" (toepasbaar vanaf 1 februari 2010)

• Amendement bij IFRS 1 "Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards". Dit amendement is niet van toepassing voor de groep. (toepasbaar vanaf 1 juli 2011)

• Amendement bij IFRS 7 "Financiële instrumenten : informatieverschaffing". Deze standaard is van toepassing voor de groep.(toepasbaar vanaf 1 januari 2011)

• IFRS 9 : "Financiële Instrumenten" (toepasbaar vanaf 1 Januari 2013)

• Amendement bij IFRIC 14: "Vooruitbetalingen van minimum financieringseisen" (toepasbaar vanaf 1 januari 2011)

• IFRIC 19: "Aflossing van financiële verplichtingen met eigenvermogensinstrumenten" (toepasbaar vanaf 1 juli 2011)

Het management tracht de impact van deze nieuwe standaarden en wijzigingen op de resultaten van de groep in te schatten.

39. Audit vergoeding

De globale auditvergoeding voor de statutaire auditor en zijn filialen bedroeg EUR 2,5 miljoen, inclusief een bedrag van EUR 2,1 miljoen voor de statutaire auditmissies (EUR 0,5 miljoen voor de audit van de moedermaatschappij) en EUR 0,4 miljoen voor de niet-statutaire audit diensten. Deze omvatten audit gerelateerde en andere certifiëringsdiensten (EUR 0,1 miljoen), tax gerelateerde diensten (EUR 0,1 miljoen) en andere niet-audit gerelateerde diensten (EUR 0,2 miljoen).

Beknopte jaarrekening van de moederonderneming

De jaarrekening van Umicore wordt hierna volgens een beknopt schema voorgesteld.

Overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen zullen de jaarrekening van Umicore evenals het jaarverslag en het verslag van de commissaris, bij de Nationale Bank van België neergelegd worden.

Deze verslagen kunnen op aanvraag verkregen worden bij: UMICORE

(EUR duizend)

Broekstraat 31

B-1000 Brussel (België)

In zijn verslag heeft de commissaris geen voorbehoud gemaakt betreffende de jaarrekening van Umicore.

De wettelijke reserve van EUR 50 000 duizend die inbegrepen is in de overgedragen winst is niet beschikbaar voor uitkering.

31/12/2008 31/12/2009 31/12/2010
BEKNOPTE BALANS PER 31 DECEMBER
1. ACTIVA
VASTE ACTIVA 3.425.059 3.456.279 3.730.163
I. OPRICHTINGSKOSTEN
II. IMMATERIELE VASTE ACTIVA 26.720 41.970 57.818
III. MATERIELE VASTE ACTIVA 282.787 291.154 298.155
IV. FINANCIELE VASTE ACTIVA 3.115.552 3.123.155 3.374.190
VLOTTENDE ACTIVA 714.849 837.254 1.092.649
V. VORDERINGEN OP MEER DAN EEN JAAR 738 848 838
VI. VOORRADEN EN BESTELLINGEN IN UITVOERING 257.258 298.047 407.073
VII. VORDERINGEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR 335.907 358.270 506.455
VIII. GELDBELEGGINGEN 109.181 173.097 158.852
IX. LIQUIDE MIDDELEN 3.765 2.133 4.058
X. OVERLOPENDE REKENINGEN 8.000 4.859 15.373
TOTAAL ACTIVA 4.139.908 4.293.533 4.822.812
2. PASSIVA
EIGEN VERMOGEN 1.025.111 1.153.019 1.369.048
I. KAPITAAL 500.000 500.000 500.000
II. UITGIFTEPREMIES 6.610 6.610 6.610
III. HERWAARDERINGSMEERWAARDEN 98 98 91
IV. RESERVES 309.301 373.189 358.973
V. OVERGEDRAGEN RESULTAAT 175.258 68.824 193.895
Vbis. RESULTAAT VAN DE PERIODE 30.860 201.577 303.720
VI. KAPITAALSUBSIDIES 2.984 2.721 5.759
VOORZIENINGEN EN UITGESTELDE BELASTINGEN
VII.A. VOORZIENINGEN VOOR RISICO'S EN KOSTEN 95.412 95.127 90.526
SCHULDEN 3.019.385 3.045.386 3.363.239
VIII. SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR 1.153.074 868.074 1.888.000
IX. SCHULDEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR 1.816.242 2.126.766 1.410.265
X. OVERLOPENDE REKENINGEN 50.069 50.545 64.974
TOTAAL PASSIVA 4.139.908 4.293.533 4.822.812
RESULTATENREKENING
I. BEDRIJFSOPBRENGSTEN 2.233.797 2.019.945 2.628.689
II. BEDRIJFSKOSTEN -2.120.463 -1.973.314 -2.503.054
III. BEDRIJFSRESULTAAT 113.334 46.631 125.635
IV. FINANCIELE OPBRENGSTEN 206.652 129.308 28.116
V. FINANCIELE KOSTEN -236.520 -18.002 -67.675
VI. RESULTAAT UIT DE GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING 83.467 157.937 86.076
VII. UITZONDERLIJKE OPBRENGSTEN 43.472 40.535 219.320
VIII. UITZONDERLIJKE KOSTEN -95.903 -3.957 -1.748
IX. RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR VOOR BELASTING 31.035 194.516 303.649
X. BELASTINGEN OP HET RESULTAAT -175 7.061 72
XI. RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR 30.860 201.577 303.720
XII. ONTTREKKING/OVERBOEKING NAAR BELASTINGVRIJE RESERVES 3.400
XIII. TE BESTEMMEN RESULTAAT v/h BOEKJAAR 34.260 201.577 303.720
(EUR duizend)
2008 2009 2010
RESULTAATVERWERKING
A. Resultaatverwerking 546.580 407.630 574.122
Te bestemmen winst (te verwerken verlies) van het boekjaar
1
34.260 201.577 303.720
2
Overgedragen winst/verlies (-)
512.320 206.053 270.401
C. Toevoeging aan het eigen vermogen -267.504 -63.889 14.217
2.
Aan de wettelijke reserve
0 0 0
3.
Aan de reserve voor eigen aandelen
-178.745 -63.889 14.217
4.
Aan het kapitaal
-88.760
D. Over te dragen resultaat (1) 206.053 270.401 497.616
2.
Over te dragen winst/verlies (-)
206.053 270.401 497.616
F. Uit te keren winst (1) -73.023 -73.341 -90.723
1.
Vergoeding van het kapitaal
-
gewone aandelen EUR 0,80
-73.023 -73.341 -90.723

(1) Het totaal bedrag van deze twee rubrieken zal worden aangepast om rekening te houden met het aantal eigen aandelen aangehouden door Umicore op de datum van de algemene vergadering van aandeelhouders van 26 april 2011. Het brutodividend van EUR 0,80 per aandeel blijft ongewijzigd.

(EUR duizend) Aantal aandelen
STAAT VAN HET KAPITAAL
A. Maatschappelijk kapitaal
1. Geplaatst kapitaal
Per einde van het vorig boekjaar 500.000 120.000.000
Per einde van het boekjaar 500.000 120.000.000
2. Samenstelling van het kapitaal
2.1. Soorten aandelen
Gewone aandelen 500.000 120.000.000
2.2. Aandelen op naam of aan toonder 0
Op naam 6.476.647
Aan toonder 113.523.353
E. Toegelaten maar niet geplaatst kapitaal (1) 46.000
% kapitaal Aantal aandelen Bekendmaking
G. Aandeelhouderstructuur (2)
Fidelity International Ltd 6,75 8.103.633 13/05/2010
BlackRock Investment Management 8,33 9.996.285 01/12/2009
Fidelity Management and Research 3,22 3.858.592 19/10/2010
Overige aandeelhouders 76,30 91.564.843 31/12/2010
Eigen aandelen in het bezit van Umicore 5,40 6.476.647 31/12/2010
100,00 120.000.000
waarvan free float 100,00 120.000.000

(1) De uitzonderlijke algemene vergadering van 21 november 2007 heeft de raad van bestuur toegelaten het kapitaal te verhogen met EUR 46.000.000

(2) Op 31 december 2010 zijn er nog 3.223.625 opties op aandelen uitstaande. In deze opties zijn er 3.223.625 met recht tot aankoop op bestaande aandelen weerhouden door Umicore.

Verklaring over verantwoordelijkheid van het management

Hierbij verklaren wij - voorzover ons bekend – dat de geconsolideerde jaarrekening afgesloten op 31 december 2010 opgesteld overeenstemming International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aanvaard binnen de Europese Unie, en de in België van toepassing zijnde wettelijke voorschriften, een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de groep en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, en dat het jaarverslag een getrouw beeld geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de vennootschap en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving geeft van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Umicore heeft de Belgische Corporate Governance Code 2009 ("de Code") aangenomen als haar referentiecode.

De Engelstalige, Nederlandstalige en Franstalige versie van de Code zijn te vinden op de website van de Commissie Corporate Governance, www.corporategovernancecommittee.be/.

Het corporate governance charter geeft een gedetailleerde beschrijving van de bestuursstructuur van de Onderneming en de beleidslijnen en procedures van de Umicore Groep. Het charter is beschikbaar op de website van Umicore (www.governance. umicore.com) of kan op verzoek verkregen worden van het departement Group Communicatons van Umicore.

Umicore heeft haar beleidsverklaring, waarden en organisatorische basisfilosofie uiteengezet in een document met de titel "The Umicore Way". Dit document licht toe welke kijk Umicore heeft op haar relaties met haar klanten, aandeelhouders, werknemers en met de samenleving.

Wat de organisatorische filosofie betreft, gelooft Umicore in decentralisatie en in een ruime mate van autonomie voor elke business unit. De business units zijn dan op hun beurt weer verantwoordelijk voor hun eigen bijdrage tot de waardecreatie voor de Groep en voor de naleving van de strategische oriëntaties, de beleidslijnen, normen en de duurzaamheidsbenadering van de Groep.

Binnen deze context is Umicore van mening dat een goed systeem van deugdelijk bestuur een noodzakelijke voorwaarde is voor haar succes op lange termijn. Dit houdt een doelmatig beslissingsproces in dat berust op een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden. Het moet een optimaal evenwicht mogelijk maken tussen een cultuur van ondernemerschap op het niveau van haar business units en doeltreffende sturings- en toezichtsprocessen. Het corporate governance charter gaat dieper in op de verantwoordelijkheden van de aandeelhouders, de Raad van Bestuur, de Gedelegeerd bestuurder en het Directiecomité, alsook de specifieke rol van het Auditcomité en het Benoemingsen Remuneratiecomité. Deze Verklaring bevat informatie over onderwerpen in verband met deugdelijk bestuur die vooral betrekking hebben op het boekjaar 2010.

Bedrijfsstructuur

De Raad van Bestuur van Umicore ("de Raad") is het ultieme beslissingsorgaan van Umicore, met uitzondering van kwesties die door het Wetboek van vennootschappen of de statuten voorbehouden zijn aan de Aandeelhouders. De Raad wordt bijgestaan door een Auditcomité en een Benoemings- en Remuneratiecomité. Het dagelijkse bestuur van Umicore wordt toevertrouwd aan de Gedelegeerd bestuurder die tevens voorzitter is van het directiecomité. Het directiecomité is verantwoordelijk

voor de uitwerking van de algemene strategie van de Groep en het overmaken voor bespreking en goedkeuring ervan aan de Raad van Bestuur. Het directiecomité is verantwoordelijk voor de implementatie van deze strategie en voor het verzekeren van het effectieve toezicht op de business units en corporate functies. Het directiecomité is tevens verantwoordelijk voor het screenen van de verschillende risico's en opportuniteiten waarmee het bedrijf op de korte, middellange en lange termijn geconfronteerd kan worden (zie hoofdstuk Risicobeheer) en zorgt voor de aanwezigheid van systemen om deze te beheren. Het directiecomité is collegiaal verantwoordelijk voor het bepalen en toepassen van de strategie voor duurzame ontwikkeling van Umicore.

Umicore is georganiseerd in business groups die op hun beurt bestaan uit business units met gemeenschappelijke kenmerken inzake producten, technologieën en afzetmarkten. Sommige business units zijn verder onderverdeeld in marktgerichte business lines. Elke business group is vertegenwoordigd in het directiecomité. Als ondersteuningsstructuur voor de hele Groep beschikt Umicore over aanvullende regionale managementplatformen in bepaalde geografische regio's. De hoofdzetel van Umicore is gevestigd in België. Deze zetel biedt een aantal algemene en ondersteunende functies in de domeinen financiën, human resources, interne audit, juridische en fiscale zaken, informatietechnologie, externe relaties en relaties met de beleggers.

Aandeelhouders

Aandelen in omloop

Op 31 december 2010 waren er 120.000.000 Umicore-aandelen in omloop. De historiek van de vertegenwoordiging van het kapitaal van Umicore is beschikbaar op www.investorrelations.umicore.com, evenals de identiteit van de aandeelhouders die een belang van meer dan 3 % of meer hebben aangegeven.

Op 31 december 2010 bezat Umicore 6.476.647 eigen aandelen, of 5,40 % van het kapitaal. Informatie over het verlenen van de toestemming door de aandeelhouders aan Umicore om haar eigen aandelen in te kopen, en het statuut van een dergelijke inkoop zijn beschikbaar in het Deugdelijk Bestuur Handvest of kunnen geraadpleegd worden op de website van Umicore.

Dividendbeleid en -uitkering

Umicore streeft naar de uitbetaling van een stabiel of geleidelijk stijgend jaarlijks dividend. Er is geen vaste uitkeringsverhouding. Het dividend wordt door de Raad van Bestuur voorgesteld op de gewone aandeelhoudersvergadering. Er zal geen dividend worden uitbetaald als dit de financiële stabiliteit van de vennootschap in gevaar zou brengen.

In 2010 keerde Umicore een brutodividend uit van € 0,65 per aandeel voor het boekjaar 2009. Dit was hetzelfde bedrag per aandeel als het dividend dat in 2009 voor het boekjaar 2008 werd uitbetaald.

In augustus 2010 besliste de Raad om een interimdividend uit te betalen dat overeenstemt met 50 % van het totale dividend dat voor het vorige jaar werd betaald. Als gevolg van deze wijziging werd een bruto interimdividend betaald van € 0,325 per aandeel op 13 oktober 2010. Op 9 februari 2011 besliste de Raad om de aandeelhouders een totaal dividend van € 0,80 per aandeel voor te stellen voor boekjaar 2010. In mei 2011 zou er dus een dividend worden betaald van € 0,475 per aandeel (het totale dividend verminderd met het betaalde interimdividend).

Aandeelhoudersvergaderingen 2010

De statuten van de Vennootschap bepalen dat de Gewone Algemene Vergadering (GAV) plaatsvindt op de laatste dinsdag van april om 17 uur.

De plaats van de aandeelhoudersvergadering wordt vermeld in de uitnodiging die minstens 24 dagen voor de "registratiedatum" wordt gepubliceerd (de "registratiedatum" is vijf werkdagen voor het plaatsvinden van de Algemene Vergadering, om 24 uur).

In 2010 vond de GAV plaats op 27 april. Op deze vergadering werden de klassieke besluiten door de aandeelhouders goedgekeurd aangaande de jaarrekeningen, de toewijzing van het resultaat alsook de kwijtingen voor de Raad van Bestuur en de commissaris voor wat respectievelijk betreft hun mandaten voor 2009 en de uitoefening van zijn controleopdracht. Verder bevestigden de aandeelhouders de herbenoeming tot bestuurder voor een periode van drie jaar van de heer Shohei Naito en mevrouw Isabelle Bouillot. Voorts keurde de Gewone Algemene Vergadering de vergoeding van de Raad van Bestuur voor 2010 goed. Details van de vergoeding die in 2010 aan de bestuurders werd betaald, zijn beschikbaar in het Remuneratieverslag.

Op 29 oktober 2010 machtigde een Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders de Vennootschap en haar dochterondernemingen om tot 28 april 2012 Umicore-aandelen in te kopen binnen een limiet van 10 % van het uitstaande kapitaal, aan een prijs per aandeel tussen € 4 en € 75. Deze Buitengewone Algemene Vergadering keurde ook de overneming via een fusie door de Vennootschap van haar 100 % dochteronderneming Umicore Oxyde Belgium NV/SA goed.

De Raad van bestuur

Samenstelling

De Raad van Bestuur, waarvan de leden worden benoemd door de Aandeelhoudersvergadering met een eenvoudige meerderheid van stemmen zonder aanwezigheidsvereiste, moet uit ten minste zes leden bestaan. De bestuurders mogen normaal niet langer dan vier jaar zetelen, maar ze kunnen worden herverkozen.

Bestuurders kunnen op elk moment worden ontslagen na een besluit van een Aandeelhoudersvergadering die beslist met een eenvoudige meerderheid van stemmen. Er is geen aanwezigheidsvereiste voor het ontslag van bestuurders. De statuten van de Vennootschap bieden de Raad de mogelijkheid om bestuurders te benoemen in geval van een openstaande positie. De volgende Algemene Vergadering van Aandeelhouders moet beslissen over de definitieve benoeming van de bovengenoemde bestuurder. De nieuwe bestuurder vervolledigt de termijn van zijn of haar voorganger.

Op 31 december 2010 bestond de Raad van Bestuur uit tien leden: negen niet-uitvoerende bestuurders en één uitvoerend bestuurder. Op 31 december 2010 waren zes van de tien bestuurders onafhankelijk, in overeenstemming met artikel 526ter van het Belgische Wetboek van vennootschappen. Deze criteria zijn vermeld in Bijlage 3 van het corporate governance charter van Umicore.

Vergaderingen en onderwerpen

De Raad van Bestuur vergaderde zeven maal in 2010 en tijdens deze vergaderingen werden de volgende onderwerpen besproken: de financiële prestatie van de Groep, de milieu-, gezondheidsen veiligheidsprestaties, de begroting alsook de operationele en investeringsplannen. De Raad van Bestuur besprak tevens de strategische hoofdlijnen en ontwikkelingsprojecten, inclusief Vision 2015 en potentiële overnames. De jaarlijkse beoordeling van de Gedelegeerd bestuurder en de overige leden van het Directiecomité met betrekking tot 2009 werd in februari 2010 voltooid. De Raad besprak tevens de successieplanning op het niveau van de Raad en het Directiecomité. Op 1 juni 2010 benoemde de Raad de heer Denis Goffaux met ingang van 1 juli 2010 tot nieuw lid van het Directiecomité in de hoedanigheid van Chief Technology Officer. In 2010 besloot de Raad ook om een interimdividend uit te keren; hij keurde tevens het fusievoorstel tussen de Vennootschap en haar 100 %-dochteronderneming Umicore Oxyde Belgium NV/SA goed. De Raad bracht een bezoek aan de Umicore sites in Hanau en Pforzheim (Duitsland).

Beoordeling van de prestatie van de Raad van bestuur en zijn comités

De voorzitter zal in de loop van 2011 een beoordeling opstellen van de prestaties van de Raad van Bestuur en zijn comités en zal de resultaten van deze evaluatie bespreken met het Benoemingsen Remuneratiecomité en vervolgens met de Raad.

Comités

Auditcomité

De samenstelling van het Auditcomité en de kwalificaties van zijn leden zijn volledig in overeenstemming met de vereisten van artikel 526bis van het Belgische Wetboek van vennootschappen en de Code.

Het Auditcomité bestaat uit drie niet-uitvoerende bestuurders van wie er twee onafhankelijk zijn.

Het Auditcomité vergaderde vier maal in 2010. Naast de financiële rekeningen van 2009 en van de eerste helft van 2010, besprak het comité tevens de volgende elementen: de status van de interne controleprojecten, de activiteiten van het fiscaal departement, het beheer van de IT-gegevens, de successieplanning van de financeorganisatie, de risicobeoordelingsprocedure, de hernieuwing van het mandaat van de commissaris en de activiteitenverslagen van interne audit. . Het Auditcomité beoordeelde tevens zijn eigen prestaties en de vergoeding van de commissaris.

Benoemings- en Remuneratiecomité

Het Benoemings- en Remuneratiecomité bestaat uit drie nietuitvoerende bestuurders, van wie er twee onafhankelijk zijn. Het comité wordt voorgezeten door de voorzitter van de Raad.

Het Benoemings- en Remuneratiecomité vergaderde drie maal in 2010. In 2010 besprak het Benoemings- en Remuneratiecomité het vergoedingsbeleid voor de leden van de Raad, de leden van de Comités van de Raad en het Directiecomité en de regels van de aandelen- en optieplannen die in 2010 werden aangeboden, evenals het variabele verloningsprogramma voor 2010. Het comité evalueerde tevens vijf bestuurders die het einde van hun mandaat hadden bereikt, van wie er later vier voor herverkiezing aan de aandeelhouders werden voorgesteld. Het Benoemingsen Remuneratiecomité besprak ook de successieplanning op het niveau van de Raad en het directiecomité en de organisatorische wijzigingen als gevolg van het strategisch plan Vision 2015.

Directiecomité Samenstelling

Het Directiecomité beantwoordt aan de definitie van artikel 524bis van het Belgisch Wetboek van vennootschappen. De term "Directiecomité" in dit verslag beantwoordt aan deze definitie.

Het Directiecomité is samengesteld uit ten minste vier leden. Het Directiecomité wordt voorgezeten door de Gedelegeerd bestuurder, die benoemd is door de Raad van Bestuur. De leden van het Directiecomité worden door de Raad van Bestuur benoemd op voorstel van de gedelegeerd bestuurder en op aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Het Directiecomité in zijn geheel of ieder lid afzonderlijk kan te allen tijde door de Raad van Bestuur ontslagen worden.

Op 1 juli 2010 heeft de heer Martin Hess Umicore verlaten en werd de heer Denis Goffaux tot lid van het Directiecomité benoemd.

Op 31 december 2010 bestond het Directiecomité uit zeven leden, onder wie de Gedelegeerd bestuurder.

Prestatiebeoordeling

De prestaties van elk lid van het Directiecomité worden jaarlijks door de Gedelegeerd bestuurder beoordeeld en met het Benoemings- en Remuneratiecomité besproken. De resultaten worden voorgesteld aan en besproken door de Raad.

De Raad komt tevens jaarlijks in niet-uitvoerende sessie (d.w.z. zonder de Gedelegeerd bestuurder) samen om de prestaties van de Gedelegeerd bestuurder te beoordelen en te bespreken.

Relevante informatie in geval van een overnamebod

Beperkingen aandelenoverdracht

De statuten van de Vennootschap leggen geen beperkingen op voor de overdracht van aandelen. Er zijn de Vennootschap tevens geen beperkingen bekend die door de wet worden opgelegd, behalve in het kader van de wetgeving betreffende marktmisbruik.

Effecten met speciale rechten

De Vennootschap heeft geen effecten met speciale rechten uitgegeven.

Beperking van het stemrecht

De statuten van de Vennootschap bevatten geen beperkingen op de uitoefening van stemrecht door de aandeelhouders, op voorwaarde dat de betrokken aandeelhouders tot de Aandeelhoudersvergadering werden toegelaten en dat hun rechten niet werden opgeschort. De toelating tot de Aandeelhoudersvergaderingen wordt beschreven in artikel 17 van de statuten. Volgens artikel 7 van de statuten worden de rechten verbonden met aandelen die eigendom zijn van verschillende aandeelhouders opgeschort tot er één persoon als eigenaar werd aangeduid tegenover de vennootschap.

Voor zover de Raad bekend is, waren geen van de stemrechten verbonden aan aandelen van de Vennootschap wettelijk opgeschort op 31 december 2010, behalve voor de 6.476.647 aandelen die op deze datum eigendom waren van de Vennootschap zelf (Artikel 622 §1 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen).

Aandelenplannen voor werknemers waarbij de controlerechten niet direct door de werknemers worden uitgeoefend

De Vennootschap heeft geen dergelijke aandelenplannen uitgegeven.

Aandeelhoudersovereenkomsten

Voor zover de Raad bekend is, zijn er geen aandeelhoudersovereenkomsten die kunnen leiden tot beperkingen van de overdracht van aandelen en/of de uitoefening van stemrechten.

Statutenwijzigingen

Behalve voor de kapitaalverhogingen die door de Raad van Bestuur werden beslist binnen de grenzen van het toegestan kapitaal, is alleen een Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders bevoegd om de statuten van de Vennootschap te wijzigen. Een Aandeelhoudersvergadering mag alleen beslissen over wijzigingen van de statuten zoals kapitaalverhogingen of -verminderingen, fusies, afsplitsingen en ontbindingen wanneer minstens 50 % van het geplaatste kapitaal aanwezig is. Als dit quorum niet is bereikt, moet er een nieuwe Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden bijeengeroepen, die zal beslissen ongeacht het aanwezige aandeel van het geplaatste kapitaal. Als algemene regel worden statutenwijzigingen enkel doorgevoerd als ze met 75 % van de stemmen worden goedgekeurd. Het Belgische Wetboek van vennootschappen voorziet strengere meerderheidsvereisten in bijzondere gevallen, zoals de wijziging van het maatschappelijk doel of de vennootschapsvorm.

Het aandelenkapitaal van de Vennootschap kan worden verhoogd na een beslissing van de Raad, binnen de grenzen van het zogenoemde toegestaan kapitaal. Hiervoor moet toestemming worden verleend door een Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders; deze toestemming is beperkt in de tijd en onderworpen aan specifieke vereisten op het vlak van rechtvaardiging en doel. De Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 24 oktober 2006 (besluiten gepubliceerd op 13 november 2006) gaf de Raad de toestemming het aandelenkapitaal van de Vennootschap in een of meer keer te verhogen met een maximumbedrag van € 46.000.000. Er werd van deze toestemming nog geen gebruik gemaakt en ze vervalt op 12 november 2011. De Raad zal de Aandeelhoudersvergadering van 26 april 2011 voorstellen deze toestemming te hernieuwen, voor een maximumbedrag van € 50.000.000.

Ingevolge een besluit van de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 29 oktober 2010 heeft de Vennootschap de toestemming gekregen om eigen aandelen van de Vennootschap in te kopen op een gereglementeerde markt binnen een grens van 10 % van het geplaatste kapitaal, aan een prijs per aandeel van € 4,00 tot € 75,00 en gedurende een periode van 18 maanden die eindigt op 28 april 2012. Deze machtiging werd ook aan de dochterondernemingen van de Vennootschap verleend.

Overeenkomsten tussen de Vennootschap en de leden van de Raad of werknemers, waarbij dezen een vergoeding ontvangen indien, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, zij ontslag nemen, zonder geldige redden worden ontslagen of hun tewerkstelling wordt beëindigd

Alle senior vice-presidents van de Groep hebben recht op een compensatie ter waarde van 36 maanden basisloon in geval van ontslag binnen de twaalf maanden na een overname van de Vennootschap. Voor wat betreft de leden van het Directiecomité wordt verwezen naar het Remuneratieverslag (p. 132-133).

Wetboek van vennootschappen - Artikel 523 – 524ter

Op 10 februari 2010, voorafgaand aan de bespreking of het nemen van eender welke beslissing, verklaarde Marc Grynberg dat hij een rechtstreeks tegenstrijdig belang van vermogensrechtelijke aard had in de uitvoering van de beslissingen van de Raad van Bestuur in verband met zijn vergoeding (met inbegrip van de toekenning van aandelen en opties) en pensioenregeling.

In overeenstemming met artikel 523 van het Wetboek van vennootschappen nam Marc Grynberg niet deel aan de bespreking van deze beslissingen door de Raad van Bestuur en nam hij niet deel aan de stemmingen.

Overeenkomstig het Belgische Wetboek van vennootschappen zijn de vermogensrechtelijke gevolgen van deze beslissingen beschreven in het jaarverslag van de Raad van Bestuur over de enkelvoudige jaarrekening.

In de loop van het boekjaar vonden geen specifieke transacties of contractuele engagementen plaats tussen een lid van de Raad van Bestuur of het Directiecomité enerzijds en Umicore of een van haar verbonden ondernemingen anderzijds.

De commissaris

Het mandaat van de commissaris is vatbaar voor hernieuwing op de Gewone Algemene Vergadering van 2011. Op voorstel van het Auditcomité en op voordracht van de Ondernemingsraad zal de Raad de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voorstellen het mandaat van de commissaris, PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren BCVBA, gezamenlijk vertegenwoordigd door BVBA Marc Daelman, vertegenwoordigd door de heer Marc Daelman, en mevrouw Emmanuèle Attout (in vervanging van de huidige bevoegde vertegenwoordiger, de heer Raf Vander Stichele) te hernieuwen.

Het beleid inzake de onafhankelijkheidscriteria voor de commissaris kan worden aangevraagd bij de vennootschap of geraadpleegd op www.governance.umicore.com.

Gedragscode

Umicore hanteert een Gedragscode voor alle medewerkers, vertegenwoordigers en leden van de Raad. Deze Code is fundamenteel voor het creëren en behouden van een vertrouwens- en professionele relatie met de belangrijkste belanghebbenden van de onderneming, namelijk haar personeelsleden, handelspartners, aandeelhouders, overheidsdiensten en het publiek.

Het belangrijkste doel van de Gedragscode van Umicore is ervoor te zorgen dat alle personen die optreden in naam van Umicore hun activiteiten uitvoeren op een ethische manier, in overeenstemming met de wetten en reglementen en met de normen die Umicore bepaalt op basis van haar huidige en toekomstige beleidslijnen, richtlijnen en regels. De Gedragscode bevat een specifieke sectie over klachten en uitingen van bezorgdheid van de kant van de werknemers, alsook over de bescherming van klokkenluiders.

De Gedragscode is te vinden in Bijlage 4 van het corporate governance charter van Umicore.

Marktmanipulatie en handel met voorkennis

Bijlage 5 van het corporate governance charter bevat een specifiek beleid betreffende de toepassing van de Belgische wetgeving met betrekking tot marktmisbruik en handel met voorkennis.

Naleven van de Code

De systemen en procedures inzake deugdelijk bestuur van Umicore zijn in overeenstemming met de Code met uitzondering van artikel 8.8 betreffende de vereiste grens van 5 % aandelen voor een aandeelhouder om voorstellen op de agenda van de Algemene Vergadering te kunnen plaatsen. Om redenen van efficiëntie heeft Umicore eerder beslist dit principe voorlopig niet te onderschrijven en heeft ze de enige mogelijkheid behouden – in overeenstemming met Artikel 532 van het Wetboek van vennootschappen – waarbij een aandeelhouder die meer dan 20 % van het kapitaal van de Vennootschap vertegenwoordigt de mogelijkheid heeft de Raad van Bestuur te vragen een aandeelhoudersvergadering bijeen te roepen. In 2011 wordt echter naar alle waarschijnlijkheid een nieuwe wet van kracht betreffende de uitoefening van bepaalde aandeelhoudersrechten, waardoor aandeelhouders in beursgenoteerde ondernemingen die, alleen of gezamenlijk, minstens 3 % van het uitstaande kapitaal bezitten, wettelijk het recht zullen hebben om voorstellen in te dienen op de Aandeelhoudersvergaderingen.

Remuneratieverslag 2010

Remuneratie van de Raad van Bestuur

Remuneratiebeleid voor de Raad van Bestuur

In het raam van de procedure voor het uitstippelen van een remuneratiebeleid voor niet-uitvoerende bestuurders wordt op verzoek van het Benoemings- en remuneratiecomité eerst en vooral een extern vergelijkende studie uitgevoerd door een interne of externe consultant. In deze benchmarkstudie wordt de vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur vergeleken met deze van bestuurders van de ondernemingen van de BEL 20 Index en van andere Europese ondernemingen van gelijkaardige omvang. Vervolgens evalueert en bespreekt het Benoemingsen remuneratiecomité de resultaten van dit onderzoek. Begin 2010 werd een dergelijke studie uitgevoerd, gebaseerd op ondernemingen uit de BEL 20 en Europese ondernemingen met een marktkapitalisatie van € 2 tot 5 miljard in de sectoren chemie, metaal en materialen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kwam het Benoemings- en remuneratiecomité tot het besluit dat de vergoedingen voor de leden van de Raad en de Comités overeenstemden met de marktpraktijken en werd besloten de vergoedingen in 2010 onveranderd te laten.

Vergoeding niet-uitvoerende bestuurders

In 2010 bedroeg de remuneratie van de niet-uitvoerende leden van de Raad:

  • Voorzitter: vaste jaarlijkse vergoeding: € 40.000 + € 5.000 per bijgewoonde vergadering.
  • Bestuurder: vaste jaarlijkse vergoeding: € 20.000 +: € 2.500 per bijgewoonde vergadering.
  • In 2010 bedroeg de remuneratie van de leden van de Comités:

Auditcomité

  • Voorzitter: € 6.000 per bijgewoonde vergadering.
  • Lid: € 4.000 per bijgewoonde vergadering.

Benoemings- en remuneratiecomité

  • Voorzitter: € 4.000 per bijgewoonde vergadering.
  • Lid: € 3.000 per bijgewoonde vergadering.

Wijzigingen in de remuneratie van de leden van de Raad van Bestuur sinds einde 2010

Begin 2011 werden in een vergelijkend onderzoek de vergoedingen van de leden van de Raad van Bestuur vergeleken met deze van een vergelijkbare groep ondernemingen met een markkapitalisatie van € 4 tot 6 miljard. Uit deze studie bleek dat de vergoedingen voor de leden van de Raad van Bestuur van Umicore laag zijn in vergelijking met de benchmark. Daarom zal de Raad de aandeelhouders adviseren om aan de huidige vergoedingsstructuur vanaf 2011 een jaarlijkse toekenning van 'restricted stock' toe te voegen van 300 aandelen Umicore voor elk lid van de Raad, met uitzondering van de Gedelegeerd bestuurder . Onder voorbehoud van goedkeuring door de aandeelhouders zal de toekenning van deze aandelen het engagement van de bestuurders benadrukken en in lijn liggen met de belangen van de aandeelhouders. Voor de toegekende aandelen zal een lock-upperiode van drie jaar gelden.

Op voorstel van het Benoemings- en remuneratiecomité keurde de Raad van Bestuur op 9 februari 2011 de volgende wijzigingen goed van de vergoedingen voor de leden van de Raad van Bestuur en de Comités:

Aan de voorzitter van het Auditcomité, die tot nu toe geen vaste vergoeding ontving, wordt een vaste vergoeding toegekend van € 10.000 per jaar. Zijn vergoeding per bijgewoonde vergadering wordt verlaagd van € 6.000 tot € 5.000. Aan de andere leden van het Auditcomité, die tot nu toe geen vaste vergoeding ontvingen, wordt een vaste vergoeding toegekend van € 5.000. Hun vergoeding per bijgewoonde vergadering wordt verlaagd van € 4.000 tot € 3.000.

De voorzitter van het Benoemings- en remuneratiecomité zal € 5.000 per bijgewoonde vergadering ontvangen, in plaats van € 4.000 voorheen.

Overzicht remuneratie Raad van Bestuur in 2010

Naam Vergoeding (in €) Bijgewoonde
vergaderingen
Thomas Leysen * (Voorzitter)
(niet-uitvoerend bestuurder)
Vaste jaarlijkse vergoeding
Vergoeding per bijgewoonde vergadering
Benoemings- en Bezoldingsvergoedingen
Totale bezoldiging
40.000
5.000
4.000
87.000
7/7
3/3
Marc Grynberg
(uitvoerend bestuurder)
Geen bezoldiging als bestuurder
(zie verder bezoldiging Gedelegeerd bestuurder 2010)
None 7/7
Isabelle Bouillot
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder)
Vaste jaarlijkse vergoeding
Vergoeding per bijgewoonde vergadering
Benoemings- en Bezoldingsvergoedingen
Auditcomitévergoedingen
Totale bezoldiging
20.000
2.500
3.000
4.000
62.500
7/7
3/3
4/4
Uwe-Ernst Bufe
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder)
Vaste jaarlijkse vergoeding
Vergoeding per bijgewoonde vergadering
Totale bezoldiging
20.000
2.500
37.500
7/7
Jean-Luc Dehaene
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder)
Vaste jaarlijkse vergoeding
Vergoeding per bijgewoonde vergadering
Totale bezoldiging
20.000
2.500
35.000
6/7
Arnoud de Pret
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder)
Vaste jaarlijkse vergoeding
Vergoeding per bijgewoonde vergadering
Auditcomitévergoedingen
Totale bezoldiging
20.000
2.500
4.000
49.500
7/7
3/4
Shohei Naito
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder)
Vaste jaarlijkse vergoeding
Vergoeding per bijgewoonde vergadering
Totale bezoldiging
20.000
2.500
37.500
7/7
Jonathan Oppenheimer
(niet-uitvoerend bestuurder)
Vaste jaarlijkse vergoeding
Vergoeding per bijgewoonde vergadering
Totale bezoldiging
20.000
2.500
37.500
7/7
Guy Paquot
(onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder)
Vaste jaarlijkse vergoeding
Vergoeding per bijgewoonde vergadering
Benoemings- en Bezoldingsvergoedingen
Totale bezoldiging
20.000
2.500
3.000
44.000
6/7
3/3
Klaus Wendel
(niet-uitvoerend bestuurder)
Vaste jaarlijkse vergoeding
Vergoeding per bijgewoonde vergadering
Auditcomitévergoedingen
Totale bezoldiging
20.000
2.500
6.000
61.500
7/7
4/4

* Voordelen van alle aard: bedrijfswagen € 3501,34

In 2008 ging de Raad van Bestuur een consultancyovereenkomst aan van vier jaar met Booischot nv, een vennootschap gecontroleerd door Thomas Leysen. De overeenkomst, die voor een periode van vier jaar werd aangegaan, trad in werking op 1 januari 2009 en behelst een jaarlijkse vergoeding van € 300.000. Op verzoek van Thomas Leysen en in overleg met de Raad van Bestuur werd deze overeenkomst beëindigd met effectieve einddatum op 31 augustus 2011.

Remuneratie Gedelegeerd bestuurder en Directiecomité

Remuneratiebeleid voor de Gedelegeerd bestuurder en het Directiecomité

Het Benoemings- en remuneratiecomité legt de principes vast van het vergoedingsbeleid voor de Gedelegeerd bestuurder en het Directiecomité en legt deze ter goedkeuring voor aan de Raad van Bestuur. Het Comité streeft naar een vaste vergoeding in overeenstemming met het verantwoordelijkheidsniveau en de gangbare marktpraktijken, en een aantrekkelijke variabele vergoeding als beloning voor de financiële en duurzaamheidsprestaties van de onderneming.

De vergoeding en de voordelen voor de Gedelegeerd bestuurder en de leden van het Directiecomité bestaan uit de volgende componenten: vaste vergoeding, variabele vergoeding (cashbonus), aandelengebaseerde incentives (toekenning van gratis aandelen en aandelenoptieplannen), pensioenplannen en andere voordelen.

De vergoeding van de Gedelegeerd bestuurder en de leden van het Directiecomité wordt jaarlijks herzien door het Benoemingsen remuneratiecomité. Op basis van een survey wordt de competitiviteit van de verloningspakketten elk jaar geëvalueerd. Umicore vergelijkt de totale directe vergoeding van de leden van het Directiecomité met deze van de BEL 20-bedrijven.

Vooruitlopend op de wijziging van de Belgische wetgeving betreffende deugdelijk bestuur in verband met de variabele vergoedingen van directiecomitéleden heeft de Raad van Bestuur op 10 februari 2010 op aanbeveling van het Benoemings- en remuneratiecomité beslist om vanaf 2010 een nieuw beleid toe te passen voor de cashbonus voor het Directiecomité. Het nieuwe beleid is overeenstemming met de Belgische wet van 6 april 2010, die bepaalt dat de helft van de bonussen die worden toegekend aan leden van Directiecomités, gespreid moeten worden uitbetaald en onderworpen zijn aan meerjarendoelstellingen of -criteria.

Voor het gerapporteerde jaar werden de individuele gegevens met betrekking tot alle vergoedingscomponenten voor de Gedelegeerd bestuurder opgenomen in tabel op pagina 130 van dit remuneratieverslag. Voor de andere leden van het Directiecomité worden de gegevens betreffende de vaste vergoeding, de variabele vergoeding, de pensioen- en andere voordelen globaal voorgesteld, terwijl de gegevens met betrekking tot aandelengebaseerde incentives (aandelen en aandelenopties) individueel worden gerapporteerd.

Remuneratie en voordelen Gedelegeerd bestuurder

Vaste vergoeding

De Gedelegeerd bestuurder ontving in 2010 een vaste vergoeding van € 500.000.

Variabel vergoedingsschema (cashbonus) en evaluatiecriteria

De cashbonus van de Gedelegeerd bestuurder kan variëren van 0 % tot 100 % van het vaste salaris, waarvan de helft met nietuitgestelde uitbetaling op basis van de individuele prestaties, zoals de jaarlijkse algemene financiële prestaties van de groep, het bereiken van jaarlijkse strategische doelstellingen evenals groepsdoelstellingen op het vlak van duurzame ontwikkeling en de naleving van de waarden van de groep.

De andere helft - met uitgestelde betaling - is gebaseerd op het rentabiliteitscriterium van de Groep Umicore, nl. het rendement op aangewend kapitaal (ROCE). De uitgestelde betaling zal geëvalueerd worden over een tijdsperiode van enkele jaren. De eerste helft van de betaling gebeurt na een periode van twee jaar op basis van de gemiddelde ROCE over twee jaar. De andere helft wordt uitbetaald na een periode van drie jaar met de gemiddelde ROCE over deze drie jaar als referentie. De minimale ROCE wordt bepaald op 7,5 % en het maximum op 17,5 %. De Gedelegeerd bestuurder kan de cashbonus geheel of gedeeltelijk in Umicoreaandelen laten omzetten.

Er is geen terugvorderingsrecht voorzien.

De prestaties van de Gedelegeerd bestuurder over het jaar worden beoordeeld door het Benoemings- en remuneratiecomité. Tijdens een vergadering waarbij de Gedelegeerd bestuurder niet aanwezig is, licht de voorzitter de resultaten van deze beoordeling toe aan de Raad van Bestuur, die ze vervolgens bespreekt.

In 2011 zal de Gedelegeerd bestuurder een totale cashbonus van € 240.000 ontvangen. Dit vertegenwoordigt de niet-uitgestelde individuele component van zijn bonus voor 2010.

Aandelengebaseerde incentives (toekenning van aandelen en aandelenopties)

Umicore Aandelen worden door de Raad van bestuur toegekend aan de Gedelegeerd bestuurder als erkenning voor de diensten die in het vorige jaar werden verleend. Het aantal aandelen dat in 2011 aan de Gedelegeerd bestuurder werd toegekend voor diensten verleend in 2010 bedroeg 3000 met een toekenningsprijs van € 37,966 per aandeel en een totale waarde bij de toekenning van € 113.898. Tot de toekenning werd door de Raad van Bestuur beslist op 9 februari 2011 en de toegekende aandelen zijn onderworpen aan een lock-upperiode van drie jaar.

In 2010 werden aan de Gedelegeerd bestuurder 90.000 aandelenopties toegekend in het raam van het Umicore Incentive Stock Option Plan 2010, geïmplementeerd door de Raad van Bestuur op 10 februari 2010. Deze opties hebben een uitoefenprijs van € 22,30 en hadden bij de toekenning een notionele waarde – berekend op basis van het Present Economic Value model - van € 462.600. De opties kunnen worden uitgeoefend vanaf 1 maart 2013 tot 14 februari 2017. Aandelenopties stellen de begunstigde in staat om een specifiek aantal Umicore-aandelen te verwerven voor een vaste prijs (uitoefenprijs) binnen een specifieke periode. Aandelenopties zijn niet gekoppeld aan individuele of bedrijfsprestaties en mogen dus niet als een variabele vergoeding worden beschouwd zoals bedoeld in de Belgische wet betreffende het deugdelijk bestuur van 6 april 2010.

Pensioen- en andere voordelen

De pensioenvoordelen omvatten zowel vaste bijdragenplannen als de kosten van "te bereiken doel" plannen. Andere voordelen zijn de representatiekosten, de voordelen van alle aard (bedrijfswagen) en verzekeringen.

Totale vergoeding Gedelegeerd bestuurder voor 2010

Alle componenten van de vergoeding die aan de Gedelegeerd bestuurder werd toegekend voor het gerapporteerde jaar zijn opgenomen in de onderstaande tabel:

Totale bezoldiging van gedelegeerd bestuurder Marc Grynberg in 2010 (in €)
Statuut van de gedelegeerd bestuurder Zelfstandige
Vaste bezoldiging 500.000
Variabele bezoldiging
(uitgekeerd met betrekking tot het jaar waarover verslag wordt uitgebracht)
240.000
Waarde van de in 2011 toegewezen aandelen 113.898
Waarde van de in 2010 toegewezen aandelenopties 462.600
Pensioen
- Vaste bijdrageplan 184.184
- Te bereiken doelplan (dienstkost) 41.599
Andere voordelen :
Representatiekosten, voordelen in natura (bedrijfswagen) en verzekeringen
28.196

Vergoeding en voordelen voor de leden van het Directiecomité

Vaste vergoeding

De vaste vergoeding verschilt voor elk lid van het Directiecomité en is afhankelijk van criteria zoals ervaring. Globaal ontving het Directiecomité (met uitzondering van de Gedelegeerd bestuurder) in 2010 een vaste vergoeding van € 1.918.990.

Variabel vergoedingsschema (cashbonus) en evaluatiecriteria

Umicore heeft een variabel vergoedingsschema aangenomen in de vorm van een cashbonus dat tot doel heeft alle leden van het Directiecomité te belonen in overeenstemming met hun individuele prestatie en de globale prestatie van Umicore Groep.

Alle leden van het Directiecomité komen in aanmerking voor hetzelfde bruto bonuspotentieel van € 0 tot € 280.000 voor het referentiejaar 2010. De helft van de bonus wordt gespreid uitbetaald op basis van de individuele prestaties (naleving van de waarden van de Groep, de milieu-- en maatschappelijke prestaties).

De andere helft, die gespreid wordt uitbetaald, is gebaseerd op het ROCE-rendementscriterium van de Groep. De uitgestelde betaling zal geëvalueerd worden over een tijdsperiode van enkele jaren. De eerste helft van de betaling gebeurt na een periode van twee jaar op basis van de gemiddelde ROCE over twee jaar. De andere helft wordt uitbetaald na een periode van drie jaar met de gemiddelde ROCE over deze drie jaar als referentie. De minimale ROCE wordt bepaald op 7,5 % en het maximum op 17,5 %.

De prestatie van de leden van het Directiecomité wordt initieel geëvalueerd door de Gedelegeerd bestuurder. De jaarlijkse prestatie van elk lid van het Directiecomité wordt besproken met het Benoemings- en remuneratiecomité. De resultaten worden door de voorzitter van het Benoemings- en remuneratiecomité toegelicht aan de Raad van Bestuur en vervolgens door de Raad besproken.

In 2011 zal het Directiecomité een totale cashbonus van € 572.500 ontvangen uit hoofde van de direct uitbetaalde individuele component van de bonus 2010.

Er is geen terugvorderingsrecht voorzien.

Aandelengebaseerde incentives (toekenning van aandelen en aandelenopties)

Umicore Aandelen worden door de Raad van bestuur aan het Directiecomité toegekend als erkenning voor de diensten die in het vorige jaar werden verleend. Het aantal aandelen dat in 2011 aan het Directiecomité werd toegekend voor diensten verleend in 2010 bedroeg 16.500 (3.000 per lid met uitzondering van Denis Goffaux, die 1.500 aandelen ontving omdat hij op 1 juli lid werd van het Directiecomité). De totale waarde bij de toekenning bedroeg € 624.303. De toekenningsprijs bedroeg € 37,966 per aandeel, behalve voor William Staron (€ 37,270) en Pascal Reymondet (€ 37,950). De toekenning werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 9 februari 2011 en de toegekende aandelen zijn onderworpen aan een lock-upperiode van drie jaar.

In 2010 werden aan het Directiecomité 150.000 aandelenopties toegekend (25.000 opties per lid) in het raam van het Umicore Incentive Stock Option Plan 2010 dat op 10 februari 2010 door de Raad van Bestuur werd geïmplementeerd. Denis Goffaux ontving aandelenopties in de functie die hij bekleedde vóór zijn aanstelling tot lid van het Directiecomité en deze opties zijn bijgevolg niet in

dit totaal opgenomen. De opties die werden toegekend aan een voormalig lid van het Directiecomité, Martin Hess, die Umicore op 30 juni met pensioen ging, zijn wel in het totaal opgenomen. De uitoefenprijs van de opties bedraagt € 22,30 en de nominale waarde – berekend op basis van het Present Economic Value model - bij de toekenning bedroeg € 771.000. De opties kunnen worden uitgeoefend van 1 maart 2013 tot 14 februari 2017.

Pensioen- en andere voordelen

De pensioenvoordelen omvatten zowel vaste bijdrageplannen als de kosten van "te bereiken doel" plannen. Andere voordelen zijn representatiekosten, bedrijfswagens, verzekeringen en expatvoordelen. Met betrekking tot deze laatste voordelen ontvangen twee leden van het Directiecomité de gebruikelijke expatvoordelen conform de lokale marktpraktijken. In het raam van de vervroegde pensionering van Martin Hess en in lijn met de pensioenverbintenissen verbonden met zijn arbeidsovereenkomst werd in de totale pensioenservicekosten een bijkomende servicekost opgenomen voor zijn vorige dienstjaren. Dit is inbegrepen in het totaal bedrag van € 1.118.301.

Totale samengevoegde vergoeding van het Directiecomité voor 2010

Samengevoegde bezoldiging van de leden van het Directiecomité in 2010 (exclusief de gedelegeerd bestuurder) (in €)
Vaste bezoldiging 1.918.990
Variabele bezoldiging 572.500
(uitgekeerd met betrekking tot het jaar waarover verslag wordt uitgebracht)
Waarde van de in 2011 toegewezen aandelen 624.303
Waarde van de in 2010 toegewezen aandelenopties 771.000
Pensioen
- Vaste bijdrageplan 194.474
- Te bereiken doelplan (dienstkost) 1.118.301
Andere voordelen : 420.832
Representatiekosten, voordelen in natura (bedrijfswagen), verzekeringen, voordelen verbonden aan expatriëring,

Eigendom van aandelen en aandelenopties en transacties in 2010

Eigendom van aandelenopties en transacties van het Directiecomité in 2010

Naam Aantal opties
op 31/12/2009
Aantal
toegekende
opties in 2010
Aantal
uitgeoefende
opties
Gemiddelde
uitoefenprijs
(in €)
Jaar van
toekenning
van de
uitgeoefende
opties
Aantal
verbeurde
opties
Aantal
opties op
31/12/2010*
Marc Grynberg 192.500 90.000 42.500 11,022 2004 / 2005 0 240.000
Hugo Morel 125.000 25.000 50.000 17,733 2005 / 2006 0 100.000
Marc Van Sande 75.000 25.000 0 0 100.000
Martine Verluyten 89.625 25.000 0 0 114.625
Denis Goffaux** 13.000 3.500 2.500 22,546 2006 0 14.000
Pascal Reymondet 75.000 25.000 12.500 26,546 2007 0 87.500
William Staron 40.000 25.000 7.500 27,360 2007 0 57.500

* Deze opties kunnen worden uitgeoefend aan een uitoefenprijs van € 14,44 tot € 32,57.

** Toegekend in zijn functie vóór zijn aanstelling als lid van het Directiecomité

In 2010 heeft Thomas Leysen (voormalig Gedelegeerd bestuurder) 125.000 opties (ISOP 2004) uitgeoefend aan een uitoefenprijs van € 8,64 evenals 125.000 opties (ISOP 2005) aan een uitoefenprijs van € 12,92.

Meer informatie over uitgeoefende opties en andere aandelentransacties van leden van het Directiecomité en de Raad van Bestuur vindt u op www.cbfa.be.

Eigendom van aandelen van het Directiecomité in 2010

Naam Aantal aandelen
aangehouden op
31/12/2009
Aantal aandelen
aangehouden op
31/12/2010
Marc Grynberg 100.000 136.000
Hugo Morel 21.250 24.250
Marc Van Sande 15.800 18.800
Martine Verluyten 12.500 15.500
Denis Goffaux 0 0
Pascal Reymondet 8.750 11.750
William Staron 2.250 5.250

Eigendom van aandelen van de Raad van Bestuur in 2010

Naam Aantal aandelen aangehouden op 31/12/2009 Aantal aandelen aangehouden op 31/12/2010
Thomas Leysen 886.020 1.001.020
Isabelle Bouillot 0 0
Uwe-Ernst Bufe 0 0
Jean-Luc Dehaene 135 0
Arnoud de Pret 5.000 5.000
Shohei Naito 0 0
Jonathan Oppenheimer 0 0
Guy Paquot 2.000 2.000
Klaus Wendel 7.125 7.125

Contractuele relaties

Contract tussen Umicore en Marc Grynberg, Gedelegeerd bestuurder

Rekening houdend met de anciënniteit van Marc Grynberg in de Umicore Groep, heeft de Raad in 2008 het volgende beslist:

• In geval van beëindiging van de overeenkomst door Umicore, zal aan Marc Grynberg een totale vertrekvergoeding van achttien maanden basissalaris worden uitbetaald.

• Aan de Gedelegeerd bestuurder zal ten titel van minimum schadevergoeding een totale vertrekvergoeding van drie jaar van zijn jaarlijks basissalaris worden uitgekeerd indien hij binnen een periode van twaalf maanden na een wijziging van controle als gevolg van een overnamebod wordt ontheven van zijn functie als Gedelegeerd bestuurder (niet cumulatief met de vorige bepaling).

• De Raad van Bestuur beslist of de cashbonus deel uitmaakt van een eventuele definitieve vertrekvergoeding.

Overeenkomsten tussen Umicore en leden van het Directiecomité

Als gevolg van een beslissing van de Raad van Bestuur uit 2007 zal een lid van het Directiecomité, indien hij uit zijn functie zou worden ontheven binnen twaalf maanden na een wijziging van controle over de Vennootschap, recht hebben op een totale vergoeding ter waarde van 36 maanden van zijn basissalaris. Deze regeling geldt voor alle leden van het Directiecomité, behalve voor Denis Goffaux, wiens arbeidsovereenkomst op 1 juli 2010 werd ondertekend.

Individuele regelingen in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst door Umicore

Denis Goffaux werd op 1 juli 2010 tot Chief Technology Officer benoemd. Rekening houdend met de anciënniteit van Denis Goffaux in Umicore Groep zal hem een totale vertrekvergoeding worden uitbetaald van 18 maanden basissalaris. Het Benoemingsen remuneratiecomité heeft deze regeling aanbevolen in lijn met de Belgische wet betreffende deugdelijk bestuur van 6 april 2010 en ze werd op 1 juni 2010 door de Raad van Bestuur goedgekeurd. De Raad van Bestuur beslist of de cashbonus deel uitmaakt van een eventuele definitieve vertrekvergoeding.

De overeenkomsten van Hugo Morel en Marc Van Sande werden ondertekend voor de Belgische wet betreffende het deugdelijk bestuur van 6 april 2010 van kracht werd. De totale vergoeding in geval van beëindiging van de overeenkomst is gebaseerd op de leeftijd, de anciënniteit in Umicore Groep en de totaliteit van het salaris en de voordelen.

Pascal Reymondet beschikt over een Duitse arbeidsovereenkomst. Er is geen contractuele regeling in geval van beëindiging van de overeenkomst en bijgevolg zal de Duitse wet van toepassing zijn.

William Staron heeft een Noord-Amerikaanse arbeidsovereenkomst. Er is geen contractuele regeling in geval van beëindiging van de overeenkomst en bijgevolg zal de Umicore US Termination and Severance Policy van toepassing zijn.

De arbeidsovereenkomst van Martine Verluyten werd ondertekend in 2006. De totale vergoeding in geval van beëindiging van de overeenkomst bedraagt 12 maanden van de totaliteit van het salaris en de voordelen.

Risicobeheer en interne controle

Ondernemingszin is wat het management van Umicore drijft in zijn betrachting om de activiteiten van het bedrijf te ontwikkelen. Dat betekent dat het nemen van berekende risico's integraal deel uitmaakt van de bedrijfsvoering. Om zakelijke opportuniteiten met succes te benutten en tegelijk mogelijke verliezen te beperken, hanteert Umicore een alomvattend systeem voor risicobeheer. Dit systeem moet het bedrijf in staat stellen risico's te identificeren en deze geïdentificeerde risico's waar mogelijk tot een aanvaardbaar niveau te beperken. In alle afdelingen van Umicore zijn interne controlemechanismen aanwezig om het management redelijke zekerheid te geven over de capaciteit van de onderneming om de doelstellingen te bereiken. Deze controles betreffen de effectiviteit en de efficiëntie van de activiteiten, de betrouwbaarheid van de financiële processen en rapportering, en de naleving van de wetten en reglementen.

Risico-evaluatie

De eerste stap in het systeem voor risicobeheer bestaat erin de verschillende risico's te identificeren en af te bakenen. Omdat Umicore over een gedecentraliseerde bedrijfsstructuur beschikt, worden de risico's in de eerste plaats door de business units zelf geïdentificeerd. Umicore heeft een BRA-proces (Business Risk Assessment) ingesteld dat jaarlijks door elke business unit en elk groepsdepartement wordt uitgevoerd. Het BRA-proces vereist dat alle units de risico's in kaart brengen om alle belangrijke (financiële en andere) risico's te identificeren die het bedrijf kunnen verhinderen de gestelde doelstellingen te bereiken. Deze risico's moeten vervolgens gedetailleerd worden beschreven en aan een impact- en waarschijnlijkheidsevaluatie onderworpen worden. Tot slot wordt van de business units verwacht dat ze een overzicht geven van de controles op korte, middellange en lange termijn om deze risico's te beperken of te compenseren. Daarna worden de BRA's doorgegeven aan het lid van het Directiecomité dat verantwoordelijk is voor dit activiteitendomein. Het Directiecomité consolideert deze evaluaties en de resultaten hiervan worden aan de Raad van Bestuur voorgelegd.

Waar dat mogelijk is, zijn de business units en groepsdepartementen verantwoordelijk voor het beheer van de risico's die ze zelf hebben geïdentificeerd. Het Directiecomité heeft de verantwoordelijkheid in te grijpen in gevallen waarin het beheer van een bepaald risico de capaciteiten van een bepaalde business unit overstijgt. Het Directiecomité en de Gedelegeerd bestuurder zijn in een bredere context ook verantwoordelijk voor de identificatie en het beheer van de risico's die de Groep meer in het algemeen betreffen, zoals strategische positionering, financiering of macro-economische risico's.

Interne controle

De interne controleomgeving van Umicore wordt in de eerste plaats geregeld door The Umicore Way en de Gedragscode. De business units ontwikkelden specifieke interne controlemechanismen op hun activiteitsniveau en gedeelde operationele functies en corporate services controleren de activiteiten op het niveau van de organisatie. Hieruit zijn specifieke beleidsregels, procedures en charters ontstaan voor domeinen zoals supply chain management, human resources, informatiesystemen, milieu, veiligheid en gezondheid, juridische zaken, veiligheid van de onderneming en onderzoek en ontwikkeling.

In 2008 introduceerde Umicore een systeem van minimale interne controlevereisten (MICR - Minimum Internal Control Requirements), specifiek voor de beperking van de financiële risico's en om de betrouwbaarheid van de financiële rapportering te verhogen. Het MICR-framework van Umicore vereist dat alle entiteiten van de Groep aan een uniform geheel van interne controles voldoet die 164 controleactiviteiten omvatten in 12 'cycli' (zie Financiële risico's op pagina's 136-137 voor een gedetailleerde lijst) en 134 entiteiten van de Groep. Er werd een minimum nalevingsdrempel ingesteld voor elke controleactiviteit, maar het uiteindelijke doel is maximale compliance te bereiken in alle entiteiten van Umicore. In 2010 werden de introductie en implementatie van MICR met succes afgerond. Het proces was voldoende geïntegreerd om het merendeel van de entiteiten in staat te stellen van de implementatiefase naar een duurzaamheidsplan over te gaan in 2011. De MICR compliance wordt opgevolgd door middel van jaarlijkse zelfevaluaties die moeten worden goedgekeurd door het Senior Management en de resultaten worden gerapporteerd aan Corporate Finance, dat een geconsolideerd rapport indient bij het Directiecomité.

Monitoring en toezicht

Het interne auditdepartement van Umicore vervult een specifieke controlerende rol die moet garanderen dat het risicobeheerproces wordt nageleefd, dat de minimale interne controlevereisten worden nageleefd en dat de business units en de departementen de identificatie en het beheer van de risico's op een doeltreffende manier uitvoeren. Het Directiecomité dient de Raad van Bestuur op de hoogte te brengen van de belangrijkste risico's en de plannen voor het beheer ervan. Het Auditcomité van de Raad van Bestuur onderwerpt de systemen voor interne controle en risicobeheer van de onderneming aan een jaarlijkse controle.

Risico's

De risico's waarmee Umicore wordt geconfronteerd, kunnen in het algemeen in de volgende categorieën worden ondergebracht:

Strategische risico's: zoals macro-economische en financiële omstandigheden, technologische veranderingen, reputatie van het bedrijf, politieke en wetgevende ontwikkelingen.

Operationele risico's: zoals wijzigingen in de vraag van de klanten, aanvoer van grondstoffen, verzending van producten, kredieten, productie, arbeidsrelaties, human resources, IT-infrastructuur, gezondheid en veiligheid op het werk, emissiecontrole, impact van de huidige of vroegere activiteiten op het milieu, productveiligheid, veiligheid van activa en gegevens, herstel na rampen.

Financiële risico's: zoals thesaurie, belastingen, prognoses en budgettering, accurate en tijdige rapportering, naleven van de boekhoudnormen, schommelingen in de metaalprijs en de valuta, indekking.

De meeste industriële bedrijven worden meestal geconfronteerd met een combinatie van de bovenvermelde risico's. Het is niet de bedoeling elk risico waaraan de onderneming is blootgesteld gedetailleerd in dit verslag te beschrijven. Op deze pagina en de volgende worden echter de risico's besproken die relevant zijn voor Umicore of de manier waarop het bedrijf ermee omgaat.

Strategische en operationele risico's

Marktrisico

Umicore beschikt over een gediversifieerde portefeuille van activiteiten die een aantal verschillende marktsegmenten bedienen en voor de meeste van haar activiteiten wereldwijd aanwezig is. Geen enkel marktsegment is goed voor meer dan 50 % van de verkoop van Umicore. In termen van algemene blootstelling zijn de belangrijkste eindgebruikersmarkten die door Umicore worden bediend de autosector, de consumentenelektronica en de bouw. Het zakenmodel van Umicore focust eveneens op de bevoorrading door secundaire materialen of materialen aan het einde van hun levensduur voor recyclagedoeleinden. In vele gevallen is de beschikbaarheid van deze materialen afhankelijk van het activiteitsniveau in specifieke sectoren of bij specifieke klanten waar Umicore kringlooprecyclagediensten levert. Een gediversifieerde portefeuille en een brede geografische aanwezigheid helpen het risico van een te grote blootstelling aan één markt verminderen.

Technologisch risico

De afgelopen jaren is Umicore uitgegroeid tot een materiaaltechnologiegroep met een sterke focus op de ontwikkeling van innovatieve materialen en processen. De keuze en ontwikkeling van deze technologieën vormt op zich zowel de grootste opportuniteit als het grootste risico voor Umicore. Om dit risico te beheren en de doeltreffendheid van technologische evaluatie- en implementatieprocessen te verbeteren, voert Umicore ieder jaar technologische evaluaties door op het niveau van het Directiecomité. In 2010 vonden er zes van deze evaluaties plaats. Van de business units wordt eveneens verwacht dat ze jaarlijks een technologische evaluatie uitvoeren. Deze evaluaties hebben tot doel de geschiktheid, het potentieel en de risico's van deze technologieën die geëvalueerd en nagestreefd worden, te verifiëren, en hun overeenstemming met de strategische visie van Umicore te garanderen. In 2009 zette Umicore een systeem op om de kwaliteit van haar onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen op te volgen. Dit systeem is in de eerste plaats gebaseerd op een zelfevaluatietool voor de business units en de afdeling O&O van de Groep en werd in 2010 in de hele organisatie geïmplementeerd.

Op organisatorisch vlak omvatten de O&O-inspanningen van Umicore zowel initiatieven op het niveau van de Groep als op het niveau van de business units. In 2005 werd een Chief Technology Officer (CTO) benoemd, die onder meer verantwoordelijk is voor de coördinatie van de verschillende O&O-inspanningen in de Groep. Vijf O&O-platformen bieden een kader voor de meest relevante technologieën in de Groep, namelijk Fine Particle Technology, Recycling & Extraction Technology, Scientific and Technical Operations Support, Environment Health and Safety en Analytical Competences. Er worden tevens inspanningen geleverd om de beste praktijken te promoten op het vlak van kennisbeheer, het uitwisselen van informatie, opleiding en netwerking in de O&Ogemeenschap bij Umicore.

In 2010 besteedde Umicore het equivalent van ongeveer 6 % van de inkomsten van de Groep (exclusief metaalinhoud) aan onderzoek & ontwikkeling. De financiële ondersteuning voor de O&O-activiteiten wordt zoveel mogelijk behouden, ongeacht de schommelingen in de financiële prestaties van de Groep op korte termijn.

Een IP-comité op groepsniveau coördineert de bescherming van het intellectuele eigendom en bevordert het gebruik van best practices op het niveau van de business units, die over een eigen IP-comité beschikken. Umicore diende in 2010 42 patenten in.

Bevoorradingsrisico

Umicore is afhankelijk van bepaalde metalen of metaalhoudende grondstoffen om haar producten te kunnen fabriceren. Sommige van deze grondstoffen zijn vrij zeldzaam. Om het risico van bevoorradingsschaarste te beperken, tracht Umicore waar mogelijk langetermijncontracten aan te gaan met de leveranciers. In sommige gevallen legt de onderneming strategische reservevoorraden aan van bepaalde essentiële grondstoffen. Umicore tracht ook de geografische herkomst van haar grondstoffen te diversifiëren. Omdat Umicore zich op recyclage concentreert, is de bevoorrading slechts gedeeltelijk afhankelijk van natuurlijke bodemrijkdommen en is een aanzienlijk deel van de bevoorrading afkomstig van secundaire industriële bronnen of materialen op het einde van hun levensduur. Umicore tracht zoveel mogelijk een partnerschap aan te gaan met de klanten in een kringloop-bedrijfsmodel waarbij de verkoop en de recyclage van de residuen van de klanten in één pakket worden geïntegreerd. Umicore heeft een Sustainable Procurement Charter ontwikkeld en startte in 2010 een proefproject voor duurzame bevoorrading om een beperkt aantal leveranciers te beoordelen. Het Charter werd ontworpen om het duurzame aankoopbeleid van de onderneming verder te verbeteren en wordt bij de leveranciers van Umicore geïmplementeerd.

Vervangingsrisico

Het creëren van een ideale verhouding kosten-prestaties is een prioriteit voor Umicore en haar klanten. Het is altijd mogelijk dat de klanten op zoek gaan naar andere materialen om in hun producten te integreren als ze deze ideale verhouding niet bereiken met de producten van Umicore. Dat risico is vooral aanwezig in sectoren die dure edelmetaalhoudende materialen produceren (vooral de sectoren die historisch gezien een volatiele prijszetting hebben). Umicore tracht actief te voorkomen dat haar klanten op zoek gaan naar vervangingsmaterialen door ze zelf te produceren met behulp van goedkopere materialen met minder prijsvolatiliteit en waar mogelijk zonder prestatieverlies voor de producten van de klant.

Risico van wetswijzigingen

Net als alle bedrijven krijgt Umicore te maken met de evolutie van de wetgeving in de landen of regio's waar ze actief is. Daarbij dient opgemerkt dat de activiteiten van Umicore profiteren van bepaalde trends op het vlak van regelgeving, vooral die trends die te maken hebben met strengere emissiecontrole voor voertuigen en de opgelegde recyclage van producten aan het einde van hun levensduur, zoals elektronica.

Bepaalde milieuwetgeving stelt Umicore ook voor operationele uitdagingen. De REACH richtlijn trad in juni 2007 in werking in de Europese Unie en leidde tot de noodzaak aan nieuwe operationele procedures op het vlak van de registratie, evaluatie en goedkeuring van chemische stoffen. Umicore heeft een operationeel netwerk van business unit REACH managers opgezet, gecoördineerd door een REACH implementatiemanager.

Tegen 30 november 2010 moesten de lijsten met de gevaarlijkste stoffen in de hoogste tonnageklasse worden ingediend bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA). Umicore diende 108 lijsten in voor 95 verschillende stoffen en 13 Europese juridische entiteiten. De lijsten werden ofwel voorbereid in samenwerking met andere ondernemingen die als consortium optraden, ofwel door Umicore zelf. Alle kosten verbonden met de REACH-reglementering, inclusief de registratiekosten, worden opgenomen in de gewone bedrijfsuitgaven.

Financieel risico

Zoals vermeld op pagina 134 hierboven, heeft Umicore een aantal specifieke minimale controlevereisten geïmplementeerd om de financiële risico's te beperken. Dit MICR dekt de volgende 12 specifieke domeinen: Interne Controle-omgeving, Financiële Afsluiting & Rapportering, Vaste Activa, Procure-to-Pay, Order-To-Cash, Stockbeheer, Hedging, Treasury, Tax, Beheer van de Informatiesystemen, Human Resources, Travel & Entertainment. Hieronder worden de drie belangrijkste financiële risico's kort besproken. Een volledige beschrijving van de zuiver financiële risico's en het beheer ervan vindt u in Toelichting 3 bij de jaarrekening 2010.

Schuld- en kredietrisico

Umicore wenst haar activiteiten te beschermen via een gezond financieel beheer en een sterke balans. Hoewel er geen vaste doelstelling bestaat voor de schuldgraad, wil de onderneming ten allen tijde een status van 'investment grade' kwaliteit behouden. We streven tevens naar een gezond evenwicht tussen schuld op korte en lange termijn, en tussen schuld aangegaan aan vaste en vlottende interestvoeten. Umicore is blootgesteld aan het risico van niet-betaling door derden met betrekking tot de verkoop van goederen of andere commerciële transacties. Umicore beheert dit risico door een kredietrisicobeleid toe te passen. Een kredietverzekering wordt vaak toegepast om het globale risiconiveau te verlagen, maar in bepaalde businesses wordt er geen verzekering toegepast. Dat gebeurt vooral in businesses met een belangrijke klantenconcentratie of met een specifieke en nauwe relatie met de klanten en wanneer verzekeringskosten niet gerechtvaardigd zijn in verhouding tot de gelopen risico's. De businessmanagers worden tevens aangemoedigd bijzondere aandacht te besteden aan de evolutie van de handelsvorderingen. Dit geschiedt in de bredere context van het beheer van het werkkapitaal en de inspanningen van de Groep om het aangewend kapitaal te verminderen. Het grootste deel van de variabele verloning van managers is gekoppeld aan het rendement op aangewend kapitaal (ROCE).

Wisselkoersrisico

Het wisselkoersrisico waaraan Umicore blootgesteld is omvat zowel structurele, als transactionele en omrekeningsrisico's. Structurele wisselkoersrisico's ontstaan wanneer een bedrijf meer inkomsten in een bepaalde valuta betrekt, dan dat ze kosten in dezelfde valuta maakt. De belangrijkste gevoeligheid op dit punt is de blootstelling aan de Amerikaanse dollar. Eind 2010 bedroeg de gevoeligheid van Umicore voor schommelingen in de wisselkoers EUR/USD (zonder indekkingsmaatregelen en enkel betreffende elementen die niet aan de metaalprijzen gekoppeld zijn) ongeveer € 1 miljoen voor elke dollarcent verschil in de wisselkoers. Deze gevoeligheid is gebaseerd op de wisselkoers op het einde van 2010.

Transactionele wisselkoersblootstelling wordt zover mogelijk ingedekt terwijl het bedrijf soms structurele wisselkoersindekking doorvoert om de toekomstige kasstromen te waarborgen.

Umicore wordt ook geconfronteerd met omrekeningsrisico's bij de consolidatie van de opbrengsten van dochterbedrijven die niet in euro rapporteren. Dit risico wordt doorgaans niet ingedekt.

Metaalprijsrisico

Umicore is blootgesteld aan risico's die verbonden zijn aan de metalen die ze verwerkt of recycleert. De structurele metaalprijsrisico's hebben vooral te maken met de impact die metaalprijzen kunnen hebben op het overschot aan teruggewonnen metalen uit materialen die voor verwerking worden aangeleverd. Transactionele metaalprijsrisico's hebben dan weer te maken met de blootstelling aan prijsveranderingen tussen het moment waarop de grondstoffen worden aangekocht (d.w.z. wanneer het metaal "ingeprijsd" wordt) en het moment dat de producten worden verkocht (d.w.z. wanneer het metaal "uitgeprijsd" wordt). Een verder risico is gekoppeld aan de permanent vastgehouden metaalvoorraden. Dit risico is gekoppeld aan de marktmetaalprijs die beneden de boekwaarde van deze voorraden valt.

Fiscaliteit

De belastingkost die in de jaarrekening is opgenomen, is de beste inschatting van de belastingen door de Groep. De uiteindelijk verschuldigde belasting voor de periode blijft onzeker tot na de belastingcontrole door de autoriteiten. Het beleid van de Groep bestaat erin de belastingaangifte binnen de wettelijk bepaalde termijnen in te dienen en samen te werken met de fiscale overheden om zoveel mogelijkheid zekerheid te creëren over de juistheid van de belastingzaken van de Groep en om eventuele verschillen in de interpretatie van de fiscale wetgeving zo snel mogelijk op te lossen. Gezien de omvang en het internationale karakter van de activiteiten van de Groep zijn BTW, omzetbelasting en transferprijzen binnen de Groep een inherent belastingrisico, net zoals bij alle internationale bedrijven. Wijzigingen in de fiscale wetgeving of in de toepassing ervan met betrekking tot transferprijzen, BTW, buitenlandse dividenden, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling en belastingaftrek kunnen de effectieve belastingvoet voor de Groep verhogen en de financiële resultaten negatief beïnvloeden.

Relaties met de belanghebbenden

Umicore is een beursgenoteerde onderneming. In die hoedanigheid onderhoudt ze relaties met een aantal partijen die belang hebben bij haar manier van zaken doen. De relatie die het bedrijf met deze belanghebbenden opbouwt, heeft een rechtstreekse impact op het succes van de onderneming.

De relaties met de belanghebbenden zijn bij Umicore in de eerste plaats gebaseerd op een lokale benadering, waarbij alle sites hun respectieve belanghebbenden moeten identificeren en aangepaste plannen dienen te ontwikkelen om deze belanghebbenden bij hun activiteiten te betrekken. Deze aanpak werd geformaliseerd ten tijde van de invoering van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Groep in 2006. Elke vestiging diende tegen 2010 over een duidelijk plan voor de identificatie en het betrekken van de belanghebbenden te beschikken. Eind 2010 hadden ongeveer 96 % van alle sites hun plannen op dit vlak bepaald - in vergelijking met 29 % in 2006, 60 % in 2007, 78 % in 2008 en 90 % in 2009. In vele gevallen waaronder de dialoog met de klanten en de leveranciers worden de relaties met de belanghebbenden op de eerste plaats door de business units zelf beheerd, in overeenstemming met de gedecentraliseerde wijze waarop Umicore haar activiteiten beheert.

Op het niveau van de Groep heeft de onderneming de identificatie van haar belangrijkste belanghebbenden geïnitieerd en heeft zij een meer formele, gestructureerde dialoog met deze partijen gevoerd.

Umicore is lid van de belanghebbenden-netwerkgroep KAURI in Brussel. Dat opende de deur naar een bredere dialoog met de belanghebbenden, vooral niet-gouvernementele organisaties (ngo's). Hoewel dit netwerk een voornamelijk Belgische en Europese focus heeft, moet het een belangrijke basis worden voor de ontwikkeling van een nog breder mechanisme om de belanghebbenden te identificeren en hun feedback te verkrijgen. De nieuwe doelstellingen van het programma Vision 2015 voor de periode 2011-2015 (zie pagina's 8-11) werden gedeeltelijk ontwikkeld op basis van de lessen die werden getrokken uit de evaluatie van de duurzaamheidsverslaggeving van Umicore door een extern klankbord in 2009. Dat klankbord vervolledigde een interne oefening met vertegenwoordigers van de business units, de gemeenschappelijke operationele functies en de Groepsdepartementen. In 2010 lag de focus op de finalisering van deze doelstellingen en de communicatie ervan in de organisatie.

Umicore is een actief lid van verscheidene sectoriële verenigingen, waar ze met beleidsmakers in contact komt om bij te dragen tot een beter begrip van sectorgerelateerde kwesties. Deze verenigingen zijn tevens belangrijke platformen voor Umicore om bij te dragen tot bredere acties voor duurzame ontwikkeling op sectorniveau. Op een minder formeel niveau wordt dikwijls een beroep gedaan op de leden van het senior management van Umicore, of zijn ze zelf kandidaat, om deel te nemen aan publieke fora waar de economische prestaties van Umicore of haar duurzaamheidsaanpak worden besproken. Dergelijke evenementen bieden de mogelijkheid om met verschillende groepen in contact te komen, zoals leidende figuren uit de zakenwereld, academici en de burgerlijke samenleving.

Hieronder beschrijven we de belangrijkste groepen van belanghebbenden voor Umicore. Ze werden zeer algemeen geclassificeerd aan de hand van algemene categorieën van belanghebbenden die voor de meeste industriële organisaties gelden. De beschrijving geeft ook meer inzicht in de aard van de transacties tussen deze belanghebbenden en Umicore en de manier waarop de dialoog verloopt.

Leveranciers

Bijdrage van Umicore: inkomsten Bijdrage van de leveranciers: goederen en diensten

Umicore beschikt over vier business groups in vijf continenten. Deze business groups hebben niet alleen grondstoffen nodig voor de aanmaak van hun producten, maar ook energie, transport en een aantal andere diensten. Wereldwijd werkt Umicore met meer dan 10.000 leveranciers. Deze leveranciers profiteren van de aanwezigheid van Umicore als klant; in 2010 betaalde Umicore deze leveranciers ongeveer € 8,7 miljard (inclusief de metaalinhoud van grondstoffen).

Umicore staat permanent in contact met haar leveranciers, in de eerste plaats om technische specificaties te definiëren en wederzijds aanvaardbare voorwaarden te bespreken met het oog op een samenwerking op lange termijn, zoals snelle en ononderbroken leveringen van materialen/diensten en tijdige betalingen. De business units zijn hoofdzakelijk verantwoordelijk voor de aankoop van grondstoffen, terwijl het Aankoop- en Transportdepartement instaat voor de transport-, energie- en andere bevoorradingsnoden van de Groep.

Umicore kiest traditioneel zorgvuldig kwaliteitsvolle leveranciers met een goede reputatie voor de levering van materialen en diensten. In het verleden was de aankoopbenadering van Umicore op de eerste plaats gericht op een ethische manier van zaken doen en het naleven van de principes van de Gedragscode van Umicore. In 2005 werd deze aanpak verder gedetailleerd in een Groepsaankoopbeleid dat bepaalde normen aangaande het aankoopproces binnen Umicore uitstippelde. In een volgende stap ontwikkelde Umicore begin 2010 een Charter voor duurzame aankopen "Sustainable Procurement Charter" (http://www. umicore.com/sustainability/sustProcCharter/), waarvan de implementatie goede vorderingen maakt. Omdat een duurzaam aankoopbeleid zo belangrijk is voor een materiaaltechnologiegroep zoals Umicore, heeft de onderneming besloten hierop speciaal de nadruk te leggen in de doelstellingen van Vision 2015 voor 2011-2015.

Klanten

Bijdrage van Umicore: materialen en diensten Bijdrage van de klanten: inkomsten

De ambitie van Umicore bestaat erin materialen voor een beter leven ("materials for a better life") te produceren. We treffen deze materialen aan in een ruim gamma toepassingen die het dagelijkse leven comfortabeler maken en een bijdrage leveren aan een schoner milieu.

Het klantenbestand van Umicore wordt ook steeds meer internationaal aangezien 37 % van de omzet in 2010 buiten Europa werd gerealiseerd (exclusief de Metals Management activiteiten).

De klanten van Umicore zijn hoofdzakelijk industriële bedrijven die de materialen van Umicore gebruiken voor de aanmaak van hun producten. Slechts enkele van de producten die Umicore vervaardigt, worden rechtstreeks aan het publiek verkocht. De business units zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van hun klanten teneinde de gevaren en risico's van producten die ofwel al op de markt zijn of nog in ontwikkeling, beter te kunnen begrijpen. De interactie met de klanten is een continu proces dat door de business units wordt beheerd. Alle business units beschikken over een terugkoppelingsproces om de tevredenheid van de klanten over hun producten en diensten geregeld te controleren. In de meest technologisch geavanceerde activiteiten is de relatie met de klant vaak sterk geïntegreerd. Het ontwikkelen van geavanceerde producten vergt vaak jaren van onderzoek en ontwikkeling in directe samenwerking met deze klanten.

Werknemers

Bijdrage van Umicore: bezoldiging, training en leeropportuniteiten Bijdrage van de werknemers: vaardigheden, bekwaamheden en productiviteit

Umicore en haar geassocieerde ondernemingen stellen wereldwijd ongeveer 14.400 mensen tewerk. Het bedrijf investeert aanzienlijke middelen in zijn status als favoriete werkgever in alle regio's waar het actief is. In 2010 betaalde Umicore in totaal € 528 miljoen lonen en andere personeelsvoordelen uit aan de werknemers van haar volledig geconsolideerde ondernemingen. De sociale lasten bedroegen in totaal € 109 miljoen.

Umicore wil haar werknemers niet alleen aantrekkelijke loonen arbeidsvoorwaarden aanbieden maar ook de noodzakelijke professionele opleiding. Van de werknemers wordt verwacht dat ze de principes en de beleidslijnen van The Umicore Way en de Gedragscode van Umicore naleven. Umicore hecht veel belang aan een open dialoog met haar medewerkers. In het raam van deze

dialoog wordt er om de drie jaar een personeelsenquête bij de werknemers georganiseerd (zie pagina's 58-59 voor de resultaten van de enquête van 2010).

Waar vereist respecteert Umicore het principe van de collectieve onderhandeling. Hoewel dit een gangbare praktijk is in Europa, zijn mechanismen voor collectieve onderhandelingen en vakbonden op andere locaties minder gebruikelijk, of zijn ze onderworpen aan lokale wettelijke beperkingen. In september 2007 ondertekende Umicore een akkoord met de International Metalworkers' Federation en de International Federation of Chemical, Energy, Mine and General Workers' Unions over de wereldwijde toepassing doorheen de Groep van haar beleid op het vlak van mensenrechten, gelijke kansen, arbeidsvoorwaarden, ethisch gedrag en bescherming van het milieu. Dit akkoord laat beide vakbonden toe constructief deel te nemen aan het nastreven van deze doelstellingen. Een gemeenschappelijk controlecomité, dat uit beide partijen bestaat, ziet toe op de implementatie van het "Akkoord over Duurzame Ontwikkeling".

Het intranet van de Groep en de wereldwijde bedrijfskrant "umicore.link" zijn bijkomende communicatiekanalen op het niveau van het bedrijf.

Investeerders en aandeelhouders

Bijdrage van Umicore: rendement van de investeringen Bijdrage van de investeerders: kapitaal en fondsen

De investeerders van Umicore zijn de laatste jaren sterk gediversifieerd. Op het einde van 2010 zijn de meeste aandeelhouders van Umicore in Europa en Noord-Amerika terug te vinden.

Umicore streeft ernaar tijdig nauwkeurige bedrijfsinformatie ter beschikking te stellen van de beleggersgemeenschap. Deze communicatie-inspanningen omvatten management roadshows en bedrijfsbezoeken, conferenties, beurzen voor individuele beleggers, webcasts en conference calls. In 2010 publiceerden 16 beurshuizen analyserapporten over Umicore. In 2010 kreeg Umicore de prijs voor de beste financiële informatie, uitgereikt door de Belgische Vereniging van Financiële Analysten.

De schuldeisers van Umicore zijn hoofdzakelijk banken. Umicore beschikt over kredietlijnen bij talrijke banken in België en het buitenland.

De relaties met de banken worden vooral beheerd door het Departement Financiën, hoewel elke juridische entiteit van Umicore zakelijke relaties onderhoudt met de financiële wereld. Umicore heeft ook een obligatie van € 150 miljoen lopen die op 18 februari 2012 vervalt. De obligatie is genoteerd op de Brusselse beurs.

De samenleving

Bijdrage van Umicore: welvaart en innovatieve producten en processen

Bijdrage van de samenleving: uitbatingsvergunningen

Via tewerkstelling draagt Umicore bij tot de welvaart in de regio's waar ze actief is. Hoewel het creëren van welvaart een duidelijk voordeel is, is ook de manier waarop dit gebeurt erg belangrijk. Uiteindelijk kan Umicore haar activiteiten maar blijven ontplooien als de samenleving dit toelaat. Om deze toestemming te behouden, tracht Umicore zoveel mogelijk te werken op een manier die de duurzame ontwikkeling bevordert. Dat gaat verder dan zich houden aan de wettelijke grenzen die aan elk bedrijf worden opgelegd. Umicore bepaalt haar eigen normen die in de hele Groep worden toegepast en die vaak veel verder gaan dan de wettelijke vereisten in de domeinen waar de onderneming actief is. Naast deze inzet voor duurzame operationele praktijken, streeft Umicore er ook naar materialen te ontwikkelen die de levenskwaliteit verhogen.

Contact met de gemeenschappen waar Umicore haar activiteiten ontplooit, is de meest directe manier waarop de onderneming met de samenleving kan wisselwerken. Een open en transparante dialoog met deze gemeenschappen maakt integraal deel uit van de verbintenis van Umicore tegenover de belanghebbenden. Ze is een van de sociale doelstellingen van Umicore voor 2010 (zie pagina's 61-67) en wordt ook een aandachtspunt in de strategie Vision 2015. Bepaalde maatschappelijke groeperingen (bekend als niet-gouvernementele organisaties) vragen ook geregeld inspraak in de operaties van Umicore en de manier waarop de onderneming zaken doet. Umicore waardeert deze belangstelling en tracht op een open en constructieve manier met deze groepen in dialoog te treden. Umicore is eveneens lid van Business and Society - een Belgische vereniging van bedrijven en maatschappelijke groeperingen – en van het Corporate Funding Programme, een Belgisch ontwikkelingsprogramma van bedrijven en ngo's.

Geassocieerde ondernemingen en joint-ventures

Bijdrage van Umicore: investeringen en richting verschaffen

Bijdrage van de geassocieerde ondernemingen en jointventures: bijdrage aan de winst van Umicore, technologische complementariteiten, markttoegang

Umicore investeert in verscheidene economische activiteiten waarin ze geen volledige managementcontrole heeft. Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin Umicore een participatie heeft van meer dan 20% maar minder dan 50 % terwijl bij joint ventures het eigendomschap en de controle gebruikelijk volgens een 50:50 regeling verdeeld worden. Het bundelen van krachten wordt gezien als een manier om technologische

ontwikkelingen te versnellen of toegang te krijgen tot specifieke markten. Van de tien geassocieerde ondernemingen en joint ventures heeft Umicore de effectieve controle van het management in de helft van de gevallen. In die geassocieerde ondernemingen en joint-ventures waar Umicore de effectieve controle van het management niet in handen heeft, is een vertegenwoordiging in de Raad van Bestuur de manier waarop Umicore het management kan controleren en richting kan verschaffen of de ontwikkeling van de activiteiten kan opvolgen. Hoewel Umicore niet haar eigen beleidskeuzes en procedures kan opleggen aan geassocieerde ondernemingen (of joint ventures waar ze niet over de meerderheid van de stemrechten beschikt) wordt wel duidelijk gecommuniceerd dat Umicore verwacht dat de activiteiten worden gevoerd in overeenstemming met The Umicore Way.

Umicore is zeer strikt in het beschermen van eender welke intellectuele eigendom die ze deelt met geassocieerde ondernemingen of joint venture partners. Een volledige lijst van geassocieerde ondernemingen en joint venture bedrijven is terug te vinden op pagina 96 van dit verslag.

Overheidssector en autoriteiten

Bijdrage van Umicore: belastingen Bijdrage van de overheidssector en de autoriteiten: diensten en formele toestemming om activiteiten te ontplooien

Umicore betaalde in totaal € 72 miljoen belastingen in 2010. Umicore en haar werknemers betaalden verder in totaal ongeveer € 109 miljoen aan sociale bijdragen. Umicore gaat geregeld partnerschappen aan met openbare instellingen zoals universiteiten om bepaalde onderzoeksprojecten te bevorderen. Af en toe worden er partnerschappen aangegaan met en onderzoekstoelagen verkregen van publieke organisaties. In 2010 ontving Umicore ongeveer € 15 miljoen aan toelagen, hoofdzakelijk in verband met voorziene O&O projecten. Eveneens in 2010 ontving Umicore ongeveer € 10 miljoen uit hoofde van eerder toegekende toelagen. Het beleid van de onderneming sluit schenkingen aan politieke partijen en organisaties uit.

In 2010 voerde Umicore haar inspanningen op om de contacten met de publieke overheden wereldwijd te verbeteren. Deze inspanningen worden gecoördineerd via het departement Government Affairs en zijn hoofdzakelijk gericht op Europa en Noord-Amerika. Umicore wil het profiel van en het inzicht in haar technologieën verhogen en deelnemen aan besprekingen over materiaalgerelateerde thema's. In Europa gaat dit vooral over de beschikbaarheid van grondstoffen hoofdzakelijk vanuit het perspectief van een "circulaire" economie, resource-efficiëntie en de EU-benadering van de afvalwetgeving. De initiatieven van Umicore hebben ook betrekking op de toegang tot EUen nationale overheidsfinanciering, vooral voor programma's die de ontwikkeling van baanbrekende technologieën met een gunstig effect op het milieu ondersteunen.

Als er problemen ontstaan die Umicore aanbelangen, deelt Umicore haar standpunt meestal mee via de sectoriële verbanden waarvan ze deel uitmaakt. De onderneming is zich bewust van de gevoeligheden verbonden aan het innemen van standpunten over zaken die van openbaar belang zijn. Met dit in het achterhoofd heeft Umicore richtlijnen voor gans de Groep aangenomen die verduidelijken hoe dit dient te geschieden op een verantwoordelijke manier (beschikbaar op de website). Hieronder worden de belangrijkste organisaties waarin Umicore vandaag vertegenwoordigd is (zowel op het niveau van de Groep als van de business units) weergegeven:

Groep:

  • World Business Council for Sustainable Development (WBCSD)
  • European Round Table of Industrialists (ERT)
  • Eurometaux
  • TransAtlantic Business Dialogue (TABD)
  • French Federation of Minerals and Non-Ferrous Metals (FEDEM)
  • Agoria (Belgische multisectorfederatie van de technologische industrie)
  • Fuel Cells Europe

Catalysis:

  • Emissiecontroleverenigingen op regionaal en nationaal vlak (VS, Zuid-Afrika, Brazilië, China, Europese Unie) – zie www. automotivecatalysts.umicore.com/en/links/ voor een selectie van links
  • Duitse Federatie van Chemiebedrijven (VCI)

Energy Materials:

  • Cobalt Development Institute
  • Nickel Institute
  • European Photovoltaic Industry Association (EPIA)

Performance Materials:

  • International Zinc Association
  • International Platinum Association
  • European Precious Metals Federation
  • German Precious Metals Federation

Recycling:

  • European Electronics Recyclers Association
  • International Association of Electronics Recyclers
  • International Association of Portable Rechargeable Batteries (RECHARGE)
  • International Platinum Association
  • International Precious Metals Institute
  • International Antimony Association

Verschillende business units van Umicore ondertekenden het programma 'Responsible Care' van de chemische industrie en sommige zijn ook lid van de European Chemical Industry Council (CEFIC).

Raad van bestuur

Thomas Leysen, 50 Voorzitter, niet-uitvoerend bestuurder

Thomas Leysen werd voorzitter van Umicore in november 2008 nadat hij gedelegeerd bestuurder van Umicore was sinds 2000. Hij is tevens voorzitter van Corelio, een Belgische mediagroep. Hij is lid van de Raad van bestuur van het onderzoekscentrum voor micro-elektronica IMEC, lid van de raad van toezicht van Bank Metzler, Duitsland, en lid van de raden van bestuur van Compagnie Maritime Belge (CMB), Etex Group en UCB. Hij werd voorzitter van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) in april 2008.

Voorzitter sinds: 19 november 2008

Bestuurder sinds: 10 mei 2000

Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2012 Voorzitter van het Benoemings- en Remuneratiecomité sinds: 19 november 2008

Marc Grynberg, 45 Gedelegeerd bestuurder, uitvoerend bestuurder

Marc Grynberg werd benoemd tot gedelegeerd bestuurder van Umicore in november 2008, in opvolging van Thomas Leysen. Hij kwam bij Umicore in 1996 als Group Controller. Hij was de Chief Financial Officer (CFO) van Umicore van 2000 tot 2006, waarna hij aan het hoofd kwam van Umicore's Automotive Catalysts business unit. Marc heeft een diploma van handelsingenieur aan de Universiteit van Brussel (Ecole de Commerce Solvay) en, voorafgaand aan de toetreding tot Umicore, was hij werkzaam bij DuPont de Nemours in Brussel en Genève.

Bestuurder sinds: 19 november 2008 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2012 Gedelegeerd bestuurder sinds: 19 november 2008

Isabelle Bouillot, 61 Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

Isabelle Bouillot studeerde aan de Franse Ecole Nationale d'Administration. Zij bekleedde verscheidene functies in Franse openbare besturen, waaronder economisch adviseur van de Franse President van 1989 tot 1991 en Begrotingsdirecteur bij het Franse Ministerie van Economie en Financiën van 1991 tot 1995. In 1995 vervoegde ze de Caisse des Dépôts et Consignations als waarnemend gedelegeerd bestuurder. Zij was belast met financiële en bankactiviteiten. Van 2000 tot 2003 was zij gedelegeerd bestuurder van de investeringsbank van de Groep CDC IXIS. Zij is momenteel Voorzitster van China Equity Links en lid van de Raden van bestuur van Saint-Gobain en van Dexia.

Bestuurder sinds: 14 april 2004 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2013 Lid van het Auditcomité sinds: 13 april 2005 Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sinds: 13 april

Uwe-Ernst Bufe, 66 Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

2005

Uwe-Ernst Bufe was gedelegeerd bestuurder van Degussa tot mei 2000. Hij is ook lid van de Raad van bestuur van Akzo Nobel N.V. (Nederland) alsook een niet-uitvoerend lid van de Raad van bestuur van SunPower Inc. (VS).

Bestuurder sinds: 26 mei 2004 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2011

Jean-Luc Dehaene, 70 Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

Jean-Luc Dehaene heeft verschillende ministerambten uitgeoefend en was Eerste Minister van België van 1992 tot 1999. Hij is Voorzitter van Dexia alsook lid van de Raad van bestuur van AB InBev, Corona-Lotus en Thrombogenics. Hij is lid van het Europese Parlement.

Bestuurder sinds: 1 oktober 1999 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2011

Arnoud de Pret, 66 Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

Arnoud de Pret werkte van 1972 tot 1978 bij Morgan Guaranty Trust Company in New York. Van 1978 tot 1981 was hij financieel directeur bij Cockerill-Sambre en tot en met 1990 financieel directeur van de groep en lid van het Uitvoerend Comité van UCB. Van 1991 tot mei 2000 was hij financieel directeur bij Umicore en lid van het directiecomité. Hij is lid van de Raad van bestuur van AB InBev, Delhaize groep, Sibelco, UCB, L'Intégrale en van de Franse vennootschap Lesaffre & Cie. Hij is lid van de Raad van toezicht van Euronext BV Amsterdam.

Bestuurder sinds: 10 mei 2000 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2011 Lid van het Auditcomité sinds: 1 januari 2001

Shohei Naito, 67 Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

Shohei Naito startte zijn loopbaan bij het Japanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij het ministerie diende hij als Directeur-Generaal Consulaire Zaken & Migratie alsook als Chef van het Protocol. Dhr. Naito bekleedde verschillende diplomatieke functies in het buitenland en hij werd in 1996 tot ambassadeur benoemd. Sindsdien diende hij als ambassadeur van Japan in Cambodja, tegelijk Denemarken en Litouwen, en België. Hij verliet de diplomatieke dienst aan het einde van 2006 en is nu Senior Fellow bij het Japan Institute of International Affairs.

Bestuurder sinds: 25 april 2007 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2013

Jonathan Oppenheimer, 41 Niet-uitvoerend bestuurder

Jonathan Oppenheimer vervoegde de De Beers Group in 1994: hij werd bestuurder van De Beers S.A. in 2006. Hij is tevens lid van het Uitvoerend Comité daarvan. Hij is Voorzitter van De Beers Canada Inc. en van de vennootschappen van Element Six Abrasives Group. Vanwege zijn voorzitterschap van de bedrijvengroep Element Six (waarin Umicore een participatie heeft) wordt hij beschouwd als niet-onafhankelijk bestuurder.

Bestuurder sinds: 5 september 2001 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2011

Guy Paquot, 69 Onafhankelijk, niet-uitvoerend bestuurder

Guy Paquot vervoegde in 1969 de groep Bank Nagelmackers en werd voorzitter en gedelegeerd bestuurder van Financière Lecocq (een dochteronderneming van Nagelmackers) in 1986. In 1994 veranderde Financière Lecocq haar naam in Compagnie Mobilière et Foncière du Bois Sauvage. In 2003 trad hij af als gedelegeerd bestuurder en op 30 juni 2010 nam hij ontslag als voorzitter van de Raad van bestuur van Compagnie du Bois Sauvage, waar hij nog steeds lid is van de Raad van bestuur. Hij is voorzitter van Neuhaus en lid van de Raad van bestuur van Recticel, de Noel groep en Serendip evenals van de Stichting Quartier des Arts.

Bestuurder sinds: 13 april 2005

Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2011 Lid van het Benoemings- en Remuneratiecomité sinds: 13 april 2005

Klaus Wendel, 67 Niet-uitvoerend bestuurder

Na een carrière in financieel beheer bij General Electric (VS), Siemens, Cockerill-Sambre en CBR, vervoegde Klaus Wendel in 1988 de Generale Maatschappij van België als lid van het Uitvoerend Comité, verantwoordelijk voor beheerscontrole op groepsniveau. Sinds 2000 is hij zelfstandig consulent. Hij is lid van de Raad van bestuur van Recticel.

Bestuurder sinds: 26 juli 1989 Einde ambtsperiode: gewone algemene vergadering van 2012 Voorzitter van het Auditcomité sinds: 13 april 2005

Karel Vinck Ere-voorzitter

Directiecomité

Van links naar rechts: Denis Goffaux, Marc Grynberg, Pascal Reymondet, Marc Van Sande, Martine Verluyten, William Staron, Hugo Morel

Marc Grynberg, 45 Gedelegeerd bestuurder

Marc Grynberg werd benoemd tot gedelegeerd bestuurder van Umicore in november 2008, in opvolging van Thomas Leysen. Hij vervoegde Umicore in 1996 als Group Controller. Hij was Chief Financial Officer van Umicore van 2000 tot 2006, waarna hij aan het hoofd kwam te staan van Umicore's Automotive Catalysts business unit. Marc bezit een diploma van handelsingenieur aan de Universiteit van Brussel (Ecole de Commerce Solvay) en, voorafgaand aan zijn loopbaan bij Umicore, was hij werkzaam bij DuPont de Nemours in Brussel en Genève.

Martine Verluyten, 59 Chief Financial Officer

Martine Verluyten vervoegde Umicore in 2006. Daarvoor was ze Chief Financial Officer bij Mobistar, de tweede grootste mobiele telefoonoperator in België. Daaraan voorafgaand, bekleedde ze een aantal internationale posities bij het in speciale plastiekproducten gespecialiseerde bedrijf Raychem, zowel in België als in de Verenigde Staten. Ze startte haar carrière als bedrijfsrevisor bij KPMG. Naast haar functie van Chief Financial Officer, is zij ook verantwoordelijk voor Informatica.

Hugo Morel, 60 Executive Vice-President Recycling

Hugo Morel haalde een diploma van burgerlijk ingenieur metaalkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1974 vervoegde bij Umicore waar hij in de loop der jaren diverse posten bekleedde in de productie, de commerciële departementen, de strategie en de algemene directie van diverse activiteiten. Hij leidde de Zinc Chemicals business unit tussen 1996 en 1997 en neemt zijn huidige functie waar sinds 1998. Hij vervoegde het Directiecomité in 2002. Naast zijn functie aan het hoofd van de Recycling business group, is hij ook verantwoordelijk voor Corporate Security en Aankoop & Transport.

Pascal Reymondet, 51 Executive Vice-President Performance Materials

Pascal Reymondet bezit een Master of Science diploma van de Stanford University en een ingenieursdiploma van de Ecole Centrale te Parijs. Hij oefende verschillende managementfuncties uit binnen de Degussa groep inclusief het management van de autokatalysatorenfabrieken in Port Elizabeth en Burlington. Hij vervoegde het directiecomité van Umicore in 2003 als hoofd van de Precious Metals Products-activiteit. In september 2007 werd hij aangesteld als hoofd van Zinc Specialties. In juni 2010 werd hij verantwoordelijk voor de Performance Materials business group.

William Staron, 62 Executive Vice-President Catalysis

William Staron behaalde een diploma in Mechanical Engineering aan de Universiteit van Ohio en heeft een lange ervaring in de katalysator-industrie. Tijdens zijn periode bij Engelhard (nu BASF), stond hij aan het hoofd van de Environmental Catalysts, Specialty Minerals & Colors, en Chemical Catalyst groepen. William vervoegde Umicore in 2003 als Senior Vice-President voor Automotive Catalysts in Noord-Amerika. In 2007 werd hij benoemd tot hoofd van Global Research & Technology voor de Automotive Catalysts divisie. In oktober 2008 werd hij hoofd van deze business unit en lid van het Directiecomité.

Marc Van Sande, 58 Executive Vice-President Energy Materials

Marc Van Sande behaalde een diploma van doctor in de fysica aan de Universitaire Instelling Antwerpen, evenals een MBA. In 1980 vervoegde hij Umicore en bekleedde er diverse functies in de research-, marketing- en productiediensten. In 1993 werd hij Vice-President van de business unit Electro-Optic Materials: in 1999 vervoegde hij het Directiecomité als Executive Vice-President Advanced Materials. Hij nam de functie van Chief Technology Officer tussen 2005 en 2010, waarna hij aan het hoofd kwam te staan van de business group Energy Materials.

Denis Goffaux, 43 Chief Technology Officer

Denis Goffaux studeerde als burgelijk ingenieur mijnbouwkunde af aan de Universiteit van Luik. Hij vervoegde Umicore Research in 1995. Hij woonde en werkte in België, Chili, China en Zuid-Korea. Vóór hij in 2006 naar Japan verhuisde, leidde Denis de Rechargeable Battery Materials businesslijn en ontwikkelde hij met succes de activiteit tot een wereldleider in kathodematerialen voor gebruik in lithium-ion herlaadbare batterijen. In zijn hoedanigheid als Country Manager Japan, heeft Denis Goffaux een stevige basis gelegd voor Umicore om haar economische aanwezigheid en commerciële activiteiten in Japan te doen groeien. Hij nam zijn hudige functie in juli 2010 op. Naast zijn functie van Chief Technology Officer, is hij ook verantwoordelijk voor Leefmilieu, Veiligheid & Gezondheid.

Senior Management

Dieter Lindner Senior Vice-President Automotive Catalysts Research & Technology

Catalysis

Arjang Roshan Senior Vice-President Automotive Catalysts Asia Pacific

Michel Cauwe Senior Vice-President Electro-Optic Materials

Klaus Ostgathe Senior Vice-President Thin Film Products

Recycling

Michael Neisel Senior Vice-President Automotive Catalysts Europe & Africa

Dietmar Becker Senior Vice-President Jewellery & Industrial Metals

Refining

Jan Vliegen Senior Vice-President Future Business for Energy Materials

Dirk Uytdewilligen Senior Vice-President Cobalt & Specialty

Ralf Drieselmann Senior Vice-President Precious Metals Management

Koen Demesmaeker Senior Vice-President Precious Metals

Energy Materials

Materials

Bernhard Fuchs Senior Vice-President Greater China

Franz-Josef Kron Senior Vice-President South America

Luc Gellens Senior Vice-President Japan

Corporate

Stephan Csoma Senior Vice-President Governmental Affairs

Edwin D'Hondt Senior Vice-President Information Systems

Guy Ethier Senior Vice-President Environment, Health & Safety

Ignace De Ruijter Senior Vice-President Human Resources

Performance Materials

Regions

Pierre Van de Bruaene Senior Vice-President Building Products

Egbert Lox Senior Vice-President Group R&D

Guy Beke Senior Vice-President Zinc Chemicals

Joerg Beuers Senior Vice-President Technical Materials

Géraldine Nolens Senior Vice-President Legal Affairs

Glossarium

Economische definities

API – Actief Pharmaceutisch Ingrediënt

Biologisch actieve substantie die gebruikt wordt in medicijnen.

Donatie voor het goede doel

Een donatie aan een non-profitorganisatie die niet voor het commerciële voordeel van Umicore wordt gebruikt. Donaties kunnen in geld of in natura worden geschonken. Politieke donaties zijn niet toegelaten.

Electroplating

Electroplating is een proces waarbij metaalionen in een oplossing in beweging worden gebracht door een elektrisch veld om een ander materiaal te coaten. Het proces wordt vooral gebruikt om een laag materiaal te deponeren om dat andere materiaal een bepaalde eigenschap te verlenen.

HDD – Heavy Duty Diesel

Zware dieselvoertuigen, zowel voor het wegverkeer zoals vrachtwagens en bussen, als voor naast de weg, zoals zware machines voor fabrieken en mijnbouw of nog locomotieven en landbouwmachines.

(H)EV – (Hybried) Elektrisch Voertuig

Voertuig (personenwagen of een ander voertuig) dat geheel of gedeeltelijk (hybried) op elektriciteit in plaats van traditionele brandstof rijdt.

HVACR – Heating, Ventilation, Air-Conditioning & Refrigeration

Generische term voor verwarming-, ventilatie-, airconditioning- en koelinginstallaties.

ITO – Indium Tin Oxide

Een transparante geleidend oxide dat in welbepaalde lagen gebruikt wordt voor haar elektrische geleidbaarheid en optische doorzichtbaarheid. Het wordt in diverse toepassingen gebruikt, zoals dunne beeldschermen, zonnecellen en architecturaal glas.

Katalyse / katalysator

Katalyse is een chemisch proces waarbij één van de elementen in het reactieproces, de katalysator, deze chemische reactie mogelijk maakt, of het proces versnelt, zonder dat hij daarbij wordt opgebruikt, zodanig dat hij opnieuw kan worden gebruikt in het proces.

Kathode

De kathode is de positieve kant van een (herlaadbare) batterij. In de oplaadfase geeft de kathode ionen vrij en migreren die naar de anode (negatieve kant van de batterij). Hierdoor wordt er elektriciteit opgeslagen. In de ontlaadfase keren de ionen weer naar de kathode, en wordt er elektriciteit vrijgegeven.

LDV - Light Duty Vehicle

Vooral personenwagens, die op diesel, benzine of een andere brandstof rijden.

LED – Licht Emitterende Diode

LED's zijn op halfgeleiders gebaseerde lichtbronnen die vele voordelen bieden tegenover de traditionele gloeilampen, zoals een langere levensduur en een hogere energie-efficiëntie.

Li-ion – Lithium ion batterij

Lithium ion is een technologie voor herlaadbare batterijen waarbij lithiumionen van de positieve elektrode (de kathode) naar de negatieve elektrode (de anode) bewegen tijdens het opladen, en in de andere richting bij het ontladen.

NMC – Lithium (Nikkel-Mangaan-Kobalt) oxide

Relatief nieuw kathodemateriaal, dat gebruikt wordt in (hybride) elektrische voertuigen, maar ook meer en meer in draagbare elektronica.

OEM – Original Equipment Manufacturer

Deze afkorting wordt vaak gebruikt voor bedrijven die bij een ander bedrijf componenten aankopen om ze in de eigen producten te integreren. Er worden dikwijls autofabrikanten mee bedoeld.

PCBN – Polycrystaline Cubic Boron Nitride

Het tweede hardste gekende materiaal na diamant. In tegenstelling tot diamanten, komt dit materiaal niet in de natuur voor, het wordt door de mens geproduceerd. De ruwe deeltjes worden gesynthetiseerd in omstandigheden die vergelijkbaar zijn met die voor de productie van synthetische diamanten.

PGM – Platinum Groep Metalen

Platinum, palladium, rhodium, ruthenium, iridium en osmium (in het geval van Umicore verwijst dit hoofdzakelijk naar de eerste drie metalen).

PV – FotoVoltaïek

Fotovoltaïsche technologie is een methode voor het produceren van elektriciteit waarbij zonnestralen rechtstreeks worden omgezet in elektriciteit.

Raffinage-/recyclagevergoeding

Kost die de leverancier van grondstoffen aan de metaalraffineerder betaalt voor de behandeling van zijn materiaal en de extractie van metalen uit de grondstof. In het geval van materialen op het einde van hun levensduur wordt de term recyclage gebruikt.

Roterende target

Een cilindrisch composietmateriaal dat in het proces van dunne film coatings wordt gebruikt voor depositie door middel van sputtering. Het verhoogt de efficiëntie van de materiaaldepositie ten opzichte van conventionele targets.

Spotprijzen

De prijs / het tarief voor de onmiddellijke betaling en levering van een grondstof of devies. Dit in tegenstelling tot de termijnprijs, waarbij de contractvoorwaarden nu worden bepaald, maar de levering en betaling op een latere datum plaatsvinden.

Substraat

Een oppervlak waarop een laag van een andere substantie wordt aangebracht. In autokatalysatoren is het substraat een honingraatstructuur die de effectieve oppervlakte waarop de katalytische oplossing worden aangebracht, vergroot. In fotovoltaïsche technologie worden halfgeleiders, zoals germanium, als substraat gebruikt. Hierop worden dan actieve lagen op gedeponeerd die samen de zonnecel maken.

UHT – Ultra Hoge Temperatuur

Umicore heeft een patent genomen op het UHT-proces (>3000°C). Het maakt gebruik van plasmatechnologie voor het behandelen en recycleren van materialen. Dit proces verbruikt minder energie dan de traditionele processen.

Voorverweerd

Een techniek voor de bewerking van zinkoppervlakken, waardoor het nieuwe product eruitziet alsof het al aan de elementen is blootgesteld.

Zouten

In de scheikunde zijn zouten ionische verbindingen die uit de neutralisatiereactie van een zuur of een base kunnen ontstaan.

Milieu- en sociale definities

Aantal opleidingsuren per persoon:

Gemiddeld aantal opleidingsuren per werknemer – inclusief interne en externe opleiding en opleiding op de werkvloer. Opleiding op de werkvloer kan het aantal uren inhouden wanneer iemand worden opgeleid op de werkvloer, zonder dat deze volledig productief is. Het totale aantal opleidingsuren wordt gedeeld door het personeelsbestand.

Aantal stakingsdagen:

Aantal dagen die verloren gaan omwille van "aangekondigde" stakingen. Werkonderbrekingen van minder dan een dag worden niet geteld, behalve als ze herhaald worden over een langere periode. Dit cijfer houdt geen rekening met de dagen die verloren zijn gegaan door bereidwilligen die omwille van de stakingsacties niet tot het werk konden overgaan.

A(H1N1):

Type griepvirus

Biodiversiteit:

De variatie tussen levende organismen uit alle bronnen, waaronder land, zee en andere aquatische ecosystemen, alsook de ecologische complexen waar zij deel van uitmaken; met inbegrip van diversiteit binnen de soorten; tussen soorten onderling en van ecosystemen.

Blootstellingsbiomarker:

stof of metaboliet gemeten in biologische vloeistoffen (bv. bloed) om de interne lichaamsblootstelling te meten

Broeikasgassen:

Gassen die bijdragen tot de opwarming van de aarde, zoals CO2 , methaan, enz.

CDC:

Centers for Disease Control and Prevention; een in de Verenigde Staten gebaseerde organisatie die gericht is op het voorkomen en beheersen van ziektes, de promotie van (milieu)gezondheid en onderwijs.

Decibel:

Eenheid van geluidsniveau

Duurzame ontwikkeling:

Ontwikkeling die beantwoordt aan de behoeften van vandaag zonder de toekomstige generaties te belemmeren om in hun eigen behoeften te voorzien (ref. VN Wereldcommissie voor milieu en ontwikkeling).

Ernstgraad ongevallen met verlet:

Aantal verletdagen per duizend werkuren. Ongevallen op de weg van en naar het werk worden niet meegerekend.

Frequentiegraad ongevallen met verlet:

Aantal ongevallen met verlet per miljoen werkuren. Ongevallen op de weg van en naar het werk worden niet meegerekend.

Global Reporting Initiative® (GRI):

Het GRI is een internationaal langetermijnproces waarbij verschillende belanghebbenden betrokken zijn en dat tot missie heeft wereldwijd toepasbare richtlijnen voor rapportering op het gebied van duurzaamheid te ontwikkelen en te verspreiden.

ISO 14001:

Specificatie voor milieubeheersystemen van de "International Standards Organisation" (ref. ISO).

Microgram per deciliter bloed:

Eenheid voor het metaalgehalte in het bloed

Microgram per gram creatinine:

Eenheid voor het metaalgehalte in de urine.

Nanomaterialen:

Materialen die uit microscopische partikels bestaan met ten minste één dimensie die kleiner is dan 100 nanometer.

OHSAS 18001:

"Occupational Health and Safety Assessment Series": een beheersysteem van veiligheid en gezondheid.

Ongeval met verlet:

Een ongeval dat leidt tot het verlies van minstens één arbeidsdag.

Personeelsbestand:

Aantal werknemers (arbeiders, bedienden, kaders) die betaald werden door Umicore op het einde van de periode waarover verslag wordt uitgebracht. Inclusief halftijdse, halftijdse omwille van leeftijd en tijdelijke werknemers maar exclusief werknemers met een slapend contract en werknemers op basis van onderaanneming.

Procesveiligheid:

Veiligheidskwesties verbonden aan het gebruik en het opslag van gevaarlijke chemische stoffen die een bedreiging kunnen vormen voor werknemers, buurtbewoners en het leefmilieu.

REACH:

"Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen"; nieuw EU beleid inzake chemische stoffen.

Recyclage-materialen:

Materialen die hun eerste levenscyclus beëindigd hebben en via recyclage herverwerkt zullen worden waardoor een tweede, derde... levenscyclus wordt ingezet.

Registreerbare verwonding:

Een verwonding als gevolg van een arbeidsongeval waarvoor meer dan één verzorging nodig is of die leidt tot een aangepast arbeidsprogramma, maar exclusief ongevallen met verlet.

Risico-evaluatie:

De evaluatie van risico's uitgaande van bestaande stoffen voor de mens, zowel werknemers als consumenten, en het milieu, met het oog op een beter risicobeheer.

Secundaire grondstoffen:

Nevenproducten van primaire materiaalstromen.

Terugwinning:

De inzameling van afvalmaterialen met het doel ze aan een recyclageproces te onderwerpen.

Tijdelijke werknemers:

Umicore werknemers met een tijdelijk contract. Ze worden niet beschouwd als onderdeel van het vaste personeelsbestand, maar worden wel opgenomen in het totale personeelsbestand.

Vrijwillige vertrekkers:

Aantal werknemers die het bedrijf vrijwillig verlaten (exclusief afvloeiingen, pensionering en het beëindigen van een vast contract). Dit cijfer is verbonden met het totale personeelsbestand.

Ziektegraad:

Totaal aantal werkdagen verloren door ziekte, exclusief lange termijn ziekte en verloren dagen omwille van zwangerschapsverlof. Dit cijfer staat in verband met het totaal aantal werkdagen per jaar (bv. 260 dagen).

Financiële definities

Aangewend kapitaal

Totaal vermogen – reële waarde reserve + netto financiële schuld + voorzieningen voor personeelsvoordelen – uitgestelde belastingactiva en -passiva – IAS 39-effect.

Beurskapitalisatie

Slotkoers x totaal aantal uitstaande aandelen.

EBIT

Bedrijfsresultaat van integraal geconsolideerde ondernemingen (opbrengsten van andere financiële activa inbegrepen) + aandeel van de Groep in het nettoresultaat van de ondernemingen opgenomen volgens de vermogensmutatie.

EPS

Winst per aandeel voor aandeelhouders.

Gemiddeld aangewend kapitaal

Voor een half jaar: gemiddelde van het aangewend kapitaal aan het begin en aan het einde van de periode; voor het volledige jaar: gemiddelde van de halfjaargemiddelden.

IAS 39 effect

Tijdsverschillen (zonder invloed op de kasstromen) in het boeken van opbrengsten in geval van niet-toepassing of de onmogelijkheid van het bekomen van IAS hedge accounting op:

a) Transactionele indekking, wat met zich meebrengt dat de ingedekte elementen niet langer aan reële waarde kunnen gewaardeerd worden, of

b) Structurele indekking, wat impliceert dat de reële waarde van betrokken hedging instrumenten in de resultatenrekening wordt opgenomen in plaats van het eigen vermogen, en dit voor de onderliggende voorziene of vastgelegde transacties zich voordoen, of

c) In uitvoerende contracten besloten derivaten, wat impliceert dat de wijziging in de reële waarde op de besloten derivaten in de resultatenrekening moet worden opgenomen, in tegenstelling tot de uitvoerende component waar de wijziging in reële waarde niet in de resultatenrekening kan worden opgenomen.

Inkomsten (metaal niet inbegrepen)

Alle elementen van de inkomsten – de waarde van de aangekochte metalen.

Investeringen

Gekapitaliseerde investeringen in immateriële en materiële vaste activa.

Kasstromen vóór financieringsactiviteiten

Toename / afname van de bedrijfsthesaurie + toename / afname van de investeringsthesaurie.

Netto financiële schuld

Financiële schulden op meer dan één jaar + financiële schulden op ten hoogste één jaar – kas en kasequivalenten.

Niet-recurrente EBIT

Bevat niet-recurrente elementen met betrekking tot herstructureringsmaatregelen, waardeverminderingen van activa en andere opbrengsten of kosten resulterend uit feiten of transacties die duidelijk verschillen van de courante activiteiten van de onderneming. Waardeverminderingen op permanent vastgezette metaalvoorraden maken deel uit van de niet-recurrente EBIT van de business groups.

Onderzoek- &

ontwikkelingsuitgaven

Bruto onderzoek- & ontwikkelingsuitgaven, gekapitaliseerde kosten inbegrepen.

Recurrente EBIT EBIT – niet-recurrente EBIT – IAS 39 effect.

Recurrente EBITDA

Recurrente EBIT + recurrente afschrijvingen van integraal geconsolideerde ondernemingen.

Recurrente effectieve belastingvoet

Recurrente effectieve belastingskost / recurrent resultaat voor belasting van de integraal geconsolideerde ondernemingen.

Recurrente operationele marge

Recurrente EBIT van integraal geconsolideerde ondernemingen / opbrengsten (metaal niet inbegrepen).

Recurrente winst per aandeel

Recurrent nettoresultaat, aandeel van de Groep / gemiddeld aantal uitstaande aandelen.

Rendement op aangewend kapitaal (ROCE)

Recurrente EBIT / gemiddeld aangewend kapitaal.

Schuldratio

Netto financiële schuld / (Netto financiële schuld + Eigen vermogen).

Uitstaande aandelen

Uitgegeven aandelen – eigen aandelen.

Winst per aandeel,

basisberekening Nettoresultaat, aandeel van de Groep / gemiddeld aantal uitstaande aandelen.

Winst per aandeel, na

verwateringseffect

Nettoresultaat, aandeel van de Groep / (gemiddeld aantal uitstaande aandelen + (aantal mogelijke nieuwe aandelen die uitgegeven moeten worden in het kader van de bestaande aandelenoptieplannen x verwateringseffect van de aandelenoptieplannen).

Bovenstaande financiële definities betreffen prestatie-indicatoren die niet gelinkt zijn met IFRS, behalve 'Winst per aandeel, basisberekening' en 'Winst per aandeel, na verwateringseffect'.

GRI Index

Umicore past de GRI-principes (Global Reporting Initiative) toe in haar verslaggeving sinds de publicatie van het 2005 Verslag aan de Aandeelhouders en aan de Samenleving. Deze index toont waar de informatie over kernelementen en -indicatoren van de GRI in dit verslag terug te vinden zijn. Umicore verschaft een verslaggeving op B+-niveau vanaf haar 2008 Verslag aan de Aandeelhouders en aan de Samenleving. Een volledige GRI Index is terug te vinden op de website van Umicore (www.sustainabledevelopment.umicore.com/griIndex). Meer informatie over GRI, het volledige pakket indicatoren, inclusief de volledige definities en de verschillende toepassingsniveaus is te vinden op www.globalreporting.org

Referentie Indicator Pagina
Algemeen
1. Strategie en Analyse
1.1 Verklaring van de CEO en de voorzitter 3-4; commentaar over lidmaatschap van de organisatie
kan ook op pagina 141 worden bekomen
1.2 Beschrijving van belangrijkste effecten, risico's en opportuniteiten. 3-4; 7; 8-11; 39; 45; 61; 69; 86-87; 134-141; gedetailleerde duurzaamheidsprofielen
zijn beschikbaar op www.umicore.com/sustainability
2. Organisatieprofiel
2.1 - 2.2 Naam, producten / diensten Voorpagina; 8-11; 21; 25; 29; 33
2.3 - 2.7 Structuur, geografische aanwezigheid, bediende markten 8-11; 21; 25; 29; 33; 56-57; 88; 122; 135; 140
binnenomslag voorpagina; binnenomslag achterkant;
zie eveneens www.umicore.com/en/ourBusiness
2.8 Bereik 6-7; 56-57
2.9 Significante wijzigingen van omvang, structuur of eigendom 1; 8-11; 21; 25; 29; 33; 55
2.10 Ontvangen prijzen in 2009 64; 139
3. Verslagparameters
3.1 - 3.4 Profiel verslag, contactpersonen Voorpagina; 1; binnenomslag achterkant
3.5 - 3.13 Bereik verslag en garantie 1; 4; 6; 14; 19; 23; 39; 45; 61; 69; 70; 72; 96; 115; 119-120; 140; 152-153;
zie eveneens de managementaanpak op www.umicore.com/sustainability
4. Bestuur en engagementen
4.1 - 4.7 Structuur en bestuur 1; 122-133; 142-147 voor alle bestuursgerelateerd elementen zie de website voor
toegang tot het Deugdelijk Bestuur Handvest
(www.governance.umicore.com/nl/charterN) en de Gedragscode
(www.governance.umicore.com/nl/CodeOfConductN)
4.8 - 4.11 Interne richtlijnen en beleidslijnen binnenomslag voorkant; 120-134; www.governance.umicore.com/nl
4.12 - 4.13 Houden aan externe initiatieven Binnenomslag voorkant; 47; 126; 140-141
4.14 - 4.17 Betrokkenheid belanghebbenden Binnenomslag voorkant; 1; 62; 138-141
5. Managementfilosofie en Prestatie-indicatoren Alle details betreffende de managementfilosofie op sociaal, milieu- en economisch
vlak zijn beschikbaar op www.umicore.com/sustainability; de samen-vatting
van de sleutelprestatie-indicatoren van de Groep is terug te vinden op p.7
Economische prestatie-indicatoren
Economische prestatie
EC1 Aangemaakte en verdeelde economische waarde 17; 19; 62-63; 91-93; 140
EC3 Dekking van de winstplanverplichtingen van de organisatie 103-106
EC4 Significante financiële overheidssteun 140
Onrechtstreeks economisch impact

EC8 Ontwikkeling en impact van investeringen van openbaar nut 62-63

Prestatie-indicatoren leefmilieu
Materialen
EN2 Percentage van de gebruikte materialen dat
bestaat uit afval uit externe bronnen
7; 23; 27; 31; 35; 39; (zie eveneens de profielen van de business units op
www.umicore.com/sustainability
Energie
EN3 - EN5 Directe en indirecte energieconsumptie
uit primaire energiebronnen en energiebesparingen
40; 43; 48 NB: directe en indirecte
energieconsumptie worden in een indicator gegroepeerd
EN6 Initiatieven om energie-efficiënte of op hernieuwbare energie
gebaseerde producten te produceren
(indicator gedeeltelijk gerapporteerd) 8-9; 21; 25; 33
(gedetailleerd duurzaamheidsprofielen van elke business group zijn toegankelijk via
www.umicore.com/sustainability
EN7 Energie-efficiëntie en initiatieven om energieverbruik te
verminderen en bereikte verminderingen
40; 48 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
Water
EN8 Totale wateronttrekking per bron 40; 43
Biodiversiteit
EN11 Plaats en omvang van activiteiten die in of naast beschermde
gebieden - of gebieden met een hoge graad van biodiversiteit
liggen
43 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
Emissies, Effluenten en Afval
EN16 - 17; EN20 Broeikasgassen en andere emissies in de atmosfeer 40-42; 43; 46; NB: directe and indirecte
broeikasgasemissies worden in een indicator gegroepeerd
EN21 Lozing in water 40; 47-48
EN22 Afval 40; 41; 43
Sociale prestatie-indicatoren
Arbeidspraktijken en degelijk werk
LA1-LA2 Tewerkstelling 6; 7; 55-57; 64; (LA1 gedeeltelijk gerapporteerd)
LA4 Percentage medewerkers dat onder een collectieve
arbeidsovereenkomst valt
67
LA7 Gezondheid en veiligheid 64; 69-72 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
LA10 Opleiding 66
LA13 Samenstelling van bestuursorganen en opsplitsing van werknemers per
categorie
67; 92; 122-126; 142-147
Mensenrechten
HR3; HR5-7 Collectieve onderhandelingen, kinderarbeid, gedwongen
tewerkstelling
67; 134; 135 zie ook Gedragscode: www.governance.umicore.com/nl/CodeOfConductN
(HR3 indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
Samenleving
SO1 Relaties met de gemeenschappen 62-63
SO2; SO3 Corruptie 67; 134-135; 140 alle activiteiten zijn voorwerp van de jaarlijkse risico-analyse dat alle
elementen van de Gedragscode omvat; Umicore ondertekende het UN Partnership
Against Corruption Initiative (PACI) (SO3 indicator gedeeltelijk gerapporteerd)
SO5 - SO6 Publiek beleid 140
Productverantwoordelijkheid
PR1 Gezondheid en veiligheid van de klant
49 (indicator gedeeltelijk gerapporteerd)

Financiële kalender (1)

26 april 2011

Algemene Vergadering van aandeelhouders (financieel jaar 2010) Persmededeling en kwartaalupdate eerste drie maanden 2011

29 april 2011

Aandeel zonder dividend verhandeld

4 mei 2011 Start uitkering dividend

4 augustus 2011 Persmededeling en resultaten eerste jaarhelft 2011

20 oktober 2011 Persmededeling en kwartaalupdate derde kwartaal 2011

9 februari 2012 Persmededeling en resultaten financieel jaar 2011

24 april 2012 Algemene Vergadering van aandeelhouders (financieel jaar 2011)

Bijkomende informatie

Beursnotering Euronext Brussel

Algemene informatie

Tim Weekes Telefoon: 32-2-227.73.98 E-mail: [email protected]

Financiële informatie

Geoffroy Raskin Telefoon: 32-2-227.71.47 E-mail: [email protected]

Sociale informatie Mark Dolfyn

Telefoon: 32-2-227.73.22 E-mail : [email protected]

Leefmilieu-informatie

Bert Swennen Telefoon: 32-2-227.74.45 E-mail: [email protected]

Jaarverslag

Dit jaarverslag is eveneens beschikbaar in het Frans en het Engels

Internet

Dit jaarverslag kan afgetapt worden van de internet-site van Umicore: www.umicore.com

Maatschappelijke zetel

Broekstraat 31 B-1000 Brussel – België Telefoon: 32-2-227.71.11 Fax: 32-2-227.79.00 Internet: www.umicore.com E-mail: [email protected] Ondernemingsnummer: 0401574852 BTW-nummer: BE 0401 574 852

Verantwoordelijke uitgever

Umicore Group Communications Tim Weekes Telefoon: 32-2-227.73.98 E-mail: [email protected]

Realisatie

Comfi

Fotografie

Umicore, Dimitri Lowette

Drukkerij

Dereume

(1) Deze data kunnen wijzigen. Wijzigingen van de financiële kalender zijn beschikbaar op de Umicore-website

Dit verslag werd gedrukt op Heaven 42 Superwhite papier. De processen waardoor dit papier aangemaakt wordt, worden constant bijgesteld om de impact op het leefmilieu zo veel mogelijk te verminderen. Alle fabrieken die dit papier produceren zijn gecertificeerd volgens FSC (Forest Stewardship Council) of PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification Schemes).

Umicore Naamloze Vennootschap Broekstraat 31 B-1000 Brussel, België

Tel +32 2 227 71 11 Fax +32 2 227 79 00 e-mail [email protected] www.umicore.com

BTW BE 0401 574 852 Ondernemingnummer 0401574852 Maatschappelijke zetel: Broekstraat 31 - B-1000 Brussel - België

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.